Inventory 2865
Surat · 279 pages · 148 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Palembang the 21st of September 1755. From Palembang the 21st of September 1755. could have brought pepper cultivation very far and to an unbelievable quantity, had the Honourable Company not sent me scoundrels as Residents! These men, and not I or my subjects, have deceived the Honourable Company through the smuggling of pepper and tin, and whenever I communicated this to Their High Mightinesses and lodged my complaints about van den Heuvel and Pan, I was not even heard, but on the contrary held suspect: the first even forged an unauthorized conspiracy with my brother, which cost him his life, to make me tumble from the throne, and the other, through his greedy and cruel nature, troubled the entire realm of Palembang, now with one thing and then with another, so much so that if he had continued for merely another half year, all the pepper gardens would have been destroyed by the highlanders, who had a natural abhorrence of this quarrelsome resident. This representation of the Sultan, Right Honourable Lord and Right Honourable Lords! I have, after a thorough investigation, found to be the pure truth, and that the smuggling was practiced mostly by the Residents, and not so much by the King, of which more shall be spoken hereafter. Meanwhile, I answered the King to all his objections in the very best and most convenient manner, insisting once again that His Highness specify the quantity of pepper that he would deliver annually to the Honourable Company, stating that otherwise I would have to appear blushing with shame before the faces of my high principals, and that for this reason I would surely have to return to this court with ill tidings for His Highness; that His Highness could prevent everything through his noble sentiments, but that in the contrary case His Highness would turn Their High Mightinesses, who were full of sentiments tending toward the welfare of his royal person and realm, from friend to foe. To this the prince answered: I shall satisfy you and the Honourable Company, and have a further answer to your propositions sent to you the day after tomorrow. But, how great was my astonishment and sorrow when, having appeared again for an audience two days thereafter, I saw all the peaceful negotiations and the hope vanish into smoke and vapour, as the King then absolutely refused to hear of anything of the kind anymore, saying that if he specified and signed for the delivery of pepper at a fixed number, he would not be able to deliver the same in the event of a crop failure or other inconveniences, and consequently be held for a liar and breaker of contracts; whereto I answered again that if His Highness did not do so, the suspicion held of His Highness concerning the smuggling would From Palembang the 21st of September 1755. From Palembang the 21st of September 1755. not only increase thereby, but confirm that such in fact occurs, and that I would then be forced to prohibit our Resident most strictly from granting passes to the North, that being the only means to prevent the smuggling. This statement unnerved the prince anew and he knew not how to reply further to me, yet remained firm in his position of being unable to specify the quantity of pepper that would be delivered; rising thereupon, I took my leave in an entirely cold and displeased manner, and departed, protesting against the consequences; here my recourse was almost at an end, and whatever I devised did not seem sufficient to me to obtain anything favourable for myself; seeing now nothing but high, high mountains of difficulty, sailing with my course across nothing but reefs of despair, when, wishing to make a final effort, I conferred with Resident De Heere, who knows how to converse very complaisantly with the Native, and is therefore held in high esteem by the King, that His Honour, in order to give no suspicion to the prince, should proceed to the court in a secret manner, as if His Honour came of his own accord, to reprimand the prince over his intractable nature and conduct and set before his eyes in the most evident manner the consequences thereof, and assure him that such must absolutely have an ill result, that he, the Resident, if His Highness persisted in his intention, did not wish to await the consequences, which would surely be harmful, but upon my departure would request his discharge from the post from Their Excellencies. These and other such arguments did not fail to make some impression and cause reflection in this King, which left him perplexed, wherefore His Highness, after having first conferred for a long time about it with the Crown Prince, answered the Resident: Tomorrow I shall send for the Lord Commissioner and settle everything in the best manner with him, and terminate this matter. The next morning, being the 9th of the same month, the King's commissioners appeared, consisting of the foremost grandees of the realm, and, after having first complimented me on behalf of their principal the King, I was introduced by them to the King for the sixth time, who treated me very affably and kindly and, after a long conference of 4 hours, too long to recite here, finally concluded with me by handshake the new convention submitted herewith under Letter H, and signed it the following day. No one in the world was happier and more joyful than I, after so long and difficult a debate with the most sinister prince in the world, to have finally obtained from him more than perhaps my high principals and I had ever thought, yes, much more
Dutch transcription
377 Van Palembang Den 21. September 1755. Van Palembang Den 21. September 1755. peper culture al heel ver en tot een onge„ „looflijke quantiteijt hebben kunnen brengen, had mij d'EComp:e geen schelmen tot Residen„ „ten toegesonden! deese, en niet ik, of mijne onderdanen, hebben d'EComp:e met sluijken in peper en thin bedrogen, en wanneer ik sulx aan Haar Hoog Edelhedens commu„ „niceerde en mijn beklag over van den Heu„ „vel en Pan deed, wierd ik niet eens ge„ hoord, maar integendeel suspect gehouden: d' eerste heeft selfs een ongequalificeerde Conspiratie met mijn broeder, die 't het leven gekost heeft, gesmeed, om mij van den throon te doen tuijmelen, en d' andere heeft door sijn baatsugtigen en wreeden aard het heele rijk van Palembang, dat met 't een en dan met het ander, geturbeerd, invoegen, dat bij aldien hij maar nog een half Jaar gecontinu„ „eerd had, alle de peper thuijnen door de boven„ „landers, die een natuurlijke afschrik voor desen rusiezugtigen resident hadden, zouden zijn gedistrueert geworden. Dit voorgeven van den sulthan Hoog Edele Heer en wel Edele Heeren ! hebbe ik nadr een grondig ondersoek bevonden de suijvere waarheijt te zijn, en dat het sluij„ ken meest door de Residenten, en niet soo seer door den koning is gepractiseerd gewor„ „den, waar van nader in't vervolg gesproken zal werden. Jntusschen b'antwoorde ik den koning alle zijne tegenwerpinge op de aller„ „beste en gevoegelijkte wijse, nogmaals instee„ rende, de quantiteijt peper, die zijn Hoogheijt aan d'E Comp:e 's Jaarlijx zou leveren, te willen bepalen, dat ik anders schaamrood voor 't aangesigte mijner hoge principalen moeste verscheijnen, en dat ik uijt dien hoofde zeker met een quade tijding voor zijn Hoogheijt, weder aan dit hoff zoude moeten verschijnen; dat zijn Hoogheijt door zijne Edelmoedige sentimen„ „ten alles kon voorkomen, dat in contrarij geval zijn Hoogheijt Haar Hoog Edelhedens die vol van sentimenten waren, strekkende tot het welzijn van zijn koninglijke persoon en rijk, van vriend tot vijand zou maken, hier op antwoorde dien vorst: Ik zal u en d'E: Comp: te vreede stellen, en overmorgen een nader antwoord op uE propositien laten toekomen. E emaar / wat was mijne ver„ „wondering en droefheijt groot, wanneer ik twee dagen, daar op volgende, weder ter audientie gecompareerd zijnde, alle de vreedsa„ „me onderhandelingen en de hoop in rook en damp verdwenen zag, willende de kooning toen absoluut van niets diergelijks meer hooren, seggende, dat bij aldien de Leveran„ „tie van Peper op een seker getal bepaalde en onderteekende, het selve bij een misgewas of andere inconvenienten niet zoude konnen leveren, en bij gevolg voor een Leugenaar en breker der contracten gehouden werden; waar op ik weder antwoorde; dat bij aldien zijn Hoogheijt dat niet deed, de suspitie, die men van zijn Hoogheijt, nopens het sluijkerij rende had, Nol. 2 „ Van Palembang den 21. September 1755. Van Palembang Den 21. September 1755. — had, daar door niet alleen zoude vergroten, maar vast stellen, dat sulx in der daad geschied, en dat ik als dan genoodtsaakt zoude zijn onsen resident het verleenen van passen om de Noord, als het eenigste middel zijnde, om het sluijken te beletten, op het allerscherpst te interdiceeren. Dit zeggen ontstelde den vorst op nieuws en wist mij niets meer te repliceeren, blijvende egter op zijn stuk van de quantiteijt van Peper, dat ge„ leverd zou worden, niet te kunnen bepallen; vervolgens opstaande, nam ik op een gantsch. koele en onvergenoegde wijse mijn afscheijd, en ging, al protesteerende voor de gevolgen, heen; Hier was mijne practijk bij na ten eijnde, en wat ik verson, scheen mij niet suffisant genoeg, om iets favorables voor mij te konnen obtineeren; siende nu niets als tegens hoge hoge bergen van swarigheijd, zeijlende met mijn bestek niet dan over klippen van wanhoop, wanneer ik de laaste pogingen willende doen, met den resident De Heere, die seer complaisant met den Jnlander weet te converseeren, en dierhalven bij den koning in groten agting is, overlegde, dat zijn E: sig om geen suspitie aan den vorst te geven, op een geheime wijse aan 't hoff zou begeven, als of zijn E: uijt zig selfs quam, den vorst over zijn ongeseggelijken aard en gedoen„ „te te reprimendeeren en op het evidenste de gevolgen van dien voor oogen te stellen, en te versekeren, dat sulx absoluit van een quaad gevolg moest zijn, dat hij resident, bij aldien zijn Hoogheijt bij zijn voorneemen persisteerde, de gevolgen, die seeker nadeelig zouden zijn, niet wilde afwagten, maar met mijn vertrek zijn ontslag van 't Comptoir aan Haar Edelhedens zoude versoeken. Dese en meer diergelijke redenvoeringen lieten niet na van desen ko„ „ning eenige indruck en nadenken te geven, dat hem verlegen maakte, weshalven zijn Hoogheijt, na alvorens met den croonprins langen tijd daar over geconfereerd te hebben, den resident antwoorde: Jk zal morgen den Heer Commissaris laten afhalen en alles ten besten met hem reguleeren, en dese saak de ter„ „mineeren. 's anderen daags 's morgens zijnde den 9:e dito, verscheenen 's koonings gecommitteerdens, uijt de voornaamste grooten des rijx bestaande, en, na mij alvorens van wegen hunnen principaal den koning becomplimenteert te hebben, wierd ik door haar voor de sesde reijs bij den koning g'introduceert, dewelke mij seer minsaam en vriendelijk tracteerde en, na een lange conferentie van 4. uuren, te lang om hier te resiteeren, eijndelijk onder handtasting de hier nevens sub L=ra H. overgelegde nieuwe conventie met mij sloot in 'sanderen daags tekende. Niemand in de wae„ reld was geluckiger en verheugder als ik, om naar een so lang en moeijelijk debat met den sinis„ „tersten vorst des waerelds, eijndelijk van denselven meer te hebben g'obtineert, als mogelijk ooijt mijn hoge principalen en ik hadde gedagt, Ja veel gevolg meer g Rol. 2 144
English
381 From Palembang, 21 September 1755. From Palembang, 21 Sept: 1755. more than my Instruction dictated, A convention, Right Honorable Sir and Honorable Sirs! of greater importance than one might perhaps imagine at first glance, which absolutely forbids smuggling to the prince, his subjects, and the residents, for the prince binds himself to deliver in the first year two and a half million pounds or twenty thousand picols of Pepper at the old price, whereas in my Instruction I am authorized to increase the entire lot by f 1: 14. — per picol, even for that which is collected from Palembang; thus, what was stipulated by me in this convention at 12000. picols, which will ordinarily be stored in the Company's warehouses, annually amounts to a considerable capital of f 20400, and if the delivery comes to amount to 30000. picols according to the royal promise, the saved capital will amount to fully f 30000:— per year. This realm therefore not being able to deliver more for the time being, one sees through this established provision that smuggling is prevented at a single stroke, which could otherwise not have been averted, and the great costs of the Cruisers, which are now completely unnecessary, are saved. Through this convention one sees the prince and with him all the notables bound to augment this number from 2500000. lb. or 20000 picols to 3750000. lb. or 30000. picols in a few years, and I dare take the liberty to assure Your Right Honorables that it will not take three years before the king will fulfill his promise; I having been fully and on good authority informed that His Highness immediately, on pain of the utmost punishment, prohibited his subjects from planting Coffee, rice, cotton, and other products, in order to be able to work solely on the pepper cultivation with all possible diligence and zeal; all the chiefs from the uplands, who, as I had the honor to mention in the foregoing, were now present, likewise unanimously promised the king in my presence to deliver 30000. picols of pepper in very few years, if one would leave them unmolested in their freedom and rights to enjoy their own, and that if next year 25- and the year following that 30000 picols will be delivered, one would then not need to be surprised about that at all; With this convention I have barred the passage for six and more Junks to sail to Palembang, and consequently benefited the Honorable Company with a quantity of 1000. picols of pepper and 500. ditto of tin, granted to a Junk in my Instruction, hoping furthermore, through this agreement, also shortly to see all the Company's coinage, but especially the Doits, in circulation, for although this point has been separated from the others, it has nevertheless been confirmed by the king's signature, as Your Right Honorables, if it pleases you, will be able to ascertain further from the document accompanying this under Letter I. Through this convention the prince agreed to be obligated to deliver as much tin to the Honorable Company as it desires, not to mention the profits on the Linens which the royal vessels will purchase from the Honorable Company at 40. percent. Through this agreement the Toll, from which my Instruction wished to exempt them, remains reserved for the Honorable Company for the present; In short, with this convention the Honorable Company obtains in the first years 8698. picols of pepper more than it has received over the last 10. years to this place, for if one takes the quantity that was delivered in the last ten years, it amounts to only 111747., and this being divided by 10, no more than 11170. and consequently already in the first year 8806. picols more, and when, according to the royal word, this delivery next year will amount to 25000. picols, the surplus yield will come to amount to 13806. picols, and the third year 18806. ditto; see... under Letter L. From this it will be evidently manifest to Your Right Honorables that I could never have stipulated anything more favorable for my high principals from this king; for even if I had obtained and acquired all that was conditioned in the first 14. articles, which I only presented to the king pro forma, as knowing well in advance that His Highness would not grant them, and all that I might have stipulated from His Highness according to my Instruction, all of this taken together would still have borne no comparison to this article alone; This article alone, I say, increases the Company's profits in a considerable manner, which comes to amount to 18806. picols of pepper more than in previous years, and prevents the loss and damage that such a noteworthy quantity of pepper falling into foreign hands could cause the Honorable Company; and although the Lords Majores, whenever their Right Honorable High Worships write about Palembang, repeatedly refer to the large delivery of 27793. picols of pepper that were delivered in the year 1741, this is not to be wondered at when one considers that the year before, because His Highness was at loggerheads with the resident at that time, the king delivered only 3414. picols of pepper, which, taken on average, comes to amount to only 15603½ picols per year; This great difference in the quantity of the delivery must not be
Dutch transcription
381 Van Palembang Den 21. September 1755. Van Palembang den 21. Sept: 1755. meer als mijne Jnstructie heeft gedicteerd, Eene conventie, Hoog Edele Heer en wel Edele Heeren! van meerder belang, als men sig in den eersten opslag mogelijk wel zou inbeelden, die den vorst, zijne onderdanen en de cesidenten absoluut het sluijken verbied, want den vorst verbind zig in het eerste Jaar twee en een half millioen ponden of twintig duijsend picols Peper tegens den ouden prijs te leveren, daar ik in mijne Instructie g'authoriseert word de gantsche partij met ƒ 1: 14. — het picol te verhogen, selfs voor het geen van Palembang word afgehaalt dus het door mij met dese conventie bepaalde op 12000. picols, die in 'sComp„s Pakhuijsen ordina„ „ris zullen worden opgeslagen 's Jaarlijx komt te bedragen een aansienlijk capitaal van ƒ20400, en de Leverantie volgens koninglijke belofte 30000. picols komende te monteeren, zal het bespaarde Capitaal 's Jaars wel ƒ 30000:— imposteeren. Dit rijk dierhalven voor als nog niet meer kunnende uijtleveren, ziet men door dese gemaakte bepaling een klaps de sluijkerijen belet, die andersints niet geweirt zoude kunnen werden, en de grote kosten der Cruijssers, die nu 't eenemaal onnodig zijn, bespaart . Door dese conventie siet men den vorst en met hem alle de grooten verbonden, om in korte Jaren dit getal van 2500000. lb. ofte 20000 picols op 3750000. lb op 30000. picols te zullen augmenteeren, en ik durff de vrijheijd nemen u Hoog Edelhedens te versekeren; dat het geen drie Jaren duuren of den kooning zal aan zijne belofte voldoen; zijnde ik volkomen en van goeder hand onderrigt geworden, dat zijn Hoogheijt aanstonds, op peene van d'uij„ terste straffe, het planten van Coffij, rijst, cattoen en andere producten zijnen onderdanen heeft verboden, om met allen mogelijken vlijt en iever alleen aan de peper culture te kunnen arbeijden; alle de hoofden uijt de bovenlanden, die, gelijk d' eere gehad hebbe in 't voorgaande te melden, nu pre„ „sent waren, teffens den koning eenparig in mijn praesentie beloofden, in seer korte Jaren 30000. picols peper te sullen Leveren, als men haar bij hunne vrijheijt en regten ongemolesteert wilde laten jouisseeren van 't hunne, en wan„ „neer het toekomende Jaar 25. - en het Jaar daar op volgende 30'000 picols gelevert zal worden, men sig als dan gantsch niet daar over behoefde te verwonderen; Met dese conventie hebbe ik aan een 6 en meer Jonken, om op Palembang te varen, den pas afgesneden, en bijgevolg d'E Comp: met een quantiteijt van 1000. picols peper en 500. dito thin, aan een Jonk in mijn Instructie toegestaan, bevoordeelt, hoopende daar benevens, door dese overeenkomst ook in't kort alle 's Comp„s munt„ „specien, maar insonderheijt de Duijten gangbaar te sien, want of schoon dit poinct van d'andere is gesepareert, is het selve egter door 's koonings augmenteeren handteekening Rol. Dick 144 383 Van Palembang den 21. Sept: 1755. — Van Palembang den 21. September 1755. handteekening bekragtigt, gelijk uw Hoog Edel„ „hedens des behalgende nader zal komen te con„ „steeren bij 't desen sub L:ra I. versellend geschrift, Door dese conventie liet zig den vorst ver„ obligeert, om so veel thin aan d' E: Comp:e te leveren, als deselve begeerd, ong'agt nog de winsten op de Lijwaten die de koninglijke vaartuijgen tegens 40. perc=to van d'E: Comp:e zullen inkoopen. Door dese over eenkomst blijft den Thol, van dewelke mijne Instructie hun lieden, wilde bevrijden, voor als nog aan d'E: Comp: gereserveert; En fin met dese conventie obtineerd d'E: Comp:e in de eerste Jaren 8698. picols peper meer, als deselve in de 10. laaste Jaren herwaarts gekregen heeft, want als men de quantiteijt neemd, die in de laaste tien Jaaren gelevert is, bedraagt deselve maar 111747. , en dit door 10. gedivideert zijnde, niet meer als 11170. en bij gevolg reets in het eerste Jaar 8806. picols meer, en wanneer, volgens koninglijke parool, toekomende Jaar dese Leverantie 25000. picols zal bedragen, zal het meerder rendeerende 13806. picols komen te importeeren, en het derde Jaar 18806. ditos; vide. . . . sub L:ra L. Hier uijt zal uw Hoog Edelhedens evident komen te consteeren, dat ik nooijt iets favorabelders voor mijne hoge principalen van desen koning hebbe konnen bedingen; want al had ik al 't gunt in de 14. eerste articulen, die ik den koning maar pro forma, als van te vooren wel wetende, dat zijn Hoogheijt die niet zoude inwilligen, gepresenteerd, quam te conditioneeren, en 't gunt ik volgens mijne Instructie van zijn Hoogheijt mogt bedongen hebben g'obti„ „neert en verkregen, zoude dit alles bij malkanderen getrocken, nog in geen comparatie bij dit articul alleen gekomen zijn; Dit articul alleen, seg ik, vermeer„ „dert op een considerabele wijse 's Comp„s winsten, die op 18806. picols peper meer als in voorgaande Jaren komt te bedragen en belet het verlies en den afbreuk, dat een so naamwaardige quantiteijt peper in vreemde handen vallende, d'E: Comp:e kon veroorsaken; en of schoon de Heeren Majores. telkens, wanneer haar Wel Edele groot agtbare over Palembang schrijven, haar beroepen op de groote Leverantie van 27793. picols peper, die in den Jare 1741. ge„ „leverd zijn, so is zulks niet te verwonderen wanneer men considereert, dat den koning het Jaar van te voren, om dat zijn Hoogheijt met den resident te dier tijd overhoop gelegen heeft, maar 3414. picols peper heeft gelevert, het welk, door malkanderen genomen, maar 15603½ picols 's Jaars komt te monteeren; Dit groote onderscheijd in de quanti„ „teijt van de Leverantie, moet men niet articulen, het Rol.ick 1775 E
English
From Palembang, the 21st of September 1755. From Palembang, the 21st of September 1755. the harvest, or so much the king, but principally attribute to the residents; for when the king is at odds with them, His Highness knows no better way to avenge himself than by withholding the pepper, which the king deliberately has stored in his warehouses. For when the king in a full year delivered no more than 3414 picols, His Highness must have been terribly incensed at the then resident, and having come to an accommodation the following year, the king delivered the stored pepper, which should have been delivered in Ao 1740, only in Ao 1741, and thus the quantity of 27793 picols, save for the 3414 picols, is the product of two years and not of one year. And if Your High Nobilities would only please take the trouble to examine the successive delivery of pepper from year to year, and the letters of complaint from the king and the residents, in the overview submitted herewith under letter L, Your High Nobilities will see as clear as day that the king has always restricted the sending of much pepper whenever he was at odds with the resident, which occurred between His Highness and his subjects with no one as severely as with the resident Pan, the king having never delivered less pepper than in his time. From this it is evident, Right Honourable Lord and Honourable Lords, that the Company's interest absolutely requires that the Honourable Company everywhere, but especially in Palembang and where there are courts and princes, appoint good, gentle regents, experienced in the service and in the art of getting along well with the native population. It is also not enough that one lives well with the prince and keeps him satisfied; not at all! But it is of just as much importance that one treats the common native and subject gently, politely, and humanely, especially in Palembang, where vox populi, vox Dei is. Here I could conclude the report of my proceedings at the Palembang court, yet since in my previous writing I have made a beginning with describing the form of government of the Palembang kingdom and the limited authority of this king, it will, I believe, be useful and necessary to pursue this description in order to obtain a thorough knowledge of this region, which is so important to the Honourable Company, so that one may make fruitful use thereof in time when the state of affairs might make such necessary; adding hereto a detailed description of the king's qualities, intellect, wealth, power, and character, as well as that of the Crown Prince, the condition of the peoples or subjects, likewise the size and fertility of the realm and what it yields, together with some useful remarks made thereon by me. From this description I hope to have the honour to demonstrate to Your High Nobilities: 1. The condition of the kingdom and that of the subjects. 2. That the Honourable Company needs not fear this prince at all, and on that account does not need to spare him or give him free rein in the event of any misconduct. 3. That it is nevertheless better and more convenient for the Company's interest to cultivate friendship with this prince, and why. 4. That this kingdom can yield much more pepper and tin than it has done to date. 5. What has caused this deficiency in delivery. 6. How and in what manner this evil may be cured, and already has been cured. 7. How one can prevent the king from violating the treaties, and the residents from smuggling. 8. That even if the king wished to oppose this by force, one can bring him to reason with very little effort. 9. What advantages and disadvantages are to be drawn from a rupture with the king. 10. Finally, how the common man feels about it. Making a beginning with describing the condition of the kingdom of Palembang, it will, in my judgement, be unnecessary to record here its size and extent, nor at what latitude and longitude it is situated, since Your High Nobilities can see the same at a glance on the map more quickly than I could describe it. Thus it only remains to report that this kingdom is very fertile, healthy, and populous, but especially in the mountains, yielding a great quantity of pepper, tin, coffee, gold, cotton, wax, hand and binding rattans, Sanguis draconis or dragon's blood, elephant tusks, gumlac, gutta, ginger, uncommonly much areca, tortoiseshell, iron, and rice, though not enough of the latter to satisfy the needs of the inhabitants, who, instead of growing that grain, are kept to planting pepper; the same being also very rich in game and fish. Bliton, I would indeed wish to describe according to the task assigned to me in the instruction, but since after a careful examination I have found that what the former resident Van der Werp noted in that regard is authentic and true, there remains nothing for me to observe, other than that I have made the king promise to cause the pirates to be dislodged from there and to most rigorously forbid the production of tin to all his subjects there.
Dutch transcription
385 Van Palembang den 21. September 1755. Van Palembang Den 21. September 1755. het gewas, of so seer den koning, maar prin„ cipaal de residenten toeschrijven, want als den koning met haar overhoop legt, weet zijn Hoog„ heijt zig niet beter te wreken, als met het agter„ „houden van d' Peeper, die de koning expres in zijne Pakhuijsen op laat slaan; want toen den koning in een rond jaar niet meer als 3414. picols leverde, zal zijne Hoogheijt vreeslijk op den toenmaligen resident vertoonnd geweest zijn, en het Jaar daar op volgende tot een accommo„ dement gekomen zijnde, heeft den koning de opgeslagen peper, die in A„o 1740. moeste gelevert werden, eerst in A„o 1741. geleverd, en aldus de quantiteijt van 27793. picols, op de 3414. pi„ „cols na, het product van twee, en niet van een Jaar is; en wanneer uw Hoog Edelhe„ „dens maar slegts de moeijte gelieven te neemen, om in den nevens desen sub L:ra L. hier over„ gelegde spiegel de successive Leverantie van Peper van Jaar tot Jaar na te gaan en de klagt=schriften van den koning en de residen„ „ten, zo zullen u Hoog Edelhedens sonneklaar zien, dat de koning altijd het senden van veel peper heeft gemenageert, wanneer met den resident over hoop gelegen heeft, het welk van zijn Hoogheijt en desselfs onderdanen, met nie„ mand so sterk als met den resident Pan geschied is, hebbende den koning nooijt minder peper, als in zijn tijd gelevert. Hier uijt consteerd dan Hoog Edele Heer en wel Edele Heeren, dat 'sComp„s interest absoluut Hier zoude ik het rapport van mijne verrigtingen aan 't Palembangse hof kunnen sluijten, Edog vermits ik in mijn voorgaande een begin hebbe gemaakt met de regeerings form des Palembangsen rijks en de be„ paalde authoriteijt deses konings te beschrijven, zo zal het, geloof ik, nut en noodzakelijk zijn, dese beschrijving, om een grondige ken„ nisse van dit voor d' E: Comp:e soo important gewest te bekomen, te prosequeeren, om zig in tijd, dat de constitutie van saken sulx noodsakelijk mogten maken, daar van met vrugt te konnen bedienen, voegende hier nog bij, eene omstandige descriptie van 's koonings hoedanigheden, verstand, rijk„ „dom, magt en imborst, benevens dat van den Croonprins, de hoedanigheijt der vol„ „keren of onderdanen, item de grote en de vrugbaarheijd des rijst; wat het selve vereijscht en mede brengt, dat d'EComp: overal, maar insonderheit te Palembang, en daar horen en vorsten zijn, goede, sagtsinnige, in den dienst en in de kunst, om met den Jnlander wel te kunnen omgaan, ervarene regenten aanstelle, het is ook niet genoeg, dat men met den vorst wel leve, en denselven te vreede stelt; gantsch niet! maar het is van al so veel belang, dat men den gemeenen inlander en onderdaan, sagt, beleefde en menschelijk tracteere, insonderheijd te Pa„ „lembang, daar vox populi, vox Dei is. vereijscht uijtleverd; Rol. 1175 J 387 Van Palembang den 21. September 1755. Van Palembang den 21. September 1755. Bliton uijtleverd; als mede eenige nuttige re„ „marques daar over, door mij gemaakt; uijt dese beschrijving hope ik d' eere te hebben u Hoog Edelhedens, aan te toonen de gesteldheijt des koningsrijk, en dat der 1. onderdaenen 2. dat d' E: Comp:e desen vorst gantsch niet behoeft te vresen, en uijt dien hoofde bij eenige wan bedrijf ook niet behoeft te menageeren of den teugel te vieren. 3. dat het egter beter en voor 'sComp„s interest convehabelder is, de vriendschap met desen vorst te cultiveeren en waarom ! 4. Dat Dit Rijk veel meer peper en thin kan uijtleveren, als tot dato deses gedaan heeft. 5. waar uijt dese minderheijt der Leverantie is veroorsaakt 6. Hoe en op wat wijse dit quaad te genesen zij en reets genesen is 7. hoe men den koning het violeeren der Tractaten, ende residenten het sluijken kan beletten. 8. Dit of schoon de kooning zig daar tegens met magt wilde aankanten, men met een seer geringe moeijte hem tot reden kan brengen. wat voor-en-nadeelen uijt een rupture met den koning te trekken zijn en 10. Eijndelijk, wat er den stijver van gevoeld; Een begin makende met te beschrijven de gesteltheid des koningrijks Palembang, zal het, mijnes oordeels, onnoodig zijn hier te noteeren, desselfs groote en uijt gestrektheid, nog ook op wat breedte en leggte dat gelegen is, vermits u Hoog Edelhedens het zelve in de kaart met een opslag van 't oog schie„ „lijker kunnen sien, als dat ik dat zoude kunnen beschrijven; dus blijft alleen over om te melden, dat dit rijk seer vrugtbaar, gesond en volk-rijk, maar insonderheijt in't gebergte is, uijtleverende een groote quantiteijt van peper, thin, coffij, goud, cattoen, wax, hand- en - bindrottings, Languis draconis of dra„ „kenbloed, Eliphants tanden, Gomlak, gatta gember, ongemeen veel arreek, caret, ijser en rijst, egter so veel niet, om aan de behoeftig„ heijt van d' Jnwoonders, die instede van dat graan aan het Peper planten werden gehouden, te konnen voldoen, zijnde het selve ook seer wild- en - visrijk. Bliton, zoude ik volgens den Last aan mij in de Jnstructie opgedragen, wel willen describeeren, dog vermits ik na eene nauwkeurig examinatie hebbe ondervonden, dat het geen den gewesen resident van der werp dien aangaande heeft genoteerd, egt en waaragtig is, valt en voor mij niets aan te merken, als dat ik den koning heb doen beloven, de zeerovers daar vandaan te zullen doen delogeeren en het maken van thin aan alle zijne onderdanen aldaar op 't rigoureust Rol. Dick 1747
English
From Palembang, the 21st of September 1755. From Palembang, the 21st of Sept: 1755. to interdict, and therefore add this description herewith under the letter M. The king over this realm has already, since the year 1722, been possessor of the throne, which His Highness mounted through the assistance of the Company's arms; His Highness is around 68 years old, yet still strong and vigorous, and has humble sentiments completely unbefitting a king, so that he once, during an audience when I spoke of his might, power, and wealth, remarked to me: I am only a gardener or pepper keeper of the Honourable Company, and if the Lord General in Batavia did not give me this little garment, pointing to a very poor and soiled one that he had not intentionally put on, I would have to go naked. He is very humble and good-natured, of an excellent understanding and judgment, politically astute, crafty, cunning, and exceedingly avaricious. Nevertheless, he imposes not the least burden on his subjects, living solely from the trade in tin and pepper and from very tolerable tolls, which, however, are paid only by foreigners. He is also very peaceable and pacific, being far from undertaking anything against the Honourable Company, preferring rather to yield everything to them. When, on one occasion, the breach of Jambi was spoken of, this prince said: I cannot understand why the princes, allies of the Honourable Company, always make trouble with them, while our experience shows us that they always succumb and the Honourable Company remains triumphant; I too am at war with the Honourable Company, but quite differently from them: I cannonade the Honourable Company with pepper and tin, and they bombard me with good Spanish dollars. He behaves very humbly and fearfully, often saying to the residents, when they hurry the delivery of pepper and tin and on that occasion pretend to be afraid of a reprimand: Sir, are you afraid of a reprimand? Why, I shudder and tremble with anxiety if I merely hear the name of the General mentioned; I desire nothing more than to give satisfaction to that great General. As for his power, I have already had the honour to note in passing that, far from being absolute master or sovereign over his subjects, he must, for many reasons and in order to break the factions formed for a new election should he come to die, manage them with care, and thus his state interest entails keeping himself tranquil and quiet. His wealth, on the other hand, in cash, gold, silver, and jewels, consists of an almost inestimable treasure, which is easy to gauge when one considers that he has been a peaceful possessor of his throne for 34 years, and what an incalculable quantity of pepper and tin, on which he gains well over half the capital, he has delivered to the Honourable Company in all that time, while on the other hand incurring not the least expense. Concerning His Highness's eldest son, the Crown Prince or Pangerang Ratoe, he truly possesses many virtues and good qualities, being magnanimous, moderate, modest, faithful, honest, gentle, and very sensible; full of resentment whenever any displeasure arises between his father and the High Government or the residents. Because of his good qualities, he is also beloved by all the people, although the mountain peoples are well-disposed toward another named Pangerang Gedee. Yet, as regards the subjects, inhabitants of this kingdom, they deserve with right and truth, like almost all Malays, no other title than that of sluggards, traitors, murderers, pirates, vindictive people, and the like. A thousand are held captive on the other side of the river, which people were taken by pirates in the Banka Strait and elsewhere or bought from the Johorese pirates; among that number are European children, Chinese, Malays, Javanese, and all sorts of nations, nearly all the Company's subjects, all of whom have indeed been reclaimed by me, yet only a few were obtained and brought over as proof. For the rest, these people are fainthearted and fearful, so that if the Honourable Company should be compelled to attack this realm with armed force due to some misconduct or other by its king, they would offer not the least resistance; and I would dare, modestly speaking, without making any objection to it, undertake this expedition with one ship and two lesser vessels, capture the king with all the princes and grandees, and deliver his inestimable treasure into the Company's hands to defray the costs, provided that this expedition remain so secret that no one would get to know anything of it. Palembang is an open place, and the dalam or palace of the king, though provided with strong walls, is almost always open, lying close to the river beach, where the water is so deep that a ship of 150 and more feet can come to lie very close beneath the king's palace, and the troops can very easily be put ashore for a landing and attack without anyone knowing anything about it; and in case a start were made with this, the Crown Prince with most of the malcontents would immediately come over to us and take refuge with us.
Dutch transcription
389 Van Palembang den 21. September 1755. Van Palembang den 21. Sept: 1755. t' interdiceeren, en dierhalven voege dese beschrij„ „ving hier nevens sub L:ra M. De koning over dit rijk is, al sedert het Jaar 1722. possessor van den throon geweest den welken zijn Hoogheijt door den bijstand van 's Comp:s wapen heeft beklommen; zijn Hoogheijt is omtrend 68. Jaren oud, dog nog sterk en vi„ goureus, heeft lage en gantsch niet voor een koning voegende sentimenten, invoegen hij mij eens op de audientie, wanneer ik van zijn magt, vermogen en rijkdom sprak, te gemoed voegde: Jk ben slegts een thuijnier of peper bewaarder van d'E: Comp:, en als de Heer Generaal te Batavia mij dat kleedje, wijsende op en seer slegt en besmeert, dat hij niet willens had aangedaan, niet gaf, zou ik moeten naakt gaan, hij is seer nedrig en goedaardigheijd van een uijtmuntend ver„ „stand en oordeel, staat kundig, Listig, door„ trapt en bij uijtstek gierig, niet te min legt hij zijne onderdanen geen de minste Last op, levende eenlijk van de negotie van thin en Peper en van seer dragelijke thollen, die egter niet, als door vreemde betaalt worden; is ook seer vreedsaam en pacificq, zullende ver van iets tegens d' EComp: t' ondernemen, deselve liever alles toegeven, wanneer 'er eens bij occagie van de ruptuure van Jambij gesproken wierd, zijde dese vorst: Jk kan niet begrijpen, waar„ „om de vorsten, bondgenoten van d' EComp:e het altijd in de wasch met haar gooijen, terwijl zijn rijkdom daar en tegen aan contanten, goud, silver en Juweelen, be„ staat in eenen bij na onnoemelijken schat, het welk ligt af te nieten is, als men considereert, dat hij 34. Jaren Wat nu aangaat zijne magt, heb ik reets d'eere gehad en passant te noteeren, dat hij, verre van volkomen meester of souve„ „rain over zijne onderdanen te zijn, deselve om veele redenen, en om de factien, die tot een nieuwe verkiesing, als hij quam te sterven, gesmeld, worden, te breeken, moet menageeren, en dus brengt zijn staats belang mede zig tran„ „quil en gerust te houden ons d' ervarentheijd doet sien, dat zij altijd succombeeren en dEComp: triumphant blijft; Jk heb ook oorlog met d'EComp:, maar gantsch anders, als dese; Jk Cannonneer d'E Comp:e met peper en thin, en zij bombardeerd mij met goede spaanse matten; hij steld sig seer nedrig en vreesagtig aan, seggende dikwils tegens de residenten, als deselve wat haast met de Leverantie van Peper en thin maken, en bij die occasie voorgeven voor eene repri„ „mende bevreest te zijn; mijn Heer, zijd gij bevreesd voor eene reprimende! wel ik 't siddere en beef van benaautheid, als ik maar de naam van den Generaal hoor groemen; ik wensch na niets meer, als om dien groten Generaal genoegen te geven; ons n d 744 Rol. Drick 391 Van Palembang Den 21. Sept: 1755. Van Palembang Den 21. Sept: 1755. een vreedsame besitters van zijn throon ge„ weest is, en wat onnoemelijke quantiteijt peper en thin, op dewelke hij ruijm een half capitaal wint, aan dE Comp: in al dien tijd heeft gelevert, en daar en tegen geen de minste onkosten doet. zijn Hoogheijts oudsten soon, den Croon„ „prins of Pangerang Ratoe betreffende, zo besit desen waarlijk veel deugden en goede hoedanigheeden, is edelmoedig„ moderaat, modest, trouw, eerlijk, zagt en seer ver„ standigt; vol ressentiment, als er enig mis„ „noegen tusschen zijn vader en de hoge regeering of de residenten ontstaat; hij is om zijne goede hoedanigheeden ook bij al 't volk bemint, schoon de berg volkeren voor een anderen genaamd Pangerang Gedee wel g'intentioneert zijn. Dog wat aangaat de onderdanen, inwoon„ „ders van dit koningrijk, dese meriteeren met regt en waarheijt, so als meest alle de maleij„ „ers, geen geen anderen titul, als die van luijaarts, verraders, moordenaars, zeerovers, wraaksugtige en wat diergelijken meer is, Duijzend zijn er aan de overkant van de revier gevangen, welke menschen in de straat Banca en elders door zeerover genomen of van de Johoreese zee=rovers gekogt zijn, onder dat getal bevinden haar Europeese kin„ „deren, chineesen, maleijers, Javanen en aller„ leij natien, meest alle 'sComp„s onderdanen, Palembang is een opene plaats en den dalm of het palijs des konings, schoon met sterke wallen voorsien, is meest altijd open, digt aan de rivier strand leggende, alwaar het water so diep is, dat een schip van 150. en meer voeten heel digt onder 's konings palijs kan komen leggen en de manschap tot een Landing en attac„ „que seer faciel aan de wal geset werden, sonder dat daar iemand iets van weet, en ingeval, daar mede een begin wierd ge„ „maakt, zoude de croon prins met de meeste malcontenten ten eersten tot ons overkomen en hare toevlugt bij ons neemen, die wel alle door mij zijn gereclameert, dog maar weijnige bekomen en ten bewijse overgebragt; voor 't overige zijn dese menschen lafhertig en vreesagtig, invoegen, dat bij aldien d EComp: genoodtzaakt mogt worden, om dit rijk, wegens het een of ander wan be„ „drijf van dies koning, gewapender hand aan te tasten, zij in 't minste geen resistentie souden bieden, en ik zoude, onvermeeten gesproken, sonder eenig bedenken daar over te maken, dese expeditie met een schip en twee mindere vaar„ thijgen durven ondernemen, den koning met alle de princen en grooten gevangen en des„ „selfs onnoemelijke schat tot defroijement der kosten in 'sComp:s handen te leveren, mits dese expeditie so geheim blijve, dat 'er nie„ mand iets daar van te weten kreeg. en O Rol. Dick 1744
English
From Palembang, the 21st of September 1755. From Palembang, the 21st of September 1755. and that we, upon his ascending the throne, should stipulate such conditions from him as were the most profitable for the Company's interests. I judge it better, however, and more suitable for the Company's interest, if it is at all possible, to live in peace and friendship with this king; for even assuming the Honorable Company could with small expense make themselves master of the king and all his untold treasure, one could nevertheless give that progress no other name than that of the French on the Coromandel coast, who, to capture many treasures at a single stroke, thereby lost the trade of their Company; for if the like were undertaken, the mountain peoples would immediately ruin the pepper gardens, whereby the Honorable Company would have to do without that precious product in that realm for many years. This realm of Palembang can also deliver more pepper and tin than it has done up to the present date. An evident proof thereof is the new convention that I have now concluded with the king, for besides the 11 to 12 thousand picols of pepper and approximately as much tin that the king delivers annually to the Honorable Company, quite as much again is smuggled by junks and smaller vessels, either directly or via Cambodia and Siam to China. I have found after a thorough investigation that this considerable smuggling was committed and carried on not so much by the king, as was already mentioned before, but principally by the successive residents in order to line their purses in a punishable manner so harmful to their paymasters, and that what the king wrote to Your High Mightinesses in his letters, and especially in those received at Batavia on the 25th of July and the 18th of August 1749, the 19th of February, the 28th of May, and the 10th of October 1750, and also in the one to the shahbandar Maneil of the 14th of May 1750 concerning Resident Pan, contains the pure truth, whose unfaithfulness can also be clearly measured by his meager delivery of pepper and tin during the entire time of his administration. When I once asked the king by way of conversation how it happened that so little pepper had been delivered to the Company for some years past, if it were not being smuggled, that prince answered me: that van den Heuvel and Jan had sold the greatest quantity of the pepper and tin that they were supposed to deliver to the Honorable Company to foreigners, and His Highness had deliberately allowed the pepper gardens to perish because he had constantly been at odds with those people over one thing and then another, and the High Government had paid not the slightest regard to his numerous complaints, further adding to me: let the Honorable Company only ever provide Palembang with good residents, and there will never be a lack of pepper and tin! Had Pan stayed another half year longer, the highlanders, who were furious with him to the utmost, would have set fire to all the pepper gardens; and this saying of the king I have found, upon examination, to be true. This great evil of smuggling cannot possibly be prevented in such a manner as Your High Mightinesses, with due reverence, have understood and implemented it up to now, namely by having cruisers patrol for smugglers in the Bangka Strait. Firstly, because the cruisers are unfaithful, negligent, or unwilling to look after the interests of their paymasters. Secondly, even if there were good ones who wished to do so, it is impossible for them to overtake and sail up to these well-sailed smuggling vessels with their clumsy hulls. Thirdly, even assuming they could catch them, how is it possible in the open sea, when the tin and pepper lie below and a whole quantity of areca and reed mats lies on top, to inspect such a vessel! Thus, these cruisers are not only useless but even harmful, doing nothing other than accosting the people they meet at the mouth of the river, on the shore, and at sea, robbing them of what is theirs without offering anything other than blows with a cane in return. This being so, it is crystal clear that the remedy for this evil must be sought in completely different means than those that have been put into practice up to now. These means, having been devised by me after a thorough investigation of the state of affairs, are twofold: the one is what I proposed to the king in one of the 14 articles, namely, to prohibit all navigation from Palembang to the North, which, however, because of the loss of the grains that must come from those regions to feed these people, I very willingly let drop; the other is my determination of the delivery of 20000 picols of pepper and as much tin as the Honorable Company shall require, stipulated in the convention concluded by me, and the royal word of honor to augment this quantity up to 30000 picols after three years. This, High Honorable Sir and Right Honorable Sirs, is the only means to prevent smuggling by both the king and the residents; for this realm cannot as yet deliver more than this specified quantity, but this I dare assure Your High Mightinesses: that provided good care is taken that Palembang is always supplied with good, capable, and honest residents, and some satisfaction is given to the king and his subjects, this realm will then be in a position to deliver 50000 picols of pepper in a short time. I am therefore of the opinion that the Honorable Company
Dutch transcription
39.3. Van Palembang Den 21. Sept: 1755. — Van Palembang den 21. Sept: 1755. en wij van hem, bij 't beklimmen van den throon, zulke voorwaarden bedingen, die 't al„ „ler profitabelst voor 'sComp„s belangen waren. Ik oordeel het egter beter en voor 's Comp„s interest convenabelder, als maar immers mo„ „gelijk is, in vreede en vriendschap met desen koning te leven; want schoon genomen d'E Comp:e met kleijne kosten den koning en al zijn onnoemelijken schat kon meester worden, zoude men egter dat progres geen anderen naam konnen geven, als dat den franschen op de cust Cormandel, die, om een klaps veel schatten te veroveren, de negotie van hunne Comp: daar door hebben verloren; want so 'er diergelijx ondernomen wierd, zouden de bergvolkeren aanstonds de peper thuijnen ruineeren, waar door d'E Comp:e voor vele Jaren dat kostelijk product in dat rijk zoude moeten missen Dit rijk van Palembang kan ook meer peper en thin uijtleveren, als het tot dato deses gedaan heeft, Een evidente blijk daar van is de nieuwe conventie, die ook met den kooning nu gesloten hebbe, want behalven de 11. â 12 duijsent picols peper en ongevaar so veel thin, dat den koning aan d' EComp:e 's Jaarlijx leverd, is nog wel ruijm so veel met de Jonken en mindere vaartuijgen ter sluijk 't zij direct, dan wel over Cambodia en Siam naar China vervoert. Ik hebbe naar een grondig ondersoek bevonden, dat dese considerable sluijkerijen niet so seer, so als bevorens reets aangehaalt is, door den koning, maar principaal door de successive residenten, om hunne beurs op eene strafwaar„ dige en voor hunne betaals-heeren so schae„ „delijke wijse te vullen, is gepleegt, en daer voortgeset, en dat het gunt den koning bij zijne missiven en insonderheijt in die op Batavia ontfangen den 25. Julij en 18. aug„o 1749. den 19 febr:, 28. maij en 10. oc„ tober 1750. aan u Hoog Edelhedens, en ook in die aan den sabandhaar Maneil van den 14. ' maij 1750. nopens den Resident Pan heeft geschreven, suyver waarheijt behelft, welkers ontrouw ook duijdelijk uijt zijne, sobre Leverantie van Peper en thin in den gantschen tijd zijner regeering af te meten is, als ik Eens bij wege van discours den koning vroeg, hoe of 't quam, dat er so weinig peper aan de Comp:s eenige Jaren herwaarts was gelevert; bij aldien 'er niet gesluijkt wierd. so antwoorde mij die vorst: dat van den Heuvel en Ian de meeste quantiteijt peper en thin, die ze aan d'EComp:e moesten leveren, aan vreemde hadden verkogt, en zijn Hoogheijt de peper thuijnen expres hadde laten vergaan, om dat hij altijd met haar lieden, dan over 't een en dan over 't ande„ „re, over hoop had gelegen en de hooge regeering geen het minste reguard op zijne meenig„ „vuldige klagten had geslagen, mij nog toevoe„ „gende: laat d' E: Comp:e maar altijd Palembang met goede residenten voorsien, zo zal 'er nooit peper Nol. ck 17754 395 Van Palembang den 21. Sept: 1755. Van Palembang den 21. September 1755. — peper en thin ontbreken ! was Pan nog een half Jaar langer gebleven, zouden d' bovenlanders, die ten uijtersten op hem ver„ „gramd waren, al de peper thuijnen hebben in den brand gestooken; en dit gezegde van den kooning, heb ik, na examinatie, bevon„ „den waar te zijn; Dit groot quaad van sluijken kan op dusdaenige wijse, als Haar Hoog Edelhedens /:onder reverentie gesegt :/ het tot heeden heb„ „ben begreepen en bewerkstelligt, namentlijk van in straat Banca te doen op de sluijkers kruijssen, onmogelijk belet worden, eerstelijk om dat de kruijssers ontrouw, on„ „agtsaam of onwillig zijn, het intrest van hunne betaals heeren te behertigen, ten tweeden: en of schoon er goede zijn mogten, die dat wilden doen, is het onmogelijk, dat zij dese wel beseijlde sluijk vaarthuijgen met hunne plompe kielen inhalen en op zeijlen, ten dorden; en schoon genomen, zij deselven konde krijgen, hoe is het mogelijk in volle zee, als de thin en peper onder, en een gantsch quantiteijt arreek en Caijmatten boven begt, een sodaenig vaarthuijg te konnen visiteeren! dus deese kruijssers niet alleen onnut, maar selfs schadelijk zijn, doende niets, als de menschen; die zij rencontreeren, in de mond van de rivier aan de wal en op zee aan, berovende hun van't haare, sonder iets an„ ders als stokslagen daar voor te presenteeren; Dit dan zodaenig zijnde „ so blijkt het sonneklaar dat de geneesing van dit quaad in gantsch andere Dit is Hoog Edele Heer en wel Edele Heeren! het eenigste middel, om so den koning als de residenten het sluijken te beletten; want dit rijk kan als nog niet meer als dese bepaalde quantiteijt uijtleveren, maar dit durf ik u Hoog Edelhedens versekeren, dat bij aldien goede sorg werd gedragen, dat Palem„ „bang altijd met goede, bequame en eerlijke residenten word voorsien en den kooning met zijne onderdanen eenig genoegen word gegeven, dit rijk als dan in korten tijd in staat is 50000. picols peper uijt te leveren. Ik ben dan van gevoelen, dat D' E: Comp:e middelen, als tot heden zijn in't werk gestelt, moet werden gesogt. — Dese middelen door mij na een grondig ondersoek van de constitutie der zaken uijtge„ „dagt zijnde, zijn tweevoudig: het eene is, het gunt ik den koning in één van de 14. articulen hebbe geproponeerd, namentlijk, alle de vaart van Palembang om de Noord te beletten, dog wegens het missen van de granen, die uijt die gewesten moeten komen, om dese menschen te spijsen, seer gaarne hebbe laten slippen; het andere is mijne bepaling van de Leverantie van 20000. picols peper en so veel thin, als d'E Comp:e zal komen te requireeren, bij mijne getroffene conventie bedongen, en de koninglijke parool om dese quantiteyt tot op 30000. picols na drie Jaren te zullen augmenteeren. - middelen 92 Nol. 275 c4 7
English
397 From Palembang, 21 September 1755. — From Palembang, 21 September 1755. must seek and cultivate friendship with the king in every possible way, and because he is old, also with the crown prince, in order to prevent upon the death of the king a fatal war which, because the uplanders would stand up for the mentioned pangerang Geddee, would bring about the ruin of all the pepper gardens; the king must be persuaded during his lifetime and as soon as possible, on behalf of the Company, to have his eldest son, the pangerang Ratoe, declared and proclaimed successor to the throne. This is all the important matters regarding the kingdom of Palembang, its constitution, and the true interests of the Honorable Company that I have been able to note and communicate here. However, to return to the interrupted narrative of my actions at this court, I will only add here that after the new convention was concluded on the 10th of this month, the king, the crown prince, and all the grandees of the realm treated me in the most amiable manner, calling me the second Patras, the confirmer and restorer of their liberty. The chiefs from the uplands, being asked by the king how much pepper they could deliver annually, answered: if I would promise and guarantee to them that they would be maintained in good peace and quiet, they promised me to do everything possible to deliver 25000 picols next year and 30000 picols the year following, and to increase this number by a considerable quantity from year to year; and when the king said that they should not promise more than they could accomplish, they answered: the king could dispose of their lives and goods if they did not keep their word on the above-cited conditions. Thereupon the head of the Soesang, by order of the king, stepped up to me, complaining and lamenting over the recent violence committed by the commander Rijke, who, instead of being punished for his misdeed, was the following year promoted from subaltern to head of the cruisers and sent hither, because of which these poor people had to pay for it with death or wounds, with flight, and leaving behind all their possessions. Behold here, Right Honorable Sir and Honorable Sirs, the business of the cruisers and the fruit of their cruises; this incident has had such great consequences that the best inhabitants in the uplands, people of great timidity, through the fear that this incident struck into them, were on the verge of setting fire to all the pepper gardens and fleeing over the mountains into another region. I satisfied these people in the very best manner with promises of protection, 399 From Palembang, 21 September 1755. From Palembang, 21 Sept 1755. and being requested by the head of the Soesangers, I gave him a notice accompanying this under Letter G, in the Dutch and Malay languages, the Malay intended to cause the fled inhabitants to return again from their flight. Meanwhile, the king continued to assure me in every conceivable manner, with the most obliging and exquisite expressions, of which he is full, of his goodwill and esteem for my person, and to make all kinds of rejoicing, having several times entertained me, along with those brought by me to the court for that purpose, with a magnificent dinner, both by the king and the crown prince, His Highness moreover even going hunting and fishing several times with the crown prince to provide me with delicious deer meat and fish; in fine, one could clearly read on the face of every one of the great and the small the joy and pleasure they felt in my proceedings and promises of protection. Here I have experienced that gentle dealings, polite receptions, amiable treatment, and good words are better than gold and precious oil; one can obtain everything from the native with gentleness, but nothing with cruelty. This should be adopted as a standing rule by all those who wish to qualify themselves in the service of the Honorable Company and push their fortune in it. The king, who would have liked to have had me daily at court, continued to proceed daily in his obliging manner and engagement, sending first one court grandee and then another to inquire after my health and to present me with some refreshments, requesting me at the same time to be His Highness's plenipotentiary or agent at Batavia. This king, having in his youth been obliged to spend his time wandering on account of a faction forged against him and in favor of another regarding the succession to the throne, has had time and opportunity to gain a thorough knowledge of all these Malay coasts and islands, which His Highness has all visited several times, telling me among other things that in Trangano fully 7 to 8000 picols of pepper could be gathered, that this grain was also transported from there to China, that such could well bear the name of coming from Palembang, that the island Lauwt cauwer, irregularly occupied by the English, together with the coasts lying thereabouts, also yielded a large quantity of pepper, further that the island Lingen was very fertile and healthy,
Dutch transcription
397 Van Palembang den 21. September 1755. — Van Palembang den 21. September 1755. de vriendschap met den kooning en overmits hij oud is, ook met den Croonprins op alla mogelijke wijse moet soeken en cultiveeren, om bij 't over„ lijden van den koning een fatalen oorlog, die, ver„ „mits de bovenlanders voor gemd: pangerang Geddee zouden opkomen, de ruine van al de peper-thuijnen na zig zouw sleepen, voor te komen, den kooning moet pasuadeeren bij zijn levendigen lijve en so spoedig mogelijk, 's Comp„s wegen zijn oudste soon den pangerang Ratoe tot throons op„ „volger te doen verklaren en proclameeren. Dit is al 't gunt ik importants van't ko„ „ningrijk Palembang, desselfs constitutie en 't ware bebang, van d'E: Comp:e hebbe weten te remarqueeren en hier meede te deelen. Edog om tot het afgebroken verhaal mijner verrigting aan dit hoff weder te keeren, zal ik alleen nog hier bij voegen, dat, na dat de nieuwe conventie den 10:e deser was ge„ „sloten, den koning, den croonprins en alle de grooten des rijx mij op de allerminsaamste wijse tracteerden, noemende mij den tweeden Patras, bevestiger en herstelder hunner vrijheijt; De Hoofden uijt de bovenlanden door den kooning gevraagt zijnde, hoe veel peper wel Jaarlijx leveren konde! antwoorde dese; als ik haar wilde beloven en instaan, dat zij in goede rust en vreede zouden werden gesoutineerd, zij mij beloofden, alles in't werk te sullen stellen, om toekomende Jaar 25000. en het Jaar daar op volgende 30000. pi„ „cols te zullen leveren, en dit getal met een aansienlijke quantiteijt van Jaar tot Jaar te vermeerderen! en als den koning zijde, dat ze niet meer moesten beloven, alsze volbrengen konden, antwoorden zij: de koning kon over haar leven en goederen disponeeren, als zij hun woord op bovengeciteerde conditien niet hielden; daar op trad het hoofd van de Soesang, op ordre van den koning, na mij toe„ klagende en doleerende over het laast gepleegt geweld door den gezaghebber Rijke, die in stede van wegens zijn en veldaad gestraft te werden, het Jaar daar op volgende van subaltern tot hooft der krijssers aangesteld en herwaarts gesonden is, waar door dese arme menschen het met de dood, of quetsuuren, met de vlugt en agterlating van al 't hunne, moes„ „ten bekopen; ziet hier Hoog Edele Heer en wel Edele Heeren de besigheijt der kruijssers en de vrugt hunner Kruijstogten; dit geval is van so een groot gevolg geweest, dat de beste inwoonders in de bovenlanden, mensschen van grote timiditeijt, door de vrees, die hun dat geval aanjoeg, op het tipje hebben gestaan om alle de peper thuijnen in de brand te steken en over het gebergte in een andere contrij te vlugten. Ik stelde dese mensschen op de aller beste wijse met beloften van protextie werk Nol. „ 399 Van Palembang den 21. September 1755. Van Palembang den 21. Sept: 1755. te vreeden, en door het hoofd van de soesan„ „gers versogt zijnde, gaf ik hem eene desen sub L:ra G. versellende advertentie, in de holland„ „se en maleijtse taal, het maleijts moetende strecken, om de gevlugte Jnwoonders wederom van hunne vlugt te rug te doen keeren; Ondertusschen continueerde de koning mij op alle bedenkelijke wijse met de obligeanste en uijtgekipfte expressien, daar hij vol van is, zijne welmeenentheijd en agting voor mijn persoon te versekeren, en allerlij vreugde te bedrijven, zijnde verscheijdemalen so door den kooning als den Croonprins, met die geen, die door mij ten dien eijnde aant hoff waren gebragt, op een pragtig middag maal onthaalt geworden, gaande zijn Hoogheijt nog daar en boven selfs met den croonprins diverse malen op de Jagt en aan't visschen, om mij met overheerlijke harte„ beesten en visschen te voorsien, en fin men kon op het gesigt van ieder der grooten en kleijnen de vreugde en het genoegen, datze in mijne verrigtinge en beloften van protectie gevoelden, duijdelijk lesen; hier hebbe ik onder„ „vonden dat zagtmoedige handelingen, beleefde onthalingen, minsane bejegeningen en goede woorden beter zijn, dan goud en koste„ „lijke olij; alles kan men met sagt moe„ „digheijt, dog niets met wreedheijt van den Jnlander bekomen; dit dient voor een stok regel aangenomen te werden van alle die geene, die sig in den dienst van d'E: Comp:e willen bequamen, en in denselven haar fortuijn pousseeren. De koning, (die mij dagelijks wel aan 't Hoff had willen hebben) continueerde in zijne verpligtende wijse en engagement dagelijx voort te varen, sendende dan den eene hofs groote voor en den anderen na, om na mijn welstand te vernemen, en mij eenige verversching te schenken, mij teffens versoekende, zijn Hoogheits volmagt of agent op Batavia te willen zijn. Dese koning, die in zijne Jonge Jaren„ wegens eene factie, die tegens hem en ten faveure van eenen anderen nopens de throons. successie, was gesmeed, zijn tijd met omswerving hebbende moeten doorbrengen, heeft tijd en gelegentheijd gehad, om grondige ken„ „nisse van alle dese maleijtsche custen en Eijlanden, die zijn Hoogheijt alle diverse malen heeft besogt, te verkrijgen, vertellende mij onder anderen dat de Trangano wel 7. â 8000. picols peper konden werden vergadert, dat dien corl mede van daar naar china wierd vervoert, dat de sulke wel de naam konde hebben van Palembang te komen, dat het Eijland Lauwt cauwer, door d' Engelse on„ gequalificeert in besit genomen, met de daar om streeks leggende custen, ook een groote quantiteijt peper uijtleverden, voorts dat het Eiland Lingen seer vrugtbaar en gesond, e Nol. 25 c4
English
From Palembang the 21st Sept: 1755. From Palembang the 21st Sept: 1755. healthy, yielding many good things, but especially much good camphor, but had for a long time been the rendezvous place of the pirates, and when on that occasion I asked that prince whether His Highness, in case Your High Mightinesses might be pleased to resolve upon my report to send me thither to capture these pirates, would assist the expedition with some of his sailing vessels and men; His Highness answered me thereupon: I shall not only assist Your Honour with all my might, but if you go, I want to attend this expedition in person and roam with you wherever you wish; Having spoken this far concerning this matter, I shall only add here that I have never seen a more civil, honorable, polite, and obliging prince than this one, as soon as the new convention was concluded; every day brought forth a new manner of obligation from the king and the Crown Prince, as well as all the court grandees; only on account of his roguery, well known to Your High Mightinesses as well as everyone else, the Demang Juda Witjana is a harmful instrument, who most traversed me in my undertaking at this court, notwithstanding that I thought to have compelled him to my interests by presents, and therefore I submit for Your High Mightinesses' consideration whether it would not be better that such a harmful subject, upon coming to Batavia, be arrested there; furthermore, that His Highness most obligingly recommended to me the bookkeeper Chevijn, who has already functioned in this capacity at Palembang for 14 years, and who on account of his proficiency in the Malay language is used for everything, but especially for the translation of this new convention and all the Company's papers, and has thereby gained esteem with His Highness, making me promise to do my utmost best that he might be promoted by Your High Mightinesses to junior merchant with a small livelihood, with the understanding however that he remain at Palembang, hoping therefore that Your High Mightinesses will be pleased to have some regard for this urgent request of the king and for the competence of the old Company servant Chevijn. Now concerning the affairs of our trading station there, I must note here in passing that this station bears many indirect burdens which ought to be charged to the General Trading Station, for all ships and smaller vessels from Batavia to the North and vice versa having to sail thither, and being in need of anything, put in at this station, where, however defectively, on account of the shortage of servants and the lack of materials, they are supplied with what is needed and repaired; 403 From Palembang the 21st Sept: 1755. — From Palembang the 21st Sept: 1755. Yet concerning the lodge, this might well be repaired on account of its dilapidation, and the four irregular bastions made regular and filled with earth, so that in the event of a rupture, which by the high age of the king may at times be near, one may make fruitful use of it in time of need. Your High Mightinesses will be able to observe the necessity thereof from the annexed model. The garrison, which consists of only 30 men, could be reinforced with a similar number of troops. Concerning the servants, nothing but all good can be said, but especially of the first resident De Heere, who directs everything wisely and lives in good harmony with the king, and for that reason is also much beloved by His Highness; The difference in weight was immediately settled and regulated to mutual satisfaction upon the arrival of this chief. Lastly, on the 14th of this month during the drafting of this, after everything had already been accomplished here by me, the second commissioner the Honorable Haak arrived from his commission, having handed to me this annexed report under letter N concerning his accomplishments, and on account of the little comfort in the brigantine de Mossel, he set sail on the following 17th via Bangka, to gather some intelligence there, with the Nephtunis for the capital, and I am to follow him on the day of this signing. Behold here, Right Honorable and Worshipful Sirs, the chief of my accomplishments, which by the unexpected accident of the ship Slooten and the dispatching of the second commissioner Haak to save that vessel, as has already been said, fell to me alone; please agree, approve, and favor, Right Honorable Sir and Worshipful Sirs, these my actions, which I have judged so highly necessary for the Company's interest, with Your High Mightinesses' natural goodness, with which I have been so undeservedly elevated to this eminent character, and also have the goodness to be assured that I shall put into effect all that is imaginable to make myself, as much as is possible, worthy of Your High Mightinesses' so precious favor toward me, and in that which Your High Mightinesses in time might further come to impose and entrust to me, will conduct myself as one who will never consider his fortune more perfect than when he may be, remain, and boast the title of Excellent Right Honorable Sir and Worshipful Sirs /:lower:/ Your High Mightinesses' entirely humble and obedient
Dutch transcription
401 Van Palembang den 21. Sept: 1755. Van Palembang den 21. Sept: 1755. O gesond, uijtleverende veele goede dingen, maar insonderheijt veel goede camphur, dog t' sedert langen tijd de rendevous plaats van de zee„ „rovers was, en wanneer ik bij die gelegent„ „heid dien vorst vroeg, of zijn Hoogheijt, inge„ valle haar Hoog Edelhedens op mijn rapport mog„ „ten gelieven te resolveeren, mij daar na toe te senden, om dese zeerovers gevangen te nemen, d' Expeditie wel met eenige zijner bezeijlde vaartuijgen en manschappen wilde assisteeren; so antwoorde mij zijn Hoogheijt daar op: ik zal uE. niet alleen met al mijn mogt assisteeren, maar gij gaat, wil ik als dan dese expeditie in persoon bij woonen, en met u swerven, waar datje maar wilt; Dus verre van deese materie gesproken hebbende, zal ik alleen hier nog bijvoegen, dat ik nooijt civielder, honnetter, beleefder en verpligtenden vorst hebbe gesien, als dese, so dra, de nieuwe conventie getroffen was; alle dagen baarden een nieuwe wijse van ver„ „pligting, van den kooning en den Croonprins, als alle de hofs groten; alleen is wegens zijne schelmerijen so bij u Hoog Edelhedens als ieder een vermaard den Demang Juda Witjana, een schadelijk instrument, die mij in mijne onderneeming aan dit Hoff, niet jegenstaande ik gedagt had, den„ „selven door presenten tot mijne belangen te zullen hebben gedwongen, het meeste heeft getraverseerd, en dierhalven u Hoog Edelhed:s in consideratie geve, of het niet beter was, dat men so een schadelijk subject, op Bata„ „via komende, aldaar arresteere; voorts dat zijne Hoogheijt den Boekhouders Cherijn, die reets. 14 Jaren in dese qualiteijt op Palem„ „bang heeft gefungeerd, en die wegens zijne bequaamheijt in de Maleijtse, tale tot alles, tot de oversetting van deese nieuwe, conventie maar insonderheijd ^ en alle 'sComp„s papieren gebruijkt, en daar door bij zijn Hoogheijt in estim geraakt is, op d' aller verpligtenste wijse bij mij heeft gerecommandeert, doende mij beloven, mijn uijterste best te zullen doen, dat hij tot ondercoopman, met een klijne broodwinning, door u Hoog Edelhedens met gevordert wierd, dien verstande nogtans, dat hij op Palembang blijve, hope dierhalven, dat u Hoog Edelhedens eenig reguard op dit instandig versoek van den koning en op de bequaamheijt van den ouden Comp„s dienaar Chevijn zullen gelieven te slaan. Wat nu aangaat de saken van ons Comptoir aldaar, moet ik hier en passant aanmerken, dat dit Comptoir veel indirecte Lasten draagt, die 't Comptoir Generaal behoorden aangerekent te werden, want alle schepen en mindere vaartuijgen van Batavia om de Noord en vice versa na derwaarss moetende stevenen, en iets benodigt zijnde, gieren dit Comptoir aan, alwaarse hoe gebreckelijk ook, alles wegens de minderheid der dienaren en het gebrek aan matterialen, van 't benodigde worden voorsien en gerepareerd; do Nol. Dick 4 403 Van Palembang den 21. Sept: 1755. — Van Palembang den 21. Sept: 1755. Dog de Logie betreffende, dese mogt wel„ wegens haar bouwvalligheijt worden gerepa„ „reerd, en de vier irregulaire bastioens Regu„ „lair gemaakt en met stoffe opgevuld worden, om bij cupture, die door de hoge ouderdom des konings somtijds na bij kan zijn, sig in tijd van nood daar van met vrugt te kunnen bedienen. De noodsakelykheijd daar van zullen u Hoog Edelhedens kunnen b'oogen bij het hier nevensgaande model, Het guarnisoen dat maar uijt 30. man bestaat, zoude met een diergelijke getal manschap„ „pen konnen werden versterkt. Be Van de dienaren valt niets als alles goeds te seggen, maar insonderheijt van den eersten resident De Heere, die alles wijselijk bestierd en met den kooning in een goede harmonie leeft, ook om die reden seer door zijn Hoog„ „heijt bemint word; Het verschil van 't gewigt is aan„ „stonds. bij de komst van dit opperhoofd ten wederzijds genoegen afgedaan en gereguleerd e Laastelijk arriveerde den 14:e hujus onder het concipieeren deses, na dat reets alles alhier door mij verrigt was, den tweeden Commissiant D' E: Haak van zijne Commis„ „sie, hebbende mij dit onder L:na N. desen bijgevoegd rapport nopens zijne verrigting ter hand gestelt, en is wegens het kleijn gemak in de brigantijn de Mossel den 17:e daar op volgende over Banca, om aldaar enige informatien te neemen, met de Neph„ „tunis na de hoofd plaatse gestevend, staande ik hem te volgen den dag deser signature. Piet hier, Hoog Edele en wel Edele Heeren, het voornaamste mijner verrigtingen, die door 't overvagt ongeval van 't schip Slooten en 't afsenden van den tweeden commissaris Haak, om dien bodem te redden; zo als reets gezegt is, alleen mij is te beurt gevallen; agreërd, approbeerd, en begunstigt dog, Hoog Edele Heer en wel Edele Heeren! dit mijn gedoente, 't welk ik so hoognodig voor 's Comp„s Intrest g'oordeelt hebbe te behoren, met u Hoog Edelhedens natuurlijke goedheijt, met dewelke ik tot dit eminent caracter so onverdient ben verheven, hebt ook de goedheijt ^ te zijn, dat ik al wat imaginabel is, in't werk zal stellen, om u Hoog Edelhedens soo dier„ bare gunst t' mijwaarts, so veel immers mogelijk is, waardig te maken, en mij in 't gunt u Hoog Edelhedens in den tijd verder mogten komen op te leggen en aan te vertrouwen, gedragen zal, als die geen, die zijn geluk nooijt volmaakter zal agten, als wanneer zal mogen zyn, blijven en pronken met den Titul van Excellente Hoog Edele Heer en wel Edele Heeren /:lager:/ u Hoog Edelhedens gantsch onderdanige ter E Nol. Dick 4 e en
English
405 From Palembang, 21 September 1755. From Palembang, dated 21 September 1755. Further Reflection. and humble servant, was signed, J. A. Paravicini. In the margin: Palembang, 21 September 1755. And below that: P.S. Regarding that which occurred after the closing of this report, both in the river of Palembang and the Sungsang, one can obtain complete information concerning this in the daily register, page 54 and its continuation, as well as several other necessary remarks to be found in the attached extension under Letter O. Further Speculative Extension, serving for the elucidation of the report concerning the Palembang commission entrusted to me. Above all things, it should be noted here as a principal matter that the interest of the Honorable Company regarding Palembang consists particularly in humoring the king of this realm in every way and always living in good understanding with him, as nothing but disadvantageous consequences are to be expected from him through harshness or strict treatment by the ministers. On the contrary, if one treats him gently, courteously, and politely, one can obtain everything from him, as well as from the court dignitaries and his subjects. The principal way in which one will be able to satisfy this monarch, and certainly his successor after him, is to always provide Palembang with capable and good residents, who treat the king as a king and his subjects as human beings belonging to his house, handling them gently and politely. Assuring and sealing the good intentions of the Company toward this king and his successor now and then with some presents and favors, although not of great value, must always have a good effect and make a great impression upon the mind of the monarch and his subjects. 407 From Palembang, dated 21 September 1755. From Palembang, dated 21 September 1755. Secondly, and although I am fully assured that through this latest concluded convention, but especially through the article that binds the king and his subjects to deliver 20,000 picols of pepper per year and to be able to increase this number from year to year, smuggling in this article has thereby been prevented, because that realm cannot as yet deliver more, this does not take away from the fact that I have allowed my thoughts to dwell maturely upon the smuggling of tin on the unoccupied Bangka. After a thorough consideration, I have been unable to find any better and easier means than for the Honorable Company always to have as much tin collected as is in stock, all the more so since the king, by the latest convention, Article 10, binds himself to deliver as much tin as the Honorable Company really desires. This has always been neglected, either because the same has not required that metal, or because it has not been collected due to a lack of sufficient cash. For if that metal remains in the hands of its producers, who are all poor Chinese who cannot possibly provide advances, they are practically forced to dispose of it by smuggling, solely to get money in hand in order to pay their arrears to the poor working man, who also cannot wait beyond the time for payment. For if the Honorable Company fails to require that metal, the king also does not have it collected from Bangka, in order not to spend money before he first receives it from the Honorable Company. A proof of what has been said is that already 12,000 picols of tin are resting in the hands of the producers at Bangka, who are waiting anxiously until it is demanded and collected. And when this does not happen within a certain, fixed time, in which they must pay the working man, they find themselves obliged, willy-nilly, to take other and indeed clandestine routes to obtain money. Indeed, if the Honorable Company manages the demanding and collecting of tin from the Palembang realm—possibly, which I do not know however, so as not to spoil the price in China—it seems to me that, this being so, that metal, if shipped to Europe, could yield a good profit, even if it were only sent as ballast. It would also be a good thing if the Honorable Company were to place merely an assistant on Bangka, solely to inspect the passes of the vessels that are destined for the collection of tin, and from which so often...
Dutch transcription
405 Van Palembang den 21. September 1755. Van Palembang onderdato 21. September 1755 Nadere speculatie en submisse Dienaar /:was getekent:/ J:s A:s Paravicini /:in margine:/ Palembang den 21. September 1755. /:en daar onder :/ P: S: van 't gunt, naar het sluijten deses rapports, is voor„ „gevallen, zoo in de rivier van Palembang als de Soesang, kan men in den dagregister p:o 54. en dies vervolg, volkomen, onderrigting dien aangaande bekomen, als mede van eenige noodige andere remarques bij de hier g'anexeerde ampliatie sub L:a O. te vinden. Nu en dan aan desen koning en zijn succes„ „seur de goede intentie der Comp:e met enige presenten en faveuren, schoon niet van grote waarde, te versekeren en te ver„ zegulen, moet zulx altoos van een goed effect zijn en een grote impressie in't Voor allen dingen staat hier als eene hoofd„ zake aangemerkt te werden, dat het Jnterest van d' E. Comp: nopens Palembang insonderheijt daarin bestaat, dat ze den koning van dit rijk in allen deele casuleere, en altoos in een goede verstandhoudinge met hem leve, also met hardigheijt of straffe behandeling der mi„ „nisters niet als nadelige gevolgen van hem te wagten zijn; integendeel so men hem zagt, heusch en beleefd handelt, kan men so wel van hem, als de hofgroten en zijne onderdanen alles obtineeren. Het principaalste, daar men desen vorst en seker na hem ook zijn successeur zal kunnen vergenoegen, is, dat men Palem„ „bang altoos met bequame en goede residenten voorsie, die den koning als een koning en zijne onderdanen als menschen, bij hem t' huijs„ „horende, zagtsinnig en beleefd handele Nadere Speculative Am„ „pliatie, dienende tot Elu„ cidatie van't Rapport wegens de aan mij gedefereerde Palem„ „bangse Commissie gemoed Rol. ach 44 407 Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755. Van Palembang onder dato 21. Sept: 1755. gemoed van den vorst en zijne onderdanen maken Ten Tweden; en of schoon ik ten vollen versekert ben, dat door dese laaste gemaakte Conventie, maar insonderheijt door 't articul, dat den koning en zijne onderdanen verbind, om 20000 picols peper 's Jaars te leveren en dit getal van Jaar tot Jaar te zullen kunnen vermeerderen, de sluijkerij in ditn Corl daar door is geweirt, door dien dat rijk voor als ^ meer kan leveren, so dat nog niet ^ weg dat ik mijne gedagten over het sluijken van Thin op het onbesette Banca rijpelijk hebben laten gaan en naar een grondige overweging geen beter en facielder moijen heb weten uijt te vinden, als dat d'E: Comp:e voor altoos so veel thin late afhalen, als 'er in voorraad is, te meer, zig den koning bij de laste Conventie articul 10. ver„ „bind so veel tien te leveren, als d'E: Comp:e immers begeert, het gunt altoos is ver„ „negligeert geworden, 't zij door dien deselve dat metaal niet heeft gerequireert of dat het selve dat metaal niet heeft gerequireert of dat het selve door manquement aan genoegsame Contanten niet is afgehaald: want blijft dat metaal in handen van derselver fabriqueurs, dat al te maal arme Chineesen zijn, die onmogelijk in voorschot konnen wesen, so worden zij als gedwongen, het selve met sluijken afhandig te maken, eenlijk om geld in handen te krijgen, om haar ag„ „terstallen aan den armen arbeids man, die ook niet over den tijd na betaling wagten kan, te kunnen voldoen: want blijft d'E: Comp:e in gebreke, dat metaal te requireeren, laat den koning dat ook niet van Banca afhalen, om niet eerder geld uijt te geven, als dat hij dat eerst van d' E Comp:e bekomd. Een blijk van dit gesegde is; dat nu alreets 12000 picols thin in handen van de fabriquiers te Banca zijn berustende, wekke met smerten wagten tot zulx g'eijscht en afgehaalt word: en wanneer sulx niet binnen sekeren, bepaalden tijd, in den welken zij den arbeijds=man moeten betalen, geschied, vinden zij lieden haar verpligt, nolens volens, andere en wel sluijkwegen, om aan geld te geraken, in te slaan, Immers so d'E Comp: het eijschen en afhalen van thin uijt het palembangse rijk menageert, mogelijk, dat ik egter ignoreer, om de prijs in China niet te bederven, kan, dit zo zijnde, dunkt mij, dat metaal, naar Europa versonden werdende, een goede winst op werpen, al was het, dat het selve slegts voor ballast versonden wierd Een goede saak soude het ook zijn, als dEComp:e op banca slegts een assistent plaaste, om eenlijk de pascen aan de vaartuijgen, die hem tot den afhaal van thin gedestineert zijn en waar uijt so dikwils Rol. aick 1757
English
From Palembang under date 21 Sept: 1755 From Palembang under date 21 Sept: 1755. often, and also recently, much displeasure has arisen, to remove; for the king, having a great lack of vessels, often for that reason and for economy lets the vessels coming from Java and elsewhere go via Banca to take in a cargo of tin and bring it upriver; and when these are encountered on their journey by the cruisers with these old passes, they are made prize, or are forced to escape this misfortune by paying a good sum to the cruisers, and therefore one can prevent and clear away all these inconveniences, as has been said, by having an assistant reside on Banca who distributes passes to all the vessels destined for the collection of tin, and safely transfer the delivery of this metal destined from various Negorijen to the lesser vessels, up to the vessel that must transport it. I have already shown in my report the uselessness and even the harmfulness of the cruisers; yet however, in case Your High Noble Excellencies, notwithstanding this my sincere demonstration, might please to persist in cruising, it will in my opinion be best that two cruisers lie between Fredrik Hendrik and the banks of Eijer itams, being able to observe everything there that wishes to head north from Palembang and the inner coast of Banca; for if one wishes to prevent smuggling from Palembang on the river, all the exits of this great river, which are 6 in number, must be occupied with vessels, in which case the inner coast of Banca would still remain unoccupied. Now regarding Banca, this island everywhere yields much tin, the producers of which, as has already been said, are Chinese everywhere, naturally inclined to risk and smuggling; thus, if one wishes in any way to prevent smuggling to the north of Banca, a cruiser must necessarily also lie at Crabat. However, the surest means to prevent all this is to do that which I have already had the honor to mention above, that is: that the Honorable Company makes large demands for tin and has the same collected as quickly as possible, in which case the king, seeing money, will certainly know how to buy up that metal, even if it were ever so large a quantity. A good and earnest admonition to this king to prevent smuggling with force will also have a good effect, although I essentially believe that all the cruising is superficial, since I cannot possibly doubt Hendrik can H Rol. a: ick 1757 411 From Palembang under date 21 Sept: 1755. From Palembang under date 21 Sept: 1755. doubt whether the king will, according to his solemn promises made to me, henceforth deliver all the pepper and tin to the Honorable Company, to the exclusion of all other nations, having therefore made an express article of that in the new Convention. As far as the pepper is concerned, I am assured of that, that it will all fall into the Company's hands, and if it does not happen with the tin, the king will not be the cause of that. I must still remark here as a principal main point, that as long as the Chinese junks roam secretly back and forth everywhere, the Honorable Company will always be troubled with one thing or another; for it is not enough that they transport those goods that must inevitably fall into the Company's hands and ruin the price everywhere they arrive by the small expenses they incur, but in addition they teach the native, who is by nature timid and innocent, tampering and smuggling in all goods; therefore the interest of the Honorable Company entails that one strictly forbids these junks to sail on these and several other coasts, but especially to Cambodia, Johor, Malacca, Palembang, Banca, Bliton, Borneo, and Macasser, being well assured that the Emperor of China would pay not the slightest attention to this prohibition, even if they were captured: Yet if one wishes to proceed even more securely, in order to avoid all suspicion, one can establish an alliance with all those princes to whose realms this pernicious nation sails, by which they must bind themselves not to accept any junks for trade. This would be the right means to forbid the Chinese and natives from smuggling and spoiling prices; yea! by that very means Batavia must necessarily become the capital seat, place, and center point of the trade of the whole Indies; for this nation, being unable to sail to others due to a prohibition, would find themselves necessitated to collect the products and provisions, which they would lack, from this capital place. By this means, the junks would bring all the goods that they used to vend in various places to Batavia, and collect the various nations that come to Batavia due to the absence of these Chinese. Through this, not only would the Honorable Company see its finances powerfully improved directly through the vending of its goods, but also through the customs duty that such a large quantity of goods are accustomed to pay, and the whole city of Batavia would flourish. Rol. A: 5cR 2757 to the
Dutch transcription
409 Van Palembang onder dato 21. Sept: 1755 Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755. dikwils en nog onlangs veel ongenoegen is. ontstaan, uijt den weg te ruijmen; want den koning groot gebrek aan vaartuijgen hebbende, laat dikwils om die reden en om de menage de vaartuijgen, die van Java en elders komen, over banca gaan, om een lading thin in te neemen en boven te brengen; en wanneer die op hunne reijs door de kruijssers met dese oude pascen ontmoet werden, worden zij prijs gemaakt, of zijn genoodsaakt dit ongeval, met een goede somma aan de kruijssers te betalen, t'ontgaan, en dier„ halven kan men alle dese inconvenienten, so als: gezegt is, door een assistent op Bau„ „ca te doen resideeren, die aan alle de vaartuijgen tot de afhaling van thin gedestineert, pascen destribueert, voor„ „komen en uijt den weg ruijmen, en de mindere vaartuijgen den aanbreng van dit metaal uijt verscheijde Negorijen gedestineert, veilig na 't vaartuijge, die 't moet vervoeren, overbrengen. Ik hebbe in mijn rapport reets aangetoont de nutteloosheijt en selfs de schadelijkheijt der kruijssers; dog egter, bij aldien uw Hoog Edelhedens, ong'agt dese mijne opregte de monstratie, gelieven mogten, bij 't doen kruijssen te persisteeren, zo zal mijns bedunkens het beste zijn, dat 'er twee pruijssers tusschen Fredrik Hendrik en de banken van Eijer itams leg„ „gen, kunnende daar alles waarneemen, 't gunt van Palembang en de binnen Cust van Banca om de noord stevenen wil; want „wil men 't sluijken van Palembang aan de rivier beletten, dienen alle d' uijtgangen deses groten vloeds, die 6 in 't getal zijn, met vaartuijgen beset te worden, als wanneer dog nog de binnen Cust van banca onbeset zoude blijven. Wat nu Banca aangaat, dit Eijland gelft rondsom veel thin, welkers makers, so als reets gesegt is, overal Chinesen zijn, natuurlijk voor't hazard en 't sluijken genegen; dus wil men het sluijken eniger„ „maten om de noord van Banca beletten, dient een kruijsser noodsakelijk ook te Crabat te leggen. Edog het secuurste middel, om dit alles voor te komen, is, te doen, 't gunt reets voren d' eere hebbe gehad aan te halen, dat is: dat d' E: Comp: grote eijschen van thin kome te doen en het selve so schielijk, als mogelijk, late afhalen, als wanneer den koning geld siende, wel zal weten dat metaal op te lopen, al was het nog so een grote quantiteijt. Een goede en ernstige vermoning aan desen koning van het sluijken met magt te beletten, zal ook van een goed effect zijn, schoon ik wesentlijk gelover, dat al het kruijs„ „sen superficieel is, vermits ik ommogelijk Hendrik kan H Rol. a: ick 1757 411 Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755. Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755. kan twijffelen, of de koning zal, volgens zijne dier aan mij gedane beloften, alle de peper en thin, met uijtsluijting aller andere natien, voortaan aan d' E: Comp: leveren, hebbende dierhalven daar van een expres articul in de nieuwe Conventie gemaakt. W dat de peper aangaat, daarvan ben ik versekert, dat die alle in 'sComp„s handen zal komen te vervallen en so het met de thin niet geschied, zal de koning daar van geen oorsaak zijn Ik moet hier nog als een prin„ „cipale hoofd sake aanmerken, dat so lange de Chinese Jonken over al 'theen en weer ter sluijk swerven, d'E: Comp:e altoos met het eene of andere zal gebruijd wesen; want het is niet genoeg, dat ze die goederen, die onvermijdelijk in'sComp„s handen moeten vallen, vervoeren en den prijs alom daar te komen, door de weinige kosten die zij doen, bederven, maar leeren daar en boven den Jnlander, die uijt de natuur vreesag„ „tig en onnosel is, het morssen en sluijken in alle goederen; dierhalven brengt het intrest van d' EComp: met zig, dat men dese Jonken het varen op dese en meer andere Custen, maar insonderheijt op Cambodia, Johor, Malacca, Palembang, Banca, Bliton, Borneo en Macasser op het aigoureuste verbiede, wel versekert zijnde, dat den keijser van China geee„ de minste attentie op dit verbod, Ja selfs, al wierden zij genomen, maken zoude: Dog zo men nog secuurder wil gaan, om alle vermoeden te vermijden, kan men met alle die vorsten, op welkers rijken dese pernitieuse natie vaart, een verbond opregten, bij 't welke zij haar moeten verbinden, geen Jonken ten handel t'accepteeren. Dit zoude het regte middel zijn, om de Chinesen en Jnlanders het sluijken en het bederven van de prijsen te verbieden; Ja! door even dat middel moest Batavia nood„ sakelijk de hoofd zetel plaats en middel punct der negotie van gantsche Jndien worden; want dese natie, bij andere door een verbod niet konnende varen, zouden zig genecessiteerd vinden, om de producten en vivres, die te derven, van dese hoofd plaatse af te halen. Door dit middel zouden de Jonken alle de goederen, dieze plagten op verscheide plaatsen te debiteeren, op Batavia brengen en de verscheijde natien die door d'absentie van dese Chinesen op Batavia komen, afhalen. Hier door zoude niet alleen d'E Comp:e direct door 't debiteeren harer goederen, maar ook door den thol, die een so grote quantiteijt goederen gewoon zijn te betalen, hare finantien kragtig verbetert zien end'gantsche stad Batavia floreeren. Rol. A: 5cR 2757 om de
English
413 From Palembang dated 21 Sept: 1755. From Palembang dated 21 Sept: 1755. For all these reasons I have strongly insisted and finally obtained that the king, by article 3, has bound himself not to permit any junks there. Also, the interest of the Honorable Company in no way allows that it remains indebted to the king for any noteworthy capital on account of delivered pepper and tin; for the king, being very suspicious like all those of his nation, loses the desire to urge on and animate the working man to the continuation of cultivation and manufactures, always believing from the aforementioned suspiciousness that the Honorable Company withholds the payment deliberately and for some reason; and therefore one ought not to demand from the king the dispute or claim of 50,000 or more guilders that the Most Noble and Most Honorable Gentlemen Majors from Europe, for I know not what reason, order to be demanded, but only to remind him of this debt once, to determine it either in his favor or in that of the Honorable Company, this prince always believing, whenever the Honorable Company remains indebted to him, that such happens in order to liquidate therewith this old debt of which he is repeatedly reminded and which he denies owing, and other reasons besides, which no one but the king's suspicion can penetrate and trace: therefore, when the Honorable Company, as now, already owes him 20:- or 30,000 Spanish reals for the delivery of pepper and tin, the resident sees himself compelled, when payment is strongly demanded, to borrow the aforementioned sum from the king or the Crown Prince, whereupon that borrowed capital is again brought the next day by the resident to the king in payment of the debt, and on this occasion when it is represented to him that this is his own or his son's money and that it is indeed all the same who remains indebted to him, the Company or the resident, he answers that there is a great difference in this, since thereby the Honorable Company is kept from the custom of borrowing and always remains settled with the Honorable Company; also that he would rather maintain his guarantee upon the resident than upon the Company. And those were principally the reasons that I, knowing the scarcity of Spanish reals at Batavia, although unqualified, have so strongly and incessantly urged the article of making the Company's currency standard. And in order now to be able to ascertain whether this king, as I do not doubt, will henceforth keep his solemnly given word not to smuggle, it seems to me, salvo meliori judicio, that in order to clear all pretexts and suspicions out of the way, one should manage as a principal matter to obtain mastery over all the pepper and tin that is produced between Palembang and Ligor, but especially that which Borneo and Trengganu export: for if pepper and tin is then still brought to China by the Chinese, one will then know for certain whence it comes, and the prince or his subjects 415 From Palembang dated 21 Sept: 1755. From Palembang dated 21 Sept: 1755. subjects will by that means find themselves stripped of all exceptions. That undertaking is, in my opinion, not so difficult that it cannot be executed, which I would certainly dare to undertake without much hesitation before a foreign nation makes itself master of it, the more so as I judge that the Honorable Company thereby would gain no small advantage both now and in time, when they would cause that product to be cultivated and expanded more and more through paying a reasonable price and the obligation of treaties. It is also, it seems to me, of very great importance to the Honorable Company that it previously enjoy all the pepper and tin, with the exclusion of all nations, whether for the great profits that this splendid product, cherished by the whole world, yields, as well as to become master of all of it, and to set the price at pleasure, which cannot possibly happen as long as others smuggle with it; for if Trengganu already now, according to what the king of Palembang and several others have testified to me with sincere truth, yields 8,000 and Pahang 4,000 piculs of pepper, it is certain that when these nations shall be obliged by treaties to deliver that grain, these last-mentioned places in a few years will yield as much as Palembang produces. This noteworthy quantity, together with that which all the places along the Malay Coast yield, merits, it seems to me, that an expedition of importance be undertaken thither, not only to oblige those places that already give pepper and tin to deliver to the Honorable Company, but also to encourage to cultivation such places as can suitably produce that product. One sees evidently that time is dispersed and brought to naught through the nonchalance of unloving men towards their fatherland and the corruption of morals through the excessive shipping of foreigners, whereby the Honorable Company gains more loss than profit from the same, and therefore it is, it seems to me, to the utmost interest of the Company that the Honorable Company keep the most profitable goods, such as pepper, tin, Japanese bar copper, opium and the like, as well as the spices, to itself alone, with the seclusion of all other nations, through which, when all the foreign companies will have ruined it, the Honorable Company will still be able to subsist moderately, pepper being sought more and more, both in the Indies and in Europe, and when the Honorable Company sees itself master of it, it can regulate the price at its pleasure just as well as that of the spices. Furthermore, my presence has
Dutch transcription
413 Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755. Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755. om al dese redenen hebbe ik kragtig aangedrongen en eijndelijk g'obtineert, dat den koning bij articul 3. sig verbonden heeft geene Jonken aldaar te permitteeren. ook brengt het Jntrest van dEComp:e gantsch niet met zig dat zij den koning we„ „gens geleverde peper en thin eenig naamwaardig Capi„ „taal schuldig blijve; want den koning, so alle die van zijn landaard, zeer wantrouwig zijnde, verliest den lust om den arbeijds mantshet voort„ setten der Culture en fabricquen aan te setten en 't animeeren, meenende altijd uijt voorgeciteerde wantrouwentheijt, dat d'EComp:e het agter houden der betaling met willens en om enige reden doet; en dierhalven dient men het verschil of pretensie van 50000 of meer guldens, dat de wel wel Edele groot Agtb:e Heeren Majores uijt Europa, om, ik weet niet wat reden, ordonneeren, niet van den koning te vorderen, maar eene„ „lijk dese schuld indagtig te maken, eens, 't zij ten zijnen faveure, of tot dien van d' E Comp:, te deter„ „nineeren, meenende dese vorst telkens, als hem d'EComp: schuldig blijft, dat zulx geschied, om dese oude schuld, die men hem telkens indagtig maakt en die hij negeert schuldig te zijn, daarmede te liquideeren en andere redenen meer, die niemand, als de konings argwaan kunnen penetreeren en nagaan: dierhalven als d' EComp: gelijk nu, reets 20:- of - 30'000 Spaanse realen aan hem over leverantie van peper en thin schuldig is, siet zig den resident genoodperst, wanneer om de betaling sterk word aangemand, voorm: somma En om nu gewaar te kunnen worden of dese koning, gelijk ik niet aan twijffele, zijn heijlig gegeven woord, van niet te zullen sluijken, voortaan zal houden, so dunkt wij, Salvo melior Judicio, dat men, om alle voorwendsels en suspitien uijt den weg te ruijmen, als eene hoofd zake bewerke, dat men al de peper en thin, die tusschen Pa„ „lembang en Ligor valt, maar inson„ „derheijt die borneo en Trangano uijtlevert, magtig werde: want als 'er dan nog door de Chineesen peper en thin te China word aangebragt, weet men als dan vast, waar die van daan komt, en den vorst of zijne van den koning of den Croonprins te leenen, wanneer dat geleend Capitaal 's anderen daags weder door den resident in betaling der schuld aan den koning gebragt werd, en bij dese gelegentheijd hem te gemoed voerd, dat dit zijn eijgen of zijn soons geld en't immers het selve is, wie hem schuldig blijft, de Comp:e of den resident, antwoord hij dat zulx een groot onderscheijd is, vermits men d'E Comp: daar door buijten gewoonte houd te borgen en altijd met d'E: Comp: geliquideert blijft; dat hij ook eerder zijn guarant op den resident, als op de Comp:e wil houden. En dat zijn principaal de reden geweest, dat ik, de schaarsheijt der spaanse realen te batavia wetende, schoon ongequalificeert, so sterk en incessabel op 't articul van't gangbaar maken van 's Comp„s munt hebbe aangedrongen. van onderdanen Nol. a. 12 s 1757 d 415 Van Palembang onder dato 21. Sept: 1755. Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755. onderdanen zullen haar door dat middel van alle exceptien ontblood vinden. G Dat 't onderneemen valt mijns bedunkens, so swaar niet, of het selve kan werden g'executeert, het welk ik sonder veel bedenken voor sig een vreemde natie daar van meester maakt wel zoude durven onderneemen, te meer ik oordeel, dat d'E: Comp:e daar door geen klein voordeel, dat d' EComp: daar door geen kleijn voordeel so nu, als in den tijd, wanneer zij dat product, door 't betalen van een redelijken prijs en de verpligting der tractaten, hoe langer hoe meer souden doen cultiveeren en voort setten. D'E: Comp:e, dunkt mij, is het ook al heel veel aangelegen, dat zij prealabel van al de peper en thin, met uijt sondering van alle natien, Jouisseert, 't zij om de groote winsten, datdat heerlijk van de gantsche wereld gechereert pro„ „duct uijtleverd, als mede om het selve altemaal meester te worden, en den prijs naar genoegen te stellen, het welk onmogelijk kan geschieden, so lange andere daar mede lorrendraijen; want so Trangant nu reets, volgens het gunt mij den koning van Palembang en meer andere met sincere waarheijt hebben betuijgd 8000. en Pahan 4000 picols peper uijtlevert, is het seker, dat wanneer dese natien door tractaten tot de leverantie van dat Corl verpligt zullen werden, dese laastgem: plaatsen in korte Jaren so veel, als Palembang opbrengt zal uijt„ „leveren. Dese naamwaardige quantiteijt met die, welke alle de plaatsen langs de maleijtse Cust uijtleveren, meriteeren, dunkt mij, wel, dat men een expeditie van belang daar na toe onder„ „neeme, om niet alleen die plaatsen, die peper en thin reets geven, tot het leveren aand' E: Comp:e te verpligten, maar ook sulke plaat„ „sen die bequaamlijk dat product kunnen voort„ „brengen, tot de Culture aan te moedigen. Men Liet evident, dat den tijd door nonchalcance van liefdelose menschen van hun vaderland en bedorf van zeeden door d' overmatige vaart der vreemden verspreijd word en te niete gaat, waar door d' EComp:e meer schade als winst bij deselve behaalt, en dierhalven is het, dunkt mij ten uijtersten van 's Comp„s interest dat d'E: Comp:e de meeste winst gevende goederen, als peper, thin, Japans staafkoper, amphioen en diergelijke meer, so wel als de specerije, aan haar alleen, met seclusie van alle andere natien, houde, als waar door d'EComp:, als alle de vreemde Compagnienen haar in den grond zullen hebben geboord, nog natig zal kunnen geboord, nog matig zal kunnen bestaan, wordende de peper hoe langer hoe meer, so in Jndien als in Europa gesogt, en wanneer haar d'E: Comp: daar van meester siet, kan zij den prijs maar welbehagen so wel, als van de sperijen regu„ leeren. Wijders so heeft mij mijn aanwesen De op ƒ Rol. a cR 2757
English
417 From Palembang, dated 21 September 1755. From Palembang, dated 21 September 1755. at Palembang also learned the absolute impossibility of being able to fulfill Your High Nobilities' highly venerated intention regarding the bringing down of pepper and tin in the months of May and June by the king's vessels beyond the banks, in order to load the Chinese ships therewith, as expressed in my instructions: First, because of the great shortage of vessels that this king has; Secondly, that the few this king might still have are then precisely employed at that time to transport the pepper and tin to Batavia. Thirdly, the roadstead where the ships are accustomed to lie is situated a good 5 miles outside the mouth of this river in the open sea, where these vessels, with their wooden anchors, would make a poor showing and be placed in great danger upon the onset of cross-seas and sudden squalls, which occur very frequently in this strait. Fourthly, because of the hollow sea, it is hardly possible to load a ship there. And even assuming all this were possible, it would open the door wide to smuggling, both for these vessels and the Company's residents. These and other necessary matters, having failed to include them in my report due to my continuous illness at Palembang, for which I humbly beg Your High Nobilities for a generous excuse, I have deemed it necessary to insert them in this further addendum. And therefore I let this article drop after strong opposition and resistance from the king and all his subjects, the more so because my newly concluded Convention has completely changed the nature of this matter. For the Honorable Company, seeing itself master of 8698 picols of pepper more than before by the 5th article thereof, will thereby, I hope, always have a good supply for the early ships from China, so that they will not need to wait for cargo; also, by this new arrangement, the king's vessels will arrive in Batavia with that product much earlier than they were formerly accustomed to do. Finally, I shall conclude this addendum by noting here that if the Honorable Company cares about Jambij and wishes to see the contentious dispute with that prince settled once and for all to its satisfaction, the Honorable Company need only request the mediation of the king of Palembang, who, it is said, is a father-in-law of that prince and has a tremendous influence over his mind, and who will certainly decide everything to the satisfaction of the Honorable Company. 419 From Palembang, dated 21 September 1755. From Palembang, dated 21 September 1755. excuse I am requesting, I have judged it necessary to insert the same in this further addendum, while with all possible high esteem and profound respect I humbly remain, was written below: Excellent High Noble Sir and Noble Sirs! lower: Your High Nobilities' completely humble and obedient servant, was signed: J:s A:s Paravicini in the margin: Aboard the brigantine de Mossel, the 8th of October 1755. Act of Renewal of the previous contracts concluded between the Dutch East India Company and the successive kings of the Palembang Empire, along with some other points and articles of agreement, which have been made and concluded between the Sire Sulthan Ratoe, together with the most distinguished grandees of the said empire, of the one part, and in the name and on behalf of His Excellency the High Noble, Right Honorable Lord Jacob Mossel, General of the Infantry of the State of the United Netherlands, as well as Governor-General, and the Noble Lords Councilors of the Dutch Indies, through the aforementioned Their High Nobilities' special commissioner and envoy, the Senior Merchant and Shahbandar Johannes Andreas Paravicini, of the other part. Article 1. First, it is resolved and established that there shall be an everlasting peace and friendship between the Dutch Company and His Highness the Sultan of the Palembang Empire, as well as his descendants and successors; furthermore, the old treaties that in
Dutch transcription
417 Van Palembang onder dato 21. Sept: 1755. Van Palembang onderdato 21. September 1755 op Palembang ook geleert de genoegsame on„ mogelijkheijt, om te kunnen voldoen aan u Hoog Edelhedens hoog gevenereerde intentie, no„ „pens het afbrengen van peper en thin in de maand maij en Junij door 's konings vaar„ „tuijgen buijten de banken, om daarmede de Chinase schepen af te laden, bij mijne instructie uijtgedrukt: Eerstelijk, door het groot gebrek, dat dese koning aan vaartuijgen heeft; ,dat de weinige, die dese koning Ten tweeden nog mogt hebben, dan Juist in die tijd besteed zijn, om de peper en thin na Batavia te transporteeren. Ten derden, is de rheede, daar de schepen gewoon zijn te leggen, wel 5. mijlen buijten de mond deser rivier in zee gelegen, alwaar dese vaartuijgen met hunne houte ankers, bij op„ „komende traversen en val winden, die in dese straat seer dikwils voorvallen, een slegte figuur zouden maken en in groot gevaar werden gebragt. Ten vierden, is het wegens de holle zee niet wel mogelijk een schip aldaar af te laden. En schoon genomen dit alles mogelijk was, zou dit regt de deur tot sluijken, so voor dese vaartuijgen, als 'sComp„s residenten Dese en meer andere nodige stoffen, door mijne geduurige siekte te Palembang versuijmt hebbende, in mijn rapport te vullen en waarom ootmoedig uw Hoog Edelhedens om een genereus g'opend zijn, en dierhalven hebbe ik dit articul, na een kragtige oppositie en tegenkanting van den koning en al zijn onderdanen, laten varen, temeer mijne nieuw gesloten Conventie dese sake gantschelijk van natuur heeft doen ver„ „anderen, want d'E: Comp:e door het 5:e articul derselver haar meester van 8698: picols peper meer, als voor desen siende, zal daar door hope ik, wel altijd voor de vroeg schepen van China een goeden voorraad hebben, so dat deselver niet zullen behoeven naar lading te wagten; ook zullen 's konings vaartuijgen door dese nieuwe schicking wel veel vroeger, als ze voor desen gewoon waren te doen, te batavia met dat product„ arriveeren. Eijndelijk zal ik dese ampliatie besluijten met hier te noteeren, dat bij aldien het d'E: Comp:e aan Jambij wat gelegen is en de questieuse sake met dien vorst eens ten haren genoegen wil gedetermineert zien, d'E. Comp:e maar slegts de mediatie van den koning van Palembang, die, de, zo men segt, een schoon vader van dien vorst is en een geweldig vermogen op zijn gemoed heeft, dient te versoeken, die zeker alles ten genoegen van d'E: Comp: zal beslissen. g'opend excus 92 2 1747 Rol. Dick 419 Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755. Van Palembang onder dato 21. Sept: 1755. excus ben versoekende, hebbe ik noodsakelijk ge„ Jugeert, deselve bij dese nadere ampliatie te moeten insereeren, terwijl met alle mogelijke hoog agting en versinnend respect ootmoedig blijve /:onderstond:/ Excellente Hoog Edele Heer en wel Edele Heeren ! /:lager:/ u Hoog Edelhedens gantsch onderdanige en gehoorsame dienaar /:was getekent:/ J:s A:s Paravicini /:in margine:/ In de brigantijn de Mossel den 8. october 1755. Acte van Renovatie der voorige contracten, geslooten tusschen de Nederlandse oost Jndische Comp:, en de succesive koningen van het Palembang„ se Rijk, nevens nog eenige andere poincten en Articulen van ver„ „drag, dewelke gemaakt en gesloo„ ten zijn tusschen den Sire sul„ than Ratoe, nevens de aansien„ „lijkste grooten van het gemelde rijk, ter eenre, en d' uijt na„ me en van wegens zijn Excellentie den Hoog Edelen groot Agtbaren Heere Jacob Mossel, generaal over d' Jnfanterie van den staat der vereenigde Nederlanden, mitsg„s Gouverneur Generaal en de wel Edele Heeren Raden van Ne„ „derlands India, door evengem: haar hoog Edelens expressen commis„ „saris en afgesant, den oppercoopm:n en Sabandhaar Johannes An„ dreas Paravicini, ter andere zijde Articul 1. Eerstelijk werd beslooten en vast gesteld, dat er een altoos duurende vreede en vriendschap tusschen de Nederlandse Compagnie en zijn Hoogheijt den sulthan van het Palembangse rijk, mitsg„s desselfs nakomelingen en succes„ „seurs zal zijn, voorts de oude verbonden, die in 11744 Rol.ick Acte
English
From the East Coast of Java under the date of 21 September 1755. From Palembang under the date of 21 September 1755. in the years 1662, 1678, 1679, 1681, 1691 between the said Dutch Company and the successive kings of Palembang were made and concluded, are hereby renovated and renewed, and specifically the compilation thereof on 2 June of the year 1722, during the presence here of the Commissioner and Envoy, the Lord Examiner General of the Indian Trade Books Abraham Patras, with mutual desire that the same shall be held of such force and value and complied with as if they were all inserted word for word herein, in so far as the same are not traversed, rendered invalid, and annulled by this new convention and agreement. Article 2. And whereas, through a slackening of the true zeal for the Company's interests, it has appeared, not without a semblance of grounds, that, whether by the Company's resident or other Company servants, its trade in tin and pepper has been prejudiced, traversed, and greatly harmed by smuggling and engaging in illicit trade, whereby the delivery, especially of pepper, has diminished to so slight a quantity that for many years it has not amounted to a shipload, while meanwhile one had to hear with the utmost dismay that this commodity, to the great prejudice of the Company's trade, was surreptitiously conveyed and transported from here to China; therefore, the Sultan solemnly promises henceforth not only to interdict his subjects hereby in the most emphatic manner from illicit trade and smuggling in tin and pepper, but also to exercise all possible vigilance and care that such no longer happens in the future, at the same time undertaking to have those who might be found to have sinned therein punished most rigorously according to the custom of the land; and in order to succeed the better in this salutary promise, Article 3. His Highness furthermore promises to cause all the junks that might come here from China for trade to be confiscated, as well as not only to interdict his subjects, under whatever pretext it might be, from sailing from here, Banca, and Bliton to there, under equal penalty and perpetual imprisonment, but, upon discovering that such is done by the Company's residents or subordinate servants, to give notice thereof immediately to Their High Mightinesses, even if it were by an express messenger, in order to be able to regulate in time the means for preventing that evil. Article 4. And in order to be able the better to trace whether pepper and tin are being smuggled and traded illicitly, His Highness undertakes to keep a good and exact record of all the pepper and tin that shall henceforth be delivered both at Batavia and at the lodge, and to send the same to Their High Mightinesses. Article 5. And in order to appease the displeasure conceived from time to time by Their High Mightinesses against His Highness, and to demonstrate more evidently his unbreakable fidelity and well-intentioned disposition toward the Noble Company, through whose alliance His Highness's throne stands firm, His Highness hereby obligates himself, at the unceasing and continual insistence of the Commissioner Johannes Andreas Paravicini, as the principal article contained herein, to set the quantity of pepper that His Highness shall henceforth deliver to the Noble Company, whether directly to Batavia or at the Palembang lodge, at two and a half million pounds or twenty thousand picols annually, with this understanding nevertheless, that one shall not fix this delivery so strictly to a single year, but the deliveries shall be averaged over the years, so that in case the aforesaid quantity of twenty thousand picols in this current book year 1757/8, whether through crop failure or other inconveniences by water or by land, and which His Highness shall prove clearly and to the satisfaction of Their High Mightinesses, could not be delivered, the deficit shall then be compensated and supplemented from the crop of the subsequent year, and so from year to year. Article 6. Furthermore, His Highness undertakes to improve the pepper cultivation from year to year in such a manner that he hopes, if at all possible, through God's goodness to increase the delivery within a few years to up to thirty thousand picols or 3,750,000 pounds. Article 7. In return, the Noble Company promises anew to maintain the Sultan in the peaceful possession of his states and to cause him to enjoy all the rights and prerogatives attached to His Highness's crown, and also to contribute everything that can suitably be done for the growth and prosperity of his states and subjects. Article 8. His Highness further binds himself to cause the pepper that he shall send over to Batavia with his vessels to depart beyond the river no later than the 5th of May at the latest. Article 9. And in case His Highness's vessels destined for Batavia with pepper and tin, whether through delays in the river and afterward in the Bangka Strait, or through storm and tempest, should be prevented from making the voyage to Batavia, His Highness undertakes to deliver those products immediately into the Company's warehouses at Palembang.
Dutch transcription
421 Van Javas oost Cust onder dato 21. September 1755. Van Palembang onderdato 21. September 1755. in den Jaare 1662, 1678, 1679, 1681. 1691. tusschen gem: Nederlandsche Comp:e en de successive konin„ „gen van Palembang gemaakt en geslooten zijn, bij desen gerenoveert en vernieuwt en wel specialijk de t'zamentrecking derselve den 2:e Junij des Jaars 1722. bij het aanweesen alhier van den Commissaris en gesant den Heer visitateur Generaal der Jndische Negotie boeken Abraham Patras /:g:g:/, met wederzijdse begeerte, dat deselve van die kragt en waarde zullen werden gehouden en nagekomen, als of die alle van woord tot woord in desen waren g'insereert, voor so verre deselve door dese nieuwe Conventie en overeenkomst niet werden getraverseert kragteloos gemaakt en te niet gedaan, Articul 2. En nademaal het door een verflauwing van den waren iever voor 'sComp„s belangen, niet sonder schijn van grond, is komen te blijken, dat, het zij door 'sComp:s resident, dan wel andere 'sComp„s an haren Thin en Peper Negotie met sluijken en bedrijven van Morshandel is benadeelt, getraverseert en grooten afbreuk gedaan, waar door de Leverantie, insonderheijt van Peper, tot so een geringe quantiteijt is gedimi„ „nueert, dat veele Jaaren geen scheeps laeding heeft komen te bedragen, terwijl men in„ „tusschen met de uijterste ontstigtinge moest hooren, dat dien Corl, tot grote prejuditie van 'sComp„s negotie, ter sluijk van hier na China was overgebragt en vervoerd, zo be„ loofd den sulthan Heijlig, voortaan zijne onderdaenen niet alleen den morshandel en het sluijken in thin en peper op het aller nadrukkelijkste bij desen te interdiceeren, maar ook alle mogelijke oplettentheijt en sorge te dragen, dat sulke in't toekomende niet meer geschieden teffens anneemende de geen, die bevonden mogt werden daar in te hebben gepexeerd , op 't regureuste na 's lands wijse te doen straffen, en om in dese heijl„ „same belofte te beter te kunnen reusseeren Articul 3. soo beloofd zijn Hoogheijt al verder, alle de Joeken, die uijt China alhier ten handel mogte komen, te doen confisqueeren, als meede zijne onderdanen, onder wat pretext het ook soude mogen zijn, de vaart van hier, Banca en Bliton na derwaarts op gelijke poenaliteijt en een eeuwige gevan„ „kenisse niet alleen t' interdiceeren, maar ontwarende, dat zulks door 'sComp„s resi„ „denten of mindere dienaren geschied, imme„ „diaat al was het per een Expresse daar van aan haar Hoog Edelhedens kennisse te geven, om bij tijds de middelen tot weering van dat quaad te konnen reguleeren. Articul 4. En om dies te beter te kunnen nagaan of 'er met peper en Thin gesmokkeld en gemorst werd, neemt zijn Hoogheijt aan goede en Exacte Nogitie te sullen houden van al de peper en thin, die voorthaen soo wel op Batavia, als in de Logie gelevert zal worden, en deselve aan Haar Hoog Edelhedens toe te senden, onderdaenen Art: 5 is & niet 1747 Kol. Bick 0 423 Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755. Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755. — Articul 5. En om het door haar hoog Edelhedens van tijd tot tijd opgevat misnoegen tegens zijn Hoog„ „heijt t' apaiseeren, en zijne onbreukbare trouw en wel g'intentioneerdheijt voor d' Edele Maatschap„ „pije, door wiens alliantie zijn Hoogheits throon vast staat, t'evidenter te doen blijken, ver„ obligeert zijg bij desen zijn Hoogheijt, op de in„ „cessable en onophoudelijke instantie van den Heer Commissaris Johannes Andreas Paravicini, als het principaalste articul in desen vervat, de quantiteijt Peper, die door zijn Hoogheijt aan d'E: Comp: voortaan, 't zij direct, na Batavia, dan wel in de Palembangse Logie, zal leveren, te bepalen op twee en een half millioen ponden of twintig duijsent pi„ „cols 's Jaarlijks, met dien verstande nogthans, dat men dese leverantie niet soo nauw op een Jaar zal bepalen, maar de Leverantie in de Jaren door elkanderen moeten werden gerekent, invoegen dat bij aldien voorschreven quantiteijt van Twintig duijzend picols in dit Lopende boekjaar 17 25/8 't zij door mis gewas of andere inconvenienten, te water of te lande, en die zijn Hoogheijt duijdelijk en ten genoegen aan Haar Hoog Edelheedens zal probeeren, niet konden werden gelevert, het te kort komende als dan van't gewas van't daar op volgende Jaar en so van Jaar tot Jaar vergoed en ge„ suppleert zal worden, Art:l 6. Voorts neemt zijn Hoogheijt aan de Articul 7. Daar en tegen beloofd d'E: Comp:e op nieuws, den sulthan in een vreedsaam besit zijner staaten te zullen mainctineeren en te doen touisseeren van alle de regten en praerogativen, aan zijn Hoogheijts Croon g'accrocheert, ook alles te con„ „tribueeren, dat tot den aanwas en bloeij zijner staten en onderdanen met gevoeg kan werden gedaan, Art: 8. Wijders verbind zig zijn Hoogheijt de Peper, die met desselfs vaarthuijgen na Bata„ „via zal oversenden, niet later als ten uijter„ sten den 5:e maij buijten de rivier te zullen laten vertrekken. Art:l 9. En bij aldien zijn Hoogheijts vaartuijgen met Peper en thin voor Batavia gedes„ „tineert, 't zij door talmerijnen in de rivier en naderhand in straat Banca, dan wel door storm en onweer, van de reijs na Batavia mogten werden verstooken, so neemt. zijn Hoogheijt aan die producten immediaat in 'sComp„s pakhuijsen op Palembang te sullen leveren. Peper culture van Jaar tot Jaar sodaenig te verbeteren, dat de Leverantie; soo 't im„ „mers mogelijk is, in korte Jaren door Godes goedheijt tot op dertig duijzend picols of 3750000. ponden hoopt te zullen vermeer„ „deren, Peper 10 Rol. Dick 1747 2 E
English
From Palembang dated 21 September 1755. From Palembang dated 21 September 1755. Article 10. His Highness binds himself to deliver all the tin produced on Banca and Bliton to the Honourable Company, to the exclusion of all other nations, and that in such quantity as the Company shall come to require, and as the capital which it shall remit for the purchase of that mineral shall amount to. Article 11. In return, the Honourable Company binds itself to deliver all such Coromandel and Surat linens and silk cloths as His Highness might come to require from Batavia, and which are obtainable, at forty percent. Article 12. Furthermore, His Highness promises not only to avert and inflict damage upon piracy as much as possible, but also to that end to prohibit his subjects from buying even the least thing from them, whether slaves or other goods, but on the contrary, if discovering that such happens contrary to his prohibition, to inflict the most rigorous punishment upon the offenders. Article 13. The Honourable Company obliges itself, in return, to ensure that not the least violence or injustice shall be done to the subjects of the Palembang realm by its servants in the Strait of Banca, in the river of Palembang, or elsewhere, and in case of any offense, to cause the perpetrators to be punished most severely according to the exigency of the matter, provided that the subjects of His Highness, in such case also provoking or giving cause to the Company's servants, shall likewise be punished according to their merits. Finally and lastly, the Company's cruisers, should it please their High Noble Lordships to allow them to continue any longer in their function, shall not be permitted at the mouth of the Palembang river or before the Soesang to molest His Highness's subjects, the inhabitants of the Soesang, as recently happened to the great indignation of their High Noble Lordships, under a frivolous pretext and pretense of inspecting vessels, but shall, when inspecting any vessel, notify the Sultan's chief officer there, who will ipso facto go aboard the suspected vessel, and in whose presence the same may then also be inspected. Written and confirmed at Palembang within the court of Sultan Ratoe, in the year of Jesus Christ 1755, on Wednesday the 10th day of the month of September, and according to the Mahometan style in the year 1168 called Baa, the 3rd day of the month of Dul Hija, in the morning. was signed: J.b A.s Paravicine at the side stood: Present before us: signed: H: J: D'Heere and Paul Pell Article 14. From The [illegible] 2757 [illegible] 427 From Palembang dated 21 September 1755. From Palembang dated 21 September 1755. To The Separate Article regarding the coinage Whereas the scarcity of Spanish Reals increases more and more from year to year, and it is therefore impossible for the Honourable Company to be able to pay for His Highness's products with that coin species, His Highness obliges himself to make every effort and to devise and plan with the Company's Resident a means to gradually put ducatoons into circulation and make them current in his realm at 80 stuijvers each or 4 ducatoons for 5 Spanish Reals, as well as schellingen, dubbeltjes, and duijten, instead of the so-called petjes. is signed: by the adjacent signature, signifying the King's name and seal, The undersigned, your High Noble Lordships' very humble servant, having found himself honoured [illegible] of Palembang, having also received written instructions thereto, and departed from here on 29 July of this year on the China return ship Nieuw Nieuwerkerk, with and alongside Mr. Johan Andreas Paravicine, as first commissioner in the above-mentioned interest; then, upon sailing into the Strait of Banca, opened the said highly honoured instructions, and after having read through the same as well as reflected upon the annexes, extracted minutes from the much respected instructions High Noble, Right Honourable Lord and Noble Lords! To His Excellency the High Noble, Right Honourable Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, as well as Governor-General on behalf of the same and the General Dutch Chartered East India Company, together with the Noble Lords Councillors of the Dutch Indies, these 275 d
Dutch transcription
Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755. Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755. Art: 10. Alle de Thin, op Banca en Bliton vallende, verbind zig zijn Hoogheijt aan d' E: Comp:e, met uijtsluijting van alle andere natien te zullen leveren, en dat in sodanige quantiteijt, als de Comp:e zal komen te re„ quireeren, en het Capitaal, die ze tot den Jnkoop van dat mineraal komt over te maken zal bedragen. Art: 11. Waar en tegen haar d'E: Comp: verbind, alle sodaenige cormandelse, Souratse Lijwaten en zijde kleeden die zijn Hoogheijt van Batavia mogte komen te requireeren, en te bekomen zijnde, tegens veertig percent te zullen Leveren Art: 12. Al verder beloofd zijn Hoogheijt de zeeroverij niet alleen soo veel mogelijk te veeren en afbreuk te doen, maar zijn onderdaenen ten dien eijnde ook t' interdiceeren met het minste, 't zij slaven of andere goederen, van deselve te kopen, maar integendeel ontwaerende, dat sulks contrarij desselfs in„ „terdict geschied, de regoureuste starffe aan de con„ „traventeurs te doen exerceeren. Art: 13. E De Comp: verpligt zig daar en tegen sorge te dragen, dat geen het het minste geweld of ongelijk aan de onderdanen van't Palem„ „bangse rijk door derselver dienaaren in straat Banca, in de revier van Palembang of elders zal werden aangedaan, en in cas van eenig misbedrijff de daeders naar exigentie van saeken ten allerstrengsten te zullen doen straffen, mits d'onderdaenen van zijn Hoog„ „heijt in sulk geval mede pexeerende ofte oorsaak aan 'sComp„s dienaaren gevende, ook na meri„ „tens zullen werden gepunieert. Eijndelijk en ten laasten zullen 'sComp„s kruijs„ „sers, bij aldien het Haar Hoog Edelheedens behagen mogte die nog langer in hare functie te laten continueeren, niet vermogen aan de mond der Palembangse rivier of voor de soesang zijn Hoogheijts onderdanen de Jnwoonders van de Soesang te molesteeren, gelijk sulks tot grote ontstigting van haar Hoog Edelhedens, onder een frivool praetext en voorgeven van de vaartuijgen te visiteeren, nog onlangs geschied is, maar zullen bij 't visiteeren van eenig vaarthuijg des sulthans opperhoofd aldaar waarschouwen, dewelke zig ipso facto aanboord van het gesuspecteerde vaarthuijg zal begeven, en ten welkers overstaan het selve dan ook kan gevi„ „siteert werden. Geschreven en bevestigd tot Palembang binnen het hof van Zulthan Ratoe, in't Jaar Jesu Chiristi 1755. op woensdag den 10. dag van de maand september en na de Mahu„ metaanse stijl in't Jaar 1168 genaamd baa den 3. dagh van de maand dul hija 's morgens /:was getekent:/ J„b A:s Paravicine /: ter zijde stond:/ ons Present /:getekent:/ H: J: D' Heere en Paul Pell Art: 14. van Het Rol. a B. c 2757 Hol. aBich 427 Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755. Van Palembang onderdato 21. September 1755. Aan Het Separaat Articul nopens de munt Vermits het gebrek aan spaanse Realen, van Jaar tot Jaar, hoe langer hoe meer toeneemd, en het dierhalven voor d'E: Comp: ondoenlijk is zijn Hoogheijts producten met die munt=spetie te kunnen betalen, so verpligt zig zijn Hoogheijt al zijn vermogen in't werk te stellen en met 'sComp„s resident een middel uijt te denken en te beramen om de ducatons tegens 80. stuijvers ider of 4. ducatons voor 5. Spaanse realen, mitsg„s de schellingen dubbeltjes en duijten, in steede van so genaamde petjes allenskens in desselfs rijk te doen roulleeren en gangbaar te maken. /:is geteekent:/ door de nevens staande segnateur, betekenende 's konings naam en zegul, Den ondergeteekenden uw Hoog Edelheedens zeer ootmoedigen dienaar zig vereert gevonden hebbende van Palembang, daar toe ook schrifte„ „lijke Jnstructie ontfangen, en van hier vertrokken, den 29. Julij deses Jaars, met het Chinaas retour schip Nieuw Nieuwerkerk, met en benevens d' h„r Johan Andreas Para„ vicine, als eerste Commissaris in booven gemeld belang; dan op het in zijlen van Straat Banca, gemelde hoog g'eerde Jnstructie g'oopend, en na deselve doorleesen, /: als meede op de bijlaagen gereflecteerd :/ te hebben, van veel gerespecteerde Jnstructie nootulen getrokken Hoog Edelen, groot Agtbaaren Heere en Wel Edele Heeren! Aan zijn Excellentie den Hoog Edelen groot Agtb:r Heere Jacob Mossel Generaal over d' Jnfanterie ten dienste van den staat der verEenigde Nederlanden, mitsg„s wegens deselve ende Generaale Nederlandse g'octroij„ eerde oost Jndische Comp: gou„ verneur Generaal, benevens d' wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India deesen 275 d
English
Rol. a. . 2 429 From Palembang, dated 21 September 1755. From Palembang, dated 21 September 1755 annexed hereto, consisting of 43 articles, in order to be able to observe everything well and to determine the matters arising on each post securely alongside it, in order to be able to conclude everything properly. But due to the fatal accident of the ship Slooten, the undersigned, as appears from the attached resolution taken by the broad ship's council in the roadstead of Palembang, was separated from the First Commissioner and went with the ship Lycochton to the assistance of the distressed ship Slooten. However, due to contrary winds and currents, the voyage thither took so long that the ship Slooten, through Your Right Honourables' entirely wise management, was already afloat and proved to be in good condition, and on 11 September had already sailed outside the Banka Strait and continued its voyage to China, which Your Right Honourables, if you please, may also inspect in an attached report concerning this matter delivered by the undersigned to Mr Paravicini. The undersigned having arrived at Palembang on the evening of the 14th with the sloop Neptunus (which is about a month after the First Commissioner), having the following day served with a report concerning the commission, taking the matters of Palembang into negotiation, but found that the First Commissioner Paravicini, upon his arrival, had visited the King of Palembang and greeted him on behalf of Your Right Honourables, but that His Palembang Majesty had said that (apart from letters from Your Right Honourables addressed to His Royal Majesty) he had no knowledge of him, and therefore would in no way enter into any negotiation. But the First Commissioner Paravicini had replied to the king on this that such was not necessary, since the commissioners in this case represented the high persons of Your Right Honourables themselves, and with full power to contract with His Royal Majesty, as he would find, as well to the benefit of His Royal Majesty as of the Honourable Company, consisting herein in establishing the trade mutually, to deliver all pepper and tin to the Honourable Company alone, even if it were at a somewhat higher price. But neither the one nor the other finding acceptance with the king, the first visit ended fruitlessly; whereupon the First Commissioner had a second one made by the pay bookkeeper Cherijn and the scribe Van Solms, but likewise fruitlessly. Whereupon the king, as is firmly assumed in order not to be subject to any further visits, went hunting with some (or rather the principal) court dignitaries and priests, without staying at any fixed place, yet having good intelligence of the presence of Your Right Honourables' envoys. Palembang - 275 lb so 431 From Palembang, dated 21 September 1755. From Palembang, dated 21 September 1755. So that one may well presume that if His Palembang Majesty had known anything beforehand of the arrival of such a visit (or had gotten wind of it), he would have made sure to keep himself absent as long as possible, since according to reports such is his custom, even when only one ship arrives. From all these circumstances it is then clearly evident that one will not be in a position to fulfill the highly esteemed intention of Your Right Honourables. Therefore, considering together that our longer stay there was useless, and that the undersigned should rather at once go down the river again with the sloop Neptunus and investigate the islands of Banka and Bliton (as far as presently feasible); whereupon departed again on the evening of 17 September with the aforementioned sloop and on the 19th went ashore on the island of Banka, but found none of the chiefs on the king's behalf in the village Bento, but only some petty officers, with whom held a conversation (though incognito), who at first questioned the undersigned very much about the commissioner and his doings, but the undersigned pretended to know nothing of it, claiming instead to be a passenger from Malacca. Whereupon walked further and went to the tin smelteries and viewed their work; found at one alone about 60 ingots of tin, each weighing as they say half a picol, which were all smelted that day, and more were to follow. There being about ten places or villages on the island of Banka (besides a multitude of other small ones, both in the mountains and elsewhere, that have no smelteries) that have tin smelteries, and each village four on average, the one having fewer, the other more. Then having asked for a firm calculation, if they calculated smelting every day, how much they could pour, they answered 5 to 6 picols every day for each smeltery (which however throughout the whole year, at only 5 picols for each smeltery or 20 for each campong every day on average, would amount to a sum of 73000 picols), because fetching the tin sand, chopping wood, burning charcoal, and so forth consumed much time, wherefore they could not calculate more, taken at the best every day. Whereupon then asked of them whether they had anything for sale for me, but they acted very strange and fearful about that, as being contrary to the laws of the sultan, adding thereto that everything had to be stored at once under the supervision of the sultan's chiefs; but whether they brought all the same to Palembang they could not say, yet did not doubt it, as such was the sultan's order. Being unable to learn more here, except having seen a wooden battery with 8 pieces of iron cannon, of which six were 3-pounders and two 1-pounders, as well as, what was only slightly more than ordinary, two iron 2- to 3-pounders out in front under his house. Whereupon asked to what end these villages pieces Mol. ƒ
Dutch transcription
Rol. a. . 2 429 Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755. Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755 deesen annex, bestaande in 43. articulen omme het een en andere wil te konnen ob„ „serveeren, en de daar op vallende zaaken op ieder post daarnevens te zeker, omme het een en andere wel te konnen opmaaken, dog door het fataal geval van het schip slooten is den ondergeteekenden, blijkens nevensleggen„ „de resolutie, genoomen bij den breeder scheeps raad, ter rheede Palembang; van den heer Eerste Commissaris gescheijden, en met het schip Lijcoch„ „ton, tot hulpe van het in nrood zittende schip slooten gegaan, dog door Contrarie winden en stroomen, is de togt derwaarts zoo lange, aan„ „geloopen dat het schip slooten door uwE: Hoog Edelh:s al vreijs bestier, reets vlot, en in een goeden staat toond, de welke op den 11 september ook reets buijten staat Banka geloopen, en zijne reijse na China gevordert heeft „ uw Hoog Edelh:s des gelievende, almeede kunnen b'oogen, bij een hier nevens gevoegd berigt, dierwegen door den ondergeteekenden aan den h:r Paravicini over gegeeven. zijnde den ondergeteekende met de Chialoup Neptum den 14. 's avonds op Palembang g'ar„ „riveerd, /: dat omtrent een maand na d' h:r Eerste Commissaris is :/ 's daags daar aan, van berigt raakende de Commissie gedient hebbende; de zaaken van Palembang in onderhandeling neemende, dog vond d' Heer Eerste Commissaris Paravicini, bij zijne aankomst den koning van Palem„ „bang besogt, en uijt naame van wegens uw hoog Edelh„s begroot hadde, dog dat zijn Palembangse majesteijd gesegd hadde, dat /:buijten brieven van Haar Hoog Edelh„s aan zijn koninglijke majesteijt gerigt:/ geen ken„ „nisse aan hem hadde, over zulx in geen der manieren tot eenige onderhandeling zoude treeden, dog dat d' heer Eerste Commissaris paravicine hier op aan den koning gere„ pliceerd hadde, dat zulx niet noodig, wijle Commissarissen in dit geval, Haar Hoog Edelheedens hooge persoonen selvs presenteerden, en met volle magt om te Contracteeren, met zijn koninglijke majesteijt; zoo als bevinden zoude, zoo wel tot voordeele van zijne koninglijke majesteijt, d' Edele maatschappije; hier in bestaande den handel weder zeijden vast te stellen, van alle peper en thin, aan d'EComp: alleen te leeveren, als was het ook tot iets meerdere preijs, dog het een nog het andere, bij den koning ingang vindende, is de eerste visite vrugteloos afge„ „loopen; waar op d' Heer Eerste Commissaris een tweede heeft laaten doen, door den soldij boekhouder Cherijn, en scriba van Solms dog almeede vrugteloos. Waar op den koning zoo men vast stelt om alle verdere visiten niet onderworpen te zijn, zig op de Jagt begeeven, met eenige /:of wel principaalste:/ hofsgrooten, en priesters zonder zig op een vaste plaats op te houden; Edog wel goede Correspondentie heb„ „bende, van het verblijf van uw Hoog Edelhed:s afgesondene. Palembangse - 275 lb zoo 431 Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755. Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755. zoo dat men wel voor onderstelle kan, als zijn Palembangse majesteijt, de komste, van zoo een visite iets te vooren geweeten; /:of daar van de lugt gehad :/ dat wel gemaakt zoude hebben zig zoo lange absent te houden, als moogelyk, wijle volgens zeggen zulx desselfs gewoonte is, selve wan„ neer 'er maer een schip komt, uijt alle deese omstandigheeden dan klaarlijk blijk, dat men in geen staat zal raaken, om aan de hoog g'eerde intentie van UwE Hoog Edelh:s te konnen voldoen, over zulx overleggende te samen, dat ons langer verblijf aldaar onnut en dat den ondergeteekenden, maar ten eersten met den Chialoup Neptum weder de civier zoude afgaan en het Eijland Banka en Bliton, /: zoo thans doenlijk :/ te onderzoeken waar op den 17. Sept: 's avonds weder met gementioneerde Chialoup ver„ „trokken en den 19. op 't Eijland Banka te lande gegaan, dog vond, van de hoofden van 's konings wegen niemand, op 't negerij Bento„ maar eenige klijne gesaghebbers, waar meede een gesprek /:dog onbekent:/ gehouden, die den ondergeteekenden voor eerst zeer veel na de Com„ „missaris, en dies gedoente vraagden, dog den onder„ „geteekenden hield zig daar van niet te weeten, maar voor geevende een passagier van Malacca te zijn, waar op vond gewandelt en na thin smelterijen gegaan, en dies werk besien, bevond aan eene alleen, omtrent 60. suijgen thin, â ieder zoo =zeggen — ½ picol swaar, dewelke alle dien dag gesmolten, en van nog meer gevolgd stonden te werden, zijnde omtrent thien plaatsen, of dorpen op 't Eijland Banka (:buijten een mee„ nigte andere klijne, zoo in 't gebergte als andsints die geen smelterijen hebben:) die thin smelterijen hebben, en ieder dorp 4. door malkanderen, d'eene min de andere meer hebbende, dan na een vaste Calculatie gevraagd, wanneer dat reekenden alle daagen te smelten, hoe veel wel konden gieten, gaven tot antwoord 5. â 6. picols ieder dag ieder smelterije (:'t welke egter door het geheele Jaar, maar op 5. picols ieder branderije of ieder Campong op 20. ieder dag door malkander, een somma van 73000. picols zoude beloopen:) om dat met het thin zand haalen, hout hakken, koolen branden, en zoo voorts veel tijt sleeten, over zulx niet meer konden reekenen, ieder dag, op zijn best genoomen, waar op dan aan haar„ „lieden versogt of niet iets voor mij te koop hadden, dog daar van hielden zij zig heel vreemd, en bevreest, als strijdende tegens de wetten van den zulthan, daar bij voegende, dat alles onder opzigt van des zulthans opperhoofden, ten eersten moeste geborgen werden, dog of die het zelfde alle op Palembang bragten konden niet zeggen, Egter twijffelden daar niet aan, wijle zulx des zulthans bevesl was; Hier dan niet konnende meer ver„ neemen, als gesien, een houte batterije met 8. p„s ijzere stukken waar van ses 3. lbders en twee 1. lb=des zoo meede wat maar iets meer als ge„ „meen was twee ijzere 2. â 3. ponders voor af onder zijn huijs hadde, Waar op gevraagd ten wat Eijnde deese dorpen stukken Mol. ƒ
English
From Palembang, dated 21 September 1755. From Palembang, dated 21 Sept: 1755. what all the guns were used for, or where they had obtained them, they replied, from the Sultan, and to defend against the pirates. They seemed willing enough to trade, provided that they were paid in gunpowder, but otherwise not; whereupon the undersigned, having asked in what manner they obtained gunpowder, received no answer, except only in the sense as if asking about the quantity thereof, stating they were only provided with two picols. For that reason they requested to be supplied with some more, but they were given the answer that it was not customary to deliver such except with fire, for which they had no appetite. Thus it is very clear from this that foreign passing nations barter this with them for tin, and that indeed with the king's prior knowledge. On 20 Sept:r arrived at the settlement of Beello, which is situated on a creek coming from the high land, but very muddy; about 1/2 hour from the beach, through forest and swamp. Found here the operation of tin smelteries, and the cannon in pairs, but without batteries. However, the chiefs had enclosed their houses with wooden palisades. Receiving the same report both here and in the above-mentioned settlement, I investigated, even with the offer of money, in order to get some information about the island of Bliton, or to serve as guides, but both these and the previous ones were of one opinion, that it was not advisable at present to go there without great danger, the reason being that the season had expired, and it was so full of reefs to approach it that one would indeed have to use the pirates, of whom it is full and their principal nest, as pilots; there being found there, according to unanimous testimony, nothing but iron, consisting of cast-iron pans, both large and small, and small iron bars in bundles, nothing more. Furthermore, having been ashore under Mount Banka (or Permissang), found neither people nor kampong, so that I could learn nothing further. And since the continuous squalls caused a very hollow sea, which could not be weathered against the Banka shore that is full of reefs with the small sloop the Neptunus (which besides was very leaky), I turned the prow hitherward, as was agreed between the First Commissioner and the undersigned. Returning again to the island of Banka, found through investigation and unanimous answers that the island of Banka yields no pepper, but nothing but tin, and that even for necessary consumption they had to be supplied with that grain from Palembang. Furthermore, there are very many Chinese here, as also according to report on Bliton, who are the principal instigators or promoters of all works. was decided; the said First Commissioner being also ready on 18 September to undertake the voyage to Batavia with the small vessel the Mossel, and to report to Your High Nobilities his findings concerning the deceitful practices there which he believed to have discovered. Wherewith, subscribing myself with deep obligation, (underneath stood:) High Noble, Highly Esteemed Lord and Honorable Sirs, (lower:) Your High Nobilities' humble servant, (was signed:) M:s D:k V:n Haak (in the margin:) Batavia, the . . . . October 1755. Copy of the account of the island of Bliton, concerning its condition, the particulars thereof having been given here by a trustworthy Malay who spent nearly a year's time there, reading as follows: The island of Bliton lies to the east across from the island of Banca, from the southern part, according to the chart at a distance of about eight miles. It is roughly one third longer than it is wide, and may have a circumference of thirty-two miles, including the two peninsulas, one extending S. and the other S.E. According to the account given thereof, one encounters in the south the place Tanjong Goenong, in the S.W. Sijok, and Balok in the east, the first two being dangerous to approach and the last completely unhealthy. In the north it has the mountain range right down to the shore, which is barren and inaccessible. The rivers are several, but not large, the principal one scarcely allowing a vessel with a draft of six feet to enter. It stands under the jurisdiction of the king of Palembang, who keeps a regent there named kedeman swema, at the aforementioned TanJong Goenong. And it is inhabited along the beach by Bugis and Chinese, and by native inhabitants in the mountains, each group furthermore having their minor chiefs from among their own, and the first two play the master completely.
Dutch transcription
433 Van Palembang onderdato 21. September 1755. — Van Palembang onder dato 21. Sept: 1755. stukken alle dienden, of waar die gekreegen, gaven ten antwoord, van den zulthan, en tot tegenweer van d' zeerovers, wilden wel zoo het scheen negotie doen; mits dat men haar in kruijd betaalde, dog zonder dien niet, waar door den ondergeteekenden gevraagd zijnde op hoe„ „danig een wijse zijlieden aankruijd koomen gaaven geen antwoord, als alleen indien zin, of na derselver quantiteijt gevraagd hadde, zij den nog maar van twee picols voorsien te zijn versogten dier wegen om haarlieden wat bij te zetten, dog daar op haarlieden ten antwoord gegeven dat zulx niet anders gewoon waar te leeveren als met vuur, waar in zijlieden geen zin hadden; zoo dat hier uijt zeer klaar blijkt dat de vreem„ de door passeerende Natien aan haarlieden zulx voor thin verruijlen, en dat wel met 's konings voor kennisse, den 20. ' Sept:r gekomen op de Ne„ „gerij Beello die geleegen is aan een spruijt„ uijt het hooge land voort komende, dog zeer modderig; omtrent —½ uur van't strant, door bos en moeras, vond alhier de handeling van thin smelterijen, en het kanon bij paren, dog zonder batterijen, Egter d' hoofden haare huijsen met houte pallisaden afgeset; zoo wel hier als in de booven gemelde negerij, almeede eenderlij berigt bekomende, onderzogt zelfs met presentatie van geld, omme eenige onderrigting te krijgen, van het Eijland Bliton, of voor leijdslieden te dienen, maar zoo wel deese als de voorgaande waaren van een advies, dat het thans niet raadsaam Wijders nog te lande geweest onder den bergh Banka /: of Permissang:/ vond geen volk nog Campong, zoo dat verder niet konde verneemen en wijl de geduurige buijen een zeer holle zee maakten, die met het Chialouptje de Neptum, /:die buijten dien zeer lek:/ het tegens de bankase wal die vol klippen is niet konden houden hebbe doen steeven na herwaards gewent als alzoo, tusschen d' heer Eerste Commissaris, en den ondergeteekende„ Weder tot het Eijland Banka keeren„ „de bevond door onderzoek, en Eensluijdende antwoord, dat het Eijland Banka geen peper, maar niet als Thin uijtleevert, en dat tot noodig gebruijk selvs van dien korl van Palembang moesten werden voorsten; weijders zijn alhier zeer veele Chineesen, als ook volgens berigt op Pliton, die de principaalste aanlijders of- voortzetters van alle werken zijn. was om derwaards te gaan, zonder groote prijkel, reeden waarom, dat de tijd verloopen was, en zoo vol klippen om het zelve aan te doen, dat men wel de zeeroovers, waar van het aldaar val en haar princi„ „paalste Nest is, tot loodsen moest gebruij„ „ken; vallende aldaar volgens eenpaerig ge„ „tuijgenisse niets als eijzer, bestaande in ijzere gegootene pannen, zoo groot als kleijn, en klijne staaven, ijzere in bosschen, zonder meer was beslooten Nol. ah ck 27 434. Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755. Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755. beslooten; zijnde gemelde h:r Eerste Commissaris meede gereed op den 18. September met het scheepje de Mossel de reijse naar Batavia aan teneemen, en van zijn bevinding, aangaande de slingse handelingen aldaar die vermeende ontdekt te hebben, aan uwE Hoog Edelheedens berigt te doen. Waar meede met diep schuldige onderschrijve /:onderstond:/ Hoogh Edelen groot Agtbaaren Heere, en wel Edele Heeren /:lager :/ uw hoogE Edel„ „heedens ootmoedigen Dienaar /:was geteekent:/ M:s D:k V:n Haak /:in margine:/ Batavia den . . . . 8ber: 1755. — Copia verhaal Het Eijland Bliton legt in 't oosten over het Eijland Banca, van 't zuijdelijk deel, volgens de kaart op omtrend agt mijlen veerheijd, is genoegsaam een derde deel Langer als breed, en mag twee en dertig mijlen in omtrek hebben, de twee half Eijlandjes de eene zig z: en d'andere Z: O: strekkende er ondergerekend Nae het verhaal daar van gedaan werdende, ontmoet men in 't zuijden, de plaats Tanjong Goenong, in 't Z: W:t Sijok, en Balok in 't oosten de beijde eerste gevaerlijk zijnde in 't naederen en de laestste geheel ongesond, in't Noorden heeft het 't gebergte, tot den oever die bar is en ongenaekbaar, De revieren zijn er verscheijden, dog niet groot, lae„ tende de voornaamste pas een vaartuijg, ter diepte van ses voeten, binnen koomen. Het staet onder het gebied des koonings van Palembang, die er een regent houd kedeman swema geheeten, tot TanJong Goenong voornt, en word bewoont, aan het strand door bougineesen en Chineesen en van eijgen inlanders in het gebergte, ieder bijsonder nog haer mindere hoofden uijt de haere hebbende, ende speelen de beijde eerste volslaegen den Baes„ Copia Verhaal van het Eij„ „land Bliton, betreffende desselfs toestand, sijnde de bijsonderheeden daar van door een geloofwaardig ma„ „leijer hier opgegeven, die daar, bij nae een Jaar tijd, heeft toegebragt, Luijdende als Javas &e Lee van Nol. 28 275 7 Eck volgt:
English
Hol. a : 5 12 435 From Palembang, dated 21 September 1755. From Java's East Coast, 1 November 1755. entered from outside with consent, and the mountain dweller possesses a good nature, even to the extent that he performs services for a stranger; the products inland are honey, wax, aloe wood, and rattans. It is believed that tin was found there earlier than in Banca, though not in such abundance, and since the discovery of the latter, the Sultan has prohibited the search for it, in order to prevent smuggling, which could hardly be controlled given its remoteness, though whether this is strictly observed is difficult to believe. The iron produced there does not come from the land, but rather, which sounds strange, the primary ore is retrieved from the reefs to the south out at sea and processed into small bars. At a certain place in the aforementioned region called Karang Kiedjan, ore is dived for at a depth of three and four fathoms, the iron from which is a deadly poison to anyone wounded by it, though no one may fish for it without permission from the king. The sea produces sea cucumbers and tortoiseshell, as well as a certain kind of large fish called doejong, having a head like a pig and manifold legs, not unlike those of a shrimp, feeding at night on dry land in the grass, while returning to the sea at daybreak, and it is of uncommon fatness, which is caught for its train oil. Apart from the shipping trade carried on from here and from Banca, proas from Java also come there for trade, and vessels also go to Bantam for commerce, which I have seen there myself, just as the people from the opposite shore, namely those of Matham and Succadana on Borneo, are also visited by them for the aforementioned purpose, though I cannot gather that this makes much headway, unlike the interaction of the pirates of Johor, who, raiding annually along this coast and Java, call there on their return journey at the end of the east monsoon, partially leaving their booty in exchange, without the court here exerting itself in opposition, but rather appearing to condone it through their fingers. In continuation of my respectful letter of the 17th of the past month of October, I have the honor dutifully to inform Your Right Nobilities that, after its dispatch, it has been further confirmed that the defeat of our forces against Soeria Coesoema in the Blora forest originated principally from the inaccessibility and narrow passage thereof, and from the great courage and bravery of the fallen officer Van de Poll, who, although he had twice held the field and put the enemy to flight, was not willing to content himself with that, nor with the obtained booty of which the Javanese made themselves master, but wished to make an end to the war that day. Right Noble, Severe, Highly Honorable Lord and Right Honorable Sirs Batavia To His Excellency, the Right Noble, Severe, Highly Honorable Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as Governor-General on behalf of the same and the Chartered East India Company, and the Right Honorable Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc. Java's 275
Dutch transcription
Hol. a : 5 12 435 Van Palembang onderdato 21. Sept: 1755. Van Javas oost Cust den 1. November 1755. van buijten met consent ingekomen, ende besit den bergman een goeden aart, tot soo verre selfs hij gedienstigheden aan een vreemde bewijst, de producten landwaerd in, is hooning, wasc, aloe hout, en rottingen. De Thin wil men, is 'er eerder gevonden als tot Banca, dog niet in sulke overvloed, en sedert het ontdekke van dit Laetste, heeft den zulthan het soeken verbooden, om reeden de sluijkerij te verhoeden, waar van beswaarlijk soude konnen meester zijn, mits dies afgelegentheijd, dog of dit heijlig waar„ „genomen werd! is beswaarlijk om te gelooven. Het ijser daar vallende komt niet uijt het land maar werd, het geen vreemd Luijd, de eerst erts van de klippen bezuijden buijten in zee afgehaalt en tot kleijne staefjes gebragt Aan seekere plaats om voorsz: streek kar„ „rang kiedjan gen:t, werd erts opgeduijkt ter diepte van drie en vier vademen, waar van het ijser doodlijk vergift is voor een gewonde daar meede, dog dat niemand mag visschen sonder verloff te hebben van den kooning„ De zee brengt voort Tripans, en Caret, mitsgaders een seeker soort groote vis d'oejong gen:d, hebbende het hooft als een varken en veel voudige beenen, die van een garnael niet ongelijk, aesende 's nagts op het drooge in 't gras, terwijl met den dag weder na zee keert, ende is van ongemeene vetheijd die om de traen gevangen werd. Buijten de vaert die van hier 'er op is, en van Banca, komen ginter nog praeuwen van Java ten handel, en gaan ook wel vaerthuijgen na Bantam ter negotie, die daar selven gesien heb, gelijk de over„ „walders namentlijk die van Matham en succa dana op Borneo meede door haar ten voorsz: Eijnde besogt werden, dog ik kan niet verneemen het selve veel opgang maakt, als wel de verkeering der zee „roover van Johor, die Jaarlijks langs deese cust en Java stropende, op de thuijs reijse, in het eijnd der oost mousson, daar aangierd, hunne rooff gedeel„ „telijk laeten in ruijling, sonder dat het hoff hier sig des laet aanheunen tot tegengang, maar veel eer het selve oogluijkende lijkt toe testaan ten vervolge mijne Eerbiedige Letteren van den 17. ' der gepasseerde maand october heb ik de Eer uw Hoog Edelens schuldpligtig ter kennisse te brengen dat na derselver afsending nader is geconfirmeert geworden dat de nederlaag der onse tegens Soeria Coesoema, in het blorasche bosch voornamentlijk herkomstig is uijt de ontoegankelijkheijd en smalle passagie van het selve, en aan de groote couragie en kloekmoedigheijd van den gesneuvelden officier van de Poll, die sig schoon tweemaal het veld behouden en den vijand op de vlugt geslagen had, daar meede nog met de behaalde buijt„ waar van de Javaanen hen hebben meester gemaakt, niet heeft willen vergenoegen maar dien dag een eijnde maken van den oorlog Hoog Edelen, gestrengen, groot Agtbaren Heere en wel Edele Heeren Batavia Aan zijn Excellentie, Den hoog Edelen, gestrengen, groot agtbaren Heere Jacob Mossel E Generaal over d' Jnfanterie ten dienste van den staat der verEenigde Nederlanden, mitsg„s wegens deselve en de g'octroijeerde oost Jndische Comp:s gouverneur generaal en de wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia &:a &:a p:r Javas Le 275 so
English
From Java's East Coast, the 1. Nov: 1755. From Java's East Coast, the 1. November 1755. as it is rumored that he said during the advance, and that the likelihood thereof must certainly have been great, one might assume because Soeria Coesoema found himself in person at the head of his army, and Raden Adipati Danoeredja writes to me that our troops had almost captured him, had the difficult passage not caused hindrance thereto and given the enemy the opportunity to recover and attack our men, although he gained no advantage thereby, since the incoming reports thereof maintain that circa 100. men remained on the battlefield and well over a hundred were wounded, among the former also a distinguished chief named Soeradjanaka. The Lasemers, before whom his head was displayed, having since brought in a chief of his musket-bearers named Soeromongolo, he related that the great hunger and manifold illnesses compel the said rebel to seek a hiding place for his concealment, and that his situation must indeed be bad and wretched is to be inferred from a letter from Major Steenmulder, who, having broken camp on the 22. from Delongan in the Soecowatti district toward Winong, writes to me that in the Grobogan and Warong districts he encountered some of Soeria Coesoema's fighters and learned from them how the aforementioned action would have turned out to our advantage, if only some deliberation had prevailed and if ear had been lent to the advice of others and of Danoeredja, who on that account also makes his excuses, not to penetrate further into the forest, and that he found the meat cut off from the horses of the enemy that died along the way, and had not seen a grain of rice or paddy in five days, he being currently pursued again via Seselo, Coewoe, and through the Jacawal forest toward the land of Matesse, and Laro, whither from Ribbo, situated in the land of Grobogan, he set his course upon the approach of the Major, with whom Captain-Lieutenant Beuman and Raden Adipati Danoeredja and company will already have joined forces, and perhaps shortly also concerning 300 mounted men, whom the Pangeran of Madura informs me he has detached de novo on horseback for that purpose toward Blora; and further that Wiranagara of Malang for the present still excuses himself from occupying Singosari, because it originated from the Mataram house, and such must also proceed gradually and with honor. Meanwhile, I have again received a letter from the repeatedly mentioned Soeria Coesoema, wherein he requests to have Java under his rule, and for emissaries of rank along with one of his brothers, provided that I [illegible] the reigning crown prince, youngest king of the Mataram, supreme commander of Java; general, roaming everywhere yet very fortunate, commanding the greatest power and the wisest of the whole country, might present to Your Right Excellencies, for which reason I presently also transmit the same in original in case Your Right Excellencies might perhaps be pleased to dispatch a different, more applicable reply thereto than the one given by me in the accompanying letter, in which I pointed out to him that Java already had two monarchs from his family and therefore could impossible be placed under his rule, and that none of his brothers is inclined to go to him, but that I pledged, if he knew how to suggest something to me to arrive at an equitable accommodation, to do everything and contribute whatever was possible to his well-being, and that he could then send me emissaries of rank with whom one can reason and speak. The Sultan, of whom recently also a certain Raden Soema Diwirio was in a skirmish in the southern mountains with some adherents of Soeria Coesoema and captured 2. brass swivel guns along with 3. muskets and cut down 5. men, I have meanwhile informed of the contents of that letter, not doubting that this will also be approved by Your Right Excellencies, while I have the honor further to bring to your esteemed attention that, upon the closing of this letter, it being reported that the abovementioned Raden Soemadiwirio has once again totally defeated the adherents of Soeria Coesoema in the southern mountains at the village of Pondjo, with a loss of 67. dead on the battlefield, and captured 1. brass swivel gun, five banners, and several pikes, muskets, and horses, without him having sustained on his side more than one of His Highness's consorts having given birth to a Prince these days, and his son the Pangeran Adipati having married for the second time to a daughter of Pangeran Adnagara, who was exiled to Ceylon, item that the Susuhunan has finally chosen and appointed as successor to the deceased grand vizier Raden Adipati Pringgalaya the old regent of the Kedu, Tumenggung Mancojudo, and filled his place again as wedana of the Kedu with his son the Ngabehi Martawidjaja under the title of Tumenggung, concerning which I assume that this monarch requests approval in the letter that I have the honor to present herewith to Your Right Excellencies, and that until then he also keeps reserved for himself the name with which he wishes to bestow the same Mancojudo, merely to have a leader with the armies in the meantime.
Dutch transcription
437 Van Javas oost Cust den 1. Nov: 1755. Van Javas oost Cust den 1. November 1755. so als denselven word nagegeven dat met het opmarcheeren soude hebben gezegt, en dat daar toe de apparentie ook zeekerlijk groot moet zijn geweest soude men mogen veronderstellen om dat soeria Coesoema zig zelfs aan het hooft van zijn Leger heeft bevonden en radeen adepattij danoeredja mij schrift dat ons volk hem ten naasten bij had gevat, indien de moeijelijke passagie daar aan geen hinder had toegebragt en den vijand gelegent„ „heijd gegeven om zig te herstellen en op d'onse in te vallen, alhoewel hij daar bij geen zij gesponnen heeft, nademaal de daar van ingeloope berigten willen dat circa 100. man op 't slag veld gebleven en ruijm hondert gequest zijn, onder de eerste meede een voornaam hooft, genaamt soe„ „radjanaka. Hebbende ook zedert de Lassummers, waar voor zijn hooft gestooken heeft, een hooft der snap„ „haan-dragers van hem opgebragt in naame soero„ „mongolo, relateerde dat de groote honger en veelvuldige ziektens ged:e rebel noodzaken een schuijlplaats te zoeken, ter zijner verberging, en dat het dus in der daad slegt en droevig met hem gestelt moet zijn is afteneemen uijt een brief van den Majoor Steenmulder, die, den 22. van Delongan uijt het soecowatti„ sche na winong opgebrooken zijnde, mij schrijft in 't grobogan- en warongse eenige van Soeria Coesoema vegters opgedaan en van deselve verstaan te hebben hoe voorsz: actie ten onsen voordeele soude zijn uijtgevallen, indien er maar eenig overleg geresideert en men het oor geleent had aan de raad van andere en Danoeredja, (:die deswegen ook zijn excuis maakt:) om niet verder boswaarts in te dringen, en dat hij van de paarden, die van den vijand onderweegs zijn dood gebleeven, het vleesch heeft afgesneeden gevonden, en in geen vijff dangen een corl rijst of padie gesien, zittende hem thans weer over seselo, coewoe en door het Jacawalse bosch na in het land van Matesse, en Laro, werwaarts van ribbo, gelegen in het land van Grobogang, zijn spad heeft gezet, op de aannadering van den majoor, met wien den Capitain Lieut:t Beuman en radeen adipattij danoeredja C: S: bereets sullen weesen geconjungeert en misschien ook binnen korten rakende 300 pf. koppen, welke den pangerang van madura mij bedeelt ten dien eijnde te paard de novo te hebben getacheert na Blora; en voorts dat wiranagara van Malang zig voor als nog excuseert singosarie op te vatten, om dat uijt het Mattarmse huijs is voort gesproten, en sulx ook langsamerhand en met eere ge„ schieden moet. Jntusschen heb ik van meerm: soeria Coesoema weder een brief ontfangen, waar bij versoekt om Java onder zijn bewind te hebben, en om zendelingen van Naam met een zijner broeders, mitsg„s dat ik voorsz: uler eejse gest of lit iume amateerd werdende gesneden staat de Regerende kroonprins, Jongste nen koning 3 Rol. erck 275 7 439 Van Javas oost Cust p„mo november 1755. Van Javas oost Cust den 1. November 1755 koning van de Mattarm, oppergezagvoerder van Java; veldoverste, swervende over al dog zeer gelukkig, De grootste magt voeren„ de en de wijste van het geheele land:) aan uw Hoog Edelens mogt vertoonen, alwaarom ik deselve thans meede in origineel laat afgaan off uw Hoog Edelens somwijlen daar op een ander applicabelder antwoord gelieven te Expedieeren dan het van mij gegevene bij de nevensgevoegde brieff, waar in hem voorgehouden heb dat im„ „mers Java al twee vorsten had van zijne familie en dus onmooglijk onder zijne regeering konde gestelt worden, en dat geen van des„ „selfs broeders genegen is tot hem te gaan, dog dat ik mij sterk maakte indien mij iets wist aan de hand te geven om tot een billijk accornodement te geraken, om alles te doen en te contribueeren tot zijn welzijn wat moog„ „lijk was, en dat hij mij dan zendelingen van Naam konde zenden, met welke te raisonnee„ „ren en te spreeken is. Den Sulthan, van wien kortelings ook weder eenen rradeen Soema Diwirio in't zuijder gebergte met eenig aanhang van soeria Coesoema is in schermutseling geweest en verovert heeft 2. kopere draaij bassen met 3. snaphaanen en 5. man ter neer gesabelt, heb ik ondertussen van den inhoud dier brieff kennis gegeven net twijfelende of zulx sal meede door uw Hoog Edelens werden g'apperobeert, terwijl ik d' Eer heb deselve verder ter g'eerde aandagt te brengen dat een op 't sluijten deses berigt wordende dat bovengem: radeen Soemadiwino andermaal den aanhang van Soeria Coesoema in't zuijder gebergte op de Negorij Pondjo tottaliter heeft geslagen met verlies van 67. dooden op het slagveld, en verovert 1. kopere draaijbas, vijf vendels en verscheijde pieken, sngphaanen en paarden, sonder dat hij aan sijn kant meer heeft bekomen zijner Hoogheijts gemallinnen deser dagen is bevallen van een Prins en desselfs zoon den Pangerang Adepattij ten tweeden maale getrouwt met een dogter van den na Ceijlon gerelegeerden pangerang Adnagara, item dat den soesoe„ hoenang eijndelijk tot successeur van den overleeden rijksbestierder radeen Ade„ „pattij Pringalaija heeft verkooren en aangestelt den ouden regent van de Cadoe tommogong Mancojudo en dies plaats weder als wedono van de Cadoe ver„ „vult met zijn zoon den Jngabij Marta widjaja onder den titul van Tommogong, waar op ik stel dat dien vorst approbatie versoekt bij de brieff, die ik van hem de Eer heb uw Hoog Edelens hier nevens te praesenteeren, en dat hij tot so lange ook aan hem gereservert houd de Naam, waar meede denselven Mancojuda wil begiftigen, om maar intussen een hoofd bij de Legers te hebben. zyner 0 als Nol. ick 1754
English
441 From Java's East Coast, 1 November 1755. From Java's East Coast, dated 1 November 1755. Translation D as one dead and two wounded, so I have the honor to note this additionally herewith, and further to testify that I am in all submissiveness with the deepest respect. Was written below: Your Right Honorable's entirely submissive, very obedient, and faithfully bound servant. Was signed: Nicolaas Hartingh. In margin: Semarang, 1 November 1755. Furthermore, I have the honor to make known herewith to grandfather, the Lord Governor-General, as well as the other Honorable Lords Councillors of India, that Pringalaya, on Monday the 29th of the light half of the month Besar in the year Be, which according to our reckoning was 8 September 1755, has passed away; in whose place I have reappointed Mangkuyuda as prime minister, partly because the aforementioned Mangkuyuda is the eldest of all the wedanas, or court grandees, and secondly because he is likewise diligent in executing or looking after the Company's interests; outside of him, I would not be able to find anyone more capable for the aforementioned prime ministership, since in these times brought to Batavia, 11 November 1755. After the usual preamble Translation of the original Javanese letter written by the Susuhunan Pakubuwana Senapati Ingalaga Abdul Rachman Sahidin Panatagama, who holds his court at Surakarta Adiningrat, to his grandfather, the Lord Governor-General, as well as the other Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. much Rol. ck 11744 443 From Java's East Coast, dated 1 November 1755. From Java's East Coast, 16 November 1755. there falls much to be done, wherefore I come by this most urgently to request grandfather, the Lord Governor-General, on behalf of Mangkuyuda; whatever else lies upon my heart is mentioned in this my letter. Was written below: End. Written on Monday the 13th of the light half in the month Sura in the year Wawu, or otherwise according to our reckoning, 20 October Anno 1755. Lower: translated by, signed: Daniel Sessie, Javanese Translator. Upon the communication given to the Sultan regarding the contents of Suryakusuma's letter, His Highness requested of me that I please send no emissaries, and above all not the old interpreter Bappa Bastam, to him, since he sought nothing other than the ruin of himself and the Company, and that he was well assured never to become well-disposed toward them, having sworn too many oaths to that effect; presently sitting again in his hiding nest south of Kaduwang, where it is said he will make his winter quarters Right Honorable, Valiant, Highly Respected Lord, and Honorable Lords To His Excellency, the Right Honorable, Highly Respected Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, as well as Governor-General on behalf of the same and the Chartered East India Company, and the Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. Batavia Java's make Nol. a br. 12 12 1757 443 From Java's East Coast, dated 4 November 1755. From Java's East Coast, 16 November 1755. there falls much to be done, wherefore I come by this most urgently to request grandfather, the Lord Governor-General, on behalf of Mangkuyuda; whatever else lies upon my heart is mentioned in this my letter. Was written below: End. Written on Monday the 13th of the light half in the month Sura in the year Wawu, or otherwise according to our reckoning, 20 October Anno 1755. Lower: translated by, signed: Daniel Sessie, Javanese Translator. Upon the communication given to the Sultan regarding the contents of Suryakusuma's letter, His Highness requested of me that I please send no emissaries, and above all not the old interpreter Bappa Bastam, to him, since he sought nothing other than the ruin of himself and the Company, and that he was well assured never to become well-disposed toward them, having sworn too many oaths to that effect; presently sitting again in his hiding nest south of Kaduwang, where it is said he will make his winter quarters Right Honorable, Valiant, Highly Respected Lord, and Honorable Lords! To His Excellency, the Right Honorable, Highly Respected Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, as well as Governor-General on behalf of the same and the Chartered East India Company, and the Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. Batavia Java's make Nol. aick 2757
Dutch transcription
441 Van Javas oost Cust den 1. November 1755. Van Javas oost Cust onderdato 1. Nov: 1755. Translaat D als een doode en twee gequetsten, so heb ik d' Eer sulx hier bij nog te noteren en voorts te betuijgen dat ik in alle onderdanigheijd met het diepste respect ben . /:onderstond:/ uw Hoog Edelens gantsch onderdanigen, seer gehoorsamen en Trouw schuldigen Dienaar /.was geteekent:/ N„s Hartingh /:in margine:/ Sama„ „rang den 1:e November 1755. — Wijders so hebbe ik de Eere om grootvader den Heere Gouverneur generaal, beneffens de verdere wel Edelen Heeren raden van Jndia, hier bij bekent te maken, dat Pringalaija op Maandag den 29. van't ligt in de maand besaar in 't Jaar Be /: dat na onse reecq: geweest is, den 8. Jber: 1755. :/ is komen te overlijden, en in wiensplaatse ik Man„ „coejeuda weder tot rijxbestierder hebbe aange„ „steld, eensdeelen om dat evengem: Mancoe„ Joeda de oudste van alle de wedanas /:of hoff groote :/ is, en ten tweeden om dat denselven mede vlijtig is in het uijtvoeren of waarne„ „men van Comp„s belangen, soude buijten hem geene bequamer tot vooren gem: rijxbestier„ derschap kunnen vinden, alsoo bij dese teijden op Batavia aangebragt den 11. 9ber: 1755. Na gewoone voorreeden Translaat origineele Javaanse brief gesz: door den soesoe„ „hoenang Pacoeboeana Seno„ „pattij Jngalaga abdul Rach„ man Sahidin Panatagama die sijn hoff op soera Carta Adiningraf is houdende, aan sijn groot vader den heere gouverneur generaal, beneffens de verdere wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India veel Rol. ck 11744 443 Van Javas oost Cust onderdato 1. Nov: 1755. Van Javas oost Cust den 16. Nov: 1755. veel te doen valt, weshalven groot vader den Heere gouverneur generaal bij desen op het Jnstandigste voor MancoeJuda komen te versoeken; wat verders op mijn hert legt, staat in dese mijn hart legt, staat in dese mijne brief vermeld /:onderstond:/ Eijnde gesz: op Maandag den 13. van't ligt in de maand soera in't Jaar wawoe /: of anders na onse reecq: den 20. 8ber: Ao 1755. /:lager:/ getranslateert door /:getekent:/ D:l sessie Jav: Translateur. Op de gegeve communicatie aan den sulthan van den inhoud van Soeria Coesoemas brief heeft zijn Hoogheijt mij versogt dat ik dog geene zendelingen en voor al niet den ouden tolk Bappa Bastam tot denselven zenden mogt, dewijl hij anders niet zogt als het onheijl van hem en de Comp:e, en dat wel verseekert was nooijt met deselve wel gesint te zullen worden, als daar toe te veel Eeden gedaan hebbende. zittende tegenswoordig weeder in zijn schuijlnest bezuijden Cadoean, alwaar men wil dat hij zijn winterquartier Hoog Edelen gestrengen groot agtbaren Heere en wel Edele Heeren Aan zijn Excellentie den Hoog Edelen groot Agtbaren Heere Jacob Mossel Generaal over d' Jnfanterie ten dienste van den staat der verEenigde Nederlanden mitsg„s weegens deselve en de g'octroijeerde oost Jndische Comp:e gouverneur Generaal en De wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia &:a &:a &:a Batavia Javas maaken Nol. a br. 12 12 1757 443 Van Javas oost Cust onderdato 4. Nov: 1755. Van Javas oost Cust den 16. Nov: 1755. veel te doen valt, weshalven grootvader den Heere gouverneur generaal bij desen op het Jnstandigste voor Mancoejuda komen te versoeken; wat verders op mijn hert legt staat in dese mijn hart legt, staat in dese mijne brief vermeld /:onderstond:/ Eijn gesz: op Maandag den 13. van't ligt in de maand soera in't Jaar wawoe /: of ande na onse reecq: den 20. 8ber: Ao 1755. /:lager:) getranslateert door /:getekent:/ D:l sessie Jav: Translateur Op de gegeve communicatie aan den sulthan van den inhoud van Soeria Coesoemas brief heeft zijn Hoogheijt mij versogt dat ik dog geene zendelingen en voor al niet den ouden tolk Bappa Bastam tot denselven zenden mogt, dewijl hij anders niet zogt als het onheijl van hem en de Comp:e, en dat wel verseekert was nooijt met deselve wel gesint te zullen worden, als daar toe te veel Eeden gedaan hebbende. zittende tegenswoordig weeder in zijn schuijlnest bezuijden Cadoean, alwaar men wil dat hij zijn winterquartier Hoog Edelen gestrengen groot agtbaren Heere en wel Edele Heeren! Aan zijn Excellentie den Hoog Edelen groot Agtbaren Heere Jacob Mossel Generaal over d' Jnfanterie ten dienste van den staat der verEenigde Nederlanden mitsg„s weegens deselve en de g'octroijeerde oost Jndische Comp: gouverneur Generaal en De wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia &:a &:a &:a Batavia Javas maaken Nol. aick 2757
English
445 From Java's East Coast, 16 November 1755. From Java's East Coast, 16 November 1755 will make, having also de novo made a request to the Susuhunan for envoys of rank, which His Highness has nevertheless refused him until such time as he should have sent the same first. It appears that the same seeks through such finesse to sow the seeds of discord or to cause some estrangement between both princes, because he cajoles the one and defies the other. Major Steenmulder writes to me that he sees no further opportunity to act in this season on account of the heavy, continuous rains, which have now fallen daily in the uplands for half a month, and will therefore also cause our armies to move into encampments at the places deemed most convenient for that purpose, and regarding which the regents Raden Adipati Danureja and Mancoyuda have already gone from Catersana, where they were with the Major's army, to speak to their princes, the first to Mataram and the latter to Surakarta. The corps of dragoons of 4 companies shall then also be reduced to 3 according to the arrangement in Your Right Honorables' regulations, as the aforementioned officer believes he will be able to manage with that and with the other militia at hand to confront the enemy, to whose downfall Your Right Honorables may be persuaded that not a moment is wasted, nor is any means left untried to increase the scarce supply of rice to India's main seat, for I have even, in the hope of approval, authorized the Surabayan chief Coertsz to pay 1 to 2 rixdollars or ƒ2: 8. — to 4. 16. — more per last than what he was qualified for, in order to secure the said 500 lasts of merchant rice, and furthermore, to facilitate the same, have urgently admonished the regents from there and Lamongan in a letter to assist him therein in the service of the Company. Wherewith No. 25 754 447 From Java's East Coast, 16 November 1755. From Sumatra's West Coast, 8 November 1755. Sumatra's West Coast Wherewith concluding this, I declare with the utmost respect in all subservience to be, was signed, Your Right Honorables' totally obedient, very humble, and dutiful servant, was signed, Nicolaas Hartingh, in the margin, Semarang, 16 November 1755. Batavia To His Excellency, The Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord Jacob Mossel General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and the General Chartered Dutch East India Company, Governor-General Together with The Right Honorable Councillors of the Netherlands Indies. The legitimate prince of Natal, Bagindo Maharadja Lello, after having four times engaged in battle with the English, in which that British nation is said to have lost 25 white men, according to his own report, and among them a captain of a freeman's vessel as well as the ensign, having left everything occupied there, appeared here on the 5th of this month, humbly begging us not to abandon him in this time, upon which all his redress depended, and to assist him with ammunition, some Buginese, and some money; which request, having been carefully considered in our meeting, Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord, and Right Honorable Lords!
Dutch transcription
445 Van Javas oost Cust den 16. November 1755. Van Javas oost Cust den 16. November 1755 maaken sal, hebbende ook de novo bij den Soesoehoenang aansoek gedaan om sende„ „lingen van naam, die zijn Hoogheijd hem egter heeft geweijgert tot tijd en wijle hij deselve eerst zoude hebben gesonden. schijnende dat denselven hier door zulk een finesse zoekt het zaad van twee dragt te stroijen ofte eenige verwijdering te verwekken tuschen beijde de vorsten om dat bij desen caju„ seert en den anderen trotzeert. Den Majoor steenmulder schrijft mij geen kans meer te zien om in dit saisoen mits de swaar aanhoudende regens, welke nu al een halve maand dagelijks in de bovenlanden gevallen zijn, te ageeren, en zal daarom ook onse leegers de Campementen doen be„ „trekken op de plaatsen, die daartoe het ge„ leegenst worden g'oordeelt, en waarover de rijksbestierders radeen Adepattij Danoe„ „redja en Mancojuda bereets van Catersana, alwaar hen met het leeger van den Ma„ Joor bevonden, hun vorsten zijn gaan spreeken, de eerste na de mattarm en de laaste na souracarte Sullende dan ook het Corps dragonders van 4. Compagnien tot op 3. werden gereduceert na volgens de schikking in't reglement van uw Hoog Edelens, dewijl evengemelde officier vermeent het daar meede en met de verdere aan„ „handen hebbende militie wel te sullen kunnen stellen om den vij„ „and het hoofd te bieden, tot wiens ondergang uw Hoog Edelens gelieven gepersuadeert te zijn dat geen ogenblik word versuijmt, nog ook eenig middel onbesogt gelaaten om den schaarsen aanbreng van rijst ter Jndias hoofd „plaatse te doen toeneemen, want heb selvs op hoope van approbatie het sourabaijs opperhoofd Coertsz: g'antho„ „ciseert om ter bemagtiging van de be„ „wuste 500. Lasten koop rijst 1. a 2. rd:s ofte ƒ2: 8. — â 4. 16. — per Last meer te betaalen als waartoe is gequalificeert geweest, en daar en boven ook tot faciliteering van het zelve de re„ „genten van daar en Lamongang bij een briefje met aandrang g'admoneert hem daar in behulpig te zijn ten dienste van de Comp:e daar Waar„ N02. : 25 754 447 Van Javas oost Cust den 16. November 1755. Van Sumatras West Cust den 8: Nov: 1755. — Sumatras W„t Cust Waar meede desen besluijtende betuijg ik met het uijterste respect in alle onderda„ nigheijd te zijn /:onderstond:/ uw Hoog Edelens gants gehoorsamen, zeer onderdanigen en trouw „schuldigen dienaar /:was getekent:/ N:s Har„ tingh /:in margine:/ Samarang den 16. Novem„ „ber 1755. — Batavia Aan zijn Excellentie, Den Hoog Edelen gestr: Groot Agtb: Heere Jacob Mossel Generaal over de Jnfanterie ten dienste van den staat der verEenigde nederlanden, mitsg„s van wegens deselve en de generale Nederlandse geoctroijeerde oost Jndische Comp:e gouverneur generaal Benevens De wel Edele Heeren Raden van Ne„ „derlands India De wettigen prins van Natter /Bagindo Mha„ „radja Lello, na viermaal slag aan de Engelsche te hebben gelevert, waar bij die britse natie 25. blanke coppen, na zijn eijgen rapport, verloren zoude hebben, en daar onder een Capitain van een vrij„ mans=vaarthuijg, mitsg„s de vaendrig, is, na alles daar beset gelaten te hebben, den 5:e deser alhier verscheenen, ons demoedig bid„ „dende, hem in deze tijd, waar in al zijn redres was bestaande, niet te willen verlaten, en hem met ammunitie, enige bouginesen, en wat geld, te willen bijspringen, welke instantie, in onse vergadering met aandagt overwogen zijnde, Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtbare Heer, en Wel Edele Heeren! mitsg:s Hol.2
English
449 From Sumatra's West Coast, the 8th of November 1755. From Surat, the 22nd of May 1755. as well as the orders of Your High Noblenesses in your honored secret letters of the 16th of August 1753, the 22nd of August 1754, and the 26th of August 1755, and how accountable we would make ourselves if we did not assist him in time, whereby Your High Noblenesses' objective would be rendered fruitless, have condescended therein so far that we have delivered to him 100 cannonballs, 200 lb. of gunpowder, 1000 musket balls, and seven hundred rixdollars, both to relieve him in paying off his people and as monetary expenditures to gain a larger following, he being set to sail thither again this evening with his vessels; he has requested us that, if matters should ever reach the point where the English were driven away, the Honorable Company would please establish itself there, so as to get rid of that rabble of people with whom he is currently waging war against the English, and to allow the Honorable Company alone to enjoy the advantages, it being not at all of the least lands, to which we could answer nothing advantageous for that claimant, and for that reason he has requested us to be allowed to write to Your High Noblenesses in his own hand, which we have not been able to refuse him, and which goes enclosed herewith. Having commended Your High Noblenesses' illustrious persons and government to the safe keeping of God, it remains only for us to testify that we are, underneath stood, Your High Noble Valiant Grand Honorable obedient and humble servants, was signed, Jan Pieter van Herzeele, Willem van Rhijn, François de Valbert, and Jan Frederik Lantsius, in the margin, Padang on Sumatra's West Coast, the 18th of November 1755. In obedience to Your High Noblenesses' honored letters recently received by the ship Ghiesenburg, and to achieve the objectives ordered therein, I immediately requested the authorized representatives of the Angria to come to my house and in secrecy expressed to them the regret that I felt over the new orders received from Batavia, which, being very far from peace, threatened nothing less than to come attack the Angria in the spring with 20 ships of the line manned with 10,000 grenadiers, and that Ceylon and the Malabar already had orders to support this undertaking with all their might, which obliged me to take leave of them without robes of honor and gifts; the authorized representatives immediately requested me to think of means High Noble Grand Honorable Far-Ruling Lord and Honorable Lords together with The Honorable Councilors of the Dutch East Indies Batavia To His High Nobleness, The High Noble Grand Honorable Far-Ruling Lord, Mr. Jacob Mossel Governor-General Surat at 451 From Surat, the 22nd of May 1755. 757 From Surat, the 22nd of May 1755. to be considered, in order to make this threatening danger cease; I asked them whether they were not provided with some further orders that might perhaps serve to pacify this resolution, and that I had privately understood that the Angria had given them instructions to present an island to the Honorable Company and to surrender it in ownership; the authorized representatives declared that this was their last sheet anchor, and since I was aware of this, that they, as authorized representatives, in the name and on behalf of the Angria, granted and surrendered in full ownership with its dependencies to the Dutch Company the island by the name of Deewger; I promised them to submit the one and the other to Your High Noblenesses and assured them that I would exert my utmost abilities, and as a token thereof I gave them robes of honor and gifts, along with their dismissal, recommending that they procure for me the deed of donation in proper form as soon as practicable, and that I hoped to effect everything to satisfaction; the said authorized representatives have related the following to me: Deewger is attached to the mainland by a narrow strip of land, for the rest surrounded by water by the river and sea, which makes Deewger a peninsula; the river has 12 fathoms of water, the largest ships can enter without the least fear; the said island has a circumference of one hour around and is provided with a castle, and is situated 50 miles from Goa and 4 ditto from the port of Gheriah; the island has several wells on the mountain with fresh water that is exquisite, is fertile in everything, and has abundant wood along the bank of the river, and three hours from there much woodland; when the Honorable Company is settled there, the merchants of Golconda, Bijapur, Kolhapur, Panhala, and Bagalkot will come down with their oxen to collect all that trade which is conducted at Surat, and moreover many manufactured goods, which are all paid for in rupees. The Angria is in distress; his circumstances compel him to look out for friends, for Prince Nanna is attacking him, joined with the English by water and by land; how and in what manner Prince Nanna will take our establishment there, I leave to the judgment of Your High Noblenesses; the importance of the matter is of too great weight, the granted place well situated, surrounded by prominent cities from which places the merchants come as far as Surat with their carts and oxen to collect the goods, and if the merchants once become accustomed to Deewger, they will not travel a hundred miles further to go fetch the goods; two years will pass before the merchants will have assurance that they can be accommodated at Deewger.
Dutch transcription
449 Van Sumatras WestCust den 8: Nov: 1755. Van Souratta den 22. Maij 1755. mitsg„s de beveelen uwer Hoog Edelens bij der„ „selver gevenereerde secrete brieven van 16:e Aug„s 1753., 22. Aug„s 1754. en 26. aug„s 1755. , en hoe verand„ woordelijk wij ons zoude maken, denselven niet bij tijts adsisteerden, waar door uw Hoog Edelens oog„ „merk vrugteloos zoude worden gemaakt, daar in zoo verre gecondescendeert hebben, dat hem 100. p„s Canon koegels, 200 lb. buskruijt, 1000. snaphaen koegels, en zeven hondert rd„s hebben afgegeven, soo om hem te sou„ „lageeren, in de afbetaling zijner volkeren als geld= spendatien tot meerder aanhang, staande deser avond wederom derwaarts met zijne vaarthuijgen te zeijlen, derselver heeft ons versogt, dat bij aldien de saek eens zoo ver„ „re waren gekomen, d' Engelse verjaegt waren, d'EComp:e dog past daer geliefde te vatten, als dat gespuijs van volk, waarmede thans de Engelsche beoorloogde, van den hals te krijgen, en d'E: Comp:e alleen de voordeelen te doen genieten, als gantsch niet van de minste Landen zijnde, „waar in wij niets voordeelig voor dien praeten„ „dent hebben kunnen andwoorden, En daar om ons versogt heeft, eijgenhandig uw Hoog Edelens te mogen schrijven, 't welke wij hem niet heb„ „ben kunnen weijgeren, en in closa deser over„ gaat Uw hoog Edelens illustre perzonen en regeering in de veijlige hoede godes bevolen hebbende, rest ons Enelijk te betuijgen dat zijn /:onderstond:/ Hoog Edelen gestr: groot Agtb:s gehoorsame en onderdanige dienaaren /:was getekent:/ I:n P:r V: Herzeele, W:m V:n Rhijn, - - - f:s de Valbert en J:n f„k Lantsius /:in margine:/ Padang op Sumat:s W„t Cust den 18. November 1755. In obedientie van uw Hoog Edelhedens g'eerde Let„ „teren Jongst per 't schip Ghiesenburg, en ter bereijking van de oogmerken daar in geordonneert, so hebbe immediaat de gemagtigdens van den Angria ver„ „sogt ten mijne Huijse te koomen en haarlieden in Secretesse betuijgt het leedweesen dat ik gevoelde over de nieuwe ordres van Batavia ontfangen, welke seer verre van de vreede niet minder dreijgde als in't voorjaar met 20. scheepen van Linnie bemand met 10'000: – granadiers den Angria te koomen bestooken, en dat Ceijlon en de Mallabaar bereets ordre hadden om met alle magt deese onderneeming te ondersteunen, 't geen mij verpligten om haar Lieder sonder Eere kle„ „deren en geschenken afscheijt te geeven, de gemagtig„ „dens versogte mij aanstonds op middelen bedagt Hoog Edel groot Agtbaar wijdge„ „biedende Heer en Wel Edele Heeren benevens De Wel Edele Heeren Raden van Nederlands India Batavia Aan zijn Hoog Edelheijt, Den Hoog Edelen groot Agtbaaren weijdgebiedende Heere Den Heer Jacob Mossel Gouverneur Generaal Sourotta Hol. Bick te 451 Van Souratta den 22. maij 1755. — 757 Van Souratta den 22. maij 1755. te weesen, om dit drijgent gevaar te doen cesseeren, ik vroeg haar of sij niet genunieert waaren met eenige nadere ordres die somwijlen soude konnen dienen tot pasificatie van dit besluijt, en dat ik in't Particulier verstaan had dat den Angria haar last had gegeven d'EComp:e Een Eijland te presenteeren en over te geeven in Eijgen„ dom, de gemagtigdens verklaarde dat dit haar laaste Pligt Anker was, en dewijl mij dit bewust was, dat zij gemagtigdens uijt naame ende van wegen den Angria de Hol„ „landsche Comp:e schonken en in vollen Eijgendom met ap= en= dependentie overgaven het Eijland in Naame Deewger ik beloofde haar lieden 't een en ander uw Hoog Edelheedens voor te dragen en assureerde deselve mijn uijterste ver„ moogens in te spainen, en tot een teken van dien so gaf ik haar Eere kleeden en ge„ „schenken, neevens afscheijt, haar lieden re„ „commandeerende de Acte van Donnatie so spoedig als doenlijk mij te besorgen in Debita forma, en dat ik hoopte alles tot genoegen te sullen effectueeren, gen: gemag„ „tigdens hebben mij dit volgende gerelateert; Deewger lijd met een smalle strook land vast aan de vaste wall, voor 't ove„ „rige door de Revier en zee rontzom in't water, 't geen Deewger tot een half Eijland maakt, de Revier heeft 12. vadem water de grootste scheepen kunnen binnen loopen sonder de minste vrees, gem: Eijland heeft in sijn omtrek een uur in de Ronte en is voorsien met een Casteel, en lijd 50: mijlen van Goa en 4. dito van de Haven Geria, het Eijland heeft op 't gebergte diversche Putten met zoet water dat kostelijk is) vrugtbaar in alles, en heeft langs de kand van de Revier overvloedig houd, en drie uuren daar van daan veel Bosschasie, als d'EComp:e daar geseeten is, sullen de kooplieden van Golconda, visiapour, kala„ „. pour, Parnalla en Baglekkoet, met haar ossen afkoomen haalen alle die Negotie die op Souratta gedreeven werd, en booven dien veel manufactuuren, die alle met Rop„s voldaan werden, Den Angria is in de naarheijt, sijne om„ standigheeden nootsaken hem na vrinden uijt te „sien, want de vorst Nanna tast hem aan geconjungeert met d' Engelsche te water en te Land., hoe en op wat wijse De vorst Nanna ons Etablissement aldaar sal opneemen, laate aan 't oordeel van uw Hoog Edelheedens, de aan„ gelegentheijt der zaake is van te veel gewigt, de geschonkene plaats wel geleegen, Rontsom met voornaame steeden van welke plaatsen de koop„ „lieden tot in souratta met haare karren en ossen de goederen koomen afhaalen, en so de kooplieden eens gewend zijn aan Deewger sullen sij geen Hondert Mijlen verder Reijsen om de goederen te gaan halen, twee Jaaren sal „er meede heen loopen eer de kooplieden verseeke„ „ring sullen hebben dat zij op Deewger kunnen gerieft werden. heeft so le Nol. :. 2 1