Inventory 2865
Surat · 279 pages · 148 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Java's East Coast the ultimo of June 1755. From Java's East Coast the ultimo of June 1755. after settling this, it will favorably be approved for write-off and taken over by the Company: the house that he built there out of his private purse and which is a decent residence. The fort of Rembang has been made solid, strong, durable, and neat according to the plan of Your Right Noblenesses, and, except for some small buildings for officers' quarters etc. on which the resident is working, can be said to be virtually completed. At the shipyard I found on the stocks two barques demanded by Your Right Noblenesses, which will almost be ready to be launched and put into the water, but the sloops for Bengal will not likely be ready before the coming spring, because the timber needed for them of the required dimensions must first be cut in the forests. On the other hand, the master carpenter is of the opinion that in the latter part of the month of September or in the beginning of October he will have fully constructed the galley, or so-called centipede, as it already stands in frame. Passing the district of Lassum and Touban, I found it in a passable condition, but arriving at Sidaijoe, I found the regent Tommongong DJaja Diredja standing at the gate of his dalem in such a miserable and deplorable state that I was astonished at him, being paralyzed on the right side and completely speechless, without being able to give the slightest order, verbally or in writing, regarding anything concerning his regency. So that I therefore, and because his adopted or actual son-in-law the Ingabeij Tirta Diridja is also still too young and inexperienced for government, shall make use of Your Right Noblenesses' favorable qualification to appoint in his place, under the well-known contingent, shortly the eldest son of the Madurese Prince Radeen Iawan alon under the name of Radeen Tommangong Soera Diningrat, whose father the Pangerang Sittja Diningrat also came to welcome me there alongside the Regents of Sourabaija, Lamongang, Passourang, Bangil, Banger, Wierasaba, Cadirie, and DJapan. Among them, as the most unexpected, I found Pangerang Bintoro (alias Boeminata), who upon my approach had surrendered himself with his wives and three sons. I immediately notified both monarchs of his coming over, in order to learn what they have in mind and intend with regard to him, while I will in the meantime, until I am informed thereof and have received Your Right Noblenesses' further orders, treat him among my suite in love and amiability, so as to persuade all the sooner his brother Singasarie, who has taken retreat into the Oeloedjojose mountains, and whom I am trying to divert from his fearfulness, which he as yet does not seem able to overcome, having sent another short letter to him for that purpose. Thus I live in fear and hope regarding that matter, as Radeen Wieranagara of Malang, whom I did not previously know to be so friendly or so devoted to the Company, has at least given me assurances that he will not grant any hiding place to the said Singosarie and Soera Coesoema, whose force is estimated in all at some 7 to 800 weapon-bearers, but will oppose and resist their intrusion with all rigor, just as he has already shown proof of this with the aforementioned Bintoro, who otherwise, as well as the aforementioned Singosarie, might very likely have sought to descend thither rather than submit to the Company. I have requested this Wieranagara by a short letter to be willing to appear before me at Passourouang, whither I will also quickly make a brief visit one of these days, although I fear he will not, because he is too timid and has promised me to send his patih. Nonetheless I hope for good things from him, and assume that he will remain neutral, in which case I think to have achieved enough with him. Grissee, which I had to call at upon departing from Sidaijoe due to adverse winds, will for the present need no alteration nor repair other than merely the renewal of window panes, and with the wall standing there or the so-called little fort, it can still manage for a series of years. But regarding Sourabaija, I must with all respect bring to Your Right Noblenesses' attention that it is impossible, pursuant to your venerated order contained in the secret letter of 17 February 1753, to have it fortified by the inhabitants, as there is only a small number of citizens, and among them, at best, three or four who possess two thousand rixdollars in wealth. And since that factory nevertheless requires some reinforcement, I shall take the liberty to have a further plan drawn up for it by the Engineer Mandre, and present it to Your Right Noblenesses for approval, which will not run up to high costs and which the provisional head Breton undertakes to construct in the most economical manner, in which, if Your Right Noblenesses would please condescend, one would be able to
Dutch transcription
219 Van Javas oost Cust den ult„o Junij 1755 Van Javas oost Cust den ult„o Junij 1755. na absolveering dies gunstig zal worden ter afschrijving g'accordeert en bij de Comp:e overgenomen het huijs dat denselven, daer, uijt privé beurse, heeft opgetimmert en een tamelijke wooning is Het fort van Rembang is na het plan van uw Hoog Edelens hegt, sterk, durabel en nettjes gemaakt, en kan, behalven eenige kleijne gebouwen van officiers woo„ „ning Etc„a waar aan den resident bezig is, gezegt worden genoegsaam volbouwt te zijn op de timmerwerf heb ik op stapel gevonden twee door uw Hoog Edelens gevorderde barcquen, welke bij na sullen kunnen werden afgezet en te water gebragt, dog de Chialou„ „pen voor Bengale sullen niet wel eerder klaer raeken als voor het aanstaande voorjaar, om dat daer toe het benoodigt hout van de vereijschte maat nog eerst in de bosschen gekapt word, maar daar en teegen is den baastimmerman van gedagten dat hij in't laest van de maand september of in 't begin van october vol„ „timmert zal hebben de Galij of zoo genaamde duijsend been, als staende al in 't geraemste Het district van Lassum en Touban passeerende, vond ik in een tamelijke toestand, maar op sidaijoe komende den regent Tommongong DJaja Diredja in soo een Jamerlijke en beklaegenswaerdige staat aan de poort van zijn dalm staan dat ik over hem versteld stond, wesende aan de regter zijde beroert en gansch sprakeloos sonder op het een of ander, zijn regentschap rakende, mondeling of schriftelijk de alderminste ordre te kunnen stellen, soo dat ik mij dierhalven en om dat zijn aangenoome of eijgentlijke schoonzoon den Ingabeij Tirta Diridja ook tot nog tot de regeering te Jong en onbedreeven is, zal bedienen van uw Hoog Edelens gunstige qualificatie om desselfs plaatse onder 't bewuste contingent eerst daegs aan te stellen den oudsten zoon van den Madu„ „rees Prins Radeen Iawan alon onder de naam van radeen Tommangong Soera Diningrat, wiens vader den Pangerang Sittja Diningrat mij aldaar ook nevens de Regenten van Sourabaija „ Lamongang Passourang, Bangil, Banger, Wierasaba, Cadirie, en DJapan, kwam verwelko„ „men, en waar onder ik wel als de onverwagtste aantrof den op mijn aan „nadering, zig met zijne vrouwen en drie soons onderworpen hebbenden Pan„ „gerang Bintoro /:alias Boeminata:/ van wiens overkomst ik immediaat beijde de vorsten heb kennis gegeven om te ervaeren wat zig ten zijnen opsigte in hun schild voeren en van sints zijn, sullende ik hun ondertussen, tot desweegen g'informeert ben en uw Hoog Edelens nadere ordre ontfangen heb, over onder b0 Zee 221. Van Javas oost Cust ult„o Junij 1755. Van Javas oost Cust ult„o Junij 1755. — onder mijne suijte in liefde en min„ „saemheijd tracteeren, om daar door ook nog des te eerder over te haalen desselfs broeder Singasarie die na het oeloedjojose gebergte de xetraite genomen heeft en ik tragt van zijn vreesagtigheijt, welke hij voor als nog niet schijnt te kunnen verzetten, te diverteeren, als hebbende ten dien eijnde weder een briefje aan hem afgesonden, dus ik daar om„ „trend in vrees en hoop leef, hebbende Radeen Wieranagara van Malang, welken ik niet voor deesen zoo vrindelijk geweest te zijn, of de Comp:s zo zeer toege„ „daan, mij althans versekering laeten geven van ged„e singosarie en soera Coesoema, wiens magt in allen begroot word op een 7 â 800. wapen torsschers, geen schuijlplaats te sullen vergunnen maar derselver indrang met alle rigeur tegen gaan en resisteeren, soo als hij daar van reets een blijk gegeven heeft met voor„ „melde Bintoro, die anders soo wel als voormelde singosarie veel ligt eerder soude gezogt hebben derwaarts af te zacken als zig bij de Comp:e te onderwerpen. Desen Wieranagara, heb ik bij een briefje versogt op Passourouang, werwaarts ik eerstdaags mede eens sal overvliegen, bij mij te willen verschijnen, hoewel ik daar voor vrees, om dat hij te angstvallig is en mij belooft heeft zijnen pepattij te zullen zenden, des niet te min verhoop het goede van hem, en stel dat hij zig wel 7 nutrael houden zal, wanneer ik denk het als dan ver genoeg gebragt te hebben met den selven. Grissee, 't welk van Sidaijoe vertrekkende door tegenwind heb moeten aanloopen, sal voor eerst geen veran„ „dering nog reparatie als enkel de ver„ „nieuwing van raampaedden nodig hebben, en kan het met de daarstaande muur of 't zo genaamd Fortje nog wel een reeks Jaeren stellen, dog belangende sou„ „rabaija moet ik uw Hoog Edelens in alle eerbied voor oogen brengen dat het zelve onmogelijk conform derselver gevene„ „reerde ordre vervat bij secreete missive van den 17. febr: 1753. kan worden gefor„ „tificeert door de ingezetenen, dewijl 'er maar een gering getal burgers is en onder die, op zijn best, drie of vier welke twee duijsend rijxd„s in hun ver„ moogen hebben, en nadien dat Comptoir egter eenige versterking noodig heeft, sal ik de vrijheyd neemen daer van een nader plan, door den Jngenieur Mandre te laten formeeren, en uw Hoog Edelens ter approbatie praesenteeren, het geen niet hoog op stok zal loopen en het p:l opperhoofd Breton aanneemt op de menggieuste wijs te Extrueeren, waar in soo uw Hoog Ede„ „lens geliefde te condescendeeren, soude men zullen konnen d P
English
From Java's East Coast the last of June 1755. From Java's East Coast the last of June 1755. could say that the Company on this coast had then finished its work and brought its trading posts everywhere into the required state of defense. The regents of this district have also given me good hope of securing the full delivery of their contingent of 1000 lasts of rice, and the aforementioned Breton of being able to purchase an additional 500 lasts without burdening the inhabitants and farmers, if God the Lord pleases to bless the harvest. For this, I have authorized him at 36 guilders per last, so that the Company occasionally might not suffer any shortage, as I fear that Paccalongang, still feeling the aftereffects of the war and the encampment that lived wildly there, and Damak, Pattij, Coedus, and Joana likewise from the army that stood for nine consecutive years at Tan Jong—although those districts appear reasonably well and are beginning to recover again—will, due to a lack of buffaloes, find it impossible this year to supply their full contingent. On the other hand, I live in hope that the Company will soon find here on the coast the long-expected advantage from its copper coinage, namely the half-doits pierced with holes. These were not yet circulating at this place, where everything, on account of the prolonged indisposition and infirmity of the deceased chief Rhener, ran wild and was handled in such a confused manner that, in a word, the servants seem to have been master here. For that reason, I held a special meeting regarding this matter with the Pangerang of Madura, upon whom the wheel primarily turns in these parts, and with the regents of Sourabaija, Passourouang, Banger, Bangil, and Lamongang, and persuaded them to introduce that currency into their regencies. To this, they have not only given me their promise, but also immediately set to work by accepting a quantity of it in order to make it current little by little. Regarding the enemy, I can as yet report nothing to Your High Excellencies, except that our armies are already on the march and that Soeria Coesoema, according to rumors, intends to await them, although I fear this; when he notices that the Madurese, who by my order marched through from Cadieri, also come to press him from this side. My only concern is for the provisions of our troops, because even the 25 European troops who have taken up post in the Cadieri district are already beginning to complain about this, whither I am also [illegible] to send back more From Java's East Coast the last of June 1755. having also submitted, and the above-alleged Astra Pattij, who, as has been said, was done away with by the aforementioned Singobarie. Right Honorable and Highly Esteemed Gentlemen, whereas the old, upright, and well-known regent of Grissee, Tommangong Djaja Nagara, who has always rendered much and faithful service to the Company, has just now made a request by letter to both me and the Pangerang of Madura to be allowed, in consideration of his advanced age which renders him unable to attend to the service of the Company any longer, to hand over the regency to his eldest son Soeranagara and then end his days in peace within his own dwelling; I have the honor to communicate this respectfully to Your High Excellencies. And since nothing can be said against this Soeranagara, who is also already over 50 years old, I shall take the liberty, upon the honored approval of Your High Excellencies and in recognition of the father's faithful services, upon my return to Grissee to appoint him as first regent with the same name of Tommangong Soeranagara, not doubting that he will follow in the virtuous footsteps of his father. In that hope, I have the honor to solicit Your High Excellencies that a deed thereof may be granted to him; while regarding the second regent, Tommangong Poespanagara, who is generally still held in suspicion of having been guilty of unpardonable correspondence, I still await your respected considerations. Furthermore, I cannot as yet report to Your High Excellencies how long I will still have to remain here, since I am busy rectifying the neglected affairs, both in household management and administration for the reason mentioned above, as well as making the necessary arrangements concerning the insolvent estate funds and other matters besides. Moreover, I am longing like a fish for water for news from the armies, so that I may share with Your High Excellencies the outcome of their undertakings, which I hope God will bless, as I will principally have to govern myself accordingly. Expressing meanwhile my humble gratitude for the recruits sent on the ship Vreedesteijn, of whom I have already summoned 25 men hither, in order to discharge from the service of the Company in their stead those at Passourouang
Dutch transcription
223 Van Javas oost Cust ult„o Junij 1755. - Van Javas oost Cust den ult„o Junij 1755. konnen seggen dat de Comp:e te deser Custe dan gedaan werk en haer comptoiren alomme in staat van de vereijschte defensie gebragt had. — De regenten deses districts, hebben mij meede goede hoop gegeven tot den vollen inslag van hun contingent van 1000. Lasten rijst, en voorsz: Breton om boven dien, buijten bezwaar van den ingezetenen en landman, indien God den heere den oogst gelieft te zeegenen, nog 500. lasten in te zullen kunnen koopen, waar toe ik hem tegens ƒ 36. — 't last heb gequalificeert, op dat de Compagnie, bijwijlen geen gebrek soude mogen lijden, also ik bevreest ben dat Paccalongang, gevoelende nog de naween van den oorlog, en het daar wilt geleeft hebbend Campement, en Damak, Pattij, coedus, en Joana desgelijks van het neegen Jaeren agter een op Tan Jong gestaan hebbend Leeger; hoewel die districten zig reedelijk vertoonen en weder begin„ „nen op te luijken, dit Jaer onmogelijk, mits gebrek aan buffels haer vol contingent sullen kunnen opbrengen. Daar en tegen leef ik in hoop dat de Comp:, eerlang alhier ter Custe het lang verwagte voordeel sal vinden aan haer kopere munt, namentlijk de halve duijten met gaetjes doorboort, die te deser plaetse alwaar alles, mits de langduurige indispositie en caducheyt van het overlee„ overleedene opperhoofd Rhener in 't wild gelopen heeft en soo verward is toegegaan dat met een woord gezegt booij hier wel meester schijnt geweest te zijn, nog niet coulleerden, en waerom ik daer over met den Ponge„ „rang van Madura, waar dog aan desen ooirt wel principaal het rad op draaijt en met de regenten van Sourabaija Passourouang, Banger, Bangil en Lamon„ „gang een expresse samenkomst gehouden en sien gepersuadeerd heb, die munt in haere regentschappen in te voeren, soo als dezelve mij daar toe niet alleen promesse gedaan, maar ook aanstonds werkstelling gemaakt hebben met een parthij daar van te accepteeren om dus peu â peu gangbaar te maken. Noopens de vijand weet ik voor als nog uw Hoog Edelens niets te melden, als dat onse leegers reets in aanmarsch zijn en dat Soeria Coesoema, zoo als de gerugten willen, deselve meent af te wagten, hoewel ik daar voor vrees; wanneer hij merkt dat de madureesen, die ter mijner ordre van Cadie„ „ri zijn doorgetrocken, van dese kant hem ook koomen benauwen, wesende mijn eenigste be„ „kommering voor de leeftogt onser troupes om dat zelfs daer over al beginnen te klagen de 25. Europeese manschappen, die in het Cadirische hebben postgevat, werwaarts ik ook meervand weder af te zenden „dene den G 2 225 Van Javas oost Cust ult„o Junij 1755. G Van Javas oost Cust ult„o Junij 1755. den zig mede gesubmitteert hebbende, en hier boven g'allegueerden Astra Pattij, die als gezegt is geworden door opgemelde Singobarie van kant geholpen te wesen. Hoog Edele groot Achtbaere heeren vermits den ouden, braven, en welbekenden regent van Grissee Tommangong Djaja nagara, die de Comp:e altoos van veel en trouwe dienst is geweest, soo momentlijk beijde aan mij en den pangerang van Madura bij een briefje versoek komt te doen om uijt consideratie zijner hooge Jaeren die hem buijten staat stellen om langer den dienst van de Comp„e waer te kunnen neemen, het regentschap aan zijne oudsten zoon Soeranagara te mogen overgeeven en dan zijn dagen in rust binnen zijn eijge wooning eijndigen; soo heb de eer uw Hoog Edelens sulx eerbiedig te commu„ „niceeren en dat ik, terwijl, op desen soera nagara, die ook al ruijm 50. Jaeren oud is mede niets te zeggen valt, de vrijheijd neemen sal van hem op d' g'eerde aprobatie uwer hoog Edelens in erkentenisse van des vaders trouwe diensten, bij mijn te rug komst op Grissee aan te stellen tot eerste regent met de zelfde naam van Tomman„ „gong Soeranagara, niet niet twijffe„ „lende of hij zal de deugsame voetstappen van zijn vader volgen, en in die hoope heb ik de eer van oate uw Hoog Edelens te besolliciteeren, dat hem daer van acte mag Wijders kan ik voor als nog uw hoog Edelens niet melden, hoe lang ik mijn verblijf alhier nog zal moeten houden, vermits ik bezig ben met de vervallene saaken, soo in de huijshouding, administratie p„r om reeden voormeld te redresseeren als de nodige schikking te maken omtrend de insolvente boedel penn: en andere dingen meer, en ik ook booven dien als een visch na 't water verlangende ben na tijding van de Leegers, om uw hoog Edelens den uijtslag hunner onderneemingen, die ik hoop dat God zal zeegenen, te moogen bedeelen, alsoo mij daar na wel principaal sal moeten reguleeren. Betuijgende inmiddens mijne nedrige dankbaarheijt voor de toegesondene recruten met het schip vreedesteijn, waer van 25. koppen reets herwaarts ontboden heb, om daer voor weder uijt den dienst van de Comp:e te ontslaan de op Passourouang werden verleent; terwijl ik om„ „trend den tweeden Regent Tom„ „ mangong Poespanagara welken in't algemeen nog al verdagt word gehouden van zig aan onvergeef„ „lijke correspondentie te hebben schuldig ge„ „maakt, nog te gemoet zie derselver gerespecteerde consideratie werden e Rol
English
Java 227 From Java's East Coast the last day of June 1755. From Java's East Coast the 16th of July 1755. the Company's Mandarese who have already served for some years, numbering 79 heads at the first plan, who I suppose can well be spared from there, and herewith shortening this letter I declare with deep veneration to be beneath was written your Right Excellencies' most obedient, very humble, and faithfully bound servant was signed Ns Hartingh in the margin Sourabaija the last day of June 1755. Batavia To his Excellency, the High Noble, Highly Esteemed, Severe Lord Jacob Mossel General over the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and the General Chartered East India Company Governor General, and the Honorable Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies etcetera etcetera etcetera. High Noble, Severe, Highly Esteemed Lord; and Honorable Gentlemen! Referring myself with respect to my latest humble letter of the last day of June past, which accompanies this in duplicate, in order to continue the thread of the fortification works, I now have the honor to present to your Right Excellencies a further plan concerning Sourabaija, which, after deducting the still usable materials of the old lodge etcetera, will only come to cost the Company, according to the accurate and thrifty calculation of the engineer Mandre, a sum of 2798 Rds or 6715 guilders and 4 stuivers, for which the local head merchant Hendrik Breton undertakes the construction of the 6 229 From Java's East Coast the 16th of July 1755. From Java's East Coast the 16th of July 1755. same, if your Right Excellencies will please to grant their favorable consent thereto, because, to demand such from the inhabitants according to the first project, I took the liberty, under your favorable indulgence, to demonstrate in the aforementioned letter that it would not well be possible, wherefore I hope to be honored with your Right Excellencies' venerated authorization regarding this matter as it is modest, all the more because such is necessary and the offices of the Company along this coast from Tagal up to and including Passourouang will then be practically surrounded as if by a wall and brought into a formidable state of defense: Captain von Haijn, who undertook the fort at the last-mentioned office, already being busy gathering lime and stones, although its completion will proceed somewhat hesitantly because timber is difficult to obtain there, regarding which the Regents of Banger, Bangil, and Passourouang, by whom he seems to be fairly well liked, have nevertheless promised to lend him a helping hand. The two last-mentioned districts I found in a passable condition and the fields planted, but the Passourouang Regent Radeen Tommangong Niti Nagara giving me to know that his delivery of 60 lasts of rice fell too heavily upon him, because when he was to furnish it and collect it from his subjects, his people, seeing that their contingent in comparison to his is very small, would hope to run away to Banger and Bangel, so as to be freed from the delivery, thus, in order to remove this latter problem and to keep the balance between both as much as possible, with complete satisfaction, I increased the contingent of the Ngabehi of Bangil from 3 to 6 lasts, and raised for the Ngabehi of Banger the delivery to 8 lasts of rice besides the 3 piculs of wax which he must furnish annually according to the agreement made with his Excellency van Imhoff of pious memory in the year 1746. Finding the native Company's Mandarese, numbering 79 heads at the first plan, to be unnecessary here, I have discharged them from the service of the Company in accordance with the note in the missive of the aforementioned last day of June, who monthly have cost the Company a sum of 363 Rds or 871 guilders and 4 stuivers in board money and wages alone, so that their pay-off will run quite high, considering that they have always been in service since the year 1742 when I was present there. Having furthermore also collected at the aforementioned office of Sourabaija a sum of approximately 1300 Rds, both to compensate for the deficit in the administration of the deceased commander Rhener and administrator Pristar, and to satisfy the debt of the Sumanap Regent on account of his Nol.
Dutch transcription
Sava 227 Van Javas oost Cust ult„o Junij 1755. Van Javas oost Cust den 16.:' Julij 1755. al eenige Jaeren gemiliteert hebbende Comp:s mandharesen, sterk primo plan 79. koppen, die ik stel van daer wel gemist te kunnen worden, en hier mede desen bekortende betuijgen ik met diepe veneratie te zijn /:onderstond:/ uw Hog Edelens gansch gehoorsamen, seer onderdanigen, en trouwschuldigen dienaar /:was getekent:/ N„s Hartingh /:in margine:/ Sourabaija ult„o Junij 1755. — Batavia Aan zijn Excellentie, den Hoog Edelen Hoog Agtbaeren, Gestr: Heere a Jacob Mossel Generaal over de Infanterie ten dienste van den staat der vereenigde Neder „landen mitsg„s wegens deselve en d' generale g'octroijeerde oost Jndische Comp:e Gouverneur Generaal en De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India &=a &:a &:a Hoog Edele, Gestrenge groot Achtbaeren Heere; en De wel Edele Heeren! Mij met eerbied refereerende tot mijn Jongst en desen in duplicaat versellend onderdang schrijvens van ult:o Junij passato, heb ik om den draad der fortificatie werken te vervolgen, als nu de eer uw Hoog Edelens nopens. Sourabaija een naderplan te praesenteeren, 't welk na aftrek van de nog bruijkbaere materialen der oude Logie &c:a de Comp: eenlijk sal komen te kosten volgens de accuratie en zuijnige uijtreekening van den Ingenieur Mandre een Somma van Rd„s 2798: — ofte ƒ6715: 4. — waar voor het p:l opperhoofd den koo„ „man Hendrik Breton de extructie van het 6 229 Van Iava's oost Cust den 16. Julij 1755. Van Javas oost Cust den 16: Julij 1755. — desselfs volkeren na Banger & Bangel, wel„ het zelve aanneemt, indien uw hoog „ker contingent in vergelijking van het Edelens derselver gunstige toestemming zijne zeer gering is, komen te verhoopen om daer toe gelieven te verleenen, want om dus van den opbreng bevrijd te zijn, so heb na het eerst project de Ingezetenen sulx te ik tot wegneeming van dit laeste, en om vergen, heb ik onder gunstig welduijden der het evenwigt soo veel mooglijk tussen beijde vrijheijd genomen gehad bij opged: brief te te houden, met volkome genoegen, het demonstreeren niet wel mooglijk te weesen, Contingent van den Jngabeij van Bangil des verhoop hier omtrend als gering zijnde met verhoogt van 3 tot 6. lasten, en den Jngabeij uw Hoog Edelens gevenereerde qualificatie vereert van Banger opgebragt de leverantie van 8. te moogen worden, te meer omdat sulx lasten rijst buijten rijst buijten de 3. picols noodig is en de Comptoiren van de Comp: langs wax, welke hij volgens accoort met zijn dese Cust van Tagal af tot Passourouang Excellentie van Imhoff (:H: L: M:) in ingeslooten dan genoegsaam als met een den Jare 1746. Jaerlijks fourneeren moet. muur omringt en in een redoutabele staat van defensie gebragt zijn: zijnde den De Jnlandsche Comp:e Mandhareesen, sterk Capitain von Haijn, die het fort ten laastgem: 79. koppen primo plan, heb ik hier onnodig Comptoir aangenomen heeft reets bezig klag vindende, ingevolge het genoteerde bij mis„ en steenen te vergaderen, alhoewel het met „sive van ult„o Junij voormeld uijt den dienst dies voltooijing wat schoorvoetende zal voort„ van de Comp:e ontslagen, wien zij maandelijks „taan om dat het aldaar difficil aan hout alleen aan kostgeld en bezolding heeft gekost te komen is, waar omtrend de Regenten een somma van Rd:s 363:- ofte ƒ871. 4. — van Banger, Bangil en Passourouang, soo dat derselver afbetaeling al vrij hoog op stok bij welke hij reedelijk bemint schijnt, egter zal loopen, aangesien nu zeedert anno 1742 beloofd hebben hem de behulpsame hand ^toen ik daar present was. altijd in dienst is geweest. te zullen bieden: Dat twee laastgem: dis„ Hebbende voorts ook ten opgemelden Comp„ „tricten heb ik in een tamelijke toestand „toire Sourabaija g'incasseert een somma en de velden beplant gevonden, dog den van circa 1300. rd„s, soo ter vergoeding van Passourouangs Regent Radeen Tommangong het te kort komende, op de administratie van Niti Nagara mij te kennen gevende dat den overleeden gezaghebber Rhener, en admi„ hem sijne leverantie van 60. Lasten rijst te beswaerlijk viel, door dien hij die sullende nistrateur Pristar, als tot voldoening der schuld van den Sumanaps Regent wegens fourneeren en van zijne onderhorige invorderen desselfs aan Nol.
English
From Java's East Coast, the 16th of July 1755. From Java's East Coast, the 16th of July 1755. moneys advanced to him in the Madurese war; likewise, the Resident of Rembang, Coertsz, was ordered to issue on the Company's behalf the permit notes which he, following the example of Senior Merchant van der Brugghen, has been accustomed to grant for the building of vessels in the Lasem district, although never before practiced by any resident, which will still bring in an annual amount of 1000 rixdollars. Departing overland from Sourabaija to Passourouang on the 7th instant, I found the districts, which for more than two years had been so unhappily and completely devastated and reduced as it were to a heap of ruins, so flourishing everywhere and uncommonly populous because of the lively water flowing there constantly, that I stood astonished at it; the eastern salient, which may not unjustly be called the high school of the Javanese and is very precious and important to the Company, being joined with the Madurese, is the balance holder and alone capable of purging all of Java and offering resistance to all enemies, however formidable; wherefore it also always requires and there may be stationed a capable, experienced chief knowledgeable in Java. Pranaraga, Madion, and Tjeroeban have submitted to the Madurese, who have decapitated many malcontents, and also submitted to the Sultan are the Regents of Jagaraga and Camagittan, besides the brother of the Regent of Madion named Malaija Coesoema, likewise the son and grandson of the old Adipati of Pranaraga, whose children are now practically all together; but considering that the Regent or so-called Pangeran of Madion is a creature of the rebel Soeria Coesoema, and would certainly, as the Pangeran of Madura is also of the opinion, side with him again at the first favorable opportunity, I have caused him to surrender unconditionally to the Sultan, who will certainly put in his place another Regent of whose loyalty and capacity he is assured, just as I have also requested the Susuhunan to do in the Pranaraga district. Soeria Coesoema, as Major Steenmulder informs me, seeing himself cornered upon the approach of our troops, took a detour to the left behind the southern mountains toward the land of Padjang in order to cause devastation there again; but since the Major had already been wary of this, returning with his army he cut off his passage and made him take to flight, having approached that fox to within an hour's distance; he has also sent another letter to me in the old fashion of saying, From Java's East Coast, the 16th of July 1755. From Java's East Coast, the 16th of July 1755. saying "I am for the Company," to which I only answered him that, if he sought to advance his well-being, it was still time for him to submit to me or to his father-in-law the Sultan, who I assume, according to his disposition, will also take his measures and seek to subdue him, toward which I on my part also leave nothing undone, for if he were removed from the scene, one might say the work is done and its purpose achieved. Singasarie, who keeps himself confined in the mountains of Ulujoyo, remains just as fearful to come over to the Company, despite my constantly trying to dissuade him from that fear and inspire a favorable impression, as does Wira Nagara of Malang, which latter, upon my arrival at Passourouang, probably because the Pangeran of Madura accompanied me thither, took his retreat bag and baggage to the inaccessible mountains, in the assumption that I intended to pay him a visit and dislodge him from there, otherwise keeping himself neutral and inactive, as I suppose he will remain. From Astrapati, who, in accordance with what was communicated to Your Excellencies in the aforementioned missive, has been sent to Cadirie, I promise myself something good, because he first swore loyalty to the Company by a solemn oath and, for the further confirmation of his sincere intentions, left behind as a hostage among the Regents of Sourabaija, who together with the chiefs of Wirasaba and Djapan have undertaken to assist him in case of need, one of his sons; I shall have to remain here for the time being for about another half a month, both to install the new Regent of Sidayu and to await further news of the advance of our troops, and to see if one or another of the malcontents might still wish to come over. Meanwhile, I profess with the utmost respect and high esteem to be in all loyalty and submission, Your Excellencies' entirely obedient, very humble and dutiful servant, Signed: Ns Hartingh In the margin: Grissee, the 16th of July, in the year 1755.
Dutch transcription
231 Van Iavas oost Cust den 16. Julij 1755. — Van Javas oost Cust den 16. Julij 1755. aan hem verschote penn: in den Madureesen oorlog, item den Rembangs Resident Coertsz: aangeschreeven om de permissie briefjes, die hij in navolging van den opperkoopman van der Brugghen, schoon nooijt bevoorens practicabel bij eenig resident, gewoon is te verleenen tot het aantimmeren van vaertuijgen in't Lassumse, 'sComp:s weegen te expedieeren, het geen Jaerlijks nog al zal inbrengen een montant van 1000. rijxd„s Den 7. hujus van Sourabaija te land na Passourouang vertreckende, vond ik de districten, die voor ruijm twee Jaaren op so een ongelukkige wijze ten eenemaal verwoest en als tot een puijnhoop geworden zijn, door het daar altoos vlietend levendig water soo florisant en ongemeen volk„ „rijk alomme, dat ik daar over verwondert stond, wesende den oosthoek, die niet ten onregte genoemt mag worden de hooge school der Javaanen & voor de Comp:e zeer dierbaar en aangeleegen, geconjun„ geert met den Madurees, de balanshouder en alleen capabel om gansch Java te zuijveren en alle vijanden, hoe formidabel ook het hoofd te bieden, alwaerom ook altoos wel vereijscht en daer leggen mag een capabel, ervaren en Javas kundig hoofd. Pranaraga, Madion, en Tjeroeban, hebben zig aan de Madureesen, die veele malcontenten de kop voor de voeten hebben „gelegt, gesubmitteert en aan den sulthan ook de Regenten van Jagaraga en Cama„ „gittan nevens de broeder van den Regenten van Madion in name Malaija coesoema item de zoon en kleen zoon van den ouden Depattij van Pranaraga, wiens kinderen nu genoegsaam alle bij een zijn; dog gemerkt den Regent of zoo genaamden Pan„ „gerang van Madion een createur is van den rebel Soeria Coesoema, in dies zijde zekerlijk zoo als den Pangerangh van Madura mede van gevoelen is ter eerster gelegendheijd, hem daar toe gunstig, weder aankleven zoude; heb ik denselven op genade in ongenade aan den sulthan laten overgeven, die wel een ander Regent, van wiens trou„ „we en capaciteijt versekert in zijn plaats stellen zal, gelijke den soesoehoenangh ook versogt heb in het Pranaragasche te doen. Soeria Coesoema, bedeelt den Majoor steenmulder mij dat op de aannadering onser troupes zig in't nauw ziende een linkse tour genomen heeft agter 't zuijder gebergte, om aan 't land van Padjang om daer weder een ravasie te maken, maar aangesien, denselven daer al voor bedugt is geweest, heeft hij met zijn leger te rug kee„ „rende hem de pas afgesneeden en het haze pad doen kiesen, wanneer hij dien vos op een uur na genadert was: denselven heeft ook weder een brief aan mij afgezonden na den ouden trant van te gelegt, zeggen 233 Van Javas oost Cust den 16. Julij 1755. — Van Iavas oost Cust den 16. Julij 1755. zeggen ik ben voor de Comp:e, waar op hem eenlijk geantwoord heb dat, soo hij sijn wel zijn zogt te bevorderen, het nog tijd voor hem was om zig te onderwerpen bij mij of sijn schoonvader den sulthan, die ik stel, dat na desselfs gier, ook zijne maatregulen neemen sal, en hem soeken t' onder te brengen, waar toe ik van mijn kant mede niets onbesogt late, want denselven van kant zijnde zoude men mogen zeggen gedaan werk en zijn oogmerk bereijkt te hebben. Singasarie, die in het oeloedjojosche gebergte zig opgesloten houd, blijft nog al even vreesagtig, om tot de Comp: over te komen, niet tegenstaande ik hem daar van steeds tragt te diverteeren en g een goed denkbeeld te inspireeren, gelijk mede wiera Nagara van Malang, welk laaste met mijn arrivement op Passourouangh, denkelijk om dat den pangevan van Madura mij derwaarts verselde, met zak en pak de retraite genomen heeft na het ontoegonke„ „lijke gebergte, in veronderstelling dat ik hem een visite wilde komen geven en van daar opsigten, houdende zig anders neutraal en buijten beweeging, gelijk ik stel dat wel sal blijven. van Astro Pattij, die, conform het uw Hoog Edelens bedeelde bij meermelde missive, na Cadirie gesonden is, beloof Javas ik mij iets goeds, ter zake bij alvoorens de Comp:e bij een duren Eed, trouw geswoo„ „ren heeft en tot meerder bevestiging van zijn welmeenendheijd, als gijselaar onder de Regenten van Sourabaija, die nevens de hoofden van wierasaba en DJapan aangenoomen hebben hem in cas van nood te adsisteeren, agtergelaten een zijner zoonen, zullende ik mij hier voor eerst nog wel een halve maand dienen op te houden, soo om den nieuwen regent van Sidaijoe, te installeeren, als nadere tijding van den opmarsch onser troupes in te wagten, en te zien of er ook nog den een of ander der malcontenten wilde overkomen, In„ middens betuijg ik met de uijterste eerbied en hoog agting in alle trouw en onderdanigheijd te zijn /:onderstond:/ uw Hoog Edelens gantsch gehoorsamen, seer onderdanigen en trouwschuldigen Dienaar /:was getekent:/ N„s Hartingh /:in margine:/ Grissee den 16. Julij A„o 1755. ik 20
English
235 From Java's East Coast, 9 August 1755. From Java's East Coast, 9 August 1755. — Batavia To the High Noble, Highly Esteemed, Severe and Far-Ruling Lord, His Excellency Jacob Mossel General of Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and the Chartered East India Company, Governor-General, and the Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc. High Noble, Highly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord, and Right Honourable Lords. After Major Steenmulder, as I had the honour to notify Your High Honours in all deference by my most recent letter of the 16th of the past month of July, prevented the rebel Soeria Coesoema from penetrating into the Padjang area, the same was on the 13th of the aforementioned month boldly engaged in action with him again on the east side of Mount Majusta and put that villain to flight, with a loss of 17 dead and a great many wounded, without a single man on our side being wounded or killed, except only 4 horses, notwithstanding that the dragoons in the pursuit were practically hand-to-hand with his people. Hereupon or after this action, and after he had also previously been in a skirmish once again near Sareene with a detachment from Sourakarta and the Emperor's Capilles, suffering some dead and wounded therein, the aforementioned wanderer broke through with forced marches via Toenam, Gagatam, and Tinker toward the Demak area and there reduced some native villages to ashes in a raid, and also on the 26th past, of the detachment of infantry which had been sent thither from Samarang upon receiving report of his descent to cover those districts, under the command of Captain Marquet, massacred as well as drowned in the river 30 heads, including that officer himself, to whose sudden and imprudent retreat this loss and fatal incident must principally be attributed, because he jumped head over heels into the vessels that already lay prepared for that purpose and thus became surrounded by the enemy, 900 to 1000 heads strong, who, as soon as they caught wind that Major Steenmulder and the Sultan, presently joined together, were behind him, immediately set their path through Grobogang and Warong toward Seselo, whither he is pursued with force by the cavalry of both armies, 50 infantrymen, and 3 companies of natives, the aforementioned Major having had the remaining infantry of his army take up a post at Cartasana in the Padjang area for cover, and the 237 From Java's East Coast, 9 August 1755. — From Java's East Coast, 9 August 1755. — Sultan in the Mantjanagara region at his retreat at Tapellan near Toelong has left behind Captain Voltz with all the infantry and 382 natives besides the regents, who must assist that small army with provisions, which are scarce there, while also toward the south or Patjitan, whither it was thought that the enemy, when he was beaten near Majusta, would have made his retreat, a portion of the Madurese troops has marched up out of Pranaraga and Madion to corner him all the more and to cut off all passages. It is likely, High Noble and Greatly Esteemed Lords, that Soeria Coesoema, thus wandering about and being incessantly pursued wherever he turns or shifts, will daily lose members of his following, presently having no prince with him anymore, besides his brother Timor, who may not be counted, for Pangerang Rongo has already submitted in the Mataram along with the Radens Marta Soema and Soera Caija, former regent of Brebes, and Boeminata is here with his wives and three sons, who look fairly well; and in some four years, if their father had not submitted, they certainly would have increased the band of malcontent princes again and caused the Company much trouble, and since neither of the rulers seems to be very fond of the person of the aforementioned Boeminata, because the Sultan requests very faintly to have him with him or that he may be delivered over to the Susuhunan, though by no means placed in any remote regency, in order to keep an eye on him and to humble his proud or high-spirited heart, and the Susuhunan, who sufficiently agrees therewith, begs that he may not be restored to his former rank of Pangerang Adipati nor that any land be granted to him, as he would not vouch for his escape, I therefore take the liberty to submit to Your High Honours' consideration whether it would not be best to banish that prince with his family to elsewhere from this coast. Under the supervision of the merchant Breton, there shall also soon march out again over 200 of the best, most select and resolute fellows from the guard of the Pangerang of Madura toward Cadirie to follow Singosarie closely on his trail and see to mastering him alive or dead, come what may; and also toward the side of the Djipang and Blora regions an equal number of Madurese shall be detached for the extermination of the marauder Wieladikta, who has now for some consecutive years made the River Solo very unsafe and kept it unnavigable, so that I assume that both of them will also soon have played out their role. Meanwhile I, who on the 2nd of this month returned safely here from the eastern corner, consider Sultan
Dutch transcription
235 Van Javas oost Cust den 9„e Aug„o 1755. Van Javas oost Cust den 9:' aug„s 1755. — Batavia Aan den Hoog Edelen, Hoog Agtbaeren gestr: en adijdgebiedenden Heere, zijn Excellentie Jacob Mossel Generaal over de Jnfanterie ten diente van den staat der vereenigde Nederlanden mitsg„s wegens deselve ende g'octroijeerde oost Indische Compe: Gouverneur generaal ende wel Edele Heeren Raden van Ne„ derlands Jndia W. H: &:a i Hoog Edelen, Hoog Agtbaeren, gestr:, wijdgebiedenden Heere, en wel Edele Heeren. Na dat den Major Steenmulder, gelijk de eer heb gehad bij mijn Jongste letteren van den 16. der voorleedene maand Julij uw Hoog Edelens in alle eerbied te notificeeren, den rebel soeria Coesoema den indrang in het Padjangsche belet heeft gehad, is denzelven den 13. der voorsz: maand met hem aan de oostkant van de berg Majusta weder helder aan den dans geweest en heeft dien schurk de vlugt doen neemen, met verlies van 17 dooden en rijkelijk gequesten zonder dat 'er een eenig man aan onse kant gequetst of gebleeven is als Eenlijk 4 paarden niet tegenstaande de dragonders in't najagen genoegsaam met zijn volk zijn hand gemeen geweest. Hier op of na dese actie, en dat ook alvorens nog eens bij sareene in schermutseling was geweest met een detachement van Soura„ carta en 's keijsers Capilles, en daar in bekomen had eenige dooden en gequetsten, is ged„e swerver met geforcheerde marchen doorgebroken over toenam, gagatam en tinker na 't Da„ „makse en heeft aldaar eenige Negorijen met een Rof in de assche gelegd, ook den 26„n laastl: van het detachement Jnfanterie, het welk op het ontfange narigt zijner af„ „zacking derwaarts tot dekking dier districten van Samarang is afgesonden geworden, onder Commando van den Capitain Marquet, zo gemassacreert als in de revier doen verdrinken 30. koppen daar onder dien officier zelfs, aan wiens subite en onvoorsigtige retraite dit verlies en fatale geval wel principaal is toe te schrijven, door dien hij als hals over kop in de vaartuijgen, welke daar toe al gereet lagen, gesprongen en dus door den vijand sterk 900. â 1000. koppen omCingeld geworden is, dewelke zo haest de lugt kreeg dat den major Steenmulder en sulthan, tegenwoordig t'samen geconjungeert, agter hem waeren spoor streeks zijnt pad heeft gezet door gro„ „bogangs en warong na Seselo, werwaarts met de Cavallerije van beijde Legers. „ 50. In„ „teristen en 3. Compagnien Jnlanders met geweld wort nagezet, hebbende ged„e major de overige Jnfanterie van zijn Leger op Cartasana in het padjangse doen postvatten tot decking, en den Hier sulthan 2 L . 237 Van Javas oost Cust den 9. aug„s 1755. — Van Javas oost Cust den 9:' aug„s 1755. — sulthan in't Mantjanagarazeke bij zijn apbrta„ „ke op Tapellan bij Toelong agtergelaten den Capitain voltz: met alle de infanteristen in 382. Jn„ „landers buijten de regenten, die dat zegertje met levensmiddelen, welke daar schaars zijn„ moeten adsisteren, terwijl ook na 't zuijden of patjitan, werwaarts men gedagt had dat den vijand, toen hij bij Majusta geslagen was, de extracte soude genomen hebben uijt Pranaraga en Madion is op gerukt, een gedeelte der Madureese troupes om hem des te meer in't nauw te brengen, en alle passagien af te snijden. Denkelijk is het hoog Edele groot Agtb„re Heeren dat Soeria Coesoema dus rondswervende en sou„ „der ophouden vervolgt wordende werwaarts zig keert of wend dagelijx van zijn aanhang verliesen sal, hebbende thans geen prins, buijten zijn broeder Timor, dewelke niet geteld mag worden, meer bij hem, want pangerang Rongo heeft zig alreede met de radeens Marta soema en Soera Caija geweesene regent van Brebes in de Mattarm onderworpen en Boeminata bevind zig hier met zijne vrouwen en drie soons, die 'er redelijk wel uijtsien; en met een Jaar of vier, indien hun vader zig niet had gesubmitteert, den hoop der malcontente„ princen zekerlijk alweder souden vermeerdert en de Comp: veel speels verwekt hebben, en naardien geen der vorsten zeer op de persoon van voorm: Boeminata schijnd gesteld te wesen, vermits den sulthan zeer flaantjes versoekt om denselven bij hem te hebben of dat hij aan den soesoe„ hoenang mag overgelevert worden, edog geen„ sints gesteld in eenig afgelege regentschap, om hem in't oog te houden en zijn trots of grootmoedig hart te doen verneederen, en den soesoehoenang die daar mede genoegsaam over een stemt smeekt dat hij in zijn voorig Caracter van pangerang de pattij niet mag hersteld nog hem ook eenig land toege„ „voegd. worden, alsoo voor zijne fuge niet wilde instaan, so neem ik de vrijheijt uw Hoog Edelens in Consideratie te geven of het nilt best waere om dien prins met zijne familie na elders van dese Coust te relegeeren. Sullende onder opsigt van den koopman Breton ook weder eerstdaags ruijm 200: van de beste uijtgesogtste en geresolveerste kerels uijt de guarde van den pangerang van Madura uijt trekken na Cadirie om singosarie op het voetspoor te volgen en levend of dood zien meester te worden het ga ook hoe het wil; en mede na de kant van het Djipangse en Blorase werden gedetacheert een gelijk getal madureesen ter uijtroeijing van den strooper Wieladikta, dewelke nu eenige Jaren agter den anderen de rivier solo zeer onveij„ lig gemaakt en onbevaerbaar gehouden heeft, des ik stel dat die beijde haar rol mede haast sullen hebben uijtgespeelt. Ondertussen agte ik, die den 2. dezer behouden alhier uijt den oosthoek geretourneerd sulthan
English
From Java's East Coast the 9th of August 1755. From Java's East Coast the 9th of August 1755. It is my bounden duty to inform Your High Noblenesses that, while I was present on Madura, where as appears from the daily register I was received with great distinction by the pangerang on the 19th ultimo, there arrived under escorting letters from the Banjarmassing Resident Bernard de Linteld the two sisters of that prince, by name Radeen Aijoe Roeman and Radeen Hijoe Demis, the former having been married to the sultan and the latter to the pangerang wieranata, by whom she has borne a son, who appeared by estimate to be about seven years old and looked very well. The said prince, who expresses his utmost gratitude to Your High Noblenesses for the grace shown to him with the election of his eldest son as regent of Sidaijoe, has of his own accord, in order to prevent much dragging to and fro between and to Sourabaija, offered to maintain the garrison at Bancallang henceforth with rice and oil out of his private purse, which the regent of Sumanap has likewise accepted with respect to the garrison there. In view of the aforementioned pangerang of Madura, I cannot fail to report to Your High Noblenesses in his praise that he applies himself particularly to agriculture, far above his ancestors, for once while riding a tour with him I was astonished at the fertility and extent of the rice fields which we passed and which were laid out by him, having even caused a forest of nearly three hours long to be cleared and appropriated for sowing fields, and also caused rivers to be dug which have their communication with the springs from the mountains and can always be stopped up for the irrigation of the rice fields, which are thus beginning to increase in such abundance that Madura soon will be able to feed not only itself but also another country of equal extent, contrary to the traditions of former times, which would claim the opposite. Regarding the bad and culpable conduct of the second regent of Grissee Tommangong Poespanagara, on which account I had already made mention in two of my interior letters of the 1st and the last of June ultimo, I take the liberty to present alongside this to Your High Noblenesses three statements obtained to his charge, which if it please them will not only show that he has corresponded with the rebellious gang of Cadirie or properly with the pangerang Girie, but also that the Madurese prince considers him a harmful subject in the eastern corner and judges it better for the prevention of other misfortunes that he be removed from there; and since I perceive not the least difficulty in his dismissal as he is loved by no one anyway, indeed judge it necessary, I request to be furnished in this regard with Your High Noblenesses' revered orders, while in his place I nominate to Your Noblenesses his brother's son Tommongong Soero Dicromo. On this occasion I finally find myself for conscience' sake still necessitated and pressed to bring before Your High Noblenesses' eyes how the coastal regencies, which I have now inspected and viewed from Damak up to Java's or the outer corner, are equally impoverished everywhere, indeed have no semblance nor glimmer left of their former prosperity and wealth, both in clothing and external ornaments, of which if one wishes to examine the origin, I should have to say, subject to wiser correction, that this may on the one hand be attributed to the troubles which under God's blessing may be assumed will soon have ceased, because the enemy according to external circumstances certainly must become smaller and smaller, and presumably will do no more damage to the coasts, but on the other hand and indeed principally to the fact that too much has been demanded of the regents; for Sourabaija, that precious and dear district, has after all since the year 1746 had its delivery requirement raised from 500 to 1000 coijangs, whereas previously it was customary from a district that could produce 12 to 1400 coijangs to purchase no more than 5 or at most 600 lasts, and that not even at such a low price as is currently paid for it; and therefore, for the relief of the oppressed community and the encouragement of the complaining husbandman, I have authorized the ministers in the eastern corner to pay at most 20 rixdollars for the 500 lasts of rice which I had qualified them to purchase at 15 rixdollars per last, the more so because Paccalongang and the lands around there have once again been visited by Heaven with the withering of their sowing fields, presupposing that the said ministers will also proceed in that regard according to oath and duty and seek to be vigilant. It having also come to my ears indirectly that if the regents should perhaps come up to Batavia this year, most of them would have to undertake the journey with ordinary small craft, indeed some even with pramaijangs, because through inability they have thus successively sold their large vessels and pantjallings. The pangerang of Madura, who is still the wealthiest above all princes, has himself indicated to me not obscurely that those journeys of the regents, among whom at best only that of Tagal Raxanagara is, which price 3000 rixdollars [illegible].
Dutch transcription
239 Van Javas oost Cust den 9. aug„s 1755. — Van Javas oost Cust den 9 aug„s 1755. — ben, het van mijn schuldige pligt uw Hoog Edelhedens te moeten bedeelen dat, terwijl ik op Madura, alwaar blijkens dag-register den 19:e passato met veel distinctie door den pangerang ontfangen hebben, praesent was, aldaar onder gelijde Letteren van den Banjermas„ „sings Resident Bernard de Linteld zijn komen te arriveeren de twee susters van dien prins, in name Radeen Aijoe Roeman en radeen Hijoe Demis zijnde getrouwd geweest de Eerste met den sulthan en de laaste met den pangerang wieranata bij dewelke zij een soon heeft verwekt, de na Gissing een Jaar of zeven oud scheen en 'er heel wel uijtzag: Ged„te prins, die uw Hoog Edelens voor de hem bewese gratie met de verkiesing van zijn oudste zoon tot regent van Sidaijoe zijn uijterste verpligting betuijgt, heeft uijt eijge motif ter voorkoming van veel gesleep over en weder van en na Sourabaija g'offereert om de besetting tot Bancallang voortaan met rijst en olij uijt zijn prive beurse te onderhouden, het geen den regent van Sumanap in opsigte van de besetting aldaar mede heeft g'accepteerd. Ten adspecte van meerm: pangerang van Madura kan ik niet voor bij uw Hoog Edelens tot zijn loff te melden dat denselven zig verre boven zijne voor ouders bijsonder op den Landbouw toelegd, want eens een tour met hem rijdende stond ik verwondert over de vrugtbaarheijt en uijtgestrektheijd der rijstvelden, die men passeerde en door hem waren aangelegt, hebbende zelfs een bos van bij na drie uuren lang laten uijtroeijen en tot zaaijvelden g'approprieert, ook revieren laten graven die hare Communicatie hebben met de bronnen uijt het gebergte en altoos kunnen werden opgestopt tot besproeijing der rijstvelden, welke alzo in meenigte beginnen te accres„ „seeren dat Madura niet alleen zig zelfs maar ook nog een land van gelijke uijtgestrektheijd haast zal spijsigen kunnen, Contrarie de traditien van voorige tijden, die het tegendeel willen beweiren. Nopens het slegt en culpabel gedrag van den tweeden regent van Grissee Tom„ „mangong Poespanagara, weswegen al bij twee mijner interieure brieven van Primo en ult„o Junij passato heb mentie gemaakt gehad, neem ik de vrijheijd uw Hoog Edelens hier bezeijden aan te bieden, drie ten zijne laste ingewonne verklaringen, die deselve des behagende niet alleen zullen doen zien dat hij heeft gecorrespondeert met het rebellig rot van Cadirie of eijgentlijk met den pangerang Girie, maar ook dat den Madurees prins den„ „selven Considereert voor een schadelijk subject in den oosthoek en oordeelt tot voorkoming van andere onheijlen beter tewesen dat hij van daar verplaatst wierd, en aangesien ik in zijne dimotie als dog bij niemand bemind zijnde geen de alderminste swarigheijd stel, Ja nood„ „sakelijk oordeel, Ja zo versoek hier omtrent hebbende met Elx 2 241 Van Javas oost Cust den 9„e aug„s 1755. Van Javas oost Cust den 9:' aug„s 1755. met uw Hoog Edelens gevenereerde ordre te mogen worden gemunieert, terwijl in desselfs plaats aan uw Edelens voordrag zijns broeders zoon Tommongong Soero Dicromo. te deser occasie vinde ik mij eijndelijk consientie wegen nog genecessiteert en geprangt om uw Hoog Edelens voor oogen te brengen hoe dat de strand regentschappen, die ik nu van Damak af tot Javas„ of uijthoek toe bezigtigt en in oogenschijn genomen heb, alomme even armoedig zijn, Ja geen schijn nog glimp meer hebben van haar voorige bloeij en rijkdom, zo in kledig als uijterlijke Cieradien, waar van soo men de oorspronk wil ondersoeken soude ik sonder wijser Correctie moeten zeggen dat zulx eensdeels wel aan de trou„ „belen, die men onder Godes zeegen veronder„ „stellen mag, dat haast sullen wesen gecesseert, door dien den vijand volgens de uijterlijke om„ „standigheeden zekerlijk hoe langs hoe kleijnder worden moet, en denkelijk de stranden geen afbreuk meer doen sal, mag worden g'attribu„ „eert, dog anderendeels en wel principaal aan dat men de regenten te veel heeft gevergt, want Sourabaija, dat kostelijke Ja dierbare district is immers zedert den Jare 1746. in sijn eijst Leve„ „rantie van 500. tot 1000. Coijangs verhoogt, daar men nogthans voor heen gewoon was uijt een district dat 12. â 1400. Coijangs konde uijtleveren, niet meer in te koopen als 5. of uijterlijke 600. Lasten, en dat dan nog niet tegens sulk een geringen prijs als thans daar voor word betaald, en daarom heb ik ter gemoed=koming der bedrukte gemeente en tot aanmoediging van den klagenden Landman, de minis„ „ters in den oosthoek g'authoriseert om voor de 500. Lasten rijst, die ik hen tegens 15. rijxd„s 't last had gequalificeert in te koopen, uijterlijk 20. rijxd„s te betaalen, te meer om dat Paccalongang en de landen daar omstreeks alweder van den Hemel besogt zijn met de verdorring haerer zaeijvelden, stellende dat ged:e ministers daar omtrent ook na eed en pligt zullen te werk gaan en soeken te vigileeren. Zijnde mij ook zijdelings ter ooren gekomen dat de regenten, indien zij dit Jaar Somwijlen eens na Batavia mogten opkomen dat de meeste derselve met gemeene kleene vaar„ „tuijgen Ja selfs sommige met pramaijangs de reijs souden moeten onderneemen, door dien zij uijt onvermogen hunne groote vaartuijgen en pantjallings al so successive hebben verkogt: Den pangerang van Madura die nu nog al boven vorsten boven al de gespekste is, heeft mij selfs niet onduijster tekennen gegeven dat die optogten de regenten, waar onder op zijn best Eenlijk die van Tagal Raxanagara is, welke prijs 3000. rixd:s Heee Savdes Oostkeest
English
From Java's East Coast, the 9th of August 1755. From Java's East Coast, the first of June 1755. can be said to possess 3000 rijxd:s, mainly reduced to a bare framework, and that they consequently strongly object to doing so annually, though they would gladly undertake it following the example of Cheribon, upon the election of a new Governor-General, which would still be endurable for them. At this very moment I am informed by Major Steenmulder that the aforementioned Soeria Coesoema is back at Taman, but Your Right Excellencies will be able to deduce what cruel and unprecedented marches that scoundrel has made; yet seeing that the aforesaid Major and the Sultan, upon whose consciences I have again impressed today to grant him no breathing space but to pursue him incessantly with force, are in his vicinity, I presume that this bird of prey, who no longer dares to face 400 Company servants, will quickly run into the net of his own accord and meet his demise, which God grant! Wherewith I have the honor to sign myself with deep reverence in all loyalty and submission, below stood: Your Right Excellencies' entirely obedient, most humble, and faithfully bound servant, was signed: N:s Hartingh in the margin: Samarang, the 9th of August, Anno 1755. The conference held at Solo between the prime ministers of both rulers in the presence of Major Steenmulder and the Residents Abrahams and Donkel, of which I had the honor to make mention in my respectful letter of the 16th of the past month of May, has now concluded, and it was determined therein to undertake the march on the fourth or fifth of the coming new moon; the Sultan via Jagaraga toward Madion, and Major Steenmulder with Raden Adipati Pringgalaya, to whom the Susuhunan has already surrendered his great parring for that purpose and will also dispatch another three to four hundred of his best warrior folk, Right Honorable, Rigorous, Most Respectable Lord, and Honorable Lords! Batavia. To His Excellency the Right Honorable, Rigorous, Most Respectable Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and the Chartered East India Company, Governor-General, and the Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. From Java's East Coast, the first of June 1755. From Java's East Coast, the first of June 1755. via Saro and Cadoean toward Pranaraga, in order thus to enclose, as it were, and hem in the rover Mas Said in two columns, I deem it my bounden duty to give Your Right Excellencies notice thereof by this means; and although that cunning fox during the advance of our troops will surely, according to his custom, seek to hide himself in the mountains, where the infantry can follow him with difficulty, his downfall will nevertheless be pursued with all rigor, chasing him into his hiding places and caves with the cavalry, which, from the Sultan's, Susuhunan's, and our side, making up a fine number of horses, must indeed contribute the most to get that bird into the trap, as he will be abandoned immediately at the first clash of arms by the people of Pranaraga and Madion, who at present, nolens volens, must still be subject to him, as they have made known to me, since they long greatly for the arrival of the Company to be delivered from his tyranny; so that little resistance will be found on that side when our troops are set in motion, which will nevertheless be delayed by a day or so beyond what was alleged herebefore, because the Sultan only departed the day before yesterday with his court followers from Gantie for Mataram in order to convoy his wives thither, designate their living quarters in the palace erected there, and also make offerings at the grave of his father, and after a couple of days' stay to return directly; I must also somewhat postpone my journey to the Eastern Salient, even though I am otherwise so urgently required there, because I did not wish to depart from here before the armies had effectively begun to march and broken camp, so that, traveling along the coast, I might all the better dispatch the necessary orders along the way. In the Kediri region, whither the Madurese, forming the third column, are advancing, as I had the honor to report to Your Right Excellencies in the above-cited missive, and where Resident Breton has also departed to examine how matters stand there, the brave Astrapati has been killed by Singasari, which strengthens and confirms me even more in my opinion that there must be a scoundrel in the Eastern Salient who betrays us and corresponds with the enemy, for which I suspect the young Regent of Grissee, who has already been noted as a bad subject by the former Commanders here, Ter Smitten and Crul, so that their bequeathed memoirs bear witness thereof, and he is, moreover, also known to the gentlemen Van Hohendorff and De Klerk.
Dutch transcription
243 Van Javas oost Cust den 9:e aug„s 1755. — Van Iavas oost Cust primo Junij 1755. 3000: rijxd:s gezegd mag worden in bezit te hebben, wel het meeste in 't geraamte setteden, en dat zij derhalven 'er veel tegen hebben om die Jaarlijx te doen dog dat sij deselve gaerne na het Exempel van Cheribon wilden onderneemen, bij de ver„ „kiesing van een nieuwe Gouverneur Generaal, het geen dan ook voor hen nog uijt te houden was. zo momentlijk word ik door den Majoor steenmulder g'informeert dat boven gem: soeria Coesoema weder op Taman is, maar uijt uw hoog Edelens sullen kunnen afleijden wat cruelle en ongehoorde marschen dien schurk gedaan heeft, dog gemerkt voorsz: major en den sulthan, die ik het heden weder wat op hun consien„ „tie heb gelegd om denselven geen tijd tot ademhaling te geven maar onophoudelijk met geweld te ver„ „volgen, in zijne nabijheijd zijn, stel ik dat dien roof vogel, welke geen 400. Comp„s Dienaeren meer staan durft, van selfs schielijk in't net en zig doot sal loopen, 't welk God geeve! - Waar mede de eer heb mij met diepe reverentie in alle trouw en onderdanigheijt te teekenen /:onderstond:/ uw Hoog Edelens gantsch gehoorzaeme zeer onderdanigen en Trouw schul„ digen Dienaar /:was getekent:/ N„s Hartingh /:inmargnis:/ Samarang den 9:e Augustus A„o 1755. — De gehoudene conferentie op solo tussen de rijksbestierders van beijde de vorsten ten overstaan van den majoor Steenmulder ende Residenten Abrahams en Donkel, waar van de Eer heb gehad mentie te maken bij mijn Eer„ „biedig schrijvens van den 16. der voorleedene maand Meij, thans afgeloopen en daar in vastgesteld zijnde om de marsch: den vierden of vijffden van het aanstaande nieuwe ligt te ondernemen, den sulthan over Jagaraga na Madion, en den majoor steenmulder met den radeen Adi„ pattij Pemgalaija /: welken den soesoe „hoenang reets daar toe zijn groote Hoog Edelen, Gestrengen; groot Agtbaaren Heere, en wel Edele Heeren! Batavia Aan zijn Excellentie den Hoog Edelen, Gestrengen, Groot Agtb: Heere Jacob Mossel Generaal over de Jnfanterie ten dienste van den staat der vereenigde Nederlanden, mitsg„s wegens deselve en d' g'octroijeerde oost Jndische Compagnie, Gouverneur Gene„ „raal en de wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India. parring R Javas 245 Van Javas oost Cust Primo Junij 1755. Van Javas oost Cust Primo Junij 1755. — heeft overgegeven en ook af zal steeken nog een drie â vier hondert van desselfs beste krijgs volkeren :/ over Saro en Cadoean na Pranaraga om dus den swerver Maas Said in twee colommen als in te sluijten en in 't nauw te brengen, so agt ik het van mijn schuldige gehoudenisse uw Hoog Edelens daar van mits desen kennis te moeten geeven, en of schoon dien losen vos bij den opmarsch onsen troupes zekerlijk na onder ge„ woonte hem in't gebergte sal soeken te verbergen, waar in de infanterie denselven beswaerlijk volgen kan, zal men nogthans zijn ondergang met alle regeur tragten te bewerken en hem in zijne schuijlhoeken en spelonken nazetten met de cavallerie, welke, van sulthans en soesoehoenangs ook onze zijde al een fraaij getafl paarden uijtmakende, dog wel het meeste sal moeten contribueeren om dien vogel in de knip te krijgen, sullende op het eerste abovd van wapenen door de pranaragers en Madionders die hem thans nolens volens nog moeten onder„ „danig zijn, zo als zij mij hebben te kennen gegeven, terstond worden verlaten, aangezien die zeer verlangen na de komst van d' Comp:e om van zijn dwingelandij verlost te raken, so dat men aan die kant weijnig tegenstand sal vinden als onse troupes in beweeging koomen, waarmede het nogthans wel een dag of wat later sal aanlopen als hier vooren staat g'allegu„ „eert, vermits den sulthan eergisteren eenlijk met zijn dalmsche volkeren van Gantie na de Mattarin is vertrocken om derwaarts zijne vrouwen te convoijeeren en woonplaats aan te wijsen in de aldaar opgeslage dalm, ook offerhande te doen aan het graf van zijn vader en na een paar daag toevens ten eersten weder te rug te keeren; sullende ook daar na mijn rijs na den oost hoek of schoon anders nog zo zeer aldaar gerequireert worde, een weijnige moeten op„ geschort laten, om dat niet gaarne van hier vertrecken wilde voor dat men effectif aan't marcheeren en met de legers opgebroken was, om dus langs den strand des te beter al gaande weg de nodige ordres te kunnen expedieeren In het Cadirische, werwaards de Madureesen, formerende de derde Colom, al so als de eer heb gehad uw Hoog Edelens bij boven geciteerde missive te melden, in optogt zijn en den resident Breton ook vertrocken is om te exami„ „neeren hoe de saaken daar geschaapen zijn, is door Singasarie afgemaakt den braven Astropattij, het geen mij in mijne opinie nog meer doet sterken en vast stellen, dat 'er een schurk in den oosthoek wesen moet die ons selfs verraad, en met den vijand correspondeert. en waar voor bij mij verdagt word gehouden den Jongen regent van Grissee, die al als een slegt subject is aangemerkt geworden bij de geweese Command=trs alhier Ter smitten en Crul invoegen hen lieder nagelaten me„ „morien daar van getuijgen zijn, en hij buijten des ook bekent is bij de Heeren van ho„ hendorff en de klerk. Mattarin d kunnende e G
English
From Java's East Coast, Primo Junij 1755. Furthermore, I cannot omit to notify Your High Nobilities in all reverence that, as it had come to my ears indirectly that the head of Sourabaija, the Senior Merchant Christiaan Benjamin Rhener, after languishing for a long time, was in very poor condition and beyond all appearance of recovery, I took the precaution by secret missive to provisionally confer the authority there upon the Resident of Grissee, Hendrik Breton, in the event of death, and nevertheless also to leave that trading post to his responsibility in order to prevent all confusion and alienation in such a case, and also not to cut the thread of the correspondence hitherto maintained by the aforementioned Rhener and him with the Pangeran of Madura concerning matters of war; and whereas just now, by a private note sent post-haste, I was informed by the said Breton that Rhener departed this life on the 24th last, and at the same time transmitted the request annexed hereto to be allowed to succeed him, I take the liberty to recommend him to Your High Nobilities' precious favor as a man known there, with the request to be pleased to confirm him in that authority, the more so because the Madurese Prince and the regents of Sourabaija have also made application to me for this purpose. Meanwhile, I am most highly obliged to Your High Nobilities for the sent commissions of the Regents of Sidaijoe and Banjoemaat, as well as for the two trumpeters for the Sultan, whom I, after having first dressed them in clothes and exchanged the one who is disabled for another from the government, shall send up to His Highness, and profess myself meanwhile with the greatest veneration: High Noble, Severe, and Mighty Lord and Right Honorable Lords, Your High Nobilities' entirely obedient, very humble, and dutiful servant, was signed, Ns Hartingh. In the margin: Samarang, Primo Junij 1755. From Java's East Coast, the 16th of August 1755. Batavia. To His Excellency, the High Noble, Severe, and Mighty Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and the Chartered East India Company, Governor-General, and the Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. High Noble, Severe, and Mighty Lord, and Right Honorable Lords! With this I have the honor to bring to Your High Nobilities' knowledge with much reverence how Major Steenmulder, on the 9th of this month, getting wind of the design of the wanderer Soeria Coesoema to march along Mount Marapie via Combon-arren to the Caddoe, not only forestalled him in this by his rapid and unexpected advance and cut off his passage near the pasar Glodogan, whereby he was forced to retreat via Calicoening, Bridjo, and Massern, but also pursued him so long that finally, seeing no further way out, around four o'clock in the afternoon he posted himself behind Modja in an advantageous position, undoubtedly to risk a desperate action; whereupon the said officer, solely with two companies of dragoons—as the infantry was nearly three hours behind because they could not follow so rapidly—vigorously attacked him and again battered him in such a manner that, with the loss of many men, horses, and firearms, he had to decamp and take flight toward the Larose, whither he is presently being pursued with force solely by the cavalry of both armies, both of Major Steenmulder and of the Sultan, only one man having been wounded on our side in that action. I shall proceed on the 23rd next to Salatiga to be in the center and, upon his frequent friendly insistence made for that purpose, to hold a meeting and verbal conference there with the Sultan, provided however that this causes no hindrance in the pursuit of the aforementioned Soeria Coesoema, at which time I shall also simultaneously... God grant that this expedition may be successful and yield such a desired outcome as my high hopes regarding it, since His said Highness seems to be in dead earnest, who was somewhat moved upon the showing of a cap which had been captured from Said's followers and was inscribed with the name of Radja Hattarm.
Dutch transcription
247 Van Javas oost Cust Primo Junij 1755. Van Iavas oost Cust Primo Junij 1755. — kunnende ik wijders ook niet voor bij uw Hoog Edelens in alle eerbied te notificeeren, dat ik, vermits mij van ter zijden was ter ooren gekomen dat het sourabaijs opperhoofd den opperkoopman Christiaan Benjamin Rhener na een tijd lang sukkelens seer slegt gestelt en buijten apparentie van opkomst was, dese praecautie genomen heb om bij secreete missive den Grissees Resident Hendrik Breton in cas van overlijden het gesag aldaar bij provitie op te dragen, en des niet te min ten zijnen verantwoording ook nog te laten dat Comptoir om alle verwarringen en verwijderingen in so een geval voortekomen, en ook niet af te„ „suijden den draad van de tot nog toe door voorsz: Rhener en hem met den Pange„ „rang van Madura gehoude correspondentie over de zaken van oorlog, en dewijl mij nu, so eeven door ged:e Breton bij een particulier briefje cito word bedeeldt dat Rhener den 24. ' Jongstleden het tijdelijke heeft afgelegt en teffens daar bij overgesonden het desen annexeerd request om den selven te mogen succedeeren, so neeme ik de vrijheijd hem in uw Hoog Edelens dierbare gunste als een man daar bekent zijnde te recom„ „mandeeren, met versoek om denselven in dat gezag te willen confirmeeren, te meer om dat den madurees prins ende regenten van Sourabaija ook daarom meede bij mij hebben sollicitatie gedaan. Ondertussen ben ik uw Hoog Edelens ten hoogsten verpligt voor de toegesondene actens der Regenten van Sidaijoe en Banjoemaat, ook voor de twee trompetters voor den sulthan, die ik na al voorens in de kleeren gestooken en den eenen, die impotent is; tegens een ander van't gouvernement verruijlt te hebben tot zijn Hoogheijd sal opsenden, en mij in„ „middens met de meeste veneratie te kennen /:onderstond:/ Hoog Edelen, gestrengen, groot Agtbaren Heere en wel Edele Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelens gansch gehoorsamen, seer onderdanigen en Trouwschuldigen Dienaar /:was getekent:/ N„s Hartingh /:in margine:/ Samarang P„mo Junij 1755. — der Javas e H 249 Van Javas oost Cust den 16. Aug„s 1755. Van Iavas oost Cust den 16. Aug„s 1755. — Batavia Aan zijn Excellentie, Den Hoog Edelen, gestrengen, groot Agtbaaren Heere Jacob Mossel Generaal over d' Infanterie ten dienste van den staat der vereenigde Nederlanden, mitsg„s wegens deselve en d' geoctroijeerde oost Jndische Compagnie, gouverneur Generaal, en de wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia &: &: &:a Hoog Edelen, gestrengen, groot Achtbaaren Heere, en Wel Edele Heeren! Met desen heb ik de eer uw Hoog Edelens met veel Eerbied ter kennisse te brengen, hoe dat den Majoor steenmulders den 9:e deser de lugt krijgende van het desseijn van den swerver Soeria Coesoema, om langs de borg Marapie over Combon-arren, na de Caddoe te marcheeren, denselven daar in door zijn schielijke en onverwag„ „te opmarsch, niet alleen is voorgekomen en bij de passer Glodogan de pas heeft afgesneeden, waar door genoodsaakt was over Calicoening Bridjo en Massern te rug te trecken, maar ook so lang vervolgt dat eijndelijk „ heen komen meer ziende, zig des nade middags, circa, vier Sullende ik den 23:e naast komende mij eens begeeven na Salatiga om in 't Centrum te weesen en met den sulthan op zijn daar toe gedaane dikmaalige vrindelijke instantie aldaar een samenkomst en mond gesprek te houden, mits dat sulx egter geene ver„ „hindering gegeve in de vervolging van Soeria Coesoema voorm:, wanneer ik ook te gelijk uur agter Modja posteerde op een voordeelige plaats, om ongetwijffelt een desperate actie te wagen, waar op ged„e officier hem eenlijk met twee Compagnie dragonders, alsoo de Jnfanterie bij de drie uur veragter uijt was, door dien so schielijk niet volgen konde, figoureuslijk heeft geattacqueert, en weder dusdanig gehavent, dat hij met ver„ „lies van veel volk, paarden, en geweiren heeft moeten decampeeren, en de axetraite neemen na het Larose, werwaarts alleen met de cavallerie van beijde de Legers, so van den majoor steenmulder, als den sulthan, tegenwoordig niet force word nagezekt, zijnde, van onse kant, in die actie eenlijk een man gequetst. God geeve, dat deese expeditie van succes en sulken gewenschten uijtslag zij, als mijne ge„ „dagten daar omtrent groot zijn, vermits het regt ernst met ged:e zijn Hoogheijd scheijnt te worden, welke eenige aandoening kreeg op de vertooning van een mutsz, die van saids capilles buijt gemaakt, en beschreeven was, met de naam van Radja Hattarm. uur d
English
From Java's East Coast, the 16th of August 1755. From Java's East Coast, the 9th of September 1755. will, at his request, also take along the elephant destined for His Highness, and the ruler will likewise, as he has written to me, bring along his brother Pangerang Pourbaija, alias Rongo. Furthermore, I have the honor to submit to Your High Excellencies the request of the Pangerang of Madura, that through your benignity there may be sent back to him from Ceylon the child of his youngest brother Satra, named Lamis, along with Lambadat Wansengrana and Poespa Troena, while at the same time I find myself obliged to submit herewith, as translated, a short letter from the Ratoe Anom of Banjermassing to the said prince, in which the same makes known his intention to wage war on Radja Banjar with the prior knowledge of the Company. Declaring for the rest, with the highest esteem, to remain in all fidelity and obedience, was signed below: Your High Excellencies' entirely obedient, most humble and faithfully bound servant, was signed: N:s Hartingh. In the margin: Samarang, the 16th of August 1755. To the High Noble, Highly Esteemed, Severe and Widely-Ruling Lord, His Excellency Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as Governor-General on behalf of the same and the General Chartered East India Company, and the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies at Batavia. High Noble, Highly Esteemed, Severe, Widely-Ruling Lord and Noble Lords! In order dutifully to inform Your High Excellencies of the outcome of the combined advance of Major Steenmulder and the Sultan, I have the honor to report herewith with all respect that on the 13th of the past month they were again engaged in action with Soeria Coesoema at Aribojo, putting him to flight with the loss of many dead, and pursued him with the cavalry for several consecutive days, first to Beter and Laro, and taking flight from there to the southern mountains, subsequently also via Boerang and Cassine to Waalloe between the thousand mountains, toward Boengangang, Senang and Tjendie, without it having been possible to bring that rebel to a stand. East of the Masseren, he continually fled before our men, leaving behind abundant people and horses that were found dead along the way, item one of his state pikes and a brass drum that he had captured from us in the battle of Bridjo anno passato. He is currently situated in the southern mountains with a small number of men, which in all is estimated at 400 to 500 heads. And while, on account of this pursuit, so that nothing might be neglected in furthering Soeria Coesoema's downfall, I had to postpone my journey to Salatiga three days longer than I had the honor to note in the letter of the 16th ultimo, I then, at the repeated request of the Sultan, first undertook the same on the 26th following, and arrived there safely the next day a few hours before His Highness. When I welcomed him before the lodge, he requested that, because he was far too fatigued from the march, he might take his rest for that day until the morrow, when I, lodging in the garden, persuaded him to come and pay his respects to me inside the fort—which, however, took much effort in the beginning because it is contrary to the ancient custom of the rulers—which he did at nine o'clock. In the conference, which lasted until eleven o'clock, he then presented to me the reasons that had moved him to invite me so earnestly to this meeting, namely that he had sworn fidelity and promised to the Company under solemn oath to help suppress the aforesaid Soeria Coesoema with all rigor, and accordingly, in fulfillment thereof, had employed all his resources to that end, without it being possible, however, to master him as yet, notwithstanding that his power is otherwise already so weakened and diminished that he will not recover for several months, nor undertake any hostile attempts; and that His Highness, being very inclined toward peace, for that reason gladly wished to establish himself in the Mattarin, in order thereby to give the well-intentioned, who until now have been kept away by the continuous movements and incursions of the enemies back and forth and placed in hesitation as to whom they should choose as their head and thus adhere to, the opportunity to submit to him and accept His Majesty's protection; while in the meantime he would have his realm's administrator, Raden Adipati Danoeredja cum suis, march with the main force combined with ours to exterminate the rovers, and he would then keep with him only his court retinue and bodyguard, in order to march out with them at the slightest rupture and secure that region.
Dutch transcription
251 Van Iavas oost Cust den 16. Aug„o 1755. — Van Javas oost Cust den 9:e September 1755. op desselfs versoek meede neemen sal de voor zijn Hoogheijd gedestineerde olijphant en den vorst insgelijks so hij mij geschreeven heeft meede brengen zijn broeder den pangerang Pour„ baija /:alias :/ Rongo Voorts heb de Eer aan uw Hoog Edelens voor te dragen het versoek van den pangerang van Madura, dat hem door derselver benigniteijt van Ceijlon mag werden te rug gesonden het kind van sijn Jongste broeder Satra in naame Lamis met Lambadat wansengrana en Poespa Troena, terwijl ik mij ook teffens verpligt vinde hier bezijden over te leggen invoegen is getranslateert een briefje van de Ratoe Anom van Banjermassing aan gen: prins, waar bij denselven bekent maakt= zijn voorneemen om Radja Banjar met voorweeten van de Comp: te beoorlogen. Betuijgende voor 't overige met de meeste hoog agtingh in alle trouw en onderdanigheijt te verblijven /:onderstond:/ uw Hoog Edelens gansch gehoorsamen, zeer onderdanigen en Trouwschuldigen Dienaar /:was getekent:/ N:s Hartingh /:in marg:t/ Samarang den 16. aug„s 1755 Javas Om uw Hoog Edelens den uijtslag der gecon„ Jungeerde opmarsch van den major steenmul„ „der en den sulthan schuld pligtig te bedeelen heb Jk de eer hier bij in alle Eerbied ter neder te stellen dat zij den 13:e der voorledene maand met Soeria Coesoema op Aribojo weder in actie zijn geweest, denselven met verlies van veel dooden op de vlugt geslagen en hem verscheijde agter-een volgende dagen met de Cavallerie vervolgt hebben eerst tot beter en Laro en, van daar naar 't zuijder gebergte de vlugt neemende, vervol„ „gens ook over Boerang en Cassine naar Hoog Edelen Hoog Agtbaren gestrenge wijdgebiedenden Heere en wel Edele Heeren! Aan den Hoog Edelen Hoog Agtbaren gestr: en wijdgebiedende Heere, zijn Excellentie Jacob Mossel Generaal over de Jnfanterie ten dienste van den staat der vereenigde Nederlanden mitsg„s wegens deselve en de Generale g'octroijeerde oost Jndische Compagnie Gouverneur Generaal en de wel Edele Heeren Raden van Nederlands India Batavia waalloe H 253 Van Javas oost Cust den 9 september 1755. Van Javas oost Cust den 9. September 1755. — walloe tussen de duijssend bergen door, na Boengangang, Senang en Tjendie sonder, dat dien rebel tot stand te brengen is geweest, zijnde beoosten de Masseren altoos voor de onse heen gevlugt met agterlating van rijkelijk volk en paarden, die onderweegs zijn dood gevonden, item een zijner staats pieken en een kopere Trom, die hij in de slag van Bridjo anno passato van ons vermeestert had, zittende thans in't zuijder gebergte met een gering getal volks, het welk in allen begroot word op 4. â 500: koppen. En terwijl om dese vervolgings wille, op dat er niets ter bevordering van Soeria Coesoemas ondergang versuijmt zoude mogen „worden mijn rijs na Salatiga drie dagen Langer, als ik de eer heb gehad bij letteren van den 16. Jongtl: te noteeren, heb moeten uijtgesteld laten, heb ik deselve dan op het gerepetreert versoek van den sulthan, den 26. daar aan eerst ondernomen, en ben den vol„ genden dag behouden aldaar gearriveert eenige weijnige uuren voor zijn Hoogheijd, welke aan mij, hem voor de Logie verwelkomende, versogt omdat van de marsch al te zeer gefatigueert was voor die dag zijn rust te mogen neemen tot 's anderendaags, wanneer ik hem, in de thuijn logeerende, persua„ „deerde om binnen 't fort, waar toe in den beginne egter veel werks hadde, om dat het tegens de al oude gewoonte der vorsten strijdig is., sijn opwagting bij mij te komen maken, gelijk hij te negen uur deede, dragende toen in de conferentie, welke tot elf uur duur„ de, aan mij voor de reeden, die hem bewogen had om mij tot dese samenkomst so kragtig te inviteeren, namentlijk dat hij d' Comp: met duuren eede trouw geswooren en beloofd had om meerm:s Soeria Coesoema met alle rigeur te helpen onderbrengen, invoegen ook in aanmerking naarkoming dies, alle zijne vermogens daar toe had te werk gesteld, sonder dat men hem egter voor als nog heeft kunnen meester worden, niet tegenstaande zijne magt anders dusdanig al is verswakt en verklijnt dat hij in eenige maanden tot geen verhaal komen of ook eenige vijandelijke attentaten onderneemen sal, en dat zijn Hoogheijd seer genegen tot rust uijt dien hoofde gaarne wenschte hem in de Mattarin neer te zetten, om daar door de wel g' intentioneerdens, die tot hier toe door de Continueele bewegingen en traversatien, der vijanden over en weer, daar van sijn afgehouden en als in hasitatie gebragt, wie zij tot hun hoofd verkie„ „sen en dusdanig aankleven souden, occasie te geven om zig zig bij hem te onderwerpen en zijn Majesteijts bescherming aan te neemen; terwijl intussen desselfs rijks bestierder radeen adipattij Danoeredja (:C:S:) met de meeste magt geconjungeert met de onse marcheeren soude laten om de swervers uijt te roeijen en hij dan alleen bij zig houden zijn Hofstaet en lijfwagt om bij de minste rupture daar mede uijt te rukken en dien oirt gelijk tegens ol. do0
English
From Java's East Coast, the 9th of September 1755. From Java's East Coast, the 9th of September 1755. to cover against all invasions, if such might be agreed to with my approval, and since experience has already taught that one cannot turn and wind with a prince like this one in particular as one might wish, and necessity nevertheless sometimes comes to require it, partly on account of the respect owed to their persons and which does not permit prescribing laws or orders to them, and partly on account of the dilatory nature which is inherent and as if inborn to the Javanese more than to any other nation in coming to a decision, so, finding this concept beneficial to root out and destroy Soeria Coesoema all the more expeditiously under Heaven's favour, the more so because, as Major Steenmulder assumes with me, without His Highness's presence the armies will be able to march with less encumbrance and greater force, since they will then depend solely on his orders, and he, the officer, finding it necessary, can penetrate the mountains with the same and pursue the enemy whithersoever he takes his retreat, the Sultan agreed to this, subject to Your High Nobilities' wiser correction; the same expresses his humble gratitude for the gift of the elephant, with which he seemed extraordinarily well pleased when I handed it over to him, but on the other hand he was very distressed about the occurred case of his son the Pangerang Depattij, that he, as he informed me, although having been warned thereof already two days beforehand while His Highness was pursuing the enemy, absented himself from the Mattarm and went to the Caddoe under the pretext of wanting to go and gather his subject peoples there, and that instead of doing that, he had committed some hostilities over there against the inhabitants and murdered seven Chinese, weeping exceedingly in making his excuse for this, with the assurance that he answered and vouched for him, having already sent out emissaries to bring him to him, saying that if he would not come, he then intended to go to the Caddoe himself, in which I was neither opposed nor wished to be opposed to him so as not to meddle in the matter of father and son, between whom some estrangement seemed already to have existed beforehand, given that the latter had already for that reason and on account of his insanity, with which he is afflicted from time to time, been left under the eye and supervision of the Mattarins Tommongong Djajawinata; His Highness, having then also been informed of his son's aversion upon the return of those emissaries, put this intention of his into effect on the 29th and marched that day as far as Temblang, from where he sent a letter at night to his said son to notify him that he would camp at Timandong and await an answer there whether he wished to come to His Highness or not; From Java's East Coast, the 9th of September 1755. From Java's East Coast, the 9th of September 1755. which had so much influence on the mind of that prince that, although very fearful, yet upon the assurance given by Pangerang Nata Coesoema that Captain Donkel would vouch for him, he appeared in submission before his father on the 3rd of this month and was also received thus mournfully, bringing with him one hundred and fifty horses and many common village people of both princes, whom His Highness, in so far as they belonged to the Soesoehoenang, ordered him to send back immediately to their villages and chiefs to whom they belong. And to be certain that this order of his would be carried into execution, the prince expressly had the aforementioned Pangerang Natacoesoema go along for that purpose, so that His said Highness has given me communication of all this in a short letter with the assurance that upon arriving at Goenong Gamping in the Mattarin, whither he crossed over the day thereafter to occupy his court and took with him his aforesaid son, he would examine the state of affairs and punish the guilty according to merit. Upon this, I only congratulated him on that submission and requested him as a father to be willing to care for the well-being of his son, and as a prince to exercise the necessary supervision so that he does not at times relapse into further outrages; I have also encouraged His Highness to employ everything that can in any way hasten the downfall of the fugitive and now only remaining rebel Soeria Coesoema, who is presently as small as ever, and who will have to be pursued and sought out in three parties by our troops, since he will not stand his ground; having, on account of the lack of provisions in the southern mountains, ordered the Souracarta burgher to bake as much biscuit for the armies at my account and expense as is possible, in order to advance upon the enemy for a few days with a single march and biscuit, while no baggage or rice can be carried along without great hindrance, and see to hunt him down. The Madurese, whom the Pangerang of Madura has made advance to Patjitan, Cadoean and Camagittam at my request, having already given battle to and beaten Timor and Soeria Coesoema's people at the first-mentioned place, whereupon the last-mentioned has again retreated as far as Bongangan; and the Madurese, as is reported, having pulled back as far as Pranaraga and Madion for lack of provisions, notwithstanding which I have requested the said Pangerang to be willing to let them march up to the southern mountains once again nonetheless, as the weather is favorable thereto.
Dutch transcription
255 Van Javas oost Cust den 9:e September 1755. — Van Javas oost Cust den 9:e September 1755. — tegens alle invasien te dekken, wanneer zulks gaf, schoon daar van al twee dagen bevorens mogt werden g'aggreert met mijne approbatie, verwittigt was, terwijl zijn Hoogheijd den vijand en dewijl de ondervinding al heeft geleert dat nazat, zig uijt de Mattarm heeft g'absen„ men met een vorst gelijk dese insonderheijd, „teerd en begeven na de Caddoe onder voorwen„ niet draijen en wenden kan als men wel „ding van daar zijn onderhorige volkeren te wenschte en de noodsakelijkheijd egter somwijlen willen gaan versamelen, en dat insteede komt te vereijsschen, eensdeels om de Eerbied van dat te doen, ginter eenige hostiliteijten die men haere persoonen verschuldigt is had gepleegd omtrend den ingesetenen en seven Chineesen vermoord, makende daar en niet permitteert deselve wetten of ordres voor te schrijven, en anderendeels om den talm over al schreijnde zijn Excuus, onder betuijging magtigen aart, die den Javaan meer als eenig dat hij voor hem instond en Caveerde, als ander natie om tot een besluijt te komen hebbende reets zendelingen uijtgesonden om den selven bij hem te brengen, seggende so wanneer eijgen en als aangeboren is, so heb ik dit niet komen wilde dat dan selfs meende Concept heijlsaam vindende om Soeria Coe„ „soema des te spoediger onder 's Hemelt na de Caddoe te gaan, waar in hem niet begunstiging uijt te roeijen en te verdelgen, te tegen was nog wilde zijn om mij niet te meer om dat, so als den major steen„ mesleeren in de zaak van vader en soon, „mulder met mij veronderstelt, buijten tussen wien bevorens al eenige verwijdering zyn Hoogheijds presentie de legers met minder scheen geweest te zijn, gemerkt de laeste daar„ belemmering en meerder force marcheeren „om al en om zijne kranksinnigheijd, waar sullen kunnen, dewijl zij dan alleen van zijne mede nu en dan is behebt, gelaten is onder ordre dependent zijn, en hij officier het noodig het oog en opsigt van den Mattarins Tom„ „mongong Djajawinata: zijn Hoogheijd vindende met deselve het gebergte kan indringen heeft dan ook van zijn soons afkeerigheijd en den vijand vervolgen, werwaarts zijne retraite ook neemt, sulx den sulthan met de terug komst dien afgesanten g' in„ onder uw Hoog Edelens wijser correctie formeert werdende dit zijn voorneemen den g'accordeert; denselven betuijgd zijne onderdanige 29:e werkstellig gemaakt en is dien daag dankbaerheijd voor het geschenk van de oliphant, gemarcheert tot Temblang, van waer waar mede wonderlijk wel in zijn schik des nagts een brief aan gem: zijn soon afsond ter advertentie dat zig op Timandong scheen, toen ik hem deselve overgaf, maar daar en tegen was hij seer aangedaan over zoude neerslagen en aldaar antwoord verwagten ofe bij zijn Hoogheijd komen wilde dan niet het g'exteert geval van zijn soon den pange„ „rang de pattij dat die, zo als mij tekennen gafe, het G 257 Van Javas oost Cust den 9:e September 1755. — Van Javas oost Cust den 9„e September 1755. — het geen soo veel influentie op het gemoed van dien prins heeft gehad dat hij, schoon seer bevreest al egter op de gedaene versekering van den pangerang Nata Coesoema, dat den Capitain Donkel voor hem in soude staan, den 3:e deser bij zijn vader in submissie ver„ „schenen en ook dusdanig weemoedig aangenomen is, mede brengende hondert vijftig paarden en veele gemeene Negorijs volkeren van beijde de vorsten, die zijn Hoogheijt voor soo verre van den soesoehoenang waren, hem gelaste immediaat te rug te laten gaan na hunne negorijen en Hoofden waar onder sortabel zijn. En om versekertig te wesen dat dese zijne ordre ter Executie gelegd wierde liet den vorst Expres daar toe mede gaan voorm: pangerang Natacoesoema, invoegen ged:e zijn Hoogheijd mij van het een en ander Communicatie heeft gegeven bij een briefje met versekering dat hij op goenong Gam„ „ping in de Mattarin komende, werwaarts 's daags daar aan om zijn Hoff te betrekken overgestoken is en mede genomen heeft voorsz: zijnen soon, den toedragt der sake soude examineeren en de schuldige Corrigeeren na merite Hier op heb ik denselven eenlijk met die onderwerping gefiliciteerd en versogt als vader voor het wel zijn van zijn soon te willen sorgen, en als vorst de noodige toesigt gebruijken dat hij bijwijlen tot geen verdere baldadigheeden oversla; ook heb in zijn Hoog„ „heijd aangemoedigt om dog alles te adhibeeren, wat maer eenigsints verhaesten kan de ondergang van den voortvlugtigen en nog maar alleen overschietenden rebel soeria Coesoema, welke tegenwoordig so kleijn is als ooijt, en door onse troupes, vermits niet staan wil, in drie parthijen sal moeten nageset en opgesogt worden; hebbende ik ter zaeke van het gebrek aan levensmiddelen dat in 't zuijdergebergte is, den Souracartas burger geordonneerd om voor mijn reeke„ „ning en kosten, soo veel beschuijt voor de Legers aan tebakken als mogelijk is om met een enkeld loopje en beschuijt, terwijl er geen bagagie nog rijst buijten groote verhindering kan mede gevoerd worden, op den vijand voor eenige dagen los te gaan, en zien hem op te Jaegen. Hebbende de Madureesen, welke den pan„ „gerang van Madura op mijn versoek na Pat„ „jitan, Cadoean en Camagittam heeft doen oprukken, bereets ten eerstgem: plaats Timor en Soeria Coesoema zijne volkeren slag ge„ „levert en geklopt, waar op laastgem: weder is geretireert tot na Bongangan; en de Madureesen so men wie te rug getrokken zijn tot na Pranaraga en Madion uijt gebrek van vivers, wes niet tegenstaande ik gem: pangerang versogt heb om se al even„ „wel nog eens na 't suijder gebergte te willen laten op marcheeren, terwijl 't weer daar toe baldadigheeden gunstig
English
259 From Java's North-East Coast, the 9th of September 1755. — From Java's North-East Coast, the 9th of September 1755. is favorable, and why I presume that this will also indeed come to pass. Since the recently submitted pangerang Pourbaija, alias Rongo, has died of a violent fever these days, and his son is with the sultan, I have the honor of gladly and dutifully informing Your High Noble Excellencies thereof, and also bringing before your eyes the bad conduct of the regent of Pamalang, Tommongong Tjacranagara, who, regardless of my friendly and courteous admonitions, which I gave him in the past year in the hope of improvement, nevertheless persists therein and in his regency lets everything go to ruin, amusing himself with fishing, hunting, and all kinds of merriment instead of cultivating his land and continuing the rice cultivation, sitting daily at the opium pipe, and whenever his faction tries to admonish him for the better, he threatens to dismiss them, vexing and mistreating the common people in such a manner that they are for the most part already deserting him, having already lost over 1000 people who have descended to Tagal; he is neither ashamed nor does he shrink from saying that with money everything can be set right again; and since the Resident Falk has now already repeatedly complained about the indifference and extravagances of this regent, and informs me that his district will not deliver 40 to 50 Lasts this year, because he has left most lands unplanted, although there was otherwise no lack of water for it, whereas on the contrary other districts have suffered from a lack thereof, I maintain, subject to the prudent judgment of Your High Noble Excellencies, it to be useful and necessary that an example be made of this Tjacranagara and that he be stripped of his regency, for in this way it can impossibly, as Falck says and I am well willing to believe, be kept going for another year, or one runs the danger that not a single piece of land will be cultivated or planted there anymore, recommending for that reason in his stead to Your High Noble Excellencies Jngabeij Maas Soemawidjaja under the same name and title of Tommongong Soemawidjaja, being the eldest brother of the regent of Tagal, Raxanagara, a man commanding respect yet at the same time beloved, applying himself particularly to agriculture and to cheering up the poor farmers and inhabitants, wherefore I flatter myself that, through the support of his aforementioned brother and old father, who will take pride therein, he will before long bring that land back to prosperity. Meanwhile 261 From Java's North-East Coast, the 9th of September 1755. From Ternate, the 10th of June 1755. Meanwhile, I have the honor to be with the highest esteem, in all fidelity and submission, underneath was written, Your High Noble Excellencies' entirely obedient, very humble, and faithful servant, was signed, Nicolaas Hartingh, in the margin, Samarang, the 9th of September, anno 1755. — Batavia To His Excellency The High Noble, Most Honorable Lord Jacob Mossel General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and the General Chartered East India Company Governor-General, together with the Noble Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Most Honorable, Valiant, Most Wise, Foresighted, Discreet, and Very Generous Lord and Lords. Pursuant to the advice in our general letter of today's date, there depart with the bearer of this, the bark De Reijder, at the disposal of Your High Noble Excellencies, the following five craftsmen, namely: Isaac van Alphen Guilliam Jansz: Gerrit Radijs Anthonij Eglise and Pieter Daniel Sax, together with and alongside the soldier Jan Hendrik Lipman, but concerning which six subjects we are compelled Ternate to
Dutch transcription
259 Van Javas oost Cust den 9:e September 1755. — Van Javas oost Cust den 9:e September 1755. gunstig is, en waerom ik stel dat sulx ook wel sal laten geschieden Dewijl den kortelings zig onderworpen hebbende pangerang Pourbaija /:alias:/ Rongo deser dagen aan een heete koors overleeden is, en desselfs soon bij den sulthan, heb ik de eer uw Hoog Edelens daar van gaarne schuldpligtig kennis te geven en ook voor oogen te brengen de slegte Conduite van den Pamalangs regent Tommongong Tjacranagara, die ongeagt mijne vrindelijke en heuse vermaningen, welke ik hem in den voorleede Jaere op hoo„ „pe van beterschaap gedaan heb al evenwel daarin voortvaart en in zijn regentschap alles in 't riet laat loopen, diverterende zig met vissen, Jagen en allerhande vro„ „lijkheeden in steede van zijn land te bouwen en de rijst Culture voort te setten, zittende dagelijks aan de amphioen pijp, en wanneer zijn parthij hem nog het goede tragt te ver„ „manen, dreijgt hij denselven af te setten, vexeerende en mishandelende het gemeene volk dusdanig dat het meestendeels al van hem verloopt, zijnde reets over de 1000. menschen quijt, die na Tagal zijn afgezakt, denselven schaamt nog ontziet zig niet te zeggen dat met geld alles weder goed te maken is, en aangesien den Resident falk nu al iterative maalen weder over de onverschilligheijd en buijtenspoorigheeden van desen regent is klagtig gevallen, en mij bedeelt dat zijn district dit Jaar geen 40. â 50. Lasten uijt leveren sal, door dien de meeste landen heeft onbeplant gelaten, schoon daar toe anders geen manquement heeft gehad aan water, daar integendeel andere districten die uijt om hebben gesugt, sustineere ik behoudens het prudenten oordeel van uw Hoog Edelens nut„ „tigh en noodsakelijk dat aan dese Tjacra„ „ nagara Eens een Exempel gestatueert en hij uijt zijn regentschap verstoken werde, want dusdanig kan het onmogelijk (gelijk falck segt en ik wel geloden wil) nog een Jaar werden gaande gehouden of men Loopt gevaar dat aldaar geen een stuk land meer bebouwt of beplant word, dragende over sulx in zijn plaats weder aan uw Hoog Edelens voor Jngabeij Maas Soemawidjaja onder die selfde naam titul van Tommongong Soema widjaja, zijnde de oudste broeder van den Tagals regent Raxanagara, een man op zijn Commando edog daar bij teffens demind, Leggende sig bijsonder op den Land bouw toe en om den armen Boer en Jngesetenen op te beuren, weshalven ik mij flatteer hij door het sou„ „tien van gem: sijn broeder en ouden vader, die daar in haar roem sullen stellen; binnen korten, dat land weder in fleur sal brengen. — uijtleven ondertussen 261 Van Javas oost Cust den 9:e September 1755. Van Ternaten den 10. Junij 1755. Ondertussen heb ik d' eer van met de meeste hoog agting in alle trouw en onderda„ „nigheijd te zijn /:onderstond:/ uw Hoog Edelens gants gehoorsame zeer onderdanige en trouw„ „schuldige Dienaar /:was getekent:/ N„s Hartingh /:in margine:/ Samarang den 9:e september a:o 1755. — Batavia Aan Sijn Excellentie Den Hoog Edelen groot Agtbaren Heere Jacob Mossel Generaal over de Jnfanterie ten dienste van den staat der vereenigde Nederlanden, mitsg:s van wegens deselve en de generale g'octroijeerde oost Jndische Comp:e Gouverneur generaal, benevens de wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia Hoog Edele, groot Agtbare, Manhafte, wel wijse „ voor„ Siemege Discreete en seer genereuse Heere en Heeren. Jngevolge 't g'adviseerde bij onse gemeene Letteren van hedigen datum vertrecken met brenger deses de barcq De Reijder ter dispositie van uw Hoog Edelens de volgende vijf ambagts gesellen als. Isaac van Alphen Guilliam Jansz: Gerrit Radijs Anthonij Eglise en Pieter Daniel Sax met en benevens den soldaat Jan Hendrik Lipman, dog over welke ses subjecten wij genoodsaakt werden Ternaten ons
English
263 From Ternate, the 10th of June Anno 1755. — From Ternate, the 10th of June 1755. — to explain ourselves further in this matter. For as we had the honor to receive by the ship Hagevelt Your Right Nobles' secret dispatch of the ult:o of December last, containing orders on how the board wages to the craftsmen, common sailors, and assistants are henceforth to be disbursed, we decided in our session on the 26th of March to put this order into effect as of the first of April, but to keep this secret for the time being in order to prevent gatherings of mobs. Notwithstanding this, we were forced to experience that these workmen not only came to oppose the disbursement and acceptance of these board wages, but which might also have erupted into detrimental consequences, had their reckless actions not been checked in the beginning by the first undersigned, and thus the hotheads brought to a halt in a prudent manner through various measures taken. To this, among others, the promise made contributed not a little: namely, to repatriate to Batavia all those who might consider themselves wronged or were not satisfied with the board wages. On which account twenty-eight such vile petitioners have presented themselves, whose names, birthplaces, and trades are recorded in our secret resolution of the 2nd of April. And although in our session on the 22nd of May we deliberated further on this unpleasant matter and principally took into consideration Your Right Nobles' venerated order to send all the recalcitrant persons to Batavia at once, we have nevertheless not been able to proceed to that, but deemed it far more advisable to relieve ourselves provisionally of the most notorious and dangerous ringleaders, since one would find oneself placed in no small embarrassment if we were suddenly to strip this government of such a large number of journeymen craftsmen. Which we hope Your Right Nobles will please consider well done, just as with that aim we are now sending on their journey the five malcontents specified above as the principal riot-makers; nevertheless with this proviso, that the first two mentioned, by name Isaac van Alphen and Guilliam Jansz, ought in particular to be treated as the most malicious, but at the same time as the most dissolute and insolent who dared to arrogate to themselves the right to take the lead in everything before their fellows. Under which remark there also comes over to Your Right Nobles the aforementioned soldier Lipman, who was not only complicit in the furious passions displayed by the militia over the board wages in the past year, but who also then had the secret audacity 265 From Ternate, the 10th of June 1755. — From Ternate, under date of the 10th of June 1755. — to presume to raise the most objections against the first undersigned, when he was occupied with bringing his comrades to calm and a halt through gentle remonstrances, as Your Right Nobles, if you please, will be able to inspect everything more closely and circumstantially in our secret resolutions of the 26th of March, the 2nd of April, and the 22nd of May last, which, to avoid prolixity, we take the liberty of appending hereto in copy. — Wherewith we hope to have satisfied the intention of Your Right Nobles, and thus give ourselves the honor to remain with the required respect, /:was written beneath:/ Right Noble, Grand, Honorable, Valiant, Most Wise, Provident, Discreet, and very Generous Lord and Lords, /:lower down:/ Your Right Nobles' humble, obedient, and faithful servants, /:was signed:/ J: E: V: Mijlendonk, J„b Tonneman, J: B: De la haute Maison, A„s Wasbeek, W„m G:l A„m Faber, J: Smits, R: v: wijnen, and A: v:n Bijwegen. /:in the margin:/ Ternate, In the Castle Orange, the 10th of June 1755. — The work on the general letter of their Right Nobles of the 31st of December 1754 being completed, their most aforementioned Right Nobles' secret dispatch of the aforementioned date was further read, after the resumption of which it was approved and agreed to put into effect, as of the first of the upcoming month of April, the order contained therein to reduce the board wages of the craftsmen and common sailors and assistants, the former to ƒ 3: — and the latter to ƒ 2: 8. - per month, but to keep the matter strictly secret to prevent mobs and conspiracies, which one would otherwise have to expect among the journeymen craftsmen and soldiers as well as sailors, as in the past year sufficient evidence was given The Honorable and Worshipful Lord Governor and Director of these Moluccas, Jan Elias van Mijlendonk The Honorable Senior Merchant and Secunde Jeronimus Tonneman The Honorable and Valiant Captain of the Military Jean Babtiste de lahaute Maison, The Honorable Junior Merchant and Provisional Fiscal Johannes van Nievelt, The Honorable Junior Merchant and Secretary Adrianus Wasbeek, The Honorable Junior Merchant and Garrison Bookkeeper Willem George Abraham Faber The Honorable Junior Merchant and Dispenser Jan Smit, and The Honorable Junior Merchant and Storekeeper Rudulph Anthonij Wijnen. Wednesday, the 26th of March Anno 1755, in the forenoon secret meeting, all present resolutions given the 202
Dutch transcription
263 Van Ternaten den 10. Junij A„o 1755. — Van Ternaten den 10. Junij 1755. — ons bij desen nader te expliceeren. want hadden wij de eere met 't schip Hagevelt te recipieeren uw Hoog Edelens secreete missive van ult:o december pass:o ver„ „vattende ordre hoedanig voortaan de kost„ „gelden aan de ambagtslieden, gemeene mot„ troosen en handlangers te verstrecken, soo beslooten wij ter onser sessie op den 26:e maart dese ordre met primo april in den train te brengen, dog sulx tot voorkoming van samen rottingen voor Eerst te secreteeren, des niet te„ „genstaande moesten wij ondervinden dat dier werklieden sig tegens de verstrec„ „king en acceptatie dier costgelden niet alleen quamen aan te kanten, maar 't welk ook mogelijk tot nadeelige gevolgen sou uijtgeborsten wesen, bij aldien derselver onbesonne gedoentens door den eerst onder„ geteekende niet in den beginne waren gestuijt en dus de heet hoofdige door dese en geene genomene maat regulen op een voorsigtige wijse tot stilstand gebragt, en waar toe onder anderen niet weijnig heeft bijgebragt de gedaane promesse, om alle de geene, die vermeenen, mogten benadeelt te zijn, ofte met 't kostgeld niet vergenoegd waren, na Batavia te sullen verlossen, uijt welken hoofde sig ook agt en Twintig diergelijke vuijle versoekers hebben op gedaan, welkers naa„ „men geboorte plaatsen en ambagten bij ons secreet besluijt van den 2. ' april bekend staan. En alhoewel wij ter onser sitting op den 22. maij over dit onaangenaam voorwerp nader deli„ bereerden en voornamentlijk in aanmerking namen uw Hoog Ed„s gevenereerde ordre om alle de weerbarstige ten Eersten na Batavia op tesenden soo hebben wij egter daar toe niet kunnen overgaan, maar veel meer raad„ samer g'oordeelt, ons bij provisie van de bekug„ „ste en gevaarlijkste belhamels te ontlasten, aangesien men sig in niet geringe ver„ „legentheijd soude gebragt vinden, bij aldien wij dit gouvernement van soo een ruijm getal ambagt gesellen Eensklaps quamen te ontblooten, 'T welk wij verhoopen, dat u Hoog Ed„s sullen gelieven voor wel gedaan aantemerken, gelijk wij met dat oogmerk de voorwaarts gespecificeerde vijf malconten„ „ten als de principaalste oproermakers thans laten reijsvorderen, nogthans met dese clau„ „sule, dat de Twee Eerstgemelde, in name Isaac van Alphen en Guilliam Jansz: in't bijsonder dienen onthaalt te worden als de malitieuste, dog ook teffens als de Liederlijkste en brutalste sig 't regt kosten aanmatigen, hun medemaakers in alles voortegaan, onder welke remarque wij„ „ders tot u hoog Ed:s overkomt den opgem: soldaat Lipman, die niet alleen hand„ daadig is geweest aan de rasende driften, door de militie over't kostgeld in anno passato betoond, maar die ook toen heeft secreet durven ol. 265 Van Ternaten den 10. Junij 1755. — Van Ternaten onder dato 10. Junij 1755. — durven op sig neemen, den Eerst geteekende de meeste tegenwerpingen te doen, wanneer hij doende was sijne maats door minstelijke vertoogen tot bedaaren en stilstand te bren„ „gen, gelijk u Hoog Ed„s des gelievende, alles nader en omstandiger sullen kunnen b'oogen, bij onse secreete besluijten van den 26:e maart, 2: april en 22. maij Jongstleden die wij, ter vermeijding van wijdloopigheijd, de vrijheijd neemen, deesen in copia bij tevoegen. — Waar mede wij verhoopen aan de intentie van u Hoog Edelens te zullen hebben voldaan, en geven ons dus d' eere met 't verEijschte respect te sijn /:onderstond:/ Hoog Edele, groot, Agtbaare, Manhafte, welwijse, voorsienige, Discreete, en seer genereuse Heer en Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelens onderdanige, gehoorsaame en trouw„ „schuldige Dienaaren /:was getekent:/ J: E: V: Mijlendonk, J„b Tonneman, J: B: De la haute Maison, A„s Wasbeek, W„m G:l A„m Faber, J: Smits, R: v: wijnen, en A: v:n Bijwegen /:in margine:/ Ternaten Jn 't Casteel ovange den 10. Junij 1755. — De besoigne over den gemeene brief van haar hoog Edelheedens van den 31. december 1754. afge„ „loopen zijnde, soo word ten desen nader gelectueert hoogst gem: haar hoog Edelhedens secrete missive van voorsz: datum, na wel„ „kers resumptie goed gevonden en verstaan is, de daar bij vervatte ordre om de costgel„ „den van de ambagtslieden en gemeene mattroosen en handlangers d' Eerste tot ƒ 3: — en de laaste tot ƒ 2: 8. - permaand te verminderen, met princo van de aan„ „staande maand april te doen in Train brengen, dog de zaak ten uijtersten geheijm te houden, tot voorkoming van samen rottin„ „gen en complotterijen, die men andersints tus„ „schen de ambagts gesellen en militairen soo wel als mattroosen te wagten zal hebben, alsoo in anno passato genoegsaam blijken Den E: E: agtb: Heer gouver en directeur deser Molucos Jan Elias van Mijlendonk Den E: opperkoopm: en secunde Jeronimus Tonneman „ „ Manhaften Cap:n militair Jean Babtiste de lahaute Maison, „ onderkoopman en p:l fiscaal Johannes van Nievelt, „ _:o „ „ secretaris Adrianus Wasbeek, „ _: o „ en guarnisoen boekh:r Willem George Abraham faber „ _:o „ „ dispencier Jan Smit en _:o „ „ winkelier Rudulph Anthonij wijnen. Woensdag den 26. maart a„o 1755. des voorde middags secreete vergadering alle Present esolutien gegeven de 202
English
From Ternate, dated 10 June 1755. — From Ternate, dated 10 June 1755. — have shown how inclined they were to help one another, had the tumult of the soldiers not been stopped in time by this government; and from whom one still has not much good to expect, even though sixteen of the principal ringleaders have already been distributed and sent to the outer offices, as the mutinous spirit seems innate to them. Therefore, in carrying out the aforementioned revered order of Their High Mightinesses, one will have to proceed with all circumspection, and likewise observe their orders to send up at the earliest opportunity all craftsmen who show discontent regarding the aforementioned board money, and each time give notice thereof by a separate note; and also to act in the same manner whenever any of the ringleaders of the tumult that arose among the soldiers in the past year are sent to Batavia. Underneath was written: Thus done and resolved in Ternate at Castle Orange on the date aforesaid. Signed: Jan Elias van Mijlendonk, Jeronimus Tonneman, Jan Babtist de lahaute Maison, Johannes van Nievelt, Adrianus Wasbeek, Willem George Abraham Faber, Jan Smit, and Rudolph Anthonij Mijnen. Wednesday, 2 April 1755. Morning secret meeting. Present: The Honorable, Most Venerable Lord Governor and Director of these Moluccas, Jan Elias van Mijlendonk; Honorable Senior Merchant and Secunde Jeronimus Tonneman; Valiant Captain of the Military Jean Babtist de Lahaute Maison; Honorable Junior Merchant and Principal Fiscal Johannes van Nievelt; Secretary Adrianus Wasbeek; Garrison Bookkeeper Willem George Abraham Faber; Dispenser Jan Smit; and Shopkeeper Rudolph Anthonij Wijnen. The Lord Governor makes known to the members of this assembly that yesterday at half past ten o'clock, pursuant to the secret resolution of the 26th of the past month of March, having had drawn up, signed, and delivered to the Cashier the payment orders for the board money for the journeymen craftsmen, sailors, and assistants, the said Cashier had returned after a short time with the report that, having put their heads together, both the one and the other had unanimously shouted that they would not receive the board money in that manner. Judging that a swift decision had to follow upon this report, His Honor had immediately given orders at the castle gate not to let any craftsmen or sailors go outside, and likewise that none of them should be allowed to come upon the bastions or to the guards, all to prevent them from entering into conversation with the soldiers and persuading them to assemble unlawfully; that His Honor subsequently having summoned the master house and shipwrights, and those of the armory, the Equipment Master lying severely ill, had ordered them also to remain within the Castle, and that each of them must try to settle his subordinates down and dispose them to receive the board money as it had now been established by Their High Mightinesses, with the announcement that all those who believed themselves wronged thereby, or who were not satisfied, could obtain their discharge to Batavia, without distinction of persons and regardless of what craft they might belong to. That, the remainder of yesterday and the night having passed without the slightest disturbance, the said masters had come this morning with a list of 28 craftsmen who requested their discharge, consisting of the following: Gerrit van Eijk, from Leiden, mason Jasper van Ek, from Haeften, mason Jan Foks, from Grafschaft, mason Johannes Laetner, from Tyrol, mason Carel Fredrik Cnevel, from Dresden, stonecutter Isaac van Alphen, from Rotterdam, turner Elias Tatoeir, from Siau, turner Jochem Jacobsz, from Lübeck, house carpenter Anthonij Bajo, from Dunkirk, house carpenter Gilliam Jansz, from Amsterdam, sailmaker Pieter Redelfs Flaming, from Ypres, cooper Pieter Martens, from Amsterdam, cooper Jan Ernst Sevenbergen, from Ridderkerk, shipwright Michiel Godlieb, from Ternate, shipwright Abraham Hofman, from Manado, shipwright Marcus Jansz, from Ternate, shipwright Jan Jacob Vick, from Wismar, shipwright Jan van Beuningen, from Ternate, shipwright Gerrit Raadijs, from Harderwijk, ship's corporal or blacksmith Dirk Bosch, from Holstein, blacksmith Erhart Volkert, from Nienburg, blacksmith Jan Michiel Rittigh, from Volkstedt, blacksmith Anthonij Egliese, from Florence, brass founder Willem de Bruijn, from Amsterdam, glazier Pieter Daniel Sax, from Altona, gunstock maker David Fels, from Lindau, gunstock maker George Fredrik Kranke, from Neustadt Bremen, gunstock maker Jacobus Hoek, from 's-Hertogenbosch, gunsmith His Honor continued that on the said list he had remarked that among the shipwrights were two natives who, in the past year, had each forfeited six and four guilders of their monthly pay respectively to be allowed to remain here in the government, where they are married, and consequently it seemed more like mockery than seriousness on the part of some of these petitioners; and furthermore that His Honor, this morning, had sent seven of the unwilling assistants with the Gunner aboard the sloop d'Amazone.
Dutch transcription
267 Van Ternaten onderdato 10. Junij 1755. — Van Ternaten onderdato 10. Junij 1755. — gegeven hebben, hoe geneijgt zij geweest zijn om malkander te helpen, bij aldien het Timult der militairen door dese aegee„ „ring in tijds niet was gestuijt geworden, en van dewelke men als nog niet veel goeds te wagten heeft, schoon al sestien van de principaalste belhamels na de buijten Comptoiren bij verdeeling versonden zijn, alsoo de muijtsiekte haar als aan„ gebooren schijnd te wesen. Oversulks men ter uijtvoering van voorsz: haar hoog Edelhedens gevene„ „reerde ordre met alle omsigtigheijd zal dienen te werk te gaan en Jnsgelijks in observantie te houden, derselver beveelen, om alle ambagtslieden die zig over het voorsz: cost„ „geld misnoegt toonen, ten Eersten op te zenden en telkens bij een apart briefje daar van kennis te geven als mede indiervoegen ook te handelen, wanneer eenige der belhamels van het ontstaa„ ne tumult in anno passato door de militairen na Batavia worden versonden /:onderstond:/ Aldus gedaan ende geresolveert tot Ternaten in't Casteel orange dato voorsz: /:was getekent:/ Jan Elias van Mijlendonk, Jeronimus Tonneman, Jan Babtist de lahaute Maison, Johannes van Nievelt, Adria¬ nus Wasbeek, Willem george Abraham faber, Jan Smit, en Rudolph anthonij mijnen Den Heer gouverneur geeft aan de Leeden deesers vergadering te kennen dat op gisteren om ½ Elf uuren /:Jngevolge Secreet besluijt van den 26. der gepasseerde maand maart:/ hebbende doen opmaaken, geteekent, Ende aan den Cassier af„ gegeven de ordonnantien van het Costgeld voor de ambagts gesellen, mattroosen en handlangers, gem: Cassier na verloop van weijnig tijds was te rug gekoomen, met berigt dat soo wel den eene als den andere de coppen bij den anderen hebbende gestooken, zij eenpaarig hadden geroepen van het Costgeld indiervoegen niet te willen ontfangen. dat zijn E: op dit berrigt oor„ „deelende een schielijk besluijt te moeten volgen opstonds ordre aan de casteels poort hadde gegeven, van geen ambagtslieden nog mattroosen te laaten buijten gaan, en Jnsgelijks dat geene van haar op de punten nog aan de wagten zouden Directeur deser Molucos Jan Elias van Mijlendonk E: opperkoopman en secunde Jeronimus Tonneman „ „ Manhaften Capitain Militair Jean Babtist de Lahaute Maison „ ondercoopman en p:l fiscaal Johannes van Nievelt secretaris Adrianus Wasbeek „ guarnisoen boeh:r Willem George Abrah:m faber „ dispencier - - Jan Smit, en „ winkelier Rudolph Anthonij wijnen, Den E: E: agtb: Heer Gouverneur en Woensdag den 2. April 1755. voorde middags se„ „creete vergadering Present Woensdag moogen „ „ _o „ _ o _:o - _:o „ 269 Van Ternaten onderdato 10. Junij 1755. — Van Ternaten onderdato 10. Junij 1755. — moogen koomen, alles tot voorkooming zij in geen gesprek met de militairen zouden konnen koomen, en desselfs deselve tot sa„ menrottingen over te haalen; dat zijn E: ver„ volgens de baasen soo van de huijs als scheepstim„ „merlieden, en de wapenkamer /:Leggende den Equipagie meester swaar ziek:/ hebbende laaten roepen, haar hadde g'ordonneert almeede binnen 't Casteel te blijven, en een ijder zijn onderhoorige moest zoeken ter neder te zitten en tot het ont„ „fangen van het Costgeld sodaanig het nu door haar hoog Edelheedens gestelt was te disponeeren, met aankondiging dat alle die geene die ver„ „meenden daar mede benadeelt te worden, ofte niet te vreeden te zijn, zijne verlossing na Batavia konde erlangen, zonder onderscheijd van persoonen en ook van wat ambagt zij mogten zijn. dat hier mede het resteerende van den dag van gisteren en de nagt zonder de minste beweeging gepasseerde zijnde, gem: baasen heden morgen waaren gekoomen met een lijst van 28. ambagtslieden die haare verlossing versogten, en bestaan in de vol„ „gende. Gerrit van Eijk: van Leijden Jasper van Ek - - „ haften Jan foks. . . . . „ graffestal} metselaars Johannes Laetner „ Tirool dresden steenhouwer Carel fredrik Cnevel„ Isaac van alphen „ Rotterdam draijers Chiauwe Elias Tatoeir- - - - „ Jochem Jacobsz: „ Leubelk. . huijs timmerlieden Anthonij Bajo. . „ duijnkerke} Vervolgende zijn E: dat bij gem: Lijst hadde geremarqueerd dat onder de scheeps„ „timmerlieden twee Jnlanders waaren, die het vergangen Jaar de Eene ses ende andere vier gulgens van haar maandelijkse gagie hadden laaten vallen om hier ten gouverne„ „mente /:daar zij getrouwt zijn:/ te moogen verblijven, en gevolglijk het meer na Spotternij als wel Ernst met een gedeelte dier versoekers quam te gelijken, en voorts dat zijn E: heden morgen seeven van de onwillige, handlam„ „gers bij den Constapel na boord van de Chialoup Gilliam Jansz:. . . . . . van amsterdam Zijlmaker Pieter Redelfs flaming „ Jperen. cuijpers Pieter Martens. . . . „ amsterdam/ Jan Ernst Sevenbergen. . „ ridderskerk Michiel Godlieb - - - . . „ Ternaten Abraham Hofman. . . „ Manado 7 scheeps timmerlieden Marcus Jansz:. . . . . „ Ternaten Jan Jacob Vick. . . . „ Wismaar Jan van Beuningen. . „ Ternaten) Gerrit Raadijs. . . . „ harderwijk scheeps corporaal of grofsmits dirk Bosch - - - - „ holsteijn Erhart volkert. . . „ nieuwenburg grofsmits Jan michiel Rittigh - „ volkstad Anthonij Egliese - - - „ flora geelgieter Willem de bruijn - . . „ amsterdam glasemaker Pieter daniel Sax - - - „ altena Lademakers David fels - - - - - „ Lindauw George fredrik Kranke „ uijstigt breenen.. Jacobus Hloek - - - - „ 's hertogenbosch ) roerslotemaker Gilliam d'amazone - 8
English
271 From Ternate under date 10 June 1755. From Ternate under date 10 June 1755. having sent the Amazone, and caused others to come ashore in their place, this had had the effect that the other assistants as well as the sailors had received the board money of ƒ 2: 8. —: everything concerning which having been deliberated, the assembly has approved all the measures taken and orders given by the Governor, and it is subsequently agreed and resolved to look on with the journeymen for another two to three days, and to await in what manner matters will settle with them, meanwhile keeping them in that condition in which they presently are, that is, defenseless, without obtaining strong liquor, and unable to enter into conversation with the military, and concerning the aforesaid petitioners, that the masters shall have them informed that this assembly fully persists in that which the Governor has already caused to be announced to them, namely that all those who are not content with the board money of ƒ 3: – per month will receive their discharge to Batavia, but that nevertheless no higher amount will be provided either to them or to those who are inclined to remain. Below was written: Thus done and resolved at Ternate in the Castle Orange, date aforesaid. Was signed: Jan Elias van Mijlendonk, Jeronimus Tonneman, Jean Babtist de la Haute Maison, Willem Abraham Faber, Jan Smit, and Rudolph Anthonij Wijnen. The general matters mentioned in today's resolution having been concluded, the Governor submitted for consideration in what manner one should now act with the hot-headed journeymen made known in the secret resolution of 2 April last, who had not shrunk from rising up in a punishable manner against the provision and acceptance of the board money determined and somewhat reduced by Their High Excellencies' secret missive of the last of December past, and thus giving cause to a dangerous gathering, which was to be feared between them as well as the military and seafarers, and perhaps would also have broken out if His Honour had not known to nip their pernicious doings in the bud The Honourable Worshipful Governor and Director of these Moluccas Jan Elias van Mijlendonk The Honourable Senior Merchant and Second Jeronimus Tonneman The Valiant Military Captain Jean Babtist de la Haute Maison The Junior Merchant and chosen Manado Resident Adrianus Wasbeek, Ditto and Dispencier Jan Smit Ditto, Shopkeeper, and Provisional Fiscal Rudolph Anthonij Wijnen Ditto and Secretary of Police Anthonij van Bijweegen, absent Ditto and Garrison Bookkeeper Willem George Abraham Faber, through indisposition Thursday, 22 May 1755. Forenoon secret meeting. Present: and to bring the unwilling to a halt through gentle and other prudent means and ways, to which, among other things, not a little was contributed by the promise made to them by His Honour aforementioned, to release to Batavia without exception all those who considered themselves wronged or were not content with the board money; concerning which having been attentively deliberated and initially taken into consideration: not only that Their Excellencies aforementioned have been pleased to order in their previously cited writing to send all such ringleaders to Batavia at the earliest, but also that twenty-eight scoundrels had presented themselves, who on account of the just mentioned promise made by the Governor requested their discharge, and of which mutineers one also wished to be relieved and cleansed; against which, however, was considered the necessity that lies in retaining workmen, since one would find oneself brought into no small embarrassment if this main office were suddenly stripped of such a large number of craftsmen, as it is easy to understand that the progress of daily work both ashore and on the roadstead and elsewhere would be remarkably impeded thereby, and on the contrary a good form of government nevertheless requires and entails not to let such blatant excesses pass with connivance, but much more to curb the wanton in their wantonness and thus set an example whereby others are deterred and prevented from opposing the orders of their lawful magistrates; so it is agreed, for the preservation of good discipline among the common people, provisionally to send the most notorious and dangerous of the aforementioned twenty-eight ringleaders to Batavia with the bark de Reijder, which is on the point of departure, and to make known hereby their names, birthplaces, and trades, to wit: Isaak van Alphen from Rotterdam, turner Guilliam Jansz from Amsterdam, sailmaker Gerrit Raadijs from Harderwijk, blacksmith Anthonij Eglise from Flora, brass founder, and Pieter Daniel Sax from Altena, gunstock maker. As it is also resolved, pursuant to the order, to give a report of this to Their High Excellencies by a separate covering letter, however with this remark, that among the just mentioned five troublemakers the first two nevertheless ought to be regarded as the most malicious and most punishable, since they, as the oldest and most experienced, but at the same time also as the most dissolute and most insolent, have dared to arrogate the right to lead their companions and thus support them in their recalcitrance. On which basis it is further decided, in company with the aforementioned malcontents to Batavia
Dutch transcription
271 Van Ternaten onder dato 10. Junij 1755. Van Ternaten onder dato 10. Junij 1755. d'amazone hebbende gesonden, en andere in haar plaats aan de wal doen koomen, dit van die uijtwercking was geweest, d'andere handlangers soo wel als de mattroosen het Costgeld van ƒ 2: 8. — hadden ontfangen: over al het welke gedelibereert zijnde, soo huss de vergadering alle de genoomene maatregulen en gestelde ordres van den heer gouverneur voor goed gekeurd, en is vervolgens goedgevonden ende verstaan het met de ambagts gezellen nog twee â drie daagen in tezien, en afte„ wagten in wat voegen zig de zaaken met haar zullen willen schicken, middelerwijlen haar houdende in die staat waar in zij thans zijn, dat is weerloos, zonder bekooming van sterken drank, en buijten staat van met de militairen in gesprek te konnen komen, en ten belange van de voorsz: ver„ „soekers dat men haar door de baasen zal laaten aanzeggen, dat dese vergadering ten vollen persisteert, bij het geene haar den gou„ „verneur reets heeft laaten aankondigen, na„ „mentlijk dat alle de geene die met het costgeld van ƒ3: – permaand niet te vreeden zijn, haar verlossing na batavia zullen erlangen, dog dat egter geen hooger nog aan haar, nog aan die geene die geneijgt zijn te blijven zal verstrekt worden. /:onderstond:/ Aldus gedaan ende geresolveert tot Terna„ ten in 't Casteel ovange dato voorsz: /:was getekent:/ J:n E:s van Mijlendonk, J:s Tonneman, J„n B: de lahaute Maison, willem Abraham faber, J:n Smit, en R:s Aj„s wijnen: De gemeene saaken, bij resolutie van heden vermeld, hun beslag Erlangd hebbende, gaf den heere gouverneur in Consideratie, in wat voegen men als nu sou dienen te handelen met de heet hoofdige en bij secreet besluijt van den 2. april Jongstleeden bekend gestelde ambagts gesellen, die sig niet ontsien hadden, tegens de verstrecking en acceptatie van het bij haar hoog Edelhedens secreete missive van ult:o December pass:o bepaalde en eenigsints verminderde kostgeld op een straafbaare wijse optestaan, en dus aanleijding te geven tot een gevaarlijke Samenrotting, die men soo tussen haar, als de militairen en zeevarende te vreesen hadde, en misschien ook was uijtgebrooken bij aldien sijn Ed:e derselver pernitieuse gedoentens niet in de geboorte hadde weeten Den E: E: agtb: Heer gouverneur en Directeur deser Moluccos Jan Elias van Mijlendonk „ E: oppercoopman en secunde Jeronimus Tonneman „ „ Manhaften Capit:n militair Jean babtist de lahaute Maison „ onderkoopman en g'eligeerd manados Resident Adrianus Wasbeek, _:o en Dispencier. Jan Smit „ _:o winkelier en prointerum fiscaal Rudolph Anthonij Wijnen _:o en secretaris van politie Anthonij van Bijweegen, Dempto _:o „ guarnisoen boekhouder Willem George Abraham faber door indispositie Donderdag den 22. meij 1755. des voordemiddag secreete vergadering Present. Donderdag te „ „ „ 27 Van Ternaten onder dato 10. Junij 1755. Van Ternaten onderdato 10. Junij 1755. te smooren, en de onwillige door sagtsinnige en andere voorsigtige middelen en wegen tot stilstand te brengen, waar toe onder anderen niet weijnig heeft bijgebragt, de door wel gem: sijn Ed:e aan haarlieden gedaane belofte, om alle de geene, die vermeenden benadeelt te sijn ofte met 't kostgeld niet vergenoegd waren sonder uijtsondering, na batavia te sullen verlossen; waar over met aandagt gedelibereert en aanvangelijk in aanmerking gekomen sijnde; niet alleen, dat hoog gem: haar Ed:s bij derselver voorwaarts geciteerd schrijvens heb„ „ben gelieven te ordonneeren, om alle diergelijke belhamels ten Eersten na batavia op te senden, maar ook, dat sig agt en Twintig fielten hadden opgedaan, die uijt hoofde der Evengemelde en door den heere gouverneur gedaane promesse om hunne verlossing ver„ „sogten, en van welke muijtelinge men ook wel gaarne wenschte ontlast gesuijvert te sijn, dog waar tegen geconsidereert wierde de noodsakelijkheijd, die 'er in't aanhouden van werklieden resideert, aangesien men sig in niet geringe verlegentheijd sou gebragt vinden, wanneer dit hoofd comptoir van soo een ruijm getal ambagtlieden Eens„ klaps ontbloot wierde, als sijnde Ligt nategaan, dat den voortgang van't dagelijkse werk soo aan de wal, als op de rheede, en Elders, daar door merkelijk sou gestuijt worden, en in tegendeel een goede regeerings form evenwel verEijscht en mede brengt om Op welken voet wijders besloten is, in ge„ „selschap van voorm: malcontenten na batavia diergelijke eclatante buijten spoorigheden met oog„ „luijking te laten doorgaan, maar veel meer de moetwillige in hun moetwil te beteugelen en dus een Exempel te statueeren, waar door andere afgeschrikt en tegen gehouden werden, van sig min„ „ner tegens de ordres van hunne wettige overigheijd aan te kanten; soo is goedgevonden, ter conser„ „vatie van een goede discipline onder 't gemeen, uijt de voorschreevene agt en Twintig belhalmels bij provisie de berugtste en gevaarlijkste met op sijn vertrek staande barcq de Reijder na Batavia op te senden en derselver naamen, ge„ „boorte plaatsen en ambagten bij desen bekend te stellen, te weeten. Isaak van Alphen van Rotterdam draaijer Guilliam Jansz:. . . „ Amsterdam Zeijlmaker Gerrit Raadijs - . . „ harderwijk grofsmit Anthonij Eglise. . „ flora geelgieter en Pieter daniel sax „ altena Lademaker. Gelijk ook verstaan is, Jngevolge de ordre, bij een apart geleije briefje, hier van aan haar hoog Edelhed:s verslag te doen, egter met dese remarque, dat on„ „der Evengem: vijf oproermaakers de Twee Eersten als de Malitieuste en straafbaarste nogthans diende„ aangemerkt te worden door dien deselve als de oudste en Ervarentste maar ook teffens als de Liederlijkste en brutalste, sig 't regt hebben durven aanmaatigen, haare medemackers voor te gaan en dus in hunne baloorigheijd te ondersteunen. diergelijke
English
275 From Ternate, dated 10 June 1755. — From Macasser, the 23rd of September 1755. to let pass over, the soldier Johan Hendrik Lipman of Hessenland, released according to the general resolution of today, who not only was complicit in all the furious passions shown by the military last year, on the 1st of May regarding the board money, but who also dared to presume to bring the most contradictions and objections against the Lord Governor and the military Captain De Lahaute Maison who was with him, when they were engaged in calming and halting his comrades through amicable remonstrances. Beneath stood: Thus done and resolved at Ternate in Fort Orange, date as above. Was signed: Jan Elias van Mijlendonk, Jeremias Tonneman, Jean Babtist de lahaute maison, Adrianus Wasbeek, Jan Smit, Rudolph Anthonij Wijnen, and Anthonij van Bijwegen. Beneath stood: Agrees. Was signed: A. V. Bijwegen, secretary. Macasser With the arrival of the citizen Leendert Coenders on the 10th of this month, I had the honor to receive Your High Noble Lordships' secret duplicate of the 8th of August, accompanied by 5,000 Rixdollars in new Dutch currency, for the sending of which I express humble thanks to Your High Noble Lordships, humbly praying that more cash rather than desired piece goods may follow as soon as possible, while here a sum of 21,000 Rixdollars has already been taken up, being as much as could be obtained from the inhabitants and the orphan chamber, not counting what the undersigned High Noble, Right Honorable, Valiant, Prudent, Wise, Foresighted, Very Generous and Far-Commanding Lord and Lords! Batavia To His Excellency, the High Noble, Right Honorable Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, as well as Governor-General, and the Honorable Councilors of the Dutch Indies. 6 275 From Macasser, the 23rd of September 1755. From Macassar, the 23rd of September 1755. is still out-of-pocket for the purchase of rice, in order thus to give satisfaction according to the intention of Your High Noble Lordships, serving for speculation and to be able to make calculations on the ship's spaces, that the tithe of Maros and subordinate provinces has yielded, Lasts of rice: 400 Already purchased at 30 Rixdollars per last: 200 The tithe at Bonthain and Boelecomba to be collected in December, estimated at: 260 Can be purchased there upon the collection of the tithe: 150 Thus together Lasts: 1010 From this is deducted for Banda: 150 For this garrison, a full year of rations: 150 Bearers of this: 125 For a ship expected in January to load rice for Batavia: 300 Amounts to: 725 Remains then still Lasts: 285 Not counting also a quantity of 20,000 bundles of paddy, which one had wanted to ship in part with the bearer of this, had the captain not declared that such was impossible. The King of Tello with his evil faction keeps himself particularly quiet, not daring to undertake the planned journey to the Mangarij, against which the King of Boni troubles me daily about the bad conduct of those Macassars, being very inclined to come to arms, as Your High Noble Lordships will observe from His Highness's letter accompanying this, notwithstanding that I demonstrate to His Highness on every occasion that the Honorable Company has nothing to expect from war but harm, because after a victory is achieved not a doit of the expenses incurred is ever paid, even though such is always promised, besides that the Macassars have The Bouton Shabandar, relegated by Your High Noble Lordships to the Cape of Good Hope, we have approved by Resolution of the 22nd of this month to send over with the yacht Adriana, because one was encumbered with him in the jail. The citizen Hemert Rijkhuijs not yet having arrived with the original letter of Your High Noble Lordships dated 8 August, the Commission to Boeton has also not been able to make a start, of which orders and intention of Your High Noble Lordships contained in the duplicate of the aforementioned letter, the undersigned gave notice on the 22nd of this month to the Political Council, it being decided thereupon to postpone this commission for the present for a little while, for such reasons as the enclosed Extract Resolution dictates, to which I refer with all respect. have intentions
Dutch transcription
275 Van Ternaten onderdato 10:' Junij: 1755. — Van Macasser den 23. September 1755. te laten overgaan, den blijkens den gemeene resolutie van heden verloste soldaet Johan hen„ „drik Lipman van hessenland, die niet alleen meede handdaadig is geweest aan alle de rasende driften door de militairen in't voorleden Jaar, op den 1:' meij over 't kostgeld betoond, maar die sig ook heeft durven vermeeten, den heere gouverneur en den bij hem sijnde Capitain militair De Lahaute Maison de meeste contradictien en tegenwerpingen te gemoet te voeren, wanneer zij doende waaren zijne medemackers door min„ „nelijke vertoogen tot bedaaren en stilstand te brengen. /:onderstond:/ Aldus gedaan ende geresolvert tot Ternaten in't Casteel orange dato voorsz: /:was getekend :/ Jan Elias van Mijlendonk, Jeremias Tonneman, Jean Babtist de lahaute maison, adrianus wasbeek, Jan Smit, Rudolph Anthonij wijnen en Anthonij van Bijwegen. /:onderstond:) Accordeert /:was getekent:/ A: V: Bijwegen secretaris Macasser Met de komst van den burger Leendert coenders op den 10. deser had ik de Eere te ontfange u Hoog Edelheedens secreet duplicaat van den 8:e Aug„o verselt van 5000. Rijxd„s Nieuwe Nederlands pajement) voor welkers toezendinge uw Hoog Edelens Nedrig dank ben betuijgende, ootmoedig biddende dat ten spoedigsten meer contante dan wel gewilde Lijwaten moge volgen terwijle men alhier al heeft opgenomen een somma van 21000. Rd„s zijnde zo veel als meer bij de ingesetene en weeskamer magtig heeft kunne werden, ongereekent het geene den ondergetekende Hoog Edele Gestr: groot Agtb: Erntfeste, Manhafte wijze, voorzienige, zeer Genereuse en wijdgebiedende Heere en Heeren! Batavia Aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen gestrengen groot Agtbaren Heer Jacob Mossel Generaal der Jnfanterij ten dienst van den staat der vereenigde Nederlanden mitsg„s gouverneur generaal, en de wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India 6 275 Van Macasser den 23. September 1755. Van Macassar den 23. September 1755. nog in 't verschot is tot den inkoop van Rijst, omme dusdanig na de intentie van u Hoog Edelens genoege te geven, dienende tot speculatie en om op de scheeps ruijmtens te kunnen maaken calculatie dat de vertieninge van Maros en onderhebbende Provintien heeft opgebragt, Lasten Rijst -- - - - - - - 400: bereets ingekogt tot 30. rd:s 't last. . . . 200: de vertieninge op Bonthain en Boelecomba in Decemb: te doen gisse op - - - - - - - - - - 260. aldaar kan bij het doen der ver„ „thieninge werden ingekogt. - . - 150. Dus te samen Lasten. . . . . . 1010: hier van gaat af voor Banda 150. dese bezettinge een Rond Jaar Randsoene. . . . . . . . 150. Brengers van deze-. 125. voor een schip dat in Januarij verwagt werd om Rijst voor Batavia te laden. . . . - - 300. Telt. . . . 725. Rest dan nog Laste .. 285. Ongerekent nog een quantiteijt van 20000. bossen Padij die men voor een gedeelte inbrenger deses had willen inschepen ingevalle den schipper niet verklaard hadde zulks ondoenlijk was. Den Boutons Sabandhar, door u Hoog Edelheedens na Cabo de goede hoop geregeleert, De koning van Tello met zijn quaaden aanhank houd sig bijsonder stil, durvende de voorgenome rijse na de Mangarij niet on„ „dernemen, waar en tegen Bonijs koning mij dagelijks lastig valt over het quaat gedragg van dien Maccassaaren, is seer genegen tot de wa„ pens te komen, gelijk u Hoog Edelheedens dat zullen beoogen uijt de brief van zijn Hoogheijd deze versellende, niet tegenstaande ik zijn Hoogheijt bij alle occagie vertoone dat de EComp:e bij den oorlog niet als schaade te wagten heeft, om dat na gedaane overwinninge nooijt een duijt van de gedaane koste„ werd voldaan al schoon zulks altoos is belooft, behalven dat de Maccassaren haar hebben wij bij Resolutie van den 22. deser goetge„ vonden met het Jagt de Adriana over te zenden, om dat men met denzelve in't boeijen huijs belemmert was. Den burger Hemert Rijkhuijs met de origineele brief van u Hoog Edelhedens in dato 8. aug„o nog niet gearriveert zijnde, heeft ook de Commissie na Boeton nog geen begin kunne neemen, van welke orderes en intentie van u Hoog Edelheedens vervat bij duplicaat van evengem: brieff, de ondergete„ „kende op den 22. deser aan den Politicquen Raad kennisse gaff, zijnde daar op besloote deze commissie voor Eerst nog wat uijt te stellen om zodanige reeden als bijgevoegde Extract Re„ „solutie dicteert, aan welke mij in alle Eerbied gedrage. hebben voornemens
English
279 From Macassar, the 23rd September 1755. From Macassar dated 23 September 1755. intentions have until now remained merely words. If it were in accordance with the interest of the Honorable Company, it would be no trouble for me to incite the King of Boni to attack the Macassars, from which nothing else would follow than that the land would have to remain unplowed, and consequently, because rice cultivation on Java is not yet overly profitable, that grain would also become scarce here and the Honorable Company would in time become very embarrassed. Therefore, for the maintenance of peace, I prefer to yield somewhat in minor matters to the Macassar Court, and to promote with all diligence the grain harvest, which is the only revenue here for the Honorable Company. After which His Honor further communicated a subsequent passage from the aforementioned secret letter, in which Their High Excellencies had been pleased to approve that the incident on Bouton be regarded as a matter of the past, and to readmit the Boutonnese into the alliance, with renewal of the Contracts of the Year 1667 and such additions as Their High Excellencies had been pleased to append thereto (which, however, had not yet been received, as the original of the aforementioned secret letter was expected with the burgher Reijkhuijsen); and for that reason also deemed it well to commission the Senior Merchant and Second Cornelis Sinkelaar and Military Captain Jan Casper Reijsweber, to the end of renewing the Contracts with the King and grandees of the realm there. Thus His Honor judged it best to put this into effect as soon as the aforementioned Reijkhuijsen had arrived with the original papers, in order to still be able to impart the outcome thereof to Their High Excellencies with our autumn advices; and In the hope that all this will accord with the intention of Your High Excellencies, I have the honor to remain with profound respect, High Noble, Right Honorable, Highly Esteemed, Valiant, Brave, Wise, Prudent, very Generous and Sovereign Lord and Lords, Your High Excellencies' humble, very faithful Servant, Signed: J. D. v. Clootwijk. In the margin: Macassar, in the Castle Rotterdam, the 23 September 1755. Monday the 22nd September Anno 1755. Extract from the secret Resolution taken in the Council of Policy of Castle Rotterdam at Macassar. Extract thereupon 281 From Macassar dated 23rd September 1755. From Macassar the 8 October 1755. Register of this thereupon the Members, and first the Senior Merchant and Second, the Honorable Cornelis Sinkelaar, having their advice requested, answered to be fully prepared to obey the honored orders of Their High Excellencies with all diligence, but was of advice that, since the King and grandees of Bouton had promised to send envoys hither, and these not yet having arrived, it would be with much more honor and respect for the Honorable Company if the Boutonnese themselves first came to make request for it, as they had promised both through the interpreter Pieter Bartelsz and by their own letter, and one ought therefore to wait some time yet to see whether their envoys might still appear; whereas otherwise, if they were first solicited thereto by the Honorable Company, it would appear not only to them, but even to those of Boni and Goa, as if the Honorable Company were presently embarrassed with the matter; but if the aforementioned envoys do not come, then to execute the orders of Their High Excellencies as soon as possible. Wherewith the other members concurring, it is resolved to wait some time yet for the Boutonnese envoys, and in the meantime secretly to encourage the King of Boni to animate those of Bouton to send envoys, and to give notice of this adopted resolution to Their High Excellencies by separate letter. Underneath stood: Agrees. Signed: J. C. Burggraaf, Secretary. Letter A: Original separate letter from the Governor to the aforementioned Their High Excellencies dated of this date. Letter B: Copy of secret resolution taken in the Council of Policy here on the 18 July of this Year. Letter C: Ditto resolution as above of the 29 of the same month. Letter D: Ditto ditto Resolution taken in the Council of Policy here on the 27 August anno current. Letter E: Ditto ditto Resolution as above under date 22 February 1755. Letter E: Translation of letter from the Governor and Council to the King and grandees of the realm of Bouton. Register of such Papers as are presently sent over to His Excellency The High Noble, Valiant, Highly Esteemed Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of Their High Mightinesses The Lords States-General of the United Netherlands, as well as Governor-General, Together with the Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. Register
Dutch transcription
279 Van Macassar den 23:' September 1755. Van Macassar onderdato 23. September 1755. voornemens tot nog toe maar bij de woorden gebleven zijn.. Indien het met 't Jntrest van D'E: Comp: over een quam zoude het mij geen moeijte wesen Bonijs koning aan te zetter de Mac„ „cassaren te atacqueeren uijt welke niet anders volgen zoude als dat het land onbeploegt moes„ „te blijven, en gevolgelijk men, om dat op Waar na zijn Ed:e nog communiceerde, Java de rijst culture nog niet te voordeelig een, nadere periode uijt evengem: secrete zijn dat graan hier ook schraal zoude werden letteren, waar bij Haar Hoog Edelheedens hadden en de E: Comp:e in der teijd seer verlegen raken, gelieve goed te vinden, om het voor gevalle„ derhalve tot behout der Ruste ik in geringe „ne op Bouton, als een gepasseerde zaak zaake aan het Maccassaarse Hoff liever wat aan te merken, ende boutonders weder in het inschikken wil, in het graan gewas, dat de bondgenoodschap aan te nemen, met ver„ Eenigste inkomsten voor d'E: Comp:e hier zijn, met „nieuwing der Contracten van het Jaar 1667. allen Eijver voort doen zetten. en sodanige ampliatien als Haar Hoog Edelh:s daar hadde gelieven bij te voegen /:dog die In hoope dit een en ander met de in„ men mits d'origineele van evengem: secre„ „tentie van u Hoog Edelens over Een zal koo„ „te letteren, met den burger Reijkhuijsen „me, hebbe de eer met diep ontzag te zijn te verwagten stond, nog niet hadde ontfangen:/ /:onderstond:/ Hoog Edele, gestr: groot Agtb:, Ernt„ en uijt dien hoofde almede goed gevonden, „feste Manhafte wijze, voorzienige zeer den opperkoopman en secunde Cornelis Sin„ genereuse en wijdgebiedende Heere en Heeren „kelaar en Capitain Militair Jan Casper /:lager:/ u Hoog Edelens onderdanige seer Reijsweber te Committeren, ten eynde getrouwen Dienaar /:was getekent:/ J: D: de Contracten met den koning en rijksgroo„ v: Clootwijk /:in margine:/ Macassar in't „ten aldaar te vernieuwen, so oordeelde zijn Casteel Rotterdam den 23. September 1755. Ed:e best te zijn, zo haast gem: Reijkhuijsen met de origineele papieren zoude g'arriveerd wesen effect te laten sorteeren, om haar Hoog Edelheedens met ons najaarige advijsen den uijtslag daar van nog te kunnen bedeelen, en Maandag den 22. ' September A„o 1755. Extract uijt de secreete Resolutie genomen in Ra„ „de van Politie des Casteels Rotterdam tot Macassar Extract daar op 281 Van Macassar onderdato 23:' September 1755. Van Macassar den 8. october 1755. Register deses daar op d' Leeden, en voor eerst den opperkoopman en secunde D' E: Cornelis Sinkelaar, hun ad„ „vijs versogt zijnde, antwoorde ten vollen bereijd te zijn, aan d' g'Eerdre ordres Haare Hoog Edel„ „heedens met alle ijver te obedieren, dog van advijs was dat na dien d' koning en groote van Bouton, hadde belooft om afge„ „santen naar herwaarts te zenden, en die nog niet gekomen zijnde, het met veel meer honeur en respect voor d' EComp:e zoude zijn, indien de boutonders daar zelfs eerst om quamen te versoeken, gelijk zo met den tolk Pieter Bartelsz: als bij eijgene brief beloofd hadde, en men dierhalven nog eenige teijd diende te wagten, om te sien of hun gesanten nog mogte komen op dagen, daar het andersints, indien door d' EComp:e daar toe eerst aangesogt wierden, het niet alleen bij haar liede, ma zelfs bij die van boni„ en goa, zoude scheijnen, als of d'E: Comp:e thans met de zaak verlegen was; dog gem: gesanten niet komende, als dan d' ordres haa„ „rer Hoog Edelheedens zo haast doenlijk werkstel„ „lig te maken; waar mede zig de verdere leeden confirmeerende, zo is g'arresteerd, nog eenige teijd na d' boutonse gesanten te wagten, en intusschen de koning van Boni onder de hand aan te zetten, om die van bouton tot het zenden van gezanten te animeeren van dit genomene besluijt haar Hoog Edelh„s bij aparte brief kennisse te geven /:onderstond:/ Accor„ „deert /:was getekent:/ J: C: Burg graaf secret„s L„r A: origineel aparte brief van den gouver„ „neur aan welgem: haar hoog Edelhedens ged:t dato deses „ B: Copia secrete resolutie genomen in Rade van Politie alhier op den 18. Julij deses Jaars. :o _:o resolutie als even van den 29: der zelver maand. - D: _:o _:o Resolutie genomen in Rade van Politie alhier op den 27. au„ gustus anno stantij _:o _:o Resolutie als voren in dato 22. febr: 1755. Translaat brieff van den gouver„ „neur en raad aan den koning en reijx grooten van Boutons Register van sodanige Papieren als 'er thans over gesonden werden aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen gestrengen groot Agtb: Heere Jacob Mossel Generaal der Jnfanterie ten dienst van Haar Hoog Mogende De Heeren Staten Generaal der verEenigde Nederlanden, Mitsg„s gouverneur Generaal Benevens de wel Edele Heeren Raden van Nederlands India Register „ E: E: „ _:o - e
English
283 From Macassar the 8th of October 1755. From Macassar the 8th of October 1755. Letter G. Copy of report of the interpreter Pieter Bartelsz upon his return from Bouton Letter H. Item translated letter from the king and grandees of Bouton, to the governor and council received the 28th of July of this year Letter I. Extract from a letter by the residents Willem Deefhout and Willem Hendrik Coutrier, to the governor and council here, dated the 21st of May of this year Letter K. Item from a letter by and to as above dated the 3rd of July of this year Letter L. Item from a letter by and to as above of the 8th of September of this year Letter M. Item from a letter by and to as above dated the 2nd of October of this year Letter N. Copy of translated letter from the king of Sumba received the 6th of October of this year Macassar in Castle Rotterdam the 8th of October 1755. was signed J. H. Burggraaf secretary. Batavia To his Excellency The High Noble Stern Right Honourable Lord Jacob Mossel General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands and Governor-General, together with The Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies Batavia High Noble Stern Right Honourable Valiant Brave Wise Prudent Very Generous and Wide-Commanding Lords and Masters! No. 1. Mentioning beforehand that in the month of July, when the undersigned was preparing to depart in person for the Northern Province, to attend the collection of tithes, and from there to the Tanette gold mines at the request of the queen, My last very respectful letter to Your High Noblenesses was that of the 23rd of September, per the yacht the Adriana, to which I still refer. This will then, according to business custom, serve again to give Your High Noblenesses a report of the principal occurrences among the Allies and subjects. 285 From Macassar the 8th of October 1755. From Macassar the 8th of October 1755. such terrifying rumours were spread here, that a newcomer, being unacquainted with the ways of this arrogant and murderous nation, would be thrown into the uttermost confusion. For Your High Noblenesses may please to know that the king of Tello assembled all Macassars who would but take part in his evil designs, and after having gathered together about four thousand men, no other talk was heard than that this force was about to come down to massacre everything both inside and outside this Castle, and subsequently depart for Sumbawa and Manggarai, meanwhile inquiring daily after the departure of the undersigned, in order to attack me from Tello in the land of Maros if this evil design should fail. Whereupon, on the 14th of that month, behind the dwelling of the pay-bookkeeper, a small note of this content was found: O master take heed, running amok will be done in the Castle, the king of Boni, the king of Tello, and Datu Soppeng, are in an agreement, or of one mind, Boni people and Macassars are now being selected to murder you and the Lord Governor, without doubt haste is being made to destroy the Company by the king of Boni and the Macassars because Bouton, Boni, Gowa and Soppeng are now in an agreement to remove the Company from Macassar, and in this agreement are also included the queen of Tanette, the Datu of Lamuru, the Ponggawa, and Karaeng Candjilo, who long greatly, and have also undertaken to do the same to the Company at Macassar as has happened at Bouton, to destroy and to drive away forever, you have no good to expect from Boni as well as from the Macassars, this I say solely to you, O younger brother, for the kindness that you and interpreter Weempje Muller have shown me. underneath stood translated by me into the Dutch language was signed Johannes Ferera. Meanwhile I had secretly made good preparations, and summoned a great number of subjects, ostensibly according to yearly custom to take along to the tithes, as well as armed the seafaring and artisan personnel stationed ashore, and ordered all vessels for a proper defence, subsequently giving notice on the 18th thereof to the Political Council of all circumstances of those matters, whereupon it was found good to suspend my departure to Maros, as well as to Tanette, and to send thither the junior merchant Voll, as well as if the Macassars should undertake the very least acts of violence
Dutch transcription
283 Van Macassar den 8. october 1755. Van Macasser den 8. october 1755. L„ra G. Copia ropport van den tolk Pieter Bartelsz bij dies te rugh komst van Bouton „ H. _:o Translaat brieff van den koning en rijxgrooten van Bouton, aan den gouverneur en raad ontfangen den 28. Julij deses Jaars „ I: Extract uijt een brieff door de residenten Willem Deefhout en Willem hen„ „drik Coutrier, aan gouverneur en raad alhier, in dato 21. ' meij deses _:o uijt een brief door den aan als „ k _ boven gedateert 3. Julij anno stantij „ 2. _:o „ een brief door en aan als Even van den 8. September deses Jaars „ M. _:o uijt een brief door en aan als voren in dato 2. october deses Jaars „ N. Copia Translaat brief van den koning van Sumba den 6. october deses Jaars ontfangen Macassar in't Casteel Rotterdam den 8. oc„ „tober 1755. /:was getekent:/ J: H: Burggraaf secretaris. Voor af meldende dat in de maand Julij„ als wanneer den ondergeteekende zig gereet maakte na de Noorder Provincie, ter bij wooninge der verthieninge, en van daar Mijn laaste seer Eerbiedige aan u Hoog Edelheedens is geweest die van den 23:' Septem„ „ber, P„r het Jagt de Adriana aan welke mij als nog gedraage. zullende deze dan na zakelijkse gewoonte weder diene om u Hoog Edelhedens verslag te doen van het voornaamsten gepas„ „seerde bij de Bondgenoten en onderdaane„ Hoog Edele gestr:, groot Agtb:, Erntfeste, Man„ „hafte wijze, voorzie„ „nige, zeer genereuze, en wijdgebiedende Heere Batavia Aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen gestr: groot Agtb: Heere Jacob Mossel Generaal der Jnfanterij ten dienste van den staat der verEenigde Nederlanden mitsg„s Gouverneur generaal, beneffens De Wel Edele Heeren Raden van Nederlands Batavia na Jaars India en Heeren! Nol. 285 Van Macassar den 8. october 1755. Van Macassar Den 8:' october 1755. — na de Tanetse gout mijnen op versoek van de koninginne in Persoon te vertrekken hier zulke schrikkelijke gerugten verspreijd wierden, dat een Nieuweling, die onkundig van de manieren van deze trossen en moordadige Natie zijnde, in de uijterste verwerringe zoude brengen. Want uw Hoog Edelens gelieven te weeten dat de koning van Tello alle Maccassaaren bij den anderen versaamelde, die maar deel in zijne quaade aanslagen neemen wilde, en na Sirka vier duijsent man bij den anderen geschaard te hebben, hoorde men geen andere dis„ coursen, als dat die magt stond af te koomen, om alles, zo binne als buijten dit Casteel te massacree„ „cen) en vervolgens na Sumbauwa en de man„ „garij te vertrekken, laatende intussen dagelijks verneeme na het vertrek van den ondergetee„ „kende, omme indien desen quaaden aanslag mislukten als dan van Tello in 't land= van Maros mij te attaqueren. Waar bij men op den 14. dier maand agter de wooning van den soldij boekhouder nog een briefjen vond van desen inhout. 0 touwan neemt iagt, daar zal amok in het Casteel gedaan werden, den koning van Bonij, den koning van Tello, en Datoe Sopeeng, zijn in een verdrag, of eensinnig geworden, daar word thans bonijers en Massaren uijtgesogt om uw en den Heer gouverneur te vermoorden, sonder twijffel daar word spoed gemaakt Inmiddens hadde ik in der stilten goede Pre„ „paratie gemaakt, en een meenigte onderdane op doen koomen, in scheijn na Jaarelijkse gewoonte meede na de vertieninge te neeme, mitsg„s de aan land bescheijde zeevaarende, en ambagts„ gesellen doen wapene, en alle de vaartuijgen tot een behoorlijke defensie geordonneert, ge„ „vende vervolgens op den 18. e daar aan den Poli„ „ticquen Raad in allen omstandigheeden van die zaaken kennisse, zijnde daar op goet gevonden mijn vertrek na Maros, als meede na Tanetten te staaken, en na derwaarts te zenden den onderkoopman voll, mitsg„s indien de Mac„ „cassaren de aller minste geweldenarijen onder„ om de Comp:e te verdelgen door den koning ^en de macassaren want Boeton„ Bonij van Bonij goa en sopping zijn nu in een verdrag om de Comp:e van Macassar af te doen, en in deze verdrag is meede begreepen de koningin van Tanette Datoua Lamoeroe, den Pongauwa, en Caraeeng Candjilo, die verlangen zeer, en ook hebben aangenomen om de Comp:e op Maccassar het zelfde te doen als aan Bouton is geschiet, te verdelgen en te verdrijven, tot in Eeuwigheijd, hebt uw: geen goed zo van Boni als van de Maccassaren te verwagten, dit zig ik alleenig uw ô Jonger broeder, om het goed dat uw en tolk weempje (:Muller :/ mij betoond heeft /:onderstond:/ door mij in de Nederduijt„ „sche taale overgezet /:was geteekent:/ Johan:s ferera. om naame l
English
From Macassar, dated 8 October 1755. From Macassar, the 8th of October 1755. namely, then with the utmost silence overland and with the vessels into the river up to Tello to anchor, and to treat them after the example of Boeton, as well as, in case they should undertake to depart for Sumbauwa or Mangarij, to cause the same to be attacked by our cruising fleet, and under God's blessing to fight them, just as Your High Excellencies shall find that and whatever relates to that matter extensively described in the secret resolutions of 18 and 29 July, 27 August, and 22 September, to which I refer myself in all deference. Meanwhile, that Macassar murderous band, noticing that it would not end for them without bloody heads, have up to this day dared to undertake not the least thing, the King of Tello still residing with a part of his people at a village named Lakang, about five miles eastward of this Castle, because he does not trust himself even in Tello on account of the ease with which we could pay him a visit there. The behavior of the King of Bonij in the above-mentioned matters appeared rather indifferent to us, until the time he began to notice that we could not be easily frightened, having meanwhile sounded him out now and then on account of the circulating rumors, and who also, after all those movements had become public, informed me of various intentions of the King of Tello. And since the Company's as well as the Bonij subjects had been brought under the impression that the King of Bonij had joined the Macassars against the Honorable Company, of the contrary of which I was convinced, I thought it best, in order to keep both these subjects in peace and unity, to invite His Highness to an interview, which took effect on 16 August in the Company's garden, when complaints against the King of Tello came forth once again, and why one waited any longer to attack him. I submitted to His Highness on this that these were, after all, only threats, I had His Highness kindly thanked for the communication, as well as for the offered troops, as being unnecessary, adding that the Honorable Company did not easily let itself be frightened, but was always on its guard. and among other things on 5 August, that the same still intended to depart for the Mangarij, and beforehand wished to take leave in the Castle in order to carry out the massacre on that occasion, because otherwise he saw no way to get into it, having me asked at the same time whether he should not have some Bonij people armed by that time, and that above all good order should be established. since it was not worth the Honorable Company's trouble to pay heed to, and I was not accustomed to strike the first blow, and after all there was nothing for the Honorable Company to gain in war. And since in this meeting I could discern nothing other than all affection from His Highness, I entrusted to him that which had been resolved by secret resolution of 29 July regarding the King of Tello, which was very pleasing to His Highness, who said further that with the departure of the yacht De Adriana he would write in detail regarding the conduct of the Tellonese to Your High Excellencies. On this occasion, His Highness also requested a pair of fine newly painted banners, which are currently being prepared, and will be fetched with great state on the 23rd of this month. Now, in order to set both inhabitants and subjects all the more at ease and to assure them of good faith and concord, I went, at the request of His Highness, on 5 September to the corner of Oedjong Tana, north of this Castle, where His Highness, accompanied by his brother the King of Soping, with all the dignitaries of the realm, was present, and having spent nearly an hour there over the circulating rumors, I returned to the Castle. This being the principal occurrences and dealings with that court during the past four months. The Macassars who still side with the old Queen Aroe Palacca, the separated wife of the King of Tello, are few in number and keep quiet in Goah, the woman having very urgently requested of the King of Bonij that, if the fire were to start burning, she might have protection with His Highness, which the same, being her uncle, has accepted. Moreover, the first Tomilalang, First Councillor of the Realm, by name Caraeeng Parangie, an old and honest minister, has been dismissed from his office because he is too much opposed to the evil doings of the Regent, who subsequently retired to Caraeeng Madjennang, which shrewd gentleman has also regarded that matter rather indifferently, and had me requested a few days ago whether he might bring that dismissed minister under the Company's protection, concerning which, after a resolution has been taken, he will be further conferred with. The Queen of Tanete, with her newly married husband the Commander-in-Chief of Bonij, are still living in good peace; Her Highness has several times sent word requesting me to come over in order to depart together for the gold mine, since everything was ready there for the excavation, which, as said in the beginning of this, had to be postponed, further letting it be known on 19 August that
Dutch transcription
287 Van Macassar onderdato 8. october 1755. - Van Macassar den 8. ' october 1755. — naame als dan met meeste stilten overland en met de vaartuijge in't rivier tot voor Tello te aukken en haar handelen na het Excempel van Boeton, als meede indien onderneeme wilde na Sumbauwa of Mangarij te ver„ trekke, dezelve door onse kruijsvloot te doen aantasten, en onder Godes segen bevegten gelijk uw Hoog Edelheedens dat, en het geene relatie tot die zaake heeft breedvoerig bij secreete Reso„ „lutie van 18. en 29:e Julij 27. aug„s en 22. Sep„ „tember beschreeven zulle vinden, aan welke mij in alle Eerbied gedraage. Ondertusschen dat Maccassars moord rodt, bemerkende dat het zonder bebloede koppen voor haar niet af zouden loope, hebben tot heden niets het allerminsten durven onderneemen, leggende den koning van Tello nog met een gedeelte van zijn volk op een Negorij genaamt Lakang, Sirka vijff mijlen oostwaarts van dit Casteel, om dat zig zelfs in Tello niet vertrout wegens de gemakelijkheijd voor ons om hem daar een besoek te geven. Bonijs Koning zijn gedrag in boven gemelde Laa„ ken is ons vrij wat onverschillig te vooren ge„ „koomen, tot der tijd, begon te merken dat men ons niet ligtelijk verschrikke konde, hebbende intusschen den zelve nu en dan wegens de rouleerende gerugten eens laten ondertasten, en mij ook na dat alle die beweeginge rugt„ baar waaren van deze en geene voor„ nemens van Tellos koning verwittigt, En vermits zo wel Comp„s als bonijse onderdane in een denkbeelt waaren gebragt, dat Bonijs koning zig bij de maccassaren had gevoegt, tegen d' EComp:e, daar van ik het Contrarie was overtuijgt, zo dagte het best te wesen, om die beijde onderdanen tot rust en eenigheijd te houde zijn Hoog„ „heijd tot een abouchement te noodige het geene den 16. aug„s in Comp„s tuijn Effect zorteerde, als wanneer het al weder tot klaagen tegen den koning van Tello uijtquam, en waarom dat men nog langer wagte hem aan te tasten. Ik indienen zijn Hoogheijt hier op, dat het Jmmers alle maar drijgementen waaren Ik liet zijn Hoogheijd vrindelijk bedanke voor de Communicatie, als ook voor de aan„ geboode manschappen, als niet noodig zijnde met bijvoeginge dat de EComp:e zig niet ligt lietf verschrikken, maar altoos ophoeden was. en onder andere op den 5. aug„s dat denzelven nog van intentie was na de mangarij te vertrekken, en dat bevoorens in 't Casteel afscheijd wilde neemen om bij die ocagie de moord uijt te voeren, om dat anders geen kant zag daar in te kunne koomen, latende mij teffens vraagen of niet eenige boniers tegen dien teijd zoude laten wapenen, en dat voor al goede order dienden te stelle. daar 9 e Nol. en 289 Van Macasser den 8. october 1755. Van Macassar den 8. october 1755. daar het d' EComp:e niet de moeijte waardig was agt op te slaan, en ik niet gewoon was den eersten slag toe te brengen, en immers voor de EComp: in den oorlog niet te winnen was; En vermits ik in deze bij een komste niet anders konde nagaan als alle vermeenent„ „heijd van zijn Hoogheijd, zo vertrouden ik hem het geene men bij secreete Resolutie van den 29:e Julij ten opzigte van Tellos koning be„ „slooten hadde, het geene zijne Hoogheijd seer aan„ „genaam was, zeggende wijders met het vertrek van het Jagt de Adriana omstandig wegens het gedrag van den Tellonees aan uw Hoog Edelens te zullen schrijven. — Bij deze occagie verzogte zijn Hoogheijd ook om een Paar fraaie Nieuw geschilderde vaan„ dels, welke thans in geertheijd werden gebragt, en op den 23:' deser met veel statie zulle werden afgehaalt. Om nu zo wel ingezetenen als onderdaane te meerder gerust te stelle en te verzekere van de goede trouw en Eendragt, begaff ik mij, op verzoek van zijn Hoogheijd, den 5. Sept: na de hoek van oedjong Tana, benoorden dit Casteel al waar zijn Hoogheijd, verselt van zijnen broeder de koning van Soping, met alle rijksgroote Present waaren, en aldaar bij na een uur over de roulerende gerugte doorgebragt te hebben, begaff ik mij weder na het Casteel. zijnde dit het voornaamste voorgeval„ „lene en verhandelde met dat hoff sedert de vier laaste gepasseerde maanden. De Maccassaarse, die het nog met de oude koninginne Aroe Palacca, gesepa„ „reerde vrouw /:van den koning van Tello:/ hou„ „de, zijn wijnig in getale en houden zig in goah stil, hebbende de vrouw seer instan„ „tig bij Bonijs koning verzogt, indien het vuw vuur aan het branden raakte, bij zijn Hoogheijd protectie te mogen hebben, het geene den zelve, als oom wesende, heeft aangenoome; daar en boven is den Eersten Tomilalang, Eerste Rijksraad, in name Caraeeng Parangie een out en Eerlijk minister / van zijne bedieninge afgezet, om dat de quaade gedoen„ tens van den Rijksbestierder te veel te„ „gen is, die vervolgens zig bij Caraleng Mad„ „ Jennang heeft geretireert, welke doorsleepen Heer dat werk al meede vrij wat onverschillig heeft aangesien, en mij voor eenige dagen laten verzoeken of hij dien afgezetten ministers in Comp„s Protectie mogte brenge, werwegen hem, na genoome Resolutie, nader zal laten onderhouden. Tanets Koninginne, met haar Nieuwe getroude Man bonijs veldheer, leven als nog in goede ruste, haar Hoogheijd heeft mij verscheijde maale laten versoeke tot over„ „komste om te saame na de gout mijne te vertrekken vermits daar alles tot de graverije gereet was, het geene, zo als in den aan„ „vang dezes gesegt, men heeft moeten uijt„ „stelle, Latende wijders op den 19:e aug„s weete De dat E E
English
From Macassar the 8th of October 1755. From Macassar the 8th of October 1755. that such bad rumors of war had been heard on Tanette, whether I would also be pleased to be served by any armed men from Her Highness, for which offer, according to the circumstances of the time, she was politely thanked. The king of Soping has stayed under the Castle this entire eastern monsoon, apparently to be able to immediately assist his brother the king of Boni in times of need, and with regard to the Mandhaar, it gives no matter worthy of Your Right Honorables' attention, thus passing on to Boeton, from where, after the return of the assistant interpreter Pieter Bartelsz on the 28th of July, bringing along a letter, accompanying his report with this, no envoys from that realm have yet appeared at this Castle, the queen of Tanette shortly thereafter letting me be assured that those of Boeton, after the departure of the said interpreter, had sent envoys to Wadjo for assistance against the Honorable Company. However, since it has been privately learned that they took the path to Batavia to Your Right Honorables rather than to this Castle, there is no doubt they will remain within the bounds of their duty, and the king with his Councilors of State will renew the contracts and embrace the sent draft from Your Right Honorables. From Bima, according to the writing of the outgoing Resident Deefhout and the incoming ditto Contrier, dated the 21st of May, news has been received of the bad success that those peoples had on Mangarij, as Your Right Honorables will find detailed in the said writing, which is forwarded among the annexes. And since the Resident in his letter of the 8th of September gives notice that from Sumbauwa eight large Wadjorese and Buginese vessels departed for Batavia, laden with wax, slaves, and cloth, without deigning to request passes from the Resident, whether such rovers arriving there could be declared good prizes for Your Right Honorables' consideration, all the more because, on returning, they even dare to say that they are never asked for passes on Batavia. In Papekat the king has passed away, but since those grandees of the realm are not yet in agreement among themselves regarding the election, according to the writing of Bima's Resident dated the 2nd of October, the renewal of the contracts must still remain postponed. While writing this, I receive a letter from Sumbawa's king, reporting his safe arrival and satisfaction regarding the courteous treatment enjoyed during his presence here, as Your Right Honorables may please to observe from its translated letter; there being added to it the writing of Resident Coutrier dated the 2nd of this month, noting among other things that the princes of that land were troublesome because no sappanwood was fetched, therefore requesting Your Right Honorables for ship space for its transport. It is true that according to the orders, the Resident is obliged to make payment upon delivery, but since the Honorable Company has no warehouses in that place for its storage, the Residents have until now left those dyeing materials in the custody of the suppliers and advanced cash for a portion thereof. The Saleyerese Regents have, upon their made request, been excused for this year from appearing at this Castle, but their tribute and men for the necessary and usual work arrived here in the latter part of the past month, everything further in that region remaining in good peace, as well as the Company's subjects north and south of this Castle, reckoned from Tanette to the corners of Lassam, without any changes or discords of importance worthy of Your Right Honorables' attention having occurred in those extensive lands. Wherewith this shall conclude, assuring Your Right Honorables of my faithful attention to the Company's interests, and that with deep respect I am, underneath, Right Honorable, valiant, greatly respected, steadfast, manly, wise, provident, and very general high-born Lord and Lords; lower, Your Right Honorables' very obedient and faithful servant, was signed: J. D. V. Clootwijk, in the margin: Macassar in Castle Rotterdam, the 8th of October 1755. The Master take note, amok shall be made in the aforementioned Castle, the king of Boni, the king of Tello, and Datoea Sopeeng have come to an agreement, or become of one mind. After the prayer, the governor made known that he had convened this meeting principally to communicate to the members the discovery regarding an intended treason against the land, concerning which the utmost secrecy being required, His Honor could well demand the oath of secrecy from the members if His Honor were not confident that they would acquit themselves herein as well as concerning the keeping silent about the Bouton expedition, which being unanimously promised, His Honor laid upon the table a Buginese note, written by an unknown person and placed and found at the back door of the junior merchant and paymaster Jan Hendrik Voll, of which the Dutch translation of the Buginese writing found at the back door of the Honorable Jan Hendrik Voll, junior merchant and garrison bookkeeper of this city at Macassar on the 14th of July in the year 1755, translation read as follows. Friday the 18th of July in the year 1755, in the morning at 9 o'clock, all present. Secret Resolution taken in the Council of Policy at Castle Rotterdam at Macassar. Resolution thereupon.
Dutch transcription
291 Van Macassar den 8. october 1755. Van Macasser den 8. october 1755. — dat zulke quaade gerugten van oorlogen op Tanette hadde verstaan, of ik ook van Eenige gewapende manschappen van haar Hoogheijd gelieft gedient te zijn, voor welk aanbod na teijds omstandigheede vrindelijk is bedankt geworden. Sopings koning heeft zig deze geheele ooster mouson, onder het Casteel onthoude, apartent om zijnen broeder Bonijs koning in teijd van Nood aanstonds te kunnen adsisteeren, en ten belange Van de Mandhaar, geve geen stoffe u Hoog Edel„ „heedens attentie waardig, zullende dus over„ „gaan tot Boeton, van waar na het retour van den ondertolk Pieter Bartelsz, op den 28. ' Julij, mede brengende een briefjen, neffens zijn rapport deze verzellende, nog geen gesante van dat Rijk aan dit Casteel verscheene zijn, latende Tanets koninginne mij kort daar na verzekeren, dat die van Boeton„ na vertrek van gemelde Tolk, gesanten na wadjo tot adsistentie tegen de E: Comp:e gesonde hadden Dog vermits men Particulier heeft verstaan dat zij lieven den weg na Batavia tot u Hoog Edelhedens, dan na dit Casteel hebben ingeslagen, twijffelt men niet of zullen wel binne de Taale van haar Pligt blijven en de koning met zijne Rijksraaden de contracten renoveren en het ge„ „sonde ontwerp van uw Hoog Edelens amplectee„ „reij van Bima heeft men volgens schrijven van den En vermits den Resident bij zijn brief van den 8. e September kennisse geeft dat van Sumbauwa na Batavia zijn vertrokken agt groote wadjoreese en boegineese vaartuijgen af„ „gelaaden met wax slave en kleeden zonder zig te verwaardige Passen bij den Resident te of sulken suwervers aldaar aanton Hoog Edelheedens in consideratie ^ voor goede prijsen zoude kunne ver„ „klaard werden, te meer om dat zij te rug komende nog wel durven zeggen, dat haar op Batavia nooijt na passen werd gevraagt. Papekat is den koning overleeden, dog vermits die rijksgroote het onder den andere nog niet eens zijn wegens de verkiesinge, volgens schrijve van Bimas Resident in dato 2. october, moet het renoveren der Contracte nog uijtgestelt blijven. Onder het schrijve van deze ontfange Een brief van Sumbawas koning, meldende zijne behoude overkomste en vergenoeginge wegens de heuse behandelinge, bij het aanwesen hier genooten, gelijk uw Hoog Edelheedens uijt dies Translaat brief gelieve te beoogen; zijnde daar bij gevoegt het schrijven van den Resident Coutrier in dato 2:' afgaande Resident Deefhout en aankomende d:o Contrier, in dato 21. Meij tijdinge van het slegt succes, dat die volkeren op de Man„ „garij hebben gehad, gelijk u Hoog Edelheedens dat uijt gemelde schrijve, onder de bijlaage overgaande omstandig aangehaalt zullen vinden afgaande deser t Heei 293 Van Macassar den 8. october 1755. Van Macassar onderdato 8. october 1755. deser onder andere noteerende dat de voosten van dat land moeijlijk waare, om dat geen Sappanhout af werd gehaald, derhalve u Hoog Edelhed:s versoeke om scheeps ruijmte tot dies „vervoer. Het is wel waar, dat na de ordrres, den Re„ sident gehouden is bij de leverantie betaalinge te doen, dog vermits d'E Comp:e daar ter Plaatse geen Pakhuijsen tot dies berginge heeft, heb„ „bende de Residenten die verff stoffen tot nog toe / onder berustinge der leveransiers gelaaten en voor Een gedeelte daar Contanten opgeschoten. Salijerese Regenten zijn voor dit Jaar op haar gedaane versoek g'excuseert om aan dit Casteel te verscheijnen, dog haare Tribut en manschappen tot het nodige en gewoone werk zijn in't laaste der gepasseerde maand hier aangekoomen, blij„ „vende verders in die landstreeke alles in goede Rust, gelijk ook Comp„s onderdanen benoorde en bezuijden van dit Casteel gereekent van Tanette tot de hoeken van Lassam, sonder dat in die uijtge„ strekte landen eenige veranderinge nog oneenig„ „heede van belang uw Hoog Edelheedens attentie waardig voorgevallen zijn. Waar mede deze zal besluijte verzeke„ „rende uw Hoog Edelheedens van mijne getrouwe attentie op Comp„s belange en dat met diep ontsag ben, /:onderst:/ Hoog Edele gestr:, groot Agtb:, Erntfeste, Man„ „hafte wijze voorzeenige en zeer gener:l wijdgeb:te Heere en Heeren; /:lager uw Hoog Ed:s zeer gehoorsame en getrouwe dienaar /:was „getekent:/ J: D: V: Clootwijk /:in margine:/ Macassar in 't Cas„ „teel Rotterdam den 8. october 1755. d' toean: neemt in agt, daar zal amok in het vnt Casteel gedaan werden, den koning van Bonij, den koning van Tello en Datoea Sopeeng, zijn in een verdrag, of een sinnig geworden, Na het gebed gaf de gouverneur te kennen dese bij een komst ten principaale belegt te hebben, om aan de leede te bedeelen de ontdekkinge, wegens een voorgenomene landveraad, waar omtrent de uijterste geheijm houding verEijscht wer„ „dende, zijn Ed: den Eed van Secretesse de leede wel zoude kunnen afvorderen indien zijn Ed: niet in't vertrouwden was, deselve zig hier inne so wel zoude quijten als omtrent de verswijging der boutonse Ex„ „peditie, 't geen dan een parig belooft zijnde, beijde zijn Ed: ter tafel over een boeginees briefje, door een onbekende opgesteld en aan de agterdeur van den onderkoopman en zoldij boekhouder Jan Hendrik voll neder gelegt en gevonden, waar van het nederduijts Translaat Bouginees geschrift gevonden aan de agter=deur van D' E: Jan Hendrik voll onderkoopman en guarnisoen boek„ „houder deser steede op Macasser den 14. Translaat was luijdende. Julij a„o 1755. rijdag Den 18. Julij A„o 1755. des morgens ten 9. uuren alle Present Secrete Resolutie genomen in Rade van Politie ten Cas„ teele Rotterdam tot Macassar Resolutie daar op
English
From Macassar, dated 8 October 1755. From Macassar, dated 8 October 1755. Men from Bonij and Macassar are currently being selected to murder you and the lord governor; without doubt haste is being made by the king of Bonij and the Macassars to destroy the Company, for Bouton, Bonij, Goa, and Sopping are now in a treaty to do away with the Company in Macassar. Included in this treaty are also the queen of Tanette, Tatoua Lamoeroe, the Pongaua, and Caralend Candjila, who greatly desire, and have also undertaken, to do the same to the Company on Macassar as was done at Bouton: to destroy and expel it forever. You have no good to expect from either Bonij or from the Macassars. I tell this only to you, oh younger brother, because of the kindness that you and interpreter Avempje Muller have shown me. It was subscribed: Translated by me into the Dutch language. It was signed: Johannes Ferera. His Honour further added to this that it was hardly believable that all the persons named therein would be so united with one another in this matter, since the bitter hatred that the queen of Tanette bore toward the court of Bonij was fully known, and she would not be so easily reconciled as to enter into such an alliance with Bonij. Moreover, the king of Bonij himself could expect nothing from this but his own ruin if he were to join with the Macassars for the destruction of the Honourable Company, as those of Goa would then soon overpower him as well. His Honour cited on this occasion a nearly similar occurrence, made known in a secret letter dated 5 June 1745 written to their High Honours by the Right Honourable, Strict, and Highly Esteemed Lord Extraordinary Councillor Joan Gideon Loten, then governor here, which at that time had had no consequences. Nevertheless, notwithstanding the aforementioned reasons and all those outward expressions of goodwill toward the Honourable Company by those of Tanette as well as Bonij, those nations were not to be trusted at all, and therefore vigilance, as always of primary importance, was at this time supremely required. And His Honour had therefore recommended the aforementioned junior merchant Voll to exert himself quietly to discover, if possible, the writer of that paper, who thereupon came to present the following translated report: Today, the 17th of July 1755, I, the undersigned, the Company's subject Panjang, being in this matter a confidant of the Right Honourable Lord Governor of Celebes, was sent to present myself to Aroe Mario, separated husband of the queen of Tanette, currently residing under the jurisdiction of the Macassars in the village called Sopiria. From Macassar, dated 8 October 1755. From Macassar, dated 8 October 1755. Sopiria, and to His Excellency, with greetings and assurances of respect from the aforementioned Right Honourable Lord and the junior merchant and garrison bookkeeper Jan Hendrik Voll, ostensibly to inquire about the exact place where one should dig for gold down to the north of Tanette, as well as to inquire of His Excellency concerning the upcoming marriage. To which His Excellency answered, as far as was in his memory, that Pidjapia is the right one. His Excellency then continued: this place has never been properly tackled, and I have also heard it said that good gold and also diamonds are to be found there, better gold than at Passe, which place was recently excavated in the presence of the lord governor, for that was in the middle of a triangle and had formerly been thoroughly worked and panned by the Tanette people, and for that reason no gold was found at that time, because this triangle lies south and north and eastward, and in these three places, because it has never been properly excavated, according to what the inhabitants say, the most gold must hide; but I was never there, or during the time that I lived on Tanette. His Excellency further continued: tell my younger brother, meaning hereby the Honourable Voll, that it would be best for him to make haste with this work and carry out the orders of the lord governor, for I have heard from the side that a wrong place will be shown to him, and he should also be advised by me to seek out such gold panners and take them with him to get behind the truth, for this is the cause of all my misfortune that has now befallen me, because, as it is said, I revealed the gold mines of Tanette. His Excellency also declared that as far as the upcoming marriage is concerned, it is not yet determined whether they will live together. And for the rest, His Excellency said that I should just go away and, with humble greetings, report my message to the lord governor and the Honourable Voll, which I undertook faithfully to do. But in the meantime, after having made my apologies, I requested out of my own motives that he share some news or tidings with me, since I live somewhat far from this place near Boni and Goa. To this it was answered to me: I know little, and even though you say that you do this of your own accord, it is easy enough for me to understand, and I know where you are heading; and what I know now is just children's talk, and it is not proper that I disclose such things to the lord governor and my younger brother, for those are only rumours. I have also heard that the viceroy, meaning the king of Tello, will gather a party of Macassars together.
Dutch transcription
Van Macassar onderdato 8. october 1755. Van Macassar onderdato 8:' october 1755. daar word thans bonijers en Maccassaren uijtgesogt, om uw en den heer gouverneur te vermoorden, sonder twijfel daar word spoed gemaakt om de Comp: te verdelgen, door den koning van Bonij en de Maccassaren, want Bouton, Bonij, goa en sopping zijn nu in een verdrag om de Comp:e van Macassaar af te doen, in dese verdrag is meede begreepen de koningin van Tanette tatoua Lamoeroe den Pongaua en caralend Candjila die verlangen zeer, en ook hebben aangenomen om de Compagnie op Macassar het selfde te doen als aan bouton is geschiet, te ver„ „delgen en te verdrijven, tot in eeuwigheijd„ hebt uw geen goed zo van bonij als vande maccassaaren te verwagten, dit zeg ik al„ „leenig uw ô Jonger broeder, om het goet dat uw en tolk avempje /:Muller:/ mij betoond heeft /:onderstond:/ door mij in de nederduijtsche taale overgeset /:was getekent:/ Johannes ferera. . Voegende zijn Ed: hier verder bij dat het niet wel te geloven was, dat alle daar inne benoemde personagien, daar omtrent zodanig met den andere zoude verEenigt zijn, nadien ten vollen kenbaar was de bitteren haat die de koningine van Tanette het hof van Bonij was toedragende en zo ligt niet te versoenen zoude zijn, om haar inzo een verEeniging met Bonis in telaten, buijten dat voor de koning van Bonij selfs daar uijt niet als sijn eijgen verderf te verwagten was indien met die van maccassar ter verdelging van d' E Comp:e quam aan te spannen, also die van Goa hem als dan mede met 'er haast mees„ „ter zoude zijn, Citeerende zijn Ed: bij dese gelegentheijd een bij na diergelijke voorval, bij secreete brief in dato 5. Junij 1745. door den wel Edele gestr: groot Agtb Heere Raad Extra ord:r Joan Gideon Loten, doenmalige gouverneur alhier, aan haar Hoog Edelhedens geschreven, bekend gesteld, het geene wel ter dier tijd van geen gevolge was geweest, maar egter niet tegenstaande voornd: redenen en alle die uijterlijke betuijginge van welmeenend„ „heijd voor d' E: Comp:e, zo door die van Tanette als Bom, die natien in 't geheel niet te vertrouwen waaren, en derhalven de waaksaamheijd, gelijk al„ „toos principaals, bij dese tijd ten hoogsten verEijscht En zijn Ed: dierhalven gem: onderkoopman Voll hadde gerecommandeert zig in stilte te b'ijveren, om des mogelijk de schrijver van dat papier te ontdekken, die daar op het volgende translaat rapport quam te presenteeren. Op heden den 17. Julij 1755. , ben „ik ondergeschreevene 's Comp„s onderdaan Panjang, =zijnde in desen eene vertrouweling van den wel Edele agtb: heere gouverneur van Celebes, gesonden =om mij te vervoegen bij Aroe Mario gese„ =„pareerde man van de koninginne, van Ta„ nette, thans zig ophoudende onder Jurisdictie =van de Maccassaren en negorij genaamt wierd. — met als Sopiria te Van Macassar onder dato 8. october 1755 Van Macassar onderdato 8. 8ber: 1755. Lee G Sopiria en zijn Excellentie onder groete en verseekering van respect, van den wel Edele Agtb: heer voornd: en den onderkoop„ „man en guarnisoen boekhouder Jan Hendrik voll quanstwijs af te vragen omtrent de regte plaats daar men het goud moest opgraven, beneden om de noord van Tanette, als ook te verneemen van zijn Excellentie syn Exceslentie ten antwoord gaf voor so verre aanstaande huwelijk, dat daar op ^ zijn geheugen was, dat op pidjapia de regte is, aant ver„ „volgde zijn Excellentie dese plaats is nooijt regt aangetast, en hebbe ook hooren zeggen dat 'er goed goud en ook diamansen te vinden zijn, beter goud als op passe, welke plaats onlangs in presentie van den heere gouverneur opgegrave„ is, want dit was in het midden van een drie hoek en ook wel eer ter deegen door de Tanetters was bewerkt en gevist is geworden, en om dies wille is de reeden dat ter dier teijd geen goud gevonden wierd, want dese drie hoek leijt zuijden en noorden en oostwaard heen en in dese drie plaatsen om dat nooijt ter deegen op gegraven is, volgens zeggen der in„ „woonderen het meeste goud moet schuijlen, maar ben daar noijt bij geweest, ofte in aldien teijd dat op Tanette ben woonagtig geweest, zo vervolgde zijn Excellentie nog, zegt tegens mijn Jonger broeder (:meenende hier mede DE: voll:/ dat het best was dat hij spoed maakt omtrent dit werk ende ordres van de heer gouverneur natekomen, want hebbe van ter zeijden gehoord, als dat hem een Ook betuijgd zijn Excellentie wat aan belangt het aanstaande huwelijk is't voor als nog niet vast gesteld om sijden anderen te woonen, en voor het overige zo zeijde zijn Excellentie, dat ik maar weg zoude gaan en onder nederige groete mijn boodschap aan de heer gouverneur en d'E: voll rap„ „porteeren, het geen ik aangenomen heb getrouwlijk te zullen doen, dog ondertusschen heb ik na voor„ „gaande Excus versogt te hebbe uijt eijgen moti„ „ren versogt mij wat tijding ofte nieuws te willen mede deelen, dewijl ik wat ver van dese plaats woonagtig ben omtrent Boni en Goa, daar op mij gedient is geworden ik weet weijnig en of schoon dat uw zegt zulks uijt uw zelfs doed, zoo is het mij genoeg te begrijpen en weet weijnig en of schoon dat uw zegt zulks uw zelfs doed, zo is het mij genoeg te begrijpen en weet, waar gij heen wilt, en het geene ik nu weet dat is maar kinder praat en het is niet passelijk, dat ik den heere gouverneur en mijn Jonger broeder zulx openbaard, want dat zyn maar gerugten, ik hebbe ook gehoord dat den onderkoning /:meenende de koning van Tello:/ een partij maccassaren bij een zal verkeerde plaats zal aangewesen worden, en ook door mij geraaden wil weesen, om dier„ „gelijke goud vissers op te soeken, en bij zig nemen om agter de waarheijd te komen, want dit is de oorsaak van mijn heele ongeval, dat mij nu overgekomen is, om dat, zo gesegt word, ik de goud mijnen van Tanette verklikt heeft. verkeerde laten y