Inventory 2887
Surat · 355 pages · 143 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Palembang the 2nd of June Anno 1756. From Palembang the 2 June. Anno 1756. That he was prepared to listen to the counsel of this sultan and that of the undersigned, and was fully inclined to follow the orders of the Company. Whereupon the undersigned replied that he was glad to hear that the king of Jambij had felt repentance and sorrow over his crime committed against the Honorable Company, on which account he would gladly lend him, the pangerang, a helping hand in his master's cause, but that before one dealt with matters, one should first await an audience with this sultan, and having obtained such, one would try to regulate the affairs of the realm of Jambij with the help of this king. Whereupon he, pangerang Nata, answered that he submitted himself completely to the commands that I wished to give in that regard. Having subsequently, after having sat for half an hour, departed again to his vessel. Whereupon on the 30th of May the undersigned, at the request of the king, departed to his dalem, and having appeared before the king for a moment, pangerang Nata and the other envoys arrived, who, having been there a little while, addressed the king and me in the following manner. That he, upon the two letters of this sultan to the king of Jambij advising him to reconcile with the Company, had been sent hither to see whether, through the intercession of this king with the Honorable Company, and in the hope of the assistance of the undersigned in this matter, the affairs of the realm of Jambij might be restored, which he, the pangerang, now herewith humbly came to request of the sultan in the name of his king, and that he was prepared to listen fully to the counsel of the king. Whereupon this king answered that if what he, pangerang Nata, said and requested was truly his intention, he was also not disinclined to lend him a helping hand in the cause of his master, provided he would listen to his counsel and follow it. Whereupon he, pangerang Nata, answered that he was only waiting to hear that counsel, and whereupon the king then replied that if the Jambij king desired peace from the Honorable Company, he should beforehand enter into and conclude such a contract with the undersigned as he handed over to him herewith. Which was read by pangerang Nata, and he answered thereto that he had nothing against the aforementioned contract of peace, and judged that nothing stood therein but what was consistent with fairness, and that he was prepared to sign the same with the other envoys in the name of his king. As this then took place on the 1st of this month and three identical instruments were drawn up thereof, of which I have the honor to transmit one to Your High Nobilities, pangerang Nata having kept a second with him and the third having remained with the undersigned. I wish to hope that Your High Nobilities will favorably deign to approve this my transaction performed thus far, and in case I might have done anything contrary to the intention of Your High Nobilities, that you will graciously deign to excuse it, as having, according to my humble judgment, done everything that I best conceived to be necessary. I would gladly have seen pangerang Nata and the envoys depart de facto to Your High Nobilities to sue for pardon, but such could not take place, for the reason that those people had not a single vessel wherewith they could depart for your parts in this monsoon. The undersigned then further takes the liberty to submit in all deference to Your High Nobilities: That since by this concluded treaty of peace it is surely apparent that Your High Nobilities will re-establish the factory of Jambij as before, and also send a commissioner thither to conclude and renew the contracts with the king, Being in these thoughts, the undersigned respectfully takes the liberty herewith to offer his humble person to Your High Nobilities to depart thither as Your High Nobilities' envoy, in order to carry out the further orders that Your High Nobilities shall still be pleased to command, Your High Nobilities being well assured that he will apply everything with the utmost duty to bring matters to a good end. Furthermore taking the liberty to respectfully present the undersigned's humble consideration to Your High Nobilities, that since the Company's lodge at Jambij is entirely ruined and decayed, and it will require quite some time to rebuild the same as it was in its previous state, on that account the undersigned, under correction, is of the opinion that, in order to carry out everything with the greatest benefit to the Honorable Company, it might provisionally suffice to make only a bamboo dwelling with ataps there, with an enclosure of palisades, and a sloop there
Dutch transcription
85. Van Palembang den 2:' Junij A„o 1756. Van Palembang den 2 Junij. A„o 1756. Dat hij berijd was om na den Raad van desen zulthan en die van den ondergete„ „kende te Luijsteren, en volkomen genegen was de ordres der Comp:e op te volgen. Waar op den ondergetekende Repliceerde dat hem lieff was tehooren dat den koning van Jambij berouwt en Leetwesen gekregen had over sijne misdaad bij de EComp: begaan, uijt dien hoofde hem pangerang gaarne de behulp„ „saeme hand in sijn meesters saak bieden soude, dog dat eer men oversaken handelde alvorens eerst audientie bij desen sulthan soude affwagten en sulks bekomende men de sake„ des Rijks van Jambij met behulp van desen koning, soude sien te regulen d Waar op hij pangerang Nata antwoorde sig volkomen te onderwerpen aan de bevelen die ik daar omtrent wilde geven. sijnde vervolgens na een half uur geseten te hebben / weder na desselfs vaartuijg vertrokken. Waar op den 30:' meij den ondergetekende op versoek des konings na desselfs dalm is vertrokken, en bij den koning een moment verschenen sijnde, quam den pangerang Nata en de verdere gesanten, die een wijnig aldaar geweest hebbende, den koning en mij aansprak op de volgende wijse. Dat hij op de tweemaal aanschrijvens waar op desen koning antwoorde, dat zoo het waarlijk de intentie van hem pange„ „rang Nata was, 't geen hij sijde en versogt, dat hij ook niet ongeneegen was hem in de zaak van zijn meester de behulpsaeme hand te bieden, bij aldien hij na desselvs Raad wilde Luijsteren en op volgen. Waar op hij pangerang Nata antwoorde dat maar wagte na het hooren van die raad, en waar op den koning dan Repliceerde dat wanneer den Jambijsen koning de vreede van de E: Comp:e begeerde, alvoorens soodaenig con„ tract mogte aangaan en sluijten met den ondergetekende, als hij hier nevens hem overleverde, 'T welk door den pangerang Nata gelesen wierd en daar op antwoorde dat hij niets tegen het gem: Contract van vreede had, en oordeelde van desen sulthan aan den Jambijsen koning om sig dog met de Comp:e te versoenen na herwaarts was gesonden, om te sien off door voorspraak van desen koning bij de E: Comp:e, en in hope van den ondergetekende zijn behulp in desen zaak, de saken van 't Jambijse rijk mogte konnen herstelt worden, 't geen hij pangerang Thans bij desen aan den sul„ than in name van sijnen koning quam ootmoedig te versoeken, en dat hij berijdt was om na de Raad van den koning volkomen te Luijsteren. van daar 87. Van Palembang den 2 Junij A„o 1756. Van Palembang den 2:' Junij A„o 1756. daar niets in te staen als met de billijkheijt over een quam, en berijd zijnde om 't selve met de verdere gesanten te ondertekende in name van sijnen kooning. Gelijk zulks dan op den 1:e deser is geschied en daar van drie Eensluijdende actens gemaakt, waar van de Eer heb een tot uw Hoog Edelhedens over te laten gaan, hebbende een tweede pangerang Nata bij sig gehouden en het derde bij den ondergetekende verbleven, Ik wil hope dat uw Hoog Edelhedens dese mijne verrigte saak tot dus verre gedaan goedgustig sullen gelieven te approberen, en bij aldien iets tegen de intentie uwer Hoog Edelhedens mogte verrigt hebben goedertie„ „rent zullen gelieven te verschonen als heb„ „bende volgens mijn gering oordeel alles alles gedaan wat best bedagt hebbe nodig te sijn. Soude gaarne gesien hebben dat pangerang Nata en de gesanten defacto na uw Hoog Edelhedens hadden vertrokken om Excuus te versoeken dog sulks heeft niet kunnen geschieden, om Reden die menschen geen een vaartuijg hadden waarmede in de mousson na costij konnen vertrekken. Den ondergetekende gebruijkt dan alverder de vrijheijt uw Hoog Edelhedens in alle Eerbied voor te houden Dat dewijl door dit geslote vrede contract het seker apparent is, dat uw Hoog Edelhedens het comptoir Jambij weder sullen stabileren als te vooren, en ook een Commissiant na derwaers senden om de contracten met den koning te sluijten en vernieuwen Jn welke gedagten den ondergetekende dan sijnde, gebruijkt hij Eerbiedig de vrijheijt, sijn gering persoon bij desen daar toe bij uw Hoog Edelhedens aan te bieden om als uw Hoog Edelhedens affgesant na derwaarts te vertrekken, om de verdere ordres die uw Hoog Edelhedens nog sullen gelieven te be„ „velen uijt te voeren kunnende uw Hoog Edelhedens wel versekert sijn dat met uijtterste devoir alle sal aanwenden om de saken een goed eijnde te geven. gebruijkende al verder de vrijheijd om den ondergetekendens geringe consideratie uw Hoog Edelhedens eerbiedig voor te dragen dat dewijl 'sComp„s Logie tot Jambij in 't geheel geruineert i is en vervallen, en het al wat tijd sal ver„ eijsschen een deselve, soo als in vorige staat is gemaakt, uijt dien hoofde den ondergeteken„ - „de (onder correctie / van gedagten is, dat om alles met het meeste intrest der EComp„se uijt te voeren bij provisie genoeg soude kunnen volstaan met aldaar maar een bamboesen woning met adappen te maken met een ƒ - ompaggering van pallisaden, en een sloep Dat aldaar d - E
English
89. From Palembang, the 2nd of June, Anno 1756. From Palembang, the 2nd of June, Anno 1756. — to let it remain there permanently for consideration until such time and while it may please Your High Nobilities to give further orders regarding it, And it would then also require little manpower for this, which, also subject to the favorable interpretation of Your High Nobilities, I would judge could suffice with 18 persons, namely: A Resident, An assistant, A junior or third surgeon, Two gunners, and A Corporal with 12 privates. If Your High Nobilities would then favorably deign to approve my humble consideration, I would further, in the hope of a favorable interpretation, take the liberty to respectfully propose to Your High Nobilities the person of Pieter Chevijn, who has already been at this office for the period of 14 years as a bookkeeper, a man who not only fully understands the Malay language, but in addition reads and writes it, is also very capable of dealing with the native population, and is very well acquainted with the intrigues of the people of Jambi, That it might graciously please Your High Nobilities to favor his humble person with the Residency at Jambi, Your High Nobilities being well assured that he, through a zealous and diligent conduct there, will make himself worthy of this favor from Your High Nobilities, and employ all diligence to give his lords and masters complete satisfaction. The King has also requested me to ask the same humbly of Your High Nobilities in his name; it would then require nothing else to be sent thither than an assistant, a junior surgeon, and the remaining common servants, in case Your High Nobilities should deign to approve this, as we here have no servants beyond the established number, but rather one clerk too few. Pangerang Nata is set to depart again tomorrow with the other envoys to his place, and has promised to have such a bamboo house prepared provisionally, in the hope and expectation that Your High Nobilities will re-establish the Jambi office. For the rest, the undersigned knows nothing else about these matters to communicate to Your High Nobilities, and remains in hope and expectation of Your High Nobilities' favorable approval and orders in this matter. In a word, I have the honor to Your High Nobilities 91. From Palembang, the 2nd of June, Anno 1756. — From Banda, the 31st of May 1746. still to report that Pangerang Nata had brought along the seal of the King of Jambi on a piece of paper, in order to serve all the more as proof of his full powers, wherefore, for greater validation, the same was placed upon the concluded peace contract. At the closing of this letter, the undersigned has the honor of receiving, with the ship De Geregtigheid, Your High Nobilities' secret missive of the 19th of May as well as the circular letter of the 9th of April, and shall not fail to comply promptly in every part with the orders mentioned therein. I have spoken with the King about this and found it good to place the ship for the time being right in front of the lodge, and His Majesty has also given orders to his subjects not to hold themselves up outside the river. I have also given orders to our two cruising vessels on how to govern themselves, and as soon as Your High Nobilities deign to send back the bearer of this, he shall also be provided therewith. Wherewith I remain with deep respect, stood below: High Noble, Valiant, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord and Noble Lords, lower: Your High Nobilities' humble and obedient servant, was signed: H:r J:n D' Heere, in the margin: Palembang, the 2nd of June 1756. With the arrival of the ship Schagen, we had the honor to receive Your High Nobilities' highly revered separate missive dated the 28th of December of the past year, when the state prisoners Pangerang Boeminata and Tommogong Poespanagara also landed here, whom we have further treated in accordance with Your High Nobilities' venerated order expressed in the aforementioned missive, and granted such an emolument as Your High Nobilities, if pleased, will be able to see in the extract from our resolutions dated the 11th of February last, annexed hereto. High Noble, Valiant, Highly Esteemed, Firm, Gallant, Prudent, Discreet, Very Generous, Widely Ruling Lord and Noble Lords, To His Excellency, the High Noble, Valiant, Highly Esteemed Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, as well as Governor-General, together with the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies, Batavia. Banda.
Dutch transcription
89. Van Palembang den 2:' Iunij A:o 1756. Van Palembang den 2:' Junij A„o 1756. — aldaar vast laten blijven overleggen tot tijd en wijlen het uw Hoog Edelhedens mogte behagen nadere beveelen daar omtrent te geven, En soude als dan ook wijnig manschap daar toe verijsschen, 't geen almede onder gunstige welduijding van uw Hoog Edelheedens soude oordeelen met 18. personen genoeg te konnen volstaen, als Een Resident Een assistent Een onder of derde meester Twee bosschieters, en Een Corporaal met 12. gemeene, Soo uw Hoog Edelhedens dan mijne ge„ „ringe consideratie gunstig geliefden te appro„ „beren, soo soude alverder in hope van welduij„ „ding de vrijheijt gebruijke uw Hoog Edelhedens Eerbiedig voor te dragen, den persoon van Pieter Chevijn (dewelke Reets op dit Comptoir den tijd van 14. Jaren is geweest als boekhouder, een man die niet alleen volkomen de maleijdse Tale verstaet, meer daar bij leest en schrijft, ook seer Capabel om met den inlander om te gaan en de intregees der Jambijneesen seer wel bekent is, Dat het uw Hoog Edelhedens goed guns„ tig geliefden te behagen sijn gering persoon te begunstigen met het Residentschap voor 't overige weet den ondergetekende niets anders over dese saken uw Hoog Edelhedens te bedeelen en blijft in hoop en verwagting aan uw Hoog Edelhedens goedgunstige approbatie en ordres in dese saak, met een woord heb de Eer uw Hoog Edelhedens tot Jambij, kunnende, uw Hoog Edelhedens wel versekert sijn dat hij door een ijverigen neerstig gedrag aldaar, dese gunst uw Hoog Edelhedens sal wardig maken, en alle vlijt aanwenden om sijne heer en meesters volkomen genoegen te geven. Den Koning heeft mij mede versogt uijt desselfs naem 't selve aan uw Hoog Edelhedens ootmoedig te versoeken, daar soude dan niet anders verijsschen om na derwaers te senden als een adsistent onder„ meester en de verdere gemeene dienaeren bij aldien uw Hoog Edelhedens sulks gelief„ „den goed te vinden, alsoo men alhier boven het bepaelt getal geen dienaren hebben, maer wel nog een schribent tewijnig Den pangerang Nata staat op morgen met de verdere gesanten weder na sijn plaats te vertrekken, en heeft belooft soodaenige bam„ boese huijs bij provisie te sullen ingereetheijt brengen) in hope en verwagting uw Hoog Edel„ „hedens het Jambijse Comptoir weder sullen oprigten t F 91. Van Palembang den 2. Junij A„o 1756. — Van Banda den 31:' Meij 1746. nog te melden dat pangerang Nata des konings van Jambijs cachet op een stuk pam„ pier had mede gebragt om soo veel meer tot bewijs te strekken desselfs volmagschap, waerom dan tot meerder bekragting 't selve op 't geslote vrede contract geset is. op 't sluijten deses heeft den ondergetekende de Eer van met 't schip de geregtigheijt te ontfangen, uw Hoog Edelhedens secrete misive, soo wel van den 19. ' meij als cerculaire brieff van den 9:e April, en sal in geene gebreken blijve om promptelijk in allen deele aan de ordres in deselve vermelt te voldoen, Hebbe met den koning daar over gesproken en goedgevonden het schip te plaatsen voor eerst vlak voor de Logie en heeft sijn majesteijt ook ordre aan sijn onderdanen gegeven om sig buijten onse Twee kruijs vaarthuijgen hebbe mede ordres gegeven waar na sig te Reguleeren, en soo Ras uw Hoog Edelhedens brenger deses terug gelieven te sende„ sal mede daar van voorsien werden, Waarmede met diep ontsag blijve /:onderstond:/ Hoog Edel gestr: groot Agtb: wijdgebiedende Heer en wel Edelen Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelhed:s ootmoedige en gehoorsame Dienaar /:was getekent:/ H:r J:n D' Heere /:in margine:/ Palembang den 2 ' Junij 1756. Met de aankomst van het schip schagen hebben wij de eere gehad uW: hoog Edelhee„ „dens hoog g'Eerbiedigde aparte missie„ „ve sub dato 28. december ao pass„o te resi„ „pieeren, wanneer alhier ook aanlande den de staads gevangenen Pangerang Boe„ „minata, en tommogong Poespanaga„ „ra, dewelke nog na volgens uw: hoog Edelheedens geveneereerde ordre beij even„ „gemelte missive g'Exprimeert, hebben getracteerd en toegelegd sodanig bemo„ „hument, als uW: hoog Edelheedens des gelievende zullen kunnen b' oogen bij het desen g'annexeerde Extract uijt onse resolutien sub dato 11. februarij Jo hoog Edele Gestrenge Groot agtb:, Erntfeste, man„ „hafte, wel wijse voorsienige, discreete seer Genereuse, Wijd gebiedende heere en Wel Edele heeren Aan sijn Excellentie den hoog Edelen Gestrengen Goot agtbheere Jacob Mossel Generaal over de infanterie ten dienste van den staat der vereenigde nederlanden mitsg„s Gouverneur Generaal benevens de Wel Edele heeren raden van nederlands india Batavia Banda leeden de rivier niet op te houden.
English
91. From Palembang, the 2. June A:o 1756. — From Banda, the 31:st May 1756. further to report that pangerang Nata had brought along the seal of the king of Jambij on a piece of paper, the better to serve as proof of his full power, for which reason, for greater validation, the same was affixed to the concluded peace treaty. Upon closing this letter, the undersigned has the honor of receiving by the ship de geregtigheijt Your High Noblenesses' secret missive, of the 19:th May as well as the circular letter of the 9:th April, and will not fail to comply promptly in every part with the orders mentioned therein. I have spoken with the king about this and found it good to station the ship for the present directly before the Lodge, and his majesty has also given orders to his subjects not to remain outside the river. I have also given orders to our Two cruising vessels according to which to regulate themselves, and as soon as Your High Noblenesses please to send back the bearer of this, he shall also be provided therewith. Wherewith, with profound respect, I remain, was written below, High Noble Severe, Highly Esteemed, Far-ruling Lord and Well Noble Lords, lower down, Your High Noblenesses' humble and obedient Servant, was signed, H:r J:n D' Heere, in the margin, Palembang the 2.nd June 1756. With the arrival of the ship schagen we had the honor to receive Your High Noblenesses' highly respected separate missive under date of 28. December of the past year, when the state prisoners pangerang Boeminata and tommogong Poespanagara also arrived here, whom we have furthermore, according to Your High Noblenesses' venerated orders expressed in the aforesaid missive, treated and granted such emolument as Your High Noblenesses will be able to see, if pleased, from the extract annexed hereto from our resolutions under date of 11. February past. High Noble Severe, Highly Esteemed, Firm, Valiant, Right Wise, Prudent, Discreet, Most Generous, Far-ruling Lord and Well Noble Lords. To his Excellency the High Noble Severe, Highly Esteemed Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, as well as Governor-General, together with the Well Noble Lords Councillors of the Dutch Indies, Batavia. Banda 13 Banda, the 31:st May 1756. From From Souratta, the 2:nd May A:o 1756 past, to which we request leave to refer. Subsequently we deem it our bounden duty to bring to Your High Noblenesses' knowledge that the post kijk in de pot has been taken in hand, the ground already cleared and cleaned up, and that in the coming days a start will be made with constructing that battery, according to the plan received; in such manner that we also, according to the further instructions received, shall not fail to reinforce the island Pesang with a redent, in such a way that at least eight-pounder cannon can be placed upon it, as well as to bring the post voorsigtigheid into a proper state of defense as soon as opportunity in any way permits us, while the post Cuijlenburg shall be provided with a couple of twelve-pounder cannon. Wherewith, with deep and dutiful respect, we remain, was written below, Your High Noblenesses' humble and obedient Servants, was signed, J:b Barriel and Jacob Craaij, in the margin, Banda Neira the 31. May A:o 1756. This Register N:o 1. An original secret missive under today's date to the aforementioned High Noblenesses. 2. Duplicate secret missive of 28:th April last past to the aforesaid same. 3. Duplicate further petition for Souratta in A:o 1756. for the Deccan Trade. Copy Translation of a Persian missive written by the formerly empowered agent poet ladjie on behalf of the Bassein governor to the Company's native warehouse writer and modi under date . . . . . and received the 21:st April of the current year. Souratta the 2:nd May A:o 1756, was signed, . Ruperti Secretary. To his Excellency the High Noble, Highly Esteemed, Far-ruling Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, as well as Governor-General, together with the Well Noble Lords Councillors of the Dutch Indies. Register of such secret papers as are respectfully dispatched by the ship Middelburg. Register Batavia 1.
Dutch transcription
91. Van Palembang den 2. Junij A„o 1756. — Van Banda den 31:' Meij 1716. nog te melden dat pangerang Nata des konings van Jambijs cachet op een stuk pam„ pier had mede gebragt om soo veel meer tot bewijs te strekken desselfs volmagschap, waerom dan tot meerder bekragting 't selve op 't geslote vrede contract geset is. op 't sluijten deses heeft den ondergetekende de Eer van met 't schip de geregtigheijt te ontfangen, uw Hoog Edelhedens secrete misive, soo wel van den 19. ' meij als cerculaire brieff van den 9:e April, en sal in geene gebreken blijve om promptelijk in allen deele aan de ordres in deselve vermelt te voldoen, Hebbe met den koning daar over gesproken en goedgevonden het schip te plaatsen voor eerst - vlak voor de Logie en heeft sijn majesteijt ook ordre aan sijn onderdanen gegeven om sig buijten de rivier niet op te houden. onse Twee kruijs vaarthuijgen hebbe mede ordres gegeven waar na sig te Reguleeren, en soo Ras uw Hoog Edelhedens brenger deses terug gelieven te senden sal mede daar van voorsien werden, Waarmede met diep ontsag blijve /:onderstond:/ Hoog Edel gestr: groot Agtb: wijdgebiedende Heer en wel Edelen Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelhed:s ootmoedige en gehoorsame Dienaar /:was getekent:/ H:r J:n D' Heere /:in margine:/ Palembang den 2. ' Junij 1756. Met de aankomst van het schip schagen hebben wij de eere gehad uW: hoog Edelhee„ „dens hoog g'Eerbiedigde aparte missie„ „ve sub dato 28. december a:o pass„o te resi„ „pieeren, wanneer alhier ook aanlandeden de staads gevangenen pangerang Boe„ „minata, en tommogong Poespanaga„ „ra, dewelke nog na volgens uw: hoog Edelheedens geveneereerde ordre beij even„ „gemelte missive g'Exprimeert, hebben getracteerd en toegelegd sodanig bemo„ „lument, als uW: hoog Edelheedens des gelievende zullen kunnen b'oogen bij het desen g'annexeerde Extract uijt onse resolutien sub dato 11. februarij J„o hoog Edele Gestrenge Groot agtb:, Erntfeste, man„ „hafte, wel wijse voorsienige, discreete seer Genereuse, Wijdgebiedende heere en Wel Edele heeren Aan sijn Excellentie den hoog Edelen Gestrengen Goot agtb heere Jacob Mossel Generaal over de infanterie ten dienste van den staat der vereenigde nederlanden mitsg„s Gouverneur Generaal benevens de Wel Edele heeren raden van nederlands india Batavia Banda leeden 13 Banda den 31:' meij 1756. van Van Souratta den 2:' Maij A:o 1756 leeden, waar aan wij versoeken ons te agen gedragen vervolgens agten wij pligtschuldig uW: hoog Edelheedens ter kennisse te brengen; als dat de post kijk in de pot onderhanden genomen, bereets het terreijn schoon gemaakt en opgeruijmt is, mitsg„s„ dat eerstdaags begin sal werden gemaakt, met die batterij te extrueeren, navolgens overgekomen plan; invoegen wij ook na„ „volgens de verdere ontfange niet sullen mancqueren, het Eijland Pesang met een redant te versterken, sodanig dat daar op ten minsten agtponder Canon sal kunnen werden geplaats, mitsg„s de post voorsigtigheid in Een behoorlijke staat van dedentie te brengen, so dra ons de gelegent„ „heid zulx eenigsints permitteren, sal Terwijl de post Cuijlenburg sal voorsien werden met een paar twaalf ponder Canon waarmede met diep schuldig respect blijven /:onderstond:/ uw: hoog Edelheedens onderdanige en Gehoorsame, Dienaar /: Was getekent:/ J„b Barriel en Jacob Craaij /:in margine:/ Banda Neira den 31. Meij Ao 1756. & Dit Register N„o 1. Een originiele secrete missive onder hedigen datum aan hooggem: haar hoog Edelens „ 2. „ Duplicaat secoete missive van 28: april J„o leeden aan. Hoog gem: deselve „ 3. „ Duplicaat nadere petitie voor sourotta in a:o 1756. tot den Deccansen Handel Copia Translaat persiaanse missive „ door den alhier wel eertijts gew: volmagt poet ladjie van wegens den Bassijus gouverneur gesz: aan 'sComp: inlands. pakhuijs schrijver en moedi in dato. . . . . en ontfangen den 21:' april anno stanti Souratta den 2:' Maij A:o 1756 /:was getekend:/ . Ruperti Secretaris. Aan zijn Excellentie Den hoog Edelen groot agtb:e wijdgebiedende Heere Jacob Mossel generaal over d' Jnbanterie ten dienste van den staat der vereenigde Nederlanden Mitsg: gouverneur generaal Benereus D' Wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia Register van sodanige secrete papieren als er per het schip Middelburg Eerbiedig versonden werden. Register Batavia - 1.
English
From Surat, the 2nd of May in the year 1756 To Batavia To His Excellency, the High Noble, Generous, and Honorable Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, and on behalf of the same and the General Chartered East India Company, Governor-General, together with the Right Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies, High Noble, Far-Ruling Lords. On the occasion of the departure of the ship Middelburg, we cannot fail to bring to Your High Honors' attention that the former Director, Mr. De Roth, and the first undersigned, several days before His Honor's departure, requested an audience with the city governor, Safdar Khan, in order to pay the customary compliments of farewell and to announce the new arrival. His Honor was pleased to ask in reply with what heart or disposition of mind this was to take place. Upon receiving the brokers' answer that His Honor had only to consult his own heart and good inclination towards us to judge thereof himself, he left it undecided whether he was inclined to receive them or not. Subsequently, two days before the departure of the said Mr. De Roth, he very unexpectedly announced to the Company's brokers that, having bought the old lodge from the owner, he was not disinclined to let the Company keep it on lease under the previous conditions. When these servants pointed out that the Company, having the right of preemption under the contract, might perhaps insist upon it if it were inclined to give a sum of twenty thousand ropias for it, he objected that this contract was void and of no value, having been entered into not by the owner himself but by his servant. In this he persisted, even though the brokers refuted this by showing that the servant in question had been legally authorized to do so. However, they undertook to report duly to us on what had occurred. This having been done, we judged it best not to insist on the visit, as it would be of no effect in inspiring him with better sentiments toward us, and would nevertheless give occasion for a return visit, which would bear no more fruit and in the meantime, through the gifts that according to local custom cannot be avoided on such occasions, would prove very costly. Regarding the lodge, since it suits the Company now less than ever to make use of its indisputable right of preemption, we judged it best to give the reply that we are not disinclined to keep it on lease at the previous price for another year, or at most two, since we currently have nowhere else to go, and in view of our aim to construct our own lodge, it is by no means advisable to engage ourselves with the chief regent for a longer time. None of the servants present here having sufficient knowledge of architecture to rely upon with confidence for a work of such great importance as the construction of a new lodge, we humbly request that a capable person be sent to us, with whom we can consult on the matter and who can carry out a daily ocular inspection of it. And in order to make it proceed all the better, although we have no reason to suspect the Company's brokers, Roederam and Mantchergie, in the least of infidelity or lack of zeal in matters that do not conflict with their private interests, it would, in our opinion, not be amiss if Your High Honors would be pleased to have two gold chains made and sent here, each with a medal, stating that they are presented to them as a public token of recognition for the services already rendered by them to the Company and which are further expected of them. This would greatly encourage them, especially the latter, who is an ambitious man and holds very high credit with the Moorish government.
Dutch transcription
95. Van Souratta den 2:' meij A„o 1756/ ap Van Souratta den 2:' Meij Ao Batavia Aan zijn Excellentie, Den hoog Edelen groot Jacob Mobsel Agtb:r Heere, ƒ generaal over d' Jnfanterie ten dienste van den staat der vereenigde Nederlanden mitsgaders weegens deselve en d' generale g'octroijeerde oost Jndiasche Comp: gouverneur generaal E - Ienevens D'Wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia Hoog Edele wijdgebiedende Heeren 1 Ter occasie van het vertrek van het schip Middelburg kunnen mij niet afweesen uhoog Edelens ter kennisse te brengen dat den heer oud directeur Deroth en den eerst ondergetekenden verscheijde dagen voor zijn E: vertrek bij den stads gouvern:r saf der chan belet hebbende laten vragen ten eijnde naar usantie de gemaane Complimenten van afscheyt en bekent making van aankomst afte leggen, het zijn Edele behaagt heeft, daar op bij wege van antwoord te vragen met welk een hart ofgemoedsneijging zulks geschieden zoude en op bekomen antwoord van de makelaars, dat zijn Edele slegts zijn eigen hart en goede genegentheijt t' ons„ maarts hadde te Consulteeren/ om daar van en daar vag selfs te kunnen oordelen, ongedeci„ „deert te laten, of hij genegen was, haar 't ont fangen of niet en vervolgens twee dagen voor: het vertrek van gem: heer de Roth 'sComp:s malkelaars heel onvermagt aan te kundigen, dat hij de oude logie van den Eijgenaar gekogt hebbende, niet ongenegen was deselve de maatschappij op de voorige Conditien in huur te laten houden, en op de vertoning van dese bedien„ „dens dat de Comp: volgens Contract het regt van preferentie hebbende, in dien zij genegen d was er eene somma van twintig duijsent ropias voor te geven wij daar op mogelijk zouden uer„ geeven) 't objecteeren, dat dit Contract niet door den Eijgenaar selfs maar door zijn bediente aangegaan zijnde) nul en van geener waarde was, waar bij hij bleef persisteeren schoonde makelaars zulx solveerden, het niet 97. Van Souratta den 2:' Meij 1756/ Van Souratta den 2:' Meij A„o 1756. met aante toonen dat den bedienden in questie daar toe wettiglijk gevolmagtigd was dog z' egter aannamen van het voorgevallene aan ons behoorlijk verslag te doen; 't welk gedaan zijnde, oordeelden wij best te wesen op dat de visite niet te laten aanhouden als tog van geen effect zullende wesen om hen betere sentimenten ten onsen opsigte t' inspireeren en des niet te min occasie geven tot een Contra besoek, dat van geen meer vrugt zijn en intusschen door de geschenken, die men na slands wijse) niet voor bij kan). hij diergelijke gelegentheden t' ofkereeren zeer kost baat vallen zoude, en omtrend de logie, vermits het de Comp: thans mindere als oijt Convenieert van haar onbetmistbaar regt van preferentie gebruijk te maken tot bescheid te doen geven) dat men, niet onge was was negen deselve tegens de vorige prijs nog een Jaar of uijterlijk twee in huur te houden, dewijl wij thans geen heen komen weten, en het in opsigte van ons oogmerk van den aanbouw van een eijgen Cogie geen zints geraden is zig voor langer tijd met den hoofd regent t' engageeren Niemand van d' alhier aanwesende dienaren eene genoegsame kennisse van d' architecture hebbende om daar op een welk werk van zo veel importantie als de Exstructie van een nieuwe Cogie niet gerust „heijt te laten aankomen versoeken w' ootmoedig dat ons een habie subject mag werden toegesonden, waar mede men daar over te rade gaan, en die daar van een dagelijkse aculaire inspectie neemen kan En om het selve te beter te doen vlotten, zoude het schoon wij geen reden hebben 's Comp:s makelaars roe„ deram 9. mantchergie in het minste van ontrouwe of ijverloosheijd te verdenken, en zaken die niet tegens hunne bij zondere belangen strijden, ons es bedunkens ook niet qualijk zijn, dat uw hoog Edelens de goedheijt geliefden te hebben voor deselve te laten aanmaken en herwaarts te zenden twee goude kettingen, ijder net eene medaille) behelsende dat deselve aan haar werden geschonken tot een opentlijke blijk van erkentenis, voor de diensten reeds. door hen aan d' Comp: bewessen, en die men nog verder van de„ zelve verwagtende is, het welk haar en insonderheijd de laaste die een man van ambitie en in zeer groot Credit bij de moossche regeering met is,
English
From Souratta the 2nd of May Anno 1756 From Souratta the 28th of April 1756 99. [illegible] would encourage them to exert their utmost efforts to facilitate the achievement of our objective, especially if Your High Excellencies would please write to them that, upon the complete finishing of the lodge, they would be invested with them publicly by the Director in person. Our stance, that we might perhaps soon be requested voluntarily to establish ourselves at Bassijn, has been found not entirely unfounded, as Your High Excellencies may observe, if you please, from the accompanying enclosure, to which we shall merely have answered coolly that it seems that the present Director (seeing the poor success of our mission to the court of Poena, finds so little taste in that concept, and has such a fixed belief that they would again let themselves be swayed by the English not to grant us such things, that there was little likelihood he could be persuaded to take the first steps toward that from his side) though otherwise he did not seem disinclined to cultivate the friendship with the Honorable Company's well-meaning friends at Bassijn, nor to conduct trade from that region, if he had some certainty of not being exposed to mockery again before our said competitors by a public rebuff. We hope that this will meet with Your High Excellencies' respected approval, and remain with the deepest respect, High Noble Far-Ruling Lords, Your High Excellencies' humble and faithful servants, was signed, Ls. Taalbebert and Jn. Drabbe, in the margin, Souratta, the 2nd of May Anno 1756. With our respectful letter of the 2nd of March past, dispatched in original per the ship Visvliet, the duplicate of which accompanies this, we had the honor of giving Your High Excellencies a detailed report of the measures devised by us in order to thwart the English scheme to exclude the Honorable Company once and for all from the Dheccan trade, and to carve out another path for ourselves instead of that of Bassijn, which they had managed to barricade against us. And now we have the pleasure of being able to inform Your High Excellencies that it has pleased the Almighty not only to bless our exerted efforts thus far, as is cited in the public advices of today from us and the other ministers, even though the prominent Deccanese merchant Truinickseet, who procured the patent from the sovereign for us, to His Highness's and our surprise, had not yet appeared there. High Noble Far-Ruling Lords! To His Excellency, the High Noble Highly Honorable Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and its General Chartered East India Company, Governor General, together with the Honorable Lords Councilors of the Netherlands Indies at Batavia.
Dutch transcription
Van Souratta den 2:' Meij A:o 1756 Van Souratta Den 28:' April 1756 99. is zeet. zoude animeeren hunne uijterste devoiren aan te menden om de bereicking van ons oogmerk te faciliteeren, speciaal wanneer i hoog Ed:s er bij geliefde aan te schrijven dat zij daar mede na de Complete voltoijing van de logie opentlijk door den directeur in persoon. zoude werden omhangen. Onse sustenue, dat wij mogelijk wel haast van selfs zouden werden aangesogt om ons te bassijn te et ablisseeren, is gantsch niet ongegrond bevouden zo als u Hoog Edelens des gelievende kunnen b'oogen uijt de nevensleggende bijlage, waar op w' eenelijk koeltjes zullen laten antwoorden, dat het schijnt dat den tegenmoordige directeur (mits het slegt succes onset besending naar het Hof van poena, in dat Concept. zo weinig smaak wind, en zo een vast denkbeeld heeft dat men zig weder door de Engelschen zoude. laten om zetten om ons zulx niet toebestaan, dat er weijnig apparentie was, hij zig soude laten bewegen, om daar toe van zijne zijde de eerste stappen te doen) schaan anders niet ongenoegen scheen de vriendschap met 's Comp:s welmenende vrinden te bassijn te Cul„ „tiveeren, nog ook van daar omstreeks negotie te drijven, als hij eenige zekerheijt hadde van niet weder door een publicq rebus voor onse gem: Competiteuren ten spot gesteld te werden. W' hopen, dat zulx van uw hoog Edelens g'eerde goed keure zal wesen, en blijven met de diepste Eerbied /:onderstond:/ Hoog Edele wijd gebiedende. Heeren /:lager:/ uw hoog Edelens onderdanige, en Trouw schuldige dienaan /was getekend:/ L„s Laalbebert en J:n Drabbe /:in margine:/ Souratta Den 2:' Meij A:o 1756 Bij onse eerbiedige van den 2:' maart J:s leeden in orginale per het schip visvliet afgegaan, en waar van de wedergade dese verseld, hebben wij de Eere gehad uw hoog Edelens omstandig verslag te doen van de bij ons beraamde maat regulen ten eijnde den toeleg der Engelschen om D'E Comp: eens. voor al uijt den Dheccansen Handel 't Excludeeren te ver„ „ijdelen, en ons zelfs een andere meg te bonen, in stede van die van Bassijn welke zijn voor ons hadden meten te barricadeeren, en thans hebben wij het plaijsier u hoog Edelens te kunnen bedeelen dat het den allerhoogsten behaagt heeft, niet alleen onze aangemende devoiren tot zo verre te zegene, als bij de publicque advisen van ons ende verdere ministers van heeden is aange„ haald al hoewel den voornamen deccausen koopman Truinickseet, die ons het octroij van den vorst besoogt heeft, tot zijn hoogheijts en onse vermondering, aldaar nog niet was Hoog Edele wijdgebiedende Heeren! Aan zijn Excellentie Den hoog Edelen groot agtb: Heere Jacob Mossel generaal over de Jnfanterie ten dienste van den staat der vereenigde nederlanden, mitsg:s wegens. deselve en hare generale g'octraijeerde oost Jndische. Comp: gouverneur generaal Benevens D' Wel Edele Heeren Raden van Nederlands Patavia verscheenen Batavia Jndia e
English
From Surat, 28 April in the year 1756 From Surat, 28 April in the year 1756 appeared, but we see ourselves enabled, by making a resolute decision, to keep this key to the Deccan in our hands in such a way that it cannot easily, or indeed not except by means of force, be wrested from us, as the well-disposed host of Danda Rajpuri, Jacoetchan, as appears from the copy of the letter from the commissioner Kroonenbergh dated the 4th of this month enclosed herewith, has kindly requested him to propose to the first undersigned that, since His Highness, despite all threats made by the English, had permitted us trade in his country, it also required that the director there send some men, or at least an armed vessel, not only to guard the warehouses, but also because this would serve to his, or rather the Company's glory, without the commissioner's remonstrance that this ought first to be written to Your Right Excellencies seeming to find any acceptance, so that refusing this would, in addition, utterly disoblige and intimidate a prince on whose friendship the Company depends greatly. For which reason the undersigned deem it absolutely necessary and expedient to send the hooker De Jonge Jacob thither upon its return from Kutch Mandvi, in order to winter there, and to send therewith 1 sergeant, 2 corporals, and 12 private soldiers, along with an assistant or third surgeon, to take post there until further orders from Your Right Excellencies, as well as to write to the commissioner to return hither as soon as the season permits or in the month of September, in order to make a report and accounting of his commission and, having accomplished that, to depart thither again with the greatest speed, but to leave the two scribes who are with him, or one of them, there until Your Right Excellencies' further orders, with which we request to be furnished as soon as possible. Meanwhile, respectfully submitting for your consideration whether it would not be best to send one of the ships that depart in August and one of those in September or October directly to that trading place, laden with such trade goods as are listed in our further requisition accompanying this, and the sugar that they will additionally be able to take in for this directorship, in order, after the discharge of what has been planned for that trading post and as much sugar as the commissioner might judge capable of being sold there with good profits besides, to proceed on the voyage hither with the greatest speed. Because on the one hand, sending all the ships hither in order subsequently to be dispatched to other places with the necessary goods will be an unspeakable cause of disputes with the Moorish government, which, even if it turns out for the best, will pocket the customary duty on what has been brought in, even when the ships do not break bulk, and because it has both the power and the inclination to extend and enforce its pretended right that far, knowing full well that for us, with stuffed warehouses scattered here and there and a mere handful of people, it would be madman's work to let matters come to extremities. And on the other hand, the consumption and export, and consequently also the collection and trade (the minerals and a few other articles excepted), are currently so slack here and the prospect of revival is so diminishing, that one must by no means be dazzled by the sale of all the merchandise remaining in the warehouses, nor draw any conclusions from that for the future, but must necessarily look out for means to be able to clear the warehouses from time to time in a profitable manner, as well as at the same time
Dutch transcription
101. Van Souratta Den 28:' april A:o 1756/ Van Sauratta den 28:' april A„o 1756 verscheenen, maar w' ons zelfs in staat gesteld zien om door het neemen na een Cordaat besluijt, dese sleutel van het Dheccansen zodanig in handen te houden dat ons niet ligtelijk immers niet als doot middelen van geweld, zal kunnen ontwrongen werden mant den welmeenende noost van den da raijapoer Jacoetchan heeft blijkens de in Copia hier neevens gaande brief van den Commissiant. kroonenbergh van den 4. deser, denselven vrindelijk versogt, aan den eerst ondergetekende voor te dragen dat nademaal zijn Hoogheijt onaangezien alle gedane dreijgementen der Engelschen ons de traffique in zijn land gepermitteerd hadde, het ook vereyschte dat den directeur aldaar eenige manschappen niet ten minsten een gewapend vaar„ „tuijg zond) niet alleen om de pakhuijsen te bewaren maar ook om dat zulx tot zijn of eijgentlijk 'sComp:s glorie zoude strekken zonder dat des Commissiants remonstratie dat daar over eerst aan uw hoog Edelens diende gesz: te werden eenige ingressie scheen te vinden in voegen men zulx weijgerende doar en boven ten uijttersten des obligeeren en intimideeren zoude een vorst, aan wiens wanndschip de Comp: gootelijks. gelegen legt; wes halven d'ondergeteeken„ Hoeker dens absolut nodig en dienstig oordelen de stoelen de Jonge Jacob bij desselfs retour van kets mandui, derwaarts te zenden omme aldaar 't overwinteren en daar mede 1. sergeant 2. Corporaal en 12. gemeene Militairen nevens. een onder of derde Chirurgijn derwaarts te zenden om aldaar tot nader ordre van u hoog Edelens post te volten mitsgaders den Commissiant, aan te schrijven zo dra het saijboen. het permitteerd ofte in de maand 7ber: herwaarts te retourneeren, om van zijne Commissie verslag en reken„ schap te doen en na verrigting van dien ten spoedigste weder derw:ts te vertrekken, dog de bij hen, zijnde twee scribenten ofte een van deselve, aldaar te laten overblijven tot uw hoog Ed:s nader ordre waar mede wij versoeken ten spoedigste gemunieerd te mogen werden, intusschen hoog deselve eerbiedig in bedenking gevende, of het niet best zoude wesen een van de scheepen die in aug:s en een van die in septb:r of octob:r vertrekken direct naar die han e plaats te zenden beladen met sodanige negotie goederen als bij onse desen verzellende nadere petitie bekkent staen ende zuijker die zij daar en boven voor dese directie zullen kunnen inneemen, om nade ontlossing van het geene voor dat Comptoir geprojecteerd is, en zo veel zuijker als den Commissiant mogte oordeelen daar en boven aldaar met goeder advancen te kunnen debiteeren, ten spoedigste herw=ts reijs te vorderen also eensdeels. het herw:ts zenden van alle de sche„ pen om vervolgens met de nodige goederen naar andere plaatsen voortgeschikt te werden, een onuijtsprekelijke teken van verschiellen met de moersche regeering zijn zol, die als het al ten besten afloopt met de gemoone thoe van het aangebragte gaot strij„ ken) selfs wanneer de scheepen geen last breeken em dat zij zo welde magt als de genegenth:d heeft haar pretense regt zo verre uijt te breijden en te doen gelden wel wetende dat voor ons net opgepropte pakhuijsen, hier en daar ver„ spreijd, en een handje valvalks dolle mans merk zoude wesen het tot extremiteijten te laten koomen en ten anderen den ver„ thier en uijtvoer mitsg:s gevolglijk ook de afhaling en koopman„ schapken /: de mineralen en eenige weijnige andere articul uijtgezondert:/ thans alhier zo slap en d' apparentie van opluijking zodanig afneemende is, dat men zig aan den verkoop. van alle de per resto, in de pakhuijsen berustende koopmansz: gensints moet vergapen, ofte daar uijt eenige consequentien trekken voor het vervolg, maar noodsakelijk naat middelen dient om te zien om de pakhuijsen van tijd tot tijd op een voordeelige wijse te kunnen ontlasten. mitsgaders en teffens)
English
Surat, the 28th of April, Anno 1756. From Surat, the 28th of April 1756. and to gain the upper hand over our competitors by thereby also supplying other market places, for which, in our opinion, there is no readier nor more certain means than establishing ourselves in the Deccan trade. Which, as stated, is to some extent within our power by maintaining year in, year out at Danda Rajpore a junior merchant as factor, and a bookkeeper as second, alongside two lower clerks and the aforesaid currently sufficient number of fifteen soldiers, alongside a surgeon, as well as hoisting the Dutch flag there as a public token of possession. All the more since we, by dislodging from there our competitors, whose eyes concerning the importance of this place now only seem to have been opened, would give them ample opportunity, through threats on the one hand and the offering of advantageous conditions on the other, to persuade the prince into an exclusive contract. It is true, Right Honorable Gentlemen, that one might object to us that direct consignments to Danda Rajpore will not cause the displeasure of the Surat regents to cease, but finding themselves thus the dupes of their own unreasonableness and greed, they will perhaps become even more vexed and not shrink from vexing us anew to make the Company grow weary of the game, if possible. Which not only the English, but even the Company's own brokers, and in particular Mancherji Khurshedji, who is in high credit and esteem with them, would gladly see happen; and that also the Maratha prince Nana, being on bad terms with the English, will possibly of his own accord approach the Company again to establish itself at Bassein or thereabouts, if only for the mortification this will cause them. And that, should the same occur, even though Danda Rajpore, now that the great Angria has been eradicated, suits us better in all respects, both in relation to the aforesaid main objective and to obtaining a good harbor where ships can safely winter if necessary, in a word in all regards; nevertheless, because His Highness has it completely in his power to prevent the Deccan merchants from coming down to that place, and moreover to make the waterway very unsafe with his Bassein armada, and thus render the same virtually useless to us, one should by no means decline such a proposal, but on the contrary cannot avoid settling in his territory itself, which seems to run directly counter to Your Right Honors' intention to confine the establishment of the directorate within as narrow limits as possible. But the first-mentioned objection loses much of its force when one reflects that one could easily reconcile the regents again by means of an extraordinary gift amounting to only half as much as the toll that would have to be paid if the ships first arrived at this roadstead; and as for the second, it falls to pieces entirely when one counters it with the well-known axiom requiring no proof, that whoever wills the end must necessarily make use of the means required for it, being
Dutch transcription
103. Souratta den 28:' april A:o 1756 Van Van Souratta Den 28: April 1756 en te bbens onze mede dingers de Loef afte stetten door daar mede ook andere maakt. plaatsen te vervullen waar toe onses eragtens geen gereedet nog seker der middel is als ons in den Dieccansen handel te vestigen 't geen w' als gezegt eenigermaten in onse magt hebben door te Denda Kaijapoer Jaar in Jaar uijt een onderCoopman als fac„ „toor, en een boekhouder als tweede nevens twee mindere pennisten en het voorsz: vaor eerst sufficieerende, getal van vijftien militairen, neevens een Chirurgijn aan te houden, mitsgaders aldaar tot een operbaar teeken van possessie, de Nederlandsche vlag 't arboreeren te meer vermits wij, van daar delogeerende onse Competiteuren, welkens oogen nopens d' aange„ legentheijt deser plaatze nu eerst schijnen opengegaan te weesen, een ruijm veld zouden geven om den vorst door dreijgementen aan d' eene en het aanbieden van naardeelige Conditien aan d' andere zijde, tot een exclusif Contract over te halen. Wel is maar) Hoog Edele heeren, dat men ons kan tegen werpen, dat de directe besending naar denda raija „poer het misnoegen van de souratoe regenten niet zal doen Ces„ seeren maar zij dus onder vindende de dupe van hunne eijgene onredelijkh:t en inhaligheijd te wesen, misschen nog gemelij„ „ker zullen werden. en zig niet ontzien ons op nieuw te chagrineeren om de Comp: het spel; maar het mogelijk moede te maken, 't geen niet alleen de Engesschen, maar selfs 'sComp:s Eijgene makelaars en in zonderheijt den bij haar in graat Crediet en aan zig, zijnde mantchlergie gorsedje gaarne zig zouden; dat ook den sewaten norst Nara, met de Engelschen gebrouilleert zijnde, mogelijk de Comp: wel van selfs weder aan„ „zoeken zal, om zig te Bassijn of daar omstreeks te etta„ „bliseeren, al was het maar om het Crevecoeur dat zulx hen zal veroorzaken en dat het zelve gebeurende, men ofschoon Den da Raijapoer ons, nu De groote Angria uijtgeroeijt is zo met retatie tot het voorsz: hoofd oogmerk, als het verkrijgen van een goede haven daar de scheepen des noods veijlig kunnen over win„ „teren, en met Een woort in allen op sigten beter Con„ „venieerd, zodanigen voorstel egter, vermits zijne Hoogheijt volkomen in zijn magt heeft het afkomen van de Dechansen kooplieden naar die plaats te belet„ „ten, mitsgad„s het vaar water met zijne Bassijnse armade zeer onveijlig, en dus deselve voor ons genoeg„ „saam t'onbruijk te maken geenzints zal declineeren, maar in tegendeel niet voor bij kunnen, zig in zijn land inselvervoegen ter neder te zetten, het welke regel„ „regt schijnt aan te lopen tegens uw Hoog Edelens intentie, om den omslag van de directie binnen zo engepa„ „le als bijt te begrijpen Maar d' Eerst gem: objectie ver„ „liest veel van haar kragt, als men reflecteert der regen„ „ten ligtelijk weder zoude kunnen comcilieeren, door een Extraordinair present, maar half zo veel bedragende als de Thol die men zoude moeten betalen, als de scheepen eerst te dezer Rheede quamen; en wat de tweede aangaat, die valt geheel in duijgen, als men daar tegen aanstoot met het bekende en geene demonstratie verlijsschen„ „de apioma, dat die het eijnde wil, zig noodzaakelijk bedie„ „nen moet, vande middelen welke daar toe nodig zijn, zijnde) -
English
105 From Surat, 28 April 1756 From Surat, 28 April 1756 not to mention that, with Bombay thus having us as neighbors on both sides, humanly speaking, its trade will in time be completely ruined, especially if one were to employ the mercantile means of laying hands, to such an extent as necessary to increase the sales on our side, upon all kinds of merchandise that the English share in common with us, which then also, to all appearance, would drag in its train a considerable decline in their affairs in Surat; besides which we believe that the profits will well outweigh the expenses of two such small offices or factories twofold, and that as the Honorable Company must keep a certain number of servants in India anyway, it seems all the same with respect to retrenchment where they are stationed or employed, and where their salaries and emoluments are disbursed, and whether there are somewhat more in one place and somewhat fewer in another out of the fixed or present number for all India. We hope that Your Right Excellencies will, in accordance with your usual benevolence and our humble request, favorably accommodate the liberty we take in thus unasked, yet with no other aim than the furtherance of the Company's true interest according to our best knowledge and information, supplying our considerations on that subject; and in confidence thereof, we judge it necessary further to present to Your Right Excellencies that the brokers—upon whose zeal for the Company's interests one reasonably seems able to rely in all other matters besides extending the Company's trade outside of Surat—have repeatedly shown us that it would not be unserviceable if Your Right Excellencies would have the goodness to permit again the sending of a ship with freight goods to Mocha. For this would be extremely agreeable not only to the regents, but particularly to all the prominent merchants of the city, who usually stand up for us upon the outbreak of unrest with the government and try to prevent all public acts of violence; especially since they have recently received their lesson again as to how dangerous it is to risk their freight goods on private vessels, through the capture of the two small French vessels destined for Mocha and Basra by the Bassein pirates. In our opinion, upon such a voyage at least so much profit would be made that the wages of the crew and the wear and tear of the ship could be recouped, and therefore the objective of serving the regents and the principal merchants could be achieved, if not with some profit, then at least without 107 From Surat, 28 April 1756 From Surat, 28 April 1756 without loss to the Company. We have tried to persuade the brokers to agree to a larger indent for powdered sugar than is presently made, but as practically nothing of what was imported in the current book year has yet been fetched, and they are confident that another ship with a full cargo from Cochin-China will arrive, they could not be moved to it; however, in the unhoped-for event of the staying away of that vessel, of which there is as yet no news, one or two thousand cannassers more will likely not come amiss. With regard to the rebuilding of the new lodge, it seems best to us, subject to correction by wiser judgment, to contract with the regents all at once, or for all the buildings that will comprise the same, together, provided that at the same time it is fixed how much of the total amount shall be paid upon the completion of each piece, so that they may find their advantage in a speedy finishing; yet for approximately how much one might agree upon is something regarding which it is impossible to make any advance calculation without first sounding out the regents, for which the present constitution of time and affairs is not at all favorable. How we, through a formal mutiny of the entire garrison, have been forced, virtually with a pistol to the chest, to leave the provision of board money and rations to the militia and seamen upon the old footing, and thus to retract our resolution taken on the ultimate of March last to reduce the same as Your Right Excellencies' disposition upon the memorandum of retrenchment of His Excellency the Right Honorable Governor-General dictates, as is circumstantially evident both from our resolution of the 10th instant accompanying this, and the measures taken by us not to let that scandalous incident 109 From Surat, 28 April 1756 From Surat, 3 May 1756 go entirely unpunished and to purge our garrison of the bad humors therein, we take the liberty to refer thereto with respect, and to remain with the utmost veneration, Right Honorable, Wide-Ruling Lords, Your Right Excellencies' humble and obedient servants, Louis Taillebert, and Jan Drabbe Surat, 28 April Anno 1756. After the dispatch of the above: Right Honorable, Wide-Ruling Lords, Batavia. To His Excellency the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as Governor-General on behalf of the same and its chartered General East India Company, together with the Honorable Councilors of the Netherlands Indies, Batavia.
Dutch transcription
105 Van Souratta Den 28: April 1756 G Van Souratta Den 28: April 1756 om niet te zeggen dat Bombaij ons dus aan weder zeijden tot na buuren hebbende, /:menschelijker wijse gesprooken :/ haren handel met er tijd geheel en al in de grond geboort zal zien, specialijk ingevalle men het mercantile middel gebruijkte van, zo verre als noo„ „dig zij om den aftrek aan onze kant te vergrooten de hand te legten, met alle soorten van Coopman„ „schappen, die d' Engelschen met ons Gemeen hebben het welke dan ook, naar alle apparentie, een mer„ „kelijk verval van hare zaken in souratta zoude na zig sleepen, buijten en behalven dat wij ver„ „meenen, dat de winsten de lasten van twee dierge„ „lijke kleijne Comptoiren of factorijen, wel dubbeld zullen op wegen, en dat D'E: Comp: tog Een zeker ge„ tal dienaren in India moetende aanhouden het in op sigte vande menoge evenveel schijnt Waar dezelve geplaetst of g'emploijeert, mitsga„ ders hunne gages en emolumenten opgebragt werden, en of er van het bepaalde of aanwe„ „kende getal voor geheel India op d' Eene plaats wat meerder en op d'andere wat minder zijn Wij verhopen dat uw Hoog Edelens de Vrijheijt die wij gebruijken, haar dus ongevergt, dog met geen ander oogmerk als de bevordering van 's Comp: vware intrest, naar onze beste kennisse en wetenschap, onze Consideratien over dat onderwerp te suppediteeren volgens haare gewoone benevolentie en ons oot„ moedig versoek, gunstiglijk zullen gelieven in te schikken, en in vertrouwen van dien oordelen wu Hoog Edelens nog te moeten vertoonen, dat de Makelaars, op wekers Iver voor 's Comp:s belangen men in alle andere zaken, als het uijt be„ „reijden van 'sComp„s Negotie buijten Souratta, re„ „delijk staat schijnt te kunnen maken, ons te meer„ „malen vertoond hebben, dat het niet on dienstig zoude wezen, dat uw Hoog Edelens de goedheijt geliefden te hebben weder te permitteeren, het zen„ „den van een schip met vragt goederen maar Mocha, alzo dat niet alleen de regenten, maar wel in zonder heijt alle voorname Kooplieden van de stadt, die bij het ontstaan van ontusten met de regeering gemeenlijk voor ons opkomen E en alle publicque gewelde naijen tragten te pre„ „vinieeren, ten uijtersten aangenaam zoude weezen, vermits zij dezer dagen weder hen les gekragen hebben, hoe gevaarlijk het is hunne vragt, goederen op particuliere scheepen te wagen, door het neemen van de twee Fransche scheepjes naar Mocha en Bassoura g'estineert, door de Bassijnse Rovers, zullen„ „de onses bedunkens bij zodanigen togt ten minsten wel zo veel werden geprofiteerd dat de soldijen der schepelingen en de Slijtagie van het schip kunnen werden goedmaakt en dierhalven het oogmerk van de Regenten en de principaalste Handelaars dienst te doen, is het niet met Eenig voordeel, ten minsten buijten in ƒ E 107. Van Souratta Den 28: April 1756. Van Souratta Den 28:' April 1756 buijten schade van de Comp:, te berijken Wee„ „zen W' Hebben de Makelaars tragten te per„ „suadeeren, om in een grooter Eijsch van Poeder Zuij„ „ker als thans gedaan werd te bewilligen, maar also van d' aangebragte in het lopende Boek Iaar nog g'enoegsaam niets is afgehaalt, en zij vast staat maken dat er nog een schip met Een volle lading van Cochim China zal komen zijn zij daar toe niet te bewegen geweest, dog bij onverhoopt agter blijven van dien bodem, van deweske men nog Geen tijding heeft, zullen apparent Een off twee duijsent Cannasseres meer niet 't onpas komen Den op zigte van den op bouw van de nieuwe Logie, dunkt ons, onder Correctie van wijser Oor„ „deel, best met de Regenten Eens klaps, ofte voor alle de gebouwen die deselve zullen uijtmaken, tegelijk te Contracteeren, mits dat men teffens sixeere hoe veel van het tot alle bedragen bij het voltoijen van ieder stuk zal betaald werden, op dat t hunne reke„ „ning bij Eene spoedige absolvatie mogen vinden, dog voor hoe veel men het wel omtrent zoude kun„ „men Eens werden, is iets waar omtrent het onmogelijkt is vooraf Eeenige Calculatie te maken, zonder de regenten alvorens te pol„ „sen, waar toe de presente Constitutie van tijd en zaken gants niet favorabel is, Hoedanig wij door een Forme„ „le opstand van het gantsche guar„ nisoen genoegzaam als met de pistool op de borst zijn gedwengen geworden, de verstrecking van kost gelden en randsoenen aan de milietie - en zevarende op den auden noet te Laten, en dus te resilieeren van ons op ultimo Maart Jongstleeden genomen besluijt om deselve sodanig te reducee„ ren als uw Hoog Edelens dis„ positie op de memorie van menage van zijn Excellentie den hoog Edelen Heere gouver„ neur Generaal dicteerd, alzo wel omstandig Consteerende bij onse dese versellende resolutie van den 10:' Courant, als de bij ons genomene mesures. om dat onstigtelijk voor val Hoedanig Niet 109. Van Souratta den 28:' april 1756/ fa175 Van Souratta den 3:' Meij 56 niet geheel ongestraft te laten en ons guarnisoen van de daar in zijnde quade humeuren te zuijveren neemen wij de vrijheijd ons daar aan met Eerbied te gedragen en met de uijterste veneratie te zijn (:onderstond:) Hoog Edele wijdgebiedende Heeren /:Lager:/ uw Hoog Edelens onderdanige en Gehoorzaame (:was getekend:) Dienaaren Louis Taillebert, en J:n Drabbe, (:in margine:) Souratta Den 28:' April A:o 1756. Na de depeche der overheeden Hoog Edele wijd gebiedende Heeren Batavia Aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen groot agtbaren 3 Heere Jacob Mossel Generaal over de ƒ Jnbanterie zen Dienste van den staat „der vereenigde Neder„ Landen, Mitsgaders wegens deselve en hare generaal g'octroij eerde oost Jndiasche Comp: Gouverneur Generaal benevens D' wel Edele Heeren raden van Nederlands Jndia Batavia van
English
111. Surat the 3rd of May Anno 1756 From From Surat the 3rd of May Anno 1756 from the ship Middelburg, we having been informed by the Company broker Mantchergie that he had received letters from Bombay, containing the confirmation that the English gentlemen at Bombay were on the point of coming to an agreement and concluding a treaty with the prince Savai Nanna Ballagie, to cede to him Geria, the capital and principal fortress of Tolladje Angria, under certain conditions, of which none has leaked out thus far except that they, in exchange, are said to have stipulated that not only will three small forts in the land of Maarkarrij, of which they are already in possession, be ceded to them in full ownership, but also all the villages and districts belonging under them situated between Geria and Denda Rajapoer, which produce much grain and other products of which Bombay is always in want, wherefore it is maintained that they would suit the English better than the country of Geria and its dependencies. We cannot vouch for the truth of these matters (although it is surrounded by very probable circumstances) and would therefore have postponed reporting thereof to Your Right Excellencies until we had greater certainty, had not knowledge also been given to us by the modi Mannik Dada of a rumor circulating here that the aforementioned Nanna is already said to have issued orders to prevent the export of merchandise from Denda Rajapoer to the Deccan, which, if true, might well be a secret article of the aforementioned new treaty 113 From Surat the 3rd of May Anno 1756 from Java's East Coast 1756, the 2nd of July treaty, which would entirely spoil the game for us on that account, and does not seem altogether improbable when one reflects on the absence of the wealthy Deccan merchant Trimmik Seet, who might well have been intimidated by threats from Nanna; yet we hope nevertheless that in this matter one may experience the great difference that often exists between truth and probability. This having been aimed at no other end, we conclude with respectfully naming ourselves, underneath was written, Right Noble Far-Ruling Lord, lower, Your Right Excellencies' very humble and obedient servants, was signed, Louis Taillefert, and J:n Drabbe, in the margin, Surat the 3rd of May Anno 1756. That Your Right Excellencies, by your always honored missive of the 30th of April last, have been pleased so generously to approve my humble actions and devised means with the regents of both princes toward Soeriacoesoema's downfall and the restoration of Java's tranquility, I have the honor not only to be extremely rejoiced, but also to express my dutiful gratitude therefor, with the assurance that day and night nothing lies closer to my heart than the pursuit of his further and total ruin. Right Noble, Severe, Highly Honorable Lord and Well-Born Gentlemen. To the Right Noble, Severe, Highly Honorable Lord, His Excellency Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and the Chartered East India Company, Governor General, and the Well-Born Lords Councillors of the Dutch Indies, etc., etc. Batavia Java's East Coast
Dutch transcription
111. Souratta den 3:' Meij A:o 1756 Van Van Souratta den 3:' Meij A„o 1756 9 van 'tschip middelburg ons door 's Comp:s makelaar Mantchergie berigt zijnde dat hij brieven van Bombaij ontfangen hadde, behelsende de Confirma„ tie dat de heeren Engesschen te vorst semasen Bambaij met den ƒ Lawaij over Nanna Ballagie het punt op maken een gekoomen en sluijten te verdrag stonden van een hoofd plaats om hem geria de en voornaamste sterkte van Zolladje Angrea in te ruimen onder zekere Conditien, maar van tot nog toe geen andere is uijtgelekt als dat zij daar en tegen zouden bedongen hebben dat niet alleen aan len in vollen eijgendom zoude werden afgestaan drie kleine bortjes in het land van zij reets is Maarkarrij, maat van ƒ ssessie zijn, maar ook alle de daar onder Josfe No gehoorende dorpen en districten geleegen Wij kunnen voor de waarheijt van dit en en ander schoan. het net heel waarschijne„ „lijke omstandigheeden bekleet werd) niet instaen en zouden dierhalven uijtgesteld hebben uhoog Edelens daar van berigt te doen tot dat wij meerder sekerheijt hadden, in dien ons ook niet door den moedi Mannik Dada was. kennisse gegeven van een alhier lopend gerugt dat voorsz: Nanna reets ordre zoude gesteld hebben) om den uijtvoer van Coopmansz: van denda Rajapoet naar het Deccante te verhinderen, 't geen waar zijnde wel een geheim articul van het voorsz: nieuwe tusschen geeria en denda rajapoer, die veele granen en andere preducten, daar Bombaij altoos gebrek aan heeft, uijt leveren, mitsg:s oversulx gesustineerd werden d' Engelschen beter als het Land van geeria en dies onderhoorig heeden te Convenieeren tusschen verdrag 113 Van Souratta den 3:' Meij A:o 1756 van Iavas oostcust 1756. den 2. Julij verdrag wesen konde het spel voor ons om dien oir oud't eenemaal verboodde zoude, en niet geheel onwaarschijnelijk voorkomt als men reflecteerd op het agter blijven van den vermogen„ den deccaasen koopman Trimmik seet, die het wel konde wesen dat door dreij ge„ menten van Nanna g'intirudeert was; dog mij hopen niet te min dat men hier omtrent mag onder vinden. het groote onderscheijd dat er veeltijts tusschen de waarheijt en waarschijnelijkheijt is. Deese tot geen ander einde gerigt zijnde besluijten wij met ons Eerbiediglijk te noemen /:onderstond:/ hoog Edele wijd„ gebiedende heere /:lager:/ uw hoog Edelens zeer ootmoedige en gehoorsame dienaren /:was getekend:/ Louis Taillefert, en J:n Drabbe, /:in margine:/ Souratta den 3:' Meij A:o 1756/. Over dat uw hoog Edelens bij derselver altoos gehonoreerde missive van den 30. ' April passato mijnn Teringe verrigtin„ „gen en beraamde middelen met de rijks„ „bestierders van beijde de vorsten tot Soeriacoesoemas, ondergang en herstel van Javas Rust so genereuslijk hebben Gelieven te approbeeren, heb ik de eer mij niet alleen ten uijtersten temogen verheu„ „gen, maar ook daar voor mijne schul„ „dige dankbaarheid te betuijgen met versekering dat mij dag en nagt niets meer dan de betragting van zijn ver „derd en totale ruim ter larte Laat Hoog Edelen Gestrengen Groot agtb:r heere en wel Edele Aan den hoog Edelen Gestrengen groot agtb:heere Zijn Excellentie Jacob Mossel Generaal over de infantorie ten dienste van den staat der vereenigde nederlanden mitsg„s wegens de„ „selve ende g'octroijeerde oost Indische Compagnie Gouver„ „neur Generaal en dewel Edele heeren raden van nederlands India Etc„r Etc„a Batavia Jana's oost Cust B om Heeren.
English
From Java's East Coast, Anno 1756. From Java's East Coast, the 2nd of July 1756. 115. to effectuate this, by whatever ways and means it may be, while awaiting the Lord's merciful blessing, and that with as little expense as may ever be possible; and I believe I have proven this convincingly enough by the reduction of the heavy and unbearable burdens, as Your Right Honourables not without reason touch upon, to more than half. For even in the last six months that the winter quarters have been occupied, the camps, aside from the agreed-upon arrack, have not cost the Company a single duit, nor did the Madurese in the last campaign of the past year, with whom we shall likewise arrange things as frugally again this year as is in any way possible. Although the Pangeran of Madura can and may also contribute, as in compensation for the 10,000 rixdollars remitted to him for the period of ten consecutive years, toward the maintenance and relief of his own troops, who are already on the march with his son and, as I believe, will have progressed well past halfway, and with whom the campaign will thus be opened and pursued with the utmost vigour in order to overpower Soeriacoesoema, if not dead or alive—which, however, according to what has repeatedly been written about it, remains equally uncertain due to Java's vast forested and mountainous nature—at least to ruin him to such an extent that he can otherwise always be kept in check without our concern. To this end, the Susuhunan and Sultan also promise to exert their forces, according to the letters which on their behalf I have the honour to send herewith to Your Right Honourables, so that the matter is becoming earnest with them, and we shall act so formidably that with God's assistance an end to affairs may be hoped for from it, the sooner to transmit in answer to what was consigned to them as an exhortation thereof. I have no doubt, since their own interest goes hand in hand with it, that they will also abide by this and act with all force; at least Major Steenmulder, who already departed from here on the 23rd of the past month of May to arrange the necessary matters at our encampments, reports that they have given him the strongest assurance thereof even further by handclasp and are making all preparations; to which end, at their emphatic insistence, in order to clothe his people, I had to provide to the Sultan as well as to his imperial administrator Raden Adipati Danoeredja, upon deduction of the annual equivalent: To the first: 3 pieces of red cloth 1 piece of green cloth 1 piece of yellow flowered cloth 50 ells of black Dutch velvet 125 ells of gold lace 15 pieces of Patola silk from Surat 3 corges of gingham 8 pieces of carbines, and on loan: 6 pieces of pistols And to the latter, for cash payment: 2 pieces of crown serge 2 pieces of green kersey 1 the 2nd of July 117. From Java's East Coast, the 2nd of July 1756. From Java's East Coast, the 2nd of July 1756. because Soeriacoesoema daily loses some of his people, who come to submit and humble themselves, both in Mataram and now at the camp at Kayu Apa, whither the Susuhunan recently made a journey, and where these days 17 of the principal champions of the said rebel arrived with their horses and full weapons, which has seldom happened, after his advance guard, having at its head the notorious raider Cartanagara, was ambushed between the 17th and 18th of May past at three o'clock in the morning at the village of Samarongo by Captain Hertzogenraad and soundly beaten, leaving behind some dead, horses, flintlocks, banners, and pikes; so that I flatter myself, since again a further 37 heads with their weapons, among them two prominent chiefs, have submitted to Major Steenmulder in the field camp aforesaid, that his downfall, to all outward appearances, is very near. To promote this all the more, I maintain that 36 native Jeneponto, veritable easterners, will not come amiss, whom, in order to avail myself of Your Right Honourables' much-revered authorisation in the aforementioned letter, I have taken the liberty of engaging in service, and equipped out of my own pocket with horses, likewise clothed and outfitted: the common soldiers with green cloth jackets, yellow trousers, and neckerchiefs, and the officers with red cloth jackets bordered with gold lace, and green trousers, to serve on horseback under the command of a brave, dependable Mandu, having with him in that same capacity the Bugis who came over to us and formerly served Said as captain of a Company, Samat, who looks very well and is familiar with every nook and cranny and is therefore judged to be able to be of great service to us or to the Major with whom he shall march. For the maintenance of the horses, I have granted to the officers, besides their wages, 2 rixdollars and to the common soldiers 1 rixdollar per man monthly, and hope that this may meet with the revered approval of Your Right Honourables. While furthermore I have the good fortune on this occasion to inform you in all respect that the two brothers of the Sultan, Adinagara and Ingabey, being the Pangerans who in the year 1749, as appears from a separate letter of the 9th of March, were sent from this coast and subsequently banished to Ceylon; and since His Highness undoubtedly, in order to have the entire family together, now comes for the third time to make a request for their children, consisting of one from the first and three from the latter with their mother and grandmother, and for his uncle Natacoesoema, as having already been promised to him, I feel obliged to bring this to the revered attention of Your Right Honourables while offering his letter, feeling persuaded that the Susuhunan will have nothing against their return and that they are also of no dangerous consequence for the peace of Java.
Dutch transcription
Van Iavas oostcust Ao 1756. Van Javas oost cust Den 2. Julij 1756 115. om die, door wat weegen en middelen het ook weesen mag, onder inwagting vandes heeren genadenrijken zeegen te effectueeren, en dat met zo weijnig kosten als maar un„ „mers mogelijk zij en ik meen overtuijgend genoeg te hebben beweesen met de verminde„ „ring der Gelijk uw hoog Edelens niet sonder oorsake aanroeren, swaare en ondraaglijke lasten tot op meer dan de helft, want zelfs inde laaste ses maanden dat de winter Quartieren betroc„ „ken zijn geweest hebbende leegers buijten het g'accordeerde van arak de compagnie geen duijt gekast nog ook inde laaste Compag „mie van a:o pass„o de madureesen, waarmede men het dit Jaar insgelijks weeder zo zuijnig sal zijn te schikken als maar eenigt„ „sints doenlijk zij hoewel den pangerang van madura, ook wel als En de Compens van de hem qulijtgeschaldene 10'000. rd„s voor den teid van tien agter een volgende Jaaren contribueeren kan en mag tot onderhoud en Soulaas van zijn eijge troupes die reets met desselfs zoon nu opmansch en so uk geloof ruijm halverweegen gevordert zul„ „len zijn en met welke dus de weldtogt G'opent en met de uijterste vigeur sal worden voortgezet om Soeriacoesoema so niet levend of dood te overmeesteren 't Geen magtans na 't daar over meermalen geschreevene om Javas wijd uijtgestrekt— bosch: en= berg=agtigheid actaos even en onseker is ten minsten sodanig te devaliseeren dat hij niet onse daaganders alteijd in bedwang tehouden is, en waartoe den soesoehoe „nang en Sulthan mede hunne kragten nn te zullen spannen belofte doen bij de brieven, die ik wan wegens dezelve de Eer heb uw: hoog Edelens hier bezeijden So dat het werk bij hen ernst word en wij so formidabel ageeren sullen dat daar uijt met Godes bijstand een eijnde van zaaken te hoopen is, te eerder over te zenden in antwoord op de aanhen geconsigneerde tot adhortatie van dien twijffelende ik niet, nademaal haar eijgen intrest daar mede Jepaart gaat of zij zullen zulx ook gestand doen en met alle borse ageeren; ten minsten den majoor Steenmulder, die ter bestelling van 't nodige aan onse compementen bereets den 23. der Gepasseerde maand maij van hier vertrocken is, berigt duij dat zij daar van de kragtigste verseekering nog nader bij handtasting aan hem Gedaan hebben en alle preparatien maken; ten welken eijnde ik den Sulthan om zijn volk in de kleeren te steeken so wel als desselfs rijk„ „bestierder radeen adepattij Danoeredja op hun nadrukkelijke instantie heb moe„ „ten verstrecken op afkorting van 't Jaarlijkse qui„ Aan den Eersten 3. stukken rood laken 1. stuk groen laken was 1. „ geel gebloemt laken 50. @ swart fleuweel hollandts 125 „ goud passement. 15. p„s patholen zijde Sourats 3. Cargies Gingam 8 p„s Carbeijns en ter leen 6 p„s pistolen. .. en. Aan den laasten voor contante betaaling 2. stukken kroon rassen 2. _=o Carsaijen Groene. „valent over oude 1 den 2 Julij 117. Van Iavas oost Cust den 2. Julij 1756. Van Iava soost Cust den 2:' Julij 1756. om dat de Soeriacoesoema dagelijks van zijn volk verliest dat zig komt onder„ „werpen en verneederen zo in de Mattarm als nu 't leeger tot Caijoe apa, werwaarts den soesoehoenang kortelings een tour gedaan heeft, en alwaar deeser dagen 17„e der principaalste voorvegters van gem: rebel met hun paarden en volle wapens, dat zelden is gebeurt, zijn aangekomen na dat desselfs voorwagt aan't hoofd hebbende den bekenden stroper Cartanagara tussen den 17„e en 18„e maij passato des morgens te drie uuur op de negorij Samaroeugo door den Cap„n 'Hertzogenraad is overvallen geweest en helder Geklopt geworden met agterlating van eenige dooden paarden, snap„ „hanen vendels en pieken; so dat ik mij blat„ „teren, wijl zig weeder op nieuw nog 37. koppen met hun Geweir daar onder twee voorname hooddren bij den majoor Steenmulder hebben ey gesubmitteerd in 't verleger voortz:, dat zijn ondergang na uijterlijke schijn zeer mabij is, om welk temeer te bevorderen ik sustineel niet te onpas zullen komen 36. Jnlanders J=mo„ pohan veritable oosterlingen, die ik om mij te te bedienen van uw hoog Edelens veel ge„ „venreerd Qualificatie bij opged„e missive de vrijheid genamen heb in dienst aan te ne„ „men, en uijt eijge beurs met paarden g' equipeerd item gekleet en Gereet met Groene lakense baaijtjes Geele braeken en nieusdoe„ „ken het femeen, ende officiers met raad lakense braijtjes beret met een Goud tres, en groene booeken, om te paard te dienen onder Commando van eenen dapperen ver„ „daig Mondoe, in die zelfde qualiteid bij zig hebbende den tot ons overgekomen en bevoorens als Capitain eener Comp„s Bacgineesen bij hebbende, ik tot onderhoud der paarden aande officiers maandelijks buijten hare gagie 2. en aan het gemeen 1. rd„s per man toegelegt, en hope dat dit zal magen, wegdragen des eerde approbatie van uw hoog Edelens. Terwijl verder het geluk heb deselven ter deeser Gelegentheid iu alle eerbied te informeeren dat de twee broeders van den Sulthan, Adinagara en Jngabij zijnde de pangerangs welke in den Jaare 1749. blijkens aparte missive van den 9„e maart van deese Cust tversonden en vervolgens na Ceijlon Gerelegeert zijn; En aangesien zijn hooghied ongetwijk„ „deld om de Geheele familie bij elkanderen te hebben, ten derden nu alle weederom versoek komt tedoen om derselver kin„ „deren, bestaande vanden Eersten in een en van de laasten nog in drie miet haar moeder, en Groot moeder en om zijn oom Natacoesoema als hem reets beloofd zijnde zo ik mijn verpligt dit onder aanbieding van desselfs schrijvens ter eerde kennis van uw hoog Edelens te moeten brengen mij gepersuadeert hou„ „dend, dat den soesoehoenang tegens hare terug komst niets zal hebben en dat zij ook van Geen Gevaarlijk nadenken zijn voor de rust van Java want Sait gediente hebbenden Boeginees Samat„s die er zeer wel uijtziet, en in alle hoeken en minkels bekent is en daarom g'oordeelt word voor ons of den majoor, met welke marcheeren zal van veel dienst te kunnen zijn Sait Natacoesoema t d
English
119. From Java's North-East Coast, the 2nd of July 1756. From Java's North-East Coast, the 2nd of July 1756. Natacoesoema, about whose conduct and behavior in the Chinese revolt much can be said for and against, is after all old and decrepit, and his sons (who have all been raised to the rank of prince, namely Natacoesoema, whose daughter is married to the sultan's son Pangerang Ingabij; Poekoediningrat; and Poto Boijo, who in marriage has His Highness's daughter) will not easily be placed over his head. His Highness the sultan has also already made representations to be allowed to deliver the bird's nests and Kadoe tobacco, as well as other products, to the Company. But because the prime minister of the Soesoehoenan likewise made an overture regarding this during his presence here, from which one might not without reason suspect that the two monarchs understand each other in this matter and are in collusion, I cannot refrain from communicating this to Your Excellencies. For although I replied to the sultan that this lease was also included under the cession of the coast, and that it was therefore difficult to make any change therein, as the Company would suffer too much damage thereby, all the more so since the current lease period thereof would expire only after twenty months, he, rather than answering that matter himself, let me know through Commissioner Donkel that he would temporize until then, and then after the expiration of that time renew this request of his on the grounds of his contention that this lease belongs to the uplands, and because the influx of the Chinese so far inland is harmful. Concerning the rebel Soeriacoesoema, I receive news that he is de novo making overtures again to the sultan, and that he has sent the wet-nurse of his wife to him for that purpose, from which Commissioner Donkel and Prime Minister Danoredja form good expectations, because he no longer speaks of the monarchy, but seems to want to be contented with the office of prime minister and a certain quantity of people. But His Highness, having answered him merely by a short letter to the effect that he, as a father, was commanding him for the last time to submit and that quickly, and not to delay him with much writing as was his habit, for if he accepted him, he would also care for him like a father according to his character and birth, or else he would attack him with all might and violence after the Puasa or Javanese fast (ended today), did not dare communicate this to me for the present and therefore also requested the said Commissioner to keep it secret, as he was afraid that the fickle Soeriacoesoema might meanwhile deceive him and he would then be put to shame over it. 121. From Java's North-East Coast, the 2nd of July 1756. From Java's North-East Coast, under date of the 28th of July, anno 1756. Translation. Wherewith I have the honor to remain with the utmost respect in all loyalty and submission, Your Excellencies' very obedient, most humble and faithfully bound servant. (Was signed) N. Harting. (In the margin:) Samarang, the 2nd of July 1756. Translation of an original Javanese letter written by the Soesoehoenan Pakoeboewana P. K., who keeps his court at Soerakarta Adiningrat, to his grandfather, the Lord Governor-General, as well as the other Honorable Members of the Council of the Dutch Indies, brought to Batavia on the 9th of July 1756. After the preamble: May this serve to make known hereby to Grandfather, the Lord Governor-General, together with all the Honorable Members of the Council of India, that the letter which Grandfather, the Lord Governor-General, and the other Honorable Members of the Council of India were pleased to send me recently was received in good order from the hands of Governor Harting, and I have seen from its contents with the utmost satisfaction that Grandfather 123. From Java's North-East Coast, under date of the 2nd of July 1756. From Java's North-East Coast, under date of the 2nd of July, anno 1756. the Lord Governor-General and the Honorable Members of the Council of India had already given the necessary orders to Governor Harting that might serve toward the subjugation of the country-ruining Soeria Coesoema and the restoration of tranquility over the whole of Java; and for the same purpose, Grandfather, the Lord Governor-General, together with the other Honorable Members of the Council of India, thought it best, in order the better to attain that objective, earnestly to urge and kindly to request me to contribute on my part this year, with all earnestness, diligence, and zeal, everything that might possibly be in my power, flattering themselves altogether that in such case they would without doubt see the destruction of that rebel achieved thereby. Being therefore unable to refrain, I request that Grandfather, the Lord Governor-General, and the other Honorable Members of the Council of India shall by no means doubt that I will fail to put into execution with the greatest zeal and pleasure, as much as shall be possible for me, whatever may or will serve toward the attainment of this good objective. What further lies upon my heart in this my writing is to demonstrate to Grandfather, the Lord Governor-General, and all the other Honorable Members of the Council of India my heartfelt gratitude for their good intentions and the communication made, as well as to express at the same time my utmost satisfaction in this regard and
Dutch transcription
119. Van Iava soost Cust den 2 Julij 1756. Van Iava SoostCust den 2. ' Julij 1756 Natacoesoema, over wiens Conduijte en Gedrag in de Chineese revolte al veel voor en tegen te zeggen valt, immers oud en afis en niet ligt zijn zoons (:die alle tot den princen stand, namentlijk Natacoesoema, wiens dogter met 'S sulthans, zoon den pangerang Ingabij is betrouwt, Poecoedimingrat, en Potoboijo in huwelijk wederhebbende zijn hoogheids dogter verheven zijn:/ sal boven het hoofd gesteld worden Ook heeft zijn hoogheid den sult„ „han reets imstantie Gedaan om de vogelnesjes en Cadoese Tabak wen als andere poroucten aan de Comp„e te mogen lieveren; maar dewijl den mijks„ bestierder van dien Coesoehoenang ins„ „gelijks ten dien opzigt de bijff zijn aanweesen hier een preeludium, heeft gemaakt, waar uijt men niet reeden soude moogen weranderstellen dat de twee vorsten hier omtrend elkanderen verstaan en als onder een deeken leggen, so kan ik niet waarbij uw hoog Edelens zulx meede te bedeelen, want niet tegenstaande ik den sulthan daar op heb gedient dat die pagt mede be„ „Gteepen was onder den afstand der stranden en dat derhalven daar in beswaarlijk verandering te maken was, alsoe, de Comp„e daar bij te veel nadeel lijden soude, te meer de presente verpagtings tijd daar van eerst verstreeken was over twintig maanden heeft hij lander dat praince zelfs te beantwoorden, mij door G den Commissiant Bankel laten te kennen geven van tot solange te zullen temporiseeren Aangaande den nebel Soeriacoe„ Soema erlang ik so tijding, dat de novo weeder aansoek bij den sulthan laat doen en dat hij ten dien eijnde de minne„ „moeder, van zijn vrouw nadenselven gesonden heeft, waar van den Commissiant Donkel en rijkbestierder Danae„ „redja goede gedagten formeeren, om dat hij niet meer spreekt van de mo„ „naachie maar zig schijnt te willen gecontenteerd houden met het rijkbe„ „stierder: schap en een zeeker quantiteid volk dog zijn hoogheid, hem daar op eenelijk bij een briefje hebbende gedient dat hij als vader hem ten laasten maalen kwam te gebreden dat zij submitteeren zoude en dat schielijk, en hem niet ophouden net veel schrijven so als wel zijn manier weas, want als hij hem aannaam dat dan ook als een vader van hem sargen soude volgens zijn Caracter en geboorte of dat hij ander nad Poassa of Javaanse vasten /: heeden Geeijndigt:/ met alle magt en geweld soude attac„ „fueeren, heeft mij dit voor eerst nog niet duaren bedeelen en daarom ook aan Gem: Commissiant versogt het zelve cache te houden als bevreest zijnde dat den Wispeltuurigen Soeri„ „a coesoemahin Sammwijlen iets op de mouw en dan na verloop van die tijd, weder renoveeren dit, zijn versoek uijtkragte zijner Sustenue dat die pagt tot de bovenlanden gehoort, en om dat den indaag der Chineesen tot so verre land„ „swaart en schadelijk is,. — end spelden 121. Van Javasoost Custe den 2:' Julij 1756. Van Iavas oost Cust onderdato 28 Julij A:o 1756. Translaat spelden mogt en hij dan daar over be„ schaamt worden. waarmede de eer heb met het uij„ „lerste respect in alle trouw en onderda„ „migheid te verblijven /: uw hoog Edelens Sants Gehoorsame seer ondanige en trouw Schuldige Dienaar /:was„ „getekend N„s harting /:in margine:/ Sama„ „mrang den 2. Julij 1756. Diene desen om groot vader den heere gouverneur generaal beneffens de gesamentlijke wel Edelen heeren raaden van India hier bij bekend te maken dat mij de brief die groot nader den heere gouverneur generaal en de verdere wel Edele heeren Raden van Jndia mij Jongstleden hebben gelieven toe te senden seet wel uijt handen. van den heere gouverneur Harting is geworden en hebbe uijt dies Jnhoud met de uijtter„ ste vergenoeging gesien, dat groot nader Na gedaane voorreeden. Translaat origineele Javaanse brieff gesz: door den seesoe hoenang Paccoeboeana P: K: die sijn Hoff tot soera Carta adiin„ grat is houdende aan sijn groot vader den Heere gouvern„r generaal beneffens De verdere wel Edelen Heeren raaden van nederlands Jndia op Batavia aangebragt den 9:' Julij 1756 den. & L 123. Van Iava's oost Cust onder dato 2. ' Julij 1756— Van Iava's oost Cust onder dato 2. ' Julij A:o 1756 den heere gouverneur generaal ende wel Edelen heeren raaden van India reets aan den heet gouverneur Harting de nodige ordres hadden gegeven die dienstig soude kunnen sijn tot de onderbrenging van den land verder„ vende soeria Coesoema, en herstelling der rust over het gansch Jana, en ten selven Eijnde graat. nader den heere gouverneur gene„ raal beneffens de verdere wel Edelen heere Raaden. van Jndia quamen te oordeelen om des te beter tot bereijking van dat oogmerk te komen mij ernstiglijk aante spooren, en vriendelijk te versoeken om meede in dit Jaar van mijne kant met alle erkst ende vlijd en ijver alles te Contribueeren wat maar immers in mijn vermogen soude kunnen sijn sig als den gesament„ „lijk quamen te flateeren, in sulke gevalle sonder twijffeel de verdelging van dien rebel doar door te sullen sien Erlangen kunnende dierhalven niet afsijn om Versoeke groot vader den heere Gouverneur generaal en de verdere wel Edelen heeren raaden van Jndia geensints sullen mogen twijfbeelen jk in gebreeken sal blijven om alles met de grootste ijper plaisier soo veel mij mogelijk e. sal sijn werk stelling te sullen maken mat tot bereijking van dit goede aogmerk mag of sal - konnen strecken. wat verders op mijn hart legt, is in deesen mijne groot vader den heere gouverneur generaal in alle de verdere wel Edelen heeren raaden van Jndia over derselver goede meeninge e gedaane Communicatie mijne haat„ grondige dakt te bewijsen mitsgaders ook teffens mijne uijtterste verge„ noeginge hier omtrent te komen betuijgen en groot schrijvens
English
125. From Java's East Coast under date 2 July 1756. From Java's East Coast under date 2 July 1756. writings contained End Written at Soera Carta on Thursday the 11th of the light in the month Poassa which according to our style and reckoning was the 10th of June 1756. Below stood: Translated by was signed: Sessie Translator. Translation Furthermore, my sincere friends, such as grandfather the Lord Governor General and all the other Honorable Lords Councillors of India, have been pleased to send me a letter, whereby it also comes After the preface Translation of the original Javanese letter written by the Sultan Paccoboeana Senopattij Bingalaga Abdul Rachman Sahidin Panatagama Kalibathola to his sincere friends the High Noble, Right Honorable Lord Governor General together with all the other Honorable Lords Councillors of Netherlands India. Delivered at Batavia on 9 July 1756 to 127. From Java's East Coast under date 2 July 1756. From Java's East Coast under date 2 July 1756. to impart to me that grandfather the Lord Governor General and the other Honorable Lords Councillors of India had already sent the necessary orders to Governor Harting of Samarang, which were deemed capable of contributing, in the upcoming campaign on their part, to the subjugation of the country-destroying Soeria Coesoema and the restoration of peace throughout the country of Java. However, in order to achieve that objective all the more surely, grandfather the Lord Governor General and the Honorable Lords Councillors of India thought it well that I, too, on my part should contribute everything this year that might be in my power; wherefore grandfather as well as the Honorable Lords Councillors of India come to very friendly request me to that end However, your grandson has a request to make, namely that grandfather the Lord Governor General and all the Honorable Lords Councillors of India, whereupon I have the honor to serve grandfather, along with the other Honorable Lords Councillors of India, in reply that I have now also already, to the best of my ability, deliberated and consulted with the First in Command mentioned above concerning everything that could be accomplished this year in the upcoming campaign. to request that we join together with all earnestness, zeal, and might, flattering themselves that in such cases the subjugation of that rebel will then be seen to follow, and also the peace throughout the whole of Java will be restored. request however 129. Java's East Coast under date 2 July 1756. From Java's East Coast, 20 August 1756. however, without fail, may be pleased to order the First in Command, or the Company's commanding officer aforementioned, that they must follow me in everything according to my counsel; and that the wicked may be removed as quickly as possible; I also further request that we, likewise through the help of grandfather and the collective Honorable Lords Councillors of India, may as quickly as possible have my uncle Natta Coesoema and all of his still remaining children restored to me. Written at Jogjo Carta Adinangaat on Wednesday the 10th of the light in the month Poassa which according to our style and reckoning was the 9th of June 1756. Below stood: Translated by was signed: Sessie Translators. End The request of the cunning and no less stubborn Soeriacoesoema to his father-in-law the Sultan Kamingcoeboeana, of which I had the honor to make mention in respectful letters of 2 July past, has thus far been without result; for that rebel departed from Poho on 11 July, two days after the Sultan with his army had set out from the Mataram, towards Sodang Jambal and joined with the army of Woedjil, High Noble, Right Honorable Lord and Honorable Lords. Batavia To the High Noble, Right Honorable Lord, His Excellency Jacob Mossel, General of Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and the Chartered East India Company, Governor General, and the Honorable Lords Councillors of Netherlands India, etc., etc. To broken camp
Dutch transcription
125. Van Iava's oost Cust onder dato 2:' Julij A:o 1756. Van Java's oost Cust onder dato 2.:' Julij A:o 1756. schrijvens vervat Eijnde geschrenen tot soera Carta op Donderdag den 11:' van't ligt in de maand. poassa /:dat na onse stijl en reekening geweest is:/ den a:o 1756 /:onderstond:/ 10: Junij getranslateert door /was getekend:/ Sessie Translateur. Translaat Wijders soo hebbe mijne opregten vrinden gelijk groot vader den heere gouverneur generaal en alle de verdere wel Edelen heeren raaden van India mij eene brieff gelieven toete senden waar bij mij ook komt Na gedaane vaarreeden Translaat origineele Javaanse brieff: ges=z: daar den sulthan Paccoboeana Senopattij Bingalaga abdul, Rachman, sahidin panatagama, Kalibathola aan sijne opregten vrinden den hoog Edelen groot agtb:e heere gouverneur generaal benevens de verdere gesament„ „lijke wel Edelen heere raaden van Nederlands Jndia Op batavia aangebragt den 9: Julij A:o 1756 te 127. Van Java's oost Cust onderdato 2. Julij A:o 1756 Van Java's oost Cust onder dato 2:' Julij A:o 1756. te bedeelen, als dat groot vader den heere Gouverneur Generaal ende verdere wel Edelen heeren raaden van Jndia reets aan den gouverneur Harting van sama„ rang de nodige ordres hadde toegesanden die geaordeelt wierden in de aan staande veltogt van hare kant te zullen kunnen strecken tot de onder brenging van den land verdervende soeria Coesoe ma land Java en herstelling der rust over het dog dewijl om des te seeker tot bereijkinge van dat oogmerk te geraaken groot vader den heere gouverneur generaal ende wel Edelen heeren raaden van Jndia goed dogte dat ik meede van mijne kant in dit Jaar alles diende te contribueeren wat maar in mijn vermo„ „gen mogte meden waaromme dan groot vader soo mel als. de wel Edelen heeren raaden van. Indie mij tot dien Eijnde seer vrindelijk komen te Edog soo heeft uw kleyn soon een versoek te doen, teweten dat groot vader den heere gouverneur Generaal en alle de wel Edelen heeren raaden van India waar op den de Eere hebbe om groot vader beneffens de verdere wel Edelen heeren raaden van Jndia in antwoord te dienen dat jk nu ook reets met den Eerst in Commande hier boven gemeld, over alles wat van dit Jaar in de aanstaende veldtogt soude kunnen werden verrigt, na mijne uijtterste vermogen hebben overlegt ende raadge„ „pleegt. versoeken om met alle Ernst ijver ende magt e te samen willen pannen, als sig blateerende in sulke gevallen als dan de onderbrenging van dien rebel te sullen sien volgen, en ook de wreede over gansch zana herstel te worden versoeken dog E 129. Java's oost Cust onder dato 2:' Julij 1756. Van Iavas oot Cust den 20' aug„:s 1756. dog sonder manquement aan de Eerst in Commando of Comp: Comman„ de voerende hier voren gem: sal mogen gelieven te ordonneeren datse mij - in alles na mijne raad sullen moeten volgen; en dat de quade ten spoedigste sullen mogen werden weg gedaan, ook versoeke ik alverders, dat wij meede door de hulpe van groot vader ^ Wel Edelen heeren Raden van India ten spoedigste mynn oom ende gesamentlijke ^ wel hulp van graot raaden van Jndia ten spoedigste mijne aam natta Coesoema en alles sijne nog thans overgebleven kinders sal mogen geworden gesz: tot Jogjo Carta adinangaat op moensdag den 10:' van't ligt in de maand poassa /:dat na onse stijl en reecq: is geweest:/ den 9' Junij a:o 1756: /:onderstand/ getranslateert D„ daar /wat getekend:/ sessie Translateurs. Eijnde Het aansoek vanden arglistigen en niet min hartnekkigen Soeriacoesoema bij zijn schoon vader den Sulthan Ka„ mingcoeboeana, waar van de Eer had bij eerbidige letteren van den 2„e Iulij pass„o gewag temaken, is tot hier toe sonder gevolg geweest, want dien rebel is den 11„e Julij van Poho toen den sulthan twee daagen, vroeger met zijn leeger de matarm was uijt Gerust na Sodang Jambal en gefan„ „jungeert met ant leeger van woedJil, Hoog Edele Gestrengen Groot Agtbr Heere en wel Edele Heeren. Batavia Aan den Hoog Edelen Gestr: groot agtb: heere E Excellentie Jacob Mossel Generaal over de infanterie ten dienst van den staat der vereenigde nederlanden mitsg„s weegens deselve en de P octroijeerde oost Jndische Compagnie Gouverneur Generaal en de Wel Edele heeren Raden van nederlands India Etc„a Etc„ Aan opgebrooken H F G
English
131. Java's East Coast, the 20th of August 1756. From From Java's East Coast, the 20th of August 1756. broken up, and after many evasive turns, with which he sought to mislead our army, marched to the north as far as Panawan Pang, where before the redoubt on the 15th his head was so closed off that in two parties fully 5 men and 2 horses had to retreat, all the more because Major Steenmulder pursued him for 5 days and 4 nights with forced marches and was so close that his Honor arrived with his army at Brakas, and that very same night, upon the report that the said rebel had passed that place in the morning towards Ondakkan, broke up again and pursued him to Janjang; but he, having caught wind of this, set fire to several Chinese houses at the last-mentioned place and, having thus taken flight, turned to the side of the Tanjong river along the mountains to the south, with the intention of crossing the river again at Brakas behind the Major's army towards Soeboek in order to invade that rice land, but he was forestalled there by the sudden march back of the said chief officer to Brakas aforesaid; and seeing this, he moved headlong along the mountains over Vermaas and Abben to Pesolo, making a mock stand under some [illegible], fleeing with considerable marches repeatedly like a thief, whither he was also pursued with force. The Major, because of the heavy fatigues endured in 7 days and nights, having had to keep a rest day on the 19th of July at Daagan near Raimong, where fell into his hands and was massacred the former On the 28th and 29th, the fleeing rebel again through such dreary passages as ever to near Awie, from where he just as quickly beat a retreat, and that so and who had stayed with Soeria Coesoema, the clerk of the native company of Captain Cammel, who could write and read Dutch, and therefore it was wished that he had fallen into the hands, but. Having broken up again the next day, the aforesaid rebel, of whose daily horses and people were found dead along his route, led his Honor with our army now south, then east, then north for 5 days, in order, if possible, to cross the mountains again into the land of Jattij, or into the land of Pattij, or into the Blandong forest; but he was deceived in that intention, and then took his course towards Djipan, pursued with such force through mere forests, bushes and thickets, that the Major had the good fortune to find him on the 27th of July in the morning, about one hour from Oeking; but he, not having expected this, fled with his wives without offering any resistance, leaving the rest to our men as booty, with pikes, muskets, horses, yes, even his sirih service, while the people who were out marauding, estimated at fully 40 heads, mostly fell into the hands of our patrols or rearguard, and were killed or fled into the forest without weapons, and scattered 133. From Java's East Coast, the 20th of August 1756. From Java's East Coast, the 20th of August 1756. so scattered that perhaps few of his people have returned to him, the Major himself testifying that he has never seen or heard of such a desperate flight with the abandonment of everything. The same, after having been driven from Awie out of the district of Djipan as just noted, was further pursued for two days along the river Solo to Canantingan, and from there retreated again through the forest to the north over Kemontschojoe, which is the redoubt of Soepitteij his only support in the Werdu district; and on the 4th of this current month of August sacrificed to the flames by our army, which followed the trail of Soeria Coesoema again over Coestoe to Padagangan, where he received sworn report that he had entered the forest again towards the Hlotasch district with the intention of going to Djipan for the second time, because so many of his people had been left behind there, who nevertheless consist mostly of women and are so hunted down that they can almost no longer go on because of the inconceivable marching, which our men also feel; and he therefore, and in order to obtain provisions, had to halt for two days at the aforesaid place Padagangan; and in the meantime Said was at Bemantingan on the borders of Soecowattij, but having certainly heard that the Sultan, whose force is considerable, lay with his army thereabouts at Toegoe, immediately moved through the forest again. And although the damage by his incursion into the district of Lassum is indeed of no significance, and the rumors regarding the resistance offered by the head of that place, the Tumanggung Soeradipoera Tawat, are varied, he has nevertheless already made himself subject to the penalty against the regents' negligence, etcetera, in the advertisement issued in that regard and approved by your High Nobilities in your much-venerated separate missive of the month of April past, because he took flight quite untimely with his entire household; and having summoned him hither on that account, I shall examine him further, as it is high time that punishment and reward once take place. The Pepatih of the Soenters hiding nest where the Major hunted him out to Jaas, which was said to be near Djipan, but he turned northwards, and with a rush that, as the Sultan himself testifies, is impossible to prevent, laid a number of houses in ashes in the Blandong and Lassum districts, and thus fled further again, which is nevertheless better than if he had invaded the outer lands of Pattij, Coedus, and Damak, leaving meanwhile quite some people in the lurch here and there, which must absolutely reduce him in that manner, as he is given no time to breathe by our continual pursuing and hunting down. Poepters Pangeran
Dutch transcription
131. Javas oost Cust den 20. aug„s 1756. Van Van Iava soost Cust den 20 aug„s 1756. opgebrooken en na veele slingse touren, daarmede onsleeger heeft zoeken te mislijden na de moord Gemarcheerd tot na Panawan Pang, daar hij voor de Benting den 15„e zijn hooft sodanig gesloten heeft, dat in twee parthijen mmel 5. man en 2. paarden heeft moeten afdeinsen ter meer wijl de majoor Steenmulder hem 5. dagen en 4. magten met Geborcheerde kwarchen nagejaagt hebbende so ma bij was dat den UE: met zijn loeger op Brakas aankwam, en nog dienselfden nogt op de tijding dat gemelde stooopen des morgens die plaats gepasseerd was na ondakkan, weeder opbrak en hem ver„ „volgde tot Janjang maar deesen daarvan de wind gekreegen hebbende heeft ter laast Gem: plaat eenige Chineesen huijzen in de brand gestooken en so, de vlugt genomen heb„ „bende, zig aande „ kant van de tanjongse revier lang het gebergde om de zuijd gesla„ gen, met untentie om bij Beakas agter het loegerrandemajoor weer over de revier te steeken na Soeboek om dat rijst„ „land te inwadeeren, maar is daar nn geprevinieerd door de schielijke terugmansch van ged„e hoofd officier ma Brakas voorm: en dit siende is hij hals overkop lang het gebergde heen getrocken over vermaas en Abben na Pesolo onder eenige minne tot slaan temaken vlugtende met Considerable marchen telkens als een diet voort, wer„ „waarts enmet e een borce ook werd nagezet Hebbende den majoor om de swaare fati„ „ques gedaan in 7. dagen en magten den 19„e Julij op Daagan beij raimong moeten rustdag hauden, alwaar in zijn handen gevallen en Gemassacreet is en de Geweese Den 28. en 29=e is den vlugtende rebel weeder door so droerige passagien alsooijt tot maar Awie van waarhij even Snellijk de retraite genomen heeft, en dat soo en bij Soeria Coesoema sig opgehou„ „den gehad hebbende schrijver wande inlandsche Comp„e van Capiteijn Cammel welke nederduijtsche schrijven en leesen konde, en daarom Gewenscht dat inde haars Geolo„ „Gen is, maar. 'S anderen daags weeder opgebrooken zijnde heeft meerm: rebel, van twiendagelijks„ langs desselfs passagien paarden en volk werden doot gevonden, zijn E: met onsleegeer dan zuijd, dan oost dan moord 5. dagen omgevoert, om des vermogende werder over't Gebergte in't lands van Iattij dan wel in 't land van Pattij dan wel in 't Blan„ dangsche bosim tevallen, dog is in dien mening bedroogen geworden, en toen naDji„ „pan werwaarts zijn kours mam, midt sulk een sewveld door mare bosschen, struij„ „ken en struellen, nagezet dat den majoor het Geluk had hem den 27„e Iulij des Smorgens circa een uur van oeking te vinden, maar dit niet verwagt hebbende is hij sonder eenige teegenstand te bieden met zijne vrouwen Gevlugte, de rest aande onse ten propelatende, met picquen, snaphanen, paarden Ja zelts zijn Kienang geschair weesende het volk dat op marade was en en op ruijm 40. koppen begroot word, meest onse pratoilles of arrierguarde inde handen gevallen en vermeld of het bosch ingevlugt zonder wapen en E verstrooijt — d 133 Van Java soost Cust den 20:' aug:s 1756. Van Iavas oost Cust den 20:' aug„s 1756. verstrooijt dat misschien weijnig van zijn volk weederom bij hen i gekomen is, ge„ „tuijgende den majoor selfs dat hij zulk de spraat loopen met agterlating van alles nooijt heeft gesien of gehoord. Denselven is, nadat gelijk even Genoteerd staat van awie uijt het district van DJipan „was gedreeven geworden, voorts twee daagen langs de rivier Sold vervolgt tot canan„ tingan en vandaar weeder terug getrok„ „ken door het bosch om de moord over ke„ „montschojoe, dat het rooduest van soepiteij: zijn eenige steun:/ in het waerdusche is; en den 4„e deeser loopende maand: Augustus aan de vlamme opgeoffert door dens leeger 't welk tspoor van SoeriaaCoesoema werder gevolgt is oner Coestoe tot na Padagan„ Ian alwaar hinen beedigt kreeg. dat het bosch weer ingeslagen wat ma het Hlo„ „tasche met voornemen om ten tweedemaal na Djipan tegaan om reeden dat daar so deveel volk van hem was agtergebleeven, dat nogthons meest in vrouwens bestaat en Sodanig afgejaagt is dat het bij ma„ niet meer voor't kan door het onbegrij„ „pelijk marcheeren, waar van ons volk ook Gevoel heeft, en heeft daarom en om aanleevens middelen te koomen twee daagen moeten halt houden ter plaatse Pada„ Gangang voorm:, en in die tusschen tijd O Said op Bemantingan geweest op de Trensen van Soecowattij, maar seekerlijk gehoort hebbende dat den fulthan, wiens magt Considerabel in midt zijn leeger daaromtrend op toegoe lag, terstand het bosch weeder doorgetrocken itta En off schoon deschaade door zijn infansie in't district van Lassum wel van geen naam is, en de Gerugten nopens de Gebodene resistentie door het hoofd dier plaatse den tammogang Soeradiepoera Tawat varieerende zijn heeft hij zig mag„ „thans alreerde subject gemaakt de poena„ liteid teegens der egenten lachieusiteid Etc„a bij het dientweegen G'emareerz en door uw hoog Edelens bij veel g' venereerde aparte missive van met „ april passato g'approbeerd advertisfementje, door dien hij alheel ontijdig dewijk Genomen heeft gehad met zijn ganschhuijsgezien, en en waar over hem herwaarts ontboden hebbende, nader Examinieren sal, also het ruijm teid is, dat strasse en belooning eens plaats vinden Hebbende den Pepattij vanden E Soenters schuijlnest waarden majoor hem heeft uijtgejaagt tot Iaas dat men seijde dat maar dJipan was, maar heeft zig moordwaarts geslagen, en met een rof dat hem Gelijk den Sulthan zelfs ge„ „tuijgd onmogelijk te beletten is, in't blandong „sche en lassumse een parthij huijzen in de assche gelegt, en so weeder voortgevlugt, dat mogthans beeter is als of inde uijstlanden van Pattij Coedus en damak ware in„ Gevallen geweest, latende middelerwijlen hier endaar nog al wat volk insteek dat hem op de manier afsoluijt kleen der moet doen worden, wijl hem zeen teid tot ademhaling gegeven word door ons Canti„ „nueel ma en adjagen Poepters Pangerang E J E
English
From Java's East Coast, the 20th of August 1756. From Java's East Coast, the 20th of August 1756. Pangeran Timor and Raden Adipati Sinduredja, shortly before the march, humbled themselves with 6 men on horseback before the Sultan, and the well-known Tittajuda before the Susuhunan; and along the way, the brother of Wicladikta named Wilratmidjo also joined the major with 20 horses. And while the said rebel Suria Kusuma, who is mad and desperate, and seems intent on nothing other than singeing and burning, has thus drawn the army of Major Steenmulder into the borderlands, the Madurese have, from the 25th of July until the 8th of this month of August, so ruined his country Matesseh and Laro that it will certainly feel the effects for some years to come. In the first-named, 21 main and more than 50 smaller villages, including Begie and Calisoera, belonging to his patih Kudanawarsa, in which, besides livestock and other possessions, a barrel of gunpowder and some hundreds of copper balls were found, and also Bantjot, which is considered the main village, and Mergosankan, whose first-named chief Purnamanggala, nephew of the aforementioned patih, was shot dead in a skirmish, upon which the people fled, whereby the Madurese obtained quite some booty, even on one day from two different caves 350 buffaloes and cattle, and that solely with strong detachments on foot, as the terrain of that country Matesseh does not allow one, on account of its many mountains and deep valleys, to reach there and operate with horses and baggage. Major Steenmulder, being ever of the opinion that Suria Kusuma would risk an action on the 15th of this month at Boebak, a wretched place between Blora and Jipan where he was encamped, marched against him; but upon the approach of the vanguard alone, from which a few shots were fired, he took flight again as before, so it is said towards Jipan, whither he is being pursued both by our army and by the Sultan, who with his own forces has already been in the Warung district at Mojo Lasem. The Madurese being now on the march to Asem, and Captain Vidler, with whom matters look favorable regarding the submission of the Kadolang and Pranaraga peoples, with his army at Demalang, in order thus to corner the said Suria Kusuma, who is like a cat in distress and whose affairs are confirmed to be in a very sad state, so that he must absolutely choose the south again, which, according to the statement of one of his mantris who has deserted to the Sultan, is also his intention when he can no longer hold out on the Northern Coast; and then his people will abandon him even more and adhere to the Princes, whose followings still continuously increase extra. Not only were the houses demolished, but also the fields, wherein there has been so much paddy in the wood that it is beyond description, and the one with the other burned and totally destroyed. With which I have the honor, with great respect, to subscribe myself, beneath stood, Your Right Honorables' obedient, very humble, and dutiful servant, was signed N. Hartingh. In the margin, Semarang, the 20th of August 1756. From Ternate, the 20th of July, anno 1756. We take the liberty herewith, with all respect, to give Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs dutiful notice of such secret matters as have occurred here during the past year or since the dispatch of our humble secret advices dated the 10th of June of the past year addressed to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs, regarding which we shall initially set down here that in the month of March last past, besides a letter from the Company's postholder sergeant, By the ship Duinsveld. Right Honorable, Highly Esteemed, Valiant, Most Wise, Prudent, Discreet, and Most Generous Lord and Lords, The Right Honorable and Highly Esteemed Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as, on behalf of the same and the General Dutch Chartered East India Company, Governor-General, together with the Honorable Lords Councilors of the Dutch Indies, Batavia.
Dutch transcription
135. Van Javas oost Cust den 20. ' aug:s 1756. Van Javasoost Cust den 20 augg„s 1756. pangerang timor in mann L Jojo Sin„ doeredja kort voor den opmarsch sig miet 6. man te waard, voor den sulthan en den bekenden Tittajuda voor den soesoehoe„ „nang verneedert, in onderweegs bij den Cimajoor sig ook vervoegt met 20. paarden de broeder van Wicladikta Gen„t Wilrat„ „midjo En terwijl Ged=t Rebel Toeria Coesoema, die dat en disperaat is, en het op niet an„ „ders schijnt toe te leggen als op zengen en branden, het leeger van de majoor Steemmul„ „der dus in 't rand heeft getrocken, hebben de madureesen zijnland Matesse en Laro zedert, den 25. Iulij tot den 8„e deeser maand augustus sodanig Gerenueerd dat het nog wel eenige Jaaren daar van gevoel sal hebben, in het eerst gem: 21. hoofd en meer als 50. kleendere negorijen daar onder Begie en Calisoera, toebehoorende desselds pepattij Coedonowversa, waarin buijten vee en andere Evecluatien en vat buskruijk en eenige honderden Jan kopere koegels gevonden zijn ook Bantjot dat voor de hoofd negorij gehouden word, en Mergosan„ kan waarvan het Er genaamde hoofd Pomomangolo broeders zoon van Evengem: pepattij in scherenmutselen dood geschooten endaar op het volk gevlugt is waar door de madureesen nog al eenig buijt gekreegen hebben zelfs op een dag uijttwee differente Spelanken 350. busselfs en koe„ beesten, en dat alleen met sterke detache„ „menten te voet, also de Iutuatie van dat land matesse nidt toelaat om mits zijn veelvuldige bergen en diepe valeijen net Den majoor Steenmulder was ter als ooijt in opinie weesende dat SoeriaCoesoema den 15„e deeser op Boebaa een elondige plaats tussen Bloora en Jipan daar toe Campeerde, een actie wagen sande, is teegen denselven opgerukt, maar op de aannaadering van de avont Guard alleen; van welke eenige schooten Gedaan wierden nam hy weeder als bevoarens de vlugt so men segt na djipan, werwaarts word na gezet, so door ons leeger als den Sulthan, die met het zijne al in't warongse is geweest op modjo lassem. Weesende de madureesen nu marsch na assie enden Cap„n vidler bij wien het zig geteegent laat aansien met de onderwerping der Cadolangse, en Pranaragase vol„ keren, met zijn leeger tot Dema„ lang om dus Gem: Soeriacoesoema als een Cat in naarheijd zijnde, en bij welken geconvierneert word dat gel, droevig gesteld is, sodanig, in 't knauw te brengen, dat absoluijt de zuijd weeder kiesen moet het geen paarden en baggagie daar nu te raukken en teageeren.. Zijnde niet alleen de huijzen opgekrapt maar ook de velden daar in 't houd soveel wadij geweest, dat het niet te beschrijven is en het een met het onder verbaanden totaliter verwoest paarden volgens E E Van Iavas oost, Cust den 20:' aug:s 1756. Van Ternaten den 20:' Julij Anno 1756 volgens 't zeggen van een zijner mantrie daems, die tot den zulthan is komen overloopen ook desselfs voorneemen is wanneer het aande noorder Stranden niet meeer houden kan, en dan sal zijn volk hem nog meer verlaten en de vorsten aankleeven, wier hooren nog al continu „eeren extra toe tenemen. e Waarmede de Eer heb mij met veel eerbied te onderschrijven /:onderstont:/ uw hoog Edelens Santsch Gehoorsa„ „men zeer onderdanigen en trouwschul„ s „dige Dienaar /: was Getekend L hartingh. /:in margine Samarang den 20. aug„s 1756. Ternaten Wij neemen bij deesen met alle Eerbied de vrijmoedigh:t uw hoog Edele groot agtb: schuldpligtig kennisse te geeven van sodaanige secreete. zakelijkheeden als „ het gepasseerde Iaar ofte zeedert de depeche onser onderdanige geheijme advijsen onder dato 10: Junij a:o pass:o aan uw hoog Edele groot agtb:s gerigt, alhier zijn voorgevallen waar omtrend ten deese aanvankelijck zullen ter nederstellen dat wij in de maand maart Jongst leeden bezijden Een brief van 's Comp:s post houdert Per 't schip Dunisveld. Hoog Edele groot agtb:s manhafte„ wel wijse voorsienige Discreete en zeer genereuse Heere en Heeren Den Hoog Edelen groot Agtbaren Heere Jacob Mossel generaal over de infanterij ten dienste van den staat der vereenigde nederlanden mitsgaders van wegens deselve en de generale nederlandsche g'octroijeerde oostjndische Comp: gouverneur generaal benevens de wel Edele Heeren raden van Nederlands. Jndia Batavia zergeant He E 137.
English
139 July Anno 1756 Ternate the Company From Ternate the 20th July Anno 1756. Sergeant at Pullabessij Adolph Crommhout, dated 20th February, simultaneously received two Arabic letters, one of which was written by the Ternatan salahakan at the aforesaid island and the other by the king of Bouton via Tombocco to the King of Ternate. The first signatory gave notice of the receipt of these at the secret meeting of 15th March of this year, stating also that His Honour, because the last-mentioned letter appeared somewhat suspect to him, had immediately and as secretly as possible had it translated, and subsequently, having been restored to its folds, had both delivered together to His Ternatan Highness through the sworn translator Matthijs Daames, who upon his return had provided at first verbally, and the next day in writing, such a report as is recorded verbatim in the resolution of the aforementioned 15th March, to which we humbly refer in this matter. From the report of that translator, we have seen that the Ternatan monarch was averse to accepting the Bouton letter, but rather had sent the same back to His Honour, and having been received by him, had caused it to be opened once more and translated more thoroughly. However, regarding this letter, the Arabic writer named Hatibi even had to testify himself that it was written and composed in such high Arabic that, in his opinion, scarcely two or three would be found in the Moluccas who were capable of translating the said letter. Your Right Honourable Lordships may, if it please you, examine the translation thereof in detail in the same resolution just mentioned. While holding this deliberation over the said missive, it was observed by us that the same was drafted in rather far-reaching, critical, and veiled terms, which all the more merit some reflection and suspicion, because near its end it is stated that the King of Bouton had sent this letter to the people of Tombocko to be delivered further to His Ternatan Highness, with the objective thereby to prevent the Company from gaining knowledge of it and thus causing no dissension. Added to this is the estrangement that, according to rumours about the running aground of the ship Rust en Werk, arose and erupted between the Company and the court of Bouton. Therefore, on the day aforementioned, we thought proper and understood not only to give Your Right Honourable Lordships dutiful notice of all this, but also humbly to send the original of the Bouton letter mentioned herebefore to Your Right Honourable Lordships alongside this, in order that, if it please you, it may be compared with its flawed translation, and consequently, if deemed necessary, the King of Bouton might be addressed and held to account in this regard with greater emphasis and conviction. With further order, the first signatory was requested to be pleased to praise His Ternatan Highness when the opportunity arises and to make known the pleasure of this assembly, since it appears from the inserted report that His Highness endeavours faithfully to adhere to the Company without interfering and meddling with other foreign princes to its prejudice, so that the said His Honour took it upon himself to do so and carried it into execution. Furthermore, in continuation of this, we still have the honour to bring in all humility before the eyes of Your Right Honourable Lordships how, among the enclosures received alongside the letter from the Manado Resident Jan Smit dated 5th March, were kept a Bugis pass and letter granted and written by the King of Bonij, which papers immediately appeared of some suspiciousness to the first signatory, causing him to decide to have the same translated and thus
Dutch transcription
139 Julij A„o 175 Ternaten den Co. Van Ternaten den 20:' Julij A:o 17 756. Zergeant te Pullabessij adolph Cromnhout= de dato 20.:' bebruarij te gelijk ontfangen hebben twee arabische brieven waar van d' Eene door den Ternaatse salahakan ten even gem: Eijlande en de andere door den koning van banton over Tombocca aan den Coning van Ternaten waren gesz: geweest, van welkers ontfangst den Eerst geteekende ter secreete bij een komste van den 15:' maart deeses Iaars heeft advertentie gegeeven met te kenne gave teffens dat zijn E: Laastgem: overmits die hem wat suspect was. toegescheenen ter stand en in secretesse so veel mogelijk hadde laten vertalen en vervolgens. weeder in zijne vouwen gebragt zijnde beijde te samen door den geswaoren Translateur Matthijs daames aan zijn Ternaatse hoogheijd bestellen, die bij zijn terugh komst voor Eerst mondeling en 'sdaags daar aan bij geschrifte van sodaanig rapport hadde gedient als ten resolutie van evengem: 15:' maart woor„ delijk staat ingelijkt en maar aan wij ons ten desen submisselijk refereeren uijt welk verslag van dien taalsman wij gesien hebbende dat den ternaatse vorst avers is geweest om den boutonse brief te accepteeren maar dat den selven veel eer aan zijn E. weder hadde te rug gesonden en bij hen aangenoamen mitsgaders andermaal hadden doen openen, en volstandiger laten transla„ teeren dog van welke brief den arabische schrijver Hatibi gen:t egter zelfs moettende getuijgen die in zulk hoog arabesche te sijn gesz: en opgesteld, dat volgens zijn meening nauwlijcx twee of drie in de moluccas souden te winden weesen die in staat waren gem: hoog Ed:s brief te vertaalen kunnende uE groot agtb: het translaat van dien zijde selfde resolutie so even aangeroert des behaagende breedvoerig oculeeren; onder het houden deser besoigie over wel gem: missive bij ons aangemerkt werdende; dat deselve al vrij in vergaande Caiticque en bedekte ter„ men was opgesteld, die te meer eenig nadenklen er argwaan meriteeren vermits bij dies eijnde gesegt word dat den Coning van bonton deesen brief aan die van Tombocko hadden laten overbrengen om verder te behandigen aan sijn ternaatse hoogheijt met dit doel„ wit om daar doort te praevenieeren, dat de Comp: daar van de weeten schap niet en kreeg ende vorst des Van d 141. Van Ternaten Den 20:' Julij A„o 1756. Van Ternaten den 20:' Julij a„o 1756 2 dus geen oneenigheijd quame te ver„ werken; waar toe nog genoegt de ver„ wijdering die volgens gerugten over 't abloopen van 't schip Rust en merk tusschen de Comp: en 't hoff van boutan ontstaan en uijtgebarsten zijn, so. hebben mij op alle het selve ten dagen voorm: goedgevonden en verstaan uw hoog Edele groot agtb: niet alleen van 't Een en ander pligt schuldig kennisse te geeven maar ook de hier vooren gemaagde koetonse brief orrigineel tot uw loog Edele groot agtb: bezijden deses in onderdanigheijt toe te senden ten eijnde, des behagende met dies gebreckig translaat te kunnen doen. Confrantee„ ren, en oversulx des. nodig oordeelende den koning van bouton met meerder na druk en overtuijging dient weegen onderhouden en te rheede stellen niet verder arrest en den Eerste geteekende te versoeken omme zijn ternaetse hoogheijd bij geleegentheijd tewillen landeeren en 't genoegen deeser vergadering te kennen te geeven komt nademaal bij 't g'insereerde rapport „ te blijken dat zijn hoogheijd tragt de Comp: ge„ trouwlijk aan te kleeren sonder zig in prae juditie van haar met andere buijtenlandse vorsten te bemoeijen en in te laten, in voegen dan ook gem: zijn E: sulx te doen hadde op zig genoomen en ten uijtvoer heeft gebragt; —. Alverder wigtigen wij ons ten vervolge deses nog de Eere aan uw hoog Edele groot agtb: in alle deemoed onder het oage te brengen hoe onder de bijlagen, bezijden den brief van den manados resident Jan Smit de datis 5: maart ontfangen, te gelijk waren, behouden een boegineese pas en brief bij den Coning na bonij verleend en gesz:; welke papieren den Eerst geteekende aanstonds van eenige nadenkelijkheijt hadden toegescheenen, en de doen besluijten van deselve te laten vertaalen en te dus
English
143. From Ternate the 20th July Year 1756 6 From Ternate the 20th July Year 1756. thus made us decide to have the same translated and to insert both translations as worthy into our secret resolution of the 5th April for the respectful speculation of your High Noblenesses, after the resumption of which we perceived how the King of Bonij has dared to presume not only to grant a pass to Tantolij, but also to draw unto himself the control of certain rivers running between Tantolij and Bonij, with this final assertion: that the settlement of Toutolij had to be considered equal to that of Bonij; all of which are attempts that sinistrously impugn the Company's right and possessions in these Moluccas, and thus it becomes an extreme necessity that the same be averted and opposed with all earnestness; wherewith it was also taken into consideration that rumors were spreading as if the King of Bonij were taking to heart the debates arisen between the Company and the Boutonese ruler, of which we have made mention here before, and therefore was possibly looking out for ways and means to avenge secretly his conceived displeasure upon the Society, which is also by no means improbable when one merely considers that the faithlessness of the King of Lontolij and the subsequent departure from there by the Company's garrison, dealt with in the joint resolution of the just-mentioned 5th April, occurred around the time when the envoys of the King of Bonij were present at Lontolij and had delivered the aforesaid pass and letter, from which the presumption arose, not without well-founded reason, that they served as the actual instigators of the just-mentioned fatal incident; all of which having been diligently examined by us on the aforesaid day, 7. we have unanimously thought fit and determined humbly to supply your High Noblenesses with these facts as well as all of the foregoing, and to present the original of the aforementioned Buginese pass and letter on account of their defective translations. 145. From Ternate the 20th July Year 1756. From Java's East Coast the 1st September 1756. Batavia While hoping that the measures taken by us in this matter will be honored with your High Noblenesses' very respected approval, we conclude this, commending your High Noblenesses' precious persons as well as the Company's weighty interests to the protection of the Almighty, and subscribe ourselves in all submission and high esteem. Below stood: High Noble, Right Honorable, Valiant, Most Wise, Prudent, Discreet, and Very Generous Lord and Lords. Lower: Your High Noblenesses' humble and dutiful servants. Was signed: I: E: v: Mijlendonk, Am Abeleven, J: S: Elim, I: B: Dela hautemaison, Gd de goede, R: A: wijnen, and An Bijwegen. In the margin: Ternate in Fort Oranje the 20th July Year 1756. Hardly had my humble advices of the 20th of this month, in which among other things I had the honor to mention that the armies both of the Sultan and of Major Steenmulder alongside the Madurese were pursuing the fleeing Soeria Coesoema of Djipang, been dispatched with the ferryman, or I received word that this rebel, in the Jacawalse forest which has always caused us so much trouble, High Noble, Valiant, Right Honorable Lord and Right Noble Lords. To the High Noble, Valiant, Right Honorable Lord, His Excellency Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, also on behalf of the same and the Chartered East India Company Governor-General, and the Right Noble Lords Councilors of the Dutch Indies etc. etc. Java's East Coast 147. From Java's East Coast the 1st September 1756. From Java's East Coast the 1st September 1756. with a silent march between the two, approximately 4 hours from Sambong where the Sultan lay without becoming aware of him, had slipped through, and thus having been chased by the Major within two days since his departure from Blora, had moved to Benaringen in the Warang district over the mountains to the north; and that as soon as the Sultan received tidings of this from his spies, he also immediately left the Djipang forest and marched back with his army through Blora to Calawang, where he encamped on the 19th August; and having learned that the army of the said chief officer and the Madurese, then lying at Finabang near the forest of Blora, was encamped alongside him in one line four hours behind the other, the same had the Major invited that very evening for the following day by the Commissary Donkel to hold a conference, wherein it was decided that the Madurese should remain posted on the borders of the inaccessible mountains of Blora for the relief of the shores and to close the passage to the east, and that His Highness should march westward over Wierosarie and Grobogang to Demak, and the Major pursue the trail of the rebel, which took place with terrible marches. His Highness thereupon continued his march the following day through a cruel thicket and came out precisely at the market of Sigoewond, where the enemy, having been driven in that direction that day over Progol and Goutor by the Major, recovered and had himself attacked by the Javanese, but immediately took flight to the settlement of Toegimaning, lying close by. The Sultan on the advance to Zodang, being informed that the enemy was already on the march toward the main settlement of Demak and our army behind him, thereupon changed his route of march and advanced, having first relieved himself at Panawangang of all superfluous baggage or whatever could be spared for a time, onward to Toeboh, where he arrived on the 21st August at six o'clock in the evening, when Soeria Coesoema at noon, while fleeing, had set fire to the south of the aforesaid main settlement.
Dutch transcription
143. Van Ternaten den 20:' Julij A:o 1756 6 Van Ternaten den 20:' Julij A:o 1756. dus doen besluijten van deselve te laten vertaalen en dies translaaten beijden maardelijk ter onser secreete reso„ „lutie van den 5:' april ter Eerbiedige speculatie van uw hoog Edele groot agtb:e te insereeren naar welkers resumptie wij ontwaard hebben hoe den Coning van banij sig heeft durven verstouten niet allen ee pas na Tantolij te verleenen maar ook de beheering van seene rivieren tussen zantelij en banij lopende / aan sig te trecken) met dit frinaal seggen, dat de negorij toutolij moest aangemerkt werden gelijk als die van bonij „ alles attentaaten die 's Comp:s regt en passessien in deese moluccas op eene simstre wijse ginpugueeren en dus de uijtterste naadsake„ lijkheijt komt te vereijsschen dat deselve met allen Ernst werden geweirt en tegen gegaan, waar bij nog in aanmerking gekomen sijnde dat de gerugten liepen als of den ko„ „ning van bonij sig de debatten tusschen de Comp: en den boutousen vorst gereesen, en waar van wij hier voorens reets hebben mentie gemaakt quam aan te trecken en dierhalven mogelijk na middelen en weegen uijt sag, om sijn opgevat misnoegen aan de maatschappij onder de hand te wreeken en het geene ook gansch niet onwaarschijnelijk is als men maar Considereert dat de Trouwlook„ heijd van den Coning van Lontolij en de daar op gevolgde opbraak van daar door 'sComp: be„ settelingen, ter gemeene resolutie van den Lo even gerepte 5, april verhandelt omtrent den tyd is voor gevallen, wanneer de sendelingen van den Coning van bonij op Lontolij sijn present geweest en voorm: pas en brief hadden aangebragt, waar uijt de presumptie /: niet soeder gegran„ de reeden:/ ontstaan is dat zij voor de weesent „lijke opstaokers van 't evengem: bataal geval gedient hebben; mer alle het welke bij ons ten voorm: dage met aandagt gebeseigneerd 7. zijnde hebben, wij eenparig goed gevonden ende ge arresteerd, uw hoog Ed: groot agtb: in„ selver naegen als van het voorige alles onder „daniglijk te suppediteeren en meerm: boegineese pas, en brief, op de wille van hunne gebreckige translaaten in orriginale aan te presenteeren. ter 1 145. Van Ternaten den 20:' Julij A:o 1756./ Van Javas oost Cust den 1. Septemb: 1756. Batavia Terwijle mij in hope dat onse ten deese genoo„ mene maatregulen met uw hoog Edele groot agtb: seer geaspecteerde goed keuringen sullen werden g' honnoreert deese sluijtende uw hoog Ed: groot agtb: dierbaare persoonen benevens 'sComp:s swaarwigtige belangens in de protexie des aller hoogsten beveele en in alle onderdanigheijt en hoog agting ons onderschrijven /:onderstond:/ Hoog Edele groot agtb: manhaften wel wijse voor„ sienige discreete, en zeer genereuse heere, en heeren /:lager:/ uw hoog Edelheedens ootmoedigen en trouwschuldige dienaren - /:was getekend:/ I: E: v: Mijlendonk, A=m Abeleven, J: S: Elim, I: B: Dela haute„ maison, G:d de goede, R: A: wijnen, en A„n Bijwegen /:in margine:/ Ternaten jn't Casteel orange den 20:' Julij A:o 1756: Nauwelijks waren mijne nedrige advisen van den 20,„e deser, waar in onder anderen de eer had te melden dat de leegers zo van den sulthan als majoor Steenmulder nevens de Madureesen den vlugtenden SoeriaCoesoema madjipan agtervolgden, met den veerman gede„ „pecheert, of ik kreeg berigt dat dien rebel inhet ons alteijd so veel spuls gegeven hebbende Iacawalse bosch Hoog Edelen Gestrengen, Groot achtb: heere en wel Edele Heeren. Aan den hoog Edelen Gestr: grgot agtb: heere Zijn Excellentie Jacob Mossel Generaal over de infanterie ten dienste van den staat der vereenigde nederlanden mitsg„s weegens deselve en de gataijee„„ „de oost Indische Compagnie Sou„ „verneur Generaal ende wel Edele heeren raden van nederlands jndia Java's oost Cust met Etc„ Etc. a 147. Van Iava's oost Cust den 1: Septemb 176. Van Iavas oost Cust den 1. ' September 1756. met een stille from tussen beiden circa 4. uuren van Sambong, daar den sulthan lag sonder hem gewaar te worden, was door geslipt en dus door den majoor zedert zijn vertrek van Blara in twee dagen gejaagt zijnde tot Bena„ „ringan in't warangsche getrokken over het gebergte om de noord, en dat den Sulthan so dra hier van van sijne spions tijding kreeg, ook terstond het Djipangse bosch verlaten heeft en met zijn leger te rug gemarsheert is door blora tot Calawang, daar zig den 19„e„ aug„s nedersloeg, en vernomen hebbende dat het leger van ged„e hoofd officier en de madureesen, toen op Finabang aan het bosch van blora leggende, mevens hem nn een lienie vier uur agter den anderen campeerden, liet denselven nog dien ijgen avond den majoor tegens Ian„ „deren daags door den Commissiant Donkel mniteeren tot het houden eener Canderentie waar in besloten wierd dat de maduree„ „sen op de Irentsen van 't inaccessibele gebergte van blora souden geposteerd blijven tot secours vande stranden en om de passage te sluijten na de oost, en dat zijn hoogheid westwaerts op over Wierosarie en Grobogang madamak zijn hoogheijd vervarderde daar op des anderen daags zijn marsch door Een Cruel kreupel bosch en Quam net op de passer Sigoewond uijt daar den vijand dien dag over Progol en Goutor door den majoor die kant uijt gedree„ „ben wesende, recouweerde en hem door de Jaavanen aantasten liet, maar nam immediaat de vlijgt naar de negorij Toegimaning, leggende digt aan Naar den sulthan in den opmarsch na Zodang g'informeerd werdende dat den vijand bereets in aantogt was na de hoofdnegarij Damak en ons leeger hem na ieranderde daar op van marsch en rukte en zig alvorens op Panawangang ontlast te hebben van alle overtollige of maar eenigsints voor een tijd ge„ „minst werden kunnende bagagie na Toeboh voort, alwaar den 21„en augustus 'savonds de sesuur aankwam, toen sae„ „ria Coesoenia des middags al vlugtende in 't Zuijden van voorsz: hoofd negorij brand gestigt had. — soude marcheeren, enden majoor het spoor vanden rebel vervolgen, gelijk met terrible marchen geschiede. —, S d soude het 2 D
English
149. From Java's East Coast, the 1st of September 1756. From Java's East Coast, the 1st of September 1756. the timber forest of Damak, leaving behind 13 men, 23 horses, 1 banner, 1 pistol, and 11 muskets, along with some other small items, without it being possible to pursue him or enter the forest due to the fall of evening. However, the following day, Major Steenmulder continued his march to Calijambie and the Sultan to Rapakking, from where, on that very same night, while Soeriacoesoema was already at Sagatan, he broke camp at twelve o'clock and overtook the said rebel on the 24th at around nine o'clock in the region of Simo and brought him to a halt, attacking him and causing him to retreat to near a small hill overgrown with brushwood, against which the enemy took up position to fight. This caused the Sultan to resolve to divide his forces, wheeling off with the right wing, or half of the dragoons and half of the kraton troops, while the other half held their ground with the agreement to attack simultaneously. But Soeriacoesoema, noticing this and finding himself in dire straits, attacked the latter group, led by the grand vizier Danoeredja and Captain-Lieutenant Beuman, but was driven back into the forest twice. He then dismounted his horses together with his kraton troops, naked kris in hand, and attacked the said grand vizier and Captain-Lieutenant so furiously that he drove them back along with half of the kraton troops. Meanwhile, the Sultan came around the hill with Captain Dankel and attacked him again so fiercely that he had to break through between them in the uttermost confusion and decamp with the loss of 53 dead on the battlefield, among them 7 mantri dalems and six other chiefs, whose heads His Highness has ordered to be placed on pikes, 8 banners, 4 swivel guns including three copper ones, 54 muskets and carbines, 3 pairs of pistols, a litter, and a banner, nearly a hundred horses and just as many pikes, a whole parasol, and two and bows d 151. From Java's East Coast, the 1st of September 1756. E bows, one of which was mounted with gold. Finally, killed on our side in this action were 1 trumpeter, one dragoon, and 7 Javanese; and if one may believe the rumors, Koedonowersa was wounded in the right or left side. And after this battle, in which a soldier who had been absent for some time or had deserted also separated from him, who testifies that no European remained with him except for the one acting as drummer, the enemy was pursued for another two days in such a manner that he has been entirely scattered, which is confirmed by the Surakarta commander Abrahams, who writes that many of his men deserted him when he crossed the river at Passereeman. The Sultan is exceedingly pleased with this reported victory, which he considers, and which I wish and pray to Heaven will shortly bring about Soeriacoesoema's final downfall and the peace of Java, as he has informed me by letter, sending the aforementioned trophies of victory, namely: the banners, muskets, and carbines, a few excepted, 2 pairs of pistols, and 24 captured caps, which I received from his envoy amid the discharge of artillery, and congratulated His Highness thereupon, just as I have the honor to do hereby to Your High Nobilities, in the capacity of their Most obedient, very humble, and faithfully bound servant, was signed: A. Harting In the margin: Semarang, the 1st of September Anno 1756. From Java's East Coast, the 1st of September 1756. from G - 1 153. From Timor, the 27th of August 1756. Batavia Anno 1756 Register of all such papers as are sent by the Honorable, Respected Johannes Andreas Paravicini, Commissioner on behalf of the High Noble Government of the Indies for the affairs of Timor, Rotti, Solor, Savu, Sumba, and Borneo, as well as Upper Merchant, Shahbandar, and License Master at Batavia, from Kupang to the said capital of the Indies, by the bark De Vrijheid, into the hands of the Chief Mate and Master Laurens Laurensz. Kemp. To His Excellency, the High Noble, Right Honorable Lord Jacob Mossel, General of the Infantry of the State of the United Netherlands, as well as Governor-General, and the Honorable Councilors of the Dutch Indies. On this Register: No. 1. Original letter written by the Commissioner mentioned in the header and addressed to His Most Mentioned Excellency the Governor-General and the Honorable Councilors of the Indies, containing a preliminary report of his activities on Timor, dated the 18th of August of this year. No. 2. Original general report written by and addressed to the same as above, containing a general report of the commission to Timor and the islands subordinated thereto, under date of the 19th of this month, marked Letter A. No. 3. Original general contract, containing 30 articles and conditions, concluded, signed, and sworn under date of the 9th of June of the current year between the aforementioned Commissioner and the collective kings and regents of the islands of Greater Timor, Rotti, Savu, Solor, and Sumba, marked Letter B. Annex. A Resolution under date of the 23rd of August taken in the grand council assembly concerning the destroyed settlement of Lando and its inhabitants, who have been made prisoners of war. 4. General balance sheet of all such profits and benefits.
Dutch transcription
149. Van Javas oost Cust den 1.:' 78ber 1756. Van Javas oost Cust den 1.:' 7ber: 1756. het houtbosch van damak met agter„ „lating van 13. iman 23. paarden, 1. vendel 1: pistool en 11. snaphanen met eenige andere kleenigheeden meer, sonder dat men hem mits den invallen den avond vervolgens of het bosch inkomen konde. Dog des anderendaags heeft den majoor Steenmulder zijn wegver„ „vordert tot Calijambie en den zult„ „han tot Rapakking, van warr nog dien eijgen nagt, wanneer Soeri„ „a coesoema, al op Sagatan was, te twaalf uur opbaak en gezegden rebel den 24„e circa negen uur in het Simosche inhaalde en staande hield, doende hem attacqueerende reti„ „reeren tot omtrent een bergje 't welk met kreupel bosch begroeijt was, en waar tegens aanden vijand sig posteerde om te slaan het geen den Siulthan deed resolveeren om zig te verdeelen; boekende met de regter vleugel ofte de helft der gragonders ende helft der dalmsche volkeren af; terweijl de andere helft stand hield met afsprak om te Gelijk aantevallen maar soeriaCoesoema dit bemerkende en sig in nood bevindende viel op de laastgem: aan't hoofd hebbende den rijks bestierder Danoeredja en den cap„n luijtd„ Beuman, aan, dag wierd tot tweemaals toe un 't bosch te rug geslagen; Denselven Stapte daar op met zijne dalmsche wolkeren van de paarden af met de bloot krits inde vuijst, en attacqueerende Gem: rijksbestierder en Cap:n luijt„t so verwoed dat hij die met de helft der Dalmsche volkeren terug sloeg. — Intusschen kwam den Sulthan met den Cap Dankel het bergje om en viel hem weder so sterk aan dat hij tussen beijden inde uijterste confusie door moest breeken en de Campee„ „ren met verlies van 53. doden op het slag veld, daar onder 7. mantrie dalius en ses andere hoofden, wier koppen sijn hoogheid heeft doen opstaken zetten, 8. vendels 4. tronomen daar onder drie kopere 54. snaphaans en Carbijns 3 paar pistolen een berrie en een binde, bij de hondert paarden en even so veel pieken, een Geheele Quitasol en twee en bogen d 151. Van Iavas oost Cust den 1: 7ber 176. — E bogen, daar van d' eene is geweest met Goud beslag, — Eijnde van onse zeijd in die actie gesneuvelt 1. trampetter een dragon„ „der, en 7. Javanen; en so mn de ge„ vrugten geloven mag koedonowersa inde regten of linker zeijde gequest geraakt en den vijand nadieslag, waar in sig ook van hem gesepareert heeft een voor eenigen tijd absent geraakten of zig dugatief gesteld hebbenden soldaat, welke Getuijgt geen Euoopees behalven den voor tamboer ageerenden haver meer bij hem teweesen, mog twee dagen dusdanig vervolgt dat ten eenemaal is verstrooijt geworden, het geen Gecandir „meert word door het Soura Cartas opper„ „hoofd abrahams schrijvende dat veel van zijn volk, toen bij Passereeman over revier gestoken is, van hem is afge„ „gaan. Den suithan is met dese beragtene victo„ „rie die hij stelt en ik weensch dat bin„ „men korten Soeriacoesoema finale ondergang en Javas rust, waarom den hemel bid, te weeg zal brengen uijttermaten in zijn schik also mij daar Register van heeft bij brieve kennis gegeven onder toesending der voorgeciteerde zege„ „tekenen, namentlijk: de vendels snapha„ „nen en Carbijns weijnige uijtgezondert 2. p„s pistolen en 24„e veroverde mutzen dewelke ik onder 't losbranden van 't geschut van desselfs zendeling ontfangen E heb en zijn hoogheid deswegen gedeli„ „citeerd, gelijk ik de eer heb ook bij desen uw: hoog Edelens te doen, in de hoeda„ „nigheid van derselver /:onderstont Jansch Schoorzame zeer onderda„ „nige en trauw schuldige Dienaar /: was getekend:/ A„s harting /: inmargine Samarang den 1. ' 7ber: Ao 1756. Van Javas oost Cust den 1. ' 7ber 1756. van G - 1 153. van Timor den 27. aug„s 1756. Batavia Ao 1756 Register van alle zodanige papieren dewelke door den E: E: agtb: heer Iohannes Andreas Paravicini, Commissaris van weegens de hoog Edele Indiase regeering over de saken van Timor, Rotti Solor, Savo, sum„ „ba, en Borneo mitsgaders ospe „ Coopman, Sabandhaar, en licentmees„ „ter tot Batavia, van Coupang na Gem: Indiase hoofdplaatse oversonden werden per de barcq de vrijheid in handen van den opperstuurman en Tesaghebber Laurens Laurensz: Kemp. zijn Excellentie, den Hoog Edelen, Groot agtbaren, Heere Jacob Mossel Generaal over de Jnfanterie van den staad der verEenigde neder„ „landen, mitsg„s Gouverneur Generaal ende Wel Edele heeren raeden van nederlands Jndia Op Dit Register N„o 1. origineele missive geschreeven door den inden hoofdes gemelde Commissaris en gesupercri„ „beerd aan hoogst Gem: zijn, Excellentie den Gouverneur Generaal ende wel Edele heeren raden van India, J 4. Generaale staat reekening van alle Lo„ A „danige winsten en voordeelen, Een Resolutie sub dato 23. aug„s in de grote rijn vergadering Gend„ „men over de gedestrueerde negorij Lando en derzelver bewoonders, die tot krijgs gevangene Gemaakt zijn „ 3. origineel Generaal Contract, vervattende 30. articulen, en voorwaarden sub dato 9. Iunij C: a geslooten getekend en beswooren tusschen den Commissaris voormeld de gezamentlijke koningen en regenten vande Eijlanden groot Simor Rotti, Savo, solor en Sumba gemeerkt behelsende een prealabel verslag van desselfs verrigtin„ „gen op Timor gedatteerd den 18„e augustus deses Jaars. N:o 2. originel Generaal rapport geschreeven door en aan als voorn, inhoudende een Generaal verslag van de Commissie na Timor, ende daar onder sarteerende Eijlanden sub dato 19:e deser Gem„t L„ A: behelsende als Aan 3 „ L„ra B:. — annex. -
English
155. From Timor, the 27th of August Anno 1756. From Timor, the 27th of August Anno 1756. as were obtained by the Commissioner aforementioned during his stay on Timor and brought to the benefit of the Factory Letter C. No. 5. Two original acts of submission and transfer in favor of the Honorable Company, namely One by the King of Liphao and the Administrator of Waijwiko, for and on behalf of the Grand Prince of Belo and the Regent of Waijwiko, dated 29 May of the current year, Letter D. And One by the Grand Prince of Belo, likewise for himself as well as the joint Regents of Belo subordinate to him, executed under date of 30 July last past; annexed A petition whereby the two first-named request the Honorable Company's protection, dated 28 May, vide Letter D. 6. Two copy acts of protection for the aforementioned Princes under date of 31 July granted unto them, and Letter E: whereto is added A resolute disposition under date of 10 July taken upon the petition of the Emperor of Amacono, whereby his claim on the aforesaid estate, for reasons alleged therein, to the benefit of the Honorable Company is declared forfeited. An act of pardon and protection for the Regent of Baniy Baniy, subjugated by the sword and brought into submission, granted under the aforementioned date, Letter E. No. 7. Original petition from the Kings of Amanoebang, Amamessie, et cetera, concerning a grievance about the Naymoetiers, who repeatedly invade their lands with hostile intent, and a request for assistance against the same, to be seen under Letter F. 8. Original petitions, accounts, and declarations submitted and executed by various persons against the estate of the late deceased Chief at the Factory of Timor, Daniel van der Burg, with an annexed three forfeited Letter D. is. — 157. From Timor, the 27th of August 1756. From Timor, the 27th of August 1756. Letter S. No. 9. Original sworn declaration executed by the Kings of Amanating, Amamessie, Waijwiko, Amarassie, and Liphao, et cetera, containing details of the arrogant behavior of the Lieutenant General de Costa towards the Honorable Company, and the exhortations of the Liphao Governor to the same to abandon his intention of attacking the Dutch, Letter B. 10. pieces of original sworn declarations, all executed by various Kings and Regents on diverse dates before the undersigned, at the expense of the burgher David Schrijver; annexed A petition presented by the same under date of 26 June last past, tending to a request for pardon and release from his detention; whereto is added The resolute disposition of the Commissioner taken under the aforesaid date in that regard. 13. Original report of the Junior Merchants Ringholm and Dauchereau in regard to their valuation performed on the goods sent to the respective Kings, both as gifts and for payment; dated the 1st of June last past, Letter M. Going along therewith for verification thereof, three rolls of cloth and two hats with a feather, and one piece of chintz. 14. Original report of the Ensign of the Mardijkers, Hendrik Pieters, submitted under date of 8 May, concerning his proceedings with the Prince of Maubara, who had requested the Honorable Company's protection, vide Letter H. No. 11. Original declaration of the ship's officers of Osdorp and Vrijheid, concerning the impossibility of circumnavigating this island, and other islands lying hereabouts, Letter K. 12. Original remonstrance of the Chief Beynon and Fauchereau, containing complaints about the negligence of the aforementioned Secunde Hoselie, regarding the failure to balance the trade books, Letter L. 159. From Timor, the 27th of August 1756. 16. Original report of the Reverend Minister Walsdorp, concerning the state of the church on Timor and the islands lying hereabouts; annexed Three pieces of original church and poor accounts of the years 1754, 1755, and the first six months of this current year, Letter S. 17. Original balance sheet drawn on the Timorese trade books of the year 1754, submitted by the former Secunde Hoselie and the present ditto Fauchereau, together with An extract statement of the general profits and charges of the financial year aforementioned under Letter G. No. 18. A specific sample list of Timorese and other cloths, yarn, gold, copper, et cetera, under Letter R. 22. Original Malay missive written by the joint Regents. 20. An unsealed original missive from the Timorese ministry to Their High Noble Indulgenes at Batavia, dated 22 July of this year, Letter T. 21. An original Malay missive written in Dutch characters by the joint Kings of the Great Island of Timor to Their High Noble Indulgences, the High Indian Government at Batavia, dated the 30th of June of this year, Letter U. 19. A vendue roll showing what goods were sold for the account of the Honorable Company, what the same yielded, and what profits were produced, Letter S. No. 15. Original report of the soldier Piese, submitted the 12th of July, concerning his adventures and proceedings in the expedition to the gold rivers, under Letter C. From Timor, the 27th of August 1756.
Dutch transcription
155. Van Timor den 27. augustus A:o 1756. Van Timor den 27. ug:s A:o 1756. als er door den Commissaris voormeld, geduurende zijn verblijf op Timor, behaalden ten faveure van 't Comptoir gebragt zijn L„a C. No 5. twee originele actens van onderwerping en opdragt ten faveure van dE: Comp: als Een door den koning van Liphao ende rijxbestierder van Waij„ „wiko voor. en van weegens den groot vorst van Belo en den regent van waijwi„ „ko gedatteerd 29. meij C: a E Een door den grootvorst van als E even so voor hem, als de onder hem staende gezamentlijke regenten van Belo sub dato 30. Iulij J„o leeden gepasseerd, annex Een request waar bij de twee Eerstgem: sE: Comp„s protexie versoeken ged„t 28. maij vid „ 6. twee Copia actens van protexie voor Gem: vorsten sub dato 31. Julij aanhaar verleend eide L„a E: waar bij gevoegd Resolutoire dispositie sub dato 10: Julij Genamen op het request van den keijzer van Amacono, waar bij zijn pretentie op voorsz: boedel, om meden daar bij g'allegu„ „eerd, ten behoeve vand' E: Comp: Een acte van vergiffenis en protexie voor den door 't swaard gesubjugeerden en insubmissie gekoomen regent van Banij Banij sub dato voormeld verleend N„o 7. origineel request vande koningen van amanoebang, ama„ „messie C: S: Conserneerende ooleantie over de naijmoe„ „tiers, die telkens hunne landen vijandelijk invadeeren, en versoek om assistentie te „gens deselve, tesien sub L„a F 8. origineele versoek schriften, reekening en ver„ „klaringen door diverse ingedient en gepasseerd ten last van den boedel van wijlen 't over„ „leeden opperhoofd ten Compto„ „ias Timor Daniel van der burg, met een g'annex„ Drie verbeurd d L„a D: is. — S „eerde. 157. Van Timoran 27„e augustus 1756. Van Timor Den 17 aug:s 1756. „ 10. verbeurd verklaard word gem: L„a S: N„o 9. orgineele b'eedigde verklaaring door de ko„ „mingen van amanating, Aamanessie Waijwiko amarassie en liphao. C:s: gepasseerd, behelsende detail van 't trots gedaag vanden Fenentij Generaal de Costa omtrend d' E: Comp: en adhar„ „tatien van den Liphaos Gouverneur aan den selven om van zijn voorneemen, van de hollanders te attacquee„ „aen, afte zien Jem„r L„a B. stux orgineele b' eedigde verklarin„ „gen alle door diverse koningen en regenten op verscheijde datums bij den ondergetekende gepasseerd ten laste vanden burger david Schrijver, annex Een door den selven sub dato 26. Junij J„o leeden gepreesenteerd request„ tendeerende versoek, om vergif„ „fenis en ontslag uijt sijne detentie, waar bij gevoegd is De resolutoire dispositie, van den Commissaris sub dato voorsz: ten dien reguard Genamen „ 13. origineel berigt van de ondercooplieden Ringholm en dauchereau ten reguarde van hunne gedaene wardeering der soo in schenkagie, als voor beta„ „ling aande respective koningen afgesandene goe„ „deren; gedatteerd P=mo Iunij J„o leeden L„a Mk. Gaande daar benev„s tot veri „dicatie van dien over, drie rollen stoff en twee hoeden met een pluijm en een stuk Chits. „ 14. origineel berigt vanden vendrig den mardijkers vide L„a I: Nd„o 11. origineele verklaaring van de scheeps overheeden van osdorp ende vrijheid, nopens de ondoenlijkheid van dit Eijland rand, ende andere hier omstreeks leggende d„to te bezeilen L„a K: „ 12. origineel vertoog schrift van 't opperhoofd Beijnon en Frauchereau; vervattende klagten over den monchaleance van den gen: secunde hoselie, wegens het niet verevenen der negotie boeken L„a L: wid hendrik e E 159. van Timor den 27. ' augustus 1756. „ 16. origineel rapport wandeen Eerw:s pre„ „dikant Walsdorp; betreffend de gesteldheid van den Godskrant op Timor en de daar omstreckt leggende Eijlanden annex. Drie stux origineele kerk - en ar„ „ emen reekeningen van ao 1754. 1755. , ende Eerste ses eengenden van dit lopende Jaar L„ra S: „ 17. origineele balance getrokken op de Timoreese negotie boeken van a„o 1754. door den geweesen secunde hoselie en den actueel dito Facichereau ingedient, niet en benevens Eentraat vertoog der Generaale winsten en lasten van het „ 22. origineele maleijtse missive geschreeven door de Gesamentlijke regenten „ 20. Een onder Cachet volant geslote ori„ „ gineele missive van 't Timorse ministerie aan haar hoog Edelheedens tot Batavia gedatteerd 22. Iulij deses Jaars L„e J „ 21: Een origineele maleijtse missive met mederduijtse lettert geschreeven, door de gesa„ „mentlijke koningen van't Groot Eijland timor aan haar hoog Edelens de hooge indiase regeering tot batavia gedatteerd den 30. Iunij deses Jaars, L„a U: „ 79. Een venduros aanwijsende; wat goederen voor reecq: vandE: Comp„e verkogt, wat deselve garendeert, en wat wins„ „ten afgewarpen hebben boekjaar voorm„t sub P„r G. N„o 18. Een specifique model lijst van timoreese en andere kleeden, garen Goud koper ensz: sub L„„a Van Timor Den 27:e' aug„s 1756. hendrik Pieters sub dato 8. maij ingedient, nopens sijne verrigtingen bij den vorst van maubara, die 's E: Comp„s protexien versogt hadde vide L„ B: N„o 15. origineel berigt vanden soldaat Piese, den 12. ' Iulij ingedient, mo„ „pens zijn wedervaren en verrigting in de Expeditie d naar de Goud revieren sub L„a C: boekjaar van E L„a S:s R: E H
English
161. From Timor, the 27th of August 1756. From Timor, the 27th of August Anno 1756. from the Island of Sawo to as above, dated the 2nd of August, Letter V. Number 23. Original Malay missive written by the collective regents of the Island of Solor to as above, dated the 3rd of August, see Letter W. Number 24. Translation of the three aforementioned letters under Letter P. Number 25. Copy of the memorandum left behind by the aforementioned Commissioner under date of the 18th of August to the Chief Beynan, containing a brief description of the present state on Timor and how it must henceforth be governed, marked Letter I. Number 26. Copy of all such letters as have been successively sent to various places and then received back from there, under Letter Z. Number 27. Copy of all such ordinances, placards, advertisements, etc., as have during the stay of the Commissioner at Coupang successively been issued and proclaimed, an act of majority for the tall emperor of Amacano, page 18; a ditto investiture for the administrator of the realm Naij Sibf to King of Amenessie and Nemette, under page 31, in the Letter Aa. Number 28. Copy acts of authorization and presentation for the King of Coupang, Amabij, Amanubang, Sarbian, Amarassie, marked BC. Annex of Number 29. 163. From Timor, the 27th of August 1756. From Timor, the 27th of August 1756. Number 29. Copy acts of advancements, together with all such certificates, pardons, and further letters as were during the stay of the Commissioner on Timor granted and issued to various persons, under Letter CC. Number 30. A drawing of the grand diet held by the Commissioner with the Timorese kings and regents, showing the arrangement, decorations, order, and further circumstances that occurred there, see Letter Dd. Number 31. A drawing of the splendid supper given by the aforesaid to the collective kings, regents, and other Timorese dignitaries, under Letter Ee. Number 32. Translation of the Portuguese commercial treaty concluded between Lifao and Macao, and sent to the Commissioner to accede on that basis instead of the Macanese, Letter FF. 165. From Timor, the 27th of August 1756. From Timor, the 27th of August Anno 1756. Number 33. Daily register of all that remarkable which occurred during the commission to and on Timor, Letter GG. Number 34. Two sworn statements to the charge of the regent of Landu, Geolima Balokoma, regarding his evil intention towards the Company and great affection for the Portuguese, marked Letter Hh. Number 35. An original declaration against the Macassar smugglers who first hindered our people from trading on Alor, see Letter Ii. Number 36. Original Malay missive written by the collective regents of the Island of Roti to the High Noble Indian Government at Batavia, dated the 24th of August last, under Letter Er, the translation of which is annexed under Letter A. Number 37. General muster and name roll of all such Landunese war captives as per the ships Asdorp, the bark De Vrijheijd, and private vessels were conveyed from here to Batavia, see Letter [illegible]. 167. From Timor, the 27th of August Anno 1756. From Timor, the 19th of August Anno 1756. Landunese war captives as per the ships Asdorp, the bark De Vrijheijd, and private vessels were conveyed from here to Batavia, see Letter LC. Coupang, in Castle Concordia on the Island of Great Timor, the 27th of August Anno 1756. Was signed: Ak. Fk. van Solms, Secretary. Batavia. The humble undersigned, having been appointed for the second time by Your High Nobles' Illustrious Assembly to occupy the eminent character of their Special Commissioner to Timor and Banser, finds himself, on the occasion that the private vessel Het Zeepaard departs for your parts, obliged to render to Your High Nobles a preliminary though brief account of his experiences and proceedings at the first-mentioned place, where the same, not without great danger due to the ignorance of the seamen who had never navigated that perilous waterway, arrived safely on the 20th of last month with the tail of the monsoon. Batavia. To His Excellency, the High Noble, Greatly Honorable, and Wide-Ruling Lord, Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as Governor-General, and the Right Honorable Lords, the Honorable Councillors of the Netherlands Indies. 169. From Timor, the 19th of August 1756. From Timor, the 19th of August Anno 1756. Shortly after my arrival, I immediately applied myself to obtaining a thorough knowledge of the state of affairs concerning this trading post. But after an exact investigation, I found to my sensible regret that, through the evil administration of the chiefs, it had fallen into a desolate, ruined, and almost irreparable state. For, High Noble Lord and Right Honorable Lords, the political regime was, without awe and respect for the rulers, arranged according to own caprice, whose aims and desires had no other goal than to satisfy greedy, covetous impulses, and to esteem self-interest above duty. In judicial matters, stripped of established fundamental rules of law, injustice was exercised more according to the capricious passions and impulses of a sudden rage than according to justice and established style and practice.
Dutch transcription
161. Van Timor den 27:' aug„s 1756. Van Simot den 27:' augustus A:o 1756 van 't Eijland sawo aan als Enen gedatteert 2=deo aug:s L=ra v N„o 23. origineele. maleijtse missive geschreven door de gesamentlijke regenten van 't Eijland Ioloor aan als Eren gedateerd den 3=de aug:s vide L=ra W „ 24. Translaat van de drie gemelde brieven sub L=ra p. Copia memorie door den Commissaris „ 25. voorm: sub dato 18:' aug:s aan 't opperhoofd Beijnan nagelaten behelsende Een korte de scriptie van den tegens woordigen staat op Timor en hoe vaartoan moet besteerd werden gemerkt L=ra I. „ 26. Copia van alle zodanige brieven als 'er suc„ cessive naar diverse plaetsen afgesonden en dan daar weder ontfangen zijn sub L=ra Z. „ 27. Copia van alle zodanige ordonnantien placcaeten advertenten &:a als er geduurende het verblijf Een acte van majoremi„ „teijd voor den Langen keijser van amacano pagina 18. Een _:o invenstiture voor den rijxbestierden tot Naij Sibf koning van amenessie en nemette sub pag: 31. van den Commissaris op Caupang suc„ cessive geEmaneerd en afgekandigt - zijn inde L=ra A. a. N„o 28. Copia actens van authori„ satie en voorstelling voor den koning van Coupang amabij Amanating sar„ bian Amarassie gemerkt B: C. annex van No 29. e 163. Van Simor Den 27: Augustus 1756 Van Timor Den 27:' augustus 1756 „ 32. N„o 29. Copia acten van advancementen benevens alle za„ „danige bewijsen pardannen en ver„ „dere brieven als er geduurende het nerblijf van Commis ssaris den op Timor aan diverse verleend zijn sub en afgegeven „ 30: Een aftekening van de groote rijx vergade„ ring door den Commissaris met de Zimoreele koningen en regen„ „ten gehouden aan„ toonende den toe„ stel decieraden Translaat partugees Com„ mercie tractaat tusschen Liphas en Maccao: Ge„ slooten en aan den Commissaris gesonden om op dien voet in steede N„o„ 31. de ordre en werdere omstandigheeden daar bij neargevallen d vede L=ra D: d. Een aftekening van't - pragtig soupe door als vooren aan de gesamentlijke koningen regenten en verdere timo reese gequalifi„ „ceerdens gegeven E 9. sub P:r s. en de van — C. C: La . —. 165. Van Simor Den 27:' aug:s 1756 Van Simor den 27: aug„s A„o 1756 N„o 33 Dag register van al het geen remar quables in de Commissie na en op Timor is voorgevallen Cal G: G: 34. Twee be=Edigde ver„ klaringen ten Laste van den regent van Lando Geolima Balokoma nopens zijne quade N intentie voor Compagnie en grote gelegentheijd voor de portugeesen gem: L=ra N: h 37. Generale monster en Naam Roll van alle sodanige 36. Origineel mab=s missive gesz: door de gesamentlijke Regenten vant' Eij„ Land rottij aen de Hoog Edele Jndia„ „se regeering tot Batavia gedateerd 24: aug:s L. a. sub L. E r: zijnde dies translaat ge„ annexeerd onder L=ra A. N„o 35. Een origineel verklaring Contra demaccas„ „saerse smackelaars die aen de onse eerst raffique op alor belet hebben wide L=ra van de maccauers t' accedeeren L=ra F: F. 35 landoneese 1 ƒ La „ „ J: i. „ „ 167. Van Timor Den 27: Aug:s A:o 1756 Van Timor Den 19:' augustus A:o 1756 Landoneese krijgs gevan„ „gene als per d' scheepen asdorp de Barcq E de vrijheijt en parti„ culier vaartuijgen van hier na batavia overnaeren ide L=ra L C. Coupang in't Casteel Concordia 't Eijland Groot Timor op 't Den 27:' Augustus A:o 1756. /:was getekend:/ A:k F:k van Secretaris. Solms 1 Batavia Den submissen tekenaer door uw hoog Edelheedens Jllustre vergadering vaor de tweede maal geschikt zijnde om 't Eminent Excellentie Den Hoog Edele groot agtb: Heer, en wel Edele Heeren De Wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia Batavia Aan zijn Excellentie E Den hoog Edelen Groot Agtbaren, en wijdgebiedende Heere Jacob Mossel generaal over de Jnfanterie Ten dienste van den staat der ver„ Eenigde nederlanden mitsgaders gouverneur generaal Caracter - G En. 6 169. Van Timor den 19: augustus 1756 Van Simor Den 19.:' Augustus A:o 1756. Caracter van der selver Expressen Commissaris na Timor en banzer te bekleeden vind zig bij gelegentheijd dat 't particulier vaartuijgd 't zeepaard Costij maends. vertrekt verpligt uw hoog Edelheedens een preababele dog kort verslag te doen van desselfs weder voeren en verrigtingen op Eerst gem: plaats alwaar den selven niet - E sonder groot gevaer wegens de onkundigheijt der Zeelieden die dat periculeur vaerwater - nooit bezeijld hadden op den 20. Jongst leden met 't maerd 1 staartje van de monssen behouden gearriveerd is kort na mij aankomst heb jk mij immediaat off toegelegt en een grondige kennis van de gesteldh.:d der saeken dit Comptoir Concerneerende Tot Justitueele ontblaat van vast gestelde grand reguls van regt ongeregtigheijt, wierd meer na d' wissel vollige laatstogten en ingeving van een schielijke drift, dan na regt vaardigheijt e volgens stijl en practijcq gehebbend Want hoog Edele heer en wel Edele heeren het politicque regiment was. sonder ontzag en Eerbied voor den gebieden, naer Eijgen willekeur ingerigt, wiens oogmerken en begeertens niets anders ten doel hadden als inhalige q gierige driffteln te voldoen, en eijgen belang baven pligt te wardeeren te bekomen dog na Een Exact ondersoek met gevollig leetwesen bevonden dat het werden selve in een desolaten ver meerden en bij na en herstelbarg. staat door den quade directie der opperhoofden was vervallen te bekomen Den L
English
171. From Timor, the 19th of August 1756 From Timor, the 19th of August 1756 The military was undisciplined, extravagant, hot-headed, without discipline, order, or command, and concerning church matters, it had nothing in common with true religion and consisted merely in a wild imagination, in a pitiful ignorance, hypocrisy, and lovelessness toward God's sacred word. And in sum, wherever I might turn my eyes, I perceived nothing other than an endless corruption of morals and an interrelated chaos where one thing was so confounded with another that, during my stay at this unhealthy trading post, where I have not had a single healthy hour, I had to struggle against a thousand kinds of inveterate abuses and errors and needed more than human strength to bring these trading posts, so important to the Honorable Company, into good order. Through my conduct, through my actions and manner of proceeding, I have preceded the rulers with such examples which, when they follow in my footsteps (which, however, is sooner to be hoped than expected), will point them toward a well-trodden path to a wise and prudent government. The civil or political government I have regulated with several very useful and salutary fundamental laws, which I have caused to be issued by edicts and advertisements, such that the same are now, at my departure, left in a good condition, and this post has thereby acquired the appearance of a well-organized settlement. Nevertheless, Right Honorable Sir and Honorable Gentlemen, I have overcome all these difficulties and hardships through an untiring zeal, diligence, and attentiveness. 173. From Timor, the 19th of August 1756 From Timor, the 19th of August 1756 To administer law and justice, I have established a Council of Justice, of which the Chief is the president, in order for this court to bring disputes into proper legal form, as well as to have the inhabitants, who thus far lived without laws in an arbitrary manner and without respect for the commander and his orders, observe my issued edicts and ordinances, which are so beneficial for this colony, and to challenge and punish according to the laws, without distinction, the violators of the same and all evildoers. The undisciplined military, in order to cure them of their drunkenness and wild sentiments, I have caused to be exemplarily punished for the slightest offenses, but on the other hand, either through generosity or by rewarding the virtuous and defending their good cause, I have brought them under proper military discipline, order, and command, and furthermore— The decayed religion, which previously was only attended in passing and regarded as a side issue, I have revived again, and also by setting an example by strictly attending the same on all Sundays and feast days, despite being troubled with fevers and other inconveniences, frequently admonishing the inhabitants in private to do so. And yet, Right Honorable Sir and Honorable Gentlemen, all— 175. From Timor, the 19th of August 1756 From Timor, the 19th of August 1756 that which is written above cannot by far equal what I have accomplished and executed with respect to native affairs. My broad, detailed report attached to this, to which I will for the present refer with deep respect and veneration, will clearly show your Right Honors what grief, what trouble, yes, what mountains of difficulty I have encountered in this so thorny matter. Upon my arrival, I heard of nothing other than injustices, wrongs, dissension, division, and at the same time talk of war, bloodshed, fire, and sword. The King of Coupang and the Emperor of Sonnebait stood ready to march against each other and begin a destructive war, and the rest, still being doubtful as to which side they should lean toward, longed for nothing more than a general rupture. All measures that had been taken merely in pretense were nothing other than products of a greedy avarice, which, instead of extinguishing the fire of discord, ignited it much more fiercely. The beginnings of this discord were trivial and minor disputes which, without making much commotion, could have been decided with a word of right or wrong. But rapacity put justice up for sale, and bargains and purchases were made over the pronouncement of an arbitrary verdict, and had the one who brought the heaviest yellow plates only won the lawsuit, such a matter would have been unsettling, yet finally settled, for the avarice—
Dutch transcription
171. Van Timor den 19:' augustus 1756 Van Simor den 19:' augustus 1756 Den militair was tomelaas, buijten sporig, doldriftig, sonder disciplin, ordre of Commando en het kerkelijke betref„ bende hadde niets gemeens met den waeren god dienst, en bestand bloot in een verwilderde inbeelding in een Jammerlijke onkunde scheijnheijtheijt en liefde loosheijt tot gods geheijligd maard. En in somma maer ik ook mij oogen maar Jmmmers keeren mogt ontwoerde ik niets anders als een eijndeloose verbastering van zeden, en een verwand Chaos almaar het een met het ander sodanig geconfundeert was dat ik geduurende mijn verbijf op dit ongesand Comptoir almaar. Jk E geengesond uur gehad heb, tegens duijsen„ derlij ingekankerde misbruijken en erren „nen te morstelen en meer als menschelijke kragten van naden had, om dit voor d'E: Comp: soo, gewigtige Comptoiren in een Door mijn gedrag, door mijne verrig„ „tingen en manier van doen, ben Jk den bestier„ den met al zulke Exempelen voorgegaan, e dewelke hem manneer het raedspoor van mijn wil opvolgen /:dog het welk eer Het Civile of d' politicque regeering heb E Jk met verscheide seer nuttige en heilsome grondmetten die Jk bij placcaeten en adverten „sien hebbe laten Emaneeren, sodanig geregeld dat de selve thans bij mijn vertrek in een goede veringelaten, en dit Comptoir daar door het aansien van een wel ingerigte volk planting gekoegen heebt, Nogthans hoog Edele Heer en wel Edele leeren ben Jk alle dese swarigen moeije„ lijkheden door een onvermoeijden iver, naarstig leijt en op lettenheijt te boven gekomen goed postuur te brengen 0 goed te 1 173 Van Simor Den 19:' aug:s 1756 / Van Timor Den 19:' augustus 1756 ƒ te hopen als te magten is een gebaanden weg tot een mijs en voorsigtig bestier zullen aan wijsen Om regt en geregtigheijt te oeffenen heb Jk een Justitie raed aangesteld waar van het opperhoofd de president is, en dien regtbank om de verschillen inbehoor„ „lijke borm van proces te brengen, als mijne geEmaneerde en voor dese Colomie so heil„ same placcaten en ordonnantien door den ingeseten die dus verre sonder wetten op eene wille keurige wijse en sonder agting voor den gebieden en zijne beveelen. 6 geleekt heeft, te doen observeeren, ende transgresseurs van de selve en alle quaaddoenders sonder ander scheijd nade metten te calangeeren en te straffen Den tomelosen militair, heb Jk om Edog hoog Edele heer en mel Edele heeren al Den vervallen gods dienst die van te maer ter loops bij gewoond en als een bij werk aangemerkt wierd) heb. Jk weder opgebeurd en al mede daar mijn gegeven voorbeeld met den selven stiptelijk alle soi en fust dage schoon niet koort„ sen en ander in convenienten beheld bij te woonene„ den ingesetenen dikwils in 't par„ ticulier daar toe aangemaend den selven van zijne braad drankenheijd en verwijlde sentimenten te doen bekomen wegens de minste kanten Exemplaerlijk doen Cas tijden, maer daer en tegen ook, 't zij door mildadigheijt of door 't belanen van de deugsame en het voorstaen van zijne goedesaek onder een behoorlijke krijg=ts stugt ordre en Commando gebragt en voorts. — den het — 175. Timor Den 19:' augustus 1756/ Van Van Sincor Den 19:' aug:s A:o 1756 het gunt voorschreeven staat kan in werre na niet Egaliseeren niet het geen ik ten opsigte det inlandse zaeken verrigd en uijtgevoerd hebbe. Mijn dese versellend ampel rafkort aan't welke ik mij voor tegen woordig met diep ontsagen eerbied rebeerene zal uw hoog Edelheedens evident doen zig wat verdriet wat moeijte Ja mat bergen van swarigheijd jk bij dese so Epinieuse soek niet al ont„ moet hebbe bij mijn komst Voorde jk van niets anders als van verangelijkingen - ontregt voordigheeden, oneenigheijt, verdeelt leeden en teffens van oorlog bloed storting uur sward spreeken. Coupang ende zeijzer De koning van somcebaij stonden gereed om tegens van malkanderen op te trecken, en een vernielenden oorlog te beginnen, en d'overige nog dubieus Dog de schraap zugt weilde het regt te koop, en over de uijtspraek van een millekeurig vonnis wierden bedingen en koop gemaekt, en had die geen die de maste geele plaetenbragt nog maat de plijdaaij gewonnen. so soude zulx een zaek inquetti dog Eijndelijk uijt de wekeld Geraakt zijn mant de Eavarentheijt Alle maatregulen de welke men maer in schijn genomen. heeft waren niets ander als voortbrengsels van een gierige hebsugt, diet vuur van menigheijt en stede van 't, te„ blusschen nog veel heviger ontstooken, de begu„ selen van dese twee spalt maeren benselagtige en geringe geschillen, die sonder veel mouwe„ menten te maken, met een moord van gelijk of ongelijk, hadden kunnen gedecideert werden zijnde nawelke kant zij souden over„ hellen, verlangden na niets loseer als na & een algemene raptuure zijnde geduurende E V : d 6 6 2