Inventory 2887
Surat · 355 pages · 143 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Timor the 19th of August Anno 1756 During my short stay here, experience has taught me that the native, even though he may have the greatest right on his side, is very well satisfied and reassured by a prompt ruling, even if it is given unjustly and to his disadvantage, because he submits to it gladly and willingly, and such is also held by them to be infallible when coming from a ruler. Behold, Right Honourable Gentlemen, Most Honourable Gentlemen, a sad but true sketch of the critical state of native affairs on Timor, principally caused by governors who lack the personal virtues and abilities to govern a colony well, and who have other views and other interests than to serve their paymasters faithfully and honestly. All my efforts to restore the ruined state of this factory, which not without reason must be attributed principally to the neglect of native affairs, initially aimed at peace and the mutual unification of the kings. I sought with all possible courtesy to sound out the sentiments of each of these petty potentates, and regulating my measures accordingly, I investigated their disputes thoroughly, and presented them in the great imperial assembly; and after having gathered everyone's judgment and opinion thereon, the same were decided in their presence, and the whole dispute with which they had been pregnant for years, and according to the King of Coupang had run around with the knife in the sheath, was decided in a moment to the satisfaction of the parties. Through a just treatment and distinguished conduct with these petty kings, as well as the dispensing of some gifts, I gained their affection, and through it an openheartedness that revealed to me the innermost of their secrets. Through that same treatment and pleasant conversation, Right Honourable Gentlemen and Most Honourable Gentlemen, I was able to fulfill your respected intentions with regard to the separated allies, having with the greatest circumspection and political maxims, without making much noise or stir, and without drawing the sword, persuaded the kings of Waijwiko, Waijmiko, Bahale, Souwaij, and Liphao over to the Honourable Company and drawn them into my interests. Furthermore, after most of the difficulties had been debated at four held imperial assemblies and all obstacles had been cleared away, I offered my cares and diligence to the new convention, which was concluded at the fifth imperial assembly on the 9th of July, and wherein Divine Providence so swiftly favored my salutary deliberations and designs that I was finished with my negotiation sooner than I could ever have hoped. My successful negotiations will show Your Right Honours as clear as day that never could a more advantageous, more salutary, never a more solid, nay, never a more effective contract have been concluded for the Company's essential and true interests. A treaty, Right Honourable and Most Honourable Gentlemen, which through the immense advantages it provides has enabled my superiors to secure these regions more than ever for their important interests. For Your Right Honours will perceive with satisfaction from these attached documents that thereby the passage has been cut off to all foreign powers to undertake anything to the detriment of this eastern barrier, for which people had not without reason been so apprehensive. A contract so solid, powerful, and secure that the intriguing Dupleix sees himself disappointed with all his shrewd and political designs, and the Honourable Company, on the contrary, sees itself established more than ever in these regions. All my high objectives and cares that I have expended in this regard with success, disrupt and frustrate all imagined and far-reaching intentions of the formidable France, since Portugal, through my both public and secret negotiations with the collective kings of the great island of Timor, retains almost nothing in this region except Moubara and the utterly poor Liphao, to which the Honourable Company could nevertheless lay claim, in case disadvantageous intrigues were forged with the aforementioned power, pursuant to a deed of surrender executed by the lawful possessor of this territory in favor of the Honourable Company. All the measures taken by me have removed the beginnings of hatred and discord and promoted public peace and calm in these lands; and my proposals were readily accepted and approved without contradiction and with an uncommon affection by the collective kings and regents, who now constitute but one body, and among others they agreed with special joy to the contested point of the indigo and pepper cultivation, all the interested parties to this alliance testifying in addition that they will observe all conditions set down therein without
Dutch transcription
177. Van Timor Den 19:' aug:s 1756 Van Timor den 19:' augustus A:o 1756 geduurende mijn kort se Jaur alhier heeft mij dogn ondervinden dat den inlander al heeft hij 't groot ste regt aan zijn zijde met een prampte uijt spraek, of schoon ten onregten en ten zijnen nadeele getk onmis=t seer wel te vreeden en gerust gesteld is, over „mits denselven. zig geerne en gewillig daer van onder merst en 't selve ook van een gebieder bij haar naor on„ veilbaat gehouden werd. ziet daar hoog Edele heeren wel Edele heeren en droevige maar nogthans mare schets van de Creticque gesteldheijd der inlandse zaken op Timer, principaal veroorsaekt door regeerders, die 't aanpersoneele deugden en bequaamheeden ontbreekt en een volplan„ „ting wel te regeeren, en die andere insigten en andere belangers. hebben als hunne betaals seeren getrouw en eerlijk te dienen Alle mijne pogingen om den vervallen staat van dit Comptoir die niet sonder reden aan 't ver„ negligeeren der inlandse saaken ten principalen 7 geattribueerd moeten werden, weder op te beuren, streckten aanvanckelijk tot de rust en de onderlinge vereeniging der koningen Jk sogt met alle mogelijke beleeftheid de genoelens nan ieder dier potentaatjes te peilen, en mijne messures daar na reguleerende heb ik hunne geschillen in den grond ondersogt, en deselve in de grote rijxvergadering voorgedragen en na iders oordeel en gevollen daar over ingenomen te hebben wierden deselve in hare presentie beslist ende geheele tmist waar mede ze Jaeren lang waeren beswangerd geweest en volgens 't seggen van den koning van Coupang met 't wes in de buijte gelopen hadden, in een moment ten genoegen van parthijen gedecideert; Door Eene regt naardige beehandelingen gedes„ „tinqueer den ommegang met dese vorstjes, als. mede het spludeeren van eenige geschenken, hebbe Jk hare genegentheijt, en door deselve een open„ „hartigheijt verkregen, die mij het binnenste hunnet geheien openbaarde Door die selfde behandelingen minsame Con„ nensatie, hoog Edele heer en wel Edele heeren, heb jk aan der selver gevenereerde intentie ten opsigte van de afgescheurde bandgenoten kunnen voldaan, hebbende met de grootste omsigtigheijt en staad kundige maxinen sonder veel gerugst. of 6 beweeging te maken, en sonder 't swaart te treken de koningen van waijwiko, Waijmko, bahale, souwaij en Liphao. lot de E: Comp: overgehaald en in mijne belangen getrocken voorts nadat de meeste swaarigheeden hij vier gehoude rijxvet gaderingen gedebatteerden alle linder palen uijt den weg geruijmd waeren het jk mijn sorgen voorgedragen maaksaamh:t 279. Van Timor den 19:' augustustus Ao 1756 Van Simor Den 19:' augustus A:o 1756 maak saamh:t op geofferd aan d' nieuwe Conventie dewelke in de vijfde rijx vergadering zijnde den 9:' Julij gesloten „getrofben is, en waar bij d' goddelijke voorsienigheijt mijne soheijlsame beraadslagingen ende desseinen so spoedig begunstigt dat ik eersen als ik ooijt hadde kunnen hopen met mijne negotiatie ten Eijnde mas, mijne gesuccideerde onderhandelingen zullen u hoog Edelh:s sonne klaer doen sien dat nooijt voordeeliger, wit heilsamer, nooijte seliden, Ja nooijt kragdadiger Contract voor 's Comp:s wesent, „lijke en waere belangen, lad kunnen, gesloten afgestof ben„ werden. Een tractaat hoog Edele. heet in wel Edele heeven, het welk mijne lage principalen door de overgrote voordeelen die 't geeft, voor derselver wigtige belangen in staad gesteld heeft om dese gemelten meer als ooijt te beveiligen Want uw hoog Edelheedens zullen wij het dese versellende org:s ten genoegen ontwaren, dat daar door aan alle vreemde mogentheeden de pas afgesneden 7 is, em iets ten nadele van dese oosterse barierre, — maar voor men niet sonder reden sobedugt is geweest te ondernemen, Een Contract soo solidie en, kragtig, seker dat sig den int riguanten dupoioe met alle zijne schaan„ „dere en staad kundige desseinen, te leur gesteld ende E. Comp: daar en tegen meer als aoijt in dese gewesten bevestigt ziet, alle mijne hoogmerken en sorgen die Jk ten dien reguarde met sulces besteed hebbe, de rangeeren en verijdelen alle geinagineerde en. verre uijt siende voor„ „nemens van 't gedugte vrankrijk, overmits par„ bugal door mijne so openbaere als secreete negotia„ „tien met de gesamentlijke koningen van 't groot Eyland Timor, in dit gewest, bij na niets overhout als moubara en het doot arme liphao, waar op DE. Comp:e nogthans bij aldien, nade ligi intrugens met voorsz: mogenth:t gesmeed wierden, ingevolge van een acte van overgave door den wettigen besitter van dit landschap ten baveure van d' E: Comp: gepasseert, pa„ „tentie kunnen maken. Alle de door mij genome maatregulen. hebben de begin„ „selen van haat en twee dragt uijt den weg geruijmd ende publicque rusten vrede in dese landen bevordert en mijne voorslagen. zijn door de gesamentlijke koningen en regenten die thans maar een Carpus uijtmaken. sonder tegen spreken en met een ongemeene toegenegentheijt bereijdwillig aange„ „nomen goedgekeurd en onder anderen met bij sondere blijdschap g'aggreerd het saspeled poinct van de indigo en peper Culture betuijgende daar bene„ vens alle de geintresseerdens van dit verband dat ze alle voorwaerden daer bij ten nedergestelde ziet sander d
English
181. From Timor, the 19th of August 1756 From Timor, the 19th of August 1756 would observe without interruption and, with combined forces, execute the same in its entirety; Therefore, Right Honourable Sir and Most Noble Gentlemen, after such a fortunate progress of affairs, could I have accomplished or carried out anything better or more advantageous in the service of my high masters than precisely this contract, which is so momentous for them. Upon my present departure nothing more remains for me to do; everything is decided, resolved, and settled; all of Timor along with the islands subordinated under it have been secured, and the inhabitant enjoys a profound tranquility and peace, of which I dare to reassure Your Right Honourables with well-founded reasons that the Honourable Company, over and above the profits and advantages obtained by me during my stay here to the amount of ƒ146152:—:—, by having turned this small trading post, which previously had become so burdensome to the Honourable Company, into a profitable one, shall shortly achieve even greater and more splendid returns, hoping upon my arrival at Batavia to further benefit the General Office over and above that with the sum of ƒ130516:18. However, it will perhaps appear unbelievable and somewhat far-fetched to Your Right Honourables at first glance that I, with an insignificant capital of 3000 rixdollars that was mostly spent on board-money and wages, and a parcel of unwanted goods for which, although they had been sold, one could not expect payment in a year, was able to trade so profitably and pay for 700 piculs of wax and the same of the best sandalwood, which alone, calculated at 28 rixdollars per picul and the sandalwood at 3 rixdollars, required a much greater amount. But my report, which accompanies this under Letter A, will, I hope, demonstrate in detail and to satisfaction to Your Right Honourables to what ways and means I have had recourse in order to obtain cash. And how matters actually stand with the gold mine of Timor, which was so notorious in earlier times, even from the year 1648 onwards, but is now entirely forgotten and despised, Your Right Honourables shall likewise find noted down at large in my aforementioned report. 183. From Timor, the 19th of August 1756 From Timor, the 19th of August 1756 I shall merely mention here in passing that these are no chimerical imaginations nor old windy and far-fetched statements, but real realities, which I, after a diligent inquiry and careful investigation, have finally cleared of their obscurity and brought forth from that very fertile source in which they had lain hidden for so long a time; daring to flatter myself that the outcome of my efforts and trouble, which I have applied to the discovery of that precious metal, will fulfill expectations and cause my high principals in due time to pluck the fruits of a labor that to me must be a monument of gratitude towards them. I will here only casually add how, to my exceedingly great regret, in this commission conferred upon me I have once again had to experience an order, Right Honourable Sir and Most Noble Gentlemen, whereby another person might perhaps have seen himself frustrated and disappointed in his good intentions, which, had I wished to employ an untimely indulgence, would have caused the greatest grief. But I have known how to maintain myself in this pre-eminent character, which Your Right Honourables have been so graciously pleased to confer upon me, notwithstanding that in the beginning people sought to thwart me in a sinister and covert manner. For it has pleased Your Right Honourables to leave the administration over the trade warehouses deferred to the ministers here locally, and to expose me to the slight and contempt of those office servants, whom I, with much trouble and strict treatment, had to make understand that I had appeared here not as senior merchant, but as Your Right Honourables' express commissioner, 185. From Timor, the 19th of August 1756 From Timor, the 19th of August 1756 and through an absolute and unlimited power and authority made them obey without contradiction as such. For the rest, referring myself with the deepest respect to the report annexed hereto and its appendices, which papers I most humbly request you will be pleased to read through, I take the respectful liberty to subscribe myself with all veneration and high esteem. Was underwritten: Excellency, Right Honourable, Highly Esteemed Sir and Most Noble Gentlemen. Lower: Your Right Honourables' most humble and most obedient servant. Was signed: Johannes Andreas van Paravicini. In the margin stood: Timor at Coupang, the 19th of August 1756. The Most Noble Gentlemen, Councillors of the Netherlands Indies. Excellency, Right Honourable, Highly Esteemed Gentlemen, and Most Noble Gentlemen. The reasons and motives why Your Right Honourables have deemed me so worthy as to entrust this weighty dual commission to me as your express commissioner must certainly, if I am not mistaken, have their origin in the satisfaction that Your Right Honourables... Most respectful report to His Excellency, the Right Honourable, Highly Esteemed and Far-Ruling Lord Jacob Mossel, General of Infantry of the State of the United Netherlands, as well as Governor-General...
Dutch transcription
181. Van Timor Den 19:' augustustus 1756 Van Timor Den 19:' aug:s 1756: sonder interruptie souden observeeren en met te samen geshande kragten het selve in sijn geheel Executeeren; — Heb jk dierhalven hoog Edele heer en wel Edele heeren na een soo geluckigen voortgang van saken, iets beters of iets voordelieger ten dienste mijne loge gebieders kunnen verrigten of uijtnoeren als Enen dit voor haar so gewigtig Contract, Bij mijn tegenwoordig vertrek is mij niets meer overgebleven, alles is gedecideert, beslist en. verevend, gantsch Tumar met de daar onder sorteerende Eijlanden. zijn in veiligheijt gesteld, en den bewoonder geniet een diepe rust en vreede waar van Ik uw hoog Edelheedens met gefondeerde redenen durf vercassu„ reeren dat d'E: Comp: buijten en behalven de door mij geduurende mijn verblijf alhier be „haelde winsten en voordeelen ten bedrage van ƒ146152:—:—. maar daar Ik dit van te vooren voor d'E Comp: solastig geworden Comploiatje in een winste gevend verandeerd, binnen korten nog groter en heerlijker zal behalen, hopende met mijn komst op batavia het Comploir geeneraal daer en baven nog te bevoordeelen uet e somme van ƒ130516:18. — Edog let sal uw hoog Edelheedens in den Eersten op slag misschien ongelooflijk en mat te vergesogt toeschijnen dat Jk met een niet naemens waerdig Capitaaltje van 3000. rd:s dat meest aan kostpenning en soldijen verstrekt is, en een parthij ongewilde goederen. voor dewelke of schaan verdebiteerd waeren, men in geen. Iaar de betaling vermagten kan, so voordeelig heb kunnen negotieeren en 700. pic:s was betalen en d:o best sandelhand, die alleen 6 tegens. 28. rd:s de picol en 't sandel op 3. rd:s gerekent een vrij grooter montant verEijsschen dog mijn rapport dat dese sub L=ra A:o verseld zal uw hoog Edelheedens, verhope Ik breednoerigen ten genoegen aan wijsen, tot mat middelen en wegen om aan Contanten te komen. Jk mijne toevlugt genomen heb, En hoedanig het Eijgentlijk gelegen o is met d'in vroegere tijden Ia selfs van a:o 1648. af aan soberugte dog thans in't geheel vergete en veragte Zimarse goud mijn, zullen u hoog Edelheedens al mede bij mijn voorgeciteerde rap„ port in't breede aangeteekent vinden uw l 1 ƒ 183. Van Timor Den 19:' augustus 1756 Van Simor Den 19:' augustus 1756 Ik zal hier slegts en passant aanhalen dat 't geen Chimericque verbeel„ dingen nog oude windrige en verre gesogte op gavens, maar reele wesentlijkheeden, zijn) die Jk daar een vlijtige na vorsing en keurige ondersoeking eijndelijk uijt hunne duijsternis hebbe ontneveld en het selve selfs slefs uijt dien vrugtbaren bron maer in het selve so lange tijd verborgen gelegen heeft, gehaald, en mij durvende vleijen dat duijtkomst mijne pogingen en moeijte die Jk tot d' ontdecking van dat preticus. metaal het aangewend zal beant„ woorden en mijne hooge principaalen in der tijd de vrugten doen plucken; van eenen arbeijd die voor mij een gedenk teken van Erkentenis ze„ „gens deselve moet wesen, zal Jk hier nog maar ten loops bij voegen hoe dat Jk tot mijn overgroot Leetweesen in dese aan mij gedebereerde Commissie wederom heb moeten ondervinden Eene ^ die mij bij aldien eene ontijdige E Eene ordre hoog Edelen heer en wel Edele heeren. waar door een onder sig misschien in zijne goede voornemens zoude gebrustreert en te leut gesteld gesien hebben Dog Jk heb mij in dit praeminent Caractes het welk uw hoog Edelheedens my soo goedgunstig hebben gelieven op te dragen, niet Jegenstaende men mij in den beginne op eene sinistre en verborgene wijse heeft soeken te dwarsboomen, weten te moinctineeren, en door Waat het heeft uw hoog Edelh:s behoagt aan de ministers hier ter plaatse d'administratie over de negotie pakhuijsen gedefereerd te laten en mij bloot te stellen voorklein-en. gering agting van die Comptoir bediendens dewelke Jk met veel moeijte en straffe behandelingen hebbe moeten doen begrijpen dat ik niet als oppercoopman maar als uw hoog Edelheedens Expressen Commissaris alhier verscheenen was toegeventheijt hadde willen gebruijken het grootste verdriet zoude veroorsaekt hebbe toegewentheijt een ƒ 185. Van Timor Den 19:' Aug:s A:o 1756 Van Timor Den 19:' augustus A„o 1756 een volstrekt en onbepaalt gesag en autho„ „riteijt sonder tegenspreken als sodanig doen gehoorsamen. voor 'tt overige mij met diepste Eerbied refereerende aan 't dese geannexeerd rapport en desselfs bij lagen, welke papieren ootmoedigst ver„ soek doot te willen lesen, gebruijkt de Eerbiedige vrijheijt mij met alle reneratie en hoog agting te ondertekenen (:onderstond:) Excellentie Hoog Edele groot agtbaaren Heer en wel Edele Heeren (:Lager:) u hoog Edelheedens alles onderdanigste en ootmoedieste Dienaar (:was getekend:) J:n A:s van paravicini /:ter zijde stond:) Timor op Coupang Den 19:' aug:s fo7 — De wel Edele Heeren raeden van Nederlands Jndia Excellentie Hoog Edele groot agtb: Heeren, en wel Edele Heeren De reden en molinen, waarom uw hoog Edel„ heedens mij soo hoog waardig. hebben geagt, als haren Expressen Commissaris dese gemigte dubbelde Commissie op te dragen, moeten zeker zo ik mij niet bedrieg. haaren oarsprong hebben uijt het genoegen dat uw loog Eerbiedigst Rapport Aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen groot agtb: en wijdgebiedende Heere Jacob. Mossel E generaal over de Jnbanterie van den staat der wetEenigde neder„ landen; mitsgaders gouverneur generaal Eerbiedigst Edelheedens En
English
From Timor, 19 August 1756. From Timor, 19 August 1756. Honourable Sirs, in the performance of my first commission in the past year to the court of Palembang, which you were pleased to assign to me, certainly with this firm expectation: that I, with exceptional zeal and the exertion of all my powers, would fulfill the true and most high intention which this commission aimed at, and thus make myself worthy of the high favour of Your High Honours, in the observance of inviolable loyalty and prudent conduct. For if this commission was great, the confidence that Your High Honours were pleased to place in me—that I was capable of executing it to the best advantage of the Honourable Company and to the glory of Your High Honours—is certainly even greater. Well then, Right Honourable Sir and Most Honourable Sirs, the outcome will fully show that Your High Honours were not at all deceived in the confidence you placed in me, and that the execution has exceeded expectations. What would an ambitious man, who strives more for true glory than for his own interest, not dare to undertake in order to fulfill the good opinion that his high masters have of him? Just as, Right Honourable Sir and Most Honourable Sirs, in reading and examining this my report and its voluminous annexes, by exercising somewhat more than ordinary patience, it will be evident to Your High Honours that in this very unhealthy region, although always indisposed, I have not only applied and exerted more than unbelievable strength to answer to Your High Honours' precious favour and the good opinion you held of me, but also at the same time to show that I have made myself doubly worthy of the character of Commissioner of this High Government, which some perhaps felt was too great for me and that I was too unworthy to hold it. If in my first commission to Palembang I gave satisfaction to Your High Honours, Your High Honours could truly not better demonstrate your gratitude to an ambitious subject than by entrusting and conferring upon him, for the second time, a much more important commission. Thus virtue is nourished, and the magnanimity of a faithful servant of the Honourable Company is stirred by entrusting him with weighty and at the same time delicate matters; thus one follows in the footsteps of ancestors, who preferred the glory of an immortal name and fame acquired through virtue above a foul profit obtained through devious ways. It is true: I have done nothing but my duty, yet I hope nevertheless that he who, in the span of a five-month stay, has benefited the poorest and almost most insignificant merchant post, which has always been a burden to the Honourable Company, by ƒ146152:13, to everyone's great astonishment, and will further augment this sum upon his arrival at Batavia by 130516 9/10 guilders, as the accompanying balance sheet under letter C will satisfactorily demonstrate, shall henceforth have merited some favourable attention from Your High Honours. Secondly, I shall demonstrate hereafter in what manner this has proceeded, as well as what magnificent and advantageous contracts I have concluded, with all possible prudence, with the various kings and regents. Indeed, through this all machinations of Portugal with France, or whoever else might wish to make themselves master of this key to the Eastern Archipelago, are completely frustrated. With this my new alliance and new allies, I have stripped the Portuguese of almost all domains, and even of their main post, Lifao; for that king, to whom this entire territory belongs, has submitted and surrendered himself under arms to the Honourable Company, along with all the land he possesses that belonged under Lifao. Your High Honours will perceive from this contract what measures I have used to secure peace and property on that island, as well as what means one must employ to make the good harmony between the kings themselves, and the kings with the Honourable Company, endure and remain lasting. However, if this post is provided with greedy, incompetent, and obscure subjects as heads, I, along with the Honourable Company's true interest, shall also see my glory forever lost and disappointed regarding what was achieved here, as noted in the memorandum left to the head under letter Y. Furthermore, it will be evident to Your High Honours that with prudent management I have drawn most of the kings who were under the Portuguese into the new alliance without drawing my sword from its scabbard; and elsewhere, where it was necessary, I did not hesitate to do so, as was demonstrated during the revolt of Landu on Rote, and in defeating and conquering the realm of one Anthonij Rotoetoe, who had dared to dispute the passage of my army, in which action he, along with 48 others, lost their lives, and one hundred prisoners lost their freedom. Furthermore, Your High Honours will, from this report and the gold to be delivered therewith,
Dutch transcription
187. Timo: Den 19:' Augustus A:o 1756. Van Timor Den 19:' Augustus 756. Edelheedens in de verrigting mijner eerste Com„ missie in a:o passato na 't hof van Palembang hebben gelieven te neemen. zeker met dese vaste verwagting, dat Ijk met een bijsanderen, rever en niet insponinge van alle mijne vermogens, aan de waere ende soo hoog migtige Jntentie die dese Commissie bedoeld zoude voldoen en mij alsoo de hooge — gunste van uw hoog Edelheedens, in het betragten eener onschendbaare trouw en voor sig„ „tig gedrag waardig maeken. Want is dese Commissie groot; het vertrouwen, dat uw hoog Edelheedens in mij hebben gelieven te stellen, dat ik in„ staad was, om die ten beste van DE Comp, en tot glorie van uw hoog. Edelheedens te executeeren, is seker nog groter, wel aan hoog Edele Heer en wel Edele heeren. de uijtkomst zal volkomen doen sien, dat uw hoog Edelheedens haar in 't vertrouwen diese hebben van wij gehad, gantschelijk niet hebben bedragen, en dat de Execu„ „tie meer als de verwagting heeft beantwoord wat zoude een ambitieus mensch, die meer nade ware glorie, als naer eigen interest, tragt niet al durven onder„ staen om aan de goede gedagten die zijne hoog gebieders van hem hebben, te voldoen. Geliek hoog Edele Heer en wel Edele heeren: in het daar leesen en Examineeren van dit mijn raskort en derselve valumineuse bij laegen wat meer, als ordinaire gedult t refenen zo zal het uw hoog Edelheedens Consteeren, dat jk i dit seer ongesond gewest schoon altijd in disporst, meer als ongelovelijke kragten niet alleen hebbe in't werk gesteld en aangewend, om aan uw hoog Edelheedens dierbare gunste ende goede gedagten die deselve van mij gehad hebbende, te beand„ woorden maar ook om teffens te doen sien dat jk mij het Caracter van Com„ missaris deser hoge regeering dat mogelijk gant schelik zamerige Aan 189. a Van Timor Den 19: Aug:s A:o 1756. Van Timor den 19:' augustus zommige gevoelden, dat voor mij te groot en ik te onwaardig was, het selve te bekleeden dub„ beld waardig hebbe gemaakt. So ik in mijne Eerste Commissie na Palembang, uw hoog Edelheedens vol„ doening hebbe gegeven, zo konden waarlijk uw hoog Edelheedens hare Eakentelijkhd aan een ambitieus subject niet beter doen blijken, als met hen voor de tweede maal — een veel migtiger Commissie aan te vertrouwen en op te dragen. zo word de deugd gevoed en de Edelmoedigheijt van een getrouw E: Comp: dienaar met hen wigtige en tebbensepinouse dingen aan te vertrouwen gaende gemaakt; zo. stapt men in 't spaar inzet voorvaderen, die de glorie van een onsterkkelijke naem en doordeugd verkie„ boven gen roen, laren, een vuijle en door slinkse weegen behaaden minst prefereeren Het is maar: ik hebbe niets gedaan als mijne pligt, dog ik hope egter, dat hij die in den tijd van een vijf maandelijx sejaur het lij magerste en bij na onnoemens waardigste Coop„ mans. Comptoirtje, dat althoos een last post voor D'E: Comp: is geweest, met ƒ146152:13. tot ider mans overgroote ver„ vrandering heebt beevoordeelt en dese somma met zijn arrivement op bata„ na niet nog 130516 9/10 gls: zal doen augmenteeren, gelijk de desen sub C=ra C: versellende staat reekening ten genoegen sal aantonen voortaan eenige gunstige attentie bij uw hoog Edelheedens zal hebben gemeriteerd. ten tweeden zal jk in't vervolg doen sien, op wat wijse sulx is in het merk gegaan; als mede wat over heerlijke en voordeelige. Contracten jk met alle mogelijke „ en zoordeelige Contracten, ik met alle mogelijke omsigtigheijd, met de differente koningen en regenten hebbe gesloten Jmmers worden daar door alle intac„ magenste „gens 191. Van Timor Den 19:' aug:s 1756 17 Van Timor den 19:' Augs geus van portugal met vrankrijk, of wien het ook zoude mogen lusten zig van desen sleutel van den oosterschen archipel meester te maken, gantschelijk verijdelt hebbende met dit mijn nieuw verbond ende nieuwe bondverwanten de portugeesen van neest alle donceijnen zo selfs van hun hoofd Comptoir Liphao, ontroord, want die koning, die dit gaand gebied toekomt heeft zig zelfs met al het land dat hij besit, maar onder Liphao. behoord, aan d' E Comp: onder waapen en overgegeven uw hoog Edelheedens zullen uijt dit Contract ontwaeren, wat maatregulen Jk hebbe gebruijkt, om de rust en het eijgendom op die Eijland te versekeren als mede wat middelen, men moet gebruijken om de goede harmanie tusschen de koningen ende koningen met D EComp: te doen subsisteeren en duursaam te maeken. Dog zo men dit Comptoir net inhalige, onbequame en dankere subjecten als opperhoofden warsiet zal ijk met sE Comp: waeren jntrest ook naar Eeuwig mijn glorie, daar omtrent behaald, verlieden en te leur gesteld sin, inde memorie aan 't opperhoofd beij„ na nagelaten sub L=a ij: wijder zal uw hoog Edelheedens Con„ steeren, dat jk met een voorsigtig beleijd de meeste koningen die onder de portugee„ „sen waeren, in het nieuwe verband hebbe ge„ trocken, sonder mijnen deegen uijt sijne schede te halen, en wederen, daar 't nodig was, talende ik niet sulx te doen, gelijk het bij de revolte van Lando op rottij, en in het verslaan en veroveren van 't rijk van eenen anthonij rotoetoe, die zig ladonderstaen de deur togt aan mijne armee te bestmisten, gebleken is, bij welke actie hij met nog 48: koppen hun leeven en Een hondert gevangen hunne vrijheijd verloren hebben Nog meer uw hoog Edelh:s zal uijt dit rapport en het daar bij overteleverene voorsiet goud
English
Timor, 19 August 1756 gold to establish, that I have determined and decided that dispute, so old and so long prevalent, whether the island of Great Roti yields gold or not, by having the same fetched from its very source to the exceedingly great favor of the Honorable Company, and have discovered the reason why so little of that precious metal is exported, as well as the cold and sluggish laziness of all those who either sailed to these places on commission or governed there, who, instead of serving their lords and masters with realities and conducting the search themselves as I have done, always knew how to occupy themselves with a bunch of windy schemes until they had lined their purses in a punishable manner, and with their departure or death all their windy concessions vanished into smoke and vapor and always left the Honorable Company blind regarding the subject of Timor, so much so that one must now hesitate to write the truth, out of fear of being recorded as such a braggart. I shall make mention of nothing but substantial realities in this report of mine, presented with humility, so that Your High Excellencies may once be enabled to give the Lords Superiors a true account and concept of the state of this and the neighboring islands lying hereabouts, so that Your High Excellencies may once come to distinguish truth from falsehood, and furthermore that their precious attention concerning the good cause and the Honorable Company's interest may no longer be disappointed, but greatly advanced. And what will one say, then, when I shall clearly and indisputably prove to satisfaction at the end of this letter that my discovered gold rivers, if we become master of Belo, will improve and benefit the state of the Honorable Company by several hundred thousand florins. From Timor, 19 August 1756 From Timor, 19 August Anno 1756 From Timor, 19 August Anno 1756 Furthermore, I shall also have the honor to prove that no island is more suitable to yield a good quantity of pepper and indigo than Timor, if one would only take the trouble to plant these products. The sample of the indigo will demonstrate its quality, and the kings and regents eagerly await the pepper plants; so appetizing have I made the profit of that commodity to them, and therefore I have also laid down a separate article regarding it in the new contract. That there is also substantially a copper mountain cannot be doubted at all, and it is also true that this island yields soeassa (a kind of gold mixed with copper), but I shall deal with that in its proper time and place. And yet, for fear that this lengthy preamble of mine might weary Your High Excellencies' precious attention and prove too burdensome, I proceed with respect to the matter of my voyage and undertakings concerning Timor itself. It was 14 March when I left the capital Batavia, and with the remainder, or the tail, of the west monsoon, after having first passed two of the most dangerous passages, the sight of which makes the hair stand on end and one's courage sink into one's shoes, I happily arrived on Great Timor on the 30th of the same month. As soon as I set foot ashore there, I was seized with astonishment and dread at the reports of the bad and more than desolate state of this station. I despaired of ever being able to accomplish anything good or advantageous there for my lords and masters. The great division among the kings, but especially between that of Coupang and the emperor of Sonnebaij, who had already strung their bows and sharpened their arrows, brought them to the point of declaring war on one another, whereby the other kings would not have failed to take their part in it, and everything would have been overturned by fire and sword; without the chief Beijnon, who was himself on the worst of terms with his ministers and all the inhabitants because of his weak and effeminate manner of governing, caring in the least to stop that evil by employing timely and suitable means against it. My first task upon my arrival was, following the custom of the country, to secure suitable lodgings for myself, since the chief was not only so impolite as not to offer me his Honorable Company's warehouse, or to take any trouble to secure one for me, who was a stranger and unknown, but on the contrary managed to divert me with false words from going to live in the castle, where the dwelling of the second, who lived outside, is the most suitable in all Coupang; which, however, I discovered too late and after I had already moved three times with my heavy baggage from one house to another on a mountain. As soon as I was housed, I summoned all the kings and regents and inquired precisely into the reason for their discord, making known to them at the same time the motives that prompted Your High Excellencies to send me to them as your express commissioner, requesting and ordering them to suspend their disputes and desire for revenge until I should have obtained sufficient information about it, assuring them moreover that I would determine everything to mutual satisfaction; which speech cooled their temper to such an extent that they submitted themselves entirely to my decision. I spent the entire day back and forth
Dutch transcription
193: Timor Den 19:' Augustus 1756 Van & 1756 goud Consteeren, dat jk dat so oud en so lang in swang gegaan disput, of het eijland Groot kinoe goud uijtleverd, of niet met dat selve selfs uijt zijne source te laten haelen ten overgroten kaveur van D' E: Compe hebbe gedetermineerd beslist ende reden ont„ dekt; waerom er zo weinig van dat kostelyk metaal uijtgenoerd word, als mede de onkou„ de en vadzige luijheid van alle die dese plaatsen of in Commissie bevoeren of aldaar geregeert hebben, die instede van hunne heeren en meesters met reelitijten te dienen en zelfs na de zoek te doen, gelijk ik gedaan, hebbe, haar altijd met een parthij winderige Concepten hebben weeten op te houden tot zij hunne beurde op eene straf„ waardige wijse hadden gespekt en met hun vertrek of sterbgeval alle hunne winde„ rige Concessten in raak en damp gevlagen en D'E Comp:e omtrent het supct van Tinior altijd blind hebben gelaten, in so verre dat men sig nu moet schroomen om de waarheijd te schrijven, uijt Ik zal van niets als van wesentlijke 1 reelitijten in dit mijn met ootmoed gepre„ senteerd rapport mentie maken opdat uw hoog Edelheedens eens in staat werden gebragt de heeren majores een egtberigt en denkbeeld van den staat van dit ende hier omstreeks leggende Eijlanden te geven uw hoog Edel„ heedens de waarheijd van de leugen eens komen onderscheijden, mitsg:s derselver dierbare atten„ tie omtrend de goede zaek en 's EComp:s intrest niet meer te leur gesteld maan vrees, om niet voor Een zodanigen windbuijl te boek te staan. E En wat sal men dog seggen wanneer ik sonneklaar en onwedersprekelijk ten genoe„ „gen aan 't Eijnde deser zal probeeren, dat mijne ontdekte goud rivieren bij aldien w' meester van belo worden, den staat der E: Comp: met eenige hondert duijsende blorijnen zal verbeteren en bevoordeelen. Van Timor Den 19:' augustus vrees grotelijx 6 e 56 195. Van Timor Den 19:' Augustus A:o 1756 Van Timor Den 19: Augustus A:o 1756 grotelijk bevordert werden wijders zo zal ijk ook de Eere hebben te probeeren, dat geen Eijland bequamet is, on een goede quan„ v a „titeijt peper en Jndigo te geven als Timot, als men maar de moeijte wil doen dese producten te planten het monster van de Jndigo. zal zijn deugd opperboeren ende koningen en regenten wagten met smerte in de peper plantjes; zo smakelijk heb jk hun dewinst van dat Corl gemaakt, en dierhalven ook in't nieuwe Contract een appart articul daar van ten neder gesteld Dat er ook wesentlijk een kaper berg is daar aan loend men geensits te twijffelen als mede dat dit Eijland ook soeassaen zoort van met koper vermend goud) uijtleverd, is ook waar, dog zal op sijn tijd en plaats daar van handelen E E maar: uijt vrees, dat dit mijn langwijlig praambulum, uw hoog Edelheedens dierbare attentie mogt verveelen, en te lastig vollen gae ik met Eerbied tot de zaak mijnes neder„ varens en verrigting, Timor betrefbende selfs over„ v het mas den 14: maart: (: a:) wanneer ok de hoofdplaatse batavia verliet, en met 't restantje, of de steert, der mest mousson na dat Eerst twee van de gevaarlijkste gaten, welkers aansien de hairen, te berg doet rijsen ende Couragie in de schoenen daalen, was gepass:d en den 30:' dito gelukkig op groot Zimon g'arriveert, Zo. dra ik aldaar voet aanland hadde geset wierd ik met verwondering en - schrik over de rapporten van den slegten en meer als desolaten staat deses Comptoirs bevangen Ik wanhoopte, ooijt iets goeds af voordeligs voor mijne leeren en meesters aldaar te kunnen verrigten, De hooge verdeeltheijd der koningen, maar insonderheijd die van Coupang en den keijser van sonnebaij, die reets hunne boogens hadden gespand, en hunne pijlen gescherpt, maakte, dat ze op het poinct stonden varens om li 197. Timor Den 19:' Augustus: 1756/ Van Simor den 19. ' Augustus 175 A:o 756 om malkanderen. den oorlog te declareeren, waar door de andere koningen niet zouden hebben gemanqueerd, hun aandeel daar in te nemen, en alles door 't vuur en swaard omgekeerd was geworden; sonder dat zig het opperhoofd beijnon die selfs niet zijne ministers en alle de ingesetenen, wegens zijn matbe en verwijfde wijse van regeeren ten swaarsten gebrouilleerd was, daar omtrend het minste kreunde, om dat quaad, door bij tijds bequame middelen, daar tegen in't werk te stellen, te stuijten, mijn eerst merkt bij mijne aankomst was, om na den raad van't land, mij een bequaam logies, te besorgen, vermits het opperhoofd niet alleen so onbeleevd was mij sijne 'sE: Comp: woarhuijs niet aan te presenteeren, of zig Eenige moeijte te geven, - van mij die vreemd en onbekend was, eene te besorgen, maar daar en tegen mij met leugen taal heeft meeten te detourneeren om in't Casteel te gaan maanen daar de woning van de tweede, die buijten moond, d' allen bequaemste van gantsch Coupang is; dog het welk ik al te laat en na dat ik reets met mijn grote bagagie driemaal, van het eene huijs in het an„ dre op een berg. getrocken was, gewaat wierd, zo: dra ik gehuijsvest was ontbood ik al de koningen en regenten en informeerde mij naaukeurig na de reden hunnes 'twees„ palts, haar lieden teffens de motiven die uw hoog Edel heedens hebben geper„ maneerd, mij als haeren. Expressen Commis„ saris, tot haar te senden. bekent makende met versoek en ordre hunne geschillen en mraak sugt, uijt te stellen, tot dat ik een genoegsame imformatie daar van zoude hebben bekoomen, haar daar benevens versekerende:, dat ik alles ten weder zijds genoegen zoude de termineeren welke taat haaren moed zodanig koelde, datze zig gantschelijk, aan mijne de„ cisie overgaanen Jk bestede den gantschen dag an gintsch en van herwaards Van e
English
From Timor: the 19th of August, Anno 1756. From Timor: the 19th of August, 1756. to write hither to all the kings and regents who were to come here, and to those whom I gladly wished to entice into my interests and the new alliance, sending them gifts; and I also made known to the Portuguese governor my arrival and the desire I had to enter into negotiations with his Honor regarding a commercial treaty to mutual advantage, sending a splendid present of provisions, for which he was longing due to the absence of the Portuguese ship. This governor immediately sent me not only a letter in which he congratulated me on my arrival and offered me the king's city and fort, but at the same time also a deputation consisting of his second-in-command and his adjutant with some gifts to welcome me and assure me of his high esteem; having entertained and feasted them for three days with much honor and distinction, I let them depart thither again with good presents and a letter to the governor. Furthermore, I toiled for whole days, from early in the morning until late in the evening, to investigate and at the same time settle the disputes of the various kings and regents. But alas, it is impossible for anyone who has never attended such a thing or who does not know this nation to believe; indeed, no pen, however capable, can describe what a chaos of confusion they brought forward. The entire time of my stay, which lasted five months, I spent investigating and determining their disputes and held five general meetings about them; but everything was inept; the matter became more and more entangled, and the king of Coupang made the greatest trouble for me by raking up his old grievances and pretensions; he even went so far that he dared propose to me to make the other four kings who resided on his territory prove their ownership of their lands and gardens, or in default thereof to make them relocate. On this dangerous proposition he stubbornly persisted for a long time, and all my polite and obliging manners of speaking and acting, as well as all gifts and donations, were both to him and to the others as oil on the fire. Then I changed my tone, countenance, and manner; and whenever the sheep's skin could achieve nothing, I put on sometimes the lion's coat, sometimes the tiger's skin, and then the fox's pelt accomplished most things. This was of such an unbelievably great success that I finally made them as peaceful as lambs, leaving everything deferred to my judgment as if it were divine; whereby their esteem towards me increased to such an extent that it seems incredible. For these poor little kings were formerly used to contributing to the insatiable misers and tyrants for the settlement of their disputes, and whoever gave the most gold or slaves was deemed most in the right, even against all law and reason, and then the matter still remained in that same crisis, until those incurable wounds arose, the healing of which had to fall to my lot, just as the matter of Coupang and Sonnebaij and most all disputes are old sores and afflictions cankered by time. But entirely different was the situation with me, who, instead of taking, had given richly, and pronounced a complete judgment over their disputes without hesitation, the manner in which I treated them being so different from that of the former chiefs, who were barbaric and vile; the manner of their introduction and reception into the assembly by qualified masters of ceremonies who led them inside by the hand, the seating on gold cloths and gold fabrics, the sprinkling with rose water by the said masters of ceremonies, the imposing and costly arranged place of assembly, the pomp and circumstance that indeed showed itself very handsomely therein, the firing of the musketry and the heavy artillery upon drinking the high healths and the signing of the treaty, the ceremonial procession with all the pomp possible in such a small company to my residence, the magnificent and sumptuous banquet that I gave to 258 persons, at which the kings, save one, occupied the first places, were all preparations that swept them, who previously had been treated like coolies, away as if in an ecstasy. Nothing was more delightful than to see what a wonderful effect all these uncommon treatments produced in these petty kings and their realm's regents. Some trembled like a reed out of awe and because of the splendor; some stared blankly like a dying codfish; others looked at themselves with shame over their small stature; yet others forgot how to speak; and observing all this constituted the most amusing pastime in the world. Through all these external formalities, they acquired such a notion of their royal dignity, especially when I had prepared them for it with a well-suited speech on their estate, that as soon as the first assembly was over and they had taken leave of me after the procession, they did their best to go and look for fabrics and trimmings in order to display the dignity of their imagined foremost state in future assemblies, as shown in the illustration sub L: D: d: and of the sumptuous meal sub L=ra E: e.
Dutch transcription
199. Van Ternor: den 19:' augustus A„o 1756 Van Simor Den 19:' Augustus 1756. herwaards te schrijven aan alle de koningen en regenten, die hier moesten komen, en aan die geen die jk gaarne in mijne belangen en het nieuw verband wilde lacken sendende haar geschenken; en ook maekte ik den liphaas gouverneur mijne komst en de begeerte die ik had, met zijn wel Edele nopens een Commercie tractaat tot weder zijds voordeel in onderhandelinge te treden bekend, met het senden van een heerlijk present, van provisien, daar hij overmits het uijt belijven van het partugees schip nareijkhalsde;— Dese gouverneur sond mij aanstonds niet alleen een brief, maar bij hij mij met mijn komste beliciteerde, en mij 's konings stad en bort aan presenteerde, maar teffens ook een de putatie, be„ staende uijt sijn tweede persoon en zijn adjudant met Eenige geschenken, om mij te verwelkommen, en van desselfs hooge agting te versekeren; latende deselve na dat drie dagen lang met veel eer en distinctie waeren onthaeld, en opgehooft geworden, met goede presenten en een brief aan den gouverneur we„ der na derwaarts vertrocken wijders so naceerde ik geheele dagen lang van smorgens vroeg tot in den laten avond, om de geschillen van de differente koningen en negenten. t' onderzoeken en tebfens te beslissen maar helaas onmogelijk is 't voor iemand die dat nooijt heeft bijgewoomt, of dese natie niet kend, om te geloven; za geen pen. hoe bequaem kan 't beschrijven, met mat een Chaos. van verwerking zij voor den dag quamen, Den gantschen dag mijnes verblijft dat vijf maanden geduurt heeft, hebbe jk tot het ondersoeken en de termineeren. haaer geschillen besteed en vijf uijks vergaderingen daar over gehouden; dog alles was onbequaam; de saak verwarde zig hoe langer hoe meen, en de te koning 201. Van Simor Den 19:' augustus 1756. Van Timor den 19:' augustus 1756. koning van Coupang maakte mij, met zijne oude kaeijen en pretentien uijt de sloot te haalen, 't meeste spul; hij quam selfs sover dat hij mij duarde proponeeren de overige vier koningen die op zijn grond gebied re„ sideerde te doen probeeren. hun Eijgendom op hunne Erven en thuijnen of bij gebreke van dien haar te doen dologeeren. op dese gevaarlijke propositie bleefk hij lang hardneckig persisteeren en alle mijner beleende en verpligtende manieren van spreeken en van ageeren, ze alle giften en ganen waeren. zo bij hen als de andere olie in't vuur, soen veranderde jk van toen gelaat en dog; en wanneer het schaaps vel geen niet man doen trak ik aan; dan eens. den leeuwen vagt; dan eens den tijgers huijd dan voerde het vasse wel. de meeste zaken uijt het welk van een zo ongelooblijk graat succes was dat ik haar einde„ „lijk so. pacibicq als lammeren maakte latende alles aan mijne uijtspraak, als of die goddelijk was gedefereerd, maar door hunne agting 't mijwaarts dier maten vermeerderde dat het ongelooflijk schijnd want dese arme koningjes waren van te vooren gemend de onverzadelijke gierigaands en tirans te Contribueeren, voor 't beslissen van hunne geschillen, en die 't meeste goud of slanen gaf, kreeg schoon tegens alle regt en reden 't meeste gelijk, en dan bleev de zaak nog maar in die zelfde Cribis, tot dat er die ongeneeselijke wonden welkers genezing mij te beurt moeste vallen, uijt ont„ stonden, gelijk de zaek van Coupang en sonnebaij en meest alle geschillen oude door den tijd ingekon„ kerde monden en qualen zijn, Maar gantsch anders was het geschapen met mij, die, instede van te nemen rijkelijk gegeven hadde, en een volkame uijtspraake over haar geschillen sonder schroan pronuncieerde de manier met de welke ik haar behandelde, latende zo - 203. Van Timor Den 19:' Augustus A„o 1756 Van Simor Den 19:' augustus A„o 17 Aan56 zo. verschillende van die der opperhoofden die bao„ baars. en vil. waren; de wijse hunner inleijding en receptie in de vergadering door gequalificeerde Ceremoniemeesters, die se bij de hand na binnen leijden de sittinge op goude lakenen en goude stoffen, de besproeijnng met rase water door gem: Ceremariemeesters de aansienelijke en kostelijke vervaardigde plaatse der vergadering F de pragt en praal, die zig inder daad zeer braaij daar in opdeed, het lossen van de musquetterije en het grof geschut, bij 't drinken van de hooge gezondheeden en het tekenen van het tractaat; de Ceremonille optogt met alle pamse, op een zo kleijne Comp: doenlijk na mijne wooning het overheerlijk en pragtig gaftmaal dat ik aan 258. personen waar op de koningen op een na, de eerste plaatsen accupeerden maeren al te maal preparatorien die haar, welke te vaaren als Coelijs wierden getracteerd als in een verrucking wegwerden Niets was aangenamen, als te zien, wat een monderbaarlijken effect alle dese ongemoone behandelingen in deze koningjes en hunne rijx be„ stierdens maakte sommige beefden uijt ontzag en wegens den luijster, als een ried, eenige staroogden als een stervende Cabliau; andere beskeeken haar zelfs met een schaamte over haare kleine biguur, wederom andere vergaten het spreeken en het betragten van dit alles maek te het vermaaklijkste tijd verdrijft van de wereld uijt zij verkreegen door alle deese uijtterlijkheeden een zodanige verbeelding van hunne koninklijke waardigheid insonderheijt toen ik haar daar toe, met eene wel„ gepaste haranque op hunne staat geprepareerd hadde, dat zo dra de Eerste vergadering uijt was en zij na den optogt afschied van mij genoemen hadden hun best: heenen gingen om stoffen en passementen op te zoeken om in hun ingebeelden het vooren staet de debtigheid in de toekomende vergaderingen te laten blijken, inde ofbeelding sub L: D: d: en van de pragtige maaltijd sub L=ra E: e. verte Dit 1
English
205. From Timor, 19 August 1756. From Timor, 19 August 1756. These were all strong cables and ropes that drew these kings into the true interests of the Honorable Company and made me succeed. Pursuant to Your High Excellencies' orders, I have not been able to visit the various islands; for two days after my arrival here, the east winds came, which blew through with uncommon force, infinitely stronger than the northwest wind breaks through at Batavia, and remained so firmly set that, contrary to my intention and according to Your High Excellencies' revered order to visit the islands, I had to desist, it being utterly impossible. Firstly, because as yet no chart has been made of the large island of Timor, the cartographer having perished; secondly, because this island in its circumference has no anchorage ground except quite close under the shore, and that mostly upon rock reefs and cats' heads; thirdly, because on the inside there is nothing to see, and on the outer or south coast a lee shore makes it very dangerous and thus completely impracticable, even with a small vessel, to sail around this island, according to the declaration of the mariner under letter K; and fourthly, I failed to find even the slightest shadow of utility or necessity as to why one should do so, as will become clearly evident in the continuation of this letter. Indeed, my continuous presence here, even had it lasted another year, was of far greater importance than sailing around an island without knowing for what purpose and for what reason. Furthermore, in all things I have achieved my objective far beyond what could ever have been thought and expected, both with regard to Timor, Rotti, Savu, Pulau Semau, Solor, and Alor. Upon the summons and reports of my conduct, not only did all the kings and grandees of the aforementioned islands appear here with the utmost speed—yea, even those who had withdrawn from their obedience to the Honorable Company, such as those of Belu, Ade, etc.—but also, through various secret expeditions, which I would have had to neglect by visiting all 207. From Timor, 19 August 1756. From Timor, 19 August 1756. all these islands, I drew almost all the kings who rule this large island into the Honorable Company's interest and alliance. Thus, all designs of the French or others have been completely frustrated, as is already mentioned and can be seen in the contract. And by the alliance with the King of Lifau, we have even acquired the right to that grand territory, he having submitted himself with all his possessions to the Honorable Company as a vassal and subject; see the deed of submission under letter D, the latter of which stands under letter B. Sailing to the islands was no trouble, given that they all lie downwind, but to come upwind again was either impossible or at least I would have had to spend my precious time on it, which I abundantly needed more than twice over for greater and weightier occupations. I have traveled to the High Noble and Right Honorable gentlemen through my letters and expeditions, and caused various regents to appear before me gladly and willingly. In reading through the contract and the daily journal that accompanies this under letter G.G., Your High Excellencies will notice with astonishment what a number of kings and regents have signed that contract with the utmost solemnity, splendor, and joy, and how many new monarchs I have drawn into the Company's interests. I also had to remain firmly in place, but manage everything through the pen, secret correspondence, and expeditions, so as not to become suspect to the governor, with whom Your High Excellencies had ordered me to conclude such a highly necessary commercial treaty, and to show myself to him; for otherwise, my negotiations in that regard would have vanished in smoke and vapor. Five expeditions overland and by sea I sent out at the same time: two to bring these new monarchs over to my interest; two to protect these said new monarchs and the other allied kings against the Topasses 209. From Timor, 19 August 1756. From Timor, 19 August 1756. Topasses, pursuant to a written request made to me and annexed hereto under letter G; one to discover and seek out that gold which has caused so many disputes; and one to quell the rebellion on Rotti, of which I shall have the honor to make mention in due time and place. All of these have succeeded for me, yea, even at last that of the King of Maubara. In the report of my emissary, annexed hereto under letter N, which I humbly request Your High Excellencies to peruse, it will appear to Your High Excellencies why this so weighty mission to draw this monarch into the Company's alliance did not succeed at the first attempt, and at the same time what an incompetent man in matters of governance the chief residing here is, to whom the failure of that expedition for the first time must be attributed, as will become more evident in its proper place. No nation under the sun that I have visited, and that constitutes a considerable number, have I seen so dilatory, both in resolving and in executing, as a Timorese; they will deliberate with themselves, their following, and the spirits of their deceased friends, called Nitos among them, for months and years over a trifle, but nevertheless finally come to a decision. Yet the chief here does not; finding mountains of difficulty in small, childish matters, let alone in great things, occupying himself the whole time with things that belong rather at the spinning wheel than in the governance of an important trading post; doing nothing the whole time, no matter what business one speaks to him about, but wringing his hands and shrugging his shoulders, whereby he has fallen into such low esteem among the kings and further inhabitants that they regard him no more than a child.
Dutch transcription
205. Van Timor den 19:' augustus A:o 1756. Van Timor Den 19:' Augustus A„o 1756 Dit maeren altemaal sterke zeelen en touwen die dese koningen in de waere belangen van DE: Comp: trocken en mij deeden reussereeren De verscheide eijlanden hebbe ik ingevolg uw hoog Edelheedens ordre niet kunnen bezoeken; want twee dagen na mijn arrivement alhier quamen d' ooste winden die met den ongemeene kragt meindigsterken als de noord mestermind op batavia door braak, door maaijen en bleev zo pal. staan dat ijk van mijn voornemen en volgens uw hoog Edelh:s gevenereerde ordre de Eijlanden te bezoeken als volstrekte onmogelijk zijnde moest desisteeren eerstelijk: om dat en nog geen kaart van 't groot Eijland Timor gemaakt is, zijnde de kaartemaker verongelukt, ten tweeden om dat dit Eijland in zijn Circum ferentie geen anker grond, als gantsch digt onder de wal en dat meest op steenrotze en kats koppen heeft ten derden: om dat er aan de binnekant niets te zij en aan de buijten of zuijd ook Cust een badlager mal is zeer gewaarlijk en alsoo gantsch ondoenelijk zelfs met een klijn vaartuijg dit Eijland rond te zeijlen; inde verklaring van de zeekundige sub L=ra K: en ten wierden mist ik in 't minste geen schadume van nut of noodsakelijkheijd te vinden waarom men zulx moest doen, gelijk in't vervolg deser duijdelijk zal doen Consteeren; zijnde mijne Conti„ „nueele teegenswoordigheijd alhier za al had jk die nog een Jaar geduurd van vrij mat: groter belang als om een eijland rond te zeijlen zonder te weeten waaran en om wat reden behalven dat jk in alles mijn oogmerkt meer als men ooijt heeft kunnen donken en vermagten zo ten op zigte van Limor rottij sane, poeloe samau, solor en Aloz. hebbe berijkt zijnde op de ontbieding en gerugten van mijn gedrag niet alleen alle de ko„ „ningen en grooten van voornoemde Eijlanden: Ja zelfs de geene die haar sE Comp:s gehoorsaamh:d hadden onttrocken, als die van belo ade E: hier ten spoedigste gecompareerd maar door verscheide geheijme Expeditein die ik door 't bezoeken van en alle 207: Van Timor Den 19:' aug:s A:o 1756. Van Timor Den 19:' Augustus A:o 1756. alle deze Eijlanden zoude hebben moeten ver„ zuijmen meest alle de koningen die dit groot C Eijland beheerschen aan DE: Comp: en in 't verbond getrocken maar door alle desseinen van bransche of andere voort haar gantschelijk zo als niets gesegt en in het Contract te zien is vereijdelt blijven en wij door 't verband van den koning van liphao, selks het regt op dat grand gebied gekreegen, hebbende zig solfs met alle zijne bezitting aan d E: Comp:e als en vasal en onderdaan onderworpen vide acte van onderwerping hub L=ra D: dje 't Laastaat sub C=ra B. De Eijlanden te beseijlen was geen moeijte gemerkt die alle beneden winds leggen naar en meer op te komen was. zulx of anma„ gelijk of te minsten hadde ik mijn kastelijke tijd daer toe moeten besteden, die ik overvloe„ „dig tot meerdere en gewigtige accupatien ruijn dubbeeld van noden hadde. Jk hebbe den hoog Edele heer en wel Edele heeren gerijst met mijne brieren en xpeditien ende verscheide regenten, altemaal gaarne en gewillig voor mij doen. Compareeren zullende uw hoog Edelheedens in't doorleesen. van't Contract en het dag register dat desen sub L=ra g: g: verseld, met verwondering Cousteken, mat een getal van koningen en regenten dat Contract met de uijtterste solemniteiten pragt en blijheijd getekend, en hoe veel nieuwe vorsten ik in 'sComp:s belangen getrocken hebbe. Ik moek ook vost al van loco met veraa¬ „deren, maar alles door de pen geheime Corres pan„ „dentie en Expeditien, en bij den gouverneur met den welke uw hoog Edelheedens mij hadden g'ordon„ neerd een so hoog nodig Commercie tractaat te sluijten niet suspect te worden en den selven te vertoonen want anders. zoude mijne onderhandelingen in raak en damp dien aangaande, gevlagen zijn vijf expeditien overland en ter zee hebbe jk tegelijke op uijt gesonden, twee on dese nieuwe vorsten. tot mijn belang. wet te halen, twee om dese d:o nieuwe vaesten en d' andere koningen bandgenoten tegens de regenten naijmoetiers 209. Van Timor Den 19:' augustus A:o 1756/ Van Timor. Den 19.:' Augustus A„o 1756. naijmoetiers volgens schriftelijk aan mij gedaan en desen sub L=ra G g'annexeerd versoek te beschermen Een em dat goud, dat zo verscheide dis„ puten heeft gecauseert, 't ontdekken, en op te soeken; en Een om de rebellie op rottij daar ik op zijn tijd en plaats de eer zal hebben mentie te maken te dempen, en welke mij alle, za selfs op het laast, die van den koning van maubara gelukt zijn Jn het relaas van mijn sendeling, sub l=m N: desen bijgevoegd, dat jk uw hoog Edelheedens ootmoedig versoek door te willen bladeren zal uw hoog Edelheedens blijken de reden waeren in dese so gewigtige besending, on desen vorst in 'sComp: verband te trecken niet ten eersten bengereusseerd, en tebfens wat onbquaam man, het alhier zijnde oppoerhoofd aan wiln de mislucking van die expeditie voor de eerste maad g'attribueerd moet worden in regerings zaeken is, gelijk op zijn plaats evidenter zal Consteeren Nog geen natie onder de son, die ik besogt hebbe, en dat een redelijk getal uijtmaakt hebbe jk so talmagtig gesien zo in't resolvee„ hebbe „en, als in 't executeeren, als een Timorees; zul„ lende zig met sig selfs zijnen aanhang en de geeften zijner afgestorvene vrienden bij haer Nitoes genaamd, over een baggatel maanden en Jaeren lang beraden, maar dog eijndelijk tot een besluijt koomen. Dog het opperhoofd beijenen niet; vindende in kleijne kinderagtige zoeken ½ laat staan in groote dingen bergen van swarigheijd, sig den gantschen tijd op houdende met dingen die eerder bij 't spinnewill, als bij een regeering van een wigtig Comptoir possen; den gantschen tijd en oner wat zaeken men hem ook spreekt niets doende, als de handen te wringen ende schouderen op te haalen waar daar hij in een sodanigen kleijn agting bij den koningen en verdere ingesetenen is geraakt dese hem niet meer, als een kind estimeeren Nog zaen z —. -
English
From Timor the 19th of August, the year 1756. From Timor the 19th of August, the year 1756. When I had inquired closely into the nature of the dispute between the king of Coupang and the emperor of Sannebaij and had reconciled them in the great realm assembly to both sides' great satisfaction, these princes said to me: that in the beginning their dispute had been of no importance at all, but that the chief, after holding several meetings, far from pacifying them or pronouncing a verdict with which they are always satisfied, had let them leave with resentment by wringing his hands and shrugging his shoulders, to which increasingly more insults were added over time until the evil grew so great that without my arrival it would have been incurable. And to give Your High Honours a true idea of this man's childish nature and fear, I must add here another sample that will make him somewhat known. On a certain evening, after the king of Amabij had prepared a banquet, which often happens among these princes, and had invited several inhabitants to it, that same night a jester, to whom the chief's timidity and embarrassment must certainly have been known, came tapping at the window of his bedroom and called out to him: "Lord chief, if you do not wish yourself, your wife, and your children to be murdered and to see the castle with all of us in the hands of the enemy, stand up; for the king of Amabij shall murder all invited Christians this night at the banquet, and then come upon us, overpower us, and strike us dead." Thereupon my good man stood up, caused an alarm all night long, gathered everything in the garden, had the weapons loaded, and made such a noise and commotion to the mockery and shame of the entire colony, whose inhabitants were well assured that there was nothing to it, which lasted until the morning hours. However, in order not to delay Your High Honours any longer with this tedious description, I return again to the broken thread of my proceedings regarding my negotiations; to say everything that ought to be said regarding the same would extend this too far; but since Your High Honours, because of your manifold and so highly necessary occupations, prefer brevity, and I am reluctant to repeat a matter twice, I take the respectful liberty, in order for Your High Honours to gain a proper conception of the bad state of affairs in Timor before my arrival there, and the good state upon my departure, to refer to the manifold appendices, edicts, advertisements, balance sheets, day registers, etc., which I most humbly request, although they are somewhat voluminous, to read through with patience; adding here only that upon my arrival at this place I found the affairs of policy, justice, militia, church, and trade in a total and desperate state of decay, to the astonishment of all reasonable people. No one would defer to another; when the chief ordered something, the servants, both officer and chief surgeon and several others, answered by throwing their hats before his feet: "I'll be damned if I do this or that." The soldiers roved with their officer in the drinking dens and obeyed no one anymore, so much so that when the chief once kindly asked a soldier who stood on guard near him to please clean his musket, the latter snapped at him: "I will not do that; I have work enough keeping my conscience clean, you can do it yourself." From Timor the 19th of August, the year 1756. From Timor the 19th of August, the year 1756. These soldiers were so insolent and degenerate that at the beginning of my arrival, they not only would not stand up from the bench on which they sat and which I passed, but did not even take off their hat to me; likewise also all qualified as well as lower Honourable Company servants, burghers, and inhabitants. The corruption of morals and especially the indifference, indolence, brutish upbringing, and low respect from great to small was of such a nature that one truly cannot describe it. Most of their occupations consisted in boozing, slandering, fighting, and brawling. They were held to account by no one for any crime or misdeed, so that one did not know who was cook or butler. If they needed chickens, they sent their slaves into the villages to catch them with a casting net, and when the kings complained about this, they received a heap of abusive words in addition; the soldiers did the same, who never spent a single duit of their board money for anything other than arrack. If a poor native came to look around with some produce, the inhabitant took it away, and if the poor native protested against it, that protest was noted down with a number of blows from a cane on his back and punches in his face. No less bad and dismal was the state of affairs with the kings and regents, whom the burghers and inhabitants held so much in subjection under them that they treated them worse than vile slaves, and did whatever they desired with them. They invited them to banquets, made them drunk, and then they seized their opportunity to assign them goods that, so to speak, were worth 10 rixdollars a month for a hundred and more, and to make them sign fraudulent bonds.
Dutch transcription
211. Van Timor den 19:' Aug:s A„o 1756. Van Timor den 19:' augustus A:o 1756. toen ik mij nauwkeurig na de natuur van 't verschil des konings van Coupang met den keijser van sannebaij hadde g'informeerd en haar in de groote rijx vergadering met bijder zijds groot genoegen hadde versoend, zijden mij dese vorsten: dat hun verschil en den begin van gantsch geen belang had geweest, maar dat het opperhoofd, naar het houden van verscheide vergaderingen verre van haar te be„ vredigen of een uijtspraak, waarmede zij altijd te vreden zijn, te pronuntieeren haarlieden door 't wanigen der landen en 't optrecken van schouderen, met het nies in de buijk had laten heenen gaan, waar bij zig hoelanger hoe meer bijtelijk heeden voegden tot dat het quaad so groot wierd, dat het zonder mijne komst en geneeslijk zoude zijn geweest En om uw hoog Edelh„s een waar denkbeeld te genen des mans. kinder agtigen aarden. vrees, moet jk hier nog een staaltje voegen dat hem eenigsints kenbaar zal maken. Op sekere avond de koning van amabij een tractement, dat door dese vorsten al. veeltijds geschied, hebbende doen verwaardigen en verscheide ingesetenen daar op g'inviteerd, quam deselve nagt een spotboek: die des opperhoord vrees agtigheid, en verlegentheijd seker bekent moet zijn geweest aan het vengster zijne slaap„ kamer klappen en hem toeroepende: heer opperhoord: zo gij niet vrouw en kinderen niet wild vermaard worden en het Casteel niet met ons alle in handen van den vijand sien, so staat op; want de koning van amabij zal dese nagt op het tractem:t alle versogte Christenen vermaorden, en als dan op ons afkomen, ons overrampelen en daadslaen daar op stand mijn goede man op, maakte de gantsche nagt en allaren niet alles bij een in de thuijn en deed de geweiren. laden, en maekte een geliek en gebaet tot. spot en schande van de gansch Calenie welkens inwoonders wel versekerd waeren dat er op niets. 213. Van Timor den 19:' augustus A:o 1756. niets aan was het welk lot in den morgen stond duurde. Edog on uw hoog Edelheedens niet langer met dese lastige beschrijving op te houden keere ik weder tot den afgebroken draat wij„ net verrigtinge omtrend mijne negotiatie; om alles te zeggen wat omtrend deselve behoord gezegt te worden, zoude men dese al te ver moeten extendeeren; dog vermits nu hoog Edelheedens, om de menigvuldige zo hoog nodige occupatien de kortheijd beminnen en ik uit gaarne een zaak dubbeld Eerhale so neme de eerbiedige vrijheijd uw hoog Edelheedens, om een regt denkleld van de slegte gesteldheijd der saken van Finoe, voor mijne komst aldaar, ende goede gesteldheijd met mijn vertrek; te krijgen te wijsen na de me„ nig vuldige bijlaegen placcaten advertentien staat reekening dog register en z: die ik ootmoedigst versoeke schoon deselve mat volummieus zijn met gedult te Van Timor den 19:' augustus A„o 1756 doorlesen; hier nog maar alleen bijvoegende dat ik bij mijn komst ter deser plaatse de zaaken van de politie Justitie militie kerk en negotie in een totalen en desperaten verval tot verwaandering van alle redelijke menschen, hebbe gevonden Niemand wilde voor een ander onderdoen als het opperhoofd iets gelasten antwoorden de bediendens, so officier als oppermeester en meer andere, met het werpen van hunne hoeden voor zijne voeten ik verdoen 't om dit of dat te doen De soldaten sworwen met hunnen officier in de lap kroegen en gehoorsaamden niemand meer in so verre dat als het opperhoofd eens en soldaat, die bij hen de wagt had vriendelijk versogt zijn snaphaen te willen schaan maken dese hem toe snaude: dat wil ik niet doen; ik hebbe werk genoeg mijn geweet schaon te houden gij kund het selfs doen doorlesen Dese V 215. Timcor den 19:' aug:s A„o 1756 Van Timor Den 19:' Augustus A:o 1756 Dese soldelingen, waaren soo brooddronken en verbasterd, dat se in den beginne van mijn komst niet alleen niet van den bank daar ze op zaten, en die ik passeerde, over End wilden rijsen, maar namen met Eens de haed voor mij aff. . so deesen ook alle so gequalificeerde als mindere 'SE: Comp: dienaeren burgers en inge„ setenen Het bederv. van Leeden en in sonderheijt de onverschilligheijt traagheijd, beestagtige op voeding en gering agting van Groot en kleijn is diermaten gesteld gemelst, dat men het waarlijk niet kan beschrijven haere meeste occupatien bestonden in - zuijpen, lasteren vegten en smijten Zij wierden over geen misdaad of man„ bedrijv door niemand aangespraken, zo dat men niet en wist, wie kok of battelier was. als sehoenders van naden hadden souden sij haere slaven in de negorijen, om die net het werp net op te vangen, en als de koningen zig daar over beswaarden kreegen zij nog een parthij scheldwoorden, toe; het selve deeden. de soldaten die nooijt een duijt voor haar kost geld, als voor arak hebben uijtgegeven quam een arme jnlanden met wat pro„ duiten afsoeken nam den ingeseten dat af en so den armen inlander daar tegens pro„ tisteerde werd dat protest met een parthij stok slagen op zijn rugh en. vuijstslagen in zijn aangesigt aangetekend. Niet min de solaat en naar was 't gesteld met de koningen en regenten die de burgers en ingesetenen sodanig onder haar subject hadde, datse deselve erget als nile slanen tracteerden, en alles met hun de den watse begeerden zij versogten deselve op gastrualen; maakten laer dronken en toen namen zij hun slag. waar met deselve goederen die bij manier van spreeken 10. rd„s maand moeren voor hondert en meer aan te sineeren en haar valsche obligatien te doen passeeren, het. invoegen Van
English
From Timor, the 19th of August, Anno 1756. From Timor, the 19th of August, Anno 1756. so that these kings were continually in debt, consequently sighing under the yoke of these vile tyrants to such a degree that they were struck in the face by them, their wives and children locked and fettered in irons and stocks, and entire families of the tomagons were brought into slavery to Batavia and sold. For even though these kings paid their debts, these fleecers always managed to invent new pretexts to charge them with 100 per cent interest or to deny the payment, keeping them in debt and thus under subjection. These scoundrels also inspired all kinds of evil and discontent in the kings against the chiefs and generated a series of dissensions. When the kings left the assembly of the realm, their roguish creditors posted themselves on the road, called out to them, accosted them, and made them reveal what had transpired in the meeting; and if such was contrary to their liking, they did not rest until by some turn of events they had given the matter a twist to their liking. And when these burghers were to undertake a voyage to Batavia, they went, whether into the woods or to one or another island, hunting human beings even with large hounds, like hunting wild pigs, and brought all that they took in this manner as slaves to Batavia. If a king or other subject came to complain to the chief about these enormous villainies, he received no other answer, accompanied by a shrugging of the shoulders, than: "What can I do, after all? I have no say here; no one will obey me." This is one of the principal reasons why the kings are so wrathful, despondent, and dirt-poor, and, on the contrary, From Timor, the 19th of August, 1756. From Timor, the 19th of August, Anno 1756. on the contrary, all the inhabitants are rich and prosperous. In order to obtain a vivid conception of that almost unheard-of report, I humbly request your High Nobilities, as a special favor, to examine the 11 pieces of declarations against the burgher David Schrijver as the principal of these rogues, together with the reasons set forth in a resolute disposition taken by me, whereby I discharged him from his imprisonment upon paying a fine of 4000 rixdollars for the benefit of the new stone bridge, 100 like rixdollars for the poor, and 200 ditto for the submitted petition, and remaining banished from this place forever, being pardoned; all of this to be found in the bundle under Letter S. These declarations will shed an extraordinary light upon the more than desolate state in which this colony found itself prior to my arrival. Do not all these aged and deep-rooted evils seem utterly incurable to the Right Honourable and Well-Born Gentlemen, and is it not to be marveled at that they were cured in so short a time? Surely, yes. I found Timor in that state in which Gregory the First left great Rome after his death, and I restored it by those means and in that manner, and left it in that state, in which my worthy Sixtus the 5th left that same Rome after his death. In less than 14 days, I completely and thoroughly restored the police, justice, militia, church, commerce, morals, finances, the whole civil society, obedience, and subordination, especially among the unruly soldiers, not casually but entirely, and in such a manner that no one who From Timor, the 19th of August, Anno 1756. 1756. 5. From Timor, the 19th of August. who had previously known this place would believe that it was the same Timor. The very first thing I undertook, after I had obtained lodging and satisfied the kings, was to discipline the soldiers. I encountered many obstacles in this undertaking; amidst the incitement of the inhabitants, there was certainly talk of nothing but revolt, murder, and exacting revenge. They had likewise instructed my men whom I had brought with me, and who, through the great favor of the beloved Grand Major, were all experienced and hearty fellows, as to what they ought to do. But far from fearing them, I punished the slightest infraction in the most rigorous manner, so that the cane and spit-guards were heard all day long. Subsequently, I had them drill daily, and the experienced sergeants had to take their stations; and by this means, and by guiding them like a good father, I brought them in a short time so far that those who scarcely wished to greet me or rise for me, crawled trembling before my feet like eels, and at last would have carried me on their hands and run through fire for me. As soon as I had brought this into good order, I tackled the Honorable Company's servants with sharp threats to deport them, imprison them, and punish them with monetary fines, which struck a trembling terror into their bodies. The books, which upon my arrival, notwithstanding your High Nobilities' frequent recommendations to the clerks, were still unsettled and unclosed, I brought into good order in the balance and report under Letter [illegible]. The minister, who also with respect to his church accounts and annual report, had to [illegible] in writing.
Dutch transcription
217. Van Timor Den 19:' Augustus A„o 1756 Van Timor den 19:' augustus A„o 1756 invoegen dat dese koningen altijd in schulden bij gevolgd onder het zak van dese vile tirannen diermaten zugte den datse van deselve in't aange„ sigt geslagen hun hunne vrouwen en kinderen in boeijen en blocken slooten. kluijsterden en goutsche familien, der tommagons in slavernij na batavia bragten en verkogten mant of schoon dese koningen hunne schulden betaalden wisten dese villers altijd nieuwe bandsen uijt te vinden om haar lieden met 100. p:r C=to intrest aan te rekenen of de betaling 't ontkennen in schuld en alsoo onder sub„ jeit te houden Ook inspireerden dese quijten de koninge allerlij kwaad en misnoegen tegens de opperhoofden en baarden een reex van oneenigheden; Als de koningen uijt de rijx vergade„ „ring gingen posteden haare schelmagtige Crediteuren haar op den weg riepen. haar aan en deeden laat openbaaren wat er in de vergadering was voorgevallen en zo sulx dan tegens haer lieden sin was rusteden zij niet, vaor dat. ze daar 't een of ander evene„ „ment, de saak een draaij na hun sin hadden gegeven En als dese burgers een reise na batavia standen te onderneemen gingen deselve 't zij in 't bosch of op 't een of onder Eijland op de menschen selfs met groote houden op de parbors Jagt en bragten al 't gunt zij op dese wijse op deede als slaven naar batavia, zo een koning of ander onderdaan bij het opperhoord over dese Euoome schelen stucken quam klagen kreeg den selven met het ligten van de schouderen geen ander antwoord als wat zal ik dog ik hebbe hier niets te seggen niemand wel mij ge„ hoorsamen. Dit is een van de princepaalste reeden waarom de koningen so gram„ storig mismoedig en dood arm. zijn en dan integendeel ƒ 9 219. Van Simoe Den 19:' augustus 1756. Van Simor Den 19:' augustus A„o 1756 integendeel al d' ingesetenen rijk en gegoed, om van dat bij na ongehoorlijk relaas een levendig denkbeeld te bekomen versoeke ootmoedig uw hoog Edelh:s als. Eene particuliere gunste de 11.:' stux verkla„ „ringen Contra den Burger David schrijver als de principaalste deser schelmen natesien met en benevens de reeden bekend gesteld zij een door mij genomen resolutoir dispositieb waar om ik den selven uijt zijne gevankenisse hebbe ontslagen en niets betalende een amende van 4000. rd:s ten beehoeve van de nieuwe steene brugh 100. gelijke rd:s voor den armen, en 200. ditos voor 't ingediende dee„ quest, en van dese plaats voor altoos ge„ bannen blijvende geperdonneerd zijnde dit alles te vinden in den bondel sub L=ra S: Dese verklaringen zullen een ongemeen ligt gesen van den meer als de solaten staat waar in sig dese Colonie voor mijn komst heeft bevonden scheijnen hoog Edele heer en wel Edele heeren alle dese verou„ derde en ingekankerde qualen niet volkomen ongeneeslijk en is 't niet te vermonderen dat deselve in een so karten tijd genesen zijn zeker Ia. Ik hebbe simor gevonden in dien staat daar gregorus de Eerste na zijn dood dat grote Romen ingelaten heebt en ik hebbe het Eersteld door die middelen en op die wijse en nagelaten in dien staat, daar mijn brave sixtus de 5:e dat selvde romen E na zijn dood in heeft gelaten Jk hebbe in min als 14. dagen, de politie de Justitie de militie de kerk de negotie de zeden de kinantien de gantsche burger„ „lijke 't samen leening de obedientie en subok donnantie maar insonderheijd onder de brood dronken militair niet ter loops maar gant„ schelijk en sodanig hersteld, dat niemand staat die 221. Van Timor Den 19: aug:s a:o 1756: ƒ1756 5. Van Simor Den 19:' augustus N: die dese plaatse van te waaren heeft gekent zoude gelaven, dat 't het zelvde Timor was. Het aller eerste dat ik na de woening had bekomen en de koningen te vreeden gesteld bega„ was niet den militair te disciplineeren Jk ontmoete veele op staculen in dese onder„ nening men sprak seker daar op staking van de ingesetenen van niets als van opstand van vermoorden en wraak oeffenen, zodanig hadden ze mijn volk dat ik mede hadde gebragt en dat door de groote gunst van den beminden, groot majoor altemaal en bedrevene en ongeszonde bhaaren waaren ook g'instrueert te moeten doen maar verre van haar te vreesen strafte ik de minste buijten stat op de aller rigoreuste wijse in voegen dat een de rotting en spitgarders den gantschen dag haarde vervolgens deed ik haar dagelijk Exerceeren, de gepexeerd hebbende zergeant moesten planten en door dese wijse en met den goeden vaderlijk voor te staen het ik haar in korten tijd so ver gekreegen dat die geen die nauwelijks mngj wilden groeten en voor mij opreijsen voor mijn voeten bevende kroopen als een aal en op 't laast mij op landen zoude gedragen en door 't vuur voor mij gelopen hebben, zo daa ik dit in een goede ordre hadde gebragt taste ik de hoge E Comp: dienaren met scherp dreijgementen van se te de parteren gevangen te setten en met geld boetens te straffen aan 'twelk haar een beving op 't lijft zoeg. De baeken die bij mijn komst niet tegenstaan de uw hoog Edelheedens menigmeldige recommandatien aan de bediendens nog enge„ reddert en ongesloten waaren. hebbe ik in een goeden staat gebragt inde balans en berigt. sub L=ra Den predikant die zig ook ten opzigte zijner kerk reecq: en. Jaarlijx rapport in moesten schaiptis E - E
English
From Timor, the 19th of August, anno 1756. From Timor, the 19th of August, A:o 1756. in writing cared little or nothing for the orders of Your High Noblenesses, I finally succeeded in bringing it so far that the accompanying account and report sub L:ra P: has been brought into readiness. All this having thus far been brought to a desired end by various means, I began to proceed with the rabble of burghers, Mardijkers, Chinese, and all sorts of inhabitants, restraining them with all kinds of ordinances, placards, edicts, and notices, all framed in the sharpest terms with considerable money fines and other penalties, vide placard book sub L:ra A: a. The officer Oele, whom on account of his advanced years and decrepit bodily constitution I have pensioned, was the first whom I had arrested for transgression of the first placard promulgated by me regarding the intercourse of the inhabitants with the kings and regents, and he was not released until, in consideration of his impoverished state, he paid a fine of eight months' pay. The following day thereafter I had the aforementioned burgher David Schrijver criminally placed in irons, and so the one after the other was prosecuted; which, together with the discovery of all their secret designs, caused in them such a panic terror that they not only feared me like a thunderbolt, but imagined that I knew their secret thoughts. I continued my governance with severity, without having the least regard for anything. I examined all protocols and papers, and found therein all kinds of fraudulent instruments, such as a testament of the King of Coupang concerning the succession to the throne, unsigned and undated; several conveyances; unqualified deeds of purchase; donations; and alienations of the Company's lands, and everything either spurious, or unsigned, or undated. Jan Louis Hoselie, former second, and then scailie, was the first who on that account was sentenced to a fine From Timor, the 19th of August, A:o 1756. From Timor, the 19th of August, A:o 1756. a fine of 50. rd:s, and the former clerk Friesendorp incurred 100. ducatons. This, namely the paying of fines, I also did to several lesser persons, who in addition received a good scouring upon their back as a splendid extra. And in order that the fear might not depart after my departure, and they fall back into their former evil ways, and also that the placards might be maintained in their unalterable force and vigor, nay, that justice and righteousness might be done to everyone, I established a Council of Justice, of which the Chief has the presidency, together with a fiscal, namely Friesendorp, a substitute, and three assessors. Instead of the fiscal Friesendorp, I have, on account of his reformation and demonstrated good conduct, appointed as clerk the assistant on the kamp; but afterwards, to my regret, perceiving that it is easier for a leopard to change his spots than for a drunkard to leave off drinking, I dismissed him again, and in his place, under a promotion to bookkeeper, appointed again the assistant Willem Adriaan van Este. I have also advanced Sergeant Wegener to ensign on account of his good behavior, the good family from which he is descended, and principally on account of the exceptionally good opinion I had of him, and sent him as commander to the expedition on Rotti, of which I shall speak in due course; where, in bravely attacking a desperate enemy in a fortress on the plateau of a mountain, he had to leave his young and courageous life before that Dilain rabble, and thus sealed the opinion that I had of him upon his appointment. And I have, through the strict punishment of vice and bad subjects and the rewarding of the good, brought it into so complete a state From Timor, the 19th of August, A:o 1756. From Timor, the 19th of August, 1756. brought it into so complete a state as one could expect in a well-ordered republic. Thereafter I took thought to put the finances and trade in order, not forgetting, however, in the meantime to manage my secret negotiations and to satisfy the kings. I examined what demand for wax Your High Noblenesses had made, and found that the same amounted to 400. picols; furthermore, that through the infidelity of the servants only 120. picols had been delivered. And I noticed well that this year, although Your High Noblenesses had fixed the price at 30. rd:s and they consequently gained 8. rd:s on each picol, they would do the same, to the great loss and expense of the consumption of the Honorable Company, which for some years past has been obliged to buy in that dairy product at Batavia against 40. rd:s. Thereupon I had a placard published that no one should export any wax before the Honorable Company's demand was fulfilled, and that they should have 28. rd:s per picol; and that having been done, they could again as before seek their fortune with the surplus. Thereupon, in less than a short time, with all pleasure and joy, 700. picols of that dairy product came into the Honorable Company's warehouses, which I subsequently had transported aboard the ship Oostdorp; likewise 1382. picols of sandalwood, which I bought here for 3. rd:s, and which infinitely surpasses in quality that which the servants have charged to the Honorable Company for 7. rd:s. But, High Noble Lord and Right Honorable Lords, all that wax has amounted to a considerable sum of 19600. rd:s, and I have no more than three thousand rd:s, which had already been spent on pay and board allowances, and a quantity of unmarketable goods from which, even though they might be sold, no return of payment could be looked forward to for the coming year. What then was to be done?
Dutch transcription
223. Van Simor den 19:' aug:s anno 1756. Van Simor Den 19:' Augustus A:o 1756 schriptis aan de ordre van uw hoog Edelh=s weinig of niet kreumte. hebbe ik eijndelijk soo ver gekreegen dat nevens gaande reekening en rapport sub L=ra P: i gereedheid gebragt heeft Dit alles dus verre tot een gewenscht eijnde door verscheijde middelen gebragt sijnde begen ik met 't gadh: van burgers mardijkers Chineesen en alderleij ingesetenen voort te vaaren haar te beteugelen met allerlij ordonnantien placcaten edicten en adverlentien, alle op zijn scherpst met Considerable geld boetens en andere poenaliteijten gestaand vide plac„ Caat boek sub L„a A: a. De officier Oele, welke ik om zijne hooge jaaren en caducque lichaams Constitutie gegageerd hebbe was. de Eerste die ik over transgresse van het Eerste door mij g'Emaneerd placcaat nopens de gemeenschap der ingeseten en met de koningen en regenten liet in arrest neemen en niet eerder ontslagen voor hij uijt Consideratie van zijn armoedigen staat een amende van agt maanden gagie betaalde, 's anderen daags daar of liet jk voorm: burger David schrijver Crimineel in de boeijen letten, en so wierd den een na den anderen g'actioneerd, het welk en om dat alle haere geheijme aanslagen ontdekt, in haar een zodanige terreur panicque veroorsaakte, datse mij niet alleen als een donderslag vreesden maar ima„ gineerden dat jk haar geheime gedagten dat wiste. Ik vervolgde met strengheijd mijne regeering zonder iets 't minste te ontsien. Ik ondersogt alle prothocollen en papieren en vond daar in allerlij valsch Instrumenten als een testament van den koning van Conpang weegens de traans opvolging ongetekend en ongedateerd verscheijde transporten ongequalificeerde Coopbrieven donatien en De veralienering van sComp: Erven en alles of onegt of angetekent of ongedateert Jan Louis Hoselie gewesen tweede en toen scailie was de Eerste die daar over in een maanden amende 225. Van Timor Den 19:' augustus A:o 171 1756 Van Timor Den 19:' augustus A:o 1756 amende van 50. rd:s en den geweesen siriba Frie„ sendorp in 100. ducatons verwielen dit deed ik namentlijk het betalen van omanders aan verscheide mindere persoonen dewelke nog een heldere schuuring op haar rugh tot een heerlijke toegib=e hij kreegen. En om dat per de vrees na mijn vertrek niet mogt uijt gaan en zij weder tot laat vorigleenen, verwallen, ook de placaten bij haare onveranderlijke kragt en vigeur mogten werden onderhouden Ja ook ieder regt en geregtigheijd geschieden stelde ik een raad van Iustitie maar van het opperhoofd het prasiduum heeft benevens en fiscaal namentlijk Friesendorp en substitut en drie Kaffeers, aan 8 In stede van den biscaal brieendorp :hebbe jk, om zijne bekeering en getoond goed gedrag, als. schribr aangesteld den adsistent op de kamp; dog naderhand tot mijn leetweesen ontwarende dat het gemackelijker is, dat een luijpaard zijne vlekken veranderde dan dat een dronkaard de drank verlaten hebbe ijk denselven weder afgeset, en in dies plaatse onder een bevordering tot boekhouder weder aangesteld, den adsistent willem adraan van Este Ik hebbe ook den zergeant wegener weegens zijn goed Comportement de goede bamilie waar uijt hij gesproten is, en princi„ paal om de extra goede gedagten die ik van hem had, tot vaandrig g'advanceerd en naar d' Expeditie op rottij waar van ik op zijn tijd sal spreeken als Commandant gesonden alwaar hij in't manmoedig attacqueren van een desperaten vijand in een vesting op de opper„ vlakte van een berg zijn Iang en Couragieus leven voor dat Dilain gespuijs heeft moeten Laten, en also verzeguld de gedagten, die jk in zijn aanstelling van hem hebbe gehad. En bij„ ik hebbe daar 't strengelijk straffen van de ondeugd. en de quade subjecten en het belonen van het goede het in een so Compleeten staat gemakkelyker gebragt e 227. Van Timor Den 19:' augustus A„o 1756. Van Simo den 19:' augustus 1756 gebragt, als men 't zoude kunnen pretenderen in een welgestelde republicq. Daar na was jk bedagt; en de finantie en negotie te het stellen; vergetende egter tusschen beide net mijne geheime negotiatien te benar„ deren en de koningen te bevredigen Jk ondersogt, mat Eijsch van wax uw hoog Edelheedens laden gedaan en berond dat deselve 400. picols bedroeg. mitsg:s dat daar op door de ontrouw der bediendens eenlijk 120. picols maken geleverd, en ik merkte wel dat ze dit Jaar. schoen uw hoog Edelheedens den paijs op 30. rd„s hadden gesegt, en zij dierhalven 8. rd:s op jder picol gewonnen het zelvde zoude doen, tot groote schade en kosten van de Consumptie van dE Comp: die dat zuijvel teegens 40 rd:s al eenige Jaaren. herwaards genoodsaakt is geweest op batavia in te koopen Jk liet daar op een placcaat publiceeren dat niemand geen wax zoude vervoeren voor 'sE Comp: Eijsch voldaan was en dat 2 zij 28. rd:s voor de picol zoude hebben; en dat gedaan zijnde, zij weder als vooren met het overschot hun bortuijn konden soeken Daar op quam in min als korten tijd met alle plaisier en blijheid 700. picols van dat zuijvel in 'sE: Comp: pakhuijzen, dat ik vervolgens aanboord van 't schip ostorp hebbe laten transporteeren: so mede 1382. picols zandel hout dat alhier voor 3. ad:s hebbe gekogt, en in deugd oneindig surpasseerd 't geen de bediendens d'E: Comp: vaot 7. rd:s hebben aangerekend Maar hoog Edelen. heer en wel Edele heeren al dat max heeft een aansienlijk montant van 19600. rd:s bedagen, en ik hebben niet meer als rd:s drie duijsent die reets tot soldijen 3. kost gelden waeren besteed en een parthij an„ gewelde goederen die schoonze konden werden verkogt geen rendement van betaling voor 't toekomende Jaar te gemoed kan werden gesien wat dan gedaan. zij dat
English
229. From Timor the 19th August 1756. From Timor the 19th August Anno 1756. that money belonged to a party of poor people who cannot be put off with their payment. To that end also, Right Honourable Sir and Honourable Gentlemen, I knew just as well what to do as with the foregoing, and to follow it, namely: providing the necessary cash, and according to my instructive orders to conclude a commercial treaty on Liphao and in consequence thereof to purchase all the wax, sandalwood, and slaves, which must amount to a great capital, so that in the event Monsieur Dupleix might still desire to visit that island, he would have to depart with his mission unaccomplished. However, before I proceed to that, on account of my character, honour, and decency, which is as dear to me as my life, I am obliged, however reluctantly in this state, to show my rightful resentment over two points set down in the letter to the ministers of Coupang. The first consists in this: that Your Right Honours notify the ministers of that factory, who naturally and according to Your Right Honours' orders were to become my subordinates and be present upon my arrival there, the reason for my arrival; as if the inferior also had to know to what end the superior, who was to command them absolutely in Your Right Honours' name, came there to perform, Your Right Honours saying in your letter addressed to these ministers: that I was only sent to renew the contracts with all the more lustre. And this was of such a bad effect that they, who upon my arrival were trembling with anxiety because of their bad conscience, now laughed at me as soon as they had read the letter addressed to them. The second point of my grievance is concerning the writing in the same letter and to the same ministers: that the Chief Beynen had to surrender the government to me upon my arrival, 231. From Timor the 19th August Anno 1756. From Timor the 19th August Anno 1756. as is self-evident, but that the merchant goods would have to remain under the custody of Chief Beynen. What does that—with respectful permission, Right Honourable Sir and Honourable Gentlemen, be it said—otherwise mean or signify than that those goods are better entrusted to the subordinate than to the one who commands them and was sent to investigate his affairs? Does that not greatly tend to the diminishment and contempt of my honour, decency, and character, yes, even of Your Right Honours, who have sent me to represent that so illustrious government as your express Commissioner? For if he is more to be trusted than I, and by reason thereof the goods must remain in his power and custody, could not the commission to contract with the Liphao governor, as a matter of the utmost weight, rather have been entrusted to him instead of to me? All the more because money or goods are required for that; but with both of which articles, in consequence of this notification, I was as well provided as a toad with feathers. The notification of this passage, as stupid as the Chief is, did not fail him, however, as well as the Resident of Palembang, who was likewise notified to surrender the government over everything to me except for the factory affairs, there being after all nothing but factory affairs at Palembang, to allege on a certain occasion, when I needed goods from the warehouses, to his advantage; but to tell the truth, I paid very little attention to his allegations, showing that I was absolute master, and that it would remain with my departure, and that I now had to know what stood for me to do. 233. Timor the 19th August Anno 1756. From Timor the 19th August 1756. These wretched passages have been the cause of my continuous murmuring in my arduous commission, being unable to comprehend from where they have taken their source, all the more because I have given such great, and I may say exemplary proofs in my previous commission to Palembang, where instead of enriching myself as is often the custom, I came short 2000 rixdollars. For if I am not to be trusted, why was such a weighty commission entrusted to me? I most humbly request, Right Honourable Sir and Honourable Gentlemen, to pardon my bold resentment over this slight and distrust; for the pill is too bitter to be swallowed without showing my displeasure over its bitterness, yet with all possible respect, to some degree. Had my experience not provided me with the means to furnish money, and had the Chief kept to what was written to him, namely: that the goods had to remain in his custody, wherewith, I ask once again with respect, would the treaty of Liphao have materialized? All the more since I do not speak here as a Senior Merchant, but as a person whom Your Right Honours have deigned to nominate as your Commissioner and to represent your illustrious persons. Such a person must hold his decency and character so dear and know how to maintain it, as those who have appointed him. He must at least excel in his function and be irreproachable if he is to be the portrait and image of those who have sent him, and consequently full of trust.
Dutch transcription
229. Van Timor den 19:' augustus 1756. Van Timor den 19:' Augustus A:o 1756. dat geld loorde aan een parthij arme menschen die men met de betaling niet kan uijtstellen. Ook daar toe hoog Edele heer en wel Edele leeren; wist jk zo wel raad als met het voorgaande, en let te volgene nament„ „lijk: het besorgen van de benodigde Contanten, en volgens mijne instructive ordere op liphad een Commercie Tractaat te sluijten en ingevolge van dien al het wax zoudel hout en slanen dat een groot Capitaal moest bedragen op kooppen op dat bij aldien m:r du poivre nog gelusten mogte dat Eijland te bezoeken bij onver„ „rigter zake zoude moeten. vertrecken Edog. voor ik daar toe overgaa ben ik om mijne Caracter, eer en katzoen halven dat mij za liet Ja lienen als my leenen is, genood saakt hoe engaaren ik dese stat ook die mijn regtvaardig ressentement over twee poinc„ „ten in de missive aan de ministers van Coupang ter neder gesteld te betoonen Het eerste bestaat daar in dat uw hoog Edelheed=s de ministers van dat Comptoir die mijne subal„ terne uijt de natuur en volgens uw hoog Edelheedens ordre moesten worden en net mijne komst aldaar wesen aanschrijvd de reeden van mijne komst: als of de mindere ook moest weeten, tot wat eijnde de meerdere of die haar volstrekt uijt uw hoog Edelheedens name gebieden zou, daer quam verrigten zeggende uw hoog Edelh:s in derselver aan dese ministers g'addresseerde missive: dat ik eenlijk gesonden was om met dies te meer luijster de Contracten te vernieuwen En dit was van een zodanig quaad effect dat zij die met mijne komste wegens hunne quude Cousciente van benaauindheijt beenden mij nu uijtlagten zo dra sij der aan haar g'addresseerden driek gelesen. hadden. Het tmeede poinct mijner beswaar„ „nisse is over het schrijven in de zelfde missive en aan dezelve ministers: dat het opperhoofd beijne mij bij mijne de komst 231. Van Simor Den 19:' aug:s A„o 1756: Van Timor Den 19:' Augustus A:o 1756. komst de regeering moest overgeven gelijk zulx van zelfs spreekt dog dat de goederen Coopmansz: onder berusting van het opper„ 3 „hoofd Beijnen zouden moeten blijven. wat wil dat /:met eerbiedig verlos hoog Edele. heer en wel. Edele. leeren gesproken:/ anders zeggen of te kennen geven; als dat die goederen beter vertrouwd zijn aan den subalteren, als aan die hen gebied en gesonden om zijn zaken te onderzoeken. strekt dat niet gootelijx tot de Clin en veragting van mijn eer katzoen en Caracten Ja zelks van uw hoog Edelheedens, die mij hebben gesonden om als hunnen expressen Commissaris, die zo luijster rijke regeering te representeeren want is hij meer te vertrouwen dan ik en uijthoofde van dien de goederen in zijn mogt en bewaring moeten blijven: konde inmers. de Commissie om met den liphaosen gouverneur te Contracteeren, als een zake van 't uijtterste gewigt, in steede van aan mij wel aan hem opgedragen zijn geworden te meer om dat daar toe geld of goed moet zijn; dog van welke beijde articulen jk ingevolge. van deze aanschrijving zo wel als een pad van veeren voorzien was. Het aanschrijven van dese periade so stan n. sturpide als 't opperhoord is mist lij egter. bezonden wel en. zo goed, als de resident van Palembang die 't mede aangesz: was mij de regeering oner alles behalven met de Comptoirs saken over te geven; A3 en anders. zijnde jmmers geene als Comptoire zaeken. op palembang:/ bij sekere occagie dat ik goederen uijt de pakhuijsen benodigd was tot zijn voordeel te allegueeren; maar ik stroonde mij om de waarheijd te zeggen zeer weinig aen zijne allegatien; tonende dat jk volstrekt meester mas en, dat tot mijn de part zou blijven; en dat ik nu moest meeten, wat mij te doen stond. als Dese - 233. Timor den 19:' aug:s A:o 1756. / Van Van Simor Den 19:' Augustus 1756. Deze misselijke periaden zijn het voor„ merk. van mijn geduurig muriureeren in mijne lastige Commissie gemeest; niet kunnende bevroeden, maar uijt die haar saurce hebben genoomen te meer ik zulke groote, en ik mag seggen. preuven sonder voorbeeld in mijne voorgaande Commissie na palembang hebben gegeven, daar ik in stede van mij Lo als dikwils de gewoonte is, te verrijken. 2000: rd:s ben te kort gekoomen mant be ik niet te vertrouwen, waaran mij den zulke gewigtige Commissie opgedragen Jk versoeke ootmoedigts hoog Edele leer en wel Edele heeren: mij mijn vrij postig ressentiment over dese kleijn agting en wantrouwen te pardonneerden; mant de pil. is te bitter om neerge„ - slikt te worden zonder mijn gevallen over haar bitterheijd egter met alle mogelijk eerbied, eeniger maten te laten had mij mijn ervarendheijd geen middelen aan de hand gegeven; om geld te bourneeren en 't opperhoofd had zig aan 't hem aange„ schrevene, namentlijk: dat de goederen in zijne bewaring moesten blijven gehouden waer mede zoude jk nog eens met Eerbied gevraagt, het becontracteerde van liphao blijken, te meer en dat ik hier met spreeke als een oppercoopm: maar als een persoon die uw hoog Edelheedens hebben verwaardigd als hunnen Commissaris, en haar illus tre perzoonen te representeeren, te nomineeren. Een zodanige persoon moet zijn batsoen Caracter zo lief hebben en weten te mainctineeren, als die geen die hem aan„ gesteld hebben Zij moet ten minsten en zijne bunetie exelleeren en irreprochabel sijn wil hij het portrait en afbeeldsel zijn van die geene die hem gezonden hebben bygevolg val ver„ trouwen. blijken daar 1
English
From Timor, the 19th of August 1756 From Timor, the 19th of August, Anno 1756 which Your High Excellencies appear to consider a matter of the utmost necessity, have been paid. Money there was none, and over the goods I could not dispose, while by my Instructions I was furthermore ordered to give a good price for what was agreed upon; but indicating where I was to obtain that has been smothered in the pen. Yet I thank the Almighty that He has endowed me with such talents and industry; so that, for the payment of 1007 7/100 picols of wax and 1472 9/10 picols of sandalwood, which I have negotiated both here and at Liphao to the amount of f 78289: 18:, I have not only required no goods from the warehouses, but also no money from the Honourable Company's treasury. And should Your High Excellencies please to know wherefrom I have obtained these funds, see here this short account and statement of account concerning this under Letter C to be examined; from which it will appear that, as I have already had the honour to state, I have benefited this office with f 146152: 13. and the General Office at Batavia with f 130516: 18:, so that the profits on this Commission, instead of heavy expenses, have together amounted to a sum of f 276669: 1:. Almost all these profits would ordinarily have been perquisites for me, had I proceeded in the ordinary manner and been such a person to whom one could not entrust the office's assets. Yea, I could even with a good conscience have taken for myself at least half of what was voluntarily presented to me by the kings for counter-presents and pardons. Far from it, however; I have day and night devised plans and could not even sleep in order to promote the Honourable Company's interest and finances; having not only had to bear the heavy expenses of this Commission in order to maintain the Honourable Company's credit there and Your High Excellencies' prestige among the allied princes, but especially among the new allies won over by me to the Honourable Company, who let themselves be swayed by outward appearances and assess the person and those who sent him according to outward splendour, incurring extraordinary expenses for clothing, both for myself and for my retinue, and constantly having to keep an open table; but also almost all the gifts to these princes, the splendid feasts, the costs of the war expedition to Roti, the dispatching of a commission by sea to Reijmea, the great expedition to Beloe, likewise that of Waiwiku Wehale to protect an ally of the Honourable Company against the Nai-Makis, as well as the expedition to search for the gold mine, which consisted of great expenses, I have all defrayed from my own purse without charging the Honourable Company anything for them; but, on the contrary, in order to furnish money, I sold by public auction the gifts given to the Honourable Company and, in exchange, presented them with my own, which yielded a considerable advance, all very clearly to be seen in the aforementioned statement of account under Letter C and the auction roll under Letter S. When I investigated the disputes among the kings, and those with their regents, Tomagongs, and subjects, they appeared so culpable that had I been obliged to send them up to Batavia, the ship or village would have been far too small for that purpose, nor do I know what could have been done with that rabble there; and noticing that they were accustomed to settle their disputes by stuffing gold into the hand of the arbiter, and I having no intention to take that dishonourable path, I devised, in order not to leave these people unpunished and to give satisfaction to the kings, letters of pardon, guard of corps, safeguard, etc., on seals of 100 rixdollars and less, whereby these people were punished, pardoned, and well content. This item yielded a capital of f 160: —, as appears from the statement of account. Furthermore, I proceeded to investigate on whose land the houses, yards, gardens, etc., of the inhabitants of this Colony had been built and established, and found that these people not only had no deeds of purchase and not the least ownership of the land, which belonged either to the Honourable Company or to the king of Kupang, who had summoned the Honourable Company here from Solor and given this place for a settlement, but that over such a long series of years they had never paid the lord's dues and the land had always been possessed by them unlawfully. Thereupon I caused an advertisement to be issued, that every resident should prove the legality and ownership of his house, yard, land, or garden within 6 days, or be deprived of his right; but there was not one who could prove any ownership, and no one had ever paid a stiver for it in lord's dues prior to the year 1751. This obliged me to give these inhabitants, provided they paid for the land to the Honourable Company, authentic purchase and title deeds, copies of which may be seen in the bundle Letter P: C: page 69, and this brought in, to the satisfaction of the inhabitants, a considerable capital of f 10284, see further the statement of account; because the inhabitants of this place are mostly all well-to-do people, who do not precisely abound in cash, but in houses, fertile gardens, lands, slaves, and livestock, so that they live easily and have everything of their own without spending anything; and whoever is not so situated has only his own laziness and dissipation to blame; as well as because of the cheapness of the wax with which
Dutch transcription
235. Van Simor Den 19:' augustus 1756 Van Timor Den 19:' Augustus A:o 1756 8 daer zig uw hoog Edelh:s als een poinct van de uijtterste noodsakelijkheijd so 't schuijnd so sterk aan gelegen laten zijn betaald hebben. Geld was er niet en over de goederen kan ik met disponeeren zijnde mij nog bij mijne Instructie g'ordonneerd een goede prijs voor het bedongene te geven; maar het aanwijsen waar ik dat van daan moest haalen, is in depen gesmoord. Dog ik danke den almagtigen dat hij wij met sodanige talenten en industre heebt begaafd; Dus ik tot het betalen van 1007 7/100 picols max en 1472 9/10 picols sandel„ hout, dewelke ik so hier als te liphao ten bedragen van ƒ 78289: 18: genegotieerd hebbe met alleen geen goed uijt de pakhuijsen maar ook geen geld uijt sE Comp: Cassa hebbe van naden heeft gehad En gelieven uw hoog Edelh:s te weten maar uijt jk dese landsen hebbe gehaald geliekt hier dit kort. relaas ende staat reecq: dien aangaande sub L=a C: natepe„ daar bij sal 't Consteeren, dat ik so reets d' Eere hebbe gehad te zeggen dit Comptoir met ƒ146152: 13. en het Comptoir generaal op batavia met ƒ130516:18: so. dat de winsten in dese Commissie in steede van swaere kosten te somen hebben gedragen en montant van ƒ 276 6i: 1: Meest alle dese winsten waeren ordinair modo. vervalletjes voor mij geweest, was ik na den ordinairen trant te werk gegaan en een sodanig persoon geweest, die men geen Comptoirs Ebfecten konde aanvertrauwen. Ja: ik hadde selfs met een goede Cous„ cientie ten minsten de helbt, kunnen na mijn neemen van 't gunt mij vrijwillig van de koningen voor Contra presenten en 't pardon„ „nen is gepresenteerd. Maar verre van dien; ik hebbe dog en nogt gepractiseerden selfs niet konnen slaapen om 's E: Comp:s intrest en kinantien te bevorderen; hebbende niet alleen de sware lasten deser Commissie, om S. E. Comp: Credit daar 237. Van Timor Den 19:' augustus 1756. / Van Timoe Den 19:' augustus A„o 17 en uw hoog Edelheedens luijster onder de vorsten bondgenoten, maar ook insonderheijd onder de nieuwe daor mij tot d' EComp: over gehaalde bondgenoten die haar door den uijtterlike schijn laten vervoeren en na rato van den uijtterlijker pragt, den persoon en die hem gesonden hebben taxeeren ongemene kosten van klederen Lo voor mij als mijn equipagie P: moeten draagen en altijd een opentabel houden, maar ook meest alle de geschenken aan dese vorsten de pragtige maaltijd; de kosten der oorlogs expeditie naar rottij de besending eener Commissie over zee naar reijmea; de graato Expeditie naar beloe, item die van wijwite bahalij eene on 's E Comp: bandgenoten tegens de naijmaetiers te beschermen als ook die om de goud mijn opte zoeken, en die uijt grote beijeren bestonden, hebbe ik alte maal uijt mijne keurse goedgemaakt souden d'E Comp: iets daar door in reekening te brengen; maar daar en taren hebbe ik om geld te bourneeren sE Comp: mede gegevene geschenken per vendutie verkogt en haar in tegendeel met het mijne beschonken de welke een Capitaal advaars. hebben gerendeert alles seer duijdelijk bij voorn: staat reecq: sus l=ra. C: en venduurl sub L=ra S: te sien. zoen ik de verschillen der koningen onder malkanderen; die met haere rijg bestierders Zommagans, en onderdaenen ondersogte, de der haar so veel Coupabal op, dat bij aldien ik deselve hadde moeten naar bataria opsenden het schip ofdorp veel te kleijn daar toe zoude geweest zij, ook weet ik niet wat men met dat gehuijs aldaar zoude gemaakt hebben en merkende: dat de hunne geschillen altijd met goud in de land van den beslisser te stofken, gemaan, waeren af te doen en ik niet van sins zijnde om dien eerlosen weg inteslaen practiseerde ik om dese men schen niet ongestraft te laten en om de koningen genoegen te geeven brieven van patdon guarde de geld Corps 239. Van Timor den 19:' augustus 1756. Van Timor den 19' augustus 1756. Corps souvegaade E: op zeguls van 100 rd:s en minder maar door dese menschen gestraft benaedigt en wel in hun schik waeren Dit bands maekte en Capitaal van ƒ 160: — uijt mede staat reekening voorts ging ik aan 't onderseeken op wiens grond de huijsen erven thuijnen E: van de jnwoonders deser Calonie gebruwd en gevestigt maeren en bevond dat dese niet alleen geen Coopbrieven hadden en geen de minste eijgendom op de grond behoorende of aan d'E Comp: of aen den koning. van Coukang die de E: Comt:e hadde van solox hier geroepen en dese plaatse tot Een aablissement. gegeven moat datse in den so grote reex van zaeten naoijt 'sheerden geregtigheijd hadden betaald en de grand altijd door haer onwettig was beseten; daar op liet jk een advertentie uijt gaen: t dat ieder ingesetene de wettigheijd en eigendom van zijn huijs Erf: grond of thuijn binnen 6. dagen zoude aantoonen of van sijn regt verstoken blijven; maar gen een was er die eenig Eijgendom kan aanthoonen en niemand lad roijt daar voor een stuijver voor 't Jaar 1751. aan 'sheeren geregtigheijd betaald Dit verpligte wij dese ingesetenen mits de grond aan DE: Comp: betalende Egte klaap. en Eigendoms brieven te geven welkers. Copie te sien is bij 't bandel L=ra P: C: p:o 69 en dit bansbragt met genoegen der jngesetenen op een aansienlijk Capitaaltje van ƒ 10284 vide staat reek: voorts:z: om dat de ingesetenen ter deser plaatse meest altemaal welgestelde lieden zijn, die Juist met en Contanten overvloeijen maar in huijsen vrugtbare thuijnen landerijen slaven en vee, invoegen: zij gemakkelijk leenen en sonder iets. uijt legeeven alles van selfs hebben; en die sodanig niet gesteld is, is te zijn luijigheijd en liederlijkheijd schuld; als mede om de goed koop van 't max waar of nede
English
From Timor, the 19th of August, the year 1756. From Timor, the 29th of August, the year 1756. also for his own, made, and the general low price of bushels of pig beans and sheep, I have made two leases from the use of these two items, which also yielded ƒ 2220; see the statement of accounts. However, on this occasion I cannot refrain from mentioning in passing here how unwilling the chief resident has been to assist me in my salutary undertakings and objectives, which had nothing other than the benefit of the Honorable Company as their goal, and on the contrary how willing he showed himself to oppose me through his malicious and wicked maneuvers in everything I wished to do; for what underhand tricks did he not employ to make these leases fruitless, up to two times when I was not present here, but had made a journey inland, they were put up for auction by my order at his house; yet through his brutality, threatening and sullen talk toward those who had come to bid on that lease, as was afterwards related to me even by the Chinese, each time it ended fruitlessly, even without anything being bid; yet upon my return, having them put up for auction at my lodgings, they yielded the aforementioned amount without much trouble. Furthermore, the 5 kings of Coupang, having learned that Major Beber, as being married to the widow of the deceased chief resident Van der Burgh, had sent orders and power of attorney to sell a certain garden, the land of which, however, still belongs to Carel, king of Coupang, they came to me to make their complaint and protest concerning the sale of that garden, the first saying that the land belonged to him in ownership, and all of them saying that Van der Burgh had deceived them with pretexts, and Timor, the 19th of August, the year 1756. From Timor, the 19th of August, the year 1756. under the pretext that he would construct a Company boat there, in order to persuade them to furnish the necessary materials and laborers as a corvée duty; yet now they clearly saw that this was private; that their subjects for so long had done nothing other than work on it and deliver materials, without having received a mouthful of water for it; and that consequently they requested that they might draw up an account of it and provisionally have the garden sold on their account; all of which, being based on truly just grounds, I could not nor would not refuse them. They then presented a petition and submitted therewith an account to be seen under Letter E; and when I had entertained them so splendidly at a meal, treated them with discretion, and presented them with some gifts, they, ashamed that they were not able to compensate me according to my worth (for although all these kings are reasonably well provided with gold, they do not dare to alienate it, as it is a royal treasure), presented and requested me to be willing to accept their claim on the estate of Van der Burgh as an indemnification for my incurred expenses; which having been rejected by me, as well as all other gifts, presents, and favors, they requested that I would then accept it for the Honorable Company as a donation, whereby the Honorable Company is again benefited with ƒ 16808, as seen in the deed of donation and the statement of accounts; also having come to my knowledge by a petition submitted by the present emperor of Amacono and associates, accompanying this under Letter G, that the chief resident Van der Burgh had indirectly taken the family gold to the value of roughly 5000 rix-dollars from the emperor of Amacono who was sent to Batavia, under the pretext that he would pardon him for it, but nevertheless sent him up; and since the same was sent up for treason, and a traitor forfeits everything for the benefit of the sovereign whom he has betrayed or wished to betray, I have, by a resolute disposition taken upon the aforementioned petition and appended behind the same, brought the amount of this gold to the benefit of the Honorable Company at ƒ 12000:-:-. To describe all these passages would be too tedious, therefore I request that you inspect the enclosures under Letter G and C.C. and the repeatedly mentioned statement of accounts, where everything is clearly specified. In this statement of accounts, Your Right Honorable Sirs will see many fines booked for the benefit of the construction of a new stone bridge; but since the kings have undertaken to provide all materials for it, and also to build it free of charge, I bring all these fines with right and reason to the benefit of the Honorable Company; so doing, Right Honorable Sir and Honorable Sirs, with the restoration of the decayed morals, military discipline, religion, and commerce, I have further restored the finances of the Honorable Company at this station without causing anyone any harm, and in every respect in all parts preferred the interest of my high lords and masters above my own, even in matters that I could have drawn to myself with all right as an indemnification for my heavy expenses. Religion I have restored by personally attending all Sundays and feast days as an example, even with the fever in my body, and have particularly encouraged all people to do so, and let them clearly see that they
Dutch transcription
241. Van Simor den 19: augustus a„o 1756 Van Sima den 29:' aug:s A:o 1756. mede vader zijn eigen, vaarse, maakt ende ange„ meene goed koop van bustels varkens boeken. en schappen hebbe jk van 't gebruijk deser twee articulen twee pagten gemaakt dewelke meede gerendeert hebben ƒ 2220. ziet de staat reekening Edog bij dese gelegentheijt kan niet om heen hier en passant genog te maaken hoe onwillig het opperhoofd zijnen is gemeest mij na mijne heijlsame verrig„ „tingen en aagmerken, die niets als 's E Comp: voordeele ten doel hadden 't assisteeren en daar en teegen hoe gewillig hij zig getoond heeft, mij door zijne boosaardige in quade menees in al 't gunt ik wilde doen te traverseeren want wat slinkse streeken heeft hij niet al aangemend, om dese ver„ pagtingen vrugtelaas te maken tot twee keeren toe dat jk alhier niet present maar landwaard in een lagt deed zijnse op mijn ordre aan zijn huijs opgeveijld, dog door zijne bruialiteijt dreijgende en stuurse discoursen, tegens de sulke die gekoomen moeten die pagt aen te slaan. so als mij naderhand selfs door de Chineesen is verhaald geworden, telkens selfs zonder dat er iets opgeboden is vrugteloos afgeloopen; dog bij mijn te rugh komst aan mijn logies latende oprilen. hebben, deselve sonder veel moeijte het voorgeciteerde bedragen gerendeert wijders de 5. koningen van Coupang vernoomen hebbende dat den majoor beber als in huwelijk hebbende de weduwe van 't overleden opperhoofd van der burgh last en procuratie hadde gesonden en seker thuijn welkers grond egter nog aen Carel koning van Coupang is hoorende te ver„ kopen quamen deselve bij mij hunne doleaatie en protestatie, over den verkoop: van dien thuijn doen, seggende de Eerste dat hen de grand in Eijgendom toequam, en zij alle dat van der burgh hun hadde bedrogen met voorgeenen en dog onder 243 Timor Den 19: Augustus A:o 1756. Van Timor Den 19:' Augustus A:o 1756./ onder pretext dat hij aldaar een Comp: boot zoude aan leggen om ze te persuadeeren de benodigde materialen en arbeids lieden als een hof dienst te bourneeren dog nu mel: zage dat zulx particulier was; dat hunne onderdoenen niet zoeren lang niets anders hadden gedaan als daar aen te arbeiden en materialen te leveren. sonder een spoag. water daar voor genooten te hebben en datse ingevolge van dien versogten: dat zij daar van een reek: mogten borweeren ende tuijn bij provisie voor hun reecq: te laten ver„ koopen; het welk een en ander als opregt vaardige gronden stennende jk haar niet kon of wilde weijgeren zij presenteerden dan een requst en leve„ den daar bij over een reekening te sien sub L:a E: En toen ik haar soo. heerlijk hadde ter maaltijd onthaald met discrete getaac„ teerd en met Eenige presentjes beschonken sij beschaamd dat zij my niet na waarde waeren , konden de Compenseren /: want schoon, alle dese koningen redelijk van goud voorzien zijn durren zij dat als een rijx schat zijnde, niet veralieneeren:/ presenteerden en versogten mij hunne pretentie op den boedel van vanderburgh tot een de damagement voor mijne gesdane onkosten te willen accepteeren, 't welk van wij so wel als alle andere geschenken giften en ganen van de hand gewesen zijnde verzogten ze dat jk het den voor d: E: Comp: als een dat donqualuit wilde accepteeren waar door DE: Comp: alweder met ƒ16808: bevoordeelt is inde donatie brief en staat reecq: ook bij een door den tegenwoor„ „digen keijser van amacono C: S: ingediend request desen sub L=ra G: versellende ter mijner kennisse gekomen zijnde dat het opperhoofd van den burgh het familie goud tet waarde van groote 5000. rd:s van den na batavia opgesondene keijser van amacono onder voorgeeven: dat hij den schaan selven Jan 245. Timor Den 19:' aug:s 1756 Van Simor 19: augustus 1756 selven daar voor zoude pardonneren, dog Egter opgesonden heeft, op eene indirecte mijde heeft afgenomen; en vermits den selven over land verraad is opgesonden geworden en een land „verrader alles verbeurd ten behoeve van den souverai die hij verraden heeft of willen verraden, zo hebbe het montant van dit goud bij eene op voorsz: request genomen, en agter het selve g'annexeerde E resolutoire dispositie ten voordeele van d' E: Comp: gebragt met ƒ 12000:—: Alle dese passagie te beschrijven zoude te langwijlig zijn dierhalven verzoeke die aangaande de bijlagen sub L=ra g.: en C: C: en meergem: staat reekening na te sien alwaar alles het duijdelijk gespecificeerd staat Jdese staat reek: zullen uw loog Edelh:s veele amenden ten behoeven van — - den opbeoum van een nieuwe steene brugh te boek sien staan; waar vermits. de koningen aangenomen hebben, alle materialen daar toe te besorgen, en ook die grotis op te bau„ men so brengen alle dese amende met regt en reeden op ten voordeele van d'E: Comp: zo doende hoog Edel heer en wel Edel heeren hebbe ik, met het herstellen der vervallen zeeden krijgstugt godsdienst Commercie de binantien van d'E: Comp: op dit Compto„ „„ sonder iemand eenig nadeel toe te brengen vwder hersteld en allesints in alle deele het jntrest van mijne hoog heeren Gebieders aansen mijn eigen geprefereert, selfs in saken die ik met alle regt tot een de kraijement van mijne swaere kosten na mij konde gehaald hebben. Den godsdienst hebbe ik hersteld met selfs alle soo en beest daegen die als een Exemplaar bij te woonen selfs met de koortse op't lijf en hebbe bij sonder alle menschen daer toe aan„ geset en haar evident laten blijken dat ze de net
English
From Timor, the 19th of August, Anno 1756. From Timor, the 19th of August 1756. could capture my attention with nothing more than by attending strictly to it. I have wished in everything to appear as what I am and what one may justly call me, that is, a man who has known how to make himself worthy of the favor of Your High Nobilities in being entrusted with this character of Commissioner, being well assured that Your High Nobilities, being full of sentiments of generosity and gratitude, will also let no occasion pass by to show your gratitude to your humble servant. Yet, finding that I have imperceptibly shortened this description, straying from the scene and the path on which I had left the kings walking, I shall seek them out again and continue my account in the manner as follows. In order not to confuse the one with the other, the kings of the great island of Timor must be divided into three classes, so that under the First Class belong the 5 kings of: Coupang, Sonnebaij, Amabij, Amphoang, and Taijbenoe. Under the second must be included the conquered kings, brought into subjection by the sword, of Amacoua, Sorbian, and Amarassie. And under the third, those who have voluntarily desired to submit under the Honorable Company's obedience and have acceded to the alliance, as there are the kings of: Amanoebang, Amamatung, Amenessie and Ninnemelte, Mijmiko, Mijniko Bahale, Souwaij, and Liphao, and the remaining kings of the great island of Timor who are still to enter into the alliance. As far as the First Class is concerned, these are old allies of the Honorable Company and complete vassals and subjects who have their petty realms, residences, wives, and children close together and within the reach of our weapons and of the well-intentioned Mardijkers, who are singularly faithful to the Honorable Company; and being all related to one another by Amphoang blood, one needs not fear them in the least, and consequently also not defer to them, since their state interest absolutely requires and entails remaining steadfastly with the Honorable Company. And on our part, never completely heal the wounds of their disputes, but in accordance with my recommendation set down for the chief in my memorandum left behind, at the same time also take care that they do not alter and thereby become incurable. Among all these kings, the most harmful and dangerous is the one of Coupang, who during my stay, as I have already had the honor to report, has caused me the very most trouble by bringing forward his far-fetched pretensions. This man knows, as it were, too much for a petty Timorese king, and makes an evil use of it. Through his shrewdness, cunning, and crafty maxims, all of which he learned in that renowned cargo city of Batavia, he even shames his teachers there in all kinds of deceitful and underhanded practices; he seduces and corrupts the other kings. Therefore, he must be kept on a short rein, and the other kings must be inspired with adversity toward him. Indeed, I even judge it to be highly necessary for the tranquility of these lands that he, being greatly hated by his realm's grandees and even by his subjects, be sent up to Batavia at the first opportunity. As for the four remaining ones, these are very easy to handle, provided one prevents them from the so harmful intercourse with the burghers and inhabitants, indeed even as much as possible with those of Coupang. Regarding the Second Class, namely the kings who have been brought into subjection by the sword, these must be treated with considerably more distinct moderation and circumspection than the first. For in them still lingers the old love for the Portuguese; their grandiose and proud manner of acting, which accords so well with that of the natives; the same Roman religion which they still embrace; the troubles and cunning designs of the spiritual teachers to
Dutch transcription
247. Van Timor Den 19:' Augustus A:o 1756/ Van Simor Den 19. ' augustus 1756. met niets meer mijne attentie konden gaande maken als met dien stiptelijk bij te moonen Jk. hebbe in alles willen scheijnen dat ik ben en wij net regt kan noemen dat is een man die zig de gunst van uw hoog Edelhedens in't op dragen deses Caractens van Commissaris heeft weeten naardig te maken als wel versekerd zijnde dat uw hoog Edelheedens vol van sentimenten van Edelmoedigheijd en erkendlijkheijt zijnde ook geen accogie voor bij zullen laten gaan em haare rakendlijkh:d aan hun nedrigen dienaar te betoonen Dog mij ongevoelig van 't tannell en den weg op den welke ik de koningen hebbe mande„ lende gelaten, met dese beschrijving g'corteerd ziende zal ik deselve wedergaan op zoeken en vervolgen mijn verhaal in manieren als volgt de koningen van't groot Eijland Tinor moeten om d'eene met de andere niet te Confundeeren in drie Classen verdeelt werden zo dat onder de Eerste Classe behooren de 5. koningen van Coupang sonnebaij amabij Amphoang en Taijbenoe onder de tweede moeten begrepen werden de ge„ Conquesteerde en door 't swaart t' onderge„ bragte Koningen van Amacoua, sor bian Amarassie, en onder de derde die zig goedwillig onder sE: Comp:s gehoorsaamheijt hebben begeren en in 't verband g'accedeert zijn; als daar zijn de koningen van Amanoebang amamatung amenessie en Ninmemelte mijmiko mijniko Bahale souwaij en Liphao, ende nog in't verband te komen staande overige koningen van 't groot Eijland simor met de Eerste Classe aangaat; dese zij„ oude bondgenoten van d'E Comp. e en volkome varsallen en onderdanen die hunne rijkjes, residentien vrouw en kinderen digt bij een en onder 't berijk van onse mapens en de wel g'intentioneerde mardijkers, die dEComp: bijsonders getrouw zijn hebben; sohaan malkanderen alle in den Amphoang. bloede 249 Van Timor Den 19:' augustus 1756 Van Timor den 19:' aug:s A:o 1756 bloede bestaande behoefd men gantschelijk net te vreesen, en bij gevolg ook niet te ontsien vermits hun staats belang absolut vereijscht en mede brengt sig stant vastig bij d'E: Comp: te houden en 't onse en de wonden hunne verschillen nooijt gantschelijk te geneesen maar ingevolge mijne recommandatie aan 't opperhoofd bij mijne agter gelatene memorie ter neder gesteld, teffens ook sorg draagen dat ze niet veranderen en daar daar ongeneesbaar warden onder alle dese koningen is de schaadelijkste en gevaarlijkste die van Coupang die mij van geduurende mijn verblijf gelijk bereets d' eere gehad hebbe te melden het allermeester spul met zijne verre gesogte pretentien voor den dag te haalen heeft gemaakt Dese weet welk als te veel voor een Limorees koningje en maakt daar van een quaad gebruijk Door sijne slimmigheijt, listige en door trapte maximen die hij altemaal in die vermaarde lasten stad batavia geleerd hebt Jaselbs in allerhande bedrigelijke e slinkse prartijcquen zijne leermeesters aldaar beschaamt maakt per lifereerd en bederft hij de andere koningen dierhalven moet den selven kort in den teugel gehouden en d' andere koningen en adversiteijt tegens hem g'inspireerd Ja selfs oordeele voor de ruste deser landen loog noodsake„ „lijk te zijn, dat den selven als van zijne rijx graaten en selfs van de onderdanen grotelijx gehaat zijnde bij d' eerste biguurmaken na batavia opgesonden werde. mat de vier overige aangaat dese zijn seer gemakkelijk te handelen niets men haar de so. schadelijke verkeering met de burgers en ingesetenen za selfs zo veel mogelijk met die van. Coupang belet: De tweede Classe betreffende namentlijk de koningen die door 't swaard 't ondergebragt zijn, dese moeten vrij distincten moderatie en omsigtiger getracteerd werden, als d' Eerste want daar steekt nog in de oude liefde vaor de portugeesen; haare graatsche en trotse wijse van ageeren, die so wel met die der indianen accordeerd: den selven raam„ schen godsdienst dien zij nog aankleenen, de moeijte en listige aanslagen der geestelijke Eeermeesters omze
English
251 From Timor the 19th August A:o 1756 Timor the 19th August 1756 to bring them back under the old yoke, the great distance of their realms from us, and the vicinity of the black Portuguese, the natural hatred and grudge that they have against those who have subjugated them, and the low esteem of the five kings, are all stumbling blocks that, through a gentle, charitable, and humane manner of acting, must be cleared out of the way and banished from their minds; and that has also been one of my principal occupations during my stay here, and to that end I have cleared these disputes out of the way with separate articles in the new contract. The principal matters to observe regarding this I have set down extensively in my memorial to the opperhoofd, and respectfully referring to the same, I deem it superfluous to repeat here once again; therefore I pass on to, The third or last class, namely to those who, through my doing, have willingly submitted to the Honourable Company's protection, such as the kings of Mijwiko, mijwiko bahale souwaij liphaa, and all those who are yet to enter into the alliance hereafter. With all of these, one must act quite a bit more distinctly, circumspectly, politely, gently, and generously than with the first two kinds. Firstly, for the same reasons that I have alleged under those of the second class, and secondly, because they have only one step to take to reach their old allies, without us being able to prevent it by force. This class surpasses in honour, virtue, good and sound sentiments, shrewdness, loyalty, and civility the second, just as the second surpasses the first, which is the very worst and lowest; one must treat them with uncommon friendliness and distinction, and when they are summoned, this must be done in the most polite and obliging manner; now and then make them some presents; investigate their disputes as quickly as possible; do them justice; provide them all necessary 253. From Timor the 19th August 1756. From Timor the 19th August 1756. satisfaction, and protect them against the Portuguese, assisting the same auxiliaries both with men and with munitions of war. Now as regards their form of government, the same is aristocratic; the regents and tommagons are hereditary and legitimate, and have, if not in all, then at least in many respects, infinitely more to say than the king himself. These are properly the ones who govern, and whom the subjects call their fathers, intercessors, champions, and protectors. Never will the subjects, at the command of the king, take up arms against the regents and tommagons, but rather on behalf and at the command of the latter they will rise against the king. Thus one can plague and tame the king far more by maintaining a good intelligence with his regents and tommagons, just as I have tried this several times with those of Coupang, and recommended the same to the opperhoofd in my memorial as a firm standard rule, see the memorial. But, Most Noble Lord and Right Honourable Lords, why all these kings are so poor and destitute, and why one sees so little gold circulating among them, notwithstanding that these regions overflow with it, must be attributed: Firstly: to the manifold vexations, extortions, and chicaneries, both of the opperhoofds and of the other inhabitants here in this country, who have previously, as already said, bled them dry. Secondly: to their bad and meagre revenues, which they have, seeing as there are so many kings, and each king has so many sharers in the same. Thirdly: to their extraordinary laziness and superstition, which prevents them from going to fetch the gold from the rivers. Fourthly: and if their subjects do so, they seek a false pretext and accuse them of being soangis or sorcerers, and not only take that gold away from them, but, to give the matter some semblance of truth, make them into slaves and forever unhappy.
Dutch transcription
251 Van Timor Den 19:' augustus A:o 1756 Timo Den 19:' augustus 1756 omze weder onder het oude Juk te brengen de groote distantie van hunne rijken van ons en de nabijheijd der swarte partugeesen de natuurlijke haat en wrok die zij hebben tegens haar dieze gesubdogeerd hebben en de gering agting der vijf konnin„ „gen zijn altemaal linder poelen die door een zogte liekdadige en menschelijke wijse van ageeren uijt den weg geruijmd en uijt hare gedagten moeten gebannen werden; en dat is mede wel Een van mijn voor„ naamste besigheeden geduurende mijne verblijk alhier geweest en hebbe tot dien eijnde deese verschillen met aparte articulen in't nieuw Contract uijt den weg geruijmd 'T voornaamste dat daar omtrend 't obser„ „veeren valt het ik breedvaerig bij mijn memorie aan 't opperhoofd ter nederge„ steld en mij aan deselve met Eerbied reberende oordeele superclus hier nog eens. te repeteeren, dierhalven goe ik over tot, De derde of laaste Classe namentlijk tot de geene die sig door mijn toedoen goedwillig onder 'sE: Comp:s protextie hebben begeeven als daar zijn de koningen van Mijwiko, mijwiko bahale souwaij liphaa en al de geene die na deese nog in't verband staan te koomen. Met alle dese moet men nog vrij wat distincter en omsigtiger beleevder leuscher en edelmoediger als met de twee eerste zoorten omgaan. Eerstelijk om de selvde reeden die ik onder die van de tweede Classe hebbe g'allegueerd en anderdeels; om dat zij meer een stap te doen hebben om bij hunne ende bandgenooten te komen sonder dat mij door de vrijheijd daar in kunnen voorsien Dese Classe omer trekt in eer deugd goede en gesonde sentimenten schranderheijt trouwe e Ciniliteijd also mel de tweede als de tweede de Eerste dat de alderslegtste en laagste is men moet deselve net onge„ „meene vriendelijkheijt en distinctie handelen „ en wanneer deselve ontbaden worden moet sulx met de beleefde en verpligtenste wijse geschilden zo haer lomtijds eenige presentjes doen hunne geschullen ten skie„ digsten ondersoeken regt doen haar alle hebben moeijelijke) 253. Van Timor Den 19:' augustus 1756. Van Timor Den 19:' augustus 1756. moeijelijke satisbactie besorgen en haar tegens de partugeesen beschermende deselve auxelait so met man schappen als krijgs amonitie assisteeren. Wat nu aangaat hunne regeering wijse deselve is aristocratische, de rijxbestierders en tommagons zijn erftelijk en wettig en hebben zo niet in allen ten minsten in veelen op„ sigte oneijndig meer in te brengen als de koning zelfs Dese zijn eijgentlijk die regeeren en die de onderdoenen hunne vaders. voorspreekers voortstanders en beschermens noemen nooijt zullen de onderdangn op het bevel van den koning de wapens tegens de rijx„ bestierders. en Lammagons maar wel ten behoeve en op 't bevel van haar tegens de koning aprotten Dus kan men den koning met meer plaagen en temmen als met een goede intelligentie met zijnen rijxbestierden en tommagons t' onderhouden, gelijk ik zulx te meermalen met die van Coupang geprobeert, en 't zelve 't apper„ hoofd in mijne memorie als een vaste stok regul aan gerecommandeert hebbe, wide memorie Edog hoog Edele heer en wel Edele. heeren waeren alle dese koningen zo aren en beroeijd en waerom men zo weinig good onder haar ziet raulleeren niet jegenstaende dese gewesten daar van over„ stroemen met men attribueeren Eerstelijk: aan de menigvuldige nexatien Extrasien en kirevelaaijen. zo wel der opperhoofden als der verdere ingesetenen hier te lande die se van te vooren. zo als reets gesegt is uijtgemet geld hebben ten tweeden: aan hun slegte en geringe reve„ „nuen dieze overmits er zo veele koningen zijn en ieder koning zo veele participanlen in deselve heeft hebben ten derden aan hunne Extra ordinaire luijleijt en bij gelonigheijt die haar verhindert het goud uijt de resoeren te gaan haelen. Ten vierden en zo hunne onderdanen zulx aldoen zo zoeken deselve en valsch pretext en beschuldigen haar soangis of tone„ naars te zijn en nemen haar niet alleen dat goud off maar maken haar om de soek wat scheijn te geven tot kanen: en voor altoos ongelukkig memorie sen
English
From Timor, the 19th of August 1756. From Timor, the 19th of August 1756. Fifthly, no kings may be buried before and until they are draped all over with gold from head to foot, so that when a king happens to die, everyone must be mobilized to procure gold with which to drape him. This sometimes lasts as long as two, yea, three years, before they have gathered so much gold together. The deceased King of Amabi has now already lain for about two years above the ground in a hollowed-out thick tree, called by them *cajoela*, waiting for enough gold to be royally draped and buried. It is certain, however, that even the lesser upper and lower regents possess great treasures of gold in chests or in the ground, as well as in their burial places for the reasons just cited, besides the realm's family gold of each regent. As soon as these low and lesser regents have gathered a considerable treasure of gold, they utter a curse over it—which they call *pomali*—as well as over anything that is dear to them. Even if it then lies in an open hut, it is as well guarded as if it were kept in an iron castle, since they believe that whoever merely touches it must die immediately. These treasures never see the light, but are thus passed down from family to family. And note well: every king who, upon the extinction of one family or lineage, establishes a new one, must bring together such a treasure for the benefit of his race. Only then do his subjects go to the gold rivers to extract that mineral from them. According to my slight experience and observation, it appears to me that these Timorese do not willingly take that mineral—which they, if not adore as a god, at least venerate—out of its source except in cases of dire necessity. That is also one of the principal reasons why one does not see that mineral circulating more abundantly. And if one now considers the great number of these petty kings on this island and their realm rulers, together with the other grandees of the realm, all of whom are buried in the aforementioned manner and must try to bring together such treasures for the benefit of their lineage; and if one also considers the fear of punishment and loss of the gold that causes most of their subjects to bury it in the ground, as well as all the reasons cited above, can any question then remain as to why so little gold is exported, and why the same is so expensive here? Having treated this subject thus far, I now proceed to the condition, great populousness, fertility, products, form of government, power, religion, and customs of the natives, etc. The numerous descriptions that have been made of this island since it was discovered ought to satisfy me and cause me to pass this over in silence with a reference to those writers. But since I well know that these writers, either through ignorance or because it did not suit their interest or their lazy nature, have spared writing the truth, I shall briefly recount the following, insofar as I have come to know through my limited experience in that short time by investigating and dispatching scouts, and in order that one may no longer be ignorant of the precious benefits that this island can yield for the Honorable Company now and in the course of time. I ought to begin with its size; however, since no genuine map has yet been made of it, and many Portuguese and Chinese who have roamed around there have assured me in truth that this island is much larger than it has hitherto been described in any map or book, and that the governor of Lifao possesses an accurate map of it, I have resolved to postpone this point until I have obtained a copy of it. Besides, a mountainous land of 100 miles in its circumference is certainly easily twice as large in surface as a flat land of the same extent, the more so when the mountains are actually inhabited, as these in truth are.
Dutch transcription
255. Van Simor Den 19:' augustus 1756. Van Simor Den 19:' augustus 1756 ten uijfden mogen er geen koningen begraven werden voor en al eer zig niet van 't hoofd tot aan de voeten over al met goud behangen zijn in voegen dat wanneer een koning komt te sterven alles op de been moet en goud te besorgen om hem daar mede te behangen; 't welk zomtijds wel 2. Ja drie Jaeren lang duurd, voor dertze soo veel goud bij malkanderen hebben vergadert De overledene Koning van amabaij leg=t nu al Circa twee zaeken baven d'aarde in een uijtgeholden dicken boan bij haar kajoecla genaamd naar genoeg saam goud te magten, om koninglijk behangen en begraven te kunnen werden; het is egter zeeker, dat de minste opper„ E en onder regenten grote schatten van goud in de kisten of aarde als mede om de zo even aangehaalde redenen en hunne grafste den hebben, behalve nog het rijxen bamilie goud van ieder regent; en so dra dese lage en mindere regenten een aansienelijken khadt van goud vergadert hebben maeken zij een vloek 't welk zij pomralie noemen daar over zo wel als over iets dat haar dierbaar is het melk als dan al legt het ij een open lut zo mel bewaard is, als of het in een ijser Casteel bewaard was, gelavsende dat die 't maar aanraakt aanstonds moet sterken. Dese schatten zie nooijt het legt maar gaan also over van bannelie tot familie en NB. jeder koning die bij 't uijt sterven van een des of lieue een nieuwe formeerd moet een sodanigen schat ten behoeve van zijne ras maken bij een - te brengen: dan gaan. zijne onderdaenen eerst na de goud rivieren, om die mineraal daar uijt te haalen; waart na mijne weijnige Ervarendheijt en opmerksaam„ leijt komt mij voor dat dese timo„ reesen niet gaarne buijten hooge nood„ sakelijkheijd dat mineraal, het welk zij als een god so met advreren ten minsten denereren uijt zijne source haalen, en dat ook almeede een van de principaal ste reden is waarom men dat mineraal niet abundanter ziet roulleeren En als men nu het. groot getal dien koningjes op dit Eijland en derselver rijxbe„ over stierders. C 257. Van Simor Den 19:' augustus A:o 1756:/ Van Timor Den 19:' Augustus A:o 1756 stierders benevens. de verdere rijx grooten die altemaal op voorgeciteerde wijse begaanen werden, en sodanige schatten, ten behoeve hunne linie moeten bij een sien te brengen eens nagaat en tebbens de vrees voor strofte en verlies van't goud dat de meeste hunner onderdonen „ de aarde doet begaanen, als mede al de voren aangehaalde redenen overweegd kan dan nog een vroag. overblijven: waaron en zo weinig goud word uijtgevoerd en waaran het selve hier zo duur is. Dese materie dus verre afgehandelt hebbende ga ik nu over tot de gesteldheijt grote volkrijkheijt vrugtbaarheijt producten regeerings boom magt; religie en zeden van den inlanders ensz: De menigvuldige beschrijvingen die 't zeedert dat dit Eiland ontdekt is daar van gemaakt zijn moesten mij te vreeden stellen en dit met aanwijsing op dese schrijvers met silentium voor bij doen gaan; maar vermits ik wel weet dat dese schrijvers of door onkunde of door dien het met hun intrest of luije aard niet over een quam, de waarheijt te schrijven gespaard hebben. zo zal ik in zo wer ik doar mijne kleine Ervarent„ leijt in dien korten tijd, daar 't uijtvarschen en uijtsenden te weten gekreegen, en op dat man niet meer ignoreere de kostelijke voordeelen die dit Eijland nu en in't vervolg van tijd voor D'E: Comp: kan uijt leveren kortelijk het vol„ gende daar van verhaalen. Jk behoorde met desselfs groote een begin te maaken dog vermits. daar van nog geen. egte kaarte gemaakt is geworden Chineesen en dat mij veele portugeesen. — die daar omstreeks gesworven hebben met waarheijt hebben versekert dat dit Eijland veel graabet is als 't selve tot nog toe boek in eenige kaarte te besk staat, en dat den gouverneur van Liphad een accurate kaart daar van heeft hebbe ik beslooten dit articul uijt te stelen tot ik een Copij daar van zal hebben bekoomen Dehalven dat een bergagtig land van 100. mijlen in zijn Circumberentie zeker ruijm nog eens. soo groot legten is, als een vlak land van deselfse groote te meer als de bergen. zo als dese wesentlijk zijn waarheijt bemaand.
English
259 From Timor, the 19th of August 1756 1756. From Timor, the 19th of August are populated, for if one were to lay the steep roof of a house flat on the ground, spread out on the earth it would certainly occupy once as much space again as it did on the house that it covered; the same must also be understood with regard to the populousness, which for the same reason surpasses that of flat lands; all the more so as the inhabitants breathe a healthy air, as these do, although for foreigners, because of the mineral waters they must drink, the sharp east winds that blow there, and the blossoming of the sandalwood trees, it is very unhealthy, the natives, and especially those who live inland, know nothing of this, and have no lack of food, which is in abundance on this island, and especially on the south side. All the four-footed beasts that are here in multitude, but particularly the buffaloes, which are extraordinarily delicate and surpass the veal at Batavia, are infinitely better in taste than anywhere in the whole of the Indies. The sheep, goats, deer, and pigs are extraordinarily large and very delicate of taste; the meat of the last-mentioned animal is as firm as a Westphalian ham can ever be; the poultry and the fish are not to be praised at all. However, the vegetables, tree fruits, and everything that one sows here grow so luxuriantly in this most magnificent soil and attain such a perfect and delicate taste, and that so swiftly, that it seems impossible. The cauliflower and other cabbages, celery, salads, and suchlike form into such large and solid heads in less than no time, and together with the radishes and black radishes, which grow uncommonly large and thick, are of such delicate taste that the whole world could justly marvel at it. Indeed, in sum, the inhabitants here have an abundance of everything, although for a stranger, no matter how distinguished he might be, because of the brutish incivility of these inhabitants, nothing in the world is to be had, neither for money nor for kind words. 261. From Timor, the 19th of August 1756 From Timor, the 19th of August 1756 I also believe that the cold at night, which even produces a fair amount of ice, given that this island lies at 10 degrees south latitude and consequently in the month of June the sun lies 33 degrees away from it, is in some measure the cause of the fertility. For this reason, and because of the bountifulness of this earth, which yields everything so quickly and almost as soon as one plants or sows anything, I have made a special article in the new treaty concerning the cultivation of indigo and pepper; Your High Nobilities will be able to perceive the quality of the soil for yourselves from the sample of indigo that accompanies this. The pepper, as far as it has been planted, grows luxuriantly, and all the kings and regents, both of this and the other islands, who clearly notice that it must considerably improve their condition, are eagerly waiting for pepper seedlings. The products of this island are for the most part all known, except for the principal one, which hitherto, if not entirely ignored, has at least been doubted and disputed; I mean the gold that is so highly esteemed and cherished by the whole world. Yet, since I have resolved to treat this article in its proper place as a principal matter, which I have discovered and which cannot be and will not be anything other than to the immense advantage of the Honorable Company, I shall mention the remaining products: namely the suasa, copper, wax, sandalwood, cotton, and cotton yarn, which is found here in abundance and of whose fabric I have the honor to deliver herewith some samples, Your High Nobilities being bound to be amazed at the fineness and quality of that yarn or cloths. That there is a copper mountain somewhere is true, but equally true is that besides that mountain there are innumerable mines of that mineral; however, the suasa is found in the rivers together with the gold; and these products are altogether the Timorese riches, the fruits of which, either through their laziness or stupidity, or manner of government, which, as I have already mentioned, deprives them of everything, they do not know how to pluck, and therefore they must forgo the enjoyment thereof.
Dutch transcription
259 Van Timor Den 19:' augustus 1756 1756. Van Timor Den 19:' augustus bemaand zijn, want als men een scherp dak van een huijs vlak ter aarde meer lijde zoude die uijtgebrijd ter aarde zeker nog eens so veel spatiuu beslaan als het selve op het selve op het huijs, dat hij dekte gedaan heebt; het selve moet men ook verstaan ten opsigte van de volkrijkheijd sur passeerde die van bergagtige landen em de selve reeden die van de vlakke; te meet als de Jnmaan„ „ders een gezoude lugt mademen gelijk dese doen schoon simon voor vreemde, om. de minerale materen dieze moeten drunken de scherpe oast winden die er waeijen en 't bloeijen van de zandelboomen seer ongesont is meeten de Jnlanders en in sonderheijt die landwaards. in waaren. daar niets van en geen geboek aan voedsel hebben dat op dit Eijland en insonderheijd aan de zuijtkant in overploet is Al het viernoetige gedierte dat. hier in menigte is maar bijsonders de busfels die extra ordinair delicaat zijn en het kalvs vleesel op batavia surpasseerd is on Eijndig beter van smaak als im„ mers in gantsch Jndien De schapen, boeken, har tebeesten en varkens zijn extra ordinair groot en seer delicaat van smaak; het vleesch van het laastgemelde dier, is so hard als miniers een west phaalse mag zijn) op het gevogelte en de visch is gantsche niet te roemen Maar. de groente baamvrugten en alles met men er zaaijd groeijd zoo weeldrig in dese over heerlijke grond en komt tot so een perbecte. en delicaten smaak en dat so schielijk dat 't onmogelijk schijnt De bloem- en andere koolen selderij, sala den en wat dus meer is sluijten zig in meer als korten tijd tot zulke groote 3. vaste koppen en zijn met en benevens O de radijsen en rammanassen, die buijten gemeen groot en dik groeijen l delicaat van smaak dat de gantsche wereld zig met billikheijd daar over niet verwonderen Ja in somma de inwoonders hebben alhier van alles in overvloed schoon en voor een vreemdeling, hoe gedistingeerd hij ook mogt zijn door de beestagtige inciniliteijt van dese inwon„ „ders, nog voor geld nog voor goede woorden, niets ter wereld te bekoomen is De Ik 261. Van Timor Den 19:' Augustus 1756 Van Simar Den 19:' Augustus 1756 Ik gelave ook dat de konde snagts die selfs redelijk dit ijs procureerd ge„ „merkt dit Eijland op 10. Groeden zuijder baate en bijgevolg in de maand Junij de san 33. graden van't zelve aflegt, enigsints de oorsaeke der vrugtbaarheijt is. Om dese reden, en om de dankbaarheijd van dese aarde, die so schielijk en bij na zo dra men iets plant off zaaijd alles uijtte nert hebbe jk een bijsonder articul in het nieuwe tractaat van de Jndiga en peper Cultuure gemaakt zullende uw hoog Edelheedens selfs aen 't monster van de Jndigo, dat hier nevens gaat de deugd des aandrijx konnen ontwaeren De peper naar so ver die geplant is groeijd met wailleut en alle koningen en regenten so van dit, als d' overige Eijlanden die wel merken dat dat hun staat merkelijk moet verbeteren magten met smerte na peper plantjes De producten van dit Eijland zijn meest alle bekent behalven het voornaemste dat men tot nog toe so niet g'ignoreerd ten minsten in twijfbel getrocken en beslaeden heeft ik meene dat van de gantsche wereld zo hoog g'agt en gechereerd goud; dog vermits ik voorgenaamen hebbe op zijn plaats van dit articul als eene hoofdzake, die ik hebbe uijt gevonden en die niet als ten overgrooten voordeele van D'E Comp: moet zijn en worden zal jk van de overige producten mentie maken namentlijk van de soassa, koper wak sandelhout Cattoen en dito gaeren, dat hier in abundantie volt en van welkers gewees ik de Eere. hebbe hier nevens eenige monsters overteleveren. zullende uw hoog Edelh:s over de fijnte en deugd van dat gaaren of kleeden moeten verwonderd staan Dat er een koper berg t' stde is, is wel maar alsoo wel als dat er buijten dien berg ontelbare mijnen van dat mineraal zijn; maar de loassa word en de rivieren bij 't goud gevonden; en dese, producten zijn altemaal der timoreese rijkdommen, waar van zij of door haere luijigheijd of dom„ heijd, of mijse van regeering, die haer so als reets mentie gemaakt hebbe van alles ont„ „roand, de vrugten niet meten te plucken, en deer„ halven 't genot der selve ontbeeren moeten. heeft Jk & d ƒ 2
English
263. From Timor, the 19th of August, Anno 1756. From Timor, the 19th of August, Anno 1756. I would also report something here concerning their aristocratic government, but since in the foregoing where it was relevant, and in the memorandum left behind for the chief Beynen, I have already made mention thereof, I shall pass over this article, as well as that of their religion—which consists of nothing other than a complete idolatry and the invocation of the spirits of their ancestors, which they call nitoes, consulting with them about their fortune and about what they have to do or to refrain from doing, even among those who are baptized and bear the name of Reformed or Roman—in silence. To describe their morals requires no great effort, being able to conclude the relating of them as swiftly as one began. But as regards their vices, cruel deeds, blasphemous and shameless actions, sinister roguery, lying, cheating, deceiving, and stealing, one could easily fill a large volume with them. But since I have no intention to trouble Your High Excellencies' precious attention with these foul tales, nor to waste my time, which has become so precious due to its brevity amidst so many weighty occupations, I shall only say: that by all kinds of abominations in which they continually wallow in a bestial manner, like monsters and the vomit of the entire earth, they deserve to be eradicated and rooted out from the same. The power of this island would, on account of its size and populousness, certainly be very great, but since it is divided among so many petty kings, who do not understand one another at all and continually live in discord, and also because the inhabitants are utterly cowardly wretches, no one needs to fear them, unless they, combined with the Europeans, were to undertake something, in which case one would see them do incredible things; not through the rank and file of the common people, but through certain champions and amok-runners, who among them are called arong branies, or rather courageous, 265. From Timor, the 19th of August, 1756. From Timor, the 19th of August, Anno 1756. courageous, and who, as formerly among the Romans, present themselves in front of the battle line of the army to decide the battle by their single combat, and are therefore held in great esteem by high and low. Having described thus far what concerns this large island of Timor, I ought to note something—which will not be much—concerning the islands situated around here. Some might perhaps think that, because I have not visited those islands out of ignorance, I was forced, willy-nilly, to be brief regarding their description. But no, it does not fail there at all, knowing perhaps with good foundation, spoken without conceit, more than those who have been there so often; for if one sends an ox to Rome, it returns as an ass. No, the true reason for it is that these islands, in populousness according to their fertility, form of government, religion, and morals, are equal to that of the described Timor; except that they are remarkably better soldiers, and in courage and resolution far surpass the best Bugis and all eastern nations. For the rest, these islands are as well, if not better, suited as Timor for the cultivation of pepper and indigo, and herewith I shall conclude the account of these nearby islands, Rotti, Dauw, Sawu, and the strait of Semau, and cross over to that large island of Sumba, so disregarded by Your High Excellencies, but which has come into great consideration by me. I would hope, High Noble Sir and Noble Sirs, that by describing this I shall not make myself as ridiculous as those who have already undertaken to do so. Perhaps the ridicule originated because they made that description too boastfully and not as it properly ought to have been done. At least, if it happens to me, I can comfort myself that I am not the first. The large island of Sumba is one of the largest, most fertile, and best-situated islands of the East, full of inhabitants, who, besides being good
Dutch transcription
263. Van Simor Den 19' aug:s A„o 1756. Van Simor Den 19:' augustus A„o 1756 Jk zoude hier ook nog iets van hunne aristocraatse regelring melden, dog vermits in't voorgaande daar zulx te passe quam en in de memorie aan 't opperhoofd beijnen nagelaten, reeds daar van mentie gemaakt hebbe zal ik dit articul en dat van hunne religie, die in niets anders bestaat als een volkomen afgaderije en 't aanroeken der geesten hunner voor anders, dewelke zij nitoes noemen haer met die, over 't geluk en over 't gunt zij te doen of te laten hebben beradende selfs bij die gedoopt en de naam van gereformeerde of roamse hebben, met stilswijgen vaar bij gaan. om haare zeden te beschrijven heeft men geen grote moeijte; konnende met het relateeren. van die so schielijk uijtscheijden als men begannen heeft maar wat aan belangd hunne ondeug„ „den voreed leeden godslasterlijke en eervergete bedrijven, sinistre schelmerijen liegen bedangen misleiden en ontvreemden, daar van zoude men gemackelijk een grote baliant, mede konnen beschrijven Dog vermits ik niet van sins be„ em uw hoog Edelheedens dierbare attentie met dese vuijle verhaalen t' incommodeeren nog on mijne door kortheijd so dierbaat geworden tijd in't midden so veeler gemigtige occupatien daar mede te verspillen so zal jk alleen zeggen: dat se door allerlij verfoeijelijkheeden daar ze hun geduurig op een beestiale wijse inmentelen als monsters en uijtbraak sels des. gantschen - aard bodems behaarden uijt den selven uijt gedelegt en uijtgeroeijt te worden De magt van dit Eijland zoude over mits zijne groote en volk rijkheijd seker seer groot zijn, dog vermits het selve onder so veele koningjes, die malkan„ deren gantsch niet verstaan en telkens in oneenigheijd leven. verdeelt is, als mede om dat de bewoonders aarts verwijkde laaties zijn zo behoevd haar niemand te vreesen ten waere zij gecombineerd met de Europeese, iets moesten ondernemen als wanneer men dan van haar ongeloovlijke dingen zoude sien doen: niet door 't gras van 'twolk maar door sekere voor regters en amok lopers die bij haarlieden arong branies of net Courageuse 265. Van Simor den 19:' augustus 1756 Van Simor Den 19:' augustus A:o 1756 Couragense genoemd worden, en die so als voor deese bij de romijnen voor aan die Bitse der armee haar vertoangen door haar voor„ vegten de bataille decideeren; en daarom in een groote agting bij groot en kleijn zijn Dus verre van het gunt dit groot Eijland Timor Concerneerd beschreven hebbende diende ik van de hier omstreeks leggende Eilanden ook iets het welk niet veel zal zijn dien aangaande te noteeren som„ mige zouden mogelijk wel kunnen den„ ken, dat ik overmits ik die Eijlanden niet hebbe besogt uijt eukunde wel genoodsaak was nalens volens nopens die beschrijving kort te gaan maar neem 't hapert daar gantschelijk niet aan wetende mogelijk met banda„ ment. sonder verwaandheijt gespreken meer als die geen die erso dikwils geweest hebben want Lend men een os na roomen. komt hij als een Ezel weerom Neen de maere reden daar van is dat dese Eijlanden in volkrijkheijd na rato vangtbaar„ leijt regeerings borm religie en zeeden met dat van 't beschrevene Timor egaliseeren; behalven dat zij ongemeen beter soldaten zijn, en in Couragie en resolutie de beste boegi„ neesen en alle oosterse natien in verre overtrekken voor 't overige zijn dese Eylanden so wel so niet beter als timor voor de peper en Jndigo Cartuure proper en hier mede zal jk het verhael van dese na bij gelegene Eijlanden Rottij Dauw Saw: en prelaet sanaus besluijten en oversteeken naar dat so van uw hoog Edelheedens veregte dog door mij in een groote aanmerking gekomen Groot Eijland sumba Jk wil hoopen. hoog Edele heer en wel Edele heeren; dat ik mij daor 'tbeschrijven van dit met so bespottelijk zal maken als de geene. die dat alreets ondernomen hebben mage„ lijk heeft de bespotting haaren aansprong geno„ men door dien zij die beschrijving te windrig en niet zo als ze wel hadde behooren te geschieden gedaan. hebben ten minsten zo 't mij overkomt kan ik mij getrooften dat jk de Eerste niet ben. het groot Eijland sumba is een. van de grootse vrugtbaarste en wel gelegentsite Eijlanden van de oost; vol. Jnwoonders, die behalven goede
English
From Timor, the 19th of August 1756 From Timor, the 19th of August 1756 good soldiers, are intersected with excellent, yes even navigable rivers for ships, and close to the bays there is plenty of the most precious timber to build ships. And see the accompanying sample of cordage to rig the same and even to provide them with sails, and what is most important, yielding an abundance of provisions, which is not precisely so very common to find at present, but because the precious black earth easily permits everything, this land could produce it. It is therefore not to be feared, and it is not to be wondered at that such has not already happened, that one or another power, through a rover or project-maker like Du Poirre, should make themselves master thereof, to the great prejudice of the Honourable Company's precious conquests in this eastern quarter. To establish a gathering place for a foreign power, there is none as suitable as Sumba. There is nothing lacking there for a squadron, and they are sheltered from all winds, so that one has the least to fear for that island to the west and for Timor nearby, having a bay, anchorage, excellent timber, cordage, etc. to be found for a squadron. In embracing such a place, one must not only examine whether it is of use to us, but also whether its falling into foreign hands can be to our disadvantage. The great inconvenience of the Honourable Company is that it considers that body not as an immortal one, but merely as an individual merchant, who only pursues his personal enrichment as quickly as possible, because with him everything dies out; but it is quite different with a Company, which, if it is established on solid foundations, lives forever. Here, the greed to make shares rise for a short time and to secure temporary personal profits must yield to a state maxim. A merchant regulates his affairs according to the shortness of his life, because with his death everything ends; but an imperishable body like the Honourable Company, which possesses lands and realms and consequently must be regarded not as a simple merchant, but as a sovereign, must lay the foundation of a profit-yielding edifice, the fruits of which it can sometimes only enjoy after 50 or 100 years, and look not so much to the augmentation of the shares for the present, but for the future. A private merchant will not work for future profits, but entirely for present ones. In abandoning Mauritius, the Honourable Company acted like a private merchant, who has only temporary and no future profits in view, yes, even like a merchant who does not care how it will go with his children and the posterity of his fatherland. Had the Honourable Company acted at that time as a trading sovereign, before it abandoned this now so weighty island, it would have had to examine: A. Whether the same—NB—in time and through effort, could have been made profitable, just as it has become for the French Company, which fetches shiploads of coffee and indigo from there. B. And even if it could not have become a profitable region for us, whether falling into foreign hands it could not have been made into a profitable region for those who would rule it, and tend to our great damage and prejudice. As we experience to our great detriment that it truly does; firstly with the great quantity of products that it yields; to whom? to our great competitor. Secondly, France has made of it a precious refreshment and gathering place and shipyard, for could the French, who have no establishment outside that island where they have a rendezvous or shipyard, etc., ever have shown such formidable squadrons as they did in the last war and cut such harmful figures, had they not possessed Mauritius? This is then an evident proof that one must not always abandon that which brings us no profit, but retain a disadvantageous place to prevent
Dutch transcription
267. Van Timor Den 19:' augustus 1756 Van Simor Den 19:' augustus 1756 goede zoldaten zijn doorsneden met kostelijke Ja zelfs voor scheepen vaerbaere riviren en digt bij de baijen is 't val nall 't kostelijkste timmerhand om scheepen te bouwen. en ziet nevens gaande monsteer touwerk en de zelve toe te tuijgen g zelfs met zeijlen te voorzien, en dat 't voornaamste is een overvloed van levens middelen uijleverende: dat Juijst met zo zeer tegenswoordig te vinden is maar overmits de kostelijke smarte aarde alles leet schielijk dit land zoude konnen doen produceren staat het den niet te dugten, en is het niet te vermonderen dat zulx niet al geschied is, dat de een of andere mogentheijt door een swervet of projecte maken gelijk die du poirre is, zig daar van tot grote prejuditie van 'sE: Comp: dierbare Conque„ ten in dit oosters gedeelte meester make. om een versamelplaats voor vreemde mogentheijt op te regten is en geen bequamen als. sumba: daar is niets voor een Esquader dat haar monqueerd en zijn beschermt voor alle winden zo dat men voor dat Eijland 't weest en voat Timor als niewens een baaij haren ankergrond oppermal timmerhout touw &: voor een esquadre te vinden zijnde het minste te vreesen. heeft. — Jn 't amplecteren van zulke plaats moet men niet alleen. Examineeren, of die ons van nut, maar of het in vreemde landen vervallende ook tot nadeel kan zijn het grote inconvenient der E Comp:e is datze dat lighaan niet als een om„ sterblijk maar als een enkeld Coopman Considereerd; die maar zijn per sonele verrijking zo spoedig vordert als 't moge„ „lijk is om dat met hen alles uijtsterkd maar gantsch anders is 't gelegen met een. Comp: die als se op goede gronden gevestigt is althoos leefd hier moet de inhaligheijd om voor een korten tijd actien te doen rijsen enn temporeelen personeele minsten te doen voor een staats maxime derang Cedeeren. Een Coopm: reguleerd zijn zaeken na de E kortheid van zijn leven om dat met sijn dood alles eijndigd maat een onnergankelijk lighaam als D'E: Comp: de welke landen en ryken passedeerd en bijgevolgd niet als anker gaonrd een 269. Van Timor Den 19:' augustus 1756 Van Timor Den 19:' augustus A„o 1756 een simpel. Coopman maar als een souverain malt werden aangemerkt moet een bondament leggen van een winst gewend gebouw daar ze som„ tijds eerst over 58. of 100. Iaaren de vrugt van kan genieten en niet zo zeer op de augmen„ „tatie der actien voor tegens woordig maar voor 't volkomende zien. Een particulier Coopman zal niet werken om toekomende maar alles om tegenwoordige winsten DE: Comp: heeft met 't verlaten van mauritius gehandelt als een particulier Coopman, die maar temporeele en geen toekomende winsten in't oog heeft Ja zelfs als een Coopman die 't niet kan scheelen hoe het met zijn kinderen en de posteriteijt zijnes vaderlands sal gaen; — had. dE: Comp: ter dier tijd als een handel drijvend souverain g'ageerd zoude deselve voor dat ze dit nu so wegtig Eijland had verlaten hebben met mogen en g'Examineerd A: of het selve NB. met den tijd en door moeijte en winst gevend geweest. zo als 't zelve voor de bransche. Comp: geworden is die scheeps ladingen met Coskij en Jndigo van daar haald hadde konnen gemaakt morder B. en zo 't al tot geen winstgevend gewest voor ons of het in vreemde handen vallende niet voor haer die 't zouden beheerschen tot geen wingeweest had konnen werden gemaakt en ons tot groote schade en prejuditie strecken. Gelijk wij tot ons groot nadeel onderwinden dat het zelve maarlijk doet; eerstelijk met zijne grote quantiteijt producten die 't uijtleverd; aan wie aan onsen groten Compe„ titeur. ten tweede heef=t vrankrijk daar van een kostelijke verversch en zamelplaats en timmer„ werk, mant zoude de baanschen die buijten dat Eijland geen etablissement hebben, daer ze een rendenous of timmermerk etc:a hebben haar ooijt niet zulke ont zeggelijke Esqudres. altze in den laasten oorlog gedaan hebben, konnen vertoonen en zo veele schadelijke biguuren maken hadden zij mit de mauritius gehad Dit is dan een Evidente blijk dat men niet altijd moet verlaten dat ons geen voordeel op „breng, maar een nadelige plaats behouden om Jndigo voor
English
From Timor, 19 August 1756. From Timor, 19 August 1756. To prevent that, by abandoning the same and having it fall into other hands, no greater injury befall us. I still remember very well that the Honourable Company deliberated on abandoning Malabar. Had that but happened, Ceylon would likely soon have followed. Thus it stands with Sumba: it yields nothing, and therefore one should also pay it no heed; but if a foreign power should discover it, they will, especially in time of war, at last make us regret too late that we paid so little attention to it. So it is also with this island Timor. Had we, at the time we were at war with Portugal, been able to foresee that France could become such a dangerous competitor to us, and would seek by cunning to acquire this island in order to strip us of our spice islands in time of war; we, who had the upper hand and had already conquered everything on this island except this, would certainly have done our best to dislodge this handful of Portuguese. But people in those days already began to reason as merchants who have temporary profits in view, and not as statesmen who consider future profits by taking advantage of everything that is advantageous and disadvantageous. The pursuit of a mistaken economy may be compared to the fable of the dog of Aesop, who, having a bone in his mouth and seeing his shadow in the water, was driven by greed to snap at the chimeric bone, thereby losing the real one that was already in his mouth. And if one does not wish to do anything with that island, let us at least partially depopulate that populous island in order to populate the environs of Batavia with them, and make these depopulated lands yield more produce than they have done up to this day. Forgive me, Right Honourable Sir and Most Noble Gentlemen, if I have been too tedious and too frank in describing this matter of the island of Sumba; for truly all this is done out of faithful zeal for the interests of the Honourable Company and your Right Honours' glory, which causes me to pass over from Sumba to Solor, an establishment managed for those of Timor by the Honourable Company, though now as good as abandoned. The abandonment of that place and its fort Fredrik Hendrik, which is the essential key to the strait of that name, can likewise in time of war lead to dangerous consequences. For if Timor has become a place of consequence, either through my discovery of gold or because such a dangerous suitor courts it so strongly, Solor is no less so. It is through that strait that so many thousands of Macassar vessels, robbers, raiders, smugglers, slave thieves, etc., pass, who overrun everything, disrupt trade, and inflict such considerable injury upon the Honourable Company, and who would surely stay away if there were a garrison there. Hundreds of vessels have shown themselves here along this island, and at present there are three large ones at Lifao, which—because they supply the Portuguese, who are in the utmost distress for everything owing to the non-appearance of their regular ship—have caused me considerable disadvantage in my negotiations with the Portuguese Governor. They have, with their hundreds of vessels, raided a large tract of the island of Sumba and carried off into slavery all those they captured. These eastern pirates even allow themselves to be found on Ceram and on the South-Western Islands; indeed, they have become so bold that by the hundreds they have sailed so close past Castle Concordia that one was able to reach them with the artillery or the cannon of the castle and fire over them. Besides that, close by lies that dangerous Larantuka, belonging to the Portuguese, where the French, if their plans on this island Great Timor fail through the measures I have taken, could much more easily set up an establishment and gathering place than here. May I be permitted, Right Honourable Sir and Most Noble Gentlemen, with all due and possible respect, to ask what objection was made to me in my instruction.
Dutch transcription
271. Van Timor Den 19:' augustus 1756 Van Timor Den 19:' augustus 1756 voor te komen dat met het verlaten van het zelve, en 't vallen in andere handen ons geen groter nadeel geschiede Mij heugd nog seer wel dat D E Comp: in beraad heeft gestaen om de mallabaar te verlaten dat moest maar geschied zijn Ceijlon zoude kort daar op ook well genoegd hebben Dus is het gelegen met sumba het geeft niet en daarom moet men 't ook niet agten; maar zo 't een vreemde magt eens ontdeks. zal hij inzonderheijd in oorlogs tijd, wel laast, ons te laat doen berouwen dat mijer zo weinig attentie op hebben gemaakt zo is het ook met dit Eijland smnot gelegen hadden mij ten tijde dat wij met portu„ „gal oorlogden, konnen voor uijt zien dat vran„ krijk ons een. zo gevaarlijke Competiteur hadde kunnen worden en met list dit Eijland zoude soeken 't avercheeren om ons in tijd van oorlog van onse specerij Eijlanden te depouil„ leren wij die de overmagt hadden en reets. alles op dit Eijland na, hadden verarert zouden zeker ons best hebben gedaan om dese hand vol portugeesen te doen de logeeren maar men begon in die tijden al te raisonneeren als: Cooplieden die temporeele en met als staatslieden die toekomende winsten door 't baneur van zig van alles dat voor en nadelig is meesten te maken in't ooghebben. Het betragten van een verkeerde menage kan men vergelijken bij de babel van die hand van Esopus die een been in zijn bek hebbende en zijne schaduwe in 't mater siende door heb. zugd in't zelve gedreven wierd om naar 't Chimericque bee. te lasten het rresentlijke dat reets in zijn bek was daar bij verloot en zoo men al geen werk van dat Eijland wil maken laten wij ten minsten dat volk rijke Eijland voor een gedeelte ontvalken om de en verangs van batavia daar mede te peupeleren en maken, dat dese ontvolkte landerijen meer producten alse tot heeden gedaan. hebben uijt leveren. vergeerd mij hoog Edele heer en wel Edele leeren, zo jk in 't beschrijven deser materie van't Eijland sumba te langdradig en te vrij hebbe geweest; mant waarlijk zulx geschiet alles uijt een getrouwe iener voor 'sE Comp: belangen en uw hoog Edelheedens 2 began glorie 273. Van Simor Den 19: augustus 1756 Van Simo Den 19:' augustus A:o 1756 glarie, dewelke mij doet van sumba over stoppen naar solot een Etablissement voor die van Timor door D'E Comp: beheetscht dog nu zo goed als verlaaten het verlaten van den oord en zijn boat fredrik Hendrik, dat de wesentlijke sleutel. van de straat van dien naam is, kan mede in tijd van oorlog van gevaarlijke gevolgen zijn, mant is Tina een plaats of door mijne ontdekking van goud, of door dien een zo gevaarlijken bruijdegan so sterk daar na vrijd van Consequentie geworden, is het solot niet minder Het is daar die straat dat so veele duijsende maccassaarse vaartuijgen roowars stroopers smakkelaars slaven dieven 5: die alles afloopen, de negotie steemmen „ D' E: Comp: soo een Considerabeele nadeel toevrengen. passeeren. en die wanneer aldaar een besitting was, wel van daan, zouden blijven zonderde vaertuijgen hebben haer hier langs dit Eijland laten zien en thans zijn er drie groote op Liphao die mij, om datse de portugeesen die mits de nan Comparitie van hun ordinair schip om alles ten uijttersten verlegen. zijn in mijne negotiatie met den portugeesen gouverneur en Consideratie nadeel hebben toegebragt zij hebben met hun houderde vaartuijgen een grote streek van 't Eijland sumba afgeloopen en al die ze gevangen hebben in slaveriije weggevoert Dese oosterse Rovers. laten haar zelfs op Cera„ en op de Zuijdwester Eijlanden vinden, dewelke se assurant zijn geworden datze met han„ derde 't Casteel Concordie zo na zijn voorbij gezeijld dat me dezelve met het geschut of 't Canan van 't Casteel heeft konnen begaan en over heen schieten. Behalsen, dat daar digte bij, dat genaar„ „lijke larentoeka, toebehoorende den portugeesen. legt daar de baanschen so 't haat. door mijne genomen maat regulen op dit Eijland groot Tinor miislukt wrij wat gemakkelijken een etablissement en versamelplaats konnen opregten als. hier zij mij hoog Edele heer en wel Edele 3 3 heeren gepermitteerd en met alle verschuldigde en mogelijke eerbied te vragen! mat zwarigheid men dog gemaakt heeft, mij in mijne Comparanitie jnstructie
English
275: From Timor, the 19th of August 1756 instruction to give positive orders to attack and conquer the Black Portuguese on the island of Great Timor, who are renegades from our dear ally His Majesty the King of Portugal, and who, contrary to the order and constant admonition of Governor Corea, have attacked us in a rogue-like manner with a force of 30,000 armed men on our territory under their head and Tenente General da Costa, and furthermore also to conquer Larantuka, which likewise belongs under this Tenente General. I have examined all the papers that were to serve for my elucidation in this commission, but, through so many contradictions with which they are filled, they have confused me more than enlightened me. The chiefs openly expose the vexations, extortions, and infractions of the treaties by the Portuguese, and request from Their Right Noble Excellencies the authorization and power to take reprisals; and Their Right Noble Excellencies, not wishing to take this heavy responsibility upon themselves, From Timor, the 19th of August 1756 request authorization from the Right Honorable the Lords Directors, who, again out of fear of a cruel rupture, entirely disapprove of taking reprisals. Then the Timorese chiefs are encouraged and stirred up from Batavia; then they are frightened, being told that they had better take care not to commit any hostilities against the Portuguese, and that Their Right Noble Excellencies had observed with astonishment that the claim and territory of the Honorable Company on Timor was of very little importance, and therefore one should not make the least figure. All these things, after I had examined them well on the journey hither and, arriving on Timor, had confronted them with the state of affairs, would nevertheless not have been capable of deterring me from attacking the Black Portuguese, even with this small force of sick and crippled recruits, and bringing them under the Honorable Company's obedience, and even conquering that so important Larantuka. But, Right Noble Lord and Right Honorable Lords, pursuant to my instruction, as a matter of the utmost importance against the measures taken by Mr. Poivre, I had to 277. From Timor, the 19th of August Anno 1756 From Timor, the 19th of August Anno 1756. contract with the Portuguese Governor, and consequently not begin my negotiation by irritating him. If one wishes to catch birds, one must not beat among them with sticks; although I truly have great reason to believe that my new treaty and new sworn allies will add more weight to the matter against the French designs than the contract with the Governor. For if these two powers, France and Portugal, are already in negotiation about it and are only waiting for the report of Du Poivre to execute the exchange of the trade, as I was assured by the second in rank during his presence here, it will certainly not deter the Portuguese Governor, who is but a petty servant of his King, besides the fact that it would be too late. But be that as it may, my contract and my new contracting parties must foil everything; besides, the revolt of Rote, of which I shall make mention in its due time and place, as I do not yet have information about everything, and the short time made it impossible to undertake so many things and the warring against the Naymoutes at the same time. When one is busy with political intrigues and negotiates over pacific matters, one must, especially with a distrustful person, leave the sword in the scabbard for that time. Having advanced thus far with the description of the islands, I shall leave the same and step back onto the island of Great Timor, and principally must still examine: the condition of its chief small factory of Kupang and the value of those ministers, of whom, if one were to put them all together into a basket and turn the bottom up each time, always either a scoundrel, or a sluggard, or an incompetent, or a drunkard, or a disturber of the public peace would come to the top; and for that reason I judge neither the chief nor anyone of all the ministers in the least capable of executing my new contract and beneficial arrangements which I have made in that regard. This I write, Right Noble Lord and Right Honorable Lords, by no means out of animosity or personal hatred against the one or the other, but
Dutch transcription
275: Van Simar Den 19:' augustus 1756 jnstructie positive ordres te geven, om op 't Eijland groot timor de swarte portugeesen dat afvallige van onsen dierbaeren. bondgenoot zijn majesteijt den koning van portugal zijnen, die tegen de ordre en gestadige vermaning van den gouverneur Corea, ons op eene schel„ magtige wijze met een magt van 30000: gewapende mannen op ons grond gebied onder hun hoofd en tenentij generaal de Costa hebben geattacqueert te overvallen en te ver„ „veren en voorts larantoeka dat ook onder deese. tenentij: generaal gehoord almede Conquestreeren. te Jk hebbe alle de papieren die mij tot Elucidatie in dese Commissie moesten strecken g'examineerd maar zij hebben wij veele door zo vebbe Contradictoiren daar ze vol van zijn meer verwaerd als verligt De opperhoofden van huur tong d'uijde„ „lijk aan de vexatien ex tot sie en infractien der tractaten door de portugeesen versoeken de qualificatie en magt en represaille te nemen aan haar hoog Edelheedens en haar hoog Edelheedens dese zwaare verant„ woording niet willende op haer neemen Van Timor den 19:' augustus 1756 verzoeken qualificatie van haar wel Edele groot agtbare de heeren Majores die al weder uijt vrees van een wreede, brenk 't represaille neemen gantsche„ „lijk afkeuren Dan worden de timoreese opperhoofden van batavia g'arrimeerd en gaande gemaekt dan schrijkt men haar dat ze laat wel moesten magten eenige vijandelijkheeden aan de portugeesen te pleegen dat haar hoog Edelheedens niet verwonde„ „ring hadden ontwaard, dat de aanspaak en't gebied van D'E: Comp: op Lima van gantsch weinig belang was, en dierhalven de minste beguur niet maeken moest, alle dese diigen na dat ik ze op den rijs na herwaarts wel g'exa„ mineerd en op Tinor arriveerende met de Constitutie van zaeken geconfranteerd hadde, zoude dog niet instaat geweest zijn mij of te schrikken, om de swarte portugeesen, selfs met dese kleine magt van sieke en kreupele bhaaren, t' overvallen en onder SE: Comp: gehoorsaamheijd te brengen en selfs dat, so gewigtige Larentoeke t' veroveren Maar hoog Edele Heer en wel Edele heeren ik moest, ingevolge mijne Jnstructie, als een saak van 't uijtterste beelang, tegens de geno„ „mene maatregulen van M:r poivre met verzoeken den 277. Van Timor den 19:' augustus A„o 1756 Van Timor Den 19:' Augustus A„o 1756. den portugeese gouverneur Contracteeren, en bij gevolg mijne onderhandeling, niet met hem z irriteeren beginnen. Als men vogels wil vangen moetenen met geen stocken daar onder slaan, schoon ik waarlijk groote reden hebbe te geloven dat mij nieuw tractaat ende nieuwe honden eed genoten naer gewigt aan de zaak tegens de fransche des„ seinen, zal bijsetten, als het Contract met den gouverneur want so dese twee mogent „heeden, vrankrijk en Portugal, reets daar over in onderhandeling zijn, en alleen op 't rapport van du poiore wagten om de uijtwisseling van de ruijling te doen, so als mij van de tweede bij zijn aanwesen alhier versekerd wierd, zal het ginmers den portugeesen gouverneur die maar een kleijne dienaar van zijn koning is niet tegenhouden behalven dat 't te laat zou zijn maer 't mag uijt vallen so als 't wil mijn Contract en mijne nieuwe Contractanten moeten alles verijdelen: behalven dat den opstand van Rottij daar ik op sijn tijd en plaats, als nog niet van alles onderrigting hebbende, zal mentie maaken, ende korte tijd onmogelijk toeliet soo veele dingen en't b'oorlogen der naijmoetiers, te gelijk te onderneemen als men met politicque in't riques besig is, en over pacificque saken handelt moet men, insonderheijt met een wantrouwige den degen voor die tijd in de scheede laaten. Dus verre met het beschrijven der Eijlanden g'advanceert zijnde, zal jk de selve ver„ laten en slappen weder op het Eijland groot Lunot, en wel. principaal en nog moet 't ondersoeken: de gesteldheid van dies hoofd Comptoirtje Conpang ende waerde dier ministers, die wanneer men se al tesamen in een mand kondoen, en telkens 't onderste baven keeren altijd of een laatsie of luijaard of onbequaame of een drankaert of stoorder van de gemeene rust, boven zou komen, en daerom nog 't opperhoofd nog niemand van alle de ministers 't minst instaat oordeele em mijn nieuw Contract ende heijlsame schikkinge, die jk dien aangaande gemaakt hebbe, t' executeeren Dit schrijve ijk uit hoog Edele heer en wel Edele Heeren uijt een ammositeijt off personeelen haat teegens den Een of den anderen, gantsch niet en't maar v