Inventory 2887
Surat · 355 pages · 143 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Timor, 19 August 1756. From Timor, 19 August 1756. However, in this lie the Honorable Company's highly important interest and grave concerns, as well as my honor, which is quite dear to me—perhaps more so than one might imagine—locked up, for what else has driven me from Batavia, where I have a reasonably lucrative and comfortable post and can spend my days under my own roof with ease and pleasure, and caused me, with an ailing body, to choose wandering at sea, the perils thereof, the extraordinarily heavy expenses, the great anxiety, the discomfort, the lack of space, and the injury from the foul air of the most unwholesome regions whither I have gone, over sweet rest, if it is not to satisfy my ambition and glory and the desire I have to carry out, in gratitude to my benefactors who elevated me to this office, something to magnify their immortal renown and the Honorable Company's interest, which concerns me considerably more than my own, as will be evident in all things? I have already made mention in this of several things concerning the Opperhoofd, and shall therefore add here that several kings, indeed even the first King of Belo, whether out of revenge or retaliation, or out of affection for the Honorable Company, or out of distress regarding the Portuguese, had sent their envoys to the Opperhoofd to submit themselves to the Company, but the all-mighty and pedantic schoolmaster did not even grant them a hearing. Upon my arrival here, I found the very own bodily son and the regent of the King of that so highly important Noubara, which, being situated on the northeast side of Lifao, would have hemmed in this Portuguese principal place, and consequently the Portuguese would not dare to stir. These people had already been sent here by the King over nine months ago to enter into an alliance with the Honorable Company, because they had to endure so much harassment from the Portuguese. As soon as I came ashore, these envoys came to me and informed me of their commission and their bad reception from the Opperhoofd. From Timor, 19 August 1756. From Timor, 19 August 1756. I received these people particularly well, showing pity for their condition, for they, having had no resources for so long a time, were starved and their clothes were in tatters. I presented them with linen, chintz, and other fabrics to serve as clothing. I immediately wrote a letter and sent these envoys with an ensign of the Mardijkers, accompanied by a precious gift of gold cloth etc., to the King. But this King let my envoy depart with a counter-gift of wax and this reply: "Tell the Lord Commissioner that I am sorry that I cannot now embrace that which I offered 9 months ago by sending my own son and my regent, for the Portuguese have profited from this long delay and, having overpowered me, have forced me to accept such harsh conditions as prevent me from the least undertaking, for they have erected a fort directly opposite my residence to monitor my movements," as stated in the report under Letter N. From this picture, one can come to know the man who holds supreme authority here and may possibly command in time of war. The second is as great a schemer as ever a Hamburg drayman's wife could be, setting all people against one another. The officer Zingelman, whom I brought along, in the swilling of arrack—as if that were his duty—will yield nothing in that regard to the retired ones, having also often tried to withhold from the soldiers what is theirs, a trick he surely must have learned in Batavia from those rich homeward-bounders. The chief surgeon, on account of the unbearable arrogance into which his highly esteemed character as a Member of the Council of Policy has plunged him, does nothing in the world except bring reports of his patients, leaving everything to a junior surgeon, believing that it is far beneath his illustrious character to
Dutch transcription
279. Van Simor Den 19:' augustus A:o 1756 Van Simor Den 19:' augustus 1756 maar hier in legt 'sE Comp: hoogwigtig intrest en swaere belangen, en mijne glorie die mij alvrij en mogelijk liever is als men zig zoude verboelden opgeslooten want wat leeft mij doen van batavia alwaar ik een redelijke lucratine en gerak „kelijke bediening hebbe en mijne daagen onder mijn eigen dak met gemaken plaisier kan door brengen gejaagd; en met een siekelyk lichaan, het smerven ter zee het gevaar der selver d' Extra sware kosten de groote ongerustheijd, 't ongemak, 't gebrek aan stesse, d' Injurie van de quade lugt van de ongesandste gewesten, daar ik na toe be„ gegaan voor de soete ruste doen kiezen zoo 't niet is, om mijne ambitie en glarie te voldoen en om de zugt, die ik heb, om tot dankbaarheijt mijner weldoenders die mij tot dese bediening. hebben verheven ook iets tot vergroting van haar onsterffelij„ ken raem en SE Comp: intrest dat mij vrij watmeet als mijn eigen gelijk als in allen blijken. zal, ter harlen gaat uijttevoeren Jk heb al van verscheide dingen het — opperhoofd Concerneerende, in deesen mentie gemaekt en zal dierhalven hier nog bijvoegen. dat verscheide koningen, Ja selfs d'Eerste koning van belo, 't zij uijt wraak of uijt weerwraak, of uijt en genegentheijt voor dE: Comp: of uijt benautheijd voor de par„ „tugeesen hare sendelingen aan 't opperhoofd hadde gesonden om zig aan de Comp: 't onder„ werken maat den talmagtigen en pedanten schoolmeester gaf haer niet eens gehoor met mijne komst alhier vond jk den eijgen lijfelijken. zoo met de rijxbestiet dere van den koning van Dat so hoogwig„ tige noubara dat vermits 't aan de noord oost kant van liphas gelegen is dese portugeese hoofd plaatse tusschen dat „aie in soude hebben geslooten en bijgevolg de portugeesen zig niet durven verroeren Dese waren, al over negen maanden van den koning hier gesonden om in 't verbond met DE: Comp: te treeden, en datze soveel overlast van de portugeesen moesten uijtstaan zo dra ik dierhalven aan landtrad qua„ men dese sendelingen bij mij en gaven mij kennisse van hunne Commissie en hun gemaekt slegt 281. Van Timor Den 19:' augustus 1756 Van Timor Den 19:' aug:s A„o 1756 slegt weder waaren met het opperhoofd. — Jk haalde dese menschen bijsonder aantonende medelijden te hebben met kunnen staat, mant sij waren, in zo langen tijd, geen resource hebbende, uijt gehougend en hunne kleeren waaren vergaan, ik le„ schonk deselve met lijmaat Chitsen en andere stoffen om tot kleeding te dienen. Jk schreev. aanstonds een briev en sond dese zendelingen met een vaandrig der mardijkers. gepaard met een kostelijk geschenk van goude stoffen &: aan den koning, dog dese koning liet mijn sende„ „ling met een Contur geschenk in wax met dese antwoord vertrekken zegt tegens den heer Commissaris dat het mij leet doet dat ik nu 't geen waar toe jk voor 9. maanden met het senden van mijn Eijgen zoon en mijn rijxbestierder hebbe aangepresenteerd niet kan amplecteeren; want de partugeesen hebben van deesen langen uijt stel gepro„ „biteerd, en mijn overheerd. zijnde zulke harde Conditien doen ingaan die mijn de minste onderneming beletten; want zij hebben vlak over mijn residentie een kort om mijne beweegingen nategaan, op„ gemorpen inde rapport sub L„ra N. —. uijt dit tafereel kan men den man die hier 't oppergesag en mogelijk in oorlogs tijd sal voeren leeven kennen. De tmeede, is so een grote koukelaar als ooijt een hamburgs slepers wijt kan wesen helpen alle menschen aan malkanderen. D'officier Zingelman, die ik hebbe mede gebragt, wil in het slocken van arrack, als of dat zijn dat soe te na was, den gegageerden gehle dien aangaande niets Cedeeren hebbende ook dikwils geprobeerd de soldaten 't hunne t' onthouden eene ma„ pine die hij zeker op batavia van die rijke t' huijs vaarders geleerd zal hebben. D' oppermeester doet uijt hoofde van de onverdragelijke vermant hit daar hem zijn hoog aansienelijk Caracler van Eid van politie in heeft gedomnpeld niets ter waereld als rasport brengen van zijne patienten, latende alles op een andermeester aan komen meenende; dat het zijn illustre Caracter veel te na zi is,
English
283. From Timor, the 19th of August, Anno 1756 From Timor, the 19th of August, 1756 is, to inspect it himself, besides the fact that the poor fellow who learned coopers' work truly knows nothing about it. It is astonishing that a manslaughter is so heavily punished, while one allows ignorant surgeons, without having them undergo an examination beforehand, to attend to dangerous patients, whom they, either through negligence or through ignorance by administering the wrong remedies, cause to depart for the other world. Yet, however incompetent all these minor officials are, they nevertheless understand the art of fleecing their paying masters with small sums which, when they flow together, do not fail to make up handsome amounts, whereby such an office is utterly ruined. They also make their requisitions quite generously, so that the Castle has been full of planks, beams, and other timber, and the warehouses supplied with linseed oil, all kinds of paints, tar, and gunpowder; and I have shown them that, even though they needed new warehouses, they could dispense with all those materials, as the kings must deliver the stones, lime, and timber for that purpose, which they also do very willingly. I had a public auction held at my house to show what kind of profit they make and how they account for it, as may be seen in the accompanying auction roll under Letter A. . . . . . . In the foregoing, and particularly in the place where I spoke of the country's products, I have made no or little mention of gold as the principal one, but postponed its description until I might obtain more thorough information about it. And now that, through the return of my emissaries from these gold rivers, which are very numerous, and their written as well as verbal reports, and also the gold and its ore and earth brought along and dived up or washed by them, which I have the honor to transmit herewith to Your Right Nobilities along with other samples, I 285. From Timor, the 19th of August, 1756. From Timor, the 19th of August, 17 am enabled to describe the true nature and essence of these gold rivers as a principal head article, I do so with all due respect and high esteem in the following manner. This precious metal, Right Honorable Sir and Right Honorable Sirs, is not brought thither from the mountains of China, as some, and especially a Commissioner Huygens who was here many years ago, have maintained, but is found in great abundance in various rivers that water our territory on this island; and it is an inconceivable and at the same time irresponsible matter that they have maintained so many windbags over so great a series of years to dupe the Honorable Company regarding the condition of this island with so many ignorant minutes and windy concepts and projects, yet have either ignored or neglected the true or real wealth that must uncommonly benefit the Honorable Company. What I myself have found and discovered, Right Honorable Sir and Right Honorable Sirs, are no chimerical, far-fetched, or invented trifles based on the notions of empty brains to pull the wool over the eyes of their principals until one has filled his purse in a punishable manner and withdrawn from the service of those whom one has duped for so many years; nor are they any Silida, Macassar, or other invented gold mines, for which so many unending tools, miners, mining captains, and I know not what other rabble were needed, who knew how to draw the gold from the Honorable Company's cash box instead of from the mines of the earth or mountains, and thus make the expenses surpass the profits. No, the accompanying real gold sample, which I had fetched in a short time from various of these gold rivers, is very genuine and good, and even exceeds that of Sumatra in touch. My mines have nothing in common with other groundless, difficult, and sometimes fabricated mines, much less any expenses, except merely a party of coolies who this so cherished mineral out
Dutch transcription
283. Van Simor Den 19:' augustus A„o 1766 Van Timor den 19:' augustus 1756 is, om selvs daar na te sien behalven dat den armen bloed, die het kuijpen geleend heefd waarlijk daar niets van weet. Het is te vermonderen dat een doodslag. so smaar word getaand, termijl dat ie onkundige geweesmeesters, sonder alvaren een Examen te hebben laten doen, over gevaarlijke patienten laat gaan, die z of met negligentie of door onkunde verkeerde middelen gevende na de andere mereld doen verhuijsen Dog hoe onbequaam alle de ministertjes zijn verstaan deselve egter de konst om haare betaals heeren met klijne bedragjis, die wanneer ze bij malkanderen vloeijen niet nalaten mooije sommetjes uijt te maken, maar door zo en Comptoir veragterd, al gantsch wel zij doen hare Eijssen ook mooij ruijm invoegen het Casteel, vol van planken balken en andere houtmerken en de magua„ zijnen met lijn alie allerlij verr stoffen theer en kruijd voorsien zijn geweest en die ik haar hebbe aangetoond dat of schoon ze nieuwe pakhuijsen moesten hebben zij alle die materialen konden missen, moeten„ „de de koningen de steenen, kalk en hout„ merken daar toe leveren, 't welk zij ook leet gaarne doen Ik het. publique vendutie aan - mij huijs laten houden om te tonen wat die voor een minst op marken en hoe zijze verantwoorden, te zien bij hier nevens gaande vendu rol sub L=ara. . . . . . . Jk hebbe in 't voorgaande en wel voornamentlijk het plaatse daar ik van 'slangs producten gestroken heb van 't goud als het voornaamste, geen of weinig mentie gemaakt, maar dies beschrijving tot daar van grondiger onderrigting mogte bekomen uijt gesteld. E. maar nu ik door de terugkeeringen mijner sendelingen van dese goud drivieren welke seet veel in getal. zijn, en hare gedane p. schriftelijke als mondelijke rapporten als mede het mede gebragte en door haar opgeduijkte of gewasse goud en dies Erts en aarde dat d' Eere hebbe uw hoog Edelheedens nevens andere monsters hier mede over te senden zij instaat 285. Van Simor Den 19:' augustus 1756. Van Simor Den 19:' augustus 17 instaat ben gesteld, om het grandige en mesentlijke deser goud riveeren als een princi„ paal hoofd articul te describeeren, doe ik dat met alle verschuldigde Eerbied en hoogagting in maniere als volgt. Dit kostelijk metaal hoog Edele heet en wel Edele heeren! ward niet uijt het gebeagte van China na derwaarts ge„ bragt, gelijk sommige en in sonderheijd een voor lange Jaeren hier geweest sijnde Commissaris huijgens, hebben gewild maar valt in grote abuudantie in verscheide rivieren die ons territoir op dit Eijland arroseeren en het is een onbedenkelijke en teffens onverantmoor„ delijke sake dat hij soo veel mind„ buijls in so groote reex van Jaaren hebben opgehouden om DE Comp: nopens de Constitutie van dit Eijland te dupeeren met soo veel ignorante minutte en winderige Concepten en projecten dog het maere of reele dat d E Comp:e ongemeen moet bevoordeelen of g'ignoreerd of versloust hebben Dat jk selfs hebbe gevonden en ont„ dekt hoog Edele Heer en wel Edele Heeren zijn geen Chimerique vergesogte of g'inventeerde beuselingen, welke steunen op sustenuen van losse karssenen om zijne heeren principaelen een rad voor de oogen te draaijen tot dat men zijne beursse op eene strafwaardige mijse heeft gemeld en zig den dienst der geener die men zo lange Jaaren heeft gedukeert ontrocken; ook zijn 't geen silidase, maccassaarse of andere g'inven„ teerde goud mijnen, waar toe so veel oneinde gereed schapken, bergmerkers, berghoplieden en ik meet niet mat al voor een gespuijs meer die 't goud, insteede van uijt de mijnen der aande of bergen, uijt die van 'sE: Comp:s geld Cassa misten te haalen en alsoo de lasten de winsten te doen surpasseeren: Neen het hier nevensgaande braage goud monster dat in korten tijd uijt verscheide deser goud rivieren hebbe laten haalen is veel egt en goed, en overtrekt selks dat van sumatra in toets mijne mijnen hebben niets met andere gronde Loose moeijelijke en somtijds verdig te mijnen gemeen veel min iets van naden als slegts een parthij Coelijs, die dat so gechereerd mineraal „dekt uijt
English
287. From Timor, the 19th of August 1756 1756 From Timor, the 19th of August from the rivers, just as I have seen is also done in Switzerland, is gathered, but in a different manner than they do, washing, yet in no such quantity as is to be found in these rivers, and that is not called mining gold, but gold washing, for which work all kinds of people, even children up to seven years inclusive, can be employed. What need compels us then, to go track down new discoveries and conquered regions at great expense; one should take the certain over the uncertain. Can there be anything elsewhere more profitable than gold, and can an easier way be devised to gather the same than that which I have demonstrated? Is it not what the whole world is after? Well then, here I have found it; here is then the true project to make the great Island of Timor, through its products of gold, wax, pepper, indigo, and sandalwood, a magnificent conquered territory. Had my health permitted me, I would have undertaken an ocular inspection of those gold rivers in person; but through the lack thereof, having advanced halfway, I had to turn back and entrust this weighty commission to others. Also, I would have constructed a small fort at the place where the most of that mineral falls within the Company's territory, and provided it with a garrison; but since, not only according to my plan and your High Noble Excellencies' intention, I am to leave the island of Timor in the latter part of August and hasten to Bima, the place of my second commission, I lacked not only the time, but also the laborers to build that fort, I had to content myself with sending thither the one who brought me the sample of the gold, being a soldier named Giese, skilled in the language and customs of the country, whom I have promoted to Corporal on account of his demonstrated vigilance in seeking this mineral, with thirty men, consisting of 6 Europeans and 20 Mardijkers, from to 289. From Timor, the 19th of August 1756 From Timor, the 19th of August 6 1756 Zoetoeloeroe Maubessij in order provisionally, until further orders from your High Noble Excellencies, to erect there an earthen field redoubt, which shall bear the name of Goude Mossel, with palisades and sods of earth, not only to cover these rivers, but at the same time gently to divert the natives from their superstition and dispose them to gold washing, as well as to protect them against the Naijmoetiers or Black Portuguese, whom they extraordinarily fear, and in time to bring them over to our interests. The rivers that yield that precious mineral are several in number, but the most prominent, nearest, and which are all within the Honorable Company's territory, are the following: Neumiabbo Capsalle Naijtemane Batteles Beneme Tepas Sanam, and Tajone Of which above-cited rivers, my emissary, due to the incredible superstition of the natives who followed him and were to wash that mineral, was permitted to approach no more than the last two for that purpose. To the river Neumabbo, which carries with it the most, and I may well say an unbelievably great amount of gold, among which are nuggets the size of whole and half fists, they dare not approach, because it flows through, although on our territory, yet along the borders of the Black Portuguese, whom these natives, as I have already said, dreadfully shun. In the territory toward Belu, which soon, according to my plan and without negligence on the part of the chiefs, must become ours, the principal gold-yielding rivers are the following: Manubaij Folbaij Boeboesoesoe Roetoetoe Loeloe Amallara emissary Roee 291. From Timor, the 19th of August 1756 Timor, the 19th of August 1756 From Roee Coldaak, and Lakulo Lotte All these rivers are infinitely richer in gold than those that irrigate our territory. I have managed to obtain a sample of the gold yielded by the principal ones, and therefore have the honor to send the same herewith. I have been assured that there are months in the year, and principally in the month of July when the water is at its lowest, that they just scoop the gold out of the rivers without washing or making any effort; however, because of their incomprehensible superstition, they dare not continue this for long, out of fear of angering this river and dying on the spot. The rivers Zoetoeloeroe and Amallara yield, according to a unanimous statement of the Belunese, so much gold that I am ashamed to set it down here for fear of being accounted a braggart, and yet one sees the least gold thereof in circulation, as the natives, because of the aforementioned superstition, dare not approach them. Now one might rightly ask, if there are so many gold-rich rivers on the island of Great Timor, how it comes about that its inhabitants are so poor and so little of that mineral is seen exported; this objection I have already resolved in the foregoing, namely: A. Their great superstition and idolatry, which does not permit them to go and seek that mineral from the mountains and rivers, being under the firm conviction that the mountains will then fall upon them and crush them. B. If they do so, it is taken from them by their regents, and they are deterred thereby. C. Thousands of little kings and regents who, upon their death, are carried to the grave entirely adorned and covered with that mineral. And apart from that mineral, the subjects, where it is found, far from making them rich or happy, plunges them into great misery, as if their land gave only meager food and clothing. What countries yield more gold than China, Japan, Peru, and Sumatra, and yet the bulk of the inhabitants there are dirt poor. Now
Dutch transcription
287. Van Simor Den 19:' Augustus 1756 1756 Van Simor Den 19:' augustus uijt de revieren, so als ik gesien hebbe dat mede uit switserland gedaan mord op duijken, dog op eene andere manier, als dese doen, masschen, egter in geene sulke quantiteijt, als in deese rivieren te vinden s, en dat noemd men niet goud gaanen maar goud wasschen kunnende tot dit merk allerlij menschen tot kinderen van seven Jaren in Cluijs gebruijkt werden. wat nood perst. ous dan, om met grote kosten nieuwe ontdekkingen en win gewesten te gaan opspeuren, men neme het sekere voor 't onsekere. kan en iets eelders en winst gevenden wesen, als: gouden kan er mel een gemakkelijker mijse bedagt worden om het selve op te duijken als dat ik hebbe aan„ getoond, is het niet de geheele wereld daar om te doen.) wel aan hier heb ik 't ge„ vouden; hier is dan het mare profect ren van het groot Eijland Simor door zijne praducten van goud wax peper jndigo en sandelhaud een overheerlijx winge„ west 't maken. Hadde mij mijne gesondheid toegelaten jk soude inpersoon een oculaire inspectie van die goud rivieren genomen hebben)/ dog door 't missen van dien, hebbe ik halven weegen ge„ vordert geweest zijnde, moeten te rugh keeren, en dese gewigtige Commissie aen andere opdragen. ook zoude ik ter plaatse daar 't meest van dat mineraal in't Comp:s gebied valt een bortje hebben g'extrueerd en dat met eene besetting voorsien, dog vermits mij niet alleen volgens mijn plan en uw hoog Edelheedens intentie, en in het laast. van aug:s het Eijland Timor, te verlaten, en mij na bansie de plaats mijner tweede Commissie te spoeden niet alleen de tijd maar teffens ook arbijds volk om dat bortje op te hou„ „nen ontbrak so hebbe ik mij moeten vergenoegen om die geene, die mij 't moester van 't goud gebragt. heebt, zijnde eenen in de taal en manieren van 't land kundigen soldaat met name giese en die ik aan zijne betaande vigilantie in 't soeken van dit mineraal tot Corporaal. hebbe bevorderd, met dertig man bestaande in 6. Europeese en 20 mardijkier derwaands te senden van om 289 Van Sincor Den 19:' augustus 1756 Van Timor Den 19:' augustus 6 1756 zoetoeloeroe Maubessij om bij provisie tot nader ordre van uw hoog Edelheedens. aldaar en veldschans dewelke de naam van goude mossel zal weren met pallisaden en aarde zaden, op te regten em dese rivieren niet alleen te decken maar teffens de jnlanders sagtjes van hunne supustitie te diverteeren en tot 't goud wasschen te disponeeren, als mede em haar voor de naij„ moetiers. af swarte partugeesen die sij hij sonder vreesen, te beschermen, en om haer met den tijd in onse belangen te krijgen De revieren die dat kostelijk mineraad uijtleveren zijn verscheiden in't getal dog de voornoemste nabij gelegenste en die alle op 's E: Comp:s grond gebied zijn, zijn de volgende Meumiabbo Capsalle Naijtemane batteles beneme tepas sanam en Tajone van welke bovsen geciteerde rivieren mijn sendeling door de ongeloselijke bijgelovig„ heid der Jnlanders, die hen volgden en dat mineraal moesten wasschen, niet meer als de twee laaste, tot dat eijnde mogt naderen Aan de rivier neumabbo, die 't meeste en ik mag wel zeggen ongelootlijk veel goud, waar onder klompen als heele en halve vuijsten zijn, bij sig vroerd durven zij niet naderen, om dat deselve schoon op ons grond gebied egter op de grensen van de smaate portugeesen die dese Jnlan„ „ders, soo reets gesegt hebbe vreeslijk schuwen doorvloeijd In't gebied na belo dat haast volg:s 1 mijn plan, en buijten ver maarlesing van de opperhoofden het onse moet werden zij de prinipaalste goud uijtleverende rivieren de volgende Manubaij folbaij Boeboesoe soe, Roetoetoe, Loeloe, amaclara sendeling. Roee - 291. Van Simor Den 19:' augustus 1756 Simor Den 19:' augustus 1756 Van Roee Coldaak, en Lakulo Lotte alle dese rivieren zijn meindig goud rijker, als die geen die ons grond gebied arroseeren, Jk hebbe weeten van de principaalste een monster van hun uijt leverend goud magtig te marden en hebbe dierhalven d' Eere deselve hier mede overte senden Mij is versekerd, dat er maanden in't Jaar zijn, en principaal in de maand Iulij wan„ neer het water 't laagst is datse het goud uijt de rivieren so maar sonder masschen of eenige moeijte te doen opropen dog dit durven zij uijt hoofde van hunne onbegrijpelijke supeustitie niet lang Continueeren uijt vrese van dese rivier te vertoonen en den daad te sterren Deriveeren soetoeloeroe en amallara genen volgens een unanime opgave der beloneesen so. veel goud dat ik beschaamt ben, om dit uijt vrees van niet voor een gascon te boek te staan hier ter neder te stellen, en dog ziet men daar van het minste goud in de vandeling alsoo de jnlanders om meergem: superstitie die niet durven nadere. Nu soude men wel met regt mogen vragen so 'ir so veele goudrijke rivieren op het Eijland groot Limor zijn hoe 't dan komt dat dies inwoonders. so aren zijn en men ze weinig van dat miniraal siet vervoeren dese obsecte hebbe ik in't voorgaande reets opgelast namentlijk af hunne grote superstitie en afgaderije die laat niet toelaat, en dat mineraal uijt de bergen en rivieren te gaan opsoeken, in dat vaste denkbeeld zijnde dat de bergen als dan op haar sullen vallen en dan verpletteren 6/ zo ze 't aldoen word haer dat door hunne regenten afgenomen en daarom afgeschrikt C: /duijsende koningjes ende regenten die met hunnen dood gantschelijk met dat mi„ neraal om harigen en overdekt En grave werden gebragt En buijten en behalven dat mineraal de onderdaanen, daar 't volt verre van haar rijk of gelukkig te maken deselve in grote ellende dompeld als of hun land en enkeld omiosel voedzel en, dekzel gaff wat Landen geven meer goud als. China Iapan peru en Sumatra en egter is het gros der inwaonders aldaar dood aan Nu
English
293. From Timor, the 19th of August, the year 1756. 6. From Timor, the 19th of August 1756. Into what slavery and intolerable tyranny have the poor Americans not been plunged through their gold and silver mines; and the Spaniards, who possess these rich mines, far from having improved their condition thereby, have depleted their own homeland of subjects and made themselves miserable. Yet it would be quite otherwise situated with the Honorable Company in respect to the gold-yielding Timor, for that mineral is not extracted with infinite expense from inaccessible and unapproachable mines, which often surpasses the mineral they dig by force of people in a doubtful manner, but is merely dived up or washed from the rivers, not first melted from an ore and refined, but found in rerum natura, so that simple people, yea women and small children, can be used for that purpose. If Your High Excellencies wish to have a true conception of that gold washing, please be pleased to examine the report regarding this submitted to me by my envoy and appended hereto under Letter O; from it, it will be evident that the simple manner in which this gold is sought, and the great superstition, is the cause that so little of it is found, and that everyone is capable of doing it, for note bene: they dare not betake themselves into the large gold-bearing rivers, nor into the gold mountains which they worship, out of an idle fear of dying immediately, as I have already had the honor to report. Therefore, they make a small cutting on the bank of these rivers, by means of which they divert a small brook or streamlet from the large rivers. That being done, they gather up a clayey earth from the beach, close by the rocks, or even stones, as the accompanying sample thereof demonstrates, which is the essential bed of these rivers, and knead or crumble it with their hands in a calabash or large pumpkin shell full of water. When this earth and clayey substance has been entirely diluted and thus made liquid in this manner, they pour 295. Timor, the 19th of August 1756. From Timor, the 19th of August 1756. their calabashes with these substances into that brooklet, and let it flow over a stone that has been deliberately placed by them in this brooklet for that purpose, in such a way that the rapid current carries away the earthy matter, and the gold, which was hidden in that substance, remains lying on the stone because of its gravity, however small and dusty the particles may be. Then they dam up their brooklet and pick up the gold from the stone, which has become dry through this damming. Behold here, with favorable pleasure, High Noble Lord and Right Noble Lords, the picture from which can also be seen and deduced the true cause why this mineral, in proportion to its abundance in the rivers, is so little exported and comes so little into circulation; as well as what a considerably large quantity of gold one could obtain from all these rivers, and particularly if we could once become master of the Belonese, as we already have become through the new treaty with some of those princes who, through my way of doing things, have entered into that new alliance with joy, if the diving up of that mineral for the benefit of the Honorable Company were to be done by others than these superstitious, lazy peoples, and in an entirely different, more suitable, and speedier manner. For if 25 persons, as well men, women, as children, have in 4 days in such a simple manner washed three reals of gold from one of the gold-yielding rivers, how much will 2000 capable and less superstitious people, Solorese, Rottinese, Sumbanese, and Balinese, wash and dive up in 365 days in rivers richer in gold? If one calculates, taken at the very lowest, that they wash only just as much gold again as these lazy, superstitious Timorese have done, that would amount to a sum of 43,800 reals a year, and that, calculated at 17 rijksdaalders per real of heavy weight, would make a capital of 744,600 rijksdaalders.
Dutch transcription
293. Van Timor Den 19:' aug:s A„o 1756 6 Van Simor Den 19:' augustus 1756. In met slavernij en onderdaagelijke tran„ E „nie zijn de arme americanen, door hunne goud en silvere mijnen niet al gedoenseld.: en den spansers, die dese rijke mijnen passedeeren, verre van hun staat daardoar te hebben verbeterd hebben hun eijgen vaderland van onderdanen uijtgeput en haar Elendig gemaakt. Dog gantsch anders. zoude het met d' EComp: ten opsigte van 't goude gevend Timor gelegen. zijn want dat mineraal word niet uijt ontoeganke„ „lijk en ongenaakbare mijne niet onein„ dige kosten die veeltijds het mineraal dat ze graven surmonteeren door magt van volk dubieuslijk gehaald maar word uijt de rivieren slegts opgeduijkt ofgewassen niet Eerst uijt een erts gesmolten en gerak„ „bineerd maer in rerum naturam gezonden konnende daar toe onnosel menschen Ja vrouwen en kleijne kinderen gebruijkt werden willen uw hoog Edelheedens een waar denkbeeld van dat goud wasschen hebben zij gelieven 't rapport dien aan„ gaende door mijn sendeling aen mij overgegeven en hier nevens sub L=ra O: gevoegd na te sign daar uijt zal Consteeren dat de annosele manier met dewelke dit goud mard gesogt, ende groote superstitie de oorsaak is dat er so weijnig daar van gevonden word en dat er ieder een daar toe instaat is want NB. zij durren haar inde groote goud gevende rivieren nog in de gondbergen die zij adoreeren, uijt een ijdele vrees van aanstonds te sterven so als. reets d' Eere hebbe gehad te melden niet begeven dierhalven maken zij aan den oeker deser riveiren een kleijne door„ „graving door middel van dewelke zij uijt de grote rivieren een kleijn beekse of stroamtje leijden dat gedaan zijnde ropen zij aan„ strand digte bij de klippen een kleijagtige aarde, ook wel zouden steenen gelijk het hier nevens gaande monster daer van aantoant en dat de mesentlijke grond deser revieren is op en kneden of vermolven die niet hunne landen in een Carbas of groote pampoene schors wolwater als nu dese aarde en klijagtige stoffe op dese wijse gantschelijk verdunt en also. vloeijbaar gemaakt is gieter zij genoegd hunne d . 295. Timor Den 19:' Aug:s 1756 Van Timor Den 19:' augustus 17:56. man dagen realen hunne Carbassen met dese stoffen in dat beekje en laten het over een steen daar haar Expres in dit beekje tot dien eijnde gelegd vloeijen in voessen dat de belle staan d'aardagtige stoff=e wegneerd, en 't goud dat in die stoffe verborgen geweest is door zijn swaarte loe klein en stofjes ook zijn op de steen blijkt leggen, als den dammen zij hen beekje of en rapen het goud van de steen die door deese afdamming droog is geworden op ziet hier met gunstig welbehaagen hoog Edele heer en wel Edele heeren het tobereel waar uijt mede de mare oorsake kan werden gesien en afgeleijd maet„ „om dit mineraal na rato van desselfs menigte in de revieren so weijnig mord uijtgevoerd, en in de mandeling komt als mede wat een Considerable grote quantiteijt goud men uijt alle dese revieren en in sonderh:d manneer w' eens meester van de beloneese. konden worden. so als in reets door 't nieuwe tractaat met Eenige dier vorsten die zig door mijne manier van doen met blijdschap in dat man. 2o00 daegen nieuwe verband begeven hebben geworden zijn als de opduijking van dat mineraal ten behoeve van d'E: Comp: door andere als dese super„ stitieuse luije volkeren en op eene gantsche andere geschikter en spoedigen wijse geschied: mant hebben. 25. personen Lo. mannen vrouwen als kinderen in 4: daagen op eene so onnosele wijse uijt eene der goudgevende rivieren drie reaelen goud gewassen hoe veel zullen 2000. geschikte en min superstiteeu„ het soloreesen rottineesen sumbaneesen en baliers in 365. dagen in goud rijker rivieren massen en op duijken so men 't allet geringst genoomen re„ kend dat zij slegts nog eens soo veel als dese luije superstitieuse Timoreesen hebben gedaen goud wasschen so. zoud dat een montant van 43800: reaelen. Iaars emporteeren en dat teegens 17:' rijxdaalders de reael smaekte gerekent een Capitaal van 7. 44600 rd:s uijtmaken froeff nieuwe 25. — 4—. 6. — - rd„s 4380066— rd„s 74. 4.600: —. –. genomen 730000: 2000: —. —3.6. 5. —
English
297. From Timor, the 19th of August, the year 1756. From Timor, the 19th of August, the year 1756. Taking now these 2000 men at 3 rd:s per month each in wages, making an expense account for the Honourable Company of 72000 rd:s, there would still remain a considerable sum of 672600 rd:s or ƒ1614240:—, besides the fact that these 2000 men would protect this region in time of need against a powerful enemy and even spend their pay there; such thoughts do I have, Right Honourable Gentlemen, Honourable Gentlemen, of these, but especially of the Belunese gold-bearing rivers, if I am not mistaken, which I believe as little as that I am certain that I am not in a position to fool my high masters or to dupe the Honourable Company; for I have taken this matter so strongly to heart, and have gone to so much trouble and expense to discover the truth thereof and to dispel the dark mist that has covered so many chiefs and special commissioners with ignorance since the year 1619 when the Honourable Company came into possession of this region, that it would go entirely beyond my and any reasonable man's conjecture if so many hundreds of confrontations, which all agree, were merely found to be so; for the rivers, and especially those of Belo, are so rich in gold that very large nuggets are found therein; but be that as it may, and let one take this matter as lightly as one might possibly wish, it is nevertheless certain that no one will dare deny any longer that the rivers of this island deliver good quantities of gold: and taken at its very worst and lowest: if one dived or washed of that mineral no more than half of the above-mentioned amount; yes, even much less, even if it were only so much as was needed for the expenses of the office and for the maintenance of 2000 men, which I however shall never admit, that would, because that capital, just like that of a sugar mill, falls back into the Company's treasury, still yield a great gain and constitute a considerable sum, besides the fact that, as I have already said, our lands would thereby be covered against an outside 299. From Timor, the 19th of August 1756. From Timor, the 19th of August 1756. attack. Also, these 2000 can, with 2000 or more Timorese to be trained, during the time when they could not wash any gold due to the heavy drainage from the mountains, be used in that magnificent and fertile region which these rivers irrigate for the cultivation of pepper and indigo. Before I leave the metals, I must add here that it is indeed true that not one, but several copper mountains are to be found at Ade and Manetoetoe, and that the natives, out of an idolatrous superstition, [illegible] to approach them, I am also assured, and God knows how much gold lies buried under or in those copper mountains. For from the accompanying pieces of copper, one can easily see that they were either attached to the gold or intermixed with the gold; one also sees in one of those pieces the white stone to which it was attached, in the same manner as the gold. This mineral is seldom found alone, but almost always with or under the gold; in one of the Belunese gold rivers they have found a piece of copper, which a Roman priest now has, weighing 30 catties, having in all its cavities a reasonable quantity of fine gold. My accompanying pieces of copper clearly indicate that if they are not mixed with gold, they have at least had their origin in the vicinity of the gold. When they wash the dust gold in the river, they ordinarily find specks of copper mixed among it, and to separate the one mineral from the other, they press a wad of kapok onto their dived-up quantity of that mixed mineral, and whatever is now taken up by this kapok is copper, and that which remains lying by its weight, is gold. Of the mineral or gold ore sent herewith under mark G: M:, having not examined the same, I shall make no or little mention; time is too short and 301. From Timor, the 19th of August 1756. From Timor, the 19th of August 1756. and the business too great to examine everything myself, besides the fact that I am not the greatest chemist; but so far as one must judge from the weight and colour, it contains some gold or is a mercury that will only in time be brought to maturity and to gold; if one pays close attention to it and examines it by day, one will see several golden specks shining out of it; for all the blue or lead colour on it I take to be the mercury, and that which has already turned to yellow seems to me to be gold or something approaching that mineral in colour; if this substance carries gold with it, one can also promise oneself great advantages from it, considering all the stones and rocks in these gold rivers consist thereof. Having thus far dealt with this highly important matter, I wish Your Right Honours a good and, for the Honourable Company, considerable success therein, of which I consider myself, one way or another, virtually assured if the execution is entrusted to an honest and sensible man; for otherwise it will go as with many things of the Honourable Company, that is, the servants eat the porridge and at best let the Honourable Company scrape the kettle. Therefore, I very humbly request Your Right Honours to postpone the selection of the executor of this project until my return, as I shall be best able to judge the man who will have to undertake that great work and instruct him with such rules as I have been unable to let flow entirely from this pen. Yet wait, here another thought occurs to me regarding this mineral that perhaps surpasses all those already described, gives the greatest expectation, and consequently also merits the most attention. It is known that gold, as well as other minerals, have their growth, that they have their ripeness as all things, yes even the most solid bodies, like [illegible]
Dutch transcription
297. Van Timor Den 19:' aug:s A:o 1756. Van Timor Den 19:' aug:s A:o 1756 Genomen nu dese 2000 man tegens jder 3 rd:s smaands aan gagie d'E Comp: een onkost reecq: van ad:s 72000. maakte so zoude egter nog een Considerable som„ „ma van 672600: rd:s of ƒ1614240:— overschieten behalven dat dese 2000. man dit gewest in tijd van mood voor een magtigen vijand zouden beveiligen en selfs hunne soldijen aldaar verteeren; zulke gedagten hebbe ik Hoog Edele heeren wel Edele heeren van dese maar insonderheijd de belaneese goud gevende rivieren, so ik mij niet bedriege 't welk ik also min geloone als dat ik versekerd be, dat ik niet instoat ben mijne haage gebieders wat wijs te maaken of d'E: Comp: te dupeeren; want ik heb mij dese zake so sterk laten aangelegen zijn, en so veel moeijte en kosten gedaan, om de waarheijd daar van te ont„ „decken en om den donkeren nevel die 't seedert 't Jaar 1619 dat D' E Comp: dit geweest heeft beseten so veele opperhoofden en Expresse Commissarissen met omkunde heeft oner dekt 't ontnevelen dat 't gantschelijk buijten mijne en een redelijk mans gissing zoude gaan, als so veele honderde Comtron„ tatien die alle accordeeren enmaar mogten werden bevonden want de rivieren en insonder„ heijd die van belo zijn zo rijk van goud dat er heele groote klompen daar in ge„ vanden werden; dog 't zij hoe 't zij en nen neeme dese zake zo gering op als men immers begeerd zo is egter vast dat niemand meer zal durven ontken„ „nen, dat de rivieren deses Eijlands een goede quan=titeijten goud uijtleveren: en op sijn alle quaadst en ergst genomen: men duijkte of waschte van dat mine„ raal niet meer als de helbte van boven genoemd montant: Ja nog veel minder alwas 't maer so veel dat de kosten van 't Comptoir en tot. 't onderhoud van 2000: man nodig was, dat ok egter nooijt sal toestaen. zoude dat vermits dat Capitael gelijk als van een suijker molen weder in 'sComp: Cassa komt te vervallen met al veel ge„ monnen en een fommetje van Consideratie uijtmaken behalven dat 'er so als reets gezegt hebbe onse landen voor een zoude attentant 299. Van Timor Den 19:' augustus 1756 Van Simor Den 19:' augustus 1756. attentaat van buijten daar door gedekt werden ook kunnen dese 2000: met 2000. off meer timoreesen en aan te leeren in de tyd datze door de swaere afwagtering uijt de gebergtens geen goud konden masschen in dat overheerlijk en vrugtbaar gemelte die dese rivieren arroseeren tot de peper en Jndigo Cultuure gebruijkt werden. voor ik de metalen verlate moet ik hier nog bij voegen dat het wel waar is dat 'er niet een maar verscheide kaper bergen te ade en manetoetoe te 2 vinden zijn, en dat de Jnlanders uijt een abgodische superstitie, die met duaren naderen is mij ook versekerd en god meet hoe veel goud onder of in die koper bergen begranen legd. want uijt de hier nevensgaande stucken koper kan men met gemak sien dat deselve of aan 't goud vastgehecht of met 't goud doormengd zijn geweest, nen ziet oak in een dier, stucken de witte steen daar aan het vast. heeft geseten inselver voegen als het goud Dit mineraal mord selven alleen, maar meest altijd met of=onder 't goud ge„ „vonden, in een der beloneese goud rivieren hebbense een stuk koper dat nu een raamse priester heeft van 30: kattjes smaar gevonden bij sig in alle de holtens een redelijke quantiteijt zijn goud hebbende. Mijne hier nevens gaande stucken kaper genen niet onduijdelijk te kennen dat zo ze niet met goud vermengd zijn; ten minsten in de nabuurschap van 't goud hunnen versprong hebben gehad als zij het stoff goud in de rivier wasschen winden zij ordinair stofjes koper daer onder gemengd en om 't eene mineraal van 't andere te scheiden drukken zij op hunne opgeduijkte quantiteijt van dat Dotje gemengd minerael en datse Capok al wat nu door deese Capok word opge„ „noomen is koper en dat door sijne swaarte leggen blijft, is goud van het hier nevens sub werk g: M. overgaande mineraal of gouderts zal ik als 't selve niet ondersogt hebbende geen of weinig mentie maken: de tijd is te kort ende Dit 301. Simor Den 19.:' augustus 1756 Van Van Simor den 19:' augustus 1756 en de besigheeden te groot om alles selfs t' ondersoeken behalven dat ik de grootste Chimust niet ben dog voor so verre men uijt de smaerte ende Coleur moet oordeelen, heeft het selve eenig goud zij hij of is een mercurius dat eerst door den tijd tot rijpheid en tot goud zal werden gebragt; als men 'er wel oplet, en 't ter dagen besiet) zal men verscheide goude stofjes daar aan sien uijt blunken want alle 't blaauwe of looth Coleur daar aan begrijp ik de mercurius te zijn en 't gunt reets in't geele is genor„ „dert moet duukt mij goud of iets dat minirael in Coleur approcheerd zijn zo dese stofbe goud bij laet voerd kan men zig ook groote voordeelen daar van beloven gemerkt alle de steenen en klippen in dese goud rivieren daar uijt bestaen Dus verre dese loog wigtige mate„ rue afgehandelt hebbende wensche uw hoog Edelh:s daar van een goed en voor dE: Comp: Considerabel succes van 't welke ik mij op d' een of andere manier so men de Executie aan een eerlijk en verstandig man aan vertrouwd so goed als versekerd houde, mant anders zal 't gaen als met veele dingen der E: Comp: dat is de dienaeren eeten de pap en d'E ' Comp: latenze op sijn best de ketel schaapen dierhalven versoeke uw hoog Edelheedens seer ootmoedig de verkiesing van den Executeur deser projects tot mijne wederom komste uijttestellen, also 'k best van de man, die dat groote werk zal moeten onderneemen zal konnen oordeelen en hem instrueeren met sulke regulen die ik onmogelijk altemaal uijt dese penne hebbe kunnen doen voort vloeijen. Dog zogt hier valt mij nog een gedagten nopens dit mineraal in dat moge„ „lijk alle de reets beschrevene surpass:d de meeste verwagting geeft en bijgevolg ook de meeste altentie mercteerd Het is bekent dat 't goud so wel als andere mineraelen hun groeij hebben datze hun rijpheid so als alle diugen za selfs de aller vaste lichamen gelijk E onder
English
From Timor the 19th of August, Anno 1756. From Timor the 19th of August, Anno 1756. among other things, must have a diamond through the [illegible], I hope that no one will deny, therefore the gold that is found in the rivers has not grown therein, for one finds it separated from its mother or matrix, the ore, flattened, compressed, or worn smooth. Where then? Surely in the mountains at the source of the rivers, there the true gold mines must be, pieces of which, during great floods of these rivers, are surely loosened by the forceful impacts of heavy stones rolling down against these mines with the fierce currents, and subsequently roll down the mountains with these stones, and thus, crushed, flattened, bruised, and worn away, fall down low into the great rivers, where by the depth and lesser speed of the currents they sink and are thus found. So that if this is so, as an ingenious man who has the least knowledge of minerals will gladly concede to me, how large then must the pieces of gold be at the source of the rivers and in the actual gold mines, since one finds in the rivers down below pieces like half and whole fists, and also like the joints of fingers, just as a piece is to be found among my samples. From that very sample one can see that through its worn smoothness it must have had a hard journey from the top of the mountain, where its source was, down to the bottom, and suffered a great deal of nuisance from the neighboring stones, which were loosened by the heavy currents in the rainy season and in passing took my mineral along and rolled down together. Well, Right Honorable Sir and Honorable Gentlemen, who knows indeed what precious and invaluable gold mines one might find at the source of these rivers. The native agrees with me; he says that in the mountains at the source of the rivers dwells the mother of gold, and he would rather let himself be killed than go there. This will perhaps be too difficult to believe and make me appear ridiculous, but I know full well that if, before my departure from Batavia, I had maintained that the rivers of Timor yield much gold, I would have received no better reception; and yet the matter has been discovered through diligent investigation, and the gold in verification thereof is sent herewith. Well, how fortunate I would consider myself if I might find the source and mines of that gold as well as its particles in the rivers. And one should not be surprised at all if such should happen, even though I leave this island; I will at least do my best for it, and the measures I have taken in that regard promise me great success. With this highly important matter, Right Honorable Sir and Honorable Gentlemen, I could conclude this my report, but the extreme rogue practices committed both on Batavia and elsewhere, and the natural aversion I have against such unfaithful servants, compel me to reveal to Your Right Honors a few samples of these rogues, the more so because this relates to my commission. All the donation goods for the kings and regents of Timor, Rotti, Solor, Savu, and Sumba, which arrive here from the Honorable Company's warehouses in Batavia, are good, genuine, and sound; but everything that these kings and regents come to demand from the Honorable Company in payment or in cash gift, and which is not to be found in the Honorable Company's warehouses and must be provided by the small shopkeeper, is charged so dishonorably and shamelessly high, and is moreover of such poor quality, that these kings and regents at best receive one third the value of their gifts, and must receive what was demanded for payment with exorbitant markups. So it will surely be with all the gifts to the other allies of the Honorable Company; I have expressly [illegible] some of these gifts committed by these
Dutch transcription
303. Van Timor den 19:' aug:s A:o 1756. Van Jimor den 19:' aug:s A:o 1756 onder anderen, een diamatit is door de aande moeten hebben, wil ik hopen dat niemant zal ontkennen ergo het goud dat in de rivieren vold is daar niet ingegroeijd mant men vind het van zijne moeder of mortie het erts gesepareerd verplatterd plat gedrukt of gesleeten: waar dan: zeker in't gebergte aan de source van de rineeren daar zullen de regte goud mijnen zijn melkers stukjes daar grote overstaommi„ „gen van dese rivieren seeker door sterke aan bonsingen van swaare steenen, die teegens dese mijnen met de belle stroomen aan komen rollen los gemaakt vervolgens met dese steenen de bergen of rollen en also verpletterd plat gedrukt ner„ breijseld en gesleeten om laag in de groote rivieren komen te vervallen alwaarse door de diepte en mindere snelheijd der stroomen suiken en also gevonden worden, zo dat uu so is, gelijk een vernustig mensol die de minste kennisse mineralen heeft my gaarne sal willen toe staan hoe groot moeten dan wel de stucken gouds aan de source der revieren en in de mesentlijke goud mijnen zijn vermits. men in de rivieren en laag stucken als halve en heele vuijsten ook als leeden van ringers gelijk er een stuk onder mijne monsters te vinden is; vind. Aan dat selve monster kan men sien dat 't selve door zijne gesletene gladdigheijd een swaare reis van boven den berg daar sijn souace geweest is tot omslag moet hebben gehad en seer veel overlast van de nabuu„ „rige steenen die door de sware stroomen in de regen. tijd las geraakt en en passant mijn mineraal mede genomen en te samen omlaag gerold zijn, geleden Wel hoog Edele heer en wel Edele wie heeren „ wet dog, wat men aen den souice deser rivieren, niet al voor kostelijke en onwaardeerlijke goud mijnen zou vinden. Den Jnlander is 't met segt dat in het ge„ mij eers hij bergte aan de source der rivieren de moeder van 't goud maant en zou zig eerder laaten daden als daar na toe gaan, dit sal mogelijk te beswaarlijk en zijn 305 Van Simor den 19:' aug:s A:o 1756 Van Simor Den 19:' aug:s 1756 zijn om te geloven, en mij belachelijk maken maar ik weet wel dat bij aldien jjk voor mijn vertrek van batavia staande hadde willen houden dat de rivieren van Lincor. veel goud geven jk geen beter onthaal. zoude onder„ gaan hebben, en egter het men de zalk door een neerstig ondersoek ontdekt en 't goud tot verificatie daar van gaet hier meede over: wel mat zoude ik mij geluckig agten als ik zo wel de source en mijnen van dat goud als derselver deeltjes in de rivieren mogte vinden. En men verwan„ „dere sig gantschelijk niet so sulx schoon ik dit Eijland verloot ge„ schied: ik zal ten minsten mijn best daar toe doen en mijne genome maat regulen daar omtrend belopen mij een groot succes Met dese hoog wigtige stoffe hoog Edele. heer en wel Edele heeren 7 zoude ik dit mijn rapport kunnen sluijten maar de hoog gaande schel„ „merijen die zo op batavia als elders gepleegd worden ende natuurlijke ad„ persie die ik tegens sulke ontrouwe dienaren hebbe, noodpersen mij per eenige staaltjes dier schelmen aan uw hoog Edelheedens t' openbaeren te meer om dat zulx betrecking tot mijne Commissie heeft, alle de schenkagie goederen aan de koningen en regenten van Tiniot Rottij soloa, Saro, en sumba, die uijt sE Comp:s pakhuijsen van batavia alhier aan komen. zijn goed egt en deugdsaan; maar alle het gunt dese koningen en regenten van d'E Comp: in betaling of in Contan geschenk komen te eijsschen, en dat niet bij SE: Comp. pakhuijsen te vinden is, en door de klein winkilier besorgt moet werden is zo eerlaas en onbeschaamd hoog in reke„ ning gebragt daer benevens. so. slegt van deugd dat dese koningen en regenten op zijn besz: een derde meerde van hare geschenken voldoen krijgen en het voor betaling g'Eijschte met Capitaalen advans moeten ontfangen zo zal het sekerlijk met alle de geschenken aan de verdere bondge„ noeten van D'EComp: gelegen zijn; ik hebbe Expres eenige dier geschenken van gepleegd dese
English
307. From Timor, the 19th of August, the year 1756 From Timor, the 19th of August, the year 1756 bought up these petty kings, and send the same, along with a signed report herewith under Letter M, for scandalous examination, herewith to your High Excellencies, to show with dutiful respect how faithlessly and shamelessly the Honorable Company is served by some of its lower-salaried employees. A roll of cloak fabric that is bought in Batavia for 11 rix-dollars is entered in the books here as a heavy roll of porte sayette for 72 guilders; a roll of bast fabric of 8 rix-dollars for an equal sum; and a patjere coarse chintz of 3 to 4 rix-dollars for 10 rix-dollars; as well as an old small hat with a plume that is not worth a farthing, for 24 guilders. I very humbly request your High Excellencies to have the goodness to peruse my signed report concerning this and to confront the sent gift goods therewith, so that it may be evident and astonishingly clear to your High Excellencies how faithlessly, dishonorably, and shamelessly these servants treat their paymasters and their allies. It is not only that these allies are being deceived, but what a dark and black impression does that give them of the greatness and magnanimity of the Honorable Company, and that merely to enrich a petty shopkeeper; for these petty kings think, although they do not say it, that they are being deceived by the Honorable Company itself. As soon as one deems a prince worthy to enter into an alliance, he must also in all respects be regarded and treated as an ally. However, High Honorable Sirs, although I am certain that your High Excellencies, after reading this, according to your customary equity which cannot possibly tolerate such knavish tricks, will provide a remedy, I nevertheless did not wish to fall short on my part in contributing favorably thereto, as one cannot have too many eyes on the lookout to counteract such roguery. I have given these allies an explanation and made them understand that they were being deceived not by the Honorable Company, but by such a factor who personally bought up the goods they demanded that were not to be found in the Company's warehouses. To which end I have advised them that they should leave the Honorable Company unbound in counter-gifts and demand nothing in counter-exchange; that besides being mean and entirely unbecoming of their dignity, this way of doing things turned a gift into a barter; whereas if they left such matters to the generosity of the Honorable Company, as one should always do in the case of gifts, they would henceforth be treated far better with regard to counter-gifts. For if the Honorable Company is not restricted by a counter-demand, it can satisfy its counter-gifts out of the warehouses and stock of the Honorable Company with good and virtuous goods, and thus cut off the path to rogue trade and deceit. They all found this proposal to be particularly to their taste, and they have therefore demanded nothing in the general letter to your High Excellencies as a counter-gift, nor in payment, although, in order to show your High Excellencies their satisfaction with my treatment of those sent in, they have dispatched with that letter perhaps twice as much in gifts to your High Excellencies as last year. And since they are obligated by the new treaty to keep so many regular troops on foot, with superior and subordinate ranks, the Honorable Company could send nothing better, more agreeable, and more profitable to them as a counter-gift than flintlocks, gunpowder, and lead. For an ordinary flintlock, such as I have received as a gift, is worth 25 rix-dollars to these kings, and a small barrel of gunpowder is worth 20 to 24 rix-dollars; thus these kings would be accommodated, and the Honorable Company would profit hundreds of percent on it. As I made mention of the expedition to Rottij in my previous letter, I had to break off due to lack of sufficient information and awaiting the outcome, and defer reporting to your High Excellencies until I should have obtained that.
Dutch transcription
307. Van Timor Den 19:' aug:s A:o 1756 Van Timor Den 19:' Aug:s A:o 1756 dese koningjes opgekogt, en sende deselve - benevens een getekend berigt hier nevens sub L:a M: tot ontstigtelyke speculatie hier mede over an uw hoog Edelheedens met trouw verpligte eerbied te tonen hoe trouw„ loas en onbeschoemd d' EComp: van sommige laerer besoldelingen word gedient. Een ral mantel stoff die men op batavia voor 11. ad:s inkoopt. word hier voor een sware rol porte zaaij niet ƒ 72. een rol bast staf van 8. ad:s voor een gelijke somma en een patjere grafke Chits van 3. a: 4. rd:s voor rd„s 10. mitsg:s een oude kleene hoed met een pluijm die geen oortje waard is voor. ƒ 24. te boek gesteld Jk versoeke seer oatmoedig uw hoog Edelheedens gelieven de goedheijd te hebben om mijn getekend berigt daar omtrend te doorbladeren en de overgesondene schenkagie goederen. daar mede te Confronteeren op dat 't uw hoog Edelh:s enident en met verwondering mag blijken hoe ontrouw eerlos en onbeschoemd dese dienaaren hunne betaals heeren en hare bondgenooten behandelen. 'T is niet alleen dat dese bondgenooten bedragen werden) maar wat geeft dat aan deselve een donkere en swarte idie van de grootheid en hoelmoedigheijd der E: Comp: en dat en een kleijne winkelier te verrijken: mant dese koningjes denken schoon zij 't niet en seggen datse van d'E: Comp: self bedragen werden; zo dra men een vorst waardig agt in een verbond 't accedeeren, moet deselve ook in allen deelen als en bont vermant aangemerkt en getracteerd werden Maar hoog Edele heeren schoon ik versekert be dat uw hoog Edelheedens naar lectuure deses na derselver ge„ moone equiteijt die onmogelijk sulke schelmstucken kan taloreeren daar in zullen voorsien so hebbe egter niet willen veer ingebreken blijven daar omtrent ook 't mijne niet gunstig believen te Contribueeren kunnende geen oogen te veel 't op sigt hebben om de schel„ merijen tegen te gaen Jk hebbe dese bondgenooten elucidatie gegeven en doen begrijpen dat zij niet van d'E: Comp: maar van een sodanige factoor die bedragen de 309 Van Simor Den 19:' aug:s 1756 Van Timor Den 19:' aug:s A:o 1756 de goederen, die sij eyschten en niet in 's Comp: pakhuijsen te vinden waren particulier op inkogt bedragen wierden tot welken - ^hebben Eijnde ik haer aangeraden datze dE Comp: in de Contra geschenken moesten onbepaald laten en niets in Contrachange eijschen; dat behalven dat zulx vil en voor hunne waar„ „digheijd gantsch onbetamelijk was dese manier van doen een geschenk in een ruijling veranderde zij wanneer ze sulx aan de generositeijt van d'E: Comp: gelijk men in Cas. van geschenken altijd moet doen overlaten voortaan ten opsigte van de Contar geschenken veel belet zouden werden behandelt want als d'E: Comp: met een Contra Eysch niet bepaald werd kan zij haare Contra geschenken uijt de pakhuijsen en den voorraad der E: Comp: met goede en deugdsame goederen voldoen en also den weg voor de dienerijen en 't bedrag afsuijden Deese voorstel vonden sij alle van hunnen bij sonderen smaak te zijn en hebben dierhalven in den generaalen brieff aan uw Contra geschenk hoog Edelh:s niets tot nog in betaling g'eijscht schoorze om hun genoegen over mijne behandelingen aan uw hoog Edelh:s die in gesonden hebben te doen blijken wel eens so veel als voorleden Jaar aan geschenken na uhoog Edelh:s met dien brief laten afgaan; En vermits zij door 't nieuwe tractaat verpligt worden en so veele gereguleerde manschappen met opperen ondergemeen op de leene te houden so kan d' E Comp: niets beters aangenamers. en voor haar probitabelders tot Contra geschenk senden als snaphane kruijt en looth want een ordinaire snaphaen saals ikse tot Geschenk heb mede gekreegen is dese koningen 25: en een vaatse kruijt 20 tot. 24. rd:r waerd, dus zouden dese koninge gerieft en d'E: Comp: houderde percenten daar op profiteeren zoe ik van d'Expeditie naar rottij in mijne voorgaande mentie maakte moeste ik doar gebrek van genoegsame informatien en 't magten naar de uijt komst afbreeken en uw hoog Edelheedens tot ik die zoude hebben bekomen nog uijtstellen
English
311. From Timor, 19th August 1756 From Timor, 19th August 1756. postponements: The numerous expeditions, their delays mostly until the last, and the few tidings that one receives of them, are the essential cause that, in drafting this report, I have found it impossible to keep the course of a regular discourse; or at least I should have had to postpone it until the very end of my departure when all the expeditions had returned. But this was impossible if I wished to send ahead this report concerning my commission, the consequences of which are so great. And therefore this description could not be as regular as it ought to be. Yet proceeding to the expedition itself, I shall have the honor briefly to report the following to Your High Excellencies: that the large negorij of Candoum on Rottij, for reasons of their inhabitants not having their legitimate regent, have already rebelled three times against this regent, he being a brother of the deceased, who, as guardian of the legitimate prince, son of the late king, was to assume the administration until his majority and then surrender it to him. They pretend that this prince has reached majority, but that their currently ruling tutor, far from handing over the government to this prince, sought to usurp the same; and since he is quite old, sought to transfer it to his own son named Dale. The regent, in the beginning, when the matter was still slight and consequently curable, had the tommagang Naij Caffa, head and instigator of these rebels, arrested and sent over to Coupang to the chief, who is accustomed to shelve everything. But this fearful ruler, who is accustomed to shelve everything, made him promise improvement instead of sending him on, and sent him back again to Rottij without punishment and, as it were, free and unhindered. As soon as this scoundrel arrived there, he defied the regent and then began to proceed to open acts of violence and rebellions, which went so far 313. From Timor, 19th August 1756 From Timor, 19th August Anno 1756 that the parties openly attacked and killed one another. This lasted until my arrival, when the regent, with this Tommongang and two princes, arrived here and appeared before me to plead their case. I heard the parties, and to that extent had to acknowledge the succession of the eldest of these two princes as legitimate, although I did not let this show: firstly, because Your High Excellencies had approved this regent; secondly, because this prince still appeared to me to be too young; thirdly, in order not to encourage thereby the insolent rebellious tommongon with his followers, and to serve as a bad example to others; fourthly, because that is no manner of proceeding, to maintain one's right with riots and rebellion, whereas the Honorable Company must be and remain the arbitrary judge and decider of the disputes among these regents. Yet, in order to decide this matter publicly before all the kings and regents, I brought it, along with other disputes of the kings, to the great council of the realm. And as soon as I spoke of it, the regent of Lando, his administrator, and tommagans stood up, complaining of the disobedience, rebellion, and even open hatred and threats to take the life of him, the regent, along with his son. I thereupon asked the other regents whether they had any information regarding these disputes and whether that trade was known to them. Thereupon all the Rottinese regents with their ministers stood up, and said that the complaints of the regent of Lando were just; that the two tomagangs were scoundrels; that they ought to be punished as an example to others; that if these tommagangs were not properly punished, but their desires were granted instead, then all the regents would not be assured of their lawful possession for a single hour; and that their ministers would not fail to make a bad and, for the regents, harmful use thereof.
Dutch transcription
311. Van Timor Den 19:' aug:s 1756 Van Timoor Den 19:' augustus 1756. uijtstellen: De menigvuldige expeditien derselver retardement meesten tijd tot 't laast ende mijnige tiding die men daar van krijgd, zijn de wesentlijke oorsaak dat ik int beschrijven deses rapports de Cours van een regelmatig vertoog ommogelijk hebbe kunnen houden of ten minsten hadde ik dat moeten hebben uijt gesteld tot op 't laast van mijn vertrek dat alle de Expeditien geretourneerd geweest maken, maar dit was onmogelijk wilde ik dit berigt nopens mijne Commissie om Consequentie voor afsenden zijn grote. en dierhalven konde dese beschrijving so negelmatig met zijn als wel behoorde Dog tot de Expeditie selfs overgaande zal ik. de Eere hebben uw hoog Edelheedens kortelijk het volgende te berigten dat de grote negorij Candoum op rottij om redenen hare bewoonders hunnen wettigen regent niet hebben reets. drie maal tegens desen regent hebben gerebelleerd zijnde dese een broeder van den overledene die als voogd van den mettigen prins soon van de overleden koning het bestier tot zijne meerder Jarig„ heijd moest aanvaarden en als dan aan hem onergeven 7: zij geven voor dat dese Lange prins meerder jarig is maar dat de thans 3 regerende tuteur van hen verre van de - e regering aan desen prins over te geven deselve sogt te usurpeeren, en vermits hij gantsch oud is dat aan zijn Eigen zoon genaamd Dale sagt op te dragen den regent heeft den touemagan. Naij Caffa hooft en opstoken deser rebellen in den beginne toen de saak nog gering en bijgevolg geneeselijk was doen opnotten en naar Coupang aan 't opperhoofd die gemean is alles op de lange baan te schuijnen overgesonden maar dese bange lande wririger die gemaan is alles op de langebaan te schuijven deed hen - nnstede van hem op te senden beterschap beloven en soud hem weder naar Rottij sonder staaf en zo dra dese zuaak so te seggen met een rien om 't lijft aldaar arriveerde begte hij de regent uijt en begon toen tot openbare bijtelijk heeden en opraeren, te treeden 't welk so grof in't Koning merk 313 Van Timor Den 19:' aug:s 1756 Van Timor Den 19: aug:s A:o 1756 merk ging dat de partijen malkanderen openbaerlijk attacqueerden en dood sloegen Dit duurde tot mijne komst dat den regent met deesen Tommongang ende twee princen alhier arriveerde en voor mij Compareerden, en dit hen geschiet te be„ plijten Jk hoorde parthijen en moest in zo verre de successie van den oudsten deser twee princen wettigen schoon ik zulx niet liet blijken eerstelijk: om dat uw hoog Edelheedens desen regent hadden g'approbeerd, ten tweede om dat dese prins mij nog al te Jong voorquam derders om den oerweig oproerigen tommongon met zijn aanhang daar door niet. te stijven en andere tot een quaad Exempel te strecken vierdens om dat dat geen wijse van doen is, om zijn regt net oproeren en rebellie te hand haren terwijl d'E: Comp: den arbitrairen regten en beslissen der verschillen onder dese regenten moet zijn en blijven E: dog om dese zaeke in 't openbaar vaor alle de koningen en regenten te aslissen bragt ik die benevens andere geschillen der koningen naar de grote rijx vergaderingen en so dra ik daar va sprak stond den regent van lando zijn rijxbestierder en tonmagans op klagende over de ongehoorsaemheijd rebellie en selfs openbaren hoa en drei ge„ menten van hem regent met zin zoon te zullen om 'te leven brengen; Jk vroeg daar op de overige regenten of zij eenige informatien deser geschillen hadden en of hun dien handel bekend was, daar op reesen alle de rattineesen regenten met hare ministers op, en zeijden, dat de klagten van den regent van lando regtnaardig waeren; dat de twee toma„ „gang schelmen waeren datse tot een Exempel van andre moetten werden gestraft dat bij aldien men dese Coen„ magongs niet behoorlijk strackan maar hun integendeel hunne begeerte inwilligde alle de regenten als dan geen uur van hun wettig besit versekerd maeren dat hunne ministers niet in gebreke zouden blijven daar van een quaad en voor de regenten schadelijk gebruijk te voor maeken
English
From Timor the 19th of August 1756. [illegible] make that although there sometimes arose some differences regarding the succession or other domestic affairs between her and the rulers of the realm and tommagoms, it was nevertheless entirely unseemly that these latter should interfere therein, much less the subjects, who, in order to make booty, wished for nothing more than to incite them to revolt and rebellion; that no one can arrogate to themselves the right to determine these differences of theirs except the Honourable Company, whose vassals they were, especially when the regent had been approved by the highly esteemed Honourable Company. Upon this in all respects reasonable answer and presentation, I had the two tommagoms appear before me, and asking them what reason they had had to rebel against their regent and stir up the people against him for the third time now, after they had twice been pardoned by the head merchant; these answered me with a very trembling voice and entirely embarrassed: that the regent and his son ruled very maliciously, that this regent was no more than a guardian over the son of the deceased regent, and now sought, as long as he lived, to keep the government to himself and after his death to have his son, who is a very malicious subject, succeed him as regent. Although these tommagoms in that case were not altogether in the wrong, I could nevertheless not resolve to give them the right, the more so because they sought to assert their right by rebellion and riot, stealing, and murder; therefore, after I had set before the eyes of these villains their evil conduct and what they had deserved thereby, I asked the regent what he wished to have done with them. Hereupon this regent, with all the Rottinese who were present in the assembly, stood up and said with one voice: that in order to restore tranquility and set a striking example, these tommagons must be sent off to Batavia, so that they might thereby be prevented from putting into effect all further evil attempts to disturb the public peace. Upon this proposal I had these two tommagoms placed under arrest by the officer of the force, assuring however the prince regent after the dismissal of the assembly that I would take him into the protection of the Honourable Company and provide him with satisfaction if he would leave the party of these turbulent tommagams and behave as an honest and peaceable prince. But instead of listening to my good counsel and exhortations, I heard to my utter consternation that this prince, with his younger brother and eleven commoners, on the evening following thereupon had taken a vessel and betaken himself to their negorij Lando on Rottij. As soon as these villains arrived there with their news that these tommagons had been arrested, the two factions, namely that of the regent and the tommagoms, clashed with one another; but that of the last-mentioned being by far the strongest, brought all the rest under their obedience by the sword. As soon as I had obtained information of this affair, I immediately dispatched thither with the barque De Vrijheijd and several other vessels besides, thither as commissioner and head of this expedition, the junior merchant Rijgholm and the ensign Wegenaer appointed by me, with 50 Europeans, 50 Balinese, and all the Savunese, Rottinese, and Solorese who were present here, with orders to completely raze and ruin this negorij, which had now rebelled for the third time and thereby had become such a pernicious example to others, to make prisoners of war of all, yes even the regent's following, and send them hither; further to divide their district among the other well-intentioned Rottinese allies, provided that a Landoese shall never be allowed to settle therein, even preventing them from inhabiting the island of Rottij, in order to clearly show to others, and especially to these mutinous Rottinese, what consequences resulted from their capricious wantonness.
Dutch transcription
315 Simor den 19:' augs 1756. e - 5 Van Timor Den 19:' augustus „maeken dat afschoon 'er somtijds eenige „verschillen nopens de successie of andere „domesticque zaken tusschen haar ende rijx „bestierdens en tommagoms ontstonden, „het egter gantsch niet noegde, dat dese zig daer mede moesten bemoeijen „ laaste „veel mij de onderdaenen, die om buijt te „maeken niets lievers menschten als „ deselve tot op stand en rebellie aan te hitzen „dat niemand zig het req=t om dese „hunne verschillen te determineeren, „kan aanmatigen, als d'E: Com p:s wiens „nasallen zij waeren, insonderheijd wanneer „de regent door hoog gem: E Comp: waar „ g'approbeert geworden Op dese alle sints billijke antwoord en voorstelling liet jk de twee tomma„ „gams. voor mij komen en haar vragende wat reden sij hadden gehad, om nu al voor de derde rijs na datse twee moel door 't opperhoofd gepardon„ „neerd zijn geworden, tegens hunnen regent te rebelleeren en 't volk tegens len op te stoken; antwoorden mij dese met een seer bevende stem en gantsch „verleegen:/ dat de regent en zijn zoon seer quaadaardig regeerde, dat dese regent niet meer als een voogd over de saan „van den overledene regent was en nu sogt „so. lang hij leefde de regering aan sig „ te houden en zijn soon, die een seer quaad „aaadig subject is na sijn dood, als regent „te doen succedeeren, schoon nu dese tommagans in dat Cas gantschelijk de waarheijd niet swaerden kon ik egter niet resolveeren. haerlieden gelijk te geeven, te meer an dat ze hun regt met rebellie en oproet steelen. en moorden sogten te staven dierhalven vraeg jk nadat jk dese booswigten hun quaad bedrijft en watze daar mede verdient voor oogen hadde gesteld den regent wat hij met haar wilde, gedaan hebben hier op stand dese regent met al wat rattinees in de vergadering was op en zeijden uijt een mond „ dat men om de rust te herstellen en een ec„ „latant exempel te statueeren, dese „tommagons na batavia moest versenden „ op datse daar door belet mogten werden verleegen alle E 317. Van Timor Den 19:' augustus 1756 Van Timor Den 19. ' Aug:s A.:o 17 „alle verdere quade attentaten tot storing „van de gemeene rust in 't werk te stellen. op dese voorstel liet ik door den officier van de magt dese twee tommagoms en araest neemen versekerende egter de prin regent naar 't scheiden der vergadering dat jk hem in de bescherming der E: Comp: zoude aanneemen en hem voldoening besorgen als hij de parthij deser turbuleuse tommagams wilde verlaaten en zig als een braaf en vreed zaem prins wilde gedragen maar ven van na mijnen goeden raed en adhortatien te luijsteren hoorde jk tot mijn uijt„ „terste ontstigting dat dese prins met sijn Jonger broeder en elf gemeene den avond daar op volgende een voar„ „tuijgh hadden genomen en sig naar hunne negorij lando op rottij begeeven zo daa dese boosmigten met hunnen tijding dat dese tommagons g'arresteerd waeren aldaar arriveerde raakten de twee factien te weten die van den reqent ende tommagoms aan malkanderen; dog die den laastgem: op verre na de sterkste, zijnde bragten al de rest door 't swaerd onder haere gehoorsaamheijd zo dra ik van desen handel informatie hadde bekomen expedieerde jk aanstonds daar na toe met de barcq. de vrijheijd en verscheide andere vaartuijgen meer, na derwaarts als Commissiant en hoofd deser Expeditie, den ondercoopm: Riigholm en den door mij aengestelden vendrig wegenaer met 50. Europeesen 50. baliers, alle sanoneesen Kottineesen en soloreesen die hier present waeren met ordre om dese negorij, die nu aldrie mael hadde gerebelleerd, en daer door tot een so percitieus exembel aen andere was geworden 't eenemaal te raseeren en te ruineeren alles Ja selfs den aanlang van den regent tot krijgs gevangene te maeken, en na herwaards te senden; voorts hun district onder de verdere wel g'intentio „neerde rottineese bondgenooten te vordeele„ mits nooijt een landowers daar in te laten nestelen zo selfs het bewoonen. van het Eijland rottij te beletten, om daer door aen andere en insonderheijd aen dese muijtsieke nottineesen evident te doen zien wat voor gevolgen uijt hunnen Capricieusen moedwil bragten
English
319. From Timor, the 19th of August 1756 From Timor, the 19th of August 1756 and riots arose, and what misery they had brought upon themselves through their wilfulness; further, that if he, Ringholm, judged that my presence, who was now forced because of the unbelievable business to remain at Coupang to regulate everything and maintain order over the numerous expeditions sent out, was required there with still greater force, he had to inform me of this as soon as possible, in which case I would not fail to cross over immediately with the ship or vessel. This considerable force now having arrived there, my Commissioner, the already mentioned Junior Merchant Ringholm, did not fail to comply with my orders and intention on that very same day and to attack the stubborn enemy, who was entrenched in an almost inaccessible and very steep cliff, under the command of my brave aforesaid officer, who was shot dead in the attack at the first advance and with the utmost bravery along with another soldier, and thus sealed the good opinion I had held of him; which was of such great success that the enemies, after a stubborn and incredible resistance, abandoned their post and ran down the mountain head over heels. But having arrived below and seeing that they were surrounded, they, men, women, and children alike, numbering roughly a hundred, hurled themselves from the top of a cliff into the sea and thus met a miserable end, and those who were unwilling to throw themselves down from above were shot down or stabbed to death by others. Among these scoundrels I had one broken on the wheel, who had murdered his wife and three children because they did not want to jump down willingly into the water from above, and had mortally wounded two more children. The rest of these brave rebels subsequently managed to make a way through a desperate defense to another completely inaccessible cliff, and after having provided themselves with provisions, entrenched themselves therein with their wives and children. Since this cliff is absolutely unconquerable even for a considerable European force, and one had to presume that the enemy, who lay inside it over 1400 heads strong, 321. From Timor, the 19th of August, Year 1756 From Timor, the 19th of August 1756 could not hold out long with their scarce supply of provisions, I ordered that strong nest to be blockaded, in order thus to force the enemy to surrender through hunger. Scarcely had I dispatched this order, or some deputies of the blockaded enemy, who had arrived here that same day, appeared before me and very earnestly requested on behalf of the aforesaid blockaded people, offering a gold chain, which I as well as all other gifts turned away, that I would please pardon them and receive them into grace: that they were not warring against the Honourable Company, but against the usurper of their legitimate prince: that this usurper with his three sons did not rule them like philanthropic regents, but on the contrary exhausted them to the bone and marrow by imposing unbelievable taxes, by which they had fallen into the most miserable poverty: that this regent was entirely not with the Honourable Company, but indeed of Portuguese inclination: that this regent had presented their tomagon protector Naij Lafba with a heavy gold chain, provided he would consent to call in the Portuguese and submit to them. To this I answered them: that whenever a people or nation rose up against their regent who had been approved by the Honourable Company and was disobedient, they had to be regarded as absolute rebels and punished as such, but that although they had deserved the most miserable death by this their turbulent conduct, I, nevertheless preferring love over vengeance, and on that account being moved by pity for so many innocent women and children, was willing to pardon them, upon the condition that they had to lay down their arms immediately, surrender to my discretion, and come hither; which these deputies promised me with the greatest joy in the world that they would do;
Dutch transcription
319. Van Timor Den 19: Augustus 1756 Van Timor Den 19:' augustus 1756 en oproer ontstonden en wat ellende zij haar doet hunne moedwilligheijd op den hals hadden gehaald voorts dat bij aldien hij ringhalin oordeelde dat mijn persoon, die nu weegens d'ongelove„ „lijke accupatien genoodsaakt was op Coupang te blijven en alles te reguleeren en ordre te stellen op de menigvuldige afgesondene Expeditien met nog meerder magt aldaar gerequireerd wierd, hij mij ten spoedigsten daar van moest inmformeeren. zullende als dan niet inge„ brek blijven ten Eersten met het schip of dorp over te steeken Dese aensienelijke magt nu aldaar g'arriveerd zijnden manqueerde mijn Commiss:s den reets genoemde ondercoopm: ringholm niet aen mijne ordres en intentie op dien selven dag te voldoen en den haadwerkigen vijand die in een bij na angenaekbaere en seer stijle klip neeschanst was, onder„ Commando van mijn braven officier voormeeld die met d' eerste advance en de uijtterste bravoure met nog een gesreen in de attacque dood schooten wierd en also de goede gedagten die ik van hen gehad hebbe verzegeld t'at„ taxqueeren het welk van een so groot succes was dat de vijanden, naer een hardneckigen, en ongelovelijken tegenstand hun post verlieten en over hals over kop. den beag afliepen, dog omlaag gekoomen zijnde en gesien hebbende datse beset waeren stor„ „teden haar groote 100. Lo. mannen vrouwen als kinderen van boven een klip in zee en noemen also een Ellendig eijnde, en die onwil„ „lig moeten, om haer van boven neer te storten. wierden door andere neet geschooten of dood ge„ „staaken; onder dese boosmigten heb jk er een Laten ledebraken, die zijn vrouw en drie kin„ „deren die niet goedwillig van boven neet in't water wilden springen vermoord en nog twee kinderen dodelijk gequest hadde de overige deser dappere rebellen hebben haet vervolgens door een inonmoedige defensie een weg naer een andere gaatsch ontoeganckelijke klip weten te baanen, en na datze haar van Levens middelen hadden voorsien haer met vrouw en kinderen daar in verschonst. vermits nu dese klip selfs voor een aansienelijke Europeese magt abbaluut onverwinnelijk is en men presumeeren moest dat den vijand die over de 1400. koppen sterk succes daar 321 Van Simor Den 19:' aug:s A„o 1750 6 Van Timor den 19:' aug„:s 1756 daer in lag het niet lang met sijnen schaarsen vorraad van levensmiddelen kon gaende houden ordonneerde jk dat vaste nest te blocqueeren, om den vijand also door hanger tot de overgane te dwingen, Nauwlijks hadde jk dese ordre afgevaardigt, of eenige gedeputeerdens van den geblocqueerden vijand die den selve dog alhier waeren gearriveerd verschenen voor mij en versogten seer instandig uijt naem van voorsz: g'blacqueerde, onder aen presentetie van een goude ketting, die jk so wel als alle andere geschenken van de havd wees: „ dat jk haarlieden dog wilde „pardanneeren en in genade aanneemen: „ Dat zij niet tegens d E Comp: maar „tegens den usurpateur van hunnen wettigen „vorst oorlogden: dat dese insurpateur „met zijne drie zoonen, haarlieden „niet alles menschlievende regenten „regeerde maar integendeel haer met „ongelovelijke schattingen op te leggen „tot aan 't gebeente en merg uijtputte „maar door zij in d'elendigste armoede „moeren, vervallen: dat dese regent gant„ „schelijk met E: Comp: maar wel „portugals gesuit was: dat dese regent „hunnen tommagom profector Naij „ Lafba een smoere goude ketting hadde „gepresenteerd, mits hij wilde Consenteeren „de portugeesen in te roepen en zig aen haar „te submitteeren Hier op antwoorde ik haar; dat wanneer een volk of natie tegens zijn regent die D'E: Comp: had g'approbeerd op stond en onge„ hoorsaam was, deselve als dan voor vol„ „strekte rebellen moesten werden aange„ merkt, en als sodanig gestraft, dog dat of schoon zij met dit hun tur„ „culeus bedrijt alle de ellendigste drad hadden verdient ik egter die de liefde vaar de wroek prefereerde, en uijt hoofde van dien door een medelijden over so veele on„ nosele vrouwen en kinderen aangedaen was haer wel wilde pardanneeren mits Conditie dat zij ipso bacto de wapenen moesten nederleggen, haar op mijne discrotie overgeven en na herwaarts komen het welk mij dese gedeputeerdens met d' uijterste blijschap des werelds belaonden te sullen portugees doen;
English
323. From Timor, the 19th of August 1756, From Timor, the 19th of August 1756 to do; requesting once more that I would be pleased to accept the aforementioned gold chain presented above as a token of their submission, but that this was refused by me as before with the remark: that I had come here solely to restore tranquility and to establish peace on solid grounds; but that I was totally unconcerned with their gold, on the contrary, that if they should require it, I would supply them from mine, I thereupon wrote a letter to my commissioner there, the junior merchant Ringholm, conveying to him my intention regarding these besieged people and the terms on which I would grant them pardon: I handed this letter to an attendant who departed together with these deputies and upon his arrival there had the white banner fly as a sign of pardon: This had such an effect that this enemy de facto laid down their arms, surrendered themselves as prisoners, crossed over very willingly with the vessels that I had sent over for that purpose, and filled the inhabitants of this country with terror at their miserable and starved condition. It was pitiful to see how the little children, for want of food, went out like candles, after they had already during their lives been turned into pure skeletons. The number of these miserable and starved people consisted, as has already been said, of 1400 souls, but since a third thereof, according to orders, was ceded to those regents who favored us in this undertaking with their arms, and many died of hunger, the remainder that arrived here consisted of [illegible] souls, men as well as women and children; as soon as I had secured these prisoners by distributing them across various ships and vessels, I made known, as occasion served, my intention to the junior merchant Ringholm, namely that 325. From Timor, the 19th of August, the year 1756 From Timor, the 19th of August that he with gentleness and cunning should persuade the regent with his sons, the administrator of the realm, and all the tomagons, who are essentially very evil and harmful subjects and which I shall later have the honor of demonstrating evidently, to come hither, and then to surround all the remaining people of Cando, adherents of this regent, being the opposing party to the adherents of Nailaffa, and likewise send them over as prisoners, so that no remnant, memory, or trace of this turbulent negorij should remain, to serve as an eternal example to others. This order of mine was executed so skillfully by my commissioner that everything turned out to a perfect and desired end, and as soon as I had received intelligence of this outcome, I sent the old regent with his sons, the administrator of the realm, and tomagons with cunning to the castle, quasi vero to make a certain deposition before the secretary, and, for the reason that after careful examination I found the depositions of the rebels regarding his dangerous conduct and evil intention toward the Honorable Company to be true, I had the same arrested along with his entire following; and thus this famous negorij, which consisted of fully 4000 inhabitants and on account of its ill-disposed nature was greatly to be feared, came to a miserable end, and this territory was divided among the remaining allies to their greatest satisfaction in accordance with the treaty. This manner of punishing rebellion, hitherto unknown on Rotti, has struck the remaining Rottinese peoples, who are entirely inclined toward the Portuguese, with such a panic terror that they tremble and quake, whereas previously they cared not in the least for the Honorable Company; the more so because I made known to them that I would avenge unfaithfulness or the slightest disobedience to the Honorable Company in the same manner, with the destruction and ruin of their negorijen, such that not a soul would remain, pursuant to the 10th article of the new [illegible] by them in person evil upon
Dutch transcription
323. Van Simor Den 19:' augustus 1756, Van Simor Den 19:' augustus 1756 doen; versoekende nogmaals de boven aengepre„ senteerde goude ketting als een teeken haerer submissie te willen accepteeren dog dat van mij meder als vooren met 't zeggen; dat ik eenlijk hier was gekomen om de rust te herstellen en de vrede opgoede gronden te wettigen; maar dat mij 't gaat„ schelijk niet om hun goud te doen was integendeel dat bij aldien zij dat benoedigden jk haar van 't mijne zoude besetten van de land gewesen wierd, Jk schreet daar op een brief aan mijn Commissiant aldaar den onder Coopman Ringholm gevende hem mijne intentie nopens dese geblocqueerde en de voor„ woerden, op dewelke in haerlieden zoude pardorneeren te verstaen: Desen brief gan ik in handen van een oppasser die met dese gedeputeerdens te gelijk vertrok en bij zijne aan„ komst aldaar het witte vaandel tot een teeken van pardan liet uijtwaaijen: Dit was van een sodanig Ebfect dat dese vyand de facto de wapens neder„ leijden, haar als gevangene overgaane met de vaartuijgen die ik tot dien Eijnde overgesonden hadde seer goedwillig overquamen ende Jnwoonders deses lands met schrik over haeren ellendigen en verhougerden staat vervulden Het was ellendig aen te sien hoe dat de kleene kinderen door gebrek van voedsel zag als Kaersen uijtgingen na dat e zij reels in hun leven in een puur geraamte maaren verandert het getal deser ellendige en uijtge„ hangerde menschen bestand so reets gesegt is in 1400. zielen dog vermits een derde daar van volgens belasten aen die regenten die ons in dese onder„ neming met hunne mapens hebben begunstigd afgestaan is en veele van hougen gestorven zijn bestond het over„ schot dat hier arriveerde men zielen so mannen vrouwen als kinderen; zo dra jk mij van dese gevangene met haar op verscheijde scheepen en vaartuijgen te verdeelen versekerd had maakte ik permissive de nond mijne intentie aan den onderCoopman Ringholin bekent namentlijk „dat 325. Van Simor Den 19:' aug:s A:o 1756 Van Simor den 19:' augustus dat hij met sagtsinnigheijt en list der regent met sijne soanen de rijx bestierder en alle de tammagangs, dat mesentlijk seer quade en schadelijke subjecten zijn en dat nader d'eer zal hebben enidentelijk te doen blijken; „ zoude hen te persuadeeren na „herwaards te komen en als dan alle de „overige Candoneesen aanhangers van desen „regent. zijnde de teegen parthij van d' „adherenten van Naijlafba, tomCingelen en „mede als gevangenen over te senden op dat „er geen oner blijfsel, naer of teeken van dese „onrustige negorije tot een Eeuwig Exempel „voor andere meer over blijve „ Dese mijne ordre wierd so behendig door mijn Commis„ „siant g'executeerd, dat alles tot een volmaakt en daat mij gemenscht eijnde uijtveel en so dra ik kondschap van desen uijtslag had bekomen sond ik den ouden regent met sijne soonen rijxbestierder En tommagoms met list naar 't Casteel quasi vero omseker relaas bij den secretaris op te geven en liet on redenen sk naer nauwkeurige Examinatie de relasen der rebellen omtrend zijn gevaarlijk gedragen quade intentie voor d'E Comp: waaragtig hebbe bevonden denselven met sijn geheelen aenhang arresteeren; en dus heeft dese permaerde negorije, die uijt groote 4000. Jnwoonders bestand en wegens hare quade geintentioneerdheijd grotelijx te wresen was, een ellendig einde genomen en dus territoir aen de overige bandge„ naaten met haerlieden grootst genoegen ingevolge het traslaat verdeelt Dese tot nog toe op rottij onbekende manier en rebbellie te strafben heeft onder de nog overige rottineese volkeren die 't eenemaal voor de portugeesen g'inclineerd zijn in een sodanige terteur panicque gebragt datse sidderen en beeven daarse van te vooren om d E Comp: het minste niet gaven; temeer om dat ijk haar hebbe laten weten, dat ik de ontrouw of de minste disobidientie aan d'E: Comp: op deselvde wijse met de distructie en ruine van hunne ne„ garijen sodanig soude wreeken dat er geen ziel overbleev ingevolge het 10. art:s van het nieuwe door haerlieden in persoon quade op
English
327. From Timor, the 19th of August, the year 1756 From Timor, the 19th of August 1756 concluded, signed, and so solemnly sworn in a distinct and formal manner, a treaty. These Rotinese, who well know that I am a man of my word and as swift in executing as in threatening, believe that in all respects and adapt themselves fully to a peaceful life. My manner of exacting vengeance upon these rebels will perhaps seem too hard and too cruel to Your Right Honourables, but necessity and reasons of state inevitably brought this about. For whichever of the two factions I had pardoned and reinstated, they would not have failed to incite new uprisings and undoubtedly would have defected to the Portuguese along with all the eastern Rotinese. Especially since authentic evidence, not only from the time of the Chief Meijlendonk, but repeatedly and particularly in these recent times, has evidently demonstrated that this Regent Geodima Balokama with his sons, rulers of the realm, and Lammagoms, not only for himself and his subjects but also for the villages of Bilba, Batoissie, and Bocaaij, have frequently striven and even done their utmost to submit themselves, along with all of them, to the Portuguese. They have frequently sent emissaries to them, of whom one party returned with counter-gifts, but the others have remained away to this date. It is known that these villages, for assistance, called in and received several vessels carrying black and white Portuguese to favour them in their evil intention, as will clearly appear from the accompanying depositions under Letter A. Thus, I was sorely pressed to punish these wicked scoundrels and their rebellion and treachery committed so shortly after the signing of the new treaty, if I did not wish to see the same frustrated to the scorn and mockery of the Honourable Company and the contempt of Your Right Honourables, but rather to make it subsist in its full lustre, authority, and power, as a treaty ought to be, and maintain it inviolable for the other allies to observe according to the tenor of the said 10th article of that alliance: to punish the first transgressors exemplarily and to declare the realm forfeited in favour of those who have subdued them or contributed thereto. This was done in order to keep the ill-intentioned, along with posterity, in perpetual fear of such wholly detrimental designs by establishing such a striking, prompt, vivid, and severe example, and to cause them to reflect upon it. Besides and apart from the fact that, even had I wished to reinstate both these adverse factions and rehabilitate the Regent Geodima or Naij Lafta, the subjects of both these or of each in particular, according to the unanimous declaration made to me, would nevertheless never have remained there, nor ever have been tolerated by the other Regents. For they said: "We would rather submit ourselves to the Honourable Company, even if it were as slaves, than bow to the stronger party or serve as a mockery and prey, together with our wives and children, to the neighbouring Regents who are so terribly incensed against us." Truly, when one knows how barbarously and inhumanely these Landonese—after they had already been pardoned by me, had laid down their weapons, and had surrendered—were treated by the other Regents, without our having been in a position to prevent it, one must grant these people the greatest justice in the world. For they not only treated them cruelly, beat them, stripped them stark naked, and robbed them of everything, but also totally ruined, indiscriminately chopped down, and razed all their fruit trees, fields, and houses. On which account these people could not remain there or be sent back due to a lack of provisions. This manner of conduct is indeed customary to practice against enemies who, after having frequently been summoned to surrender, still stubbornly persist in enduring the siege until they are overcome by superior force, but by no means against a pardoned enemy who lays down his weapons and surrenders at discretion. On Timor they would most willingly have remained, or
Dutch transcription
327. Van Simor den 19:' aug:s a:o 1756/ Van Timor den 19.:' augustus 1756 op een lo. distinctie en solemneele wijse ge„ slaten getekend en so. heijlig besnoren tractaat Dese rottineesen de wel weten dat ik een man van mijn moord en so schielijk in't executeeren als in't dreijgen ben gelanen dat in allen deele en schicken halk volkomen tot een vreedsaam leeven mijne manier van wraak oeffend omtrend dese rebellen zal uw hoog Edelheedens mogelijk te haad en te wreed scheijnen, maar de noodsakelijkheijd en 't staets belang bragt sulx en vermijdelijk mede ment mat parthij van beijde ik ook had gepasdenneerd en gerestabileerd zoude die niet gemanqueerd hebben nieuwe oproeren te hebben verweckt en ongetwijf„ beld met alle de oosterse rottineesen tot de portugeeren overgegaen zijn Jnson„ derheijd, vermits d' authenticque blijken niet alleen ten tijde van het opperhoofd meijlendonk maar te meermaelen en bijsonders in dese latere tijden evidente„ „lijk hebben doen sien, dat dese regent ge„ olima balokama met zijn zoanen rijx bestierden en Lammagoms niet alleen voor sig en zijne onderdaenen maer ook voor de negorijn Bulba batoissie en Bocaaij dikwils getendeert en selfs zijn uijterst best gedaen heefd om zig met hun alle aan de portugeesen t' onderwerpen hebbende aan deselve dikmils sendelingen gesonden van dewelke de eene partij met Contra geschenken is te rugh gekeert dog d'andre tot dato dese uijtgebleven het is bekent dat dese negorije tot adsistentie verscheijde vaartuijgen met swarte en blanke portu„ „geesen heeft ingeroepen en gekreegen om hun in hun quaad voornemen te begunstigen gelijk uijt de hier nevens gaande verklaringen sub L=ra A: h: duijdelijk sal Consteeren Dus was ik genaad perst dese baas wigten en hare so kort nae 't tekenen des nieuw tractaats gepleegde rebellie en verraderije wilde ik het selve tot hoon en smaat van d'E: Comp: en veragting van uw hoog Edelheedens niet te leur gesteld sien maar bij zijnen vollen luijster authori„ „teijt en kragt so als een tractaat zijn moet doen subsisteeren en onschendbaar voor doar e 329 Timor den 19:' aug:s a„o 1756 Van Simor Den 19:' aug:s A:o 1756 daar de overige bondgenooten doen na„ koomen volgens den te neur van. gem: 10. articul van dat verbond als d' eerste transgresseurs exemplaarlijk te doen strofben en het rijk ten faveure van die geene, diese hebben t' ondergebragt of daar toe gecontribueerd, verbeurd te ver„ „klaeren om met het statueeren van so een eclatant paraat, levendig en scherp exempel de quade g'intentioneerdens met de posteriteijt in een eeuwige vrees voor sulke allesints nadelige voor„ nemens te doen volharden, en daar aan te doen bespiegelen, buijten en behalven dat ofschoan ik dese beijde bactien advers hadde willen retablisseeren, en den regent Geo linia of Naij Lafta rehabiliteeren zouden dog de onderdoenen, van beijde dese of van ijder in 't bijsonder volgens uua„ mine aan mij gedaene declaratie) nooijt daer gebleven en ook nooijt door de overige regenten getoloreerd zijn) mant zeijden dese „ wij willen ons lieven aan d'E Comp:s „al was het voor slaven submitteeren „als voor de sterkte parthye onderbucken „of de nabuurige regenten die so vreeslijk „op ons gebeten zijn tot een haar smaak en root „met onse vrouwen en kinderen strecken„ Waarlijk als men 't weet hoe barbaars en onmenschelijk dese. Landoneesen en dat se door mij reets gepardonneerd waeren de mapen afgelegt en haar overgegeven hadden, door de overige regenten behandelt zijn geworden sonder dat wij in staat zijn geweest zulx te werken moet nen dese menschen het grootste gelijk des werelds geven hebbende haer niet alleen vreedlijk gehouden geslagen moedernaakt uijtgetrocken en alles ontroord maer alle hunne vrugtbomen velden 3. huijsen totaliter geruineerd onvergehaald neer„ gekapt en geslegt, inwegen dese menschen aldaer door gebrek aan levens middelen niet konden blijven ofte rug gesonden worden) dese wijse van doen is men wel gewend omtrend vijanden die na datze dikwils tot overgaan gesonneert zijn nog hardnectig de belegering. blijven uijt duuren) tot datse door overmagt vermeesterd worden te practibeesen maar geensints aan een gepardonneerden vijand die zijne wapens nederleijd en zig op discrete mergeerd Op simor zouden sij 't allerlienst of gebleven G
English
From Timor the 19th of August 1756. From Timor the 19th of August 1756. would have remained, but against that I found three principal difficulties which made me refuse them. Firstly, the great shortage of provisions, and especially in this year, before they, by planting and sowing, would be in a position to furnish those themselves, for if one wishes to harvest, one must plant and sow and await the time of ripeness; secondly, if not all, at least most of these rebels would have defected to the Black Portuguese, towards whom they are so strongly inclined and whom they have sought out so often, as has happened repeatedly, although not in such large quantities; and thirdly, it is well known, and Amanoebang, Amarassie and Amaiono can serve as living witnesses thereof to their sorrow, how terribly, horribly and tyrannically the five kings of Coupang act with a newly subjugated people, and incessantly torment them from all sides and in every possible way by seizing their subjects, livestock and goods in a violent manner; and what would arise from that if these courageous and stubborn Rottinese would not submit to that? A terrible bloodbath and great disasters that could spring from it. Thus, after mature deliberation of all that is written above, and of the evil consequences and calamities that would inevitably arise therefrom if this nation were re-established on Rottij or on Timor, as well as what advantage the Honourable Company, on the contrary, could derive both now but principally in time from their pepper and indigo cultivation in the Batavian uplands, as I shall have the honour to speak of further in its proper place, or if they were sold as slaves, I have resolved to send them over to Your High Nobilities' esteemed disposal. This, then, is the account, Right Honourable, Right Noble and Right Venerable Sirs, of my military operations on the island of Rottij, which, except for the plundering of the regents, have all turned out in such order, with so little loss of men and at less expense, completely according to my desire and arrangement, that I am myself astonished by it. For if this undertaking is great and fortunate, the advantage that the Honourable Company has gained from it or is yet to obtain is much greater: the victory of this action yields to the Honourable Company 1145 prisoners of war, whom I, according to the laws of the country, have declared to be slaves, and have embarked in our ships and in four vessels chartered expressly for that purpose, together with 1094 weapons of various sorts, and as already stated above, have the honour of sending over herewith; besides those whom, because they were unfit for transport, I have had sold here on the spot, as can be seen in the vendue roll and statement of account under letter C. This number of prisoners of war declared as slaves, I have calculated at an average of 23 13/15 rixdollars, and their weapons, consisting of 56 muskets, 2 pairs of pistols, 589 assegais and 428 cutlasses, which are all appraised at 2607 guilders and 12 stuivers, have been entered into these books, and consequently this office is again newly benefited with 67827 guilders and 12 stuivers, thus making the capital which it now stands to the good, together an amount of 146152 guilders and 13 stuivers, as can be seen in the aforementioned statement of account. And if one calculates that when one has this number of slaves sold at public auction in Batavia, and head for head they yield 60 rixdollars, and 145 at 30 rixdollars, then the General Office is likewise benefited with 91140 guilders, and thus the total capital that I have gained on this commission, to everyone's astonishment, amounts to a considerable sum of 276669 guilders and 11 stuivers. Although, if it were up to me, I would not sell them, and especially not the Christians; but since this nation is very industrious, laborious and courageous, and being heathens, very gladly embrace the Christian religion, I would have most of them, and especially the young people, instructed and baptized in the same; furthermore, I would assign to them under chiefs and regents, to each of these opposing parties, a large tract of land, having them first plant and sow it to satisfy their necessities, and subsequently they would have to deliver a certain quantity of pepper, coffee, indigo and cotton yarn, which this nation incomparably
Dutch transcription
331. Van Timor den 19:' augustus 1756/ Van Timor Den 19:' augustus 1756 gebleven zijn maar daer tegen vond ik drie principaele swaerigheden die 't mij hun deeden afslaen Eerstelijk het groot gebrek aan levensmiddelen en insonderheijd in dit Jaar voor dat zijlieden door planten en zaagen instaat geraakte die selfs te kunnen fourneeren want wil men oogsten moet men planten en zaaijen en de tijd van rijpheid afmagten; ten tweeden zouden so niet alle ten minsten de meeste deser rebellen tot de smarte portugeesen voor dewelke sij so sterk inclineeren en deselve so dik wils gesogt. hebben overlopen so als te meer„ „malen, schoon niet niet sulke grote quantiteijten geschied is, en ter derde is het bekend, en amanoebang amarassie en amaiono konnen tot haer leetweesen daar van als levendige getuijgen. verstrecken hoe wreeslijk latelijk en teronnncq de vijfte koningen van Coupang met een nieuw 't ondergebragt volk te werk gaan en haer inophoudelijk van alle kanten en op alle mogelijke wijse met het antoonen van hunne onderdoenen beesten en goederen op eene gewel dadige wijse tormenteeren, en wat zou daer uijt ontstaen als dese Couragieuse en koppige rottineesen dat niet wilden verstaen een vreeslijk blaedbad e grote en heijlen die daar uijt zouden konnen spruijten; dus hebbe ik na rijpe overweeging van al 't gunt veerschreve staat, en van de quade gevolgen en rampen die onvermijdelijk daar uijt zouden ontstaen bij aldien dese natie op rottij of op simor geretablisseert wierd, als mede wat voordeel d' E Comp:e integendeel so nu maer principaal in den tijd van hunne peper en indigo. Cultuure, in de bataviase bovenlanden gelijk op syn plaats nader d'eere zal hebben daar van te spreken, of datse als slaven verkogt worden zou konnen trecken, geresolveerd, deselve ter g'eerde dispositie aan uw hoog Edelh:s over te senden Dis is dan het relaas hoog Edele heet en wel Edele heeren van mijne krijgs operatien op 't Eijland rottij die op de plunderinge der regenten na alle in sodanige ordre met so weijnig verlies van volk en minder kostende na mijne volkome begeerte g schicking zijn als afgeloopen 333. Van Timor den 19:' augustus 1756 Van Simor Den 19:' aug:s 1756/ afgeloopen dat 'tk selfs daer over ner„ „wondert be:) want is dese onderneeming groot en geluckig het voordeel dat er d'E: Comp:e van hierd of nog staat te bekomen is veel groter: de zege deser actie leverd dE Comp: 1145. krijgs gevangen. welke jk volgens 'slands metten voor: slaaven ver„ klaard en in onse scheepen en in vier Expres daar toe gehuurde vaertuijgen benevens 1094. mopens in zoort hebbe afgescheept en so als reets boven gesegt d' eere hebbe hier mede overte senden /(bdehalven, de geene / die ik uijt hoofde zij ten vervoet onbequaem waeren hier ter plaetse hebbe laten verkoopen wide S venduraal en staat reecq: sub L=ra C:e dit getal tot slaven verklaerde krijggevangeende hebben jk teegens 23 13/15 rd:s door malkanderen gerekend mitsg:s hunne wapens bestaende „ 56. snaphaenen. 2. p:r pistolen 58g assegaagen en 428: houwers welke altemaal op ƒ2607: 12: getaxeerd zijn bij dese baeken ingenomen en bij gevolg dit Comptoir alweder met ƒ67827:12: op nieuws bevoordeelt makende dus het Capitael waarmede het te vooren staat, te samen een montant van ƒ146152: 13. uijt so als in gem: staat reecq: te sien is, en zo men reekend dat wanneer men dit getal slaven op batavia per vendutie doet ver„ koopen en hoofd voor hoofd rd:s 60. en 145. tegens rd:s 30. rendeeren so werd het Comptoir generaal almede met ƒ91.140:—: gebeneficeerd en alsoo het gantsche Capitaal dat jk op dese Commissie tot ieder mans verwondering heb gemonnen een aansienelijke somma van ƒ 276669: 11: emparteerd) schoon ik haar en insonderheijt de Christenen wanneer sulx aan mij stonds. niet soude verkoopen G E maar vermits dese natie seer rekerig labourens en Couragieus is en als leijdenen zijnde seer gaarne den Christelijken godsdienst omhelsen zoude jk de meeste van haar maar insonderheijd de Jonge lieden in den selven laten instrueeren en dopen voorts zoude jk haer onder hoofden en. regenten jeder deser parthijen advers een groot baak„ land aanwijsen; laten haer dat eerstelijk beplanten en bezaaijen om haar nooddruk te voldoen en vervolgens zouden zij Een sekere quantiteijt peper Cofbij Jndigo en Cattoene gaeren dat dese natie uijt weergalaas
English
335. From Timor, 19 August 1756. From Timor, 19 August 1756. knows how to spin incomparably, which they must cultivate and deliver to the Honorable Company as an annual tribute, though in the beginning, until they are put in a position to do so, paying a small price for it in place of their court service. The benefit that one can draw from these new colonists—provided care is taken that they do not degenerate by marrying other foreign women—cannot, for several reasons, be anything but great: A. Because, as has already been said, they are exceptionally good soldiers and especially adept on horseback, whereby they would form a great counterweight against those lazy and murderous Malays and other rabble that frequent the Batavia Ommelanden; for a hundred of that nation on horseback are capable of curbing that entire band of ruffians. B. Because the Honorable Company, in the event of any rupture either there or elsewhere, can always rely on a good troop of faithful people who can be brought together immediately. And C. Because of the products that they would, in time, deliver to the Honorable Company for free or for a very small price as a contribution in place of court service. This I promised them pro forma in order to send them away peacefully, and I found that they were particularly pleased with that proposal. But how I would rejoice if Your Right Excellencies would have the goodness, in approving my small project, to fulfill my promises and [illegible], and that I might be appointed as principal head or inspector over it under the further supervision of regents and some tomagons. I would—given the extraordinary esteem that this nation indeed has for my person—perform wonderful things with them, and not only curb the harmful Mohammedans therewith, but also secure all the unsafe districts and roads thereby, not only by having them patrol on horseback against the robbers and murderers, expressly undertaking to furnish them at my own expense with the necessary livestock, tools, plows, materials for houses, and clothing, so that they may be no burden to the Honorable Company, but in time may serve to its advantage. 337. From Timor, 19 August 1756. From Timor, 19 August 1756. I hope, Right Honorable and Right-Venerable Sirs, that the proofs I have given in a short time of my inviolable loyalty, strong devotion, and zeal for the Honorable Company's true interest shall be sufficient to dispense henceforth with all mistrust and to cause more credence to be attributed to my proposals and projects than has happened heretofore. If so, I humbly request Your Right Excellencies to be pleased to examine this proposal of mine regarding these Nattinese prisoners of war with maturity first (as Your Right Excellencies are accustomed to do with all things) before it is rejected or dismissed. It is remarkable that—whereas an unfortunate fate followed me close on the heels for almost the whole time—since Your Right Excellencies have deigned to nominate me as an executor of your precious orders, both in the Palembang commission and in this weighty one, nothing that I have undertaken, however dubious and impossible it seemed in the beginning, has failed. In the midst of all my heavy occupations, I had the pleasure to see that all my expeditions to and fro returned with the most favorable tidings. In my previous letter, when I made mention of the principal gold-yielding rivers in the Belonese empire, I said that I hope, through the measures I have taken, to make the Honorable Company master thereof shortly. Behold here, Right Honorable and Right-Venerable Sirs, my hope and expectations in that regard are also fulfilled by the return of my embassy. On 26 July last, while drafting this letter, there arrived here, to my uttermost satisfaction, the grand prince of the expansive empire of Belu and sovereign king of Miminco Bahale, Jacinto Correa, accompanied by the king of Miminco Naij Lieuw and the prince brought under the Honorable Company's obedience by the sword, Dom Louis Piniere, king of Barij Banij, together with their ministers, who
Dutch transcription
335. Van Timor Den 19:' augustus 1756. Van Simor den 19:' augustus 17 meergaloos weet te spinnen moeten aanplaaten en aan de EComp: tot een Jaarlijxe tribuut mits egter in den beginne tot zij instaat werden gebragt een geringen prijs daar voor betalende voor hun hofdienst leveren het voordeel dat me uijt dese nieuwe Colonsten mits men soog drage, dat se met andere vreemde mrouwen te trouwen niet disgenereeren zoude trecken kan om verscheijde redenen niet als groot zijn A:o om datse so reets gesegt is extra goede soldaaten en bijsonders te paerd allaad zijn waar door sij een groot tegenmigt tegens die luije en moordadige maleijers en meer ander gespuijs dat zig omtrend de bataviase ommelanden ophoud maeken. zouden want zoo van die natie te paard is instaat dat gantsche geboefte te beteugelen B. om dat d' EComp: bij eenige auptuure 't zij daet of elders altijd op een goede troep trouw volk die aanstonds bij een gebragt kunnen worden staet kan maeken en E: om de producten die zij door den tijd, als „eene Contributie voor kunnen hofdienst „voor niet of voor een seer geringen „prijs aan d'E: Comp:e souden leveren Dit hebbe ik haar pro forma om ze pacificq weg te krijgen, beloofd en bevond, dat sij over dien voorslag bij sonders in haar schik moeten maar wat zoude ik mij verheugen als uw hoog Edelheedens de goedheijt hadden mijn projectje approbeerende mijne beloften te vervullen en te beswaerheeden e ik daar over onder het verder opsigt van regetiten en Eenige tommagonrs, als prin„ „cipael hoofd off inspectot mogt werden aangesteld; Ik zoude, en de ongemeene agting die dese natie in der daat. voor mijn persoon heeft) monderlijke dingen met haer uijtvoeren, en niet alleen de schade„ „lijke mahometoenen daar mede beteugelen maar alle de onveilige districten en weegen daar door en niet op de rovers en moordenaers te paerd te doen patroullieren, beveijligen tebkend aannemende, em haar op mijne kasten het benodigde van lufbels gereetschappen ploegen materiaelen tot huijsen en kleeden te bournee„ „en op datse d'E: Comp: tot geen last maar Eene in der tijd 337. Van Timor Den 19:' aug:s 17.5 Van Timor Den 19:' augustus 1756 / in der tijd tot voordeel mogen strecken Jk wil hopen hoog Edele heet en wel. Edele leeren dat de preuwen die ik van mijne onschend baere trauwe sterke aankleving en ieer voor sE: Comp: waere belang en in korten tijd hebbe gegeven (bequaam genoeg zullen zijn) om voortaan van alle wantrouwigheijt af te zien en mijne voorslagen en projecten meer geloov als voor deesen gescchied is te doen attribueeren so. Ja versoeken ootmoedig uw hoog Edelheedens gelieven desen mijnen voorstel nopens deze nattineese krijgsgevangene, eerst met rijpheijd (zo als uw hoog Edelheedens gemaan zijn alles te doen) 't Examineeren voor 't selve vet morpen of van de hand geweesen Het is te verwonderen dat nademaal mij het ongeluckig noodlot meest den gantschen tijd kort op de hielen heeft gevolgd) mij 't sedert uw hoog Edelhe:s mij hebben verwaerdigt als een Executeur laret dierbaeren beveelen) zo in de palembangse als in dese gewigtige Commissie te no„ mineeren, niets dat ik ondernamen hebbe, hoe dubieus en onmogelijk het ook word in den beginne scheen te weesen misluct is; In't midden aller mijner swaaren accupatien hadde ik 't vergenoegen te zien, dat alle mijne Expeditien na gints en herwaarts met de bavorabelste tijding retourneeren Ik hebbe in mijn voorgaende man„ neer jk mentie van de voornaamste goud gevende rivieren in't beloneese rijk gemaakt hadde / gezegd dat ik loope door mijne genomene maat regulen d'E Comp: daar van in't kort meester te zullen maeken: zich hier hoog Edele heet en wel. Edele leeren mijne hope en verwagtinge dien aangaande door de terugh ƒ komst mijner gesandschap ook verveild Den 26.:' Julij J:t leeden arriveerde alhier onder 't Concipieeren deser tot mijn aller uijtterst vergenoegen de groot vorst van 't wijd uijtgestrekt rijk bele en souverain koning van mijwiko bahale Siacintho Corea, verseld met den koning van mijmiko naij lieuw en den met 't swaard onder sE: Comp:s gehoorsaemheijd gebragten vorst dan Louis piniere koning van barij banij benevens hare ministers inden dewelke)
English
From Timor, the 19th of August, Anno 1756. From Timor, the 19th of August, 1756. who, with the utmost contentment, have submitted themselves to the Honorable Company, acceded to the new treaty, and have thus made us masters not only of almost the entire island of Timor—since the first-mentioned signed the new contract having received full power and authority as well for themselves as for all the remaining kings of Belu—but also of those gold-bearing rivers, just as Your Right Excellencies will be further informed of both matters upon perusing the accompanying acts of resignation and surrender sub Litera D, to which I respectfully refer. No less good fortune favored my embassy to the governor of Lifao, to whom I had written that I was sending this emissary ahead in order to weigh and prepare the goods that were lying there idle and unprofitable due to the failure of the Macao ship to arrive, and which had been promised to me by His Honor, so that I would not have to linger long in that uncommonly unhealthy climate. Whereupon His Honor, while transmitting a commercial treaty that existed between Macao and Lifao, the translation of which accompanies this sub Litera F: C:, wrote back the following: that from my letters addressed to him, as well as from the mouth of his second-in-command, and lastly through my emissary, the Captain of the Chinese, he had learned with the utmost pleasure the reasons why I wished to enter into negotiations with His Honor and to clear out of the way certain disputes between both nations, among whom good peace and harmony had existed for many years past, as well as desiring to conclude a commercial treaty with His Honor to their great mutual advantage. That upon that proposal His Honor had consulted the priests of the missions, his councilors, and the inhabitants on that subject, and found that they, unanimously and with much pleasure, wanted to embrace my proposal as far as it depended on them; but that since a commercial contract already existed between the city of Macao and Lifao, and His Honor was dependent on His Excellency the Viceroy of Goa, he could not yet grant my request, but undertook to write to His Excellency aforementioned in detail about this and to place evidently before his eyes the advantage that the Portuguese nation was likely to draw from this commercial treaty, in such manner that His Honor is confident of obtaining that from His Excellency. To which end, as being assured thereof, His Honor sends me the conditions of the commercial treaty between the city of Lifao and Macao so that, in case I were willing to fulfill these conditions on that footing, a beginning or opening of that commerce could then be made; further thanking me for the gifts I had sent, he sent in return a counter-present in wax candles. However, since Lifao does not have a single house in which one can lodge a respectable man, and is completely devoid of provisions to entertain such a person, this governor, who had learned of the honorable reception of his second-in-command here at Kupang, also gave to understand not obscurely in the aforementioned letter: that, on account of his severe indisposition, he preferred that I should not appear there, certainly for the reason that he cannot properly receive and entertain me in his impoverished state, and I would thus discover that Portuguese grandeur did not square at all with their miserable condition. Thereupon I made known to His Honor my intention regarding his proposal by a letter, in the manner as follows: That I would gladly embrace the transmitted conditions that existed with the city of Macao and Lifao, and fulfill the duty of the Macanese, who, so it seemed, would not or could not comply with them.
Dutch transcription
339. Van Timor Den 19:' aug:s A:o 1756. Van Simor Den 19:' augustus 1756 dewelke met d' aller uijtterste vergenoeging haer aan d'E: Comp: hebben onder worpen in't nieuwe tractaat g'accedeert en ons alsoo niet alleen van meest het geheele Eijland Lima, vermits d' Eerst gem: so wel voor hen als voor alle de overige koningen van belo als volkome last en magt van haar ontfangen hebbende het nieuwe Contract geteekend maar ons ook van die goudgevende rivieren meester gemaakt heeft) gelijk uw hoog Edelheedens van het een en ander bij het doorlesen van de desen sub C=ra D. versollende actens van resignatie en overgave aan de welke mij met Eerbied refereeren na der onderregt zal worden Geen minder geluk favoriseerde mijne gesantschap naar den gouverneur van Liphao den welken ik hadde geschreven dat ik desen sendeling voor uijt sand om „de goederen die aldaer door 't uijt blijven van „'t macause schip rentelaas lagen en mij „door zijn wel Edele toegesegt waren „te wegen en in gereedheijt te brengen op dat rijk n dat ongemeen ongesonde Climaat niet loende lang te vertoeven. waar op mij zijn wel Edele onder toesending van ser Commercie tractaat dat tusschen maccoo. en liphao: subsisteerde en welkers translaat desen sub L=ra F: C: verzeld het volgende retcribeerde „dat hij uijt mijne aan hem g'addresseerde „brieven als mede uijt den mond van zijn tweede sten, en laastelijk door mijn zende„ „lingen den Capitain der Chineesen met 't uijterst genoegen had verstaen de reden „waeren gaarn met zijn wel Edele „n onderhandelinge wilde treden en „Eenige geschillen tusschen beijde de natien „onder dewelke al over lange Iaeren „en goede vreede en harmonie gesubsisteerd „hadde uijt den weg te ruijmen mitsg:s „om een Commercie tractaet tot „weder zijds groot voordeel met „zijn wel Edele begeerde te sluijten „ Dat zijn wel Edele op dien voorslag „de priesters der missiven zijne raads „personen en d' Jngesetenen over dat 1 sujet hadde geraadpleegd en bevonden „dat deselve unamin met veel genoegen niet „mijn 341. Van Simor Den 19:' augustus 1756 Van Timor den 19:' augustus 175 „mijn gedaene voorslag so verre sulx van „laar dependeerde wilden amplecteeren edog „dat vermits 'er een Commercie Contract „reets tusschen de stad maccao en liphaa „subsisteerde, en zij wel Edele van zijn „ Exellentie den viie roij van goa dependeerde „mijn versoek als nog niet tlonde in „willigen maar aennam om zijn Excellentie „voormeld omstandig daar over te schrijven „en 't voordeel dat de portugeese natie „uijt dit Commercie tractaet stand te „trecken enident voor oogen te stellen „in voegen zijn wel Edele zig sterk „maekt om dat van zijn Exellentie „'t obtineeren. tot welke einde als daar „van versekert zijnde zijn wel Edele „mij de vootwaerden van 't Commercie „tractaat tusschen de staad Ciphaa „en macao toesend om bij aldien rijk op dien voet aen dese voormoerdens „wilde voldoen als dan een begin of openinge „dier Commercie zoude kunnen gemaakt „werden mij verders bedankende voor mij„ „ne toegesondene geschenken liet denselven „ een Contra present in waxkaersen volgen. dag vermits liphao geen een huijs heeft daar men een batsoenelijk man in kan lo„ „geeren en 't eenemaal van levensmiddelen ontblood is om een sodanige te tracteeren so gaf desen gouverneur die de honorable receptie van zijn tweede alhier op Coupang hadde ver„ nomen bij voorgeciteerde missive almede niet onduijdelijk te kennen „dat hij mits dessels sware indispositie „liever zag, dat ik aldaar niet mogte „verscheijden seker om reedenen bij mij in zijn armoedigen staat niet na behooren kan recipieeren en tracteeren en ik also ontdecken dat de portugiese grootsheijd gantschelijk niet met hunne ellendigen stoet. quadreerde Daar op hebbe jk zijn wel Edele mijne intentie nopens desselfs voor„ slag met eene missive, in voegen als volgt te verstaan gegeven „ Dat jk de toegesondene voormaerd:s „die met de stad maccao. en liphao subsis„ teerden gaerne milde amplicteeren en de „pligt der macauers die daar aan soo 't „scheen niet wilden of konden voldoen Edog nakomen ƒ
English
343. From Timor, the 19th of August 1756. From Timor, the 19th of August, the year 1756. to comply with, under the condition nonetheless that the inhabitants of Lifao would deliver the products of Timor, consisting of wax, gold, and sandalwood, to the Honorable Company for the same price as the inhabitants of Macao had stipulated, with the exclusion of all other trading nations; that the Honorable Company would also undertake to deliver to them all the goods demanded by the inhabitants of Lifao at the Batavia price; that I did not doubt that the inhabitants of Macao, who through lack of ships and money have had to suspend this trade, will very gladly agree to this, and that His Excellency the Viceroy of Goa will willingly approve His Honor's wise proposal, which is profitable in all respects for the Portuguese nation. That, in order to demonstrate my goodwill and sincere intentions from now on, I would accept all the products that His Honor had gathered locally, which would otherwise certainly have to remain idle and unproductive through the failure of the Macao ship to arrive, at the ordinary price, and dispatched a vessel herewith to collect them, His Honor being able to dispose of the amount thereof, whether he wished to receive the same through a bill of exchange on Kupang, Batavia, or Macao; that next year I would also send a small vessel according to His Honor's desire, and once His Excellency had approved this project, the Honorable Company would keep this commercial treaty ongoing and lively each year with a ship; that I was very sensitive to the fact that, due to the manifold occupations and the short time left to me, I could not have the honor to embrace His Honor and to make known my sentiments full of high esteem and respect for his noble person and generous merits; further, that I hoped in time with the utmost desire to find an opportunity to give proofs of the esteem I hold for His Honor's person and merits; that I also wished to hope that His Honor would have the goodness, as a token of His Honor's esteem for my person, to charge and send to Kupang the wife of the famous burgher Kuitke, together with the deserted sailor, on condition of granting them complete pardon; 345. From Timor, the 19th of August 1756. From Timor, the 19th of August, the year 1756. to grant, that although these had embraced the Roman Catholic religion, I had the honor to assure His Honor, as a good and upright gentleman, that far from being troublesome to them in that regard, I would not only let them persevere therein, but also protect them in that respect, as shall be done for all who profess this religion both in Batavia and elsewhere; furthermore, that I also pledged that the lords governors, bishops, the reverend fathers of the missions, officers, and soldiers who would be transported from Macao to Lifao on the Honorable Company's vessels pursuant to this new commercial treaty, would suffer no lack of provisions and lodgings, but on the contrary would be treated in the most courteous and civil manner according to their rank and quality, as will also be done with those who had to return from Lifao to Macao or elsewhere, with which the Honorable Company had already made a beginning with His Right Reverend Grace, the Roman bishop who departed in the present state free and without charge to Malacca on their vessel; lastly, that before taking my leave of His Honor, I would await my envoy, the Captain Chinese, with His Honor's esteemed orders in order to learn how much the sum of the purchased goods amounts to and where His Honor desired to receive the payment thereof. To this letter I received on the 19th of this signature, by the aforementioned Captain Chinese, along with 307 19/10 piculs of wax and 90 ditto of sandalwood, the reply and substance to be seen in the noble lord governor's missive, and which, due to incredible occupations, as I am to undertake the prize with all the prisoners of war of the land tomorrow, I have been unable to translate. From these letters it can be seen that it falls impossible to negotiate anything at that factory without ready cash, and that even in new ducats, and that if I had not known how to invent and devise the aforementioned bonds and finances, the Honorable Company would not have obtained a single picul of wax, neither from Lifao nor from this place.
Dutch transcription
343. Van Timor Den 19:' augustus 1756/ Van Timo Den 19:' aug:s A„o 1756 „nakomen met dien neostande nogthans „dat de Jnwoonders van Liphao de produc„ „ten van Timior bestaande in max goud „en sandelhout voor dien selvden prijs als de „ inwoonders van moccas hebben bedangen „aan d'E: Comp:e zouden leveren) met „seclusie van alle trofficqueerende natien; „dat d'E Comp: ook soude aanneemen „alle de door de inwoonders van lipha „g'eijschte goederen voor de bataviase „ priijs aan haar te leveren; dat ik niet „twijfbelde of d' Jnwoanders van maccas „die door 't gebrek van scheepen en geld dese „negotie hebben moeten staken seer gaerne „daat in zullen bewilligen), en zijn Exellentie „de vice roij van goa zijn wel Edele „wijs en voor de portugeese natie alle „sints probitabel voorstel gewillig approbeeren „ Dat ik om mijne welmenentheijt en „opregte intentien van nu af aan te laten „blijken alle de producten, die zijn wel Ed:e „a Costij hadde ingesamelden die seker door „'t uijt blijven van 't maccaase schip anders „renteloos. zouden moeten blijven, leggen voor „d' ordinaire prijs zoude accepteeren, en een waarluijgh „hier nevens depecheerde om die ofte haalen „kunnende zijn wel Edele over dies. „montant disponeeren of 't selve door een „missel op Coupang batavia of maccao „wilde ontbangen dat ik toekomend Jaer „ook een klein vaartuijgh volgens zijn wel „ Ed:s begeerte zoude senden en wanneer zijn „Exellentie dit profecte g'approbeert hadde „dE: Comp: alle Jaeren dit Commercie tractact „met een scheepse zoude gaende en levendig „houden; „ Dat jk seer senfibel nat dat „jk door de menigvuldige besigheeden en den „korten tijd die mij met schoot d' eer niet „kon. hebben zijn wel Edele t' embrasseeren „en mijne gevoelens vol van. hoogagting en „respect voor desselfs noble persoon „en edelmoedige meriten te kunnen laten blijken „voorts dat jk met d'uijtterste begeerte „gaadentie hoopte in den tijd preuven, te geven van de „agting die ik voor zijn wel Ed:s persoon en „meriten hebbe dat jk ook wilde hoopen „dat zijn wel Edele de goedheijt zel hebben „om de huijsvrouw van den vermaarden burger „kuitke, benevens den gedeserteerden mattroos „ op voorwaerde van die volkomen parden te hier verleenen 345. Van Simor Den 19:' aug:s 1756/ Van Simcor Den 19:' aug:s A:o 1756 „verleeden als een blijk van zijn wel. Ed. s agting voor „mijn persoon te cargeeren en naar Coupang senden „dat of schaan dese de rooms Catholijke religie „hadden aangenomen ik d'eere had zijn wel Edele „als een goed en braaf Cavalier te versekeren „dat ik, ver van haar daar omtrend hinderlijk „te zijn deselve niet alleen daar in zouden „laten volharden maar hun ook daar omtrend „protegeeren gelijk aan alle die dese religie „beleiden zo op batavia als elders zal geschieden „wijders dat ik mij ook interponeerde dat „dheeren gouvern=rs beschoppen d' Eerm: paters „det missionen, officieren en soldaten dewelke „met 'sE: Comp: bodems ingevolge dit „nieuwe Commercie tractaat zouden „werden van maccao naer Liphas overgetrans„ „porteerd, geen gebrek aan mondkost en logier „zouden lijden maar daer en tegen op d'aller „heuschteen civielste wijse na hun raag en „qualiteijt, getracteerd werden, gelijk mede net „de geene, die van liphao naar macas: of elders „moesten retourneeren geschieden zal en waermede „d'E: Comp: reets een begin met zijn hoogwaardige „genade, den in l:o stantij met deselver boden vrij „ en franco naer malacca vertrecken roomschen „ bisschop gemaakt hadde: „ Laastelijk dat ik benomend „jk mijn afscheijd van zijn Edele zoude neemen „mijn sendeling den Capt:n Chinees zoude afmagten „met zijn Ed:e g'agte beveelen om te mogen weeten hoe „veel het montant der ingekogte goederen bedraagd „en waer zijn wel Edele de betaling daar van begeerde „'t ontfangen Op dese briev bequam ik den 19:' deser signatuur met voormelten Capitain Chinees benevens. 307 19/10 picals max en 90 d:o sandelhout de antwoord en substantie bij des Edelen heeren gouverneurs missive te sien en die jk door ongelovelijk ac„ „cupatien alsoo overmorgens de preijs met alle de krijgsgevangene landonee„ „sen sta te onderneemen onmogelijk hebbe konnen translateeren uijt dese brieven is te sien dat er ommogelijk op dat Comptoir iets sonder Contant geld en dat selfs in nieuwe duca„ „tans te negotieeren nald, en dat bij aldien jk voormelde bandsen en kinantien niet hadde weeten 't inventeeren en uijt te vinden d'E: Comp: geen een picol wax nog van liphaa nog van dese bisschop plaatse : -
English
From Timor, the 19th of August 1756 Timor, the 19th of August 1756 place had obtained, and Monsieur Dupleix, who will definitely arrive there next year at Liphao with a cargo of the said goods, including blue Coast textiles of which they are so short, will not only be unable to sell his cargo, but will also find nothing to purchase. And although Your Right Honourables have been pleased to write most strictly to the ministers at Coupang that Your Right Honourables henceforth wish the demand of 100 picols of wax to be fulfilled literally, and assuming they were willing to obey this high order, the question still remains where they would obtain the money to pay for it. For there is no money, and the goods are unwanted; and even assuming they were initially wanted, one can only dispose of them on credit and await payment upon the return of the Belonese trade. Thus I hope, Right Honourable Sir and Honourable Gentlemen, to have not only fulfilled Your Right Honourables' high intention in this Commission, but also thereby to have merited Your Right Honourables' precious favor. In this expectation, therefore, I close this my respectful report, and praying to the Almighty for the preservation of Your Right Honourables' illustrious persons, I depart for the second place of my Commission and call myself with all possible veneration and deep respect, Below stood: Excellency, Right Honourable, Highly Esteemed Sir and Honourable Gentlemen. Lower: Your Right Honourables' most humble and obedient servant. Was signed: J. A. Paravicini. In the margin: Coupang on the island of Timor, the 19th of August 1756. And below that: P.S. I have the honor herewith to inform Your Right Honourables in all respect that after the closing of this, the regents arrived here, and with them, under date of the 23rd of this month, in a grand imperial assembly, the annexed resolution regarding the Landonese prisoners of war was adopted; and that thereupon, of the 300 of the same embarked, I had them disembarked and handed over to the new regent in order to repopulate this depopulated negorij of Lando with these and another 600 souls scattered on Roti. Translation C Timor, under date of the 19th of August, the year 1756 From Timor, under date of the 19th of August. Translation of a Malay letter written in Dutch letters by the kings of the great island of Timor to their Right Honourables, the Illustrious High Indian Government. Dated Coupang, the 21st of July 1756. This letter, which stems from a pure and upright heart of all of us kings of the great island of Timor, namely: Coupang, Sonnebaij, Amabij, Amphoang, Taijbenoe, Amanubang, Amacono, Sorbian, Amarassie, Amanatung, Amanessie, and Nenemette, Waijmiko, Liphao, etc., etc. To His Excellency, the Right Honourable, Highly Esteemed, and Widely-Ruling Lord, Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, as well as Governor-General, and the Honourable Lords Councillors of the Dutch Indies, wishing them health, long life, and prosperity on this earth. Amen. We dutifully acknowledge with the deepest impression of gratitude Your Right Honourables' choice made in the person of the aforementioned Lord Commissioner, who during [illegible] A dignity, Right Honourable Sir and Honourable Gentlemen, which gives us clear proof of Your Right Honourables' high regard for us and an exceptional solicitude for our lands and subjects. Initially, all the kings, allies of the Honorable Company, make known to their fatherly and never fully praised benefactor, the Excellency and Right Honourable Lord Governor-General and the Honourable Lords Councillors of the Dutch Indies, that with the greatest pleasure we saw appear here at Coupang in the past month of March the esteemed Lord Johannes Andreas Paravicini, invested with the highly distinguished character of Your Right Honourables' special commissioner in these regions.
Dutch transcription
347. Van Simor Den 19:' aug:s 1756 Jan Timor Den 19:' augustus 1756 plaatse hadde bekoomen en monsieur due poivre die voor vast aanstaende Jaar met eene lading op liphas gemelde goederen maar onder blauwe Cust lijmaeten daerze so en verlegen zijn aldaar zal arriveeren zal niet alleen zijn lading niet kunnen verkoopen maar zal ook niets om in te koopen vinden. En of schoon uw hoog Edelh:s de ministers van Coupang hebben gelieven op 't scherps aen te schrijven dat uw hoog Edelhedens voortaan den Eijsch van 100. picols was. letterlijk wilden voldaan hebben, en genomen dese gewillig waeren aan dese hage ordre te voldoen dan is nog de vrage maer ze dog het geld tot dies betaling zouden hebben genomen want geld is er niet en de goederen zijn ongewild, en schoon genomen die eers gewild waeren kan men dog niets van de hand als op Coedit en op het retour van de beloneese vaart quijt raeken Dus verhope Hoog Edele heer en wel Edele Heeren in dese Commissie niet alleen aan de hooge intentie van uw hoog Edelheedens te hebben voldaen maar ook daar door uw hoog Edelh:s dierbaere gunste te hebben gemeriteerd. Jn dese verwagting dierhalven sluijte ik dit mijn eerbiedig rapport en den almagtigen biddende voor de Conservatie van uw hoog Edelh:s illustre personen vertrecke na de tweede plaetse mijner Commissie en noeme mij met alle mogelijke neneratie en diep. respect /:onder stond:/ Excellentie hoog Edele groot agtb: heer en wel Edele Heeren /:lager:/ uw hoog Edelheedens aller onderdanigste „ gehoorsaamste Dienaar /:was getekend:/ J: A:s paravicini /:in margine:/ Coupang op 't Eijland Timot den 19:' aug:s 1756: /:en daar onder :/ P:s: hebbe d' eere uw hoog Edelheed. s bij deesen in alle Eerbied te bedeelen dat naer 't sluijten deser deregenten alhier g'arri„ neerd zijn en met deselve sub dato 23:' deser in een groote rijx vergadering de dese g'annexeerde resolutie ten reguarde der landoneese krijgsgevon„ „gene genomen, mitsg:s daer op van de ingelade dito 300. hebbe doen des= Embarqueeren en den nieuwen regent ter hand gesteld ten fine dese gedepeupleerde nogorij lando en met dese en nog op rottij verstrooijde 600. zielen te bevalken dierbaere) Translaat C 349. Timor oner Dato. 19:' aug:s A„o 1756 Van Timor onder dato 19:' aug:s Translaat maleise brief met nederduijtse Letters gesz: door de koningen van 't groot Eijland sinot aan haar hoog Edelheed=s Illustre hooge Indiase Regeering Gedateert Coupang den 21:' Julij 1756 Dese brieff, dewelke spruijtende is uijt een suijver en opregte hart van ons gesamentlijke koningen van 't groot. Eijland Tinot) als Coupang, sonnebaij amabij„ namentlijk Amphoang Taijbenoe amanubang amacono„ - - sorbian, amarassie; amanatung, Ama„ nessie en nenemette, waijmiko Liphao, E:a E. Aan zijn Exellentie den hoog Edelen groot agtbaaren en wijdgebiedende Heere Jacob Mossel, generaal over de Jnbantenie sen dienste van den staat der vereenigde Nederlanden mitsgaders gouverneur generaal en d' wel Edele Heeren raden van Nederlands India deselve toewen„ schende gesondheijt lang leven en voorspaeld op deser aarde Amen Wij erkennen pligt schuldig met de diepste indrucking van danckbaarheijt u hoog Edel„ „heedens gedane keuse in den persoon van wel gem: heer Commissaris die ons geduurende Eene waardigheijt hoog Edele Heer en wel Edele heeren welke ons eniden te blijken geeft van u hoog Edelheedens hoog agting voor ons en een bijsondere zorgdragentheid voor onse landen en onderdanen Aanvanckelijk maken de gesamentlijke koningen bandgenoten van D'E: Comp: haren vaderlijken en nooijt volpresen weldoen der den Exellentien en hoog Edelen Heer gouver„ neur generaal en de wel Edele Heeren raden van. Nederlands Jndia bekent dat wij met 't aller grootste genoegen alhier op Coukang in de gepasseerde maand maart hebben sien verschijnen den agtb:r heer Johan„ „nes andreas paravicine bekleed met het hoog aansienelijk Caracter van uhoog Edelheedens expressen Commissaris in dese gemesten Aanwanckelijk zijn
English
351. From Timor, dated 19 August Anno 1756 56 From Timor, dated 19 August 1756 His stay here in our midst in the name of Your High Nobilities has so often given the most unshakable tokens of Your High Nobilities' fatherly love and affection; on account of which we shall never forget from our memory the uncommonly obliging and amiable manner in which he has treated and interacted with us here, so that even our late descendants will still know how to recount his praiseworthy and commendable conduct toward us. No one, Right Honourable Lord and Honourable Lords, in the midst of so many illustrious and distinguished minds in Batavia, could have better answered Your High Nobilities' expectations than the very aforementioned Lord Commissioner. A gentleman who, over and above his personal qualities, possesses countless other virtues that make him stand out above others, and who holds it to be the greatest virtue to give, and on the contrary the greatest vice to take or to enrich oneself in one way or another, just as every one of us has seen repeatedly to our astonishment and has even experienced himself. An evident proof thereof is a certain presentation made by petition to His Honour by the first five signatories regarding a certain amount of 7137½ rixdollars, which we had to claim from the estate of the deceased Chief Daniel van der Burg on account of delivered lime and building materials for his house and garden on the sea beach, to which delivery he had forced us in an unjust manner under the pretext of erecting a Company lodge; but since His Honour generously refused to accept the aforementioned amount of 7137½ rixdollars, we presented the same to the Honourable Company as our never sufficiently praised benefactor, in recognition of the received protection and that yet to be expected. Gifted with an uncommon intellect, penetration of mind, and an unparalleled generosity, he has gained the high esteem of great and small. 353. From Timor, dated 19 August Anno 1756 From Timor, dated 19 August Anno 1756 He has helped and saved the oppressed, and punished the oppressors according to their merits. Law and justice have established their dwelling place here since his arrival and stay, and it would be a true pleasure for us if we could or might have enjoyed his presence and the assistance of his counsel for a long time still. For during the short time he spent among us, His Honour sounded the depth of all our sentiments, and based his measures thereon, of which we must testify in pure truth that all tended to the greatest service and advantage of the Honourable Company, which he faithfully serves, and to the public peace, safety, and well-being of these lands and peoples. Furthermore, the aforementioned Lord Commissioner, during his presence here in Kupang, through his courteous reception and other fine qualities, has inspired us with such magnanimous and royal sentiments and so distinguished us from the common people, that we must now in truth confess never before to have known what a king is, and much less what respect and reverence are attached to that illustrious dignity. His Honour has thus made us from low and humble people into actual princes, of which illustrious quality we never knew before, owing to the poor, mean, and contemptible treatment by the Chiefs. In the various conferences that His Honour held with us, and which we had the honour to attend, he treated us distinctly from the common rabble, both in public at the great assemblies of the realm, through the royal and magnificent meals with which he entertained us, and also in particular on all occasions, having separated us from them through his praiseworthy proclamation whereby familiar interaction with us is forbidden to the commoners. 355. From Timor, dated 19 August 1756 From Timor, dated 19 August Anno 1756 Thus he has shown us in a forceful and clear manner how necessary it was, in these confused circumstances of the times in which general affairs both in Europe and in these regions presently find themselves, that the contracts with us be renewed and the necessary measures taken to secure these lands against the attacks of foreign powers and to safeguard our precious freedom, and to restore mutual peace and quiet, which prior to the arrival of the Lord Commissioner were in such a state that we were in the greatest anxiety in the world that an open rupture and bloody war would have erupted here due to our discord and divisions. Yet as soon as His Honour was informed of the precarious state of affairs, caused chiefly by the Chiefs, who through their greedy avarice fostered our discords instead of resolving them, and, so to speak, left us with the knife in our belly, our disputes were decided to mutual satisfaction after a mature investigation of matters, and we were reconciled with one another. So that now, upon the departure of His Honour, all of Timor and the islands belonging under it enjoy profound peace through his wise and cautious management and untiring attentiveness. Consequently, at the ordinary meetings, no proposals are ever rejected or contradicted, but all such well-meaning, wise, prudent, and just measures which the Lord Commissioner has taken to support the common cause and our happiness and well-being are accepted with general joy and unanimity.
Dutch transcription
351. Van Simor onder dato 19:' aug:s A„o 1756 56 Van Simor onder dato 19:' augustus 1756 zijn verblijf alhier in't midden van ons uijt naam van u hoog Edelhedens so dikwils d' allet onwrikbaarste merktekend gegeven. heeft van u hoog Edelh:s vaderlijke liekde en toegenegentheijd; zullende uijt hoofde van die nooijt uijt ons geheuge verliesen d'ongemeene verpligtende en minnelijke wijse, met dewelke dien hier ons behandeld en omgegaan heeft sodat selfs onse late nakomelingen nog desselfs lot- en prijs waardig gedaag omtrent ons zullen weten te verhalen Niemand hoog Edele Heer en M wel Edele heeren in't midden van so vale doorlugtige en uijt muntende verstanden â Cattij zoude leter u hoog Edelhedens. verwagting hebben kunnen beantwoorden, als even wel gem: heer Commissaris Een heer, die buijten en behalven zijne personeele hoedanigheden nog ontelbaar andere deugden besit die hem bossen andere doen uijtsteken en die het voor de grootste deugthand, te geven. en daar en tegen voor de grootste ondeugt neemen of zig op d' een off d'andere wijse te verrijken, gelijk dat een ider van ons te meer„ malen tot vermonderens toe gesien en selfs ondervanden heeft; Een evidente blijk daar van is, sekere presentatie per requeste door de vijf Eerste geteekende aen zijn Edele gedaan nopens. seker montant van 7137½ ad:s het welk mij te pretendeeren hadden uijt den boedel van het overleden opperhoofd Daniel van der burg wegens geleverde kalk en bauwstoffen tot desselfs huijs en thuijn aan de zee strand en tot welke leverantie, onder pretext van een Comp: logie op te regten, hij ons op een onregtvaardige wijse gedwangen heeft dog vermits voortz: bedragen van 7137. ½ rd:s zijn Ed:e genereuslijk aan te neemen gewreigerd heeft, hebben mij het selve aan d'E Comp: als onse nooijt vol„ „presen weldoender, tot eene erkentenis van de genotene en nog te magtene bescher„ ming, vereerd; begaaft met een ongemeen verstand door dringentheijt van geest en een weergalose edelmoedigheijd heeft hij de hoog agting van groot en klein verkregen; te neemen 1 353. Van Timor onder dato 19:' aug:s A„o 1756 Van Simor onder dato 19:' aug:s A:o 1756 hij heefd de onderdrukte gered geholpen en d' onderdrukkers na merite gestraft regt en geregtigheijt heeft zedert zijn komst en verblijf) alhier haar woon„ plaats gevestigd, en het zoude een waaragtig vermaak voor ons zijn wanneer wij zijne tegenwoordigheijt zijner raadgeningen nog en den bijstand lange tijd hadde kunnen off mogen genieten want geduurende den korten tijd, dien hij bij ons heeft door gebragt heeft zijn Ede den grond van alle onse geveelens gepeild/ en daar zijne mes Jures ingerigt, van dewelke mij niet suijvere waarheijd moeten getuijgen dat alle ten meesten dienste en voordeele van DE: Comp: dewelke hij getrouw dienst d' operbaae nust veiligheijd en wel zijn deser landen en volkeren strekten Voorts so heeft voorm: het Com„ missaris bij zijn aanwesen alhier op Coupang ons door zijn beleefd outhaal en der here hodanigheden sulke Jn de verscheide Conferentien die zijn Edele met groot moedige en koninglijke sentimenten g'inspireerd en van het gemeen sodanig gedistinqueerd dat wij thans met waarheyd moten bekennen, van te voren nooiijt gemeten te hebben, wat een koning Nog veel minder wat respect en eerbied aan die doorlugtige waardigheijd ver„ knogt is zijn Edele heeft ons dan van lage en geringe menschen. tot we„ „sentlijke vorsten gemaakt van welke door lugtige qualiteijt wij wegens het sligte geringe en veragtelijke tractament der ƒ opperhoofden nooijt gemeeten hebben hij heeft ons so wel in 't openbaar bij de grote rijxvergaderingen, de koninglijke en vragtige maaltijd waar mede hij ons onthaald heeft als ook in 't bijsonder bij alle gelegentheden distinct getracteerde van 't gemeene peupel daar zijn prijs waardige publicatie waar bij de gemeen„ same verkeering met ons aan het gemeen verboden is afgesondert groot dus 355. Van Simor, onder dato 19:' aug:s 1756 Van Timor onder Dato 19:' aug:s A:o 1756 ons gehouden en wij d' eere gehad hebben bij te manen heeft hij ons op eene kragtige en deuijdelijke mijse getoond, hoe nood sa„ „kelijk het mare dat bij dese verwarde zig thans de tijds gesteldheijd, maar in E Europa als algemeene saken. so in in dese gemelten bevonden de Contracten met ons. vernieuwd ende nodige maat regulen genomen wierden, om dese landen voor d' aanvallen van de buijten landse vrijheid te mogentheden en onse dier bare „ beviligen ende onderlinge rust en vrede te hetstellen, dewelke voor d' aankomst van de heer Commissaris sodanig ge„ steld wes, dat mij in de grootste onge„ rustheijd der wereld verseerden dat het alhier door onse oneenigheijd en verdeelt„ heden tot een openbare auptuure en tot bloedigen oorlog zoude uijt geborsten hebben Dog so. dra zyn Edele van den net warden toestand der saken voornamentlijk door d' opperhoofden veroorsaakt, die door hare gierige heb. zugt onse oneenigheden, in stede van ze uijt de wereld te helpen ambelist en ons, om se te spreeken met 't mes in de buijk gelaten hebben was onderregt geworden wierden onse geschillen na een rijp ondersoek van zaken ten weder zijde genoegen beslist en wij ander elkanderen benoedigt so dat thans, bij 't vertrek van zijn Edele gantsch Timor ende daar onder sorteerende eijlanden door desselfs mijs en voorsigtig beleiden onner„ moeijde oplettentheijd en diepe rust genieten werdende dierhalven. bij de ordinaire bij een komsten nooijt eenige voorslagen vermaa„ pen en tegengesprooken maar met algemeen nE blijdschap en eenparigheijd aangenomen al zulke wel meenende wijse voor sigtige en regt vaardige maat regulen welke de liet - Commissaris genomen heeft om de gemeene saak t' ondersteuren en ons geluk en doar mel -
English
357. From Timor dated 19th August 1756 From Samao dated 19th August 1756 / to promote the well-being as well as to preserve our precious liberties. Furthermore, the allied kings jointly make known to His Excellency the Governor General and the Council of India, and promise hereby that we shall always be attentive and make it our duty, as far as depends on us, to give Your High Excellencies proofs of our zeal, inclination, and adherence to the service and weighty interests of the Honorable Company; and we shall take all care to demonstrate this through a close and strict compliance with the new solemn treaty. Lastly, we deem ourselves once more obligated, both on that occasion to renew the expression of our inviolable loyalty, and to give the strongest assurances of the esteem that we bear toward the person of the Commissioner aforementioned by Your High Excellencies, who was sent to them; sending as a token thereof to Your High Excellencies the following gifts: from Amarassie: 1 picol wax from Sitenonij: 1 picol wax from Amanubang: 3½ picols wax from Amanatung: 6 picols wax from Coupang: 2 picols wax from Sonnebaij: 3 picols wax from Amabij: 4 picols wax from Amphoang and Sorbian: 3 picols wax from Taijbenoe: 3 picols wax 359. From Timor dated 19th August 1756 From Timor dated 19th August 1756 From Amacono: 6 slaves From Maijwiko Bahale: 1 slave, also From Waijmiko: 1 slave It was written at Coupang on the great island of Timor the 30th June 1756. Signed: Carel Boenij King of Coupang, Sau Baki Regent of Sonnebaij, Balthazar King of Amabij, Bartholomeus King of Amphoang, Naij Cobo King of Taijbenoe, Don Louis King of Amanubang, Don Bernardo Emperor of Amacono, Son Sale King of Sorbian, Don Alfonso King of Amarassie, Don Louis King of Amanatung, Neij Sese King of Amanessien Nenemette, Naij Lieuw King of Waijwiko, Sitenonij King of Liphao, Santiago son of the Regent of Liphao, Don Giachinto Corea Great Prince of the Belunese Empire and Sovereign King of Waijmiko Behale, Don Louis Piniero King of Banij Banij. Lower: for the translation, signed: J:s Domingosz. Initially, the humble signatory makes known in all subservience to Your High Excellencies by this, that he has received full power and authority from the collective regents of the island of Roti, both to answer Your High Excellencies' This letter of praise and homage comes from Your High Excellencies' most subservient servant Chilij Saba Regent of Timor, who wishes His Excellency the High Noble Lord Governor General Jacob Mossel and the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies long life, health, and a prosperous and happy reign on this earth, amen. Translation of a Malay letter written with Dutch letters by Silij Saba Regent of Timor to Your High Excellencies the Governor General and Councillors of India at Batavia, dated Coupang the 2nd August 1756. Translation High 361. From Timor dated 19th August 1756 / From Timor dated 19th August 1756 highly esteemed missive which you had the goodness to dispatch to the collective regents, and received by the signatory hereof with extraordinary joy and satisfaction from the hands of Your High Excellencies' Commissioner, the Noble Lord Johannes Andreas Paravicini, as well as immediately sent by him for perusal to the other regents on Roti, and also to conclude the new solemn alliance with the Honorable Company. Furthermore, I have the honor to inform Your High Excellencies that the collective regents of Roti acknowledge with dutiful gratitude that Your High Excellencies have so highly deigned to send them a person who, invested with the distinguished character of your express Commissioner, has given them manifold and convincing proofs of Your High Excellencies' great affection, fatherly care, and never sufficiently praised goodness toward them, their subjects, and lands. Adorned with an extraordinary intellect and most glorious capabilities, His Honour has gained the high esteem of the collective kings and regents who were all assembled at Coupang to conclude the new contract, and by treating them politely, friendly, learnedly, and royally, has gained an everlasting memory among them and their late descendants. No one, High Noble Lord and Noble Lords, The humble servant hereof considers himself particularly fortunate to have had the honor of seeing and speaking to the Noble Lord Commissioner in person, as well as getting to know closely his eminent qualities and virtues. Excellencies Lords
Dutch transcription
357. Van Simor Onder dato 19:' aug:s 1756 Van Samas onderdato 19:' Augustus 1756 / wel zijn te bevorderen mitsgaders onse dier„ bare vrijheden te bemaren Wijders maken de gesamentlijke koningen bondgenoten aan zijn Exellentie den heere gouverneur generaal ende raden na India bekent, en beloven mits desen dat wij altoos oplettende zullen zijn en ons werk daar van maken, om so veel als zulx van ons afhangd aan u hoog Edelh:s bewijsen te geven van onsen iever neiging en aan kleving voor den dienst en gewigtige belangen der E. Comp: en wij zullen alle onse sorge besteden, om sulks te doen blijken door een nauwe en stipte naarkoming van het nieuwe plegtig verbond. Laastelijk agter wij ons nogmaals verpligt om so wel bij die gelegentheid de betuijging van onse onschendbare getrouwigheijt te vernieuwen als ook de kragtigste versekering en te doen van de agting die wij de persoon van den heer Commissa„ E „ris voormelden u hoog Edelh:s die hen na herm:ts 1 _ o 1. _:o „ van Amarassie 1. picol wax van Sitenonij van Amanubang 3½ _:o _:o van Amanatung Van Coupang E 2: picols. wax van sonnebaij 3. pilols max 6 van Amabij 4: _:o wax van Amphoang en sorbian van Taijbenoe 3 _:o _:o 3 _:o _:o gesonden hebben toedragen; sendende ten blijke wan dien aan uhoog Edelhedens d' ondervolgende geschenken gesonden van 359. Van Timor onder dato 19:' augustus A„o 1756. 1 Van Timor onder dato 19: aug:s A:o 1756 Van Amacoud 6: slaanen van maijwiko Bahale 1. slaaf mits:s van Waijmiko __:o 1. /:onderstond:/ gesz: tot. Coupang op 't groot Eijland Timot den 30: Junij A:o 1756 /was getek:d/ Carel boenij koning van Coupang, sau baki rijxbesteerder van sonnebaij balthazar koning van amabij, bar„ tholonus koning van amphoang Naij Cobo Koning van Laijbenoe, Don Louis Coning van annanubang Dan bernardo Keijser van amacono. son sale koning van Sorbian Den alsonso koning van ama„ nassie Don louis koning van amanatung Neij sese koning van amanessien nenemette, Naij Lieuw koning van Waijwiko, Sitenonij Koning van Liphao. santiago soo van den Liphaas rijxbestierder, Dan. Stiachinto Corea groot vorst van 't beloneese rijk en souverain Koning van Waijmiko Behale, Dou Couis pi„ niero Koning van banij Banij /:lager:/ voor de oversetting /:getekend J:s Domingosz: Aanvanckelijk maakt den submissen tekenaar uw hoog Edelheedens bij deesen in alle onderdanigheid bekend, dat denselven volkome magt en authoritatie gekreegen heeft van de gesamentlijke regenten van't Eyland Jano le wel om uw hoog Edelheed:s Dese brieff van loff en Eerbewijsing komt van haar hoog Edelens onderdanigsten dienaar Chilij Saba regent van Timoe die zijn Juulij Exellentie den hoog Edelen Heer gouverneur e generaal Jacob Mossel ende wel 6 Edele Heeren raeden van nederlands. India toemenscht lang Leven gesondheid en een voorspoedige en geluckige regeering op deeser aarde amen Translaat Maleijtse brief met Nederduijtsche letters gesz: door silij Saba regent van Timoe aan haar hoog Ed:s den gouverneur generaal ende raden van India tot batavia gedatteerd Coupang den 2:' aug:s A:o 1756. Translaat Hoog E 361. Van Timor onder dato 19:' augustus 1756/ Van Simor onder dato 19:' augustus 1756 Hoog g'eerde missive die deselve de goedheijt gehad hebben aen de gesamentlijke regente afte senden, en door den tekenaar deses met ongemene blijdschap en vergenoeging uijt handen, van uw hoog Edelheedens Commissaris den Ed: heer Johannes andreas. Paravicine ontfangen, mitsg:s door den selven immediaat ter lectuure aen de verdere regenten op sano gesonden is te beandwoorden als ook in 't nieuwe plegtig verband met D E. Comp: te sluijten wijders hebbe deeere uw hoog Edelheedens te bedeelen dat de gesamentlijke regenten van sans met pligt schuldige dankbaarheid erkennen dat uw hoog Edelheedens haar so hoog verwaardigt heebt, een persoon toe tesenden, die bekleed met het aansienelijk Caracter van derselver exprissen Commissaris, deselve menigvuldige en overtuijgende blijken gegeven heebt van uw hoog verceerd met een ongemeen verstand 8. over heerlijke bequaamheeden heebt zijn Edele de hoog agting van de gezamentlijke koningen. en regenten, die alle op Coupang vergadert waeren, en 't nieuwe Contract te sluijten verkreegen, en met deselve heusch vrindelijk beleerd, en koninglijk te tracteeren en heuwige gedogtenisse onder haar en hare late nakomelingen verworven. „ Niemand Hoog Edele Heer en wel Edele Edelheedens. grote genegentheijd, waderlijke ziekse en nooijt volpresen goedheijd omtrent haar haere onderdanen en landen Den nedrigen dienaer deses schat zig int bij sonder geluckig, dat de Eere gehad hoft den Edelen heer Commissaris in persoon te sien, en te spreken, mitsg:s desselfs uijt munteerde hoedanigheeden en deugden van na bij te leeren kennen. Edelheedens Heeren
English
363. Timor under date 19 August Anno 1756 Timor under date 19 August 1756 Gentlemen, no one can better judge his virtues and outstanding qualities than the collective kings and regents who were assembled at Coupang, who have come to know, seen, and experienced him from close by. A thousandfold proofs of magnanimity, generosity, and benevolence has he shown to us during his short stay here, and he has treated and entertained the kings and regents with such distinction, both at the great imperial assembly and at that magnificent and princely banquet which he so generously had prepared for us, that they and the humble signatory in particular are exceedingly moved and satisfied thereby. Through his extraordinary intellect and wise conduct he has within a short time settled and resolved, to the great satisfaction of the quarreling parties, all our disputes and quarrels, which had so long remained undecided through the avaricious conduct of the chiefs, and without his Honour's arrival would have remained in that dangerous state even longer; so that our lands now, through the pacification of their borders, enjoy a quiet and deep rest. We therefore acknowledge, Right Honourable Gentlemen, with dutiful gratitude the great favour and benefaction which Your Right Honours have shown to us with the dispatch of the Lord Commissioner, with the assurance that we shall remember the same our lifelong with the most grateful hearts, and shall devote and employ our utmost efforts and primary cares to follow with due duty and fidelity his Honour's wise and prudent arrangements, both regarding the new alliance and concerning other measures taken, which are so closely bound to the well-being of our land and people. 365. Timor under date 19 August Anno 1756 From Timor under date 19 August 1756 For the rest, the collective regents of Savo request that Your Right Honours may have the goodness to place an interpreter with them, as is done on Rottij and Solor, in order that all requests concerning this island may receive proper execution; and to the end that Your Right Honours may be fully assured of the inviolable loyalty of the collective regents of Savo to the Honourable Company and its precious interests, they send, as a token thereof and out of a sincere and pure affection, the following gifts, namely: from Sili Saba, regent of Sabaa Timoe, 2 picols of wax and a female slave; Translation from the regent of Seba, 2 picols of wax; from the regent of Liae, 2 picols of wax; from the regent of Mesara, 2 picols of wax; from the regent of Menia, 2 picols of wax. Below stood: written at Coupang the 21st of August Anno 1756. Was signed: the mark of Silijsaba, regent of Timo, both for himself and the co-regents of Seba, Mesara, and Menia; as also the mark of the regent of Lioe. Lower: for the translation, was signed: Ts Domingos. 367. 1756 From Timor under date 19 August 1756 From Timor under date 19 August Translation of a Malay letter written by the collective sengadjis of Solor to Their Right Honours the Governor-General and the Council of the Indies at Batavia, dated Coupang. This letter of submission and respect comes from Their Right Honours' most faithful friends and allies, the collective sengadjis of the island of Solor, namely of Lawaijang, Lamakera, Terong, and Adonara, and Lamahala, who wish His Excellency the Right Honourable Governor-General Jacob Mossel and the Honourable Councillors of Netherlands India a long life, health, prosperity, and a happy reign on this earth, Amen. Initially the collective sengadjis make known to His Excellency the Governor-General and the Councillors of the Indies that they have received with uncommon joy the highly revered missive with which Your Right Honours were pleased to honour the collective sengadjis, and at the same time deigned to send an extraordinary commissioner to them, whom they consider as the most venerable pledge of Your Right Honours' great affection and paternal love for them. We therefore acknowledge this extraordinary measure of goodness with dutiful gratitude, and are rejoiced over the choice which Your Right Honours were pleased to make in the person of the Honourable Johannes Andreas Paravicini, to represent Your Right Honours' illustrious persons in these regions, vested with the eminent character of your extraordinary commissioner, and to make known to us your paternal intentions and goodwill for us and our lands and subjects. During his Honour's stay here at Coupang, where all the kings and regents were assembled, he has given us a thousandfold convincing proofs of Your Right Honours' paternal care.
Dutch transcription
363. Timor onder dato 19:' aug:s A:o 1756 Timor onder dato 19:' augustus 7.56 Nt. Heeren kan beter van zijn deugden en uijtmunt ende hoedanigheeden oordeelen als de gesament„ lijke op Coupang vergaderd geweest zijnde koningen en regenten die deselve van nabij hebben leeren kennen gesien en onder vanden Duijsen„ „derleij preuven van Edelmoedigheid, mitda„ „digheijt, en goedaardigheijt heeft hij ons ge„ duurende zijn kort verblijft alhier getaond ende koningen en regenten so distinct so wel beij de grote rijx vergaderinge, als bij dat overheerlijk en vorstelijk gastmaal, het welk hij voor ons so genereus heeft laten. prepa„ „reeren behandeld en getracteerd dat de selve en den nedrigen tekenaar in't bijsondere ten uijttersten daar over aangedaan en vergenoegd zijn Door zijn uijtnemend verstand en hij binnen korten mijs belijd heebt alle onse geschillen en twisten, die dus Wij Erkennen dierhailven hoog Edele Wij Heer en wel Edele leeren met pligtschuldige drukbaarheijd de groote gunst en weldaad die uw hoog Edelheedens met desending van den heer Commissaris ons hebben beweesen, met versekering, dat wij deselve ons leven lang met d'aller erkent lijkste herten gedagtig zullen zijn, en onse uijtter„ ste pogingen en voornoemste sorgen besteeden e aanwende, om zijn Ed:s wijse en voorsigtige schikkingen, zo ten opsigte van 't nieuw verband als nopens andere genome Lange daar 't heb zugtig gedrag der apper„ hoofden ongedeciteerd waren gebleven en sonder zijn Edele komste ook indien gevaarlijken staat nog verder zouden gebleven zijn binnen korten tot overgroot genoegen der smistende parthijen beslist en afgedaan zo dat onse landen thans door de bevrediging hunner hoorden en stille en diesse rust gemelten Lange) maatregulen) 1 E V 365. Sincor onderdato 19. ' augustus A:o 1758 Van Van Simor onder dato 19: aug:s 16 175 maatregulen, die zo naauw aan 't wel zijn van ons. land en volk verknagt zijn met verschuldigde pligt en trouwe natekomen. Vaor 't overige versoeken de gesamentlijke regenten van savo dat uw hoog Edelheedens de goedheid gelieven te hebben, een tolk gelijk op rottij en salox bij haar te plaetsen ten Eijnde alle besoeken dit Eijland be„ trebbende, een behoorlijk beslag kunnen en mogen Erlangen en ten Eijnde uw hoog Edelheedens volkomen mogen versekerd weesen van de onschendbaere trouwe der gesamentlijke regenten van Lavo voor D'E: Comp: en derselver dierbare belangen so senden deselve ten blijke van dien en uijt een opregte en suijvere genegent„ leijt de ondervolgende geschenken als; van sili saba regent van Salaa Timoe 2. picols wax en een slavin Translaat Van den Regenten van Sebie 2. picols wax van den regent van Liae 2. picols. wax van den regent van Mesara 2. picols max van den regent van Menia picols wax 2. /:onderstond:/ geschreven tot Coupang den 2:' aug:s a:o 1756. /:was getekend:/ het merk van Silijsaba regent van Timo so voor hen, als de mede regenten van Leba, metara, en menia; als ook het merk van den regent van Lioe /:Lager :/ voor de oversetting /: was geteekend:/ T„s Domingas van 17 E 367. 1756 Van Simor onderdato 19:' augustus 1756/ Van Simor onder dato 19:' aug:s Translaat maleijtze brieff gesz: daar de gesamentlijke senghadjer van solor aan 9 haar hoog Edelheedens den gouverneur generaal en de Raden van Jndia tot Batavia gedatteerd Coupang dese brieff van onderdanigheijd en Eerbied komt van haar hoog Edelheedens allerge„ trouwste vrienden en bandgenoten de gesament„ „lijke singhadjes van het Eijland sohor als van lawaijang lamakeira Trong en addenare, en Lamahale, dewelke zijn Excellentie den hoog Edelen. heere gouv:r generaal Jacob Mossel ende wel Edele Heeren raden van nederlands India toewenschen lang leven gesondheid voorspoed, en een geluckige regeering op dese aerde amen Aanvanckelijk maeken de gesamentlijke Sengladjes van zijn Excellentie den gouverneur generaal en de raden van Jndia bekend, dat zij nat ongemene blijdschap ontfangen hebben de hoog gevenereerde missive, waar mede hoog Edelheedens de gezamentlijke seng„ „hadjes hebben gelieven te verkeren en haar teffens so hoog. te: verwaardigen Een Expressen Com„ E missaris aen haar te senden dien zij als 't eerwaardigst onderpond van uw hoog Edlh:s grote toegenegentheijt, en vaderlijke liefde voor deselve aanmerken wij erkennen dierhalven dese bovenmaet van goedheijt met verschuldigde dankbaarh:d zijn verheugd, over de keuse die 't uw e hoog Edelheedens: behaagt leek te doen in den persoon van den wel Edelen. heer Johannes andreas parovicine om met het eminent Caracter van der selver Expressen Commissaris bekleed l uw hoog Edelheedens illustre perzoonen - in desen gewesten te representeeren en ons derselver vaderlijke intentien en welme„ nentheijd voor ons en onse landen en on„ derdaenen bekend te maken Geduurende zijn wel Ed:s verblijf alhier op Coupang alwaar al de ka„ ningen en regenten. vergadert waeren heebt hij ons duijsenderlij overtuijgende bewijsen gegeven, van uw hoog Edelheedens naderlijke uw hoog sorge 1 den. „