VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 2909

Surat · 266 pages · 153 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_2909_0182 view scan ↗

English

From Souratta, the 14th of May, Anno 1757. From Souratta, the 14th of May, Anno 1757. ...to do the same, the Marhettas as well as the Subah of Dheccan, Salabetjeng, raised troops on all sides to attack them as well and, if possible, to save the chaotic estate of Dhillij, while the Emperor continued to play the role of a mere spectator. The Souratta regents are more or less uneasy about the proximity of the Pathanders, as is everyone in this vicinity who has something to lose, yet they put on a brave face. The Governor or titular Nawab Safderchan recently received two emissaries with a letter and a robe of honor from the Pathan prince or king, though without any particular ceremonies, and is currently busy collecting some gifts requested by His Highness in order to dispatch the Pathan emissaries as quickly as possible. What disputes we have successively had with the regents concerning the renewal of the guardhouse erected in Anno 1755 on the Company's shipyard; how detrimental it would have been in the long run for the service and interests of the Company to condone the Moorish peons continuing to nest there; how little reception our remonstrations and requests found in that regard; and what had to be devised and put into effect against the latter to throw that yoke off our necks and prevent the execution of the threat made to pull down the newly built house on the shipyard; and to what extent one achieved his objective thereby—which could not have happened without some heavy expenses for dietary allowances to the militia and rosas to the native servants who had marched out with the majority of us to Attuwa to watch the cat jump from the tree, etc.—to describe all this herein might well serve to give Your High Excellencies an idea of the unreasonableness of the present regents, and among them of the Naib or Lieutenant Governor Alinawaaschan, who seems to take pleasure in mortifying us from time to time and causing us annoyance in particular. However, since to all appearance these matters would turn out as vexing as there is little necessity residing therein, since our representations made in accordance with the secret resolution of the 16th of June regarding the danger that the wooden shed in which the equipment goods are stored, if not the entire shipyard, would run the risk of being completely burned down if the guardhouse were ever to catch fire through the carelessness of the peons, were unfortunately, but fortunately still with only small damage to the Company, confirmed on the 16th of the past month through the vigilance of our men in extinguishing the fire; for the old guardhouse having been consumed by the flames, no movement has since been made to construct a new one, nor has anything been mentioned of it since; whether it be that the regents, having thereby been brought to reflection, finally lean so far toward the side of moderation and equity that they do not intend to urge the erection of a new one inside the shipyard, or whether, as we most likely believe on account of their personal characteristics, they only postpone this until the onset of the rainy season or another convenient circumstance of time so as to be able to do it with better grace. Therefore, we take the liberty to refer in that regard to the general letter of the 24th of January past concerning the same, and what occurred on the occasion when a deserter of the Company who had become a Mohammedan, passing by the lodge in broad daylight, was seized and locked in prison according to the resolution taken that same day, whom one indeed had to release again, but not without prior public satisfaction for his insolence, so that one would still have reason to complain. This was followed the next day by a stately march of the said Alinawaaschan past the lodge and the residence of the first undersigned, with a whole party of others in a separate body, firing off various firearms right in front of the same, as if to provoke us and cause spite, which one had to witness with impatience. However, different things are said about this: some say it was disapproved of by Governor Safderchan, while others on the contrary maintain that he himself is the one who advised his lieutenant to undertake that triumphal march in order to mortify us somewhat, but actually also to bring him further into hatred with us and to have an occasion to make him ridiculous to others, about which we cannot well pass a positive judgment. Having now advanced to the main part concerning the Bassein and Geria pirates, we have in the first place to report that we have been in uncertainty regarding the success of the undertaken expedition against them, since the ship Hoorn, accompanied by the hooker De Jonge Jacob, De Jonge Susanna, and the war galivat De Waaksaamheid, was dispatched to Geria, followed the next day by the return of our commissioners Halck and Kroonenbergh here to negotiate properly. 95.

Dutch transcription

Van Souratta den 14:e Maij A:o 1757. Van Souratta den 14:' Maij A:o 1757 doen gelijke boede te roen: Marhettas zo wel als de soeba van Dheccan Slabetjeng aan alle kanten te„ „gers op de been bragten om hen meede aantetasten en den verwarde Dhillijsen„ Boedel waare het mogelijk te redden, terwijl den keijser den rol van een bloote aanschouwer bleef speelen. — ongerind ovor de grea De Souratse Regenten zijn over de nabijheid der Pathanders zo wel als een iegelijk hier om streeks die wat te verliesen heeft min seen ore relad ohar nunmen of meer ongerust dog houden een goed gelaat, hebbende den Gouvern:r of Titulaire Nabab safderchan deeser daage met twee zendelingen een brief en een Eere kleed van den Pathansen vorst of koning dog zonder eenige zon„ „derlinge Coremonien ontfangen, en is thans beesig eenige door zijne hoogheid mades soesan t Clireste versogte diogues te laten vergaderen om de Pathansen zendelingen ten spoedig„ sten te kunnen depecheeren. — een nieuw wagthuijsje op den vernieuwing van het A:o 1755. opgeregte wagthuijsje op 'sComp:s werff wat verschillen wij successive met de regenten gehad hebben, over de hoe nadeelig het voor den dienst en de belangen van de Comp:e zoude geweest zijn op den duur door de vingeral te zien, dat de moorse Pions aldaar bleeven nesten; hoe weijnig ingang onse remonstratien en versoeken dientweegen gevonden rante ensgelije ntantete voroen en et moeten tegen den laatsten beraamd en in het werk gesteld heeft om dat Jok van onsen hals af teschuijven en voorte koomen d'executie van het gedane dreigement om het nieuw gebouwde huijs op de werf onder de voet te halen, en tot hoe verre rschroven gestige ongelden men daar door zijn oogmerkt bereikt heeft, 't welk niet zonder eenige kosten van swaarkostgeld aan de militie en Rosas aan d'inlandse Dienaaren die met het meerendeel van ons naar attuwa waaren uijtgetrocken, om de kat uijt de boom te kijken &:a heeft kunnen ge„ schieden in deese te beschrijven zoude wel strecken kunnen, om w Hoog edelens een denkbeeld te geeven van de onredelykheid der teegen„ woordige Regenten en onder dezelve van Naib of luijtenand Gou„ „verneur Alinawaaschan, dewelke behagen scheint te scheppen om„ ons van tijd tot tijd te mortificeeren en verdriet aan te doen in 't bijzonder, dog hoog dezelve naar alle apparentie zo verdrietig vallen huijsje door de vlaame als daar inne wijnig noodsakelijkheid resideerd, zeedert dat onse volgens secret:s Resol: van den 16:e Junij gedane vertoogen van het gevaar dat de houte loots daar d' Equipagie goederen in geborgen worden, zo niet of de gantsche werf zoude gevaar loopen van geheel afgebrand te werden, bij aldien het wagthuijsje eens door de onvoorsigtigheid van de pions in brand raakte, tot ons leedweesen, dog ten allen gelukke nog tot een maar kleine schaade voor de Comp:e door de vigilantien e der onse om het vuur te blussen op den 16:e der voorl:e maand is be„ waarheid geworden, dewijl het oude wagthuijsje door de vlamme verteerd zijnde, zeedert nog geen beweging gemaakt is om er een nieuwde zeedert daar van niets te Extrueeren, 't zij dat de regenten daar door tot nagedagten gekomen gerept. zijnde, eijndelijk zo verre naar de kant van de moderatie en billijkheid overhellen, dat niets van menig zijn d'Erectie van een nieuwe binnen de werf te urgeeren, of dat zij, zo als w' uijt hoofde van hunne personee„ „le hoedanigheeden voor het naast gelooven, zulx alleen uijtstellen tot de door„ brake van den reegentijd ofte een ander bequame tijds omstandigheid om het niet te beeter gratie te kunnen doen. — Dierhalven neemen wij de vrijheid ons daar omtrend te refereeren aan de pereete repotsij aan de geneene van den 24:e Jan pass=o ontrend het even willen, het vorgevallene bij t watten C ter occasie dat men een mahometaans gewordene deserteur van de Comp:e de loge bij klaren dag passeerende, volgens het zelve dage genomen besluijt had doen opvatten en in de tronk sluijten, die men wel weeder dog niet zonder een voorgaande publicque satisfactie over zijn inso„ „lentie, heeft moeten largeeren, invoegen men nog al reeden zoude heb„ daags gevolgd was van eene statieuse marckh van de nwer san ali e te nit genon agt waschan voor bij de logie en de woning van den eerst onderget:s met een gelomene Littenene van de eoretene din gantse oos ereaqumn eerd zin een ondense wag geloene veka een heel partij andere in een apart Corpsonder het losbranden van ver„ scheide vuurroers vlak voor dezelve, als om ons te tergen en spijt aan te doen, 't geen men niet geduld heeft moeten aansien, dog sommige seggen daar different van gesprooken dat van den Gouvern:r safderchan zoude Gelaakt weesen terwijl anderen daar en teegen staande houden dat hij zelfde geene is, welke zijne luijt:t die Thiumphale march zoude aangeraden hebben, om ons wat te mor„ tificeeren, dog eijgentlijk of ook hem nog verder bij ons in den haat te brengen en occasie te hebben hem bij andere bespottelijk te maken, waar over wij niet wel en positief oordeel vellen kunnen. — Nu gevordert zijnde tot het hooftdeel van de Bassijnse en Geriase Zee„ „hovers hebben w' in d'eerste plaatse te melden dat w' in onsekerheid gever„ „seerd hebben noopens het succes van de ondernomene Expeditie teegens de„ „de het schip hoon verseld van de hoeker de Jonge Jacob loff e ise dturluij Gerie gesondend de Jonge Susanna en d'oorlogs galbet de waaksaamheid 's anderen daags gevolgd van het retour van onse gecommitt:s Halck en kroonenbergh der dig te verhanden alhier 95.

NL-HaNA_1.04.02_2909_0183 view scan ↗

English

97. 7 From Souratta the 14th of May Anno 1757. From Souratta the 14th of May Anno 1757. [illegible] which, together with the report mentioned in a separate letter from the two first undersigned, handed over the journal of their voyage and of what was performed upon and during the same in authentic copy. Being [illegible] in March at sunrise, while it was very calm, our vessels being not quite in order off Geria, attacked by a part of the enemy naval force consisting of two three-masted and two two-masted gurabs, together with 15 galvats, all well mounted with cannon and crammed with men, among whom several white hat-wearers could later be clearly recognized, our men left the firing of the galvats unanswered until they were alongside the gurabs, whereupon a dreadful battle arose which lasted over 6 hours without intermission, and wherein they were so close to one another that even pistols could be used with effect, but of which, so as not to be tedious, we shall not enumerate all the particulars in this letter, being content to say that after the expiration of that time, after six hours of steering, the enemy resolved to sheer off and keep before the wind toward the shore. At that time, on the hooker de Jonge Jacob, which thus far had been virtually the sole object of the enemy's fury, there were as yet only one dead and two wounded, because he had mostly fired at the rigging, but the same, together with the sails and spars, was grievously damaged. Nevertheless, while repairing various matters as best they could, our men pursued the enemy under easy sail and already began with good reason to promise themselves a complete victory, since not only did the pirates take to flight, but our men had also cut off one of the three-masted gurabs, so that it undoubtedly would have had to run aground or fall into our hands. But they, seeing that our men were heading toward that disabled ship, kept working to windward under easy sail until the sea breeze set in, with a fine topgallant breeze, whereupon the fleets, having approached each other again at half past two o'clock, once more joined battle, with this distinction: that now the enemy gave heavy fire not only at the hooker, but also at the other vessels, and these, owing to the breeze, could also better engage. However, the outcome, though equally reputable, was not as fortunate as in the first battle; for the small galvat the Sultanpoor's Coolie, of which all the crew fought like lions, caught fire through the throwing over of powder flasks and other combustible materials from a gurab which it had come alongside, and which, on account of its swift and ceaseless cannonading and throwing over of hand grenades, did not know how to get rid of it. The Europeans and Bugis did their utmost to extinguish it, threw the chest of hand grenades overboard for that purpose, and meanwhile, virtually in the midst of the flames, still fired several shots at the enemy. The native sailors, seeing that smoke was coming from the cabin, all took flight in the boat, except for the one who sat at the helm and faithfully remained at his post. The boat was run down by an enemy galvat, but they were nevertheless fished up. There was even opportunity not only to rescue the aforementioned native sailor sitting at the helm, but also all the Europeans who were upon it, and among them the brave hero Erik Ian Winer, who commanded that vessel as quartermaster. But while they were [illegible] Batavia, apparently through an incautious handling of the powder, blew up into the air most unexpectedly, being followed a moment thereafter by the aforementioned small galvat, which had been observed from afar by the large vessel de Waaksaamheid. Meanwhile, some of the blown-up crew of Batavia were seen swimming and thrashing in the water, and one of the enemy galvats turned its bow thither, but dared not stand its ground upon the approach of the Jonge Jacob, so that those [illegible] were mostly saved. The vessels the Jonge Jacob, the Jonge Susana, and the Waaksaamheid had resolved to let them run, so as not to become too separated from one another, but they immediately tacked again and, as though nothing had happened, kept standing toward the enemy, in order to show them—having now regained some courage with a received reinforcement of seven galvats, and thus approaching them with three gurabs and twenty-two galvats—that they still had enough courage to resist them with so small a force. However, the same seemed to have no great desire to await our men, or at least kept sailing ahead of them, only greeting them now and then with cannon fire, which gave our men the impression that they sought nothing else than to keep them engaged right in front of their harbor and wear them down, while they could constantly receive assistance in men and ammunition as well as vessels, the number of galvats having already increased to twenty-five by sunset. Wherefore they tacked again and lay with the head toward the South-South-West. The enemy, seeing his objective discovered, tacked together with our men and sailed after them, but the three gurabs, having apparently had their fill of the fight, ended the same by sailing off.

Dutch transcription

97. 7 Van Souratta den 14:' Maij A:o 1757 . Van Souratta den 14:e Maij A:o 1757. ene end de e: oe: ier deweke ons benevens het rapport waar van bij aparts brief van de twee eerst onderget: is mentie gemaakt, hebben overgegeeven het Journaal van hunne reise en het verrigte op en gedurende dezelve in Copia aut„ sijnden ie rs en en een e e gnde enmaart met sons opgang terwijl het he stil was, dat onse vaartuijgen zig niet regt in order van voor Geria gattac„ queerd zijnde van een gedeelte der vijandelijke zeemagt, bestaande in twee driemastige en twee twee mastige goerabs, neevens 15 Galbets alle wel met Canon gemonteerd en opgepropt van volk, waar onder men naderhand verscheide blanke hoededragers duijdelijk heeft kunnen be kennen, d' onse het schieten van de galbets Onbeantwoord lieten, tot dat zij bij de Gourabs waren, wanneer er een Eijsselijk gevegt ontstond, dat over de 6 uuren zonder tussen poosen duurde, en waar in men elkander zo digt op 't lyf is geweest, dat selfs de pistoolen met vrugt konde gebruijkt werden, dog waar van wij, om niet langwijlig te zijn alle de besonder„ na dat ses uure gesthuurd: heeden in deese niet sullen optellen, ons vergenoegende te zeggen dat de vijand na verloop van dien tijd te rade wierd af, en het voor de wind na de wal te houden, Men had toen op de hoeker de Jonge Jacob, welke dus lange genoegsaam alleen het voorwerp van 's vijands furie was geweest, nog maar Een doode en twee gekwetste, door dat hij meest naar het tuijg geschoo„ ten had, maar het selve neevens de zeilen en rondhouten waaren deerlijk word van 20 or=s met klein gehavend, egter zetten d'onse, terwijl zij het een en ander zo goed doenlijk verstelden, den vijand met klein zeil na, en begonden zig reeds met goed e eene sen weet ontarig fondament een Compleete victorie te belooven, door dien niet alleen de roovers het aan't loopen stelden, maar d' onse ook een van de drie maste goerabs afgesneden hadde, zo dat ongetwijffeld zoude hebben moeten stranden, of in onse handen vallen, Maar zij ziende dat men naar dat gedelabreerde schip toelag, bleeven het met klein zeil te loefwaard gaan„ de zeewind raakt men op „ de houden, tot dat de zeewind door quam, met een schoone bramzeils koelte, wanneer de vlooten om half drie uuren elkanderen weeder gena„ derd zijnde op nieuws slag leeverden, met dit onderscheid dat nu dat de vijand niet op de hoeker alleen maar ook op D andere vaartuijgen braaf vuur gaf, en deese mits de koelte ook wat beeter konde haa„ relpistedeis maar mneteken; dog d' uijtkomst was wel eeven reputatieus maar zo geluckig niet als in d'eerste Bataille; wan't de kleire Galbet de sultan„ door vijands vie in de handpoerse Coelie waar van al het volk als leuwen heeft gevogten, raakten glbe door het overwerpen van kruijtflesse en andere brandstoffe uijt een Goerab welke hij op zijde gekomen was en die mits zijn geswind en onophoudelijk Cannoneeren, en overwerpen van hand granaaten, niet wist hoe hij hem kwijt raaken zouden in de Vlam, d' Europeesen en bouginee„ „sen deeden hun uijterste best het zelve te dempen, gooyden ten dien einde de kist met handgranaten buyten boord en deden intusschen genoegsaam in't midden van de vlammen nog eenige schooten op den vijand; d' Jnlandse Matroosen siende dat er rook uijt de Cajuijt kwam, namen, buijten die aan het roer zat en trouw op zijn post is gebleeven, alle de vlugt met de schuijt, die van een vij„ andelijke Galbet overzeild wierd, dog egter wierden zij nog opgevist. Men had selfs occasie niet alleen gem:e aan't roer zittende Jnlandse matroos, maar ook alle d' Europeesen die er op waaren en daar onder den bra„ van Held Erik Ian Winer, die dat vaartuijg als quartierm:r voerde „reeren, maar terwijl men daar naede e droen as bijn glat mialsh door oewoorigtigl ekan Batavia, apparent door een onvoorsigtige behandeling van 't kruijt op het onverwagtste in de lugt, werdende een oogenblik daar na van de galbet gevolgt van de gem: kleine Galbet, welke door de groote de waaksaamheid van verre g'observeerd was gevolgd, intussen zag men eenige der gespron, dog het volk is maerendeels „gene manschap van Batavia in het water swemmen en spartelen, en een der vijandelijke galbets de steven derwaarts werden, dog die dorst op 't annaderen van de Jonge Jacob geen stand houden, dus men die on„ vartuige de Jonge Jacob, de Jonge Susana, en de waaksan te iestinge tene opgemaakt hadde te laten loopen, om niet te zeer uijtmalkanderen „te geraaken, dog het ten eersten weeder over staag wierpen, en eeven als dog zij zetten het ten aars: of er niets was gepasseerd op den vijand aanhielden, om hen die nu aan. — weeder wat moet gekreegen hebbende met een bekome renfort van seeven Galbets, en dus met drie Goerabs en twee en twintig Galbets die renfort bekomt na hen toekwam te toonen, dat zij nog Courage genoeg hadde om hen met zo een geringe magt te keer te gaan, dog dezelve schee„ „nen geen groote lust te hebben, om d' onse intewagten, of bleeven ten dog voor hen blijft heen minsten voor hen heen zeilen, hen alleen tusschen beiden nu en dan met 't Can„ „non begroetende, 't geen d' onse in het denkbeeld bragt, dat zij niet an, presumtie oogmerk van „ders zogten als hen maar vlak voor hunne haven gaande te houden en dezelve. aftematten, terwijl z'altoos secours, zo van volk en ammointie, als vaar„ tuijgen konde krijgen, zijnde met zons ondergang het getal der Galbets aanwasch van zijn magt reets tot vijfentwintig vermeerdert; weshalven men weeder over staagging en het met de kop om de Z: Z: W:t Lag; De vijand zijn oogmerk ontdekt ziende, wende met d'onse meede, en zeilde hen agter aan, dog de drie Goe„ „habs so't scheijnt hun bekomst van 't gevegt hebbende eindigde het zelve met gewagrabs indige het zailen—. gered. — d' onse niet

NL-HaNA_1.04.02_2909_0184 view scan ↗

English

From Souratta the 14th of May in the year 1757. From Souratta on the 14th of May in the year 1757: our men fired some more cannonballs into their rear, which did not remain unanswered, while the fourth remained lying close to the shore. Thereafter they let the vessels drop down somewhat and continued to sail alongside our craft, in company with the gallivats, which did not cease cannonading as long as daylight lasted. In the evening at ten o'clock our men, due to a change in the wind, put the helm over to west-northwest to reach deeper water, and with that course lost sight of the enemy vessels. However, the next day they saw two more gallivats that during the dogwatch, or around four o'clock, ran towards the shore, and thereafter they continued their voyage undisturbed to Dendarajapour, where they arrived on the 2nd of April, and which harbor they left again on the 7th. Regarding damage to our vessels: on the Jonge Jacob the topmast and fore-topsail yard were mostly shot away, as were the backstays fore and aft, the topmast stay, and the lower rigging, several shrouds, and most of the standing and running rigging. She received one ball through the hull planking of the half-deck, two in the main chainplate on the port side, and several in the stern, and her lower sails were practically shot to ribbons. The smalschip the Jonge Susanna suffered no remarkable damage, other than that her rigging and running lines were shot completely away, and she received many balls through her sails, and some in her wales, which pierced completely through, but were all plugged by nailing lead over them; however, she became so leaky that she took in up to 36 inches of water at the pump. The gallivat de Waaksaamheid likewise became very leaky from the continual firing and received several shots through her sails, but neither of those vessels had any dead or wounded. On the Jonge Jacob, of the Company's servants, only one Buginese soldier was killed, and one had his legs shot off; however, the number of drowned and fallen, or those who died of their wounds before their arrival here due to the accident of the small gallivat—which could have turned out even worse—and of Batavia, which happened without the enemy's doing, amounts to fully twenty souls, namely: 12 Buginese soldiers, 6 European seamen, among whom the aforementioned valiant quartermaster, 3 native sailors. And of the wounded and burned: 3 European soldiers, who are partly already cured and partly will apparently be recovered shortly, 3 Buginese ditto, 4 European seamen, of whom likewise only one is beyond hope of recovery. Or 10 souls in total. And it is affirmed not only that the one three-masted ghurab of the pirates mentioned before was shot completely helpless, but also that the one which fought against the small gallivat, together with some other of the enemy's vessels, were greatly damaged, and the number of fallen on his side was estimated by himself at more than 350 souls, or only about 50 less than the count estimated by the prince of Dendarajapour in his letter received with our deputies to the first undersigned—which is also enclosed in copy for Your High Honors' esteemed perusal—the wounded in all likelihood having been no less. So that this expedition, wherein the whole world, yea, as we have heard from good authority, even the commander of Bassein himself says that the Netherlanders have performed wonders of bravery, would, without the disaster of Batavia, have turned out gloriously and completely answered all the intended objectives through the victory and protection of the Almighty, whose hand, considering the great superiority of the enemy, must be acknowledged to have shone forth over this weighty undertaking in a singular manner. And among the second causes, or the means which His Divine Majesty was pleased to employ to that end, must especially be counted the bravery and the conduct of those to whom the execution was entrusted, and among them principally the Master of the Equippage Falck, who evidently kept his presence of mind in both prosperity and adversity. This we deemed impossible to pass over in silence without doing those men the greatest injustice; so that now at least those who, like the Raja of Cutch, wish to record our forbearance and patience as faintheartedness—among whom one could wish no coreligionists and allies of our nation were counted—will be silenced and convinced that it by no means merits such a name, as we have the satisfaction of being able to say is already generally done. Wherefore we dare flatter ourselves that Your High Honors will be pleased, conforming to our humble request, to crown our resolutions and actions in this matter, being necessary for the maintenance of the ancient luster of the Dutch flag, with your esteemed approval. The Sultanpore pirates also begin to show less and less respect for the roadstead of Surat, constantly and sometimes alone with one or two gallivats cruising to and fro across it to see if they can capture anything.

Dutch transcription

Van Souratta den 14:' Maij A:o 1757. — Van Souratta op den 14:e Maij A:o 1757: verliekt den vijand uijtge mond stopt. goedkeuring onser ver„ zeegen en bescherming d'onse nog eenige kogels van agteren inteschieten, die niet onbeantwoordblee„ „ven terwijl de vierde onder de wal bleef leggen, daar na lieten zij 't wat manmole palbats blijven sacken en bleeven met onse vaartuijgen meede zeile, in geselschap vande Gal„ bets die niet ophielden te Cannoneeren, zo lang 't nog eeven dag was. 's avonds om tien uuren laagen d' onse het, mits het veranderen van de wind met de kop om de w:t N:t w:t om dieper in zee te koomen, en verlooren met dien Cours de vijandelijken vaartuijgen uijt het gesigt, egter zagen 's anderendaags nog twee galbets die in de platvoet ofte om vier uuren na de wal toelie isunere volg heose getoord pen, en vervolgden daar na ongestoord hunne reise naar Dendazajapoer alwaar dezelve den 2e: april arriveerde en welke haven zij den 7: weeder schade van onse vaartuij van de Jonge Jacob is de voorsteng en de voormarzeilrhaa meest of„ geschooten gelijk ook de pardoens agter en voor, de stenge stag en het onder„ wand, verscheide hoofdtouwen en het meeste staande want en loopend souwerk, hij heeft een kogel door het boord van 't holfdek, twee in de groote rust aan bakboord zijde en verscheide agter in de spiegel gekreegen, en zijn onderzeilen zijn genoegzaam aanflarde geschooten. Het smalschip de Jon„ „ge Susanna heeft geen merkelijken schade gehad, als dat zijn tuijg en loo pend touwerk geheel afgeschooten is, veele koogels door zijn zeilen gekreegen heeft, en eenige in zijn berkhout, die door en door gegaan, maar alle ge„ stopt zijn met lood daar over te spijkeren dog is daar door zo lek gewor„ „den dat tot 36 duijmen water bij de pomp kreeg. De Galbet de waak„ saamheid is meede door 't Continueel schieten zeer lek geworden en heeft veijden en gequeste aan nse eenige schooten door zijn zeilen gekreegen, dog beide die vaartuijgen hebben geene dooden of gekwetsten en op de Jonge Jacob was van 'sComp:s dienwaren maar Een bougineese soldaat doot, en een de beene afgeschooten; dog egter bedraagt het getal der verdronkene en gesneuvelden, of die voor„ hunne aankomst alhier aanderselver wonden gestorven zijn door on„ geval van de kleine galbet, dat nog erger had kunnen uijtvallen, en van Batavia, dat zonder toedoen van den vijand bij gekomen is, wel twintig koppen; namentlijk 12. bougeneese pliditairen 6. Europeese zeevarende, waar onder voorsz: Manhafte quartierm:r uineren 3. Jnlandse matroosen. En dat van de gekwetsten en gebrande in 3. Europeese militairen ) die ten deelen reeds geneesen zyn en ten deelen apparent bin: nen korten hersteld zullen geraaken. — 3. baugineese — d:o 4. Europeese zeevarende waar van meede maar een buijten hoop van her„ stelling. ofte 10. koppen in 't geheel en men verseekerd niet alleen dat d'eene drie item aan die van de rovers maste Goerab waar van hier vooren is gesprooken geheel reddeloos is verlieten. — geschooten maar ook dat die welke teegens de kleine galbet geslaagen heeft neevens eenige andere van 's vijands vaartuijgen grotelijks beschadigt zijn en het getal der gesneuvelde van zijne zijde door hem selfs op ruijm 350: koppen begroot werd, ofte maar omtrend 50 minder, als waar op den vorst van Dendarajapour dezelve schat, bij zijne met onse gecommitt:s ontfangenen missive aan den eerstonder get:s, deeze tot uw Hoog Ed:s g'eerde speculatien ne „de in Copia bijgevoegd zijnde, de gequesten naar alle apparentie niet minder geweest. — zo dat deese krijgstogt, waar in de gantsche weereld, Ia zo wij van goe„ lene in deese krijgersogt behaald. „derhand verstaan hebben de Bassijnder zelfs zegt, dat de Nederlanders wonderen van bravouren gedaan hebben, zonder het dezaster van Batavia, zij zig overlegt omme dulijk van de hand des sevren gekomens, en waarv e emalsteuinde aet „eus zoude uijtvrallen zijn en aan alle d'oogmerken welke men daar meede bedoelt heeft volkomen beantwoord hebben, door den zeege en de beschereving blijken van dat hemels des alderhoogsten, die men egter gemerkt de grote superiorteid van den vijand moeterkennen, dat over deese wigtige onderneeming op een sonder„ „lingen wijse heeft uijtgeblonken, moetende onder de tweede oorsaake, ofte de middelen waar van zijne Goddelijke Majesteid zig ten dien einde be„ „diend heeft, insonderheid geteld werden de dapperheid en het beleid van de beleiden dapperheid geene die d'uijtvoering was toebetrouwd en onder dezelve voornament„ „lijk den Equipagiemeester Falck, die het blijkt dat in voor en tee„ genspoed zijne presentie behouden heeft, het welke wij vermeend heb„ „ben niet met stilswijgen te kunnen voorbijgaan, zonder die lieden de grootste in Justitie aan te doen, zullende nu ten minsten de geene dien die onse lasteraars de als den Ragia van Kets onse langmoedigheid en verdraagsaamheid voor kleinmoedigheid willen te boek stellen, waar onder het wenschen was, dat men geene geloofs en bondgenooten van onse natie tellen konde, de mond gestopt en overtuijgt weesen, dat dezelve zulx geen„ sints meriteerd, zo als wij de satisfactie hebben, te kunnen zeggen, dat reeds in't algemeen gedaan werd; Weshalven w' ons durven flat, hoopen van uHoog Ed:s „teeren dat UHoog Edelens onse besluijten en verrigtingen in deese Vrigtingen als streckende en noodsakelijk geweest zijnde, tot handhaving van den ouden luijster van den Nederlandschen vlag, Conform ons oodmoedig versoek zullen gelieven te bekroonen met haare g'eerde goedkeure. — De Sultanpoerse Rovers, beginne mede de souratse rheede hoe lan„ „ger hoe minder 't ontsien, geduurig en somtijds alleen met een of twee Galbets af en aan dezelve kruijssende, om te zien of zij iets op doen kunnen zij hebben geschooten met „gen .

NL-HaNA_1.04.02_2909_0185 view scan ↗

English

101. From Surat, the 14th of May, Anno 1757 From Surat, the 14th of May, Anno 1757: not only did they capture, in the month of December of the past year, two richly laden vessels coming from Bombay that did not keep close enough to the English convoy, but also, at the beginning of this month, a horry with cotton intended for the English European ship the Royal Duke, lying in the roads and bound for China. Although it lay between that bottom and a Moorish ship, they came alongside it at night with two galvets, quietly cutting the cable and towing it away. In the Political Council, pursuant to the Resolution of the 28th of September 1756, the junior merchant Johannes Sanderus was readmitted, and furthermore, after his departure, the same was supplemented with the junior merchant Philip Wargaren as a member, just as it was previously decided on the 17th of May to appoint the Fiscal and the Equipagemeester, as long as the latter is a member of the Council of Policy, as permanent overseers of the buildings. The Council of Justice has undergone no changes since the spring, and concerning the further colleagues and regencies, the necessary arrangements were made in our sessions of the 17th of May, 4th of June, 26th of November, and 10th of December of the past year. The judicial matters up to that time having been dealt with in our letter of the ultimo December, it only remains to report that since then, the Fiscal, acting ex officio criminally against his slaves Patientie of [illegible] and Cardoes of Malabar, aged about 7 years, the Company's prisoners, on account of a far-pushed attempt at sodomy, that case was determined on the 18th of the past month by the Council of Justice by a definitive sentence. This entailed condemnation to be severely flogged according to their years, and subsequently to be sold at public auction to the highest bidder, without distinction of nation or religion, on the express condition that they shall never come or be brought into this jurisdiction, upon pain of corporal punishment or heavier penalties if it be their own fault, and this on account of the owner, provided he pays the costs and expenses of justice; which sentence was approved by the Director and executed, the same, together with all the original documents of the trial, being transmitted herewith. The Warehouse Master Sweers obtained from the Council of Justice of this factory an attachment on the accrued wages of the fugitive Sea Captain Marchis, to the amount of 2822 Guilders and 12 stivers, to remain in effect until such time as news should be received here of Your High Noblenesses' decision regarding the petitioner's request, sent anno passato with our letter of the 2nd of March and detailed therein, for obtaining exemption from the compensation imposed upon him for the aforementioned amount on account of cotton shipped in the vessel Bloemendaal. Which attachment, having been duly decreed on the 17th of June last, as appears from the judicial minutes accompanying this in authentic copy, he humbly requests—since Your High Noblenesses were pleased to pass over that matter in silence in your latest formal reply—the interposition of Your High Noblenesses' authority for the obedience thereto, our paymaster having only agreed to notify the capital of the Indies thereof, and thus to obey it to that extent. As a supplement to the reply to Your High Noblenesses' letters and enclosures, it further remains to be noted from the minutes and various documents concerning the year 175[illegible] regarding the ships [illegible], Middelburg, and Lapienenburg, that we resolved to place those papers into the hands of Warehouse Master Sweers, together with the junior merchants Wargaren and Burnat, and the assistant Jan George Keijser, as former commissioners in the trade warehouses, in order to answer in writing for what concerns the delivery at this main factory; and of the said factor at Rajapour, Kronenberg, and the assistant Nicolaas Hermanus de Wind, who, together with the young assistant Johan Gotthold von Schmidt, still present at the factory, functioned there as commissioners, so far as it concerns what was delivered there. As was done by them in four writings, which accompany this in authentic copy along with the sworn reports of the aforementioned commissioners, to the contents of which we take the liberty to refer, as it has not appeared to us that the truth was departed from in the slightest; purely, in conformity with our resolution of the 20th of April, noting with this addition that the present Director, as well as the Chief Administrator, and all of us individually, on our word of honor and offering to confirm this with a solemn oath if required, declare never to have heard that, in accordance with the apocryphal statement of Sea Captain De Graaf and Lieutenant Heuse (not to give them a worse name), any request was made by the officers of the aforementioned ships to empty the chests of spices in order to verify the tare and net weight; nor, to our knowledge, was the slightest complaint made here by them or any one of them; just as the first undersigned, who was newly arrived here when Lapienenburg, Middelburg, and 't Huijs te Boede were unloaded, had no suspicion, much less knowledge, that the re-weighing of spices was handled differently here, and of necessity had to be handled differently, than at other outer factories, where there is no lack of space to perform the Company's service properly, and where one needs to consult no one regarding this.

Dutch transcription

101. Van Souratta den 14:' Maij A:o 1757 Van Souratta den 14:e Maij Anno 1757: niet alleen in de Maand December J:o leeden twee rijk geladene vaartuijgen komen„ de van Bombaij, die zig niet digt genoeg bij het Engelse Convoij hielden, buijtge„ „maakt, maar ook in het begin van deese maand een horrij met Cattoen voor het ter rheede leggende Engelsche Europisch schip the Roijal Duke dat naar China was gedestineerd, het welke zij schoon tusschen dien bodem en een moosel schip in lag met twee galbets 'snagts op zijde zijn gekomen kappende instilte het touw en het selve meede sleepende. — gevenderkoopman in hade / In de Politicquen Raad is volgens Resol: van den 28:e Septemb: 1756 gereadmitteerd den onderk:n Joh:s Sanderus en voorts dezelve na zijn vertrek en een ander tot lidgereeerd g'acompleteerd met den ondert:n Philip Wargaren, gelijk men op den 17:e maij wanstleven wen op zigters bevoorens beslooten heeft den fiscaal en Equipagiem:r zolang de laaste Lid in hade van Politie is te benoemen tot permanente opsigters van de gebouwen. — ren te huide aejen Dde Justitieele Raad is zeedert het voorjaar geen verandering onder he rig geweest en betreffende de verdere g' Collegianten en Regentschappen zijn de noodige schikkinge gemaakt ter onser sessien van den 17:e Maij 4' Junij 26 novemb: en 10:e Decemb: J:o leeden twe Cefingene var atten taat De Iustitieele zaken bij onse brief van ult:o xber: tot op dien tijd afge„ handelt zijnde blijft nog maar overig te melden dat zedert door den fiscaal rat:a off: Crimineel g'actieoneerd zijnde desselfs Leijfeijgenen Patientie van Dui e Cardoes van Mallabaar oud 7 Jaaren of daar omtrend 's Heeren gevangenen over een ver gepousseerd attentaat van sodomie, die saak sub dato 18:e der overl:e maand door den Raad van Justitie is gedetermineert bij een difinitie (vor„ „nis, behelsende Condemnatie om strengelijk na hunne Jaaren gegeeseld en vervolgens bij publicque vendutie aan den meestbiedende, zonder onder scheid van natie of religie verkogt te werden onder expresse Conditie dat in van confiratie, als het oensiurisdictie zullen moogen koomen of gebragt werden, sub poene van hunne Leijfheer /:of lijfvrouwe:/ dan wel swaarder als de zonderganestraffen, indien het hun eijgen schuld zij, ende zulx voor reek: van den Eijgenaar, mits betalende het kosten en misen van Justitie oversending van hunne proese welk vonnis bij den Heer Directeur g'approbeerd en ter executie gesteld is„ „gaande het selve benevens alle de stucken van den processe in originali hier nevens over. 1 : e e : de Pakhuijsmeestr swers heeft van den Justitiele raad deese Comptars g'impetreerd, arrest op de te goed hebbende gage van den voortvlugtigen Cap:n ter zee Marchis, ter somma van 2822 Guld:s en 12 st:s, standhoudende ter tijd en wijle alhier tijding zoude ontfangen weesen van UHoog Ed:s dispo„ „sitie op des impetrants a:o pass:o neevens onsen brief van den 2 maart over„ gesonden en daar bij omstandig vermeld Request ter erlanging van ont„ heffing der hem opgelegde vergoeding van het voorsz: bedraagen, weegens af„ gescheepte Cattoen in het schip Bloemendaal, welk arrest de 17:e Junij laastl: be„ hoorlijk gedecreteerd zijnde, blijkens Justitieele notul deeze in Copia authenticq versellende, zo versoekt hij vermits U Hoog Ed:s die zaak bij hare Jongste formeele versoek dien aangaande rescriptie, met stilswijgen hebben gelieven te passeeren, oodmoedig om interpositie van WHoog Ed:s authoriteid ter obedientie van het selve hebbende onse soldijen boekhouder ohdem, alleen aangenomen daar van naar Indias hoofdplaats kennisse te geven, en dus in zoo verre aan het zelve 't obedieeren. — Tot supplement der rescriptie op WHoog Ed:s brieven en Bijlagen valt nog pieren Concerneerende den A:o 175 e: aan de bedere truit de Notulen en verserenen nenmisten d ameting burg, Middelburg en Lapienenburg wij beslooten te hebben die bescheiden te stellen in handen van Pakhuijsm:r sweers nevens d' onderkooplieden wargaren en Burnat, en d'assistenten Ian George Keijser als gew: gecommitt:s in de Negotie pakhuijsen, om zig daar op zo veel d' uijtleevering ten deesen hoofd Comptoire betreft, en van den gen:e factoor te Rajapour Kronenberg en den assist:t Nico„ laas Hermanus de wind, dewelke neevens de nog ten Comptoire zijnde Jong assistent Johan Gotthold von schmidt aldaar als gecommitt:s heeft gefun„ „geert, zo ver de d' aldaar uijtgeleeverde betreft, ingeschrifte te verantwoorden, zo als daar op door dezelve geschied is, bij vier schriftuuren die deesen neevens de b'eedigde rapporten van de voorsz: gecommitt:s in Copia authenticq versellen en waaraan men zig gedraagt is aan welkers inhoude wij de vrijheid gebruijken ons te gedraagen, alsoo ons niet is voorgekomen dat daar bij in't minste van de waarheid is afgeweeken, een, Eerlijk met deese additien lijk Conform onse resol: van den 20:e april noteerende, dat den teegenwoor„ dige Directeur, zo wel als den Hoofdministrateur, en wij alle hoofd voor hoofd op onse woord van eere en onder presentatie van zulx des gerequireerd wer„ „dende met solemneele Eede te bevestigen, verklaaren nimmer gehoord te hebben dat er wesentlijk volgens dapoeriphe opgave dan den Cap:n ter Zee de Graaf en Luijtenand Heuse /:om ze geen erger naam te geven door d' overheeden der voorsz: scheepen eenig versoek zoude gedaan weesen, dat de kisten met specerijen mogten gestort werden, ten einde de tarra en het netto gewigt te Confronteeren, nog ook onses wetens door dezelve ofte een van haar, de minste klagten alhier gedaan is, zo als ook nog door den eerstonder„ get:, dewelke toen Lapienenburg, Middelburg en 't huijs te Boede ontlost wierden, eerst nieuweling alhier aangekomen zijnde, geen vermoe„ „den, veel min kennisse heeft gehad, omtrend het naweegen der specerijen alhier anders gehandeld wierd, en noodsakelijk anders gehandeld moeste worden als op andere buijten Comptoiren, daar het aan geen ruijm te ontbreekt, om 'sComp:s dienst na behooren te verrigten, en men daar omtrend niemand behoeft te kenn

NL-HaNA_1.04.02_2909_0185 view scan ↗

English

and neither by the Head Administrator directly or indirectly any orders were given to unship, not to dump the chests, nor to weigh them net but merely gross, and to calculate and make known the gross weight after deducting the aforesaid tare for net; all of which we both humbly request that in the final disposition of this matter a favorable consideration may be made, as well as that this ministry, due to the omission of a proper notification in the papers, had no knowledge of what occurred at Dendarajapour regarding the spices of the Huijs te boede according to the reports of the aforesaid Kroonenbergh and De Wind; and proceeding therewith to the continuation of the subject of ships, regarding which we have to report in the first place that the supercargoes of the ship Rhoon, Walraven Kroonenbergh and Van Harn—since the second persisted in his opinion, and they understood that there was little prospect that the export of merchandise from Dendarajapour to the Deccan would be opened for a long time yet, and that the designated voyage to Onor, because it was already so late in the monsoon and they did not have the necessary knowledge of the harbor, likewise could not well be undertaken without danger—have resolved to steer hither with ship and cargo and place the same at the disposal of this Ministry; which, at the session of the 20th of the past month, informed them for the sake of clarity that they should by no means regard the notice given hither by their order—that the service and interest of the Company did not permit going to Bombay to trade—as a prohibition against doing so, but as a mere warning of its opinion, still leaving them full liberty to act in that regard as they might deem appropriate under their Instructions or otherwise, stating that it had been thought necessary to defer to this not for our sake, but for the best service of the Company; whereupon it was answered by the aforesaid Walraven and Van Harn that, feeling fully convinced of the solidity of the reasons given, they had unanimously resolved to turn their course hither for those and the further motives alleged herebefore, and by Kroonenbergh that from the beginning he had formed the same idea about it as this ministry, and found no reasons to persist in his opinion; so on that day, considering that the season was already so far advanced that there was no hope of securing a cargo for that ship in time, and the vessels were most urgently needed to fetch the cotton and the other return goods from Jamboeser and Brootchia, it was deemed proper to send that vessel back with its full cargo to Dendarajapour, to overwinter there and to see if in the meantime their cargo or a part thereof could be disposed of there in the most advantageous manner and according to the intention of Your High Nobilities, as well as to write to the factors at that place not to thwart them in this, but to lend a helping hand, leaving it also to them, if they resolve to do so in October, to steer with the remainder of their cargo to Onor, with the notification that even though it might be completely sold out, they would have to return hither to take in the cotton and other return goods for the Chief Place of the Indies, which will then be ready for dispatch; with which arrangement the aforesaid supercargoes being fully content, that vessel is departing from here in company with the bearer of this, the combined ships Vlissingen and Lapienenburg, in order to sail in company at the latitude of Rajapour so that all three may be better secured against all hostile enterprises. Also, upon the demonstrated necessity by the officers of the said three ships, it was resolved to provision Rhoon for another 6 and Vlissingen and Lapienenburg for another two months, as, owing to the late departure of the two last-named keels, it is impossible to guess how long their voyages may sometimes take. [illegible] of this Directorship Jan Warnar Falck, and the skipper [illegible], of whom the latter is more than a year past his contract, and the other has virtually completed his, take the liberty in two petitions included among the annexes hereof to request the favor of Your High Nobilities for the attainment of such promotion as Your High Nobilities shall be pleased to see fit; in support of which petitions we shall only say, with Your High Nobilities' permission, that this Falck is the same one who was spoken of herebefore under the chapter on the Geriah and Bassein pirates, and the said Arij Fransz is the person who commanded under him on the hooker De Jonge Jacob and likewise conducted himself as a man of honor. Furthermore, the bookkeeper and second in command at Ketsmandun, Carl [illegible], requests in a petition, which is also annexed hereto, his discharge to the Chief Place of the Indies, which, as it was contrary to the Regulations, we were unable to grant him with retention of rank and pay, as was granted to the junior assistant Hermanus Bunes, who has completed his contract here and is to cross over with the ship Rhoon. Meanwhile, we could not reasonably refuse, and to Your High Nobilities for the obtaining [illegible]

Dutch transcription

en nog door de Hoofd administrateur direct of indirect eenige gescheepte. ordres 103. Van Souratta den 14:e Maij A:o 1757 & d 3 Van Souratta den 14:e Maij Anno 1757 H ordres gegeven zijn, om de kisten niet te storten nog netto maar slegts bru„ „to te weegen en het bruto gewigt na aftrek van d' aangesz: tarra voor netto te reekenen en bekend te stellen, al het welke wat zo wel ood„ moedig versoeken dat bij finale dispositie over deese affaire eene guns„ „tige aanmerking mag koomen, als dat dit ministerie van het voorgeval„ „lene te Dendarajapour omtrend de specerijen van't Huijs te boede vol„ „gens de rapporten van voorsz: kroonenbergh en De wind, door versuijm van een behoorlijke bekendstelling bij de papieren geene kennisse heeft gehad, en daar meede overstappende tot het. vervolg der Materie van scheepen, waar omtrend w' in d' eerste s rade gewooden her : de oeplaatse te melden hebben dat de superCargas van 't schip rhoon, walraven Kroonenbergh en van Harn, vermits de tweede bij zijn sentiment bleef persisteeren en zij verstonden dat er wijnig apparintie was dat den uijtvoer van koopmansz: van Dendarajapoer naar het Dheccanse nog in lange open gesteld zoude werden, ende d'aangeweesene togt naar onor„ om dat het reeds zo laat in de mousson was en zij de nodige kennisse van de haven niet hadden, meede niet wel zonder gevaar konde ondernomen werden, te rade geworden zijn, met schip en lading herwaarts te steevenen en verzewve si humn ertieente dezelve te stellen ter dispositie van dit Ministerie, dewelke haar ter sessie van den 20:e der voorl: maand ten overvloede heeft verwittigd dat zij de her ter harer ordre gedane advertentie, dat den dienst en het belang van de Comp:e niet permitteerde naar Bombaij ten handel te gaan, geensints als een verbod van zulx te doen wilde aangemerkt hebben, maar als een bloote waarschouwing van haar gevoelen hen als nog volkomene vrijheid latende, om ten dien opzigte te handelen zo als zij uijt hoofde aan hunne Jnstructien ofte andersints vermeenen mogte te kunnen verand„ de politite tet redeten an sehslie halde gvende dat gemeend hadde daaraan niet ten onsen gevalle maar ten meeste dienste van de Comp:e te moeten defereeren, waar op door voorsz: walraven en van Harn geandwoord zijnde, dat zij zig van de soliditeid der gegevene reedenen volkomen overtuijgd gevoelende, een paarig beslooten hadde om die en de verdere motiven hier voren g'allegueerd de steeven herw:s te wenden en door kroonenbergh dat hij van den be„ „ginne af het zelve denkbeeld als dit ministerie daar omtrend geformeerd fon e onden an er ebede eene reedenen gevonden hadden om niet bij zijn Centiment te vol„ harden, zo heeft men ten dien daage Considereerende dat het saisoen bereeds zo verre was ingeschooten dat men geen hoope hadde in tijds eene lading voor dat schip te bemagtigen, en men de vaartuijgen ten hoogste benodigt hadde om het Cattoen en de verdere retouren van Jamboeser en Brootchia afte haalen, goed gevonden dien bodem met zijne volle lading naar Den daha„ japour te rug te senden, om aldaar 't overwinteren en te zien indien tusschen en intossen te zien de lading tijd hunne lading of een gedeelte van dien aldaar op de voordeeligste wijse en volgens d' intentie van U Hoog Ed:s van de hand te zetten, mitsg:s de foc„ „toors te dier plaatse aan te schrijven dezelve daar inne niet te dwars drijven naderhandz onor omtoe„ maar de behulpsame hand te bieden, teffens aan hen overlatende om in zetten. octob: des te rade werdende met de rest van hunne lading naar onds te steevenen, onder verwittiging dat sij schoon dezelve Compleet mogte noo vervolgens hier bading te uijtverkogt zijn herwaards zoude moeten retourneeren, om voor Jndias Hoofdplaatse de Cattoen en andere retouren inteneemen, die als dan ter ver„ sending zullen ingereedheid weesen, met welke schikking de voorsz: supercar„ „gas ten vollen Content zijnde, vertrekt dien bodem met de brenger van den: hij vertrkt thans in geselschap — „se de scheepen Vlissingen en Lapienenburg gecombineerd van hier om op van vlising, en lapien rug de hoogte van rajapour in Comp:e te zeelen ten einde alle drie te beeter teegens alle vijandlijke onderneemingen gesecureerd te weesen. — Ook heeft men op de vertoonde noodsakelijkheid door d'overheeden vand verstrekte provisien aan dien gem: drie scheepen beslooten rhoon voor nog 6 en vlissingen en Lapienen„ burg voor nog twee maanden te proviandeeren alsoo men mits het laat vertrek van de twee laastgem: kielen onmogelijk gissen kan hoe lang hunne reisen somwijlen kunnen aanloopen. — deeser Directie Ian Warnar Falok een an ten den schipper an ae walos en daen onder tn dim=r waar van de laaste ruijm een Jaar over desselfs verband, en d'andere het zijne genoegsaam uijtgediend heeft, de vrijheid bij twee requesten onder de bijlagen deeses overgaande WHoog Ed:s gunste te versoeken, ter erlan„ ging van zodanige bevordering als WHhoog Ed:s zullen gelieven goed te vinden wie zij zijn & tot appuij van welke instantien wij met UHoog Ed:s permissie eenlijk zullen zeggen, dat deese Falck dezelve is waar van hier vooren onder het Chapiter van de Geriase en Bassijnse rovers is gesprooken en gem:e arij fransz: de persoon die onder hem op de hoeker de Jonge Jacob gecommandeerd en zig meede als een man van Eere gedragen heeft. voorts versoekt de boekhouder en tweede te ketsmandun Carl tEen W oogh: des it in ain e bij een request, dat meede hier neevens gaat, omme zijn dimtsie naar Jndias „via Hoofdplaatse dewelke w' hem als strijdende teegens het Reglement met behou„ dens qualiteid en gage hebben kunnen verleenen gelijk wel aan den p:r assistent Harma en tigan op H:s muel heeft nus Bunes die zijn verband alhier uijtgediend heeft, en met het schip Thoon over te komen Intussen hebben wij niet met reeden kunnen refuseeren en WHoog Ed:s ter obtenue e genet em ent wen en org aeme ete sete e ede ete g e e e ee doen bodems halen men. —

NL-HaNA_1.04.02_2909_0187 view scan ↗

English

105. From Souratta, the 14th of May, Anno 1757. From Souratta, the 14th of May, Anno 1751. from the militia is a good reckoner who, out of necessity, has been employed at the trade office for more than a year, and the gunner's mate Cornelis van den Bosse who, instead of the aforementioned Bunel, has provisionally been placed in the secretariat, and whose handwritten requests are among the enclosures hereto. The under-surgeon Frans Christiaan Mertent stationed at DendaRaijapoer, who was appointed to that capacity on the ship Diemen by the ministers at the Cape of Good Hope under the date of the 17th of September 1754 subject to Your High Excellencies' approval, and having had no opportunity during his presence in Batavia to request it because he was stationed at Onrust, having made a request to us for his confirmation with the salary appertaining thereto from that date onwards, we judged this to exceed our remit and therefore found it proper to submit the same to Your High Excellencies. Regarding some promotions, both of penmen on shore on account of the expiration of their terms, etc., and among the petty officers of the Vlissingen, to be found in our resolutions of the 25th of October and the 28th of November of the past year, as well as the 16th of March of this year, we take the liberty of referring to the same, as well as regarding the degradation of Corporal Johannes Pool to soldier and Quartermasters Jan Wagenaar and Andries Jansz to sailors, referring to the last-cited resolution and that of the 19th thereafter. With the aforementioned vessel Vlissingen, the Bugis soldier Batjang from Batavia is sailing over as incurable, having become virtually blind in both eyes due to an ulceration. The desertion, according to the measures devised in the spring of 1756, has since been remarkably less, consisting altogether of 27 heads, both from the militia and seafaring personnel in a full year, among whom 9 who ran away at Denda Rajapour, item a piper and two soldiers who turned Mohammedan and were placed in the bodyguard of Ali Nawaaschan, thus besides 7 Buginese, still 46 fewer than in Anno 1755/6, and to master the situation all the better, a notice was posted on the 23rd of February last that seafarers found on the public roads in the evening after nine o'clock will be punished as suspects of attempted desertion. On the other hand, during that time there have come over to us and been accepted into service: 8 soldiers and sailors from the English, 4 ditto from the French, 3 ditto and sailors from the Portuguese, 15 heads in total. For the rest, we shall follow the order here with the list of servants presently stationed in this Directorate, namely: List of servants. Ministers and servants of the administration and commerce, namely: 1 Director 1 Senior Merchant 2 Merchants 10 Junior Merchants, of whom: 1 Factor at Amed-abaad, including 3 without actual employment at Ketsmandui at Brootchia 1 at Dendarajapour 2 9 Bookkeepers, of whom: 7 at this main office 1 at Ketsmandui as second 18 Absolute, junior, and provisional Assistants, namely: 3 at Amed-abaad, of whom one is second of the [illegible] 2 at Dewdachjapour Ecclesiastical servant: 1 Sick-visitor Marines: 1 Second Mate and commander on the hooker De Jonge Jacob 1 Gunner's Mate, presently serving as a penman 23 Quartermasters and [illegible] Military, namely: 1 Ensign serving as a penman at Dendarajapour 1 Equerry 2 in the garrison 9 Corporals at Sendahajapour 2 Trumpeters until further orders 1 Drummer 1 Piper 64 Common soldiers, of whom: 7 at Dendahajapour Servants of Medicine and Surgery, namely: 1 Chief Surgeon 6 Under- and Third Surgeons, of whom: 2 at this main office 1 at Amed-abaad 1 at Ketsmandui 1 on the hooker De Jonge Jacob 1 at Dendarajapour Craftsmen: 1 Bookbinder 1 Sailmaker 1 Cooper 1 Blacksmith Servant of Justice: 1 Provost. Or only 172 heads in total. Thus we take the liberty of humbly asking Your High Excellencies for a reinforcement of at least 50 European and 50 Bugis soldiers, in order to be able to grant discharge to the Europeans who request it due to the expiration of their contracts, and yet remain capable of properly arming the Company's vessels against the Bassein and other pirates.

Dutch transcription

105. Van Souratta den 14:e Maij A:o 1757. Van Souratta den 14:' Maij A:o 1751. van militie een goed reekenaar is die uijt noodsakelijkheid meer dan een Jaar op 't negotie Comptoir is g'emploijeerd en den Constabelsmaat Corn:s van den Bosse die in steede van voorsz: Bunel provisioneel op de secretarij geplaatst is, en waar van d' eijgenhandige requesten onder de bijlagen deeses onvergaan. — een ze we anctochirrgijn De te DendaRaijapoer bescheiden onder Chirurgijn Frans Christiaan Mertent die door de minist:s aan Cabo de Goede Hoop sub dato 17:e 7ber: 1754. tot die qua„ liteid op 't schip Diemen op U Hoog Ed=s approbatie aangesteld zijnde, geduu„ „rende zijn aanweesen te Batavia geen occasie gehad heeft daaromme te versoeken, door dat op onrust is bescheiden geweest, aan ons versoek gedaan hebbende, omme zijne bevestiging met de gage daar toe staande van dien datum af, hebben wij g'oordeeld, zulx buijten ons bestek te gaan en oversulx goedgevonden het selve UHoog Ed:s voor te draagen. — omtrend eenige bevordering Omtrend eenige bevordering zo van pennisten aan de wal mitstijds Expi„ en adende rehorederaagd men ratie ensz: als onder d'onder officieren van vlissingen te vinden bij onse resol: van den 25:e octob: en 28:e 9ber: des voorl: iten 16:e maart deses Jaars gebruij: ken wij de vrijheid ons aan dezelve te gedragen, gelijk meede noopens de, de„ „gradeering van den Corp:l Joh:s Pool, tot soldaat en den quartierm:r Jan wagenaar en andries Jansz tot Mattroosen aan het laast geciteerde besluijt en dat van den 19:e daar aan metsakeongenetgenen Met gem:e bodem vlissingen vaart als incurabel over de bouginees soldaat Batjang van Batavia die door een versweering aan beide zijn oogen genoegsaam blind geworden is. — voringelje desertie als in't De Desertie is d' in het voorjaar 1756. beraamde maatregulen zedert merkelijk minder geweest, als bestaande in het geheel 27 koppen, zo van de militie als zeevaart in een rond Jaar, waar onder 9. die te Denda Rajapour weggeloopen, item een pijper en twee soldaaten die mahometaans geworden en onder de lijfwagt van ali Nawaaschan geplaast zijn, dus buijten 7. gedaan heeft om bougineesen nog 46 minder als A:o 175 5/6. en men heeft om 't spel des te beeter mees„ „ter te werden den 23:e febr: L:r leeden laaten affigeeren eene waarschuwing dat de zeevarende die 's avonds na neegen uuren op 's Heeren weegen zullen werden ge„ vonden, als suspect van attentaat van desertie zullen werden gestraft. des ats over gakomene naten Daar en teegen zijn in die tijd tot ons overgekomen en in dienst aangenomen 8. soldaten en matroosen van d' Engelschen 4. —. o van de Franschen 3. —d. o en matroosen van de portugeesen 15. koppen te samen. voor het overige zullen w' hier naar d'ordre laten volgen, de lijst der Dienaren thans in deese Directie bescheiden te weeten Leijst der dienaaren. dezelve te prevenieeren. Ministers en Bediendens van de politie en Commercie, als; 1. Directeur 1. opperkoopman 2. kooplieden 10. onderkooplieden, waar van 1. factoor 2 amed adaad daar onder 3 buijten actueel Emploij o te ketsmandui : _:o „ Brootchia 1. _:o „ dendarajapour 2 9. boekhouders waar van 7. ten deesen hoofdComptoire 1. te ketsmandui als tweede„ 18. adsolut Jong en provisioneel assistenten te weeten 3. „ amed-abaad waar van een tweede van't 2. „ dewdachja pour kerkelijke bediende 1. krankbezoeker Marines 1 onderstuurman en gesaghebber op de hoeker de Jonge Jacob 1 Canstabelsmaat, p:s aan de penne dienst doende 23. Martoormeesters en Militairen te weeten 1. vaandrig ter aan de penne dienst doende p den darajapour 1. stalmeester. 2. int guarnisoen 9. Cor=a te sendahajapour 2. Trompetters tot nader ordre 1. Tamboer 1. pijper 64 gemeene militairen waar van 7. te Dendahajapour Bediendens van de Geneeskunde en Chirurgie als 1. opperchirurgijn 6. onder en derde Chirurgijns waar van 2. te deese hoofdComptoire 1. te amed-abaad. ketsmandui„ 1. „ 1. op de hoeker de Jonge Jacob 1. te Dendarajapour Ambagtslieden 1. boekbinder 1. zeijlmaker 1. kuijper 1. Grofsmit bediende van de Justitie 1. geweldige. ofte maar 172. koppen te samen Dus wij de vrijheid gebruijken WHoog Ed:s oodmoedig te versoeken om versoek om versterking een renfort van ten minsten 50 Europeesche en 50. bougineese militairen ten einde d' Europeeschen die mits tijds Expiratie hunne verlossing versoe„ „ken het zelve te kunnen accordeeren en egter in staat te blijven sComp:s vaar„ tuijgen behoorlijk teegens de Bassijnsche en verdere rovers t' armeeren. Ministerse De tie

NL-HaNA_1.04.02_2909_0188 view scan ↗

English

From Souratta the 14th May Anno 1757 From Souratta of 14th May Anno 1757. — The cargo of the ship Vlissingen consists of the following goods, namely: From Souratta: Chintz Cheronse in 34 packs, thereof 1000: 1000: 6800: 18979: 5520: 8: 4200:- 6 3/88. „ 18393: 7: 8. „ 9431: 8. — 400: „ 10. 5. ditto 280 5 „ 15. ditto 3920: „ 28588: 11: — „ 5587: 14: — /000: pieces „ 4978: 12: — 4. ditto ditto „ 19984: 2: 8. „ 6900: — 30: „ 13381: 16: 8. 2/500: — 1250: pieces 500: — 348: — „ 5122: 15: — „ 13360: 14: 8. 70/00: pieces 1000: - lb 1017: 3: - 2000: 291: 15: 8: 17136: 19: — 6857: 7: 8. 200: 1120: 3360: — „ 10338: —: 8. 1200: —. 15. — ditto Poulo Chinko 4. — ditto the Cape. pieces narrow black half-baftas in 19 packs, namely 2400: — 15. ditto Poulo Chinko 3040: — pieces as mentioned cost - - - - - 3200: — 3920: cargo of Vlissingen „ 54263: 10: 8. „ 14683: 11: — „ 5968: 3: 8. Carried forward ƒ 92947: 14: —. ƒ 171336: 19: — 9600: 900 baftas [illegible] transport ƒ 947: 1: 1316: 19: 2960: — 1000: 40 [illegible] Poulo Chinco 2960: pieces all mentioned cost. 2000: — 2/600 pieces in 20 packs for [illegible] 5 ditto Poulo Chinco 2960: - pieces as mentioned Further from Souratta 1052 230 30: - 300: - And in Lapienenburg 2000: — lb gallnuts in 18 sacks, chest . . . . . . . . . „ 8309: 15: 8. 100000: /30: 20: — lb 2000: - 3/20: — pieces muskets.. 12: — 1: – cutting iron. . screw-plate with taps 2: — sets. . . . . . . . -. 2: — hammers- - claw hammers. . . . . 1: – hand vice. . - - . 1: — smith's tongs soldering iron - -- cutting files ---- unserviceable - - - - - - - - - - - - - padlocks. .. drill bits - - hand-screws plane- - - shears - - - - - - - - knife- - spar- - - . . In account. 200: — pieces large chintz Tjillangang in one pack. 200: - 200: — for China for Bengal for Japan [illegible] 1500: - chest the sample little Prielleken. . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 2731: 16: 8. 200. checkered blankets [illegible] - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 6661: 2: 8. 203590: — lb cotton in 82 bales or 4. 11. candies. - - - - - - - - - - - - - - ƒ73640: 18: 8 Teak planks for lining. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - . „ 159: 2: — kedge anchor. unserviceable - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1: – 2000: - lb Catechu in 11 chests - - - - - - - - - „ 23007: 15: 8. ƒ203035: 5: 8. 7: 7: — 84: 78: pack - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 468: 6: —: ƒ 1: 17: 8: „ 2733: 14: — Sum ƒ29021: 7: 8. ƒ 1137: 15: —: „ 7521: 7: 8 „ 18714: 14: — „ 1024512: 8. 6800: - pieces 562: —: — 1: — 1: - 9: — 19: — 15: — 1: - 7: — 1: — : 14: — 1: — „ 746: 14: — we „ 13536: 18: 8. „ 384: 17: — „ 291: 15: 8. „ 35924: 7: 8. 107. 3040:

Dutch transcription

Van Souratta den 14:e Maij A:o 1757 Van Souratta van 14:e Maij A:o 1757. — d E De lading van het schip Vlissingen bestaad in de volgende goederen te weeten van Souratta Chitsen Cheronse in 34 pack: daar van e de ee ee 1000: 1000: 6800: 18979: 5520: 8: 4200:- 6 3/88. „ . . . - - - - - - - „ 18393: 7: 8. . . . . . . . . . - „ 9431: 8. — 400: „ 10. 5. d:o 280 5 „ „ 15. _:o 3920: .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 28588: 11: — . . . . „ 5587: 14: — /000: pees . - - - - - - -- „ 4978:12:— 4. _:o „ _o „ .. . . . . - - - - - - - „ 19984: 2: 8. „ 6900: — 30: . . „ 13381:16: 8. 2/500:— 1250: p:s 500: — 348: — . . . . . . . . . . . . . . „ 5122:15:— . . . . . . . . „ 13360:14:8. 70/00: p:s 1000:- lb 1017:3:- 2000: 291: 15: 8: 17136: 19:— 6857: 7: 8. 200: 1120: 3360: — - - - - - - - - - „ 10338:—:8. - „ 1200:—. „ „ 15. — d o „ poulo Chinko 4. — d:o „ de Caab. p:s bastas swarte smalle halven in 19:e pakt. als 2400:— „ „ 15. _:o „ poulo Chinko 3040: — p:s als gem: kosten - - - - - 3200:— . . . „ 3920: lading van vlissingen . . - - - - „ 54263: 10: 8. . „ 14683: 11:— -. - - „ 5968: 3: 8. Transporteere ƒ 92947:14:—. ƒ 171336:19:— 9600: 900 baftens mate r: bele ord:r op brudin : trans port ƒ 947:1: 1316:19: 2960: — 1000: „ 40 „ oo ata „ poulo Chinco 2960: p:s alle gem: kosten. 2000: — 2/600 p:s in 20 pakk: voor as saak: a „ 5 _:o „ poulo Chinco 2960: - p:s als gem: Nader van Souratta 1052 230en 30:- 300:- En in Lapienenburg 2000: — lb halnoten in 18 saak: kisje. . . . . . . . . . - - -. . . . . . . . . . . . „ 8309: 15: 8. 100'000: . /30: 20: — lb 2000:- . . . . . . „ 3/20: — p:s snaphanen.. 12:—„ 1:– „ snij Eijser. . „ saij Eijser met tappen 2:— „ setten. . . . . . . . -. 2: — „ Hamers- - spijkerhamers. . . . . 1: – „ handschroef. . - - . 1: — „ smits sang soldeer bout - -- aane snij veijlen ---- onbequaam - - - - - - - - - - - - - handslooten. .. boorEijsers - - . . . kandzeroeper ploeg- - - schaar - - - - - - - - mes- - spier- - - . . In aanreekening. 200: — p„s shitsen er: t jellangang groote in een pack. 200:- „ 200: — voor China voor Bengale voor Japan sf gude ielen ijn ije or dangile - - - - - - - - - - - - 1500: - kisje het monster prielleken. . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 2731: 16: 8. -- - - - 200. deekens gecattreneerde rsi. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 6661: 2: 8. 203590: — lb Castoen in 82 balen of 4. 11. Candijlen. - - - - - - - - - - - - - - ƒ73640: 18: 8 Jatij planken tot garniering. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - . „ 159: 2: — werpanker. onbequaam - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ -- 1: – „ 2000: - lb Terra Catjoe in 11 kisten - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - . . . . „23007:15:8. ƒ203035: 5:8. 7: 7:— 84: 78: „ pak - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 468: 6: —: . . . . . . . . . ƒ„ 1: 17: 8: „ 2733:14:— Somma ƒ29021:7:8. . . . . ƒ 1137:15:—: - - - - - - - - - - . . . . . „ 7521:7:8„ 18714:14:— . . - - - - - - - - - - - „ 1024512: 8. 6800: - p:s 562:—:— 1: — 1:- 9:— 19: — 15: — „ 1:- „ - 7:— 1: — : „ „ : - 14: — 1:— . .. -.ƒ . . . . .. . . .. - . . . . . - . . . - - - „ 746:14:— wij . . . . . . - - - - - - - - - - - - „ 13536:18:8. -- . . . . - - - . . . . . . . „ 384: 17:— . . - - - - „ 291:15:8. . . „ 35924:7:8. . . - 107. . . . 3040:

NL-HaNA_1.04.02_2909_0189 view scan ↗

English

From Souratta the 14th of May in the year 1757. From Souratta the 15th of May in the year 1757 We commend Your High Nobilities' illustrious persons to the safe protection of the Almighty, and remain with the utmost veneration. It was signed: High Noble, Right Honourable, Far-Commanding Lords. Lower: Your High Nobilities' humble and obedient servants. Was signed: Louis Taillefert, I:n Drabbe, I: A: Sweers de Landas, D: Kellij, I: W: Falck, O:n Hend:k Ruperti, R:s van Ebbenhorst, H: Kroonenberg, P: Wargaren. In the margin: Souratta the 14th of May in the year 1757. After our voluminous formal description, dated the day before yesterday, of what had occurred and been performed since the preceding year until the ultimate of March last was already entirely drafted, and there was inserted therein that which had happened and been put into practice subsequently or during the drafting of the same, being of such a nature and consequence that it could not conveniently be delayed until the autumn, to our regret a case has arisen here which has had such an aftermath that it also necessarily must be brought to Your High Nobilities' notice on this occasion. This not only further develops the character and sentiments of the present rulers of Surat, and what one has to expect from them in the future if we must persevere in our peaceful and passive conduct, but also especially demonstrates in an evident manner the well-foundedness of our contention that they were perhaps merely waiting for a suitable opportunity to revive their pretension regarding the erection of a new guardhouse for the Moorish peons on the Company's wharf, and to compel us to comply with it, as they had pressed for it so long in vain, and which they well knew could not be obtained by goodwill. For, unfortunately, on the ultimate of the past month, precisely when all soldiers on active duty had been sent to Jamboeser and Brootchia to sort the cotton and further returns and placed on the vessels remaining at the main office to protect those shipped from here against robbery, a corporal remaining here on account of his wounds received in the battle of Geria, by the name of Jacob Galle, who had lost his gun with the burned small galliot, fetched another musket from the armoury, which was loaded with live ammunition from the expedition High Noble, Right Honourable, Far-Commanding Lord! Batavia To his Excellency The High Noble, Right Honourable, Far-Commanding Lord Jacob Mossel General of the Infantry of the State of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and its General East India Company Governor-General, together with The Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies. Batavia ƒ 109

Dutch transcription

Van Souratta den 14:e Maij A:o 1757. Van Souratta den 15:e Maijaaj A:o 1757 Wij beveelen Uw Hoog Edelens illustre persoonen in de veili„ „ge bescherming van den almogende, en blijven met duij „terste veneratie. /onderstond:/ Hoog Edele Groot agtb: wijd gebiedende Heeren /lager:/ UW Hoog Edelens onderdanige en gehoorsame Dienaaren /was get:t/ Louis Taillefert, I:n Drabbe, I: A: Sweers de Landas, D: Kellij, I: W: Falck, O:n Hend:k Ruperti, R:s van Ebbenhorst, H: Kroonen„ „berg, P: Wargaren, /:in margine:/ Souratta den 14:e Maij Anno 1757 Na dat onse opgisteren gedateerde volumineuse formeele beschrijd nat t proaken der formeeij ef „ving van het geene zeedert de J:t voorgaande tot ult:o Maart L:t leeden was voorgevallen en verrigt reeds geheel ontworpen en daar bij ingelast was het geene na„ derhand ofte onder 't Concipieeren van dezelve was gebeurd, en in het werk gesteld, van zodanige natuur en aangelegentheid dat niet gevoeglijk tot in het najaar konde verwijlt werden, heeft tot ons beedweesen alhier een geval g'erteerd het welke van zodanige nasleep is geweest dat meede noodsakelijk bij deese occasie tot uw Hoog moet nog een Eetra ord:r geval Edelens kennisse dient gebragt te werden, het welke niet alleen nader deseloppeerd het Carracter en de sentimenten van de teegenwoordige souratse regenten, en wat „men van dezelve, indien wij bij ons pacificq en lijdsaam gedrag moeten perseveerezen in het toekomende te verwagten heeft, maar ook speciaal op een evidente wij„ se aantoond de gegrondheid van onse sustenne, dat zij missihien maar wag„ ten naar een bequaame gelegendheid om hunne pretentie, noopens d'opregting van een nieuwwagthuijsje voor de moorsche pions op 'sComp:s werf weder levendig te maken, en ons te noodsaaken tot de voldoening aan dezelve, daar zij so lange vrugte„ loos op aangedrongen hadden, en het welke zij wel wisten dat niet met goedheid zou„ „de te verkrijgen weesen; want het ongeluk heeft gewild dat ult:o der voorl: hier in bestaande maand, ofte Juijst wanneer alle werkelijken dienst doende Militairen, om de Cattoen en verdere retouren te sorteeren naar Jamboeser en brootchia gesonden en op de „ deesen hoofd Comptoire blijvende vaartuijgen geplaast werzen, om de geene die van hier wier„ „den afgescheept meede voor roof te bewaren, een, mits zijne bekomene wonden in den slag voor Geria alhier verbleene Corporaal, in name Jacob Galle, dewelke dat een Corporaad van 't met de verbrande kleine galbet zijn geweer verlooren had, van de wapenka„ mer een andere snaphaan gehaald hebbende, die van d'expeditie met scherp Hoog Edele Groot agtbaren wijdgebiedende Heere! Batavia Aan zijn Excellentie Den Hoog Ed:l Groot Agtb: wijdgebiedende Heere Jacob Mossel Generaal over d'unfanterij van den staat der vereenigde Nederlanden mitsg:s weegens dezelve en haare Generale oostjndische Compagnie Gouverneur Generaal, benevens De WelEdele Heeren Raden van Neder„ „lands India. Batavia geladen ƒ rigten. 109

NL-HaNA_1.04.02_2909_0190 view scan ↗

English

From Souratta the 15th of May, Year 1757 having been loaded, yet returned without powder in the pan, had become mixed among those that were cleaned, the same, after he had struck the flint several times to test the lock, without noticing or suspecting that the firearm was loaded, went off just as he intended to lay it down, and a Gentile beard-shaver standing nearby was so injured that a few minutes thereafter he died in the hands of his kinsmen, who had come running immediately upon receiving word, as Your High Honors may please ascertain from the attestations of the persons who were present there, and the declaration of the mentioned Galle, which according to our resolution of the first of May were delivered into the hands of the Fiscal so that, if he should deem that any action in his official capacity is competent against him on account of carelessness or otherwise, he might immediately institute the same before the Council of Justice of this trading post. The rumor of this spread almost like wildfire through the entire city, and thus in a few moments came to the ears of the regents, who were not only fully aware that we, for the aforesaid cause, had had to strip ourselves almost entirely of militia, but also, through the news that arrived a few days before that the Jauts or Rajputs had come to blows several times in succession with the Patans, and the former had not only taken back from their enemies all the treasures plundered at Delhi, but had also forced them to take flight thither, seemingly brought to the notion that for the present they had no one to fear; and considering this, since their finances for the payment of the troops fell very short because of the decay of trade, as a fine opportunity to lay down the law to us regarding the matter of an extraordinary contribution, of which no mention had been made since April of last year, and at the same time also concerning the toleration of the small guardhouse on the wharf. Wherefore the city Governor, the Nawab Safder Khan, immediately ordered the Amin or chief bailiff not only to ensure that the corpse was not burned according to the manner of the Gentiles or heathens, but also to urge the friends and relatives of the deceased barber—who, well convinced that their kinsman had lost his life not through anyone's deliberate doing, but through a fatal accident, were quietly preparing to perform the last rites for him—that in order to avoid his displeasure they should lodge a complaint that he had been murdered by a Dutchman. Whereupon the latter immediately, through peons and others, forced not only the family but even the entire barbers' caste, willy-nilly, by threats that otherwise they would not escape the resentment of the Nawab and the Naib or Lieutenant Governor, who both seemed to take a particular interest in the matter, to cry for vengeance or justice, as happened that evening. The Director having fruitlessly sent the Company's brokers to try to arrange that the corpse might be taken outside the city and burned, because according to the generally accepted custom throughout all Hindostan matters of this nature are afterwards held to be concluded, or at least according to the principles of Moorish law all action, even regarding a complete murder, ceases when the corpus delicti can no longer be produced, since the Governor and his deputy even refused them an audience and threatened them with arrest. [illegible] to the Director, under the pretense of demanding the person who was the cause of the barber's death, in order to be put on trial before the Moorish court of justice, but actually, since he could well foresee that his surrender would not be granted, to appear as though they were not falling upon us without a hearing; according to and as shown by our resolution of the 2nd of this month, an ample demonstration of everything serving the matter was made to the same, which concluded with a request to report to the Lord Nawab that, since the deceased had come to his end not through the doing of any human being, but directly by the hand of the Lord, this could be as little unknown to His Honor as that the surrender of Europeans to be judged by the Moors was a matter of such a nature that anyone who dared to undertake it would undoubtedly forfeit his office, if not his life; and that it was therefore trusted of His Honor's goodness and discretion that he would not continue to demand from us the extradition of the person whom they wrongfully wished to record as the author of the barber's death. Shortly after the master of requests had departed with that answer, news was received that the Governor and his deputy—who, as was subsequently learned, had induced the Castle Governor Sidi Ahmet Khan, by a promise that he would enjoy his share in the contribution that might be extorted from us, not to declare himself for us—had assembled and brought together all the military men in their service, had also beset the approaches to the lodge on all sides, reinforced the guard at the city gate leading to the wharf, and at the same time had also given orders not to let any of the Dutch or their servants in or out. The Director thereupon, among other things, caused every possible effort to be made to obtain some rice or other provisions inside the lodge, but this succeeded only to a small quantity, a part of what was intended to be brought in being intercepted by the Moorish troops and divided among themselves; upon this followed not only the apprehension of one of the sons

Dutch transcription

181. Van Souratta den 15:' Maij A:o 173 J: - Van Souratta den 15:' Maij A:o 1757 laaten opvatten. — makelaar met geladen, dog zonder kruijd op de pan terug gebragt zijnde, onder de schoon ge„ maakte geraakt was, het zelve na dat hij daar meede, om het slot te probeere eenige keeren geketst hadde, zonder gewaar te worden ofte vermoeden dat enlander door het geweer gelaaden was, zo als hij 't meende needer te leggen los en een daar „omtrend staande heidensche baardscheerde zodanig gekwest raakten, dat eens„ „nige minute daar na in de handen zijner magen, die op bekomen berigt ten eersten waren komen toeloopen, is gestorven, gelijk zulks UHoog Ed:s des geliever „de zal Consteeren bij dene attestatien van de persoonen die daar bij present zijn geweest, en het declaratoir van gem:e Galle die volgens ons besluijt van P:mo maij aan den fiscaal zijn ter hand gesteld om indien hij vermeenen mogte hem ter zake van onvoorsigtigheid of andersints ra:s off: eenige actie te Competeeren dezelve immediaat 't institueeren voor den Raad van Justitie deeses Comptoirs En het oernotalarar van Het gerugt hier van verspreid sig wel haast als een loopend vuurtje door de gantsche stad, en kwam overzulx in weinige oogenblicke ter ooren van de regenten die niet alleen niet ignoreerende dat wij ons ter zaake voorsz: ge„ noegsaam geheel en al van militie hadden moeten ontblooten, maar ook door de weinig daagen bevoorens gekomene tijding dat de Jaats of Ragiepoe„ „ten met de Pathanders tot verscheide keeren na den anderen handgemeen geraakt waaren en d'eerste hunne vijanden niet alleen alle de te Dillij geroofde „schatten weeder hadden afhandig gemaakt, maar ook genoodsaakt de vlugt derwaarts te neemen, zo het scheint in't denkbeeld gebragt zijnde dat zij voor eerst niemand 't ontsien hebben, dit de saster, vermits hunne finantien door het verval van de Negotie ter betalinge van de troupen, heel bekrompen uijt„ kwamen, aanmerkten als een schoone gelegendheid, om ons ten opzigten van het stuk van een Extraord:re Contributie, waar van zedert april des voorleeden Jaars niet gerept was, en teffens ook omtrend het dulde van het wagthuijsje h de te s gonvanziven op de werf de wet te stellen; weshalven den stads Gouvern:r den Nabab safder„ „chan, de amien of hoofdschout aanstonds gelaste niet alleen zorge te dragen dat het lijk niet naar de wijse der Jentiven ofte leidenen verbrand wierd maar ook de vrinden en nabestaande van den omgekomen barbier, die wel over: „turijgt dat hunne bloedverwanten niet door iemands toedoen, maar door een houter ongeluk was om hals geraakt zig in stilheid prepareerden, om de inden genoodsaakt laaste pligt aan hem te volbrengen, aantemanen, dat zij ter vermijding van zijne ongenaden klagtig zoude vallen dat hij door een Hollander vermoord was, waar op deese te eersten door pions en andere niet alleen de familie maar selfs de geheele barbiers Caste, zo door dreigementen van anders het renssentim:t van den nababen Naib of luijtenand Gouverneur, die beide een bijzondere belang in die zaak scheenen te neemen, niet te zullen ontkomen, willens of onwillens noodsaakte om wraak of Justitie te roepen, gelijk daar op 's avonds gesch geschiede hebbende den Diresten s Comp:s makelars vrugelos itgesonden on te geten te bewerken, dat het lijk buijten de stad gebragt, en verbrand mogte werden, ermits volgens d'algemeen gerecipieerde gewoonte door gantsch Hindestan, zaken van die natuur naderhand als afgedaan gehouden werden, ofte ten minsten naar de principien van het moorsche regt alle actie, selfs over eene hoeele moordees„ seerd, als het Corpus delicti niet meer kan geproduceerd werden, alsoo den Gou„ „verneur en zijne steede houder hem selfs audientie weigerden en met arrest dreigden a vanen ag nterten on de e t a e ede bij den Directeur, quasi om de geene die d'oorsaak van de doot van den barbier was op 't Eijsschen, om voor de moorsche regtbank te regt gesteld te werden, dog eijgentlijk dewijl hij wel voorsien konde zijne overgaven niet vlotten zoude, om te scheinen ons niet overhoord op het lijf te vallen; men deed volgens en uijtwijsens onse resol: van den ten 2:e deeser aan denselven een spel ampel vertoog van alles wat ter materie dienende was, het welke beslooten wierd met een versoek aan den Heer Nabab te rapporteeren, tewolk ven boleftelijk ge dat den overl:e niet door toedoen van eenig mensch, maar direct door de hand des Heeren aan zijn einde gekomen zijnde zulx zijn Ed:e zo min onbekend konde weesen als dat het overleeveren van Europeesen om door de Mooren geregt te werden, een zaake was van zodanige natuur, dat de geene die het durfde onderstaan ongetwijffeld zijn ampt, zo niet zijn leeven zoude verbeuren, en dat men dierhalven van zijn Edele goedheid en discreetie vertrouwende, dat niet zoude Continueeren, ons te vergen d'extraditien van den geenen die men ten onregte als autheur van de dood van den barbier wilde te boekstellen. — Kort na dat den requestmeester met die bescheid was vertrocken, kreeg men tijding dat den Gouvern:r en zijnen steedehouder, die zo als men naderhand verstaan heeft den Casteel Gouvern:r siedie Almetchan, door eene belofte van zijnen portig te zullen genieten in de Contributie, die men ons mogte kunnen afpersen, bewogen heeden sestig roere in ges loene zig niet voor ons te verklaren, al het in hunne dienst zijnde krijgsvolk bij een ver„ „gaderden bij een gebragt, mitsg:s de toegangen tot de loge aan alle kant beset de wagt aan de stadspoort streekende naar de werf verstrekt en teffens ook ordre gegeeven hadden geen van de hollanders of van hunne bed:s uijt of in te laten. Den Directeur deed hier op onder andere alle mogelijke devoiren aanwenden om wat rijst of andere leevensmiddelen binnen de logie te bekomen, dog zulx ge„ lukte maar tot een geringe quantiteid, werdende een gedeelte van het geene men dagt intevoeren door het moorsche krijgsvolk agterhaald en onder zeg en eenig sComp:s dienaren verdeeld, hier opvolgde niet alleen het apprehendeeren van een der zoonen

NL-HaNA_1.04.02_2909_0191 view scan ↗

English

From Surat, the 15th of May, anno 1757. From Surat, the 15th of May, anno 1757. intended to go from the house of the First Warehouse Master to the lodge and were detained in a Moorish temple until the evening, when, with much difficulty, their release was obtained through the channel of the brokers. In the meantime, news had been received that the regents, upon the continual lamentable pleas of his relatives, had finally permitted the burning of the corpse of the deceased barber, and that this had accordingly taken place. Consequently, people began to conceive hopes that, according to the custom of the country, there would be nothing more to fear from this, although at the same time one was informed that, according to the standing custom of the regents upon the slightest dispute with them, all craftsmen were de novo forbidden, under penalty of arbitrary punishment, to lend a hand without contrary orders to the progress of our carpentry work at the shipyard, whereby the same is once again entirely at a standstill. But in the evening, the brokers reported that they had spent practically the entire day in conferences with the respective Diwans, but had not yet been able to obtain anything else, although they still hoped to bring an end to the matter the following day. This, however, on the next day, seemed unlikely to proceed easily without great cost, as the regents strictly ordered the owners of the dwellings and warehouses which the Company and its servants rented outside the lodge to make us vacate them immediately, although they knew very well that the transport of the goods contained therein was impossible due to a lack of laborers, and moreover could not take place without danger of plunder. For this reason, the owners, who immediately communicated this to the Director, were given the answer that under the present circumstances it suited no one to move, but that as soon as the unrest had ceased, one was prepared to clear everything and seek a proper accommodation, without being further troubled about it at that time. Notwithstanding this, the Naib had clearly declared his intention to make use of, among others, the Company's linen warehouses to station troops therein, and thus to shut us in even more closely, just as they in fact exercised an ever sharper surveillance to prevent the least bit of provisions, drinking water, or other necessities from passing through. Some natives who had dared to smuggle something inside the posts were pitiably beaten with bamboos. The brokers also did not appear the entire day, but informed the first undersigned, through a Persian writer for whom they managed to obtain free passage, that the accommodation was not yet progressing, without giving the slightest overtures as to what was being demanded in reason for it. All of which being ripely deliberated and considered by us, that the lodge, in case of an attack, was absolutely untenable, even if instead of 7 non-commissioned officers and 7 soldiers one had enough men to properly man all the posts where one could be attacked, since it is surrounded on all sides by buildings, and one ran the risk of being buried under the heaps of rubble simply by the shock of one's own or the enemy's artillery; that there was rice in stock for four days at the most, and no grounds to flatter oneself that any relief could be obtained; that it also appeared as if the regents, well informed of our shortage, intended to wear us down by hunger and thirst and subsequently prescribe such conditions as they themselves pleased; we therefore, as appears from our secret Resolution of the 2nd of this month, now accompanying this in authentic copy, devised the necessary measures to thwart that design when emergency arose, or to die as men of honor, without in the least compromising the rights of our principals through a dishonorable capitulation. We shall not cite the particulars thereof here, but respectfully refer concerning them to our aforementioned resolution. However, it did not need to come to execution, as this matter was finally resolved when the Company's brokers appeared before the Director on the 3rd of this month, or the fourth day of our encirclement, reporting that with the greatest difficulty in the world they had finally brought matters so far that the regents promised to let the troops withdraw who had enclosed the block in which the Company's lodge, the dwelling of the Director, along with the other outbuildings are situated, upon these three conditions, namely: I. That one should pay to the regents a sum of 20,000 rupees on the conditions alongside. II. That the Director should send two commissioners to the Lord Governor of the city to request his favor to the end that the troops sent to occupy the lodge might withdraw. III. That within the walls of the shipyard, and specifically at or near the Company's lathi, a guardhouse should be built for the peons of the Naib or deputy, and of the mirbahr or customs officer. Which conditions we, in our session of the 3rd of this month, after considering the circumstances in which we found ourselves, approved by a majority of votes to submit to without further resistance, subject to the honored approval of Your Right Honorable. But the regents, seeming very pleased that they came off with honor from that bad step, for which they were blamed by all sensible people, have of their own accord dropped the sending of commissioners, causing the retreat to be sounded immediately upon the news that we had decided to yield, and opening the supply of provisions to our quarters. And since then, the first

Dutch transcription

Van Souratta den 15:e Maij A:o 1757. Van Souratta den 15:' Maij A:o 1757. het huijs van den Eersten pakhuijsmeester naar de Loge meende te gaan en in een moorsche tempel verseekerd wierden tot 's avonds, wanneer men met veel moeite door het Canaal van de makelaars derzelver largatie obtineerde, intusschen had men tijding bekomen, dat de regenten eindelijk het verbranden van het lijk van den gestorven barbier op de Continueele Lamentaabele beede zijnen nabestaande hadden toegestaan en dezelve daar op had gevolg genomen en begon men oversulx hoopen te scheppen dat het nu naar 'slands wijse enaigsten vangden met vel meer te beruijden zoude hebben, schoon men terslver ij werg ui formeerd, dat alle ambagtslieden naar de Permanente gewoonte der regen„ „ten bij het minste verschil met dezelve subpaene van arbitraire straffe de noovo was verboden, om buijten Contrarie ordre de hand te leenen tot den voortgank van onse Timmeragie op de werf, waar door dezelve weeder ge heel stil staad. Dog 's avonds rapporteerden de Makelaars dat zij genoegsaam den geheelen dag in conferentien met de respective Duwans hadden doorgebragt„ maar nog niets anders kunnen obtineeren hoe wel zij nog hoopten den volgende deg een einde van de zaak te maaken, 't geen egter 's andere daags beswaarlijk op een huijse lijten de coie agelijk: n ostbare wijse scheen te zullen vlotten, alsoo de regenten d' Eijgenaars der wooningen en pakhuijsen die de Comp: en haare Dienaren buijten de loge, in huur hadden ten ernstigste deeden gelasten ons dezelve ten eersten te doen ruijmen, schoon zij zeer wel wisten dat het transport der daar in zijnde goederen door manquement van werkvolk onmogelijk was, en buijten des niet zonder gevaar van plun„ dering konde geschieden, weshalven men d' eijgenaars die sulx den Directeur ten eersten Communiceerden ten andwoord liet geeven, dat het in die tijds omstan„ digheeden niemand Convenieerden te verhuijsen, maar men als d' onlusten gecesseerd zoude weesen bereid was, alles te ruijmen en naar een goed heen komen te zien, zonder dat men daar over te dier tijd meer wierd lastig gevallen, onaangezien den Naib duijdelijk genoegen verklaard hadde, zig onder anderen van 'sComp:s lijwaat Pakhuijsen te willen bedienen, om er troupen in te plaatsen en ons dus te nauwer in te sluijten, zo als weesentlijk dezelve hoe langs en alle leevensmiddelen afge, hoe scherper toesigt gebruijkten, om niets al alle minste van provisie, drinkwater ofte andere benodigtheeden te laaten passeeren, werdende eenige Jnlanders, die onderstaan hadden iets binnen de posteeringen te practiseeren exbarmerlijk met bamboesen afgerost, ook kwamen de makelaars dien geheelen dag niet te voorschein, maar lieten den eerstonderget:, door een persiaans schrijver voor wien 't een vrije passagie wisten 't obtineeren, weeten dat het accomnodement nog niet vlotten wilde, zonder de minste ouverturen te geeven van het geene daar als wa an denae mitsg:s in reeden toe gevorderd wierd. Al het welke bij ons rijpelijk overwoogen en geconsidereerd zijnde, dat de loge, in Cas van attacque, absolut onhouwbaar was, al hadde „men in steede van z onder officiers en '7 soldaten volks genoeghad, om alle posten, alwaar men ons konde attacqueeren, behoorlijk te besetten, dewijl van alle zijde met gebou„ „wen onringt is, en men in dezelve gevaar hiep onder de puin hoopen begraven te wer„ den, door d'enkelde dreuning van zijn eigen of vijands geschut, dat men niet meer als uijterlijk voor vier daagen rijst in voorraad en geen fondament had zig te vlijen, dat men eenig ontset zoude kunnen krijgen, dat het zig ook hiet aansien, als of de regenten wel onderregt van ons gebrek, van sins waren ons door hon„ „ger en dorst aftematten en vervolgens zodanige Conditien voor te schrijven, als men daar op een besluijt zij zelven wilde, zo beraamde wij blijkens onse secreete Resol: van den 2:e deeser thans in Copia authenticq hier neevens overgaande, de noodige maatregulen, om dat oogmerk wanneer de nood aan de man quam, te vereijdelen ofte als lieden van eer te sterven, zonder het regt onser principalen door een dishonora„ „ble capitulatie in het minste te verkorten, waar van wij de particularitei„ „ten in deezen niet zullen aanhaalen, maar ons daaromtrend aan ons voorsz: besluijt met eerbied refereeren, also het tot d' Executie niet heeft behoeven te ko„ zijnde eindelijk deeze zaak „men zijnde 'sComp:s makelaars den 3:e deeser ofte de vierde van onse insluiting bij den Directeur verscheenen, rapporteerende dat zij het met de grootste moeite des weerelds eindelijk zo verre gebragt hadden, dat de regenten beloof„ den de troupen die het blok waar in 'sComp:s logie de wooning van den Direct:r neevens de verdere bijgebouwen geleegen zijn ingeslooten hadden te laaten af„ marscheeren, op deese drie Conditien te weeten. 't dat men aan de regenten zoude opbrengen eene somma van 20'000: ropijen op de neevenstaande Conditii 1I. Dat den Directeur twee gecommitt:s zoude zenden aan den Heer stads Gouver„ „neur om zijn gunste te versoeken ten einde de ter besetting van de loge geson„ „dene troupen mogten aftrecken. — III Dat binnen de muuren van de werf en wel bij of omtrend 'sComp:s Latthijeen wagthuijsje voor de Pions van den Naib off steedehouder en van den miere„ „baar of Tholman zoude gemaakt werden. Welke voorwaarde wij ter onser sessie van den 3:e hujus, na overweeging van d'omstandigheeden waar in wij ons bevonden bij meerderheid van stemmen goedvonden ons zonder verdere teegensparteling 't onderwerpen op de g'eerde approbatie van uw Hoog Ed:e dog de regenten, zo 't scheint zeer in haar scheik zijnde, dat uijter exceutie zijn gebleeven zij van die quade stap, waar over zij van alle verstandige lieden wierden gebla„ „meerd, met eere afquamen, hebben het senden van gecommitt:s van selfs laaten slippen, doende op de tijding dat wij te rade geworden waren te plieëren ten eersten d'aftogt blaasen, en den toevoer van leevensmiddelen naar ons quar„ „tier open stellen en zeedert heeft den eers

NL-HaNA_1.04.02_2909_0192 view scan ↗

English

From Souratta, 15 May Anno 1757 From Souratta, 15 May Anno 1757 Sale of merchandise: at the prices mentioned in the text. hope of success, efforts made to have them also renounce the extraordinary contribution through such secret and political ways and means as may be seen in detail in our secret reply of the 9th instant, when a present was promised to the brokers: when we resolved to attach our seal to his promises made to that end among others to the Company brokers Roederam Ruijdas and Manchergie Gorseeje, along with the first-mentioned son Gowinram, to invest each of them in the event of good success with a gold chain, in addition to shawls or pommeries, together estimated at the value of 1000 rupees or thereabouts, as having certainly contributed something to this unexpected success; but our timber works or the shipyard still remain idle, apparently until the third article of the treaty shall have been executed, which seems absolutely inevitable if one wishes to avoid getting into new difficulties, and which we shall therefore do with stone and for the Company's account as soon as it is further required of us, for the reasons cited in our aforesaid resolution of the 9th of this month. Masdaten fabrics sent as a trial: Per the ship Lapienenburg, there are sent in a package wrapped in wax cloth 20 pieces of silk handkerchiefs in the manner of patolas, which the first undersigned has had made as a trial, thinking that they will be in good demand on Java. At our session of the 10th instant, the sale was finally effected of all the goods on hand: Cloves. Nutmegs. Mace, as well as... at the fixed prices. Lead. Steel, iron, and... Japanese bar copper. Japanese plate copper. Banka tin, and Sugar candy... at the last negotiated prices mentioned in our respectful letter of 5 February last. Ordinary benzoin... Elephant tusks, and Red minium... item of the spelter, Japanese copper wire, white Chinese alum, Hungarian and Nordic refined copper, and the native pitch as follows: Cost price in good money and per cent. Selling price requested. Current advance. The Hungarian copper: f 61: 1: -, f 86: -: -, f 81: 14: -, f 24: 19: -, 40: 17/60 percent The spelter: f 56: 2: -, f 86: -: -, f 90: -: -, f 29: 10: -, 53: 1/4 percent The native pitch: f 3: 2: 8, f 5: -: 8, f 5: 15: 8, f 1: 18: -, 60: 3/4 percent Thus, under the previous conditions, besides the old remainder of the auripigmentum, there remain unsold: all the manufactures, which will be sold at public auction as opportunity offers, together with the powdered sugar brought by Lapienenburg and Vlissingen to a quantity of 142,516 1/2 lbs, the kulilawan oil, for which no buyers are to be found at present either, though perhaps they will appear after the lapse of some time, and the Congo and Songlo teas, which are too fine varieties to find buyers here at suitable prices; wherefore, in the hope of a favorable interpretation and to prevent spoilage, we have reshipped the same on the ship Lapienenburg, along with 5 Goeree platters sent hither as a present in Anno 1698, which are now held in no esteem here at all, the one and the other debited at cost price. The storm that has long threatened the Company in Cutch suddenly burst, as appears from a letter from the servants at Mandvi dated 27 April prior, received on the 9th of this month, the Raja having made known to the factors that he could no longer tolerate them there, having banished the Company servants from his country, yet leaving it to them whether to depart for his place of residence, Cutch Bhoj, or for the district of Nawanagar situated under the dominion of another prince, or else to this main factory; whereof the servants, for reasons which time did not permit them to report, and among which will certainly be the great danger of everything they have with them falling into the hands of the pirates should they venture to undertake the journey hither with the unserviceable batella without escort, chose the first; but on the 26th, before they could set out thither, news came that the prince had seized their dwelling there, accompanied by an order from His Highness to vacate Mandvi within the space of half an hour; whereupon, having with great difficulty obtained permission to pass the night there, they were forced the following day to take up their lodging in the open field, in order to retreat as soon as possible to Nagar with [illegible] is deceased, and whose son remained at Court; as this and some other circumstances, which time does not allow us to cite in this letter and which nevertheless merit Your Right Excellencies' esteemed attention, can be seen in detail in the general and secret letters of the servants of the 14th prior, which we have the honor to present to Your Excellencies herewith in authentic copies, as well as their aforesaid latest letters, together with copies of our dispatched letters to the Raja and the factors regarding that occurrence, to which we take the liberty to refer. From the Portuguese merchant of Honavar, Fulgentio Ribeiro, we have received a further missive dated 30 March last, accompanied by a translated copy of a contract entered into by the King of Bednore in Anno 1725 with the English, and a new memorandum of the prices of the merchandise produced by the country, to which we have answered as stated in the text: that apparently in the autumn a ship laden with sugar, spices, minerals, and other merchandise from Danda Rajpuri will arrive at Honavar to make a trial.

Dutch transcription

Van Souratta den 15:' Maij Anno 1757 Van Souratta den 15:e Maij Anno 1757 verkoop van koopmansz: voor in den tert gem: prijsen. hoope van succes, aangewende devoiren, om hen ook van d' Extraord:re contribu„ „tie te doen afsien door zodanige heimelijke een politicque weegen en middelen als omstandig te zien zijn bij onse secreete repl: van den 9:e Courant, wan„ laars een geschenk is beloofd: neer wij beslooten hebben, ons zegul te hangen aan zijne ten dien einde onder andere aan 'sComp:s Makelaars Roederam ruijdas en manchergie Gorseeje neevens den eerstgem:e zoon Gowinram gedane beloften, om hem bij een goed succes ieder met een goude ketting buijten sjaals of poommerijs te zamen naar gissing ter waarde van 1000. ropijen of daaromtrend 't omhangen, als tot dit onverwagte succes zeekerlijk wel iets gecontribueerd hebbende maar onse Timmerage of de werff blijft nog stilstaan, apparent tot dat het derde articul van het verdrag zal g'executeerd zijn, dat absoluit jnevitabel scheint, wil men in geene nieuwe moeijelijkheeden geraaken en men oversulx, zo dra het ons nader gevergd werd, van steen en voor sComp:s reekening doen zal om reden bij ons voorsz: besluijt van den 9:e hu„ jus aangehaald. — „tosie masdaten te preuve Per het schip Lapienenburg gaan in een pakje in waschdoek over 20 p:s zijde neusdoeken pathools gewijse, die den eerstonderget: ter preuve heeft laaten aanme„ ken, ingedagten dat op Java wel gewild zullen weesen Ter onser sessie van den 10 Courant is eindelijk gereusseerd den verkoop van alle d'aanhanden zijnde. Garioffel Nagulen. Noten muschaten. Foelij, neevens. . . teegens de bepaalde prijsen het loot. staal ijser en. . . . Japans staafkooper. het Japans plaatkoper Thin Bancas en zuijker Candij. . . . . . teegens de laast bedongene prijsen vermeld bij onse eerbiedige van den 5 febr. J:t leeden. Bensuin ord:r.. . .. . . Eliphants Sanden en Menij roode. . . . . . . . item van het spiaulter, Japanskoperdraat, d'allum witte Chineese het Hon„ „gaarts en Noords gaar kooper en de harpuijs inlandsche als volgt. — met donaelders zuijver verzogt vero veroigt tegenwoordige advanren gelde en p:r C:tos -- . - . ƒ 10: 16: 8: ƒ 22:18: 8: ƒ 22:9:8: ƒ 4:2:— 21:¾: r:m het hengaaars kooper. - - - . . . . . . . . ƒ 61: 1: —„ 86: —: —„ 81:14:—„ 24: 19:—„ 40: 176: 86:—: ƒ„ 90:—:ƒ„ 29:10:— 53:¼ 56: 2: ƒ ƒ„ de har puijs Jnlandsche-. . . . . . . „ 3: 2: 8. „ 5: —: 8. „ 5:15:8: „ 1:18:—„ 60:¾. r:m naat niet kunnen van ehand Onder de vorige Conditien dus buijten het oude restand van d'aurumpigmen„ „tum nog onverkogt blijven, alle de Manufactuuren die men bij occasie per vendatie zal verkopen, nevens de zuijker poeder met Lapienenburg en vlissin„ „gen aangebragt tot een quantiteid van 1425166: lb de olij coelie awang, het spiaulter- - - - waar toe thans ook geen Liefhebbers te vinden zijn, dog misschien wel na ver„ „loop van eenige tijd zullen opdagen, en de Thee Congo en zonglo dat te fijne zoorten zijn om hier teegens Convenable prijsen kopers te vinden, weshalven wij deselve woestsalen wegenge weder„ in hoope van een gunstige welduijding ter voorkoming van bederf weder in't schip Lapienenburg hebben afgescheept, neevens 5 goeree schootels A:o 1698. tot geschenk herwaards gesonden, dog thans alhier in't geheel in geen agting, het een en ander onder aanreekening van t bostende. — blijkens Het onweder dat de maatschappij voor lange te kets gedregd heeft is bij een op den den radsja het s Comp:s bed: 9:e deeser ontfangene brief van de bediend:s te mandur ged:t den 27 april bevorens eensklaps uijtgeborsten, hebbende den ragia de factoors doen weeten, dat hij hen de stad mandui„ niet langer aldaar konden dulden, dog aan hen overliet naar zijne residentie „plaatse Kets buts of naar het district Nauwa Negger onder het gebied van „ een andere vorst geleegen, dan wel naar dit hoofd Comptoir te vertrecken, waar van de bed:s om redenen welke hen de tijd niet gegund wierd te melden en zijn land ontzegd hebbende( en waar onder zeekerlijk zijn zal, het groot gevaar van niet alles wat zij bij zig hebben in handen van de zeeroovers te vallen, bij aldien zij wilde waagen met d'ouweerbaare Battila de voorn, zonder ekcorte de herw:ts reise te on„ „derneemen het eerste gekosen hebben, dog den 26:e ofeer zij zig derw:ts op weg kouden begeeven, quam er tijding dat de vorst hunne wooning aldaar na zig genomen hadde, verseld van een ordre van zijne hoogheid om mandur binnen te tijd „van een half uur te ruijmen, waar op zij met veel moeite nog verlof verkreegen hebbende, de nagt aldaar te passeeren, des andere daags gedwongen waren „op het veld te gaan huijshouden, om zo dra doenlijk naar Negger met debet uanssen s mateline rantoertie de sin in e somaens negger moeten retereeren overleeden is, en wiens zoon zig aan het Hoff onthield, gelijk zulx en eenige andere omstandigheeden die de tijd ons niet toelaat in deesen aan te haalen en egter Uw Hoog Edelens g'eerde attentie meriteeren omstandig te zien is, bij de gemeene en secreete brieven der bed:s van den 14:e bevoorens, die wij d' Eere hebben hoog dezelve ho wel als hunne gem: laaste hier bezijden in Copia authenticq te presenteeren, neevens d' afschriften van onse afgegane brieven aan den Ragie en de factoors over dat voorval, waar aan wij de vrijheid gebruijken ons te gedragen. Van de portugeesch koopman T'onor, sulgentio ribeira, hebben wontfan, op een nadere biefvan „gen eene nadere missive in dato 30:e Maart J:o leeden verseld van een Translaat Copia Contract door den koning van biddenoer A:o 1725. met d' Een„ gelschen aangegaan en een nieuwe memorie van de prijsen der koopmansz: die het land uijtleverd, waar op w'eenlijk hebben g'antwoord dat apparent in 't is g'antw:s als in den sext: najaar een schip beladen met zuijker, specerijen, minerale, en andere koopmansz: van Dende Rajapour Lonos, zal aankomen om eeni proef te neemen waar van 3 d ouor.

NL-HaNA_1.04.02_2909_0193 view scan ↗

English

From Souratta, the 15th of May, Anno 1757. regarding the trade that might be conducted there, accompanied by a request to instruct the supercargoes aboard concerning the market prices and quantities of the merchandise that can be sold there or thereabouts, so that they may take their measures accordingly, and that we shall meanwhile forward his letter and its enclosures to Your High Excellencies, and await your high orders concerning his proposition. The Fiscal of this Directorate having submitted at our session of the 10th of this month a report, also enclosed herewith in copy, wherein that officer, for reasons therein detailed at length, testifies concerning the death of the previously mentioned native barber, that no action can be instituted against the arrested Corporal Jacob Galle or anyone else, as this does not even appear to be attributable to any carelessness, we have nevertheless, in order to remove him from the sight of the deceased's kinsmen, seen fit on this occasion to send him to Batavia, so that by Your High Excellencies' pleasure he shall not return hither, in order to give no offense to those people who, notwithstanding all solicitations from the regents, have persisted in their declaration made from the beginning, that this disaster was to be blamed on no man. The Council of Justice of this Office having on the 9th of this month terminated the trial of the Fiscal of this Directorate, in his official capacity Plaintiff, against Anthonij Carlo, boatswain, and Jan Hendrik Velthuijs, ship's boy, both stationed on the ship Vlissingen, the Company's prisoners, for an attempt of shooting, the said sentence being a definitive verdict, containing the condemnation of the first-named to be whipped and chained in irons, and subsequently to be banished as such to the island of Rosingain, or such other places as Your High Excellencies shall please to decree, to labor there for the term of 5 years for his board at the public works, and upon the expiration thereof to be brought outside the Company's jurisdiction, to remain banished therefrom for life; and the last-named to attend the execution of his accomplice in person, and subsequently to be banished as a scandalous subject for the term of ten years outside the Company's jurisdiction, and to that end to be sent to Batavia and thence further to the Netherlands, to perform the vilest ship's service for his board during the voyage, and both delinquents into the costs and expenses of Justice, with a further declaration that they have earned no wages since the day of their detention; which sentence, having been approved by the Director under some remarks, both with respect to the manner of proceeding and the drawing up of the legal arguments and other matters arising in the trial, is to take effect on the occasion of the dispatch of the ships, the said Anthonij Carlo departing with Vlissingen and Jan Hendrik Velthuijs with Papenburg, as well as with the first-named vessel all the original trial papers, together with the aforementioned act of Approval. to Bengal Captain Anthonij Biquant, who was previously admitted under the Company's protection, and has duly taken the oath of allegiance to the state and the Company for as long as he shall be in the service of Dutch traders or under the Company's flag and protection. We have the honor to remain with the utmost veneration, High Noble, Grandly Esteemed, Wide-Ruling Lords, Your High Excellencies' humble and obedient servants, Louis Taillefert, I. Drabbe, I. A. Sweers de Landas, Daniel Kellij, I. W. Falck, Otto Hendrik Ruperti, Rutgerus van Ebbenhorst, Hendrik Kroonenburg, Philip Wargaren. Souratta, the 15th of May, Anno 1757. Collated. C. Strnerman. 1 64 114 Karreek Anno 1757. Collated by the junior merchant Jacob Verschuur. Returned ship Marienbosch received. List of the foreign ships arrived there since the 8th of December 1755 until the 11th of July 1756. Page 1. From Masquette: Letter from the Residents Kinphuysen and Busman dated the 16th of January written to Their High Excellencies. Register of papers received from Karreek. From Karreek, the 20th of July 1756. List of the English, French, and Moorish ships which since the month of December have arrived here or hereabouts, with their cargoes in so far as one has been able to inquire into or trace the same. The 8th of December 1755. Passed the Prince George to Bassora under the English flag, coming via the Malabar coast from Bengal; the said ship, having sold its rice and sugar at Gamron, brought approximately 400 bales of Bengal linens on freight for the Armenians, 50 to 60 for the owners, 10,000 lb of gumlac in cakes, 50,000 lb of lead, and 20,000 lb of iron.

Dutch transcription

t Van Souratta den 15:' Maij Anno 1737 Van Souratta den 15:' Maij Anno 1757 van den handel welke aldaar mogte kunnen gedreeven werden, onder een versoek om de daar op zijnde supercargas, 't instrueeren van de markts prijsen en quantiteiten der koopmansz: welke daar of daar omstreeks te debiteeren zijn, ten einde daar na hunne mesures te kunnen neemen, en dat wij intusschen zijn brief en dies bijlaagen aan UHoog Ed. s zullen voortzenden, en hoog derzel„ ver ordres omtrend zijne propositie afwagten. — den fiscaal verklaard hebben Den Fiscaal deeser Directie ter onser sessie van den 10:e hujus ingedient hebbende een rapport, meede in Copia hier neevensgaande waar in dien officier, om reedenen daar bij in't breede vermeld, betuijgd weegens het om„ geucanstite obem at komen van den hier voorwaards verm:d Jnlandsche barbier, geene actie teegens den g'arresteerde Corporaal Jacob Galle ofte iemand anders te kun„ „nen institueeren alsoo sulx selfs aan geene onvoorsigtigheid scheint te kunnen heor da tevea gesonoedenen werden g'imputeerd, zo hebben wij des niet te min om dezelve het dog van de maagen van den gestorvene 't onttrecken goedgevonden hem bij deese occasie naar Batavia over te zenden, ten einde met uw Hoog Ed:s believen niet weder herw:s te komen om die lieden, die onaangesien alle d' aansoekingen van de regenten, gepersisteerd hebben bij hunne van den beginne afgedane verklaring, dat dit defaster geen mensch te wijten was, geen aanstoot te geeven. vraer oom: a er attentaat Door den Raad van Justitie deeses Comptoir op den 9:e hujus getermineerd het proces van den fiscaal deeser Directie Rat:s off: Eijss:r contra Anthonij„ Carlo bootsman en Jan Hend:k velthuijs, scheepsJonge beide bescheiden geweest op 't schip vlissingen, 's Heeren Gevangenen over attentaat van schotter zijde gem: vonnis sodonnie bij een difinitief vonnis, behelsende condemnatie van den eerstgen: om gegeesseld en in de ketting geklonken, mitsg:s vervolgens zodanig gerelegeerd te werde ten eilande rosingain, of zodanige andere plaatsen, als WHoog Ed:s zullen gelieven te decerneeren, om aldaar den tijd van 5 Jaaren voor de kost aan de gemeene werken 't arbeiden, en na verloop van dien„ gebragte te werden buijten sComp:s Jurisdictie, om aldaar advitain geban„ „nen te blijven, en van de laastgem:e om d'executie van zijn Complice in persoon bij te woonen, en vervolgens als een Ergelijk subject den tijd van tien Jaaren gebannen te werden, buijten sComp:s Iurisdictie, mitsg:s ten dien einde naar Batavia versonden te werden en van daar verder naar Nederland, om geduurende de reise voor de kost de vilste scheeps dienst te doen, mitsg:s van beide die Delinquanten in de kosten en misen van oedoo:r den devers:t gappr: Justitie, met verdere verklaring van zedert den dag van hunne detentie geene gage gewonnen te hebben, welk vonnis door den Direct:r onder eenige remarcques, zo ten opzigte van de manier van procedeeren als d'instelling der dingtalen en andere zaaken bij het proces voorkomende, g'approbeert zijnden staad effect te sorteeren ter geleegentheid van de depeche der scheepen, zul„ „lende gem:e Anthonij Carlo met vlissingen en Jan Hend:k velthuijs met Lapienenburg overgaan, gelijk ook met eerstgem:e Bodem alle d'ori„ gineele proces papieren, neevens de voorsz: acte van Approbatie. naar Bengale van koeke na ant ts man hier met een tarnigh de taen ons isten an ant lotta Cap:n Anthonij Biquant, die bevoorens onder sComp:s protectie gad„ mitteerd is, en behoorlijk gepresteerd heeft den Eed van trouwe aan den staad en de Comp:e voor zo lange in dienst van Nederlandschen Traffiquan„ „ten ofte onder 'sComp:s vlagge en protectien zijn zal. — wij hebben d' Eere met d'uijterste veneratie te blijven /onderstond:/ Hoog Edele Groot agtb: wijdgebiedende Heeren /lager:/ UW Hoog Edelens onderdanige en gehoorsame Dienaaren /was get:/ Louis Taillefert. I: Gd Drabbe, I: A: Sweers de Landas, D:l Kellij, I: W: Falck, O:to Hend:k Ru„ „perti, R:s van Ebbenhorst, H:k Kroo„ nenburg, Philip Wargaren /in margine:/ Souratta den 15: Maij A:o 1757 Gecollationeert C Strnerman staat 1 64 114 Karreek A„o 1757. Door den onderkoopman Jacob Verschuur van gecollationeert geretourneerde bostmarien Lijste der zeedert den 8 December 1755 tot den 11 Julij 1756 aldaar gearriveerde vreemde Scheepen. - - Pag:1 van Masquette Missive vande Residenten kinphou„ „len en Busman in dato 16 Janu: Karreek Register den Pa„ pieren ontfangen van Kareel ƒ geretourneerde schip marien „bossch ontf: Lijste der zeedert den 8 December 1755 tot den 11 Iulij 1756 aldaar gearriveerde vreemde Scheepen- - Pag: van Masquette Missive vande Residenten kinphou„ „sen en Busman in dato 16 Janu: aan haar hoog Ed:s gesz: Register van Pa„ pieren ontfangen van Karreek - „ 9 Van Sarreek den 20 Julij 1756 Lijste der Engelsche fran„ „sche en Moose schee„ „pen dewelke 't zedert der maand December alhier of hier of hier„ omtrent aangekomen zijn met derzelver Pa„ dingen in zo verre men de zelve heeft kunnen ondervragen of nagaan. Den 8. December 1755. Passeerde de Prins George naar Bassora onder Engelse vlag komende over de Mallabaar van Bengale gemeld schip zijn rijst en zuijker op Gamron ver„ kogt hebbende, bragte aan Circa 400 Packen Bengaalse Lijn„ „waaten op vragt voor de Arme„ „niers 50 â 60 voor de Rheeders 10000 lb: gomlak in koeken 50000: lb: loot en 20000 lb: ijzer. 6 Hel Den

NL-HaNA_1.04.02_2909_0199 view scan ↗

English

From Kareek, the 20th of July 1756 On the 26th of December 1755, the French ship Le Moore arrived here from Bengal, carrying about 300 packs of piece goods on freight for the Armenians at Bassoura, 50 to 55 ditto for the owners, 600 bags of sugar, and 30 lasts of rice. On the 20th of February 1756, an English brigantine coming from Bombay was lost on Cape Verdistan, laden with pieces of ordnance and ammunition, having on board 30 soldiers for their residency at Bender-riek. In terms of merchant goods, it carried 40 packs of coarse Surat piece goods, twenty bales of indigo, and 35 crates of porcelain. The first goods were plundered by the Arabs, and only the porcelain was transported by the captain in a native vessel to Bender-riek, together with the soldiers, who were, however, stripped of their arms by the Arabs. The cannon and ammunition remained on the vessel at the last and, when the vessel struck into pieces shortly thereafter, were entirely lost. On the 12th of June, the English ship the Dragon anchored here, bound from Bombay via Surat to Bassoura, having on board 350 crates of all kinds of porcelain, about 80 coarse and fine Surat packs of piece goods and shawls, as well as 50 bales of indigo, 330 lb musk. On the 24th of June, the small English ship the Ganges, called by us the Double Eagle, passed by here to Bassoura, having sold a portion of its rice at Masquette, with 300 bags still remaining, then 600 bags of white sugar, 12000 lb Djompak in cakes, 25000 lb iron, 6000 lb tin, about 350 packs of Bengal as well as Coast piece goods for the Armenians, and 40 to 50 ditto for the owners. On the 25th of June, the English ship the Elisabeth also arrived here from Bengal via Malabar, having sold a part of its cargo of sugar and rice at Masquette and Gamron, retaining of its cargo 6000 lb pepper, 5000 lb cardamom, and 40 packs of Bengal piece goods. The said ship had taken in from their Company at Gamron 370 packs of all kinds of English woollens and perpetuanoes, as well as 10000 lb English tin that had come from Europe and was cast in the shape of Malacca ingots. This cargo was addressed to the resident at Bender-riek, who, because their fort there was overthrown and not trusting to unload the goods there, sent the said garrison on to Bassoura. On the 1st of July, the French ship the Tegenepatnam passed by here, having sold its rice at Masquette; it was laden with about 400 packs of Bengal piece goods for the Armenians, some for its owners, as well as 700 bags of sugar and 30000 lb iron. On the same date, it was also learned that the small English ship the Success had arrived at Boucher laden with rice, pepper, cardamom, and some porcelain, which, seeing no opportunity to sell anything there, after a short stay of 2 days undertook the return voyage to Gamron. On the 2nd of July, the Turkish merchant Chelebi arrived here from Surat with 2 ships, having on freight for Bassoura for Moorish and Armenian merchants and himself nearly 1000 coarse as well as fine Surat packs, and over 130 bales of indigo. On the 3rd of July, the English brigantine the Experiment anchored here from Malabar, laden with rice, 10000 lb pepper, 5800 lb cardamom, 4 chests of cloves, 2 ditto nutmegs, and one suckel of mace; having sold only some rice and left some wheat here and at Bender-riek, it departed back to Gamron. On the 6th of July, the French ship Pastra Catherine anchored here, coming from Mahe, which had sold its rice at Masquette and 30000 lb iron at Boucher, carrying to Bassoura over 50000 lb pepper, 10000 lb first and second sort cardamom, 10000 lb tin, 6000 lb gambier, 5000 lb turmeric, 1000 lb wild cinnamon, 50 lb benzoin, 18 crates of porcelain, 25 bales of kapok, 100 various bundles, and 2 packs of fine French cloth. On the 11th of July, the English ketch named the Warren arrived here from Bombay, laden with 350 packs of Sind ghee and nearly 100 crates of porcelain. It was destined for Bender-riek, but being unable to unload there on account of what had befallen their factory, requested permission to store the ghee here, which cannot be sold even at a 25 percent loss. This we granted to the captain out of consideration for the help and assistance that the Governor of Bombay, to whom this ghee belongs, has shown to Huys ten Duynen; and he will return to Gamron with the porcelain, a part of which he sold to the Armenians here at a 40 percent loss. Thus extracted from the Daily Register kept on the island of Kareek in Fort Mosselstein, the 20th of July 1756. Signed, J. F. W. Nicolai. From Kareek, the 16th of January in the year 1757 Batavia The accompanying copy of the letter sent by us to the sea captain, the council, and the supercargoes will inform Your Right Noblenesses of the reasons that have moved us to claim the remainder of the cargo of the ship Marienbosch. Right Noble, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord and Well-Born Lords, To His Excellency the Right Noble, Highly Esteemed, and Widely Ruling Lord Jacob Mossel, General of Infantry of the State of the United Netherlands, and on behalf of the same and the General Chartered East India Company, Governor-General, together with the Well-Born Lords Council of the Dutch Indies at Batavia.

Dutch transcription

a Sarreek den 20:' Julij 1756 Van Sarreek den 20 Julij 1736 Den 26 decembr: 1755 Arriveerde alhier ter fransche schip Le Moore van Bengaalen met omtrent 300 Packen Lijnwaaten op vragt voor de Armeniers op Bassoura 50 â 55. dito voorde Rheeders 600 zakken zuijker en 30: Lasten rijst Den 20 februarij 1756 was op Caabverdittan gebleeven een En„ „gelse brigantijn komende van ombaaij gehaaden met stukken en Amunitie op hebbende 30. Militairen voorhaere Resi„ „dentie te Bender riek, aan koopmansz: waeren in dezelve 40 Pakken grosse Souratse lijwaaten, twintig baalen Indigo en 35 kassen Porcesijnen de eerste goederen zijn door de Ar„ rabieren geroofd en alleen de Porcesijnen door den Capitain in een Inlands vaarthuijg naer Bender=riek overgebragt, bene„ „vens de militairen de welke eg„ Den 24 Junij Passeerde al„ „hier naer Bassoura 't Engelse scheepje de Ganges, bij ons de dubbelde Arend gen„t hebben„ „de een Parthij van zijn rijst op Masquette verkogt en nog 300 zacken over den:s 600 zacken witte egter de Arrabieren haer geweir af„ genoomen hadden 't Canon en Amunitie zo op 't Laast in't vaarthuijg gebleeven is, is daar 't zelfve kort daar aan in stuk„ „ken stiet ten Eenemaele verboo„ „ren. Den 12 Iunij quam alhier ten anker 't Engelsche schip de Dragon van Bombaaij over Souratta naar Bassoura ge „destitneert inhebbende 350 kassen allerleij zoort van Porcelijnen circa 80 zo groffe als fijne Souratse Packen Lijnwaaten en Schaals benevens 50 baalen Jndigo 330 lb: Muscus. — zuijker Vllee „ter Van Barraek den 20 Julij 1736 Van Barret den 10 Julij 1756 zuijker 12000 lb: Dj omPak in koeken 25000 lb: ijzer 6000 ld: thin, Circa 350. Pakken zo bengaalse als Cust Lijnwaaten voorde Armeniers en 40. â. 50. d„o voorde Rheed:s. — Den 25 Junij quam meede alhier aan 't Engelsche schip d' Elisabeth van Bengaalen over de Mallabaar hebbende een gedeelte van zijne Ladin„ „ge van zuijker en rijst op Masquette en gamron verkogt resteerende hem nog van zijne Ladinge 6000 lb: Peeper 5000 lb: Cardemont en 40. Pakken bengaalse suijrwaaten gemeld schip hadde op Damron van haere Comp: ingenomen 370. Pakken allerleij Engelsche saeken en Perpetuuren benevens 10000 lb: Engels thin zo uijt Europa gekomen en inde form van Malakse inkt gegooten was deeze Laadinge was aan den resident te Bender riek geaddres„ „seert dewelke daar zijn fort daar„ zelfs ouwer geworpen zig niet be„ trouwende goederen aldaar te lossen gemeld guargisoen naer Bas„ „soura voortzond. Den 1 Julij Passeerde alhier 't fran„ sche schip de Tegenepatnam hebbende zijn rijst op masquette verkogt de„ zelve was gelaaden met circa 400 Pak„ „ken Bengaalse Lijnwaaten voor de Armeniers eenige voor zijn Rheeders beneevens 700 zacken zuijker en 30000 lb: ijzer. D„to vernam men ook dat op Bou„ „cher was aangebragt komen 't Engels scheep„ „ja de success met rijst, Peeper, Carile„ mom en eenige Porcesijnen gelaaden dewelke aldaar geen kans ziende iets te kunnen afzetten naar een kort ver„ blijf van 2 daagen de te rug rijze naar Gamron aannam. Den 2 Julij Arriveerde alhier den Turks koopman Chilibi van sou„ ratta met 2 scheepen hebbende aan vragt voor Bassoura voor Moorse en Ar„ „minierse kooplieden en zijn zelfs bij de 1000 zo grosse als fijne souratse Pakken en ruijm 130 baalen Jndigo „soura Den E Le - Wee - Van Satrat den 20 Julij 17366 Van Barraek den 20 J: aej 1755 Den 3 Julij Quam alhier ten anker de Engelsche Brigantijn d' Eyperi„ „ment van de Mallabaar gesaaden met rijst 10000 lb: Peeper 5800 08b: Cardamani 4: kisten Nagusen 2 d„o Nooten en Een Soekel foelij, dewelke alhier en op Ben„ „der=riek alleen eenige rijst ver„ „kogt en tarwe gelaaten hebbende te rug naer Gamron vertrek. — Den 6 Julij Ankerde alhier 't fransche schip Pastra Cathe„ „rine komende van Mahaij die zijn Rijst op Masqueste en 30000 ed: yzer op Boucheet verkogt hadde; voerende naar Bassoura Ruijm 50000 lb: Peeper 10000 lb: eerste en tweede zoort Cardemons 10000 lb: Thin 6000 lb: gam„ „ber 5000 lb: Curcuma, 1000 lb: valse Canneel 50. Bensuin 18 kassen Porcelijnen, 25 baalen Capok, 100 kantrossen in zoort en 2. Pakken fijne fransche laaken Den 11. Julij Arriveerde alhier de Engelse katsel d' warren gen„t van Bombarij gelaaden met 350. Packen Sindisch seer en bij de 100 kassen Porceleij„ „nen dezelve was voor Bender„ „riek gedestineert maer kun„ „nende daar zelfs weegens 't geene haer Comptoir overgeko„ „men niet lossen, heeft dezelve 't seer /: 't welke met geen 25 p=rCto verlies te verkoopen is:/ verzogt alhier te moogen bergen 't welk wij uijt Consideratie van de hulpe en adsistentie zo de Gouverneur van Bombaaij /: den welken dit seer is toebehoorende thuijs ten Duynen c heeft beweezen den Ca„ „pitain toegestaan en zal deselve met de Por„ „te sijnen waar van hij een Den gedeelte - Heeel te Te Van Sasoe An dn 20 Junij 1736 Van Sarrack den 16 Januarij a„o 1757 Batavia gedeelte aan de Armeniers al„ „hier met 40. p„rCto verlies verkogt heeft naar gam ron retourneeren. — Aldus te Saamen getroc„ „ken uijt 't Dag Register gehouden ten Eijlande kar„ reek in't fort Mosselstein den 20 Iulij 1756. — /:geteek:t/ J: F: W: Nicolai Batavia De neevensleggende Copij van onzen aanden Capitain ter zee, de Rijs en Carga= goze afgezondenen brief staat uw hoog „Edelheedens te onderregten vander Heeden dies ons bewoogen 't Restant der Paar„ ding van 't schip Marienbosch te re Hoog Edele Groot Agtb b Wydgebierende Heere en Wel Edele Heeren Aan zijn Excellentie Den hoog Edelen groot e Agtb: en wij bgebienrden Heere Jacob Mossel Generaal over de Inffanterie vanden Staat der verEenigde Neederlanden mitsgaders weegens dezelven ende Generaele g'octrorijeerde oost Jndische Comp: G'ouver„ „neur generaal benevens de WelEdele Heeren Raden van Neederlands Jndia P Weg G eijsschen

NL-HaNA_1.04.02_2909_0203 view scan ↗

English

From Carreek, 16 Januarij 1757 From Casraet, 16 Janu 1757 demands; we do not doubt that the above-mentioned cargos will listen to the reasons that we advance to them concerning the Company's interests and turn their prows hitherward, the contrary of which would seem to us unanswerable. The circumstances of the Persian Empire and especially of the adjacent provinces already begin to show a favorable change concerning trade; wherefore we hope within this year to dispose of, if not all Gamron residues and those present here, yet at least the greatest part thereof, to which the war between the English and French nations will contribute not a little. In the meantime, we hope to be able to dispatch Marienbosch to Batavia within a month with our contracts and books that are lying ready. As this letter from Masquette, according to all appearance, is to be delivered to Your High Excellencies by a native opportunity via Souratta or the Mollebaar, we dare not, especially in this time of war, maintain the same as circumstantially as necessary and as we might wish. We shall only have the honor to inform Your High Excellencies that Kermichan has made himself master of the entire Desisten and is now found on these seacoasts with 15000 men, having not only placed the governors of all places up to and including Bender Sick under contribution, but also holding them in detention with him, as trusting them no longer on account of their evil disposition and repeated rebellion. It is incredible what trouble Mirnazier's ill-advised son, accompanied by some others, has taken to incite the said Duke against the Company and this factory, as well by inventing all sorts of fables as by the hope of the great booty that was to be made here, partly from the Company's and partly from the Armenian, Banyan, and Moorish merchants' goods. However, the undersigned having sent the Company's broker to him on the opposite shore with a modest present, together with the assurance that the Company had only settled here to make trade flourish and therefore wished for nothing more than to see him master over all rebellious subjects and shortly as the peaceful possessor of the whole Empire, to which the Company themselves would gladly contribute whatever was in their power, the said Duke took such compliment so well that he gifted our broker and the first-signed with a fine robe of honor; and the aforementioned Mirmohanna having complained to him again how we had promised his father a large sum for the possession of this island and were now denying these promises, Kermichan answered him that without wishing to examine the truth of his words, he, the Duke, as supreme ruler of this country, gave the island of Karreek to the Company as a present, and consequently there was nothing more to be said about this. Since, however, the native grandees are never completely to be trusted, we keep on our guard, and the galvat and sloop 't Zoo always in the roadstead; we shall therefore employ well-seaworthy native vessels to collect the unsold goods at Gamron (where almost nothing is sold). The only deficiency that we have in these circumstances is concerning the military personnel, who are not strong beyond half of what Your High Excellencies allocate to us, of which the raising of the militia of Vlietlust at Gamron is the reason. Not being able to inform Your High Excellencies more broadly by this opportunity for the above-mentioned cause, nothing remains for us but to recommend our persons to your favor, remaining with the deepest respect, High Noble, Grand Honorable, Wise Governing Lords and Well Noble Lords, Your High Excellencies' humble and very obedient servants, Signed: T. Kniphausen and W: Buschman. In the margin: Karreek in the fort Mosselstein, 16 Januarij 1757. 16 Janu: 1757 Jacob Verderaat Masquette Anno 1757 Collated by the junior merchant Cornelis Coster.

Dutch transcription

Van Carreek en 16 Januarij 1757 Van Casraet den 16 Janu 1757 eijsschen; wij twijffelen niet of bovengem: Cargas zullen aande reedens dewelke wij haar omtrent DE Comp: belongens te gemoed voeren gehoor geeven ende stevens herwaards werden, het teegendeel van dien ons verander woordelijk zoude lijkens D'omstondigheedens van 't Petziaan a Rijk en voor ab van de hiernaast leggende Provinties beginnen reeds eent favorabele verandering omtrent de Negotie te doen bemerken dier„ „halven wij binnen dit Iaar zo niet alle gamronse en hier zig bevindende restanten dog op zijn minst 't grootste Deel daar van hoopen aan de man tebrengen waer toe de oorsog tusschen d' Engelse en fransche Naties niet wijnig zal contribueeren, ondertusschen hoopen wij Marienbosch binnen een maand met onze klaarleggende Contracten en boeken te kunnen Bataviawaarts depecheeren. — Deeze brief van Masquette naar alle apparentie uw hoog Ed:s met eene Jnlandse occasie over Souratta of de Mollebaar staande behandigt te werden durven wij voor al in deeze oorlogs tijd dezelve niet zo omstandig als noodig en wij wel wenschten onderhouden alleen zul„ len wij d'Eere hebben uw hoog Ed:s te berigten dat Kermichan zig van de geheele Desisten meester gemaakt en zig nu aan deeze zee stranden met 15000 mans bevind) hebbende de Regentenr van alles Plaatzen tot Bender ziek incluijs niet alleen onder Contributie gesteld maar bij zig in hegtenis als haar weegens der„ „zelver quaade inborst en herhaalde Rebellie niet meer betrouwende Het is ongelooflijk wat moeijte zig Mirnaziers ongeraadene zoon verzeld van Eenige andere ge„ „geevent heeft omme gemelde Hartog teegens D EComp: en dit Comp„ „toir op te hitzen zo wel door het naar verzinnen w E d Van Sarreek den 16 Januarij 1757 Sasreet den 16 Janu 1757 an eijsschen; wij twijffelen niet of boven gem: Cargas zullen aande reeden dewelke wij haar omtrent DE Comp: belongens te gemoed voeren gehoor geeven ende stevens herwaards werden, het teegendeel van dien ons verander woordelijk zoude lijken D'omstandigheedens van 't Ferziaensz Rijk en voor ab van de hiernaast leggende Provinties beginnen reeds eent favorabele verandering omtrent de Negotie te doen bemerken dier„ „halven wij binnen dit Iaar zo niet alle gamronse en hier zig bevindende restanten dog op zijn minst 't grootste Deel daar van hoopen aan de man tebrengen waer toe de oorsog tusschen d'Engelse en fransche Naties niet wijnig zal contribueeren, ondertusschen hoopen wij Marienbosch binnen een maand met onze klaarleggende Contracten en boeken te kunnen Bataviawaarts depecheeren. — Deeze brief van Masquette Het is ongelooflijk wat moeijte zig Mirnaziers ongeraadene zoon verzeld van Eenige andere ge„ „geevent heeft omme gemelde Hartog teegens D EComp: en dit Comp„ „toir op te hitzen zo wel door het naar alle apparentie uw hoog Ed:s met eene Jnlandse occasie over Souratta of de Mollebaar staande behandigt te werden durven wij voor al in deeze oorlogs tijd dezelve niet zo omstandig als noodig en wij wel wenschten onderhouden alleen zul„ len wij d'Eere hebben uw hoog Ed:s te berigten dat Kermichan zig van de geheele Desisten meester gemaakt en zig nu aan deeze zee stranden niet 15000 mans bevind) hebbende de Regentenr van alles Plaatzen tot Beuser ziek incluijs niet alleen onder Contributie gesteld maar bij zig in hegtenis als haar weegens der„ „zelver quaade inborst en herhaalde Rebellie niet meer betrouwende naar verzunren w - . Van Tarreek den 16 Janu: 1757 Van Satreek den 16 Janu: 1757 e verzinnen van allerleij verdigtzels als door de hoope vande groote Buijte die alhier gedeeltelijk van sE Comp:s als der armeense Benjaanse en Moorse koopliedens goederen te maaken was. — Egter de ondergeteekendens hem SEComp: Soek met een gemaatigt present naar de overwal toegezonden hebbende benevens de verzeekering hoe D EComp: zig alleen hier ter needer gelaaten hadde omme de Negotie te doen floreeren en dierhalven niets meer was wenschende als hem meester van alle rebellische onderdaanen en in korten als geruste bezitter van 't geheele Rijk te moogen zien waer toe DE Comp: zelfs 't geene in haere vermoogen was gaarne zouden willen contribueeren heeft ge„ „melde Hertog zulk Compliment zo wel opgenoomen dat hij eens Poek en den Eerstgeteekenden met een vraij berenkleed begiftigt en voor„ „gem: Mirmohanna hem wee der om geklaagt hebbende hoe wij aan zijn vader voor 't bezitten van dit Eijland eene Groote Somma beloofd en deeze beloften nu ontkenden, heeft kermichan hem g'antwoord dat zonder de waarhijt van zijn gezegde te willen onderzoeken) hij Hertogh als opferheer van dit Land D E Comp: 't Eijland karreek tot geschenk gaf en gevolgelijk hier over niets meer te zeggen viel. Dewijl egter de Inlandse grooten nooijt volkomen te vertrouwen zijn houden wij ons op onze hoe de ende Gallouet en Sloep 't Soo altijd op de rheede zullende dierhalven goede Situure Jnlandse vaarthuijgen tot afhaaling der onverkooplijke goederen op Gamron (:alwoer bij na= niets afgezet word:/ emplooijeeren: D Eenigste gebrek zo wij in deeze om„ „standigheeden hebben, is omtrent de militairen die niet boven de helft van 't geene uw hoog Ed:s ons toeleggen sterk zijn waar van 't ligten der om militie Heee 13 - du Jarre Nagesien militie van vlietlust op Gamron de reeden is. UW hoog Ed:s omme bovengem: oorzaak per deezen occasie niet bree„ der kunnende onder houden blijft ons niets over als onze Perzoonen in derzelver gunste te beveelen verblij„ „vende met de diepste Eerbied re /:onderstond:/ Hoog Edele groot Agtb„re Wijsgebiedende Heere en Wel Edele Heeren /:lager:/ UW hoog Edelheedens Onderdanige en seer gehoorsaame Dienaeren /:was getekent:/ T kniphousen en W: Buschman, /in margine:/ Kar„ reek in't fort Nosselsteir den 16 Januarij 1757. den 16 Janu: 1757 Jacob Verderaet De Masquette A„o 1757 Door den onderkoopman. Cornelis Coster Van gecollationeert. Masquette A„o 1757 Door den onderkoopman. Cornelis Coster Van ƒ gecollationeert.

NL-HaNA_1.04.02_2909_0210 view scan ↗

English

Masquerte 1757 The ship Marianbosch received. Registered: The 20th of April per translation of an Arabic letter written by Achiiad Huoe saied, Governor there, to His Excellency the Lord Governor-General. Ditto in Arabic written by a certain broker of the Company named Faram Ram. Report of the Captain-at-Sea C:s De Nijs concerning his proceedings there, dated the 6th of May Anno 1754. Register of all such letters and papers as have been successively received in this year from Masqaette. 1757 The ship Marianbosch received. Registered: The 20th of April per translation of an Arabic letter written by Achiiad Huoe saied, Governor there, to His Excellency the Lord Governor-General. Ditto in Arabic written by a certain broker of the Company named Saram Ram. Report of the Captain-at-Sea C:s De Nijs concerning his proceedings there, dated the 6th of May Anno 1757. Register of all such letters and papers as have been successively received in this year from Masquette. From Masqueste, the 20th of April 1757. Translation of an Arabic missive written by Achmad Ibnoe Saied, Governor at Masqueste, to His Excellency the Most Noble, Highly Esteemed Lord Jacob Mossel, Governor-General of the Netherlands Indies. Received at Batavia, the 20th of April 1757. After preceding compliments, the contents read as follows: Furthermore, this letter is sent by Achmad Inoe Saied, Governor of Musquette, to the Most Noble Lord Jacob Mossel, Governor-General of the Netherlands Indies, informing him that his highly esteemed missive and presents sent with the Company's vessel were properly delivered to me at Musquette by the Captain. And having read the contents thereof with much affection, I express my manifold gratitude for both. Furthermore, the Captain conducted his trade From Masqueste, the 20th of April 1757. Translation of an Arabic missive written by Achmad Anoe Saied, Governor at Masqueste, to His Excellency the Most Noble, Highly Esteemed Lord Jacob Mossel, Governor-General of the Netherlands Indies. Received at Batavia, the 20th of April 1757. After preceding compliments, the contents read as follows: Furthermore, this letter is sent by Achmad Inoe Saied, Governor of Musquette, to the Most Noble Lord Jacob Mossel, Governor-General of the Netherlands Indies, informing him that his highly esteemed missive and presents sent with the Company's vessel were properly delivered to me at Musquette by the Captain. And having read the contents thereof with much affection, I express my manifold gratitude for both. Furthermore, the Captain conducted his trade to From Masquette, the 2nd of April 1757 From Masquette, the 20th of April 1757 to satisfaction, in which I, as well as in all other matters, showed him and the crew in his service all friendship, affection, and assistance during their stay, seeing that from of old I have set my trust on maintaining friendship, for which reason I shall also protect all those who come here in the name of His Excellency. As regards His Excellency's generous offer to let my subjects come to trade reciprocally at Batavia, to whom all friendship and assistance will be extended, such may take place if it pleases the Almighty. To that end, I likewise request that Your High Nobility be pleased to maintain a correspondence by letter on all occasions for the preservation of the ancient friendship, which may become more and more attached and remain forever steadfast. As for the price of a Company ship with its complete equipment goods that would have to cost 100000 rupees, of the model and size as has arrived here, with that I am very well satisfied; but as the occasion has already presented itself beforehand and I have bought a ship of the English coming from Njaman, I thank Your High Nobility provisionally. I also request, whenever a vessel is sent to Musquette, to send me then in payment some equipment goods, such as: 40 barrels of tar 40 pieces of spars 20 yards Some large and small masts 4 pieces of iron anchors, each anchor weighing 40 maunds, each maund being 24 lbs, or 960 lbs; also 10 pieces of cannon, ten-pounders. Everything stated herein, His Excellency will be able to hear the same from the Captain, if it so pleases him. Lastly, as a token of life in return, I offer: A bag of pistachios weighing 15 maunds or 360 lbs, Muscat weight. A bag of almonds weighing 15 maunds, 360 lbs, Muscat weight.

Dutch transcription

e Masquerte 1757 het schip ma„ „rianbosts ontf: S ag: den 20 april per Translaat Arabische Brief geschreeven door Achiiad Huoe saied gouverneur aldaar Aan zyn Ex„ „tellentie den Heere gouverneur ge„ „neraas . _„o Arabilche geschreeven door zeekere Makelaar van de Comp: in name Faram Ram. Rapport van den Capitain ter Zee C:s De Nijs nopens desselfs verrig„ tingen aldaar gedagteekend den 6. Maij A„o 1754. Register van alle Sodanige Brieven en Papieren als er in deezen Jaare Successive ont „fangen zijn van - „ „ 6 Masqaette 1757 het schip ma„ „rianbosth ontf: E ag: den 20 april per Translaat Arabische Brief geschreeven door Achiiad Huoe saied gouverneur aldaar Aan zyn Ex„ „cellentie den Heere gouverneur ge„ „neraas _„o Arabilche geschreeven door zeekere Makelaar van de Comp: in name Saram Ram-. 6 Rapport van den Capitain ter Zee C:s De Nijs nopens desselfs verrig„ tingen aldaar gedagteekend den 6. ' Maij A„o 1 6 1757. Register van alle Sodanige Brieven en Papieren als er in deezen Jaare Successive ont „fangen zijn van Masquette - - - - - - - - „ „ 4 Van Masqueste den 20 April 1757 Translaat Arabische Missive gesz: door Achmad Ibnoe Saied gouverneur tot Masqueste Aan zijn Ex„ cellentie den hoog Edelen groot ogtbe Heere Jacob Mossel Gouveneur generael J van Needer„ Lanes India ontfangen: Batavia den 20 April 1757. Na voorgaande Complimenten huijt den In„ houd aldus Wijders werd deeze brief gesonden door Ach„ „mad: Inoe Saied gouverneur van Musquette Aan den hoog Edelen Heere Jacob Mossel Gouverneur Generaes van Neederlands India met bekent maeking dat desselfs hoog g'agte missive en geschenken met 's: Comp:s boodem door den Capitain mij behoorlijk tot Musquette is overhandigt En dies Inhoud niet veel geneegenthijt ge„ „leesen zo dat voor het een en ander mijn veelvoudige dankbaerhijt betuijgd. — Voorts heeft den Capitain zijn Negotie e - ten Van Masqueste den 20. April 1757 Translaat Arabische Missive gesz: door Achmad Anoe Saied gouverneur tot Masqueste Aan zijn Ex„ cellentie den Hoog Edelen groot gtb: Heere Jacob Mossel Gouverneur generael J van Needer„ Lanes Jindia ontfangen Batavia den 20 April 1757. Na voorgaande Complimenten luijt den In„ houd aldus. Wijders werd deeze brief gesonden door Ach„ „mad Inoe Saied gouverneur van Musquette Aan den hoog Edelen Heere Jacob Mossel gouverneur generaes van Neederlands India met bekent maeking dat desselfs hoog g'agte missive en geschenken met 's: Comp:s boodem door den Capitain mij behoorlijk tot Musquette is overhandigt En dies Inhoud niet veel geneegenthijt ge„ „leesen zo dat voor het een en ander mijn veelvoudige dankbaerhijt betuijgd. — Voorts heeft den Capitain zijn Negotie ten Van Masquette den 2 April 1757 Van Masquette den 20: April 1757 ten genoegen gedreeven, waer in ik hem en in alle andere gevallen als meede zijn op„ hebbende volkeren alle vriendschap, gene„ „genthijt en hulpe geduurende haer E: verblijf heb beweezen aangezien van oudsher mijn vertrouwen gevestigt heb om vriend„ „schap te houden, alwaerom ik ook alle die uijt Naam van zijn Excellentie alhier komen zal maincteneeren;— Wat zijn Excellenties Edelmoedige presentatie betreft om in Reciproque mijne onderdaanen op Batavia te laaten koomen negotieeren, wien alle vriend„ schap en hulpe zullen toegebragt werden zulx kan geschieden Indien het den almo„ „gende behaagt, verzoeke ten dien Eijnde Insgelijx dat uw hoog Edelen bij alle gelee„ „gentheeden Correspondentie met schrijvens gelieft te houden tot onderhouding vande al ouder vriendschap, welke hoe langs hoe meer verknogt en althoos bestendig mag blijven. — De prijs van Een 's Comp:s schip met zijn volkomen Equipagie goederen dat 100000 ropijen zouden kosten moeten, van model„ en en grooten als hier gekomen is, daar meede ben ik zeer wel voldaan, maer terwijl de octagie bereeds bevoorens heeft gepresenteert en Een schip der Engelsche van Njaman komende gekogt heb zo bedank ik uw hoog Edelen bij provisie; Ook verzoeke wanneer er Een bodem na Musquette gesonden werdt als dan voor betaeling mij te laeten toekomen Eenige Edui„ pagie goederen als. — 40. tonne teer 40: p:s spieren 20. „ Raa Eenige groote en kleene masten 4 p:s ijzere ankers ieder anker ter swaarte van 40. man, ieder man 24 lb: of 960: lb: mitsg: 10: stukken Canon thien ponders Alles wat hier in vermelt staat het zelve zal zijn Excellentie des gelievende vanden Capitain kunnen hooren Laastelijk offereeren tot een teeken van leeven In recompens Een sak Passtasse weeg:s 15 man of 360. lb: mus„ „quets gewigt Een sak amandelen weegende 15 man 360 lb: musquets E ƒ

NL-HaNA_1.04.02_2909_0215 view scan ↗

English

From Masquette the 20th of April 1737 From Masquette the 20th of April 1737 Muscat weights two pots of preserves in the hope that His Excellency may pleasantly deign to accept the aforementioned gift from the hands of Captain De Nijs. Written the 22nd of the month of Jumada al-awwal in the year 1170. Translation of an Arabic letter written by a certain broker of the Honorable Company named Saram Ram at Musquette To His Excellency the High and Noble Lord Jacob Mossel Governor-General of the Netherlands Indies Received Batavia the 20th of April 1757 After the preceding compliments the contents of this read as follows: Furthermore His Excellency's humble servant the broker of the Honorable Company Farant Ram at Musquette communicates that Captain De Nijs with the Honorable Company's vessel has arrived there safely and I have sold his merchandise to his satisfaction, likewise doing my utmost duty for him according to old custom in all that he desired in which capacity I shall always endeavor to serve the Company; furthermore I have given the mentioned Captain a note of such merchandise as can be vented here at Musquette on which an answer is requested. Lastly I offer with much respect the following goods, to wit: 5 cases of rosewater wherein each case contains 50 bottles 1 sack of almonds weighing 3 man or 72 lb likewise 1 sack of pistachios hoping that these trifles may be pleasant to His Excellency. From Masquette the 6th of May 1757 Batavia From Masquette the 6th of May 1757 To His Excellency the High Noble and Right Honorable Lord Jacob Mossel general of the infantry in the service of the state of the United Netherlands and governor-general, together with The Right Honorable Lords Councillors of India High Noble Right Honorable Lord and Right Honorable Lords. It was the 9th of July of last year that the undersigned former second supercargo together with the sea-captain and first Wolperth Abraham Brahé, item the junior merchants as well as third and fourth supercargoes over the trade in the Gulf of Persia Nicolaas Mahu and Jan Christiaan Gotsche obtained their dispatch, with the delivery of such instruction along with its appendices as should serve them as a rule and guideline for conducting trade. The day thereafter or on the 10th of the same month the undersigned weighed anchor with his vessel Marienbosch in company with the ship Pasgeld commanded by the aforementioned Captain Brahee, setting course through the ordinary fairway until, we having passed alone, Pasgeld parted from us in the Sunda Strait; on the 27th of August through God's goodness we safely came to anchor before the bay of Masquette, whereupon the undersigned along with the fourth supercargo Gotsche went ashore the following morning, being the 28th, in order to make their arrival known to the governor of that city named Chekelvein, by whom we were granted an audience and received most kindly; we communicated to His Honor that we had a letter and gifts from Your High Mightinesses for the Imam whom we understood to be at Rostok, which was answered by the governor with the statement that he would immediately send a courier or post messenger to the Imam to inform His Honor thereof. On the 3rd of the following month of September we departed by native craft for Borca, taking along the letter and gifts from Your High Mightinesses for the Imam, where arriving the following day we understood that that gentleman had arrived the evening before; we had ourselves announced to His Honor by a Banyan, who immediately sent an officer with some men of his bodyguard to welcome us, and an hour thereafter we were requested to appear for an audience with His mentioned Honor, as we did, passing upon entering the castle through a double rank of soldiers and were subsequently led into the chamber where the Imam was present, to whom after mutual compliments we presented the letter and gifts of Your High Mightinesses, being received by His Honor in the kindest manner; after opening the letter he inquired in a very amicable manner about the well-being of Your High Mightinesses, which being answered reciprocally in very polite terms, the Imam handed the Dutch letters back to us with the request to read them aloud and have them translated by our Banyan, through whom we asked the Imam if he could read and understand that which was written in Arabic, which was answered by His Honor with yes. After discharging the mutual formalities we requested the Imam for his protection and assistance in conducting trade, which was also answered by him in very amicable terms with the assurance that he would let us experience with satisfaction what prerogatives and privileges were due to us above our competitors and all other nations, where the Imam invited us to accompany him to his residential city of Rostok in order to help spend their festival days there, but which we politely declined, indicating that such would delay us too much in the trade; thereupon we requested once more the protection of the Imam, who assured us of the same most strongly, took our leave and departed together with two scribes of His Honor back to Musquette where we arrived on the 6th of September; three days thereafter or on the 9th the governor accompanied by some merchants came to our house; we understood from the governor that he had received a letter from the Imam containing an offer to us to build a house in the location where it would suit us best, for which favorable offer we in very amicable terms.

Dutch transcription

Van Masquette den 20: April 1737 Van Masquette den 20:' April 1737 ƒ musquetse gewigten twee Potten met Confituuren onder hope dat zijn Excellantie 't voorsz: geschenk uijt handen van Capitain D'Nijs aangenaamelijk gelieft te accepteeren gesz: den 22„ten van de maand Djoe„ „makilawal In't Iaar 1170. ƒ Translaat Arabische E Missive gesz: door sekere Makelaar van d' E Comp: in sannen Saram Ram tot Musquette Aan zijn Excellentie den hoog Edelen Heere Iaco be Mos„ „sel gouverneur Generaal van Neederlands India Ontfangen Batavia den 20 April 1757 Na voorgaande Complimenten luijd den In„ „hand deezes als volgt Wijders Communiceere zijn Extellenties onderdanige dienaer den maeke laar van d' E„ Comp: Farant Ram tot Musquette dat Capitain De Wijs met 'sComp: boodem Aan aldaar behouden is g'arriveert en ik zijn inheb„ bende Negotie ten genoegen voorhem heb ver„ „kogt, teffens hem in al 't geen hij begeert heeft volgens ouder gewoonte mijn uijtterste de„ „voir toegebragt In welke hoedanighijt ik althoos zal tragten de Comp: dienst te doen voorts heb ik gem: Capitain Een notitie meede gegeeven van sodanige Negotie als hier op Musquette kunren werden verdebiteert waer op ant„ „woord verzogt word. Laastelijk aanbiede met veel respect de volgende goederen te weeten. — 5 Cassa met roose waater waer in ieder Cas 50 flessen 1: sak airandelen weegende 3 man of 72 lb: mitsg: 1 sak met Postassi hoopen dat dies lleenigheeden zijn Exallentie aangenaam mag voorkomen E E aldaer - e 6 te Van Masqueste den 6 Meij 1757 Batavia Van Masquette den 6 Maij 1757 Aan zijn Excellentie den hoog Edelen groot Agtbaeren Heere Jacob Mossel generael over de Iufanterie ten dienste van den staat der verEenigde Neederlanden en gouverneur generaal, benevens De wel Edele Heeren Raaden van Hoog Edele groot Agtbaeren Heere en Wel Edele Heeren. Het was den 9 Iulij des voorleeden Iaars dat den ondergeteekende geweesen tweeden Cargas nevens den Capitein ter Zee en Eerste Wolperth Abra„ „ham brahé item de ondercooplieden mitsgad:s derde en vierde Cargas over den handel in den goef van Perzien Nicolaas Mahu en Ian Christiaan Gotsche hun de peche erlangden met ter handstelling van Sodanigen Instructie nevens dies bijlaegen als aanhun te drijven van den handel tot een regus en rigtsnoet moeste strekken. 'S daags daar aan of op den 10 derzelver maand ligte den ondergeteekende met zijn onderhebbende boodem Marienbosch in gesel„ „schap „schap van het schip Pasgeld gecommandeert door voorsz: Capitain Brahee hun ankers Cours stellende door het o0=rd:o vaarwaater tot dat wij alleen zijnde gepasseert Posgeld in sundas engte van ons afgeraekt den 27 augustus doet aan door Gods goedhijt behouden voor de baaij Masquette ten anker quaamen waer op den ondergeteekende nevens de viedde Carga Gotsche zig den volgende morgen zijnde den 28 aan dewall begeaven ten Eijnde hunne komst aan den gouverneur dier stat genaamt Chekelvein bekent te maaken, bij wien wij ter gehoor geseijd en op 't vriendelijkste ontfangen zijnde, Communiceerde wij aan zijn Ed: dat voor den Iman die wij ver„ stonden dat op Rostok was een brief en geschenken van uw hoog Edelens hadden het geen door den gouverneur beantwoord wierd niet te zeggen dat aanstonds een Coper of Post boode aan den Jman zoude af„ „senden om zijn E:d:e daer van te doen verwit„ Den 3„de der volgende maand septbr: vertrokken wij per inlands vaerthuijg na borca meede neemende de brief en geschen„ „tigen „ken te ƒ - India Van Masqueste en 6 Meij 1757 e Van Masquete en 60 Meij 1757 „ken van uw hoog Edelens voor den Iman alwaer wij 's daags daer aan komende verstonden dat dien heer 's avonds bevoorens g'arriveert was lieten ons door een benjaan aandienen bij zijn Edele welke ons terstond een officier met Eenig voek van zijn Lijfwagt toesond om ons te ver„ willekomen en wierden een uur daer na verzogt om bij gem: zijn Edele ter gehoor te verschijnen gelijk wij deeden Passeerende bij 't inkomen van't Casteel door Een dubbelt racquet militairen en wierden vervolgens in't vertrek geleid daar den Jman zig was bevindende die wij na wee„ „ der zijdse Complimenten de brief en geschenken van uw hoog Edelens overgaven werdende door zijn Edele op het vriende Lijkste ontfangen vragende na het openen der brief op Een zeer minnelijke wijze na de westand van Uw hoog Ede„ lens het geen reciproque in zeer beleefde ter„ men beantwoord zijnde gaf den Iman ons de noderduijtsche missiven weeder over met verzoek om dezelver op te leezen en door onsen ben„ Jaar te doen vertolken door wien wij aan den Jman lieten vraagen of hij de in het Atrabische gesz: wel leezen en verstaan konde 't welk door zijn Edele beantwoord wierd met Ja. Na het afleggen vande weederzijdse plegtigheeden verzogten den Jman om zijne protexie en Adju„ „da inhet drijven van den handel het geen door hem almeede in zeer imminelijke termen wierd beantwoord met verzeekering dat hij ons ten genoegen zoude doen ondervinden wat voorregten en previlegien ons boven onse Competiteuren en alle andere Natien toestand, waar den Jman ons Inviteerde om meede na zijn residentie stad Rostok te gaan ten Eijnde aldaar hunne kers daagen te helpen doorbrengen dog het geen wij op Een beleefde wijze recuseerde onder te kenne geeving dat ons zulx te veel in den handes zoude vertragen verzogten daer op andermael de protexie van den Jman die ons van dezelve op het kragtigste verzeekerde naamen af„ schijd en vertrokken benevens twee schrijvers van zijn Edele weeder na Musquette alwaar wij den 6 september aangedraamen, drie draagen daer na of den 9 quam den gouverneur verzeld van Eenige kooplieden aan ons huijs verstonden van den gouverneur dat hij een brief van den Jman had ontfangen behelsende een presentatie aan ons om aen huijs te bouwen ter plaetze alwaer ons zulx best zouden aanstaan voor welke gunstige aanbieding wij in zeer minnelijke te Na termen. e

NL-HaNA_1.04.02_2909_0218 view scan ↗

English

From Muscat, 6 May 1757 From Muscat, 6 May 1757 terms, thanking the Governor, let it be known that we would content ourselves with our dwelling for this time, but would nevertheless not fail to report this offer to Your Right Excellencies. After this, we began to speak of trade, asking the Governor for that purpose what duties would have to be paid here, who told us thereupon that the English and French paid 7 percent, to which we replied that, not being accustomed to conforming ourselves to our competitors, we therefore requested to be exempt from all charges. The Governor answered us in turn, not to mention that he had authorization from the Imam to make us pay less than the other European nations and that we could easily give three percent, but we persisted in our previous insistence to be entirely free from all charges and tolls, to which the Governor replied to us again that he would propose such to the Imam and obtain his approval thereon; of which neither the said Governor nor he has spoken anymore since then. Subsequently, we brought forward the samples that had already been brought ashore a few days earlier, and made a beginning with selling the goods brought along by us, with which, through continuous hindrances, principally through the unnavigable weather encountered time and again, we were occupied for about five months or until 15 February, when we finally had sold all our goods, except for the bale of Ceylon cinnamon and five cases of manufactures brought along, for such prices as are specified separately for each item in the return submitted to Your Right Excellencies, amounting the net profit on all the aforesaid goods to a sum of ƒ85134:18:—. The aforesaid goods having been sold after much trouble for the reasons aforesaid at the prices specified next to each sort, we successively received in payment upon delivery the following species, to wit: 16370 pieces gold ducats at 5¼ rupees of 27 stivers 1 piece amounting to ƒ45147:7½ 9000 pieces imperial thalers at 2¼ rupees of 27 stivers amounting to 27337:10:— 76665 pieces rupees at 27 stivers amounting to 103497:15:— Total: ƒ175982:12½ From Muscat, 6 May 1757 From Muscat, 6 May 1757 The articles of trade that Muscat yields or that are obtainable there consist of the following sorts with their prices: Asafoetida, the picol: 80:— Hing Herat fine, ditto: 250:— Ditto Surat, ditto: 125:— Ditto, ditto: 10:— Copper, a maund of 8 lb: 5½ Mocha beans, a maund of 8 lb: 3:— Dry dates, the bahar of 1600 lb: 160:— Wet ditto Basra, 150 lb: 4:— Ditto Muscat, 1600 lb: 40:— Rose water, the cases of 50 bottles: 23:— Madder root, the picol: 35:— Gum arabic, ditto: 10:— Ditto olibanum, ditto: 8:— Myrrh, ditto: 40:— Socotrine aloes, ditto: 50:— By the broker Iaram Ram at Muscat, a ship was requested with the following goods in quantity and quality: 100 canassers candy sugar 2000 [illegible] powder sugar 300 picols spelter 300 picols tin 300 picols lead 400 picols iron 50 picols turmeric 200 chests benzoin 40 picols camphor 30 chests cloves 20 chests nutmegs 1 suckel mace 100 picols wild cinnamon 400 picols steel, of which the picol was requested at Muscat for 49 rupees 100 picols cardamom, which is sold there for 180 rupees the picol 5 picols cochineal 50900 lb sappanwood All this being that which the humble undersigned can report to Your Right Excellencies of the trade conducted at Muscat aforesaid, and of the articles of trade occurring there, and for what prices the same are obtainable there, he will in conclusion hereof only note here the decease of his fellow supercargo Gotsche on 29 January last, as well as that the ship Pasgeld, which, as has been said hereinbefore, From Muscat, 2 May 1757 From Muscat, 6 May 1757 was separated from him in the Sunda Strait, also safely arrived at the Muscat roadstead on 16 September; and after a report had been made to its captain, the first supercargo Brahe, alongside the junior merchant and third supercargo Mahu, of our proceedings and at the same time of the little likelihood that existed to sell their cargo there, the aforesaid vessel, on the 26th of the following month of October, pursuant to the order of Your Right Excellencies dictating that in case the cargo of both ships could not be disposed of at Muscat, the Pasgeld had to turn its prow toward Diu-Sindh, continued its voyage thither; whilst the undersigned for the rest hopes that his proceedings, wherein he acted to the best of his knowledge and conscience and sought to pursue the greatest advantage of the Company, will be honored with Your Right Excellencies' approval; in which expectation the undersigned takes the liberty to subscribe himself with the utmost veneration. Underneath stood: Right Honorable, Grand Respected Sirs and Highly Honorable Sirs. Lower: Your Right Excellencies' humble and faithful servant. Was signed: Cs De Nijs. In the margin: Batavia, 6 May Anno 1757. Checked: Corns: Coster Cape of Good Hope Anno 1757 Collated by the junior merchant Johanns Hollebeek. 24

Dutch transcription

Van Masquette en 6 Maij 1757 Van Masquette den 6 Meij 175 G termen bedankende aan deu Gouverneur te kennen gaven dat wij ons voor ditmaal met onse wooning zoude Contenteeren dog egter niet mon„ „queeren uw hoog Edelens van dit beseefde aan bof verslag te doen. — Hier na begon men van den handel te spree„ „ken vroegen ten diende Eijnde aan den gouver„ „neur wat ongelden hier zoude moeten betaalt werden die ons daer op zijde dat de Engelschen en franschen 7 pr C„to betaalden, daar op wij re„ pliceerden dat niet gewoon zijnde ons na onse Cospetiteuren teschikken dierhalven verzogten om van alle lasten bervrijd te moogen zijn het geene den Gouverneur weeder beantwoorden niet te seggen dat hij van den Iman qualifi„ 1 „cutie had om ons minder dan de andere Europeesche Natie, te doen betaelen en dat wij ligt drie tenhondert geeven konden maar wij bleeven bij onse voorige instantie om in't geheel van alle lasten en tollen vrij te weesen op het welke den Gouverneur ons weeder in ant„ „woord diende, dat zulx aan den Iman voor„ stellen en desselfs goedvinden daar op dragen zoude / welke daer over 't zedert zo min als den voor zijde gouverneur meer van gesprooken heeft vervolgens bragten wij de monsters die reeds voor Eenige daagen aande wal gebragt waaren voor den dag en maakte een aanvang met de door ons meede gebragte goederen te verdebiteeren waer meede door Continueele verhinderingen principaal door het onvaarbaar weer dat telkens ontmoete circa vijf maanden of tot den 15: febr: zijn bee„ zig geweest wanner wij Eijndelijk alle onse goederen, uijtgenomen de meede geheid hebbende baal Ceijlonse Canneel en vijf kassen met manu„ „factuuren hadden omgezet voor zodanige prijzen als bij het aan uw hoog Edelens overgegeeven ren„ „dement van ieder Articul afzonderlijk staat gespecificeerd bedragende het zuijver advans op alle die daer bij meermelde goederen een somma van ƒ85134:18:— De voorsz: goederen voor de daar neevens bij ieder zoort gespecificeerde prij„ sen na veel sukkesens om reeden voorm: omge„ „set zijnde hebben wij daer voor successive bij de afleevering in betaeling ontfangen de volgende spetien: te weeten. — 16370 p:s Goude ducaten â 5¼ rop:s van 27: ster:s 1: p:s be draag l. . . - ƒ45147:7½ 9000 p:s keijzers daalders â 2¼ r:s van 27 stvers „ 27337: 10 — 76665 p:s r„s a 27 stvers„ „ 103497: 15— Souma heeft 1 ƒ175982:12½ de Van Masquette den 6 Meij 1757. Van Masquette den 6 Maij 1757 De articulen van Negotie de masquette uijtlee„ „vert of aldaar te bekomen zijn bestan inde - volgende veoorten niet dies prijsen Assa Fatida de Picol Nas: 80:— Hing: Herrathe fijn d„o. . . . . . „ 250: — _„o Soercese - - d„o. . „ 125: — d„o. . . . . „ 10„ Swanes kooper een maand van 8 lb:. . . . „ 5½ Mochase boonen een maand van 8 lb: „ „ - 3: — Drooge Tammer de baak van 1600 lb:. . „ 160:— Natte d„o bassourassa 150: . . . . . „ 4:— _„o Maesquetse 1600. . . . „ 40„ Roose waater de kassen van 50: vlessen „ 23. — Ruinax wortes de Licos. - . „ 35:— Gom arbeck - - - d„o - - „ 10 — d„o Sibanum - - - d„o - - „ 8 Mirre. . . d„o. . . . . . . „ 40 — Gocotrase aloe - - - d„o . . . . . „. 50 — zijnde door den Makelaar Iaram Ram tot masquette een schip verzogt met de volgende goederen in quant en qualitijt 100 Cannassers Candij zuijker 2000. Poeder 300 Picols spiaulter 300 Picoes Thin 300 Picols Soort 400 Picoes ijzer „ 50 Picols curcuma 200 kisten benzuimn 40 Sicoes Campher 30 kisten Nagulen 20. kisten Noten 1 Soekal foelij 100 Picols wilde Canneel 400 Picoes staal waar van de Pisol op Masquette verzogt werd voor 49 rbs: - 100 Picols Cardamon die aldaer verdebiteert word voor 180 r:as: de Piol 5 Picols Couchenille 50900 lb: Sappanhout Dit alles zijnde het geen den Submissen teekenaar uw hoog Edelens vanden gedree„ ven handel te masqueste voorm: en van de Articulen van Negotie aldaer vallende en voor wat prijzen dezelve aldaar te be„ „komen zijn kan berigten zal hij ten besluijte deezes hier nog eenelijk noteeren het over„ „lijden van zijn meede Carga Gotsche op den 29. Jann: p„l mitsg: dat het schip Pas„ „geld het geen gelijk hier vooren verte gesegt Van Masquette den 2 Mbeij 173 Van Masquette den 6 Mtaij 1757 gesegt is in Sundas Engte van hem was afgeraakt den 16 septber: ter Rheede Masquette almeede be„ „houden is gearriveert en na dat aan dres Capitain den Eerste Carga Brahae benevens den ondercoopman en Derde Carga Mahu verslag was gedaan van onse verrigtingen inteffens vande wijnige apparentie die er was om hunne lading aldaer te verdebiteeren voorsz: Bodem op den 26 dervolgende maand october inge„ volge de ordre van uw hoog Edelens die„ „teerende dat ingevalle de Lading van bij de scheepen op Masquette niet kom werden d'ingeset Pasgeld de steeven na Diewilsint moest wen„ „den zijne rijze derwaarts heeft voort geset terwijl den ondergeteekende voor het overige verhoopt dat zijne verrigtingen waer in hij na beste ken„ „nisse en gemoede is te werk gegaan en het meeste voordeel van de maatschap„ „piij heeft zoeken te betragten met uw„ hoog Edelheedens goedkeuringe zullen verEerd werden in welke verwagting den onder„ „geteekende de vijhijt gebruijkt zig niet de uijtterste veneraetie te onderschrijven — /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbare Heeren en Wel Edele Heeren /:lager:/ Uw hoog Edelens onderdaanigen en trouwschuldigen diender /:was geteekent:/ C„s De Nijs /:in margine:/ Ba„ tavia den 6 Maij A„o 1757 Nagesien O E O Corns: Coster e ƒ 7 verbeet Hoop Cabo deGordeH Anno 1757 Door den onderkoopman Johanns Hollebeek gecollationeert. 24

NL-HaNA_1.04.02_2909_0224 view scan ↗

English

and on 19 May received per the Oranjezaal. Register of Papers. Missive written by the Governor and Council to their High Nobles dated 29 January 1757. Folio 3. and on the same day Register of Papers. Folio 42. received per the Rotterdam missive written by the aforementioned Governor and Council to as just mentioned on 6 June received per the ship Fouquerem Missive written by and as before dated 16 March. Folio 18. Register of Papers. Folio 20. on that same day received per the Slooten. missive written by and as just mentioned dated 18 March. Folio 21. on 9 June received per the Gustaaf Willem. Register of Papers. Folio 22. missive written by and to as before dated 3 March. Folio 23. Register of Papers. Folio 25. and later received per Oud Carspel. Missive written by and to as before dated 24 March. ditto on 6 July received per Stadwijk. Register of Papers. Folio 27. missive from and to as just mentioned dated 23 April. Folio 28. 3 on 1 August received per the Snoek Register of Papers. Folio 34. missive written by the Governor and Council to as just mentioned dated 15 May. Folio 36. on 3 August per Lekkerlust Register of Papers. Folio 43. missive written by the Governor and Council to as mentioned before dated 13 May 1757. Folio 44. on 13 August per Leimuiden Register of Papers. Folio 49. missive from and to as just mentioned dated 30 May. Folio 51. further missive from and to as before dated 31 May. Folio 53. 8 on 2 October per Baarsande Register of Papers. Folio 54. missive from and to as just mentioned dated 6 August. Folio 55. and on 21 October received per Delft. Register of Papers. Folio 61. missive from and to as just mentioned dated 20 August. Folio 62. and on 26 October received per the Vrouwe Elisabeth Register of Papers. Folio 65. missive from and to as before dated 13 August. Folio 66. on 27 October received per the Getrouwigheid. Register of Papers. missive written by and to as just mentioned dated 21 September. Folio 69. Register of Papers. Folio 17. dated 25 February. Folio 43. Folio 67. Pagina. Register of the Letters and Papers as written in this, and successively received from Cape of Good Hope Anno 1757. 1. From Cape of Good Hope, 29 January 1757. No 1. Original Missive consigned by the Honorable Governor Rijk Tulbagh together with the Council of this place to the aforementioned His Excellency and the Honorable Gentlemen of the Council. 2. A sealed missive addressed separately by the aforementioned Honorable Rijk Tulbagh and the Secunde Mr. Sergius Swellengrebel to the aforementioned His Excellency. 3. A ditto ditto consigned by the Commander and Council at Gale to their High Nobles the Gentlemen of the High Indian Government at Batavia, and brought here per the return ship Giesenburg. 4. Authentic copy of the Report of the commissioners appointed for the inspection and repairs of the Ceylon return ship De Liefde, which had entered Saldanha Bay, showing what leaks they discovered in that keel and how they were repaired. 5. Authentic copy of the Report concerning the unloading and reloading of that vessel, showing what goods from its cargo were found defective or spoiled, and in what manner they were handled. 6. Missive written by Mr. Magon, Director of the French East India Company at Mauritius, to the Honorable Governor Register of Letters and Papers which, under today's date, are dispatched from here per the ship Oranjezaal to His Excellency the High Noble, Right Honorable, Well-born Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and the East India Company Governor-General, and the Honorable Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies at Batavia, namely: ditto 6: written 3

Dutch transcription

en 19 meij p. r de Oran Register der Papieren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . zaal ontfangen. missive door den Gouverneur en Raad, aan haar hoog Edelens in dato 29 Januarij 1757. geschreeven. . . . . . . . . . . . . . . „ 3. og dienselvden dage Register der Papieren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 42. de bterdm han missive door evengem: heer Gouverneur en Raad aan als even geschreeven den 6 Junij p:r 't schip foecherem ontfangen Missive door en als voren in dato 16 maart. . . . . . . . . . . . . . „ 18. Register der Papieren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 20. oy dien selfden dage „slooten ontfangen. missive door en als even in dato 18 maart - - - - - - - - - - - - - - - „ 21. den 9 Iunij p.:r de Gustaaf Register der Papieren - - – - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 22 „sillem ontfangen. missive door en aan als voren in dato 3 maart - - - - - - . . . . . „ 23 Register der Papieren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 25. og nader p:r Oud Cars„ „wel ontfangen. Massive door en aan als voren in dato 24 maart - - - - - - - - - - - - - - . . -d:o „den 6 Julij p. r Stadwijk Register der Papieren - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 27. ontfangen. missive van en aan als even in dato 23 april. . . . . . . . . . . . . „ 28. 3 den 1 aug:s p:r de snoek Ragister der Papieren - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 34. ontfangen missive door den Heer Gouverneur en Raad aan als even gesz. ged:t is mei. 36. den 3 aug:s p. r Leckerlut Register der Papieren - — - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 43 missive door den Heer Gouvern. r en Raad aan als meerm:r in datio 13. maij 1757. . . 44. den 13 aug:s p:r Leijnuinden Register der Papiteren - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 49 missive van en aan als even in dato 30. maij. . . . . . . . . . . . . . „ 51. nader missive van en aan als voren in dato 31 maij. . . . . . . . . . . 53. „8 n2 8b: p. r Baarsande Regroter der Papieren - - - - - – - - – - - - - - . . . . 54 missive van en aan als even in dato 6 aug:s. . . . - - - - - - - - - - 55. en 218b: p:s delft ont: Register der Papieren - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - . 61 fangen. missive van en aan als even in dato 20 aug:s. . . . . . . . . . . . „ 62. „en 26 8b: p:r de Vrouwe Register der Papieren . . . - . - - - - - - - - - - . . . 65: EElisabeth ontfe„ missive van en aan alieren in dato 13 augs. . . . . . . . . . 66. den 27 & 8. p:r de Getrou Register der Papieren - - - — - wogleid ontfangen. missive door en aan als even in dato 21 rb:r. - - - - - - - - - - „ 69. Register der Papieren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 17. in dato 25 feb:r. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 43. -- - - - - - - - - „ 67. Pagt. Register der Brieven en Papieren als in deese geschreeven, en successive ont„ fangen sijn. van Cabo de Goede Hoop Ao: 1757. 1. Van Cabo De Goede Hoop den 29:' Jann: 1757. N:o 1. Origineele Missive door den Edelen Heere Gouverneur Rijk Tulbagh neevens den Raad deeser plaatse aan hoogstgem: sijn Excellentie ende d'Edele Heeren Raaden voorm:t geconsigneert „ 2. Een geslooten missive door welgem: Ed:le Heer Rijk Tuldagh en den secunde d Heer Sergius Swellengrebel aan hoogstgem: zijn Excellentie apart gerigt 3. Een _:o _:o door den Command:r en Raad tot Gale aan haar Hoog Ed:s de Heeren der Hooge Judica„ „se Regeering tot Batavia geconsigneert en per 't retourschip Giesenburg alhier aangebragt „ 4. Copia authenticq Rapport der tot visitatie en reparatien van 't in de saldanka Baeij binnen gevallene Ceijlons retourschip De Liefde gesteld geweest sijnde gecom„ „mitt:s waar uijt blijkt welke Leccagien zijl: aan die kiel ontdekt hebben en hoedanig deselve sijn vertim„ „mert geworden. — 5. Copia authenticq Rapport aangaande het ontlossen en weeder herlaaden van dien Bodem, met aantoning wat voor goederen van dies lading defect of bedurven bevonden, en op wat wijse daar meede is gehandelt _:o Missive door den Heer Magon Directeur der franse oostijndische Comp: tot Mauritius aan den Ed: Hheer Gouvern:r Register der Brieven en Papieren dewelke onder huijdigen datum per 't schip Dorangezaal van hier werden afgezonden aan sijn Excellentie den Hoog Edelen Groot Agtb: welgebo„ „zen Heere Jacob Mossel Generaal over d' Jnfanterij ten dienste van den staat der vereenigde Needer„ „landen mitsg:s weegens dezelve ende oostindische Comp:s Gouverneur Ge„ „neraal ende Edele Heeren Raden van Nederlands India tot Batavia namentlijk d:o 6: gesz: 3

NL-HaNA_1.04.02_2909_0226 view scan ↗

English

From Cape of Good Hope, the 29th January 1757. Number 1. Original letter by the Honorable Governor Rijk Tulbagh together with the Council of this place, consigned to his aforementioned Excellency and the Honorable Councilors aforementioned. Number 2. A sealed letter by the aforementioned Honorable Rijk Tulbagh and the secunde Mr. Sergius Swellengrebel, addressed separately to his aforementioned Excellency. Number 3. A letter by the Commander and Council at Gale, consigned to their High Honors the Lords of the High Indian Government at Batavia and brought hither by the return ship Giesenburg. Number 4. Authentic copy report of the commissioners appointed to inspect and repair the Ceylon return ship De Liefde, which put into Saldanha Bay, showing what leaks they discovered on that keel and how the same were repaired. Number 5. Authentic copy report concerning the unloading and reloading of that vessel, indicating what goods of its cargo were found defective or spoiled, and in what manner they were dealt with. Number 6. Ditto letter written by Mr. Magon, Director of the French East India Company at Mauritius, to the Honorable Governor, and brought hither by the French frigate ship Le St Charles. Number 7. Authentic copy letter sent by his aforementioned Honor in reply to the aforementioned Director General. Number 8. Two copy ditto sentences dated 30 September and 30 December of the past year, pronounced by the Council of Justice here, whereby the persons Paulus Selderij and Joseph de Kok were condemned, the former for the term of eighteen months and the latter for two years, to labor for food and clothing at the Company's ropewalk on the island of Edam; two similar sentences having been handed under flying seal to skipper Albertus Versaat, to deliver the same upon his arrival at Batavia alongside the Company's papers. Number 9. Name roll of the aforementioned condemned persons, to which are attached their formal pay accounts. Number 10. A sealed packet for Batavia containing the secret signal flags that will be flown in the coming year 1758 from the Lion's Head and Rump, as well as in Simon's Bay, for the reassurance of the return ships. Number 11. A ditto ditto with the same signals for the Island of Ceylon. Number 12. Bill of lading and invoice of such grain, wines, and other products of this country as were shipped hither in the bearer hereof. Number 13. Authentic copy report of commissioner members from the Council of Justice who tasted the aforementioned wines and found them well conditioned. Number 14. Receipt of 20 pieces of water leaguers that were taken out of this presently departing vessel. Number 15. A packet under flying seal containing the pay accounts for the ship D'Orangezaal. Number 16. Expense account of what the same enjoyed at this place. In the Castle of Good Hope, the 29th January Anno 1757. Was signed: P. C. Ronnenkamp, First Sworn Clerk. Register of the letters and papers which, under today's date, per the ship D'Orangezaal, are dispatched from here to his Excellency the Most Noble, Highly Esteemed, Highborn Lord Jacob Mossel, General over the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and the East India Company Governor General, and the Noble Lords Councilors of Netherlands India at Batavia, namely: From Cape of Good Hope, the 29th January 1757. From Cape of Good Hope, the 29th January Anno 1757. Most Noble, Highly Esteemed, Highborn Lord, and Noble Lords. Per the ship D'Orangezaal, Batavia. To his Excellency the Most Noble, Highly Esteemed, Highborn Lord Jacob Mossel, General over the Infantry in the service of their High Mightinesses the Lords States General of the United Netherlands; as well as on behalf of the same and the East India Company Governor General, and the Noble Lords Councilors of Netherlands India, Batavia. In the hope that our latest humble letter of the 13th September of the past year, which we had the honor to address to your Noble and Highly Esteemed Honors with the ships Amstelveen and Spaanderswout departing from here on that day or the 14th ditto, may have been delivered long before the appearance of this, we shall, adhering thereto, now dutifully bring to your notice the continuation of what was advised in our preceding letters of the 8th of the aforesaid month regarding the Ceylon return ship De Liefde fallen into Saldanha Bay, namely that after the bearer hereof, the ship D'Orangezaal, had been discharged of the goods it held for this Government, and had been made ready with such materials as could be guessed would be required for the repair of the defects of the aforementioned vessel De Liefde, in company with the permanent hooker Termijen and the country boat Admiraal de Ruijter, the Equipage Master of this Government, Hendrik Zaal, was ordered, together with the master of the ship carpenters of the East India Company's yard here, Albert van Hemert, and the person Hendrik Baak, who having previously served the East India Company in India in the capacity of master ship carpenter had therefore also been assigned by the undersigned Governor to assist the said Equipage Master; to proceed with the said ship D'Orangezaal to the mentioned bay, in order, upon their arrival there, together with the skipper of that keel, Albertus Versaat, to further inspect the cited ship De Liefde after its unloading.

Dutch transcription

Van Cabo De Goede Hoop den 29:e Jann: 1757. N:o 1. Origineele Missive door den Edelen Heere Gouverneur Rijk Tulbagh neevens den Raad deeser plaatse aan hoogstgem: sijn Excellentie ende d'Edele Heeren Raaden voorm:t geconsigneert „ 2. Een geslooten missive door welgem: Ed:le Heer Rijk Tuldagh en den secunde d' Heer Sergius Swellengrebel aan hoogstgem: zijn Excellentie apart gerigt _:o _:o door den Command:r en Raad tot Gale aan haar Hoog Ed:s de Heeren der Hooge Jndiaa„ „se Regeering tot Batavia geconsigneert en per 't retourschip Giesenburg alhier aangebragt „ 4. Copia authenticq Rapport der tot visitatie en reparatien van 't in de saldanka Baeij binnen gevallene Ceijlons retourschip De Liefde gesteld geweest sijnde gecom„ „mitt:s waar uijt blijkt welke Leccagien zijl: aan die kiel ontdekt hebben, en hoedanig deselve sijn vertim: „mert geworden. — „ 5. Copia authenticq Rapport aangaande het ontlossen en weeder herlaaden van dien Bodem, met aantoning wat voor goederen van dies lading defect of bedurven bevonden, en op wat wijse daar meede is gehandelt _:o Missive door den Heer Magon Directeur der franse oostindische Comp: tot mauritius aan den Ed: Hheer Gouvern:r 3. Een Register der Brieven en Papieren dewelke onder huijdigen datum per 't schip Dorangezaal van hier werden afgezonden aan sijn Excellentie den Hoog Edelen Groot Agtb: welgebo„ „zen Heere Jacob Mossel Generaal over d' Jnfanterij ten dienste van den staat der vereenigde Needer„ „landen mitsg:s weegens dezelve ende oostindische Comp:s Gouverneur Ge„ „neraal ende Edele Heeren Raden van Nederlands India tot Batavia namentlijk „ 6. _d:o gesz: 3. Van Cabo de Goede Hoop den 29:e Jann: 1757. Van Cabo de Goede Hoop den 29:' Jannuarij A:o 1757. — „geschreeven, en per het frans Pregat schip te S:t Charles alhier aangebragt. N:o 7. Copia Authenticq Missive door welgem: sijn Edele in antwoord aan op„ „gem: Heere Directeur Generaal gecarteerd. — „ 8. twee Copia _d:o vonnissen de datis 30 septemb: en 30 xber: des voorl: Jaars bij den Raad van Justitie alhier geveld waar bij de persoonen van Paulus Selderij en Joseph de Kok sijn gecondemneert geworden, om den eersten voor den tijd van agtien maanden en laast„ gem: voor twee Jaaren en 'sComp:s lijnbaan ten eijlande Edam voor kost en kleeding 't arbeiden sijnde twee diergelijke vonnissen den schipper Al„ bertus versaat onder Cachet volant ter hand gesteld, om dezelve bij zijn arrivement op Batavia neevens 'sComp:s papieren over te geeven. — „ 9. Naam Rolletje der evengem: gecondemneerdens, waar bij gevoegd sijn derselver formeele soldij reekeningen. „ 10. Een geslooten Pacquet voor Batavia Contineerende de secreete seijn vlaggen, die in den aanstaande Iaare 1758. van den Leeuwen Copen Bil, mitsg:s in de Simons Baaij sullen waaijen tot gerustheid der retour „scheepen. — 11. Een d:o _d:o met die selfde seijnen voor het Eijland Ceijlon 12. Cognoiscement Factuura van sodanige Jarwe, wijnen en andere producten deeses Lands als alhier in brenger deeses sijn afgescheept. — „ 13: Copia Authenticq Rapport van gecommitt:s leeden uijt den raad van Justitie dewelke de voorm:e wijnen geproeft en wel geconditieoneert bevonden hebben. „ 14. Reeijnisse van 20. p:s waterleggers die uijt deesen thans vertreckende Bodem sijn geligt geworden. „ 15. Een Pacquet onder cachet volant besz: zoldij reek: voor het schip d'orangezaal. 16. onkostreek: van't geene derselven ter deeser plaatse heeft genooten. — Jn't Casteel de Goede Hoop den 29:e Janu: A:o 1757: /was get:/ P: C: Ronnenkamp E: G: Clercq In hoope dat ons Jongst onderdanig schrijvens van den 13:e septemb: des voorl: Jaars, dat wij d' eere hebben gehad, met de daarfgelven en sijaan dertwoud daar aan ofte den 14' dito van hier vertrockene scheepen Amstelveen en spaanderswout aan uwe wel Ed:e Groot Agtb: te rigten, deselve be„ reijts lange voor paresse deeser sullen mogen sijn besteld geworden, sul„ „len wij ons daar aan gedragende als nu het vervolg van het g'ad„ „viseerde bij onse voorgaande letteren, van den 8:e der voorseide maand Weijlens hertrelamie de Liefden de aleens onbaaij s en eallen e aebanst aij ene he verders pligtschuldig ter kennisse brengen, dat, na dat brenger deeses het schip d'orangeraal, van dies voor dit Gouvernem:t in gehad hebbende goederen ontlost, en in gereedheid gebragt geworden was, om met soda„ „nige materialen als men gissen konde dat tot de reparatie der gebreeken van voorm: bodem de Liefde, soude kunnen worden gerequireerd, in geselschap van den hier permanente hoeker Termijen en Landsboot, d' adiniraal de Ruij„ „giem: deeses Gouvernements Hend:k Zaal is gelast geworden en i nadere veditatie van jem den Baas der scheeps timmerlieden van sEComp:s werf alhier albert van hem„ „pen, en den persoon van Hend:k Baak, die als d EComp:e bevoorens in Jndia in qualiteid van Baasscheepstimmerman gediend hebbende oversulx door den onder get: Gouvern:r gem: Equipagiem:r meede ter adsistentie is toegevoegd geweest; met het selve schip d' orangezaal naar gementieoneerde Raaij te begeeven ten einde bij hun arrivement aldaar te samen met den schipper dier kiel Albertus versaat, het geciteerde schip de Liefde na dies ontlossing op Hoog Edelen, Groot agtb:, welgebooren Heere, en Edele Heeren. P:r het schip d'orangetaal Batavia Aan zijn Excellentie den Hoog Edelen Groot Agtb: welgeboren Heere Jacob Mossel Generaal over d' Jnfanterije, ten dienste van Haar Hoog Mogende de Heeren staaten Gener:l der vereenigde Neederlanden; mitsg:s weegens„ dezelve ende d' oostindische Comp:e Gouvern:r Generaal ende Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia Batavia „ ƒ het

NL-HaNA_1.04.02_2909_0228 view scan ↗

English

From Cabo de Goede Hoop the 29th of January Anno 1757. From Cabo de Goede Hoop the 29th of January 1757. to inspect most accurately, as well as, if feasible, to have properly repaired again the defects which they might find there; following which, the Equipagiemeester departed with the aforementioned persons commissioned alongside him to the said Saldanhabaaij, and having inspected the aforesaid ship de Liefde most accurately in accordance with what was ordered of them, they subsequently, upon their return to this place, delivered to us regarding this, as well as concerning the repair done to that keel, the report annexed hereunto, from which Your Right Honourables may, if it please you, observe: That after the same ship de Liefde was careened and a part of the outer or sheathing planking was removed, they found the inner or fixed hull throughout to be so devoid of seams that it was greatly to be wondered at that the mentioned vessel was able to keep itself at sea for so long and, despite all the pumping, did not sink to the bottom; wherefore the aforesaid sheathing, being broken off further to within 5 to 6 feet from the keel, since the fixed hull from there to the bottom still turned out to be good, the same inner hull was subsequently not only doubly caulked and provided with new pieces of wood in diverse places, but moreover also tarred on the outside, coated with hair, and clad again up to the top with a new sheathing planking, and the main defect of the ship has thus been completely remedied. That a plank in the back of the transom having been altogether rotten, this defect has also been properly repaired by inserting two knees there; likewise that the leak in the back of the peak, which the commissioners found on this closer inspection to have been caused because the stem seam at the fourth transome beneath the wing transom also turned out to be entirely rotten, was able to be made completely tight again by inserting a piece of wood of 8 inches into the fixed hull. That the loosened stem having been properly secured with two knees, as well as an anchor stock and pile, the commissioners, further finding that the bowsprit had shot through the stove, therefore had the same secured with a heavy piece of wood, as well as two shores to prevent it from shooting in again. And lastly, that after the entire hold was caulked from the inside and provided with new pieces in various places, the limbers were also taken up, cleaned, and further cared for, and the lower, upper, and half-decks, alongside the companionway, were likewise caulked and made tight, so that after the execution of the aforesaid repairs, the mentioned ship De liefde having been reloaded again, one could not perceive the least leakage on it anymore, wherefore it was attested by the aforesaid commissioners that, both for this reason and because no defects were to be found in its riders, beams, or knees, they could say with peace of mind that this ship de Liefde was now in a state to be able to proceed on the voyage to the fatherland without any the least concern regarding the defects with which it was afflicted; of all which, information was given to us in advance by missive by the aforesaid Equipagiemeester during his stay in the Saldanhabaaij, and [illegible] to let the mentioned vessels come up hither, the same, namely the first-mentioned on the 24th of December last, and de Liefde, because it was not yet fully rigged at that time and subsequently had to lie waiting for a few days for a good wind, returned to this Cape roadstead on the 7th of this current month of January; and since the aforesaid commissioned sea and shipwrights in their previously cited report further [illegible] the ship de Liefde should also be provided with a muzzle band, for the manufacture of which there had been no opportunity in the Saldanhabaaij, we therefore did not fail to have this performed immediately upon the ship's arrival at this roadstead; while the same, having moreover been revictualed and provided with all further necessities, has thus been put fully in a state to be dispatched from here to its destined port in due course. Concerning now the cargo of the same ship de Liefde, [illegible] in the presence of [illegible] and the ordinary commissioners Jan Adolph Kuul and Jan Frederik Picelius, and the goods having all been accurately inspected by them, only the undermentioned was found to be damaged or defective, namely: Circa 6000 lb Malabar pepper, altogether spoiled and decayed into mud. 8341 lb

Dutch transcription

Van Cabo de Goede Hoop den 29:' an: A:o 1757. ƒ Van Cabo de Goede Hoop den 29:e Jann:j 1757. het nauwkeurigste te visiteeren, mitsg:s de gebreeken, die sij sijl: daar aan soude komen te bevinden, des doenelijk sijnde, wederom na behoo„ „ren te doen repareeren: welken volgende hij Equipagiemeester met de evengem: neevens hem gecommitt:s Persoonen naar de gedagte saldanhabaaij vertrocken, en het voorseide schip de Liefde conform het aan hun geor„ „donneerde, op het nauwkeurigste besigtigd hebbende, hebben, dezelve vervolgens bij hun te rugkomst ter deeser plaatse, dies aangaande mitsg:s nopens de gedane vertimmeringe dier kiel, aan ons het deesen in inenigen inge d:e ona bijgevoegd rapport overgelevert, waar uijt uweWel Ed: groot agtb: bij geliefte sullen kunnen beoogen. Dat na dat het selve schip de Liefde gekield, en een gedeelte der buijtens te ofte spijkerhuijt was afgehaald geworden, sij de binnenste ofte vaste huijt doorgaans dermaten nadeloos hebben bevonden, dat het grootelijks te ver„ wonderen is geweest, dat gem:e bodem het dus lang op zee heeft kunnen houden, en niet teegens al het pompen aan, is komen te gronde te gaan weshalven de voorsz: verdubbeling tot op 5 a 6 voeten van de Kiel, dewijl de vaste huijt van daar tot beneeden toe, nog goed quam te sijn, verder afgebrooken weesende, dezelve binnen huijt vervolgens, niet alleen dubbeld gecaffaat en op diverse plaatsen met nieuwe stucken houts voorsien, maar daar en booven ook nog van buijten geteerd, met haijr belegd, en wederom tot boven toe met een nieuwe spijkerhuijt bekleed en „ hoofdsakelyk gebrek van 't schip dus volkomentlijk is verholpen geworden. — Dat agter in de spiegel een plank ten eenemaal verrot geweest zijnde, dit defect meede behoorlijk is gerepareert, met aldaar twee krommers in te brengen; gelijk ook dat het Lek agter in de Piek 't welk sij gecommitt:s bij deese nadere visitatie hebben bevonden veroorsaakt te sijn door dien de steeven naat bij de vierde wurp onder de hekbalk meede in't geheel verrot quam te sijn, met een stuk houts van 8 d:m in de vaste huijt te voegen, wederom volkomen heeft kunnen werden digt gemaakt. — Dat de losgewerkte voorsteeven met twee kinien, mitsg:s een anker stok en heijpaal, behoorlijk vast geset zijnde sij gecommitt:s wijders bij bevin„ „ding dat de boegschiet door d'oven was geschooten, dezelve hierom met een swaar stuk hout, mitsg:s twee steekschooren voor 't weeder inschietten hebben laaten besorgen. — En laastelijk dat na dat het gantsche ruijm van binnen gecalfaaten op verscheide plaatsen met nieuwen stucken „ voorsien geworden de vullings meede opgenomen, schoon gemaakt, en verders besorgd, mitsg:s het onder= „boven = en half-der, neevens de Camponije insgelijks gecalefaat en digt gemaakt sijn, invoegen na verrigting der voorsz: reparatien, het gem:e schip De liefde wederom herladen geworden sijnde, men daar op geen de minste Leccagie meer aan het selve heeft kunnen bespeuren, weshalven door voorsz: gecommitt:s is betuygd geworden dat sij so hierom als ook, door dien sig aan dies Banden, Balken of te kinen geen mancque„ mente hadde komen te bevinden, met gerustheid seggen konden, dat dit schip de Liefde thans in staat quam te sijn, om sonder eenige de mins„ „te bekommering weegens de gebreeken waar meede het selve is behebt geweest, de Reijze naar 't vaderland te kunnen vervorderen van welk een en ander door voorsz: Equipagiem:r nog bij desselfs vertoef in de saldanhabaaij aan ons voor af bij missive kennisse gegeeven, geheenen doar opraaleen de worden zijnde, om de gementioneerde bildeen aiteerden waarts te laten opkomen, sijn dezelve hier op te weeten, het eerstgem:e den 24:e xber: Jongstl: mitsg:s de liefde, vermits het selve als doen nog niet ten vollen toegetuijd weesende, naderhand nog eenige daagen op een goede wind heeft moeten leggen wagten, den 7:e deeser loopende maand Januarij ter deeser Caabse reede gereverteerd; en nadie de voorsz: gecommitteerde Zee en scheeps timmerlieden bij derzelver voorwaarts geciteerd rapport verders verseekeringe nog diende te werden belend met den schip de sijede ens mede eten muijlbande voorsegen tot welkers vervaardiging in de saldanhabaaij geen gelegentheid was geworden. geweest hebben wij dierhalven niet gemanqueert sulx ten eersten bij verscheining van 't schip ter deeser rheede te laten verrigten; terwijl het selve boovens die opnieuw gevictualieert en van al het verder benodigde voorsien geworden sijnde, dus ten vollen in staad gebragt is, om te sijner tijd van hier naar desselfs gedestineerde haven te kunnen wer„ „den gedimitteerd. — Betreffende nu de Lading van het selve schip de Liefde dies aangaan, berigt aangaande de ge„ pligt te bruigten dat sechelve ten overstaan ot agtb: mede ween evanein e e saal en schipper versaat mitsg:s d'ordinaire gecommitt:s Jan Adolph kuul en Jan frederik Picelius ontlost, en de goederen door haarl: alle naun„ keurig nagesien weesende, daar op maar alleen het onderstaande bedurven ofte defect is bevonden geworden namentlijk Circa 6000 lb mallabaarse Peeper, ten eenemaal bedurven en tot slijk vergaan. gemaakt 8341: lb

← previousnext →