VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 2910

Surat · 325 pages · 105 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_2910_0129 view scan ↗

English

From Bantam, the 31st of July 1757. During the voyage up to Cabo de Goede Hoop had much adverse winds and calms, and on the 24th of April 1757 safely arrived at Cabo de Goede Hoop, having in that intervening time had 6 dead and sent 23 sick to the hospital; having departed again from Cabo de Goede Hoop on the 15th of May with 214 heads and the company of the Honourable Company's ship Ruijskensteijn, there having still remained lying at Cabo de Goede Hoop the Honourable Company's ships Buijtensorg, Thuijs Ten Donk, Scholtenburg, Bronstee, and the Snoek, nothing noteworthy having occurred in that intervening time; and on the 20th of July arrived under the land of Java, having had many calms under the shore and a current running to the east, so that on the 29th of this month, under God's blessing, I safely arrived in the Sunda Strait, having between Cabo de Goede Hoop and here had 2 dead and currently 4 sick, and still manned with 212 heads. Herewith, after wishing the Lord's blessing upon his Excellency's precious person, I remain with due respect, below stood, High Noble, Valiant, Highly Esteemed, Firm, Most Wise, Provident, Generous, Commanding Lord and Lords, lower, Your High Honour's most humble servant, was signed, C:s Stuijver, Quintus Biman, in the margin, On the Honourable Company's ship Zeekerlust, the 31st of July 1757, sailing between the 4th point and the point of Anjer. Batavia. To the same as mentioned before. This evening around 6 o'clock, brought here by native vessel from Tjerita, a note for the undersigned Commander from the Honourable Skipper Hendrik Winkelman and Junior Merchant Isaac Reijnst, dated today, sailing in the bay of Seringe. From Bantam, the 9th of August 1757. I have, pursuant to its contents, the honour to make known to Your High Honours the safe arrival in Sunda's Strait of the Honourable Company's ship Leymuijden for the Chamber of Amsterdam. Regarding the condition of this vessel, of its voyage, and the bringing of news, I very respectfully refer to the enclosed filled-in copy that I, with the utmost obedience, have the honour to present to Your High Honours, containing, concerning the latter, most principally the safe arrival at Cabo de Goede Hoop of the Honourable Company's ship Scholtenburg from Bengal, and in False Bay of the ships Thuijs Ten Donk, Buijtensorg, Visvliet, and the Naarstigheijd, as well as that in the Sunda Strait two more ships were present, with oral report that the same fly the Honourable Company's flag, as well as an oral request from the above-mentioned vessel for provisions, which I shall arrange to have delivered at the earliest opportunity. So I remain with deep respect, below stood, High Noble, Highly Esteemed, Highborn Lord and Noble Lords, lower, Your High Honours' very humble and dutiful obedient servant, was signed, Will: Hen: van Ossenberch, in the margin, Bantam in Speelwijk, the 9th of August 1757. Batavia. To the same as mentioned before. Towards evening around 6 o'clock, brought here by native vessel, a note from the sergeant stationed at the post at Tjerita, dated yesterday the 11th of this month. I have, pursuant to its contents, the honour to make known to Your High Honours that in Sunda's Strait two English ships, flying their flag, having come from the west, are present, to which vessels one of the on-duty Europeans of the mentioned post immediately proceeded, requesting in all friendliness, while offering the usual printed copy to the officers of those ships, where they came from and where their voyages were bound, but could receive no satisfactory answer, as they not only refused to sign the mentioned copy, but even would not give the names of their vessels, saying that we had no need of that, as they themselves were coming to Batavia; and considering this European is not a person of any distinction and had to be content with that, he nevertheless, for the highly esteemed consideration of Your High Honours, observed as much as was possible for him that both these above-mentioned ships are three-deckers, well-manned with crew, and by outward appearance equipped with 28 pieces of cannon. From Bantam, the 12th of August 1757. Wherewith I have the honour to be with the deepest veneration, below stood, High Noble, Highly Esteemed, Highborn Lord and Noble Lords, lower, Your High Honours' very humble and dutiful obedient servant, was signed, Will: Hen: van Ossenberch, in the margin, Bantam in Speelwijk, the 12th of August 1757. Batavia. To the same as mentioned before. This morning, brought here by native vessel, a note dated yesterday the 14th of August from Captain-Lieutenant at sea Jan in de Betou. I have, pursuant to its contents, the honour to make known to Your High Honours the safe arrival in the Sunda Strait of the long-expected Honourable Company's ship De Drie Sleutels, which sailed on the 16th of March last from Hooghly with

Dutch transcription

Van Bantam den 31. Julij Van Bantam den 31. July 1757. de reijs tot Cabo de goede Hoop toe veel teegenvoordig winden en stiltens gehad en ben den 24: april 1757. aan Cabo de Goede Hoop gelukkig gearri= veert, hebbende in die tusschen tyd 6 doden gehad en 23 zieken naar 't hos„ pitaal gezonden: zynde den 15 maij weeder van Cabo de goede hoop ver„ trokken met 214: koppen en Comp: van 't E: Comp:s schip Ruijskensteijn zijnde aen Cabo de goede hoop nog blyven leggen S Ed: Comp: scheepen, Buijtensorg, thuijs Ten donk, scholtenburg, Bronstee en de snoek zynde in die tusschen tyd niets werk waerdig voorgevallen en be„ aan als vooren gem: den 20: July onder het Land van Java Deesen avond om 6. uuren per jnlands gekomen, hebbende onder de wal vaartuijg van tjerita aangebragt een veel steltens gehad en stroom die briefje voor den ondergeteekende Con„ om de Oost Lap zo dat ik den mandeur van den E. schipper Hen„ 29 deezer onder gods teegens be= drik winkelman en ondercoopman houden en de straat sunda be„ Isaac Reijnst ged:t op heeden, zeij„ g'arriveerd, hebbende tusschen Cabo lende in de bogt van seringe, so de goede hoop en hier 2: dooden gehad en thans 4: zieken en als nog be„ mand met 212: hoppen hier meede blyve na zyn Excellentie dierbare Persoon des Heeren zeegen te hebben toegewenscht met schuldig ontzag /:onderstond/ Hoog delen gestr: gr: agtb: Erntfeste, wel wijze, voorzienige gene„ keuse gebiedende Heer en Heeren /lager/ Uw Hoog Edele onderdanigste dienaar /:was geteek/ C:s stuijver, quintut Biman /:r /en margine/ Jn 't E. Comp: schip Zeekerlust den 31. ' Julij 1757. Zeij„ lende tusschen de 4 hoek en de hoek van anjer Batavia gehad hebben 55 Van Bantam den 9: aug:s 1757. Van Bantam den 9: aug:s 1737 so hebbe ingevolge desselfs inhoud d' Eer uw hoog Ed„s bekent te maken het behouden arrivem:t in sundaes nauw van het E. Comp: schip Leymuijden voor de kamer Amsterdam Omtrend de gesteldheijd van deese bodem van syne reijse en het aan brengen van Nouvelles mij seer Eer„ biedig gedaagende aan het hier nee= vens gevoegde ingevulde Exemplaer dat ik met uijterste gehoorsaamheyd aan als vooren gem: „de Eer hebbe aen uw hoog Ed„s te pree„ Teegens den avond Circa 6. uuren alhier senteeren behelsende nopens het laesten per jnlands vaartuijg aangebragt een wel principaal de gelukkigen aan briefje van den sergeant Post houdende komst aen Cabo de goede hoop van op tjerita datum gisteren den 11: deeser het E. Comp: schip Scholtenburg van so hebbe ik ingevolge desselfs inhoud Bengalen en in de baij fals van de schee„ d' Eer uw hoog Edelens bekent te ma„ „pen thuijs ten donk, Buijtenborg ken in Sandaas Nauw haer twee visvliet en de Naarstigheijd, als Engelse scheepen, voerende derselver meede dat sig in de straat sumda vlag, gekomen uyt de west, bevinden waaren bevindende nog twee schee na welkers bodem sig aanstonds een pen met mondeling berigt deselve der wagt hebbende Europeesen van 's E: Comp: vlagge voeren, mitsg=s boven gem: bodem versoek doende om verversing die ik ten Eersten sal laten besorgen so blijven met diep ontsag /:onderstond/ Hoog Edele, groot Agtb: wijdgeb: Heere en wel Edele Heeren /lager/ uw hoog Ed„s seer onderdanige en trouw schul„ dige gehoorsamen dienaar /:was geteek:/ Will: Hen: van Ossenberch /in margine/ Bantam jn speelwijk den 9: aug:s 1757. Batavia boven gem 57 59 Van Bantam den 12: aug„s 1757. Van Bantam den 12:' aug:s 1737 met 28: stucken Canon gem: posteering hem begeeven heeft, ver„ Waarmeede ik de Eer hebbe met soekende in alle minnelijkheyd onder de diepste vereratie te sijn /:onder„ het aanbieden van het gewone gedrukte stond/ Hoog Edele groot agtb wyd Exemplaar aan die overheeden van die geb: Heere en wel Edele Heeren scheepen waar sij van daan quamen /lager/ uw hoog Edelens seer onder en waar na toe haere reijsen gedes danige en trouw schuldige gehoorsame tineerd was, dog heeft geen vergenoegde dienaar /:was geteekend:/ Will: andwoord moogen bekomen, vermits Hen: van Ossenberch /in margine/ sij niet alleen geweijgert hebben het gem: Bantam Jn speelwijk den 12: aug 1757. Exemplaar te onderteekenen, maar Batavia selvers ook niet hebben willen de naem van haere bodems opgeven seggende dat wij daar meede niet van noden hadden, sij selvers na Batavia quamen, en gemerkt deese Europees geen persoon van eenige deventien is sig daar meede heeft moeten te vree„ de houden, heeft hij egter tot hoog g'eerde speculatie van uw hoog Ed„s so veel hem mogelyk wer, g'observeert dat deese boven gem: beijde scheepen daie deckers sijn, wel bemand van volk en op vertoning van buijten voorsien aan als vooren gem: Deesen morgen per Jnlands vaer„ tuijg alhier aengebragt een briefje datum gisteren den 14: aug:s van den Cap:n Luyt: ter zee Jan in de Betou so hebbe ik ingevolge dies jnhoud de Eer uw hoog Edelens bekend te - maken het behoude arrivem:t in de straat zinda van het lang verwagte E. Comp: schip de drie sleuvelen het geene den 16: maert J:o Leeden is gezeijlt van Honglie met en

NL-HaNA_1.04.02_2910_0132 view scan ↗

English

From Bantam, 20 August 1757. Captain Jasper, coming from Copenhagen and destined for Canton in China, arrived at Malacca on 1 June in distress due to a lack of water and crew, because in Bengal he had to lose virtually all of his European sailors and received in their stead a crew of 60 Moors, a people who have never been to sea and are mostly ill with blindness; subsequently he departed Malacca again on 14 June, and his provisions having expired due to the long voyage, he is therefore sparsely provided with foodstuffs, wherefore making a request for the ordinary refreshments, which I shall arrange to be provided as soon as possible. And with the abovementioned native vessel there also arrived a completed printed copy, which I hereby have the honor to present with deep respect to Your Right Noblenesses, and from which Your Right Noblenesses, if you please, will observe that the Danish Company ship the Princess Louisa, being commanded by the aforementioned captain, is also in the Sunda Strait. After I had dispatched my humble letter of 15 January respectfully addressed to Your Right Noblenesses, I received daily very much favorable news of the new laying out of pepper gardens, wherefore I, together with the King's servant the Radang Tjacra Nagara, found it proper to have a close investigation made in this regard, and to that end commissioned the present Pangeran Poerwa Laga of the settlement Carta Nagara from the river Sonke, who in the month of February had brought some bahars of pepper here, and according to many testimonies is a man who is very well acquainted in all the rivers, settlements, and the locations of the pepper fields themselves, together with a trusted Javanese named Mariam and assisted by some common natives, to inspect both in the rivers Way Raram, Sonke, and Abung all the old and new planters, how many trees each had already planted in the ground or land prepared for that purpose; who, after the course of about four months, returned again with his company on 11 May and brought the pleasant report just as this enclosed specific list marked No. 1 on the back will respectfully show Your Right Noblenesses, which was also confirmed by the present Abung Radja Gaab and other highland Pangawees, who all assured me that they were still continuing very vigorously with that daily. The second list marked No. 2 dictates the report of the Pangeran Nata Carssa, head of Titjininang, who, together with the Javanese Mariam, had also been appointed for the abovementioned in this vicinity, only lacking those of Panawan and the second Backong, of which the first mentioned, the Tomogong Sitja Wasantja, and the other, the Pangeran Rapatalla, are the heads, which persons, notwithstanding that upon my arrival they made a great boast that they were continuing that good work on the river Pidada, now do not seem to advance therein, but wander about somewhat and look for pretexts, whom I have nevertheless mostly brought to reason. From Bantam, 30 July 1757. Those further up the Waypo, like the other settlements Goenong Trang, Baton, Bezaar, and Batin up to Packoang, are not yet at work, saying they have no good land for the cultivation of pepper, but manage by going to gather that wild crop up in the Waybosee and other rivers, of which Pangeran Depa of the settlement Bezaar and Poeting Marga of Batin are indeed the foremost. The aforementioned Pangeran Depa, having departed from here homeward on 25 March, had also undertaken to make a careful investigation regarding the pepper crop in the rivers Goenong Warras, Balemboang, Waybosee, and Piesang, but not yet having returned, the emissary Calon in the meantime has sent his brother Paijong with a report as I have the honor respectfully to show Your Right Noblenesses in the third list, reporting further that at Goenong Warras all the planters and all the old trees were dead, and also many in the abovementioned branches, but he believed he was certain that, since it was known there that everyone down here had set to work, they would indeed also follow that example. It also appears to me that from now on rather more pepper is coming down than has been the case for some time, since the local pepper buyer Hearia Raksa Dipaana himself told me that in the period of three to four years that he has kept house here, he was only able to dispatch about two hundred forty to fifty bahars, and by the Lampongers themselves nothing or very little was brought to Bantam; now in the eight to nine months already upwards of a hundred bahars have arrived, and according to rumor another fine quantity of planters is expected shortly. Thus I remain with deep respect, High Noble, Grandly Honorable, Highly Born Lords and Right Noble Lords, Your High Noblenesses' very humble and dutiful obedient servant, signed, Willem Hendrik van Ossenberch. In margin: Bantam in Speelwijk, 20 August 1757. Batavia.

Dutch transcription

Van Bantam den 20. aug„s 17 Van Bantam den 20„' aug„s 1757 en den 1:' Junij als zuchelende op Ma„ Cap„ Jasper with komende van Coppenhagen lacca aangekomen door gebrek van en gedestineerd na Canton in China water en van manschappen door so verblyve met diep ontzag /:onder/ „dien in Bengalen heeft moeten missen stond/ Hoog Edele groot agtb: wijd geb: genoegsaam alle sijn Europeesen ma„ Heere en wel Edele Heeren. /lager/ Uid troosen en daar voor heeft gekreegen Hoog Ed„s seer onderdanige en trouw een ploeg van 60 mooren een volk dat schuldige gehoorsamen dienaer /:was nooijt op zee is geweest en meest geteekend/ Will: Hen: van ossenberch / in aen blindheijd ziek vervolgens den 14: mergine/ Bantam Jn speelwyk den 20 aug:s 1757. Juny weer Malacca verlaten en desselfs Batavia randsoenen door de lange reijse verlopen daer door schraal van eetwaren voorsien dierhalven versoek doende om de ordi= naire verversing die ik ten Eersten sal laten besorgen En met boven gem: Jnl: vaartuijg meede aangekomen een jngevul„ de gedrukte Exemplaar die ik bij deese met diepe Eerbied d' Eer hebbe aen uw Hoog Ed„s te preesenteeren en waar by uw hoog Ed„s des gelievende zullen beoogen sig ook in sundaas Nauw bevind het deense Comp: schip de princesse Louiza werdende gecommandeerd door den aen als vooren gem: Nan dat mijne geringe van den 15 Januarij aen uw Hoog Ed„s eerbiedig gerigt hadde afgedepecheert, bequam Dagelyx zeer veel voordelige tijding van den nieuwen aanleg van peeper thuijnen waerom ik beneevens 's koonings bedienden den Radang Tjacra Nagara goed vynden een nauw ondersoek disweegen ten laten doen en Committeerden ten E dien Eynde den aendeesende Pangerang Pocava Laga van de Negery Carta Nagaraa uijt Cap=n den 61 63 Van Bantam den 30. Julij 1737. Van Bantam den 30: Julij 1757. de rivier sonke die in de maand febi„ alhier eenige bharen peeper hadde ge„ bragt en volgens veele getuijgenissen een man zynde die in al de renieren Negereyen Jan de plaatsen van de peeper velden zelfs, zeer wel bekent is be„ neevens een vertrouwde Javaan Mariam genaemt en geassisteerd met eenige gemeene Jnlanders zo in de revieren waijraram, sonke, als abon van al de oude en nieuwe planters hoe veel boomen een ieder al ter aer„ der gebragt of land daer toe klaer gemaakt hadde, die na verloop van omtrend de vier maenden op den 11. mey weeder met zyn geselschap reverteerde en bragt het aangename berigt zo en hoedanig deese inleggende specificque lyst in dorso gemerkt N„o 1: uw Hoog Edelens eerbiedig zal aantoonen 't geene ook Confirmeerde met den aanwee sende abongsen radja gaab en andere bovenlandse Pangauwes, die mij alle verseekerden, datse nog dage= lijks zeer sterk daar meede Con„ tinueerde Tweede Lijstje gemerkt N:o 2. dicteerd het berigt van den pangerang Nata Carssa hoofd van Titjininang die met den Javaan Mariam meede tot het boven gem: hier omstreeks benoemd was geworden eeniglijk manqueeren die van pannawan en 't tweede Bac= kong, waar van de eerst gem: den Tomo„ gong Sitja Wasantja en de andere den pangerang Rapatalla hoofden van zyn welke gasten niet teegenstanden bij mijn aankomst groot op hetf maakten datse dat goede werk op de rivier pidada waaren voort zettende, thans niet schijnen daar in te vorderen, maar zo wat herom dwalen en his torialen zoeken, die dog al meest tot reeden gebragt hebbe die na boven de wijpo op als de andere negerij Van Bantam den 30: Julij 174 Van Bantam den 30: Julij 1757 negorijen goenong Trang, Baton, Bezaar„ Batin tot packoang toe zyn nog niet den „werk, zeggende geen goedland tot aanqueeking van peeper te hebben maar behelpen zig met die korl boven in de Wijbosee en andere rivieren op te gaen hoopen, waar van pan„ gerang depa van de Negerij Bezaar en poeting marga van Batin wel de voornaemste zyn — Even gem: Pangerang depa den 25: maert hier van dun thuijs waarts ver„ trokken zijnde, had op zig genomen ook een nauwkeurig ondersoek omtrend 't peeper gewas in der revieren goenong warras, Balemboang, Wijbosee, piesang zy te doen dog nog niet weeder gekeert zynde heeft in tusschen de zendeling Calon zijn broeder paijong afgesonden met berigt zo als de Eer hebbe uw Hoog Edelens in het derde Lijster eer biedig aan te toonen rapporteerende verder dat te goenong warras al de planters en al de oude boomen dood waaren, en ook veele in de boven gem: spruijten dog hij meende ver= seekert te zijn, dewijl 't daar als be„ kent was dat een ieder zig hier be„ needen aan 't werk begeegen hadde ook dat voorbeeld wel zouden volgen Ook schijnt 't mij toe dat er van heeden of al wat meer peeper af= komt als nu eenigen tyd gedaan heeft dewijl den alhier zijnde peeper op kooper hearia Raksa die paana mij selfs heeft gesegt dat hy in de tyd van drie en vier Jaaren dat hier huys gehouden heeft maar om trend de twee hondert veertig â vijfftig bahren heeft konnen afsenden en door de Lampongde is zelfs niet of zeer weijnig na Bantam is gebragt, nuiser en de agt en neegen maanden al ruijm hondert bharen aengekomen en volgens gerugt ver= wagt men in 't kort al weeder een planters fraij 65

NL-HaNA_1.04.02_2910_0135 view scan ↗

English

From Bantam the 30th of July 1757 From Bantam the 30th of July 1757. fine batch of that coal. as well as having the good fortune that I have cleared most of their disputes and quarrels out of the way, and currently the river finds itself in a desired tranquility, except for the peoples of Abong and Wijbosee, who mostly always live in a formal war and cause much trouble therewith; some chiefs have now gone there again in order to pacify them or bring them hither, and there are also still some daily difficulties that seem to cling to this Lampong people, but which, as they arise, are also helped out of the way again, as cited in the accompanying registers. The only very bad reports are that the pirates, whether Johorese or any other of that scum, now and then take away a vessel from this as well as from the river of Poetie, without one being able to prevent it, as the native does not dare to go out after them and is also currently not in a state to do so, and another capable vessel, which subject to correction from Your High Noble Honours ought to be a good sea pantjallang, is likewise not at hand; and according to the report of the Tomogong Wangsa Radja, who has been downstream, besides three Javanese vessels taken earlier, a perahu tingang and a gonting laden with pepper from the last-mentioned river are said to have fallen into the hands of those rovers again, though the same, requiring confirmation which I expect daily, I hope may not be true, but that they are still roaming around here is confirmed by everyone. Meanwhile, all the punggawas hereabouts have come to request me to make an intercession to Your High Noble Honours for one adipatti From Bantam the 30th of July 1757 From Bantam the 30th of July 1757 Adipatti Raton of Oedjong Goenong and Raden Daman of Petjininang, fairly well-to-do natives, with women and children, and entirely from the best sort, who together departed from here on the 19th of March with ten bharen of pepper with a pass for Bantam, and according to rumour, through contrary winds near Bliton, fell into the hands of pirates, but were brought up to the aforementioned place, whose chief, after inspecting the pass and letters, treated them well, yet did not help to further their journey, but sent the vessel to Palembang; and as I have up to this day received no further tidings, and those people have not yet appeared, the above-mentioned punggawas, together with the undersigned, very humbly request that Your High Noble Honours will please have the goodness, if possible, to protect those people and grant that they, with person and goods, may return to their fatherland; I shall always acknowledge the same with due duty. Finally, there also goes over for the speculation of Your High Noble Honours a drawing of the newly laid out and nearly completed fort with its moat etc., which, as much as has been in my power, I have brought all to its neat scale, except for the river, which here at the lowest water is still five and twenty rods wide. And whereas previously, during its construction, the ground from half of the north side or towards the east along past the south-east point was raised some seven to eight feet, we found that that revetment had completely given way, and the ground on the said terrain was in no condition to erect any stability thereon, which set us back fully two months in time, as we had to revet everything anew, which for security, from the spoils of the newly dug moats, I have reinforced with an earthen dike at the principal places, which will now not give way so easily. For lack of tiles, we have had to provide the new vaulted powder magazine provisionally with an atap roof. The garrison is still in a reasonable condition, and illnesses here are not found to be extraordinary up to now. In the hope that this will have given satisfaction to Your High Noble Honours, I pray the Almighty that He may favour Your High Noble Honours' illustrious persons, along with all their weighty interests, with His gracious blessing and health, taking the honour to subscribe myself with the deepest respect, beneath stood, High Noble, Right Honourable, Valiant, Wise, Prudent, Well-Born, and Very Generous Lord and Lords, lower, Your High Noble Honours' very humble and obedient servant, was signed, Kryn Laven. In the margin, Lampong Toulong Bauwang in Fort Valkenoog the 30th of July 1757. Register of the papers which are sent per the ship the Vrouwe Petronella Maria by the Lord Commander Willem Hendrik van Ossenberch and the council here, and consigned to His Excellency the High Noble, Right Honourable, Well-Born Lord Jacob Mossel, General over the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and

Dutch transcription

Van Bantam den 30: Juliy 1737 Van Bantam den 30. Julij 17357. fraaij parteijtje van die kool. als meede hebben 't geluk dat ik hare meeste disputen en historialen uijt deweg geruijmt hebben en thans de rivier zig in een gewenste rust bevinden be„ halven de volkeren van abong en Wijbosee die meest altijd en een formeele oorlog leeven en daar veel moeijte mee„ de hebben zyn nu alweeder eenige loof„ den daar na toe omsen ten bevreedigen of herwaarts te brengen en ook zyn er nog wel eenige dagelijxe moeye„ lykheeden die dit Lampongse volk aankleevende schijnen te zyn maar die al zo te komen meede uijt de weg weeder geholpen werden in „neevens gaande registers aangehaalt 't Eenigste dat heele qerade maren zyn, dat den zeer over 't zij Johorees of eenig ander van dat schuijm zo nu aen dan een vaartuijg uijt deese als ook uijt de rivier van poetie weg neemt zonder dat men 't beletten kan also er den Jnlander niet op uijt durft gaan ook thans daar niet in staat toe zyn en een ander bequaam vaartuijg, dat onder Correctie van uw Hoog Hoog Edelens wel een goede stro pantjallang diende te zyn, is meede niet aan de hand, en volgens rapport van den Tomogong Wangsa radja die na beneeden is gewees, zou„ „de buijten nog drie Javaenen beva rens genomen na weeder een prauw Tingang en een gonting met peeper beladen uijt de Laast gem: rivier en die swervers haar handen geraakt zijn, dog 't zelve Confirmatie verlij= schende die alle dage verwagte hoope niet waar mag weesen maar datse hier nog herom dwalen werd van ieder een bevestigt Ondertusschen zyn al de pangau„ „was hier om streeks mij komen versoeken een voorspraak aen uw Hoog Edelens te doen voor eenen kan dipatte 67 Van Bantam den 30. Julij 1737 Van Bantam den 30: Julij 1757 dipatti Raton van oedjong goenong en radeeng daman van Petjininang redelijke welgeseetene Jnlanders met vrouwen en kinderen, en gants van 't slegtste soort met die te samen op den 19: maart met thien bharen peeper hier van daan zyn vertrok„ ken met een pas naar Bantam en volgens gerugt door Contrarie wind digt by Bliton in zeerovers handen geraakt, dog op eeven gem: plaats op gebragt zoude zyn geworden welk hoofd haer na 't besigtigen van pasen brieven, wel behandelt, dog niet ge= holpen ter bevorderinge van hare reys maar 't vaartuijg naar palembang ge„ sonden hadde en dewyl tot heeden nog geen nadere tyding bekomen hebbe, en die menschen nog niet opgedaagt zyn versoekt boven gem: pangauwes benee„ vens den onder geteekende zeer oot moedig dat uw Hoog Edelens de goedheijd gelieven te neemen, bij mogelijkheijd die menschen te protecteeren en te vergun nen datse met persoon en goederen weeder na hun vaderland mogen heeren zal 't zelve altoos pligt schuldig erkennen. Eyndelyk gaat ook nog tot speculatie van uw Hoog Edelens over een afteeke= ninge van 't nieuwe aengelegde en by na voltoyde fort met zyn gragt &„a dat zo veel als in mijn vermogen is geweest alles op zyn nette voetmaet ƒ gebragt hebbe, behalven de rivier die hier by plaegste waater nog vyff en twintig roeden breed is En dewijl bevoorens bij dies aan leg 't port van den helft van de noord zeyden of om de oost toe boor by de zuyd Ooste punt toe genoegsaam seeven aagt voet opgehooyt is geworden hebben w'ondervonden dat die be„ schoeying zig geheel begeeven hadden en de grond op 't gesegde Terreijn buij„ ten staat om er eenige vastigheijd die P 3 Van Bantam den 30: Julij 1757. Van Bantam den 30. Julij 1757. op te werpen 't geene wy wel twee maanden in den tyd heeft ten agteren geset dewyl het alles weeder op nieuw hebben moeten beschorijen dien tot secu„ riheid uyt de spijsen van het nieuw gegravene gragtjes op de principaalste plaatsen met een aarde dijk hebbe verstrekt 't geen nu zo ligt zig niet begeeven zal. 't nieuwe overwulsde kruijthuijs hebben by gebrek van pannen bij pax bprovisie met een adappen dak moeten voorsien de besettelingen zijn nog al in een gredelijke toestand en bevinden de ziek„ tens tog tot nog toe hier niet Extra ordinair Jn hoope uw hoog Edelens hier meede genoegen zal gegeven hebben zo bidde den alderhoogsten dat hij uw hoog Edelens Jllustre persoonen beneevens alle desselfs zwaarwigtige belangen begunstigen zal met zyn genaden zeegen en gesondheyd nemende de, eer mij met de diepschuldige eerbied te onder schrijven /:onderstond/ Hoog Edele groot Agtb: gestr:, wel wijze, voorsienigen, wijdgeb: en zeer gene„ reusen Heere en Heeren /:lager/ uw Hoog Edelens seer onderdanigen en gehoorsamen dienaar /:was getee„ kend:/ Kryn Laven / in margine/ Lampong Toulong Bauwang jn ffort valkenoog den 30: julij 1757 Register der papieren dewel„ „ke p„r 't schip de Vrouwe Petronella Maria door den Heer Comman„ deur Willem Hendrik van Ossen„ berch en den raad alhier ver sonden en geconsigneert werden aen zyn Excellentie den Hoog Edelen groot agtb: Wijdgeb: Heere Jacob Mossel Generaal over den Jnfantery ten dienste van den staat der verEenigde Nederlanden mitsg„s weegens deselve en de de : 71

NL-HaNA_1.04.02_2910_0138 view scan ↗

English

From Bantam, the 30th of August 1757. From Bantam, the 30th of August 1757. No. 1. An original missive from and to as above, of the date hereof. 2. Bill of lading and invoice of the cargo in the bearer hereof. 3. Declaration of our and the King's commissioners having been present at the pepper weighing. 4. Account between the Company and the Sultan. 5. Three expense accounts regarding provisions supplied to as many ships. 6. A slave confession, together with the expense account thereof, of an apprehended serf. 7. A packet of pay papers. 8. A petition from the Moor Sleman Lebe. 9. A memorandum of unserviceable military stores. Bantam, in Speelwijk, the 30th of August 1757. Underneath: Agrees. Was signed: H: Cavon, peer:t. To the Chartered East India Company, the Governor-General, as well as the Right Honorable Councillors of Netherlands India, etc., etc., etc. Batavia. To the aforementioned. We have the honor respectfully to inform Your High Excellencies of the arrival here of the Honorable Company's ship de Vrouwe Petronella Maria, with which we have duly received Your High Excellencies' always highly esteemed missive of the 12th of this month, together with the cash mentioned therein to the amount of 30,000 Spanish reals, as well as such necessities as are mentioned in the invoice thereof, for the benevolent dispatch of which we humbly thank Your High Excellencies. Meanwhile, we have caused the aforementioned ship, which returns today toward Batavia, to be fully laden with all possible speed with all the pepper on hand, consisting of 734 bahars or 275,250 pounds, weighed out to the satisfaction of the Sea-Captain-Lieutenant Jan de La voije, as appears from the annexed bill of lading and invoice, which is accompanied by the declaration of the commissioned pepper weighers and the account between the Netherlands Company and the King of Bantam, amounting, with the expenses incurred thereon, to ƒ 35,851: 6: —. Furthermore, respectfully accompanied by three expense accounts regarding provisions supplied to the ships: Leijmuijden: ƒ 124: —: — de drie Heuvels: ƒ 179: 4: — and de Vrouwe Petronella Maria: ƒ 124: —: — Which total of ƒ 367: 4: — we humbly request Your High Excellencies to be permitted to write off in our trade books. Likewise, there have been shipped aboard the bearer hereof 2 chests with unserviceable military stores, one piece fire-engine, etc., which due to their unserviceability could not be of the least use in time of need, and were thus brought here in the year 1755 by the ship the Princesse van Orange. We most respectfully petition Your High Excellencies that we may be authorized to return such goods, of whatever nature they might be, that are brought here unserviceable. We have also, subject to Your High Excellencies' favorable approval, discharged from here to the main settlement such persons as have served their contracted time and are thus inclined, with the pleasure of Your High Excellencies, to be permitted to repatriate to the Netherlands, namely: 5 corporals 3 drummers 1 gunner 1 cooper 1 carpenter 1 mason 1 coachman, and 45 soldiers making together a total of 58 heads, who now cross over with their finalized pay accounts, as shown by the attached roll of names. In addition to these, we also take the humble liberty on this occasion to send over to the main settlement, for the honored disposition of Your High Excellencies, the corporal Emelius Christoffel Scholtsz and the soldier Martinus Les. Although the contracted time of these two has not yet fully expired, we are, subject to Your High Excellencies' favorable correction, forced to do so, since the aforementioned Scholtsz, notwithstanding both punishments and admonitions, repeatedly commits bad actions, and we find residing in him various qualities entirely contrary to the service of the Honorable Company, being sooner to be considered a troublemaker when, as very frequently happens, he is drunk. But the aforementioned soldier Martinus Les, because this unfortunate man is now and then subject to the falling sickness, having also had this for a long time in his fatherland, is found to be entirely incapable of serving the Honorable Company. And finally, a runaway female slave who fled from Batavia and was apprehended here within the territory of Bantam, her collated confession and expense account to the amount of ƒ 29: 8: — being annexed hereto. And in the same manner also a petition from the Moor Sleman Lebe, who thereby petitions to be permitted to obtain authority over his nation here; and seeing that the aforementioned nation has unanimously requested us to that end, as well as on the general testimony, we take the liberty to recommend the petitioner in the most favorable manner to Your High Excellencies, to whose knowledge we are also obliged to bring, by warrant from this matter...

Dutch transcription

Van Bantam den 30: aug„s 1757. Van Bantam den 30: aug„s 1757. N„o 1. Een origineele missive van en aan als boven de dato hujus „ 2. Cognossement factuura van 't ge= ladene in brenger deeses „ 3. verklaaring van onsen en s koning gecommitteerdens bij t peeper weegen preesent geweest zijnde 4. reek:t tusschen de Comp: en den zulthan „ „ 5. drie onkost reek: weegens ver„ strekte verversing aen so veel scheepen 6. Een slaaven Confissie annex dies onkost reecq„ van een op gevatten Leijffeijgene 7. Een pacquet zoldij papieren „ 8. Een request van den moor sleman Lebe „ 9. Een notitie van onbequame wapen goederen Bantam jn speelwijk den 30: aug„s 1757. l /onderstomn/ Accordeerd / was getek/ H: Cavon peer:t „ de g'octroijeerde oost Indische 6 Comp: gouverneur generaal Beneevens de Wel Edele hee¬ ren raden van Neederlands Jndia &„a &„a &„a Batavia aan als vooren gem: wij hebben den Eere Uw Hoog Ed„s re„ verentelijk te bedeelen het arrivem:t alhier van het E. Comp: schip de vrouwe Petronella Maria waar meede wel ontfangen hebben uw Hoog Ed„s altoos zeer gevenereerde missive van den 12: deeser, beneevens de daar inne ver= melde Contanten ter quantiteyd van 30000 sp:s reklen mitsg:s sodanige behoeftens als op dies factuura verm: staan, voor welkers goed gunstige toesending wy uw hoog Ed„s ootmoedig bedanken. ondertusschen hebben wy het voorn: schip 't welk heeden Batavia waarts retourneerd met alle mogelijke spoet doen volladen met alle de aan handen zijnde peeper bestaande in 734: bharen of 275250. ponden den Cap:n Luijt, ter zee Jan de La voije na genoegen toegewogen blijkens de hier neevens gevoegde Cognossement factura die „ E 73 Van Bantam den 30: aug:s 1757. Van Bantam den 30: aug„s 1757. die verzeld word van de verklaring der gecommitteerdens peeper weegers en de reecq: tusschen de Neederlandse Maatschappij en den koning van Ban„ „tain, kostende met de ongelden daar op gevallen ƒ 35851: 6:—. Verder Eerbiedig verseld van drie p„s Ouk: reek:e weegens verstrekte verversing aan de scheepen. Leijmuijden - - - - - ƒ 124:—:— de drie Heuvels. . . . . . . „ 179: 4: — en de vrouwe petronella Maria „ 124: —:—:— Welk montand van ƒ 367: 4:—. aan uw Hoog Ed„s onderdanig versoeken bij onse handel boekjes te mogen afschrijven als meede zijn in brenger deeses afgescheept 2. kasten met onbequame wapen goederen, een p„s brand spuijt &„a, die door desselfs onbequaamheijd in tijd van nood van geen de minste gebruijk soude konnen weesen en dusdanig aangebragt in a: 1755: per „schip de princesse van orange 5 Corporaals 3 tamboers 1. Cannonier 1. kuijper 1. timmerman 1. metzelaar 1. Coetsier, en 45. soldaten makende te samen een aan= tal van 58. Coppen die thans over insteeren wij bij uw hoog Ed„s gantsch eerbie„ dig dat moogen gequalificeerd werden om sodanige goederen van wat natuur die ook syn mogten, alhier onbequaam werden aangebragt, weeder te rug zenden. Ook hebben wij onder uw hoog Ed„s gunstige inschikking van hier na de hoofd plaats verlost, sodanige per= soonen welke haar verbonden tyd uijt gediend hebben en dus geneegen syn met believen van uw hoog Ed„s na neederland te moogen repatrieeren Namentlijk insteeren gaan — & Van Bantam den 30. aug„s 1757. Van Bantam den 30: aug: 1757. gaan met haare afgeslotene zoldij rcc= keningen uijtwijsens de by gevoegde naam roll buijten en behalven deese gebruijken wij al meede de onderdanige vrijheid ter deeser geleegentheijd tot g'eerde dispositie van uw hoog Ed„s na de hoofd plaats te doen overgaan den Corp. l Emelius Christoffel Scholtsz: en den sold:t Martinus Les, schoon deese twee hun verbonden tyd nog niet ten vollen g'expireerd is, zijn wij onder uw hoog Ed„s gunstige Correctie daar toe genoodsaakt, aangesien gem: scholtsz: onaangesien, so straffen als vermaningen, sig telkens weeder aan slegte gedoentens schuldig maakt en ondervinden en in hem resideeren een en ander hoedanigheeden gantsch strydig met de dienst van d' E. Comp: eer konnende werden aangemerkt een rumoer maker wanneer „ bij geval dat al dikmaals gebeurd dronken is dog gem: sold:t Martinus Les ter zake dien ongelukkigen de vallende siekte ni en dan onderheevig is, sulks ook voor Lange in zyn vaderland gehad hebbende, hij ten eenemaal buijten staat bevonden werd de E. Comp: te kunnen dienen En Eijndelijk een fugative slavin ne welke van Batavia gevlugt en hier onder het territoir van Ban„ tam opgevat is synde derselver gere„ colleerde Confessie en onkost reek: ten bedrage van ƒ 29: 8: —. beseyden deese gevoegd en in selver voegen nog een request van den moor sleman Lebe die daar bij insteerd om het gesag over zijne Natie alhier te moogen erlangen en gemerkt gem: natie ons eenparig daar toe versogt, als meede op de algemeene getuijgenis gebruyken wy de vrijheyd den suppl:t op het favorabelste voor te dragen aan uw hoog Ed„s aan wien wy almeede schuldpligtig ter kennisse brengen per ordonnantie uijt deesen zaken bodem 77

NL-HaNA_1.04.02_2910_0141 view scan ↗

English

From Bantam, the 30th of August 1757. From Bantam, the 10th of September 1757. vessel unloaded six hoeds of blacksmith coal, and whereas the urgent necessity due to the lack thereof compelled us to do so, we most humbly request that this may be taken in good part by Your High Noblenesses. Herewith we have the honor to be, with deep respect, underneath: High Noble, Right Honorable, Generous-born Gentlemen and Noble Gentlemen; lower: Your High Noblenesses' very humble and bounden servants; was signed: Will: Hen: van Ossenberch, J:o Mens, J: C: Fleijschheld, L: W: de Lisse. In the margin: Bantam, the 30th of August 1757. Batavia To the same as mentioned before We found ourselves most highly honored by the receipt of Your High Noblenesses' always very revered letter dated the 31st of the past month of August, serving as a favorable license for the writing-off of several expense accounts, along with the qualification to rebuild, in the most frugal manner, a new bridge in place of the decayed one on the north side of this fortress Speelwijk, and for both of which kind favors we express our humble gratitude to Your High Noblenesses. Furthermore, with this cited dispatch, the respected orders of Your High Noblenesses have reached us to make inquiries among the Lampongers concerning the expansion of the English toward the Flat Point, and that the undersigned Commander, in the name of Your High Noblenesses, shall propose to the King by way of request that His Majesty, whose interest also lies in the unmolested navigation and the timely delivery of pepper, will be pleased to send out some armed vessels for securing the Lampong waters against the pirates, who, according to the letter of the Lampong Resident at Toulang Bauwang to Your High Noblenesses, now and then seize a vessel from that river and from the river of Poetie, without encountering any hindrance therein, because the natives do not dare go out against them. Having informed ourselves as much as possible regarding the conduct of the English, we can discover nothing to suggest that they are making any expansion toward the Flat Point, between which and that of the Samanca territory, being the closest to the King's lands, boundary markers are said to have been established, which are kept in view and well preserved from His Highness's side in peaceful possession from both sides by His Highness's chiefs who reside in that district, together with that of the Malays, the brave Ingabeij Naijja Satanna, who must immediately report and account for the slightest movement of the English that might seem in any way like an expansion, which has not yet occurred. And although we firmly assure Your High Noblenesses that the English nation is making no expansion toward the Flat Point, we shall nevertheless make further, most accurate inquiries into this matter, in order to serve with greater certainty in our report. And regarding the permitted interview with the King, held last Tuesday evening during a separate conference at court, the undersigned Commander has the honor to report to Your High Noblenesses with the deepest respect that, upon his gentle proposal, His Majesty immediately showed himself with the utmost willingness to send some armed vessels to Lampong for securing those waters against the pirates, saying that doing so was his bounden duty, and for that reason he also immediately gave orders to his prime minister to ready such vessels with the greatest speed, adding whether the latter knew anything about this waterway being so unsafe. But this prime minister testified to his sovereign in the most sincere manner that all the latest reports received from there make not the slightest mention of it, nor did some juragans who recently sailed and arrived here safely with their cargo, but rather that in the past month of March three vessels from Lampong Toulang Bauwang were lost, one with 10, one with 7, and one with 2 bhars of pepper, which ought to be attributed rather to God's weather than to the pirate, although the one with 10 bhars, as far as is known, had unfortunately fallen into his hands, since the one with 2 bhars of pepper during that same time, due to the harsh season of wind and current, was thrown or driven so far, first to the point of Indermaijoe and later finally turned up safe and sound in Bantam. Whereas it is our foremost duty here to look after a safe collection of the pepper grain for a plentiful delivery of this so agreeable product for the Dutch Company, in order to bring the greatest satisfaction to Your High Noblenesses in our service, which we hope may be taken into some consideration by Your High Noblenesses at the closing of this financial year, as the delivery has been

Dutch transcription

Van Bantam den 30: aug„s 1757. 57 Van Bantam den 10. september 1757. bodem geligt hebben ses hoeden smee¬ koolen, en terwijl de hoge noodsaken lijkheyd uyt gebrek van het selve ons daar toe verplagt heeft, so versoeken wy op het ootmoedig te zulks ten goede by uw hoog Ed„s mag genomen werden. Hier meede hebben wy de Eere met diep ontzag te zyn. /:onderstond/ Hoog Edele groot agtb: wydgeb: Heeren en wel Edele Heeren. /lager/ uw Hoog Ed„s geetsch ootmoedige en trouwschuldige dienaren /:was geteekend/ Will: Hen: van Ossen„ berch, J:o Mens, J: C: fleijschheld, L: W: de Lisse /in margine/ Bantam den 30: aug„s 1757. Batavia aan als vooren gem:t Hoogst verEerd ons bevonden met den ontfangst van uw hoog Ed„s altoos zeer ge„ venereerde Letteren van dato den 31: der Jongst gepasseerde maand augustus, die nende tot gunstige Licentie ter afschrijving van een en ander onk: reek: beneevens de qualificatie om op de menagieuste wyse weer aan te mogen maken een nieuwe brug insteede van de vervallene d„o aan de noord kand van dit fortres speelwijk en voor welke beyde geneegen goetheeden wij uw Hoog Ed„s onderdanige dank baarheyd betoonen Wyders by deese aangehaalde mis„ sive tot ons aangekomen de gerespec= teerde ordres van uw hoog Ed„s om door de Lamponders te verneemen weegens de uijtsetting der Engelse na de vlae= ke hoek als dat den ondergeteek:d Commandeur uijt uw hoog Ed„s naam den kooning sal hebben bij versoek voor te dragen, dat sin majesteijd, wiens Jntrest meede in de onge= mollesteerde vaart en rijpen af breng van de peeper geleegen is sal gelieven eenige g'armeerde vaer tuijgen uijt te zenden ter beveijling van het Lampongs vaarwater voor den de zee 79 Van Bantam den 10: september 1757. Van Bantam den 10: September 1757. zee roover, die volgens het schrijven van den Lampongse resid:t te Toulang Bauwang aan uw hoog Ed„s uijt die revier, en uijt de revier van poetie nu en daa dan een vaartuijg wegneemen sonder dat sij daar in eenig Empeche„ ment vinden nademaal den Jnlan„ der er niet op uijt durft so veel maar doenlyk ons g'infor„ meerd na het gedaag van de Engelse niets konnende ondecken dat deselve eenige uijtsetting na de vlacke hoek doen tusschen dewelke em die van het samancase gebied als het naaste aen s' konings Landen soude Limiet paalen gesteld weesen die in vreedsaam besit van weers zyden in het oog werden ge= houden en wel bewaard van zijn hoog heijds zeyde in het oog werden gehouden en wel bewaard, van sijn Hoog heijd zijde als wagters desselfs hoofden die haar in dat district bevinden met dat van de maleijers den braven Jngabeij Naijja Satanna dewelke van de alderminste beweeging der Engelsche dat maar na eenige uijtbreijding geleijken, ten Eersten moeten kennis en reekenschap sgeeven, het geene nog niet geschied is en of schoon wij hier, daar bij uw hoog Ed„s vast stellen dat de En„ gelse natie geen uijtsetting doet na de vlakke hoek so sullen wij nogtans ons nader daar na op het nauwkeurigste verneemen ten Eynde met meer seekerheyd van berigt te dienen En aangaande het gepermitt:s abouchement met den koning ge= passeerde dingsdag avond bij een aparte Conferentie ten hove gehouden heeft den ondergeteek:e Commandeur met diepste Eerbied de Eer uw hoog Ed„s te rapporteeren dat op sijne gedane minsame voorstelling sijn maije steijt hem met uijterste gewilligheyd Ingabeij t aenstonds 81 Van Bantam den 30 september 1757. Van Bantam den 10. september 1757. aanstonds bereijd toonde om eenige gear= meerde vaartuijgen na Lampong te senden ter beveijling van dat vaarwater voor den zeerover, seggende dat sulks te doen zijn schuldige pligt was en dae„ rom ook immediaat ordre heeft gegeven aan sijnen rijks bestierder, om soda nige vaartuijgen ten spoedigsten in ge„ reedheijd te brengen, met die bijvoeginge of deselve ook iets weet dat deese vaert so onsuijver soude sijn, maar deesen eersten minister aen synen vorst op het sinceerste betuijgende dat alle de Jongst ingekomene berigten van derwaarts niets het minste van aanhalen nog ook niet van sommige Jurragaans met hunne lading onlangs veijlig na herwaarts geseylt en g'arriveerd, maar wel dat in de gepasseerde maand van maard drie vaartuijgen van Lampong Toulang Ban„ wang Een met 10:, een met 7. en een met 2, bharen peeper vermist waaren geraakt, het geene men eer aan gods weer als aan den zeerover moet toeschrijven schoon dat eene met 10. bharen voor so veel men weet on= gelukkig in zyn handen was verval= „len, nadien dat eene met 2. bharen peeper dien selfde tyd door het harde saisoen van wind en stroom so verre is gesmeeten of gedreeven, eerst aan de hoek van Jndermaijoe en nader hand tot Bantam nog Eijndelijk behouden te voorschijn is gekomen Nademaal het alhier van onse voornaamste pligt is te sorgen voor een veijlige jnsaam van den peper Corl tot een ruijme Leverantie van dit so aangename product voor de Neederlandse maatschap pije om in onsen dienst aan uw hoog Ed„s meest genoegen toe te bren„ gen, het welke wij verhope bij 't sluij„ ten van dit boekjaar bij uw hoog Ed„s sal mogen in eenige aanmerkinge komen, terwijl de leverantie is gods geweest, 83

NL-HaNA_1.04.02_2910_0144 view scan ↗

English

85 From Bantam, the 10th of September 1757. From Bantam, the 18th of September 1757. been in the year 1755/6, 2625 bahars, in 1756/7, 6674 ditto, and thus the latter against the previous financial year shows a small, pleasant increase of 4049 bahars of pepper, with the hearty wish that, following the good outlook given thereof, it may increase from year to year; wherefore we take the liberty to assure Your High Nobles that we shall not only remain constantly vigilant in our service, but also shall not fail to ensure that the king quickly sends his ordained naval force on its journey to keep the Lampong Coast clear. For the rest, beseeching Almighty God that He may constantly crown Your High Nobles' illustrious persons and glorious government with the most precious of His blessings. I have the honour to be with deep veneration, underneath stood, High To the aforementioned. This afternoon a note was brought by native vessel from Tjerita for this Commandery from the Sea Lieutenant Jan Etienne Gonzal, dated yesterday the 17th of this current month, so I have the honour to inform Your High Nobles of the safe arrival from Bengal into the Sunda Strait of the bark De Rijder, having departed from there or got beyond the sandbanks on the 11th of May last. Wherewith remaining with deep respect, underneath stood, Right Honourable, Highly Respected, Noble Lords and Well-born Lords, lower, Your High Nobles' very humble and Honourable, Highly Respected, Noble Lords and Well-born Lords, lower, Your High Nobles' wholly humble and faithful servants, was signed, Will: Hen: van Ossenbergh, J: Mens, J: C: Fleijschheld, L: W: de Lile. In margin, Bantam, the 10th of September 1757, Batavia. Honourable Lady 87 From Java's East Coast, the 5th of October 1737. From Bantam, the 18th of September 1757. faithful, obedient servant, was signed, Will: Hen: van Ossenberch. In margin, Bantam in Speelwijk, the 18th of September 1757, Batavia. To the aforementioned. Received this afternoon by the undersigned Commander via a native vessel from Tjerita, a note from the Captain-Lieutenant at sea Zacharias Johannes van Kervel, dated yesterday the 4th of this month, so he has the honour, with deep respect, to inform Your High Nobles of the safe arrival in the Sunda Strait of the Honourable Company's ship Lapienenburg, which left the roadstead of Surat on the 20th of May last and called at that of Bengkulu on the 16th of July to provide the ship with water and remedy other defects; subsequently departed from this roadstead on the 2nd of August, but to their regret had to choose it again on the 8th of that same month, as it was not possible to make headway, until on the 7th of September it sailed from there again and has not had a peaceful hour to this day, as the ship is found to be so leaky that 2 to 3 pumps must still be kept going day and night to keep the said vessel afloat; wherefore he requests refreshments for his crew as they are very exhausted, with the further communication that Captain at sea Wolphert Abraham Brahee arrived on the 1st of September in a bad condition at the roadstead of Bengkulu with the Honourable Company's ship Pasgeld, having on board no more than six bags of rice and seven leagers of water for consumption, having sailed on the 23rd of May from Point Punto From Java's East Coast, the 5th of October 1744. From Bantam, the 8th of October 1757. sailed from Punto Cale. So I have the honour to be with deep veneration, underneath stood, Right Honourable, Highly Respected, Noble Lords and Well-born Lords, lower, Your High Nobles' very humble and faithful, obedient servant, was signed, Will: Hen: van Ossenbercq. In margin, Bantam, the 5th of October 1757, Batavia. To the aforementioned. Towards evening brought by the assistant Willem Schoester from Tjiconie, a note dated today from the Honourable Skipper Pieter Ruijs, so in accordance with its contents I have the honour, with deep respect, to inform Your High Nobles of the happy arrival in the Sunda Strait of the Honourable Company's ship De Baarsande, having, according to the noted enclosed printed copy which I herewith have the honour to present to Your To the aforementioned. Because we, through continual adverse High Nobles, sailed from the Chamber of Zeeland on the 10th of March last and arrived on the 10th of July at the roadstead of False Bay, where it found the repatriating ship Spaanderswout for the Chamber of Amsterdam, and subsequently also arrived the Dutch ships Thorenvliet for Zeeland, Delft for Delft, and the Vrouwe Elisabeth for Rotterdam; subsequently requesting refreshments for 211 heads, with which it sailed from the fatherland and who are all still alive, though among whom there are 9 sick. So I have the honour to be with deep respect, underneath stood, Right Honourable, Highly Respected, Noble Lords and Well-born Lords, lower, Your High Nobles' very humble and faithful, obedient servant, was signed, Will: Hen: van Ossenberch. In margin, Bantam in Speelwijk, the 8th of October 1757, Batavia. High winds 89

Dutch transcription

85 Van Bantam den 10: Sept„r 1757. Van Bantam den 18. september 1757. geweest A„o 175 57/6, 2625. bharen lb: 175 6/7. 6674 d„o en dus dit Laaste teegens het voorige boekjaar een kleene soete vermeerdering van 4049 bharen peeper, met den hertigen wensch na de goede aparentie, die daar van ge¬ geven werd van jaar tot jaar sal moogen aanwassen, en waar toe wy de vrijheid neemen aan uw hoog Ed„s de verseekering te geeven, niet alleen gedeurig sullen blijven vigilant in onsen dienst, maar ook niet sullen mancqueeren dat den koning syne g'ordonneerde magt ter zee spoedig de reijse haalt om de Lampongse Cust suijver te houden voor het overige van god almagtig smeekende dat hij uw hoog Ed„s Jllustre persoonen en roemrijke regeering be„ stendig mag behroonen met de dier„ baarsten van zijne zeegeningen so hebbe de Eer met diepen vene„ „ratie te zijn /:onderstond:/ Hoog aan als vooren gem: Deesen middag aangebragt een briefje per Jnl: vaartuijg van Tjerita voor dit Commandement van den Luijt:t ter zee Jan Htienne Gonzal, dato gisteren den 17: deser lopende maand, so hebben ik de Eer uw hoog Ed„s bekent te maken het be„ houde arrivement uijt Bengalen in sundas nauw van de Barcq de rijder synde den 11: maij jongst leeden van aldaar vertrokken of buijten de banken geraakt Waarmeede blijven met diep ont sag /:onderstond/ Hoog Edele groot agtb: Wijdgeb: Heeren en wel Edele Heeren /lager/ uw Hoog Edelens seer onderdanigen en Edele groot agtb: wydgeb: Heere en wel Edele Heeren /lager/ Uw hoog Ed:s gansch onderdanige en trouwschuldige dienaren /:was geteekend/ Will: Hen: van ossen„ „bergh J: Mens. J: C: fleijsch held, L: W: de Lile /in margine/ Bantam den 10: sept„r 1757 Batavia Edele vrouw 87 Van Iavas Oost Cust den 35 ber: 1737 Van Bantam den 18: Sept„r 1757. trouw schuldige gehoorsamen dienaar /:was geteek:t/ Will: Hen: van Ossenberch /in margine / Bantam jn speelwyk den 18: Sept„r 1757. Batavia aan als vooren gem: Door den ondergeteekende Comman„ deur deesen middag ontfangen per Jn= lands vaartuijg van Tjerita een briefje van den Capitain Luijt: ter zee zacha= „rias Johannes van kervel datum gis „teren den 4: deeser maand, so heeft den selven met diepe eerbied den eer uw Hoog Edelens bekent te maken het be„ houde arrivement in sundaas Engte van 't E. Comp: schip Lapienenburg, het welk den 20: Meij J:o Leeden de rheede van Souratta verlaten en den 16: Julij dien van Bankahoeloe aangedaan heeft, om van waater en het schip van andere gebreeken te voorsien vervolgens den 2: aug„s van deese rheede vertrokken maar tot Leedweesen den 8. van die selfde maand deselve weer moeten verkiesen, also het niet mogelyk was om op te halen, tot op den 7: Sept:r van aldaar weederom is gezeijld en tot heeden nog geen geruste uur heeft gehad terwijl het schip so Lek hem bevind, dat tot nog 2: a 3. pompen dag en nagt moet gaande blyven om gem: bodem boven water te houden derhalven versoeke doet om de ver= versing voor sijn volk also seer afgemat sijn met die nader Com„ municatie dat den Cap„n ter zee Wolphert Abraham Brahee met het E. Comp: schip Pasgeld den 1: septem„ ber ook ter rheede van Bankahoeloe in een slegte staat was g'arriveerd hebbende binnen boords niet meer dan ses sacken reijst en seeven Leggers waters tot Consum „tie gehadt, sijnde den 23: meij van maer Punto ƒ Van Iavas Oost Cust den 5 8ber: 1744 Van Bantam den 8:' 8ber: 1757. Pinto keyl gezeijlt So hebbe de Eer met diepe vene„ ratie te syn /:onderstond/ Hoog Edele groot agtb: Wydgeb: Heere en wel Edele Heeren. /lager/ uw Hoog Ede lens seer onderdanige en trouw schul„ „dige gehoorsame dienaar /: was geteek:t/ Will: Hen: van Ossenbercq /en margine/ Bantam den 5 8ber: 1757. Batavia aan als vooren gem: Teegens den avond per den adsist=d Willem Schoester van Tjiconie aan gebragt een briefje datum heeden van den E. schipper Pieter Ruijs, so hebbe ik ingevolge dies Jnhoud met diepe Eerbied d' Eer uw hoog Edelens bekent te maaken het gelukkig arrivem: in de straat sunda van het E. Comp: schip de Baarsande synde na het genoteerde bij gedrukte Exemplaar dat ik by deese de eer hebbe aan uw aan als vooren gem: Dewijl wy door Continueele teegen Hoog Edelens te preesenteeren, den 10. maart Jongstleeden voor de kamer Zeeland uijt gezeijlt en den 10:' Julij op de rheede van de Baij vals gekomen, alwaar gevonden heeft het repatrieeren de schip Spaanderswout voor de kamer amsterdam ook nader= hand gekomen de Nederlandse scheepen thorenvliet voor Zeeland, Delft voor delft en de vrouwe Elisabeth voor Rotterdam vervolgens versoek doende om verversing voor 211. koppen. Waar meede uijt het vaderland is gezeijlt en die nog alle in Leeven sijn dog onder dewelke haar bevinden 9: zieken so hebbe de Eer met diep ontzag te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele groot Agtb: Wijdgeb: Heere en wel Edele Heeren /lager:/ Uw Hoog Edelens seer onderdanige en trouw schuldige gehoorsame dienaar /:was geteekend/ Will: Hen: van Ossenberch /in marginen / Bantam in speelwijk den 8:' 8ber: 1757. Batavia Hoog winden 89

NL-HaNA_1.04.02_2910_0147 view scan ↗

English

From Bantam, 2 September 1757. Bantam, 2 September 1757. From winds and heavy westerly currents, after we, on our return journey from off the river Sindie, which we had left on 20 April last for lack of water, were forced to put into the roadstead of Ponnecail on 23 May following, having departed from there today have become so unfortunate, through want of provisions, drinking water, and firewood, as to be compelled to make for this roadstead as being the nearest we could reach downwind, lest we should all perish of want. We deem it our duty, as the opportunity presents itself with the vessel Papienenburg, to give Your High Excellencies notice thereof and at the same time briefly inform you that, with the exception of some textiles, we have disposed of the Honorable Company's cargo of camphor and fine cinnamon at the places situated along the river Dewal Sindie with a reasonable profit. And whereof we hope, as soon as it may please Heaven to let our return voyage proceed, to inform Your High Excellencies at large upon our arrival at Batavia, only mentioning now that matters are not too favorable with the vessel Het Pasgeld, because she is very leaky, her rigging distressingly weak, and she is very poorly manned, having already had over thirty deaths since our departure from Batavia, besides being visited by several disabled persons. Nevertheless, we shall exert every diligence, as soon as we have procured here only what is most necessary so as not to put the Honorable Company to great expense, to turn the prow toward Batavia as speedily as possible, and to be permitted to assure Your High Excellencies by word of mouth that we shall always strive to be with the utmost veneration and most dutiful high esteem, was signed, Right Honourable and Worshipful Gentlemen. From Bantam, 2 September 1757. From Bantam, 19 October 1757. Gentlemen, lower, Your High Excellencies' most humble, most obedient, and most submissive servants, was signed, W. A. Brahee, N. Mahuy, in the margin, In the Honorable Company's ship Het Pasgeld, lying at the roadstead of Selibaas, near the English Company's small factory Bankoelen, this 2 September Anno 1757. Batavia. To the same as mentioned above. This morning, brought by a native vessel from Tjerita, a note to the undersigned Commander from the skipper Pieter Hogendorp, dated yesterday the 18th of this current month, the same has, according to its contents, with the deepest respect the honor to inform Your High Excellencies of the safe arrival in the Sunda Strait of the Honorable Company's ship Delft for the Chamber of Delft; as to the condition of the said vessel, her voyage, and the bringing of news, I humbly refer to the enclosed filled-in printed It was on 19 April that we out To the same as mentioned above. By the opportunity of a Javanese vessel coming alongside, we could not fail to inform Your Right Honourable Worships of our arrival in the Sunda Strait from the Chamber of Delft. copy and letter to Your High Excellencies, which I have the honor to present herewith with the greatest humility, with the dutiful notice that a request for the customary refreshments was made by the aforementioned ship, which I shall have provided without delay. Thus I remain with deep veneration, was signed, Right Honourable, Highly-born Sir and Worshipful Gentlemen, lower, Your High Excellencies' most humble and dutiful obedient servant, was signed, Will. Hen. van Ossenberch, in the margin, Bantam, in Speelwijk, 19 October 1757. Batavia. From Bantam, 18 October 1757. From Bantam, 18 October 1757. ran out to sea from the Goeree together with the Vrouwe Elizabeth of the Chamber of Rotterdam, from which we became separated that same evening because we shaped our course north about, and also made the signal to heave to, which was not understood. On 3 August we safely arrived at the roadstead of Simons Bay; on the same day the aforementioned ship the Vrouwe Elizabeth also arrived there at the roadstead with us, and we found lying there the ships Toornvliet and the Baarzande of the Chamber of Zeeland, the former destined for Ceylon. On 26 August we departed again, the ships the Baarsande on the 15th and the Vrouwe Elizabeth on the 17th having already sailed before, and on the 16th of this month arrived in the Sunda Strait; we have 212 heads, including 3 passengers, 30 persons having died during the voyage. Furthermore, I inform Your Right Honourable Worships To the same as mentioned above. The trade books of this factory for the year 172/7, properly closed as of the end of August last past, we have the honor very humbly to present herewith to Your High Excellencies, together with the Lampong trade booklets in a well-conditioned chest, whereby that all is well with the vessel and all aboard her, and ready at the disposal of Your Right Honourable Worships. Herewith I have the honor to call myself with all respect, was signed, Right Honourable, Steadfast, Valiant, Most Wise, Prudent, and Most Generous Sir and Worshipful Gentlemen, lower, Right Honourable Gentlemen, and thereunder, Your Right Honourable Worships' most obedient, humble servant, was signed, P. Hoogendorp, in the margin, In the ship Delft, sailing in the Bay of Seringere, 18 October 1757. Batavia. 95

Dutch transcription

Van Bantam den 2: 7ber: 1757. Bantam den 2: september 1757. Van winden en sware wester stroomen /:naar dat wij van de rheede Ponnecail, alwaar op onse te rug weg van voor de revier sindie die wij op den 20: april Laastleeden hadden verlaten bij gebrek aan water hebben moeten aangieren op den 23: Meij daar aan volgende zijn vertrokken huij„ den zo ongelukkig geworden zijn door gebrek aan Leevens middelen, drink waater en Brandhoud deeze rheede als zijnde de Naaste die wij beneedens winds konde besteevenen, te moeten aandoen wil= den wij niet alle aan gebrek sterven Agten wij het van onsen pligt als de geleegentheijd met den Bodem Papie„ nenburg zig daar toe op doende uw hoog Edelh„t hier van kennisse te geeven en ten gelijk in 't korte te bedeelen wij 's E. Comps lading Excepto eenige manufactuuren de Camphur en fijne Canneel op de plaatsen Langs de revier Dewal sindie geleegen met een tamelijke winst heb= „ben omgezet. En waar van wy hopen zo spoedig het den Heemel behagen mag onse rug reys te laten vervorderen uw hoog Edelheedens bij ons arrivement op Batavia in 't Breeden te zullen onderhouden, al„ leen nu maar meldende 't met den bodem 1. Pasgeld niet te voordeelig is gesteld; dewyl zy zeer Lek, zijn tuijg droe„ vig waak, en zeer zwak aan volk voorsien is Hebbende bereets zeedert ons vertrek van Batavia in de dertig dooden gehad daar bij nog met verscheijdene Jnpo= „tenten bezogt Egter zullen wij alle vleyd aan wenden, so haast wij ons alhier maar van het noodsakelijksten om d' E. Comp: Op geene groote kosten te gaagen, hebben versogt, ten spoedigsten den steeven Batavia waards te wenden, En uw Hoog Edelhee„ dens mondeling te mogen verseekeren wij altoos met de uijterste veneratie en verschuldigste hoge agting zullen tragten te zijn /onderstond/ Hoog Edele groot agtb: Heere en wel Edele zo Heeren F Van Bantam den 2: Sept:r 1757. Van Bantam den 19 8ber: 1757. Heeren /lager:/ Uw hoog Edele h„s aller oot= moedigste gehoorsaamste en onderdanigste dienaren /: W: A:n Brahee N„s Mahuij /in mar= gine/ Jn 's E. Comp: schip Het pasgeld Leg= gende ter rheede Selibaas omtrend het Engels Comp: Caleijn Comptoir Bankoele E deezen 2: september A:o 1757. — Batavia Aan als vooren gem: Deesen morgen per Jnlands vaar„ tuijg van Tjerita aangebragt een briefje tuijg aen den ondergeteekende Commandeur van den schipper Pieter Hogendorp dato gis„ teren den 18. deeser Loopende maand, so heeft denselve na dies Jnhout met alder diepste Eerbied de eer uw hoog Edelens be„ kent te maken het behoude arrivem:t en sundaas Nauw van het E Comp: schip Delft voor de kamer delft weegens de gesteldheyd van gem: bodem sijne reijse en het aanbrengen van nieuws, mij nedrig gedragende aan het toegesondene ingevulde gedrukte Het was den 19: april dat wij uijt aan als vooren gem: Bij geleegentheyd dat er een Javaans vaartuijg aen boord komt hebben wij niet kunnen nalaten VEdele groot agtb: te bedaelen kennisse te geeven van onse aenkomst in de straat sunda van de kamer Delft Exemplaar en brieff aan uw hoog Edelens die ik met meeste vernedering by deese de eer hebben te preesenteeren met de schuldige Communicatie, dat van meerm: schip versoek gedaan is om de gewoone verversing die ik ten eersten sal laten besorgen. so verblijve met diepen veneratie /on„ derstond/ Hoog Edele groot Agtb: Wijdgeb: Heere en wel Edele Heeren /lager/ Uw Hoog Ed„s seer onderdanige en trouw schuldige gehoorsame dienaar /:was geteekend/ Will: Hen: van Ossenberch /n margine/ Bantam Jn speelwijk den 19: 8ber: 1757. Batavia Eemplaer de e Van Bantam den 18: october: 1757 Van Bantam den 18: october 1757 de Goeree in zeer liepen te gelijk met de vrouwe Elizabeth van de kamer Rot„ „terdam van de welke wy nog dien selvde avond afraakten door dien wij onse Cours benoorden om stelden en ook zeijn van afbrassen deeden dat niet verstaan wierd den 3: Aug„s sijn wij behouden ter rheede van de simors baaij aengeland op densel„ ven dag kwam ook met ons aldaar ter rheede 't voornoemde schip de vrouwe Elizabeth en vonden de leggen de spschee„ „pen toornvliet en de Baarzande van de kamer Zeeland, de eerste na Ceijlon gedestineerd. den 26: aug:s syn wij weederom ver= trokken /:synde de scheepen de Baar= sande den 15: en de vrouwe Elizabeth den 17: bevorens reets gezeijlt:/ en den 16: deeses en de straat zunda gekomen op hebben 212: koppen waar onder 3. passagiers synde geduurende de reijse 30: menschen overleeden verders geeve ik vEd. groot agtb: kennisse aan als vooren gemd De Negotie boeken deeses Comptoirs van den Jare 172/7. onder ult:o aug„ Pass„o J:o Leeden behoorlijk gesloten, hebbe wij bij deese seer onderdanig de eer Uw Hoog Ed„s te preesenteeren neevens de Lampongse handel boekjes in een wel geconditioneerde kast waar bij dat het met de bodem en al wat daar op staat wel gesteld is en bekwaam ter dispositie van uw Edele groot agtb: Hiermeede hebben ik de eer my met alle eerbied te noemen /:onderstond/ Edele Erntfesten, groot agtb: Manhaften wel wijze, voorzienige en seer genereuse Heer en Edele Heeren. /lager/ Edele groot Agtb: Heeren / en daar onder:/ Uw Ed:e groot agtb: zeer gehoorzame on„ derdanige dienaar /:was geteekend./ P: Hoogendorp /in margine/ Jn 't schip dels=t zeijlende in de bogt van seringere den 18. october 1757. —. Batavia dat gantsch. 95

NL-HaNA_1.04.02_2910_0150 view scan ↗

English

From Bantam the 27th of October 1757. From Bantam the 27th of October 1757. most humbly annexed is the general inventory of all the Honorable Company's effects found to be present here on that same day, the same being accompanied by 6 pieces of returns and an exposition of the expenses and profits, with a comparison inserted with those of the recently passed year, along with the General Requisition for such provisions and materials as are unavoidably required here for an entire year, together with a petition for medicaments more fully specified in the catalog, with a modest requisition for cash of Spanish reals 25000:—. for the service of the pepper trade, as well as one of rix-dollars 23000: —. for the daily expenditure, and of which we humbly request the favorable fulfillment from Your Right Honorables; we also most humbly request Your Right Honorables that we may obtain a minister here for a few days for the administration of the Holy Seals of the Covenant, which has not happened here in the space of four years. We have the honor to be with the most perfect high esteem and respect, /:underneath stood/ Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Renowned Gentleman and Most Honorable Gentlemen /lower/ Your Right Honorables' most humble and dutiful servants /:was signed/ Will: Hen: van Oossenberch, J: Mens, J: C: Fleischheld, L:d w:t de Lisle /In the margin:/ Bantam the 27th of October 1757. Register of the papers which are sent per the ship the Anna by the Commander Willem Hendrik van Ossenberch and the Council here, and consigned to His Excellency the Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Renowned Gentleman Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, as well as, on behalf of the same and the Chartered East India Company, Governor-General, together with the Most Honorable Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies etc. h o 4 No 1 An original missive from and to as above, dated this day No 2 Invoices of the cargo of the bearer of this No 3 Declaration of our and the King's commissioners who were present at the weighing of the pepper No 4 Account between the Honorable Company and the Sultan No 5 Four pieces of expense accounts of the provisions supplied to as many ships No 7 Eight pieces of slave confessions annexed to the expense accounts Bantam in Speelwijk the 25th of October 1757. /underneath stood/ Agreed /:was signed/ H: Croon, Secretary. Batavia To as mentioned before: With the arrival of the Honorable Company's ship the Anna here at the roadstead, we felt very honored with Your Right Honorables' honored missive dated the 7th of this month; so, in dutiful compliance with Your Right Honorables' ever-venerated commands, we have shipped as quickly as possible on the said vessel, which now returns towards Batavia under escort of this, 4½ laxa or 45000 pieces of bricks, and furthermore fully laden with pepper consisting of 926 bahars or 347250 pounds, weighed to the satisfaction of the skipper Cornelis de Haan, as appears from the enclosed bill of lading, invoice, and declaration annexed to the account between the Dutch Company and the King of Bantam, costing, with the incidentals incurred thereon, a sum of ƒ 45229: 6. —. We also have the honor on this occasion to bring to Your Right Honorables' attention, with great respect, an exposition of the expenses and profits with a comparison inserted with those of the recently passed year, which is shown in the following manner, as: The general expenses of the current year amount to - - - — — ƒ 66451:11: 8. The general expenses of the past year were - - „ 63426:11: 8. Thus more expenses in this year - ƒ 3025: —: — The general profits of this year amount to — ƒ 14730: 7: 8. The general profits of the past year amount to - - . . „ 12772: 16: — In this year more profits than the past year - - ƒ 1957:11: 8 The higher profits being deducted from the higher expenses, it appears that the expenses have increased by „ 1067: 8: 8. Otherwise The general expenses of the current year amount to ƒ 66451:11: 8 The general profits of the current year amount to - - „ 14730: 7: 8 ƒ 51721: 4: — The general expenses of the past year amount to ƒ 63426:11: 8. The general profits of the same year amount to - „ 12772:16: — „ 50653:15: 8. It appears that the expenses, in contrast to those of the past year, have increased by the sum as above of - ƒ 1067: 8: 8. Also respectfully taking the liberty to have this accompanied by 4 pieces of expense accounts regarding fresh provisions supplied to the ships that have passed through here, both from the fatherland and the Indies, as: To the ship: Lapienenburg ƒ 119: 4: — „ „ Baarsande - „ 124: —: —. „ „ Delft - - „ 124: —: —. „ the Anna „ 127: 12: —. amounting to a sum of ƒ 494: 16: —, which amount we humbly request Your Right Honorables to be allowed to write off in our trade books. Finally, with the bearer of this, eight fugitive slaves are transferred in good custody to the esteemed disposal of Your Right Honorables, who fled from Batavia and were apprehended here successively under the territory of Bantam, whose re-examined confessions and expense accounts to the amount of ƒ 289: 16: — are annexed to this in all humility. Wherewith concluding this, commending Your Right Honorables' illustrious persons and the Honorable Company's weighty interests to God's holy protection, and we remain with the deepest veneration, /:underneath stood:/

Dutch transcription

Van Bantam den 27: october 1757. Van Bantam den 27 october 1757. gantsch onderdanig gevoegt is den gene„ „ralen opneem van alle 's E. Comp: Ef fecten ten dien selven dage alhier in weesen bevonden zynde deselve g'accompagneert van 6: p„s rendementen en vertoog der lasten en winsten met een vergelijking van die van het jongst gepasseerde Jaar g'incereerd, met den Generaalen Eijsch van zodanige provisien en materialen als hier onvermijdelijk voor een geheel Jaar benodigt is, mitsg:s een petstic= van medicamenten breeder bij Cataloque gespecificeerd, met Een Eijschje van Con tanten Sp: realen 25000:—. ten dienste van den peeper handel, als meede een dito van rijxd: 23000: —. tot den da„ gelijksen uijtgaaff en waar van wij de gunstige voldoening Ootmoedig versoeken bij uw hoog Ed„s als menrde versoeke wij uw hoog Ed„s op het ootmoedigste voor Eenige dagen alhier mogen Erlangen Een predicant ter uijt deeling van de Heijlige Bont Zeegelen het geen hier in den tijd van vier jaer niet is geschied Hebben wij den Eer met de volmaakste Hoog agting en eerbied te zijn /:onder stond/ Hoog Edelen groot Agtb: wyd gel: Heere en wel Edele Heeren /lager/ uw hoog Ed„s gantsch ootmoedige en trouwschuldige Dienaren /:was geteekend/ Will: Hen= van Oossenberch, J: Mens, J: C: vrleijsch g „held L:d w:t de Lisle /Jn margine:/ Bantam den 27:' october 1757. Register der papieren der papieren dewelke p„r 't schip d' anna door den heer Commandeur Willem Hendrik van Ossenberch en den raad alhier versonden en ge„ consigneert werden aen zyn Excellentie den Hoog Edelen groot agtb: wid geb: Heere Jacob Mossel het Generaal 97 Van Bantam den 25 october 1757. Van Bantam den 25:' october 1757 generaal over de Jnfan„ „terie ten dienste van den staat der verEenigde ne## derlanden, mitsg:s weegens deselve en de geoctroijeerde Oostindische Comp: gouver „neur generaal Beneffens den wel Edele Heeren raden van nederlands Jndian &„a h„o 4„ N„o 1 Een origineele missive van en aen als boven de dato hujus „ 2. factuuran van 't geladene inbrenger deeser „ 3. verklaring van onse en 's koning gecom mitteerdens bij 't peeper weegen preesent geweest zynde „ 4. Reekening tusschen d' E. Comp: en den zulthan „ 5 vier p„s onkost reek„s van 't verstrekte verversing aan so veel scheepen „ 7. agt p„s slaeven Confessien annex de onkost reekenings Bantam jn speelwijk den 25: october 1757. /onderstond/ accordeerd /:was geteekend/ H: Croon secretaris. Batavia aan als vooren gem: met de komst van het E. Comp: schip de Anna alhier ter rheede hebben wij ons seer verEerd gevonden met uw hoog Ed„s geho= noreerde missive van dato 7: deeser maand so hebbe in schuldige opvolging van uw hoog Ed„s altoos gevenereerde beveelen ten spoedigsten in gem: bodem, die thans onder geleijde deses Batavia waarts retourneerd, afscheept 4½ Laxa of 45000: p„s metzelsteenen wijders volladen met peeper bestaande in 926: bharen of 347250: ponden den schipper Cornelis de Haan nagenoegen toegewogen, blijkens neevens leggen gaande Cognossement factuura, en ver„ klaring annex de reecq: tusschen de Neederlandsen maatschappij en den ko= ning van Bantam, kostende met de ongelden daar op gevallen een som„ ma van ƒ 45229: 6. —. ook hebben wy de eer uw hoog Ed„s by deese geleegentheyd met veel Eerbied Batavia onder E Van Bantam den 25 october 1757. Van Bantam den 25 october: 1757 onder het oog te brengen een vertoog der Lasten en winsten met een verge„ lijk van die van het jongst gepasseerde Jaar g'insereerd het welk word ver d toond in volgender wijsen als— de generale lasten van anno stantie monteeren - – – — — ƒ 66451:11: 8. de generale lasten van anno passato zyn geweest - - „ 63426:11:8. dus in dit jaar meerder lasten - ƒ 3025: —: — de generale winsten van dit Jaar bedragen — ƒ 14730:7:8. de generale winsten van anno passato monteeren - - . . „ 12772: 16:— in dit jaar meerdere winsten dan anno passato --ƒ1957:11:8 - de meerdere winsten van de meerdere lasten af trokken zynde blikt dat de lasten vermeerderd zijn „ 1067: 8:8. Anders de generale lasten van anno stanti bedragen ƒ 66951:11:8 de generale winsten van anno stanti bedragen - - „ 14730: 7: 8 ƒ1721: 4:— de generale lasten van anno passato monteeren ƒ63426:11:8. de generale winsten van 't selve jaar monteeren - „ 12772:16:—„ 50653:11:8: -- Blijkt dat de Lasten in teegen stelling van die van a„o pass„o ver„ meerderd zyn de somma als boven van - ƒ 1067: 8:8: Meede Eerbiedig de vrijheyd neen mende deese te laten versellen van 4 p„s onkost Reecq: weegens verstrekte ver„ versing aan de hier gepasseerd zijnde so patriase als Jndiasche scheepen als aan het schip: Lapienenburg ƒ 119:4:— „ „ Baarsande - „ 124: —: —. „. Delft - - „ 124: —: —. „ de anna „ 127. 12: —. bedragende een somma van ƒ 494:16:— welk montant wij uw hoog Ed„s on derdanig versoeken bij onse handel boekjes te mogen afschrijven Eijndelijk gaan met brenger deeses in goede verseekering over ter g'eerde dispositie van uw hoog Ed„s agt fugative slaven welke van Batavia gevlugt en hier onder het territoir van Ban„ tam successivelijk op gevat zijn wiens gerecolleerde Confessien en onkost reek=ns ten bedraage van ƒ 289: 16:—: in alle on= derdanigheyd neevens deese gevoegt is Waarmeede deese besluijtende uw hoog Ed„s Jllustre persoonen en 's E. Comp=s zwaarwigtige belangens beveelende in gods heijlige hoede en met de alder diepste veneratie verblijven P /:onderstond:/ „ „ „ „ 101

NL-HaNA_1.04.02_2910_0153 view scan ↗

English

103 From Bantam, the 22nd of October 1757. From Bantam, the 25th of October 1757. stood below: Right Honourable, Highly Esteemed, High-born Lord and Noble Lords lower: Your Right Honours' most humble and dutiful servants was signed: Will: hen: van ossenberch, J:n C: fleijschheld, L: W: de Lile in the margin: Bantam, the 25th of October Anno 1757. Batavia addressed as before. Pursuant to Your Right Honours' most revered further orders by always honoured letter of the 13th of this current month, we have the honour to present herewith, with the greatest respect, the transfer made by the former administrator van Rhijn to his successor of all the Company's goods that had been under his administration, having been compared by us against the books to discover such errors as the accompanying memorandum has the honour to point out. To excuse our not having carried out this addressed as before. Via the pantjallang the Kakakoe we have had the honour to receive Your Right Honours' always respected missive. Wherewith we have the honour to be with deep respect, stood below: Right Honourable, Highly Esteemed, High-born Lords and Noble Lords lower: Your Right Honours' most humble and dutiful servants was signed: Will: hen: van Ossenberch, p: mens, J: C: fleijschheld, L: W: de Lile in the margin: Bantam, the 22nd of October 1757. Batavia. order of Your Right Honours already in the past year, we can bring forward no reasons for negligence other than that we were ashamed to bring this comparison, which was found to contain such numerous errors, before the eyes of Your Right Honours, with very humble request that Your Right Honours please pardon us for this misstep, it being promised that in the future it shall never happen again. 105: From the East Coast of Java, the 11th of November 1737. From Bantam, the 14th of November 1757. dated the 8th of this current month. The said vessel has duly delivered such cash as is stated on its invoice, and for whose favourable dispatch we give our dutiful thanks to Your Right Honours, as well as for the arrival of the minister Sijbrandus Columba, whom, pursuant to Your Right Honours' revered orders, we are having return again as soon as possible, as is being done with the more mentioned pantjallang, which we presently let proceed on its voyage to the main station of Batavia under cover of this letter. On which occasion, in all humility, we let the pay books of this office, duly closed as of the last day of August in a well-conditioned chest, be sent off for the most honoured inspection of Your Right Honours. Furthermore, we have the honour to offer to Your Right Honours along with this a completed criminal proceeding initiated by the junior merchant and fiscal Lodewyk wilkens de Lile against the soldier Jan Joseph Leonard of Sint-Truiden, on account of the murderous wounding of the sergeant Lodewyk Mattheus of Germersheim, for which violent deed the prisoner was condemned in the Council of Justice here on the 10th instant, subject to approval of Your Right Honours, to be whipped and branded under the gallows with a rope around his neck, and further to be riveted in chains, in order to work therein for the term of the next 25 consecutive years on the Honourable Company's public works without pay, at the place where Your Right Honours please to deem fit, according to the terms of the sentence alongside the other judicial papers relating thereto. We therefore request Your Right Honours' honoured approval, on which occasion we also humbly request Your Right Honours a executioner in order to carry out the execution. Wherewith we have the honour to be with deep respect, stood below: Right Honourable, Highly Esteemed, High-born Lord and Noble Lords lower: Your Right Honours' most humble and dutiful servants was signed: Will:m Hen:k van Ossenberch, J:o mens, J: C: fleijschheld, L: W: de Lile in the margin: Bantam, the 14th of November 1757. Batavia. From Bantam, the 14th of November 1757. From Bantam, the 8th of December 1757. to reward Your Right Honours with our humble gratitude. Thus we take the liberty on this occasion, with the approval of Your Right Honours, to also send our government boat to the main station of Batavia, seeing that recently, due to the severe weather and the washing over of two seas upon its arrival from Lampong Toulang Bauwang, its mast was so heavily cracked on that voyage that when we had it inspected and hoisted addressed as before. This is prepared in all respect to humbly inform Your Right Honours that after preaching twice a week the true reformed religion and administering the holy seals of the covenant to the congregation here, the Reverend Minister Sijbrandus Columba returns under cover of this to Batavia, for whose kind dispatch it fell overboard and became completely unserviceable. Therefore, we very humbly request Your Right Honours that, whilst the said boat is of such great utility to us at this place and especially with regard to Lampong, the necessary repairs may be made to it, and that we most obediently insist upon the fulfillment of the requisition of rice, which we have the honour to present to Your Right Honours alongside this. 107

Dutch transcription

103 Van Bantam den 22:' october 1757. Van Bantam den 25 october 1757. /:onderstond:/ Hoog Edele groot agtb: Wydgeb: Heere en wel Edele Heeren /lager/ uw hoog Ed„s gantsch onderda nige en trouwschuldige dienaren /:was geteekend:/ Will: hen: van ossenberch J:n C: fleijschheld, L: W: de Lile /in margine/ Bantam den 25: october A:o 1757: — Batavia aan als vooren gest: Jngevolge uw hoog Ed„s seer gevenereerde nadere beveelen by altoos g'eerde brieff van den 13: deeser Loopende maand so hebben wij deese met het meeste eerbied de eer te preesenteeren, het transport door den geweese administrateur van Rhijn aan zijnen vervanger gedaan van alle onder desselfs administratie geweest zijnde Comp:s goederen, door ons geconfronteerd teegens de boeken zodanige erreuren ontdecken als bij gevoegde memorie de eer heeft aen wijsing te doen. Tot ons onschuld dat wij deese aan als vooren gem: Per de Pantjallang de kakakoe heb„ be wy de eer gehad te recipieeren uw Hoog Ed„s altoos gerespecteerde missive Waar meede de eer hebben met diep ontzag te zijn /:onderstond/ Hoog Edelen groot agtb: Wydgeb: Heeren en wel Edele Heeren /lager/ Uw: hoog Ed„s gantsch oot moedige en trouwschuldige dienaeren / was geteek:d/ Will: hen: van Ossenber ch, p: mens, /: C:fleijtekheld, L: : de Lile, /in margine/ Bantam den 22: october 1757. Batavia. ordre van uw hoog Ed„s en a:o pass„o al niet volbragt hebben geene reedenen van ver„ suym konnen inbrengen dan dat wij ons geschaamt hebben om deese Controntatie die met so meenigvuldige Erreuren bevonden werd onder het oog van uw hoog Ed„s te brengen, met zeer onderdanig ver= soek over deese misgreep uw hoog Ed„s ons gelieven te pardoneeren sullende in den aenstaande of noijt meer ge= beuren ordre van 105: Van Iavas Oost Cust den 11 9ber 1737. Van Bantam den 14:' 9ber: 1757 van dato 8: deeser lopende maand heeft gem: kieltje behoorlijk uijt ge„ leeverd sodanige Contanten als op dies factuura verm: staan en voor welkers goed gunstige toesending wij uw hoog Ed„s schuldpligtig bedanken als meede voor de komst van den predikant Sijbrandus Columba welk ingevolge uw hoog Ed„s gevenereerde beveelen so daa mogelyk weeder laten retourneeren gelijk geschied met meer gem: pantjal: „lang die wij thans onder geleijde deeses na de hoofd plaats Batavia laten reijs vorderen bij welke gelee= gendheyd in alle onderdanigheid de soldij boeken deeses Comptoirs onder ult:o aug„s behoorlyk gesloten in een wel geconditioneerde Cal ter hoogst g'eerde speculatie van uw hoog Ed„s laten afgaan wyders hebben de eer uw hoog Ed„s neevens deese aan te bieden een voldonge Crimineel proces g'enta„ meerd door den ondercoopman en fis= caal Lodewyk wilkens de Lile teegens „den soldaat Jan Joseph Leonard van suntruijen, weegens het moordadig quet sen van den zergeant Lodewyk Matthe„ „lis van gemersheim over welk geuwel daed den gevangen in rade van Justitie al= hier op den 10: Courant op approbatie van uw hoog Ed„s gecondemneerd is geworden om onder de galg met een strop om zijn hals, gegeesseld en gebrand merkt, voorts in de ketting geklonken te werden, ten Eynde daar inne den tyd van 25 eerst komende en agter een volgende jaaren aan 's E: Comp:s gemeene werken sonder loon te arbeijden ter plaatse alwaar sulx uw hoog Ed„s gelieven goed te vinden, naar luid van het vonnis beneevens de verdere Justitieele papieren daar toe relatieff over zulx versoeken uw hoog Ed„s g'eer„ de approbatie, bij welke gelegendheijd Uw hoog Ed„s almeede ootmoedig ver meerd soeken Van Bantam den 14: 9ber: 1757: Van Bantam den 8:' december 1757. wij uw hoog Edelens onse nedrige dank„ baarheyd beloonen so gebruijken de vrymoedigheyd om Ook by geleegentheyd van deese onder het welneemden van uw hoog Ed„s onse 'slands Bood na de hoofdplaatse Batavia ten senden, aangesien deselve onlangs door het harde weer en v overspoelen van twee zeen bij 't arrivement van Lampong Toulang Bauwang desselfs Mast so swaar op die reijse is gekraakt, dat wanneer wy die lieten visiteeren en ligten aan als vooren gem: Overboord syn gevallen en ten Eenemael Deese in alle Eerbied verveerdigt onbruijkbaar geraakt, derhalven om uw hoog Edelens onderdanig te uw hoog Ed„s seer Ootmoedig versoeken bedeelen, dat na het Preediken twee terwijl gem: Boot ons ten deesen maal is ens 's weeks van den waeren plaatse en in 't bijsonder weegens lam„ gereformeerden gods dient en het „pong van die groote Nit verstrekt uijtdeelen der heijlige Bont zeegulen daar aan mag geschieden so wel de nodige reparatie als dat wij gehoor„ aen de gemeente alhier onder geleijde deeses Batavia waarts retourneerd saemst insteeren om de voldoening van den Eijsch van rijst, die wij neevens den Eerw: Predicant Sijbrandus Co= deese de Eer hebben uw hoog Ed„s te presenteeren lumba voor wiens geneegen toesending soeken als dan een scherpregter ten Eynde, Executie ter uijtvoer te brengen waermeede de eer hebben met diep ontsag te zijn /:onderstond:/ Hoog Edelen groot agtb: wyd geb: Heere en Wel Edele Heeren /lager/ uw hoog Ed„s gantsk oodmoedige en trouwschuldige dienaren /:was geteekend/ Will:m Hen:k van Ossenberch J:o mens J: C: feleijschheld, L: w: de Lilak maest Bantam den 14. 9ber: 1757. Batavia. Wy 2 Mitsgs 107

NL-HaNA_1.04.02_2910_0156 view scan ↗

English

From Bantam the 0th of December 1717. Furthermore, respectfully submitting the dutiful communication that your Right Honourable and always most honoured missive of the 19th of the past month of November has been duly delivered to us, containing your Right Honourable's favourable approval of the criminal sentence handed down here against the soldier Jan Joseph Leonard of Sint-Truiden, we shall not fail to carry out the execution on the delinquent and subsequently send him over towards Batavia at the first upcoming opportunity for the most esteemed disposal of your Right Honourable, to whom we profess to be with deep respect. Was signed: High Noble, highly esteemed, noble-born Lord and Right Honourable Gentlemen. Lower: your Right Honourable's entirely humble and bounden servants. Signed: W. W. van Offenberch, J. Mens, C. Fleijscheld, L. W. de Zile. In the margin: Bantam, the 0th of December 174[illegible]. Incoming Secret Letters Year 1757 2nd volume No. 11. A: 1st Volume Secret Letters Year 1757 the 18th of January Per the ship Ouwerkerk the 16th of March Register of the incoming secret letters, which successively have been received at the General Secretariat from the respective outer trading posts since the first of January until the 24th of April, Year 1757, namely: Sumatra's West Coast Register of the Papers folio 5. missive by the Commander van Herzeele to their Right Honourables dated the 10th of December of the past year - - Folio 7. per the small ship the Princess of Orange, missive by and to the same as above dated the 24th of February 1757 - Folio 19 Surat missive by the Lord Director Louis Taillefert addressed as above, dated the 5th of February 1757 - Folio 29 Java's East Coast missive by the Second and Chief Administrator at Semarang, Carel Godin, to the same as above, dated the 27th of December 1756 - Folio 1. missive by the Lord Councillor Extraordinary and Governor Nicolaas Hartingh to the same as above, on the 16th of this month - Folio 11. 1 From Java's East Coast The 27th of December Year 1756 missive by and to the same as above dated the 10th of March - folio 23 missive by and to the same as above dated the 29th of March 1757 - folio 41 Copies of Secret Letters Received from the Respective outer Trading Posts of India at Batavia, since the First of January until. Batavia To The Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Lord, His Excellency Jacob Mossel, General of the Infantry in the Service of the state of the United Netherlands, and on behalf of the same and the Chartered East India Company, Governor- General, and the Right Honourable Lords Councillors of Netherlands India, etc. etc. Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Lord, and Right Honourable Gentlemen. I had the honour in the respectful last dispatch to give your Right Honours an account of what occurred during the absence of the Lord Governor of this Coast, thereby mentioning 1 From Java's East Coast The 27th of December Year 1756 missive by and to the same as above dated the 10th of March missive by and to the same as above dated the 29th of March 1757 To The Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Lord, His Excellency Jacob Mossel, General of the Infantry in the Service of the state of the United Netherlands, and on behalf of the same and the Chartered East India Company, Governor- General, and the Right Honourable Lords Councillors of Netherlands India, etc. etc. Batavia Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Lord, and Right Honourable Gentlemen. I had the honour in the respectful last dispatch to give your Right Honours an account of what occurred during the absence of the Lord Governor of this Coast, thereby mentioning Copies of Secret Letters Received from the Respective outer Trading Posts of India at Batavia, since the First of January until.

Dutch transcription

Van Bantam den 0. december 1717. Mitsg:s eerbiedig voordragende de schuldige Communicatie dat ons wel ter hand gesteld is uw hoog Ed„s althoos seer gehonoreerde missive van den 19: der jongst gepasseerde maand November behelsende de gun¬ van stige approbatie van uw hoog Ed„s het Crimineele voornis teegens den E d d zoldaat Jan Joseph Leonard van s:t truijen alhier gevallen, zullen de niet manqueeren om de Excutie aen den delinquant ter uijtvoer te brengen en vervolgens hem bij eerst voor komende geleegentheyd Batavia waards oversenden ter hoogst g'eerden dispositie van uw hoog Ed„s voor wien wy betuijgen met diepen ontzag te zijn /onderstond/ Hoog Edelen groot agtb: Wijdgeb: Heere en wel Edele Heeren /lager:/ uw hoog Edelens gantsch Ootmoedige en trouwschuldige dienaeren /was get:t / W: W: v: offenberch J: mens. /: C: fleijscheld, L: W:de Zile/: Margine/ Bantam den 0:' december 174. ƒ agepen chelman Aankomende seerele Briven Ao. 1757 2de. dat No. 11. A: 1e Deel Secreta Brieven A„o 1757 den 18. Janu: P„r 't schip ouwerkerk den 16. maart Register der Aankomende secrete brieven, welke sedert primo Ia„ „nuarij tot den 24 ' april A„o 1757. successive zijn vande respective buijten Comptoiren, ter Generaale Secretarij ontfangen als. — Sumatras westCust Register der Papieren fo 5. missive door den Commandeur van Herzeele aan haar hoog Edelens ged„t 10. ' december A„o passato - - F„o 7. p„r 't scheepje de princesz: orange missive door en aan als voren in dato 24. februarij 1757. . - . „ 19 Souratta missive door den Heer Directeur Louis Tail„ „lefert aan als voren gecarseert, gedagteekent 5„e februarij 1757 6/29 Iavas oost Cust missive door den secunde en hoofdad„ „ministrateur te Samarang Carel Godin, aan als even„ ged=t 27. december 1756. - „ 1. missive door den heer raad, Extraordinair en Gouverneur M„s Har„ „tingh aan als voren in g„o 16. deser d . . . . „ 11. 1 Van Java's Oost Cust Den 27: December A:o 1756 missive door en aan als even in dato 10. maart. . . . . . fo 23 missive door en aan als voren ged=t 29„' maart 1757: Copia Secreete Brieven Van de Respective buijten Comptoiren van India tot Batavia ontfangen, zedert Primo Januarij tot. Batavia Aan Den Hoog Edelen Gestr: groot agtb=re Heere zijn Excellentie Jacob Mossel Generaal over de Infanterie ten Dienste van den staat der ver „eenig de Nederlanden, Mitsgaders weegens deselve ende g'octroijeerde oost Jndische Comp: gouverneur generaal en de Wel Edele Heeren Raden van Nederlands India Etc=ae Etc=a Hoog Edelen gestrengen Groot Agtbaren Heere, en Wel Edele Heeren Ik hadde de Eere bij eerbiedige Laatste afge„ sondene. uw Hoog Edelheedens verslag te doen van het voorgevallene geduurende het afweesen van de heere gouverneur deser Custe, daar bij melding maakende —„ 41 . . „ 1 Van Java's Oost Cust Den 27:' December A:o 1756 missive door en aan als even in dato 10. maart missive door en aan als voren ged=t 29„' maart 1757 Aan Den Hoog Edelen Gestr: groot agtb=re Heere e E zijn Excellentie Jacob Mossel Generaal over de Infanterie ten Dienste van den staat der ver eenigde Nederlanden, Mitsgaders weegens deselve ende g'octoijeerde oost Jndische Comp: gouverneur generaal en de Wel Edele Heeren Raden van Nederlands India Etc=rae Etc=a Batavia Hoog Edelen gestrengen Groot Agtbaren Heere, en Wel Edele Heeren Ik hadde de Eere bij eerbiedige Laatste afge„ sondene. uw Hoog Edelheedens verslag te doen van het voorgevallene geduurende het afweesen van de heere gouverneur deser Custe, daar bij melding Copia Secreete Brieven Van de Respective buijten Comptoiren van India tot Batavia ontfangen, zedert Primo Januarij tot. maakende . . . . . „ . . „

NL-HaNA_1.04.02_2910_0164 view scan ↗

English

Java's East Coast the 27th December Anno 1756 From Java's East Coast the 27th December 1756 Regarding the expedition to be undertaken following the occurrence of the Javanese Mulud or New Year calculation, we shall today have the honor, with equally respectful communication, to bring to Your High Excellencies' knowledge that, for the execution thereof, Captain Hertzoagenraed, reinforced with a troop of horsemen from the Emperor under Raden Adipati Mangkupraja, and likewise Captain Lieutenant Beuman, seconded with such force by the Sultan under the prime minister Danuredjo, broke camp on the 16th after each of those commanders had left their camp secured with sufficient force, and the first-named proceeded directly to the camp of Suria Kusuma, where he arrived in person on the 17th following to rout him from there, but upon his approach found that the rebel had departed quietly during the night and in the morning had crossed the Solo River near Tendang, before secretly dispatching a strong detachment under his army chief Kudanowarsa into the nearby woods, who, causing a disturbance near Gomblon and Samin, compelled the said Captain, both for this reason and because he could not cross the river, to be content with burning the camp of that malcontent and returning again to his base; likewise Captain Lieutenant Beuman, who had advanced to attack Suria Kusuma from a second side, finding that he could not cross the heavily swollen river due to the heavy rains, as even what are normally merely rivulets could not be passed, was forced to cease further operations and pull back again to his cantonment, where both officers with their forces arrived on the 22nd following, during which time Donowarse rejoined his main party in hasty retreat, which is now completely withdrawn into the southern mountains, lying at Godong Ombo in the land of Sambuyan, south of post Wiruko approximately three miles from Cacob, from where it is thought they will not easily approach our armies for the present, since, due to the heavy persistent rains, the rivers here have risen so high above their banks that, according to the testimony of the Javanese, they have not flooded in such manner in twelve years, and on this account we shall also be compelled for the present to bring field operations to an end, although the army commanders have not failed to be ordered, upon the occurrence of favorable opportunities and dry intervals, to leave nothing undone that might be executed to the detriment of Suria Kusuma, and by all harassment to bring about his continuous downfall. We conclude this with the wishes that the end of this year and the upcoming entry into a new change of time afford me the opportunity to present to Your High Excellencies, containing the most fervent prayer that the blessing of the Almighty may be poured out in overflowing measure upon Your High Excellencies' distinguished persons and esteemed family. Wherewith, with the deepest veneration and respect, I have the honor to remain, underneath: Your High Excellencies' entirely obedient, most humble, and faithful servant, was signed: C. Godin, in the margin: Samarang the 27th December Anno 1756. Register of the secret papers which are dispatched today per the ship Ouwerkerk to Batavia by the Honorable Tymon Pieter van Herzeele, Commander at Padang, consigned to His Excellency, the High Noble, Rigorous, Most Honorable Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, as well as, on behalf of the same and the General Dutch Chartered East India Company, Governor-General, and the Right Honorable Councilors of the Dutch Indies; namely, This Register No. 1. Original separate missive by and to as in the heading of this, dated today. 2. Copy of a separate letter written by the Commander and Council at Padang to the Bookkeeper and Resident of Baros, Cornelis van Baveld, dated the 10th ultimo. Sumatra's West Coast No. 3. Copy of a separate letter written by the aforementioned Resident Cornelis van Baveld to the Commander and Council in reply, dated the 24th ultimo. 4. Original special power of attorney from the King and Regents of Baros to the former Wakil Bendahara and current Panglima Raja Mangtos, the Padang Ponghulu Raja Nang Satti, dated 23rd ultimo. 5. Malay missive written by the King and Regents of Baros to as in the heading of this. Padang on Sumatra's West Coast the 10th December Anno 1756. Was signed: Jan Boudewijnsz., First Sworn Clerk. In response to the separate letters. High Noble, Rigorous, Most Honorable Lord, and Right Honorable Lords, the Right Honorable Councilors of the Dutch Indies, together with His Excellency, the High Noble, Rigorous, Most Honorable Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, as well as, on behalf of the same and the General Dutch Chartered East India Company, Governor-General, Batavia. From Sumatra's West Coast the 18th December 1756.

Dutch transcription

3 Java's oost Cust den 27:' December A:o 1756 Van Van Iava's oost Cust den 27: December 1756 maakende der te onderneemene expeditie na het jngevallen Jawense moelut of nieuwe Jaar reek:s zal men heeden met even sodanige respectieuse bedee„ „ling de Eer hebben, uw hoog Edelh:s ter kennisse te brengen dat ter volbrenging van dien den Capitain Hertzoagenraed, versterkt met een reubort paarde volk van den keijser onder den Radeen Adepattij Mancoepradjo, enen als de Capitain Lieutenant Beuman, met soodanige magt gesecondeert door den sulthan onder den rijkbestier der Danoeredjo op den 16:' na dat ijder dier Commandanten, hunne leeger plaats met genoegsaeme mogt gesecureert hadde gelaaten, zijn opgebraaken, en den eersten gem: sig direct begeeven na het Camp van Soeria Coesoema, waar bij sig weeder in persoon bevont op den 17:' daer aan om den selve van daar op te slaan, bezond bij zijn nadering dat den rebel snagts in stilte af= en smorgens bij ten dang= over de rivier solo getrocken was, alvoorens een sterke parthij onder zijn leeger hoofd Coedano werse heimelijk in het daet digt aan leggende bosch afgestooken hadde, die eene beweeging bij gomblon, en saamin veroorsaekende, den gem: Capitain, soo om deese reeden, als dat over het rivier niet raeken konde, genoodsaekt wierde sig te vergenoegen, om het Comp:n van dien onvergenoegde te verbranden en weeder na zijn leeger plaatse te keeren; gelijk so meede den Capitain Lieutenand Beuman, die aangerukt om soeria Coesoema van een tweede zijde aante tasten, door de swaere regens de hoog opgeswolle riveer niet overte trekken bevindende, nadien zelfs het geen anders maar spruijtjes zijn niet te passeeren waeren, verdere verrigtinge heeft moeten stoeken, en weder na zijn Cantonneering te rug trecken, alwaar die beijde ƒ officieren met haere magt den 22:' daar aan zijn aange„ „komen, in welke tusschen tijd Donoverse met overijdel„ „de haast sig na sijn hoofd parthij vervoeg heeft, die thans ten eenemaal in't zuijder gebergte geweeken leggende is, op godong omboij in 't land van samboeijan, besuid psten wieroekko Circa drie mijlen van Cacob, van Waar denkelijk niet ligt onse leegers voor eerst sal naderen alsoo, door de swaere aanhoudende reegens de riviere hier soo hooge buijten haet oevers sijn ge„ „bragt, dat volgens getuijgenisse der Javaene in twaalf Jaere in sodaniger voeger niet soude hebben overstroomt, en hier door sal men dan ook voor heeden wel genoodsaekt zijn de veld operatien een eijnde te doen rivier erlangen 6 2 5 Van Javas oost Cust den 27: December A:o 1756. / Van Sumatras West Cust den 10:' December A:o 1756— erlangen, hoe wel men niet nagelaeten heeft de leeger hoofden te gelasten bij voorkomende goede geleegentheeden en drooge tusschen tijden niets onbesogt te laaten, wat 'er tot abbreuk van soeria Coesoema verders „ten werkstellig te maaken was, eijnde door alle ontrusting den selven aanhoudende ten onder te De sluijten deese met de wensche die den uijtgang deses Jaers en een aanstaande ingang in eene nieuwe tijds verwisseling mij geleegend„ „heijt geeft aan uw hoog Edelh:s voortedragen en in sig bevatten, de vierigste beede dat de zeegening van den almogende met uw hoog Edelheedens luisterrijke persoonen en g'eerde bamillie in evervloeij„ ende maate moogen uijtgestort worden brengen Waar meede met de diepste veneratie, en eerbied de Eere hebbe te verblijve /:onderstond:/ VW Hoog Edelheedens gantsch gehoorsame zeet onderdanige, en trouwschuldige dienaar /:was geteekend:/ C: Godin /:in margine:/ Samarang den 27: December A:o 1756. Register der secreete papieren die op heeden per'tschip ouwer kerk na Batavia verzonden werden, door den E: Agtb: Heer Thijmon Pieter van Herzeele Commandeur tot padang geconsigneert Aan sijn Excellentie, Den hoog Edelen Gestrengen Groot agtb: Heere Jacob Mossel Generaal over de Jnfanterie ten dienste van den staat der verEenigde nederlanden Mittij van weegens deselve ende Generaale Nederlandse g'octroijeerde oost Jndische Comp: Gouverneur Generaal Ende Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India; Namentlijk Dit Register N:o 1 origineele aparte missive door en aan als in den hoofde deses gedateert op heeden 2. Copia apart briefje gesz: door den Command:r en Raad tot Padang aan den boekhou„ „der en Resident van Baros Cornelis van Baveld gedateerd Den 10:' Passato Sumatras Wt Cust No. 3 6 O Van Sumatras WestCust den 10:' December 1756 N:o 3. Copia apart briekje gesz: door den voornoemde resident Cornelis van Baveld aen den Commandeur en raad in antwoord gedateerd den 24: passato „ 4. Origineele speciale procuratie van den koning en regenten van baros op den geweesen mackiel= Bandhara en tegenwoordigen panglima radja Mangtos den padangten pongh: radja Nang Zattij gedateert 23:' passato _:o maleijdse missive gesz: door den koning en regenten van Baros aan als in den hoofde deses Padang op Sumatras West Cust den 10:' xber: A:o 1756. /:was getekend J:n Boudewijnsz: Eerste Gesw: Clercq „ 5. Aan ter rescriptie op de apparte letteren Hoog Edele gestr: groot agtb: Heere, en Wel Edele Heeren De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia Benevens Aan zijne Excellentie Den hoog Edelen gestr: groot agtb:e Heer Jacob Mossel Generaal over de jubanterie ten dienste van den staat der ver Eenigse Nederlanden mitsgaders van weegens de zelve ende generale Nederlandse g'octroijeerde oost Jndische Comp: Gouverneur Generaal Batavia Van Sumatras West Cust den 18:' December 1756 van G ƒ 7

NL-HaNA_1.04.02_2910_0167 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, the 16th of December Anno 1756 From Sumatra's West Coast, the 10th of December 1756 To the letter of the 27th of August last, with which Your Right Honourables have pleased to honour me, serves that on the very same day the required measures were carried into effect; and, by means of what has been obtained herein, not only is it enclosed, but also the prince and president of Natter, Bagindo Maharadja Lello, has requested me in the most urgent and emphatic manner to be permitted to cross over, in order to offer his lamentable plea in person to Your Right Honourables, in the firmest confidence that the Honourable Company will then maintain his rights, and passage has now been granted by the bearer of this. I am by no means aware of, nor do I seek to intrude into, the resolutions of Your Right Honourables; yet I humbly pray, in case anything should be undertaken against the usurped places of Natter and Tappenoelij, that it may graciously please Your Right Honourables to send express prior notice to me, together with notice as to whom Your Right Honourables will be pleased to entrust with the direction thereof, so that upon the arrival of the force of vessels and personnel, everything here may be found in readiness, in order to proceed to the matter itself without delay before the favourable monsoon expires. In which case, subject to the humblest correction of Your Right Honourables, I would consider it by no means unserviceable on that occasion to effect a total clearance of all the rabble residing there, and that the Contract of Chincoe be thus brought into the world, so that the Honourable Company, being master there, might reap the substantial fruits of that flourishing trade, and thereby forever compel the English and Achinese to leave that part of the Coast entirely alone. I remain with all humility. Underneath stood: Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Gentlemen and Noble Gentlemen. Lower stood: Your Right Honourables' obedient, humble, and faithful servant. Was signed: T. P. van Verzeele. In the margin: Padang on Sumatra's West Coast, the 10th of December 1756. And below that: P.S. The plenipotentiaries of the other regents are due to follow on the small vessel De Prins van Orange. From Java's East Coast, the 16th of February Anno 1757. Having safely arrived here on the 20th of January last, whereof the courts, likewise the Madurese prince, were notified the following day with a letter accompanied by a small gift, under assurance of Your Right Honourables' esteem and affection, Their Highnesses' response was extraordinarily complaisant and amicable; nevertheless, the Pangeran still seems keen to play the wedana-ship, and thus with reverence renewed his urgent plea to me, saying that it shall eternally be and remain alive in him. Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Gentlemen and Noble Gentlemen. To His Excellency, the Right Honourable and Highly Esteemed Lord Jacob Mossel, General of Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as, on behalf of the same and the Chartered East India Company, Governor-General, and the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc. Java's East Coast

Dutch transcription

Van Sumatas 1es ter en 16: December A:o 1756 Van Sumatras west Cust den 10:' xber: 1758 J:o leeden moet meede van 27: aug:s uw hoog Edelens mij hebben gelie„ „ven te vereeren dient dat ten zelven daage 't gerequireerde merkstellig gemaakt is en doet door 't geobtineerde hier inne niet allen g'incloseert maar ook den prins en presendent van Natter Bagindo maharadja lello, mij op het aller instantigste en nadrukke„ „lijkste versogt hebben de te moogen overgaan om zijne lamentable beede, zelfs in per„ 7 soon aan uw hoog Edelheedens te - kunnen op offere in die verste vertrouwen D'E: moetschappij als dan zijn regt mainc„ „tineeren zal, thans p. r brengen deses passagie verleent werd, mij is geentsicts bewust nog soeke in te dringen in de besluijten uwer hoog Edelens dog smeeke bij aldien iets mogt werden ondernamen teegens de geusuripeerde plaatsen van natter, en Tappenoelij het uw hoog Edelens gunstig„ lijk behoegen mag het expresse pre advertentie aan mij toe te zenden; mitsgaders aen wie uw hoog Edelens de directie daar van zal gelieven op te dragen op dat bij aenkomst den magt, van vaarthuijgen en volk alles hier in gereedheijt zoude worden bevonden, om zonder dilaaij, eer dat de goede mous„ son verloopt tot de zaek zelfs te koomen als wanneer onder de nedrigste Correctie uw hoog Edelens soude vermeenen en bij die occasie gants niet ondien„ stig te zijn een geheele suijvering van al het geboefte daar resideerende gemaekt en 't Contract van Chincoe dusdanig in de werald, werd gebragt op dat D' E: Comp: daar meester zijnde ƒ 9 het Van Sumats Wester den 16: December A:o 1756 Van Sumatras west Cust= den 10:' xber: 1758 van 27:' aug:s J:o leeden moet meede uw hoog Edelens mij hebben gelie„ „ven te vereeren dient dat ten zelven daage 't gerequireerde merkstellig gemaakt is en doet door 't geobtineerde hier inne niet allen g'incloseert maar ook de prins en presendent van Natter Bagindo maharadja lello, mij op het aller instantigste en nadrukke„ „lijkste versogt hebben de te moogen overgaan om zijne lamentable beede, zelfs in per„ soon aan uw hoog Edelheedens te kunnen op offere in die verste vertrouwen D'E: moetschappij als dan zijn regt mainc„ „tineeren zal, thans p. r brengen deses passagie verleent werd, mij is geentsicts bewust nog soeke in te dringen in de besluijten uwer hoog Edelens dog smeeke zij aldien iets mogt werden ondernamen teegens de geusuripeerde plaatsen van natter, en Tappenoelij het uw hoog Edelens gunstig„ lijk behoegen mag het expresse pre advertentie aan mij toe te zenden, mitsgaders aen mie uw hoog Edelens de directie daar van zal gelieven op te dragen op dat bij aenkomst den magt, van vaarthuijgen en volk alles hier in gereedheijt zoude worden bevonden, om zouder dilaaij, een dat de goede mous„ son verloopt tot de zaek zelfs te koomen als wanneer onder de nedrigste Correctie uw hoog Edelens souse vermeenen an bij die occasie gants niet ondien„ stig te zijn een geheele suijvering van al het geboefte daar resideerende gemaekt en 't Contract van Chincoe dusdanig in de weralad, werd gebragt op dat D'E: Comp: daar meester het zijnde ƒ 9 „ Van Sumatras wes=t Cust den 10:' decemb:r 1756. Van Java'sost Cust den 16:' Februarij A:o 1757. zijnde de wezentlijke vrugten van dien handel bloeijende oort quam te plukken; En de Engelse en atchinders daar door naad zaeken voor altoos dat gedeelte van de Cust, naat wel te leggen blijve met alle ootmoed /:onderstond:/ Hoog Edele gestrengen Groot agtbaren Heere en wel Edele heeren /:lager:/ uw hoog Edelens gehoor same onderdanige, en trouw schuldigen dienaar /:/wat getekend:/ T: P: van Verzeele /:in margine:/ Padang op Sumatras westcust Den 10: xber: 1756 /e daar onder:/ P: S: de gevolmagtigde der verdere regenten staen per 't scheepje De prins van orange te volgen Gelukkig alhier den 20:' Janu: Jongstleden gearriveerd zijnde, waar van de hoven jtem den maduraas prins onder verzekering van uw hoog Edelheedens agting en geneegenheden met een briefje 'sandere daags onder een presentje kennis gegeeven zijnde haar hooghedens antwoord extra Complacant en min„ nelijk geweest echter schijnt den pangerang de wedonaschap nog na om het lert te speelen en dus in eerbied aan mij zijn instantie gerenoveerd zeggende dat eeuwig bij hen zal zijn en blijven herleeven Hoog Edelen gestrengen groot Agtb=r Heeren en Wel Edele Heeren. Aan zijn Excellentie, Den hoog Edelen Groot agtb=e Heere Iacob Mossel generaal over de Jnfanterie ten dienste van den staat der vereenigde Nederlanden mitsgaders weegens de zelve en de g'octroijeerde oost Jndische Comp:e gouverneur generaal ende WelEdele Heeren Raden van Nederlands India Etc=ra Etc=ra Notaris Javas oost Cust e ƒ -

NL-HaNA_1.04.02_2910_0170 view scan ↗

English

Java's East Coast, 16 February 1757. From Java's East Coast, 16 February anno 1757. ... the ancient loyalty of his grandfather, the Panembahan, who was of so much importance to the Company; and since, although I have once again let my thoughts dwell maturely de novo upon this chapter, I find not the slightest difficulty in it according to what was verbally declared at the High Table, the more so because it solely concerns something nominal rather than substantial. Besides this, one of his sons is already regent of Sedayu and his grandson of Pamekasan, being sufficiently Madurese, and the Surabaya regents were installed there by his arms; furthermore, it is not hereditary, and should he happen to die, his sons and daughters will create division enough, with one of the latter of whom the Sultan seems to wish to make romantic overtures. At least the aforementioned prince, through his high sister, the wife of the Adipati Danureja, who paid me a visit, has already had me sounded out, though it remains delayed until Her Honour's return to the Mataram. Regarding which marriage I request Your Right Honourables' orders, for I imagine that the Sultan, being firm in his purpose, will not easily be diverted from his intention, and the Pangeran, though precisely not the best of friends, spurred on by ambition, will likely be amenable. Look there, High Honourable Gentlemen, alongside the kinship of the Susuhunan, in what esteem, and whether through his feared subjects he has quite a say among the Javanese; indeed, in power and wealth he far excels the princes. And if Your Right Honourables might please to understand that it were best Surabaya and Sumenep remained as a so-called counterweight on their own, he would still remain quite to be feared, although I testify in truth, through the turn of times, matters have so changed in appearance that it amounts to nothing, notwithstanding his rendered and occasionally still required services, without which he would never have brought it so far. The only thing I see in it is that if one excludes these two districts, suspicion and mistrust will surely take root in his heart. From Java's East Coast, 16 February 1757. From Java's East Coast, 16 February anno 1757. in all humility to the discerning judgment of Your Right Honourable Grand Esteemed Natures, intending nothing else with it than to cover the entire Eastern Hook, so that I would dare express myself, with a Java-experienced and disinterested chief in that corner, to have found Java's balance of power. The said prince has also caused me to be requested to propose to Your Right Honourables that he might be permitted to enter into a marriage with a daughter of the King of Bima, solely because she is said to be so pretty and beautiful, but otherwise will entirely abandon it. Said, to whom I had repeatedly caused a discreet inquiry to be made indirectly at Solo, was written a candid letter, though still under assurances of friendship; whereupon he appears to have resolved to dispatch his brother, the Pangeran named Timur, together with a Pringgalaya, to the Susuhunan, who, being also courteously received by that prince and the chief, finally came to request of the prince, expressing or mentioning... Timur, together with the Adipati Mangkupraja, has sworn loyalty to the Susuhunan and the Company, but somewhat hesitatingly toward the Sultan, which I have nevertheless given Said to understand will have to take place if we all wish to be at peace and indeed embrace the peace; whereupon, after considerable deliberations have previously passed back and forth to no real effect on the matter, and thus I shall not trouble Your Right Honourables with a bundle of those papers, it finally seems resolved to hold an oral conference a few hours from Solo with the chief... ...that he indeed wished Java were again ruled by one prince, but that not being possible, that he might live in peace and quiet, and might receive for maintenance Gunung Mateseh, Kaduwang, and Pacitan, and that he, Timur, and Pringgalaya would remain at court as hostages; to which was solely answered that the partition of the lands was perpetual, and the remainder of his request somewhat large, intimating that Kaduwang and Pacitan might well pass, but that Said ought indeed to come himself.

Dutch transcription

13 Javas oost Cust Den 16: Februarij 1757. Van Van Javas ost Cust den 16:' Februarij A:o 1757. de al oude trouw van zijnen grootvader, den voor de Comp. van zoo veel aangelegentheijt geweest zijnde panaboehan en nadien ik schoon mijne gedagten al eens de novo over dit Capiter rijpelijk heb. laten gaan, jk er geen de minste zwarigheijd in, volgens het mondeling gedeclareerde aan de hooge tabel, te meer het eenelijk meer houend als iets wesentlijk betrekt Duijten des zijn eene zoo is reeds regent van sidaijoe en zijn kleinzoon van Pamaccassan, zoeban genoegzaam madurees en de soura„ „baijsche regenten door zijne wapenen daar in gestelt, buijten des is het niet erbelijk en zoo hij eens mogt komen te sterven zullen zijn zoons en dogters verdeeltheijd genoeg maken, op welke een van de laasten de sulthan schijnt amour te willen maken vorst ten minsten heeft mij de voorsz: door zijn hige zuster vrouw van den adipattij Danoeredja welke mij een visite hebben gegeven al laten sonderen egter nog gedilaij„ „eerd blijft tot haar Ed: te rug komst in den Matarm; Omtrend welk huwelijk uw hoog Edelheed=s p. —Dij jnlander doch aangeboren, latende het echten ordre verzoeke want jk stelden sulthan van zijn voornemen, als wel op zijn stuk staande niet wel van te diverteeren zal zijn ende pangerang schoon Juijst de beste vrienden niet wel door ambitie geprikkeld zich zal laten vinden, ziet daar! aan hoog Edele leeren liet nevens de vetmaagdschap van den soesoehoenang Jn wat asseect, en of hij door zijn gevreesde onder„ „danen bij den Javaan met al wat te zeggen leeft Ja in magt en goed verre boven de vorsten Excelleert, en zo uw hoog Edelheedens al weet geliefden te begrijpen het beste was sourabaija en Sumanap als soo eengenaamd tegen wigt op zig zelfs bleven zoude hij nog al te vresen blijven, schoon jk in waarheijt betuijge door de onwenteling van tijden de zaken zodanig van gedaan te zijn verandert niets van het lijf heeft, onaangesien zijne gedane en bij wijlen nog benodigde diensten, buijten welke bij hij nooijt zoo verre zouden hebben gebragt, het eenigste dat jk en in zie zoo men dese tweede districten buijten sluijt de argwaan en wantrouw seker in sijn hart wortel zal zetten — ordre H . . . . . . . . 2 15 Van Javas oostt Cust den 16:' Februarij 1757 7 Van Java's oost Cust den 16:' Februarij A:o 1757. in alle ootenoed aan het door zien der oordeel 7 uwer hoog Edel groot agtbaarheedens bedoelende er anders niet mede als den geheelen oost hoek te dekken, zo ik zoude mij durven uijten met een Javas kundig en ongeinteresseerd opperhoofd in dien hoek Janaes balans houding als dan gevonden te hebben Gedagte prins heeft mij ook laten ver„ soeken om uw hoog Edelheedens voor te dragen een huwelijk te mogen aangaan met een dogter van den koning van Bunx eenelijk om dat de zelve zoo mooij en schoon zoude wesen doch anders ten Eenemaal daar van af zal sien Said dien ik mits onderhands op solo dik werf had aan zoek laten doen een hartig briefje echten nog al onder verzekering van vriendschap gesz: waar op hij schijnt geresolveert te hebben zijn broeder den ban„ „gerang genaamd Timot nevens eenen pringelaija aan den soesoehoenang of te senden welke ook door dien vorst en opperhooft heus„ „schelijk onthaald eijndelijk quam te versoeken van den vorst onder uijting of aanroering Timor heeft met den adipatty Mankepresjo trouw gezmoren aan den soesoehoenang en de Comp:, doch omtrent den sulthan wat schoorvoetend, 't geen Ik said egter te verstaan heb gegeeven, zal dienen te moeten geschieden, willen wij allen gerust en inder daad de vrede omhelzen, waar op na alvarens nog al rijkelijk Consideratien over en wees zijn gevallen niets reeels tot de zaak, en dus uw hoog Edelheedens ook niet zal vermoeijelijken met een bandel van die papieren; eindelijk schijnt geresolveerd te wesen een paar uurtjes van solo een mondgesprek te houden met het dat wel wenschte Jara weder door eenen vorst wierde geregeerd doch dat niet kun„ nende wezen stil en gerust te mogen leven en tot onderhoud mogte krijgen Cano matesse Casoeang en pat jitan en dat hij Timor en pringelaija ten hove zoude blijven als gij se„ e „laars, waar op eenlijk geantwoord is dat de verdeeling der landen voor eeuwig was. en zijn overig verzoek wat groot en quasi te kennen gevende Cadoeang en patjitan wel zoude kunnen passeeren doch dat „zelfs Laid wel diende „ te komen dat opperhoofd E

NL-HaNA_1.04.02_2910_0172 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 16th February A:o 1757. From Java's East the 16th Febr: A:o 1757. Chief Abrahamsz:, wherein Have agreed, and qualified the said chief to administer the oath of loyalty to the other and to accept his request, however on condition that he shall be required to come and humble himself on Solo before the prince, leaving it to their choice my coming up; how or where they conceive to settle the matter with each other. However I have ordered ours all circumspection, yea all access remains as yet prevented, as they have previously made much bad use of similar missions. And although his letters are rather windy, and rather grandiose phrases run through them, I do not know what else to say of it, other than that I still live in fear and hope, the more so because he speaks of no partition of lands or highness. It is, according to his small and bald state, and his demand is too blunt, yet he can still do much harm and cause unrest, so with giving and taking the union of land and people would be most beneficial, and relieve the Noble Company of a yoke that has dragged treasures in its wake, having given notice of this to the Sultan, who only gave me to understand that it was well, if he only meant it. Being however of the inclination to detain his aforementioned brother Timor and Pringelaija, so as not to let himself be duped any more, of which I am likewise not averse, but awaiting approval have ordered Abrahamsz: to keep an eye on those two gentlemen, and not to let them depart without my special orders, the more so as the said Pringelaije previously served in the well-known embassy under the name of Tonopoera, and thus is a fox. Besides this, Said has deceived us and the princes so often that without wounding of conscience we may play a double, yea even such a role towards himself, and he, not coming to terms, will also do all the evil that is possible with his undisciplined band. Praying, High Noble Gentlemen, to be supported quickly on this delicate and tedious matter with Your High Noblenesses' orders and wise judgment; with the assurance, if I have not hit upon everything precisely, that it has not been lacking in my willingness and good offices, in which plowing and toiling, with God aiding, I continue to labor, so that I may congratulate Your High Noblenesses upon the delightful peace, prayed for by all of Java. In which hope I remain with deep respect, underneath: Your High Noblenesses' humble obedient and bound-by-loyalty servant, was signed: Hartingh, in the margin: Samarang the 16th February A:o 1757. the Princesse van Orange The plenipotentiaries of the regents, both of the northern and southern parts, the panglima Radja Mangsor, the ponghoulou Southan Bangsoe, and Radja Nang Sattij, regent at Zillida, are now crossing over, in order to inform Your High Noblenesses. High Noble Stern Great Honorable Lord and Well Noble Gentlemen To His Excellency the High Noble Stern Great Honorable Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and the General Dutch Chartered East India Company's Governor-General, together with The Well Noble Lords Councilors of Netherlands India Batavia Sumatra's West Coast

Dutch transcription

17 Van Iava's oost Cust den 16:' februarij A:o 1757. Van Iava's oost den 16. ' febr: A:o 1757. opperhoofd Abrahamsz:, waar inne„ Heb g'accordeert, en gedagten opperhoofd gequalificeert, om den eed van trouw aan den anderen te doen en zijn versoek opteneemen echter onder dien mits dat hij gehouden zal wesen op solo voor den vorst zich te moeten komen verneederen latende het aan haare keuze mijn bovenkomst; hoe of waar zij het begrijpen de zaak met den anderen afte doen Echter heb jk de onse alle omsigtigheid geordonneert, Jaa alle toe voet blijkt als nog belet, alzoo zij voor heen in diergelijke af zendingen al veel quaad gebruijk hebben gemaakt En schoon zijn briefjes nagal wat windrig zijn, en er nog al grootse temen onderlopen zoo weet ik niet, wat er bij na van zeggen zal, als eenelijk, dat nog al in vrees en hoop leeve, te meer hij van geen verdeeling van landen of hoogheid spreekt: Het is naar hij is kleinen kaal en bin het eisd te bot, doch kan nog al veel quaad doen en ontrusting baaren, dus met met te geenen en te neemen de vereeniging van land en volk wel het heijlzaamst wesen, ende Edele maatschappij van een Jok ont hebt dat schatten naar zich gesleept heeft, hebbende den sult han hier van kennisse gegeeven welke mij une„ „lijk te verstaan gaf, dat het wel was, zoo hij het maar meende: Echter van gehaelen zijnde zijn gem: broeder Timor en Pringelaija aan„ te houden, om zigh niet meer te laten bospen, waar van ik mede niet overs be, maan in hoof van approbatie abrahamsz: geordonneerd die twee heertjes gade te slaan, en buijten mijn speciale ordres niet te laten vertrekken, te meer gedagte pringelaije voor heenn de bekende vermaande ambassade onder den naam van Tonopoera is geweest, en dus een vos: buijten dit heeft said ons en de vorsten zoo meenigmaal bedot, dat wij buijten quetsing van geweeten ofte Conscientie dubbelde Ja al was het omtrent hem selfs wel zoo een rol mogen speelen, en Het hij -- - — - d 19 Javasoost Cust den 16: februarij 1757. Van Van Sumatras W:t Cust den 24:' bebr: A„o 1757 P:r het scheepje hij niet aan de hand komende al het quaad oock zal doen wat mogelijk is met sijn ongebonde hoop Biddende hoog Edele Heeren en spoedig op dese te diense en adieuse stoffe met uw hoog Edelh:s ordres en wijser oordel onderschraagt te worden niet verzekering heb ijk het Juijst met al getroffen, het aan mijn bereidwilligheijd en goede officien niet heeft gemanqueerd, in welke ploeging en zwoeging, met god den voorsten, nog blijve arbeiden, ten einde uw hoog Edelheedens nat de liestelijke en van Jehara able biddende vrede te mogen gratuleren. Jn welke hoop met diep ontzag verblijve /:onderstond/ uw hoog Edelheedens onderdo„ nige gehoorzame en trouw schuldige e Dienaar /:was geteekend:/ hartingh /in margine: /. Samarang den 16:' Februarij A:o 1757. de princesvoan orange De gevolmagtigde van de regenten soo van 't noorder als zuijder gedeelte den panglima radja mang„ sor den ponghoulou southan bangsoe, en radja nang sattij, regent tot Zillida varen thans over, ten bine uw hoog Edelens op Hoog Edelen gestrengen Groot agtb: heere en wel Edele heeren Aan zijn Excellentie den hoog Edelen gestr: groot agtb: Heere Jacob Mossel generaal over d' infanterie ten dienste van den staat der verEenigde nederlanden mitsg:s van weegens dezelve en de generale nederlandse g'octroijeerde oost Jndise Comp:s gouverneur generaal Benekens D' wel Edele Heeren raaden. van nederlands India Batavia Sumatras W:t Cust het g

NL-HaNA_1.04.02_2910_0174 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, 24 February 1757. through their brutal ways of proceeding among them is so great, that they all think they will still have to show the same submission to them, yet that they are always ready, combined, to risk and undertake whatever the Company shall find fit, just as the regents of Priamang, Oulack an Pakkendanga, Tousjou Cottas, Lima Cottas, Sambilang, and Douablas Cottas, and of the other native settlements situated in that region, who have all been here, have fully promised, though some of them added thereto that in the old contracts the Company had promised that if they were attacked by sea, it would always drive their enemies away, just as they were obliged on the land side, which in this case fully applies; therefore they were surprised that this matter had remained dragging on for such a long time, and since the native at present does not doubt whether his regents will bring such force that those usurped districts will again come under the obedience of the Company, they still remain entirely loyal, but fear that if nothing is undertaken, many difficulties will arise through desertion of people, scarce trade, and further usurpations, to which great redress and troubles will be attached; but if it might please Your High Noblenesses to take such a resolution, to act with force and finally attack, I may well take the liberty to say that nothing good is to be hoped, or that expectations will not be met, since already everything outside... to plead most humbly that the English, both from Natter and especially, may be driven away by the Company; more than once, the peoples have in general been encouraged and exhorted to drive out those Britons, but have always given the following in answer: That they were very gladly inclined to obey the orders given to them, but urged us to consider where a native had ever triumphed without cannon, powder, and further weaponry; indeed, that in troubled times here, when all natives were in commotion and one saw the field as if sown with people, they could accomplish nothing against a hundred Europeans, and that even if they were capable of it, who would pay the costs of that attack? That firstly vessels are needed for the transport of everything, that the peoples must be provisioned, since being poor, they as well as their regents would not be able to subsist, and would perish from hunger and want, besides which the prejudice and fear that the English repeatedly... have tried, having given the pretender of Natter such assistance and support as has been in my power, so I humbly request Your High Noblenesses for such instructions as you may please, with the assurance that they will be followed strictly according to their tenor, in the hope of meriting the approval of Your High Noblenesses, on which occasion, with the utmost submission, I believe the entire North should also be cleared of all rabble and rogues in passing, yet principally they should be treated according to my opinion contained in my considerations now being sent over, if one wishes to expect love, affection, and loyalty from those people, as well as reap such fruits for which we possess these lands. Lastly, I take the liberty to insist that the aforementioned regents now being sent over may soon be returned hither, so that the work of agriculture is not delayed, since the community must continuously be kept at work on it. Wherewith, after wishing Your High Noblenesses all the blessings of the Supreme Ruler both in your persons and government, I remain with all respect, High Noble, Valiant, Highly Esteemed Lord, and Noble Lords, Your High Noblenesses' humble and obedient servant, signed, T. V. V. Herzeele. In the margin: Padang on Sumatra's West Coast, the 24th of February anno 1757. From Java's East Coast, the 10th of March anno 1757. Batavia. High Noble, Valiant, Highly Esteemed Lord, and Noble Lords. To His Excellency, the High Noble, Valiant, Highly Esteemed Lord, Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and the Chartered East India Company, Governor-General, and the Noble Lords Councilors of the Dutch Indies, etc., etc. Pursuant to what was communicated and set down in my very humble letter of the 16th of January last concerning my thoughts for the best with regard to the now only remaining rebel, Raden Said, wherein, after having talked many flighty notions out of his head, I have then advanced so far step by step that he has spoken before or with the Chief Abrahamtz etc., about a couple of hours from Solo, and has left behind as a hostage on Solo, in accordance with my orders, the Pangeran Timor.

Dutch transcription

21 Van Sumatras W: Cust den 24:' bebr: A:o 1757. 57. Van Sumatras W:t Cust den 24:' febr: a:o 17 door haare brutale manieren van procedeeren onder haar soda„ het nedrigste te smeeken de Engelse rig groot is, dat denken alle aen deselve onderdanigheid nog zoo uijt natter als te spencelij door de sullen moeten bewijsen, egter dat altoos gereed zijn ge„ Comp:s moogen verdreeken werden; meer Combeineert alles te waagen en te onderneemen wat de dan eens. zijn de volkeren in 't geeneen Comp: sal koomen goed te winden, gelijk dat ook de regenten aangespoart en met gemeld die mritten van priamang, oulack an pakkendanga, Tousjou te verdrijven, dog hebben altoos tot and„ Cottas, lima Cottas, Sambilang, en douablas. Cottas, en moordt gekregen 't ondervolgende. van de verdere daar om streeks leggende negorities /:die hier alle sijn geweest /volmondig hebben toegezijd schoven Dat zij lieden zeer gaarne geneegen sommiige daer nog egter bij voegden in de oude Contracten de waren soo aan de ordre die haar werden gegeven Comp: hadde beloofd dat bij aldien zij lieden ter zee wierden te gehoorzaamen maar ons zelfs in geattaqueert hare vijanden altoos soude verdrijnen gelijk zij bedenking gaan, waar dat ooijt een inlan„ gehouden waren aen de landt zeijde 't geen in dit geval „der sonder geschut kruijt en verder gewoir volkomen exteert, daar om verwondert waren die zaak hueft getriompheert, Ja dat in troubte dusdanig zo een lange tijdt was sleepende gebleeven, tijden alhier dat alle Jnlanders in en vermits thans den inlander, niet dubiteert of hare regenten sullen sodanighe mogt aanbrengen dat die g'in„ rep en roet waren en men het veld als met susspeerde landstreeken wederom onder de gehoorsaamh:t menschen bezooijt zag, niets teegens van de maatschappij zullen geraeken zijn deselve een hondert Europese konde uijtvoeren en nog volkoomen trouw houdende dog vreesen dat hij dat al waren zij daar toe in staat miede on„ aldien niets ondernomen werd veele bataliteijten zoo door verloep van volk schraalen handel verdere kosten van die attacque doen sal, dat voor eerst usurpatien sullen gebaoren werden daer groote redresse vaartuijgen, tot transport van alles behooren dat E moeijelijkheeden aan gehegt zullen sijn, dog bij aldien de volkeren gedefroijeert moeten werden, het uw hoog Ed:s behaagen mogte sodanig besluijt te neemen met force mogte ageeren en finaal wijl armoedig zijnde, zoo wel als haat attacqueeren sonder well de vrijheijd neemen regenten niet soude kunnen subsisteeren, en van te seggen niets goeds te hoopen of aan de verwag„ houger, en gebrek vergaan, daar hij dat de voor ting te voldoen is, vermits reeds alles buijten des. ingenomentheid, en schrik die meerm: Engelse door geprobeert G d 23 Van Sumatras W:t Cust den 24:' bebr: A:o 1757. Batavia Van Javas Oost Cust den 10:' Maart A:o 1757. geprobeert hebben, zijnde den pretendent van Natter sodanig bijstand en onderstening afgegeven als mijn staad zijn geweest, so versoeken uw hoog Ed:s demoedig en sodanige Jnstructie als zullen koonnen te behaagen, onder die verzeekering stipt nae den teneut sal opgevolgt werden, in hoope de agreatie van uw hoog Ed:s sal koomen te meriteeren bij welke occagie =noord, onder de meeste submissie vermeene de gantse en passant wel meede dient gesuijvert te werden van alle geboeftens en schelmen egter principaal dezelve als den diende getracteert te werden, nae mijne susteure vervat in mijne Consideratien thans overgaande wil men liefde genegenth:t en trouwe van die menschen ver„ wagten, mitsg:s sodanige vrugten plutten maer om wij dese landen bezitten;. Laestelijk neeme de vrijheijd te insteeren ged=te thans overgaande regenten spoedigh herwaerds weeder moge gesonden werden, op dat het werk van den land bouw niet verragtert, wijl bij Continuatie de gemeente daar toe aen den arbeijdt dient gehouden te werden Waarmede na uw hoog Edelens alle tegeningen „inliestae van de opperzegenaar zoo in der zelven „ persoonen als regering gewenscht te hebben blijve jk met alle ontzag /:onderstond:/ hoog Edelen gestr: groot agtb: heere, en wel Edele heeren /:lager:/ uw hoog Edelens ootmoedige en gehoorsaeme dienaar /:getekend:/ T: V: V: Herzeele /in margine:/ padang op Sumatras westCust den 24:' februarij anno 1757. - Navolgens het bedeelde en ter neder gestelde bij mijne zeer nederigen van den 16:' Jangtt ver weeken nopens mijne gedagten ten goede van den nog eenigisten rebel maat said maar inne na hen veel winderige Concepten uijt het hoofd te hebben gepraat, dan zoo verre ben geadvanceert van stap. tot stap dat hij voot of met het opperhoofd abrahamtz enz: Circa een paar uurtjes van solo leeft gesproken en als gijzelaat Conform mijne ordres op salo agtergelaten den pangerang Timor; Hoog Edelen gestr: groot agtbaren Heere en wel Edele Heeren Aan zijn Excellentie Den hoog Edelen. gestrengen groot agtb:r Heere Jacob Mossel Generaal over de infanterie ten dienste van den staat der vereenigde nederlanden mitsg:s wegens deselve en de g'octroij„ eerde oostjndische Comp:e gouverneur generaal en dewel Edele heeren raden van Nederlands Jndia R„a &=a Javasoost Cust De H

NL-HaNA_1.04.02_2910_0176 view scan ↗

English

Java's East Coast the 10th of March Anno 1747 [1757]. From Java's East Coast the 10th of March 1757. The meeting was very friendly and the embrace took place with the presentation of my letter to further encourage that prince for the good, whereupon he declared that he meant it in true earnest with the Company and the Susuhunan, indeed henceforth to live and die with them. He also gladly wanted to march into Solo; however, he was troubled in heart and too scrupulous to comply with that so hastily, all the more because the army had not yet marched in, and in or with it was still the Sultan's brother-in-law Raden Tumenggung Pringgodiningrat, of whom he was ashamed; he also did not gladly want to have to do with the Sultan. Finally he pleaded that the Susuhunan might meet him just a little outside Solo, where he would then show His Majesty the required submission, with that request nonetheless that he might afterwards sit on a chair like the Prince of Madura. Wherewith, as evening came, that conference came to an end, while the thought chief headlong communicated this to me with the mention that the ruler was indeed inclined thereto, whereupon I then also ordered Captain Hartzog to march with his army from Kasu Manis into Solo, and I left the two last articles to the choice of the Susuhunan, however on the understanding that I requested His Highness that he would kindly have regard for the welfare of the country and people, and that it seemed to me the time was now born in which he, through giving and taking a little, could bestow upon his exhausted subjects the lovely and so highly necessary peace, and finally that Said would indeed have to accommodate himself further, for his undisciplined crowd would gradually melt away as they see that his designs run into the fire and the hope of a crown, with which he has so long baited them, is still far to seek for them, and his soul is for the present still burdened with fear and anxiety. The Susuhunan having thus proceeded about half an hour outside Solo, the aforementioned prince was there, who, after having thrown off his cap or hat and rattan cane, prostrated himself at the ruler's feet, yet was kindly lifted up by that ruler, and subsequently seated opposite him on a bench, after having previously taken the oath of loyalty on a provisional basis, having first been assured by the ruler as well as by the chief Abrahamusz that no harm would happen to him, whereupon he also entered Solo with about 500 men, and after a place was assigned to him there, he had his mother brought from the inaccessible mountains the next day by his patih Danuwirsa, and also delivered to me the only remaining European, Haver, as a token of sincere earnest, with a request for pardon, which is forwarded to Your Right Honourables today. However, Said pleads, notwithstanding our encouragement, to be excused from groveling to the Sultan, preferring to die, declaring however never to undertake anything against that ruler or his people and lands outside of the orders of the Company or the Susuhunan. We have given notice of this submission to the Sultan, who seems very well pleased with it, according to the writing of Major Donkel, provided there are equitable terms, which will easily be found, as he now leaves everything to the ruler and the Company without wishing to make any declaration, as appears from a letter of the Susuhunan and Mangkunegara himself annexed hereto, beside which lies a ditto from the chief, with humble requests. Indeed, the latter begs me to please be content to come to Salatiga, whither, notwithstanding this rough and muddy season, I shall proceed on the 12th of this month as soon as I can get ready, there having already arrived here to fetch me the adipati Mangkupraja and Pangeran Timur; where also the commissioner Donkel and the Sultan's grand vizier will be present, to finish everything jointly by hand, and through God to grant Java the olive branch of peace so long wished for and lovely for country and people, after a war so ruinous for both, which for sixteen years has dragged unendurable sums out of the Company's treasury, which I have already had announced on this coast, where everyone is overjoyed, for the information of all residents with the firing of the cannon, having thus the honour and happiness also to congratulate Your Right Honourable Sirs, trusting that it will gain the approval of Your Right Honourables, and especially that of the High and Mighty Lords Directors, as the burdens will now be lightened.

Dutch transcription

25 Javas oost Cust den 10:' Maart A:o 1747. 17 57. Van Iavas oost Cust den 10:' Maart Van De ontmoeting was heel vrindelyk en geschiedde de embrassering onder oergenring van mijne brief tot verder en Conragering van dien prins ten goede waar op hij den betuijgde het in waare errst met de Comp: en den soesoehoenan te meenen Jaa voortaan met hen te leeven en te sterven— Wilde ook gaarne mede binnen solo trekken; edoch was benauwt van herte gal te scrupulieus om daar zoo schielijk aan te voldoen, te meer het leger nog niet ingetrek„ ken was, en daar in of bij zich nog beronden de sulthans zwager radeen Tommagan promodriso voor wien hij beschaamd was: ook milde hij niet gaarne te doen hebben met den sulthan: Eindelijk smeekte hij dat den soesoehoenang hen doch een weinigte buijten solo mogte ontmoeten, zullende als dan zijne mojesteit de vereischte submissie bewijsen, met dien bede nogtans dat hij daar na op een stoel zoude mogen zitten gelijk de prins van Madura. — Waar mede als avond wordende die Conferentie een einde van ter wijl ge„ dogte opperhoofd hal over bol mij sulx bedeelde met aanroering, dat den vorst wel geneegen daar toe was, waar op ik dan ook den Capitein Hertjogen raad gelaste net sijn leget van Casoe manis binnen solo te trekken en den soesoehoenang liet ik de twee laaste articuls in zijne keuse echter onder dien verstande, dat ik zijn hoog heijt versogt, dat hij het welvaren van land en volk doch in agt geliefde te neemen en dat het mij toescheen, de tijd thans geboren te zijn maar in hij niet wat te geeven en te neemen. zijne uijtgeputte onder„ daanen de liefbelijke en zoo hoog nodige vrede konde schenken, en eindelijk dat hij said zich wel nader zoude moeten schikken, want zijn ongebonde hoop zoude al gaande weg afdruijpen, ter wijl zij zien dat zijne disseijnen in het vier loopen ende hoop van een kroon. waar mede hij dezelve zo lang gepaaijt heeft nog verre voor hen te zoeken is, en zijn ziel voor als nog met vreze en augst beladen De soesoehoenang zich dus Circa een half uur buijten solo begeeven hebbende was bedeelde aldaar ll E 27 Van Javat oost Cust den 10:' Maart A:o 1757. Van Iavas oost Cust den 10: maart 1757: aldaar gedagte mins die na zijn lopje of hoed en not„ „ting van zich geworpen te hebben zich aan 's vorsten voeden, mer neederde echter van dien vorst vriendelijk opgeligt, en vervolgens over hen op een bank gesetten na alvorens door den vorst gelijk ook door het pperhoofd abrahamsz: betuijgd was dat aan hen geen quaad zoude gebeuren bij provisie de eed van trouw gezworen heebt maar op hij mede binnen solo is gegaan noet omtrend 500 koppen en na hen daar plaats is gewezen heeft hij des. anderen daags zijne moeder door zijnen pepattij dono„ werso. uijt het ontoegankelijk gebergte laaten haalen en ook den nog eenigsten overge„ schotene Europees Haver ten blijke van opregte ernst aan mij overgegeeven met versoek van parda, de welke heden tot uw hoog Edelh:s overgaat Echter smeekt said onaangesien onse aanmodiging en g'excuseert te zijn van aan den sulthan te smeeren 6 willende liever sterven betuijgende echter nooijt tegen dien vorste of zijn volk en landen buijten Comp: of soesoehoenangs ordre iets te zullen onderneemen. Wij hebben van deese onderwerking aan den sutthan kennis gegeeven die er heel wel mede te vreden schijnt volgens schrijven van den majoor donkel mits billijke voorwaarden, die wel te winden zullen wezen, al zoo hij nu alles aan den vorst ende Comp:s overlaat sonder sich te willen de Clakeeren blijkens briek van den soesoehoenang en manroenagara selfs desen annex waar nog nevens legt een dito van het opper„ hoofd, maar bij nederig versoeken. Jaa de laaste bid mij doch op salatiga te vernoegen, werm=t ik onaangesien dit ruw en morsig. saisoen oversulx den 12:' deser zoo maar klaar kan raaken mij zal begeeven zijnde ter mijner afhaling reeds: hier gearriveerd den adepattij mankopropen pangerang Timor / alwaar zich ook de Com„ missiant donkel ende sulthans rijks bestier„ „der zullen laaten vinden om gezamen der hand alles of te maaken. en door God, Java den voor land en volk lang gewenschten en liefbelijken olijftak van vrede te schenken, naa een oorlog zoo ruineus voor beide, en die sestien Jaaren lang onderagelijke sommas uijt 'sComp:s Cassa heeft weggesleept, 'twelk reeds ter deser Custe alwaar een ijgelijk vetheugd is tot naaricht van alle ingezeetenen onder het lossen van het Canon heb laaten afkundige hebbende jk dus de eer en 't gelijk om uw hoog Edele heeren meede te filiciteeren in vertrouwen dat het weg zal dragen uw hoog Edelheedens approbatie en inzonderheijt dat van haar hoog agtb: de heeren meesters, als sullende de lasten sulthan nu

NL-HaNA_1.04.02_2910_0178 view scan ↗

English

29 From Java's East Coast the 10th March Anno 1757. From Souratta the 5th February Anno 1757. now be fairly bearable, having, for the further facilitation thereof, already also dismissed the 3 native mounted soldiers. With the three regents still remaining in the field, namely at Bridje, Panawanhang, and Dambang, there will still be some consideration, yet to relieve the Company as quickly as possible from these natives who are running up such high costs, for whose final payment I request authorization as it will amount to a handsome sum, since many of them have been in service for as much as thirteen years and four months of their wages remain in arrears annually. Having proceeded thus far with this letter, I receive Your High Noble's dispatch dated 26th of the past month, intending to attempt to dissolve the said marriage in the most discreet manner and to secure for Jara in the best manner and as conveniently as possible, as has already been said, an enduring peace, humanly speaking, hoping therefore still for an honorable answer concerning the Madurese prince, and thus to satisfy everyone and to meet the maintenance of the balance of stability. Finally, awaiting Your High Noble's approval and upon the request made by Reverend Swemmelaar, I would gladly proclaim a general day of thanksgiving and prayer along this coast, to the end of honoring and praising the Almighty God for His grace over this land and people, and with deep respect I remain, below stood, Your High Noble's entirely obedient, very humble, and faithfully obliged servant, was signed, N:s Hartingh, in the margin, Samarang the 10th March Anno 1757. With the arrival of the ships Ruijteveld and Barbara Theodora, I have had the honor to receive Your High Noble's respected circular secret dispatch of the 9th April of last year, in respectful answer to which I cannot fail in the first place to note that here, as far as I have been able to ascertain, neither among the French, English, Portuguese, nor natives is there the least news of the arrival of any French Company ship, let alone warship or fleet, in these seas, and I shall not fail to strictly take the ordered instructions in that regard for guidance, having reasonably good grounds to hope that if the least report thereof reaches Souratta, the undersigned will not be the last to learn of it. To His Excellency The High Noble Great Right Honorable Wide-Ruling Lord Jacob Mossel General over the Infantry of the State of the United Netherlands, as well as Governor-General Batavia. From Souratta 31. Souratta the 5th February Anno 1757 Souratta the 5th February 1757 ordered. And although the alleged motive for dispatching Your High Noble's aforementioned letter does not have so much bearing on this directorship as it does on other offices of India, since it is by no means to be thought that any European power will dare to attack here in this country without the prior consent of the country's regents, who know all too well the consequences that our removal from here would entail for their revenues to allow themselves easily to be persuaded or corrupted into granting the same, and if they were inclined to force us to do so, they would rather lay hands on the Company's assets themselves than connive at another making himself master thereof, as they well know that the latter would cost them just as dearly on their account. On the one hand, the Governor of the city, the titular Nawab Safderchan, and his deputy Alinawaschan are openly embroiled with him of the Castle, Sidie Ahmetchan, and at the same time mutually at variance with one another, so that all three of them not only mutually mistrust one another and in quietness put themselves in a posture to avoid being taken by surprise, but even, as it seems, are merely waiting for a suitable opportunity to attack each other openly with weapons, and if possible to seize the power, in which case they would certainly all three gladly have us on their side, and we might occasionally be brought into the necessity, yet I have judged Your High Noble's recommendation to be on guard against all unexpected enterprises and designs of public enemies and feigned friends to be very wholesome and of great application to the present state of affairs in Souratta, for

Dutch transcription

29 Van Iavas oost Cust den 10:' Maart A:o 175 Van Souratta den 5: Februarij A:o 1757. nu vrij draagelijk zijn, hebbende tot verder facclitering van dien reeds ook weder afgedankt de 3. Jnlandsche militairen te paerd. Met de drie nog in het veld leggende regers, als op bridje panawanhang en dambang sal het nog wat insien, egter van de zoo duur op stok lopende inlanders, zoo gaauw als mogelijk is de Comp: verlosschen, tot welkers afbetaling qualificatie verzoeke als zullende een fraaije som uijtmaken, de wijl veele, daar van wel dertien Iaaren, indiende sijn geweest en Jaarlijx vier maanden gagie van haar blijft staan. Dus verre met dese brief gevordert sijnde ontfang ik uw hoog Edelh:s missive de dato 26:' verweken zullende gedagte huwelijk op de bedekste wijse tragten te niet te doen raaken en Jara op de beste wijse en zo het gevoegelijkste kon geschieden, gelijk reeds. gezegt is een bestendige rust, /naar het menschelijke /besorgen, hopende derhalven nog op een banorabel antwoord rakende den madurees prins en dus een ider te vreden te stellen ende balans houding van bestendigheid te gemoet te koomen Eindelijk in afwagting van uw hoog Edelh:s appro„ batie en op het gedaane aanzoek van D:o swemme„ „laar zoude gaarne langs dese kust een generalen dank en bededag uijt schrijven ten fine dien alvermogende god te neren, en te looven. voor desselfs genade over dit land en volk, en maar mede met diep ontzag verblijke /:onderstond:/ uw hoog Edelens gansch gehoorsame seer onderdanige en getrouw schuldigen Dienaar /:wat geteekend:/ N:s Hartingh /:in margine:/ Samarang den 10:' maart A„o 1757. Met het arrivement van de scheepen Ruijteveld „d' Barbaras Theodora zo hebbe d'eere gehad t' ontfangen uw hoog Edelens gerespecteerde Circu„ laire secreete missive van den 9:' apriel des voorleeden Jaars, en eerbiedig antwoord van dewelke ik niet kan afweesen en d' eerste plaatse te noteeren, dat alhier voor zo verre heb kunnen nagaan, bij Franschen Engelschen, portugeesen nog Jnlanders geen de minste tijding is van de komst van eenig transch Comp:, men geswijge oorlogs schip of vloot in deese zeen en ik niet manqueeren zal mij het Hoog Edelen Groot Agtbaren mijd gebiedende Heeren D'Wel Edele heeren Raden van Nederlands Jndia Aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen groot agtbaren wijdgebiedende Heer Jacob Mossel Generaal over d' Jnfanterie van den staat der vereenigde nederlanden, mitsgaders Gouverneur Generaal Batavia. van Souratta H 6 g'ordonneerde 31. Souratta den 5:' februarij A:o 1757 Souratta den 5: februarij 175 7 7 g'ordonneerde ten dien opsigte stiptelijk ter narigt te laaten strekken, hebbende nedelijk goed bondament em te hoopen, dat als daar van eenig het minste narigt in souratta komt, de ondergeteekende de laaste niet zal weesen om het te verneemen En al hoewel het g'allegueerde matif van het afvaardigen van uw hoog Edelens voorsz: letteren zo zeer geene betrecking heeft op deese directie als wel of andere Comptoiren van Jndia, also het geensints te denken is dat eenige Europische mogent„ - heijd en hier te lande zal durven attacqueeren, zonder voorgaande Consent van slands. re„ genten die te wel weeten de gevolgen welke onse verhuijsing van hier voor hunne reveur na zig zoude sleepen, em hen tot het verleenen van het selve ligtelijk te laten overhalen ofte Corrumpeeren, en indien z' inclineerden ons daar toe te nood„ op 's Comp:s effecten zoude slaan saken lieven selfs de hand als te Conniveeren dat een ander zig daar van meester maakte, als wel weetende dat het laaste hen even duur opreek: zoude werden gesteld, Eensdeels is den Gouverneur van de stat den Titulairen Nawab. Safderchan en sijnen steede houder Alinawaschan, met die van het Casteel sidie ahmetchan opentlijk gebrouileert, en teffens onderling met den anderen oneenig, zo dat zij niet alleen alle drie weder zijds mistrauwen en in stillste in pastuur stellen van met onverhoeds overvallen te kunnen werden, maar selfs so 't schijnt slegts naar een bequaame geleegentheijd wagten en elkanderen opentlijk met de wapenen te keer tegaan, en des mogelijkheijt den zeeter te bonssen wanneer zij zeekerlijk alle drie gaarne onstaan haare zijde zullen hebben en wijsomwijlen wel in de noodsa„ kelijkheijd zoude kunnen gebragt werden zo. heb ik egter uw hoog Edelens recommendatie om op hoe dat te zijn teegens alle onner„ loopte anderneemingen en aanslagen van publicque vijanden en geveinste vrinden, zeer heilsaam en van veel applicatie g'oordeelt, op de teegenwoordige gesteldheijd van zaken in Souratta want zo om E F

NL-HaNA_1.04.02_2910_0180 view scan ↗

English

From Surat, the 5th of February 1757. From Surat, the 5th of February to choose sides, if we did not wish to expose the Company's assets to fire and plunder, which consideration is also the only one that could persuade me in some measure to deviate from a strict or literal compliance with the order to observe neutrality regarding native affairs, which, as a general rule, is very praiseworthy, yet in my view not entirely without exception, although such civil wars in this country are often decided as quickly as they unexpectedly erupt. And on the other hand, the esteem and fear for Europeans here has fallen so low, due to the poor success of the English military operations in the year 1751, together with the news of the driving out of that nation from Bengal without offering any noteworthy resistance, and the heavy monetary fines which were extorted there from the French and Dutch for observing neutrality or under pretext thereof, and they have been so strengthened in the idea they have always held of our love of peace and our long-suffering, because we took no satisfaction for the hostile attack on the ships Wimmenum and De Vrede and the capture of the bark Jaccatra by the Angrian rovers, that they—or rather principally the deputy governor Alinawaskhan, to whom the city governor leaves the entire management of affairs, so it seems, in order to make the hatred for all the committed extortions and outrages fall upon him, and thus to have a better opportunity in time to rid himself of a man whose temper is far too imperious to be tolerated long by his equals or superiors—do not hesitate to show us daily open signs of contempt and to harass us in such a way that it were greatly to be wished that the Company's circumstances permitted showing our teeth once and for all, as will be evident in our formal description from various scandalous and offensive incidents, regarding which one has had to exercise oneself greatly in the virtues of patience and endurance, which in theory or contemplation are as easy and pleasant as they prove difficult and burdensome in practice over time, the more so when one considers that he who plays the sheep for too long runs the notorious danger of being devoured by the wolves. For these reasons, then, although here with a hundred or two European soldiers there would be little means to bring the Moors to reason and to restore our completely ruined authority and prestige among them, I thought I should not neglect to comply with Your Right Excellencies' order regarding the artillery and further ammunition of war. And therefore the Captain-Lieutenant-at-Sea Simon Rood and Lieutenant Marten Heydeman, under the pretext that Your Right Excellencies were extremely dissatisfied with our large demands for military gear, were expressly commissioned to carry out a careful inspection and inventory, both at the Company's shipyard and in the storehouses and outbuildings, of the number and condition of all the artillery in use and on hand here, the carriages, marine carriages, shot and gunpowder, small arms and firearms, together with the further artillery and ammunition goods, and not only to report their findings, but also to submit in writing, under presentation of oath, a report of what, in their opinion, would be required and is lacking of the one and the other for a good defense in case of unexpected necessity. Which commission they executed in the presence of the Master of Equippage Falk and Ensign Amesbeek in such manner as Your Right Excellencies will be pleased to observe from two original reports of those naval officers accompanying this, upon review of which it was resolved to suspend the resolution taken here under date of the first of April of the past year regarding the dispatch of artillery as supernumerary to Batavia, in so far as it concerns 1 brass one-pounder, 1 iron twelve-pounder, 2 ditto eight-pounders, 18 ditto six-pounders, and 3 ditto three-pounders; as well as to retain them until further orders, and, in so far as it is lacking, to request from Batavia the required shot up to two hundred rounds for each piece of artillery, both ashore and aboard the ships, together with the further artillery, firearms, and other ammunition goods deemed necessary that cannot be manufactured here, besides the artillery, with which I believe we are now amply enough supplied in proportion to the men one could gather in time of need to make use of it, as Your Right Excellencies will be able to gather from a separate accurate specification thereof drawn up by the Master of Equippage Falk at my request and accompanying this. Nor do I dare trouble Your Right Excellencies for the missing number to complete a double set of carriages, since the regents (who well know that they sometimes provoke matters to bring someone's patience to an end) in all likelihood would no more grant permission for the disembarkation of a noteworthy number than for their manufacture, which was therefore attempted by my order without requesting permission, but the government, having discovered it, as it is impossible for that to remain hidden here, had the workmen imprisoned, and I had much trouble in obtaining their release, after giving an assurance that I had ordered no new carriages made, but only some new wheels to replace the broken ones, and on condition that the

Dutch transcription

r 33 Van Souratta den 5:' Februarij 1757. Van Souratta den 5:' februarij N om parthij te kiesen, wilden wij 'sComp: effecten niet voor branden roof bloot stellen, welk genaat ook de eenigste Consideratie is die mij soude kunnen permoveeren eeniger maten afte wijken van eene stipte of letter„ „lijke nakoming der ordre van omtrend d' Jnlandsche zaaken de neutraliteit t' obser„ - veeren, die als een generale regul zeer pryselijk dog egter naar mijn begrip niet geheel zonder uijtzondering is, schoon diergelijke Civile oorlogen hier te Lande veeltijds so schielijk gede„ cideert zijn als z'onvermagt uit barsten. En ten anderen zo is d'agting en wreese voor de Europeesen hier door het slegt succes van de Engelsche krijgs operatien in a:o 1751. nevens. de tijding van het vernestelen van die natie uijt bengal zonder eenige naamwaardige teegenstand te winden en de swaare geld boetens welke mi„ aldaar de branschen en nederlanders over het observeeren van de neutraliteijt of onder pretext van dien heeft afge„ „perst zo verre gedaalt, en zij in het denkbeeld dat z: altoos van onse vreede„ lieventheijd en lijdsaamheijd gehad hebben zodanig gesterkt, door dat wij geene satisbactie van de vijandelijke attacque der scheepen Wimmenum en de vreede en het neemen van de barcq Jaccatra door de - angrease raakers. genoomen hebben, dat zij of wel voornamentlijk den stede houder alinawaschan op wien de stads gouverneur het gantsche bevind van zaken laat aankomen, om soo 't schijnt den haat van alle de gepleegd werdende Extorsien en geweldenarijen op hen te doen vallen, en dus te beeter geleegent„ heijt te hebben zig in der tijd t' antdoen van een man die veel 't impereus van humeur is, om bij zijne egualen of su„ perieuren lang gedult te worden, zig niet ontsien ons dagelijks opent „lijke blijken van klein agting te geven en zodanig te vexeeren, dat het zeer te wenschen waare 'sComp:s omstandigheeden permitteerden eens. voor goed de tanden telaten zien, zo als dat bij onse formeele beschrijving zal Consteeren aan verscheide denkbeeld. onttigtelijke 35 Van Souratta Den 5:' bebr: Ao 175 ƒ Van Souratta den 5:' bebruarij A.:o 17 en stigtelijke voorvallen waar omtrent men zig zeer heeft moeten oeffenen in de deugden van gedulden. lijdsaamheijd die in de Theorie ofte beschouwing zo ligt en behaaglijk, als z' in de paartijk op den duur swaar en lastig vallen te meer als men overdenkt dat die te lang voor schaap speeld notoir gevaar loopt van de malven verscheurt te werden Om deese redenen dan het ik schoon alhier met een hondert Europeesche militairen of twee /weinig middel zoude weesen de Mhooren tot reeden te brengen en ons geheel vervallen ontzag en aansien bij deselve t' herstellen vermeend niet te moeten verluijmen, aan uw hoog Edelens bevel omtrend het geschutende verdere ammunitie van oorlog te voldoen en over„ sulx de Capitain lieutenant ter zee Simon Road en lieutenant Marten heijdeman, onder pretext dat u loog Edelens. ten uijtterste onvoldaan maren over onse groote Eisschen van Krijgstuijg expresselijk gecommitteerd om een naauw E keurige visitatie en opneem te doen so veel op 's Comp:s werf als in de lage en bijgebou„ men van het getal ende gesteldheijt van al hiet in gebruik en te maarls aanhanden 0 zijnde geschhiet de affuijten rampaar„ den het scherp en buspoeder hand en schiet geweer nevens de verdere an„ thillerijen ammonitie goederen, mitsg:s niet alleen van hunne bevinding maar ook in geschrifte onder presentatie van Eede, rapport te doen van het geene et van het een en ander, tot een goede debensie, bij onverhoopte noodsake„ „lijkheijd, naar hunne opinie zoude vereisschen, en koomen t' ontbreeken, van welke Commissie zij sig ten overstaan van de Equipagie meester Falk en verdrig amesbeek in diervoegen. hebben g'acquiteerd, als uw hoog Edelens des gelievende zal Consteeren uijt twee origineele rapporten van die zee officieren deese versellende, bij resumptie van dewelke te rade be geworden het sub dato primo april a:o pass:o alhier genoomen expresselijk besluijt „ 37 Souratta den 5:' bebruarij 1757. Van Souratta Den 5:' februarij 1751 besluijt ter versending van Canon als - supernummerair naar Batavia te surcheeren) e zo verre betreft 1. Metale een. ponder 1. ijsere twaalf ponders _:o 2. _:o agt — 18. _. o ses _:o en 3 _:o drie — mitsgaders ook tot nader ordre aan te houden en zo verre ontbreekt van batavia te versoeken het vereischte scherp tot twee hondert schooten voor ider zo wel aan stuk Canon, land als op de scheepen, nevens de verdere noodig g'oordeelde arthillerij schiet geweeken en andere ammonitie goede „ren, die alhier niet kunnen aangemaakt werden buijten het Canon waar van ik vermeene, dat men nu ruijm genoeg 9 voorsien is naar mate van het volk dat enen in tijd van nood zoude kunnen bij een schaapen om er gebruijk van te maken, invoegen uw hoog Ed:s zullen kunnen afneemen uijt een aparte door den Equipagiemeester _:o Ook durwe ik u hoog Edelens niet lastig vallen om het manqueerende getal aan een dubbeld stel: afbuijten also de regenten (die wel weeten dat zij het er somtijds namaken om iemands gedult ten einde te doen loopen naar alle apparentie zo min tot d'ent scheeping van een naamwaardig getal permissie en zouden verleenen als tot d' aanmaa„ king die oversulx ter mijner ordre zonder permissie te versoeken gepro„ beerd is maar de regeering daar agter gekoomen. zijnde zo als dat hier onmogelijk verborgen blijven kan, liet de werk=lieden gevrangen zetten, en ik vand veel merk der selver largatie t'obtineeren) daar een verseekering dat geene nieuwe afbuijten maar slegts eenige nieu„ we wielen in plaats van de gebrookene had laaten maaken, en onder dien mits dat Falk ter mijner requisitie geformeerde accurate specificatie van dien desen versellende. Valk de

NL-HaNA_1.04.02_2910_0183 view scan ↗

English

From Surat, the 5th of February 1757. From Surat, the 5th of February. that the workmen would bind themselves in writing under pain of arbitrary punishment never more to lay hands on such work without special permission from the regents, whom it is best not to ask for this, but rather to await a time when they are openly in arms against one another, when one will indeed be able to get this done without their consent. The available mortars could be of very great service here, provided one had a capable bombardier at hand; but we lack not only that, but even anyone who has nearly any knowledge of how to handle them. For which reason I must take the liberty of requesting Your High Nobles that such a subject may be sent hither, to remain here as a head of the artillery subordinated under the equipagemeester, or if that cannot be, that it may be ordered to send the mortars with all their appurtenances to the main station. I shall not fail to exert all my utmost devoirs toward a speedy dispatch of ships, and trust that those who have known me in Bengal or Surat will have to admit that there was never any lack of my zeal and expedition; yet the procrastinations of the regents here regarding the chapping of goods and the granting of licenses for shipment are obstacles against which nothing can be done, and which will become more and more common as long as the Company perseveres in its peaceful sentiments, which nevertheless may perhaps be chosen as the best of two evils, at least so long as it does not suit them to strike through properly once. The cash on hand consisting of only around one hundred thousand rupees, we cannot deduct anything from it without running the danger of falling into great distress ourselves, especially when the construction of the new lodge must be continued. Hoping with this and that to have fully satisfied Your High Nobles' intention, I take the liberty to sign myself, as being with the deepest respect, underwritten: High Noble Greatly Respected Widely Commanding Sirs, lower: Your High Nobles' humble and very obedient servant, was signed: Louis Taillebert in the margin: Surat, the 5th of February, anno 1757. From Java's East Coast, the 29th of March 1757. High Noble Greatly Respected Sir, and Right Noble Sirs, The Right Noble Sirs Councillors of Netherlands India, To His Excellency, the High Noble, Greatly Respected Sir, Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as Governor-General, Batavia. From Java's East Coast, the 29th of March 1757. Conformable to orders, having proceeded to Salatiga with a suitable suite, on the day after my arrival there I had the honor of receiving the Susuhunan together with the Ratu with a retinue of circa 4000 people, and a half quarter of an hour thereafter the Pangeran Aria Mangkunegara together with his wife, eldest daughter of the Sultan, with a troop of a good 400 men, the most prominent of them listed in the annexed list. The said prince was very agitated at the first encounter, yet having taken some spirits for it, he was calm and showed himself, though small of stature, very spirited; and as they were thoroughly soaked by the rain, this meeting, after having had something to eat and drink, came to a friendly end without discussing anything of substance. However, the ruler whispered to me in secret that whatever efforts he had made, Mangkunegara was not to be disposed toward a settlement. And since it was evident in everything that this prince was very disturbed and still walked about laden with an anxious mind, I resolved, before speaking of one thing or another, to invite His Highness, the Ratu, that prince and his consort, whom he seemed to hold as a true pledge, to a meal the following day, all in order to inspire confidence in him gradually through such a gentle way; whereupon he also appeared quite calm, and while drinking, discussing some suitable conditions by and by, although entirely resolute and open-hearted contrary to the Javanese nature, I could perceive that trust took root in him and fear dissipated; so it was then planned to enter into talks with one another tomorrow, being Thursday the 17th of this month of March. Early in the morning, for encouragement, I sent not deputies, but according to court custom, the presents to that prince as well, whereupon they arrived almost at the same time; and after having drunk a cup of tea with one another, we stepped inside into a private room together with Chief Abrahamsz, where the mutual reasonings, requests, and debates lasted for three hours, the prince refusing to make any demand or request unless the aforesaid ruler ordered him to do so, who then also did so. However, his requests were great and the Sultan's lands were intermingled therewith, from which I diverted him in plain terms, and the aforesaid prince gave way even.

Dutch transcription

39 Van Souratta den 5:' Februarij 1757. Van Souratta den 5:' februarij de werklieden zig sub pane van arbitraire strafbe schriftelijk zoude verzincen nimer meer de handen te slaan aan diergelijke werk buijten speciaal verlof van de regenten wien het best is sulx niet te vragen, maar een zij opent tijd afte magten; dat „lijk teegens elkanderen in de mapenen zulx wel buijten zijn, manneer, men. sal kunnen hunne toestemming gedaan krijgen Daar handen zijnde mortieren souden alhier van zeer veel dienst kunnen weesen bij aldien men een bequaam bam„ bardier aan handen hadde maar daar aan entbreekt het ons niet alleen maar selfs aan iemand die er ten naasten bij de handeling van weet weshalven de vrijheijt moet gebruijken uw hoog Edelens te versoeken dat soda„ „nigen subject herwaarts mag gesonden Ik zal niet manqueeren, al toas mijne uijtlerste denoiren aan te werden tot eene spoede„ „ge depeche van scheepen, en vertrouwe dat de geene, die mij in bengale of souratta gekent hebben) zullen moeten bekennen dat het aen mijne ijver en voortvaarend„ heijd noijt heeft gemanqueerd, dog de talmerijen der regenten alhier omtrend het sjappen der goederen, en verleenen van licentie tot den afscheep zijn hinder palen daar men niets teegens doen kan, en die hoe langer hoe gemeenen zullen werden, als de Comp: bij hare pacificque senti„ „menten persenereerd 't geen egter missihien van twee quaden nog al het werden, om alhier als een onder den Equi„ „pagiemeester gesubordonneerd hooft van de arthillerij te verblijven, of zo dat niet zijn kan, dat den mag werden g'ordonneert de mortieren met al haar toebehooren naar de hoofd plaatste zenden. werden beste ƒ G — 41 Van Souratta den 5:' Februarij. A:o 1757. 1 Van Iavas oost Cust den 29:' Maart 1757. te beste zal gekoosen weesen, ten minsten zo lang het haar niet geleegen komt eens. ter deeg door te lasten D'aanhanden zijnde Contanten maar in omtrend hondert duijsent ropijen bestaande, kunnen wij daar van niets afsteeken zonder gevaar te loopen selfs in groote verleegentheijd te geraken, speciaal, wanneer met den aanbouw van de nieuwe lage moet werden voort gegaan verhoopende met dit een en ander ten vollen aan u hoog Edelens intentie voldaan, te hebben neem ik de vrijheijd mij t' onderschrijven, als met de diepste eerbid zijnde /:onderstond:/ Hoog Edele Groot agtbaren wijd gebiedende heeren, /:lager uw hoog Edelens onderdanige, en heet gehoorsame Dienaar„ /:was geteekend:/ Louis Taillebert /:in margine:/ Souratta den 5:' febr: A:o 1757. Conborm het bedeelde mij naar salatiga met een tamelijke suite begeven. hebbende zo hadde daags na mijn aankomst aldaar d'eer te recipieren, den soesoehoenang nevens Ratoe de rattol met een stoet van Circa 4000 menschen en een half quartiers daar na den pangerang aria mancoenogara nevens desselfs vrauw oudste dogter van den sulthan met een troep van een groote 400. Hoog Edele groot agtbaren Heere, en wel Edele heeren. Dewel Edele heeren raden van nederlands Jndia Aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen, groot agtb: heere ƒ Jacob Mossel generaal over de Jnfanterij ten dienste van den staat der verlenigde nederlanden mitsg:s gouverneur generaal Jeulkens Batavia Javasoost Cust nianen A 43 Javas oost Cust den 29:' Maart 1757 Van Iavas oost Cust den 29:' maart 1757. Van mannen de van naam daar onder annex lijsje gemelde prins was in het eerste abord seer aangedaan echter mits mat spraak water daar voor had ingenomen tranquil en wilden schoon klein van postuur seer vier en mits alleen door nat gereegend waaren, nam dese ontmoeting na wat gegeten en gedronken te hebben een vriendelijk einde zonder over iets zakelijks te discoureeren, Echter beet mij de vorst in het dok dat wat moeijte hij ook had aange„ wend mancoenagara niet wat te disponeeren tot een verseek En dewijl in alles bleek dat dien prins seer onthust was, en mass nog al met een benaauwd gemoed beswangerd ging resolveerde ik om alvorens van het een of ander te spreeken zijn hoogheijt de ratoe dien prins en ge„ malinne, welke hij tot een waar borg scheen te houden 'sanderen daags ten maal„ tijt te nodigen al em hem door zoo een Jagte weg langzamer hand vertrouwen te inspireiren wanneer hij ook vrij be„ zadigden verscheen en onder het drunken van eenige gepaste Conditien algaande S morgen vroeg zoud ik tot en Conra„ gement niet gecommitteerden maar usantie ten hove als ook aan dien prins de geschenken waar op genoegzaam tegelijk aanquamen en na een kopje thee gedronken te hebben met elkanderen, binnen in een apart komertje traden nevens het opperhoofd abrahamsz alwaer dan de over en weder zijdsche raijsonne„ menten versoeken ende batteringen drie uuren lang duurden willende hij prins geen eisch of versoek doen ten zijde vorsa hem sulks ordonneerde die zulx toen ook dest, edoch zijne versoeken waren groot ende sulthans landen daar mede gemelleerd waar van hen in verstaan bare termen diverteerde ende vorsz: gaf hem weg onaangesien heel resoluit en open„ hertig (Contra de Javaanschen aard / konde bespeuren dat vertrouwen mortel bij hem schoot ende vrees verging, dus dan beraamd wierd om morgen zijnde donderdag den 17:' deser maand maart met den anderen ingesprek te treden weg zelfs e E 6 E 77.

NL-HaNA_1.04.02_2910_0186 view scan ↗

English

45 From Java's East Coast, the 29th of March 1757. From Java's East Coast, the 29th of March even to understand that he indeed knew that Java was divided, the beaches to the Company, and how the upper lands were situated; thus he finally brought it so far that he was satisfied with four thousand cacahs situated in Kaduwang, Karangmalesse, and in the Southern Mountains. In conclusion, the prince begged him very humbly for the honorary title of Pangeran Adipati Mangkunegara, saying he would otherwise be ashamed, over which he let his thoughts go for about half a quarter of an hour, and finally condescended thereto, both seeming to be satisfied. Mangkunegara declared that he would continue to reside in Solo, appear on ordinary imperial court days, and respectfully obey the monarch's orders, also handing over to that end his brother Sinok; Mas Guntot Chalom, brother of Mas Grande or the Chinese emperor; two sons of Pangeran Adimayasa, who fell in battle in Kedu; and the Tumenggung Pringgalaya. Of this, the said prince was handed such proof, sealed with the monarch's signet and that of His Honour, next to which, at their request, I affixed that of the Honourable Company, whereupon the said Pangeran Adipati subsequently took the oath of allegiance on the Quran both to the monarchs and to the Company. The sultan's prime minister, together with the titular Major Donkel, were thereupon invited inside and informed of what had occurred, in order to exchange the cacahs of the sultan, with which this conference came to an end. Everything, so it appears to me, will go well, all the more as the monarch also shares my view that hard harshness should come somewhat gently and will naturally be disarmed, for which secret orders have been given. The joy over this in general, Right Honourable Sirs, cannot be described with any pen; at least the roads swarmed with people, especially upon my return to Samarang. And as for what concerns the permanence 47 From Java's East Coast, the 29th of March 1757. From Java's East Coast, the 29th of March 1757. of that peace, it will have to be prayed for from Jehovah, although everything shows itself well and favourably. For it would be completely unnecessary to describe the fickle nature of the Indian princes and grandees, the historical records being vocal enough witnesses. Furthermore, it has also been approved to withdraw those all-devouring encampments that serve as scourges to the Javanese; yet keeping the columns somewhat extraordinarily reinforced. A good 200 natives have already been discharged, and the remainder is expected in the coming days from the mancanegara. The sultan has congratulated the Susuhunan in reply and sent his daughter, with the title of Raden Ayu Aria Mangkunegara, a brief letter and a pair of cindes or silk patolas. She, in contrast, sent greetings to her father as well as to her husband, announcing that she was three months pregnant, requesting for her maintenance Samagatta, of which, however, I believe nothing will come, because the sultan, as I can deduce, would have very gladly seen him come over to him, and would then certainly have given him 5,000 cacahs, which, however, today has turned out to the right side of the balance. The monarchs and the pangeran will congratulate Your Right Honours in the coming days. Yet, because the customary formalities turn out very tedious, I deemed it not unserviceable to give notice of this memorable outcome and encounter at the earliest opportunity, being unable, however, to prevent, whatever I have devised or objected against it, their renewing their request for the bird's nests and the Kedu tobacco duty, but regarding me, I shall then also declare according to conscience. Finally, I request Your Right Honourable Great Reverences, for my necessary expenses and correspondence incurred, to be permitted to write off on the train a small sum of 2,500 rixdollars, which I have disbursed generously and twofold, and if I calculate the successive expeditions, it does not by far suffice and has become contrary, for which I leave myself open. Wherewith, after imploring further salvation and blessing over the Company's precious interests everywhere, I remain with deep respect, below stood: Right Honourable Great Respectable Sirs and Well-born Sirs, lower: Your Right Honourable Great Reverences' humble servant, was signed: N. Hartingh. In margin: Samarang, the 29th of March 1757. For reading out, for verification. Java's East Coast, the 29th of March 1757. Witnessed: J. de Clercq Copy of incoming secret letters of the year 1757, from 20 April to the last of December. Original letter from the Councillor Extraordinary and Governor Hartingh to Their Right Honours, dated the first of this month of April, folio 1. Three translated Javanese letters from the Susuhunan, the Sultan, and the Pangeran, to the same as above, folio 11. Original letter from the Councillor Extraordinary and Governor Hartingh directed to Their Right Honours, dated 1 June, folio 115. Letter from and to the same as above, dated 23 July, folio 139. Translated Javanese letter directed by the Susuhunan to the aforementioned High Government, folio 141. Original letter written by the Councillor Extraordinary and Governor Hartingh, dated 19 August, folio 179. A letter from and to the same as above, dated 8 November of this year, folio 231. Translated Javanese letter directed by the Sultan Hamengkubuwana to Their Right Honours, folio 236. Register of the secret letters successively received at Batavia from the outer offices since the 20th of April until the last of December, in the year 1757. Java's East Coast. 2nd Volume, Secret Letters.

Dutch transcription

45 Van Iava's oostCust den 29:' maart 1757. Van Iavas oostCust den 29:' maart G zelfs te verstaan dat hij immers wel wist, dat Java verdeeld was, de stranden aan de Comp: en hoe de boven landen gesteld waren dus bregte het eindelijk zoo verre, dat bij te vreden was met vier„ duijsent Tjatjas gelegen in Cadoeang Caro malesse en in het Zuijdergebergte , tot slot smeekte lijden vorst al heel deemoedig om den Eertitul van — pangerang adipattij mancoenagara, zeggende anders beschaamd te zullen wezen, waar over Circa wel een half quartuur zijne gedagten liet gaan, „ eijndelijk daar in Condescendeerde schijnende beide vergenoegd te wesen. Mancoenagara betuijgde op salo te sullen blijven wonen, op ordinaire keizet dagen te zullen verschijnen, 's vorsten ordres eerbiedig te zullen obedieren, gevende ook ten dien einde over zijnen broeder sinok, maas goutot Chalom, broeder van maas grande of Chinischen keizer, twee zoans van den in de Cadoe gesneuvelden 6 pangerang adimaijasa en den. Lammegom pringalaija, hier van wierd gedagte Des suthans rijks bestierder nevens den titulair majoor Donkel wierden daar op binnen versogt en het gepasst bekend gemaakt, ten bine de Tjatjas van den sult han uijt te wisselen waar mede deze Conferentie een einde nam„ Alles zo het mij toeschijnt zal wel gaen te meer de vorst ook in myn Concept is dat haade haijt wat zagt te komnen en van selfs wel zal ont zemunt worden maar toe heimelijke ordre is gesteld De vreugde hier over in 't algemeen hoog Edele heeren! is met geen pennen te beschrijven ten minsten crivoilden de wegen van menschen inzonderheijt bij mijn retoir op samarang: En wat de bestendigheijd vrte 77 5 prins zon bewijs ter hand gesteld bezegeld met 's vorsten Cachet en zijn Edelens waar nerens op hun versoek dat van de E: Comp: heb gezet doende vervolgens gedagte pangerang de pattij op den alcoran den eed van trouw zoo aan de vorsten als aan de Compagnie prins van E 47 Van JavasoostCust den 29: maart 1757. Van Javas oost Cust den 29:' Maart 1757. van dien vrede aanbelangt, zal van ze ho„ va dienen te werden afgebeden. schoon alles zich wel en fanorabel vertoont Want het soude ginners onnodig weesen den wispelturigen aard de Jndias princen en grooten te beschrijven als zijnde de retroacta sprekende getuijgen genoeg Voorts is ook goedgevonden die al ne„ vlindende en den Javaan tot geessels strecken de Campementen in te trekken; Edoch Cols. nog wat buijten ordinair versterkt 7 G. houden een grote 200. Jnlanders. zijn reeds afgedankt, ende rest. word eerstdaags uijt de mantjenagares verwagd De sulthan heeft den soesoehoenang in antwoord gebiliciteerd en zijne dogter met den titul van radeen asoe aria mancoe„ nagara bij een briefje en een paar tjindies of zijde patollen toegesonden. zij heeft in tegendeel haaren vader nevens haaren man doen groeten, onder bekendmeeking. dat Eindelijk versoeke uw hoog Edele groot agtb: voor mijne gedane noodsa De vorsten en pangerang zullen uw hoog Edelhedens eerst daags biliciteeren Edoch om dat ordiniacie mode zeer lang„ „dradig vallen, hebbe ik niet ondienstig geagt van desen heugelijken uijtslag en recontre ten eersten kennis te geven zullende echter niet kunnen afweeren, mat ook bedagt of tegen in gebragt hebb dat zij haar versoek om de vogelnesjes en Cadoesche tabaks pogt zullen renoveren maar omtrent mij dan ook conscientie wegen zal de Clareeren. drie maanden panger was, versoekende voor haar onderhoud Camagatta, waar van ik echter stel niet te zullen komen, want de sulthan zo als jk kan afleiden vrij leeven gesien had dat hij tot hen was over„ gekomen en hem dan wel 5000. Tjatjas had willen geeven 't wekk egter heden voor de balanshouding ter regter zijde is uijt gevallen 1 drie kelijke . Javas oost Cust den 29:' maart 1757. Getw: Clhr Ad L Je: Clarcq „kelijke depensen en Correspondentie te mogen op den trein afboeken een sommatje van 2500. rd:s die ruijm en dubbeld hebbe uijt „gerijkt en zoo de successive op togten reken in verre na niet toerijken en Contra mits geworden waar voor mij blank stelle. Waar mede na afsmeking om verdere heil en zegen ever Comp:s dierbare belangens alomme zoo blijve met diep ont zag /:onderstond:/ Hoog Edele ƒ groot agtbaare heere en wel Edele heeren /:lager:/ uw hoog Edele groot agtb: onderdanige Dienaar /was getekend:/ N:s Harting /in margen/ Samarang den 29:' maart 1757 Voor 't op leesen voor 't nasien Deij & Van ƒ 7 Copia Aan komende secrete Brieven D' Anno: 1757. van 20 April tot ultimo december Origineele missive van de Heer raad Extra ordinair en gouverneur Hartingh aan haar hoog Edelens gedateerd primo deser maand april drie Translaat Javaanse brieven vanden soesoehoenang, 11 den sulthan en den pangerang aan als even. origineel missive van den heer raad extra ord: en gouverneur Hartingh aan haar hoog Edelens gerigt 115 in dato p Junij - missive van en aan als voren gedateerd 23 Julij 139 Translaat Javanse missive door den sousoehoenang aan welgem hooge regering geregt — — — — 141 Originele missive door den heer raad Extra ord:s en Gouverneur Harting aan haar hoog Edelens gesz gedateerd 19 augustus — - - - 179 e missive van en aan als vooren ge„ — — 231 dateerd 8 november deser — Translaat Javaanse missive door den sulthan Hamingcoeboeana aan haar hoog Edelens gerigt Register Der secreete Brieven successive van de buyten Compt: tot Batavia ontfangen sedert den 20:' april tot ult:o december A:o 1757 Iavas Oost Cust - - - - – 236 - - ƒo - - 2:e Deel. Secrete Brien:

← previousnext →