Inventory 2967
Surat · 1,246 pages · 329 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Surat, the 12th of April 1759. which was suffered by the servants for toll paid at Brodera, a city that is governed on behalf of the Maratha general Damagie Rauw Gaij Kowal by his son Goonderam Baba, and where the orders of the ruler Ballagie Ballarauw are of little value in matters of that nature. On account of which, having been informed by the servants by letter of the 1st of August, specifying that the arrived carts, because of their smallness, were not sufficient for the transport of the merchandise planned for Amid-Abad, and he, having been able to obtain only one large one, had been obliged to hire four small carts besides it at Brootchia, where as much must be paid to the governors for the small ones as for the large ones, and that the f 288. 8. had been extorted by the detention of the cassila, and he would not have given the same had he not considered that, by writing hither about this, at least five to six days would elapse before he could obtain an order, and the expenses of that delay would amount to more than that sum, we could not reasonably refuse also to pass those items. Likewise, at the session of the 24th and 30th of January, reviewing the specification sent over by the servants of the expenses suffered during the transport of the last cassila by the current provisional second De Wind amounting to f 6575. 1. 8., and the reasons alleged by the servants in that regard, that account was passed, including therein f 1224. –. – which were extorted from him at Brodera, Sojintera, and Mater by similar means of coercion, provided he sends over a written declaration under oath that this entire amount was genuinely extorted from him and he could not have obtained free passage for less, as he has done. The Maratha governors at Amid-Abad, upon the repeated complaints made by our order about those vexations contrary to the granted letters of security, indeed gave hope of bringing about the restitution of the extorted amounts, but we doubt very much whether their authority extends far enough to be able to do such. Regarding the travel expenses brought into account by the under-surgeon Jan van Rijnbach, sent up thither instead of the relieved Jaspersz., up to f 102. 19., it has been disposed according to the tenor of our resolution of the 10th of February 1756 approved by Your Excellencies, and consequently f 8. 9. was retrenched therefrom, or as much as exceeded the established regulation. Just as was also deducted from that of the said second De Windt, amounting to f 373. 6., f 77. 15. on account of hire and rosas or board money of six peons, as in our opinion he could have managed very well with the validated two instead of eight, besides the people of the cassila. In contrast to which, the expenses incurred by the aforesaid carpenter on the journey down from Amed-Abad via Brootchia hither to the amount of f 347. –. – were passed as not excessive, since he, coming down all alone, could not have managed with fewer than eight peons without endangering his life or at least his baggage, on account of the numerous robbers along the way. The private toll or consulage in the year 1757/1758 again amounted to only f 2610. 4. -, or f 969. 16. — more than the previous financial year, notwithstanding that the incoming duties of two private vessels are included therein, namely Taasis, reported at length in our previous annual formal description, alongside the Bengal trader De Jonge Walter, and the Company's native servants, or at least the second broker Manchergie, traded quite as heavily as before. About which, the Director Van der Velde having spoken to the fiscal Kellij, as collector, and having demanded a report and accountability in writing, that officer complied with this by a document that is inserted in the resolution of the 18th of December, and whereby he makes known how it had come to his knowledge that this servant had exported various goods in recent years that he had not declared and for which he had also not paid the said consulage, whenever he was spoken to about this, saying that, being chartered both by the city governors and by the Marathas to annually export an amount of one hundred thousand
Dutch transcription
123 Van Souratta Den 12. ' April 1759. dewelke door de be„ diendens is gesup„ voor betaalde thol te Brodera, een stad die van wegen den marhitsen veldheer Damagie Rauw Gaij Kowal door zijnen zoon goonderam Baba geregeerd werd, en alwaar d' ordres van den vorst balla„ „gie ballarauw, in zaken van die natuur weinig gelden, weshalven door de bediend:s bij brieve van p=mo aug=o berigt zijnde, speciteerd dat de afgekomene harren mits derzelven kleinte niet sufficieerende geweest zijnde tot den opvoer der voor amid-aberad geprojecteerde koopmansch: en hij maar een groote hebbende kunnen bekomen verpligt was geweest buijten dezelve vier kleine karnen te brootchia in te huuren, alwaar aan de regenten voor de kleine zo veel als voor de grote moet betaald werden, en dat de ƒ 288. 8. door aanhouding van de Cassila afgedwongen waren, en hij dezelve niet zoude gegeven hebben, had„ „de hij niet geconsidereert dat daar over herwaarts schrijvende er ten min„ „sten vijf â ses dagen zouden verlopen, een hij ordre konde bekomen, en d' ongelden van dat vertoef meer als die somma zouden Van Suratta Den 12. ' april 1759. ongelden van de twee de cassila en daar onder eeni„ „ge afgeperste on„ gelden die de amed: abaad„ „se regenten belooft hebben te zullen zouden bedragen, zo hebben wij niet met reeden kunnen weigeren die posten almee„ „de tepasseeren gepasseert de op voers Insgelijks heeft men ter sessien van den 24. ' en 30. ' Jan:, resumeerende de door de bediendens overgezondene specificatie der gesupporteerde ongelden bij den op „ voer der laatste Cassila door den tegen„ „woordigen provisioneelen tweede de wind groot ƒ 6575. 1. 8. , en de redenen door de bediendens dientwegen geallegueerd die reekening gepasseert, daar onder begreepen ƒ 1224. –. – die hem te brodera, sojintera en mater, door gelijke dwangmiddelen zijn afgedwongen, mits overzendende een schrifte„ „lijke verklaring onder eede dat hem dat gantsche bedragen wezentlijk is afgeperst en hij de vrije doortogt niet voor minder heeft kunnen verwerven, zo als denzelven gedaan heeft, hebbende de marhetse regenten doen restitueeren t' amid-abaad op de ter onzen ordre ge„ „reitineerde klagten over die vexatien, te„ „gens de verleende versekerschriften wel hoope gegeven om de restitutie van het g'extorqueerde teweege te zullen brengen, dog wij twijffelen zeer, of hunne authori„ „teid zig wel zo verre uijtstrekt, om zulx te 125 Van Suratta Den 12. ' April 1759. van een onder„ chirurgijn en van den p:l twee„ de de wind item van den af„ gegaane tweede te kunnen doen t. Omtrent d' in reekening gebragte Reis op rijs ongelden ongelden door den derwaarts, insteede van den verlosten Jaspersz:, opgezonden onderchirurgijn Jan van Rijnbach tot ƒ102. 19: heeft men gedisponeert naar den teneur van onze door u hoog Ede„ „lens goedgekeurde resolutie van den 10.:' febr: 1756. , en overzulx daar van gere„ „trancheerd ƒ 8. 9. — ofte zo veel de gemaakte bepaling excedeerde, zo als men ook van die van gem: tweede de windt groot ƒ 373. 6. — heeft afgekort ƒ 77. 15. wegens huur en rosas of kostgeld van ses pions, alzo hij het naar ons begrip met de gevalideerde twee in plaats van agt buijten het volk van de cassita heel wel had kunnen stellen, waar en tegen de door voorsz: zimmerman gedane kosten timmerman op de afrijze van amed-abaad over brootchia herw. s tot ƒ347. –. – als niet excessief zijn gepasseert, dewijl hij al„ „heen afkomende het met niet minder als agt pions heeft konnen stellen, zonder zijn leven of ten minsten zijn bagage en gevaar tebrengen mits de menig Van Suratta Den 12. ' April 1759. over het gering be„ dragen van de par„ „ticuliere tol de fiscaal als invor„ zijnde omtrent l'andwoord als in den text menigvuldige rovers onder wegen e Consulatje heeft in a. o 175 2/83n weder maar bedragen ƒ 2610. 4. - ofte ƒ 969. 16. — meer als het vorige boekjaar, niet tegen„ staande daar onder begrepen zijn d'in „komende regten van twee particuliere scheepjes, namentlijk taasis in het breede verwelt bij onze voorjarige for„ „meele beschrijving nevens de bengaals vaar„ „der de Jonge walter en 'sComp=s inlandsche bediendens ofte ten minsten den tweede make„ laar manchergie, ruijm zo sterk negotieerden, als bevorens, waar omtrent de directeur van deren aangesproken den fiscaal kellij, als invorderaar, berigt en verandwoording in scriptie gevordert hebbende heeft dien officier daar aan voldaan bij een schriftuur dat ter resolutie van den 18. ' xber: heeft deze zig daar g'insereert, en waar bij tekennen geeft hoe ter kennisse gekomen was, dat dien bediende „hem verscheide goederen in de laaste Jaren hadde uijtgevoerd die hij niet opgegeven en waar van ook gem consulage betaald hadde tel„ kens als hij daar over wierd aangesproken, zeggende dat hij zo door de stads regenten als door de marhettas g'octroijeerd zijnde om Jaarlijx een bedragen van hondert De Particuliere Thol of duijzent
English
127 From Surat, 12 April 1759. Margin: of which a copy has been handed to the broker Manchergie Margin: it was submitted by him in the adjacent document Margin: yielded more than the previous year thousand rupees on such goods as he himself wished, free of all duties whatsoever, to import and export, he believed he ought to enjoy the same immunity with regard to the Company's toll; which report having been reviewed by us and reflected upon that the regents may indeed remit their own but not the Company's duties, and that consequently the privilege granted to the aforementioned Manchergie could in no way tend to its prejudice, nor could it justify him in evading the Company's duties according to his own appetite and pleasure, we have therefore resolved to have an authentic copy thereof handed to that servant to submit his interests in writing in opposition thereto, which he initially agreed to do, deferring this from week to week until the outbreak of the troubles provided him and us with other work; and when these were over and he was released from his arrest, he declared he did not deem it necessary to submit his interests, since having been presented orally to the director they were sufficiently known; that he would state what had actually been transported by him From Surat, 12 April 1759. Margin: Lord's rights are f 279. —. Margin: but the small seal is f 132:18 minus Margin: concerning the gifts nothing can yet be reported without paying toll, and submit himself to our discretion, but requested that it might be taken into favorable consideration how, according to the aforesaid proposition, someone who was subject to the Company's special protection was in a narrower condition than another who, having once obtained toll-exemption, needed to pay nothing to anyone; which will not prevent us from making him pay the consulage according to his own statement, although we have promised him to present to Your Right Honours the true state of that matter and his submitted grievances in order to obtain orders for the future. The Lord's Duty on sold vessels amounts to f 384. – or f 279. – more than the year 1752/3 because the private small ship Farsis was sold here, against which: The revenue of the Small Seal amounts to only f 441. 6. – or f 132. 18. less than the previous book-year. The accounting of the Gifts, both ordinary and extraordinary at this main office and at the subordinate factories, 129 From Surat, 12 April 1759. factories, we must, for reasons cited in the introduction of this document, postpone until the next opportunity. Margin: State of the Company's main cash The money balances in the main Cash amounted on the last of March 1758 to: f 160948: 8: 8. To which, from that date until the last of March 1759, has successively come in: From the brokers in payment for merchandise collected: f 172800. 12. 8 For the receipts from Denda Rajapour, both in cash and in bills of exchange together: 96180. –. – Received back from the Company's brokers, on account of what was advanced to them in excess on account of the contract for the year 1757 beyond what they were able to deliver in returns before the last of April of the year 1758: 23551. 6. – Received from the Company's suppliers for what was deducted on the contracted returns for the year 1756 to: 1054. 8. – Total: f 293586. 12. 8. Total sum: f 1454535. 1. –. From which is subtracted the following, namely: Successively advanced to the suppliers on account of contracting: f 375000. –. – Sent to Batavia, including f 150000. –. – which have been shipped in the bearer of this: 375000. –. – Bills of exchange successively remitted to Broach, amounting to: 49200. –. – Transferred to the petty cash etc.: 319583. 10. – Paid for purchased cotton: 9825. –. – Total: f 1128610. 10. – Thus it appears that the balance of the cash on the last of March last past was: f 325924. 11. – The monthly balances were: On the last of April 1758: f 264049. 5. 8 May 1758: 312829. 15. 8 June 1758: 322829. 15. 8 July 1758: 283839. 9. – August 1758: 418552. 13. 8 September 1758: 421083. 18. 8 October 1758: 423591. 18. 8 November 1758: 514485. 14. 8 December 1758: 216995. 12. – January 1759: 226487. 16. – February 1759: 265188. 19. – March 1759, as stated: 325924. 11. – All
Dutch transcription
127 Van Suratta Den 12.' April 1759. waar van copia van de makelaar man„ chergie ter hand ge„ „stelt zijnde is door hem het ne„ „vens staande daar op ingebragt meer gerendeert als ao pass=o duijzent ropijen, aan zoodanige wharen als hij zelfs wilde, vrij van alle regten hoe ge„ naamt in en uijt temogen voeren, hij vermeende vanr dezelve immuniteid ten opzigte van 'sComp:s thol temoeten jouisseeren, welk berigt bij ons geresumeert en gereflec„ „teerd zijnde dat de regenten wel hunne eige„ „ne maar niet 'sComp=s regten vermogen teremitteeren, en dat overzulx d' aan gem: manchergie verleende privilegie geenzints konde strecken tot hare prejuditie, nog wettigen konde, dat hij zig naar eigen appetijd en welgevallen 's Comp s regten ont„ „trok, zo hebben wij besloten copia au„ „thentinq van dien telaten ter hand stellen aan dien bediende om daar tegens te dienen van zijne belangen en scriptis, 't geen hij in den beginne aannam te zullen doen, zulx van week tot week verschuijvende tot dat d'opkomst der troublen hem en ons ander werk verschaften, en toen dezelve over waren en hij uijt zijn arrest ontslagen was, betuigde hij niet nodig t' oordeelen zijne belangen intebrengen, dewijl die den directeur mondeling voorgedragen zijnde genoeg bekent waren, dat hij zoude opgeven wat wezentlijk door hem on Van Souratta Den 12. ' april 1759. 's heeren geregtigheid heeft ƒ 279. —. maar het klein ze gul ƒ 132:18„ mit „ omtrent de geschen„ ken kan men nog niets melden onverthold vervoerd was, en zig ons goed„ „winden onderwerpen, dog dat hij verzogt dat in een gunstige consideratie mogte genomen werden, hoe volgens de voorsz: stelling iemand die onder 'sComp=s speciale protexie sorteerde van een engen conditie was als een ander die eens tholvrijheid verkregen hebbende aan niemand iets be„ hoefde tevoldoen, 't geen ons niet zal beletten hem de consulage volgens eigen opgave tedoen betalen, schoon wij hem beloofd hebben u hoog Edelens de ware gesteltheid van die zaak en zijne inge„ „bragte beswaarnissen te zullen voordragen ter erlanging van ordre voor den aanstaande. S Heeren Geregtigheid van wer¬ „kogte vaartuigen monteerd ƒ 384. – ofte ƒ279 — meer als a=o 175. 2/3n door dat het particuliere scheepje Farsis alhier verkogt is, waar en tegen D'inkomsten van het Klein zegul maar belopen ƒ 441. 6. - ofte ƒ132. 18. minder als het vorige boekjaar D'aanthoning der Geschenken zo ordinair als Extraordinair ten dezen hoofdcomptoire en op de subalterne facterijen „ den 129 Van Suratta Den 12. April 1759. factorijen, moeten wij om reeden bij d' inleiding dezes aangehaald tot de naaste gelegentheid uijtstellen. staat van 's Comp.:s De Geld Restanten grote cassa en de groote Cassa hebben onder ult. o maart 1758. bedragen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ160948: 8: 8. waarbij zedert dien datum tot ult:o maart 1759. suc„ „cessive ingekomen is van de makelaars in betaling van afgehaalde koopmansch:. . . . . - ƒ 172800. 12. 8 voor het ontfangene van denda rajapoen zo in contant als aan wis„ – – – – – - – – – - - – – – - – – – – „ 96180 –. – „sels tezamen. het terug ontfangene van sComp=s makelaars, wegens aan hun meerder verstrekte op reek: van aanbesteeding voor a=o 1757. dan zij aan retouren voor den laasten april a=o 1758. hebben kunnen leveren - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 23551. 6 — het ontfangene van 's Comp=s leveranciers voor het gesubstra„ „heerde op de aanbesteede retouren voor den Jaare 1756. tot - „ 1054. 8. - „293586. 12. 8. ƒ1454535. 1. -. waarvan gesubstraheerd werd 't volgende als het successive verstrekte aan de leveranciers op reekening van aanbesteeding. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ375000. –. – daar onder begrepen ƒ150000. –. – die „verzondene naar batavia }in brenger dezes zijn afgescheept - - - - 375000 —. de successive naar brootchia geremitteerde wisselbrieven tot - – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – „ 49200. – het afgelangde aan de kleine cassa etc. a - - - - - - - - - - - - „319583:10. betaalde van ingekogte cattoen. . - - - - - - - - - - - - . . . -. „ 9825 —. — 1128610. 10. — dus blijkt als dat 't restant der cassa ult=o maart Jongst leeden groot is geweest - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ325924. 11. - zijnde de maandelijxe restanten groot geweest onder ult. o april 1758. _ _ - - - - - - - - - - - - - - ƒ264049. 5. 8 „. . . — „ vraij 1758. - – – – – – – – – – – – – – – – - - . „„ 312829. 15. 8 „. —. — „ Junij 1758. . . – – – – – – – – – – – – . . – „ 322829. 15. 8 „. — — „ aug=o 1758. . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -„ 418552.13. 8 „. . . . – - „ Julij „. . . . - „ 7ber: 1758. - _ _ _ _ _ _ - - - - - - - - - - - . „283839. 9= „. . . —„ xber: 1758. — — — — — — — — — — – — : 216995. 12 — „. . . - „ 8ber: —. 1758. _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - - „ 423591. 18. 8. „. . . . . „ maart 1759. als gezegt - - - - - - - - - - - „ 325924. 11.- 1758. - _ _ _ _ – _ _ _ _ – – – – – – – – „ 421083. 18. 8. „. . . . . . „ 9ber: - - 1758 - - - - - - - - - - - - - - - - „ 514485. 14. 8 „. . . . . „ febr: 1759 - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 265188. 19 — „ —. . . . „ Jan: 1759 – – – – – – — – — — — – - – – – -„ 226487. 16 — alles
English
From Suratta The 12th of April 1759 Concerning the carpentries and repairs, there was passed by us in the sessions of the 23rd of May and the 12th of October 1758 a specification of the costs incurred for remedying the defects of the inner lattij No. 1, amounting to ƒ 854. 10. 8., or ƒ 37. 1. – less than what the overseers of the buildings had calculated those expenses to be, see the resolution of the 2nd of March prior; and a second one of the costs incurred for the repair to the old outer lattij No. 2, which as appears from our resolution of the 12th of August of the past year was absolutely necessary, amounting to ƒ 1477. 14. 8., or ƒ 29. 9. – less than what it had been estimated at. Report and accountability having been provided by the Master of the Equipage and the purser, pursuant to the resolution of the 31st of March 1758, concerning the high expenditure for the repairing of the roofs and the relaying of the tiles of the Company's owned and rented houses, which was inserted in the resolution of the 28th of April, and from which it appeared, among other things, that several other items were included therein, and the matter consequently stood such that one could very well admit them to take the ordered oath of purgation regarding the validity of their accounts according to the regulations, this was administered to them in the session of the 23rd of May; and it was also resolved to release the first-named from the deposit of ƒ 126. 5. – resolved upon in the session of the last of March of the past year for the making and maintenance of water bags in the Company's shipyard. On the 7th of June 1758, a report from the overseers of the buildings having been submitted to our assembly indicating the perceived defects in the wooden houses in the shipyard and of the wooden lining of the gunpowder magazine in the lodge, which required repairs as soon as possible, and that the stone stairs of the house on the north-east bastion had separated from top to bottom from the wall due to a severe earthquake, it was resolved to have the repair of the wooden houses carried out by the Master of the Equipage, as well as to have the gunpowder magazine floored with the woodwork that had been used in the month of April 1758 as a lining for the soldiers in the storehouse of breadfruit, and charged to the expense account of merchandise; but to contract out the repair of the stone stairs of the Company's house to the modi Manik Dada. However, as he was not inclined to commit himself to do this for the sum of ƒ 313. 3. 8., for which the overseers had calculated it could be done, out of fear of suffering losses through unforeseen extortions by the regents, one had to proceed with the repair without a contract, which turned out ƒ 10. 2. 8. cheaper still, as appears from the specification inserted in our resolution of the 14th of October last. The bamboo enclosure of the Company's tent, renewed in the year 1751/52, was completely ruined and partly washed away by the flood, and as our resolution of the 3rd of October indicates, had to be made entirely new, which cost the Company ƒ 617. 14. 8., according to the specification inserted and approved by the resolution of the 12th of November last, including the costs of making a new lean-to shed under which the cotton presses stand, in place of the one washed away. As the construction of new piers at the shipyard necessarily has to be postponed until the time of the lowest water, we have not only had planks laid provisionally on the piles of the old pier that remained standing, in order to be able to use it during unloading, but have also demanded a report from the overseers of the buildings as to how they can best be constructed and secured in the least expensive manner so as not to be subject again to washing away or similar inconveniences during heavy drainages; as well as authorizing them to have the sunken parts of the ground near the stone revetment raised and leveled before the beginning of the rainy season, and to properly repair the drains.
Dutch transcription
Van Suratta Den 12. ' April 1759 reparatien aan de pakhuijsen N„o 1. en 2. gedaan de specificatien van de reparatie der doeken enz: alles aan goede wigtige souratse of sourat„ „se en dhechanse ropijen Belangende de Timmeragien en R Reparatien, is door ons ter sessien van den 23. ' maij en 12. ' 8ber: 1758. gepasseert, eene specificatie van het bekostigde tot de verhelping der gebreeken aan de binnen lattij N:o 1. groot ƒ 854. 10. 8. ofte ƒ 37. 1. — minder, als waar op d'opzigters van de gebouwen die ongelden hadden gecal„ „culeert, vide resolutie van den 2. ' maart bevorens, en een tweede van het bekostigde tot de blijkens onze resolutie van den 12. ' aug=o a=o pass. o absolut nood zakelijk geweest zijnde reparatie aan de oude buijten Lattij no. 2. bedragende ƒ 1477. 14. 8. ofte ƒ 29. 9. - minder als waar op dezelve was begroot door den Equipagiemeester en dispen„ cier volgens besluit van den 31:' maart 1758. gedient zijnde van berigt en verandwoor„ „ding wegens de hooge opbreng voor het repareeren der daken en 't verleggen der pannen van 's Comp=s eigene en gehuurde woningen, hetwelke bij resolutie van den E 131 Den 12.' April 1759. Souratta O Van mits den Eed van den Equipagiemeester passeert overzienders over de gebruwen den 28. ' april g'insereerd is, en waar bij onder anderen kwam te blijken, dat daar onder verscheide andere posten zijn begre„ gen geweest, en de zaak gevolgelijk zoo danig gelegen was, dat men hen zeer wel konde admitteeren om den geordonneer„ „den Eed van purge, wegens de deugdelijkheid hunner opgaven naar de ordre tedoen, zo in dispencier ge„ heeft men hen die ter sessie van den 23. ' maij afgenomen, en ook besloten den eerstgen: telibeneeren van het ter sessie van ult=o maart a:o pass=o geresolveerde namptis„ „sement van ƒ 126. 5. – voor het aanma„ „ken en onderhouden van waterzakken op 'sComp. s werf Op den 7. ' Junij 1758. ter onzer vergadering op een beruigt van de ingedient zijnde een berigt van de opzig„ „ters over de gebouwen, aanwijzende de ontwaarde gebreeken aan de houte woningen op de werf en vande houte garneening van de kruijtkelder in de loge die ten spoedigsten reparatie vereischten, en dat de steene trax aan het huijs op de noord oosterbeer door een swaare aard„ „beving van boven tot beneden van de muna Van Souratta Den 12. ' april 1759 woning op de werf en de garniering van de kruijtkelder in de logie mitsgaders de steenen „giemeesters woning als mede de bam„ „boese omheining van besloten de houts, muur was afgeweken, heeft men besloten de reparatie van de houte woningen door den Equipagiemeester telaten geschieden, mits„ gaders de kruijtkelder te laten bevloeren met het houtwerk dat in de maand april 1758, tot een garniering voor de militairen in de horrij de brootrot was gebruikt, en de reekening van onkosten van koopman„ „schappen ten laste gebragt, maar de repa„ trai van de huipe „ ratie van de steene trap aan 's Comp:s moedie telaten repareeren manik dada aantebesteeden, dog dezen niet inclineerende zig te verbinden zulx te doen voor de somma van ƒ 313. 3. 8. waar voor d' opzigters gecalculeert hadden dat zulx konde geschieden uijt vreeze van daar bij door onvoorsienelijke knevelarijen van de regenten schade te zullen lijden, heeft men met de reparatie zonder contract moeten voortgaan, wanneer nog ƒ 10. 2. 8. goedkoper is uijtgevallen blijkens spe„ „cificatie geinsereert bij onze resolutie van den 14. ' 8ber: laastverweeken. d'A„o 173/52 vernieuwde bamboesen 'sComp:s tent vernieurt omheining van 's Comp=s tent is door de watervloet geheel geruineert, en ten deele weggespoelt, en heeft uijtwijzend onze resolutie G 133 Van Suratta Den 12:' April 1759. de werf provisio„ nel met losse plan„ en nopens het aan„ maken heeft men van de opzigters resolutie van den 3. ' 8ber: geheel nieuw moeten aangemaakt worden, hetwelke de Comp: ƒ 617. 14. 8. gekost heeft, volgens specificatie g'insereert en gepasseert, bij resolutie van den 12. ' 9ber: Jongstleeden daar onder begreyen de kosten van het maken van een nieuw afdak daar de cattoen perssen onderstaan in plaats van het weggespoelde. Het aanmaken van nieuwe hoofden aan het oude hoofd van de werf noodzakelijk moetende uijtgestelt zin belegd blijven tot de tijd dat men het laagste water heeft, hebben wij niet alleen op de palen van het oude hoofd die zijn blijven staan„ planken laten leggen, om hetzelve bij de ontlossing te kunnen gebruiken, maar ook berigt gevordert van de opzigters over de gebouwen berigtge, over de gebouwen „vordert hoedanig dezelve op de min kostbaar„ „ste wijze best zullen kunnen gemaakt en verzekert werden, om niet weder bij sware afwateringen aan wegspoeling of dier„ „gelijke inconvenienten subject teraken, mits„ „gaders dezelve tequalificeeren, om de inge„ „sakte plaatsen van de grond bij de steene beschroeijing tegens het begin van den regen tijd, te laten ophogen en verevenen, mitsgaders de rioelen behoorlijk repareeren. het
English
From Suratta, 12 April 1759. Expenses for repairing the roofs at Amadabaad. Among other unserviceable goods, an unserviceable 50-pound weight brought from Hets was written off. And concerning those found here under the ultimate of August, disposed of according to the order. The repair of the roofs and the relaying of the tiles at Amed-abaad cost during the past year ƒ 210. 17. - or ƒ 120. 17. 8. less than in the year 1757. Concerning unserviceable, defective, and spoiled goods, we have in the first place to note our resolution of 10 April 1758 to sell by public auction for whatever they could fetch a parcel of preserved ginger together with a small quantity of Jedda saffron and pepper, which had spoiled through lying long at Hets and were thus brought here from there, alongside an unserviceable cotton piece etc., the result of which has already been cited above under the sales; as well as to write off an unserviceable fifty-pound weight received from Hets and to send it to Batavia without charging for the cost, as we also, on 3 March of this year, upon a submitted report from the head administrator concerning the defective and unserviceable goods found in the combined administrations under the ultimate of August 1758, disposed of according to the order and understood that what from there must be transferred to India's capital is to be sent per the bearer of this, insofar as the same has not already been done on a previous occasion. In our letter of 27 December of the past year, we forgot in our haste to mention that the three pieces of rigging mentioned therein, which have already been lying here in the equipment warehouse since the years 1751 and 1753, were not sent until after they had been put up for sale by public auction, without having been able to realize anywhere near their cost, because such heavy cordage cannot be used on native ships. The 3 pieces of rigging were returned because they could not be sold. Among the write-ins and write-offs, the first to present itself is the finding regarding the merchandise brought back from Hets, concerning which at our meeting of 10 April 1758 disposition was made according to the regulations, validating 2 1/8 percent on the steel that had lain there over a year, fully 2 3/8 percent on the preserved ginger, and 5/8 percent on the Jedda saffron; of the 28 percent found deficient on the pepper, to allow no more than 1 1/2 percent for the time it lay in the warehouses and 1/4 percent for the voyage, or 2 1/4 percent together, for write-off, as well as to have the remaining generous 25 3/4 percent reimbursed at cost by the former factor Blaaukamer and the guarantors of his second, Carel Iten. On the nutmegs and cloves brought with the Rhoon and the Vrouw Rebecca Jacoba, 1 1/4 percent on the former and 1 3/4 percent on the latter were written off. The chests of nutmegs mixed with cloves brought in the year 1757 by the ships Rhoon and Vrouwe Rebecca Jacoba having been weighed, dumped, and garbled by express committee members from the council of justice in the presence of the fiscal, they submitted a written report regarding this duty of theirs, inserted in our resolution of 11 August 1758, whereupon we resolved to allow the generous 1 1/4 percent found deficient on the nutmegs and generous 1 3/4 percent on the cloves, alongside the dust and refuse, together amounting to generous 10 7/8 percent, to be written off to the account of profit and loss, provided that the said report be sworn to before the court of justice, which was duly done as appears from the judicial minute inserted in the resolution of the 24th of the same month, and that the mite-eaten nutmegs alongside the dust and refuse should be kept sealed and sent to Batavia at the first opportunity, as has occurred with the ship Vrouwe Rebecca Jacoba. The report being sworn. Written off on the mace: fully 4 1/2 percent. Decision taken regarding the opening of the sockels. Disposition on the yearly finding of over- and underweight of weighed-out merchandise. Upon the opening of eight sockels of mace to be delivered to the merchant, and three to be employed for gift emoluments etc., there being found deficient and in dust and refuse 68 1/4 lb. net, or fully 4 1/2 percent, the session of 5 October consented to its write-off. But whereas regarding the last-mentioned three, although opened in the presence of committee members, no declarations had been obtained, as the warehouse master maintained that he could suffice in that regard with the oath of purgation which he takes annually with respect to the spices, it was simultaneously decreed that declarations must always be taken from all sockels being opened, without distinction, in order to be sworn to, which on this occasion could only be done this time regarding the aforesaid eight sockels for trade. On 5 October, there being submitted the finding of over- and underweights on the merchandise weighed out in the year 1757/1758.
Dutch transcription
Van Suratta Den 12. ' April 1759. onrgelden van 't rac„ commodeeren den dakken te amad„ abaad onder andere onbe„ quame goederen heeft men een bragt onbeq: 50. en aangaande die alhier onder ult=o aug. o bevonden zijn gedisponeert volgs de ordre Het raccommodeeren der daken en ver„ E leggen der pannen t' amed-abaad heeft a=o pass. o gekost ƒ 210. 17. - ofte ƒ120. 17. 8. minder als ao 1757. Onbequame Defecte en Bedorvene Goederen aangaande, hebben w' in d' eerste plaatse tenoteeren ons besluit van den 10. ' april 1758. , om een partij geconfijte gember nevens een kleine quantiteid Jeddase saffraan en peper, die door het lang leggen te hets be„ „dorven, en zoodanig van daar alhier aange„ bragt waren nevens een onbequaame Cattoen peas etca eer verdutie te verkopen voor het gene gelden konde, waar van den uijtslag reets hier voren onder den verkoop is aangehaald, mitsgaders een van hets medege van daar ontfangene onbeq: vijftig pon„ te: gewijt af gesch: der gewigt afteschrijven en zonder aan„ reekening van het kostende naar batavia tezenden, zo als w' ook op den 3. ' maart dezes Jaars op een ingedient berigt van den hoofd-administrateur wegens de defecte en onbeq: goederen, in de geza„ „mentlijke administratien onder ult. o aug. o 1758. bevonden, naar de ordre hebben gedisponeert en verstaan het gene 135 E Souratta Den 12.:' April 1759. E Van terug gezonden om dat men ze niet heeft geene daar van naar Jndias hoofdplaatse moet overgaan per brenger dezes tever zenden in zo verre hetzelve niet bereets bij een vorige occagie gedaan is. Bij ons briefje van den 27. ' xber: des de 3. p:r want zijn voorleeden Jaars hebben wij door haast verge„ konnen verkopen „ten temelden, dat de daar bij vermelde drie stukken wand die reets zedert a=o 1751. en 1753. alhier in 't Equipagie pakhuijs gele„ n „gen hebben niet zijn verzonden, als na dat men dezelve bij publicque vendutie e hadde laten op veilen, zonder er op verre na het kostende voor te hebben kunnen ma„ „ken, vermits zulk swaar touwerk op geen inlandsche scheepen kan gebruijkt wer„ den Onder d'in- en -afschrijvingen bied zig het eerste aan de bevinding der van hets terug gebragte koopmanschappen, waar over ten onzen vergadering van den 10. april 1758. naar het reglement is gedisponeert met 2 1/8. perC:to schs op het staal, dat over het Jaar aldaar gelegen hadde, 2 3/8. perC=to r=m op de geconfijte gember en 5/8. perc=to op de sassraan Jeddase te valideren, van de 28. perC=o op de peper temin bevonden niet meer als 1½. perC=to voor den tijd dat in de Van Suratta Den 12.:' April 1759. op de noten en nagulen met rhoon en d' erouw Rebecca Jacoba aangebragt is 1¼. perC=to op de eersten en 1. ¾. perC:to op de laasten afge„ het rapport de pakhuijsen gelegen heeft, en ¼. ten hondert voor de reize, ofte tezamen 2¼. perC=to ter af„ „schrijving te passeeren, mitsgaders d' overige 25. ¾. perC=to ruim door den gewezen factoor Blaaukamer en de borgen van zijnen tweede Carel Iten uijtkoops te doen vergoeden de kisten noten met nagulen bestort a:o 1757. per de scheepen Rhoon en vrouwe Rebena Ja„ „coba aangebragt door Expresse gecommitteerde leeden uijt den Justitieelen raad ten overstaan van den fiscaal gewogen gestort en gegarbu„ „leerd zijnde, hebben zij wegens deze hunne verrigting gedient van schriftelijk rapport g'insereerd bij onze resolutie van den 11. ' aug:s 1758. , wanneer wij besloten hebben 1. ¼. perc=to ruijm op de noten en 1¼. ten hondert ruijm op de nagulen temin bevonden, nevens het stof en gruijs tezamen uijtmakende 10 7/8. p:r C=to mits de b'eediging van ruijm op reekening van winst en verlies te „laten afschrijven, mits dat het gem: verslag„ schrift voor de Justitie zoude werden b'eedigt hetwelke behoorlijk geschied is blijkens Justi„ „tieele notul bij resolutie van den 24. ' der „zelver maand g'insereert, en dat de ver„ mijterde noten nevens het stof en gruijs ver„ seguld bewaard en bij eerste occagie naar batavia zoude gezonden worden, zo als net schreven 137 Van Souratta Den 12.:' April 1759. op de foelij afgeschr„ openen der sockels genomen dispositie op de Jaar„ lijkse bevinding der over en onderwigten van uijtgewogene koop„ manschappen met het schip vrouwe Rebena Jacoba ge„ Bij opening van agt sockels foelij om ook 4½. perc=o r=m aan den koopman uijtgelevert, en drie om tot geschenk Emolumenten enz:t g'emploij„ „eerd tewerden, daar in temin en aan stof en gruis bevonden zijnde 68. ¼. lb: netto ofte 4½. perC=to ruim, heeft men ter sessie van den 5. ' 8ber: in dies afschrijving bewilligt dan dewijl van de laastgem: drie, schoon ter prezentie van gecommitteerdens geo„ pen't geene verklaringen ingewonnen waren, alzo den pakhuijsmeester sustineerde daar omtrent te kunnen volstaan met den Eed van purge die hij ten opzigte van de spe„ „cerijen Jaarlijx presteerd, heeft men tef„ „fens g'arresteerd, dat van alle g'opend werdende sockels, zonder onderscheid, altoo besluit nopens het verklaringen zullen moeten geligt werden, om te kunnen werden b'eedigt, 't geen te dien occagie ditmaal maar omtrent de voorsz: agt soekels tot negotie heeft kunnen geschie„ den. Op den 5. 8ber: ingedient zijnde de bevinding van over-en onderwigten op d' untgewogene Coopmansch: in ao 1755/8. schied is d
English
From Souratta, 12 April 1759. Write-off of washed away red lead and of 70481 lb melted alum. We have decided to validate to the warehouse master 3 percent on the powdered and candy sugar as having lain over the year, and to have him reimburse ¼ percent on the elephant tusks and to deposit the buy-out amount of 1 1/8 percent on the areca nut, which fell short above the permitted write-offs, until the receipt of Your Right Noblenesses' disposition on his request for an increase so far as it concerns those nuts, after which one had the same restituted to him. Also, according to the resolution of 24 November 1758, one had to write off to profit and loss the 173 lb of red lead melted and washed away by the flood, making fully 1 1/8 percent, and 865 lb or 4 1/8 percent of local pitch, but the disposition regarding the alum was postponed until the remainder of the outer Cathay No. 2, which upon inspection had been recorded only according to the statement of the warehouse master, should be reweighed by express commissioners; which being done and the report being found in agreement with the aforesaid statement, From Souratta, 12 April 1759. Write-off on the powdered and candy sugar, likewise areca, sent to Amed-abaad. Recommendation given to the officials regarding that. it was decided at the meeting of the 28th of the same month to act in the same manner with the melted and washed away alum to the quantity of 70481 lb or fully 65 5/8 percent. Just as one also further decided on 8 July, 12 August, 9 October, and 1 December last, after reviewing the findings sent over by the officials at Amed-abaad regarding the shortfalls that occurred, of 1½ percent on the powdered and candy sugar destined for Amed-abaad, and 2½ percent on the areca nut at Brootchia upon delivery to the second of the first-mentioned post, and of 2 1/8 percent on the first-sent powdered and candy sugar alongside 2 7/8 percent on the areca nut, namely 7/8 percent for spillage during the transport up to Amed-abaad and 2 percent for the permitted write-off upon weighing out to the merchant, to pass the same as not excessive; but since the aforesaid shortage on the powdered sugar during transport is very slight, in comparison with the heavy spillage that usually occurs during the transport From Souratta, 12 April 1759. Further write-offs at the Amed-abaad office. of that sweet commodity and for which nothing was validated, we have, although our used precaution of having the canisters packaged here in gunny will have contributed much thereto, deemed it not unserviceable to recommend the officials to take care not to give the merchants reason to complain, through a scanty weighing out, that they are shortchanged in weight, in order not to come out with a slight write-off and seem to have been extraordinarily vigilant. Furthermore, permission was granted to the officials for the write-off of 3 ¾ percent on 12 chests of nutmegs, found short upon weighing out, according to the sworn report entered in our resolution of 9 November; as well as of f101. 1. 8, or the amount for the maintenance of the supernumerary riding horse mentioned hereinbefore under sales, until one was able to realize its value, passed by our resolutions of 8 July and 12 August last, on which latter day permission was also granted for the writing off of f 87. 15, which was spent for From Souratta, 12 April 1759. Taxes, reimbursements, and emoluments, and of what was overcharged. the expedition of the necessary general and special parwanas from the new regents regarding commerce and the free import and export of merchandise, which were found here in proper form, except that in the first one mention was made of the goods of the Dutch chief, which, to prevent chicanery, was changed upon our requisition by substituting the goods of the Dutch Company. The reimbursements, taxes, and refunds, of which the necessary has not already been said under the preceding main heads or in our previous letters, consist solely of the following: The erroneous surplus provided in emoluments and rations beyond what the memorandum on economizing dictates, by the beneficiaries according to a report from the purveyor that was incorporated into our resolution of 5 April 1758. The amounts charged since that time on the basis of our resolutions of 31 March and 1 April 1756, which were disapproved by Your Right Noblenesses, in excess of what the memorandum on economizing permits for various matters, by the warehouse master up to f2296. 10. and by the purveyor f992. 4. 8. As:
Dutch transcription
Van Souratta Den 12. ' April 1759. afschrijving van weg gespoelde me„ nij en en van 70481. lb: gesmolten alhui zo hebben wij besloten aan den pakhuijs „meester tevalideeren 3 procento op de poeder en candij zuijker als over het Jaar gelegen hebbende, en door denzelven te doen vergoeden ¼. ten hondert op de Eliphants tanden en te doen namptiseeren het uijtkoops bedra„ „gen van 1 1/8. perC=to op d' arreek boven de gepermitteerde afschrijvingen tekort geko„ „men tot de ontfangst van uw' hoog Ede„ „lens dispositie over zijn request oem verhoo„ „ging voor zo verre die noten betreft, waar na men hem hetzelve weder heeft doen resti„ „tueeren Ook heeft men volgens resolutie van den 24. ' 9ber: 1758. op winst en verlies moeten laten afschrijven, de door de watervloet gesmol„ „tene en weggespoelde 173. lb: menie roode, makende 1 1/8. perC=to ruim en 865. lb: ofte 4 1/8. ten hondert r=m haapuijs inlands, dog de dispositie ten opzigte van d' allui uijtgestelt tot dat het restant van de buij„ „ten Catthij N=o 2. hetwelke bij de bevinding alleen naar de opgave van den pakhuijs„ „meester gestelt was door expresse gecom„ P „mitteerdens zoude nagewogen wezen, het welke gedaan en het rapport met de voorsz: opgave 139 Van Souratta Den 12. ' April 1759. amid abaad gezon„ dene poeder en con„ dij zuijker item arreek recommandatie daar omtrent aan de bediendens gege„ opgave accoord bevonden zijnde, heeft men ter bijeenkomst van den 28. ' derzelve maand besloten met de gesmoltene en weggespoelde alluijn ter quantiteid van 70481. ed: ofte 65. 5/8. perC=to ruim inzelver voegen te doen handelen Gelijk men ook alverder op den 8. ' Julij afschrijving op d'naar 12. ' aug=- , 9.:' 8 ber: en p=mo xber: Jongstlee „den na resumptie der door de bediend. s t' amed-abaad overgezondene bevindingen der gevallene onderwigten van 1½. proc=s op de voor amed-abaad gedestineerde poeden en candij zuijker, en 2½. ten hondert op de arreek te brootchia bij de overgave aan den tweede van het eerstgen: comptoir, en van 2 1/8. perC=to op de eerstgezondene poeder en candij zuijker nevens 2 7/8. perC=to op de arreek, namentlijk 7/8. perC=to voor spillagie bij den opvoer naar amed-abaad en 2. pen cento voor de gepermitteerde afschrijving bij uijtweeging aan den koopman heeft be„ „slooten dezelve „ niet excessief te passeeren, dan dewijl de voorsz: minderheid op de zuiker poeder bij op voer zeer gering is, in vergelijking van de swaare spillagie die anders gemeenlijk bij den opvoer van Van Souratta Den 12.:' April 1729 vrdere afschrij„ vingen ten comp„ van die soetigheid per als valt, en waar voor niets was gevalideert, hebben wij, of schoon daar toe veel zal hebben gecontribueert onze gebruikte precautie om de cannassers alhier in goenij tedoen emballeeren, niet ondienstig g'oordeelt, de bediendens terecommandeeren zorge te dragen de kooplieden door een schaale uijtweging geen reden tegeven om te klagen, dat 2' in 't gewigt verkort zijn, om dus niet eene geringe afschrijving te kunnen uijtko„ „men en teschijnen extraordinaire gevigi„ „leert te hebben. Voorts heeft men de bediendens licentie „toire amed-abaad verleend ter afschrijving van 3. ¾. perC=o op 12. kisten noten muscaten, bij uijtweging temin bevonden, volgens b'eedigt rapport bij onze resolutie van den 9. ' 9ber: inge„ „schreven als ook van ƒ101. 1. 8. ofte het beloop van het onderhoud van het super„ „numeraire aijpaard hier voren onder den verkoop vermeld, tot dat men hetzelve heeft kunnen tegelde maken, gepasseert bij onze besluijten van den 8. ' Julij en 12:' aug=o laastleeden, ten welke laastgen: dage men ook heeft licentie verleend tot afboe„ „king van ƒ 87. 15. die bekostigt zijn voor de 141 Van Souratta Den 12.:' April 1759. belustingen encolumenten en van het teveel op„ gebragte voor de expeditie van de nodige generale en speciale perwarmnas van de nieuwe regen„ „ten ten opzigte van den handel en den vrijen op- en afvoer van koopmanschappen, die alhier in behoorlijke forma bevonden zijn, uijtgezondert dat er bij d' eerste wierd gesprooken van de goederen van het hollands opperhoofd, 't geen ten voor„ „koming van chicanes, ter onzer requisi„ „tie, verandert is met de goederen van de nederlandsche Comp: in de plaats te stellen De Vergoedingen Belastingen vergoedingen en en Remboursementen waar van niet reets onder de voorgaande hoofd delen„ of bij onze vorige brieven het nodige ge„ „zegt is, bestaan eenlijk in de volgende het abusive meerder verstrekte aan Emolimen van tewel verstrekte „ten en randzoenen, als de memorie van menage aandzoenen dicteerd, door de genieters volgens een berigt van den dispencier dat onze resolutie van den 5. ' april 1758. is ingelijft het op fondament van onze door u hoog Edelens gedisapprobeerde resolutien van ult o maart en p=mo april 1756. zedert dien tijd meer opgebragte als de memorie van me„ „nagie permitteerd voor diverse dingen door den pakhuijsmeester tot ƒ2296. 10. en door den dis„ „pencier ƒ 992. 4. 8. als. —
English
Souratta, 12 April 1759 Concerning two months' salary of the Amed-abaad factors and clerks, to redress the irregularities mentioned in the text. A fine of two months' salary to which the Amed-abaad factor Pierac Antoine de Bellon, the second of that office Frans Bernard Zimmerman, and both assistants stationed there, Willem Smit and Jacobus Vermeulen, as commissioners at the general inventory taken under the last of August 1757, were sentenced by resolution of 20 October 1758 for the benefit of the Dutch burial grounds here, because from the disputes that arose between the first two and the complaints of the said De Bellon about the said clerks, of whom the latter especially distinguished himself by obstinacy and arrogance, it could be clearly perceived that the inventory at that time was not properly conducted, but merely a pro forma report agreeing with the trade books was drawn up. Upon resumption of the report of the special commissioners concerning the examination of the trade books of this directorship of the year 1751/2 at our meeting of 18 April 1758, it was found that the merchant and warehouse master Sweers continued to be listed among the debtors for a small amount of f 50. 12. - on account of benzoin malais deficient under the last of August 1757, because they had neglected to draw up the necessary warrant in time to count that amount into the cash. 143 From Souratta, 12 April 1759. Resolution taken to the charge of the cashier or secretary of the administration. Therefore, besides some redress and orders related thereto, to prevent similar irregularities in the future, as well as the disputes arising therefrom when one shifts the blame onto the other, we have resolved that the warrants for compensation, even if inadvertently left in the pen in the resolution, must henceforth always be drawn up within the period of one month after the decision is taken, on penalty, in case of neglect, of forfeiture of one-sixth of the amount thereof for the benefit of the graves of the Company's European servants, without prejudice to his recourse against the secretary of police if the latter cannot demonstrate that he issued an extract from the resolution whereby such compensation was decreed. Fine imposed on the negligent administrators. Just as it was also perceived that what was resolved at our meeting of 12 May 1757 concerning a clear statement of such goods as are in use in the various administrations, with their sums of money remaining listed, from which the books could be cleared, had not yet taken effect with proper exactitude, it was understood that the administrators who are found negligent in that matter shall ipso facto incur a fine of one month's salary, also for the benefit of the graves, whose account is still by no means settled. The cotton and spelter robbed at Mondera entered into a separate account and the deficit balance of the Kitsmandu trade written off as in the text. Qualification granted to close the trade books. Meanwhile, on that day, upon a report of the second in rank as trade bookkeeper, it was further resolved to enter into the books of this main office the spelter and cotton robbed at Mondera, on account of cotton and spelter robbed by the Hereditary Prince of Kets, and of the deficit balance of the Kitsmandu trade to write off f 17592. 17. 8. to previous year's charges and expenses, but the remaining f 10747. 15. — to such accounts as are most appropriate for it, since it would be very improper to deal with the entire amount in that manner and thus charge everything to the financial year 1752/3. Upon the announcement made by the said second at our meeting of the 15th of last month that, having properly confronted the debtors, he was in a position to close the trade books of the year 1757/8, he was granted qualification for that purpose at the session of 15 March last past, and therefore he is presently actively engaged therein during the drafting hereof; but 145 From Suratta, 12 April 1759 The next report will be made by the next occasion. The pay books of the same financial year having first been properly examined in council by special commissioners and at the session of 23 December 1758, and found to be without any noteworthy error, only the necessary orders were given regarding the numbering and endorsing of the annexes, and two sets have already been dispatched with the ships Vrouwe Rebecca Jacoba and Amerongen, the third now going with Amstelveen. Regarding the general profits, the general remainders under the last of August 1758, with their amounts in money, the debtors and outstanding accounts, assignments, bills of exchange, and remittances, in order not to delay the bearer of this letter, we shall report by the next opportunity, but in relation to
Dutch transcription
Souratta Den 12. ' April 1759 Van van 2. maanden gagie van de amed-abaad. se factoors en seri„ beuten tot redres van de in den text gemelde slordigheeden Een boete van twee maanden gage waar in den amed-abaadsen factoor pierac antoine de bellon, de tweede van dat comptoir frans Bernard Zimmerman en de bijde aldaar bescheidene assistenten Willem Smit en Jacobus vermeulen als gecommitteerdens bij den genera„ „len opneem onder ult. o aug. o 1757. , ten behoeve van de nederlandsche begraafplaatsen alhier bij reso„ „lutie van den 20. ' 8ber: 1758. verwezen zijn, alzo men uijt d' ontstaane disputen tusschen de twee eerste, en de klagten van gem: de bellon¬ over de gem: scribenten, waarvan den laasten zig Inzonderheid door weenbarstigheid en arro„ „gantie zeer heeft gedistingueerd, duijdelijk konde bespeuren dat den opneem te dier tijd niet behoor„ „lijk gedaan, maar slegts proforma een rapport met de negotie boeken accordeerende op„ „gemaakt is Bij resumtie van het berigt van Expresse gecommitteerdens wegens de Examinatie der Negotieboeken dezer directie van a. o 175 /2. ter onzer bijeenkomst van den 18. ' april 1758. bevonden zijnde, dat den koopman en pakhuijsmeester sweers onder de debiteuren voortliex voor een montantje van ƒ 50. 12. - wegens ben„ sium malais onder ult=o aug=o 1757. te„ „bort gekomen, door dat men versmint hadde in tijds de nodige ordonnantie op O 143 Van Souratta Den 12. ' April 1759. besluit genomen ten laste van den Cassier of secretaris „heid der administra oijtemaken, om dat bedragen in cassa tetellen, zo hebben wij, buijten eenige redressen en daar toe relative ordres, tot preventie van dien„ gelijke slordigheeden in den aanstaande, zo wel als de disputen daar uijt ontstaande, wanneer den een den anderen de schuld op de hals schuijft, besloten tot d' ordonnantien het nevens staande van vergoeding voortaan altoos, ende zulx„ schoon dat bij de resolutie abusive in depen is gebleven, binnen de tijd van een maand na dat het besluit genomen is, zullen moe„ „ten opgemaakt werden op verbeurte in cas van versuim van een sesde van het bedra„ „gen derzelve, ten behoeve der graven van 's Comp:s Europesche dienaaren, behoudens zijn guarand op den secretaris van politie bij aldien deze niet kan aantoonen, dat hij een Extract uijt de resolutie heeft afge„ „geven waar bij zoodanige vergoeding is g'arresteerd Zoo als men ook bespeurende dat het boete op de nalatig E geresolveerde ter onzer vergadering van den steurs gestelt 12. ' maij 1757. wegens eene duijdelijke opgave van zoodanige goederen als in de diverse administratien in gebruik zijn, met hunne geldsommen voortliepen, waar van de boeken Van Souratta Den 12.:' april 1759. het te mondenen ge„ rooft cattoen en spi„ „aulter op eene aparti reek ingenomen en het saldo tequarad„ van den kitsmanduij als in den tex qualificatie verleent tot het sluiten der negotie boeken boeken zoude konnen gesuijvert worden, nog niet met behoorlijke exactitude effect gezorteerd hadde, heeft verstaan dat de admi„ „nistrateurs die op dat stuk nalatig werden bevonden ipsofacto vervallen zullen in een boete van een maand gage mede ten behoe„ „ve van de graven, welkers reekening nog in verre na niet is veressent Intusschen heeft men alverder ten dien dage op een berigt van den secunde als ne„ „gotieboekhouder besloten de te mondera geroofde spiaulter en cattoen bij de boeken van dit hoofd comptoir inteneemen, op reekening van geroofd Cattoen en spiaul„ ter door den Erfprins van kets, schen handel afgesch: mitsgaders van het saldo tequaad van den kitsmanduischen handel ƒ 17592. 17. 8. op voor„ „jarige lasten en ongelden maar de overige ƒ10747. 15. — op zoodanige reekeningen afte„ „schrijven als waar bij zulx de meeste eigen„ „schap heeft; dewijl het zeer oneigen zoude wezen met het gantsche bedragen indier„ „voegen te handelen, en dus alles ten laste van het boekjaar 175. 2/3 n tebrengen. Op de bekendmaking door gem: secunde ter onzer vergadering van den 15. ' der voorleedene maand gedaan dat behoorlijk niet 145 Van Suratta Den 12.:' April 1759 staande zal per gedaan worden met de debiteuren geconfronteerd hebbende in staat was de negotieboeken van a=o 175 7/8. tesluijten, heeft men hem daar toe ter sessie van den 15. ' maart laast verweken qualifi„ „catie verleend, en dierhalven is hij daar„ „meede onder het concipieeren dezes werke„ lijk bezig; maar De Soldijeboeken van hetzelve boekjaar eerst door expresse gecommit„ „teerdens, en ter sessie van den 23. ' xber: 1758. , in raade behoorlijk g'examineert, dog zonder een naamwaardig careur bevon„ „den zijnde, heeft men alleen de nodige ordres gestelt nopens het coteeren en su„ „perscribeeren van de bijlagen, en reets twee stellen met de scheepen vrouwe Rebena Jacoba en amerongen verzonden, gaande het derde nu met amstelveen Nogens De Generale winsten, van het nevens„ De Generale Restanten onder naasten voorslag ult o aug. o 1758. , met derzelver bedragen in gelde, De Debiteuren en ten agteren staande reekeningen, Assignatien, Wissels en Remisen, zullen wij om brenger dezes niet op te houden, per naasten verslag doen, dog met relatie tot
English
From Suratta, 12 April 1759. Extraordinary supply of Company oil. Further payment of emoluments to the Agra broker being claimed, he made demands for reasons as stated in the text. Regarding domestic matters, our resolution of 7 June decided that, since the cramped space of the Company armory here did not permit storing all the weapons that were on hand at the time and, as shown by what was communicated in our respectful last letter, were partly sold by public auction, but a portion necessarily had to be kept in the so-called Parrot Guard, some soldiers should be stationed there at night and the necessary oil for night light should be provided to them. And having obtained authorization from your Excellencies by your honored missive of 15 November 1757, the representatives of the Agra broker were notified, in accordance with our resolution of 14 March 1758, that his annual emoluments would cease at the end of that month, not recalling at that time that these were paid in advance, and consequently had already been enjoyed by that employee until the end of August of that same year. They were not satisfied with this, 147 From Souratta, 12 April 1759. eight months more. Company. but claimed eight months' wages more, including the year 1751/1753, when his salary was withheld by the then Director, Mr. Pecock, in order to urge him thereby to track down a buyer for the lodge or rather the house that the Company had there, which he could not find, since already at the abandonment of that office in the year 1711/1713, as appears from the memorandum left behind by Mr. Keetelaar, it was old and dilapidated, and has not been maintained since then, whereby already some years ago, except for the gate, it collapsed completely, and outside of it nothing remained of it but a heap of ruins consisting of old stones, wood, and ironwork, which were carried off by those who fancied them, because in the surrounding or walling of the city begun in the year 1693, but only partially completed, being enclosed about a pistol shot outside the same, the broker could not prevent this. Concerning which claim the Director, From Suratta, 12 April 1759. Why he troubled the Director. Matter investigated by commissioners. And his claim was subsequently rejected. having likewise been troubled by his representative, whether that employee truly imagined that the provision made to him later was not for the year 1753/1754 but for the aforementioned book year that had already expired, or that he maintains that the year 1752/1753 is still due to him because no proper termination of his service preceded that withholding, His Honor had that matter investigated by special commissioners from the political council, the merchant Kellij and the junior merchant Blaauwkamer, who, considering the year in question as withheld with the intention of never paying it, reported that on the contrary the brokers had enjoyed 41 1/4 Rupees or more than the resolution of March 1758 dictated. Therefore, choosing in the resolution of 12 August last the course that seemed most defensible, it was deemed proper to reject his claim as unwarranted, nevertheless explicitly permitting him, if he found himself aggrieved by this, 149 From Souratta, 12 April 1759. Yet upon closer examination this appeared. The request of a Jesuit at Agoa regarding the remaining materials of the collapsed lodge there, granted under conditions as in the text. to address your Excellencies by petition. The Director, now that he has better unraveled the matter from the retrospective records in the manner aforementioned, is strengthened in his opinion that one cannot in all fairness withhold from him the salary of seven months or from the end of August 1757 until the end of March 1758 inclusive, counting also the year 1752/1753; he did not wish to insist upon this at the aforementioned session because it was objected to him that, the disbursements to him having always been made in advance prior to the withholding, this was proof that the intention in the time of Mr. Pecock must not have been ever to make good to him the skipped or withheld year, since otherwise one would have paid for two years at once, and that consequently the same could not be counted, whereas Mr. Pecock only spoke of the fairness of withholding and not of forfeiting, and from what has been alleged above one can with reason form a contrary conclusion, besides that reason in any case requires or implies that such people are warned in advance if one no longer wishes to reward them or keep them in service. Meanwhile, a letter was received from a Jesuit missionary at Agoa, named Joseph Jiessenthaler, communicating that the gate of the house also threatened to collapse, which a certain alleged landowner, whom he says is a farmer, wanted to demolish and would indeed already have demolished had the Jesuits not prevented this, with the request that in case the Company was not intending to restore that building or maintain it any longer, the aforementioned remnant might be demolished, and the woodwork and rubble sold, and the proceeds given to the poor Christians in that place. Whereupon, according to our resolution of 21 August last, for reasons to be seen therein, an answer was given that although it would not be difficult
Dutch transcription
Van Suratta Den 12. ' April 1759. Extraordinaire verstrekking van 's Comp=s oli de verdere betaling van Emolumenten aan den agrasen makelaar opgeregt zijnde heeft dezelve om reden als in den text gepretendeert tot de Huijsselijke zaken bedeelen ons besluit van den 7. ' Junij, om vermits de bebrompentheid van 's Comp. s wapenkamer alhier niet permitteerde, alle de doenmaals aan handen geweest zijnde, en blijkens het bedeelde bij onze eerbiedige laaste, ten deele per vendutie verkogte geweiren aldaar te bergen, maar een gedeelte nood„ „zakelijk in de zogenaamde pappe„ „gaijen wagt moeste bewaard worden aldaar 's nagts eenige militairen tera„ „ten verblijven en de nodige olij tot nagtligt aan dezelve te doen verstrekken; en Oy bekomene qualificatie van u hoog Edelens bij haare g'eerde missive van den 15. ' 9ber: 1757. heeft men de gemagtigden van den agrasen makelaar, volgens onze resolutie van den 14. ' maart 1758: aangezegt dat zijne Jaarlijxe Emolu„ „menten ult. o van die maand zouden cesseeren, zig te dier tijd niet herinne„ „rende dat dezelve voor af verstrekt wier„ „den, en overzulx reets tot ult.:o aug:o des„ „selven jaars bij dien bediende genoten nog 8 maanden tooen waren die daarmede niet tevreden geweest is s Comp E 147 Van Souratta Den 12.:' April 1759. is, maar nog agt maanden loon gepreten„ deert heeft, het Jaar 175 1/3. meede reekenede, wanneer zijn salaris door den heer doen„ „maligen directeur Pecock is ingehouden om hem daar door aante spooren een koop„ „man van de loge of liever het huijs dat de Comp: aldaar gehad heeft optes geuren, die hij niet konde vinden, vermits al bij d' opbrake van dat Comptoir in a. o 171 1/3. blij„ kens de nagelatene memorie van den heer Keetelaar oud en bouwvallig is geweest, 7 en daar aan zedert de hand niet gehouden is, waar door reets voor eenige Jaren op de poort na geheel in malkanderen ge„ „vallen, en buijten dezelve daar van niets overgebleven is, dan een puijnhoop van oude steenen, hout en ijzerwerken, welke van de gene die er gading in had„ „den weggehaald zijn, vermits bij de a. o 1693. , begonnen dog maar gedeelte„ „lijk volbragte ommanteling of bemun„ „ning der stad ongevaar een pistoolschoot buijten dezelve gesloten zijnde, de makelaar zulx niet heeft kunnen be„ „letten, over welke pretentie de directeur door Van Suratta Den 12. ' april 1759. waarom hij den heer directeur lastig val„ lende zaak door gecommit„ teerd:s laten onder„ zoeken en is hem vervol„ „gens zijn Eisch ont„ zegt door zijn gemagtigde desgelijx lastig geval„ len zijnde, 't zij dat die bediende wezent¬ „lijk in de verbeelding geweest zij dat de hem naderhand gedaane verstrekking niet voor a. o 175¼. maar voor het voorsz: reets verloopene boekjaar gedaan is, of dat hij sustineerd hem het Jaar 175 2/3. nog com„ piteerd om dat geene behoorlijke opzeg„ ging van zijnen dienst die inhouding gepre„ 8 zo heeft zijn Ed: die cedeert heeft, zo heeft hij die zaak door Expresse gecommitteerd=s uijt den politic„ „quen raad den koopman Kellij en onder„ „ koopman Blaauwkamer laten onder„ „zoeken dewelke het Jaar in questie als ingehouden met intentie om hetzelve nimmer tevoldoen, considereerende, van berigt hebben gedient dat de make„ „laars ter contrarie nog Ro/a 41. ¼ of te meer genoten hadde als het besluit van maart 1758. dicteerde Deshalven men bij resolutie van den 12. ' aug. o Jongstleeden de parthij kie„ „sende die best te verandwoorden scheen, heeft goedgevonden zijnen Eisch als abusif te ontzeggen hem niet temin uijtdrukkelijk toelatende om zig daar mede 149 Van Souratta Den 12. ' April 1759. dog bij nader on„ der zoek dien gebleeken meede beswaard vindende bij requeste aan uw' hoog Edelens t' addresseeren zijnde de directeur nu de zaak uijt de actroacta invoegen voormeld beter gedeveloppeerd heeft, gesterkt in zijn ge„ voelen dat men hem het salaris van se„ „ven maanden ofte van ult o aug o 1757. tot ult. o maart 1758. inclusive het Jaar 175 2/3. meede gerekent, met geen billijkheid kan onthouden, waar op ter voorsz: ses„ — „sie niet heeft willen blijven staan, om dat hem wierd tegengeworpen, dat de verstrekkingen aan denzelven voor de in„ „houding altoos voor uijt geschied zijnde, zulx een blijk was dat de intentie ten tijde van den heer Pecock niet moest geweest zijn hem het overgeslagen of in„ „gehouden Jaar ooit goed tedoen, dewijl men anders voor twee Jaaren tegelijk zoude verstrekt hebben, en dat overzulx hetzelve niet konde meede gerekent werden, daar nogtans de heer Pecock alleen van de billijkheid van inhouden en niet van priveeren heeft gesproken, en men uijt het hier voren g'alligueerde met reden een contrarie con Van Souratta Den 12. ' April 1759. verzoek van een Je„ „suit t' agoa om de van de voorvallene logie aldaar toegestaan onder voorwaarde als in den text conclusie kan formeeren, buijten en behalven dat de reden in allen gevalle vereischt of meede brengt, dat zulke menschen voor af werden gewaarschouwt, als men hen niet meer beloonen of in dienst houden wil Intusschen heeft men van een Jesuit nog overige materialen missionaris t' agoa, in name Joseph Jiessenthaler, een brief ontfangen, tot com„ municatie dat de poort van het huijs ook dreigde in testorten en dewelke zeekeren pretensen grond Eigenaar, die hij zegt een landman tewezen, wilde afbreeken, en reets werkelijk zoude afgebroken hebben, indien de Jesuiten zulx niet hadden belet, met ver„ „zoek dat ingevalle de Comp. niet van sints was dat gebouw te herstellen of langer aantehouden het gem: overblijf„ sel mogte afgebroken, mitsgaders de handwerken en puin verkogt en het rendement aan de arme Christenen te dier plaatse geschonken werden Waar op men volgens onze reso„ lutie van den 21. aug=o laastleeden, om redenen daar bij tezien g'andwoord heeft, dat alhoewel het niet swaar zoude vallen
English
151 1759. From Souratta, the 12th of April to demonstrate that not only the superstructure of the lodge, but also the ground upon which it stood, belonged to the Company, this matter would be allowed to run its course and consent granted for the demolition of the gate, in order to distribute the proceeds of the materials, after deduction of expenses, to the poor Christians, provided this could be done without any further interference on our part, and without getting into a dispute with anyone over it, as seems likely; since there is no one there who can rightfully oppose it, which we hope will not displease Your Right Honourables. To the factors at Amed-abaad, according to the resolution of the 12th of August of last year, permission was granted to have a new saddle harness made for the Company's riding horse at cost, provided that the mountings of the old harness be used for it, which had already been discarded and destroyed the year before as entirely unusable, for which they recently sent over a specification amounting to ƒ126. 15. —, which we have passed, as nothing excessive or improper was found therein. From Souratta, the 12th of April 1759 Owing to the uncertain state of affairs in this city and the reasons one had to fear that the Marathas would completely cut off the supply of provisions, we had already, by mid-September 1758, quietly increased our stock of provisions to the quantity that would be needed to supply five Company ships, each calculated at a double crew of Moors, in order not to have to purchase those necessities at excessive prices in case of a blockade, as appears from our resolution of the 18th of that month, to which we take the liberty to refer for further details. Owing to the shortage of a sufficient number of grapnels for the vessels, it was necessary to decide at the session of the 18th of September to have twelve local ones with five arms purchased or made, just as, according to the resolution of the 4th of November of last year, it was also necessary to decide to have 499 new gunny sacks made for the service of the warehouses, 153 From Suratta, the 12th of April 1759. in place of an equal number that had contained alum and rosin, and which had rotted and become entirely unusable due to the flood. Instead of two old draft or well oxen, which according to the report inserted in our resolution of the 20th of October 1758 were so decrepit that, being of no further service whatsoever, they had to be sent to the Banyan hospital, two others had to be purchased for the service of the wharf, which cost ƒ180. —. —. After reading a petition from the warehouse keeper Sweers, to be found in our resolution of the 5th of October last, it was decided, for reasons stated therein, to authorize him, when the goods of private individuals remain in the Company's warehouse for more than two months, to charge thereon such warehouse dues as the Company permits, and at the same time the necessary orders were given on how to act when there is not enough room in the same to store them there. From Souratta, the 12th of April 1759 The particular affairs of Amed-abaad would be very tedious and unpleasant to Your Right Honourables if we were to enter here into a detail of all the particulars of the disputes that have arisen between the factor De Bellon and the second Zimmerman, the complaints of the said factor about the conduct of the junior clerks stationed there, and those of the brokers about the said Zimmerman and the assistant Vermeulen; likewise of our formulated measures and issued orders for the restoration of subordination and good order, which, through the all too mild and indulgent conduct of the said De Bellon and the insubordination of the junior employees, had almost completely fallen into decay, which are extensively dealt with both in the letters exchanged with the employees and in our resolutions of the 18th of September, 20th of October, 2nd and 9th of November of last year, wherefore we shall only cite the most necessary points from the last one, 155 1759. From Suratta, the 12th of April and further, with Your Right Honourables' permission, refer to those documents. The brokers having complained by letter that the said Zimmerman, on his journey up as second of Amed-abaad in the year 1756, had taken along a parcel of uncustomed cochineal on his own account and found means to make it slip past the customs officers at Brootchia, and the latter, being informed thereof, had detained another parcel of that dye given to them, the brokers, by the director for sale, of which the duties here had been properly paid and the bladders had also been stamped in evidence thereof, so that they, if they did not wish to see it declared confiscated, had been obliged to deposit ƒ2193. — there with the Brootchia governor until the payment of duty should be proven by a Souratta customs receipt, with which they were indeed provided after some time through our intercession, but to no avail, as the native rulers rarely return anything that they have once
Dutch transcription
151 1759. Van Souratta Den 12. ' April te amed-abaad vallen te demonstreeren dat niet alleen d' opstal van de logie, maar ook het erf daar deselve op gestaan heeft de Comp: toebehoorde, men die zaak op zijn beloop zoude laten en consent verleenen tot d' afbrabe van de poort, ten einde het provenu der materialen, na aftrek van de ongelden, aan de arme christenen uijttedeelen, bij aldien zulx geschieden konde„ buijten eenige verdere bemoeijenisse van ons, en zonder daar over met iemand ver„ „schil te krijgen, gelijk apparent is; dewijl niemand zig Daar bevind die en hem met regt tegens kan opposeeren, hetwelke wij hopen u hoog Edelens niet te zullen mis„ „hagen Aan de factoors t' amed abaad heeft en nieuw zadeltuijgn men volgens resolutie van den 12. ' aug:o a=o pass. o gepermitteerd een nieuw zadeltuig voor 'sComp. s rijpaard â Costi te laten aanmaken, mits daar toe gebruijkende het beslag van het oude tuig, dat al 's jaars bevorens als geheel onbruijkbaar afgelegd en vernietigt is, waar van zij dezer dagen eene speci„ „ficatie hebben overgezonden groot ƒ126. 15. — die wij, alzo daar bij niets excessif of onbehoorlijx wierd ontmoet gepasseert hebben. mits Van Souratta Den 12.' april 1739 yen in voorraad op„ „gedaan dreggen en goenij sakken aangem:t provisie voors: scha Mits de onzekere gesteltheid van zaken in deze stad en de redenen die men hadde te dugten, dat de maahettas den toevoer van levensmiddelen geheel zouden strem„ „mnen, hebben wij bereets medie 7ber: 1758. onzen voorraad van provisien onder de hand vermeerdert, tot de quantiteid die nodig zoude wezen om aan vijf comp:s scheepen, ijder tegens een dubbelde ploeg mooren gerekent, te verstrecken, om in„ gevalle van bloequade die behoeften niet voor excessive prijzen temoeten inkopen blijkens onze resolutie van den 18. dier maand, waar aan wij de vrijheid neemen ons voor het verdere tegedragen Mits het gebrek aan een genoegzaam getal dreggen voor de vaartuigen heeft men ter sessie van den 18. ' 7ber: moeten besluiten twaalf inlandse met vijf ar„ „men telaten inbopen of aanmaken, zo als men ook volgens resolutie van den 4. ' gber: J=o leeden heeft moeten beslui„ „ten 499. nieuwe goenij sacken ten dienst van de pakhuijsen telaten maaken in 153 Van Suratta Den 12.' April 1759. ossen ingekogt voor ƒ180. —. – insheede van twee oude af„ gesloofde den pakhuijsmeester verleend aangaan„ de de goederen van particuliere in plaats van een gelijk getal daar al„ luin en harpuis in geweest is, en die door de watervloet verrot en geheel on„ bruijkbaar geworden zijn. Jnsteede van twee oude trek- of put„ twee trek of put„ ossen, die blijkens rapport g'insereert, bij onze resolutie van den 20. ' 8ber: 1758. zo caducq waren dat men dezelve, als in 't geheel van geen dienst meer kunnende wezen, naar het benjaans hospitaal heeft moeten zenden, heeft men twee andere ten dienst van de werf moeten inkopen, die ƒ 180. –. – gekost hebben. Na lectura van een request van den qualificatie aan O pakhuijsmeester sweers tevinden bij on „ze resolutie van den 5. ' 8ber: Jongstl: heeft men, om reedenen daar bij vermelt besloten hem tequalificeeren om als de goederen van particulieren over de twee maanden in 'sComp=s lattij blijven leggen, H7 6 daar op zoodanige minderheeden als de Comp: valideert te berekenen, en teffens - - de nodige ordre gestelt, hoe te handelen als 'er geene ruijmte genoeg in dezelve is, - om die aldaar tebewaren Van Souratta Den 12. ' april 1709 aangaande de bezon„ „dere saken van amed„ abaao neert men de vrij„ den text: geciteerde De Bijzondere zaken van Amed= abaad zouden u hoog Ede„ „lens zeer te diens en onaangenaam wezen, indien wij in deeze wilden treeden in een ditail van alle de bezonderheeden der on„ „staane verschillen tusschen de factoor De bellon en secunde Zimmerman de klagten van gem: factoor over het ge„ „drag der aldaar bescheidene mindere pen„ „nisten en die der makelaars over gem: Zimmerman en den assistent vermeulen„ item van onze beraamde maatregulen en gestelde beveelen tot herstelling van de subordinatie in goede ordre, welke door d'al te zachtsinnige en toegevende conduite van gem: De Bellon en de wan„ „zucht der mindere bediend=s genoegzaam in 't voetzand was geraakt, dewelke omstandig verhandelt zijn zo bij de heid zig aan de in gewisselde brieven met de bediend:s als resolutien te gedragen onze resolutien van den 18. ' 7ber: 20. ' 8ber: 2. ' en 9. ' 9ber: des voorleeden Jaars, wes„ „halven w' eenlijk uijt de laaste het noodsakelijkste zullen aanhaalen, en 155 1759. Suratta Den 12. ' April 17 Van laars met den tweede Zimmerman en ons verder met uw' hoog Edelens permis„ sie aan die papieren gedragen de makelaars bij brieve gedoleerd hebbende verschilder make„ dat gem: Zimmerman bij zijne opreize als tweede van Amed-abaad in a=o 1756. een parthij onvertholde cochenille voor eigen reekening meede gevoerd en middel gevonden hebbende dezelve de thol bediend. s te brootchia tedoen ontslippen, deze daar van onderregt zijnde, een andere aan hen makelaars door den directeur ter verkoop meede gegevene partij dier verfstoffe, waar van de regten alhier behoorlijk betaald ende blasen, ten blijke van dien ook gesjapt waren, hadden aangehouden, zulx zijlieden wilden zij ze niet verbeurt, verklaard zien, genoodzaakt waren geweest aldaar ƒ2193. — onder den brootChiasen gouverneur te„ „consigneeren tot dat van de vertholling door een souratse thol quitantie zoude gebleken wezen, waarmede zij wel na verloop van eenigen tijd door onze intercessie gemunieerd waren, dog vrugteloos, alzo de inlandse regenten zelden iets terug geven dat z'eens in
English
From Suratta The 12th of April 1759 have in hands, as one does not have the power to constrain them thereto; that therefore this damage, having been caused by the customs fraud of Zimmerman, as came to appear in a convincing manner from the discovery of the uncustomed lot that he had sold to a Banyan, they had addressed the aforementioned Zimmerman for the restitution of that sum, but that he showed himself unwilling thereto, because of which they were obliged to request the Director to constrain the aforementioned Zimmerman to payment, we have therefore referred them with their aforesaid claim to the Council of Justice of this trading post, in order to institute their action there against whom they should judge proper, granting them venia agendi so far as necessary, and adding the dispenser Guse to attend to their matter in law as attorney, as well as authorizing the factor De Bellon to lend them a helping hand, both regarding the obtaining and producing of documents and otherwise, notwithstanding which, in their personal arrival from Amed-abaad, nothing thereof has occurred up to the present day. 157 From Souratta The 12th of April 1759. Because of the arisen disputes over the cash chest, of which upon his arrival the second had been offered one key without being willing to accept it, but which he, having now fallen into disagreement with the factor, absolutely desired, which the latter, taking this as a token of ill suspicion, piqued him to such a degree that he not only refused it, but even expressed himself as if it were up to him to make use of the Company's monies at his pleasure, the officials have at the same time been ordered in writing that one of the keys of the two different locks of the chest must be and remain under the factor and the other under the second, however little there might be in cash, under penalty of incurring, upon discovery of the contrary, a fine of six months' pay each for the benefit of the Dutch graves, and nonetheless both being held accountable just as if they each had had a key, From Suratta The 12th of April 1759. with explicit interdiction to both, as well as to each in particular, ever to take a penny from the Company's cash for their use under whatever name or pretext it might be, even if ample value were placed in its stead. Just as we have also blamed the saying of the aforementioned factor that regarding the linens it did not matter a quarter or even half a ges in length, taking into consideration that this assertion could just as little be reconciled with the Company's orders, as we on the basis of the same could disapprove what the clerks have likewise, yet very foolishly, brought forward to incriminate the factor, namely that he had once cut to pieces the pieces that the brokers, after they had already once been rejected for their defective length and breadth, had brought back to the bazaar after the marks had been somewhat washed out and the pieces, certainly with a design of fraud, had been folded differently, in order 159 From Souratta The 12th of April 1759. to deter them from such fraudulent acts through the motive of self-interest, which works most powerfully upon the mind of the native, which at the same time serves as proof that no improper collusion takes place between the factor and those servants, as one, it seems, would gladly have wished to point out against him. The correspondence with other outside trading posts provides nothing worthy of your High Nobilities' esteemed attention at this time; but regarding the English gentlemen, we further have to report that their warships departed in the beginning of this month from Bombaij to Coromandel, and that there lay ready to sail for Europe the ship The True Britain and the advice boat Admiraal Watson, which will likely also have been dispatched already. Upon further inquiry, one is reliably informed that the number of their dead in the expedition against the Surat castle considerably From Souratta The 12th of April 1719 considerably exceeds that which they first reported, fully 150 hat-wearers, namely European and native Christian soldiers, having perished, and among them a captain of the King's men, or the troops that His Britannic Majesty has for the time being lent to the English Company, who died suddenly from fatigue, and two Company captains by name English and Finch who were killed, besides about 300 sepoys or native foot soldiers, so that they never would have captured the castle if it had defended itself a third part as well as the Siddi's shipyard, or rather primarily the English garden occupied by his troops, of which the buildings along the waterfront have been shot virtually flat; yet the most remarkable of all is that although the foreign European soldiery had to bear the brunt everywhere, they nevertheless, so far as we know, had only one officer wounded. In order to [illegible] the grumbling and discontent that
Dutch transcription
Van Suratta Den 12. ' April 1759 Justitie gerenvoij„ in handen hebben, als neen de magt niet heeft hen daar toe te constringeeren; dat dus die schade door het thol fraudeeren van Zimmer„ „man veroorzaakt zijnde gelijk op een over„ „tuigende wijze quam te blijken, uijt de ont„ „decking der onvertholde parthij die hij aan een benjaar, hadde verkogt, zij meerm: zim„ „merman om de restitutie dier som hadden aangesproken dog dat hij zig daar toe on„ „willig toonde, over zulx zij genoodzaakt waren den directeur te verzoeken gem: zim„ „merman tot betaling te constringeeren, zo hebben wij hen met hunne voorsz: pre„ aan der raad van tentie gerenvoijeerd aan den raad van Justitie dezes comptoirs om aldaar hunne actie t' institueeren tegens wien zij zoude oordee„ „len te behooren hen zo verre nodig verlee„ niende veniam Agendi, en den dispen„ „cier Guse toevoegende om hunne zaakin regten als procureur waartenemen mitsgaders den factoor de Bellon quali„ ficeerende hin de behulpzaame hand te bieden, zo omtrent het inwinnen en beleggen van stukken als anderzints, onvermindert hetwelke in hunne personeele overkomst van amed-abaad, daar van tot heeden niets eerd 157 Van Souratta Den 12.' April 1759. verschil tusschen den fac„ toor de bellonen den tweede over de geld cas aangaande niets gevallen is. Mits d' ontstaane disputen over de geld cas, waar van den tweede bij zijne komst, de eene sleutel was aangeboden, zonder die tewillen accepteeren, dog die hij, nu met de factoor in omminge„ „raakt zijnde, absoluit begeerde, 'twelk deze voor een blijk van quaad vermoeden op neemende, zoodanig piqueerde dat hij die niet alleen weigerde maar zig zelfs uijtliet als of het aan hem stond van 'sComp:s penningen naar welgevallen gebruikt te„ „nemen, heeft men de bediend.s ten zelven tijd aangeschreven, dat een van de sleutels van de twee differente slooten van de Cas dispositie dien onder den factoor en de andere onder den tweede moet zijn en blijven, hoe weinig er ook in cas mogte wezen, sub pone van bij ontdekking van het contrarie ijder t' incunneeren eene boete van ses maanden soldige ten behoeve van de neder„ „landsche graven, en des niet temin beide verandwoordelijk tewerden gehouden, even als ofz' ieder een sleutel hadden gehad Van Suratta Den 12.:' April 1759. de factoor wegens te veel toegewentheid omtrent de lijwaten geblameert sche beschuldiging vrij gesproken gehad, met uijtdrukkelijke interdictie aan beide, zo wel als aan ieder in het bijzon„ „der, om ooit een panning uijt 's Comp:s Cassa tot hun gebruik teneemen onder wat naam of pretext het ook wezen mogte, en al wierd en ruijm de waarde voor in de plaats gelegt. Zo als w' ook hebben geblameert, het zeggen van den voorm: factoor, dat het om„ „trent de lijwaten op een quart en selfs een halve ges in de lengte niet aanquaame onder aanmerking dat die sustinue met sComp=s ordres zo min was goed temaken. als wij op fondament van deselve mis„ prijzen konden, het gene de scribenten dog van eene val almeede, dog seer onnosel, tot beswa„ „ring van den factoor hebben inge„ bragt, namentlijk dat hij eens de stuk„ „ken die de makelaars, na dat we bereets eens om hunne defecte lengte en breete uijtgeschoten waren, weder ter bazaar gebragt hadden, na dat de merken wat uijtgewasschen en de stukken, zekerlijk met een toeleg van bedrog, anders ge„ „vouwen waren aan stukken had gesneden om 159 Van Souratta Den 12.:' April 1759. oorlog scheepen naar bombaij 't verlies der Engel„ schen bij 't veroveren van dit surats om hen van diergelijke bedriegelijke hande„ „lingen afteschrikken door het motief van igen belang dat het kragtigste op het ge„ moed van den inlander werkt, 't geen teffens tot een blijk verstrekt dat eâ geen onbehoorlijke collusie, tusschen den factoor en die bediendens plaats heeft, zo als men hem naar het scheint gaarne had willen aanwijzen De Correspondentie Met an¬ „dere Buijten Comptoiren levert ditmaal niets uijt uw' hoog Edelens g'eerde attentie waardig; maar belangende D' Heeren Engelschen hebben vertrek der Engelsche wij nog tebedeelen, dat hunne oorlogs scheepen, in het begin van deze maand van Bombaij naar Cormandel ver„ „trokken zijn, en dat aldaar naar Eu„ „ropa zijlvaardig lagen 't schip the„ „true britain en het advis scheepje ad„ „miraal Watson, die apparent ook al gedepecheert zullen wezen. Bij nadere informatie is men voor nadere opgave van „zeeker berigt dat het getal hunner doden bij de expeditie tegens het souratse casteel Casteel merkelijk Van Souratta Den 12.:' April 1719 maar passabel was den gekregen hebben merkelijk excedeert dat het welke t' eerst heb„ „ben opgegeven, zijnde wel 150. hoeden dragers namentlijk Europesche en inlandsche christe„ „ne militairen om hals geraakt, en daar onder een capitain van het volk van den koning, ofte de troupen die zijn brittanische majesteit pro tempore aan d' Engelsche Comp: geleent heeft, die door fatigue su„ „biet gestorven, en twee comp=s capitains in namen Englisch en Funch die gesneu„ veld zijn, buijten nog circa 300. cipaijs, hetwelke zij indien of inlandsche voetknegten, zo dat zij het gedefereert noit zou Casteel nimmer zouden bemagtigt hebben, indien hetzelve zig de derde part zo wel gedefendeert hadde als des sidies werf, of wel voornamentlijk de door zijne troupen g'occupeerde Engelsche thuijn, waar van de gebouwen aan de waterkant genoeg„ zaam plat geschoten zijn, dog het aan„ merkelijkste van alles is dat schoon de uijtheemsche Europeesche soldatesque over al het spit heeft moeten afbijten, z'eg„ ter zo verre wij weten maar een offi„ cier gequest gekregen heeft te Oin het gemompel en misnoegen dat
English
From Surat, 12 April 1759. To quiet somewhat what they perceived among the natives in general, but among the Mohammedans in particular, they again raised the Mughal flag on the castle on the afternoon of the 16th of last month, amidst the firing of several cannon shots and the beating of the naubat or Moorish joy drum, without however striking the English flag that was there, thus displaying both, pretending to preserve that fortress for His Mughal Majesty and, so it is assured, counting on being able to obtain a farman or patent of confirmation from the Delhi court for a disbursement of twenty-five thousand rupees or thereabouts, confirming their possession of the Castle on his behalf and the tenure of the office of Admiral of the Empire, which the last castle governor held simultaneously as lieutenant of the Hereditary Admiral, Prince of Rajapore, with which we are also not entirely unacquainted; for with money there is more to be done than ever at that impoverished court, and with the name and seal of the Mughal, the vizier or chancellor of the empire and others play according to their own appetite and pleasure, without any fear of the rightful indignation of His Majesty, who finds help or comfort from virtually none of the imperial princes, because it is in all their particular interests to keep him weak. Meanwhile, provisionally and without finding opposition, they have also had themselves recognized as the legitimate feudal lords of the villages and lands that formerly belonged under the Castle; however, one of the first, which yields about five thousand rupees, was ceded to one of the principal Sayyids or alleged descendants of Muhammad, so it seems, to prevent them from stirring up the common people. It is also said that the prince of the Marathas, Balaji Baji Rao, makes a claim on the aforementioned villages and lands, and the English gentlemen have provisionally put off his ministers with smooth words and promises to enter into negotiations regarding that matter, but we can as yet share nothing with certainty in this regard; at least the fear of an enterprise from that side does not appear to be very great, since they have already sent back to Bombay all the Christian soldiers they had on hand, except for 250 infantrymen, both Europeans and Topasses, and a company of artillerymen, whom it is said they will keep permanently in garrison here in addition to a good number of sepoys, which place Bombay, on account of this expedition, had been virtually stripped of Europeans, apart from the men from the warships who were on land; they also still keep several city gates occupied by their native soldiers, and are, both through this and by forcing their creatures into the principal city offices, virtually total masters of Surat, where no one dares undertake anything that he might think will displease them. Furthermore, a deputation of two council members with a letter serving as an answer to ours regarding the obstruction of the construction of the new warehouse—wherein those friends deny having given orders to that effect, assure us de novo that nothing will be attempted on their part against the legitimate prerogatives of the other European nations, and kindly thank us for our felicitation on the taking of the Sidis' shipyard—gave us the occasion to further compliment them as a body on the success of their arms, which was very agreeable to their Honors and was followed after a few days by a return visit. The French gentlemen have changed their chief through the departure of the councilor of French India, Mr. Leverrier, in December with a Portuguese frigate to Goa, to see about traveling further from there to Pondicherry, and the provisional succession of his second, the junior merchant Anquetil De Briancourt, who also has himself called Monsieur le Directeur by those of his nation, though currently having nothing to direct, nor having any subordinate Company servants. The English have restored to him the ship Le Louis Quinze and seem thereby to want to maintain the neutrality of the river Tapti, while the said temporary chief is making great stir among the city regents for compensation of the damage that the French Company suffered to the buildings in its garden; however, they refer him to the former castle governor, Sidi Hafiz Ahmad Khan, as being the cause thereof, because he placed his soldiers therein against the protest of him, De Briancourt, and from that man there is now nothing more to be had. The Portuguese gentlemen have
Dutch transcription
161 Van Souratta Den 12. ' April 1759. zelve de moorse vlag nevens de hunne hun voorgeven daar omtrent proirteereerde van de tegenwoordige ge„ steltheid van het mo„ dat z: onder den inlander in het generaal wanneer tons van het dog bij de mahometanen in het bijzonder bespeurden wat te stillen, hebben zij den 16:' van de voorleeden maand 'snademid„ „dags de mogolsche vlag weder, onder het doen van eenige canonschoten, en het - slaan van de nobet of moorsche vreug„ - „dentrom, op het casteel bijgemaakt, W zonder egter d' Engelsche die er te strijken dus bijde van wegjen, voorgevende die sterkte voor zijn mogolsche majesteit te conserveeren en zo men verzekert, staat makende dat zij door eene spendatie van vijf en twintig duijzent rop:s of daar omtrent wel van het dhillijse hof zul„ - - „len kunnen impetreeren een firman, of d patent van bevestiging in de bezitting van 't Casteel zijnentwegen en de bediening d van het ampt van admiraal van het rijk dat den laasten casteels gouverneur teffens„ als luijtenant van den Erf admiraal vorst van rajapoen, bekleed heeft, waar van wij meede niet geheel vremd zijn; want met geld is aan dat anmoedige hof meer als ooit tedoen, en met den naam en het zegul golsche hof van Van Souratta Den 12. ' april 1749 zij hebben de onder„ horigheden van 't Cas„ „teel mede naar zig genomen. waar omtrent men zegt de manhettas van den mogol werd door den wazier of rijks cancellier en andere na uigen appe„ „tijd en welgevallen gespeelt, zonder eenige bedugting voor de regtmatige indignatie van zijne majesteit, die genoegzaam bij niemand van de rijksvorsten heul of troost vind, om dat het hun aller bijzonden belang is hem klein tehouden Intusschen hebben zij zig bij provisie ook zonder oppositie tevinden; teffens doen erkennen voor wettige leenheeren d van de doopen en landerijen die voormaals onder het Casteel hebben gezorteerd, dog een van d' eerste dat omtrent vijff duijzent rop=s opbrengt, aan een der voornaamste saits of pretense afkomelingen van ma„ hometh afgestaan zo 't schernt om te „beletten dat die het gemeene volk niet gaande maken ten zegt ook dat den vorst der man„ inippositie te kouwen, hettas Ballagie Ballarauw op de voorsz: dorijen en landerijen pretentie maakt en d' heeren Engelschen zijne ministers bij provisie met goede woorden - 163 Van Suratta Den 12.' april 1759. een klein guarnizoen in 't Casteel hun volk naar bom„ baij terug gezonden dog houden nog eenige stads poorten beset woorden en beloften van over die zaak in onderhandeling tereeden, zouden afgezet hebben, dog wij kunnen daar omtrent voor als nog niets met zeekerheid bedeelen; schijnende ten minsten de vreeze voor een onderne„ „ming van die zijde niet heel groot egter houden zij naa teweezen, dewijl zij alle de aan han„ „den gehad hebbende christene militai„ „ren op 250. man infanterie, zo Euro„ peesen als toepassen, en een comp: artilleristen na, die men zigt dat zij buiten een goed aantal cipaijs, alhier permanent in guarnisoen zullen houden, hebbende de rest van reets terug naar Bombaij gezonden hebben, welke plaats om de wille van deze expeditie genoegzaam van Europeezen ontbloot is geweest, bui„ „ten het volk dat zig van d' oorlogs scheepen aan land bevond; zij houden ook nog verscheide stads poorten door hunne inlandsche militairen bezet, en zijn zo daar door als door het in Van Suratta Den 12. ' april 1759: verzekering door hen gegeven ten opzigte van de Comp: gecomplimenteerd voor het succes hun ner wapenen nieuw fransch op„ perhoofd alhier indringen hunner creaturen in de voornaam„ „ste stadsampten genoegzaam geheel mees„ „ters van souratta, daar niemand iets duufft onderneemen, dat hij denken kan hen te zul„ „len mishagen Door het overige heeft een deputatie van twee raadslieden met een brief, die„ „nende tot andwoord op d' onze wegens de verhindering van den opbouw van de nieu „we lattij waar bij die vrienden ontkennen daar toe ordre gegeven te hebben; de novo verzekeren dat bij haar niets zal werden g'attenteerd tegens de regtmatige preroga„ „tiven der andere Europeesche natien, en ons vrindelijk bedanken voor onze feluci„ „tatie met het inneemen van des sidies „werf, ons occagie gegeven hen en corps nader, met het sustes van hunne wa„ „penen te complimenteeren, 't geen haar Edelens zeer aangenaam geweest, en na verloop van eenige dagen van een contra visite gevolgt is. D' Heeren Franschen zijn verwisselt van opperhoofd door het vertrek 165 Souratta Den 12. ' April 1759. Van door den oorlog geleden tevergeefs solliciteerd vertrek van den raad van frans Jndia De heer Leverrier in xber: met een portu„ „gees freguat naar gou, om tezien van daar verder naar Pondicherij te komen, en de provisioneele successie van zijnen tweede den onderkoopman Anguetil De Briancourt, die zig voor d' eene van de natie ook al monsieur le directeur laat noemen, schoon thans niets te dirigeeren, nog ook Eenige onderhorige Comp=s dienaren heeft. D'Engelschen hebben hem het schip Le Louis quinze gerestitueerd en scheinen de neutra„ „liteid van de rivier Fapi daar door tewillen maintineeren, terwijl gem: temporeele Cheff die de vergoeding der shade groote beweeging bij de stads regenten maakt om vergoeding van de schade die de fransche Comp: aan de gebouwen in haar tuin heeft geleeden, dog die wijzen hem over tot den geweezen casteels gouverneur sidie Havis Emetchan als oorzaak daar van zijnde, door dat hij zijn krijgsvolk, tegens de protestatie van hem De briancourt daar in geplaatst heeft, en van dien man is thans niets meer tehaalen De Heeren Portugeesen hebben
English
From Suratta the 12th of April 1739 Description of the present town governor here. The Portuguese, by threatening to attack the Marathas in December with their frigates in the roadstead, managed to persuade them to return a loaded unloading vessel which they had seized when coming from on board, and this has provided us with no other writing material. The usual list of the arrived and departed foreign and native ships with their cargoes, we have the honor to present to Your Excellencies among the enclosures hereof, as accurately as we have been able to obtain it. The Surat Regents presently have at their head, under the title of governor, the Nabab Mier-Moei-Uddienchan, who has much experience, but little understanding, and still less money and credit to make himself properly respected in that capacity, being forced to endure almost daily affronts from his soldiers, who fruitlessly crave the payment of their outstanding pay. From Souratta the 12th of April 1759 Of his eldest son and former naib. Of the present lieutenant governor. Water-bailiff. Land-bailiff. His eldest son, Mier Afjes Uddien Ametchan, who is not a bad man in personal intercourse, but a wretched regent, lacking both experience and statecraft, and if one may believe what has been said of him, being very meagerly endowed even with natural judgment, has, in accordance with the pleasure of the English gentlemen, relinquished the office of naib or lieutenant governor, to which his father had elevated him, to Mr. Faroschan, who possesses talents enough, but appears to be quite haughty, imperious, and unyielding. The person of Bicheridas again functions as divan, having performed that office with reputation in the time of Safdercham and Ale Nawaaschan, but he has little to contribute. As naubaar or water-bailiff, one 'Sjoeg Essamoedien has been reinstated, and as amin or land-bailiff, Sidie Beboet, both of whom, after the abdication of the government by Ale Nawaas Chan, had to make way for a pair of evil subjects who were willing to give more money for the posts. From Souratta the 12th of April 1713 Permission granted by the governor for the construction of the buildings on the wharf, which expedition is delayed by the new naib. For the construction of the kitchens and further necessary outbuildings at the houses on the wharf, the governor, upon the request of the first undersigned, had a formal letter of permission prepared, but had the same delivered into the hands of Farochan, to be fetched from him by the Company's brokers, stating that if he were to deliver it to us without the consent of this lieutenant of his, the latter would not hesitate to forbid the construction, whereby he would reap nothing but shame, which we are quite willing to believe along with him; the director having already more than once sent a request to the Lord Naib concerning this, but received no other answer than that in about four days he would go to the governor and subsequently speak about that matter with the Company's brokers. From Suratta the 12th of April 1759 Arrogance of the English, without one being able to see into it. Rumors concerning their intentions regarding the regents. From this we conclude that he has little inclination to be obliging in that regard, without our being able as yet to penetrate the motive thereof, not knowing whether he is out for a small bribe, or whether the English gentlemen occasionally find amusement in putting a spoke in our wheel to force us to curry favor with them; which we would have had no thought of at all, had they not once already let it be known that there is no longer equality between the two nations in Souratta, since Their Honors, as masters of the Castle, participate for one-third in the town's government, and we were seated there merely as privileged merchants. It is reported as truth that our aforementioned friends intend to cause Sidie Havis Ametchan to move to Bombay, to pension off the Nabab Mier Moer Riddien Chan, and to appoint Faroschan as governor, but so much is told that one loses track of the end of it, and it is very indifferent to the Company, since he already holds the power in his hands anyway. From Suratta the 12th of April 1709 The castle of Sinsina blockaded by the Marathas, who had also obstructed the provisions here for some time. The Marathas, or Sevajee's people, still keep the castle of Sinsiera, belonging to the Prince of Rajapoer, blockaded, but with little likelihood of becoming masters of it except through treachery. Except for a few vessels of the Bassein squadron, they have already left this roadstead, but for some days they prevented the supply of provisions to the city from the landward side, in order to obtain payment of some war expenses which they claimed from the town governor, and for which they have obtained security through the mediation of the English gentlemen. What we could further communicate regarding the same, up to the matters
Dutch transcription
Van Suratta Den 12. ' April 1739 alhier beschrijving van den tegenswoordigen stads gouverneur bedrijfden portuge hebben de marhettas in xber: door bedrij„ „gingen van hen met hunne freguatten op de rheede aantetasten, weten te persuadee„ „ren hen een gelaaden los vaartuig, dat zij van boord komende genomen hadden, te restitueeren, en ons anders geen schrijf„ „stoffe verschaft. de gewoone lijst van de aangekomene en vertrokkene vreemde aninlandsche schee„ „pen met haare carguasoenen, hebben wij d' eere uw' hoog Edelens onder de bijlagen dezes aantebieden, zo anuraat als wij die hebben kunnen bekomen e. De Souratse Regenten hebben thans onder den titul van gouverneur aan 't hoofd de nabab mier-moei-ud „dienchan, die veel ondervinding, dog weinig verstand, en nog minder geld en credit heeft, om zig in dat caracter behoorlijk tedoen respecteeren, moeten „de genoegsaam dagelijx affronten uijtstaan van zijne soldaten„ die vrug„ „teloos naar betaling hunner tevoren staande 167 1759. Van Souratta Den 12. ' april van zinen oudsten zoon en gew: naib van den tegenwoordigen luijten=t gouverneur terschouwt staande soldijen snacken, desselfs oudste zoon Mier afjes uddien ametchan dat geen quaad man in den ommegang, maar een bedroeft regent is, die het bijde aan experientie en staat kunde ontbreekt, en zo men gelooven mag het geener van gezegd werd zelfs van natuurlijk oor„ deel maar heel sober voorzien is, heeft volgens goedvinden van d' heeren Engel„ „schen het ampt van naib of lieutenant gouverneur waar toe hem zijnen vader verheven hadde, aan den heer Faroschan afgestaan, die talenten genoeg heeft maar al vrij wat trotsch imperieus en onrekkelijk scheijnt tewezen. Els divan fungeert weder de perzoon van Bicheridas, die dat ampt ten tijde van safdercham en ale Nawaa„ „schan met regutatie heeft waargenomen, dog weinig intebrengen heeft als meer „ den neuwbaar of wa„ „baar of waterschouwt is weder aange„ „stelt eenen 'sjoeg Essamoedien, en als anien en den amien of land„ of landschout sidie Beboet die bijde na d'abdicatie van het gouvernement door alle Nawaas chan hebben moeten schout plaats Van Souratta Den 12.:' April 1713 door den gouverneur permissie verleend tot de bgebruwen op de wert den nieuwen naibs, word vertraagd plaats maken voor een paar quaade subjecten, die er meer geld voor wilden geven tot d'extructie van de keukens en extructie der nodige verdere bijgebouwen aan de huijsen op de werf heeft den gouverneur op het verzoek van den Eerst ondergetekenden een per„ „missie briefje in forma doen ver„ „vaardigen, dog hetzelve aan Farochan laten laten ter handstellen, om door 'sComp=s makelaars van hem afgehaald tewerden, zeggende dat indien hij het „zelve, buijten toestemming van dezen zijnen lieutenant aan ons liet afgeven, die niet tegoed zoude wesen, de extructie te verbieden, wanneer hij daar van niet dan schande zoude welken expeditie door hebben 't geen wij wel met hem geloven willen, hebbende den directeur almeer dan Eens den heer Naib daar omme laten verzoeken, dog geen andwoord gekreegen, als dat hij over een dag of vier bij den gouverneur gaan en ver„ volgens over die zaak met 'sComp. s ƒ makelaars 169 Suratta Den 12. ' April 1759 Van zonder dat men daar anrogerte wal der Engelschen ne voornemens om„ trent de regenten makelaars spreeken zoude, waar uijt wij opmaken dat wijnig inclinatie heeft om daar omtrent tewille te zijn zonder dat my daar zonder dat wij het motif van dien voor als nog kunnen penetreren, niet wetende of het hem om een stuij„ vertje te doen zij, of dat de heeren Engelschen somwijlen verwaak schep„ „pen een spraak in het wiel „ staeken om ons te noodzaken hen de mond tegun„ nen daar w. ' in het geheel geene ge„ „dagten van zouden hebben, indien zij zig met al eens hadden laten verluijden, dat er geen egualiteid meer tusschen de beide natien in sou„ ratta is, dewijl haar Edelens, als bezittens van het Casteel, voor een den= „de in de stads regering participeer„ „den, en wij er maar als geprivili„ „geerde kooplieden gezeten waren. d Men debiteerd voor de waarheid dat gerugten wegens hun„ onze gem: vrinden voornemens zijn - sidie havis ametchan naar bom„ „baij tedoen verhuijsen, de nabas, mier moer riddien chan tepensioneeren, en Van Souratta Den 12. ' april 1709 het casteel sinsina geblocqueert door de man hettas die ook den toevoer alhier een tijd lang belet hadden en paroschan tot gouverneur aantestel„ „len, dog daar word zo veel verhaald dat men 'er het einde van quitraakt en het is voor de Comp: zeer onverschil„ „lig dewijl hij tog reets het gebied in handen heeft. De Marhettas of Zewase vol¬ „keren, houden het casteel sinsiera den vorst van Rajapoen toebehorende, nog geblocqueerd, dog met weinig apparentie van hetzelve anders als door verraad meester tewerden z' hebben oy eenige weinig vaartuigen van het bassijn„ „sche esquader na, bereets deze rheede van levens middelen verlaten, maar den toevoer van le„ vens middelen naar de stad van de land zijde eenige dagen belet, om beta „ling te krijgen van eenige oorlogs ongelden die zij van den stads gou„ „verneur te pretendeeren hadden, en voor dewelke zij door tusschen komste van de heeren Engelschen securiteid bekomen hebben Het geene wij verder belangende dezelve zouden konnen bedeelen, tot de zaken „
English
Suratta, 12 April 1759. Matters concerning our abandoned trading post at Danda Rajapore we shall reserve until the next opportunity, and regarding the Koli pirates, we have nothing to report except that they, as well as those of Bellimora, continue with their piracies, principally in the north where they have been seen fully twenty vessels strong. In the Council of Policy, on 8 July, Junior Merchant Hendrik Kroonenburgh was readmitted, having previously been excused therefrom on account of his appointment as supercargo of the ship Rhoon; and two political council members were dismissed from the Judicial Council, namely the Secretary of Policy Otto Hendrik Ruperti, alongside the since deceased cashier, trade transferrer, and invoice keeper Rutgerus van Ebbenhorst, for reasons to be seen in our resolution of 5 October 1758. And on the other hand, a seat therein was again granted to Carel Jacob Engelerants, who was promoted to junior merchant last year, whereby that body again consists of a sufficient number of eight members, besides the president. The servants at Denda Rajapoer having sent hither from there one Pieter Gerritse of Vlissingen, who had come over from the English to request employment with the Company, they were subsequently written to that a born subject of the state, according to the placards of Their High Mightinesses the Lords States General issued on 14 December 1617 and 4 May 1632, may not enter into the service of foreign nations to proceed to the Indies, but that in times of war sailors are sometimes pressed against their will and inclination, and that they consequently, when such persons present themselves to them, must investigate the circumstances thereof, and in any case promise them no service, but send them hither under arrest, at the disposal of this administration, as well as all foreigners who appear to have previously served the Company in the Indies. At the same time, the fiscal was ordered to attend to his office and duty regarding this person. But that officer, having reported at the session of 28 May that this man assured that he had been pressed in England from a merchant vessel, found himself reluctant, on the foundation of the aforesaid placards, to prosecute him criminally without further orders from us, since his assertion had much appearance of truth, and it would always be as difficult for someone who was pressed in England from a Dutch merchant vessel and sent to the Indies to prove that he had arrived in these lands in English service in such a manner, as it would be to convince the court to its satisfaction if he claimed such against the truth. Thus he was engaged in service as a sailor, and his wages were made effective from the day he came over to the Company; yet at the same time it was decided to request Your Right Honourables for orders on how to act in the future with such persons. An arquebusier of the ship Tulpenburg, named Willem Menk of Leiden, apprehended on suspicion of intending to desert, alongside two English recruits, having been sent on board in the month of October under the supervision of a corporal and six soldiers, and they having escaped together en route, the Director caused that entire detachment to be placed under arrest, and it was decided at the session of 2 November to let the fiscal conduct the necessary inquiry as to whether any neglect of duty had taken place in that regard. But the contrary having appeared from a report of that officer and the documents submitted therewith, the matter had to be left at that, and the aforesaid soldiers were released from their arrest; henceforth such guests will not be sent on board simply under arrest, but locked up in the hold of the vessel, or secured with one leg in irons. The servants who, since the end of April 1757 to the end of May 1758, had deserted according to reports received or presumptively, were duly summoned, and the fiscal ratione officii proceeded against them according to order, with the result that, by sentence of the judge on 8 August 1758, in continuation, they were condemned to banishment from the Company's jurisdiction, on pain of death etc., just as in the previous year, the trial proceedings being sent over according to order in the original among the appendices hereof. Regarding
Dutch transcription
171 Suratta Den 12. ' April 1759. Van „morasse rovers zijn sterk om d' noord kronenburg geread„ „mitteerd in rade van Justitieelen aard ontslagen zaaken van ons verlaten comptoir te denda Rajapoer betrekking hebbende, zullen wij tot de naaste gelegentheid reserveeren, en belangende De Coelische zeerovers heb„ dicoelij scheen belli ben wij niets temelden als dat zij nog zo wel als die van Bellimora met hunne roverijen continueeren, prin„ „cipaal om de noord daar zij wel twin„ „tig vaartuigen sterk gezien zijn. In Den Raad van Politie de onderkoopman heeft men den 8. ' Julij gereadiritteerd politie den onderkoopman Hendrik Kroo„ „nenburgh, die daar uijt bevorens was g'excuseert mits zijne aan„ „stelling tot supercarga van het schip Rhoon, en uijt Den Iustitieelen Raad out twee leeden uijt den „slagen twee politicque raadsleeden, namentlijk den secretaris van poli„ „tie Otto hendrik Ruperti, nevens den zedert overleeden cassier negotie overdrager en factuurhouder Rut„ „gerus van Ebbenhorst om rede„ „nen te zien bij onze resolutie van den - Suvatta Den 12. ' April 1709 Van man Engelerants sessie verleend ter gelegentheid van een Engelsch deser„ teur een geboren on„ derdaar van den staat zijnde den 5.:' 8ber: 1758. en daar en tegen en aanden onderkoop weder daarinne sessie verleend aan den ao pass=o tot onderkoopman geadvanceer„ „den Carel Jacob Engelerants, waar door dat collegie weder bestaat in een sufficieerende getal van agt leeden, buijten den president de bediendens te Senda Rajapoer van daar herwaarts opgezonden hebbende eenen Pieter Gerritse van Vlissengen, die van d' Engelschen was overgeko„ „men om dienst bij d' Comp: te verzoeken, zo heeft men dezelve ter naaigt aan„ geschreven, dat een gebooren onder„ „daan van den staat zig volgens de placcaten van haar hoog mogende de heeren staten generaal op den 14.:' xber: 1617. en 4:' maij 1632. g'emaneert, niet in dienst van vreemde natien naar Jndia mag begeven, maar dat in oorlogs tijden des bootsgezellen wel eens tegens wil en dank geprest wor„ „den, en dat z' overzulx wanneer de sul„ „ke zig bij hem aangeven, moeten ondersoeken, hoe 173 Van Souratta Den 12.' April 1759. door den fiscaal ver„ klaard zijnde gem actie tegens hen tekun „nen institueeren hat het daarmede gelegen zij, mitsgad. s hen in allen gevalle geen dienst beloven„ maar in arrest herwaarts zenden, ter dispositie van dit ministerie ge„ „lijk ook alle uijtheemsche die het blijkt dat de Comp: bevorens in Jndia gedient hadden, teffens den fiscaal gelastende omtrent dezen perzoon zijn ampt en pligt te betragten, dog door dien offi„ „cier ter sessie van den 28. ' maij gedient zijnde van berigt, dat dien man verse„ „kerende in Engeland van een koopvaar„ „den geprest tewezen hij zig beswaard vond, hem op fondament van de voorsz: placcaten, buijten nadere ordre van ons, criminalitea te actioneeren, alzo desselfs voorgeven veel schein van waarheid had en het ijemand die in Engeland ƒ voor Een hollandsche koopvaarden gepraft en naar Jndia gezonden werd altoos zo swaar zoude vallen te bewijsen, dat hij op zoodanige manier in Engel„ „schen dienst naar deze landen ge„ raakt is, als men hem in cas hij zulx tegens de waarheid protexteerde daar Van Souratta Den 12.:' april 1759. ke bubjecten verzogt een defuge gesuspec„ teerd mattaoos aan zijnde lijk in aarst geno„ daar van beswaarlijk den regten ten genoegen zoude kunnen overtuigen, zo heeft men hem voor mattroos in dienst aangenomen, en zijne gage laten in„ gaan van den dag dat tot de Comp: is ordre omtrent diragelijk overgekomen, dog teffens besloten u hoog Edelens teverzoeken, om ordre hoedanig in het vervolg met diergelijke lieden te handelen Een over suspicie van te hebben zijns wagbas ontsuijte villen deserteeren opgevatte bosschie„ „ter van 't schip Julpenburg in name willem Menk van lijden, benev=s twee Engelsche recruten in den maand 8ber: onder opzigt van een corporaal en ses militairen naar boord gezonden, zijn dezelve gezamen onder wege gechappeert zijnde, heeft den directeur dat gantsche commando in arrest doen stellen, en is ter sessie van den 2. ' 9ber: besloten, de fiscaal de nodige enqueste telaten doen, of daar omtrent geen pligt versuim hadde plaats gehad, dog het contrarie gebleeken zijnde, bij - „men 175 Souratta Den 12.' April 1759. Van dog vervolgens weder ontslagen serteurs bij een berigt van dien officier, en de stukken daar nevens overgelegd, heeft men die zaak daar bij moeten laten berusten, en de voorsz: militairen uijt hun arrest ontslagen, zullende voortaan zulke gasten niet simpel in arrest naar boord senden, maar in het ruijm van het vaartuig doen opsluijten, Af met een been in de boeijen verzeekeren. de Dienaren die zedert ult=o aprili proces tegens de de„ 1757. tot ult.o maij 1758. vermits: er volgens ingekomene berigten of pre„ sumptivelijk gedeserteerd waren; zijn behoorlijk ingedaagd, en is door den fiscaal Rat: off: tegens dezelve naar de ordre geprocedeert met dien uijtslag dat bij vonnis van den regter van den 8. ' aug. o 1758. , bij continuatie gecon„ „demneerd zijn tot een bannissement uijt 'sComp=s Jurisdictie, sub pene des doods etc=s even als anno pass=o, gaande het proces naar d' ordre in originalie over onder de bijlagen dezer. Belangende
English
From Suratta the 12th of April 1759. The Rajapoer commissioners having returned here at last, have for the adjacent reasons been placed under civil arrest, but subsequently released, and one of the two sent for the purpose stated in the text, but not yet readmitted to the council of policy. Regarding the servants, we have in the first place to report that the former Rajapoer commissioners Johannes Sanderus and Jacob van der Sleijden Simonszoon, having returned here without having so much as begun on the trade books of that office for the year 1757/8, let alone being in a position to render proper accounting and balance of their past management and administration at that office, for which they had also not yet accounted for the cash, the director, as an example to other slow and slack servants, had them placed under civil arrest, in which they remained according to our resolution of the 3rd of March last until the 3rd of this month, when they duly submitted a report of their actions and defense regarding what seemed to be charged against them, and meanwhile having balanced their trade books up to the day of their departure hither, From Souratta the 12th of April 1759. were released from their arrest, and the last-named was at the same time ordered to proceed as soon as possible back to Rajapoer with one of the Bassein galwats lying in the roads, in accordance with permission obtained from the head of the armada, in order to collect the Company's outstanding funds there, regarding which we shall render a detailed report by the next opportunity, making use to that end of the order granted by the prince of the Marathas or his highness's field marshal Rumagie Madeeuw Tonda to lend ours a helping hand therein. For the rest, it was on that day further resolved not to admit either of them to the political council, of which they are members, before the success of their efforts to be applied to the aforesaid end shall have been seen. The assistant second at Amadabaad Frans Bernard Zimmerman released to Batavia, subject to providing the necessary security. The assistant Zimmerman, second at Amadabaad, we have, upon his request by virtue of the expiration of his term, and to put an end once and for all to the discord that arose at that office, granted his release from this directorship, retaining rank and pay, on condition of not only posting the customary security of one thousand rixdollars for four years, but also separately pro judicata, in case the brokers should take him to court over their claims, unless he preferred to remain in service at this head office until that matter should be decided, since it is still fresh in our memory what troubles were caused to the Company at Amed-abaad on account of a certain vile claim of the brokers charged against the late former factor Mr. Pecock, which had to be settled at the cost of 2500 rupees. The assistant De Wind made bookkeeper and second of Amadabaad. Furthermore, there has been appointed in his place as second of that office the assistant and sworn clerk Nicolaas Hermanus de Wind, as having a peaceable disposition, with From Suratta the 12th of April 1759. The bookkeeper De Hartog to sworn clerk in his place. The assistant Monti to bookkeeper. Dirk Spierejee to bookkeeper. The young assistant Von Schmidt released for urgent reasons. a promotion to bookkeeper, by virtue of the expiration of his term; in whose place has been appointed as sworn clerk, and sworn in as such, the bookkeeper Jan Fredrik de Hartog, with rank next to the second warehouse master, or before all bookkeepers serving at the offices; likewise promoted to bookkeeper the assistant and [illegible] at the trade office Matthijs Monti, and the assistant and second warehouse master Dirk Spierejee; besides some lesser promotions, etc., both ashore and on the ships, to be seen according to the orders and the regulation in our resolution of the 12th of August and the 28th of November of last year, the 25th and 30th of January, and the 28th of March of this year. To the young assistant Johan Godtholt von Schmidt we have granted his requested discharge to Batavia, retaining rank and pay, although his current contract has not yet expired, for urgent reasons cited in our secret resolution of the last-named date, which accompanies this, so that he is crossing over on this occasion. Repeated request of the Director for his discharge. Order requested how to behave regarding the salute in case of meeting foreign warships. The Councillor Extraordinary and Director Louis Taillefert, whose contract, having commenced on the 18th of February 1755 when he received the transfer of the Bengal directorship, is due to expire before the departure of the last ships in the coming spring, takes the liberty of further and most emphatically requesting Your Excellencies that his discharge from this directorship may graciously be granted to him this year, in order to undertake the journey to India's capital in March 1760 or earlier, to assist at the High Table, the motives for which can sufficiently be gathered from the tenor of our respectful letters of the 12th of December of last year. And whereas the instruction issued on the 12th of August 1758 by Your Excellencies for the chief officers at sea decides nothing with respect to
Dutch transcription
Van Suratta Den 12:' april 1759. missianten einde„ zijnde zijn om nevenstaande redenen in civiel ar„ rest gestelt dog naderhand ont„ slagen de rajapoinse com Belangende de Dienaren hebben „ „lijk hier gereventeerd wij in d'eerste plaatse temelden, dat de gewezene Rajapoense commissianten Johannes Sanderus en Jacob van der sleijden Simonszoon alhier gereverteerd zijnde, zonder nog eens aan de nego„ „tie boekjes van dat comptoir van a. o 175 7/8. begonnen te hebben, men geswel„ „ge instaat tewezen om behoorlijke bewijs reekening en reliqua te doen van hun gehad hebbende bewind en admi¬ „nistratie ten dien Comptoire waar van z' ook de Cassa nog niet hadden ver„ „andwoord, de directeur dezelve ten exempel van andere trage en sloffe dienaren in civiel arrest heeft doen stellen, waar in zij volgens onze re„ „solutie van den 3. ' maart J=o leeden zijn verbleven tot den 3. ' dezer wan„ neer zij behoorlijk van rapport hunner verrigtingen en verandwoording omtrent 't geen ten hunnen laste scheen tewezen, gedient en hunne negotieboekjes in„ „tusschen tot den dag van hun vertrek herw:s 177 Souratta Den 12. ' april 1759 Van en een van beiden ten fine als in den text gezonden in den raad van politie geadmit„ teerd „merman naar ba„ „tavia verlost herwaarts effent gestelt hebbende uijt hun arrest ontslagen, zijn, en den weder naar rajapoer laatstgen: teffens geordonneert is zig niet een van de ter rheede leggende bassijnsche galbets, conform bekomene permissie van het hoofd der armade ten spoedigsten naar Rajapoer te begeven, om 'sComp=s aldaar uijtstaande gelden, waar omtrent wij per naasten omstandigen verslag zul„ „len doen, intevorderen, zig daar toe bedienende van de ordre door den vorst der marhettas oy zijn hoogheids veld„ „heer Rumagie madeeuw Tonda verleend, om de onze daar in de behulp„ „same hand tebieden, zijnde voor het dog nog niet weder overige ten dien dage nog besloten hen beide niet in politicquen raade waar van zij leeden zijn te admitteren voor dat men het succes van hunne aantewendene devoiren ten voorsz: einde zal gezien hebben. d'assistenten tweede t' amad-abaad d'assistent zin„ frans Bernard Zimmerman, hebben wij, op zijn verzoek mits tijds expira„ „tie, en om een maal een einde temaken van Van Souratta Den 12. ' april 1759. nodige cautie den assistent de wind boekhouder abaad gemaakt van de tweedragt ten dien comptoire ontstaan, desselfs verlossing uijt dese mitsstellende de directie, behoudens qualiteiden gage g'accordeert, mits niet alleen stel„ lende de gewoone cautie van duijsent rijxd=s voor vier Jaren, maar ook nog apart pro Judicata, ingevalle de makelaars hem over hune pre„ „tentie in regten betrokken, 't en ware liever ten desen hoofdcomptoire wilde blijven dienst doen tot dat die zaak gedetermineerd zoude wezen, nademaal ons nog versch in geheu„ „gen leyd, welke moeijelijkheeden de comp. t' amed-abaad aangedaan zijn, wegens zeekere schurfde preten„ „tie der makelaars ten laste van de gewezen factoor den heer Pecock zal:, welke ten koste van 2500. koppen heeft moeten afgemaakt worden Voorts heeft men, tot tweede van en tweede van amddat Comptoir, in zijne plaats aan„ „gestelt den assistent en gesw: Clercq Nicolaas harmanus de Wind, als een panficq humeur hebbende, onder 179 Van Suratta Den 12. ' april 1759. de boekhouder de hantogj tot gesw: clenig in zijne plaats en den adsistent mon„ boekhouder bevon„ van schundt om prequante rede„ nen verlost onder eene bevordering tot boekhouder, mits tijds Expiratie, in wiens stede men tot gesw: Clercq aangestelt, en als de zoodanige b'eedigd heeft den boekhouder Jan fredrik de hartog met den rang naast den tweeden pakhuijsmeester, ofte voor alle boekhouders op de comptoiren dienst doende, mitsg=s tot boekhouder be„ vordert, den adsistent en narebenaem te in spierejie tot op het negotie Comptoir Matthijs mondert „ti, en den assistent en tweede pak„ „huijsmeester Dirk Spierejee, buijten eenige mindere bevorderingen ensz:t zo aan land als op de scheepen, naar de ordres en het reglement tezien bij onze resolutie van den 12. ' aug=o en 28. ' 9ber: des voorleeden 25. ' en 30. Janu: en 28. ' waart dezes Jaars Aan den Jong adsistent Johan de Jong adsistent godholt van schmidt hebben wij zijne verzogte demissie naar bata„ „via behoudens qualiteid en gage E toegestaan, schoon zijn lopend verband nog niet is g'expireerd, om preguarte redenen Van Suratta Den 12.:' April 1759 herhaald verzoek van den heer directeur om zijn ontslag ordre verzogt hoe zig te gedaagen omtrent het salut in cas van ontmoeting van vreemde oorlog scheepen redenen aangehaald bij onze secrete resolutie van laatstgen: datum, die dezen verselt, over zulx denzelven bij deze gelegendheid overvaart. de raad Extraordinair en directeu Louis Tailletert, wiens verband den 18. ' febr: 1755. , wanneer hij transport van de Bengaalse directie ontfing, ingegaan zijnde, voor het vertrek van de laaste scheepen in het aanstaande voorjaar staat te- expineeren, gebruikt de vrijheid u hoog Edelens nader„ en ten nadrukkelijkste te verzoeken dat hem dezen Jaare gratieuslijk mag werden g'accordeert zijn ontslag uijt deze directie, ten einde in maart 1760. ofte eerder, de neise naar Jndias hoofdplaatse aantenemen, ter assistentie aan de hooge tafel, waar van de moti„ „ven genoegzaam afteneemen zijn, uijt den teueur van onze eerbiedige lettenen van den 12. ' xber: des voorleeden Jaars En nademaal d' instructie op den 12. ' aug=o 1758. , van u hoog Edelens voor de hoofd officieren ten zee g'emo¬ „neerd, niets decideert, ten opzigte van
English
181 From Surat, 12 April 1759. concerning the salute, whenever a Company flag officer encounters or passes a squadron of foreign warships or royal vessels, or a single warship, or arrives at an anchorage where they are lying, or is lying where they arrive, regarding which, to our knowledge, no orders are to be found in any papers; the naval officers of foreign nations might sometimes be indiscreet enough not to make any distinction between a member of your Right Honourables assembly and another Company servant, since they consider the former, as may be deduced from the frugal titles in the letters from the English gentlemen at Bombay and here, and which the French gentlemen now and then indicate clearly enough in their discourses, to be no more than a chief at Bankot, a factor in Basra, or another council member of Bombay, or a French so-called Councillor of the Indies, whose own superiors do not consider a subaltern factor's From Surat, 12 April 1759. factor's or chief's post, such as for instance of Dhaka in Bengal, beneath him, let alone that they would be willing to consider and treat a Councillor of the Dutch Indies as a minister of state, if they did not insist that a Company ship is and remains a Company ship, regardless of who sails on it, and that one could with no right claim that with respect to the salute or return salute it should be regarded as anything other than a Company ship; likewise, it seems very improper that a member of the High Government of the Dutch Indies, who according to the aforementioned instruction title 9, article 2, must be considered as a Lieutenant Admiral on the Company's behalf, and in that capacity is authorised to fly the flag from the main topmast at sea or on or in any roadstead or harbour, should show a courtesy that smacks of inferiority to, or should acquiesce or submit to an act of superiority from a warship commanded by a superior officer who flies the flag from the 189 From Surat, 12 April 1759. Merchant, Secunde and Head Administrator fore or mizzen topmast, let alone for a commanding officer of such a vessel who, by virtue of his rank, is only permitted to fly a standard or pennant; thus, the said Councillor Extraordinary believes he should not fail to trouble your Right Honourables with a respectful request to be provided with the necessary orders regarding that delicate and speculative subject, in order that, should the case occur, he may if possible conduct himself in such a manner that he has no reason to fear being blamed or disavowed by his superiors for not having sufficiently maintained the dignity of the character he has the honour to hold, or for having drawn the point of honour too far, nor to suffer other insults, the disgrace of which would spread across the entire nation, and which the superior power of the insulters or other considerations might nevertheless sometimes prevent him from retaliating. Furthermore, the Senior Merchant and Secunde of this Directorate, Jan Drabbe, Request of the Senior Merchant and Secunde Drabbe. From Surat, 12 April 1759. Forwarding of 15 petitions. Merchant and Warehouse Master Sweers Jan Drabbe, regarding whose person and long-standing services both in Bengal and Bihar as well as Surat we respectfully refer to our humble letter of 16 December 1757, once again humbly implores your Right Honourables' favour through a petition that we have the honour to present to the same among the enclosures hereof, to the end that this may be taken into consideration upon the filling of the directorship, under the respectful assurance that he will not fail to gather his acquired experience and modest talents as to a central point, and apply himself with the utmost diligence to convince your Right Honourables and the whole world that this beneficence is well bestowed upon him. Furthermore, we accompany this letter with 15 petitions dedicated to your Right Honourables, namely: One from the Merchant and Warehouse Master Jan Anthonij Sweers De Landas, to obtain his discharge from 185 From Surat, 12 April 1759. One from the Merchant and Fiscal Kellij Two from the Junior Merchants Sanderus and Blaaukamer from this Directorate, while retaining rank and salary, as his contract is due to expire in August next. One from the Merchant and Fiscal David Kellij, to be endowed in case of vacancy with the office of Secunde and Head Administrator, or otherwise with that of Warehouse Master, and in the case of the former to be promoted to the rank and salary belonging thereto, a favour which the Director can assure your Right Honourables that he fully merits, having been brought up in the mercantile business and having given proofs therein of capacity and diligence. Two from the Junior Merchants and former factors at Danda Rajpuri and Letsmandae, Johannes Sanderus and Willem Blaaukamer, to obtain the office of Warehouse Master or Fiscal upon vacancy, with promotion to the rank and salary of Merchant. One from the Junior Merchant and Secretary of Police, Otto Hendrik Ruperte, to be endowed with the office of Warehouse Master. From
Dutch transcription
181 Van Suratta Den 12.:' april 1759. van het salut, wanneer een comp: vlagge officier een Isquader vreemde oorlogs of konings scheepen, of een Enbeld oorlog schip aencontreerd, of passeert, dan wel op een rhede komt daar dezelve leggen, of legt daar zij komen, waar om„ „trent ook onzes weetens bij gene papieren eenige ordres tevinden zijn; d'oorlogs officieren van de vreemde natien zomtijds in discreet genoeg zouden wezen, om gene distinctie te willen maken, tusschen een lid van u hoog Edelens vergadering en een ander Comp=s dienaar, dewijl zij d' eerste zo als uijt de sobere situ¬ „lature bij de brieven van de heeren En„ „gelschen te bombaij en alhier kan af„ genomen werden, en de heeren franschen nu en dan in hunne discoursen niet onduijster tekennen geven, niet meer te letter als een opperhoofd te bankoot, factoor in bassora, ofte andere raads„ perzoon van bombaij, of een fransche zoo genaamde raad van Jndia, wiens eigene suxerioken een subalterne factoors 0 Van Souratta Den 12:' April 1759 factoors of chefsplaats, als bij voorbeeld van decia in Bengale, niet beneden hem agten, men geswijge dat zij een raad van nederlands india, als een minister van den staat zouden willen considereeren en behandelen, zo z' al niet daar op bleven staan, dat een comp: schip een comp: schip is en blijft, wie 'er ook meede overvaart, „men en met geen regt zoude kunnen preten„ deren dat ten opzigte van het salut of resalut anders als een Comp=s schip wierd aangemerkt; Jtem zeer, oneigen scheunt dat een lid van de hooge regering van nederlands india, die volgens de voorsz: instructie titul 9. aat: 2. als een luijte„ „nant admiraal 'sComp:s wegen moet ge„ „considereerd worden, zin die qualiteid 6 g'authoriseert is de vlagge tevoeren vande groote steng in zee dan wel op of in eenige rheede of haven, een naar inferioniteid smakende beleefd„ „heid, zoude bewijzen, aan, dan wel acquiseeren, of zig submitteeren, aan een acte van superioriteid van een oorlog schip, gecommandeert bij een hoofd officier, die de vlagge van de voor 189 1759. Suratta Den 12. April Van koopman secuende en hoofd administrat: voor of kruijs steng, men geswijge voor een commandeerend officier van zoodani„ „gen bodem die uijt hoofde van zijne qualiteid maar een standert of wimpel mag voeren, zo vermeend gem: raad Extraordinair niet temogen nalaten uw' hoog Edelens nog teffens lastig tevallen met een Eerbiedig verzoek om met de nodige beveelen aangaande dat delicate en speculative onderwerp ge„ munieerd temogen werden, om het geval epteerende, zig des mogelijk zoodanig te„ gedragen, dat geen reden hebbe tevaezen bij zijne superioren geblameert of ge„ „desavoueerd tewerden, als de waardigheid van het caracter dat hij d' eere heeft te bekleeden niet genoeg gemainteneert, of het poinct de honneur te verre getrok„ „ken hebbende nog ook van andere affron„ „ten telijden, waar van de hoon zig over de gantsche natie zoude versprijden, en die de overmagt van de hooners of andere consideratien, egter somwijlen niet zoude terlaten te retorqueeren. Voorts imploreerd d' opperkoopman verzoek van den opper„ en saabbe. Van Souratta Den 12. ' april 1759. overzending van 15. requesten man en pakhuijsen: sweers en secunde dezer directie Jan Drabbe om „trent wiens perzoon en langjarige dien„ sten zo in Bengale en Behaar als souratta, w' ons met Eerbied refe„ „rieren aan onze nedrige van den 16. xbr: 1757. nogmaals oodmoedig uw' hoog Ede„ „lens gunste bij een request dat wij d'eere hebben hoog dezelve onder de bijlagen deezes tepresenteeren, ten einde daar op bij de vervulling van het directoraat reflexie mag werden geslagen, onder eerbiedige verzeekering dat niet zal in gebreeke blijven zijne verkregene Expe „rientie en geringe talenten als tot een middelpunt te versamelen, en zig met de uijtterste applicatie te bevlijtigen om uw' hoog Edelens en de gantsche wee„ reld te overtuigen, dat die weldaat wel aan hem besteed is. Voorts laten wij dezen nog versellen van 15. aan uw' hoog Edelens gededi„ ceerde requesten, namentlijk als een van den koop„ Een van den koopman en pakhuijs„ meester Jan anthonij Sweers De Lan„ das, ter obtenue van zijne demissie uijt 185 Souratta Den 12. ' April 1759. een van den koopm: en fiscaal kellij twee van de onderkoop„ lieden sande rusen uijt deze directie, behoudens qualiteid en gagie, alzo zijn verband in aug. o naast komende staat t'expireeren. Een van den koopman en fiscaal David Kellij om bij vacature met het ampt van secunde en hoofd-admi„ nistratour, ofte anders met het pak„ „huijsmeesterschap gebeneficeerd en in cas van het eerste tot de daar toe staan„ „de qualiteid en gage bevordert temogen werden, eene gunste die den directeur u hoog Edelens kan verzekeren dat hij ten vollen meriteerd, als bij het negotie werk opge„ bragt, en daar in preuves van capaci„ „teid en naarstigheid gegeven hebbende twee van de onderkooplieden en gewe„ „sene factoors te denda rajapoen en lets„ blaaukamer „mandae Johannes Sanderus en willem Blaaukamer ter obtenue van het pak„ „huijsmeesterschap of fiscalaat, bij vaca„ „ture, onder eene bevordering tot koop„ „mans qualiteid en gage Een van den onderkoopman en secre„ taris van politie otto Hendrik Ruperte, om met de pakhuijstneesters bediening Van
English
From Souratta, the 12th of April 1759. Four of the junior merchants: van der Sleijden, de Bellon, Bournat, and Engelkransz. One of the bookkeeper and dispenser Guse. Two of the bookkeepers: Wenking and de Hertog. One of the bookkeeper Boogaard. One of the assistant Bottendorp. To be favored with the office alongside the rank and salary of merchant. Hereof from the former second commissioner of the Deccan trade, the junior merchant Jacob van der Sleijden Simonszoon; the head of Amed-Abaad, the junior merchant Pierre Antoine de Bellon; and the junior merchants presently without actual employment, Daniel Bournat and Carel Engelkransz; whereby the petitioners request to be favorably considered upon promotion. One from the bookkeeper and dispenser Anthon Siegfried Godhold Guse, for his release from this directorship, on account of the expiration of his contract. Two from the bookkeepers, the secretary of justice and first sworn clerk of police Paulus Jan Winking and the sworn clerk Jan Fredrik de Hartogen; One from the bookkeeper serving at the secretariat, Fredrik Boogaard; all three tending to the purpose of being permitted to succeed the said Guse. One from the assistant Louis Gerardus Bottendorp, requesting that in case his uncle and guardian, the first undersigned, obtains his dismissal, 187 From Souratta, the 12th of April 1759. Soldier serving as clerk, Angelij. In a full year, no more than 21 men deserted. And on the other hand, 116 persons have come over to us. he may depart with him to India's capital while retaining his rank and salary, even though his contract has not yet expired. One from the soldier Franciscus Angelij, serving on probation as a clerk, requesting to be confirmed in the clerk's service with the addition of the assistant's board allowance, as one is lacking from the fixed number of clerks due to the discharge of the junior assistant van Schmit. From the last of March 1758 until the first of April 1759, 21 persons have been lost through desertion, or ten fewer than in the year 1757/8, because having had a large number of extraordinary peons in service for part of the past year, we have been better able to guard against it; against which, conversely, 116 persons have come over to us from the English and others, and have been successively placed on the ships: namely, one surgeon engaged as third master for reasons set forth at large in our resolutions of the 8th of July, alongside 97 soldiers and 19 sailors. From Souratta, the 12th of April 1759. List of the servants within this directorship. The servants stationed in this directorship as of the last of March of the past year consisted of the following, namely: 36 ministers and servants of police and commerce, namely: 1 director 1 senior merchant 2 merchants 11 junior merchants, namely: 9 at this main office, among whom 6 are without actual employment, of whom one has been released to Batavia 1 factor at Amed-Abaad — at Brootchia 8 bookkeepers, namely: 6 at this main office 1 second at Amed-Abaad 1 ditto at Brootchia 13 fully qualified, junior, and provisional assistants, namely: 11 at this main office, among whom two who have been released to Batavia and 1 for Brootchia Ecclesiastical servant: 1 comforter of the sick 60 persons of the navy, namely: 1 captain lieutenant and master of equipage 1 chief mate, commander on the snow 's Jonge Jacob 1 under-mate assigned to the same 1 boatswain 2 boatswain's mates 1 gunner's mate 1 steward's mate provisionally serving as a clerk 1 ditto 8 persons brought forward. Please turn over. 97. 189 Souratta, the 12th of April 1759. 8 persons brought forward 1 gunner 6 quartermasters 40 arquebusiers and sailors Of the militia, thereof: 1 lieutenant 4 sergeants, namely: 1 stable master 3 on active duty 10 corporals 2 trumpeters 2 drummers 1 fifer 140 privates, among whom one serving on probation as a clerk 5 servants of surgery, namely: 1 chief surgeon 4 under-surgeons, of whom: 3 at this main office 1 at Amed-Abaad 4 craftsmen, namely: 1 bookbinder, court beadle, auctioneer, and undertaker's attendant 1 sailmaker 1 cooper 1 blacksmith 1 servant of justice, namely the provost 267 persons in total. 97. 160. From Souratta, the 12th of April 1739. Two months' provisions supplied to Amstelveen. The jewels received as a gift by the Director having been appraised. After this had already been drafted this far, we have, upon the request of and the demonstrated necessity in the petition by the skipper van der Nijpoort on behalf of his vessel Amstelveen, further caused two months' provisions to be supplied, as shown by the extract from our resolution of the 5th instant accompanying this. Our former envoy to the Poona court, Kronenburg, having brought along upon his return 1 head ornament and 1 chest ornament from the prince Ballagie Ballarauw, alongside a head ornament from the Moorish general in His Highness's service, the Nawab Mosafferchan, as a gift for the Director; which first two, in the presence of express commissioners, were appraised by knowledgeable persons at ƒ 1275. —. — and the other at
Dutch transcription
Van Souratta Den 12. ' April 1759. vier van de onder„ kooplieden van der slegden, d' bellon bournat en Engel: kaansz: een van den boekhouder en dispencier guse twee van de boekhou„ „ders wenking en de hertog een van den boekhou„ den boogaard om van den assistent bottendorp bediening nevens de qualiteid en gage van koopman begunstigd temogen werden Hier van den gewezene tweede com„ missiant van den dhekkansen handel den onderkoopman Jacob van der sleijden Simonsoon, het amed-abaads opperhoofd de onderkoopman Pierre antoine de bellon en de buijten actueel Emploij zijnde onder„ „kooplieden Daniel bournat en Carel Engel„ kransz:, waar bij de supp=en verzoeken, bij verschansing ten goede bedagt temogen werden Een van den boekhouder en dispencien anthon siegfried godhold guse, om zijne verlossing uijt deze directie, mits tijds ex„ „piaatie twee van de boekhouders, den secretaris van Justitie en eerste gesworen cleriq van politie Paulus Jan winking en den gesworen clercq Jan fredrik de hartogen Een van de ter secretarije dienst doende boekhouder fredrik boogaard, alle drie tenderende ten einde om gem: guse temogen succedeeren Een van den adsistent Louis Gerardus Bottendorp, om bij aldien zijn oom en voogd den eerst ondergeteekenden zijn demissie obtineert 187 Van Souratta Den 12.:' April 1759. daat aan de penne amgelij in een rondjaar met meer als 21. man gede fiateerd en daar en tegen 116. koppen tot ons overgeko„ obtineerd, met hem naar Jndias hoofdplaats temogen vertrekken behoudens qualiteid en gagie schoon zijn verband niet heeft uijt„ „gedient Een van de ter preuve aan de penne diensten een van den sol„ doende soldaat franciscus angelij, om aan de penne dienst onder toelegging van het adsistente kostgeld bevestigd temogen werden, alzoo aan het bepaalde getal pennisten, door de verlossing van den Jong adsistent van schmit een komt t' ontbreeken. Zedert ult:o maart 1758. tot p=mo april 1759. heeft men door desertie 21. koppen, ofte tien minder als a.o 177 7/8 verlooren, door dat men een gedeelte van het Jongste Jaar een groot getal Extraordinair pions in dienst gehad hebbende te beeter in staat geweest is, daar tegens tedoen waken waar en tegen weder van de Engelschen Csen en andere tot ons zijn overgekomen, en successive op de scheepen geplaatst 116. kop„ pen, teweten een chirurgijn om redenen bij onze resolutien van den 8. Julij in het breede vermeld, voor derde meester aangenomen, nevens 97. soldaten en 19. mattroosen hebbende Van Souratta Den 12:' April 1759. lijst der dienaaren bin„ nen deze directie hebbende de dienaren in deze directie be„ „scheiden onder ult:o maart J. o verweeken bestaan in de volgende als 36. ministers en bediendens van de politie en commercie als 1. directeur 1. opperkoopman 2. kooplieden 11. onderkooplieden als 9. ten dezen hoofd comptoire en daar onder 6. buijten actueel emploij, waar van een naar batavia verlost 1. factoor te amed-abaad — „ brootchia 8. boekhouders teweten 6. ten dezen hoofd comptoire 1. tweede te amed-abaad 1. d=o „ baoodchia 13. absoluit Jong en provisioneel adsistenten, als . 11. ten dezen hoofd comptoir waar onder twee die naar batavia verlost zijn en 1. voor brootchia Kerkelijke bediende 1. krankbezoeker 60. perzoonen van de marine namentlijk 1. capitain lieutenant en Equipagiemeester 1. opperstuurman gezaghebber op de snaauw de 1. onder d=o bescheiden 's Jonge Jacob 1. bootsman 2. schiemans 1. constapelsmaat 1. botteliers maat aan de penne prov:s dienst doende 1. d o 8. perzoonen Die Transporteere verte 97. 189 Souratta Den 12. ' april 1759. 8. perzonen P„r Transport 1. cannonier 6. quartiermeesters 40. bosschieters en mattroosen Van de Militie daarvan 1. lieutenant 4. sergeants teweten 1. stalmeester 3. dienstdoende 10. Corporaals 2. trompetters 2. tamboers 1. pijper 140. gemeene, waar onder een ter preuve aan de penne dienstdoende 5. bediendens van de Chirurgie als 1. opperchirurgijn 4. onder d=os waarvan 3. ten dezen hoofd comptoir 1. te amed-abaad 4. ambagtslieden, als 1. boekbinder, geregtsboode, afslager en aanspreken 1. zeilmaker 1. kuijper 1. schuidt 1. bediende van de Justitie namentlijk de geweldigen 267. perzoonen tezamen a Van 97. 160. Van Souratta Den 12.:' april 1739. sie aan amstelbeer verstrekt de door den heer direc„ „teur in geschenb ont„ „fangene Juweelen getaxeerd zijnde twee maanden provr Na dat deze reets dus verre was geconcipieerd hebben wij, op het ver„ zoek van, en de vertoonde noodsake„ „lijkheid bij requeste, door den schip „per van der Nijpoort ten behoeve van zijn onderhebbende bodem am„ „stelveen nog laten verstrekken twee maanden provisien uijtwijzens Ex„ „tract uijt onze resolutie van den 5.' Courant dezen verzellende. Onzen geweezen gezant aan het poenase hof kronenburg bij zijn retour meede gebragt hebbende 1. hoofd en 1. borst cieraad van den vorst Ballagie Ballarauw, nevens een hoofd cieraad van den in zijne hoogheids dienst zijnde moorsche generaal de nabab Mosafferchan tot geschenk voor den directeur welke twee eersten ten overstaan van expresse v gecommitteerdens door lieden zig des verstande op ƒ 1275. —. — en het andere op
English
191 From Souratta 12 April 1759. transferred to cargo of Amstelveen have been appraised at ƒ 1125. —. –, as appears from the report inserted in our resolution of the 2nd of this month, we have decided to have the same entered into the books for that amount, and to send those useless furnishings to the headquarters in Batavia with the bearer of this letter. All that could be scraped together for the loading of the bearer of this consists solely in: for Batavia for anno 1758. 100000 pieces of Surat current silver rupees from No. 1 to 10 in 5/10 chests, costing with packing and further charges - - - - - - - - - - - - ƒ 150239. 10. — 3 pieces of head and chest jewelry to the amount of - - - - - - - - - - - - - - - - - 2400. 4080 coarse chintzes or coarse chintzes in 17 bales from no 272 to 288 with - - - - 12685. 15. 8. 1200 cotton patolas of 6 asta in 4 bales from no 327 to 330 - - - - 2193. 8. — 3600 cotton patolas of 5 asta in 9 bales from no 357 to 365 - - - - 5411. 1. 8. 320 narrow ordinary Surat chintzes in 2 bales from no 252 to 253 - - - - 919. 14. - 2200 assorted bunting in 22 bales from no 452 to 454 and 481 to 496, item from no 474 to 476 - - - - - - - - - - 12990. 12. — 5000 large red karikans in 25 bales from no 292 to 316 - - - - - - - - - 15350. 8. — Carried forward - - - - - - ƒ From Souratta 12 April 1759. Brought forward - - - - - - ƒ 960 small red karikans in 4 bales from no 323 to 326 - - - - 2206. 11. - 2160 broad ordinary Surat chintzes of 8 wiesa in 9 bales from no 232 to 240 - - - - 8461. 14. – 168 broad white whole baftas with ordinary dressing in 2 bales from no 211 and 212 - - - - 966. 13. 8. 400 broad black whole baftas, without dressing in 8 bales from no 172 to 179 - - - - - - - - - - - - 2111. 16. - 1063 assorted silk patolas in 2 bales from no 539 and 540 - - - - 13562. 17. - ƒ 229445. -. 8. For Cape of Good Hope 800 pieces broad black half baftas, in 8 bales, no 1 to 8 - - - - ƒ 2260. 19. 8. 120 broad ordinary Surat chintzes of 9 wiesa, in the bale no 42 - - - - 518. 5. - 2779. 4. 8. For Padang 1000 broad black half baftas in 10 bales no 149 to 158 - - - - ƒ 2826. 4. 8. 480 small red karikans in 2 bales from no 184 to 185 - - - - 1104. 1. - 3930. 5. 8. For Poelo Chinko 500 broad black half baftas in 5 bales from no 189 to 193 - - - - ƒ 1413. 2. - 1000 black cannequins in 5 bales from no 199 to 203 - - - - 1288. 16. - 2701. 18. — Carried forward From Souratta 12 April 1759. Brought forward - - - - - - - - - ƒ For Ternate 800 pieces black cannequins in 4 bales no 105 to 108 - - - - - - ƒ 1031. 1. – 240 broad ordinary Surat chintzes of 9 wiesa in 2 bales no 401 and 102 - - - - - - - - 1036. 9. 8. 2067. 10. 8. For Amboina 200 broad black half baftas in 2 bales of 46 and 47 with - - - - ƒ 565. 5. — 200 black cannequins in 1 bale no 50 - - - - 257. 15. — 823. —. — For Cochin 840 coarse nicaniases in 7 bales from no 259 to 265 is - - - - - - - - - - - - 2570. 2. — For Maccasser 960 broad ordinary Surat chintzes of 9 wiesa in 8 bales from no 109 For Samarang for anno 1757. 120 assorted silk patolas in a bale no 541 with - - - - - - - - - - 2454. 15. 8. Further for Batavia 100 lb red sealing wax first sort in a small chest no 13 - - - - - - - - - - ƒ 346. 10. — 200 red sealing wax second sort in a small chest no 14 - - - - - - - 389. 10. — 300 pieces teak planks for [illegible] - - - - - - 193. 6. — 3 pieces fine hand or money balances / in a small chest no 11 unsuitable 6 pieces or 3 pairs of brass scale pans - - 10. 10. — for the expenses at shipping etc. at 116. - — - - - - - - - - - - - - - - - - 4121. 9 — 736. —. — 10. 10 — Carried forward - - - - - - - - - ƒ From Suratta 12 April 1759. Brought forward - - - - - - ƒ 1 small chest with various sample porcelains, marked no 12 - - - - - - - In accounting for such weaponry as has been supplied to 28 European soldiers stationed on this vessel, as such weapons as were supplied to 25 men in Batavia and charged with the costs to this directorship - - - - - - - - - ƒ 335. 12. 8. those supplied from here to 3 men amount to - - - - - - - - - - - - 32. 14. 8. 364. 7. Total - - - - - - - - - ƒ 252208. 8. 8. We commend Your High Nobilities' precious persons together with the Company's interests everywhere into God's protection, and remain with the utmost veneration /:below stood:/ High Noble Far-Ruling Lords, Your High Nobilities' humble and very obedient servants /:was signed:/ Louis Taillefert, I: Drabbe, F: A: Sweers de Landas, D: Kellij, I: W: Falk, W: Blaaukamer, H: O. Ruporti and Philip Wargaren /:in margin:/ Souratta 12 April 1759.
Dutch transcription
191 Van Souratta Den 12. ' April 1759. gaan over naar lading van am. stelveen op ƒ 1125. —. – getaxeerd zijn, blijkens rapport geinseerd bij onze resolutie van den 2. ' dezer, hebben wij besloten dezelve daar voor bij de boeken telaten inneemen, en die onnutte meubilen met batavia brenger dezes naar hoofdplaatse over te zenden. Alles het gene men ter belading van brenger dezes heeft kunnen bij een bestaan eenlijk in schrapen, voor Batavia voor a=o 1758. 100000. stux souratse gangbaas zilvere rop: van No. 1 fot 10 in 5/10. kisten ^ kosten met emballagie en verder ongelden - - - - - - - - - - - - ƒ150239. 10. — 3. p. s hoofd en borst cieraden ten bedra„ 2400. „gen van - - - - - - - - - - - - - - - - - 4080. „ chitsen grove of voor chitsen in 17. pakken van no 272. â 288. met. . . . . „ 12685. 15. 8. 1200. „ pathole cattoene van 6. asta in 4. 2193. 8. — pakken van n=o 327. â 330. .. -. –. 3600. „ pathole cattoene van 5. asta in 9. pakk: 5411. 1. 8. van n. o 357. â 365. .. . . . . . . . .. 320 - „ chitsen souratse smalle ordinaire 919. 14. - in 2. pakken van n=o 252. â 253. - . . . „ 2200. „ vlaggedoek in zoort, in 22. pakken van n=o 452. â 454. en 481. tot 496. item van n=o 474. â 476. - - - - - - - – – „ 12990. 12. — 5000. „ karikans grote roode, in 25. pakk: van n o 292. tot 316. - - – – – – – . –. „ 15350. 8. — Transporterre - - - - - -ƒ Souratta Den 12. ' April 1759. Van P„r Transport - - - . - .ƒ 960. – karikams kleene roode in 4. pakk: van n. 323. â 326. - . . . . . . „ 2206. 11. - 2160. – „ chitsen souratse breede ordi„ „naire van 8. wiesa in 9. pakk: van n. o 232. â 240. . . . . . . . . . „ 8461:14. – 168. –. „ baftas witte breede heele met ordinaire opberijding in 2. pakk: van n. o 211. en 212. . . . . . . . . . „ 966. 13. 8. 400. – „ baftas swarte breede heele, zonder op berijding in 8. pakk: van n o 172. â 179. - - - - - - - – – – – - - „ 2111. 16. - 1063. – „ pathole zijde in zoort in 2. pakken van no 539. en 540. . . . . . „ 13562. 17. - ƒ229445. -. 8. Door Cabo de Goede hoop 800. – p. s baftas swarte breede halve, in 8. pakken, n=o 1. tot 8. . . . . ƒ 2260. 19. 8. 120. – „ chitsen souratse breede ordinaire van 9. wiesa, in het pak n:o 42 „ 518. 5. - „ 2779. 4. 8. Voor Padang 1000. – „ baftees swarte breede halve in 10. pakken n=o 149. â 158. . . . . ƒ 2826. 4. 8. 480. – „ karikams kleine roode in 2. pakken van n=o 184. â 185. . . . – „ 1104. 1. - 3930. 5. 8. Door Poelo Chinko 500. – „ baftas swarte breede halve in 5. pakken van n=o 189. â 193. . . . ƒ. 1413. 2. - 1000. – „ kanekijns swarte in 5. pakk: van n=o 199. â 203. . . . . . - „ 1288. 16. - „ 2701. 18. — Transporteere. . . . 1759. Souratta Den 12. ' April Van P„r Transport - - - - - - - - -ƒ Voor Ternaten 800. – p. s kanekijns swarte in 4. pakken n=o 105. â 108. . . . . - - - - - - ƒ 1031. 1. – 240. –. „ Chitsen sourats breede ord: van 9. wiesa in 2. pakken n=o 401. en 102. . . . . . . . . . . - - - - „ 1036. 9. 8. 2067. 10. 8. voor Amboina 200. – „ baftas swarte breede halve, in 2. pakk: van 46. en 47. met - - - - – ƒ 565. 5. — 200. - „ kannekijns swarte in 1. pak no 50. 257. 15. —„ 823. —. — Voor Cochin 840. – „ niquaniassen grove in 7. pakken van n=o 259. â 265. is - - - - - - - - - - - - „ 2570. 2. — voor Maccasser 960. – „ chitsen souratse breede ord: van 9. wiesa in 8. pakken van n=o 109. Voor samarang voor a=o 1757. 120. – „ patholen zijde in zoort in een pak n. o 541. met. . . - - - - - - - - - - „ 2454. 15. 8. Nader Voor Batavia 100. - lb: rood zegul laig eerste zoort in een kistje n-o 13 - - - - - - - - - - ƒ 346. 10. — 200. – „ rood zegul lang tweede zoort in een kasje n=o 14. - - - - - - - „ 389. 10. — 300 - p=s Jatij planken tot gaamiaing - - - - - - „ 193. 6. —. 3. – „ fijne hand of geld balanie / in een kasje 6. – „ of 3. paar kopere schalen - - . n:o 11. onbeq: 10: 10. — voor de ongelden bij den afscheep &:a â 116. - — - - - - - - - - - - - - - - - - „ 4121. 9 — 736. —. — 10. 10 — Transporteere.- 9 -ƒ Van Suratta Den 12. April 1759. P„r Transport - - - . - . G 1. – kasje met diverse monster porcelij nen, gem:t n=o 12. - . . . . . . . — - Jn aanreekening voor zoodanige wapengoederen als 'en aan 28. koppen op dezen bodem bescheiden zijnde Euro„ „pesche militairen verstrekt als zoodanige wapenen als en op Batavia aan 25. kop„ „pen verstrekt zijn geworden en met dies kostende deze direc„ „tie aangerekend - - - - - - - - -.- ƒ 335. 12. 8. de verstrekte van hier aan 3. koppen bedragen - - - - - - - - - - - - „ 32. 14. 8. 364 7. Somma- - - - - - - - - ƒ ƒ25220: 8: 8. Bij beveelen uw' hoog Edelens dier „baare perzoonen nevens 's Compagnies belangen al omme in Godes hoede, en blijven met de uijtterste veneratie /:onder„ „stont:/ Hoog Edele wijd gebiedende Heeren, uw Hoog Edelens onderdanige en zeer gehoorsame dienaren /:was getekend:/ Louis Taillefert, I: Drabbe, F: A: Sweers de landas, D: Kellij, I: W: Falk, W: Blaau„ Kamer, H: O. Ruporti en philip Wargaren /:in margine:/ Souratta den 12. ' april 1759 . . . . . -
English
195 Souratta, dated 12 April 1759 Translated note of such ships and vessels, with their names and the dates when they arrived here, as well as to whom belonging, what kind of merchandise they brought with them, and for what prices the same were sold, as also what they carried away again and when departed, all so far as it has been possible to ascertain the same, namely: From Bengal On 22 November of last year, per a private ship named Mhemoedij sawaij belonging to the Gentile merchant at Goa, Nersyndas Herridas: 250 packages with Bengal linens and silks in assorted varieties, taken on freight, of which the prices cannot be stated because they were sold successively and to various merchants. From Bombay On various dates with small vessels: pieces 1000000 pieces dry coconuts per 1000 rupees 37 to 45 pounds 400000 lb. white areca per 34½ lb. rupees 3 to 4 80000 lb. coir per 760 lb. rupees 75 to 85 35000 lb. elephant tusks per 34½ lb. rupees 50 to [blank] 1000 lb. quicksilver per 34½ lb. rupees 100 to 115 150 packages of Bengal silk, of which the prices are impossible to state. From Goa and Daman On 26 November past with two Portuguese frigates: 175000 lb. elephant tusks per 34½ rupees 45 to 47. [Prices at which sold] From Suratta, 12 April 1759 By transport: 1 small chest with various samples of porcelain, marked no. 12 In account: For such military goods as were supplied to 28 heads of European military personnel assigned to this vessel, as such weapons were supplied at Batavia to 25 heads, and with the costs thereof charged to this direction: ƒ 335. 12. 8. Those supplied from here to 3 heads amount to: ƒ 32. 14. 8. Total: ƒ 368. 7. 0. Sum total: ƒ 252201: 8: 8. We commend Your Right Excellencies' precious persons, together with the Company's interests everywhere, to God's keeping, and remain with the utmost veneration, Right Honourable, Widely-Ruling Sirs, Your Right Excellencies' humble and very obedient servants. Was signed: Louis Taillefert, I: Drabbe, I: A: Sweers de landas, D: Hellij, T: W: Falk, W: Blaaukamer, H: O: Ruporti, and Philip Wargaren. In the margin: Souratta, 12 April 1759. 195 Souratta, dated 12 April 1759 Translated note of such ships and vessels, with their names and the dates when they arrived here, as well as to whom belonging, what kind of merchandise they brought with them, and for what prices the same were sold, as also what they carried away again and when departed, all so far as it has been possible to ascertain the same, namely: From Bengal On 22 November of last year, per a private ship named Mhemoedij sawaij belonging to the Gentile merchant at Goa, Nersyndas Herridas: 250 packages with Bengal linens and silks in assorted varieties, taken on freight, of which the prices cannot be stated because they were sold successively and to various merchants. From Bombay On various dates with small vessels: pieces 1000000 pieces dry coconuts per 1000 rupees 37 to 45 pounds 400000 lb. white areca per 34½ lb. rupees 3 to 4 80000 lb. coir per 760 lb. rupees 75 to 85 35000 lb. elephant tusks per 34½ lb. rupees 50 to [blank] 1000 lb. quicksilver per 34½ lb. rupees 100 to 115 150 packages of Bengal silk, of which the prices are impossible to state. From Goa and Daman On 26 November past with two Portuguese frigates: 175000 lb. elephant tusks per 34½ rupees 45 to 47. [Prices at which sold] Souratta, dated 12 April 1759 150000 lb. elephant tusks per 36 to 47½ rupees 350000 lb. red Rose areca per 35¼ lb. rupees 1½ to 1¾ 7000 lb. pepper, black per 36¼ lb. rupees 4½ to [blank] 200000 pieces coconuts per 1000 pieces rupees 40 to [blank] 100000 lb. white areca per 34½ lb. rupees 3½ to 4 From Muscat With small vessels: 200 candies wet tamarind per candy rupees 30 to [blank] 200 ditto dry per candy rupees 40 to [blank] 20000 lb. elephant tusks, unsold 50 chests of rose water, unsold 25 bales of almonds and raisins, unsold From Basra On 4 February of last year per the private ship The Bassoura Merchend belonging to the Turkish merchant here, Sale Tjelebie: 180000 lb. Hungarian copper, unsold 20000 lb. ditto old, unsold 50 chests of rose water, ditto 1000 lb. pistachios, ditto 100000 rupees in Spanish dollars as well as old sicca rupees On 26 February of last year per the ship Furees belonging to the Company's second broker, Muntchergie Gorsedjie: 110000 lb. old copper, unsold 10000 lb. ditto yellow, unsold 1500 lb. pistachios, unsold 50 candies wet tamarind, ditto 15 chests of rose water, ditto 40000 rupees in Spanish reals as well as old sicca rupees On 4 November of last year per the ship Le Hebernois belonging to the private English Captain Watson: 10500 pounds pistachio flower per 38 lb. rupees 25 to [blank] 1000 lb. old copper per 36½ lb. rupees 22 to [blank] Prices for which they were sold.
Dutch transcription
195 Souratta onder dato 12=e April 1759 Translaat Notitie, van zodani„ ge scheepen en vaartuijgen met hunne namen en datums wan„ „neer alhier zijn gearriveert, mits„ „gaders aan wie toebehorende wat voor Coopmanschappen deselve hebben meede gebragt, en voor wat prijsen deselve omgezet zijn zo ook wat deselve weder vervoert hebben en wanneer vertrokken alles voor zo verre men zulx heeft kunnen nagaan namentlijk van Bengale op den 22 9ber J„o Leden per een parti„ „culier schip genaamt Mhemoedij sawaij toebehorende den Heidens Coop„ man te Goa Nersyndas Herridas 250 pak: met bengaalse Lijwaten en zijde in soort op vragt meede genomen waar van men te prijsen niet Kan opgeven om dat die succes„ „sive en aan diverse kooplieden verkogt zijn. van Bombaij op diverse datums met kleijne vaartuijgen stux 1000000 p„s klappers droge - - - - - - - . . . 1000 ro/ao 37 — tot 45 — ponden 400000 lb: Arreek witte. . . . .. . . . . 34½„ 3 - „ 4:— 80000 „ Caijer. . „ 760 „ 75 - „ 85 35000 „ Eliphants tanden. . . . . . . „ 34½„ 50 — „— 1000 „ quik zilver 150 pak zijde bengaalse waar van men de prijsen onmogelijk kan op„ geven. van Goa en Daman op den 26=e November passato met twee Portugeese Fregatten. 175000 lb Eliphants Tanden. . . . . „ 34½ r/ 45. tot 47. „ 34½„ 100 - „ 115 tegens wat prij„ rte P sen verkogt Van Suratta Den 12. April 1759 P„r Transport - . . . . . 1. - kasje met diverse monster porcelij nen, gem=t no 12 - - - - - - – - - – – Jn aanreekening voor zoodanige wapengoederen, als en aan 28. koppen op dezen bodem bescheiden zijnde Euro„ „pesche militairen verstrekt als zoodanige wapenen als in op Batavia aan 25. kop„ „pen verstrekt zijn geworden en met dies kostende deze direc„ „tie aangerekend - - - - - - - - - - ƒ 335. 12. 8. de verstrekte van hier aan 3. koppen bedragen - - - - - - - - - - - - „ 32. 14. 8 „ 368. 7 Somma- - - - - - - - - - ƒ252201: 8: 8 Bij beveelen uw' hoog Edelens dier „baare perzoonen nevens 's Compagnies belangen al omme in Godes hoede, en blijven met de uijtterste veneratie /: „stont:/ Hoog Edele wijd gebiedende Heeren„ uw Hoog Edelens onderdanige en zeer gehoorsame dienaren /:was getekend:/ Louis Taillefert, I: Drabbe, I: A: Sweers de landas, D: Hellij, T: W: Falk, W: Blaau„ Kamer, H: O: Ruporti en philip Wargaren /:in margine:/ Souratta den 12. ' april 1759 - . . . . 195 Souratta onder dato 12=e April 1759 Translaat Notitie, van zodani„ ge scheepen en vaartuijgen met hunne namen en datums wan„ „neer alhier zijn gearriveert, mits„ „gaders aan wie toebehorende wat voor Coopmanschappen deselve hebben meede gebragt, en voor wat prijsen deselve omgezet zijn zo ook wat deselve weder vervoert hebben en wanneer vertrokken alles voor zo verre men zulx heeft kunnen nagaan namentlijk van Bengale op den 22 9ber J„o Leden per een parti. „culier schip genaamt Mhemoedij sawaij toebehorende den Heidens Coop„ man te Goa Nersyndas Herridas 250 pak: met bengaalse Lijwaten en zijde in soort op vragt meede genomen waar van men te prijsen niet Kan opgeven om dat die succes„ „sive en aan diverse kooplieden verkogt zijn. van Bombaij op diverse datums met kleijne vaartuijgen stux 1000000 p„s klappers droge - - - - - - . . . 1000 roa/a 37 — tot 45 — ponden 400000 lb: Arreek witte. . . . . . . . .. „ 34½„ 3 — „ 4: — 80000 „ Caijen- . „ 760. „ 75 -„ 85 35000 „ Eliphants tanden. . . . . „ 34½„ 50 — „— 1000 „ quik zilver - - - „ 34½„ 100 - „ 115 150 pak zijde bengaalse waar van men de prijsen onmogelyk kan op„ geven. van Goa en Daman op den 26=e November passato met twee Portugeese Tregatten 175000 lb Eliphants Tanden. . . . . „ 34½ râ 45- tot 47. tegens wat prij„ verte 6D sen verkogt Souratta onder dato 12 April 1759 150000 lb Eliphants tanden. . . . . . . 350000 „ arreek roode roose - - - - - - - - - - 35¼ „ 7000 200000 100000 „ arreek witte. . . . . . . —: 34½ „ „ peper swarte - - - - - - - - - - - „ 36¼ „ 11 — „ — van Masquetta met kleine vaartuijgen 200 — Candijl tammer ratte. . . . . . . . . 8 Cand„s „ 30 — — — - 200 — 0 _o droge.. . . . . . „ — „ 40 — — — — 20000 lb Eliphants Tanden onverkogt. . . .. 50. Kaste Rose water. . . . — 0 25. balen amandelen en Kismnis — - - - - „ 10500 ponden 1000 van Bassoura op den 4 februarij J„o Leden per het Particulier schip De Bassoura Merchend toebehorende den Turks Coopman alhier sale Tjelebie. 180000 lb Koper Hongaars onverkogt. . . -. 20000 „ _o oud. . . - —. . . . 50 Kaste rose water. _o - - „ 1000 lb Pistatjes. . . - - _o. —. . .. 100'000 ropijen zo aan spaanse matten als oude Siccas ropijen op den 26 feb„rj J„o Leden p„r het schip Furees aan toe behorende sComps: tweede makelaar Muntchergie Gorsedjie 110'000 lb: koper oud. . . - onverkogt. —. 10000 „ _o geel. . . . -.-- 1500 — lb pistasjes - - - - - „ 50 - Cand„s Tammer natte _o - - - - 15 Kaste rose water _.. 40000- ropijen zo aan spaanse Realen als oude siccas ropijen op den 4 9ber I„o Leden p„r het schip Le Hebernois toebehorende den particu„ liei Engels Capit„n watson „ bloem van Pistasjes. . . . . „ 38 „ 25 — — lb: Koper oud. . . . - - -. . . . . . . . „ 36½ 22 — — — „ tegens wert prijsen souden verkogt. 3647½ 1½ tot 1¾ „ 4½ „ — 3½ „ 4 stux p„s Klappers. . . . . . - - - - 1000 — „ 40 — „ — „te
English
197 Surat, under date 12 April 1759 Sold At what prices 35,000 pounds old metal at 38 140,000 lb copper sent to Bombay at 36 7/8 From Jeddah On 19 September per the ship Genjaber Makkij belonging to the Turkish merchant Osman 't Jelebie 35,000 lb elephant tusks at 34 1/2 ro/a 41 1,100 lb cochineal at 1 lb 10 700 lb saffron at 1 lb 11 10 pots liquid storax at 38 lb 35 to 36 15 bales akelkra or pinang root, unsold 50 cases rosewater, unsold 25 packages assorted cloth at 1 lb 5 to 5 1/4 125 bales almonds at 46 1/4 ro/a 3 3/4 100,000 rupees in Spanish reals 20,000 rupees in gold specie On the above-mentioned date per the ship Fatte Rhemanij belonging to the Turkish merchant Abdul Kader Tjellebie 5,000 lb elephant tusks at 34 1/2 lb 40 1,000 lb saffron at 1 lb 11 1/2 20 pots liquid storax at 38 lb 35 15,000 lb old copper, unsold 200 bales almonds at 46 1/4 ro/a 3 1/2 100 packages glass beads, unsold 15 packages assorted cloth at 1 lb 3 1/4 25 bales akelkra or pinang root, unsold 25 chests mirror glass at 15 to 25 800 lb opium at 1 lb 4 200,000 rupees in Spanish reals 100,000 rupees in gold specie From Mocha On 13 October last per the ship Pesere Salam belonging to the aforementioned Turkish merchant Abdul Cader Tjellebie 7,000 lb elephant tusks at 34 1/2 ro/a 45 2,000 lb cochineal at 1 lb 10 2,000 lb tortoiseshell at 34 1/2 lb 100 to 105 15 bales senna leaves at 38 lb 16 10 bales runas roots at 38 lb 22 to 22 1/2 450,000 rupees in Spanish reals 250,000 rupees in gold specie Please turn over Surat, under date 14 April 1759 On 26 November per a Danish Company ship De Kongen af Danmarck At assorted prices Pounds 1,000 candies flat iron in bars, the candy of 698 lb, rupees 86 3/4 10 candies steel best quality, the candy of 690 lb, rupees 115 1,700 maunds lead in pigs, the double maund of 69 lb, rupees 7 3/4 300 maunds white lead, the maund of 36 1/4 lb, rupees 6 500 maunds red minium, the maund of 34 1/2 lb, rupees 6 500 maunds elephant tusks, the maund of 34 1/2 lb, rupees 46 5,000 maunds copper in plates, the maund of 34 1/2 lb, rupees 20 30 double cochineal, lb 1, rupees 9 1/2 250 maunds quicksilver, the maund of 34 1/2 lb, rupees 79 600 maunds iron wares, the maund of 34 1/2 lb, rupees 5 3/4 50 barrels tar, the barrel, rupees 18 To Muscat On 1 November last departed from here the private grab Fatte Dollet belonging to the Persian merchant Mancherji Bomanji residing in Bombay 250 bales cotton 50 packages with black and unbleached linen, to Ras Qishem on the coast of Africa On 17 March last departed from here the ship Mannick Sawaij belonging to the Company modi here, Manik Dada 400 bales cotton To Goa On 22 March last transported back from here with two Portuguese frigates mentioned here before Please turn over 199 Surat, under date 12 April 1759 Raw and white doti, black doti, Ahmedabad chintz, Surat and Navsari assorted chintz, and chelas, of which one is not able to state the quantity. To Mocha On the last day of the past month departed again from here the private grab Tatte Dollet belonging to the Persian merchant Mancherji Bomanji residing in Bombay 200 packages with diverse linens and cotton on freight On the 10th of this month departed from here the private ship Tese Salum belonging to the Turkish merchant Abdul Cader Tjellebie 350 packages assorted linens 70 bales cotton yarn 150 candies powdered sugar On the aforementioned date departed from here the ship Genjaber Makkes belonging to the Turkish merchant Osman Tjellebie 620 packages assorted linens and 60 bales cotton To Jeddah Today the ship Bassoure Merchent, belonging to the Turkish merchant Saleh Tjellebie, is due to depart thither 325 packages assorted linens 25 bales cotton yarn As also 360 packages assorted linens 60 bales cotton yarn Lastly, on the 10th of the past month of March, departed from here the aforementioned Danish Company ship De Kongen af Danmarck 1,000 bales cotton 4,000 lb gum myrrh 3,000 lb gum olibanum 25 packages with chintz and linens Cash Below stood: Surat the 12 April Anno 1759. Lower: Translated according to the statement of the Company sworn warehouse writer Cassiram Radjaram. Was signed: P. J. Wenkink, Sworn Clerk. Surat, under date 12 April 1759 As also the English Company ship Harwich 201 From Surat, 27 April Anno 1759. Per the ship Amelisweerd. Batavia To His Excellency The High Noble, Right Honorable Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, as well as, on behalf of the same and its General East India Company, Governor-General, together with The Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Wide-Ruling Lords. Upon the occasion of the dispatch of the Amelisweert, the vessel mentioned in the margin, with such return goods as we have been able to scrape together since the departure of the Amstelveen, proceeding to the completion of our annual formal description, which could only partially take place with that vessel, we find ourselves in the first place, with relation to the ships, to report that we have caused to be provided to the Amelisweerd various necessities specified in a petition.
Dutch transcription
197 Souratta onder dato 12 April 1759 verkogt tegens wat prijsen 35000 - „ Ponden 140000- lb koper naar Bombaij gezonden „ 36— 7„ oud metaal „ 38 „ van Jedda op den 19=e Sept: per het schip de Genjaber Makkij toebehorende den Turks Koopman Osman 't Jelebie 35000 - lb Eliphants Tanden - - - - - - - „ 34½ ro/a 41 — 1100 - „ Couchenille - - - - - - „ 1 — „ 10 — — — 700 - „ saffraan - . - - -. . . „ 1 –„ 11 10 — pott: storax Liguida. . . . - „ 38 - „ 35 — tot 36 15 - balen Akkelkrau of pinang wortel onverkogt. 50 — Kast rosewater. - - - - - - onverkogt 25 — pakk: Laken in soort. . . _o 125 balen Amandelen - - - - - - - „ 46¼ ro/a 3¾ — 100000 - ropij aan spaanse realen „ Goude specien op bovengem: datum p„r het schip Fatte Rhemanij toebe„ horende den Turks Koopman Abdul Kader Tjellebie 5000 — lb Eliphants Tanden. . . . . . 34½ „ 40 40. — 1000 — lb saffraan. . „ 20 - „ storax Liquida - - - - - „ 38 - „ 35 — 15000 „ oud koper - - onverkogt - „ 200 balen amandelen - - - - 100 _o Glaze Coralen. . onverkogt 15. – pakk: Lakenen in soort - 25 - balen Akelkra off pinangwortel _o 25 — kisten spiegel Glas. . . . . 800 - lb Amphioen - - - - - - - „ 200000 - ropijen aan spaanse realen. . . .. _o „ Goude specien van Mocha Op den 13 October passato per het schip Pesere Salam toebeho„ rende, den evengem: Turks Coopman Abdul Cader Tjellebie 7000 lb 2000 „ Carret. . . . . . 15 - balen flor: sen: - - - - - - - „ 38 —: „ 10 — Runax wortelen - - - - - „ 38 — „ 450000 ropijen aan spaanse reazen. 250000 - _o „ goude specien 2000 — „ Couchenille - - - - - - „ 1 — „ 10— 16 – „ 22 — tot 22½ _o 1 — „ tot „ 36¼ 3½ „ - - 34½ „ 100 – tot -„ 4 - „ —„ Eliphants Tanden - - - - „ 34½ ro/a 45 — — do„ verte 20000 - „ 100000 — — 200000 _ 1. – „ 5 — „ „ 5¼ 3¼ „ 11½ 15 — „ 25 .. Souratta onder dato 14 April 1759 op den 26 9ber p„r een deens Comp:s schip De Kongen af Danmarck tegen seort pryjsen ponden 1000 Cand: yzer plat in staven. . . . d Candeijl 698 - r„ 86¾ 10 _o staal beste zoort. . . „ _o 690 – „115 – —o 1700 maon Loot in zeugen. . . . . „ dub: maon 69 - „ 7¾ - 300 _o wit loot - - - - - - d' maon. 36¼ „ 6 — — 500 _o rode menij. . . . . . . — 0 34½ „ 6 — 500 _o Eliphants Tanden. . _o 34½ „ 46 — _ 5000 —0 koper in platen _ 34½ „ 20 „ _ 30 dutb: conchenille. . . . . . . . lb 1 „ 9½ _o 250 maon Quik zilver. . . . d' maan 34½ „ 79— — 600 _o ijzer werken. . . „ _o 34½ 5¾ 18 — 50 verten theer - - - - - - - - - „ t vat -„ na masquette op den 1 November J„o Leden van hier vertrokken de particuliere Goerab Fatte Dollet toebehorende den de Bombaij Resideerende Persisch Coopman mantchergie Bouwman Jie. 250 balen Cattoen 50 pakken met swarte en ongebleekt Lywaat, Na seer Kissem op d' Cust van Africa. Op den 17. maart I„o Leden van hier vertrocken het schip man„ nick Sawaij toebehorende sComps moedij alhier mannik Dada. 400 – balen Cattoen Na Goa op den 22 maart Passato van hier met twee portugeesen fregaten hier voren gemelt weder vervoert. verte ƒ ƒ e 199 Souratta onder dato 12 April 1759 waar van men ruwe en witte dotij swarte „ _ 0 Chitse amed Abaadse de quantiteit Sourats, en op te geven. Niguaniasse in soort, en Chelassen niet in staat is Na Mocha Ulto der gepasseerde maand van hier weder vertrokken de Particu„ liere Gourab Tatte dollet. toebeho„ rende den de Bombaij resideerende Persisch Koopman mantchergie Boumanjie 200 pak met diverse Lywaten en Cattoene op vragt Op den 10 deser van hier ver„ „trokken het particulier schip Tese salum toebehorende den Turks Coop„ „man Abdul Cader Tjellebie. 350 pakk: Lywaten in soort 70 balen Cattoene garen 150 Cana:t poeder Suyker Op evengemelde datum van hier vertrokken het schip de Genja„ „ber makkes toebehorende den Turks Koopman Osman Tjellebie 620 pakk: Lywaten in Soort en 60 balen Cattoen Na Jedda. op heden staat na derwaarts te ver„ trekken het schip de Bassoure Merchent toebehorende den Turks Koopman Sale Tjellebie. 325 pakk Lijwaten in Soort 25 balen Cattoene garen Soo .. 360 pakken Lijwaten in soorten 60 balen Cattoene Gairen Laastelijk is van hier op den 10 der Gepasseerde maand maert vertrokken het voorgem: Deensch Comp. s schip De Hongen Danmarck 1000 balen Cattoen 4000 lb gum Mierker „ _o Olibanum 3000 25 pakk met Chits en Lywaten Contanten. /onderstont:/ Souratta den 12 April A„o 1759 /lager:/ Getranslateert na de opgave van sComp:s Geva:t int: pakkenijs, schrijver Cassiram Radjaram /:was geteekent:/ P: J: wenkink. Eg Clercq. Souratta onder dato 12 April 1759 soo ook het Engel Comp=s schip Harwich 201 Van Souratta den 27 April A:o 1759. Pr 't schip verstrekking van Amelisweerd. Batavia Aan zijn Excellentie Den Hoog Edele Groot Agtbaren Heere Jacob Mossel, Generaal over de Infanterie ten dienste van den staat der vereenigde Neder„ „landen mitsg„s wegens deselve en hare Afgemeene oostindische Compagnie Gouverneur Generaal nevens De WelEdele Heeren Raden van Nederlands Jndia. Hoog Edele Wijdgebiedende Heeren. Bij gelegentheijd der depeche van den Amelisweert in margine gem: Bodem met zodanige re„ „touren als wij zedert het vertrek van Am„ stelveen hebben kunnen bij een schrapen tredende ter accompletering van onze Jaarlijkse formeele beschrijving die daer meede maar ge„ ^kunnen „deeltelijk heeft geschieden, vinden w' in de eerste plaatse met relatie tot de. scheepen te bedeelen dat mijn aan Amelisweerd hebben laten verstrekka benodigtheden aen diverse benodigtheden gespecificeerd bij een Request tel
English
From Surat, the 27th of April 1759. and of a new boat, concerning the accounting of the Thana commissioners, detention of the request of skipper Huijsman, which is inserted into our Resolution of the 19th of the current month accompanying this as an extract, and thereunder: 2 heavy anchors in place of the lost and broken ones, according to the declarations added hereto in authentic copy; 2 ditto ropes; besides: 1 heavy anchor and 2 ditto ropes for use at this roadstead, and 2 months of rations for the European crew and one month of rations for the native crew, as provision had only been made for about 1½ months more and its late departure may cause a long voyage. Over and above which, according to our decision of the [illegible] of this month, a sufficiently brand-new boat has been purchased here for that vessel for 600 guilders in place of the one which was smashed to pieces against the beach at this roadstead by the heavy surf, as appears from the attestation of the boatmen, likewise to be found among the enclosures to this letter. With our respectful last letter of the 12th of this month, we had the honor to inform Your High Excellencies under the subject of vessels regarding the demanded accounting of the former commissioners at Thana Sashti, Sanderus Kronenberg and 5 other subordinates, concerning the detention of the horrij d'Uitwinner in the river of Bassein, which was submitted to our meeting on the 2nd of April, as added hereto in authentic copy. After careful consideration of the value and probability of the excuses brought forward by those servants, with which we shall not detain Your High Excellencies' honored attention in this matter, we thought fit to most earnestly recommend to them in full Council to show in the future more evidence of diligence and due deference to the orders of their superiors than had taken place regarding the shipment of the goods at Thana, since one could easily see through those cobwebs that if they had not, according to an evil Surat custom, left things to the very last moment, but had made as much haste from the first as in the last days, the incident would not have occurred; with an emphatic warning that in the future such indifferent, if not cavalier, handling of matters will not pass with a mere verbal reproach, but that servants who give such clear proof that respect for those under whom they are placed has not taken deep root in their hearts would be convinced by a sensible correction of what their duty brings with it in this respect. Which was carried out at our next session by the Director, and he hopes to be spared the unpleasantness of having to make an example, in the last year of his administration, of this or that negligent or recalcitrant servant, by which others might better take warning. In view of the uncertain state of affairs in this Directorship, whereby the Company's prerogatives and interests there seem to be in great danger, it was decided at the session of the 16th of February last to postpone for the time being the sending of the naval snow the Jonge Jacob to Ceylon, for reasons stated in the text, so as to be able to make use of the European personnel stationed on it during the bad monsoon if necessary, and by the sailing season to be in a position to still undertake the expedition against Rets, if circumstances then permit placing as many Europeans on it as will be necessary to let it be undertaken and brought to an end by that vessel alone. The findings on the delivered cargo of the bearer of this, from the Amelisweert, submitted on the [illegible] of the current month, and having heard at the same time the explanation of skipper Huijsman regarding that which the deficits exceeded the permitted write-offs, we have disposed thereof according to the contents of the Regulation, and therefore decided: 1. To write off: 116 1/8 lb or 1 1/6 percent Japanese copper in bars 132 lb or 1 7/8 percent black sifted Bantam pepper 56 lb or 4 percent black benzoin 3485 lb 6 oz or 4 percent powdered sugar 473 lb or 4 percent ditto candy sugar 1680 jugs or 13 1/3 percent Arrack Api 1 bottle or 2 2/3 percent Dutch distilled waters 2. To debit: 116 1/4 lb or 1 1/4 percent Japanese copper in bars 43 lb or 3 1/8 percent black benzoin 625 jugs or 5 percent Arrack Api 3. To credit: 134 lb or 1 1/3 percent black sifted Bantam pepper 133 3/4 lb or 2 3/8 percent ordinary white benzoin 6 5/8 lb or 2/3 percent red minium 2 lb or 1/6 percent Japanese red copper wire However, the gorrij d'Uitwinner has delivered the goods from Rajapur shipped therein at Thana without any shortweights, according to the report of the Head Administrator noted in our Resolution of the 2nd of this month. Regarding the sale, one has finally become able to present to Your High Excellencies the
Dutch transcription
Van Souratta den 27 April 1759. en van een nieuwe schuijt, op de verantwoording der thannase Commis„ aanhouding van de Request van den schipper Huijsman, dat bij onze deze in Extract verzellende Resol: van den 19=e Courant is g'insereert en daar onder 2 sware Ankers } in steede van de verloorne en gebroken volgens verklaringen 2 _o: touwen desen in Copia Autenticoqj bijgevoagd. buijten 1 zwaar anker en 2 tot gebruijk te dezer Rheede en _o touw.. 2 maanden randsoen voor de Europeesche scheepe„ „lingen en een maand randsoen voor d' inlandsche, alsoo maar voor omtrent 1½ maand meer was geproviandeert en desselfs laat vertrek een lange reijse geven kan. waar en boven men nog alhier volgens ons besluijt van den. dezer een genoegsame splinter nieuwe schuijt ten behoeve van dien Bodem voor 600 Guldens in „gekogte heeft in Plaats van die welke de deser Rheede door de sterke Branding tegens strand aan stukken geslagen was, blijkens attestatie van het schuijtsvolk almeede onder de Bijlagen deses te vinden Bij onze eerbiedige laaste van den 12 dezer hebben wy d' eere gehad u Hoog Edelens onder de matere van vaartuijgen te bedeelen de „sianten, wegens de Gevorderde verantwoording van de geweesene horrij de uyjtwirner Commissianten te Thanna Sjasti fanderus Kronenberg G . - - - — -- l van Souratta den 27 April A„o 1759 203 hen het nevenstaande gecommandeert A Kronenburg, en 5 ander sleijden, wegens de aanhouding vande Florrij d' Uitwinner in de Revier van Bassijn dewelke den 2 Kajus ter onser vergadering ingedient zijnde, zodanig als dezen in Copia authen„ „ticq is bij gevoegt; hebben wy na attentive overweging vande valeur en waarschijne„ „lijkheijd der door die bediendens ingebragte Excusen, waar mede Uw hoog Edelens D'Eerde attentie indezen niet zullen G ophouden, goedgevonden hen in vollen Rade ten ernstigste te recommandeeren, inden aanstaande meer blyken vande diligentie en schuldige deference aan de beveelen hunner Superioren te geeven, als omtrent den afscheep der goederen te Thanna had Plaats gehad, alzo men gemakkelijk door die Spinnewebben heen konde zien, dat indien zij het niet naar een quade Souratse gewoonte op het uijterste tipje hadden laten aankomen maar al ten eersten zoo veel Spoedt gemaakt, als inde Laaste dagen, het geval niet zoude hebben g'exteerd, onder na„ drukkelijke waarschouwing dat men diergelijke Van Souratta den 27:' April 1739 Vervolg besloten de Jonge Iacob nog aan te houden diergelijke indifferente, zoo niet Cavaliere, behandelinge van zaken, inden aanstaan„ de niet met een enkelde verbale reproche zal Passeeren, maar dienaren die zo duij„ delijke blijken geven, dat het ontzag voor de geene onder wien zij gesteld zijn, geen deepe Wortelen in hun herte geschoten heeft, door een sensibel Correctie zoude overtuijgen, van het gene hunnen pligt ten dezen opzigte mede brengt het welke ter onser volgende Sessie door den Directeur is volbragt, en hij hoopt hem te zullen bevrijden van het disagrement van in het Laaste Iaar van zijn bestier, nog aan deze off gene negligente off weerbastige dienaar een Excempel te moeten Statueeren, daar andere zig beeter aan Spiegelen kunnen Mits d' onzekere gesteldheijd van zaken indeze Directie, waar door 's Compagnies pre„ „rogativen, en balangen aldaar grotelyks schijnen te perichteeren, heeft men ter sessie vanden 16:' februarij Iongstleeden besloten 205 Souratta den 27:' April 1759 van den text, dispositie op uytgeleverde lading besloten, met het zenden vande oorlogs Snauw de Jonge Iacob, naar Ceilon, nog voor eerstle supercedeeren, om zig van de daar om reden als in op bescheijdene Europeerche manschappen des noods geduurende de quade mousson te kunnen bedienen, en tegens de vaarbare tijd in staat te wesen d' Expeditie tegens Rets als nog 't ondernemen, indien de omstandigheden, als dan permitteeren, daar op zoo veel Europeesen te plaatsen, als nodig zal wesen, om dezelve door dat vaartuijg alleen te kunnen laten onder„ „neemen, en ton eijnde brengen De bevinding der uytgeleverde Lading van brenger dezes, op den Courant ingedient van Amelisweert en teffens gehoord zijnde de verantwoor„ ding van den schipper Puijsman, Nopens het geene de minderheeden de gepermitteerde afschryvingen exce„ deerden, hebben wij daar over gedisponeerd naar den Inhoude van het Reglement, en over zulx beslooten: 511 Van Souratta den 27:' april 1759 de van thanna te deren zijn alhier Rendement van den verkoop. 1 Te valideeren 116 1/8 lb. off 1 El 6 P„r C„to koper Japans in Staven 132. —. „. „ 1 7/8 _:o s:s perper zwarte geharpte bantamse „ 4:— _„o „ benzuijn swarte 56. — „ 3485. 6. —„ „ 4:— _„o „ zuijker poeder 473. - „ „ 4:— _„o „ _ o Candij 1680. – kan: „ 13: 1/3 _„o „ Arak apij 1. —. fles „ 2: 21/3 _ o r„m Gedistileerde wateren Hollands 17 Te Debiteeren ¼ P C=to, P. s koper Iapans in Staven 116:¼ lb off 43:– „ „ 3 1/8 — „ benzuijn swarte 625:— kann „ 5—: _„ Aracq Apij II7 Te Crediteeren 134— lb off 1 1/3 p=r C=to„ De per zwarte Geharpte bantamse „ 2 3/8 „ _o benzuin ordin Witte 133:¾„ 6: 5/8 „ „ — /3 _ o Menij rode 2:- „ „ — 1/6 _„o Rood koper draad Japans, Maar de Gorrij d' Uijtwinner rug gebragte goe„ heeft de tethanna daar inne afgescheepte wel uijtgelivert Rajapoerse Goederen, zonder eeni„ „ge onderwigten uytgelevert, volgens berigt van den Hoofd administra„ teur genoteerd bij onse Resolutie van den 2„e deezer Belangende den verkoop is men Eindelijk in Staat 207 Van Souratta den 27 April 1759 Staat geraakt u Hoog Edelens te Presenteeren het
English
From Souratta The His Spices 61625 lb Cloves 3015¾ foelij or mace Nutmegs Diverse Merchandise 1993517 7/8 copper Japan in bars B3967. ¼ in plates 137922 7/8 iron flat in bars 165438 7/8 tin bancas 200 eede 3227355 powder Sugar 76610¾ ditto Candy 16 lb: Sattaraan Ceddases 219¾ Pepper brought back from kets 681 Candied ginger 60 7/8 Cotton Yarn in sort received 400 bundles ditto ditto 269 cans beers in sort 1 piece stallion Horse ƒ73013.- ditto hungarian 12979:3 3/8 Lead 8934 7/8 Corals Glass 100814 7/8 Alum white Chinese 568747. 7/8 Areca 30 pieces Birds of paradise 316 cans wine Arrack 1 old unsuitable Cotton Press 47173. Spelter 366: Menij Red 236 7/8 resin Domestic 20000 ditto Batavia Arrack 350 ditto Vinegar dutch 2 barrels butter frisian The Purchase set below the sale, likewise the loss below the profit, Thus it appears that there is still purely gained, a considerable Sum below stood In the Dutch Factory Souratta 2 true Return, of the merchandise that During the have been collected, in so far as the collection has already occurred, with an indication of their purchase and sale item the Advances gained thereon, and losses, Namely profit Loss sale Purchase. in Pounds the whole quantity per 100 Pounds the whole quantity Money and clear after deduction of all expenses 198 140 8 13 13 34 6 7 3 8 32 59 4 74 1100lb per 10 Pounds 40 20 61 32 58 61 11 .11 33 18 1 209 7 April Anno 1759. 28200. 10. 8 8. 8 9 272953. 19. - 13 5. 13. 10182. 7. 8 179 3/8 rupees 31: 10 - 15½ stivers 780 — — 74. ¼ rupees book-year 1757/8 Conform to the successive Resolutions taken in Council of Policy sold, and 25142. 19 — 85099: 7.— 525. — — ƒ 323531. 6 — 40. 16. — ƒ 300- 91308. -. - 6208:19 - 20. 7. 14 19602. 7. 8. 17756. 15. 8 . . 650 –: - 184512 - 61. 4. - 64839. 1. - 94— — 187414 19 8. 122575: 18 8: 189. – 32. 10. 7 94:- — 31929:14:— 11972:14. -. 60 - stivers 19957. - -: 58 15. - 86:—:— 62791.: 4 - 17551:15: 38¾ rupees 45239. 9 - 61 19 3 1:6097. 6— 18. —. - . 24826. 1. 8 11 13. 7: 18. –. – 23362. 16. 8 7967:- - 51 7/8 rupees 15395:16:8 11 17. 4 45: 3 - 74695: 13. - 19852. 13:8 36¼ stivers 54842. 19 8 33. 2. 15 22. 18. 8. 10814 8 – 1884. 2 8 21 1/8 stivers 1818. 10 3947. 12 8 300. 19 8. 5986. 8 - 2038. 10. 8. . . . 51 1/8 rupees 198. 9 7 186:6. — 374:40:18: 8 9240: 8: - 32¾ 140 6. 7. 12. 17. — 414610. 15. - 142556. 16 -. . 52 3/6 24. — - 18380. 8 – 8198. —: 8 80½ 13. 12. 6. 3410 6 6123 12916- 279. 14 8 204. - - - - 172. 10. - . . 1050. —. – 270. - - 599. 14. - . . 75. -. - adds up ƒ 636020:4:8 ƒ1398829:3: 8 ƒ764951:6. — ƒ 2142. 7. - set therefrom deducted with 636020. 4. 8 2142. 7– ƒ 762808. 19. — ƒ762808. 19 — of: As of the last of August Anno 1758 was signed: Jan Drabbe 8930. 5 8 49 17. - 2516 - 94: 88 44. 11. 8 89 3/8 3084. 4. 43. — — 3842. —. 8 757. 15. 8 24 7/8 pieces 6662. 3. 8 8 8 2 8474. 54. - 1812. 10. 8. 27.¼ 796: 8 221. 12 8 142. 6 – - 7. 18. 8 45074. 12. - 817. 50338. 12. 5264. - - 11 7/8 rupees 5. —: 6 11. 19. 8 413 8. 64. - 57. 1. 8 169 10 – 112:8 8. 197. – 524. 14. - 87½ stivers 8728:15:8 54¼ stivers 35 10 the lb 2 12. 8. 42. - ƒ 483. 14 - 92. -7½ 525 14. /8 100lb. 6—. - 13 3 8 116: 12. 8 89 1/8 stivers 45. 7. - 19. 14. 4 12- - 33. 7. - 73½ 558. 16. 692. 13. 8. 133. 17. 8. 24 - stivers 4692. -. - 7500. –. 2808. – - 59 1/8 3. 1. 3 piece 3. 4. 8. 96:15: - 60 - 8. 163.½ stivers 15. 5. - 107. 5. 172. 9 8 61 1/8 rupees 1188¾ rupees 120 1/8 rupees Where the piece the lb the 100lb 74: 915 41. 1. 8. 59 1. 5 32. 17. 2 1 48 is 1369. ¾ stivers 962: 1/8 rupees sale of a portion of Porcelains From Souratta the 27th April Anno 1759. Whereby it appears that the net profits, after deduction of the losses in Anno 1757/8 have amounted to ƒ 762:898: 19:— or 120 1/8 Per Cent Barely being 14 7/8 per hundred more than in the previous book-year The Porcelains of unrequisitioned Sortments received in the Spring of 1758 Per Ship Amerongen, having been put up for sale on the 24th January Last Past at Public auction, there were turned over therefrom with an equally Passable net advance of 27¾ Per Cent Scant, such quantities as can be seen, from the Return formed thereof, which From Souratta the 27th April Anno 1749 which as well as that of the sold Arrack mentioned in our Respectful Last of the 12th Instant, is inserted here below Return 211
Dutch transcription
Van Souratta Den E Sijne Specerijen 61625 lb Garioffel Nagulen 3015¾ „ foelij off macis Noten Muscaten Diverse Koopmanschappen 1993517 7/8 „ koper Japhus in staven - - - - - - - - - - - - „ B3967. ¼ „ _„ _„ in platen - - - 137922 7/8 „ iser plat in staven - - - - - 165438 7/8 „ thin bancas - - - - - . 2o0 eede 3227355- „ Suijker poeder - - - - - - - - 76610¾ „ d„o Candij - - - - - - 16 lb: Sattaraan Ceddases - - 219¾ „. Peper . van kets te ruggebragt - - - - - - - -„ 681 — „ Gengber geconfijte - - - - - - - - - - - - - - „ 60 7/8 „ Cattoene Gaaren in soort „ _„ ontfangen - - - - - - „ 400 - bost„s _„o _„ .-- 269 kann: bieren in soort - - - - - - 1— p„s hengstPaard ƒ73013.- „ _„o hongaarse - - - - - - - - - - - „ 12979:3 3/8 „ Loot. . . . . . . . . . . . . „ 8934 7/8 „ Coralen Glaze - - - - - - - - - -- „ 100814 7/8 „ Alluin witte Chineese - - - - - - - - - „ „ 568747. 7/8 „ Arreek - - - - - - - - - - - - „ 30 p„s Paradijs vogels - - - - - - - 1l 316 kann: wijn Recq - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1— „ oude onbequame CattoenPers - - - - - - - - - „- 47173. — „ Spiaulter - - - - - - - - - „ 366:— „ Menij Hode - - - - - - - - - - - „ 236 7/8 „ harpuijs Inlands - - - - - - - - - - „ 20000 - _:o Arakapij - - - - - - - - - - - - - - - - 350 _„o Azijn hollandsch - - - - - - - - - - - - „ - 2. vaten boter vriese - - - - - - - - - - - - - „ - - - – – – – – – „ – Den Jnkoop onder den verkoop, zo mede het verlies onder de winst gesteld, So Consteerd dat nog zuijver gewonnen is, een aanzienelijke Comma /:onderstond:/ In 't N„s Comptoir Souratta 2 ware Rendement, van de koopmanschappen die Geduurende afgehaald zijn, voor zo verre d'afhaling bereets geschied is, met aanwijsing van derselver in en verko - . . . . . . . . -- . . . „ .. . . . „ „ „ „ „ „ 198 140 8 13 13 34 6 7 3 8 32 59 4 74 - - - - - - - - - - „- . - – – „ 1100lb . ... - „ de 10 Po 40 20 61 32 „ 58 61 11 .11 33 18 1 209 7 April A„o 1759. 28200. 10. 8„ 8. 8 9„ 272953. 19. -„ 13 5. 13. „ 10182. 7. 8„ „ 179 3/8 r„m 31: 10 —„ 15½ s„s 780 — — „ 74. ¼ r=m boekjaar 175: 1/8 Conform de succassive genomene Resolutien in Rade van Politie verkogt, en item de daar op behaalde Advancen, en verliesen, Namentlijk winst Verlies verkoop Inkoop. in Ponden de heele quantit„t de 100 Ponden de heele quantit„s Gelde en zuijver na aftrek van alle ongelden 25142. 19 — 85099: 7.— 525. — — ƒ 323531. 6 — 40. 16. — ƒ 300- „ 91308. -. -„ 6208:19 —„ 20. 7. 14„ 19602. 7. 8. „ 17756. 15. 8„ . . 650 –: —„ 184512 —„ 61. 4. -„ 64839. 1. -„ 94— —„ 187414„ 19 8„. 122575: 18 8: - - - - „ 189. –„ 32. 10. 7„ 94:- —„ 31929:14:—„ 11972:14. -. - - - - „ 60 - s„s 19957. - -:„ 58 15. —„ 86:—:—„ 62791.: 4 -„ 17551:15: - - - - - „ 38¾ rm 45239. 9 -„ 61 19 3„ 1:6097. 6—„ 18. —. -„ . 24826. 1. 8„ 11 13. 7: „ 18. –. –„ 23362. 16. 8„ 7967:- - - - - - „ 51 7/8 rm 15395:16:8„ 11 17. 4„ 45: 3 -„ 74695: 13. -„ 19852. 13:8 - - - - „ 36¼ s„s 54842. 19 8„ 33. 2. 15„ 22. 18. 8. „ 10814 8 –„ 1884. 2 8 - - - - „ 21 1/8 s„s 1818. 10„ 3947. 12 8„ 300. 19 8. „ 5986. 8 -„ 2038. 10. 8. . . . - - „ 51 1/8 r„m 198. 9 7„ 186:6. —„ 374:40:18: 8„ 9240: 8: - - - - - „ 32¾„ 140 6. 7. „ 12. 17. —„ 414610. 15. -„ 142556. 16 -. . - - „ 52 3/6 „ 24. — - „ 18380. 8 –„ 8198. —: 8 . - - - „ 80½ „ 13. 12. 6. „ 3410 6„ 6123„ 12916- 279. 14 8„ 204. - - -„-. - - - „ 172. 10. -„. . - - „ - - - „ 1050. —. – „ - - - - „ 270. - - „ - - - „ 599. 14. -„-. . . „ 75. -. -„ „ dieert ƒ 636020:4:8 - - - - ƒ1398829:3: 8 ƒ764951:6. — ƒ 2142. 7. - gesteld daar van afgetrocken met „ 636020. 4. 8„ 2142. 7– ƒ 762808. 19. — ƒ762808. 19 — van: Adij ult„o Aug„s A„o 1758 /:was getekent:/ J„n Drabbe 8930. 5 8„ 49 17. -„ 2516 -„ 94: 88„ 44. 11. 8 - - - - „ 89 3/8„ 3084. 4. „ 43. — —„ 3842. —. 8„ 757. 15. 8 - - - - „ 24 7/8 p„s 6662. 3. 8„ 8 8 2„ 8474. 54. -„ 1812. 10. 8. - - - - „ 27.¼„ „ - - - „ 796: 8„ - - - - „ 221. 12 8„ 142. 6 – - 7. 18. 8„ 45074. 12. -„ 817. „ 50338. 12. „ 5264. - - - - - - „ 11 7/8 r=m 5. —: 6„ 11. 19. 8„ 413 8. . - - „ 64. -„ „ 57. 1. 8„ - - - - „ 169 10 –„ 112:8 8. - - - „ 197. –„ 524. 14. - „ 87½ s„s 8728:15:8„ - - - - „ 54¼ s„s 35 10 „ 't lb 2 12. 8. „ 42. - „ - - - - ƒ 483. 14 -„ 92. -7½ 525 14. /8 100lb. 6—. -„ 13 3 8„ - - - - „ 116: 12. 8 „ 89 1/8 s„s 45. 7. -„ 19. 14. 4„ 12- -„ - - - „ 33. 7. -„ 73½ „ - - - „ 558. 16. „ - - - - „ 692. 13. 8. „ 133. 17. 8. - - - - „ 24 - s„rs - - - „ 4692. -. -„ - - - - „ 7500. –. „ 2808. – - - – – - „ 59 1/8„ 3. 1. 3„„ „ pies 3. 4. 8. „ 96:15: -„ 60 - 8. „ - - - „ 163.½ s„s 15. 5. -„ 107. 5. „ - - - „ 172. 9 8„ 61 1/8 r„m „stos 1188¾ r=m 120 1/8 r=m Waar „ „ „ „ t p=s tlb 2 100tb -„ „ „. 4„ . „- „- „- - „ „ „ 74: 915„ 41. 1. 8. „ 59 1. 5„ 32. 17. 2„ 1 48„ - is - — 1369. ¾ s„s 962: 1/8 r„m verkoop van een gedeelte Porcelainen Van Souratta den 27.: April A„o 1759. Waar bij blijkt dat de zuijvere winsten, na aftrek van de ver„ liezen in Anno 175 7/8. hebben bedragen ƒ 762:898: 19:— ofte 120 1/8 N P„r Cento Ruijm zijnde 14 /8. ten hondert meer als in het voorige boekjaar D: in het voorjaar 1758 Per Schip Amerongen ontfan„ gene Porcelainen van onge„ eischte Sortementen, op den 24:' Jannuarij Iongst Leeden bij Publicque vendutie opgeveijld zijnde, zijn daar van met een even Passabel zuijver advans van 27¾ Per Cento Schaars, om„ „gezet zoodanige quantiteiten als te zien zijn, bij het daar van geformeerde Rendement, het geen Van Souratta den 27= April A„o 1749 geen zoo wel als dat van de verkogte Arrak bij onse Re„ „verente Iongste an den 12=e Courant vermeld, hier onder Ginsereerd erd Rendement 211