VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3065

Surat · 856 pages · 175 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3065_0479 view scan ↗

English

77 From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762. Your Honour's reasoning that no one can have a greater adhering right than the one who finds materials and builds a house from them with the permission of the sovereign might in some respects be granted, but what application does that have to Natter! Did the English gentlemen find this place abandoned and without an owner, or are some fickle regents the lawful sovereigns thereof? The falsehood of both the one and the other I have already sufficiently demonstrated here before. And anyone who is willing to give reason only a little room will also find proven alongside this that, although the regents of Natter in earlier times might have had some right to dispose of their land as their own, they nevertheless could not give away anew in 1750 what had no longer been in their power ever since the year 1693. Just as unfairly as Your Honour first forced upon me the claim, as if I had said that Natter had been abandoned by the Dutch Company, just as improper is furthermore the assertion that I admitted that this place in anno 1758. From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762 and esteems as the Dutch Company does, which is shown by her entire conduct that she has maintained in the matter of Natter from the beginning until now. Her servants follow her therein with the utmost precision, or at least would not dare fail to follow her without rendering themselves guilty of high treason. And if Your Honour might be inclined in this matter, as he says, to imitate their example, one could wish for nothing better, but the last sentence of Your Honour's letter gives me as yet little hope of that, for having pointed me to the emblem of the judicial seal with which that letter was sealed, Your Honour declares in that respect that it showed the strict sentiments of the English Company, as well as the manner in which she desired to see the dispute settled, and that a matter of so much weight required prompt attention, lest it be otherwise effected by peaceful means. I do not wish to examine to what extent it is appropriate From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762. to use a judicial seal in political affairs, nor on what foundation Your Honour calls it a seal of the English Company, or with what right Your Honour can act in the name of that Company, since Your Honour himself admits to having received no orders from her as yet. But that Your Honour uses threatening terms and depicts the English Company to me as fearful as the image of Justice before the eyes of a criminal, I find no less excessive than improper, and this serves above all as no proof of your so-called love of reason and justice. On the contrary, one clearly sees shining through it a kind of declaration of war, which seems to aim at nothing less than making Your Honour formidable and making me afraid. But may Your Honour please know that just as in all your arguments you have been unable to refute a single point of the proofs I have adduced for the right of Dutch possession of Natter, just as little will these threats have the power to make the slightest change in the measures I have already taken and have yet to take. For I have my orders, which serve me as a guideline; I have justice on my side, which covers me against all accountability; and I can thus persevere with complete peace of mind in the maintenance of the right of my High Principals, which must after all eventually prevail, even if Your Honour should undertake to suppress it with force and thereby give rise to a public enmity. And this is all that I have deemed necessary to reply to Your Honour's letter. My efforts have indeed primarily tended to treat everything in the gentlest manner, but if I nevertheless sometimes could not have failed to keep truth more in view than politeness, I very politely request Your Honour not to blame me for it, but yourself, who have compelled me thereto. From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762 81 From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762. My intention is by no means to offend, but rather to convince. And I hope that this may have been done hereby, in such a way that Your Honour will now understand the injustice of his demands of his own accord and on that account will abandon them entirely. However, in case it should turn out otherwise contrary to my expectation, and Your Honour, notwithstanding this further demonstration, should persist in his violent intention: I not only protest against it de novo in the strongest terms, but I also leave once again to Your Honour's account and responsibility all evil consequences that such a hostile proceeding might entail. Furthermore, I express to Your Honour polite thanks for the prompt delivery of the packet sent to me. And having bound myself in all cases, as far as my person is privately concerned, to be at Your Honour's service again, I remain very gladly with the utmost readiness /was signed:/

Dutch transcription

77 Van Sumatras West Cust onder dato 12:' maart 1762. Het raisonnement van uw wel Ed: dat nermant een meerder aanklevend regt kan hebben, als de gene die stoffe vind, en daar van met toestemming van den lands heere een huijs bouwt, zoude in zommige op„ ^ konnen zigte ^ toegestaan werden, maar wat opplicatie heeft dat tog op Natter ! hebben de heeren Engelschen deze plaats verlaaten en zonder eygenaar gevon„ den of, zijn eenige veranderlijke regenten daar van de wettige lands heeren d' onwaarheyd van dit een en ander, heb ik hier voorwaards al ge„ noegzaam aangetoont. En iemand, die de reeden maar een weinig plaats wel geeven, zal ook tef„ fens daar benezen vinden, dat, schoon de re„ genten van Natter in vroegere tijden eenig vagt gehad mogten hebben, over haar land, als eijgen te disponeeren, zij egter in 1750. niet op 't nieuw weeder weg geeven konden, het geen al tsedert het jaar 1693; niet meer in hare magt geweest was. zo onbillijk als uw wel Ed: mij eerst heeft toe„ ken op te dingen, als of ik gezegt hadde, dat Natter door de Nederlandsche Comp:e verlaaten was, even zo onbetaenelijk is ook wijders het voorgee„ ven, dat ik toestond, dat deeze plaats in anno 1758. Van Sumatras West Cust onder dato 12. maart 1762 en in waarde houdt, als de Neederlandsche Comp:s, zulx voort haar gantsch gedrage dat zij, van den be„ ginne af tot nu toe, in de zaak van natten ge houden heeft Hare bediendens volgen haar daer in met d' uytterste nauwkeurigheid na, of zouden ten minsten niet nalaten durven, haar te volgen, zonder zig ten hoogsten staafschuldig te maken En zo uw wel Ed. genegen mogte wezen, in dit stuk, gelyk hij zegt, derzelver voorbeeld te imiteeren, zoude men niets beeters wenschen kunnen maar de laatste Periode van uw wel Ed: brief, geeft mij voor als nog daar toe weinig hoope want mij op het Emblema geweesen heb„ bende, van het Iustitieel zegul, waar mede die brief geslooten was, zo verklaardt uw wel Ed ten dien op zigte; dat het zelve de strenge gevoe„ lens vertoonde „ van d' Engelsche Comp:, zo wel als de wyze, waar op zy begeerde het verschil afgedaan ten zien, en dat eene zaak van zo veel gewigt eene spoedige oplettendheid ver„ eijschte, zoude dezelve anders door vreedza„ me middelen g'effectueert werden. Jk wil niet onderzoeken in hoe verre het te passe komt Van Sumatras West Cust onder dato 12. maart 1762. komt, in Politicque zaaken een Justitieel Zegul te gebruijken, nog, op wat fondament uw wel Ed: het zelve een zegul van d' Engelsche Comp:s noemt, of, met wat regt uw wel Ed: uijt naam van die Comp. e ageeren kan, daar ten wel Ed: zelfs bekent nog geene ordre van haar ontfangen te hebben maar dat uw wel Ed„ zig van drygende termen bediend, en d' Engel„ sche Comp„s voor mij zo vreeslijk vertoond als het beeld van Justitie voor d' oogen van een misdadiger, vinde ik niet minder buijspoorig„ als onbetamelik, en strekt zulx voor al tot geen blyk van uwe zo hoog genoemde liefde tot reede en geregtigheid- Jn tegenduele ziet men duij„ Delyk daar in door straalen eene soort van oorlogs verklaring, die niets minder op 't'oog schijnt te hebben, dan om uw wel Ed: ontzag:„ gelyk en mij bevreest te maken. maar uw wel Ed: gelieve te weeten dat zo in in alle uwe redeneeringen in staat geweest zijn, een eenig poinct te weederleggen van mijne bij gebragte bewijzen, voor 't regt ders Neder„ landsche possessie op Natten even zo wij„ „nig „nig ook deze drijgementen het vermogen zullen heb„ ben, in mijne bereeds genomene, en nog te nee„ mene moatregulens, de geringste verandering te maaken. want ik het mijne ordres, die mij tot een Rigtsoer strekken; Jk heb de geregtig„ V: heid aan mijne kant, die mij teegens alle ver„ antwoording dekt; En ik kan dus met volle gerustheid volharden, in de maintenue van het regt mijner Hooge Principaalen, dat tog eijndelijk zal moeten boven drijven, schoon ook uw wel Ed. onderneemen mogte, het zelve met gemeld te onderdrukken en daar door tot eene publicque vijandschap aanlijding te geeven En dit is alles wat ik nodig geagt heb, op uw wel Ed:s brief te antwoorden. myne pogingen hebben wel voornamentlijk daar hem gestrekt, om alles op de zagste wijze te verhandelen maar bij aldien ik egter zomtijds niet mogte hebben nalaaten kunnen, de waarhijd meer, als de beleefdheijd in t oog te houden, zo verzoek ik uw wel Ed. zeer beleefdelyk de schuld daar van, my niet te willen toereekenen; 9 maar zig zelven, die mij daar toe genoodzaakt Van Sumatras West Cust onder dato 12. maart 1762 heeft 81 Van Sumatras West Cust onder dato 12. maart 1762. heeft; mijn oogmerk is geenzints om te belee„ digen, maar wel te overtuijgen. En dit hoop ik, dat by deezen geschied: mag zijn, zodanig dat uw wel Ed. le als nu de onbillijkheijd zijner eijsschen van zelfs begrijpen, en uijt dien hoofde in 't geheel daar van afzien zal. dog, ingevalle het zelve, tegens mijne verwagting, an„ ders uijtvallen, en uw wel Ed: niet tegen„ staande dit nader vertoog bij zyn geweldidig voornemen persisteeren mogte: zo protesteere ik daar tegen niet alleen de novo op 't krag„ tigste, maar ik laat ook nogmaals voor uw wel Ed:s reekening en verantwoording alle quaade gevolgen, die zulx een vijandig ge„ doente zoude na zig sleepen kunnen Voorts betuijg ik uw wel Ed: beleefde„ lyk dank voor de spoedige addresse van het mij toegezonden Paquet. En mij ver„ bonden hebbende in alle gevallen, voor zo veel mijne Perzoon in 't Particu„ hier betreft nu wel Ed:le weder ten dienste te zullen staan, zo blijf ik zier gaarne met d' uytterste bereijdvaardigheid /onder„ stond:/

NL-HaNA_1.04.02_3065_0484 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast under date 12. March 1764. stood: Right Honourable Sir lower: Your Right Honour's very humble and obedient servant signed: C. L. Senff in the margin Padang the 24. December anno 1761. and below that P. S. since the man who made the English translation of my previous letter has departed for Batavia, it has cost me much effort to understand Your Right Honour's true meaning. And therefore I very kindly request in the future, if it can be done, to attach a High Dutch or French translation thereto below stood: Agreed signed B:s P:s Forcade first clerk: — Translation 83 From Sumatra's West Coast under date 12. March 1762. Translation of English dispatch, written by the Ministry of Madras to the Commander and Council of Policy at Padang, and hereby received from the hands of the elected Governor of Bencoolen, Samuel Ardley, on 5. January 1762. To the Right Worshipful Sir C. L. Senff Director on behalf of the Honourable Dutch East India Company together with the Council at Padang Right Honourable Sirs Since the latest news from the West Coast has encouraged us to take in hand the restoration of the possessions of our Honourable Masters there at that place, in such a complete and extensive manner as they were before their unfortunate conquest by the French under the command From Sumatra's West Coast under date 12. March 1762 of the Count D'Estaing, we therefore deem it necessary to inform Your Right Honours of this our intention, and at the same time to advise that we have sent Mr. Samuel Ardley, one of the members of our assembly and the bearer of this, with our commission as Governor in the authority and management of and to all matters of the Honourable English East India Company on the West Coast of Sumatra, requesting now, my lords, in case the ship with which he crosses over to you, or might put into any other possessions under your jurisdiction, to be willing to help and assist him or give the orders thereto with such necessities of life, refreshments, or provisions as he might have opportunity to obtain, and to provide him with all such help and assistance as he, after his arrival at Fort Marlborough, might from time to time require from you, and as can be expected from the friendship and alliances that subsist between the two nations, and, as we on our part are very sincerely desirous 85 From Sumatra's West Coast under date 12. March 1762 desirous to cultivate and maintain the good understanding and harmony that ought to subsist between subjects of nations that are so united; so we do not doubt we shall find the same good intentions on your part, so that in the future we may find no reason to enter into such disputes again, as into which the troublesome necessity had brought our servants on the West Coast and us, for their sake, in support of their rightful rights and privileges, to embroil with the government of Batavia as well as with yourselves, so we have on the one hand addressed ourselves in this regard to the General and Government at Batavia, and we remain with respect below stood: Right Honourable Sirs lower: your friends and humble servants signed: G. Pigot, S. Lawrence, R. Palk, D. Drake, J. Pybus, S. Ardley, C. Turner in the margin Fort St. George 16. November 1761 below that for the translation signed: R. Palm below stood: Agreed signed: B:s F. Forcade First Clerk. Translation From Sumatra's West Coast under date 12. March 1762. Translation of English dispatch, written by Mr. Samuel Ardley, elected Governor of Fort Marlborough at Bencoolen, to the Commander and Council of Padang, at Padang, and hereby received from the hands of one of his servants on 6. January 1762. Right Honourable Sir and Sirs The letter which I have had the honour to present to Your Right Honours on behalf of the Council of Fort St. George will have shown you the reason for our arrival here, which is to request your friendly help in assisting with necessities, with cattle, and other necessities, presently very much needed, to relieve the distress of our garrison in Fort Marlborough, where our people have suffered the greatest hardship through lack of provisions, which, in case they had been closer to you, or better able to have any correspondence with 87 From Sumatra's West Coast under date 12. March 1762 with Your Right Honours, I am fully assured, as well by your humanity as by the union of our nations, they would not have remained deprived of today. I am now crossing over for their relief, and am assured of your readiness to contribute thereto by issuing proper orders, so that we may be supplied at the customary price with as many cattle, sheep, etc. as you can spare. We should be glad to purchase some pigs, goats, geese, poultry, ducks, both for the ship's needs and to bring to our garrison; and, since we shall be in need of horses, twenty head will be quite sufficient for the present; the rest can come to us hereafter through your friendship. In case any of these articles should not be at hand, we request Your Right Honours to accommodate me with an order for the residents of Pulau Chingkuk and Ayer Haji, to the end of assisting us with whatever their districts produce. For the transport of all of which, Your Right Honours will very

Dutch transcription

Van Sumatras West Cust: onder dato 12. maat 1764. „stond:/ wel Edele heer /:laga:/ uwel Edeles zeer ootmoedige en gehoorsame dienaar /:was getekend :/ C. L. Senff /in margine/ Padang den 24. december anno 1761. en daar onder P: S: dewijl de man, die de En„ gelse overzetting van myn voorige brief gemaakt heeft, voor batavia vertrokken is, heeft het mij veel moeijte gekost, de ware meening van uw wel Ed. te begrijpen. En daarom verzoeke ik zeer vriendelijk in den aanstaande als het geschieden kan eenelusduijtsche of fransche, overzetting daar nevens te voegen /onderstond:/ Accor„ deert /was getekent/ B:s P:s Forcade g„ Clercq: — Translaat 83 Van Sumatras West Cust onder dato 12. maart 1762. Translaat Engelsche missive, door het Ministerium van Madras aan den Commandeur en Raad van Poli„ tie te Padang geschreven, en bij deeze uijt handen van den heer g'eligeert Gouverneur van Bancolen, Samuel Ardleij ontfangen den 5. Janu: 1762. Aan den Achtb: Heere C: L. Senff directeur wegens de Honorable nederlandsche oost jnd: Comp:e en beneffens den Raad te Padang Wel Edele Heeren Dademaal de jongste tijdingen van de west Cust ons bemoogen hebben, de herstelling der bezittinge van onze Honorable Meesters, daar ter plaatse bij der hand te vatten, op zulk een volkomen en uijt gestrekte wijze als dezelve waren, voor hare ongelukkige verovering onder de fransen onder t Com„ „mando Van Sumatras West Cust onder dato 12. maart 1762 „mando van den grave D Estaing, zoo Agter wij nodig uwel Edelens van dit ons voornemen ken„ „nisse te geeven, en teffens te onderregten, dat wij den heere Samuel Ardleij, een den leeden onzer vergadering, en brenger deezes, gezonden hebben met onze Commissie als gouverneur in het gezag en de bestiering van en tot alle zaaken van de honorable Engelsche oost Jn„ dische Comp:e op de WestCust van sumatras, verzoekende, nu mijne heeren, ingevalle het schip waarmede hij overvaart tot uwert, dan wel in eenige andere bezittinge onder uw lieden regts gebied mogte inloopen, hem te willen helpen, en bij staan /:of daar toe de ordres geeven :/ met zulke levens benodigtheeden ver versinge, of voorraad, als hij geleegenheid mogte hebben te bekoomen, en hem te verzorgen niet al zulke hulp en bijstand:; als hij na zijn aankomst tot het fort Marlbro, van tijd tot tijd van uw soude mogen vergen, en verwagt kan worden van de vriendschap en verbintenissen, dewelke tusschen de ture natien stand grijpen, en, gelyk wij van onze kand zeer opregtelijk verlangende 85 Van Sumatras West Cust onder dato 12. maart 1762 verlangende zijn, om de goede verstand houding en eendragt, dewelke tusschen on„daanen van natien, die zoo vereenigt zijn- behooren te subsisteeren, aan te kweeken en te onderhouden; zoo twijf felen wij niet de selfde goede voorneemens aan uw kant te sullen vinden, op dat wij in 't vervolg geene redenen mogen vinden, om in diergelijke twijten niet meer te treeden, als waar in de lastige noodzakelyjkheyd onze dienaren op „e West Cust, en ons, om harent willen, ter oudersteuning van hun regtveerdige regt en voorregten gebragt had, zo met de regeering van Batavia, als met uw zelfs, in te wikkelen, zo hebben wij d' eene ons deswegens aen de generaal en Regeering op Batavia te adressee„ ren, en wij zijn met agting /:onderstond:/ Wel Edele Heeren /. lager uwr vrienden en nedrige dienaren /was getekent:/ G. Pigot, S. Lauwrenee, K. Palk, D. Drake J. Sybus, S: Ardley. C: Turner / in margine / fort S t George 16 november 1761 /daar onder /voor d' oversetting /was get:/ R. Palm /onderstond:/ Accordeert /was getekent:/ B:s F. Fon„ cade E g: Clercq. Translaat Van Sumatra's West Cust onder dato 12. maart 1762. Translaat Engelsche Missive, door den heer Samuel Ardleij g'eligeert gouverneur van t fort Marlbao tot Bancohoule geschreven aan den Com„ mandeur en Raad van Padang, te Padang, en bij deeze uijt handen van Een zijner bediendens ontfangen den 6. Januarij 1762. Wel Edele Heer en Heeren De brief, dewelke ik d' eer gehad hebben uw wel Ed: van weegens den Raad van 't fort S:t George aan te bieden, zal uw hebben doen zien de reeden onzer komst alhier, die om uwe vriende„ lyke hulp te verzoeken in het bij staan van beno„ digt heeden, van vee, en andere noodzakelijkheeden, thans zeer van nooden, ter verligting van de verlegentheid onzer bezetting, in 't fort Marl 2 „bro, alwaar ons volk t grootste ongemak heb. ben uijtgestaan door gebrek van gerief, 't welk ingevallen zij digter bij nw waren geweest, of meerder in staat, om eenige correpondentien met 87 Van Sumatras West Cust onder dato 12. maart 1762 met uwE te hebben, ik, zoo van uwe menslievend„ heid, als van de vereeniging onzer naties ten volle verzeekert ben, zij heden niet van versteeken zouden zijn gebleven. Jk ga thans over ter hunner verligting, en ben verzeekert van uwe berijdveerdigheijd om daar toe te Contribueeren in 't uijtgeeven van bequame or„ dres, ten eynde wij tegen de gewoone prijs mogen verzogt worden met zo veel vee, schapen &„a als uurs missen kan 'T zal ons lief zijn, eenige verkens, bokken, ganse, gevogelte Eerdvoogels de in te kopen, zo voor 't schips benodigtheid, als na onze bezetting te brengen; en, dewijl wij paarde van nooden zullen hebben, zullen twintig stux voor eerst zeer sup„ ficeerende weezen; de rest kunnen ons hier na door uwe vriendschap wel geworden Jngevalle er eenige dezer articuls niet bij de hand mogten zijn, verzoeken wij uw Ed mij te gerie„ ven met eene ordre voor de residenten van P:o Chino, en adjarhadja, ten eijnde ons bij te staan met het gene hunne districten uijtleveren Tot transport van welk alles, uwel Ed: mij zeer

NL-HaNA_1.04.02_3065_0490 view scan ↗

English

would greatly oblige, to send the same under a safe-conduct overland to mocca mocca, just as we also, in like manner, request your consent and assistance for the purchase of two or three native vessels for our present service, as our enemies have taken care to persecute all those whom they could lay hands on in the Company's districts. The ships currently lying in the roadstead being in need of water and firewood, we likewise request your permission and help to provide them therewith; your Honor's consent and compliance will promote that cement which, I flatter myself, will make our alliance fully firm. Whatever may ever be in my power to respond to your friendliness, your Honors may fully rely upon him who has the honor to be with perfect respect, was written beneath, Honorable Sir and Gentlemen, lower, your Honors' humble and very obedient servant, was signed, Samuel Aadleij, in the margin, Padang, Janu: 6. 1762. Below that, for the translation, was signed, E: Palm, was written beneath, Agrees, was signed, B: s F Forcade, Qualified Clerk. From Sumatra's West Coast under date 12. March 1762. 89 From Sumatra's West Coast under date 12: March 1762 Honorable Sir! We have had the honor to receive from your Honor's hands two letters, one of which was written by the honorable Council of Fort S.t George, but the other by your Honor yourself to us, and of which the latter is principally framed to request our assistance in obtaining various necessities which your Honor declares to be needed, both for the two ships currently lying in the roadstead and for the garrison of Fort Marlborough. Our inclination to serve the honorable English Company in general, and your Honor in particular, is certainly sincere, and nothing will bring us greater pleasure than when we may obtain the opportunity to give actual proof thereof; but before we are nevertheless able to declare ourselves positively on your Honor's request in this matter, we find ourselves obliged to ask in advance for special information regarding the following two points, namely: Firstly; whether your Honor approves and deems equitable the sentiments and intentions of From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762. Mr. Vincent, which he declares so clearly in a certain letter, of which we have the honor to enclose an authentic copy herewith; and Secondly, whether your Honor also has any special orders concerning Natter. The reasons that oblige us to request a positive answer to these questions will be sufficiently evident from the letter of Mr. Vincent, and fully assuring ourselves on that ground that your Honor will please not take this precaution amiss, we also expect a further list of the quantities of the required necessities; and we remain meanwhile with true high esteem, was written beneath, Honorable Sir, lower, your Honor's humble and very ready servants, was signed, E. L. Seuff, H: van Staveren, I A. Thierens, R. Palm, J. Boudewijnsz and I Fredriks, in the margin, Padang the 7. January 1762. Below was written, agrees, was signed, B:s F: Forcade, Qualified Clerk. Translation 91 From Sumatra's West Coast under date 12. March 1762 Translation of English Missive written by Mr. Samuel Ardleij, Governor-elect of Fort Marlborough at Bencoolen, to the Commander and Council at Padang, and received from the hands of one of his servants on 8. January 1762. Honorable Sir & Gentlemen Yesterday I had the honor duly to receive your Honors' honored acceptance of the missive from the Council of Fort S.t George, and of that which I addressed on the 6th instant to indicate that which I had to request of your Honors' assistance for our service; in which reply your Honors express that same friendship which the Council of Madras thought we would find here; and not doubting that I shall experience the effects of your Honors' friendly promises, I lay down to that end before your Honors the enclosed list of necessities, set down by number. To the question which your Honors ask me concerning a letter enclosed in your esteemed letter to me, which your Honors have received from Capt:n Vincent, namely, whether I approve the style and intentions of Capt:n Vincent contained in the said letter, and whether I have any private orders relating to Natter, I can inform your Honors on that point that I cannot burden myself with the responsibility for the conduct of that gentleman prior to my arrival on this coast, but this I can assure: that I have no orders to follow such proceedings as Mr. Vincent proposes in his letter, having received no private orders regarding Natter and Tappanuli, this matter being a subject which the Council of Madras has taken upon itself to treat with the Governor and Council at Batavia. As for me, I come here with intentions of friendship, which I ardently wish to cultivate. From Sumatra's West Coast under date 12. March 1762. 93 From Sumatra's West Coast under date 12: March 1762 My general command, however, over all the Company's rights on the West Coast of Sumatra, empowers me, in case your Honors should have any proposals to make relating to Natter and Tappanuli, to accept the same in order to make a report thereof to my lords and masters. I am with great respect, was written beneath, Honorable Sir and Gentlemen, lower, your Honors' very obedient and very humble servant, was signed, S: Ardlen, in the margin, Padang Janu: 8: Anno 1762, beneath that, for the translation, was signed, R: Palm, was written beneath, Agrees, was signed, B:s F: Forcade, Qualified Clerk. Translation

Dutch transcription

zeer zoudet verpligten, 't zelve onder eene vrijgelijde overland na mocca mocca te zenden, gelijk wij ook, in gelijker voegen, uur toe stemming en bij„ stand verzoeken tot het inkoopen van twee of drie inlandsche vaartuijgen voor onze tegenwoor„ dige dienst, alzo onze vijanden zorger hebben ge dragen, alle de geene te vervelgen, dewelke zij in 'sComps districten konden magtig worden. De thans ter rheede leggende scheepen, water en brand„ houd nodig hebbende, zo verzoeken wij insgelijxs uwe permissie en hulp, om hun daar van te voorsien uw Ed: toestemming en inschikking zal dat Cement bevorderen, 't welk ik mij vlijen, dat onze ver„ buitenis ten volle vast zal maaken Wat ook oit in staat mogte zijn, aan uwe vrien„ velykheid te kunnen b'antwoorden, daar van kan uw Ed Ed: zig volkomen op verlaten, op die, die de eene heeft met eene volmaakte agting te zijn /:onderstond:/ wel Edele Heer en heeren /lager:/ uw wel Ed: onderdanige en zeer ootmoedige dienaar /was get:/ Samuel Aadleij /in margine/ Padang Janu: 6. 1762. /daar onder voor d' overzetting /was getekend E: Palm /onderstond Accordeert /was getekend:/ B: s F Forcade E. g. Clercq Van Sumatras West Cust onder dato 12. maart 1762. Wil 89 Van Sumatras WestCust onder dato 12: maart 1762 Wel Edele Heer! Wij hebben d' eere gehad, uijt handen van uw wel Ed: te ontfangen twee buieven, welker eene door het honorable Ministerum van t fort S. t George, dog d' andere door uw wel Ed. zelfs aan ons geschalven, en waar van de laaste voor namentlyk ingerigt is, om onze bijstand te verzoeken, in de Erlanging van diverze behoeftens, die uw wel Ed. betuijgd no„ dig te hebben, zoo voor de thans ter rheede leggende twee scheepen als voor de bezetting van 't font Mare„ borough Onze genegentheijd, om de hondrable Engelsche Compagnie in 't generaal, en uw wel Ed: in t bij ton„ der, te dienen, is zekerlijk opregt, en niets zal ons tot meerder plaisier strekken, als wanneer wij gelegent„ heijd mogen erlangen, daar van dadelyke blyjken te geven, maar eer wij egter vermogen zijn, ons in deze op uw wel Ed. verzoek positief te kun„ nen declareeren, vinden wij ons genoodzaakt, voor af speciaale onderregting te vragen, weegens de volgende twee poincten, te weeten Eerstelijk; of uw wel Edele goedkeurd en voor billijkhoudt de gevoelens en voornemens, van den Van Sumatras west Cust onder dato 12 Maart 1762. den heer vincent, die hij zoo duijdelijk verklaart bij zekere brief, waar van wij d' eere hebben, een Au„ therticq afschrift hier nevens te voegen; en Ten tweeden, of uw wel Ed. ook, aangaande Natter, eenige bijzondere ordres heeft De Redenen, die ons noodzaaken op deze vragen een positief antwoord te verzoeken, zullen uijt de brief van den heer Vincent genoegzaam bliken, en ons vorgjedelijk uijt dien hoofde verzikerd houden„ de, dat uw wel Ed. deze voorzorge niet qualijk zal gelieven te neemen, zo verwagten wij teffens eene nadere notitie van de quantityten der gevorderte benodigheeden; en wij blijven ondertusschen met waa„ re hoog agting /onderstond Wel Edel hier /:lager:/ uw wel Edeles onderdanige en zeer berijdvaardige dienaaren /was getekend:/ E. L. Seuff H: van staveren, I A. Thierens, R. Palm, J. Boude„ wijnsz en I fredriks /in margine:/ Padang den 7. Januarij 1762. /onderstond/ accordeert /:was getekend B:s F: Forcade E. g. Clercq. Translaat 91 Van Sumatras West Cust onder dato 12. maart 1762 Translaat Engelse Missive door den Heere Samuel Ardleij, g'eligeert gouverneur van t fort Maalbro te Bancahoulo geschre„ ven aan den Commandeur en Raad te Padang en uijt handen van een zyner bediendens ont„ fangen den 8. Januarij 1762 Wel Edele Heer & Heeren Gisteren had ik d'eere wel te ontfangen nu wel Ed. g'eerde acceptatie der missive van den Raad van t fort S. t George, en van die, dewelk ik den 6: dezer ter aanwijzinge van t geene ik van uwel Ed. bij„ stond tot onze dienste te verzoeken hadde, addres„ seerde; bij welk antwoord, uwel Ed. die selfde vriendschap betuijgt, dewelke de Raad van Ma„ dras gedagt heeft, dat wy hier zouden vinden; en niet twijffelende van de uijtwerksels uwer wel Ed vrendelijke besloften te zullen ondervinden; zo legge ten dien eijnde voor uw Ed. neder de ingeslote Lyst van benodigtheejden, bij getal, ter neder needer gesteldt. Op de vraag die uw Ed: mij doet op een brief ingesloten in uw veel g'eerde aan mij (dewelke uwel Ed. van Cap:n vincent hebben ontfangen, te weeten, of ik voor goed keure, de stijle en voorneemens van Cap. n vincent in gem: brief vervat, en of jk eenige Particuliere ordres hebben, betrekkelijk op Natter, daar op kan jk uw wel Ed. verwittige, dat ik mij zelve niet kan belasten met de verantwoording van 't ge„ drag van dien heer voor mijn komst ter dezer Custe, dog dit kan jk verzeekeren, dat Jk geene ordres hebben, om zulke gedoentens te volgen, : als de heer vincent in zijn brief voorsteld, heb„ - bende geene particuliere ordres, nopens Nat„ ter en Tappenolij ontfangen deze zaat een 10 ƒ onderwerp zynde 't welk den Raad van Ma„ daar op zig genomen heeft, om daar over met de gouverneur en Raad te Batavia te handelen Mijn aangaande jk koomen hier met insigte van vriendschap, den welke Jk vieriglijk wen„ van sche aantekweeken Van Sumatras West Cust onder dato 12. maart 1762. Mijn 93 Van Sumatras West Cust onder dato 12:' maart 1762 Mijn generaal bevel egter, over alle des Comp:s regten op de west Cust van Sumatraf, volmagt mij, om ingevalle uw Ed: eenige aanbie„ dinge te doen hadden, betrekkelijk op Natter en Tappenolij dezelve aan te neemen, om er 8. verslag van aan mijn heeren en meesters te doen. /onderstond:/ Wel. Jk ben met veel agting Edele heer en Heeren /lager:/ uwel Ed: zeer gehoorsame en zeer ootmoedige dienaar /was getekent:/ S: Ardlen /:in margine /: Padang Janu: 8: A=o 1762 /:daar onder:/ voor de overzet„ ting /was getekent:/ R: Palm /onderstond:/ Accordeert /was getekend:/ B:s F: Forcade E. g: Clercq Translaat

NL-HaNA_1.04.02_3065_0496 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, dated 12 March 1762. Translation as above, received 20 January 1762. Pursuant to Your Honour's promises made to me on the 9th of this month, having now received on board our ships that which they were in want of, I hereby express my gratitude for the same, and at the same time the lasting impressions that will always remain with me and my company for the kind courtesies we personally enjoyed from Your Honour, and which it would be an extraordinary pleasure for me to acknowledge one day. I only regret that certain circumstances must diminish the expectation we entertained of an immediate assistance in obtaining the necessities from Your Honours for our garrisons on this coast, which were destroyed by the enemies. Your Honour states not to have it in your power to accommodate us with them at present; Your Honour's kindness in other respects forbids me to retain any doubt about this. I can therefore only lament the failure. I am nevertheless very much obliged to Your Honour for your good intention to kindly help us hereafter with that which I requested from Your Honour. It would inconvenience me greatly to leave someone behind here after me, having none with me except those whom I shall immediately have occasion to put into service at Marlbro; where, having arrived, I shall perhaps immediately have an opportunity to spare someone to send to Padang to receive that which Your Honour might have ready for us at that time. And in the event Your Honour might already have made a collection before anyone has yet been sent, I shall do so immediately upon Your Honour's notice thereof, and send someone to Padang to receive and pay for the same; only, Your Honour might accommodate us insofar as to oblige some people to bring it thither. As soon as the matter mentioned in the letter from Madras to the Governor-General and Council at Batavia is settled, then I hope that such a foundation may be further confirmed by the friendship of our reciprocal garrisons, and may be free from any of those unpleasant disputes that have previously disturbed our national unions, as well as the personal harmony, which as long as I am on this coast Your Honour shall find will constitute the constant study of him who has the honour to be, with perfect esteem, etc. etc. In the margin: Padang, 20 January, year 1762. Underneath, for the translation, signed: 2 Palm. Underneath: P.S. I have addressed a small letter to the Governor-General and Council of the Indies, which I request may be recommended to Your Honour's care, as well as one to Mr. Jan Herbert, our resident there. Underneath stood: Agrees. Was signed: B.s F. Forcade, sworn clerk. From Sumatra's West Coast, dated 12 March 1762. Honourable Sir, Upon the receipt of Your Honour's first letter, we justly had to hesitate in accommodating Your Honour with the requested necessities, considering that Mr. Vincent had, shortly before, so unreasonably declared us enemies of Great Britain, and had even threatened us with an immediate war. But seeing that Your Honour now, by your esteemed follow-up letter of the 8th instant, assures us not only to have no orders to follow such actions as Mr. Vincent proposes in his letter, but that Your Honour also has received no private orders at all concerning Natter and Tappenoely, as the ministry of Madras had taken this matter upon itself to treat thereof with the Governor-General and Council of Batavia, and that Your Honour only came here with the intention of friendship and to cultivate the same, we therefore for the present very gladly accept this declaration as sufficient insofar that we will not speak further with Your Honour on this matter, but— From Sumatra's West Coast, dated 12 March 1762. Honourable Sir, It serves us as a great honour to have been able to perceive, from Your Honour's esteemed letter of yesterday, that Your Honour considers yourself satisfied, both with the personal reception enjoyed and with the provisions and necessities obtained for the ships. We regard with the utmost pleasure the obliging expressions of which Your Honour makes use to thank us for the trouble taken, and being unable to doubt that the kind offer of return services is entirely sincere, we had likewise wished to be able to accommodate Your Honour with the requested assistance for the garrison of Fort Maalborongh. But that has been utterly impossible for us; the reasons wherefore are sufficiently expressed in our previous letter of the 9th instant, and being able to refer to that, we therefore only report in this regard herewith that we very politely request Your Honour to be assured that, just as we have now already shown in deed how much we are inclined to do Your Honour pleasure and—

Dutch transcription

Van Sumatras West Cust onder dato 12. Maart 1762. Translaat als vooren ontfangen den 20 Januarij 1762. In gevolge uw wel Ed: beloften, mij den 9: dezer gedaan, thans aanboord onzer scheepen & ontfangen hebbende dat geene, waar om dezelve verlegen zijn geweest, zoo betuijgen deswegens mijne dankbaar heijd, en ter zelver tijd de geduurige indrukselen, dewelke mijn en mijn gezelschap altoos zullen overblijven, voor de vriendelijke beleeftheeden, die wij personeel van uwel Ed genoten hebben, en die mijn een buijten gemeen vermaak zouden zijn, eens te kennen erkennen 'T spijt mij eeniglyk dat zommige omstandig heeden onze verwagting moeten verminderen, die wij ge„ voed hebben van eene dadelyke bijstand in 't verkorg gen der benodigtheeden van uw wel Edelens voor onze bezettingen op deze Cust, die door de vyjanden ver„ niett zijn, seggen uwel Ed: in derzelver magt net te zyn, ons daar tegenswoordig meede te kunnen gerieven, uw Ed. vriendelijkheid in andere opzigte verbied mij eenige twijffeling deswegens over te houden; Jk kan dieshalve eeniglijk de mistuk„ king 95 Van Sumatras west Cust onder dato 12. maart 1762. ring beklagen. Jk ben uwel Ed des net tegenstaan„ de voor derzelver goede Jntentie, om ons hier na wel te willen helpen van dat geene dat ik van uwel Ed: gevergt hebben, zeer verpligt. 'T zoude mij zeer ontrieven, iemand hier na mij te laten, hebbende geene bij mij als de zulke, die jk aanstonds gelegenheid zal hebben tot marlbro in dienst te kunnen stellen: alwaar jk aangekomen zijn de, mogelijks aanstonds wel gelegentheid zal hebben, imond te missen, om na Padang te zenden, ter ontfangst van dat geene dat uwel Ed: ter dier tyd voor ons mogte gereed hebben, en ingevallen uw Ed: reeds eene verzameling mogte hebben gemaakt door dat iemand nog gezonden hebben: zo zal zulx aanstonds op uwel Ed: verwittiging daar van t doen; en iemand na Padang senden, om 't zelve te ontfangen en te betalen; eeniglijk zoude uwel Ed. ons in zoo verre konnen gerieven, om eenige menschen te verpligten het zelve na derwaards te brengen soo dra de zaak, waar van in de brief van Madras aan den Generaal en Rade te Bata„ via gewag word gemaakt, zijn beslag heeft, dan dan hoop ik dat zulk een Basis verder mag bevestigt worden, door de vriendschap onzer weder sijdse besettingen, en bevrijd mag zijn, van Zo eenige dier onaangename strubbelingen, die voor deeze onze nationale vereenigingen gestoort hebben. zoo weel als de pertoneele harmonie, die zoo lang ik op deeze Cust ben uwel Ed. zulle ondervinden, dat de steedie zal uijtmaken van hem die d' eere heeft, met eene volmaakte agting ^ in margine Padang Jann: 20. a:o 162. /: daar onder voor do orzetting/ getek: 2 Palm te zijn. etc. etc: , /daar onder / P. S. ik, hebbe een kleine brief aan den generaal en raden van Jndien g'addresseert, dewelke jk verzoeke, dat aan uw Edele zorg mag aanbevoolen zyn, gelyk mede een aan de heer Jan Herbert onze resident aldaar /onderstond./ Accordeert /:was getekend. / B s F. For „cade E: g: Clercq Van Sumatras West Cust onder dato 12. maart 1762. Wel 97 Van Sumatras West Cust onder dato 12. maart 1762. Wel Edele Heer Op den ontfangst van uw wel Ed: eerste brief, heb„ ben wij billijk in bedenking moeten staan, uw wel Ed: met de verzogte benodigtheeden te gerieven, uijt aanmerking, dat de heer vincent ons, kort bevorens, zo onredelijk voor vyanden van groot Brittannien verklaart, en ons zelfs net een onverwijlde oor„ gedrugt log delaa hadde: maar aangezien uw wel Ed: nu bij desselfs g'eerde nadere van den 8 Cour: ons verzeekert, niet alleen geene ordaes te hebben, om zulke gedoentens te volgen, als de heer Vin„ cent in zijne brief voorsteld, maar dat uw wel Edele ook in 't geheel geene particuliere ordres ontfan„ gen heeft, aangaande natter en Tappenoely, alzo 't ministerium van madaas deze zaak op zig zelfs genomen hadden, om daar over met den ge„ neraal En raden van Batavia te handelen, en dat uw wel Ed alleen hier kwam, met inzigt van vriendschap en om dezelve te Cultiveeren, zoo accepteeren wy deze declaratie voor eerst zeer gaanne in zo verre voor voldoende, dat wij over deze zaak niet verder met uwel Edele spreeken, maar Van Sumatras West Cust onder dato 12. maart 1762 Wel Edele Heer Het strekt ons tot zeer val eere, bij uw wel Edeles g'agte van gisteren te hebben mogen ontwaren, dat uu wel Edele zig voldaan houdt, zo wel met het genoten perzoneel onthaal, als met de erlangde ververjinge en benodigtheeden voor de schapen Wij beschouwen met het uijtterste vermaak de verpligtende uijtdreuk„ kinge, waar van uw wel Ed: zig bedient, om ons voor de genome moeyten dank te zeggen, en niet mogende twijffelen, of de genegene offerte van twijf weder dienste is allezints opregt, zo hadden wij ook wel gewenst, uw wel Edele met de verzogte on„ derstand voor de bezetting van t fort maalborongh insgelijx te kunnen gerieven: maar dat is voor ons verstrekt onmogelyk geweest; de redenen, waar om, staan bij onze voorige van den 9. Cour: genoeg„ zaam uijtgedrukt, En ons derhalven daar aan kun„ nende gedragen, zoo melden wij eenelijk ten dien op„ zigte bij deezen, dat wij uw wel Ed: zeer beleefdelyk verzoeken, van ons verzekert te willen zin, dat gelijk wij nu bereeds met er daar getoont hebben, hoe zeer wij geneegen zijn, uw wel Ed: plaisier, en

NL-HaNA_1.04.02_3065_0501 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast under date 2 March 1762. and to serve the honorable English Company, we shall also not fail in the future, upon occurring occasion, to give essential proof of the sincerity of our sentiments, and how highly we esteem the friendship which Your Honour affirms with so much emphasis will always be borne toward us. The further contents of Your Honour's esteemed letter containing nothing that requires any special answer, we wish Your Honour solely God's blessing for a speedy and safe voyage, and we remain etc. In the margin: Padang, 21 January 1762. Below it: P.S. We have the honour to offer Your Honour herewith a letter addressed to the honorable ministry of Madras, for which we request you to provide a secure address on occasion; whilst we shall not fail likewise to dispatch Your Honour's letters for Batavia as soon as possible. Below stood: Agrees. Was signed: B. F. Forcade, First Sworn Clerk. Right From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762. Right Honourable Sir and Sirs, On the 5th instant we had the honour to receive, from the hands of Mr. Ardley, Your Honours' esteemed letter of 16 November of the past year. Its friendly contents were all the more agreeable to us, the more pleasure we derive from being able to deduce therefrom that Your Honours' expressions of mutual friendship and affection are truly sincere, and as we can assure Your Honours that no other than those very same sentiments reside with us as well: so we have preferred on this occasion to give practical rather than mere verbal tokens thereof, and we have, for that reason, in compliance with Your Honours' request, not only supplied the two ships with the required refreshments, water, firewood, and other necessities, in proportion to our modest capacity, as amply as possible, but also entertained Mr. Ardley in person so well that we flatter ourselves that Your Honours will be no less satisfied therewith than His Honour. Furthermore From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762 Furthermore, we have also seen with the utmost pleasure that Your Honours have seen fit to address our high superiors at Batavia directly regarding the settlement of some differences which in earlier times gave rise to many unnecessary disputes between the servants of both Companies on this Coast. And being assured that this matter will very soon and forever reach its conclusion, provided Your Honours seek nothing other than what is just and equitable; so we hope shortly to obtain the desired news thereof. And we remain etcetera. Was signed: C. L. Senff, H. van Staveren, J. v. O. Elias, J. A. Thierens, R. Salm, J. Boudewins, J. Fredriks. In the margin: Padang, 19 January 1762. Below stood: Agrees. Was signed: B. F. Forcade, First Sworn Clerk. Saturday From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762 Saturday, 10 October 1761 The ordinary business being concluded, the Commander produced a Malay letter, written by an unknown person from Natter, the translation of which reads as follows: Translation of Malay Letter written by Jang Dipertuan Sulthan Ko-antang Maccoetoe Alam Lil-Lo-La-Il-masahoer fil Arabie wiel-ajam, who is seated on the Throne of Pagger Oedjong, and has dominion over the burning mountain, as also over a certain forest where all birds die, also over Minangkabau and Siko-antang, to the Lord Commander; received on 7 September 1761. God formerly caused three kings to come into the world, who had their first residence at Alam Kapoerie, an island situated near Palembang and Jambi, and whose names were as follows: From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762 were: Aes Sirie Maharadja Alief, Sierie Maharadja Diepang, and Sirie Maharadja Diradja. And at the time these princes were placed on the aforesaid island, they were carried from there on the wings of a bird that was very eloquent, to rule the people there in the Name of the Lord, and they were then divided thus: one to Rome, one to China, and one to Minangkabau. These three held among them a crown that came into being by itself, a sceptre divided in three, a loom through which the shuttle passes once a year and set full of pearls, a cleaver with one hundred and ninety stripes which crushed the head of the idol named Likatimoena, a wonder horse. This sultan, writer of this, who possesses two thrones and is presently at Natter, wishes that this his letter may reach the Lord Commander, who holds supreme command over Sumatra, in good health, and that God may daily cause the prosperity of the Lord Commander to increase. From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762. This letter of friendly greeting is solely intended to make known to the Lord Commander how very inclined I am to live in unity with the Honourable Company, and for the permanence of this friendship to devise all means that could bring any advantage to the Honourable Company. Just as my request hereby also is, that it may be the Lord Commander's pleasure that I proceed to Padang for the performance of some affairs. And whereas I have nothing to present to the Lord Commander, there nevertheless accompanies this, as a token of my pure heart, a modest gift of half a picol of white benzoin. Below stood: Translated by me according to the statement of the Malay secretary. Signed: B. F. Forcade, First Sworn Clerk. At the same time, His Honour also showed another letter, written by the Head Regent of Natter, of the following content: Translation of Malay Letter written

Dutch transcription

101 Van Sumatras west Cust onder dato 2. maart 1762. en de honorable Engesche Comp:s dienst te doen, wij ook in den aanstaande niet nalaaten zullen, bij voor komende gelegenheid, de essentieele blijken te geven van d' opregtheid onzer gevoelens, en hoe hoog wij de vriendschap schatten, die uw wel Edele met zo veel nadruk betuijgt, ons althoos te zullen toedragen De verdere Jnhoud van uw wel Edelens g'agte niets bevattende, dat eenig bijzonder antwoord ver eijscht zoo wenschen wij uw wel Edele eenelyk gods zeegen tot eene spoedige en behoude vijze, en wij blijven etc: /in margine padang den 21 Jan: 1762. /daar onder :/ I. S wij hebben d' eere uw wel Edelens nevens dezen aan te bieden een briefje aan het honraable ministe„ rieum van madras gerigt, waar aan wij verzoeken bij gelegentheid eene secuure aldresse te verleenen; terwijl wij niet manqueeren zullen de brieven van uw wel Edele voor Batavia insgelijx ten spoedigsten te verzenden /onderstond:/ Accor„ deert /was getekend:/ B. F: Forcade E g Clercq Wel Van Sumatras West Cust onder dato 12. maart 1762. Wel Edele Agtbare Heer en Heeren Den 5: Cour: hadden wij de eere, uijt houden „ van den heer Ardley te ontfangen uw wel Edelens g'agte van den 16. november des jongst gepasseer„ den Jaars Dies vriendelijke Jnhoud was ons zoo veel te aangenamen, hoe meerder wij vermaak scheppen, daar uijt te mogen opmaken, dat uw wel Edelens betuijgingen van onderlinge vriendschap en gene„ gendheijd waarlyk opregt zijn, en gelyk wij uw wel Edelens verzekeren kunnen, dat bij ons jnsge„ lijx geene andere, als die zelfde gevoelens, huijsvesten: zo hebben wij daar van bij deeze geleegentheijd ook liever dadelijke als Enkeld woordelijke blijken wil„ len geeeven, En wij hebben, uijt dien hoofden, in vol„ doening aan uw wel Edelens verzoek niet alleen de twee scheepen van de gevorderde verversingen water, Brandhout en verder benodigtheden, na rato van ons gering vermogen, zo ruijm verzien, maar ook den heer Ardleij in zijne perzoon zoo wel onthaalt, dat wij ons fletteeren dat uw wel Ed: niet minder, als zyn Ed. , daer over voldaan zullen zijns Voorts 103 Van Sumatras west Cust onder dato 12 maart 1762 Voorts hebben wij ook met het uijtterste genoegen gezien, dat uw wel Edelens goed gevonden hebben; zig direct aan onze hooge superieuren te batavia te addresseeren wegens het afdoen van eenige verschillen, die in vroegere tijden tot veel onnoodige disputen, tusschen de bediendens van beijderzeijds Com„ pagnie te dezer Custe aanlijding gegeven hebben En ons verzekert houdende, dat die zaak zeer spoe„ „dig en voor altoos haar beslag erlangen zal, bij aldien uw wel Edelens niets anders zoeken, dan het geen regt en billijk is; soo hoopen wij binnen korten daar van de gewenschte tijding te erlangen. en wij blijven etcatera /was getekend:/ C. L. senff H van Staveren, J: v: O: Elias, J A: Thierens, R. Salm, J. Boudewins, J: Fredriks /in margine:/ Padang den 19. Janu: 1762 /:onder„ stond/ Accordeert /was getekend:/ B. F: Forcade E. g. Clercq. Zatuurdag Van Sumatras west Cust onder dato 12:' maart 1762 Zatuurdag den 10. October 1761 De ordinaire zaaken afgeloopen zynde, producierde de heer Commandeur Een Maleijdes briefje, door een onbekend Perzoon van Natter geschreven, welkers overzetting Aldus luijd Translaat Malleydse Brief geschreven door Jang Dupertuang sul„ than ko-antang Maccoetoe Alam Lil-Lo- La - Jl= masahoer fil Ara„ bie wiel=ajam, die gezeeten is op den Troon van Pagger Oedjong, En 't gebied over den brandenden berg heeft, „gelijk meede over zeeker Bos, daar alle vogelen sterven, ook over minang babon en Siko=antang aan den heer Commandeur; ontfangen den 7. Sep„ tember 1761 God heeft drie koningen eertyds in de wereld doen komen, welke haar eerste verblijf noemen tot Alam Kapoerie, een Eijland bij Palembang en Jomby geleegen, en welker naamen aldus waren 105 Van Sumatras West Cust onder dato 12. maart 1762 Waren, Aes Sirie Maharadja alief, Sierie Ma haradja Diepang en Sirie Maharadja Diradja En ten tijde deeze vorsten op het Eijland voorsz: geplaatst wierden, zijn dezelve van daar gedraagen op de weeken van een vogel die zair taalkundig was, om aldaar in des Heeren Naam het volk te beheerschen, en doen zijn zij dus ver„ deelt als een tot Rhoom, Een tot China, en Een tot Mhinang Cabou, deeze drie hebben onder hen berusting gehad een kroon, van zelfs geworden, Een septer in drie verdeelt Een weef getouw daar eens in 't jaar de Weefstok door gaat, en bezet vol met Paer„ len, Een houwer met hondert neegendig stree„ pen, die den kop van den afgod genaemt, Likatimoena, vermorselt heeft, Een won„ der paard Deezen sulthan /: schrijver deezes.:/ die twee throonen bezit en thans tot Nattern is, wenscht dat deezen zynen brief den heer Commandeur die t' opper gebied over sumatra voert, in gezond„ „heijd mag geworden, en dat god de welstand van den Heer Commandeur dagelijx mag doen Van Sumatras West Cust onder dato 12: maart 1762. doen vermeerderen. Deeze brief van vriendelijke groete, is eenelijk ingerigt om den heer Commandeur ter kennis te brengen, hoe zier ik genegen ben om met d. E Comp:e in Eenigheid te leeven, en tot bestendig„ heid van deze vriendschap alle middelen te bera„ men, die maar eenig voordeel aan d' E Comp:e zoude kunnen toebrengen Gelijk mijn verzoek bij deezen dan ook is, het van den heer Commandeur zijn welbehagen mag weezen, dat ik mij tot Padang begeef ter verrigtinge eeniger zaaken. En dewijl ik niets hebbe om den heer Com„ mandeur aan te presenteeren, zo gaat egter hier neevens tot een teeken van mijn suijver Hert een gering geschenkje van een half picol witte Benzuin /. onderstond:/ volgens opgave van den maleijdse secretaris door mij getranslateerd. / getekend:/ B. s F:s Forcade. E G: Clercq Teffens vertoonde zijn Ed:e ook nog een ander briefije, door den hoofd Regent van Natter ge„ schreven, van den volgende Inhoud. Translaat maleijdse Brief ge„ schaelvan

NL-HaNA_1.04.02_3065_0507 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762. written by the Head Regent of Natter, Bagindo Maharadja Lello, to the Honorable, Worshipful Sir Christiaan Lodewijk Senff, Commander over Sumatra's West Coast, received on 7 September anno 1761. Natter is currently in a desired state of peace, yet my heart is still somewhat troubled, because the Commander has not yet had a fort built here, which I request may now be done. Trade here is currently very poor, because the merchants state firmly that the prices set on the linens by the Resident are far too high, which the Commander will know best. Yet if the set prices were really sent as such from Padang, I must conclude that the merchants wish to seek a dispute with me by this means. Furthermore, I make known to the Commander that Jang Dupertuang of Poulou Banjak has come over here with the intention intention of going to Padang, concerning which he is also now writing a letter with a little cumin, and regarding which I request the Commander to kindly summon the same to Padang soon, so that we do not fall into disputes with one another. Further, I request from the Commander six small barrels of gunpowder, and some rice, as there is a great scarcity of that food here, and if it is possible, that this grain may be delivered in the vessel of Nakhoda Lebie. As a token of my sincere heart, I have the honor to offer the Commander one picol of white benzoin as a gift. It was subscribed: translated by me according to the statement of the Malay secretary. Signed: B:s F: Forcade, First Sworn Clerk. And since from the latter it is sufficiently to be deduced that the writer of the first letter must be a thoroughly unpleasant guest, just as one also knows from experience that ordinarily those who count themselves descended from the House of Minangkabau commit nothing but wantonness in the lowlands; From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762. lands, From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762. it was resolved upon the proposal of the Commander, in order to prevent all difficulties, to let him come hither as soon as possible, and to invite him thereto by the following polite note: To Jang Dupertuang Sulthan Ko-antang. I have duly received your friendly note, and understood therefrom that you would gladly come to me. I have in general the highest regard for all princes of Minangkabau, but far more for those who seek to advance the interest of the Honorable Company; for these show that they are wise and benevolent princes to their subjects, because the well-being of the Honorable Company and of the inhabitants of these lands are inextricably tied together, and therefore it will not only bring me great satisfaction to await you here at the earliest opportunity, but I will also receive you with all possible honor. All this being what I can now answer, From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762. I must therefore end this letter herewith, yet my sincere wish continually remains that your good health may always endure. Yet to the Head Regent it is deemed proper, instead of the requested six small barrels, to have only one small barrel of gunpowder delivered, and to reply to the further contents of his writing in this manner: To the Head Regent Bagindo Maharadja Lello. I have duly received your friendly note, and nothing could please me more than that everything at Natter is currently in a desired state of peace, but to build a fort there is as yet impossible for me, for the expenses thereof would run far too high, while trade, according to your own writing, is still very poor. Thus I request you not to think of that for the present; when trade flourishes, and I see that the profits can cover the expenses, From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762. I will speak further with you on that point. Now we must first take care that commerce is vigorously set in motion, and it would please me if you could provide me the means thereto; at least I would gladly see you inform me in sincerity what is actually amiss that the merchants do not wish to come to market; for that the Resident should set the prices of the linens too high, I can hardly believe, since that would conflict with his and the Honorable Company's interest. Yet I am writing to him about it now in serious terms, and if you please to exercise but a little patience, I will also inform you further concerning this. I have permitted the Jang Dupertuang of P.lo Banjak to come hither at the first opportunity, in order to relieve you of him soon. However, in the future you must not accept such people at all, for all those who as

Dutch transcription

107 Van Sumatras West Cust onder dato 12 maart 1762. schreeven door den Natters hoofd Regent Bagindo Maharadja Lello aan den wel Edelen Agtbaren Heer Christiaan Lodewijk seuff comman„ deur over Sumatras W. t Cust ontf: den 7. September anno 1761. Natter is thans in een gewenschte Rust, Egter is mijn hert nog eenigsints ontsteld, om dat den Heer Commandeur alhier nog geen fort heeft doen maken, het welk ik ver„ zoek dat thans geschieden mag De Negotie is hier thans heel schiaal, om dat de Cooplieden vast stellen, dat de prijzen door den resident op de Lijwaaten gezet, veel te hoog zijn, het welk den heer Comman„ deur best zal weten. Dog zo de gestelde prijsen wezendlijk zodaanig van Padang aangesz: zijn, moet ik vast stellen, dat de Cooplieden door deze weg een verschil met mij willen zoeken Voorts maar ik den heer Commandeur bekent, dat Iang Dupertuang van Poulou Banjak herwaards overgekomen is met Jntentie jntentie, om na Padang te gaan, en wegens welks hij thans ook een brief schrijft met een wijnig comijn, en waar omtrent ik den heer Com„ mandeur verzoek, dezelve dog spoedig Padang„ waards te willen ontbieden, op dat wij geen verschillen met elxander krijgen Wijders verzoek ik aan den heer Commandeur om ses vaetjes kruijt, en wat Rijst wijl aan dien koul hier groot gebrek is, en als het mogelyk is, dat dat graan in 't vaartuijg van Na„ choda Lebie mag afgeladen werden Tot een teeken van mijn opregt hart, heb ik d' eere den heer Commandeur een Picol witte Benzuijns tot een geschenk aen te bieden /:onder„ „stond:/ volgens opgave van den maleijdsen secre„ taris door mij getraslateerd /:geteekend:/ B:s F: Forcade E G Clercq En dewijl uijt de laatste genoegsaam af te nee„ men is, dat de schryver van den eersten brieff door een gantsch onaangenaam gast moet zijn, gelyk men ook uijt de ondervinding weet, dat ordinair de zulke, die zig van 't huijs van mi„ nang Cabou afkomstig reekenen, in de beneeden Van Sumatras WestCust onder dato 12. maart 1762. Landen 109 Van Sumatras west Cust onder dato 12. maart 1762 Landen niets, als moetwil, plergen; zo werd op de propositie van den heer Commandeur verstaan tot voorkominge van alle moeijelijkheeden, hem maar ten spoedigsten herwaarts te laten komen, en hem daar toe te noodigen bij het volgende beleefde Briefje Aan Jang Dupertnang sulthan ko-antang Het vriendelyk briefje van uEd. heb ik wel ont„ fangen, en daar uijt verstaan, dat uw Ed gaar„ ne bij mij wil komen. Ik heb voor alle vorsten van maning Cabou in 't generaal d' uijtterste hoog agting, maar nog veel meer voor de zulke, die het interest van d' E Comp zoeken te bevorderen; want deeze toonen, datze wijze en goedaardige vorsten van hare onderdaanen zijn, om dat het welweesen van d' E Comp=e en van de jnwoon„ ders deezer landen onafscheidelijk aan elkander verknogt is, en daarom zal het mij niet alleen tot veel vergenoegen-strekken, uw Ed bij eer„ Jter gelegentheid hier af te wagten, maar ik zal uw Ed: ook met alle mogelijke eere ontfan„ Dit alles zijnde, wat ik thans weet te antwoorden gen Van Sumatras West Cust onder dato 12. maart 1762 antwoorden, zo moet ik daar mede dezen brief wel eijndigen maar mijn opregte wensch blyft egter onop houdelijk, dat uw Ed. goede welstand altoos duuren mag Dog aan den hoofd Regent vind men Goed in steede van de verzogte ses vaetjes, maar een vaatje kruijd te laten afgeven, en op den verderen inhoud van zijn schrijven in deezer voegen te antwoorden. Aan den Hoofd Regent Ba„ „gindo Maharadja Lello uw Ed:e vaiendelijke briefje heb ik wel ont„ „fangen, en niets konde mij meer verheugen, als dat zig op Natter thans alles in eene gewensch„ te rust bevind, maar om daar een fort te bou„ wen, zulx is mij voor als nog onmogelijk, want de onkosten daar van zouden al te hoog op stok loopen, terwijl de handel, volgens uE: eijgen schryven, nog zeer schraal is; Dus verzoek ik uw Ed: daar op voor Eerst niet te denken, als de Negotie floneert, en dat ik zie dat de winsten d' ongelden kunnen goedmaken . 111 Van Sumatras west Cust onder dato 12. maart 1762. goedmaken zal ik over dat poinct nader met u Ed. spreeken Nu dienen wij wel eerst te zorgen, dat de koophandel, met nadruk, aan de gang raakt, en het zoude mij lief wezen, indien uw Ed. mij de middelen daar toe aan de hand geven konde, ten minsten zag ik gaarne, dat uw Ed. mij in opregtheid bekend maakte, wat da rijgent„ lijk aan hapert, dat de kooplieden met ter markt willen komen; want dat de resident de paijsen der lijwaten te hoog zoude stellen, kan ik niet wel geloven, dewijl dat teegens zijn en s E Comp:s Jntrest soude strijden, Egter schrijf ik hem daar over thans in Ernstige termen, en als uw Ed: maar een wijnig geduld gelieft te beffenen, zal ik uw Ed: ook deezen aangaande nader onderhouden: Aan den Iang Dupertuang van P„lo Banjar heb ik toegestaan bij eerste geleegentheid her„ waarts te mogen komen, ten eijnde uw Ed. spoedig daar van te verlossen. maar in den aanstaande moet uw Ed. zulker menschen in 't geheel niet accepteeren, want alle die als

NL-HaNA_1.04.02_3065_0512 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, dated 12. March 1762. when princes come down from the mountains, they only seek to extract money from the lowlands, and if they cannot obtain it to their satisfaction, they merely stir up trouble and bring hardships upon the good inhabitants. Because rice is so scarce here that the poor people are already beginning to suffer great want, its export has had to be prohibited, and I have therefore been unable to permit Nachoda Lebe to load his vessel with it. However, in order to give Your Honour a small token of my sincere affection, I send herewith a small keg of gunpowder as a present, and if Your Honour should require anything else, I request only to be informed; I will do everything in my power to show Your Honour that my intentions are sincere and that I hold Your Honour in high regard. For the rest, I thank Your Honour for the benzoin sent, and I sincerely wish that Your Honour may daily increase in health and prosperity. Thus. 113 From Sumatra's West Coast, dated 12. March 1762 Thus done, resolved, and decreed at the Dutch main factory Padang on Sumatra's West Coast, date as above. Was signed: Ct. C.r D.de Seuff. H. van Staveren, J.n A.n Thierens, R.:s Palm, In Boudewijndz Member and Secretary I:n Fredriks. Monday the 16. November Anno 1761. All present. First, the Lord Commander presented a letter written by the chief regent of Natter, Bagindo Maharadja Lillo, and sent hither by an express vessel, the translation of which reads as follows: Translation of a Malay letter written by the chief regent Bagindo Maharadja Lello to the Right Honourable Lord Christiaan Lodewijk Seuff, Commander over Sumatra's West Coast, received the 13. November Anno 1761. Presently my heart is entirely troubled, because the people of Natter are entertaining a false notion, namely that Natter has two principal rulers, being myself and Dato Bazaar, wherein I request that the Lord Commander From Sumatra's West Coast, dated 12. March 1762 may be pleased to provide redress, so that this place may not be thrown into discord. Some time ago, Iang Dupertuang Southan Koantang condemned a goldsmith to a fine of ten thail of gold, the reason for which I do not know, and, since this man was unable to pay, sent to him about twenty men with drawn cutlasses in order to compel him to do so in his presence. Thereupon I went to the Resident and showed him the unreasonableness of these proceedings; whereupon the Resident asked all the regents unanimously whether such could be reconciled with the laws, to which they answered that they did not know, and thereupon the Resident sent these 20 armed persons away again without having accomplished their purpose. Yet the next day Southan Koantang came and ordered us all to assemble together, asking us then who had delivered Natter into the hands of the Dutch Company, or from whom authority for that purpose had been obtained, to which Radja Darat alone answered, I did not 115. From Sumatra's West Coast, dated 12. March 1762. do such a thing, and all the regents remained silent to this question, from which I must infer that Radja Darat is seeking to oppose me in my good intentions. For all of which I humbly request the Lord Commander to summon this Southan Koantang away from here speedily in order to prevent further discord. Underneath stood: According to the statement of the Malay secretary, translated by me, signed: B:s F Forcade, E. G. Clerk. And whereas it is clearly seen from its contents that the chief regent, who has always given the sincerest tokens of his affection for the Honourable Company's interests, finds himself in the utmost embarrassment, and that it may also, in these times when the English are on the verge of returning to Natter, have very evil consequences that a stranger, who is not known otherwise than that he, as appears from his own writing inserted in the secret resolution of the 10. October last, under the name of Iang Dupertuang Southang Koantang, From Sumatra's West Coast, dated 12. March 1762 gives himself out to be the rightful successor to the throne of Maning Cabo, dares to ask who gave Natter to the Honourable Company; and that the co-regent Radja Darat, who in all cases places himself on an equal footing with Bagindo, and always shows a great affection for the English, can give in answer to it that he did not do so, notwithstanding that he nevertheless even co-signed and swore to the latest contract himself; His Honour therefore declared that he had already for some days past let his thoughts dwell upon this matter in order to find a means whereby one could most conveniently get rid of these two subjects, but that, having been unable to devise anything, he had this morning happened to fall into conversation about it with the well-known Jang Dupertuwang Radja Pamingier Lauwt, and that the latter had of his own accord offered that, if one only provided him with a few trusted Bugis, he would then immediately go in person to Natter on a native vessel that was on the point of departure, and

Dutch transcription

Van Sumatras WestCust onder dato 12. maart 1762. als vorsten uijt het gebergte komen, zoeken uijt de beneden landen maar geld te halen, en zo zij dat niet na hun genoegen krijgen kun„ nen, stookense maar quaad en helpen de goede ingezetenen aan moeijelijkheeden: Door dien de Rijst hier zo schaars is, dat de arme menschen al groot gebrek beginnen te leijden, zo heeft d' uijtvoer daar van verboden moeten werden, en ik ben daarom onvermo„ gens geweest aan Nachoda Lebe toe te staan zyn vaartuijg daar mede af te laaden Maar, om uw Ed: Egter van mijne opregte genegentheid een klijne blijk te geeven, zo zeid ik hier nevens Een vaatje kruijt tot present, en zo uw Ed: iets anders mogte benodigt hebben verzoek ik mij maar te laaten weeten; Jk zal alles doen wat in mijn vermogen is, om uw Ed. te toonen dat ik het opregt meen„ en dat ik voor uw Ed: agting heb Voor 't overige bedank ik uw Ed. voor de gezondene Benzuin, en ik wensch van herten dat uw Ed: in gezondheid en vermogen da„ gelijx toenemen mag Aldus 113 Van Sumatars West Cust onder dato 12. maart 1762 Aldus gedaan geresolveert en g'arresteert ten Neder„ lands hoofd Comptoir Padang op Sumatras West Cust dato voorsz: /was getekent:/ Ct. C„r D:de Seuff. H. Van staveren, J„n A„n Thierens, R.:s Palm, In Bou„ dewijndz Lid en secretaris I:n fredriks Maandag den 16. november A. o 1761. Alle present Voor af produceerde, de heer Commandeur een briefje, door den hoofdregent van Natter Bagindo Maharadja Lillo geschreven, en met een Expresse vaartuijg her„ waards gezonden, waar van d' overzetting dus luijd Translaat Maleijdse brief geschae„ ven door den hoofd Regent: Bagindo maharadja Lello aan den wel Edele Agtb: heer Christiaan Lodewijk Seuff: Commandeur over sumatras West Cust, ontf: den 13. ' 9ber: A=o 1761. Thans is mijn hert geheel ontsteld, om reeden de Nattarees en in een verkeerd denkbeeld vercieren, namentlyk dat Natter twee hoofdplaats bestierders heeft als mij, en Dato Bazaar waar in ik verzoek, dat de heer Comman„ daru Van Sumatras west Cust onder dato 12:' maart 1762 deur gelieft te voorzien op dat deze plaats niet in on- Eenigheeden gebragt mag werden. over eenige tijd heeft Iang Dupertuang southan koantang, eenen goudsmit in eene boete van thien thail goud /. de reeden waarom weet ik niet/ gecondemneert, en dezen man, mits onvermo„ gens, circa twintig man met ontbloote hou„ wers toegezonden, ten eijnde hem in sijn presentie, daar toe te dwingen. Jk heb mij daar op na den Resident begeeven, en han de onbillijkheijd deezer gedoentens verthoond; waar op den resident aan al de Regenten eenpa„ rig afgevraagt heeft, of zulx met de wetten bestaan konde, die daar op antwoorden, zulx niet te weten, en daar op heeft de Resident deze 20. wapendragende Perzoonen weder onver rigter zaake weggezonden Dog sanderen daags quam southan ko=an„ tang en hiet ons alle bij een vergaderen, vragende ons als doen wie Natter in handen van de Hollandsche Comp:e geleevert, dan wel van wien daar toe magt erlangt had, waar op Radja Darat alleenig antwoorden, Jk heb zulx 115. Van Sumatras west Cust onder dato 12. maart 1762. zulx niet gedaan, en al de regenten sweegen op deeze vraag stil, waar uijt dat ik moet afne„ men, dat Radja Darat mij in myn goed voorne„ men zoekt te weederstreeven Om al het welk ik ootmoedig aan den heer Commandeur verzoek, deezen southan ko=an„ „tfang spoedig van hier te ontbieden ter voor„ koming van verdere oneenigheden /onderstond:/ volgens opgave van den maleijdse secretaris, door mij getranslateerd /:getekent:/ B:s F Forcade E G. Clercq En dewijl men uijt dies jnhoud duijdelijk siet dat de hoofd Regent, die althoos de opregste blyken van zijne genegentheid voor s E Comps belangen gegeven heeft, zig in de uijtterste verleegendheid bevind, en het ook in deeze tyden daar d' Engelschen op 't punt staan, van weder op Natter te komen, van seer quade gevolgen kan zijn, dat een vreemdeling, dien men niet anders kent, als dat hij zig, blykens zijn eygen schrijvens, g'insereert bij secreete Reso„ lusie van den 10. october J:o leeden onder de naam van Iang Dupertuang southang koan„ „tang Van Sumatras West Cust onder dato 12:' maart 1762 „tang voor den regten successeur van den throon van maning Cabo uijtgeeft, vragen durft; wien Natter aan d E. Comp. e gegeven heeft! en dat de mede regent Radja Darat, die zig in alle geval„ len met Bagindo gelijkstandig stelt, en althoos voor d' Engelse een groote genegentheid toont, daar op tot antwoord kan geven het zelve niet te hebben gedaan: niet tegenstaande hij egter het Jongste Contract nog zelfs mede ondertekent, en b'eedigt heeft; zo verklaarde zijn Ed: over deeze zaak al sedert eenige daagen herwaards zijn gedagten hebbende laaten gaan, om een middel uijttevinden, hoe men gevoegelijkst van dese twee subjecten ontslagen zoude kunnen raken, dog dat hij niets hebbende kunnen bedenken, deezen morgen gevallig daar over in discours geraakt was, met den bekenden Jang Du„ per tuwang Radja Pamingier Lauwt, dat deze uijt eyjgen beneging aangeboden hadde, in dien men hem maar een paar vertrouwden Bougineesen meede gaf, dat hij dan ten eer„ sten met een Jnlands vaartuijg, dat op zijn vertrek lag in perzoon nae natter gaan en

NL-HaNA_1.04.02_3065_0517 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast under date 12. March 1762. and that he would deliver those two harmful subjects into the Honorable Company's power, and that His Honor, being unable to devise any other means, had not wished to fail to inform the meeting of this immediately, in order to deliberate together whether one should embrace that offer or not. The Council, having heard all this and taken into consideration that this Radja is a true prince of the house of Maning Cabo, and, on that account, is very much respected and revered by the native in all places where he comes; that he, having associated with the Europeans for a very long time, has always shown a great affection for them and in general for the Honorable Company's interests; that he is also a good soldier, who certainly dared to undertake something, as he has already given sufficient proof thereof by the loss of his left hand in a battle for the Honorable Company; and that one could, on that account, in this case, certainly make use of him, without risking anything more than a lost journey. Thus it was resolved with unanimous votes, this Radja From Sumatra's West Coast under date 12. March 1762 Radja Pamingier Lauwt, together with and beside the free Buginese Mommen, who is also a spirited fellow upon whom one can rely, to send to Natter with the utmost speed, and both to give him written authorization to settle the disputes there, as well as to write to the head regent and Resident in separate letters, that they first deliberate the matter well with him, and then subsequently employ all their power towards a speedy execution, but outwardly they must conduct themselves not as if he was sent by this meeting, but as if he, as has indeed happened multiple times, came of his own accord, and did everything out of his own initiative, to which end, those papers were immediately drafted by the Lord Commander, which being reviewed and approved are incorporated into these for inspection. Christiaan Lodewyk Ieuff Commander and Supreme Authority on behalf of the State and the General Chartered East India Company of the From Sumatra's West Coast under date 12. March 1762 of the United Netherlands on and along the West Coast of Sumatra together with The Council To all those who shall see or hear read these presents, greeting. Make known Whereas we have learned with regret that some ill-disposed people at Natter commit much mischief and through their improper actions throw the whole village into turmoil, and it is therefore necessary that a man of respect and ability be sent thither in order to check that evil; so it is that we have chosen and authorized thereto, as we choose, authorize, and commission by these presents the Iang Dupertuang Touwanko Raedja Pamingier Lauwt, not only to betake himself in person to Natter with the utmost speed, and to investigate the disputes that have arisen, but also to settle the same and clear them out of the way, and to that end such From Sumatra's West Coast under date 12. March 1762. Natten To the Bookkeeper Johan Abraham van Mosschelen Resident there Honorable, Discreet [Sir] Because Your Honor will be able to see completely from the enclosed copy letter and commission for what reasons the bearer of this, Iang Dupertuang Radja Pamingier, goes to Natter, without it however being allowed to have the appearance that he is sent by us, this only serves to charge Your Honor that, whatever needs to be done, to deliberate well beforehand with him and the head regent and furthermore to put the same into effect quickly and to the utmost of your power, so that Natter may once and for all get rid of those restless subjects, while we wish Your Honor God's blessing for a good success and remain after greeting underneath stood: Your Honor's good friends /signed:/ C:L: Seuff, H:k van Staveren, I:n A: Thierens, R: Palm, I:n Boudewijnsz: and I:o Fredriks /in the margin:/ Padang the 16. November 1761 But From Sumatra's West Coast under date 12. March 1762: But considering that this Radja Pamingier Lauwt does not have any means of his own, and an important service is also worthy of a good reward; so it was at the same time understood now not only to have disbursed to him from the Honorable Company's treasury beforehand rd:s 25.—, and to the free Buginese rd.s 10, but also to promise both of them a good present upon their return, if they carry out their commission well and satisfactorily. Furthermore, the Lord Commander made known to the meeting how he, having heard from the Emperor of Indrapoura that a certain Radja Alem, who was already declared an enemy of the Honorable Company by resolution of this meeting of 20. July 1745 because of riots stirred up, and now most recently, as appears from a letter from the Resident of Adjahadja, has again meddled in the unrest arisen there on the spot on account of the passing of the king of Adjarhadja, was currently keeping his fixed residence at Baijang, had deemed it necessary to remove him from there in silence; that he, to that end, about 14 days ago, the aforementioned free Buginese

Dutch transcription

117 Van Sumatras west Cust onder dato 12. maart 1762. en die twee schadelijke subjecten in 's E: Comp:s magt leeveren zoude, en dat zijn Ed. geen onder middel kunnende uijtvonden niet hadden willen nalaten, hier van terstond aan de vergadering kennis te geeven, ten eijnde met malkander te overleggen of men die aanbieding zoude am„ plecteeren of niet De Raad dit alles aangehoord en in aanmer king genomen hebbende, dat deze Radja een egte vorst van het huijs van maning Cabo is, en, uijt dien hoofde, op alle plaatsen waar hij komt bij den jnlander zeer g'agt en ontzien word; dat hij zeer lange onder de Europeers verkeert heb„ bende, voor de zelve en in 't generaal voor s E: Comp:s belangen altoos eene grote genegentheid getoond heeft, dat hij ook een goed zoldaat is, die wel iets onderneemen durst, gelijk hij daar van bereeds met verlies van zijn slinkerhand in een geregt voor d' E Comp. e voldoende blijken heeft gegeven en dat men uyt dien hoofde, in dit geval, zig wel van hem zoude kunnen bedienen; zonder iets meer als eene verloren Ryze te wagen. zo wierd met eenparige stemmen besloten, dezen Radja Van Sumatras West Cust onder dato 12. maart 1762 Radja Pamingier Lauwt met en benevens den vrij bou„ ginees Mommen, dat ook een wakker kaarl is, daar men op vertrouwen kan, ten spoedigsten naar Natter te zenden, en hem zo wel schriftelyk qua„ lificatie te geven tot het afdoen der verschillen al„ daar, als den hoofd regent en Resident bij aparte briefjes aan te schrijven, dat zij voor af de zaak met hem wel overleggen, en dan ver„ volgens tot een spoedige uijtvoering alle hun ver„ mogen in 't werk stellen, dog voor 't uijtterlijke zig houden moeten, niet als of hij door deze vergaderinge gezonden was, maar als of hij, gelyk wel meermalen gebeurt is, uijt zig selven quam, en alles uyt Eygene beweeging deed, werdende ten dien eynde, die papieren op stond, door den heer commandeur in con„ cept gebragt, dewelke geresumeert en g'approbeert zijnde tot speculatie deezen ingeltijfd werden. Christiaan Lodewyk Ieuff commandeur en oppergezaghebber wegens den staat ende Generale g'octroijeerde Oost Jndische Comp:e der 119 Van Sumatras West Cust onder dato 12 maart 1762 der vereenigde Nederlanden op en langs de westCust van Sumatra benevens Den Raad allen den genen die dezen zullen zien ofte hooren heezen salut. doen te weeten Nademale wy met leedwiezen verstaan hebben dat eenige qualijk gezinde menschen op Natter veel moedwil pleegen en door hare onheb„ belijke gedoentens de gantsche Negorie in Rep en roer stellen, en het dierhalven nodig is, dat een man van aanzien en vermogen derwaards gezon„ den werde, om dat quaad te stuijten; zo is het, dat wij daar toe uijtgekosen en gequalificeert hebben, gelijk wij uijtkiesen, qualificeeren en committeeren bij dezen den Iang Dupertuang Touwanko Raedja Pamingier Lauwt, om zig niet alleen ten allerspoedigsten in perzoon naer Natter te begeven, en de ontstane verschillen te onderzoeken, maar ook dezelve af te doen, en uijt de weg te ruijmen, en ten dien eynde zodanige Van Sumatras West Cust onder dato 12:' maart 1762. Natten Aan den Boekhouder Johan Abraham van Mosschelen Resident aldaar Eersame Discreete Dewijl uE uijt de inleggende Copia brief en com„ missie volkomen zal sien kunnen, om wat ree„ denen, brenger deezes, Iang Dupertuang Radja Pamingier, naer Natter gaat, zonder dat het egter de naam mag hebben, dat hij door ons gezonden is, zo diend deeze eenelyk om uE te gelasten, dat, wat er gedaan diend te worden, met hem en den hoofd regent voor af wel te overleggen en voorts het zelve spoedig en naar uijtterst vermogen in 't werk te stellen, op dat Natter eens van die onrus„ tige subjecten ontslagen mag Raeken, ter„ 1 wijl wij uE tot een goed succes Gods zee. gen toewenschen en na groete blijven /:onderstond:/ UE. goede vrienden /getekend:/ CL Seuff H:k van Staveren I:n A: Thierens. R. Palm I:n Boudewijnsz: en I:o fredriks /:in margine:/ Padang den 16. november 1761 Maar 123 Van Sumatras westCust onder dato 12 maart 1762: Maar aangezien deeze Radja Pamingier Lauwt uijt zig zelven geen vermogen heeft, en een gewigtige dienst ook eene goede belooning waardig is; zo werd teffens verstaan nu niet alleen aan hem rd:s 25. —, en aan den vrij bouginees rd. s 10 door af uijt sE Comp:s Cassa te laten verstrekken, maar ook aan hun beijden bij te rug kompt nog een goed Pre„ sint te belooven, indien zij hunne commissie wel en ten genoegen uijtvoeren Wijders maakte de heer Commandeur nog aan de vergadering bekent, hoe hij voor den keijser van Indrapoura gehoord hebbende, dat zekere Ra„ dja Alem, die bij resolutie dezer vergadering van den 20. Julij 1745. al, wegens verwekte oproe„ ren, voor vijand van d. E. Comp: verklaard is, En nu jongst, blykens schryvens van den Resident van Adjahadja, zig weder heeft gemengt gehadt in d' onlusten mits de affnges van den ko„ ning van Adjarhadja daar ter plaatse ont„ staan thans zijn vast verblijf te Baijang hield nodig g'oordeelt hadde, den zelven in stilte daar van daan te ligten, dat hy ten dien eijnde voor omtrent 14. dagen; den vernoemden vrij bougi„ nees

NL-HaNA_1.04.02_3065_0522 view scan ↗

English

...nees Mommien thither with written orders to the Ponghouls to point out his place of residence to him in secret; that this was indeed done, and by the said Radja Alem himself assurance had been given that he would willingly come hither, but that when the appointed time for departure arrived he had taken flight, certainly with the assistance of some Ponghouls, of which, according to the report of Mommen, only two were well-disposed, but the others were all on the side of Radja Alem. And that they nevertheless all together had written the following letter for their excuse: Translation of a Malay letter written by the collective Ponghoulous of the Negorie Baijang to the Honorable, Right Venerable Mr. Christiaan Lodewijk Senff, Commander of this Coast, received on 15 9ber 1761. From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762. The letter which the Lord Commander was pleased to send us per the sergeant of the Bugis, we have well received and understood its contents; upon receipt of it we immediately proceeded to the place where Radja Alem was staying, and announced to him the reason for the sergeant's coming, namely that he was to go along to Padang, to which he agreed with a glad mind and thereupon concurred to undertake the journey the following day; but the appointed time approaching, and we having appeared at the designated place for the aforesaid purpose, his wife reported to us that he had already taken flight, and that he consequently was no longer there; we then took his wife into custody, and for that reason sent the sergeant back toward Padang with this report, in expectation of a speedy order as to how we are further to conduct ourselves in this matter. Was signed: According to the statement of the Malay secretary, translated by me, signed B.s F. Forcade, First Sworn Clerk. This letter having been read, and the matter considered in its full context, not only was the undertaking of His Honor entirely approved, but some of the members also maintained that the ill-disposed Ponghouls ought even to be punished in some measure for this offense of theirs. But taking into consideration upon further reflection that one would thereby sometimes only plunge oneself into great difficulties with the Baijangers, who from of old have been known as an obstinate and restless people, and who only recently have begun to turn somewhat toward virtue in the vigorous pursuit of the pepper culture, it was approved by unanimous vote to undertake nothing further in that regard at present, but to grant the free Bugis 10 rd.s for his trouble, and to send solely the following short letter to the collective Ponghouls: To the Ponghoulous of Baijang. Since Radja Alem has taken flight when I had him called, he must certainly have had a very bad conscience, and therefore it was so much more your duty to hold him fast and send him to me, since you can imagine that I will not summon anyone to me without great reason; but it seems that you were not in earnest about complying with my order. I treat you well, I help you in everything that is possible, and I had for that reason also expected that you would again bear me good will; but since I now find it otherwise, you may also be assured that I shall likewise withdraw my affection from you and henceforth regard the Ponghouls of Baijang as nothing other than people who do not have an upright heart for the Honorable Company's interests. Meanwhile, I am surprised how you could have seen fit to arrest the wife of Radja Alem, for I did not order you to do that; I had to speak with the man and not with the woman, and therefore you must also release that woman immediately; what I further see fit to do will be made known to you in due time. The Lord Commander furthermore made known to the assembly how he had indeed already received on 7 September last a certain separate letter from the Resident Challier, dated 25 August prior, and had already answered it on the same day, but had not shown the same to the assembly until today, for the reason that such matters, so long as any consequence was still to be feared, were best kept secret, the less spoken of them the better; but since Adjarhadja was now in such a desired state that one no longer needed to be apprehensive of any bad consequences, His Honor had therefore also not wished to neglect laying the same before the assembly any longer, primarily because from it it appeared more than too clearly in what danger not only Adjarhadja, but the entire Sapoeloe Boa Bandhara had been a short time ago, and of which one necessarily ought to give notice to Their High Mightinesses; the Council, having read this letter and contemplated its contents with the utmost astonishment, fully applauds the sentiment and intention of His Honor, and it was therefore solely agreed to incorporate the same in its entirety into this. Padang

Dutch transcription

nees mommien derwaards gezonden hadde niet schriftelyke ordre aan de Ponghouls om aan deze in stilte desselfs verblijf plaats aan te wijzen; dat zulx ook geschied, en door gedagten Radja Alem zelfs verzekeringe gedaan was, dat hij gewillig meede herwaards zoude gaan, dog dat den bestem„ den tijd tot het vertrek gekomen zijnde hij de vlugt genoomen hadde, szeekerlijk door behulp van eenige Ponghouls, maar van vervolgens 't rapport van mommen maer twee welgezind, dog d' anderen alle aan de kant van Radja Alem waren. En dat zij egter alle gezamentlijk de volgende brief ter hunner verschooning geschreven hadden Translaat maleijdse brief gesz: door de gezaemantlijke Ponghoulous van de Negorie Baijang aan den wel Edelen Agtb: Heer Christiaan Lodewijk Seuff Commandeur dezer Custe ontf: den 15: 9ber: 1761 De brief, die de heer Commandeur ons p=r den zergeant der bougineesen heeft gelieven te Van Sumatras WestCust onder dato 12. maart 1762. zenden 125 Van Sumatras W„t Cust onder dato 12. maart 1762. zenden, hebben wij wel ontfangen, en dies inhoud verstaan ny hebben ons op den ontfangst van dien terstond na de plaats begeeven, werwaards Radja alem zig onthield, en hem de raden des zergeants kompt aangekondigt, namentlijk dat hij mede na Padang gaan moegt, in welks hij met een blij gemoed bewilligde en daar op accordeerde, om 's anderen daags de Reijs aan te namen: dog de bestemde tijd genaedert, en wij tot voorsz eynde op de bepaelde plaatze verscheenen zijnde, rapporteerde ons zyn vrouw, hij reeds de vlugt genomen had, en hij bij gevolg daar niet meer was, wij hebben als doen zijne vrouw in ver„ zeekering genomen, en zeeden den zergeant uyt dien hoofde met dit berigt weder Padang waards, in verwagting van een spoedige ordre, hoedanig ons verder in deze Iaare te gedragen /onderstond:/ volgens opgave van den maleijde se secretaris, door mij getranslateerd / getekend. /. B.:s f: forcade E: g: Clercq Deeze brief dan gelezen zijnde, en de zaak in haden t' samenhang overwogen zijnde, zo werd d' onderneeming van zyn Ed: niet al„ „len „leen volkomen goed gekeurt, maar eenige van de lee„ den sustineeren ook, dat men de qualijk gezinde Pong houls, wegens dit hun misdryf, zelfs wel eenigsinds diende te straffen. Dog bij eene nadere beden„ king in aanmerking neemende, dat men zig hier door zomtijds maar in grote moeyelijkheeden zoude steken met de baijangers, die men van ouds her voor een obstinaet en onrustig volk bekent zijn, En zig t seedert wynige tijd maar eerst een weynig tot deugt hebben beginnen te schikken, in 't kragtig voortsetten van de peper Culture: zo werd met eenpaerige stemmen goedgevonden, ten dien opsig„ te thans niets verder te ondernemen, maar aan den vrij bouginees voor zijne moeijte 10 rd:s toe te leggen en aan de gezamentlyke Ponghouls ee„ „nelijk het volgende briefje te laten afgaan Aan den Ponghoulous van Baijang Dewijl radja Alem de vlugt heeft genomen, wanneer ir hem heb laten roepen, moet hij zeker„ lyk een heel quaad geweeten hebben, en daarom was t zo veel te meer uE pligt geweest, om hem vogt te houden, en aen mij te zenden, dewijl UEd Van Sumatras W„t Cust onder dato 12. maart 1762. kunnen 127 Van Semmatras W„t Cust onder dato 12. maart 1762. kunnen nagaan, dat ik niet zouder grote reeden ie„ mand zal bij my ontbieden, dog het schijnt, dat 't uE geen ernst geweest is, aen mijne Ordre te voldoen. jk behandel uE wel, jk help uE in alles, wat moge„ lijk is, en ik hadde uijt dien hoofde ook verwagt, dat uE. mij weeder een goed hart zoude toedragen, maar, vermids ik het nu anders ondervinden, zo kun„ nen uE ook verzeekert weezen, dat ik mijne genegentheyd insgelijx van uE aftrekken in de Ponghouls van Baijang voortaan niet an„ ders aanmerken zal, als menschen, die voor s. E Comp:s belangen geen opregt hart hebben Ondertusschen ben ik verwondert, hoe uE. hebben kunnen goedvinden, de vrouw van Ra„ dja Alem in arrest te nemen, want dat heb ik uE niet gelast gehad, Jk moeste met de man„ en niet met de vrouw spreeken, en daarom moeten uE die vrouw ook maar ten eersten weder los laten, het gunt ik verder goedvinden te doen, zal uE niet er tyd wel bekent worden Nog maakte de heer Commandeur aan de vergadering bekent, hoe hij op den 7. e septb. r laatstleden wel al zeeker apart briefje van den Van Sumatras West Cust onder dato 12 maart 1762. den resident Challier, ged:t 25. August, bevorens ontfangen, en ten zelfden dage ook reeds b'ant„ woord, dog het zelve tot heeden met aan de ver gaderinge vertoont hadde, om reden zulke zaken zo lange nog eenig gevolg te dugten was, best gesecreteert waren, hoe wijniger daar van gesproo„ ken wierde; maar aangezien adjarhadja zig nu in een zo gewenschte vujt bevond, dat men voor geene quade gevoegen meer behoefde bedugt te zijn, dat zijn Ed: daar om ook niet langse hadde willen nalaeten, den zelven voor de verga„ deringe bloot te leggen, voornamentlijk, om dat daar uijt meer den al te klaar bleek, in wat gevaar zig voor wijnig tijd nog niet alleen adjar„ hadja, maar de gantsche sapoeloe boa bandhara bevonden hadden, en waar van men haar hoog Ede„ lens noodmendig kennis diende te geven, de Raad: dit briefje geleezen, en met d' uytterste ver wondering dies inhoud beschouwd hebbende, ap„ plandeert volkomen het gevoelen en voornemen van zyn Ed. , en werd daerom eenelijk verstaan het zelve in zyn geheel dezen in te leijven Padang

NL-HaNA_1.04.02_3065_0527 view scan ↗

English

129 From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762 Padang To the Honorable Respected Lord Christiaan Lodewijk Seuff Commander and Supreme Authority over Sumatra's West Coast Honorable Respected Lord! The emperor of Indrapoura, having secretly and as if of my own accord entertained him yesterday on his departure regarding the pepper trade etc. at mocca mocca, stated that he, by order of Mr. Puijfferth, had previously worked toward that end, and advanced that matter so far that a consignment of pepper had already been obtained from there, but that recently, both due to the known letter and because Sultan Iskander was said to have boasted too openly about having obtained pepper from there, it was so far spoiled that the new or young king there strongly guarded against it, but that if I could obtain Your Honorable Respected's permission, he would resume it secretly through his son-in-law Sultan Mangsor (son of the old king there, for whom he requests Your Honorable Respected's From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762. permission that he may summon him to his presence once). Furthermore, conversing with him about the king here (who the day before yesterday again secretly sent word to me that if Radja Itam and that woman, who already departed quietly yesterday to her friends at sevanti, remained here, he absolutely could not stay here), he, the emperor, declared to me, under present offer, yet under promises to bring this for the present to the notice of no one other than Your Honorable Respected alone (in order that through that knowledge no unnecessary commotion should arise if possible), how the said king of Adgarhadja had recently on the 19th of this month, being completely alone, asked him whether he would help him and be faithful; but he answered that if he was on good terms with the Honorable Company, then yes, but otherwise not; at the same time asking him what he had intended with that mission sent to mocca mocca, to which the king, after promises to tell no one of it, had told him that Radja Darat had requested assistance for him there, and had succeeded so far that the young king had promised, in about a month or three, when the English 131 From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762: should come there again, to help him with people, firearms and powder, that he, the king, would then first ostensibly divert the Songi Pagu people, but then speak with them and obtain assistance; aid also coming to him from Battang Cappas and Laktam, and therewith to make it so oppressive for the Honorable Company that they will no longer domineer over any Radjas around here; and that if they do not have to depart from here (in which case they will then manage to have the English come and establish themselves here and at Battang Cappas), they shall at least have no profit for years, but on the contrary much expense, and that if he with that following could not hold out against the Honorable Company, he would then ruin the negories one after another throughout the entire sapoelo boa, bandhara, along with the pepper gardens, and then retire (to the mountains) or to mocca mocca, where a piece of land has then been promised to him, of which transaction held at mocca mocca he, the emperor, has now also been warned and informed by Sultan Mangsor. All which transactions I find so momentous that I cannot omit writing this express and separate letter for the communication thereof, for although I do not believe this entirely and at best only in part (as a consequence of the king's cunning), it seems to me that from the current circumstances not everything is to be dismissed either. I wish from the bottom of my heart that everything may remain as quiet as it has been for some time now, but nevertheless (although I must testify that the king since the receipt of Your Honorable Respected on the 20th of this month outwardly behaves quietly and well, works daily in his pepper gardens, and having dismissed R. A Batoua), I repeat once again my request to obtain, at least for a time, reinforcement of men (and relief) of rice, being able, as mentioned in my letter of the 22nd of this month, to come over now without apprehension under the pretext of fetching Radja Itam (who indeed gladly wishes to go to Padang) as a bodyguard for the emperor, and if a sloop should come hither, the king cannot well know how many come over. Humbly requesting therewith (though as secretly as possible) positive From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762. and 133 From Sumatra's West Coast under date 12 March 1762. and absolute orders and authority as to how, in such a case or fickleness of the king etc., I shall and may act in that matter. It grieves me to the utmost that since my arrival I have encountered nothing but care, unrest and troubles, and I pray the Almighty that He may yet grant this land a speedy peace and thereby prosperity, which is only to be hoped for through His blessing. Furthermore, I request once again for gold moulds, since being none here I cannot melt gold otherwise. Breaking off, I testify with the utmost respect to be (was signed) Honorable Respected Lord (lower) Your Honorable Respected's most humble servant (signed) J. Challier (in the margin) Adgarhadja the 25 August anno 1761. (and underneath) P.S. It is incomprehensible, the flagpole here has not been standing for two years and is so rotted that it cannot stand long. From all the transactions of the king one must conclude he is not in his right mind, for the projects mentioned do not agree

Dutch transcription

129 Van Sumatras W„t Cust onder dato 12. maart 1762 „Padang Aan den wel Edele agtb: Heer Christiaan Lodewijk Seuff Com„ mandeur en oppergezaghebber over Sumatras West Cust Wel Edel agtb: Heer! Den keijser van Jndrapoura, gisteren bij zijn ver„ trek geheijmelijk, en als uijt mijn eijgen onderhou„ deerde over de peeper handel etc tot mocla moeca, zo zeijde hij dat hij, op ordre van den heer Puijf„ ferth, daar toe voor eerpt aangewerkt had, en die . zaak zo ver gevordert, dat reeds een parthij pee„ per van daar bekomen was, dog dat Jongst zoo voor de beweste brief, als door dien southan Jskander, te openbaar zig zoude beroemt hebben, peper van daar bekomen te hebben, t zo verre verbruijd was, dat de nieuwe of jonge koning aldaar, daar sterk tegens waakte, dog dat als Ik uwel Ed: agtb: permissie bekomen konde, hij zulx op d heijmel door zyn schoon zoon sou„ than Mangsor /:zoon van den ouden koning aldaar, voor welke hij uwel Edele agtb„e permissie Van Sumatras W„t Cust onder dato 12. maart 1762. permissie verzoekt, dat hem eens bij hem mag ont„ bieden:/ zoude hervatten. wijders hem over den koning alhier onderhoudende / die mij eergisteren weeder heymelyk liet zeggen dat als Radja Itam en dat wijff:/ die gisteren reeds stil na haar vrienden tot sevanti vertrokken is, hier bleven hij absolut hier niet blyfften kon :/ zo verklaarde hij mij keijser, onder presentatie van heden, dog onder belofden van zulx voor eerst niemand, dan uw wel Ed: agtb: alleen ter kennisse te bren„ gen:/ op dat door dier kennis zoo mogelijk geen onnodige opschuddinge komen :/ hoe den gem: ke„ ning van Adgarhadja hem Jongst op den 19. deezer, gantsch alleen zijnde, gevraagt heeft of hij hem helpen en trouwe wezen wilde; dog hy antwoorden, dat als hij wel met d' E: Comp:e was dan wel dog anders niet: hem teffens afvragen„ „de, wat hij met die gedane bezending na mocca mocca voor had gehad, zoo had de koning hem na beloften van zulx niemand te zeggen, dat radja Darat voor hem adsistentie aldaar had. verzogt, en zoo verre gereusseert dat de jonge koning belooft had, over een maand a drie, als d' Engel„ „sche 131 Van Simalaas W„t Cust Onder dato 12: maart 1762: „sche weder daar quamen, hem met volk, geweer en kruijd te helpen, dat hij koning dien eerst kwanswijs de songepagouneesen zoude afhaar„ ƒ len, dog dan hun spreken, en adsistentie erlangen; 2 zullende hem van Battang Cappas, en Laktam ook hulp toekomen, en daar mede 't d' E: Comp:e so benauwt maken, dat zij geen Radjas hier om trent meer zullen Ringelooren; en, dat zo die van hier niet moet vertrekken /: in welke geval zij dan sullen maken, de Engelsche hier en op Bat„ tang: Cappas te stabileeren komen :/ hij ten min„ sten in Jaaren geen voordeel, maar in teegendeel veel onkosten hebben zal, en dat zo hij met dien aanhang niet tegens d' E. Comp: houden kost, hij dan de eene Negorie voor, en d' andere na, door de gantsche sapoelo boa, bandhara, nevens de peeper thuijnen, ruineeren, en zig dan /: na 't gebergte:/ of molca mocca retireeren zoude, alwaar hem dan een stuk land beloofd is, van welke op mocca mocco gehouden handeling hij keijzer ook nu door southan Mangsor gewaarschouwt en berigt is. Alle welke handelinge ik zoo gewigtig vin„ „de de, dat niet kan nalaten deze expres en apart ter dies communicatie te schrijven, want schoon ik zulx met alles en op zyn best maar voor gedeelte gelo„ ven /:als een uytwerkzel van des konings gescheijd:/ zo dunkt mij is ook uijt de thans zijnde om„ standigheeden ook alles niet te verwerpen, Jk wensche van horten, dat alles zo in rust mag blijven, als 't nu eenige tijd is, dog egter /:schoon ik moet betuijgen, dat de koning zedert d' ontfangst uwel Ed: agtb: op den 20. deezer zig uijtterlyk gerust en wel gedraagt, werkt dageliyx in zijn peper thuijnen, en hebbende R. A Ba„ toua afgescheept. /: zo herhalen nogmaals mijn versoek, om ten minsten voor een tijd, versterking van manschappen /en ontset:/ van rijst te er„ langen kunnende als bij mijn J:o van den 22' deezer gemeld, thans sonder schroom overkomen onder 't protext van radja jtam /:die dog gaer„ ne na padang wil :/ af te halen, als tot Lijf. wagt van de keijser, en zo er een Chialoup her„ waerds quam, kan de koning niet wel weeten hoe veel er overkomen. daar bij needrigt verzoe„ kende /:dog zo heymelijk:/ mogelijk, positive Van Sumatras Wt Cust onder dato 12. maart 1762. en 133 Van Sumatras W„t Cust onder dato 12: maart 1762. en absolute ordre en magt, hoe bij zo een geval of weederwispelturigheid des konings &a in die zaak zal en mag behandelen. t doed mij ten uijttersten leed, jk nog seedert myn kompt niets, dan zorg; onrust en troubelen ontmoet heb, en bidde den allerhoogsten, hig dog dit land een spoedigen rust en daar door welvaart verleenen, t geen alleen door zijn zeegen te hoopen is Wyders verzoeken ook nogmaals om goud formen, vermits geen hier zijnde geen goud anders smelten kan Afbrekende betuijgen met d' uytterste eerbied te zijn /onderstond/ wel Edele agtb: heer /lager/ uw wel Edele agtb:s onderdanigste dienaar /getekent:/ I=b Challier /in margine:/ Adgarhadja den 25: augustus a:o 1761. /en daar onder :/ P. S. t is om begrypelyk de vlaggestok alhier staat nog geen twee jaeren en is zodanig verrof dat niet lan„ gen staan kan. Uijt alle de handelinge van den koning moet men besluijten, hij niet wel bij zyn zinne is, want de projecten vermeld komen niet over

NL-HaNA_1.04.02_3065_0532 view scan ↗

English

agreed that he has now summoned his wives, children, and goods to him and has already received the greatest part, having kept them hidden in all corners. For a long time now, there has been a pique between the assistant, sergeant, and master here, which I can neither fathom nor resolve, and in order not to be tormented daily, apart from my other cares, with their disputes in such a small place where I have no other company, all the more under these circumstances, I most humbly request Your Honorable Worship to be pleased to provide me with another capable master, as this one has long insisted upon his discharge, as well as a sober sergeant, since this one also daily brawls with his men. With which etc. Was signed: J:n Challier. In the margin: Adjerhadja, 26 August, Anno 1761. Thus done, resolved, and decreed at the Dutch main office Padang on Sumatra's West Coast, date as above. Was signed: C:n L:r Seuff, H:k van Staveren, J:n A: Thierens, R. Palm, J:n Boudewijnsz. Members. Secretary J:bs Fredriks. Below stood: Agrees. Signed: J. Boudewijns, Secretary. From Sumatra's West Coast, under date 12 March 1762. Batavia. 135 From Sumatra's West Coast, the 17th of October, Anno 1761. Batavia. Taking refuge in Your High Excellencies' world-renowned justice, the direst extremity compels me to give a true account of how the Honorable Company's interest and I in particular have been very much wronged. From the year 1748 to 1753, I took care of the Honorable Company's trade books for the administrators and all other private books here at Padang to satisfaction, and having traded in small items, made a profit of about 10,000 rijksdaalders according to my booklets; from 1753 to 1761, of which 6 to 7 months were spent in Batavia, as resident of Adjerhadja, that my estate, having been inventoried, will not amount to more than 20,000 rijksdaalders, with which I wish to make known to Your High Excellencies that I have not pursued my own advantage, but have attended to the Honorable Company's interest and precious concerns and have kept watch for them to the utmost of my ability, to bring a small post, according to its favorable situation, to the Honorable Company's great benefit, as Your High Excellencies From Sumatra's West Coast, the 17th of October 1761. Excellencies most favorably recommended this to me in the year 1756, and as will appear from the resolution of August, that Your High Excellencies, without my asking, were pleased to show very gracious regard for my humble person, which I then also sought to answer with untiring zeal; yet seeing no chance of carrying out anything of importance without credit, while the natives of this coast are very lazy and therefore have little means to trade against cash payment; if one has about 20, 30, to 50 thail of gold, that is already a wealthy man, but with that he cannot trade to the mountains and cover the required expenses, but if such a one can get 50, 60, to 100 thail on credit, he can retain a small profit above the expenses and continue, there being less danger with them than with Europeans, while according to their laws, brothers, sisters, and sisters' children must pay for each other or surrender themselves into slavery, and credit has also been given as long as the Honorable Company has been here; until in the year 1749 it pleased Your High Excellencies to waive the risk and leave it to the administrator for 5 percent, 137 From Sumatra's West Coast, the 17th of October 1761. consequently permitting the extension of credit thereby, but not with the intention to fall upon and thereby ruin those who under all occurring circumstances are not found wanting, and very likely pay more or better in proportion than others, as was evident with the latest two ships, the Waakzaamheid and Brouwershaven, even though there was bad gold among it, yet compensation and reduction turn everything into pure gold, such things having always occurred in the absence of an assayer. Anno 1756, Your High Excellencies were pleased to give the Commander here half of the risk money as a gratuity, but the late Commander Herzeele wanted to have such risk money without risk, which gave rise to quarrels and has also remained so, although the gentleman Van de Wall renounced it; yet he showed enough of his hatred and envy over it in his memorandum to his successor, stating Adjerhadja to be a pepper post, notwithstanding the clear appearance that the small office of the Honorable Company in a short time had yielded and would yield more profits From Sumatra's West Coast, the 17th of October 1761. profits than the main office. But seeing and noticing from all letters that His Honorable Worship Mr. Seuff aims to follow the notions of his predecessors, I wanted to avoid such vexation by humbly requesting my discharge; but in September 1760, having been summoned to Padang and having received all friendship there, without any dispute over rank, I maintained that all was well. His Honorable Worship Mr. Seuff informed me indeed by way of discourse that he had collected 2,100 thail in outstanding debts, and that I also had to take in my outstanding debts and extend no more credit, but this being an impossible matter, which was already tried in Anno 1750 by His Honor Van Pesinga and could not succeed, as well as His Honorable Worship's saying that he collected 2,100 thail and only sent 900 thail with the Waakzaamheid; very likely that His Honor also seeks the half in the risk like the late Herzeele; thus this was not taken into consideration by me for the aforementioned reasons, especially while I had many red and unwanted linens in stock, which, according to Your High Excellencies' favorable qualification, as good

Dutch transcription

over een, dat hij nu zijn weijnen kinderen en goe„ deren bij hem ontbooden en reets voor 't grootste ge deelte ontfangen heeft, hebbende die in alle hoeken verborgen gehad Daar zit sedert lange hier tusschen den adsistent, zergeant en meester, een Picanterie, die ik met wel doorgronden kan of besliffen, en om niet dage„ lijx buijten mijne andere zorg met hun disputen op zo een klijne plaats, daar geen onder gezelschap hebbe:/ gekweld te werden, te meer in deze omstan„ digheeden verzoek nedrigst uwe wel Ed: agtb ge„ lieven mij een ander bequaam meester, wijl dog deze om zyn verlossing lange g'insteerd heeft, als een d:o nugteren zergeant te voorzien, wijl dog deeses ook dagelijx met zijn volk over hoop legt waarmede &=a /:was getekend:/ I:n Challier /in margine:/ adjarhadja den 26. aug. s A:o 1761. Aldus gedaan geresolveert en g'arres„ teert ten Nederlands hoofd Comptoir Padang op Sumat:s West Cust, dato voorsz: /was get:/ C.:n L. r Seuff H:k van Staveren, J:n A: Thierens, R. Palm, I:n Bondewijnsz Liden secretaris I:bs fredriks /onderstond:/ accordeert / getekend/ I. Bondewijns secret:s. Van Sumatras W„t Cust onder dato 12. maart 1762. Batavia 135 Van Sumatras westcust den 17: 8ber: Ao 1761. Batavia Tot uw hoog Edelheedens werelt beroemten gereg„ tigheid toe vlugt nemende, perst mijn d' aller uitter ste nood, eene waaragtige relatie te doen, waar in EComp„e interest en in mijn particulier seer bena„ deelt ben Van 1. Jaar 1748 tot 1753. hebbe hier op Padang E: Comp negotie boeken voor d' administrateurs en alle d' an„ deren particuliere boeken ten genoegen waargeno„ men, en wat met kleinigheeden negotieert, blij„ kens mijne boekjes omtrent 10'000 ads g' profi: teert, van 1753 tot 1761. /. waar van 6 a 7 maand waar Batavia geweezen (als resident van ad„ Jerhadja, dat mijn boedel g'inventariseert is, niet boven 20'000 rd. s bedragen zal, waar mede uw hoog Edelheedens te konnen willen geeven, dat niet mijn eygen voordeel maar E Comp. s intrest en dierbare belangen behartigt, en daar voor na mijn uijtterst vermogen vigileert, een kleyn postje na zijne favorable situatie tot E E E Comp. s groot nut te brengen, gelijk uw hoog aan als vooren Edel Van Sumatras W„t Cust den 17. 8ber: 1761. Edelheed:s myn zulx in den jaar 1756. gunstigst aanbevolen, en bij Resolutie onder aug: blijken zal, dat uw hoog Ed. s buiten mijn verzoek eene zeer gracieuse reflectie op mijne geringe perzoon te stellen gelieven willen, het welke dan ook met eenen onvermoeiten ijver zogte te b'antwoorden; egter geen kans ziende zonder credit iets van belang konnen uijtvoeren, terwijl d' inlanderen deezer kuste zeer luij en daar door weijnig be„ middelt zijn, om teegens contante betaling kon„ nen negotieeren, heeft eener omtrent 20: 30 a 50 thail goud, dat is al een begoed man, maar daer mede kan hij na het gebergte negotieeren, de ver eyschte onkosten niet goed maken, maar kan zo een 50 60 a 100 thail op credit krijgen, zo kan hij boven d' onkosten een winstje overhouden en continueeren, zijnde bij haar lieden minder gevaar„ als bij d' Europeesen: terwijl volgens hare wetten, broeders, zusters en zusters kinderen voor mal„ kanderen betalen, of tot slaven zig overgeven moe„ ten, en is ook zo lang d' E Comp: hier geweest Credit gegeven; tot in 't Jaar 1749 heeft het haar hoog Ed:s behaagd van risico af te zien en zulke teegens 137 Van Sumatras WestCust den 17. october 1761 tegens 5. p:r C:t aan d' administrateur over telaten; bij gevolg daar bij permitteeren te crediteeren, maar niet met d' intentie om te overvallen, en daar door te ruineeren de gene, die bij alle voorval„ lende occasie in geen gebrek blijven, en veel ligt meer of beeter na proportie betalen als andere /:gelijk zulx bij de jongsten 2. scheepen, de Waar„ zaamhaid en broustee, gebleeken, schoon slegt goud daar bij gewezen, zoo maakt vergoeding en reductie alles tot sijn goud, diergelijken bij manquement van een Essaijeur altijd voorgevallen:/ A:o 1756. gelieven haar hoog Edelheedens den Com„ mandeur hier de helfte van de rifico gelden tot een doceur te geven, maar de heer Commandeur Herzeele saliger wilde zulke risico gelden zonder risico hebben, het welke geleegentheid tot dwaas„ boomen heeft gegeeven, en ook bij is gebleven, al heeft de heer van de Wall daar van gerenuncieert, dog zijn haad en uijd genoegsaam daar over bliken laten bij memorie aan zijn vervanger, adjerhadja voor eene peper Post opgeevende niet teegenstaande blijken een apporentie was, dat het Comptoirtje der E Comp:s in korten meer winsten Van Sumatras west Cust den 17 october 1761 winsten gegeven en geven zoude, als het hoofd Comp„ toir, maar gezien en ontwaart bij alle brieven, dat zyn E. agtb: de heer seuff de concepten van zijn antecepsoren b'oogt na te volgen, wilde ik zulken verdriet /.door 't onderdanige verzoeken om mijne verlossing :/ ontgaan, maar in de 7ber: 1760, na Padang ontboden en aldaar alle vriendschap ontfangen, buiten eenigen disput over de rang sustineerde, dat alles wel was, zijn E agtb: den heer seuff heeft myn wel p. r discours onderrigt, dat hij 2100. thail uijtstaande schuldens ingecasseerd had, en dat in myne uytstaande ook in palmen en geen Credit meer geven moeste, maar zulx als eene onmogelijke Iaak, die reeds a. o 1750 van zijn E. van Pesinga probeert en niet gaan kost, als mede het zeggen van zyn E agtb: 2100 thail inge„ casseert en maar 900. thail met de de waaksaam„ heid verzonden; veelligt dat zijn E ook de ½= in de risico zoekt als herzeele salig:n: zoo is zulx bij mijn /:uijt gem: reeden. / in geene reflectie gekomen, bijzonders, terwijl ik veel roode en ongewilde lijwaat bij restant had, dewelke, vol„ gens haar hoog Ed. s, gunstige qualificatie zoo goed

NL-HaNA_1.04.02_3065_0537 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, the 17th of October 1761. could sell as well as possible, I wanted to dispose of such goods at a reasonable price among others, for which I was forced to allow somewhat more time, namely with the forthcoming direct ship, having after this been without trade for 9 months to the great detriment of the Honourable Company until in the month of April, when 34 packages of coarse, 1/3 unwetted linens were received again from Padang with Bronstee. In order to get rid of them, I likewise added them to the previous lot, while awaiting a better consignment from Your High Excellencies, and in order to be able to send a considerable capital in gold, just as with the last 2 mentioned ships, in an intervening period of 8 months, about 376 marks of raw gold were dispatched, and for 7 years I had neither an assessment nor compensation on gold, nor could I have any reason for distrust against the King and merchants, who all that time had cleaned the gold. However, having obtained some doubt in the gold in the year 1759, I requested touch needles and stones from Padang and Batavia, but did not receive them, flattering myself with the hope that, having been good gold for so long, it would continue to be good, until finally the King From Sumatra's West Coast, the 17th of October 1761. letter from Ch: de Groot, Assistant caught the King receiving essentially false gold. Wishing to have such blown into the air by a cannon, the King requested me not to do so, but that he and all the merchants wished to be accountable and compensate for the inferior quality, of which an affidavit of that case, and a bond for the inferior qualities of 1759 per the bark Eie Buijs up to and including the ship Bronstee, from the King of the Ian Du Pertouangs ampat succos songijpago and all merchants was notarially passed and signed, of which a copy was requested from Resident Challier to be able to send to Your High Excellencies, but he had the courtesy to refuse this against all reason, as may appear from the enclosed letter from the assistant; No. 1 an original, can; subsequently in the months of November and December 1760 trade goods were expected from Padang with the sloops Nagapatnam and De Roos, while they sent nothing with my vessel, but I was astonished to learn that the sloops, without being allowed to call at Chinco and Adjarhadja, departed for Batavia, whereby the opportunity was taken from me to inform Your High Excellencies From Sumatra's West Coast, the 17th of October 1761. Excellencies of the lack of trade, for which the letters and requisitions were kept in readiness, and even the purchased wine and beer were not paid for in order to oblige the sloop Nagapatnam to return; whereas by experience I had to face the foolish obstructions and yet see behind them, it certainly gave me occasion, in the month of January and on the 18th of April, to zealously advocate somewhat vehemently for the Honourable Company's interest, that one must sit for so long without trade during such a favorable opportunity when the English are absent. Considering it my duty to reprove their Honours with this as an incontrovertible truth, they condemned me for it to a fine of 2 months' salary, reproachfully and very unfriendly and unfeelingly. Having once again carefully considered whether everything was truly as written, and found that I can live and quietly die by it, I further answered and maintained this on the 18th of April under the assistance of God, who is truth itself and will vindicate His honor, but could not believe that their Honours would be able to proceed to such a vehement From Sumatra's West Coast, the 17th of October 1761. resolution under the pretext of outstanding debts and inferior qualities on gold, which was still unknown and uncharged to me, to ruin the trade de facto, and thereby bring the Honourable Company's interest into an irreparable damage, as the books and profit accounts will testify; instead of these having increased every year, the entire district was set in an uproar by the following very passionate treatment and preconceived decision; the gentlemen Hendrik van Staveren and Jan Boudewijnsz, as Commissioners, on the 22nd of June at noon, without expectation, having let no signal fly, and quietly having arrived on shore with a corporal and 7 or 8 soldiers as if they wished to catch scoundrels and thieves, immediately took over the command, made themselves masters of all warehouse and magazine keys, could not eat for joy in order to conduct the inventory, and the books were settled the next day, Saturday evening at 7 o'clock, when they demanded that those which were to be in arrears, 1188 thail of gold, and for the inferior qualities so much, should be paid de facto; I most humbly requested them to please wait until Monday From Sumatra's West Coast, the 17th of October 1761. No. 2. A specification of outstanding debts and see what the merchants might pay on account and what might remain in arrears, but they replied they had no need of that. The following morning at 8 o'clock they came to renew their demand, with threats that if I could not pay immediately, or provide sufficient mortgage and security, they had orders to seize my estate. The gentlemen took so much pleasure and delight in my dejection and distress that I could not believe it to be their initial intention; wherefore I brought to their attention that it was Sunday, on which, outside of utmost necessity, I had never transacted anything with the native, and to please wait until the next day; the merchants might perhaps make provision for the largest part; to which the answer given to me was, I shall prevent them from that, and ordered me to be kept under arrest in my room. Whereupon I requested the Commissioners to please have the merchants summoned, notwithstanding it was Sunday, which they also did immediately, and according to the accompanying specification, paid 626 thail of raw gold, and promised to satisfy the remainder in 14 to 15 days, to which end 4 merchants

Dutch transcription

139 Van Sumatras west Cust den 17. october 1761. goed mooglijk verkopen kopt, wilde ik zulke met een redelijken prijs onder andere mede afzetten, waartoe wat meer tijd te geven genoodzaakt was, namentlyk met 't aanstaande direct schip, nadezen 9/m:d zonder negotie geweest tot groot nadeel van d E Comp:e tot in de maand april met Bronstee 34 pakken wederom grove, /3 ongewelte lijwaat van Padang ontfangen, heb ik zulke quijt te raaken mede tot de voorige parthij gegeven, ter„ wijl een beeter congazoen van uw hoog Edelh: s verwagtende was, en om een aanzienlijk Capitaal aan goud konnen verzenden, gelijk met de laatsten 2. gem. scheepen in eene tusschen tijd van 8/ m:d om„ trent 376. mq: ruw goud verzonden en zedert 7. Jaren geene aanreekening nog vergoeding op goud gehad, ook geene reden tot mistrouwen tegens den koning en koopliedens hebben konnen, dewelke al dien tijd het goud schoon gemaakt hebben, egter in t jaar 1759. eenigen twijffel in 't goud gekreegen hebbende, verzogte toets naalden en steene van Padang en Batavia, maar niet gekregen, flat„ teerde myn met de hoop zoo lang goed goud ge„ weest verder goed zijn zal, dat eyndelyk den koning Van Sumatras Wt Cust den 17. october 1761. briev van Ch: de groot adsistent koning attrapeert weesentlijk vals goud ontfangen, zulx willen door eene Canon in de lugt schieten laten, verzogt mij den koning niet te doen, maar dat hij en alle de kooplieden voor de mingehalte aan„ sprekelijk en vergoeden wilden, waar van eene verklaring van dat geval, en eene obligatie voor de mingehalten van 1759. p:r de barcq Eie Buijs tot met het schip bronstee, van den ko„ ning van de jan Du Pertouangs ampat succos songijpago en alle kooplieden notariaal gepasseert 12 ag en geteekent, waar van Copy van den resident Challier verzogt, om uw hoog Edelheed:s te konnen zenden, maar hij heeft die beleeftheit, zulx te„ gens alle reden te weijgeren, gelijk zulx uijt den bij gaanden brief van den assistent komt te blij„ n. o 1. een origineelen, kan; vervolgens in de maand 9ber: en xber 1760. met de Chialoupen Nagapatnam en de Roos van Padang negotie goederen verwagt, ter„ wijl zij met mijn vaartuijg niets gezonden maar verbaast gestaan, te weeten gekregen heb bende„ dat de Chialoupen zondeer Chinco en adjarhadja aan mogen doen na batavia vertrokken, waar 5 door mij d' occasie benoomen aan haar hoog Ed:s 141 t Van Sumatras W„t W„t Cust den 17. ' october 1761. Ed„s kennisse te geven van gebrek aan negotie, waer„ van de brieve en eijsschen in gereedheid gehouden, zelfs om de Chialoup nagapatnam te verpligten wederom te koomen, de gekogte wijn en bier niet betaalt; terwyl door ondervinding het dwaasboomen moeste te gemoed, en dog agter na zien, heeft het mijn zeeker aenleyding gegeeven, in de maand Jan: en den 18. april wat driftig voor d' E Comp:es intrest te ijveren, dat zoo langen tijd zonder negotie zitten moeten bij eene zulke favorabele gelegen„ „heid, dat d' Engelsen absent zijn, van mijne pligt g'agt zulx haar E agtb: te verwijten als eene onweersprekelijke waarheid, hebben zij mijn daar over in eene boete van 2/mn gagie condem„ neert, zeer onvriendlyk en ontvindlijk reprocheert zulx nogmaals nouwkeuriglijk in overweging genomen, of zulx ook alles waaragtig zoo was, 9 als geschreeven, en gevonden, dat daar op leeven en sadig sterven kan, heb ik zulx onder den bij„ stand. Godes, die de waarheid zelfs is, en zyne eere redden zal, den 18:' april daar op nader b' ant„ woord en staande gehouden, maar niet konnen geloven, dat haar E. agtb:r tot eene sulke vehe„ „mente Van Sumatras W:t Cust den 17. october 1761. mente resolutie zouden konnen overgaan onder den pretext van uijtstaande schulden en mingehal„ tens op goud, dat mijn nog onbekend en onaan gerekend was, de fasto mogen ruineeren, en daar bij E Comp. s intrest in eenen onherstelbaren schaden brengen, zoo als zulx de Boekjes en winst reekening betuigen zullen, in steede dat zulke alle jaar augmenteert hebben, is de geheele district in rep en voer gezet, door navolgende seer passieuse behandeling en voor afgenomen besluijt; de heeren Hendrik van Staveren en Jan Boudewijnsz als Commissaris den 22. Junij middags. zonder verwagting / geen teeken laten waarijen/ en stilletjes met een Corporaal en 7 of 8 soldaten aan de wall gekomen zijnde, als of zij schelmen en dieve„ vangen wilden, aanstonds het Commando overgeno„ men, zig meester van alle pakhiizen en magozijns sleutels gemaakt, voor vrengde met eeten konnen om den opneem te doen, en de boekjes vereffent was 't anderen daags zaturdag avonds om 7. uur, dat zij die by restant moesten zijn 1188. thail goud en voor de mingehalten zoo veel de facto te voldoen, eyschten; ik verzogt haar ootmoedigst tot maandag gelieven 145 Van Sumatras West Cust den 17. october 1761 n:o 2. Eene speci. ficatie van uijt„ staande schulden gelieven te wagten en zien wat de kooplieden op af„ korting betaalen en bij restant blijven mogte, maar repliceeren daarmede niet van nooden hadden, sanderen daags Ogters om 8. uur komen zij hare eijsch hervatten, met dreigementen zo aanstonds niet betalen kopt, of sufficante hijpotheek en Cau„ tie stellen, ordre hadden, mijn boedel aan te slaan, de heeren hadden zo veel vergenoegen en plaisier in mijne verslaagen en benaauwtheid, dat met gelooven kost haar eerste meening te zijn, weshal„ ven haar te gemoed bragt, dat zoudag was, waar in buiten d' uijtterste noodzakelijk nooit iets met den Jnlander tracteert had, tot sanderen daags gelieven te wagten; veelligt kopten, de kooplieden tot het grootste gedeelte aanstaet maaken, daer op is min tot antwoord gegeven, dat zal ik haar beletten en ordonneert arrest in mijne kamer te houden, waar op de Commissaris verzogt de kooplieden willen roepen laaten, niet tegenstaande sondag was, zulke ook aanstonds gekoomen, en volgens hier nevens gaande specificatie 626. th: ruw goud betaalt, en versprooken het restant in 14. a 15. dagen zullen voldoen, ten dien einde 4. kooplieden

NL-HaNA_1.04.02_3065_0542 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, the 17th of October 1761 merchants sent to the mountains to collect the gold, but in the meantime the Commissioner asked the Ponghoeis for statements regarding whether they, who had signed them on account of radja sipakkas, were allowed to get off with a summary settlement and guarantee against all disputes arising therefrom, having become corrupted and fearful through such questions; also that they might be placed under arrest, they said no, notwithstanding their statements, read out to them and signed by memorandum on the ultimate of August 1760 in the presence of 2 European witnesses, but moreover having been sworn in the Land Council upon review in the presence of 2 other Europeans of Padang, having likewise done and promised the same to His Honorable, the king having been on Padang wishing to bring the Ponghoels and merchants as witnesses, merely to get away from Padang, arriving at adjarhadja and having also heard such there, has taken flight with the Ian du Pertouangs of Pongijpago, being convinced otherwise: thereupon the Commissioner immediately appointed a Ponghoel Radja Itam Pr as king, with the honorific title of Touanko, according to 147. From Sumatra's West Coast, the 17th of October 1761. to their own handwritten deed, over which the other Songijpagoese merchants also fled, as they could see that this would tend to the ruin of the negorij and the Honorable Company's office; however, after the departure of the Commissioner, the king returned upon the friendly request of the resident pro interim Herm. Ludewig, notwithstanding he had orders from the Commissioner to arrest him, he considered this detrimental to the Honorable Company's interest and to my debts, having received in the space of 17 days nearly 50 thail of gold for clearance, negotiated 40 thail, and purchased 17 bhaar of pepper, but after the arrival of Challier the king fled again, and the country was thrown into turmoil, until His Honorable wrote to him and assured him that he did not need to come to Padang, whereupon he and most of the merchants presented themselves again, yet wishing to pay me, they must surrender this to His Honorable according to their and the Ian dupertonangs' note annexed hereto, while it does not accord with Challier's interest and Your Honors' disposition to enable me by collecting my outstanding debts, thus he has also received only about 30 thail in the space of 4 months, From Sumatra's West Coast, the 17th of October 1761. received, if they do not wish to give him gold of over 22 carats, has gone to Padang, being fearful of that, to be brief I requested His Honorable to have only 4 Songijpagoese arrested, while they make an exception against Zilida in a letter to the chief, and will not pay otherwise than to me, but His Honorable said he would have much to do to have my debtors locked up, I was responsible for that, to which His Honorable replied, as chief ruler, he ought to administer assistance and justice, said it suited him whether or not he wished to make it known by placard that whoever credits a native must see to get it back, yet since my being here I have not only seen that fully 10 to 12 merchants were kept inside the fortress, but also in the month of August about 30 packs of Guineas, ordinary bleached, and some Baftas black Surats were given on credit. After the arrival of the ship Hercules, the disposition of Your High Excellencies being kept very secret, seeing myself compelled to inquire of His Honorable concerning the report, received in reply that Your High Excellencies had taken offense at the letter regarding moeca moeca, because such had fallen into English hands, to which I very humbly inform Your High Excellencies that those letters were written and executed in Malay under the name and the great seal of His Highness the Emperor of Jndrapoura; further His Honorable says that as long as he was commander here, I would not be able to remain on this coast; yet he would give me permission, and to request that until the final resolution from Your High Excellencies, where I might be relocated elsewhere, and if I were to write the least thing prejudicial, he would persecute me unto death, this contradictory proposal, as well for the Honorable Company's interest as for myself privately, has compelled me to plead most humbly with Your High Excellencies for a safe conduct and protection, to be secured against all further tyrannies as long as I might need for the restoration of the Honorable Company's interests and my outstanding debts, that Your High Excellencies may please to place me independent, From Sumatra's West Coast, the 17th of October 1761. independent, outside the books, so that they can continue with the Padang ones, otherwise I would not be certain for a month not having to undergo such a fateful lot again, for the true reason that moved Your Honors to send a commission was truly the letter of the 18th of April, on which account I leave it to Your High Excellencies' most gracious consideration whether such a crime is found therein, that not only had I to be locked up over it in the utmost poverty, but also the Honorable Company's precious interests and concern were hazarded thereby, if Your Honors maintained having an action against me therein, then I request to have such instituted where they are not accuser and judge at the same time, so that I may answer for myself in the legal way, but not under pretext of outstanding debts and lesser contents of gold, failing to satisfy in a single night's respite, taking into arrest and seizing the estate, in order thereby to become master of my papers and pieces of evidence, as I have had to see that a basket full of torn papers was carried away, but that which can serve them, particularly

Dutch transcription

Van Sumatras Wt Cust den 17:' 8ber: 1761 kooplieden nae het gebergte gezonden om het goud te haalen, maar in de tusschen tijd hebben de Commissaris aan de Ponghoeis na Verklaarings gevraagd of zij die geteekend hadden weegens ra„ dja sipakkas met een sommeel mogen afkomen en voor alle daar uit voortkomende verschillen caveeren, door diergelyken vragen corrompeert en bevreest zijn geworden; ook mogten in arrest ko„ men zegden van neen, niet tegenstaande hare ver„ klaarings, bij memorie ult:o aug:s 1760, in presentie van 2 Europeese getuigen haar voorgeleezen en geteekent hebben, maar daaren boven nog in pre„ sentie van 2 andere Europeesen van Padang bij Recollement in land Raad b'eedigt zyn, 4o0:k aan ZE. Agtb. diergelijke gedaan, en belooft, de koning op Padang geweesen heeft „ de Pong„ hoels en kooplieden tot getuijgen willen brengen, om maar van Padang af te komen op adjarhadja komende en zulx ook aldaar gehoord hebbende, is met de Ian du Pertouangs van Pongijpago de vlugt gaan neemen, als anders tvertuijgt zynde: daar op hebben de Commissaris aanstonds eenen Ponghoel Radja Itam Pr tot koning aan gestelt, met den eeren titul van Touanko, vol„ „gens 147. Van Sumatras WestCust den 17 october 1761. „gens hare eijgen handige acte, waar over d' anderen songijpagineese kooplieden ook gevlugt zijn, terwijl ruin zij zien kosten, dat zulx tot ruijm van de negorij en E Comp:s Comptoir strekken zoude; egter na vertrek van de Commissaris is de koning op Vrien„ delyken verzoek van de pdinterim resident Herm. Ludewig wederom gekomen, niet tegenstaande hij ordre van de Commissaris had, hem te arresteeren, agte hij zulx naadeelig voor E Comp: Jnterest en voor myne schulden te zijn, hebbende in tijd van 17. daagen in de 50. thail goud voor raijm ontfan„ gen, 40: th. negotieert en 17 bhaar peper ingekogt, maar na de komt van Challier is de koning wee„ derom gevlugt, en het land in rep en roer geraakt, tot zijn E agtb: hem geschreeven en verzeekert, niet na Padang behoeft te komen, waar op hij en de meeste kooplieden weederom zig hebben in gevon„ den, egter aen mij willen betaalen, volgens haar u. . het zulk aan zE. „zulx aan zijn Eagtb: moeten afgater Agtb. moeten afgee„ en der Ian dupertonangs briefje hier annex hheb „ ven terwijl het met Challier zijn jnterest en haar E. agtb:s dispositie niet overeenkomt door t in casseeren van myne uijtstaande mijn in staat te stellen, zo heeft hij in tijd van 4m. d ook maar omtrent 30- th: ontfangen Van Sumatras West Cust den 17:' october 1761. ontfangen, indien zig hem geen goud van over de 22. Caraat geeven willen naa Padang heeft gaan, wel wesende daar voor bevreest zijn, ik heb om kort te gaan aan zijn E agtb: verzogt maar 4. songijpagineesen te laaten arresteeren, terwijl zij exceptie tegens Zilida in eenen briev aan 't opper hoofd formeeren, en niet anders, als aen mij beta„ len willen, maar zijn E. agtb:e zegd veel te doen zoude hebben; mijne debiteurs te laten vast zetten, ik was en aanspreekelijk daar voor, waar tegen zijn E agtb: repliceerde, als oppergebieder, assisten„ tie en Justitie diende te administreeren, zegd bij zig aan te staan of hij niet wilde bij placaat bekend laaten maaken, d' een jnlander wat Cre„ diteert, ook zien koft te krijgen egter heb ik zee dert mijn hier zijn niet alleen gezien, dat wel 10 a 12. kooplieden binnen het fortres gehouden worden zijn, maar ook in de maand aug:s om„ trouwt in de 30. Pakken guinees gem: gebl: en wat Baftas sw: sourats op credit gegeven. Na de komst van het schip Hercules, die dispo„ sitie van uw hoog Edelheedens zeer geheijm gehouden werdende, ziende mijn genoodzaakt zijn E agtb: op 149 Van Sumatras WestCust den 17. october 1761. op de rapport na te verneemen tot antwoord ont„ fangen, haar hoog Ed:s hadden in de brieve weegens moeca molca misgenoegen genomen, om dat zulke in Engelsche handen kopten geraakt zyn, daar op diene uw hoog Edelheedens zeer nedrigst, dat die brieven in het maleyts onder den naam en het grootse zegel van zijn hoogheid den keijzer van Jndrapoura geschreven en gepasseert zijn, verder zegt zijn E agtb:, zoo lang hij hier commandeur was, zoude ik op deze kuste niet konnen blijven; egter wilde hij mijn permissie geeven, en dat tot de laatste resolutie aan haar hoog Edelens te ver zoeken, waar elders heen mogten verplaatsen, en zoo ik het minste wat nadielig schryven, ter dood toe vervolgen zoude, deeze tegenstrijdige proposi„ tie, zoo wel voor E Comp:s Jntrest, als voor mijn particulier, heeft mijn doen noodzaken, uw hoog Edelheedens zeer ootmoedigst om een sal vuni conductum en protectie te smeeken, tegens alle verdere dwingelandijen gezeekert te moogen zijn, zoo lang dat tot herstelling van E Comp: belangen en mijne uytstaande schulden mogde noodig hebben, uw hoog Edelheedens gelieven independent Van Sumatras WestCust den 17 october 1761. independent te stellen, buyten de boekjes zulke konnen continueeren bij de padangse, anders zoude geen maand zeeker zijn diergelijken nood lot wee„ derom te moeten ondergaan, want de veele reden die haar E agtb moveert hebben, eene commissie te zenden, is waaragtig de briev van 18 april geweest weshalven uw hoog Ed.:s ter groot gunstige consideratie laate, of diergelijken Crimen daar in bevindelijk, dat niet alleen ik daar over in d'uijt„ Eerste armoed moeste verslooten, maar ook E Comp: dierbaar belangen en interest daaraan hazardeert werden, susteneerden haar E agtb: eene actie daar in teegens mijn te hebben, zoo verzoeke zulke te laten institueeren, waar zij niet klaager en regter te gelijk zyn, zoo kan mijn den weeg g regtens verantwoorden, maar niets onder pre„ text van uijtstaande schulden en mingehaltens op goud in eene nagt Ryspijt net konnende vol= doen in arrest neemen, en den boedel aanslaan, om daar door meester van myne papieren en be„ wijs stukken te worden, gelik heb zien moeten, dat eene mande vol geschuurte papieren weg gebragt zijn, maar het geene haar dienen kan, bij son„ „ders

NL-HaNA_1.04.02_3065_0547 view scan ↗

English

151 From Sumatra's West Coast, the 17th of October 1761. others well guarded and threatened that he would prosecute, with which one was well content if that testimony of the truth were given at Batavia, otherwise against them here it could not happen out of awe and fear, rather wishing to testify nothing than to be ruined. The above-mentioned respite of one night makes known more than one can express by pen and mouth, if such runs contrary to all laws, and not a single merchant in Europe, nor an administrator in all of the Indies could subject themselves to such, where credit and debit must be given. But even more un-Christian, how, not inhuman, is it to treat one's neighbor, a fellow member in the government of this coast, in such a manner that the common people and the natives must wonder at it; they take everything away from me except my clothes, or have inventoried everything, no board money and suspension of salary, not wanting to send me to Batavia, nor allowing me to go to Adjerhadja, and yet keeping me under arrest, consequently wanting to force me to have my head brought by the executioner, or to beg merciless and unfriendly people for bread, seeking to mortify me through grief From Sumatra's West Coast, the 17th of October 1761. and severely harm me; I beseech Your High Excellencies' high and gracious assistance. Also leaving to Your High Excellencies' eminent judgment that requisition from His Honor here to the King of Adjarhadja, and the commissioners to the Ponghs, whether they have passed such declarations, which were already passed and sworn before 5 European witnesses, which had sufficient credit, and consequently must corrupt the people. Even such happened to the assistant Christiaan de Groot, before whom such were passed; they made him sign an instrument to the contrary, against which he protested that he could not do such, while he had seen and was convinced otherwise, finally letting himself be persuaded by the word of Bondewynsz, "Just sign it away, it will not come to that." Another sample of friendly treatment by their commissioner I cannot pass by: during the inventorying of my estate, having asked about this and that, he gave as an answer, "It is at your service, as lord and master," not only that, but also took along several things unasked, without paying or noting them down, besides 153 From Sumatra's West Coast, the 17th of October 1761. living at my expense and having treated themselves fully to my wine and beer, they broke into, among other things, a chest marked W: K: doubly locked and sealed, which I had declared to have received from the assistant or factor Willem King of Mocca Mocca, in order to have such collected at the next opportunity, taken along without noting or inventorying it, and, according to the mate's receipt, here in original, kept at His Honor van Staveren's, in case today or tomorrow No. 3. An original mate's receipt. a requisition for it should come, wanting to bring it to Your High Excellencies' knowledge, because here one cannot speak about it, or one must expect more acts of violence. As I am threatened anew, His Honor having had the Emperor of Indrapoura come here and having asked what he had against me, he says I had taken away his bodyguard as an honor, but forgot to mention the reason for it: that the men could get no rice nor other bodily sustenance, nor shelter for their bodies to be able to keep their weapons dry, having them come to Adjarhadja for so long, with the consent of His Highness, From Sumatra's West Coast, the 17th of October 1761. Highness, to send them back again as soon as that was repaired; the repair had not yet occurred when the commission arrived, consequently they also remained, of which they presently, being the 16th of October, want to make a crimen laesae majestatis, in order to think of an opportunity to keep me closer, with which I will not be able to write. Wherefore with this I have taken the liberty to take my refuge directly to Your High Excellencies for favorable protection, or else here might goes before right over me to the uttermost, accompanied with hatred and bitterness unto death. Finally, upon continuation of my residency, which I once again most humbly beseech Your High Excellencies, I request herewith the accompanying small requisition of assaying tools to be able to assay the gold, as it is re-assayed at the coast, as well as that they surrender and keep without spoiling the linen stored here at Padang for Adjarhadja to me. Wherewith, under Your High Excellencies' blessed government, I remain with all respect, was undersigned: title as before, was signed: C. E. van Seijffertz. In the margin: Padang, the 17th of October 1761. Batavia. 155 From Sumatra's West Coast, the 30th of January 1762. Batavia. In continuation of my very lowliest and most humble letters per the ship Hercules, I take this liberty again to send Your High Excellencies a Malay letter, which was received on the 8th of November with a similar content from King Adjarhadja, but had to deliver the last one, from which it fully appears that the King as well as the Songij Paginezen are inclined to want to pay, as soon as one shall have returned to Adjarhadja, in assurance whereof they have given not only a pledge from the four tribes Pannij, Malyo, Tigolara and Campij in 4 krisses, but also sent so many of their nearest blood relations as hostages, from which Their Honors having seen that the Songij Paginezen are in earnest to pay, they have thought fit on the 12th of November to send orders to the Songij Paginezen and to P:o Chinco that the Songij Paginezen had to come to Chinco to trade, and could pay the debts to me at their pleasure there to the chief, well knowing and being convinced that they absolutely [illegible] not 99

Dutch transcription

151 Van Sumatras West Cust den 17:' october 1761. „ders wel bewaard en gedreygd te zullen actioneeren waar mede wel te vreeden was, indien die getuige„ nis der waarheid op batavia gegeven werden, an„ ders teegens haar hier niet zoude geschieden konnen uit ontsag en vrees kiever niets getuigen als viu„ neert te willen zijn, de boven gemelde respijt van eene nagt geeft meer te kennen als mijn door haar en uijd uytdrukken kan, indien zulx tegens alle wetten loopt, en zoude geen een koopman in Euro„ pa, nog een administrateur in geheel Indien zig zulx konnen onderwerpen, bij wien Credit en debet moet gegeven werden, maar nog meerder onchris„ telyk, hoe niet onmenschelijk :/ is het, zijn naasten een mede lid in de regeering dezer kuste, zoo te be„ handelen, dat zig het gemeen en d' Jnlanderen daer over moeten verwonderen; zij neemen mij buijten de keederen alles af, of hebben alles inventariseert, geen kostgeld en stilstond van gagie, niet willen na Batavia zeuden, ook niet na adjerhadja laten, en dog in arrest houden, bij gevolg bwingen willen, van den geweldiger de kop laten bezorgen, of onbormhartige en onvriendelijke menschen om brood bidden, door hartzeer zoeken te mortificee„ „ren Van Sumatras WestCust den 17. october 1761 „ren, en zeer gevoelig benadeelen uw hoog Edelheedens hooge en gracieuse adsistentie smeeke Mitsgaders uw hoog Edelheedens eminent oordeel overlatende, die requisitie van zijn E: agtb: hier aan den koning van adjarhadja, en de commissianten aan de Pongh s, of zij diergelijken verklarings passeert hebben, die reeds voor 5 Europeese getuijgen passeert en b'ee„ digt waren genoegzaam bidem hadden, bij gevolg de menschen corrumpeeren moeten, zelfs is zulx den ad„ sistent Christiaan de Groot overgekomen voor wel„ ken zulke gepasseert zijn, dien laaten zij een instru„ ment ten Contrairen teekenen daar tegen hij protesteer de, dat hij zulx met doen kop, terwijl hij zulx anders gezien en overtuigt was, eijndelijk persuadeeren laten met het zeggen van Bondewynsz, teekend maar weg, het zal zoo verre niet komen Nog een staaltje van vriendelijke behandelinge der haeren commissaris kan niet voor bij gaan, bi 't inventariseeren van mijn boedel, om 't een en d' ander gevraagd hebbende, tot antwoord gegeven, 't is uwE dienst, als heer en meester, zulx niet al„ leen maar ook meerder ongevraagd zonder te betalen, of te noteeren mede genomen, buijten dien tot 153 Van Sumatras WestCust den 17:' october 1761. revers van den tot mynen lasten geleeft en van myn wijn en bier vol op tracteert hebbende, breken zij onder anderen eene kyjt op getekend W: K: gedobbelt versloten en verzee„ „gelt, de haar op gegeeven had, van den adsistent of factor willem king van mocca mocca ontfan„ gen te hebben, om zulke bij naaste occasie wil„ len laaten afhaalen, zonder te noteeren of te inventariseeren mede genomen, en, volgens den stuurman zijn vevers, hier in origineel, bij zijn E van staveren geborgen, bij geval heeden of morgen N:o 3. Een orig. Requisitie daar na komen zal, uw hoog Edelh.:s stuurm: kosten tot kennisse brengen willen, om hier niet daer over konnen spreeken, of moet meer geveldadigheden te gemoed zien zo als mij op het nieuw gedrijgt word, zijn E agtb: den keijzer van Jndrapoura hier komen laten en ge„ vraagd hebbende, wat hij ten mijnen lasten had, zegt ik had hem zijne lijfwagt /.als een hormat:/ afgenoo„ men, maar de reeden waarom daar bij vergeeten te zeggen, dat de menschen geen rijst nog andere lighaems onderhoud kosten krijgen nog lijfs berging om hare wagen konnen droog houden, zo lang na adjarhadja komen laten /:met concent van zijn Hoogheit:/ Van Sumatras Westcust den 17. october 1761. Hoogheid, dat zulx repareert was, wederom zenden zoude; de reparatie was nog niet geschied, als de commissie kwam bijgevolg ook bleeven, waar van Wt zij teegenswoordig zynde den 16. 8ber: een Crimen La „se majestatis willen maken, om gelegentheid ge„ denken te hebben naarder te bewaren, daar mede niet zal kunnen schrijven Weshalven met dezen de vrijpostigheid genoomen direct aan uw hoog Edelheedens mijne toevlugt tot gunstige bescherming te neemen, of daar gaat geweld voor regt over mijn ten uyttersten met haad en bisterheid verzeld tot den dood toe. Eindelijk bij continuatie van mijne residentie, dewelke uw hoog Edelh.:s nogmaals zeer ootmoedigst smeeke, ver zoeke om hier nevens gaand' eijschje van essaijeurs gereedschap om het goud te kunnen essaijeeren, als word t a Costy her essaijeert, mitsg.:s dat zij die Lijwaat voor adjar„ hadja hier op Padang opgeslagen aan mij extra„ deeren en bewaren zonder te vervuilen waar mede onder uw hoog Edelheedens gezeegende regeering met allen respect verblijve /onderstond:/ titel als voren /was getekend:/ C„ E„ V„n Seijffertz /in margine:/ Padang den 17: 8ber: 1761. Batavia 155 Van Sumatras West Cust den 30. Januarij 1762. Batavia Ten vervolge van mijne zeer nedrigste en ootmoedig. ste letteren p:r 't schip Hercules, neeme mij dezen wederom de vrijpostigheid, uw hoog Edelh.:s eenen ma„ leijdsen briev te zenden, welken den 8. novemb:r met een diergelyken inhoud van koning adjarhadja ont„ fangen /: maar den laasten afgeeven moeten (waar uit volkomen blijkt, dat de koning zo wel als de songig pagineesen geneegen zijn, te willen betalen, zo dra we„ derom op adjarhadja zal gekomen zijn, tot verteke„ ring van dien niet alleen een tanto van de vier ge„ slagten Pannij, Malyo, Tigolara en Campij in 4 krissen gegeven, maar ook zoo veel van hare naast„ bestaande bloedvrienden tot gyssel gezonden, waer uit haar E: agtb:s gezien, dat het der songijpagineesen errast is om te betalen, hebben zij goedgevonden den 12. 9ber aan de songijpagineesen en na P:o Chinco ordre te zenden, dat de songypagineesen na Chinco moesten ko„ men negotieeren, en de schulden /aan mij:/ na haar believen aldaar aan 't opperhoofd kosten betalen, wel wetende en overtuijgd zijn, dat zij zulx absolut aan als vooren niet 99

NL-HaNA_1.04.02_3065_0552 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, the 30th of January 1762: wished to do so, consequently under this giving public proof and evidence of causing every conceivable disadvantage and hindrance: just as his Honour van Staveren expressed himself during the Commission, seeking to make the debts desperate in order thereby to excuse their irresponsible undertaking, and to remove me from this coast, for which reason I shall also not concern myself with my debtors, and to that end neither express messengers nor other Malays from Adjerhadja dared to come to me, whereby His Honour essentially harms our Lords and Masters contrary to oath and duty, for if the natives do not pay, wherewith shall I satisfy the Honourable Company; on the other hand, it is evident that the small office has grown in profits year by year since 1756, and in the past financial year 1759/60 was augmented to ƒ43000, presumably out of jealousy unwilling to assist in the coming year with the necessary trade goods, in which there was a shortage, but on top of that, upon the arrival of trade goods by the commission, sought to ruin it entirely, just as by this treatment the small office will have 25000 f less in profits and this upcoming financial year fully 25000 f less, while the English are also back at Mocca Mocca, and will do their best to draw the trade back to themselves; as proof of matters, van Staveren recommended to the Ponghouls and merchants at Adjarhadja to trade no more, but rather that they should plant pepper; furthermore His Highness the Emperor of Indrapoura, seeing that His Honour was speaking very displeasedly of me, wishing to gain favour also contributed his share in some unfounded complaints, which were presented to me by His Honour as a crimen laesae majestatis, whereupon I requested His Honour's permission, for my vindication, to have a declaration executed at the secretariat, whilst at present the former Ponghoel Radja Itam of Adjarhadja was present, who had held that commission with the Buginese corporal; after much deliberation this was finally granted, but after the declaration, according to the accompanying substance, was nearly executed, but the minute was not yet signed, His Honour had it brought to him and kept; as well as ordering at the gate that if the said Radja Itam wished to enter, he was not to be allowed to pass; the secretary had to make me believe that it had been signed, but His Honour wished to keep it by him for further examination; what kind of treatment that is, I leave to Your Excellencies' generous and eminent judgment, this Radja Itam having always been a very faithful servant and Ponghoel of the Honourable Company, but at the request of the King of Adjarhadja he was immediately dismissed and banished here, while he allowed himself to be used as a representative by the Commissioner, notwithstanding that he pointed out to His Honour that he owed the Honourable Company 146 thail of gold and that such was outstanding at Adjarhadja and in the mountains; that he might just collect the same as a merchant in order to be able to pay, this was not taken into consideration at all, but yet another named Sikander, appearing in the said declaration, a close relative of His Highness the Emperor of Indrapoura, resided for a long time at Mocca Mocca and conducted considerable trade there, requested before the arrival of the French to be allowed to live at Indrapoura, which was gladly granted to him in view of his bringing the trade, people, and the pepper from Mocca Mocca to Indrapoura and Adjerhadja, while he was praised by everyone as a vigilant man; needing him also at Indrapoura after the illness of Mangkubumi, the Emperor allowed the pepper cultivation to fall into considerable decline, so that instead of 100 bhaar of pepper only 50 were received, and the following year, instead of 120, only 45 bhaar; the people, owing to bad treatment, wished to have nothing to do with the Emperor, rather letting the pepper spoil on the ground; also unable to find a single capable person at Indrapoura, the commission for planting pepper and paddy was assigned to this Sikander, earnestly to care for it, and to see as far as possible to obtain the pepper from Mocca Mocca, to enable him to do which he was given 1200 pieces of Spanish reals, linen, and salt, of which 400 was also repaid in pepper and ironwood, but also having it well recommended that he should not interfere in any state affairs or bicharas; and for His Highness I had arranged another means of subsistence from Your Excellencies through those 3 lasts of salt at purchase price, with which he was well satisfied until now, coming here, His Honour was asked that the said Sikander might remain here at Padang, although he produced Honourable Company contracts for advances made to the tin workers and ironwood cutters, wanting first to collect and pay such; this did not avail, in order to cause me loss, he also had to remain here as banished, just like the above-mentioned Radja Itam. Yet covering himself in sheep's clothing, His Honour tells everyone that he has great pity for me

Dutch transcription

met doen willen, bijgevolg onder dezen der zel oo„ penbare bewijs en blyk geven allen bedenkelijken nadeel en belet te doen: gelijk zulx zijn E van stave„ ren bij de Commissie zig g'uit, de schulden zoeken desperaat te maken, om daar door haar onver„ antwoordelijk onderneemen te verschoonen, en mig van deze kust te brengen, daarom zal ik mijs ook niet met mijne debiteurs bemoeijen, en ten dien eijnde dur„ den gene expresse nog andere maleijers van adjer„ hadja bij mijn komen, waar door zijn E agtb: We„ sendlyk tegens eed en pligt onze Heeren en meesters benadeelt, want zo d' jnlanderen niet betalen, waarmede zal ik d' E Comp. e voldoen, anderendeels is blijkbaar, dat het Comptoirtje zedert 1756. Van Jare 6 tot Jare in winsten heeft aengegroeijt, en voorleden boekjaar 173/60 tot ƒ43000 was augmenteert, vermoedelijk uijt Jalousie 't aanstaande jaar met de nodige negotie, waar in gebrek had niet willen as„ sisteeren, maar daar en boven nog bij de komst van negotie door de commissie gezogt, ten eenemaal te ruineeren, gelijk door deze behandelinge het comp. toirtje 25000 f minder winsten en dit aanstaan„ de boekjaar wel 25000 / minder hebben zal, ter„ Van Sumatras West Cust den 30. Januarij 1762: wijl 157 Van Sumatras West Cust den 30. Januarij 1762: wijl de Engelsen ook wederom op mocca mocca zijn, en haar best doen zullen, de negotie tot zig wederom te trekken, tot bewijs van zaaken heeft van slaveren aan de Ponghouls en kooplieden tot adjarhadja gerecommandeert, niet meer te negotieeren, maar zullen liever peper planten, verder zyn hoogheid de keyjzer van jndrapoma gezien, dat zijn E. agtb: zeer misgenoegt op mijn te spreeken was, wilde om gunst te krijgen het zyne ook bij dragen in eenige ongegronde klagten, dewelke door zijn E agtb: als een Crinen Lasa majes. tatis aan mij voorgehouden worden, heb ik zijn E agtb:e permissie verzogt tot myne verschooning eene verklaring te laten (op de secretarig passeeren, terwijl tegenswoordig de gewezene Ponghoel Radja Itam van adjarhadja pre„ sent was, de met den bougineesen corporaal die Commissie gehad, na langen bedenken eyndelijk toegestaen, maar nadien de verklaring, volgens hier nevens gaande sub stantie, omtrent gepasseert, maer de minut nog niet gete„ kend was, laat zijn E. agtb: zulke bij zig brengen en leggen: mitsgaders onder de poort belasten, als gem: radja Jtam binnen wilde, niet passeeren laten, de secretaris moeste mijn diets maken, dat zulke getekend was, maar zijn E agtb: welde zulke tot naarden bij zig houden, wat behandelinge dat zijn overlote uw hoog Edelheed:s gene„ „reus Van Sumatras West Cust den 30:' Janu: 1762 „reus en eminent oordeel, zynde deze Radja Itam altyd een zeer getrouwe dienaar en Ponghoel van d' E Comp„e geweept maar op verzoek van den koning adjarhadja woord bij aan„ stonds afgeset en hier gebannen, terwijl hij zig van de com„ missaris tot wakkie gebruijken laten, niet tegenstaande hy zijn E agtb: voorgespelt aan d' E: Comp: 146. thail goud schuldig en zulx op adjarhadja en op't gebergte uijtstaande was„ het zelfde maar als een koopman in casseeren mogte, om te konnen betalen, is zulx in geene reflectie genomen, maer nog een andere naamens, sikander in gem: verklaaring voorkomende een neijdlopige verwandte van zijn hoogheid den keijzer van Jndrapoura langen tijd op mocca mocca zig opgehouden en aldaar aenzienlijk negotie gedaan, ver zogt voor de komst der fransen op jndrapoura te mogen woonen, zulx hem graag toegestaan in opzigt door hem de negotie, volkeren en den peeper van mocca mocca na Jndrapoura en adjerhadja te brengen, terwijl hij voor een Vigiland man van ijder een gepresen was, hem meede nodig op Jndrapoura had naa de ziekte van Mancaboemie heeft de keyzer de peper Cultuur in Een considerabelen verval komen laten, zoo dat in steede van 100 bhaar peeper maar 50. ontfangen en het volgen„ de Jaar in plaats van 120. maar 45. bhaar, de volkeren door 159 Van Sumatras West Cust den 30. Januarij 1762. door slegte behandelinge met den keijzer niets wilden te doen hebben den peper liever op de grond laten beder„ ven, ook geen een bequaam subject op Jndrapoura kon„ nen vinden die Commissie van peper en Padij planten, aan dezen sikander opgedragen, ernstig daar voor te zorgen, en zien zoo veel mooglijk was den peper van molca mocca te krijgen, waar toe hem in staat te stellen 1200 p:s spaanse realen, Lijwaat en zout gegeven daar van ook 400 aan peper en ijzer hout, afbetaalt maar ook wel recommandeeren laten, zig met gene rijks zaken nog Pitgaarings zal bemoeijen en zij hoog heid had ik een ander midddel van bestaan van haar hoog Ed: bezorgd door die 3. lasten zout inkoops prijs, waarmede hij wel te vreden was tot tegenswoordig hier komende, zijn E agtb: oor versoekt, dat gem: sikander hier op Padang blyven mogt, of schoon derzelve bij bragt E Comp=e Contracten aan de Thinners en ijzer hout kappers verschooten zulx eerst inpalmen en beta„ len wilde, mogt zulx niet helpen om mijn verlies aan te brengen, moest hy mede gelijk boven„ gem: Radja Jtam als gebannen hierblijven. dog zig met een schaaps vell te dekken, zegt sijn E agtb tegens yder een, groot medelijden met my

NL-HaNA_1.04.02_3065_0556 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, 30 January 1762. to have behaved as an old servant of the Honourable Company, and in contrast I experience not only a passionate treatment, that being cast out of the Honourable Company's service and office, having had everything taken away, I am still kept under arrest as if I had stolen and squandered the Honourable Company's gold, or used it for my private purposes and traded with it, just as there are those here who still remain in their positions today, through which the Honourable Company can come into its own, as in the year 1748/9 Heijlman and Claver remained indebted for the large sum of 48000 rds; had they been ruined or dismissed from their posts, they would not have been able to pay, but why my Honourable Company's office is ruined thereby, because I wrote the truth to their Honours, that Almighty God, who is truth itself, will also maintain, and bring my justice to light as the noonday; for the Commissioners, and especially Ian Boudewijns, have often told me that the letter written to their Honours in Padang on 18 April was the sole motive for everything. May it please Your High Nobilities favourably to consider that in Europe I was for long years a man of the sword, and arriving here in this country I took up the work of trade, and consequently am no writer 161. From Sumatra's West Coast, 30 January 1762. of a fine oratorical style, but of the naked truth, and if I may have overstepped the mark herein at times, it happened in zeal for the Honourable Company's interest while maintaining that I had somewhat more liberty therein than otherwise, consequently also having the firmest trust in Your High Nobilities' respect, to be pleased therefore to excuse it, and in return to let right and justice take its course for all suffered damages, expenses, and injustice, both for the Honourable Company and in my private capacity; for had the Commissioners, especially van Staveren, not treated the King and the Jan du pertuang songijpago so brusquely, and inquired into old matters that were not at all relevant thereto, they would not have fled, or had their Honours let me go with the sloop de Haze around primo October to adjarhadja, everything would have been settled, the peoples having awaited me with great joy according to a general report that I would go to adjarhadja again, but not having come, they departed displeased, again to the mountains and to Cambang, From Sumatra's West Coast, 30 January 1762. according to the further reports enclosed herewith, saying that they would pay no one other than me, because I had been ruined on their account and made ashamed before all peoples, and they had to let themselves be reproached by other peoples for this and feel ashamed. Therefore, if I must go to Batavia, they request that some delegates might go along to give a report to Your High Nobilities, to restore the office and me, having bound themselves to that end not to trade as long as my outstanding balances among them are not paid; yet in order to stall His Honour and Challier, they sent a piece of gold with a feigned pretence that it belonged to me, containing 16 carats, well knowing otherwise. The order of their Honours not to give credit, under which pretext they hide, was not positive, but on the occasion that His Honour had the house of Radja Jongipagd on Combang burned down, against which I requested to preserve 25000 rds for the Honourable Company, I received orders to collect this 163. From Sumatra's West Coast, 30 January 1762. immediately, whereby they could throw the cost to the winds, but at Padang and Plo Chinco they continued to give credit; also, it has been experienced that without it nothing can be done on this coast, and that particularly an opportunity presented itself to get rid in one go of all remaining popular and unpopular linens, of which the latter had been lying for a long time, provided that I gave credit, and somewhat longer than ordinary therewith, yet I agreed in return to the 5 per cent risk money above the stipulated prices, and that I had to promise the linens expected from Padang therewith, as can be seen in my trade booklets under ultimo October upon sale, amounting, as I recall, to about 490 thaijl, to be paid upon the departure of the direct ship; the other linens, after many disputes, only arrived from Padang in April, amounting by estimation to 320 thail, in total 810 thoil, which were indeed entered in my booklets as sold, but were not yet due for payment, From Sumatra's West Coast, 30 January 1762. at which time the Commissioners on the evening of 23 May at 7 o'clock still demanded satisfaction for 1188 thaijl; deducting those 810 thail, only 378 thaijl would have remained in arrears, but the intentions were already prepared beforehand to arrest me, wherefore van Staveren had no rest. On the Sunday morning at 8 o'clock I was already under arrest, and yet the natives paid another 608 thoil that same morning, sent with the ship Hercules, consequently 230 more than I was indebted to pay at that time, for the compensation had not yet been credited to me, and the Commissioners also only brought the original invoice from Batavia with them. To execute such like a defaulted bill of exchange could never have been Your High Nobilities' high intention, otherwise Your High Nobilities would not have sent me 10000 Spanish reals with the sloop

Dutch transcription

Van Sumatras West Cust den 30 Januarij 1762. mij als een ouden E Comp. s dienaar te hebben, en ik daar tegen gevoel niet alleen eene passieuse behande„ linge, dat uijt E Comp.: dienst en bediening gestooten, alles afgenomen nog in arrest gehouden werden als of ik E Comp:e goud gestoolen en verquist, of in mijn particulier gebruijkt, en daer mede genegotieert had, gelijk zulke hier zijn en nog heeden zitten blij„ ven, daar meede d' E Comp:e aan het hare kan komen ls als a:o 174 8/9 is Heijlman en Claver groote 48000 rd:s schuldig gebleven, waren zij ruineert of uijt hare bediening gezet zouden zij niet hebben betaalen kon. nen, maar waarom mijn E Comp.:s Comptoir daer by ruineert, dat ik haar E. agtbs de waarheid ge schreven, dat zal ook God d' almogende, die de waarheid zelfs is, maintineeren, en mijn regt aan het licht brengen als den middag; want de Commissianten, en bijzonders Ian Boudewijns, hebben mij dikwils ge„ zegd, dat de briev van 18 april aan haar E agtb:s na padang geschreven d' Eenigste beweeg reden van alles waren: uw hoog Edelheedens gelieven gunstig te Consideeren, dat in Europa lange Jaren werk van deegen gemaakt, hier in 't lond komende myn tot 't negotie werk begeven bij gevolg geen schrive 161. Van Sumatras West Cust den 30: Januarij 1762. schrijver van een fijnen oratorisen stijl, maar van de nakende waarheid ben, en zo ik mij hier in somtijds mogde te buiten gegaan hebben; zoo is 't in drift voor Ed E Comp:s interest ge„ schied terwijl sustineerde, daar in wat meer vrijheit te hebben als anders, bij gevolg ook het vaste vertrouwen tot uw hoog Edelheed:s eer bie„ digst hebbe, dierhalven willen verschoonen, en daar tegen voor allen geleeden schaden, onkosten en ongelyk, zoo wel voor d E Comp. als in min particulier regt en geregtigheit laten weder varen want hadden zy Commissaien t bijzonders van stave„ „ren den koning en d' Jan du pertuang songijpa„ go niet zoo brusqu behandelt en nae oude zaken 6 inquireerd, die er geheel niet daar bij te pas qua„ men, niet zonder gevlugt zijn, of hadden haar E agtb: mijn met de Chialoup de Haze wird p:o october maar nog na adjarhadja gaan laten, alles afgedaan zoude geweest zyn, de volkeren met groote blijdschap /volgens een algemeen gerigt dat ik wederom na adjarhadja gaan zoude :/ mijn verwagt hebben, maar niet gekomen zijnde mis„ genoegd, werderom na het gebergte en naar Cam„ „bang Van Sumatras Westcust den 30. Januarij 1762 bang vertrokken, volgens hier nevens gaande nadere berigten, zeggen, dat zy aan niemand anders als aan mijn betalen wilden, om dat ik harentwegen rui„ neert, en voor alle volkeren beschaamt was gemaakt, zij zig van andere volkeren zulx moesten verwyten laten en schaamen, dierhalven als ik na batavia moet, verzoeken zij, dat eenige gecommitteerdens mogden mede gaan, om haar hoog Ed:s eene rela„ tie te doen, het Compt:r en mijn te herstelten ten dien eijnde onder zig verbonden niet zullen negotieeren, zo lang, dat mijne uijtstaande onder haar betaalt is, egter om zijn E agtb: en Challier op te houden, hebben zij een stukje goud gezonden met een fingeert voorgeeven, dat was mijn toek houdende 16 Caraat wel anders weetende D' ordre van haar E agtb:, om geen Credit te geeven onder welken pretext zij schuijlen, was niet pojitie, maar, bij gelegentheid, dat zijn E agtb: den Radja Jongipagd zijn huijs op Com„ bang heeft afbranden laten, waar tegen ik verzogte voor d E Compe 25000 rds te pre serveeren, daar op heb ik ordre gekregen, zulx aanstannde 163 Van Sunataas WestCust den 30 January 1762. aanstonds in te palmen, daar mede zij het kosten in de waph gooijen, maar op Padang en Plo Chinco continueerden, Credit te geven; ook zonder den zelven op deeze kust niets te doen is, ondervonden, en dat byzonders geleegentheid zig presenteerde, alle bij restant hebbende gewilde en ongewelde lijwaat, daar van de laatsgem: al lang gelegen hadden, op een maal kop quijt raken, mits dat ik Credit, en wat langer, als ordinair, moest daar bij geeven, egter accordeerde daar en tegen de 5. p„r c:os risico gelden boven de stipuleerde prijsen, en dat ik de van Padang verwagtende lijwaat daar bij moeste belooven, gelijk bij mijne negotie boekjes onder ult. o October bij verkoop te zien, bedragende zoo mijn voorstaat omtrent 490 thaijl, teegens. het vertrek van het direct schip te betalen, d'an„ dere lywaat na veele differentien eerste in april van Padang gekomen, bedraagt na gissing 320: thail in suma: 810. thoil, die wel bij mine boekjes als verkogt op gebragt, maar nog niet te betalen vervallen woren, dier Van Sumatras west Cust den 30 January 1762. dier tijd de commissianten den 23. meij avont om 7. uur nog voor 1188. thaijl voldoening eijschten zulke 810. thail afgetrokken maar 378. thaijl bij restant zouden gebleven zyn, maar de afzigten waren al be„ voorens klaar, om mij te arresteeren, daarom hadde van Staveren geene rust, Den zondag agters om 8. uur was ik al daar in, en dog betaalden d' Inlanderen dien zelfden voormiddag nog 608 thoil, met het schip Hercules verzonden, bij gevolg 230. , meerder als dier tijd te betalen schuldig was, want de vergoeding was mig nog niet aangerekent, en bragden de Commissianten ook maar eerst d' origineele aan rekening van Batavia mede, zulke als eenen ver„ vallene wissel te executeeren, zal haar hoog Edelens hooge intentie nooit geweest zijn, anders zouden hoogst diezelven mij geene 10000 spaanse Reaalen met de Chialoup gezonden

NL-HaNA_1.04.02_3065_0561 view scan ↗

English

165 From Sumatra's West Coast, 30 January 1762. have sent; they also were not permitted to remain at Adjarhadja, but at P:o Chinco as much as 20000 rd.s may remain in balance. Concerning the compensation, their Honors bear a large share of the blame, not only in that they did not send me the requested touch needles and touchstones, but also, His Honor having been Senior Merchant of the Castle, he likewise neglected to do so up to 2 times as requested, much less obtained any notice of my gold in 3 to 4 years. Furthermore, assuming that my gold was good, as long as the deceit was discovered, it could not be helped or covered otherwise than with a written bond from the king and merchants promising to make restitution, as Your High Nobilities will graciously maintain therein. Instead of this, their Honors oppose me and were also from the very beginning of the opinion not to pay, on account of which they charged me f 400 for the refining cost. If I pay in gold, it would cause a great redress, but they think to arrange things in such a way that I am rendered incapacitated, and they dare to give credit, From Sumatra's West Coast, 30 January 1762 just as they, on 10 October, delivered 86 packs of Guineas from the said Coast, being the most sought-after sort alone. Presumably they do not yet enter this into the books, balancing the sale with the gold account only after receipt of the gold. But what credibility do their audits and inspections of books have, which are closed 5 to 6 months after the end of August? At the closing of this letter, His Honor summons me and orders me to go this very evening to P:o Chinco to see if the Songij Pagu people, who have returned to the mountains, can be brought down. Although I represented to him that this can be of no avail, His Honor persists in this. I shall do my best therein. Meanwhile, I entreat Your High Nobilities for a most favorable disposition, as Your High Nobilities shall deem proper. With the utmost veneration, I remain, underneath was written: Title as before; was signed: C E V. Seijfferth; in the margin: Padang, 30 January 1762. Batavia 167: From Souratta, 22 December 1761. Batavia In dutiful reply to the proposal regarding the sale of a larger quantity of Japan copper, provided there is a reduction of 10 p:r C:o of the present price, made by Your High Nobilities to the undersigned by separate letter of 30 June of this year, he has the honor humbly to report that the largest market for that mineral is commonly in the upper country, and particularly in the Kingdom of Deccan. However, the unrest prevailing there greatly impedes its transport thither and almost completely halts it, no merchandise of any kind having been exported to the said Kingdom for 9 months already, as the same is absolutely closed to all trade by the war which the Subah or viceroy of Deccan is waging against the Marathas. This is done to wrest back from them—having suffered considerably from the Delhi defeat and being not a little distressed by the death of their prince Balla- To as before -gie From Sumatra's West Coast, 30 January 1762 just as they, on 10 October, delivered 86 packs of Guineas from the said Coast, being the most sought-after sort alone. Presumably they do not yet enter this into the books, balancing the sale with the gold account only after receipt of the gold. But what credibility do their audits and inspections of books have, which are closed 5 to 6 months after the end of August? At the closing of this letter, His Honor summons me and orders me to go this very evening to Po Chinco to see if the Songij Pagu people, who have returned to the mountains, can be brought down. Although I represented to him that this can be of no avail, His Honor persists in this. I shall do my best therein. Meanwhile, I entreat Your High Nobilities for a most favorable disposition, as Your High Nobilities shall deem proper. With the utmost veneration, I remain, underneath was written: Title as before; was signed: C E V. Seijfferth; in the margin: Padang, 30 January 1762. — Batavia 167: From Souratta, 22 December 1761. Batavia In dutiful reply to the proposal regarding the sale of a larger quantity of Japan copper, provided there is a reduction of 10 p:r C:o of the present price, made by Your High Nobilities to the undersigned by separate letter of 30 June of this year, he has the honor humbly to report that the largest market for that mineral is commonly in the upper country, and particularly in the Kingdom of Deccan. However, the unrest prevailing there greatly impedes its transport thither and almost completely halts it, no merchandise of any kind having been exported to the said Kingdom for 9 months already, as the same is absolutely closed to all trade by the war which the Subah or viceroy of Deccan is waging against the Marathas. This is done to wrest back from them—having suffered considerably from the Delhi defeat and being not a little distressed by the death of their prince Balla- To as before -gie From Souratta, 22 December 1761. -gie Ballerouw or Nana, which occurred some time thereafter—all the places of which they previously made themselves master in the Deccan. To this is added that the English, likewise being unable to sell any goods in Deccan, are overstocked with them at Bombay and currently still have 400000 lb of copper lying in the warehouses there, from where that mineral is successively brought hither and into the mint to strike pice from it, for which, and for daily sale, they still have 50000 lb in stock here. These circumstances are also the reason that I had more difficulty than ever to persuade the brokers to agree, for the parcel of copper brought by Borssele, to the price for which the same was sold, as Your High Nobilities, if pleased to do so, will be able to observe in more detail from the general letter now departing. Notwithstanding all this, I see an opportunity, as long as the troubles in the upper country continue

Dutch transcription

165 Van Sumatras Westcust den 30. Januarij 1762. gezonden hebben /: die mogten ook niet op adjarhadja blijven, maar op P:o Chinco kan wel 20000. rd. s bij restant leggen:/ aangaande de vergoeding hebben haar E agtb niet alleen grooten aandeel, dat zij mij de g'eijschte toets naelden en steene niet gezonden; als mede zyn E agtb:, opperkoopman van Casteel zijnde geweest, ook volgens eijsch tot 2 keeren toe verzuijmd, veel minder in 3 a 4. Jaren eenige notitie van mijn goud gekregen, gebooven moest, dat mijn goud goed was, zo lang dat het bedrog ontwaard, niet anders helpen konnen te dekken, als met eene verband schrift van den koning en kooplieden te zullen vergoeden van uw hoog Edelheedens gracieus daar in zal mantineerd worden, in steede, dat haar E agtb. s mijn contrareeren, ook aanstonds in begin van gevoelen geweest, om niet te zullen betalen, weshalven mij voor de maacq fijn ƒ 400. belast, zoo ik met goud betaale, een groten redres veroorzaken zoude, maar zij denken zulx zo te dirigeeren, dat buiten staat gestelt blijve, en durven Credit gee„ ven Van Sumatras West Cust den 30. Januaryj 1762 ven, gelijk zij den 10. october 86. pakken guinees gem kust d' allergewilste zoort alleen afgegeven„ vermoedelyk zulx nog niet bij de boeken opbrengen, eerst na ontfangst van het goud den verkoop met de goud reekening balanceeren, maar wat geloof hebben hare opneem en visentatie van boeken, 5 a6. maanden na ult. o aug:s gesloten werden bij het sluijten van deezen laat zijn E: agtb mijn roepen en ordonneert dezen avond nog na P. o Chinco te gaan om de wederom na het gebergde gegane songijpagineesen zien af te krijgen of hem al voorstel zulx niets helpen kan, blijft zijn 'E daar bij persisseeren ik zal mijn best daer bij doen, onder tusschen smeete uw hoog Edelh. s om eene groot gunsti„ ge dispositie zo als hoogst diezelven zullen voor goedvinden met d' uijtterste veneratie verblijve /onderstond:/ Titel als voren /was getekend:/ C E V. Seijfferth /in margine/ Padang den 30 Janu„ arij 1762. Batavia - 167: Van Souratta den 22. decemb:r 1761. Batavia In pligt schuldig antwoord op de propositie, raken„ de den vertier van een grotere quantiteijt Japans e koper, mits eene vermindering van 10 p r C:o van de tegenwoordige prijs, bij aparte brief van den 30.:' Junij dezes jaars, door uw hoog Edelheedens aan den ondergetekende gedaan, heeft hij d' eere nedrig te berigten, dat de grootste debit van dat mineraal gemeenlijk is in de bovenlan„ Gt den, en inzonderheid in het Rijk van Deccan, in maar dat d' aldaar vigeerende onlusten dies vervoer derwaarts zeer belemmeren, en genoegsaam t' eenemaal stremmen, zynde al zedert 9 maanden geenerlei Coopmanschappen naar gemeld Rijk uijtgevoerd, alzo het zelve voor alle Negocie absolut gesloten is, door den oorlog dien de Souba of onder koning van Deccan tegen de Marhettas voerd, om hen, die door de Dellijsche nederlaag considerabel hebben ge„ leeden, en door het eenigen tijd daar na gevolgde overlijden van hunnen vorst Balla„ Aan als vooren „gie Van Sumatras WestCust den 30. Januarij 1762 ven, gelijk zij den 10. october 86. pakken guinees gem kust d' allergewilste zoort alleen afgegeven vermoedelik zulx nog niet bij de boeken opbrengen eerst na ontfangst van het goud den verkoop met de goud reekening balanceeren, maar wat geloof hebben hare opneem en visentatie van boeken, 5a6. maanden na ult. o aug:s gesloten werden bij het sluijten van deezen laat zijn E: agtb mijn roepen en ordonneert dezen avond nog na Po Chinco te gaan om de wederom na het gebergde gegane songijpagneesen zien af te krijgen of hem al voorstel zulx niets helpen kan, blijft zijn 'E daar bij persisteeren ik zal mijn best daer bij doen, onder tusschen smeete uw hoog Edelh. s om eene groot gunsti„ ge dispositie zo als hoogst diezelven zullen voor goedvinden met d' uyjtterste veneratie verblijve /onderstond:/ Titel als voren /was getekend:/ C E V. Seijfferth /:in margine/ Padang den 30 Janu„ arij 1762. — Batavia 167: Van Souratta den 22. decemb:r 1761. Batavia In pligt schuldig antwoord op de propositie, raken„ de den vertier van een grotere quantiteijt Japans koper, mits eene vermindering van 10 p:r C.:o van de tegenwoordige prijs, bij aparte brief van den 30:' Junij dezes jaars, door uw hoog Edelheedens aan den ondergetekende gedaan, heeft hij d' eere nedrig te berigten, dat de grootste debit van dat mineraal gemeenlijk is in de bovenlan„ den, en inzonderheid in het Rijk van Deccan„ maar dat d' aldaar vigeerende onlusten dies vervoer derwaarts zeer belemmeren, en genoegsaam t'eenemaal stremmen, zynde al zedert 9 maanden geenerlei Coopmanschappen naar gemeld Rijk uijtgevoerd, alzo het zelve voor alle Negocie absolut gesloten is, door den oorlog dien de Souba of onder koning van Deccan tegen de Marhettas voerd, om hen, die door de Dillijsche nederlaag considierabel hebben ge„ leeden, en door het eenigen tijd daar na gevolgde overlijden van hunnen vorst Balla„ Aan als vooren „gie Van Souratta den 22:' December 1761. „gie Ballerouw of Nana, niet weinig verpla„ gen zijn, alle de plaatsen weder te ontweldigen waar van zij zig bevorens in het Deccause meester gemaakt hebben Hier bij komt nog, dat d' Engelsen mede geene goederen in Decean kunnende debitee„ ren, te Bombaij daar mede overkropt zit„ „ten, en actueel nog 400'000. lb koper in de pakhuijzen aldaar hebben leggen, van waar dat mineraal successive word herwaarts, en in de munt gebragt, om daar van peijzen te slaen, waar toe, en tot den dagelijkschen verkoop, zij hier nog 50'000 lb: in voorraad hebben Deeze omstandigheeden zijn ook oorzaak, dat ik meer moeite als ooik hebbe gehad de make„ laars te persuadeeren, om voor de partij ko„ per, met Borssele aangebragt, de prijs te bedingen waar voor het zelve verkogt is, gelijx uwe Hoog Edelheedens, des gelievende, uijt de thans afgaande gemeene brief nader zullen kunnen boogen Des al niet tegenstaande, zie ik kans, zoo lang de troeblen in de bovenlanden continuee„ ren

NL-HaNA_1.04.02_3065_0567 view scan ↗

English

169 From Souratta the 22nd December 1761. and the Deccan trade remains closed, to dispose of 70,000 lb in a year against f84. 12. — or 10 per cent less than the current fixed price of f94. — — per 100 lb, but if trade were free again and could be conducted unhindered, as much as a million pounds of that mineral could be sold against the aforesaid price. How matters stand at present with the war in Deccan will appear to Your Right Excellencies from the translated letters written from the army of the subah or Nabab Plabetjeng to the Surat Governor Mier Moeij uddienchan, which I, with favorable interpretation, take the liberty of presenting herewith to Your Right Excellencies for your high reflection. For the rest, I beg Your Right Excellencies to be persuaded that I shall leave nothing untried to continue the trade with all power and zeal to the greatest benefit of the Honorable Company, and shall always, to the best of my ability, look after the true interest of our noble paymasters. I have the honor to be, with deep respect and veneration, below stood: Right Honorable Far-ruling Lords, lower: Your Right Excellencies' humble and very obedient servant, was signed: I. Drabbe. in margin: Souratta the 22nd December Anno 1761. Batavia. From Souratta the 22nd December 1761. Batavia. Hitherto we have had no particular reason to complain about the treatment of the English concerning the Company, and good harmony still subsists as before, but whether some alteration might not come into it at one time or another, of that we doubt very much, because we have learned indirectly that the scarcity of money that has prevailed in Souratta this year, and of which the British have experienced the effect in their heavy money negotiations, both for the purpose of their large contracts undertaken, and for the maintenance of the fleet and the troops, for which they have had to take up several lacks of rupees, since at Bombay, on account of the standstill of the Deccan trade, there was nothing left in the treasury, has made them reflect on the remittance of specie to Batavia, judging that the 6 sacks of rupees, or 9 tons of treasure, which we have dispatched with the ships Duijnenburg, Lapinenburg and Torenvliet, had also greatly contributed as before 171 From Souratta the 22nd December 1761. had to the embarrassment in which they found themselves in the aforesaid respect, letting it be known that although they would not deny that the Company's trade brought much advantage to the city, it was nevertheless also true that most of the money that was made for the imported merchandise was lost to Souratta, and never came into it again. And since we believe we can infer from such preludes that they might perhaps take a fancy to thwart us indirectly in the remittance of specie, by persuading, not to say ordering, the city governor to refuse us the license for the shipment of money, having now through their mastery the privilege of carrying out whatever they wish without directly meddling in the affair; so we have deemed it our bounden duty to give Your Right Excellencies humble notice of the above, with respectful request to furnish us with your high orders regarding what we should have to do in case that event should come to pass: We From Souratta the 22nd December 1764 We would indeed propose, with Your Right Excellencies' pleasure, to remit the funds successively and in parcels by bill of exchange to Bengal, Ceylon, Coromandel and Cochin, but besides the risk residing therein, it is likely that that path would also be closed to us by a prohibition to all money changers from accepting specie from the Company in order to transfer it elsewhere; so that we would be very embarrassed in that regard, not knowing where to turn with so much money. The only way that would still remain to us in such a case would, in our opinion and subject to the correction of wiser judgment, be to qualify us, the case existing, to give notice thereof immediately to the Bengal and Malabar ministers, and to request them to draw bills of exchange upon us. That we have not been able to obtain the full number of Moorish seafarers for Borssele is mainly to be attributed to the ever increasing mutterings among the common people and the families of those whose contracted 173 From Souratta the 22nd December 1761. contracted time has expired without them returning hither. Yearly, they say, some 100 sailors go to Batavia, and with each ship at best only 30 come back, where then do all the others remain? They imagine that their relatives are kept at Batavia or elsewhere against their will, and their families are thereby deprived of possibly ever seeing them again. Such discourses often come to our attention, and must already have made a great impression on many who would otherwise still be inclined to serve the Company, since at this time of the year, when most sailors are idle, we have not been able to gather 100 men together, although it cannot be denied that the large number of seafarers that the English have drawn from Souratta for their fleet, and their continuous recruitment, also contribute to that scarcity of seamen. We do not doubt, however, that we should be able to find enough people to send 100 men with each ship to Batavia, if Your

Dutch transcription

169 Van Souratta den 22. december 1761. „ren, en de Decanse handel geslooten blijft, 70'000: lb in een Jaar van de hand te zetten tegens ƒ84. 12. — of 10. p:r C:o minder als de tegenwoordige bepaalde prijs van ƒ94. — —. de 100: lb dog de handel wederom vrij zynde en onverhindert kunnende gedreeven worden, zouden er wel een millioen ponden van dat mine„ raal, tegens voorsz prijs kunnen gedebiteerd worden Hoedanig het thans met den oorlog in Deccan gesteld is, zal uwe Hoog Edelheedens blyken uijt de translaat brie ven uijt het leger van den souba of Nabab Plabetjeng aen den sourats Gouverneur Mier Moeij uddienchan ge„ schreven, die ik, onder gunstige welduiding, de vrijheid, gebruyke, uw hoog Edelhedens, hier nevens, tot hoog derzelver speculatie te presenteeren. zoor t overigesmeeke uwe Hoog Edelheedens gepersua„ deerd te willen zijn, dat ik niets onbezogt zal laten, om den handel met alle kragt en yver tot het meeste nut van d E. Maatschappij voort te zetten, en het ware belang van onze noble Betaalsheeren, steeds na alle mogelijkheid zal behartigen Jk hebbe d' eere met diep ontzag en veneratie te zijn /onderstond:/ Hoog Edele wijdgebiedende Heeren /lager/ uwer hoog Edelheedens onderdanige en zeer gehoorzame dienaar /was getekent:/ I. Drabbe /in margine:/ Souratta den 22: december A:o 1761. Batavia. Van Souratta den 22:' december 1761. Batavia tot hier toe hebben wij geene zonderlinge reeden over de behandeling der Engelschen, aangaande de Comp:e, te klagen, en de goede harmonie sub„ sisteert nog als vooren, maar of daar in niet d' eene of andere tijd eenige alteratie mogte ko„ men, daar aan twijffelen wij zeer, dewijl wij van ter zyde hebben verstaan, dat de geldeloosheid die in dit jaar in souratta heeft geregeerd, en waer aan de Britten het effect hebben ondervonden, in hunne zware geld negociatie, zo wel ten be„ hoeve funner gedane groote aanbesteding, als tot on„ derhoud van de vloot en de troupes, waar toe zij verscheide Lacquen Ropijen hebben moeten opneemen, alzo er te bombay, wegens den stilstand van den deicansen handel, niets meer in Cassa was, hen reflexie heeft doen slaan op de verzending van con„ tanten naar Batavia, oordeelende, dat de 6. sacq ropijen, of 9. tonnen schats, die wij met de scheepen Duijnenburg, Lapinenburg en Torenvliet heb„ ben afgezonden, almede grootelijx gecontribueerd aan als vooren hadden 171 Van Souratta den 22. december 1761. hadden , tot de verlegendheid, waar in zij zig ten voorsz: opzigte hebben bevonden, latende zig verlui„ „den, dat schoon zij niet wilden ontkennen, dat s Comp. s handel veel voordeel aan de stad toebragte, het egter ook waar was, dat het meeste geld, dat voor d' aangebragte Coopmanschappen gemaakt wierd, voor souratta verlooren was, en min„ „mer weder daar in kwam En nademaal wij uijt sodanige preludiums vermeenen te kunnen opmaken, dat het hen mogelijk wel eens mogte gelusten, ons in de verzending van contan„ „ten indirect te dwarsboomen, door den stads gou„ verneur te persuadeeren, om, niet te zeggen, te ordon„ neeren, ons de licentie tot den afscheep van geld te weigeren, hebbende zij thans door hun meesterschap het privilegie, van alles uijttevoeren, wat zij willen„ zonder zig direct met de zaak te bemoeijen; zoo hebben wij van onze schuldige pligt g'agt uw hoog Edelheedens van het bovenstaande nedrig kennis te geeven, met eerbiedig verzoek, ons met hoog derzelver ordre te willen munieren, no„ pens het geene ons te doen zoude staan, bij aldien het geval eens kwam te exsteeren: Wij Van Souratta den 22. december 1764 Wij zouden wel proponeeren om als van de pen„ ningen successive en bij Parthijen, met uwer hoog Edelhedens believen, naar Bengale, Ceijlon, Corman„ del en Cochim per Wissel te remitteeren, maar be„ halven de risico die daar in resideert, is het den„ E kelijk, dat ons ook die weg zoude gesloten worden en door een verbod aan alle wisselaars, om Contanten van de Comp:e te accepteeren, ten einde die naar el„ ders over te maaken; zulx wij dien aangaande zeer verleegen zoude wezen, als niet weetende, waer met zo veel geld te blijven d' eenige weg die ons in zodanige geval nog zoude overblijven, zoude na onze gedagten, en, onder cor„ rectie van wijzer oordeel, wezen, ons te qualificeeren, het Cas exteerende, daar van aanstonds kennis te 6as E geeven aan de Bengaalsche en Mallabaarsche ministers, en hem te verzoeken wissels op ons te trekken Dat wij het volle getal moorsche zeevaren„ de voor Borssele niet hebben kunnen beko„ men, is hoofdzakelijk toe te schrijven aan de meer en meer toenemende mompelingen onder 't gemeen, en de familien der zulken, dier ver„ „bondene „ 173 Van Souratta den 22 december 1761. bondene tijd g'expireerd is, zonder dat zij weder 8 P herwaarts keeren. Iaarlix, zeggen zij, gaan en eenige 100. mattroosen naar Batavia, en met ieder schip komen en ogo zijn best maar 30. wederom waar blyven dan alle d' anderen. zij verbeelden zig dat hunne nabestaanden te Batavia of elders, tegens wil en dank, gehouden, en daar door hunne familien gepriveerd worden, van hen mo„ gelijk ooit weder te zien. Diergelijken discoursen komen ons dikwijls voor, en moeten reeds grote impressie op veelen gemaakt hebben, die anders nog wel genegen zouden wezen, de Comp: te die„ „nen, dewijl wij in deze tijd van t jaar, daar de meeste mattroosen leedig loopen, geene 100 koppen hebben kunnen bij malkander brengen, alhoewel niet ontkend kan worden, dat het groot getal zeevarende, die d' Engelschen ten behoeve hunner vloot uijt souratta hebben getrokken, en hunne aanhoudende werving mede tot die schaarsheid van zeelieden contribueeren Wij twijffelen egter niet, of wij zouden en staat zijn volk genoeg te vinden, om met ieder schip 100. koppen naar Batavia te zenden, bij aldien uw

NL-HaNA_1.04.02_3065_0572 view scan ↗

English

From Souratta, the 22nd of December 1761. Your Right Excellencies might see fit to send back here successively all Moorish sailors whose engagement has expired, and to continue to do so annually, in order thus to satisfy the people and make the murmurings cease. This measure would, in our opinion, be of all the more effect because even of the small number of those who return home annually, some usually take service with the Company again, and frequently return to Batavia with the very same ship on which they arrived, being content to have seen their families and to have stayed here for a short time. As soon as the new crop of Capoek is off the field, which at present stands reasonably well and promises a good harvest, the price of that product will presumably drop, provided that an untimely rain or other accident does not make this hope vanish again, as happened at the beginning of this year. We shall not fail to procure the demanded quantity of that wool, or as much of it as we can obtain for the fixed price or less, and send it with the following ships; but we have thought fit to treat this item secretly, for fear that it leaking out might have some influence on the price. However much we have exerted ourselves to obtain the Poetjoek demanded for Japan, it has been impossible for us, up to the present date, to procure anything of the required quantity, since the English Resident in Sind is making every effort to buy up as much good quality of that root as can be had and to send it to Bombay, so that what is still for sale here is nothing other than old stale or defective goods that have been rejected by him. We therefore see no other chance of obtaining good Poetjoek than to contract for the delivery with certain merchants here who have good correspondence in Sind, and we would have done this already, were it not that the condition tied to it, without which they will abandon it, had held us back; namely, they claim that the Poetjoek purchased there should be collected with the Company's vessels, to which we have neither wished nor been able to consent without your Right Excellencies' favorable permission, given that navigation thither is forbidden to us. But if it might please the same to authorize us for this purpose, we could enter into the contract annually after the departure of the last ship, or in the Rainy Monsoon, as being the most convenient time for it, and the Poetjoek could subsequently be collected in November or December. Herewith we have the honor to present to your Right Excellencies in original the justification demanded from the junior merchant Willem Blaauwkamer regarding the 5 per cent toll offered to the Radja of Kets. We had flattered ourselves, as was mentioned in the general letter, that we would see the two Amed-Abaat servants arrive here with the entire baggage before the end of this month; but instead, we have received a letter from the assistant Willem Smit, of which we take the liberty of presenting herewith an extract to your Right Excellencies, wherein the reason for that delay is amply explained: wherefore, in order not to be tedious, we respectfully refer thereto. The first undersigned has written directly to General Damagie regarding this, and we await his reply; meanwhile we have replied to the said assistant to use every possible endeavor to persuade the Collector of the Fourth to more reasonable sentiments, and should this not succeed, to remain at Amed-Abaad until further orders, but without our special order, not to give a single doit to any of the Regents or anyone else. Thus we see ourselves deceived in our expectation at the very moment we believed we had overcome all difficulties. We trust, however, that we shall also overcome this one, though whether it can take place without any extraordinary charges, time will have to tell. We have the honor to be with deep veneration and respect: underneath stood: High Noble, widely ruling Lords, lower: your Right Excellencies' humble and very obedient servants, was signed: I: Drabbe and D:k Kellij, in the margin: Souratta the 22nd of December 1761. To the Honorable Respected Lord Jan Drabbe, Director and Chief Ruler of this Direction. Honorable Respected Lord. An extract having been handed to me from the esteemed secret letter of their Right Excellencies to your Honor and the Honorable Second and Chief Administrator David Zellij, dated 20 August of the year 1761, in order to comply with the esteemed requisition of the well-mentioned High Rulers concerning those five per cent offered by me for toll to the late Radja of Kets, Lokpad, I have the honor to inform your Honor that this took place by order of your Honor's Council, contained in the secret missive written to me in Rets, dated 24 February of the year 1757, and being word for word of this content: Conforming to our general letter currently departing to you and the second factor Hen, in so far as nothing is contrary to the content of this, we shall let the same solely serve to authorize you, in case

Dutch transcription

Van Souratta den 22 december 1761. uw hoog Edelheedens zouden goedvinden, alle moorsche mattroosen, welker verband g'expireerd is, successive weder herwaards te zenden, en daar mede Jaarlijx te continueeren, om aldus het volk te vrede te stellen, en de murmureeringen te doen ophouden. Dit middel zoude ons bedunkens van des te meer effect weezen, om dat zelfs van het gering getal der geene, die jaarlijx 't huijs komen, gemeen„ „lijk eenige weder bij de Comp: dienst neemen, en 7 veeltijds met het zelve schip naar Batavia kee„ d ren, waar mede zij gekomen zijn, zig vergenoe„ „gende hunne familie gezien, en een korte tijd alhier verkeerd te hebben: zoo dra het nieuwe genas van Capoek van 't veld is, 't gene thans reedelijk wel staat, en een goe„ den oogst beloofd, zal vermoedelijk de prijs gt van dat product daalen, bij aldien er niet weder, zoo als in t begin van dit Jaar, een ontijdige reegen of ander toeval, deze hoop doet verdwynen. Wij zullen niet manqueeren de g'eijschte quantiteijt van die wol te bezorgen, of zo veel wij daar van, voor de gefixeerde prys of minder, kunnen bemagtigen en met de vol„ gende 175 Van Souratta den 22. december 1761. „gende scheepen verzenden; maar wij hebben goedgevonden dit articul secreet te behandelen, uit vreeze dat het uitlekkende eenige influen„ die op de prijs mogte hebben Hoe zeer wij ons bevlytigt hebben, om de voor Japan g'eischte Poetjoer magtig te worden, is het ons, tot dato dezer, onmogelijk geweest, daar van iets op te doen, van de vereischte quantiteijt aan„ gezien d' Engelsche Resident in sind alles in 't werk stelt, om zoo veel er maar van die wortel goed te krygen is, op te kopen, en naar Bom„ baij te zenden, zoo dat het geene hier nog te koop valt, niets anders is als oud verlegen, of ondengend Goed, dat door hem is uijtgeschooten. Wij zien over„ zulx geene andere kans om aan goede Poetjoek te komen, als met zekere kooplieden alhier, die goe„ de correspondentie in sind hebben, voor de leve„ „rancie te contracteeren, en wij zouden dit reeds hebben gedaan, t'in ware de daar mede verknogte conditie, zonder dewelke zij daar van afzien, ons hadde wederhouden zij pretendeeren nament„ lyk dat de aldaar ingekogte poetjoek met 's Comp. vaartuigen worde afgehaald, waar toe wij zon„ der Van Souratta den 22. december 1761. „der uwer hoog Edelheedens gunstige permissie niet hebben willen, of kunnen consenteeren, aan gezien ons de vaart derwaarts verboden is, maar indien het hoog dezelve mogte behagen, ons daar toe te qualificeeren, zouden wij het contract jaarlijx kunnen aangaan, na het ver trek van 't laatste schip, of in het Regen Parsoen, als zynde de bequaamste tijd daar toe, en de Poetjoek vervolgens afgehaald worden in Novem ber. , of december Hier nevens hebben wij d' ure, aan uw hoog Edelheedens in originalie aan te bieden de van den onderkoopman Willem Blaauwkamer gevorderde verantwoording, wegens d' aan den Radja van Kets g'offireerde 5: p:r C:t tol Wij hadden ons geflatteerd / zoo als in de ge„ meene brieff is gemeld, de twee Amed: Abaatsche bediendens met den geheelen omslag voor t eynde dezer maand hier te zien arriveeren, maar in stede van dien, hebben wij een schrijven van den ad„ sistent Willem Smit ontfangen, waar van wij de vrijheid gebruijken, hier nevens een extract aan uwe hoog Edelheedens te presenteeren, waar in de 177 Van Souratta den 22:' december 1761. de reden van die vertraging ampel is g'expliceerd: weshalven wij om niet te diens te zijn, ons daar toe eerbiedig refereeren. D' eerst ondergetekende heeft dientwegen direct aan den Generaal Damagie geschreeven, en wij verwagten desselfs antwoord; mid„ delerwyl hebben wij aan gem assestent gerescribeerd alle mogelyke devoiren aen te wenden om den Quart- Invorderaar tot redelijker sentimenten over te haalen, en zulx niet willende gelukken, te Amed-Maad tot nader ordre te vertoeven, maar zonder onze speciale last, aan geen der Regenten ofte iemand anders, een enkelde duit af te geeven. Dus zien wij ons, in onze verwagting bedrogen in 't oogenblik dat wij vermeenden alle zwarigheeden overwonnen te hebben. Wij vertrouwen egter, dat wij ook deze zullen te boven komen, dog of het zonder eenige extra„ ordinaire ongelden zal kunnen geschieden zal de tijd moeten leeren Wij hebben d' eere met diepe veneratie en ontsag te zijn: /onderstond/ Hoog Edele wijdgebiedende Heeren /lager:/ uwer hoog Edelheedens onderdanige in zeer gehoorzame dienaren /:was getekend:/ I: Drab„ be en D:k Kellij /: in margine:/ souratta den 22:' decb: 176. — Aan Van Souratta onder dato 22. december 1761 Aan den E E Agtbaren Heer Jan Drabbe directeur en hoofdgebieder dezer directie E: E Agtbaar Heer. Mij ter hand gesteld zijnde extract uijt het g'eerd secreet schrijven van haar hoog Edelhedens, aan uw EE agtb:r en den E E secunde en hoofdadministrateur David Zellij, de dato 20: augustus A:o 1761, ten eijnde te voldoen: aan het g'agt requisit van welm. Hooge gebiederen aangaande die vijff p:r C:o, door mij aan den laast overleden Radja van Kets Lokpad, voor tol g'offereerd, zo hebbe d' eer uw E: E: Agtb: te berigten, dat zulx geschiet is op P:P: ordre van uw E: E: Agtb:rs vergadering, vervat bij secreete missive aan mij in Rets geschreven in dato 24. februarij A. o 1757. en zynde van woord tot moord van dezen inhoud lens gedragende aan onzer thans afgaan „de gemeene brief aan UE: en den tweeden factoir Hen, in zo verre tegen den inhoud dezer niets strijdig is, zullen wij dezelve eene lijk laten dienen om VE te qualificeeren, „inge„ mt

NL-HaNA_1.04.02_3065_0577 view scan ↗

English

179 From Souratta dated 22 December 1761 in case the prince, contrary to expectations, might also not wish to accept the proposal that we have instructed your Honours to make to him, to present to him the utmost that one can come to, as if from your Honours yourself and subject to our approval, namely to pay five percent in toll in cash, provided that His Highness grants the jaidad of the broker as absolutely necessary to carry on trade there in peace, and that we shall then not be bound to give any other gifts, whatever they may be called and under whatever pretext it might be, except once a year to His Highness and his ministers together, etc. I hope that this will satisfy your Honours and will avert from me the effect of the sincere threat of their High Nobilities, to which I would rightly have been exposed had I dared to presume to take such a far-reaching step on my own authority without express authorization. I have the honour to call myself, with the deepest veneration, below stood: Honourable Sir, lower: your Honours' very obedient and humble servant, was signed: W. Blaauwkamer, in the margin: Souratta the 8 December A.D. 1761. L. S. For the Honourable Company 2: From Souratta dated 22 December 1761. Extract of a letter written to the Commander and Council at Souratta by the Assistant Willem Smit at Ahmedabad, dated 12 December 1761. Regarding coming up with the goods provided with good parwanas, I must dutifully inform your Honours that I immediately went to the collector of the fourth to demand from him the parwana that General Damaji granted for a safe passage along the way. After having kept me waiting for three to four days, he finally made known that if I would hand over to him 1500 Rupees for a gift during the time that he has held the administration here, he would then deliver the parwana to me. Whereupon I asked him what reason he had to make such an unreasonable demand, and he answered that such was a custom among the rulers, and also that he did not make this demand in his own name, but in the name and by order of General Damaji. And after having had heavy arguments with him, 181. From Souratta dated 22 December 1761. having had, I assured him that instead of 1500 Rupees, he would not have a single duit, and that I would write to your Honours about it. Having departed from there and gone to the lodge, I summoned the nagarsheth here, named Nattu Shah, to come to me, who also appeared at once. And after I had informed him of this unreasonable demand of the collector of the fourth, he went to the house of the same, but whatever he said to him could not help, and he continued to persist in his previously made demand, and he returned with an unaccomplished errand. I also reported everything to the governor, who offered to give me men along for an escort, but since all the villages and towns that one must pass along the way belong to General Damaji, I, in the hope of your Honours' favourable construction, did not dare to accept this, but requested His Honour to satisfy him if it were possible and to solicit the parwanas amicably. For the execution of which work he sent his interpreter to the said collector of the fourth and let him know that From Souratta dated 22 December 1761. that it would be far better for him, instead of taking money, to let us be escorted to the Surat gate by his men, and that their government had not come to rob or plunder the merchants or the city, but to make it flourish. At this saying, the collector of the fourth said to the interpreter of the governor that he should just let him be, and that he could then take his share later as well, whereupon the interpreter answered him that he did not claim such money, and also that it did not befit him to trouble one of the most substantial merchants so much. With which words he arose and came back again. Shortly after the departure of the said interpreter, the collector of the fourth made known to the cart drivers that without orders from him they were not to load the Hollanders' goods, on forfeit of a fine; therefore it will be impossible to depart from here without parwanas as well as harkaras from the repeatedly mentioned General Damaji, as the collector of the fourth 183. From Souratta dated 22 December 1761. cannot be brought to reason. Only I must further report to your Honours that if anything should be handed over to the collector of the fourth, the governor will also come forward for a double share; the said collector of the fourth has also boasted that if we should have the boldness to depart without that payment, he would then have us seized and take away the honour of the Honourable Company; I request to be provided by your Honours with the parwanas of the repeatedly mentioned General, or else to be authorized to betake myself to the city of Baroda for the execution thereof. Below stood: Agrees. In Ps was signed: P. J. Wenkink, Sworn Clerk. collated J. Bauermag Secret Incoming Letterbook 3rd Volume Incoming Secret Letters and Papers from the Respective Outposts Since mid-October To the last of December A.D. 1762

Dutch transcription

179 Van Souratta onder dato 22. december 1761 : ingevalle de vorst tegen verwagting ook niet mogte willen amplecteeren de voorslag, die w' uE: daar bij gelast hebben te doen, hom het uijtterste waar toe men koomen kan als uijt uE zelfs en op onze approbatie te presenteeren, na„ mentlijk vyff per cento aan thol in gelde te betalen, mits dat zijn Hoogheid het Jaoincs van den makelaar, als absolut noodzakelijk, om den handel aldaar met gerustheid te drij„ ven, toegeve, en dat wij dan niet verbonden zullen wezen, eenige andere geschenken hoe ge„ naamt en onder wat paltext het ook werzen mog„ te, te geven als eens in 't Jaar aan zijn Hoog„ heid en zijne ministers te zamen. etc. Ik hoope, dat dit uw E E Agtb: zal voldoen, en van mij afwenden het effect van de sincere bedreijging harer hoog Edelheedens; waar aan ik ten regten zoude zijn bloot gesteld, zo ik mij hadde durven emancipeeren zo verregaande stap op eijgen gezag„ 7 zonder uijtdrukkelijke qualificatie, te doen Jk hebbe d' eere mij met de diepste veneratie te noemen /onderstond:/ E E: Agtbaar Heer /lager:/ uw E E: agtbares zeer gehoorsame en onderdanige dienaar /:was getekent/ W: Blaauwkamer /in margine:/ Souratta den 8 december A. o 1761. L. S. voor d' E Comp 2: Van Souratta onder dato 22. december 1761. Extract Missive gesz: aan den heer Gezaghebber en raad te Souratta door den adsistent Willem Smit te Amed-Aaad in dato 12. decem¬ ber 1761. Dat aanbelangt, om met de goederen onder het voorzien van goede parwannas op te komen, moet uw E: E: agtb:e schuldpligtig Adverteeren, dat mij ten eersten bij de quart invorderaar hab vervoegt, om de Paawanna, die de Generaal Demagie voor een vij„ lige Passagie onder weg heeft verleend, van hem afte vorderen, en naar mij drie a vier dagen opgehou„ de te hebben, gaf hij eijndelijk te kennen, dat, wanneer ik hem Ro/a 1500: voor een schenkagie geduurende de tijd dat het bewind alhier heeft gehad wilde aflangen, als dan de Parwanna aan mij zoude overhandigen, waar op hem heb gevraagt, wat reeden hij had zo een onredelij„ ke eijsch konde doen, en gaf ten antwoord Dat zulx een gewoonte bij de regenten zijnde, ook dat hij die Eysch niet uijt zijne maar uijt naame en ordre van de Generaal Damagie deed, en na dat met hem swaare reede kavelingen gehad S 181. Van Souratta onder dato 22:' december 1761. gehad te hebben, verzeekerde ik hem dat, in steede dan ro/a 1500 –, geen duijt zoude hebben, en dat ik uw E E. agtb:s daar over zoude schrijven, van daar vertrokken en na de Logie gegaan zijnde, liet ik dlis alhier zynde Negger siet, in name Nattoesa„ bij mij verzoeken, welke opstonds ook is verscheenen, en na dat hem van die onredelyke eysch van den quart jnvorderaar onderregt had, ging hij na de wooning van den zelven, maar wat hij hem zegde of niet kop niet helpen, en bij zijn voorige gedaane Eijsch bleef persisteeren, en met een on„ verrigte boodschapt weder te rug quam, ik heb de Gouverneur ook van alles verslag gedaan, welke mij presenteerde volk tot gelijde mede te geeven, maar terwijl alle dorgen, en stede die men onderwoeg moeten papieren, den Generaal Damagie toebehooren heb ik zulx onder hoope E van uw E: E agtb:s gunstige welduijdinge niet durven accepteeren, maar aan zijn Ed: verzogt, om za het doenlijk was hem te vrede te stellen en de Perwannas in der minne te besolliciteeren tot welkork bewerking hij desselfs tolman na gem: quart invorderaar heeft gezonden en late weten dat Van Souratta onder dato 22:' december 1761. dat het vrij beeter voor hem zoude weezen in stede van geld te neemen ons tot de souratse Poort door zijn volk te laten begelijden, en dat hare regiering niet gekoomen was, om de Cooplieden of de stad te rooven of te plunderen, maar te doen floreeren, op dit gezegde zeijde de quart inoorderaar tegen de Tholman van de Gouverneur, als dat hem maar zoude laten begaan, en dat hij dan naderhand zijne portie ook konde nemen, waar op de Tol„ man hem antwoorde, dat zulke gelde niet pretendeerde, en ook dat het hem niet en papo, een van de swaarste kooplieden zoo la„ „stig quam te vallen. met welk gezegde hij opgestaan en weder te rug is gekomen, even na het vertrek van gem: Tholman biet hij Quart in vorderaar aan de karre lieden weten, dat zonder ordre van hem de hollanders Goederen niet zoude hebbe te laaden, op ver„ beurte van Boete; dierhalven zal het onmoge„ lijk wezen, om zonder parwannas als Hal„ karras van meergem: Generaal Damagie van hier te kunnen vertrekken wijl hij quartin vor„ „deraar 183. Van Souratta onder dato 22. December 1761. „deraar niet tot reeden te brengen is; Eenelijk moet uw E: E: agtbarens nog melden, dat zoo in„ dien aan den Quart invorderaar iets mogt afge„ langd werden, de Gouverneur ook voor een dub„ belde portie zal op komen; gem quartinvorde„ raar heeft zig ook nog genik, dat, wanneer wij de hardiesje mogte hebben, om zonder die betaling te vertrekken, als dan ons zoude laten opvatten, en het batsoen van d' E: Comp:e zoude beneemen; verzoeke door uw E E: Agtb: met de parwannas van miergem. Generaal mag werden voorzien, dan wel gequalificeerd te werden mij na de stad Bodera te mogen begeven ter be werking van dien. /:onderstond:/ Accordeerd. In Ps /was getekend:/ P: s I:n Wenkink Eg: Clercq. gecollationeert J Bauermag Secreet aankomend Brieffboek 3e: Deel Aan komende Secreete Brieven en Papieren van de Respective Buijten Comptoiren Seedert medio 8ber Tot den ult:o December Ao. 1762

← previousnext →