VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3094

Surat · 594 pages · 114 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3094_0121 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 16th of January 1763. had approached, with the intention, so it is believed, to attack that district; but that, upon the advance of the Passourouangers, they had immediately retreated again, leaving behind a part of their provisions; so that their true intention, in my opinion, merely tends to plunder some buffaloes and other booty. Furthermore, it is reported that the brothers of Rongo Sitoto, who was murdered by order of the Pangerang of Balemooangang, as I had the honor to inform your High Mightinesses in my last of the 24th ultimo, stood in the field with 500 men to avenge the death of their brother. However, according to further reports of the 8th of this month, nothing further has been heard of either the one or the other; while nevertheless Praboedjoko, contrary to all expectation, has again managed to From Java's East Coast, the 16th of January 1763. to escape from Cadierie, where he was surrounded by the Emperor's forces, and to march into the Wierazaba area, with the intention, as I was informed, to enter Bangil: to prevent which, however, a good watch is being kept. For the rest, everything, in the upper lands as well as on the shores, remains in profound peace. Concerning the success of the exchange of the clipped double stuivers at the courts, I can as yet report nothing certain; for although I do not doubt that the Susuhunan would gladly accommodate in everything, that monarch will nevertheless give no firm order regarding this before the Sultan also agrees to it; which monarch seems offended because his full demand of 10,000 rd:s p:s was met with only 7,500 rd:s Holland, and instead of double stuivers mostly in schellingen From Java's East Coast, the 16th of January 1763. had received, which, after much trouble, have finally been declared current among the Javanese in the upper lands. During the presence of the regents here, I pointed out to them the great benefit that the common man would derive if schellingen, as well as the double stuivers, both Hollandias and others without distinction, were made current; and alongside them the duiten, which both ministers promised me to work out, on which account I have also written to the respective monarchs in amicable terms, but it stalls solely at the Court of Djokdjacarta. It would, however, be an advantageous matter for the Honorable Company if such could be set in motion, regarding which I shall await the outcome: having meanwhile most earnestly recommended to the provisional commander over Java's East Coast, Breton, to make the duiten current everywhere in that Corner if possible, which he has promised me with hope of success. The Ingabei of Padjangkoengang, Sittjo Pattij, having deceased, I have From Java's East Coast, the 16th of January 1763. the honor to propose to your High Mightinesses for this position, at the request of the Panambaham and on account of the good testimony given of his vigilance, the Rongo of Palo, with the title of Ingabei Carta Patti, and again as Rongo of Palo, the son of the deceased Padjankoengang Regent, under the name of Rongo Settjo Pattij; Wherewith I have the honor to remain with deep respect and all submission, /:was signed below:/ your High Mightinesses' entirely obedient and dutiful servant, /:was signed:/ Wel: Hen: van Ossenberch /in the margin:/ Samarang, the 16th of January, Year 1763. To the same as before. Expressing beforehand my most humble thanks to your High Mightinesses for the favorable appointment of the regents of Java's East Coast, the 9th of April 1763. From of Pandjankongan and Palo, I have the honor to communicate that, after the dispatch of my respectful letter of the 16th of January last, almost nothing has been heard of Praboe Joko, except only that he keeps quiet to the east in the Wirasaba area, while by the continuous rains and the swelling of the rivers the monarchs are prevented from letting their troops act with success, though after the Puasa, which also causes quite some delay, the forces of both monarchs will try to make an end of the matter with united strength. Meanwhile, Commander Breton, at my exhortation, has sent a letter to that wandering Prince to test whether he might perhaps still be persuaded to submission, of which I still await the outcome; and I further respectfully bring to the knowledge of your High Mightinesses that a certain Abdul Cadier, having stayed for some time in the Batang area, has set himself up as a tapa, and managed to gain a following in the Cadoe, From Java's East Coast, the 9th of April 1763. with which, under the guise of traders, he descended as far as Lamberawa and caused some disturbance there; his following is estimated at as many as 800 persons, though uncertain, as by fluctuations that crowd continually increases and decreases. The Chief Regent of Samarang has marched out against them with some men, reinforced with a detachment of Europeans, and just now I receive report that those wanderers, upon the arrival of the Samarang forces, have retired into the mountains, whither they are still pursued and will probably seek to take their retreat back to the Cadoe, where they will be watched by the forces of the Susuhunan and the Sultan; Alongside today's general letters goes a humble requisition for urgently needed goods.

Dutch transcription

107 Van Iavas oost Cust den 16:' Januarij 1763. genadeert waren, met intentie zo men meend, om dat district te attacqueren; doch dat zij, op den aanmarsch van de Passourouangers, weder ter„ stond waaren terug getrokken, met agterlating van Een gedeelte hunner mondkost: zoo dat hun„ „ne waare Intentie mijns bedunkens, slegts strekt, om maar wat buffels en andere buit te rooven;— Verders berigt men, dat de broeders van Rongo Sitoto, die op bevel van den Pangerang van Balemooangang vermoord is, gelijk ik de Eer gehad heb uw Hoog Edelhedens bij mijne laasste van den 24: passato te bedeelen, met 500 mannen in t veld stonden, om de bood van hunnen broeder tewerken. Edogh volgens Nadere advisen van den 8: dezer werd er zo min van den Een als van den anderen iets verder vernomen; terwijl echter Praboedjoko„ tegen alle verwagting aan, weder heeft weten te Van Iavas Oost cust den 16: Januarij 1763. te ontkomen uit Cadierie, waar in hij door 's Keizers volkeren om Cingelt was, en in het wierazabasche te rukken, met voornemen zo mij berigt werd, om Bangil in te trekken: om het welke te beletten echter goede wagt gehouden werd. Voor het overige blijft alles, in de bovenlanden zo wel als aan de stranden, in Een diepe rust. Omtrent het succes van de inwisseling der gesnoeide dubbelde stuivers aan de hoven, kan ik tot nog toe niets zekers berigten; want al hoe wel ik niet twijffele, of de soesoehoenang zoude zich gaar ne in alles laten vinden, zo zal die vorst echter daar omtrent geen vaste ordre geven, voor dat de sulthan daar mede in toestemd; welke vorst geraakt schijnt, om dat zijn vollen Eisch, van 10'000 rd:s p:s Eenlijk met 7500 rd:s hollands voldaen is, en in plaatst van dubbelde stuivers voor het grootste gedeelte schellingen 109 Van Iavas Oost Cust den 16: Januarij 1763: „ker bij aldien de schellingen ^ ontfangen had, welkena veel vertrebbelingen eindelijk gangbaar verklaard zijn onder de Javanen in de bovenlanden. Bij het aanwezen der rijx bestierders alhier stelden ik hen vors het groot genif dat schellingen ^ zo wel als de dubbelde stuivers, zo den gemeenen man zoude trek„ hollandias als andere zonder onderscheid wierden gangbaar gemaakt; en daar benevens de duiten 't welk beide de Ministers mij beloofde te zullen uit werken, wes wegens ik ook aan de respective vorsten in minnelijke ter men geschreeven heb, maar het blijft alleen haperen aan het Djok„ djacarta sche-hof. Het zoude echter Een voordeelige zaak zijn voorde E. Comp:, in dien zulks konde in train gebragt worden, waar omtrent ik den uijtslag zal afwagten: Hebbende inmiddels den p„l gezaghebber over Iavas oosthoek Breton ten serieusten aanbevolen om indien 't mo„ „gelijk is, de duiten in dien Hoek allomme gangbaar te maken, 't welk hij mij met hope van Succes beloofd heeft. Den Ingabei van Padjangkoengang sittjo Pattij overleeden zijnde, zoo hebbe de Van Iavas oost Cust den 16: Ianuarij 1763. de eere uw Hoog Edelhedens daar toe weder voor te dragen, op het verzoek van den Panambaham en om de goede getuigenis die men van zijne vigilantie komt te geven den Rongo van Palo, met den titul van Ingabei Carta Patti en weder tot Rongo. van Palo, den zoon van den overleeden Padjan„ koengangs-Regent, onder den naam van Rongo Settjo Pattij; Waar mede de Eere hebbe met diep ontzag en alle onderdanigheid te verblijven /:onderstond:/ uw Hoog Edelhedens gansch gehoorzame en trouwschuldige Dienaar /:was getekend:/ wel: Hen: van Ossenberch /in margine:/ Samarang den 16 Januarij Ao 1763: Aan als vooren Voor af uw Hoog Edelheedens zeer ootmoedig dank betuijgende voor de gunstige aanstelling van de regenten van 111. Javas Oost Cust den 9: april 1763. Van van Pandjankongan en Palo, heb ik de Eer te Com„ „municeeren, dat na de depeche mijner Eerbiedige Letteren van den 16: Ianuarij Iongstleden men bij na niets van Praboe Joko vernoomen heeft, als Eenlijk„ dat hij zich om den oost jnhet wirasabasche stil op houd, terwijl door de Continueele regens en het op zwellen der revieren de vorsten belet zijn hun nen troupes met succes te laaten ageeren, doch echter na de Poassa dat ook nog al wat belet, zullen de vol„ keren van beide vorsten met vereende magt Een einde vandezaak tragten te maken. Intusschen heeft den Gezaghebber Breton op mij„ „ne adhortatie aan dien zihervende Prins Een missive gezonden, om te beproeven of hij zomwijlen nog te persuadeeren was tot submissie, waar van ik de uijtkomst als nog afwagt ende uw hoog Edelheedens verder Eerbiedig ter kennisse brengen dat Eenen Abdul Cadier, zigh Eenige tijd in het Batang„ sche hebbende opgehouden zich als een Iapa heeft opgeworpen, en in de Cadoe aanhang teweeten Van Iavas oost cust den 9: April 1763. weeten te krijgen, waar mede hij onder schijn van handelaars tot inde Lamberawa is afge„ „zakt en heeft daar Eenige op schuldding verwekt; Men begroot zijn aanhang wel op 800: kopp: dog onzeker, dewijl bij verwesseling die hoop ge„ duurig toe- en afneemt. Den Samarangs hoofd regent is er met Eenige manschappen versterkt met Een detachement Eu„ ropeesen op uijtgetrokken, en zoo aanstonds krijg ik naricht, dat die zwerves op de aankomst der Samarangsche volkeren in het gebergte ge„ retireerd zijn, werwaards zij nog vervolgd worden en denkelijk wel hun retraite weder zullen zoeken te neemen naar de Cadoe, alwaar zij door de volkeren van den soesoe hoenang en sulthan zullen werden waargenomen; Nevens gemeene Letteren van heeden gaat af Een onderdaanigen Eijsch van hoog benodigde goederen.

NL-HaNA_1.04.02_3094_0127 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 9th of April 1763: 113. goods, among others 40,000 Rds in duits or copper pennies, since the 25,000 Rds of that currency sent most recently are nearly exhausted and in the highest demand, to which is now added that the Sultan, after long deliberation due to the great scarcity of double stuivers, which has already caused some disturbances in the Mataram, is soon to send emissaries to collect 10,000 Rds in the said specie, with which His Highness cannot be accommodated due to the shortage, though we shall nonetheless attempt in one way or another to satisfy that prince's demand at least in part. I do not doubt that the Susuhunan will quickly follow the Sultan's example and likewise come forward with a request for duits or pennies, because small change is just as scarce there, so that Your High Nobilities, if it pleases you, may perceive how necessary a speedy reinforcement of copper coin and small change is, wherefore I again respectfully From Java's East Coast, the 9th of April 1763. again respectfully insist. Finally, I still have the honor dutifully to communicate that at the end of this or the beginning of next month I intend to undertake my inspection journey to the eastern salient, hoping that this will meet with the approval of Your High Nobilities. Besides this, I have the honor to present to Your High Nobilities two letters from the princes, accompanied by two ditto to the Honorable Extraordinary Councillor Nicolaas Hartingh. With which I remain with respect, stood below, High Noble, Great Honorable, and Far-commanding Lord and Noble Lords; lower, Your High Nobilities' humble, obedient, and entirely faithful servant, was signed, Wil: Hen: van Ossenberch. In the margin, Samarang, the 9th of April 1763. To as before. From Java's East Coast, the 21st of April 1763: 115 In my latest letters of the 9th of this month I took the liberty to advise Your High Nobilities that some Kramans under the Java Abdul Cadier in the Unarang mountains were being pursued by the Samarang Javanese and a detachment of Europeans consisting of 50 infantrymen under the Commander Fiedeler, and two ensigns, and 24 dragoons under two officers; but on the following day after the dispatch of my respectful letters receiving report that the marauders intended to invade Kaliwungu through various passes, whereupon, in order to prevent this, I immediately gave orders to Captain Fiedeler to advance thither as speedily as possible by circuitous routes. The marauders, however, prior to the arrival To as before. of From Java's East Coast, the 21st of April 1763. of our forces, had already taken possession of the main settlement, which was very easy for them to do, since it was completely deserted. Although our men were now exhausted by heavy marches along nearly impassable roads, Commander Fiedler nevertheless deemed it most advisable to attack the enemy and if possible scatter them before they became stronger through the influx of Kaliwungu people. This plan then being put into execution, although most of the Javanese were still a full hour behind, resulted in such an unfortunate outcome that the muskets of the infantrymen failed due to mud and a heavy downpour of rain, which had already begun to fall before the attack, and thus gave the marauders access to charge our men with their pikes along a narrow passage flanked on both sides with bamboo palisades, whereby our men were immediately thrown into confusion From Java's East Coast, the 21st of April 1763. and the Javanese together with the natives took to flight, subsequently causing a general retreat, which was fortunately still supported by the dragoons under Lieutenant Troponegro, as otherwise few of our men would have escaped safely, our loss currently consisting only of Ensign Anthon, one sergeant, and 23 privates. This unfortunate action has so visibly increased the dismay with which the Javanese already regarded them beforehand, through a natural inclination toward a superstitious reverence for such people, that each of them merely looked to escape to safety, without their being gathered together again within 5 to 6 days, notwithstanding all conceivable means employed by the undersigned and the Adipati of Samarang. Thus Kaliwungu remained under their power, and the Regent, seeing himself deserted by all his people, had to retreat toward the side of Samarang just as all our people did. 117 From Java's East Coast, the 21st of April 1763. Although according to the most apparent reports the marauders were said to consist of a force of merely 300 musketeers, 400 pikemen, and 300 axemen, one nevertheless had to watch with open eyes as the vagabonds remained in that main settlement for ten days; it being not at all possible for me to dislodge them from there, partly because during that time the Javanese could not be brought to any calm, much less to any courage to attack them again, and partly because the Samarang garrison, consisting of scarcely 120 healthy men, was far too weak to risk any Europeans from it again. The Javanese, however, having gradually calmed down again, and being reinforced with the Demak and Japara forces which I had summoned hither, have set out again today to the number of over a thousand men, the outcome of which I await with anxious desire.

Dutch transcription

Van Iavas Oostcust den 9: April 1763: 113. goederen, onder anderen van Rd:s 40'000: -: aan duijten of koopere penn:, nadien de Jongst toegezonden 25000 rd:s van die munt genoegzaam aan deman zijn, en ten hoogsten gewild, waar nu nog bij komt dat den sul„ „than na lang overwegens mits het groot gebrek aan dubbelde stuijvers, waar door in de Mattram reeds Eenige broulleeren ontstaan zijn Eertsdags zendelingen staat aftezenden ter afhaal van Rd:s 10'000-: aan gem: specie, waar mede zijn hoogheid mits gebrek niet kan gerieft werden, zullende echter op de eene of andere wijze dien vorst ten minsten voor Een gedeelte sijn Eijsch tragten te voldoen. — Ik twijffel net of de soesoehoenang zal schielijk het voorbeeld des sulthans volgen en insgelijks op komen met versoek om duijten of penn:, om dat het pajement daar even schaars is, zoo dat dat uw Hoog Edelheedens des ge„ „lievende bespeuren kunnen hoe noodzaakelijk„ Een spoedig renfort van kopere Munt en paije„ „ment zij, weshalven ik om de voldoening nogmaels. Van Iavas Oost Cust den 9: April 1763. nogmaals Eerbiedig in steere Eindelijk heb ik nog de Eer gedienstig te Communiceeren, dat ik in het Laast van deeze of begin van toekomende maand mijne reize ter visite naar den oosthoek denke aante„ neemen, hopende, dat zulx met het goedvinden zal6 van uw Hoog Edelheedens quadeeren; — Bezijden deses heb ik de Eer uw hoog Edelheedens aantebieden twee brieven van de vorsten, verzeld van twee dito aan den heer Raad Extra ordinair Nicolaas Hartingh:t Waar mede ik met Eerbied verblij„ „ve /:onderstond:/ Hoog Edelen Groot achbaren en wijdgebiedende Heere ende wel Edele Heeren; / Lager/ uw Hoog Edelheedens, onderdanige oot„ moedige en gansch Trouwschuldigen dienaar /:was getekend:/ Wil: Hen: van Ossenberch /:in margine:/ Samarang den 9: April 1763. aan als vooren e Van Iavas Oostcust den 21: April 1763: 115 In mijne Iongste letteren van den 9: deser nam ik de vrijheijd uw Hoog Edelhedens te advisseeren dat Eenige Cramens onder den Iapa Abdul Ca„ dier in het oenarangsche gebergte door de samarangsche Iavaanen en Een detachement Europeesen bestaande in 50: Infanteristen onder den Commandant Fiedeler, en twee vaandrigs, en 24: Dragonders onder twee officieren vervolgd wierden; doch des anderen daags nade depeche mijner Eerbiedige Letteren naricht krijgende, dat de stro„ „pers voornemens waaren om door verscheide pas„ „sagien Caliwongs te invadeeren, waar op ik om zulx te verhinderen, aanstonts aan den Ca„ „pitain Fiedeler bevel gaf om ten spoedigsten langs omweegen derwaards aan te rukken. De stroopers echter hadden voor de aankomst Aan als vooren. der Van Iavas oostcust den 21: April 1763. der onzen reeds possessie van de hoofd negorij genomen 't welk hen zeer ligt te doen was, nadien het gansch verlaten was; Hoe wel nu ons volk door zwaare maarschen langs bij na onbruijkbaar wegen afgemat waaren, oordeelde de Commandant Fiedler nogthans het raadzaamst den vijant aan te lasten en des mogelijk te verstrooijen, eer deselve sterker wierd door toeloop van Ca„ liwongens;— Dit voornemen dan in't werk gesteld zijnde, schoon de meeste Iavaanen nog wel Een uur ag„ ter waaren, is van die ongelukkigen uijtslag, weest, dat dat de geweeren van de Infante rist en door Modder en Een swaare stort regen, die reeds voor de attacque begon te vallen, verzaakten en dus de stroopers toegang gaf om langs zen smallen. doorgang, aan wederzijden met bamboesen paggars bedeckt, op onze met hunne pieken aante vallen, waar door ons volk aanstonds in Confussie ende s Van Iavas Oost Cust den 21. April 1763. ende Javaanen met de Inlanders op de vlugt geraakten, en vervolgens Een generaale retraite veroorzaakte, die nog gelukkig door de dragonders onder den Lieutenants Troponegro ondersteunt wierd, dewijl andersints wei„ nig volk van ons zoude te regt gekomen zijn, bestaande thans het verlies maar in den vaendrig Anthon, Een Sergeant en 23: gemeene. — Deze ongelukkige actie heeft de verslagenheid, waar mede de Iavaanen al bevoorens door Een Natuur„ „lijke nijging tot Een superstitieusen Eerbied voor diergelijk volk, zoo ogenschijnelijk doen toeneemen, dat zij maar elk naar Een goed heen komen omzagen, zonder dat zij wederom binnen 5: â 6: dagen bij een te Samelen waaren, niet tegenstaande alle bedenkelijke middelen door den ondergeteekende en den Adipat„ „tij van Samarang aangewend; Dus bleeft Caliwongo onder hun magt, en de Regent zich van al zijn volk verlaten ziende, moest zoo wel naar de kant van Samarang te retireeren als alle de onze. toe L 117 Van Iavas Oost Cust den 21: April 1763. Hoe wel nu volgens de schijnbaarste berigten de Stropers slegts bestaan zouden in Een magt van 300: Snaphaan, 400: Piekdragers en 300: bEijlo: „pers, zoo heeft men echter met goede oogen moe„ ten aan zien, dat de vagebonden zich in die hoofd negorij tien dagen hebben opgehouden; zijnde het mij niets mogelijk hen van daar te doen de logeeren, Eensdeels omdat geduuren„ „de die tijd de Javaanen tot geen bedaaren veel min tot Eenige kloekhertigheid om 'er weder op los te gaan te brengen waaren, en anderendeels omdat het Samarangs guarnisoen Nauwlijks in 120: gezonde mannen bestaande veel te zwak was, om daar uijt weder Eenige Europezen te hasardeeren. De Iavaanen echter allengskens weder aan 't bedaaren gekomen, en met de Damakse en Japarase volkeren, die ik herwaards ontbo„ „den versterkt zijnde, zijn er ten getaale van ruijm Duijsend koppen heden weder op uijt ge„ trokken, waar van ik den uijtslag met smerte verlangen e -

NL-HaNA_1.04.02_3094_0133 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 21st of April 1763. desire; while on this side I have covered the Samarang district against an invasion as much as was possible for me, and on the west side the people of Tegal and those of Paccalongang have been ordered to prevent the further incursions of the raiders in that direction, it indeed appearing that the Cramans have become somewhat fearful at the rumor of the arrival of the last-mentioned peoples, since according to certain reports they are preparing to come down again from Candal, which they also overpowered almost without striking a blow, to Caliwongo in order to be able to retreat through the mountains more easily, toward the Cadoe, where I hope they may then be observed and exterminated by the prince's troops, especially as the Susuhunan is so embittered against them because this scoundrelly rabble first rose up against him in the Cadoe, that he has had their villages plundered of women and goods and From Java's East Coast the 21st of April 1763. and has surrendered the male issue of children according to custom to the fury of the sword in order to destroy their lineage. Wherewith I have the honor to be with deep humility stood below Your High Noble Greatnesses' most obedient servant was signed Wil: Hen: van Ossenberch. in the margin Samarang the 21st of April 1763. To the same as before. After the dispatch of my latest of the 21st of this month, in which I had the honor to report to Your High Noble Greatnesses that the Samarang Javanese, accompanied by some from Japara and Damak and an escort of 24 dragoons under Lieutenants Troponagoro and Van Polnits, had departed to wrest Caliwongo once again from the power of the Cramans, I received the following day in the evening From Java's East Coast the 25th of April 1763. in the evening the joyful news that the raiders, after a resistance of three hours, were completely defeated, and had evacuated Caliwongo as well as Candal and the Honorable Company's lands there. Their general chief, who had himself called Panambahan, fell in the action along with his principal adherents Tommongongs Mancoenagara, Mancoejoeda, Pangerang Sampian Dalim, whose heads have been placed here on the Paseban on bamboos as a deterrent, and it is confirmed to me from all sides that not a single one of all his 12 chiefs, Tommongongs and Craman priests has survived, but that they all fell on the Paseban. Several pikes, state banners and payongs, 3 drums, 7 pieces of small cannon etc. were captured as booty; and the victory has been so complete that in the Honorable Company's lands almost almost nothing more than the name remains; it is a pity, however, that the principal instigator Abdul Cadier was not also caught in the trap: although he is said to be keeping himself hidden, as I have been informed, in the village of Sittjo Morto, situated in the Cadoe and falling under the sultan: though he, being no more than a priest, only assisted with counsel and deed the Panambahan to whom the supreme authority was entrusted, he nevertheless is and remains the evil instrument and cause of all the mischief and the chief tapa. The general rumors thus far confirm that those who escaped the massacre have retreated to their old hiding places, namely Zelo-katon, Tampoeran Terzono and Kamiri ombo, in which last place the son of Abdul Cadier, by name Bagechus Semaun, stays with 100 From Java's East Coast the 25th of April 1763. men, the only remnant of that rabble, who will soon be pursued closely and utterly destroyed by the forces of the Susuhunan and Sultan, who have been informed of this happy victory. The force of the raiders consisted of fully 1000 warriors, and ours were not many more, but supported by Lieutenants Troponagoro and Van Polnits, who acquitted themselves bravely and prudently, they performed wonders without a single man being lost on our side. Yesterday there were also brought in alive a priest of Caliwongo, who had long colluded with Abdul Cadier and had even assisted him with powder and lead; and also one Wirak Moetjo, who is a son of one Poespa Diredja, son's son of the formerly From Java's East Coast the 25th of April 1763. formerly served Tommongong of Bantam Poespa Nagara: his father and two brothers were likewise put to death by order of the Susuhunan Pakubuwana the 2nd because they set themselves up as Cramans. His mother was afterward married to the Pangerang Tirta Coesoema and banished with him to Ceylon and returned, and has now recently entered into marriage with the so-called Panambahan, who subsequently elevated this stepson of his, Wirak Moetjo, to Pangerang Adipati Anom; both of these rascals have been punished according to their deserts; And, God be praised, everything here is again in full tranquility; and the forces of Japara and Damak are to return home either today or tomorrow. Wherewith I have the honor to be, with all requisite respect, stood below Your High Noble Greatnesses' most obedient and bounden faithful servant was signed Wil: Hen: van Ossenberch in the margin Samarang the 25th of April 1763.

Dutch transcription

119 Van Iavas Oost Cust den 21: April 1763. verlangen; terwijl ik aandeze zijde het sama„ rangs district voor Een in vasie gedekt heb zoo veel mij mogelijk was, en aan de westkant de tagalders en die van Paccalongang de stropers de verdere indrang waar die kant gelast zijn te verhinderen, schijnende het wel, dat de Cra„ mans op het gerugte der aankomst vande Laastgem: volkeren enigzints zijn bevreest ge worden, de wijl zij zich gereedmaken vol„ „gens zeekere narieten om van Candal, dat zij ook bij na zonder slag of stoot overmeesterd hebben, weder naar Caliwongo te komen af„ zakken om te ligter door het gebergte te kunnen retireeren, maar de Cadoe alwaart ik verhoope, dat zij dan door der vorst en troupen mogen waargenomen en uijtgeroeijt werden, als zijnde, voornaam den soesoehoenang sodanig op haar verbittert om dat sig dit Roo„ „vers gespuijs hem het Eerste inde Cadoe op„ „geworpen heeft, dat hij haare Negorijen van vrouwen en goederen Laat berooven en Van Iava's oost cust den 21: April 1763. en het Mannelijke ooird van kinderen na usantie aan de woede van het zwaard heeft overgegeven om hun geslagt te verdelgen. — Waar mede ik Eere hebbe met diepe ootmoed„ te zijn /:onderestond:/ Iuw hoog Edelheedens gantsch gehoorsaame dienaar /was getekend:/ Wil: Hen: van Ossenberch. /:in margine / Samarang den 21: April 1763. Aan als vooren. Na de depeche mijner Jongste van den 21: deser waar in ik de Eer had uw hoog Edelehee„ „dens te melden dat de Samanangsche Javaa„ „nen, verzeld van Eenige van Iapara en Damak en Een Escorte van 24: dragon„ „ders onder de Lieutenants Troponegro. en van Polnits weder om Caliwongo uit de magt der Cramans te rukken ver trokken waaren, kreeg ik des anderendaags. Savonds Van Iavas oost Cust den 25: April 1763. 's avonds de blijde tijding dat de stroopens, na Een te„ „genstaand van drie uuren, tot aliter verslagen waa„ ren, en Caliwongo zo wel als Candal en dies s: Comp: Landen ontruimd hadden. — Hun Generaal Hoofd, die zich Panam„ bahan liet noemen is in de actie gesneuveld met zijn voornaamste aan hangers Tommongons Mancoenagara, Mancoejoeda, Pangerang Sampian Dalim wiens hoofden alhier op de Passeerbaan ten afschrik, op Bamboesen gesteld zijn, en men Confirmeert mij van alle zijde dat 'er geen Een van al zijn 12: hoofden Iom„ „mongongs en Cramanse Papen is overgeblee„ „ven maar dat zij alle opde Passebaan gesneu„ veld zijn Verscheijde Pieken, staatsie vaandels en Pajongs 3: trommels 7: stucken kleen Canon enz zijn buit gemaekt; en is de overwinning zo algemeen geweest, dat 'er in sComp:s landen bij 121 bij na niets meer dan de Naam overblijft; Sammer echter is het, dat de voornaamste „stookebrand Abdul Cadier niet mede in de knip is geraakt: al hoe wel hij zoude zich bedektelijk op houden, zoo men mij berigt heeft in de Negorij Sittjo Morto, leggende inde Cadoe en fortee„ rende onder den sulthan: dese niet meer als een priester is den Panambahan aan wien het opperste gezag is opgedragen, Eenlijk met raad en daad adsisteert, zoo is en blijft hij echter het kwaade instrument en oorzaak van al het kwaad enden hoofd Tapa. — De algemeene gerugten tot nog toe bevesti„ „gen, dat die de Massacre ontvlugt zijn hun retraite genomen hebben naar hun oude schuil„ „plaatsen, Namelijk Zelo-katon, Tampoe„ ran Terzono en Kamiri ombo, in welke laatste plaatst de zoon van Abdul Cadier in name Bagechus Semaun met 100: Van Iavas oost cust den 25. April 1763:—. man ld Van Iavas ooscust den 25:' April 1768. man zich ophoud het Eenigste overblijffel van dat geboefte, die wel schielijk door de volkeren van den Soesoehoenang en Suthan den welke van deze gelukkige overwinning is kennis gegeven, zullen op de hielen gezeten werden, en geheel en al vernield. De magt der stroopers heeft bestaan in ruim 1000. krijgers, en waaren de onze niet veel meer, maar ondersteund door de Lieutenants Tropo„ „negro en van Polnits, die zich braaf en voorzigtig gekweeten hebben, hebben zij won„ „deren gedaan zonder dat 'er van onze zijde Een man verlooren is, sisteren zijn nog levendig opgebragt een paap van Caliwongo, die lang met Abdul Cadier geheult, en hem zelfs met kruit en lood heeft weeten bijstaan; en nog Eenen wirak moetjo de welke Een zoon is van Eenen Poespa diredja zoons zoon van den voormaels 123 Van Iavas Oostcust den 25: April 1763: voormaals gewesen tommongong van Bantamg Poespa Nagara: zijn vader en twee broeders zijn mede om dat zij zich als Cramans hebben opgeworpen, door bevel van den soesoehoenang Pacoeboeana de 2:e omgebragt zijn moeder is naderhand getrouwt met den Pangerang Tirta Coesoema en met den zelven naar Ceilon verbannen en gereverteert, en nu onlangs in huwelijk ge„ treden met den zo genaamde Panambahan, die vervolgens dezen zijnen voorzoon wierak Moetjo verheven heeft tot Pangerang Dipat„ tij anum; beide deze knaapen zijn na ver„ „diensten gestraft; En alles is hier weder God lof, in volle rust; en staande de volkeren van Japara en Damak naar huijs naeder heden of morgen te keeren.— Waar mede ik de Eere hebbe, van met alle herEyschte Eerbied te zijn,; / onderstond:/ uw Hoog Edelhedens gansch gehoorsaame en trouw schuldigen dienaar /:was„ get:/ Wil: Hen: van Ossenberch /:in margine:/ Samarang den 25. ' April 1763:—

NL-HaNA_1.04.02_3094_0139 view scan ↗

English

From Bantam, the 1st of March 1763. To the same as before. The day before yesterday I had the honor to receive your High Excellencies' secret letter of the 8th of February last, escorting the bark De Vrijheijd destined for Lampong Samanka, whither it is to proceed on its voyage tomorrow; and to whose commanding officers, in accordance with the authorization granted by your High Excellencies, I have handed a Further Instruction in elucidation of the measures already taken by me in that regard, in the hope that these may merit your High Excellencies' respected approval. Although only one of the king's armed vessels is ready as yet, I nevertheless thought it best to have that keel sail ahead, likewise accompanied by the country's boat; meanwhile, I shall not fail continually to urge the Sultan to a speedy outfitting of the remaining and From Bantam, the 1st of March 1763. remaining required men, in order to post them, together with some European servants with a Prince's Flag, at the far corner of the province, as has indeed already been promised and undertaken by His Highness. For the rest, I defer respectfully to the contents of the enclosed copy of the Instruction mentioned herein, and remain with the utmost respect, below stood, High Noble, Highly Honorable, Widely Commanding Lord, and Noble Lords, lower, your High Excellencies' most humble and dutiful servant, was signed, H: P: Faure, in the margin, Bantam, the 1st of March, in the year 1763. Further Instruction for Lieutenant Christiaan Zigman and the Master of the Bark De Vrijheid, Philippus Veldhuijsen, destined for Lampong Samanka. From Bantam, under date the 1st of March 1763. The enclosed Instruction from their High Excellencies the High Indian Government is composed so circumstantially that it would be unnecessary to add anything further to it, were it not that you need to be informed of the measures which I have already put into effect to prevent all foreign intrusion into that province, and according to which you will also have to regulate yourselves as circumstances of the time require. To Sergeant Pieter Raus, commanding the post at the river Borne, I have among other points ordered: Firstly, that upon the appearance of foreign European nations, he shall immediately have to demand the hoisting of the Prince's Flag as proof of the Company's possession, and in case they might wish to purchase pepper there, he must put forward to them that this From Bantam, under date the 1st of March 1763. is permitted to none other than the Dutch Company alone, by virtue of the exclusive contracts entered into with the kings of Bantam. European ships that might come to anchor there in the bay must be closely inquired into, as to what nation they are and what their intention is; as well as admonishing the natives not to provide them with any provisions, to avoid further visits, and that they enter into no intercourse with them, nor carry on any trade. To keep a close watch on the Menangkabau Kiaij Daman, residing there, and his people, in order to discover whether they maintain any correspondence or communication with the peoples of Seleboe and Sillebaar, because those people have previously stayed there. Secondly. To the Commander Salomon Paradijs and the Sergeant Bernard Rudolph van Kreitlow, From Bantam, under date the 1st of March 1763 who had gone to cruise against the pirates and smugglers in the Sunda Strait with the Company's pantjallang Java and an armed royal vessel, I have recently by a letter, on the occasion that it was reported that the English intended to take up a post thereabouts: to confine their cruise for the present and until further orders off and on the Vlacke Hoek and the river Borne, in order to prevent anyone from settling or taking possession on the territory of the King of Bantam, of whatever nation they may be, since no one else has any right thereto except the Dutch Company, as the feudal lord thereof; furthermore, that which they will have to put forward in the event of necessary protestation to such violators or unlawful enterprises. Thirdly, or Lastly, on the 17th last, I sent the Assistant Pieter Willem Wandelaer thither, on the occasion that the Sultan, at my request, appointed one of his ministers as regent of that province, provided with the following Instruction. From Bantam, under date the 1st of March 1763. Instruction for the Assistant Pieter Willem Wandelaer and for those whom this shall further concern. With the Kiaij Aria Doeta Dimangala, who is sent on behalf of the Bantam Sultan as chief regent to Samanka, you shall proceed thither without delay, living in good understanding and friendship with him, and consulting with one another on everything that may serve for the well-being of the Company and the King. Upon arrival at Samanka, you must immediately inquire how matters stand regarding the allegation of Sergeant Pieter Raus, serving there, concerning the Menangkabau or Malay Kiaij Daman, his pernicious designs, and whether he indeed intends to entice and call in the English nation to that district; having, in case you

Dutch transcription

125 Van Bantam den 1: Maart 1763: Aan Als vooren. Evegisteren had ik d' Eer 't ontfangen uw hoog Edelens, secrete missive van den 8:' februarij Iongst leeden ten geleijde van de Barcq de vrijheijd gedestineert na Lampong Samanka, waar heen op morgen zijn rijze staat te vervorderen; en aan welkers overhee„ den ik ingevolge uw hoog Edelens verleende qua„ lificatie Een nadere Instructie ter hand ge „steld hebbe, ter Elucidatie van de dierwegens door mij bereets genomene maatregulen, in hope dezelve uw hoog Edelens gerespecteerde goedkeu„ „ring zullen mogten meriteeren. Schoon van skonings gewapende vaartuijgen nog maar Een in gereedheid is, hebbe ik Egter best gedagt dien kiel maar voor uit te moe„ „ten doen zijlen, insg:s geaccompagneert door s lands boot onderwijlen zal ik niet maa„ keren den sulthan Continueel aan te sporen tot Een spoedige uijtrusting der overige en Van Bantam den 1: Maart 1763: overige benodigde manschappen, om benevens Eenige Europese dienaaren met Een prin„ ce vlag, aan den uithoek van de provin„ „tie te posteren, zo als zulx dan ook reets door zijn hoogheid belooft en aangeno„ „men is; — Voor 't overige gedrag ik mij Eerbiedig aan den inhoud der bij gevoegde Copia van de in dezen gementioneerde Instructie, en verblijve met het uijtterste respect /:onderstond:/ Hoog Edelen Hoog Agtbaren wijd gebiedende Heer, en wel Edele Heeren /:Lager/ uw Hoog Edelens onderdanigsten en trouwschul„ „diegen dienaar /: was getekend:/ H: P: Faure /:in margine:/ Bantam den 1: Maart A„o 1763: Vadere - 127 Nadere Instructie voor den Leuutenant Christiaan Zigman, en den Gezaghebber van De Bark De vrijheid, Philippus Veldhuijsen; gedestineert na Lampong Samanka. Van Bantam onder dato 1: Maart 1763: De nevens gevoegde Instructie van haar hoog Edelens d' hoog Indiasche Regering: is zo omstandig ingerigt dat het onnodig zoude wezen hier bij iets verder te voegen: waere het niet dat uE: g'informeert diende te wer„ „den van de maetregulen dien ik reets in't werk gesteld hebbet, ter wering van alle vreemden in„ „drang in die provintie, en waar na uE zig alme„ „de na tijds omstandigheden zult dienen te regu„ „leren. aan den Zergeant Pieter Raus, posthoudende aan de revier Borne, hebbe ik onder andere poincten belast;— A:o „ Dat hij bij verschijning van vreemde Europese „ Natien, aanstonts de prince vlag zal hebben „ op te Eijschen, ten blijk van scomp:s possessie en „ ingevalle aldaar Peper mogten willen in„ „. kopen huwlieden moet voorhouden, dat zulx Eerstelijk aan -. : Van Bantam onderdato 1: maart 1763. „ aan niemand, dan aan de Nederlandsche maet„ „schappij alle en gepermitteert is uit hoofden „der Exclusive Contracten met de koningen van „ Bantam aangegaan. —. Na de Europese schepen die aldaar inde „ bogt ten anker mogte komen zal nauwkeurig „ moeten g'informeert werden, van wat natie „ dezelve zijn, en wat hun voornemen is: mits„ „gaders d' Inlanders vermanen, om aan haar geen „ verversing te bezorgen, ter vermijding van meerder „ van meerder bezoeken; en op dat geen ommegang „ met haarlieden komen te houden, of handel 3: „ „ te drijnen. — c: „ Een nauwkeurige toezigt te nemen op den al„ „„daar woonagtigh zijnden manicabor Kiaij Da„ „man en zijn volk, ten Eijnde te ontwaren, of „zij geen Correspondentie of gemeenschap hou„ „den met de volkeren van Seleboe, en Sillebaar; „ om dat zij lieden zig bevorens daar op gehou„ „„den hebben. Ten Tweeden. Aan Den gezaghebber Salomon Paradijs enden Zergeant Bernard Rudolph van Kreitlow, die d Van Bantam onderdato 1: Maart 1763 129 die met scomp:s pantjallang Iava en Een g'armeerde 's konings vaertuijg, op de rovers, en stnokkel-han„ delaers in straat zunda waren gaen kruijssen; hebbe ik onlangs bij een brief /:ter gelegentheid berigt wierd, dat de Engelse voornemens waren daar om„ streeks: post willen vatten. — Derzelver kruijstogt voor Eerst en tot nader ordre te „ „ bepalen af= en aan de vlacke hoek en De rivier Borné, „ ten Eijnde te beletten dat Niemand zig op het Territoir „ vande koning van Bantam nederzet, of Possessie „neemt, van wat natie dezelve ook mogen zijn, „ dewijle daar toe niemand anders Eenig recht heeft „ dan de Nederlandsche Compagnie, als den Leen „heer zijnde van dien voorts het gene zij dierhalven „bij geval van noodwendiege protestatie, den „zodanige infracteurs, of onrecht matige onder „nemens, zullen moeten voorhouden; —. Ten Derde, of Laestelijk op den 17:' Jongstleden, hebbe ik den ad„ „sistend Pieter Willem wandelaer na derwaerts gezonden, ter gelegentheid den zulthan op mijn verzoek, Eene van zijne ministers tot regent van die Provintie heeft aangesteld voorzien van de volgende. —. Instructie. e Van Bantam onder dato 1: Maart 1763. Instructie voor den Adsis„ „„tent Pieter willem wandelaer „ en voor die genen zulx wijders „ zal aengaen. — Met den Kiaij Aria Doeta Dimangala /:die „van wegens den Bantamsen zulthan als hoofd regent „na Samanka gezonden werd:/ zal uE: zig ten „ Eersten na derwaarts begeven, met den zelven „ in goed verstant en vriendschap hebben televen, en „alles met den anderen moeten overleggen, het ge„ „„ne tot 's Comp:s en 'skonings wel zijn kan strecken. „ bij aenkomst te Samanka, moet uE zigh ten „Eersten informeren hoedanig het gelegen is met „het voorgeven vanden aldaar militeerenden ser„ „geant Pieter Raus betreffende den „manicabor of maleijer Kiaij Dama„ „zijn pernicieuse desseinen, en of den „selven inderdaat voornemen is d' En„ „gelse natie in dat district te locken, „en interoepen: moetende: ingevalle Erto: 1: uE 2:

NL-HaNA_1.04.02_3094_0145 view scan ↗

English

From Bantam, dated 1 March 1763. if Your Honour finds this to be so, you are to send him in secure custody here, along with the principal members of his following and family, with all his goods properly recorded in an inventory and, as far as practicable, sealed. If the aforesaid English or other foreign nations should wish to establish themselves there or elsewhere on the territory of the King of Bantam, or should have already taken possession, and Your Honour cannot prevent this, you must protest against it in writing in the most serious manner, maintaining that no one else has any right or prerogative thereto except the Dutch Company, both by virtue of the exclusive contracts and because it is the feudal lord of that monarch. Where the actual boundary line between Silleboe and Samanka lies on the seacoast, you must investigate accurately, and cause the Company's cruising pantjallang Java to anchor there, as well as have Sergeant Kreitton, with a corporal and six men, take post on the King's territory, demanding a Prince's flag, to which end the King's regent there shall have to vacate a dwelling. As the necessity of the case demands, the said Company's pantjallang or the King's armed vessel shall have to cruise back and forth to the Vlakke Hoek and the River Borni, in order to ward off all foreign intrusion. Sergeant Pieter Raus having been stationed up at the River Borné, Your Honour must make a report of everything that is learned concerning the undertakings of the English or others, in order that the necessary orders can be given in that regard. How matters stand and what Your Honour believes ought to be done in that respect, as well as the state of the pepper plantations in that district, Your Honour must inform me at the earliest opportunity, and in the meantime remain there until my further orders. In which expectation I remain. Underneath stood: Your Honour's good friend. Was signed: H: P: Faure. In the margin: Bantam, 19 February Anno 1763. And with which writer Your Honour must therefore take counsel regarding everything, being a person who is accustomed to dealing with the natives and thoroughly knows their maxims; whilst on the King's side there will further accompany you from here three armed cruising pantjallangs, with which and the country boat, item the Company's and the King's vessels which are already at Samanka, Your Honour must regulate the cruising back and forth to the Vlakke Hoek and the River Borne, as is determined in Their High Excellencies' instructions and as circumstances will further require. From Bantam, dated 1 March 1763. I also enclose herewith a written protest of which Your Honour must make such use as the aforementioned Their High Excellencies have prescribed to you, and for the rest arrange such signals with the Company's and the King's vessels as necessity shall come to require, and for which that which I handed over to the commander Paradijs may serve as a model. Wherewith, after greetings, I remain. Underneath stood: Your Honour's good friend. Was signed: H: P: Fauré. In the margin: Bantam, 1st March Anno 1763. Lower: Agrees. Was signed: H: P: Faure. Batavia. From Bantam, 12 March 1763. Batavia. To the same as before. This morning at daybreak there arrived here very unexpectedly a corporal and four common soldiers from Lampong Samanka, among them one severely wounded, from whose enclosed report Your High Excellencies will be able to see the overrun of the cruising pantjallang Java and the murder of the garrison at the River Borné by the people of the Menangkabau Kyahi Daman; however, which five Europeans nevertheless escaped through the aid of the Lampong Prince Wiroetama, as appears from the translation of the letter of the aforementioned Prince, likewise accompanying this in all deference. I have therefore de facto dispatched a small prahu kolek thither for the speedy delivery of the copy of the letter enclosed herewith to Lieutenant Ziegman and the commander of the bark De Vrijheid, Philippus Veldhuijsen, in order to prevent further adverse consequences, trusting that this precaution of mine will merit Your High Excellencies' approval. In the meantime, I shall this very day concert with the Sultan and the Regent of the realm such measures as the circumstances of the time demand; that entire disaster being, according to the reports, to be imputed to no one other than the leaders of the said Company's cruising pantjallang, who held their enemy in too little esteem and neglected to secure the said Menangkabau and his people, but allowed them to walk about freely and at will upon the deck, while they went ashore likewise to seize their goods, without keeping proper watch at night, all of which may be seen more fully from the aforementioned account, to which he respectfully refers who, with the utmost respect, remains. Underneath stood: High Noble, Highly Esteemed, Widely Ruling Lords, and Noble Lords. Lower: Your High Excellencies' humble and faithful servant. Was signed: H: P: Faure. In the margin: Bantam, 12 March 1763. Account: From Bantam, dated 12 March 1763. Account given here at the secretariat by Corporal Jan Buijs of Hessen-Cassel, and the soldiers Johan Christiaan Lents of Uitsderwerda, Jan van Doorn of Croesberk, Sebastiaan Gramprieg of Trier, having been stationed at the post Lampong Samanka, concerning that which befell them there, in which concurs the severely wounded soldier Adriaan Jansen of Axel lying in the hospital. The narrators named in the heading relate that Sergeant Kreitlou at

Dutch transcription

van Bantam onderdato 1: maart 1763. „uE zulx dusdanig bevind, hem in goede verzekering: „benevens de voornaamste zijn aanhangers, en faniel„ „le herwaarts zenden met al zijne goederen behoor„ „lijk opgeschreven, en zo verre het doenlijk is verzegult. —. „ wanneer gew: Engelse, of andere vreemde natien, „aldaar, of Elders op het territoir van den bantam„ „sen koning zig zoude willen vestiegen, of bereets „possessie mogten genomen hebben: zal uE zulx „niet komende beletten daar tegens op het „ Ernstigste in geschrift moeten protesteren, „ en beweren, dat daer toe niemand anders „recht op prerogatief heeft, doen de neder„ „landsche Compagnie, zo uit hoofden „der Exclusive Contracten, als om dat zij „leenheer van dien vorst is. —. „waar Eijgentlijk De Limiet schijding tus„ „„sen Silleboe, en Samanka aan de zee„ „„kant is, zult gij nauwkeurig moeten onder„ „„zoeken, en aldaar s Comp:s kruijspantjan„ „„lang Iava doen ankeren, mitsgaders „ op 'skonings territoir den zergiant Kreitton 3: 131 4: Van Bantam onder dato 1 maart 1763. „kreitton, met Een Corporaal van zes man „doen post vatten, onder het opEysschen van Een „ Prince vlag ten welken Eijnde 'skonings „reegent daer Een wooning zal dienen „ interuijmen. — „na verEysch van zaken zal gerepte s' Comp:s Pan„ „tjallang, of 's konings gewapend vaertuijg, of „ skonings gewapend vaertuijg, af en aande „vlacke hoek, ende rivier Borni moeten „kruijsen, om alle vreemden indrang „ afteweren. —. Den Zergeant Pieter Raus bo„ „ „ven aen de rivier Borné ge„ „„poseert zijnde; zal uE verslag „ moeten doen van al het gene „ nopens de onderneming der Engel„ „se, of andere, komt te verne„ „„men: ten Eijnde dier wegens „de verEyschte ordre te konnen „stellen. — „ hoedanig de zaeken gesteld en wat uE: E 5: 6: 7: 133 Van Bantam onder dato 1:' Maart 1763. „ub vermeent dierwegens verrigt te werden, mits„ „„gaders den staat der Peper Plantagien in „dat district zal uE mij ten Eersten „dienen te bedeelen, en intussen tot „mijn nader ordre, daar moeten blijven „ In welke verwagting ben. –. /onderstond „ uE: goeden vriend /:was getekend:/ H: „ P: Fanre /:in margine / Bantam „ Den 19: febr: A:o 1763. —. En met welke pennist uE: dus omtrent alles te raden zult moeten gaen, als Een per „zoon zijn de die gewent is met den Inlander te verkeeren en hunne maximes grondig kent: terwijle uE: van 's konings zijde van hier nog zullen verzellen Drie gewapende kruijspan„ tjallang met de welke en de landsboot, item sComp:s en 's konings vaertuijg /:die zig reets Te Samanka bevinden:/ uE de bekruijsiging af, en aen de vlacke hoek, en de rivier Borne moeten regu„ „leren, zo als zulx bij haar hoog Edelens Instructie Instructie bepaelt is, en de omstandig„ „heeden het verder zal verEijschen. — Van Bantam onder dato 1: maart 1763. Nog voege hier by Een schrif„ „telijk protest waar van uE zoda„ „nig Een gebruijk moeten maken als wel gemelte haar hoog Edelens uE voorschreven hebben, en voor't overige dusdanige seijnen met sComp:s en 's konings vaertuijgen beramen, als de noodsakelijkheid zulx zal komen te verEijschen, en waer. van tot Een model kan dienen dat genen ik aen den gezag„ „hebber Paradijs ter hand, ge steld hebben. — Waer mede Na Groete blij „re - /:onderstond:/ uE Goeden vriend /: was getekend:/ H: P: Fauré dito /:in margine:/ Bantam P=mo Maart A„o 1763: /:Lager :/ ac„ „cordeert: /:was getekend:/ H: P: Faure. Batavia 135 Van Bantam den 12:' Maart 1763: Batavia Aan als vooren Heden Morgen met het aanbreeken van den dag kwamen hier zeer onverwagt opda„ „gen Een Corporaal en vier gemene Militairen van Lampong Samanka waar onder Eenen swaar gekwest uit welkers g'inclozeerde be„ „rigt uw hoog Edelens zullen boogen het aflopen van de kruijspantjallang Iava en het vermoorden der bezettelingen aan de revier Borné door het volk van den manikabor Kiaij Daman dog welke vijf Eeuropezen door toe „doen van den Lampongsen Pangerang Wieroe„ tama het nog ontvlugt zijn, blijkens d' in alle Eerbied dezen almede verzellende translaat brief van Evengem: Prins: ik heb„ be dierhalven de facto Een klijne prauw Collek ter spoedige bestelling van d' in Copia dezer bijvoegde brief aanden Lieutenant Ziegman en Van Bantam den 12:' Maart 1763: en den Gezaghebber vande barck de vrijheid Philip„ „pus veldhuijsen na derwaards gezonden ter voor„ koming van verdere nadelige gevolgen, in ver„ trouwe deze mijne precautie uw hoog Edelens goedkeurig zullen meriteeren; ondertussen zal ik met den sulthan enden Rijksbestierder dezen dag nog zodanige maatregulen beramen als de tijds omstandigheden verEyschen; zijnde volgens de berigten dat hele ongeval aan niemand anders 't imputeren dan aan de hoofden van gerepte sComp:s kruijtpantjalling, als dewelke hun vijand te gering g'agt en verzuijmt hebben genoemden manicabor en zijn volk te secure„ „ren, maar hun vrij en lieber op het dek hebben laten omlopen: terwijle zij na de wal gingen om hunne goederen insgelijks is beslag te nemen, zonder des nagts behoorlijke wagt te houden alles breder tezien uit voormeld Relaas waar aan zig Eerbiedig ge„ „draagt den genen die met het uitterste respect verblijft /:onderstond/ Hoog Edelen Hoog agtbaren wijd gebiedenden heere, en wel Edele heeren /:lager:/ uw hoog Edelens onderdanigen entrouschuldigen dienaar /:was getekend:/ H: P: Faure /in margine:/ Bantam den 12: maart 1763. Relaas: —. : 137 Van Bantam onder dato 12: maart 1763 Relaas gedaan alhier ter secretarije door den Corporaal Jan Buijs van Hessen Cassel, en den soldaaten Iohan Christi„ „aan Lents van uijtsderwerda, Jan van Doorn van Croes„ „berk, Sabastiaan Gram„ „prieg van Thrier, beschijden geweest sijnde op de poost Lampong Samanka wegens het geenen haar aldaar is weedervaren, waar meede sig Confir„ „meert den swaar geques„ „ten in 't Hospitaal leg„ „gende soldaat Adriaan Jansen van axel. —. D' relatanten in hoofden genaamd, relateeren dat den Sergiant Kreitlou„ op B

NL-HaNA_1.04.02_3094_0152 view scan ↗

English

From Bantam, dated 12 March 1763: on 8 February last, the king's pantjallang arrived there at the post, and on the 15th following the pantjallang Java, as well as on that day a letter from the Honorable Lord Commander arrived to the Postholder there, Pieter Rous, with orders that the Postholder should immediately send someone to inspect whether the Company boundary post was still standing properly in its place, which was then done by Sergeant Kreitlow, Corporal Buys with six soldiers, the head of the Malays there, Key Deman, together with his two sons, and they found the post standing behind two trees at the village of Ianpan, subsequently taking the aforesaid post and placing it so that it could be seen by everyone. After having done this, Sergeant Kreitlow with his men and the aforesaid persons immediately boarded the pantjalling Java. When Sergeant Rous saw that they had arrived on board, he immediately went to fetch Key Deman's two other sons and brought them on board with a tambangan, and announced to them that they were prisoners who, according to orders from the Honorable Lord Commander, had to be brought to Bantam, whereupon both sergeants returned to land and then went with all their men to the house of the said Key Deman, where both entered to pack up and inventory his property. They had the rest of the men keep guard around the aforesaid house, and from the moment the property was packed up, the sergeants with six men from the pantjalling Java stayed inside the house for four days, both day and night, until the 25th of the same month, when they had the property brought on board and still kept watch in the house that night, when at around one o'clock the followers of Key Deman secretly crept inside through a back gate of the house, ran directly upstairs, and immediately killed the two sergeants, whereupon those who were on guard there still heard Sergeant Kreithoud cry for help, and upon those cries ran to the gate to break it open, but it was so well secured that this could not be done; when the Malays heard the shouting from inside, those from outside also attacked those six men from all corners, of whom they stabbed 2 to death, severely wounded 3, and left one unharmed, whereupon those who were at the post heard a shot, and the Corporal then immediately sent two men of his troop thither to see what was going on there. Having arrived there, they immediately discharged their muskets and were also wounded, took those three wounded men and the one unharmed man with them to their post, and reported thereof to the Corporal. They then saw Malays coming with burning lights from the pantjalling where they had also killed everyone, as well as from the forest toward the post's houses where they then found themselves with a Corporal, six wounded men, and four healthy privates, and immediately discharged blunderbusses at the four corners, while the Malays from the pantjalling had not yet landed ashore. They of the post seized their opportunity to fight their way through and thus flee into the forest, where they remained for three days and three nights without food, but having entered the forest, four of their men had gone missing, and in the afternoon around four o'clock another man left them after first firing a shot, as he did not want to stay with them any longer. On the evening of the third day they reached the sea beach, marched there through rivers that came above their heads; when they crossed the first river, two juncos pursued them and called out in Malay to the people on shore that there were Dutchmen on the beach, whereupon they became frightened and began to run faster; they had to leave behind there another man of the wounded whom they had helped as much as was possible, because his body was full of seawater and he could no longer go on. Subsequently, the next morning, they arrived at Teram and requested the Raden that he would have them transported hither, or else back to the Pangerang of Samanka, as they had heard from the Lampongers that the aforesaid Pangerang had sent men to the sea beach to give orders that if Dutchmen came there, to send them back to him in order to turn them over to the Company. On the other hand, Key Deman had, while sailing past, given orders that if Dutchmen passed by, to kill them because they had much money with them, whereupon the Raden of Teram personally turned them over to the Pangerang of Samanka, who sent them hither on the third of this month with the King's pantjalling Java, thus ending their report. Thus reported at Bantam, 12 March Anno 1763. It was signed: J:n Buys, Johan Christiaan Hendsel, marked with a cross by Jan van Doorn and Debastiaan Gramprig. Below was written: in my presence, it was signed: C: de Timmer, sworn scribe. Translation.

Dutch transcription

Van Bantam, onder dato 12 Maart 1763: op den 8: Februarij Iongst leeden met skonings Pantjallang aldaar op d' post is gearriveert, in den 15: daar aan vol„ „gende de pantjallang Iava, gelijk ook dien dag Een brief van den E achtbaren heer Commandeur aan den Posthouder aldaar Pieter Rous aankwam, met ordres dat den Posthouder ten Eersten ijmand soude hebben ten senden om te besigtigen off Compagnie Paal nog in ordre op zijn plaats stond gelijk dan ook door den sergiant Kreitlow, den Corporaal Buijs met ses soldaten het hoofft der maleijers aldaar, Keij Deman benevens zijn twee zoo„ „nen gescheid is, en bevonden de paal staan, agter twee boomen op den Negerij Ianpan, hebbende vervolgens voorn: paal genoomen en geplaats dat de selve door een ijder konde gezien wor„ „den, na sulx te hebben verrigt be„ „gaaf den Sergiant Kreitlow met zijn 139 Van Bantam onder dato 12:' Maart 1763: zijn volk en voorn: persoonen sig ten Eersten na boord van den pantjalling Iava, doen den Zergiant Rous zag dat zij aan boord waaren g'arriveert; ging aan„ stonds heenen om Keij Deman Sijn twee andere soonen te haalen, en met een Tanbanger meede aan boord bragt, en haar lieden. aankondigde dat sij arrestanten waa„ ren, om volgens ordres vanden E: achtbaren Heer Commandeur na Bantam moes„ ten gebragt werden, waar op die beide ser„ gianten sig weder na land begaven, en gingen vervolgens met allen hun volk naar het Huijs van van gemelde Keij Deman, daar sij beide zijn ingegaan om het goed van dezelve in ten pakken en op te schrijven Lieten het overige volk d' wagt om het meergem: Huijs hou„ „den, en vandat moment dat goed was ingepakt, zijn de zergianten met 6: man Van Bantam onder dato 12:' Maart 1763: 6: man vande Pantjalling Iava, vier dagen daar in huijs gebleeven zo wel des daags, als des nagts, tot den 25: dito wanneer sij het goed na boord lieten brengen en hielden dien nagt nog de wagt in het Huijs wanneer om Streeks van Een uuren d' aanhangers vande Keij deman heimelijk door een achter poort van het Huijs daar in sloopen, en direct naar boven Liepen, en aanstonds de twee sergiants om het lee„ „ven bragten, waar op de geenen die de wagt daar hadden, den zergiant kreit„ houd nog om hulp hebben hooren roepen, en dezelve op dat geroept na d' poort liepen om die open te breeken, maar was, so wel versorgt dat sulks niet konde geschieden; doen de Maleijers het geschreeuw van binnen hoorden kwa„ men die van buijten ook van alle hoeken op die ses man aanvallen waar van sij 2: dood staaken 3: swaan questen 141 Van Bantam onder dato 12: Maart 1763. questen, en Een ongequest lieten blij C ven waar op die geenen die op d' post waaren, Een schoot hoorde, en den Cor„ „poraal als doen aanstonds twee man van zijn volk na derwaarts zond, om te zien wat daar te doen was sij daar gekomen sijnde losten aanstonds hunne geweere, en wierden meede ge„ „quest, namen dien drie q'questen en d' Een ongequesten mede na hunne post, en dee„ „den daar van verslag aanden Corporaal, saagen doen maleijers met branden lig„ ten van de pantjalling /:alwaar sij mede alles om het leeven gebragt hadden:/ gelijk ook uijt het Bos d' Huijsen naar de post /: alwaar sij sig doen bevonden met Een Corporaal, ses gequesten een vier gesonden gemeenen:/ toekomen, en aldaar voort op de vier hoeken donder bos„ „sen losten, terwijl de maleijers vande Pan„ „tjalling nog niet aan de wal waeren aangeland. Van Bantam onder dato 12:' Maart 1762: naamen zij van de post haar kans waar, om der door heen ten slaan, en so na het Bos te vlugten alwaar sij drie da„ „gen en drie nagten sijn gebleeven sonder Eeten, maar in het bos gekomen sijn waaren vier man van haar absent ge„ „raakt, en des namiddags tegens vier uuren verlied haar nog een man, na Eerst een schoot ten hebben gedaan, die niet langer bij haar wilden blijven den derde dag des avonds kwamen sij aan zee strand, marcheerde aldaar door revieren die haar tot boven het hoofd kwamen; doen sij door d'Eerste revier gongen, vervolgde haar twee Ioukons die tegens het volk dat aan de wal was, op zijn maleijts riepen, dat der Hollanders aan Strand waaren, waar op zij lieden bang wierden, en harder aan het loopen teegen; moesten daar 143 Van Bantam onder dato 12:' Maart 1763. daar weder Een man van d gequeste die zij hoe veel geholpen hadden als doenlijk waar achter laaten, door dien hij het Lijff vol zee water had en niet meer voort kon„ „de, vervolgens kwamen sij s'anderen daags Smorgens op Teram en verzogten aan den Radeen, dat hij haar lieden na herwaarts, of off wel weeder naar de Pan„ gerang van Samanka wilde laaten over„ „voeren, terwijl sij gehoort hadden van de Lampongders dat voorn: Pangerang, volk had uijtgezonden na zee strand om ordres te geeven, bij aldien daar Hol„ landers kwamen, die weder aan hem te rug te zenden om dan aan de Comp: over te geven, daar en tegen had keij Deman in het verbij zijlen ordres gegeven van als daar hollanders passeerde dezelve om het leeven te brengen door dien sij veel geld bij haar hadden, waar op de Radeen van Teram. en Van Bantam onder dato 12:' Maart 1763: van Teram haar lieden selfs aan de pan„ „gerang van Samanka heeft over ge „geven, dien haar den derde van deese maand met S Konings Pan„ „tjalling Iava na hier heb„ „be gezonden Eyndigende hier meede haar relatie —. Aldus Gerelateerdt Tot Bantam den 12:' Maart A„o 1763. /:was getekend:/ I:n Buijs Johan Christiaan Hendsel dit gesteld met kruijs bij Ian van Doorn en Debastiaan Gramprig /onderstond:/ in kennisse van mij /:was getekend:/ C: de Timmer geswoore Schriba Translaat

NL-HaNA_1.04.02_3094_0159 view scan ↗

English

145 From Bantam under date 12 March 1764: Translation of a Javanese letter by the Ingabeij Douta Diprana, the Pangerang wiera Oetama, and Kearia Soera Saija, together with Kearia Patra Digala, and all further chiefs of Lampong Samanca written to the Regent of the Realm, the Pangerang Coesoema De Ningraat, reading as follows. We hereby make known that we have fallen into great adversities through the conduct of the Malay chief Kiaij Daman, for from the very beginning when an Honorable Company pantjallang arrived here, the aforementioned chief was called by the sergeant of that vessel, and having appeared there together with his four sons, their krisses were taken from them and they were kept there in custody, showing them an Honorable Company letter, and he thereupon went ashore, calling all the chiefs there together, and informed them that he wished to take the goods of From Bantam under date 12 March 1763: of Kiaij Daman into custody and have them brought to the pantjallang, whereupon the chiefs said to him, if you intend to do that, you must beforehand secure Kiaij Daman well or put him in the stocks, to which the said sergeant answered, have no worry, I have full authority to do so, and also showed them the aforementioned letter, saying further, you must not interfere in this, whereupon they let him proceed, and within the span of three days transported the goods on board; that being done, he further communicated to them that he intended to depart tomorrow, and that they should then come together once more, the sergeant sleeping that night, together with a corporal and two soldiers, in the house of the often mentioned chief; but around one o’clock at night a great commotion occurred, whereupon the Lampong chiefs gathered together to see what was going on, and having come to the 147 From Bantam under date 12 March 1763: the house of Kiaij Daman, they found the aforementioned four Europeans murdered there, whereupon they immediately went to the pantjallang and found it empty, mounted with 12 small pieces of cannon, without anyone on board, and they thereupon immediately returned ashore to conduct a thorough search concerning the matter until morning, but finding nothing there, a raden named aij arrived, living not far from Samanca and residing in the settlement Ceram, who made known that five Europeans, namely 1 corporal, 4 soldiers, and a female person, had taken refuge with him during the night, whom he had then also protected, among whom two were wounded, and that he had brought them here with him, and at the same time delivered them to the Pangerang wiera oetama, From Bantam under date 12 March 1763: who then subsequently placed them on a native vessel and sent them hither with communication, with further notice that the aforementioned pangerang currently keeps guard there in the Malay campong together with the other chiefs, letting their subordinates search all around that district; furthermore, there still remained behind from the fled Malays two large prows and five prows colleks, which the aforementioned Pangerang has taken under his protection; in the margin written in the month Roa the 12th day of that month, being the 28th of the recently passed month February; below stood according to translation drawn up by me, the undersigned, on 12 March Anno 1763; was signed Joh: Christ: Steenhuijsen. To the 149 From Bantam under date 12 March 1763. To the Military Lieutenant Johan Christiaan Ziegman, and the Master of the Bark De vrijheid Philippus veldhuijsen. Valiant, Honorable, Pious Having received report this morning that the crew of the Company cruising pantjallang Iara and the garrison at the river Borné have been murdered by the Menangkabau Kiaij Daman and his faction, this serves to order you to devise the necessary means together with the Pangerang wierotama and Kiaij Aria Doeta dimangala, the King's regents there, From Bantam under date 12 March 1763: there, together with the assistant wandelaer, not only to prevent all further intrusion of those foreigners from that district, but likewise to act jointly to drive entirely out of it all that native rabble who are not true Lampongers or the King's subjects, and if possible to take the principal persons of that faction into custody and to send them hither as such; in the meantime, you must not only cast anchor in front of that river, 151 From Bantam under date 12 March 1763. cast anchor, but likewise keep with you the country boat and the three armed vessels of the King that have already sailed thither, in order to be used as circumstances require, until such time as I can provide you with further reinforcements from here, you being required above all to exercise the utmost caution so as not to be ambushed or surprised by them, and also to search thoroughly all foreign native vessels that appear around there, From Bantam under date 12 March 1763. appear around there, and to detain those that are not provided with a Company pass. In which expectation, with greetings, I remain; below stood your good friend; was signed H: P: Faure; in the margin Bantam the 12th of March Anno 1763; lower agrees; was signed M: P: Faure. Batavia

Dutch transcription

145 Van Bantam onder dato 12: Maart 1764: Translaat Javaanse brief door den Ingabeij Douta Diprana, den Pan„ „gerang wiera Oetama, en Kearia Soera Saija, mitsgaders Kearia Patra Digala, en alle verdere hoofden van Lampong Samanca gesz aan den Rijxbestierder, den Pangerang Coesoema De Ningraat Luijdende als volgt. — Wij doen hier mede te weeten, dat wij in groote weederwaardigheeden geraakt zijn, door 't bestek van 't Maleijtse hoofd Kiaij Daman want van begin of aan, dat alhier een 'sE Comp:s Pantjallang arriveerde, so wierd evengemelde stood door den zergeant van dat kieltje geroepen en aldaar benevens desselfs vier soonen verscheenen zijn„ „de wierden deselve haar Crissen afgenomen en aldaar in verseekering gehouden toonende aan haer lieden, een S: E: Comp: missive en vervoegde sig daer op nade wal geroepende alle hoofden aldaar bij den anderen en maekte hun lieden bekent dat hij de goederen van Van Bantam onder dato 12:' Maart 1763:— van Kiaij Daman, wilde in bewaaring neemen, en na de Pantjallang laten brengen, waar op de hoofden tegens hem zeijden, als gij dat van sints bent te doen moet gij bevoorens Kiaij Daman wel verseekeren, of wel in 't blok setten waer op gemelde sergeant antwoorde hebt gij geen swarigheid, ik hebbe volle magt daar toe en vertoonde al meede hun Lieden voornoemde missive, zeggende verder gij moet u daar meede niet mengen waar op zij hem begaan lieten, en vervoerden in den tijd van drie dagen de goederen na boord, dat gedaan zijnde Communiceerde hij hun lieden ver„ der dat van sints was op morgen te ver„ „trecken, en dat sij dan nog eens bij den anderen moesten komen slaapende den zergeant die Nagt beneevens Een Corporael en twee soldaeten in het huijs van dikge„ „melde hoofd, dog omtrent een uuren snagts geschiedde een groot rumoor waar op de Lam„ pongse hoofden sig bij den anderen vervoegden om tezien wat of er gaende was, en bij het 147 Van Bantam onder dato 12:' Maart 1763: het huijs van Kiaij Daman gekomen zijnde, vonden die voormelde vier Europeesen, aldaar vermoort waar op Sij sig ten Eersten dan ook na de Pantjallang begaven en bevonden deselve leeg gemonteert met 12: p:s stukjes Canon, sonder imand daer op leg„ gen en vervoegden Sig hier op ten Eersten weder nade wal om aldaar Naauw keuri„ ge visitatie omtrent het gemelde te doen tot Smorgens toe, dog aldaar niets vin„ „dende, so arriveerde daar op Eenen radeeng aij genaemt niet vervan Samanca, en op de negerij Ceram, woonende, die be„ kent maekte dat vijf Europeesen, als 1: Corporaal 4: Soldaeten, en een vrouws persoon van nagt haere toevlugt bij hem hadden genomen, dewelke hij dan ook geprotegeert hadde, waar onder twee g'queste waeren, en dat hij deselve alhier mede gebragt hadde, en teffens aan den Pangerang wiera oetama ook Van Bantam onder dato 12:' Maart 1763:—. ook overleeverde, die dan dezelve vervolgens op Een Inlands vaartuijg geset, en na her„ „waarts met Communicatie gesonden heeft met verder Narigt, dat evengemelde pon„ „gerang thans aldaar beneevens de oude re hoofden inde Maleijdse Campong de wagt houd latende haar onder hoorige indat district overael nog rond soeken, al verder is aldaar van de gevlugte Maleijers nog verbleeven, Twee groote Praau„ „wen en vijf Praauwen Colleks die evengenoemde Pangerang onder zijn Protexie heeft genomen /:ter zijde :/ geschreeven inde maand Roa den 12: dag dien Maand, zijnde den 28: vande maand Iongst gepasseer„ de maand Februarij /:onderstond:/ vol„ „gens Translatie door mij onderge„ tekenden, opgestelt den 12: maart A„o 1763: /:was getekend:/ Ioh: Christ: Steenhuijsen. — aan d 149 Van Bantam onder dato 12:' Maart 1763. Aan Den Lieutenant militair Johan Christiaan Ziegman, En den Gezaghebber van de Barcq De vrijheid Philippus veldhuijsen. Manhafte Eerzame vrome Heden morgen berigt Erlan„ „gende, dat het volk van s' Com„ „pagnies Kruijs pantjallang Ia„ „ra en de bezettelingen aan de rivier Borné, door den ma„ nicabor Kiaij Daman, en desselfs aan hang vermoord zijn zo diend desen om uE te gelasten van met den Pangerang wierotama, en Kiaij Aria Doeta di„ „mangala s'konings regenten aldaar Van Bantam onder dato 12: maart 1763: aldaar, benevens den adsis„ „tend wandelaer de nodige middelen te beramen, niet alleen ter wering van alle verderen indrang dier vreemdelingen uit dat Districkt; maar insgelijx om gelijker hand al dat jnlands gespuijs /: die gene regte Lam„ „ponders of 's Konings on„ derdanen zijn :/ daar uit ten Penemalen te ver„ drijven, en des doenlijk de voornaemste van dien aenhang in verzekering tenemen mitsgaders zodanig herwaarts te zenden; ondertus„ sen moeten uE„s niet alleen voor die rivier ten 151 Van Bantam onder dato 12: maart 1763. ten Anker gaen leggen maar insgelijx De Lands„ boodt en de daar bereets na toegezijlde Drie ge„ „wapende skonings vaartuijgen bij zig houden, om na ver„ eijsch van zaken ge „bruijkt te konnen wer„ „den, tot er tijd ik uE: van hier meerder ver„ „sterking kan besor„ gen moetende u E„s voor al d' uijtterste omzigtigheid gebruij„ ken, ten Eijnde door hun niet overvallen of verrast te werden, item alle vreemde Inlandse vaartuij„ „gen de welke daar omstreeks Van Bantam onder dato 12: maart 1763. omstreeks komen te ver„ „schijnen nauwkeurig vi„ ziteren, en die met geen 's Compagnie pas voorzien zijn, aenhouden. —. In welke verwag„ ting na Groete blijve /:onderstond:/ UE: Goe„ den vriend /: was gete„ „ kend:/ H: P: Faure in margine Ban„ tam den 12: maart A„o 1763: /: Lager:/ accor deert /:was gete kend:/ M: P: F:au„ rl. — Batavia

NL-HaNA_1.04.02_3094_0167 view scan ↗

English

From Bantam, the 15th of March 1763 Batavia To the same as before Pursuant to my respectful letter of the 12th instant, communicating the misfortune that befell the Company's servants at Samanka, I went to court and urged the Sultan to equip some more vessels, with as many armed men as could be gathered together, in order to thwart the further pernicious designs of the rebels at once without granting them time for deliberation and reinforcement. To this His Highness immediately agreed, but at the same time, in agreement with the Prime Minister, declared that he could presently provide no more than two capable pantjallangs for the transport of one hundred trained warriors. Furthermore, I requested the ruler to immediately have a native benting erected on the river Borné for the security of his people, and also to be able to demand the hoisting of the Company's flag there. And although it seems that the Lampongers are well-intentioned, it nevertheless seems to me, under correction, to be utterly necessary that they perceive that the Honorable Company takes this evil deed seriously and comes to support them de facto; all the more because that nation is of a faint-hearted nature, and the Bantenese are moreover very dilatory in their enterprises. This, therefore, in the hope of a favorable interpretation, gives me the liberty to propose in all respect to Your Right Excellencies to immediately detach a company of Europeans thither, with a good number of eastern soldiers, in order subsequently to post 24 to 30 men of them, equipped with field pieces, ashore in the mentioned benting, whereby the inhabitants will then also be encouraged to remain there, whereas otherwise, out of fear of those wanderers, they would withdraw. On my proposal for the construction of such a fortification, the Prime Minister has already sent the necessary orders. For although the Lampongers have taken possession of the abandoned kampong of the Malays, and that rabble is now dispersed right and left, without being able to report positively where they have gone, it is nevertheless likely that they will try to return, seeing that they were accustomed to advancing money on the pepper crop and conducting further trade with those natives. According to presumption, the people have retired toward the side of Silleboe and landed at Bancoenat, seeing that the Menangkabau Kyahi Daman has several friends there, with whom and several other dependents of the English, it is now learned from other sources that he maintained a close correspondence. For which reason it is also, although the murder committed on our servants is deplorable, nevertheless very good that this rebel with his followers has already taken flight, having had, by estimation, upwards of two hundred persons with him, armed with pikes, klewangs, and firearms, among which were the blunderbusses and flintlocks of our slain men. And their kampong is of great extent, yet a good two hours' walk from the Lampong village, which is also the reason that these people could not immediately come to the aid of ours, as they subsequently tried to do, since shortly thereafter they sailed to the cruising pantjallang, but found it stripped of people and goods, except for the swivel guns, which they sent here, and they brought the said small vessel into the river, because its sails and all the rigging had been cut to pieces. This caused me to order the authorities of the barque De Vrijheijd to re-rig it and to send it hither when opportunity arises. The number of slain and missing Europeans consists of: 2 sergeants 1 corporal 1 mate 1 quartermaster 16 private soldiers 9 sailors, together with 8 native mariners, both Bugis and Balinese not counting another European who has since died of his wounds here. Solely through the negligence and neglect of their leaders did they meet their end so unhappily, for the goods of the Menangkabau Kyahi Daman had already all been shipped off, and his house was empty; and yet the sergeant saw fit to pass the night ashore with some men, while the mate and his crew must undoubtedly have been asleep on the pantjallang when the Malays boarded it, seeing that the swivel guns had not even been loaded; in addition, they left the often-mentioned Kyahi Daman free and unhindered, and permitted his sons to sail back and forth to purchase provisions. Herewith I conclude this letter and remain with respect, Below stood: Right Honorable, Highly Esteemed, Sovereign Lords, and Honorable Gentlemen Lower: Your Right Excellencies' most humble and dutiful servant Was signed: H. P. Faure In the margin: Bantam, the 15th of March 1763. Batavia From Bantam, the 25th of March 1763. Batavia To the same as before In dutiful reply to Your Right Excellencies' respected missive of the 17th instant, this serves initially to communicate that the small ship De Jonge Petrus Albertus, together with the sloop De Papegaij and the pantjallang De Sniaffelaar, arrived at this roadstead yesterday at noon, and today continued their voyage to Lampong Samanka, furnished with such instructions as may be seen from the copies accompanying this, to which I take the liberty to refer respectfully, in the hope that they may merit Your Right Excellencies' approval. But with regard to the foreign natives who are settled and established everywhere in the Lampong districts, the Sultan and the Prime Minister request that

Dutch transcription

153 Van Bantam den 15: Maart 1763 Batavia Aan als vooren Ingevolge mijn Eerbiedigen van den 12: Cou„ rant /:ter Communicatie van het ongeval sCom„ „pagnies bediendens te Samanka overkomen:/ hebbe ik mij ten hove begeven, en den sulthan aangespoord ter uitrusting van nog Eenige vaar„ tuijgen, met zo veel gewapende manschappen, als maar bij Een te zamelen zullen zijn; ten Einde de verdere pernicieuse dessijnen der Rebellen ten Eersten temogen verijdelen zonder hun tijd van beraad, en versterking te gunnen waar toe zijn hooghijd wel aanstonds bewilligden, maar teffens /: in over Een stemming met den rijx be„ stierder:/ betuijgde thans niet meer dan twee bekwame pantjallangs konde bezorgen tot Transport van Een hondert g'aeffende krijgers wijders verzogt ik den vorst, ten Eersten Een Jnlandze benting aan de rivier borné te willen doen Van Bantam den 15: April A:o 1763. — doen oprigten, ter bevijliging van zijn volk, en om teffens 's Comp:s vlag aldaar te konnen op Eijschen en al hoe wel het schijnd dat de Lam„ „ponders wel g'intentioneerd zijn, zo dunkt mij /:onder correctie:/ het egter ten uittersten noodzakelijk is, zij ontwaren dat d' E: Comp:e zig aan dien heuveldaat gelegen laat leggen, en hun de facto komt ondersteunen; te meer die natie van Een blohartigen imborst zijnde, en de bantammers daar bij zeer dra„ „lend in hunne onderneming: het gene mij dierhalven /: in hope van welduiding :/ de vrijheid doet nemen uw Hoog Edelens in alle Eerbied te proponeren, om ten Eersten Een Compagnie Europezen, met Een goed getal oosterse mili„ „tairen na derwaards te detacheren, om vervol„ „gens daar van 24: â 30: man, voorzien van veld stucken, aan de wal inde gerepte benting te posteren, en waar door d' Ingezetenen dan ook aangemoedigt zullen werden om daar te blijven, en integen uit vreze voor die swervers. zoude Van Bantam den 15. Maart 1763:: 155 zoude uitwijken hebbende den rijxbestierder op mijn propozitee tot d' Extructie van zodanig Een vastigheid reeds de nodige ordres gezonden, want schoon de Lamponders de verlatene Campong der maleijers in bezit genomen hebben, en dat gespuijs thans regts en lings„ versprijt is, zonder positief te konnen melden waar zij lieden zig na toe begeven hebben, zo is 't Egter denkelijk, dat zij zullen tragten weder te keeren, gemerkt zij gewend waren op het Peper gewas geld uittezetten, en verdere handel met die in boorlingen te drijven, zijnde de lieden volgens prezumatie na de kant van sil„ „leboe geretireert, en op Bancoenat aan„ geland, gemerkt den manicabor Kiaij Da„ „man, daar verschijde vrienden heeft met dewelke en meer andere onderhorige van d' Engelse, men nu van ter zijde ver„ „neemt dat hij Een nauwe Corresponden„ „tie hield waaromme het dan ook (:schoon de d e Van Bantam den 15:' Maart 1763. de moort aan onze bediendens gepleegt, beklaaglijk is:/ Egter zeer goed: dat dien rebel met zijn aanhang bereeds de vlugt geno„ men heeft, als hebbende na gissing ruijm twe hondert koppen bij zig gehad, gewapend met pie„ ken, klewangs, en schiet geweer, waar onder de donderbussen, en snaphanen, van onze ge„ sneuvelde manschappen: en hun Campong van Eene groote uitgestrekheijd, dog wel twe ƒ uren gaans van de lampongse negorij 't gene dan ook de reden is dat dese volkeren de onze niet aanstonds te hulpen konde komen zo als zij in 't vervolgen hebben getragt dewijle kort daar aan, na de kruijs Pantjallang gevaren, maar dezel„ ve van volk en goederen ontbloot vonden uitgenomen de draaijbassen, die zij hier gezonden, en gerepte kieltje inde rivier gehaeld hebben, om dat de zijlen en al het touw werk daar van aan stucken gesneden was, het gene mij aan de overheeden 157 Van Bantam den 15. ' Maart 1763: overheeden van de barcq de vrijheijd heeft doen be lasten, dezelve weder toetetuijgen en bij gelegend„ heid herwaards te zenden, bestaande het getal der omgebragte en vermiste Eeuropezen, in 2: sergeants 1: Corporaal 1: stuurman 1: quartiermeester 16: gemeene militairen 9: matrozen, mitsgaders 8: Inlandse zevarende, zo boeginesen als baliers ongerekent nog Een Europees, die sedert hier aan zijn wonden overleeden is, — Alleen door onagtzaamheid en verzuijm van hunne hoofden zo ongeluckige aan hun Einde geraakt want de goederen vanden manicabor Kiaij Daman, waren reeds alle afgescheept, en zijn huijsledig; en Egter heeft den sergeant met Eenigen maanschappen konnen goedvinden aan de wal Van Bantam den 15: Maart A„o 1763. wal te vernagten, terwijle den stuurman en zijn volk op de Pantjallang ongetwijf„ „feld geslapen moeten hebben wanneer de maleijers daar aan boort zijn gekomen, gemerkt de draaijbassen met Eens geladen zijn geweest, daar bij hebben zij dik gerep„ ten Kiaij Daman, Los en liber gelaten; en aan zijn zoons gepermitteerd, af en aan te vaaren om levensmiddelen intekopen Hier mede hebbe d' Per dezen te be„ sluijten, en met ontzag te blijven /:onderstond:/ Hoog Edelen Hoog Achtbaren wijdgebiedenden Heere, en wel Edele Heeren /zager:/ uw Hoog Edelens onder„ danigsten en trouschuldigen Dienaar /:was getekend/ H P: Faure /:in margine:/ Bantam den 15: Maart 1763. Batavia 159 Van Bantam den 25:' Maart 1763. Batavia Aan als vooren Per schuldpligtige reschriptie op uw hoog Edelens gerespecteerde missive van den 17:e Courant dient aanvankelijk ter Communicatie, dat het scheep„ „je de Ionge Petrus Albertus, benevens de Chialoup De Papegaij, en de pantjallang De Sniaffelaar, gisteren op de middag ter dezer rheede g'arriveert: en heden hun rij„ „ze na Lampong Samanka voorgezet hebben, gemunibert met zodanige In„ structien als uit de dezen verzellende Copias. te beoogen orgen is, en waar aan ik de vrijheijd ne„ „me mij dus Eerbiedig te gedragen in hope de zelve uw Hoog Edelens approbatie zullen mogen meriteren; maar ten opzigte van de vreemde Inlanders, die alomme inde lam„ „ponse Districten gezeten en g'Etabliseert zijn, dezelve verzoekt den sulthan, enden Rijks E

NL-HaNA_1.04.02_3094_0174 view scan ↗

English

From Bantam, the 25th of March 1763: Regent that they may remain there, and so far keep themselves peaceful, considering it is mainly these foreigners who buy up the pepper and transport it hither, since the Lampongers themselves are too clumsy, sluggish, and penniless for this. I have therefore, in hope of a highly favorable interpretation, not dared to insist further on their expulsion before being provided with Your High Excellencies' further venerated intention. Meanwhile, I remain with the deepest respect. Below stood: Your High Excellencies, Highly Honorable, Widely Commanding Lords, and Right Honorable Lords. Lower: Your High Excellencies' humble and dutiful servant. Was signed: H. P. Faure. In the margin: Bantam, the 25th of March, Anno 1763. Instruction 161 From Bantam, under date of the 25th of March 1763: Instruction for the Commander of the Company's garrison and for the Assistant Pieter Willem Wandelaar at Lampong Samanka, according to which they shall have to conduct themselves. The reason for your posting there is to prevent and forestall all foreign intrusion, especially that of the English, since they currently have the district of Sillebar, bordering thereon, in their possession; and further to pay close attention to what occurs and transpires in those regions; whether the pepper from there is properly transported hither, and whether no smuggling trade in opium or other prohibited goods is carried on around that area, whether it is transported through inland vessels into or out of the Sunda Strait. And From Bantam, under date of the 25th of March 1763: And whereas certain incoming rumors that the English were intending to take up a post off and on the so-called Vlakkenhoek, or else on the River Borneo, and thus make themselves entirely or partially masters of the pepper-rich lands in that district, this has caused Their High Excellencies, the High Indian Government, to resolve to send a detachment thither in order to maintain our right there, as being on behalf of the Dutch Chartered East India Company, the feudal lord of those lands, and by virtue of an exclusive contract entered into with their vassal, the Sultan of Bantam; and from which your posting has also resulted. Consequently, whenever the English might appear with the intention of settling in that vicinity, or else in the bay of Lampong Samanka, Article 1: called 163 From Bantam, under date of the 25th of March 1763: called the Keijzersbogt, or at other places dependent thereon, or to enter into any contracts with the natives, or to carry on any trade of whatever name, your first task shall be to warn the commanding chief of that nation in a friendly manner that neither the Dutch Company nor the King of Bantam, reigning in that capacity as feudal lord, can or may tolerate the slightest intrusion of foreigners in those lands, and that for this reason the English are requested to desist from their intentions to our and his disadvantage, and therefore be pleased to vacate those places again. If, however, regardless of your amicable warnings, they From Bantam, under date of the 25th of March 1763: persist in their intention, you shall have to make use of a written protest, which for that purpose, alongside this instruction, will be handed to you by the honorable and valiant Military Captain Charles Louis Colmond; which protest, in the aforementioned case, must be sent to the chief of the English to make him, if possible, desist from his aim, since all acts of violence must be avoided as far as practicable. Yet whenever this protest might also be of no avail, and you clearly see their designs to execute the intended purpose by means of force, you must encourage the King's Regent and the Lampong chiefs, upon the approach of the English, to counter that force with force, and 165 From Bantam, under date of the 25th of March 1763: and thus dispute their settling there. But you must remain at the post, so as not to expose it recklessly, it being of the highest importance to the Bantam King and the Lampongers, as well as to the Company, to prevent the intrusion of the aforementioned English, and it is therefore their duty to oppose this by all conceivable means. Expecting however also of your obligation that you will not abandon the post entrusted to you except in the utmost necessity, nor tolerate the intrusion of our competitors in that district, upon penalty of Their High Excellencies' utmost indignation and most rigorous punishments. Article 2: In case other foreign nations might come ashore there, you shall likewise have to demand a Prince's flag as a token of the Company's possession, From Bantam, under date of the 25th of March 1763: and regarding their further undertakings, conduct yourselves as is broadly stated in Article 1. Article 3: Regarding the European ships that might come to anchor in that vicinity, you shall have to inform yourselves accurately of what nation they are and what their intention is, as well as admonish the natives not to provide them with any refreshments, to avoid further visits, and so that they do not maintain any intercourse with them or carry on trade. Article 4: The number of native vessels that arrive and depart from there again shall, as far as practicable, have to be recorded and investigated as to what they have laden, and

Dutch transcription

Van Bantam den 25:' Maart 1763: Rijksbestierder dat aldaar mogen blijven; en zo verre zig vreedsaam houden, gemerkt het principaal die uitlanders zijn, dewelke de peper op kopen en herwaards vervoeren; nadien de Lamponders daar toe zelfs te log, traag en geldeloos zijn; Ik hebbe /:in hoope van groot gunstige welduijding:/ dierhalven op hunne verdrijving niet ver„ der durven aanhouden alvoorens met uw hoog Edelens nadere gevenereerde Inten„ „tie gemunibert Te wezen; ondertussen verblijve met het diepte ontzag. / onder„ stond:/ uw Hoog Edelen Hoog Achtba„ ren wijd gebiedende Heeren, Een wel Edele Heeren /Lager:/ uw hoog Edelens onderdanigen en trouschuldigen Dienaar /:was getekend:/ H: P: Faure /in margine Bantam den 25: maart A„o 1763. — Instructie 161 Van Bantam onder dato 25: Maart 1763: Instructie voor den Commandant van s Comp:s bezetting: en voor den Adsistent Pieter willem Wandelaar te Lampong Samanka, waar na zij zig zullen hebben te ge„ „dragen. — De oorzaak van uE postering al„ daar, is om te prevenieren en voortekomen, alle vreemden Jndrang, inzonderheid die der Engel„ „sen; nadien zij het Landschap Sille„ „boe /:daar aan grenzende :/ thans in posses„ „sie hebben. En wijders om nauwagt te ge„ „ven wat in die landstreken voorvald, en om gaat: of de peper van daar be„ hoorlijk na herwaarts vervoerd, en of geen smockel handel in amphioen of andere verbode wharen om dien ovirt gedreven werd; t' sij men dezelve in op uit straat zunda, door inlandse vaar„ tuijgen vervoert. — En Van Bantam onder dato 25:' Maart 1763: En de wijle sommige ingelopene ge„ rugten: dat d' Engelsen voornemens zoude zijn, af en aan de zogenaemde vlackenhoek, dan wel aan de Rivier Borné post te vatten, en zig dus int' geheel of ten deelen meester te maken van de peper rijke landen in dat district: zo heeft zulx haar Hoog Edelens d' hoog Indiase Regering doen besluijten, Een detachement na derwaarts te zenden, ten Einde ons recht aldaar te handhavenen; als van wegens de nederlandse g'octroij eerde oost: Indische Comp: den Leen heer zijnde van die landen, en uit hoofden van Een Exclusief Contract met haeren vazal den sulthan van Bantam aangegaan: en waar uit dan ook gerezulteerd is, uE postering en gevolglijk zo wanneer d' Engelsen mogten opdagten, met voorne„ „men om daar omstreeks, dan wel in de bogt van Lampong Samanka Art„l 1: gezegt 163 Van Bantam onderdato 25:' Maart 1763: /:gezegt de Keijzersbogt:/ of op andere plaat„ sen daar van dependerende: zig ter neder willen zetten, of met den Jnlan„ ders Eenige Contracten aantegaan, dan wel Eenigen handel, hoe ook genaamt te drijven; zo uE Eerste werk zijn, om het bevel voerend hoofd van die natie vrien„ „delijk te waarschouwen, dat nog de Ne„ derlandse Compagnie nog de koning van Bantam /: in die hoedanigheid van Leenheer Regerende :/ Eenigende minsten Indrang van vreemden, indie landen kunnen of mogen gedagen: en dat zij Engelsen uit dien hoofden verzogt werden aftezien van hunne voorne„ men ten onzen, en zijnen nadeele: en dus die plaatsen weder gelieven te verlaten. — Wanneer zij Egter onaangezien uwe minnelijke waarschouwingen, bij Van Bantam onder dato 25:' Maart 1763: bij hun voornemen volharden zullen uE gebruijk moeten maken van Een schriftelijk protest: t' welke uE ten dien Einde /:nevens deze Instructie zal ter hand gesteld werden door den E: manhaf„ ten Capitain militair Charles Louis Colmond. moetende dat Protest int' voor„ 6. „melde geval aan t' hoofd van d' Engels en toe gezonden werden, om hem des mo„ gelijk van zijn oogmerk tedoen afzien, vermids alle dadelykhedens doenlijk vermijd moeten werden —. Dog zo wanneer ook dit protest met baten mogte, en UE duijdelijk hun dessei„ „nen zagen, om het voorgenomene door middelen van geweld ter uijtvoer te boen„ gen, moet uE s' konings Regent, en de Lampongse hoofden aanmoedigen, op d'aannadering van d' Engelsen, dat geweld met geweld tegen te gaan, En 165 Van Bantam onderdato 25. Maart 1763: en hun dus het nederzetten aldaar betuisten maar uE moeten op de post blijven, om dezel„ „ve niet reukeloos t' Exponeren: zijnde het den bantamsen koning, en de Lamponders, zo wel als d' Compagnie daar aan ten hoogsten gelegen, om den indrang der meermelde Engelsen te beletten, en het is dus van hun pligt zig hier tegens door alle uit denkelij„ „ke middelen t' opposeren. verwagtende Egter ook van uE gehoudenis, dat d'uw aanbe„ „trouwde post niet als bij den uittersten nood verlaten: nog den Indrag onzer mededingeren indat district zult gedogen op paene van haar Hoog Edelens uitter„ „ste Jndignatie, en rigoureuste straffen A:o 2: Ingevalle andere vreemde natien aldaar aan de wal mogten komen, zullen uE insgesz: Een prince vlag heb„ ben op te Eijsschen, ten blijk van s' Compag:s possessie Van Bantam onder dato 25:' Maart 1763: possessie, en omtrent hunne verdere onder nemingen: zig moeten gedragen zo als bij art:l Een in't breede verid staat. — Art:l 3 Na d' Europese schepen die daar omstreeks ten anker mogte komen, zullen uE: zig nauwkeurig moeten informeren, van wat natie dezelve zijn, en wat hun voorne„ men is mitsgaders d' Jnlanders vermanen om aan haar geen verversing te bezor„ gen, ter vermijding van meerder bezoeken en op dat geen ommegang met haar lieden komen te houden, of han„ „del te drijven — Art:t 4: het getal der Jnlandsche vaartuijgen die aanko„ men, en daar weder van daar vertrecken zal zo veel doenlijk moeten aangetekend en onder zogt werden, wat zij lieden geladen hebben, en

NL-HaNA_1.04.02_3094_0181 view scan ↗

English

from Bantam under date 25 March 1763: and from what place they come, and go back to. Off and on the Vlacke Hoek, the Princen Eijlant, and the Welkomst Baij; at least one of the King's vessels must constantly cruise, on which, if necessary, a corporal with four European soldiers, more or less according to circumstances, could be placed in order properly to watch the smuggling trade and everything further surrounding it, to which end the Regents there shall continually keep a pair of armed pantjallangs in readiness, in order to apprehend those rascals if possible and to be able to send them hither. Article 6: For the rebel or Menangkabau Kiaij Daman and his followers, who so murderously took the lives of our garrison members there, Article 5: From Bantam under date 25 March 1763. a thorough investigation must be conducted, but only by the King's peoples so as not recklessly to expose the Company's servants on the mountains and in the forests; to which end Their High Nobilities have outlawed the aforementioned Kiaij Daman and his four sons and have placed a bounty of 500 Spanish reals on the first, and of 200 Sp:s r:a on each of the latter, to be paid to those who might happen to capture or deliver them alive or dead. And you must also keep close supervision over whether the Lampongers maintain correspondence or intercourse with the often- mentioned rebel or with the peoples of Silleboe, since that scum took their retreat thither, and presumptively to Bancoenat, not far past Tanjong Blimbing, the boundary division of those two districts. From Bantam under date 25 March 1763 None of your garrison personnel shall, by day or night, enter the houses of the natives, or be permitted to cause the least trouble to great or small, or wander back and forth through the country, on pain of severe punishment, to which end the maintenance of good order among the common men is especially required, to avoid everything that can incite the Lampongers against the Netherlanders; on the contrary, you must deliberate and plan everything with those chiefs and the King's regent that may tend to the well- being of the Company and the King, and which must be done. Article 8: To the Assistant Wandelaar shall remain entrusted the direction of native and household affairs, as well as the clerical work; and the officer shall have command over the military, without being permitted to raise any disputes, on Article 7: From Bantam under date 25 March 1763: pain of rigorous punishment, but of everything that occurs you shall together make proper report to the undersigned, and furthermore to that end you must keep accurate notes of everything that might appear noteworthy to you. Article 9: Your subordinates shall initially consist of: 1 sergeant 2 corporals 1 drummer 24 private soldiers 1 gunner 2 assistants, and 1 under-surgeon for whom the rations and board money, together with the further necessities, shall be sent every three months as opportunity offers; you must above all take care not to fire needless shots with the ordnance, and take good care of the ammunition, a note of which accompanies this. Wherewith, after greetings, remain was written below your good friends was signed H: P: Faure in margin Bantam the 25 March Ao 1763: was signed H: P: Faure Instructions From Bantam under date 25 March 1743: Instructions for the honorable, valiant Military Captain Charles Louis Colmond, destined on an expedition to Lampong Samanka. Since it has pleased Their High Nobilities, the High Indian Government, to demand of me the taking of such measures as shall be required for the execution of the expedition to be undertaken by you, it is therefore first necessary that you be informed of the causes and motives which have given rise to this undertaking, and which you shall thus initially observe from the instructions annexed in copy hereto, drawn up by Their said High Nobilities for the Military Lieutenant Ziegman and the master of the bark De Vrijheid, together with the addition added thereto by me, delivered into their hands upon their departure from here to the aforementioned Lampong Samanka; and From Bantam under date 25 March 1763: and further from the copies of a report and translated Javanese letter of what occurred up to the date of their arrival there, both concerning the overrunning of the pantjallang Java and the murder of our garrison members at the river Borne, which first-mentioned document and venerated order must also serve you as a strict rule to be observed upon the appearance or encounter of the English in that district, in so far as no change has occurred regarding that since then; you shall therefore to that end direct your course straight thither from here along the shortest way, and upon arrival there you must first come to anchor in the Keizers Bogt before the river Borne, where you will find the Company's bark De Vrijheid, the pantjallang Java, on my orders probably already rigged and manned again, and the Bantam country boat, together with four armed vessels of the King, from which vessels, and from those whom you

Dutch transcription

167 van Bantam onderdato 25:' Maart 1763: en van wat plaats zij komen, en weder heen gaan. — af=en aan de vlacke hoek, het princen Eijlant en de welkomst baij; zal steeds ten minsten Een skonings vaartuijg moeten kruijsen, waar op des noods Een Corporaal met vier Europese militairen: men of meer na om„ „standigheden van zaken; zoude konnen geplaats werden, om den sluijkhan„ del: en al het gene daar verder om „goet gade te konnen slaan, ten welken Eijnde de Regenten aldaar gedurig Een p:r gewapende pantjallangs in gereedh:t zullen houden, om dat geboefte des doenlijks op te brengen, en herwaarts te konnen zenden. Art: 6: Na den Rebel of manicabor Kiaij Daman, en zijn aanhang; die onze bezet„ Artl: 5: telingen. E v Van Bantam onderdato 25:' Maart 1763. telingen aldaar zo moordadig om het leven gebragt hebben; zal nauwkeurig onderzoek moeten gedaan werden, dog Eenelijk door skonings volkeren om sComp:s dienaeren niet reukeloos op de bergen, en inde bosschen te Exponeeren; ten welken Eijnde haar hoog Edelens, den gen=de Kiaij Daman en zijn vier zoons vogelvrij verklaart en Een praemie van 500 Spaanse realen gesteld hebben op den Eersten, en van 200: Sp:s r=a op ieder vande laaste: om be„ „taalt te werden aan de genen die hun levendig of dood mogte komen op te brengen of over televeren. en uE moe„ ten ook nauwe toezigt nemen of de Lamponders, met dikgerepte Rebel, of met de volkeren van Silleboe Corres„ pondentie of gemeenschap houden, na dien dat gespuijs hunne retraite na derwaards genomen hebben en wel pre„ zumtief na bancoenat: niet verre na tanjong Blimbing de limiet schijding van die bijde districten niemand 169 Van Bantam onder dato 25:' Maart 1763 niemand van uE bezittelingen zullen bij dag of nagt, inde huijzen der Inlanders gaan, of de minsten overlast aan groot of kleijn mogen doen, mitsgaders heen en weder door het land swerven, op paene van van sware correctie, ten welken Eijnde d'onderhou„ „ding van Een goede ordre onder der geme„ nen man, voor al verlist werd, ter ver„ „mijding van al het gene de Lamponders te„ „gen de Nederlanders animeren kan, inte„ „gen zullen uE met die hoofden, en sko„ „nings regent alles moeten overleggen en beramen het welke tot 's Comp:s, en s Konings wel zijn kan strecken, en gedaan moet werden Art: 8: Den Adsistent wandelaar, zal de dizec„ „tie van d' Inlandse, en huijshoudelijke zaken, item het schrijf werk aanbevo„ len blijven: en den officier, het Comman„ „do over de militairen hebben zonder Ee„ nige disputen te mogen moveren, op Art: 7: Van Bantam onder dato 25: Maart 1763: op paene van rigoureuse Correctie, maar van al het gene er voorvalt, zullen uE te tamen aan den ongetekenden behoorlijk ver„ „slag doen mitsgaders tendien fine van al het gene uE van speculatie mogte voorkomen, accurate aantekening moe„ ten houden. — Art: 9: UE onderhoriege zullen voor Eerst bestaan in 1: sergeant 2: Corporaals. 1: tamboers 24: gemene militairen 1: Cannonier 2: handlangers, en 1: onderchirurgijn voor de welke alle drie maanden het randsoen en kostgeld, mitsgaders de verdere benodigtheden na gelegentheid gezonden zal werden, moetende uE voor al zorg dragen geen nodeloze schoten met het geschut te doen, en voor d'amo„ „nitie goede zorge dragen, waar van Een notitie bezijden deses gaat Waar mede na groete blijven /:onderstond:/ uE goeden vrienden /:was getekend:/ H: P: Faure /:in margine:/ Bantam den 25:' maart Ao 1763: /:was get:d/ H: P: Faure Instructie 173 Van Bantam onder dato 25:' Maart 1743:—. Instructie voor den E: manhaften Capitain Militair Charles Louis Colmond, gedestineerd, op Expeditie na Lampong Samanka. Dewijle het haar hoog Edelens d' hoog Inttiasse Regering behaagd heeft aan mij te de manderen, het nemen van zodanige maatregulen als er verEijst zullen werden ter uitvoer vande door uE t' ondernemene Expeditie, zo is het voor Eerst noodzakelijk dat uEginfor„ O „meert werd vande oorzaken en motiven dewelke tot deze onderneming aanlijding gegeven hebben en het welke uE dus aan„ vankelijk zult b'oogen uit d'in Copia dezen g'anneerde instructie, door welmelte haar hoog Edelens ingerigt voor den Lieutenant militair Ziegman, enden gezaghebber van de barcq de vrijheid benevens de door mij daar bijgevoegde ampliatie, aan hun ter hand gesteld op haar verstrek van hier na het gewagde Lampong Samanka; en moe„ Van Bantam onder dato 25: Maart 1763:—. en wijders uit d' afschriften van Een relaas, en Translaat Javaanse brief, van het gene pro„ „dato hun aankomst aldaar is voorgevallen, zo wegens het aflopen van de pantjallang Iava, als het vermoorden onzer bezettelingen aande Revier Borne welk Eerst gemelde schrif„ tuur, en gevenereerde ordre uE zig dan ook tot Een stipte nakomingen regul moet la„ ten strecken, bij opdaging of ontmoeting der Engelse indat district (: in zo verre t zedert daar omtrent geen verandering voorgevallen is:/ zullende uE dus ten dien Einde uE Coers direct van hier naderwaards stellen langs den korsten weg en bij aankomst aldaar voor Eerst ten anker moeten komen inde keizers bogt voor de Rivier Borné alwaar uE zult vinden sComp:s Barcq De vrijheid de Pantjallang Iava /:op mijn ordre denkelijk reeds weder toegetuijgd en bemant:/ ende bantamse landsboot benevens vier gewapende 'Skonings vaartuijgen van welke bodems, en vande genen die uE:

NL-HaNA_1.04.02_3094_0187 view scan ↗

English

173 From Bantam, dated 25 March 1763: which currently accompany you, such use must be made as the said Their High Noblenesses have been pleased to order and the circumstances of the times shall further require, but concerning their maneuvers and destination around and at the Vlakke Hoek and elsewhere, you shall have to consult with their ship commanders, and carry this into execution with unity of mind and good deliberation. And whereas it is utmost necessary that satisfaction and reprisal be taken for the execrable murder committed by the Menangkabau Kyai Daman and his people upon our men; particularly because of the disadvantageous consequences that would in time result from the increase of his following; and to prevent the peoples of that region from thinking that such an atrocious deed was passed over unpunished or unnoticed, From Bantam, dated 25 March 1763: to the prejudice of the Company's authority. Thus the aforementioned Their High Noblenesses have been pleased to qualify us to have a palisaded post constructed in that district, if necessity absolutely requires it, and the same can be done with the advice and approval of the King and the Regent of the realm. This having now been approved by His Highness and his minister in your presence, and having promised the required assistance for this purpose, you shall, upon arrival at Samanka, immediately consult with the regents present there as to where the most suitable place is to be able to erect such a fortification, whether at Tanjung Blimbing around the Vlakke Hoek, as forming the boundary line between Samanka and Sillebar, or at the River Borneo, if the intrusion of the English can be prevented there just as well. However, since attention must be paid to the situation of the terrain, both with regard to its 175 From Bantam, dated 25 March 1763: its natural strength and for the procurement of provisions, and since communication with the King's people must above all be kept open; the Ensign-Engineer Bernicouw, in consultation with the native regents, must take careful regard of this, and enclose with palisades such a place wherein 25 to 30 men can be posted, and 8 pieces of four-pound cannon can be placed, provided with the necessary barracks and a safe powder magazine, with a good flagpole; in the trust that this will be sufficient, with the help of the Lampungs and the King's armed troops to the number of one hundred men under their head, the Ratu Bagus Aria Patmanagara, who is currently likewise about to depart thither, to be able to offer the required resistance, whether against the intrusion of the English, or the return of Kyai Daman and his following. For From Bantam, dated 25 March 1763: for although the same, according to the rumors, is said to have already retired toward the side of Benkunat, one must nevertheless constantly keep a watchful eye on his movements, without you being permitted to have him searched for and pursued by the Company's militia or servants, because our people would only be needlessly exposed thereby in mountains and forests, but this must be pursued by the Lampungs; for which purpose Their High Noblenesses have outlawed the oft-mentioned Kyai Daman and his four sons, and have placed a bounty of 500 Spanish reals on the said Kyai Daman, and of 200 Spanish reals on each of his sons, to be paid to those who might bring him in or deliver him up, dead or alive; whereof proper communication has also already been given to the King and the Regent of the realm, and which His Highness has subsequently caused to be made known to his subjects. From Bantam, dated 25 March 1763: take effect. Through these measures, I now think that everything will soon return to quiet and to the former state of tranquility, and therefore, you finding it to be so, shall have to leave in possession of the post established there: The Assistant Pieter Willem Wandelaar, who is currently there, being a person who possesses the required qualities to deal with those natives; further: 1 officer 1 sergeant 2 corporals 1 drummer 24 common soldiers 1 under- or third surgeon 1 gunner, and 2 artillerymen, with 8 pieces of 4-pound cannon, and such ammunition as is recorded on the attached copy of the invoice; the said Assistant Wandelaar shall remain entrusted with the direction of native affairs and the paperwork, and the officer shall have command over the soldiers, without being allowed to raise any disputes, upon pain of rigorous correction. Subsequently, you shall have to return at the earliest with the remaining force, or if necessary with a part thereof, according to the state of affairs, in order not to remain there needlessly; to such an extent that whenever you deem to be able to effect this immediately upon your arrival, the same shall then have to take place without further delay.

Dutch transcription

173 Van Bantam onderdato 25:' Maart 1763:— uE thans verzellen zodanig Een gebruijk zal moeten gemaakt werde als welmelte haar hoog Edelens hebben gelieven te bevelen en de tijds omstandigheden het verder zul„ „len verEijsschen, dog omtrent hunne ma neuvres en de stinatie omme=en aande Macke hoek, en Elders zal uE moeten raad„ „plegen met derzelver scheeps overheden, en zulx met Eens gezindheid en goed over„ „leg, ten uitvoer hebben te brengen Endewijle het ten uitterste noodzaakelij„ as is, dat er satisfactie en represaille genomen werd, over d' Execrable moord, door den manicabor kiaij Daman ende zijnen, aan d' onze gepleegt; inzonderheid om de nadelige gevolgen die door het ver„ meerderen van zijn aanhang in der tijd zoude rezulteren; en om voortekomen dat de volkeren vandien oort niet zou„ „de denken dat men zulken gruwelijk stuk ongestraft, of ongemerkt passeerde ter Van Bantam onderdato 25:' Maart 1763: ter prejuditie van s' Comp:s gezag. zo hebben wel melte haar Hoog Edelhedens wij gelieven te qualificeeren, in dat district Een gepalizeer„ „de post te mogen doen Extrueren, indien de noodzakelijkheid zulx absolut verEijscht, en het zelve met advies en goedvinden van den koning, en Rijksbestierder kan geschieden dit nu door zijn hoogheid, en desselfs minister in uE bewijzen goedgekeurd, en daer toe de verEijste adsistentie beloofd heb„ „bende zo zal uE bij aankomst op Saman„ ka aanstonds met d' aanwezende regen„ ten aldaar te raden moeten gaan waar de bekwaamste plaats is om zodanig Een sterkte op te konnen werpen, 't zij op Ian Jong Blimbing omde vlacke hoek: als de Limiet schijding ma„ kende tussen Lamanka, en Silleboe dan wel aan de Revier Borné indien men aldaar den indrang der Engelsen alsoo wel kan beletten. dog dewijle op de situatie van het terrain zo ten opzigte zijner e 175 Van Bantam onderdato 25:' Maart 1763:. zijner natuurlijke sterkte, als ter Erlanging van levens Middelen dient gelet, en dat de Com„ „municatie met s'konings=volkeren voor al open gehouden moeten werden; zo zal den vendrig Ingenieur Bernicouw, met overleg vand' Inlandze regenten, daar nauwkeurig reguard op moeten nemen, en met palizaden zodanig Een plaats moeten om heinen, waar inne 25: â 30: man geposteerd, en 8: Stucken vier lb: kanon konnen gelegt werden, voorzien vande nodige Baracquen en Een vijlige kruijtberging, met Een goede vlagge stok: in vertrouwen zulx genoegzaam zal wesen, om met behulp der Lampon„ „ders en 's konings gewopende troupen ten getal van Een hondert koppen onder hun hoofd den Ratoe Bachus Aria Patmanagara; die thans daar heen insg:s staande te vertrecken: de verEijste weerstand te konnen bieden: 't zij tegens den Jndrang der Engelse, of het weder „keren van Kiaij Daman en zijn aanhang want. —. Van Bantam onder dato 25:' Maart 1763:—. want schoon denzelven volgens de gerugten reeds nade kant van Bancoenat zoude geretireerd wezen, zo zal men Egter steeds Een waarzaam oog op zijn gangen moeten houden, zonder dat uE door s Compagnies militie, of dienaren, hem mag laten op zoe„ „ken en agtervolgen, dewijle daar voor ons volk op bergen, en bossen maar nodeloos ge„ Exponeert zoude werden, maar zulx moet betragt werden door de Lamponders; ten welken Einde haar hoog Edelens den dik„ gerepten Kirij Daman en zijne vier zoons, vogel vrij verklaard: en Een premie van 500 Spaanse realen gesteld hebben op gen=de Kiaij Daman, en van 200 sp:s r=a op ieder van zijn zoons om betaald te werden. aan de genen die hem levendig of doot mogte komen op te brengen, of over„ televeren; waar vandan ook reeds behoorlijk Communicatie gegeven is aan den koning, en den Rijksbestier„ der; en het welke zijn hoogheid vervol„ „gens aan zijne onderdanen heeft laten bekent maken. door Van Bantam onderdato 25: Maart 1763. — volg nemen. Door deze maatregulen denk ik nu dat alles weder schielijk in rust, en tot vori„ „gen stilstand zal geraken, en dierhalven zal uE zulx zodanig bevindende, in de daar aan„ „gelegde Post in bezitting moeten laten. — Den adsistent Pieter willem wandelaar den welken zig daar thans bevind, zijnde Een persoon die de verEischte hoedanig heden bezet, om met dien Inlanders omte gaan wijders — 1: officier 1: sergiant 2: Corporaals 1:' Jamboer 24: gemeene militairen 1: onder= of derde meester 1: canonnier, en 2: bosschieters met 8: stucken 4: lb: Canon, en zodanige amonutie als er op nevens=gevoegde Copia Factura bekent staan, zullende gem=de adsistent wandelaar, de directie der inlandse zaken en het schrijf=werk aanbevolen blijven, en den officier het commando over de militairen hebben, zonder Eenige disputen te mogen moveren, op pane van rigoureuze Correctie. vervolgens zal uE met de overige magt of des noods met Een gedeelte daar van na bevinding van zaken ter Eersten moeten retourneren, ten Einde niet nodeloos daar te verblijven; in zo verre dat wanneer uE vermeend al aanstonds bij derzelver aankomst zulx te konnen Effectueren, het zelve zonder langer uitstel als dan zal moeten ge„ de P

NL-HaNA_1.04.02_3094_0192 view scan ↗

English

From Bantam, dated 25 March 1763. The original instructions and papers having been handed over to Lieutenant Ziegman and the commander of the bark De Vrijheid, I order her, by the attached circular order, to deliver them to you and strictly command you in everything to act as the head and commander of this expedition, while the annexed signal letter must serve for the information of the naval officers mentioned therein during that undertaking, considering that Kiaij Daman and his followers are in possession of several vessels and could put out to sea again with them, besides the fact that it may also serve in the event of an encounter in the Sunda Strait with pirates or other ruffians. I trust it is unnecessary to recommend to you good conduct and bravery, as you have already given so many satisfactory proofs thereof in the service of the Honourable Company; thus, in concluding this, I wish you the blessing of the Almighty, and remain after greetings, below was written: your good friend, signed: H. P. Faure. In the margin: Bantam, 25 March 1763. Lower down: agrees, signed: H. P. Faure. 179 179 From Bantam, 28 March 1763. Batavia. To as before. This afternoon the country vessel arrived here and brought word that the bark De Vrijheid was lying at anchor at the east point of Poelo Pandjang, having returned from Lampong Samanka because it had not been able to sail there due to the fierce westerly winds, but that the quartermaster had gone ashore with his vessel in the River Borné, and had spoken there with the Assistant Wandelaar, the King's regents, and the Lampong regents, and had found everything at peace, as appears from the detailed report and daily journal annexed hereto. And while the perceived helplessness of the commander of the bark De Vrijheid, Philippus Veldhuijsen (for his replacement has not met him, nor has he received my letter of the 12th instant), makes me hesitate to entrust him with that voyage (which I submit to your favourable interpretation), I have deemed it most advisable to detain him until I shall be provided with your High Noble Indulgences' respected intentions, the more so because otherwise he would be obliged to wait a few days to be supplied again with water, firewood, rice, etc. (which, as the said quartermaster testifies, he had already begun to lack), during which intermediate time I may then also be further guided by your High Noble Indulgences' reply. But I shall cause the country vessel to depart thither again this night under the command of Lieutenant De Monroij (as fellow Lieutenant Ziegman has not yet been able to come ashore because of the inclement weather) with as many soldiers as he can take from the bark, in order that he may bring news and report of what has occurred to the officers of the vessel De Jonge Petrus Albertus, not doubting that he will overtake it underway, and also (in case of an encounter) to warn the Assistant Wandelaar to return thither immediately. In the hope that your High Noble Indulgences will be pleased to approve these my measures, I remain with the utmost respect, below was written: High Noble, High Honourable, Sovereign Lord and Noble Lords, lower down: your High Noble Indulgences' most humble and dutiful servant, signed: H. P. Faure. In the margin: Bantam, 28 March 1763. Account given here at the Secretariat by the quartermaster of the country vessel, Hendrik Gerritse Stolp, coming from Lampong Samanka. The relator mentioned in the heading of this document relates that on the 4th of this month, in company with the bark De Vrijheid and a vessel of the King, he departed from here for Lampong Samanka until the 7th of the same, when he crossed over to the other shore during the night and in the morning could no longer see the bark, but on the 8th of the same they met each other again below the North Island, whereupon the bark fired a cannon shot and displayed its flag, following which the relator sailed towards it and hailed it; that evening they ran together below Slijpzee, and in the morning, being the 9th of the same, he went on board with him and resolved with the commander, when the wind should come through, to run as far as Keijzer Island, but this was thwarted by contrary winds; on the evening of the 10th of the same, the bark fired a shot and hoisted a lantern on the flagpole, which was to look for anchoring ground in the Lampong Bay; they went to anchor there at a depth of 30 fathoms, and remained lying there until the 15th of the same, when they set sail again with a northerly wind, and lost the aforementioned bark that night due to heavy squalls; on the morning of the 16th of the same he sent a man to the masthead to look out for the bark, and they saw it as far as the eye could reach to the south of him, then encountered a heavy squall from the west, and could see no better than that the bark turned around again; he continued his course to below Keijzers Island, and on the 20th of the same he sailed before the River of Borneo, where they displayed the Company's flag and saw the pantjallang Java lying there in a distressing condition, for its sail had been cut from the yard, as well as blocks and rigging, wherever they had been able to reach; he intended to go back to his boat, but saw the Assistant Wandelaar standing on the shore and then went to him; who related to him that all the Europeans there had been murdered by the Malay Kiaij Daman and his followers, with the exception of Corporal Ian Buijs.

Dutch transcription

Van Bantam onderdato 25:' Maart 1763: d' originele Instructie, en papieren aan den lieutenant Ziegman, en gezaghebber vande barcq de vrijheid overgegeven gelast ik haar bij nevens gevoegde Circulaire ordre aan uE terhand te stellen, en uE bevelen in alles stept nate„ komen, als hoofd en Commandant van deze Expeditien terwijle g'anneerde Seinbrief gedurende die onderneming tot narigt moet dienen van de daar bij vermelde scheeps„ overheeden, gemerkt Kiaij Daman en zijn aanhang verschijde vaartuijgen magtig zijn, en daar mede weder ter zee zoude konnen komen opzetten ongerekend het ook kan dienen bij ontmoeting in straat zunda van zerovers, of ander geboefte Ik vertrouw het onnodig te wezen uE Een goed belijd, en bravoure aantebevelen, als bereeds zo veel voldoenende blijken in dienst der E: Con„ „pagnie daar van gegeven hebbende, dus wens ik uE tot slot dezes den zegen des Alderhoog„ sten, en blijve na groete /onderstond uE goeden vrienden /was get:d/ H: P: Faure /:in margine Bantam den 25:' maart A:o 1763: /:Lager / accordeert /was getekend:/ H: P: Faure 179 179 Van Bantam den 28:' Maart 1763: Batavia Aan Als vooren. Heeden middag kwam de Landsboot hier aan landen; en berigt brengen dat de barcq de vrijheid aan d' oosthoek van Poelo Pandjang ten Anker lag: nadien van Lampong Samanka geretourneert was, vermits door de felle weste winden het selve niet hadde konnen bezijlen, dog dat hij quartier meester met zijn vaartuijg in de Rivier Borné aan de wal, en aldaar met den adsistent wan„ „delaar, skonings, en Lampongse regenten ge„ sprooken, en alles in rust gevonden heeft; blij„ „kens het gedetailleerde bij zijn nevens gevoegde berigt, en dagregister endewijle de mij voorko„ mende radeloosheid van den gezaghebber van de barcq de vrijheid Philippus veldhuijsen /:want zijn vervanger is hem niet ontmoet, nog heeft mijn brief van den 12:' Courant ont„ „fangen:/ wij doet schromen, om den zelven die E Van Bantam den 28:' Maart 1763: die ryze aan te betrouwen /: zo hebbe ik onder gunstige welduijding: raadsaamst g'oordeelt, hem zoo lang aan te moeten houden tot dat ik met uw hoog Edelhedens gerespecteerde Intentie zal gemunieert wezen, om te meer gemerkt buij„ ten des verpligt zoude zijn Een paar dagen te vertoeven, om weder met water brandhoud, rijst enz: voorzien te werden /:als waar aan gen: quartiermeester betuijgt dat hij reets begost gebrek te lijden :/ in welken tusschen tijd ik dan ook met uw hoog Edelens rescriptie kan verdert werden maar de Landsboot zal ik dezen nagt om weder na derwaarts doen ver„ „trecken, onder het Commando vanden Lieute„ „nant de Monroij (:dewijle den mede Lieute„ „nant Ziegman nog niet aan de wal heeft konnen komen, om de wille van het onsluij„ mig weer:/ met zoo veel militairen als hij van de barcq kan innemen, op dat van het voorgevallene aan de overheeden van 't scheepje De Jonge Petrus Albertus, het Van Bantam onder dato 28:' Maart 1760: a= 181 het verlijste en tijding berigt mag brengen, niet twijffelende of zal het selve onderwegs nog inhalen, en om teffens /:bij ontmoeting:/ den adsistent wandelaar te waarschouwen van ipso facto weder na der„ „waarts te vertrecken, in hope uw hoog Edelens dese mijne maatregulen zullen gelieven te approbeeren verblijf ik met het uitter„ „fte respect; /onderstond:/ Hoog Edelen Hoog Achtbaren wijdgebiedende Heer, en wel Edele Heeren /Lager / uw Hoog Edelens onderdanigste, en trouwschul„ „digen Dienaar /was getekend/ H: P: Faure /:in margine:/ Bantam den 28: Maart 1763: Relaas gedaan alhier ter Secreta„ „rij door den quartiermeester van d' Lands= boot Hendrik Gerritse Stolp komen den Lampong Samanka Den relatant in den hoofden deeses, genoemd, relateerd, dat hij op den 4: deser in Compagnie van Van Bantam onder dato 25:' Maart 1763. van de Barcq de vrijheid, en Een konings vaartuijg„ hier is vertrocken na Lampong Samanka, tot op den 7: dito, wanneer hij des nagts na d' over„ wal stak, en konde des morgens d' barcq niet meerder sien, maar op den 8: dito kwa„ men sij weeder bij Elkanderen onder het Noorder Eijland, doen deed de barcq een Canon schoot, en toonde zijnen vlag, waar op hij relatant hem na zijlde, en praijde, liep dien avond te samen onder slijp zee, en des morgens zijnde den 9: dito ging hij bij hem aan boord resol„ „veerde met den gezaghebber van als de wind door kwam, tot aan het keijzer Eijland te loopen maar 't geluk te niet door Con„ „trarie wind, den 10: dito des avonds, deed de barcq Een schoot, en Eijsden aan landhaar op aan de vlagstok, het welke was om anker grond te soeken in d' Lampongse bogt, gingen aldaar op 30: v=m diep an„ keren; en bleeven aldaar leggen tot den 15:' dito wanneer sij weeder onder zijl gongen met Een Noordelijke wind en Van Bantam onder dato 28 Maart 1763. en raakten meergemelde barca dien nagt quijt door swaare buijen den 16: dito des morgens stuurde hij Een man na de top om naar de barcq ten sien en saagen hem zo ver als het gezigt konde berijken zuijdwaard van hem off, kreeg doen Een swaare buij uijt den weste, konde niet beeter sien off de Barcq keerde weeder om, vervolg de zijn Cours tot onder het Keyzers Eijland, en den 20: dito zijlden hij voor de Revier van Borneo aldaar thoon„ de sij de Comp: vlag en sag de pantjallang Iava daar leggen in Een droevige toestand, want zijn zijl was vande Raa gesneeden, zo meede blokke en touwerk, waar sij maar bij hadde konnen komen, meende weeder na sijn boot ten gaan maar sag aan d' wall den adsistent wandelaar staan en ging doen ook daar na toe; die hem verhaalde als dat alle d' Europesen al„ daar door den Maleijer Kiaij Daman met sijn aanhang vermoord waeren uijt genomen den Corporaal Ian Buijs. met

NL-HaNA_1.04.02_3094_0198 view scan ↗

English

From Bantam under date 28 March 1763 with four common soldiers who had departed for Bantam before the assistant had arrived there, and he had not heard of them on the way. On the 21st ditto, he, the quartermaster, went back ashore and to the chiefs of the King's settlement to inquire whether, if he went to the pantjallang with his men and pump equipment, the chiefs would be pleased to assist him with Javanese to see about getting the said vessel pumped dry, as it was full of water, whereupon they offered him a helping hand and gave him plenty of men, with whom he went to the vessel, and they then pumped it dry. On the 22nd ditto, he went back to the aforementioned vessel with his men and the Javanese, brought a kedge anchor to the shore, weighed the grapnel, and hauled the vessel very close to the shore so that it could suffer no further damage. On the 23rd ditto, he went back ashore, where the 185 From Bantam under date 28 March 1763: assistant Wandelaar then told him that he had agreed with the Kearia Doeta di Mangala to depart again for Bantam, as he could accomplish nothing there; had 37 bags of rice and half a leaguer with a little arrack, which had arrived there as provisions for our men, brought into the boat; and ordered him, upon encountering the bark, to announce to it that all the Europeans there had been murdered and that he had departed again for Bantam. On the 24th ditto at 12 o'clock noon, he departed again for Bantam in the company of two King's proas on one of which the assistant Wandelaar was present with the aforementioned Kearia, staying together until half past six in the evening, after which they could no longer see each other, and From Bantam under date 28 March 1760: and he, steering toward the Lampong Bay, presumed he would find the bark there, where he arrived at 12 o'clock at night, fired a shot, hoisted his lantern up to the broad foreyard, which was answered with one from the bark, and seeing the light east of him, sailed toward it and anchored with the grapnel, went with his yawl to the bark, and delivered the message to the commander as he had been ordered, who did not know what to do, as he only had rice and water for his men for eight days; and on the 25th ditto, he called all his officers together and asked them what they thought, since they could obtain no rice there and nothing other than brackish water, whereupon they collectively resolved to return hither again with the boat; set sail on the 26th ditto, and he, the quartermaster, arrived with the country boat at this roadstead this morning at 10 o'clock, with the bark lying at the east point of Poelo From Bantam under date 28 March 1769. 187 Note: this resolution etc. belongs to the letter, see page 12. Poelo Panjang. Hereby ending his report, being prepared, if required, to confirm this at all times under oath. Thus reported at Bantam on 28 March Anno 1763. Was signed: Hendrik Gerritse Stolp. Lower: In the presence of me, was signed: E. de Pimmer, sworn scribe. Padang Monday, 1 November 1762: All present. The matters mentioned in today's common resolution having been concluded, and regarding Mr. Watson only having been noted there that he arrived here on 26 October last and also From Sumatra's West Coast under date 28 February 1763: departed again on the 30th ditto, note is hereby further kept of what was transacted between him and the Commander: Firstly, Mr. Watson demanded the return of some slaves who, according to his claim, had arrived from Nias at Tappianoeli with a vessel belonging to the former English resident at Nattar, Mr. Weijt, but had been unjustly seized by the then Resident of Baros, Lieben, and were still in his house up to this time. Hereupon, the said Lieben was summoned and this matter thoroughly investigated, and it appeared from the outcome that a vessel had indeed arrived at Tappianoeli, but its Nakhoda had been murdered by his own crew, and the slaves had partly died and partly run away; some of them were seized and brought to Baros to Lieben, but he had given notice of that case by the Company's letter and, upon obtaining 189 From Sumatra's West Coast under date 28 February 1763. Watson expresses his satisfaction with this. He presents a petition of complaint by the Regents of Tappianoeli concerning the King of Baros. The Commander in the manner as here adjoining. orders from here, had sent them hither, where they were delivered to the then Fiscal, but present Second Administrator Thierens, as holding power of attorney from the said Mr. Weijt, and were sold by him at public auction and thus accounted for; with which demonstration Mr. Watson declared himself to be completely satisfied. Secondly: Mr. Watson presented a Malay letter written to him by the Regents of Tapianoeli and other settlements lying in that bay to complain about the King of Baros, that he had been there in person and had levied heavy fines upon them on account of their demonstrated affection for the English. This having been read by the Malay Secretary, the Commander declared that he had already obtained information from Baros, and declares himself hereupon not only concerning that, but also that Mr. Watson could have seen fit to

Dutch transcription

Van Bantam onder dato 28:' Maart 1763 met vier gemenen militairen die na Ban„ tamn waaren vertrocken voor dat hij adsistent aldaar was gekomen, en had dezelve onder weegen niet vernoomen. den 21: dito gong hij quartiermeester weeder nad' wall, en bij de Hoofden van 'Skonings negorije, om te verneemen; zo hij met het zijn volk en pomp goederen, nade pantjallang ging of zij hoofden, hem met Iavaanen gelief„ „de te adsisteeren om te sien gemelde vaar„ „tuijgd leedig te krijgen, door dien het vol water was, waar op sij lieden hem de behulpzaamen hand=booden, en gasen hem rijkelijk volk gong daar meede na het vaar„ „tuijg, en kreegen doen het selve lens; — Den 22: dito gong hij met zijn volk, ende Javanen weeder na dikgemelde vaartuijg, en bragt een werp aan de wall, ligten d' dreg, en haalden het selve heel digt aande wall, dat het geen meerder schade konde krijgen den 23: dito, gong hij weeder na dewal daar. den 185 Van Bantam onder dato 28:' Maart 1763: den adsistent wandelaar hem doen zeide dat hij met D' Kearia Doeta di mangala was over een gekomen om weeder na Ban„ „tam te vertrecken terwijl aldaar niets wist uijt te regte, lied 37: sakken met rijst, en Een halve legger met een weinig arak dat voor Randzoen voor ons volk aldaar was gekomen, in de boot brengen, Commandeerden hem bij ontmoeting van d'barcq dezelve aantekondigen, dat aldaar alle de Europesen vermoord waeren en hij weeder na Bantam was vertrocken. — Den 24: Dito des middags om 12: uuren ver„ trok hij weeder, in geselschap van twee konings Prauwen /:waar op den adsis„ tent wandelaar zig op d'eenen be„ vond met voorn: kearia :/ na Bantam, zijnde bij Elkanderen tot des avonds om halff zeeven uuren, konde doen malkanderen niet meerder sien en Van Bantam onder dato 28:' Maart 1760: en hij na d' Lampongse bogt steekende; prelu„ „meerde d' barcq aldaar te zullen vinden, alwaar des nagts om 12: uuren arriveerde, en deed Een schoot, Eijsden zijn landhaarn op aand' breede Fokke Raa, dewelke met Een dito van d' barcq wierd b'antwoord, siende doen het ligt oost van hem aff en zijlder daar na toe en gooijde het voor dreg, ging daar op met sijn Jol na d' barcq, en deede aanden gezog„ „hebber de boodschap, zo als hem die was belast dewelke niet wist wat hij doen zouden, door dien maar voor acht dagen rijst en waater voor zijn volk had en den 25: dito riep hij al zijn offi„ „cieren bij malkanderen vroeg haar wat zij dagten terwijl sij daar geen Rijst, en niet anders als brak waater konde krijgen, waar op sij gesament„ „lijk resolveerde van met d' boot weeder na herwaarts te keeren, gongen den 26: dito onder zijl, en arriveerde hij quartier meester met d' Landsboot heeden morgen ten 10: uuren ter deeser Rheede en d' barcq leggende aan d' oost hoek van poela Van Bantam onder dato 28: Maart 1769. 187 N3 deze resol:etc: gehoord tot de brieff zie pag: 12: Poelo Panjang Eyndigende hier meede zijn relatie en is bereed des gere„ „quireerd zijnde sulks ten allen tijde met Eede te bekragtigen Aldus Gerelateert tot Bantam den 28: Maart Ao 1763: /was getekend:/ Hendrik Gerritse Stolp /Lager:/ in kennisse van mij /:was getekend:/ E: de Pimmer gesw: Schriba Padang Maandag den 1: November 1762: Alle present De zaaken vermeld bij gemeene resolutie van heeden afgeloopen, en aangaande den heer watson Eenelijk daar bij genoteert zijnde dat deselve den 26: 8ber: Jongstleeden hier gekomen enden 30: dito ook Van Sumatras westcust onder dato 28: Febr: 1763:. ook alweder vertrocken was zo werd in deesen wijders aantekening gehouden, van het geen tusschen hem enden heer Commandeur afgehandelt is; —. Voor Eerst Eijschte de heer watson Eenige slaven wederom, die volgens zijn voorgegeven met Een vaartuijg vanden gewezen Engels resident te natter M:r weijtt, van Nias op Tappianoelij ge„ komen dog door den toenmaligen Resident van Baros Lieben, onregtvaardig aanslaagen en tot deesen nog bij hem in huijs waren hier op gedagte sieben geroepen en deeze zaak nauw„ „keurig onderzogt zijnde zo bleek bij de uijtkomst, Dat wesendlijk Een vaartuijg op Tappieanoelij aangekomen, dog de Nachoda daar vandoor zijn eijgen volk vermoordt, ende slaven gedeeltelijk gesturven, en gedeeltelijk weggeloopen zijn„ de Eenige daar van opgevat en op Baros bij sieven gebragt zijn, dog dat hij bij 'sComp:s brief van dat geval kennis gegeeven endezelve bij Erlangde 189 Van Sumatras west cust onder dato 28: febr: 1763. watson houd zig hier meede te vreeden. hij vertoond een klagt „schrift door de regenten van Tappianoelij over de koning van Baros. — de heer Commandeur invoege als hier ne„ vens. Erlangde ordre van hier, herwaards gezonden heeft, alwaar ze aan den toenmaaligen fiscaal dog tee„ gens woordigen tweeden administrateur Thierens, als van gedagten M:r weijt procuratie hebbende af gegeeven, door hem bij publicque vendutie verkogt en dus verantwoordt zijn; met welke aantoo„ „ning De heer watson verklaarde zig volkomen voldaen te houden. — Den tweeden: vertoonde de heer watson Een maleijdse brief, door de Regenten van Tapianoe„ „lij en andere in die bogt leggende negorijen aan hem gesz: om te klaagten over den koning van Baros, dat die in Persoon daar geweest was, en haar in swaare boetens beslaagen hadde, wegens hun betoonde geneegendheid voor de Engel„ „schen, deese door de maleijdse secretaris geleesen zijnde, verklaarde de heer Commandeur van Baros bereeds onderregting erlangd te hebben, declareert zig hier over niet Alloen dien aangaande, maar ook, dat de heer watson hadde kunnen goedvinden, op. re

NL-HaNA_1.04.02_3094_0204 view scan ↗

English

stet on the basis of that letter to step ashore at Baros in the company of many Achinese and to institute a kind of inquisition there, just as if the king of Baros were his subject; that he could not believe that his instructions gave him the authority to do so; that he took it very ill at least of the resident of Baros, and would not fail to punish him for it as he deserved, because he had dared to permit such a thing to him in his presence and within the fort of the Honourable Company; and that he hoped that Mr. Watson would in the future refrain from such unauthorized conduct. To this Mr. Watson replied that the Resident certainly had to permit him that investigation, because the regents of Tappianoelij etc. were subjects of the English Company, whose rights he was obliged to maintain everywhere, and if the Resident From the West Coast of Sumatra under the date of 28 February 1762: From the West Coast of Sumatra under the date of 28 February 1763 which was also answered by the Lord Commander in the manner as noted beside. might have refused it to him, that he would then well have known how to force the king of Baros to give account of his actions directly to him. But when the Lord Commander confronted him in serious terms, saying that he wrongly called the inhabitants of Tappianoelij subjects of the English Company, for the whole world knew and the smallest child could tell him so too, that they were subjects of the king of Baros and consequently also subjects of the Dutch Company; that on this account this monarch had full power to punish them for their misdeeds; that although they might oppose this and with the help of others might withdraw themselves for some time from their owed obedience, such nonetheless did not diminish his right at all; that they on the contrary thereby showed themselves to be rebels against their lawful sovereign From the West Coast of Sumatra under the date of 28 February 1763: Watson produces a declaration from the king of Baros. sovereign; and that Mr. Watson was by no means free to help such public rebels, or to support them in their evil intention, since this conflicted with the treaties, which he had certainly violated thereby; that it was also not permitted to him to address a subordinate resident about such matters, much less a lawful monarch and ally of the Dutch Company in his own land; but that if he had anything to say, he could address himself here at Padang, where a satisfactory answer to everything would be given to him. He did not undertake to contradict this positively, but he nevertheless thought he could sufficiently prove from history that it happened more often that lawful subjects fought themselves free with the help of others; and that especially these no longer stood under Baros, which he said he could prove incontrovertibly with a declaration from the king himself, at the same time taking a Malay letter 193 From the West Coast of Sumatra under the date of 28 February 1763. which upon opening was found to be the letter to the Lord Commander from the king of Baros. out of his pocket, which he handed over with its envelope, though opened. The Lord Commander, having received and inspected this letter, found written upon it in English from the outside: "Declaration of the king of Baros, that he has no claim on Tappianoelij" and consequently did not know at first what he should think of it; but having had the same read by the Malay secretary, he heard to his utmost astonishment that it was a letter written by the king of Baros to himself, to make known "that to the question of Mr. Watson he had answered not to have imposed fines on the regents of Tappianoelij, but only to have accepted the gifts, which they had brought him as the tribute due to him, as such; that he had also said that Tappianoelij belonged to him; and that, not daring to give the demanded declaration, he had thought it best to hand him the 29 October Anno 1762: this letter"; as appears more fully from the translation itself, which reads as follows: From the West Coast of Sumatra under the date of 28 February 1703. The original hereof having been given by the king of Baros to Mr. Watson for delivery, the latter has not only handed the same opened to the undersigned Commander, but also had written from the outside on the envelope in English: declaration of the king of Baros that he has no claim on Tappianoelij. Received here at Padang the 29 October Anno 1762. /was signed:/ C:n L:r Senff Translation of the Malay letter written by the kings and regents of Baros to the Right Honourable and Venerable Lord Christian Lodewijk Senff This letter serves to make known to the Lord Commander that the English Sea-Commander has been here, and said to have letters for me from the peoples of Tappianoelij, Sitannie Tannie, and Goenoeng Toea, and at the same time asked me why I had imposed fines on those people, but that I answered thereto none of them.

Dutch transcription

stet op fundament van die brief te Baros in gezelschap van veel atchienders aan de wal te stappen en daar Een soort van inquisitie aan te stellen, even als of de koning van Baros zijn onder hoorige was; dat hij niet gelooven konde, dat zijne Instructies hem daar toe qualificatie gaaven; dat hij 't ten minsten den resident van Ba„ „ros zeer qualijk nam, En niet nalaaten zoude den zelven daar over na verdienste te straf fen, om dat die zulx aan hem ter zijner presentie en binnen 'te ford vande E Comp: had„ „de durven toestaan; en dat hij hoopte, dat de heer watson zig inden aanstaande van dier gelijken ongepermitteerden handel-wij„ „ze onthouden zoude, hier op antwoorde de heer watzon; dat de Resident aan hem dat onderzoek wel hadde moeten toestaan, omdat de regenten van Tappianoelij ensz: onder hoo„ rige van de Engelse Comp: waaren, welker regt hij verpligt was op alle plaatsen te maintineeren, en zo de Resident het Van Sumatras wescust onder dato 28:' Febr: 1762: al Van Sumatras westcust onder dato 28: febr: 1763 welx door den heer Commandeur almede in voege als bezijde be„ „antwoord werd. — al aan hem geweigert mogte hebben, dat hij dan den koning van Baros wel zouden hebben weeten te dwingen, van zijn gedoente aan hem direct reekenschap te geeven dog wanneer de heer Commandeur hem daar op in ernstige termen te gemoed voerde; dat hij ten onregten de Jnwoonders van Tappianoelij onder„ „hoorige van de Engelsche Comp: noemde; want dat de gantsche waereld wiste en 't minste kind het hem ook zeggen zoude, dat het onderdanen van den koning van Baros en bij gevolg ook onderhoorige van de Ne„ derlandsche Comp: waren; dat uijt dien hoofde deeze vorst volkomen magt hadde, haar over haar misdoen te straffen; dat schoon zij zig daar teegen aan kanten, en door be „hulp van andere zig voor Eenigen tijd der schuldigen gehoorzaamheid onttrekken mog„ ten, zulx egter zijn regt in 't geheel niet verminderde; dat zij in tegendeel daar door toonden Rebellen van hun wettigh oppervorst Van Sumatras westcust onder dato 28: Febr: 1763: watson produceent eene declaratie vanden koning van Baros. —. oppervorst te zijn; en dat het den heer watson geen„ ziends vrij stond, zulke openbaare Rebellen te hel„ „pen, of in hun boos voorneemen te ondersteunen, vermids zulx teegens de Tractaaten straed, die hij zeekerlijk daar door overtreeden hadde; Dat het hem ook niet gepermitteert was, over zulke zaaken Een subaltern resident, veel min een wettig vorst en Bongenoot van de Nederlandsche Comp: in zijn eijgen land aantespreeken; maar dat als hij als iets te zeggen mogte hebben, hij zig dan addresseeren konde hier op Padang, waar hem op alles vol„ doende antwoord gegeeven zoude werden: zo on„ „dernam bij dit wel geenziends positief tegen te spreeken, maar bij vermeende egter uijt de geschiedenissen genoegzaam te kunnen bewijzen dat het wel meer gebeurde, dat wettige onderda„ nen zig met behulp van andere vrijvogten; en dat voor al deeze niet meer onder Baros stonden, zulx zeijde bij onwederspreekelijk te kunnen bewijzen, met Eene declaratie van den koning zelfs halende teffens een maleijdsche Brief 193 Van Sumatras wescust onder dato 28: febr: 1763. welke bij opening be„ „vonden wierd te wesen Commandeur van de koning van Baros. —. brief uijt de zaak, dien hij met zijn couvert dog geopend over gaf De heer Commandeur deese brief aangenomen en bezigtigt hebbende vondin 't Engels van buijten daar opgeschreeven: „ decla„ „ratie van den koning van Baros, dad hij op Tap„ den koning „pianoelij geene aanspraak heeft „ en wiste bij„ „gevolg in 't eerst niet, wat hij daar vanden„ „ken zoude, dog de selve door de maleijdse se„ cretaris hebbende laaten leezen, zo hoorde hij tot zijne uijtterste verwondering dat het Een brief was door den koning van Baros den brief aan den heer aan hem zelfs geschreeven, ter bekend maakin„ „ge, „ dat hij op de vraage van den heer „watson geantwoord hadde de Regenten „ Tappianoelij niet in boetens beslaagen, „ maar Eenelijk de geschenken, die zij hem „ als den Competeerd Eer bewijs gebragt had„ „den, zodanig aangenomen te hebben; dat „ hij ook gezegt hadde, dat Tappianoelij hem „ toebehoorde; en dat hij de geEijschte declara„ „=tie niet durvende geeven, best gedagt hadde. „hem den 29: october A„o 1762:— „hem deeze brief ter hand te stellen; / Invoegen breeder blijkt, bij de overzetting zelfs, die aldus luijdt. Van Sumatras west Cust onder dato 28:' Febr: 1703. Translaat Maleijdse Het orig: hier van door den koning van Baros, den Heer brief geschreeven door den watson ter bestelling meede ge„ „geeven zijnde, heeft deese het zelve niet alleen geopend den koningen Regenten van ondergetekenden Commandeur Baros Aan den wel Edelen ter hand gesteld, maar ook van buijten op 't couvert in 't Engels Agtbaaren Heer Christi„ gesz: gehad declaratie van den ko„ ning van Baros dat hij op tappianoe„ lij geene aanspraak heeft Padang aan Lodewijk Sinff ƒ alhier ontfangen den /was getekent:/ C:n L:r Senff 29:' October A„o 1762: —. Deeze brief dient om den heer Comman„ deur bekent te maaken, dat den Engelschen Zee-Com„ mandeur hier is aangeweest, en gezegt brieve voor mij te hebben van de volkeren van Iappianoelij Sitannie Tannie en goenoeng Toea, en mij teffens afgevraagt waar om ik die lieden in boetens had beslaagen, dog dat ik daar op geantwoord heb geene derzelve.

NL-HaNA_1.04.02_3094_0209 view scan ↗

English

195 From Sumatra's West Coast, dated 28 February 1762: having levied fines upon them, but that what I had enjoyed from them had been accepted by me from them as a mark of honor due to me, that on the orders of the secretary Boudewijnsz I had gone to Tappianoelij together with Orang Caijo Balch and Radja Sattia Lella, and that I had sought to put everything in good order there, without levying fines upon the inhabitants, and that after the passage of a few days the Bugis sergeant Moemin had come to me with the mate, carrying a certain message, and said that this order from the secretary originated from the Commander at Padang, and these are the words that I spoke to this Commander, which I hope the Commander will please not take amiss, and because he asked me for a declaration and I did not dare to give it to him, I thought it best to hand over this letter to the Commander instead. I also told him that From Sumatra's West Coast, dated 28 February 1762: The Commander expresses his surprise regarding this matter. Tappianoelij belongs to me, but that, this now having been taken by the English, it was not in my power to retake this land by force, and that I therefore went to Tappianoelij to restore this matter in an amicable manner, and that these were also the orders of the secretary. Below stood: according to the statement of the Malay secretary, translated by me, signed: B. F. Forcade, provisional secretary. Thus, being able to clearly deduce from this how cleverly the King of Baros had misled Mr. Watson, and how simply the latter had allowed himself to be misled, the Commander addressed him about it, and said that Watson's conduct appeared very strange to him, that he had broken open and read a sealed letter addressed to him, that this served as a poor token of the friendship that he assured he bore him, and that he could not fail to give comprehensive notice of this entire incident to his high superiors. 197 From Sumatra's West Coast, dated 28 February 1763. Which says it is not his fault, but that of a certain Stevenson. Which he says he will demand an account of from him. And requested an excuse for the mistake made; Watson further demands satisfaction regarding the burning etc. of Natter. However, Mr. Watson declared with much emotion that it was not his fault, but rather that of Mr. Stevenson, currently resident of Natter, who had made an erroneous translation of it and handed it to him; that he also would not fail to demand an account from him in this regard; and at the same time very politely apologized for that error, and having also requested an authentic copy of that letter, nothing further was said of that matter. Thirdly: Mr. Watson demanded satisfaction regarding the burning and ruining of the English fort at Natter, which according to the written declaration of some natives was said to have been done with the consent of the then Resident Van Moschel, by a certain Bugis sergeant of the Dutch Company named Moumin, who, having arrived from Padang, brought a letter to the Resident The Commander declares he knows nothing of this matter, except solely that the regents, upon His Honor's arrival, had given notice that it was burned by a French emissary. and had said that he had orders from the French. The Commander declared that he knew nothing of this entire matter, except that Van Moschel, shortly after his arrival at this place, had once written together with the regents that the English fort had been burned by some French emissaries; that at that time he had also found no Bugis sergeant at all in the service of the Honorable Company here; but that a free Bugis was staying here, who as he recalled was named Moumien; and that if this man had done it, he would perhaps be able to give the best elucidation thereof; who, having thereupon been called and admonished to confess the sincere truth, declared in clear words: That he had indeed burned the fort, and to that end had been sent to Natter by a certain Frenchman residing here at that time; That this man had paid him 100 pieces of Spanish reals for it; From Sumatra's West Coast, dated 28 February 1763. The free Bugis Moumien says he did this for 100 Spanish reals; 199 From Sumatra's West Coast, dated 28 February 1763: and offers his service in a similar case to Watson. Watson holds Van Moschel accountable for this; but the Commander refutes this in the manner stated aside. Mr. Watson considers himself satisfied with this rebuttal. That, having no employment, he had to try to earn his living in all kinds of ways; That he therefore served anyone who promised him well, and that if Mr. Watson also had such work for him, he requested his favor. Mr. Watson, being unable to challenge this testimony, since the Bugis further declared that he would provide the same in writing and confirm it with a solemn oath, nevertheless maintained that the fort could not have been ruined if the Resident Van Moschel had not given his consent thereto, and that consequently he was accountable for it. However, the Commander having refuted this by saying that Van Moschel had been most strictly ordered absolutely not to meddle with whatever the English or French might undertake, and that for that reason he had done well to adhere strictly to that order: Mr. Watson dropped this article as well, and declared himself satisfied with the elucidation given. While the

Dutch transcription

195 Van Sumatras westcust onder dato 28:' Februarij 1762: derzelvel in boetens beslaagen te hebben, maar dat 't geene ik van hun genooten had, door mij van hun als Een mij Competeerend Eerbewijs was aangenomen, dat ik op ordre van den secretaris Boudewijnsz: met en beneevens orang Caijo balch, en Radja Sattia Lella na Iappianoelij gegaan was, en dat ik daar alles in goede ordre heb tragten te bren„ „gen, zonder de Jnwoonders in boetens te beslaan, en dat na verloop van Eenige daagen den bouginees sergiant Moemin met den stuurman bij mij gekomen is, met zeekere boodschap, en gezegt, dat deeze ordre van den secretaris, herkomstig was, van den Commandeur te Padang, en dit zijn de woorde die ik tegens deezen Commandeur gesprooken heb, 't welk ik hoop den heer Com„ mandeur niet qualijk zal gelieven te neemen, en om dat hij mij Een declaratie afgevraagt heeft en ik hem die niet heb durven geeven, heb ik best gedagt hem liever deese brief aan den heer Com„ mandeur te Inhandigen Ook heb ik hem gezegt dat verte Van Sumatras westCust onder dato 28: febr: 1762: den heer Commandeur betuijgt zijne be„ vreemding over 't in deesen. Tappianoelij mij toebehoord dog dat zulx nu door de Engelse genomen zynde het niet in mijn magt stond, dit land met geweld te herneeren, en dat ik daarom na Tappianoelij gegaan ben, om deese zaak op Een minnelijke wijze te herstellen, en dit ook de ordres van den secretaris waaren /:onderstond:/ volgens opgave van de Maleijdse secret=s door mij getranslateert /:getekend:/ B: f:s Forcade p„l secretaris Dus duijdelijk hier uijt kunnende op maa„ ken, hoe fijn de koning van Baros den heer wat„ „son misleijd hadde, en hoe benvoudig zig deese hadde misleijden laaten zo sprak de heer Com„ mandeur hem daar over aan, en zeijde, dat hem gedrag van watson zeer vreemd voor quam, dat hij Een geslooten brief aan hem gerigt, opengebrooken en geleezen Hadde, dat dit tot Een slegte blijk verstrekte van de vriendschap, die hij hem verzeekerde toe te draa„ „gen; en dat hij niet zoude nalaaten kunnen van dit gansche voorval aan zijne hooge superieuren uit 3 197 Van Sumatras Westcust onder dato 28: febr: 1763. zijn maar de schuld van Eenen Stevenson te wesen. over reekenschap te begaane om excuus; watson Eijscht verder voldoening wegens verbaanden ensz: van Natter. uijtvoerig kennis te geven. dog de heer watson be„ welke zegt die niet „tuijgde met veel aandoeninge, dat het zijne schuld niet was, maar wel die van de heer Stevenson, thans resident van Natter, die Eene verkeerde overzetting daar van gemaakt, en hem ter hand gesteld hadde; dat hij ook niet nalaaten zoude hem dierwegens welke hij zegt daar reekenschap aftevorderen; En teffens wegens dien zullen afvorderen. misslag zeer beleefdelijk excuse, mitsgaaders van die brief Een authenticq afschrift verzogt hebbende en versogt wegens 't zo wierd van die zaak niet verder gesproo„ ken. — Ten Derden: Eyschte de Heer watson voldoening wegens 't verbranden En ruineeren van't Engelsche Fort te natter, dat volgens schriftelijke declaratie van Eenige Inlanders met toestemming vanden toenmaligen Resident van Moschel gedaan zoude zijn, door zeeker Bouginees sergeant vande nederlandsche Compagnie Moumin genaamt, die van Padang gekomen zijnde, Een brief aan den Resident G ƒ den heer Comman„ deeze zaak niets te weeten. als Eenelijk dat de regenten bij aan„ komst van zijn Ed: 't zelve door een fran„ se zendeling verband den vrij bouginees voor 100: sp:s realen Resident gebragt en gezegt hadde, ordre van de fran¬ „sen te hebben. De heer Commandeur betuijgde van deeze gant„ „deur betuijgd van sche zaak niets te weeten, als dat van Moschel kort na zijn aankomst hier ter plaatse eens met de Regenten te samen geschreeven had„ den, dat het Engelse fort door Eenige franse p kennis gegeven hadden afzenzendelingen verband was; dat hij toen ter tijd ook in 't geheel geen Bouginees sergeant inden dienst van de E Comp: hier gevonden hadde; dog dat zig hier een vrij bouginees ophield, die zo hem voorstond Moumien hiete; en dat als deeze het gedaan hadde „ hij dan mogelijk de beste Elucidatie daar van zoude geeven kunnen; dewelke daar op geroepen en vermaand zijnde moumien zegt zulx de opregte waarheijd te bekennen in duijdelijke gedaan te hebben; woorden verklaarde:/ Dat hij waarlijk het „ Fort verband hadde, en ten dien eijnde, door „ zeeker Fransman, in dien tijd hier zijn „ verblijft houdende, naar Natter gezonden „ was; Dat deese hem daar voor 100: stux sp:s Van Sumatras westcust onder dato 28: febr: 1763. realen was; — 199 Van Sumatras west cust onder dato 28:' Februarij 1763: en presenteerd zijn dienst in een gelijk geval aan watson watton van Moschel hier voor aanspre„ kelijk dog den heer Com„ mandeur wederlogt zig over deese weder„ Realen betaald hadde; Dat hij geenen dienst hebbende, „zijne kost op allerhande wijze moeste zaeken te win„ „„nen; Dat hij daarom ieder een diende, die hem maar „ wel beloovende en dat zo De heer watson ook dierge„ „„lijken werk voor hem hadde, hij om zijne gunst „ verzogte. De heer watson dit getuijgen is niet kunnende wraaken, alsoo de Bouginees nader verklaarde het zelve schriftelijk te zullen geeven, en met solem„ „neelen Eede te bevestigen, vermeende egter, dat het fort niet geruineert zoude hebben kunnen werden, ingevalle de Resident van Moschel zijne toestem„ „ming daar toe niet gegeeven hadde, en dat bij ge„ „volg die daar voor aanspreekelijk was, dog de heer Commandeur dit wederlegt hebbende, met te zeg„ dit in voege als be„ „gen, dat van Moschel op 't aller ernstigste gelast zijden geweest was, zig absolute niet te bemoeijen met het geen de heeren Engelschen of fransen onderneemen mogten, en dat hij uijt dien hoofde wel gedaan hadde, openheer wat sonhoud zig stipte aan die ordre te houden: zo liet de heer legging voldaan watson ook dit articul varen, en betuijgde zigh met de gegeeven elucidatie voldaen te houden. Terwijl de

NL-HaNA_1.04.02_3094_0214 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast under date 28 February 1763. Moemin will give a written declaration, though the Lord Commander has, for the sake of thoroughness, had the Bugis give a declaration in writing and had his statement sworn to, as appears from the following insertion: Today, the 30th of October Anno 1762: Appeared before me, Bartholomeus Francois Forcade, bookkeeper and provisional secretary of police of this Commandment, in the presence of the witnesses to be named hereinafter, the Bugis Moumien Batavia, former sergeant in the service of the Honorable Company, who, in favor of the truth and at the requisition of the Right Honorable Lord Commander of this Coast, Christiaan Lodewijk Senff, declared it to be true and truthful: That he, the appearer, since his discharge from the Honorable Company's service, or from primo 1760 onward, has supported himself by serving various persons for remuneration. That he, in that same year, was summoned to the residence of one of the French gentlemen who was present here at that time, and that this gentleman asked him whether he would be willing to go to Natter in order to burn down the English Fort there, under promise of a good reward. That he, the appearer, agreed to this question, provided that this French gentleman would pay him a sum of One Hundred Spanish Reals for it, both as a reward for this service to be performed by him and as expenses for the 7 free Bugis who went with him for that purpose; and after this demand had been granted to him, he went with the aforementioned 7 free Bugis to Natter, and after all the English effects had been taken out of the fort by the Regents there, burned the same down, and having performed the deed, upon arriving at Padang, also received the promised money from that French gentleman. Remaining ready to confirm this further with an oath. Thus done and passed at the Netherlands main office Padang on the date aforesaid, in the presence of Tobias Michael Schmidt and Zacharias Bastensz, both clerks at the secretariat, as witnesses. Was signed with a cross, next to which was written: this is the mark of Moumin Batavia. Signed below: B. F. Forcade, provisional secretary. In the margin: present before us. Was signed: T. M. Schmidt and Z. Bastensz. Today, the 1st of November 1762, appeared before me, the Honorable undersigned Commissioners from the Honorable Court of Justice of this Coast, the Bugis Moemin Batavia, former sergeant aforementioned, who, his aforesaid attestation having once again been clearly read out to him and explained to him word for word in the presence of the bookkeeper and pro interim fiscal, the Honorable Anthonij Hendrik Sieben, desiring no alteration, confirmed the same with an oath by placing his right hand on the Koran. From Sumatra's West Coast under date 28 February 1763, thus: From Sumatra's West Coast under date 28 February 1763: Watson requests that van Moschel may render an account of the goods and slaves of the English, in the manner as set forth here alongside. Thus done, verified, and sworn at Padang on the date aforesaid. Was signed with a cross, next to which was written: this is the mark of Moemin Batavia. Signed below: A. E. Kroon. In the margin: present before us as Commissioners. Signed: J. Fredriksz and B. F. Forcade. And beneath that: Agrees with its original. Signed: B. F. Forcade, provisional secretary. Fourthly, or lastly, Mr. Watson requested that van Moschel might be ordered to render an account of the slaves and goods of the English that he had appropriated for himself after the departure of the French. He, being called hereupon and questioned regarding that matter, testified: That as far as the goods were concerned, the French, who had done so, had inventoried them themselves and left them in the English fort, and that he, upon received orders not to meddle therewith, had handed over the same with the Fort according to that inventory to the Head Regent, Bagindo Maharadja Lello, as appears from his own handwriting in Malay, which he produced at the same time and the translation of which reads as follows: Note From Sumatra's West Coast under date 28 February 1763: That the undersigned, finding themselves encumbered by these 14 slaves on account of poverty, have once again offered the same to the resident, with the request that he would please buy them, as he, Johan Abraham van Moschel, upon our urgent request, did indeed buy them for Two Hundred Spanish Reals. And since the said van Moschel has demanded this document from us as a token of proof, we could not refuse it, but on the contrary have signed it with our own hand. Was signed with some Malay characters, meaning the names of Bagindo Maharadja Lello and Dato Bazaar. Underneath stood: translated by me according to the statement of the Malay secretary. Signed: B. F. Forcade, provisional secretary. Furthermore, van Moschel declared that a certain private English Captain named Foreest, in a sinister manner, 11 of the aforementioned

Dutch transcription

Van Sumatras wes cust onder dato 28: Februarij 1763. Moemin zal Een schrif„ „telijke declaratie v=n de heer Commandeur egter ten overvloede den bouginees zijnde declaratie schriftelijk heeft geven, en bebedi„ zijn gezegde geven gen laaten, blijkens de volgende Insentie Op heeden den 30:e october A„o 1762: — Compareerde voor mij Bartholomeus Francois Forcade, boekhouder en p:l secretaris van politie ten deezen Commandement present de natenoeme„ „ne getuijgen den bouginees Moumien Batavia ge„ „wezen sergeant in dienst der E: Comp: dewelke ten faveure der waarheijd en ter requisitie van den wel Edelen agtbaaren heer Commandeur deeser Custe Christiaan Lodewijk Senff verklaarde waar ende waaragtig te zijn. Dat hij Comparant zeedert zijn ontslag uijt 'sE Comp: dienst ofte van p=mo 1760: af, zig geneert heeft met deese en geene voor belooning te dienen Dat hij ook in dat zelfde Iaar door een der te 101 Van Sumatras wescust onder dato 20:' februarij 1763. te dier tijd alhier aangeweest zijnde fransen Heer en aan desselfs wooning ontboden is, en dat deese hem afgevraagt heeft of hij wel Eens na Natter wilde gaan, om aldaar het Engels Fort aftebranden, onder belofte van goede belooning. Dat hij Comparant in deese vraag gestemt heeft, mits deese franse Heer hem daar voor Een soin van Een hondert Spaanse Realen wilde betaalen, tot belooning zo wel van deese zijne te verrigtene dienst als tot uijt gaaf voor de met hem ten dien Eijnde meede gedaan 7: vrije bougineesen, en na dat hem dit g'Eijschte toegezegt was, is hij met de voormeld te 7: vrije bougineesen na Natter gegaan, en heeft na dat alle Engelsche Effecten door de Regen„ „ten aldaar uijt het fort genomen waren, het zelve verband, en heeft na verrigter zaaken op Padang komende het beloofde geld van dien fransen Heer ook ontfangen Derijd blijvende dit een en andere Vader met Eede te sterken. — Aldus - Aldus Gedaan en gepasseert ten Nederlandshoofd Comptoir Padang dato voorsz: ter presentie van Tobias Michael Schmidt, en Zacharias Bastensz: bijde Clercquen ter secretarie als getuijgen /:was getek:d /. met Een kruijsje waar bij gesz: dit is 't merk van Mou„ „min Batavia /:lager get:/ B: f: Forcade p:l secret:s /in margine ons present : /:was geteekend:/ J:s M„e Schundt en Z: Bastensz:— Heeden den 1: 9ber: 1762: Compareerde voor mij de E: ondergeschreeven Commissarissen uijt den agtbaaren raad van Justitie deeser Custe den bouginees Moemin batavia gewesene sergeant voornoemt dewelke zijn hier voorenstaande attestatie nogmaals ten overstaan van den boek„ houder en pro interim fiscaal DE: Anthonij Hendrik Sieben, van woorden tot woorden duijdelijk voorgehouden en te verstaan gegeeven zijnde geene verandering begeeren zijnde geene verandering begereende terwijl hij het zelve met het leggen van zijn regterhand op den Alcoran met Eede bekragtigde. Van Sumatras wescust onder dato 28:' februarij 1743 aldus. Van Sumatras westcust onder dato 28: februarij 1763: watson verzoekt dat van Moschel ree„ „kenschap mag doen van de goederen en slaven den Engelsen in voegen als hier nevens. Aldus Gedaan gerecolleerd en bebedigt tot Padang dato voorsz: /:was getekend:/ met Een kruijsje waar bij gesz: dit is 't merk van Moemin Batavia / lager geteekend:/ A=ks E: Kroon /:in margine :/ ons present als Commissarissen /:getekend:/ J:s fredriksz: en B:s a f: forcade /: en daar onder:/ Accordeert met dies origineel /:getekent:/ B: f: Forcade p„l Secret=s Den vierden: of Lastelijk verzogte de heer Watson, dat van Moschel gelast mogte werden, reekening tedoen van de slaven en goederen der Engelschen, die hij zig na 't verstrek der Fransen toe geEijgent hadde, deeze hier op geroepen, en die aangaande ondervraagt zijnde betuijgde: Dat wat de goederen betrof, de fransen welke zulx doet die zelfs geinventariseert, en in 't Engelsfort gelaa„ ten hadden, en dat hij op erlangde ordre van zig daar meede niet te bemoeijen, dezelve met het Fort volgens dien Inventaris overgegeeven hadde, aan den hoofd- Regent, Bagindo maharadja Lello, blijkens dies eijgen handschrift in't maleijds, dat hij teffens produceerde en waar van de overzetting aldus buijdt. Notitie G0 et Van Sumatras west cust onder dato 28: febr: 1763: Dat de ondergeteekendens zig uijt hoofd van ar„ moede belemmert bevindende met deese 14: stux slaa„ „ven zij dezelve andermaal den resident hebben aangebooden, niet versoek hij dezelve dog wilde koopen, gelijk hij Iohan Abraham van Moschel dezelve op ons instantig versoek dan ook gekogt heeft voor Twee Hondert Spaanse Realen. En vermits gemelde van Moschel van ons tot een teeken van bewijs dit schriftuur afgeEijscht heeft, hebben wij zulx niet kunnen wijgeren, maar in teegendeel met onse eijgen hand onder„ „teekend /:was geteekend:/ met Eenige maleijdse Caracters:/ beteekende de naamen van Bagindo Maharadja Lello, en dato Bazaar /onderstond:/ volgens opgave van de Maleijdse secretaris door mij getranslateert /:geteekent:/ B: f: Forcode p:l secretaris Voorts verklaarde van Moschel nog dat zeeker Particulier Engels Capitain foreest genaamd, op Eene sinistre wijze, 11: van de voormelde

NL-HaNA_1.04.02_3094_0219 view scan ↗

English

From Sumatra's west coast under date 28 February 1763: and requests settlement 510½ Spanish Reals. had transported slaves; that 3 were handed over to Mr Russel at Natter; and that of the remaining 2, one had died, and consequently only one, being a maid, was still alive with him, whom he would also hand over at once with great readiness, but that he requested that at least the expenses of their maintenance during 12 months might be repaid to him, which together with the said 250 Spanish Reals made up a total of the adjacent amount of 510½ Spanish Reals, as appears from a separate itemized account drawn up by him in this manner. Note of such expenditures for food and clothing as were made by the undersigned for the below-mentioned English Honourable Company slaves who remained here at Natter, as follows: — 16 pieces male and female slaves, namely 4 Boys 9 Maids 3 Children 2 Boys for boarding money for 12 months, 1 April to the last day of March 1761 at 1:2: per month: Spanish 24: —: — 2 Boys for 12 months at ½ per month: 12: —: — 9 Maids for 12 months at ½ per month: 27: —: — 3 Children for 12 months at ¼ per month: 4: ½: — 13 male and female slaves for rice in the above-mentioned 12 months, 5 bamboos per month, makes 65 ditto each 3 Children received rice in the above-mentioned 12 months at 2 bamboos per month, is 6 bamboos each, makes 71 bamboos per month, and amounts in 12 months to 852 bamboos at 8 bamboos per 1 Spanish Rixdollar: Rixdollars 106: —: — Brought forward Spanish Reals 173:½: — Watson is satisfied with the accounting of van Moschel And promised him to satisfy the demands Brought forward Spanish Rixdollars 173:½: — For clothing in the period of 12 months: 6 pieces Polachen: Spanish 36: —: — 6 pieces Baftas Surats: 18: —: — 6 pieces Salempores broad blue: 33: —: —: 87: —: — Amounts in a full year or date 9 April that were transported with Mr Foreest to the sum of Spanish 260: ½: — To which I add the money paid thereon as positive duty of 250 Spanish Reals on date Bazaar B: m: Lelle, see their handwriting: 250: —: — Sums therefore Spanish Reals 510: ½: — Padang on Sumatra's west coast, date 3 December Ao 1762: — Note: of the above-mentioned male and female slaves, upon their removal there remained as a remainder 4 pieces female slaves, of which 2 pieces were delivered to Mr Russel at Natter, and 2 to Captain Watson, see declaration, for whose maintenance I state nothing known / was signed / I: W:n van Moschel. From Sumatra's west coast under date 28 February 1763. — Mr Watson having heard all this and reviewed the submitted documents, declared not only to be completely satisfied with the accounting of van Moschel, but also to consider it reasonable that the expenses incurred should be reimbursed to him, From Sumatra's west coast under date 28 February 1763: provided that he also handed over the remaining female slave, and that authentic copies of the certificates of the Natter Chief Regents were delivered to him. And this latter having been accomplished at once, and he being further requested by the Lord Commander to lend his assistance so that van Moschel might receive his payment, he not only promised this, but also immediately gave a note in English in his hand, which being translated reads as follows: Translation of the English receipt given by the Captain of the frigate The Revenge, John Watson, To Johan Abraham van Moschel. I the undersigned hereby acknowledge to have received from Mr Johan Abraham van Moschel, a female slave named Sepitta belonging to the From Sumatra's west coast under date 28 February 1763: the Lord Commander has handed over the answered articles of complaints to Watson. all original papers concerning this matter shall be kept among the secret appendices Honourable English Company, and shall write to Mr Roger Carter concerning his account of expenses incurred on the Honourable Company's slaves, that they be paid to him, as I deem this reasonable. Given under my hand at Padang this 30 October Ao 1762: / was signed / J:n Watson. Furthermore, the Lord Commander also handed to Mr Watson the answered articles of complaints, which are entered in the secret Resolution of 22 July. And having herewith, according to his declaration, concluded everything relating thereto, and a record thereof having been kept in the aforesaid manner: it was finally resolved to have all the aforementioned original papers carefully preserved among the appendices to the secret resolutions, in order to be able to make use of them in time of need. — Thus From Sumatra's west coast under date 28 February 1763 Bencoolen Wyatt has delivered to the Lord Commander a letter as well as an open paper His Honour expressed his wonder and inquired after its contents, and received for an answer Thus Done and recorded on the day, month and Year aforesaid. Saturday 11 December Ao 1762: All Present The First Member of Council of the English administration at Bencoolen and prospective Resident of Natter, Mr Richard Wyatt, having appeared on shore, as appears from the minutes of the common Resolution of today, and having handed to the Lord Commander a sealed letter addressed to this assembly, together with an open paper written in the manner of a Placard, His Honour, being surprised at the latter, immediately asked what its contents comprised! And when Mr Wyatt at first answered thereto: That it was the same as what was written in the letter; yet upon further questioning: that it was a Protest, and that it was delivered separately only because, on account of its size, it could not well be enclosed with the letter in a packet.

Dutch transcription

207 Van Sumatras westcust onder dato 28: Februarij 1763: en versoekt voldoening 510½: sp:s Realen. slaven vervoert hadde; dat 3: aan M:r Russel op natter overge„ „geeven waren; en dat van de overige 2: Een gesturven, en bij gevolg nog maar eene zijnde eene meijd bij hem in 't lee„ ven was, die hij met veel berijdvaardigheijd ten Eersten meede zoude overgeeven, dog dat hij verzogte dat ten minsten de onkosten van der zelver onderhoud geduuren„ „de 12: maanden, aan hem weeder voldaan mogten werden, de welke met gedagte 250: sp:s Realen tesamen Een van nevenstaande montant uijt maakten 510½ spaanse Realen blijkens Eene aparte Reekening door hem specificque daar„ van opgemaakt in deezer voegen. Notitie van zodanige gedaene uijt gaven van kost en kleedings als aan de onderstaande hier tot Natter verbleevene Engelse sE Comp: slave door den ondergesz: gedaan als. — 16: p:s slaaven en slavinnen, als 4: Jongens 9: Meijden 3: kinderen 2: Jongens voor kostgeld voor 2: m: 1: p=mo april tot ult:o maart 1761: â 1:2:t p=rm sp:s 24: —: —: „ _:o „ 12: „ „ „ „ „ „ „ „ ½: „ „ 12: —: 2: „ _:o „ 12: „ „ „ „ „ „ „ „ ½: „ „ 27: —: 9: meijden - _:o „ 12: „ „ „ „ „ „ „ „ ¼: „ „ 4: ½: 3: kinder - 13: slaven en slavinnen van rijst in bovengem: 12: m:d 5: bamb:s p:r maand dies 65: d:s ieder 3: kinders aan rijst in boveng: 12: maande genooten â 2: bamb:s p:r maand, is, 6: bamboese ieder is 71: bamb:s p:r m:d en bedragt in 12: maanden 852: bamboesen â 8: bamboes 1: sp:s rd:s. . Rd:s 106: —: —: P„r Transport sp:s R: 173:½: watson is voldaan over de verantwoording van van Moshel En beloofd aan hem de geEijschen te voldoe„ „ming P„r Transport s p:s rd:s 173:½:—: Aan klederagie in de tijd van 12: maanden 6: p:s Polachen. . . . . . . Sp:s 36: —:—: 6: „ Baftas sourats. . . . . . „ 18: —: —: 6: „ salempoers br: bl:. . . . . . . „ 33: —: —:„ 87:—:—: Beloopt in een rond jaar of dato 9: april dat met m:r Foreest vervoert zijn de somma Sp:s 260: ½:—: waar bij stelle de daar op â de positivendutie penningen van 250: sp:s R:n an dato Bazaar B: m: Lelle vide hun handschrift „ 250: —: —: Summeert dies spaans Roalen 570: ½: —: Padang op Sumatras westcust dato 3: de„ „cember Ao 1762:- AB: van bovenstaande slaaven en slavinnen zijn bij hun wegvoer p:r restant verbleeven 4: p:s vrouwe slaven daar van 2: stux aan m:r Russel tot Natter afgegeeven, en 2: aan Capitain watson vide verklaaringe voor welks onderhoud niets bekent stelle /was getekend / I: W:n van Moschel. Van Sumatras westcust onder dato 28: februarij 1763. — De heer watson dit alles aangehoort ende overge„ „legde stuckken geresumeert hebbende, betuijgde in verantwoording van van Moschel niet alleen vol„ komen genoegen te neemen maar ook het billijk te agten, dat de gedaane onkosten aan hem vergoed wierden 309 Van Sumatras westcust onder dato 28: februarij 1763: wierden, mits hij de overgeblevene slavin mede overgaf en aan hem van de getuijgschriften der natersche Hoofd Regenten Authenticque Copijen ter hand gesteld wierden. En dit laatste ten Eersten volbragt, en hij door den Heer Commandeur nog verzogt zijnde, zijn adjude te willen verleenen, dat van Moschel zijne betaaling krijgen mogte, zo beloofde hij zulx niet alleen, maar gaf ook ten Eersten een briefje in 't Engels van zijne hand, dat overgezet zijnde aldus Luijdt. Translaat Engelsche quitantie gegeeven door den Capitain van 't fregat De Revengie John watson, Aan Johan Abraham van Moschel. Ik ondergeteekende bekenne bij deesen, ontfangen te hebben van mijn Heer Iohan Abraham van Moschel, Een slavin genaamt Sepitta toebehoorende: de Van Sumatras westcust onder dato 28: febr: 1763: den heer Command:r heeft de beantw: ar„ ticul van klagten watson ter hand gesteld. alle origineele papie„ „ren tot deese zaak re„ onder de secreete bij„ laagen bewaart wer„ „den de H=le Engelsche Compagnie, en zal schrijven aan de heer Roger Caster over zijne reekening van Hbla gedaane onkosten aan 's H=le Comp:s slaven, dat hem die voldaen werde, alzo ik zulks billijk agte. Geegeven onder mijne hand Te Padang dee„ „zen 30: october A:o 1762: /:was getekend:/ I:n watzon. Wijders heeft de heer Commandeur den Heer watson ook ter hand gesteld, de beantwoorde articulen van klagten, die bij secreete Resolutie van den 22: Iulij ingeschreeven staan. En hier meede volgens zijne betuijging alles „latie hebbende, sullen afgehandelt, en daar van in voegen voormeldt bij deesen aantekening gehouden zijnde: zo werd Eene„ lijk beslooten, alle de voorenstaande origineele papieren onder de bijlaagen tot desecreete re„ solutien Nauwkeurig bewaaren telaaten, ten eijnde daar van in der tijd des noods gebruijk te kunnen maaken. — Aldus 211 Van Sumatras westcust onder dato 20:' februarij 1763 bancolen wijatt heeft aanden heer Comman„ deur een brief benevens nog een open papier Ed:e desselfs verwonde„ „ring betuijgten na dies inhoud gevraagt., tot antwoord ontfangen heeft Aldus Gedaan en aangeteekend ten dage, maand en Jaare voormeldt Satuurdag den 11: December Ao 1762: Alle Present Het Eerste Raads lid van 't Engels ministe„ het Eerste rads lidvang „rium te Bancolen en aanstaande Resident van Natter de heer Richard wijatte, blijkens het aan in handigt. — „geteekende bij gemeene Resolutie van heeden, aan de wal verscheenen, en aan den heer Commandeur over„ „gegeeven hebbende En geslooten brief aan deeze ver„ „gadering geaddresseert benevens een open Papier, bij wijze van Een Placcaat geschreeven zo heeft zijn over welk laatse zijn Ed:e over het laatste verwondert zijnde terstond gevraagt, wat dies inhoud behelsde! En wanneer de heer wijatte in't Eerst daar op antwoorde te / Dat het 't zelfde was met „ het geen in de brief stond / dog op nadere vraage:// dat ijtm 't nevenstaande „ het Een Protest was, en dat het apart overgegee„ „„ven wierde, alleen om dat het wegens dies groote „ niet wel bij de brief in een Pacquet gesloten hadde e

NL-HaNA_1.04.02_3094_0224 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast under date 28 February 1743. Honorable Sirs on this. The aforementioned papers were translated with great difficulty. The declaration could have been made. Thus the Commander declared in the presence of the council members van Slaveren and Thierens that he was willing to accept the same provisionally along with the letter, because, not being master of the English language, he could not read it at present, but that he protested in advance against the acceptance in case it might contain anything that conflicted with the honor of the Dutch Company or its servants, and that he would then certainly not keep it, but return it to the bearer. Subsequently, the necessary translations having been made of it, and finished with great difficulty because one has no one at hand who is truly capable thereof, the contents thereof were read today in the meeting and found to run as follows: Translation of an English letter, written by Mr. Roger Carter, Governor, together with. 213 From Sumatra's West Coast under date 28 February 1760: together with the Council of Fort Marlborough, and addressed to the Honorable Christiaan Lodewijk Senff, Governor and Director over the affairs of the Honorable Dutch Company, and the Council at Padang: dated 8 November, and received here from the hands of Mr. Wyatt on 7 December, the year 1762: Honorable Sir and Sirs! Since the arrival here of Roger Carter Esqr in the capacity of Governor and President, and some other gentlemen of the Council, we have not had the honor of receiving any of your Honors' letters. At present From Sumatra's West Coast under date 20 February 1763: At present we have the pleasure to inform your Honors that the Court of Directors has seen fit to make Fort Marlborough an independent government and presidency, and released from under the subordination of Fort St. George, under which it previously stood, so that it is now equal to all other presidencies, accompanied by an equal authority, which is confirmed by a commission from the King. We seize this occasion to hereby inform your Honors thereof, and at the same time that we heartily wish that the good understanding and amicable harmony may be further cultivated and maintained with the servants of the Honorable Dutch Company, just as the same endures between our mutual nations, which are so closely united and bound to one another by alliances; we shall on our part contribute everything that can perpetuate that friendship, and our efforts will also From Sumatra's West Coast under date 28 February 1763 215 also always tend toward tying the bond of harmony all the closer, just as we also flatter ourselves that the same sentiments reside on your Honor's part. We have always observed it as an inviolable law to undertake nothing directly or indirectly against any harbor or place of which the Honorable Dutch Company has taken possession or hoisted its flag; nor have we ever in any manner sought to alter the affections of such natives whom we know to stand under your Honors' government, notwithstanding the manifold solicitations that have often been made to us in that regard; this conduct is in itself so honorable and so consistent with the fundamental rules and directions of our Lords and Masters that we can never alter in that regard. And it is on that account the same which we hope and expect from your part. For such harmonious From Sumatra's West Coast under date 28 February 1762 conduct must notoriously confirm the good harmony, and prevent for the future our entering anew into such disputes regarding our equitable right and privileges as we were for some time obliged to do, both in that respect and concerning the goods of the servants of the English Company, which were attacked in an unlawful manner and taken from them by an unjustifiable violation of the law of nations. But under your administration we hope not to undergo such hardships again, being assured that the equity and moderation of the government at Batavia, upon these representations which we have the honor to present to it, will prescribe such salutary measures that peace will be preserved and no step taken outside of justice. It would have been the greatest pleasure for us if upon our return we might have found all old disputes, both public and private, settled. 217 From Sumatra's West Coast under date 28 February 1763. Commander Sinker has written that His Excellency the General of Batavia had assured him that the restitution of Nattal and Tappianoeli would follow as soon as the demand was properly made; in order to see the effect of the execution, he expressly sent Commander Watson with the Revenge, and all the more in view of the manifold complaints of private persons that they were greatly injured in their fortunes by so many unlawful seizures on this coast; His Excellency had also had the goodness to promise to have this matter investigated and to do justice in that regard. But this is certain: that since then we have had the displeasure of hearing from Mr. Marriot, who brought in some grievances, that before his departure from Batavia nothing had yet been done regarding the latter. However, we are not without hope that we shall still see it accomplished. The

Dutch transcription

Van Sumatras westcust onder dato 28: februarij 1743. Ed. hier op. voormeldte papie„ „ren zijn met veel moeijte overgezet. — de Claratie van zijn „ hadde kunnen werden. // zo verklaarde De heer Comman„ „„deur ter presentie van de raadsleeden van slaveren en thierens „ Dat hij het zelve bij provisie met de Brief wel „aanneemen wilde, om dat hij de Engelsche Taal „ niet magtig zijnde, het thans tog niet leezen konde „ dog dat hij teegens de acceptatie in voorraad pro„ „„testeerde, bij aldien 't zelve iets bevatten mogte, „ dat teegens de Eere van de Neederlandsche Comp: „ of haare bediendens streedt, en dat hij 't dan zeeker„ „„lijk niet houden maar aan den brenger weder te „rug geeven zoude. Vervolgens de noodige overzettingen daar van gemaakt, en met veel moeijte klaar geraakt zijnde, om dat men niemand aan handen heeft die daar toe wezendlijk Capabel is, zo wier„ dies jnhoud behelst, den dezelve op heeden in de vergaadering geleezen en bevonden te luijden aldus„ Translaat Engelsche Brief, geschreeven door den heer Roger C:Akter gouverneur benevens. 213 Van Sumatras westcust onder dato 28: febr: 1760: benevens Den Raad van 't fort Marlbouongh en geaddresseert aan den Agtbaaren Heer Christiaan Lodewijk Senff gouverneur en Directeur over de zaaken van de Ho„ „norable Nederlandsche Comp: en den Raad tot Padang: gedateert den 8: November, en hier ontfangen uijt han„ „den van Den Heer wijatt den 7:' December A„o 1762: Agtbaare Heer en Heeren! T Seedert de aankomst alhier van Roger Carter Esq=r in qualitijd als gou„ „verneur en President en eenige andere hee„ ren vanden Raad, hebben wij de Eere niet gehad eenige uwer wel Edelens brieven te ontfangen Thans ende er„ zn „ Van Sumatras westcust onder dato 20:' febr: 1763:—: Thans hebben wij 't genoegen uwel Ed:s bekend te maaken, dat de Heeren Directoiren goedgevonden heb„ „en 't fort Marlborough tot Een Independent gou„ vernement en presidentie te maeken, en vrij ge „steld van onder de subordonatie van 't fort s:t george waar onder het bevorens stond, zo dat het nu Equal is met alle andere presidenties, verzelt van Een ge„ „lijke authoriteijt, 't welk door Een Commissie vanden koning bevestigt is. Wij Capteeren deese occagie om uwel Ed:e bij deese hier van kennis te geven, en teffens dat wij startelijk wenschen, dat de goede verstandhouding en minzaame harmonie verder gecultiveert en onderhouden mag werden, met de bediendens vande honorable Nederlandsche Comp: zo als de„ „selve standhoud tusschen onze weerzeijdse Natien die door verbintenissen zo nauw vereenigt en aan malkander verbonden zijn wij zullen aan onze kant alles toebrengen, 't geen die vriend„ „schap kan bestendigen, en onze pogingen zullen ook Van Sumatras westcust onder dato 28: febr: 1763 215 ook altoos daar heere sterkken, om de band van Eens gezindheijd des te nauwer toe te knoopen, gelijk wij ons ook flatteeren dat aan uwel Edele kant die zelfde gevoelens zijn huijsvestende. — Wij hebben 't althoos als eene onschenbaare wet onderhouden, direct nog indirect niets te onderneemen teegens een haren of plaats daar de E: Nederlandsche Comp: possessie van genomen of haare vlagge op geheijst heeft ook hebben wij nooit op Eeniger hande wijze gezogt, zulke. Jnlanders van geneegentheid te doen veranderen, die wij weeten, dat onder uwel Edelens gouvernement staan; niet teegenstaande de meenigvuldige aanzoekingen, die ons ten dien op zigte dikwils gedaan zijn dit gedrag is in zig zelven zo Eerlijk en zo over Een komstig met de grondregulen en bestieringen onze Heeren en Meesters, dat wij daar omtrent nooit veranderen kunnen. En 't is uijt dien hoof„ „de het zelfde wat wij van uwe kant hoopen en verwagten willen. want diergelijken eens geziend. Van Sumatras westcust onder dato 28: febr: 1762 geziend gedrag moeten nootoir de goede harmonie bevestigen, en in den aanstaanden voorkomen, ons op 't Nieuw te doen treeden in zulke verschil„ len, ten opzigte van ons billijk regt en voorreg„ „ten, als wij voor eenigen tijd genoodzaakt zijn ge„ weest te doen, zo wel ten dien opzigte; als ten be„ lange van de goederen der bediendens van de Engelsche Comp:, die op Eene ongeregte wijze geat„ tacqueert, en van haar genomen zijn, door eene onverantwoordelijke schending van het regt vol„ „keren. Dog ander uwe Regeering hoopen wij diergelijken hardigheeden niet weder te ondergaan, als verzeekert zijnde, dat de billijkheid en gemaa„ „tigtheid van de Reegering te Batavia op deese die wij de Eere hebben haar aan tebieden, zulke hijl„ zaame maatregulen zal voorschrijven, dat de Ruste bewaart en geen stap buijten de geregtigheid gedaan werde Het zoude voor ons het grootste vermaak ge„ „weest zijn wanneer wij bij onze terugkomst alle oude verschillen zo publicque als particuliere hadden 217 Van Sumatras westcust onder dato 28: febr: 1763. hadden mogen afgedaan vinden, De Commandeur Sinker heeft geschreeven, dat zijn Excellentie de generaal van Batavia hem hadde verzekert, dat de terug gaave van Natter en Tappianoelij volgen zoude, zo dra de op eysching maar eijgend„ „lijk geschiede om het effect van de volbrenging te zien, heeft hij expres den Commandeur wat„ son met de Revenge gezonden gehad, en zulx temeer, uijt aanmerking van de meenigvuldige klagten, van Privaat Persoonen dat zij in haar fortuijn grootelijks benadeelt waen, door zo veel onwettige aanhaalingen op deese Custe zijn Ex„ cellentie hadde ook de goedheijd gehad, te beloven deese zaak te laaten onderzoeken, en daar om„ „trent regt te doen. maar dit is zeeker dat wij 'tseedert het ongenoegen gehadt hebben, te hooren van den Heer Marriot, die eenige beswaar„ „nissen ingebragt heeft, dat voor zijn vertrek van Batavia omtrent het Laatste nog niets was gedaan Egter zijn wij niet buijten hoope, dat wij het nog volbragt zullen zien Het.

NL-HaNA_1.04.02_3094_0230 view scan ↗

English

From the west coast of Sumatra, dated 20 February 1742: It is a very distressing matter for us that we find ourselves unavoidably compelled, by virtue of our duty to our Honorable masters, the King, and our country, to protest against Your Honours, as representatives of the Honorable Dutch Company, not only concerning the taking possession of Natter and Tappianoelij following the conquest by the French, but also concerning the setting fire to the Fort of the English Company and the dwellings, after Your Honours had resided therein for a long time and after Your Honours had appropriated for your own use a great quantity of civil and military stores along with various goods belonging to the servants of the English Company. Of these and several other acts mentioned in the said protest, we have had the most authentic proofs in hand, which we have sent to our superiors. And we do not doubt in the least that we shall obtain a fair satisfaction, as the matter deserves. 5 Ny. 3 w 219 From the west coast of Sumatra, dated 28 February 1760. We have merely touched upon these matters of injustice here because we regret that Your Honours do not have the qualification to grant us satisfaction. We shall expect in another manner, and from Your Honours, that the good faith between our states may be maintained, to which we shall invariably apply ourselves in every respect. Mr Richard Wyatt, who will have the honour of delivering this to Your Honours, is departing for Natter to retake possession of his post as chief of that place. We request Your Honours to assist him with such provisions and other necessities as he might require. And if we at any time should be able to do the same in return, or serve Your Honours here in another manner, please be assured of our readiness; while we remain with high esteem, beneath which was written: Honourable Sir and Sirs, lower: Your Honours' very obedient and humble servants, signed: Roger Carter, Richard Wyatt, Joseph Darwel, Robert Nairne, and John Herberts, in the margin: Twat and From the west coast of Sumatra, dated 28 February 1768. Fort Marlborough, the 8th of November, the year 1762. To all those who shall see this or hear it read, or whom this shall concern, be it known: That the Governor and Council residing at that time in Padang on the west coast of Sumatra, and managing the affairs there for and in the name of the Honorable Dutch Company, have seen fit—at the time the French King's ship under the command of Monsieur D'Estaing came in sight of this place from the north side, which was around the month of February or March 1760—to commit many injustices and unlawful acts, and thereby openly violate the alliance existing between our two powers, the King of Great Britain and the States General, and also to the great prejudice 221 From the west coast of Sumatra, dated 28 February 1760. and detriment of the Company of English merchants who have traded to the East Indies. That they have assisted and been helpful to Monsieur Estaing in his wars against the settlements of the English East India Company on this coast, which the servants of His Britannic Majesty can and will further verify. Furthermore, that in the same month and year, Mr Jan Moschel, a servant of the Dutch Company, according to his own caprices and without the slightest order or knowledge of the Governor and Council at Padang, has seen fit to take possession of one of the English settlements at Natter, and on his own authority to seize the fort, the civil and military dwellings, as well as many other goods and merchandise, all of which rightfully belonged to the English and their servants, and the value of which amounted to a considerable sum; as From the west coast of Sumatra, dated 28 February 1763. As also that the said Governor and Council at Padang, as well as their subordinate residents and agents, since the departure of the French from the settlements of the English here on the coast, have made it their chief business to establish themselves there, to maintain those settlements, and to hold the same in possession, notwithstanding the privileges of the English and the exclusive right that they possess in those settlements through so many solemn contracts, and of the lawfulness of which the said Commander and Council at Padang have been given notice; who nevertheless, through a forceful exercise of eminent domain, have compelled the natives at Natter and Tappianoelij to trade with the Dutch, and have also hoisted the Dutch flag at these two places and purposely caused the servants of the Dutch Company to reside there, in order, with all the more claim of right, to prevent the English so that they could not come to trade there; places to which the English 223 From the west coast of Sumatra, dated 20 February 1763. the English have the greatest right and which lawfully belong to them, all of which has been perpetrated by the Dutch with much violence, to the great detriment of the English Company, their servants, and others whom this may concern. Let it likewise be known to you that in the beginning of the year 1761, the servants of the Dutch Company made an attempt by all possible means to gain a foothold in one of the English settlements, Mocca Mocca, and that the Sultan of that place and his adherents, who guarded the rights of the English there, were forced to take flight for fear of becoming prisoners of the servants of the Dutch Company, on which occasion the Sultan lost many goods and suffered great losses. In confirmation of all the foregoing, eight g

Dutch transcription

Van Sumatras westcust onder dato 20:' febr: 1742: Het is eene zeer verdrietige zaake voor ons, dat wij ons onvermeijdelijk genoodzaakt vinden, uijt hoofde van onzen Pligt aan onze Honorable mees„ ters den koning en ons Land, om teegens uEd:, als re„ „presentanten van de Hononable Nederlandsche Comp: te protesteeren, niet alleen weegens het in bezit neemen van Natter en Tappianoelij, na de verovering der fransen, maar ook wee„ „gens het inbrand steeken van 't Fort van de Engelsche Comp:;, en de wooningen, na dat uEd langen tijd daar in uE: verblijf genomen hadden en na dat uE sig tot eijgen gebruijk toe geEijgent had„ de verblijft gewoen Eene groote quantiteijd civiele en militaire behoeftens met verscheijde„ ne goederen toebehoorende de bediendens van de Engelsche Compagnie van deeze en meer andere daaden, vermeldt bij het gedagte Protest, hebben wij de egtste bewijsen in handen gehad die wij aan onze superieusen hebben gezonden. En wij twijfelen geen ziends, of wij zullen eene billijke satisfactie erlangen, zo als de zaake verdient. 5 Ny. 3 w 219 Van Sumatras westcust onder dat 28 feb: 1760 Wij hebben eenelijk deese stucken van ongerogtig„ „heid hier slegts aangeraard, door diens het ons leed doed„ dat uw wel Edelens geene qualificatie hebben, ons voldoening te verschaffen wij zullen op Eene andere wijze en van uE: verwagten, dat de goede trouwe tusschen onze staaten stand houden mag daar wij ons allezinds onveranderlijk op toeleggen zullen— De Heer Richard wijatt die de Eere zal hebben uwel Edelens deesen over te geeven vertrekt naar Natter, om weder bezit te nee„ „nen van zijne Post, als opperhoofd van die plaats wij verzoeken uw Ed: om te assisteeren met zulke Provisien en andere behoeftens, als hij mogte noodig hebben En als wij te eeniger tijd het zelfde weder mogten kunnen doen, of uE: op Eene andere wijze hier dienen, geliefd van onze berijdvaardigheid verzeekert te zijn; terwijl wij met veel hoogagting blijven /onder„ stond:/ Agtbaare Heer en Heeren /lager / uwel Edelens zeer gehoorzaame en ootmoedige dienaeren /was, getekend:/ Roger Carter, Richard wijatt, Joseph Dar„ wel, Robbert Nairne en John Herberts /ter zeijde:/ Twat ende Van Sumatras west cust onder dato 28: febr: 1768 Fort Marlborough den 8: November Ao 1762: — Allen den Geenen die deezen zullen zien of hooren Leezen, dan wel den deezen zal aangaan, staan teweeten; Dat den gouverneur en raad in die tijde re„ „sideerende te Padang op de westcust van Sumatras, en de zaaken voor en Jn de naam der honorable Neederlandsche Comp: aldaar waarneemende heb„ „ben goedgevonden, om ten tijden het frans ko„ nings schip onder Commando van Monsieur D' Estaing van de noord zijde in't zigt deezer plaatse is gekomen /: twelk was omtrent de maand februarij of maart 1760:/ veele ongeregt„ „heeden, en ongeoorloofde zaaken te pleegen, en hier door opentlijk te violeeren de aliantie sub„ „sisteerende tusschen onse twee mogentheeden den koning van groot Brittaninien en de staa„ ten generaal, en meede tot groote predjuditie 221 Van Sumatras westcust onder dato 28: febr: 1760. En nadeel van de Comp: van Engelsche kooplieden, die op oostijndien= vaakren hebben geageert. Dat zij hebben geadsisteert en behulpsaam geweest Monsieur Esteing in zijne oorloogen teegens de plaatse der Engelsche oost Jndische Comp: op deese Custe, 't welk de bediendens van zijn Brittannische majesteijt nader kunnen en zullen verificeren. Wat wijders dat in de zelfde maanden Jaar den heer Ian Moschel /:een dienaar van de„ neederlandsche Comp: volgens eijgen Capriesen, en zonder de minste ordre of kennis van gouver„ „neur en Raad te Padang heeft goedgevonden possessie te neemen van een der Engelsche plaatse op Natter, en van 't fort, de huijsinge Civiele en militaire zoo wel als veel andere goederen en koopmanschappen die alle de Engelsche en haare dienaeren geregtelijk toe quamen, en welkers bedraagen Een Considerabel montant bedroeg op eijgen authoritijt aan te slaan als Van Sumatras west Cust onder dato 28:' febr: 1763 Als ook dat de gedagte gouverneur en raad te Padang zo wel als haare mindere Residenten en agenten 't zeedert het vertrekt der franse vande plaatse der Engelsche, hier ter Custe, hun grootste werk gemaakt hebben, zig daar te vestigen, die plaatse te maintineeren, en dezelve in bezit te houden, niet teegenstaan„ „de privilegien der Engelschen en t exclusief regt, dat zij door zo veel solemneele Contrac„ te op die plaatse zijn hebbende, en van welker wettigheid men gedagten Commandeur en raad te Padang kennis heeft gegeeven, dog dewelke des niet teegenstaande door een force Exercitie van 't dominium Eminens de Jnlanders op Natter en Tappianoelij gedwongen hebben, om met de hollanders te negotieeren, en ook op deese twee plaatse de hollandsche vlag opgeheijst ende be„ „diendens van de hollandsche Comp: Expres daar laaten resideeren om met zo veel temeer regt de Engelse te verhinderen, zij daar niet konden komen handelen; plaatse daar de Engelse 223 Van Sumatras westcust onder dato 20: febr: 1763. Engelse het grootste regt toe hebben en welke haar wettelijk toekomend welke een en andere door de hollanders gepleegt is met veel geweld tot groot nadeel van de Engelsche Comp: hunne die„ „naars, en andere welke zulx mag aangaan. — Laat het ulieden in gelijker voegen bekent wezen dat in't begin van A„o 1761: de dienaeren van de Neederlandsche Comp: hebben gemaakt een attentaat, om bij alle weegen van mogelijk„ „heid vastigheid te krijgen op Een der Engelsche plaatse Mocca Mocca en dat de Southan van die plaats en zijn aanhang die de regte der Engelsche aldaar bewaarde de vlugt heeft moeten neemen, uijt vreeze Een arrestant van de dienaers vande hollandse Comp: te zullen worden, bij welke geleegentheid hij Sulthan veel goederen verlooren, en groote verliesen gehad heeft Tot Bevestiging van al het voorenstaande agt g

NL-HaNA_1.04.02_3094_0236 view scan ↗

English

From the West Coast of Sumatra under date 20 February 1763: one considers oneself able to prove this to be the truth by original letters as well as well-founded rights, by producing the same at the time and when and in the place where such shall be proper. Whose names are written below, the Governor President and the Council have inserted this for the affairs of the English Company or merchants of England in the East Indies on the West Coast of Sumatra, as this serves as a protest against the Dutch Company for all the losses and damages from the time mentioned hereinbefore until the date of this document that the servants of the English East India Company and all others have suffered through their manner of trade, and also endured through the unjust power that the servants and agents of the Dutch Company have exercised. We hold the Dutch Company, its 225 From the West Coast of Sumatra under date 8 February 1763: its administrators and further agents liable for all damages and losses inflicted upon the English Company, its executors and administrators, and also for the public acts of violence and unequal justice committed by them against the public peace, and the treaty between the King of Great Britain Sovereign and the State of Holland; in contrary whereof, they have violated that close bond of friendship by harming the goods and nations of the English, their friends; Thus done and protested as above, in token of which we sign our respective names; and seal the same with the seal of the English Company. Below stood: Dated in Fort Marlborough on the West Coast of Sumatra (where no stamped paper is to be obtained) the 8 November 1762. In margin: the seal pressed in red wax. Was signed: Roger Carter, Richard Wyatt, Joseph Darvall, Robert Nairne and John Herbert. And From the West Coast of Sumatra under date 28 February 1763: Many slanderous expressions against this assembly. The Commander puts to the question what one ought to do in this matter. Remarks. Resolution to have the protest returned to Mr. Wyatt by two council members. And whereas from the content of these papers it appears very clearly that the same are designed merely to accuse this assembly of many misdeeds and on the other hand to justify the conduct of the English gentlemen, the Commander put to the question what one should do in that regard, and how one could best conduct oneself in this matter, so as not to become entangled anew in a hateful correspondence, and yet to be able to place before the eyes of the English gentlemen with these accompanying emphatic terms both the impropriety of their conduct maintained over the last 12 years and the groundlessness and untruth of all the misdeeds that they charge this assembly with; and concerning which, having been spoken of at large, and everything serving the matter having been taken into consideration, it was resolved with unanimous votes: Not to keep the protest, as a paper that is drafted all too shamefully, and also according to their own writing drawn up untimely and unnecessarily, and the same 227 From the West Coast of Sumatra under date 28 February 1763: yet to answer the letter in due course. for that reason to have it returned to Mr. Wyatt by two council members, but to answer the letter properly in due course, and at the same time to ask therewith for proof or satisfaction, principally regarding that slanderous accusation, as if one had appropriated many goods of the English Company and its servants for one's own use. Thus done, resolved and decreed in the Dutch Counting House at Padang, on the day, month and year aforesaid. Was signed: C. L. Senff, H. van Staveren, J. A. Thierens, D. Fredriksz, B. F. Forcade, Member and Secretary, and A. H. Sieben. Monday the 13 December Anno 1762: The Protest of the English ministry. All present. From the West Coast of Sumatra under date 28 February 1763. The English protest was brought back to Mr. Wyatt by two members. Who refused to accept it again. For reasons as stated alongside. Remonstrance of the two delegated members against this. Mr. Wyatt refuses nevertheless to accept the same. And thereupon the delegated members laid it down beside him on his desk and left it at his responsibility. Thus. The protest of the English ministry at Bencoolen, mentioned in the secret resolution of this assembly of the 11th current, having been brought this morning by the council members van Staveren and Thierens to Mr. Wyatt, they reported: That he had refused to take it back, alleging that the Commander had once accepted it, translated it, and now already kept it for 7 days; that they had indeed countered him on this, stating that the Commander had indeed received it, but had at the same time testified in their presence that he would not keep it, but would return it to him again in case he should find anything therein that might tend to the disadvantage of the Dutch Company or its servants, and that for that reason he was obliged to take it back again; but that notwithstanding this he had persisted in his refusal; and that they thereupon had laid the same down next to him on his writing desk and had taken their leave of him, with the declaration that it remained lying there on his account.

Dutch transcription

Van Sumatras west Cust onder dato 20:' Febr: 1763: agt men zig in staat om door origineele brieven zo wel als gefundeerde regten te bewijzen zulx de waarheid te zijn, met dezelve te producee„ „ren ten tijd en wanneer en ter plaatse waar sulx zal behooren. Welkers Naame hier onder geschreeven zijn, den gouverneur president en den raad heb„ ben deese ingezet voor de zaaken voor de Engel„ sche Comp: of kooplieden van Engeland in oost Jndien op de westcust van Sumatra als strek„ kende dit tot een protest tegens de neederland„ „sche Comp: voor al de verliesen en schaadens van de tijd af hier voren gementioneert tot dato deeses dat de dienaars der Engelsche oost Jndische Comp: en alle andere door hun handel wijs geleeden hebben, en ook ondergaan door 't onregte pereur die hebben g'Exerceert de dienaars en agtens van de neederlandsche Comp: Wij houden de Neederlandsche Comp: haare. 225 Van Sumatras west cust onder dato 8. fbr 176 haare administrateurs en verdere agtens aan„ spreekelijk voor alle schaadens en verliesen de Engelsche Comp: dies Executeurs en admini„ „strateurs toegebragt en meede voor de openbare viotenties en onsquale Iustitie door haar gepleegt tegens de openbaare vreede, en tractaat tusschen de koning van Groot Brittanien Souverain en den staat van Holland; in Contrairie van welk, zij overtreeden hebben, die nauwe band van vriendschap door 't schen„ „den van de goederen en natien der Engelse hunne vrienden; Aldus gedaan en geprotesteert als hier boven, in teeken van welk wij teekenen onse Respective naamen; en zegulen het zelve met 't zegul van de Engelsche Comp: /onderstond:/ Dato in 't fort Marlborg op de westcust van Sumatra /:waar geen gestempelt papier is te krijgen:/ den 8: Novemb:r 1762: /in margine:/ 't zegul in roode lacq gedrukt /:was getekend:/ Roger Carter, Richart wijatt, Ioseph, Darval, Robbert Nairne en John Herbert En - Van Sumatras wescust onder dato 28:' febr: 1763: veele lastenlijke uijt„ „drukkinge teegens deeze vergadering den heer Commandeur brengt in omvraage wat men hier in doen moet aanmerking. besluijt om het protest door twee raads leeden den heer wijatt weder„ „om te rug te laten geven. En dewijl uijt den jnhoud van deese papieren zeer duijdelijk bijkt, dat de zelve alleen maar ingerigt zijn om deese vergadering van veele wan- bedrijven te beschuldigen en daar en teegen het gedoente der heeren Engelschen te regtvaardigen, zo gaf de Heer Commandeur in omvraage wat men daar omtrent zoude doen, en hoe men zig best in deesen zoude gedraagen kunnen, ten eijnde niet op 't nieuw weeder in eene haatelijke brief wisseling, ingewi„ keld te raaken, en egter de heeren Engelschen in met deese nevenstaande nadrukkelijke termen voor oogen te kunnen houden, zo wel de onbetaamelijkheid van hun gehouden gedrag 't seedert de Jongste 12: Jaaren als de ongegrondheid en onwaarheid van alle de wan bedrijven, die zy deese vergadering ten Lasten leggen En waar over dan breedvoerig gesprooken, en alles wat ter zaake diend in aanmerking genomen zijnde met Een paarige stemmen beslooten werd; Het protest, als een papier dat al te schandelijk ingerigt, en ook volgens hum egen schrijven ontijdig en en onnoodig opgemaakt is, niet te houden en het zelve 227 Van Sumatras Westcust onder dato 2:' febr: 17630 dog de brief bij geleegent„ „„heid te beantwoorden zelve uijt dien hoofder door twee raads leeden dan hier wijatt weder ter hand te doen stellen, dog de brief bij geleegentheid na behooren te beantwoorden en teffens daar bij Bewijs of voldoening te vraagen voornamentlijk wegens die lasterlijke beschuldiging, als of men zig veele goederen van de Engelsche Comp: en haare bediendens, tot eijgen gebruijk toe„ „geeijgent hadde. Aldus Gedaan Geresolveert en ge„ arresteert In't Neederlands Comptoir Te Padang, ten Dage, maand en Iaare voor„ „melt /:was getekend:/ C„n L„n Senff, H: V„n v„m J:n Ai Thierens D:s fredriksz Staveren, B:s F:s Forcade, Lid en Secretaris en A„o H:k Sieben; — Maandag Den 13:' December A„o 1762: Het Protest van 't Engelsch Het Engels protest„ Alle Present ministerium gt n, D Van Sumatras westcust onder dato 28: febr: 1763. is door twee Leeden bij den heer wijatt terug gebragt. — welke het niet weder„ „om heeft willen accep„ „teeren.— om reeden als hier nevens. vertoog der twee ge„ committeerde leeden hier teegens egter 't zelve te accep teeren En daar op hebben de Com„ mitteerde leeden het „gelegt, en voor zijn ver„ ministerium te Bancolen, vermeldt bij secreete Resolutie deeser vergaadering van den 11: Cour: deesen morgen door de raads leeden van staveren, en thierens bij den heer wijatt gebragt zijnde, zo rapporteerden dezelve: Dat wvor hij het niet terug hadde wil„ len Neemen, onder voorgeeven, dat de heer Commandeur het zelve eens geaccepteerd over ge„ zet, en nu bereeds 7: dragen gehouden hadde; Dat zij hem hier op wel te gemoed gevoerd hadden, dat de heer Commandeur het wel aangenomen dog teffens in haare presentie betuijgt hadde het niet te zullen houden, maar aan hem we„ der terug te zullen geeven ingevalle hij daar in iets vinden mogte, het gunt tot nadeel van de Nederlandsche Comp: of haare bediendens strekken, en dat hij uijt dien hoofde verpligt was, den heer wajalt wijgert het weder terug te neemen; dog dat hij des niet teegenstaande bij zijne wijgering was blijven persisteeren; en dat zij het zelve daar op naast hem op op zijn schrijflaadjen needer gelegt en hun „zelve op zijn zijde neer afschijd van hem genoomen hadden, onder verklaaring, antwoording gelaaten. dat het daar voor zijne reekening leggen bleef. dus.

← previousnext →