Inventory 3122
Surat · 1,094 pages · 251 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Malacca, 15 November 1764 swivel guns, but was not acknowledged from the shore. On that date, the young King sent his mata-mata on board to inquire whether I had brought letters and gifts for him. I answered no, but requested to obtain an audience with the young Prince, which I also obtained immediately. I also complimented that Prince in the name of Your Honorable Worships, for which he offered his thanks. Whereupon I asked His Highness about the conditions in the highlands, and received as an answer that a certain dispute had arisen between the Compareesen and the Menangkabaus, whereby they had come to war with one another, but that this is of no importance and they would soon be reconciled again. Seeking further to sound out that young Prince regarding the cause of the equipping of so many vessels, the same replied that his father, the old Prince, was inclined to send an embassy to Batu Bara to fetch his friends from there, and also that some vessels would remain cruising in the mouth of the river, according From Malacca, 15 November 1764 according to the written instructions of Your Honorable Worships. For the rest, I could, in accordance with that Prince's inborn taciturnity as a simple and poor-spirited subject, discern not the slightest thing from him. Furthermore, I requested the same that, since it had been learned that the old Prince was awaiting his arrival at Bukit Batu in order to depart upriver, His Highness would please proceed thither at once, which he promised to do with the falling tide, as he indeed departed that very same afternoon. In the meantime, I sought by all means to learn the true cause of the King's stay at Bukit Batu, and received report that the principal purpose thereof was to attend the fishing season and collect the fish roe, with which he sought to load several vessels. On 12 October, the King having arrived in the night, His Highness let me know in the morning that he was inclined to receive the letters and gifts, as I likewise showed myself willing to deliver them. Immediately a vessel of state with three state parasols, in which were three prominent Panglimas, From Malacca, 15 November 1764 were present, as well as two prows prepared with all kinds of musical instruments, were sent on board. Under the discharge of 11 shots, I entrusted to the said emissaries the letters and gifts brought along, which they each placed separately on four silver plates and departed therewith to the shore, whither we also went. The letters and gifts having been brought to His Highness, the same were received by that Prince under the discharge of 11 shots from small pieces of cannon, there also being present the Arab Priest Sayyid Shaikh and some prominent Malays. Whereupon I once again complimented His Highness in the name of Your Honorable Worships, but since the letters remained lying unopened, I had no occasion to speak to the Prince about various matters. Therefore, I requested permission to return in the evening, which His Highness granted me. In the evening, around six o'clock, I went again to the Prince, and having asked him whether he had understood the contents of the letters, he answered yes. Therefore, I requested His Highness From Malacca, 15 November 1764 to pay off his outstanding debt now to the Honorable Company, which was already a long time ago, and several Commissioners had been sent for its collection, but that His Highness up to this day had not paid it off at all; and while the Honorable Worshipful Mr. David Boelen was about to depart for the capital, this outstanding debt must absolutely be settled by His Highness. Whereupon His Highness promised me that all that he was capable of, he would pay off now, but that he would settle the entire debt before the departure of the Honorable Worshipful Mr. David Boelen. I likewise exhorted the King about the four pieces of eight-pounder cannon, whereupon the same said to me: I thought that matter had long since been concluded, but now I shall write to Their High Noble Honors about it myself. Whereupon I replied to His Majesty again that he had already undertaken to do so in former days, but up to this day had not executed it; which the King attributed to the incompetence of his scribes, but that he now had an experienced man who could execute this. For the rest, His Majesty declared the departure of the Honorable Worshipful Mr. David Boelen to be heartily From Malacca, 15 November 1764 regrettable to him. But I met him on that point and reassured him that our new Commander, the Honorable Worshipful Mr. Thomas Schippers, was likewise very generous, being inclined to impart his help and assistance to all Kings and Princes who were allied with the Honorable Company and maintained their treaties; which the King declared had never been his aim otherwise than to adhere to the Honorable Company as a faithful friend and ally. Furthermore, inquiring about the unrest in the highlands, the King informed me that his merchant, a certain Baba Hamet, had been sent upriver with letters to those peoples, and that word had also already been received from there that the disputes were as good as settled, and that His Majesty would do his best so that the entire matter would soon have an end. The King also told me that he would go to live at China Pallang. Further, I inquired after any news from Riau or Terengganu, whereupon the King told me that a vessel from Riau had arrived, and he had learned that Raja Ismail was still at Terengganu.
Dutch transcription
Van Malacca den 157: November 1764 draaijbassen, dog werd niet van de wal bedankt, op dato Lond den jongen Koning sijn matte matte aan Boort, om te verneemen of Brieven en Geschenken voor hem hadde mede gebragt, ant„ „woorde ik van neen, maar versogt om au„ „dientie bij den Jongen Vorst te mogen erlangen, gelijk ik ook zulx ten eersten obtineerden, Com„ „plimenteerde meede dien Prins uijt name van uwe lEd: Agtb: waar voor hij bedankte— waarop ik zijn Hoogheijd na de omstandig„ „heeden en de bovenlanden vroeg, kreeg ik ten andwoord als dat, tusschen de Compa„ „reesen en de manicabers eenig verschil was ontstaan, waar door sij met elk anderen aan 't oorlogen waren geraakt, dog dat sulx van geen belang is, en haast weder soude vereenigd zijn, tragtende wijders dien jongen vorst te ondertasten, na de oorsaak der equipeering van soo veele Vaarthuijgen, repliceerden den„ ouden „selven als dat sijn vader den pongen Vorst geneegen was, eene Besending na Batoe Baraa te doen, omme sijne vrienden van daar te halen, en ook eenige Vaarthuijgen in de mond der Rivier soude blijven kruijsen volgens Van Malacca, den 15:' November 1764 volgens aanschrijven van uwel Ed: Agtb:, voor 't overige, konde ik uijt dien Prins, volgens sijne aangeboore stilswijgendheijd als een Simpel en armhartig subject niets 't geringste ontwaren verders versogt ik den selven, dat nadien verno„ „men had, den ouden Vorst na zijn komst tot Boucquit Batoe wagte, om na boven te vertrekken zijn Hoogheijd dog geliefde zig ten eersten na derwaarts te begeeven, 't geen hij beloofde met 't vallende water te sullen doen, gelijk hij ook wezentlijk dien zelfdeen nademid„ „dag vertrokken is, intusschen zog tik op aller„ „hande wijze na de ware oorsaak van 's konings ver blijf tot Boucquit Batoe te verneemen, en kreeg berigt dat zulx principalijk doelwit had om de vis tijd bij te wonen, en de viskuijten te versamelen, waar mede hij eenige vaartuij„ „gen sogt af te laden. Den 12: Octob:r den Koning 's nagts gearri„ „veert sijnde, liet mijn sijn Hoogheijd desmon„ „gens weeten, als dat geneegen was, de Brieven en geschenken te recipieeren, gelijk in mijn insgelijks tot de overgave gewilligtoonde, wordende ten eersten een vaarthuijg van Statie met drie Chambreels „ voornamen van staat, waar in sig drie „ Panglimas van bevonden 47 Van Malacca den 15 November 1764 bevonden, als mede twee praauwen met aller„ „hande speeltuijg vervaardigt en aan Boord gezonden, intragueerde aan gedagte sendelin„ „gen onder 't lossen van 11 schoten de mede ge„ „bragte Brieven en geschinken, dewelke sij ieden separaat op vier silvere Pierings leijde en daar mede na de wall vertrok, werwaards ik wij mede vervoegde, De brieven en geschenken bij zijn Hoogheijd gebragt zijnde, wierden de selve onder het lossen van D schoten uijt kleijne stukjes canon door dien Vorst ont„ „fangen, bevindende sig daar mede den Arabies Priester Sait Cheg, en eenige voorname ma„ „leijers, waar op ik nogmaals sijn Hoogheijd uijt naam van uwel Ed: Agtb: complimenteerde, dog nadien de brieven ongeopent bleeven leg„ „gen, had ik geen occasie omme den Vorst over het een en ander te spreeken, dierhalven versogt ik Permissie om des avonds weder om te komen, 't geen sijn Hoogheijd mij toestond. Des avonds circa ses uuren begaf ik mij weder bij den Vorst, en denselven gevraagt hebbende, of den Inhoud der Brieven verstaan had, antwoorde hij van Ja, dierhalven ik sijn Hoogheijd versogt zijn 49 van Malacca den 15 November 1764 sijn Restant debet nu aan d'E Comp: af te leggen, 't geen alreedss een geruijmen tijd geleeden was, en ver„ „scheijden Commissarissen tot dies Invordering waren afgesonden, dog dat sijn Hoogheijd tot heeden toe, sulx in 't geheel niet had afbetaalt, en terwijl den Wel Edelen Agtbaren Heer David Boelen na de Hoofd plaatse stond te vertrekken, dit restant de bet absoluit „ sijn Hoogheijd moest vereffent worden, waar op sijn Hoogheijd mij beloofde alle dat geene ƒ magtig was, zij nu soude afbetalen, dog dat de ge„ „heele schuld voor 't depart van den Wel Edelen Agtbaren Heer David Boelen soude vereffenen, adhorteerende den Koning insgelijks, over de vier P=r agt ponders Canon, waar op denselven mij toe„ „voegde, ik dagte dat die zaak allange afgemaakt was, dog nu zal ik haar Hoog Edelens daar selfs overschrijven, waar op ik sijn mgesteijt weder repliceerde als dat in vorige dagen sulx al had aan„ „genomen, dog tot heeden toe niet uijtgevoerd 't geene den Koning aan de onbequaamheijd sijner schrij„ „vers toeschreef, maar dat thans een ervaren man had, die sulx konde uijtvoeren, voor 't overige betuijg„ „de sijn majesteijt 't vertrek van den Wel Edelen Agtbaren Heer David Boelen van harten leet Sum 11 Van Malacca den 15: November 1764 liet te weesen, dog ik quam hem daar in te gemoed, en hem verassureerende dat onsen nieu„ „wen Gebieder den wel Edelen Agtb: Heer M=r Thomas Schippers, insgelijks zeer edelmoe„ „dig was, die geneegen is alle Koningen en Vorsten, die met d'E Comp: g'allieert waren, en hunne verbonden onderhielden, zijne hulpe en bij stand mede te deelen, 't geen den Koning betuijgde anders nooijt zijn doelwit te zijn dan d' E Comp: als een trouwe vrienden bond genoot aan te kleeven. Verders mij na de onlusten in de bovenlanden, informeerende, verwittigde mijn den Koning, als dat zijn Koopman eene Babba Hamet na boven had gesonden, met brieven aan die volk„ „ren, en daar ook alreede op berigt was geworden, dat de verschillen soo goed als afgedaan waren, en dat sijn majesteijt zijn best zoude doen dat de geheele zaak spoedig een eijnde had, ook seijde mij den koning dat na China Pallang soude gaan wonen. Wijders vernam ik na eenig nieuws van Rrouw of Trangano, waar op den Koning mij zeijde als dat een Vaarthuijg van Riouw was binnen gekomen, en verstaan had dat Radja Imaël zignop op Trangano bevond
English
From Malacca the 15th November 1764 found, and that he would attack a place named Clantang, situated close to Trangano; having asked and obtained His Highness's permission to return on board, I took my leave in the evening around 9 o'clock. The following day, the 14th, the King sent me word that he could not obtain any Gold at present, and would first send to the upper lands to see if a quantity of that metal could be procured there, further requesting that I should depart in the meantime, as the aforesaid Babba Hamet promised to send the letters and the remaining arrears to Malacca. I sent word back to the King that this did not correspond with the promise made to me yesterday evening, and that if His Highness had not been in a position to pay me, he would not have made me such promises. In the evening at five o'clock I went to the King myself and maintained to that Prince in the strongest terms that this manner of acting ran straight against the protestations His Majesty had made, and that thereby no honor would be gained with the Honorable Company. Sum From Malacca the 15th November 1764. gained; whereupon the King said to me, Gold I have not, but if your Honor will accept eight-cornered Spanish reals, I will pay you those. I said yes, but his son-in-law Sait Cheg advised His Majesty against this, saying that he would suffer too great a loss by it, but presented to assist the King with one catty of Gold, though not less than at the previous price, at the highest against rd:s 32 the thail, which I debated as much as possible though fruitlessly. I tried to obtain somewhat more, but this was in vain, and I had to resign myself, after which I reminded the King of the four 8-pounder cannon. His Majesty said that he would send Babba Hamat with letters and the remaining Gold to Malacca, whereupon I departed for the ship. The next morning the letter for your Honorable Nobilities was brought on board in state, and I received it under the discharge of 9 pounder shots, after which I went to His Highness and took my leave, who requested his humble compliments be made to your Honorable Nobilities. Departing with the ebb tide downriver, we From Malacca the 15th November 1764 arrived on the 18th of this month before the garrison at P:lo Gontong, from where we immediately dropped further down and on the 19th arrived at Bouquit Batoe, where the young King currently resided in order to prepare some more vessels. In how far I have now been able to perceive whether the intention of Prince Alam with the Honorable Company is pure and sincere, I can declare to your Honorable Nobilities no other than that I found him all around not only entirely sensible of the favors and kindnesses shown by Your High Excellencies and Your Honorable Nobilities, but also at the same time discerned in him that he has pure intentions to maintain and conduct himself as a faithful, obligated ally toward the Honorable Company, and to adhere steadfastly to the same. The garrison on Poelo Pontong is now completely finished, and in my opinion is so formidable that, with the necessary vigilance, it cannot be overpowered by any native force. Having arrived here on the 22nd without meeting anything remarkable. Hoping to have accomplished this commission according to Your Honorable Nobilities' Sum Nobilities' intention, I presume to style myself with all high esteem. Was written below: Honorable Noble Worshipful Ruling Gentlemen and Honorable Gentlemen. Lower: Your Honorable Nobilities' humble and faithful servant. Was signed: A: W: Zaaks. In the margin: Malacca the 22nd October 1764. Below was written: Agrees. Was signed: P: Dirksen, Honorable Sworn Clerk. seen Aiers From Malacca the 15th November 1764 Suma Gelvien Geelvinck Jum m Jum Juma Jumat Juma Jun Jum Sumatra's West Coast Anno 1763. Sumatra's West Coast 1763 Sumatra's West Coast A Anno 1763. the 6th December Per the bark the Mossel the 1st December Per the bark De Draak the 13th December Per the bark the Lieftallige Register of the received Letters from Sumatra's West Coast since the 20th October until the last of December 1763; Letter from the Commander Hendrik van Staveren and Council dated 4 September - - -- - folio 1 Ditto from the retired Commander Christiaan Lodewijk Senff and Council dated 15 May - - - folio 6. Ditto from the same dated 25 June - - - - - - folio 33 Ditto from the Commander van Staveren and Council dated 31 October - - - - - - folio 41 Ditto from the same dated 2 October - - - - - - - - - - folio 97: Ditto from the Commander van Staveren and Council dated the 30 November – – – - - - folio 99 From Sumatra's West Coast the 4th September Anno 1763. Batavia. To His Excellency the High Honorable, Great Worshipful, Far-Ruling Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General Together with The Honorable, Right Honorable Lords Councilors of the Dutch Indies. High Honorable, Great Worshipful, Far-Ruling Lord and Honorable, Right Honorable Lords The Bark the Mossel, having been forced by the southerly winds blowing continuously along this coast to call at this station, and having waited for a favorable wind from the 27th of August until today, we could not fail From Sumatra's West Coast the 4th September Anno 17633. Batavia. To His Excellency the High Honorable, Great Worshipful, Far-Ruling Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General Together with The Honorable, Right Honorable Lords Councilors of the Dutch Indies. High Honorable, Great Worshipful, Far-Ruling Lord and Honorable, Right Honorable Lords The Bark the Mossel, having been forced by the southerly winds blowing continuously along this coast to call at this station, and having waited for a favorable wind from the 27th of August until today, we could not fail
Dutch transcription
51 Van Malacca den 15: November 1764 bevond, en dat hij eene plaats genaamd Clantang leggende digt bij Trangano zoude attacqueeren; sijn Hoogheijd permissie gevraagt en verkreegen hebbende, om na Boord te retourneeren, nam ik mijn afscheijd de s avonds circa 9 Uuren, Des anderendaags den 14: liet mij den Koning weeten als dat hij nu geen Goud konde magtig wor„ „den, en eerst na de boven landen soude senden om te sien of aldaar een quantiteijt van dat met aal konde bekomen, wijders mij versoekende dat maar intusschen vertrekken soude, also beloofde gedagte Babba Hamet met de Brieven en het resteerende agter stat na Malacca te senden, ik liet den Koning weder„ „om boodschappen, als dat sulx niet over eenk wan met de Promesse Gisteren avond aan mij gedaan, en dat wanneer sijn Hoogheijd niet in staat ge„ „weest was mij te betalen, hij als dan mij zulke beloften niet soude gedaan hebben. Des avonds om vijf Uuren ging ik selfs na den koning en onderhield dien Vorstop het kragtigste dat dese handelwijse, regtdraate, tegen de betuijgingen die sijn majesteijt died aan„ „liepen, en daar meede geen eer bij d' E Comp: zoude Sum Van Malacca den 15:' November 1764. zoude inleggen; waar op den Koning mij zeijde Goud heb ik niet, dog wil UE agt Kante spaans ontfangen, die sal ik U betalen, ik seijde van Ja, dog desselfs schoon zoon Sait Cheg raadde sijn majesteijt sulx af, als leggende daat te veel verlies bij te sullen hebben, maar denselven presenteerde den Koning met een Catje Goud te adsisteeren dog niet minder als tegen de vorige prijs uijterlijk van tegens rd:s 32: de thail, het geen ik soo veel mogelijk dog vrug„ „teboos gedebatteert heb, ik tragtede nog wat meer te krijgen, maar suks was vrugteloos, en moest mijn getroosten, waar na ik den Koning indagtig maakte de vier 8 ponders Canon: zijde zijn majesteijt dat hij Babba Hamat met brie„ „ven en 't resteerende Goud na Malacca soude senden, waar op ik na Boort vertrok Des anderen daags morgens werd de brief voor UwelEd: Agtb: met statie aan boort gebragt, en ik ontfing deselve onder het lossen van 9 P=s schoten, waar na ik mij bij sijn Hoogheijd begaf, en mijn afscheijd nam, dewelke versogt sijn needrig Compliment aan uwelEd: Agtb: af te leggen, vertrekkende met de Ebbe na om laagen kwamen 53 Van Malacca den 15„ November 1764 kwamen op den 18 deser voor de besetting P=lo Gontong, van waar wij ten eersten verder na beneden zakten en op den 19 tot Bouquit Batoe arriveerde, alwaar den jongen Koning sig thans op hield, omme nog eenige vaarthuijgen te vervaardigen In hoe verre ik nu hebbe kunnen ontwaren, of de intentie van den Vorst Alam met de Ecomp: suijver en opregt is, so kan ik uwel Ed: Agtb: niet anders verklaren, dan dat ik den selven rondsom niet alleen ten eenemaal sensibel over de door Haar Hoog Edelheedens en Uwel Ed: Agtb: betoon„ „de Gunsten Goedheeden hebbe gevonden, maar ook teffens in hem bespeurt, dat hij suijvere voornee„ „mens heeft, sig als een getrouwen verpligt bonds„ „genoottegens d'E Comp: te willen houden, en ge„ „dragen, en deselve standvastig aan te kleeven De Bezetting op Poelo Pontong isthans volkomen voltooijt, en mijnes er agters is desel„ ve soo formidabel, dat se bij de nodige waak„ „saamheijd door geen Inlandse magt te ver„ „meesteren is zijnde zonder iets merkwaardigs te ontmoeten op den 22 alhier gearriveert Verhopende deese Commissie na uwel Ed: Agtb: Sum Agtb: Intentie te hebben volbragt, ik wij d' E„ aanmatige om met alle Hoogagting mij te noe„ „men //: onderstond:/ Wel Edele Achtb: Gebieden„ „de Heeren en E Heeren /:lager:/ Uwel Agtb: onderdanige en trouwschuldigen Dienaar /:was geteekend:/ A: W: Zaaks /:in margine:/ Ma„ „lacca den 22: october 1764 /:onderstond:/ Accor„ „deerd /:was get:/ P: Dirksen E: E: Clercq fgezien Aiers Van Malacca den 15: November 1764 Suma Gelvien Geelvinck Jum m Jum Juma Jumat Juma Jun Jum Sumatras West Cust Ao 1763. Sumatras west kust 1763 Sumatras West Cust A Ao 1763. den 6: xber P:r de baak d' Mossel den 1e: xeber P:r d' bark De Draak den 13:' december C: de baak de Lieftallige Register der ontfangene Brieven van Sumatras west Cust sedert den 20:' october tot ultimo december 1763; Missive van den gezaghebber Hendrik van Staveren ƒ1 en Raad gedateert 4 7ber: - - -- - e _„o van de afgegaanen Commandeur Christraan Lodewijk Senff en Raad ged„t 15 Meij - - - „ 6. G _„o van als even gedagterkend 25 Junij - - - - - - „ 33 _„o van den gezaghebber van staveren en raad G - - - - - - „ 41 gedateerd 31: 8ber: — _„o van alseven ged„te 2 october - - - - - - - - - - „ 97: _„o van de gezaghebber van slaveren en raad E gedateert den 30 November – – – - - - „ 99 C 1 Van Sumatras Westkust den 4:' 7ber A:o 1763. Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid den Hoog Edelen groot Achtb:r wijdgbiedende Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal Benevens De welEdele Gestrenge Heeren Raaden van nederlands India. Hoog Edele Groot Achtb:r Wijd gebiedende Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren De Barcq de Mossel door de langs deese Custe bij Continuatie waijende zuijdelijke winden, genoodzaakt geworden zijnde dit Comptoir aan te gieven, en 't zedert den 27:' 6 augustus tot heeden; na Eenen goeden wind, gewagt hebbende, soo hebben wij niet kunnen nalaten Van Sumatras Westkust den 4:' 7ber A:o 17633. Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid den Hoog Edelen groot Achtb:r wijd gebiedende Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van nederlands India. Hoog Edele Groot Achtb:r Wijd gebiedende Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren De Barcq de Wossel door de langs deese Custe bij Continuatie waijende zuijdelijke winden, genoodzaakt geworden zijnde dit Comptoir aan te gieven, en 't zedert den 27:' augustus tot heeden; na Eenen goeden wind, gewagt hebbende, soo hebben wij niet kunnen nalaten
English
From Sumatra's West Coast, the 4th of September 1763. omit taking this opportunity to inform Your Right Noblenesses for Your due information, that we have received Your Right Noblenesses' most respected missive of the 14th of July 1763 in original by a Chinese vessel on the 25th of July, and in duplicate by the ship Kroonenburg on the 1st of August, as well as Your latest letters of the 11th of August following by the bark the Draak with the enclosures according to the register on the 22nd of August. All the orders contained therein we shall make it our duty to comply with. With particular joy we had the good fortune to notice therein the confirmation of His Right Nobleness, the Right Noble, Highly Respected and Wide-Ruling Lord Petrus Albertus van der Parra as Governor-General, and of the Noble Highly Respected Lord Mr. Librecht Hooreman as Director-General, as well as the promotion of the Noble Stern Lords Huijbert van Basel and Reijnier de Klerk to Ordinary Councillors, and of the Noble Lords Pieter Haksteen and Mr. Willem Arnold Alting to Extraordinary Councillors of the Netherlands Indies. From Sumatra's West Coast, the 4th of September 1768. We wish from the bottom of our hearts that Almighty God may let His blessings flow richly upon His Right Nobleness, so that this momentous office may be held by His said Right Nobleness for many years with all desirable success; whilst at the same time we have the honor cordially to congratulate the Noble Highly Respected Lord Director-General and the other Noble Stern Lords Ordinary and Extraordinary Councillors of the Netherlands Indies upon Their Noblenesses' Highly Respected acquired charges, wishing them therein God's precious blessings. Together with this agreeable news, we also had the honor to learn of the favorable arrangements which it has pleased Your Right Noblenesses to make among the servants of this Commandery, for which the first two and the last three undersigned take the liberty hereby to express their humble gratitude to Your Right Noblenesses, each one in From Sumatra's West Coast, the 4th of September 1763. in his station endeavoring, by observing his bounden duty, to make himself worthy of this Your Right Noblenesses' favorable disposition. Mr. Senff, having handed over the authority over the Company's affairs on this coast to the first undersigned on the 4th of August, departed from here with his family for Suratta on the ship Kroonenburgh on the 10th following, in conformity with Your Right Noblenesses' order, after having first appointed the First Administrator Thierens and Ensign Fredriks as his authorized agents to effect the transfer of this office according to custom. The first two undersigned take the liberty to address themselves to Your Right Noblenesses by the petitions enclosed herewith, with the humble request that it may please Your Right Noblenesses to add to the favors already shown to them also that From Sumatra's West Coast, the 4th of September 1763. of a favorable recommendation, to the end that they may obtain the salary and rank belonging to their offices. All haste is being made with the unloading of the bark the Draak, and as soon as it can be dispatched we shall not fail to have this vessel commence its return voyage from here to Batavia with the return cargo on hand, when we shall have the honor to render account to Your Right Noblenesses of all our proceedings since our last of the 15th of May and 25th of June last, of which we now take the liberty to offer Your Right Noblenesses the duplicates herewith. Whilst in the meantime, with all due high respect, we have the honor to call ourselves, below stood: Right Noble, Highly Respected, Wide-Ruling Lord and Noble Stern Lords, lower: Your Right Noblenesses' humble and bounden faithful servants. From Sumatra's West Coast, the 4th of September 1763. was signed: H: V: Staveren, J: A: Thierens, F: Douglas, P:l Frederiksz, S: Calkoens van Limburg, and I: T: W: Nicolai. In the margin: Padang, the 4th of September Anno 1733. To the same as before. The sloop the Hazewind being finally so far ready that it can undertake the voyage with confidence, the same is now departing. And in order not to let this opportunity pass uselessly, we take the liberty hereby to inform Your Right Noblenesses of what has occurred here on the coast since the dispatch of our respectful last letter of the last of February last, which we hope has long since been delivered to Your Right Noblenesses by From Sumatra's West Coast, the 15th of May Anno 1763. by 'T Huijs te Boede with its valuable cargo. Among the native affairs, we mentioned in our previous letter, among other things, that the erratic behavior of the King of Adjar Radja made us somewhat uneasy, as we thought we perceived in it clear signs of the usual practices of the former Resident Seijfferth. And the sequel has also shown that this fear was by no means without ground. For shortly afterward we received a letter whereby the King of Adjar Radja and the chiefs of the Songipaginese positively requested that Seijfferth might be restored again as Resident; without mentioning a single word about the payment of the debts, other than only that, if the same were not satisfied, they would inform the Commander thereof. In order not to offend them by an absolute refusal,
Dutch transcription
Van Sumatras westkust den 4:' 7ber: 1763. nalaten, deese geleegenheid waer te neemen, om uw hoog Edelens ter schuldige narigt te brengen, dat wij uw Hoog Edelens hoogst gerespecteerde missive van den 14:' Julij 1763. in origineel per Een Chinees vaartuijg op den 25. Julij en in duplicaat p:r het schip Kroonenburg op den 1:' augustus als meede derzelver Jongste letteren van den 11:' augustus daar aan p:r de barcq de Draak met de bijlagen navolgens de register op den 22:' augustus ontfangen hebben alle de daarinne vervatte ordres zullen wij ons ter verpligte naar„ „kominge laeten aanbevoolen zijn Met Eene bijsondere vreugde hebben wij 't geluk gehad daarinne te ontwaaren de bevesti„ „ginge van zijn Hoog Edelheid: den Hoog Edelen groot Agtb:re en wijd gebieden Heere Petrus Albertus van der Parra als Gouverneur Generaal! en van den wel Edelen groot agtb:r heere M:r Librecht Hooreman als directeur Generaal: als mede de promotie van de wel Edele gestrenge Heeren Huijbert van Basel en Reijnier de Klerk tot Raeden ordinaris en van de wel Edele heeren Pieter Haksteen en m:r Willem arnold Alting tot Raden Extra-ordinaris van nederlands Indiën: mij Van Sumatras westkust den 4:' 7ber 1768. wij wenschen uijt den Grond van onze herten dat de Almagtige Godt zijne zeegeningen rijkelijk op zijn Hoog Edelheid wil laaten afvloeijen, op dat dit swaarwigtige ampt met alle desiderable successen lange Jaaren door hoogstgemelte zijn hoog Edelheid mag bekleed worden, terwijl wij teffens d' Eere hebben den wel Edelen groot Achtbaeren heere Directeur Gene„ „raal en de verdere wel Edele gestrenge Heeren Raaden ordinaris en extraordina„ ris van nederlands Indien met hun wel Edelens groot Achtb:r verkreegene chargies van herten te feliciteeren, en deselve daar inne Gods dierbaare zeege„ „ningen sijn toewensch ende Bij deese aangenaame tijdinge, hebben wij ook d' Eer gehad te verneemen de gunstige schickinge welke het uw hoog Edelens behaagd heeft onder de dienaaren ten deesen Comman„ „dement te maaken waar voor de twee Eerste en de drie Laaste teeke„ „naars de vrijheid neemen bij deesen heedrige kunne, dankbaarheid aan uw hoog Ed:s te betuijgen zullende Een ijder in 1 Van Sumatras West Cust den 4:' 7ber 1763. in zijnen post tragten door 't observeeren van sijnen schuldigen pligt, sig deese uw Hoog Edelens gunstige dispo„ „sitie waardig te maken De Heer Senff op den 4:' augustus 't gezgh: over 'sComp:s zaaken ter deeser custe aan den Eersten teekenaar over„ „gegeven hebbende is met desselfs familie in Conformite van uw Hoog Edelens ordre, op den 10:' daar aan met het schip kroonenburgh van hier na Suratta vertrokken na alvoorens den Eersten administrateur Thierens en den vaendrig Fredriks tot zijn Ed: gemagtigdens aan gesteld te hebben, om van dit Comptoir het transport na volgens usantie te doen De Twee Eerste teekenaars Neemen de vrijheid zig p:r de hier nevens gaande Requesten aan uw Hoog Edelens t' addresseeren, met oodmoedig ver„ „zoek, dat het uw hoog Edelens behaagen mag, bij de reeds aan hun beweesene gunsten ook die te willen noegen Van Sumatras West Cust den 4:' 7ber: 1763. voegen van Eene gunstige voorschrijvinge ten Eijnde dat zij de op hunne Ampten staande gagie en qualiteit moogen Erlangen Met de ontlossinge van de bark de Draak word alle spoed gemaakt en zullen wij niet nalaaten zoodra deselve gedepecheert kan worden, dit vaartuijg met de aanhanden zijnde rethouren de te rug reijze van hier na Batavia te laaten aan=neemen wanneer wij de Eere zullen hebben aan uw hoog Edelens verslag te doen, van alle onse verrigtingen 't zeedert onse Laaste van den 15. maij en 25:e Junij Iongstl:n waar van wij thans de vrijheid neemen UW Hoog Edelens hier neevens de duplicaaten aan te bieden. Terwijl wij intusschen met alle verschuldigte hoog agting d' Eer hebben ons te noemen /:onderstond:/ Hoog Edele groot Achtbaaren wijdgebiedende Heere en wel Edele Gestrenge Heeren / lager:/ uw hoog Edelhed:s onderdanige en trouwschuldige dienaaren. /was 1 van Sumatras West Cust den 4:' 7ber 1763 de Hasewind gaat hand over vallene 't zedert ult:o febr: /:was getek:d/ H: V: Staveren, J: A: Thierens, F: Douglas, P:l Frederiksz, S: Calkoens van Limburg en I: T: W: Nicolai /:in margine:/ Padang den 4:' 7ber: A:o 1733. Aan als vooren De Chialoup de Hazewind eijndelijk zoo verre klaar geraakt zijnde, dat ze met gerustheid de reijze onderneemen kan, zoo vertrekt deselve thans. En om deese geleegendheid niet nutteloos voor bij te laaten gaan, zoo gebruijken wij de vrijheid uw hoog Edelens bij deesen kennis te geeven, van het geen hier ter custe voorgevallen is, 't zeedert met tijding, va 't voorge„de verzending onzer Eerbiedige laatste van ult:o ƒ februarij Jongstleeden, die wij hoopen dat uw Hoog Edelens al voor lange p p:r Van Sumatras west Cust den 15:' maij A:o 1763. den koning van Adjarhadja continueatret in zijn onrustig gedrag en de songipagineesen p:r 'T Huijs te Boede met dies kostelijke Jnlaadinge zal toegebragt zijn. Onder de Inlandsche zaaken hebben wij bij onze voorige onder anderen gemeldt gehad, dat ons het veranderlijk gedrag van den Koning van Adjar Radja Eenigsints ongerust maakte, alzo wij in het zelve duijdelijke blijken vermeenden te bespeuren van de gewoone practijcquen van den geweezen resident Seijfferth. En het gevolg heeft ook getoont dat deeze vreeze gantsch niet zonder grond is geweest. Want kort naderhand ontfangen wij Eenen brief waar bij de koning van nieuwen Eijsschen van hem Adjar Adja en de hoofden van de songipagineesen positief verzogten, dat Seijfferth weder als Resident herstelt. mogte werden; zonder van de afbetaaling der schulden Een enkelt woord anders te reppen, dan alleen, dat zo dezelve niet voldaan wierden zij aan den Commandeur daar van Kennis zoude geeven. Om haar door Eene volstekte 1 andwoord hier op. weijgering niet voor 't hoofd te stooten
English
From Sumatra's West Coast, the 15th of May, anno 1763. and yet not bind ourselves to anything by any promises, we framed our answer in the friendliest manner we could devise. We wrote to them, as appears from the resolution of the 26th of February, that we ourselves wished to see Seijfferth reinstated, but that this could not possibly happen as long as his debt to the Honorable Company was not paid, and since they themselves were the cause of his misfortune, we therefore requested them to do their utmost toward collecting the outstanding debts, in which case we would not fail to recommend their request to your High Noblenesses. It also seems that they were satisfied with this. At least they did not reply to it; on the contrary, they went in a considerable number to Adjarhadja; they actually handed over to the Resident 125 thail in sealed bundles. And they gave the greatest assurances that they would bring much more. But From Sumatra's West Coast, the 15th of May, anno 1760. For the 125 thail of gold brought, the Songipagi demand credit. Yet nothing came of that; they even desired to trade anew for those 125 thail in merchandise or new goods, or else, if they were accepted in reduction of the old debt, that as much would then be given to them in return on credit. And Seijfferth, seeing himself disappointed hereby in his great expectations, or rather in his grand accounts thereof, wrote a letter in which he requested that four of the principal debtors be arrested, that Adjarhadja in such case be reinforced with soldiers, and that the roads of Cambang be occupied by Bugis. This request, supported by that of Resident Challier, caused us great unease if we were to grant it; and as for a refusal, we were also fearful that it would provide Seijfferth with a welcome pretext to accuse us anew, as if we deliberately refused to help him. But having to choose the lesser of two evils, we judged it somewhat easier in time of need to pacify an entire savage nation than to defend ourselves against the malicious slander of a dishonorable subject. And we therefore took a decision on the 14th of March to From Sumatra's West Coast, the 1st of May, anno 1763. to grant authorization to arrest the four principal debtors, however under this condition: that Seijfferth himself, in their presence, in the Malay language, should make the request for this to Resident Challier. We also took the precaution that we not only informed the chief of Poulo Chinco and the head regent of Cambang of this, with orders to keep a watchful eye on everything that might happen, but we also ordered Challier that, in case he should perceive that the Songipaginese took the arrest of those four fellows too hard, such that he had reason to fear for himself and for the Honorable Company's effects, he should then simply put them into the cargo proa under the pretext of sending them to Padang, and instruct the quartermaster to run ashore at Batang Capas or another suitable place, and give them the opportunity there to escape. Yet the outcome has shown that Seijfferth did not dare to make use of this authorization, for From Sumatra's West Coast, the 15th of May, anno 1763. for according to further letters from Challier, and that which was noted therefrom in the resolution of the 29th of April, he thought it better, in order to avoid many evil consequences, to let the Songipaginese return in peace to the mountains, after they had placed another 25 thail in custody, and had promised the Yang di-Pertuan that they would do their best once more to collect the debts and would faithfully report the result. Challier also reports of him, in a separate letter, of which an extract was likewise entered into the aforementioned resolution, that he was indeed very chagrined when he clearly began to see how badly he had placed his trust in those people, but that otherwise he lived very tranquilly, and merely said: that being unable to do more than his best to collect the debts, he further commended everything to the all-wise direction of the Almighty and would console himself in His good pleasure. And this clearly demonstrates that he is beginning to lose heart, or that, seeing the utmost and most dangerous thing that he could demand of us granted, he now knows of nothing more to devise whereby he From Sumatra's West Coast, the 15th of May, anno 1763. he might excuse himself any longer, or onto what he could further shift the blame for his wrongdoing. Nevertheless, since we discovered from that same letter that the Songipaginese on a certain occasion had declared that they held nothing against the Honorable Company, but rather against the King of Sillida, because he had not yet made any atonement for sending into exile the present head regent of Cambang, Dato Moeda, and his companion Bhandara Itam, of which he alone was the cause, we have also sought to clear this obstacle out of the way. And for that reason, according to the resolution of that same date, we ordered the chief of Poulo Chinco to summon the King of Sillida before him and to announce to him in our name that he must see to it, in whatever way, to satisfy the Songipaginese, or else we shall be compelled to enter into negotiations with them about it ourselves, and then recover from him the trouble and expenses that we might have to incur in such a case. Thus
Dutch transcription
Van Sumatras West Cust den 15:' maij A:o 1763. en ons egter door geene beloften tot iets te ver„ binden zo rigteden wij ons antwoord in, op de vriendelijkste wijze, die wij bedenken konden. wij schreeven haar blijkens Resolutie van den 26:' februarij dat wij zelfs wenschten Seijffenth weeder hersteld te zien, dog dat zulx onmogelijk geschieden konde, zo lange zijn debet aan d'E Compagnie niet betaald was, en dewijl zij zelfs van zijn ongelukt oorsaak waaren, dat wij haar daar om verzogten, tot het inpalmen der uijtstaande schulden hun uijterste vermogen in 't werk te stellen, als wanneer wij niet nalaaten zouden haar verzoek uw hoog Edelens ten besten voor te draagen. Het schijnt ook, dat zij zig daar meede te vreeden hebben gehouden. Ten minsten hebben ze niets daar op geantwoordt zij zijn integendeel in een tamelijk getal naar Adjaa Adja gegaan zij hebben weezendlijk den Resident 125. Thail ingeslooten bondeltjes ter hand gesteld. En zij hebben de grootste verzeekeringen gedaan van nog veel meer te zullen brengen maar Van Sumatras Westkust den 15:' maij Ao 1760. voorde gebragte 125. thail goud verlangen de songipagi crediet Maar daar van quam egter niets zij begeerden zelfs voor die 125. thail op 't nieuw te negolieeren reeden goederen of nieuwe dan wel zo ze inmindering van de oude schuldt geaccept:d wierden, dat haar dan weder zoo veel op Caedit in de plaats gegeeven zoude werden. En seijfferth zig hier door in zijne groote verwagting of Eijgendlijk in de groote opgaaven daar van te leur gesteld ziende schreef Eenen brief, waar bij hij verzogte dat vier van de voornaamste debiteuren in arrest genomen Adjarhadja in zulken gevalle met militairen versterkt en de wegen van Cambang door boegineesen bezet mogten werden Dit verzoek, ondersteunt door dat van den Resident Challier, bragte ons in eene groote onlusten zo wij 't toestonden: En de weijgering waren wij ook bedugt, dat aan Seijfferth Een gewenscht voorwendsels zoude verschaffen, ons op 't nieuw te be„ „schuldigen, als of wij met opzet hem niet wilden helpen. Dog uijt twee quaaden het beste moetende kiesen, zoo oordeelden wij 't nog al gemakkelijker in tijd van nood Eene gantsche woeste Land-aart te bevreedigen, dan ons tegens de boos-aardige lasterin„ „gen van een Eerloos subject te verdeedigen: En wij naamen derhalven op den 14:' maart een besluijt tot 1 van Sumatas West kust den 1:' maij Ao 1763. tot het arresteeren der vier voornaamste debiteuren qualifica„ tie te geeven, egter onder dese Conditie, dat Seijfferth zelfs ter haarer presentie, in de maleijdse taale het verzoek daar toe aan den Resident Challier zoude doen ook gebruijkten wij die voorzorge dat wij 't opperhoofd van Poulo Chinco en den hoofd regent van Cambang hier van niet alleen kennis gaaven, met ordre, op alles wat er gebeuren mogte Eer„ waakend oog te houden, maar wij gelasteden ook Challier dat ingevalle hij bespeuren mogte, dat de songipagineesen zig het arresteeren van die vier kaerls wat al te sterk aantrokken, zodanig, dat hij reeden hadde voor zig zelven en voor 's E Compagnies effecten bedugt te zijn hij deselve dan maar, onder voorwendzel van ze naar Padang te zullen zenden in de last prouw zetten, enden quartiermeester instrueeren moeste, op Batang capas of Een ander bequaame plaats aan de wal te loopen, en haar daar geleegend= „heid te geeven, van te kunnen ont„ vlugten Dog de uijtkomst heeft doen zien dat Seijfferth van deese qualificatie geen gebruijkt heeft durven maaken want Van Sumatras Westkust den 15:' maij A:o 1763. want volgens nader schrijvens van Challier, en het daar uijt aangeteekende ter resolutie vanden 29:' april heeft hij beeter gedagt, ter vermijding van veel quaade gevolgen, de sougipagineesen in vreede weder naar 't gebergte laaten, na dat ze nog 25. thail in bewaaring gestelt, en de Iang du Pertu„ „wangs beloofd hadden, dat ze nog Eens tot het inpalmen der schulden hun best te doen en van den uijtslag in opregtheid kennis geeven zouden. Ook meldt Challier nog van hem, bij een aparte brief, waar uijt insgelijx een Extract bij 't voormeldte besluijt ingeschreeven is, dat hij zig wel zeer gechagrineerd hadde, toen hij klaarlijk begon te zien, hoe quaalijk hij zijn vertrouwen op dat volk hadde gestelt, dog dat hij anders zeer tranquiel leefde, en Eenelijk zeijde; Dat hij niet meer als zijn best kunnende doen tot het invorderen der schulden, hij wijders alles aan 't al wijs bestier des Allerhoogsten aanbeval en zig in dies wel behagen troosten zoude. En dit toont klaarlijk aan, dat hij den moet begint verlooren te geeven, of dat hij ziende het uijterste en gevaar„ „lijkste, wat hij van ons vergen konde toegestaan, nu niets meer te bedenken weet, waar meede hij 11 Van Sumatras westkust den 15:' maij A:o 1763 hij zig langer zoude verschoonen, of waar op hij de schuld van zijn misdoen verder zoude schuijven kunnen Nogthans dewijl wij bij die zelfde brief ont„ waarden, dat de sougipagineesen bij zeekere geleegend„ „heid verklaard hadden dat zij tegens de E. Compagnie niets hadden, maar wel teegens den koning van Sillida om dat die nog geene verzoening gedaan hadde, wegens het verzenden in ballingschap van den presenten hoofd Regent van Cambang, Dato moeda en dies makker Bhandara Itam, waar van hij alleen oorzaak was, zoo hebben wij ook getragt deesen hinderpaal uijt den weg te ruijmen en wij hebben uijt dien hoofde volgens besluijt van dien zelfden datum het opperhoofd van Poulo Chinco gelast, den koning e van Sillida bij zig te ontbieden; en hem uijt onzen naam aan te kondigen, dat hij maaken moet op wat wijze ook de songipagineesen te vreeden te stellen, of dat wij anders genood„ saakt zullen weesen, zelfs met haar daar over in onderhandeling te treeden en dan op hem te verhaalen de moeijte en ongelden, die wij in zulken gevalle mogten doen moeten dus
English
From Sumatra's West Coast, the 15th of May, anno 1763. Thus we have now put into effect and approved everything that has been humanly possible and whatever Seijfferth himself has been able to devise. We have preferred the gentlest means, as we shall also always prefer them, yet we have also given our consent to harsher ones when we were forced thereto by necessity. And whereas both the one and the other have nevertheless proved fruitless, and we can now devise nothing more, or at least dare undertake nothing more on our own account, we find ourselves compelled to take our refuge in Your High Excellencies and to request positive orders: How we shall conduct ourselves in the future toward Seijfferth and toward the Songipaginese. For to sit longer in this uncertainty would fall no less hard upon us than it notoriously must tend to the disadvantage of the Honorable Company's interests and to the great distress of Your High Excellencies. And if we may candidly express our humble opinion, there are two remaining things that Seijfferth also proposed, of which a trial could be made; The one is that force be used against the Songipaginese, From Sumatra's West Coast, the 15th of May, anno 1763. and the other: That Seijfferth be restored again to his former dignity as Resident of Adjarhadja. In case Your High Excellencies might incline toward the first, it will be necessary to send hither a reinforcement of at least 100 European and at least 200 Buginese soldiers, in order to occupy all routes to the mountains along the entire Sapoulou Dua Bandars, and even to be able to secure Pulo Chinco and Adjarhadja against an unexpected surprise attack. But if Your High Excellencies please to give preference to the latter, then that great commotion will not be required at all; it will only demand that Seijfferth, according to his requisition, be placed independent of Padang and directly under the orders of Your High Excellencies. And this would be the principal thing that we in such a case would request and could expect from Your High Excellencies' favor. For then we would see ourselves delivered from the fear of accountability, which will always abide with us as long as we, by virtue of our office, must pronounce judgment on his actions. From Sumatra's West Coast, the 15th of May, anno 1763. We would with peace of mind be able to continue attending to the Company's interests in the further districts of the department entrusted to us. He himself would then have to show through his own conduct to what extent his reports are grounded in truth, and he would in the future no longer be able to accuse us of so many evil practices employed to his ruin. Meanwhile, we feel fortified, regarding the private slanders that he has already brought against us, to give Your High Excellencies the most convincing proofs of our innocence, if only he will first have accounted for himself regarding the complaints that we have been compelled to make against him in the master's service, and which, as appears from our previous advices, principally consist in this: That he has shamefully and for nothing given away the costly merchandise entrusted to him; accepted bad metal for good gold and sent it to Batavia; kept false books and presented an untrue statement of his comptoir; willfully violated the orders of Your High Excellencies; toward us behaved in the highest degree disobediently, obstinately, From Sumatra's West Coast, the 15th of May, anno 1763. disobediently, obstinately, and rebelliously; shown us the greatest slight and contempt; on his own authority stripped the Emperor of Indrapura of his authority and revenues; dispirited the King of Adjarhadja through a violent extortion; thrown the entire Sapoulou Dua Bandars into confusion; and incited the Songipaginese, along with the Panglima of Padang, even against us. Meanwhile, the Resident Challier has once again lodged complaints concerning the King of Adjerhadja, that he undertakes on his own authority to appoint and dismiss Penghulus, to the great displeasure of his co-regents, from which in time great disturbances might sometimes arise. But since circumstances at present are far too precarious for us to dare undertake to think of any measures of somewhat greater force, while friendly admonitions nevertheless cannot help, we have merely written to him on this subject, pursuant to the resolution of the 29th of April: That until a more suitable opportunity arises, he must accommodate himself somewhat to the strange nature of the King, and merely conduct himself in such a manner that the public peace is not disturbed thereby. Some time ago news was received from the King of Sillida that some disturbances had arisen on Cambang because the chief regent, Dato Moeda, had arrogated to himself the mark of honor of the Raja. Hereupon the Commander wrote a letter to him and admonished him not to concern himself with such vain externalities. But Dato Moeda showed in his reply that the disturbances by no means arose from that, but were principally to be attributed to the reckless conduct of a certain rover named Dato Bagindo Maharadja, who had also committed violence on Adjarhadja at the time when the King had fled; and since we know from experience that we can rely more upon the simple word of this man than upon the strongest assurances of the King of Sillida, who is his mortal enemy, we have not only left that matter at that, but upon his request we have also immediately sent him two Buginese, and at the same time given orders to the aforementioned
Dutch transcription
Van Sumatras westkust den 15:' maij A:o 1763. Dus hebben wij nu alles in 't werk gestelt en geapprobeerd, wat maar immers mogelijk is ge„ weest en wat Seijfferth zelfs maar heeft bedenken kunnen. Wij hebben de zagtste middelen geprefe„ „reert, gelijk wij die ook altoos prefereeren zullen dog hebben wij ook tot hardere onze toestemming gegeeven, wanneer wij door de nood daar toe ge„ dwongen wierden. En dewijl egter het een en ander vrugteloos is geweest, en wij nu niets meer beden„ ken ten minsten niets meer voor onze reekening onderneemen durven zoo vinden wij onse genood„ „zaakt tot uw hoog Edelens onze toevlugt te neemen, en positive ordre te verzoeken; Hoeda„ „nig wij ons in den aanstaande teegens seijffenth en tegens de songipagineesen gedraagen zullen. want om langer in die onzeekerheijd te zitten zoude ons niet minder hart vallen, als het notoir 's 'E Compagnies belangen tot nadeel en uw hoog Edelens tot groot verdriet moet strekken. En bij aldien wij ons gering gevoelen openhartig uijten mogen, zo zijn er nog Twee dinge overig die seijffenth meede voorgesteld heeft, waar van eene preuse genomen zoude kunnen werden; Het Eene is dat tegens de songipagineesen geweld gepleegd, 1 van Sumatras Westkust den 15:' maij A:o 1763 gepleegd, en het andere: Dat Seijfferth weder in zijne voorige waardigheid als Resident van Adjarhadja hersteld werde. Ingevalle uw hoog Edelens tot het Eerste inclineeren mogten zal 't nodig weesen, eene versterking van ten minsten 100. Europeesen en ten minsten 200. bougineesen militairen herwaards te zenden ten Eijnde alle weegen na 't gebergte langs de gantsche Lapoulou Boa Bhandars te bezetten, en zelfs P:=lo Chinco en Adjarhadja teegens Een onverwagte overval te kunnen secureeren. Dog gelieven uw hoog Edelens aan het laatste de preferentie te geeven, dan zal die groote bewee„ „ging in 't geheel niet behoeven alleenlijk zal 't verEijsschen dat Seijfferth volgens zijne requisiet, in dependent van padang en direct onder de ordres van uw Hoog Edelens gesteld werde. En dit zoude het voornaamste wesen wat wij in zulken gevalle van uw hoog Edelens gunste zouden verzoeken En verwagten kunnen. want dan zouden wij ons bevrijdt zien van de vreeze voor verantwoording, die ons althoos bij blijven zal, zoo lange wij het uijt hoofde van ons ampt Een oordeel over zijn gedaen te moeten van Sumatras Westkust den 15: maij A:o 1763. moeten vellen. Wij zouden met gerustheid de behertiging van 's Compagnies belangen in de verdere districten van het ons toe vertrouwde departement kunnen voortzetten. hij zelfs zoude dan door zijn eijgen beleijd toonen moeten in hoe verre zijne opgaaven in waarheid bestaan En hij zoude ons in den aanstaande niet meer van zoo veel boose praetijcquen, tot zijn bederf in 't werk gesteld beschuldigen kunnen Terwijl wij ons gesterkt vinden, wegens de particuliere lasteringen die hij nu bereeds tegens ons ingebragt heeft, uw Hoog Edelens de aller overtuijgenste blijken van onze onschuld te geeven, als hij maer Eerst zig zal verantwoord hebben, op de klagten die wij genoodzaakt geweest zijn, in 's meesters dienst over hem te doen, en die blijkens onze voorgaande advisen, voornamendlijk hier in bestaan: Dat hij de hem toe vertrouwde kostelijke koopmanschappen schandelijk en voor niet weg gegeeven, ondeugend metaal voor goed goud geaccepteerd, en naar Batavia gezonden, valsche Boeken gehouden en Een onwaare staat van zijn Comptoir vertoont; de ordres van uw Hoog Edelens moedwillig overtreeden; teegens ons zig ten uittersten ongehoorz: obstinaat 1 Van Sumatras West kust den 15:' Maij A:o 1763. ongehoorzaam obstinaat en weerbarstig gedraagen ons de grootste klijnagting en veragting beweezen Den Keijzer van Indrapura op eijgen authoriteijt van zijn gezag en inkomsten beroofd; den koning van Adjarhadja door Eene geweldige afpersing mismoedig gemaakt de gantsche sapoulou Goa Bhanders in verwarring geholpen, en de songipagineesen met den panglima van Padang zelfs tegens ons opgestookt heeft. Ondertusschen is de Resident Challier al weder op 't nieuw klagtig komen te vallen, over den koning van Adjerhadja, dat die onder„ neemt op zijn egen koutje Ponghouls aan te stellen en af te zetten, tot groot misnoegen van zijne meede Reegenten waar uijt in der tijd zomtijds groote onlusten zouden kunnen ontstaan maar aangezien de omstandigheeden thans veel te haggelijk zijn, dan dat wij zouden onderneemen durven op Eenige middelen van wat meerder nadruk te denken terwijl vrindelijke vermaaningen tog niet helpen kunnen zo hebben wij hem, volgens Resolutie van den 29: april op dit onderwerp Eenlijk aangeschreeven: Dat hij zig tot bequaamen O to van Sumataas westkust den 15: Maij A:o 1763 bequaamer geleegendheid, in het wonderlijk naturel van den koning wat schikken, en maar zoage draagen moet, dat de gemeene ruste daar door niet gestoort worde. Door Eenigen tijd kreeg men tijding van den koning van Sillida dat er op Cambang eenige onlusten ontstaan waren om dat de hoofd Regent Dato Moeda zig het Eer teeken van den Radja aangemaatigd hadde. Hier op schreef de Commandeur Een brief aan hem, en vermaande hem, zig met dierge„ „lijke ijdele uijterlijkheeden niet op te houden. Dog Dato Moeda toonde bij zijn antwoord, dat de onlusten geensints daar uijt ontstaan, maar voornamend„ lijk toe te schrijven waren aan het baldaadig gedrag van Een zeker Swerver in name Dato Bagindo maharadja die ook op Adjarhadja het geweld gepleegd hadde, ten tijde, dat de koning gevlugt was; En dewijl wij uijt de ondervinding weeten, dat wij op het simpel zeggen van deesen man meer staat kunnen maken, als op de kragtigste verzeekeringen van den koning van Sillida, die zijn dood vijand is, zo hebben wij die zaak niet alleen daar bij gelaaten, maar wij hebben hem ook op zijn verzoek ten Eersten Twee bougineesen toegezonden, en teffens ordre gegeven voorn: 1
English
From Sumatra's West Coast, the 15th of May, Anno 1763. and the other aforementioned vagrant, if it can be done without much commotion, just to apprehend and have brought to P:lo Chinco or hither. Some eighty Songipaginese having arrived here for trade, complained to the Commander that the inhabitants of the Rhaij Bonghous had refused them a suitable lodging place and had thereby forced them to spend the night under the open sky. And because similar complaints had come before us previously, we published a bill against this, which stands recorded in the resolution of the 8th of April. The native Regents here have also put to death a Malay who had robbed a Songipaginese and, having been caught in the act, had wounded several people. And these several matters have given the Songipaginese so much satisfaction that, according to a letter from Dato Moeda inserted into the resolution of the 29th of April, they declared that they will now come down to trade with great tranquility. From Sumatra's West Coast, the 15th of May, Anno 1763. The Tigablas Cottas also seem to change their minds slightly. At least the Regents of the two main settlements, Solor and Salaijo, have been with us and have promised to satisfy those of the other settlements as well, and then to come down together. And if this happens, as we hope, we shall gladly inform Your High Nobilities of it, since we see more and more that through the Tigablas Cottas many other mountain dwellers can be prevented from coming down, who must absolutely pass through their land, and that it is consequently necessary to live in friendship with them; but whether in such a case we shall not finally be forced to grant their demand mentioned in the resolution of the 16th of June 1761, we are not without reason apprehensive. For everything the native does is only to obtain. And although we might be so fortunate as to satisfy them with something less than our predecessors, because we have now for nearly two years opposed them so steadfastly, yet we do not believe From Sumatra's West Coast, the 15th of May, Anno 1763. that we shall be able to abolish that bad custom entirely. The other regions yield no material worthy of Your High Nobilities' attention. And the declaration regarding the recall of the Achinese mentioned in our previous letter of the 28th of February has already had such a good effect that already six vessels have come here directly from Chincol, while the alienation between them and the English has already begun anew. The new Resident of Baros, Lieben, having departed thither and the other, Coenraad Meertens, having returned, we discovered to our utmost consternation that the latter, upon the handover of the treasury, was short by rd:s 8279: 46: 8. We demanded an accounting from him on that account, as well as on account of the complaints of the King. From Sumatra's West Coast, the 15th of May, Anno 1763. And this having been submitted by him, as well as resumed in our meeting on the 29th of April, contains regarding the King sufficient satisfaction, and regarding the arrears of the treasury, not improbable reasons of excuse. But we nevertheless have not dared to pass judgment on it, in consideration of the grief and the difficulties in which we still find ourselves plunged by a similar case concerning the former Resident Seijfferth, and which we are afraid might in time also arise for us from this. And therefore having thought it best to leave this matter deferred directly to the wiser judgment of Your High Nobilities: we thus send said Coenraad Meertens at present with his original accounting by the bearer of this. Meanwhile his salary has been written off according to the order, and the amount of the arrears has provisionally been placed on a separate account, regarding which we respectfully request to obtain Your High Nobilities' pleasure at the first opportunity. At the same time, Resident Sieben sent a small native vessel with some crew under arrest hither, which, having been equipped along with another by the English resident of Natter to cruise against the Achinese, he had caused to be brought in, because according to the declaration of some Niassers it had fired upon a vessel of Baros that lay at anchor in sight of the roadstead under P:lo Kaare. We investigated that matter and had those people questioned one by one, in order to discover the truth all the better, but could not find that they had fired with live shot, much less with an evil intent. And therefore deeming it necessary to rid ourselves of them in the best manner, we immediately set them at liberty, gave them a little money and rice for maintenance for the voyage, and sent them back to Natter with a short letter to the Resident, which is recorded in the resolution of the 18th of March, and of which the essence amounts to this: That we inform him of the incident, and observe thereon that according to law and reason we could well have punished the crew of that vessel ourselves for the committed insolence, but that in order not to give any cause for hateful disputes from our side, we had rather left that to him
Dutch transcription
Van Sumatras Westkust den 15:' maij A:o 1763. en ander voornoemd en swerver, als het zonder veel opschudding geschieden kan, maar opvatten en naer P:lo Chinco of herwaerds brengen te laaten Eenige Taggentig stux songipagineesen hier ten handel gekomen zijnde, klaagden aan den Commandeur dat de inwoorders van de Rhaij Bonghous haar Een bequaame verblijf-plaats gewijgert en haar daardoor genoodzaakt hadden, onder den blooten hemel te vernagten. En dewijl ons diergelijke klagten al meer te vooren gekomen waaren, zo hebben wij daar tegen Een billejet gepubliceert; dat ter resol: van den 8:e april ingeschreeven staat Ook hebben de Jnlandsche Regenten hier Een maleijer ter dood gebragt, die Een songipaginees bestoolen en daar op betaapt zijnde, Eenige menschen gequest hadde. En dit een en ander heeft de songipagineesen hun vergenoegen over dit Een zoo veel genoegen gegeeven, dat ze volgens schrijvens van Dato Moeda g'insereert ter Resolutie van den 29:' april betuijgt hebben, met veel gerustheid nu ten handel te zullen af ko„ „men de Van Sumatras West kust den 15:' Maij A:o 1763 De Figablas Cottas schijnen ook Een weijnig van gevoelen te veranderen. Ten minsten zijn de Regenten van de twee hoofd- negorijen Solor en Salaijo bij ons geweest, en hebben beloofd, die vand' andere negorijen meede te vreeden te zullen stellen, en dan gezamentlijk af te komen. En als dit geschied, gelijk wij hoope hebben zullen wij met blijdschap uw Hoog Edelens daar van kennis geeven, dewijl wij hoe langer hoe meer zien, dat door de Tigablas Cottas veel andere Berglieden in hunne afkomst verhindert kunnen werden die absolute haar land passeeren moeten, en dat het bij gevolg noodig is, met haar in vrindschap te leeven: maar off wij in zulken gevalle niet Eijndelijk tog genoodzaakt zullen weesen, haaren Eijsch vermeldt ter Resolutie van den 16:' Iunij 1761. toe te staan daar voor zijn wij niet zonder reeden bedugt. want alles wat den Jnlander doet, js alleen om 't hebben. En schoon wij zoo gelukkig mogten zijn, haer met iets minder, als onze voor laaten te vreede te stellen, om dat wij nu al bij de Twee Jaaren lang, ons zo standvastig teegens haar aangekant hebben, zo geloven wij Van Sumatras Westkust den 15:' maij A:o 1763. wij egter niet, dat wij die quaade gewoonte in't geheel zullen afschaffen kunnen De Overige Landstreeken leeveren geene stoffe uijt, die uw Hoog Edelens attentie waardig En de declaratie weegens het te rug roepen der Atchienders vermeld bij onze voorige van den 28:' februarij is al van zulk Een goed Effect geweest dat er bereeds ses vaar„ „thuijgen direct van Chincol hier na toe gekomen zijn, terwijl de verwijderingen tusschen haar en de Engelschen alweder Een begin genoomen hebben De nieuwe Resident van Baros Lieben, naar derwaards vertrokken en de andere Coenraad meertens weeder te rug gekomen zijnde, ontwaarden wij tot onse uijterste ontsteltenisse, dat de laatste bij zijn transport op de Cassa rd:s 8279: 46: 8. te kort was gekomen. wij hebben hem dierweegens zo wel als wegens de klagten van den koning Eene is. 21 Van Sumatras Westkust den 15:' maij A:o 1763 Eene verantwoording afgevordert. En deeze door hom ingedient, mitsgaders in onze bij Eenkomst op den 29:' april geresumeerd zijnde behelst ten opzigte van den koning genoegsaam voldoende, en wegens het agterstal der Cassa, niet onwaarschijnelijke redenen van verschooning. maar wij hebben egter daar over geen oordeel durven vellen, uijt aanmerking van het verdriet, en de moeijelijk heeden waar in wij ons als nog gedompeld vinden, door Een gelijk geval, raakende. den geweesen Resident Seijfferth, en die wij bevreest zijn dat hier uijt zomtijds voor ons ook mogten ontstaan En daarom best gedag hebbende, deeze zaake direct aan 't wijzer oordeel van uw Hoog Edelens gedefereert te laaten: zoo verzenden, wij gedagten Coenraad meertens thans met zijne origineele verantwoording p:r brenger deezes Terwijl zijne gagie volgens de ordre afgeschreeven, en het be„ draagen van het agterstal, bij provisie op Eene aparte Reekening gebragt is, welken aangaande wij Eerbiedig, verzoeken, bij Eerste geleegenheid uw hoog Edelens wel behaagen te moogen erlangen Ter zelfden tijd, zoud de Resident Sieben een kleijn inlands vaarthuijg met Eenige manschappen in 2 Van Sumatras Westkust den 15:' Maij 1763. in Arrest herwaerds, het welk met nog Een ander door den Engels resident Natter uijtgerust zijnde om op de Atchienders te kruijsen, hij hadde opbrengen laaten, om dat het volgens verklaring van Eenige Niassers, geschooten hadde, op Een vaertuijg van Baros, dat in 't gezigt van de rheede onder P:lo Kaare ten anker lag. wij onderzogten die zaak en lieten die menschen Een voor Een onder„ „vraagen, ten Eijnde zoo veel te beeter de waarheid te ontdekken, dog konden niet vinden datze met scherp veel min met Eene quaade intentie geschooten hadden. En daarom noodig oordeelende ons maar op de beste wijze van haar te ontslaan zo stelden wijze ten Eersten op vrije voeten, gaaven aan haar Een weinig geld en rijst, tot onderhoud voor de reijze, en zonder haar naar natter weder te rug, met Een briefje aan den Resident, dat ter resolutie van den 18:' maart ingeschreeven is, en waar van het zaakelijkste hier op uijtkomt: Dat wij hem van het voorval kennis geeven, en daar op aanmerken, dat wij volgens Regt en reeden, de manschappen van dat vaarthuijg over de gepleegde baldaadigheijd wel zelfs hadden afstaaffen kunnen, maar dat wij om van onze kant geene aanleijding tot haate„ „lijke verschillen te geeven, dat liever aan hem hadden
English
23 From Sumatra's West Coast, the 15th of May, Anno 1763 would have wished to leave it to him, expecting that he would not fail to give us that same satisfaction which he, in a similar case, would be able to expect from us. We have also, as appears from what is recorded in the Resolution of the 8th of April, conferred at length with Resident Lieben on this matter and at the same time ordered him to act with somewhat more caution in the future, and not immediately to take such minor incidents in the most serious light and to treat them in the harshest manner, in order not to fall into further unnecessary estrangement with the English gentlemen. However, a certain Buginese by the name of Iagmale Paggerman having been overtaken on that vessel, who had deserted from Baros some time previously, we have not only detained him here, but would also gladly have handed him over to the fiscal in order to proceed against him according to the laws. However, taking into consideration in our assembly of the 8th of April that he was taken from a vessel which, having been brought in without sufficient From Sumatra's West Coast, the 15th of May, Anno 1763. fundamental reasons, had to be returned, that the English gentlemen only lack the opportunity to become more and more estranged from the servants of the Honourable Company, that if this fellow were put to death, they might later come forward and pretend that he was not a soldier of the Honourable Company but one of their people, and that it would therefore be best to let him live so that in time, with his own testimony, it can be demonstrated that he truly is a deserter: we therefore resolved on the same day to punish him in an exemplary manner by other means. And he was accordingly run through the gauntlet almost unto death by all the Buginese present, and further clamped into irons so as to work in this manner for the duration of 25 years on Poulo piesang or another place at the public works. Shortly afterwards, an English sloop named the Iuliana arrived here in the roads from Matten, intending to sail further to Bancolen. And finding a suitable opportunity, we have, in a letter inserted into the Resolution of the 18th of April, not only given notice to the government 25 From Sumatra's West Coast, the 15th of May, Anno 1763. of that place of what occurred with the aforementioned vessel, but we have also demanded from them the slave Sidarius, of whom it was mentioned in our latest dispatch that he murdered the European sailor and wounded several natives, and who, according to intelligence obtained, currently stays at Bancolen. We have also, in order to prevent all machinations carried out by English emissaries in the Sapouloy Doua Bhanders, whither they quietly betake themselves, taken a decision on the 14th of March not only to apprehend as suspicious persons all those who are found in the Honourable Company's districts from the English without a pass, but also to have the English Resident at Mocca Mocca notified of this in a note by Resident Challiea, with the accompanying request not to dispatch anyone anymore in the future who is not provided with a pass granted under his hand and seal, and who must present the same to the Emperor upon his arrival in the Empire of Indrapoura. With From Sumatra's West Coast, the 15th of May, Anno 1763 With the sale of textiles, matters are still as stated in our previous dispatch. And we long anxiously for Your Excellencies' further approval, as we shall otherwise become completely embarrassed if it stays away much longer, the more so if it should happen that the Tigablas Cottas came down soon. But some lasts of salt still go out now and then. And since Sergeant van Lier, whom we had sent on a mission with twenty Buginese according to the decision of the 31st of January to destroy all salt-boiling places along the coast between here and Passemang, informed us both in writing and orally that the mountain and coastal peoples would by no means oppose this, provided only that salt were sent to Priamang for sale, since otherwise the way to Padang was all too far and difficult for them to come and fetch their provisions here: we have done our best to devise a means to satisfy these people, without this, however, increasing the expenses or in any other way being detrimental to the Honourable Company. And in this we have also succeeded according to our wishes. As appears from what is recorded in the Resolution 27 From Sumatra's West Coast, the 15th of May, 1763. of the 8th of April, we made an agreement with two of the most affluent merchants, according to which they receive the salt here in the warehouse, transport it across under the supervision of their own people, unload it again, bear the short-weights and wastage for their own account, and must also pay the amount thereof here in gold; consequently, the Honourable Company bears virtually no expense in this matter other than the transport and the risk at sea attached to it. And this, it seems to us, is so small that it should not be taken into consideration at all; for besides the fact that the transport can take place with the sloops and tancapoers at times when they would otherwise have to lie idle, the fairway between here and Priamang is also so short and sheltered by so many small islands that the vessels can run little danger. And besides this, the consumption of salt will notoriously have to increase now, while at the same time the salt-pans were destroyed in an easy manner, and virtually with the consent of the owners themselves, which, had it to be done with force, could have given cause for great and long-lasting unrest. The
Dutch transcription
23 Van Sumatras Westkust den 15:' maij A:o 1763 hadden overlaaten willen, in verwagting dat hij niet nalaaten zoude, ons die zelfde satisfactie te geeven, die hij in Een gelijk geval van ons zoude ver„ wagten kunnen Ook hebben konnaer wij den Resident Lieben blijkens het aangeteekende ter Resolutie van den 8: april over deeze zaak breedvoerig onderhouden en hem teffens gelast in den aanstaande wat omzigtiger te werk te gaan, en diergelijken geringe voorvallen niet terstond ten swaarsten op te neemen, en op de hardste wijse te tracteeren ten Eijnde met de heeren Engelschen niet verder in an noodige verwijdering te raaken. Dog Een zeker Bouginees in naame Iagmale Paggerman op dat vaartuijg agter„ „haald zijnde, die Eenigen tijd bevorens van Baros gedeserteerd was: zo hebben wij denselven niet alleen hier aangehouden, maar zouden hem ook gaarne aanden fiskaal overgegeeven hebben ten eijnde volgens de wetten tegens hem te procedeeren Dog in onze bij Eenkomste op den 8: april in aanmerking neemende dat hij geligt is, van Een vaartuijg het welk zonder genoegzaam fondamonteele van Sumatras West kust den 15. ' maij A:o 1763. fondamenteele reedenen opgebragt zijnde, men weder te rug heeft moeten geeven, dat het de Heeren Engelschen maar aan geleegendheid manqueert, om met de bediendens van d'E Compagnie hoe langer hoe meer in verwijdering te raaken, dat als men deesen kaerl ter dood liet brengen, zij naderhand wel zouden opkomen en voorgeeven kunnen dat het geen zoldaet van d'E Compagnie maar een van haar volk geweest was, en dat het daarom best zoude weesen hem in 't leeven te laaten, ten Eijnde in der tijd met zijn Eigen getuijgenis te kunnen aantoonen dat hij waarlijk een deserteur zij: zo resolveerden wij ten zelfden daege hem op Eene andere wijze voorbeeldelijk te straffen En is hij dien volgende, tot op de dood door de Rottings gejaagt, van alle aanweesende bougineesen en wijders in de ketting geklonken om zoodanig den tijd van 25. Jaaren op Poulo piesang of Een ander plaats aan de gemeene werken te arbeiden kort naderhand quam van matten hier ter rheede Een Engelsche Chialoup de Iuliana genaamt, met intentie om verder naar Ban„ colen te steevenen. En eene bequaame ge„ leegendheid vindende zo hebben wij het ministerium van 25 Van Sumatras Westkust den 15:' maij Ao 1763. van die plaats bij Een brieff geinsereerd ter resolutie van den 18:' april, niet alleen kennis gegeeven van het voorgevallene met het voormeldte vaartuijgen maar wij hebben ook het zelve opgeEijscht, den slaaf. sidarius waar van bij onse Jongste vermeldt staat, dat hij den Europees mattroos vermoordt en verscheijden inlanders gequest hadde en dewelke zig volgens erlangde tijding tans te Bancolen ophoudt. Ook hebben wij om alle konkelarijen voor te komen die door Engelsche afzendelingen gepleegt werden in de sapooulou Boa Bhanders werwaards zij zig in stille begeeven, den 14:' maart Een besluijt ge„ nomen niet alleen alle de geene die van de Engelschen zonder pas, in 's E Compagnies districten gevon„ „den werden, als verdagte Persoonen opvatten maar ook hier van door den Resident Challiea aan den Engels Resident te mocca mocca bij een briefje kennis geeven te laaten met bij gevoegt verzoek in den aanstaande niemand meer te willen afzenden die niet verzien is van Een pas van hem onder zijne handen zegul verleend en die dezelve bij zijne aankomst in 't Rijk van Indrapoura aan den keijser zal ver„ toonen moeten met Van Sumatras westkust den 15:' Maij A:o 1763 Met den verkoop van lijwaeten is het nog zo als bij onse voorige vermeld staat: En wij verlangen met smerten na uw Hoog Edelens nader goed vinden, alzo wij anders indien het nog lange weg blijft in 't geheel verleegen zullen raaken te meer zo het dens gebeuren mogte dat de Tigablas Cottas spoedig afquaamen. Dog van 't zout gaan nu en dan nog al Eeniger lasten weg. En dewijl ons de sergeant van Lier dien wij volgens besluijt van den 31:' Ianuarij met Twintig bougineesen in Commissie gezonden hadden om alle zout brande„ „rijen langs strand tusschen hier en Passemang te vernielen zo schriftelijk als mondeling te kennen gaf, dat de berg-en -strand-volkeren zig geenzints daar teegens aan kanten zouden, als maar zout ter verkoop naar Priamang gezonden wierde vermits anders de weg tot naar Padang al te verre en te moeijelijk voor haar was om hier haar gerief te koomen haalen: zoo hebben wij ons best gedaan Een middel uijt te vinden om deese menschen genoegen te geeven zonder dat zulx egter de onkosten vermeerderen of op Eene andere wijse de E Comp:e tot nadeel strekken konde. En hier in zijn wij ook naar wensch geslaagt. wij hebben blijkens het aangeteekende ter Resolutie van 27 Van Sumatras West kust den 15:' maij 1763. van den 8:' april met twee van de welhebbens te koop„ lieden eene Conditie gemaakt volgens dewelke zij het zout hier in 't pakhuijs ontvangen, onder opzigt van haar Eijgen volk overvaeren het zelve weder ontlossen de minwigten en spillagie voor haare reekening houden, en het bedraagen daar van ook hier in goud betaelen moeten, bij gevolg heeft dE Compagnie daar omtrends niets ten haaren lasten als den overvoer en het daar aan verknogte risico ter zee En dit dunkt ons, is zo gering, dat het in 't geheel in geene aanmerking mag komen want ongereekend, dat de overvoer met de Chialou„ „pen en Tansepoers geschieden kan, ten tijde dat ze anders tog zomtijds stil moeten leggen, zo is 't vaarwaater tusschen hier en Priamang ook zo kort en door zoo veel kleijne Eijlandjes gedekt dat de vaarthuijgen weijnig gevaar loopen kunnen En buijten des zal notoir nu de verthier van 't zout toeneemen moeten Terwijl teffens de zout-kitten vermeld werden op eene gemakke„ lijke wijze, en genoegzaam met stoestemming van de Eijgenaars zelfs het gunt indien het met geweld geschieden moeste, tot groote en lang duurige onlusten aenleijding zoude kunnen geeven. De
English
From Sumatra's West Coast, the 15th of May, anno 1763. The trade books of anno 1761/2 having been completed and a balance sheet drawn up from them having been reviewed and examined in our meeting on the 8th of April, the same shows that the general expenses in this year are less than the previous year by ƒ29006:9:—, the net profits, on the contrary, higher by ƒ 19755:13:—, and that consequently this office, taken on its own in the latest year, has come out ahead by ƒ38895:14:8, but compared to the previous year by indeed ƒ48762:2:—. The reasons given in that paper for the increased and decreased expense entries show at the same time that the observed frugality in almost all ordinary expenditures is the principal cause of that favorable showing. And therefore, living in hope that this part of our proceedings will not appear displeasing to Your High Nobles, we shall report nothing further on the matter, other than that these trade books, copied and duly collated, are now sent over, together with and alongside the pay books of that same year, in which upon inspection no noticeable errors were found either. Among From Sumatra's West Coast, the 15th of May 1763. Among the qualified servants no change has occurred, and among the lower-ranking only the following. The mate Boijsen having requested of us to be allowed to navigate the bearer of this to Batavia, this was granted to him, and on the Goudvink a capable quartermaster was placed as commander. Upon the handover of this vessel, various goods on its inventory were found missing, which the said Boijsen maintained by a declaration were previously not received at Batavia. But since such written testimonies are often not too much to be relied upon, and he is now going over himself, we took a resolution on the 29th of April to have all those missing goods charged to Batavia on the invoice now departing. And we request Your High Nobles that the matter may be investigated there, and that he, according to the findings, may either be charged or absolved for it. The sergeant Landuijt, having for several nights kept a female slave of the small retail merchant without the knowledge of her master, and even once while he had the guard within the fort, we have, in our meeting on the 18th of April, imposed upon him as punishment for this that he must serve for four months as a common soldier for soldiers' board-money, and also keep his abode in the common guardhouse during that time. And two common soldiers, namely Clement Persiaan and Jurgen Hoen, having been convicted of having robbed several of their comrades during the watches, and on a certain night even having deserted their posts with the intention of committing an even greater theft, we have, according to the resolution of the 8th of April, first caused them to be run through the gauntlet of the entire garrison in the presence of the assembled members of the Council for as long as they could just bear, furthermore condemned them to a fine of four months' wages each for the benefit of those whom they robbed, and further demoted them to sailors at ƒ9 per month to serve as such at the shipyard or on one of the chaloups. From Sumatra's West Coast, the 15th of May 1763. Having already made known our lack of various necessities, but principally of timber, melting crucibles, aqua fortis, and separating flasks, in our latest dispatched formal requisition, we cannot refrain from hereby most respectfully requesting Your High Nobles once more to be allowed to receive a prompt supply of the one and the other, as well as of salt, which seems likely to find a good sale, and of cash, and especially new coin, which we cannot do without in the purchase of pepper. And knowing nothing more to report at present, other than that the cargo of the bearer of this consists solely of 120 9/125 piculs of assorted benzoin, which was inspected by specially appointed commissioners and found good as appears from the minute in the resolution of the 8th of April, we conclude with this much and remain otherwise with the utmost respect From Sumatra's West Coast, the 15th of May, anno 1763. respect, below stood, High Noble, Greatly Esteemed, Wide-Ruling Lords and Right Noble Lords, lower, Your High Nobles' humble and obedient servants, was signed, C: L: Serff, H: V: Haveren, J: A: Thierens, I:s Fredriks, B: P: Forcade, and I:n I:s Hes, in the margin, Padang the 15th of May, anno 1762, and thereunder P: S: At the closing of this, we receive a letter from the Tigablaes Cottas, of which we take the liberty of offering Your High Nobles a copy, as proof that our aforementioned hope for a speedy settlement of the disputes increases more and more. We have also omitted to report that the resident of the Air Bangis, Boudewijnsz, is currently here for a short trip, for which we gave him permission on account of the Malay Puasa, but that he is to depart thither again within a few days with the Goudvink and some merchandise. Batavia
Dutch transcription
Van Sumatras Westkust den 15:' maij A:o 1763. De Negotie boeken van Ao 176½ klaar E geraakt en Eene daar uijt geformeerde staat. Reek: in onse bij benkomst op den 8:' april geresumeert en g'examineerd zijnde zo verthoond dezelve dat de Generaale lasten, in dit Jaar minder zijn als 't Jaar bevoorens ƒ29006:9:— de zuijvere winsten in teegendeel meerder ƒ 19755:13:— En dat bij gevolg dit Comptoir in het Jongste Jaar op zig zelfs genomen te vooren geraakt is ƒ38895:14:8. dog in vergeliking van 't voorige wel ƒ48762:2:— de Reedenen bij dat papier van de vermeerderde en verminderde Last-posten gegeeven, doen teffens zien dat de behartigde zuijnigheid in meest alle ordinaire ongelden van die voordeelige vertooning de voor„ naamste oorzaak is. En daarom in hoope leevende dat dit gedeelte onzer verrigtingen uw hoog Edelens niet onbehaaglijk te vooren zal komen zo zullen wij daar van ook niets verders melden, dan alleen, dat dese negotie boeken gecopieert, en behoorlijk gecollationeerd thans overgaan, met en benevens de zoldij boeken van dat zelfde Jaaa, waar in bij visitatie ook geene merkelijke erreuren bevonden zijn onder van Sumatras West Cust den 15. ' Maij 1763. Onder de gequalificeerde dienaaren is geene verandering voorgevallen En onder de mindere ook maar de volgende De stuurman Boijsen ons verzogt hebbende brenger deezes naar Batavia te mogen voeren: zoo is hem zulx toegestaan en op de Goudvink Een bequaam quartier meester als gezaghebber geplaatst Bij overgaave van dit vaartuijg wierd en verscheijden goederen op dies inventaris te kort bevonden, die gedagten Boijsen met Eene verklaaring aan„ tvonden bevorens op Batavia met ontfangen te hebben. maar aangezien op diergelijk en getuijg schriften dikwils met al te veel staat te maaken is en hij thans zelfs overgaat, zoo hebben wij op den 29:' april een besluijt genoomen, alle die te kort komende goederen bij de thans afgaande factuur Batavia aanreekenen te laaten En wij verzoeken uw Hoog Edelens dat de zaak daar onder zogt, en hij na bevinding daar voor of belast of ontheft mag werden De sergeant Land uijt verscheijden nagten Eene slavin van de klein winkelier buijten weeten van haar Lijfheer aangehouden hebbende, en zelfs 1 Van Sumatras Westkust den 15:' maij 1763. zelfs Eens, terwijl hij binnen het fort de wagt hadde, zo hebben wij hem in onse bij Een komst op den 18:' april daar over tot straffe opgelegt, dat hij vier maanden lang, als een gemeen soldaet voor soldaaten kostgeld, dienst moet doen, en ook geduurende dien tijd in de gemeene wagt zijn verblijf moet houden En twee gemeene militairen, in naame clement Persiaan en Jurgen Hoen, over„ tuijgd zijnde dat zg verscheijden van hunne maats in de wagten bestoolen, en op zeekere nagt zelfs hunne posten verlaaten hadden; met intentie om nog grooter diefstal te pleegen hebben wij volgens besluijt van den 8:' april Eerst ter presentie van de gezamendlijke Raads leeden zoo lange door de spits-roeden van 't gantsche guarnisoen laaten jaagen, als ze even draagen konden, voorts haar gecondem„ neert, in Eene boete van vier maanden gagie ieder ten behoeve van den geenen die ze bestoolen hebben; en wijders haar gedeporteerd tot mattroosen met ƒ9. ter maand om als zoodanig op de werf of Een der Chialoupen dienst 31 Van Sumatras Westkust den 15:' maij 1763. dienst te doen. Bij onze Jongste afgezondene formeele Eijsch, ons gebrek aan verscheijden behoeftens dog voornamendlijk aan Houtwerken, smelt kroesen, sterk mater, en schij-kolfjes, bereeds te kennen hebbende gegeeven, zo kunnen wij niet nalaaten uw Hoog Edelens bij deesen nogmaals op 't Eerbiedigste te verzoeken van dat Een en ander spoedig een ontzet te mogen erlangen, zo wel als van zout, dat Een goede aftrek schijnt te zullen krijgen, en van kontanten en in zonderheid nieuw Paijement het welkewij bij dien inkoop van Peper niet missen kunnen. En buijten dien thans niets meer te melden weetende dan dat de Laading van brenger deezes Eenelijk bestaat in 120 9/125 Pikols Benzuin in zoort, dewelke door Expresse gecommitteerdens gevisiteert en blijkens het aangeteekende ter Resolutie van den 8: april wel bevonden is: zoo besluijten wij met dus veel en blijven voor 't overige met de uijtterste Eerbied Van Sumatras Westkust den 15:' maij A:o 1763. Eerbied /:onderstond:/ hoog Edele groot Achtbaere wijdgebiedende Heere en wel Edele Heeren /:lager:/ uw hoog Edelens onderdanige en gehoorzaame dienaaren /:was get:d/ C: L: Serff, H: V: Haveren, J: A: Thierens, I:s Fredriks, B: P: Forcade, en I:n I:s Hes /:in margine:/ Padang den 15:' maij A:o 1762. en daar onder P: S: Op 't sluijten deezes ontfangen wij Een brief uijt de Tigablaes Cottas, waar van wij de vrijheid gebruijken uw Hoog Edelens ben afschrift aan te bieden, ten blijke dat onze voormelde te hoope op Eene spoedige afdoening der verschillen hoe langer hoe meerder toe„ neemd Ook hebben wij verzuijmt te melden dat de Resident uijt de Heijbangies Boude„ wijnsz, zig thans hier bevindt voor Een springtogtje, waar toe bij hem, mids de maleijdse Pouassa permissie gegeeven hebben dog dat hij binnen weijnig dagen met de Goudvink en Eenige Koopmanschappen weder derwaerds staat te vertrekken Batavia
English
From Sumatra's West Coast, the 25th of June 1763 Batavia Upon the departure of the Huijs te Boede, we flattered ourselves with the hope of soon obtaining an early ship or vessel from Batavia. And in order to be able to give Your Right Nobles notice of its arrival at the earliest opportunity, we thought we would not do wrong to detain the sloop the Hazewind here until such time, the more so because, owing to the continuous southerly winds, it could not well have departed anyway. Nevertheless, we prepared in advance the accompanying letter, to serve as a continuation of our respectful last communication of the 28th of February of this year. And we even formally concluded it under date of the 15th of May last, in order to be so much the better situated to send it off at any moment, but our expectation has hitherto been in vain. And since, however, the northwesterly winds begin to set in steadily, and we in the meantime also received on the 1st instant Your Right Nobles' esteemed letter of the 17th of December 1762 via Bancolen, we have thought it best to wait no longer, but to let the bearer of this depart at the earliest opportunity, and by this further letter to give Your Right Nobles notice of the one and the other that has mainly occurred since. Being enabled to proceed with the sale, through the favorable disposition obtained from Your Right Nobles in the aforementioned missive of the 17th of December regarding the prices of the linens, we not only express our most humble thanks for this, but also take the liberty of enclosing herewith a further price current of all cloths that were remaining as of the first of this month. Your Right Nobles will be able to observe therein, if it please you, that when everything is averaged together, the Surat goods yield well over, and the Coromandel and Bengal goods approximately the stipulated percentage. But when one considers the different varieties in themselves, some of them, and especially the Coromandel white and dark blue paacallen, as well as the Bengal sologesjes, cannot even reach the lowest set prices, and these five varieties would on that account certainly have to be sent back. But since a large batch was only recently sent back from here, and linens in general, but especially the blue ones, are subject to much spoilage aboard the ships, we considered in our meeting on the 22nd instant that we should not be too hasty with this, but rather first ask for and await Your Right Nobles' pleasure in this regard. And we therefore very humbly request to receive the same at the first opportunity. For if it pleases Your Right Nobles that those goods go to Batavia, we shall send them without delay. But should Your Right Nobles please to leave them here and defer their sale to our fidelity, we shall do our best to obtain the highest prices for them that can possibly be negotiated. And it is possible that things will go somewhat better in time than we can currently assure, because the actual bid of the merchants in an effective sale usually still differs a little from their statement when one simply asks for how much they can accept the goods. In the meantime, the remainder of Bimlipatam guinees has, according to Your Right Nobles' order, been accurately measured by express commissioners, and demonstrated by the administrators in a report inserted in the Resolution of the 22nd instant, that the deficiency found in length and breadth across 8 packs combined amounts to exactly 27 whole pieces of guinees. And since their prime cost is f 443: 9: —, this amount is now not only charged to Batavia in a separate invoice, but we also send herewith the aforementioned report with the original packing slips, which are all signed by C. L. Hagemunt in the presence of B: Pleijt and I:s Scheuneman. Regarding the Tigablas Cottas, having noted in our last letter of the 15th of May that we had hope of a speedy settlement of the disputes with those people, we can now report in continuation that the collective regents of the five main negorijen indeed came down shortly thereafter, and that, as evidenced by the resolution of the 10th instant, we concluded a contract with them, which we take the liberty of presenting herewith to Your Right Nobles for review and approval. We do not doubt that the points agreed upon therein will generally please Your Right Nobles, unless the 12th article might merit some remark, wherein we promise to pay 10 rixdollars to each negorij, or 130 rixdollars to all annually, as a gratuity for the trouble they are to take in keeping the roads open and clear. But we very respectfully request not to look at this small amount, for in our humble opinion it is the only thing that can bind them to the maintenance and observance of the rest. And besides this, we also consider it quite more honorable for the Honorable Company that it pays them annually out of
Dutch transcription
33 Van Sumatras West kust den 25:' Junij 1763 Batavia Bij 't vertrek van 't Huijs te Boede, flatteerden wij ons met de Hoope, spoedig een vroeg schip of vaartuijg van Batavia te zullen erlangen. En om uw Hoog Edelens van dies aankomst ten Eersten kennis te kunnen geeven zo vermeenden wij niet qualijk te zullen doen wanneer wij de Chialoup de Hazewind tot zo lange hier aanhielden, te meer om dat deselve mids de Continueele zuijdelijke winden tog niet wel vertrokken konde. nogthans bragten wij in voorraad het neevens gaande briefje in gereed„ heid, om te dienen tot Een vervolg onser Eer„ biedige laatste van den 28:' februarij deezes jaars. En wij slooten het onder dato 15:' maij Jongstleeden zelfs formeel af, ten Eijnde zo veel te beeter in blaats zijn, het zelve alle oogen blikken te kunnen, weg zenden maar onze verwagting is tot heeden vrugteloos geweest. En dewijl egter de noordweste winden Aan als vooren beginnen van Sumatras Westkust den 25:' Junij 1763. beginnen door te staan en wij ondertusschen ook op den 1:' Courant uw hoog Edelens g'agte van den 17:' december 1762 over Bancolen ontfangen hebben: zo heeft ons best gedagt nu niet langer, te wagten, maar brenger deezes ten Eersten vertrekken te laaten en bij dit nader briefje uw Hoog Edelens nog kennis te geeven van 't een en ander, dat 't seedert weeder hoofdzaakelijk voorgevallen is. Voor de erlangde gunstige dispositie van uw Hoog Edelens bij even gemeldte missive van den 17:' december, nopens de prijzen der lijwaten in staat gesteld zijnde, met den verkoop voort te kunnen gaan, zo betuijgen wij daar voor niet alleen op 't aller ootmoedig „te dank, maar gebruijk en ook de vrijheid hier nevens te voegen, een nadere prijs Courant van alle kleeden, die onder primo deezes p:r Restant zijn geweest uw Hoog Edelens 2 zullen daar bij des behaagende beschouwen kunnen dat als alles door Een geslaagen werdt dan de souratse goederen ruijm en de Chormandelse en Bengaalse ten naasten bij de bepaalde p:r C:to uijt leeveren 35 Van Sumatras westkust den 25:' Junij 1763. dog als men de verschillende soorten op zig zelven beschouwt, dat den zommige daar van en voornamendlijk de Chormandelse Paa„ callen witte en bruijn blaauwe zoo meede de Bengaalse sologesjes de minst gestelde prijsen niet Eens haalen kunnen en deese vijf zoorten zouden uijt dien hoofde zeekerlijk weder te rug gezonden moeten werden. maar aangezien nog maar Eerst Jongst van hier Eene groote partij te rug gezonden is, en de lijwaaten doorgaans, dog inzonderheid de blauwe op de scheepen veel bederf onderworpen zijn, zo hebben wij in onze bij Een komst op den 22:' Courant vermeend, hier mede niet te schielijk te moeten zijn maar liever Eerst daar omtrend uw hoog Edelens wel behagen te vraagen en af te wagten. En wij verzoeken derhalven zeer oodmoedig het zelve bij Eerste geleegenheid te mogen erlangen. want behaagt het uw Hoog Edelens dat die goederen naar Batavia gaan; wij zullen deselve zonder ver„ toeven zenden. Dog gelieven uw Hoog Edelens die hier en haaren vertier aan onse trouwe gedefereert te laaten wij zullen ons best doen daar voor de hoogste prijsen te krijgen die maar immers te bedingen zijn. En mogelijk, dat Van Sumatras Westkust den 25:' Junij A:o 1763. dat het hier meede in der tijd nog al beeter gaat, als wij thans verzeekeren kunnen, dewijl het weezendlijke bod der kooplieden bij een Effective verkoop, tog ordinair nog Een weijnigje verschild van hunne opgaeve, wanneer men simpel vraagt voor hoe veel zij 't goed accepteeren kunnen. Ondertusschen is het restand van Bimilipatnam„ se guinees volgens uw Hoog Edelens ordre door Expresse gekommitteerdens nauwkeurig ge„ meeten en door de administrateurs bij Een berigt geinsereert ter Resolutie van den 22. Courant aangetoont, dat de minder bevondene dan aangeschreeven langte in breedte van 8. pakken bij Een getrokken, net uijtmaakt 27. heele stukken guinees. En dewijl dezelve uijtkoops kosten ƒ443: 9:— zo werd dit bedraagen thans niet alleen bij Een apart factuurtje Batavia aangereekend maar bij zenden ook hier nevens over het voormeldte berigt met de origineele af-pak- briefjes dewelke alle onderteekend zijn, door C. L. Hagemunt ter presentie van B: Pleijt en I:s Scheuneman Aangaande de Tigablas Cottas, bij Van Sumatras Westkust den 25:' Junij A:o 1763. bij Jongste van den 15:' maij genoteerd hebbende, dat wij hoope hadden tot Eene spoedige afdoeninge der verschillen met die menschen zo kunnen wij thans ten vervolge melden, dat de gezamendlijke Regenten van de vijf hoofd negorijen, kort naderhand weezendlijk afgekomen zijn, en dat wij met deselve blijkens resolutie van den 10:' Courant Een contract geslooten, het welk wij de vrijheijd gebruijken uw hoog Edelens neevens deezen ter resumptie en approbatie aan te bieden. wij twijfelen niet of de daar bij bedongene pointen zullen uw Hoog Edelens doorgaans wel behaa„ „gen 't en waare dat het XI1. e art:l Eenige aan„ merking verdienen mogte, waar wij bij belooven aan ider negorij rd:s 10. of aan alle rijxd:s 130. Jaar„ „lijx te zullen betaalen als Een douceur voor haare te neemene moeijte, in 't open en schoon houden der wegen. maar wij verzoeken zeer Eerbiedig op dit geringe bedraagen niet te willen zien. want volgens ons gering gevoelen is het 't Eenigste wat haar tot de onderhoudinge en nakominge van 't overige verbinden kan. En buijten des agten wij het ook vrij honorabelder voor de E. Compagnie dat ze aan haar Jaarlijx uijt
English
From Sumatra's West Coast, the 25th of June, A:o 1763 gives a little of its own free will, rather than being forced now and then by the closure of the roads to have to purchase peace for larger sums from them, just as this is a known truth from experience which has continually resulted in much detriment to the Honorable Company's interests and in great displeasure to Your Right Noblenesses. Furthermore, we must to our regret report to Your Right Noblenesses that our largest tanjepoer, De Kroonvogel, on the 21st instant during the night, due to the breaking of the grapnel rope, ran aground at high water upon the reef of Poulo Pisang; and thereby immediately burst in such a manner that the same cannot be repaired again. We have therefore on the 22nd instant taken a resolution to have this vessel simply broken up, and we have also on the same day demoted the quartermaster appointed thereto, Casparus de Jong, to sailor, on the presumption that he certainly did not keep a proper watch, but in truth one cannot well attribute this misfortune to anything else than to the great age of From Sumatra's West Coast, the 25th of June, A:o 1763. of this little keel itself, as the same was built back in A:o 1738, and during the last years has only been maintained in a seaworthy condition through good supervision, while nevertheless its floor-timbers were so riddled with nails and decayed that the same could not endure being stranded. Indeed, this is the report that the equipment overseers Coerten and Krijgsman have given us. And having to abide by that, we not only request Your Right Noblenesses' favorable authorization for the write-off of this vessel, but also that we, according to our urgent request by letter of the 28th of February of the current year, may receive two other serviceable tanjepoers as soon as possible, for the reason that we now have only one at hand, and thus upon the arrival of the ships will be very embarrassed. And this is all that we presently have to report. The entire region of the Honorable Company's district is in good tranquility. From the English gentlemen we have also heard nothing, having not even received a reply to our From Sumatra's West Coast, the 25th of June, A:o 1763. gives a little of its own free will, rather than being forced now and then by the closure of the roads to have to purchase peace for larger sums from them, just as this is a known truth from experience which has continually resulted in much detriment to the Honorable Company's interests and in great displeasure to Your Right Noblenesses. Furthermore, we must to our regret report to Your Right Noblenesses that our largest tanjepoer, De Kroonvogel, on the 21st instant during the night, due to the breaking of the grapnel rope, ran aground at high water upon the reef of Poulo Pisang; and thereby immediately burst in such a manner that the same cannot be repaired again. We have therefore on the 22nd instant taken a resolution to have this vessel simply broken up, and we have also on the same day demoted the quartermaster appointed thereto, Casparus de Jong, to sailor, on the presumption that he certainly did not keep a proper watch, but in truth one cannot well attribute this misfortune to anything else than to the great age of From Sumatra's West Coast, the 25th of June, Ao 1763. of this little keel itself, as the same was built back in A:o 1738, and during the last years has only been maintained in a seaworthy condition through good supervision, while nevertheless its floor-timbers were so riddled with nails and decayed that the same could not endure being stranded. Indeed, this is the report that the equipment overseers Coerten and Krijgsman have given us. And having to abide by that, we not only request Your Right Noblenesses' favorable authorization for the write-off of this vessel, but also that we, according to our urgent request by letter of the 28th of February of the current year, may receive two other serviceable tanjepoers as soon as possible, for the reason that we now have only one at hand, and thus upon the arrival of the ships will be very embarrassed. And this is all that we presently have to report. The entire region of the Honorable Company's district is in good tranquility. From the English gentlemen we have also heard nothing, having not even received a reply to our From Sumatra's West Coast, the 25th of June, 1763. our last two letters. With the sale of linens and salt, matters seem likely to go well again. At least the vent of the latter article has increased greatly within a short time. And being therefore not without reason apprehensive that our stock will not last much longer, we recommend ourselves in that regard for a speedy relief once again to Your Right Noblenesses' favorable consideration, and remain with the utmost respect, underneath stood: Right Noble, Highly Respected, Widely Ruling Lords and Well Noble Lords, lower: Your Right Noblenesses' humble and obedient servants, was signed: C: L: Senff, H: V: Htaveren, I: A: Thierens, R: Palm, I:s Fredriksz, B: P: Forcade, and I:n I:s Hes, in the margin: Padang, the 25th of June, A:o 1763. Batavia From Sumatra's West Coast, the 31st of October, Ao 1763. Batavia To as before Having had the honor, by our humble letters of the 4th of September and the 2nd of October per the bark De Mossel and the chaloup De Taxisboom, to promise Your Right Noblenesses that we would send the due reply to your most respected missives of the 14th of July and the 11th of August of this year, along with the proper account of our proceedings since the 25th of June up to the date of this letter, with the bark De Draak, we now come, upon the departure thereof, to fulfill that with the due respect. Regarding which, initially in reply to Your Right Noblenesses' very honored letter of the 14th of July, we have the honor to report that immediately after the receipt thereof, namely on the 25th of July, we resolved: 1st
Dutch transcription
Van Sumatras Westkust den 25. ' Junij A:o 1763 uijt vrij wille Een weijnig geeft, dan dat ze nu en dan door 't sluijten der wegen gedwongen wordt den vreede door haar voor grootere sommen te moeten kopen gelijk zulx uijt de ondervinding eene bekende waarheid is die 's E Compagnies belangen al geduurig tot veel nadeel, en uw Hoog Edelens tot groot ongenoegen heeft gestrekt Voorts moeten wij uw Hoog Edelens tot ons leedweesen berigten dat onze grootste Tanje„ „poer de kroon Vogel op den 21:' Courant des nagts, door 't breeken van het dreggen Touw, met hoog water op 't Rif van Poulo Pisang vast geraakt; en daar door ten Eersten zoodanig geborsten is dat deselve niet weder gerepareert kan werden. wij hebben daarom op den 22. Courant Een besluijt genomen dit vaarthuijg maar te laaten sloopen, en wij hebben ook ten zelfden dage den daar op be„ scheijden quartiermeester Casparus de Jong tot matroos gedegradeert, op voor onderstel„ „ling, dat hij zeekerlijk geene goede wagt gehouden heeft, maar in der daat kan men egter dit ongeluks niet wel ergends anders aan toeschrijven, als aan den hoogen ouderdom van 39 Van Sumatras Westkust den 25:' Junij A:o 1763. van dit kieltje zelfs, alzo het zelve al in A:o 1738 getimmert, en geduurende de Laatste Jaaren alleen door Eene goede toezigt; in een vaarbaare staat onderhouden is geweest, terwijl egter dies in houten zoodanig doornageld en vergaan waren dat deselve het vast zitten niet hebben ver„ draagen kunnen Immers dit is het berigt dat de Equipagie opzienders Coerten en krijgsman ons gegeeven hebbende En daar in moetende berusten, zo verzoeken wij niet alleen om uw Hoog Edelens gunstige qualificatie tot afschrijvinge van dit vaarthuijg„ maar ook dat wij volgens onze instantie bij brief van den 28:' februarij anno Courant zo dra mogelijk Twee andere bequaame Tan„ „jepoers, erlangen mogen om reeden wij nu nog maar ben aan handen hebben, en dus bij aan komst der scheepen zeer verleegen zullen zijn En dit is alles wat wij thans te melden weeten. de gantsche Landstreek van 's E Compagnies district bevind zig in goede ruste. van de Heeren Engelschen hebben wij ook niets gehoort zelfs op onze Van Sumatras Westkust den 25. ' Junij A:o 1763 uijt vrij wille Een weijnig geeft, dan dat ze nu en dan door 't sluijten der wegen gedwongen wordt den vreede door haar voor grootere sommen te moeten kopen gelijk zulx uijt de ondervinding eene bekende waarheid is die 's E Compagnies belangen al geduurig tot veel nadeel, en uw Hoog Edelens tot groot ongenoegen heeft gestrekt Voorts moeten wij uw Hoog Edelens tot ons leedweesen berigten dat onze grootste Tanje„ „poer de kroon Vogel op den 21:' Courant des nagts, door 't breeken van het dreggen Touw, met hoog water op 't Rif van Poulo Pisang vast geraakt; en daar door ten Eersten zoodanig geborsten is dat deselve niet weder gerepareert kan werden. wij hebben daarom op den 22. Courant Een besluijt genomen dit vaarthuijg maar te laaten sloopen, en wij hebben ook ten zelfden dage den daar op be„ scheijden quartiermeester Casparus de Jong tot matroos gedegradeert, op voor onderstel„ „ling, dat hij zeekerlijk geene goede wagt gehouden heeft, maar in der daat kan men egter dit ongeluks niet wel ergends anders aan toeschrijven, als aan den hoogen ouderdom van Van Sumatras Westkust den 25:' Junij Ao 1763. van dit kieltje zelfs, alzo het zelve al in A:o 1738 getimmert, en geduurende de Laatste Jaaren alleen door Eene goede toezigt; in een vaarbaare staat onderhouden is geweest, terwijl egter dies in houten zoodanig doornageld en vergaan waren dat deselve het vast zitten niet hebben ver„ draagen kunnen Immers dit is het berigt dat de Equipagie opzienders Coerten en krijgsman ons gegeeven hebbende En daar in moetende berusten, zo verzoeken wij niet alleen om Uw Hoog Edelens gunstige qualificatie tot afschrijvinge van dit vaarthuijg, maar ook dat wij volgens onze instantie bij brief van den 28:' februarij anno Courant zo dra mogelijk Twee andere bequaame Tan„ „sepoers, erlangen mogen om reeden wij nu nog maar ben aan handen hebben, en dus bij aan komst der scheepen zeer verleegen zullen zijn En dit is alles wat wij thans te melden weeten. de gantsche Landstreek van 's E Compagnies district bevind zig in goede ruste. van de Heeren Engelschen hebben wij ook niets gehoort zelfs op onze Van Sumatras west kust den 25:' Junij 1763. onze twee laatste brieven nog niet Eens ant„ woord Erlangd. met den verkoop van lijwaa„ ten en zout schijnt het weder wel te zullen gaan. Ten minsten is de verthier van 't laatste articul binnen korten zeer toegenomen. En daarom niet zonder reeden bedugt zijnde, dat onze voorraad niet lange meer d uuren zal: zo recommandeeren wij ons ten dien opzigte, om Een spoedig ontzet nogmaals in uw Hoog Edelens gunstig aandenken en blijven met de uijterste Eerbied /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijd gebiedende Heere en wel Edele Heeren /:lager:/ uw hoog Edelens onderdanige en gehoorzame dienaaren /:was geteekend:/ C: L: Senff, H: V: Htaveren, I: A: Thierens, R: Palm, I:s fredriksz, B: P: Forcade, en I:n I:s Hes /: in margine/ Padang den 25:' Junij A:o 1763. Batavia 41. Van Sumatras West kust den 31:' october Ao 1763. Batavia Aan als vooren Bij onse nedrige Letteren van 4:' september en 2:' october p:r de barcq de Mossel, en de Chaloup De Taxisboom d' Eere gehad hebbende aan uw hoog Edelhed:s te belooven, dat wij de verschuldigde rescriptie op der„ selver hoogst gerespecteerde missives van den 14:' Julij en 11:e augustus deeses Jaars, benevens den behoorlijk verslag van onse verrigtingen 't zeedert den 25:' Junij tot dato deezes met de barcq de Draak zoude laaten volgen zoo komen wij thans in aankoominge van dien daar aan met het verschuldigde respect te voldoen. Waar omtrend wij dan aanvanglijk in antwoord van uw hoog Edelens zeer g'Eerde van den 14:' Julij d' Eere hebben te melden dat wij aanstonds na de ont„ „fangst van deselve of op den 25:' Julij geresolveerd hebben 1i0
English
From Sumatra's West Coast, the 31st October 1763. have, in order to let the inventory for the general transfer take place as of the last day of July, both here and at the subordinate offices, and although we immediately issued the necessary orders to that end to the subordinate Residents and also made all haste here, we could nevertheless not finish it before the departure of the Honorable Mr. Serff. Wherefore His Honor, before his departure from here, was advised to authorize the First Administrator Thierens and Ensign Fredriksz to effect the same on His Honor's behalf to the first signatory, and having completed this work on the 18th of August, we now take the liberty to present herewith, under No. 5, an accurate copy of the said transfer, which was found to agree with the trade books, to Your High Nobilities. Concerning the memorandum regarding the state of this Coast, which according to Your High Nobilities' desire was to be left behind and handed over by Mr. Serff to his successor, this could not be fulfilled, given the speedy departure of His Honor, which left no time for making such a draft. Nevertheless, having given verbal and satisfactory instructions regarding the most essential matters to the first undersigned, the same takes the liberty once again to assure Your High Nobilities that there will be no lack of his diligence nor attentiveness to make himself worthy of the trust which Your High Nobilities have pleased to place in his person. Regarding Your High Nobilities' absolute order and desire to settle the arrears of the estate of the deceased chief of Poulo Chinco, Iacob van Oudenstein Elias, with cash into the Honorable Company's treasury, or otherwise to secure the Honorable Company for that amount by providing sufficient sureties, we cannot refrain from testifying to Your High Nobilities with the deepest respect that the reading of this passage caused true sorrow in us, paining us all the more since we know ourselves innocent of any neglect in our service and duty, and yet because of this must be recorded as such with Your High Nobilities, and in an innocent manner see their displeasure turned against us. The truth of this will become further and more clearly apparent to Your High Nobilities if it shall please them to regard with a favorable eye the report submitted in that respect to the Council by the two first undersigned, and the Resolution that we took concerning this in our session of the 12th August 1763, both of which, together with the neat statement of accounts of the aforementioned estate, we hereby present with all due respect to Your High Nobilities under No. 6, with humble prayer that it may please the Highest to deign to favor these writings with their high attention. The good opinions which everyone here had of the said Junior Merchant Elias are the reason that we could never conceive the slightest thought that his affairs would be in such a desolate and neglected state as we, to our greatest consternation, discovered after his death. And as regards the outstanding balances which were charged to that office in the books upon his death, we hope that the reasons given for this in the aforementioned report will, upon being taken into consideration by Your High Nobilities, be deemed satisfactory, and that Your High Nobilities will by no means attribute this fatal accident to any negligence on our part, but regard the same as a misfortune that occurred contrary to everyone's expectations. And although the members of the then Council find themselves unable to pay in cash to the Honorable Company such a considerable compensation as Your High Nobilities have pleased to impose on them, nor to provide sufficient sureties for the same, we have nevertheless, in order to show Your High Nobilities the deference which we have for your high commands, resolved in our aforementioned session of the 12th August that each of the aforementioned members shall, through a sufficient written deed of obligation, pledge his person and goods, both present and future, nothing excepted, to the Honorable Company, for such an amount of the repeatedly mentioned arrears of Elias as each of them would be ordered by Your High Nobilities to compensate. This decision having been executed, and the said deeds of obligation according to the accompanying Register under No. 7 having now been handed over to the Honorable Company's main money chest for safekeeping, we hope to have done herewith the utmost that one could require from willing servants who are obedient to their high authorities. For which reason we also have that confidence in Your High Nobilities' goodness that you will not deny us the protection of our persons and property, but will make such an arrangement in this matter by which we may remain preserved from damage in both regards. In compliance with Your High Nobilities' positive order to draw up a regulation concerning the remaining stocks of gold, cash, linens, and other merchandise, which should always be and remain on hand at the subordinate offices for the annual trade, in order to prevent more such fatal cases, it was resolved in the session of the 25th July to demand the drafting of the same from the two first undersigned, who, after all diligence applied in that regard, could not determine otherwise than as will appear more clearly to Your High Nobilities from the report submitted on this subject under No. 8.
Dutch transcription
Van Sumatras Westkust den 31:' October 1763. hebben om onder ultimo Julij den opneem tot het generaale transport zoo alhier als op de onder„ hoorige Comptoiren te laaten geschieden, en al hoe wel wij tot dien Eijnde ten Eersten de noodige ordres aan de subalterne Residenten lieten afgaan en ook alhier daar meede alle spoed maakten zo konden wij Egter niet voor 't vertrek van den E: heer serff daar meede klaar worden weshalven zijn Ed: dan ook voor zijn depart van hier te raade wierd den Eersten administrateur Thierens en den vaendrik Fredriksz te qualificeeren om 't selve uijt zijn Ed:e naam aan den Eerste teekenaar te doen en daar mede op den 18:' augustus gedaan werk gekreegen hebbende zoo noemen wij thans de vrij„ heid van 't gemelde transport 't welk met de negotie boeken accordeerende bevonden is hier neevens. sub N:o 5. uw hoog Edelens Een accuraat afschrift aan te bieden. Belangende de memorie wegens den staat deeser Custe, welke navolgens uw hoog Edelheedens begeerte door den Heer Serff„, aan zijn vervanger diende naagelaaten en ter hand gesteld te zijn daar aan heeft niet konnen voldaan worden gemerkt het spoedig vertrek van zijn E: dat geen 43 Van Sumatras Westkust den 31:' October 1763. geen tijd overig liet tot het maken van diergelijke ontwerp nogthans van het zaakelijkste aan den Eerst„ „geteekende mondelinge en genoegdoende onderrigtinge gegeeven hebbende zoo neemt deselve de vrijheid uw hoog Edelens andermaale te verseekeren, dat het aan zijne vleijt nog te oplettentheid niet zal ontbreeken om zig het vertrouwen het welke uw hoog Edelens in zijn persoon hebben gelieven te stellen waardig te maaken Aangaande uw hoog Edelens absolute ordre en begeerte om het agterstal van den boedel des overleedenen opperhoofd van Poulo Chinco Iacob van oudenstein Elias met Contanten gelde in 's E Compagnies Cassa te voldoen dan wel d'E Compagnie door 't stellen van sufficante borgen voor dat bedragen te secuureeren, kunnen wij niet voor bij uw hoog Edelens met de diepste Eerbied te betuijgen dat het leesen van deesen periode, in ons Eene waare draefheijd te weege gebragt heeft smertende ons sulx te meer daar bij ons van geen versuim in onsen dienst en pligt weeten te beschuldigen en nogthans hier door voor zoodaanig bij uw hoog Edelens te boek moeten staan, en op Eene onnozele wijse derzelver misnoegen tegen ons vertrekt zien. De 11 Van Sumatras westkust den 31:' october 1763. De waarheid hier van zal uw hoog Edelens nader den duijdelijker blijken wanneer het derselver behaagen zal met den gunstig oog te beschouwen het door de twee Eerst geteekendens ten dien opsigte aan den Raad overgelegde berigt, en de Resolutie die wij daar omtrend in onse sessie van den 12:' augustus 1768. genoomen hebben welke beijde benevens de nette staat reekening van voormelde boedel wij bij desen met alle verschuldigde Eerbied uw hoog Edelens sub N:o 6. aanbieden met ootmoedige beede dat Het hoogst deselve behaagen mag deese geschriften met denselver hooge attentie te willen verwardigen De goede denkbeelden welke Een ijder alhier van gemelden onderkoopman Elias hadde zijn oorzaak dat wij nooit Eenige de allerminste gedagten konden opvatten dat zijne zaeken zig in Eenen zo desolaaten en verwaarloosen staat zouden bevinden als wij na zijner dood tot onse grootste ontsteltenisse gewaar geworden zijn En wat aanbelangt de Restanten welke bij zijn overlijden ten laste van dat Comptoir bij de boeker liepen, zo verhoopen wij dat de reeden in 't voor gementioneerde berigt hier van gegeven bij uw hoog Ed:s in 45 van Sumatras Westkust den 31:' October 1763. in aanmerkinge genoomen zijnde voor voldoende zullen aangezien werden, en dat uw hoog Edelens dit fataale toevale geensints aan Eenige negligentie van ons gelieven te attribueeren, maar het selve aanmerken als Een ongeluk dat tegens een ijders verwagtinge gebeurt is. En al hoe wel de Leeden van den toenmaligen Raad zig buijten staat bevinden Eene zoo naamwaardige ver„ „goeding als uw Hoog Edelens deselve hebben gelieven op te leggen, aan d'E Compagnie in contanten gelde te voldoen nog aan den zelven sufficanten borgen te bezorgen. zo hebben wij egter om uw hoog Edelens blijkens te geven van de deferentie, welke wij voor derselver hooge beveelen hebben in onsen voorengenoemde sessie van den 12:' augustus beslooten dat een ijder der opgemelde leeden door Een sufficant verband schrift zijne persoon ende goedoeren zo presente als toekomende niets uijtgezondert aan d'E Comp:e ter pand zoude stellen, voor zoodanig een bedraegen van het meergemelde agterstall van Elias, als een ieder van deselve door uw hoog Edelens ter vergoeding zoude werden opgelegt. Dit besluijt geExecuteerd en de gemelde verband schriften navolgens neevens gaande Register sub N:o 7. thans Van Sumatras westkust den 31:' october 1763. thans in sE Compagnies groote geld kassa tot bewaaring afgegeven zijnde zoo verkoopen wij hier meede gedaan te hebben, het uijterste dat men van berijdwillige en aan hunne hooge overigheid gehoorsaame dienaaren souden kunnen vorderen: weshalven wij dan ook dat toe trouwen tot uw hoog Edelens goedheid hebben dat deselve ons de bescherminge in onse persoonen en goederen niet zullen weijgeren maar in deese zaak Eene zoodanige schikkinge maaken doorwelken wij buijten schade in 't een en ander mogen gestelt blijven In naakominge van uw hoog Edelens positive ordre om tot voorkoominge van meer diergelijke fataale gevallen Een reglement te formeeren op de restanten van Goud contanten lijwaeten en andere koopmanschappen, die op de subalterne comptoiren tot den Jaarlijx en verthier steeds zoude moeten aan handen zijn en blijven: zoo weerd bij sessie van 25:' Julij geresolveert het opmaken van het selve te demandeeren aan de twee Eerstgeteekend:s dewelke na alle daar omtrend in 't werk gestelde vleijt, niet anders hebben kunnen bepaalen, als zoodanig uw hoog Edelens duijdelijker consteeren zal, uijt het over dit supt overgeleevende berigt. sub r:o 8.
English
From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763 On which foundation we also resolved on the 12th of August, pursuant to Your High Nobilities' esteemed intention, to let the made regulation concerning the cash fund serve provisionally as a rule, and accordingly to send the necessary extracts thereof to the subordinate offices, which we subsequently further amplified with Your High Nobilities' orders of the 11th of August last, not to requisition more goods than they can properly store and foresee a chance of selling within a full year, under penalty of compensating the damages that the Honorable Company will suffer in case of the contrary. Through all of which we hope, regarding the remaining stocks of the subordinate offices, to have put into effect everything that could conveniently be done in that respect, and we also expect to see a result from this that will be in accordance with Your High Nobilities' highly esteemed intention and desire. The linens sold by Resolution of the 23rd of February 1762, according to a report and return submitted by the administrators and inserted into our resolution of the 12th of August last, having yielded a sum of f2403:16:8, or 13 1/3 per cent less than projected by Your High Nobilities' validated estimate, we have, pursuant to Your High Nobilities' orders under the aforementioned resolution, caused this amount to be counted into the Honorable Company's cash fund, and subsequently, by our Resolution of the 19th of August, further ordered the payment and booking of all further charges that it has pleased Your High Nobilities to charge to this Commandment, both upon the findings in the trade books of the year 1753/60 and per invoice of the ship Kroonenburg, only excepting the lesser return on the damaged goods sent from here and delivered at Batavia per the Huijs te Boede to the amount of f4067:1:8. Concerning which, as well as regarding the lesser profits obtained from the linens sold in February 1762, the first two signatories take the liberty, with the deepest respect, to petition Your High Nobilities through the accompanying request under No. 9 for a favorable exemption from both matters, since they can assure in good conscience that regarding these goods, which lay in the warehouses for several years, they have employed all possible means to dispose of them with the required profits, but seeing no chance in the world for that, were finally forced to request permission to sell them for lower prices, or else to send them back to Batavia; which latter course, because of the disapproval of our sale of the 23rd of February 1762, finally had to take place per the Huijs te Boede, as Your High Nobilities will be able to see in detail, if it please you, in our Resolution of the 3rd of September 1762, upon which we humbly request Your High Nobilities to cast a favorable eye. Of Your High Nobilities' most respected orders regarding the sale of the linens and the collection of gold, benzoin, and camphor, we immediately after their receipt sent the necessary notification to the subordinate Residents, and in that regard took a firm resolution in our session of the 22nd of August to put these orders into effect, both here and at the subordinate offices where such might not yet have occurred, absolutely as of primo September of this year, in order thus to continue the trade on this Coast hereafter on a certain footing. We would certainly be able to promise Your High Nobilities a good success from this, had we remained the sole masters of the trade on this Coast; but since the English, who supply themselves directly from the Coromandel Coast and other linen-producing places to their Residencies along this coast, are quite easy and lax in the vending of goods as well as in the purchase of products, we justly fear whether this will make trade flourish, as one cannot blame the native, nor prevent them from turning to those where they are served most favorably; nonetheless, this will not serve as an obstacle to us to continue the sales according to the regulation with all vigor, according to our abilities. And since Your High Nobilities are pleased to persist that in the shipment of gold the same shall henceforth not be accounted higher than at f331:4 per mark fine, we shall let this serve for our dutiful compliance; yet meanwhile we take the liberty in all submission to bring respectfully to Your High Nobilities' attention that it is a constant truth that the lower the gold is valued, the sadder a figure the profits will cut at the closing of the books, notwithstanding that they are no less than before, wherefore we request Your High Nobilities to give favorable consideration to this whenever the profits hereafter outward do not appear as favorable as previously. Since the former Resident at Baros, Coenraad Meertens, was already sent in the month of June per the sloop de Haazewind with the documents charged against him to Batavia, and Your High Nobilities were given the due information regarding this by letter of the 15th of May of this year, it now only remains for us, with regard to what was ordered by Your High Nobilities concerning Baros, to inform your highest selves that, according to what is noted in our Resolution of the 20th of September, after careful consideration we have found that a garrison at the mouth of the river Tappus would be of no other use than to the king.
Dutch transcription
47 Van Sumatras Westkust den 31:' October 1763 Op fundament van 't welke, wij dan ook op den 12:e augustus beslooten hebben, ingevolge van uw hoog Edelens g'eerde intentie de gemaakte bepaaling omtrend de Cassa bij provisie tot Een Reglement te laaten strekken, en dienvolgens de noodige Extracten daar uijt na de onderhoorige comp toiren te senden welke wij vervolgens nog hebben geamplieert met uw hoog Edelens beveelen van den 11:' augustus Jongstleeden om geen goederen meer te vorderen als zij behoorlijk brergen, en kans zien kunnen in Een rond Jaar te vertieren sub poene van de schade te zullen vergoeden die d'E Compagnie in cas van contrarie zal komen te leijden Door welk Een en ander wij verhoopen aan„ „gaande de restanten der subalterne Comptoiren al het geene in 't werk gesteld te hebben wat daar omtrend gevoeglijk heeft kunnen geschieden, en wij verwagten ook hier uijt Een zoodanig gevolg te zien als over Eenkomstig zal zijn met uw hoog Edelens zeer g'eerde intentie en begeerte De bij Resolutie van den 23:' februarij 1762 verkogte lijwaaten volgens Een door de administrateurs. ingedient ƒt 1 Van Sumatras westkust den 31:' october 1763. ingedient berigt en Rendement g'insereert bij ons be„ „sluijt van den 12:' august jongstleeden eene somme van ƒ2403: 16:8. of 13 1/3 p:r C:t minder als door uw hoog Edelens gevalideerde geprojecteerd hebbende, zo hebben wij ingevolge van uw hoog Edelens ordres bij voor„ „noemde besluijt, dit bedraagen in sE Compagnies cassa doen tellen, en vervolgens bij onse Resolutie van den 19:' augustus al wijders laaten betaalen en op reek: stellen al verdere belastingen welke het uw hoog Edelens behaagt heeft zo bij de bevinding op de negotie boeken van A:o 1753/60 als per factuur van 't schip Kroonenburg dit Commandement te laaten aanreekenen alleenig uijtgesondert het mindere rendement op de van hier verzondene en p:r 't huijs te Boede op Batavia aangebragte beschadigde goederen ten bedraagen van ƒ4067:1: 8:— Waar omtrend zo wel als aangaande de mindere behaalde winsten der in februarij 1762 verkogte lijwaaten, de twee Eerste teekenaars de vrijheijd neemen het sub N. o 9. overgaande request uw hoog Edelens met de diepste Eerbied te versoek en om Eene gunstige ontheffinge van 't een en andere dewijl zij in gemoede kunnen verzeekeren dat zij omtrend deese goederen, die verscheijde Jaaren in 49 Van Sumatras Westkust den 31:' october 1763. in de pakhuijsen geleegen alle moogelijke middelen in 't werk gesteld hebben, om deselve met de gere„ „quireerde voordeelen van der hand te zitten, dog daar toe geene kans ter waereld ziende Eijndelijk genoodzaakt zijn geworden teverzoeken, om deselve voor mindere prijsen aftestaan, dan wel na Batavia te rug te moogen zenden, welke laatste dan ook vermits de dis approbatie van onzen verkoop van den 23:' februarij 1762 eijndelijk p:r het huijs te boede geschieden moeste, gelijk uw hoog Edelens des behaagende breedvoerig zullen kunnen zien, bij onse Resolutie van den 3:' September 1762. waar op wij uw hoog Edelens ootmoedig verzoeken Een gunstig oog te willen slaan. Van uw hoog Edelens hoogst gerespecteerde ordres ten opzigte van den verkoop der lijwaaten en den insaam van 't goud de Benzoin en de Camphur hebben wij aanstonds na derselver ontfangst de noodige kennisse aan de subalterne Residenten laaten afgaan en dien aangaande in onze sessie van den 22:' augustus Een vast besluijt genoomen om deese ordres zo wel hier als op de onderhoorige Comptoiren, waar Zulx Van Sumatras westkust den 31:' october 1763. zulx nog niet geschied mogte zijn ab„ „solut met primo september deezes Jaars te doen stand grijpen, om alzoo den Handel op deese Cust in 't vervolg op Een bgaalen voet voort te zetten wij zouden uw hoog Edelens zekerlijk hier van een goed succes kunnen belooven, wanneer wij alleen meester van den handel ter deeser Custe ge„ „bleeven waaren maar aangesien de Engelschen die direct van de Cust Chormandel en andere lijwaat geevende plaatse op hunne Residentien langs deese custe in het verdebiteeren der goederen zoo wel als met den inkoop der producten vrij facieldea zijn, en de hand ligten zo vreesen wij te regt, of zulx den handel wel zal doen opluijkeer, alzoo met den inlander niet verdenken kan, zo min als daar in teegengaan dat zij zig vervoegen bij die geene waar zij het voordeeligste geholpen werden nogthans zal dit ons tot geene obstacul verstrekken om na onse vermogens, den verthier na de bepaalinge met alle viguur voort te zetten. En aangesien uw hoog Edelens gelieven te persisteeren 51. Van Sumatras Westkust den 31:' october 1763. persisteeren dat bij de versending van 't goud het zelve voortaan niet hooger als tegens ƒ331: 4: 't meq: ff zal aange„ reekent werden zo zullen wij ons zulx tot schuldige obser„ „vantie laaten strekken dog inmiddens neemen wij in alle submissie de vrijheid uw hoog Edelens Eerbiedig onder 't oog te brengen dat 't eene constante waarheid is hoe minder 't goud in waarde geschad werd hoe bedroefdes figur de winsten wij het sluijten der boeken zullen moeten maaken, niet teegenstaande deselve niet minder zijn als voor hun des wij uw hoog Ed:s versoeken hier op Eene gunstige reflectie te willen slaan wanneer de winsten zig voorthaan uijtterlijk zo voordeelig niet verthoonen als voor deesen. Dewijl den geweesen Resident te baros Coenraad meertens bereeds in de maand Junij p:r de Chialoup de Haazewind met de stukken tere zijnen lasten na batavia versonden, en uw hoog Ed:s desweegens de verschuldigde, narigt gegeeven is, bij brief van 15:' maij deeses Jaars. so blijft ons thans ten aansien van 't door uw hoog Ed:s geordonneerde omtrent Baaos nog over hoogst deselve te bedeelen dat wij volgens het aangeteekende ter onser Resolutie van den 20:' September nae Eene naeuwkeurige overweeginge bevonden hebben dat Eene besettinge aan de mond en risiea Tappus van geen ander nutte zoude zijn als om den koning. 1
English
From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. to take away the King of Baros's unfounded fear of the Achinese, and as regards the keeping of cruisers around Baros, that such can contribute nothing to the improvement of our trade there as long as the English are and remain masters of Natter and Tappia- noulij, as they will not allow themselves to be prevented by our small vessels from veering towards other places with their smuggling craft; and as regards their small vessels, the harm they cause with them is of little significance and does not outweigh the expenses that several cruisers would occasion. And above all this, the inhabitants not only of the district but also of other places situated thereabouts are inclined to bring their products thither and to provide themselves there with the necessary linens and other goods, the cause of which we have already had the honor to demonstrate to Your High Noblenesses hereinbefore. And as these are the essential reasons why presently so little camphor and benzoin are brought to Baros and delivered by the Resident to the Honorable Company, we believe, under Your High Noblenesses' correction, that the only and best means against them would be that one gave the native for his products at least the same prices which From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. 53 which the English pay for them, which we think will have a better effect and be more advantageous for the Honorable Company than keeping a garrison on the Tappus River and some cruisers around Baros, which would certainly cost the Honorable Company more than the difference in prices will amount to. As for the lease on the tapping of strong liquors and the keeping of top-spinning courts, we would not have failed to put it up for public auction under ultimo August, in accordance with Your High Noblenesses' desire, if we had been able to perceive in any way that anything of note could have been made from it, and we even waited until the 20th of September to see whether anyone would come forward to register for it; but since no one showed an inclination toward it, we resolved in our session held on that day to let this matter remain as it is until we should have obtained Your High Noblenesses' approval regarding the newly From Sumatra's West Coast, the 31st of October 17643 newly established tavern by Resolution of the 29th of April of this year, wherein the reasons and motives for that undertaking are set down in detail. Concerning the distribution of the charges at this Main Office required by Your High Noblenesses, in the manner as was done with respect to the subordinate residencies; we have the honor to inform Your High Noblenesses that, however strictly economy is practiced here, we have nevertheless not yet been able to reduce the charges of this Commandment to the stipulated sum of f 75000:—:—, since from that alone a sum of f 21040:—:— is deducted for the ordinary expenses of the subordinate offices, and thus no more remains for this office than f 53964:—:—, with which we have hitherto not been able to manage to cover those expenses which are absolutely unavoidable. We 55 From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763 We shall nevertheless do our utmost to that end, and if we can in any way arrange it according to that regulation, we shall at the first opportunity transmit to Your High Noblenesses such a distribution as Mr. Seuff had the honor to promise Your High Noblenesses by letter of the 31st of March 1761, which we shall cause to be accompanied by a similar regulation for the residency established at Aijeer Bangis in place of Natter, to which we have provisionally granted the charges stipulated for Natter, in order to test whether the Resident will be able to manage with them. However, regarding the further reduction of the f 75000:—:— stipulated by Your High Noblenesses in your meeting of the 7th of August 1759 for the charges for this Coast, we have the honor to inform Your High Noblenesses with all due respect that, having examined and considered this matter most closely in our meeting of the 20th of September From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763 September, we found that such could not possibly be done with any good consequences, and we shall consider ourselves fortunate if we succeed only so far as to be able to satisfy Your High Noblenesses' established stipulation in some measure in this regard. Furthermore, having been ordered to retain in cash here the amount of rds 1367: 42. - claimed by the merchant and former Padang fiscal Valbert, we had the trade books examined in this regard and were informed on the 20th of September that the said Valbert received this sum from the Honorable Company's treasury prior to his departure from here; for which reason we take the liberty most humbly to request Your High Noblenesses that it may please the same to cause this amount to be reimbursed to the Honorable Company's treasury by him. We
Dutch transcription
Van Sumatras West kust den 31:' october 1763. koning van Baros zijne ongegronde vreese voor de adchienders te beneemen, en wat aangaat 't houden van Kruijsers omtrend Baros, dat zulx niets kan helpen tot de verbeetering van onsen handel aldaar zo lange de Engelschen meesten zijn en blijven van natter en Tappia„ „noulij alzo zij zig door onse kleijne vaartuijgen niet zullen laaten beletten met hunne smokkel scheepies elders aan te gieren en wat aangaat hunne kleijne vaartuijgjes, zo is 't nadeel dat zij daar mede doen van weijnig belang en weegt niet op de onkosten dewelke eenige kruijsers zoud veroorzaaken En boven dit alles zo zijn de inwoonders niet alleen van de landstreek maar ook van andere daar omstreeks geleegene plaatse geneegen hunne producten na derwaerds te brengen en zig aldaar voor de noodige lijwaaten en andere goederen te voorsien waar van wij de oorsaak reeds de Eere gehad hebben uw hoog Ed:s hier vooren te vertoonen. En alzo dit de weesentlijke reeden zijn waer om thans zo weinig Camphur en benzoin op baros aangebragt en door den Resident aan d'E Compagnie geleeverd word; zo vermeenen wij onder uw hoog Edelens correctie, dat het Eenigste en beste middel hun teegen zoude zijn, dat men aan den inlander voor zijne producten op sijn minste deselve paijsen gaf: die Van Sumatras west Cust den 31:' october 1763. 53 die de Engelschen daar voor betaalen 't welke wij denken van beeter effect, en voor deeli„ ger voor d'E: Comp: te zullen zijn, als eene bezetting aan de revier Tappus en eenige kruij„ „sers omtrent Baros te houden, dewelke dE Comp: zeekerlijk meer zoude kosten als het different der prijsen zal koomen te bedraagen. Den Pagt op 't Tappen der sterke dranken en het houden der top baanen zonder wij niet ge„ manqueert hebben volgens uw hoog Edelens begeerte onder ult„o augustus publicq te laaten op veijer, als wij maar eeniger maakt hadden kunnen bespeuren, dat daar „sonder voor iets naamwaardigs ^ hebben kun „nen gemaakt werden en hebben wij zelfs nog tot op den 20:e September afge„ wagt, of zig niet ymand daar toe zoude koomen aanmelden dog dewijl zig niemand daar toe geneegen toonde; zoo beslooten wij in onsen sessie ten dien daage gehouden deese zaake zoo telaaten blijven tot dat wij uw hoog Ed:s goedvin„ „den, zouden erlangt hebben over de nieuw 6 alle Van Sumatras westcust den 31: october 17643 nieuw opregte Herberg bij Resolutie van den 29: april deeses Iaars alwaar de reedenen en motiven van dien aanleg breedvoerig ter needer gesteld zijn — Belangende de door uw Hoog Edelens gerequireerde verdeeling den Lasten ten deesen Hoofd Comptoire in diervoegen als deselve geschied is, ten opzigte der onderhoorige Residentien; zo hebben wij de Eere uw Hoog Edelens te berigten; dat hoe seer ook de menagie alhier betragt werd wij egter de Lasten van dit Commandement nog niet hebben kunnen verminderen, tot op de daar voor gestelde somma van ƒ 75000—:—: alzoo daar van alleen voor de ordinaire ongelden der onderhoorige Comptoiren afgaat een montant van „ endels ovoor dit Comptoir niet meer ƒ21040:—:—: overblijft als ƒ 53964:—:—: waarmeede wij tot nog toe niet hebben kunnen rondschieten om van de lasten, desulke goed te maaken welke absolut onvermijdelijk zijn. — wij. 55 van Sumatras westcust den 31: 8ber 1763 wij zullen egter daar toe ons uijt „terste best doen, en als wij het maar eeniger maaten naa die bepaaling schikken kunnen uw Hoog Edelens bij eerste geleegentheijd laaten toekoo„ „men, eene zulke verdeeling als den heer Seuff bij brieff van den 31: maart 1761: de Eere gehad heeft uw hoog Ede„ lens te behoolen: dewelke wij zul„ „len laaten versellen met een dier„ „gelijke Reglement voor de in plaat van Natter opgeregte Residentie te aijeer bangis; aan welke wij voor Eerst de bepaalde Lasten voor Natter hebben toe gestaan, om te probeeren, of het den Resident daar meede zal kunnen stellen, Dog om van de door uw Hoog Edelens in derselven vergadering van den 7:' aug:s 1759: bepaalde ƒ75000—:—: voor de „ te verminderen; daar omtrent hebben wij Lasten voor deese Custe nog wat de Eeres uw hoog Edelens met alle verschuldigde Eerbied te berigten, dat wij deese zaake in onse bij eenkomst van den 20: Septemb:r 1743 alle ƒ Van Sumatras west Cust den 31: 8ber: 1763 september op 't nauwkeurigste onderzoe„ „kende en overweegende bevonden hebben dat zulx onmogelijk met eenige goede ge„ „volgen, zoude kunnen geschieden, zullende wij ons gelukkig agter als wij maar in zoo verre reusseeren dat wij hier inne aen uw hoog Edelens gemaakte bepaa„ ling eeniger maaten kunnen voldoen. Wijders gelast zijnde, om het door den koopman en geweese Padangse fis„ „aal valbert g'Eijschte montant van rd:s 1367: 42. - alhier in cassa aantehouden zoo heb„ ben wij dien aangaande de negotie boeken laaten aanzien en zijn op den 20=e september be„ rigt dat gemelde valbert deeze somma voor zijn vertrekk alhier uijt 's E Com„ „pagnies Cassa ontfangen heeft om wel„ ke reeden wij de vrijheijt neemen uw hoog Ed:s neederigst te versoeken dat het hoogst deselve behaagen mag hem dit bedraagen weederom in 's. E. Com pagnies Cassa te doen rembour„ seeren. — Wij
English
From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. Immediately after receiving Your Right Honourables' orders, we instructed the Secretary of Justice, Forcade, to conduct a further investigation and to provide us with a written report on how matters actually stand regarding the seizure and confiscation of the English vessels, of which Your Right Honourables were pleased to require a clear elucidation. And as he has complied with this in his report submitted on the 18th of October, in such a manner as we trust will be to Your Right Honourables' satisfaction, we have the honour to have the same accompany this under No. 10. Furthermore, it remains for us to report to Your Right Honourables concerning the English vessel seized at Baros before Resident Sieber, that the matter stands as we had the honour to present it to Your Right Honourables in our letter of the 15th of May last. From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. Having seen from Your Right Honourables' most respected letter that the 2 unfit metal swivel guns which should have been in the chest No. 1 sent with the ship De Boede were not found therein, we have the honour to inform Your Right Honourables regarding this that the said chest was shipped by the aforementioned Resident Meertens of Baros, who was sent to Batavia, in such condition to this place and from here further unopened in the aforementioned vessel. But as regards the chest No. 2, which was packed at this main office, upon making inquiries we have not been able to find that any metal swivel gun was sent with it; wherefore we suppose that perhaps the numbers of these two chests were marked incorrectly upon them. The written report demanded by Your Right Honourables of all types of firearms, both on land and on the vessels, we have not yet been able to prepare, From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. because we have not yet obtained the returns thereof from the subordinate offices; however, we shall not fail to send the same to Your Right Honourables at the very first opportunity. And since we have already partly carried out all other received orders and commands of Your Right Honourables, and will further put them entirely into execution, there remains for us, in conclusion of answering Your Right Honourables' most venerated dispatches of the 14th of July and 11th of August last, only to report to Your Right Honourables that the public inauguration of His Right Honour, the Right Honourable, Highly Respected and Wide-Ruling Lord Petrus Albertus van der Parra into his high and eminent dignity of Governor-General of the Dutch Indies, was accomplished here on the 29th of September of this year with the customary solemnities, in such manner as will further appear to Your Right Honourables from the resolution framed on that day and transmitted herewith under No. 11, properly signed by us, to the contents of which we take the liberty to respectfully refer. And now proceeding to the further description of the state of this Commandery, and of our proceedings since the 25th of June last to the present date, we make a beginning, as usual, with: The ships and vessels, concerning which we have the honour to inform Your Right Honourables regarding the ship Kroonenburg, that having arrived here on the 1st of August, it continued its voyage to Souratta on the 10th following, according to our humble letter of the 14th of September, no other provisions having been made to the aforementioned vessel From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. than those of refreshments, as Your Right Honourables may, if pleased, observe from the expense account transmitted herewith under No. 12. The bark De Draak having come to anchor in this roadstead on the 22nd of August, we immediately made all possible haste to take out of it the cargo for this office, and to send it to Poulo Chinco and Adjarhadja in order to unload the goods brought for those offices and to convey hither the gold lying ready there; but the excessive south winds that have blown continuously along this coast this year have delayed both matters to such an extent that the said bark returned from the aforementioned residency locations no earlier than the 26th of October, wherefore we have not been able to dispatch it any earlier than now. And since we, apart from the customary hospital charges, From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. have made no extraordinary supplies to the said vessel, we refer in that regard to the original expense account transmitted herewith to Your Right Honourables under No. 13. The vessels belonging to this place, after the departure of the sloop De Taxisboom, still consist of: Three sloops named De Haazewind Ida Wilhelmina and Goudvink One tanjongpauw named d' Klaettergoud Three scows Two boats and One water-scow, making a total of ten pieces, of which De Haazewind, which had departed from here for Batavia on the 25th of June, returned to this roadstead on the 27th of September against all expectations after an aborted voyage.
Dutch transcription
57 Van Sumatras west Cust den 31:' october 1763. —. wij hebben ten Eersten na den ont„ „fangst van uw hoog Edelens ordres, aan den secretaris van Justitie. forcade, gelast een nader ondersoek te doen, en aan ons, van Een schriftelijk berigt te dienen, hoe het eijgentlijk geleegen is, met de Aan„ haaling en Confiscatie der Engelsche vaer„ thuijgen waer van uw hoog Edelens eene duijdelijke elucidatie hebben gelieven te requi„ „reeren en alzoo hij in zijn op den 18:' oc„ tober overgegeeven Berigt, hier aan in diervoegen voldaen heeft; als wij ver„ trouwen, dat na uw hoog Edelens ge„ noegen zal zijn zo hebben wij de Eere het zelve hier neevens sub N:o 10. te laaten versellen voorts resteerd ons nog uw Hoog Edelens weegens het op Baros voor den resi„ dent Sieber aangehaalde Engel„ sche vaarthuig te melden dat het met die zaake zodanig geleegen is, als wij deselve, bij onsen brief van den 15:' meij Jongstl: de Eene gehad hebben uw hoog Edelens voor te draagen. uijt 1 Van Sumatras west Cust den 31:' october 1763. uijt uw hoog Edelens hoogst gerespec„ teerde Letteren gesien hebbende, dat de 2. onbequaame metaale bassen welke in de met het huijs De Boede versondene kas N:o 1. moesten geweest daer in niet bevonden zijn zo hebben wij de Eere hier omtrent uw hoog Edelens te bedeelen, dat die kas door den gem: en na batavia ver„ souden Resident Meertens van Baros, zoodanig herwaarts en van hier verders ongeopent in opgemelde Bodem afgescheept is, dog wat aangaat de kas N=o 2. die ter deeser hoofd Comptoire afgepakt is, zo hebben wij ons daer nae infor„ meerende, niet kunnen vinden, een metaale bast daermeede versonden te zijn, weshalven wij suppooneeren dat misschien de nommers deesen beij„ de kassen verkeert daer op gezet zijn. Het door uw hoog Ede„ „lens g'Eijschte schriftelijke be„ rigt van alle handen schied gewee„ ren, zo aan land als op de vaerthuij„ „gen hebben wij nog niet ingereedheijt kunnen van Sumatras west Cust den 31. october 1763. 59 kunnen brengen aangesien wij de op„ gave daer van de onderhorige Comp„ toiren nog niet erlangt hebben, egter zullen wij niet manqueeren het selve met de Eerst volgende geleegent„ heijd uw hoog Edelens te laaten toe koomen. En dewijl wij alle verdere ont„ „fangene ordres en beveelen van uw hoog Edelens reeds gedeeltelijk ter uijtvoer gebragt, en wijders in haar geheel ter Excecutie zullen brengen, zoo blijft ons tot slot der beantwoording van uw hoog Edelens hoogst gevenereerde Mis„ „sives van den 14:' Julij en 11:' augustus Jongstl: nog alleenig over hoogst deselve te berigten, dat de publicque voor„ stellingen van zijn hoog Edel„ heijt Den hoog Edelen Groot agtbaren en wijdgebiedende heere Petrus Albertus van Der Parra in desselvs hooge en Eminente waardigheijd van gouverneur ge„ „neraal over Neederlands Jndien op den 29: september deeses Jaers met de gewoonlijk solemniteijten: 1 solemniteiten; in diervoegen alhier volbragt is; als uw hoog Edelens naader zal koomen te blijken, uijt de te dien daage geformeerde en hier nevens sub N:o 11. overgaande en door ons behoorlijk geteekende Resolu„ tie; aen welken inhoud wij de vrij„ heijt neemen ons Eerbiedig te gedraagen En als nu overgaande tot de verde„ „re beschrijving van den toestand deeses Commandements, en van onse ver„ rigtinge 't seedert den 25:' Juni Jongstl: tot dato deeses, zoo maeken wij na gewoonte het begin met. De scheepen en vaerthuijgen waer omtrent wij de Eene hebben uw hoog Edelens aangaande het schip kroonen„ burg te berigten, dat het zel„ ve op den 1:e augustus hier gearriveert zijnde, den 10:e daer aan volgens onse neederige Letteren van den 14:e september de reijse na souratta voor 't gezet heeft zijnde aangemelden Boodem geene andere verstrekkinge Van Sumatras west Cust den 31:' october 1763. geschied Van Sumatras West Cust den 31. october 1763. geschied als die, van verversching gelijk uw hoog Edelens uijt de bij deesen overgaande onkost reekening sub N=o 12. des behaagende zullen kunnen beoogen. De Barcq De Draak op den 22:' august ter deeser rheede ten anker gekoomen zijnde, zoo maakten wij ten Eersten alle moogelijke spoed om de Laading voor dit Comptoir daer uit te neemen, en denzelven na Poulo Chinco en adjar„ hadja te senden ten Eijnde om de voor die Comptoire aangebragte goederen afteschee„ „pen, en 't aldaer gereed leggende goud na herwaards over te brengen; dog de Exessive zuijde winden die dit Jaar bij Continua„ „tie langs deese Cust gewaaijt hebben het een en ander zoodanig vertraagt dat gemelde Barcq niet eerder als den 26:' october van op gemelde Residentie plaat„ sen te rug gekoomen is, waer daar wij den zelven niet eerder als thans heb„ ben kunnen depecheeren: En de„ wijl wij behalven de gewoone hospitaels ongelden 61 1i Van Sumatras west Cust den 31:' october 1763. ongelden geene bij zondere verstrekkingen aangemeld vaarthuijg gedaen hebben zo reefereeren wij ons dien aangaande aen de hiernevens in origineel sub N=o 13. aan uw hoog Edelens overgaande onkost Reekening. De vaarthuijgen hier t' huijs hoo„ rende bestaan na 't vertrek van de chialoup De Taxisboom nog in. 6: Drie Chialoupen genaemt De haazewind „ Jda wilhelmina en „ Goudvink Een TanJongpauw genaemt d' klaettergoud drie schouwer Twee schuijten en Een waaterschouw uijt maeken„ de een getal van Thien stux waer De Haazewind dewelke den 25:' Junij van hier na Batavia ver„ trokken was op den 27:' september teegens alle verwagting van eene verloore Reijse op deese rheede terug gekoomen 1s van.
English
From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. 63 is, as we had the honor to inform your Right Honourables in our last of the 2nd of October per the sloop de Taxisboom, which we immediately assigned in its place in order to continue the voyage to Batavia as quickly as possible. Furthermore, we express to your Right Honourables our humble gratitude for the favorable consideration which you have been pleased to give to our request regarding such a vessel as the Ida Wilhelmina, of which we have had the measurements taken by the master of the equipage, and now respectfully offer your Right Honourables the received report concerning this under No. 14, with the request to please provide us soon therewith and with a well-sailing Tanjongpour; upon which we shall not fail to send the promised vessels after. On the sloops de Haazewind and de Goudvink, we are obliged to have some repairs done, as both have returned damaged, the first from its voyage to Batavia and the other from Ayerbangis. The remaining vessels were all still found to be in good condition, except for one of the two boats, which, having become completely irreparable, had to be decommissioned. As regards the delivered cargo of the bark de Draak, we have the honor to report to your Right Honourables that it has been duly received in so far as will appear to your Right Honourables from the findings submitted in that regard by the administrators, which for that purpose are transmitted separately to your Right Honourables under No. 15; in consequence whereof the pay account of the officers has been credited and debited according to order for the surplus and shortage found, both for this and for that which came to the credit and debit of the same at the office of Poulo Chinco in this respect. From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. Regarding the native affairs, we find ourselves obliged to report to your Right Honourables that the King of Adjarhadja continues in his extravagant conduct as detailed at length in our resolution of the 18th of July, which also forced us at that time to consider serious measures against it, and we were of the opinion that it would be best if the said King were placed under arrest and removed from Adjarhadja; but upon the reasons advanced against it by the then Commander Serff, it was finally decided by us to write to Resident Challier by general letter that, due to the shortage of men and other reasons, one was currently unable to employ any forceful measures to curb the outrages of that king, and that he should therefore exercise some patience, in the hope of obtaining sufficient satisfaction in the future, and further to write to the same by secret letter that he should meanwhile attempt to see whether it might be possible to bring this prince to reason in another way; as is noted at length in the aforementioned decision. Meanwhile, we lived in the hope that the Resident would be able to bring that matter to a good and advantageous end for the Honourable Company; however, as we have since continually received complaints about that king, and matters with him steadily worsen instead of improving, we find ourselves somewhat embarrassed with that affair, since due to the weakness of men we currently find ourselves entirely unable to undertake anything that could inspire some respect for the Honourable Company among the native population, for which reason we can do nothing else than repeatedly reiterate the already mentioned orders in the letters to the Resident; From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. while we meanwhile take the liberty to request your Right Honourables' orders and pleasure concerning this matter, we shall for the rest try, as long as possible, to keep things going with this regent on the present footing. The Head Regent of Pakkandangan, Orang Kaya Besar, and the Rajas of Priaman and the surrounding villages having fallen into great disputes with one another, the details of which are recorded at length in our resolution of the 8th of July, we saw fit to send Ensign Jacob Frederiks to Oulaclang and Priaman with orders to investigate the events closely, and to do his best to settle the arisen unrest amicably, and to reinstate Orang Kaya Besar in his village; in which he succeeded so far that on the 18th thereafter he returned here with the disputing parties, whose difference was decided to mutual satisfaction in our session of the 26th of July, in such manner that they bound themselves reciprocally with solemn oaths according to their custom to faithfully uphold this agreement; as is recorded at length in our resolution of the said date, to which we respectfully refer, both regarding that, as well as regarding a certain fixed number of salt kettles which we granted to those villages on that day in consideration that one cannot prevent them from establishing the same secretly, as they have always done and continue to do until now, notwithstanding all measures that have been employed against it. These regents having thereupon departed content to their villages, lived for a long time in such good harmony that the From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763.
Dutch transcription
Van Sumatras west Cust den 31:' october 1763. 63 is, gelijk wij d' eere gehad hebben uw hoog Edelens te bedeelen bij onse laatsten van den 2. october per de Chialoup de Taxis„ boom, die wij anstonds in dies plaats aangelegt hebben, om ten spoedigsten de reijze na batavia voort te zetten. Voorts betuijgen wij uw hoog Edelens onse neederige dankbaarheijt voor de gunstige Reflexie die deselve hebben gelieven te slaan op ons versoek aangaande een zulx vaarthuijg als de Jda wilhelmina waer van wij de maat door den Equipagie op„ sienden hebben laeten neemen, en thans het ontfangene Berigt desweegen sub N=o 14: in alle Eerbied uw hoog Edelens aan„ bieden met versoek om ons daer me„ „de, en met een wel bezeijlde TanJong„ pour spoedig te willen voorsien; wanneer wij niet mancqueeren zullen de beloofde vaerthuijgen te laeten volgen. — Aan de Chialoupen de Haazewind, en de Goudvink zijn wij genoodsaakt eenige reparatie te - alle te laaten doen alzoo deselve beijde ontrampo„ neert terug gekoomen zijn de Eerste van zijne reijse na batavia ende andere van aijerbangis de overige vaerthuijgen bevonden zig alle nog in een goeden staat uijtgesondert de Eene van de twe schuij„ ten, die ter eenemaale erreparabel gewor„ den zijnde afgelegt moest werden. wat aanbelangt de uijtgeleeverde laadinge van de barcq de draak zo hebben wij de eere uw hoog Edelens te berigten datselve in soo verre be„ hoorlijk ontfangen is als uw hoog Edelens blijken zal uijt de desweegens door de administrateurs overgegevene bevindin„ „gen dewelke ten dien Eijnde apart sub N:o 15: tot uw hoog Edelens overgaat zijnde ingevolge daar van de zoldij ree„ kening van de overheeden voor het over en te kort bevondene na de ordre ge„ crediteert en gedebiteert, zo wel hier voor als van 't geene ten Comptoire Poulo Chinco in dit op sigt desel„ ve ter voordeele en ter lasten gekoomen is Van Sumatras west Cust den 31:' 8ber: 1763. De Van Sumatras West Cust den 31: October 1763 De Inlandse zaaken aangaande zo vinden wij ons verpligt uw hoog Edelen te berigten dat de koning van adjarhadja in zijn buijten sporig ge„ „drag zoodanig continueert als bij onse Presolutie van den 18:' Julij breed voerig gedetailleert, 't welk ons dan ook te dier tijd noodzaakte op ernstige mid„ „delen daar teegen te denken en waaren wij van gevoelen, dat 't beste zoude zijn, dat men gemelde koning en arrest en van adjarhadja wegnam, dog op de daar teegen ingebragte reedenen door den toenmaliger Heer Comman„ „deur Serff wierd Eijndelijk bij ons beslooten, den Resident Challier bij gemeene brief aan te schrijven, dat men thans om 't gebrek van volk en an „dere reedenen buijten staat was, Eenige kragtige middelen in 't werk te stellen; om de buijten spoorigheeden van dien kooning te beteugelen en dat hij oversulx wat gedult moeste oeffenen, met de hoop om een voldoende Satisbactie 65 1 Van Sumatras West Cust den 31:' octob: 1763. Satisfactie in den aanstaande en wijders bij secreete brief den selven aen te schrij„ „ven dat hij intusschen tragten moeste, of 't niet moogelijk was desen vorst op Eene andere wijse tot reeden te bren„ „gen; gelijk zulx breedvoerig bij voormeld besluijt aangeteekent staat; wij leefden midderwijle in die hoope dat den Resident die zaake tot een goed en voor d: E: Comp: voor deelig uijt eijnde zoude kunnen brengen, dog al zoo wij 't zeedert bij continuatie klagten over dien koning ontfangen, en het in plaats van beeter steeds ergen met den selven word: zoo vinden wij ons met die zaak Eenige maaten verleegen dewijl wy door ƒ de Swakheijt van volk ons thans ten eenemaale buijten staat bevinden iets te onderneemen, dat den inlander wat ontzag voor dE: Comp=ie zoude kon„ „nen in boesemen, om welke reeden wij dan ook niet anders kunnen doen, als de Reeds gementioneerde ordres, bij de brieven aan den Resident telkent te reitereeren; Van Sumatras West Cust den 31: october 1763. reitereeren; ter wijl wij intusschen de vrijheit neemen uw hoog Edelens ordres en goedvinden over deese zaake te versoeken, zullende wij voor 't overige zo lange moogelijk is tragten, het met deesen regent op den presenten voet gaande te houden; Den Hoofd Regent van Pakkan„ „dangan orang Caijs Bossaar, en de Radjas van Priamang, en daar omstreeks gelee„ „gene Negorijen in groote verschillen met malkanderen geraakt zijnde, waar van de omstandig heeden bij onse Reso„ „lutie van den 8: Iulij uijtvoerlijk aan„ „geteekend staan; zo vonden wij goed, om den vaendrig Jacob frederiks na oulaclang en Priamang te zenden met ordre het voorgevallene nauwkeurig te ondersoeken, en zijn best te doen om de gereesene onlusten in der minne bij te leggen, en orang Caija Bazaar weeder in zijne Negorij te herstellen; waar inne hij dan ook in zo verre reusseerde, dat hij op den 18:' daar aan 67 wert i alte ƒ aan alhier weeder terug quaam met de twistende Parthijen, welkers ver„ schil in onse sessie van 26: Iulij tot weder zijds genoegen beslist wierd; in p. diervoegen dat zij zig met solemneele Eeden na hunne wijse reciprocque verbonden, deese conventie getrouwe„ lijk 't onderhouden; gelijk bij onse Resolutie van op gemelde datum langs aangeteekent is, waer aen wij ons eer„ biedig gedragen zo wel dien aangaan„ „de, als ook weegens zeeker vast getal zout kitten, dat wij ten dien daage aan die Negorijen geaccordeert hebben uijt aanmerkinge, dat men haar dog niet beletten kan, deselve te sluijks aan te Leggen, gelijk zij al„ „tijd en tot nog toe gedaan hadden, niet teegenstaande alle middelen die hier teegen in 't werk gesteld zijn. / Deeze Regenten dan hier op verge„ „noegt na hunne Negorijen vertrok„ ken zijnde leefden een tijd Lang in eene zulke goede harmorie, dat de Van Sumatras West Cust den 31: october 1763. Heer
English
From Sumatra's West Coast, 31 October 1763. The Honorable Commander Seuffr was of the opinion that the guard stationed at Priamang was unnecessary for the future, and since we also considered it as such, we decided in our session of 12 August to withdraw the said post. But because we have since received reports again that the frequently mentioned Rajas were stirring up new unrest once more, we found it proper and necessary on 18 October to garrison this post anew with a sergeant, 6 privates, and some Buginese soldiers, in order thereby to prevent in time that their disputes might break out into actual violence. The Penghulus and other chiefs of the Tiga-blas-Cottas also came down here on 10 September to renew their alliance with the Honorable Company, and having stayed here until the 17th thereafter, departed for home very contented after a courteous reception. The Panglima of Padang, Southan Bazaar, having urgently requested, on account of his advanced age and frail bodily constitution, to be discharged from his office in order to be able to spend his remaining days in peace and quiet, we could not refuse him this. Consequently, in our session of 27 September, we approved and decided to grant his request and to register him as former Panglima of Padang, in whose place we subsequently, subject to Your Excellencies' favorable approval, provisionally elected and appointed the Penghulu Radja Boedjang, as being by virtue of his birth and qualities the closest and best suited for this office. Thereupon he took the oath of allegiance according to the custom of the country into the hands of the first signatory, as is properly recorded in the resolution of that date. And as we have nothing further to report regarding the other native regents that is worthy of Your Excellencies' attention, we now proceed to the article of the entries and write-offs. Regarding this, concerning the general inventory under the ultimate of July, we have the honor to inform Your Excellencies that, having been collated with the trade books, it was found to agree with them. And since the deficits that occurred on the sold and issued parcels of pound-goods and provisions, both here and at the subordinate residencies, do not exceed the write-offs permitted by regulation, we have validated all of them, referring, regarding what has further been done in this matter, to our successive resolutions, the more so because a further demonstration thereof is to appear in the trade books. We have complied with the taxes and remissions ordered by Your Excellencies in such manner as we already previously had the honor to present to Your Excellencies, and as is more broadly recorded in our resolutions of 12 and 19 August, to which we respectfully refer. That which must be reimbursed by persons who are no longer present here has now been charged under Invoice No. 16 to the main office, with the humble request that it may please Your Excellencies to have the amount thereof collected from those whom it concerns. The import duties consisting solely of stamp money, we have the honor to inform Your Excellencies regarding this that in the past book year, or anno 1762/1763, an amount of Rds 126:42 was collected for this, which the collector has successively paid into the Honorable Company's treasury. All domestic affairs being presently in good condition, and nothing having occurred therein that merits Your Excellencies' attention, we proceed to carpentry and repairs. Since our letter of 28 February, owing to a lack of timber, we have as yet been unable to make any repairs to the dilapidated dwellings and rooms remaining in this fort. We therefore take the liberty to request Your Excellencies once more most humbly to supply at least a part of the timber requisitioned at that time, as being utterly necessary to prevent the total ruin of some buildings. The warehouse and jetty constructed on Pulau Pisang having been completed in such manner as we had the honor to submit to Your Excellencies in our humble letter of 28 February, it now remains for us to inform Your Excellencies that the expenditure thereon amounts in total to a sum of ƒ3415:15. And since this warehouse truly serves for great convenience and utility in the speedy unloading and loading of the ships, we hope that Your Excellencies will be pleased favorably to approve the further expenses incurred thereon. The Honorable Mr. Seuffr having out of necessity made a start on repairing one of the four bastions of this fort, the administrator upon taking over this command found himself obliged to proceed with it. But upon its completion, noticing that the costs thereof were running rather high, it was decided upon his proposal in our session of 20 September
Dutch transcription
Van Sumatras West Cust den 31: october 1763. Heer Commandeur Seuffr van gevoelen was, dat de op Priamang leggende wagt voor 't vervolg omnoodig was, en al zoo wij zulx meede daar voor aan zaagen; zo beslooten wij in onse sessie van den 12:e augustus gemelde Post in te trekken, maar dewijl wij 't zeedert wederom berigten ontfangen hebben, dat de meergemelde Radjas weeder nieuwe onlusten verwekten, zoo vonden wij op den 18. october goed, en noodzaakelijk deesen Post de no„ „vo te bezetten, met een zergeant 6: gemeene en Eenige bougineese militairen ten Eijnde om hier door bij tijds voor te koomen, dat hunne verschillen tot gene daadelijkheeden mogten uijt breeken De Ponghoulous en verdere Hoofden den Tiga=blas-Cottas quaame meeder op den 10: september na herwaards af, om hunne verbin„ „tenisse met dE: Comp: te vernieuwen en tot den 17:' daar aan hier gebleeven zijnde 69 wer alte ƒ Van Sumatras West Cust den 31: octob: 1763. zijnde vertrokken deselve na een heusch onthaal zeer vergenoegt na huijs, Den Panglima van Padang Southan Bazaar in stantig verzogt hebbende, om, vermits zijn ouderdom en swakkelijke Lighaams gestelte„ „nis van zijn ampt ontslagen te wer„ „den, om zijne overige daagen in rust en vreede te kunnen door brengen, zoo hebben wij hem zulx niet kunnen wij„ „geren en dien volgende in onze sessie van den 27„e september goedgevonden en beslooten, hem zijn versoek te ac„ cordeeren, den selve als oud Panglima van Padang aan te meaken, in wiens plaatse wij vervolgens op uw hoog= Edelens gunstige approbatie provi„ „sioneel verkooren, en aangesteld hebben den Ponghul Radja Boedjang, als uijt hoofde van zijne geboorte en qualiteijten tot dit ampt het naa„ „ste in't beste zijnde; welke hier op den Eed van Trouwe na 's lands wijze in handen van den Eerstgeteekende afgelegt Van Sumatras West Cust den 31:' octob: 1763 afgelegt heeft, gelijk bij de Reso„ „lutie van dien datum behoorlijke aan„ „geteekent staat, En alzoo wij aangaande d' ove„ Jnlandse Regenten niets ver„ rige ders weeten te melden dat uw hoog„ Edelens attentie waardig is, zo gaan wij nu over tot het articul. Der Jn=en aff schrijvingen waar omtrent wij aangaande den ge„ raalen opneem onder ult:o Julij d'eere hebben uw Hoog Edelens te bedeelen dat deselve met de Negotie boeken geconfronteert zijnde, daar meede accordeerende bevonden is; en alzo de gevallene minderheeden op de ver„ „kogte en verstrekte parthijen Pond goederen en Provissien, zo hier als op de onderhoorige Residentien, de bij Reglement gepermitteerde afschrij„ „vingen niet surpasseeren, zo hebben mij alle deselve gevalideert; gedraa„ „gende wij ons aangaande 't geene ver„ „ders hier omtrent gedaan is, aan onse Successive 71 west alte ƒ Van Sumatras west Cust den 31: october 1763. successive besluijten, te mer omdat dog daar van eene nadere aanwijsing bij de Negotie boeken staat te geschieden Aan de door uw hoog Edelens geordonneerde belastingen en ontheffin„ „gen hebben wij in diervoegen voldaan, als wij reets hier vooren de Eere gehad hebben uw hoog Edelens te vertoonen, en bij onse besluijten van den 12: en 19:e augustus breeder aangete„ „kend staat waaraan wij ons Eerbiedig gedragen werdende het geene door Persoonen die zig niet meer alhier bevinden, vergoed moet werden, thans bij factuur sub N:o 16: 't hoofd Comptoir ten lasten ge„ „bragt met neederig versoek dat het uw hoog Edelens behoogen mag het bedraagen daar van te laaten in vor„ „deren, van die geene die sulx in cumbeert, De Jnkoomende Regten alleenig in't zegul geld bestaande, zo hebben wij dien aangaande de Eere uw hoog Edelens te bedeelen, dat in 't gepasseerde boek Jaar of a:o 176 1/3 daar voor ingekoo„ „men Van Sumatras West Cust den 31: octob: 1763. men is, en bedraagen van Rd:s 126: 42- 't welke den Collecteur successive in S: E: Comp:s Cassa voldoen heeft, Alle Huijselijke zaaken zig tee„ „genswoordig in eenen goeden staat bevin„ „den de, en daar inne ook niets voorgeval„ „len zijnde dat uw hoog Edelen s attentie meriteert, zoo gaan wij over tot De Timmeragie en Reparatie wij hebbende 't zeedert onzen brief van den 28:e februarij uijt manquement van Houtwerken tot nog toe, niets kunnen verbeeteren, aen de in dit fort overge„ „bleven bouwvallige wooningen en vertrekken; en der halven neemen wij de vrijheijt uw hoog Edelens nog „maals op 't ootmoedigste te versoeken, om ten minsten de voldoening van een gedeelte, der ter dier tijd g'Eijschte Houtwerken als ten uijttersten nood„ „zaakelijk ter praeventie van een totaale ruine van sommige gebouwen, Het op P=o Pisang aangelegde Pakhuijs en zee hoofd, in diervoegen vol„ „tooijt 73 alte ƒ Van Sumatras West Cust den 31: october 1763. „jooijt zijnde, als wij bij onse neederige Letteren van den 28. e Februarij d' Eere gehad hebben uw hoog Edelens voor te draagen; zo blijft ons thans nog over uw hoog Edelens te bedeelen, dat het daar aan bekostigde in't geheel beloopt Eene somma van ƒ3415:15: En alzoo dit Pakhuijs weesentlijk tot groot gerief en nat strekt, in't spoedig los„ sen en Laaden der scheepen, zoo ver„ hoopen wij dat uw hoog Ed: de onkoste die daar verder op gevallen zijn, gunstig zullen gelieven te sprobeeren. D E: Heer Jenff uijt noodzake„ H „lijkheijd een aanvang gemaakt hebben„ „de met het reepareeren van eene der vier Punten van dit fort zo voord den gezaghebber bij het overneemen van dit Commandement zig verpligt daar meede voor te vaeren, dog bij der selver voltooijen ontwaarende dat de onkos„ ten daar van wat hoog op stok Liepen, zo wierd op desselvs propositie in onse sessie van den 20: september dien
English
From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. regarding this, resolved to suspend this for the time being, and in the meantime to have an accurate expense account prepared for the repaired point, in order to present it to Your Right Noblenesses and await your approval as to whether we shall proceed with this work, which essentially serves to improve this fort, or not; accompanying the expense account drawn up thereof herewith under No. 17. With regard to the subordinate trading posts, we have already noted during the discussion of native affairs concerning Adjarhadja that matters at this place, due to the extravagant conduct of the king, are falling more and more into a bad state, which has also resulted in trade having been of little importance there in the completed financial year, according to the advices that Resident Challier has given us in his recent letters. From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. Most of the Songipagouneesen, being indebted to the principal debtors of Seijfferth, are afraid to come down to Adjarhadja for fear of being called to account or detained for their debts, and therefore provide themselves with their necessities at other places. The peoples of Pattealang Samboe, who are the best merchants and always brought the finest gold, now also come down thither far less than before since the English have again taken possession of the southern parts of this coast, and since these mountain peoples have made peace with Palimbang, with whom they had been at war for some years past. Yet since the month of July, when the king mistreated one of the people in a very cruel manner, not only does no one of them come down to Adjarhadja anymore, but a large party of that people has even united at Cambang to take satisfaction by force from the king regarding this matter. From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. over which matter the Resident became very perplexed and requested of us in the strongest terms to be reinforced with 5 to 6 European soldiers; and although we ourselves were very poorly provided with men here, we nevertheless, upon his repeated urgings, deemed ourselves obliged to send him a European corporal and 4 privates with the bark De Draak. The 2 pieces of armozines charged by Your Right Noblenesses upon the invoice of the bark De Draak for compensation, we take the liberty, at the request of Resident Challier, to charge back to the head office, as they were unloaded neither at Adjarhadja nor here, and therefore ought to be made good by the officers of the bark De Lieftallige. At Poulo Chinco and the district belonging under it, everything is in peace and quiet; and trade is still proceeding fairly well, yet we cannot as yet give Your Right Noblenesses any exact report thereof, as we have not yet received a report from the completed financial year. Upon the proper representations made concerning the bad condition of the buildings there, and the necessity that existed to erect a dwelling for the quartermaster and sailors, as well as a prahu shed and a new flagpole, we have finally, upon the insistence of the Resident in our session of the 28th of September, authorized him to erect the same, provided that the expenses thereof should not run higher than the ƒ 681. 14:- stated to us, and that in the future he should not bring any more extraordinary carpentry expenses into account. But with regard to his request to be authorized for the necessary repairs to the principal buildings of that post, we have not been able to proceed to this without Your Right Noblenesses' special order, the more so because, according to the calculation sent to us by the Resident, it would amount to a sum of ƒ 3167. 14. 8. Yet since this repair, according to the reports received, is highly necessary and will not only have to take place eventually, but by longer delay will also cost the Honorable Company much more than this sum because of the great decay into which the buildings fall from time to time, we request Your Right Noblenesses to be pleased to provide us with your orders regarding this. Resident Palm expresses his very humble thanks to Your Right Noblenesses for the confirmation in his post and the favorable remission of that which had been imposed upon him for compensation; he will seek, by observing his duties, to make himself worthy of these kindnesses and further protection of Your Right Noblenesses. Concerning the less achieved profits than the fixed prices imposed upon him for compensation on the linens sent to Batavia per the ship 't Huijs Te Boede, he takes the liberty hereby to address himself to Your Right Noblenesses per the enclosed petition under No. 18, humbly requesting to be relieved thereof on account of the reasons alleged therein; upon which we request Your Right Noblenesses to be pleased to reflect, since the situation with these goods is the same as with those which we were obliged to send back to Batavia per the said vessel. According to the reports that we have received from Aijerbangis,
Dutch transcription
Van Sumatras West Cust den 31: octob: 1763. dien aangaande beslooten dit over be„ voor eerst te staaken, en onder tusschen van de gerepareerde Punt eene accura„ „tie onkost reekening te laaten formee„ „ren, ten Eijnde die uw hoog Edelens voor te dragen, en derselven goedvin„ „den af te wagten, op men met dit werk, 't welke weesentlijk tot verbee„ „tering van dit fort strekt zal voort„ vaeren off niet versellende de daar van op gemaakte onkost Reekoning hier nevens sub N:o 17. Ten aansien der Subalterne Comptoi„ „ren zo hebben wij bereeds bij de verhandeling der inlandse zaaken, aangaande adjarhadja aangemerkt dat de zaaken op deese plaatse, door 't buijten sporig gedrag van den kooning hoe langer hoe meer in Eener slegten toestand geraaken, 't welke dan ook tot een gevolg gehad heeft, dat den handel in 't geijndig de boek Jaar, aldaar van wijnig aangelee„ „gentheijt geweest is na volgens de advi„ „sen die den Resident Challier ons in zijne Jongste brieven gegeven heeft, De 75 west alte ƒ Van Sumatras West Cust den 31. october 1763. De meeste Songipagouneesen schuldig zijnde aen de principaale debiteuren van, van Seijfferth schroomen na adjar„ hadja af te koomen uijt vreese van over hunne schulden aengesprooken of aengehou„ „den te werden, en voorsien zig der halven van hun„ „ne benoodigheeden op andere plaatsen, De vol„ „keren van Pattealang Samboe, dat de beste Cooplieden zijn, en altoos 't fijnste goud aanbragten; komen thans ook veel min„ der als bevoorens na derwaards aff 't see„ „dert de Engelschen weeder bezit genoo„ men hebben van de zuijdelijke deelen deelen deeser Custe, en dat deese berg volhe„ „ren vreede gemaakt hebben met Palin„ bang waar meede zij Eenige saoren her„ waarts in oorlog waaren, Dog 't zeedert demaand Julij dat der kooning een van de menschen, op Eene zeer wreede wijze mishandelt heeft komt niet alleen niemand van deselve meer na adjarhadja of, maar daar heeft zig zelfs Eene groote Parthij van dat volk op Cambang ver Eernigt, om over deese zaake Van Sumatras West Cust den 31: october 1763. saake van den kooning met geweld satis„ „factie te neemen, over welke zaake den Resident zeer verleegen wierd en ons op 't nadrukelijkste versogte, om met 5. â 6: Euroopeese militairen versterkt te worden; en Schoon wij zelfs alhier zeer slegt van volk voor sin waaren; zo, hebben wij ons egter op zijne reitera„ „tive instantien verpligt geoordeelt hem met de Barcq de Draak Een Euroopeese Corporaal en 4. gemeene toe te zenden, De door uw hoog Edelens bij fac„ tuur van de Barcq de Draak ter vergoe„ ding op gelegde 2. p:s armozijnen neemen wij de vrijheijt op 't versoek van den Resi„ „dent Challier 't hoofd Comptoir weeder te rug aantereekenen alzo deselve nog op adjarhadja, nog alhier ontlost zijn ge„ „meest, en oversulx door de overheeden van de Barcq de Lieftallige dienen vergoed te werden. Te Poulo Chinco en het daar onder behoorende district, bevind zig alles alle ƒ Van Sumatras West Cust den 31: october 1763. alles in rust en vreede; en den handel gaat nog al taamelijk voort, egter kunnen wij voor als nog uw hoog Edelens daar van geen met berigt geeven, also wij van 't geEijnde boekjaar nog geen ver„ slag ontfangen hebben. Op de verschuldige gedaane vertoonin„ „gen van de slegte gestelt heijd der gebou„ „wen aldaar, ende noodzaakelijkheijd die er was om eene wooning voor den quartier„ meester ende mattroosen, als meede Eene Prauweloots, en Een nieuwe vlag„ „ge=stok op te regten, zo hebben wij Eijndelijk op de instantie van den Re„ „sident in onse sessie van den 28=e sep: tember den selven tot het opregten doar ven van gequalificeert, mits dat de onkosten daar van niet hoeger quamen te loopen, als de aan ons opgegevene ƒ 681. 14:- en dat hij in 't vervolg geene Extra ordi„ „naire ongelden van Timmeragie meer in Reecq: zoude morgen brengen. Maar met betrekking op zijn ver„ soek om gequalificeert te werden, tot Van Sumatras West Cust den 31: october 1763. tot de noodige Reparatie aan de capitaa „le gebouwen van dat Comptoir; zo hebben wij daar toe niet kunnen over„ gaan sonder uw hoog Edelens speci„ „aale ordre, te meer om dat, volgens de Calculatie die ons door den Resi„ dent toegezonden, is, dezelve Eene Somma van ƒ 3167. 14. 8. zoude te staan koomen dog aangesien deese Repara„ „tie volgens de ontfangene Rapporten ten hoogsten noodzaakelijk is, en niet alleen eens zal moeten geschieden, maar ook door een langer uijt stel D: E: Comp: veel hooger als deese Somma zal te staan koomen, door 't groote verval waar in de gebouwen van tijt tot tijd geraaken, zo versoeken wij uw hoog Ede„ „lens ons met derselver beveelen dien aangaande te willen voorsien Den Resident Palm betuijgt uw Hoog Edelens zeer neederig donk voor de bevestiging in zijnen dienst, ende gunstige ontheffinge van 't gee„ „ne hem ter vergoeding was op gelegt; zullende 79 west alte ƒ Van Sumatras West Cust den 31: Octob: 1763. zullende hij zoeken door 't betragten zijner pligten zig deese uw hoog Ed=s goedheeden en verdere Protexer waardig te maaken. Aan gaande de hem ter ver„ goeding op gelegde minder behaalde voordeele, als de gefixeerte prijsen, op de p=r 't schip 't huijs Te Boede nae Batavia versondene Lijwaaten noemt deselve bij deesen de vrijheijt ƒ zig p=r neevens leggende Request 9 sub n=o 18: aan uw hoog Edelens te addres seeren ootmoedig versoekende om daar van ontheft te werden, uijt hoofde van de daar bij g'allegueerde reedenen; maar op wij uw Hoog Ed=s versoeken Eenige reflexie te willen slaan, alzoo het met deese goede„ ren meede indiervoegen geleegen is, als met die welke wij p:r op gemelden Bodem genood zijn geweest; na Bata„ „via te rug te zenden volgens de Berigten die wij van aijerbangis ontfangen hebben, Zo
English
From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. Thus, it and the surrounding areas still remain in a state of good peace, but having not yet received any report of the trade conducted there in the past fiscal year, we nevertheless hope to see from the account books of that office that the same will turn out to Your Excellencies' satisfaction. Meanwhile, Resident Boudewijns comes most humbly to thank Your Excellencies for the confirmation in his service, in which he will strive, as far as possible for him, to give satisfaction to Your Excellencies. At Baros, everything is currently going quite well as far as the King and the Resident are concerned; and although there was little opportunity for the sale of goods, the same has, according to the balance sheet received, turned out rather better through the diligence and zeal of Resident Lieben than we had anticipated. From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. anticipated. Yet as far as the collection of products is concerned, it is in a very poor state, since from the 9th of May until the end of August the Resident has been able to obtain nothing more thereof than 1 picol of camphor, 7½ cans of camphor oil, 2 picols of extraordinary white benzoin, 50 picols of ordinary white first sort, and 30 ditto second sort; wherefore we have written to the same to do his utmost toward a more plentiful collection of these products. And as we, in answering Your Excellencies' highly esteemed letters, have already had the honor to present to the same the cause of this, we take the liberty to refer to that. Resident Sieben likewise expresses to Your Excellencies his due gratitude for the confirmation in his service and the favorable remission From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. remission of half of the compensation which it had pleased Your Excellencies in the year 1762 to impose upon him; he shall leave nothing unattempted to merit this goodness of Your Excellencies. In consequence of the election of the Lord Commander Senff as Director of Surat, and the retirement of the Provisional Secretary Forcade and Provisional Fiscal Hes, the Council of Policy now consists of: The Merchant and Authority of this Coast, Hendrik van Staveren. The Junior Merchant and First Administrator, Mr. Jan Anthonij Thierens. The Ensign and Head of the Militia, Jacob Fredriksz. The Junior Merchant and Second Administrator, Frans Douglas. The Junior Merchant and Fiscal, Jan Calcoen van Limburg. The Junior Merchant and Secretary of Policy, Jan Fredrik Willem Nicolai. From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1765: To which are then also added: The Junior Merchant and Head at Poolo Chinco, Roeland Palm. The Junior Merchant and Resident at Aijerbangis, Jan Boudewijnsz. The Junior Merchant and Resident at Adjarhadja, Joseph Challier. whenever the same are present here; the Ensign Fredriksz, as head of the militia, having been placed, provisionally and pending Your Excellencies' further decision upon the proposal made by the Honorable Mr. Senff, above the three junior merchants who arrived most recently, as is recorded in detail in the resolution of the 2nd of August, to which we take the liberty to refer in this regard, most respectfully requesting that we may obtain Your Excellencies' approval concerning this. And since, through the changes that have occurred for some time among qualified servants in this command, the Board of Orphan Masters has been completely disrupted, we have in our session of the 22nd of August seen fit to appoint anew: as president thereof, the First Administrator Thierens; and as orphan masters, the Junior Merchants Douglas and Nicolai; while the First Sworn Clerk of Policy, Forcade, continues to function as secretary of this board. Further, no matters having occurred in the Council of Policy that merit Your Excellencies' attention, we proceed to inform the same of what has been done in the Court of Justice regarding an offense by the soldier Johan Hendrik Quijt, who had been stationed at Baros, who, while cleaning his musket, through carelessness wounded two of his comrades in such a manner that one of them passed away three days thereafter. This matter having been most carefully investigated here, and the Fiscal having served a written report, From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. the said soldier was declared by the Court of Justice to be acquitted of intentional manslaughter, but found guilty of great carelessness, for which he has also been condemned to be punished at the discretion of the court by running the gauntlet of the entire garrison, and to pay the costs and expenses of justice. And as this sentence was duly executed on the first of October, we transmit the same, with the documents relating thereto, on this occasion under No. 19. By a resolution of the 3rd of July 1761, in order to prevent continual desertion, a reward of 100 rixdollars having been promised to the natives for each deserter whom they could return alive or dead, they have, pursuant thereto, of three soldiers who ran away on the 13th of July of this year, brought in 2 heads
Dutch transcription
Van Sumatras West Cust den 31. october 1763. zo, bevind het zig aldaar en daar om„ „streeks nog in Eene goede Rust, Dog van den in't verloopene boek Iaar aldaar gedreevene Handel, nog geen verslag ontfangen hebbende, ver „hoopen wij egter uijt de Boekjes van dat Comptoir te zien, dat deselve na uw hoog Edelens genoegen zal ko„ „men uijtvallen , ter wijl intusschen den Resident Boudewijns uw hoog Edelens neederigts komt te bedan„ „ken voor de bevestiging in zijnen dienst waar in hij zal tragten, zo veel hem moogelijk is, uw hoog Edelens genoe„ „gen te geven. op Baros gaat thans alles, voor zoo verre den Kooning en den Resident aan belangt nog al taame„ „lijk wel; en schoon den verthier van ^aan weijnig geleegentheijt was zo is de zelve volgens ontfangene Staat Reekening door den vleijt en ijver van den Resident Lieben, nog al beeter koomen uijtvallen, als wij ons hadde voorgesteld 81 alle ƒ Van Sumatras West Cust den 31: october 1763. voorgesteld. Dog wat aangaat den Jnsaam der Producten zo is het daameede heel soo„ „ber gesteld, aangesien den Resident 't zeedert den 9=e Maij tot ult:o augus„ „tus daar van niets meer heeft kunnen bemagtigen, als 1: picol Camphur 7½ kann: Camphur olij 2: picols Extra ordinaire witte Benzuin, 50: Picols ordinaire witte Eerste, en 30: d:o tweede soort, weshalven wij dan den zelven aan geschreven hebben om zijn uijtterste best te doen, tot een opulentern Insaam deeser Pro„ „ducten en alzoo wij onder de beantwoor„ „ding van uw hoog Edelens veel g'Eerde Letteren, bereeds de Eere gehad hebben de oorsaak hier van hoogts deselve voor te draagen, zo neemen wij de vrijheijt ons daar aan te gedraagen. Den Resident Sieben beluijgt uw Hoog Edelens almeede zijne verschuldigde dankbaarheijd, voor de be„ vestiging in zijnen dienst ende gunstige ontheffinge Van Sumatras West Cust den 31:' october 1763. onthefsinge van de helfte der vergoe„ ding welke het uw hoog Edelens in a:o 1762. behaagt hadde, den zelven op „ zullende te leggende „ hij niets onbesogt laaten om deese uw hoog Edelens goedheijt te meeriteeren. Mits de Electie van den Heer Commandeur Senff„r tot Directeur van Souratta, ende te rug treeding van den P=lo Secretaris Forcade en p=l fiscaal Hes zo bestaat den Raad van Politie thans in Den Coopman en Gezag hebben deser Custe Hendrik van Staveren. Den onder Coopman en Eerste administrateur M=r Jan anthonij Thierens Den vaandrig en Hoofd den Militie Jacob Fredriksz: Den onder Coopman en tweede administrateur Frans Douglas Den onder Coopman en fiscaal Ian Calcoen van Limburg. Den ondercoopman en Secretaris van Politie Jan Fredrik Willem Nicolai. waar 83 alte ƒ „ Van Sumatras West Cust den 31: october 1765: Waar bij dan nog koomen. Po Den onder coopman en opperhoofd te P=do Chinco Roeland Palm Den onder Coopman en Resident te aijerbangis Ian boudewijn sz: Den onder Coopman en Resident te adjarhadja Joseph Challier. wanneer deselve zig alhier bevinden; zijnde bij provisie, en tot uw hoog Edelens nade„ re desecie op de gedaane propositie van ƒ den E: Heer Seuff„r, den vaandrig fredriksz:, als hoofd der Militie geplaast bovende Jongst overgekoomene drie onder Cooplie„ „den, gelijk zulx bij Resolutie van den 2=e aug=s Largo aangeteekend staat, en waar aan wij de vrijheijt neemen ons dien aangaande te gedragen Eerbiedigst versoekende om uw hoog Edelens goed„ „vinden des weegen te moogen erlangen. En dewijl door 't zeedert Eenige tijd voorgevallene veranderingen onder„ „gequalificeerde Dienaaren ten deesen Commande mente t Collegie van wees op Van Sumatras west Cust den 31: october 1763. op sienders geheel gedissipeert is gewor„ den, zo hebben wij in onse Sessie van den 22:e augustustus goedgevonden van nieuws aen te stellen, tot preesis daar van; den Eersten administrateur Thierens, en tot wees op sienders de onder cooplie„ den Douglas, en Nicolai blijvende als secretaris van dit Collegie fungee„ „ren, den Eersten geswoore Clercq van Politie forcade verders bij den Raad van Politie geene zaakelijk heeden voorgevallen zijnde welke uw hoog Edelens attentie meriteeren zoo gaan wij over om hoogst deselve te berigten, het geene bij den Raad van Iustitie gedaan in een Exoces van den op Baros bescheijden geweest zijn den zoldaat Johan Hendrik quijt dewelke zijn geweer schoonmaakende, door onogtsaam„ „heijt twe van zijne malkens in diervoegen gequest hadde, dat den Eene daar van drie daager daar na is koomen te overleij„ „den. Dese zaake alhier op het nauwkeu „ regste 85 alte ƒ Van Sumatras west Cust den 31: october 1763. „rigste onderzogt en door den fisccaal van schriftelijk berigt gedient zijnde zo wierd den gemelde zoldaat door den vrij. Raad van Iusititie wij verklaart van benen op zettelijken dood slag, dog schuldig bevonden, aan Eene groote onaagtsaamheijt, overwelke deselve dan ook gecondemneert is, om ten discretie van den Regten ge„ straft te werden, door de spits Roeden van 't geheel guarnisoen, en te betaalen de kosten misen van Iustitie en alzoo deeze sententie op den Eerste october behoor„ „lijk gexecuteert is, zoo laaten wy de„ selve, met de daar toe relative stukken bij deese geleegentheijd onder N:o 19: over„ gaan. Bij een besluijt van den 3=e Julij 1761. tot voorkominge der Continueele dessertie aan de Inlanders beloofd geworden zijnde Eene Premie van 100: rd:s voor ieder dee„ „serteur die zijleerendig of dood konde te rug leeveren, zoo hebben deselve ingevolge van dien van drie of den 13:e Julij deses Iaars weggeloopene zal daaten, 2. Coppen op
English
From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. brought here on the 15th of August following, and as these heads were laid down before the people, this made such an impression on them that nobody has run away from here since; and because we are certain that this measure will have a good effect for the future, we have caused to be paid from the Honorable Company's treasury to the bringers of these two heads the sum due to them of 200: rd:s, which we hope will meet with Your Right Excellencies' approval. The poor and church funds amounted, under the ultimo of August 1763, to a sum of Rd:s 3127: 15: 8, of which 2021 rd:s is with the Honorable Company, 668: 34: 8 is put out at interest, and 437: 29: — is in the hands of the churchwarden Thierens for daily use. And since it has pleased Your Right Excellencies to grant to the poor of this place 1/8 percent interest on what stands to their account with the Company, we take the liberty to thank Your Right Excellencies most humbly for that. Since these funds now constitute a fair small capital, considering that there are many children here who, due to the inability of their parents, would have to remain deprived of a proper education in reading, writing, and religion, we approved in our session of the 2nd of August, upon the proposal of the Honorable Mr. Serff, to grant monthly from the said poor funds to the comforter of the sick and native schoolmaster a gratuity of rd: 5: —, for which they shall remain obligated to accept and educate free of charge all such poor children who present themselves to them for that purpose. The trade and salary books of the ended financial year 1762/1763 not yet being closed, we also find ourselves at present unable to give Your Right Excellencies an exact overview of the profits made and the expenses incurred across this Coast; however, we will not fail to send Your Right Excellencies with the ship Overschie a proper report of all matters, together with the trade and salary books of this Commandery. Of the trade that was conducted in the past financial year, we cannot give Your Right Excellencies any favorable reports, as it has been of little importance, in accordance with our successive letters; however, since sales have again increased somewhat over the last three months, we expect to see an open trade before long, having the honor to provide Your Right Excellencies with a detailed report on that by the ship Overschie. The balance of the main treasury consisted, under the ultimo of September 1763, of Rd:s 21359: 41: 8, including: Rd:s 4000: —, — in 3000 pieces of Spanish Reals 9000: —, — in 5400 pieces of ducatoons 8359: 41: 8 in new and old small change Thus Rd:s 21359: 41: 8 as above; concerning which it can now be said that there are no longer any unwanted coinages, since the small amount that is reckoned with the new small change is also to be spent along with it. We shall have the honor to present to Your Right Excellencies with the next opportunity a requisition for the year 1764/1765, alongside those of the trading posts Chinco and Adjarhadja. Of foreign European nations, none other than Englishmen have called here in the past year, as Your Right Excellencies will be able to observe, if it pleases you, from a separate memorandum transmitted under number 20. And
Dutch transcription
Van Sumatras West Cust den 31. October 1763. op den 15. augustus daar aan alhier aen„ „gebragt, en al zoo deese Coppen voor 't volk needergelegt wierden, zoo heeft dit Eene zulke impressie op 't selve ge„ maakt, dat 't zeedert niemand meer van hier weg geloopen is, en dewijl wij verseekert zijn dat dit middel voor't vervolg van een goed effect zal zijn; zoo hebben wij aen de brengers deeser twee Coppen uijt 's E: Comp:s Cassa laa„ „ten betaalen, de haar Competeerende Somma van 200: rd:s te welke wij hoopen van uw hoog Edelens approbatie te zullen zijn. De Aam en kert gelden hebben onder ult:o aug:s 1763. bedraagen Eene Somma van Rd:s 3127: 15:8. waar van 2021. rd:s bij dE: Comp=e 668. 34. 8. op renten uijtgezet, en 437:29. — zig tot het daage„ „lijx gebruijk in handen van den kerk 29 meester Thierens bevinden. En al zoo het uw hoog Edelens behoogt heeft, aen de armen van dese plaatse toe te leggen 1/8. p:r Cento in te rest, op 't geene voor der„ „zelver 87 west ake ƒ selver reekeening bij de Comp=ie staat zoo neemen wij de vrijheijt uw Hoog Edelens desweegen neederigts te bedanken. Dewijl dan deese gelden thans een„ „taamelijke capitaaltje koomen uijt„ „temaaken zo hebben wij uijt aenmer„ kingen dat alhier veele kinderen zijn, die door het onvermogen hunner onderen verstooken moesten blijven van Een oridentelijke onderwijs, in 't lee„ sen, en schrijven, en in den gods dienst, in onze sessie van den 2=e aug=s op de propositie van d' E: Heer Serff goedge„ „vonden uijt de gemelde arm gelden aen den krank bezoeker en Jnlandse leer„ meester Smaandelijx toe te Leggen een douceur van rd: 5:- waar voor de selve verpligt zullen blijven alle zodaanige arme kinderen voor niet aenteneemen en 't onderwijsen, als zig tot dien Eijnde bij hun Lieden zullen koomen aente melden. De Negotie en zoldij Boeken van Van Sumatras west Cust den 31: october 1763. Van Sumatras West Cust den 31: october 1763. 't g'Eijndigte Boekjaar 176 1/3 nog niet geslooten zijnde, zo vinden wij ons ook voor teegenswoordig nog buijten staat om aen uw Hoog Edelens Eene nette verthooninge te doen van de behaalde advancen en gevalle ne Lasten over deese Custe egter zullen wij niet man„ queeren uw hoog Edelens met het schip overschie te laaten toekoomen Een be„ hoorlijk verslag van 't een en andere met en beneevens de negotie en zoldij boeken van dit Commandement. van den Handel die in't ge¬ passeerde BoeksJaar gedreven is Cum„ nen wij uw Hoog Edelens geene favo„ rable Berigten geven, alzoo deselve volgens onse successive brieven van wijnig aangeleegentheijt geweest is, dog 't sedert de Jongste drie maanden dat den verthiere weeder Eeniger maaten is toe genoomen, blijven wij wel haast Eenen openen Handel te gemoed zien; zullende wij de eene hebben p:r 't schip overschie uw hoog Edelens daar van Een 89 alte ƒ Van Sumatras west Cust den 31: october 174 „selver reekeening bij de Comp=e staat zoo neemen wi de vrijheijt uw Hoog Edelens desweegen neederigts te bedanken. Dewijl dan deese gelden thans een „taamelijke capitaaltje koomen uijt „temaaken zo hebben wij uijt aenma kingen dat alhier veele kinderen zijn, die door het onvermogen hunne onderen verstooken moesten blijven van Een ordentelijke onderwijs in 't lie„ sen, en schrijven, en in den gods dienst in onze sessie van den 2=e aug=s op de propositie van d E: Heer Serff goedge„ „vonden uijt de gemelde arm gelden aen den krank bezoeker en Jnlandse leer„ meester Smaandelijx toe te Leggen een douceur van rd: 5:– waar voor de selve verpligt zullen blijven alle zodaan„ arme kinderen voor niet aenteneemen en 't onderwijsen, als zig tot dien Eijnd bij hun Lieden zullen koomen aente melden. De Negotie en Zoldij Boeken van „ Van Sumatras West Cust den 31: October 1763. 't g'Eijndigte Boekjaar 176 1/3 nog niet geslooten zijnde, zo vinden wij ons ook voor teegenswoordig nog buijten staat om aen uw Hoog Edelens Eene nette verthooninge te doen van de behaalde advancen en gevalle ne Lasten over deese Custe egter zullen wij niet man„ „queeren uw hoog Edelens met het schip overschie te laaten toekoomen Een be„ hoorlijk verslag van 't een en andere met en beneevens de negotie en zoldij boeken van dit Commandement. van den Handel die in't ge¬ „passeerde BoeksJaar gedreven is sum„ „nen wij uw Hoog Edelens geene favo„ „rable Berigten geven, alzoo deselve volgens onse successive brieven van wijnig aangeleegentheijt geweest is, dog 't sedert de Jongste drie maanden dat den verthiee weeder Eeniger maaten is toe genoomen, blijven wij wel haast Eenen openen Handel te gemoed zien; zullende wij de eene hebben p:r 't schip overschie uw hoog Edelens daar van Een 89 alle ƒ Van Sumatras West Cust den 31. october 1763. va Een breedvoerigen Relaas te doen Het Restant der groote geld Cassa bestond onder ult=o september 1763 in a Rd:s 21359: 41:8: waar onder Janumi Rd=s 4000—, — in 3000 p:s spaanse Reaalen 9000 –„ – „ 5400 „ ducaatons 8359: 41: 8. Nieuwe en oude Paijement Dus Rd=s 21359: 41: 8. als boven; waar bij thans gesegt kan werden, geene onge„ wilde muntspecien meer te zijn alzoo het weijnige, dat bij het nieuwe Paije„ ment gereekent is, ook daer meede staat uijtgegeven te werden. Om Een Eijsch voor 't Jaar 176 /5 benevens die der Comptoire Chinco en adjarhadja zullen, wij met de volgende geleegentheijd de eere hebben uw hoog Edelens aen te bieden. van vreemde Europeesen na„ „tien, zijn in't gepasseerde Iaar geene andere als Engelschen alhier aangeweest gelijk uw Hoog Edelens uijt een sub n=o 20. overgaande aparte memorie; des behaagende zullen kunnen beoogen En
English
From Sumatra's West Coast the 31st of October 1763. And with the administration of Bencoolen nothing else has occurred, except that on the 13th of August we received a very detailed letter from there, which we answered again on the 20th following in a concise manner, as appears from the copies enclosed herewith under No. 21. Private merchants, apart from the gonting of the Chinese Saap Tjoemanko who brought Your Right Honourables' most respected letter of the 14th of July, have not been here, and he has also undertaken his return journey again, to be followed by the other Chinese to whom Your Right Honourables have been pleased to grant permission to return to Batavia. The servants appointed to this command consist, as of the last day of September 1763, of a total number of 403 heads, among whom are 265 Europeans, both here and at the subordinate offices, 87 Buginese military, 51 Moorish seafarers, making 403 heads as above, whose rank and stationed location are more clearly indicated in an enclosed short muster-roll under No. 22, as well as the changes that have occurred among them according to a separate note; and as nothing has been done contrary to the regulations according to the minute-book transmitted under No. 23, we therefore hope for Your Right Honourables' favorable approval regarding this. In response to Your Right Honourables' requisition to send Junior Merchant Christiaan Ernst van Seijfferth on board to Batavia without arrest, we are now letting him depart thither accordingly with the bearer of this, the papers relating to his affairs being transmitted to Your Right Honourables according to a separate register in a packet No. 24, while according to the books as of the 1st of November 1763 he still remains indebted to the Honourable Company for a sum of f68902:16:-, for the collection of which we have ordered Resident Challier to do his utmost best. The soldier Levien August Eijkhoff having now performed clerical duties for a considerable time and having given satisfaction, we have therefore now permitted him to address himself to Your Right Honourables via the annexed petition under No. 25, to request the customary board money and such increase of wages as it shall please Your Right Honourables to grant him. This having been brought thus far, there arrived on the 22nd of October the ship Overschie at this roadstead, with which we had the honour to receive Your Right Honourables' most respected letter of the 30th of September with its enclosures, which were all found to conform to the register; we shall make it our duty to comply duly with the orders contained therein. And as the bark De Draak also returned on the 26th following from Adjarhadja and Poulo Chinco to this roadstead, we immediately made all haste to dispatch her, so that, now lying ready to sail, she proceeds to Your Right Honourables with the following gold and merchandise: namely from Padang. 44 2/16 marks of gold in 55 bars, amounting to 390 marks 23 sixteenths and 12/48ths, and amounting to f148567:8:- 125 lb extraordinary white benzoin f63:10:- 3625 lb ordinary white ditto f1104:-:- Charged to the main office f13:19:- From Adjarhadja: 16080 lb pepper f2717:9:- Diverse unpopular textiles, which the Resident sends back upon the authorization obtained, amount according to invoice to f5011:1:- In accounting f-:6:- making f7729:6:- So that the cargo in the bark De Draak amounts to a sum of f157478:13:- From Sumatra's West Coast the 30th of October 1763. According to the bill of lading and invoice transmitted separately under No. 26. The bark De Lieftallige has not yet appeared at this roadstead; however, as soon as she arrives, we shall not fail to unload her promptly, and send her back according to Your Right Honourables' orders; while we shall let the ship Overschie follow her as quickly as possible with the remainder of the gold, the camphor, the benzoin, and the pepper which is already lying ready and is meanwhile still to be collected. And concluding this herewith for the present, we commend Your Right Honourables' most respected persons, along with the interests of the Honourable Company, to the protection of the Almighty, and call ourselves with the deepest respect. Was signed: Right Honourable, Highly Esteemed, Sovereign Gentlemen, and Honourable Gentlemen. Below: Your Right Honourables' most humble and obedient servants. Was signed: H: v: Staveren, J: H: Thierens, J:s Fredrikz:, F Donglas, J: Calkoen van Limburg, J: F: W: Nicolai. In the margin: Padang, the 31st of October, anno 1763. And below: P.S. The bark De Lieftallige having appeared here in the roadstead on the 2nd of November after the closing of this letter, we cannot fail to give Your Right Honourables the due information of this. Batavia. To the same as before. The sloop De Hazewind having returned very unexpectedly to this roadstead from an aborted voyage on the 27th of September due to continuous head winds, heavy leakage, and lack of provisions, we immediately had the inward-bound cargo and crew transferred from that vessel to the sloop De Taxisboom in order to continue the voyage to Batavia without loss of time, just as she crosses over by this present letter. The bark De Draak being still underway to deliver her cargo for the offices Chinco and Adjarhadja there,
Dutch transcription
Van Sumatras West Cust den 31. 5 Otober 1763. En met het ministirisun van Ban„ Colen is niets anders voorgevallen, als dat wij op den 13: august een zeer breedvoerige brief van daar ontfan„ „gene dien wij den 20:e daar aen op een beknopte trand weeder beantwoord hebben, als uijt de hier neevens onder N=o 21. overgaande Copeijen Consteert. Particuliere negotieanten zijn behalven de gonting van den Chinees Saap Tjoemanko die uw Hoog Edelens hoogst gerespecteerde missive van den 14=e Iulij aengebragt heeft, geene alhier aengewest en deese heeft ook alweederom zijne te rug reijze aengenoomen, staande gevolgt te over„ „den door de andere Chineesen, aen dewel„ „ke uw hoog Edelens behaagt heeft toe„ „te staan, nae Batavia te retourneeren, De Dienaaren ten deesen commande „ment bescheijden, bestaan onder dato ult=o 7ber: 1763 in een getal van 403: Coppen in 't geheel waar onder 265: Euroopeesen zo hier als op de onder hooriga 91 alle ƒ Van Sumatras West Cust den 31: october 1763 hoorige Comptoiren 87. bougineese militairen moorse zeevaerende 2um 403: Coppen als boven, welkens qualiteijt, bescheijdene plaats bij Eene sub N=o 22. neevens gaande korte sterkte duijdelijker aangeweesen werd, zoo wel als de onder deselve voor gevalle ne veranderinge volgens Een aparte Notitie en daar inne volgens 't sub N:o 23. overgaande acte-boekje niets teegens het Reglement gedaan zijnde, zo verhoopen wij des weegen uw hoog Edelens gunstige approbatie. Op uw hoog Edelens requisiet om den onder Coopman Christiaan Ernst van Seijfferth buijten arrest aan boord na Batavia te versenden, zo laaten wij den zelven thans in dier voegen met brenger deeses na derwaards, vertrekken gaande de tot zijne zaaken specteerende Papieren volgens een apart Register in een Pacquet N:o 24. aan uw hoog Edelens over, ter wijl deselve Van Sumatras West Cust den 31:' October 1763. deselve volgens de boeken onder dato 1=e November 1763 nog aan d' E: Compagnie debet blijft Eene Somma van ƒ68902:16:— tot welkers invorderinge wij den Resi„ „dent Challier gelast hebben, zijn uijt„ „terste best te doen. Den zoldaat Levien august Eijk„ hoff nu een geruijmen tijd de penne dienst gedaan en genoegen gegeven hebbende, zo hebben wij hem thans toegestaan zig p=r nevens leggend Request sub N:o 25. aen uw hoog Edelens te addresseeren, om 't gewoone kost geld en zoodaanige verhooging van gagie te versoeken, als het uw hoog Ed:s behoagen zal den zelven toete leggen. Deesen dus verre ingereerdheijd x gebragt zijnde zo arriveerde op den 22. october het schip overschil te deeser Rheeder, waar meede wij de Eere hadden 't ontfangen, uw hoog Edelens hoogst gerespecteerde Letteren van den 30:e Jber: met der„ selver Bijlaagen, welke alle Conform 93 west atte ƒ Conform 't Register bevonden, zijn zullende wij de daar inne ver„ vatte ordres, ons ten schuldige naakoominge laaten aan bevoo„ C.. len zijn. En alzoo de Barcq De draak meede den 26=e daar aan van adjarhadja en Poulo Chinco op deese Rheede te rug quaam, zoo hebben wij anstonds alle spoed gemaakt, om hem te depecheeren, in voegen dat deselve thans zeijl rheede Leggende, met het volgende goud en koopmanschappen; aan uw hoog Edelens overgaat: als van Padang. 44 2/316. mq: goud in 55: staaven uijtmaakende mq: ff 390: 23: 12/048. en bedraagende - - - - ƒ148567:8– 7. 125: lb: Extra ordinaire mitte Ben ruim - - - - „ 63: 10: — _:o — — „ 1104:—„ — 3625 „ ordinaire witte Jn aanreekening ten Laasten van 't hoofd gsten - - - - „ 13: 19. – Comptoir „ - van adjarhadja ƒ 2717:9—„ 16080 lb: Peeper - - - - Diverse ongewilde Lijwaaten, die den Resident op de er„lang de qualificatie te rug senden volgens factuur bedraagen - „ 5011: 1 — Jn aanreekening – - - - - - „ — „ 6. –„ 7729: 6:- „2 zoo dat het gelaadene inde Barcq De draak bedraagt eene somma van - . . ƒ 157478: 13: — Van Sumatras West Cust den 30: octob: 1763 Conform Van Sumatras West Cust den 31: October 1763. Conform de sub N:o 26: apart overgaande Cognoissement factuur — De barcq de Lieftolli„ ge is nog niet op deeze Rheede verscheenen Egter zullen wij zoo dra deselve arriveert niet naalaten hem Ten Eer„ sten te ontlossen, en volgens uw hoog Edelens ordres te rug zenden; terwijl wij 't schip overschie zoo spoedig doenlijk is met 't Restant goud, de de Camphur, de Benzoin, ende Peeper die reeds gereed Legt en intusschen nog staat ingeza„ meld. te werden den zelven zul„ „len laaten volgen. En voor teegenswoordig deesen hier meede besluijtende, zo beveelen wij uw hoog Edelens hoogst geres„ „pecteerde Persoonen, met de belan„ „gens d E: Comp=ie in de bescherminge 95 der - atte ƒ Van Sumatras West Cust den 31: october 1763. der aller hoogsten en noemen ons met de diepste Eerbied. /onder„ stond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijdgebiedende Heere en wel Edele Heeren. / Lager:/ uw hoog Edelens onderdaanigste en gehoorsaame Die„ naaren. /was getekend:/ H: v: Staveren J: H: Thierens J:s Fredrikz: F Donglas J: Calkoen van Limburg J: F: W: Nicolai, /in margine:/ Padang den 31. october Anno 1763. /en daar onder/ P: S: De Barcq d' Zies„ tallige naar 't sluijten deesen, op den 2=e November alhier ter Rheede verscheenen zijnde, zo kunnen wij wij niet nalaaten uw Hoog Edelens hier van de verschuldigde narigt te geven Batavia Van Sumatras West Cust den 2. october 1763. Batavia Aan als voorn De Chialoup de Haaze„ wind door Continueele teegen wind, groote Lec„ kagie, en gebrek aan Rand„ Soon, op den 27. september zeer onverwagt ter deeser Rheede van eene verloorne Reijse te rug gekoomen zijnde, hebben wij ter stond, de Jn=en: op hebbende Laading en manschappen van dat kieltje doen overgaan, op de Chialoup de Taxis„ „boom omme sonder tijd versuijm de reijse naa batavia voor te zetten, gelijk dan deselve ook bij deesen overvaart, De Barcq de Draak nog onder„ „weege zijnde om zijne Laadinge voor de Comptoiren Chinco en Adjarhadja 97 aldaar west alte ƒ