Inventory 3124
Surat · 838 pages · 151 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Macassar, the 10th of June 1764. to bring the Soppengers to a better understanding through gentle means, but the king seemed to take little pleasure in this, and after much back-and-forth talking, seeing that I could absolutely not be brought over to his concept, he requested that the grandees of the realm of Soppeng might then be summoned to this castle in the name of the Company and Boni, and that upon their appearance I would take them sharply to task. Having shown myself willing to do this, I sent the ordinary emissary Daeng Mandjaveekij thither, together with an emissary from Boni, who upon their return made known that the assembled grandees of the realm would appear, just as they turned up some days thereafter and were brought to me together by the king of Boni in the outer residence, where the king, presenting in writing with much vehemence some points of grievance against the Soppeng ministry, which having been read out aloud, I asked the Soppengers what they had to present in their defense; but it was clear enough that they were in embarrassment and did not dare to bring forward the true cause, namely the despotic conduct of Mappa, out of fear of the king's further displeasure, wherefore their reasons were very confused; for which reason I proposed to the king to hand over the aforesaid points to them, in order to answer them in writing as quickly as possible; which having been approved and, some days thereafter, executed to the satisfaction of the king of Boni, I had four identical instruments drawn up thereof, both in the Dutch and Bugis languages, which were signed by me and sealed with the Company's cachet, and confirmed by the state seal of Boni as well as the signatures of the assembled grandees of the realm of Soppeng; of which one remains deposited in the secret chest here, one was handed over to Boni's king, one was delivered to that of Soppeng, and the fourth is humbly offered alongside this under the appendices to Your High Nobilities; and thus that dispute was happily settled, which in the beginning I feared would have dangerous consequences, all of this being documented in more detail in the separate daily register of the 6th, 13th, and 26th of December of last year, as well as the 16th, 17th, 18th, 21st, 23rd, 24th, and 30th of January, and the 2nd, 20th, and 25th of February of this year, to which I likewise refer myself. In the above-mentioned conference of the 6th of December, I also tried with much emphasis to move the king to publicly appoint Aroe Mampoe as crown prince, according to his promises so often made, pointing out the confusion it would cause if His Majesty were to die without a successor having been named; but that monarch answered me that he was well aware of all the difficulties that were to be expected in case the crown were to fall upon Aroe Palakka, and had long since tried to provide for this; that for this reason, being recently in the interior, he had given the state assegai to Aroe Mampoe with the customary ceremonies as a firm pledge and token that he was to succeed him in the government, since the laws of Boni also entailed this, without it being absolutely necessary that the title of crown prince were added thereto; that he would nevertheless have proceeded to do so because it was so greatly desired by the Company, but had to refrain from this in order not to mortify Aroe Palakka too much; that I could nevertheless be assured that the matter was sufficiently cemented, unless the Bonians no longer had any regard for the ancient laws of the land, and that in such a case Aroe Mampoe, even as crown prince, could well be rejected, but that he well knew the affection for that prince in general was too great to make any further difficulties in this, especially now that the Bonians were assured of the Company's approval in this matter. To this I answered the king that, things being so situated, it was well, thanking the king for his good precautions; therefore, in my opinion, little difficulty remains in this matter, and upon the demise of the present king it will have to be insisted upon with force that this choice takes effect, in case any agitation should be made by the Macassars, for on the part of Aroe Tha the pressure would not be so great, since his present power is primarily founded on the protection and excessive affection of his father, who thereby spoils not only him but all his children, who commit all kinds of wanton acts without anyone among the Bonians daring to complain about it, of which the case recently happened with Latila (of whom mention has been made repeatedly) may serve as an example.
Dutch transcription
Maccasser den 10: e JIunij 1764. Van door sagte middelen de sopingers tot beeter verstaand- te brengen, dog den koning scheen hier in niet veel ge„ „noegen te neemen, maar na veel over een weir spreenkens, siende dat ik absolut in zijn Concept niet soude te bren¬ „gen weeren verzogte hij dat dan de sopingse rijx grooten aan dit casteel mogte geroepen worden uijt naame van de Comp: en bonij, en dat ik bij verscheijning derzelve haar wat scherp soude doorhaalen, waar toe ik mij bereijdwillig getoond hebbende den ordinaire sendeling ^een sendeling dang Mandja veekij nevens ^ van Bonij derwaards ge„ zonden die dan met haar wederkomt te kennen gaaven, dat de gezamentlijke rijx grooten soude ver„ „schijnen, soo als zijlieden Eenige daagen daar aan opgedaagd en bij mij gezamentlijk door den koning van Bonij in de buijten wooning gebragt sijn alwaar den koning met veel heevigheid in geschrifte overleevende eenige poincten van be„ swaarnisse teegens het sopingze ministerie, die aan overluijd opgeleezen zijnde vroeg ik de sopin„ ge „gers wat gij tot haar ontschuldiging had, de te brengen, dog het bleek ge„ „ „noeg dat zij in verleegend„ „heid waaren, en de waare oorspronk, namentlijk het dispoticq gedrag van Mapa niet dorsten ik inbrengen Van Maccasser den 10 Iunij 1764. 137: inbrengen uijtvreese voor het verder misnoegen van den koning, dierhalven den haar reedenen seer verwaard waaren, weshalven ik den koning proponeerd om haar de voorsz: poincten te inhandigen om daar op in geschrif„ „ten soo spoedig mogelijk te andwoorden, het geene aan goed„ „gekeurt en Eenige daar na ten genoegen van Bonijs ko„ „ning verrigt sijnde, heb ik daar van soo wel in de hollandse als boegineeze taale maaken vier Eens luijden de actens die door mij geteekend en met 's Compagnies sachet verzegeld, en door het rijx zegul van Bonij mitsgaders de handteekening: der gezament„ „lijke sopingze rijx grooten betragtigd sijn, waar van en in de secreete casse alhier blijft berustende, eene aan Bonijs koning ter hand gesteld, eene aan die van soping afgegeeven, en het vierde onder de bijla„ UE Hoog Edelheedens onderdaniglijk neevens deeze werd aangeboorden, en dus is die questij geluckig te needer gelegd, die ik in den beginne vreesde te zullen zijn van dangereuze gevolgen, sijnde dit alles omstandiger te boogen bij appart dagregister van den 6: 13: en 26: decemb„r des voorleeden mits„ „gaedens 16: 17: 18: 21: 23: 24: 30: januarij 2: 20: en 25: februarij deezes jaars, waar aan mij almeede referentelijk gedrage, In de boven gem: confenrentie van den 6: decembr heb ik den koning ook met veel nadruk tragten te beweegen onstroe 1764 3 e Van Maccasser den 10: IJunij 1764. on Aroe Mampoe volgens sijne soo meenigmaalen gedaane beloften tot jong koning publicq aan te stellen, met aantooning der confusie die het geeven soude als zijn majesteit eens quam te sterven, sonder dat er een successeur benoemd was, dog dien vorst gaf mij ten andwoord, dat hij alle de swaarigheeden wel wist die er te wagten waaren, in„ „gevalle den kroon quam te vallen op Arol Palakka, en seederd „lange algetragt had, daar in te willen voorsien, dat hij daar in te willen voorsien, dat hij daarom Iongst in de binnen lan„ „de zijnde, met de gewoone pligtigheeden aan Aroe Mampoe had„ „de gegeeven de rijx assagaaij als een vastpand en teeken dat hij hem moest opvolgen in de regeering, dewijl de wetten van Bonij sulx meede bragten, sonder dat het absolut noodig was den titul van jongkoning daar wierd bij gevoegd, dat hij egter daar toe, om dat het soo seer bij de Comp: begeerd wierd wel soude treeden, maar sulx moest laaten om Aroe Palakka niet te veel te mortificeeren, dat ik egter verzee„ „kerd konde sijn die zaak genoeg int ciment leij, ten zij de Boniers geen agting meer hadde voor de oude wetten van het land, en dat in sodanigen geval Aroe Mampoe als jong koning ook wel soude kunnen 139. Van Maccasser den 10: Junij 1764. kunnen verworpen worden, dog dat ik wel wist de geneegentheid tot die prins in 't generaal te groot was, om verder hier inne Eenige swar„ „righeeden te maaken, voornamentlijk nu de Bonieas verzeekerd waaren van 's Comp:s goedkeu„ „ring in deeze; Ik gaf hier op den koning ten andwoord, dat de zaaken soo gesteld sijnde, het wel was bedankende den koning voor zijne goede voor„ „zorge dierhalven dan na mijne gedagten in dee„ „ze wijnig swaarigheid meer rezideerd, en bij het overlijden van den teegenswoordigen koning daar op met force sal dienen te werden aangedrongen, dat deeze verkiesing stand grijpt ingevalle al eenige be„ „veeging mogte gemaakt werden door de maccas„ gaaren, want van weegens Aroe Thâ souden aan „rang soo groot niet zijn, dewijl zijn teegens„ „woordige magt ten voornaamste gevestigd is op de protexie en buijten spoorige geneegendheid van zijn vader, die daar door niet alleen hem maar alle zijne kinderen bedreft, dewelke alle soorten van moedwilligheeden bedrijven, sonder, dat on„ „der de Bonijers iemand daar over durft klaagen, gelijk eenstaaltje kan dienen het geval nu jongst met Latila /:van wien meermaalen is gewagt:/ gebeurt het 1764 3e Meu
English
Makassar, the 10th of June 1764. which went so far that the campong of the Malays could not be entered without danger, and everyone was in constant fear for his life or property, wherefore I then lodged complaints with the king about this, first with gentle and later with more severe words, and brought matters so far that this evildoer, with his retinue of vagabonds, was banished to the interior, as is circumstantially described in the daily register of the date of the 22nd of March last. Before I step down from this kingdom, I shall have the honor to inform Your Right Noblenesses that, having communicated to the king the pleasure that Your Right Noblenesses had expressed regarding the order given to those of Boneratte and Callauwt with respect to driving away the foreign nations, but that it was necessary that this order be renewed annually, to which that monarch declared himself to be inclined, I added thereto that at that place many other unreasonable acts were committed that ran entirely contrary to the contracts and were very detrimental to the interest of the Company. For there was very convincing evidence that the chiefs of the said islands admitted and protected all kinds of smugglers, and in particular those who traded in spices, being chiefly Cerammers and Mandharese; therefore it was necessary that this be vigorously prevented, as otherwise the Macassars would get the blame for it, and the prospect was that, in case no order was established in this matter as well, His Majesty should not take it amiss if I had the nests cleared out once and for all, because it was intolerable to be so shamefully deceived under the guise of friendship. Upon this the king said that he was sorry to hear all this, and that he wished to send a trusted person thither to inquire into it and to establish the necessary order against it; to this I not only acquiesced with the king, but also brought it so far that His Majesty sent thither one of his emissaries named Soroe Lawanna, provided with instructions drawn up by me and signed by us both, an original of which is also enclosed among the appendices for the consideration of Your Right Noblenesses, not doubting that it will be reflected upon. From Makassar, the 10th of June 1764. set sail to go and lie as close under the aforesaid land as was possible, with orders to all of them not to go ashore or to commit any violence unless they were attacked, but to watch carefully that no vessels, except those engaged in fishing, entered or left the river unless they were provided with proper passes. Precisely on that same day, the king and the regent had access requested for delegates, whom I appointed for next Tuesday because on Monday I was expecting the king of Boni. However, the next day it was already reported to me that the Bugis and Wadjorese traders who were staying at Samboeng Java were packing their belongings together to move with them. Then on the 8th following, the emissaries of Gowa arrived, stating they had been sent to declare that it was now resolved to abolish all the novelties that had crept in over time and thereby clear up all disputes, but requesting that this might be prohibited for Your Right Noblenesses, so that no further harm would be done to them, and that the sloops might be summoned away from the front of the river, since they caused such a fright among the community that everyone was packing up and scattering far and wide. I therefore gave them in reply that I would concede to their request, on the condition that these four points must be taken in hand and executed at once: namely, the bazaar demolished, all smuggling taverns torn down, opium dens eradicated, and no foreign vessels admitted into the river without passes; and if they should nevertheless enter, notice thereof had to be given at once, and they had to be handed over with their cargoes and crew. All this they now promised to comply with, saying they already had orders to issue the necessary commands to that effect on their return journey. I replied to them that I would then let the sloops depart, trusting that they would keep their word, but that they could be assured, if I found the contrary, I would have everything ruined and take possession of Samboeng Java for the Company. I was now under the impression that with this everything was cleared out of the way, but found myself deceived in my opinion, as two days thereafter
Dutch transcription
Maccasser den 10: IJunij 1764. Van - het welk soo verging dat de campong der malijers niet sonder gevaar te betreeden, en ieder in Een ge¬ „stadige vrees voor zijn leeven of goed was, dier„ „halven ik dan ook eerst met sagte en naderhand met meer ernstige woorden bij den koning hier over heb laaten doleeren, en het soo verre gebragt dat dien quaad doender met sijn gevolg van vagabon„ „den na de binnen landen verbannen is, soo als omstandig staat beschreeven bij dag register de ^ ou van dit datis 22: maart jongstleeden voor dat ik rijk af„ „stappen sal ik d' eere hebbe UE: Hoog Edelheedens nog te bedeelen, dat ik den koning gecommunigeerd hebbende het genoegen dat UE: Hoog Edelheedens hadde betuijgd over de gegeevene ordre aan die van Boneratte en callauwt, ten opzigte het verdrij„ ven der vreemde natien, maar dat het noodza„ „kelijk was die ordre 's jaarlijx wierd vernieuwd, waar toe dien vorst betuijgende genegen te zijn, soo voegde ik daar bij, dat ter dierplaatse meer andere onreedelijke handelingen gepliegd wierden die ten eenemaale teegen de contrac„ „ten streeden, en zeer nadeelig waaren voor tie van het Maccasser den 10: e Junij 1764. 141 Van het jntresse van de Comp: want dat men seer overtuijgende bewijzen hadde, de hoofden der gem: Eijlanden admitteerde en protegeerde alle soorten van smokkelhandelaars en wel in„ „sonderheid de soodanigen die in specerijen nego„ „tieerden, zijnde voornamentlijk cerammers en Mandhareezen, dierhalven het noodzaaklijk was dit met kragt wierd belet wijl de moniers anders daar van de naam soude krijgen en het gescha„ „pen stond, ingevalle daar inne almeede geene ordre gesteld wierd sijn majesteit niet qua„ „lijk moest neemen dat ik nesten Eensliet schoon maaken want dat het onverdraaglijk viel onder„ schijn van vriendschap dus schandelijk bedroogen te bedroogen te worden, hier op seijde den koning dat het hem leedt was dit alles te moeten hooren, en dat hij een vertrouwd perzoon derwaards wilde senden om daar na te verneemen en daar te„ „gens de noodige ordre te stellen; hier toe heb ik den koning niet alleen aangenaamd maar het ook soo verre gebragt dat zijn majesteit derwaards heeft gezonden een zijne sendelingen genaemd soroe Lawanna, voor sien met een door mij ingestelde jnstructie door ons beijde geteekend waar van Een orrigineel tot specula„ „tie van uE: Hoog Edelheedens almeede onder de bijlaagen overgaat niet twijffelende of zulx sal mediteeren 1764 3 Van Maccasser den 10: Iunij 1764. gebragt onder zeijl gaen, om soo digt onder het voorsz land te gaan leggen als mooijelijk, was, met ordre aan haar alle niet aan de wal te gaan, of eenig sij geweld te pleegen ten sijlieden g'attacqueerd wierden maar rauwkeurig op te passen dat geen vaartuijgen behalven die zig met visschen geneerden in ofte uit de revier quamen ten sij met behoorlijke paste voor„ sien zijnde, juijst op dien selven dog liet mij den koning en rijxbestierder acces vraagen voor gecom„ „mitteerdens die ik teegens dingsdag aanstaande appoincteerde om dat ik 's maandags den koning van Bonij was verwagtende, dog 's anderen dag wierd mij al gerapporteerd; dat de boegineesen en wadjoreese handelaars die zig op samboeng Iava onthiel den haar meubeltjes te zaamen packen om met dezelve te verhuijsen, op den 8: dan daar aanvolgende quamen de afgezondene van goa, verklaarende gezonden te zijn om te verklaaren dat het nof was geresolveerd, om alle de door den tijd ingesloopene nieuwigheeden af te scheeffen en alle venschil¬ „len daar door uijt de wereld te helpen, maar dat„ „ze versogte dat voor naar bij Hoog Edelheedens mogt werden geinterdiceert, op dat haar verder geen leedt geschiede en dat Van Maccasser den 10: Iunij 1764. 145. E en dat de chialoupen van voor de revier mogte ontboo„ werden dewijl dezelve zodanigen schrik in de gemeente bragt, dat ieder op kraamde en wijd en zijt verstrooij„ „den, Io heb haar daar op ten andwoord gegeven dat ik soude condesendeeren in haar versoek, onder conditie dat deeze vier poincten aanstonds bij der handgenoomen en uijt gevoerd moeste namentlijk de passer gedemoljeerd, alle smockel kroegen afgebrooken, amphioen kitten uijt„ „geroeijd, en geen vreemde vaartuijgen sonder pace in de revier te admitteeren, en wanneer dezelve al Eg„ „ter daar binnen quamen, daar van aanstonds ken„ „nisse gegeeven, en met haare ladingen manschap over„ „gegeeven moesten worden; dit alles nu beloofden zij te zullen nakoomen seggende reeds ordre te heb„ „ben om in de te rug reijs de noodige beveelen daar toe te geeven; Ik repliceerde haar hier op dat ik dan de chia„ „loupen soude laat vertrecken, in vertrouwen datze haar woord soude nakoomen, maar datze verze„ „kerd konde sijn, wanneer ik het contrarie onder„ „vond alles soude laaten ruijneeren, en samboeng Java voor de Comp: in possessie neemen In was nu in de verbeelding dat hier meede alles was uijt de weg geruijmd, dog vond mij in mijne meening bedroogen alzoo twee dagen daar 1764 3
English
From Maccasser the 10th of June 1764. Thereupon an Ambonese came to me in the castle, who declared to have fled from a Mandharese vessel which, together with another, had entered the river of Goa. Perceiving from this anew that there was nothing to be done with them and not the slightest reliance to be placed upon their promises, I immediately ordered the Master of Equipage to set sail with the sloop De Verlooren Zoon, which had remained at this castle, with orders to go and lie before the river again and prevent any vessels from entering or leaving the river. But as that small craft could not get so close inshore, I commanded the Malay Captain to go with his people, divided into small vessels well provided with firearms, to lie in the mouth of the river for the aforementioned purpose of preventing the aforesaid Mandharese from escaping. And thereupon I immediately sent the under-merchant Brugman to Goa to inform the Regent of this and to express my astonishment at this occurrence, with a demand for satisfaction by handing over the said vessels with their cargo and crew, or else I would have to use force. But whatever trouble has been taken to that end, I have not been able to obtain the Mandharese nor their cargo, but indeed the vessels, which have been sold on the Company's account. During this trouble, Samboeng Java caught fire that same evening and was reduced completely to ashes, over which the Macassars caused a great commotion and complained exceedingly. Setting down all the particulars thereof in this letter would be too tedious, therefore, subject to your favorable indulgence, I will also refer in this regard to the separate daily register of the dates 20th, 21st, 22nd, 23rd of October, 5th, 6th, 8th, 11th, 12th, 13th, and 14th of November of the past year, contenting myself with further informing Your High Excellencies that nothing more remains of Samboeng Jawa than the bare ground, and thus this dispute is out of the way. And since that piece of land can be of no use to the Company unless a stronghold were built upon it, in which I can see no great necessity, I have for the present left it to the Macassars, who are now planting it with maize and paddy, on condition that in case Your High Excellencies do not see fit to condescend to their request, they will be obliged to surrender it again. And since it can do no harm, as it is, for it to remain so, provided only that care is taken that no houses are erected there again, which I will watch over during my presence, I request Your High Excellencies to be pleased to permit them to make use of it under connivance, yet without any deeds of loan being given for it, since such in time only causes difficulties. And since Your High Excellencies have deferred the regulation of the border separation to me whenever an opportunity might present itself at the coronation of the King and the renewal of the contracts, I would not have failed according to my duty to act with the greatest circumspection in that regard when that time should have come; but it is not likely that such will occur for some years yet, since the King, wishing to dry his powder about two months ago, the same accidentally catching fire, injured himself in such a manner that he will not recover from it, whereupon the crown will certainly have to pass to his brother, a youth of 10 to 11 years. Ever since, as stated above, Samboeng Java was razed, I have had nothing of importance to transact with the Macassars, except that through an embassy on the 30th of the recently expired month of April they vigorously complained about the King of Bima, because that prince, after conquering Pata and the territory belonging under it, was also busy besieging Rheo, and in all probability would capture it as well. I thereupon gave them to understand that I was surprised to hear that the court of Goa possessed land on the Manggarai coast, since the Company in previous years, upon its numerous complaints about those people, had always received the answer that the Macassars who lived there were evildoers and vagabonds with whom the court of Goa had nothing to do; furthermore, that the Company was not accustomed to prevent its allies from putting themselves in possession of such lands and places as had been unlawfully taken from them. However, in case the Macassar gentlemen could prove to me that they were in lawful possession of land on the said coast, and demonstrate from the contracts (by which even navigation to the opposite shore was prohibited to them) that such could be the case, that I would then explain myself further, and
Dutch transcription
Van Maccasser den 10: Iunij 1764. —. daar aan bij mij in het casteel quam Een Amboinees, die verklaarde gevlugt te zijn van Een mandharees vaar„ „tuijg het geen met nog Een ander in de revier van ^dan goa was binnen geloopen, htier uit dan de novo bespeu„ ^ aante strijken en geen de minste staat op haare belofte „rende dat en geen half te maaken was; liet ik aan„ „stonds den Equipagie meester met de aan dit casteel— verbleevene chialoup de verlooren soon, onderzeijl gaan met ordre om weder voor de nevier te gaan leggen en te beletten dat geen vaartuijg in of uijt de revier quamen, maar dewijl dat kieltje soo na niet onder dewal konde noomen, commandeerden ik den capitain maleijers om met sijn volckje in klijne vaartuijgen verdeeld wel voorsien van geween, ten voors: Eijnde in de mond van revier te gaan leggen om de voorsz: mandhareesen het ontvlugten te beletten; en soud daar op aanstonds den ondentolla Brugman na goa, om den rijx bestierder hier van kennisse te geeven en mijne verwondering te betuijgen onder dit voorval, met begeerte van satisfactie door het overgeeven der gem: vaar„ „tuijgen met haar lading en manschap of dat ik anders geweld soude moeten gebruijken dog wat moeijte daar toe is aangewend heb ik de Van Maccasser den 10 Iunij 1764 147 de mandhareesen nog haar lading niet kunnen krij„ „gen maar wel de vaartuijgen die voor reecq: der Comp: verkogt sijn; geduurende nu deese strubbe„ „ling is dien zelven avond samboeg Iava in de brand geraakt en alles de assche gelegd geworden, waar over de Macassaaren seer veel beweeging nebbe gemaakt, en zig hooglijk beklaagd, waar van alle de bijsonderheeden in deeze te neerder te stellen, te zeer soude enauijeeren dierhalven ondergunstige in schieking mij dierweegens almee„ de sal refereeren aan het appart dagregister de datis 20:, 21:' 22, 23:, october, 5:, 6:, 8:,11:, 12: 13:, en 14: novemb:r des gepasseerden Iaars mij sullende vergenoegen UE Hoog Edelhedens verder te berigten dat 'er van Samboeng Iawa niets meer resteert als de bloote grond, en dus deese dr uijt de voet is, en dewijl dat stuckje londs van geen gebruijk kan zijn voor de Comp: of daar moest Een vastigheid op gebouwde werden, daar ik geen groote noodzakelijkheid in kan sien, soo heb ik het voor Eerst gelaaten aan de maccassaaren die het nu met jagon en padij beplan„ „ten onder conditie dat in gevalle UE: Hoog Edelheedens in haar verzoek niet gelieven te condescendeeren sij 1764 3 Maccasser den 10: Iunij 1764. Van sij gehouden zullen zijn het weederom afte staan; en vermits het niet kan schade, zoo als is, dat het soo blijft, mits dat 'er maar sorge gedragen word dat daar weder geen huijsen opgeregt warden waar voor ik geduurende mijn aanweezen sal waaken; soo versoeke ik UE: Hoog Edelheedens— daar inne genoegen te neemen dat zij oog luijkende daar van gebruijk maaken, egter sonder naar daar van leenbrieven werden gegeeven, dewijl zulx in der tijd maar moeijelijkheeden verweckt, En dewijl uE: Hoog Edelheedens het reguleeren den Limiet scheijding hebben gedefereerd te laaten aan mij„ wanneer daar toe geleegendheid sig mogte opdoen bij de krooming van den koning en het vernieuwen der contracten, soo soude ik niet gemancqueerd heb„ ben volgens mijn pligt daar omtrend met de meeste voorzigtigheid te handelen als die tijd soude geko„ „men zijn, maar het is niet apparent dat zulx nog in Eenige jaaren sal voorvallen, dewijl den koning nu omtrent twee maanden geleden zijn kruijt willende droogen het selve bij toeval vuurvattende hem soda„ „nig gequest heeft dat hij daar van niet sal geiu„ „reerd raaken, wanneer de kroon seekerlijk sal moeten overgaan op zijn broeder een jongeling van 10: â 11: jaaren serdord dat nu soo als boven gezegd samboeng 149 Van Maccasser den 10 Iunij 1764. Samboeng Iava geraseerd, is het ik met de maccas„ „jaaren niets sonderlings te verhandelen gehad als dat zij door een besending op den 30:' der jongst ver„ „weeken maand april hevig hebben geklaagd over den koning van Puima, om dat dien vorst na het veroveren van Pata en het daar onder gekoo„ „rende land ook Rheo beesig was te beleegeren, en na alle apparentie meede wegneemen souden; ik gaf haar daar op te kennen, dat het mij verwonderde te hooren dat het hof van goa op de mangarijze cust land hadde, dewijl de Comp: altoos in voorige jaaren op haare meenigvuldige doleantien over dat volck ten andwoord had gekreegen, dat de mac„ „cassaaren dewelke aldaar woonden, waaren quaaddoenders en vagabonden, waar meede het Hof van goa niets uitstaande had, dat wijders de Comp: niet gewend was haare bondgenooten te beletten, sig in de bezetting te stellen van so„ danige landen en plaatzen die haar onwettig waaren ontnoomen, dog egter in gevallen d' Heeren Maccassaar„ „en mij konde aantoonen dat sij op gem: cust in Een wettige passessai waaren van land en de monstreeren uijt de contracten /:waar bij haar selvs de vaart na de overwal was g'interdigeert:/ dat sulx mogten konde weesen, dat ik dan mij nader soude verklaaren, en daar 1764 3
English
From Maccasser the 10th of June 1764. Therewith I let those envoys depart very ill-pleased, as is noted in detail in the day register of the aforementioned date. Lastly, on the occasion of the circumcision, according to custom, that court was presented with a gift to the value of ƒ124:18:8, and at the end of the poeassja a gift amounting to ƒ103:18:8, in the hope that Your High Nobilities will be pleased to approve the same. Passing on therefore from there to the kingdom of Tello, I shall only briefly note that I have had quite a lot of trouble with that district, for scarcely had the king of Bonij arrived here from the interior, than the notorious Caraang candjalo, who was taken into protection by the king of Bonij about three years ago, set about to make himself master, by means of some glarrangs, of that crown which had been taken from his son around the aforementioned time, as is mentioned in my humble writing of the 18th of October 1761, and in which, as it seemed not indistinct to me, the king of Bonij was also mixed up. For on the 14th of November the king sent a request that the captain of the Malays might come to him, who thereupon went there and, having returned, 151 From Maccasser the 10th of June 1764. reported to me that His Majesty had told him that the aforementioned caraeng candjilo, having come from the interior via Maros to pattingaloang, a pleasure house of the king about an hour from the castle, fourteen glarrangs of Tello had come to him there to make known to him that, being no longer able to endure the tyrannies of their present king, they were inclined to depose the same and choose him, candjelo; wherefore the captain of the Malays was requested to go there to hear that matter, who had given him the answer that he was willing to do so on behalf of the king, but not otherwise. That he, having then arrived at the aforementioned place, had indeed found fourteen glaarangs, who had declared the above, and for greater confirmation had given the same in writing, signed by all of them, with the further addition that the captain would request the king of Bonij to assist them so that they might come to the Governor; and that thereupon His Majesty gave orders to the aforementioned captain to go to me with that writing and an emissary to request an audience for the said glarrangs. 1764 3 From Maccasser the 10th of June 1764. After I had reprimanded the captain because he had meddled in this scurvy affair without my prior knowledge, I sent the emissary back again to tell the king that I would translate the writing and let him know the answer tomorrow. So the next day I sent the junior merchant Voll to bontualack to tell His Highness that, having received the aforementioned message, I had been utterly astonished that this prince had engaged himself in this plot of Caraeng candjelo, since the same not only had not the slightest semblance of right, but could also be brought to no good end; that the king was fully aware and must still remember that more than two years ago, when the son of the aforementioned caraeng candjelo had been appointed king of Tello, his refusal to observe and comply with the contents of the contracts had been the reason why the Company had not been able nor willing to recognize him as such; that furthermore, he, carang Candjilo, administering the affairs of that kingdom quasi as guardian over his minor son, had proceeded so uncouthly and insolently that the Tellonese, becoming weary of him, 153. From Maccasser the 10th of June 1764. had addressed themselves to caraeng Madjamang and offered him that crown, with the deposition of the other; and that he, candjelo, had at that time run great danger of losing his life, wherefore he had then also chosen the course of fleeing to the interior and placing himself under the protection of Bonij; that furthermore caareng Madjamang, in accepting the crown, had observed the order and custom in every respect, both in his election and confirmation, and for that reason had also been recognized as such by the Company, after he had solemnly sworn to the contracts, without there having been any dispute of importance with him in all that time; that it would therefore be shameful both for the Company and Bonij in the eyes of the other allies if they meddled in such an unjust affair and protected such a scoundrel; that the king of Bonij, moreover, ought to know that the Company would never accept or recognize carang candjelo as king of Tello, partly because of his bad character, and partly, and principally, because he could make no lawful claim thereto, but 1764 3rd Volume
Dutch transcription
Van Maccasser den 10: Iunij 1764. daar meede liet ik die afgesanten seer qualijk vergenoegd vertrecken, soo als zulx omstandig geno„ „teerd staat bij dagregister van bovengenoemde datum — Laastelijk is bij geleegendheid der besnijden is na gewoonte dat hof beschonken is met Een present ter waarde van ƒ124:18: 8: en met het uijt eijnde der poeassja een geschenk ten bedraage van ƒ 103: 18: 8: in hoope uE: Hoog Edelheedens zulx zullen gelieven te approbeeren, dierhalven dan van daar overstap„ nende tot het rijk van, Tello sal ik maar in 't kort noteeren dat ik met dat wijk al vrij wat te stellen heb gehad, want nauwlijx was den koning van Bonij uijt de binnen landen alhier aengekomen, of den berugten Caraang candjalo /:die door den koning van Bonij in protexie is genoomen, nu omtrend drie jaaren overleeden (leijde het daar op toe omsig door middel van Eenige glarrangs meester temaa„ ken van die kroon die sijn zoon omtrend voorsz: tijd ontnoomen is, soo als vermeld staat bij mijn onderdanig schrijvens van den 18: october 1761. en waar in, soo het mij niet anduijster toescheen den koning van Bonij almeede gemengd was, want op den 14: november liet den koning ver„ „soeken dat den capitain den malijers eens bij hem mogt koomen, dewelke dan daar na toegegaan en terug gekomen 151 Van Maccasser den 10: Iunij 1764. gekoomen sijnde mij rapporteerde dat zijn majesteit hem hadde verhaald, dat voorsz: caraeng candjilo uit de binnen landen over Maros gekomen sijnde op pattin„ „galoang / Een plaijzier, huijs van de koning omtrend- een uur van 't casteel:/ aldaar bij hem waaren gekoo„ „men vertien glarrangs van Tello om hem bekent te maaken dat zij niet langer de geweldenarijen van naaren teegenswoordigen koning kunnende verdragen geneegen waaren dezelve af te zetten en hem candjelo te verkiesen weshalvan den capitain maleijer verzogte daar eens na toe te gaan om die zaak aantehooren, die nem ten andwoord hadde gegeeven zulx wel te willen doen van weegens den koning maar anders niet dat hij dan ter gem: plaatze gekomen zijnde, inder daad verthien glaarangs gevanden had, die het boven staande hadde verklaard, en tot meerder bevestiging het zelve in„ „geschrift hadde meede gegeeven door haar alle ondertee„ „rend, met verder bijvoeging dat den capitain den koning van Bonij wilde versoeken naar behulzaam te zijn, op datze bij den Gouverneur mogte komen, en dat daar op sijn majesteit aan dik gem: capitain ordre gaf bij mij te gaan met dat geschrift en Een sendeling om acceste versoeken voor de gemelde gearrangs; Na 1764 3 Van Maccasser den 10: Junij 1764. — Na dat ik den capitain bestaaft had, om dat hij zig buijten mijn voorkennisse in deeze schurfde affaire hadde gemesteerde sond ik den sendeling weederom te rug om den koning te seggen dat ik het geschrift soude translatee„ „nen morgen andwoordt laaten & 4 weeten soude, soo ik dat den onderkoopman voll 's anderen daags na bontua„ „lack sond, om zijn hoogheijd te zeggen, dat ik voorszz: boodschap ontvangen hebbende ten uijtterste verwonderd was geweest, dien vorst in dit complot van Caraeng candjelo zig had inglaaten, dewijl het selve niet alleen geen het minste schijn van negt had maar ook tot geen goed eijnde nonde gebragt werden, dat den koning volkoomen bekend was en nog moest geheugen roenu rueijm twee Iaaren geleeden den voorsz: caraeng candje„ „lo zijn soon tot koning van Tello aangesteld sijnde niet willende observeeren en nakoomen de jnhoud den contracten, oorsaak was geweest d' Comp: den„ „zelven als soodanig nig had kunnen afte willen erkennen, dat hij carang Candjilo wijders quasij als voogd over sijn onmon„ „dige zoon, de zaaken van dat rijk administreerende, soo an„ „behouwen en brutaal was te werk gegaan, dat de Tolloneesen ende goud van hem 153. Van Maccasser den 10: Iunij 1764: hem krijgende, sig hadden g'addresseerd bij caraeng Madjamang en die kroon aen gebooden, met afhet„ „ting van den andere en dat hij candjelo te dier tijd nog veel gevaar geloopen om zijn leeven te ver„ „liesen, waar om hij dan ook de parthij hadde getroosen nade binnen landen te vlugten en zigte begeeven in de proetectie van Bonij dat voorts caareng Madjamang de kroon aenneemende, soo bij sijn verkiesing als bevestiging in allen deele hadde g'observeert de ordre en het gebruijk en daar om ook door d' Comp: als soodanig enkend was, na dat hij plegtelijk de Contracten hadde beswooren, sander dat na dat er met hem in al die tijd eenig verschil van belang was geweest, dat het dierhalven soo wel voor d' Comp: als bonij schandelijk soude zijn bijde ove„ „nige bondgenooten in dien die bij de seij in een son danigen onregtvaerdigen zaak zig mengde, en hen sodanige deug niet protegeerde: dat den koning van Bonij daar en booven behoorden te weeten, dat de Comp: nooijt carang candjelo als koning van Tello soude accepteeren, of te erkennen, eens diels om zijn slegt caracter en ten andere wet ten principaale dat hij geen wet„ „tige presentie daar op konde maaken maar 1764 3e Mab
English
From Maccasser, 10 June 1764. but indeed his son, to whom the Company had also promised to maintain him in his right in case of a vacancy, if he should then be of competent years to govern himself; that, moreover, this whole apparatus and this project were so arranged that upon hearing it I was astonished, since it appeared that of the fourteen glaarangs who had signed the aforesaid writing, only three were functioning as such, and the other eleven, having been dismissed long ago, have not the least right or authority for any election. Towards noon, Junior Merchant Voll returned, reporting to me that, having presented the foregoing to the King of Bonij, the King had listened to it with great attention, and after some silence had answered: It is all true, and my brother is right, I still remember it all well, but what shall I do? If I refuse my help, they will lay the blame on me if it fails for them; therefore I would wish that the Governor would permit you to have Caraang Candjilo summoned and tell him the truth plainly, recommending that he not involve himself any further in this matter. And the King said, just add to it that the devil already has him by the legs to smash his head against the stones, etc. I then said to the Shahbandar Voll that he might indeed summon Carang Candjilo to him and give him a good warning, but that the glaurings had to remain out of the play; and I now imagined that, as the King of Bonij had been so easily reasoned with, this affair, which otherwise might have dragged very unpleasant consequences in its train, would thereby be settled. However, early the following morning an emissary of the King of Tello appeared to complain about the actions of Caraeng Candjelo, whose son, he said, was staying in Tello; but that he would do nothing therein or commit any violence without my prior knowledge, because, relying on his good right in this matter, he was assured of enjoying the assistance and support of the Company. I gave that emissary as an answer that I regarded these antics of Caraang Candjilo and his son as the actions of a scatterbrain and a child, that this small fire would easily smother of itself, and that I was therefore of the opinion that it would be best for the King to let this slip by unnoticed for now with contempt, further assuring him of the Company's protection; and with that I let him depart. Meanwhile, the next day, Caraeng Candjilo was spoken to about all this by the Junior Merchant Voll and was urged to abandon this intention, or else he risked working his total ruin, as he would bring both the Company and Bonij down upon his neck. Having heard this, Caraeng Candjilo admitted that he well noticed he would not be able to succeed, but that he did not know how to extricate himself; for if he recalled his son from Tello and abandoned this undertaking, those who had addressed themselves to him would bring about their own misfortune, and if he let his son remain there, it appeared likely that other evil consequences would flow from it; yet he would nevertheless resolve to do the latter, in the hope that a means would be found by the Company and Bonij to place the aforesaid people out of peril, which he requested with much urgency might happen, whereupon he would also immediately have his son come to him. Furthermore, he requested that he might be permitted to inform the King of Bonij of this, etc. Now, in order to prevent this matter from going any further and to have it settled, I paid a visit expressly to the King of Bonij, who gave me hope that nothing further would come of this, just as he also informed me three days later that Caraeng Candjelo had arrived with his son Bontualak. I now imagined that everything was settled, but a few days later the King of Tello informed me that Caraang Candjilo had seized a Tello vessel manned by six persons. Since I could well imagine that those people were about to be sold, I gave such good orders that I obtained custody of them that evening. I immediately gave notice of this again to the King of Bonij, requesting him to take care that such actions should not happen anymore, and received the answer that His Majesty, having warned Caraeng Candjilo enough, must now wait to see what would come of it; that among the six captured crewmen there had been two Bonijers who, having been released, had come to him and related everything, and that he would send to Caraeng Candjelo to demand the return of the vessel and the four Tello men. At the same time His Majesty requested that a day be appointed to receive him, as he wished to speak with me about certain matters; which having been done, this case was also dealt with in that meeting, and it was finally brought so far
Dutch transcription
Van Maccasser den 10: Iunij 1764. maar wel zijn maar wel zijn zoon, aan wiend Comp: ook toegezegd had, om hem in zijn negt te zullen ma„ ^indien hij als dan zoude hebben, bequamen jaaren initneeren bij vacature ^ om selfs te regeeren dat voor het overig deezen gantschen toestel en dit project soo tot was aengelegd, dat ik zulx hoorende daar van was ver„ „baast geweest, dewijl het quam te blijken dat van de vertien glaarangs die het voors:z schriftuur hadde onderteekent maar drie als sodanig fungeerde en de ondere Elff reeds voor lange afgezet zijnde, geen het min„ „ste regt of magt hebben tot eenige verkiesing, Teegens den middag quam aen onderkoopman voll, te rug wij rapporteerende, dat hij het voorenstaande den koning van Bonij voor gehouden hebbende, het zelve niet zeer veel altentie aangehoord en na Eenige stilswij„ „gen ten andwoord gegeeven had, 'T is alles waar, en mijn broeder heeft gelijk, het geheugd mij alles nog wel maar wat sal ik doen, weijger ik naar mijn vulp, dan leggen zijde schuld op mij als het haar mislueckt, dierhalven wenschte ik wel dat den gou„ „verneur uw wilde permitteeren om caraang Candjilo te laaten roepen, en hem sufficant de waarheid te zeggen, met recommandatie, van zig niet verder in deeze zaak in te laaten, en zeijde den koning voegd 'er dan maar bij dat hem de duijvel„ reeds Van Maccasser den 10: Iunij 1764. 155 reeds bij de bennen heeft om zijn kop teegens de steenen te verpletteren, E=a, Ik seijde dan teegens den sjabandhaar voll, dat hij carang candjilo wel eens bij zig konde roepen, en hem een goede waarschouwing geeven, dog dat de glaurings buijten het spel moesten blijven, en verbeelde mij nu den koning van Bonij zig zoo maeklijk had laaten gezeg„ „gen dat deeze affaire, die anders seer onaangenaame gevolgen had kunnen na zig sleepen hier meede uijt de wereld soude raaken, dog 's anderen daags 's morgens vroeg verscheen een sendeling van Tella 's ko„ „ning, om te doleeren over de gedoenlens van caraeng candjelo, wiens zoon hij zeijde dat zig in Tello was op houdende dog dat hij daar inne dog dat hij daar inne niets soude doen, ofte eenig geweld plee„ „gen sonder mijn voorkennis om dat hij steunende in deeze op zijn goed regt, verzeekert was te zullen genieten de bij en voorstand van van d' Comp: ik gaf dien sendeling ten andwoord, dat ik die sporling van caraang Candjilo en zijn zoon aan merkte als de bedrijven van een losbol en een kind, dat dit vuurtje van selver wel soude smooren en in daar om van gevoelen was, best te zijn den koning dit maar voor eerst als ongemerkt moest laa„ „ten doorslippen met veragting hem verders verzeekenende van 1764 3 Van Maccasser den 10: Iunij 1764. van 's Comp:s protectie,) en daar meede liet in hem ver„ „trecken, terwijl 's anderen daags caraeng candjilo door den onderkoopman voll, over dit alles onderhouden en gerecommandeerd wierd aan dit voorneemen af te zien uijt of dat hij gevaar liep sijn tot ale ruine werken dewijl hij soo wel d' Comp: als Bonij op den als soude krijgen„ het welk door paraeng candjilo aangehoord sijnde, bekende denzelve dat hij wel merkten niet te zul„ len kunnen reusseeren, maar dat hij niet wist hoe zig te redden, dewijl hij zijn zoon uijt Tells ontbieden„ de en van deeze onderneeming afziende, die geene de„ „welke zig bij hem g'addresseert hadden haar onge„ „luck soude uijt werken en liet hij zijn soon daar blijven, stond het geschaapen dat er andere quade gevolgen uijt sou„ „den voort vloeijen, dog dat hij egter tot het laatste soude resolveeren, in hoope dat door d' Comp: en Bonij en middel soude werden uijt gevonden om de voorsz men„ schen buijten percuel te stellen, het welk hij met veel en prassement verzogt, dat mogt geschieden, wan„ „neer hij ook aanstonds zijn zoon bij zig soude laaten koomen wijders verzogt hij dat hem gepermitteerd mogt zijn den koning van Bonij hier van kennisse geeven &=a Om nu te prevenieeren dat deeze zaak niet verder ging en uijt de wereld raakte, soo gaf ik expres een viziteaan den Van Maccasser den 10: Junij 1764. den koning van Bonij, die mij hoope gaf dat hier van niets verder soude koomen, soo als hij mij ook drie daag en daar aan liet weeten dat paraeng Candjelo met zijn zoon bontualak aengekoomen waaren Ik verbeelde mij nu dat alles aan een kant was maar Eenige daagen daar aan liet mij den koning van Tello weeten dat caaarng Candjilo een Tellonees vaartuijg bemand met ses perzoonen hadde geroofd„ dewijl ik nu wel denken kan dat die menschen stor„ „den verkogt te werden, stelde ik zulke goede ordre dat ik dezelve 's avonds in handen kreeg, ik gat hier van aanstonds weeder kennisse aan den koning van Bonij met verzoek om 't willen sorge dat soodanige gedoen„ „ten niet maar gebeurden, en kreegten andwoord dat zijn maijesteit caraeng Candjild genoeg gewaarschouwd hebbende, nu moest verwagten wat daar van „komen sou, dat onder de ses geroofde manschappen twee bonijers wooren geweest, die los gelaaten zijnde bij hem waaren gekoomen en alles hadden verhaald, en dat hij bij caraeng candjelo zoude zenden om het vaartuijg en de vier telloneezen op te Eijschen teffens ver„ „zogt syn majesteit een dag te willen stellen om hem te ontvangen dewijl mij over eenig zaaken eens wilde spreeken, het geene dangedaan sijnde is ook over dit geval in die bij eenkomst gehandeld, en is het eijndelijk soo verre gebragt 1764 3
English
From Maccasser the 10th of June 1764. brought that Caraang Candjilo has kept quiet because he noticed that his life would otherwise be in danger, since I let the king of Tello know that, all gentle means having now been tried, he could follow the laws of the land, at the same time sending back to him the four robbed Tellonese, with this message: that he, the king, now had once again a convincing proof in this of how prompt the Company was to help the allies in all possible and equitable matters and to do justice, and that I therefore expected him on occurring occasions to act likewise and not to put me off with a batch of useless compliments and petty excuses, or else I would not again be so ready in the future to be of assistance to him. To which I received in the evening as an answer that the king had been exceedingly pleased about the sending back of the Tellonese, declaring his obligation for it, with the assurance that he would show himself grateful for this on every occasion, and always be ready to comply with the contents of the contracts, saying further that he had no part or share in the affair of Samboeng Jawa, but that he had always advised the Macassars 159. From Maccasser the 10th of June 1764. to give it up voluntarily, being convinced of the Company's rightful claim in this matter. Giving further, as a token of joy, to the totik a present of ten rixdollars in currency and an assegai with silver mountings, and moreover he had me dutifully thanked a few days later by two of his grandees. I have been somewhat lengthy in this, although it is recorded in even greater detail in the daily register under the dates of the 14th, 15th, 17th, 18th, 20th, 23rd, 28th, 30th of November, as well as the 1st, 3rd, 5th, 6th, 7th, 12th, and 24th of December, because I wanted by this to let Your Right Honourables see for once how great a lover of intrigue the king is and how easily he engages himself, but at the same time how easily he lets things slide again when the tide runs against him, but also what a tough patience and moderation is required to keep him on the right path. This does not take away, however, that His Majesty truly and in sincerity has a good heart for the Company, wherefore it is also required that propriety and compliance be used toward him. Concerning Tanette there is nothing of importance to note, except that Aroe Bantjana has again begun to commit some insolences in the 1764 3 From Maccasser the 10th of June 1764. campong Maleijo, so that the people of the farmer complained vigorously about it. Therefore I had him called and addressed him in serious terms, assuring him that my patience was at an end, and that upon the slightest complaints I would give orders that force be repelled with force; so that, noticing that it began to be serious, he promised to give orders that such should no longer happen, which he also did, and shortly thereafter departed for Tanette and from there to Soppeng, where he remains, just as his mother the queen still continues to reside at Loewoe, though constantly pretending she wishes to return hither. The envoys from Bouton, having arrived at this castle on the 16th of October of the past year, as I had the honour to inform Your Right Honourables in my respectful last letter of the 20th following, departed again on the 25th of February as usual, accompanied by a sergeant and two common soldiers for the purpose of eradicating the spice trees in case the same should be found. I gave to the former a letter, a copy of which is also included among the appendices, from the contents of which Your Right Honourables will please to see that I have changed my mind, since Your Right Honourables From Maccasser the 10th of June 1764. 161. have been pleased to leave it to me whether to recognize that new king or not. The reason that moved me to the latter is the conversation that I had with the king of Bonij concerning the state of affairs there, on the occasion of a visit to that monarch recorded in the daily register under the date of the 20th of November of the past year. For after His Majesty had read to me a letter which contained roughly the same as that which was written hither, I asked what the king thought of it, and received as an answer that he did not believe the old king would let the prize slip so easily, but would do his best to become master of the throne again, as he was very powerful in people, so that it was to be feared the unrest there would increase more and more. I replied thereto that I wondered why the Boutonese were so slow in renewing the contracts with the Company, since that could certainly contribute much to their tranquility, so that I therefore requested His Majesty to bring this to their attention on occasion, and to write about it; which that monarch undertook to do, declaring at the same time that he still had a great affection for that country. 1764 3
Dutch transcription
Van Maccasser den 10 Iunij 1764. — gebragt dat caraang candjilo zig heeft stilgehouden de„ wijl hij merkten, dat zijn leeven anders gevaar soude hoopen, vermits ik den koning van Tello liet weeten, dat alle sagte middelen nu beproefd sijnde, hij 'slands wetten konde volgen teffens hem te rug senden de vier ge„ „noofde Telloneezen, met deeze baodschap dat hij ko„ „ning nu in deeze weederom een overtuijgend blijk had hoe prompt d' Comp: was, om in alle moogelijk en billijke zaaken de bondgenooten te helpen en justitie te doen, en dat ik dierhalven van hem verwagte bij voorkoomende geleegendheid ook soodanig gehandeld en niet afgezet te worden met Een par„ „thij onutte Complimenten en prullige uijt vlugten of dat ik anders in den aanstaande niet weeder soo gereed soude zijn om hem behulpsaam te zijn, waar op ik 's avonds ten andwoord nreeg, dat den koning ten hoog„ „sten verblijd was geweest over terug sending der telloneeren, be„ „tuijgende daar voor zijne verpligting, onder verheering dat hij daar voor bij alle geleegendheid sig dankbaar zou„ „de toonen, en altoos gereed sijn om den jnhoud der contracten na te koomen seg„ „gende wijders dat hij geen part of deel had in de zaak van sam„ boeng Iawa, maar dat hij altoos de maccassaaren had 159. Van Maccasser den 10: Iunij 1764. had geraaden vrijwillige afte staan in't overtuijging van 's Comp: regtmatige pretensie in deeze, geevende wijders tot teeken van blijdschap aen den totik pre„ „zent thien rijxdaelders paijementen en een affegaaij met silver beslag en daar en boven liet hij mij eeni„ „ge daagen daar aan door twee zijner rijxrooten pligtig bedanken, In nebbe in deeze wat wijdloopig geweest hoe„ „wel het nog omstandiger staat genoteerd bij dagre„ „gister de datis 14: 15: 17: 18: 20: 23: 28: 30, 9ber: mitsgd=s 1:3: 5: 6: 7:12: en 24: december om dat ik hier door UE Hoog Edelheedens eens heb willen doen sien hoe groot en liefhebber den koning is van de Instrique en hoe ligt hij zig en gageert, maar teffens hoe mackelijk hij het weeder laat slijpen als hem de stroom teegen loopt, dag teffens welk een taaij ge„ „duld en moderatie noodig is om hem op den regten weg te houden, dit neemd egter niet weg dat zijn majesteid waarlijk en in op regtheid een goed„ „hard heeft voor de Comp:, waarom het dan ook vereijscht dat in schickelijk en toegeevendheid omtrend hem gebruijkt werd Iannette vald niets van Belang te noteeren als dat Aroe Bantjana waderom eenige in solentien heeft beginnen te pleegen inde Campong 1764 3 Maccasser den 10 IJunij 1764. Van campong Maleijo, soo dat het volck van de pagter daar over nragtig doleerden, dierhalven ik hem liet roepen en in serieuze termen onderhield onder verzeekering dat mijn geduld ten Eijnde was, en ik op de minste nragten ordre sou stellen dat geweld niet geweld gekeert wierd soo dat hij merkende dat het ernst begon te worden, beloof„ de ordre te zullen dat zulx niet meer gebeurden, het geen hij ook gedaan heeft en is daar op kort, daar aan na Tanette en van daar na sopping vertrocken, alwaar hij zig op gphoud, soo als zijn moeder de konin„ „ginne nogt blijft woonen op Loewoe, dog telkens voor„ „geeft herwaards te willen neeren, De Gesanten van Bauton op den 16: october des jongst verweeken jaars aan dit casteel gekoomen sijnde, soo als ik bij mijne eerbiedi„ „ge laaste van den 20: daar aan d'eere gehad heb UE: Hoog Edelheedens te bedeelen, sijn op den 25: februarij weederom vertrocken nagewoonte, verzeld sijnde van Een sergeanten twee gemeene militairen ter uijtroeijing der spe„ „erije boomen ingevalle dezelve mogten gevonden werden, Ik heb d' eerste meede gegeeven een brief welkens copia onder de Bijlagen almeede overgaat, uijt welkers inhoud UE Hoog Edelheedens des behaagende zullen sien, dat ik van gedagten veranderd ben, vermits uE: Hoog Edelheedens Van Maccasser den 10: Junij 1764. 161. Edelheedens het aan mij hebben gelieven over te laaten om dat nieuwe koning te erkennen of te niet, de Reeden die mij bewoogen hebben tot het laaste is het discours dat ik met den koning van Bonij over de gesteldheid van zaaken aldaar gehad heb, bij geleegendheid van Een vizite aandien vorst genotaerd staande bij dag nagister van daen datum't van den 20: November des gepasseerden Iaars want na zijn maajesteit mij een brief had voorgeleezen die omtrent het zelve behelsde als die herwaards was gesz:, vroeg ik wat den koning daar van dogt, en kreeg ten andwoord, dat hij niet geloovde den ouden koning het haekje zoo ge„ maeklyk laaten slippen, maar zijn best den zoude„ om weeder meester van den troon te worden, als sijn„ „de zeer magtig van valck soo dat het te vreezen stond de onlusten aldaar hoelangs hoe meer vermeirderen soude, 28k repliceerde daar op, dat het mij verwonder„ de waarom de Boutonders soo traag waaren in het vernieuwen der contracten met d' Comp: de wij zulx immers val soude kunnen contribueeren tot haar gerustheijd, dat ik dierhalven verzogt, zijn majesteit haar zulx ans bij geleegendheid welde vooroogen houden, en daar „nam over schrijven het welk dien vorst aan te zullen doen betuijgende teffens nog Een groote Lugt te hebben voor dat Land 176 3:
English
From Maccasser the 10: June 1764. land and that he would send me in the coming days a medal that demonstrated the dignity to which the Boutonders had elevated him, at the time when he had fled thither to escape the fury of the deceased queen his sister, with the request that I would translate what was engraved upon it, and have it preserved in memory among the Company's papers, which having been granted to him, I have likewise, for the speculation of Your High Nobilities, caused a copy thereof to be inserted among the appendices. In consideration of that which is mentioned above, I thought it best not to recognize the newly chosen king for the present, but first to await what outcome it will take with the old king, and to give some semblance of reason to appeal to that to which the contracts bind them, notwithstanding those formalities have long fallen out of practice, primarily because of the far distance and the continual troubles in that realm, on account of which the Company has also allowed itself to be satisfied that the notification of a new election was performed by special envoys from among the grandees of the realm, who were then at the same time qualified for the renewing and swearing to of the Contracts: hoping Your High Nobilities From Maccasser the 10: June 1764. 163. Nobilities will be pleased with this, while beside this I further add an account current of that which was demanded by the Company from that realm in compensation for the overrun ship Rust en Werk, and the little that has been paid thereon: For the rest, the newly chosen king seems to be very well-disposed toward the Company, not only from the treatment of the crew of the Zeeleelij, of which is amply spoken in the general letter, but also concerning what occurred with a certain English ship, everything circumstantially set down in the letter from the mentioned king received here on the 16: May, and to be found among the appendices. I have in my recent, repeatedly mentioned writing of the 20: October of the past year humbly informed Your High Nobilities that I was not sufficiently or clearly enlightened regarding the state of the unrest at Sumbauwa to be able to take any measures, and therefore had ordered the Bima Resident Tinne to betake himself thither, to take ocular inspection of everything, and to inform me as soon as possible how matters stood there, whereupon I received a letter on the 28: thereafter dated the 21: prior, wherein the mentioned resident communicated to me that the No. 64 3rd Volume From Maccasser the 10 June 1764. that the entire realm was in the utmost confusion, and Taeliwang was so closely besieged by the Balinese, who had arrived on land there with fully twelve thousand men at the request of Datoe Verewe and the old Nano Renga to make themselves master of that principality, and that a speedy relief was therefore exceedingly necessary, since gentle means could no longer bear fruit; this writing was accompanied by a letter from the collective grandees of the realm, likewise requesting help and assistance. All this having been ripely considered in our meeting of the 31: thereafter, it was deemed necessary to dispatch thither a relief of three small vessels, namely the pantjallings de Oppas and Bedrieger, as well as the sloop de Sukkelaar, all well-provided with the necessary ammunition etc., and at the same time to send over therewith one sergeant, two corporals and 18: private soldiers; it was also at the same time approved to entrust the execution of this commission, alongside the Resident Tinne, to the bookkeeper and Saleyer Resident Bekker, and to provide them with instructions on how to behave in this matter. This expedition then departed from here on the 7: November, and arrived at Sumbauwa a few days thereafter, and the commissioners, after some delay, were fortunate enough that the Balinese departed from the land From Maccasser the 10: June 1764. 165 departed, and thereby Taliwang was relieved, which otherwise would have fallen into the hands of the aforesaid nation, just as they managed many years ago to make themselves master of the mighty and fertile island Salaparang, which until now, because of the continual troubles in that realm, has not been able to be recovered by those of Sumbauwa; also the commissioners, although not without danger, apprehended the old king Datoe Verewe with his two sons and sent them hither under arrest; though it would have been wished that the old Nene Renga had fallen into the net as easily, who still keeps himself on the land where he has a large following; however, it is hoped that one will likewise manage to get hold of that fellow and thus bring the land into a complete tranquility. I have thus set all this down here as briefly as possible in order not to fatigue Your High Nobilities with a long and tedious narrative, while I further take the liberty to refer both to the outgoing and incoming letters, the separate resolutions of the 21: October of last and 10. March of this year, as well as the report of the Commissioners, item the translations of the native letters. What now concerns the old king Datoe Verewe, the same upon his arrival at the castle was placed in civil arrest with his wives and children. 1764 3rd
Dutch transcription
Van Maccasser den 10: Junij 1764. land en dat hij mij eerst daags soude toezenden een penning die aantoonde de waardigheijd waar toe de Bau„ „tonders hem hadde verheeven, ten tijde wanneer zijder„ „waards was gevlugt om de woede van de overleedene koninginne sijne suster te ontgaan met verzoek dat ik het daar op gevaveerde wilde translateeren, en ter gedagtenisse onder 's Comp:s papieren bewaaren laa„ ten het geene hem g'accordeerd sijnde, heb ik ter spe„ „culatie van uE Hoog Edelheedens daar van almee„ „de een Copia onder de bijlagen laaten Invoegen, Uit consideratie aan van het geene hier boven is ge„ meld heb ik bost gedagt den nieuw verkooren koning voor als nog niet te erkennen, maar eerst afgewagten wat uijtslag het met den ouden koning wil neemen, en om eenig schijn van reeden te geeven mij beroepen op dat geene waar toe de contracten haar verbinden niet teegenstaande die formaliteiten al lange buijten practijcq geraakt sijn voornamentlijk om d' verre afgeleegendheijd en de gestadige troubelen in dat rijk waarom de Comp: sig ook heeft laaten vergenoegen, dat het geeven van kennisse eenen nieuwe verkiesing door bij sondere afgezondene uijt de rijx grooten wierd verrigt die dan ook teffens gequalificeerd waaren tot het Tieno„ „veeren en b'ledige der Contracten: verhoopen UE: Hoog Edelheedens Van Maccasser den 10: Junij 1764. 163. Edelheedens hier inne sullen genoegen neemen, terwijl ik bezijde deeze verder voege Een reecq: courant van het geene door de Comp: van dat rijk is g'eijscht ter ver„ „goeding van het afgelopene schip Rusten en werk, en het weijnige daar op is voldaan: Voor het overige schijnt de nieuw verkooren koning zeer wel tot de Comp: geneegen te zijn, niet allen uit het tractement aan de scheepelingen van de zeeleelij, waar van ampel bij de gemeene brief werd gesproo„ „en, maar ook omtrend het gepasseerde met see„ ker Engels schip alles omstandig ter needer gesteld bij de brief van gem: koning alhier op den 16: maij ontvangen, en onder de bijlagen te vinden Ik heb bij mijn Iongst te meerm: gem: schrijvens— van den 20: october der voorleeden Iaars uE Hoog Edel„ „heedens onderdanige bedeeld dat ik omtrend de gesteld„ „heid der onlusten tot Sumbauwa niet genoegzaam of te klaar was g'elucideert, om Eenige maatregulen te kunnen neemen, en dierhalven den Bimas Resi„ „dent Tinne hadde g'ordonneerd sig derwaards ter vervoegen, van alles occulaire inspectie teneemen, en mij op het spoedigste te onderigten hoedanig het aldaar gescha„ pen was, waar op ik den 28: daar aan een briefie ontving gedatteerd den 21: bevoorens, waar bij gem: resident mij Communieerde dat het No. 64 3e Mear Van Maccasser den 10 Iunij 1764. dat het gantsche rijk in de uitterste confusie, en Taeliwang soo nauw was ingeslooten, door de Baliers, die met ruijra Twaalf Duijsend man aldaar op het land waaren gekoomen op het ver„ zoek van datoe verewe en den ouden Nano Renga om sig van dat prins dammeester te maaken, en dat een spoedig secours dierhalven ten hoogsten, noodig was, dewijl geen sagte midde„ „len meer van vrugt konde zijn dit schrijvens was verkeld van Een briefie der gezamentlijke rijxgrooten, meede ver„ „soekende om hulp en bijstand. Dit alles in onse vergadering van den 31: daar aen„ rijpelijk overwoogen sijnde, is noodzaakelijk geoordeelt derwaards te decerneeren een secours van drie kieltjes als namantlijk d' pantjallings de oppas en bedrieger, mitsgaders de chialoup de slukkelaar alle wel voorzien van de noodige ammonitie &=a en teffens daar meede over te zenden Een sergeant twee corporaals en 18: ge„ „meene militairen, ook is teffens goedgevonden de„ „uijtvoering van deeze commissie op te draagen benevens den resident Tinne aan den boekhouder en salijers rasident Beekker en aan haar meede te geeven den voorschrift hoedanig sig in deeze te gedraagen, Deeze Expeditie dan is den 7: november van hier vertrocken, en den Eenige dragen daar aan g'arriveert op sumbauwa, en zijn de commis„ sianten na Eenige sporling geluckig geslag de Boeliers van het land vertrocken Van Maccasser den 10: Iunij 1764. 165 vertrocken en daar door Taliwang ontzet, dat anders in handen van voorsz: natie soude gevallen zijn, soo als zij zig voorlange jaare hebbe weeten meester te maaken, van het magtig en vrugtbaare Eijland salaparang het geene tot nog toe door die van sumbauwa om de wille der gestadige troubelen in dat rijk niet weeder heeft kunnen herwonnen werden, ook hebben de gecom„ mitteerdens hoe wel niet wel gevaar opgeligt aen ouden koning datoe verwe met zijn twee zoons en dezelve in arrest herwaards gezonden; dog hadde wel geweld dat soo gemaeklijk hadde in 't net geloopen den ouden nog Nene Renga die zig „ op het land oud daar hij Een grooten aen rang heeft, egter hoopt men nog dien knaap insgelijx te zullen magtig werden en dus het land in een volkomen rust te brengen Ik hebbe dus soo kort doenlijk dit alles hier bij maar ter needer gesteld om daar een sang en verdrietige ver„ „raal uE: Hoog Edelheedens niet te vermoeijen, terwijl ik verder de vrijheijd neemen mij te refereeren soo wel aan de afgaande en aankomende brieven, de apparte resolutien van den 21: october das voorleeden en 10. maart deezes jaars, mitsgaders het rapport der Gecommitteerdens item de translaaten der inlandze brieven, wat nu betreft den ouden noning datoe verewe, dezelve is met zijne wijven en kinderen bij zijn komst in 't casteel in civiel arrest 1764 3e
English
From Makassar, the 10th of June 1764. placed under arrest in a room prepared for that purpose, having left some domestic servants with him for his service, where he shall be kept with the approval of Your Right Noblenesses for as long until the newly chosen king, having sworn to the contracts, is firmly established upon the throne through the approbation of the Honorable Company and there is no longer anything to fear from the adherents of the first-mentioned; at which point I do not doubt that he will be pardoned by that Court through the intercession of his honored friends and family, and his release be requested, which might then also well be granted, provided good care is taken that he or his children do not break out into excess again. And under the favorable approval of Your Right Noblenesses, this will likely be the best means not only to restore peace, but also to make it lasting; besides that this will increase the respect and affection for the Company, as they will then perceive that the welfare of the land and people is the principal aim being pursued, whereas on the contrary, a deportation to one place or another outside of this government would stir up his adherents, who are still great and powerful, to the total ruin of the land, which has already suffered quite considerably during these recent troubles. In the meantime, care will be taken that no expenses of this expedition come to the account of the Honorable Company, but that everything shall be paid by the kingdom of Sumbawa, for which the new king has already bound himself. However, since it might 167 From Makassar, the 10th of June 1764. possibly not be acceptable that this is done in sappanwood, I have written to the resident to direct matters so that, apart from one cargo of that dyestuff, the remainder be paid in slaves who are sound and not old, each of them calculated at 30 rixdollars for the male persons and 25 rixdollars for the female persons, in the hope that all of this will merit the esteemed approval of Your Right Noblenesses. On this occasion, I have also not only written to resident Tinne to urge the newly chosen king of Sumbawa to come here as soon as possible, but also dispatched letters to the other princes to invite them here, in order to then, in a combined assembly, if feasible, make a regulation for the safeguarding of the peace and tranquility of the entire land, and to clear away all disputes and quarrels that they might have amongst one another, expecting that the aforesaid princes will comply with that request, for which Tinne gives good hope in a further letter of the 23rd of April last, which I shall await with much anticipation. Otherwise, however, upon the permission received from Your Right Noblenesses, I shall make a short journey there in the month of October, if everything is then as quiet and safe as it is currently at and around this Castle, for to make any redress there through commissioners does not appear advisable to me. I had also given to the aforesaid Bakker a secret instruction to be opened in sea, and therein ordered him, after the end of the unrest on Sumbawa, to make a cruise with the three 1764 3rd part From Makassar, the 10th of June 1764. three aforementioned vessels along the coast of Manggarai and behind Saleyer, and on that route, if possible, also to call at Bonerate and Kalaotoa. However, he was unable to comply with those orders, since according to his writing of the 9th of February, such a violent storm overtook them while sailing out of the roads of Sumbawa that, as the saying goes, they had to let it run at God's mercy, and having finally arrived in Saleyer with many endurances, the ketches suffered greatly thereby, but have now been repaired after a fashion from their defects, and are mostly employed here and there. We were now under the impression that Sumbawa had once again become completely tranquil, but on the 28th of April a note from resident Finne was delivered to me, wherein he informed me that the newly chosen king of that kingdom had sent him two trusted persons, provided with the Royal Seal, with the notification that thirty Balinese vessels were reported to have already landed at Labuhan Baru, situated between Taliwang and Alas, over which, as chiefs, besides one Balinese, were two of the principal servants of Dato Gerawe, in order to attempt whether they could carry out something to the advantage of the latter, and also that envoys had arrived there from Gusti Murah, the High King of Bali, to declare war on Sumbawa, etcetera, requesting
Dutch transcription
Van Maccasser den 10: Iunij 1764. arrest gezet in een daar toe geprepareerd vertrek hebbend aan hem eenige domisticquen tot zijn dienst gelaten alwaar hij met goedvinden van UE: Hoog Edelheedens soo lange sal werden gekoleden, tot den nieuwe verhooren koning de contracten beswooren hebbende, door de approbatie der E: Comp: in den zetel voor vast gezeeten en voor den aenhaang der Eerstgem: niet meer te vreezen is wanneer ik niet twijfell of hij zal door de vntercessie zijner gEede vrienden en familie bij dat Hof gepardonneerd, en zijne laagatie verzogt werden, dat als dan ook wel soude kunnen g'accordeerd, niets goede kor„ „ge gedraagen word dat hij of zijne kinderen niet weder nomen uijt te spatten; en dit sal onder gunstig goedkeuring uwer Hoog Edelheedens wel het beste middel zijn, om niet alleen de rust te herstellen, maair ook bestendig te maaken behalven dat zulx het ontzag ende geneegentheeden voor d' Comp: sal vermeenderen, alzoo sij dan kun„ „nen bespeuren dat de welstand van land en volck het voornaamste doel wit is, dat men tragt te beschieten, daar ter contrarie een versending na de Eene ofte andere plaats buijten dit gouvernement zijn aanhang die nog groot en magtig is weeder gaande soude maaken tot een tot alle ruijme van het land, het geene in deeze jongsta trou„ belen al vrij wat geleeden heeft, onder tusschen zal gezorgd werden dat geene lasten deezer expeditie voor reecq: der E: Maatschappij koo„ „men maar alles door het rijk van sumbawa betaald werden sal, waar voor den nieuwen koning zig reeds verbonden heeft dan dewijl mogelijk 167 Van Maccasser den 10: e Junij 1764. mogelijk niet aengenaam sal zijn dat rusx geschied in sappanhout soo heb ik den rezident aangeschreeven, om het daarheenen te derigee„ „nen dat buijten eene lading van die verf stoffe het overige voldaan werd met slaven die leevenbaar, en niet oud sijn, ieder derzelver gereekent teegens 30 rijsd„s de mans en 25 rd„s de vrouwe persoon„ CV in hoope dit alles sal meriteeren uE: Hoog Edelheedens g'eerde goedkeuning Ik heb ook bij deeze geleegendheid niet alleen aen den resident Tinne geschreeven om den nieuw verkooren koning van sumbauwa aan te zetben om ten spoedigste herwaards te koomen, maar ook aan de rverige vorster brieven af gezonden om naar herwaards te nodigen, ten eijnde om als dan rens in een gecombineerde vergadering des doenlijk een reglement te maa„ „en tot beveijliging der rusten vraede van het gansche land en alle disputen en questen die zij ondermalkandenen mogten hebben uijt de weg te ruijmen, in verwagting dat de voorsz: vorsten aan dat verzoetszul„ „len voldoen, waar toe Tinne goede koop geeft bij een nadere brief van den 23: april jongstleeden het geene met veel verlange te gemoet sal zien, dog anders sal ik op de bekoomene permissie uwer Hoog Edelheedens in de maand van octob:r een reijzje derwaards doen, indien als dan alles soo gerust en veijlig als thans aen en om dit Casteel is, want om daoor gecommitteerdens aldaar Eenige redreste maaken mij niet raadzaam voorkomt. D 1 ix hadde aen dik gest: Bakkerook meede gegeeven een secreste Jnstructie om insebute openen en daar bij hem gelaast, om na het Eijndigen den onlusten op sumbauwer met de drie 1764 3e deer Van Maccasser den 10=' IJunij 1764. drie voor gem: vaartuijgen een kruijstogt te doen langs de Cust van Mangarije en agter salijer, en in die route des mogelijk ook aan te gieren Boneratte en calauwt, dog heeft hij aan die beveelen niet koomen voldoen, vermits volgens sijn schrijvens van den 9: febr: haar in het uit seijlen der Rheede van sumbawa, soo een geweldige storm is overvallen, datze het gelijk men segd op gods genade hebben ^gevaaren op saleijer zijn ter houw gekoomen moeten laaten loopen en eijndelijk met veele uijtgestaane ^ hebbende die kiettjes daar door veel geleeden dog zijn thans werder telle quelle van naar gebreeken hersteld, en meest hier en daar g'Eenploijeerd, — Wij waaren nu in de verbeelding dat sumbawa weeder volko„ „men in rust was gerakt, dog op den 28: april wierd mij besteld Een briefje van den resident Finne, waar bij hij mij kennisse gaf, dat den nieuw verkooren koning van dat rijk, aan hem had„ „de gezonden twee vertrouwde perzoonen, voorzien met het Rijxzegul, met bekendmaking dat op de Laboeang baroe gelei„ „gen tusschen Taliwang en alles reeds soude geland sijn dentig balij„ „ze vaartuijgen waar over als hoofden waarin buijten Een balijer twee van de voornaamste bediendens van datoo gerawe om te onderstaan of iets ten voordeelen van den laatsten nonde uijtvoeren, als meede dat aldaar g'arri„ „veert waaren gezanten van goestij Moera /: de Hoofd koning van Balijs om den oorlog aan Sumbawa te verklaaren &=a verzoekende
English
From Maccasser the 10th of June 1764. further requesting effective assistance from the Company. Since it was now impossible for me to send any relief of men or vessels, as the latter were partly employed and the garrison too weak in military personnel to spare any of them, I had Datoe Iarewe come to me to draw him out in casual conversation and find out whether the reasons for this new invasion of the Balinese on Sumbawa were not known to him. However, he kept playing ignorant for some time and refused to come out with it, but upon my further insistence he said that the Prince of Taliwang, now chosen king of that realm, had agreed some time ago with the King of Salaparang, Datoe Goenong, commonly called Sang Tombong, being an uncle of his, Iarewe, to wage war together against the aforementioned Goestij Moera, and to see to bringing the said island of Salaparang, formerly conquered by the Balinese, back under the obedience of Sumbawa and liberating it from the tyranny of the Balinese. But Goestij Moera, having caught wind of this plot, confronted Sang Tombong about it, who, denying this, was demanded by the repeatedly mentioned Gustij Moera, as proof of his innocence, to attack the Prince of Taliwang together with him. The latter, out of fear, had had to agree to this, from which the first war had sprung, and he, Datoe Iarewe, had remained with his uncle at that time until the relief from the Company had forced the Balinese to retreat, yet under the promise that no harm would be done to him, Datoe Iarewe; however, now that he had been sent hither, this new invasion of the Balinese possibly originated from that. This account, which was very plausible, gave me reason to say to Datoe Iarewe that the Company's intention was not to offend him, but that he had been sent hither for some time in order to restore the tranquility of the country thereby, and that he might well have perceived this from the treatment accorded to him here, and that it was therefore his duty and interest to bring it about that the Balinese vacate the land of Sumbawa as soon as possible by writing a letter to his uncle Sang Tombong, which he then undertook to do, and also handed over to me two days thereafter. Whereupon, in our meeting of the 1st of May following, it was resolved, seeing that, as stated herein above, we were unable to assist those of Sumbawa with effective help and support, to send thither a trusted person with a letter from this Council to Gustij Moera, to urge him to leave the aforementioned land of Sumbawa and to state the reasons he had for attacking an ally of the Company so unjustly, in order that, if he were aggrieved, justice might be done to him. As was also further thought proper to write to the grandees of Sumbawa not to use violence if the Balinese made a cessation of arms; as well as to give communication of all this to Resident Tinne to regulate himself accordingly, and to send to him with the chaloup de Vigilantie one thousand pounds of gunpowder and five hundred pounds of lead musket balls, in order to assist the realm of Sumbawa therewith if the aforesaid was of no effect and the Balinese persisted stubbornly in their intention. The outcome of which I expect daily, hoping it will drag no bad consequences in its wake, since a few days ago it was related to me by a native coming from Sumbawa that the preparations made by Goestij Moera were allegedly not against Sumbawa, but to wage war against one of his neighboring princes, and the newly chosen King of Sumbawa had thus alarmed himself somewhat too early. Referring myself for the rest concerning this entire history to the letters exchanged with Resident Tinne, our resolution of the 30th of May, and the letters written to the grandees at Sumbawa and Gustij Moera. Concerning the realm of Bima, I have no further report from Resident Tinne other than that, having conquered Pota, he was busy making himself master of Rhed as well, and it was apparent that this prince would succeed therein, as I have been privately informed that he already has and has completely expelled the Macassars from those places, which the message and request of the Gowan court, which is very upset about this, seems to confirm. Having nothing to report concerning the remaining realms and allies on the said island, I shall pass over to the Mandhar, of whose smuggling trade there are again striking proofs, as is recorded in detail under the chapter of Goach and in the report of the Amboinese Adam, and I would not have failed to make use of that authorization from your High Nobilities, had not a lack of men and the employment of the vessels available here on hand for other urgent services, as well as the
Dutch transcription
169. Van Maccasser den 10 Junij 1764. versoekende wijders kragtdadige adsistentie van de Comp: Dewijl het mij nu onmogelijk was eenig secours van volck of vaartuijgen te zenden als sijnde de laatste gedeeltelijk g'Emploijeert, en het guarnisoen te swack van Militairen om daar van eenige te kunnen missen„ soo heb ik datoe vereive bij mij laaten koomen om door een voet praatje hem uit te locken en te verneemen of hem de reedenen niet bekend waaren van deezen nieuwe in val der balijers op sumbawa dog, hij hield eenige tijd on„ „weetende en wilde niet uijtkoomen, maar op mijn nader aanhouden seijde hij dat den prins van Taliwang /: nu verkooren koning van dat rijk:/ vooreenigen tijd met den Koning van Salaparang, datoe goenong in de wandeling genaemt Pang Tombong /: zijnde een dom van hem Iarewe:/ was over Een gekoomen om gezamentlijk voors: goestij moera te b'oorlogen en daar toe te zien het gem: Eijland Salaparang /:wel eertijds door de Balijers geconquesteerd:/ weederom te brengen onder de gehoorzaamheid van Sumbawa, en het selve van duin„ „gelandije der Baleijrs te verlossen, dog dat goestijckoe„ ra van dit complot de snuif gekreegen hebbende sang Tombong daar over hadde aengesprooken dog die zulx negeerende had meermelde gustij Moera op hem be„ „geerd tot eenblijk dat hij onschuldig was, gezamentlijk den 1764 3 Van Maccasser den 10: Iunij 1764. — den prins van saliwang te attacqueeren het welke dan uit vreeze hadde moeten toestemmen, was daar uit den Eersten oorlog geprooten, en hij Datoe Iarewe sig„ „te dier tijd bij zijn oom gehouden, tot dat het secruas van d' Comp: de baliers genoodsaekt hadde te wijken, egter on„ „der beloften dat aan hem Datoe verewe geen quaad soude aengedaen werden, dog dat hij nu herwaards ge„ zonden sijnde, mogelijk daar uit deezen nieuwen in val der baliers oorspronckelijk was. Dit relaas dat seer waarschijnlijk was, gaef mij aanlijding om datoe verene te seggen, dat de intentie van d' Comp: niet was om hem te beleedigen, maar dat hij herwaards wees gezonden voor eenigen tijd om daar door de rust van het Land te Eerstellen, en dat hij sulx wel hadde kunnen bespeuren uijt het trac„ „tement het geene hem alhier was aangedaan, en het dier„ „halven zijn pligt en intresse meede bragt te bewerken daet de Baliers soo spoedig moogelijk het land van sum„ bawa ruijmden door het schrijven van een briefje aan zijn oom sangTombong geen hij dan aannam te sullen doen, en ook mij twee daagen daar aan overhandigde waar op in onse vergadering van den 1: maij daar aan is geresolveerd, aangezien gelijk hier bovengezegd wij onvermoogende waaren met Eene kragt„ „dadige hulpe en bijstand die van sumbawa te adsisteeren derwaards Van Maccasser den 10: Iunij 1764. 171 derwaards te zenden een vertrouwd perzoon met Een brief van deezen raad aan gustij Moera, om hem aan te maanen het voorsz: land van sumbawa te verlaa„ „ten, en op te geeven de reedenen die hij had een bondgenoot van de Comp: soo onregtvaardig te over vallen op dat hij beleedigd was hem regt te laaten doen, gelijk ook verder is goed gevonden aan de uijt grooten van sumba„ „wer te schrijven geen geweld te gebruijken wanneer de Baliers een stilstand van wapenen maakten; mits„ „gaders van dit alles communicatie te geeven aan den Resident Tinne om zig daar na te reguleeren en aan hem met de chia„ „loup de vigilantie toe te senden Een duijsend ponden bus„ „kruijd en vijfhonderd ponden loode snaphaans koogels om daar meede het rijk van sumbawa te adsisteeren, als het voors:z van geen Effect was, ende Balier in haar voornee„ „men halstendig bleeven, waar van dan uijtslag daaglijk te gemoet sie in hoope het selve geen quade gevolgen na sig sleepen sal, dewijl mij weijnige daagen geleeden door en Inlander van sumbawa koomende is verhaald dat de preparatien bij Goestij Moera ge„ „maakt niet soude sijn voor sumbawa„ maar om een zijner na burige princen te b'oorlogen, en den nieuwen verkoo„ „ren koning van Sumbawa sig dus wat te vroeg hadde 1o. 64 vngelande Van Maccasser den 10: Iunij 1764. hadde g'allarmeerd refereerende mij voor het overige dit gantsche histariaal betreffende, aan de gewisselde brieven met den resident Tinne onze resolutie van den 30: maij ende brieven aan de rijxgrooten tot sumbawa gustij Moera geschreeven, — omtrent het rijk van Bima hebbe ik van den resident Finne geen nader berigt als dat hij Pota veroverd beezig was om zig ook meester te maaken van Rhed, en het apparent was dien vorst daar in soude reusseeren, soo als ik in het particulier g'informeerd ben dat hij reeds soude sijn, ende maccassaaren ten Eenemaal van die plaatsen verdreeven hebben, het welk de boodschap en verzoek van het goase Htof, dat daar over seer ontsteld is, schijnt te bevestigen van de overige rijken en bondgenooten ten gem: Eijlan„ de niets te melden hebben, sal ik overgaan tot de Mandhaar van welkers smockel handel weeder door slaande blijkende zijn, gelijk het onder cappittel van goach en bij het relaas van den amboinees Adam omstaendig genoteerd staat en ik soude niet gemancqueerd hebben mij te bediennen van die qualificatie uwer Hoog Edelhee„ dens, in dien gebreck van volck, en het amploijeer alhier aan handen sijnde vaartuij„ „gen tot andere noodwindige diensten mitsgaders door het
English
From Maccasser the 10th of June 1764. the delay of the factory ship and the lack of equipment goods had posed no obstacle in that regard; but I hope under God's blessing to put such into execution in the upcoming sailing season, and I have already had a serious conversation with the king of Bonij, as is reported in detail in the daily register of the 6th of December of last year, during which the king with very great passion tried to persuade me to fall upon them severely and punish them, offering to that end to attend that expedition in person. But since I did not yet know at that time how Your Right Noblenesses would be pleased to dispose, and I was also well aware of the reputation of Bonij's king for not being able to keep silent about what he does not know, and often confusing his affairs through untimely judgments, I replied to him that this was a matter of too great a scope and I absolutely required the authorization of Your Right Noblenesses for it; that I knew well that the Mandharese had already for some years stepped quite out of bounds and been disobedient, so that they certainly deserved a correction, and that I had therefore for some time intended to request authorization in that regard, but that such could not have taken place during the unrest in the interior, nor for the present, as it was not known how affairs on Sumbawa would turn out, but that once everything was at peace again, I would give my thoughts mature consideration and write to Your Right Noblenesses. I further recounted to the prince what happened last year with those of Ballanipa, and that I still had one of his subjects here in irons. The king requested that I let him have that lad for examination, which was done without anything further coming of it. Notwithstanding that no firm resolution regarding the punishment of the Mandharese was taken in this conference, I nevertheless learned a few days later that this prince, upon arriving home, had severely cursed that people, and added to it that the time had now almost come to punish them, which I do not doubt reached the ears of that nation, since those of Ballanipa in the beginning of April sent envoys to that prince, supposedly to bring the fine that they had to pay according to the laws of the land because they had deserted the king in the field before the end of the war with Penijke; as is described in detail in the daily register of the 9th, 13th, and 14th of April last. For this reason, on the occasion that the king paid me a visit on the 2nd of February and related having learned that the post Bolo, falling under the government of Ternaten, had been overrun by the Mandharese prince Manadia Batoe Ladja and all the garrison people stationed there were murdered except for the sergeant, who had fortunately escaped, I thanked the king for that report, but warned him against giving reason for suspicion to that nation; and that I would give him notice in good time when the moment came, and that then all would succeed well, but that danger would be present if, getting wind of it beforehand, they prepared to resist. And thus I also intend not to warn him before the time has come and he has just enough opportunity to get ready. Concerning the Northern and Southern Provinces, as well as Poelembankeng, there is nothing extraordinary to report, nor concerning Salijer, except that the regent of the village of Ballaboelo, mentioned in my last humble letter of the 20th of October 1763, on the complaints made by his subjects, which were confirmed by the other Salijer grandees and at the same time testified that there was no means for reconciliation, and since the aforesaid regent knew nothing to put forward in his justification, has been dismissed subject to the further approval of Your Right Noblenesses, and the Resident was ordered upon his return to inform himself as to who was the closest and most competent for that office, in order to propose him on a further occasion. Thus, having now given a report of what has occurred in this government among the native princes and allies, I would end with that, were it not that I still have something to say regarding what Your Right Noblenesses are pleased to order me, namely to give my considerations as to how and with what number of people etc. it would require to carry out an undertaking to attack with force, besides the Mandhaar, also Wadjo and Sumbawa, to see what advantages could be gained from it. Therefore I shall have the honor to tell Your Right Noblenesses that I had by no means intended to claim that, if the Company wished to become master of the trade on this island again as before, the Mandhaar, Sumbawa, and Wadjo should have to be attacked in such a manner that the power to do evil would be taken from them forever; I say that I by no means
Dutch transcription
173 Van Maccasser den 10: Iunij 1764. het agter blijven van het comptoir schip, gebreck aan Equipagie goederen, daar omtrend tot geen abstacul had gestreekt; dog ik hoope onder gods zeegen in het aanstaande vaar sulx ter Executie te stellen, en hebbe reeds met den koning van Bonij /: soo als bij dag register van den 6: december des voorleeden jaars omstandig staat ver„ „melt:/ een serieus onderhoud gehad, waar bij den koning met seer veel drift mij tragten over te haalen om haar gevoelig op het lijf te vallen en te straffen, prezenteerende ten dien eijnde in perzoon om die Expeditie bij te woonen, dan aangezien ik ter dier tijd nog niet wiste hoedanig UE Hoog Edelheedens soude gelieven te disponeeren, en mij ook gevondig bekend was het rumeur van Bonijs koning van niet wel te kunnen swijgen, als het gee„ „ne hij niet en weet, en meenigmaalen door ontijdige duijgementen sijne zaaken in de waar helpt, soo andwoor„ den ik hem daar op dat dit Een zaak was van te veel uitzigt en ik absolut daar toe noodig had de qualifi„ „catie van uw Hoog Edelheedens, dat ik wel wist de Mandhareezen al voor Eenige vaaren vrij wat buijten den band gesprongen en ongehoorzaam gewest waaren, soo dat zij een correctie wel hadden gemoniteerd en dat ik daar om al voor eenige tijd de wil gehad had dier weegens qualificatie te verzoeken dog dat zulx geduu„ „ende de onlusten inde binnen landen niet had kunnen geschieden, als ook niet voor teegens 1764 vlgen Van Maccasser den 10: Iunij 1764. teegenswoordig als niet weetende hoedanig de zaaken op sum„ „bawa zig soude schicken, maar dat in alles weeder in rust sijnde rijpelijk mijne gedagten daar over laaten gaan, en aan Haar Hoog Edelheedens schrijven soude, Ik verhaalde wijders den vorst het gepasseerde voorleeden jaar met die van Bal„ lanipa, en dat ik nog eene van zijne onderdaanen hier in de boeijen was hebbende, den koning verzogt mij die knaap eens ter Examinatie te moogen hebben, zoo als dit ge schied is sonder dat daar verder iets is van gevallen Niet teegenstaande m in deeze conferentie geen vast besluijt omtrend hiet straffen der mandharaesen genoo„ „men was, soo vernam ik dog korte daagen daar aan, dat dien vorst thuijs koomende hevig dat volck had„ „de gescholden, en daar bij gevoegd, dat tijd nu haust gekoo„ „men was om haar te straffen het geene ik niet twijffel of zal die natie zijn ter ooren gekomen, dewijl die van Ballanipa in het begin van april aan dien vorst heb„ ben gezonden gezanten om quasi de boete te brengen die zij volgens 's land wetten moesten betaalen, om . . . . . datze den koning op het veld voor het eijndigen van den oorlog met Penijke verlaaten hadden; soo als dat omstan dig staat besz bij dagregister van den 9: 13: en 14: april jongstleeden, waarom ik den koning bij geleegendheid dat hij mij op den 2= den febr: een visite gaf en verhaalde voorgenist te hebben vernoomen Van Maccasser den 10: Iunij 1764. 175. vernoomen dat de post Bolo sorteerende onder het gou„ „vernement van Ternaten, door den mandharees prins mana„ dia Batoe ladja was afgeloopen en alle het daar in bezetting geleegen hebbende volck vermoord waaren behalven den sergeantdie nog geluckig was ge Echappeert, soo bedankte ik den koning voor dat berigt, dog waarschouwden hem den reeden van ag„ „ter dogt aan die natie te geeven; en dat ik hem tijdig ge„ „noeg communicatie soude geeven als het tijd was, en dat dan alles wel soude gelucken, maar gevaar soude sub„ „ject sijn, als sij voor af de snutf in de neus krijgende sig tot teegen prepareerden en dus ben ik ook van Intentie, hem niet te waarschouwen voor dat de tijd sal geko„ „men zijnen hij even geleegendheijd heeft om zig klaar te maaken Omtrend de Noorder en zuijder Provincien, zoo wel als Poelembankeng is niets sonderlings te bedeelen, soo meede niet omtrend — Palijer, als dat den regent van de negorije Ballaboelo in mijn laast onderdanig onderdanige van den 20: october 1763: vermeld op de gedaane klag„ „ten zijner onderdaanen, die door de overige salijereeze rijx grooten wierden Geconfia„ „meerd en teffens betuijd dat er geen middel was tot 1764 eln Van Maccasser den 10: Iunij 1764. tot versoening, en vermits den voorsz: regent mits tot zijner Justificatie wist in te brengen, op de nadere approbatie van uw Hoog Edelheedens is afgezet, en den Resident g'ordonneert om bij zijne retour, zig te informeeren wie de naaste en bequaamste tot dat ampt was, om die als dan bij nadere geleegentheid voor te vraagen Dus nu apel verslag gedaan hebbende van het geene ten deezen gouvernemente onder de jnlandse vorsten en bondgenooten is voorgevallen sou ik daar meede eijndigen, indien mij niet nog resteerde iets te zeggen van weegens het geen UE Hoog Edelheedens mij gelieven te ordonnae„ „en, namentlijk omme op te geeven mijne consideratien hoeda„ „nig en met wat getal van volck &=a soude vereijschen ter eenes— uitvoering te brengen onderneeming, om behalven de Mandhaar ook wadjo en sumbawa met geweld aan te la„ „tan om te zien wat voordeelen daar uijt soude te be„ „haalen zijn, dierhalven ik dan d'eere sal hebben uw Hoog Edelheedens te zeggen dat geensints van in„ „tentie ben geweest om daar het voorgeeven dat wilde de Comp: weeder als bevoorens meester werden van den handel ten deezen Eijlande, de Mandhaar sumbawa en wadjo sodanig sullen moe„ „ten werden aangetast dat haar voor altoos de magt benoomen werd om quaad te doen, ik seggen dat ik geenzints
English
From Makassar, 10 June 1764. by no means intended to encourage Your Right Honourables to a formal war, but solely to make them feel the strength of the Company's power and might once and for all through a reasonable force—which for the first and last time would not need to be large or too costly—and to clip their wings. As far as Sumbawa is concerned, I hope that the recent incident there will make them considerably more submissive, because they have seen from it that it is only the Company that can rescue them from distress, that realm having truly been on the verge of being occupied by the Balinese, whom it would not have been so easy to drive out again. Regarding the Mandar on that account, I take the liberty to refer to what I have said above, and hope with little expense to shake up that nest in such a manner, and to impose such harsh conditions upon those princes, that they will not play the master so much in the future. As for attacking the Wajo people without cause, that could be especially dangerous and have very detrimental consequences, but in case it should happen again that Boni became embroiled in war with that nation, it would then be time to fall upon them with such a force as was here during the war in the time of Governor Smout, and in the case of good leadership, to achieve a complete victory, which the said Mr. Smout would indisputably have obtained had he not had the weakness to surrender himself to the advice of a certain Stemer and thereby let victory be snatched from his hands, without having gained anything from that war, but rather lost, because since that time that nation considers itself a free people, independent of the Company, refusing to hear of the contract made in the year 1670. The advantages that would now be obtained in this, should it please God to bless the weapons of the Company, are these: first, they would have to pay not only the costs of the previous war, but also of the one being waged at that time; secondly, to be forced to provide an annual tribute, to which they, being mighty in wealth, would indeed consent in order to prevent the ruin of their country; and thirdly, by making a contract, their wings could be clipped in such a manner that the Company would have free rein over the entire linen trade on this Celebes, for although there is no appearance or evidence that they have ever engaged in the smuggling of spices, they nevertheless trade in everything and fill the interior of the country with their merchandise, without any noteworthy specie leaving their country, since they annually export more than one hundred thousand rixdollars worth of cloths made in their country, for which they then barter for what they need and hoard the specie, refusing to accept anything but new Dutch silver money, which is also the reason why one never sees that coin appear again unless it is half worn out. And the unity, good order of government, and police among them is so great that it is astonishing. Moreover, one sees almost no beggars among them, with which it swarms among the other nations of this island, for being industrious and all engaging in trade, it never happens that they cast someone out because he is unfortunate, but having suffered heavy losses through trade and being able to demonstrate this, money is given to him from the public purse at a low interest to put his ruined affairs to rights again. I could say more of this nation, but I judge it sufficient to make Your Right Honourables see from this how dangerous it would be to attack that people hostilely without Boni playing the lead role in it. And if such should happen again as just recently, and the Company had its hands free, it could not be undertaken with very much prospect of good success, and this has actually been my opinion, but by no means to make new conquests, since I am very humbly of the opinion that the same would do more harm than good to the Company, it being able to bear enough fruit when those who offend, and through neglect of their alliance not only disrespect the Company but even greatly harm it, are brought to reason by a short but sharp correction. And that such is necessary, experience teaches, since the native, through the passage of time, has become too shrewd to be kept in check, as in former times, merely by threats. With this, by permission of Your Right Honourables, I shall conclude this and remain with profound respect. Was signed: High and Mighty, Far-Ruling Lord, and Right Honourable Lords, Your Right Honourables' humble and obedient servant, was signed: S. Sinkelaar. In the margin: Makassar, in Castle Rotterdam, 10 June 1764. Below it: P.S. Just as this was already written, the envoy whom I dispatched to Sumbawa—of which island mention is made above under that chapter—returns here with the pleasant news that no Balinese were to be found there, but that that nation had a severe war among themselves, so that there
Dutch transcription
Van Maccasser den 10: Iunij 1764. geenzints daar meede bedoeld heb uw Hoog Edelheedens te ^en allen om door een tamelijke mragten voor de animeeren tot Een formeelen oorlog, maar enkelde eerste en laatste niet groot of te zeer kostbaar soude behoeven te zijn, naer de kragt van 's Comp:s magt en vermoogen te doen gevoelen, en de wieken te korten wat nu sumbawa betreft ik heb hoop dat het jongste voorval aldaar haar vrij wat submisser sal maaken om datze daar bij gezien heb„ „bende, dat het enkel d' Comp: is die haar uit de nood kan redden, als zijnde waerlijk dat rijk op het punct geweest om in bezet genoomen te werden door de Baliers die het soo gemackelijk niet soude geweest zijn haar weder uit te drijven; omtrend de mandhaar dierweegens neemen ik de vrijheid mij te refereeren aan het geene ik hier boven hebbe gezegd, en verhoope met wijnig kosten dat dat nest sodanig om en op te schudden, en die princen sulke har de voorwaarden op te leggen dat zij in het gevolg soo veel den baas niet sullen speelen, wat nu betraft om de wadjoreezen buijten reeden te attacqueeren, sulx soude voor al gevaarlijk en van zeer nadeelig gevolgen kunnen zijn, maar ingevalle het wee„ „der mogte gebeuren dat Bonij met die natie in oorlog raakten, als dan soude het tijd zijn om met sodanigen magt als inden oorlog ten tijden van den Heer gouverneur Smout, alhier 1764 3e teek Van Maccasser den 10: Iunij 1764. alhier geweest is haar op het lijff te vaalen, en in geval„ ge van Een goede directie, een compleete overwinning te be„ haalen het welk gem: heer smout in dispuctabel soude verkreegen hebben, had hij de swackheid niet gehad zig aen den raad van zeekeren stemer over te geeven En daar door de overwinning uit de handen te laaten rucken, sonder iets met dien oorlog te hebben gewonnen, maar wel verloo„ „en want seederd dien tijd die natie zig aanmerkt als een vrij vock in den pendent van de Comp: willende van het contract in den jaare 1670: gemaakt niet hooren„ Het voordeel nu dat in deezen soude behaald werden, ingevalle het god behaagde de wapenen der Comp: te zeegenen zijn deezen voor eerst souden zij moeten betae„ „len niet alleen de lasten van den voorigen maar ook de als dan gevoerd werdende oorlog, ten tweeden ge„ dwongen tot het op brengen eener jaarlijxe tribut waar toe zij, magtig in rijkdom zijnde wel soude bewilligen om verderf van haar land voor te koomen, en ten derder sou naar door het maaken van Een contract de wie„ „nen sodanig gekort kunnen werden, dat de Comp: op dit celebes soude vrij hebben den gant„ „schen handel in lijwaaten, want schoon en gaen schijn ofte blijk is, dat hij zig ooijt hebben bemoeijt met het smockelen in specerijen soo negotiee„ „ren zij 179 Van Maccasser den 10: Iunij 1764. zij dog in alles en vervullen het Land van binnen met haare koopmanschappen, sonder dat Eenige naam waar„ „dige contanten haar land uijtgaan, dewijl zij's jaarlijx meer als voor hondert duijsend rijxdaalders aan kleeden die in haar land gemaakt werden vervoeren, daarze dan weeder het geene zij noodig hebben voor trocquaa„ „ren, en de contanten op leggen niets willende ontvangen als nieuw neederlands prijement, dat dan ook de reeden is waaren men nooijt van die munt weeder siet de voorschijn koomen ofte moet half gesleeten sijn ende eendragt, goede ordre der regeering, en politie is bij haar soo groot dat het te verwonderen is, daar en boven siet men onder haar bij na geen aameluij„ den, waar van het onder de overige natien deezes Eijlands krield, want ijverig zijnde en alle zig bemoeijende met den handel, soo gebeurd het nooijt datze iemand verstooten om dat hij ongeluckig is maar swaare verliesen door de Negotie geleeden hebbende, en zulx kun„ „nende aantoonen, werd hem geld uijt de gemeene beurs gegeeven tot een geringe Intresse om zijn vervallen zaaken wee„ „der te regt te regten, meer 1764 vlngelandt Van Maccasser den 10:' Iunij 1764. Meer soude ik van deeze natie kunnen seggen, maar ik oordeele het genoeg te zijn om uE Hoog Edel„ „reedens hier uit te doen sien hoe gevaarlijk het sou„ „de sijn dat volck vijandelijk te attacqueeren son„ „der dat Bonij daar in de hoofd rolle speelen, en als sulx weeder quam te gebeuren soo als nu jongst en d' Comp: had de nanden ruijm soude niet kunnen werden ondernoomen niets seer veel apparentie van Een goedsucces, en dit is eijgen„ „lijk mijne meenig geweest maar geenzints om nieuwe concquesten te maaken dewijl ik zeer needrig van gevoelen ben het zelve meer na als voordeel soude doen aan de maat„ schappije, kunnende het vrugt genoeg doen, wanneer de soodanige die sig vergrijpen, en met verwaarlossing haar verbintenisse de Compagnie niet alleen kleijn agten, maar selvs grootelijx benadezelden, door een korte dog scherpe correctie tot raden gebragt werden, en dat sulx noodsaaklijk is, seerd de ervaarentheijd, dewijl den jnlander door langheijd van tijd, te 181 E Van Maccasser den 10 Junij 1764. 39 te gesleepen sijn geworden om haar gelijk wel eertijds door dreijgementen in den toom 6 te houden—, Hier meede nu sal ik met permisse van uw Hoog Edel„ „heedens deeze besluijten en met profond respect verblijven. /:onderstond/ Hoog Edele groot Agtb: wijdgebiedende Heer, en wel Edele Heeren, /:Lager:/ UE Hoog Edelhee„ onderdanige en gehoorsaamen die„ „naar /:was geteekent:/ S: Sinkelaar, /:in margine Maccasser ijn 't Cas„ „teel Rotterdam den 10: Junij 1764. /:daar onder:/ P: S: soo als deeze reeds was geschreeven, komt alhier te retourneeren den sendeling die ik hebbe gedepecheert na sum„ bawa, voor van hier boven onder het cappittel van dat Eijland is mentie gemaakt, met de aangenaame tijding dat aldaar geene balijers te vinden waaren, maar dat die natie e E onder zig een swaare oorlog hadden, soo dat daar 1764 3e Meer
English
From Maccasser, the 10th of June 1764. there was now no longer any fear for that. He also brought the answer of the king and grandees of the realm, a copy translation of which is transmitted among the enclosures, which confirms the same. Likewise, the day before yesterday a vessel arrived here from Mandhaar belonging to the Lieutenant of the Malays who is stationed here, whose captain has not only confirmed the overrun of the post at Bewool, but also recounted how it happened, of which I had him provide a written account, which is also transmitted among the enclosures, and from which Your High Nobles, if it pleases you, will observe how formidable those people are beginning to become, and what is to be expected from them in time if they are not confined therein by force of arms. Monday 183 From Maccasser, under date the 18th of June 1764. Monday, the 31st of October 1763, in the morning at nine o'clock. All present, except the Senior Merchant and Head Administrator Jan Philip, Merchant and Fiscal Elias Jacob Bynon, and Junior Merchant and Pay Bookkeeper Fredrik Willem Hendrik van Blijdenberg, the first two due to indisposition and the last still on commission. At the opening of this session, the Governor made known how His Honorable Worship had long since been informed, both by the Resident Tinne and others, regarding the bad condition of the realm of Sumbauwa, but that all those reports had been so confused that not much reliance could be placed upon them; that therefore His Honorable Worship had on the 8th of August last written to and ordered the aforementioned Resident Tinne to proceed with all haste to that realm, in order not only to conduct an ocular inspection and gather information, but also to pacify the arisen 1764 arisen disturbances if possible; as well as immediately to inform me extensively of everything. That pursuant to the aforementioned orders, further letters dated the 21st prior had been delivered here on the 28th of this month, which then being read out by the secretary, it became apparent therefrom that the Nene Ranga had been the causa movens of the present confused state of affairs there, by first causing the widow of the King Majpa Soesoe, who died about three years ago, to withdraw from the government, and causing Datoua Jerewa to be chosen as king, as well as, a few months ago, causing his daughter, who was married to Mella Ropia, to be divorced in the absence of the latter, who had then become so enraged by this that with the help of Prince Taliwang he managed to bring matters so far that the aforementioned Nene Ranga was banished by the grandees of the realm according to the laws of the land, Datoua Jerewa deposed, and the aforementioned Prince Taliwang chosen again in his place; but that the first two mentioned, joining hands, From Maccasser, under date the 10th of June 1764. 185 From Macasser, under date the 10th of June 1764. joining hands, called the Balinese to their aid, had besieged Taliwang with the same, and were still lying before it, and it was not apparent that an end to this war would come without the assistance of the Company; just as the grandees of the realm also made a request by a letter which Tinne likewise transmitted, everything to be seen in detail in the first-mentioned letter of the 21st of this month. Whereupon, after extensive deliberation and taking into consideration how necessary it was, through prompt and powerful assistance, not only to drive the aforementioned Balinese from the country, but also to restore peace to the country through the election of a legitimate king, as well as punishing those who are to blame for all these disturbances, it was approved to have the pantjallangs De Oppas and Bedrieger, as well as the sloop De Sukelaar, made ready with the utmost speed and provided with everything necessary in order to undertake the journey thither, and to dispatch with the same the Bookkeeper Jacob Bikket Bakker, in order to put into effect, with and alongside the Bima Resident Johannes Tinne, such measures as they shall judge necessary for the best service and benefit of the Company and the welfare of the country. Likewise, it was also approved to send thither, at the request of the Resident, four hundred pounds of gunpowder for the service of the post there, and at the same time to order him to take care that the two small barrels of that coarse gunpowder of 50 lb, which the King of Rina received on loan from the deceased former Resident Helmkampf but has not returned, are paid in cash at 31¼ rixdollars per picol, in the manner already written to him, Tinne, in a previous letter by the Governor. Furthermore, it was also approved to sanction the disbursement of five hundred rixdollars to the realm of Sumbauwa, and for the alleged reasons as well as customary practices, to authorize the Resident and Commissioner Bakker, if they deem it necessary, to provide another five hundred rixdollars in addition to that to the aforementioned grandees of the realm, to be repaid in time with sappanwood; but on the other hand to decline the request for one hundred firelocks, ten picols of gunpowder, five picols of lead, as well as some cannonballs for field guns and swivel guns, because it was assumed that the assistance of the aforementioned vessels and crews will be sufficiently capable of restoring everything to peace there; nevertheless, as a precaution, it was approved to send along fifty firelocks and 125 lb of musket balls from here, in order to make use of them should necessity require it, and otherwise to return them, and in the first case to put the same to the account of the realm of Sumbauwa. Furthermore, the departure date of the aforementioned small fleet was set for next Saturday, which will be the
Dutch transcription
Van Maccasser den 10: Iunij 1764. daar voor nu geen vreeze meer was ook heeft hij gebragt het andwoord van den koning en rijxgrooten, waar van Copia translaat onder de bijlagen over „gaat het geen zulx confirmeerd,— - Insgelijx is op eergisteren alhier van de mandhaar gekoomen en vaartuijg be„ hoorende aan den alhier thuijs hoorende Luijtenant der Malijers, welkers anna„ „hoda niet alleen geconfirmeerd heeft het afloopen van de post bewool maar ook teffens verhaald hoedanig zulx is geschied, van het welk ik hem heb laaten geeven en schriftelijk relaas het geene almeede onder de bijlagen over„ „gaat, en waar uijt UE: Hoog Edelhee„ „dens des behaagende zullen bespuc„ ven, hoe redoutabel dat volckje begind te worden, en wat 'er in der tijd van te magten zijg, soo, zij niet door magt van wapenen daar inne gesluijt worden, — Maandag E 183 van maccassere onder dato den 18:' Junij 1764 Maandag Den 31:' October 1763 des morgens ten neegen uuren alle present, tempto p den opperkoopman en hoofd administrateur de Ian Philip „ Coopman en fiscaal Elias Iacob Bijnon en „ ondercoopman en zoldij boekkoeider fred„k w=m Hen„k van Blijdenberg de twee eerste door indispositie en de laaste nog in Commissie In den aan deeser setting gaf den heer gouver„ neur te kennen hoe aan sijn Ed: Agtb voor lange so door den resident Tinne als andere berigt was ge„ daan weegens de slegten toestand van het Rijk van sumbauwa, dog dat alle die advisen soo verward waaren geweest, dat daar op nit veel staad had kunnen gemaakt werden; dat dierhal„ 70 ven zijn Ed: Agtb: op den 8: augustus I:o leeden den ƒ Resident Tinne voorm: hadde aangesz: en g' sich ordonneerd ten spoedigste te begeeven na dat rijk omme niet alleen oculaire inspectie en in formatie te nemen maar ook de gereesene 5 Kilk 1764 3 e taa gereesene onlusten des mogelijk te assopieeren; mits„ gaders mij aanstonds van alles wijdlopig te be„ rigten dat ingevolge de gem: bevelen op den 28: deser alhier was besteld geworden, noder schrijvens ged:t den 21 bevorens het welke dan door den secretaris opgeleesen sijnde soo quam daar uijt te blijken dat den Neneranga, de Cousamovens was geweest van den teegenswoordige verwarden toestand aldaar, met eerst de wed=e van den voor omtrend drie Jaaren overleeden koning majpa soesoe van de regering te doen recun tueeren en datoua Ierewa tot koning te doen verkiesen mitsgaders nu wijnig maanden geleeden desselfs dochter die aan mella Ropia is getrouwd geweest te doen scheijden aan haar om aan in absentie van den laasten die dan daar door soo verwoed quaad was geworden dat hij met behulp van den prins Taliwang het soo verre heeft weesen te brengen, dat gem: Nene Ranga door de rijx grooten na slands wet„ 6 ten gbannen, Datoua jerewa afgezet, en boven gem: prins Taliwang weder gehooren is geworden; dog dat de twee eerst gem: de handen inmal„ Van Maccasser onder dato Den 10:' Iunij 1764 „kander 185 Van Macasser onder dato den 10 Junij 1764. — „malkander slaande, de Baliers tot hulpe geroepen, met deselve Taliwang beleegerd hadden, en daar nog voorlaegen en het niet afpant apparent was sonder de adsistentie der Comp: een eijnde van deesen oorlog soude komen; soo als dan ook de rijx grooten bij een briefje het geene Tinne al„ E meede oversond versoek quamen te doen, alles in het breede te sien bij eerst gem: schrijvens van den 21: deeser Waar over dan wijdlopig geraisonneert en in aanmerking gekomen sijnde hoe nodig het waas door eene spoedige en kragt Ladige adsistentie de voorsz: Baliers, niet alleen van het land te Jaagen, maar ook door het verkiesen van een wettige koning, mits„ „gaders het straffen der geene die aan alle dese onlusten schuld hebben het land weder tot rust te brengen soo is goed gevonden de pantjallings de oppas en bedrigen mitsg:s de Chaloup De Sukelaar op het spoedigste te laaten klaar wor„ ken en van alle het nodige te laaten voorsien om derwaarts dereijse te kunnen onderneemen, en met dezelve ave te senden den boekhouder Iacob Bikket Babeker, omme met en de benevens den Bimas resident Iohanne Tinne, al„ daar sodaar sodanige middelen in't werk te stellen als sij ten meesten diensten en nutte van de Comp: en welweesen van het land sullen oordeelen nodig te zijn Insgelijx is ook goed gevonden om op het versoek van den Resident, derwaarts te senden vier honderd ponden buskruijt ten dienste van de post aldaar, en teffens te gelasten om sorge te draagen dat de twee vaatjes van 1764 3e aar Van Maccasser, onder dato den 10 Junij, A=o 1764. — van dien korlieder van 50 lb: die den koning van Rina van den overleedene p:l Resident Helmkampt/ ter leen ontvangen dog niet gerestitueerd heeft, in cass werden betaald teegens 31¼ rd:s het picol, invoegen hem Tinna reets bij een voorige brief door den heer Gouverneur is aan„ „geschreven— Wijders wierd ook goed gevonden te approbeeren, de afgave van rijxdaalders vijffhonderd aan het rijck van sumbauwa en om de g'allegueerde reedenen mitsga„ ders de gewoone gebruijken den Resident en commis„ „siant Bakker te qualificeeren nm des nodig oordee„ lende nog vijffhonderd rijxdaalders daar en boven aan gem: rijxgrooten te verstrekken omme het selve in der tijd met sappanhout te voldoen, dog daar en teegen van de hand te wijsen het versoek om Honderd p:s snaphanen, thien picol buskruijt, vijff picols loot, mitsgaders eenige kogels voor Conons veld slangen en rantakken, om de wille men onder stelde dat de adsistentie der der boven gem: vaartuijgen en man„ „schappen genoegsaam sullen in staat sijn om aldaar alles in rust te brengen, egter is goedgevonden uijt precautie van hier meede te geeven vijfftig p„s snap„ haanen en 125 lb snaphaan kogels om ingevalle de nood„ „sulx quam te vereijsschen daar van gebruijk te maak„ ken, en anders wederom te brengen, en in het Eerste geval sulx almeede te stellen opreek: van het rijk sumbauwa, — Voorts wierd de vertrek dag van het gem: vloot„ „je bepaald teegens aanstaande saturdag sullende sijn den
English
From Maccasser under date the 10th of June 1764. — are the 5th of November, and also to give Bakker a small instruction to conduct himself accordingly until his arrival at the destined place, principally keeping an eye out for illicit trade and smugglers whom he might encounter on his route, and how to deal with them. While it has furthermore been approved to leave the authority at Saleijer during the absence of Bakker to the assistant stationed there, Hendrik Welvaart. — Lastly, having been read the report of the committee members, Captain Commandant De Lahautemaison and License Master Volle, who pursuant to our resolution of the 22nd of this month have greeted the King of Bonij upon His Highness's return from the inland regions, their proceedings were accepted for communication. This resolution having been sent in section to the Honorable Head Administrator Philip Rick and the Fiscal Bijnon, they declared to concur therewith. Below stood: Maccassar, date as aforesaid. Was signed: C:s Sinkelaar, I:n P:s Rick, I:n B:k de Sahautemaison, E:s J:s Bijnon, P:r H:k Volle, and H:k Wolff. Lower, In my presence, was signed: I:s Smoder, Secretary. Below stood: Agrees. Was signed: P:r Smoder, sworn Secretary. Saturday 1764 3rd [illegible] From Maccasser under date the 10th of March 1764. — After prayer, the Lord Governor informed the members that he had principally called this meeting in order to review the papers concerning the expedition to Sumbauwa, undertaken and dispatched by secret resolution on the 31st of October of the past year, and which have since been written hither by the heads of this expedition, the Residents of Bima and Zaleijer, Tinne and Bakker, and received by His Honorable Worship both in original and duplicate letter dated the 3rd of February last, along with the annexes relating thereto and further ones of the 4th following; thus, after the reading thereof, it became evident that the large settlement of Taliwang had been very closely besieged by the Balinese, but was relieved again by our people after they had successfully attacked the enemy on the 28th of November of the recently past year, although the Balinese could not then entirely be driven away, because the Sumbawanese in a very faithless manner, instead of attacking the enemy, who were twelve thousand men strong, on the shore, had retreated and set sail; that subsequently the Balinese, having no desire for a second engagement, upon the repeated demand of the commissioners immediately evacuated the land of Zumbauwa and departed; further, that Datoua Jerewe and his son, who bear the greatest blame for calling in the Balinese and the disturbances resulting therefrom, have been apprehended for the restoration of further peace and sent hither with the pantjalling Den Oppas, and that Tinne would furthermore devise the necessary measures with the new King to that end, etc. Whereupon, after extensive deliberation, it was unanimously resolved to approve thus far the actions of the said commissioners regarding this expedition demanded of them, with the recommendation that Resident Tinne likewise resolve the remaining disputes among the Sumbawanese grandees of the realm as quickly as possible through good management, and above all leave no means untried to apprehend the ill-intentioned old Nene Ranga prudently at the first opportunity; and on the other hand, after peace and order are restored, to encourage the new King to come forward soon in order to request approval and swear to the contracts. — As was also granted the request made by the aforesaid commissioners to have reimbursed here out of the Company's treasury to Bakker such five hundred Rixdollars as he unavoidably gave as payment to Tinne for the benefit of the Sumbawanese, provided that, in the absence of that specie, Bakker must provisionally content himself with coarse coin until the treasury is somewhat more amply provided therewith. — And subsequently to concede to their request to have compensation for expenses incurred during the said expedition, provided these do not run too high, considering that the land of Sumbawa will already have to pay quite a lot to the Company; as well as to have delivered to Resident Tinne two hundred and seventy pounds of gunpowder to complete the four hundred pounds recently sent to him, since he used the said two hundred and seventy pounds during the expedition; likewise the drafting of the gunner Adriaan van der Have and the soldiers Cornelis Altenhove and Fredrik Root in place of the gunner Carel Marseil and the soldier Ian Roep who died there. — There being further approved the distribution made at the expense of the realm of Sumbawa of thirty-nine pieces of flintlocks out of the fifty pieces that
Dutch transcription
187. Van Maccasser onder dato den 10 Junij 1764. — sijn den 5:e November en aan Bakker meede te gee„ ven een kleijne Instructie om zig daar na te re„ „guleeren tot zijn komst ten gedestineerd plaatse, principaal sijn op sigt hebbende op de ongepermit„ „teerde handel en smokkelaars, dewelke hij in sijne route mogt rencontreeren, hoedanig daar meede te handelen Terwijl alverder is goedgevonden het gezag tot Saleijer geduurende de absentie van Bakker te laa„ ten aan den aldaar bescheijdene adsistent Hendrik welvaart.— Laastelijk opgeleesen sijnde het rapport der gecommitteerdens den Capitain Commandant De Lahautemaison en Licentmeester volle dewelke agtervolgens onse resolutie van den 22. deses den koning van Bonij begroot hebben met zijn Hoog„ „heijd wederkomst uijt de binnen landen, zoo wierd derzelven verrigting voor Communicatie aange„ dese Resolutie te sectura bij den E Hoofd admi„ „nistrateur van Philip Rick en den fiscaal Bij„ „non gesonden zijnde betuijgde zig daar meede te confirmeeren /:onderstond:/ Maccassare dato voorsz: /:was geteekend:/ C:s Sinkelaar, I:n P„s Rick, I:n B:k de Sahautemaison, E:s J:s Bijnon, P:r H„k Volle en H„k Wolff /lager Jnkenniss van mij was geteekend/ I=s smoder sec /onderstond/ Accor„ „deert /was geteekend/ P„r Smoder, p secret„s nomen Saturdag 1764 3e Maar Van Maccasser onder dato den 10: Martij 1764. — Na het gebed gaf den Heere Gouverneur de lee„ „den te kennen, dese vergadering ten principaalen te hebben bezegd, ten Eijnde te resumeeren de pa„ pieren concerneerende de Expeditie op sumbauwa ter secreete Resolutie op den 31 october anno passa„ „s aangelegd, en g'Expedieerd, en dewelke door de Hoofden deeser Expeditie de Residenten van P Bima, en zaleijer, Tinne, en Bakker 't zeederd naar herwaarts geschreven en bij zijn Ed: Agtb: zoo origineel als duplicaat brief sub dato 3 febr: laastleden, nevens de daar toe relateerende bijlaagen en nadere van den 4: daar aan ont„ fangen waaren, zoo quam na dezselver op leesing daar bij te consteeren dat de groote Negorij Taliwang door de Baliers zeer nauwa beleegerd was geweest maar door de onse na dat ze den vijand op den 28:' No„ vember des jongst verweeken jaars met goed kues hadden g'attacqueerd, weeder is ont„ set geworden, hoe wel de Baliers als toen nog Saturdag den 10: Maart 1764 des morgens ten Neegen uu„ „ren Alle Present niet 189 Van Maccasser onder dato den 10 Maarij 1764— niet ten Eenemaal hadden Horen konnen wer„ „den verdreeven dewijl de zumbawareesen op een zelve trouwloose wijse in steede van den vijand, sterk zijnde twaelff duijsent man, aan de wal te attacqueeren waren te rug gewee„ ken en onder zeijl gegaan, dat vervolgens de Baliers tot een tweede geregt geen lust hebbende op de herhaalde in sinuatie onder Commissianten ten Eersten het land van zumbauwa geruijmt en vertrekken waren; voorts dat datoua jere„ we en dies zoon tot herstelling der verdere rust, als dewelke, aan het inroepen der Baliers en de daar uijt voort gevluijde onlusten, de moeste schuld heeft, g'atr g'apprehendeerd en met de pantjalling den oppas, na herwaarts, gesonden ware, en Tinne voorts met den nieu„ wen koning ten dien Eijnde almeede de nodige maatregulen zouden beraamen E: Waar over dan in 't breede gebesoigneerd weesende, is een paariglijk g'arresteerd de ver„ rigtingen van gedaagde commissianten nopens deeze aan hun gedemandeerde Expeditie dus verre te Approbeeren, met recommandatie, dat den Resident Tinne de nog overgebleevene Strub: 1764 3e deer Van Maccasser onderdato den 10 Martj 1764— strubbelingen onder de zumbawareesen Rijx grooten door een goed beleijd insgelijxten spoedigsten zal uijt den wegh ruijmen en voor al geen middelen onbezogt laaten omme den quaad g'intentioneerden ouden Nene Ranga met de eerste geleegentheijd voorzigtiglijk op te ligten, en daar en teegen na herstelde Reps Rust, en vreede den Nieuwen koning te ami„ „neeren tot een spoedige opkomst ten eijnde approbatie te versoeken en de Contracten te beswee„ „ren— Gelijk meede g'accordeerd wierd het gedaan versoek der voorsz: commissianten ten eijnde aan Bakker alhier uijt Comp: Cassa te laten restitueeren zodanige vijffhonderd Rijxdaalders als deselve aan Tinne ten behoe„ „en der zumbawareesen onvermijdelijk aan paijement heeft afgegeven mits hij Bakker bij mancquement dier spetie bij provizie zig zal moeten vergenoegen met grove Mient tot dat de cassa daar van wat ruijmer sal sijn voorsien. — En vervolgens te condescendeeren in derselver Van Maccasser onderdato den 10 Martj 1764. — 191. derselver versoek, omme te mogen hebben vergoedinge weegens gedaane onkosten ge„ S: geduurende de gedaagde Expeditie, mits de„ zelve niet te hooge op stak koomen te loo„ „pen aan gezien het land van zumbawa, al vrij veel aan dE Comp: zal hebben te betaa„ len, mitsgaeders omme den Resident Tinne te laaten toekomen twee honderd seventig ponden buskruijt ter completeering van de aan hem Jongst gezondene vier honderd ponden vermits hij ged:e twee honderd seeventig ponden bij de Exbedi„ „tie verbruijkt heeft; jtem de ligting van den basschieter Adriaan van der Have en de militairen Cornelis Altenhove en Fredrik Root in steede van den aldaar overlee„ denen bosschieter Carel Marseil en den zoldaat Ian Roep. — Zijnde wijders g'accordeerd de gedaane verstrekkinge ten koste van 't Rijk van zumbawa van Neegen en Dertig peesen snaphae„ „nen van de vijftig peesen die 1764 3e te
English
From Makassar, under date the 10th of March 1764. which were sent from here with the Commissioner Bakker, to the end that this, as well as the damage that has fallen upon the returned unusable firearms, be charged to the account of the kingdom of Sumbawa, in which manner also, upon the proposal of the Honorable Governor, and in consideration that the Honorable Company ought to remain free from loss concerning the aforesaid incurred expenses, it was resolved and approved that all that has successively been furnished and consumed, or is yet to be furnished and consumed, for the benefit of the said expedition, shall be entered in our trade books on a separate account of the kingdom of Sumbawa, so that after a restored calm and peace in that country, one will be able to see at first glance the net amount concerning the cost of that expedition, to the end that it will then be paid by that kingdom in sappanwood or slaves. Below stood: Makassar, date as aforesaid. Was signed: C. G. Sinkelaar, E. J. Beijnon, J. B. de Lahautemaison, Fredrik Willem Hendrik van Blijdenberg, and J. Hendrik Voll. Lower: In the knowledge of me, signed J. Smoder, secretary. Below stood: Agrees. Was signed: J. Smoder, provisional secretary. Monday 193. From Makassar, under date the 10th of July 1764. Monday the 16th of April 1764, in the morning at nine o'clock, all present. After the conclusion of the ordinary business, the Honorable Governor gave notice of the arrival of the apprehended former king of Sumbawa, Datu Jerewe, together with his wife and children, by the pantchiallang Den Appas on the 13th of this month; that His Honorable Worship had for the time being caused a room inside the castle to be prepared for his lodging, offering at the same time for consideration to let that prince lodge in the said room as being the most secure, and also to leave his slaves and goods unsold in order to avoid talk among the allies, and to leave him, Jerewe, free to sell as many of his slaves or goods as he will need for the maintenance of himself, 1764 3rd part From Makassar, under date the 10th of June 1734 him and his family, since the Honorable Company in this case ought to remain free from loss. Thereupon, having deliberated broadly and the aforesaid considerations being deemed so necessary, the members unanimously concurred therewith, it being approved at the same time to place the slaves, numbering twenty-seven individuals, at the expense of Datu Jerewe under the custody and responsibility of the interpreter Gerrit Brugman. His Honorable Worship also presented the reports of the deputies who, according to the resolution of the 26th of March last, brought the customary annual gifts to the courts of Boni and Gowa; which mission was accepted for communication. Below stood: Makassar, date as aforesaid. Was signed: C. Sinkelaar, E. J. Beijnon, J. B. de Lahautemaison, Fredrik Willem Hendrik van Blijdenberg, J. H. Voll, and J. B. Bakker. Lower: In the knowledge of me, signed: J. W. Smoder, provisional secretary. Below stood: Agrees. Was signed: Jan Smoder, secretary. Tuesday 195 From Makassar, under date the 10th of June 1764. Tuesday the 1st of May 1764, in the morning at nine o'clock, all present. After the name of the Almighty was invoked, the Honorable Governor presented for reading a letter written by the Resident of Bima, Tinne, under date of the 13th of April last, and delivered here the day before yesterday, making known how the Balinese with thirty vessels under three different chiefs, namely one of the Balinese and two of the principal servants of the former king of Sumbawa, Datu Jerewe, had, contrary to all expectation, arrived again at Labuan Aru between Alas and Taliwang, and at the same time also envoys from the king of Bali, Gusti Ngurah, who came to declare war on the king of Sumbawa in the name of their master, declaring not 1764 3rd part From Makassar, under date the 10th of June 1764. not to be bound by the promises recently made by his commander Santombong, but that he will now take revenge for that. Furthermore, that several Wajorese, Malays, and Bimarese have already had to take flight with their vessels from Selaparang, some on the rumor that the Balinese wished to detain them, and others who were arrested because they belonged to Sumbawa and Bima; as well as that a terrible preparation for war was being made on Selaparang, and Gusti Ngurah himself, with two hundred large vessels besides the small ones, was about to come to Greater Sumbawa; and moreover that they were not only aiming at Sumbawa, but also at all allies; that the king of Sumbawa on that account was very urgently 197 From Makassar, under date the 10th of June 1764. urgently requesting effective assistance, and especially of gunpowder and lead. That furthermore, His Honor, immediately upon the receipt of the said missive, had summoned to him the deposed king Datu Jerewe, who is under arrest here, and with gentle conversation had managed to find out the true state of affairs, namely, for what reasons the Balinese had begun new hostilities again and what had given rise to the war between Bali and Sumbawa, as well as to learn at the same time what measures could best be taken in hand to restore peace again; but that the aforesaid Jerewe had kept himself very reserved for a long time, but finally had come out with it, saying that the prince of Taliwang, for some 1764 3rd part
Dutch transcription
Van Maccasser, onder dato den 10: Maartij 1764.— die met den Commissianten Bakker zijn van hier versonden ten eijnde zoo wel als de schade dewelke op de terug gesondene Erffpeezen on„ bequaame geweeren gevallen te wer„ „den gesteld op de Reecquening van 't Rijk van Zumbawa, in welker voe„ „gen van ook op 'tta voorstel van den Heere Gouverneur, en uijt aanmerking, dat d'E Comp: omtrend de voors:z gevalle„ „ne onkosten diende, buijten schade te blijven, geresolveerd en goedgevonden wierd dat al het geene successivelijk, ten behoeven van gem: Expeditie vertrek en verbruijkt is of nog staat te werden ver„ strekt, en verbruijkt bij onse handel boeken op een apparte Reequening van 't Rijk van sumbawa te laaten brengen, op dat men na eene herstelde Rust, en vreede op dat land bij den eersten opslag zal konnen zien, het zuijvere be„ „draagen weegens 't kostende dier Expeditie, ten eijnde als dan door dat Rijk te werden vol„ „daan met sappanhout of slaven /onderstond:/ Maccasser dato voorsz: /was geteekend/ Ki„ G„s Cinkelaar, E„s J„s Beijnon, J„n B„t de Lahautemaison, fred„k w„m Hind„k van Blijdenberg in J„m Hend„k voll /lager/ in kennisse van mij /get„te Jpr smoder sec„t /onderstond/ Accor„ „deert /was geteekend/ I„ Smoder p:l secret„s Maandag 193. Van Maccasser onder dato den 10: Julij 1764. — Maandag den 16. April 1764. des morgens ten Neegen uu„ „ren alle present Na het afloopen der gemeene besoignes, gaf den Heere Gouverneur te kennen, de astive van g'apprehendeer„ „den oud zumbawas koning Datoua Ierewe nevens desselvs vrouw en kinderen per de Pantchiallang den appas op den 13 dee„ „zer, dat zijn Edele Agtbare voor eerst binnen 't Casteel Een kamer tot zijn lo„ gement hadde laten in gereedheid bren„ „gen teffens in consideratie gevende, om„ „me die vorst in gedaegde kamer als het secuurste weesende te laas„ „ten logeeren, mitsgaders desselvs sla„ ven en goederen ter verwijdering van opspraek onder de Bond„ „genooten onverkogt te laten blij„ „ven en hem Jerewe vrij te stellen, van zoo veel van dies slaven of goederen te verkoo„ pen als hij tot onderhoud van hem, 1764 3e Meer Van Maccasser onder dato den 10:' Junij 1734 hem en de zijne zal benodigd hebben, vermits d'E Comp: in dee„ zen gevalle buijten schaade behoord te blijven, daar over dan in 't breede gedelibereerd en de voorsz: Consideratien, als zelk noodig aangemerkt zijnde soo confirmeerden zig de leeden daar meede Een paariglijk, teffens goedgevonden werdende de slaven ten getalle van seeven En twintig stux ten kosten van Datoua Jara„ we onder de berusting en ver„ antwoording van den tolcq Gerrit Brugman te stellen Ook presenteerde zijn Ed: Agtb: de Rapporten der gecommitteerdens, dewel„ ke volgens Resolutie van den 26: Maart laast leeden de vasten geschenken na de hoven van Bonij en Goah gebragt hebben; welkers verrigting voor Communicatie wierd aangenoomen /onderstond/ Maclasser dato voorsz: /was geteek„d/ C„s Sinkelaar, E: I: Beijnon, I: B: De Sahautemaison, f„k w„m Hend„k van Blijdenberg, J: H: voll, en J: B: Bakker /lager/ in kennisse van mij geteek„d/ IW=r Smoder p:l secret:s /onderstond / Accordeert /was geteekend/ J„n, smoder t secret„s — Dingsdag 195 Van Maccasser onder dato den 10 Junij 1764: Dingsdag den 1:e Maij 1764. des morgens ten Noegen uuren Alle present Nadat den Name des Alderhoog„ „sten was aangeroepen gaf den Heere gouverneur ter Lectura een brief ge„ „schreeven door Bimas Resident Tin„ 6 „ne sub dato 13 April joleeden, en alhier voor eergisteren besteld, te kennende geevende Hoe de Baliers met der„ „tig vaartuijgen onder drie verscheij„ „de hoofdens Namentlijk een van de Baliers en twee van de voornaam ste bediendens van den oud zumba„ was koning datoua gereve op laboeang en aroe tusschen Alles, en Taliwang teegens alle verwagting weder gearriveerd waren, en teffens ook gesanten van den koning van Balij goeste moera, dewelke den koning van zumbawa quamen den oorlog uijt name van hun mee„ „ster te declareeren met betuijging niet 1764 3e Mear Van Maccasser onder dato den 10' Junij 1764. — niet gehouden te zijn aan de laast ge„ daane belaften van sijn veld overste san Tombong, maar dat hij nu daar over revengie zal neemen, Voorts dat 'er verscheijden soo wadjo„ reesen maleijers als Bimaneesen met hun vaartuijgen de vlugt reets van salimpa„ jrang moeten neemen, zommige op het ge„ 6d „rust, dat de Baliers haar wilden aanhouden en andere die arresteerd waa„ ren om dat ze te zumbawa en bima thuijs hoorende, als meede dat er op salimparang een schrikkelijke toe„ rusting ten oorloog gemaakt wierde, en Goesti moera selfs met twee hon„ „derd groote vaartuijgen buijten de klee„ ne stond op groot zumbawa te komen, mitsgaders datze 't niet alle teegens zumbawa maar ook op alle Bonge„ „nooten gemunt hadden; dat zum„ „bawas koning uijt dien hoofde zeer instandig 197 Van Maccasser onderdato den 10 Junij 1764. instandig was versoekende om een kragtdadige adsistentie en voorna„ „mentlijk van kruijt en lood. — Dat wijders zijn wel Edele al aanstonds op den ontfangst van gen: missive bij zig hadde laaten konnen den alhier in Arrest zijnde gedetroneer„ den koning datoua Terene, en met een soet praatje hadde gebragt agter de ware geschapenheid van saaken te koo„ „men, namentlijk, om wat reedenen de baliers weeder nieuwe vijandelijk„ heeden begonnen en wat aanleijding tot den oorlog tusschen Balij, en sum„ bawa gegeeven had, mitsgaders om ook teffens eens te verneemen wat mid „delen best soude kunnen bij der hand genomen worden, om de rust we„ der te herstellen maar dat voorsz: jerewe een lange tijd sig seer gere„ „tireerd hadde gehouden, dog eijndelijk was uijt gekomen, niet te seggen dat den prins van Taliwang voor Eenige 1764 3 e dee
English
From Maccasser, dated 10 June 1764. — Some time with the King of Salimparang, Datoe Goenoeng, commonly called Sang Tombong, being an uncle of his, Jerewe, had agreed to make war jointly against the King of Balij, Guste Moera, and thereby to free the said island of Salimparang, formerly belonging under the realm of Sumbawa, but conquered by the Balinese for a great number of years, from the violence and tyranny of the Balinese; yet that Gusti Moera, before this project had come to maturity, having discovered the same, had spoken to the King of Salimparang about it, and the latter denying such, he, Gusti Moera, had required of him to raid those of Taliwang jointly and, if possible, overwhelm them; which the King of Salimparang From Maccasser, dated 10 June 1764. — then, being compelled out of fear, had to do, from which the first war had sprung; and he, Datoua Jerieve, had stayed with his uncle; that upon the appearance of the Company's relief, the Balinese had retreated under promises that no harm would be done to him, Datoua Genewe, but that he now having been sent hither, this new invasion possibly originated from that. — That His Honorable, having obtained this intelligence, had thought the best means would be, through the intervention of Datoua Jerewe, if possible to extinguish this little fire, and had therefore presented to him how his friends, by such treatment, From Maccasser, dated 10 June 1764. — instead of bringing him advantage, would worsen his condition; that no harm was done to him indeed, but he was treated kindly in everything, and the intention of the Company was not to do him harm, but on the contrary to set him at liberty again as soon as peace and quiet should be restored on Sumbawa; that therefore his well-being required that he cooperate in this by writing to the head of the Balinese and thereby making known how he was faring, with a request to withdraw and cease all hostilities; whereupon he, showing himself ready, From Maccasser, dated 10 June 1764. — had done so, that letter being of the following content: Translation, Malay letter written by Dato Jarewe to Datoe Goenoeng or Pantombong, holding authority over the Balinese at Salaparang, further presented to the Honorable Cornelis Sinkelaar, Governor and Director of this Coast of Celebes, reading as follows: — This letter is written from a pure heart, together with all good wishes and affection that remains with me incessantly, with the prayer that the Lord God may let this humble writing of mine reach the hands of my father, Datoe Goenoeng, and also to make known that I have learned that Your Honor is said to have set out again wishing to attack Sumbawa; so I implore at Your Honor's feet, if you still have any compassion for my person, that Your Honor withdraw again and leave Sumbawa in peace and quiet: — Regarding my person, I presume nothing other than that I am in a safe haven, for when the misfortune befell me, having thought no better than that there would be no pardon, yet now I consider myself out of danger, since not the least trouble is done to me, and I lodge with all necessities in the Castle Rotterdam: — And if my father pleases to accept my prayer and supplication, then such will be the way that I may soon return thither, and that we may see each other; for had the Honorable Company not again received this From Maccasser, dated 10 June 1764. — news that Your Honor has set out again to attack Sumbawa, I would have already obtained a relief regarding my affairs; — furthermore, I request my father also to show this letter to Gusti Moera, or rather to those who currently hold authority there, with the hope that they may soon withdraw from there again. — Finally, I have also understood that the Lord Governor wondered, in case the Balinese might have any claims against the Sumbawanese, over and above doing such on my account, why they do not submit their affairs to the Honorable Company, who will then grant them justice according to the findings of the case. /was written below/ Written at Maccasser, in the Castle Rotterdam, 3 May A.D. 1764: /lower/ Translated by me into the Dutch language /was signed/ Jn. Jk. J. H. Voll, Junior /in the margin/ P.S. Instead of my chop, I send herewith my servant as a messenger, named Samba. From Maccasser, dated 10 June 1764. — From Maccasser, dated 10 June 1764. To this the Lord Governor further added that at the present time it was impossible to send effective aid to Sumbawa, since the sloops belonging here were in use for other necessary services; moreover, because of the weakness of the garrison, no militia could be spared, and therefore one had to work through the path of negotiation, in order thereby, if not to effect a formal pacification, at least to see to gain time. This having been extensively reasoned upon, it was furthermore approved not only to confirm the foregoing, but also at the same time to dispatch a trusted person with a letter to the often-mentioned Gusti Moera, and thereby to express to that prince our surprise how that
Dutch transcription
Van Maccasser onder dato den 10 Junij 1764. — Eenige tijd met den koning van Salimparang datoe Goenoeng in de wandeling genaamt sang Tom„ „bong /:zijnde een om van hem jjerewe /was over een gekomen, om gesamentlijk tee„ „gens den koning van Balij, Guste moe„ ra te oorlogen, en daar door te then het gem: Eijland Salimparang /:wel Eer„ E tijds gehoord hebbende onder het rijk sum„ bawa, dog voor meenigte van jaaren door de Baliers geconquesteerd / van het ge„ „weld in de dwingelandje der balijers te verlossen nog dat Gusti moera voor dat dit project g:was gekomen tot ma„ „turiteit het zelve ondekt hebbende daar over den koning van Salimparang F 6 6 hadde onderhouden en die sulx ne¬ „geerende, hadde hij gusti moera op hem begeert om gesamentlijk die van Taliwang te overvallen, en des doenelijk te overweldigen het geene den koning van Salimparang dan 199 E Van Maccasser onder dato den 140 Junij 1764. — dan uijt vreese genoodsaakt zijn„ „de te moeten doen daar uijt den eersten oorlog gesprooten was, en hij datoua: Jerieve sig bij sijn om had„ de opgehouden, dat op de verscheij„ „ning van 't Comp: secours, de Baliers geweeken waaren onder beloften dat hem datoua Genewe geen quaad zoude werden gedaan, dog dat hij nu herwaards gesonden sijnde deesen nieuwen inval mogelijk daar uijt oorspronkelijk was. — Dat sijn Ed: Agtb: dit ligt ge„ kreegen hebbende het beste mid„ del hadde gedagt te sullen sijn, om door het tusschen koomen van datoua jerewe desmogelijk dit vuurtje te blus„ „sen, en daarom denselve hadde voor oogen gesteld hoe zijn vrin„ „den met sodanig een behandeling hem 1764 3 en al Van Maccasser onder dato den 10 Junij 1764. — hem in plaatse van voordeel toe te bren„ „gen zijn staat soude verergeren dat hem, immers geen leed gedaan, maar hij in alles vrindelijk be„ „handeld, en de intentie van de Comp: niet was om hem reed te doen maar ter contrarie weder op vrije veten te stellen soo dra de rust en vreede op sumbawa hersteld sou„ „de sijn, dat het dier halven sijn welweesen vereijschte hij in deeze meede werkte met aan het hoofd der Baliers te schrijven, en daar bij te kennen te geeven hoedanig hij zig bevond met versoek om af te trekken, en alle vijandelykheeden te staaken, waar toe hij sig ende dan bereijdvaardig toonende sulx 201. Van Maccasser onder dato den 10 Junij 1764.— sulx hadde gedaan, zijnde dien brief van de volgende in houd. Translaat, Malijtsche brief geschreeven door dato jare„ „we, aan de toe Goenoeng off Pantombong, voerende het gezag over de baliers tot Salaparang, verders ter verthooning gebragt bij den wel Edele Agtbaa„ „ren Heer Cornelis Sinkelaar Gouverneur en directeur deser Custa celebes, luij„ „dende aldus. — Deese brief is geschreeven uijt een sui„ „vere hert teffens met alle goede gewenscht en geneegentheijd die bij mij onophou„ „delijk is, onder beede dat God den Heere deese mijne Geringe schrijvens in houden van mijn vader datoe Goenoeng mag komen, teffens bekend te maa„ ken dat vernoomen hebbe, dat uw E: weder soude opgetrocken sijn om sum„ „bawa te willen attacqueeren, soo smee„ ke ik onder uwE: voeten, wanneer over mijn 1764 3e ear mijn persoon nog Eenige meede doogent„ „heid heeft, dat uw E: weder aftrek en sum„ bawa in rust, en vreede te laaten:— Belangende mijn persoon, presumeere niet anders als dat ik in een behoude haare ben want toen mijn het ongeluk is overgekoomen, niet beter gedagt hebbende, of daar soude geen pardon meer weesen, dog thans stellen ik mijn buijten gevaar, dewijl geen de minste overlast mij word aan„ „gedaan, en met alle ongebrekkelijk„ „heeden in 't Casteels Rotterdam logeere: — En wanneer mijn vader, mijne beede en smeeking gelieft te accepteeren soo sal sulx de weg weesen, dat ik haast weder der„ „waarts kan twem komen, en ons met elkanderen te gemoet sien, want hadde Edele Comp. deese tij„ Van Maccasser onder dato den 18 Junij 1764. „ding p 203 Van Maccasser onderdato den 10 Junij 1764. — tijding niet weeder ver„ „nomen, dat uwE: weeder is opgetrocken, om sum„ „bawa te attacqueeren, soo soude ik alreets een ver„ „ligting over mijn sakelijk„ „heeden gekreegen hebbe,- verders versoek ik aan mijn vader om deesen brieff meede aan gusti moera„ dan wel aan die genege die thans aldaar het ge„ „jag voerende te vertoonen, met hoope dat sij al„ daar spoedig weeder mag mag aftrecken. - Eijndelijk heb ik meede verstaan dat den Heere gou„ „verneur o. 64 lneand gouverneur sig verwonderde, so wanneer de baliers van de sumbauareesen Eenige pre„ „tensien mogte hebben, buij„ „ten en behalven dat zij om mijnent weegen sulx doende hunne saaken niet aan d' Edele Comp: komen op te geeven die hun als dan goed regt na bevinding van sal ken sal geeven /onderstond/ geschreeven op maccasser In 't Casteel Rotterdam den 3: maij A„o 1764: /lager / door mij in 't needer„ „duijsche taal overgeset /was geteekend/ Jn Jk J„n H„k Voll, Junior /ter zijde/ P: S: Jnstee„ van mijn Chiap send ik hier nevens mijn jonge als een sendeling gen:t samba Van Maccasser onder dato den 10 Junij 1764. — Heer 205 Van Maccasser onder dato den 10 ' Junij 1764. Hier bij voegde den Heer Gouverneure nog verder dat het in de presente tijd onmogelijk was, na sumbawa eene kragtdaedige hulpe te senden, vermits de alhier thuijs hoorende Chialoupen tot andere nodige diensten in gebruijk waaren, daar en boven om de snak„ heijd van het guarnisoen geen militie konde gemist werden, en dierhalven door de weg van onderhandeling moest ge„ „werkt werden om daar door, soo niet een formeele bevreediging uijt te werken, ten minsten te sien tijt te winnen, Hier over dan in 't breede Gerais„ „sonneerd sijnde, is voor 't overige goedge„ vonden niet alleen sig met het voor„ gaande te confirmeeren; maar ook teffens te laaten afgaan een vertrouwd persoon, met een brief aan dikger: gusti moera en dien prins daar bij onse verwondering te betuijgen hoe dat „ 1764 3e eer
English
From Maccasser under date 10 Iunij 1764. that he, being a friend of the Company, could attack an ally of the same Company, with the request to abandon this undertaking, to break camp, and to state in answer thereto his grounds for complaints that he might have, so as to be able to judge thereof according to law and fairness and to settle everything feasibly in this matter; and at the same time also to recommend to the Grandees of the realm of sumbawa by a letter, when the Balinese made a ceasefire, they should also keep themselves in peace; as well as to order the Resident Tinne, in case the aforesaid requests, both on behalf of the Company and datoua jerewe, should find no entrance with the Balinese, then to call the collective allies to assistance and by means of force to turn back the Balinese and to drive them off if feasible; to which end it has also been approved to send to him with the chaloup de vigilantie one thousand pounds of gunpowder and five hundred pounds of lead bullets, however with orders not to deliver the one and the other unless utmost necessity should require it, in the hope that all these measures will be of a desired success. Underneath stood: Maccasser, date aforesaid. Was signed: C:s Sinkelaar, E: J: Beijnon, I: B: delahautemaison, P:k W: H:k van Blijdenberg, I: H: Voll, and J: B: Bakker. Lower: In witness whereof signed by me, W:r Smoder, provisional secretary. Underneath stood: Agrees. Was signed: J: v:k Smoder, provisional secretary. Batavia 207. From Java's East Coast the 23rd Junij 1764. Batavia To as before Immediately after receiving Your High Nobilities' very honored secret missive of the 7th of this month, I have, both here and at all the subordinate offices, issued the necessary orders to recruit, if at all possible, the required number of native soldiers for Ceylon into the Company's service, trusting and hoping that the number will be found, whereof I then hereby have the honor to give notice to Your High Nobilities, with the assurance that nothing will be neglected by me in that regard, in order that the good objective may be achieved. Furthermore I take the liberty to send over under arrest to India's capital city one Radeen Doedangara, former regent of grobogang, whom the sultan, as appears from the accompanying copy of a missive written to me by the Imperial Administrator Danoeredja, to which I respectfully refer, has urgently requested might be banished from this coast to elsewhere, whither Your High Nobilities will please see fit. However much I flatter myself, and dare to assure Your High Nobilities with reason and truth, that the state of Java at present is desired and that the princes live in a good harmony and understanding among each other and with the Hon. Company, to maintain which I leave nothing untried, yet I am now and then indeed compelled to take a step contrary to my view as judging it to run counter to the sentiment and rule of Your High Nobilities. Thus it is with the request of the sultan to place his favorites soemo diwirjo and Rond Mangollo, the one in Pacalongang and the other in Pamalang, which request was then completely rejected by me, whereon upon further insistence it was somewhat promised to be worked out. Yet having arrived at this juncture, in which the sultan, who according to his passionate nature wants to have everything he desires immediately, is very mean, and over the postponement of the marriage of his beloved son with the soesoehoenang's daughter, and of the promotion of his favorites, as appears from accompanying documents to which I also respectfully refer for the sake of brevity, ought indeed to be humored, in order not again to be left entirely to the passions of his impatient nature; so I have beforehand sought to persuade the soesoehoenang to let the marriage of his daughter with the Mataram Crown Prince proceed, and thus to please the sultan; but the soesoehoenang remains firm in his sentiment not to give up his daughter before she has come of marriageable age, although His Highness nevertheless persists in his promises and does not at all reject the marriage. So that the sultan will have to be patient with this marriage, and my intention herein having not succeeded, I have sought means to give satisfaction to His Highness on the other hand, and promised him to propose soemo diwirjo to Your High Nobilities, and thus to help, although I have entered into this not very gladly and as if hesitatingly, since according to Your High Nobilities' beneficial orders I try to keep the highlanders out of the coastal lands. It would in my opinion, subject however to Your High Nobilities' wiser judgment, cause no prejudice to the Hon. Company if Your High Nobilities were pleased, as I take the liberty to propose, to appoint this Radeen soemo diwirjo, son of the Pangerang Nata Coesoema, formerly Regent of Paccalongang, with 1000 tjatjas under the title of Tommangang. And because the first Regent of damak, Tommangang Marta Nagara, is old, decrepit, and increasingly so.
Dutch transcription
Van Maccasser onder dato den 10 Iunij 1764. — dat hij een vriend van dE Comp: sijnde, een bondgenoot van deselve Comp: konde Attacqueeren met versoek van deese onder„ „neeming af te zien, op te breeken en sijne ree„ denen van klagten die hij mogte hebben in andwoord van dien op te geeven, om na regt, en billykheijd daar over te kunnen oordeelen en alles doenlijk in dit winne te bes„ lissen, en teffens ook aan de Rijxgrooten van sum„ bawa bij een brief te recommandeeren wan„ neer de balliers een stilstand van wapenen- maakten, zijl: sig ook soude in rust houden, mitsgaders den Resident Tinne te ordon„ neeren, om ingevalle de voorsz: versoeken soo van weegens de Comp: als datoua jerewe geen ingang mogte vinden bij de Baliers, als dan de gesamentlijke bond„ genooten ten hulpe te roepen en door mid„ delen van geweld de Baliers te keeren en des doen„ „lijk te bedreijven ten welken Eijnde ook is goed gevonden met de Chialoup de vigilantie hem toe te senden Een duijsend ponden Buskruijt en vijffhondert ponden loo de koogels, egter met last om het een en ander niet af te geeven ten zijde uijterste nood sulx vereijschte, in hoope dat alle deese maatregulen zullen zijn van een gewenschte succes /onderstond/ Maccasser, dato voorsz: /was getekend/ C:s Sinkelaar, E: J: Beijnon, I: B: delahaute„ „maison, P„rk w: H:k van Blijdenberg, I: H: voll, en J: B: Bakker/Lager:/ Inkennisse van mij geteekend W„r Smoder pl secret: / onderstond/ Accordeert /was get„t / J: v„k Smoder p„l secret:s Batavia 207. Van Javas Oost cust den 23:' Junij 1764. Batavia Aan Als Vooren Aanstonds, na het ontfangen van uw hoog Edelhedens zeer gevene„ „eerde secreete missive van den 7:e de„ ter heb ik zoo hier als op alle de subail„ „terne comptoiren, de nodige ordres gesteld, om„ zo 't maar immers mogelijk is, het be„ „nodigt getal jnlandsche Militairen voor Ceijlon in 's Compagnies dienst te werven, vertrouwende en hopende, dat het getal zal gevonden werden, waar van ik dan bij deze de eer hebbe uw hoog Edelheedens kennisse te geeven, met verzekering, dat daar om„ „trent door mij niets zal werden agter„ „laaten, ten inde het goede oogmerk wer„ de berijkt,— Voorts neem de vrijheid naar Indias hoofd„ „plaats in arrest over te zenden eene Radeen Doedangara ge„ „veze regent van grobogang dewelke d' sulthan, blijkens nevens„ 1764 3e ear Van Iavas oostcust den 23: Junij 1764. nevensgaande copia Missive door den Rijksbestierder Da„ „noeredja aan mij geschreeven, waar aan ik mij eer„ bidig refereeren instandig verzogt heeft, dat van deze kust naar elders mogt verbannen werden, weerwaards uw Hoog Edelheedens zullen gelieven goed te vinden Hoe zeer ik mij ook flatters, en uw hoog Edel„ „redens met grond en waarheit durve verzekeren, dat den staat van Iava almome gewenscht is en dat de vorsten in eene goede harmonie en verstandhouding onder elkanderen en met DE: Comp: Leven om het wel„ „ke in stand te houden ik niets onbezogt laate, zo wer„ de ik echter nu - en dan wel eens genoodzaakt om een stap tegen mijn zien als oordeelende tegen 't sentiment en stelragul van uw hoog Edelhedens aan te loopen, te doen Dus is het gesteld met het verzoek van den sulthan, om zijn gunstelingen soemo diwirjo en Rond Mangollo de eene in Pacalongang ende andere in Pamalang te stellen, welke verzoek van mij dan geheel van de hand geweezen, daar op nader aandrang eenigzins beloofd is te zullen uijtwerken. Edoch in dit stijdstip gekomen zijnde, waar in de sulthan die volgende zijne driftige imborst, alles wat begeert aanstonds wil hebben, zeer ge„ „meenelijk, is, en over het uitstellen van het Huwelijk van zijn geliefden zoon met soesoehoenangs dogter, en van de bevordering gunstelingen, blijkens nevens gaande documenten waar aan ik mij mede kortheids hul„ „ve met eerbied refereere, wel diend gevierd te werden, om niet weder geheel mal aan 209 Van Javas oost Cust den 23: Iunij 1764. aan driften van zijn angeduldige imborst overgelaaten te wer„ den; zo heb ik alvoorens getragt den soesoehoenang=t over reden, om het Huwelijk van zijne dogter met den Mattaramschan kroon Prins te laaten voortgang nemen, en dus den sulthan te gelieven; maar de soesoehoenang blijft vast bij zijn ge„ voelen om zijne Dogter niet afte geven voor zij tot hun„ baare jaaren gekomen is, alhoewel zijn Hoogheid echter bij zijne, beloften bleijft volharden en het huwelijk in geenendeele afslaat—. — zo dat sulthan met dit ruwelijk zal moeten gedul„ namen en mijn voornemen hier in niet gelukt zijnde heb ik na middelen gezogt om zijn Hoogheit aan de de andere zijde genoegen te geven, en nom belooft soemo diwirjo uw hoog Edelhedens te zullen voor„ dragen, en dus te helpen, schoon ik niet zeer gaart „ne, en als schoervoetende daar toe getreden ben, als volgens uw Hoog Edelhedens heijlzaame bevelen de bovenlanders uit de staandlanden tragtende te houden Het zoude mijns bedunkens, met onderwerping echter uw Hoog Edelhedens wijzer oordeel, d'E: Comp: tot geen prejuditie strekken, in dien uw hoog Edelhe„ „dens het behaagden gelijk ik de vrijheit neme voor te stellen deze Radeen goemt diwirjo, zoon van den Pangerang Nata Coesoema voormaals Regent van Paccalongang met 1000 Tjatjas, onder den Titul van Tomma„ En dewijl de eerste Regent van damak, Tommangang Marta Nagara, oud afgeleeft en hoe langer hoe gang 3ee 1764
English
From Java's East Coast the 13th of June 1764. becomes increasingly unable to properly manage the land and is also not disinclined, as being one of the most affluent Regents, to spend his remaining days in peace, so I take the liberty to nominate again to Your High Excellencies as second Regent of that district the worthy Soera Diredja, currently second Regent of Coedus under the honorific title of Tommangon, and thus to satisfy Your High Excellencies' intention, so that the relatives of the Samarang Dipattij in this vicinity might be assisted, and further again the Ingebai Wiera Dipoera, son of the late faithful interpreter Bappa Bastam, currently second Regent of Paccalongang, instead of the aforementioned Soera Diredja as second Regent of Coedus with promotion in honorific title to Tammangang. I have the honor to be with all possible high esteem and respect, was written below, Your High Excellencies' entirely obedient and humble servant, was signed, W: H: van Ossenberch, in the margin, Samarang the 23rd of June 1764. Batavia 211 From Maccasser the 31st of June 1764. Batavia To the same as before A few days after the dispatch of both the general and separate submission letters of the 15th of this month, a letter was delivered here from the Resident Johan Tinne at Bima, dated the 12th thereafter, whereby he communicates that on Sumbawa there was not only a peaceful state of affairs, but that the Balinese had even sent an envoy thither, and a contract had been concluded with the same to live in friendship again as before, as can at length be seen, if so desired, from the accompanying copy of the said epistle, as also that the King of Bima had returned from Mangarije and made his entry with great state, and although Tinne mentions no further details, I am nevertheless through other channels sufficiently well informed that both places on the said coast, Rhoo and Pota, were captured by force, and the Macassarese who had been settled there for quite 80 years were driven out, 1764 3 en ler From Maccasser the 31st of June 1764. and will never intrude again if this is cared for by the said King, whereto I shall not fail to urge him when he comes hither in the month of August or September alongside the other overseas princes. Likewise I still have the honor dutifully to bring to Your High Excellencies' knowledge that the Bouton envoys, upon their request, departed for their country on the 24th of this month, taking with them a letter addressed to the nobles of the realm of the said date, which also accompanies this in copy, to whose contents, in order to avoid prolixity, I respectfully refer, adding here only that out of consideration for the help and assistance rendered by the Boutonese to the crew of the wrecked ship the Zeelelij, we have approved in our meeting on the 21st instant to present that court with a gift to the amount of ƒ121:7:—, in the hope that the same will be favorably approved by Your High Excellencies, while I remain with profound respect, was written below, Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, and Honorable Lords, lower, Your High Excellencies' humble and obedient servant, was signed, S: Sinkelaar, in the margin, Maccasser In Castle Rotterdam the 31st of June in the year 1764. Batavia 213. From Java's East Coast the 4th of August 1764. Batavia To the Same as Before Having found myself honored by Your High Excellencies' most esteemed separate letters of the 5th of the past month of July, I take the liberty hereby respectfully to answer the same, that I have most earnestly recommended to the Commander Breton to arrange matters at Sumanap in such good order that henceforth no further reasons for complaints will occur, resting assured of this if this wanton Regent, who appears to have evil counselors with him, will but in any way listen to reason, fairness, and his own interests. Although I very gladly submit dutifully to the wiser and more perceptive judgment of Your High Excellencies and at the same time very well understand the just motives that persuade Your High Excellencies to reject the repeated requests of the Sultan regarding his favorite Soema Dierzo, as which compelling reasons also prompted me to first flatly refuse the so frequently made request of that prince, thereafter to postpone it, and finally gradually to give His Highness some hope for it. 6 Thus I nevertheless feel obliged in good conscience respectfully to bring before Your High Excellencies' eyes that this final refusal from Your High Excellencies now, in my opinion, will [illegible] that fretful prince, who 1764 3 e ee
Dutch transcription
Van Javas oost Cust den 13: Iunij 1764. hoe magtelooser word om het hand wel te bekeeren en ook niet ongeneegen, als een van de gegoeste Regenten zijnde, zijne overige dagen in rust door te brengen, zo neme ik de vrij„ „neet uw hoog Edelhed„s weder als tweede regent van dat district voor te dragen, den braaven soera diredja, thans tweede Regent van Coedus onder den ernaam- van Tommangon, en dus aan uw hoog. Edelhedens intentie, ten einde het namaag„ schap van den samarang Dipattij in d„e ze nabijheit geholpen werd, te doen, en voorts weder den jngabei wiera di„ „poera, zoon van den overleeden trou„ „wen Tolk Bappa Bastam thans twee„ de Regent van Paccalongang in stede van voormelde soera diaedja tot tweed Regent van Coedus met verhooging van eer„ titul tot Tammangang, Ik hebbe de Eer met alle mogelijke hoog agting en eerbied te zijn, /:onderstond:/ uw hoog Edelhedens gansch gehoorzaame en onderdanige dienaar /:was geteekend:/ w: H: van ossenberch /:in margine / Samarang den 23:' Junij 1764.. Batavia 211 Van Maccasser den 31: Junij 1764. Batavia Aan als vooren Eenige daagen na de depeche der zoo gemee„ „ne als apparte submissie Letteren van den is deeser, is alhier besteld Een brief van den Resident Iohan Tinne tot Bima, ge„ datteerd den 12: daar aan, waar bij den zel„ „e Communicatie geeft dat het op Sumbawa niet alleen was in Een vreedigen toe stand, maer dat zelvs de baliers derwaards hadden gezon„ den Een afgezant, en met dezelve geslooten was een Contract om als bevoorens weeder in vriendschap te leeven, soo als sulx lan„ „go des behaagende kan werden b'oogd uit nevens gaande copia van gem: Epistel, als meede dat den koning van Bima van de Mangarije geretourneerd, en met veel statie zijn intreede gedaan had, en schoon Finne geen meer omstandigheeden allegueerd, soo ben ik Egter door andere weegen genoezaam vast g'informeerd, dat de beijde plaatsen ter gem: Cust Rhoo en pota met geweld veroverd, ende daar nu wel 80 Iaaren genesteld geweest zijnde maccassaaren verdreeven zijn 1764 3 en ler Van Maccasser den 31: Iunij 1764. — zijn en nooijt weder zullen indringen, indien daar voor door gemelde koning gezorgd, werd, waartoe ik niet mancqueeren sal hem aan te zetten als hij inde maand van Augustus of september nevens de ver„ dere overwalsche vorsten herwaards komt, — Jnsgelijx heb ik nog d'eere uw hoog Edelheedens schuldpligtig ter kennisse te brengen dat de Bou„ „tonze gezanten op haar verzoek op den 24:' deezer na haar land zijn vertrocken meede neemende Een brief aan de rijx grooten g'adresseert van gem: datum, dewelke almeede in Copia deeze is verzel„ „lende, en aan welkers inhoud om prolicxiteit ver„ „mijden mij reverentlijk gedraage, hier nog maar bij voegen dat wij uit consideratie der beweesene hulpe en bijstand door de boutonders aan de scheepelinge van het verongelukte schip de zeelelij in onse vergadering op den 21. e Courant hebben goedgevonden dat holf te regaleeren met Een geschenk ten bedraagen van ƒ121:7:—: in hoope het selve door uw hoog Edelheedens goedgunstig sal werden g'approbeerd, terwijl ik met profond respect verblijve /:onderstond Hoog Edele groot Agtb:re wijd gebiedende Heer, en wel Edele Heeren, /:lager uw hoog Edelhedens onderdanige en gehoor„ zamen dienaar /:was getekend:/ S: Sinkelaar,/in margine:/ Maccasser Jn't Casteel Rotterdam den 31: Junij a:o 1764. — Batavia 213. Van Javas Oostcust den 4:e Aug„o 1764. Batavia Aan Als Vooren Mijn gehonnoreerd gevonden hebbende door uw hoog Edelhedens zeer g'eerde aparte letteren van dan 5. der pas verwerke maand Iulij neme ik de vrijheijt bij deze, dezelve eerbiedig te beantwoorden, dat ik den gezaghebber Bretonr op't allereanste hebben aanbevoolen, om de zaaken te sumanap in zoda„ „nige goede vrouw te schikken, dat 'er in't vervolg geen verdere reedenen van klagten zullen voor komen hier op mij geauste bij aldien dezen wulpschen Regent, dewelke kwaade raadslieden bij zich schijnt te hebben, maar eenigzins: na de rede billikheit en zijn eige belan„ „gen wil luisteren Hoewel ik zeer gaarne schuldpligtig onderwerpe aan het wij„ zer en door zigtiger oordeel van uw hoog Edelhedens en teffens zeer wel begrijpe de ragtvaardige motiven, die uw hoog Edelhedens persuadeeren,om de iterative instantien van den sulthan, met betrekking tot zijnen gunsta„ „„ing soema dieirso van de hand te wijzen, als welke beweegen dwangre„ „denen mij ook genoopt hebben, om het zo meenig vouwig gedaan versoek van dien vorst, eerst finaal af te slaan, daar na uitstellen en eindelijk zijn Hoogheit daar toe alleengskens eenige hoop te geven, — 6 Zovinde ik mij echter naar gemoede verpligt uw hoog Edelhedens met eerbied onder boet oogte brengen, dat deze finale afgeschlag van uw hoog Edelhedens thans, mijnes eragters dien geemelijken vorst dewelke 1o64 3 e ee
English
From Java's East Coast, the 4th of August 1764. who remains so stiff and stubborn in his position, will again lead to an intolerable and even dangerous annoyance. I consider it superfluous, Right Honorable Sir, to repeat here how often and in how many ways, even to no small detriment to my private purse, I have tried to put out of that ruler's head the promotion of Soema Diwerja as ever to be granted by Your Right Honorables; yet all in vain, and without effecting anything else with that ruler than that His Highness insisted even more strongly. So that I am now, with regard to this matter, as it were at my wit's end, unless Your Right Honorables would be pleased for this once, without consequence and in order to oblige His Highness more, to proceed to grant the ruler's request at my instance, regarding which I pray that I may be permitted to set down here with respect my humble thoughts and considerations: That it should be held as a general axiom not to place any highlanders, and especially those who are in any way attached to the rulers, in any coastal regencies, and thereby prevent the rulers from gaining influence over the regents of those lands, is as proper as it is necessary and useful for the Honorable Company; but that one has indeed sometimes been forced by necessity and to avoid more harmful consequences to deviate from that general rule, the records abundantly testify. Soema Diwirja is a highlander, a favorite of the Sultan, even the son of a regent who, having abandoned the interests of the Honorable Company, went over to the party of that ruler in earlier days; but on the other hand, this Soema Diwirja is a helpful, upright, and compliant young man who, being appointed as second regent of Paccalongang, obtains little or no authority, and remaining, as it were, under the smoke of Samarang under the supervision of the alert Depattij of Paccalongang, under the close surveillance of the upright chief regent of Samarang, Soera Dimangala, and under the direction of a governor himself, cannot step out of line, nor collude with the ruler to the detriment of the Honorable Company, without it being immediately discovered, whereupon he could be punished according to his deserts and removed from his post again. Moreover, this new favor would oblige the Sultan more and more to the Honorable Company, and one could charge the same so heavily to His Highness's account that it would deter that ruler from making any further attempts of that nature. I humbly request that Your Right Honorables will be pleased to receive these considerations of mine favorably, as flowing from a well-meaning heart and for the greatest benefit, welfare, and lasting peace of Java. While regarding the change in the administration of the regencies of Damak and Coedus, I respectfully refer again to my humble letter of the 23rd of June last, pursuant to which, according to Your Right Honorables' authorization, I shall proceed upon my return to Samarang, and also not fail to draw up a draft promptly for the reduction of the timber delivery and present the same to Your Right Honorables for your esteemed consideration. Meanwhile, I present herewith to Your Right Honorables a copy of the letter received a few days ago from the Balinese ruler Gusti Agong, alongside the account of the emissary Bappa Dia. I have the honor to be with the greatest loyalty and respect, underwritten, Your Right Honorables' wholly submissive and very obedient servant, was signed: W. H. van Ossenbergh. In the margin: Tagal, the 4th of August, anno 1764, Batavia. From Bantam, the 17th of August 1764. Batavia. To as before, Since yesterday there was sent to me by the postholder of Anjer a boat with ten English deserters, being according to their statement a gunner's mate and nine sailors, who claim to have deserted 10 days ago from the ship Admiral Watson, which lies anchored near Fort Marlborough and is commanded by Captain Plok, because their ship had to go to Madagascar to fetch slaves, whereas in the Mother Country they had only enlisted to return directly home; they therefore now took their refuge with the Company to be sent to the fatherland in its service when the opportunity arises; so I have the honor not only to give Your Right Honorables the requisite notice thereof, but also to request how it may please you that these Britons and their vessel should be dealt with. Wherewith I remain very submissively, underwritten, Right Honorable, Valiant, Highly Respected Sir and Well-Born Sirs, lower, Your Right Honorables' humble servant, was signed: F.s Reijnouts. In the margin: Bantam, in the fortress Speelwijk, the 17th of August 1764, Batavia.
Dutch transcription
Van Iavas Oost Cust den 4:' Aug„s 1764. — dewelke zo stijf- en hardnekkig op zijn stuk blijf staan, weder tot een onverdraglijk en zelfs gevaarlijke geemelijkheijt zal brengen Ik oordeele overtollig Hoog Edele Heere, hier te repeteren hoe meenigmaal en op hoe veelerlijwijze zelfs tot geen kleijn prejudicie van mijn prive beurs ik getragt hebben vorst de bevordering van soema diwerja aan de staanden, als immerbij uw Hoog Edelhedens zullende werden g'ac„ cordeert, uijt het Hoofd te brengen; edoch alles vrug„ teloos, en zonder iets anders bij dien vorst uitterverken, als dat zijn Hoogheit nog sterker insteerde zo dat ik thans, met relatie tot deze zaak, als ten ein„ de bet ben ten zij uw Hoog Edelhedens voor deze reize zon„ der consiquentie, om zijn Hoogheit meerder te verpligten, geliefde overtegaan, om des vorstens verzoek in mijne instantie te bewilligen, waar omtrent ik bidde dat mij geoorloofd: zij mijne geringe bedenkingen en consideratien met eerbied hier ter neder te stellen— Dat men voor een generaal axioma dient te houden, om alle bovenlanders, en voornamelijk wel die maar eenigzins aan de vorsten g'attacheert zijn, in geen strandregentschappen te stellen, en daar door te beletten, dat de vorsten geen in„ „fluentie op de Ragenten dier landerijen verkrijgen, is zo oorbaar, als noodzakelijk en nuttig voor d' E: Maatschap„ „pij, maar dat men wel eens gedrongen door noodzakelijkheijt„ en ter vermijding van schadelijker gevolgen van die algemeene stel„ Van Iavas Oost Cust den 4:' Aug„s 1764: stelrequl heeft moeten afgaan, getuigen de retroacta overvloedig soema diwirja is een bovenlander, een gunsteling van „den sulthan, zelfs de zoon van een Regent die, de belan„ „gens vandE: Comp: verlaaten hebbende, tot de partij van dien vorst is overgegaan in vroeger dagen; maar aan de an„ dere zijde is deze soema diwirja een hulpsch, braaf en gezeggelijk Jongman, dewelke als tweede Regent van Paccalongang werdende aangestelt, weinig of geen gezagen„ langt en blijvende, als onder den rook van Samarang onder opzigt van den wakkeren Depattij van Paccalongang onder het ooger toezigt van den braaven Samarangs hoofd- regent soera di„ „mangala, en onder de directie van een gouverneur zelf, niet zigt kan uit„ „patten, dan wel men den vorst aenleggen, ten nadeele van d' E: Maat„ „chappij, of het zoude aanstonds te ontdekken zijn, en hij dan na verdiensten gestaaft en weder uit zijn post gedimoveert kunnen werden, Daar en boven zoude deze nieuwe weldaad den sulthan meer en meer aan d'E: Comp: doen verpligten, en men zoude dezelve, zijn hoogheit, zoo hoog op rekening kunnen stellen dat het dien vorst zoude af schrikken, om wyders eenige tentamens van die natuur te doen — Ik verzoeke ootmoedig, dat uw Hoog Edelhedens deze mijne consideratien gelieven ten goeden te houden, als voortvloeijnde uijt een wel meenend hart en ten meesten 215. 1764 velgelandet Van Javas Oost Cust den 4:' Aug„:s 1764. meesten nutte voor het wel zijn en bestendige vrede van Iava, Terwijl ik mij nopens de verandering van het be„ „stier van de Regentschappen van damaken Coe„ „dus, eerbiedig nog refereere aan mijne nederige van den 23: Iunij laastleeden. jngevolge welke ik, volgens uw hoog Edelhedens qualificatie, bij mij retour op Samarang zal te werk gaan, en ook niet manqueren ten eersten een ontwerp te for„ meren van de vermindering der houtle veraticie, en de„ zelve ter g'eerde speculatie uw hoog Edelhedens, aan„ „bieden, Inmiddens bij dese uw hoog Edelhedens presen „teren, Copia van den brief voor eenig dagen van den Balier vorst Gusti Agong verkreegen nevens het relaas van den zendeling Bappa Dia— Jk hebbe de een van met de meeste trouwe en Eerbied te zijn /:onderstond:/ Uw Hoog Edelhe„ „dens gansch onderdanig en zeer gehoorzaamen Die„ „naar /:was getekend:/ W: H: van Ossenbergh /: in margine Tagal den 4: aug„s a„o 1764: Batavia - 217. Van Bantam den 17 augustos 1764. Batavia Aan Als Vooren, Door den posthouder van Anjer mij op gista„ „ren toegezonden zijnde Een zol met thien Engelse drossers zijnde volgens hun opgave, Een Constapelsmaat, en negen matroosen, die voorgeeven van het schip Admiraal wat zon, dat bij het fort Marlburg geankert legt en gecommandeert wordt door den Capitain Ploet over 10 dagen ge„ „drost te zijn om dat hun schip na Madagascher moeste om slaven te halen, daar zij in het Patria haer Eenlijk had„ „den laten aanneemen om weder di„ „rect te Repatrieeren zij dier„ halven nu hunne toe„ „vlugt naamen tot de Comp: om in der selven dienst bij de geleegentheijd na het vaderland ge„ „zonden te werden, zoo heb 1764 3 n le Van Bantam den 17 Augustus 1764. heb ik d' Eere niet alleen Uw Hoog Edelens daar van de verEijschte kennisse te geeven maar ook te verzoeken hoedanig het dezelve beha„ „ge dat met die britten en hun vaartuijg zal gehan„ delt werden, — Waar meede zeer onder„ „daniglijk blijven /:onderstond:/ Hoog Edele Gestrengen Groot agtbaren Heere en welEdele Heeren, /: Lager uw Hoog Edelens ootmoediegen dienaar /: was getekend:/ F:s Reijnouts, /:in margine Bantam In 't for„ „tres speelwijk den 17: aug„s 1764:— Batavia .
English
From Bantam, the 24th of August 1764. Batavia To As Above Having received this afternoon Your Right Honorables' highly respected missive dated the 21st of this month, I immediately notified the 10 English sailors that Your Right Honorables had seen fit to take them all into service at ƒ 10 per month, and that they would be placed from here on a ship that is departing shortly for the fatherland, enjoying half the premium upon arrival in Europe; but those people have all very urgently pleaded with me to be allowed to obtain an increase in wages, since they, all being experienced sailors, think they have the right to claim ƒ 13 to 14 per month. I answered them that they ought to be content, all the more because in addition to the wages they also enjoy the half premium; but they did not wish to listen to this at all, to the extent that they all requested that I would merely permit them to depart with their rowing boat for the main station, since they are quite certain to obtain such wages there on an English warship, and that they are not inclined to enter the Company's service for ƒ 10. Whereof I have the honor to inform Your Right Honorables, with the request to be provided with your further orders. With which I remain very submissively, Below stood: Right Honorable, Grand, Esteemed, Widely-Ruling Lord and Well-Born Gentlemen. Lower: Your Right Honorables' humble and dutiful servant. Was signed: P. Reijnouts. In the margin: Bantam in Speelwijk, the 24th of August Anno 1764. Batavia From Banda, the 25th of May 1764. Batavia To As Above The pantjallangs the Parel and the Garnaal having appeared here in the roadstead quite late, without our having received any news from the Eliphant up to now, whereby the most suitable time for conducting the cruising along the south side of Ceram has also largely expired, I have nevertheless not failed, in compliance with Your Right Honorables' circular separate missive of the 20th of December 1763, to dispatch those two small vessels thither on the 24th of April under the command of a brave officer who, by virtue of his former long stay on Ambon, is believed to be easily capable of fulfilling the purpose of this mission, and regarding which he has been given such instructions as I have the honor to enclose herewith. Just as I likewise, according to the yearly custom, send over the secret signals for the identification of the ships expected from Batavia in anno proximo. I am with the utmost veneration, Below stood: Right Honorable, Widely-Ruling Lord, Well-Born, Grand, Esteemed Gentlemen, Your Right Honorables' most submissive and dutiful servant. Was signed: J. Pelters. In the margin: Banda Neijra, the 25th of May Anno 1764. Per the Instructions From Banda, the 25th of May 1764. Under date Instructions for the military ensign Johann Valentijn Bouman and the master of the pantjalling de Parel, Hendrik Martensz, going to Ceram to cruise along the south side in company with the pantjalling de Garneel, being commanded by the mate Booije Broersz. Valiant, pious [officers], Although the pantjallangs de Garneel and the Perel showed up here from Batavia quite late, and although the ministers of Ambon have already taken the initiative to undertake the cruising along the south side of Ceram, which nonetheless was the work designated by Their Right Honorables for the Banda cruisers, one has nevertheless, in view of the earnest recommendation on this matter and in order to comply with the beneficial intentions of our aforementioned supreme rulers, deemed it serviceable to let you proceed on your journey from here with the two aforesaid very suitable vessels, which are manned to capacity, provisioned for five months, and very amply supplied with ammunition of war. Thus, leaving this roadstead, you must set your courses in such a manner as to reach the south side of Ceram as quickly as possible and to perform the work of cruisers there, namely by entering all corners and creeks where practicable, or otherwise employing the accompanying orembaais for that purpose, to discover pirates and smugglers who for a series of years have caused so much unrest, robbed people and goods, committed arson, and what surpasses all, have dared to undercut and harm to the utmost the Company in its precious and exclusive spice trade in the most audacious manner. Undertakings which they would certainly not dare to conceive, let alone carry out with unprecedented success, if the peoples of the Honorable Company were not in league with them, who must consequently be regarded as co-operating instruments; that the various expeditions mounted against them have repeatedly had little effect, as the first commissioner is very well aware due to his long stay in that province; and also that the negorijen of Ceram's south side have always been known as smuggling nests, since the spices are transported thither in small vessels from the negorijen of Nuffalauwt, Hatoeana, and various others.
Dutch transcription
219. Van Bantam den 24:' Aug„s 1764:— Batavia Aan Als vooren Heeden nademiddag ontfangen hebbende uw„ „hoog Edelens zeer gerespecteerde missive in dato 21: dezer, heb ik terstond de 10: Engelse mattroo„ „sen aangezegt dat uw hoog Edelens goedge„ „vonden hadden, haer alle in dienst aantene„ men met ƒ 10 ter maand, dat zij van hier op een schip dat binnen korten na het patria vertrekt zouden werden geplaats, bij arrive in Europa, zullen genieten de halve pree„ mie, dog die menschen hebben mij alle zeer instantig gesmeekt, van vermeendering in ga„ „gie te mogen erlangen, nadien zij als alle bevaren mattroosen zijnde, denken het regt te hebben van ƒ13: â 14: des maands, te preten„ „tendeeren ik heb haer daar op g'antwoord dat zig zig diende te vernoegen, te meer dewijl zij bovende gagie, nog de halve preemie ge„ „nieten, dog begeerden daar na geensints te luijsteren, in zo verre zij alle verzogten dat ik maar zoude permitteeren, om met haar roeijvaartuijg 1764 een Van Bantam den 24: Augustus 1764:— roeijvaartuijg na de hoofdplaats te vertrecken, na dien zij wel verzekert zijn van aldaar op een Engelsche oorlogschip, zodanige gagie te zullen kunnen erlangen, en dat zij niet gene„ gen zijn om voor ƒ10: zig in s' Comp„s„ dienst te begeeven wes ik d'eere hebbe uw hoog Edelens daar van kennisse te geven, met verzoek om met hoogst derzelver nadere ordre, te mogen werden voorzien Waar meede zeer onderdaniglijk blijve /:onderstond:/ Hoog Edelen groot Agtbaren wijdgebiedende Heere En wel Edele Heeren /: Lager uw hoog Ede„ lens ootmoedigen, en trouwschuldige Dienaer /:was getekend /: P: Reij„ „nouts /:in margine/ Bantam jn speelwijk den 24: Augustus Anno 1764: Batavia 221. Van Banda den 25: Meij 1764: Batavia Aan Als Vooren De pantjallangs de Parelende Gar„ „naal al Vrijlaat hier ter Rheede van schee„ „nen weesende, sonder van de Eliphant tot hier toe eenig narigt Erlangt te hebben, en waar door de bequaamste tijd der te doene be„ „kruijssinge langs de zuijdkant van ceram ook seer ver„ver„ „loopen is, so hebbe nogthans niet gemanqueert in op volginge uwer HoogEd: circulaire ap„ „parte missive van den 20:' xber: 1763. die twee kieltjes op den 24: April derwaarts te pecheeren onder het com„ „mando van een braaff officier die, door sijn voor¬ „malig Langduurig ver„ „blijff 3 Van Banda, den 25 Meij 1764: verblijff op Ambon, gesustineert word aan het oogmerk deser besendinge faciel te sullen konnen voldoen, en waar om„ trent hem sodanige Instruc„ „tie meede gegeven is als ik de Eere hebben desen bij te voegen Gelijk ik teffens na Iaerleijkse gewoonte late overgaan de secreete sijnen, tot verkenning der schee„ pen in anna pracimo van Batavia verwagt wordende Ik ben met de uijterste Verneratie /:onderstont:/ Hoog Edele wijd gebiedende Heer WelEdele groot Agtb: Heeren UW Hoog Edel„ reedens submisten en Trouw schul„ „dige dienaar /:was geteekent J: Pelters /in margine:/ Banda Neijra den 25: Meij A=o 1764:— Pr d' Jnstructie 223. Van Banda den 25: Maij 1764: „ onder dato DJnstructie voor den militair vaandrig Jo„ „hann valentijn Bouman en den gezaghebber van de pantjalling d' Parel, Hendrik martensz: gaande na Ceram ter bekruijssinge langsde suijd kant in gezelschap van de pantjalling de gar„ „neel gecomandeert wordende van den stuurman Booije Broersz: Manhafte Vrome, Off schoon de Pantjallangs de garneel en de perel al vrij laat van Batavia alhier sijn opgedaagt en off schoon ook de ministers van Ambon bereets in de voorbaat geweest sijn de bekruijssinge langs de Suijdkant van ceram onder handen te neemen, dat egter 6 het door Haar Hoog Edelheedens bepaelde geweest werk Voor de Bandas kruijssers is, — Soo heeft men even wel uijt aanmerkinge van de ernstige recommandatie op dit stuk„ en ter voldoeninge aan de heijlsaame intentie van gem: onse oppergebieders diensig g'oor„ „deelt uwE: van hier te laaten reijs voor„ deren met den twee voorsz: seer bequame waar„ „tuijgen die nae vermogen bemant, voor vijff eert maanden gevictualiseert, en met Ammonitie van oorlog seer ruijm voorsien sijn dus moeten uwE: deese rheede verlaten„ „de de Coursen soodanig inrigten omme de suijdkant van Ceram ten spoedigsten te beseijlen 176 3 a „ onder dato Van Banda „ den 25: Meij 1764:— beseijlen en aldaar het werk van kruijssers te verrigten namentlijk alle hoeken en kree„ ken des doenelijk in te loopen, off anders de bij hebbende orembaijs daar toe te Emploijeeren, ter ontdekkinge van roovers en smokkelaars, die seedert een reeks van jaeren soo veele beweegingen gemaakt volk en goederen geroofd brand gestigt, dog het geen alles sur„ „passeert de Compagnie in haeren dierbaeren en privati„ „ver specerij handel, op de aller stoutmoedigste wijse hebben durven onderkruijpen en ten uijtersten benadee„ „len—, onderneemingen diese immers niet soude durven wier bedenken laatstaan om se met een vorgaloos succes„ uijttevoeren indien de volkeren van d'E: Comp: met haar niet onder een deeken schuijlden, en die gevolg„ „lijk als meede werkende Instrumenten moeten worden aangemerkt, dat de daar teegens gedaene verschijde Expedities telkens van geringe uijtwerkin„ „ge geweest sijn gelijk den eerst en Commissiant uijt hoof de van lang verblijff in die provintie seer wel berust is, teffens ook dat de negorijen van Cerams suijdkant altoos voor sluijknesten bekend geweest sijn, nademaelen de specerijen met klijne vaartuijgen uijt negorijen Nuf„ falauwt Hatoeana en verscheijde andere derwaarts Vervoerd
English
Under date From Banda the 25: May 1764 — 225. transported, as well as bartered against linens etcetera to the smugglers. On the one hand it is certainly to be suspected that, if some of those smugglers have been roaming about those regions this time, they will either already have been seized by the Ambon cruisers and dealt with according to orders, or otherwise, by means of secret correspondence with the native inhabitants, have taken their retreat elsewhere before their arrival; but on the other hand it is also very likely that the latter, through a feeling of reassurance arising from the return of those Ambon cruisers, will appear again, resume their illicit trade, and in that manner very easily and unexpectedly fall into your hands, as they will by no means suspect that they will also be sought out and pursued on the south side of Ceram by the Banda cruisers. The manner in which you must act consists principally in this: to board all foreign vessels encountered in those regions, demand their passes, and finding them suspicious, to regard them as smugglers, to overpower them in the best practicable manner, to destroy their vessels by fire, Under date From Banda the 25: May 1764. — destroy and, if possible, bring the crews bound in chains hither; or in case of apprehension of any misfortune, to deliver them up to the nearest Company post where there are garrisons, in order that they may subsequently be dealt with according to the ancient laws; only taking care to salvage the loaded spices, ammunition of war, etcetera, in order to distribute it among the men in due time for greater encouragement, according to the contents of the enclosed extract from the resolution of Their High Excellencies of 28 November 1763, which must be read publicly to the soldiers and sailors before the mast as soon as you have put to sea from here. Furthermore, it will not be unserviceable for you, even if only under pretext of a shortage of water and firewood, to go ashore, search for the clandestine places of concealed cloves by scouting, and upon discovery carry them off from there in such manner as shall seem best according to your judgment, nevertheless observing three points on all occasions, namely: First, to act with discretion and sound deliberation, not recklessly; Secondly, in passing narrow paths, to warn the men of the harmful caltrops to be found there; and Thirdly, to pay a swift visit to the spice-producing districts where fires from the mountains are lit at night, as Under date From Banda, the 25: May 1764. — 227. this, according to the Ambon information, would serve as a warning to the smugglers regarding the departure of the cruising vessels. In particular, one must hold the sailing vessels that cross over from Honimoa, Nussa Laut, Wassoe, Oma, and Aboro under Haroeko to Ceram as highly suspicious whenever they carry spices; these you must then have thoroughly inspected, and upon finding them to contain any of that costly merchandise, scuttle them, and proceed with the crews as otherwise instructed in the orders given above. However, it is understood hereby that these are not to be applied generally to all, and that whether through misinterpretation or through greed under the pretext of spices, no such actions are taken against good inhabitants, for if such molestations, extortions, and outrages are discovered, exemplary punishments will truly be inflicted upon the guilty, as proof that the purpose of this cruising serves only to make navigation and trade in those suspect places difficult and inaccessible for the Buginese and other foreigners not to be tolerated there, but by no means to obstruct other well-meaning traders in their free commerce. The duration for which the south side of Ceram must be cruised has been determined by the Ambon ministers to be until the end of the current month, when their pantjallangs must cross over from there to the north to unite with the other vessels, but this does not apply to those of Banda, and therefore you have nothing else to do but to sail back and forth south of Ceram until necessity requires you to turn Under date From Banda, the 25 May 1764. — back, under a strict warning to keep good records of all encounters, to maintain proper discipline among the men, to live in harmony and peace with one another, and constantly to strive to demonstrate in such manner that your mission, though somewhat late, has nevertheless had the hoped-for effect, even if it were only in overpowering a number of Papuan kora-koras, which appeared in great numbers around the islands of Amboina as well as here in Banda in the past year and carried off many inhabitants into slavery with the assistance of the Cerammers, so much so that according to the latest reports several Rosengain colonists are still said to be found on the last-mentioned coast, which you must investigate, and exert your utmost efforts to deliver those unfortunate people from there. I expect on all occasions a report of what has meanwhile been executed, and no less that you will conduct yourself as men of honor and integrity; may Jehovah grant His blessing to this, while I remain very gladly, underneath stood: Your Friend, was signed: I: Pelters, in the margin stood: Banda Neijra the 24: April 1764, underneath stood: Agrees, was signed: R: f: Stokman, E: g: Clercq, Batavia
Dutch transcription
„onder dato Van Banda den 25: Meij 1764 — 225. / e vervoerd, mitsg„s tegens Lijwaeten Etr=a aan de sluijk„ „handelaars vervuijlt worden — Het is aan de Eene kant wel te vermoeden, dat soo 'er deese keer eenige van die korrendraijers daar om„ „streeks gesworven hebben, sij lieden off door de ambonse kruijssers bereets sullen geligt en met haar naa de n ordres gehandelt sijn, off anders door het middel van ver„ „trouwde correspondentie met slands naturallen, voor hunne komste elders anders hunne retaaite genomen hebben maar van d' andere sijde is het meede seer waarschijnelijk, dat de laastgenoemdens door eene uijt het retour van die Ambonse kruijssers voort„ te vloeijen gerustheijd weeder sullen te voorschijn ko„ „men, haeren sluijkhandel hervatten, en op die wijse p: seer ligt en onverwagt in Uw E: houden vervallen, als geensints verdagt wesende aan de suijdkant van Ceram ook door de Bandaase kruijsserste sul„ len opgesogt en vervolgt worden., De maniere hoedanig UW E: moeten handelen bestaat voornamentlijk hier inne, om alle in die contreijen te ontmoetene Vreemde vaartuijgen te aordeeren, hunne passen aftevorderen en suspert bevindende haar als smok„ kelaars aantemerken op de bestdoenelijkste wijse 't overmeesteren hunne vaartuijgen door het vuur te overneelen 3 „ onder dato Van Banda den 25: Meij 1764. — overneelen en de manschappen is het mogelijk geboeijt herwaerts te brengen; of in Cas van bedugtinge voor eenige onheijlen op de naestgelegene Comp=s plaatse daar „besettelingen sijn overtegeeven, ten Eijnde vervolgens met Sin haar na de al oude wetten gehandelt te worden, alleenlijk sorge dragende om de ingeladene specerijen ammonitie van oorlog Etr=a te bergen, ten Eijnde tot meerderen Aanmoedi„ „ginge order het volk op sijn tijd te verdeelen, na den inhoud van het bijleggende Extract uijt de resolutie van Haar hoog Edelheedens van den 28 9ber: 1763. 't welk die militairen en scheepelingen voor de mast in het openbaar sal moe„ ten voorgeleesen worden soo dra uwE: van hier in zee gestooken sijt, Daar te boven sal het niet andienstig sij dat UWE: al was het ook maar onder voorwendsel van verlegentheijd om water in de branthoud haar na de wal begeeven de Clandestine plaatsen van geborgene nagulen op soeken door snuffelere en bij ontdekkin„ „ge van daer meede voeren op sodaenige wijse als na UWE: oordeel het be„ „te sal willen vlotten, egter bij alle gelegentheeden drie poincten in agtneemende als. — Eerstelijk om met beschijdentheijd, goed overleijen niet roekeloos te ageeren Tweedens om in het passeeren van nauwe weegen het volk te verwittigensen de daar te vindene schadelijke voetangels en ten Derden om de specerij geevende districten daar 's nagts vuuren van het gebragte worden opgestaken, eene schielijke visite te geven alsoo sulks - onder dato Van Banda, den 25: Maij 1764. — 227./ sulks na de Ambonse onderdigtinge soude dienen tot eene waarschouwinge voor de smokkelaars nopens het vertrek van de kruijs vaartuijgen. Jnsonderheijd heeft men reedende vaartuijgen, die van honimoea Mussalauwt wassoe oma en abora onder Haroeko na ceram oversteeken; ten hoogsten verdagt te houden, wanneer se specerijen vervoeren, de sulke moeten uwE: dan nauwkeurig laaten visi„ teeren en beeen bevindende iets van die kostbaere negotie in te hebben, in de grondbooren, mitsg„s met de manschappen als an„ dersints na de hier boven aangevoerde lastgeving te werk gaan, Egter met deesen verstaande, dat deselve niet over alle generaal begreepen, en het sij door verkeerde uijtlegging of door baarsugtigheijd onder pretext van suijkerijen teegens goede in„ „gesetenen op die eijgenste maniere gehandelt worden, want men sulks ontdekkende oversodanige molesten, knevelarijen, en weldadigheiden aan de schuldige voorwaer exemplaire streef„ „fen sal oeffenen ten bewijse dat het oogmerk van deese bekruijssinge alleen strekt om de vaart en handel op die suspecte plaetsen voor de boegineesen en andere daar niet te buldene vreemdelingen moeij „saam en ontoegankelijkte maaken maar geensints om andere wel„ „meenende trafficquanten in hunne vrije Commercie voor haar te ontvoeijlingen Den tijd hoelange de suijdkant van ceram moet bekruijst worden is door de Ambonse ministers bepaalt tot op het uijt eijnde derlopende maand, wanneer hunne pantjallangs van daar van het Noorden moeten oversteeken ter vereeniging met d'andere vaar„ tot „tuijgen maar dit heeft geen betrekking die van Banda, en daar om staat uw E: ook niet anders te doen, don besuijden ceram solangeopen naer te seijlen tot dat de noddsakelijkheijd verEijscht dit te rug 3 „onder dato Van Banda, den 25 Maij 1764. — rug te keeren, onder eene ernstige waarschouwinge van alle ren contres goede aanteekenning te houden, onder het volk eene welgepaste discipline te oeffenen, met malkanderen eensgesints en vreedsaamte te leeven en mophoudelijk te betrag „ter om dusdaniger wijse te betoonen dat uwE: besanding, schoon wat laat egter nog van de gehoopte uijtwerking geweest is, al was het ook maar in de overweldiging van parthij papoe„ „ „se corre Corres die omtrent d' Eijlanden van amboina soo wel als hier in Banda in den vergangen Jaere met groote menigtens sijn verscheenen en veele inwoonders in slavernij weg gebragt hebben met behulp van de Cerammers, in soo verre dat na de laatste berigten nog verscheijde rosingain„ „se Coloniers ter laast gem: Custe souden te vinden sijn 't gunt uwE: moeten ondersoeken, en hunne uijt„ „terste vermogens aanwenden die ongelukkige men„ schen vandaar te verlossen Ik verwagte bij alle gelegentheeden berigt van 3„ het geene onderwijlen uijtvoert is, en niet minder dat uwE haar sult gedragen als wanneer van Eere ende opregt„ „heijd hier toe verleene Iehova sijnen dier haerer zeegen ter„ wijl dat ik seer gaare ban /:onderstond:/ UWE: Vriend— /:was geteekent:/ I: Pelters /in margine stond:/ Banda Neijra den 24: April 1764 /:onderstond/ Accordeert /:was getekend/ R: f: Stokman, E: g: Clercq, Batavia