VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3148

Surat · 718 pages · 101 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3148_0261 view scan ↗

English

119 Appendices. From the S No. 2. Statement of Boonen continued Article 5. That shortly after that date Pinket and Overbeek examined certain parcels of meat, brought in with Haarlem and Noordnieuwland. 6. That they did not repeckle the meat anew. 7. But that the cooper refilled the approved casks. 8. That this took place by order of him and Elin. 9. That to his knowledge no meat or bacon has ever been completely repeckled. 10. That shortly before the inventory on the last day of February 1754 he requested the Honorable Director General, No. 2. Statement of Boonen continued had requested that the condition of the meat and bacon in particular might be examined. Article 11. That van Bazel, Houttuijn, and Pruist conducted that inventory. 12. That they opened all casks and found: Some without a year number, Some with the marks worn away, Some with the marks, by presumption, scraped off, Some dry, without pickle, and provided with few hoops, and Some whereof the pickle was very bloody and stank so much Register and Brief Summary was 120 of the Appendices was that no one could bear to remain near it. Article 13. That he indeed attended the inventory, but did not daily attend the examination. 14. But Elin not at all. 15. That he heard from the commissioners that the undersigned had asked whether it would not be well that the meat be purged of the stinking pickle and repeckled anew. No. 2. Statement of Boonen continued. 16. But that the rest regarding this is unknown to him. 17. 18. 19. That the approved casks were refilled with pickle by the commissioners, but Register and Brief Summary No. 2. Statement of Boonen, continued but the rejected ones were stored without refilling in a separate warehouse. Article 20. That not having been able to be always present at that work, he entrusted the rest to the commissioners. 21. That he does not know whether Elin ordered the cooper to repeckle or refill the spoiled meat and bacon. 22. That he also does not know whether Elin 23. countersigned and submitted the report of that inventory. 24. That at the transfer made to him in the year 1752, many goods were missing; that Elin, for that, took Rds. 2272:- in cash from the heirs of the deceased dispenser Cunes, granted an autograph receipt for it, and bound himself to make good the same; but that he, Boonen, only in April 1755 obtained his guarantee in this regard. 121 of the Appendices No. 2. Statement of Boonen continued Article 25. That he showed this original note to the undersigned. And 26. If necessary, could still produce the same in copy. 27. That it was a custom, when holding an auction, Register and Brief Summary. No. 2. Statement of Boonen continued No. 3. auction in the dispensary, to lock the front door. Article 28. That when he first entered upon his administration, he also always opened the same alone and without Elin. Original notice served upon, and answered by, van Bazel and Setroode on the 28th and 29th of December in the year 1753. Article 1. That on the 20th aforesaid, they being present as commissioners in the provisions warehouse, Setrode among other things brought to Elin's attention that since candles had arrived, 2. 122 of the Appendices candles had arrived, he could surely easily supply the 1000 lbs planned for Ambon. No. 3. Statement of Van Bazel and Setrode continued Article 3. That Elin had answered thereto that this did not concern him. 4. That Setrode had replied that this certainly did concern him, all the more because he was qualified for this in place of the 2nd administrator Boonen. 5. But that Elin had said thereto: "I am Dispenser! I do not care about that qualification! You must have qualification from the entire High Government!" Register and brief Summary. No. 3. Statement of Van Bazel and Setrode continued "Government!" Article 6. That this occurred in their presence, and in that of the Reverend Minister Cornelis Grize, who was on the point of departing for Amboina. 7. No. 4. Original notice served on the 8th, answered on the 9th, and sworn on the 20th of February in the year 1756, by the Junior Merchant Hendrik Van Bazel. Article 1. That he, together with the junior merchants Houtthuijn and Pruijst, was commissioned on the last day of February 1754 to take the inventory in the provisions warehouse under oath. 123 of the Appendices No. 4. Statement of Van Bazel Continued under oath. Article 2. That Boonen had requested them to take an exact inventory of everything, and particularly to examine the meat and bacon. 3. That at that time, the undersigned having come into the warehouse, they, the commissioners, complained about the bad condition of the meat and bacon, and requested him to inspect it himself. 4. 5. That upon opening some casks, the pickle, through strong fermentation, had spurted out to a man's height, and had stank dreadfully. Register and brief Summary. No. 4. Statement of Van Bazel continued Article 6. That the undersigned had asked whether that meat would not be salvageable if it were purged of the old pickle, washed off, and repeckled anew with spices. 7. That the master cooper van der Poel had answered thereto: that during his presence in the dispensary no meat or bacon had ever been repeckled, and that it would also not be good, for the reason that the Indies salt was not as potent as that of the fatherland. 8. That they, the commissioners, confirmed this statement.

Dutch transcription

119 Bijlagen. Van der S N„o 2. Verklaring van Boonen vervolg Art 5. / Dat kort na dato Pinket en Overbeek zeekere Par„ „thijen Vleesch, met Haarlem en Noordnieuwland aan¬ „gebragt, geexamineert heb„ „ben. 6. Dat die het vleesch niet op't nieuw verpeekeld hebben. — E, Maar dat de Kuiper de goedge„ „keurde Vaaten weder opge„ „vult heeft 8. Dat zulx geschied is op ordre van hem en Elin. 9. Dat met zijn weeten noort eenig Vleesch of spek in 't geheel verpeekelt is. ~ 10. Dat hij kort voor den op„ „neem onder Ultimo febr„ 1754. Aan de Edele Heer Directeur Generaal heeft Verzogt E . N„o 2. Verklaring van Boonen Vervolg verzogt gehad, dat in 't bij„ „zonder de gesteldheid van 't vleesch en spek eensonder¬ „zogt mogte werden — Art. 11. Dat van Bazel, Houttuijn en Pruist, dien opneem gedaan hebben — „. 12. Dat deeze alle Vaten geopend en bevonden hebben Eenige zonder Jaar getal Eenige de Merken uitge„ „sleeten Eenige de Merken volgens presumatie uitgekast. Eenige droog, Zonder peckel en van wijnige hoepels voorzien. en Eenige, waar van de Seekel heel bloedig en zodanig stinkende Register en Korte Inhoud Was 20 van de Bijlagen was dat het niemand daar bij kost houden. Art: 13. / Dat hij wel den opneem„ dog de Examinatie niet dage„ „lijf bijgewoond heeft. — „ 14. Maar Clin in 't geheel niet. 15. Dat hij van de Gecommitteer„ „dens heeft horen zeggen, dat de Ondergeteekende gevraagt hadde, of het niet goed zoude weezen, dat het Vleesch van de Stinkende Peekel gezui„ „verd, en op nieuw verpeekelt wierde. — N„o 2. Verklaring van Boonen vervolg. 16. Dog dat hem het verdere dien 17. aangaande onbekent is„ 18. „ 19. Dat de goedgekeurde vaaten door de Gecommitteerdens weeder met Peekel opgevuld, dog Register en Korte Inhoud N„o„ 2. Verklaring van Boonen, vervolg dog de afgekeurde zonder opvulling in een appart Pakhuis geburgen zijn. Nrt: 20. Dat hij bij dat werk niet althoos Present hebbende kunnen zijn, het overige aan de Gecommitteerdens, vertrouwt heeft. 21. Dat hij niet weet, of Elin den Kuijper heeft gelast gehad, het bedurven Vleesch en spek te verpeekelen of op te vullen. /: 22. / Dat hij ook niet weet, of Elin „ 23. I het Rapport van dien opneem mede geteekent en overge„ „geven heeft.— „ 24. / Dat bij 't gedaan Transport aan hem, in A„o 1752. veele goederen te kort, zijn 121 van de Bijlagen E zijn geweest; Dat Elin daar voor van de Erffge¬ „namen van den Overleeden, dispencier Cunes Rd:s 2272:-. in Contant genomen, daar van een eijgenhandige Qui„ „tantie verleend, en zig ver„ „bonden heeft het zelve te zullen Suppleeren; dog dat hij Boonen eerst in April 1755. dierwegens aan zijn Guarant gekomen N„o 2. Verklaring van Boonen vervolg Art 25. Dat hij dit briefje in Origineel aan den Ondergeteekenden heeft vertoond gehad. En „: 26. / Het zelve desnoods nog zoude kunnen vertoonen in Copia 27. Dat het een gebruijk is ge„ „weest, bij het houden van Vendutie is. Register en Korte Inhoud. No„ 2. N„o 3. Verklaring van Boonen vervolg vendutie in de Dispens de voordeur te sluijten. Art 28. Dat als hij 't Eerst in zijne Administratie is gekomen, hij dezelve ook altoos alleen en zonder Elin heeft ge„ „opent gehad. — Origineele Insinuatie ge„ „daan aan, en beantwoord door van Bazel en Setroode den 28:e en 29:e De¬ „cember A„o 1753. — Art 1. Dat zij op den 20: evenge„ 2. „meld als Gecommitteer„ „dens in 't Provisie Magua¬ „zijn present zijnde Setrode onder anderen Elin te ge„ „moed gevoert hadde, dat dewijl 'er kaarssen gekomen Waaren 122 van de Bijlagen „: waaren; hij immers gemak„ „kelijk de voor Ambon ge¬ „projecteerde 1000: lb voldoen konde. N„o 3. Verklaring van Van Bazel en Setrode vervorlg Art 3. Dat Elin daar op geantwoord hadde, dat hem zulx niet raakte. 4. Dat Petrodie gerepliceert hadde dat hem zulx al raakte, te meer om dat hij daar toe gequalificeerd was in Plaats van den 2:de Administrateur Boon„ „nen: — 5. Dog dat Elin daar Op gezegt hadde. Ik ben „ Dispencier! Ik stoor mij „ aan die Qualificatie „ niet! Gij moet qualifi„ „catie van de heele Hooge „ Regeering E Register en korte Inhoud. N„o 3. Verklaring van V„n Bazel en Setrode vervolg „Regeering hebben!" Art 6. / Dat dit voorgevallen is ter 7. /3 Presentie van haar, en van den Eerwaarden Predicant Cornelis Grize, dewelke op zijn vertrek naar Amboirna stond. N„o 4. Origineele Insinuatie gedaan den 8:e en Beantwoord den 9:e en Beeedigt den 20:e Februarij A„o 1756. door den Onderkoopman Hendrik Van Bazel. Art 3. Dat hij benevens de onder„ „kooplieden Houtthuijn en Pruijst, gecommitteert mmo geweest is, onder Uld=m e Februarij 1754. den Opneeme in 't Provisie Maguazijn Onder 123 van der Bijlagen N„o 4. Verklaring van Van Bazel Vervolg onder Eede te doen. Art: 2. Dat Boonen haar verzogt gehad heeft, alles exact op te neemen, en voornamentlijk het vleesch en spek te Examineeren. 3. / Dat op die tijd de Onderge„ 47 „ teekende in 't Pakhuis ge„ 7. „komen zijnde, zij Gecommit„ „teerdens over de slegte Ge„ „steldheid van 't vleesch en Spek geklaagt, en verzogt hadden het zelfs te willen bezigtigen. — 5. Dat bij 't openen van eenige vaten, de Peekel door de Sterke Gessing Mans hoogte daar uit gesprongen was, en vreeslijk gestonken had„ „de. — Art: J: Register en korte Inhoud. N„o 4. Verklaring van Van Bazel vervolg Art: 6. / Dat de Ondergeteekende gevraagt hadde, of dat vleesch niet te verhelpen zoude wezen, wanneer het van de Oude Peekel ge„ „zuijvert, afgewasschen, en met specerijen op nieuw verpeekelt wierde. 7. /. Dat de Opperkuiper van der Poel daar op Geantwoord hadde; dat geduurende „ zijn aanwezen in de „ Dispens nooit eenig „ vleesch of spek verpeeki „ was, en dat het ook niet „ goed zoude weezen, om ree¬ „den het Indisch zout zoo „ kragtig niet was als 't „ vaderlandsche „: 8. Dat zij Gecommitteerdens dit Zeggen E „

NL-HaNA_1.04.02_3148_0271 view scan ↗

English

124 of the Appendices words, had also affirmed and had considered the repickling to be an unnecessary expense, for the reason that they already formally judged the foul-smelling meat to be spoiled. No. 4. Statement of van Bazel continued Art. 9. That the undersigned thereupon said that they should then do as they saw fit. Art. 10. That the Commissioners on that occasion also showed the undersigned several barrels of meat and bacon entirely dry and without brine, others without a year date, and yet others virtually without hoops, which according to the Cooper had rusted off from them 1 Register and Summary No. 4. Statement of van Bazel continued because the barrels had lain in the warehouse for many years, and repeatedly underwater during the rainy season. Art. 11. That the undersigned had asked whether the dispensers then did not come into that warehouse. Art. 12. And that they had answered thereto: Boonen for that time mostly daily, but Elin not at all. 13. That they properly topped up the approved barrels again with new brine, but stored the rejected ones, without topping up, in a separate warehouse, and had requested the undersigned to surrender the keys thereof to no one other than them. 125 of the Appendices No. 4. Statement of Van Bazel continued. Art. 14. That they had also made that same request to the Honorable Director General and had obtained permission for it. 15. That this was done out of fear that the good might at times be mixed among the bad. 16. That Elin at that time had been of the same opinion as them not to repickle the spoiled meat and bacon. 17. That Elin, to their knowledge, had also never given contrary orders, but that the Cooper, having once in conversation raised the idea of topping up the rejected barrels just like the good ones, he, Register and Summary. No. 4. Statement of Van Bazel continued he, Van Bazel, had replied to that: not for his account, because a large quantity of salt would only be uselessly consumed. Art. 18. That Elin, just as Boonen, had also signed the report of their findings without the least hesitation. 19. That Elin also went in person to deliver the same to His High Nobility the Governor General. And 20. That during the time of 5½ years that he, van Bazel, was a Commissioner in the warehouse, 126 of the Appendices. No. 4. Statement of Van Bazel continued no barrels were ever repickled, but they were indeed topped up, insofar as the brine had leaked out upon opening. Art. 21. That it was the practice during the holding of an auction to close the front door. 22. That Boonen always opened the warehouse, without Elin, if he was the first. No. 5. Original Insinuation served on and answered by the Junior Merchant Dirk Houttuijn, the 25th of November 1758, and sworn under oath the 20th of February 1759. Art. 1. That he was commissioned with the Junior Merchants van Register and Summary. No. 5. Statement of Houttuijn continued. van Bazel and Pruist, under the last of February 1754, to conduct the inventory in the Provisions Warehouse. Art. 2. That Boonen had requested them to take an exact inventory of everything, and especially to examine the meat and bacon. 3. That at that time, the undersigned having arrived at the warehouse, they had requested him to inspect the poor condition of the meat and bacon himself. 5. That upon the opening of some barrels, the brine spontaneously burst out of them and 127 of the Appendices No. 5. Statement of Houttuijn continued. and had stank so terribly that no one could stay near them. Art. 6. That the undersigned had asked whether that meat would not be remediable if it were to be repickled afresh. 7. That the Head Cooper van der Poel had answered thereto that during his time no meat had ever been repickled, and that it would also not be good. 8. That the Commissioners had also agreed with these words, and had said that the spoiled meat and bacon was not worth repickling. Register and Summary. No. 5. Statement of Houttuijn continued. Art. 9. That the undersigned had thereupon said that they should then do as they should deem proper. 10. That the Commissioners on that occasion had also shown the undersigned several barrels entirely dry and without brine; others without a year date, and yet others virtually without hoops, so that they could not be processed. 11. That the undersigned had asked what the dispensers said about those barrels and whether they did not attend the examination. 128 of the Appendices No. 5. Statement of Houttuijn continued. Art. 12. That they had answered thereto that Boonen came mostly daily, but Elin never. 13. That they topped up the approved barrels with brine, but stored the rejected ones, without topping up, in a separate warehouse, and had requested the undersigned to surrender the keys thereof to no one other than them, and 14. That they had also made that same request to the Honorable Director General, and had obtained permission for it. 15. That this was done for their protection, Register and Summary. No. 5. Statement of Houttuijn continued. and so that the servants of the dispenser might not at times put the spoiled back with the good. Art. 16. That Elin at that time was of the same opinion with them; that it would only be unnecessary costs to repickle the spoiled meat and bacon. 17. That Elin never spoke of repickling, much less ordered such. 18. That Elin, without the least hesitation, also signed and delivered the report of the findings. 19. No. 6.

Dutch transcription

124 van de Bijlagen zeggen ook geadvoueert en het verpeckelen voor onnoodige kosten gehouden hadden, om reeden zij het stinkende vleesch bereeds formeel bedurven Oor„ „deelden. N„o 4. Verklaring van van Bazel vervolg Art 9. / Dat de Ondergeteekende daar op gezegt heeft, dat ze dan doen moesten, zoo als ze best goed zouden vinden. „: 10:/ Dat zij Gecommitteerdens bij die geleegentheid ook aan den Ondergeteekenden vertoont hebben, verscheijde Vaten Vleesch en spek in 't geheel droog en zonder Teekel, andere zonder Iaargetal en weder andere genoegzaam zonder Stoepels, die volgens het zeggen van den Kuijper daar afgeroest waren O 1 Register en Korten Inhoud¬ N„o 4. Verklaring van van Bazel vervolg= waren, om dat de vaten veel Jaren in 't Pakhuijs, en in den Reegen tijd telkens onder Waater geleegen hadden — Art: 11. Dat de Ondergeteekende gevraagt hadde of de Dispenciers dan niet in dat Pakhuijs quamen. /: 12. / En dat zij daar op geantwoord hadden Boonen voor die tijd meest dagelijk, maar Elin in 't geheel niet 13. / Dat zij de Goedgekeurde vaten behoorlijk weder met nieuwe Peekel opgevuld, dog de afgekeurde, zonder opvul„ „ling in een apart Pakhuis geburgen, en den Onderge„ „teekenden verzogt hadden die sleutels daar van buiten haar aan niemand Afte ƒ: 125 van de Bijlagen N„o 4. Verklaring van Van Bazel vervolg. afte geeven. Art 14. /. Dat zij dat zelfde verzoek ook aan den Ed:e Heer Directeur Generaal gedaan en toestem„ „ming daar op erlangt hadden. 15. Dat dit geschied was, uit vreese dat het goede zomtijds onder het quaade vermengt mogte werden.— 16. Dat Ehin toen ter tijd met haar van gevoelen geweest was om het bedurven vleesch en Spek niet te verpeekelen. 17. Dat Elin met haare weeten ook nooit Contrarie ordre gegeven hadde, dog dat de Kuijper eens bij discours op„ „geworpen hebbende, om de afgekeurde Vaten, zoo als de goede weder op te vullen; Hij „ Register en Korten Inhoud. N„o 4. Verklaring van Van Bazel Vervolg Hlij Van Bazel, daar op geantwoord hadde, voor zij„ „ne Reekening niet; om dat eene groote Quantiteid zout, maar onnut verbruikt zou„ „de werden— Art 18. Dat Elin het Rapport van hunne bevinding, zoo wel als Boonen, zonder het minste bedenken meede Onderteekend heeft.— 19. Dat Elin in Perzoon meede is geweest om het zelve aan zijn Hoog Edelheid den Heere Gouverneur Gene„ „raal over te geeven En 20. Dat geduurende den tijd van 5½ Iaar die hij van Bazel als Gecommit„ „teerde in 't Pakluis is 126 van de Bijlagen. S F N„o 4. verklaring van Van Bazel vervolg is geweest, nooit eenige vaten verpeekelt, maar wel opgevult zijn, voor zoo verre de Peekel bij 't Openen daar afgeloopen was. Art. 21. / Dat het in gebruik is geweest bij 't houden van vendutie de voordeur te sluiten— 22. Dat Boonen althoos het Pakhuis geopent heeft, zon¬ „der Elin, als hij de Eerste was. — N„o 5. / Origineele Insinuatie gedaan aan en beantwoord door den Onderkoopman Dirk Houttuijn, den 25: Novemb: 1758. en beEedigt den 20:e Febr: 1759: Art: 3. Dat hij met de Onderkooplieden van Register en Korten Inhoud. N„o 5. Verklaring van Houttuijn vervolg. van Bazel en Pruist Gecommitteert geweest is, Onder Ultimo Februarij 1754. den Opneem in 't Pro„ „visie Maguazijn te doen. — Art 2. (Dat Boonen haar verzogt gehad heeft, alles Exact op te neemen, en voornament¬ „lijk 't Vleesch en spek te Examineeren 3. / Dat op die tijd de Ondergetee„ „kende in 't Pakhuis ge„ 4: „komen zijnde, zij hem ver¬ „zogt hadden, de slegte ge„ „steldheid van 't vleesch en spek zelfs eens te willen bezigtigen. 5. Dat bij 't Openen van eenige vaaten de Peekel van zelfs daar uit gesprongere en 127 van de Bijlagen N„o 5. Verklaring van Houttuijn Vervolg. en zo Vreesselijk gestonken hadde, dat niemand daar bij blyven konde. Art. 6. / Dat de Ondergeteekende gevraagt hadde, of dat Vleesch niet te verhelpen zoude weezen, wanneer het op 't nieuw verpeekeld wierde.— 7: Dat de Opperkuijper van der Poel daar op geant„ „woord hadde dat bij zijn tijd nog nooit eenig Vleesch verpeekeld was, en dat het ook niet goed zoude weezen. 8. / Dat zij Gecommitteerdens dit „zeggen ook toegestemt, en gezegt hadden, dat het bedurven Vleesch en spek het verpeekelen niet waar„ „dig was.— Art: Register en korten Inhoud. N„o 5. Verklaring van Houttuijn vervolg. Art 9. / Dat de Ondergeteekende daar op gezegt hadde, datze dan doen moesten, zoo als ze goedvinden zouden te behooren— 10. Dat zij Gecommitteerdens bij die geleegentheid aan den Ondergeteekenden ook ver„ „toont hadden verscheyden vaaten in 't geheel droog en zonder Peekel; andere zonder Iaar getal, en weder andere Genoegzaam zonder Htoepels, zoodaanig dat die niet verwerkt konden werden— 11. Dat de Ondergeteekende gevraagt hadde, wat de Dispenciers van die vaten zeijden en of zij de Exami„ „natie E E 128 van de Bijlagen N„o 5. Verklaring van Houttuijn vervolg. „natie niet bywoonden. - Art 12. Dat zij daar op geantwoord hadden, dat Boonen meest dagelijx quam, maar Elin nooit. 13. Dat zij de Goedgekeurde va„ „ten met Peekel Opgevuld dog de Afgekeurde, zonder opvulling, in een apart Pakhuis geburgen, en aan den Ondergeteekenden ver„ „zogt hadden, de sleutels daar van buiten haar aan niemand afte geven en 14. Dat zij dat zelfde verzoek ook aan den Edelen Heer Directeur Generaal gedaan, en daar op toestemming 'er„ „langt hadden — „: 15. Dat dit geschied was, tot hare dekking 1 ƒ d Register en korten Inhoud. N„o 5. Verklaring van Houttuijn Vervolg. dekking, en op dat de bedien„ „dens van de Dispencier Zom„ „tijds het bedurvene niet we„ „der bij 't goede mogten leg„ Art: 16. / Dat Elin toen ter tijd met haar van 't zelfde gevoelen is geweest; dat het maar on„ „noodige kosten zouden zijn het bedurven Vleesch en Spek te Verpeekelen.n /: 17. Dat Elin nooit van verpeekel„ gesprooken, veel min zulx Geordonneert heeft 18. / Dat Elin zonder 't minste bedenken het Rapport van de bevinding mede ge„ „teekend en Overgegeeven heeft. — 19.p E „gen No. 6.

NL-HaNA_1.04.02_3148_0281 view scan ↗

English

129 of the Appendices No. 6. Original Notice served on the 29th of November, answered on the 14th of December 1758, and sworn on the 20th of February in the year 1759, by the Master Cooper in the Provision Warehouse, Hermanus van der Poel. Article 1. That the Junior Merchants Pinket and Overbeek examined the meat brought by the Noord Nieuwland and Haarlem. 2. That the heads were knocked out of all the barrels, and even some pieces of meat were taken out of them, to see what condition it was in on the inside. 3. That all approved barrels were immediately closed again and Register and Summary. No. 6. Statement of Van der Poel, continued. and topped up with fresh brine, insofar as the old brine had drained off during the opening. Article 4. That he performed that topping-up after the commissioners had departed. 5. That none of the administrators attended that work. 6. That the rejected barrels were also properly closed, but were not topped up in the manner aforesaid. 7. That the Junior Merchants van Bazel, Houttuijn, and Pruijst performed the inventory at the end of February 1754. Article 8. 130 of the Appendices No. 6. Statement of Van der Poel, continued. Articles 8 and 9. That while they were examining the meat and pork, the undersigned came into the warehouse. 10. That they requested him to inspect it himself once. 11. That upon opening some barrels, the brine blew out of the bunghole very high and with great force, and smelled dreadful. 12. That the undersigned had asked in clear words whether that meat could not be remedied by cleaning it of the old brine, and then repacking it with fresh brine, coriander seed, and spices, but that he, the Cooper, had replied to this, 13. Register and Summary. 6. Statement of Van der Poel, continued. had replied that during his presence in the Provision Warehouse, meat or pork had never been re-brined, and that he also did not judge it wise, because experience showed that the brine from the Fatherland was better than the Indies brine. Article 14. That particularly the commissioner van Bazel was also of that opinion, and also that re-brining would no longer help that meat. 15. That the undersigned went into another warehouse, and having been followed by van Bazel, the latter, upon returning, had said: "Mr. Senff says also 131 No. 6. Statement of Van der Poel, continued. of the Appendices also that no brine needs to be put on the rejected meat and pork," to which he had said that he judged it ought to be done to the tainted meat, because between tainted and spoiled there was a great difference; yet van Bazel had answered that it would all have to be thrown away anyway. Article 16. That it was true that several barrels were found without brine, and also some from which the hoops had rusted off, because the warehouse was very leaky, Register and Summary. No. 6. Statement of Van der Poel, continued. leaky, and the bottom barrels also lay under water in the rainy season. Article 17. That Boonen was present at the inventory, but not at the examination of the meat and pork. 18. That van Bazel, upon the inquiry of the undersigned, had indeed said that Elin did not care much about that warehouse, yet he, the Cooper, did not know that he had expressed himself on that matter. 19. That the approved barrels were immediately topped up again, but the rejected ones were stored separately in a warehouse; also, that the 132 of the Appendices No. 6. Statement of Van der Poel, continued. the keys to it remained at that time on the regular bundle, though he does not know who later removed them from it. Article 20. That he does not know what report the commissioners made to the First Provision Master Elin. 21 and 22. That after the examination was completed, he was never ordered to re-brine or top up the rejected meat and pork, nor to ask the keys thereto from the undersigned; though Elin, during the examination, had indeed said: "Put brine again on the tainted Register and Summary. No. 7. No. 6. Statement of Van der Poel, continued. tainted meat." Original Statement of the Junior Merchant Iacob Gerrard Overbeek, rendered on the 3rd and sworn on the 5th of February in the year 1759. Article 1. That he was commissioned with the Junior Merchant Iohannes Sinket to inspect certain barrels of Fatherland meat. 2. That having performed that and having made a verbal report thereof, the undersigned ordered them to have that meat provided with fresh brine. Article 3. 133 of the Appendices No. 8. No. 7. Statement of Overbeek, continued. Article 3. That they immediately gave notice of this to the First Administrator Elin. 4. But that he refused to proceed with it. 5. And that he cannot say with certainty whether they received that order in writing or verbally; though he well knows that they made the report verbally, as aforementioned. Original Notice served on the 13th, answered on the 19th of October 1758, and sworn on the 29th of February 1759, by the Junior Merchant Iohannes Sinket. Register and Summary. Sinket Article 1. That he was commissioned with the Junior Merchant Overbeek by ordinance of the 18th of December 1753 to examine certain parcels of meat. 2. That during the examination he was with the undersigned several times to show samples, and that for the rest he refers to his written report. 3. That all, or according to re-examination most all, barrels were successively opened and also re-brined. 4. That he does not know of having been called by the undersigned, much

Dutch transcription

129 van de Bijlagen N„o 6. Origineele Insinuatie gedaan den 29:' 9ber: be„ „antwoord, den 14:' December 1758: en beeedigt, den 20:e Februarij A„o 1759: door den Opperkuijper in 't Provisie Maguazijn, Hermanus van der Poedr Art 1. Dat de Onderkooplieden Pinket en Overbeek het vleesch met Noord Nieuwland en Haarlem aangebragt, Geexamineert hebben. 2. Dat uit alle vaaten de bodems uitgeslagen, en zelfs eenige stukken vleesch daar uit genomen zijn, om te zien, hoe het van binnen gesteld was. — 3. / Dat alle goedgekeurde vaten ten Eersten weder toegemaaktn en Register en Korten Inhoud. N„o 6. Verklaring van Van der Poel Vervolg. en met nieuwe Peekel op¬ „gevuld zijn, voor zoo verre de Oude bij 't Openen afge„ „lopen was. Art: 4. / Dat hij die Opvulling Gedaan heeft, wanneer de Gecom„ „mitteerdens Vertrokken waren.n 5. Dat niemand der Administra„ „teurs dat werk bij gewoond heeft.n 6. / Dat de afgekeurde Vaten, mede wel toegemaakt, maar in voegen voormelt niet opge„ „vult zijn— 7. / Dat de Onderkooplieden van Bazel, Houttuijn en Pruijst den Opneem onder ult„o febr: 1754. hebben Gedaan Art: 8. 130 van de Bijlagen N„o 6. Verklaring van Van der Poel Vervolg Art 8. Dat wanneerze het vleesch „ 9. / en Spek examineerden de Ondergeteekende in 't Pak„ „huis is gekomen. — „: 10:/ Dat zij hem verzogte het zelfs eenste willen bezigtigen— „ 17. Dat eenige Vaten Opengeslagen zijnde, de Teekel zeer hoog met forse uit het spons gat vloog„ en vreeslijk stonk— 12. Dat de Ondergeteekende met duijdelijke woorde gevraagt hadde, of dat Vleesch niet te verhelpen zoude weezen, met het zelve van de oude Peckel te Zuijveren, en dan met nieuw Peekel, Coriander zaat, en Specerijen weder in te pakken, maar dat hij Kuijper daar op geantwoord 13. /5 hadde Register en Korten Inhoud. 6. Verklaring van Van der Poel Vervolg„ hadde, dat bij zijn aanweezen in de Dispens nooit geen Vleeser of spek verpeekeld was, en dat hij 't ook niet goed oordeel„ „de, om dat de ondervinding deed zien, dat de Vaderlandsche seekel beeter was, als de Indische. Art 14. Dat inzonderheid de Gecom„ „mitteerde van Bazel meede van dat gevoelen was, en ook dat het ver„ „peekelen aan dat Vleesch niet meer helpen zoude /: 15. / Dat de Ondergeteekende in een ander Pakhuis gegaan, en door van Bazel ge¬ „volgt zijnde, deeze bij te rug komst gezegt hadde„ „ De Heer Senffzeijd ook „ 131 N„o 6. Verklaring van Van der Poel vervolg„ van de Bijlagen E „ ook, dat ter geen Peekel „ op het afgekeurde Vleesch „ en spek behoeft gedaan „ te werden, dat hij daar op gezegt hadde; dat hij Oordeelde, dat het op het aangestoken behoorde te geschieden, om dat tusschen aangestooken en bedurven een groot onderscheijd was; dog dat van Bazel ge„ antwoord hadde, dat het tog alles zoude moeten weg geworpen werden— Art: 16. Dat het waar was, dat verscheijde Vaten zonder Peekel waren bevonden, en ook eenige daar de Hoepels afgeroest waren, vermits het Pakhuis zeer lek sche Register en Korten Inhoud N„o 6. Verklaring van Van der Poel Vervolg. lek was, en de onderste vaten in den Reegen tijd ook onder water lagen. Art 17. / Dat Boonen bij den op„ „neem present is geweest, dog niet bij 't examineeren van het vleesch en spek. 18. Dat van Bazel op de vrage van den Onderge„ „teekenden wel gezegt had„ „de, dat Elin zig aan dat Pakhuis niet veel stoorde, dog dat hij Kuiper niet wiste zig daar over uitge„ „laten te hebben. 19. Dat de Goedgekeurde Vaten ten eersten weder Opgevult dog de Afgekeurde afzonder„ „lijk in een Pakhuis, gebur„ gen zijn. zoo meede; Dat De 132 Van de Bijlagen N„o 6. Verklaring van van der Poel, vervolg. de sleutels daar van toen ter tijd nog aan de Ordinaire bondel verbleeven zijn, dog dat hij niet weet wie ze naderhand daar Afgedaan hadden Art 20:' Dat hij niet weet, wat berigt de Gecommitteerdens aan den Eersten Dispencier Elin gedaan hebben. 21. „ Dat na volbragte, Examina„ „ 22. p: „tie hem nooit gelast was, het afgekeurde Vleesch en spek te verpeekelen of op te Vullen zoo min, als de sleutels daar toe van den Ondergeteekende te vragen dog dat Elin geduurende de Examinatie wel gezegt hadde; doet op het aan„ „gestooken F Register en Korten Inhoud N„o 7. N„o 6. Verklaring van Van der Poel Vervolg. „gestooken vleesch weder Peekel. Origineele Verklaring van den Onderkoopman Iacob Gerrard Overbeek, verleend den 3:e en Beeedigt den 5:e Februarij A„o 1759. — Art: 1/ Dat hij met den Onderkoop„ „man Iohannes Sinket Gecommitteert geweest is, zeekere vaten Vaderlandsch vleesch te visiteeren— /: 2. / Dat zij dat verrigt en monde„ „ling Rapport daar van gedaan hebbende; de Onder„ „geteekende haar gelast heeft, dat Vleesch met Varsche Peekel te doen Voorzien. O rt: 3. 9 E 133 van de Bijlagen 8. N„o 7. Verklaring van Overbeek vervolg. Art: 3. / Dat zij hier van ten eersten aan den Eersten Adminis„ „trateur Elin kennisse hebben gegeven. — 4. Dog dat die daar toe niet heeft willen treeden. — 5. / En dat hij met zeekerheid niet kan zeggen, of zij die Ordre schriftelijk of mondeling hebben ontfangen; dog dat hij wel weet, dat zij het Rapport, invoegen voormeld bij monde gedaan hebben Origineele Insinuatie gedaan den 13„e Beantwoord den 19:' October 1758. , en beeedigt den 29:e februarij 1759. , door den Onderkoop„ „man Iohannes Sinket Register en Korten Inhoud Linkel Art: 1. Dat hij met den Onder„ „koopman Overbeek bij Ordonnantie van den 18: December 1753 gecommitteert geweest is zeekere Parthijen vleesch te Examineeren. 2:/ Dat hij geduurende de Examinatie diverse ma„ „len bij den Ondergeteek„ „kenden geweest is, om Monsters te vertoonen en dat hij zig voor 't Overige aan zijn Schrifte„ „lijk Rapport gedraagt. 3. / Dat alle /:of volgens Recolle„ „ment meest alle :/ vaten successive geopent, en ook verpeekelt zijn. 4. Dat hij niet weet bij den Onder„ „geteekenden Geroepen te zijn veel

NL-HaNA_1.04.02_3148_0291 view scan ↗

English

134 of the Appendices 6. much less to have received orders for any repickling. Art: 5. That he never thought of saying to the undersigned that Elin had refused to repickle the meat, since on the contrary he had to declare that the barrels according to the verification almost all barrels were properly provided with new pickle. 8. That he can confirm this statement of his by oath. 9. 10. That he and his fellow commissioner Overbeek, in their written report of 11 March 1754, No 8. Statement of Pinket Continued. No. 9. ditto 8. Statement of Pinket continued. did not state with the intention: That the meat in their opinion could be preserved from spoiling by repickling with the required ingredients of coriander seed and pepper, but in the expectation that the repickling carried out would be successful. And Art. 11. That upon handing over that report, he does not know that he received any answer from anyone. Original notice further served on the aforementioned Junior Merchant Johannes Pinket, Register and Summary the 135 of Appendices the 5th and answered the 30th 9ber Ao 1758. Art 1. That by repickling he means to state that he saw the examined barrels containing good meat, after the draining of the old pickle water, filled up again with new pickle water, without taking the meat out of the barrels. 2. 3. 4. That it will certainly have been coopers who repickled that meat. 5. That the administrators Elin and Boonen were frequently present by turns, both in the Castle where Register and Summary. No 10: No 9. Statement of Pinket Continued: the bungholes were opened, as well as afterwards in the Old Arrack Warehouse outside the Castle, where the heads were opened, properly examined, and repickled. Original notice served the 10th, answered the 13th, and sworn under oath the 20th February 1759 by the former Chief of Japan Abraham van Suchtelen. Art: 1. That by ordinance of 11 June 1754, together with Merchant Zeeman, the Shipmasters Kugelaar and Setting, and the Junior Merchants Brezijn and Albinus, 136 of the Appendices No 10. Statement of van Suchtelen Continued. he was commissioned by ordinance of 11 July 1754 to examine further certain 468 barrels of meat and bacon, which the commissioners for the inventory had listed under ultimo February preceding as spoiled and tainted. Art 2. That these barrels were pointed out to them lying in a separate closed warehouse. 3. That the cooper or butler of the Outer Warehouse made that pointing out. 4. That they fetched and received the keys thereto from the undersigned. Register and Summary. No 10. Statement of Van Suchtelen continued. Art 5: That during this commission one of the administrators was present most of the time. 6. That they had the barrels judged serviceable filled up only with new pickle to the extent that the old had drained off upon opening, because the provision masters testified that they did not have enough salt nor laborers for complete repickling. 7. That the spoiled barrels were not filled up, but were put away again just as they were. Art: 8. 134 of the Appendices. No. 11. No 10: Statement of Van Suchtelen continued. Art: 8. That after completing their work they stored the barrels back in the same warehouse, and brought the keys to the undersigned. 9. That they did this because they had also found it to be so. Original declaration of the Junior Merchants Willem Du Mee and Dirk van Brummelen granted on the date 19 March Ao 1754, but not sworn under oath, because the one departed for Europe shortly after that date, and the other is deceased. Art 1. That having been commissioned to take the inventory under ultimo Register and Summary. No 11. Statement of Du Mee and van Brummelen ultimo August 1753 in the Provision Warehouse, they proceeded thither for that purpose: Art 2. That Elin had called them each separately, and said that he did not doubt but that they would take the inventory according to custom and as the other commissioners had always been accustomed to do. 3. That Boonen on the contrary had admonished them to take an accurate inventory. 4. That they had also proceeded with him to a precise inventory and had continually checked their notes against each other. 138 of the Appendices Art 5. That after the work was completed, Elin had demanded those notes from them, under the pretext that he would have the report drawn up accordingly. 6. But that they had refused this and said that they would write the report themselves. 7. And that he had replied thereto that he would then not sign it. 8. That when they subsequently returned to ask when the report was to be handed in, Elin had said that they could proceed with the report, No 11. Statement of Du Mee and Van Brummelen continued. Register and Summary. No 11, Statement of Du Mee and Van Brummelen continued. but that he would not sign it according to their inventory, but rather that which he had caused to be drawn up himself; which, however, they found to differ greatly from their inventory. Art: 9. That furthermore, having written the reports according to their inventory and brought them to the administrators, one of them had been signed by Elin, but that reading the second, he had said he would not sign, and also at the same time had with the pen struck through the one already signed.

Dutch transcription

134 van de Bijlagen 6. veel min Ordre Ontfangen te hebben, van eenige ver„ „Peekeling.n Art: 5. Dat hij nooit gedagt heeft aan den Ondergeteekenden 7. /1 te zeggen, dat Elin ge„ „wygert hadde, het vleesch te verpeekelen, dewijl hij ter Contrarie verklaren moeste, dat de vaten /:vol„ „gens recollement meest alle vaten:/ behoorlijk met nieuwe Teekel voorzien waren /: 8. / Dat hij dit zijn gezegde met 9. ƒ Eede kan bevestigen 10. / Dat hij en zijn meede Gecom„ „mitteerde Overbeek bij hun schriftelijk Rapport van den 11:' Maart 1754. N„o 8. Verklaring van Pinket Vervolg. met E „ No„ 9. d„o 8. Verklaring van Pinket vervolg. met geen oogmerk hebben gezegd gehad: Dat het „vleesch na gedagten door „verpeekeling met de ver„ „eijschte Ingredienten van „Corriander=Zaat en Peper „voor het bederf zoude kun„ „nen gepreserveert werden. maar in verwagting, dat de gedaane verpeekeling van Succes zoude zijn. En Art W1 Dat hij niet weet, bij overgave van dat Rapport eenig antwoord van Jemand Ontfangen te hebben Origineele Insinuatie nader gedaan aan den voornoemden Onderkoop„ „man Iohannes Pinket, Register en Korten Inhoud den 135 van Bijlagen 4 en den 5: en Beantwoord den 30:' 9ber: A„o 1758. — Art 1. Dat hij met verpeekelen „ 2. ƒ wil te verstaan geven, dat 3. „ de g' examineerde Vaten met goed vleesch, na 't uitloopen van de Oude Peekel-water, weder met Nieuw Teekel-water heeft zien Opvullen, zonder het Vleesch uit de vaten te neemen. 4 Dat het zeekerlijk Kuipers zullen geweest zijn, die dat Vleesch verpeekeld hebben. „ 5. Dat de Administrateurs Elin en Boonen, dik, „wils beurt aan beurt present zijn geweest, zoo wel in 't Casteel alwaar„ de „ Register en Korten Inhoud. N„o 10: N„o 9. verklaring van Linket Vervolg: de Sponsgaten geopent, als naderhand in 't Oude Arak Pakhuis, buiten 't Casteel daar de bodems Geopent behoorlijk geexamineert, en verpeekelt zijn. — Origineele Insinuatie gedaan den 10:e beantwoord den 13: en beeedigt den 20: februarij 1759. Door het Oud Opperhoofd van Iapan Abraham van Suchtelen. Art: 1. / Dat hij bij Ordonnantie van den 11:' Junij 1754, be„ „nevens den Koopman. Zeeman, de Schippers Kugelaar en Setting en de Onderkooplieden Brezijn en Albinus bij 136 van de Bijlagen N„o 10. Verklaring van van Suchtelen Vervolg. bij Ordonnantie van den 11:e 8. Iulij 1754. gecommitteerd ge„ „weest is om nader te Exa„ „mineeren, zeekere 468. Vaten met Vleesch en Spek, die de Gecommitteer„ „dens tot den Opneem m onder Ultimo Februarij bevorens, voor bedurven en aangestooken hadden Opgegeven Art 2. Dat deeze vaten haar aange„ „weezen zijn leggende in een gesloten Pakhuis apart. „ 3. Dat de Kuiper of Bottelier van 't Buiten Pakhuis, die P aanwijzing gedaan heeft. — 4. Dat zijde sleutels daar toe van den Ondergeteekenden gehaalt en Ontfangen hebben— G „ Register en Korten Inhoud. N„o 10. verklaring van Van Suchtelen vervolg. hebben. Art 5: Dat geduurende deeze Commis„ „sie een van de Administra„ „teurs meest tijds daar bij is geweest. — 6. Dat zij de Verstrekbaar ge„ „oordeelte vaten, eenlijk met nieuwe Peekel heb„ „ben opvullen laaten voor zoo verre de Oude bij 't Openen was afgeloopen, om reeden de Dispenciers betuigen, tot de gantsche verpeekeling geen Zout nog Arbeijds volk genoeg te heb¬ „ben„ 7:/ Dat de bedurven Vaten niet Op„ „gevult, maar zoo als ze waren weder weg gelegt zijn Art: 8.3 134 van de Bijlagen. No. 11. N„o 10: Verklaring van Van Sucttelen vervolg. Art: 8. Dat zij na verrigting de vaten weder in 't zelfde sak„ „huis geburgen, en de sleutels bij den Ondergeteekenden gebragt hebben. 9. / Dat zij dit gedaan hebben, om dat zij 't ook zoodanig bevonden hadden. — Origineele Verklaaring van de Onderkooplieden Willem Du Mee en Dirk van Brummelen in dato 19:' Maart A„o 1754. verleend, dog niet beeedigt, om dat de eene kort na dato naar Europa vertrokken, en de andere Overleeden is— Aat 1. Dat zij Gecommitteert geweest zijnde, den Opneem onder Ultimo O Register en korten Inhoud. N„o 11. Verklaring van duske en van Brummelen van g Ultimo Augustus 1753. in 't Provisie Maguazijn te doen; zig ten dien Eijnde derwaards begeeven hebben: Art 2. Dat Elin haar ieder afzonder„ „lyk geroepen, en gezegt hadde, dat hij niet en twijffelde, of men zoude den Opneem doen, volgens Costume en gelijk de andere Gecommitteerdens altoos gewoon geweest waren. 3. / Dat Boonen haar in tegendeel vermaand hadde eene Accuraten Opneem te doen.. 4. Dat zij met denzelven ook tot een naauwkeurigen Opneem waren overgegaan en hunne Aanteekeningen telkens E 138 van de Bijlagen telkens geconfronteert hadden. Art 5. Dat na Volbragt werk, Elin die aanteekeningen van haar gevordert hadde, onder voorgeeven, het Rapport daar na te zullen laaten Opmaken~ 6. Dog dat zij dit geweigert en ge„ „zegt hadden, het Rapport zelfs te zullen Schrijven 7. / En dat hij daar op geantwoord hadde, het dan niet te zullen teekenene „ 8. Dat zij vervolgens wederom gekomen zijnde, om te Vra¬ „gen wanneer het Rapport zoude Overgegeeven werden, Elin gezegt hadde, dat men met het Rapport konde N„o 11. Verklaring van Du Mee en Van Brumneelen vervwolg. en voortgaan aan „ Registen en Korten Inhoud. N„o 11, Verklaaring van Due Mee en Van Brummelen vervolg. voortgaan, maar dat hij 't zelve volgens haaren Opneem niet teekenen zoude, maar wel het gunt hij zelfs hadde Opmaken laaten; dog het welk zij bevonden hadden, met haaren opneem verre te differeeren. — Art: 9. / Dat zij wijders volgens haare„ opneem, de Rapporten. Geschreeven en bij de Adminis„ „trateurs Gebragt hebbende, Een daar van door Elin geteekent was geworden, e dog dat hij het Tweede leezende, gezegt hadde, niet te willen teekenen, en ook teffens het bereeds geteekende met de penne hadde

NL-HaNA_1.04.02_3148_0301 view scan ↗

English

139 of the Appendices. No. 12. No. W1. declaration of du Mee and Van Brummelen continued had crossed out. — Art 10. / And that they had reported all this to the Senior Merchants of the Castle: Original Declaration granted by the Butler Simon Boots- -man, dated 26th April 1754 Art 1. / That Elin in the year 1753 had various timbers brought from the Honorable Company's Provision Storehouse into his garden, and used for the repair of revetments, gates, and bridges. 2. / That in the latter part of the aforesaid year, Elin and Boonen 1 Register and Summary of Contents. No. 12. 13. Declaration of Bootsman Continued Boonen divided 40 half Aams of olive oil between themselves, and had it brought home, but that afterwards due to a shortage Elin brought back 12 and Boonen 17 half Aams — Art: 3. / And that on the 7th or 8th of this year, in and in front of a pen in the Provision Storehouse, 6 half aams were still found. Original Interrogatories, judicially put to the Former Alderman Jan Harris on the 8th and answered on the 25th of May 1754;, as well as sworn by him on the 42 140 of the Appendices the 20th February in the year 1759. Art 1. That on the 18th November 1753, being on the land of Tonjong in a large gathering, he had heard the dispensers spoken of, how they had claimed that for lack of olive oil, they could not supply the regular rations to the departed return ships, and that nevertheless the commissioners at the same time had found 108 half Aams of that oil in the Provision Storehouse. Art 2. That he does not actually know what he had answered thereto, but does remember having related that 9 Register and Summary of Contents. No. 13. Declaration of Harris Continued that a good year ago, when the Lisbon oil was also scarce with the Honorable Company, a large number of half Aams of that oil had been brought to a certain warehouse, and were subsequently offered to him for sale Art 3. That he could well name the man who offered the oil to him for sale, but that except in the direst necessity he could not proceed to do so. 5. That that man, in order to persuade him to the purchase, had said that that oil turned out to be cheaper, better, and more durable than the coconut oil. Art 6. 142 141 Of the Appendices. No. 13. declaration of Harris Continued. Art 6. / And that he by estimate saw about 100 half Aams, but that he believes to have heard in conversation that the entire lot consisted of 120 half Aams: No. 14. Original Extract from the Batavia Cash Book of the year 1755/56. By which it appears. 1. That from the former administrators in the Provision Storehouse, Elin and Boonen, there were taken over by the Honorable Company 263 barrels and 352 lb of bacon for ƒ 18478:- And 2. That for the account of those same administrators 210 barrels of spoiled Register and Summary of Contents. No. 13. Declaration of Harris Continued that a good year ago, when the Lisbon oil was also scarce with the Honorable Company, a large number of half Aams of that oil had been brought to a certain warehouse, and were subsequently offered to him for sale Art 3. That he could well name the man who offered the oil to him for sale, but that except in the direst necessity he could not proceed to do so. 5. That that man, in order to persuade him to the purchase, had said that that oil turned out to be cheaper, better, and more durable than the coconut oil. Art 6. 142. 141 Of the Appendices. No. 13. declaration of Harris Continued. Art 6. / And that he by estimate saw about 100 half Aams, but that he believes to have heard in conversation that the entire lot consisted of 120 half Aams: — 14. Original Extract from the Batavia Cash Book of the year 1755/56. By which it appears. 1. That from the former administrators in the Provision Storehouse, Elin and Boonen, there were taken over by the Honorable Company 263 barrels and 352 lb of bacon for ƒ 18478:- And 2. That for the account of those same administrators 210 barrels of spoiled 4 Register and Summary of Contents of the Appendices No. 14. Original Extract from the Batavia Cash Book of the year 1755/56. Continued- spoiled bacon were cast into the sea, for which they also had to pay, each for one half, the amount of ƒ 29'473:—:— Surat, The 1st December in the year 1765 N: Holmberg J. E. de Clercq Loose Gathering 142 Appendices Belonging to the Refuted Apologia of Jan Simoon Elin Part II Original 143 Register To the Appendices No. 1: Original autograph notes of the undersigned Director Senff, as he in the year 1754 delivered the same to the late Honorable Director General van Gollenesse (of blessed memory). 2: Original Insinaution and Answer of the then Second Administrator in the Provision Storehouse, Anthony Boonen, made on the 6th and sworn on the 20th of February in the year 1759. 3: Original Insinuation served on and answered by van Bazel and Set- -roode on the 28th and 29th of December 1753. 4: Original Insinuation served on the 8th, answered on the 9th, and sworn on the 20th of February in the year 1759 by the Junior Merchant Hendrik van Bazel 5: Original Insinuation served on and answered by the Junior Merchant Dirk Houttuyn on the 25th of November 1758, and sworn on the 20th of February in the year 1759. No. 6

Dutch transcription

139 van de Bijlagen. N„ 12. N„o W1. verkl„d van du Mee en Van Brummelen vervolg„ hadde doorgehaalt. — Art 10. / En dat zij van dit alles aan de Opperkooplieden van 't Casteel berigt hadden gedaan: Origineele Verklaring van den Bottelier Simon Boots„ „man Verleend, in dato 26e: April 1754 Art 1. / Dat Elin in A„o 1753. Ver„ „scheijden Houtwerken uit S E: Comp„s Provisie Magda„ „zijn, in zijnen Thuijn heeft laten brengen, en verbruiken tot het verhelpen van Beschoeing, Hekken en Bruggen. „: 2. / Dat in het laatste van het Voormeldte Jaar, Elin, en Boonen 1 Register en korten Inhoud. No. 12. 13. Verklaring van Bootsman Vervolg Boonen 40. halve Aamen Olijven Olie, onder mal„ „kander hebben verdeelt, en naar huis laaten brengen, dog dat naderhand bij ge„ „brek Elin 12. en Boowe¬ „nen 17. halve Aamen we„ „derom hebben gebragt — Art: 3. / En dat op den 7: ' of 8: deezes Jaars in en voor een Htok in 't Provisie Maguazijn nog gevonden waaren 6. halve aamen. Origineele Interroga„ „torien, aan den Oud= Scheepen Jan Harris geregtelijk ge„ „daan den 8: en beantwoord den 25:e maij 1754;, mits„ „gaders door hem beeedigt den 42 140 van de Bijlagen den 20:e Februarij A„o 1759. Art 1. Dat hij op den 18:e November n 1753. op het land Tonjong in een groot Gezelschap zijn„ „de, hadde hooren spreeken, van de Dispenciers, hoe die voorgegeeven hadden uitge„ „brek aan Olijven Olij, het gewone Randsoen; aan de Vertrokkene Retour-scheep„ „pen niet te kunnen ver„ „strekken, en dat egter de Gecommitteerdens te ge„ „lyker tijd 108. halve Aamen van die Olij in 't Provisie Maguazijn gevonden had„ „den. Art 2. Dat hij eijgentlijk niet weet, wat ten 18:- hij daar op geantwoord had„ „de, maar wel in geheugen te hebben, dat hij verhaald hadde i dat 9 Register en Korten Inhoud. N„o„ 13. Verklaring van Harris Vervolg dat voor ruijm een Jaar, wan„ „neer de Lissabonse Olie ook schaars bij de E: Comp:e was, een groot getal halve Aamen van die Olij in zeeker Pakhuis gebragt, en hem Vervolgens te koop Gepresenteert waaren Art 3. Dat hij die man, die hem de Oly te koop heeft gepre„ 4. 7 „senteerd, wel zoude kunnen noemen, dog dat hij buiten de Uiterste nood daar toe niet konde Overgaan- 5. Dat die Man, om hem tot den koop te Persuadeeren, gezegt hadde, dat die Olg„ goed koper, beter en duur„ Samer, dan de Klapper Olij uit quam. Art 6. 142 141 Van de Bijlagen. N„o 13. verklaring van Harris Vervolg. Art 6. / En dat hij volgens gissing „ 7. I 100: halve Aamen gezien heeft, dog dat hij vermeend bij discours gehoord te heb„ „ben, dat de Gantsche parthy in 120. halve Aamen be„ „stond: N„o 14. Origineel Extract uijt het 755. n Batavias Cassa Boek van A„o 17 3/6. Waar bij blijkt. 1. Dat van de gewezen Adminis „trateurs in 't Provisie Maguazijn, Elin en Boonen Bij de E: Comp overgenomen zijn 263. vaten en 352. lb Spek voor ƒ 18478:- En 2. Dat voor Reekening van die Zelfde Administrateurs in zee zijn geworpen 210: vaten beduowen Register en Korten Inhoud. No„ 13. Verklaring van Harris Vervolg dat voor ruijm een Jaar, wan„ „neer de Lissabonse Olie ook schaars bij de E: Comp:e was, een groot getal halve Aamen van die Olij in zeeker Pakhuis gebragt, en hem Vervolgens te koop Gepresenteert waaren Art 3. Dat hij die man, die hem de Oly te koop heeft gepre„ 4. 3 „senteerd, wel zoude kunnen noemen, dog dat hij buiten de Uiterste nood daar toe niet konde Overgaan. 5. Dat die Man, om hem tot den koop te Persuadeeren, gezegt hadde, dat die Olij„ goed koper, beter en duur„ samer, dan de Klapper Olij uit quam. Art 6. „ 142. 141 Van de Bijlagen. N„o 13. verklaring van Harris Vervolg. Art 6. / En dat hij volgens gissing „ 7. ps 100: halve Aamen gezien heeft, dog dat hij vermeend bij discours gehoord te heb„ „ben, dat de Gantsche parthy in 120. halve Aamen be„ „stond:— „ 14. Origineel Extract uijt het 755.n Batavias Cassa Boek van A„o 17 35/56. Waar bij blijkt. 1. Dat van de gewezen Adminis„ „trateurs in 't Provisie Maguazijn, Elin en Boonen Bij de E: Comp: overgenomen zijn 263. vaten en 352. lb Spek voor ƒ 18478:- En 2. Dat voor Reekening van die Zelfde Administrateurs in zee zijn geworpen 210: vaten bedurven 4 Register en Korten Inhoud van de Bijlaagen N„o 14. Origineel Extract uijt het Batavias Cassa Boek van A„o 17 23/36. Vervolg- bedurven Spek, die zij ook een ieder voor de helfte met ƒ 29'473:—:— hebben be„ „taalen moeten n Souratta Den 1:e December A„o 1765 N: Holmberg JEg Clercq Losse Seeving 142 Bijlaagen Gehoorende tot de Weederlegde Apologia van Jan Simoon Elin Deel 11 Origineele 143 Register TerBijlagen N„o 1: Origineele eygenhandige Aanteekeningen van den ondergeteekenden Directeur Senff, zoo als hy dezelve in Ao. 1754 Aan wylen Den Edelen Heer Directeur Generaal van Gollenesse /:L: M:/ heeft overgegeeven gehad. 2: Origineele Insinuatie en Antwoord van den toenmaligen Tweeden Administra„ „teur in 't Provisie maguazyn Anthony 9 Boonen, gedaan den 6„' en beëëdigt den 20„' february A„o 1759. 3: Origineele Insinuatie gedaan aan en beantwoord door van Bazel en Set„ „roode den 28. ' en 29„' xber 1753. 4: Origineele Insinuatie gedaan den 8„ beantwoord den 9„' en Beëëdigt den 20„' February A:o 1759 door den on„ „derkoopman Hendrik van Bazel 5: Origineele Insinuatie gedaan aan en beantwoord door den onder„ „koopman Dirk Houttuyn den 25:' 9ber 1758, en beëedigt den 20: fee„ „bruarij A„o 1759. N:o 6

NL-HaNA_1.04.02_3148_0314 view scan ↗

English

Register of Enclosures No 6: Original Insinuation, served on the 29th of November, answered on the 14th of December 1750, and sworn on the 20th of February 1759 by the Master Cooper in the Provision Warehouse, Hermanus van der Poel. 7: Original declaration of the Junior Merchant Iacob Gerrard Overbeek, granted on the 3rd and sworn on the 5th of February, Anno 1759. 8: Original Insinuation, served on the 13th, answered on the 19th of October 1758 and sworn on the 20th of February 1759, by the Junior Merchant Iohannes Pinket. 9. Original Insinuation further served on the aforementioned Junior Merchant Johannes Pinket on the 5th and answered on the 30th of November Anno 1758. 10: Original Insinuation, served on the 10th, answered on the 13th and sworn on the 20th of February 1759. By the former Opperhoofd of Japan, Abraham van Puchtelen. Register of Enclosures No 11: Original declaration of the Junior Merchants Willem Du mee and Dirk van Brummelen, dated 19th March Anno 1754, granted but not sworn, because the one departed for Europe shortly after the date and the other has passed away. 12: Original declaration of the Butler Simon Bootsman, granted under date of 26th April Anno 1754. 13: Original Interrogatories, judicially administered to the former Alderman Jan Harris on the 8th and answered on the 25th of May 1754, as well as sworn by him on the 20th of February Anno 1759. 14: Original Extract from Batavia's Cash Book of Anno 1753/6. Souratta the 1st of December Anno 1765. N: Hoembergen Clercq Original Autograph Notes of the Undersigned Director Senff, as he submitted the same in Anno 1754 to the late Honorable Director General Van Gollenesse (of blessed memory). No 1. No 1. Brief Contents of some Draft Declarations. Pro Memorie. 1. Mr Harris declares: That over a year ago, when Lisbon oil was also scarce at the Honorable Company, he saw a large number of half-aams brought into a certain warehouse; That at the same time being in need of train oil, and thinking that this was train oil, he had asked after its price, but learned to his surprise that it was Lisbon oil. That the number of casks consisted of 100 or 120 pieces. That these were offered to him for sale, in whole or in part, under the representation that this oil turned out better, cheaper, and more durable than coconut oil. That he could indeed name the man who made this offer, but that, short of extreme necessity, he cannot well proceed to do so. 2. The Butler Simon Bootsman declares: That in July or August 1753 Elin caused some scaffolding and ribs to be brought from the Dispens to his garden. That the mandadors Cupido, Marcus, and Ringers, together with various coolies from the dispens, worked on it for several days. That in the month of November or December 1753 the Administrators Elin and Boonen divided forty half-aams of olive oil between each other, and each had 20 carried away, But that later, due to a shortage of oil, 12 half-aams were brought back by Elin and 17 by Boonen. That on the 7th or 8th of January of this year, 6 half-aams of Lisbon oil were still found in and before a shed of the Dispens: The Commissioners for the inventory as of the end of August 1753, Du Mee and van Brummelen, declare: That Elin told each of them separately and apart: That he did not doubt but that the inventory would be taken according to custom, and that the revetment and warehouse would be repaired therewith, as other commissioners had always been accustomed to do. That Boonen on the contrary had earnestly admonished them to take an accurate inventory. That they had also carried this out, and drawn up the report according to their findings: But that Elin had refused to sign the same. The Ordinary Commissioners van Bazel and Tetroode declare: That Tetroode on the 20th of December 1753 had said to Elin that he wished to concern himself with a certain matter regarding the shipment of candles for Ambon, because he was authorized to do so in place of the Second Administrator Boonen. That Elin had given in answer thereto: "I am Dispensier! I do not care about that authorization. You must have authorization from the entire High Government." The Reverend Minister Grise was present at the aforementioned incident, and has also testified to me orally that the words were spoken in the manner aforementioned: But to the insinuation served upon him he merely said: "That he would answer when it was ordered of him by the Judge." The former Butler, but present burgher De Haas, has testified upon my questioning: That he had noted down everything in a separate small book that had been brought to Paul Smidt for sale by the Dispensiers during his presence in the Dispens, in the way of butter, meat, bacon, oil, etc., and that he would send me that small book. Also that in the presence of various people, he had reproached Elin with his committed frauds. However, when I subsequently requested that small book by the accompanying letter, I received as an answer: That he had sacrificed the papers to the flames. From

Dutch transcription

Register Der Bijlagen N„o 6: Origineele Insinuatie, gedaan den 29„e November beantwoord den 14„e xber 1750, en beëëdigt den 20„e February 1759 door den Opperkuyper in 't pra„ visie Maguazijn, Hermanus van der Poel. 7: Origineel verklaaring van den Onder„ „koopman Iacob Gerrard Overbeek, verleend den 3e: en beëëdigt den 5e: February, A„o 1759. 8: Origineel Insinuatie, gedaan den 13„e beantwoord den 19„e 8ber: 1758 en beëëdigt den 20„' February 1759:, door den Onderkoopman Iohannes Pinket. 9. Origineele Insinuatie nader gedaan aan den voornoemden onderkoop¬ man Johannes Pinket den 5e en beantwoord den 30„e November A„o 1758. „ 10: Origineele Insinuatie, gedaan den 10:' beantwoord den 13„' en beëëdigt den 20„e february 1759. Door het oud opperhoofd „ 1445 Register Der Bijlagen „opperhoofd van Iapan, Abraham van Puchtelen N„o 11: Origineele verklaaring van de onder„ „kooplieden Willem Du mee en Dirk van Brummelen, in dato 19„' Mart A„o 1754, verleend dog niet beëëdigt, om dat de eene kort na dato naar Europa vertrokken en de andere overleeden is. 12: Origineele verklaaring van den Botte„ „lier Simon Bootsman, verleend, in dato 26. ' April A„o 1754. 13: Origineele Interrogatorien, aan den oud Scheepen Jan Harris, gereg¬ „telijk gedaan den 8„ en beantwoord den 25„e May 1754:, mitsgaders door hem beëëdigt den 20„' February A„o 1759. 14: Origineel Extract uijt Batavias Cassa Boek van A„o 175 3/6 Souratta den 1„' December A„o 1765. N: Hoember gen Clor „ 145 Origineele Eijgenhandige Anteekeningen van den Ondergeteekenden Directeur Senff, zo als hij dezelve in A:o 1754. aan wijlen, Den Edelen Heer Directeur Generaal Van Golle= =nesse (:L: M:/ heeft overgegeeven gehad. N„o 1. 146 N„o 1. 1. De Heer Harris van eenige Concept I. „r Kortej Inhoud Pra Memorie. Verklaaringen Verklaart. Dat hij, ruijm Een jaar geleden, wanneer Lissabonse de „ Olij bij de E. Comp: meede schaars was, Een groote getal halve aamen in seeker Pakhuijs heeft sien brengen; Dat hij, ter selver tijd zijn-olij benodigt sijnde, en denkende, dat dit zijn- olij was, na dies prijs hadde gevraagt, dog tot verwonde= =ping verstaan, dat het Lissabonse olij zij. Dat het getal der vaaten heeft bestaan in 100. of 120. stux. Dat die hem in 't geheel of ten deele, te koop sijn aangeboden, onder vertoning, dat deese Olij beeter, goedkooper en duursamer uijt= =quam, als de klapper Olij. Dat hij den man, die deese offerte gedaan heeft, wel kant noemen, dog dat buijten de uijterste noodsakelijkhijd, daartoe niet wel kan overgaan. 2/ De Bottelier Simon Bootsman verklaart: Dat in Julij of Augs: 1753. Elin Eenige stel¬ =lingen en Ribben uijt de Dispens naar sijn Thuijn heeft doen brengen. Dat. N sijn. Dat de mandadoors Cupido, Marcus en Rin= =gers, benevens verschijden Coelijs uijt de dispens, daaraan eenige dagen gearbeijdt hebben. Dat in de maand 9br: of Abr: 1753. de Admi= =nistrateurs Elin en Boonen Veertig halve Aamen Olijven olij onder malkander hebben verdeelt, en ieder 20. weg laten brengen, ^door Dog dat naderhand door gebrek aan olij„ Ein „door 12. en „ Boonen 17. halve aamen weder te rug hebben sijn gebragt. Dat op den 7:e of 8„en Ian: deses jaars, in en voor Een hok van de Dispens nog gevonden sijn 6. halve Aamen Lissabonle olij: De Gecommitteerdens tot den opneem onder ultimo Augl: 1753. Du Mee en van Brummelen verklaren. Dat Elin haar ieder afsonderlijk en apart heeft gesegt: Dat hij niet twijfelde of men soude den opneem doen, volgens Costume, en Dat daarmeede de Bekchoeijangh en Hb: vermaakt gelijk. 147 N„o 1. gelijk andere gecommitteerdens althoos gewoon waren geweest. ^ernstig Dat Boonen haar in tegendeel ^ vermaand hadde Eenen accuraten opnaam te doen. Dat sij sulx ook volbragt hadden, en na hunne bevinding het Rapport opgemaakt: Dog dat Elin gewijgert hadde het selve te teekenen. De ordinaire Gecommitteerdens van Bazel en Tetroode verklaren. Dat Tetroode op den 20„e xbr: 1753. tegen Elin gesegd hadde, dat hij sig met sekere saak, rakende den afscheep van Kaersen voor Ambon bemoeijen wilde, om dat hij daar= =toe gequalificeert was, in plaatse van den Tweeden Administrt:r Boonen. Dat Elin daarop tot antwoord hadde gegeven: „ Ik ben Dispensier! Ik stoor mij aan „die qualificatie niet Gij moet qua= „=lificatie van de heele hooge Regering „ hebben. „ De. 1. De Eerw: Predicant Grise, is bij het evengem: voorval praesent geweest, en heeft ook mon= =deling tegen mij betuijgt, dat de woorden in voegen voorm:, gesproken waren: Dog op de aan hem gedane insinuatie heeft hij eenelijk gesegd:„ Dat hij antwoorden „soude, wanneer 't hem door den Regter „geordonneert wierde. De gewesen Bottelier dog tegenwoordige vrij-burger De Haas heeft op mijne afvrage be= =tuijgb: D Dat hij in een apart boekje alles opgetekent hadde, wat gedurende sijn aanwesen in de Dispens, door de Dispensiers aan Booter„ Vleesch, Spek, Olij ^ entz: bij Paul Smidt ter verkoping gebragt was, en dat hij mij dat boekje toesenden sonder. Ook dat hij in praesentie van verschijden men¬ =schen, Elin sijne gepleegde fraudel ver= ^'t nevenleggend =weeten hadde. Dog wanneer ik naderhand bij ^e briefje om dat boekje versogte, kreeg ik tot antwoord= Dat hij de papieren aan de Vlamme had opgeoffert. Uijt

NL-HaNA_1.04.02_3148_0323 view scan ↗

English

No 1. 40 From a report by Tetroode, annexed to a statement by the skipper Pietersz, it appears how Elin lived with the Commissioners. And that De Veer had advised his brother Elin to have Tetroode beaten out of the Dispensary with black boys. 8. Two draft statements, which the commissioners say they will take from the coopers, butler, etc., show: That Elin actually placed a private lock on the Dispensary. And that Elin said: "I am the Dispenser. I do not understand why the Dispensary should be opened without me: you may tell that to the Director." 9. A draft statement by the junior merchants Pinket and Overbeek. That when they were commissioned in December 1753 to inspect 200 barrels of meat brought by Haarlem and Noordnieuwland, I had ordered them to provide the barrels found to be good with new brine. That they also told Elin so; but that he refused to do it. NB: Due to my severe illness at the time, I received no report from them concerning this, but only heard such from them a short time ago. 10. A draft statement by the cooper in the outer Dispensary. That on a certain day I came there to inspect the Persian salt. That the Commissioners who conducted the inventory requested me on that occasion to also inspect the broached meat and bacon. That some barrels were then opened, from which the brine flew up out of the bungholes to a man's height, and looked like blood and matter, and stank so terribly that I could not remain near it: That I thereupon asked the said cooper whether it would not be good if the old brine were thrown away entirely, the meat washed off, and re-brined anew. Yet that cooper replied thereto: That meat or bacon had never been re-brined; and that it would also not be good, because the Indian salt was not as strong as that from the fatherland. And that I thereupon replied to the commissioners that they should do in that regard as they saw fit. These draft statements can, if necessary, be formally drawn up immediately. Yet according to my humble opinion it will not even be necessary: For, as far as the meat of the most recent years is concerned, it is evident from all reports and examinations that the same was spoiled due to poor provision in Europe. And concerning that of earlier years, Your Right Honourable Sir even provided hoop iron to repair those old barrels, which already lay without hoops and consequently also without brine. And for which the blame is solely to be attributed to the negligence of the Dispensers. No 7. Note: That these aforementioned notes on the statements, written in my own hand in the latter part of the year 1754 and handed over to the late Right Honourable Director-General van Gollenesse, I declare to contain the honest truth, and bind myself to confirm the same, if necessary, at all times by solemn oath, Padang, the 15th of February Anno 1763. Short contents No 1 224 No 1. 208. 150 No 2896 No 2. Altun Venerius Sieren Lieve Sarrisson duly assisted, and requested for this purpose, please, in the name and on behalf of me, the undersigned Christiaen Lodewyk Senff, first upper merchant of this Castle, transport and present yourself to the house, by and to the person of the Honourable Anthonij Boonen, merchant and first administrator of the Honourable Company's provisions warehouse, and to his Honour: By way of insinuation Whether he did not, in the latter part of the year 1753, in the capacity of second administrator of the provisions warehouse, request the then Honourable Director-General van Gollenesse that, while he had to go to the warm bath on account of illness, the ordinary commissioners and junior merchants Hendrik van Bazel and Gerrit Tetroode might be qualified to take his place in the interim and also look after matters on his behalf. The person insinuated answers: Yes. 2. Whether that was not granted to him. The person insinuated answers: As above. 3. Whether the then first administrator Jan Simon Elin did not at first refuse to accept those persons as such. The person insinuated answers: Yes. 4. Whether the said Director-General, upon his further request, did not thereupon order the undersigned to absolutely appoint those persons thereto, and if necessary to compel the said Elin to recognize those persons in that capacity. The person insinuated answers: Yes. Whether shortly after that date the junior merchants Linket and Overbeek were not commissioned to examine certain parcels of meat brought by Overnes and Haarlem. The person insinuated says that to the best of his knowledge the barrels were inspected by Linket and Overbeek, commissioned for the parcel brought by Haarlem and Noordnieuwland. Whether they re-brined that meat anew during the examination or afterwards, or only replenished the old brine that had run off upon opening. The person insinuated says that the said commissioners left it standing as it was. Who completed this re-brining. The person insinuated says that the cooper who had the supervision in that warehouse filled the approved barrels again with brine. On whose order this took place. The person insinuated says on the order of the then first administrator Elin and to him, the insinuated. Whether also during his presence in the provisions warehouse other parcels of meat and bacon were replenished with new brine in place of old brine. The person insinuated says that he does not recall this having occurred more often.

Dutch transcription

No 1. 40 Uijt Een berigt van Terroode, annet Eene verklaring van den schipper Pietersz: blijkt Hoedig Elin met de Gecommitteerdens heeft geleeft. En dat de Veer sijnen broeder Elin heeft geraden gehad, Tetrooden met swarte jongens de Dispens uijt te laten slaan. 8. Twee Concept Verklaringen, die de gecommitteerdens seggen, te sullen nemen van de Kuijpers Bottelier enth:, toonen aan: Dat Elin wesendlijk Een particulier slot voor de Dispens heeft gehangen. En dat Elin gesegt heeft:„ Ik ben Dispen= „=sier. Ik verstaa niet, dat de Dispens „buijten mij geopend werd: Dat kunt „ gij den Directeur seggen. „ 9. / Een Cocept Verklaring van de Onderkooplieden Pinket en Overbeek. Dat toen:se in xbr: 1753. gecommitteerd geweest sijn, 200. vaeten vlees, per Haarlem en Noordnieuwland aan= gebragt te visiteren, Ik haar gelast geheed. gem: 7. gehad heb, de goed bevondene Vaten van nieuwe Peekel te versien. Dat sij sulx ook aan Elin hebben gesegt; maar dat die het niet heeft wil= =len doen. # AB: Met mijne toenmalige sware ziekte, heb ik deesen aangaande van haar geen rapport gekregen maar sulx voor wijnig tijd eerst van haar gehoort. 10. Eene Concept Verklaring van den Kuijger in de buijten Dispens. Dat ik op seekeren dag daar gekomen ben om het Persiaans zout te belieu¬ Dat de Gecommitteerdens, die den opneem daden mij bij die gelegendhijd versogt hebben, het aangestooken vleesch en spek meede eens te willen beligtigen. Dat toen eenige vaten open geslagen sijn, waarvan de Pickel wel mans hoogte uijt de sponlgaaten opvloog, en 'er uijtsag als bloed en materie, mitsgaders. La. No 6. 149 so vreeselijk stonk, dat ik daar niet konde bij blijven: Dat ik daarop aan gedagten kuijper gevraggt heb, of het niet goed was, dat de oude Piekel in 't geheel wierd weg geworpen, het vleesch afgewasschen en dat weder op 't nieuw verseekelt. Dog dat die kuijper daarop tot antwoord heeft gegeven: Dat 'er nooit eenig vleesch of spek verseekeld was; en dat het ook niet goed soude wesen, om e het Indisch zout so kragtig niet „dat was als 't vaderlandsche. En dat ik daarop tot antwoord heb de . gecommitteerdens heb gelegt, dat sij daaromtrent doen moesten so als sij best souden vinden. Deese concept verklarings kunnen des noods aan stonds formeel werden belegt. Dog volgens mijn gering gevoelen sal 't niet eens nodig 1. / wesen: Want, dat het vleekh van de jongste jaaren betreft, so blijkt immers uijt alle berigten en examinaties, dat het selve bedurven is, door de slegte besorging in Europa. En aangaande dat van ondere jaren, so heeft uw wel Ed: Groot Agtb: immers selfs hoep ijzer laten verstrekken, om die oude vaten te laten voorsien, die al sonder hoepel de ske bij gevolg ook sonder Peekel lagen. En waarvan alleen aan de agtelooshijd der Dispensiers te wijter is. H. 2. No 7. van de Verklarings ^deeze Not: Dat ^ voorenstaande Aanteekeningen, in 't laatste van A„o 1754. eijgenhandig door mij geschreven, en aan wijlen Den wel Edelen Groot-Agtbaaren Heer Directeur Generaal van Pollenesse overgegeeven zijn, verklaare ik de opregte waarhijd te bevatten, en ver¬ =binde mij dezulx des noods ten allen tijden met solemneelen Eede te bevestigen, Padang Den 15„en Februarij A„o 1763. Korte Inhout 1 N„o 1 224 N„o 1. 208. 150 N 2896 N„o 2. Altun Venerius Sieren Lieve Sarrisson 2 behoorlijk geadsisteerd, en hier toe verzogt/ gelieve uijt naeme ende van wegen mij ondergetekende Christiaen Lodewyk Senff, eerste opper„ „koopman dezes Casteels, zig te transporteeren en Laten vinden, ten huijze by en aan de perzoon van Den E Anthonij Boonen, koopman en Eerste nrateur van 's EComp: administ provisie maguazijn, en aan zin E: Jnsinuando modo „woord Ja. Off hij niet in 't laatste de geinsinueerde am„ van Anno 1753. in qua „titeijt als tweede admi„ nisetcateur van het provisie maguazijn/ den toenmaligen Edelen heer directeur generaal van gol„ lenesse / L: M Rubt verzogt gehad, dat terwijl hij weegens ziekte, naar het waarmne bad moeste gaan, de ordinaire moes te doese de volgende gecomm: 313o7 151 N„o 2. als Even de geinsinueerde ant„ gecommitteerdens en onder Cooplieden Hen„ drik Van Bazel en Gerrit Tetroode, ge„ „qualificeert mogten werden ttusschen, zine plaatse te bekleeden en voor hem meede toe te kyken. 5 2. Off dat aan hem woord ad Idem. niet is toegestaan 3. de geinsinueerde antwoord) Off de toenmalige eerste administra„ teur Jan Simon Elin in 't Eerste niet 2 niet geweijgerd gehad heeft die menschen als zodanig te acceptee„ ren. t de geinsineerde antwoord, Off wel melte heer directeur generael op zyn Vader verzoek daer op niet den onderge„ tekenden heeft gelast gehad, die menschen absolute daar toe aan elten, en gedag„ tes ten blin des noods te noodzaaken, die menschen in die qualiteijt te Erkennen a 3 4 N„o 2132 de vaten volgens alsijn beste weten de geinsinueerde zegd dat Oy niet kort na dato Linket in Overbeek wel de ondercooplieden Linket tot de parthije pr Haarlem en Voorde Nieuwland aange„ en Overbeek gecommit bragt gecommitteerd geweest teert geweest zijn, zijn zekere parthijen Vleesch Lr Overnes en Haarlem aangebragt, te Exami naeren. De geinsinueerde Ligt dat Off deese dat vleesch de gemelde gecommitteerdens geduurende de Examina zodanig hebben laten staan. „tie off Naderhand ter het Nieuw verpeekeld, dan wel maar Eenlijk de by openen affgelopene Erkennen.. oude de geinsinueerde dat de wie deeze verpeekeling kuijper ei 't opzigt in dat pak„ heeft volbragt. huijs had, de goede gekeurde vaten weder met peekel volgemaakt heeft, Op wiens ordre de geinsinueerde zegd op ordre van den toenmaligen Eerste zulx is geschied administrateur Elin en tegen hem geinsinueerde ook geduurende De geinsinueerde zegt dat hem niet voorstaat zulx meer zijn aanwesen in het geschied te zin, provizie maguazijn meer andere parthijen vlusch en Spek van oude peekel met nieu we weder gesuppleert hebben. de ƒ e 7

NL-HaNA_1.04.02_3148_0335 view scan ↗

English

153 Number 2. the old brine entirely cleansed and washed off, and re-pickled anew. 10. Whether he, shortly before the inventory under the last of February 1754, privately requested of the said Director General that everything might be recorded exactly, and particularly that the bacon and meat be accurately examined. The respondent says that he spoke to the honorable Director General about the bad condition of the meat, since there were always complaints about it when it was issued, and that for that reason the condition thereof might well be investigated. 11. Whether thereupon the merchants Hendrik van Hasel, Dirk Houttuyn, and Matthijs Druyst were not ordered by written ordinance to take the inventory under oath. The respondent says that the said persons took the inventory, but whether this was done under oath is unknown to him. 12. Whether they did not open all barrels of meat and bacon, and found some without year number and with worn marks, and likewise some dry and without brine, and chopped out, and The respondent says yes, that some were without year number, some also whose marks were worn away, likewise according to presumption chopped out, and likewise some dry and without brine, which must mostly have arisen from the fact that the said barrels were provided with very few hoops. 154 Number 2. Also some barrels of which the brine was entirely bloody and so foul-smelling that no one could bear it, others completely dry and without brine, others again so destitute of hoops that they could not be moved, and many from which, upon opening, the brine, like pus and blood mixed together, flew up out of the bunghole more than a man's height due to strong fermentation, and stank so dreadfully that no one could stay near it. 13. Whether he did not attend the inventory, and particularly that examination, daily. The respondent says he attended the inventory, but not that examination daily. 14. Whether the aforementioned Elen was also not present there daily. The respondent answers no. 15. Whether he did not hear from the commissioners on that occasion that the undersigned, on a certain day while he happened not to be there, came into the outer warehouse and asked whether that meat could not be remedied if it were cleansed and washed of that old, stinking brine and thus repacked anew with good brine and spices. The respondent says he heard such from the commissioners. 16. As also that the head cooper Hermanus van der Poel had answered thereto that during his presence in the provision warehouse no bacon or meat had ever been re-pickled, and that it would also not be good because the Indian salt did not have the strength of the salt from the fatherland. The respondent says he does not recall that the cooper made anything of this known to him. 155 Number 2. 17. Item that the commissioners endorsed this and considered the re-pickling of that stinking meat an unnecessary expense, and that I thereupon said that they should then do as they found proper. The respondent says he is unaware of this. 18. Whether the commissioners did not also report this to the first provision master, Elin, and likewise received as an answer from him that he was also of the opinion that the re-pickling would only be an unnecessary expense. The respondent says it is unknown to him whether this is true, but that 19. Whether the commissioners did not top up with new brine all barrels that they judged to be good, The respondent says that the good barrels were treated this way by the commissioners and that the keys of that warehouse were always on a bunch, and that it was noticed afterwards that some were missing. 156 Number 2. but stored the spoiled ones without topping up in a separate warehouse, locked the same, and brought the keys into safekeeping with the undersigned. 20. Whether all this was not done in the presence of him, the respondent, and with his complete approval. The respondent says that he could not always be present there, and that he entrusted the rest to the commissioners. 21. Whether the aforementioned Elin ever protested against that action, and on the contrary ordered the commissioners or the head cooper Van der Poel to re-pickle the spoiled meat and bacon likewise, or at least to top it up with new brine. The respondent says that this is unknown to him. 22. Whether Elin did not sign for accountability the report of the commissioners, in which the true condition of the meat and bacon is specified, without the least contradiction. The respondent says that he is just as unaware of this as of what his intention was and what order he gave to the cooper at that time. 157 Number 2. 23. Whether he did not also bring the same and deliver it to His Excellency the Governor General, as also The respondent says that according to custom it should be so, but that due to the long time it has escaped him whether he was present in person or not.

Dutch transcription

153 o N„o 2. de oude peekel in het geheel gesuijvert en affgewaschen, en op het nieuw weder verpeekeld zijn/ 10 den geinsinueerde zegd, dat Off hy met kort voor den hy den wel Edelen heer directeur generaal gesprooken heeft over opneem onder ultimo sebru de slegte gesteldheijd van het arij 1754. aan welmelde vleesch„ daar over bij dies verstrecking altoos Heer directeur Generaal geklaagd wierd) en dat dier particulier heeft ver halven de gesteldheijd daar van wel eens ondersogt mogte zogt gehad, dat alles werden. Exacte mogte opgeno„ „men, en voornamentlijk het spek en vleesch nacu keurig g'Examineert werden. 11 10 of daar op met de de geinsinueerden zegd dat de gemelden persoonen den opneem gedaan hebbben onder Cooplieden Hen maar off zulx onderEede drik van Hasel geweest is hem onbekend. Dirk Houttuijn en Matthijs Druijst, En schriftelyk Ordonnantie gelaet geweest zijn, den opneem onder Eede te doen. Off deese niet alle va„ De geinsinueerden zegd Ja dat eenige sonder Iaar getal ten met vleesch en 1aaren eenige ook die de merken uijtgesleeten dito vol„ spek geopend, en be„ „gens p resumatie uijtgekapt vonden hebben eenige en insgelyx eenige droog en son„ „derpeckel, 't geene wel meest sonder Iaar getal/ zal ontstaan zijn dat gemelde ende merken versleeten, vaten van zeer weinige hoe„ pels verzien waaren. al en 11 11 12 12 154 No„ 2. Alsmeede eenige vaten en uijtgekapt waar van de pekel heel andere in't geheel droog bloedig en zodanig stin„ en sonder peckel, was kend „ dat niemand daar Een kost houden weder andere sodanig van hoepels ontbloot dat deselve met ver werkt konden wer den, En veele waar van bij opening de pee„ kel, als Etter en bloed, onder Een gemengd, door de sterke gisting meer als eene mans hoog „te, uijt het sy ons gat op Vloog, en soo vreeselyk E: de geinsinueerde zegd den off hy niet den opneem opneem wel, maar die examinatie met dage en voor namentlijk „lijks die Examinatie da„ gelijx heeft bij ge woont De geinsinueerde antwoord Off voormelte Elen daar bij niet ook dage lijx present ofge „weest! Neen de geinsinueerde zegd Off hij met by die 14. 13 vreeselijk stonk dat het daar bij niemand houden konde zulx gelegentheyd 15 No. 2. „mitteerdens te hebben hoo„ ren zeggen. zulx wel van de gecom„ geleegendheijd van de gecommitteerdens heeft gehoord gehad dat de onderteekende op ze„ keren dag, terwijl hij daar Juijst niet was, in het buijten pak„ „huijs gekomen zijn/ en gevraagd hadde, off dat vleesch niet te verhelpen soude zijn / wanneer het „ selve van die oude Etinkende peekel gesuijvert en afge„ wasschen, en zoo weder op het nieuw miet „ de geinsindieerde zegd hem /zoo meede dat de niet voortestaan dat den kuijper hem iets daar van. oppercuijper Herma heeft te kennen gegeeven mis van der Poel daer op tot antwoord had„ „de gegeven dat ge„ duurende zyn aanwee „zen in de dispens nooit eenig pek off vleesch verpuekeld was, en dat het ook met goed zoude weezen om ree„ „den het Indisch zout die kragt met hadde met goede speekel en specerijen afge pakt wierde als 16 fo 5 No 2. de geinsinueerde zegd hem hier van niets bewust te zin Jtem dat zy gecom„ mitteerdens dit gead „voueert en het ver peckelen van dat stinkende vleesch 5 voor onnodige kosten gehouden hadden, en dat ik daar op ge„ segd hadde, dat zi dan doen moesten, soo als zij bevinden zoude te behooren. 18. de geinsinueerde zeyd dat off met de gecommitteerdens 17. als het vaderland„ schie. zulx hier hem onbekend is zulx, waar kan zyn maar hier van meede aan den eersten dispensier Elin, berigt ge„ „daan en daar op ins„ gelijx van hem tot ant„ woord gekregen heb„ ben (dat hy ook van gevoelen was, dat het verpeekelen maar onnodige kost en souden zijn. 19. off niet de gecom„ de g'insinueerde zegd dan de goede vaten door de gecom„ mitteerdens alle mitteerdens zoo gehandeld o zyn en dat de sleutels van dat vaten die zy goed pakhuijs altoos aan een bos . geweest zyn en dat men na oordeelden, met nieuwe dato ontwaart heeft dat er eenige van aftvaaren. peekel op gevuld dog 156 No. 2. De geinsinueerde legd dat hij daar altoos niet heeft kunnen present weezen en dat hij het overige aande heeft Dog de bedurvene son„ der opvulling in een apart pakhuijs geburgen, het selve toegeslooten, en . de sleutels by den ondergetekenden in bewaaring ge„ bragt hebben, 20 Off dit alles met gedaan is, ter pre„ gecommitteerdens vertrouwt sentie van hem ge insinueerde, en met sin volkomen goed vinden. de geinsinueerde zegd dat zulx hem onbekend is Op voormelte Elin De geinsinueerde regd dat hem zulx zoo min bewust is wel ooit tegens dat ge„ als wat zijn Intentie is ge„ weest ede wwat ordre densel doen te geprotesteert „ven doen ter tijd aan den kuij„ enter Contrarie de gecommitteerdens off den oppercuijper van der Poel gelast gehad heeft, het be „durven Vleesch en spek insgelijx tit ver„ peikelen, off ten minsten net nieuwe peckel op te vullen pent heeft gegeven. 22 Osfblin met het Rapport der 21. 157 23 N„o 2. door den Lange tijd hem ont perzoon daar bij geweest is, off niet gecommitteerdens, waar bi de waare gesreedheijd van 't vleesch en spek gespecificeert staat meede voorde ver antwoording onder „teekend heeft, zonder het minste tegen spreeken 23 De geinsinueerde zegd dat Off hij met het selve volgens gebruijk het zoo zoude moeten zin, dog dat meede gebragt en aan zijn Excellentie den heere gouverneur generaal, soo meede „schooten is off denselven in overgegeven heeft aan

NL-HaNA_1.04.02_3148_0346 view scan ↗

English

24. Whether he, the insinuee, as well to the Lord Director General and the first senior merchant of the Castle, as to the undersigned in the late part of the year 1754, did make known that Elin, after the sudden death of the second dispenser Cines, had taken from the latter's heirs Two Thousand Two Hundred Seventy-Two Ryxdaelders in cash and five hundred bottles of red wine, because there was so much found short in the administration, and that he would then again supply the same; but that Elin had never purchased anything, and consequently he, the insinuee, suffered great shortage at that time. The insinuee says yes, that after the death of Cines, upon taking the inventory, even more so because 12 ells in transport cost him amply as much, whereof he, in the month of April 1755, by the permitted per centum and the goods delivered to the Company, came to his guarantee. 25. Whether he, the insinuee, not in proof of his statement, has shown to the undersigned the handwritten receipt from Elin, whereby he acknowledges having received that amount, and binds himself therefor to take the shortage of goods for his own account. The insinuee says yes, that in copy. 26. Whether he, if need be, could still produce that paper. The insinuee says yes. 27. Whether it is true that the insinuee, as second administrator, never went into the dispensary or opened the same without Elin or the commissioners being present. The insinuee says no, if he was the first there, he opened the dispensary. 28. Whether it was not in the beginning, when he came into that administration, a custom that when there was a sale, the front door was then closed. The insinuee answers yes. 29. Whether he is able to confirm his given answer under oath. The insinuee answers yes. Demands hereupon a categorical and satisfactory answer, and relate to me your proceedings in writing. Batavia, the 6th of February Anno 1759. Was signed: C: L:t Senff. On the same date as above, I, Heeren Lieve Garriesson, notary public, admitted by the Noble High Government of the Netherlands Indies, residing within the city of Batavia, duly assisted by the undermentioned witnesses, betook and found myself on the Roea Malacca, within this city, at the house and person of the insinuee mentioned at the head hereof, without finding his Honor at home; but on this day, the eighth of the aforementioned month of February, his Honor appeared at my office, and I on that occasion presented the preceding notice to his Honor article by article, and thereupon received in answer what is to be seen in the margin of each article. Thus done and served in the presence of Mozes Simon Abrahamszoon and Pieter Matthijs Jansz, clerks, as witnesses. The minute hereof is duly signed and written on a stamp of twelve stuivers. Quod attestor. On this day, the 20th of February 1759, appeared before the undersigned gentlemen commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Batavia, the insinuee mentioned in the foregoing act, who, having attentively heard its contents and his responses given thereto, persisted therein with the following addition, and now says on articles 15, 16, 17, and 18, that because the commission was assigned to the commissioners, he, the requisitus, cannot know what was transacted there; and on article 24, the requisitus adds that Elin bought nothing other than lamp and coconut oil, as far as he, the requisitus, recalls, but does not know the quantity. And thereupon he solemnly confirmed his given testimony and made addition in the Reformed manner, by raising the two forefingers of his right hand and uttering the words: So truly help me God Almighty. By us: Aevatis Feriet Daems P: V: Clercq In witness: Antn Boonen Notice. Notifying party: The gentleman Christiaan Lodewyk Senff Insinuee: Anthony Boon Notary Jacob Levier, duly assisted and hereto requested, please betake yourself and appear, in the name and on behalf of me, the undersigned Christiaan Lodewijk Senff, second senior merchant of this Castle, at the houses and before the persons of the gentlemen Hendrik van Basel and Gerrit Tetrode, both commissioned junior merchants in the Company's provision warehouse, as well as to inquire of their Honors by way of notice the following points: 1. Whether they, the insinuees, did not find themselves on the 20th of this current month of December in... Both insinuees say yes.

Dutch transcription

24. de geinsinueerde zegd za, Eff niet hij geinsi O dat na het overlijden van Cimes by het doen van den opneem en meerde soo 12 el aan Transport aan hem ruijm zoo veel te kost gekomen is, waar wel melten heere di„ van hij in de maam april 1755, recteur generaal door de gepermitteerde pr Centon en het aan de Compagnie gele van Tollenesse z:t „verde/ aan sijn guarand ge„ als aan den onderge„ „komen is, teekenden in het hiet Laatstte van Jaar 1754. heebt be kend gemaakt dat 69 Elen na het schielijk overlyden van den aan den heere direc„ „teur generaal en de Eerste oppercoop man van t Casteel! 24. tweeden 158 A„o2 tweeden desepensier Cines desselfs erffgenamen Twee Duijzend Twee Honderd Twee en Seeventig Ryxdaeeders in Contant en vyffhon derd botters Roode wijn hadde afgenomen om dat er zoo veel op d' administratie te kort quam, en dat hij het selve dan weder sux „pleeren soude, dog dat Elin nooijt iets inge„ kogt hadde en by gevolg hun geinsinueerde groote lyx te kort Oeed. te dier tijd. da in Copia de geinsinueerde zegd Ja Off hij geinsinueerde niet tot bewijs van zyn gesegde aan den ondergeteekenden heeft toont ver kagt de Eygenhandige quittantie van blin, waar by hy bekend dat montant ont„ „fangen te hebben. en zig verbindt daar voor (de tekort komen „de goederen, voor zijne reekening te Neemen. 26 de geinsinueerde zegd off hy met dat pa pier des noods nog soude kunnen produ ceeren 25. 9189 No. 23 de geinsinueerde zege neen als hij er het eerste ja de gonsinueerde antwoord Off hot niet in het be „gin, dat hij in die ad„ ministratie quaam, een gebruijk is ge weest, dat als het vendutie was, de voor deur dan gesloo„ ten wierd! 28 Off het waar is was opende hy de dispens dat de geinsinueerde als tweede admini„ Etrateur, nooit in de dispens is gegaan off deselve geopend heeft om sonder dat Off de Elin gecomm: 27. te dier tijd. da in Copia de geinsinueerde zegd Ja Off hij geinsinueerde niet tot bewijs van zyn gesegde aan den ondergeteekenden heebt toont ver zagt de Eygenharrdige quittantie van Elin, waar by hy bekend dat montant ont„ „langen te hebben. en zig verbindt daar voor de te kort komen „de goederen, voor zijne reekening te Neemen. 26 de geinsinueerde zegd off hy met dat pa pier des noods nog soude kunnen produ ceeren 25. 159 No. 23 ja de geinsinueerde zege neen als hij er het eerste was opende hy de dispens de gonsinueerde antwoord off het niet in het be „gin, dat hij in die ad„ ministratie quaam, een gebruijk is ge weest, dat als het vendutie was, de voor deur dan gesloo„ ten wierd! 28 Off het waar is dat de geinsinueerde als tweede admini„ Etrateur, nooit in de dispens is gegaan off deselve geopend heeft om sonder dat Off de Elin gecomm: 27. antwoord Ja de geinsinueerde Vordert hier op Cathe „gorisch en satisfact oir antwoord, En relateerd my van uw wedervaeren inscriptis Batavia den 6e fe bruarij Anno 1759. /was geteekendt/ C: L:t Senff. Off hy instaat is zyn gegeven ant„ woord met eede te sterken 29 gecommitteerde present waaren. op o No. 8 ƒ Jidato als boven heb ik Heeren Lieve garriesson, notaris publycq, by de Edele hooge Regeringe van nederlands India geaad mitteerd, binnen de stad Bata via residerende behoorlijk g'adsisteerd met de natemeldene getuijgen, my getransporteerd en gevonden t op de roea mallaca, binnen deese stad / ten huijze en bij de persoone van den geinsinueerde in Capite deeses gemeld / zonder zijn E: te huijs te vinden, dog ophuijden den agtste der voornoemde maand februarij is zynE ten mij nen 2 - Comptoire gecompareerd en heb ik te dier occagie aan zyn Ed:e Insinuatie de voorens aande articulatim voor gehouden/ en daar op ten antwoord beko„ „men het gunt in margine van ijder articul te sien is aldus gedaan ende geinsi„ nueerd ter presentie van Mobes Simon Abrahams„ 2 zoon en Pieter Matthijs Iansz: Clercquen als getuijgen De Minute deses is Behoorlijk getee¬ kend en gesz op een Zegel van Twaalff stuijvers quod Attestor op heeden den 20. februarij 1759. Compareerde voor de JFrodussor ƒ B ondergetekende heeren Commissarissen uyt den Nots: Agtb: Raad van Justitie des Casteels Batavia, den geinsinueerde in de vorenstaande actegemeld, denwelke op dies inhoude en zyn daar op gegevene responsiven aandagtelyk gehoord zynde, bleef daar bij met de volgende ampliatie versisteren, en zegt 4 8 161 162 nu op art:s 15. 16: 17 en 18 om dat de Commissie aan de gecommitteerdens was opgedragen hij gerequireerden dierhaeren niet kan weeten Wat dat daar verhandelt is en op art: 24. Amplieert den gerequireerden, dat Elin niet anders dan Lamp en Clappus olij engekogt heeft, voor so verre hem gerequireerde voorstaat, dog de quantiteijt niet te weeten. en heeft daar op zyn gegevene getuijge nis en gemaakt ampliatie op der geze¬ formeerden wijse, met het opsteken der ttwee voorste vingeren zyns regterhands en het uijtsvereven der woorden, so waar „lyjk helpe mij god Almagtig, solemnee„ lyk gestand gedaan door ons. : Aevatis Feriet daems P: V Clercq T'oirconde Antn Boonen No 2. G G No. 2 Insinuatie Insinuant De heer Christiaan Lod wyk Senff g'insinueerde Denb Anthony Boon 163 Tallefen No 10164 No. 3. Notaris Ja¬ Cob. Levier, behoor„ lijk geadsisteerd en hier toe verzogt, ge„ liete uijt naeme ende van wegen mij onder getekende Christiaan Lodewijk erff, tweede opper„ Coopman de zes Casteels, zig te transporteeren en Laeten vin„ den ten huijzen en aan de perzoo„ nen van De heeren Hendrik van Basel en Gerrit Tetrode beijden de beijde g'insinueerdens zeggen ga behijden gecommitteer„ de onder cooplieden in sE: Compagnies provisie maguazijn, mitsgaders aan hun E:s bij wegen van insinuatie af„ te vragen, de volgen„ de poincten, als de zij geinsi„ #f off nueerdens hun op den 20: dezer nog lopende maend december niet gevon„ den hebben in 1. tw -

NL-HaNA_1.04.02_3148_0359 view scan ↗

English

No 3. 63 The insinuate van Bazel says he was not present there. The second insinuate says yes. 1. Whether in the Honorable Company's pantry... 2. Whether the insinuate Tetrode, on that occasion, said among other things to the merchant and first administrator Tean Simeon Chin, that since he had now received candles as above, he could indeed easily fulfill the project of one thousand lb for Ambon. 3. The insinuates answer: Whether the said Elin did not give in answer to this that this did not concern him, Tetrode. 4. Both insinuates say yes, with the addition by the first insinuate that he arrived just at that saying. And whether the insinuate Tetrode did not reply thereto that this did indeed concern him, and that he wished to speak of it, the more so because he was qualified thereto in place of the second administrator Boonen. 5. Both insinuates say yes. Whether the aforementioned Elin did not thereupon add to him, the insinuate Tetrode, in substance: "I am dispensier, I do not care about that qualification; you must have qualification from the entire High Government." 6. The first insinuate answers as in the preceding article, and that the above was said by him clearly above. The second insinuate also says yes, but no further than what he said above. Whether the second insinuate van Bazel was not present and present thereat, and whether he did not clearly hear the above. 7. The insinuates say that the private clerk of the administrator Elin sat nearby at a table writing. 8. The questioned parties both say yes. Whether there was not also present the minister who recently departed for Amboina, the Reverend Mr. Cornelis Grieze, or if any others were present there. 10. Both insinuates answer as above. If so, who that was. 11. Both insinuates say: Yes. Whether the insinuates are ready, if requested, to confirm under oath their answers served to the above questions. Demands hereupon a categorical and satisfactory answer, and report your experiences in writing. Batavia, the 28th of December 1753. (It was signed:) C: L: Senff. On this day, the 29th of the prescribed month of December, I, Jacob Levier, public notary, admitted by the Noble High Government of the Dutch Indies, residing within the city of Batavia, present the witnesses named below, No. 3. 167 clearly read the above questionnaire points to the insinuates named in the heading of this document, on the occasion of their appearance at my office, and received from them such answers thereto as are to be seen in the margin of each article; and I relate this for my record, thus insinuated and answered in the presence of Johannes Ezechiel Felix and David Jansz: Johannes zoon, clerks, as witnesses. The minute hereof is properly signed and written on a 12-stuiver stamp. Which I attest, Levier, Notary. 108 No 3. Insinuation. Insinuant: The Honorable Mr. Christiaan Lodewijk Senff. Insinuates: The Honorable Hendrik van Bazel, et al. No: 2899 168 No 4. The notary Mr. Lieve Garrisson, properly assisted and requested hereto, please proceed and present yourself, in the name and on behalf of me, the undersigned, Christiaan Lodewijk Senff, First Senior Merchant of this Castle, to the house, at and to the person of the Honorable Hendrik van Bazel, junior merchant in the service of the Honorable Company, and to his Honor, by way of insinuation, put the following questions: 1. Whether he was not, by written order, commissioned, together with the junior merchants Dirk Houttuijn and Matthijs Pruijst, under the last day of February 1754, to take the inventory in the Honorable Company's provisions warehouse so exactly that they could always confirm their findings under oath. Answer: Yes, but Houttuijn by further order and under oath. 2. Whether or not the second dispensier Anthonij Boonen also especially requested them to take an exact inventory of everything, and particularly to examine the meat and bacon carefully. The insinuate was requested thereto more than once by the dispensier Boonen. 3. Whether or not the undersigned came into the outer warehouse to inspect the Persian salt, either to see that salt or at the request of us, the commissioners in the warehouse. Confesses to know nothing more while they were busy here with this. 4. Whether he did not, on that occasion, complain greatly about the bad condition of the meat and bacon, and request the undersigned to be present himself at the opening of some casks. Yes, for that purpose, as just said, requested by us to inspect the meat and bacon. 5. Whether or not some casks were opened thereupon, from which the brine, like pus and blood mixed together, due to the strong fermentation, flew more than a man's height out of the bunghole and stank so terribly that no one could stay near it. Principally because of the adjacent bad condition, etc., all of which was confirmed by the insinuate. 170. No 4. Yes, as well as that the cooper van der Poel could not alone endure it. 6. Whether or not the undersigned was of the opinion, and asked in clear words, whether that meat could not be remedied if it were cleansed and washed of the old, stinking brine and thus repacked again with good, new brine and spices. The insinuate says yes. 7. Whether with the head cooper Hermanus around...

Dutch transcription

No 3. 63 de g'insinueerde van Bazel zegd daar bij niet present geweest te zijne off de twede g'insinueerde zegd ja in 's E: compa„ gnies diss„ pens. n 2. off den gein„ sinueerde Tetrode, bij die occasie, aan den koop„ man en Eer„ ste adminis„ trateur Te an Simeon Chin, niet onder ande„ re gezegd heeft„ dat ver„ mits hij nu kaarssen eas als boven „kaarssen ge„ „kreegen had„ „de, hij jmmers „gemakkelijk „delige projet „reerde Een duij„ „zend lb: voor „ambonvol doen konde. 3. dagte dig insinueerdens antwoorden off de ge Elin daar op niet tot antwoord heeft gegeven dat hem Tekro¬ „de zulx niet raakte 44 N„o 3. de beijde g'insinueerdens zeggen„ jas met bijvoeging van den eerste g'insinueerde dat hij Juijst op dat gezegde is toegekomen. hij ge„ En off insinueer„ de Telrode daer op niet gerepliceerd heeft, dat hem „zulx al Raak„ „te, en dat hij „daar van spree„ „ken wilde, te „meer om dat „hij daartoe „gequalificeerd „was in plaat„ „se van den „raakte. 4. tweede „gefija „tweede adminis„ „trateur Boonen ned den voor„ noemden Elin daarop aan hem ge„ ƒ insinueer„ de Tetrode in substan„ rie niet heeft toe gevoegd: „ik ben dispen„ „cier, ik stoor mij aan die „qualificatie de beijde g'insinueerdens zeg, off niet. 3 165 No 3. 300. de g'insinueerde van Bazel d' Eerste g'insinueerden antwoord „niets gij moet qua„ „lificatie van de „heele hooge Re„ „geering hebben. hij twee„ de geinsinu„ van eer de Bazel daar bij niet aan en present is geweest. „lats bij het voorgaende articeul, En off hij al„ ce het boven„ staande niet duijdelijk boven door hem gezegd is. zegd ja, dog niet verder als hier de twede g'insinueerde zegd mede heeft. 6. 7. de g'insinueerdens zeggen dat de par„ ticuliere schrijver van den ad„ ministrateur Elin daar omtrend de gevraegdens zeggen beijde ja off daarbij ook niet is present geweest den onlangs 1„ amboina vertrokken predikant den Eerwaarde heer Cornelis Grieze. ook meer aan een tafel heeft zitten schrijven andere daer bij present zijn geweest heeft gehoord 8. vees 1 166 No. 3. 10. enja beijde g'insinueerdens ant„ ooor den als boven zoo ja dwien Yk zulx al ge„ weest is. 11. 6-000 3 de gein„ off Lineer„ dens bereijd zijn, hunne, op de boven„ staande tra„ gen gediende antwoorden, des verzogt zijnde, met Eede te bekrag „o tigen. beijde g'insinueerdens zeg„ vordert vordert hier op cathe„ gorisch en satisfac„ toir antwoord, en re„ cateere uE: weder„ vaeren inscriptis. Batavia Den 28:' December 1753, (wwas m sk getekend:) C: L: Ten Op Huijden den 29:' voorschreven der maand December hib jk Iacob Levier, notaris publijcq, bij de Edele hooge regee„ ringe van nederlands jndia g'admitteerd, binnen de stad Batavia resideerende present de natemelden getuij„ gen N o. 3. 167 gen de voorenstaan„ de oraeg poincten g'insinueer„ aan de dens in capite deses genoemd, bij occasie van derzelver com„ paritie ten mijnen comptoire, duijdelijk voorgelezen, mits„ gaders van dezelve daer op zodanige ant„ woorden bekomen als te zien zijn in margine van ijder articul, en relateere dit voor mijn wedervaeren aldus g'insinueerd en en b'antwoord ten bij wezen van Iohannes Ezechiel Felix en David Iansz: Iohannes zoon Clercquen als getuijgen minute dezes is behoorlijk getekend en geschreven op een zegel van 12. stuijvers quod Attestor LoVier Nots: - 108 No„ 3. No 3. Insinuaai Insinuant Den E heer Ghristiaan Loden e„ sents g'insinueerd:s De heer Hendrik van Base - C: S - No: 2899 „ 168 No 4. Alteng Den notaris Heeren Lieve Garrisson,/ behoorlijk geadsisteerd En hier toe verzogt/ gelieven uijt naeme Ende van weegen mij ondergetekende, Christiaan Lodewijk Senff, Eerste oppercoop„ man- deeses Casteels, zig te transpor„ teeren en laten vinden ten huijze bij En aan de perzoon van Den E: Hendrik van Bazel, onder„ ten dienste der E:: koopman Compagnie, En aan zijn E:, insi„ miando modo te doen de volgen„ de vraagen off hij niet bij schrifte„ antwoord Ia maar houttuijn bij nader ordon„ „lijke ordonnantie ge„ nantie en met onder eede committeert geweest is benevens de onderkoop„ lieden Dirk Houttuijn en Matthijs Pruijst, onder ultimo februarij 225 1754, den opneem in 'sE: Compagnies provisie ma„ quazijn so Exact te doen dat zij haare bevinding althoos met eede bevestigen konden 2 d' geinsinueerde door den dis„ of niet de tweede dispensier percier Boonen meer als Anthonij Boonen eens daartoe verzogt haar ook in't bijsonder versogt 000 vSlingeland 169 N„o 4. verzogt gehad heeft / alles Exact op te neemen en voor namentlijk het vleesch en spek nauw„ keurig te Examineeren 3 bekend niet meer te weten of niet de ondergeteekende terwijl zij hier meede off den heer insinuant ten eijnde dat zout, off wel op beezig waaren, in het verzoek, van ons gecom„ mitteerdens in 't pakhuijs buijten pakhuijs is gekomen is, gekomen, om het persi„ „aanze zout te bezigti„ „gen/ Ja ten dien eijnde als even off hij niet bij die gele„ gezegt door ons tot besigti„ gendheijd over de slegte ging van het vleesch en gesteldheijd van't vleesch spek versogtjen en „ 4 en spek seer geklaagt en den ondergeteekenden verzogd gehand hebben het openen van eenige vaten selfs te willen bij woonen of niet daar op eenige principaal om de nevens. staande slegte gesteldheijd vaten g'opend zijn waar &:a t welk alles door den van de peekel als etter geinsinueerde geconfirmeert en bloed onder een ge„ werd. mengt, door de sterke gesting, meer als een mans hoogte uijt het spans gaft op vloog en so vreeselijk stonk/ dat het daar bij niemand houden 5 170. No 4. Ja als meede dat den Cuijper van der poel niet alleenig houden konde 85 off den ondergetekende niet den geinsinueerde zegt van van gevoelen is geweest/ en met duijdelijke waar den heeft gevraagt gehad/ of dat vleesch niet te verhelpen soude zijn wanneer het zelve vande oude stinkende peekel gezuijverd en af gewaschen en so weder met goede nieu„ we peekel en specerij= „en afgepakt wierde 7 off met de oppercuijper omtrent hermanus

NL-HaNA_1.04.02_3148_0376 view scan ↗

English

The served party says yes, that Hermanus van der Poel, as overseer of the outer warehouse, answered in approximately that manner, but also that during the five and a half years the served party held that administration, he does not know that any meat or bacon was ever pickled, but that the casks which were dried up or had leaked out were indeed topped up. Answered that during his presence in the dispensary no meat or bacon was ever pickled; and that it would also not be good, because the Indian salt did not have the strength of the homeland salt. Whether the commissioners did not avow this statement. No. 4. Said. Avowed, and that they held the pickling to be an unnecessary expense, because they considered the meat that smelled so terribly to already be formally spoiled. The lord server said, "Do as you people best see fit." Whether the undersigned did not then say to her and the cooper that they should do as they saw fit to be proper. Answered yes, but not knowing further what the cooper answered, however the served party himself acknowledges that many casks lay under or in the water during the rainy season, because of which the hoops rusted and snapped off. Whether the commissioners, together with the cooper on that occasion, did not also show the undersigned several casks of meat and bacon entirely dry without brine, others without date of year and with the marks worn away, and still others virtually without hoops, such that the same could not be moved from the spot, and for which the cooper gave as reason that those casks had lain in the warehouse for many years and during the rainy season had repeatedly lain half under water, and that the hoops had thereby rusted and snapped off. No. 47 The lord server asked whether the dispensers did not come here. Whether the undersigned did not ask what the dispensers said about those casks, and whether they did not attend the inventory and examination of the meat and bacon. The cooper and the commissioners said that Boonen now came mostly daily, but Elin not at all. Whether the commissioners, and especially the cooper, did not answer thereto that the second dispenser Boonen was present daily, but the first, Elin, not at all, and that he practically never came to that outer warehouse. The served party answers yes. Whether the commissioners did not properly supply the meat and bacon that they considered good with brine again, but store the spoiled, without topping up the casks, just as it was in a separate warehouse, locked the same, deposited the keys into the custody of the undersigned, and alongside that requested that the same might not be delivered to anyone other than themselves until further orders from the Right Honorable Lord Director General. To the same. Whether they did not make that same request to the then Lord Director General himself, and whether he did not grant them the same. The fear that at times the good might become mixed with the bad forced us to make that request. What reason they had to employ that precaution. The served party declares nothing else to be known than that Elin at that time was of our opinion not to pickle the spoiled meat and bacon, though some days thereafter he seemed to have changed opinion, around as the cooper made himself heard in the following 17th article. Whether they did not, on that same day that the undersigned had been in the warehouse, report of what had occurred to the first dispenser Elin, and whether he, after asking what their and my sentiment was, did not say that he was also of the opinion that it would be unnecessary expenses to pickle the spoiled meat and bacon. Answered knowing nothing, but the cooper did, some time after the lord server had been in the warehouse, bring up in conversation to top up the rejected casks as well as the good ones, but the served party gave as answer, "Not on my account, since a large quantity of salt would only be used fruitlessly." Whether said Elin ever did anything to the contrary, or ever said to them that the spoiled meat and bacon had to be pickled, or even merely topped up with the brine drained off during the inventory. Elin signed the report of the inventory with his own hand for the accountability, just as the second dispenser Boonen and the three commissioners. Whether he, Elin, did not without the least hesitation sign as well, just as the second dispenser Boonen, the written report that they drew up regarding the conducted inventory and their finding with respect to the bad condition of the meat and bacon. No. 4. And was also present in person at the delivery of the report, together with aforementioned Boonen and the commissioners, to His Excellency the Lord Governor General, but it has slipped the served party's mind whether Elin went further along. Whether he, Elin, did not also go along in person when, according to custom, they brought that report to His Excellency the Lord Governor General, as well as to the Lord Director General and to the First Upper Merchant of the Castle. Says yes. Whether during his presence in the provisions storehouse as ordinary commissioner any meat and bacon was ever pickled entirely. Whether it was not in use for some time. The served party persists in that regard in conformity with the answer to article 7.

Dutch transcription

der g'insinueerde segd Ja omtrend in dier voegen doen hermanus van der op g'antwoord heeft maar poel als op siender van ook den g'insinueerde ge„ duurende zijn tijd van vijff het buijten pakhuijs en een halff Jaaren die den daar op tot antwoord g' insinueerde in die admi„ heeft gegeeven dat nistratie heeft gefrugeert niet weest dat odit vlees geduurende zijn aan we„ of spek verpekeldias, maar zen in de dispens nooit de vaten die ingedroogd eenig vleesch op spek of uijt gelekt waaren verpeekeld was; en dat wel opgevuld zijn het ook niet goed zoude weezen, om reeden het indiasch zout die kragt niet hadde als 't vader„ „landsche off niet zij gecommit„ teerdens dit zeggen g'advoueert 56 8 171 N„o 4. Gesegd. „ „vind g'advoueert, en het ver„ peckelen /voor onnodige kosten gehouden heb„ ben, om reeden zij het vleesch dat zo vree„ selijk stonk bereeds formeel bedurven oor„ deel den den heer insinuant heeft, off niet de ondergetee„ „doed zo gijlieden best goed„ kende daar op aan haar en den kuijper heeft gezegd, dat zij dan doen moesten zo als zij zouden goed vinden te behooren 10 off zij gecommitteerdens antwoord Ja, maar niet meer te weten, dat den Cuij benevens de kuijper bij die „per ten antwoord gaf, egter den g: insineerde selfs bekend gelegentheijd niet ook dat veele vaten inde aan den ondergeteeken„ regen tijd/ onder of in't den/ hebben getoont ver„ water geleegen hebben/ waar door de hoepels scheijde vaten met vleesch verroest en afgesprongen En spek in het geheel droogen sonder peekel andere sonder Jaar getal, en de merken uijtge„ sleeten, en weder andere genoegsaam zonder hoe„ pels,/ zodanige dat deselve niet van de plaats verwerkt konden wer„ den ,en waar van de kuijper voor reeden 10 gaf zijn N„o 47 op — gaf dat die vaten veel Jaaren in 't pakhuijs en inden regen tijd tel„ kens half onder water= gelegen hadden, en dat. de hoepels daar door verroest En afgespron„ gen waaren/ 11 den heer insinuant heeft off de ondergeteekende gevraagd of de dispensiers niet gevraagt heeft hier niet quamen waar wat de dispenciers van die vaten zeijden en off die den opneem En het Examineeren van 't vleesch en spek niet bijwoonden 12 off zij gecommitteerdens den Cuijper ende gecom„ mitteerdens seijden dat en voornamentlijk de kuij„ Boonen thans meest da„ per daar op niet tot „gelijx maar Elin in't geheel niet quaem antwoord hebben gegee„ „ven, dat de tweede dis„ pencier Boonen dage„ lijx present was, maar de Eerste Elin in het geheel niet, en dat die ook in dat buijten pakhuijs genoegsaem nooit quaem, 13. den g'insinueerde of zij gecommitteerden antwoord Ja niet 't vleesch en spek dat zij goed oordeel den behoorlijk weder van peekel 1 12 1 N„o 4173 peekel, voorzien, dog het bedurvene sonder de vaten op te vullen. / so maar in een apart pakhuijs geburgen, het zelve toe geslooten, de sleutels bij den onder geteekenden in be„ waaring gebragt/ en daar nevens ver„ sogt gehad hebben/ dat dezelve tot nadere ordre van den wel Edele groot agtbaare heer directeur gene„ raal buijten haar aan niemand mogten afgegeven ad Jdem off zij niet dat selfde verzoekt aan den toenmalige heere directeur generaal zelfs hebben gedaan en of die haar het zelve niet geaccor„ deert heeft/ wat reeden zij gehad d' vrees dat somtijds het goede onder het quaade magt hebben die voor zorge vermeugt raken, heeft ons te gebruijken/ tot dat verzoek genoot„ „saakt den geinsinipeerde betuijgt of zij niet dien selfden 16 afgegeeven wer„ den. niets dag 15 174 No. 47 dag, dat de ondergetee„ niets anders meer teweeken _o als dat Elin doenmaels kende in't pakhuijs 8 vorr van ons gevoelen was, geweest was/ van het om het bedurve vlees en spek niet te verpeeke„ voorgevallene aanden len agter eenige dagen Eersten dispencier Elin daar na wel van gevoelen verandert schenen omtrend berigt hebben gedaan, so als den cuijper bij het en off die niet na volgende 17: art: zig liet gevraagt te hebben/ hooren wat haar En mijn sentiment was/ gezegd heeft, dat hij ook van gevoelen was, dat het onnodige kosten souden sijn het bedurven vleesch en spek te verpeekelen. off gedagte Elin wel antwoord niet weten niets, ooit iets ter contrarie maar wel heeft den cuij„ per eenigen tijd nadat gedaan,/ dan wel haar den heer insinuant in't ooit gezegt gehad pakhuijs geweest is, het bij discours op geworpen heeft,/ dat het bedur„ om de af gekeurde vaten ven vleesch en spek zoo wel als de goede ook moeste verpeekeld off weder op te vullen, dog den g'insinueerden tot antwoord wel selfs maar van gaf) voor mijne reeck: de bij het opnemen afge„ niet, vermits een groote lopene peekel weder quantiteijd zout, maar vrug„ te loos verbruijkt zoude opgevuld werden, werden./ 18 Elin heeft het rapport off hij Elin niet sonder van den opneemso wel het minste bedenken als den tweede dispencier so wel als de tweede Boonen ende drie ge„ committeerdens geteekend dispencier Boonen eijgenhandig voor de verantwoording 7 175 No 4. meede onderteekend heeft. het schrifte lijk rapport dat zij weegens den gedaant opneem en haar bevinding ten opzigte van de slegte gesteld„ „heijd van 't vleesch en spek hebben opge„ maakt gehad: 19 En is ook in perzoon ter off niet hij Elin in over gaaf van het rapport perzoon mede is neevens voorn: boonen en gegaan, toen zij dat gecommitteerdens bij zijn Excellentie den heere rapport volgens gouverneur generaal ge„ gewoonte bij zijn weest, maer den g'insi„ Excellentie den heere nueerde ontschooten, of hij Elin verder is mede gegaen zegd Ja gouverneur generaal soo meede bij den heere directeur generaal en bij den Eersten op„ „percoopman van het Casteel hebben gebragt 20 off geduurende zijn aan„ weezen in't provisie ma„ guazijn als ordinaire gecommitteerde wel ooit eenig vleesch en spek in het geheel verpeekeld is off het niet eenigen tijd in gebruijk is geweest 21 den g'insinueerde persis„ teerd dien aangaande conform antwoort bij 92 art: 7.

NL-HaNA_1.04.02_3148_0387 view scan ↗

English

176 No. 4. to the words: when holding a sale in the pantry, to close the front door. 22. He has them as well as Elin who in the first. Whether it is true that the Honorable Boonen, as second administrator, never went into the pantry, or opened the same, without Elin or the commissioners being present. 25. was / opened. To confirm his given answer with an oath. Also Yes, provided unqualified. Whether he is capable. orders hereupon a categorical and satisfactory answer, and relate to me your experience in writing. Batavia, the 8th of February Anno 1759. Was signed: C: L: Senff. On today, the 9th of February 1759, I, Steeven Lieve Garrisson, notary public, admitted by the Noble High Government of the Dutch Indies, residing within the city of Batavia, duly assisted by the after-mentioned witnesses, transported myself and was found at Mangga Besar, outside this city, at the house and in the person of the 52 50 9 1002 8 1 No. 8 n 36 6 -- 3 177 No. 4. the insinuee named in the head of this, to whom I, the notary, having presented the foregoing insinuation, his Honor then delivered into my hands in writing the answers set down in the margin of each article. Thus insinuated and answered in the presence of Johan Wilhelm Siebeek and Abraham Ismael Isaacs, clerks, as witnesses. The minute of this is duly signed and written on a stamp of 12 stuivers. Quod attestor, S. L. Garrisson, Notary. 5 Insinuation Insinuant: Christiaan Lodewijk Senff Insinuee: The Honorable Hendrik van Bazel On today, the 20th of February 1759, appeared before the undersigned Commissioner Gentlemen from the Honorable Court of Justice of the Castle of Batavia, the insinuee mentioned in the foregoing deed, who, having attentively heard its contents and his answers given thereto, persisted therein without alteration, and has thereupon solemnly affirmed his given testimony in the Reformed manner, by raising the two forefingers of his right hand and pronouncing the words: So truly help me God Almighty. By us: W. V. Aeeras H. v. Bazel G. Clever No. 4. 5 G 8 G No: 2780 Ao. 5. 10 inaa Fockens Notary. Gentlemen Lieve Carrisson, duly assisted and hereto requested, please in the name and on behalf of me, the undersigned Christiaan Lodewijk Senff, First Senior Merchant of this Castle, transport yourself and be found at the house and with the person of the Honorable Dirk Houttuijn, junior merchant and ordinary turn over but by the Honorable Gentleman First Senior Merchant of the Castle instead of the junior merchant Everhard Cramer. commissioner in the Sugar Warehouse, and to ask him by way of insinuation the following articles, viz. Without written ordinance commissioned thereto. 1. Whether he was not commissioned by written ordinance, together with the junior merchants Hendrik van Bazel and Matthijs Pruijst, Junior, as of the last of February seventeen hundred 8312 f 330 6 No. 5: 179 Yes. hundred and fifty-four, to conduct the inventory in the Honorable Company's provision warehouse so exactly, that they could always confirm their findings by oath. 2. Whether the second dispenser, Anthonij Boonen, had not also specifically requested them to take an exact inventory of everything, turn over Yes. and especially to examine the meat and pork carefully. 3. Whether they, on that occasion, 4. Whether the undersigned, while they were busy with this, did not come into the outer warehouse to inspect the Persian salt. Ao. 5. 180 Yes. occasion, did not complain greatly about the bad condition of the meat and pork, and requested the undersigned to be pleased to attend the opening of some barrels himself. 5. Whether thereupon some barrels were not opened, of which the brine, like pus and turn over Yes. blood mixed together, flew up through the bung-hole more than a man's height due to the strong fermentation, and stank so terribly that no one could bear to stay near it. 6. Whether the undersigned was not of the opinion, and said in clear words, No. 5. 181 words, that if the meat was not yet entirely spoiled, the same, in order to prevent further spoilage, should be cleaned and washed of the old, stinking brine, and thus repacked with good, fresh brine and spices. turn over Yes. 7. Whether the chief cooper, Hermanus van der Poel, as overseer of the outer warehouse, did not give as answer thereto that during his presence in the pantry no meat or pork had ever been re-brined, Ao. 5. 182 The spoiled meat and pork was not worth re-brining. and that it would also not be good, for the reason that the local salt did not have the strength of that from the homeland. 8. Whether they, the commissioners, did not concur with this statement, and considered the re-brining an unnecessary expense, turn over Yes. for the reason that they judged the meat that stank so terribly to be already completely spoiled. 9. Whether the undersigned did not thereupon say to them and to the cooper that they should then do as they saw fit. Yes. 10. Whether they, the commissioners, together with the cooper, did not on that occasion also show the undersigned several barrels with meat and pork entirely dry and without brine, others without year, No. 5. 183 turn over 6 and marks worn away, and again others virtually without hoops, such that the same could not be moved from the place, and of which the cooper gave as reason that those barrels had lain for many years in the warehouse and, during the rainy season, repeatedly half under water.

Dutch transcription

176 N„o 4. aan de woorden bij het houden van vendutie inde dispens de voordeur te sluijten 22 hij heeft ze zo wel als off het waar is dat Elin die i het eerste D:E: Boonen / als tweede administrateur nooit inde dispens is gegaan, of dezelve g'opend heeft sonder dat Elin off de gecommitteerdens present waaren 25 gemeest is/ geopend zijn gegeven antwoord met Eede te beves„ „tigen meede Ja mits onbepaald of hij in staat is ordert hier op cathegorisch en satisfactoir antwoord en re„ lateerd„ mij uw wedervaeren inschriptis Batavia Den 8:e Februarij bvant 8 A:o 1759: /:was getekend:/ C: L: Senff Op huijden den 9: februarij 1759/ heb ik Steeven Lieve Gar„ „risson, notaris publijcq, bij de Edele hoge regeeringe van nederlands india geadmitteerd, binnen de stad batavia residerende, behoorlijk geadsisteerd met de natemel„ dene getuijgen mij getranspor„ teerd en gevonden op manga bezar/ buijten deeze stad, ten huijsse en bij de perzoon van den 52 50 9 1002 vio 1 Ne8 n 36 6 -- 3 177 N„o 4. den geinsinueerde in Capite deeses genoemd, aan wien ik notaris de voorenstaande in„ sinuatie voorgehouden heb„ bende, zoo heeft zijn E: mij d' in margine van ijder articul gestelde antwoorden / in schrip„ tis ter hand gesteld, aldus g'insinueert ende beantwoort ten bij wezen van Johan Wilhelm Siebeek en Abraham Ismael Isaacs clercquen als getuijgen d' minute deses is behoorlijk getekend en gesch: op een zegul van 12: stuijvers Tun quod Attestor J Geveris Jort Nots. 5 Insinuatie insinuant Christiaan Lodewijk Sen g'insinueerde Den E: Hendrik van Bazel Op heeden den 20 februarij 1759 Compareerde voor de onder getekende heeren Commissarissen uijt den Agtb. Raad, van Justitie des Casteels Batavia, den geinsinueerde in de vorenstaande acte gemeld, denwelke op dies inhoude en zyn daar opgegevene responsiven aandagtelyk gehoord zynde, bleef daar bij sonder verandering persisteeren en heeft daar op zijn gegevene getuijgenis, op der gere¬ formeerde wijse, met het opsteken der twee voorste ingeren zijns regterhands, en het uijtspreken der woor¬ „den, So waarlik helpe mij god Almagtig, solem neelijk gestand gedaan. door ons W:V: Aeeras Ve Ave n Basel ToirCoude H Jn deni G. Clever N„o 4. 5 G 8 G No: 2780 Ao. 5. 10 inaa Fockens Notaris . Heeren Lieve Carrisson, behoorlijk geadsisteerd en hier toe ver„ „zogt, gelieve uijt naam ende van weegen mij onder¬ „geteekende/ Christiaan Lodewijk Ienss, Eerste „oppercoopman deeses Casteels, zig te transporteeren en Laaten vinden ten huijse en bij den persoon van Den E: Dirk Houttuijn. onderkoopman en ordinaire verte lne an maar door d' EEs heer Eerste oppercoopman van 't Casteel insteede van den onderkoopman Everhard Oramer 8312 gecommitteerde In't Zuijker pakhuijs, en aan deselve bij weege van insinuatie afte ƒ vragen de ondervolgende ar¬ ticulen als,. sonder schriftelijke ordonnantie off hij niet bij schri daartoe gecommitteerd geweest, te lijke ordonnantie t gecommitteerd geweest is, benevens de onder kooplieden Hendrik van Bazel en Matthijs Pruijst, Junior onder ultimo februarij Seeventhien honderd 1. 330 6 No 5: 179 Ja honderd vier en vijftig, den opneem in sE: Compagnies provisie magazijn soo Exact tedoen, dat zij haare be„ „vinding althoos met Eede bevestigen konden 2. off niet de tweede off dispencier, Anthonij Pronen, haer ook in't bijsonder versogt gehad heeft alles Exact op te neemen overte st Jan Ja en voornamentlijk het vleesch en spek naauwkeurig te Exa¬ mineeren off zij niet bij die 4. off met de onderge¬ „tekende ter wijl zij hier meede beezig waa¬ ren, in't buijten pakhuijs is geko„ men, om het per„ Siaanse zout te bezigtigen geleegendheijd 3. A. o 5. 180 Ja geleegendheijd over de Slegte gesteldhijd van 't vleesch en spek seer geklaagd en den ondergetee„ „kenden versogt gehad hebben, het openen van Eenige vaten selfs te willen bij woonen off niet daar op Eenige vaten geopend zijn, waar van de peekel als Ecter en 5. verre Ja bloed onder Een gemengt door de sterke gisting meer als Een mans hoogte uijt het spons-gat oprloog, en soo vreeslijk stonk, dat het daar bij niemand houden konde off de ondergetekende niet van gevoelen is geweest en met duijdelijke woorden 6. N„o 5. 181 woorden gezegt gehad, dat soo het vleesch nog niet ten Eenen„ maale bedurven was, het selve dan tot voorkoo„ minge van verder bederff vande oude stinkende peekel gesuijverd en afge„ „waschen, en soo met goede weder nieuwe peekel en specerijen afgepakt diende verte te werden off met de opper„ Kuijper Hermanus van Der Poel, als op ziender van't buijten pakhuijs, daar op tot antwoord heeft gegeeven dat geduurende zijn aan wesen in de dispens nooit Eenig vleesch of spek verpeekeld Ja was A„o 5. 182 het bedurven vleesch en spek„ was het verpeekelen niet waardig was, en dat het ook niet goed zoude wesen om reeden het weisch zout die kragt niet hadde, als 't va„ der landsche 8. off niet zij ge„ „committeerdens dit seggen ge„ advoueert, en het verpekelen voor onnodige kosten verte gehouden hebben om reeden zij het vleesch dat So vreeselijk stonk bereeds formeel bedurven oordeelen off niet de on„ „dergeteekende daar op aan haar enden kuijper gezegd heeft, dat zij dan doen moesten, soo als zij zouden Ja goedvinden Ja goedvinden te behooren 10. off zij gecommit„ „teerdens beneevens de kuijper bij die gelegendheijd niet ook aan den on„ der geteekenden hebben getoont/ ver„ „schijde vaten met vleesch en spek, in't geheel droog en sonder peekel/ andere Jaar getal sonder N„o 5. 183 verte 6 ende merken uijt¬ „gesleeten, en weeder andere genoegsaam sonder hoepels. sodanig dat deselve niet van de plaats verwerkt konden werden, en waar van de Kuijper voor reeden gaf, Dat die vaaten veel Jaaren in't pak¬ „huijs,en in den ree¬ gen tijd, telkens half onder water gelegen hadden

NL-HaNA_1.04.02_3148_0403 view scan ↗

English

No 5. 184 Yes had, and that the hoops had thereby rusted and burst off. 11. Whether the undersigned did not ask what the dispensers said about those casks, and whether they did not attend the inspection and examination of the meat and bacon. Turn over. 86 12. The second dispenser Boonen was present almost daily, but the first, Elin, was not seen there. Whether the commissioners, and especially the cooper, did not reply to this: That the second dispenser Boonen was present daily, but the first, Elin, not at all, and that he practically never came into that outer warehouse. Yes, never came. 13. Whether the commissioners did not properly provide the meat and bacon that they judged good with brine again, but store the spoiled meat, without refilling the casks, just as it was in a separate warehouse, lock the same, bring the keys into the custody of the undersigned, and alongside this request that the same should not be handed over to anyone other than themselves until further orders from the Right Honorable Lord Director General. No 5. 185 Turn over. 14. The request was made by my fellow colleagues with my consent, and also for our protection. Whether they did not make that same request to the then Lord Director General himself, and whether he did not grant them the same. 15. Because the servants of the dispensers would sometimes have placed the spoiled meat and bacon with the good. What reason they had to take that precaution. 14. Turn over. Elin also shared our opinion, but I slipped up regarding when we spoke with him about it. 16. Whether they did not, on the very day that the undersigned had been in the warehouse, inform the first dispenser Elin of what had happened, and whether he, after having asked what their and my sentiment was, did not say: That he was also of the opinion that it would be unnecessary expense to re-brine the spoiled meat and bacon. Anno 5. 127 Elin never spoke of re-brining, much less ordered it. 17. Whether the said Elin ever did anything to the contrary, or ever told them that the spoiled meat and bacon had to be re-brined, or even refilled with the brine that had run off during opening. Turn over. 18. Yes, he did. Whether he, Elin, did not, without the least hesitation, just as well as the second dispenser Boonen, co-sign with his own hand for the accountability the written report that they drew up concerning the inspection made and their findings with respect to the bad condition of the meat and bacon. No 5. 188 Yes. 19. Whether he, Elin, did not also go in person when they brought that report, according to custom, to His Excellency the Lord Governor General, as well as to the Lord Director General and to the First Upper Merchant of the Castle. Turn over. 20. To the best of my recollection, yes. Whether the insinuee is able to confirm his given answers by oath. Demands Anno 5. 189 Demands hereupon a categorical and satisfactory answer, and relate to me your experiences in writing. Batavia, 25 November Anno 1758. Was signed: On the date as above, I, Steeven Lieve Garrisson, notary public admitted by the Noble High Government of the Dutch Indies, residing within the city of Batavia, assisted by the witnesses named below, transported myself and was found on the Rhinocerosgracht within this city, at the house and in the person of the insinuee mentioned in the heading of this document, to whom I, the notary, having clearly read out the preceding questions, the same answered thereon with his own hand as can be seen in the margin of each article. Thus insinuated and answered, No 5. 190 answered in the presence of Jan Nicolaas Harmensz and Johan Wilhelm Siebeek, clerks, as witnesses. The original minute of this is duly signed and written on a stamp of 12 stuivers. Which I attest, On this day, 20 February 1759, appeared before the undersigned Lord Commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Batavia, Garrisson, Notary. the insinuee mentioned in the preceding deed, who, having attentively heard its contents and his responses given thereto, persisted therein without alteration, and thereupon solemnly affirmed his given testimony, in the Reformed manner, by raising the two front fingers of his right hand and pronouncing the words: So truly help me God Almighty. In witness whereof, By us: Fenet Idem: V: Heerlius MKie Houttuijn, Clerk No 3. Insinuation. Insinuant: The Lord Christiaan Lodewijk Senff. Insinuee: The Honorable Dirk Houttuijn. 191 To the Notary Steeven Lieve Garrisson: Duly assisted, and requested hereto, please transport yourself and proceed, in the name and on behalf of me, the undersigned Christiaan Lodewijk Senff, First Upper Merchant of this Castle, to the house and person of the Chief Cooper Hermanus van der Poel, and ask of him by way of insinuation the following articles, to wit: Anno 1. 8. 227 N. O. examined; I do recall that in the late part of the year one thousand seven hundred fifty-three, or in the beginning of anno one thousand seven hundred fifty-four, the junior merchants van Basel and Overbeek were commissioned to examine a certain parcel of meat that was brought with the ships Noordnieuland and Haarlem. Whether he does not recall that the junior merchants Pinket and Overbeek examined the meat brought by the ships Noordnieuland and Haarlem,

Dutch transcription

N„o 5. 184 Ja hadden en dat de hoepels daar door verroest en afge„ sprongen waaren 11 of de ondergete„ kende, niet gevraagt heeft, wat de dis„ „penciers vandier„ vaaten Leijden, en of die den op„ neem en't Exami„ neeren van't vleesch en spek niet bij woonden ver 86 12. was meest dagelijx present maar de Eerste Elin der niet gesien de tweede dispencier Boonen of zij gecommit„ teerdens en voor¬ namentlijk de kuijper daar op niet tot antwoord hebben gegeven:/ Dat de tweede dispencier Boonen dagelijx present was maar de Eerste Elin; in het geheel niet, en dat die ook in dat buijten Pakhuijs genoeg saam nooit „ Ja nooit quam 13. of zij gecommit teerdens/ niet het vleesch en spek dat zij goed oordeel den behoorlijk weder van Peckel voor¬ sien / dog het be„ durvene sonder de vaten op te vul¬ „len / soo maar in Een apart pak„ huijs geborgen het No 5. 185 overte selve toegeslooten de sleutels bij den ondergeteekenden in bewaaring gebragt / en daar neevens versogt gehad hebben / dat deselve tot nadere ordre van wel Edele groot agtb: heer Directeur generaal/ buijten haar aan niemand mogten afgegeven werden 14 v No 5186 door mijne mede Confraaters of zij niet dat het versoek gedaan met mijn toestemming dispensiers somtijds het be„ durven vleesch en spek bij het en ook tot ons bekking selfde versoek aan den toenma¬ ligen heere Di„ „recteur generaal selfs hebben ge¬ daen, en of die haar het selve niet geaccor„ „deert heeft 15. om dat de bediendens vande wat reden zij goede soude gelegt hebben, gehad hebben die voor zorge te 14. verte gevoelen maar ontschooten wanneer met hem dien aan. gebruijken gaande gesprooken hebben selfden dag dat de ondergeteekende in het pakhuijs geweest was van het voorgevallene aan den Eersten dispensier Elm berigt hebben ge¬ daen en of die niet na gevraagd te hebben wat haar en mijn sentiment Elin was meede van ons of zij niet dien 16. was A„o 5. 127 gesprooken veel minder g'ordonneert was, gezegt heeft Dat hij ook van gevoelen was, dat het onnodige kosten zouden zijn het be„ „durven vleesch en spek te verpeekelen 17. wel ooit iets ter Con„ „trarie gedaan dan wel haar ooit gesegt gehad heeft, dat het bedurven vleesch en spek moeste ver„ Elin nooit van verpeekelen off gedagte Elin verte peekeld of wil selfs maar van de bij het openen afge¬ lopene peekeld weeder opgevuld werden of hij Elm niet sonder het minste bedenken / Soo wel als de tweede dis„ Boonen pensier Eijgenhandig voor de voorantwoordinge meede onderteekend 18. Ja heeft N„o 5, 188 Ja heeft, het schrif„ telijk rapport dat zij wegens den geda¬ nen opneem en haare bevinding ten opsigte van de slegte gesteld¬ „heijd van het vleesch en spek hebben opge„ „maakt gehad of niet hij Elin in persoon meede is gegaan toen zij dat rapport volgens gewoonte bij zijn 19. verte Excellentie den heere gouverneur generaal soo mede bij den heere direc„ teur generaal en bij den Eersten opper¬ koopman van't casteel hebben gebragt 20. na best onthouden Ia of hij geinsinueerde instaat is, zijne gegevene antwoorden met Eede te be„ vestigen vordert A„o 5. 189 vordert hier opcathe„ „gorisch en Satisfactoir antwoord en relateerd mij uE: wedervaaren ## iscriptis Batavia Den 25=' November Anno 1758. /was getekend; /.. op Dato als Boven Heb ik Steeven Lieve Garrisson, notaris publijcq, bij d' Edele hooge regering van nederlands india geadmitteerd, binnen de stad Batavia residerende, g'ad„ verr 6 N sisteerd met de natemel¬ „den getuijgen, mij getranspor¬ „teerd en gevonden op de reno¬ „cheros gragt binnen dese stad, ten huijse en aan den persoon vanden g'insinueerde in Capite deeses genoemd, aan wien ik notaris de voorenstaande vraagen duijdelijk voor gelesen heb„ 3 bende zoo heeft denselven Eijgenhandig # daar op zodanig geant¬ woord, als te zien is in„ margine van ijder articul Aldus g'insinueerd en b'ant¬ woord) N. o 5. 190 „woord ten bij weesen van Jan Nicolaas Harmensz en Johan Wilhelm Siebeek Clercquen als getuijgen De minute deses is behoor„ „lijk getekend en geschreven op Een Zegel van 12. stver=s quod Attestor op heeden den 20 februarij 1759 compareerde voor de ondergetekende Heeren Commissarissen uijt den Agtb: Raad van Justitie des Casteels Batavia Datrisson den geinsinueerde in de voren A 3 ƒ staande acte gemeld, den welke op dies inhoude en zyn daar op gegevene responsiven aandagtelyk Nots. gehoord zynde bleef daar by sonder verandering persisteren, en heeft daar op zyne gegevene getuijgenis, op der gereformeer de wise, met het opsteven der twee voorste vingeren zyn sreg¬ terhands en het uijtspreken der woorden, so waglijk helpe mij god Almagtig, solemneelik gestand gedaan door ons 1 Fenet MKie T'oirconde Idem :V: Heerlius Boatuuijn e Clevek en 1 E No 3. 3 Insinuatie insinuant De heer Christiaan Lodewijk Senff g'insinueerde Den E Dirk Houttuijn Po 5 ƒ N2t 191 Altre v: Senotar ievan Lieve o Gav Behoorlijk geadsis¬ „teerd, en hier toe ver„ „zogt, gelieve uijt naame ende van weegen mij on„ der geteekende Christiaan Lo dewijk Sin Eerste oppercoop„ o 2671: D: 6: man uijn Cas„ man de ses lb zig te trans„ en porteeren laaten vinden, ten huijse en bij den persoon van den per Kuijper Hermanus van der Poel, en aan de zelve bij wee ge van Insinua„ tie af te vragen de ondervolgen¬ de articulen, als A:o 1. 8. 227 N. O. „neert; of hem niet het staat mijn voor staat wel voor dat d' onderkooplieden dat in 't pinket en over„laatste van beek, het vleesch het Iaar per de schee„ I en duijsend per Noordnieu Seven hon„ derd drie en land en haar„ lem aangebragt, vijftig, of hebben g'Exami, in het be„ gin van an„ no E en duij„ Send Seven honderd vier en en vijftigh de onder„ Kooplieden van Basel. en Overbeek zijn gecom„ mitteerd weest om zekere par„ thij en vleesch te Exami„ neeren,/ die met de schee„ per Noord„ nieuland

NL-HaNA_1.04.02_3148_0423 view scan ↗

English

193 No. 6 Nieuwland and Haarlem shortly before had been brought. 2 The barrels all had their bottoms knocked out, one by one, and in such manner examined. If the committee doubted whether it was good, some pieces were taken out to see how it was conditioned on the inside. Whether this meat also during the examination, or afterwards, was taken out of the barrels, washed in salt water, and thus placed back into the barrels with new pickle, or not. All the barrels that were approved were immediately closed up again, and filled up with new pickle, Whether the barrels were only filled up again with salt water. 2 3 194 No. 6. and filled up with new pickle in so far as the pickle had drained off when the barrels were opened. 4. As soon as the committee had examined a portion thereof, they immediately departed, so that I then had the barrels filled up or replenished with pickle again. Who pickled or filled up these barrels in such manner. It does not occur to me that any of the administrators was present there. Which of the administrators 5 195 No. 6. administrators was present during the examination, pickling, or filling up. The meat that the committee rejected as spoiled, the barrels were closed up again, but not filled up again with any pickle. And whether all the meat of that entire lot was, without distinction, pickled or filled up in such manner, as well that which the aforementioned committee found black and rotten, as that which they judged still good and serviceable. 196 Anno 67 The said junior merchants took inventory at the end of February, not shortly after the junior merchants Van Bazel, Houthuijn, and Pruijst took the inventory at the end of February, one thousand seven hundred fifty-four, and 7. whether these did not open all the barrels with meat and pork, and examined them very carefully. There were indeed the bottoms knocked out of many barrels, and also a portion of the bungs knocked out, and in that manner examined. 9 According to my best knowledge, I remember Whether the undersigned then came into the warehouse to inspect the Persian salt, saying, let us have a look at the warehouse, I have not been in it yet; No. 6. 197 that Mr. Senff, upon entering the warehouse, said, let us have a look at the warehouse, I have not yet been in it; and that on that occasion the committee said that the meat was very bad, and requested that His Honour please see or attend the opening of some barrels. and whether the aforementioned committee on that occasion complained very much about the bad condition of the meat and pork, and had requested the undersigned himself to attend the opening of some barrels. 10. 198 No. 6. 11. Immediately some barrels had their bungs knocked out, from which the pickle flew out very high with force through the bunghole, so that His Honour said it was impossible to stay near it. Whether there were not immediately some barrels opened, from which the pickle looked ugly, mixed like pus and blood, and due to the strong fermentation flew out of the bunghole higher than a man's height, and stank so terribly that the undersigned could not possibly stay near it. 12 No. 6. 199 Mr. Senff clearly asked whether that meat could not be helped if one were to cleanse it of the pickle, and then pack it again with new pickle and coriander and spices, to which I said that during my presence in the dispensary Whether the undersigned was not pleased, and clearly asked whether that meat could not be helped if the same were cleansed of the old stinking pickle and washed, and thus packed again with good new pickle and spices; no meat or pork had ever been pickled, and that I judged it would not be good, because experience still daily shows that the homeland Folio 6. 200 pickle pickle is better for keeping the meat good than that which is prepared here, as before, to which he, the cooper, replied that during 13 his 201 No. 6. his presence in the dispensary, no meat or pork had ever been pickled, and that it would also not be good, because the Indian salt did not have that strength that the homeland salt had. The committee member Van Bazel was especially of that opinion as well, and also that pickling would no longer help that meat. Whether the aforementioned committee did not confirm this as well, and considered the pickling to be an unnecessary expense, because they judged the meat that stank so much to be already formally spoiled. 14. 202 No. 6. 15. Mr. Senff went out of the warehouse where the examining of the meat took place and into the other warehouse next to the laboratory, which I opened; I then went back into the warehouse at the opening Whether the undersigned did not say thereupon to the committee and to him, the cooper, that they should do in that regard as they would find proper. 203 No. 6. of the meat or pork. What His Honour spoke there with the committee member Van Bazel is unknown to me. However, I know well that Mr. Van Bazel, when he he came back into the warehouse to the meat, said: Mr. Senff also says that no pickle needs to be put on that rejected meat or pork. Whereupon No. 6. Folio 204 Whereupon I said that it ought to be done to that which the gentlemen judged to be tainted, because between spoiled and tainted there is still a great difference.

Dutch transcription

193 N o. 6193 Nieuwland en haarlem kort bevo„ ren aange„ bragt wa„ ren 2 de vaten zijn alle een voor of dit vleesch van de bodems ook geduren„ uijt geslagen de de Exami„ en in dier„ natie, of na „voegen g'En derhand uijt mineert soo de vaten com„ genomen in deg mitteerdens Zout twyffelde of't afgewasschen goed was, zijn en so weder „ der Eenigsstuc„ met nieu„ ken uijt ge„we piekel nomen om te in de vaten zien, hoeda„ gelegt is dan nig't van bin„ wel. nen was gesteld mitteerdens zout water off de vaten alle de vaten die goed gekeurt maar Eem, wierden zijn ten lijk weder Eersten weder op gevuld 2 zijn toe 3 194 No. 6. toe gemaekt en zijn met nieuwe voor zo verre deper peckel voor „kel afgesloopen was so verre de weder met nieuwe oude Pee„ pikel volgemaekt kel bij 't open slaan der vaten afge„ loopen was 4. zoo gouw als wie deese va„ de gecom„ten in diervoe„ mitteerdens gen verpeekeld Ten parthij of opgevuld heeft daer van gExamieerd g'Examineerd hadden zijn se aanstonds heen gegaen so dat ik dan de vaten weder heb met pekel doen op vul„ „len of volmaa„ ken mij staat niet voor wie van de dat eene van d'ad„ administra„ minstrateurs teurs 5 195 No. 6. ministrateurs daer teurs bij het bij is geweest examineeren verperkelen of op vullen present is ge„ weest en het vleesch dat de off alle het gecommitteer„ vleesch „dens voor be„ van die gant„ durven hebben„ sche par„ afgekeurt, zijnde thije sonder vaten weder toe„ onderscheijd gemaekt, maer in diervoegen met verpakeld verpeekeld met geen pekel weder op gevuld of opgevuld is, so wel het geen de voor¬ noemde ge„ Commit„ teerdens - Swart en verrot be„ vonden als dat zij nog goed en verstrek„ daar g'oor dult 691 Ao. 67 de gemelde on„ niet kort der kooplieden nadato de hebbende op onderkoop„ neem onder ulti lieden van mo februarij ge, Bazel houtt, doen huijn en Pruijst 1 den op neem onder ulti„ mo. februarij Een duijsend seven hon„ derd vier deelt hebben en 7. off deese niet daar sijn wel veele va„ „ten de boodems uijt ge alle vaten „slagen, en ook een par„ met vleesch „thij desponsen maer en spek g'opend uijt geslagen, en so en den voor een noeukeu„ g'Examineerd rig g'Examineerd hebben 9 volgens mijn bes„ of met de „te weten staet ondergeteekende en vijftig heb„ ten gedaen mij toen No. 6. 97 mij voor, dat de toen ter tijd in 't heer Senff, bij pakhuijs geko„ 't in komen men is, om het in het pak persiaanse zeijden samoet het pakhuijs huijs „ eens zout te be„ zien ik ben sigtigen er nog niet in geweesten dat bij die gelegentheijd Eno of met de de gecommitteer„ voornoemde „dens gezegt heb„ ge Commit„ ben, dat 't vleesch teerdens 10. zeer bij zeer slegt was, en bij die gele„ versogte dat gentheijd over zijn Ed: geliefde de slegte ge„ steldheijd van tezien of bij tewoonen dat het vleesch Eenige vaten en spek zeer wierden g'eopend geklaagt, en den on„ dergetekenden versogt ge„ had hebben het openen van Eenige vaten selfs te 198 No. 6. W1. off niet daer zijnde ter stond Dem„ „ge vaten waar op Eenige ponser uijt vaten geopend geslagen waer zijn waar van van de pekel de pekel als Itter leelijk uijt en bloed on„ Lag, En seer hoog der een ge„ met forsie het sponsgat uijt mengt uijt zagjen door vloog, dat zijn Ed:s zeijde het de sterke te willen bij woonen. gestig onmogelijk daer gisting meer bij te konnen houden als Den mans hoogte uijt het Spontgat opvloog en soo pree„ selijk stouk, dat de on„ der getekende het daer bij onmogelijk Houden kon„ 12 No 639 de heer Seriff heeft of de onder met duijde„ getekende „lijk woor„ niet van ge„ „den gevraagt vallen is of dat vleesch geweest, en niet tever, met duijde„ helpen lijke woorden zoude we„ gevraegt ge„ sensmst had heeft het zelve of dat vleesch van de zou, niet te ver„ de pekel helpen zou„ te suijveren, de zijn, als 12. en het en dan we„ als het selve „der met nieu „ van de ou„ „we pekel de stinken„ en cori„ de peckel ge„ onder zort suijvert en en speci„ afgewasschen rijen in te en so weder packen, met goede waer op dat nieuwe pee„ ik Pel en spe¬ gesegt heb„cerijen af„ bedat bij gepakt wier„ mijn aanmi„ sen in de dispens dispens nooijt ge en vleesch of spek was verpekeld en dat ik oordeelde het niet goed zoude zyn om dat de ondervin„ ding nog da„ gelijks doet sien, dat de vaderlandse Fo. 6. 200 pekel pekel om het vleesch goed te hou„ de beter is als die hier werd aan„ gemaekt als vooren met hij o Kuijper daar op tot ant„ woord heeft gegeven, dat geduurende 13 zijn 201 No. 6.2 zijn aanwe„ sen in de dispens nooit Eenige vleesch of spek ver„ peekeld was, en dat het ook niet goed zoude weesen, om reeden het Indisch zout die kraagt niet hadde de gecommitteerden van off de voor„ off Basel / was wel noemde ge„ Commit„ in sonderheijd mede van dat teerdens gevoelen, en ook dit niet be„ dat het verpee kragtigt, en het ver„ kelen, aan dat vleesch, niet meer peekelen voor onno„ zoude helpen dige kos„ 14. hadde als het vader„ landsche ten d 202 No 6. ten gehou„ den hebben, om dat zij het vleesch dat so stonk bereeds for„ meel be„ durven oor„ deelden. 15. de heer Ienff is E w of de on„ uijt het pak„ der getekende huijs daer het daar op niet Examinieren aan de ge„ van Committeerdens van het vleesch committeerdens schiede en aan hem ge in het ander kuijper gezegt pakhuijs heeft dat zij naast het dan daar om„ Laboretori „ trent doen um gegaen) moesten, zo dat ik heb alze zouden opengemaekt, goed vinden ik ben toen te behooren weder in het pak„ huijs gegaen bij het ope„ men 203 N. o 6. ns nen van het veusch of spek wat zijn Ed„s met de gecom„ mitteerde van Bazel V daar gespro„ „ken heeft is mij onbewust, Egter weet ik wel dat de hier van Bozel als hij hij weder in het pakhuijs bij het vleesch quam seijde de heer Ienff seijt ook dat er geen pekelo p dat afge„ keurde vleesch f. Spek be„ hoeft gedaen te werden waer N o. 6. ƒ 2041 waer op ik zeij„ de dat het op het geene dat de heere aangestoken oordeelen behoorde ge„ „daen te wer„ den om dat tusschen verdorven en aangesto„ ken nog groot onderscheijd is

NL-HaNA_1.04.02_3148_0446 view scan ↗

English

is, in my opinion, but he, van Basel, said: it will all have to be thrown away anyway. It is certain that several barrels were found without brine. 16. Whether he, the cooper, and the committee members on that occasion also found, and also showed to the undersigned, several barrels of meat and pork, wholly dry and without brine, others without year numbers and marks, or stolen from them, and yet others entirely without hoops, so that the same could not be moved from their place; and which the cooper attributed to those barrels having lain in the warehouse for many years, and during the rainy season continually half under water, and that the hoops were thereby rusted and decayed, or whether the year numbers and marks could not be seen on them; this cannot be attributed so much to the age of the barrels as well as to the fact that they are branded into the belly of the barrel, and by rolling tend to wear away, so that on many barrels that are newly delivered one cannot see what work has been branded onto them. Whether the undersigned did not ask what the dispensers said about those barrels, and whether they had sprung off during the inventory and the examination of the meat. At the inventory on the last day of February anno 1754 Mr. Boonen was present, but not daily at the examination of the meat and pork. 17. 18. He, the cooper, and the committee members did not answer to this; that the second dispenser, Boonen, was present daily, but the first dispenser, Elin, not at all, and that he also practically never came to that outer warehouse. I remember well that Mr. Senff said: I believe the administrators do not come here much; and Mr. van Basel, looking at me with a smile, said: 19. Yes, Mr. Boonen still comes here, but Elin does not care much about it; however, I am not aware of having ever expressed myself about that in any way. Whether the meat or pork that the committee members approved was immediately filled up again with brine insofar as the old had run off, or whether the committee members, having properly refilled with brine the meat and pork that they deemed good, simply stacked the condemned barrels together without refilling the barrels, until the examination was completely finished; and then the committee members, having separated the barrels that they condemned as spoiled from those deemed sound, stored them in a separate warehouse, locked the same, and brought the keys into the safekeeping of the undersigned. 20. The keys then remained for some time attached to the bunch with the others, but who later took them off is unknown to me. Whether the committee members made a report of the aforementioned to the first dispenser, Elin, and whether he, having inquired what their and my sentiment was, said that he was also of the opinion that it would only be an unnecessary expense to re-brine the spoiled meat and pork. What kind of report the committee members made to the first dispenser, Elin, I do not know, and I was not present there. 21. After the examination was done, whether the said Elin ever ordered the cooper to re-brine the spoiled barrels that the committee members had placed in a separate warehouse, or even to refill with the drained brine upon opening, or to put brine on that opened meat and pork. After the examination was done, no order or instruction was given regarding this, and neither was there an order to request the keys from Mr. Senff for that purpose; however, Elin did say to me during the time when the committee members were busy with the examination... 22. Whether the cooper ever asked the undersigned for the keys for that purpose, or spoke to the committee members about it. After the examination I was not charged or ordered to request the keys to those warehouses from Mr. Senff; neither did I speak with the committee members about it again after the examination was completed. 23. And whether he is ready to confirm his given answers under oath. Demands hereupon a categorical and satisfactory answer, and relate to me your experienced account in writing. Batavia, the 29th November anno 1750. Was signed: C: L:r Senff. On this day, the 14th December seventeen hundred fifty-eight, I, Steeven Lieve Garrisson, public notary admitted by the Noble High Government of the Dutch Indies, residing within the city of Batavia, present the witnesses to be named below, held the foregoing insinuation before the insinuated named in the header of this document, on the occasion of his appearance at my office, article by article, and received from him such answers thereto as can be seen in the margin of each article. Thus insinuated and answered in the presence of Moses Simon Abrahaamszoon and Pieter Matthijs Jansz, clerk, as witnesses. The original minute of this is duly signed and written on a stamp of 12 stuivers. Which I attest, JSarisson, Notary. Today, the 20th February 1759, appeared before the undersigned gentlemen commissioners from the Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia...

Dutch transcription

is, na mij ge„ dagte maar hij van Ba„ sel zeijde het zal tog alle„ mael moete„ weg gegooijt werde het is zeker of met hij kuij„ per ende ge„ dat er ver„ committeer„ heijde „ vaten zonder dens bij die gelegentheijd pikel zijn bevonden ook 16 205 N. o 6. 205 vaten in het water leggen, maar het pakhuijs van boven ook gants leck was, dat het bevonden als ook ook aan den Eenige daar de„ onder getee„ hoepels afgeroest kenden heb„ waeren vermits ben getoond „ in de regentijd verscheij„ niet alleen dens vac„ de onderste ten met Iaar getal vliesch f merk niet en spek, in te kennen was, het geheel kan zo zeer droog en aan den ou„ sonder pee„ derd om der kel ande„ vaten niet re sonder verte of toe geschree„ Jaar getal ven werden ende merken als wel daar uijt gesteelen aan datse in debuijk van het en weder vat werden andere genoeg„ gebront, en saem sonder door het vol„hoepels, soda„ „len komt uijt nig dat de sel„ te slijten, soo ve niet van de danig men aan plaats ver„ veele vaten, die werkt kon„ nieuw aangebragt den werden zijn niet kan en het welk sien, wat werk hij Kuijper daer dat 6 206 N o. 6 dat er op gebrant is aantoeschreef dat die waeten veel Iaeren in het pak„ huijs, en in den reegen tijd, telkens halff onder water gele„ gen hadden, in dat de hoepels daar door ver„ roest en verte bij den op neem onder off de onderge„ ult:o februarij a=o ƒ tekende net 1754. is de heer Boo„ gevraagt nen presentie ge„ heeft, wat meest, dog met da„ de dispen„ gelijx bij het Exa„ siers van mineeren van 't die vaten vleesch en spek zegdenen off die bij den opneem en het Examineeren van het vleesch 17. afgesprongen waren 207 No 6. 18 — het staat mijn hij Ruij„ f wel voor de heer perjende ge„ - Serff gezegt heeft, Commit„ teerdens doer ik geloof met gel dat de admi„ op niet g'ant„ 6 nistrateurs hier woord heb„ veel komen, en ben, dat de de heer van tweede dis„ Bazel mijn pensier Boo„ toen grimlaggende nen dagelijx aansiende, zeijde present was, en spek niet present waeren Ja en en 19. Ia de heer Boo„ maar de Der„ nen komt nog ste Elin in wel hier, dog het geheel - Elin stoort niet en dat er hem net die ook in veel aan, dog dat buijten pak„ ik weet met huys genoegsaem mij selve Denig sa am nooijt „sints daer quam over geuijt te hebben/ of spek dat get het vliesch off met de ommit„ dat teerdens 8. 208 No. 6. de gecom„ „teerdens het mitteerdens vleesch goed keurde en Spek dat is ten Eersten zij goed oor„ weder met deelden, behoor„ pekel vol„lijk weder van gemaekt voor peckel voor„ 1 zoo veros sien, dog het de oude afge„ bedurvene lopen was het sonder de afgekeurde vaten op te zoo maar bij vullen soo malkanderen maar in der 1 neer gelegt een aparte tot pakhuijs „ pakhuijs ge„ Examineeren burg en het in het geheel zelve toege„ gedaen was sloten en„ en toen heb„ de sleutels bende gecom„ bij den on„ mitteerdensde der geteken„ vaet en die „de in bewae„ se voor be ring gebragt durven heb, hebb er ben afgekeurt van die die voor aange„ stocken ge„ tot dat het oordeelt 209 N o 6. 20. oordeelt wier„ den van den onder afge„ sonderd de sleutels sijn toen nog „tijd aan de bos bij de eenige „ andere gebleven dog wiese nader„ hand daervan afgedaen heeft is mijn onbekend off wat voor berigt met de vert t de gecommitteerdens Commit„ gen aan de Eerste teerdens dispencier Elin van het voo„ hebben gedaen, renst aende weet ik niet aan den Eer„ en bendoer sten dispen ook niet bij Lier Elin „ geweest, „berigt heb„ ben gedaen en of die niet nage„ 2 vraagt te hebben wat haer en mij vert 40 N„o 6. Sentiment was; gesegt heeft, dat hij ook van gevoelen was, dat het maer onnodige kos„ „ten zouden zijn, het be„ durven vleesch en speck te verpekelen 21. na het Examineeren of gedagte gedaen t gedaan was, is Elin hem Kuij„ daar geene perooijt ge„ order of b„last gehad lasting over heeft de be„ gedoen, en durvene va„ ook niet ten die de belast, de gecom„ sleutels mitteerdens van de heer in een apart Senff daer pakhuijs toe te ver„ gelegt had„ soeken waer den, te ver„ Elin heeft wel peekelen tegen mijn gesigt of selfs maer „ in 211. N:o 6 in die tijd toen maar de af„ de gecom„geloopene mitteerdens peekel bij doende was het openen „en met het weder op Examineeren te vullen doet op dat aangestoken vleesch en spek weder pikel 22. fde Kuij„ ff Na 't Examinee„ off ren is aan mij per ooijt de met belast sleutels of ten of geordonneert ten dien Eijnde om de fleutels van den on„ van die pakhuijsen der 9 st„ van de heer Serff kenden ge„ te versoeken met vraagt dan de gecommitteerdens wel niet heb ik nagedae„ de gecom„ „ne Examinatie mitteerdens ook daer niet daar over weder overge„ gesproken heeft sproken 23 In of hij be„ reijd is zijn Ide gegeven 212 A„o 6/ ge gevene ont„ woorden met Eede te Ee bevestigen Vo Vordert hier o o.p Cathegorisch en Satisfactoir antwoord en re„ lateerd mijn uE wedervaaren re„ laas in schriptis Batavia Den 29:' novemb:r Ao 1750. /was getekend / C: L:r Sen op de Op Huijden Den 14: December See„ venthien honderd agt en vijfftigh heb ik Steeven Lieve Garrisson, notaris publicq bij d'Edele hooge regeerin„ ge van nederlands india g'admitteerd, binnen de stad batavia resideerende, pre„ sent de natemel„ den getuijgen, de 1 voorenstaende . „ 213 N.o 6. voorenstaande In„ sinuatie aan den ge„ insinueerde in ca„ pite deeses genoemd, ter cagie van der selver Com„ paritie t en mijnen Comptoire, arti„ ƒ culatim voorge„ houden, en van hem daar op zoda„ nige antwoorden be„ komen als te zien zijn in margine van ijder 1 ƒ: S ijder articul aldus g'Iisinueerd en b'antwoord ten bij wee„ sen van Moses Simon Abraa„ hamszoon en Pieter Matthijs Iansz: Clercq: als getuijgen d' minute deses is: behoor„ „lijk geteekend en gesz: op een Zegul van 12: stuijvers quod Attestor JSarisson Nots: heeden den 20: februarij 1759. Com pareerde voor de ondergetekende heeren commissarissen uijt den Aglb Raad van Justitse des Casteels Batavia vngeland

NL-HaNA_1.04.02_3148_0465 view scan ↗

English

214 No. 6. the served party mentioned in the foregoing instrument, who, having attentively heard its contents and the answers he gave thereto, continued to persist therein without alteration, and thereupon solemnly confirmed the testimony he gave, in the Reformed manner, by raising the first two fingers of his right hand and pronouncing the words: So help me God Almighty. Van der Poel Witnessed by us W: V: Htaeraas Feriet Hd. Cleecq To 11 Notice Serving party Mr. Christiaan Lodewijk Senff Served party Hermanus Van der Poel N 3 No. 6. Kretschmar Today, 3 February 1759. Appeared before me, Johannes van den Broek, sworn clerk at the political secretariat here, in the presence of the after-named witnesses, the junior merchant and overseer of the iron magazine, the Honorable Jacob Gerrard Overbeek, who, at the request of the Honorable Mr. Godfried Kretschmar, senior merchant and chief administrator of the government of Ceylon, holding authorization and power of attorney from the Honorable Mr. Christiaan Lodewijk Senff, first senior merchant of the castle at Batavia, acknowledged and declared it to be true and truthful that he, the deponent, to the best of his memory in the year 1754, the exact time having escaped him, was commissioned by the aforementioned Honorable Mr. Senff, together with the junior merchant Mr. Johannes Pinket, to repair to the warehouse located within the said castle opposite the Company's small shop and there to inspect some barrels of meat from the fatherland; that the deponent, together with the said Honorable Pinket, performed this and made an oral report thereof to the aforementioned Honorable Mr. Senff, and his Honor ordered them to have the aforesaid meat supplied with fresh brine; that upon receiving N No. 7. 215 this order, they immediately gave notice thereof to the then first administrator in the provision magazine, Joan Simeon Elin, concerning which the deponent testifies that he would not agree to it, but gave orders to put the old brine back on it, whereof the deponent declares that a proper report was likewise made to the Honorable Mr. Senff repeatedly. The deponent further declares that he cannot say with complete certainty whether they received the aforesaid order in writing or orally, but does know that they made the report orally as stated above. The deponent herewith concludes his delivered declaration, which he testified contains the pure and sincere truth, giving as reason for his knowledge as in the text, remaining moreover prepared to confirm what has been deposed, if necessary, further by oath. Double exemplifications hereof having been issued. Thus done and executed in the Castle of Colombo in the presence of Juriaan Christoffel Blume and Joan Pieter Simon Cadens Kij, clerks, as 216 witnesses, who signed the minute hereof (which is written on a twelve-stuivers stamp) together with the Honorable deponent and me, sworn clerk. Which testifies, P: van den Broek Sworn Clerk 6 Today, 5 February in the year 1759, Appeared before the Honorable commissioned members from the Honorable Court of Justice of this Castle, named below, the deponent mentioned in the foregoing declaration, which, having been properly and clearly read to his Honor again, he continued to persist therein unalterably, without desiring any the least alteration, further confirming the same in the Reformed manner (being an adherent of that religion) by oath, while pronouncing these words: So help me God Almighty. Thus done, re-examined, No. 7. persisted, No. 7. persisted, and sworn in the Castle of Colombo in the ordinary Council Chamber of Justice, the day, month, and year aforesaid, in the presence of the Honorable Joan Volkert Franchimont and Johannes Bartholomeus Pijken, members. Gl elinkerk B: Tijken. To my knowledge, D: Van der voort, Secretary present Jaan Ermont 23 No. 8 No. 2380. Notary Messrs. Lieve Garrisson, properly assisted, and requested hereto; please, in the name and on behalf of the undersigned Christiaan Lodewijk Senff, first senior merchant at this Castle, transport yourself and appear at the house Turn over The article is fully acknowledged. with and before the person of the Honorable Johannes Vinket, junior merchant in the service of the Honorable Company, and member of the Honorable Board of Estate Masters of this city, and put to his Honor by way of notice the following questions: Article 1. Article 1. Whether he, the served party, was not, The contents of this and together with the junior merchant Jacob Gerard Overbeek, by written order of 18 December 1753, commissioned to examine certain two hundred barrels of meat in the provision magazine. No. 8. 2 Turn over To Article 2. To Article 2, this serves: that the served party acknowledges having been to Mr. Senff several times at the time they were busy examining the meat brought by the ships Harlem and Noord-Nieuwland, and also to have shown his Honor both raw and cooked samples thereof, and for the rest the served party refers to his report submitted in that regard. Whether he and said Overbeek did not often show raw and cooked samples of that meat to the undersigned (at that time second senior merchant of this Castle), and orally 2. 219 No. 8. state orally that of that consignment several barrels were indeed completely rotten and spoiled, but most were still reasonably good and to be preserved from further spoilage Turn over if the same were re-brined with the required ingredients. 3. To Article 3. That all (though according to recollection) most all the barrels were opened successively and also re-brined. Whether or not the undersigned ordered them thereupon to carry out that re-brining properly then. Turn over

Dutch transcription

214 No 6. den geinsinueerde in de vorenstaande acte gemeld, denwelken op dies inhoude en zyn daar op gegevene responsiven aandagtelyk gehoord zijnde, bleef daar bij sonder verandering persisteren, en heeft daarop zyn gegevene getuijgenis, op der gerefor¬ meerde wijse, met het opsteken der twee voorste vingeren zyns regter handsen het uitspreken der woorden so waarlyk helpe mij god Almagtig solemneelijk gestand gedaan Van der Poel Toirconde door ons W=m :V: Htaeraas ƒ Feriet Hd. Cleecq Aen 11 Insinuatie insinuant de heer Christiaan Lodewijk Senff g'insinueerde F Hermanus Van der Poel N 3 No 6. Kretschmar Heden den 3. Februarij 1759. Compareerde voor mij Johannes van den Broek gesw: clercq ter secretarije van politie alhier present de naargenoemde getuijgen„ den onderkoopman en opsiender van 't ijzer maguasijn DE: Jacob Gerrard overbeek, dewelke ter requisitie van den E: heer Godfried kretschmar opperkoopman en hoofdadministrateur des Ceijlonsen gouvernements als last en procuratie hebben, „de van den E: heer Christiaan Lodewijk serff eerste opperkoopman van het casteel te batavia, bekende en verklaarde waar ende waaragtig teweesen dat hij attestant na sijn beste geheugen in den Jare 1754. de juijste tijd hem ontschoten zijnde, door den gew: E: heer serff gecommit„ „teerd geworden is, om nev:s den onder„ „koopman d: Johannes Pinket hun te vervoegen in't pakhuijs staande binnen het gem: casteel tegen over 'sComp:s kleene winkel en aldaar tevisiteeren, eenige vaten met vaderlandsche vleesch, dat den attestant uw=s gem: E: Pinket sulx verrigt en daarvan aan den E: heer serff voorm: mondeling rapport gedaan hebbende, sijn Ed: hun gelast heeft om het voorsz: vleesch met versche yckel te doen voorzien, dat zij op het bekomen van N No 7. 7215 van dese ordre daarvan onmiddelijk aan den doenmaligen eerste administrateur in't provisie maguasijn Joan Simeon Elin kennisse gegeven hebben, daat welke den attestant betuijgt dat daar toe niet heeft willen treeden, maar last gegeven heeft om de oude pekel daar weder opte doen, waarvan den attestant verklaard almeede aan den E: heer serff meerm: behoorlijk rapport te sijn gedaan Nog verklaard den attestant met geen volkomen zekerheid te kunnen zeggen of zij de voorsz: ordre schrifftelijk af mondeling ontfangen, maar wel teweeten dat sij 't rapport invoegen als boven bij monde gedaan hebben Eindigende den attestant hiermeede zijne verleende verklaaring, dewelke hij betuijgde de suijvere en opregte waarheid te behelsen gevende voor reeden van wetenschap als in den tex t oversukx bereid blijvende het gedeposeerde des noods nader niet eede gestant tedoen zijnde hiervan afgegeven dubbelde grossen Aldus gedaan ende Gepasseert in het Casteel Colombo ter presentie van Juriaan Chris„ „toffel Blume en Joan Pie ter Simon Cadens Kij clercquen als 216 als getuijgen die de minute deses /: het welk op een segel van Twaalff stvers gesz: is:/ nev=s den E: attestant en mij gesw: Clercq hebben onderteekend 'T welk getuijgt P: van den broek G:Clercq 6 Heeden den 5e: Februarij Ao 1759, Compareerde voor dE:s ondertenoemene gecommitteerde Leeden uijt den Agtbaren Raad van Justitie deses Casteels den Attestant, genoemt bij de vorenstaande verklaring, dewelke zijn E weder wel en duijdelijk voorgehouden zijnde, bleef denselven daar bij onveranderlijk per„ sisteeren, sonder eenige de minste al„ teratie te begeeren, bevestigende deselve voorts op de gereformeerde wijse, (als die religie toegedaan zijnde / met Eede onder het uijtspreeken deeser woorden zoo waarlijk heepe mij God Al„ magtig Aldus gedaan, Gerecolleert, ge„ No. 7. parsist. ten No. 7. persisteerten b'eedigt in het Casteel Colombo ter ordinaire Raadkamer van Justitie, dag, maand en jare voorsz ter presentie van dE: Joan volkert Franchimont en Johannes Bartholomeus Pijken, Leeden Gl elinkerk B: Tijken. in kennisse van mij D: Van der voort Sorcr:r ont pr Jaan Ermont 23 No: 8 No. 2380. Notaris Heeren Lieve Garrisson, Behoor„ „lijk g'adsisteerd, en hier toe verzocht; gelieve : uijt naeme ende van wegen den ondergete„ „kende Christiaan Lodewijk Irnff, Eerste opperkoopman ten dezen Casteele zig te transporteeren en Laten vinden, ten huijze Danisant verte s „ Articúl, word volkomen geadvoueerd. bij en aan den perzoon van Den E: Johannes Vinket, onder koopman ten dienste der E: Com„ pagnie, en Lid van het Eerwaarde Collegie van heeren boedel mees¬ teren dezer steede, en aan zijn E: insinuando modo te doen, de vol¬ gende vragen artic:l 1. articl 1. of hij g'insinu„ „eerde niet met De Inhoud van deese en en benevens den onder koopman Jacob Gerard overbeek, bij schriftelijke ordonnantie van den 18. december 1753, gecommit„ teerd is geweest, zekere twee honderd vaten vleesch in't provisie maga„ zijn te Examineeren No. 8. 2 verte „ et op artic„l 2. Op articul 2. zoo diend of hij, en ge¬ dat den geinsinueerde be„ kennd, diverse maalen bij melte overbeek de Heer Senff geweest te zijn, ten tijde dat met 't niet dikwils examineeren van 't Vleesch per de scheepen Harlem en aan den onder„ Noord-Nieuwland aangebragt, bezig waren ook aan zijn Ede getekende /toen le daarvan, soo rauwe als ge„ Kookte monsters vertoont te ter tijd. twee„ hebben, en ovrigens gedraagd zig den geinsinueerde aan zijn den opperkoop„ dientwegen overgegeven rap„ port. man deeses 5 Casteels / rau we en gekookte monsters van dat vleesch vertoond, en mondeling 2. 219 No. 8. mondeling ge„ „zegd hebben, dat van die par„ „thij wel al verscheijdene vaten in't verrot geheel en bedurven dog de moes¬ nog rede„ „ten lijk goed en voor verder bederf te pre„ „serveeren waren overte en „ p„ indien deselve met de ver„ eijschte en gredien ten ver¬ peekeld wierden 3. Op articl 3. Dat alle (:dog volgens recolle of niet d' onder ment:/ meert alle de Vater suc„ cessive geopend en ook verpee= getekende hem¬ „kelt zijn. daer op heeft gelast gehad, die verpeekeling dan naar behoo¬ ren te volbren„ gen verte

NL-HaNA_1.04.02_3148_0477 view scan ↗

English

No. 8. To Article 4. The person served declares that he does not know that he was called upon by the Honorable Mr. Insinuant in the month of October, much less that he received an order from His Honor for any pickling, as by that time that commission had already long since expired. Whether or not the undersigned, after his recovery from a long-lasting illness, around the month of October 1754, had the person served summoned to him and asked him: To Article 5. Whether he, the undersigned, had not ordered him, the person served, to pickle the aforementioned meat! The person served declared that he never thought to give the Lord Insinuant such an answer, nor had he ever been in a position to do so according to his conscience, because he must state entirely to the contrary that the casks (according to the review) were almost all properly provided with new pickle. And whether he, the person served, did not answer him that he had indeed received that order and had also made it known to the then Merchant and First Dispenser, but that the latter had refused to pickle the meat, adding further that this was the pure truth and that he would at all times give a written statement of this and confirm the same with an oath. To Article 6. The person served refers to his response just given. Whether the undersigned did not reply to this that such was not necessary now, but that he, the person served, should only remember what was said, in order to be able to bear witness concerning it in due course if required. To Article 7. The person served refers to what was said before. Whether this did not occur in the front gallery of the dwelling house in the Castle, which the undersigned inhabited at that time. To Article 8. He refers once again to his responses already given, being able to strengthen the truth of the above with an oath. Whether he can confirm the truth of the above with an oath. To Article 9. The person served answers: no, for he can solemnly declare under oath that he did not give the answer mentioned under Article 5 to the undersigned, whether in those same or in other words, yet in that exact same meaning, namely to indicate that notwithstanding the order obtained, Elin nevertheless did not want to pickle the meat; and in case he, the person served, accepts taking this oath mentioned under Article 9, to ask him further: To Article 10. With no other purpose, but in expectation that the pickling done would be successful. With what purpose he and the aforementioned Overbeek, in their written report dated 11 March 1754, among other things, noted down that in their opinion the meat could be preserved from spoiling by pickling with the required ingredients of coriander seed and pepper. To Article 11. He does not know that he received any answer from anyone on that occasion. What answer they received to this upon the submission of that report, both from the then Director General Mossel and from the undersigned. This response to the interrogatories of the Insinuant mentioned at the head of this document to the person served, made by the Notary Steeven Lieve Garrison within the city of Batavia, under date 19 October Anno 1758, was copied from the authenticated original, collated, and found to agree in all parts. Witnessed by me, A. E. Kroon Sworn First Clerk He demands a categorical and satisfactory answer to this and report to me in writing what you experienced. Batavia, 13 October Anno 1758. Was signed: C. L. Senff. On the date as above, I, Steeven Lieve Garrisson, notary public admitted by the Honorable High Government of the Netherlands Indies, residing within the city of Batavia, duly assisted by Johannes Ezechiel Felix and Johan Wilhelm Siebeek, my clerks, as witnesses, proceeded and went to the Tijgersgracht within this city, to the house and to the person of the served party named at the head of this document, to whom I, the notary, having read the foregoing notice, he answered me: I request a copy at the expense of the Lord Insinuant. Which I, the notary, on the order of the Lord Insinuant, granted to the served party, provided that he answer it within three times twenty-four hours, which he declared to accept. I report this to be what I experienced. The original minute of this is duly signed and written on a 12-stuiver stamp. Witnessed by me, S. L. Garrison, Notary. Today, 20 February 1759, appeared before the undersigned Commissioner Lords of the Honorable Court of Justice of the Castle of Batavia the person served mentioned in the foregoing document, who, having been attentively heard regarding its contents and his written answers given thereto on the date of 19 October 1758, persisted therein with the following alteration, and now says on Article 3 and so on for the most part, and thereupon solemnly upheld his given testimony and made alteration in the Reformed manner by raising the two front fingers of his right hand and pronouncing the words: So help me God Almighty. Done by us: J. Fenel P. D. V. Hemert Witnessed by: P. de G. Clercq Insinuant: Mr. Christiaan Lodewijk Senff To the served party: The Honorable Johannes Linket Notice No. 8.

Dutch transcription

4. N„o. 8. Op art„l 4. betuijgd den geinsinueerde of niet d'onder¬ niet te weeten in de maand october, bij der E. Heer Irsiru, getekende na ant geroepen te zijn, veel min„ der van zijn Edele ordre ont zijne herstel„ „fangen te hebben van eenige verpeekeling, zijnde ook doer ling uijt Eene ter tijd die Commissie reeds Lang-durige afgelopen geweest. ziekte, omtrend de maand october 1754./ hem g' insinu¬ eerde bij zig heeft laten ontbieden, en hem afgevraagd of 2 Ad articl 5. of hij onder„ getekende hem g'insinu¬ „eerde niet gelast hadde, het voormelte vleesch te ver„ piekelen! Verklaarde den geinsinueerde En of hij g'in¬ nooit te hebben gedagt, den Heer insinuant diergelijker antword„ sinueerde daer te geven, ook nooijt in staat te zijn geweest, om zulks naar hen op niet tot moede te kunnen doen, dewijl hij gantsch contrarie verklaaren antwoord heeft moet, dat de Vater (:volgens recollement :/ meest alle, behoorlijk met nieuwe peekel zijn voorsien gegeven, dat hij geworden. verte 5. 221: N:o 8. die ordre wel ontfangen, en dezelve ook den toenma„ ligen Koopman en Eerste dis„ „pensier bekend gemaekt hadden maer dat die gewijgerd hadde het vleesch te verpee„ kelen met verdere bij voeging voeging, dat dit de Zuijvere waarheid was, en dat hij hier van ten allen tijden Eene schrif telijke ver„ klaring geeven en dezelve met Eede bevestigen zoude Op Articl 6. Gedraagd zig den deirsiru- of d' onderge„ eerde overte 6. 322 No. 8. „eerde aan zijne zoo ever verleen, te kende daer de responsie. op niet ge„ repliceerd heeft, dat zulx nu niet nodig was, dog dat zij g'insinueerde gezegde zijn maer onthou„ den moeste, om in der tijd des vereijscht werdende dier wegens ƒ„ ver Op Arc„l 7. den geinsinueerde gedraagt of dit niet zig als vooren. voorgevallen is inde voor galderije van't woonhuijs in't Casteel, dat d'ondergete¬ kende toen ter tijd be¬ woonde. 7. wegens getuij¬ genis te kun¬ nen draagen vere No 8 Op Art„l 8. 8. op Art: 9. zij alweder, aan zijne reeds verleen„ Antwoord der geinsinueerde zoo Za of hij zijne voorenstaande responsieren met Ede te kunren sterken de waar„ heijd van het voorenstaande met Eede kan bevestigen =de resporsiver neen hij dan of wel niet solemneelen Eede ter con„ trarie kan Den Geinsinueerde gedraagt zoo verklaren „ n„ in n 't dat verklaaren dat hij het antwoord onder art o 5 vermeld, aanden onder„ getekende niet gegeven heeft het zij indie selfde dan wel in andere be„ woordingen egter indien eijgensten Zin, om namentlijk verte No. 8 224 „ aan te duijden dat niet tegenstaande d'Erlangde ordre Elin Egter het vleesch niet heeft willen verpeekelen, En bij aldien hij g'insinu¬ eerde aan neemd, desen Eed onder art:l 9 vermeld te pres¬ „ teeren 10. Met geen oogmerk, maar in ver„ met wat wagting, dat de gedaane ver= „peekeling van succes zoude oogmerk hij zijn. en voornoemde overbeek, dan bij hun schrif„ telijk rapport subdato 11: maart 1754. , onder an„ deren hebben needer ge„ ter Op Art. 10. „teeren, hem wijders afte vragen verte No 25 No. 82 steld dat het vleesch na gedagten door verpeekeling met de ver„ eijschte in„ gredienten coli, van „ander Zaat en peper, voor het bederf zoude kon¬ nen gepreser„ reerd werden, overre de aart Op art„l I1. niet te weeten Eenig antwoord wat antwoord bij die gelegent„ van imand te hebben ontfangen. zij hier op bij overgaave van Dit responsum op de inter dat rapport oogatoria van der in Capite deeses gemelde Insinuant aan der geinsinueerden, door den No erlangd hebben, „taris Steever Lieve Garrison zoowel van gedaan, binnen de stad batavia Esub dato 19 October A:o 1758, den toenma„ is naa het gefidemeerte Gross gecopieert, gecollationeerd en in ligen heere allen deelen accordeerende bevorden ae quod attestor A. E. Kroon directeur Wr E. g. Clert generaal van Gollenesse &: M: als van den ondergetekende 11. vorderd No. 8 226 vorderd hier op Cathegorisch en Satisfactoir antwoord en rela¬ teerd mij uE: weder¬ vaaren inscriptis, Batavia den 13=' october Anno 1758 /:was getekend C: L: Senffr op Dato als boven, Heb ik Hteeren Lieve Garrisson, notaris publijcq, bij d'Edele hooge rregeringe verre van nederlands india g'admitteerd) binnen de stad Batavia resi„ deerende, behoorlijk g'adsisteerd met Johan¬ „nes Ezechiel Felix en Johan Wilhelm Siebeek mijne clercquen als getuijgen, mij getrans¬ „porteerd en gevonden op de tijgersgragt bin¬ men deese stad, ten huijs en bij de persoon van den g'insinueerde in Capite No. 8 27 capite deeses genoemd, aan wien ik notaris, de voorenstaande insi¬ „nuatie voorgeleesen hebbende, zo heeft deselve mij ten ant„ woord gedient, ik ver„ „soeke Copia ten costen van de heer insinuant, twelk ik notaris op ordre van de heer insinuant aan de g'insinueerde verleend hebbe mits oper an Thij daar op kome 't ant¬ woorden binnen drie maa¬ len vier en twintig uuren t' geen hij ver„ klaard heeft aanteneemen Relateere dit te weeten mijn wedervaren De minute deses is behoor¬ „lijk getekend en geschre„ „ven op Een Zegel van 12 pr=to quod Attestor D Javrs Con Nots. Op heeden den 20. februarij 1759 Com„ pareerde voor de ondergetekende heeren Commissarissen uijt den Agtbare Raad van Justitie des Casteels Batavia den geinsinueerde in de vorenstaande No 8. 228 acte gemeld, denwelke op dies inhoude en zijn daar op in dato 19 october 1758 gegevene schrif „telyke antwoorden aandagtelyk gehoord zijnde, bleef daar bij met de volgende atte¬ pdo ratie persisteren, en zegt nu op art: 3: en C. voor het meeste gedeelte, en heeft daar op zyn gegevene getuygenis en gemaakte atteratte op der gereformeerde rijse met het opsteken der twee voorste vingeren zyns regterhands en het uijtspreken der woorden so waarlijk helpe mij god Almagtig, solm „neelyk gestand gedaan door ons T Fcnel PD :V: Heerelaus Toirconde Pd GClercq E - 8 G insinuant De heer Christiaan Ten Lodewijk g'insinueerde Den E: Johannes Linket. Insinuatie No. 8.

NL-HaNA_1.04.02_3148_0495 view scan ↗

English

229 No. 2420 f. 51. Alting Today, the 20th of October in the year 1758. I, Steven Sievegarrison, Notary Public admitted by the Noble High Government of the Netherlands Indies, residing within the city of Batavia, assisted by the witnesses to be named below, betook myself and proceeded to the Tijgersgracht, within this city, to the house and person of the Honorable Johannes Tinkel, Junior Merchant in the service of the Honorable Company, and Member of the Honorable Board of Orphan Masters of this city, from whom I, Notary, in the name and on behalf of Mr. Christiaan Lodewijk Senff, First Senior Merchant of this Castle, having demanded his answer to the insinuation made to him before me, Notary, on the 14th of this present month, in the name and on behalf of the said Mr. Senff, and of which he has obtained a copy upon his request, there was thereupon delivered to me by the said Honorable Tinkel a paper of the following content: Answers of the undersigned to the insinuation of the Honorable Mr. Christiaan Lodewijk Senff, First Senior Merchant of this Castle: The contents of Article 1 are fully acknowledged. To Article 2, it serves that the insinuated person admits to having been with Mr. Senff several times during the time he was engaged in examining meat brought by the ships Haarlem and Noord-Nieuwland, and also to having shown to his Honor samples thereof, both raw and cooked, and for the rest the insinuated person refers to his report submitted in that regard. To Article 3, that all the barrels were opened successively and also repickled. To Article 4, the insinuated person declares that he does not know that he was called to the Honorable insinuating gentleman in the month of October, much less that he received any order from his Honor for any repickling, the said commission having already been concluded at that time. To Article 5, the insinuated person declares that he never thought to give the insinuating gentleman such an answer, nor was he ever in a position to be able to do so in good conscience, since he must declare entirely to the contrary, that the barrels were properly provided with new brine. To Article 6, the insinuated person refers to his response just given. To Article 7, the insinuated person refers as before. To Article 8, the insinuated person answers that he can confirm his foregoing responses with an oath. To Article 9, the insinuated person refers again to his already given responses. To Article 10, with no other purpose than the expectation that the repickling that was performed would be successful. To Article 11, that he does not know of having received any answer from anyone on that occasion. Batavia, the 19th of October, Anno 1758. (Signed) J. Tinkel I report this to be my experience, and the same took place in the presence of Jonas Samuelsz. and Johan Wilhelm Siebeek, as witnesses called for this purpose. The original hereof is properly signed and written on a stamp of twelve stuivers. Quod attestor, Lodris For Mr. Christiaan Lodewijk Senff. No. 9. 234 No. 2517. Fockens f. 39 Duly assisted and requested for this purpose, please betake yourself and proceed in the name and on behalf of me, the undersigned Christiaan Lodewijk Senff, First Senior Merchant of this Castle, to the house and to the person of the Honorable Johannes Tinkel, Junior Merchant in the service of the Honorable Company and member of the Honorable Board of Orphan Masters of this city, and put to his Honor, by way of insinuation, the following questions: 1. What the insinuated person actually understands by repickling: whether the meat was taken entirely out of the barrels, washed off in salt water, and cleansed of the old foul-smelling brine, and returned into the barrels with fresh good brine; or rather, that the barrels were merely refilled and made full with new brine in place of the old, which had certainly partly run out upon opening the barrels. 2. Also, whether all the meat of the entire parcel that he and Overbeek were ordered to examine (without distinction) was repickled anew, both that which they deemed good and sound, as well as that which they found black and rotten. 3. When that repickling was accomplished; during... To Articles 1, 2, 3: The insinuated person says that with repickling he means to state that he saw the examined barrels with good meat, after the draining off of the old brine water, refilled and repickled again with new brine water, without taking the meat out of the barrels and washing it off with brine water; my written order received at that time being nothing other than to examine the two hundred barrels of salted meat that had been brought by the ships Haarlem and Noord-Nieuweland, to have several pieces cooked, tasted, and demonstrated by the insinuated person and the fellow-commissioner, Junior Merchant Jacob Gerard Overbeek, without having required more, or having received further verbal orders in that regard, and after that was dutifully accomplished to our small and best knowledge, we submitted a written report of this commission on the 11th of March, Anno 1754, and have since received no further orders concerning it.

Dutch transcription

229 N:o 2420 6.51. Alting Huuijden den 20 S Opc october anno 1758. Heb ik Steeven Sieve garrisson, notaris Publijcq bij de Edele hooge regee¬ ting van nederlands india geadmitteerd, binnen de Stad batavia residerende, d' on„ g'aasisteerd met der te noemen getuijgen, mij getransporteerd en gevonden op de tijgers gragt, binnen dese Stad, ten huijse en bij per soon van den Den E: Johannes Pin„ Het onderkoopman ten Tru 8 diemnste No. 8. Mi dienste de„ P: com„ pagnie, en Lid van Ehet Een waarde Col¬ Eligie van heeren boe¬ Edelmeester en de Zer steede, aan wien ME 2 nota„is, uijt na ame e n de va „ weegen Den Heer Christiaan Lodewijk Anff„r Ereste opperkoopman ten desen casteele afgevorderd hebbende desselfs antwoord op de in„ sinuatie aen hem & vooor mij notaris 8 e „ 4 e„ thiende Not e deser 180 No. 8.1 68 d e eCe „ j uijt 12 a a m2 ren de van weegen gemelde Heer de Seuff gedaan, en waar van den zelven of desselfs verzoek cop dia heeft Erlangd, zoo is mij daar op door den gemelde E: Sinket ter hand gesteld, Een papiee van de volgende Dinhoud, Antwoorden van den ondergetekende, Den E: Heer Christiaan 50 Lodewijk Senf dEerste opperkoopman Mi deses 1i deses casteels zijne insi¬ nuatie den inhoud van Een, word harticul volkomen geadvou¬ - „ d. op articul 2. so diend dat den geinsinu¬ ee„de bekent diverse malen bij De Heer Serff geweest te zijn ten tijde dat met Examineeren van „ vleesch per de Sche„ pen Haarlem en noord¬ nieuwland aangebragt bezig wa„ en ook E N aan 231 No 8. Nnmmn aan zijn Edele daar hea„ Soo cauwe als gekookte mon¬ sters verthoont te hebben, en overigens gedraagd zig den geinsinueerde aan zijn & 1 int wegen over¬ 5 gegeven „ apport „ op articul 3. dat alle de vaten Suc¬ cessive geopend in ook Eveipekelt Lijn op articul 4. betuijgd den geinsinu¬ eende niet te weten in de maand octo ber: pn 8 bij Nymmn bij den E: heer in Si„ En i ant geroepen te zijn veel minder van 65 zijn Edele ordre ont¬ fangen te hebben van Eenige verpdeling, zijnde ook toen ten Eijx die commissie reeds afgelopen geweest op articul 5. overklaart den 9' in¬ sin u eerde nooijt te hebben gedagt, den heer insinuant dien¬ gelijken antwoord te geven ook nooijt in staat te sijn geweest Mn 282. No 8 Nin om Zulks naar Ge¬ moede te kunnen doen, dewijl hij garisch 3 contrarie verklaren moet, dat de vaten behoorlijk met nieuwe pekel zijn voorzien geworden op articul 6. gedraagd zig den ge112 sinueerde aan zijne So Even verleende responsive „ op articul 7. den geinsinueerde gedraagd Zig als d vooren N ½ o op articul 8. antwoord den gein¬ sinueerde sijne voren staande re Sponsiven Ni met Eede te kunnen 2 m Sterken op articul 9. 4 en geinsinueerde gedraagd zig alweder aan zijne reeds ver¬ leende responsiven op articul 10. met geen oogmerk, maer in verwagting dat de gedane veepe deling van Succes Soude Sijn No op No. 8: 83 Nmmn op articul 11. niet te weten Eenig antwoord bij die ge. legent„ van imand 2 te hebben ontfangen Batavia den 19: october 3 A=o 1758. /:was getekendt:/ J: Tinkel Reloteere dit te Lijn mijn weder vaaren, en geschiede 't Selve ten bij weesen van Jonas Samuelsz: en Johan Wilhelm Siebeek, der quen als getuijgen, 5 De minute de zes, behoorlijk (getekendt N in 8 en geschreeven op een Zegel van Twaalf Stuijvs, guns quod attestor Lodris NNV: 8 N. 8. No 8. voor Den Heer Christiaan Lodewijk Sri lilaas 13 — N„o 9, 234 N8: 2517. Fockens H 1 Leven Lien Vlssen 1 Ger ƒ 39 Behoorlijk gead„ tisteerd en hier toe verzogt, gelieve uijt naeme ende van wegen mij on„ dergetekende Chris„ tiaan Lodewijk Eerste opper Sen M Koopman Koopman deses Cas„ tiels, zig te transpor„ teeren en laten ov inden ten huijse bij en aan de persoon van den E Johan„ nel Dinket, onder Koopman ten dienste der E: Compagnie /en lid van het Eerwaar„ de Collegie van hee„ ren boedelmeeste„ ren deser steede,en aan zijn E: Insinuando m modo N. o 9. 235 gende vragen Op Articul 1. 2. 3. zegt den geinsinueerde dat wat de E: ge„ met het verpeekelen wil te verstaan geven, dat de geexa„ mineerde Vaten met goed Vleesch na het uijtloopen van de oude peekel water, weder met nieuwe Peekel, waater heb zien opvullen en verpeekelr, zonder het vleesch uijt de Vater te neemen, en met pe„ kel water afte waschen, luijden„ de ook doenmaals mijn ontfangen ne schriftlijke Ordonnantie off het vliesch niets anders dan om de twee honderd Vaten met gesouten Vleesch die per de scheepen Harlem er in 't geheel Noord-Nieuweland zijn aange¬ uijt de rea„ bragt, geweest, te examineeren diverse stukken te laten koker, van den geinsinueerde en den mee= de gecommitteerde geweest zijnde in zout wa proeven en verthonen, zonder „ ten g e nomen verstaat: peckelen door 't ver„ uygentlijk insinueerde 1. modoj te doen, de vol„ onder= ter me 2 „ Onder koop penn: Iacob Ge=„ter P =rard Overbeek, meer te heb- ben gerequireerd, of nadere monkel af gewas„ =delinge ordres dientwegen te hebben ontfanger, en naa dat Schen sen zulx naa ons geringe en beste kennisse pligt schuldig was t us van de volbragt, hebben wij op der 11=en Maart a:o 1754 van deese oude Stinken„ Commissie een schriftelijk rapport overgegeeven en t zee, &e Pekel dert geen naadere Ordres dier aangaande ontfangen. gezuijderd weeder met versche goede piekel in de vaten geligt is. dan wel de vaten Gem : 236 No. 9 Eenelijk we„ der opgevult en volge„ maakt zijn met nieuwe piekels in Steede van de oude die bij 't openen der vaten zeekerlijk voor Een gedeelte af„ gelopen was. ook al het f vleesch van de gantsche parthije die hij en over„ beek gelast geweest zijn te Examinee„ ren / sonder onderscheijd/ op 't nieuw weder ver„ peekeld is, Soo 2. 237 No. 923 soo wel het geen zij goed en verstrek daar geoor„ dield, als dat zij zwart en verrot bevonden hebben! 3. wanneer die verpeeke„ „ling volbragt is geduuren de

NL-HaNA_1.04.02_3148_0514 view scan ↗

English

examination and before the submission of the report of 11 March 1754, or indeed after that time; that it certainly will have been coopers; which of the servants from the provision warehouse pickled the meat. To Article 4. 238 No. 9. To Article 5. The administrators, the merchant the Honorable Jean Simeon Elin and the junior merchant the Honorable Anthonij Boonen, were often present by turns, both when the aforementioned barrels of meat still lay partly in the Honorable Company's provision warehouse and in a warehouse within the Castle, where the bungholes were opened and, by means of a pointed pine wooden stick, the foul smell of the same was detected, as well as afterwards, when the same had been transferred into the old arrack warehouse standing outside the Castle, and there the bottoms were opened, properly examined, and pickled. This response to the interrogatories of the insinuanter named at the head of this document, served upon the insinuate by the Notary Steven Lieve Garrisson within the City of Batavia under date 5 November 1758, having been copied from the legalized original, collated, and found to agree in all parts, which I attest. A. E. Kroon Clerk the then-serving dispensers Jan Simeon Elin and Anthonij Boonen were also present at that examination and pickling of the meat, and did they attend that execution? Demands hereupon a categorical and satisfactory answer and relate to me your experience in writing. Batavia, 5 November Anno 1758. /was signed/ C. L. Senff 239 No. 9. 239 On the date as above, I, Steven Lieve Garrisson, notary public admitted by the Noble High Government of the Netherlands Indies, residing within the city of Batavia, duly assisted by Moses Simon Abrahamszoon and Moses Jansz Davidszoon, my clerks, as witnesses, transported myself to and was present on the Tijgersgracht within this city, at the house, with, and in the person of the insinuate named at the head of this document, to whom I, notary, having read the foregoing notice, the same served me for answer: I request a copy from the lord insinuanter, which I, notary, by order of the lord insinuanter, have granted to the insinuate. Relating this to be my experience. The minute hereof is duly signed and written on a stamp of twelve stuijvers. Which I attest, S. L. Garrisson Notary No. 9. No. 9. Notice. Insinuanter: The Lord Christiaan Lodewijk Senff, and Insinuate: The Honorable Johannes Vinckest. 2412. No. 2608. No. 9. Alsing. On this day, 30 November 1758, there was sent to me, Steven Lieve Garrisson, notary public admitted by the Noble High Government of the Netherlands Indies, residing within the city of Batavia, in the presence of the witnesses to be named below, by the Honorable Johannes Vinckest, junior merchant in the service of the Honorable Company, and member of the Reverend Board of Orphan Masters of this city, the paper annexed to the minute hereof, reading as follows: Answers of the undersigned to the notice of the Honorable Lord Christiaan Lodewijk Senff, First Senior Merchant of this Castle. To Articles 1, 2, and 3. The insinuate says that by pickling he means to state that he saw the examined barrels of good meat, after the draining of the old pickle water, refilled with new pickle water and pickled, without taking the meat out of the barrels and washing it with pickle water; my written order received at that time also reading nothing other than to examine the two hundred barrels of salted meat that were brought by the ships Haarlem and Noord-Nieuwland, to have various pieces cooked, tasted, and displayed, without having required more of the insinuate and the former fellow commissioner, Junior Merchant Pennist Jacob Gerard Overbeek, or having received further verbal orders in that regard; and after such was dutifully accomplished according to our slight and best knowledge, we submitted a written report of this commission on 11 March anno 1754, and have since received no further orders concerning that matter. To Article 4. That it certainly will have been coopers. To Article 5. The administrators, the merchant the Honorable Jean Simeon Elin and the junior merchant the Honorable Anthonij Boonen, were often present by turns, both when the aforementioned barrels of meat still lay partly in the Honorable Company's provision warehouse and in a warehouse within the Castle, where the bungholes were opened and, by means of a pointed pine wooden stick, the foul smell of the same was detected, as well as afterwards, when the same were transferred into the old arrack warehouse standing outside the Castle, and there the bottoms were opened, properly examined, and pickled. Batavia, 30 November Anno 1758. /was signed/ J. Vinckest. Thus sent and copied in the presence of Moses Simon Abrahamszoon and Pieter Matthijs Jansz, clerks, as witnesses. The minute hereof is duly signed and written on a stamp of twelve stuijvers. Which I attest, S. L. Garrisson Notary No. 9. Report for the Lord Christiaan Lodewijk Senff. Action. Notary Steven Lieve Garrisson, duly assisted and requested for this purpose, please transport yourself in the name and on behalf of me, the undersigned Christiaan Lodewijk Senff, First Senior Merchant of this Castle, and present yourself at the house, with, and in the person of the Lord Abraham van Suchtelen, senior merchant and former Chief of Japan, as well as ruling Alderman of this City, and 19246 No. 2913 No. 10.

Dutch transcription

Exa de de minatie /en voor de over„ gave van 't rapport van den 11:' maert 1754:1 dan wel — na die tijd. dat het zeekerlijk Kuijpers wie van de zullen geweest zijn: bediendens uijt het pro„ visie maga„ zijn) het Adartic=h 4 pleesh 238 N o 9. Op Articul 5. De Administrateurs den Koop de toen„ man D. E. Jean Simeon Elin en den Ondercoopman D. E. An= maligs dis„ thonij boonen zijn dikwils beurt aan beurt present ge„ pensiers Je„ weest, zoo wel toer gementioo= „neerde Vaten met Vlees nog ge„ deelt lijk in s. E. compagnies provisie Maguazijn, en in Een pakhuijs binnen het Casteel, lager, alwaar dispousgater thonij Boonen, geopend, en door middel van Een puntige vuuren houte stokje, ook bij die Exa„ de viese reuk van het selve ontwaarde, als ook naaderhand, wanneer deselve, in het oude a„minatie En ver„ vaks pakhuijs buijten het Casteel staande, waaren overge-peekeling van bragt, en aldaar de bodems ge„ opend, behoorlijk geExamineert 't vleesch en verpekelt zijn. present zijn Dit responsum, op de interroga¬ Jan Simeon Elinj en An„ perkeld heeft. vlusch ver„ toria geweest van den in Capite deeses gemelde Insinuant aan den geinsinueerde door den Notaris Heeren Lieve Var¬ geweest en risson gedaan binnen de Stad Bdata Evia sub dato 5 Nov: 1758, is naa het gefidemeerte Gross, gecopi= „eert, gecollationeert, en in allen die verrig„ deelen Accordeerende bevonden ƒ. quod attestor tig bij gewoond A. E. Kroon C. 9u hebben! vorderd hier op Cathegorisch en Satisfac„ „toir antwoord en Relateerd mij uE wedervoo„ ren inschrip„ Batavia den 5: november „ Cr A„o 1758. /:mas geteend/ C: E: Senff „tis. op 239 N o. 9. 239 Op dato als Boven heb ik Steeven Live Garrisson notaris publicq bij de Ede„ le hooge regeeringe van nederlands in„ „dia g'admitteerd binnen de stad ba„ : „tavia resideerend, behoorlijk gead„ sisteerd met Mo„ Fib Simon Abra¬ hamszoon en Moses Iansz: Da vid vidszoon, mijne Clerc„ quen als getuijgen, mij getransporteerd en gevonden op de tijgersgragt bin„ nen deese stad ten huijse bij en aan persoon van de den geinsinueerde in capite deses genoemd aan wien ik notaris de voo„ renstaande Insi„ nuatie voor gelee„ zen N„o 9. 240 zen hebbende zoo heeft denzelven mij ten antwoord gedient/ 0„ ik verzoek.— Costen - piaten van den heer In„ sinuant 't welk Ik notaris op ordre van den heer o Insinuant aan den geinsinueer„ de verleend heb„ e b Relatieve dit te wesen mijn we„ dervaeren De minute deses is behoorlijk ge„ teekend en geschree„ ven op een zegul van twaalff stuij„ vers— quod Attestor op JBarisser H Nots: No 9. No. 9. Insinuatie insinuant Dehier Christiaan Lodewijk Se en g'insinueerde den E: Johannes Vinket 2412. No. 2608. N:o 9. Alsing Op Huijden Den 30=' November 1758. is mij Steeven Lieve Garrisson, notaris publijcq, bij d'Edele hooge regering van nederlands india g'admitteerd, binnen de stad Batavia resideerende, ter presentie van d'onder te noe„ „mene getuijgen, door Den E: Johannes Vinket, (onderkoopman ten dienste der E: Compagnie, en Lid van het Eerwaarde Collegie van heeren boedel„ verte meesteren deser steede, toegezonder het aan de minúte deses g'annex G„eerde papier Luijdende aldus Antwoorden van den ondergetekende op de insinuatie van Den E: Heer Christiaan Lodewijk senff Eerste opperkoop„ man deses casteels 3op Articul 1. 2. en 3 Segt den geinsinueerde dat met het verpekelen wil te verstaan geven, dat de geExamineerde vaten met goed No. 9. 242 goed vleesch na het uijt„ „lopen van de oude pe„ „kelwater,/ weder met nieuwe perkel water heb sien opvullen, en verpekelen / sonder het vleesch uijt de vaten tenemen en met pekel water af te waschen, Luij„ dende ook doenmaals mijn ontfangene schrif„ telijke ordonnantie niets anders dan om de twee honderd vaten verte 5 met gesoute vlees die per de schee¬ „pen haarlem en noortnieuw land zijn aangebragt, ge¬ weest, te Examineeren, diverse stucken te laten koken / proeven, en verthonen, sonder van den geinsinueerde en den meede gecommitteerde geweest zijnde onder„ koop penn: Jacob Gerard overbeek, meer te hebben gerequireerd, of nadere mon„ „delinge ordres dientweegen te hebben ontfange, en na dat sulx 9243 No. 924 sulx na ons geringe en beste kennisse pligt schuldig was vol„ bragt. / hebben wij op den 11:ste maart anno 1754 van deese commissie een schriftelijk rapport overgegeven en 't zedert geen nadere ordres dien aangaande ont„ fangen op Articul 4. dat het zekerlijk kuijpers zullen ge„ verte weert zijn op Articul 5. de administrateurs den koopman DE: Jean Simeon Elin en den onderkoop man DE: Anthonij Boonen zijn dick¬ „wils beurt aan beurt) present ge¬ „weest/ soo wel. thoen gementioneerde vaten met vlees nog gedeeltelijk in sE: Compagnies provisie 9 244 No 9 provisie maguazijn en in Een pakhuijs binnen het cas„ teel, Lagen, alwaar dispousgaten geo„ pend / en door mid. „del van Een pun„ tige vuren houte stockje, de viese renk van het selve ontwaarde als ook nader¬ hand / wanneer deselve inhet oude araks pack¬ verte thuijs buijten het Cas¬ teelstaande waren overgebragt en al¬ daar de bodems geo¬ „pend behoorlijk ge Examineert en verperkelt zijn/ Batavia Den 30ste November Anno 1758. /was ge¬ tekend Jb Pinket Aldus toegezonden en afgeschreven ten bij wesen van Moses Simon Abra¬ hanszoon No. 9, 245. hamszoon en Pieter Matthijs Jansz Clercquen als getuijgen De minute deses is behoorlijk gete„ kend en geschreven op Een zegel van twaalff stuijvers quod attestor Jhiaris Jon NW: a No: 9. No . Relaas voor De heer Christiaan Lodewijk Senf Altie Notaris l Staven Live Sgarrisson, behoorlijk g'adsisteerd en hier toe versogt gelieve uijt name ende van weg „gen mij ondergetekende Christi„ aan Lodewijk Jenss, her „ste opperkoopman dezes casteels zich te transporteeren en laten vinden ten huijse bij en aan de persoonen van De heer Abraham van Suchtelen, opperkoopman en oud opperhoofd van Iapan mitsgaders Regeerend schepen deezer Steede Bm 19246 No: 2913 N„o 10. v en

NL-HaNA_1.04.02_3148_0536 view scan ↗

English

and the Honorable Willem Bernard Aldinus, Merchant and second administrator of the Honorable Company's grain warehouse, and to serve upon him in an insinuating manner the following questions: 1 Whether they, together with the merchant Zeeman, the shipmasters Kugelaar and Fetting, and the junior merchant Bresijn, were not commissioned by written order of 11 June 1754 to examine more closely certain four hundred sixty-eight barrels of meat and pork that the commissioners for the inventory under the last day of February previously had reported as spoiled and broached? Answer of the First Insiduee: The insiduee answers Yes. 2 Whether these barrels were not shown to them lying separately in a locked warehouse outside the Castle? Answer of the First Insiduee: The insiduee answers Yes. 3 Who made this identification? Answer of the First Insiduee: The cooper or butler of the outside warehouse, as I recall. 4 Whether they did not fetch and receive the keys to that warehouse from the hands of the undersigned First Senior Merchant of this Castle? Answer of the First Insiduee: The insiduee answers Yes. 5 Whether the then administrators of the provision warehouse, Elin and Boonen, during the execution of their commission at the opening and examining of the barrels, were always present, or which of the two of them? Answer of the First Insiduee: Most of the time one of the two of them, but who it was has slipped my mind due to the length of time. 6 Whether they, with regard to the barrels judged by them to be fit for issue, cleaned them entirely of the old foul brine and pickled them anew, or whether they only had them topped up again with fresh brine in so far as the old had drained off upon opening? Answer of the First Insiduee: The barrels that were judged fit for issue were, with the foreknowledge of the senior merchants of this Castle, by the warehouse servants in our presence, until further order properly topped up with new brine only in so far as the old had run off upon opening; and that for the reason, namely, that the gentlemen dispensiers declared to us jointly that for the complete re-pickling of those barrels they were not provided with enough salt, nor with the laborers daily required for that purpose, as also appeared evident to us from the few laborers with which we were very poorly accommodated during this inspection. 7 Whether they also re-pickled the barrels found to be spoiled and topped them up with new brine? Answer of the First Insiduee: The entirely spoiled barrels were not topped up, but were coopered shut again as they were and set aside, as also appears from the report submitted by us at that time. 8 Whether they, after the completion of that work, did not store and lock up all those barrels again in a separate warehouse, brought the keys thereof to the undersigned, and alongside requested that the same might be kept separately? Answer of the First Insiduee: After the performance of that work, the barrels were stored and locked up again in the warehouse where we found them, subsequently the keys thereof were brought by us to the First Senior Merchant of this Castle, Mr. Jans, and due notice of what was done was given to his Honor, as also occurred on 24 June 1754 upon the delivery of our written report to the Honorable, Right Honourable Director-General van Gollonesse; however, regarding the last part of this question, we cannot recall that such a request was made by us on that occasion to the insinuating gentleman. 9 What reasons they had to employ that precaution? Answer of the First Insiduee: Because, upon undertaking this commission, we found the barrels also locked up in such a manner in the warehouse. 10 Whether they are capable of confirming their given answer with an oath? Answer of the First Insiduee: Yes, because we have answered according to the truth and our best recollection. Demands hereupon a categorical and satisfactory answer, and relate to me your experience in writing. Batavia, 10 February, anno 1759. Was signed: C:n L: Sent. On the date of the thirteenth of February 1759, at the office of me, Steeven Lieve Garrisson, notary public admitted by the Noble High Government of the Netherlands Indies, residing within the city of Batavia, present the witnesses named below, appeared the First Insiduee mentioned at the head hereof, who handed over to me, notary, a paper whereon was written his Honor's answers just as the same are set in the margin of each article. Thus done and passed in the presence of Johannes Ezechiel Felix and Moses Fimon, clerks, as witnesses. The minute hereof is duly signed and written on a stamp of 12 stuivers. Which I attest, Garrisson, Notary. Today, 20 February 1759, appeared before the undersigned Commissioner Gentlemen from the Honorable Court of Justice of the Castle of Batavia, the requested gentleman van Suchtelen mentioned in the foregoing insinuation, who, having been attentively heard upon its contents and his responses given thereto, persisted therein without change, and thereupon solemnly confirmed his given testimony in the Reformed manner, with the raising of the two foremost fingers of his right hand and the pronouncing of the words, So truly help me God Almighty. By us: S. Feriel and Abm: Vrese[illegible] In witness whereof: G. Clercq

Dutch transcription

en den E: M:r Willem Bernard Aldinus, Koopman en tweede dministrateur van 'S E: compagnies graan ma„ „quazijn en aan ijn Ed=s in sinuando modo te doen de volgende vragens 1 antwoord van de heer Eerste of zij niet bene„ g'insinueerde:/ de geinsinueerde vers den koopman andwoord Ja Zeeman „ de Schippers Kugelaar en Fet„ ting en den onderkoopman Bresijn bij schrif„ „telijke ordonnantie van den 11: Iunij 1754: gecommitteerd geweest zijn om nader 247 No 10. sinueerde /: de g'insinueerde and„ woord Ia nader t' Examinee„ „ren zeekere vier honderd agt en Sestig vaten met Vleesch en spek die de gecommitteerdens tot den opneem onder ultimo februarij bevorens voor bedurven en aan gestooken hadden opge¬ „geven, 2: antwoord vande heer Eerste g'„ of deese vaten haar niet aangewesen zijn leggende apart an an tie d andwoord vande heer Eerste g'insi„ wie dese aanwij„ nueerde /. de kuijper off bottelier singe heeft ge„ van 't buijten t'pakhuijs soo als daan — mij voor staat andwoord van d' her Eerste g'insinueerde off zij de Heu„ de g'insinueerde andwoord Ia tels van dat pakhuijs niet gehaald, en ont„ fangen hebben uijt handen van den onder„ „getekenden/ Eer„ „ste opperkoop„ maar dezes Casteels, 4 3 apart in Een geslooten pak„ „huijs buijten 't Casteels — 5 248 No. 10. meestijds een van haar beijden andwoord van d' heer Eerste g'insinueerde /: de vaaten die van tijd ontschooten andwoord van d' heer Eerste g' insinueende fr de toenmalige dog aie is mij door de lankleijd administateurs van het provisie maguazijn Elin en Boonen geduurende het polbreu¬ gen van haere commissie bij 't openen en Examineeren der Vaten althoos present sijn geweest dan wel wie van haar beijden 6: of zij de vaten verstrekbaar g'oordeeld die bij haar ver strekbaar ij „ n n ls, g'oordeeld wierden sijn met verstrekbaar voorkennisse vande heeren opperkooplieden deses Casteels, g' oordeelt zijn in 't door de bediendens van het geheel van de pakh:s in ons bijweesen, tot oude Stinte peckel nader ordre peerlijk maar met nieuwe peekel opgevuld, gezuijvert en op in sooverre als de oude daar 't nieuw weder van bij 't openen was affgelopen, perpekeld hebben en dat wel om reedenen, teweten dat de heeren dispensiers dan wel off zij de aan ons gesaementlijk heb„ zelve Eenelijk met ben betuijgt, als dat tot de geheele verpeekeling vandie versche pekel weder vaeten) niet genoeg van hebben laten zout, nog ook van het daar oppullen voor toe dagelijks benodigde ar„ „beijdts volk, waeren voorsien st als ons sulks ook scheen te blijken, aan het weijnige bij 't openen afge„ arbeijtdts volk waar mede bij geduurende dese visitatie / veel„ lopen was —. „ „tijds seer gebrecklijk sijn geriefd/ so verre d' oude andwoord van de heer Eerste g'insinueerde pr sij de bedurven de gansch bedorvene vaeten bevondene Vaten sijn niet opgevuld geworden. maar soo als ze waeren ook weder verpekeld wederom toegekuijpt en met ar 7 1 249 No. 10. weggelegt in volgen sulks met nieuw e ook bij 't te diertijd van ons overgegeven rapport komt te peckel opgevuld hebben, blijken 8 andwoord van de heer Eerste G'insinu:s of zij na Naverrigting van dat werk zijn de vaeten wederom in het bragt werk alle pakhuijs daar wij die gevonden hebben geborgen en opgeslooten die vaten niet vervolgens door ons de sleutels weder in Een daar van bij den Eersten oppercoopman deses casteels de heer Ians aport pakhuijs gebragt en van 't verrigte aan sijn wel Ed:e de behoorlijke kennisse Geburgen, het selve gegeven, so als wijders op 24: Junij 1759 beijde overgave van ons toe Geslooten/ schriftelijk rapport aan den wel Ed:e gest:r heer directeur gener:l de Heutels van Gollonesse, ook is geschied, bij den onderge„ dog aan belangende het laatste lid niet te binnen brengen dat sodanig versoek aan den heer van deese vrage kunnen wy ons Arend en gebragt door ons bij die gelegenheijd en daar nevens insinuant is gedaan Versogt hebben dat de selve apart bewaart mogten werden vol„ bevonden andwoord van d' heer Eerste g' in sinuocade Iaer om dat wij na waerheijd en best geheugen hebben g'andwoord andwoord vande heer Eerste g'insinueerde Wat Redenen omdat'tbij bij het aenvaerden van dese Commissie de voeten ook sodanig zij gehad hebben in 't pakhuijs hebben opgeslooten die voorzorge te gebruijken 62 10 1 - fo p: f of zij instaat d zijn haar ge„ „geeven antwoord met Eede te beves¬ tigen, vordert hier op cathe¬ gorisch en Satisfactoir antwoord en relateerd mij uwE: wedervaren c in scriptis — Batavia den 10. —. Februarij anno 1759 was getekendt C:n L: ƒ Sent 250 No 10. dato dertiende — februarij 1759, zijnwisten Comp„ „toire van mij Steeven Lieve gar„ risson notaris publijcq bij de Edele hooge regeringe van neder„ lands india g'admitteerd binnen de stad batavia resideerende present de nato„ meldene getuijgen, gecompa„ reerd de heer Eerste g'insi„ „nueerde in Capite deses gemeld dewelke mij notaris ter land hebft gesteld iver Een papier waar op gesz: stondt sijn Ed:s andwoorden Sodng als de zelve in margine van ijder articul gesteld zijn Aldus gedaan ende gepasseerd ten bij wesen van Iohannes Ez O . Ezechiel felix en Moses Fi„ mon, abraham szoon Clercq: als getuijgen de minute deses is behoorlijk getekend en gesz: op Een zegul van 12: stuijvers — quod attestor Op heeden den 20' februarij 1759 Compareerde voor de onderge „tekende heeren Commissarissen uijt den Agtb: Raad van Jus„ Farrissor „titie des Casteels Batavia den heer gerequireerde van Nots. suchtelen in de vorenstaande Insinue ratie gemeld, denwelke op dies inhoude en zyn daar op gegevene responsive aandagtelijk gehoord zynde, bleef¬ daar bij sonder verandering persisteren, en heeft daarop zin gegevene getuijgenis op der gereformeer¬ den wijse, met het opsteken der twee voorste vingeren zyns regterhands en het uijtspreken der woorden so waarlijk helpe mij god Almagtig, solemneelik gestand gedaan door ons Sareaes :Feriel en en Abm: V resetll T'oirconde dems GClevcq - No 10.

← previousnext →