Inventory 3157
Surat · 479 pages · 190 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Makassar under date the 1st of May 1765 would conduct himself. I asked on this occasion the envoys whether they were still expecting in this monsoon the embassy to renovate and renew the contracts. And they gave me as an answer no, because the time had advanced too far, but that I could hold myself firmly assured that it would appear in the forthcoming month of April or May. to be allowed to have a certain Passere as their interpreter, I had granted them this as I could not refuse this request, since the said envoys were very perplexed for such a person, because otherwise no one wanted to accept that petty office. Friday the 9th the King of Bonij departed for Batoe Edjaijk in order to hunt. Tuesday the 13th in place of the absent regent Tanoentong Daling Mamangoeng, upon the proposal of the Maros Resident, Daeng Marola was appointed again in his place. Saturday the 10th in the afternoon the interpreter of Bouton came to request access for the envoys, which was granted to them for the day after tomorrow. Monday the 19th I sent the chief interpreter to Bontualack to inquire after the well-being of the Queen, since I had been informed that she had kept to her bed for some time, and received as a reply from the regent that this princess was very ill and that a messenger had already been sent to the King to give notice of this, and that there was little hope left of recovery, as indeed then also on: Monday the 12th the envoys of Bouton appeared inside the Castle, who, having taken their seats, testified to having come expressly to make known that they had engaged the person Passeere as their interpreter, with the request that the same might be approved and thus confirmed therein, whereupon I gave them as an answer that I gladly consented therein, and as a token handed over to them the Company's rattan cane that his predecessor had carried, with the recommendation that he should conduct himself well and faithfully in his office. Wednesday From Makassar under date the 1st of May 1765 December Wednesday the 21st it was made known to me by the Bonij interpreter on behalf of the Makkadangtana that the Queen had passed away this morning at ten o'clock, whereupon I offered thanks for the communication and sent thither the chief interpreter to express condolences, with the addition that I regarded the matter as private, but that I expected that of this event a solemn notification would be given according to custom by envoys, but received as a reply that the regent excused himself from this, because no people of distinction remained at court, but all were on a journey with the King, and he therefore had been incapable of fulfilling the customary practices. Friday the 23rd I learned that the King had returned again in silence this morning. Sunday the 25th the Bonij interpreter Moento appeared before me to make known to me on behalf of his master his return to Pontualack. For which communication having given thanks, I sent to the King of Bonij to request access for commissioners, which was granted for the day after tomorrow. Monday the 26th. Wednesday the 28th the fiscal Blijdenberg and junior merchant and shahbandar Voll, having been commissioners to the King of Bonij to express condolences to his majesty upon the demise of the Queen and at the same time to offer a gift according to custom, have given a written report of their performance, to be found among the enclosures. Thursday the 29th there arrived here a catamaran of the King of Bima, saying that his master was nearby and would come to the Castle within a few days. Sunday the 2nd the King of Papekat arrived here, and coming into the Castle to give me notice of his arrival, he said that the other overseas allies were to follow, except Sumbawa, from where he believed that envoys would come.
Dutch transcription
203 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 sou quijten om sekere passere tot haare tolk te mogen hebben haar sulx hadde g'accordeerd als hebbende Ik vroeg bij deese geleegentheid de gesanten of zij nog verwagtende waaren in deeze mous„ dit versoek niet kunnen afwijsen als zijnde de gem: gesanten om een diergelijke subject seer „son de ambassade om de Contracten te reno„ verleegen dewijl anders niemand dat ampje „veeren en te vernieuwen En zij gaven mij tot andwoord van neen dewijl de tijd te verre was wilde aanvaarden Vrijdag den 9: is den koning van bonij om te Jaagen na Batoe ingeschooten dog dat ik mij vastelijk kon„ „de versekert houden datze in de aanstaan„ Edjaijk vertrokken „de maand april of maij soude opdaagen Saturdag den 10 des agtermiddags quam den tolk van bouton acces Is in steede van den g'absenteerde regent Dingsdag den 13: versoeken voor de gesanten 't geen haar teegens Tanoentong daling mamangoeng in desselvs overmorgen wierd g'accordeerd: plaats en op voordragt van den maros resi„ Maandag den 12: Verscheen binnen het Casteel de gesanten van „dent weder aangesteld daeng Marola bouton dewelke sitplaats genomen hebbende Heb ik den appertolk na Bontualack geson„ waandag den 19. betuijgde expres te zijn gekoomen om bekend te maaken dat sij den persoon passeere „den om te vraagen na de weltstand van de koninginne vermits ik g'informeerd was tot hunne tolk hadden aangenomen met datze seedert eenigen tijd het bed had gehouden versoek dat den selve g'approbeerd en dus en kreeg van den rijxbestierder tot keer berigt daar inne bevestigd werden mog waar dat die vorstinne seer slegt was en dat reets op ik haar ten andwoord gaf dat ik daar een sendeling na den koning was gesonden inne gaarne bewilligde en tot een teeken om daar van kennisse te geeven en dat er weij„ hen overhandigde de S Comp:s rotting die sijn „nig hoop overbleef van herstelling zoo als voorsaat gedragen had met recommandatie dan ook op: dat hij sig in sijn bediening wel en getrouwelijk sou woensdag Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 december Woensdag den 21: mij door den bonijse tolk uit name van den voor welke Communicatie ik het bedanken Makkadangtana wierd bekend dat de ko„ heb ik bij den koning van bonij gesonden om aices Maandag den 26 „ninginne deesen agtend om thien uuren over„ te versoeken voor gecommitteerdens teegens over„ „leeven was waar op ik liet bedanken voor „morgen g'accordeerd wierd de Communicatie en sond derwaarts den sijn den fiscaal Blijdenberg en onder Coopman Woensdag den 28 oppertolk om het rouw beklag afteleggen en sja bandhaar voll als gecomm: geweest bij met bijvoeging dat ik het een en ander den Koning van Bonij om zijn majesteit de aanmerkte als particulier maar dat rouw te beklagen over het afsterven der ko„ ik verwagte mij van deese gebeurte„ „ninginne en teffens aan te bieden een geschenk „nisse soude werden gegeeven en plegtige be„ na het gebruik en hebben van haar verrig„ „kentmaaking volgens gewoonte door ge„ „ting gegeeven een schriftelijk berigt te vinden „santen dog kreeg tot keer berigt dat den onder de bijlaagen rijxbestierder sig hier over het excuseeren Arriveerde alhier aen Cat:s van den koning van donderdag den 29 dewijl geene luijden van distinctie aan het Bima zeggende dat zijn meester kort bij was hof verbleeven maar alle met den koning en binnen weijnige daagen aan het Casteel - op reijs waaren en hier dier halven on„ soude koomen „vermoogens was geweest aan de gewoone Is alhier g'arriveerd den koning van Papekat sondag den 2:' gebruijkelijkheeden te voldoen en mij in't Casteel sijnde komen kennisse gee„ vrijdag den 23: vernam ik dat den koning heeden agtend in ven van zijn aankomst seijde hij dat de ore„ stilte wederom was geretourneerd „rige overwalsche bondgenooten stonden te Sondag den 25 Verscheen bij mij den bonijse Tolk moento om volgen excepto sumbauwa van waar mij uit name van sijn meester bekend hij geloofd dat afgesanten soude te maaken desselvs retour op Pontualack koomen voor Is E
English
287 Maccasser under date the 1st of May 1765 From From Maccasser under date the 1st of May 1765: Saturday the 8th: the king of bima arrived here and has been with me at the country residence Saturday the 15th the king of Tambora arrived here on Land as well as the envoys of sumbauwa who having appeared before me the latter handed over to me a letter from their newly chosen King whose Translation is to be found among the enclosures upon my question why the king had not come himself in person they gave as answer that although the country was at peace they were afraid that in case the king leaves the country the balinese would make an incursion Sunday the 16th it was reported to me that the Sumbauwarese mentioned yesterday were not the actual envoys who were mentioned in the letter but that the latter had remained behind out of fear and the former had virtually been dispatched in their stead which having been investigated further the dispatched confessed it to be so requesting that they might not be punished for it Saturday The king of Bima requested audience against Saturday the 15th for him and his court nobles which was agreed to Monday the 17th: in the morning at nine o'clock the king of Bima appeared before me along with his court nobles who having taken their seats I gave that potentate to understand that for many years now the allies across the water had neglected to come hither yearly according to custom or else every two years and that to this must mainly be attributed the unrest on that Island and especially that of sumbauwa where currently everything was completely upside down that I had therefore resolved to invite the collective allies hither in order to settle in a combined meeting all differences that might exist and thereby to restore peace on that land once again about this the king and court nobles having expressed their satisfaction I asked him how it came about that the maccassarese had been driven completely from the mangarije to which he gave as answer that only and solely Rheo had been retaken which actually sorted under bima and that they had now been placed back into peaceful possession thereof but that the remainder belonged to the maccassarese which I said was an error because the maccassarese were not permitted to enjoy any dwelling on the opposite shore much less to have possession of any Land and that this was clearly and distinctly expressed in all Contracts receiving no answer to this I postponed this to deal with it on another occasion and after having conducted some more indifferent discourses he requested his farewell and departure Thursday the 20th the king of Dompo arrived and had audience requested against Saturday next which was agreed to him Saturday the 22nd: the king of Dompo and his Court nobles appeared before me to whom after paying the customary Compliments I explained the reasons why I had summoned the allies across the water just as I did some days ago to the king of bima nothing further having occurred in this meeting Thursday the 27th I sent the assistant interpreter Bartelsz to the Regent of Goa with this message that since it had come to my ears that the second shahbandar of this Court had arrived from sumbauwa and had related that the balinese had invaded that kingdom and had already captured some negorijen I wished to be informed thereof as well as how the second shahbandar had arrived there since I well knew that I had not provided him with a pass Hereupon I received in return report in the evening that the Regent had given as answer Saturday 211 From Maccasser under date the 1st of May 1765 From Maccasser under date the 1st of May 1765 that the said shahbandar had gone with a vessel whose Nakhoda had a pass which he also handed over and as for the incursion of the balinese into sumbauwa that he the Interpreter could learn such orally from the second Shahbandar whereupon the latter appeared and being asked concerning the aforesaid gave as answer that before the negorijen of Radeeng Sabalang Canaeeng Paliwang damoen Mlac and Sangaria Aroeng oetang bentings had been erected by the balinese and they kept the same besieged whereby most inhabitants had already fled to the great negorije and those of the negorije Reij had reportedly joined with the balinese Sunday the 6th of January I sent the assistant interpreter Brugman to the king of Bonij and the First ordinary messenger daeeng mandjarekie to the regent of Goa to request audience for the commissioners against tomorrow which being accepted there departed on Monday the 7th: the junior merchant and fiscal van Blijdenberg and the junior merchant and shahbandar Ian Hendrik Voll to the king of Bonij and the junior merchants the pay bookkeeper Ravensberg and shopkeeper Cruijpenning to Goa and they have given written report of their experiences as can be seen among the enclosures Tuesday the 8th there came an envoy of the king of Tello with a message namely that his master having learned that yesterday commissioners on behalf of the Company had been at the Court of Goa with a Copy of an edict whereby Europeans were prohibited all Correspondence with the Native princes and allies therefore requesting to know how to behave in that regard whereupon I gave that messenger as answer that the content of the said edict particularly applied to those who were servants and subjects of the Company and the same document in that regard only Monday solely
Dutch transcription
287 Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765: Liet den koning van Bima acces vragen teegens Saturdag den 15 Saturdagden 8: is alhier aangekomen den koning van bima maandag voor hem en zijne hofgrooten dat g'ac„ en bij mij in de buijten wooning geweest Saturdag den 15 quam alhier aan Landen den koning van Tambora „cordeerd wierd mitsg=s de gesanten van sumbauwa dewelke bij quam s' morgens om neegen uuren bij mij den Maandag den 17: mij verscheenen sijnde overhandigde mij de koning van Bima benevens sijne hofgrooten laatste een brief van haar nieuw verkoo„ dewelke geseeten sijnde soo gaf ik datpoten„ „ren Koning welkers Translaat onder de „taatje te kennen dat nu in veele jaaren de bijlagen is te vinden op mijne vraage waar overwalsche Bondgenooten genegligeert hadden om den koning met selvs in persoon was om na gewoonte s'jaarlijks dan wel om de gekomen gaven sij ten andwoord dat schoon twee jaaren herwaarts te koomen en daar aan het land in rust was sij bevreest waaren wel principaal moest toegeschreeven worden ingevalle den koning het land verliest de de onlusten op dat Eijland en wel insonder„ balijers een inval soude doen „heid die van sumbauwa daar het thans Sondagden 16 wierd mij gerapporteerd dat de opgisteren gem: ten eenemaal het onderste booven lag dat Sumbauwareesen de regte gesanten niet waaren ik dierhalven gerezolveerd had om de gesa„ die in de brief stonden vermeld maar dat de „mentlijke bondgenooten herwaarts te nodi„ laatste uit vreese waaren agter gebleeven „gen ten eijnde in een gecombineerd verga„ en de eerste in haar plaats quasie gedepecheert „dering alle verschillen die 'er mogte sijn te vereffenen en daar door de rust weder„ hadde het geene dan na der ondersogt sijnde bekende de afgesondene het selve soo te „om op dat land te hetstellen hier over den koning en rijxgrooten hunne vergenoe„ sijn versoekende dat Sij daar niet „ging betuijgd hebbende vroeg ik hem hoe over gestraft mogte wor„ het bij quam dat de maccassaaren net „den Saturdag ten Van Maccasser onder dato den 8:' Maij 1765 Maccasser onder dato den 1: Maij 1765 Van ƒ ten eenemaal van de mangarije waaren verjaagd soo gaf hij ten andwoord daten„ „kel en alleen maar hernomen was Rheo dat werkelijk onder bima sorteerde en datze daar nu weder in't vreedige bezit waaren gesteld maar dat het overige de maccassaaren toebehoorden het geene ik seijde een abuijs te zijn want dat de maccassaaren geen huijs vesting aan de overwal mogte genieten veel minder possessie hebben van eenig Land en dat sulx bij alle Contracten klaar en duij„ „delijk uijtgedrukt stond hier op geen andwoord ontvangende stelde ik dit uit om in een andere geleegentheid daar over te handelen en na nog eenige on„ „verschillige discoursen gevoerd te hebben versogt hij sijn afscheijd en vertrek donderdag den 20 Is g'arriveerd den koning van Dom„ „po en Liet acces versoeken tee„ „gens saturdag aanstaan„ „de het geen hem g'accordeerd wierd Verscheen bij mij den koning van Dompo en sijne Saturdag den 22: Hofgrooten aan dewelke ik na het afleggen der gewoone Complimenten de reedenen verklaar„ „den waarom ik de overwalsche bondgenoo„ „ten hadde ontboden soo als voor eenige daa„ „gen den koning van bima hebbe gedaan sijnde voor het overige in deeze bij een komst niets voorgevallen heb ik den ondertoek Bartelsz: gesonden donderdag den 27 na den Rijxbestierder van Goa met deeze boodschap dat dewijl mij was ter ooren ge„ „komen den tweeden sjabandhaar van dit Hof was gekomen van sumbauwa en verhaald hadde dat in dat rijx gevallen de balijers en deselve reets eenige negorijen hadden bemagtigd ik daar van soo wel wenschte g'informeerd te worden als hoe den tweeden sjabandhaar aldaar was gekomen dewijl ik wel wiste aan hem geen pakce te hebben verstrekt Hier op kreeg ik 's avonds tot keer berigt dat den Rijxbestierder ten andwoord Saturdag hadde 211 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 haare gegeeven den gem: sjabandhaar met een vaartuijg was gegaan welkers anna Choda een passe baode die hij teffens over gaf en wat den inval de baleijers op sumbauwa betrof dat hij Tolk van hem twee de Sjabandhaar mondeling zulx konde verneemen waar op den laatste verscheenen en na het vooren „staande gevraagd sijn gaf bij ten andwooord dat voor de negorijen van Radeeng Saba „lang Canaeeng Paliwang damoen Mlac„ en Sangaria Aroeng oetang door de babijers bentings waaren op geregt en deselve beleegerd hielden waar door de meeste inwoonders reets na de groote negorije gevlugt en die van de negorije Reij met de baleijers souden geslaagen hebben Sondag den 6: Ianuarij heb ik den ondertolk Brugman gesonden aan den koning van Bonij en den Eerste ordinaire sendeling daeeng mandja„ „rekie na den rijxbestierder van Goa om acces voor gecommitteerdens te vraagen teegens morgen het geene g'accepteerd sijnde sijn op den onderkoopman en fiscaal van Blijdenberg Maandag den 7: en onder koopman en sjabandhaar Ian Hen„ „drik voll na den koning van Bonij en de onderkooplieden den soldijboekhouder Ra„ „vensberg en winkelier Cruijpenning na hoa vertrokken en hebben van haar weder vaa„ „ren schriftelijk rapport gedaan soo als het onder de bijlagen kan werden beoogt quam een sendeling van den koning van Tellodingsdag den 8 met een boodschap namentlijk dat sijn mees„ „ter vernomen hebbende dat op gisteren aan het Hof van Loa waaren geweest gecom„ „mitteerdens weegens de Comp: met een Copia oplaccaat waar bij de Europeese ver„ „boden wierd alle Correspondentie met de Inlandse vorsten en bondgenooten dier halven versoek doende te moogen weeten hoedanig sig daar omtrend te moeten gedraagen waar op ik dien booden ten andwoord gaf dat den inhoud van het gem: placcaat voor„ „namentlijk sag op de geene die dienaaren en onderdaanen waaren van de Comp: en het selve schriftuure daar omtrend maar Maandag alleen G
English
213 From Maccasser under date 1:' Maij 1765 From Maccasser under date 1:' Maij 1765 Tuesday the 15 were sent only to Bonij and Goach for consideration. Wednesday the 9: the Company's subjects from Polong bankeeng came to me with the request that daeeng mapalie may be appointed as galarrang of bonto Cadatto, since the person who provisionally holds that office is not liked by the community because of his bad conduct, to which request I condescended since I was aware of this. Likewise, instead of the deceased galarrang daeng mattara, I appointed the Company's subject daeeng mangoendjoengie as galarrang over the Campong molukko, as the nearest kin, being a nephew of the deceased. Sunday the 13: I sent the Captain of the Malays to oedjong Iana to the king of bonij, who has had a new house built there in which he currently resides, to ask His Highness when it would please him to come to the Castle to pay the customary compliment of New Year wishes, and received the answer that this would take place as soon as possible, but he also let it be known that the Maccassarese had presented themselves to His Highness to ask instruction from His Highness how to conduct themselves regarding the recently published placcaat, and that the king would like to know what he should answer to that, to which I replied that I left this to His Majesty's discretion. Tuesday the 15: the interpreter moentoe came to request access for the king of bonij and the court to enter, whereupon I let the king know that it would be agreeable to me if His Majesty would please postpone this visit until next Wednesday the 23: of this month, which the king agreed to, and at the same time he had me requested that his reception might be held in the Company's garden, which I gladly granted. Thursday the 17: the Goanese interpreter came to me to request access on behalf of the king and regent for commissioners, but I 215 From Maccasser under date 1: Maij 1765 Maccasser Under date 1:' Maij 1765 let them know again that I had no opportunity yet to receive them, but Friday the 18: the abovementioned envoy, returning, said on behalf of the king and regent that the said commissioners only had orders to speak about the recently published placcaat, but I let it be known that I currently had no time to receive them, but would let them know later. Tuesday the 22: I let the king know that the bad weather was not favorable to receive the king by tomorrow, but judged it best to wait a little longer until the sky cleared up, whereupon His Majesty sent word that he was of the same opinion. Wednesday the 23: I let the king and regent of Goa know that I would expect their commissioners tomorrow, which being accepted, they came Thursday the 24: to me at the outer residence, being Caraeeng mangalekana, the second shahbandar, glarrang mangasa, and glarrang Tjamiba, saying they had been sent to tell the Lord Governor that they, being always accustomed in all occurring difficulties to take their refuge with the Company, also now came to present their grievances concerning the placcaat and requested to be informed regarding it, whereupon I answered them that I could not see that the said placcaat contained any difficulty for them, and that if they read it over attentively, they would see that the contents primarily concerned the servants and subjects of the Company, for which reason it had primarily been sent to them for consideration, and with that, after tarrying a little longer, I let them depart. And since it was now good weather, I sent the junior interpreter Pieter Bartelsz to the king of bonij to let His Majesty know that everything being in readiness now, I would receive that prince on upcoming Saturday, being the 26:', in the Company's garden, which His Majesty accepted.
Dutch transcription
213 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Dingsdag den 15 alleen aan Bonij en Ioach gesonden waaren tot speculatie woensdag den 9: zijn bij mij geweest 's Comp: onderdaanen tot Polong bankeeng met versoek dat daeeng mapalie mag aangesteld worden tot galar„ „rang van bonto Cadatto dewijl den geene die dat ampje p:l waarneemd om desselvs. slegt gedrag van de gemeente met be„ „mind word om welk versoek ik hebbe ge„ „condescendeerd dewijl mij het bewust was Insgelijx heb ik in steede van den overleedene galarrang daeng mattara tot Salarrang over de Campong molukko 'sComp:s onder dan daeeng mangoendjoengie als de naaste als sijnde een neef van den overleedene Sondag den 13: Heb ik den Capit:n der maleijers naar oedjong Iana gesonden bij den koning van bonij die aldaar een nieuw huijs heeft laatsen bouwen waar in hij thans woond om sijn Hoogheid te vraagen wanneer het hem soude behagen aan het Casteel te koomen om het gewoone Compliment van nieuwe Jaars wensch af te leggen en kreeg ten andwoord dat sulx soo spoedig mogelijk soude geschieden maar liet teffens weete dat de maccassaaren sig bij sijn hoogheid hadde laaten aandienen om van hoogst deselve te vragen onderregting hoedanig sig te moeten gedragen omtrend het Iongst gepubliceerde placcaat en dat den koning wel gaarne wilde weeten wat hij daar op soude andwoorden waar op ik Liet leggen dat ik sulx overliet aan het goed vinden van sijn majesteit quam den Tolk moentoe acces vraagen voor den koning van bonij en het hof om binnen te komen waar op ik den koning liet weeten dat het mij aangenaam soude sijn als sijn majesteit deeze visite gelievde uijt te stele tot aanstaande woensdag den 23: deser 't geen sig den koning hebbende laa„ „ten wel gevallen liet hij mij teffens versoe„ „ken dat zijn receptie mogt weesen in 's Comp:s thuijn 't welk ik gaarne accordeerde Is den Goose Tolk bij mij gekomen om uit donderdag den 17: name van den koning en rijxbestierder acces te versoeken voor gecommitteerdens dog sulx ik 215 Van Maccasser onder dato den 1: Maij 1765 Maccasser Onder dato den 1:' Maij 1765 ik liet wederom weeten nog geen geleegentheid te hebben om haar te ontvangen dog Vrijdag den 18: den bovengem: sendeling te rug komende seijde uit naam van den koning en Rijx bestier„ „der dat gem: gecomm: eenelijk maar ordre hadden om over het Iongst gepubliceerde placcaat te spreeken dog ik liet weeten dat ik thans geen tijd hadde om haar te ont„ „fangen maar het nader soude laaten weeten Dingsaag den 22 heb ik den koning laaten weeten dat het slegte weer niet gunstig was om den koning teegens morgen te ontvangen maar oordeelde best te sijn nog wat te vertoeven tot de lugt opklaar„ „den waar op zijn majesteit liet seggen dat van deselve gedagten was Woensdag den 23 Liet ik aen koning en rijxbestierder van 3oa meete dat ik op morgen haare gecomm: soude ver„ „wagten het geene g'accepteerd sijnde qua„ „men zij donderdag den 24: Bij mij in de buijten wooning zijnde Caraeeng mangalekana den tweeden sjabandhaar glar„ „rang mangasa en glarrang Tjamiba seggen„ „de gesonden te sijn om den heer gouverneur te seggen dat sij in alle voorkomende swarig„ „beeden altoos gewend sijnde haar toevlugt te neemen bij de Comp: en alsoo ook nu haare beswaarnisse quamen voor houden weegens het placcaat en versogte dierweegens te moogen werden g'informeerd waar op ik haar ten andwoord gaf dat ik niet sien konde het gem: placcaat eenige swarigheid voor haar behelsde en datze het selve met attentie naleesende soude sien den inhoud voornamentlijk raakte de dienaaren en onderdaanen van de Comp: waarom het haar voornamentlijk was toegesonden tot speculatie en daar meede liet ik haar na nog een weijnig vertoevens vertrekken En vermits het thans goed weir was soud ik den ondertolk Pieter Bartelsz na den koning van bonij om sijn majesteit te laaten weeten dat nu alles in gereed„ „heid sijnde ik dien vorst op aanstaan„ „de Saturdag sijnde den 26:' soude re„ „cipieeren in 's Comp:s thuijn het geene zijn majesteit accepteerden seggen Saturdag Jan
English
217 From Makassar under date the 1st of May 1765 From Makassar under date the 1st of May 1757 February Saturday the 26th. There arrived in the great garden the king of Boni, accompanied by the Makkadangtana and all the grandees of the realm, alongside a large retinue, who were received with the usual ceremony and escorted into the chamber by the governor. Being seated beside the members of the Council, His Majesty paid the customary compliments on the arrival of the New Year, to which an appropriate answer was given by the governor. A small collation was served and conversation was held for some time until the members of the Council departed the room as usual. Being left alone with the king, nothing was transacted worthy of being noted here, except regarding the repeatedly mentioned edict, asking that he might enjoy some liberty; to which I told His Majesty that the aforementioned edict was solely for the servants and subjects of the Company, and that His Highness could therefore trade as before. After a little more conversation we went to the table, and the king and his court were handsomely entertained, which lasted a long time as usual, so that His Majesty took his leave around half past three in the afternoon and departed with great satisfaction. Monday the 28th. I sent the interpreter Bartelsz to Batavia Poa and the regent of the realm to inform them that I would expect their commissioners by next Thursday. Thursday the 31st. There came to me at the country residence the regent of the realm and several court dignitaries from both Gowa and Tallo, who, being seated after the customary ceremonies, delivered the usual New Year wishes. Having thanked them and returned the compliments, they departed after partaking of a collation, without anything worthy of note being discussed during this visit. Friday the 1st. I sent word to the collective overseas princes that I expect them tomorrow morning around nine o'clock, 219 From Makassar under date the 1st of May 1765 From Makassar under date the 1st of May 1765 to discuss with them some matters concerning Bima and Sumbawa. Saturday the 2nd. Around nine o'clock there came to me at the country house, where the Political Council had convened, the kings of Bima, Dompu, Tambora, Sanggar, and Pekat, together with their realm's grandees. After they were all seated, each according to his rank, they were informed, after the customary compliments were exchanged, of the reasons why they had been summoned to this Castle. Further, such matters were transacted during this meeting as are recorded in detail in the separate resolution of today's date. Toward the evening, the envoys from Buton requested through their interpreter an audience for the day after tomorrow at nine o'clock in the morning, which was granted to them. Monday the 4th. The Butonese envoys came to me at the country house, having nothing to say except that they came to congratulate me on the arrival of this year. Having answered with a reciprocal compliment, I asked them for what reasons the expected envoys for the renewal of the contracts had not yet appeared. I received as an answer that they had certainly been hindered by the west monsoon, but that they were certain the embassy would proceed in the month of April. Therefore they requested to be dispatched with some speed, so that upon their return they could ensure haste would be made; to which I told them that I would prepare the letter to the grandees of the realm, and that as soon as it was ready, I would let them depart. Wednesday the 6th. Having now released Datu Serere from his arrest, I had him summoned to come to me tomorrow morning. Thursday the 7th. He having then appeared, I informed him of what had occurred in his regard in the combined meeting on the 2nd of this month, for which he offered heartfelt thanks, giving assurances that he would always acknowledge this favor through faithful adherence to the Company and its interests. Thereupon I asked him what his thoughts were regarding the Balinese invasion of Sumbawa, and whether, if found to be true, that nation would leave that country again once they heard that he, Datu Serere, was restored to his dignity. To which I received the answer that he did not
Dutch transcription
217 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van Maccasser onder dato den 1: Maij 1757 Februarij Saturdag den 26: Is inde groote thuijn gekomen den koning van bonij verseld van den makkadangtana en alle de rijxgrooten benevens een groot geselschap dewelke met de gewoone statie gerecipieerd en door den gouverneur in de kamer geleijd en nevens de leeden van den Raad geseeten sijnde maakte sijn majesteit het gewoone Compli„ „ment weegens het intreeden van het nieuwe Jaar waar op door den gouverneur een andwoord gegeeven sijnde dat daar op paste wierd een klijn Collation gegeeven en eenige tijd gediscoureerd tot dat de leeden van den Raad na gewoonte sig uit de kamer begee„ „vende en ik met den koning alleen geblee„ „ven sijnde wierd er niets verhandeld het geen meriteerd in deese te werden genoteerd als weegens het te meermalen gemelte placcaat dat hij eenige vrijheid mogte hebben waar op ik sijn majesteit zeijde dat het voors: placcaat maar eenelijk was voor de dienaaren en onderdanen der Comp: en zijn hoogheid dierhalven konde handelen gelijk bevorens en na nog een Weijnige discoureerens gingen wij aan tafel en wierd den koning en met hof deftig ge„ „tracteerd het geene na gewoonte lang duu„ „de soo dat sijn majesteit omtrend half vier uuren na de middag sijn afscheijd nam en met veel genoegen vertrok heb ik den Tolk Bartelsz: gesonden na Ba„ Maandag den 28 „tavia Poa en den rijxbestierder om haar te leggen dat ik teegens aanstaande donderdag haar gecommitt: soude verwagten quamen bij mij in de buijten Wooning den rijx donderdag den 31: „bestierder en verscheijde hofgrooten soo van goa als Tello dewelke na de gewoone Cere„ „monien geseeten sijnde na gewoonte het Compliment van nieuwe jaars wensch afleijde waar voor haar bedankt en reci„ „proque gefeliciteerd hebbende sijn sij na het nuttige van een Collatien vertrokken sonder in deese visite iets verhandeld dat noteerens waardig zij heb ik de gesamentlijke overwaese vorsten vrijdag den 1: laaten aanseggen dat ik haar teegens mor„ „genogteid verwagten teegens neegen weijnige uuren 219 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 om met haar eenige saaken te verhandelen van Bina en sumbawa raakende Saturdag den 2: quamen teegens neegen uuren bij mij in het buijten huijs alwaar den particquen raad vergaderd was de koningen van bima dompo Tambora. Sangar en Pekat benevens haare rijxgrooten dewelke gesamentlijk een ieder zijn rang geseeten sijnde wierd baar na het afleggen der gewoone Complimenten te kennen gegeeven de reedenen waaromme zij aan dit Casteel waaren ontbooden en zijn voorts sodanige saaken in deeze bij een komst verhandeld als bij aparte resolutie van huijdigen datum omstandig staan genoteerd Teegens den avond lieten de gesanten van Bouton door haar tolk vraagen teegens overmorgen ag„ „tend te neegen uuren het geene haar g'accordeerd wierd Maandag den 4: quamen de boutonse gesanten bij mij in het buijten huijs hebbende sij lieden niets te seggen als dat zij mij quamen filiciteeren met jntreede van dit jaar het welk door een Contra Compliment beandwoord sijnde soo vroeg ik haar om wat reedenen de verwagt wer„ „dende gesanten ter vernieuwing der Contracten nog niet waaren opgedaagt en kreeg ter andwoord dat zij zeekerlijk door de westmonsson soude verbinderd sijn geworden maar dat vaststelde in de maand van April die am bassade wel soude voort„ „gang neemen dierhalven versogten sij wat spoedig te mogen werden g'expedieert om met haar retour te bewerken dat wat spoed gemaakt wierd waar op ik haar zeijde de brief aan de rijxgrooten te zullen in gereedheid brengen en soo dra die klaar was ik haar soude laaten gaan Heb ik datoua sereive uit sijn arrest thans ont„woensdag den 6 „slagen sijnde laaten ontbieden om teegens morgen agtend bij mij te komen dewelke dan op verscheenen sijnde gaf ik hem kennisse van het geene donderdagden 7 in de gecombineerde vergadering den 2: deeser was voorgevallen ten zijnen opligten waar voor hij harte„ „lijk bedank te onder verseekering dat bij deese wel„ „daad altoos soude erkennen door een getrouwe aan„ „kleeving aan de Comp: en desselvs belangen waar op ik hem vroeg wat sijne gedagten waaren omtrend den inval der baliers op sumbauwa en of het zelve waaragtig bevonden werdende die natie dat land wel weeder soude verlaaten als sij hoorden dat hij datoua terewe weder hersteld was in sijn waardigheid en kreeg ten andwoord dat hij verhinderd niet
English
221 Maccasser under date the 1st of May 1765 From Maccasser under date the 1st of May 1765 Saturday the 9th: did not doubt that the Balinese would certainly leave the country soon if they had come there in his favor, but if their aim should be to conquer Sumbawa as they had done with Seleparang, that there would then be much difficulty involved in persuading them to do so; yet that he did not doubt that matters would arrange themselves for the best if they saw that the Company and the allies from the other shore prepared themselves to restore tranquility to the country, etc.; and after having spoken about this for some time longer, I gave him his dismissal and let him depart. In the afternoon I sent to the courts of Bonij and Goa to request them to send commissioners hither against the day after tomorrow in order to attend the renewal and swearing of the contract made with the princes of the other shore, and in the evening received as a return report that their commissioners would come. In the morning at 9 o'clock, the princes of the other shore, together with the commissioners of Bonij and Goa, having assembled, were led with the ordinary state into the council chamber of the government in the Castle, where all the political members had already convened; and each having quietly taken his place according to rank, such matters were dealt with therein as are recorded in detail in the separate resolution of today. Monday the 11th: I informed the Bouton envoys that they could come to the Castle tomorrow morning at 9 o'clock to collect the letter for their grandees of the realm, which was ready, and thus obtain their dispatches. Likewise, I also sent to the courts of Bonij and Goa two original contracts that were sworn to and sealed the day before yesterday by the princes of the other shore for their perusal, as the message stated, but mainly to show the Macassars thereby how they are taken into account therein. In the afternoon the farmer of the customs boom came to inform me that the envoys of Bouton had purchased a considerable quantity of merchandise to transport to their country without paying the sovereign's duties, and that he, having asked From 223 From Maccasser under date the 1st of May 1765 Maccasser under date the 1st of May 1765 From having asked for a specific note of that merchandise, it had been refused to him; that he had therefore addressed himself to the chief interpreter who had spoken with the envoys about this and demonstrated that custom required them to declare what they wished to transport, but that this had likewise been of no effect; yet that, with much difficulty, they had resolved to supply a small list of what was still ashore, which according to his, the farmer's, valuation was worth around 1200 rixdollars in fractional currency, or 1500 rixdollars in heavy money, requesting that the aforementioned envoys might pay the export duties thereon. I kept that list by me in order to speak to the envoys about it myself, as was also done on Tuesday the 12th: when they came into the Castle to collect the letter; but they answered in reply that the Bouton envoys had always been exempt from toll and therefore did not doubt that they would be so now as well; but I replied that in this they were far astray, for all envoys who made a business of trading were obliged to pay toll, but that what served, apart from that, for their use and needs had always been exempt, not because this was a law, but because it was done out of courtesy to the princes by whom they were sent, and that the king of Bonij had never protested against this. They said upon this that what they were taking with them consisted solely of necessities, both for the king and some grandees of the realm, and especially for the embassy that was due to arrive here in a month or two; but I pointed out the contrary to them so clearly and plainly that after much quibbling they finally declared they were unable to pay for fear that the new king would take it ill of them, and on the other hand, having spent everything, there was no money left over; so that I, being tired of their dilatoriness, deemed it best for this time to let this slide, the more so because it would otherwise serve as a new pretext to suspend the renewal of the contracts; however, I told them that for this time, since they were on the point of departure, I would waive the toll for them, but that in the future they could be assured that this would not pass, for it was not fitting for envoys to trade, or else they had to endure being treated partly as merchants; that always that courtesy of well
Dutch transcription
221 Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van Maccasser onderdato den 1:' Maij 1765 Saturdag den 9: niet twijffelde of de baliers souden wel ras het land verlaaten als sij ten zijnen faceure aldaar waaren gekomen maar indien haar oogmerk mogte sijn sumbauwa te conquesteeren soo als sij salem„ „parang gedaan hadden dat er dan veel moeijte aan vast soude sijn om haar daar toe te per„ „suadeeren; dog dat hij niet twijffelde of de saaken soude sig ten beste schikken als sij laagen dat de Comp: ende overwalse bondgenooten sig prepareerde om het land weder in rust te brengen &b: en na hier over nog eenige tijd te hebben gesproo„ „ken heb ik hem sijn afscheijd gegeeven en laaten ver„ „trekken Nade middag heb ik na de hoven van bonij en Goa gesonden om haar te versoeken van teegens overmorgen te willen herwaarts senden gecomm:s om bij woonen het renoveeren en b'eedigen van het Contract met de overwalsche vorsten gemaakt en kreeg 's avonds tot keer berigt dit haare gecom„ „mitteerdens soude komen des morgens om 9 uuren de overwalsche vorsten benevens de gecommitteerdens van bonij en Poa bij malkander gesameld sijnde wierden met de ordinaire statie geleijd in de vergaderzal van het gouvernement in 't Casteel alwaar de gesament„ „lijke politicque leeden reets bij een waaren gekomen en ieder na rang stil plaats genomen hebbende zijn daar inne sodanige saaken verhandeld als bij appar„ „te resolutie van heeden omstandig staan genoteerd Heb ik de boutonse gesanten laten weeten dat zij op Maandag den 11: morgen ogtend te 9: uuren konde koomen in het Casteel om de brief voor haare rijxgrooten die in gereedheijd was af te haalen en dus haare depechs te erlangen Insgelijx heb ik ook aan de hoven van Bonij en Goa gesonden twee origineele Contracten die op eergis„ „teren door de overwalse vorsten sijn beëedigt en verseegelt tot speculatie soo de boodschap dic„ „teerde dog voornamentlijk om de maccassaaren daar door te doen sien hoedanig zij daar bij in aanmerking koomen Na de middag quam de pagter van de boom mij bekend maaken dat de gesanten van bouton een Considerable parthij negotie goederen inge„ „kogt hadden om sonder het betaalen van 's heeren geregtigheid na haar land te voeren en dat hij de gevraagd Van 223 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van gevraagd hebbende om een specific„ „que notitie van die marchandise hem sulx geweijgerd was dat hij dierhalven sig hadde geaddresseerd bij den oppertoek die de gesanten hier over onderhouden en gedemonstreert had de gebruijken het meede bragten dat zij opgaven het geene zij wilde vervoeren dog dat sulx almeede van geen vrugt geweest was egter dat zij met veel moeijte nog hadde geresolveert om een lijsje op te geeven van het geene nog aan de wal was dat volgens taxatie van hem pagter waardig was omtrend 1200 rijxd:r paijement dan wel 1500 rijxd: grof geld versoekende dat evengem: gesanten daar van de uitgaande regten mogten betaalen Ik heb dat lijsje bij mij gehouden om de gesanten daar over selvs aan te spreeken soo als sulx ook gevolg heeft genomen op Dingsdag den 12:' Wanneer zij binnen in 't Casteel quamen om de brief te haalen dog zij gaaven ten andwoord dat de Boutouse gesanten altoos waaren tot vrij geweest en dier bal„ „ven niet twijffelde of zij soude het nu ook zijn dog ik repliceerde dat zij in deese verre buijten het spoor waaren want alle gesanten die haar werk maakte van te negotieeren verpligt waaren tol te betaalen, maar dat het geene het welke buijten dien tot haar gebruijk en behoeften diende altoos was exemp:t geweest niet om dat dit een wet was maar dat men het uit plaisance deed voor de vorsten door wien sij gesonden wierden en dat de koning van bonij daar teegen nooijt hadde geprotesteert zij zeijde hier op dat het geene zij meede namen alleenlijk bestond in benodigt heeden zoo voor de koning als eenige rijxgrooten en insonderheid voor de ambassade die over een maand of twee alhier stond te komen dog ik toonden haar het teegendeel van dien soo duijdelijk en klaar aan dat ze na veel gehaspel eijndelijk verklaarde niet te kunnen betaalen uijt vreese dat de nieuwe koning het haar qualijk soude neemen en ten anderen ook alles besteed hebbende geen geld over„ „schoot soo dat ik loof zijnde van haar talmerijen het best oordeelde voor deese keer dit te laaten slijf„ „pen te meer dat het anders weder een nieuw voor„ wendsel soude strekken om het vernieuwen der Contracten op te schorten egter zeijde ik haar dat ik voor deese keer dewijl sij op haar ver„ „trek stonden haar de tol soude schenken maar dat zij in den aanstaande konde verseekert zijn dat zulx niet soude vlotten want dat het geen gesanten pasten te negotieeren of zij moes„ „ten zig getroosten gedeeltelijk als kooplieden ge„ „handeld te worden dat altoos die Complaisance van wel
English
From Maccasser under date the 8th of May 1765 Maccasser under date the 8th of May 1765 225 From would indeed be maintained to allow what the envoys bought for their own use to pass free, but that this should not exceed the value of 4 to 500 rixdollars, and that they could provisionally report thereof, since I could not write about it now owing to the shortage of time, but that this would happen at the first convenient opportunity so that in the future no one would be able to pretend to be ignorant concerning this; and after having once again urged them to prompt the Court to send hither promptly those who were to be authorized to renew the Contracts, I handed them the letter and let them depart with the customary honors. Sunday the 17th: As it was reported to me that the so-called Sumbawan envoys were getting their vessels ready in order to leave quietly with them for their country, I sent to them the first ordinary messenger, Daeeng Mandjarezij, to ask them—since it had been made known to them that Datoua Ierewe had been restored by the Company to the throne of Sumbauwa in the full assembly of the Overwals allies upon the proposal of the princes, from which he had been unlawfully deposed through the cunning tricks of the Prince of Taliwang helped by the deceased Resident Tinne—why they did not submit to and go pay homage to their lawful king. Whereupon they gave the aforementioned messenger the answer that, having been sent by the Prince of Taliwang as the elected king, they considered themselves obliged to fulfill their commission and to report thereon to him; that for that reason they could not yet recognize Datoua Iarewe as their king, but were prepared to do so if they arrived together on Sumbauwa, because otherwise they would make their wives and children unhappy. Having received this report, I Wednesday the 20th: In the morning again sent the same messenger to them to encourage them to go unarmed to their king, Datoua Ierewe, and submit themselves, but they persisted in what they had said before and requested permission to depart. Perceiving therefore that I would not succeed in this, and being convinced that the presence of the first of these so-called envoys, namely Datoua Boesing, would be very harmful on Sumbauwa, as he was one of the principal ringleaders and the very one who had taken Datour Jerewe his kris and tried to murder him, I gave orders to remove the rudders from their vessels and thus prevent them from fleeing, and sent on the same day to the Kings of the aforementioned Goa From Maccasser under date the 1st of May 1765 From Maccasser under date the 1st of May 1765 Goa and Tello, as well as to Craeeng Sandrabonij, to give notice of this and to request that they would not assist these Sumbawans in procuring vessels, and I also received in reply that the aforementioned Courts assured they would comply with this request. In the meantime, I gave orders to the Shahbandar and Chief Interpreter to try by all means and ways whether there was any chance of winning this people over to the side of Datoua Jarewe. Thursday the 21st: There came to me on behalf of the Court of Goa the second Shahbandar, Caraeeng Bouto Panno, and Gallarrang Tombolo, and on behalf of Tello, Gallarrang Anrong Goeroe Kamanakanga and Anrong Goeroe Tomaroesoe, for whom an audience had been requested the day before yesterday, they having nothing else to say except that they came, according to custom, to give notice that with this new month their fast began, and therefore until the end thereof all occurring matters that could admit of any delay might be suspended. I thanked them for this communication and the observance of old customs, after which, entering into conversation, the Shahbandar asked me whether Datour Ierewe, as the rumors went, would be brought to Sumbauwa with the Company's force, to which I replied to them that no firm decision had yet been taken concerning this, but that the aforementioned king was to go with the Resident as well as all the Overwals princes, and that I did not doubt that the Maccasserese gentlemen would have already seen from the renewed Contract sent to them what the desire of the Company was, and therefore advised them to send no vessels to sea without a pass, for they could be assured that if such were intercepted, they would without mercy be sent in the long chain to their High Nobilities; and with that, I let them depart with friendly greetings to their masters. Friday the 22nd: I sent word to Datoua Ierewe to come to me tomorrow morning at about nine o'clock. Saturday the 23rd: He accordingly appeared with both his sons, named Datoua Badjaeng and Datoua Moenje, whereupon I asked him whether he saw any chance of getting Datou Boesing into his hands by cunning without violence. But he answered me no, unless he surrendered and came to him, but that he firmly believed this would never happen, because the aforementioned Datoua Boesing, being one of his principal enemies and of the foremost ringleaders, was all too well on his guard. Therefore, I abandoned that idea, and after having spoken a little more about the affairs of Sumbauwa, I let them depart. In the afternoon, the King of Bonij sent me notice that the Regent of Goa had been to see him to ask His Highness's opinion concerning Craaeng Bontoa (the former Queen of Sumbawa and a Maccasserese princess), whether it would not be best, in view of the confused state of affairs on the island of Sumbauwa, to fetch that princess from there and place her under the protection of Bonij or Goa; to which His Majesty had replied that he would inform the Governor of this and ask his opinion. I therefore sent the Captain Malay to
Dutch transcription
Van Maccasser onder dato den 8:' Maij 1765 Maccasser onder dato den 8:' Meij 1765 225 Van wel sou onderhouden worden om het geene de gesanten tot gebruijk inkogte vrij te laaten dog dat sulx niet hoger moest gaan als tot de woorde van 4: â 500: rijxdaalders en datze bij provisie door van rapport konde doen dewijl ik nu mits de kortheijd des tijds daar over niet konde schrijven dog dat sulx bij de eerste bequame geleegentheid soude geschieden op dat in den aanstaande niemand soude kunnen voorgeeven hier omtrend onkundig te sijn en daar meede na haar nogmaals gerecommandeerd te hebben om het Hof aan te setten tot het spoedig herwaarts senden der geene die gemagtigd stonde„ te worden om de Contracten te vernieuwen gaf ik haar de brief over en liet baar met het gewoone honneur vertrekken Zondag den 17: dewijl mij gerapporteerd wierd dat de sogenaamde sum bauwareese gesanten haar vaartuijgen inge„ „reedheid bragten om daar meede in stilte na haar land te gaan soo sond ik bij haar den eersten ordinaire sen„ „deling daeeng mandjarezij om haar te vraagen dewijl haar bekend was gemaakt dat datoua Ierewe in de volle vergadering der overwalse bondgenoten op de voordragt der vorsten door de Comp: was hersteld op den troon van Sumbauwa waar van hij door de listige streeken van den prins van Palimang geholpen door den overleeden resident Tinne onregtmagtig afgestooten was waarom sij sig niet submitteerde aan en bij haar wettige koning gingen homage doen waar op sij aangem: sendeling ten andwoord gaven dat zij door den prins van Taliwang als verkooren koning gesonden sijnde verpligt sig oordeelde haar Commissie te volbrengen en daar van aan hem rapport te doen datse dierbalven als nog datoua Iarewe niet konde erkennen voor haaren koning maar daar toe bereijd waaren als sij gesamentlijk op sumbauwa quamen want dat zij anders haare vrouwe en kinderen souden onge„ lukkig maaken waar van mij rapport gedaan sijnde heb ik op S morgens weder denselve sendeling bij haar woensdag den 23 gesonden om haar te aninieeren ongewapend bij haaren koning datoua Ierewe te gaan en sig te submitteeren dog zij bleeven persisteeren bij haar voor heen gesegde en versogten te mo„ „gen vertrekken dierhalven dan bespeurende dat in dese niet soude reusseeren en overtuijgd zijnde dat de presentie van de eerste van deese sogenaamde gesanten namentlijk datoua„ Boesing seer schadelijk soude sijn op sum„ „bauwa als sijnde eene der voornaamste behamels en wel die geene dewelke datour Jerewe zijn krits hadde afgenomen en getragt hem te vermoorden so gaf ik ordre om de roers van haare vaartuijgen af te ligten en se dus het vlugten te betetten in sond ten selven dagen naar de koningen van aangem: goa Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Goa en Tello mitsgrs: bij Craeeng sandrabonij om hier van kennisse te geeven en te versoeken dat zij deese sumbauwareesen niet wilde behulpsaam sijn in het besorgen van vaartuijgen soo als ik dan ook tot keerberigt kreeg dat gem: hoven verseekerde aan dit versoek te sullen voldoen middellerwijl gaf ik ordre aan den sjabandbaar en oppertolk om door alle mid„ „delen en weegen te besoeken of 'er geen kans was dit volkje tot de parthij van datoua Jarewe over te haalen Donderdag den 21: Quamen bij mij van weegens het hof van 20a ten tweeden sjabandhaar caraeeng bouto panno en galarrang Tombolo en van weegens Tello gallanrang Anrong goeroe Ka„ „manakanga Anrong goeroe Tomaroesoe voor dewelke op eergisteren acces was gevraagd hebbende zijl: niets anders te seggen als dat na gewoonte quamen kennisse geeven dat met deese nieuwe maand haare vaste in„ „voel en dier halven tot het eijnde van dien alle voor vallende saaken die eenigsints konde uijtstel leijden mogten werden op geschort: Ik bedankten haar voor deese Communicatie en het onderhouden der oude gebruijken waar na in gesprek geraakt zijnde vroeg mij den sjabandhaar of datour terewe soo als de gerugten gingen met 's Comp:s magt na Sumbauwa soude gebragt werden waar op ik haar repliceerde dat hier ontrend nog geen vast besluijt was genomen dog dat gem: koning met den Resident stond te gaan als meede de gesamentlijke overwalse vorsten en dat ik niet twijffe„ „lende of de Heeren maccassaaren zoude reets uijt het om haar toe gesonden vernieuwd Contract gesien hebben boedanig de begeerte was van de Comp: en haar dierhalven raade geene vaartuijgen sonder pasce in zee te zenden want dat zijl: kon„ „de verseekert zijn ingevalle de sodanige wierden opgebragt zij sonder genade in de lange ketting aan haar hoog Edelheedens soude gesonden werden en liet baar daar meede onder vrin„ „delijke groete aan haar meesters vertrekken liet ik datoua Terewe aan seggen om teegens morgen ogtend tee, Vrijdag den 22:' „gens neegen uuren bij mij te koomen soo als hij dan ook met sijne beijde zoons genaamd datoua badjaengen datoua Saturdag den 23. ' moenje verscheen wanneer ik hem vroeg of hij geen kans door list sonder geweld datou boesing in handen te krijgen dog hij gaf mij ten adwoord van neen ten zij hij zig onder„ wierp en bij hem quam maar dat hij vast stelde sulx nooijt soude gebeuren dewijl gem: datoua boesing eene zyner voornaamste vijanden en van de voornaamste belhamels sijnde sig al te wel in agt nam dierhalven ik dan daar van afsag en na nog een wijnig over de saaken van sum„ „bauwa gesprooken te hebben liet ik haar vertrekken Nade middag liet den koning van Bonij mij kennisse geeven dat den rijxbestierder van Loa was bij hem geweest om sijn Hoogheijds gevoelen te vraagen weegens Craaeng bontoa /:de geweesene Koninginne van Sumbawa en een maccassaarse princesse :/ of het niet best was mits de verwarden toestand op het Eijland sumbauwa om die vorstinne van daar te haalen en te stellen, onder Protectie van bonij of Goa! waar op sijn majesteit hadde ten andwoord gegeeven dat hij daar van den gouverneur kennisse en desselvs gevoelen vraagen soude ok sond dierhalven den Capitain maleijer aan dies
English
From Maccasser under date of 1st May 1765:— 229 From Maccasser under date of 1st May 1765: = Tuesday the 26th: an envoy from the King of Tello came to inform me that, having heard that a Macassar prince named Caraeng boelopong was on the point of departing on a journey with the King of bima, he deemed himself obliged to give me notice thereof, because he feared that the prince would do little good in that country and that he might bring the displeasure of the Company upon himself if it appeared that the King, having had knowledge thereof, had concealed it. I had my thanks expressed for that message and advice, and stated in return that I would inform myself further about this from the King of bima. Friday the 1st of March: I inquired of the Shahbandar Voll and the chief interpreter how far they had advanced in the matter of the so-called Sumbawan envoys, to which they answered me that they had held several conferences with them and had brought the matter so far that they had agreed, upon arriving in bima, to submit themselves to Datoua terewe and recognize him as their King. Therefore, through the said Shahbandar and chief interpreter, I had them informed that I was content with this, provided that the envoys crossed over in a Company chaloup and that their people followed in their own vessels. However, it was reported to me shortly thereafter that Datoua Boesing was not inclined to this, but requested to be allowed to travel in his own vessels with his company and retinue. Perceiving clearly from this that the intention was [illegible] who brought me this message back with the answer that I could see no harm in this, but also at the same time that the said Queen, being neutral in this matter and respected by both parties, would in my opinion present no difficulty. Possibly intending to deceive me, I resolved to have them seized through the channel of Radja bima, and taken into custody and held until Datoua Ierewe had taken possession of the throne again; being well assured that in case these people departed beforehand for Sumbawa, they would upon arriving there throw everything into greater turmoil, and the alliance which was intended to be brought about between the said Iarewe and the Prince of Taliwang would be hindered. And in order at the same time to make an end of the matters with the overseas princes and take leave of them, I had them summoned to meet with me tomorrow morning at the country house, where they then also appeared together, in which meeting such matters were dealt with as are noted in the separate memorandum of today's date. After all this was concluded, I requested Radja bima to remain a little longer and had all the people present leave, whereupon I spoke to him at length regarding the Sumbawan envoys so often mentioned herein, and the fear I harbored that with the help of the Macassars they might perhaps escape, to the great detriment of affairs on that island; ultimately asking him whether he saw any opportunity to get those fellows into his hands through cunning and without bloodshed, to which he answered yes, promising me that he would do so as soon as he found the opportunity. In the afternoon at four o'clock, the chief interpreter came bringing to me, bound, two of the frequently mentioned envoys, namely Radeeng maneeng baija and the so-called Nene renga, who according to the report of the said interpreter had surrendered to the King of bima, whom I then sent to the castle in order to be placed in a separate [illegible]
Dutch transcription
Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765:— 229 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765: = Dingsdag den 26: quam een sendeling van Tello 's koning mij bekend marken dat hij gehoord hebbende, een maccassaars prins genaamd Caraeng boelopong met den koning van bima stond op reijs te gaan en dat hij sig verpligt reekende mij daar van kennisse te geeven om dat hij vreesde dat prinse daar te lande niet veel goeds sou„ „de doen en hij het misnoegen van de comp: over sig soude baalen als het bleek dat hij koning daar van wetenschap gehad hebbende sulx badde versweegen; Ik liet voor die boodschap en het advis bedanken en wederom seggen dat ik mij daar op nader bij den koning van bima informeeren soude vridag den 1: Maart Informeerde ik mij bij den sjabandhaar voll en den oppertolk hoe verre sij g'advanceerd waaren in de saak der soogenaamde sumbauwareese gesanten waar op sij mij ten andwoord gaven dat zij verscheijde conferentien hadden gehad met deselve en het soo verre hadden gebragt dat zij aangenomen hadden sig op bima komende te sullen onder werppen aan datoua terewe en deselve voor haaren koning erkennen dierhalven liet ik door gem: sjabandhaar en oppertolk haar aanseg„ „gen dat ik daar meede te vreede was mits dat de gesanten met een Comp: Chialoup overvoeren en dat haar volk in haar eijgen vaartuijgen soude volgen dog mij wierd kort daar op gerapporteerd dat datoua Boesing daar toe niet geneegen was maar versogt in sijn eijgen vaartuijgen met sijn geselschap en gevolg te moogen reijse Hier uijt dan wel bespeurende dan den toeleg. was om des die mij deese boodschap bragt te rug met andwoord dat ik hier inne geen quaad konde zien maar ook teffens dat gem: koninginne in deese saak neutraal en bij beijde partijen in agting sijnde na mijn gevoelen geen swaarigheid lad mogelijk mij te bedriegen soo re solveerde ik om door het Canaal van Radja bima haar te laaten op vatten en in verseekering te neemen en te houden tot datoua Ierewe weder possessie hadde genomen van den troon als wel versekert zijnde ingevalle dit volkje voor af na sumbawa vertrokken zij daar komende alles in een grooter beweeging brengen en de assopiatie die men van sints if tusschen gem: Iarewe en den prins van Taliwang te be„ „werken kinderlijk sijn soude en om teffens een eijnde te maaken van de overwalsche vorsten en haar afscheijd te geeven soo hiet ik haar appoincteeren teegens morgen ogtend om bij mij te komen in het buijtenhuijs soo als hij dan ook gesamentlijk Compareerde in welke bij een komst sodanige saaken sijn verhandeld als bij de apparte aantekening van huijdigen datum staan genoteerd Na dat dit alles was afgeloopen versogt ik radja bima nog wat te vertoeven en liet alle het aanweesende volk uijtgaan wanneer ik hem wijdlopig sprok over de dikmaals in deesen ge„ „noemde sumbauwareese gesanten ende bedugting die bij mij was dat zij door de hulp der maccassaaren het somtijds mogten ont„ „snappen tot groot na deel van de saaken op dat Eijland ten eijnde hem vragende of hij geen kans sag om die knaeppen in„ „handen te krijgen met list en sonder bloedstorting waar op hij ten andwoord gaf van Ia en dat hij mij beloofde sulx te sullen doen soo spoedig als hij daar toe geleegentheid kreeg Na de middag om vier uuren kwam mij den oppertolk ge„ „vleugeld brengen twee van de dikgerepte gesanten namentlijk Radeeng maneeng baija en de sogenaamde nene renga die sig volgens het rapport van gem: tolk aan den koning van bima hadde overgeeven die ik dan na het Casteel soud om in een mogelijk appart. ƒ
English
231 Maccasser, dated the 1st of May 1765 From Maccasser, dated the 1st of May 1765 From to be kept in a separate room, but upon my inquiry as to where datoe boeding was, I received the answer that upon the arrest of these two companions of his, having learned of it, he had retreated into his residence with all his people, which was also confirmed by Radja bima, who likewise came to me, adding that the aforementioned datoua boesing, being richly provided with rantacken, blunderbusses, and muskets, requested orders to attack him by force. Perceiving from this that Radja bima had acted too prematurely and had not taken good measures, and being very unwilling to proceed to the extreme, I gave him the answer that he could return there with his people, keep the house surrounded, and treat those who wished to defect kindly; after which I ordered the emissary daeeng mandjarekij to go alone to datoea boesing and admonish him not to use force, to submit willingly, and to come to me under the assurance that not the least harm would be done to him. However, it appearing from the report of that emissary that he was not inclined to do so, and understanding that he had as many as seventy men with him and, being well provided with ammunition, had prepared himself for defense, and evening being at hand, I had the other allies informed of this matter, requesting them to join Radja bima. I also ordered the head and assistant interpreters to gather all the Malays together and likewise proceed thither, with a serious recommendation not to commit the least violence unless a sally were made, in which case they were to defend themselves. Tuesday the 5th, in the morning at the break of day, the head interpreter came to me, reporting that during the past night the assistant interpreter brugman had spoken on two different occasions with datoua boeling and had advised him for the best, but that this had been of little effect, he having said the last time that they should send his companions to him, and that he would then consider his position. I thereupon once more sent the head interpreter to him to see whether there were still any means to persuade him to surrender, but received the return report that he had said they should give him some time in peace to reflect. However, the aforementioned interpreter added that he had seen small bamboos being prepared, surely with the intention of setting fire. Therefore, seeing clearly that, to prevent further evil consequences, it would be necessary to proceed to the extreme, I informed the members of the council of everything after the conclusion of domestic affairs, and such a decision was then taken as can be seen in the resolution of today's date. After the adjournment of the council, I gave orders in conformity with the resolution, both to the foreign allies and to the interpreters, to attack it by force with the help of the Malays—after having once more admonished the often-mentioned datoea boeding for the best in this matter—and to make a large opening toward the seaside to give them the opportunity to flee, and thus spare as many lives as might be possible. Whereupon the attack began around eleven o'clock, and fighting was conducted with the utmost fierceness until one o'clock, when our people broke through and overwhelmed the house, with the loss of no more than a boy belonging to the assistant interpreter brugman, although several Bimarese and Tamborese were wounded, while by
Dutch transcription
231 Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van appart vertrek bewaart te worden dog kreeg op mijn vrage waar datoe boeding was ten andwoord dat bij het opligten van deese twee sijne makkers vernomen hebbende met alle sijn volk badde geretireerd in sijn wooning soo als sulx ook door Radja bima die meede bij mij quam wierd geconfirmeerd onder bijvoeging dat gem: datoua boesing rijklijk voorsien sijnde van Rantacken donderbossen en snaphaanen ordre versogt om hem met geweld aan te vallen Hier uit nu bespeurende dat Radja bima te prematuur was geweest en geen goede maat Reguleeren genomen haden zeer ongaarne tot het uitterste willende overgaan gaf ik hem ten andwoord dat hij weder derwaarts konde gaan met sijn volk het huijs omsingeld houden en die wilde overloopen vriendelijk te handelen waar na ik aanden sendeling daeeng mandja„ „rekij ordonneerde alleen te gaan bij datoea boesing en hem te vermaenen geen geweld te gebruijken en sig goedwillig te submit„ „teeren en bij mij te koomen onder verseekering dat hem geen het minste quaad soude werden gedaan dog uit het rapport van dien sendeling blijkende dat hij daar toe niet geneegen was en ver„ „staande dat hij wel seeventig man bij sig had en wel van Ammonitie versien sijnde sig tot defensie geprepareerd had en den avond op handen sijnde liet ik de overige bond„ „genooten van dit geval kennis geeven versoeken om sig bij Radja bima te voegen ook ordonneerde ik de opper- en onder„ „tolken om alle de maleijers bij malkander te versamelen en meede derwaarts te gaan met serieuse recommandatie om geen het minste geweld te pleegen ten zij een uitval wierd en dat zij dan sig moeste defendeeren Dingsdag den 5: quam 's morgens met het aanbreken van den dag den oppertolk bij mij rapporteerende dat geduurende de gepasseerde nagt den ondertoek brugman tot twee differente reijze met datoua boe„ „ling gesprooken en hem ten besten geraaden badde dog dat sulx van weijnig vrugt was geweest hebbende bij de laatstemaal gesegd dat men sijn makkers bij hem soude senden en dat hij dan sig soude beraaden Ik sond daar op nogmaals den opper„ „tolk na hem toe te zien of er nog middel was om hem te be„ „weegen het hoofd in de schoot te leggen dog kerecg tot keerberigt dat hij gesegd had men hem eenige tijd rust soude geeven om sig te beraaden dog voegde gem: taalsman daar bij dat hij gesien had klijne bamboesen vervaardigd wierden seekerlijk met intentie om brand te stigten dierhalven dan wel siende dat er ter vermijding van verdere quade gevolgen tot het uit„ „terste soude moeten werden overgaan soo gaf ik de leeden der vergadering na het afloppen der Huijsselijke saaken van alles ken„ „nisse en wierd als doen sodanigen besluijt genomen als bij de resolutie van huijdigen datum kan werden beoogt Na het scheijden der vergadering gaf ik Comform het be„ „sluijt ordre soo aan de overwalse bondgenooten als aan de zolken om met hulp van de maleijers. /:na nogmaals in deesen dik ger: datoea boeding ten goede te hebben vermaand:/ met geweld het te attacqueeren en na de zeekant een groote opening te maa„ „ken om haar geleegentheid te geeven te kunnen vlugten en dus zoo veele te spaaren in 't leeven als soude mogelijk sijn waar op dan teegens elf uuren den aanval begon en met de uijtterste bitterheijd gevogten wierd tot een uur wanneer ons volk door brak en het Huijs overweldigde met verlies van niet meer als een Ionge van den ondertolk brugman schoon verscheijde bimaneese en Tamboreesen gequest waaren terwijl bij
English
Governor-General Makassar under date the 1st of May 1765 from From Makassar under date the 1st of May 1765 233 Tuesday the 5th while in that action the head of that gang, the often-mentioned datoea boeling, and 14 more of his companions came to be killed, and the rest, taking flight across the field, set their course toward Goa, except for five Sumbawanese who defected to us and were brought to datoea Iarewe, their present king, with the recommendation to treat them well, while I gave orders to bury all the corpses properly under the ground; it was made known that some of the Sumbawanese who fled yesterday were found dead in the field and the rest were in Goa. I sent to the regent of the realm to demand those people in order to send them back to their country, but received word that they were not there, but that they would be searched for, and if found, would be sent to the governor. Meanwhile, the Sumbawanese who were under arrest having been asked whether they wished to submit to their present king datoea Iereme and depart with him to Bima and thus further to their country, they gave to know that they would gladly do so and had already been resolved to do so for a long time, but that they had refrained out of fear of datoea boeling, whom they had many times tried to persuade to that effect, but that he had not wanted to listen, so that, clearly seeing this obstinacy would come to no good end, they had safely stored their chests and belongings in the Malay Quarter in good time in order to be able to flee and preserve their property if it came to the utmost extremity, as they demonstrated since they had their chests fetched. I therefore had them told that they needed to be afraid of nothing, and that, the departure of the collective princes being at hand, I would place a good vessel at their disposal and let them depart with it to Bima, where they could then join their king and go with him to his country. Wednesday the 6th The king of Bima having requested of me some time ago that he might take with him his sister, the mother of the present king of Goa, whom he had understood had to manage in the utmost poverty, binding himself not to take a single Makassarese along, I permitted him to do so, being convinced that that princess truly was in a bad circumstance and scarcely had a place to sleep in her dwelling, which threatened to collapse at any moment. Pursuant then to this consent, he requested of me today to be allowed to go to Goa in person to fetch his sister and to see with his own eyes how she and her son, the king, were treated, which I gladly granted him. Saturday the 9th I sent the first emissary, daeeng mantjarekij, to Sandrabonij to inform himself of the truth of the rumor that some prows, to the number of 16 pieces, were lying there in readiness to depart for Sumbawa, with orders, if he found it to be so, to address the king of that realm concerning this, but otherwise merely to return in silence. That same evening it was reported to me by the chief interpreter that the king of Bima had returned from Goa and had related to him that he had been received there very politely by the king, the regent of the realm, and other grandees of the realm; but after the exchange of mutual compliments, the said regent of the realm had said: well, now your Highness has made a fine mess of it with the departing envoys.
Dutch transcription
GG Maccasser onder dato den 1: Maij 1765 van Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 233 Dingsdag den 5: terwijl in die actie het hoofd van die bende den dikger: datoea boe„ „ling en nog 14: zijner makkers sijn komen te sneuvelen en de overige over het veld de vlugten neemende paar cours na Poa gesteld hadden behalven vijff sumbauwareesen die tot ons overgelopen en bij datoe a Iarewe haaren teegenswoordigen koning gebragt sijn met recommandatie om haar wel te handelen terwijl ik ordre gaf om alle de lijken behoorlijk onder de aardete be„ wierd bekend gemaakt eenige der opgisteren gevlugten sum„ „bauwareesen op het veld dood gevonden en de rest op 90a waaren heb ik na den rijxbestierder gesonden om die menschen op te Eijsschen om haar weder te senden na haar land dog keer berigt datze daar niet waaren maar dat er na gesogt soude worden en als te gevonden wierden aan den gouverneur soude gesonden werden inmiddens de in arrest sijnde sumbauwareesen gevraagd sijnde of sij sig aan haaren teegenswoordigen koning datoua Iereme wilde submitteeren en met hem na bima en zoo verder na haar land vertrekken; soo gaven sij te kennen sulx gaarne te sullen doen en reets voorlange daar toe waaren gesolveert dog dat zij het uit vreese hadden gelaaten voor datoea boeding die sij daar toe menigmaalen hadde getragt te beweegen maar dat denselve daar na niet hadde wille luijsteren datze daarom wel siende deeze obstinaatheid geen goed eijnde soude neemen bij tijds haare kisten en effecten in de Campong maleije had„ „den geborgen om als het tot het uitterste quam te kunnen vlugten en haar goed behouden soo als sij aantoonde dewijl zij haare kisten hadden laaten haalen Ik liet haar dier hal„ „ven seggen dat ze nergens voor behoefden bevreest te sijn en dat het vertrek der gesamentlijke vorsten op handen „stellen sijnde ik daar op een goed vaartuijg soude plaats en daar meede laaten vertrekken na Bima alwaar ze: dan zig bij haaren koning konde vervoegen en met hem na sijn land: den koning van bima mij voor eenige tijd versogt hebbende woensdag den 6: dat hij sijn suster de moeder van de teegenswoordige koning van zoo die hij verstaan had dat in de uitterste armoede sig moest behelpen mogte meede neemen sig verbindende geene eene maccassaar te zullen meede voeren soo heb ik hem sulx gepermitteerd overtuijgd sijnde dat die vorstinne waar„ „lijk in een slegte omstandigheid en qualijk een plaats badom te kunnen slappen in haar wooning die alle momente dreijgde in te storten ingevolge dan van deese toestemmen versogt hij mij op heeden in persoon na 90a te moogen gaan om zijn suster afte haalen en met sijn oogen te sien hoeda„ „nig zij en haar soon den koning behandeld wierden het geene ik hem gaarne accordeerde Heb ik den eersten sendeling daeeng mantja rekij na Sandra, Saturdag den 9:' „bonij gesonden om sig na de waarheid te informeeren van het gerugt dat aldaar eenige prauwen ten getalle van 16: stux in gereedheid lagen om na sumbauwa te vertrecken met ordre om sulx soo bevindende den koning van dat eijk daar over aan te spreeken dog anders maar in stilte wederom te koomen dien selven avond wierd mij door den oppertolk gerapporteerd dat den koning van bima geretourneerd was van Doa en aan hem verhaald had dat hij aldaar door den koning in rijx bestierder en verdere rijxgrooten zeer beleefd ontfangen was; dog na het afleggen der wederzijds Complimenten hadde gem: rijxbestierder gesegd wel nu heeft uw hoogheid het fraaij gemaakt met de vertrekken sijnde gesanten
English
From Maccasser, dated the 1st of May 1765 From Maccasser, dated the 1st of May 1765 to massacre the envoys of sumbauwa's king for the sake of the Company, and to hand over your muskets, gunpowder, and lead to them. How can Your Highness allow yourself to be so misled by crafty words? Does Your Highness not know that with their cunning detours and flattering language, they seek to bring Your Highness into irreparable ruin, and seek to stir up an eternal enmity between Your Highness and the realm of sumbauwa? Is your trust in the hollanders so great? If the sumbauwarese, on their part, were now to attack and assault you in such a manner, do you think that in such a case they would help you and assist you with what is necessary? No, continued that minister, we maccassarese are only too convinced of the contrary, and we are already starting to get the fever from the crafty words of the hollanders, and from their harsh words we fall into a complete fever. To which the king of bima said he had answered: "Do you not know then that I am an ally of the Company, and that sincere and faithful allies are obliged to assist one another against their enemies? This I have now done, and at the request of the lord governor, I attacked and struck down the false envoy with his followers, who wished to take up arms against the Company. And concerning the crafty words of the Hollanders, he must testify that no deceit had ever been committed against him, but on the contrary, that he held himself assured that the Company had always acted in all sincerity with its faithful allies, and had constantly sought to keep the harmony and friendship alive among them; furthermore, that His Highness, whenever in need, had always been supported and assisted by the Company, and therefore also placed his trust entirely upon it; and as for that gunpowder, muskets, and lead, which he had given into custody to the Company upon his arrival, that this had been returned to him without any deficiency, and that on top of that, he had been endowed with gifts by the governor." To all of which the Goanese regent had remained silent, until he, the king of bima, after having spoken a little more about other matters, took his leave and departed again. Sunday the 10th: I sent the ordinary emissary daleng mandjarekij to Goa to request the king that, if any sumbauwarese might be found within the jurisdiction of the maccassarese, they might be handed over to the Company to be sent back to their country; and in the evening, I received report in return that the king and the grandees of the realm, having heard this message, had agreed, with return greetings, to comply with this request if it was feasible. Monday the 11th: All the allied princes of the outer districts departed from this roadstead, together with the vessels projected for carrying out the expedition to Sumbauwa. Sunday the 24th: I sent word to the courts of Bonij and goa to request an audience for the commissioners for tomorrow morning at nine o'clock, and this was accepted by both, whereupon Monday the 25th: the fiscal Blijdenberg and Shahbandar voll departed for bonij at the appointed time, as well as the shopkeeper Cruijpenning and pay bookkeeper Ravensberg for Goa, to carry out such matters as are recorded in their reports. Tuesday the 26th: I sent the assistant interpreter Brugman again to the regent of bonij in order to urge him to pay the remainder of the debt incurred in the Panekeijse war, and received trust, until E
Dutch transcription
235 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 gesanten van sumbauwas koning ten gevalle van de Comp: te mas„ „sacreeren en uw snaphaanen kruijt en loot aan haar over te geeven hoe kan uw Hoogheid sig door tistige woorden soo laaten verleijden weet uw Hoogheid niet dat ze met haar lis„ „tige omme weegen en vleijende taal uw hoogheid tragten te bren„ „gen in een onherstelbaar verdniet en tusschen uw hoogheid en het rijk van sumbaudva een euwrige vijandschap soeken te verwekken is uw vertrouwen op de hollanders soo groot In„ „dien nu eens de sumbauwareesen op haar beurt uw ook eens op dusdanig een wijse quamen te bespringen en op het lijf te vallen denkt gij dat zij in sulx een geval uw sullen helpen en met het nodige adsisteeren neen vervolgde dien mi„ „nister wij maccassaaren sijn van het teegendeel te veel overtuijgd en beginnen al de koorts te krijgen van de listige worden der hol„ „landers en van haar harde woorden vallen wij in de Heele koorts op het welke den koning van bima zeijde te hebben g'andwoord wat ghij dan niet dat ik ben een bondgenoot van de Comp: en dat opregte en getrouwe bondgenooten verpligt sijn malkanderen teegens haare vijanden te adsisteeren dit heb ik nu gedaan en op versoek van den heer gouverneur den valsche gesant met zijn aankang die de wapens teegens de Comp: wilde gebruijken g'attac„ „queerd en ter needer gemaakt en belangende de listige woorden der Hollanders moet hij betuijgen dat aan hem nooijt eenige lis„ „tigheid gepleegd was maar ter Contrarie dat hij sig verseekert hield de Comp: altoos met haare getrouwe bondgenooten in alle opregtheid gehandeld en statsgetragt had de harmonie en vrindschap onder haar levendigte houden vervolgens dat zijn hoogheid door de Comp: des nodig hebbende altoos onder steunt en geadsisteerd was geworden en dier halven ook ten eenemaal zijn vertrouwen door op stelde en wat betrefte dat buskruijt snapbaa„ „nen en lood 't geene hij bij sijn komst aan de Comp: hadde in be„ „waaring gegeven dat hem sulx sonder eenige manquement we„ „derom gegeeven en daar en boven miet geschenken door den gouver„ „neur begiftigt was op alle het welke den Goase rijxbestierder hadde stil gesweegen tot hij koning van bima na nog een weij„ „nig over andere saaken te hebben gesprooken zijn afscheijd nam en weder vertrokken was Heb ik den ordinaire sendeling daleng mandjarekij gesonden Sondag den 10:' na Goa om den koning te versoeken dat wanneer onder de Iuris„ „dictie der maccassaaren sig mogten bevinden eenige simbouwa„ „reesen deselve aan de Comp: mogte overgegeven worden ter versen„ „ding na haar land en kreeg ik 's avonds tot keer berigt dat den koning en rijxgrooten deeze boodschaap aangeboord hebbende onder Contra groetenisse aangenomen hadden aan dit versoek als het doenlijk was te sullen voldoen zijn van deeze rheede vertrokken alle de overwalse vorsten Maandag den 11:' benevens de vaartuijgen die geprojecteerd zijn tot het doen der expe„ „ditie na Sumbauwa Heb ik na de hove van Bonij en goa gesonden om teegens morgen sondag den 24:' ogtend te negen uuren acces te versoeken voor gecomm: en is sulx door beijde aangenomen soo als dan derwaarts sijn vertrokken ter bestemden tijd den fiscaal Blij Maandag den 25:' „denberg en Sjabandhaar voll na bonij mitsgrs: den winkelier Cruij„ „penning en soldij boekhouder Ravensberg na Goa ter verrigting van sodanige saaken als bij haare rapporten bekend staat Heb ik den ondertolk Brugman weder gesonden na den rijxbe„ Dingsdag den 26:' „stierder van bonij ten eijnde denselve aan te maanen tot de voldoening der restant van de gemaakte schuld in de Panekeijse oorlog en kreeg vertrouwen, tot E
English
Maccasser, under date 8 May 1765— from Maccasser, under date 1 May 176„ 237 from reported in return that he had sent emissaries in all directions to collect those monies, and that upon their return he would send everything they brought with them. Sunday 7 April. Through the Ondertoek, I took the liberty to ask the King of Bonij for an audience for the day after tomorrow in the evening at four o'clock, for myself alone, and received in reply that His Majesty would expect me. Tuesday 9, after midday around four o'clock, in the company of the Shahbandar Ian Hendrik Voll, I rode to the residence of Bonij, where I was received with the customary honors. After having engaged in some indifferent conversation, I subtly directed it to the recent incident concerning the so-called Sumbawan envoys, because I had been informed that the King had expressed himself in unfavorable terms regarding that matter, purely and simply because the Company had not consulted him on it. His Majesty said to this, "I first learned privately how that emissary and his retinue were treated, but I was astonished that an envoy was subjected to such treatment, as such a thing has never happened before." To this I replied that they were not genuine envoys, since the real ones had stayed at home out of fear, leaving the commission to these fellows. "That is another matter then," said the monarch, adding as he spoke to his nobles, "See there, do you hear it yourselves now? There is indeed nothing else to be said; he received his just deserts." A brief silence followed this, after which the King resumed speaking and, by way of complaint, made known to me that matters were proceeding in a very confused manner at the Goan Court. When the subjects did wrong, they addressed themselves to the King of Tello, who took them under his protection; and furthermore, the Regent of the first-mentioned Court ruled alone and did everything that seemed good to him, without showing any sign of willingness to hand over the government to the young King, who had already long been circumcised and consequently ought to be placed upon the throne. Through this, everything was falling into disarray, and the majority of the Macassarese complained forcefully about it. I answered the King that, this being well known to me, I had given it some thought and had decided to send commissioners thither in the near future to ask the Regent for what reason the King was not being given possession of the crown and government, with which the King of Bonij expressed himself to be satisfied. After this, the old complaints concerning the Bonijers came up again, and after having conversed about this for some time, His Majesty said, "The land is not yet truly clean and must necessarily be purified." Although I understood well enough what this was aiming at, I nevertheless asked what the prince meant to say by this, and received as an answer that the Mandharese now no longer cared for the Court of Bonij as before, and listened to it even less, wherefore it was high time that that nation was severely chastised. To this I briefly replied that the expedition to Sumbawa had to be concluded first before anything else could be considered, asking the King at the same time whether he had yet received any news from Maradia Tjinrana regarding the two Javanese and the remainder of the goods from a plundered vessel, which were said to be kept there, and received an answer in the negative, as the emissaries sent thither had not yet returned. what Lastly
Dutch transcription
Maccasser onder dato den 8:' Meij 1765— van Maccasser onder dato den 1:' Maij 176„ 237 van tot keer berigt dat hij na alle kanten sendelingen hade uijtgesonden om die penn: te versamelen en dat hij deselve te rug komende alles soude senden wat sij meede bragten Sondag den 7: April Heb ik door den ondertoek belet laaten wagen bij den koning van bonij teegens overmorgen s' avonds om vier uuren voor mij alleen en kreeg tot keer berigt dat zijn majesteit mij soude verwagten Dingsdag den 9 na de middag ons vier uur ben ik in geselschap van den sjaban„ dhaar Ian Hendrik voll gereeden na de wooning van bonijs en aldaar met het gewoone konneur gerecipieerd en na eenige onver„ „schillige discoursen gevoerd te hebben leijde ik het ongevoelig op het Iongst gebeurde geval met de soo genoomde sumbawareese gesanten om dat ik g'informeert was den Koning sig dier weegens in geen favo„ „rable termen had uijtgelaten enkel en alleen om dat de Comp: hem in die saak geen raadpleegd had zijn majesteit zeijde daar op ik hebbe eerst particulier vernomen hoedanig dien sendeling met zijn gevolg behandeld is dog ik heb mij verwonderd dat een gesant sodanige behandeling is aangedaan alsoo sulx nog nooijt gebeurt is hier op repliceerde ik dat zij geen regte gesanten waaren dewijl die thuijs gebleeven sijnde uit vreese deese knaapen de Commissie op geofferd hadde dat is dan wat anders seijde dien vorst volgende daar bij teegens sijn rijxgrooten spreekende zie daar hoord gijl: het nu selfs daar vald immers niet anders op hij heeft loon na werken gekreegen Hier op voegde eenig stilsuijgen waar na den koning het woord hervatte mitsgrs: bij wijse van doleance mij te kennen gaf dat het aan het goase Hof deer verward toeging en dat wanneer de on„ „derdoonen quaad deede sij sig addresseerde bij den koning van Tello die haar in zijn protectie nam en dat wijders den Rijx„ bestierder van eerstgem: Hof alleen regeerde en alles deed wat hem goeddagt sonder eenig bewijs te toonen geneegen te zijn den Jon„ „gen koning die reets voorlange besneeden en Consequentelijk op den troon moest geplaast worden de Rbegeering te willen in Landen geeven waar door alles in de war liep en het grootste getal der maccassaaren sig door over kragtig beklaagden Ikandwoorde den koning hier op dat mij dit alles wel bekend zijnde ik mijne gedagten daar over laten gaan en beslooten had eerstdaags gecommitteerdens derwaarts te senden om den rijxbestierder eens af te vraagen om wat reeden den koning geen bezitting gegeven wierd van de kroon ende regeering waar meede dan den koning van bonij betuijgde vergenoegd te zijn Hier na quamen de oude klagten over de bonijers weder op de baan„ en na daar over eenige tijd gediscoureerd te hebben zeijde zijn majes„ „teil het land is nog niet regt schoon en moet noodsaakelijk gesuij„ „verd werden Alhoewel ik nu wel begreep waar dit heen wilde vroeg ik egter wat den vorst daar meede seggen wilde en kreeg ten andwoord dat de mandhereesen sig thans niet meer als voor deesen aan het bonijse hof kreunde en nog minder daar na luijsterde waarom het hoog tijd wierd dat die na„ „tie eens gevoelig wierden gecastijd waar op ik kortelijk repliceerde dat eerst de Expeditie na sumbawa afgelo„ „pen moest sijn voor dat om iets anders konde gedagt worden teffens den koning vraagende of hij nog geen. tijding had van maradia Tjinrana weegens de twee javanen en het restant der goederen van een gespol„ „lieert vaartuijg dewelke aldaar soude bewaard wor„ „den en kreeg ten andwoord van neen alsoo de sende„ „lingen die derwaarts gesonden nog niet geretourneerd. waaren wat Laastelijk
English
239 From Maccasser under date 1 May 1765 From Maccasser under date 1 May 1765. Lastly I asked about the situation of Arou Mampoe and where that prince was currently staying, whereupon His Highness said that he together with the first Tommilalang had gone to Oelawang in order to eliminate or drive away a certain Arou Patimpe who had committed much evil there, and that the latter, as he believed, must have already succeeded. I expressed thereupon that I longed to see and speak with the aforementioned Arou Mampoe, as it was now well over four years that he had stayed in the inland without coming to us here at the Castle. The king replied to this that he would gladly give me that pleasure, and ordered the regent to let the necessary orders go out to have that prince come hither. And since it began to grow dark, this visit also ended herewith; I took leave of the king and departed again for the Castle. Friday the 19th the king of Bonij sent to request an interpreter from me; therefore I sent Pieter Bartelsz thither, who upon returning handed over to me on behalf of His Majesty two letters, namely one from the old queen of Sumbawa and the other from the prince of Taliwang, with the notice of having received them from the Macassars without knowing who had brought them there, but that he did not well understand the contents, only grasping from it that the king of Bima was blamed for the disturbances at Sumbawa, therefore requesting me to be so good as to translate those epistles and send them to him with my opinion on how to act therein, but that the Macassars must have no knowledge of this and that in order to avoid such he had expressly asked for someone on behalf of the Company, because he had no one with him whom he trusted with such. I then had the translations prepared and discovered from their contents that that of the queen contained nothing unusual, but that of Prince Taliwang contained a complaint about the king of Bima and that through his doing the Company's intention seemed to be to ruin the land of Sumbauwa, wherefore he then took his refuge with Bonij's king, requesting him for counsel and help. Perceiving from this then that that prince seemed to be in distress, I made use of that opportunity and sent the Shahbandar Voll to Bonij's king on Saturday the 20th with the aforementioned translation and the draft of an answer, in order to present that to the monarch and to ask whether he would please reply in such manner, as I then did not doubt but that the same would have a good effect. The same, returning in the evening, reported to me that coming to the King, while conveying my compliments, he had handed over the two translations, thanking at the same time that monarch for his goodwill in sending those letters to be read by the Governor, at the same time giving that monarch to understand that I had well understood the contents of those letters and to that end also had presented to His Majesty the draft of what I thought best to answer thereto, with the request also to inspect the same to see if perhaps, in the opinion of the King, anything ought to be changed or added to it. The King, having read the same, said that he would alter it somewhat and, when it was ready, would send it to me From Maccasser under date 8 May 1765 From Maccasser under date 5 May 1765 Friday the 26th would send it together with the messenger La-Audoe (which I had requested) in order to have the same delivered further. I thereupon had a small vessel prepared so as to be able to depart immediately when the letters from the king arrived, which then having been brought to me on Thursday the 25th by the aforementioned Pa-Audoe, I had the King thanked for it and dispatched the same with the aforementioned epistles, after having instructed him beforehand to inquire in the most careful manner upon arriving at Sumbauwa as to what Macassar princes were staying there, as well as how strong they were in manpower and weapons, also regarding the Wadjorese how they behaved and whether there was still abundant discord among the Sumbawarese, in short after everything that he judged useful to be known here; and that he furthermore had to return as soon as possible after completing the business. Beneath stood: Agrees. Was signed: I: Bleeke, Secretary. In the morning at nine o'clock combined meeting of policy in the outer house with the princes from across the strait, the kings of Bima, Dompo, Tambora, Sangar, and Pekat, together with their foremost grandees of the realm, all members present with the Resident of Bima and Sumbauwa, Iacob Bikkes Bakker. After the Lord Governor had informed the Members in what manner the princes from across the strait, presently here, against the ancient customs now for a period of well over twenty-five years had appeared at this Castle neither in person nor through accredited ambassadors, and thereby had caused manifold confusions and committed no lesser violations of the treaties with impunity; to provide against which His Right Honorable, after a fruitless use of many other means, had finally by a serious writing to each of the named kings persuaded them to sail over hither with their foremost Councillors of the realm, in order to decide at once all mutual disputes with the Noble Company and among each other, to find the necessary remedies for the restoration of the peace of the realm of Sumbauwa, which lies plunged in a very worrisome state, Secret Resolutions Taken in the Castle Rotterdam at Maccasser, beginning the 2nd of February 1765 and ending the 5th of March of this year. Saturday the 2nd of February Anno 1765: 341 Secret as well as
Dutch transcription
239 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765. Laastelijk vroeg ik na den toestand van Arou mampoe en waar dien prins zig thans ophield waar op sijn hoogheid seijde dat hij benevens den eersten Tommilalang na oe„ „lawang waaren gegaan om sekeren Arou patimpe die aldaar veel quaads hadde bedreeven uit de weg te ruijmen dan mee te verjaagen en dat dit laatste ook soo hij geloofde reets moeste gelukt zijn Ik betuijgde daar op dat ik verlangde om voorsz: Arou mampoe eens te zien en te spreeken alsoo het nu ruijm vier Jaaren was dat hij in de binnen lan„ „den sig hadde opgehouden sonder ons hier aan het Cas„ „teel te koomen den koning andwoorden daar op dat hij mij gaarne dat genoegen wil de geeven en gelaste den rijxbestier„ „der de nodige ordres te laaten afgaan om dien prins her„ „waarts te laaten koomen En vermits het Danker begon te worden soo eijndigde hier meede deese visite ik nam afscheijd van den koning en vertrok weder na het Casteel Vrijdag den 19:' liet den koning van bonij mij versoeken om een Tolk dierhalven sond ik derwaarts Pieter Bartelsz: die te rug ko„ „mende mij van weegens sijn majesteit overhandigde twee brieven als eene van de oude koninginne van sumbawa en de andere van den oprins van Taliwang niet bekend making deselve van de maccassaaren te hebben ontvangen sonder te weeten wieze daar gebragt hadde dog dat bij den houd niet wel verstond als Eenelijk daar uijt begreep den koning van bima de schuld gegeven wierd van de onlusten tot sumbama dierhalven mij versoekende die Epistels te willen translateeren en toekomen laten met mijn gevoelen hoe daar inne te handelen dog dat de maccassaaren daar van geen kennisse moeste hebben en dat hij om sulx te vermijden expres iemand 'sComp:s weegen gevraagd had, om dat hij niemand bij sig had die hij sulx vertrouwde. Ik liet dan de tranlaaten vervairdigen en ontdekte uit dies in houd dat die van de koninginne niets sonderlings naar die van prins Fali„ „wang bebelsde een klagte over de koning van bima en dat door dies toe doen de Comp:s voorneemens scheen te sijn het land van sumbauwa te ruineeren waarom hij dan sijn toevlugt nam bij bonijs koning deselve versoekende om raad en hulpe Hier uijt dan bespeurende dat dien prins in verleegentheid scheen te zijn soo emplecteerde ik die geleegentheid en sond den siabandhaar voll bij bonijs koning met het voorsz saturdag den 20: Translaat en het Concept van een andwoord om dat dien vorst te presenteeren en te vraagen of zij daar op soda„ „nig gelievde te rescribeeren alsoo ik dan niet twijffelde of het selve sou van een goede uitwerking sijn dewelke dan s' avonds te rug komende mij rapporteerde dat hij bij den Ko„ „ning komende onder het afleggen mijner groete overhan„ „digd had de twee translaaten bedankende teffens dien vorst sijn welmeenendheijd met het senden van die brieven ter lecture bij den gouverneur teffens dien vorst te kunnen geevende dat ik den inhoud van die brieven wel begreepen had en zijn majesteit ten dien eijnde ook deede presenteeren het concept van het geene ik van gedagten was best te sijn daar op te andwoorden met versoek het selve almeede te willen nasien af er somtijds na het gevoelen van den koning iets in diende veranderd of bij gevoegd te worden den koning het zelve geleezen hebbende seijde dat hij het eenigsints verschikken en als het klaar was aan mijn kennisse toesenden Van Maccasser onder dato den 8:' Maij 1765 Van Maccasser onder dato den 5:' Maij 1765 Vrijdag den 26: toesenden wilde benevens den sendeling la-audoe /:waar omme ik versogte hadde:/ om verder het selve te laaten bestellen Ik heb daar op een klijn vaartuijg in gereed„ „heid laaten brengen om aanstonds te kunnen vertrekken als de brieven van de koning quamen die dan Donderdag den 25 Bij mij gebragt sijnde door opger: Pa-audoe lit ik den koning daar voor bedanken en depecheerde Den selve met de voorsz: Epistels na hem voor afgere„ „commandeerd te hebben tot sumbauwa komende sig op het nauwkeurigste te Informeeren wat 'er al voor maccassaarse prinsses sig daar onthelden mitsgrs: hoe sterk zij waaren in manschap wapenen v soo ook de wadjoreesen hoe die sig gedroegen en of er nog rijklijk twee splold was onder de sumbawaree„ „ven en fin na alles het geene hij oordeelde nut„ „tig te zijn om alhier geweeten te worden En dat hij voor het overige soo spoedig doenlijk na verrigting van saaken moest retourneeren /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekent:/ I: Bleeke, decret:s S morgens te negen uur gecombineerde vergadering van poli„ „tie in het buijten huijs met de overwalsche vorsten, de konin„ „gen van Bima, Dompo, Tambora Sangar en pekat nevens hunne eerste rijksgrooten de gezamentlijke leeden present met den Resident van Bima en Sumbauwa Iacob Bikkes Bakker. Naa dat de heer gouverneur de Leden g'informeert hadde op wat wijse de thans hier presente overwalsche vorsten tegen de al oude gebruijken nu een reeks van ruijm vijf en twintig Jaaren nog in persoon nog door geaccrediteerde gezanten ten dezen Casteele verscheenen en hier door veel vuldige verwarringen veroorzaakt ook geen mindere schendingen der verbonden ongestraft bedre„ „ven „ om waar tegen te voorzien zijne Edele Agtbaare naa een vrugteloos gebruijk van veele andere middelen eijndelijk door een ernstig schrijven aan ijder der genoemde koningen dezelve over„ „gehaalt had met hunne eerste Rijksraaden herwaards over te stevenen, ten eijnde met de Edele Compagnie en onder elkanderen alle onderlingen geschillen op eenmaal te beslissen, ter herstelling der ruts van het rijk van Sumbauwa 't welk in een zeer zorglijker staat gedompelt legt de noodige hulpmiddelen uijt te vinden Secreete Resolutien Geno„ men In 't casteel Rotterdam tot Mac„ „casser beginnende den 2:' februarij 1765 en Eijndigende den 5:' maart deses Jaars Saturdag den 2:' Februarij Ao 1765: 341 Secreete mitsgaders
English
From Maccasser under date 1 May 1765 243 From Maccasser under date 1 May 1765 as well as solemnly to renew the old subsisting treaties, adding thereto that His Honorable was sufficiently authorized by the illustrious Indian Government to settle and conclude in general all native affairs and also specifically the aforementioned affairs with the allies across the water alone and without intervention of others, yet for the prestige of the Company as well as to lend somewhat more weight to the matters to be transacted, he had deemed it advisable to direct the same as well as possible in the presence of the Council and to convene this meeting for that purpose. Thus the King of Bima was presented, in emphatic though friendly language from the mouth of the Governor translated by the Junior Merchant and Shahbandar Jan Hendrik Voll, with the legitimate dissatisfaction of the Honorable Company, both on account of the blood of the Penghulu over the Malays, Intje Rassul, spilled in Bima in the previous year, and also on account of the capture of a Bouton vessel by a certain Intje Tina on the Honorable Company's territory in the year 1762, for which that nation would certainly have taken revenge had their fury not been checked in time; wherefore His Honorable was obliged to insist upon and demand the tracing, apprehension, and handing over both of the murderers of Intje Rassul, not yet sufficiently known to them by name, and of the sea-rover Intje Tina. Whereupon His Highness, through the Djeneli Boloo, had his regret expressed over the manslaughter committed without his knowledge and doing, under sincere promise to deliver up the evildoers upon possible capture. Then at the same time, it being demonstrated as aforesaid that although beyond dispute the Malays residing on Bima, just as others residing across the water, have belonged under the Company's jurisdiction since the earliest time of the Noble Company there, nevertheless the King, by now and then meddling in the disputes of those people with the Resident, very improperly and unjustly appears to seek superiority over the same; thus, in order to counter all disorders that have already arisen and are still to be expected from this, it was agreed and resolved, although not without heated debates, but wherein among other things His Highness expressly reserved to himself the decision over matters concerning religion, that the Malays settled on Bima, except in religious disputes, in which the Company was never accustomed to meddle, and the use which the prince, with the permission of the Resident, may make of some of that nation, shall otherwise reside within the reach of the posts under the command of the one who exercises authority there on behalf of the Honorable Company, and who shall appoint over them a head under the name of Qadi, whom the King shall be obliged to approve and recognize, unless he knows how to bring well-founded accusations and lawful reasons against the same, concerning which in such case, after receiving knowledge of the matter, the Governor shall judge. On this occasion, the twofold request of the often-mentioned King, to be permitted to express his thoughts without hesitation and to obtain authentic Dutch copies, and copies translated into Malay, of the proceedings in this meeting, was very gladly granted, the latter, however, solely insofar as it concerns the King and the Kingdom of Bima, with extracts likewise being delivered to the other kings, and of everything to the Resident, to each for observance and information.
Dutch transcription
van Maccasser onder dato den 1: Maij 1765 243 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 mitsgaders de oude subsisteerende tractaaten plegtelijk te vernieu„ „wen, daar bij voegende dat zijn Edele agtbaare door de illustre Indi„ „asche Regeering genoegsaam geauthoriseert was om in het gene„ „naal alle Inlandsche ook speciaal de voorschrevene affairen met de overwalsche bondgenoten alleenig en sonder tusschen komst van anderen te verevenen en af te doen, egter voor den luijster der maetschappije als meede om de te verhandelene zaaken wat meerder gemigt bij „ zeten geraaden geoordeelt had deselve in teegenwoordigheid van den Raad zoo veel mogelijk ten besten te derigeeren en daar toe dese vergadering te beleggen zoo Wierd den koning van bima in een nadrukkelijke dog vrinde„ „lijke taal uijt den mond van den heer gouverneur getranslateert door den onderkoopman en Sjabandhaar Ian Hendrik voll voorgesteld het regtmatig ongenoegen der Edelen Compagnie soo wel weegens het Brina in den voorigen Jaare geplengde bloet van den Panghoeloe over de maleijers Intje Rassul, als ook weegens het afloopen van een Boutous vaartuijg door zekeren Intje Tina op het Ed Comp: territoir in A:o 1762 waar over die natie zig zekerlijk zou„ „de gewrooken hebben in dien men hunne woede niet tijdig gestuijt hadde, weshalven zijn Edele Agtbaare moest aandringen en de geeven de opspeuring apprehensie en oversending beijde van de bij hun naam nog niet genoegsaam bekende moordenaars van Intje Rassul, als meede van den zee schuijmer Intje Tina op Zal het welk Hoogheijt door den djenelie Boloo deed betuijgen desselvs leed„ „wezen over den buijten zijn weten en toedoen gedaanen manslag„ order sincere belofte van de quaad doenders bij mogelijke ag„ „terhaling te overleveren Dan teffens invoegen voorschreeven verthoont zijnde dat schoon buijten tegenspraake de op Bima even gelijk andere aan de overwal domicileerende maleijers, sedert den eersten teet der loelen Maatschappije aldaar onder derzelve gebied gehoort hebben, even wel de koning zig nu en dan mengende in de differentien dierlieden met den Resident zeer oreijgen en onbillijk de „ superioriteijt over deselve schijnt te ambieeren zoo wierd tot tegengang van alle hier uijt reets gesprootene en nog te wagtene die ordres, hoewel niet sonder hevige debatten, maar in onder anderen zijne Hoogheit zig „ decisie over zaaken den gods„ „dienst betreffende expresse reserveerde over een gekoomen en be„ „slootens dat de op Bima gezetene maleijers behalven in aeligie verswillen, waar meede de maatschappije zig nooit plag te benooeijen en het gebruijk 't welk de vorst met toelating van den Re„ „sident van sommigen dier natie vermag te maken overigens sullen huijshouden onder het bereijk vande posten staan onder het bevel van den geenen die wegens de Edele Compagnie aldaar het gezag voert en over deselve, zal hebben te stellen een hoofd onder den naam van Cadij welken de koning zal moeten approbeeren en erkennen 't en zij gegronde beschuldigingen in wettige reden tegens denzelven weet in te brengen waar over in zodanig geval na ontvangene kennis van zaa„ „ken de heer gouverneur zal oordeelen Bij deze gelegentheid wierd het twee ledig verzoek des meermelten konings om sonder schroon zijne gedagten te moo„ „gen openbaaren en ter erlanging van authenticque Weder duijs„ „sche en in het maleijtsche overgezette afschriften van het verban„ „delde in deeze bij eenkomst zeer gaarne toegestaan het laatste egter enkelt zoo verre zulks den koning en het Rijk van China betreft sullende zoo meede aan de verdere koningen en van alles aan den Resident een ijder ter observantie en narigt aan Extracten,
English
From Maccassar under date the 1st of May 1765 245 From Maccasser under date the 1st of May 1765 Extracts were handed over. And whereas the King, pursuant to the contents of the treaties, is bound to surrender to the Noble Company the cannon captured two years ago in the war waged on the Mangareij, His Highness, upon the admonition made to that effect and out of his own conviction that such heavy artillery was entirely unsuited to him, has offered to surrender the same, consisting of four iron pieces of diverse calibers, to the Resident for dispatch hither. Likewise, His Highness promised, after his return to Bima, to restore in kind—or, if they should accidentally have become unserviceable, their value in money—one hundred muskets received on loan successively in the years 1762 and 63 for the aforementioned expedition from the Residents Ian Christiaan Helmkamph and Iohan Tinne, as well as to settle with the present Resident Bakker an outstanding account for six barrels of gunpowder supplied to him on the same occasion by the said Helmkamph, while the undertaken arbitrary seizure of powder from various vessels was, for this time, overlooked as a thing already done. During the handling of this matter, the unreasonableness evident in the pressing of foreign vessels, such as Saleijerese and other subjects or allies of the Noble Company—to which the Prince had dared to proceed at that time in order to execute his offensive undertakings against the Mangarije with greater force—having been pointed out and urged, accompanied by a serious warning to take good care that such shall never happen again in the future except with the consent of the Resident in the sole event of a surprise attack by a foreign enemy, His Highness, wishing that what had occurred previously might be consigned to oblivion, assured that he would act somewhat more gently and cautiously in this regard in the future. Furthermore, the Lord Governor asked whether His Highness also saw any opportunity to supply the Noble Company annually from the Bimase Realm, against payment of fixed prices, with one or two sloop-loads of good and strong casaten beams. But since the Prince declared that he could not commit himself to this, for the reason that the few teak forests found here and there in the country could not possibly reach full growth and size for heavy, serviceable timber due to the daily felling by everyone for their necessary use, it was approved to desist from this, as from other visionary concepts of the late Resident Tinne, as well as to inform Their High Nobilities better in this regard at the first opportunity. Complaints having further been raised by the Resident Bakker regarding various extortions whereby the garrison of the post on Bima was daily greatly provoked by the King's subjects in the purchasing of their sustenance and provisions, so that they were often driven to outrages and excesses; which complaints the Prince cut short by replying that such disputes and quarrels had their source entirely in the actions of the common soldiers, who, not satisfied with such buffaloes as the Pombaridie assigns them as customary for the fixed prices, and generally of rather
Dutch transcription
Van Maccassar onder dato den 1:' Maij 1765 245 Maccasser onder dato den 1:' Meij 176 Van Extracten werden ten hand gesteld En aangezien de koning ingevolge den inhoud der tractaaten gehouden is het in den voor twee jaaren op de mangareij ge„ „voerden oorlog verovert Canon aan de Edele Compagnie over te geven zoo heeft zijne hoogheit op de daar toe gedaane aanma„ „ning en uijt eijgenen overtuijging dat hem soodanig grof geschut gantsch niet paste geofferteert het zelve bestaande in vier ijsere stukken van diverse Calibers aan den Resident ten versending naa herwaarts over te geven Des gelijks beloofde zijne hoogheid naa desselfs retour op Bima in effectie dan wel wanneer toevallig onbruijkbaar mogten geworden zijn de waardije in geld te restitueeren een hondert stuks tot de voornaagde expeditie van de Residenten Ian Christiaan Helmkamph en Ioban Tinne in de Jaaren 1762: en 63 successive ter leen ontvangene snaphanen als meede met den tegenwoordigen Resident Bakker te verevenen eene agterstallige Rekening van ses vaaten buskruijt door ge„ „dagten Helmkampsf bij dezelve gelegentheijd aan hem verstrekt terwijl het ondernoomene eigen magtig ligten van kruijt uijt deze en geene vaartuijgen voor deze keer als eene gedaane zaa„ „ken over het hoofd gezien wierd onder het verhandelen dezer materie bewezen aangedron„ „gen zijnde de onredelijkheit die uijtblinkt in het pressen van vreemde vaartuijgen als saleijereesen en andere onderdaanen of Bond„ „genooten der Edelen maatschappije waar toe de vorst toen ter tijd heeft durfen treden om niet te meerdere magt zijne affen„ „sive ondernemingen tegens de mangarije te volbrengen onder eene ernstige waar schouwing van zig wel te wagten dat zulks voortaan nooit weder geschiede als met bewilliging van den Resident in het enkelt geval van overrompeling door een buijten landschen vijand zoo heeft zijne Hoogheidewenschende dat het voor heen gebeurde de vergetel heit mogte ondergaan verzekert daar omtrent in den aanstaande wat zagter en voorzigtiger te willen handelen solverder vroeg de heer gouverneur of zijne Hoogheit ook kans zag Iaarlijks uijt het bimase Rijk de Edele Compa„ „gine tegens betaling van vaste prijsen te gerieven met een of twee Chialoups ladingen goede en sterke Casaten Bal„ „ken dan dewijl de vorst verklaarde zig daar toe niet te konnen verbinden om reden weijnige Iatij bosschen die hier of daar in het land gevonden werden door den dage„ „lijksen kap van een ijder voor het noodig gebruijk on„ „mogelijk tot den vollen was dom en groeij van swaar bruijkbaar hout konden geraaken zoo is goedgevonden van dit gelijk andere winderige Concepten van wijlen den Be„ „sident zinne te desisteeren, mitsgrs: hunne hoog Edelheedens bij Eerste occasie daar omtrent beter te informeeren Nog door den Resident Bakker gedateert zijnde over veelder hande kneverlarijen waar door de bezettelingen der post op Bima van des konings onderdaanen in het koopen van hun onderhoud en levensmiddelen dagelijks zeer getergt za dikwils tot buijten spoorig„ „heeden en Excessen gebragt wierden, welke klagten de vorst afkorts de niet te repliceeren dat den ge„ „lijken hestorialen en kelt haare source hadden uijt de bedrijven der gemeene militairen die niet te vreeden met zulke buffels als de Pombaridie hun naarge„ „woonte voor de bepaalde prijsen aanwijst en doorgaans van eerder
English
From Maccassar under the date of the 1st of May 1765 From Maccassar under the date of the 1st of May 1765 wishing to be served sooner than the more remote villages can bring in those animals, then penetrate into the villages themselves, surprise the fearful native, and appropriate whatever pleases them, the Resident was instructed to keep proper oversight against such improper practices, and at the same time the King was requested to take an interest on behalf of the servants of the Honourable Company, who after all serve for his protection and indeed for the protection of all the allies across the water, so that they might obtain their necessities according to former custom at the lowest prices established for the ruler, which was accepted and promised to be handled equitably. Finally, at the request of the King of Bima, the Governor communicated to all the regents across the water that His Highness had appointed his son, Pangerang Iena Teeke, as successor to his throne, and that His Honourable Worship had already reported this to the Most Honourable High Government of the Indies, with which both the King and the other allies were entirely satisfied. The affairs of Bima having thus been concluded, His Honourable Worship brought up for discussion the miserable and deplorable state of the realm of Sumbawa, according to the best and true reports obtained only after the death of Resident Tinne, caused through the agency of the Prince of Taliwang, who, under the name of Sulthan Hoekammadjalaloedien, after the expulsion of the lawful King Datoua Ierewe over a certain incident involving the daughter of the former administrator of the realm, Nene Renga, now rules there by force and violence. First, on behalf of His Honourable Worship—since Datoua Ierewe, after his fruitless attempts to regain the throne of Allas through the cooperation of the Balinese, was brought here to prevent further difficulties and was detained in civil custody—he had also endeavored to lure the aforementioned usurper of the Sumbawarese Government here, but being disappointed in that intention and having had to content himself with a letter delivered last December by the Sumbawarese Radeeng Maningbaija Boeseeng Aroe and Radeeng Rica in the guise of envoys, which letter they admitted after discovery to have received from the actual envoys, namely Calie Blaa, Datoe Boesing, and a certain Nene Ranga—the Governor, after previous encouragement regarding this intricate point to disclose their sentiments sincerely, boldly, and without the least reserve, asked all around what each of the allies maintained to be the easiest, surest, and best means to secure tranquility and a desired peace for the aforementioned realm and for its poor inhabitants who had been deprived of their possessions and necessities. Whereupon the King of Bima declared that he considered the Sumbawarese King Datoua Iarewe entirely innocent of having caused the present unrest, having been falsely accused, and that it would therefore be best to restore the realm to a lawful monarch beloved by his subjects, from whom it had been taken by superior force and violence.
Dutch transcription
247 Van Maccassar onder dato den 1:„ Maij 1765 Van Maccasser onder dato den 1: Meij 1765 eerder willende gerieft wezen dan de afgelegener negorijen Eeerscht meswegen zijn Edele agtbaare /:termijl, datoua terewe die dieren konnen aanbrengen als dan zelve in de negorijen sedert zijne vrugteloose ten tamina om door meede wer„ dringen den bangen Inlander overvallen en het geen hun „king der Balijers weder op den throon te geraaken van Al„ aanstaat eigenen zoo is den Resident aanbevoolen „las herwaarts overgebragt tot voorkooming van verdere tegens zoodanige onbetamelijke gedoentens behoorlijke moeijelijkheeden in Cinil- arrest gedetineert werd:/ ook toezigt te nemen en tegelijk de koning aangenaaamt toegelegt hadde om den genoemden usurpateur der sumba„ „waschen Regeering hier na toe te lokken dog in dat voor„ geworden om voor de dienaaren der Edelen Compagnie „neemen te leur gesteld zijnde en zig hebbende moeten welke immers ter zijner jaa ter bescherming van alle te vreeden houden met een in december laatsleden door de de overwalsche Bondgenooten dienen zig te interessee„ sumbawareesen Radeeng maningbaija Boeseeng Aroe „ren ten eijnde deselve naa het voorig gebruijk voor en Radeeng Rica in het gewaad van gezanten het welk de vorst gestelde geringste prijsen hunne benoodigt„ dezelve na de ontdekking bekenden van de effective zende„ „heeden konnen verkrijgen het welk aangenomen is. „lingen men name Calie Blaa datoe Boesing en zekeren naar billijkheid bezorgt te zullen worden Nene Ranga te hebben overgenoomen bestelden brief zoo Eijndelijk Communiceerde de heer gouverneur op het versoek vroeg de heer gouverneur na voor afgedaane aanmoedi„ van den Bimasen koning aan de gezamentlijk overwalsche „ging van nopens dit intricaat poinct sonder de minste regenten dat zijne Hoogheijd desselvs zoon Pangerang Iena agterhoudentheijt opregtelijk en Cordaat hunne senti„ Teeke tot zijnen troon volger benoemt en zijne Edele Agtbaare „menten te willen ontdekken in het rond wat of ijder de Edele hooge Indiasche Regeering reets daar van verslag gedaan der bondgenooten sustineerde het gemakkelijkste zeker„ hadde waar meede beijde de koning en de verdere Bondgenooten „ste en beste middel te wezen ter bezorging der rust hun ten vollen gerust stelden en van eenen gewenschten vrede aan het meergemelde De zaaken van Bima dus afgeloopen zijnde bragte zijn Rijk en aan desselvs aan hunne bezittingen en nooddruf„ Edele agtbaare op het tapijt den Jammerlijken en beklagen „tigheeden gedestitueerde arme Ingezetetenen waarop swaardigen staat des sumbamasen Rijks volgens de beste De koning van Bima verklaarde den sumbamasen koning en waare eerst na het afsterven van den Resident Tinne datoua Iarewe ten eenemaale onschuldig te kennen van al het verkregene berigten verwekt door toe doen van den prins verwekken der tegenwoordige onlusten valschelijk was van Taliwang die onder den naam van sulthan Hoekam„ aangeligt geworden en derhalven het beste te zijn het „ma djalaloedien naade verjaaging van den wettigen ko„ Rijk weder te geven aan eenen wettigen en bij zijne onder„ „ning datoua Ierewe over zeker geval met de dogter van „daanen beminden vorst dien het selve door overmagt en den gewezenen rijksbestierder Nene Renga thans aldaar heerschts gewelt,
English
249 Maccasser under date the 1st of May 1765 From Maccasser under date the 1st of May 1765 From had been taken by force, his Highness wishing he had sooner known the contents of a letter written to him on that matter by the Lord Governor, but which Tinne, shortly before his death, when the unfortunate change was already imminent, had handed over. The king of Dompo judges that little good can be expected from Lumbawa before the lawful sovereign again rules the realm, resting, however, in this matter upon the arrangements of the Lord Governor. The king of Tambora, not conforming to that proposal, testifies as follows. The king of Sangar deemed the restoration of Datoua Iarewe necessary, but without the assistance of the Honourable Company not very well possible; and this was also the opinion of The king of Pekat, maintaining that all undertakings of that nature would happen in vain without the help of the Company. The Lord Governor having already beforehand been of the opinion that no one but Datoua Iarewe through his reign could quell the unrest of the Sumbawanese and cause the Balinese to return to their country, declared himself now to agree fully on this matter with the respective kings; and in this all members of the assembly took pleasure. However, concerning the force by which that which was resolved regarding the restoration of Datoe Jerewe in the Realm of Sumbawa ought to be effected, the Honourable and Worshipful one considered the greatest obligation to rest upon the present monarchs, who had so great an interest in the welfare both of the declared king and of a neighbouring realm tied to theirs by the closest bonds, although the Honourable Company by no means withdrew from cooperating toward a shared, good objective of the allies aimed at the general welfare according to the prescriptions of the treaties, as would further appear in a subsequent meeting when the manner of the restoration of King Datoua Jerewe upon the throne of Sumbawa was to be regulated. Proceeding further to the affairs concerning the Realm of Dompo, its king was reproached for the reproachful injustice done to the Tureli Hoehoe, who, abandoning his office and estate, had been forced to flee to Sila, although currently residing here; which unreasonable proceedings the Honourable Company could not let slip by unnoticed, and therefore would gladly see his Highness reconcile himself again with his said Brother and return to him his former dignity and possessions, with the intention to cultivate subsequently an honest, brotherly friendship among each other. The sovereign replying that he was willing to accept that proposal if he remained not liable for the private goods of the Tureliehoe Hoe, whose whereabouts were unknown to him, and provided that he, after the return to Dompo, also remained there, the Honourable and Worshipful one was pleased to be satisfied with such a promise under repeated exhortation toward a good and amicable coexistence and the voluntary surrender of all those effects whose whereabouts could be pointed out, the Tureliehoe Hoe being obliged to keep house in Dompo if the laws of the land require it. neighbouring there
Dutch transcription
249 Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van gewelt ontnomen was wenschende sijne HoogEeil eerder nabuurig rijk aan het hunne door de nauroste verbintenis„ geweten te hebben den inhoud van een brieff door den „sen verknagt schoon de Edele Compagnie zig geenzins onttrok Heer gouverneur over die stoffe aan hem geschreven dog welken tot een gemeensaam goed oogmerk der bondgenooten be„ Tinne kort voor zijn overlijden toen 'er de ongelukkige verande„ „doelende der algemeene welstand na de voorschriften der tractaaten mede te werken gelijk in eene nadere bij eenkomst „ring reets toe lag overgegeven heeft De koning van Dompo oordeelt weijnig goeds van Lumba„ wanneer de form der herstelling van den koning datoua Jerewe op den throon van sumbawa stond gereguleert te werden nader „wa te konnen verwagten voor dat de wettige vorst weder blijken soude het rijk bestiert berustende egter hier omtrent in de schik„ „kingen van den Heer gouverneur Voorts overgaande tot de zaaken Concerneerende het Rijk van De koning van Tambora zig niet dat voorgestelde Con„ dompo wierd dieskooning verweeten de verweetende veronge„ „lijking van den Tureli hoehoe dewelke met verlaating van „formeerende zoo betuijgt De koning van sangar de herstelling van datoua Iarewe ampt en vermoogen naar sila had moeten ontvlugten schoon thans hier remoreerende hoedanige onredelijke gedoentens noodzakelijk dog sonder de adsistentie der Edelen Comp:e de Edele maatschappije niet ongemerkt konde laten voor niet wel mogelijk te zijn en dit was ook de meening van Den koning van Pekat sustineerende alle ondernemingen bij slippen en derhalven gaarne zag dat zijne Hoogheit van dien aart sonder de hulpe der maatschappije vergeefs zig met desselvs gemelden Broeder weder verzoende en te geschieden aan heen zijne voorige waardigheit en bezittingen te De heer gouverneurs reeds voor af van gedagten geweest rug gaf met het voornemen om vervolgens eene Eerlijke zijnde, dat niemand als datoua Iarewe door zijne Regeering broederlijke vriendschap onder elkanderen te Cultiveren de woelingen der sumbawaresen konde doen stillen en de de vorst repliceerende dien voorstel wel te willen aan„ ballijers naar hun land te rug keeren verklaarde zig nu in „nemen indien onaansprekelijk bleef voor de particuliere dit stuk ten vollen met de respective koningen te Confer„ goederen des Tureliehoe hoe welker verblijf plaats hem „teeren en hier in schepten alle de leden der vergadering genoe„ onbekend was en hij na de te rugkomst op Dompo ook aldaar verbleef zoo geliefde zijn Edele agtbaare zig „gen edog betreffende de magt waar door het beslootene omtrent de herstelling van datoe Jerewe in het Rijk van met de zoodanige belofte te vergenoegen onder herhaalde sumbana diende te werden geëffectueert daar omtrend aanmaaning tot een goede en vriendelijke te samen leving begreep zijne Edele Agtbaare de meeste verpligting te leggen en vrijwillige overgeme ^ alle die effecten welken verblijf konde op de aanwezende vorsten die zoo veel aandeel hadden in de aangeweezen werden zullende de Iureliehoe hoe zoo de landswetten welvaarts beijde van den gedeclareerden kooning en van een het vereijsschen op Dompo moeten huijshouden nabuurig daar
English
From Makassar under date the 1st of May 1765 From Makassar under date the 1st of May 1765 251 Saturday the 9th of February 1765 In the morning at nine o'clock, combined meeting with the kings from across the water, the kings of Bima, Sumbawa, Dompo, Tambora, Sangar, and Pekat, alongside their foremost grandees of the realm, all members present with the Resident of Bima and Sumbawa, Iacob Bikkes Bakker, as well as the commissioners of the courts of Boni and Goa, namely the Tumilalang and Aru Udjung on behalf of Boni, as well as the second shahbandar and Karaeng Bulu Sipohong on behalf of Goa. First, the lord Governor made known, through translation by the junior merchant and shahbandar Ian Hendrik Voll, how in a previous similar meeting with the kings from across the water on the second of the current month for the welfare of the Sumbawan realm, which under the fury of war had been sufficiently [ruined/troubled]. On the other hand, a request having been made by the king of Dompo regarding the succession in due time of his son Herasa Masa-hoer, the lord Governor answered that the time had not yet arrived to be able to decide thereon, and that one must first await the effects of the previously renewed brotherly familiarity, whereupon he would subsequently take the pleasure of Their Right Excellencies and communicate it to His Highness. The king of Sangar repeating his repeatedly presented urgent request to be replaced in the government, on account of high age and many occurring infirmities, by his son Mapa Tatta with the consent of the subjects of Sangar, it was judged necessary, before deciding thereon, to have the submitted writing translated into the Dutch language. Lastly, the lord Governor, with a cordial exhortation toward a strict observance of the treaties and toward the maintenance of a good harmony, principally with the one who resides with Their Highnesses on behalf of the Company and thus holds authority, requested all the rulers and allies to appear here at the Castle in person or else through sufficiently authorized envoys provided with the necessary credentials every two years in the future, in order that the required knowledge of the state of their lands be given and all misunderstandings, disputes, and grievances that might occasionally arise might, just as now, be settled amicably at the earliest opportunity; whereupon the kings each individually promised to re-establish and fulfill this ancient custom that had fallen into disuse, thanking His Honorable Respectable for the care and interest he was pleased to take in the welfare of their persons, realms, and subjects. Below stood: Thus resolved at Makassar in Castle Rotterdam, date as above. Was signed: C:s Linkelaar, E:s J:s Beijnon, I:n P:t De Lahautemaison, M:s Peters, F:k W=m H=k van Blijdenberg, I=n H=k Voll, A=n Ravensberg, I=n C=n Cruijspenning, and I:s Bleeke, secretary. Below stood: Agrees. Was signed: I: Bleeke, secretary.
Dutch transcription
Van Maccasser onder dato den 1: Maij 1765 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 251 Saturdag Den 9:' Februarij 1765 daar en tegen door den koning van Dompo verzoek gedaan bedankende zijne Edele agtbaare voor de rugt en het Intrest dat in de welvaarth hunnen persoonen Rijken en onderdaanen zijnde om de successie in der tijd van zijnen zoon Herasa geliefde te nemen /:onderstond:/ Aldus geresolveert tot Maccas„ Masa-hoer zoo antwoorde de heer gouverneur de tijd nog niet „ser in 't Casteel Rotterdam dato voorsz: /:was getekend:/ verscheenen te zijn van zig deswegen te konnen bepalen en voor C:s Linkelaar, E:s J:s Beijnon, I:n P:t De Lahautemaison, af te moeten zien de uijtwerkingen der hier vorens ver„ M:s Peters, F:k W=m H=k van Blijdenberg, I=n H=k voll, A=n „nieuw den broederlijken familiariteijt wanneer vervol„ Ravensberg, I=n C=n Cruijspenning en I:s Bleeke secretaris 6E „gens het goedvinden hunner hoog Edele heeden zoude innemen /:onderstond:/ Accordeert /: was geteekent:/ I: Pleeke secfret:s en aan zijne hoogheid mede deelen De kooning van Sangar herhalende zijne meermaals voor„ „gedragene instantie om wegens hoogen ouderdom en veele op komende zwakheeden door zijnen zoon Mapa Tatta met toe stemming der onderdaanen van Sangar in de Regeering vervangen te werden zoo is bevoorens daar op te disponeeren noodig geoordeelt het gedient schriftuur in de nederduijtsche 's morgens te negen uur gecombineerde vergadering met de taal te laten translateeren overwalsche vorsten de koningen van Bima sumbana Laatstelijk verzogt de heer gouverneur met een hartelijke Dompo Tambora Langar en Pekat nevens hunne eerste opwekking tot een naauwe observantie der Tractaaten en tot rijxgrooten de gezamentlijke leden present met den Re„ de onderhouding eener goeden herrmonie principaal met den „sident van Bima en Sumbawa Iacob Bikkes Bakker geenen die van wegens de Comp: bij hunne hoogheeden resideert mitsgaders de gecommitteerden der Hoven van Bonij en zoodanig het gebied voert de gezamentlijke vorsten en bond„ en soahals de Tamilalang en Aroe oedjong wegens „genooten om in den aanstaande naa verloop van twee Jaaren Bonij zoo meede de twede sjabandhaar en Caraleng telkens in persoon dan wel door genoegsaam gemagtigde Boeloe Sijpohong wegens Goa en met noodige Credentialen voorziene gezanten hier ten voor afgaf de heer gouverneur door vertaling Casteele te verscheijnen ten eijnde van den staat hunner landen van den ondercoopman en Sjabandhaar Ian Hendrik de vereijschte kennis gegeven en alle zomwijlen opkomende voll te kennen hoedanig in eene voorige gelijke mn is verstand verschillen en bezwaarnissen even als nu ten vergadering met de overwalsche koningen op den Eersten in den minne beslist mogten werden zoo beloofden tweden der loopenden maand voor de wel voorts des den koningen ijder afzonderlijk dese in onbruijk geraakte sumbawasen Rijks der onder de woede des oorlogs aloude gewoonte nu weder te willen instellen en volbrengen bedankende genoegsaam
English
253 From Maccasser under date 1st May 1765 From Maccasser under date 1st May 1765 the sufficiently exhausted poor inhabitants of the same, it was unanimously approved and resolved to restore the lawful king Datoua Jarewe and banish his persecutor, the prince of Taliwang. In order to make a beginning with this, his Honourable had requested that prince in the antechamber to be duly introduced into this assembly and to be placed according to his rank among the allies between the kings of Bima and Dompo; which having been carried out with general approval by the secretary of this council ordered thereto, assisted by the chief interpreter Jan Hendrik Voll Junior, the lord governor continued to inform his highness Datoua Jarewe of the aforesaid, with an appropriate reminder of all such benefits previously shown by the Honourable Company to the kingdom of Sumbawa in particular, and with which the same, as shone forth most clearly in the present incident, still steadily proceeded, and indeed would always continue for the benefit of each of the allies without distinction, if only the princes conducted themselves with reasonable proportionality towards their protector and lord, and showed this in a strict observance of the alliances so often and dearly sworn by their ancestors. To all of which the restored king of Sumbawa expressed his greatest obligation to the Honourable Company and the lord governor on the opposite shore, wishing that heaven might grant him the capacity and means to be able in due course to prove his sentiments of true and heartfelt gratitude. Furthermore, upon repeated inquiry to the king of Dompo and with his highness's consent, his brother Abdul Cadier having been led inside by the under-interpreter Gerrit Brugman and assigned a seat, the resolution taken at the recent session of the 2nd of this month was also communicated to him, and thereupon the mutual friendship between both was renewed again through a very tender embrace, under repeated assurances from the king regarding the restoration of his brother to the dignity of Tureliehoehoe and the previous use of his possessions, as well as from both sides regarding the maintenance of a constant and sincere affection toward each other; at which declarations the lord governor deemed it advisable for the present to let the matter rest, postponing the content of the claim submitted in writing by Abdul Cadier to a more convenient occasion. Further having been read the petition of the king of Sangar translated into the Low Dutch language regarding the succession of his son Mapa Tapa, with alteration of that which had already been written in that respect in the more-mentioned resolution of the 2nd of this month, the administration of the government by that Pangerang during the remaining lifetime of his old and weak father was now approved and agreed to, whom he shall also succeed after his death, provided that in this matter he conducts himself according to the content of the contracts with the Honourable Company in force at that time. Subsequently, the lord governor produced the treaty drafted by his Honourable, which is now fully purged of all faults and defects that had been discovered successively both in the previous copies and their translations, and which had often given cause for estrangement between the Residents and the princes; which treaty, being read article by article slowly, clearly and distinctly by the lord governor in Low Dutch and by a competent Malay scribe in Malay, was approved in all parts without the least opposition, and after the swearing of it
Dutch transcription
253 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 genoegsaam beswekene arme Jngezetenen van het zelve een paarig ondertolk Gerrit Brugman binnen leijd en zit plaats aangewezen zijnde goedgevonden en beslooten was de herstelling van den wettigen zoo wierd dezen het gearresteerde ter Iongsten zitting van den 2: dezer kooning datoua Iarewe en verjaaging van desselvs vervolge= almeede gecomminiceert en vervolgens de onderlinge vrindschap den prins van Taliwang om waarmede een begin te maaken zijn tusschen beijden door eene zeer tedere om helsing weder vernieuwt Edele agtb: dien vorst in den voorzaal had doen verzoeken ten onder herhaalde verzekering van den koning nopens de terstelling eijnde behoorlijk in dese vergadering geintroduceert en naa zijnen van zijnen broeder in de waardigheijt van Tureliehoehoe in het voorig Rang onder de Bondgenooten tusschen de koningen van Bima gebruijk zijnen bezittingen alsmeede van weerskanten omtrent het en Dompo geplaats te werden het welk dan met algemeene onderhouden eener gestaadigen en opregten genegen heijd tot elkanderen bewilliging door den daar toe geordonneerden secretaris deeses bij welke betuijgingen de heer gouverneur geraaden rond het voor te„ raads geadsisteert met den oppertolk Ian hendrik voll „genwoordig te laten berusten verschuijvende den inhoud der door Abdul /: Iunior / ter uijtvoering gebragt zijnde zoo vervolgde de heer cadier bij geschrifte voorgedragenen peetensie tot eene bequamer gelegendheid gouverneur het voorzegte almeden aan zijne hoogheijt datoua Alverder gelezen zijnde het in de nederduijtsche taal getranslateert Jarewe te verwettigen onder eene toepasselijke erinnering van verzoek schrift des konings van sangar over de successie van zijnen zoon alle zoodanige weldaaden wel eerder door de Edele maatschappije Mapa Tapa zoo is met alteratie van het ten dien opzigte reeds beschre„ aan het rijk van sumbawa in 't bij sonder bewesen en waar „vene bij meer genaagde Resolutie van den 2:' dezer als nu goedgevonden „mede dezelve gelijk immers in het tegenwoordig voorval ten en geaccordeert de waarneming der regeering door dien Pangerang ge„ klaarsten uijtschittende als nog gestaadig vootging Iaa althoos „duurend den overigen leeftijd van zijnen ouden en zwakken vaader ten behoeve van een ijder der bondgenooten sonder onderscheijd den welken hij naa zijnen dood ook zal komen succedeeren mits zig Continueeren zoude indien de vorsten zig naa billijkheid maar in dit stuk gedragende na den inhoud der als dan vigeerende Contrac„ eenigzins evenredig tegen hunnen schut en bescherm heer gedrogen en „ten met de Edele Compagnie zulx betoonden in eene naauwkeurige observantie der door hunne Vervolgens produceerde de heer gouverneur het door zijne Edele Agt„ voorvaderen zoo dikwils en dierbaar beswoorene verbintenissen baaren ontworpene mitsgaders van alle fauten en gebreken welke zoo op al het welk de herstelde koning van Sumbawa betuijgde zijne wel in de voorige afschriften als derzelver overzettingen successivelijk grootste verpligting aan de Edele Compagnie in den heer gouverneur ontdekt zijn en dikwils tot verwijdering der Residenten met de rorsten aan de overwal hardteijding gegeven hebben nu ten vollen gesuijverde wenschende dat de hemel hem mooge begunstigen met vermoogens bequaam en genoeg om daar door in der tijd zijne gevoelens van tractaat hat welk derhalven articulen door den heer gouverneur in het waare en hertelijke dankbaarheid te konnen bewijsen nederduijtsche en door een bequamen maleijdschen schrijver in het Voorts op de gereperteerde vrage aan den koning van Dompo en zijne maleijdsche langsaam duijdelijk er distinct voorgelezen sonder de hoogheijds toestemming desselvs broeder Abdul cadier door den minste tegenkanting in allen deelen geapprobeert en na het bezweeren ondertolk P s
English
255 Maccasser under date of 1 May 1765 From Maccasser under date of 1 May 1765, upon the Quran with the drinking of kris water in the presence of a Mohammedan priest, in eleven copies, which were on the one side strengthened by each of the kings with their usual state seals and by the aforementioned commissioners with the signatures of bonij and the Ioah state administrator, and also on the other side signed by the lord governor with the members of the council, as well as confirmed by the Honorable Company's seal in red wax by the secretary of this assembly. Of this treaty, one of the written originals shall be handed to each of the kings present, the courts of bonij and zoas, as well as the Resident, and of the remaining two, one shall be offered at the first opportunity to their High Excellencies for approval and ratification, and the other shall be preserved in the secret treasury. After this, the commissioners of the courts of Bonij and Poah having each been thanked individually for their assistance in this transaction and dismissed with a friendly compliment on behalf of the lord governor and the Council to their masters, they were led out through the Castle gates by the interpreters, the former through the land gate and the latter through the water gate, just as they had been brought in. Furthermore, upon the request of the king of sumbawa for the recovery of such packet with gold, being a part of the state regalia, as was pawned by His Highness's predecessor Mobama kaharoedien in December 1758 for four hundred rix-dollars, which, however, after his death could not be returned with sufficient certainty to a messenger who came over for that purpose, notwithstanding that the repayment of the borrowed sum had already been provided in sappanwood, as appears from the record in the common Resolution of 13 November 1759 compared with the contents of the day register of the same month; it was approved and agreed to have it restored, just as it lies preserved in the main treasury under proper seals, to the present king, whom the Noble Company declares and recognizes as such, now that he has committed himself to a proper fulfillment of his obligations. The kings of bima and dompo having also been encouraged by the lord governor to ensure the timely provision of a cargo of good and sound sappanwood for the ship Het Huijs te maarpad destined thither, the bima king assured that he had already dispatched a vessel with the necessary orders for that purpose, and the king of dompo stated that this was to take place in the coming days. Finally, the king of Bima exhibited a certain original document, the contents of which the lord governor said he knew, but judged it advisable not to enter into detail about it at present, but to postpone this to a private meeting, when the prince would also be further conferred with regarding his request, likewise made, for another clerk or bookkeeper at Pima; of which notification was given to his highness, who was satisfied therewith. Below stood: Thus resolved at maccasser in Castle Rotterdam, date as above. Lower was signed: C:s Sinkelaar, E:s J:s Beijnon, I: B: de Lahautemaison, M:s Peters, F: W: H: van Blijdenberg, I: H: voll, A=n Ravensberg, I: C:s crupenning. In my presence: J:s Bleeke, secretary. Below stood: Agrees. Signed: I:s Bleeke secretary. From Monday 2
Dutch transcription
255 Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 op den alcoran onder het drinken van kritsen water ten overstaan van een Mahometaanschen priester tot elf Exempelaaren aan de eene zijde bij ijder der koningen met hunne gewoone Rijks zegels en bij de voornoemde gecommitteerden met de signaturen van bonij en den Ioahschen rijksbestierder gesterkt ook aan de andere zijde door den heer gouverneur met de leden van den raad geteekent mitsg:s door sE Comp:s Cachet in rooden lack bij den secretaris dezer ver„ „gadering bevestigt wierden zullende van dit Tractaat aan ijder der presentie koningen de hooven van bonij en zoas mitsg:s den Resident een der beschrevene origineelen ter hand gestelden van de overige twee het een met eerster gelegentheid hunne hoog Edel„ „beeden ter approbatie en rateficatie aangebooden en het andere in de secreete Cassa bewaard werden Hier naa de gecommitteeden van den hoven van Bonij en Poah ijder afzonderlijk voor hunne adsistentie bij dese handeling be„ „dankt en met een vriendelijk Compliment van wegen den heer gouverneur en den Raad aan hunnemeesters gedimitteert ge„ „worden zijnde zoo wierden deselve even als waaren binnen ge„ „bragt ook weder door de tolken de eerste de land ende andere de water poort des Casteels uijtgeleijd Wijders is op het versoek des konings van sumbawa ter teru„ „gerlanging van zoodanig Paiquet met goud sijnde een gedeelte der rijxornamenten als door zijn Hoogheijts voorzaat Mo„ „bama kaharoedien in december 1758: tegens vierhondert Rijxdaalders verpand geworden edog naa desselvs overlijden onaangezien de voldoening der geleenden somma met sappanhout reets bezorgt was aan een deswegen overgeko„ „mene zendeling blijkens het aangezeekende ter gemeenen Resolutie van den 13:' 9ber: 1759 vergeleeken bij den inhoud van het dog register der selven maand met geen genoegsaame ze„ „kerheijd heeft konnen te rug gegeenen werden goedgevonden en verstaan dat met alzoo als het in de groote Cassa onder be„ „hoorlijke zegels bewaart legt te laten restitueeren aan den tegenwoordigen kooning dien de Edele Compagnie daar voor verklaart en erkent nu hij sig tot eene betamelijke opvolging zijner verbintenisse verpligt heeft Nog door den heer gouverneur de koningen van bima en dompo aangemoedigt geworden zijnde tot eene tijdige bezorging der lading goed en deugtsaam sappanhout voor het derwaarts gedestineert schip Het Huijs te maarpad zoo verzekerde de bimase koning deswoegen reets een vaartuijg met de nodige ordres versonden te hebben en die van dompo dat zulks eersten daags stond te geschieden Eijndelijk exhibeerde nog de koning van Bima zeker oerschrift welkers inhoud de heer gouverneur zegde te weeten dog raadsaam te oordeelen daar over thans in een datail te treden maar zulks uijt te stellen tot eene particuliere bij eenkomst wan„ „neer teffens den vorst nader onderhouden zoude wegens zijn almede gedaan versoek om een anderen schrijver of boekhouder op Pima zoo wierd hier van aan zijne hoogheit kennis gegeven die zig daar mede te vreden stelde /:onderstond:/ Aldus geresolveert tot maccasser in't Casteel Rotterdam dato voorsz: /:lager. /:was getekend:/ C:s Sinkelaar„ E:s J:s Beijnon, I: B: de Lahautemaison, M:s Peters, F: W: H: van Blijdenberg, I: H: voll, A=n Ravensberg, I: C:s crupenning, /: mij present:/ J:s Bleeke, secretaris /:onderstond:/ Accordeert /:geteekent:/ I:s Bleeke secretaris. van Maandag 2
English
257 From Maccasser under date the 1st of May 1765 From Maccasser under date the 1st of May 1765 Monday the 4th of March 1765: Separate Conference in the outer house between the overseas allies the kings of Bima, Sumbawa, Dompo, Tambora, Langar, and Pekat alongside their first Imperial Councillors and the Governor Cornelis Sinkelaar, in the presence of the junior merchant and shahbandar Ian Hendrik Voll, as well as the Resident of Bima and Sumbawa Jacob Bikkes Bakker. After taking their seats and exchanging the customary compliments, the Governor inquired of the monarchs in what manner their Highnesses, having departed from here, intended to undertake the recovery of the realm of Sumbawa as recently determined in a meeting; how many men, besides the necessary transport vessels, each of them would mobilize for the execution and achievement of that design, and at what location the indigenous force would meet that of the Honorable Company, consisting of five vessels well equipped with an ample number of soldiers and sailors, besides a good supply of ammunition and weapons. Whereupon the king of Bima, through his customary speaker, replied that in similar undertakings it had formerly been the custom to hold a meeting of the monarchs on Bima, from where, after prior deliberations and requisite arrangements, they would subsequently cross over together to Tambora or Pekat, in order to observe in the vicinity the first and best occasion favorable to the general design and to prepare themselves. However, His Honorable, fearful on the one hand of a multitude of evasions and delays, and on the other hand of many detrimental effects of the rumors concerning the restoration of the king Datoua Jareme blowing over to Sumbawa one after another, proposed to the respective monarchs that, since their Highnesses had betaken themselves hither to deliberate and decide upon the welfare of the said lands and subjects, it would indeed be safest and best to regulate and conclude the aforesaid necessary dispositions now. Wherefore, upon mature deliberation, it was approved to the satisfaction of each of the allies to determine the able-bodied men, over and above two Court grandees from each of the kings as commanders and guides of their subordinates, as follows: 500 heads on account of Bima 500 ditto ditto Dompo 300 ditto ditto Tambora 150 ditto ditto Langar 150 ditto ditto Pekat 1600 heads in all, who within fourteen days after the return of the kings to their states shall be dispatched on good transport vessels, and shall be present at the latest within one month's time before the river of Pekat, in order to combine there with the sloops and vessels of the Honorable Company and further to execute what has been resolved regarding the king Datoua Zarewe and the Sumbawan realm, amicably or by force of arms. However, since these preparatory arrangements might sometimes not suffice for an adequately effective resistance against a larger hostile force, whether by deceit, also
Dutch transcription
257 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Maandag den 4:' Maart 1765:— Aparte Conferentie in het buijten huijs tusschen de overwalsche bond„ „genooten de koningen van Bima sumbana dompo Tambora Langa= en Pekat nevens hunne eerste Rijxraaden en den heer gouverneur Cornelis Sinkelaar in presentie van den ondercoopman en sja„ „bandhaar Ian Hendrik voll als meede den Resident van Bima en sumbawa Jacob Bikkes Bakker Naa genomene zitplaatsen en de gewoone Complimenten deed de heer Gouverneur de vorsten onderlasten op wat wijse hunne hoog„ „heeden van hier vertrokken zijnde de Iongst in een vergadering ge„ „arresteerde resuperatie des sumbawaschen Rijks stonden aan te leggen hoe veel manschappen buijten de benoodigde transport vaartuijgen en ijder der zelve ter uijtvoering en berijking van dat dessein op de beenen brengen en waar ter plaatse de Inlandsche mogt die der Edelen Compagnie /: bestaande uijt vijf vaartuijgen met een ruijm getal militairen en zevaarende behalven eenen goeden voor raad aan ammunitie en wapenen wel toe gerust:/ ontmoeten zoude waar op de koning van bima door zijnen gewoonen spreker repliceerde bij den gelijken onder miningen eertijds gebruijkelijk geweest te zijn eene bij een komst die vorsten op Bima van waar men na voor afgegaane deliberatien en verEijscht werdende schikkingen vervolgens te gelijk was over„ „gestooken naa Tambora of Pekat omme in de nabijheijd de eerste en beste tot het algemeen voornemen gunstige occasie te observeeren en zig te rut te maaken edog zijne Edele agtb=re bedugt eensdeels voor een menigte uijtvlugten en talmerijen en anderen deels voor veel der hande Nadeelige uijtwerkselen der naa sumbawa successivelyk overwaaijende gerugten Concerneerende de herstelling van den koning datoua Jareme proponeerde aan de respective vorsten dat dewijl hunne Hoogheeden zig herwaarts begeeven hadden om over den welstand van deselve Landen en on„ „derdaanen raad te plegen en te besluijten het immers zekerst en rest zijn zoude ook de voorzegde noodige bestellingen thans te regulee„ „ren en te termineeren weshalven dan met rijpe overleggingen tot genoegen van ijder der bondgenooten goedgevonden is de weet„ „baare manschappen buijten en behalven twee Hofsgrooten van elk een der koningen als bevel hebbers en geleijdslieden hunner onderhoorigen voorts te bepaalen op 500 koppen weegens Bima 500 _„o _„o Dompo 300 _„o _„o Tambora 150 _ o _o Langar 150 _„o _„o Pekat 1600: koppen in 't geheel die binnen veerthien dagen naa de retour der koningen in hunne staaten op goede transport bodems verzonden werden en uijtterlijk binnen een maand tijds pre„ „sent zijn sullen voor de rivier van Pekat ten eijnde aldaar met de Chialoupen en vaartuijgen der Edelen Comp:s te Combi„ „neeren en voorts het beslotene omtrent den koning datoua zarewe en het sumbawasche Rijk in der minne of door wa„ „penen te executeeren Aangezien egter dese toebereidselen schikkingen zomwijlen niet zouden konnen sufficieeren tot genoegsaam kragtdaadige resistentie eener groteren vijandelijken magt het zij door bediegt, mede