VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3157

Surat · 479 pages · 190 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3157_0230 view scan ↗

English

899 From Amboina under date 31 May 1765 Ternate the 15 May 1765 From Today, the 2nd of April Anno 1765 Appeared before and in the presence of the undersigned as before Pattij Lima, native of Sirij sorrij, to whom his aforementioned account was now clearly presented de novo by form of re-examination in the Malay language, whereupon the deponent fully persisted in everything as well as concerning the 9th article in facie of the native of Hamahoe Pieter Poiki-E., without desiring the least alteration; while upon being asked whether he, the deponent, is not aware of what course the Bugis, Macassars and Mandarese take upon their arrival at Kellemoerij and also upon departure from there, the deponent replied that the aforementioned nation, upon their arrival and departure from Kellemoerij, as he heard there from those peoples, came from between Nuscalaut and Banda and kept that course again when they returned, nothing further. Below stood: Thus done and re-examined in the ordinary Council Chamber, date as above. Lower: signed with a small cross and written next to it: set by Pattij Sima. Still lower: This witnesses. Signed: P:r W:m Meijs, provisional secretary. In the margin: in our presence. Signed: P:s Hengevelt and P:rs Wiltschut. Below stood: Agrees. Was signed: P:r W:m Meijs, provisional first clerk. Since we have to this day heard neither word nor sign of the ship destined for this place, we are in the utmost apprehension that an accident has befallen it, and perhaps indeed of such a nature as is related in the attached account by a certain blood relative of the King who fled from Tidore, named Sangaji Inhout, knowing the court there to be capable of such treason; in which case it is also to be feared for the second point mentioned therein, which would cause us great inconvenience with our weak garrison, and why we also, on the 24th of the recently past month of April, resolved to recall the extirpators from the forests To As before Batavia Batavia to ƒ - — From Ternate the 15 May 1765 From Ternate the 15 May 1765 and thus to cease that otherwise so urgently needed work, which is nevertheless of less consequence, since the northern part of Halmahera, through a ten-month labor, has been completed except for only a very small remainder, and the Obi Islands are also completely finished. Our fear is the more well-founded because the cruisers have found the Maba and Patani people ready for a complete uprising, as appears from our resolution of the 12th of October past and the report inserted therein from a certain Petronella Molle, who overheard almost all their consultations, notwithstanding that the King and the court plead ignorance of this, according to the report incorporated into our resolution of the 18th of December by Senior Merchant Valkenaar and the Fiscal Van Lingen, who made the necessary representations and protests to them regarding this and concerning the Ceram uprising; which, however, we find repeatedly causes more harm than good. We can the more believe that the aforementioned Tidorese account is authentic, and the intention of the Tidorese is such, because some Cerammers who fled to Salwatty complained to the King about our people, that they had driven them from their settlements, with a request for prompt assistance, which letter, His Highness having sent it to us, was cited in our resolution of the 18th of December, and accompanies this in copy. Moreover, this is also confirmed by a letter from the sergeant postholder at Tidore, in which he reports among other things that the King is aware of everything, so that we also, in our resolution of the 4th of this month, no longer held him innocent, but responsible for all occurrences. The 24 93 From Ternate the 15 May 1765 From Ternate the 15 May 1765 Your High Noble Excellencies, examining our aforementioned resolutions, will sufficiently be able to conceive into what poor circumstances we have been brought by all this, if you will please note, in addition, that besides the lack of the soldiers and ammunition expected with the ship, the Company's vessels are deficient in everything, and most of all in anchors and sails, whereby for a long time only half of them have been able to sail, not to mention that we fear the vessels from Amboina and Banda will not dare to attempt the voyage hither, or else will be taken, and thus all correspondence with those Governments will be cut off from us. The best aspect regarding this, however, is that through the good vigilance of the Resident Seidelman, Manado has been brought sufficiently to rest and peace. Also, we do not doubt the loyalty of the Ternate regents, who at our request have promised to let one thousand of the best Alfoors come here to the land in order, in time of need, to help protect this castle and the settlement, while on our part we are likewise busy preparing everything for a brave defense, for the present in a clandestine manner, as our resolutions of the 24th of April and the 4th of this month more particularly show. On the other hand, nothing good is to be expected from Bachian's King, since, according to the report of the sergeant postholder there by letter of the 23rd of September past, and the rice delivery is proceeding again as of old, whereby we are also tolerably well-supplied with that food, and expect still more daily, and thus will have no shortage of it as long as the vessels will be able to sail. secret

Dutch transcription

899 Van Amboina onder dato den 31:' Maij 1765 Ternaten den 15:' Meij 1765:— Van Heeden Den 2:e April A„o 1765 Compareerde voor ende ten overstaan als vooren Pattij Lima Inlander van Sirij sorrij aan dewelke zijne hier voorenstaende relaes thans de novo bij forma van recollement in de maleijdse taele duijdelijk voorgehouden zijnde zoo bleef recol„ „lant in alles mitsgaders ook betreffende het 9:e articul infacie van den Inlander van Hamahoe Pieter Poiki-E: ten vollen persisteeren sonder 't minste verandering te begeeren; Terwijl op afvraage of hij recollant niet bewust is wat Cours de Boegineesen maccassaren en Mandareesen bij hun aankomst op kellemoerij en ook bij vertrek van daar neemen zoo repliceerde den recollant dat voorm: natie bij hem aankomst en overtrek van kellemoerij zoo als aldaar van die volkeren gehoort heeft tusschen Nuscalaut en Banda van doen quamen en weder dien kours houden wanneerse te rug keeren zonder meer /:on„ „derstond:/ Aldus gedaan ende Gerecolleerd Ter ord:e Raad Camer Dato voorsz: /:Lager :/ getekent met een kruijsje en daar bij gesz: gesteld door Pattij Sima /:nog Lager:/ Dit getuijgt /:getekend P:r W:m Meijs, p„l secreet„s /:in margine:/ ons present /:getekend P:s Hengevelt en P=rs Wiltschut, /:onderstond:/ Accordeert /:was r W:m meijs p:l E: Clercq: geteekend:/. P:r Vademaal wij tot heden taal nog teken vernomen hebben van het herwaarts gedes„ „tineerde schip zijn wij in de uitterste bedug„ „tinge het een ongeluk zal overgekomen wezen en misschien wel van die natuure, gelijk het nevens leggende gerelateerde door zekeren van Tidore gevlugten bloed verwant van den koning in name senghadje inhout, als het hof aldaar tot diergelijken venraad bequaam ken„ „nende: Bij welk geval ook te vrezen zij voor het twede daar bij vermelde lid, 't welk ons zeer te onstade zou komen met ons zwak guarnizoen en waarom wij ook op den 24: der Iongst voorlede maant April be„ „sloten de Extirpateurs uit de bosschen Aan Als vooren Batavia Batavia op ƒ - — Van Ternaten den 15: Maij 1765:— Van Ternaten den 15:' Maij 1765 op te roepen en dus dat anderzint, soo hoognodig werk te staken, waar aan egter te minder gelegen is, vermits het noordergedeelte van Halmaheira door enen tienmaandigen arbiid op maar een zeer klein restantje na g'absolveert is en de oubijse Eilan„ „den ook geheel afgewerkt zijn. Jnze vreze is te gegronden om dat de kruissers de Maba-en Patta„ „niresen tot ene complete op stand gereed gevonden hebben, blijkens onze resolutie van den 12: october pass=o en het daar bij g'insereerde berigt van zekere Petronella Molle die meest alle hunne raadslagen aange„ „boort heeft, onaangezien den koning en het hof zig daar van onschuldig hou„ „den, volgens het bij ons besluit van den 18: december ingelijfde rapport van den opperkoopman valkenaar en den fiscaal van Lingen, die aan dezelven de nodige representatien en protesta„ „tien dientwegen en nopens de Ceramse opstant gedaan hebben; dog die wij on„ „dervinden telkens meer quaad dan goed te wege brengen wij kunnen te meer geloven dat het voormelde Tidorees relaas egt, en het voornemen der Tidoreezen zo„ „danig is om dat enige naar salwattij gevlugte Cerammers aan den koning over de onzen geklaagt hebben dat die hun uit hunne negorijen verdreven hadden niet verzoek om spoedige adsistentie, welk briefje zijn hoogheit ons toegezonden hebbende bij ons besluit van den 18: december aangehaalt is, en in Copie hier nevens gaat. daar te boven wort zulx ook beves„ „tigt bij een briefje van den sergeant post houder te Tidori waar bij hij onder anderen bedeelt den koning van alles kennis heeft dus „ bij hem dan ook bij ons besluit van den 4: dezer niet langer onschuldig gehouden hebben maar verantwoordelijk voor alle gebeurtenissen de 24 93 Van Ternaten den 15:' Maij 1765: Van Ternaten den 15 Maij 1765: u Hoog E:delhedens voormelde onze resolutien inziende zullen genoeg kunnen bevatten in wat slegte omstan„ „digheijt wij door dat alles gebragt zijn, als ze daar te boven gelieven aante„ merken dat behalven het gemis der met het schip verwagte militairen en ammonitie, Comp:s vaartuijgen aan alles gebrek hebben en wel meest aan ankers en zeilen waar door alvoor lange de helfte daar van maar heeft kunnen varen buiten nog dat wij bedugt zijn de vaartuigen van amboina en Banda de reize dit heen of niet zullen durven wagen, dan wel genomen en dus alle correspondentie met die Gouvernementen aan ons af„ „gesneden worden. Het beste daar omtrent is egter dat door de goede vigilantie van den Resident Seidelman Manado: genoeg„ „zaam tot rust en vrede gebragt is Fok twijfelen wij niet aan de getrouheit der ternaatze regenten die op ons verzoek belooft hebben Een duizent der „Pste alfoereezen hier op 't lant te zullen laten komen om intijt van nood dit kasteel en de negorij te helpen beschermen, Terwijl van onzen kant mede bezig zijn al„ „les tot enen dapperen tegenweer voor als nog op eene clandestine wijze gereed: te maken, invoegen onze resolutien van den 24:' April en 4: dezer dat nader aantonen daar en tegen is van Batchians koning niets goedste verwagten, vermits bij volgens het bedeelde van den sergeant poshouder aldaar bij brief van den 23:' September pass=o en de rijst leverantie wederom als van ouds zijn gang gaat, waar door wij dan ook van dat voedzel tamelijk wel voorzien zijn, en dagelijx nog meer verwagten en dus geen gebrek daar aan zullen hebben zo lange de vaar„ „tuigen zullen kunnen varen. gehime

NL-HaNA_1.04.02_3157_0233 view scan ↗

English

From Ternaten the 15th of May 1765 From Ternaten the 15th of May 1765 maintains secret correspondence with the Papuans whom he had already invited to Batchian up to two different times, also intends to return to his former negorij, but to remain on Lamme, where he is actively engaged in the building of houses. We request Your High Honours for prompt and powerful assistance which, even if it were to consist of only a single ship, could most safely be sent to us in the month of December via Makkasser and along the northwest side of Celebes, although there will also be no difficulty in the ordinary passage with more than one ship, or if the commanders are only well on their guard with a good watch and always keep themselves ready for a vigorous resistance, which can likewise take place in the aforementioned month, if only the ship keeps as close as possible along the Xullas Islands as far as Liefje matulla and crosses from there to the Gorontalo bay and proceeds there under the Celebes shore close to Kema, and then crosses from there hither to enter the strait of Sticri or that of Noorwegen, as is frequently done here by private vessels in that manner with good success and is also the best and safest for the ships, even in all cases from the end of November until April, when the ships will also remain free from the visit of Tidore's king, who is otherwise always accustomed to board them in passing and spy on them, as well as interrogate the commanders about everything. 15th of May 1765 From Ternaten the From Ternaten under date the 15th of May 1765: Wherewith I commend Your High Honours to the only safe keeping of God, and with the utmost respect, submission, and veneration remain, below was written: High Noble, Valiant, Right Honourable, Manly, Right Wise, Prudent, Discreet, Very Generous Lord and Lords; lower: Your High Honours' very humble servant; was signed: I: V: Schoondervoert; in the margin: Ternaten in Castle Orange the 15th of May, Anno 1765. Instruction for the gentlemen Paulus Iacobus Valckenaar, senior merchant and secunde, and Wolfert Iohannes van Lingen, merchant and fiscal, going on a commission to Tidore. 1: You must present to the king that the Banda cruising pantjalling de Parnaal off Pulau Gissir was captured and burned by the Radja of Quellemorij and the orangkaij of the aforementioned island under the pretext of friendship, and that the goods were divided among the two aforementioned persons and the orangkaijs of Ceram Laut, Keffing, Koe, Waij, Killehoe, and Kilbia, and moreover that those peoples have also made a plot to surprise one division of the Amboina fleet in like manner, whereby those districts have completely risen up against the Company and thus can rightfully be declared forfeit to its benefit. 2: That the peoples of Maba and Battanij, leaving Weda out of it for now, have also been found ready to oppose the Company, and that it has now also become clear as day to us that they not only assist the Papuans in their raids, but are even the instigators and chiefs thereof, those of Pattanij doing everything on the advice of the old senghadje of Maba, by name Darama, although he does not sail along in person; just as all that is done and carried out happens in the name of His Highness. 3: That those of the negorij Ingli, and particularly the brother of the quimalaha named Rattoe, alongside a marinjoe named Gamma, had pressed the aforementioned senghadje very hard to have permission to capture the Company's vessel and massacre the Europeans. 4: That all these being matters of too great importance to be tolerated any longer, we therefore earnestly protest against all disasters, costs, damages, and interests that have already been made and suffered to counter these acts of violence and treacherous conduct, and will further be made and suffered, against the king, the grandees of the realm, and all Tidorese subjects. If His Highness should say he had no knowledge of these acts of violence nor had given any order for them, and should wish to delay and dismiss you with fair promises, you must tell him that His Highness has already delayed us therewith for six years, and that instead of improvement matters are becoming worse and worse, and have now erupted into a complete rupture; below was written: of all which I expect a clear report in writing, and remain; lower: Your Honour's very good friend; was signed: I:s V:n Schoonderwaert; in the margin: Ternaten in Castle Orange the 13th of October, Anno 1764. Instruction for guidance for the second mate Pieter Hoekema, going on a cruise to the Batchian and Xullas Islands. From Ternaten under date the 2nd of May 1765: Whereas the long absence of the ship expected from Batavia causes us some apprehension whether some misfortune may have befallen it, we have deemed it highly necessary to dispatch you with the vessel under your command to the islands named in the heading hereof, as well as to prescribe the following points for your guidance and observance: First, after the receipt hereof you must immediately proceed on board the aforementioned vessel assigned to you, and the anchors

Dutch transcription

Van Ternaten den 15:' Maij 1765= Van Ternaten den 15:' Maij 1765 geheine correspondentie hout met de papoeers die hij tot twe verscheide malen al naar Batchian had laten nodigen, is ook van zins wederom op zijn vorige negorij terug te komen, maar op Lamme te verblijven, alwaar hij zig sterk bezig hout met het bouwen van huizen wij verzoeken uhoog Edelhe„ „dens om een spoedige en magtige adsistentie die ons zo ze maar uit een Enkelt schip mogt bestaan wel het secuurste zou kunnen toegezon„ „den worden in de maant december over Makkasser en langs de noord„ westkant van Celebes, schoon 'er egter ook in de ordinaire passagie geen zwarigheit zal zijn met meer dan een schip of als de overheden maar wel op hoede zijn met goede wagt en zig altoos tot een wakkeren tegenweer gereed te houden, dat almede in voormelde maant wel geschieden kan, in dien het schip maar hoe digter hoe liever langs de xullase Eilanden heen hout tot aan Liefje matulla en daar van daan oversteekt naar de goron„ „taalse qual en het aldaar onder de clebese wal op haalt tot digt bij kema en dan daar van daan herwaarts over„ „gaat om het gat van Sticri of dat van Noorwegen inte lopen zoda„ „nig hier veel door particuliere vaartuigen op die wijze met goed succes gedaan wort en voor de scheepen ook het beste en veiligste is, selfs in alle gevallen van het laast van november af tot april toe, wanneer de schepen ook bevrijt zullen blijven van de visite van Tidors koning die anders altoos gewoon is in 't voor bij zeilen daar aan aanboort te gaan en de„ „zelve te bespionneren, mits„ „gaders de overheden van alles uijtte vragen maant waar 15:' Maij 1765 Van Ternaten den Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765: Waar mede u Hoog Edel„ „hedens in de alleen zeekere hoe„ „de Godes aanbevele en met het uitterste respect submissie en veneratie verblijve /:onder stond:/ Hoog Edele Gestren„ „ge Groot Agtbare Man„ „bafte wel wijze voorzieni„ „ge Discrete zeer genereuse Heer en Heeren /:Lager:/ Edelens uw Hoog Dienaar zeer onderdanige /:was getekend:/ I: V: Schoondervoert, /:in margine:/ Ternaten in 'T Casteel orange den Ao 1765 15: Maij . 1: Moeten uEd: den koning voor houden dat de Bandase kruispan„ „tjalling d' Parnaal voor P=lo Gissir door den Radje van quellemorij en den orangkaij van voorsz: Eilandt onder schijn van vriendschap afgelo„ „pen en verbrand is en dat de goe„ „deren verdeelt zijn onder de twee voor„ „noemde personagien en de orangkaijs van Ceram Laut keffing koe waij killehoe en kilbia mitsgaders dat dier volken boven dien nog een toeleg gemaakt - hebben om de eene divisie van de amboinase vloot insgelijks te over rompelen, waar door dan die ben districten volkomen opgestaan Instructie voor de Heren Paulus Iacobus Valckenaar opperkoopman en secunde, en Wol„ „fert Iohannes van Lingen koopman en Fiskaal, gaande in commissie naar Tidore. Instructie zijn 97 Van Ternaten onder dato den 15: Maij 1765 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765. zijn tegen de Comp: en dus met regt ten behoeve derzelve verbeurt verklaart kunnen werden 2: Dat de volkeren van maba en battanij /latende weda nog daar buiten :/ mede gereed gevonden zijn zig tegen de Comp: aantekanten en dat ons thans ook zonne klaar gebleken is zij niet alleen de Papoeen behulpzaam zijn in hunne rooftogten maar zelfs de aanraders en hoofden daar van zijn, doende die van Pattanij alles met be„ „raad van den ouden senghadje van Ma„ „ba in name darama schoon die in perzoon niet mede vaart: ge„ „lijk ook alwat gedaan en uit gevoert wort op den naam van zijn hoogheit geschiet 3: dat die van de negorij Ingli en wel voornamelijk de broeder van den qui„ „malaha Rattoe genaamt nevens een marinjoe gamma gen:t bij voorm: senghadje zeer sterk badden aange„ „drongen om permissie te hebben „'s comp:s bodem te mogen „afloppen en de Europezen te maffacieren. 4: dat al het zelve Baken zijnde van te gro„ „ten gewigt om langer geduld te kunnen worden, wij dierhalven wel Ernstig pro„ „testeren tegen alle onheilen, kosten, schaden en interessen die tot tegengang dier ge„ „weldenarijen en verraderlijke handel„ „wijze reets gedaan en geleden zijn en voorts gemaakt ende geleden zullen worden tegen den koning de rijxgroten en alle Tidorese onderdanen Indien zijn hoogheit mogt zeggen geen kennisse van die geweldenarijen nogte eenige ordre daar toe gegeven badt en UE:s met goede beloften mogte ophouden en willen afzetten een moeten 109 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1764: moeten uEd: hem aanzeggen zijn hoogh:t ons daar mede al ses Iaren opgehouden heeft en dat in plaat„ „se van beterschap de zaken hoe hoe erger worden en thans langer E tot een volkomen rupture uit„ „geborsten zijn /:onderstond:/ van welk een en ander een dui„ „delijk rapport in scribtis ver„ „wagt ende verblijve /:Lager./ uwel Edele zeer goede vriend /:was getekent:/ I:s V:n Schoon„ „derwaert /:in margine Ter„ „naten in 'T Casteel orange nap den 13:' october A„o 1764: Aangezien het lang uitblijven van het van batavia verwagt werdende schip ons eenige bedugting ver„ „oorzaakt of het zelve zomwijlen geen ongeluk overgekomen is, hebben wij hoog noodzakelijk g'agt uE: met zijne onder hebbende bodem naar de in hoofde dezes genoemde Eilanden te depecheren, mitsgaders uE tot narigt en observantie voor te schrij„ „ven de volgende poincten: Eerstelijk moet uE: zig na den ontfangst dezes aanstonds begeven aan boort van voornoem„ „den ouwen bescheiden bodem en de Instructie tot narigt voor den onderstuurman Pieter Hoekema gaande ter bekruijssing naer de Batchianse en Xullase Eilanden Van Ternaten onder dato den 2:' Maij 1765: Instructie ankers

NL-HaNA_1.04.02_3157_0237 view scan ↗

English

From Ternate, dated the 15th of May 1732. From Ternate, dated the 15th of May 1765 having weighed anchors, you must immediately sail therewith to Batchian, where, finding the pantjalling 'T Genoegen, you must merely inquire whether anything certain regarding the ship has been perceived, and if so, return back hither without any delay; but if at Batchian there should be not the slightest news regarding it, your Honour must direct the vessel's prow straight toward Xulla-Bessij, inquire there whether anything has been heard of it, and, after obtaining an answer, cross over as quickly as possible back to this capital, without lingering unnecessarily elsewhere for a single day, for whatever reason it may be. If your Honour encounters any Papuan korra-korras along the way, we order you to avoid them carefully and to shun all engagement with those or any other sea rovers. If your Honour arrives at Batchian and the pantjalling 'T Genoegen has already sailed hither, your Honour must assist the extirpators and their crew as much as possible to bring their baggage on board your vessel without delay, and subsequently return hither with the same without continuing the voyage to Xulla-Bessij, for which purpose we are now sending the necessary orders to the heads of the Extirpation. Your Honour shall also have to act likewise in case there should be news at Batchian that the ship—contrary to our hope and expectation—has been wrecked in one way or another. Wherewith, wishing your Honour the Lord's blessing and a prosperous mission, we remain, underneath stood: Your Honour's Good Friends, was signed: Jacob van Schoonderwoert, P. J. Valkenaar, J. C. van Ossenberg, W. J. van Lingen, J. G. van Raesvelt, A. H. Gregorij, J. Reevoet, and G. R. de Kok. In the margin: Ternate in Fort Orange, the 26th of April 1765. Underneath stood: Agrees, was signed: D. Voetbloet, p. l. E. G. Clencq. After receiving your Right Honourable Esteemed Third written instruction, dated the 18th of June of this year, we proceeded pursuant to the second article thereof on board the pantjalling 'T Genoegen, and, accompanied by the Arent, directed our course to the opposite side of Halmaheira, and further along the west coast through the Strait of Batchian to Oubij, and subsequently to the corner of Pattani. Right Honourable Esteemed Ruling Gentlemen. To the Right Honourable Esteemed Sir Jacob van Schoonderwoert, Governor and Director, together with the Council of the Moluccas. From Ternate, dated the 15th of May 1761. From Ternate, dated the 11th of May 1765. Having thoroughly searched all islands, capes, and coves, and having diligently investigated on Batchian and Oubij whether any unauthorized smugglers were present there or on the land of Kasiroeta, we sailed toward the east point of Pattani on the 20th of August without discerning anything or having had any remarkable encounters, save only that on the 19th of July we were informed by the postholder at Oubij, Johan David Kok, how the burgher Philip Tobias on the 16th of July had seen three korra-korras near the large river, of which the rowers were Papuans, but the other crew members were long-haired natives, who, however, for fear of two to three shots, put out to sea again, and nothing further was heard of them. Whereupon on the 20th we proceeded with the boat to the aforementioned large river, where, finding no Papuans or other rovers, I returned to my vessel. Thereafter, as has been said, on the 20th of August we also made for the east point of Pattani and joined the pantjalling De Kanneelboom between the islands Pulau Moar and Debij; where bookkeeper Thomas Voges gave me a detailed report of his actions in the north, and also that he had not seen the Goedkeuring in half a month, on which account we deemed it proper to tack back and forth for a few days at that rendezvous point intended for us, in order to await the vessel the Arend, which had likewise become separated from me a few days previously. But fearing we would drift away due to the strong running current, we set our course on the 23rd for the Bay of Weda, and toward the evening came to anchor before the negorij Wallee. From Ternate, dated the 15th of May 1765. From Ternate, dated the 15th of May 1765. where we saw many people running shouting on the beach, on which account we fired a shot with blank powder to get some of them on board; but they being unwilling to do so, and we hearing a great noise ashore again in the evening around seven o'clock, and still unable to obtain anyone upon a second signal shot, bookkeeper Thomas Voges together with the commander Roelof Rosenlief went ashore in the morning with six armed soldiers, whence they returned without having seen a single person. Toward evening, however, three natives came to us, who said they were Weda people and that the shooting had frightened them, whom we treated with all friendliness and at the same time requested to assist us with some refreshments; further spending the 25th filling our empty water casks. After which, between the rivers Koe and Kobe on the 26th, and before the negorij Weda on the 28th, without discovering anything, proceeding further past the point of Libobo, we arrived at Gane on the 16th of September, finding De Kanneelboom there; and all our provisions being consumed, we resolved to remain here for a few days, partly to purchase provisions for our soldiers and sailors, and partly to await the Goedkeuring and the Arend, which were still lying outside the point of Libobo. For which reason bookkeeper Voges, upon received reports that a large ship had been seen at the back of Batchian, departed thither on the 18th with a specially hired native vessel, but having advanced as far as Saketta, heard nothing of it, where

Dutch transcription

102 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1732. Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 ankers geligt hebbende daar mede ten eersten naar Batchian steve„ „nen alwaar de pantjalling 'T ge„ „noegen vindende Eenlijk verne„ „men moet of daar iets zekers omtrent het schip ontwaart is en zo Ia, zonder enig vertoe„ „vens dit heen terug keren dog indien te batchian geen de min„ „ste tijding dient wegen mogte wezen moet uE de steven di„ „rect wenden naar xulla=bessij aldaar zig informeren of ook iets daar van vernomen is: en naar bekomen bescheidt ten spoedigsten weder naar deze hooft plaatze oversteken, zonder zig, om wat reden het ook zij, elders eenen dag nodeloos opte houden UE onderwegen enige papoese korra uE te batchian arriverende en de pan„ „tjalling 't genoegen bereets dit heen gestevent zijnde moet uE: de Ex„ „triepateurs met zijne schepelingen zo veel mogelijk adsisteren om hunne bagagie zonder Palmen binnen uw scheeps boort te brengen, mits„ „gaders vervolgens zonder de reize naar xulla-bessij voort te zetten met dezelve herwaerts komen, waar toe wij thans de nodige ordre aan de hoof„ „den der Extirpatie laten afgaan. Zal uE ook zodanig moeten bande„ „len ingevalle te batchian tijding mogt wezen dat het schip op de eene of andere wijze /: tegen onze hoppe en verwagting:/ verongelukt was 3: korna 2: 7: - 5: 103 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 Van Ternaten onder dato den 15: Maij 1765 korra 's ontmoetende, ordonneeren wij u dezelve zorgvuldig te wijken en alle attacque met die dan wel andere Ziwververs te vermiden waar mede u 's Eeren zegen en een voorspoedige kommissie toe„ „gewenschende verblijven wij /onderstond:/ UE Goede vrienden /:was getee„ „kend:/ Iacob van Schoonderwoert, P: I: Valkenaar, I: C: van Ossenberg W: I: van Lingen, I: G: van Raes„ „velt, a: h: gregorij, I: Reevoet en G: R: de kok /:in margine Ternaten in 't Casteel orange den 26: April 1765. /:onderstond:/ Accordeert /:was Geteekent:/ D: Voet bloet: p:l E: g: Clencq„ Na den ontfangst van uwel Edele agtb: Dierde schriftelijke instructie, de dato 18:' Iunij deses Iaars hebben wij agtervol„ „gens het twede articul van dien ver„ „voegt aan boord van de pantjalling 'T genoegen en daar mede verzelt van den Arent de Steven gewent naar de overkant van Halmaheira en voorts langs de westkant door straat Batchian naar oubij en vervolgens naar de hoek van Pattanij — Wel Edele Agtb: Gebiedende Hern Heeren Aan den Wel Edelen Agtb: Heer Jacob van Schoon der woert Gouverneur en directeur nevens den Raad den moluccos Aan die E Van Ternaten onder dato den 15 Maij 1761 Van Ternaten onder dato den 11:' Maij 1765 de schuit naar gem: grote revier vervoegden, alwaar geen papoers of andere zwervers De die na alle Eilanden hoeken en in ham„ vindende naar mijnen bodem te rug keerde, „men Exact door snuffelt, mitsgaders op Batchian en oubij wel naukeurig daar vervolgens gelijk gezegt is den 20 aug„s onderzogt hadt of zig daar, dan de oosthoek van Pattanij mede bestevende wel op het land van Kasiroeta, geen onge„ en tusschen de Eilanden p=lo moar en debij „permitteerde sluikhandelaars bevonden met de pantjalling de kanneelboom con„ den 20:' Aug„s bezeilden zonder iets „jungeerde; wordende mij door den boek„ „houder Thomas voges van zijne ver„ te ontwaren of enige remarquabell ont„ „rigtinge om de noord breedvoerig „moetinge gehad te hebben, als Eenlijk verslag gedaan als ook dat de goedkeu„ dat wij den 19:' Iulij van den Post„ „ring in geen halve maandt gezien had, „houder te oubij Iohan David kok be„ D weshalven goetvonden op die voor ons „rigt was hoe den burger Philip To„ bestemde verzamelplaats eenige da„ „bias den 16:' Iulij bij de grote revier „gen over en weder te houden, ten Einde drie korra korras gezien hadt, dat vaartuigen den arent die eenige da„ waar van de scheppers papoers dog de „gen bevorens insgelijks van mij afgeraakt overige voerders Langharige inlan„ was intewagten, maar vrezende door „ders waren dewelke egter uit vreze de sterk lopende stroom te zullen verdrij„ voor twee â drie schoten weder in zee „ven, stelden W' den 23: de Kours naar stekende niets verder van hen ver„ de bogt van weda, en kwamen te„ „nomen was, waar op wijden 20: met „gen den avont voor de negorij wallee de 109 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 Van Ternaten onderdato den 15:' Maij 1765 waar na den 26:' tusschen de rivieren ten anker, alwaar veel volk al schreuende koe en kobe mitsgaders den 28:' voor aan strant zagen lopen weswegen de negorij weda en zonder iets te ont„ een schoot met los kruit deden om enige „dekken alverder langs de hoek van van hen aanboort te krijgen maar zij„ Libobo den 16: September te gane aan„ „lieden daar toe onwillig zijnde en wij „quamen door de kanneelboom vin„ 's avonts circa seven uuren andermaal „dende en alle onze spijze gekonsumeert een groot geraas aan de wal horende zynde resolveerde w' hier eenige dagen te mitsg:s op een twede zein schoot nog nie„ „mant kunnende bekomen, begafden verblijven, eensdeels om mondkost voor boekhouder Thomas voger nevens onse militairen en zevarende in te ko„ den gesagvoerder roelof Rosenlief zig des 's „pen en ten anderen om de goetkeuring morgens met ses gewapende militairen - en den arend die nog buiten de hoek van naar de wal „ waar, zonder een mensch gezien te hebbent te rug keerden, komende Libobo lagen intewagten, waarom egter tegen den avont drie Inlanders bij den boekhouder voges met den gezaghebber ons, die zeiden wedarezen te zijn en dat Rosenlief op Erlangde berigten er een het schieten hen vervaart hadt, dewel„ groot schip aan de agterkant van Bat„ „ke wij in alle minnelijkheidt behandel„ „chian gezien was, den 18:' met een Expres „de en teffens verzogten ons met gehuurt inlands vaartuig derwaarts wat verversing te adsisteren, bren„ vertrok dog tot saketta voorgeschept „gende voorts den 25:' door met wezende niets daar van vernam onze ledige water vaten te vullen, waar

NL-HaNA_1.04.02_3157_0241 view scan ↗

English

From Ternate under date 15 May 1765: From Ternate under date 15 May 1765: from Harlingen, reporting that and therefore on the 19th returning to Gane, he had put his quartermaster Pieter from where, after some days of in irons for his waiting, our companions not insolence and the drawing showing up, we set sail on the 26th, and on the of his knife, requesting 27th having approached close to Saketta, saw at the same time that I come aboard his vessel both De Goedkeuring and Den Arend heading to settle that dispute, for which reason, together with helmsman from the point of Libobo towards Gane, Rosenlief, I proceeded thither and asked for which reason we remained at anchor before the said settlement of the said quartermaster what reason he had Saketta until to rise against his master and the first of October, when, getting both draw the knife, to which he vessels in sight between Makian and Kapa, replied, I know of no we weighed our anchor knife, but I did have words and subsequently arrived at this with him about the rations, roadstead yesterday. nothing else, but when the helmsman Further, I have considered it my duty called out, Boy, give me to inform Your Honourable Worships that on Monday 6 August my pistol here, I ran there appeared before me the master forward, of Den Arend, Tobias where, getting a rice pounder into my hands and the master ordering them to seize me and put me in irons, I said to the crew, keep away from me or I will hit so that no one shall breathe. Whereupon, as I could not properly investigate who was to blame for that misunderstanding, it was decided to take the said quartermaster with me to the pantchialling Het Genoegen and to have him perform the service of a sailor on that vessel during the voyage, though from which, at his insistence to be allowed to answer for himself here, I withdrew and have brought him hither under arrest. Furthermore, I most humbly request to be discharged by Your Honourable Worships Wherewith, in the expectation of having satisfied the esteemed intention of Your Honourable Worships, I take the liberty to call myself with deep respect, underwritten, Honourable from all further accountability for the linens issued to me, consisting of 3 pieces Guinea cloth ordinary bleached 1 piece ditto broad blue, and 3 pieces salempores ditto as, according to the annexed account, having been distributed in the most frugal manner to various natives for their demonstrated assistance and provided for the purchase of provisions for our subordinates. Worshipful From Ternate under date 15 May 1761 Worshipful Sir and Sirs, lower: Your Honourable Worships' very humble and obedient servant, was signed: J. Inwaris, in the margin: Ternate, 4 October 1764. To the Honourable Worshipful Sir Jacob van Schoonderwoert Governor and Director Together with the Council of the Moluccas Honourable Worshipful Ruling Sir and Sirs, After receipt of Your Honourable Worships' esteemed written instructions of 18 June last, I proceeded, in conformity with the third article thereof, aboard the pantchialling De Kaneelboom, and, accompanied by the pantchialling De Goedkeuring, set my course directly towards the point of Sidangoli and further towards the islands of Pulau Rau and Morotai, where, having thoroughly searched all points, corners and inlets and having perceived nothing other than only three praus with Alfurs who had sailed to the last-mentioned island to fish, and in whose vessels upon exact inspection we also found no other goods than dried fish, we further turned the prow on the 2nd; thus sailing along the east side of Halmahera without learning anything noteworthy until the second of August, when, having approached close under the east point of Kau in the afternoon From Ternate under date 15 May 1765 at three o'clock we saw a large kora-kora which appeared to intend to come alongside, but being near, suddenly sheered off and paddled past us, whereupon we immediately fired two shots, one with blank powder and one with shot, to bring that vessel alongside, which however, as well as all further efforts made to overtake it, proved fruitless due to their rapid paddling and the light wind, but coming to anchor on the tenth thereafter before the settlement of Waimilies, I was informed by the quimelaha of the settlement that it had been a Patani kora-kora, on which a certain priest named Umar commanded, who had the intention to go to Salilla to buy rice; likewise that about a month before, the Papuans with three kora-koras had attacked twenty-two Tidorese along with six inhabitants of Gane on the island of Wiri, killed nine of the former and three of the latter, and carried off the remainder as prisoners; from where, subsequently setting our course further along the run of the land and as close inshore as was at all practicable, we came to anchor on the thirteenth before the settlement of Buli, where we were very kindly welcomed by three bobatos in the name of their Hukum and Captain.

Dutch transcription

11j Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765: Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765: van Harlingen met berigt als dat en dierhalven den 19:' te gane reverteer„ hij zijne quartiermeester Pieter in „den, van waar na nog sommige dagen de boeijen hadt laten zetten over dese„ vertoevens onze makkers niet op da„ „selfs brutaliteiten en 't uittrek„ „gende den 26:' onderzeil gingen en den „ken van zijn mes met versoek 27: digt bij saketta genadert zijnde zagen po w' zo de goedkeuring als den arendt uit teffens op zijn bodem te willen de hoek van Libobo naar gane ste ve„ komen, ten einde die questie afte„ „nen, weshalven voor gen: negorij sa„ „doen, waarom mij nevens stuur„ „ketta ten anker bleven leggen tot „man rosenlief derwaarts vervoeg„ den Eersten october wanneer beide „de en gezegden quartiermeester af„ bodems tusschen macquiam en Capa „vroeg wat reden hij hadde tegen in 't gezigt krijgende ons anker Ligten zijn gezagvoerder optestaan en en vervolgens op gisteren ter dezer het mes te trekken daar denzelven rhede arriveerde. op antwoorde ik weet van geen wijders hebbe van mijn pligt mes maar heb wel woorden Gagt uw wel Edele agtb: te ad„ met hem gehad over het randsoen verteren op maandag den 6: aug„s anders niet, maar toen den stuur„ bij mij verschenen is den gezag„ „man Geroepen heeft Jonge geeft „voerder van den arent Tobias mijn pistool hier ben ik naar van voren 113 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1731: Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 voren toegeloppen daar ik een rijst stamper in mijn handen krijgende mitsgaders de gezaghebber ordonneren„ „de mij aantevatten en in de boeien te zetten tegen het volk zeide, blijft mij van het lijf aff of ik slase dat geen asem halen: zal Waar op vermits niet regt kon„ „de na vorsen wien schuldig aan dat misverstant was te rade wierdt genoemden quartiermeester met mij naar de pantjalling 'T genoe„ „gen te voeren en hem op dien bodem gedurende de reise den dienst van mat„ „troos te laten presteren, dog waar van op zijne instantie om zig alhier te mogen verantwoorden weder resi„ „lieerde en Een in arrest herwaarts gebragt hebbe. voorts verzoeke zeer ootmoedig door uw wel Edele Agtb: onthefft Waar mede in verwag„ „ting van G'eerde intentie van uw wel Edele Agtb: te zullen hebben voldaan de vrijheit gebruike mij met diep ontzag te noeme /:onderstond:/ Wel te worden van alle verdere verant„ „woording der aan mij mede ge„ „geven Lijwaten bestaande in 3:– p„s Guinees gem gebl: 1:– „ _o br: bl: en 3:– „ salemp:s „ d:o als zijnde blijkens Nevens Leg„ „gende rekening op de mena„ „gieuste wijze aan dieverse inlanders voor hunne bewezen adjude uitgerikt en tot het in„ „koppen van verversching voor onze onderhorige verstrekt te Edele Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1761 Edele agtb: Heer en Heeren /:Lager:/ uw wel Edele Agtb:s zeer onderdanige en gehoorzame dienaar /:was getekent:/ I:s Inwaris /:in margine:/ Ternaten den 4: october 1764: Aan den wel Edele Agtbaren Seer Jacob van Schoonderwoert Gouverneur en directeur Benevens den Raad Dermoluccos Wel Edele Agtb: Gebieden de Heer en heeren Na den ontfangst van uwel Edele agtb: P'eerde schriftelijke instructie van den 18:' Iunij J:o verweken hebbe mij Conform het derde artikul van dien vervoegt aan boort van de pantchialling de kanneelboom en vezelt van de pantjalling de goedkeu„ „ring mijn koers direct gestelt naar de hoek van sidangolij en voorts plo na Eilanden P=ro Rauwe en moren„ „taaij alwaar alle hoeken winkels en inhammen wel ter degen door zogt en niets ontwaart hebbende dan eenlijk drie Prauen met al„ „phoeresen die om te visschen naar laastgenoemde Eilant waren geva„ „ren en in welkers vaartuigen bij Exacte visitatie ook gene andere goederen dan gedroogde visch, vin„ „dende, wenden w' wijders de steven om de 2=de; zeilende duslangs de oost„ „kant van kalmaheira zonder iets aanmerkings waardig te vernemen tot den tweden augustus wanneer digt onde de oost hoek van Cau genadert zijnde 's nademiddags Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 915 oms E 1975 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 om drie vuren een grote korra korra zagen, die sustineerde van willens te zijn aan boort te komen dog na bij zijnde schielijk afhielt en ons voor bij schepten, waar op terstont om dat vaartuig aanboort te krijgen twee schoten waar van een met loskruit en Een met scherp deden, dat egter zo wel als alle verdere aangewende moeite om 't zelve in te halen door het snel voortscheppen en de slappe wint vrugteloos afliep, maar den tienden daar aan voor de negorij waijmelies ten anker komende wiert mij door den quimelaha van de negorij be„ „rigt het zelve een pattanijrese korra te zijn geweest, waar op zekere priester Oemar gen:t het gezagvoerde en die de wil hadt naar Salilla om rijst in te koppen, zo mede dat circa een maant bevo„ „rens de papoiers met drie korra korra 'Top't Eiland wierie twee= en twintig Tidoresen nevens ses inwoonders van gane aangedaan van de Eerste negen en van de laatste drie om 't leven gebragt ende overige gevangelijk weg ge„ „voert hadden, van waar er„ „volgens onze kours al ver„ „der langs de strekking van het landt, en zo na onder de wal als immers doenlijk was heen stellende, quamen w' den dertienden voor de negorij boelie ten anker, alwaar door drie bobatos uit naam van hun Eukum en kapitain zeer vriendelijk korra verwelkomt

NL-HaNA_1.04.02_3157_0245 view scan ↗

English

From Ternate under date 15:' May 1765 From Ternate under date 15:' May 1765 were welcomed, with an offer at the same time of their services in case we might be in need of one thing or another, on which account I resolved to remain here for one or two days, both to provide ourselves with water and firewood as well as to repair the sails and to await the Goedkeuring, which, due to the vehement currents running to the north, was set back on the sixth prior and had not appeared again since; while we were now busy with the necessary ship's work, there appeared on board on the morning of the 16:th some Boeliereses, who informed me that the inhabitants of Maba, Pattani, and further surrounding villages, the Wedareses excepted, are not in the least to be trusted, for they, as well as the Papuans, were all scoundrels and robbers, and that I therefore had to be very suspicious and on my guard if my vessel came to anchor thereabouts, for which information I thanked them and at the same time made known that I had not been sent out by your Honorable Worships to offend the well-meaning subjects of the three Moluccan principal kings in the slightest, but that if such evildoers wished to attempt anything, I would certainly take away their desire to use such boldness again in the future. Proceeding further, since I obtained no news of the Goedkeuring, getting under sail that same day, and coming to anchor again the following day in the afternoon between an island and the mainland of Maba, where immediately a prahu with Mabareses and an emissary 421: From Ternate under date 15:' May 1765 From Ternate under date 15: May 1765 an emissary of Tidore's King, named Malkoegen, came on board, which latter communicated to me that four large prahus, paduakans, with Bugis from Boneratte had arrived at Salwatty, whereupon asking him whether the Papuans also sometimes traded in spices with that nation, the Mabareses standing around began to speak to one another in their language, which having lasted a little while, they collectively took their leave without wishing to answer that question of mine; at night the peoples of Pattani and Gebe came together on the island of Maba, where they kept watch on us the whole night, doing nothing but shouting and screaming until the morning of the 16:th, on which day in the afternoon various natives bringing refreshments to our vessel with small prahus, one from a place called Tobe requested to speak with me privately, showing me at the same time a hundred pieces of nutmegs, which I immediately took from him and bartered for a knife, asking at the same time whether the Mabareses also carried on trade in those spices and that if there was much of it to be obtained, I would buy them all from them for a good price, but one of his nearby standing countrymen, hearing this, asked him, while uttering various abusive words, whether he did not know the Company had forbidden that trade, ordering him to answer my question that the said hundred nuts had been gathered together when the last extirpation expedition took place, and 123 From Ternate under date 15: May 1765: From Ternate under date 15:' May 1765 had been kept since that time, thereupon all departing from on board, whereby I was deprived of discovering anything further regarding this; in the evening, around eight o'clock, a Christian female person came alongside our vessel with a small prahu, who upon my asking what her name was, where she was born, and how she had come to Maba, related that she was born in Amboina and was named Pieternella Molle, and that in the year 1762, sailing from Amboina to Caijbobo and from there on 10= May of the same year to an island to search for biass, thirteen corocoras manned with Papuans and Pattanises also landed there that same day at nine o'clock in the morning, on which were chiefs, the quimelaha of Pattani, Que Paaij, with three of his companions named Geletje, Pantje Paij, and Mongie, who captured her, her brother, three schoolgirls, and a slave boy, and transported them to Salwatty, from where she was further brought hither; the said woman likewise recounted to me how one night prior there had arrived at Maba the brother of the quimelaha of Ingli Rattoe, together with a marinjo named Samma, with two of their companions whose names she declared not to know, who had very strongly urged the sangaji that he might permit them to gather men in order to overrun the Company's vessel therewith and massacre us, on which account, to prevent disputes, I judged it most advisable to

Dutch transcription

Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 verwelkomt wierden met aan presen„ „tering teffens van hunne dienst in dien om het een of ander verlegen mogten zijn, weshalven te solveerden hier een of twee dagen te vertoeven zo om ons van water en branthout te voorzien mitsga„ „ders, de zeilen te repareeren als de goed„ „keuring inte wagten die, door de vehemen„ „te om de noord Lopende stromen, den sesden bevorens agter uit gezet en sedert niet weder opgedaagt was; intusschen nu met het noodige scheeps„ „werk bezig waren verschenen des morgens den 16:e eenige Boelieresen aanboort, dewelke mij bedeelden de inwoonders van maba Patta„ „nij en verdere daar rontom gelegen negorijen /:uitgezondert de wedare„ „sen :/ niets in het minste te ver„ „trouwen zijn, want dat het alle zo wel als de papoen schelmen en rovers waren, en dat ik dierhalven wel verdagten op mijn hoede moest zijn, indien mijn onderhebbende bodem daar omstreeks ten anker quam voor welke onderrigting hen bedankte en tegelijk te kennen gaf ik door uw Edele agtb: niet uitgezonden was om de wel„ menende onderdanen der drie mo„ „luxe hooft koningen, in 't geringste te beledigen, maar dat diergelijke quaat„ doenders iets willende tenteren ken de lust wel zou benemen om in 't vervolg die hardiesse wever te gebruiken Gaande voorts, vermits geen na „rigt van de goedkeurig erlangde, nog dien zelven dag onder zeil, en komende daags daar aan in de na middag tusschen een Eilant en de vaste wal van Maba we„ „der ten anker, daar opstonts een prau met mabaresen en een zendeling 421: Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 Van Ternaten onder dato den 15: Maij 1765 zendering van Tidors koning Malkoegen:t aanboort kregen welke laatste mij communiceerde 'er vier grote prauen paduakans met Boeginesen van Boneratte op salwattij waren aange„ „komen, waar op hem afvragende of de papoers met die natie ook zomwijlen in specerijen handelden, begon„ „den de rondsom staande Mabaresen in hunne taal tegens elkander te spre„ „ken, het geen een wijnig geduurt heb„ „bende gezamentlijk hun afscheidt na„ „men zonder die mijne vrage te willen b'antwoorden, 's nagts quamen de volkeren van Pattanij en Gebij op't Eilant Maba bijen daar de gantsche nagt de wagt op ons hielden doen„ „de niet dan roepen en schreuwen tot 's morgens den 16:' toe, op welken dag in de namiddag verscheide in„ „landers met kleine prautjes ver„ versing- aan ons vaartuig brengen„ „de versogt een van Een Tobe gen:t mij apart te spreken, vertonende mij te Gelijk een hondert P:l noten muschaten die hem aantonts afban„ „dig maakte en tegen een mes troc„ „queerde, met afvrage teffens of de mabareesen in die specerijen ook nego„ „tie dreven en dat in dien'er veel van te bekomen was, ik hen die alle tegens een goede prijs wilde afkopen, dog een van zijne na bij staande landslieden zulx horende vroeg hem onder het uiten van verscheide scheltwoorden af of niet wist de Comp: die handel verbo„ „den last, met ordre op mijne vrage te moeten antwoorden gemelde hondert noten toen de laatste Extirpatie togt gedaan is tot vensing mede sijn 123 Van Ternaten onder dato den 15: maij 1765: Van Ternaten onderdato den 15:' Maij 1765 mede sijn bij een vergadert en se„ „dert dien tijt bewaart hadde, ver„ „trekkende, voorts alle van boort, waar door verstoken raakte iets nader dient wegen te ontdek„ „ken; 's avonds Circa agt uuren, quam een Christen vrouwsperzoon met een kleen prauwtje bij ons boort die op mijne afvrage hoe genaamt, waar geboren en hoedanig op maba gekomen was relateerde te Am„ „boina geboren en Pieternella molle te zijn Genaamt, mitsgaders dat in den Iare 1762 van amboina naar Caijbobo en van daar op den 10=' meij deszelven Jaars naar een Ei„ „lant varende om bias te zoeken dienzelven dog 's morgens om negen uuren aldaar mede aan landen dertien korra korra 's bemant met papoers en pattanijresen waar op zig als hoofden bevonden den quimelahavan Pattanij que paaij met drie van zijne makkers in Name Geletje Pantje paij en mongie, dewel„ „ke haar, her broeder, drie schoolmeisjens en een slave Iongen gevangen namen en naar salwattij vervoerden van waar verder dit heen gebragt was. verhalende genoemde vrouw mij ins„ „gelijks hoe een nagt bevorens op maba aangekomen waren de broeder van den quimelaha van Ingli rattoe nevens een marinjoe Samma gen:t met twee van hunne makkers, welkers namen zij betuigde niet te weten die zeer sterk bij den senghadje hadde aangedrangen hij hen permit„ „teren mogt volk te mogen verzamelen om daar mede Comp:s bodem aftelopen en ons massakreren, weshalven tot voorkoming van disputen raadzoomst op op oordeelde

NL-HaNA_1.04.02_3157_0248 view scan ↗

English

From Ternate, dated 15 May 1765 judged it best to leave that place as soon as possible, wherefore at ten o'clock we weighed our anchor and set our course toward the settlement of Ossa, before which, coming to anchor in the morning of the 19th, we saw at six o'clock a party of the inhabitants who were walking on the beach fire two shots. Whereupon the commander Reiman was sent thither with the boat to inquire what the reason for that shooting was. The said pilot returned shortly thereafter with the report that as soon as he had set foot on land with his men, he had been surrounded by well over a hundred men who refused to give any reason for their shooting, but on the contrary did nothing but ask whether we came from Amboina, and meanwhile readied their weapons. Thus, seeing that he had to deal with ill-intentioned persons, he took his leave as quickly as possible and returned without having accomplished his mission. From there we turned our prow toward the post corner of Pattani in order, pursuant to the orders issued by Your Right Honourable, to join between the islands of Pulo Moar and Geby with the pantchiallang 'T Genoegen and the Arendt, which first-mentioned vessel we also encountered there the following day. I proceeded thither immediately and informed the bookkeeper Jeronimus Tawaris of my encounters, as well as that the Goedkeuring had become separated from us on the sixth of that month due to the strong currents. From Ternate, dated 15 May 1765 were running along the beach, wherefore a shot with blank powder was fired from the Genoegen in order to get some of them on board. This turning out to be fruitless, and as we in the evening at about seven o'clock heard another large prahu on the shore, while none of those inhabitants were inclined to come to us upon a second signal shot, I went ashore in the morning with the boat of 't Genoegen alongside the commander Roelof Rosenlief and six armed soldiers. Approaching it and perceiving not a soul anywhere, we therefore rowed up the river, which having inspected thoroughly without discerning anything, we returned to our assigned vessels. Toward the evening three natives came to us, who made known to me that they were Wedarese who resided there, and that the shooting from the Genoegen had frightened them greatly. To this I replied to them that shooting is always customary on a Company vessel when one desires people to come on board, and that it had also been done solely for that reason, for we did not intend to offend them in the least, but that we requested them to accommodate us with some refreshments for payment, as we would remain one more day to provide ourselves with water. With this we spent the 25th, and on the 26th west of the river Hoe, as well as on the 28th before the settlement of Weda, and so forth along the corner of Libobo, on the seventh of September we arrived south of Pulo Mossie, where the Goedkeuring, sailing toward us from the last-mentioned corner, dropped anchor beside us, the commander Pieter Hoekema immediately coming From Ternate, dated 15 May 1765 to expose themselves as scoundrels and rascals, as was evident to me they were doing now, and concerning which I gave them to understand they could be well assured the Company would not fail to lodge a complaint with their lord, the King of Tidore. Whereupon they all went their way together without speaking another word, just as we, when the wind shifted slightly more favourably, also weighed our anchor and, alongside the Genoegen, tacked back and forth between Moar and Geby until the 23rd thereafter, when, in order not to be driven off, we steered with both vessels toward the bay of Weda, where toward the evening we came to anchor before the settlement of Walle, many people shouting on board with me. He related that off the latitude of Pulo Moar he had been driven by the strong currents toward the Papuan Islands, and on that account had remained away so long. After which, weighing our anchor on the 8th, we advanced on the 13th to before the settlement of Gane, before which the Genoegen did not arrive until the 16th, when we received report from both the bookkeeper Tawaris and the commander Rosenlief that the Goedkeuring and the Arendt were still lying outside the point of Libobo. Which vessels it was deemed proper to wait for a few days at Gane, partly because all the provisions had been consumed and we necessarily had to purchase victuals for the soldiers and sailors, and partly to assist the other vessels, as we feared the lack of food would be just as great there as on ours, wherefore on the evening of the 17th from the Ganirese [illegible]

Dutch transcription

125 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 an Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 oordeelde die plaats hoe eer hoe liever te verlaten, waarom te tien uuren ons anker ligten en de Cours naar de negorij ossa stelden, voor dewelke den 19:' in de morgen stont ten anker men komende, zag vet ten ses uuren een partij der inwoonders die aan strant liepen twee schoten doen, waar op den gezaghebber Reiman met de schuit derwaarts zoudt om te vernemen wat de reden van dat schieten was, welken piloot kort daar aan reverteerden met berigt dat zodra met zijn volk voet aanlant gezet hadt wel van over de hondert man om zingelts was geworden die geen reden van hun schieten wilden geven maar daar en tegen niets anders leden als vragen of wij van amboina quamen en in tusschen hare wapens vervaardigden, dus hij ziende qualijk geintentioneerdens voor te hebben, zo spoedig doenlijk afscheidt nam en onverrigter zake te rug keerde, hier van daar n wenden wij de steven naar de poosthoek van Pattanij omme ingevolge de van uw wel Edele agtb: afgevloeide ordre tusschen de Eilanden P=lo moar en Gebij met de pantjalling 'T genoegen en den arendt te Conjungeren welken Eerstgenoemden bodem 'sanderen daags ook aldaar aantroffen werwaarts mij op stonts begaf en den boekhou„ „der Jeronimus Tawaris van mijne ontmoetingen kennisse gaf, als mede dat de goetkeuring den sesden dier maand door de sterke stromen van ons afgeraakt wapens Zijnde V v 129 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 Van Ternaten onder dato den 15 Maij 1765 zig als schelmen en karnaljes ten toon aan strant Iagen lopen weshalven te stellen gelijk mij bleek zij nu van het genoegen schoot met Loskruit deden en waar omtrent haar te verstaan gaf zij wel verzekert wiert gedaan om enige van hen aan boort te krijgen dat vrugteloos aC„o konde zijn de Comp:e niet ingebreke zoude blijven bij hun heere den Koning „loppende en wij 's avonts Circa zeven uuren andermaal een groot Peraas van tidor over klagtig te vallen, waar aan de wal horende, mitsgaders op zig gezamentlijk haar 's weegs begaven zonder een woort meer te spreken, niemant dier inwoonders genegen zo als wij toen de wint een wijnig voor zijnde op een tweede seinschoot bij ons „deliger uitschoot ons anker te komen, begaf ik mij des mor„ „gens met de schuit van 't genoe„ mede ligten en nevens het „gen nevens den gezaghebber Roelof genoegen tusschen maar en Rosenlief en ses gewapende militairen Gebij over en weder hielden naar de wal, dewelke naderende tot den 23: daar aan wanneer 6 nergens een mensch vernamen, roeiden om niet verdreven te worden dier halven de rivier op die Exact Gevisi„ met beide vaartuigen naar de „teert hebbende, zonder iets te ontwaren bogt van weda Stevenden daar naar onze bescheide bodems te rug tegen den avont voor de ne„ keerden; Tegen den avont quamen „gorij walle ten anker komen„ drie inlanders bij ons dewelke mij „de veel volk al schreuwende te kennen gaven dat zij wedare zen aan waren Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 Jan bij mij aanboort, den welken relateerde dat waren die aldaar huis hielden en dat het schieten hij op de hoogte van P=lo maar door de van het genoegen hen zeer vervaart hadt sterke stromen naar de papoese Eilan„ daar hen op antwoorde het schieten op een „den gezet en uit dien hoofde zo lange Comp:s vaartuig altoos gebruikelijk is agterwegen gebleven was, waar na als men volk aan boort begeert te den 8: ons anker ligtende den 13:e hebben en dat het zelve daar om ook een„ tot voor de negorij gane advanceer„ „lijk geschiet was, want dat niet van „den, voor dewelke het genoegen niet menig waren hen niet minste voor den 16: aanquam, wanneer ze zo te beledigen maar dat verzogten ons van den boekhouder Tawaris als den ge„ met eenige versching voor betaling „zaghebber Rosenlief berigt erlangde de te gerieven, vermits nog een dag goedkeuring en den arendt nog buiten zoude verblijven om ons van water de boek van Libobo lagen, welke vaartui„ te voorzien, waar mede den 25: door „gen goetgevonden eenige dagen op gane bragten en den 26: bewesten de revier in te wagten eensdeels om reden alle hoe mitsgaders den 28 voor de negorij het randzoen gekonsumeert was en wij weda en zo voorts langs de hoek van noodzakelijk mondkost voor de Mi„ Libobo den sevenden september bezui„ „litairen en zevarende in moesten kopen „den p=l mossie arrieveerden, alwaar en ten anderen om de andere vaartuigen de goetkeuring uit laatstgenoemde hoek te adsisteren, daar wij vreesden naar ons toe zeilende nevens ons het het gebrak aan voedzel alzo groot anker liet vallen, komende den ge„ als op de onse zoude zijn, waar door „zag hebben Pieter Hoekema aanstonts ons savonts den 17:' van de ganiresen gekom

NL-HaNA_1.04.02_3157_0251 view scan ↗

English

133 From Ternate, under date the 15th of May, Anno 1765 From Ternate, under date the 15th of May 1765 it was communicated that they, that afternoon, had seen a ship at the back of Batchian, on which account we requested a Ternate ensign present there to hire a prahu with people for us, in order to investigate the truth thereof; which officer on the 18th also provided such native vessel with 15 paddlers alongside the ship, wherewith the signatory, accompanied by the commander of 'T Genoegen, Rosenlief, without loss of time paddled forward to the aforementioned back of Batchian, carefully investigated everything there and, having learned nothing, further crossed over to Saketta, where they made known the reason for our coming to the sangaji, which village chief declared to know of no ship, but that two days ago, at the aforementioned back of Batchian, a sloop had been seen which subsequently had set course toward Oubij, and which he presumed had recently sailed thither from this capital. Wherefore we returned to Gane, and after lingering several days more, our comrades not appearing, we got under sail from there on the 26th to head through Strait Patientie toward this roadstead. But having approached near Laketta on the 27th and seeing the aforementioned two vessels turn their bow from the corner of Libobo toward Gane, I illico dispatched the quartermaster Cornelis Admiraal and two sailors by a native prahu thither with a letter to the commander of de Goedkeuring, Pieter Hoekema, containing orders not to touch at the settlement of Gane, but to follow us as much as possible and continue the journey hither; which vessel in the night before the settlement of Saketta From Ternate, under date the 15th of May 1765 From Ternate, under date the 15th of May 1765: returned with a letter from the said Hoekema, wherein he informed me that hunger forced him to remain a day or two at that settlement, since he no longer had a grain of rice, as also that on den Arendt the boatswain sat in irons and the entire ship's crew as well as the military had risen against their master, which he, Hoekema, had once again brought back to obedience by force, and furthermore had taken three pistols, one of which was loaded, from a certain sailor, commonly called Old Dirk, to prevent accidents. For all which reasons we remained so long at the aforementioned settlement of Saketta until the first of this month, when we got both pantjallings in sight between Macquiam and Cajoa, whereupon we weighed anchor and, without encountering anything further of note, let the same drop again yesterday at this roadstead. For the rest, I kindly request your Right Honourable Worships to be pleased to relieve me from all further accounting of what was given along with me, 3 Guineas ordinary bleached and 2 1/2 ditto brown blue, since the one and the other were partly distributed in the most economical manner to natives who accommodated us with water and firewood, as also to the Boelitese who made known to us the evil intention of the Maba and Pattaniese, and the remainder was employed on Gane for the purchase of provisions for my subordinates. 137 From Ternate, under date the 15th of May 1765 From Ternate, under date the 15th of May 1765 Wherewith hoping to have satisfied the esteemed intention of your Right Honourable Worships, I take the liberty to subscribe myself with deep respect, stood below: Right Honourable Worshipful Lord and Gentlemen, lower: your Right Honourable Worships' humble and obedient servant, was signed: T:s Voges. In the margin: Ternate Orange, the 4th of October 1764: This serves your Right Honourable Worshipful Lord for notification that I this day here have learned that the Mabarese, Wedarese, and Pattanirese, up to the same two prahus from the settlement of Tita, four hours from here, have departed together for the Papuan islands in order, with all the Papuans that they cannot get, to go out raiding, but it cannot yet be known stood below: Agrees, was signed: D: Goetbloed, provisional honourable sworn clerk. To the Honourable, Right Serious, Valiant, Right Wise, Prudent, Discreet, and Very Generous Lord residing there. To the Right Honourable Worshipful Lord Jacob van Schoonderwoert, Governor and Director of the Moluccas, where

Dutch transcription

133 Van Ternaten onderdato den 15. ' Maaj A„o 1765 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 gekommuniceert wiert zij dien namid„ aan meermelde agterkant van batchian „dag een schip aan de agterkant van een sloep gezien was die vervolgens de cours naar oubij Gestelt hadt en die hij Batchian hadden gezien wes„ presumeerde onlangs van deze hooft „wegen een daar bij present zijnde plaatse derwaarts te zijn gestevent, Ternaats vaandrig verzogten een prauw waarom naer Gane te rug keerden met volk voor ons te huuren, ten fine en na nog eenige dagen vertoevens naar de waarheidt daar van on„ onze makkers niet op dagende den „derzoek te doen, welken officier 26: vaan daar onder zijl gingen om door den 18: ook zodanigen inlands vaar„ straat Patientie deze Reede te be„ „tuig met 15: scheppers aan scheeps„ „stevenen, dog den 27: omtrent Laketta „boort bezorgden, waar mede den genadeert zijnde en voorm: twee bodems uit de hoek van Libobo de steven naar tekenaar verzelt van den Fane ziende wenden de pecheerde ik illico gezaghebber van 'T genoegen Ro„ den quartiermeester Cornelis admi„ „sen lief zonder tijt verzuim naar „raal en twee mattrosen per een voormelde agterkant van Batchian inlandse prau derwaarts met een voort schepten daar alles nau„ brief aan den gezaghebber van de goedkeuring Pieter Hoekema „keurig onderzogt en niets ver„ behelzende ordre om met de negorij „nomen hebbende wijders naar Saketta overstaken alwaar den senghadje de oor„ Gane aantedoen maar ons zo veel mogelijk te volgen ende reize „zaak onzer komste te bekentmaakten, herwaarts voort te zetten, welk welk dorpshooft verklaarde van geen schip vaartuig 's nagts voor de negorij te weten maar dat voor twee dagen aan saketta Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765: Taketta reverteerde met een brief van gezegden hoekema daar hij mij bij bedeelde de honger hem dwong een dag â twee op die negorij te verblij„ je Voor 't overige verzoeke uw „ven, dewijl geen korl rijst meer hadt, wel Edele agtb: mij gunstelijk gelie„ zo mede dat op den arendt den boots„ „ven te ontheffen van alle verdere „man in de boeien zat en het heele scheeps verantwoording der aan mij volk zo wel als de militairen tegen hur mede gegeven gezagvoerder op waren gestaan, het geen hij hoekema met gewelt nog 3: Guinees gem: gebl: en weder tot gehoorzaamheidt gebragt 2½ _o bruin blauw als zijnde mitsgaders zekere mattroos door het een en ander op de menagieuste de wandeling oude dirk gen:t drie weize gedeelelijk uitgereikt aan in„ pistolen waar van 'er een geleden „landers die ons met water en was tot voorkoming van ongelukken branthout gerieft als ook aan de afgenomen hadt boelitesen die ons den quaden Om alle welke redenen voorgem: negorij Saketta zo lange verbleven in borst der maba en pattanij 3 tot den Eersten dezer beide depant„ „resen bekent gemaakt hebben „jallings tusschen macquiam en en 't resterende opgane tot het Cajoa in 't gezigt kregen, wan„ inkopen van mondkost voor mijne onderhorige G'Emploieert, „neer anker ligten en zonder verder iets remarquabels te ontmoeten het zelve rheede weder op gisteren ter dezer „ vder Lieten toe„ „gaan iets waar 137 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 Waar mede verhopen aan de G'eerde intentie van uw wel Edele agtb: te zullen hebben voldaan zoo gebruike de vrij„ „beit mij met diep ontzag te onderschrijven /:onderstond:/ Wel Edele agtb: Heer en Heren /:lager uw wel Edele agtbarens onderdanige en Gehoorzame dienaar /:was geteekend:/ T:s voges /:in margine:/ Ternaten orange den 4:' october 1764: dese diend uwel Edele agtb: heer tot bekent ma„ „kinge als dat ik van dezen dag alhier ver„ /:onderstond:/ Accordeert „neemt heeft dat de mabareesen wedareesen en Pattanireesen tot selfde twee prauw van /. was getekent :/ D: Goetbloed„ de negorij Tita vier uuren hier dan sijn p:l E: g: Clercq: met malkanderen na de papoese Eij„ „landen vertrocken om met alle de papoe„ „sen die sij niet kan en krijgen uijtgaan rooven maar nog niet kunnen weeten Aan E: E: Erntfeste manhafte wool Wijze voorzienige discrete en zeer Genereuse Heer Residerende aldaar O Aan den Wel Edele agtbaren Heer Jacob van Schoonderwoert Gouverneur en directeur der molukkos waar

NL-HaNA_1.04.02_3157_0254 view scan ↗

English

From Ternate under date 15 May 1765 From Ternate under date 15 May 1765: Where the two proas from Dita went to, according to hearsay, they had already departed 10 or 12 days ago. Further, I can hear nothing else here because my spies no longer dare to approach my lodge, even not the playboy of His Highness, from whom I could always learn one thing or another, due to a prohibition by His Highness. Meanwhile, the commoner here, Jan Blauw, his wife has reported to His Highness that I always report everything that happens here, and many lies besides, to you, Right Honourable Lord Governor, and even that no proa departs here to the other shore to His Highness without she always having some news from Ternate to let him know. This serves to inform you, Right Honourable Lord, therefore I request you, Right Honourable Lord Governor, to allow me to send up Jan Blauw along with his wife, as the same has already requested of me in the presence of my two corporals that I should help him get away from here; that here the clerk called Borroe Lada is to depart within 3 to 4 days for the Papuan Islands, taking with him letters from His Highness to the kings of Salwati, Mafoor, Waigco, and Waigama. Also I inform you, Right Honourable Lord, that on the 6th of this month His Highness arrived here. His Highness is still on the other shore, and the whole case is well known to him, for I am told that he sent the Sadaba from here to Dita to inquire after the two proas, but by then they had already departed. Addressed as above. Wherewith I shorten this, after first having commended you, Right Honourable Lord, highly into the divine protection of the Almighty, with respect and submission, was undersigned, Right Honourable ruling Lord, lower, your Right Honourable's humble and dutiful servant, was signed, Joseph Stephanus, in the margin, Tidor fortress Tobbo Tobbo, 2 May anno 1765. From Ternate under date 15 May 1765 From Ternate under date 15 May 1765 together with two commoners, Jan Ernst Drevier and Pieter Holst, and on the 7th already some returned again to the other shore. Wherewith I shorten this, after first having commended you, Right Honourable Lord, into the divine protection of the Almighty, with respect and submission, was undersigned, Right Honourable ruling Lord, lower, your Right Honourable's humble and dutiful servant, was signed, Joseph Stephanus, in the margin, Tidor fortress Tobo Tobo, 12 May 1765, undersigned, Agrees, was signed, D. Goetbloet, sworn clerk. Which interpreter, returning from there towards midday, reported to the Lord Governor that all those of the King's House enjoyed perfect health, furthermore relating that the first Regent of the realm, Prince Zwaardekroon, had on that occasion told him how a certain Tidorese who had fled hither, who was related to the King of Tidor and with a Ternatan woman from the King's, months ago, the Tidorese had been prohibited by the court of Tidor from bringing food hither, and that those who Today, on the morning of 23 April 1765, the Lord Governor sent the interpreter Matthijs Dames to the Ternatan dalem in order to inquire after the well-being of the young prince brought into the world yesterday, along with the rest of the royal family. From Ternate under date 15 May 1765 From Ternate under date 15 May 1765 still did so, transported various things virtually by theft and secretly from there, which prohibition the aforementioned Prince Regent indeed declared could not take place without the prior knowledge of the King and his council, but in which he nevertheless trusted that Tidor's King with his grandees were not to blame, as he recognized them to be too upright and well-meaning for that, maintaining therefore that the Kapitein Laut, the Joegoegoe, and the Secretary, together with their family, who are not born Tidorese but Javanese, through their all too great power and the King's good nature, must be the real cause thereof, since they paid little heed to the King, but kept him virtually under duress, and thus did and refrained from doing whatever pleased them. Furthermore, the aforementioned Tidorese had communicated to the aforementioned Regent that the Tidorese were making several large mud pits along the beaches and burying a quantity of sago in them, and also that recently an ensign with a clerk had been sent by the court of Tidor to Maba, Weda, and Gane, with whose chiefs they had gone to Salwatti, Misool, and Waigeo, with whose kings those envoys had convened a meeting and, in the name of their masters, asked whether they felt capable of bringing it about that no news would be obtained here of the ship expected from Batavia; that those rovers had accepted and promised said envoys, who thereupon further asked them whether, after having accomplished that, they would also dare venture to cross over to this place with Tidor's King and all his subjects and overwhelm this castle; indicating at the same time

Dutch transcription

139 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765: — Waar na toe de twee prauw van Dita sijn van boore seggen 10: of 12: dagen al vertrocken verders kan ik niets ander alhier horen want mijn spioenen durven niet meer mijn logie approcheren tot selfde geen speel Ionge van sijn hoogheit daar ik alteit het een of 't ander heeft kunnen voornemen door verboot van sijn hoogheit Terwijl den gemenen alhier Ian Blauw sijn vrouw sijn hoogheit gerapporteert heeft dat ik u wel Edele agtb: heer Gouverneur alles wat hier voorvalt en veel leugens daar bij altoos rapporteert en selfde hier vertrek geen prauw aan de overwal bij sijn hoogheit of sij heeft al„ „tijt wat nieuws van Ternaten te laats weeten desen diend uwel agtb: heer tot bekent dierhalf so versoek ik uwel Ed: agtb: heer gou„ making als dat hier den schrijver „verneur om Ian Blauw benevens sijn vrouw te mogen op stuuren terwijl den selfde borroe lada gen:t binnen 3: â 4: alreeds aan mijn versogt heeft in presentie dagen staet te vertrocken na de papoe„ van mijn twee Corporaels dat ik hem hier van „se Eilanden mede neemende brieven daan soude helpen sijn hoogheit is nog aande van sijn hoogheit aan de Koningen overwal en het is hem de heele geval wel be„ van Salwati mafoor waigco en „kent want 't is mijn verhaeld dat hij den waigama ook makik uwel Edele Sadaba van hier na Pita gestuurt heeft agtb: beer bekent als dat den 6:' dezer om na de twee praute te vernomen maar se is sijn hoogheit alhier g'arriveert wharen toe al vertrokken Aan en als voren Waar mede dese bekorte na alvorens uwel Ed: agtb: heer in divine protexie seer aldaar hoogste bevolen te hebben met respect en onderdanigheit /:onderstond:/ wel Edele agtb: gebiedende heer /:Lager:/ uwW uwel Edele agtb: onderda„ „nige en Trouw schuldige dienaar /:was getekent:/ Ioseph Stephanus /:in margine:/ Tidor fortres Tobbo Tobbo den 2: meij anno: 1765: Waarmede benevens H 1 141 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 benevens twee gemenen Ian Ernst drevier en Pieter holst en den 7: al enige weder„ „om na de overwal vertrocken waarmede dese bekorte na alvorens uwel Ed: agtb: heer indevine protectie der alderhogsten bevolen te hebben met res „pect en onderdanigheit /:onderstond:/ wel Edele agtb: gebiedende heer /:Lager:/ uwel Ed: agtb:s onderdanige en Trouw schuldige Dienaar /:was ge„ „tekend:/ Ioseph Stephanus /:in margine:/ Tidor Fortris Tobo Tobo den 12: Meij 1765: /:onderstond:/ Accordeerd /:was getekend :/ D: Goetbloet, p:l E: g: Clercq: welken taalsman tegen den mid„ „dag van daar te rug komende de Heer Gouverneur berigte alle die van den Eui„ „ze des konings een volmaakte gezont„ „heijt genoten relaterende voorts den eersten Regent des rijx prins zwaar de kroon hem bij die gelegentheidt ver„ „haalt hadt hoe zekere dit heen gevlug„ „ten Tidorees die aan Tidors Koning vermagtschapt en met een Ternatoe vrou van 's konings maanden geleden was dat de Tidoreesen door het of Tidor g'interdient waren kost naar herwaarts te brengen en dat de geen die OP Heden morgen den 23e' April 1765 zont de Heer Gouverneur den Tolk Hat„ „thijs Dames naar den Ternatsen dalm ten einde te vernemen naar de welstant van de opgisteren terwerelt gebragte Ionge prins nevens deverdere koninglijke famielje Heden zulx „ E 143 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765:= Van Ternaten onder dato den 15. ' Maij 1765 zulx nog aldeden het een en andere genoeg„ „zaam stelender wijze en ter sluik van daar vervoerden welk verbot meer„ „melde Prins Regent wel betuigde zonder voorkennisse des konings en zijne Raven niet te kunnen geschieden maar waar aan hij nogthans vertrude Fi„ „dors koning met zijne groten geen schult hadden dewijl hij die al te opregt en wel menent daar voor erkende sustinerende dierhalven den kapitain lauwt den zoegoegoe en se„ „cretaris benevens huwe famielje dat geen geboren Tidorezen maar Javanen zijn door hun al te groot magt en 's ko„ „nings goetaardigheidt de wezentlijke oor„ „zake daar van moesten wezen dewijl zijlieden zig aan den koning wijnig lieten gelegen leggen maar hem genoegzaam onder dwang houden en dus alles doen en laten wat hen behaagt Nog last voornoemden Tidorees den Regent voormelt gecommuniceert de Tidorezen langs de stranden verscheide grote modderkuilen maakten en in dezel„ „ve een menigte sagoe begroeven als ook dat onlangs door het hof van Tidor een vaandrig moet een schrijver naar Maba pattang en hebe gezonden waren met welkers opperhoofden zegegaan waren naar salwattij micoulen waaijgens met wiens koningen die afgezanten ver„ „gadering belegt en uit naam van hunne meesters gevraagt hadden of zij zig in staat bevonden om te weegte bren„ „gen dat men hier geen tijding van het van Batavia verwagt werdende schip erlangde dat die rovers aangenomen gerzegde zendelingen belooft zoude hebben die hen daar op verder afvoegen of na dat zulx volbragt hadden zig dan ook derfden onderstaan met Tidors koning en alle zijne onderdanen naar deze plaats over te steken en dit kasteel te overwempelen; onder te kenne gave Nog teffens

NL-HaNA_1.04.02_3157_0257 view scan ↗

English

From Ternate under date 15 May 1765 also the court of Tidor would have acceded thereto long ago if the two recently deceased kings of this island, kitchiel van outschoom and kitchil Tjahmandan, had not been too old and experienced, and had not stood in the way of putting this into effect, but concerning which they believed there was now nothing more to fear, and that when prince zwaardekroon held the government in his hands, it would cost little effort to draw him to the side of the Tidorese; whereupon all the aforementioned chiefs and Papuan petty kings had replied that they were prepared for both the one and the other, adding that if they began to attack this castle at six o'clock in the morning, by eleven or at the latest two o'clock in the afternoon not one stone would be left upon another, but everything would be leveled and ruined. All of the foregoing the Prince Regent had subsequently declared that he had heard from the aforementioned Tidorese in such manner, wherefore he also could not omit to bring the same to the knowledge of the Lord Governor, although he declared he did not know whether it was the truth or not, since he had heard nothing concerning the matter beyond that account. Below stood: Agrees with the record kept regarding what was verbally reported by the interpreter to the Lord Governor. Was signed: D: Goetbloet, P:l E: G: Clercq. Translation of a Malay missive written in Arabic characters and transmitted by the subjects of Seram to His Highness the King of Tidor Mochamad Doemiel Masboed Djamacoedien Saba. Translation Herewith we, the joint subjects of Seram, submit ourselves with all respect and humility down to the soles of the feet of His Highness the King of Tidor Moehamat Doeniel Mashoed Djamalhoedien saha, wishing that the Almighty may grant His blessing, peace, and a long life to His Highness and King, so that we may forever maintain our abode under the shadow of His Royal Highness. Amen. On this occasion we, the joint subjects, cannot omit to make known that the Company has entirely encircled our land from east to west, not knowing that we have committed the least or slightest offense against the Honorable Company; and that the chiefs of Ambon have sent from the east side 2 pantjallangs and 10 praus, as likewise from the west side 2 pantjallangs and 9 praus with commissioners; that they went to the land of the King of Balimura and completely burned the King's negorij, so that from there they went further to the land of Seram, to an island called Kiser, where they arrived at night and stayed 2 to 3 days. Then the commissioners requested a house to take up their lodging from the Orang Kaya called Bati, who immediately had the same made ready and delivered to them. Immediately the commissioners gave orders that the praus must cruise everywhere to search for the Serammers. Afterwards the King of Kaliwaroe also came to the house to the commissioners to pay them respect, but as soon as the King arrived there, they had his people seized, and likewise the King as well, and they took off his baju, took away his rattan cane and parasol. They also asked the King who had given him the rattan cane and parasol, to which he answered that His Highness the King of Tidor had given it to him as a present. Whereupon the commissioners answered: If you take your protection from us, why then would you take your refuge in His Highness the King of Tidor? Immediately they tore the baju of the King of Kaliwaro to pieces, broke his rattan cane and parasol to pieces, and spat upon him. Immediately they departed from there to an island called Maart, and there took away a prau with its full cargo consisting of 6 compartments, so that the people of that vessel all took to flight. Furthermore, they captured a vessel of the Orang Kaya Bati equipped with 2 pieces of rantakkes and 3 snaphaunces. Then they went to Seram to the negorij called Toetoek Fetoe, and as soon as they came ashore there, they fired with musket balls, whereby 4 to 5 persons were shot dead. Thereupon we took to sea and fought with them; we also captured two of their praus and killed the crew and Europeans, so that for shame the Company has encircled all negorijen that are under the territory of Ceram. Also I, the person named Kimelahoe Tauwan, request that His Royal Highness be pleased to inquire a little after my son named Lilah, who was seized by the Mabarese and his prau and goods taken away, and that the subjects of that vessel threw themselves into the sea. For that reason we request His Royal Highness Mochamad Doeniel Massahoet Djamaloedien Saha down to the soles of his feet, that His Royal Highness in this present monsoon may kindly gather together again his sheep and fowl which are presently scattered everywhere; for if His Royal Highness in this west monsoon does not please to be of assistance to us, the slaves, goats, sheep, and fowl who still maintain their abode there will be forced to leave the land of Seram and disperse to the Papuan lands or other places wherever it may be.

Dutch transcription

145 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765: Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 teffens het hof van Tidor daar toe al voor„ „lange zoude zijn overgaan indiende twee laatst overleden koningen deses eilants kitchiel van outschoom en kitchil Tjah„ „mandan niet te out en bedre„ „ven Mitsgaders hen om zulx werkstellig te maken in den wegen waren geweest dog waar omtrent zij ver„ „meenden nu niets meer te vrezente zijn en dat wan„ „neer prins zwaardekroon de Regeering in handen hadt het wijnig moeite zoude kosten om hem op de zijde der Tidorezen te trek„ „ken waar op alle de voor Alle het vorenstaande hadt den prins Regent ver„ „volgens betuigt van den voor„ „noemden Tidorees zodanig gehoort te hebben waarom ook niet na laten kon het zelve schreve opperhoofden en pa„ „poese koningjes gerepliceert hadden tot het een en ander be„ „reit te zijn met bij voeging dat wanneer 'S morgens te ses uuren begonnen dit kasteel aan te tasten te elf of uitterlijk twee uuren na de middag geen steen meer„ op den andergelaten maar alles geslegt ende gerui„ „neert zoude zijn schreve de 147 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 de Heer Gouverneur ter kennisse te brengen schoon hij ver„ „klaarde en kundigte wesen of het waarheidt was dan miet dewijl daar omtrent buiten dat verhaal niets vernomen hadt /:onder„ stond:/ Accordeert met de gehoudene aantekening no„ „pens het door den tolk aan den heer Gouverneur mon„ „delijk Gerapporteerde /:was getekend:/ D: Goetbloet P:l E: G: Clercq 0 Bij dese gelegenheit kunnen wij gezamentlijke onderdanen niet na „laten om zijn koninglijke hoogheit Hier mede onderwerpen wij ons ge„ „mentlijke onderdanen van seram met alle Eerbiedt en nedrigheit tot onder de voet solen van zijn Hoogheit den koning van Tidor Moehamat Doeniel Mashoed Djamalhoedien saha met toe„ wensing dat den almogende zij„ „ne zeegen vrede en Een Lankle„ „ven aan zijn Hoogheit en koning zal verleenen op dat wij onder de schaduwe van zijn koninglijke Hoogheit voor altijt zullen mo„ „gen ons verblijf houden Amen Translaat ener Maleitse missive en Arabise Carakters gesz: en overgezonden door de onderdanen van seram aan zijn Hoogheit den koning van Tidor Mochamad Doemiel Masboed Djamacoedien Saba Translaat bekent 149 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 bekent te maken als dat de Comp:e ons lant van 't oosten tot westen in 't geheel om singelt heeft niet wetende dat wij 't minste of geringste misdaen hebben aan de E: Comp: en dat de opperhoofden van ambon van de oostkant 2: pan„ „tjallangs en 10: prauwen heeft gezonden gelijk ook van de west kant 2: pantjal„ „lings en 9: prauen met kommitteer„ „den dat zijl: op 't lant van de koning van balimura zijn gegaen, en hebben de koning zijne negorij in 't geheel ver„ „bant so dat zij van daar verders op 't lant seram zijn gegaen aan een Eilant kiser gen:t alwaar sijl: des nagts zijn aangekomen en hun ver„ „blijf 2: â 3: dagen hebben gehouden als doen hebben de kommitteerden in huis verzogt om hun verblijfte nemen aan den orang kaja Bati gen:t die 't zelve ter stont ingereet„ „heit heeft laten brengen en aan haarl: overgegeven terstont hebbende Com„ „mitteerden ordres gegeven dat de prauwen overal moesten kruissen om de serammers op te zoeken ook is de koning van kaliwaroe naderhandt op 't huis gekomen bij de kommit„ „teerdens om haarl: Eerbiet te betonen dog sodra de koning daar kwam hebben zijl: zijn volk laten op vatten ende koning ook van gelijk en hebben zijn bajoe uitgetrokken zijn rotting en kipersol afgenomen ook hebben zijl: aan de koning gevraegt wie hem de rotting en kipersol heeft gegeven waer op denselven heeft g'antwoort dat zijn Hoogheit den koning van Tidor hem zulks tot een present hat gegeven so dat de kommitteerden daar op ant„ „woorde bij aldien gijl: u beschermen tot ons neemt waarom zaat gijl: dan uwe toevlugt nemen tot zijn Hoogheit den koning van Tidor terstont hebben zijl: den koning van Kaliwaro zijn bajoe en stukken gescheurt zijn rot„ „ting en kiperzol aanstukken gebroken prauwen en 151 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765: — Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 en den zelven aangespogen ter stont zijn zijl: van daer vertrokken na een Eilant maart gen:t en hebben aldaar een prauw met zijn volle Lading bestaende en 6: afschutjels ontnomen zo dat 't volk van dat vaartuig alte samen hun op de vlugt heb„ „ben begeven nog hebben zijl: een vaartuig van den orangkaij Bati verovert versien met 2: p:s rantakkes en 3: snaphanen als doen hebben zij haarl: na seram begeven na de negorij toetoek fetoe gen:t en sodra zij aldaar aan de wal zijn ge„ „komen hebben zijl: met koegels ge„ „schoten waar van 4: â 5: perzonen doot geschooten zijn daar op hebben wij ons op zeebegeven en hebben met haarl: geoorloogt ook hebben wij twe van hunne prauwen ver overt en 't volk en Europesen om 't leven gebragt so dat de Comp: van schaams wegen alle negorijen die onder 't gebiet van Ceram zijnde omsingelt Ook verzoek ik kimelahoe Tauwan gen:t dat zijn koninglijke Hoogheit een Wei„ „nig gelieft te vernemen na mijn soon Lilah gen:t die door de mabareesen is op gevat en zijn prauw en goederen is ontnomen en dat de onderdanen van dat vaartuig haarl: in zee hebben om die reden verzoeken wij zijn koninglij„ „ke hoogh:t Mochamad Doeniel Mas„ „sahoet Djamaloedien Saha tot onder de voetsolen dat zijn koninglijke hoog„ „heit in dese tegenwoordige moeson dog gelieft zijne schapen en hoenders wel„ „ke tegenwoordig over al verspreit zijn we„ „derom gelieft in te samelen maer bij aldien zijn koninglijke hoogheit in dese west mason ons niet gelieft behulpsaem te wesen so sijnde slaven bokken schapen en hoenders die hun verblijf daer nog bou„ „den genootsaekt om 't lant van Seram te verlaten en haarl: te verspreijden ende papoe of ander plaatsen waar 't zoude mo„ „gen zijn om begeven d

NL-HaNA_1.04.02_3157_0261 view scan ↗

English

From Ternate dated 15 May 1765 From Makassar, 1 May 1765 proceeded and they have scattered everywhere. We also ask His Royal Highness many times not to forget us, especially because the Europeans are cruising around everywhere and we collectively can find our refuge in no one other than His Royal Highness, and further hope that His Honour will please send over the King of Kililoe as quickly as might be possible, for the reason that we together must at present live with great fear and fright. Below was written: For the translation, was signed: Ms. Daames. Below was written: Agrees. Was signed: Dl. Goetbloed. With the arrival of the bark De Mossel and the ship Het Huijs te manpat, Your Right Noblenesses' both original and duplicate respected separate letters of 28 November of the past year have been well delivered here, from which I have once again seen with very great contentment that my actions regarding indigenous affairs had merited Your Right Noblenesses' approval, living in the hope that what has occurred since my respectful last letter of 15 October previously will meet with a similar good fortune. Proceeding then to the report thereof, I will under each section, with permission, also answer at the same time those points which are contained in Your Right Noblenesses' above-mentioned honoured missive and require as much, beginning then, according to custom, with the Realm of Batavia To As before. Batavia Boni From Makassar, 1 May 1765 From Makassar, 1 May 1765 Boni, which is currently in a complete state of peace, with every appearance that this will continue, provided that the King, who it seems must always have something at hand for his amusement, does not himself give cause for one dispute or another, against which I will nevertheless take as much care as may be possible, as I indeed had occasion to do some months ago when it again entered his head to seek a baseless quarrel against the people of Soppeng, pretending that he had not been shown sufficient honour, but mainly that they had failed in their duty and had not condoled him on the decease of his most beloved wife by means of a solemn embassy. However, I calmed him down again under the pretext that they might perhaps not have been able to prepare so quickly the gifts that are given on such occasions, and as the said embassy appeared shortly thereafter, the matter was settled. However, a short time afterwards, the placard prohibiting correspondence with all indigenous princes, mentioned in our general letter, having been published here and presented in copy to His Majesty by committee members from the Political Council, he was very displeased about it, notwithstanding that the said committee members, following the dictates of the instruction given to them, declared to His Highness that what was mentioned therein did not pertain to any of the allies, and much less that any displeasure or ill suspicion fell upon Boni in this matter, but primarily upon the Company's servants and subjects, and it therefore merely and solely served for contemplation to let Boni see that nothing occurred without the Company, according to ancient custom, giving notice thereof to its friends and allies. Nevertheless, after the course of a few days, the King came to a better understanding of the placard, and the displeasure disappeared entirely when I came to speak to that prince about it in person on the occasion when he, on 26 January last, was entertained in the Company's garden with his entire court and retinue. Some months ago, or on 21 November of the past year, that prince's most beloved wife passed away, and this in the absence of His Majesty, who had gone to divert himself with the hunt for a few days. Being informed of this event on behalf of the Regent through the first interpreter, I had the compliment of condolence paid by the chief interpreter, adding that this was done privately in my name, but that the ceremonial would take place when notice thereof was given to me by commissioned court grandees according to the custom. But upon the declaration of that minister that the entire court was on a journey with the King and none of them was at hand at Bontualach, I did not press this further, but upon His Majesty's return, according to the resolution taken on the 26th of the above-mentioned month and in accordance with custom, had two members of the Council express our condolences for the bereavement and at the same time offer a small gift to the value of ƒ 90: 13:—, for both of which polite thanks were expressed according to the written report of the said commissioners, also to be found among the enclosures. Whether the great grief of His Highness over this decease, or rather his advanced age and the constant use of aphrodisiac remedies spiked with a little opium, have deranged his brain, it has not been possible for me to discover, but it is clear that His Majesty's memory has begun to falter for some time now. This I experienced somewhat in my last visit on the 9th of the recently elapsed month, and it has also been confirmed by several court grandees, who declared that they were in great embarrassment about this; to let him know this now, no one, not even his children, dare undertake, since they would have to pay for it with death, and I do not find it advisable

Dutch transcription

153 Van Ternaten onder dato den 15:' Maij 1765 Van Maccassar den 1:' Maij 1765 begeven en hebben henl: over al verspreidt Nog verzoeken wij veel keren aan zijn koninglijke Hoogheit om ons tog voor al niet te vergeten door dien de Europesen over al rondt kruisen en dat wij gezamentlijk tot niemant Anders onse toevlugt kun„ „nen vinden dan tot zijn koninglijke hoog„ „heit en verhopen verder dat zijn E: E: dog den koning van Kililoe so spoedig Met het arrivement van de Barcq De Mos„ gelieft over te senden als 't immers moge„ „sel en het schip Het Huijs te manpat is alhier wel besteld VE. Hoog Edelheedens soo origineel „lijk is, om reden wij gezamentlijk met als duplicaat Apparte gevenereerde letteren van groote vrese en schrik tegenwoordig den 28: November des gepasseerden Iaars, waar moeten Leven /:Onderstont:/ voor bij ik alweder met zeer veel Contentement hebbe 't Translaet /: was getekent:/ M:s Daa„ gesien dat mijne verrigtingen omtrend de In„ „mes: /:onderstond:/ Accordeert „landse saaken hadde gemeriteerd uE Hoog Edel„ heedens goedkeuring, in hoope leevende dat het geene /:Was Getekend:/ D:l Goetbloed seederd mijne eerbiediege laatste van den 15: 8ber: bevorens is voorgevallen een gelijk geluk sal moogen aantreffen tot verslag van het wel„ „ke dan treedende sal ik onder ieder afdeeling met permissie ook teffens andwoorden op soda„ „nige poincten die bij bovengem: gehonoreerde missive Uwer Hoog Edelheedens vervat en sulx vereijsschen, beginnende dan na gewoonte met het Rijk van Batavia Aan Als vooren. Batavia Bonij 155 Van Maccasser den 1: Meij 1765: Van Maccasser den 1:' Meij 1765 Bonij het geene thans in een volmaakte rust is, met apparentie dat sulx sal continueeren soo met den koning, die het dog schijnt dat altoos iets moet om handen hebben tot sijn anusement, selve geen aanleijding geeft tot het een ofte ander disput, waar voor ik egter soo veel sorge sal draagen als mogelijk zij, soo als ik daar toe nog geliegentheid gehad eenige maanden herwaarts, wanneer het hem weder in 't hoofd quam een querel de alle magne te soeken teegens die van sopping, voorgevende dat hem geen genoeg„ „saame eer beweesen was, dog wel principaal dat zij gemanqueerd hadde in haar pligt en niet door een plegtig gesantschap hem hadden gecondoleerd over het afsterven van sijn bemindste vrouw, dog ik heb hem weder ter nedergesteld onder voorgeven dat ze moge„ „lijk soo schielijk niet hadde kunnen in gereedheid brengen. de geschenken die in dier„ „gelijke geleegentheeden gegeeven worden en de„ „wijl kort daar op het gem: gesantschap is verscheenen was het daar mede gedaan, dog weijnig tijds daar aan het placcaat verbiedende de Correspondentie met alle Jnland„ „se vorsten vermeld bij onse gemeene lettere al„ „hier gepubliceerd en aan zijn majesteit door gecommitt: leeden uit den politicquen raad in copia gepresenteerd sijnde was hij daar over seer misnoegd niet tegenstaande de gem: gecom„ „mitteerden na ditamen der aan haar gegevene Instructie sijn Hoogheid verklaarde dat het daar bij vermelte niet sag op eene der bondgenooten en veel minder dat op bonij in deese eenig misnoegen of quade verdenking plaats had, maar voor namentlijk op 's Comp: dienaaren en onderdanen en het dierhalven en„ „kel en alleen maar diende tot speculatie om Bonij te doen sien dat er niets passeerden of de Comp: gaf daar van volgens al oude ge„ „woonte kennisse aan sijne vrinden en bond„ „genooten, egter na verloop van weijnige dagen quam de koning in een beter begrip van het placaat en het misnoegen verdween ten eenemaal wanneer ik dien vorst daar over mondeling quam te spreeken ter ge„ „leegentheid dat hij op den 26 Ianuarij J„o leeden in de 's Comp: thuijn met sijn gantsche verbiedende Hofs 57 Maij 1765 Van Maccasser den 1:' Van Maccasser den 1:' Maij 1765:— Hof en suite is getracteerd geworden. voor eenige maanden ofte op den 21: No„ „vember A„o passato is dien vorst zijne gelief„ „ste vrouw overleedenen de sulx in absentie van sijn majesteit die voor eenige dagen sig met de Iagt was gaan vermaaken, van welke evenement mij van weegens den Rijxbestier„ „der door den Eersten tolk kennisse gegeeven zijnde heb ik her Compliment van Candole„ „ance door den oppertolk laaten afleggen onder bij voeging dat sulx particulier en „ mijne Naam gedaan wierd, dog dat het Ceremonieel soude geschieden wanneer mij door gecomm: rijxgrooten na den gebruij„ kennis „ken daar van wierd „ gegeeven maar op de betuijging van dien minister dat het gant„ „sche hof met den koning op reijs en nie„ „mand van haar op boutualach aan niet banden was heb ik dit „ nader aange„ „drongen, maar sijn majesteit bij des„ „selvs retour volgens genomen besluijt van den 26: der boveng: maand en Con„ „form de gewoonte door twee leeden van den Raad den rouw laten beklagen en teffens aanbieden. en smal geschenk ter waarde van ƒ 90: 13:— voor welk een en ander beleefde„ „lijk bedankt is volgens het schriftelijk be„ „rigt van gem: gecommitteerdens almeede onder de bijlagen te vinden. of de groote droefheid van zijn hoogheid over dit afsterven dan wel zijne hoogen ouderdom en het gestadig gebruik van eccauseerende middelen die met een weijnig oppium aangeset sijn hem de Herssenen ontsteld hebben is mij niet mogelijk geweest te ontdekken maar wel dat het zijn majesteit aan geheugen begint te bapperen seedert eenige tyd, het geene ik in mijne laatste visite op den 9:' der Jongst verweeken maand eenigsints ondervonden hebbe en ook door verscheijde Hof grooten geconfirmeert geworden is, onder betuijging dat ze hier omtrend in groote verleegentheid waaren om hem dit nu te kenne te geeven durft niemand selfs zijn kinderen niet onder„ „neemen, dewijl ze het met de doot soude moeten boeten en ik vinde niet den raad

NL-HaNA_1.04.02_3157_0264 view scan ↗

English

From Maccasser, the 1st of May 1765 From Maccasser, the 1st of May 1765 advisable to tread lightly so as to avoid falling into any disagreement with him, yet I wished that Arou Mampoe were here at the Castle. For this purpose, on the aforementioned occasion, I spoke with the king under the pretext that I wished to see him sometime, as it has now been more than four years since he has stayed in the interior. His Majesty expressed his great willingness to grant me that pleasure and ordered the Regent to issue the necessary orders to that end, so that I hope to see that prince appear within a few weeks and thus have the opportunity, in accordance with Your High Nobilities' respected orders, to impress upon him most strongly the trouble the Company has taken to have the succession to the crown of Bonij devolve upon him, with the recommendation that when he ascends the throne, he demonstrate his gratitude through a sincere attachment to the Company and its interests, just as the present monarch does. In the meantime, I shall not fail to monitor as far as possible the ways and movements of Datoua Opamana, since I came to know that prince during the recent war between Bonij and Panekij as a flatterer and intriguing courtier who turns his coat wonderfully to the wind and can make arrows out of any wood. But as long as Bonij remains attached to the Company, no difficulty is to be expected from that quarter, since the hatred between that kingdom and Wadjo has taken too deep root and the former continually hopes, through the cooperation of the Company, to avenge the injury they suffered from the latter, for they will never again ally with the Macassars, as they frankly declared during the lifetime of the late Regent of Goa, because the Macassars deceived them so shamefully in the war of Careeng Bontelankas. Moreover, the latter are in such an impoverished condition that they will have no desire to rise easily against the Company, since in the present state of their affairs it would cost no great effort to reduce them as much as one might wish. At the end of the Puasa, the king was also congratulated as usual in accordance with the resolution of the 21st of March, and presented with a gift to the value of ƒ123: 7: 8, in the hope of Your High Nobilities' respected approval. This now being all that I have to impart concerning Bonij, I shall only briefly say regarding Joach and Tello that nothing remarkable has occurred with those kingdoms, except that they were likewise very alarmed by the contents of the placart already mentioned here before, a copy of which was sent to the first-named court, but with further verbal explanation they were calmed down and set at ease again, as is noted at large in the daily register on the 7th, 8th, 13th, 17th, 18th, and 24th of December of last year. According to the reports I have received, the Macassars driven from Rheo fled to Bonenatte, but being unable to maintain themselves there, they came hither and dispersed among their countrymen, without my hearing anything further of them. Since the departure of my respectful last letter of the 15th of October of last year, I have had no dispute with this nation and they currently remain quiet. Also, since the extermination of Lampong Jawa and through the loss of the aforementioned Rheo, they have lost the greatest part of their income, to which is added the poor harvest of rice over the past three years and the resulting dearness of that grain, which has plunged them into the utmost poverty, so that they would not know how to manage if there were another failure regarding this article this year. However, as far as can yet be judged, the contrary is promised, since the paddy stands very flourishing in the field and, if it pleases God to let some more rain fall in this month, promises a good harvest. Notwithstanding their poor condition, they still retain their old pride, and how they are disposed toward the Company Your High Nobilities may, if it please you, observe from the conversation of the King of Bima with the Regent, noted in a separate daily register on the 9th of the recently elapsed month of March, so that here

Dutch transcription

Van Maccasser den 1:' Maij 1765 Van Maccasser den 1:' Maij 1765 159 soo veel mogelijk de gangen en beweegingen raadsaam aan dat lijntje te trekken om van datoua opamana na te gaan, dewijl in geen onmin met hem te geraaken, egter ik dien prins in den Iongsten oorlog tus„ wenschte ik dat Arou mampoe hier „schen bonij en Panekij heb leeren kennen aan het Casteel was, waar toe ik bij voor een smeester en intriquant hoveling voors: geleegentheid den koning heb onder„ die wanderlijk de huijk na de wind ban„ houden onder voorgeeven dat ik hem wel „gen en van alle hout pijlen maaken eens wenschte te zien, alsoo het nu ruijm vier kan, dog soo lange bonij de Comp: blijft Jaaren is dat hij sig in de binnen Landen heeft aan kleeven is van die kant geen swa„ opgehouden, zijn majesteit betuijgde zeer „righeit te wagten, vermits de haat tus„ gaarne mij dat genoegen te willen geeven en or„ „schen dat rijk en wadjo te diepe wortelen „donneerde den Rijxbestierder de nodige ordres heeft geschooten en de eerste nog gestadig blij„ ten dien eijnde te laaten afgaan soo dat ik wil „ven hoopde om door mede werking van de Comp: verhoopen dien prins binnen weijnige wee„ sig te wreeken over het nadeel dat ze van „ken te zullen sien op daagen en dus geleegentheid de Laatste hebben geleeden, want met de mac„ hebben hem volgens vE: hoog Edelheedens „cassaaren sullen sij nooijt weder aanleggen gerespecteerde ordre ten duurste aan te ree„ soo als zij bij het leven van den overleedene „kenen de moeijte die te Comp: genomen heeft goase rijxbestierder rondborstig verklaard om de successie van bonijs kroon op hem hebben om dat die haar in den oorlog van Ca„ te doen divolveeren, met recommandatie om „reeng bontelankas soo schandelijk bedroogen wanneer hij op den troon komt door een op„ hebben, daar en boven zijn deese in soo „regte aankleving aan de Comp: en desselvs een armoedigen toestand dat ze geen lust belangen soo als den teegenswoordige vorst sullen hebben om sig ligt teegens de Comp: zijne dankbaarheid te doen blijken, ondertus„ op te setten, alsoo het in de presentie gesteld„ „schen sal ik in geen gebreeken blijven om „heid van haare saaken geen groote moeijte soo soude 161 Van Maccasser den 1: Maij 1765: Van Maccasser den 1:' Maij 1765 soude kosten om haar soo klijn te maaken als men begeerde Met het uiteijnde der pouassa „ ook den koning volgens resolutie van den 21: maart na gewoonte gefeliciteerd en een geschenk aange„ „boden ter waarde van ƒ123:„ 7:„ 8: in hoope van UE hoog Edelheedens gerespecteerde goedkeuren Dit nu alles zijnde het geene ik weegens Co„ „nij te bedeelen hebben sal ik omtrend Joach en Tello maar kortelijk zeggen dat er met die rijken sonderlings is voorgevallen als dat sij almeede seer g'allarmeert sijn geweest over den Inhoud van het hier vooren reets vermelte placcaat dat het eerstgem: hof in Copia is toegesonden dog met de nadere mondelinge uijtlegging weder ter neder en gerust gesteld sijn soo als sulx largo bij het dag register op den 7: 8: 13: 17: 18: en 24: xber: des voorleeden Iaars staat genoteerd volgens de berigten die ik gekreegen hebben zijn de van Rheo verdreevene mac„ „cassaaren gevlugt na Bonenatte, dog het aldaar niet hebbende kunnen houden sijn ze herwaarts gekoomen en hebben sig onder haare landsluijden versprijt sonder dat ik er verder iets van koome te verneeme„ Ik heb met deese natie seederd het afgaan mij„ „ne eerbiedige laatste van den 15:' 8ber: des voorleden Iaars geen verschil gehad en zij houden sig thans stil„ ook zijn ze seederd de uitroeijing van Lampong Jawa en door het missen van bovengem: Rheo het grootste gedeelten van haar inkoomen quijt geraakt, waar bij gevoegd zijnde geringe insaam sederd drie Iaaren van Rijst en daar door veroorsaakt duurte van dat graan, soo heeft haar sulx in de uitterste armoede gedom„ „peld, soo dat zij niet soude weeten hoe sig te redden ingevalle dit Jaar weder omtrend dit articul misviel, 't welk egter soo verre als men daar nog over kan oordeelen het teegendeel beloofd, alsoo de padij seer fleurig op het veld staad en als het god behaagd in deeze maand nog wat reegen te laaten vallen een goeden oegst beloofd. niet tegenstaande nu haar soberen toe„ „stand behouden sij nog haare ouden hoog„ „moed en hoedanig sij de Comp: geneegen sijn sullen vE: Hoog Edelheedens des behaagende kunnen beoogen uit het gesprek van Bi„ „mas koning met den Rijxbestierder geno„ „teerd bij appart dagregister op den 9:' der jongst verweeken maand maart soo dat hier

NL-HaNA_1.04.02_3157_0266 view scan ↗

English

From Maccasser, 1 May 1765 From this it may well be gathered that they do not lack the inclination, but rather the opportunity and the power to restore themselves to their former luster. And since it is certain, as Your Right Noblenesses please to observe, that this nation is best off in its own country, care is also constantly taken that they do not settle here or there, and all correspondence with the opposite shore has been cut off, of which further mention shall be made below under the affairs of Bima and Sumbawa; adding here only that, in conformity with ancient custom, the King of Goa has been expressly congratulated on the conclusion of the puasa through appointed commissioners and presented with a gift to the amount of ƒ 107: 17: 8, in the hope of a favorable approval from Your Right Noblenesses. I thus now pass on to the kingdom of Bouton, from where those persons have not yet arrived who, according to the tenor of the King's letter mentioned in my humble last dispatch of 15 October of the past year, had been appointed to come hither for the renewal of the contracts, having certainly been hindered therein by the monsoon. However, I do not doubt but that they will, as the east winds now begin to blow continuously, appear shortly as well, of which I shall not fail to give notice to Your Right Noblenesses with all respect as soon as possible, especially if they come with an intention to involve the Company (as Your Right Noblenesses please to suppose might happen) in their disputes. In such a case, I shall not fail to decline them with civility, as I shall always observe whenever domestic unrest takes place and no foreign enemy appears, in which case it would sometimes be inevitable to remain neutral. Yet I do not believe that it will come to that in this matter, for according to the reports, the present King sits so firmly on the throne that it will not be possible for the old King to oust him from it. Therefore, in the hope of Your Right Noblenesses' approval, I shall receive the said envoys properly when they arrive, and finding that their credentials are fully valid, recognize the King in his dignity and renew the contract with them in such a manner that the Company is, if not entirely, then at least partially indemnified for the damages suffered at the running aground of the ship Rust en Werk, and that the ancient debts are settled, although the latter, being of an old date, will prove somewhat difficult to accomplish; all this, however, subject to the further approval of Your Right Noblenesses. In the past month of February, the customary annual envoys returned to their country, taking with them a letter for their Court, a copy and translation of which is forwarded among the appendices. In substance, it contains a further complaint regarding the ill treatment inflicted upon the crew members of the Zeelelie at the Toukanbessie Islands, with a request to obtain satisfaction on that account, and furthermore to encourage them to dispatch the envoys promptly to renew the contracts. The ones who departed most recently were also emphatically urged to employ their good offices with regard to both matters. With these last envoys I had a dispute at their departure concerning the defrauding of the lease, since they had made an improper use of their official character, which would have escalated greatly had I not deemed it advisable to let it pass for this time, as is circumstantially recorded in the separate daily register under 11 and 12 of the aforementioned month of February. But I shall take care that such improper conduct is prevented in the future and write to the King concerning this on the first opportunity, which could not be done now as everything was already finalized. There have also departed with them the sergeant and two private soldiers, according to the annual custom, to conduct the inspection of the islands for the eradication of such spice trees as might be found there, and they were also provided with payment in the amount of 187: 24:— rixdollars, being the total of the customary recognition monies for the King and the grandees of the realm; while I shall only add here that in conformity with Your Right Noblenesses'

Dutch transcription

Van Maccasser den 1:' Maij 1765 Maij 1765:— Maccasser den 1: Jan. hier uit wel is afte neemen dat het haar niet aangeneegentheid maar wel aan ge„ „leegentheid en vermoogen ontbreekt om sig weder in haar ouden luijster te stellen; En dewijl het seeker is gelijk uE. hoog Edelhee„ „dens gelieven aan te merkend„t die natie het best is in haar eijgen land soo word ook gestadig sorge gedraagen dat zij sig niet hier of daar ter neder setten en alle Correspondentie met de over„ „wal afgesneden, waar van hier onder de zaaken van bima en sumbawa nader staat te werden gesprooken, sullende hier nog maar bijvoegen dat Conform de aloude usantie den koning van Poa met het uit eijnde der pouassa„ expresse gecomm: is gefiliciteerd en beschonken met een geschenk„ „se ten emporte van ƒ107„ 17: 8: onder hoopde van een Eunstige approbatie uwer Hoog Edel„ „heedens dus dan overga tot „ rijk van Bouton van waar nog niet sijn komen op daagen de geene dewelke volgens den teneur van 's konings brief vermeld bij mijn onder„ „danige laatste van den 15: 8ber: des gepas„ „seerden Iaars benoemd waaren om her„ „waarts te komen ter vernieuwing der Contracten seekerlijk door de moursson daar inne verhinderd zijnde, egter twijffele ik niet of sij sullen, mits de ooste winden thans beginnen door te blaazen, binnen kor„ „mancueeren zal, uw hoog Ed: ten spoedigste griet eerbied „ten ook wel op daagen, waar van ik niet ^ ren„ „nisse te geeven, voornamentlijk als sij komen met een oogmerk om de Comp: /:gelijk VE: hoog„ „Edelheedens gelieven te onderstellen dat sou kun„ „nen gebeuren:/ in haare geschillen te wikkelen in welk een geval ik niet manqueeren sal baar met beleefdheid van de hand te setten, soo als ik sulx altoos sal observeeren wanneer de onlusten binnen 'slands plaats hebben en geen vijand van buijten sig op doed in welk geval het somtijds onvermijdelijk soude sijn neu tral te blijven, dog ik gelove niet dat het daar toe in deeze sal komen, want volgens de berigten soo is den tegenswoordigen koning soo vast in den seetel dat het den ouden niet mogelijk sal sijn hem daar van af te stooten, en daarom sal ik in hoope van UE: Hoog Edelheedens goedkeuring de gerepte ge„ „santen als ze komen na behooren ontvan„ „gen en bevindende dat haare Credentialen kragtig genoeg zijn den koning in sijn daar waardigheid - 163 an Maccasser den 1: Maij 1765 Van Maccasser den 1: Maij 1765 waardigheidt erkennen en met haar het Contract sodanig vernieuwen dat de Comp: soo niet ten eenemaal ten minsten geveeltelijk gededoma„ „geert werd weegens de schade bij het afloopden van het schip Rust en werk geleeden en de al oude schulden vereffend raaken, hoewel dit laatste als van een ouden datum sijnde wat moeijlijk sal vallen om te bewerken, egter alles op de nadere approbatie van VE: Hoog Edelheedens In de Iongst verweeken maand febr: zijn de gewoone Iaarlijxe gesanten weder na baar land gekeerd, meede nemende een brief voor haar Hof, waar van het Copia trans„ „laat onder de bijlagen overgaat, in substan„ „tie behelsende, eene nadere doleance over de slegte behandeling die de scheepelingen van de zeelelij op de Toukanbessie zijn aangedaan, met versoek om dierweegens te moogen hebben satisfactie en wijders om haar te animeeren tot een spoedige depeche der Resanten om de Contracten„ te vernieuwen, soo als dan ook de Iongst vertrokkene na drukkelijk sijn gere„ „commandeerd, omtrend het een en ander haar goede officien aan te wenden, met deese laatste heb ik bij haar vertrek een geschil gehad over het fraudeeren van de pagt, dewijl te een quaad gebruijk hadde gemaakt van haar Caracter, het geen hoog soude geloopen hebben, indien ik niet raadsaam g'oordeeld had het voor deese maal te moeten laaten slippen, soo als sulx omstandig staat vermeld bij het appart dag register onder den 11: en 12: der bovengen: maand februarij dog ik sal sorge draagen dat sodanig on„ behoorlijke heeden in den aanstaande wer„ „den voorgekomen en den koning dierwee„ „gens bij eerste geleegentheid schrijven, dat nu niet konde geschieden alsoo alles reets vervaldigd was, sijnde met haar meede ver„ „trokken,de sergiant en twee gemeene mi„ „litairen na 's jaarlijxe gewoonte om de visitatie te doen op de Eijlanden ter uitroeijing der specerij boomen die aldaar mogte gevonden werden en hen ook meede gegeeven aan paijement rd:s 187: 24:—, zijnde het bedragen der gewoone recognitie peningen voor den koning en rijxgrooten, terwijl hier nog eenelijk sal bij voegen dat Conform uE met Hoog 6 165

NL-HaNA_1.04.02_3157_0268 view scan ↗

English

From Maccasser the 3rd of May 1765 From Maccasser the 3rd of May 1765 Your Right Noblenesses granted authorization for the envoys of that court is a newly erected residence that in total did not cost more than 110: 24:— rixdollars and is very well to their satisfaction. The allies across the sea have successively landed here, except for the newly elected king of sumbawa, in whose place three envoys appeared with a letter from their master wherein the same excused himself from being able to leave his country for fear of an invasion by the Balinese, who—as he claimed and the said emissaries confirmed—were already preparing for it. However, the day after the arrival of the said envoys, it was reported to me that these fellows were not those who were mentioned in the letter, but had nevertheless assumed their names, while the others had stayed behind out of fear, being the principal ringleaders and participants in the arrest of datoua Jerewe and the election of the prince of Taliwang as king. Therefore, having ordered the chief interpreter to inquire into this carefully, it was indeed found to be so, as they were caught red-handed and declared frankly that they had received the aforementioned letter from the true envoys, requesting at the same time that they might not be punished for it. This appeared to me in the highest degree suspicious, especially because I was simultaneously informed that the first in rank, who had arrogated the name of datoua Boesing, was one of the greatest enemies of datoua Ierewe, and who had also been the first to seize him and strip him of his kris when he was arrested. All of this gave me much cause for speculation, wherefore I gave orders to watch the movements of those fellows carefully and to treat them otherwise as appropriate. I have conferred with the aforesaid rulers from time to time and informed myself of what was necessary, whereupon I noticed, among other things, that datoua Terewe, who is sitting here under arrest, was wronged in a crying manner and was kicked out of his seat by the cunning tricks of the deceased Tinne, and the prince of Taliwang was maneuvered into it. All of this was done for the sake of the great gifts and the promise of a further recompense if matters turned out well and he, the prince of Taliwang, was confirmed as king of sumbauwa. The allies testified to this, each in particular and as if with one voice in private, and they also declared in the first meeting on the 2nd of February that there was no other means to bring tranquility to that kingdom than by the reinstatement of the aforementioned datoua Jarewe. All of which has therefore moved us to condescend to this, in the hope that Your Right Noblenesses will agree to it for the reasons alleged in that resolution. In that same session, those points were also dealt with that were made known in the report submitted last year by Resident Bakker to the charge of Bima's king, and an arrangement was made therein, as well as the Turelihoe being reconciled again with his brother the king of dompo, as appears in detail from the said resolution, to which I take the liberty to refer with respect, since detailing everything in particular would make this expand too much. I have, as I had the honor to mention above, had the rulers come to me separately several times and spoken with them extensively about the condition of their country, and in particular with the king of Bima, which latter I have found to be a person of a shrewd intellect and sound judgment, well-disposed toward the Company, but at the same time very jealous of his dignity, desiring in all respects to have and enjoy what is due to him, being in no way able to discover in him such recalcitrance and pride as Bakker charges him with in the aforementioned report, regarding which he himself was misled, partly by the instigations of the assistant stationed there—who was therefore removed from there and replaced by another—who, having seen the unreasonable treatments of Zinne for so long, was certainly of the opinion that such ought to be continued, and partly over a dispute with the king regarding some articles in the contracts made from time to time, which latter, to me in discourse,

Dutch transcription

167 Van Maccasser den 3:' Meij 1765 Van Maccasser den 3:' Meij 1765:= Hoog Edelheedens verleende qualificatie voor de gesanten van dat Hof is opregt en nieu„ „we wooning die in alles niet meer gekost heeft als rd:s 110: 24:— en seer wel na haar genoegen is. De overwalse bondgenoten sijn alhier successive aan„ „geland, exepto den nieuwen verkooren koning van sumbawa in wiens plaatse zijn verscheenen drie gesanten mmet een brief van haar meester waar bij den selve sig excuseerde niet in staat te zijn om zijn land te verlaaten uit vreese van een inval der Baliers die /: soo hij voorgaf en gem: afgezondene bevestigde :/ sig daar toe reets klaar maakten, dog daags na het arrivement van gerepte gezanten wierd mij gerapporteerd dat deeze knappen die geene niet waaren dewelke in de briev vermeld stonden, maar egter de namen daar van hadden aangenomen en de andere agter weegen geblee„ „ven waaren uit vreese als sijnde de voornaam„ „ste belhamels en participanten in de arres„ „teering van datoua Jerewe ende verkiesing van den prins van Taliwang tot koning, dierhalven dan den oppertolk ordre gegeeven hebbende sig daar na nauwkeurig te inframeeren, soo wierd sulx ook sodanig bevonden alsoo sij door de mande vielen en rond uijt verklaarde de boven staande brief van de waare gesanten ontvangen te hebben, teffens versoekende dat zij daar over niet mogte gestraft worden, dit quam mij dan ten hoogsten suspect te vooren, voornamentlijk dewijl mij teffens wierd berigt dat den eersten in rang die zig de naam had aangematigd van datoua Boesing eene der grootste vijanden van datoua Ierewe en die hem ook het eerste aangepakt en van sijn krist ontblood had doen hij in arrest genomen was, alle het welke mij veel speculatie gaf, weshalven ik ordre stelde om de beweeginge van die knappen voorsigtig na te gaan en na be„ „kooren haar voor het overige te handelen. Ik heb met de voors: vorsten van tijd tot tijd geconfereerd en mij na het nodige gin„ „formeerd, wanneer ik onder andere gewaar wierd dat den alhier in arrest sittende datoua Terewe op een Criante wijse ver„ „ongelijkt en door de listige streeken van den overleeden Tinne uijt sijn seetel geschopt soo en 169 Maij 1765 Raccasser den 1: Jan Van Maccasser den 1:' Maij 1765 en den prins van Taliwang daar in ge„ „draaijt is en dat alles om de wille der groo„ „te geschenken en belofte van een nader re Compens, wanneer de saaken wel uit„ „vielen en hij prins van Taliwang als. koning van sumbauwa bevestigd wierd, dit betuijgde de bondgenooten ieder in 't bij sonder als uit eenen monde in 't parti„ „culier en hebben ook in de eerste vergadering op den 2: feb: verklaard dat 'er geen ander middel was om dat rijk in rust te brengen als door de herstelling van meer gem: da„ „toua Jarewe alle het welke dierhalven ons heeft bewoogen om daar inne te Condescen„ „deeren in hoope uE: Hoog Edelheedens het selve sullen agreëeren om de bij dat besluijt g' „allegueerde reedenen. In die selve sitting zijn ook verhandeld sodanige poincten als bij het voorleeden Jaar door den Resident Bakker ten lasten van Bimas koning overgegeeven berigt sijn bekend gesteld en daar inne een schikking gemaakt mitsg:s de Turelihoe met zijn broeder den koning van dompo weder versoend soo als omstan„ „dig bij het gem: besluijt komt te blijken waar aan ik de vrijheid neeme om mij met eerbied te refereeren, vermits het detailleeren van alles in 't bijsonder deese al te veel soude doen uitbreijden. Ik heb soo als ik de Eere gehad heb hier boven aan te haalen de vorsten verscheijdene maa„ „len afsonderlijk bij mij laaten koomen en met deselve wijdlopig over de gesteldheid van haar Land gesprooken en wel in 't bijson„ „der met den koning van Bima welke laatste ik bevonden heb te zijn een persoon van een schrander vernust en gesond oordeel, genee„ „gen voor de Comp:, dog teffens ook zeer Ja„ „lours op sijn waordigheid, begeerende in allen deelen te hebben en genieten het geene hem toe„ „komt, geensints in hem kunnende ontdekken sodanige weer barstigheid en hoogmoed als dakker bij bovengem: berigt hem ten lasten legd en waar omtrend hij zelve misleijd is eensdeels door de Inductien van den aldaar bescheijdene adsistent /:die daarom van daar genomen en door een ander vervangen is:/ die de onreedelijke behandelingen van zinne soo lange gesien hebbende seekerlijk van gevoe„ „len is geweest dat sulx sodanig dienden te werden gecontinueerd en ten anderen over een verschil met den koning omtrend sommige articuls in de van tijd tot tijd ge„ „maakte Contracten, welk laatste mij in het van discoureeren,

NL-HaNA_1.04.02_3157_0270 view scan ↗

English

From Maccasser the 1st of May 1765 Maccasser the 1st of May 1765 From discoursing with the king of Bima having become most clearly apparent, I therefore had all those alliance documents examined and discovered that the translation into the Malay language was very deficient and did not correspond at all with the Dutch original, as I then showed to that prince: now to have all those writings translated anew would have been too difficult and taken up too much time, therefore it seemed best to me to make a collection of the principal articles from the previous contracts and, with the addition of some new points, to draw up a new contract and with the closest attention to have the same translated and to have it signed and sworn to by the allied parties jointly in a combined assembly; all of which then also took effect, just as your High Noblenesses, if you please, will be able to see in a further separate resolution of the 9th of the aforementioned month of February, among the annexes, being transmitted as well as a duplicate of the contract kept here, of which each of the allies as well as the courts of Bony and Goach received one. Upon the swearing of the often-mentioned contracts, I requested the last-mentioned courts to be pleased to send commissioners to confirm those writings as witnesses with the seal, partly to give the same more force and, for the other and principal part, so that the Maccassars might see thereby that all correspondence with the princes across the sea is strictly forbidden to them, and that the latter have bound themselves not to grant them any access. In this assembly also, in conformity with the separate resolution of the 2nd previously, Datoua Jarewe was introduced, and according to his rank took his seat as king of Sumbawa, sealed and swore to the above-mentioned contracts, while also your grant of his request was conceded to him for the delivery of a small parcel of gold works that had been pawned on behalf of the realm in the year 1758, long paid for, but not delivered. After the conclusion of these matters, the king of Bima handed over to me here a comprehensive writing in the Malay language written with Arabic letters, the content of which had previously been imparted to me, being great complaints about the king of Tambora, with the request that the same be deposed as unlawful and a certain Daeng Lesile might be appointed as king; this writing was drawn up by the kings of Bima, Dompo, Sangar, and Papekat, and since I did not consider it advisable to cause much commotion regarding this matter, for reasons that are to be detailed in the sequel, I kept it with me, adding that I would have it translated. Subsequently, on the 4th of March thereafter, a conference was held in the country house concerning the affairs of Sumbauwa and suitable means were discussed to put the newly chosen king of that realm into possession: and on that account, as well as regarding other matters, such an arrangement was made as is circumstantially set down in that writing, to which, in order to avoid prolixity, I also respectfully refer. After the conclusion of this gathering I dismissed the princes, but retained the king of Bima alone with me, to whom in private I circumstantially explained my sentiment regarding the so-called Sumbawarese envoys, adding that by all means and ways I had tried to persuade them to submit and thus return to their land with their established lawful prince, but that, all of this having been of no effect, I was apprehensive that those fellows, although I had detained their vessels, might take flight through the cooperation of the Maccassars, and arriving in their country would increase the number of the rebels and bring much harm to the common cause; that therefore I judged it best and most expedient to apprehend them, and knowing no one better capable for that than him, would gladly see him take that charge upon himself, nevertheless taking care that no violence be committed or blood shed; whereupon that prince gave me as an answer that he took that commission upon himself with pleasure and would execute the same. This

Dutch transcription

Van Maccasser den 1:' Meij 1765 Maccasser den 1:' Maij 1765 Van discoureeren met den koning van Bima ten klaarste gebleeken sijnde, soo heb ik alle die verbond schriften laaten nagaan en ont„ „dekt dat de vertaaling in de maleijtse taal seer gebrekkelijk en gants niet over een ko„ „mende was met het nederduijtse origineel, soo als ik dit dan dien vorst aantoonde: om nu alle die schriftuuren op nieuw te laa„ „ten oversetten soude al te moeijlijk geweest sijn en te veel tijd weggenomen hebben, dier„ „halven mij best dagt een versameling te maaken der voornaamsten articulen uit de voorige Contracten en met bij voeging van eenige nieuwe poincten een nieuwe Contract op te stellen en met de nauwkeurigste oplettendheid het selve te laaten translaaten en door de gesamentlijke bondgenooten in een gecombineerde vergadering te laaten teekenen en beëedigen; welk een en ander dan ook gevolg heeft genomen, soo als uE: Hoog Edelheedens sulx des gelievende sullen kunnen beoogen bij een nadere ap„ „parte resolutie van den 9:' der meerm: maand feb: onder de bijlagen soo wel overgaande als een wedergade van het alhier berustende Contract van het welke ieder der bondgenooten soo wel als de hove van bonij en Goach een gekreegen heeft. Ik heb bij het beëedige van dikger: Con„ „tracten laast gem: Hoven versogt te willen senden gecommitteerdens om die schrif„ „tuuren als getuijgen met het zegul te bekragtigen eensdeels om het selve te meer kragt te geeven en ten anderen en wel ten principaalste om dat de maccassaaren daar bij soude kunnen sien, dat haar volstrekt alle Correspondentie met de overwalse vorsten verbooden is en dat de laatste sig verbonden hebbe om haar geen toegang te geeven In deese vergaderinge ook Conform de apparte resolutie van den 2: bevorens, datoua Jarewe g'introduceerd, en heeft na sijn rang als koning van sumbawa sitplaats genomen, de boven gem: Contracten verseguld en beswoo„ „ren, mitsg:s u ook desselfs versoek aan hem g'accordeerd de afgave van een pakje met goud werken dat in den Iaare 1758: van weegens het rijk verpand, lange be„ „taald, maar niet afgegeeven was. Na het afloopen van deeze saaken, gaf mij S alhier 171 173 Van Maccasser den 1:' Maij 1765 Van Maccasser den 1: Maij 1765: de koning van Bima over een wijdloopig schriftuger in de maleijtse taale met een ara„ etter „bise „ geschreeven, welkers inhoud mij bevo„ „vens bedeeld was, zijnde groote klagten over den koning van Tambora met versoek dat denzelve als onwettig afgezet en seekere daeeng Lesile tot koning mogt benoemd wer„ „den; dit schriftuur was ingerigt door de ko„ „ningen van Bima, Dompo, sangar en Pa„ „pekat en dewijl ik niet raadsaam oordeel„ „den over deese saak veel beweeging te maa„ „ken, om reedenen die in 't vervolg staan te werden gedetailleerd, soo heb ik het bij mij ge„ „houden onder bijvoeging dat ik het soude laten translateeren. vervolgens is op den 4: maart daar aan in het buijten huijs een Conferentie gehouden over de saaken van sumbauwa en over bequame middelen gehandeld om den nieuw verkooren koning van dat rijk in het besit te stellen: en is dierweegens soo wel als omtrend andere saaken sodanig een schikking gemaakt als omstandig bij dat schrif„ „tuur ter neder gesteld zijn, waar aan ik dan om prolixiteit te vermeijden mij eerbiedig almeede refereere. Na het aflopen van deeze bij een komst D gaf ik de vorsten haar afscheijd, dog hield den koning van Bima alleen bij mij aan, dewelke ik onder vier oogen omstandig mijn gevoelen ver„ „klaarden weegens de zogenaemde sumbauwareese ge„ „lanten, met bijvoeging dat ik door alle middelen en weegen getragt had deselve over te haalen om in submissie te koomen en dus met haaren Eer„ „stelden wettigen vorst na haar land terug te keeren, dog dat, sulx alles van geen effect geweest zijnde, ik bedugt was die knaapen, schoon ik baar vaartuijgen had aangehouden, door het meede werken der maccassaaren mogten de vlugt neemen en op haarland koomende het getal der weder spanelingen vermeerderen en veel nadeel aan de gemeene saak toebrengen soude, dat ik dierhalven best en oirbaarste oor„ „deelden om haar op te ligten en niemand daar toe beter capabel kennende als hem gaar„ „ne soude sien dat hij dien last op sig wilde neemen, egter sorge draagende dat er geen geweld gepleegd of bloed vergooten wierd, hier op gaf mij dien vorst ten andwoord dat hij met plaisier die Commissie op signam en deselve soude uitvoeren dit

NL-HaNA_1.04.02_3157_0272 view scan ↗

English

175 Maccasser the 1st of May 1765 From Maccasser the 1st of May 1765 From This matter having thus been settled, I flattered myself that it would have a good outcome. However, I found myself somewhat deceived in my opinion, because Radja Bima, having taken his measures poorly through prematurity, had managed to capture only two of the three aforementioned rascals, whom he then brought to me in the afternoon. But not seeing the so-called datoua boesing, I asked where he was, and received as an answer that he had escaped, retired to his house, and fortified himself with the men he had with him, numbering more than seventy head, being well provided with swivel guns, blunderbusses, flintlocks, gunpowder, and lead. Thereupon I sent the two captured ones to the Castle in secure custody, and Radja Bima back with orders to keep the house surrounded with his people and not to use force for the time being, unless those inside should do so, in which case he had to defend himself. Meanwhile, I employed every means through envoys to persuade the aforementioned so-called Arou boesing to submit voluntarily, with the promise that not the slightest harm would be done to him. But all this had no effect, and night being at hand, I ordered the remaining allies to be notified to join radja bima with all their people, to prevent that rascal with his adherents from escaping in the dark, and at the same time I ordered the head and deputy interpreters to post themselves there with the Malays as well, and to do everything possible during the night to persuade these recalcitrants to come over. However, receiving a report from the head interpreter in the morning that nothing could be done, force would have to be used and a swift beginning made therewith, because they were busy preparing small bamboo tubes filled with combustibles, certainly with the intention of setting fire to their house with them and escaping in the confusion that this would cause. All of this and the danger to which one would be exposed if the same were carried out, the least of which to be expected would be that the entire village would be reduced to ashes, having been well and ripely considered in our meeting on the same day, and that a speedy resolution had to be taken, 177 May 1765 From Maccasser the 1st of May 1765 it was resolved to make another attempt to induce the frequently mentioned mutineers to surrender voluntarily, and if they were unwilling, to assist in attacking them with force and to make an end of matters. As then indeed happened: from half past ten until one o'clock, very fierce shooting and fighting took place on both sides until finally victory was achieved by the allies, without losing more than one man, although many were wounded. And the so-called datoua boeseeng lost his life there, along with 14 of his men, while some of the rest defected and the remainder fled in the direction of Goa. Having now set down in writing as briefly as possible what principally concerns this matter, I further refer regarding all of this and the other circumstances to what was recorded in the separate daily register on the dates 15 and 16 December of last year, 17, 20, and 23 February, 1, 4, 5, 6, 9, and 27 March, and the separate resolution of the 5th of the last-mentioned month, from which it will fully appear to Your Right Nobles that everything was done to bring those rebels to repentance and to submit through gentle means, but in vain, so that one was indeed forced to proceed to the utmost because of the detrimental consequences that were to be expected if these rascals had been able to escape to their country. The above-mentioned two captured ringleaders, together with those who defected voluntarily, have been placed in the hands of the newly chosen king, who received them in mercy and pardoned them upon their profession that they regretted their crime, and that prince has likewise been most strongly urged to treat them well and thereby entice the remaining recalcitrants to him. I was indeed obliged to proceed to the expedition to sumbauwa for very weighty reasons, although I, together with Your Right Nobles, very well comprehend that in the present condition of times and affairs such preparations are unpalatable. Yet I live in the hope that Your Right Nobles, upon examining the entire context, will approve the same, for if it is only, as it is not merely assumed, much

Dutch transcription

175 Oaccasser den 1:' Maij 1765 Van Maccasser den 1:' Maij 1765 Van dit dan dus g'arresteerd sijnde, flatteerde ik mij het zelve soude sijn van een goed gevolg dog ik vond mij in mijn meening eeniger maa„ „ten bedroogen dewijl Radja Bima door prematuriteit zijn matregulen qualijk genomen hebbende alleen twee van de drie der gerepte knapen magtig was geworden die hij dan 's middags bij mij bragt, dog de Sogenaamde datoua boesing niet siende vroeg ik waar die was en kreeg ten andwoord dat die het ontsnapt sijnde sig op sijn huijs geretireerd bade en zig met sijn bij hebbende manschap ten getalle van meer als seventig koppen versterkt hadde, sijnde wel voorsien van rantakken, donderbussen, snaphaanen, kruijt en loot: Ik sond daar op de twee opgevattene na het Casteel in goede ver„ „seekering en Radja Bima te rug met ordre om het huijs met sijn volk omsingeld te houden en geen geweld te pleegen voor als nog, ten zij die daar binnen waaren sulx quamen te doen en dat hij als dan sig moest verweeren, inmiddens wende ik alle middelen aan om door afgesondene meer gerepte soogenaamde Arou boesing te persuadeeren om sig goed willig te submitteeren, met belofte dat hem geen het minste leed soude werden gedaan, dog dit alles van geen uitwerking en de nagt op handen zijnde liet ik de overige bondgenooten aanseggen dat sij sig met alle haar volk bij radja bima soude voegen om te beletten dat dien knaap met zijn adberenten het in derdon„ „ker niet quam te ontsnappen, en ordonneerde teffens de opper-en onder-tolken om met de maleijers sig aldaar meede te posteeren en geduurende de nagt alles aan te wenden om deese wederspannelingen te doen overkomen, maar 's morgens door den oppertolk rapport ontvangende dat 'er niets in te doen was ge„ „weld soude moeten gebruijkt, en daar meede schielijk een begin gemaakt worden, dewijl sij waaren om klijne bamboesen met brandstoffen gevuld te vervairdigen seekerlijk met intensie om haar huijs daar meede aan te steeken en in de confusie die sulx soude verwekken te chappe„ „ren, dit alles en het gevaar waar aan men sig soude exponneeren als het selve ter uitvoer gebragt wierd /:waar van het minste te wag„ „tene soude sijn dat de gantsche negorije in de assche soude gelegd worden :/ an onsen vergadering ten selven daage wel en rijpelijk Tendoge over 1 . Van Maccasser den 1:' Maij 1765 177 Meij 1765 Van Maccasser den 1: overwoogen zijnde en dat er een spoedige resolu„ „tie diende genomen te worden is geresolveerd nogmaals een tentamen te doen om dikger: muij„ „telingen te beweegen om sig goedwillig over te geeven en sulx niet willende helpden met geweld daar op in te vallen en een eijnde van saaken te maaken, soo als dan ook is, geschied, sijnde van half elf tot een uuren van wedersijde seer bevig geschooten en gevogten tot dat eijndelijk de overwinning door de bondgenooten behaald is, sonder meer als een man te verliesen, hoe wel 'er veele gequest waaren en de sogenaamde datoua boeseeng heeft 'er het leeven bijgelaten met 14: der sijne, terwijl van de overige eenige overgeloopen en de rest gevlugt sijn na de kant van Goa, dit nu soo kort mogelijk ter neder gesteld hebbende het geene deese saak ten prin„ „cipaale betreft, refereere ik mij wijders om„ „trend dit alles en de verdere omstandig heeden aan het aangeteekende bij het appart dag register de datis 15: 16: december des voorleeden 17: 20 en 23. feb: 1: 4: 5: 6: 9: en 27: maart en apparte resolutie van den 5: der laastgem: maand, waar bij VE hoog Edelheedens ten volle sal komen te blijken dat alles in 't werk gesteld is om door sogte middelen die rebellen tot in keer te doen komen en sig te submitteeren dog vrugteloos soo dat men tot het uijtterste wel heeft moeten treeden om de nadeelige gevolgen die te wagten waaren als deeze knaapen het hadden kunnen ontvlugten na haar land, sijnde de hier bovengem: twee geligte op „ set Confraters benevens de geene die goed„ „willig overgeloopen zijn gesteld in handen van de nieuw verkooren koning die haar in genade aangenomen en gepardonneerd heeft op haar betuijging datze over haar misdrijf leetwee„ „sen hadden, soo als dien vorst dan ook ten hoog„ „sten gerecommandeerd is haar wel te bande„ „len en daar door de overige weder spannelin„ „gen tot sig te lokken. Tot de Expeditie na sumbauwa heb ik wel moeten overgaan om seer gewigtige reedenen, alstzoon ik met vE: hoog Edelheedens seer wel bevatte dat in de presente gesteldheid van tijde en saaken diergelijke toerustinge om„ „smakelijk zijn;, dog ik leeve in die hoope dat uE hoog Edelheedens de gantsche samenbang nagaande het selve sullen goedkeuren, want in dien het maar is, gelijk sulx niet alleen gesteld veel

NL-HaNA_1.04.02_3157_0274 view scan ↗

English

May 1765 From Makassar the 1st 179 Makassar the 1st of May 1765 had much, as appears from what was noted in the separate daily register of 27 December of the past year, but also confirmed more specifically by a letter from the assistant Helmkampk stationed at Bima, dated 16 January and only delivered here on the day of Bakker's departure, that the Balinese made an incursion, so it would have been impossible for Datu Jerewe, without vigorous assistance, to regain possession of his realm and bring it to peace. And Sumbawa is of too great importance for the Company to see it pass to another; moreover, I have no reason to doubt that if it were conquered by the Balinese, the English would soon seek to establish themselves there if possible, since it has become sufficiently apparent that they are well acquainted with those quarters and continuously roam about there. And I flatter myself all the more with Your High Noblenesses' approval when Your High Noblenesses deign to consider: Firstly, that in this expedition there were employed the 40 soldiers discharged for the fatherland, whose rations and board money would nevertheless have had to continue until the time that they departed with the ship for Batavia. Secondly, that small fleet, consisting of one sloop and four pantchiallangs, on which have been placed from here an ensign, a sergeant, and 12 common soldiers, is also planned, after the conclusion of the Sumbawan disturbances, to undertake a cruise along Manggarai, etc. Thirdly, Datu Jerewe has agreed, pursuant to Article 19 of the renewed contract, to pay the expenses of both the previous and this expedition, either in sappanwood or in slaves, the latter calculated at 40 rix-dollars each, and for its satisfaction there is no difficulty, since, everything ending well under God's blessing, these debts will be settled in one or at most two years, especially if it pleases Your High Noblenesses to receive sappanwood for it, Bima and Dompo now being about to load the ship at home in Mampat in reduction of their debit, and likewise paying the remainder in slaves if the former cannot suffice. As commanders over this expedition, for the reasons alleged in the above-mentioned separate resolution, there have been appointed the Bima resident Bakker and the chief interpreter Voll, to whom I have handed such instructions as are also transmitted in copy among the annexes. 181 From Makassar the 1st of May 1765 Makassar the 1st of May 1765 transmitted, but from which it will appear to Your High Noblenesses that everything has been planned with the utmost caution in order, if possible, to settle the war without force of arms. And in case these instructions are followed to the letter, and the Balinese have only come to help Datu Jerewe and his people as I believe I have reason to assume, everything will soon turn out for the best and the peace of that land will be restored better than before. Also, the power of the Wajo people who have settled there will then forcefully decrease, and the Makassarese will be deprived of the opportunity to establish themselves there, for the new king bears a mortal hatred toward that nation, which declared entirely in favor of the Prince of Taliwang. For this reason, I also did not fail to praise him for this and to recommend to him in the strongest terms not to tolerate any of those people on his land, for from what is noted in the daily register of 27 December of the past year it appears how much influence they have there ashore, although it is strictly guarded against, and in what fear they currently are is shown by the further noted incidents of 27 and 23 February last, to which I also respectfully refer. In the said instructions the commissioners were also directed to handle the case of Tambora, concerning whose king I have long heard heavy complaints, over and above that it is a very well-known matter that he implicated himself in the murder of his lawful sovereign and thereby deprived his son Daeng Sesila of his right, so that he can only be regarded as an usurper. They have also been instructed to act on the same footing with the one of Dompo, who is likewise a plague to his land and subjects. Both of these matters I could well have settled here at the Castle, but I refrained from doing so, firstly so as not to create commotion among the rulers and thereby cause disadvantage to the expedition to Sumbawa, but also secondly and most importantly because it seems to me that when the Company uses its power in such cases, it is never as agreeable to the subjects as when they have a hand in it themselves and then regard it as a favor that it is approved by the Company.

Dutch transcription

Maij 1765 Van Maccassar den 1: 179 E Maccasser den 1:' Maij 1765 Van veel sijn gehad heeft, blijkens het genoteerde bij appart dag register van 27: december des voorleeden Iaars, maar ook nog nader door een briefje van den op bima bescheijdene ad„ „sistend Helmkampk gedateerd den 16: Januarij /:en op den dag van Bakker sijn vertrek eerst alhier aangebragt :/ bevestigd word dat de baliers een in val hebben gedaan soo soude het on„ „mooglijk zijn geweest datoua Ierewe sonder een kragtordigen bijstand weder possessie te doen hebben van sijn rijk en het selve in rust te brengen, en sumbauwa is van te veel belang voor de Comp: om het aan een ander te sien overgaan, daar en boven heb ik geen reedenen te twijffelen of de Engelsen soude als het door de baliers geconquesteerd wierd spoedig daar op uit sijn om sig daar des mogelijk te nestelen, dewijl het genoeg geblee„ „ken heeft datze in die quartieren wel be„ „kend sijn en aldaar gestadig rondswerven en ik flatteere mij te meer met uE hoog Edelheedens approbatie wanneer hoogst deselve gelieven te considereeren, voor eerst dat in die expeditie gebruijkt zijn de 40 na het vaderland verloste mili„ „tairen, welkers randsoen en kostgeld dog soude moeten voortloopen tot 'er tijd datze met het schip na batavia vertrokken Ten tweeden is dat vlootje bestaande in een Chia„ „loup en vier pantjallings, waar op van hier zijn geplaats een vendrig, een sergeant en 12: gemeene soldaaten ook geprojecteerd om na het afloopen der sumbamareese onlusten een kruijstogt te doen langs de mangarije &t:a Ten derden soo heeft datoua Jerewe aangeno„ „men volgens het 19: art: van het vernieuwde Contract de ongelden van de voorige soo wel als deeze expeditie het sij in sappanhout dan wel in slaven te betaalen, de laatste ge„ „reekend teegens 40: rijxd:s ieder, en voor dies voldoening is geene swarigheid, alsoo alles onder Gods zeegen wel afloopende in een of ten hoogsten twee Jaaren deeze schulden zullen vereffend weesen, voornamentlijk als het VW hoog Edelheedens behaagd sappenhout daar voor te ontfangen, sullende bima en dompo thans in mindering van haar debit het schip thuijs te mampat afladen en het overige almeede in slaven voldoen als het eerste niet kan toereijken. Tot hoofden over deeze Expeditie sijn om de bij bo„ „vengem: apparte resolutie g'allegueerde reedenen aange„ „steld den Bimas resident Bakker en den oppertolk voll, aan wien ik hebbe over handigd sodanige Instructie als meede in Copia onder de bijlagen het overgaat T 181 Van Maccasser den 1: Maij 1765 Maccasser den 1:' Maij 1765 Jan overgaat, maar uijt VE: hoog Edelheedens sal komen te blijken dat alles op het voorsigtigste is overlegd om des mogelijk sonder geweld van wapenen den oorlog ter neder te leggen en ingevalle dit voorschrift na den Letter gevolgd word, en de batliers sijn maar alleen geko„ „men om datoua Derewe ende zijne te helpen /:gelijk ik vermeene reedenen te hebben om vast te stellen:/ soo sal sig alles spoedig ten besten keeren en de rust van dat Land beter als bevorens hersteld raaken, ook sal als dan het vermoogen- der aldaar sig ter neder geset hebbende wadjoreesen kragtig afneemen ende maccassaren de gelegentheid benomen weesen om sig aldaar te nestelen want den nieuwen koning die natie dewelke sig ten eenemaal voor de prins van Taliwang hebben verklaard een dodelijke haat toe„ „draagd, waarom ik dan ook niet versuijmde heb van sulx te prijsen en hem ten nadruk„ „kelijkste recommandeeren geen van dat volkje op sijn land te dulden, want uit het aange„ „teekende ter dag register van den 27: december a:o pass:o blijkt hoe veel invloet zij daar te lam„ „den hebben schoon daar voor ten scherpste gewaakt word en in welk eene vreese sij thans sijn toond de verder genoteerde voorvallen op den 27: en 23: febr: I„o leeden waar aan mij almeede reverentlijk refeere„ In de gem: Instructie is ook aan de Commissian„ „ten gedemandeerd de saak van Tambora, over welkers koning ik al voor lange swaare klagten hebbe gehoord, buijten en behalven dat het een seer bekende saak is den selve sig besgeteld heeft met de moord van sijn wettige vorst en daar door desselvs zoon daeeng sesila van sijn regt verstooken heeft, soo dat hij niet an„ „ders als een usurpateur „ aan gemerkt werden; ook is haar opgedragen om op den selven voet te handelen met die van dompo die meede een pest. is voor zijn land en onderdaanen, welke beijde saaken ik alhier aan het Casteel wel soude hebben kunnen afhandelen, maar ik hebbe sulx gelaaten, voor eerst om geen Commotie onder de vorsten te maaken en daar door de Expeditie na sumbauwa nadeel toe te brengen, maar ook ten tweede en wel ten voornaamste om dat het mij voorkomt als de Comp: in soortgelijke gevallen, sijn magt gebruijkt het nooijt zoo aan„ „genaam is aan de onderdanen als dat sij selve daar in de hand hebben en het dan als een gratie aanmerken dat het door de Comp: werd goed gekeurt den es

NL-HaNA_1.04.02_3157_0276 view scan ↗

English

From Maccasser the 1st of May 1765 From Maccasser the 1st of May 1765: Now that everything concerning the expedition to Sumbauwa has been finalized, orders have also been given that then, as already mentioned in passing above, the Company's vessels shall cruise along the Mangarijse coast, calling if it can be done without danger at the islands of Boneratte and Calauwd, and crossing from there to the bay of Soereang and along the Mandareese shore until the month of September, when they must ensure they are back at this Castle in order to be used for collecting the Company's tithe rice from Maros. Appointed as commanders of that naval force are the Ensign Arnout Fredrik Alders and the Second Mate Dirk Hinse, and they have been provided with such instructions, which are likewise transmitted among the appendices, to which I further respectfully refer. Before I conclude the matters concerning the outer islands, I will note here with respect to the wild cinnamon found on Mangarije that I have postponed publishing a placard forbidding the trade and transport of that bark, for the reason that it would give the natives the idea that it is of greater importance than it actually is. Furthermore, the necessary caution is exercised in this regard with the vessels that come from there, which are at most four or five siampangs bringing oil and slaves, treated in the same manner as those from Amboina and Banda, which are thoroughly inspected by the fiscal and two judicial council members before a single man is permitted to go on or off board, in conformity with the resolution adopted here on the 27th of February in the year 1757, an extract of which is included among the appendices, as well as a ditto from Your Right Excellencies' respected letter of the 31st of December 1756, from which the former originates. Nevertheless, out of precaution, I have specifically discussed this with the King of Bima and demanded of him that he ensure good order is maintained as far as his jurisdiction extends so that none of that bark is transported, lest he bring upon himself the rightful displeasure of Your Right Excellencies. This he has undertaken and promised, and I do not doubt that he will observe it well. Maccasser the 1st of May 1765 From From Maccasser the 1st of May 1765 observe it well, but all that cannot prevent others from trading in it, for the entire island, as I have learned, produces that product, in one place more and in another less, particularly that part which belongs under Lanjoekang, or rather the Portuguese, who certainly cannot and may not be prevented from trading in it. But as for these Celebes peoples, I have never heard during the twelve years of my residence here in Maccasser that anyone has been caught trading in it. However, that the English make use of it may well be, and preventing such is not feasible as long as that nation arrogates to itself the right to sail there and the Company cannot grant the authority to prevent them by force. To conclude these outer island matters, I shall have the honor to inform Your Right Excellencies that I neglect no opportunity to cut off the Maccassarese on all sides from making themselves feared outside their country, having more than once spoken with the King of Bima concerning the total extermination of the Maccassarese from the Coast of Mangarije, and why he had not made himself master of both Pota and Rheo. In this regard he did not answer much at first, but finding himself pressed further, he explained himself in this manner: that his sister, being the mother of the present King of Goa, the interests of his family, and the detriment and insult that she would thereby have had to suffer, had restrained him in this, although against his inclination, also knowing well that the fief of Pota had lapsed through the people who died many years ago, to whom it had been granted for a time and not forever; and that recently, with my prior knowledge, being on Goa to fetch his sister from there, he had seen with the utmost indignation the miserable state of affairs there, she having for her residence a sort of hovel in which a slave would be ashamed to live, and that the young King as yet possesses only the mere title and no outward signs of his dignity.

Dutch transcription

103 Van Maccasser den 1: Maij 1765 Van Maccasser den 1: Maij 1765: Na dat nu alles wat de Expeditie na sum„ „bauwa betreft zijn beslag erlangd sal hebben van dien bast om reedenen dat het selve den Inlan„ is ook ordre gesteld dat als dan /:gelijk hier „der in het denkbeeld soude brengen dat daar meer boven reets en passant is aangehaald:/ de aangeleegen lag als het eijgentlijk wel doed, ook werd Comp:s vaartuijgen sullen doen een bekruijs„ hier omtrend dat articul de nodige voorsigtig„ „sing langs de Mangarijse kust, doende als „heid gebruijkt en met de vaartuijgen die van daar het sonder gevaar kan geschieden de Eijlanden bone„ komen dat ten hoogste vier of vijf siampangs „ratte en Calauwd aan, en van daar overstee„ sijn, die olij en slaven aan brengen gehandeld, ge„ „kende na de bogt soereang en onder de man„ „dareese wal tot in de maand van 7ber: wan„ „lijk met die van Ambons en Banda dewelke voor „neer ze weder aan dit Casteel sullen moeten dat er een man aan of van boord mag gaan nauw„ maaken te weezen om te kunnen gebruijkt „keurig door den fiscaal en twee Iustitieeele leeden werden tot den afhaal van 's Comp:s thiende werden gevisiteerd Conform de alhier op den 27: feb: rijst van maros, zijnde als hoofden van A„o 1757: genomene resolutie, waar van soo wel een die zeer armade aangesteld den vaandrig Ar„ Extract onder de bijlagen overgaat als een d:o uijt „nout fredrik Alders en den ondersturman vE hoog Edelheedens geresp: lettere van den 31: Dirk Hinse, en voor deselve sodanighen december 1756, waar uit het eerste zijn oorspronk In structie meede gegeeven, als insgelijx heeft, dog ik heb egter uit voorsorge den koning onder de bijlagen overgaat, waar aan mij van bima in 't bij sonder daar over onderhouden verder eerbiedig refereere. en op hem begeert dat hij sorge soude draagen voor dat ik on van de overwalse dat zoo verre zijn Iurisdictie strekt goede saaken een eijnde maake sal ik hier nog ordre moest stellen dat van dien bast niets vervoert maar noteere ten opsigte der op de man„ wierd, ingevalle hij sig niet wilde op den hals „garije vallende wilde Canneel dat ik in haalen het regtmatig ongenoegen uwer hoog deese hebbe uit gesteld het publiceeren van Edelheedens, het geene hij aangenomen en beloofd een placcaat verbiedende den handel en vervoer heeft, niet twijffelende of hij sal sulx ook van wel Maccasser den 1: Maij 1765 Van Van Maccasser den 1: Maij 1765 wel observeeren, maar dat alles kan niet beletten dat door andere daar inne met gehandeld word, want het gansche Eijland, soo ik verno„ „men hebbe, brengd dat product voor op de eene plaats meer en de andere minder voorna„ „mentlijk dat geveelte het welk behoord onder Lanjoekang ofte eijgentlijk de portugeesen die het seekerlijk niet kan of mag belet worden daar inne te handelen, maar wat betreft deese Celebise volkeren, ik heb nooijt gehoord geduuren„ „de de twaalf vaaren van mijn verblijf alhier op maccasser dat er iemand op betrapt is daar inne te hebben gehandeld, dog dat de Engelse daar van gebruijk maaken kan wel sijn, en sulx te beletten is niet doenlijk soo lange die natie sig het regt aannatigd aldaar te moogen vaaren en de Comp: geen magt verlee„ „nen kan om het haar met geweld te beletten. Tot slot nu van deese overwalse saaken sal ik nog d' Eere hebben VE hoog Edelheedens te seggen dat ik geen geleegentheid ver„ „suijme om de maccassaaren aan alle kan„ „ten de pas afte snijden om sig buijten haar land gedugt te maaken den koning van pima meer als eens onder houden hebbende over de gantsche uitroeijing der maccassaaren van de Cust mangarije en waarom hij soo wel sig niet van pota als Rheo hadde meester gemaakt waar omtrend hij in 't eerst niet veel andwoorde, maar nader sig gedrongen siende verklaarde hij zig in deezer voege, dat zijn suster der moeder sijnde van den teegenswoor„ „digen koning van Poa het belang van sijn ma„ bestaande en het nadeel en affront dat deselve daar door soude hebbe moeten ondergaan hem daar in hadde wederhouden, schoon teegens sijn sin, als meede wel weetende dat het leen van pota vervallen was door de voor lange Jaaren reets overleedene luijden aan dewelke het selve voor een tijd en niet altoos was afgestaan en dat hij jongst met mijn voorkennisse op 90a sijnde om sijn suster van daar „ te haalen met de uitterste verondwaardiging gesien had hoe de solaat het daar meede gesteld was, hebbende tot haar verblijf een soort van Cabanes waar in een slaaf sig sou schamen te woonen en dat den Iongen koning tot nog maar enkel de naam en geen uitterlijk teekenen van sijn waardigheid over besittende 185

NL-HaNA_1.04.02_3157_0278 view scan ↗

English

From Maccassar the 1st of May 1765 From Maccassar the 1st of May 1765 possessing, would wait with patience to see what they intended to undertake with the latter, so that in case the present administrator of Goa made the slightest further movement to kick this young prince from the throne and place himself upon it, he, the King of Bima, would with permission of the Company show his utmost indignation and pursue the Macassars with fire and sword wherever he might find them, and would not rest until he had driven that nation from the opposite shore. Although I could not well reject these reasons, I nevertheless held before his eyes how dangerous it was to get involved with that nation and that the contracts most emphatically insisted upon keeping them away from the opposite shore, and that I therefore highly recommended him above all to take care that they did not come to settle on Bima, or that no one of that nation should accompany his sister as a kind of retinue, which he solemnly promised to comply with, and the latter was also observed. And stepping away from those realms herewith, proceeding to the Mandhaar, it was particularly agreeable to me to see that Your Right Noblenesses have been pleased to approve the reasons alleged by me for temporizing a little while longer with punishing that populace, and likewise being of the opinion that in time they will become too powerful, have been pleased to leave it deferred to me to apply such means in that regard as time and opportunity will present. However much I would now be inclined to make use of this qualification, I am nevertheless humbly of the opinion that as long as the present King of Bonij is alive it may well be refrained from, not only because, as appeared last year, he cannot well keep a secret, but also because of his present condition cited above; but once Arou Manpoe comes to the government and he answers to the expectation that one reasonably had and still has of him, it will succeed without much trouble From Maccassar the 1st of May 1765 From Maccasser the 1st of May 1765 trouble, as it will then take no effort to make the princes from the opposite shore take part in this war, just as they have testified that they came expressly with a strong force upon the rumor that they were to be used in an expedition. Meanwhile may Your Right Noblenesses be assured that I shall employ all my abilities to keep the Company out of all difficulties, and shall take good care that through my doing such does not happen, and furthermore to have the cruising done as much and as often as the circumstances of the times will permit, just as orders have also been given that the vessels which, as already said, are employed for the expedition to Sumbauwa, will also have to survey the Manggarai coast, and if possible according to the orders of Your Right Noblenesses pay a visit to Boneratte and Calauwt to ascertain whether interloping or smuggling vessels are staying there, although I have been informed that since someone has been stationed there on behalf of the King of Bonij to deter such persons, no one dares to call there anymore, but it is said that those who engage in the smuggling of spices occasionally call at Bouton, and also that part of Sumbawa where Taliwang is situated, likewise Bali, and then further set their course south of Java in order not to run into the candle in the Sunda Strait, proceeding directly to Bankahoelo, and that these are for the greatest part Mandharese need not be doubted, as I recently sent a Malay there, supposedly to trade, but actually to inform himself there about various matters, who upon his return gave me a written report of his experiences among the appendices also accompanying this, to which I respectfully refer. As a further proof that the Mandharese have been in fear that it would be their turn, it may serve that on the 30th of October of the recently past year there was sent to me a silver beaker

Dutch transcription

187 Van Maccasser den 1:' Maij 1765 Van Maccasser den 1:' Maij 1765 wagten besittende soo lange met geduld soude „ wat zij met den laastgem: stonden aan te vangen om ingevalle den teegens woordigen rijxbestier„ „der van Goa de minste verdere beweeging maak„ „ten om dien Iongen vorst van den troon te schoppen en sig daar op te setten, hij koning van Bima de maccassaaren met permissie van de Comp: sijn uitterste gevoeligheid toonen en de maccassaaren waar bij se maar aantrof te vuur en te swaard vervolgen en niet ruste soude voor hij die natie van de over„ „schoon„ „wal verjaagd had ik nu deese reedenen niet wel konde verwerpen, soo hield ik hem egter voor oogen hoe gevaarlijk het was met die natie sig in te laaten en dat de Con„ „tracten ten kragtigste aandrongen om haar van de overwal te houden, en dat ik hem dierhalven ten hoogsten recomman„ „deerde voor al sorge te draagen dat ze op bima niet quamen te vestelen of dat niet zijn suster geen van die natie als een soort van gevolg meede ging dat hij plegtig beloofde te zullen op volgen en is het laaste ook na „gekomen, En hier meede van die rijken afstappende overgaande tot de Mandhaar is het mij bijsonder aangenaam geweest te sien uE hoog Edelheedens de door mij g'allegueerde reedenen om met het straffen van dat volkje nog wat te temporiseeren hebben gelieven goed te keuren en insgelijx van gevoelen sijnde datze door den tijd te magtig sullen worden, het aan mij gelieven gedefereerd te laaten daar omtrend sodanige middelen te appliceeren als de tijd en geleegentheid aan de hand sal komen te geeven, hoe seer ik nu ook wel soude geneegen sijn om van deese qualificatie gebruijk te maaken, ben ik egter nedrig van gevoelen dat soo lange den presenten koning van Bonij in 't leeven is daar van wel mag afgesien werden, niet alleen om dat hij soo als voorleeden Iaar ge„ „bleeken is, niet wel een geheijm kan bewaaren maar ook om desselvs teegenswoordige gesteld„ „heid hier boven aangehaald, maar komt Arou manpoe eens aan de regeering en hij beandwoord aan de verwagting die men met reeden van hem gehad en nog heeft, soo sal het sonder veel gekomen om slag Van Maccassar den 1:' Maij 1765 Van Maccasser den 1:' Maij 1765:— 189 omslag kunnen lukken alsoo het nu geen moeijte sal in hebben om de overwalse vorsten in deesen oorlog te doen deel neemen, soo als sij betuijgd hebben expres met een sterken magt te sijn gekomen op het gerugt datze in een Expeditie stonden te werden gebruijkt, ondertusschen gelie„ „ven vE: hoog Edelheedens sig te gerusten dat ik alle mijne vermogens sal aanwerden om de Comp: te houden buijten alle moeijlijkheeden en wel sorge sal dragen dat door mijn toedoen sulx niet komt te gebeuren en wijders de be„ „kruijsingen zoo veel en dikwils laaten doen als de tijds omstandigheid sulx wil permit„ „teeren, soo als dan ook ordre gesteld is dat de vaartuijgen dewelke tot de Expeditie na sum„ „bauwa, gelijk reets gezegd is, g'emploijeert zijn, ook de mangarijse Cust sullen moeten opneemen en soo het mogelijk sij volgens uE hoog Edelheedens ordre Boneratte en Calauwt een visite geeven om te onderstaan of aldaar ook lorrendraijers of smokkelaars sig sijn ophouden, hoe wel mij berigt is dat zederd van weegens den koning van bonij aldaar iemand geplaats zij om de sodanige te versaagen daar niemand meer durft aangieren maar men Legt dat nu die geene dewelke sig toeleg„ „gen op het sluijken der specerijen wel eens bou„ „ton aandoen ook wel dat gedeelte van sumbawa alwaar Taliwang legd insgelijk „ wel Balij en dan wijders haar Cours stellen bezuijden Java /:om in de straat sunda niet in de kaars te vliegen:/ direct haar begeeven na Bankahoelo en dat dit voor het grootste gedeelten sijn mand„ „dhareesen daar aan behoeft niet getwijffe ld te worden, dewijl ik jongst een maleijer der„ „waarts gesonden heb, quasi om te handelen, maar eijgentlijk om daar sig na het een en ander te Informeeren, dewelke mij bij sijn te rug komst. van sijn weder vaaren een schriftelijk berigt gegeven heeft onder de bijlagen almeede deese versellende waar aan ik mij met respect refereere Tot een nader bewijs dat de mandhareesen in vreese geweest sijn dat het haar gelden sou kan strekken, dat mij op den 30: october des jongst verweeken Jaars toegezonden is een silvere iemand beeker

NL-HaNA_1.04.02_3157_0280 view scan ↗

English

191. From Maccasser the 5th of May 1764 From Maccasser the 1st of May 1765 goblet and four muskets on behalf of the king of bonij, who had received these things from maradia Tjinrana, with the notification that it had come from a vessel which had run aground among the mandhaar about a month before the arrival of bonijs king from the inland regions, and when those vagabonds had brought these goods ashore, they were murdered by the mandhareesen, and that there was still a consignment of coffee beans and several other goods in the custody of two Javanese, in accordance with what was recorded in the common resolution of the 3rd of November of last year. I had the king of bonij thanked for this communication and requested him to arrange that the remaining goods together with the Javanese might be sent hither, and urged this further on the occasion of the above-mentioned visit, upon which that prince told me that an envoy had already been dispatched thither who had not yet returned, at which I then had to let the matter rest. Now proceeding to the places that stand directly under the obedience of the Company, I will state beforehand that on Galissong and Palembangkeeng the mortality has now been so excessive for nearly two years that, besides their regents, they have lost more than half of their inhabitants and the smallpox has severely prevailed there, but that through the appointment of daleng mapalie in place of bonto Cadatto who passed away, everything has been brought back to tranquility, and since, thank God, we are now experiencing healthier times, I hope that those places will return to their former state. Saleijer has also had its share, and according to the latest report from resident van Rossum there is still little improvement, but the severe illnesses and deaths rage there as before; however, the Regents have been here according to annual custom and remained until 193 From Maccasser the 1st of May 1765 From Maccasser the 1st of May 1765 until the beginning of November, when they departed again for their country, after first in an assembly daceng manompo was confirmed as Regent of Boele boele instead of the restless Dain masiki, who was abandoned by the subjects, as stated in the separate letter of the 10th of June of last year. Also, upon the testimony of those collective regents, the mindless Panka, regent of barang barang, was deposed from his office, and in his place, not only at the request of the subjects but also as the next of kin, daeeng mangaliki was appointed. And in place of the deceased daeing mangassing, daeeng manroppaij was appointed regent of the small region of onte, however all subject to the further respected approval of your Right Excellencies. These up to this point having been settled: Furthermore, daang marola was appointed as regent of Tanoentong, belonging under the residency of Maros, in place of the absent regent da eeng mamangoen. In the Northern and Southern provinces everything is at peace, yet the harvest at bonthain and boelecomba was again very poor, living in hope that Maros and the provinces subordinate thereto will sweeten this during the present year, for the rice crop there stands very fine, so that one may rightfully flatter oneself with a good harvest, especially if it pleases God to let a little more rain fall in this month. 195 From Maccasser the 1st of May 1765 From Maccasser the 1st of May 1765 the king of bonij had me requested for an interpreter, who then having been sent to him, that spokesman reported to me that his majesty had told him that he had received from Arou palacca (the mother of the king of Goach) a letter that had been brought thither with a Maccassarese vessel, it being signed by the prince of Taliwang (the usurper of the sumbauwareese kingdom), but that he could not well understand its contents and therefore had me requested to have those epistles translated into the Buginese language, yet above all insisting that the Maccassarese might obtain no knowledge thereof, for which reasons he had requested it of the aforesaid interpreter, as placing no trust in his own people; I had those two letters translated and found them to be of about the same content, namely that it appeared as if the Company wished to ruin the land of sumbauwa, of which they said the cause was the actions of bimas king, and that they therefore took their refuge in the king of Bonij. I made use of this opportunity to my advantage and immediately put to paper a draft of the answer to both those epistles, and had the king of bonij requested to let the same be dispatched with a small vessel, which I would have prepared in all haste for its conveyance, in which that prince having condescended after some wrangling, that small keel departed on the 26th of April, hoping to learn the outcome shortly and that the same will serve to, without the use of harsh measures, letters that

Dutch transcription

191. Van Maccasser den 5:' Maij 1764 Van Maccasser den 1:' Meij 1765 beeker en vier snaphanen van weegens den koning van bonij die het een en ander hadde ont„ „vangen van maradia Tjinrana, met be„ „kend making dat het was gekomen van een vaartuijg het welke omtrend een maand voor de komst van bonijs koning uijt de binnen lan„ „den onder de mandhaar afgeloopen was, en wanneer die vagabonden dit goedje aan de wal hadden gebragt waaren sij door de mandhareesen vermoord, en dat er nog een parthij Coffijboonen en meer andere goederen waaren onder berusting van twee Iavanen, Conform het aangetekende ter gemeene resolutie van den 3:' 9ber: des voor„ „leeden jaars, ik heb den koning van bonij voor deeze Communicatie laaten bedanken en versoeken om te bewerken dat de overige goederen benevens de Javanen herwaarts mogten gesonden werden en zulx bij ge„ „leegentheid der bovengem: visite na „der aangedrongen, waar op dien vorst mij zeijde dat er reets derwaarts was gedepecheert een sendeling die nog niet te rug gekomen was, waar bij ik het dan heb moeten laaten berusten. Nn overgaande tot de plaatsen die direct onder de gehoorsaamheid van de Comp: staan zal ik voor afseggen dat op Galissong en Palembangkeeng de sterfte nu sederd bij na twee Iaaren zo Excessief is geweest dat ze, behalven haare regenten, meer als de helft van haare inwoonders hebben ver„ „looren en de twee spald aldaar sterk gere„ „geert heeft dog dat het aanstellen van daleng mapalie in steede van bonto Cadatto die overleden alles weder tot rust gebragt is en vermits wij thans God zij gedankt geson„ „der tijden beleeven wil ik verhoope dat die plaatsen weder tot haar voorige staad sullen geraaken Saleijer heeft meede zijn deel gehad en vol„ „gens het Iongste berigt van den resident van Rossum is er nog weijnig beterschap, maar de swaare siektens en sterftens geraseeren daar nog als vooren, maar de Regenten zijn na Jaarlijxe gewoonte alhier geweest en verbleeven niet tot 193 Van Maccasser den 1:' Maij 1765 Van Maccasser den 1:' Maij 1765 tot in het begin van November, wanneer zij weder De Noorder en zuijder provin„ na haar land vertrokken sijn na dat voor eerst „cien is alles in rust, dog den oogst op in een bij eenkomst tot Regent van Boele bonthain en boelecomba weder boele was bevestigd daceng manompo seer sober geweest, leevende in hoope in steede van den onrustigen en bij de dat Maros en de daar onder „ Dain onderdanen gelaaten „ masiki „ als ver„ sorteerende provincien het zelve „meld staat bij apparte lettere van dit Iaar sal versoeten, want het van 10: Iunij des voorleeden Iaars. rijst gewasch aldaar seer fraaij Ook is op het getuijgen is die gesament„ staad, soo dat men sig met regt „lijke regenten den simeloosen Panka mag blatteeren met een goeden regent van barang barang van insaam, voornamentlijk als sijn waardigheit afgeset en in het God behaagd in deese maand dies plaats op het versoek der nog een weijnig reegen te laaten onderdaanen niet alleen maar ook vallen. als de naaste aangesteld daeeng mangaliki En in steede van den overleeden daeing mangassing tot regent van het land streekje onte benoemd daeeng manroppaijeg„ „ter alles op de Nader g'eer„ „de approbatie van uw hoog Edelheedens in Deese tot dus verre afges: Wijders is tot regent van Ta„ „noentong, gehoorende onder de residentie Maros, in steede van den g'absenteerden regent da eeng mamangoen aangesteld daang marola De Zijnde 195 Van Maccasser den 1:' Maij 1765 Van Maccasser den 1: Maij 1765 zijnde liet mij den koning van bonij versoeken om een tolk, die hem dan toegesonden zijnde rap„ „parteerde mij dien taalsman dat sijn majesteit hem hadde gesegd van Arou palacca /: de moeder van den koning van Goach:/ te hebben ontvangen een brief die met Een maccassaars vaartuijg al„ „daar was aangebragt, sijnde get:k door den prins van Taliwang /:den usurpateur van het sumbau„ „wareese rijk:/ dog dat hij dies inhoud niet wel begrijpen konde en mij dierhalven liet versoeken die Epistels te laaten oversetten in de boegineese taal, dog voor al Insteerende de maccassaaren daar van geen kennis mogte krij„ „gen om welke of reedenen bij den voors: Tolk hadde versogt, als geen vertrouwen stellende in sijn eijgen volk; Ik heb die twee brieven translateeren laaten en bevonden deselve te sijn omtrend van eenen inhoud„ namentlijk dat het scheen of de Comp: het land van sumbauwa wilde ruineeren, waar van sij de oorsaak sijde te sijn de gedoentens van bimas koning en dat zij daar om haar toevlugt namen tot de koning van Bonij, deese geleegentheid hebbe ik mij ten nutte gemaakt en aanstonds ten papiere gebragt een Concept van het andwoord op beijde die Epistels en den koning van bonij laaten versoeken dezelve sodanig te laaten afgaan met een klijn vaartuijg, dat ik tot dies overbreng in aller ijl gereedheid soude laaten brengen, waarinne dan dien vorst na eenig gehaspel hebbende gecondescendeerd is dat kieltje op den 26 April vertrokken, verhoopende binnen korten den uitslag te sullen verneemen en dat het selve sal strekken om sonder het gebruijk van scherpe middelen brieven dat

NL-HaNA_1.04.02_3157_0283 view scan ↗

English

197 From Maccasser the 1st of May 1765 From Maccasser under date the 1st of May 1765 the 2nd of October to bring that land into peace again, the copies of the abovementioned translations also being sent herewith among the annexes; wherewith, referring myself in the most respectful manner, I shall conclude this hereby, wishing that the blessing of the Almighty may overflow your High Noble Honors, while I remain with profound respect, below was written, High Noble Great Honorable Wide-Ruling Lord and well Noble Lords, lower, Your High Noble Honors' humble and obedient servant, was signed, C. Sinkelaar, in the margin, Maccasser in Castle Rotterdam the 1st of May 1765. Tuesday The ambassadors from Bouton have arrived in the roads, who immediately gave me notice of their arrival and requested access for tomorrow morning at 9 o'clock, which was granted to them, there having also arrived with the aforementioned ambassadors the sergeant who had been there on commission and two common soldiers. Wednesday the 3rd At 9 o'clock in the morning the ambassadors mentioned yesterday were brought from on board in the ordinary manner by two delegated members of the council and led with the customary honors inside the Castle and into the assembly hall, who were then welcomed by me Separate Daily Register of Castle Rotterdam at Maccasser beginning the 2nd of October Anno 1764 and ending the 26th of April Anno 1765 part 199 From Maccasser under date the 1st of May 1765 From Maccasser under date the 1st of May 1765 November Sunday the 28th and being seated, handed me a letter from their king and grandees of the realm of such content as can be seen in the annexes by the translation thereof; after which, following a brief discourse and partaking of a cup of tea, they took their leave and departed. Hereafter came in the applicants for the vacant regencies of Tankoeroe and Tjinrana, both belonging under the Residency of Maros, and there have been appointed, as the most capable and closest, as Regent of the first-mentioned place instead of the deceased Daleng Sitaba, a female person named Koena, and as Soellewatting, Carre Mannodjenngang; likewise as regent of the second settlement, Daleng Marowa, instead of the deceased Ea: Hebo. Thursday the 4th, the Saleijer regents came inside the Castle to present themselves according to custom, to whom I then ordered to have the laborers make a beginning with the customary court services by next Monday according to usage. Friday the 5th, the interpreter of the Bouton ambassadors came to ask permission for his master to pay a visit to the King of Bonij, which was gladly granted to them. Saturday the 6th, the Bonij interpreter Daeeng Mararaij appeared before me, bringing along on behalf of the King a letter for perusal which the ambassadors from Bouton had delivered to His Majesty, for which I sent kind thanks and word that I would have the same translated and then return it, the content of which is to be seen in the translation among the annexes. Saturday the 27th, an interpreter of the King of Sangar came to me, giving me notice that his master had arrived at the height of Saliscong, just as that petty potentate also arrived in these roads and Thursday the 1st, requested me through an emissary that access might be granted to him and a day appointed for it, whereupon I had him answered that I would let him know when I had the opportunity to receive him. Friday the 2nd, the Dompo Prince or Tureliehoe also requested access, to whom I had the same compliment paid as to the King of Sangar. Friday the 201 From Maccasser under date the 1st of May 1765 From Maccasser under date the 1st of May 1765 the King of Sangar. Saturday the 3rd, I sent the chief interpreter to the King of Sangar and Tureliehoe to appoint them both for next Monday morning, and the Saleijer regents for Tuesday morning. Monday the 5th, the King of Sangar and the Dompo Prince Tureliehoe were with me, having nothing to say except that they had come purely and solely to present their persons; I asked them where the other overseas princes remained, and received the answer that they were all preparing themselves and would surely appear within a few days, but that they had doubts about those of Sumbauwa. Tuesday the 6th, the Saleijer regents appeared in the Castle, who having all taken their seats, I told them that I had expressly convened this meeting to settle the affairs of their country, and therefore, if they had any disputes among one another, that they could make them known; but they declared that they had no difficulties, but Daeeng Manompo, who since their last presence had on my orders by the Resident Bakker instead of Daeeng Wednesday the 7th, on the occasion that I sent the chief interpreter to inquire after the well-being of the King of Bonij, His Majesty let me know that the Bouton ambassadors, having requested him Masikie as Regent of Balla Boelo, requested to be confirmed, which was then granted to him on the good testimony of the other regents and the desire of the community of the aforementioned settlement; just as also, on the testimony of all the regents regarding the insanity of Banka, the Regent of Barrang Barang, there was appointed in his place, to the satisfaction of the subjects, Daleng Mangaliekie, son of the former old regent, being the closest and most capable for that dignity. Likewise, instead of the deceased Daeeng Mangassing, Daeeng Manropaij was appointed as regent of the district of Onto. After which the regents collectively requested to be dismissed to be allowed to depart for Saleijer, which being granted to them, this meeting was hereby adjourned. Malikie to to

Dutch transcription

197 Van Maccasser den 1: Maij 1765: Van Maccasser nder dato den 1:' Maij 1765 den 2:' october dat land weder in rust te doen naa„ „ken, zijnde de Copias van boven„ „gem: translaaten almeede over„ „gaande onder de bijlagen; waar aan mij dan op het eerbiedigste re„ „fereerende sal ik deeze hier mee„ „de besluijten wenschende dat den zeegen van den Almachtigen uw Hoog Edelheedens mag over stroomen, terwijl ik met pro„ „fond respect blijve /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heere en wel Edele Heeren /:Lager: UE Hoog Edelheedens onderdanige en gehoorsamen dienaar /:was getekend :/ C: Sinkelaar /:in mar„ „gine:/ Maccasser in 't Casteel Rotterdam den 1:' Maij 1765:- sijn ter rheede g'arriveerd de gesanten van Dingsdag Bouton die mij aanstonds kennisse lie„ „ten geeven van haar arrivement en versog„ „ten acces Teegens morgen ogtend te 9: uuren het welk haar is g'accordeerd zijn„ „de teffens ook met gerepte gesanten aangekomen den aldaar in Commissie ge„ „weest zijnde sergeant en twee gemeene sol„ „daat 'S morgens om 9: uuren sijnde opgisteren Woensdag den 3:' gem: gesanten op de ordinaire wijse door twee gecommitteerde leeden van politie van boord gehad en met het gewoone honneur binnen het Casteel en in de vagederzaal geleijd dewelke dan door mij verwelkomt Apart Dagregister „des Casteels Rotterdam tot Maccasser beginnende den 2:' October A„o 1764: en Eijndigende den 26: April A„o 1765: part 199 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765: November Sondag den 28 en geseeten zijnde mij overhandigde een brief van haaren koning en rijxgrooten van sodani„ „gen inhoud als onder de bijlagen bij dies trans„ „laet kan werden beoogd waar na deselve na het houden van een kleijn discours en het nuttigen van een kopje thee haar afscheijd name en vertrokken Hier na quamen binnen de sollicitanten na de vacante regentschappen van Tankoeroe en Tjinrana, beijde gehoorende onder de Residen„ „tie maros en zijn als de bequaamste ende naaste aangesteld tot Regentesse van eerst gem: plaats in steede van den overleeden dallng sitaba Een vrouwspersoon gen:t koena en als soellewatting Carre mannodjenngang item als regent van de tweede negorije Daleng Marowa in steede van den overleeden Ea: hebo Donderdag den 4: quamen binnen het Casteel de Saleijereese regen„ „ten om sig na gewoonte te vertoonen aan dewelke ik dan ordonneerde om volgens usantie de werks volkeren teegens aanstaande Maandag een begin te laaten maaken van de gewoone Hofdiensten quam den tolk der Boutonse gesanten permissie Vrijdag den 5: vraagen voor zijn meester om den koning van bonij een visitee te geeven het geene haar gaarne accordeerde Verscheen bij mij den bonijse Tolk daeeng Mara Saturdag den 6: „raij meede brengende van weegens den koning een brief ter Lecture die de gesanten van Bouton aan sijn majesteijt hadde besteld waar voor ik genee„ „gentlijk bedanken en zeggen liet dat ik dezelve soude laten translateeren en als dan wederom senden sijnde dies inhoud te sien bij het Translaat onder de bijlaagen quam bij mij een Tolk van de koning van San„ Saturdag den 27. „gar mij kennisse geevende dat zijn meester op de hoogste van sal isCong g'arriveert was soo als dat potentaatje ook Ter deeser rheede arriveerde en Mij door een sendeling liet versoeken dat hem Donderdag den 1: acces mogt verleend en een dag daar toe bestemd werden waar op ik hem liet andwoorden dat ik hem soude laaten weeten wanneer ik geleegentheid had om hem te ontvangen Liet ook acces versoeken den Dompose prins of vrijdag den 2: Tureliehoe die ik het selve Compliment als aan vrijdag den 201 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 Van Maccasser onder dato den 1:' Maij 1765 den koning van Sangar liet maken Saturdag den 3: Heb ik den oppertolk gesonden na den koning van sangaren Iureliehoe om haar beijde te appoinc„ „teeren tegens aanstaande maandag agtend en de Saleijerse regenten teegens dingsdag ogtend Maandagders sijn bij mij geweest den koning van Sangar en den Dompose prins Turelihoe hoe hebbende niets te seggen als dat sij naar enkel en alleen waaren gekomen om haar persoonen te vertoonen; Ik vroeg haar waar de overige overwalsche vorsten bleven en kreeg ten andwoord datze sig alle gereed maakten en binnen korten dagen wel souden op dragen dog dat ze twijffelde aan die van sumbauwa dingsdag den 6: sijn in Casteel verscheenen de saleijerse regenten dewelke alle sitplaats genomen hebbende seijde ik haar deeze bij een komst expresselijk te hebben belegd om de saaken van haar land af te doen en dierhalven soo ze eenige geschillen onder mal„ „kander mogten hebben datze sulx konde te kennen geeven dog zij betuijgde geene moeijlijk„ „beeden te hebben maar daeeng Manompo die sederd haar Iongste aanweesen op mijn ordre door den Resident Bakker in steede van daeeng Bij geleegentheid dat ik door den oppertolk woensdag den 7: na de welstand van Bonijs koning te vraagen heeft mij sijn majesteit laaten weeten dat de boutonse gesanten hem versogt hebbende Masikie als Regent van balla boelo versogt om bevestigt te worden het welke hem dan op de goede getuijgenis der overige regenten ende begeerte der gemeente van ger: negorije is g'accordeerd geworden soo als ook op de getuijgenis van alle de regenten weegens de sinneloosheid van Ban„ „ka de Regent barrang barang in desselvs plaatse met genoegen der onderdaanen is aangesteld daleng mangaliekie zoon van den voorigen oud regent sijnde de naaste en de bequaamste tot die waardigheijd Insgelijx is in steede van den overleeden daeeng mangassing tot regent van het landstreeksje onto aangesteld daeeng manropaij waar na de Regenten gesamentlijk ver„ „sogten te werden gelicentieerd om na saleijer te moogen vertrekken het welk haar g'accordeerd sijnde is hier meede deeze te samen komst ge„ „scheijden Malikie om om

← previousnext →