VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3157

Surat · 479 pages · 190 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3157_0195 view scan ↗

English

From Amboina, the 31st of May 1765 From Amboina, the 31st of May 1765: to be brought into an illusion, no, but that the aforesaid native chiefs solely intend with that complaint to destroy the entire means of subsistence and henceforth to miss nothing more in the delivery of the cloves, to which, if they could achieve it, no doubt all those who are suppliers of one thing or another to various administrations at the capital of the Indies would also be inclined, and must yield or give up certain percentages for the benefit of the administrator, according to the regulation and ordinance regarding the provisions and further perquisites for the servants of the Company at Batavia of the 28th of August 1755, because such would accord with their interest. However, whether this complaint was made in a sinister manner, I say in a sinister or underhand manner, because they could have addressed it with full right to me—who only recently entered into the administration anno passato after the delivery had already finished, and consequently could not be regarded, as apparently will now be regarded and held by those to whom such is unknown, as the one who makes the repeatedly mentioned chiefs miserable, to use their words in their translated letter of the 30th of May 1764, having authority here—and, obtaining no hearing, could then have brought it to the ear and eye of Your High Excellencies, was not primarily done to pose quasi as the honest man and to color their conduct, which, if it could be proven, is punishable by nothing less than death, is very much doubted by me. For Your High Excellencies may, if it please you, see from the accompanying report of the native of Sirrij Lorrij named Pattij Siewa, who was dispatched today to the capital of the Indies pursuant to the sentence of the Council of Justice of the 20th of May, article 5, that the Ceram people obtain most of their cloves from Saparoua, otherwise called Honimoa, and Nussacaut, and that not a single regent is innocent of smuggling, which is not without the appearance of truth, for the roving of the Ceram people occurs most frequently around those two islands. And what reason indeed do these regents have more than those of the island of Oma, the coast of Aitou Laricque, and Leijtimor to complain about that loss of 20 per cent, if it were not quasi to cover their smuggling thereby? And therefore, subject to correction by Your High Excellencies' wiser judgment, I am of the opinion that it is an audacious undertaking for a vassal to request something from the representative and sovereign with a kind of threat, as the repeatedly mentioned chiefs do, that those percentages or 20 pounds out of the 100 pounds may be credited to them so that they—quod notandum—do not make the Company's clove trade known to other nations, just as if they were the most innocent people in the world, while in the meantime, according to the statement of the just-mentioned report, they are the greatest plotters with the Ceram people and their adherents. For which bold conduct, in my humble opinion, they all deserve to be punished as an example to others, at least those among the 20 persons who may have signed the letter to Your High Excellencies, which cannot be seen from the translation, all the more because, contrary to common custom in other places, it was not handed over to the chief commander to be dispatched to Batavia under the Company's seal. Yet, lest I appear to be self-interested, I can assure Your High Excellencies that this matter of the clove delivery and what depends upon it was one of the principal points of my attention at the beginning of my administration, in order to guard the native against all extortions and chicanery regarding this, as Your High Excellencies will find convincing proof in the instruction which I drafted for the clove commissioners, as noted in the general letter dispatched today under the main section of the clove crop, after I had accurately informed myself about the weighing thereof during the hongi inspection and had also learned from the respective regents what percentages they deemed in fairness to be taken from the cloves, when they declared as with one voice, 20 pounds out of the 100 pounds, in proof of which I have the honor to present to Your High Excellencies herewith in original a Company's

Dutch transcription

Van Amboina den 31: Maij 1765 Van Amboina den 31: Maij 1765: in een denkbeeld gebragt te weezen, neen, maer dat de voorsz: Inlandsche hoofden met die klagte eenlijk bedoelen om het gantsche mid„ „del van bestaan de bodem in te slaen en voor„ „taen niets meer bij de leverantie van de na„ „gulen temissen, waar toe, wanneer zij 't konden wel brengen ongetwijffelt mede „ zouden inclineeren alle de geene die ter Jndias hooftplaets van het een off ander leverantiers aan dese en geene administratie zijn en zekere percentos ten voordeele van den administrateur moeten laten vallen aff geven, volgens het Regle„ „ment en ordonnantie wegens de provi„ „sien en verdere douceurs voor de dienaeren van de Comp: tot Batavia van den 28:' aug„s 1755, wijl zulx met haer intrest over een zoude komen. Maar off deze klagte op een sinistre wijze gedaen, Ik zegge op een sinistre off slinkse wijze om dat zij die met „ haal goed regt aan mij, dewelke A:o passato nieuwelings in 't bestier kwam na dat de Leverantie al afgelopen en gevolgelijk niet konde worden aangezien gelijk nu apparent van de geene van wien zulx onbekent is zal aengezien en gehouden worden voor den ejenen die meerm: hoofden /: om mij van haere woorden in derzelver translaet brieff van den 30 Maij 1764 te bedienen:/ elendig maakt, als hier het gezag hebbende hadden konnen doen, en geen gehoor erlangende dezelve dan vervolgens brengen tot het oor en oog van Ve Hoog Edelens niet hoofdzakelijk is geschiet om daer meede quasie de eerlijke man te ver„ „beelden en hun gedoente dat, indien het beweesen konde worden, niet minder als met de dood straf„ „baeris te coloreeren word bij mij seer in twijf„ „fel getrocken, want V' Hoog Ed:s kunnen des behagende bij het nevens leggende Relaes van den heeden na Indias hooftplaets volgens sen„ „tentie van den Raed van Iustitie van den 20: Maij verzonden werden den inlander van sirrij Lorrij in name Pattij Siewa zier art: 5 dat de Cerammers hunne meeste nagulen van Saparoua /:anders gezegt Honimoas:/ en Nussacaut krijgen en dat geen een Regent aan morshandel onschuldig is, het pen niet buij„ „ten schijn van waerheijt is, want het zwer„ „ven, der Cerammers, geschiet, het frequentst, rond som„ die twee eijlanden; En wat reeden hebben dog deeze regenten meer als die van 't Eijland oma, de Cust Aitou Laricque, en Leijtimor om over dat gemis van 20 p„r C„to te doleeren 6„ hoofden zoo Van Amboina den 31: Maij 1765. Van Amboina den 31:' Maij 1765 zoo het niet was om daer mede quasihun„ „nen sluijkhandel te bedekken, en dier„ „halven ben ik onder Correctie van uw hoog Edelens wijser gevoelen van sentimant dat het een vermeeten bestaan is van een vasal van aen den repraesentatie en souverain iets te verzoeken met een zoort van bedreijging, gelijk de meerm: hoofden doen, dat die percentos off 20: lb: van de 100 ponden een mogen worden goed gedaen op dat zijff quod notandum 's Comp:s nagul handel aan geen andere natien bekent ma„ „ken, even als off zij de onschuldigste van de wereld waeren, en ondertussen na het dic„ „tum van even gem: Relaes de grootste kon„ „kelaers met de Cerammers en haere adheren „ten zijn, over welk stout bestaen zij na mij„ „ne geringe gedagten allen meriteeren andere ten exempel gecorrigeert te worden, ten min„ „sten die geene welke uijt de 20: stux de brieff aan uw hoog Edelens mogten getekent heb„ „ben, het geen uijt het translaet niet te zien is te meer dewijl ze tegens het algemeen gebruijk op andere plaatzen niet aan den hoofd gebieder overgegeven is, om onder Comp:s cachet na Batavia verzonden te worden. Dog op dat ik niet schijne g'intresseert te zijn kan ik VW. Hoog Edelens verzekeren dat dit stuk der Nagul Leverantie en het geene daer aan dependeert een der voornaemste poincten mijner betracting in den aanvang mijner Regee„ „ring is geweest om den Inlander te praecavee„ „ren voor alle extorsien en krevcharijen daar omtrent, gelijk u hoog Edelens daar van een door slaand bewijs vinden inde Instructie dewelke ik voor de nagul gecommitt:s blij„ „kens, het aangeteken bij de heden afgaande gemeene brieff onder het hoofdeel van 't Nagul gewas ontworpen heb, na dat ik in de hongij visite mij op het weegen derzelve nauwkeu„ „rig had g' informeert en ook van de respective regenten vernomen welke percentos dat zij oordeelden in de billijkheijd te bestaan dat van de nagulen genomen wierden wanneer zij als uijt eene mond verklaerden 20: lb: van de 100 ponden, ten bewijse van het welke ik de eer heb uw hoog Edelh:s bier bezijden in origineel te presenteeren Comp:s een

NL-HaNA_1.04.02_3157_0197 view scan ↗

English

May 1765 From Amboina, the 31st From Amboina, the 31st of May 1765 A booklet of three-quarter sheet small format paper that one of the Regents, I would almost dare say the most faithful of all to the Company, namely the pati of Soeli, Pieter de Costa, handed over to me in this regard, with the declaration that at the time of the administration of Messrs. Steijmetsz and Roseboom he was one of the moving causes that the percentages for the subsistence of the servants were regulated in such manner and approved by the respective native chiefs, and why I also left it on that footing pending the further disposition of Your High Excellencies; all the more because I presently have the pleasure of being able to inform Your High Excellencies that the chiefs in general, both of Honimoa and Nussalaut as well as of Haroeko or the island of Oma, and the Hitoe Coast together with Laricque and Leijtimor, have declared to me to be extraordinarily well pleased with the present treatment, among them even some who said that, modestly speaking, they had never seen the weighing proceed as honestly as now during this last harvest of this year; for which reason I have also made no further move to investigate the aforementioned complaint beyond what has already been noted herein. Having herewith answered Your High Excellencies' letter of the 14th of December of last year, I shall proceed to your honored secret resolution of the 4th of that month, whereby it was ordered to have the cruising of the south and north coasts of Ceram begin, just as in the past year, with redoubled diligence as early as possible, with as many sloops, pantjallings, and orembaaien as I should deem necessary. Since up to now no other evidence against the former orangkaya of Kessing, Hamba, has come to light nor been possible to investigate other than that already communicated to Your High Excellencies, he is, pursuant to your respected order, to be restored to his office again, in order to return to his village with the first opportunity. 23 Amboina, the 31st of May 1765 From Amboina, the 31st of May 1765 orembaaien as I should deem necessary, and regarding which Your High Excellencies hoped that no complaint of a shortage would be made, because, besides the sloops present in this province, the Noteboom and Nagelboom, alongside the pantjallings the Sapparoua, the Liefde, the Pepertuijn, and the Spion, there had also been sent hither the bark the Buijs, the sloop the Haak, with the pantjallings the Smaak and Het Verlangen, for whose extraordinary manning it had been approved primarily to make use of the 100 sailors who, with 125 soldiers, were to be sent beyond the regular crew with the ships destined for this government, Giessenburg and Vrouwe Elizabeth; concerning the execution of which order, deliberating with the Council on the 9th of March, I found myself obliged not only to make known to them: That from this it appeared most clearly that it was the intention and absolute desire of Your High Excellencies to have the whole of Ceram with the islands situated nearby cruised again this year from this government; and That Your High Excellencies' aim seemed very much to be that one would have to employ for that purpose, if not all, at least most of the aforementioned vessels, and that Your High Excellencies consequently must have been in the firm confidence that all of them were in a usable condition; also That the aforementioned ships would arrive here early enough that one could make use, for the aforementioned purpose, of the soldiers and sailors detached hither; But also to recall that in the past year the cruising was carried out in two squadrons, one on the north and the other on the south side of Ceram, and that it should take place again on that footing in case one had sufficient forces at hand; but that the members were aware of the manner in which, to prevent illicit trade as much as possible, one had had the shores of the spice-yielding offices cruised since the month of October, as is noted in the general resolution of the 29th of September past, by: 1 Sloop 188 25

Dutch transcription

Maij 1765 Van Amboina den 31:' Van Amboina den 31: Maij 1765 een boekje van drie quart vel kleijn formaet papier dat een der Regenten, ik zoude wel bij na durven zeggen de getrouwste van alle voor de Comp: namentlijk de pattij van soelij Pieter de Costa, mij deswegen overgegeven heeft, met betuijging dat hij ten tijde der Re„ „geering van de Heeren Steijmetsz en Roseboom een der beweegende oorzaken is geweest dat de per„ „centos voor het middel van bestaen der dienae„ „ren in diervoegen zijn gereguleert en goed gekeurt door de Respective Inlandse hoofden en waerom ik het ook op dien voet gelaten heb tot de nadere dispositie uwer hoog Edelhedens, te meer dewijl ik thans dat genoegen heb van hoog dezelve te mogen bedeelen dat de hoofden in 't generael zoo wel van Honimoa en Nussalaut als van Haroeko of het Eijland oma; en de Cust Hitou mitsg:s Laric„ „que en Leijtimor mij verklaart hebben extra wel te vreeden te wezen over de tegen„ „woordige behaendeling, daer onder zelfs zommige die zeijden dat ze /:onbe„ „roemd gesproken :/ nooijt gezien hadden dat het zoo eerlijk met het weegen was toegegaen als nu met dezen laesten in Hier mede beantwoort hebbende VW Hoog Edel:s missive van den 14: xber: des voorleden Jaars zal ik overgaen tot derzelver gehonoreerde secreete Resolutie van den 4: dier maand waer bij g'ordon„ „neert is bij de bekruijzing van de zuijden Noord custen van Ceeram even als A„o passato met verdubbelde vlijl zoo vroeg mogelijk te doen beginnen met zoo veel sloepen, pantjallings en Vermits tot dus verre geen an„ „dere bewijzen ten Laste van den geweezen orangkaeij van kessing Hamba opge„ „komen nog te indageeren geweest zijn als de u Hoog Edel:s reets gecommuniceerde, staat sij ingevolge derzelve gerespecteerde ordre weder in zijn ampt herstelt te worden om na zijne negorij met de eerste occagie te rug te keeren. zaam van dit Jacr, weshalven ik ook geen verder beweging tot onderzoek van de kla voorgewaegde „ gedaen heb als in deesen bereets is genoteert. Haem orembaeijen . 23 Amboina den 31: Maij 1765:— Van Van Amboina den 31:' Maij 1765 orembaijen als ik nodig zoude oordeelen en waer omtrent uw Hoog Ed:s hoopten dat over geen gebrek geklaagt zoude worden, wijl buijten de in desen provintie aan wezende chia„ „loupen de Noteboom en Nagulboom nevens de pantjallings de sapparoua, de Liefde, de nog Pepertuijn en de spion herw:ts gezonden waren de barck de Buijs de chialoup de Haek met de pantjallings de smaak, en Het verlangen tot welker Extra ordinaire beman„ „ning goed gevonden was voornamentlijk ge„ „bruijk te laten maeken van de 100: mat„ „troosen die met 125: zoldaeten met de naer dit gouvernement aangetegende scheepen gierzenburg ende vrouwe Elizabeth buijten de gewone Equipagie stonden tepezonden te werden, over de Executie van welke ordre den 9: Maart met den Raad de libeth ren„ „de ik mij verpligt vond dezelve niet alleen te kennen te geven Dat daer uijt ten duijdelijksten consteer„ „de de Intentie en absolute begeerte uwer Hoog Ed:s tewezen om geheel Ceeram met de daer bij gelegene Eijlanden desen Jaere weder uijt dit gouvernem:t te doen bekruijzen, en Dat hoog derzelver oogmerk veel scheen te zijn dat men daar toe zoo niet alle ten minsten de meeste der voorgewaagde vaer„ „tuijgen zouden moeten emploijeeren, mitsg:s dat u Hoog Ed:s gevolgelijk in het vast vertrou„ „wen moesten zijn dat die alle in een bruijk„ „bare staet waeren, ook Dat de voorn: scheepen zoo vroegtijdig hier zouden opdagen dat men ten voorsz: eijnde van de herw„s gedetacheerde soldaten en mattroosen gebruijk zoude konnen maken. Maar ook te herinneren dat in den voorle„ „den Iare de bekruijzing in twee smaldeelen de eene aan de noord en de andere aan de zuijd zijde van Ceeram was geschiet en dat dezelve op dien voet weder soude moeten geschieden inge„ „valle men genoegzaeme magt aan handen hadde maer dat de leden bekent was in wel„ „ker voegen men de stranden der specerij gevende Comptoiren ter voorkoming zoo veel mogelijk van den sluijk handel zedert de maand october, gelijk bij d' gemeene Resolutie van den 29: 7ber passato aangetekent staet, hadde laten bekruijzen door Dat 1: Chialoup 188 25

NL-HaNA_1.04.02_3157_0199 view scan ↗

English

From Amboina the 31st of May 1765 From Amboina the 31st of May 1765 1 sloop 4 pantjallings and 22 orembaaien And that since then, on account of heavy leakage, there had to come up hither: in the month of December the sloop the Nooteboom; in January the pantjalling the Pepertuijn, now decommissioned and sold; in February the pantjallings the Saparoua and the Liefde; and in March the pantjalling the Spion; all, except for the Pepertuijn, to be rebuilt; furthermore that the pantjallings De Smaak and 't Verlangen, arrived from Batavia, on account of their poor condition, also had to be repaired and rebuilt. That the first of these, after its rebuilding, was dispatched to the south side of the island of Oma to occupy the place of the pantjalling the Liefde in the cruising patrol; that the sloop the Haak, having run aground at Nallahia on the island of Nussalaut and subsequently having been towed to Saparoua, had to be provided with a new mast and topmast, as well as much rigging; and That one thus only had on hand to be used in the aforementioned expedition: the bark the Buijs; the sloop the Nagelboom, summoned for that purpose from the Aijer Falla; the pantjallings 't Verlangen and the Saparoua, both being already repaired and provisioned; along with another 26 orembaaien, which I, having summoned hither partly from the cruising patrol of the beaches of Nussalaut and partly from various negorijen, had appeared here, one after the other, since the 20th of February; while the sloop the Noteboom and the pantjallings the Liefde and the Spion, still having to be taken in hand, could not be made ready in time to be likewise employed in the aforementioned expedition. That one, moreover, was so poorly provided with men that it was impossible to properly man all those vessels, since, with the relief received with the ship Giezenburg of 90 military personnel according to the initial plan and 49 sailors, one had no more on hand than 90 soldiers and 40 sailors who in the aforementioned Amboina the 31st of May 1765 From From Amboina the 31st of May 1765 aforementioned expedition, beyond the ordinary crew of the vessels themselves, could be used, seeing that the Vrouwe Elizabeth had not yet been sighted and after its arrival the expedition could not remain postponed, since time was passing to sail to the southeast coast of Ceram for the chastisement of the islands of Poulo Gisser and Ceram Laut, with the negorijen Keffing, Kowai, Keleloehoe, Kellebia, and Kellemoerij, in such manner as was very expressly ordered to be executed by the aforementioned resolution of Your Right Honourables; proposing therefore to the members whether one should employ and deploy for the aforementioned expedition the bark the Buijs and the sloop the Nagelboom with the pantjallings Het Verlangen and the Sapparoua, being the only vessels that could presently be used, and if so: whether one should divide them again into two squadrons, the one to the south and the other to the north coast of Ceram, or rather, combined with the aforementioned orembaaien, detach them first to the south and subsequently to the north coast; whereupon was taken into consideration: On the one hand, the positive order of Your Right Honourables to have both the south and north coast of Ceram cruised. On the other hand, that one had no other than the aforementioned four vessels on hand and thus had to strictly confine oneself to their employment, and Thirdly, that if one were to divide the aforementioned vessels in two, it was to be feared that one would weaken the force too greatly to undertake the aforementioned expedition with any hope of success, since rumors had already spread that as many as 90 Macassar, Buginese, Mandarese, and other vessels, besides another 50 Papuan kora-koras, were along the coast of Ceram in the fairway, who certainly would have no good intentions, and that it was therefore utmost necessary that one kept the force together, in order not to pointlessly increase the obstinacy of those people by undertaking a powerless expedition, the more so because On the one hand these

Dutch transcription

Van Amboina den 31: Maij 1765 Van Amboina den 31: Maij 1765 1: Chialoup 4: pantjallings en 22: orembaijen En dat daer van zedert, mits zware leccagie Eer„ „waards hadden moeten opkomen in de maand December de Chialoup de Nooteboom, in Janu„ „arij: de pantjalling de pepertuijn nu afgelegt en verkogt; in februarij de pantjallings de Saparoua en de Liefde en in Maart de pantjal„ „ling de Spion; alle behalven de peper thuijn om vertimmert te worden voorts aat de van Batavia gearriveerde pantjallings De smaak en 't verlangen mits derzelven slegte gesteltenis, mede gerepareert en vertimmert hadden moeten worden. Dat de eerste daar van na zijne vertimme„ „ring was gedepecheert nae de zuijdkant van het Eijland oma om in de bekruijzing te dicu„ „peeren de plaats van de pantjalling de Liefde. dat de Chialoup de Haak op Nallahia ten Eijlande Nussalaut vervallen en vervol„ „gens na Saparoua gebougseert zijnde van een nieuwe mast en steng ook van veel tuij„ „gagie voorzien moest worden en Dat men dus eenlijk aan handen hadde om in de bovengem: expeditie gebruijkt te kunnen worden de barck de Buijs de Chialoup de nagulboom tot dat eijnde almee„ „de van de aijer Falla opgeroepen de pantjallings 't verlangen en de saparoua als beijde reets gerepareert en voorzien wezende benevens nog 26 Orembaijen die ik ten deele uijt de bekruij„ „ling der stranden van Nuscalaut en ten deele van diverze negorijen herwaerts ont„ „boden hebbende de eene voor en de andere na zedert den 20: februarij alhier verscheenen waren, terwijl de chialoup de Noteboom en de pantjallings de Liefde en de Spion nog onder handen genomen moetende worden niet zoo vroegtijdig in gereetheijd konden worden gebragt om in voorsz: expeditie mede g'emploijeert te worden. Dat men daer bij ook zoo slegt van volk voorzien was dat die vaartuijgen alle om„ „mogelijk na behooren konden bemant worden alzoo men met het bekomen ontzet met het schip giezenburg van 90 militairen primo plan en 49 mattroo„ „zen niet meer aanbanden hadden als 90: zoldaten en 40: mattroosen die in meerm Amboina den 34:' Meij 1765: Van Van Amboina den 31: Maij 1765. meerm: expeditie buijten de ord=re Equipagie der vaartuijgen zelve gebruijkt konden worden, nademaal de vrouwe Elizabeth nog niet opgesaagt was en na dies komst de expeditie niet konde blijven uijtgestelt, dewijl de tijd ver„ „liep om de zuijt oostcust van ceeram te be„ „zeijlen tot kastijding van de Eijlanden Pou„ „lo gisser en Ceeram Laut met de negorij kef„ „fing kowai, keleloehoe,kellebia en kellemoerij invoegen die bij opgem: Resolutie uwer Hoog Ed.:s wel uijtdrukkelijk geordonneert wierde te Executeeren; proponeerende dier„ „balven aan de Leeden off men de barcq de Buijs en de Chialoup de Nagulboom met de pantjallings het verlangen en de sappa„ „roua als de eenigste vaartuijgen zijnde waar van tegenwoordig gebruijk te maken was zou„ „de emploijeeren en aanleggen tot meerm: ex„ „peditie en zo Ia: of men die weder in twee smaldeelen de eene nae de zuijd en de andere nae de noord Cust van Ceeram verdeelen dan wel gecombineert met de voorsz orem„ „baeijen eerst naede zuijden vervolgens nae de noord Cust detacheeren zoude, waer Op men in Consideratie nam Eensdeels de positive ordre uwer: Hoog Ed: s om de zuijten noord Cust van Ceeram, beijde te doen bekruijsen. Anderen deels dat men geen andere dan de voornoemde vier vaertuijgen aan handen hadde en zig dus tot derzelve emploij absolut bepaelen moest, en Ten derden dat zoo wanneer men evengem: vaartuijgen in tweee kwam te verdeelen het te vreezen was dat men de magt te zeer verzwak„ „ken zoude om de voor gewaagde Expeditie met eenige hofte van succes te onderneemen na„ dien de gerugten zig reets verspreijd hadden dat er al 90 maccaessaerse, boegineese, Manda„ „reese en andere vaertuijgen buijten nog 50 pa pouse Corre Corren onder de Ceram„ „se wal in 't vaerwaeter waren, die ze„ „kerlijk niet veel goeds in den zin zouden hebben, en dat het dus ten uijttersten noodzaekelijk was dat men de magt bij een hielde om door het entameeren van een machteloose expeditie de batsterrigheijt van dat volk niet nutteloos te vermeerderen, te meer dewijk Een sdeels dese

NL-HaNA_1.04.02_3157_0201 view scan ↗

English

Amboina the 31st May 1765 From Amboina the 31st May 1765 since this combination would cause not the slightest hindrance to the cruise around the north coast of Ceeram, as that is usually undertaken late anyway, and it was experienced in the past year that the squadron of the south had enough trouble to weather the passage of Keffing by the ultimate of April, and that it consequently would be easier for the fleet to drop down from the east side along the south and run around the west to the north, than to sail around the east side and head north in the month of April or May, on account of the danger it runs of being caught on a lee shore by a south or south-east wind during an early onset of the east monsoon, for which reason it was resolved to employ and fit out for the above-mentioned cruise the bark de Buijs the sloop de Nagulboom and the pantjallings het verlangen and de saparoua To sail, combined with the aforementioned 26 orembaijen well provided with ammunition and provisions, directly to Ceeram Laut and Poulo gisser, in order to punish those islands as well as Keffing and the negorijen Quellemoerij, Kellebia, Kowai and Kelleloehoe in the severest manner as a deterrent to others for the shown hostilities towards our cruisers and the capturing of the Banda pantjalling de garnal, by the destruction of dwellings and vessels and the slaying of all that offer resistance, as well as after doing so to drop down westwards along the south side to the north, to remain cruising there until the ultimate of July next, and in passing to inspect the negorijen, and to assault with all might and completely destroy those whose inhabitants offer resistance or where spices are found, along with all vessels found on the beaches or in the creeks and rivers, without however committing any violence or brutalities against women and children. Furthermore, also to inspect all encountered vessels, and to bring in such wherein even the least spices are discovered, or, if they should be an impediment to the cruisers, to destroy them and to treat their crew as formal spice thieves. As well as to proceed in like manner with all such vessels that might be found without genuine passes, even if they contain no spices. Yet to pursue all vessels that attempt to escape the cruisers, and if they refuse to tolerate the inspection, to compel them thereto by force, even if, if necessary, those offering resistance should be sunk. The execution of all of which has, by the secret Resolution of the 9th March last and the accompanying Instruction, been entrusted to the persons appointed as heads of this expedition to the south and north coasts of Ceeram, namely from the militia Captain Hendrik van den Brink, along with the Ensigns Matthijs Guthart and Paulus van Weeber, and from the maritime service the commanders of the respective vessels, namely Chief Mate Johannes Gumberg Second Mate Jan Blank Second Mate Jacob De Clerk, and Second Mate Tiet Bronkborst, as well as from the native Regents the patih of Soelij, Pieter de Costa, who, having departed from here on the 15th March equipped in such manner as the accompanying note demonstrates, came to anchor on the 25th ditto between Poulo gisser and Ceram Laut, from which islands and from Keffing the inhabitants, according to the report of a Papuan boy and girl, had taken flight two days prior with lock, stock, and barrel to the Goram Islands, leaving behind several large and small vessels alone, which the cruisers set on fire along with all houses standing there, and cut down the fruit trees, wherewith they were engaged until the 2nd April, when the heads of the expedition deliberated on pursuing the aforesaid peoples, but encountering difficulties therein, they desisted from the same, and on the 3rd April set their course westwards along Ceeram's south coast for the inspection of the negorijen. Having from Keffing down to Kisselaut nothing

Dutch transcription

Amboina den 31:' Maij 1765: Van Van Amboina den 31:' Maij 1765 dewijl dese Combinatie geen deminste linder zoude toebrengen aan den kruijstogt om de noord Cust van Ceeram, alzoo die dog doorgaens laten ondernomen word en men in den „e leden Iare ondervonden heeft gehad dat het smaldeel van de zuijdwerks genoeg gehad heeft, om met ult:o April 't gat van keffing boven te zeijlen en dat het gevolgelijk voor de vloot gemakkelijker zoude vallen om van de oostkant langs de zuijd afte zakken en om de west na de noord te lopen als in de maend April off Meij de oostkant om te zeijlen en „ de noord te stevenen om de wille van het gevaer datze loopt van bij een vroege doorbrake der oost mousson met een zuijde of zuijd ooste wind op een lager wal bezet te raken, weshalven besloten wierde tot de bovengem: kruijstogt te emploijeeren en aanteleggen de barcq de Buijs de chialoup de Nagulboom en de pantjallings het verlangen en de saparoua Om gecombineert met de voorwaerds gementioneerde 26: orembaijen wel van ammonitie en leeftogt voorzien direct na Ceeram Laut en Poulo gisser te zeijlen, ten eijnde die Eijlanden benevens hef„ „fing en de negorijen quellemoerij, Kellebia, kowai en kelleloehoe over de betoonde vijan„ „delijk heeden aan onse kruijssers en het aflo„ „pen van de Bandase pantjalling de garnal andere ten afschrik op het strengste te kastijden door vermieling van woningen en vaartuijgen en ter nedermaking van al wat wederstandbied, mitsg:s na zulx langs de zuijd zijde westwaerds aftezakken na de noord, om aldaer te blijven kruijssen tot ult„o Iulij aanstaande, en empassant de negorijen te visiteeren en de zulke welker bewooners wederstand komen te bieden off daer specerijen gevonden worden met alle magt aan te tasten en geheellijk te vernielen met alle vaertuij„ „gen welke aan de stranden off in de kree„ „ken en rivieren aangetroffen worden, zon„ „der egt er eenig geweld off brutali„ „teijten aan vrouwen en kinderen te plegen van voorts - 31 Amboina den 31: Maij 1765: Van Amboina den 31:' Meij 1765:— voorts ook alle re„contreerende voartuij„ „gen te visiteeren en de zulke waer in maer de minste specerijen ontdekt wor„ „den op te brengen, off zo zij de kruijs„ „sers hinderlijk mogten zijn te verpie„ „len en derzelver Equipagie als formeele specerij dieven te behandelen. Mitsgaders ingelijker voegen te werk te gaen met alle zodanige vaartuijgen die zonder egte passen mogten worden aange„ „trofffen, schoon ze ook geen specerijen in Dog alle vaertuijgen welke de kruijssers tragten te ontlopen na te zetten, ende visitatie niet willende gedogen, dezelve met geweld daar toe te dwingen, al zou„ „den als noods de wederstand biedende in de grondgeboort worden. van welk een en ander de Executie bij de ter secreete Resolutie van den 9:' Maert Jongstl: ingelijkde Instructie opge„ „dragen is aan den ten dage tot hoofden dezer expeditie na de zuijd en noord Custen van Ceeram aangestelde perzoonen, te weten uijt de militie den Capitain Hendrik van den Prink nevens de vendrigs Matthijs guthart en Paulus van Weeber en uijt de zeevaert de gezaghebbers der respective vaartuijgen namentlijk den opperstuurman Iob:s Gumberg onderstuurman Ian Blank „ „ onderstuurman Iacob De Clerk en „ onderstuurman Tiet Bronkborst mitsg:s uijt de Inlandse Regenten de pattij van Soelij Pieter de Costa dewelke den 15: Maart dusdanig uijt gerust als de nevens leggende notitie doceert van hier vertroc„ „ken wezende, den 25: dito ten anker zijn gekomen tusschen Poulo gisser en Ceram Paut, van wel„ „ke eijlanden en van keffing de inwoonderen twee daegen te voren na het Rapport van een papouse Ionge en meijd de vlugt genomen hebben met zak en pak nae de goramse Eijlanden tengelaten verscheidene groote en kleene en alleen vaertuijgen, welke de kruijssers met alle daer staende huijzen in brand gestoken en vrugtbomen om ver gekapt hebben, waar mede zij doende geweest zijn tot den 2: April, wanneer de hoofden der Expedi„ „tir in beraadnamen om voorsz: volkeren te vervolgen, maer daer in zwarigheijd vindende van het zelve hebben afgezien, en den 3:' April hun cours westwaerds af„ „gestelt langs Ceerams ruijd cust ter visitatie der negorijen. Hebbende van keffing aff tot kisselaut toe uijt niets Van hebben

NL-HaNA_1.04.02_3157_0203 view scan ↗

English

From Amboina, the 31st of May 1765: From Amboina, the 31st of May 1765 nothing was found but the enemy, except for the village of Oerong, whose orang kaya came on board the cruisers and willingly permitted the inspection. At Asang, 4 large Buginese vessels, at Davang, 2, at Kellibon, 7, and at Kisselauw, 2, among them some as large as a Company pantjalling, were burned. At Davang and Kellibon our men encountered two strong bentings, and captured one of them, namely the first, but had to abandon the other, because their gunpowder was exhausted, and they had two dead and eight severely wounded. The booty obtained at both the villages of Asang and Davang consists mostly of white and dark blue linens, guineas and percales, Macassar sarongs and Javanese kletjes, as appears from the accompanying list showing the attached swatches that were found on the white linen. They were also unable to take possession of the village of Celor, despite having been in action there for three hours, for which reason they dropped down to Kissalauw, and from there sent to Saparoua, for further transport to this principal place by the pantjalling Het Verlangen, all the wounded and disabled, the former consisting of 9 heads, among them also the second mate De Clerck who was shot through the collarbone and out through the left shoulder blade, and the latter of 15 heads, according to the accompanying list and letter from the chiefs of the expedition of the 25th of April, on which day in the evening they would attempt to set fire to the village of Kissalouw and furthermore go inspect Tobo, although they feared they would also have to leave that village or cliff without having accomplished anything, just like Celor, because they lacked the means for it, without however, as ought to have been done, specifying in their letter what these consisted of, so that one could have reinforced them with it if necessary. However, pursuant to a separate Resolution of the 2nd of May, because the villages of Kellibon, Celor and Tobo are the foremost which the aforementioned chiefs were ordered among other things by their instructions to inspect, there was further sent to them Amboina, the 31st of May 1765 From From Amboina, the 31st of May 1765 500 lb of gunpowder, 100 pieces of hand grenades, 50 mortar shells and 2 small barrels or 2160 pieces of ball cartridges, and in addition, in place of wounded and disabled men, reinforced with 2 sergeants, 2 corporals, 20 common soldiers, 12 sailors, 1 third surgeon and 1 gunner. Whereunto one was enabled by the soldiers who had returned on the same day from the cruise below Haroeko and Sapparoua with the cruising orembaais under the command of the Rajas of Soija and Kielang, whether those were perhaps the means they needed to overcome the aforementioned villages, whereto they were urged by letter of the 3rd of May to exert every effort, whether after having already passed them, the winds serving thereto, they turned back, or otherwise, if it should be more convenient for them, they ran along the north side of Ceram eastward through the passage of Keffing to thus pay the aforementioned three villages another visit, in which latter case Ceram Laut could once more be visited to see whether the fled inhabitants might perhaps have returned, and to seize their artillery that was seen there last year by the second mate De Clerck, because it was judged that if those three settlements were left without having accomplished anything, this would only make their inhabitants too proud and daring, and that one should therefore seek to prevent this through the awe of the Company's arms. To which the chiefs of the expedition replied on the 12th of May that on the 26th of April, having been right under the cliff of Tobo and having closely inspected it, they found it best to abandon it, since there was no other choice but to fruitlessly waste many men before it, as that cliff, below as well as above, was well provided with people from all the villages above, who, having already lost everything, had retreated thither. And that it was impossible in the east monsoon, which is already beginning to blow through, to reach the shore at Celor and Tobo with vessels or orembaais, and that it was also impossible to hold out at Pulau Geser and Ceram Laut, even if one approached it by the north. Likewise, that by the above-mentioned means which they did not have at hand they meant a bombardier, since the ones present could not place a single grenade or carcass from the mortar in the location where it ought to be.

Dutch transcription

Van Amboina den 31: Maij 1765: Van Amboina den 31:' Meij 1765 niets gevonden als vijand, uijtgezondert, de Negorij oe„ „rong, wiens orangkaeij bij de kruijssers aan boord is geweest en de visitatie gewillig heeft toegelaten. Op Asang zijn 4: groote Boegine se vaartuijgen op Davang 2: op Kellibon 7: en op kisselauw 2: daar onder sommige zoo groot als een Comp„s pantjalling verbrand. Op Davang en kellibon hebben de onse twee sterke bentings ontmoet, en een daer van, nament„ „lijk de eerste vermeestert, maer de andere moe„ „ten verlaten, vermits hun kruijt op was, en zij twee dooden en agt sware gequetsten hadden. De buijt op beijde de negorijen Afang en Davang behaalt, bestaat moest in witte en bruijn blauwe Lijwaten, guin:s en parcallen, Maccassaerse Sarongs en Javaense kletjes, blijkens de nevens leggende lijst toonende de daer aangelegte stukjes aen, welken „ op het witte Lijwat gevonden zijn. De negorij Celor hebben zij mede niet kun„ „nen magtig worden, niet tegenstaende drie uuren daar mede in actie geweest zijn, weshalven zij na kissalauw afzackten, en van daer na Saparoua ter verder transport nae dese hooftplaetse met de pantjalling het verlangen afzonden alle de gequetste en impotenten, bestaende de eerste daer onder ook de onderstuurman de clerck die bij het sleutel been in en het Linkerblad weder uijt gescho„ „ten is geweest in 9: en de laeste in 15: koppen, volgens overgaende lijst en brieff der hoofden van de expeditie van den 25: April, ten wel„ „ken dage zig des avonds de negorij kissalouw zouden zoeken in brand te steeken en voorts zob0 gaen bezoeken, hoe wel zij vreesden die negorij off kclip almede onverrigter zaak te zullen moeten verlaeten even als celor, vermits hen de mid„ „delen daer toe ontbraeken, zonder die egter zoo als hadde behooren te geschieden bij haeren brieff op te geven, waar in dezel„ „ve bestonden, op dat men hen daer mede des noods hadden konnen secondeeren, egter heeft men ingevolge apparte Resolutie van den 2: Maij om dat de negorijen kel„ „libon, Celor en Tobo de voornoem„ „ste zijn die voorm: hoofden bij In„ „structie onder anderen gelast zijn te visiteeren hen nog toegezonden na 500 lb Amboina den 31: Meij 1765 Van Van Amboina den 31:' Maij 1765 500 lb: buskruijt 100 p:s bandgranaten 50 „ mortier granaten en 2 „ vaatjes off 2160: p:s scherpe patroonen en daer bij ook insteede van „ geblesseerde en impotente man„ „schappen versterkt met 2: sergeants 2: Corporaels 20: gemeene militairen 12: mattroosen 1: derde meester en 1: Cannonier Waar toe men in staet gesteld wierde door de uijt de kruijstogt van onder Haroeko en sapparoua ten zelven dage met de kruijs orembaeijen, on„ „der het gezag van de Radjas van soija en kielang terug gekomene zoldaeten, off dat zouwijlen de middelen waren die zij nodig hadden om voors: negorijen te overmeesteren, waer toe hen bij brieve van den 3: Maij gerecommandeert is alle krag„ „ten in te spannen het zij datze dezelve algepasseert zijnde en de winden daer toe dienende te rugh keer„ „den off anders zoo hen zulx gelegener mogte vallen de noord kant van Ceram oostwaerds op door het gaft van keffing liepen om aldus meerm: drie negorijen andermael een visite te geven, wanneer in 't laeste geval ceeram Laut nog eens konde worden bezogt om te zien off de gevlugte inwoonderen somwijlen mogten wesen gereverteert en met haar geschut dat in den voorleden Jaere aldier gezien is door den onderstuurman de Clerck te attrapeeren zijn, om dat men oordeelde dat wanneer die drie gehugten onverrigter zake verlaten wierden zulx derzelver bewoners maer te trots en te stoutmoedig maken zoude en dat men het zelve dierhalven door 't ontzag van 's Comp:s wa„ „penen moest zoeken voor te komen. waar op de hoofden der Expeditie den 12: Maij antwoorden dat zij den 26:' April heel „ onder de klip van Tobo geweest zijnde en die nauw be„ „zigtigt hebbende best„ hadden deselve te verlaten dewijl er niet anders op was als vrugteloos veel volk er voor te spillen, ter zake die klip onder zoo wel als boven wel voorzien was van volk uijt alle negorijen van boven, die reets alles quijt geraakt wezende derwaards afgezakt waeren. oost En dat 't onmogelijk was in de „ mousson die nu al begint door te blasen op celor en Thobo met vaertuijgen off orembaeijen aan de wal te komen en het ook op Poulo gisser en ceeram Lautschoon men 't al om de noord op haelde, niet te houden was. Item dat zij met de bovengen: middelen die zij niet aan hand hadden bedoelt hebben een bombardier, wijl de bij Een zijnde geen „ graenaet nog brandkogel uijt de mortier konde brengen ter plaatse daer zee wezen moet. inwoonderen waerlijk

NL-HaNA_1.04.02_3157_0205 view scan ↗

English

May 1765 From Amboina the 1st From Amboina the 31st of May 1765: Truly a misfortune for the Company that its good intentions are frequently thwarted by the incompetence of its servants, for had the bombardier known his art, and had the Amboinese not been so cowardly that, despite numbering over 900 heads, they took flight at the first sight of an enemy and left our people in the lurch, as can be seen in the letter from the commanders of this Expedition dated the 12th of May, it would have been very likely that the cruisers had captured the redoubt of Kellibon and perhaps also gained some advantage over Tobo and Celor. Notwithstanding that every precaution was taken to provide the vessels properly, it was nevertheless learned with very great surprise from the aforementioned cited letter of the 25th of April that the bark De Buijs and the sloop De Nagulboom were already leaking so badly that they could barely be kept afloat, and that the commanders of the expedition feared for them if they had to complete the cruising voyage. Wherefore, since in their opinion the greatest damage had already been inflicted upon the enemy, and the costs to the Company, running very high month by month, could be reduced, they proposed to send only two pantjallings and twelve orembaaien to Ceram's north coast in order to chastise Groot and Klein Stottie and cruise through the Seven Islands, and then have the remaining orembaaien return hither with the two aforementioned vessels. This incident, caused, as I hear, by the considerable straining that the vessels endured in the heavy seas on the east coast of Ceram, and by the firing of cannons, caused me no small embarrassment because there was not a single vessel at hand that equaled the bark De Buijs or the sloop De Nagulboom in size and could be sent to relieve either of them, since the Nooteboom had not yet been repaired and the sloop De Haak, which arrived here from Batavia via Sapparoua and Haroeko, was such a poor sailer that it could be of no service in such Expeditions, and was therefore also about to be dispatched back to Haroeko to collect a cargo of cloves, and the pantjalling De Liefde, on account of the prolonged absence of the bark De Draak expected from Banda, was being used to transport the cloves in small batches from Laricque to this head office, and the pantjalling De Smaak had also already been recalled from under Haroeko from its cruise to be replaced by the pantjalling De Spion. Therefore, deliberations were held as to what should be done in this case: embrace the proposal of the commanders of the cruising expedition, or leave the cloves uncollected, since, aside from De Liefde and De Smaak, both having but little loading capacity, no vessel was presently at hand for their transport from Hila and Laricque. The former was deemed inadvisable, partly because of the expenses already incurred for the expedition, and partly because such a division of the fleet would weaken the force too much, since the cruisers, having encountered great resistance at Hottij in the previous year, ought to appear formidable. And the latter, namely leaving the cloves uncollected, would also cause inconvenience, resulting in one of the two ships, namely the Vrouwe Elizabeth, not being able to depart for Batavia at the regular time together with Giezenburg, but having to remain behind until the sloop De Haak had completed the round trip to the offices of Hila, Haroeko, and Laricque and collected the cloves from one office after the other. In addition, consideration was given on the one hand to the danger to which the bark De Buijs and the sloop De Nagulboom were exposed if they were not allowed to return from the fleet, and on the other hand, not only to the weakening that their departure would cause to the force of the cruisers if their places were not replaced with other vessels, but also to the predicament in which one would be placed regarding the transport of the cloves from the outer offices if one made use of the pantjallings De Liefde and De Smaak along with De Spion, as there were no other vessels besides them. For all which reasons, it was judged best and resolved, for the sake of the expenses already incurred, to let the expedition be carried out according to the established plan, and thus to choose the lesser of two evils, and accordingly to send out to meet the cruisers the pantjallings De Liefde, De Smaak, and De Spion, in order that

Dutch transcription

Maij 1765 Van Emboina den 01: Van Amboina den 31: Maij 1765: waerlijk een ongeluk voor de Comp: dat haer goede oogmerken veeltijds door de onbekwaemheijd haeren dienaeren verijdelt worden, want had de bombardier zijn kunst verstaan en waeren de Amboineesen zoo lachieus niet dat zij niet tegenstaende een getal van over de 900: koppen uijtmakende op het eerste gezigt van een vijandde vlugt namen en de onzen steek lieten, gelijk te zien is bij de hoof brieff der „ van dese Expeditie van den 12: Maij, was het zeer apparent geweest dat de kruijssers de benting van kellibon verovert en somtijds ook eenig voordeel behaalt hadden op Tobo en celor. Niet tegenstaende men alle voor zorge heeft gebruijkt om de vaartuijgen na behoo„ te voor „ren „ zien, vernam men egter met zeer veel surprize uijt de voorwaerds geciteerde brieff van den 25:' april dat de barcq de Buijs en de chialoup de Nagulboom reets zoo lek waren datze ter nauwer nood boven water kon„ „den gehouden worden en dat de hoofden der expeditie voor deselve bedugt waeren bij aldien zij de kruijstogt moesten volbrengen weshalven zij, vermits na hunne gedagten den vijand de grootste schade reets was toege„ „bragt ende kosten van de Comp: maand voor maand al hoog op stok lopende, zouden konnen worden vermindert, kwamen te proponee„ „ren om enkel twee pantjallings en twaelff ovem„ „baijen na Cerams noord kant te zenden ten eijnde groot en kleijn stottie te gaan kastijden en de seven eijlanden te door kruijsen en dan de overige orembaijen met de twee voornoemde vaartuijgen herw„s te doen op komen. Dit incident gecauseert, zoo ik hoor, door het Consi„ derabel werken dat de vaertuijgen in de zware zeen aan de oostkant van Caram gedaan hebben, en door het schieten, baarde in mij geen kleijne ver„ „legentheijd om dat men geen een vaertuijg aan handen hadde dat de barcq de Buijs off de Chialoup den Nagulboom in grootheijd evenaarde en ge„ „zonden konde worden om een van beijde afte lossen, na dien de Nooteboom nog niet vertimmert was en de hier van Batavia over Sapparoua en Haroeko g'arriveerde Chialoup de Haak zoo een slegte zeijlder was dat die geen dienst konde doen in diergelijke Expeditien, en daer om ook weder na Haroeko stond gedepecheert te worden ten afbael van een Lading nagulen, en de pan„ „tjalling de Liefde mits het lang uijt blijven der van Banda verwagt wordende barck De drack gebruijkt wierde om in kleijne parhijen de nagulen van Laricque nae dit heeft comptoir konnen over 39 Van Amboina den 31:' Maij 1765 Van Amboina den 31: Maij 1765 over te brengen, ook reets van onder haroeko uijt haar kruijstogt opgeroepen was de pantjalling de smaak om door de pantjalling de spion vervangen te worden. Dierhalven nam men in deliberatie wat men in dit geval soude doen, het voorstel van de hoofden der kruijs expeditie amplecteeren off de nagu„ „len onafgehaalt laten, vermits buijten de Liette en den smaak beijde maer weijnig kunnende la„ „den tot derzelver transport van Hila en La„ „ricque geen vaertuijg â praesent aan handen was, het eerste wierd met raedsaam g'oordeelt eensdeels om de reets gecimpendeerde kosten tot de expeditie en anderendeels om dat zoo een verdeeling van de vloot de magt te zeer ver„ „swakken zoude, dewijl de Kruijssers, in den voorleden Jare een groote wederstand op Hottij gevonden hebbende formisabel dienen te voorschijn te komen, En het laaste, off het onafgehaalt laten der nagulen, ook dit in Con „vernieut veroorzaeken zoude tot een der twee schepen namentlijk de vrouwe Eli„ zabeth niet op de ord:e tijd tegelijk met giezenburg na Batavia konde vertrek„ „ken maer over moest blijven leggen tot dat de Chialoup de Haak de ronde op de Compt=en Hila Aaroekae en Laricque gedaen en van het eene comptoir voor en het andere na de nagulen afgehaelt hadde daar bij kwam ook nog in Consideratie aan de eene kant het gevaer waar aan de bark de buijs en de Chialoup de Nagulboom g'expo„ „neert wierden, in dien men de zelve niet uijt de vloot liet op komen, en aen de andere kont niet alleende verswakking die derzelve opkomst aen de magt der kruijssers geven zoude, indien men derzelver plaats met geen andere vaertuijgen kwam te remplaceeren, maar ook de verlegentheid waer in men gebragt zoude worden ten aanzien van den over voer der nagulen van de buijten Comp„ „toiren zoo men gebruijk maekte van de pantjal„ „lings de Liefde en de Smaek benevens de spion, alzoo men buijten dezelve geen andere vaartuij„ „gen hadde. welke om alle „ redenen best g'oordeelt en verstaen wierde om de wille van de reets gedaene kosten de expeditie ingevolge het gemaakte plan te laeten volvoeren en dus van twee kwaden 't minste te kiesen en dien volgens de kruijssers te gemoet te zenden de pan„ tjallings de Liefde, de smaek ende spion dat om

NL-HaNA_1.04.02_3157_0207 view scan ↗

English

From Amboina, the 31st of May 1765 From Amboina, the 31st of May 1765 in order to distribute the militia and naval personnel across them, along with the provisions and ammunition goods from the Buijs and the Nagulboom, and thereafter to have the two last-mentioned vessels dispatched hither, solely with as many men as might be necessary for their transport. For the aforementioned purpose, the pantjallangs de Smaak, de Omaal, and de Spion, while de Liefde was expected daily from Hila, were immediately summoned from Haroeko and sent together on the 8th of May from here to the cruisers, as well as on the 18th and 23rd thereof, first arriving with him at the Haroeko factory, where they arrived on the 10th ditto with the entire fleet, and the native chiefs requested to be allowed to put their orembaais, which were quite battered, back in order, and to be allowed to swap out their sick, amounting to more than 200, which was granted to them; from where also 15 disabled soldiers and 11 seamen were sent hither for healing. Whereupon he resolved immediately to send out against that rabble the cruising orembaais with Ensigns Guthard and Weber, who chased one of those vessels onto the beach between the negorij Wassoe and Aboro and thus took possession of it, with one brass and iron swivel gun, item a musket, some linen, and some wet and bad cloves. Meanwhile, Captain van den Brink made preparations to continue his cruising expedition to the north coast of Ceeram, but on the 21st of May a rumor arrived that, according to a Haroeko letter of that date, the Ceram people were strongly multiplying in the waterways of that island. That the day before, four vessels had intended to attack the negorij Hoelalieuw, but on account of the firing from the negorij had crossed over to the island Molanen. That likewise seven kora-koras had intended to call at the negorij Aboro, but were driven away from there by the people of that settlement. From Amboina, the 31st of May 1765 From Amboina, the 31st of May 1765 The people from it having fled into the forest, and afterward two severed heads thereof were brought up from Wassoe. Upon that news, and that already 34 similar piratical vessels had steered in the direction toward Elipapoetij on Ceeram's south coast, according to a letter from the Haroeko chief Hartog of the 23rd of May, I wrote to the commanders of the cruising fleet the following day that the appearance of so many Ceram vessels again in the waterway advised and seemed to make it necessary that they remain for a short time in the vicinity of these islands to protect them against the robberies and attacks of that rabble, since one must set the beacons according as the tides run; and therefore I also fear that the fleet will at times not be able to steer to the north of Ceeram, because the South Cerammers seem to have set their sights on these coasts to take revenge for the damage done to them, considering that, according to a Saparoua letter of the 21st of this month, at five o'clock in the morning of that day, 14 of their vessels were in the roadstead of Poorto, but were forced by the firing of the people of that negorij and Haria to draw back at seven o'clock. And also according to earlier writing of the 20th ditto, news arrives daily that those rovers show themselves almost everywhere at sea and sometimes approach somewhat closer to land. The people of the two aforementioned negorijs having on the 22nd of May manfully driven off some Cerammers who had come ashore on the spit of Haria's district, and shot one of them dead, whose head they displayed on Saparoua, as appears from a letter from the chief S:t Plam of the 23rd of that month, who also reports therein that at about one o'clock in the afternoon he saw some ten of those rovers cross over from the point of Paperoe deep into the sea toward Sussalant, who were pursued at 3 o'clock by some cruising vessels, but apparently have escaped, as nothing has been heard of them since. Your High Noblenesses will also gather from the attached letter of the aforementioned chief of the 25th of this month that four Ceram vessels were at the island Molaenen and their crews came ashore, and destroyed and took away everything, both of the corporal and surgeon and of the lepers, of whom a youth from Haija, named Malaij, who was sent thither from here in the year 1763, was murdered by them with several wounds, while the others escaped by fleeing. And had the aforementioned corporal and surgeon not luckily been at Poorto to obtain some provisions, they would possibly have had to suffer the same fate as that leper, as that rabble cried: "Mana Hollanda, mana orang Compania, mistie dapat," where are the Dutchmen, where are the Company's people, we must have them; for which reason the chief has provisionally detained those two elderly persons on Saparoua, so as not to have them become the sacrifice of that predatory and murderous rabble, which he fears will indeed return there, and on that occasion seized the corporal's complete weapons as well as his pieces of furniture that were kept together in his dwelling. Of the militia in this province, both stationed at the Castle and at the subordinate factories and posts, as well as being on the cruising expedition, I have the honor to present herewith the general short strength list, as it was on the 24th of this month; but since 28 heads are already lacking from the complete number of 684 heads, and the third part of those men consists of natives, upon whose courage little reliance can be placed, I take the liberty humbly to request your High Noblenesses...

Dutch transcription

Van Amboina den 31:' Maij 1765: Van Amboina den 31: Maij 1765 om daer over de militie en zeevaart met de proviand en ammonitie goederen van de Buijs en den Nagulboom te verdeelen en na zulx de twee Laestgenoemde vaertuijgen herwaerds te laten despecheeren eenlijk met zoo veel manschap als tot derzelver trans„ „port nodig mogte zijn. Zijnde ten voorm: Eijnde de pantjallings de smaak aen de omaal en de spion, ter„ „wijl de Liefde alle daag van Hila te gemoet gezien wiert, ten eersten van Haroeko opgeroepen en te samen den 8: Maij van hier nae de kruijssers afgezonden, mitsg:s den 18: en 23: daar aan eerst bij hem g'ar„ „riveert ten Comptoire Haroeko, alwaar zij den 10. dito met de gantsche vloot„ aangekomen zijn en de Inlandse hoofden verzogt hebben hunne orem„ „baeijs die heel ontramponeert wal„ „ren weder in ordre te brengen en haere zieken meer als 200 bedragende te mogen vermuijlen, het geen hen toegestaen is, van waer ook 15: impotente mili„ „tairen en W1: zeevaerende herwaerds gezonden Waer op hij resolveerde ten eersten op dat geboefte uijt te zenden de kruijs orembaeijen met de vendrigs guthard en weber dewel„ „ke een dier vaertuijgen op strand gejagt hebben tusschen de negorij wassoe en Aboro en het zelve aldus meester geworden zijn, met een metale en ijzere droeij bas, item een snaphaen, eenig Lijwaet en wat natte en slegte nagulen zijn ter geneezing. Jntusschen maekte de Capitain van den Brink praparatie om zijn kruijstogt te vervol„ „gen nae de noord Cust van Ceeram, maer den 21: Maij kwam er een gerugt in, dat volgens Haroekose brieff van dien datum de Cerammers sterk in 't vaerwater van dat eijland ver„ „menigvuldigden Dat daags te vooren vier vaertuijgen de negorij Hoelalieuw hadden willen attacquee„ „ren, maar om de wille van het schieten uijt de negorij overgestoken waeren na 't Eijland Mo„ „lanen. Dat insgelijks seven Corre Corres de negorij Aboro hadden willen aandoen, dog van daar ver„ „dreven waeren door de volkeren van dat gebugt: Zijn zijnde 6 Van Amboina den 31:' Maij 1765:— Van Amboina den 31:' Maij 1765 Zijnde het volk daer uijt aan de mal gevlugt en naderhand twee afgeslagene hoofden daer van van wassoe opgebragt Ik heb op die tijding en dat er al 34: soort ge„ „lijke rooff vaartuijgen de kant uijt na Elipa„ „poetij aan Ceerams zuijd Cust gestevent wae„ „ren navolgens schrijven van 't Haroekos op„ „perhooft Hartog van den 23:' Maij de hoofden der kruijsvloot den volgenden dag aan„ „geschreven dat de verschijning van weder zoo veel Ceramse vaartuijgen in 't vaerwater aanried en noodzake„ „lijk scheen te maken dat zij zigh nog voor een korten tijd in de na bijbeijd dezer eijlanden kwamen op te houden om die tegens de roverijen en aenvallen van dat gesprijs te dekken nademaal men de bakens dient te verzetten na dat de tijen verlopen en daarom vrees ik ook dat de vloot somwijlen niet na de noord van Ceeram zal kunnen stevenen, ver„ „mits de zuijd Cerammers het op deze custen schijnt gemunt te hebben om revengie te neemen over de Een gedane afbreuk, gemerkt volgens sapparouase brieff van den 21: deser, dien dag des morgenste vijff uur 14: hunner vaertuijgen op de rhede van Poorto zijn geweest maar door het schieten der volkeren van die negorij en Haria genoodzaekt geworden te seven uur afte densen. En ook luijt vroeger schrijven van den 20: dito dagelijks tijding inloopt dat die swervers zig meest over al in zee vertonen en somtijds het land al wat naderen. Hebbende de volkeren der evengem: twee nego„ „rijen den 22: Maij eenige Cerammers die op den uijthoek van Harias district aan land gekomen waeren manhaftig verjaagt en een derzelve dood geschooten, waar van zij de kop op saparoua vertoont hebben, blijkens brieff van het opper„ „hooft S:t Plam van den 23: dier maend, dewelke ook daar bij meld dat hij des middags omtrent een uur een stuk off thien van die swervers van de hoek van Paperoe diep in zee na sussalant heeft zien oversteeken, die ten 3: uuren door eenige kruijs vaertuijgen gevolgt, dog volgens het Van Amboina den 31: Maij 1765 Jan Amboina den 31:' Maij 1765. ontkomen het apparent „ zijn, wijl daar van zedert niets vernomen is. zullende u Hoog Ed:s bij de nevens leg„ „gende brieff van even gem: opperhoofd van den 25: deser nog te vooren komen dat vier Ceramse vaertuijgen op het Eijland Molaenen geweest en de volkeren daer van aen de wal gekoo„ „men zijn, mitsg„s alles gedestrueert en weg„ „genomen hebben zoo van den Corporaal en Chirurgijn als van de Leprosen, waer van een Ionge van Haija. Malaij gen:t, dewelke in A„o 1763 van hier derwaarts gezonden is, met verscheijde wonden moordadig door hen ter dood is gebragt, terwijl de andere het door de vlugt ontkomen En waren voorm: Corporaal en Chirur„ „gijn met pergeluk op Poorto geweest om wat provisie op te doen, zouden zij moogelijk het zelfde noodlot van dien melaatschen hebben moe„ „ten ondergaen, alzoo dat geboefte geroe„ „pen heeft Mana Hollanda Mana orang Compania mistie dapat, waar zijn de Hollanders, waer Van de mititie in deze provintie, zoo aan het Casteel als op de subalterne Comptoiren en posten bescheijden, mitsg„s op de kruijs„ „togt zijnde, heb ik de eer hier nevens over„ „te leggen de generaele korte sterkte, zoo als die was den 24: huijus, maar alzoo aan het Compleete getal van 684: koppen al reets 28: komen te mancqueeren en het derde deel dier manschap uijt In„ „landers bestaat, op welker Curagie weij„ „nig staat te maeken is, zoo neeme de vrijheid u Hoog Edelens ootmoedig te ver„ is het volk van de Compania dat moeten wij hebben, om welke reden het opperhoofd die twee bejaarde menschen bij provisie op Saparoua aangehouden heeft om ze niet te doen worden het slagt offer van dat rooff en moorzugtig geboefte, het welk hij vreest dat aldaar wel weder komen zal en bij die occasie meester gewor„ „den is van des corporaels volle wapenen zoo wel als van zijne meubeltjes die te samen in desselfs woning geborgen waeren. is zoeken, zijn.

NL-HaNA_1.04.02_3157_0210 view scan ↗

English

49 From Amboina, the 31st of May 1765 From Amboina, under the date the 31st of May 1765 request that, to replace the deceased and those still dying daily, as many European soldiers may be sent to your Honors as the military force on Batavia will permit, the more so because by the General Regulation on the improvement of the servants of the last of July 1753, title 11, b 16, it was enacted that the number of the Mardijkers may not exceed one tenth of the garrison, and here, as stated, it constitutes a good third. Remaining for the rest with the greatest respect, beneath stood, Right Honorable, Mighty and highly Esteemed Sir, and Honorable and Mighty Sirs, lower, From your Honors, the very humble and faithful Servant, was signed, W: Fockens, in the margin, Amboina in Castle Victoria, the 31st of May, anno 1765. The Lord Governor having exhibited to the meeting for reading the secret resolution of their Honors dated the 4th of December 1764, received by the ship Giesenburg, containing the provisions and arrangements regarding the patrolling which their Honors have resolved to have carried out this year with redoubled diligence, as early as possible, solely from this government, just as in the past year, on the north and south coasts of Ceram, with as many sloops, pantjallings, and orembaaien as his Honor might judge necessary, and regarding which their Honors hoped that no lack would be complained of, since, besides the chaloups already present in this province, the Nooteboom and Nagulboom, alongside the pantjallings Sapparoua, de Liefde, den Peperthuijn, and den Spion, there were also sent hither the bark de Buijs, the sloop den Haak, with the pantjallings den Smaak and het Verlangen, for whose extraordinary manning it was approved chiefly to make use of the 100 sailors, Saturday, the 9th of March, anno 1765 Council of Policy, absent the Chiefs of the spice-producing offices. Saturday who From Amboina, under the date the 31st of May 1765: From Amboina, under the date the 31st of May 1765: — who, with 125 soldiers, were to be dispatched beyond the ordinary crew with the ships Giesenburg and the Vrouwe Elisabeth, which had been put into service for this government; his Honor subsequently made known to the members that from this it appeared most clearly that the intention and absolute desire of the High Government of the Indies was to have the whole of Ceram with the islands situated near it patrolled again this year from here; that their objective indeed seemed to be that one should employ for that purpose if not all, then at least most of the aforementioned chaloups and vessels, and that the aforementioned government was consequently of the view or firm confidence that they were all in a serviceable condition, and that the aforementioned ships would also appear here so early that for the aforesaid purpose one would be able to make use of the soldiers and sailors detached hither, adding furthermore thereto that his Honor, for the aforesaid reasons, found himself obliged to recall to the members that in the past year the patrolling had been done in two squadrons, one on the north and the other on the south side of Ceram, and that the same ought to take place again on that footing in case one had sufficient forces at hand, but that the members were aware in what manner the beaches of the spice-producing offices had been patrolled since the month of October, in order to prevent smuggling as much as possible, by 1 chaloup and 4 pantjallings; that the first of these, after its repair, had been dispatched to the south side of the island Oma, to take the place in the patrol of the pantjalling de Liefde; that the chaloup de Haak, having run aground at Nallahia and subsequently having been towed to Sapparoua, had to be provided with a new mast and topmast, and also with much rigging, and that one therefore presently only had at hand to be able to be used in the above-mentioned expedition: the bark de Buijs, the chaloup de Nagulboom, also recalled for that purpose by his Honor from Ayer Talla, the pantjallings 't Verlangen and 22 orembaaien, according to the entry in the common resolution of the 29th of November past; and that since then, on account of heavy leaks, there had to come up hither: in the month of December, the chaloup de Nooteboom, in the month of January, the pantjalling de Peperthuijn, in the month of February, the pantjallings de Sapparoua and de Liefde, in the month of March, the pantjalling de Spion, all to be repaired, except de Peperthuijn, which will have to be decommissioned as no longer in a state to be able to sail; that the pantjallings de Smaak and 't Verlangen, which arrived from Batavia, had also had to be repaired and refitted because of their poor condition. 51

Dutch transcription

49 Van Amboina den 31: Maij 1765 Van Amboina onder dato den 31: Maij 1765 „zoeken dat tot remplacement der overledene en nog dagelijks stervende zoo veel Europeeze zoldaten Eerw„s geschickt mogen worden als de militaire magt op Batavia zal toelaten, te meer om dat bij het generaal Reglement op de verbetering der dienaeren van Vlt:o Iulij 1753: tit: 11. b 16 gestatueert is dat het getal den Juls niet boven een tiende van de bezetting bedraegen mag en het hier zoo als gezegt ruijm een derde uijtmaakt. blijvende voor het overige met de meeste eerbied /:onderstond:/ Hoog Edele Gestrenge groot Achtbaere Heer, en Wel Edele gestrenge Heeren /:Lager:/ Van u Hoog Edelens de zeer onderdanige en trouwschul„ „dige Dienaar /:was getekend:/ W: Fockens, /:in marginne:/ Am„ „boina in't Casteel Victoria den 31: Maij Ao 1765: De Heer Gouverneur aan de vergadering ter lecture g'exhibeert hebbende de met het schip Piezen„ „burg ontfangene secreete resolutie Harer Hoog Ede„ „lens van den 4:' december 1764: houdende de dispositien en schikkingen omtrent de bekruijsing die hoog de„ „zelve geresolveert hebben desen Jaare met verdubbelde vlijt zo vroeg moogelijk alleen uijt dit gouvernement even als anno passato aan de noord en zuijd custen van Ceram te laten doen met zo veel sloepen pantjallings en orembaeijen als zijn E nodig oordeelen mogt en waar omtrent Haar Hoog Edelens hoopten dat over geen gebrek geklaagt zoude worden wijl buijten de in dese provintie reets aanwezende Chialoupen den Nooteboom en Nagulboom nevens de pan„ „tjallings Sapparoua de Liefde den peperthuijn en den spion nog herwaarts gezonden waren de bark de buijs de sloep den Haak met de pantjallings den smaak en het verlangen tot welker Extra ordinaire bemanning goedgevonden was voornament „lijk gebruijk te laten maken van de 100 mattroosen Saturdag den 9: Maart A„o 1765 Vergadering van Politie absent de Hoofden der specerij gevende Saturdag die - Comptoiren Van Amboina onderdato den 31:' Maij 1765: Van Amboina onder dato den 31:' Maij 1765: — die met 125: soldaten met de naar dit gouvernement aangelegde scheepen Giesenburg en de vrouwe Elisabeth buijten de gewone Equipagie stonden verzonden te worden; so gaf zijn Ed:e vervolgens de leden te kennen dat hier uijt ten duijdelijksten consteerde de intentie en absolute begeerte der hoog Indiase Regeering te wee„ „sen om geheel ceram met de daar bij gelegene Eijlanden dit Jaar weder van hier te doen bekruijsen dat derzelver oogmerk wel scheen te zijn dat men daar toe zo met alle ten minsten de meeste der voor gewaagde chialoupen en vaartuijgen zoude emploijeeren, en dat welmelde fbegeering gevolgelijk in het denkbeeld of vast vertrouwen was dat die alle in een bruijkbare staat waren, en dat voorm:de scheepen mede zo vraegtijdig hier zouden opdagen dat men ten voorsz: eijnde van d' herwaards gede„ „tacbeerde soldaten en mattroosen gebruijk zoude konnen maken voegende daar alverder bij dat zijn Ed: om reden voorsz: zig verpligt rond de zee„ „den te herinneeren dat in den voorleden Jare de bekruijsing in tweesmaldeelen de eene aan de noord en de andere aan de zuijdkant van Ceeram was. geschiet en dat deselve op dien voet weder zoude moeten geschieden ingevalle men ge„ „noegsame magt aan handen maar dat de Leden bekent was in welkervoegen men de stranden der spe„ „cerij gevende Comptoiren ter voorkoming zo veel mo„ „gelijk van den sluijkhandel zedert de maand october hadde laten bekruijssen door 1: Chialoup 4: pantjellings dat de eerste daer van na zijne vertimmering was gedepecheert na de zuijdkant van het eijland oma om in de bekruijsing de plaats te vervullen van d' pantjal„ „ling de Liefde dat de Chialoup de Haek op Nallahia vervallen en vervolgens na sapparoua gebougseert zijnde van een nieuwe mast en steng ook van veel tuijagie voorzien moest worden, en de dat men dus tegenwoordig eenlijk aan handen hadde om in de bovengem=de expeditie gebruijkt te kunnen worden 8 de barcq de Buijs de chialoup de Nagulboom tot dat eijnde almede van de Ayer Talla door zijn Ed: opgeroepen de pantjallings 't verlangen 6 en 22: orembaeijen uijtwijsens het aangetekende ter gemeene resolutie van den 29:' 9ber: passato en dat daer zedert mits sware leccagie herwaerds badden moeten opkomen in de maend december de Chialoup de Nooteboom in „ „ Ianuarij „ pantjalling de Peperthuijn in „ „ Februarij „ pantjallings de sapparoua en de Liefde in „ „ Maart de pantjalling de spion alle om vertimmert te worden behalven de peper„ „thuijn dewelke afgelegt zal moeten worden als niet meer in staat zijnde om te kunnen varen Batavia g'arriveerde pantjal„ de dat de van „lings de smaak en 't verlangen mits derselver slegte gesteltenis mede gerepareert en vertimmert hadden moe„ „ten worden 51

NL-HaNA_1.04.02_3157_0212 view scan ↗

English

From Amboina, dated 31 May 1765 and the Sapparoua, both already being repaired and properly supplied, together with 26 orembaais, which His Honour had summoned hither, partly from cruising the shores of Nussalaut and partly from various villages, one after another having appeared here since 20 February. Meanwhile, the sloop the Nooteboom and the pantjallangs the Liefde and the Spion, still needing to be taken in hand, could not be made ready so early as to be employed in the aforementioned expedition. Apart from the fact that they were also so poorly provided with men that all those vessels could impossibly be properly manned, as with the relief received via the ship Piezenburg of 90 soldiers initial plan and 49 sailors, no more were at hand than 80 soldiers and 40 sailors who could be used in the repeatedly mentioned expedition beyond the ordinary crews of the vessels themselves, since the Vrouwe Elisabeth had not yet appeared, and after its arrival the expedition could not remain delayed because the time was passing to sail the South East Coast of Ceram for the chastisement of the islands of Poulo Gisser and Ceram Lauwt with the villages Ketting, Kowai, Keleloehoe, Kellebia, and Kellemoerij, pursuant to what is very explicitly ordered to be executed in the above-mentioned resolution. Wherefore His Honour proposed to the members whether one should employ and deploy for the repeatedly mentioned expedition the bark the Buijs and the sloop the Nagelboom with the pantjallangs the Verlangen and the Sapparoua, being the only vessels of which use could presently be made, and if so, whether one should again divide them into two squadrons, one to the south and the other to the north coast of Ceram, or rather, combined with the aforementioned orembaais, detach them first to the south and subsequently to the north coast; concerning which proposal, having discussed it at length and taken into consideration: On the one hand, the positive order of Their High Honours to have both the south and north coast of Ceram cruised. On the other hand, that one had no other vessels at hand than the aforementioned four, and thus had to limit oneself absolutely to their employment. Thirdly, that if one were to divide the just-mentioned vessels in two, it was to be feared that one would weaken the force too much to undertake the proposed expedition with any hope of success, since rumors have already spread that there are currently already 90 Macassarese, Buginese, Mandarese, and other vessels, besides another 50 Papuan kora-koras, off the Ceram shore in the fairway, which surely will have no good intentions, and it will thus be extremely necessary to keep the force together so as not to increase the stubbornness of those people uselessly by launching an ineffective expedition, all the more because this combination will not cause the slightest hindrance to the cruise along the north coast of Ceram, as that is usually undertaken later anyway, and in the past year it was experienced that the squadron of the south had work enough.

Dutch transcription

Van Amboina onder dato den 31:' Maij 1765 Van Amboina onder dato Den 31:' Maij 1765 en de Sapparoua als beijde reets gerepareert en behoorlijk voorsien wesende benevens nog 26: orembaeijen die zijn Ed: ten deele uijt de bekruijsing der stranden van Nussalaut en ten deele van diverse negorijen herw„s ontboden hebbende de eene voor ende andere na zedert den 20:' februarij alhier verschenen waren Terwijl de Chialoop de Nooteboom en den pantjallings de Liefde en de spion nog onderhanden genomen moetende worden niet zo vroegtijdig in gereetheijd zouden kun„ „nen werden gebragt om in voorsz: expeditie mede g'emploijeert te worden Buijten en behalven dat men ook zo slegt van volk voorzien was dat die vaartuijgen alle onmogelijk na behooren konden bemant worden also men met het bekomen ontzet met het schip Pie„ „zenburg van 90 militairen primo plan en 49 mattroosen niet meer aanhanden hadde alsgo soldaten en 40: mattroosen die in meerm=de expeditie buijten de ord:e Equipagie der vaartuijgen zelve gebruijkt zouden kunnen worden nademaal de vrouwe Eli„ „sabeth nog niet opgedagt was en na dies komst de Expeditie niet konde blijven uijtgestelt dewijl de tijd verliep om de zuijd Oost Cust van Ceeram te bezeijlen ter kastijding van de eijlanden Poulo Gis„ „ser en Ceram Lauwt met de negorijen ketting, ko„ „wai, keleloehoe kellebia en kellemoerij invol„ „gen die bij opgem=e resolutie wel uijtdrukkelijk geor„ „donneert word te executeeren alwaar om zijn Ed: de Leden proponeerde of omen de barcq de Buijs ende Chialoup de Nagulboom met de pantjallings het verlangen en de sapparoua als de eenigste vaartuijgen zijnde waar van tegenwoordig gebruijk te maken was, zoude emploijeeren en aanleggen tot meermelde expeditie en zo Ia of men die weder om twee smaldeelen de eene na de zuijd en d'andere na de noord Cust van Ceram verdee„ „len dan wel gecombineert met de voorsz: orembaeijen eerst na de zuijd en vervolgens na de noord Cust de ttacheeren zoude over welk voorstel in 't breede gedisoureert en in consideratie genomen hebbende Een sdeels de positive ordre hunner hoog Edelens om de zuijd en Noordcust van Ceram beijde te doen bekruijssen Anderensdeels dat men geen andere dan voornoemde vier vaertuijgen aan handen en zig dus tot derselver en ploij adsolut bepalen moeten Ter derden dat zo wanneer men evengem=de vaartuij„ „gen in tween kwam te verdeelen leet te vreesen, zoude wesen dat men de magt te zeer verzwakken zoude om de voorge„ „waagde expeditie met eenige hoope van succes te onder„ „neemen na dien de gerugten zig reeets verspreijd hebben dat 'er tegenwoordig al 90: maccassaarsche boegineese man„ „dbaresche en andere vaartuijgen buijten nog 50: papouse corre Corren onder de Ceramse wal in 't vaorwater„ sijn die sekerlijk niet veel goeds in den sien sullen hebben en het dus ten uijtersten noodzakelijk zal wesen dat men de magt bij een houde om door het entameeren van een machteloose expeditie de halsterrigheijd van dat volk niet mitteloos te vermeerderen te meer dewijl dese Combinatie geen de minste hinder zal toebren„ „gen aan de kruijstogt om de noordcust van Ceram also die dog doorgaans later ondernomen word, en men in den voorleden Iare ondervonden heeft gehad dat het smaldeel van de zuijd werks genoeg gehad waar heeft H

NL-HaNA_1.04.02_3157_0213 view scan ↗

English

Amboina under date the 31st of May 1765 From Amboina under date the 31st of May 1765: has to sail past the strait of Keffing by the end of April, and that consequently it is easier for the fleet to drop down along the south from the east side and run around the west to the North, than to sail around the east side in the month of April or May and steer towards the north, because of the danger it runs of being embayed on a lee shore by an early outbreak of the east monsoon with a south or south-easterly wind. Thus, for the aforementioned reasons, it has been approved and agreed to employ and deploy for the above-mentioned cruising expedition: the bark de Buijs, the sloop de Nagulboom, and the pantjallings Het Verlangen, and de Sapparoua, in order, combined with the aforementioned 26 orembaaien, well provided with ammunition and provisions, to sail directly to Ceram Laut and Poulo Lisser, so that those Islands, along with Keffing and the settlements of Quellemoerij, Kellebia, Kowai, and Kelleloehoe, may be punished most severely as a deterrent to others for the hostilities shown to our cruisers and the capturing of the Banda pantjalling de Garnaal, by destroying dwellings and vessels and putting down all that offers resistance; and thereafter to drop down westwards along the south side towards the north, to remain cruising there until the end of July next, and in passing to inspect the settlements, and to attack with all force and completely destroy those whose inhabitants offer resistance or where spices are found, along with all vessels found on the beaches or in the creeks and rivers, without however committing any violence or brutalities against women and children. Furthermore, also to inspect all vessels encountered, and to bring in those in which even the slightest spices are discovered, or, should they be troublesome to the cruisers, to destroy them and treat their crew as outright spice thieves; and likewise to proceed with all such vessels that might be found without valid passes, even if they have no spices in them, since roaming without passes denotes no good intentions; but to pursue all vessels that attempt to escape the cruisers, and if they refuse to submit to inspection, to force them to do so by violence, even if those offering resistance must needs be sunk to the bottom. Furthermore, upon the proposal of the Governor, it has been agreed to appoint as heads of the aforementioned Expedition: from the militia: Captain Hendrik van den Brink, with the ensigns Matthijs Lutbart and Paulus von Weber; and from the navy: the commanders of the respective vessels, namely: the chief mate Iohannes Pumberg, the second mate Ian Blank, Jacob de Clerk, and Fiet Bronkhorst; and from the native regents, the patih of Soelij, Pieter de Costa; and to provide them with such an Instruction as the said Governor had already put to paper, with which the meeting, after reading, came to confirm, being of the following content: Instruction for the military Captain Hendrik van der Brink, the chief mate and commander of the bark de Buijs Johannes Lumberg, the ensigns Matthijs Luthart and Paulus von Weber, the second mates Jan Blank, commanding the sloop d' Nagulboom, Jacob de Clerk, having the command of the pantjalling Het Verlangen, and Giet Bronkhorst, commanding the pantjalling de Sapparoua, all departing on expedition with the aforementioned vessels and another twenty-six orembaaien to the south and north coast of Ceram to cruise, not only for the smugglers and illicit traders in spices, but also for the Papuan pirates who show themselves in the waterways around the Islands of this province. Valiant, Pious, Discreet, Whereas their Excellencies the High Indian Government at Batavia, in their session of 4th December 1764, resolved to have both the North and south coasts of Ceram cruised again from this government, as in the past year, to counteract the increasingly alarming smuggling in the precious and costly article of spices, and I have also been ordered by the same to cause that cruising to begin with redoubled diligence as early as possible, I have, in order to dutifully comply therewith, caused to be equipped with the greatest speed the bark de Buijs and the sloop de Nagulboom, with the pantjallings Het Verlangen and de Sapparoua, along with twenty-six orembaaien, namely: Under the command of the respective regents of those settlements, to cruise along the south and north coast of Ceram and the adjacent Islands Keffing, Poulo Gisser, and Ceram Lauwt, so that the waterway may be cleared not only of all contrabandists and interlopers upon the Company's exclusive trade, but also of the Papuan pirates, who constantly make the same very unsafe. The bark de Buijs being manned with 40 Soldiers, 1 from Soelij, manned with 41 Native rowers 1 Belauw, with 30 Bhooij, with 29 Oelath, with 44 1 Titawaij, with 30 1 Nallahia, with 34 1 Mamala, with 34 Ouw, with 40 Sirrij Sorrij, with 37 Hoetoemoerij, with 30 1 Sila and Akoor, with 30 1 Hbawakka, with 35 Leijnitoe, with 30 1 Haroeko, with 45 1 Zeijts, with 41 1 Nolloth, with 50 1 Aboeboe, with 34 Bonoa, with 16 1 Mmeth, with 52 Thialmoor, with 27 Oma, with 40 Poehoe under Manipa, with 35 Bonoa under Manipa, with 30 Toelchoe, with 30 De Pas Baquala, with 34 1 Khomonij, with 32 Total 920, with 15

Dutch transcription

Amboina onder dato den 31: Maij 1765 Van Van Amboina onder dato den 31: Maij 1765:— heeft om met ult:o April het gat van keffing boven te zeijlen en dat gevolgelijk voor de vloot gemakkelijker valt om van de oostkant langs de zuijd afte zakken en om de west na de Noord te loopen als in de maand April off Meij de oostkant om te zeijlen en na de noord te stevenen om de wille van het gevaar datze loopt van bij een vroege door brake der oostmousson met een zuijde of zuijt ooste wind op een lager wal bezet te raken So is om voormelde reden goedgevonden en verstaan tot de bovengem: kruijstogt te emploijeeren en aan te leggen de Barcq de Buijs de Chialoup de Nagulboom, en „de Pantjallings het verlangen, en de sapparoua om gecombineert met de voorwaarts gementioneerde 26 orembaijen wel van ammonitie en leeftogt voorzien direct na Ceram Laut en Poulo Lisser te zeijlen ten eijnde die Eijlanden benevens keffing en de negorijen quelle„ „moerij kellebia kowai en Kelleloe hoe over de betoonde vijandlijkheeden aan onse kruijssers en het afloppen van de Bandase pantjalling de Garnaal andere ten afschrik op het strengste te kastijden door vermieling van woningen en vaertuijgen en ter neder„ „making van al wat wederstand bied mitsgaders na zulx langs de zuijd zijde westwaarts afte zakken na de noord om aldaar te blijven kruijssen tot ultimo Julij aanstaende en empassant de negorijen te visitee„ „ren en de zulke welker bewoners wederstand komen te bieden of daar specerijen gevonden worden met allemacht aan te lasten en geheellijk te vermielen met alle vaartuijgen welke aan de stranden of in de kree„ „ken en rivieren aangetroffen worden zonder egter eenig gewelt of brutaliteijten aan vrouwen en kinderen te plegen Voorts ook alle rencontreerende vaartuijgen te visiteeren ende zulke waar in maar de minste specerijen ontdekt worden op te brengen of zo zij de kruijssers hinderlijk mogte zijn te vermielen en derzelver Equipagie als formeele specerij dieven te behandelen mitsgaders Ingelijker voegen te werk te gaen met alle sodanige vaartuij„ „gen die zonder egte passen mogten worden aangetroffen schoon ze ook geen specerijen in hebben vermits het zwerven zonder passen geen goede oogmerken denoteert dog alle vaartuijgen welke de kruijssers tragten te ontlo„ „pen na te zetten en de visitatie niet willende gedagen dezelve met geweld daar toe te dwingen al zouden des noods de weder„ „stand biedenden in de grond geboort worden Wijders is op de propositie van den Heer Gouverneur verstaan tot hoofden van voormelde Expeditie aan te stellen uijt de militie den Capitain Hendrik van den Brink, met de hendrigs Matthijs Lutbart; en Paulus von Weber en uijt de zeevaart de gezaghebbers van de respective vaartuijgen namentlijk den opperstuurman Iohannes Pumberg, den onderstuurman Ian Blank, Jacob de Clerk, en Fiet Bronkhorst mitsgaders uijt de Inlandsche regenten den pattij van soelij Pieter de Costa en dezelve te voorzien van een sodanige In„ „structie als welmelde Heer Gouverneur reets ten papier had gebragt en waar mede de vergadering zig na genomene Lecture kwam te Confirmeeren zijnde van desen Inhoude Jnstructie voor den Capitain militair Hendrik van der Brink den opperstuurman en gezaghebber G Voorts van „ Van Amboina onder dato den 31: Maij 1765 Van Amboina onder dato den 31:' Maij 1765 van de barcq de Buijs Johannes Lumberg de vendrigs Matthijs Luthart, en Paulus von Weber de onderstuurlieden Jan Blank, voerende de Chialoup d' Nagulboom Jacob de Clerk het Commando hebbende op de pantjalling het verlangen, en Giet Bronkhorst het gezagvoerende op de pantjalling de sapparoua alle met voorsz: vaartuijgen en nog ses en twintig orembaijen in Expeditie gaende na d' zuijd en noord Cust van ceram om te kruijssen niet alleen op de sluijkers en morhandelaers in specerijen maar ook op de papouse zee rovers dewelke zig omtrent de Eij„ „landen deser provintie in het vaar„ „ water vertonen Manhafte, vrome Discrete Aangezien bij haar Edelens de Hoog Indiase Regeering te Batavia ter sessie van 4:' december 1764: g'arresteert is beijde de Noorden zuijdkusten van Ceram uijt dit gouvernement weder als in het gepasseerde Iaar te bekruijssen tot tegengang van de hoe hoe langer hoe zorgelijker wordende sluijkerijen in het praetieus en kostbaer articul der specerijen en ik door ook dezelve ge„ „last ben om die bekruijsing met verdubbelde vlijt zo vroeg mogelijk te doen beginnen so heb ik om daer aan schuldpligtig te voldoen ten spoedigsten laten equipeeren de barcq de Buijs en de Chialoup de Nagulboom met de pan„ „tjallings Het verlangen en de sapparoua benevens ses en twintig orembaeijen te weten Onder het gezag van de respective regenten dier negorijen om te kruijsser langs de zuijd en noordcust van ceram en de daar bij gelegene Eijlanden keffing Poulo Gisser en ceram Lauwt op het vaarwater moge zuijvert worden niet alleen van alle Correndraijers en onderkruijpers van 's Comp:s privativen handel maar ook van de papouse rovers, die het zelve steets zeer onveijlig maken Zijnde de barcq de buijs bemant met „ „ 40: „ „ „ 35: „ 920: — „ „ 34: „ 1: „ Khomonij „ „ 32: „ de pas baquala„ Toelchoe „ bonoa onder manipa„ Poe hoe onder manipa„ oma Thial moor „ „ 27: 1: „ Mmeth bonoa - - - „ „ 16: 1: „ Aboeboe 1: „ Nolloth 1: „ zeijts 1: „ Haroeko Leijnitoe „ „ 30: 1: „ Hbawakka „ „ 35: 1: „ sila en akoor „ „ 30: Hoetoemoerij „ „ 30: sirrij sorrij - - „ ouw - - - - „ „ 40: 1: „ Mamala „ „ 34: „ 1: „ Nallahia „ „ 34: „ 1: „ Titawaij „ „ 30: „ oelath - - - - „ „ 44: Bhooij - - - „ „ 29: 1: „ Belauw „ „ 30: „ 1: van soelij bemant met 41: Inlandsche roeijers ^ van 40 Militairen, E 1: „ „ „ 52: „. „ 34: „ „ „ „ „ „ 50:. „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ 37: „ 30: „ 30: „ 45: „ 41: „ 1: „ 1: „ „ 1: „ „ 15 „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ -

NL-HaNA_1.04.02_3157_0215 view scan ↗

English

From Amboina dated the 31st of May 1765 From Amboina dated the 31st of May 1765 40 military men: 1 captain 1 ensign 1 sergeant 2 corporals 1 drummer 1 fifer and 33 privates 3 artillerymen, being: 1 bombardier 1 gunner 1 arquebusier 29 seamen: 1 chief mate 2 second mates 1 boatswain 1 boatswain's mate 1 surgeon's assistant 1 gunner's mate 1 cook's mate 1 quartermaster 20 sailors The sloop de Nagulboom with The 24 military men, being: 1 ensign 1 sergeant 2 corporals 20 privates 2 artillerymen, being: 1 gunner 1 arquebusier 21 seamen: 1 second mate 1 chartmaker 1 third surgeon 1 quartermaster 17 sailors The pantchiallang het verlangen with 7 military men, being: 1 corporal and 6 privates 14 seamen: 1 second mate 1 quartermaster 12 sailors Wherewith I judge that the aforementioned cruise can be undertaken and accomplished with hope of success by you, to whom I entrust the execution of the same, in such manner as shall be further prescribed here. It goes without saying that Captain van den Brink, being first in rank, is also first in this commission, and that consequently his orders must be obeyed in the execution of everything that might be undertaken, after, however, taking the advice beforehand of the chief mate and commander Sumberg and of the ensigns Putthart and Weber, as well as of the second mates Blank, de Clerck, and Bronkhorst, in a council to be convened for that purpose; because Ensign Putthart and Second Mate de Clerk, who performed that same cruise along Ceram's south and north coast in the past year, are most familiar with the surf and rivers, and they thus know best in what manner the settlements and places on both the north and south side of the island of Ceram can most safely be approached; and The pantchiallang de sapparoua with 7 military men, being: 1 corporal 6 privates 14 seamen: 1 second mate 1 quartermaster 12 sailors And the orembaies, above their native rowers, in general distributed with: 2 sergeants 1 corporal 25 soldiers and 40 sailors Wherefore From Amboina dated the 31st of May 1765 Amboina dated the 31st of May 1765 Wherefore also, upon making a landing, the command over the seamen who are also employed for that purpose must be assigned to the aforementioned mate de Clerk. While the authority over the respective native chiefs and their orembaies is conferred upon the patti of Soelij, Pieter de Costa, as having recently given proof of bravery in the overpowering of a Ceram vessel during his cruise around the islands of Hommoa and Nussalaut, and for which reason he, and no other regent, shall have a seat on the ship's council, which shall be formed of or consist of: Captain Hendrik van den Brink Commander Iohannes Sumberg Ensign Matthijs Putthart Patti of Zoelij, Pieter de Costa Ensign Paulus van Weber The second mates Ian Blank, Iacob de Clerk, and Piet Bronkhorst The main objective of this cruise is then, as said before, to prevent clove smuggling and to close off the route that is undertaken quite boldly by daredevils for that purpose, especially, according to rumors, by the peoples of the settlements: Latoe and hoealooij Repa Familauw Haija Teloetij Leijmde werinama Hatoemetten Hatoeassa Rissalauw Ceijlon Guellemoerij kellibon Avang Batoelomij Enna-Enna oerong goelij-goelij quamoer Keffing Hissalauw Trobo Which yearly send out vessels for cloves and must therefore be regarded as interlopers in the Company's exclusive trade, and upon capture be punished as such; to which end in the past year Ensign Putthart was expressly sent out from here with the well-armed pantchiallangs de Spion and Hommoa and 12 orembaies, although he was only able to succeed therein partially due to the early onset of the southeasterly winds, which forced him to hasten in order to get beyond the strait of Keffing by the end of April, so that he only inspected, and on account of the cloves discovered there reduced to ashes, the settlements of Haija and Teloetij, their diverse sorts of cannonballs, rambooses with gunpowder, and an iron six-pounder piece of ordnance that was spiked at the time and thrown into the river. In which rivers, according to the report received at that same time from a native youth of the settlement of Mamala named Alie Pessie, one mile inland would be

Dutch transcription

Van Amboina onderdato den 31:' Maij 1765 Van Amboina onder dato den 31: Maij 1765 40: Militairen 1: Capitain 1 vendrig 1 sergeant 2. Corporaals 1 tamboer 1: pijper en 33: gemeene 3: Arthilleristen als 1 bombardier 1 canonier 1 busschieter 29: zeevarende 1: opperstuurman 2: onderstuurlieden 1 bootsman 1 schieman 1 ondermeester 1 constabelsmaat 1 koksmaet 1 quaertiermeester 20 mattroosen Chialoup de Nagulboom met De 24: Militairen als 1 vendrig 1 sergeant 2: corporaels 20 gemeene 2: Arthilleristen als 1 cannonier Lieter 21: zeevarende 1 onderstuurman 1 kaertemaeker derdemeester quartier meester 17 mattroosen De pantjalling het verlangen met 7: Militairen, als 1: Corporaals en 6: gemeene 14: zeevarende 1 onderstuurman 1 quartiermeester Waar mede ik oordeele dat de voorsz: bruij stagt door UE aan welke ik deselve ter Executie opdraege met hope succes kan worden ondernomen en verbragt indiervoegen als ben hier bij nader sal worden voor geschreeven Spreekende het van zelfs dat de Capitain van den Brink als de Eerste in rang zijnde ook de Eerste in dese Commissie is en dat gevolgelijk aan zijne ordre moet worden geobedieert in de uijtvoering van al het geene dat er mogte ondernomen worden na dat daer over egter alvorens het advis van den opperstuurman en gezaghebber Sumberg en van de en van de vendrigs Putthart en weber mitsgaders van de onderstuurlieden Blank de clerck en Bronkhorst in een ten dien eijnde te beleggene vergadering zal wesen in genomen vermits den vendrig Putthart en den onderstuurman de Clerk dewelke in 't gepasseerde Jaar die zelfde kruijstogt langs Cerams zuijd en Noord „cust gedaen hebben de breeken en rivieren het meest bekent zijn en zij dus bestweeten in wat voegen de negorijen en plaetsen zo aan de Noord als zuijdkant van 't Eijland ceram veijligst konnen aan gedaen worden en De pantjalling de sapparoua met 7: Militairen als 1. Corporaal 6 gemeene 14: zeevarende 1: onderstuurman 1: quartiermeester 12: mattroosen en de orembaeijen boven derzelver Inlandsche roeijers in 't generael bij verdeeling met 2: sergeants 1 Corporael 25 soldaeten en 40 Mattroosen waerom - 12 mattroosen Van Amboina onderdato den 31:' Maij 1765: G d E ƒ Amboina onder dato den 31: Maij 1765 waarom ook bij het doen van een landing aangezegden stuur„ „man de clerk het Commando over de zeevaerende die daar toe mede g'emploijeert worden moet worden opgedragen Terwijl het gezag over de respective Inlandsche hoofden en derzelver orem„ „baeijen gedefereert werd aan den pattij van Soelij Pieter de Costa als Iongst blijken van dapperheijd gegeven hebbende in de overmees„ „tering van een Cerams vaertuijg in zijne kruijstogt omtrent de Eijlanden Hommoa en Nussalaut en waarom hij ook en geen ander Regent sessie zal hebben in den scheeps Raad dewelke geformeerd sal worden of bestaan uijt den Capitain Hendrik van den Brink gezaghebber Iohannes Tumberg vendrig Matthijs Suttbart pattij van Zoelij Pieter de Costa vendrig Paulus van weber de onderstuurlieden Ian Blank Iacob de Clerk en Fiet Bronkborst Het hoofd oogmerk van dese bekruijssing is dan gelijk hier vooren gezegt is om de nagul sluijkerij te weeren en toe te sluijten den weg die tot dat eijnde door waaghalsen al vrij onbeschroomd word ingeslaegen bijsonder so de gerugten willen door de vol„ „keren van de negorijen Latoe en hoealooij Repa Familauw Haija Teloetij Leijmde werinama Hatoemetten Hatoeassa Ddewelke Iaarlijks vaartuijgen op nagulen uijt zenden en dus voor onderkruijpers van 's Comp:s privativen bandel moeten worden aangezien en bij attrape ook dus„ „danig gestraft ten welken eijnde in 't gepasseerde Jaar expres van hier afgezonden is geweest de vendrig Put„ „thart met de wel gearmeerde Pantjallings de spion en Hommoa en 12 orembaeijen hoewel die daar in maar ten deele heeft mogen reusseeren mits de vroege door brake der zuijd oostelijke winden dewelke hem noodzaekten de te moeten verhaasten om met ult:o april boven het gat van keffing te komen zo dat deselve eenlijk maar heeft gevisiteert, en om de wille van de daar ontdekt nagu„ „len in de assche gelegt de negorijen Haija Teloetij zijn diverse soorten van kogels Ramboesen met kruijt en een ijser ses ponder favioen dat toenmaels vernagult en in rivier geworpen is In welke rivieren na het ter zelver tijd ontfangen rapport van een Inlands Iongeling van de negorij Mamala genaamt Alie Pessie een mijl landwaarts in Rissalauw Ceijlon Guellemoerij kellibon Avang Batoelomij Enna-Enna oerong goelij-goelij quamoer Kessing Hissalauw zouden Jan 61 Trobo

NL-HaNA_1.04.02_3157_0217 view scan ↗

English

From Amboina, dated 31 May 1765: Four paduakangs from Mandar were said to have been lying there, all well armed and having arrived there to trade their small cloths and the weapons they had brought with them for cloves. The aforementioned native also related that there was a house in the forest, though he did not know the exact location, in which the smuggled cloves were stored. Steering from the west along the north toward the east or northeast, and having rounded the fourth point, mate De Klerk found a large bay in which as many as 20 ships could lie, with ample room and a clean sandy bottom, but its entrance, according to his statement, was said to be still unknown. In this bay he encountered as many as 70 to 80 vessels of all kinds, fleeing upon his approach through a narrow passage formed by an island, through which they propelled themselves with bamboos. The large vessels steered toward the Poram islands and anchored, scattered among single reefs, but 48 craft ran along the Ceram Laut shore, of which our men captured one, which was burned. On this Ceram Laut, the mate De Klerk, as it appears to me, encountered a bay at the southwest point into which 47 vessels had taken refuge, and he, with the orangkaya of Pulau Geser and the cassissie, crossed over into the orembaai of the raja of Ceram Laut with 8 soldiers and 17 Amboinese. Steering toward the shore and arriving there, he saw about 20 men running to and fro and heard a constant commotion of many people in the forest. He thereupon boarded a large mahoelij without, however, being able to inspect it, because it was packed from bottom to top with chests and baskets, wherefore he said to the orangkaya, who had previously stated that they were vessels from Pulau Geser, that he must call the people with the keys to whom those goods belonged. This he appeared to do in the Ceram language, whereupon nearly 50 men appeared who raged violently against the orangkaya, but seemed to calm down somewhat when he went ashore under promise of returning. However, as the owners of the goods did not come and the tide began to fall, the repeatedly mentioned mate had the swivel gun mounted on the aforementioned mahoelij lifted in order to reach the other goods more easily. But as soon as he set to work, a great commotion arose among the people, and they pulled out the green branches that had been stuck into the ground to deceive the enemy, revealing a battery of 30 to 40 swivel guns, all mounted on posts, with their rammers and burning match cords beside them, behind which about 200 men also rose up with flintlocks at full cock. At this sight the mate De Klerk left that vessel and inspected five others in the same manner, all smelling of cloves and nutmegs. Then, proceeding from the shore to his orembaais, the people constantly shouted for the cassissie, whom he permitted to go ashore, ostensibly under the condition that he would return. But once he was ashore, an assembly was immediately held. A person dressed as a cassissie or priest went and sat on a chair beneath a canopy. Next to him sat the orangkaya of Pulau Geser, dressed in a long kabaya of white damast with red flowers and a large tudung or covering on his head; at his feet stood the cassissie of Pulau Geser. In the middle were two persons who had the cassissie between them, of whom one appeared to be a Javanese or Balinese and the other a Bugis. Around these assembled persons stood more than 500 men of all kinds of nations, who, probably as a sign of taking an oath, stuck their parangs, bows, and arrows into a tub of water brought before the cassissie for that purpose, and then shouted three times, after which they dispersed, each to his vessel, carrying the goods out of them, presumably with the intention of undertaking something against the mate. For this reason he departed from there to Ensign Putthart, as appears more fully from the extract from the former's journal annexed hereto. On the settlement or rock of Bobo, no attack could be made by our men in the past year without great loss of men, because the shore, lined and occupied with rocks on both the east and west sides, where alone a landing could have been made, was heavily guarded by all kinds of people with flintlocks and swivel guns. Moreover, heavy, large stones were placed on props or slings from the summit to the foot of the mountain, directly above the passage, which the people from above could roll down, thus contesting the ascent against the men below. In the settlement of Batoelomi no landing could be made either, on account of the rainy weather, although it would otherwise have been desirable, as it showed itself hostile by firing at our men with flintlocks and arrows and setting fire to their own vessels on the beach, probably because there were cloves in them. The large and dry reefs off the settlements of Poeli-Foeli and Oerong also served as an obstacle, so that no landing could be made there. In the settlement of Kellemoeri, on Ceram Laut, and on Geser, a multitude of gunpowder barrels of 50 and 100 lb were seen, though empty, from which it must be inferred that there is by no means fair play here.

Dutch transcription

Van Amboina onder dato den 31:' Maij 1765: Van Amboina onder dato den 31: Maij 1765: Zouden gelegen hebben vier paduakangs van Mandbaar alle wel gearmeert en aldaar gekomen om haaren keleetjes de Clerk van het westen langs de Noord na het Oost of Noord oosten scheppende en de vierde hoek en mede gebragte wapenen voor nagulen te verruijlen gepasseert zijnde een grote bogt gevonden waar„ Hebbende voorsz: Inlander mede verhaalt dat aldaar in weel 20: scheepen leggen kunnen hebbende in 't bosch een huijs was sonder dat hij egter waar ter plaatse in het welk de geslokene nagulen geborgen wier„ ruijmte en een schoone zand grond maar des„ „selfs toegang zoude volgens zijn zeggen nog onbekent zijn In dese bogt heeft hij ontmoet wel 70: â 80 vaertuijgen van allerhande zoort vlugtende op zijne aannadering door een nauwe passagie welke door een Eijland geformeert word en waer door zij zig met Bamboesen voort„ „zetteden De groote vaartuijgen schepten na de Po„ „ramse Eijlanden en gingen onder Enkelde klippen dog verstrooijt ten anker leggen maar 48 stuks liepen onder de Ceram Lauwtse wal heen waar van der onse Een zijn meester geworden 't welk verbrand is Op dit Ceram Lauwt heeft de stuur„ man de klerk so het mij toeschijnt aan de zuijd west hoek en bogt ontmoet waar in 47: vaartuijgen de wijk genomen hadden en hij met den orangkaij van Poulo Lisser en den Cassi„ sie in de orembaeij van den radja van Ceram Op de negorij of klip van 30b0 was in A:o p:o voor de onse geen attacque te doen zonder groot verlies van volk dewijl de strand langs been met kclippen en bezet zijnde zo wel aan de Oost als westkant alwaar eenlijk een Landing zoude kunnen gedaan worden sterk bewaekt wierd door aller bande soort„ van volk met snaphaenen en rantakken en boven dien ook op stutten stonden of lingen van de top tot aan de voet van den berg regt boven de passagie sware groote steenen die dat volk van boven konde doen rollen en also de manschap beneden den opgang betwisten In de negorij Battoelomij was mede geen Landing te doen mits het regenagtig weer gelijk anders wel te wenschen was geweest om dat dezelve zig vijandig toonde met op de onse te schieten met snaphaenen En pijlen en haar eijgen vaartuijgen op strand in brand te steeken waarschijnlijk om dat daar in nagulen zullen geweest hebben De grote en droge reeven voor de negorijen Poeli=Foeli en oerong hebben ook tot een hinderpaal verstrekt dat aldaar geen landing heeft konnen gedaan worden Jn de negorij Kellemoerij; op Ceram Laut; en op kessing sijneen menigte kruijtvaten van 50: en 100: lb edog ledig gezien waar uijt men afneemen moet dat het hier gants geen suijver spel is Op het Eijland Ceram zaut heeft de Stuurman de zout „den Van Amboina onder dato den 31:' Maij 1765 Van mboina onder de dato den 31. ' Maij 1765:= Laut met 8: militairen en 17: amboineesen over„ „gestapt wesende na de wal schepte maar daar komende omtrent 20: man over en weer zag loppen en een gestadig gedruijk: van veel volk in 't bosch hoorde Hij begaf zig daar op aanboord van een grote mahoelij„ sonder die egter te kunnen visiteeren om dat die van onderen tot boven toe vol was met kisten en tomme tommes weshalven hij aan den orangkaij die te vooren gezegt badde dat het vaartuijgen van Poulo Gissea waren zeijde het volk te moeten roepen met de sleutels aan 't welk die goederen behoorden gelijk bij in de Ceramse taal scheen te doen wanneer bij na 50 man te voorschijn kwamen die hevig tegen den orang„ „kaij uijtvoeren maar eenweijnig scheenen te bedaeren toen hij onder belofte van weerom te komen aan de wal gegaan was dog de eijgenaars van het goed niet komende en het water bainnen de te vallen deed meermelde stuurman de op de voorsz: mahoelij staande rantak ligten om dies te gemakkelijker bij het andere goed te komen maar zo dra hij de handen aan het werk sloeg kwamer een grote op loop onder het volk en het zelve baalde de in de grond gestoken hebbende groene takken om den vijand te mis„ „leijden daar uijt wanneer men te zien kreeg een batterij van 30: â 40: draeijbassen alle op polders staande met hare landstokken en brandende Lonton daar nevens agter welke mede opreesen met snaphae„ „nen met overgehaelde banen circa 200: man Op welke gezigt de stuurman de Clerk dat vaartuijg verliet en nog vijf andere op dezelfde manier visiteerde ruijkende alle na nagulen en In de midden waren twe personen die den Cas„ „ciesie tusschen beijven hadden daar van de eene wel scheen „een Javaen of balier en de andere een boeginees te weesen: rondom die vergaderde personen ston„ den meer als 500: man aldarhande natien de„ „werke waarschijnlijk tot een teken van eedsweering hare parrings pijl en boogen staaken in een balij met water die tot dat eijnde voor den Cassiesie gebragt wierd en toen drie keer Toelden waar na sij uijt mal„ „kan der liepen elk na zijn vaartuijg dagende het goed daar uijt praesumtieff met intentie om daar mede iets tegen hem stuurman te onderneemen dewelke daarom ook van daer vertrok na den vendrig Putthart breder blijkende bij het desen geen geannexeert Extract uijt des eerstens dagregis„ „ter Maar dese aan de wal zijnde wierd terstond ver„ „gadering gehouden. Een persoon gekleet als een cassisie op priesterging onder een verhemelte zitten op een stoel naast hem den orangkaij van Poulo Pisser gekleet in een lange cabaij van wit damast met rode bloemen en een grote toedoen of dekzel op 't hooft aan de voeten van deese stond de cassie van Poulo Gisser Daer op vervolgens van de wal na zijne orem„ „baeijs gaende riep het volk gestadig om den cassisie dien hij permitteerde quasi onder voorwaerde van weerom te zullen komen aan de wal te gaen Daer op nooten 65

NL-HaNA_1.04.02_3157_0219 view scan ↗

English

From Amboina under date the 31st of May 1765 From Amboina under date the 21st of May 1765 On Keffing the peoples have also behaved hostilely towards ours, as well as those of Poulo Gisser and Ceram Laut, since the people of Poulo Gisser on the 5th of May past, early in the morning when the aforementioned ensign and mate intended to depart from Ceram Laut, greeted them from the shore with a hailstorm of bullets from swivel guns and muskets, shortly followed by the same from 30 to 40 orembaaien and larger vessels, which, equipped with 3 to 4 swivel guns each and a multitude of armed people, and also with heavy planks and other material on the gunwale as a breastwork, came from the corner of Poulo Gisser and blocked ours from the front, who nevertheless fortunately fought their way through, although with the loss of two. From all the above, Your Honors will thus be able to see not only which places are suspected of clove smuggling, which have been inspected and still ought to be inspected, as well as what encounters ours have had on that cruising expedition, and how necessary it is that Ceylor be visited again, the river there surveyed, and a search made for the house in the forest in which the cloves are concealed. Likewise, that an attempt still be made to effect a landing on Tobo, which, according to the information I have received, could take place from the east side by throwing bombs onto the cliff, thus driving from it the people who have positioned themselves there, and from the west side through the employment of a couple of small cannon pieces, with which those who might wish to seek their safety in flight, coming down from the cliff, could be greeted. However, the settlements whose inhabitants happen to offer resistance or where spices are found, Your Honors are authorized to attack with all force and entirely destroy, along with all vessels that might be found on the beaches or in the creeks and rivers, provided, however, that no violence or any brutalities are committed against women and children. But whereas the peoples of Poulo Gisser and Ceram Laut have long been notorious for their disloyalty and smuggling, and have initiated the first hostilities against our cruisers according to what is noted above, and the radja of Quelle Moerij in the past was the principal instigator of the plot to overrun the Banda cruising pantjalling the Parnaal, and murdered the mate along with two men of the crew, as well as those of Your Honors are therefore ordered to execute both the one and the other with all caution, and to inspect the coastal settlements of Ceram in passing, and especially not to skip all the aforementioned that lie under any suspicion, without however causing any nuisance to those who willingly permit the inspection without any evidence of disloyalty or smuggling being found, as Your Honors, upon findings thereof, will be punished in the most rigorous manner as an example to others, whether by deportation or even more severely according to the exigency of matters.

Dutch transcription

Van Amboina onder dato den 31:' Maij 1765 Van Amboina onder dato den 21: Maij 1765 op keffing hebben de volkeren zig mede vijandig tegens de onse gedraegen so wel als die van Poulo Gisser en cerans Laut also het volk van poulo Gisser den 5=de maij passato des morgens vroeg toen voorm=de vedrig en stuurman van Ceram Laut meenden te vertrek„ „ken deselve van de wal begroeteden met een bagel buij van kogels uijt rantakken en snaphaenen kort daar op gevolgt werdende van een dito uijt 30: â 40 oem„ „baeijen en grotere vaartuijgen die voorzien met 3: â 4. rantakken ieder en een menigte gepapent volk mitsgaders op het boort met sware planken en ander goed tot een borstweering van de hoek van Poulo Gisser kwamen ende onse van voren bezetteden dog die zig egter gelukkig daar door sloegen hoewel met verlies van twee uijt al het vorenstaende zullen UE: dus kunnen zien niet alleen welke plaetsen suspect zijn van nagul sluijkerij welke gevisiteert zijn en nog dienden gevisiteert te worden mitsgaders wat ontmoetingen die onse in die kruijs„ „togt gehad hebben en hoe noodzakelijk het is dat Ceijlor an„ „dermael bezogt de rivier aldaar opgenomen en rechergie, na het huijs in 't bosch gedaen werde waar in de nagu„ „len geborgen worden So mede dat als nog geprobeert werde een landing op Tobo te doen het geen na ik geinformeert ben zoude kunnen geschieden van de oostkant door het werpen van bomben op de klip ons aldus het zig daar op geposteert hebbende volk van deselve te verdrijven en van weskant door het emploij van een paar stukjes Canon waar mede de gene die haar behoudenis in de vlugt. mogten willen zoeken van de klip needer koomende souden kunnen werden begroet Dog de negonijen welker bewoners wederstand komen te bieden of daar specerijen gevonden worden werden uE: gequalificeert met alle magt aan te tasten en geheellijk te vermielen met alle vaartuijgen welke aan de stranden off in de kreeken en rivieren mogten worden aangetroffen mits egter geen geweld of eenige bru„ „taliteijten plegende aan vrouwen en kinderen Maar na dien de volkeren van Poulo Gisser„ en ceram Paut van overlange wegens hunne ontrouw en sluijkerijen bestaand zijn geweest en tegens onse kruijssers na het voorwaarts genoteerde de eerste vijandlijk heeden begonnen hebben en den radja van quelle moerij in d:o p:to de voornaamste aan„ „legger van 't Complot tot het aflopen van de Bandase kruijspantjalling de Parnaal geweest is en den stuurman met twe man van de Equipagie vermoort heeft mitsgaders die van uE werden dierhalven gelast het een en ander met alle voorzigtigheijt te Executeeren, en de aan strand leg„ „gende negorijen van Ceram in 't voorbij varen te visiteeren mitsgaders voornamentlijk niet over te slaan alle d' voor gewaagde die onder eenige verden„ „king leggen sonder evenswel den geenen welke de visitatie goedwillig gedoogen zonder dat er blijke„ gevonden worden van ontrouwe of sluijkerij, eenig overlast te doen also uE bij bevinding van dien ten rigoreusten andere ten Exempel zullen werden gestraft het zij met een de porte„ „ment of wel swaerder na Exigentie van zaken uE keffing orembaeijen E

NL-HaNA_1.04.02_3157_0220 view scan ↗

English

From Amboina, dated 31 May 1765 From Amboina, dated 31 May 1765 Keffing, Kowaij, Kellekoe hoe, and Kellebia having also shared in the booty and thus undoubtedly participated in the murder of our people, all these settlements must be punished by you in the strictest manner as a deterrent to others, through the destruction of the dwellings and vessels and the slaying of all who offer resistance, without, however, encumbering yourselves with prisoners to prevent the misfortunes that have not infrequently been caused by them, or, as aforesaid, mistreating the women and children. And in order that this may be executed with the greater force, you shall, combined from here, directly direct your course to Ceram Laut and Poulo Gisser, to make a landing there at once and execute the aforesaid orders, which must be done with all caution and mature deliberation so that your undertakings may meet with the desired success, as I hope, after which you can then drop down westward to visit the above-mentioned suspected settlements in the manner aforesaid. Whereas I have been informed that already in the month of February there arrived: at Ceijlon, 3 at Kellermorij, 2 and at Kellibon, 4 at Asan, 4 Buginese junks with linens to barter them for cloves, which I think may then still be caught there or in one of the rivers Ian Campaan, Aijer Zegora, or Aijce Talla, because they had to wait until the cloves should be fetched by the aforesaid Ceram peoples from these regions and islands, which, according to the news I have obtained, would begin once the weighing on the Company's behalf was finished, so that a secret agreement must have been made by the Company's unfaithful subjects with the inhabitants of those settlements to withhold and hide a good quantity of cloves for delivery to them, for which purpose, in the clove-producing districts, fires are lit in the evening and at night and signals are given by turning and hoisting and lowering lights, especially on the side of Aatuano, to which you must therefore also pay attention. Meanwhile, it serves for your information that at the two first-named places, Ceijlon and Assan, the vessels can easily enter the rivers, but at the two last-mentioned districts, Kellermoerij and Kellibon, they must first be hauled over the dry land, and that around Ceram Laut and Poulo Gisser there are many reefs and shoals which you must avoid, as well as the mangrove forests, so as not to be overwhelmed from there unexpectedly by hostile vessels that come to hide therein; but since the steersman De Clerk, according to what is noted in that regard in the extract from his journal annexed hereto, has partly obtained knowledge thereof by experience, you may well rely on his information regarding this in order to undertake the landing with all the more security. Further, 69

Dutch transcription

Van Amboina onder dato den 31:' Maij 1765 Van Amboina onder dato den 31: Maij 1765 keffing kowaij Kellekoe hoe en kellebia mede van de buijt gedeelt en dus ongetwyffeld in den moord der onse getranppeert hebben zullen alle dese negorijen anderen ten afschrik deswegen op het strengste door UE: moeten werden gekastijd door vernieling der wooningen en vaartuijgen en ter nedermaking van al wat weeder„ „stand bied, zonder zig egter met gevangenen te belemmeren ter voorkoming van de ongelukken die niet zelden door desel„ „ve veroorsaakt zijn af gelijk voorzegt de vrouwen en kinderen te mishandelen En op dat dit met te meerder kragt moge worden in 't werk gestelt zullen uE: gecombineert van hier di„ „rect de steven moeten wenden na Ceram lauten Poulo visser om aldaar ten eersten een landing te doen en de voorsz: ordreste executeeren het geen met alle voorzigtig„ „leijd en een rijp overleg moet geschieden op dat uwe on„ „derneemingen van een gewenst succes mogen zijn ge„ „lijk ik verhope waar na uE: dan westwaerds kunnen afzakken om de bovengem=de suspecte negorijen in maniere voorsz: te visiteeren Nademaal ik geinformeert ben dat in de maend Februarij reets op Ceijlon aangekomen zijn 3: op kellermorij. - - - op kellibon- . . . - - - boegineese, Ionken met Lijwaten om die tegens nagulen te trocqueeren welke ik denke dat aldaar dan nog of in een der rivier Ian Campaan Aijer Zegora of Aijce Talla te attrapeeren zullen wesen om dat op Asan - - - - - - 4: Middelerwijlen dient tot derselver narigt dat - op de twee eerstgenoemde plaetsen Ceijlor en Assan de vaartuijgen gemakkelijk binnen de rivieren komen kun„ „nen maar op de twee Laastgem:de kellermoerij districten en Kellibon eerst over het droge gehaalt moeten worden en dat omtrent Ceram Laut en Poulo Gisser veele reeven en droogtens zijn die UE: so wel moeten mijden als de mangij mangij bossen om daar uijt niet onverhoeds door de vij„ „andelijke vaartuijgen welke zig daar in komen te verschuijlen overwallen te worden maar also de stuurman de Clerk na het geene deswegen bij het hier nevens gevoegd Extract uijt desselfs Iournael aangetekent staat daar van ten deele bij onderwin„ „ding kennis bekomen heeft sullen uE: zig op zijne informatie daar omtrent om de Landing met dies te meerder securiteijt te onderneemen wel kunnen verlaten zij wagten moesten tot dat de nagulen door voorsz: Ce„ „ramse volkeren van uijt dese Contreijen en Eijlanden zouden wesen afgehaalt 't geen na de tijding die ik bekomen heb een aanvang zoude neemen als den inweeg Comp:s wegen geijndigt was so dat door 's Comp:s ontrouwe onder„ „danen met de Inwoonderen van die negorijen een heijme„ „lijke afspraak moet wesen gemaakt om een goede paer„ „hij nagulen agter en verborgen te houden ter aflevering aan deselve waar toe op de nagul gevende districten des avonds en bij nagt vuuren ontstoken en zeijnen met het draeijen en op en nederhaelen van zouten voornamentlijk aan de kant van Aatuano gegeven worden waar op uE: dus mede het oog moeten houden voorts . 2: en 4: 69

NL-HaNA_1.04.02_3157_0221 view scan ↗

English

From Amboina, dated the 31st of May 1765 Furthermore, you shall likewise inspect any vessels that you might encounter, and those in which the slightest amount of spices might be discovered you must bring in, or if they hinder you, destroy them and treat their crew as formal spice thieves. In the same manner, you must proceed with all such vessels that might be found without genuine passes, even if they have no spices in them, since wandering about without passes denotes no good intentions. And all vessels that attempt to escape you must be pursued by you, and if they are unwilling to submit to inspection, they must be forced to do so by violence, even if you, in case of necessity, should have to sink those offering resistance, to the end that the smugglers are intimidated to such a degree that they, for the present, if not entirely then at least for the greatest part, set aside their trade which is ruinous to the Company's spice commerce, and apply themselves again to their old livelihood. During the inspection of the places on the coast of Ceram that are under suspicion of spice smuggling, when passing through narrow paths, you must take care to guard against the pit traps and caltrops with which they are often set, in order not to fall into any accident. After accomplishing all of the above, which I calculate, barring any unforeseen adversities of the sea or otherwise, will be able to be accomplished before the onset of the east and south-east winds, you must head westward along the inner coast through the strait of Kelang. However, so that the chiefs of the native villages that are called upon at Ceram might not be alarmed by any unseasonable action of firing or anything similar, you, wishing to have them come on board, shall as a signal for that purpose only fly the white or peace flag, without firing a shot according to ordinary custom, because the villagers would then too easily be given occasion to put themselves in a posture of defense and resistance, or, having made themselves guilty of spice smuggling, to hide the cloves, as has happened repeatedly. In case it might happen that you, on the coast of Ceram or elsewhere in these regions, one or more... When a landing is undertaken with the orembaais, which are principally suitable for that purpose, the large cruising vessels must remain as close to them as is in any way possible, in order to be able to cover them with the heavy artillery and protect them against all attacks. ...must sail to the north side of Ceram, and after having first called upon the Seven Islands and investigated whether no Papuan pirates are to be caught there, since on the largest of them a bay is found in which as many as 100 of their vessels can lie without being seen before one is close to the shore, with united force, large and small, proceed further to chastise Rotti for the collusion with the Papuans, whose destruction and extermination must also be sought, in order, if it were possible, to thereby secure a tranquil habitation for the inhabitants of this province.

Dutch transcription

Van Amboina onder dato den 31: Maij 1765 Van Amboina onder dato den 31:' Maij 1765 Voorts zullen uE de vaartuijgen die hent ontmoeten mogten almede hebben te visiteeren en de zulke waar in de minste specerijen mogten ontoekt worden moeten opbrengen of zo zij u Lieden kinderlijk zijn vermielen en der selver Equipagie als formeele specerij dieven behan„ „delen Ingelijker voegen zullen uE te werk moeten gaan met alle sodaenige vaartuijgen die zonder egte passen mogten worden aangetroffen schoonze ook geen specerijen in heb„ „ben vermits het zwerven zonder passengen goede oogmerken denoteert En alle vaartuijgen welke uE tragten te ontloppen moe„ „ten door dezelve nagezet en de visitatie met willen „de gedogen met geweld daar toe gedwongen worden al sou„ „den uE: des noods de wederstaend biedenden in den grond booren ten fine hier door de sluijkzieken die maten te intimideeren datze voor eerst zo niet in 't geheel ten minsten grotendeels hunne voor 's Comp:s specerij handel ruieuse neering aan een zijde stellen en zig weder aan hun oude kostwinning begeven Jnde visitatie der onder verdenking van specerij - sluijkerij zijnde plaetsen aan Cerams cust sullen uE nauwe wegen passeerende zig wedienen in agt te neemen voor de buijkvangen en voet angels waar mede die veeltijds bezet zijn om in geen onge„ „val te geraken Na verrigting van al het vorenstaende het S. geen ik calculeere buijten eenige niet te voorziene tegenspoeden van de zee off en andersints te sullen kunnen wesen volbragt voor de doorbrake der ooste en zuijde ooste wienden zullen uE westwaarts langs de binnen Cust door het gat van kelang Maar op dat de hoofden van de negorijen die op Ceram aangedaan worden door geen ontijdige bewe„ „ging van schieten of iets diergelijks mogen worden geal„ „larmeert zullen uE:, hen aanboord willende doen ko„ „men tot een zeijen daar toe eenlijk moeten laeten waeijen de witte of vrede vlag zonder na het ordinair gebruijk een schoot te doen om dat de negorijs volkeren dan te ligter occagie gegeven word om hen in postuur van defensie en tegenweir stellen of ook wel zig schuldig gemaakt hebbende aan specerij sluijkerij de nagu„ „len te verborgen so als meermaelen is geschiet Ingevalle het mogte gebeuren dat uE aan Ce„ „rams Cust of elders in dese Contreijen een ofje Wanneer met de tot dat eijnde principael geschikt zijnde orembaeijen een landing ondernomen word zullen de grote kruijsvaartuijgen so na bij deselve moeten blij„ „ven als maar eenigsints doenlijk zij om ze met het grof geschut te konnen decken, en tegens alle aanvallen beveij„ „ligen moeten loppen na de noordkant van Ceram en /:na de seven Eijlanden eerste hebben aangedaan en onderzogt of daar geene papouse rovers te agterhalen zijn nademaal op het grootste derselve een blaeij gevonden word waar in wel 100: hunner vaartuijgen leggen konnen zonder gezien te worden voor dat meen digt op strand is:) met vereende magt groot en kleijn Rottij naeder gaen kastijden over de collusie met de papouen welker verdelging en uijtroeijning mede moet worden betragt om ware het mogelijk de Ingezetenen deser provintie daar door een geruste in woning te besorgen. moeten meerder

NL-HaNA_1.04.02_3157_0222 view scan ↗

English

From Amboina, dated 31 May 1765 From Amboina, dated 31 May 1765 should you encounter one or more foreign European ship or ships with the intention of making acquaintance and friendship with the native, or with other purposes, you shall immediately, in accordance with the 17th article of the Instruction which is commonly given to the cruisers to South and North Ceram and is now also furnished to you in order to guide yourselves accordingly insofar as it does not contradict the contents hereof, dispatch to the same two of the most suitable and well-behaved military men, namely non-commissioned officers equipped solely with their sidearms, without making much ceremony or engaging in any discussions, and have them deliver to the commanding officer on board such a written Protest as several of the same are furnished to you for that purpose, observing above all that the Company's respect and dignity are in no way compromised, nor that through your actions the slightest occasion is given to such foreign nations for any fundamental complaints about indecorous or uncivil treatment, for which you in such a case shall in the first place be accountable and punishable according to the findings of the matter. In order that each of you and the men under your authority may properly acquit themselves of their duty in this cruising expedition and be encouraged to vigilance to overtake and overpower the pirates and smugglers, it is hereby promised to them, pursuant to the authorization of Their Right Honorables in their honored separate missive of the last of December 1763, that everything which is captured shall belong to the captor, provided that the spices are delivered to the Company at the purchase price and the war gear according to appraisal, of which furthermore notice shall be given publicly before the mast to the soldiers and sailors on the respective vessels, and it shall be recorded in the journal that this was done. The cruising must be continued jointly by you on Ceram's North Coast until the last of July, in order to then return back here with the orembaais past Bonoa and the mainland between Kelang and Manipa, since until that time you are provisioned with the ordinary ration and, in addition, supplied with 800 lb of salted meat and 640 lb of salted pork, in order to dispense from it, when necessity may press and not otherwise, twice a week to every sailor and soldier ¼ lb. Of all that occurs in this current expedition worthy of note, an accurate record shall be kept by you and notice must be given to me via the nearest Company post or residency as soon as the opportunity arises, so that I may know to what extent the purpose of your mission is fulfilled. Meanwhile, I trust that you will in all respects observe unity and peaceableness among one another and maintain good discipline among your subordinates, as upon that depends much of the good or bad outcome of your undertakings, which I wish that God may bless in every part and will arm you with courage for it, so that you may be received back here in joy. Below stood: Your good friend. Was signed: W: Fockens. In the margin: Amboina in Castle Victoria, 9 March Anno 1765. Below stood: Thus done, resolved, and determined at Amboina in Castle Victoria on the date aforesaid. Was signed: W: Fockens, I: A: De villeneuve, A: v: den Brink, C: F: Treno, and E: Homma. From Amboina, dated 15 May 1765 From Amboina, dated 31 May 1765 Thursday, 2 May Anno 1765 Council of Policy meeting. Absent: the heads of the spice-producing trading offices, as well as the Captain Commandant Hendrik van den Brink, the latter being on an expedition to Ceram's South and North Coast. The Lord Governor, having made known to the members that His Honor had intentionally convened this meeting to give them a reading of the letter received in the afternoon from the heads of the cruising expedition of the south and north coasts of Ceram, the Military Captain Hendrik van den Brink and associates, dated the 25th of the past month of April, because certain points appeared therein that His Honor deemed of such weight that they required the deliberation of this Council, presenting to that end simultaneously the aforementioned letter, whereby in the first place it was seen with much surprise that the bark de Buijs and the sloop de Nagulboom were already so leaky that they could scarcely be kept above water, and that the heads of the expedition were fearful for them if they had to complete the cruise, wherefore they proposed to the Lord Governor, since in their view the greatest damage had already been inflicted on the enemy and the expenses of the Company, running very high month by month, could be reduced, to send only two pantjallangs and twelve orembaais to Ceram's north side in order to punish Greater and Lesser Hottij and cruise through the Seven Islands, and then to have the remaining orembaais return here with the two aforementioned vessels. All of which having been deliberated, and it being communicated by the Lord Governor to the assembly that there was presently no vessel on hand that equaled the bark de Buijs or the sloop den Nagulboom in size and could be sent to relieve either of them, since the Nooteboom had not yet been repaired and the sloop de Haak, which had just arrived here from Batavia via Saparoua and Haroeko, was such a poor sailer that it could be of no service in such expeditions.

Dutch transcription

Van Amboina onder dato den 31:' Maij 1765 d Van Amboina onder dato den 31:' Maij 1765 meerder vreemd Europische schip of scheepen kwa„ „men te rencontreeren met intentie om kennis en vrindschap met den Inlander te maken dan wel met andere inzigten zullen uE: immediaat Conform het 17:e articul van de Instructie werke de kruijssers na zuijd en Noord Ceram gemeenlijk en ook aan ulie„ „den thans mede gegeven word om zig daar na in so verre deselve den inhoud deses niet is contrarieerende ook te reguleeren twé van de geschikste en wel Levendste militairen namentlijk onder officieren eenlijk met hun zuijdgeweer voorzien na deselve moeten afzenden zonder veel omstandigheeden te maken of zig in eenig discoursen in te laten aan den daer op Commandee„ „ren den officier door hen doen overgeven een sodanig schriftelijk Protest als tot dat eijnde eenige aan uE mede gegeven worden voor al observeerende dat 's Comp:s respect en agtbaerheijd geensints gekrenkt nog door uw toe doen aan diergelijke vreemde natien de alder„ „minste occasie gegeven worde tot eenige fondamen„ „teele klagten over onkeusche of incivile bejegeningen waare voor uE in sulken geval in de Eerste plaets sullen aansprekelijk en Corrigibel zijn na bevinding van zaken op dat een ieder uwer ende onder hun gezagstaende manschap zig in dese kruijstogt behoorlijk van hun opligt mogen quijten en tot vigilantie werden aange„ „moedigt om de roovers en sluijkhandelaars te agter „baelen en te overmeesteren werd bij desen aan deselve ingevolge de qualificatie Haarer HoogE Edelhedens bij derselver gehonoreerde aparte missive van ult:o xber: 1763 belooft dat al het geene wat agterhaeld word voor den aanhaler zal wesen mits de specerijen na den inkoops prijs en het oorlogs tuijg volgens taxatie aan de Comp:e leverende waar van over sulx aan de soldaet en mattro„ „sen op de respective vaartuijgen bescheijden publicq voor de mast zal moeten kennis gegeven en bij het Iour„ „nael aangetekent worden dat zulx is geschiet De bekruijssing zal door uE: aan Cerams Noord„ „cust gecombineert moeten Continueeren tot ult:o Iulij om dan met de orembaeijs bezijden Bonoa en de vaste wal tussen kelang en Manipa door herwaarts te rug te keeren na dien uE: tot so lange met het gewo„ „ne rantzoen zijt geproviandeert en daer bij voor zien met 800: lb: gezoutten vlees en 640:- lb: gezou„ „ten spek om daar van wanneer de noodaan de man mogte komen en anders niet tweemael ter week aan ider zeevarende en militair te verstrekken ¼ lb van al het geene in dese ouwe expeditie van eeni„ „ge aanmerking voorvalt zal een accurate aantekening door uE gehouden en mij kennis gegeven moeten wor„ „den over de naaste Comp:s post of residentie sodra zig de gelegentheijt daar toe voor doet op dat ik moge weten in hoe verre aan het oogmerk uwer zending voldaan zij Ondertusschen oflatteer ik mij dat uE: in allen opzigte te eensgezientheijd en vrede leverentheijd onder Elkanderen zullen betragten en onder derzelver onderhoorige een goede discipline houden dewijl daer van veel dependeert de goede of kwade uijtslag uwer onderneemingen die ik wensche dat God in allen deele zegenen en uE: daar toe met kloekmoedigheijd wapenen wil op dat uE alhier in inkoops vreugde 1: 73 Van Amboina onder dato den 15: Maij 1765 Amboina onder dato den 31: Maij 1765 Van vreugde weder ontfangen mogen worden bij /:onder stond:/ uE goeden vriend /:was getekent:/ W: Fockens /:in „marginne:/ Amboina in 't Casteel victoria den 9:e Maart A:o 1765: /:onder stond:/ Aldus gedaan gearresteerd ende geresolveerd tot Amboina in't Casteel victoria dato voorsz: /:was getekent:/ W: Fockens, I: A: De villeneuve, A: v: den Brink, . . . . . . C: F: Treno en E: Homma. onderdag den 2:e Maij A„o 1765 vergadering van Politie Abesent de Hoofden der specerije gevende Comptoi„ „ren benevens den Capitain Commandant Hendrik van den Brink zijnde de laaste in Expeditie na Cerams Zuijd en Nooord Cust De Heer Gouverneur aan de Leeden te kennen gegeven hebbende dat zijn Ed: deese vergade„ „ring expres hadde laten beleggen om aan deselve lecture te geeven van de brief na demiddag van de Hoofden der kruijs expeditie van de zuijd en Noordcusten van Ceram den Capitain militair Hendrik van den Brink C: S: ontfangen zijnde gedateert den 25: der gepasseerde maend April dewijl daar bij sommige poincten voor kwaemen die zijn Ed: van dat gewigt oordeelde datze de deliberatie van deezen Raade kwarmen te vereijsschen exhibeerende ten dien eijnde te gelijk de voorsz: brief waar bij in de eerste plaats met veel surprise gezien wierde dat de barcq de Buijs en de Chialoup de Nagulboom reets zo lek waren datze ter nauwer nood boven water konden gehouden worden en dat de hoofden der Expeditie voor deselve bedugt waren bij aldien zij de kruijstogt moesten volbrengen weshalven zij aan den Heer Gouverneur kwamen te proponeeren vermits na hunne gedagten den vijand de grootste schade reets was toegebragt en de onkosten van de Comp:e maand voor maend al hoog opstock loopende zouden kon„ „nen worden vermindert om eenlijk twee pantjal„ „lings en twaalf orembaeijen na Cerams noord„ „kant te zenden ten eijnde groot en kleijn hottij te gaen kastijden en de seeven eijlanden te door „kruijssen en dan de overige orembarijen met de twee voornoemde vaarthuijgen herwaards te doen opkoo„ „men over welk een en ander gedelibereert en door den heer Gouverneur aan de vergadering gecom„ „municeert zijnde dat men teegenwoordig geen vaartuijg aan handen hadde dat de barcq de Buijs of de Chialoup den Nagulboom in groote evenaarde en gesonden konde worden om een van beijde aftelossen na dien de Nooteboom nog niet vertimmert was en de hier pas van Batavia over Saparoua en Haroeko gearriveerde Chialoup de Haak zo een slegte zeijlder was dat die geen dienst konde doen in diergelijke expeditien deezen 75

NL-HaNA_1.04.02_3157_0224 view scan ↗

English

From Amboina, dated 31 May 1765 From Amboina, dated 31 May 1765 and therefore also due to be dispatched again the day after tomorrow to Haroeko to collect a cargo of cloves, and furthermore that, owing to the long absence of the bark De Draak, which is expected from Banda, the pantjalling De Liefde is currently being used to fetch the cloves from Hila in small quantities; and that, for the purpose of transferring the cloves from Laricque to this main office, the pantjalling De Smaak had already been recalled from under Haroeko from its cruising expedition, to be replaced by the pantjalling De Spion. His Honour further submitted for the members' consideration what should be done in this case: whether to accept the proposal of the heads of the cruising expedition, or to leave the cloves uncollected, since, apart from De Liefde and De Smaak, both capable of carrying only a little, no vessels were presently at hand for their transport from Hila and Laricque. The former course His Honour considered inadvisable, partly because of the expenses already incurred for the expedition, and partly because such a division of the fleet would weaken the force too greatly, since the cruisers, having encountered great resistance on Hottij in the previous year, ought to appear formidable. The latter course would also cause the inconvenience that one of the two ships, namely the Vrouwe Elisabeth, would not be able to depart for Batavia at the ordinary time together with Giesenburg, but would have to remain behind until the sloop De Haak had made the round of the offices of Hila, Haroeko, and Laricque, and collected the cloves from one office after the other. Which matter having subsequently been extensively discussed and taken into consideration: on the one hand, the danger to which the bark De Buijs and the sloop De Nagulboom are exposed if they are not allowed to come up from the fleet; and on the other hand, not only the weakening that their departure would cause to the power of the cruisers if their place is not taken by other vessels, but also the embarrassment in which one will be placed regarding the transport of the cloves from the outer offices if use is made of the pantjallings De Liefde and De Smaak, in addition to De Spion, besides which there are no other vessels. Therefore, for the sake of the expenses already incurred, it was judged best to let the expedition proceed according to the established plan, and consequently resolved to choose the lesser of two evils, and thus to send to meet the cruisers the pantjallings De Liefde, De Smaak, and De Spion, in order to distribute among them the soldiers and sailors, together with the provisions and ammunition goods from De Buijs and De Nagulboom, and after that to have the two last-mentioned vessels dispatched hither, solely with as many men as will be necessary for their transport; and furthermore to dispatch a letter to Haroeko this evening to Chief Hartog, to order the commanders of the pantjallings De Spion and De Smaek to come here with the utmost speed, while De Liefde is daily expected from Hila. Furthermore, From Amboina, dated 31 May 1765 From Amboina, dated 31 May 1765: Furthermore, having reflected that on Dawang and Kellibon there were two strong bentings, and that the heads of the aforesaid expedition, having captured the first, had to abandon the other because their powder was exhausted and they had two dead and eight wounded; and that having been engaged before Zeijlor for fully three hours, they were likewise unable to take that benting, and also seem to have little expectation of capturing the negorij or cliff of Tobo because, as they say, they do not have the means at hand for it, without however indicating in their letter what these consist of, as ought to have been done so that one could have assisted them therewith if necessary. Since the negorijen Kellibon, Zeijlor, and Tobo are the principal places which the aforesaid heads are charged by instruction, among other things, to visit, it is—although the frequently mentioned heads, in saying that their powder was exhausted, undoubtedly had in mind that quantity which they took ashore from aboard to make the landing, and not the entire supply of nearly 300 lb given to them from here, since a great deal of shooting would have had to occur for all of it to be consumed—nevertheless for prudence's sake approved to furnish them with: 500 lb of gunpowder, 150 pieces of hand grenades, 50 mortar grenades, and 2 barrels or 2160 pieces of sharp cartridges; and in addition, in place of the 25 wounded and disabled men, both from the military and the naval service, who were shipped from Kiscalaut to Saparoua with the pantjalling Het Verlangen and are still expected from there, to reinforce them with: 2 sergeants, 2 corporals, 20 common soldiers, 12 sailors, 1 third surgeon, and 1 gunner, for which one has been enabled by the soldiers who arrived today from the cruise under Haroeko and Sapparoua with the cruising orembaais under the authority of the Radjas of Soija and Kielang; in case these might perhaps be the means they needed to capture the negorijen Kellibon, Zeijlor, and Tobo. Whereupon it was resolved to recommend that the often-mentioned heads of the expedition exert all efforts, whether—if they have already passed them and the winds serve for it—they turn back, or else, if it should be more convenient for them, they run along the north coast of Ceram eastward or through the passage of Kebbing, and thus the frequently mentioned three negorijen.

Dutch transcription

Van Amboina onder dato den 31:' Maij 1765 E Van Amboina onder dato den 31: Maij 1765 en daarom ook op overmorgen weder na Haroeko stond gedepecheert te worden ter afbaal van een lading nagulen en voorts dat de pantjalling de Liefde mits het lang uijt blijven van de barcq de draak dewelke van Banda verwagt word tegenwoordig gebruijkt wier„ „de om in kleijne parthijen de nagulen van Hila afte „haalen mitsgaders dat ten sulken eijnde om de nagulen van Laricque na dit hoofd Comptoir over te brengen ook reets van onder Haroeko uijt haar kruijstogt opge„ „roepen was de pantjalling de smaak om door de pantjal„ „ling de spion vervangen te worden so gaf zijn Ed: de Leeden al verder in Consideratie wat men in dit geval zoude doen het voorstel van de hoofden der kruijs ex„ „peditie amplecteeren of de nagulen onafgehaalt gelaten vermits buijten De Liefde en de smaak beijde maar weijnig kunnende laden tot derselver transport van Hila en Laricque geen vaartuijge present aan handen was, welk eerstgem=te zijn Ed: met raadsaam oordeelde eensdeels om de reets geimpendeerde korsten tot de Expe„ „ditie en anderendeels om dat zo een verdeeling van de vroot de magt te zeer verswacken zoude dewijl de kruijssers in den voorleden Jare een groote we„ „derstant op Hottij gevonden hebbende formidabel dien„ „den te voorschijn te koomen en het laaste ook dit in„ „convenient veroorsaken zoude dat een der twee scheepen namentlijk de vrouwe Elisabeth niet op de ordinaire teijd te gelijk met giesenburg na Batavia zoude kunnen vertrekken maer over moeten blijven leggen tot dat de Chialoup de Haak de ronde op de Comptoiren Hila Aaroeko en Laricque zoude gedaan en van het eene Comptoir voor en het andere na de nagulen afgehaalt hebben over welke materie vervolgens in 't breede gediscoureert en in overweeging genoomen zijnde aan de eene kant het gevaar waar aan de barcq de Buijs en de Chialoup de Nagulboom g'exponeert worden in dien men deselve niet uijt de vloot laat opkoomen en aan de andere kant niet alleen de verswacking die derselver opkomst aan de magt der kruijssers geeven sal indien men derselver plaats met geen andere vaertuijgen komt te remplaceeren maar ook de verlegentheijd waar in men gebragt zal worden, ten aanzien van den overvoer dere nagulen van de buijten Comptoiren zo men gebruijkt maakt van de pantjal„ „lings de Liefde en de smaak benevens de spion buijten dewelke men geen andere vaartuijgen heeft so is om de wille van de reets geimpendeerde kosten de Expeditie best geoordeelt die ingevolge het gemaakte plan te laten volveren en gevolglijk verstaan van twee kwaeden het minst te kiesen en de kruijssers dus te gemoed te zen„ „den de pantjalling de Liefde, de smaak en de spion om daar over de militie en zeevaart met de pro„ „viand en ammonitie goederen van de Buijs en de Nagulboom te verdeelen en na zulx de twee Laastgenoemde vaarthuijgen herwaards te laten depecheeren eenlijk met zo veel manschap als tot derselver transport nodig zal zijn mits„ „gaders nog deezen avond een briefje na Ha„ „roeko te Expedieeren aan het opperhoofd Hartog om de gesaghebbers van de pantjallings de spion en de smaek te ordonneeren ten spoe„ „digsten dit heen te koomen terwijl de Liefde dagelijx van Hila te gemoet gezien voorts 77 word Van Amboina onder dato den 31:' Maij 1765 Van Amboina onder de dato den 31: Maij 1765: Voorts gereflecteert zijnde dat op dawang en kellibon twee sterke bentings zijn geweest en dat de hoofden der voorsz: expeditie van de eerste meester geworden zijnde de andere hebben moeten verlaaten vermits hun kruijt op was en zij twee dooden en agt gequetsten hadden mitsgaders dat zij voor zeijlor wel drie uuren doende geweest zijnde die benting insgelijks niet hebben kunnen magtig wor„ „den en ook weijnige verwagting schijnen te hebben van de overmeestering van de negorij of klip van Tobo om dat zij de middelen daar toe zo zij zeggen niet aan de hand hebben zonder egter bij baren brief of te geeven waar in deselve bestaen gelijk hadde behooren te geschieden op dat men Een dan daar mede des noods hadde konnen secondeeren na de„ „maal de negorijen Kellibon Zeijlor en Toba de voornaamste plaatsen zijn dewelke voorsz: hoofden bij Instructie onder anderen gelast zijn te visiteeren so is of schoon meerm:de hoofden met het zeggen van dat hun kruijt op was ongetwijf„ „selt het oog zullen gehad hebben op die quantiteijt die zij van boord meede na de walgenoomen heb„ „ben om de landing te doen en niet op de gant„ „sche parthij die hen ten gewigte van bij na 300 lb: van hier meede gegeeven is aangezien er dan al vaij wat geschooten zoude moeten zijn gewor„ „den dat alles geconsumeert was egter voorzigtig„ „leijds halven goedgevonden hen nog te doen geworden 500: lb: buskruijt 150: p:s handgranaeten 50 „ mortier granaeten, en 2: vaatjes of 2160 p„s scherpte patroonen en daar bij ook in steede van de van kiscalaut met de pantjalling Het verlangen na Saparoua afgescheepte en van daar nog te gemoet gezien wordende 25: geblesseerde en impotente manschappen zo uijt de militie als zee„ „vaart te versterken met 2: sergeants 2: Corporaels 20: gemeene militairen 12: mattroosen 1: derde meester, en 1: Canonier ƒ waar toe men in staat is gestelt door de uijt de kruijstogt van onder Haroeko en sapparoua heeden met de kruijs orembaeijen onder het gezag van de Rad„ „jas van Soija en Kielang opgekoomene zoldaeten of dat zomwijlen de middelen mogten zijn die zij nodig hadden om de negorijen kellibon, zeijler en Tobo te overmees„ „teren maar toe geresolveert wierde dikgem: hoofden der Expeditie te recommandeeren alle kragten in te spannen het zij dat zij dezelve al gepasseert zijnde en de winden daar toe dienende te rug keeren of anders zo hen sulx geleegener mogt vallen de noordkant van Ceram oostwaarts of door het gaat van kebbing loopen en aldus meerm:de drie nego„ r zijen 79

NL-HaNA_1.04.02_3157_0226 view scan ↗

English

From Amboina dated 31:' Maij 1765 to pay another visit, in which latter case Ceram Laut could incidentally be visited once again to see whether the fled inhabitants might perhaps have returned and, with their artillery that was seen there in A:o p:o by the second mate Jacob de clerk, could be captured, as it was considered that if those three villages were abandoned without accomplishing the mission, it would only make their inhabitants insolent and overly bold, and that one should therefore seek to prevent this through the awe of the Company's arms. Beneath was written: Thus done and resolved at Amboina in Castle victoria on the date aforesaid. Was signed: W: fockens, I: A: de villeneuve, c: F: Treno, C: Homma, J: Fockens, and E: I: Beijnon. Lower: Agrees, Seijnon, Secretary. Pursuant to your Honorable's highly esteemed requisition, the undersigned has the honor to inform your Honorable how he, Hendrik van Ewijk, master of the bark Den Draak and designated Equipment Master for this Government, on his voyage hither from Samarang to Banda, namely on 9:' February last, drifting between the Toekangbesi Islands under the bearing of the foul point of Boeton, there, at the break of day, perceived behind him a ship accompanied by a snow, which displayed an English flag. Shortly thereafter, they sent their boat on board to inquire where we came from and whither our course was destined. After this statement, it was answered to us upon our reciprocal inquiry that they intended to go to China, but first wished to call at Amboina and Banda, Honorable Sir, From the Honorable Mr. Fockens: Willem Governor and Director Of this province Of Amboina dated 31:' Maij 1765 to call at 81 From Amboina dated 31:' Maij 1765:— From Amboina dated 31:' Maij 1765 to call at, having already been under sail 11: days according to their statement from the Batavia roadstead. Whereupon that boat departed again for its vessel, and at the very same moment that little ship tacked, and having gained the advantage of the wind over us, fired a cannon shot with live ammunition across our bow, hoisted a pennant at the masthead, and sent its boat a second time on board with a so-called Lieutenant carrying orders from his Captain to remove from our vessel the Boatswain along with two sailors, named Hans Adriaanze from Norway and Louwrens Hanssen from Stettin in the just-mentioned Kingdom, with threats at the same time that if they were not surrendered willingly, in that case to remove and transfer me myself as well, under promises that I would then receive a warm back. Whereupon, under duress, I sent my mate, boatswain, and the aforementioned two sailors with their boat on board, and after some waiting, the insolent adversaries sent my mate and boatswain back again, keeping the aforementioned two sailors with them on board, though only after they had kicked the mentioned mate into the waist of the ship and would not easily have released him without much and prolonged pleading by the boatswain, who in this case served me somewhat as an interpreter. Yet for consideration I have the honor to note herewith that the repeatedly mentioned and previously named sailors, in my opinion, contributed much to this themselves, being somewhat experienced in speaking English, and through that skill, upon the first arrival of the English boat, driven by their wicked inclination to desertion, they must have familiarized and ingratiated themselves with that boat's crew, although they were in no way called by anyone to act as interpreters, but rather the aforementioned Boatswain was. And as an explanation for this, the Captain pretended to have been informed that I was the very person who had previously harbored five Englishmen, unknown to me, in my vessel, on which account he found himself compelled to take such reprisals, as it were, against me. for thus 83

Dutch transcription

Van Amboina onder dato den 31:' Maij 1765 „rijen andermael een visite geeven wanneer in 't laaste geval Ceram zout empassant nog eens zoude kunnen worden bekogt om te zien of de gevlugte inwoonderen somwijlen mogten weesen gere„ „tourneert en met haar geschut dat in A:o p„o aldaar gezien is door den onderstuurman Jacob de clerk te attrappeeren zijn also geconsidereert wierde dat wanneer men die drie hugten on„ „verrigter Zake kwam te verlaaten zulx derselver bewooners maar trots en te stoutmoe„ „dig zoude maeken en dat men het zelve dier„ halven door 't ontsag van 'S Comp:s wapenen diende te tragten voor te koomen /:onder stond:/ Aldus Gedaan en de Geresolveert tot Amboina in 't Casteel victoria dato voorsz: /:was getekent:/ W: fockens, I: A: de villeneuve, c: F: Treno, C: Homma, J: Fockens, en E: I: Beijnon /:Lager:/ Accordeert Seijnon Secret=s Vervolgens uwel Edele Achtb: seer g'Art Requi„ „sit heeft den ondergetekende de Eere uw wel Ed: Achtb: te Be„ „rigtten hoe hij Hendrik van Ewijk gezaghebber op de barcq Den Draak en gedesigneert Equipagie Meester voor dit Gouver„ „nement in sijne herwaart Reijse van Samarang na Banda of wel den 9:' Februarij Iongstleden drijvende tussen de toecombessies onder de peijling van de vuijle hoek van Boeton aldaar bij 't op gaan derdagraat een schip verselt met een snauw agter sig quam te ontwaaren dewelke een Engelse vlag„ vertoonden en kort daar na hun schuijt Inboort zouden om te verneemen waar wij van daan quamen en werwaart onse cours gedestineert was na welker opgave ons op onse recipraque vrage geantwoort wierd de wil na China te hebben dog dat alvorens Amboina en banda een swilde Wel Edele Achtbaaren Heer Van den Wel Edelen Achtbaaren Heer Fockens: Willem Gouverneur En Directeur Deser provintie Van Amboina onder dato den 31:' Maij 1765 an Aandoen 81 Van Amboina onder dato den 31:' Maij 1765:— Van Amboina onder dat den 31:' Maij 1765 Aandoen zijnde bereeds 11: dagen volgens dies opgave van de Bataviase rhede verseijlt geweest waar op die schuijt weder na sijn boort vertrok gaande al mede te selver stonde het scheepje over staag en heb„ „bende de Laest van ons gekregen gaf een canonschoot met scherp voor ons over bij stede een wimpel van top en zond dies schuijt ten tweede male Aan boort met een soo genaamde Luijtenand met ordre van sijnen Capitain om den Boots„ „man nevens twee matrosen Gen:t Hans Adri„ „aanze van Noorwegen en Louwrens Hanssen van zittine in soo Evengem: koning rijk van onsen bodem te ligten met bedreijginge teffens dat soo deselve niet Goedwillig wier„ „den afgegeven in dien tevallen mij selve mede te Ligtten en over te transporteeren onder promis„ „ses als dan een warme rug te zullen Erlangen waar op vicoacta, mijnen stuurman boots„ „man en voorsz: twee Mattrosen met hun schuijt aanboort stuurde zendende na Eenig toe „vens de Brutale van Contranten mijnen stuurman en bootsman weder rugwaart hou„ „dende voorm: twee Mattrosen bij sig aan„ „boort na dat egter alvorens gewaagden stuur„ „man in de kuijl hadde geschopt en die niet ligt sonder veel en Langwijlig soebattens van den bootsman die in dit geval Eenigzints mij als tolk diende souden hebben afgegeven brengende dog ter speculatie hebbe ik de Eeere hier bij te noteeren dat dik gerepte en voorwaarts gen: mattrosen mijnes be„ „dunkens selfs veel daar toe hebben gecon„ „tribueert als eenigsints in het kappen van engelsch ervaren zijnde, en door die kun„ „de bij de eerste aankomst van de en„ „gelsche schuijt Ligal matveel door hun„ „ne boose genegentheijt tot het varia„ „bele aangezet met dat schuijts volk sullen hebben gefamilariseert en in gedrongen schoon genomen sij in 't winste door niemant maar wel den Bootsman voorsz: tot tolken waren geroepen geworden en waar Aan voor relaas dat die Capitain voor wendede berigt te zijn dat ik den selven was die bevorens zekere vijff Engelschen mij onbekent in mijnen bodem hadde gebor„ „gen gehad, waar omme hij sig genoodtwangt vond sodanige represailles als het ware van mij te neemen voor dus 83

NL-HaNA_1.04.02_3157_0228 view scan ↗

English

From Amboina under the date the 28th of May 1760 Today the 1st of April 1765: From Amboina under date the 31st of May 1765: thus consequently the withholding of the same could not indistinctly be attributed. After which in view of the contrary, those vessels braced aback again and tacked along with us until about the 12th day thereafter when we lost sight of them entirely, and over which loss we could easily comfort ourselves, — Wherewith hoping to have satisfied the intended purpose of Your Honorable, I take the liberty to have the honor to be with deeply dutiful submission stood below: Right Honorable Sir. Lower: Your Honorable's entirely humble and dutiful Servant was signed: S: V: Swijk, in the margin: Amboina Victoria the 18th of May Anno 1765 Appeared before the ordinary monthly officiating members of the Honorable Council of Justice of Castle Victoria in Amboina in the presence of the provisional judicial officer Elias Jacob Beijnon Pattij Siva, native of the settlement Sirij Sorij, who at the requisition of the adjunct judicial officer related Firstly that more than three years ago he, deponent, departed from his settlement, for the reason that he lived in discord with the pattij of Sirij Sorij, which originated because he deponent, his father, and grandfather had made a request to have a pattij over the Moorish settlement Sirij Sorij, concerning which request they were both sent to Batavia, the pattij having always held a grudge against him over this and consequently burdened him with settlement services more than anyone else, which he deponent could no longer bear, and with the departure of the Saparoua chief, the Honorable van Beusechem, left his settlement and crossed over directly to Sepa by prahu, where he stayed for about a month with the Alfoor Nouhoeloe and sustained himself by processing sago and fishing. Secondly, that he deponent on a certain evening being at sea with a prahu with the son of Nouhoeloe named Tawaijl to fish with a line, was overtaken by eight Ceram junks, which took him deponent and the son of the mentioned Alfoor prisoner, taking him deponent to Kelemoerij and the son of the Alfoor to Batoelomie. Thirdly, that he deponent had his residence on Kelemoerij for more than three years with a so-called Captain Mama, where during his stay he was treated very well, having processed sago for him, and whenever the aforementioned Captain Mama was on an expedition, which usually lasted about half a month, he deponent would then watch over his house, he bringing back upon his return, in exchange for the linens taken along, from the Bugis and Macassars, his vessel loaded with cloves, which he in turn exchanged on Kelemoerij for linens of all sorts coming to the Buginese, Macassars, and Mandarese, of which at his departure from Kelemoerij having been in the beginning of the past month F March 8.5

Dutch transcription

Van Amboina onder de dato den 38:' Maij 1760 Op Heeden den 1e: April 1765: Van Amboina onder dato den 31:' Maij 1765: dus Consequentelijk het agterhouden van deselve niet onduijster soude kunnen werden geattri„ „bueert Nawelke in cieviele van Contre, die bodems weder afbrasten en met ons voort boegden tot Circa den 12: den daar aan wanneer wij deselve geheel uijt het gezigt waren geraakt en over welk verlies wij ons Ligtelijk kon„ „den vertroosten, — Waar mede verhopende aan't bedoelt oogwit van uwel Edele Achtbaare te hebben genoeg gedaan ik de Eere emancipeeren met diepschuldige onderdanigheijt te zijn /:onderstond:/ Wel Edele Achtbaa„ „ren. Heer /: Lager :/ uwel Edele Achtbaarens gansch onder da„ „nige en trouwschuldige Dienaar /:was Getekent:/: S: V: Swijk, /:in margine:/ Amboina Victoria den 18:' Meij A„o 1765 Compareerde voor de ord:e maandelijxe vaceerende leeden uijt den E: agtb: Raad van Iustitie des Casteels victoria in Amboina ten overstaen van den promiterium Iustitueelen officier Elias Jacob Beijnon Pattij Siva Inlander van de Negorij Sirij Sorij dewelke ter requisitie van den adjunterum Justieelen officier relateerde Eerstelijk dat ruijm drie Iaeren geleden hij Relatant uijt zijn negorij geweeken is, om reeden dat men der pattij van sirij sorrij in oneenigheijd leefde het geene zijn oorspronk hadde om dat hem relastant 'snaden en groot vader versoek hadde gedaan om een pattij over de moorse negorij sirij Sorij te hebben over welk versoek zij beijde na Batavia zijn versonden hebbende den pattij altoos tegens hem daar over een hoet behouden en derhalven met negorijs diensten meer dan een ander opgelegt het geen hij relatant niet Langer verdraegen konde met het vertrek van het saparouas opperhooft D' E: van Beusechem sijn negorij heeft vertaeten en direct sepa p:r prauw is overgestoken alwaar omtrent een maand bij den alphoerees Nouhoeloe sig heeft opgehouden en zigerneert met zogoe pockelen en vissen Ten 2:e dat hij retatant op zeekere avond met de zoon van Nouho„ „loe in name Tawaijl met een prauw in zee zijnde om met de lijn te vissen door agt ceramse Ionken is agter baalt die hem , relatant in de zoon van gen: alphoerees gevangen namen hem relatant ooerende na ze„ „lemoerij en den zoon van den alphoerees na Batoelomie Ten 3:e dat hij relatant ruijm drie Iaar op kelemoerij sijn verblijff heeft gehad bij een zo genaamde Capitain Mama aldaar geduurende zijn aan„ „wesen zeer wel behandeldt is hebbende voer denselve zagoe gepockelt, en wanneer voorn: Capitain Mama op Een togt was die gemeenlijk wel een halve maand duurde hij relatant als dan op zijn huijs pasten brengende met zijn te rug komst voor de mede genome lijwaten van de Boegineesen en maccassaeren zijn vaartuijg gelaede met nagulen, dewelke wederom voor Lijwaeten van alderbande zoort op kelemoerij komende aan de Boegi„ „neese maccassaeren en Mandareesen vere ruijlde, waar van met zijn ver„ „trek van kelemoerij zijnde geweest in het begin van de gepasseerde maand F Maart 8.5

NL-HaNA_1.04.02_3157_0229 view scan ↗

English

Amboina under date of the 31st of May 1765 From From Amboina under date of the 31st of May 1765 March another 90 Bugis and Mandarese vessels as well as 50 Papuan vessels lay at anchor, with more being expected daily, the said vessels usually arriving around the time of the New Year and departing with the beginning of the east monsoon, though in the rivers of Kislauw, Goemoe, Afan, Kremilang, Batoe Lomis, Celor, Kelemoerij, Kellebon, Toobo, and Pattoe Affang a number of 2 to 3 junks stay over. Fourthly, the declarant states that during his presence at Kelemobij, the Captain of Killebong named Kamer and the Captain of Celor named Kiris arrived there, bringing with them the Corporal of Hatuano, as well as three other natives, who by order of the Radja of Kellemoerij were hanged by their legs from a tree in front of the bale-bale, and after having first danced to native music, by order of the said Radja, his people first shot at the Corporal with arrows and stabbed him with assagais until he gave up the ghost, whereupon his head was chopped off and kept in their roemasetang or devil's house, having acted in the same manner with the three natives, just as, after the lapse of about a month, was also done to a soldier of Nussalaut who was brought there by the Captain of Kelibon named Kamer. Fifthly, that the declarant heard at Kellimoerij not only from Captain Mania but from all the Ceramers that they obtained most of their cloves from Saparoua and Nussalaut, and that not a single regent was innocent of smuggling, and most recently, when the vessel from Pelibon, commanded by a Ceramese Captain named Hamba of Kelibon, was overpowered by the party of Soelij, the latest cloves from Saparoua were brought by five junks, being two junks from the village of Dawan, one from Celor, and two from Kelibon, from which last-named village one was captured by the aforementioned party of Soelij. Sixthly, that most of the peoples of Ceram keep their cloves entirely up the river of Celor, Kesalouw, Toemoe, Asan, Hoemillang, Battoelomie, Kellemoerij, and Kelebon, but predominantly in the river of Tobo and Batoeassang, where one can enter at high water with a sloop, the Ceramers having erected small houses there where they store their gold, silver, and their bartered cloves for fear of the expedition fleet, since they had received word from the village of Tobo that a cruise was about to take place. Seventhly, that the declarant departed from Kelemoerij in the beginning of the past month of March with Captain Mama and another 60 junks to barter for cloves from Saparoua and Bussalaut and to burn down the villages situated thereabouts, to which end the declarant was put ashore by Captain Mama to ascertain whether a good watch was being kept everywhere. Wherewith the declarant came to end this declaration of his. Below stood: Thus done, passed, and related in the ordinary Council Chamber, date as above, in the presence of the Honorable Gerardus Hengevelt and Peerloff Wiltschut, both members of the Honorable Council aforesaid, who have signed the original minute of this along with the declarant and myself, sworn secretary. Lower stood: This attests, was signed: P:r W:m Meijs, sworn secretary. Eighthly, the declarant says that most of the Ceramers' weapons consist of assagais, bow and arrow, and also some swivel guns, but that the Macassar, Bugis, and Mandarese padawakans, some of them, are equipped with 5 to 7 flintlocks, and some large junks are even equipped with 8 swivel guns, and that the Macassars obtain their powder and lead from Boeton, wherewith, upon their annual arrival at Kelemoezij, they supply the Ceramers from their stock, who in return give them cloves instead. Ninthly, the declarant stated that when he was apprehended by the patrol of Sirij Soraij he had no parang or any sharp weapon with him, nor did he attempt to save himself by flight, the declarant along with the native of Hamahoe having been apprehended together and taken to Sirij Soraij, from where he was sent with the said native to Saparoua and brought from there to this place, the declarant never having been handed over by the Radja of Boemelehie to any person; however, having barely reached the shore, the declarant was apprehended between Sirij Sorré and Oelat, testifying that he had never intended to return to the Ceramers, but had been of the intention to give notice of the Ceramers' arrival, just as he has already done to those who apprehended him. Today 6 87.

Dutch transcription

Amboina onder dato den 31:' Maij 1765 Van Van Amboina onder dato den 31: Maij 1765 Maart nog 90 Boegenoesen en Mandareesen Tanken als mede 50 papoese vaartuijgen ten anker laegen werdende nog dagelijx meer verwagtt, koomende gem: vaartuijgen gemeenlijk omtrend de tijd van nieuwe Jaar, en vertrocken met het begin van de oost mousson dog in de revieren van kislauw Goemoe Afan Kremilang Batoe Lomis Celor kelemoerij kellebon Toobo en Pat„ „toe affang een getal van 2: â 3: Ionken overleggen. Ten 4:e verklaerende hij relatant dat met zijn aanwesen op kelemobij den Capitain van Killebong gen:t kamer en den Capitain van Celor in name kiris aldaar gekomen zijn, mede brengende den Corp:l van Ha„ „tuano, benevens nog drie Inlanders, dewelke op ordre van de Radja kellemoe„ „rij aan een boom voor de Balleuw bij de beenen wierde opgehangen, en na dat alvoorens met Inlandse speelwerk gedanst was, zoo wierd op bevel van gem: Radja, door zijn volkeren eerst op den Corp:l met pijlen geschooten, en assegarijen gestoken, zoo lange tot dat denselve de geest gaf, wanneer het hoofd wierd afgekapt, en in hun Roemasetang of Duijvels huijsje be„ „waart is hebbende indiervoegen met de drie inlanders even zoo gehandelt gelijkerwijs nae verloop circa van een maand met een soldaet van Nus„ „laut, die door den kapitain van Kelibon gen:t kamer aldaar gebragt is ook gelieft was. Ten 5:e dat hij relatant op kellimoerij gehoor heeft niet alleen van den Capitain Mania maar van alle de Cerammers dat hunne meeste nagulen van sapa„ „roua en Nussalaut kreegen en dat geen een regent van morshandel onschul„ „dig was zijnde Jongst wanneer door den pattij van foelij het vaartuijg van pelibon gevoerd door een Ceeramse Capitain gen:t Hamba van kelibon overmeestert is de laeste Nagulen van Saparoua door vijff Jonken zijn aangebragt, zijnde twee Ionken van de negorij Dawan een van Celor„ en twee van kelibon, van welke laest gen: negorij en door voorm: pattij van soelij is verovert: Ten 6:e dat de meeste volkeren van Ceram hunne nagulen berging ge„ heel boven de revier van celor ke salouw Toemoe asan Hoemillang Battoelomie Kellemoerij kelebon Edog de voornoemste in de rivier van Tobo en Batoeassang alwaar men bij hoog water met een Chialoup kan in komen, hebbende de Cerammers aldaar huijsjes opgezigt, daar hun goud silver en hun ingeruijlde nagulen bewaeren, uijt vreese voor de Ex„ „peditie vloot vermits van de negorij Tobo teijding hadde gekreegen dat een kruijstogt stond te geschieden Ten 7:e dat hij relatant met den Capitain Mama in het begin van de gepasseerde maand maart kelemoerij met nog 60 Ionken is vertroc„ „ken om nagulen van Saparoua en Bussalaut in te ruijlen en de daar omstreiks leggende negoritjes afte branden ten welken eijnde hij relatant door den Capitain Mama is aan de wal geset om te verneemen of over al wel goede wagt wierde Waarmede den Relatant deze zijne verklaering quam te eijndigen /:onder stond:/ Aldus Gedaan Gepasseerd ende Gerelateerd Ter ordinare Raad Camer datum ut supra ter Presentie van D E:s Gerandus Hengevelt en Peer„ „loff Wiltschut Beijde Leeden uijt den E: Agtb: Raad voor„ „noemd die de minute deses nevens den Relatant ende mij p„l secretaris hebben onderteekend /:Lager:/ Dit getuijgt /:was getekend :/ P:r W=m Meijs p„l secret:s Ten 8=ste segt hij relatant dat Cerammers hun meeste geweeren bestaan in assagaije pijl en boog ook in eenige rantakken dog dat de maccassaare Bogineesen en mandareese Padawakans sommige met 5: â 7: snaphaanen Ook eenige groote Ionken wel met 8: rantakken voorzien zijn en dat de maccassaaren hunne kruijt en Loot van Boeton magtig werden waar van zij met hun komst 'sjaarlijks op kelemoezij de Cerammers van hun voorraad gerieven dewelke daar voor Naegulen in steede geeven Ten 9=de verklaarde den Relatant dat toen hij door de ronde van sirij sortij is op gevat geen parring of eenig scherp bij zig gehad heeft ook niet dat hij zig met de vlugt heeft tragten te souvee„ „ren zijnde hij relatant benevens den Inlander van Hamahoe te samen opgevat en nae Sirij soraij gebragt van waar bij met gem: Inlander nae saparoua gesonden en van daar herwaarts is gebragt sijnde hem relatant nooijt door den Radja van Boemelehie een eenig persoon overhandigt gehoude dog nauwelijk aan de wal zijnde, zoo wierd hij relatant tusschen sirij sorré en oelat opgevat, betuijgende niet van voornemen geweest te zijn om ooijt weeder bij de Cerammers te rug te keeren maar zijnde van intentie geweest om van de komst der Cerammers kennis te geven gelijk sulks aan die geene dewelke hem hebbe opgevat bereeds gedaen heeft gehoude Heeden 6 87. „

← previousnext →