Inventory 3170
Bengal · 313 pages · 104 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
1422 the 18th 9ber the 18th 9ber His Honour informs the Council that he must go to Calcutta on a commission. and about whose actions His Honour had already seriously complained on the 4th instant in a detailed letter to Lord Clive, although thus far without any result. That His Honour further, on the occasion of the visit made on the 15th of this month in the Moorish fort to the aforementioned Naib Subah, and at the return visit of that gentleman, had seriously spoken with His Honour about the adversity facing our trade, and the damage naturally resulting therefrom to the country's revenues, and among other things also about the detention of goods at the chowkies, both by water and by land. That that gentleman had answered thereupon in friendly terms that he would very gladly provide for this, but that the management of affairs now took a different turn than previously, thus clearly indicating that something more was required for this than His Honour's good intentions and authority, under the promise, however, that he would do his best so that the open transport of the Company's goods, upon showing the dustucks, should proceed unhindered, but that something had to be paid for private persons, and in that regard an arrangement had to be made between the Hooghly Faujdar and him, the Director, to which His Honour had indeed been obliged to consent. That he, the Director, being obliged to depart for Calcutta in the next few days to carry out a commission entrusted to His Honour by Their High Excellencies, and well foreseeing that petitioning and writing to the Nawab will be a futile effort as long as no sound agreement is made with the English regarding this point and all other matters, had therefore allowed his thoughts to dwell maturely upon the means and ways that had appeared to His Honour 1423 the 18th 9ber the 18th 9ber produces a plan drafted by him to be the most advantageous to allow the Company's trade to have a free and at the same time profitable progress, and which His Honour had also put to paper, presenting thereupon for reading such a plan, according to which His Honour intended to proceed in order in one way or another to achieve something good, submitting the same nonetheless to the deliberation and correction of the members, and which document is inserted here verbatim. At the visit that I paid to the Nawab Muhammad Reza Khan Bahadur in the fort of Hooghly, and when he came here, I obtained from him that all the goods of the Honourable Company, being transported openly both by water and by land, passing all the chowkies and unmolested, shall pass and repass solely upon showing the dustucks. However, he claims that the vessels laden with goods of private individuals shall pay a certain tantum at Hooghly for each vessel, and that the dustucks that I shall grant for such vessels shall be ratified solely with my seal, without adding that of the Company, in order to be able to distinguish them thereby from those of the Company. I indeed had to agree to this, nonetheless with the condition that the Faujdar and I shall make an arrangement regarding this, and which I shall attempt to make turn out as advantageously as possible for private individuals. In the gathering of piece-goods, silk, and silk fabrics, we are thwarted more than ever, from the collection of saltpetre we receive all too small a share to remain satisfied with, and according to reports from the mother country, it is to be feared that a monopoly on opium will be established, therefore I have considered it necessary to speak seriously to Lord Clive about this, and to seek to put the final hand to such a necessary work. Since I must now go to Calcutta for the execution of a commission entrusted to me by Their High Excellencies, I have drafted a plan for the redress of all the above; I have it followed here below so that this Meeting may please judge whether it may suffice as it is or whether something still must be added or removed. The gathering of piece-goods will never be able to take place on the old footing, for although the English chief residents might possibly [be removed] from all the aurangs
Dutch transcription
1422 d: 18' gb=r d: 18 gb=r zyn Achtb: bedeelt den Raad, dat hy we genseene commissie na kackatte moet. en over wiens bedrijven zijn Achtbare zig reeds op den 4' Courant ernstigheid beklaagd in een breedvoerig brief aan Lord Clive, hoewel tot nog toe zen„ der eenig sullen. Dat zijn Achtbare wij„ ders ter gelegenheid van de op den 15 deeser in het moorsche fort aan voorm: Naib soeba gedaane visite en bij het contrabezoek van dien Heer zijn Edele ernstig had onderhouden over den tegenspoord onzer negotie, en de daaruit natuurlijken wijze voort„ vloeiende schaade aan 'slands in komsten, en onder anderen ook over het ophouden der goederen aan de sjoukier, zo te weeten als te land. Dat dien Heer daarop in vriendelyke termen had geantwoord zeer guan„ ne daarin te willen voorzien maar dat de besttering van zaake taris een andere keer had, als voorheen dus duidelijk te kennen gevende dat daartoe iets meerder, als zijn Edeler goede intentie en gezag vereischt wierd, onder belofte nochtaas, van zijn best te zullen doen, dat den open aftogt van scomp=s goederen na vertooning der eesters, en verhindert voortgaag zou hebben, maar dat en voor de particuliere ietr moest betaald, en derwegens een schikking tusschen den Hoegeischen Tausdaar en hem Heer Directeur ge„ maakt diende te worden, waarin zijn Achtbare wel had moeten consen„ teeren. Dat hij, Heere Directeur, ge„ noodsaakt zijnde, eerst daags naar kale katte te vertrekken, tot afdoening van eene zijn Achtbare door Haar Hoog Edelens opgedraagen commis„ sie, en wel voorziende, dat het sollioen teeren, en schrijven aan den Nawab vergeefsche moeite zal zijn, zo lange en met de Engelschen omtrent dit periet en alle andere zaaken geenrauwe overeenkomst word gemaakt, dierhale ven zijne gedachten rijpelijk had laten gaan over de middelen, en wegen, die zijn Achtbare hadden toegescheenen wierd de - 1423 di 18 gk d: 18 gl produceert een door hem geformeert plan de voordeeligste te zijn, om den han„ dee van de Comp eenen liberen en tevens profitablen voortgang te doen hebben, en welke zijn Acrbarg ook ten papiere gesteld had, exhibee„ rende daarop ter lecteue zodanig een plan, na hetwelke zijn Achtbare meende te werk te gaan, om op den een of andere wijze iets goedt uit te werken, het zelve nochtans aan de deliberatie en connectie der leen den submitteerende, en welk geschrift woordelijk alhier geinsen reerd word. By de visite die in de Nawab Mahuied Resachan Jong & in het fort Houglys gegeven heb, en toen hy alhier gen komen is, heb ik van hem verkregen, dat alle de goederen van d E Compe zo te water als te land open af vervoert werdende, alle t sjoukier en gemolen steert, eeniglijk met vertoning der desters zullen passeeren en repassee¬ ren. saan hy pretendeert, dat de Vaartui gen niet goederen der particuliers, beladen, een zeekeren tautum te Houg by voor ieder vaartuig zullen betalen, en dat de Desterken, dien ik tot dier„ gelijke vaartuigen zal verleenen, eeniglijk met mijn zegel, zonder deel van de Compe by tevoegen, bekraij„ ligt zullen werden, om re daar„ door te kunneen onderscheiden van die van de Comp. In heb zulks wel wae ten toestemmen, nogtans met die voorwaarde, dat de faurdaar en ik een arrangement daaromtrent zullen ma„ ken, en dien ik zo voordeelig doenlijk voor de particulieren zal tragten te doen uitvallen. Jn den inzaam van Lywaten zijde en zijde stoffen werden wij meer in als ooik gedwarsboomt, van de recolle van salpeter krijgen we een altecober aandeel, om zig daarmede voldaen te houden, en volgens de patriasche berigten is het te vreesen, dat er een inonopoli van den Amphiole zal gedaen werden, dierhalven heb ik gedagt noodzakelijk te zijn Lond: Clive ernstig daarover te moeten ondertou„ den, en zoeken de laaste hand, aan zo een noodzakelik werk te moeten slaan. Vermits ik nu na Caleatte moetgaan ter uitvoering eener com„ missie mij door Haar Hoog Edelens opge„ dragen, hebix een plan geformeer tot redrer van alle het bovenstaan de, hetzelve laat ik hierop volgen op deeser Vergadering gelieve te oordeelen of het dees danig kan volstaan of dat en nog iets bij of af moet. Den nesaam van Lywaaten zal noott op den ouden voet kunnen geschieden want schoon de Engelsche hove re„ sidenten uit alle de orrengs mog„ gelijke Een
English
1424 and 18 gl. the 18th of November. to summon, as Lord Clive promised us, will assert their supremacy, and we shall waste our time with complaints and protests, without result, just as we have done hitherto; therefore, only two means remain to make the collection more orderly and more satisfactory. The one is that a commissioner from each nation be sent to the aurangs, who together will divide all the weavers into three classes, from which each nation shall have a rightful share, who shall not be allowed to work for anyone else, and over whom one or more capable dalals will then be appointed; this seems to be the best. The other is that the English recall all their residents, that two or more of the most capable dalals from those places, who shall be held jointly and severally liable, be appointed by the nations in each aurang, and to whom the disbursement of cash will be made. The Companies shall jointly investigate how much the goods come to cost according to the price of the yarn and the expenses to be incurred thereon, and on that amount something will have to be set for the salary of the dalals, after an agreement can be reached with them. And in order to compel the weaver as well as the dalals to make and deliver sound goods, one shall not, according to the native custom, give an equal discount on all sorts, but make the lower sorts fall off much more than the first, and for those costing 20 rupees, set the discount as follows. the auwel. - - - - - - - - - rop:s 20:— the do. . . - - - Rup: 18: 12: — Chiarum. . . . . 15: — Ceem. . . . . 12: 3:— firtij. . . . . 17: 3:— and so pro rata for finer or coarser goods, but the drawback is that in such a case the Companies will be forced to accept the firtij. In each aurang there will have to be a lodge for the commissioners, to which all the goods will have to be brought and sorted; having been brought into sorts, it will be agreed how many pieces each will take in turn for their share of each sort, without any regard to the sum that will have been advanced, it being understood, provided that a reasonable advance has been made, upon which an agreement must be reached; for this purpose lots will have to be drawn as to who shall take first, who second, etc.; having drawn lots, No. 1 will take their share from the sorts; No. 2 will follow them, and so the others. Then No. 2 will begin and No. 1 will be the last. Then No. 3 will begin and No. 2 will be the last, and one will continue in this manner until all is divided. It should also be observed that although the number of pieces that each one must take in turn has been agreed upon, such shall only take place up to the amount of the advance made, and no further, because each Company will have to bear its share in the arrears, if there should be any, in proportion to the advance. A time will also have to be set to terminate the trade or the delivery of 1425 the 18th of November the 18th of November the goods, at which time the dalals will have to reimburse the arrears, if there are any, and after that time none of the Companies shall be allowed to accept any additional goods, by whatever name or under whatever pretext it might be. A time will have to be set within which the Company will have to collect its arrears remaining in the aurangs, after which the contracts for the coming year will have to begin, without the pretexts of one or the other, of not yet having collected their arrears, being allowed to hold valid. Concerning the Dacca, Jugdia, and other linens from those environs, the residents will have to agree with each other regarding the prices of the goods, and their acceptance will have to take place in the manner mentioned above for the other linens. And so that private individuals cannot harm the trade of the Company, they shall be permitted to have fine linens made, provided they are not of the Company's sorting, and since they require striped and patterned linens for the armaments for the vessels, they shall address themselves in time to the persons appointed for that purpose, to be accommodated from the firti. I see no possibility of putting the collection of silk on a better footing than it presently is, unless Their Right Excellencies should see fit that the second of Kasimbazar, following the example of the English and almost all native traders in that thread, reside across the great Ganges at a place called Patdepaar, to advance the collection of that thread, and at the same time be closer at hand for the purchase of patry, which would then be reeled partly there and partly in our lodge at Kasimbazar. For having someone of consequence there, one would be in a position to counteract the vexations of the English in the collection of the raw thread, and once purchased, to have it escorted to Kasimbazar, whereas now much time is lost before the chief receives news of its detention or otherwise, and orders are dispatched for its release, and many expenses are also incurred which make that thread more expensive. It is true that, like the other traders, one would have to have a shed with earthen walls and thatched with straw at Pattepaar for that purpose, but the difference in price which I am certain will differ for the better over a whole year would pay for that shed. It certainly does not befit us to proceed with this before we are provided with the approval of Their Right Excellencies, and therefore, pending that, we must continue as best we can on the old footing and try to persuade Lord Clive to have the necessary orders dispatched to facilitate that trade. Concerning the collection of silk fabrics, I find no other expedient than to put them on the same footing as the white linens.
Dutch transcription
1424 en 18 gl. d: 10' gbr. ten ontbieden, zo als zond Clive wij be„ gemastorhane looft heeft, zullen hare eeverinellijk doen gelden, en wij onzen tijd verspillen, niet klagten en protesten, zonder vrugt, zo als wij tot nog toe gedaan hebben, dierheel„ ven blyven en mand twee middelen over, om den insaam opclant en meer genoegen te doen zijn. Het eene is, dat er van ider natie een gecom„ mitt=d naar de orrengs gezonden werd, die te saamen alle de weevens in drie Clas„ sens verdeelen, uit dewelke ieder Natie eene regtnatig gedeelte zal hebben, die voor niemand anders sal mogen werken, en over dewelke men dan een of meer ver„ mogene Dalaals zal aanstellen; dit komt uijt beste voor. Hex ander is, dat dengelsche alle hare Residenten opreepen, dat er door de Na„ tien in ieder onrengeen, twee of weer dalaals van de vermogendste uit die plaa¬ sen, die in solidum responsabel sullen sijn aangesteld werden, en aan dewelke men de verschenking van contanten zal doen. De Coue zullen gesamentlijk nagaan hoeveel de goederen conform de prijs van t gaarn en de daarop te doene ongelden komen te staan, en op dat bedragen zal na iets moeten gesteld worden voor de sala, vir de Dalaals, na dat men met haer zal kunnen overeenkomen. En om de wever zo wel als de Jalaals te noodzaken, deugtsaam goed te maaden en leveren, zal men niet na de inlan sche wijze op alle soorten een gelijke afslag geven, maar de laage soorten, veel meerder doen afvallen als de eerste en van die kop: 20 kosten, de afslag stellen als volgt. de auwel. - - - - - - - - - rop:s 20:— Ceem.. firtij.. en zo pro cato van fijnder of groder goederen, maar het inconvenieut is, dat in zo een geval de Comr zullen genood zaart zijn de firty te accepteeren In ieder arreny zal en een loge voor de gemaster moeten zijn, in de welke alle de goederen gebragt en gesonteert zullen moeten werden; in soorten gebragt zijnde zal men over een komen, hoeveel stukken een ieder voor zijn aan deel op zijn beurt van ider soort zal neen men, sonder eenig refectie te slaan op den som, die men sal verstrekt hebben, wel te verstaan, indien men een tamen lyke verstrekking gedaan heeft, waaro„ ver men zal moeten overeenkomen; daaroe zal men moeten looten, wie de eerste, wie de tweede ens; zal dienen te neemen; geloot zynde zal No 1 zijn aandeel uit de soorten neemen; N. 2. zal hem volgen, en zo de andere. Dan zal No. 2. beginnen en N. 1 zal de laaste zijn Dan zal No. 3 beginnen en No 2 de laaste zijn, en men zal duesdanig continueen ren tot aller verdeelt is. Men dient ook te observeeren, dat schoon men overeengekomen is van het getal der stukken die ieder een op zijn beurt moetneemen, zulx geen plaats zal hebben, als tot het montant van de gedaane vertrekking, en niet verder, om dat ider Compe zal zijn aandeel moe ten dragen, na mate van de verstrekking in de agterstallen, zo e mogten zijn. Daar zal ook een tijd moeten bepaeld wor„ den, om den handel af de leverancie de dor. . . - - - Ren: 18: 12: — Chiarum. . . . . „ 15: — „ 12: 3„— „ 17„3:— den Dom der 1425 d: 18e 9br den 18 9br de goederen te termineeren, op welke tyd de dalaals zullen moeten de agterstal„ len, zo die er zijn, rembourceeren, en na dien tijd zal geen een der Comp=er eenige bij waten, hoe genaamt, of op wat pretext het ook mogte zijn, mogen aanneemen men zalvoor een tijd moeten bepaalen, bin„ nen het welke de Compe haar tausin d'ar„ rengs zijnde achterstallen zullen moe„ ten nnpalmen, na het welke men de contracten voor het aanstaande Jaar zal moe„ ten beginnen, zonder dat de voorwendsels van den een of den ander, van haar agter„ stallen nog niet ingepalent te hebben, mo„ gen gelden. Aangaande de Denasche, Jugdiasche en andere Lywaaten, daaromtrecks, zul„ len de residenten met elxander over een moeten komen wegens de prijsen der goederen, en dier acceptatie zal moeten geschieden in diervoegen als hiervooren vermeld is, bij d'andere Lywaten. En op dat de porticulieren geen afbreuk aan den handel van de komp kunnen doen, zal het haar gepermitteerd zijn fijne Lywaten te laten aanmaken, uits geen Comps sorteering zynde, en nademaal zy gerrassen en bonte Lijwaa„ ten tot de arman centen voor de mauils ler benodigt zijn, zullen zij zig bij tijde aan de daartoe benoemde persoon en moeten addresseeren, om uit de firtk gerieft te werden. Ik sie geen kans, om den inhaam van zijde op een beter voet te brengen, als het tansig, ten ware Haar HoogEdelens goedvonden, dat de tweede van kussenin bazaar na d'exempel der Engelschen, en meest alle inlandsche mafiquan„ ten in dien draat aan d'overzijde van de grote gonges op een plaatsgenaamt Patdepaar, recideerde, om den riezaam van dien draat voorttevetten, en teffens beeter by de hand te zijn, tot den inkoop van Patry die dan gedeeltelijk aldaar en gedeeltelijk in owe loge te kassembazaar zoude verhaspelt worden. want Iemand van gewigt aldaar hebbende zoude men in staat zijn de vexatien der Engelsche in den inzaam van den ruwen daaat tegen te kunnen gaan, en eens ingekogt zijnde, die laten begeleiden tot op Cassembazaar, daar en nu veel tyd verloort, een het oppter„ hoofd van dier aanhouding als an„ dersuits tyding krijgt en een en onder tot dier largatie g'expedieert werden, maar er ook veele ongelden oploopen die dien draad duurder maken. Het is waar, dat nien zo als d'andere trafiquanten tot dien einde een loots niet aarde muuren en stroo bedent op Pattepaar zoude moeten hebben, maar het different van prijs dien ik vast stelle in een rondjaar ten goede differeeren zal, zoude die Loots betaalen. Het past ons zeekerlijk niet, daartoe te treeden, voor dat wij met het goedvinden van Haar Hoog Edelens gemunieert werden, en dier„ halven onder het afwagten van dien moeten wy zo goed doenlijk op den ouden voet voortvaren en tragten Lord Clive te bewegen, de nodige ondrer tot faciliteering van dien handel te doen expedieeren. Aangaande den inraam van zijde stoffen vinde geen ander expedient als die te brengen op dezelve voet van de witte de Lijwaten.
English
1426 the 18th of November the 18th of November to which the members likewise conformed. Linens. As regards the opium procurement, one must absolutely try to counteract the plan of the English to grant it as a monopoly into the hands of a person appointed for that purpose by the government, and to arrange matters either that this trade remains open to everyone, and that the government, as a matter of its interest, keeping a hand in it, does not permit the collection by the forestallers of this or that nation to be forced and persecuted, or that these nations together, collecting for common account, have an equal share, or that an inventory be made of the opium-producing districts, as to how much each district delivers, and which produces the first, second, or third sort, whereupon a division of the districts among the nations ought to take place, each according to its need, ours calculated at 1200 maunds. One must try to put the collection of saltpetre on the same footing; but since I foresee greater difficulty therein, I submit to the meeting for consideration whether, finding all attempts to obtain it fruitless, I should not rather try to stipulate a certain quantity annually, matching the demands as closely as possible, than by too great a stubbornness to fall out with the English. Signed: G. L. Vernet. And after that which is further set forth concerning this content had been discussed with the greatest attention, and the weight of the matter had been taken into proper consideration, the solidity of this project and the deliberation of His Honour were approved with unanimity of votes, and consequently resolved to request and authorize the Lord Director, as His Honour is requested and authorized herewith, pursuant to his proposal following the dictates of this paper, to negotiate the most advantageous terms with the English Gentlemen, and to leave the care thereof completely deferred to the prudence and good management of His Honour. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: G. L. Vernet. Mr. Isinck. V. Hk. Linuer. Moire la font. F. M. Ross. F. P. Humbert. O. W. Falck. . . . . . Jacob Lilbracht, 1st Secretary. further 1427 the 28th of November The reason why the Lord Director has not yet undertaken the journey to Calcutta. And notification concerning new hindrances in the transport of the linens. Friday the 28th of November 1766 in the morning, absent the Junior Merchant Haghadamiur due to indisposition, it was shown to the Meeting by the Lord Director that His Honour, on account of the severe illness of Lord Clive, had thus far postponed proceeding to Calcutta for the arrangement and settlement of the commission noted in the resolution of the 18th instant. That it also appeared that for the present there would be no opportunity for it, because His Lordship, on account of his continued feeble condition, had withdrawn from the direction and management of affairs, and had assigned the authority pro interim to Mr. Verelst, a man from whose goodwill one could thus far promise oneself little good, because instead of conceding anything, he seemed rather, with many English who are not well-disposed toward the Dutch, to make it his business to cause our Company laws and burdens, which must tend not only to the disrespect of the nation, but also to the detriment of the general interest. That it had now been since the end of October that our linens and other goods expected from the aurangs were being detained either at the chowkies, watchposts by water, or at the ghats, wharves where the passports of the goods coming overland must be shown; and this upon pretensions that had never been heard of before, namely the payment of tribute. That His Honour had indeed two months ago sent out some men to Dewanganj, a ghat situated in the Burdwan district and farmed by one Gokul Ghosal, banyan in the service of Mr. Verelst aforesaid, which 1428 the 28th of November the 28th of November men had brought the goods hither, and previously one of the sarkars of the said chowki, who nevertheless, without any harm having come to him, had immediately been sent back; but that this Bengali, having complained to a Mr. Goodlad, Resident at the aforesaid place, about mistreatments allegedly done to him, and in the name and on behalf of the said Resident, some peons with a dastak had been dispatched to Kherpai, belonging under Chandrakona, to arrest our dalals and gomashtas residing there. That at another ghat, named Pala Pukuria, also belonging under the district of Burdwan and likewise farmed by the aforesaid Gokul Ghosal, some oxen laden with linens were detained, and that they refused to release them as long as the toll was not paid, or express orders to that effect were obtained from Lord Clive. That at Punti Mari, a shore watch situated near Badal Gachi and farmed by a certain Kantu Babu, mutsaddi or business manager of the English Chief at Cossimbazar, Mr. Francis Sykes, several vessels laden with linens had already been seized for a month, and that His Honour, during the presence at Calcutta of the Naib Subah Muhammad Reza Khan, had solicited and also obtained orders to Murshidabad for the preparation of an ordinance to release the same, just as on the representations made on that account at Cossimbazar by the Company's vakil, a parwana for the release of those vessels had been expedited, but that the daroga, an overseer paid
Dutch transcription
1426 d: 18 g=br d: 18 gl doar de Leeden zig mede conformeers. Liwaten. wat den amphioln procure aangaat, moet men absolut tragten het voor„ neemen der Engelsche om die als een monopolie in handen van een door de regeering daartoe benoemt persoon te vergedelen, en zaeken te bewerken. of dat dien handel voor ieder een openstaat, en dat de regeering als een ponct van haar interest zijnde, de hand daaraan houdende niet toelaate, dat de insameling door de voorkopers van deese of geene natien gedwongen en geperrecuteert werde. of dat die natien gesamentlijk voor gemeene reekening den insaam doen¬ de een gelijke deelinge hebben. of dat er een opclem gedaen over de van de amfioen gevende districten hoe veel ieder disnriet uitlevert, en wel ke de eerste tweede of derde soort voort, brengt, wanneer er dan een verdeeling de districten onder de natien, ieder na zyne benodigtheid de onse op 1200 maan gerekend:/ dientte geschieden. den insaam van Salpeeter moet neen tragten opdien zelfden voet te brengen, maar vermits ik daarin meerder zwa„ righeid voorzie, geve in de vergadering in bedenking, of ik alle pogingen tot bemach„ tiging van dien vrugteloos vindende niet lieven zoude dienen te tragten eene bepaalde quantiteit, de Eisschen zo na doenlijk eevenarende jaarlyks te bediegen, als door eene te groote hard nekkigheid ons met de Engelsche te brou„ leeren /: get:/ G: L: Vernet. En na dat over dier inhouden het geene ridag verder voorst staat met de meeste attentie gesprooken, en de gewichtigheid der zaake in behoorlijke overweging ge„ nomen was werd de soliditeit van dit project en het overleg van zijn Achtb=r met eenparigheid van stemmen geaggreeerd, en overzulx gearresteerd den Heer Directeur te versoeken, en te autoriseeren, zo als zijn Achtbare verzogt, en geautoriseerd word mits deese, om ingevolge desselfs voorstel na dictamren van dit papier bij de Heeren Engelsche de voordeeligste voor„ waarden te bewerken, en de zong daar over volkomen aen de pouden tie en het goed beleid van zijn Achtb: gedefereerd te laten. Actum Hoeglin bengale datum ut Supra /:getekent:/ G: L: Vernet. M:r Isueck. V: H=k Linuer. Moire la font. F: M: Ross. F: P: Huui„ bert. O: W: Falck. . . . . . Jacoblilbracht 1 SC=t verder 1427 d: 28 9br de reeden waarom de Heer Directeur de reis naar kalratte nog niet heeft aangeno„ men. en bedeeling wegen nieuwe verktien in het transporteeren der Lyuwa, Vrydag den 28 novembr 1766 smorgens, absent de onderkoopm: Haghadamiur door indispositie werd door den Heere Directeur aen de Vergadering vertoond, dat zijn Acht„ bone, uits de zware ziekte van Lond Clive tot nu toe had uitgesteld zig naar kalkatte te vervoegen ter be„ raming en afdoening van de commissie aangetekend bij het be„ sluit van den 18 courant. Dat het zig ook liet aanzien, dat daartoe voor eerst geen gelegenheid zal we zen, want dat zijn Londschap, om zijne aanhoudende debile toestand zig de bekeering en het bestier van zaaken onttrokken, en het gezag pro interin opgedragen had, aan den Heer Verelst, een man van wiens genegenheid men zig tot nog toe, weinig goeds kon beloven, de wijl hy in steede van wat toetegee, ven, veel eer niet veele, de Neder landers niet toegedaene Engel ten. schen, zijn werk scheen te maa¬ ken, onze Comp wetten en lasten te bezorgen, welke niet alleen tot de respect van de natie, maar ook tot verachtering van het algem meen belang moeten strekken, Dat het nu zedert ulto 8=ten was, dat onze uit de arreugs verwacht wordende Lynwaten en andere goederen, of aan de sjoukier /:wagt plaatsen:/ te water, of aan de Ghatier J: Steigers, daar de paspoor ten der goederen, die over Land komen, vertoond moeten worden/ wierden opgehouden; en dat op pretentien, die voor deeze nooit gehoord waren, namentlijk het betaalen van schatting. Dat zijn Achtbare nu wel twee maan, den geleeden eenig volk had uitgevonden naar Dewaangend een gratie gelegen in het Derde„ waansche, en gepacht bij eenen Sokulgosaan, Benjaan in dienst van den Heer Verelst voorn, en wel, schen ke 1428 d: 28 gle d: 28 9br ke manschap het goed, en teveur herwaards gebracht hadden, een der serkaans van gem sjoukie, die nochtans, zonder dat hem eenig leed was overgekomen, dadelijk terug was gezonden; maar dat den ze Bengaalder, zig aan eenen Ma Godic Resident ter voorne plaet se over uurhandelingen, die hem zouden aangedaan zijn, beklaagd hebbende, en uit naam en van wegen gedagte Resident, eenige Pions met een de stek, naar Therpag, sorteeren de onder Sjenderkona, waren af„ gevaardigt, om onze aldaar ver„ blijf houdende Dalaals en goma„ stas te ligten. Dat er aan een an„ dere Ghati, genaamd Pala Pokke, rie mede onder het district van Berde waan gehoorende, en ui„ gelijks gepacht door voorm Gokul gosaar eenige ossen met Lywaa¬ ten bevracht, wierden opgehou„ den, en dat men ze weigerde te langeeren, zo lange de tot niet betaald, of daartoe expresse ondre erlangt zole zijn van Lord Clive Dat te Poente Mari een Strandwagt gelegen omstreeks Baddelgatgie en gepacht by zeekere Kentoe Baboe Motzeddie of zaak berorger van het Engelsch opperhoofd te kassemba, zaar, den Heer Francis Sijker, al zedert een maand verscheide vaar„ tuigen belaaden met zyn weeten gearresteerd waren, en dat zijn Achtbare by het aanwesen te Keel„ Katta van den Nais soeba Meek„ med Rezachan, bevolliciteerd en ook geobtineerd hadde, ordre naar Monsidabaad, tot het ver„ vaardigen van een ordonnan„ tie om dezelve te langeeren, gelijk ook op de derwegens te kassen, bazaar door sConeps wakkiel gedaane reprebentatien, en een Perwahnek tot largatie van die vaartuigen was geexpedieert, maar dat de Daroga /:een opzien„ betaeld der
English
1429 The 28th of November The 28th of November bazaar order given by Mr. Sykes to Tellingij. or rather the one who represents Kantu Babu, had roundly declared that he would respect no Parwana of the Nawab, as the Harkaras, or spies, whom His Excellency had sent there, would themselves have to testify; that this Daroga, on the pretext that the Parwana was forged and that the Harkaras were in the service of the people who have supervision over those vessels, had caused these people many difficulties and had even forced them to pay three hundred rupees, furthermore demanding another thousand rupees in the name of his master, the aforementioned Kantu Babu, and without payment thereof absolutely refusing the passage clearance of the vessels to Cossimbazar. That whereas the complaints regarding such and other far-reaching vexations, which have now so often been made privately and thus in a friendly manner, have indeed been answered from time to time with promises of redress, but that not the slightest change for the better has as yet been perceived, and that in the meantime the time for the dispatch of the return ships still at hand was rapidly advancing; so that His Honour deemed it necessary to give notice of the adverse course of our trade, despite the Sanad recently obtained at so much expense, in a public address to Lord Clive and the Council at Calcutta, and to request a prompt and efficacious redress. Extract of a letter with which the members having agreed, discourse was further made by the said Lord Director concerning that which is now found communicated in the general letter from the Chief and the Council at Cossimbazar of the over 193 1430 The 28th of November The 28th of November complaint thereabout to the same. 19th instant, namely, that Mr. Sykes aforesaid is wittingly the one who exposes us to so many vexations, since the servants positively declare that he gave the order to the Daroga of Jellingij not to grant passage passes for our passing merchandise, except when the goods should be specified on the Dastak and the vessels inspected, without the representations made by the servants—both against the impracticability of specifying the goods on the Dastaks and the inconvenience into which one would fall if the vessels had to be detained until everything had been searched—having initially had any effect for the better, and whereby one was brought to the necessity of countering the evil at its source. That accordingly the Chief Backeracht had the said Mr. Sykes spoken to by the Second Bruyère about the aforementioned order and the disadvantageous consequences thereof, and that he, Sykes, did not deny the granting thereof, and had appealed to their example, alleging that all their goods were specified on the Dastak, and that it was the desire and an order of the Nawab, which he in every respect considered very just and necessary so that the revenues of the country should not be defrauded, which pretext, however, was at that very moment changed into an order from Calcutta, so that it had been countered to him that it was hard to believe that the Prince would also have imposed such a burden on his nation, and that there was no evidence at hand that the successive That successive 1431 The 28th of November The 28th of November successive Nawabs, nor any of their subordinates, had ever complained about any frauds that might have been committed by our Company or those who are subordinate to it, and which he, Sykes, upon express summons, had himself testified had never come to his notice; on the earnest insistence of the aforementioned Bruyère, having finally undertaken to write to Lord Clive about the matter in question. That consequently one must confess, along with the servants, from this vacillating attitude of the said Mr. Sykes, and all circumstances, that it is easy to perceive where the matter really lay, and that the object is solely to make the dispatch of our goods very burdensome, or rather entirely impossible, for us under the pretext of the Nawab's pleasure; the more so when one considers that the Jellingij Daroga, upon receipt of the report from the Second, being immediately asked again for the passage pass, let it follow immediately, and this because Sykes, having been spoken to on the subject with more earnestness than he perhaps had expected, had ordered the Daroga to desist from it and to grant us those passports as usual; that it also, as the servants very appropriately remark, now appeared in the most convincing manner that the aforementioned order came neither from the Nawab nor from the Calcutta Board, since Mr. Sykes would not then have dared to presume to derogate it on his own authority. That as to the point remarked upon by the Cossimbazar servants, as if the goods of the English were specified on the Dastaks, as much value could be given to it as one wished, for, considers that
Dutch transcription
1429 d: 28e gbr d: 28 gbr bazaar ondrer door de Heer Lij„ Tellingij gegeeven. der, of eigentlijk de geen, die keutoe Rabae representeert:/ rond uit verklaard had, geen Perwanch van den Nawab te respecteeren, gelijk de Herkaarar of verspiedens, die zyne Excellentie daar gezonden. heeft, zelve zoude moeten getui¬ gen; Dat deze Daroga, oppre¬ text, dat de Perwanch gefuigeert, in de Hankaraar in dienst zouden zyn van de Zuiden, die het opzigt over die vaartuigen hebben, deen¬ ze menschen veele moeielijk, heeden veroorzaakt, en zelfs ge¬ dwongen had tot het opbrengen, van drie hondertropijen, boven dien uit naam van zijn meester ken toe voorm nog Duisend oopije pretendeerende, en zonder beta„tie naar kossen. ling derzelve, de Langatie der vaartuigen volstrekt weegenen¬ de. Dat dewijl de nu ro dikwerf in het particulier, en dies in het vriendelijke gedaene klachten over diergelijke en meer andere verre gaande vexatien, wel van tijd tot tijd met belofte van redrer beant„ woord zijn, maar, dat er als nog geen de minste verandering ten goede bespeurd werd, en dat ondertusschen de tijd tot de depeche van de nog aan handen zijnde retoerschee, pen, sterk begon in te schieten; zo dat zijn Achtbare het noodzake„ lijk achte, om van den tegenspoedi„ gen Coop onsen handel, in weerwil van de onlangs met zo veel kosten verkreegen semned bij een publier addres aan Lord Clive en den Raad te kalnatte kennis te geven, en om een spaedig, en efficacieur nedrer te verzoeken. Peracte van reberip met het welke de Leden zig gecon„ formeerd hebbende, werd door wel„ kes aan den Daroga van melde Heere Directeur al verder dir„ courd geformeerd over hetgeen men thans bedeeld vind bij het gemeen schrijven van het opperhoofden de Raad te kassembazaar van den over 193 1430 d: 28:e' 9b=r d: 28 gl=r doleentie daarover aen denzelve. 19 ' courant, namelijk, dat de Heer Sijn ker voormelt wetentlijk die geenen welke ons aan zo veele verdriete lijkheeden exponeert, dewijl de be„ dienden positif verklaren, dat hy den Danoga van Jellingij de ordre gegeven heeft, om geen langatie briefjes voor onze passeerende Koopmanschappen te verleenen, als wanneer de goederen op het dester gespecificeert en de vaar„ tuigen gevisiteert zouden zijn, zonder dat, de door de bedienden ge„ daane representatien, zo tegens de en uitvoerlykheid van het bekend stellen der goederen op de desters als de ongelegenheid, waar in men raaken zoude, bij aldien de vaartui„ gen zo lang mosten worden opge„ houden, tot dat aller doorzogt zou zijn, in het eerst eenige uitwerking ten goede gehad hadden, en waar door men in de noodzaakelijkheid genaakt was, het quaad in zijnen oorprong te keer te gaan. Dat dienvolgende het opperhoofd Backeracht gem Heer Syzes door den Secunde Brueir over de voorsc ordre en de nadeelige gevolgen van dien had laaten onderhouden, en dat hij sijver het verleenen derselve niet genegeerd, en aanzig op haar voorbeeld beroepen had; voorgevende, dat alle haare gae„ deren op het dester bekend ge„ steld wierden, en dat het de be„ geerte, en een bevel van den Nawab was, het welk hij in allen deele zeer billijk en noodzakelijk aanmerkte, op dat de inkomste van het Land niet gefraudeert zoude worden, welk voorweedsel echter op het zelve oogenblik was verandert in een ordre van kal, kaste, zo daa men hem had te ge„ moed gevoerd, kwalijk te konnen geloven, dat de vorst een diergelij„ ke last zijne Natie ook zou opgelegt hebben, en dat er geen bewijzen voor handen waren, dat de suc„ Dat cersive 1431 d: 28 ghr: d 28 gbr. cessive Nawabs, nog iemand haren onderhoorige zig ooik beklaagd had„ den over eenige frauder, die door onze Compe ofte de geene, die onder haar gesubordineerd zijn, zouden gepleegd wezen, en het geen hij sij ker op expresse somma tie, zelve betuigd hadde, hem nimmer voor„ gekomen te zijn; op het erustig in¬ steeren van voorn Brulijs, ein„ delijk aangenomen hebbende over de zaak in questie aan Lond Cline te zullen schrijven. Dat men gevol„ gelijk met de bedienden moet beken nen uit deeze wijffelende verhou„ ding van welmn Heer Lijker, en alle omstandig heeden ligt te konen bespeuren, waar de zaak aan vast waare, en dat het doelwit maar alleen is, ons heuwelijk onder pre¬ uitslag dier commissie text van 's Nawabr welgevallen de versending onser goederen zeer be„ swaarlijk of Liever geheel onmogen lijk te maaken, te meer, als men considereerd, dat de Jellingische Darogan na bekomen rappont van den secunde, onmiddelijk weder om het passagebriefje gevraagd zijnde, het zelve immediaat liet volgen, ende zulx door dien sta syker, niet meerernst, als hij mo„ gelijk vermaed had, op het tujet onderhouden zijnde, hem Daroga had geordonneert, daarvan afte zien, en ons die paspoorten, als na gewoonte te verleenen; Dat het oor zoals de bediend zeer gepast aanmerken, tans op de overtuigenste wyze bleek, dat de voormelde ordre nog van den Nawab, nog van het Kalkatsch Thuun sterie afkomstig is, dewijl de Heer Lijker zig dan niet zou hebben durwen on„ derwinden, dezelve op eige gesag te derogeren. Dat het al orderge„ remanqueerde, door de Kassembazaar„ sche bediendn als of de goederen der Engelschen op de Desteks gespecificeert wierden, zo veel waarde gegeven kon worden, als men zelfs wilde, want, considereerd dat
English
1432 the 28th 9ber the 28th 9ber concerning the detention of vessels. that, besides our not having European servants, as they do, in the aurangs who could issue the dustucks and note the goods thereon, it was very easy for them to write down a round number of maunds of salt, betel nut, and tobacco carried up from below, and of other merchandise as much or as little as they pleased, and merely for the sake of appearances, or what seemed to be the main purpose, to bind other nations thereto as well, since they paid no toll and their vessels passed everywhere freely and were not inspected, was in all respects the truth and brought up very plausibly. And after deliberation, as well as upon the demonstration by the Honorable Director that this subject was applicable to the disputes with the foreign nations and native affairs which must be dealt with in the secret papers, it was resolved to keep this detailed note of this entire matter here, so as in time to show our honored superiors what snares are laid for us time and again; and for the rest completely to approve the measures which the servants have employed to convince the said Mr. Sykes of his unreasonableness. Complaint to the Nawab. It also being seen from the aforementioned Cassimbazar letter that the Honorable Chief, upon receiving news that some vessels from the across-river aurangs were being detained, had made an earnest complaint to the Nawab about the disobedience and insolence of various shore guards, with a request for a special written order to them to refrain from arresting those small vessels and extorting money from the people who have command over them, and that the Nawab had granted a similar ordinance or his written order in that regard, of which the servants sent the original, reading according to the translation made thereof as follows: Translation of a Persian sanad granted the 11th and received the 22nd 9ber by the Nawab Seyed Nejabet Aleekan Baadur, reading as follows: The appointed overseers over the travelers and passengers, the guards, collectors, and subordinates of the pashkash, faujdaris, also the outer places, are notified that the vakil of the Dutch Company has represented that of old it was a rule and custom that whenever Company vessels laden with linens, gunnies, and other goods were dispatched from the aurangs, such as Hendiaal, Beddeghadje, Shewgunj, Jagannathpur, and Mahanadpur, etc., toward Chinsurah, Cassimbazar, or other factories, or were sent back, not more than two to four annas by way of mangen and cheraghi (that is, asking for oil-money) was demanded from the manjhi, but that now for some years past, on account of the troubles that have arisen, excessive sums have been extorted with violence from every vessel, and that this began to increase from year to year, which was also the cause of very great hindrance being brought upon the Company's business. Wherefore it is commanded to give place to justice, and to let the vessels passing to and fro, which depart from the above-mentioned aurangs to Cassimbazar and Chinsurah or return, after the display of a dustuck stamped with the Company's seal and the payment of the stipulated eight annas cowrie for each vessel by the manjhi, pass by their guard posts, and not to be troublesome contrary to custom by demanding more, or to arrest the vessels, so that no complaints may ever again be made at court concerning this. Let this serve you for notice and precise observance. Below: translated by Signed P. V. d. Sluijs. Thus, after resumption of this paper, it was remarked 1433 the 28th 9ber in that regard. and inspection of that deliberation thereon 1434 the 28th 9ber the 28th 9ber Minute of an arzdast to the Naib Nawab. Translation of a Persian Arzdast, written under the seal of the Honorable and Respected Director George Louis Vernet to the Naib Subah Mr. Mahomed Reza Khan Bahadur under date 25 9ber Anno 1766. remarked that the prince's order that the chowkidars could take half a rupee from each vessel, but had to let the same pass, is so broad that upon a strict execution thereof, the charges would come to stand very high; especially if every shore guard should make use of it, and consequently it was agreed with the Director that a change ought to be sought therein, to which end His Honor had already had an arzdast or petition prepared in advance to the aforementioned Mr. Mahomed Reza Khan, also containing a complaint that the granted parwana for the release of the vessels arrested at Poontia had not yet been obeyed, as the translation following here also shows: Translation After the usual title and introduction: The pleasant news of Your Excellency's return to Murshidabad and the occupying of your illustrious dwelling has brought upon me the necessity of expressing my respectful gratitude to the benevolent God, with the wish that that same pure and almighty benevolence may overshadow Your Excellency's extended protection over the head of all peoples until the Day of Judgment. Sir, Greetings. Now a few days ago, through excessive expenditure, we obtained from the Nawab Saiful Mulk Saifud Daulah Nejabet Ali Khan Bahadur a sanad, whereby according to the tenor of the royal firmans and sanads of the former subahs, it was commanded
Dutch transcription
1432 den 28 9br d: 28 gbe wegens aanhouding van vaartuigs. dat, behalven, dat wij geen Europee„ sche bedienden, gelijk zij, in de Arneugs hadden, die de Desteks geven, en de goederen daarop noteeren konden, het hun zeer gemakkelijk viel een rond getal maons zout, arreeken tabak van beneeden opvoerende op te schrijven, en van andere koopman schappen zo veel en weinig als ze wil„ den, en slegts voor de leure, of het geen het voornaamste oogmeert scheen te zijn, om andere natien toe ookdaan te verbinden, nademaal zij geen toe betaelden, en haare vaartuigen over al vrijpasseerden en niet gevisiteerd wierden, in alle deelen de waarheid en dier heel plan sibel ten propooste gebracht was. En is na deliberatie mitsgad op de verkooning van weten Heer Directeur dat deeze stoffe applicabel was tot de differenten met de vreemds Natien en de inlandsche zaaken die bij de secreete papieren verhan„ delt moeten worden, geresolveerd, van dit gansche geval, alhier te hou„ den deeze omstandige annotatie om met en tijd onze g'eerde superis„ ren te doen blijken, welre la„ gen ons telkens gelegt worden; en voor het overige volkomen te approbeeren de middelen, die de bediends in het werk hebben gesteld om dir gerepte Heer Sijkes van zijne onreedelijheid te overtuigen doleantie by den Nwal Bij de voorn Kassembazaarsche brief, mede gezien zijnde, dat het E opperhoofd, op bekomen tyding, dat eenige vaartuigen uit de overzijdsche arrengs wierden opgehouden, bij den Newabernstig had laaten doleren over de ongehoorzaamheid en bruta„ liteit van verscheide strandwagters met versoek om eene byzondere schriftelijke endre op dezelve ten einde zig te onthouden van het arresteeren dier Kieltjes en het afderingen van se. geld van de Luiden, die door het gezag op hebben, en dat de Nawab oor een van die gelijk 1433 d. W8 gl daaromtrent. en insectie van die deliberatie daarop zijne schriftelike ordre diergelijk ordonnancie verleend had, waarvan zy bediendens het origineel quamen over tezenden, volgens de daarvan gemaakte vertaaling Aldus luidende Translaat persiaansche Leued verleend den 11 en ontfangen den 22' gb door den Nawab Seyed Nejabet Aleekan Baa¬ dur luidende aldus. De gemaster opzien der over de reisigen en passagiers, de wagters, & regten, en onderhoorige van de Pesjortrak, succrda„ rijen, faurdanijen, item de buyten plaats se worden geadverteert, dat de wakniel van de Hollandsche Compagnie vertoond heeft, dat het van ouds ter een regul en gewoonte geweest was, om wanneer s Comp„ vaartuijgen belaaden met Lywaaten goenis en andere goederen, uit de arrengs, als daar zijn Hendiaal, Bed„ deghadje, sjeuwgend, zeggenaatpoer, en Mahanadpoer etc. naar de kant van Linsura Cassembazaar of andere facto, rijen afgevaardigt, of terug gezonden wierden, niet meer, als twee a vier ane bij wege van Mangen en Tjerragie /:dat is een vraagen olijgeld:/ van de Mangier aftevorderen, dog dat nu eenig jaaren herwaards uit hoofde der ont„ staane brouillerijen, van ieder vaartuig excessive sommen niet geveld wierden afgeperst, en dat zulx van Jaar tot jaer begon te vermeerderen het welk dan ook oorzaak was, dat de affaires van de Comp zeer veel kindernis wierden toegebracht werhalven tweet bevoolen werd de rechtvaardigheid plaats te geven, mitsgaders de heen en wedergaande vaartuigen, welke uit de bovengem: arrengs naar kassembazaar en sunf sinsura vertrekken, of terugkeerder na de vertooning van een niet sComps zegel bestempelt des ter en het betaalen van de bepaalde agt aua courie voor ider vaartuig door de mangier voorby hunne wagtplaats sen te laaten passeeren, en tegen het gebruik door t meerder afvrac„ gen niet hinderlijk te zijn, ofte ooik de vaartuigen te arresteeren, zo dat hier over ninner weder eenige klagten ten hove moge gedaan worde. Dit strekke Ulieden tot waricht en eene preciese observantie /:onderst:/ getranslateerd door /:get:/ P: V: d: Sluijs zo werd na resumtie van dit papier Jaaren geremanqueert, 1434 d: 28 gls, d: 28 g=k meertie van een are„ daast aan de kleine geremanqueert, dat de ordre van den vorst, dat de sjoukidaars van ider vaartuig een halve rosij konde neemen, maar deselve aan moei sten laaten passeeren, zo uitgestrekt is, dat by eene stipte uitvoering van dien, de ongelden heel hoog komen te staan komen; vooral indien ider strandwachter zig daarvan komen te bedienen, en mits dien met den Heer Directeur begreepen, dat daarin veran¬ dering behoorde gezogt te worden en ten welken einde zijn Achtbaae reeds in voorraad had laaten op„ stellen een Anrdaast of suppliex aan de Heer Mahuied Rezachau voorn, tevens inhoudende eene daleantie dat de verleende per„ wanek tot langatie der te Poen„ tia gearresteerde vaartuigen als nog niet geobedieerd was, ge„ lijk de almede hier nnder voln gende overzetting aantoond, Na de gewone titul en inleiding De aangename tyding van uwe Excellentier terugkomst te Monsid abaad en het betrekken van desselfs Zuisterryke wooning, heeft mij in de noodzakelijkheid gebragt mijne eerbiedige dankbaarheid aen de goedertierene god te betuigen onder toewensching, dat die zelve reine en alvermogende goeder„ tierenheid uw Excellentie uitge„ strekte protexie het hoofd van alle volkeren tot den Jongsten dag toe mag beschaduwen. Myn Heer Salut, Nu eenige da„ gen geleeden, hebben wy door mid„ del van excessive spendatie van den Nawab seiful Molk seifud doula Nejabet Alichaa Bhadux een sened verkregen, waarby na luid der koninglijke firnaans en senueds der voorige soebaas Translaat Persiaansche Arselaas, ¶ geschreeven onder het zegul van den EE Achtb: Heer Directeur George Louir Vernet aan den Naib Soela den Heer Mhariet Reza chan Bhador sub dato 35 9br Ao 1766. Translaat bevoolen Nawab.
English
1435 the 28th of August it is ordered that when the vessels and the Company's trade goods travel up or down, whether by water or by land, the Faujdars, Zamindars, and Chowkidars remain forbidden from causing them any hindrance in any manner whatsoever, but must allow them to pass without the slightest demand upon the presentation or inspection of the dastak. Your Excellency also promised me during his presence here, with a handshake, that such orders would be dispatched to all the shore guards, and that if anyone should transgress this command, he would be punished according to the findings of the case; however, for the goods going up and down belonging to private Dutchmen, a very small fixed amount had to be determined and paid at one place in Hooghly, while the Chowkidars, after taking inspection of the dastak—which, so far as it concerns private traders, will not only be authenticated by the Director's seal—should let them pass without any, even the slightest, trouble. I am certain that Your Excellency has since given that order in this manner to all the Chowkidars; nevertheless, His Excellency the aforementioned Great Nawab has, by another parwana, ordered that the guards take half a rupee from each of the Company's vessels laden with linen and gunny bags, and then allow them to proceed on their journey. I am exceedingly astonished by this and have the honor to enclose a copy of that mandate with this letter, hoping that it will come before Your Excellency's eyes. There is no doubt that Your Excellency gave the same orders as he was pleased to declare to me verbally, and in that manner it ought to be observed. Furthermore, Your Excellency was pleased to assure me that he had given the order for the release of the vessels that were detained at Pontie Marie, and that they would probably have been released already, whereas in recent days we were informed by the persons who oversee them concerning the violent oppressions and vexations of the guards at the aforementioned landing place, which exceed all bounds; moreover, the aforementioned boats have not been released up to the present, as Your Excellency will be pleased to observe more fully from the copy of the letter presented herewith for his perusal. In all these matters I rely on Your Excellency's benevolence, wishing Great for 1436 the 28th of August the 28th of August instructions for the servants decision to send a copy concerning the detained vessels at Pontie Marie to the servants. furthermore that the sun of his years and power may constantly retain its luster. Subscribed: Translated. Signed: P. V. d. Sleur. Which address, having also been approved by the members, it was resolved to send the same to Kasimbazar along with the general letter departing today, with instructions to the servants to insist with all Nachdruck upon its delivery on the fulfillment of the promises which the said Lord Muhammad Reza Khan made to the Lord Director during his presence here with a handshake, namely that he would establish orders everywhere for an unhindered passage of our vessels and other goods transported overland, without any, even the slightest, demand, or in a word according to the tenor of the sanad recently granted to the Company. But receiving no hearing in that regard, and perceiving that this Lord might since have been diverted by others from that good intention, that they must then at least do their utmost to ensure that a determination is made as to at which guard posts the aforementioned contribution shall be paid, and if possible, that it shall not need to be paid anywhere other than at Selliegi, Terregennia, Seiuwroupoer, and Sieuwnegger, as being properly the chowkis where previously the aforementioned tax of eight annas was paid by the stationer. Lastly, it was also decided to send to the servants a copy of the letter written by the overseers of the aforementioned arrested vessels, as well as its translation, in order to likewise have the necessary representations made for their release and the restitution of the extorted money. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: G. L. Vernet, M. Tsuik, I. H. Zieer, A. la Fout, S. M. Ross, I. P. Humbert, O. W. Faler... Jacob Ulbracht, as secretary. other Tuesday
Dutch transcription
1435 d: 28' g:k bevoolen word, dat wanneer de vaer„ tuigen en sComps negotie goede„ ren, tzij te water of te land op af afkomen, de Fansdaars, zie mendaars en sjoukidaars ver¬ boden blijven, van dezelve op geenderhande wijze eenige hinderner toe te brengen, maar na de vertooning of het resumeeren van het dester zonder de min ste vordering te laaten passeeren UwE Excellentie heeft mij ook bij desselfs aanwezen alhier onder handlasting beloof dat diergelijxe ordrer aan alle de de strand wagters zoude worden afgevaardigd, en dat bij aldien en iemand was, die dit gebod zoude komen te overtreden na bevinding van zaaren, zoude gestreft worde, dog dat en voor de op en afgaande Handelschaa„ ren van particuliere Hollanders een zee, re geringe tautum gefixeerd en op eene plaats te Houglij betaald moest worden, terwijl de sjoukidaars na genoomene resumtie van het destek, dat voor zo ver„ re de particuliere Negotianten betreft alleen niet des Directeurs zegel bekragt tigt zal worden, dezelve zonder eenige de minste bezommering zoude hebben te laten passeeren. Ik ben versekerd, dat uwe Excellen, tie ook zeedert die ordre in deze voegen aan alle de sjoukidaans zulx gegeeven hebben nochtans heeft zijn Excellentie de Heer groote Nawab voornoemd, bij een andere verwanch bevoolen, dat de wagten van ider Coups vaartuig belaaden met Lywaat en Goenyenr een halve ropy zoude neemen en deselve dan hunne reize vordren laaten. Ik staa hier over ten uitersten verwon dert en heb de eere een copij van dat man daat in dese te sluijten, hopende dat het uwe Excellentie onder het oog zal koomen, Daar is geen twijfel aan of uwe Excellentie zal diezelve beveelen gegeeven hebben, zoals het hem behaayd heeft, my die mondeling te verklaren, en zodanigdiend het om nagekomen te worden. sheede heeft UWE Excellentie gelieven te verleeveren, dat dezelve onde had gegeven tot de langatie der vaartuigen, die te Poeitie Marrie wierden opgehouden en datze mogelijk alzoude losgelaaten zijn, daar wij deezer dagen door de Luijden, die er het opzicht over hebben bericht is gegeven wegens de geweldadige dwingelandijen en veratien der wagten aan voorm stijger, welke alle paalen te buiten gaan, ook zijn de voormelde kieltjes tot nu toe niet gelargeert, zo als uwe Excel„ leutie alles breeder zal gelieven te beoogen bij Copy van de brief, welke dezelve nevens deze ter lectuerre geprerecteerd word, Jk verlaat my in allen deese op uwt Excellentier weldadigheid, wenschende Groote voor 1436 d: 28 gl d: 28 gls instrcctie voor de bed besluit om een afschrift de te Pontie Morie gen aan de bed te ren„ den. voor het overige, dat de zon van zijne Jaa„ ren en vermoogen steede haare luij„ ster wag behouden /:onderst:/ getrauw„ lateerd /:get:/ P: V: d: Sleur. welk arrie dan ook door de Leeden ge„ approbeerd zynde, zo is geresolveerd het zelve nevens het op heeden af te gaan gemeen schryven naar kassembazaar te zenden, met last aan de bed om by dier overgave niet nadour te laten aandringen op de nako„ ming der beloften, die gemelde Heer Mahuned Rezachan by zijn aanwezen alhier onder handtasting aan den Heer Directeur gedaan heeft, van namelijk overal ordre te zullen stellen tot eene onverhiudende passage onsen vaartuigen en an„ dere goederen welke overland ver„ voerd werden zonder eenigen de nieu„ ste vordering of in een woord na luid der onlangs aan de compe verleende semued. Dog daaromtrend geen gehoor krijgende, en bespeu¬ nende, dat dien Heer zedert, door andere van dat goed voorneemen gedetourneerd mogt zijn, dat zij als dan ten minsten aller moeten aan wenden, dat er eene bepaaling gemaant worde, aan welke wagt plaatsen de voorre contributie zal betaald, en zo het mogelijk is, daet dezelve nergens ander zal behoe¬ ven afgegeven te worden, als te sel¬ liegi, Terregennia, seiuwroupoer en sieuwnegger, als eigentlik de sjoukier zijnde, daar voor dezen de vooren tax van agt ana door de stansier is afgegeven. Laastelijk word ook beslooten de gearresteerde voor hun bediend toe te zenden een afschrijf van de brief geschreeden door de op= zienderen van de voormelde gear¬ resteerde vaartuigen, als mede van dier translaat, ten einde tot de largatie en de restitutie van het afgeperste geld mede de nodige representatien te laaten doen, Actum Hoegli in Bengale datum ut supra /:get:/ G: L: Vernet. M:s Tsuik, I: H: Zieer. A: la fout S: M: Ross. I: P: Humbert. O: W: Faler. . . . . Jacob Ul, bracht alsegt. andere Dingsdag
English
1437 The receipt of a Parwana and representations regarding it. Tuesday the 2nd of December Ao 1766 in the morning, absent the members Liner e Lafont and Haghadamius due to indisposition. Communication of the receipt of a Parwana. After the Honorable Director had communicated to the members the receipt of an as yet untranslated Parwana from the Little Nawab Mahuied Rerachan, containing a further order regarding the mooring and inspecting of vessels, it was also represented by his Honor that the Faujdar of Hoegly had at roughly the same time asked for a further advance payment of toll, but that his Honor had replied to him that we had already paid as much as was required for the cargo of the recently dispatched return ships, and that in the present situation, or as long as we were thwarted and practically ruined in the exercise of trade by the instigation of the English, so that it was doubtful whether we would be able to provide a proper cargo in due time for the remaining return ships, of which we had already had to send back one empty, we were not in a position to pay more or to make any further advance, with the request that, after a proper consideration of the validity of our refusal, he would write most favorably about it to Mursidabaad, and endeavor as far as possible to ensure that all unprecedented pretensions regarding us be dropped, and that we, on the contrary, might be enabled, by supplying the treasury, to increase the revenues and make the country flourish as before. That the Faujdar had replied to this that he fully acknowledged the reasonableness of our complaints and that he would also convey our answer verbatim, but that, in order not to become suspected of a secret collusion, he requested that we, writing to the Nawab, would not conceal his insistence and our objections against it; wherefore his Honor proposed to the members to let this also be incorporated in the answer that must be prepared, and at the same time to make known that the cause of the damage to the country's revenues cannot be attributed to us, upon which, having deliberated, it was agreed to conform to this entirely. Actum Hoegly in Bengal, date as above. Signed: G: L: Vernet, M: Dsuix, . . . . . . . . F: Mr Ros, F: P: Huubert, O: W: Falr, . . . . Jacob Eelbrackste. 1438 December 2nd. Parwana received yesterday. Thursday Sir, Friend of Friends, greetings. Whereas you have complained again about the shore guards, strict and precise orders have been dispatched to them to put an end to these delays. They nevertheless also lodge complaints against your subordinates, stating that the overseers of the fleets of the Dutch Company pass by with the vessels without inspection, contrary to custom, and will not tolerate this, nor do they provide any specification of the goods in the dastak. This is indeed very unreasonable. This matter has been thoroughly investigated; in order to put an end to the complaints between your Honor and the shore guards, the following is required. The Council, having assembled in extra session pursuant to the convocation issued by the Honorable Director, to deliberate on the contents of the Parwana received here the day before yesterday from the Little Nawab, which according to the translation reads as follows: Translation of a Persian Parwana written by the Nawab Mhaued Resachan to the Honorable Director George Louis Vernet, received here the 2nd of December 1766. In reply to the aforesaid Parwana, the resolution of the earlier date shall serve. Thursday the 4th of December 1766 in the morning, absent the merchant Lafont.
Dutch transcription
1437 den ontvangst eenen Pervanak en vertooning drwegers. Dingsdag den 2' december Ao 1766 smorgens, absent de Leeden Liner e la„ font en Haghadamius mits indispositie communicatie van Na dat de Heere Directeur de Leeden had ge„ communiceert de ontvangst van eenen. nog niet getranslateerde Perwanch van den Kleinen Nawab Mahuied Rera chan, eene nadere ordre tot het aanleggen en visiteeren der vaartuigen vervatten„ de, zo werd door zijn Achtbare tevens ver„ toond, dat de Hoeglische Frusdaar genoeg„ raam ter zelver tijd had laten vragen om eene nadere vooruitverstrekking van Tol, dog dat zijn Achtb: hem had laten ant„ woorden, dat we reets zo veel hadden opge„ bracht, als en wesen moest voor de lading van de Jongst gespedieerde retourscheepen, en dat we in de tegenwoordige situatie, of zo lange wy door nestigatie der Engelsche in het„ exerceeren der negotie gedwarsboome en als hooreloos gemaakt wierden of wy wel in staat zouden zijn, de ove„ rige retoor scheenen, waarvan we er reetr een ledig terug maer ten zenden, op zijn tijd een behoorlijke lading te bezen„ gen, niet in staat waren meer op te brengen ofte eenige verdere vooruitver, strekking te doen, niet verzoek, dat hy na een behoorlijke overweging van de gegrondheid onzer weigering daarover ten favorabelsten naar Mon„ sidabaad schrijven, en der doenlijk be„ werken wilde, dat er van alle ongehoor„ de pretensien ten onsen opzichte afgezien en wy daaren tegen in staat gesteld mogten worden, door het fourneeren aan de schatkist de inkomsten te vermeerderen, en het land als voor heen te doen floree¬ ren. Dat hij faus daar hier op had la„ ten antwoorden, dat hy de reedelijk„ heid van onze klachten volkomen accosseerde, en dat hij ons antwoord ook woordelijk zou voordragen, dog dat hij, om niet van een heine„ lyke collusie verdocht te raaken, ver„ zocht, dat wy aan den Nawabschrij„ vende zijne instantie en onze bezwaar zijn uir 1438 dr 2 xk steren ontv: Pervaaak. nis daartegen zelve niet wilde verzwg gen; werhalven zijn Achtbaare de leeden proponeerde, erie by het onzdaast dat moeten ingericht worden, zulx mede te laeten influeeren, en tevens te kennen te geven, dat de oorraak der schaade aan slands inkomsten ons niet te wijzen is, waarop gede„ libereerd zijnde, is verstaan zig daar„ mede volkomen te conformeeren. Actum Hoegli in Bengale datum ut supna /:getekent:/ G: L: Vernet. M: Dsuix . . . . . . . . . . F: Mr Ros /. F: P: Huu, bert. O: W: Falr. . . . . . . Iacob Eelbrackse e Donderdag Myn Heer Vrcend der Vrienden salut Vermits ue weder over de strandwagter hebt geklaagt, zo zijn er, om een einde van die dalantien te zien ernstige en nauwkeu„ rige ordre aan hen afgevaardigt zy laaten nochtans mede over uiet onderhoorige klagen, dat de opzienders der vloaten van de holland„ sche Comp tegen het gebruik met de voorhui„„ gen zonder visitatie voor by passeeren, en zulks niet willen tolereeren, nog ook in het desek geene specificatie doen van dei goederen. Dit is immers zeer onbillijk. men heeft dee„ requestie nauwkeurig onderzogt; om een einde der klachten te hebben tusschen UwE en de strandwagters word het volgende vereischt gedaane convocatie efpaer verga„ dert zijnde, om te delibereeren over den inhoud van de eergiste„ nen alhier ontvangen Perwanch van den kleinen Nawab, luidende volgens de vertaaling aldies. Translaat Persiaansche perwareh geschreven door den Nawab Mhaued Resachan aan den EE Achtb: Heer Directeur George Louis Vernet ontvangen alhier den 2e x=br 1766 tot antwoord op voorm perwanch zal uitertie der op eergen De Raad op de door den Heer Directeur Donderdag den 4' decembr 1768 smorgens absent de koonman lafent.
English
1439 the 4th of December itself at Bocksbouder the vessels having been inspected, and the toll for the trade of which the Company complies with, as well as the goods being made known by the dustuck, the vessels shall be able to go their way. Every vessel that proceeds along the route of Kyerniek shall have to put in at the guard posts of Sieuwrampoor, Jellingy, and Raadsmehel, and allow itself to be inspected. And those that are dispatched past Morsidabaad to Pattena shall, for the same purpose, have to moor at Kassembazaar and Raadsmehel, just as this arrangement shall also have to be observed regarding all such vessels as are dispatched from Patna past Kykerriek and Mersidabaad to Hougly. The vessels coming from Jahangir Nagar /: Dhakka =/, being subject to toll and inspection at Zakbende, and having complied therewith, must continue their journey with a dustuck, also containing a specification of the goods, in order to be likewise searched at the aforementioned permanent guard posts. Coming from Dhakka to Hougly, this same procedure must be observed at Jellingij and Sieuwrampoor, but traveling from Dhakka to Pattena, the inspection shall take place at Naziapoor, Aidjerahattie, and Raadjmehel. Now it is your duty strictly to command your supervisors over the vessels not to employ any tricks or deceit in any manner whatsoever when mooring at the fixed, designated jetties, so that the chowkidars, having inspected the vessels and found the cargo to correspond with the specification on the dustuck, may immediately pass them or allow them to proceed on their journey, and are in no way compelled to employ any hindrance or force. For every chowkidar who shall dare presume to use any unreasonableness or unfairness shall be punished according to the exigency of the matter, a strict order having jointly been issued to them in the same manner. If any of the supervisors over your vessels happen to practice finesse or deceit upon mooring or the inspection thereof, it is certain that they expose themselves to arrest and detention. Therefore, place such strict commands among your people that none of them have the audacity to go against this or to undertake the contrary thereof. The English gentlemen and all the other merchants, whoever they may be, transporting any goods, never oppose the inspection. It is therefore incomprehensible how Your Honour can have anything against it. But even if it were that Your Honour had further objections to it, what will it avail you after all? What will in your further writing /below was written:/ translated by /:signed:/ P: V: d: Huis. deliberation, so after the reading thereof it was submitted for consideration by the well-mentioned Director whether one should submit to the arrangement made thereby, or rather once again resume demonstrating the unreasonableness and the disadvantageous consequences that are to be feared therefrom, 1440 the 4th of December the 4th of December insertion of an arzdasht in response to the Parwana. and to insist that the pretense as if the inspection of the vessels etc. had taken place in former days is utterly fabricated and unprovable. That indeed from all circumstances it appeared likely that they would not let this design go so easily, because thereby a backdoor remained open, as often as it pleased them, while struggling through the difficulties in the aurungs, to have another occasion with which they could cause us vexation and trouble in trade; but that those very reasons appeared weighty enough to him, the Director, not to grant the Nawab his desire so complaisantly, but boldly and earnestly to make known the difficulty that we find in carrying out this order, and the detriment that the country must suffer by obstructing us so. The highly respected Parwana which Your Excellency has been pleased to write to me arrived here in a fortunate hour, and I am very honored thereby. That which is ordered therein also signifies something important. But, Sir, since the reign of the previous subahs until now, it has never been customary that the vessels must moor at the jetty and allow themselves to be inspected, so that everything that the chowkidars or river guards come forward to Translate Persian Arzdasht written by the Honorable George Louis Vernet, Director over the trade and interests of the Dutch East India Company in Bengal, Behaar, and Orissa, to the Naib Subah, the Lord Mahumed Reza Khan Bahadur, under date the 4th of December 1766. Ordinary title declare, wherefore he, the Director, had also caused to be drafted the arzdasht produced herewith and following below.
Dutch transcription
1439 d: 4 xk zelve te Bocksbouder de vaortuigen gevi„ siteert, en de Thol voor de handel whaar van de Compe voldoen mitsgaders de goederen by het Destek bekend gesteld zijnde zullen de vaartuigen haarer weegs konnen gaan, yder vaartuig dat langs de route van Kyerniek veirvordert, zal aan de wagtplaatsen sieuwrampo Jellingy en Raadsmiekel moeten aan„ leggen, en rig visiteere laaten. En die wel ke voorby Morsidabaad naar Pattena won„ den afgevaardigt zullen ten zelven cuu se kassembazaar en Raadsmekel moeten stil leggen, gelijk ook omtrent al zulke vaartuigen als van Patna voorby Kykerriek en Mersidabaad naar Hougly gedepecreert worden deze schikking mede in acht zal moeten genoemen worden. De vaortuigen van Johan gier Neggen /: Dhakka=/komen, zynde tol en viri„ tatie te zakbenden onderworpen, en daaraan voldoen hebbende, moetenze met een dested, eene specificatie der goe„ deren mede inhoudende, hunne veir vervolgen, om aan de voormelde perma„ nente wagtplaatzen mede door snu ffelt te worden, van Drakka naar Houglyko„ mende, moet dit zelve te Jellingij en sieuw aampaer in acht worden genomen, maer van Dhakka naan Pattena vorende, zal de visitatie te Naziapaer, Aidjera„ hattie en Raadjinckel geschieden. Nuuir het uw plicht uwe oprienderen over de vaartuigen nauwkeurig te beveelen, om in het aanleggen aan de vast, bepaalde stygers, op geenderhande wij„ le eenige streeken of bedrog in het werk te stellen, op dat de sjoukidaars de vaar„ tuigen gevisiteert en de lading met de op„ gave bij het Dester over eenkomstige bevonden hebbende, dezelve ten eersten konnen langeeren of reis vorderen laaten, en in geened deele genoodzaakt werden, om eeni„ ge hiuderiir of geweld in het werk te stell want yder sjoukidaar, die zig zal durven verstouten, eenige onreedelijkheid of onbillijkheid te gebruiken, zal na efigentie van zaaken gestraft worden, zijnde aan hun gesamentlijk op dezelve wijze eene scherpe ordre afgegaan. Jndien iemand van de opzienders over uwe vaartuigen by het aanleg„ gen of visiteeren der zelve finessen of bedriegerijen komen te practisee„ ren, zoi het zeeker dat zy zich aan ar„ rest en ophouding exponeeren, stel dierhalven onder de uwe zulke strikte beveelen, dat niemand van hen het houf hebben, daartegen aantegaan, ofte het controrie van dien te onderneemen. De Heeren Engelschen en de overige gesamentlijke kooplieden, wie het oor zy eenige goederen vervoerende, opposee„ ren zig nooit tegen de visitatie Het is dus en begrijpelyk, hoe uwE daar iets tegen kan hebben. Dog als waar het ook, dat uwE verder daartegen had, wat zal het uw tog baaten. wat zal in uw verderschryven /onder„ stond:/ getracscateerd door /:get:/ P: V: d: Huis. deliberatie ofde, zo werd na lecture van dezelve door wel„ melde Heere Directeur in bedenken gege¬ ven, of men zig aan de daarby gemaek„ te schikking onderwerpen, dan wel nog eens herwatten zoude, de onreedelijkheid en de nadeelige gevolgen, die doar hebbende uit 1440 den 4' x„l d: 4 verko insertie van een arrdaast in antwoord opicieeren Parvanak. uit te dugten zijn, aan te tooren, en daarop staan te blijven, dat het voorgeven als of het visiteeren der vaartuigen etc in vroeger dagen ge„ schied zou zijn, ten eenemaal verdicht en onbewijsbaar is. Dat het reeder na alle omstandigheeden zig wel liet aanzien, dat men dit der„ sein zo ligt niet zal laaten vooren, want dat hier door alzoor een agter deur open bleef, om zo dixwils als het ons lichte, door de zwarigheeden in de arrengs heen te worstelen, een an„ dere occorie te hebben, waarmede men ons quellen en moeielijkheid in den handel kon toebrengen; dog dat even die reedenen hem Heere Directeur gewigtig genoeg voorqua men, den Nawab zijne begeerte zo goed schiks niet intewilligen, maar vordborstig en ernstig te ken„ ven te geven, de zwarigheid, die wij in het uitvoeren van dit bevel vin„ den, en het nadeel, dat het land leiden moet, met on zo te dwarr De zeer gerespecteerde Perwanch, die uweE Excellentie wy heeft gelieve te schrijven is in een gelukkig uur alhier aangekomen, en ik ben daer door zeer vereerd Het geen daardn word bevoolen geeft meede iets groot te kennen. Maar, Myn Heer /zeedert de Regeering der voorige soebar tot nu toe, is het nooit gebruikelijk geweest dat de vaartuigen aan de steiger moeten aanleggen, en zig visiteeren laaten, zo dat al het geen de sjouki„ daars of revier wagters komen voorte Translaat Persiaansch Arr„ daast geschreeven door den EE Achtbaare Heer Geoge Louir Vernet, Directeur over den handel en belanden van de Nederlandsche OostIndi„ sche Compe in bengale, behaar en erissa aan den Naibsolba den Heer Mahuned Rerachau Bhadier sub dato den 4 decem¬ ber 1766. Titul ordiciair boomen, waarom hij Heere Directeur ook had laten opstellen, het taur mede geproduceert wordende en hier onder volgende Arzdaast boomen geven
English
1441 the 4th of December the 4th of December given is completely untruthful and fabricated. It is also not possible to specify all the goods in the dastak, to have the chests, cases, and bales opened and inspected; since all of that can produce nothing but damage to the merchandise; first, by being neglected and spoiled, and secondly, not to mention being stolen. For if such should not already happen through the chauki-dars themselves, it will yet be practiced by the boatmen, rowers, or other bad sort of people; what, then, might be the reason for so strict an order regarding us? Surely to bring us harm, or to show disrespect. Likewise, it is impossible to make specifically known the linens which are brought from Jaggernatpoer, Hendiaal, Baddaal, and other aurangs under the Company's dastaks by water and by land, since never any European on our behalf is sent to the weaving places, who otherwise would be able to observe this. The dastaks are also sent by us to the aurangs long beforehand, without our being informed even once of the number of pieces. The hindrance which has been brought upon us in recent days in the management of the Company's interests leaves us no remedy; wherefore we also shall have to send back empty to Batavia on the fifteenth of Rejib, that is the 20th of this month, a ship which the Gentlemen at Batavia have dispatched hither for departure to the Netherlands. It also appears to us from all circumstances that we shall likewise have to dispatch in the same manner, or without cargo, the two remaining ships which we intended to let depart for the Netherlands in the coming month. Furthermore, the Faujdar recently caused us to be addressed concerning the customs toll on the Company's goods, but we replied thereto that so far as concerns the goods which we had sent to Europe in two ships, we had paid the toll for them, but that at present we were not in a position to contribute more in such a manner. Since Your Excellency is now a ruler of the land, I hope that the same from all this will please 1442 the 4th of December The proposal of the Director is conformed to. will please consider that the cause of the damage regarding the country's revenues is not to be blamed on us. The conclusion. Beneath stood: Translated by signed Jacob Eilbracht. Whereupon, the Council having consulted with the ripest considerations, and it being understood with the Director that although one will gain nothing as long as no agreement is reached with the Court, it can nevertheless do no harm to oppose such new and harmful inventions as much as possible, at least to show that one is not insensible to the suffered contempt being inflicted on the Company contrary to the contents of so many powerful privileges and charters; and it having been approved and understood to conform in all respects to the contents of that reply, and to send the same to the Chief and the Second at Kassembasaar, with orders to have it submitted to His Excellency in emphatic terms that we have been extremely surprised, instead of experiencing the fulfillment of his promise, to receive a parwana of such a contradictory content; requesting that His Excellency, after consideration of everything, please consider that the execution thereof can be nothing other than trouble and grief, if not the cause of a final ruin of the Company. And as it is very apparent that through the cunning and envious instigation of seeming friends, the vakil's representations will not find so much acceptance that one might flatter oneself with a desired outcome of affairs, it was at the same time decided to leave it to the aforementioned Kassembazaar friends, who are so much closer to the operations than we are, to devise all practicable means and ways to bring it at Kassembazaar 1443 the 4th the 4th of December least onto such a footing as is noted in the resolution of the 28th ultimo, and as was made known in the general letter dispatched on that day, how we would gladly see this troublesome matter settled, since with further delay one will see the appointed departure date of the return ships pass, and we will not get the goods expected from the aurangs home. The Director also communicated that the Captain and Commandant over the militia, Jan Hendrik Zinnen, had informed His Honour this morning that the fleet which departed from here for Pattena on the 5th ultimo, under escort of the Ensign Paul Gibou Castel, according to a letter from that officer to the said Commandant, had already been detained for some days at Radjeniehol, because he, Castel, pursuant to the orders given to him, had refused to give up that which the Faujdar demanded of him, namely some gifts of spices and other goods, item two hundred rupees in cash. Therefore, notwithstanding it must be assumed that the Kassembazaar Chief, the Honourable Johannes Backeracht, upon the news received in that regard, will already have caused the necessary representations to be made against the unreasonableness of that action, it was nevertheless resolved, in the letter to be sent to His Honour and the Second, to give orders that, in case the vessels have not been released, to demonstrate the contradiction of that demand against the sanad recently obtained at so much expense, to which one will always have to appeal, or else with the arrangement made by the Great Nawab in the parwana inserted in the resolution of the 28th ultimo, namely that after the payment of half a rupee per vessel of the same
Dutch transcription
1441 d: 4 x=to d: 4: x„l geven ten eenemaal leugenachtig en verdicht is. ook ir het niet mogelijk al de goederen by het derter te spe„ cificeeren, de kisten, kassen en pakken te laaten openen en visi; teeren; dewijl dat aller niet anders als schaade omtrent het goedkan te weege brengen; voor eerst door ver„ waarloovt en bedorven, en ten an„ deren niet gestoolen te worden. want indien zulx al niet door de sjoukidaars zelve geschieden mogt zo zal het tog door de Mautier, roeijen of ander slegt soort van volk ge„ practiseerd worden; wat mag dan de reeden van zo een strenge ordre ten onzen opzichte zijn ? zeekerlyk om ons nadeel toe te brengen, of dierespect te bewijzen, dergelijks is het ondoenlijk om de Lijnwaten welke uit Seggernaatpoer, Hendiaal Baddaal en andere arrengs net sComps Desten te water en te land aangebracht worden, specifick daarby bekend te stellen, vermits en nooit geen Europeesch onzent, weegen naar de weetplaatsen ge„ zonden word, die dit anders zou kon„ nen waarneemen. Ook worden de Desters lang bevoorens door ons naar de aarengs gezonden, zonder dat wy nog eens van het getal der stukken ginformeerd zijn; De hinderier, die ons dezer dagen in de bestiering van scompe belangen. toegebracht word, laat ons geen remedie over; waarom wy ook een schip, dat de Heeren te Batavia ter depeche naer Nederland herwaerds hebben afge„ vaardigt, op den vijftiende van Rejib /:dat is den 20 deser :/ ledig weder daarna toe zullen moeten zenden ook komt het ons uit alle omstandigheeden voor, dat we de twee overige scheepen, die wy in de toekomende maand naar Ne„ derland dagten te laaten vertrek„ ken, mede op dieselve wijze, of zonder lading zullen dienen te depecheeren. voorts heeft de Heer Frusdaan ons onlangs om de tol van sComps goederen laten aanspreeken, maar wy hebben daarop geants woord, dat voor zo verre betreft de goederen, die wij in twee scheepen naar Europa hadden gezonden we de tot daarvoor hadden opge¬ bracht, maar dat wetans niet in staat waren, op zo een wijs meer te contribueeren. Vermits nu uw Excellentie een besteerder van het land rijt, zo hoope ik, dat dezelve uit dit aller zal ge„ stukken leeve 1442 den 4 deeb het geproponeerde, van de Hr. Directeur wee conformeert. gelieve te overwegen, dat de oorzaak der schaade ten opzichte van slands inkomsten, ons niet te wijten is. Het slot. /:onderstond:/ getranslateerd door /:get: / Iacob Eilbracht. daarzig den Raad met waarover dan niet de rijpste overwe„ gingen geraadpleegt en met den Heere Directeur begreepen zijnde dat alhoewel men niet zal wienen zo lange er met de Buitten geen overeenkomst getroffen word, het echter geen quaad kan, zig tegen alzulke nieuwe en schaadelijne inventien zo veel doenlijk te ver„ setten, om ten minsten te toonen, dat mem niet ongevoelig is over het Leeden de kleinachting de Compagnie contrarie den in„ houd van zo veel krachtelijke pri„ vilegien en handvesten, aan„ gedaan wordende, en mits die goedgevonden en verstaan, zig met den inhoud van dat ant„ woord alzints te conformeeren, en het zelve te zenden, aan het opperhoofd en den Tweeden te Kassembasaar met ordre om zijne excellen„ tie, in nadrukkelijxe termen te laaten voorhouden, dat we ten uitersten gesurpreneert zijn geweest, om in steede van de voldoening zijner belofte te onder„ vinden een Perwanch van roeenen tegenstrijdigen inhoud te ontvangen, niet verzoek, dat zijne Excellentie na overweging van aller, gelieve te den sidereeren, dat de excutie van dien niet anders als moeite en verdriet zo niet de oorzaak tot een fincale ondergang van de Compagnie zijn kan. En gelijk het zeer apporent is, dat door de listige en nijdige instigatie en ser schein vrienden, swakkiels representatien zo veel nngang niet zullen vinden, dat men zig niet een gewensche uitslag van zaaken zou mogen flatteeren zo werd tevens gearresteerd: het aan voorn Kassembazaansche vrienden, zo veel nader by de werken zijnde, als wy over te laaten, alle practicable middelen en wegen uit te deuken, om het ten mid„ Kossembaraer sten 1443 een 4 Ct den 4 xl sten op die voet te brengen, als: bij het besluit van den 28 passato aangetekend staat, en by het op dien dag afgegaan gemeen schrijven te kennen is gegeven, hoe wy gaarne zien zouden dat deze facheure zaak geschikt wierd nodien men by een langer verwijl de bepaalde vertrexdag der retourschee„ pen zal zien verloopen, en we het uit de anrengs verwacht wordende goed thuis krijgen. Nog door de Heer Directeur bedeeld zijnde, dat de Capitain en Common„ dant over de militie Jan Hendrik Zinnen zyn Achtbare heeden morgen had be„ kent gemaakt, dat de op den 5 passato van hier naar Pattena vertrokkene Vloot, onder ercorte van den Vendag Paul Gibou Castel, volgens schrijven van dien officier aan gemelde Com„ mendant al zedert eenige dagen te Radjeniehol was aangehouden, aan„ gezien hy Castel, ingevolge de hem gegevene ordrer geweigerd had, dat geen aftegeven, het welk de Tousdaar van hem pretendeerde, namelijk eenige geschenken van specerijen, en andere goederen, item twee hen, dertropgen confant, zo is niet tegen„ staande men moet voor onderstellen dat het Kassembazaars opperhoofd den E Johannes Backeracht op de deswegens benomen tijding, reeds de noodige vertoogen tegen de onreedelijkheid van dat gedoente zal hebben lae„ ten doen, echter geresolveert bij de aftegaane brief aan zijn Een den secunde ordre te stellen, om by aldien de vaartuigen niet ge, langeerd mogten zijn, de tegenstrij„ digheid van dien pretentie tegen de onlangs met zo veel kosten be„ komene senned, waarop meen zig altoos zal moeten beroepen aan te toonen, of anders met de schik„ king, die de groote Nawab gemaekt heeft, by de in het besluit van den 28 passato geinsereerde perwanch, dat namelijk na het betalen van een halve ropijper vaartuig van deselve
English
1444 the 4th of December 4th of December fruitless attempt regarding the conclusion of a cartel with the French on such a footing as on the Coast. they would be able to pass unmolested. Finally, in this meeting, an oral report was made by the members Humbert and Falck of the reasons that had moved Mr. Law and the Council at Chandernagore not to proceed with altering the cartel for the surrender of mutual deserters, and to which end the aforementioned members, pursuant to the resolution of the 18th of October, were dispatched thither on the 29th ultimo, namely, that the French currently in the Indies, not being bound in the service of the Company, could therefore quit whenever they thought fit, whereby all the benefit of a cartel would solely be on our side, since they could by right demand back none of their deserters; to which was added, regarding the expressed wonder on what footing the cartel on the Coast could then have been concluded, that this had had to happen out of necessity, in order somewhat to restrain the multitude of Frenchmen who had gathered again under the French flag upon the return of Mr. Law, and to prevent them from betaking themselves to the other nations, but that there being an appearance that the Company would make some arrangements to engage its servants in its service for definite times, the contract for the surrender of the deserters could then also be concluded as amply as that on the Coast, while in the meantime the former one, made here last year, could take place. Of all of which it is resolved to keep this record. Done Hougly in Bengal, date as above. Signed: G: L: Vernet. Mr. Tsuun. A: A: Linnen. . . . . . P: M: Ross. J: P. Humbert. O: W: Falck. J: A: A. damieer. Jacob Eilbracht, secretary. added Tuesday 1445 the 23rd of December Points of rescription to Kassembazar Nawab's answer to the request against the inspection of the vessels. from the Nawab Tuesday the 23rd of December Anno 1766, in the morning, absent the merchant La Font. The matters contained in today's common resolution having been transacted, deliberations were also held on the contents of a letter from the chief and the council at the office mentioned in the margin, dated the 16th instant, containing communication that, notwithstanding they had, since the receipt of our secret letter of the 4th preceding and immediately upon the delivery of the arzdasht mentioned therein, sent the court-goer daily to court and two parwanas and caused him to insist on a more favorable ordinance than that which the Nawab, with regard to our vessels and their cargoes in transit along the rivers, seemed to have established, it had until now not been possible for them to obtain anything more from him than that, upon the representations made by the vakil employed on their behalf, he had Translation of Persian Parwana written under the seal of the little Nawab, Mr. Mahomed Rezachaan Bhadeer, to the Honorable Director George Louis Vernet, received here the 7th of December 1766. Sir, Friend of Friends, Greetings. Your friendly letter concerning how you have for some time, at great expense, a sanad waived the specific description of the goods on the dastaks and the opening of the bales and chests, but still absolutely demanded that they should put in at the appointed places, be inspected, and the packages counted, as was more broadly to be seen in the answer to the aforementioned arzdasht, already sent privately by the chief to the Director and received here on the 14th instant, which, with the rescription to the arzi inserted in the secret resolution of the 28th of November, ordered here at 7 o'clock, is inserted herein for speculation, both reading according to the translation as follows: waived
Dutch transcription
1aa4 den 4 x=l 4 xl vrugteloore roogiecg omtrent t sluiten van een Cartel met de Fransche op zodanig voet als op de kust. dezelve ongemolesteerd zouden kon„ nen passeeren. Laastelijk werd in deeze bijeenkomst door de Leeden Humbert en Falik mondeling verslag gedaan van de reedenen, die de Heer Laa en de Raad te sjenderNegger hadden be„ wogen, niet tot het veranderen van het Cartel ter overgave van de wederzijdsche deserteurd overte„ gean, en ten welken fine de voorm Leeden ingevolge besluit van den 18 october, op den 29' passato derwaarde afgevaardigt zyn, na„ welijk, dat de thans in Indië zynde Franschen niet in dienst der kompe verbonden zijnde, dus konde quitteeren waarneeze ze het goedvonden, waar door al het voordeel van een kantel eenlijk aan onze zijde zoude wezen, de„ wglze met recht geene hunner over„ lopers konden te rug vorderen; waar by op de betoonde verwondering, op welke voet dan het kantel op de kust had kunnen geslooten worden gevoegd was, dat zulks uit noodzake lijkheid had moeten geschieden, om de menigte franschen, die zig bij de terugkomst van den Heer Law, onder de fransche Vlag weder verzameld hadden eenigzints in toom te houden, en te be„ letten, zig naar de andere natien te begeeven, dat er echter apparentie zynde, dat de Comp eenige schikkingen zoude maaken om haare dienaeren voor bepaalde tijden in haare dienst te engageeren, alsdan ook het kon„ tract tot overgave van de deserteurs zo ampel als dat op de kust konde geslooten worden, terwijl intusschen het voorige, voorE: Jaar alhier gemaant konde plaats hebben. van alhet welke geresolveert is te houden deze annotatie Actum Houglq in Bengale datum ut supra /:get:/ F: L: Vernet. Mr Tsuun. A: A: Linnen. . . . . . P: M: Ross. F: P Thuun bert. O: W: Falck. F: A: A. damieer Jacob Eilbracht rC secr gevoegd Dingsdag 1445 d: 23 xko Porncte van resemiptie naer kassembaraer snawabs antwoord eops toverzoek tegen t visi„ telers der vaertuijg. van den Nawab grin„ Dingsdag den 23 december Ao 1766 smorgens absent de koopman la font. De zaaken by de gemeene Resolutie van heeden vervat afgehandelt zynde, werd ook nog gebesoigneerd over den inhoud van een brief van het opperhoofd en den Theeden ten in morgine gem Kantoore gedagteekend den 16' Courant houdende communicatie, dat niet ten genstaande zy zeedert den ontvangst onser secreete van den 4 bevorens ende onverwijl de overgave van het daarin ver„ melde aazdaast, dagelijks den hofgan, twee perwvouor ger ten hove hadden gezonden en treert. aanhouden laeten om een qunsti„ ger ordonnancie, dan die de Nawab net opricht tot onse vaartuigen en haare Ladingen in de doortogt langs de revieren scheen vastgesteld te hebben, het hem tot nog toe niet mogelijk geweest was iets meer op hem te verkrijgen, dan dat hij op de door den wakkiel van wegen hen bediend gedaen representatien had Translaat Persiaansche Perwanch geschreeven onder het zegul van den kleinen Nawab den Heer Mahuied Rezachaan Bha„ deer aan den EE Achtbare Heer Directeur Geerge Louis Ver„ net ontvangen alhier den 7e x=l 1766. Myn Heer, Vriend der Vrienden Salrit uw vriendelyke brief bekelrende hoe gy zeedere eenige tijd met groote kosten een senued afgezien van de specifique beschryving der goederen op de desters en het openen der packen en kossen, dog als nog vol, strekt begeerd, dat ze op de gestelde plaat„ zen zouden aanleggen, gevisiteerd en de volumier nageteld worden, ge„ lijk zulx breeder te zien war by het aut woord op voorm aazdaast, door het Conper hoofd reets in het particulier aan den Heer Directeur gezonden en op den 14 dezer alhier ontvangen, het welk met de rescriptie op het by secreete resolutie van den 28 9br, geinsereerde Arrieden 7 huur alhier besteld, in dezen ter specu„ latie geinsereerd word, luidende beide volgens de vertaaling aldus. afgesien van
English
1446 d: 23 C=to d: 25' xl had obtained from the Nawab Seixud Doulo, may heaven prolong his life, the contents of which, according to the outstanding farmans and sanads of previous subahs, dictated that with respect to the Company's trade goods, when they were transported up or down by water or by land, the faujdars and chaukidars remained prohibited from causing them any hindrance in any manner, and upon the showing of the dastak, without the least demand, had to let them pass, has been received and its contents taken into proper consideration. The inspection of vessels has been in use from the beginning. How will the chaukidars be able to let them pass without doing so? When I went to Patna, the sanad was stamped with the seal of the Nawab Seifeid Doula Bahadur and dispatched. The costs expended for the same shall be refunded. We have also mutually agreed that the minor shore guards would be ordered that none of the vessels should suffer any hindrance in an unreasonable manner, and that at the other guard posts or the subordinates of the Pachotra and Akbar Nagar Rajmahal, the vessels would moor according to custom, provide a copy of the dastak, and allow themselves to be inspected. Now I have accordingly abolished the minor shore guards and established seven other chaukis under the Pachotra and Akbar Nagar, a memorandum of which is attached hereto, and have instructed the guards of the same that after taking a copy of the dastak and inspecting the vessels, they are to release them as quickly as possible, but to place under arrest any vessel that does not agree with the dastak, along with the goods. It is consequently also your duty to pay the necessary attention to the previous administration and to order the overseers of your fleets or vessels promptly and accurately not to oppose the mooring and inspection thereof or to come up with evasions, for if that happens the chaukidars will never let them pass. What more shall I write? Below was: Translated by, was signed: Jacob Eilbracht. Translation of a Persian parwana written by the Nawab Muhammad Reza Khan Bahadur to the Honorable George Louis Vernet, received here on the 14th of December 1766, reading as follows: Favorable Lord, Friend of Friends, greetings. Your friendly letter in answer to my 1447 d: 23 perho d: 2 3. xk my parwana, containing that since the administration of the previous subahs until now it had never been the custom that the vessels had to moor at the jetty to be inspected, and that what was presented by the chaukidars was entirely false and suspicious, as also that it was impossible to specify the goods on the dastak, and to open the chests or bales and have them searched, since all that could bring about nothing but damage to the goods themselves, firstly by mixing up or scattering them, and secondly by being stolen; for if such were not done by the chaukidars, it would surely be practiced by the boatmen, rowers, or other base sort of people; and what the reason for such a strict order might be? At least nothing other than harm or disrespect, that the linens which were brought by water and by land from Hendiaal, Jaggernathpur, Baddal, and other aurangs according to the Company's dastaks, and could possibly be stated thereon, for no Dutchmen or Europeans were sent to the weaving places who could otherwise carry that out, item that the dastaks were sent to the aurangs beforehand, because one never knew in advance the number of pieces expected; furthermore that these days a ship that the Gentlemen of Batavia had sent hither for dispatch to Europe, on account of the vexations and hindrances of the English, the writer means the Dutch Company, on the 15th of Rajab, meaning the 20th of December, would have to return empty, and likewise that two other ships were to be sent away empty in the coming month. That furthermore the Hugli faujdar had demanded toll from you for the Company's goods, but that you had replied that for the merchandise that had been dispatched laden in two ships, the toll had been paid, and that it was now impossible for you to contribute more in such manner, has been received, and after the importance of the matters, taken into proper consideration. In order to see an end to the complaints, I have removed a hundred and more chaukis of the Pachotra from the way, and have strictly recommended to the chaukidars of Nawabganj, Gasht-mahal, and several others that no one shall hinder the goods and vessels of the Dutch and French Company, except at Jalangi, Saidabad, and
Dutch transcription
1446 d: 23 C=to d: 25' xl van den Nawab Seixud Doulo /. Den hemel verlangen zyn leven:/ had geob„ tineerd, welkers inhoud na luid der uit minutende fireaar en semueds van voorige soebas dicteerde, dat ten opriche van 'sComps handelwaaren, wanneer dezelve te waater of te land op of afge„ voerd wirden, de fausdaars en sjeridi„ daars verbooden bleeven, om dezelve op eenigerley wijze eenige huidvoir toe te brengen en na de vertooning van het Dester zonder de minste vordering, moerten laaten passeeren, is ontvangen en dier inhoud in behoor lyke overweeging genomen. Het visiteeren der vaartuigen is van den beginnen af in gebruik geweest. toe zullen de sperike daars zouder zulx dezelve te doen konnen laten passeeren Toen ik naar Pattena was, is de senued net het zegel van den Nawab seifeid den la Bhadur bestempeld, en afgevaerdigt, De kosten, die tot dezelve geimpendeert zyn, zullen gerestitueert worden. wy zyn ook onderling over een gekomen dat aan den kleine strandwachters bevoolen zou worden, dat aan geene derzelver op een onree„ delijke wijs, eenige hindernis geschieden zou, en dat aan de andere wagtplaatsen, ofte de onderhoorige van de Petsjontrak en Akber Neyger /: Radjmnekol:/ de vaertuigen volgens us antie zouden aanleggen, Copij van het destek geven en zigvisiteeren laaten. Nu hebben ik dienvolgende, de kleine strandwach, ten afgeschaft, en zeven andere Sjoukies, en„ der de Petsjoutrak en Akber Neggen van der welke een memorie hier nevens gaat, vastgen steld, en de wagters van dezelve aangeschre„ ven, om na het neemen van een afschrift van het destek en het visiteeren der vaartui„ gen dezelve ten spoedigsten te largeeren, dog ider vaortuig, dat niet met het der ter over een komt, nevens het goed in arrest te houden. Het is gevolgelijk ook uw plicht de nodige attentie op de voorigeregeering te slaan en de opziender uwer vlooten of voortui„ gen spoedig en nauwkeurig te ordonneeren, om zig tegen het aanleggen en het visitee„ ren derselve niet te exposeeren of niet. uitvlugten voor den dag te komen, want zo dat geschied zullen de sjoukidaers ze nimmer passeeren laten. wat zal in verder schrijven. /:onderstond /:getranslateerd door /:was getekend:/ Jacob Eilbracht. Translaat persiaansche Per„ wanek geschreeven door den Nawab Mahmed Rerachan Bhadem aan den Edele Acht, bare Heer George Louis Vernet alhier ontfangen den 14e den cember 1766. luidende aldus Goedgunstige Heer, Vriend der Vrienden salut UwE vriendelijke brief in antwoord van ten mijn 1447 d: 23 perho d: 2 3. xk myn Perwanch en behelsende, dat ze„ dert de regeering der vorige soebas tot nu toe, nimmer in gebruik was geweest, dat de vaartuigen aan de steiger moesten aanleggen om gevisiteert te werden, en dat het vertoonde door de sjoukedaars ten eenemaal leugenachtig en verdecht was, zo ook dat het onmoogelijk waare de goederen op het dester te specificeeren, en de kisten of pakken te openen, en door snuffelen te laeten, dewijl dat aller niet als schaede omtrent het goed zelve te weeg kon brengen, voor eerst met doormald ander of verstrooiten ten anderen van gestoolen te raaken; want dat by al„ dien zulx niet door de sjoukidaars ge„ schiede het dan zeeverlijk door de man„ sier; weijers of andere gering slag van volk gepractiseerd zou worden, en wat dus de reeden van zo een strenge ordre mogt zyn. ? altans niet anders, als tot schaade of minachting, dat de Lijwaa„ ten welke uit Hendiaal Jeggernaas poer baddaal en andere arreugs volgens 's Compa desters te water en te land aangebruiht wierden, en mogelijk op hetzelve konden werden bekend gesteld, want dat er geen hollanders /:of Europeers :/ naar de weef„ plaatsen wierd afgevaardigt; die dat anders zoude kunnen verrichten, item dat de Destens bevorens naar de aarengs en wierden gezonden, dewijl niimmer voor heen wist het getal der verwachts wordende stukken; voorts dat deser dagen een schip, dat de Heeren van Batavia ter depeche naar Europa her„ waards hadden gezonden, uit hoofde van de vexatien en kindernissen van de Engelsche /: de schrijver meend de holland, sche:/ Compe op den 15 van Rejib, verstaet den 20 december, ledig weder zou moen ten terugkeeren, mede dat ingelijker voegen twee andere scheepen in de toekomende maand leeg verzonden stonden te worden. Dat al verder de Houglische Fausdaar voor het goed van de Comp van UE tol had laaten vorderen, maar dat UE tot bescheid had gegeven, dat voor de koopmanschap, pen, welke in twee scheepen afgelaa„ den, verzonden waaren, de toe voldaen en dat het UE nu niet mogelijk was, op diergelijk wijse meer te contribueeren, is ontfangen, en na de aangelegenheid der zaaken in behoorlijke overweeging genoomen. Jk heb em een einde der klagten te zien hondert en meer Tjoukier van de Patjonke uit de weg gerucent en de sjouke daars van Nawabgende, Gaastaoller en meer anderen, ten ernstigen gerecommandeert, dat nie„ mand de goederen en vaartuigen van de Hollandsche en Faansche Comp zullen kin„ derlijk zijn, behalven te Jellingij, seijdabaad, voor en
English
1448 the 23rd present the 23rd December deliberation thereon and the seven other guard posts, both of the pachotra and otherwise stationed for the inspection of the vessels of the Dutch and French Companies, and another three chowkies for the remaining merchants, which are appointed along the entire road and passage of Murshidabad, Azimabad (Patna), Jahangirnagar (Dhaka), etc., and of which the list has previously been sent to your Honour, in order according to custom to moor at these places and have them inspected; if these seven chowkies did not exist, then the entire Pachotra, the most important of all, would be altogether unnecessary, and thus the rest could well be spared. Since the inspection of the vessels has taken place since Alivardi Khan's reign, it is indeed impracticable to change this suddenly, or to leave it off. Let the goods be made known by the dustucks, then the chowkidars will be strictly ordered not to open any chests or bales, but having inspected the vessels and having taken the number of chests and bales, to pass the same without delay, as speedily and at the very same moment, while the bales and chests will remain sealed and closed. And if they are conditioned in that manner, and no one opens them, why then should damage occur, and by what cause can it be alleged that hindrance takes place? It is truly not reasonable that your Honour opposes this. The passage for the loaded vessels coming from the aurangs with goods of the Dutch Company has formerly always been going on as long as past the passage of Murshidabad and Jalangi there was enough water, all the way to Santipur; currently the route past Jalangi and Cossimbazar is not navigable due to the drought, and at not a single ghat is a single vessel or bale detained; what then is the reason that your Honour's ships must depart empty? You are obliged to obey what is currently written and no longer oppose the inspection and counting of the chests and bales, but to continue with your affairs. What more shall I write. Below stood: translated by, was signed: P. v. d. Huir. After resumption of which papers, and what is further communicated in the letter of the servants, that as long as this point of the detention and inspection 1449 the 23rd present the 23rd December and resolved for now not to make any further move. of the vessels was not decided and the Nawab had sent off no orders regarding this, nor had also fixed any firm order regarding the guard posts that are to remain, the servants had likewise deferred speaking of anything else, until time and while one shall know what one should govern oneself by; it was demonstrated by the Lord Director that from the contents of the aforesaid parwana and what the Cossimbazar servants reported about the embarrassment and disposition of the Nawab in this matter, it is clearly to be observed that all further applications to His Excellency will be in vain, since Mr. Sykes, according to what was secretly entrusted to the servants by a certain Brahmin, is essentially the one from whom all these novelties flowed, and therefore resolved, since the passage of the vessels now had reasonable progress again, and yesterday a considerable parcel of linens was even received at home, to leave the aforesaid parwana unanswered and let the matter take its course, until one shall see the effect of the negotiation of the Lord Director with Lord Clive, in which conference the point in question will certainly also have to be brought to the carpet, and after the conclusion of the same it will be sufficient to furnish the servants with our further orders. But as it might happen that in the meantime some further new chicaneries and vexations were intended, wherein the general interest could not abide waiting for orders, it has likewise been resolved to recommend to the servants that in such a case they employ their usual vigilance against it and thus frustrate all harmful designs, and promote the progress of affairs as much as possible, while finally it has also been approved to add authentic copies of the aforesaid Cossimbazar letter to the parcel 1450 a letter from Calcutta. receipt of a Calcutta letter containing complaint about a case at Dewan Gunge Wednesday of papers concerning the disputes with the foreign nations, which is ordinarily sent yearly from here to the Netherlands, Business concerning to serve for confirmation of the complaints which the Lords Masters might perhaps think fit to lodge concerning the odious and harmful actions of the aforesaid Sykes. Done Hooghly in Bengal, date as above. Signed: G. L. Vernet, M. Wink, F. A. Zinner, F. R. Ross, F. P. Heunbert, O. W. Falck, I. H. M. Damiur, Jacob Eelbraek, & pC Secretary. In this extraordinary meeting, the translation of a letter from the Honourable Lord Governor and Council at Calcutta, dated the 18th of this current month, is first produced by the Lord Director, serving as an answer to our complaint of the 28th ultimo concerning the detention of our linens coming from the aurangs; among other things, that after having testified the most earnest desire by a readiness to employ everything that were possible to confirm a good friendship and sincerity between the servants of both Companies, it had not been without the utmost surprise that Their Honours had learned that goods of our company had been detained at Dewan Gunge, a ghat belonging to the district of the lands of the English Company; and that Wednesday the 24th December anno 1766 in the morning, all present. the
Dutch transcription
1448 d: 23 p=t d: 23 x b deliberatie daeroven en de zeven andere wagtplaatsen zo van de petsjoutne als onderzints gesteld tot 't visiteeren van de vaartuigen der hol, landsche en fransche Compagnien, en nog drie andere sjoukier voor de overige negotianten, welke langs de gansche weg en passagie van Morsidabaad, A„ riem abaad /:Patria :/ Johangier Negger /: Dhokka:/ enz bepaald zijn, en waarvan de Lyst UE te voren is toegezonden, om vol„ gens gebruik op deze plaatsen aan te leg„ gen, en rig te visiteeren laaten; Bij aldien er„ zeeven sjoukier niet waaren, dan zoude gansche Patsjouthaa, de voor„ naamste van alle ten eenemaal om„ noodig zijn, en alzo konde de overige ook wel gemist worden. Daar nu het visiteeren der vaartuigen zedert Aliwerdichons Regeering heeft plaats gehad is het immers in practicabel zulx op stel en sprong te veranderen, of agter wege te laeten Laat de goederen bij des desteks bekend worden gesteld, dan zullen de sjouki daars ernstig aangeschreven worden, geen kisten of pakken te ope„ nen, maer na de vaartuigen gevisiteerd het getal de kisten en Pakken opgeno„ men te hebben, dezelve zonder verzuimten spoedigsten en op het zelve monent te langeeren, terwyl de Pakken en kisten verzegeld en geslooten zullen blijven. En indienze in diervoegen geconditioneert zyn, en niemand dezelve opend, waarom zoudan schaade aan„ komen, en door wat oorzaak tog kan en geregt worden, verhindering plaats te hebben? Hek is immers niet billijk dat UE zig hier tegenkant. De vaart voor de uit de arrengs geko„ mene beladene vaartuigen met goed van de hollandsche Compe is voor heen af zo langer voorby de passage van Monsid abaad en Jellingij water genoeg geweert is, tot sunsuma toe altijd aan de gangge„ weest; tans is de wegvoorby sillingij en kassembazaar door de droogte niet voorbaar, en aan geen een grattee word een enkeld vaartuig of Pak opge„ houden; wat is dan de reeden, dat uwE scheepen leedig moeten vertrek„ ken. Gij zijt verpligt om te obedieeren heb geen tansgeschreeven word en uw niet meer te opposeeren tegen het visitie„ ren en tellen der kisten en pakken, maar met desselfs affaire te bliven continueeren. wat sal ik meer schrij„ ven /:onderstond:/ getranslateerd door /:was getekent:/ P: v: d: Huir. Na resumptie van welke papieren en het geen verder in de brief der be„ diendens bedeeld word, dat zo lange dit point van de aanhouding en geconditioneert visitatie 1449 den 23 x=t d1 23 xbr. en besluit voor eerst geen verder beweging te waren. visitatie der vaartuigen niet bevlist war„ en de Nawabdien aangaande geene beveelen had afgesonden, nog ook geene vaste ordre omtrent de te blijvene wagt plaatsen gesteld zy bediend mede ver„ schooven hadden, vanniets anders te spreeken, tot tijd en wijle men weeten zal, waar na men zig zou moeten reguleeren; door den Heere Directeur vertoond wierd, dat uit den in„ houd van voorm herwanch en het geen de kassembazaersche bedienden, over de verleegenheid en verhouding der ¶den geelden, Nawabr in dezen klaarlyk is op te waaren, dat alle verdere aanzoe„ kingen # bij zijne Exellentie te vergeefs en zullen zijn, dewijl de Heer syker volgens het geen de bediend in het geheien door seker stoveling was toe vertrouwd wezentlijk die geene is waer van al die nieuwigheeden afvloeiden, en over zulx geresolveert, om vermits de doortogt der vaartuigen tans wee„ der reedelijke voortgang hadden, en men girteren zelfse een aanzienlyke porty lywaaten thuir heeft gekreegen de voorm perwanch onbeantwoord ten het geval op zyn beloop te laaten, tot dat men zal zien het effect der negociatie van den Heer Directeur met Lord Clive, in welke conforentie tog ook het point in quertie op het tapijt zal moe„ ten komen, en na het aflopen van de welve het genoeg zal zijn, de bediends met onze nadere beveelen te munee¬ gebeuren ren. Dog gelijk het zou kunnen dat en inmiddels verder eenige nieuwe fuiisen, en vexatien bedoeld wierden, waarby het algemeen belang niet het wagten na ordre zou konnen bei„ den, zo is mede beslooten de bedien„ dens te recommandeeren om in zo een geval daar tegen hunne gewoone vigilantie in het werk te stellen en also alle schadelyke desseicien te vereidelen; en den voortgang van zaaken, zo veel doenlijk te bevon„ deren, terwijl eindelijk ook is goed„ gevonden, om van de vooren kassem„ bazaarsche brief autentieke Copgen te partij voegen 1450 een brief van kalkatta. ontvangst van een kalnatschbrief inhoudende klagte oer eeener geval te Dewaangend oensdag voegen by de bondel met papieren, be„ treffende de differenten met de vreemde Natien, welke erdinair jaar¬ lyx van hier naar Nederland word over Besoigne over gezonden, om te dienen tot bevestiging der klachten die de Heeren Majo„ rls somwylen mogten goedvinden over de hatelijke en schaadelijke be„ drijven van voorm syker, in te brengen. Actum Hoegli in Bengale datum ut supra /:getekent:/ G: L: Vernet. M: Wink F: A: Zinner. . . . . . . F: R: Ross. F: P: Heun„ bert. O: W: Falik. I: H: M: Damiur. Jacob. Eelbraek & pC sec=t. In deezen extraordinaire by een komt word door den Heer Directeur vooraf geprodu„ ceert het translaat van een brief van den Edelen Heer Gouverneur en Raad te Kalkatta gedateert den 18 dezer lopende maand, dienende tot antwoord op on„ ze klachte van den 28 passato over het aanhouden van onze uit de arrengs komende Lywaten; ander anderen, dat het na de aller ernstigste begeerte betuigt door een breedvaardigheid van aller wat mogelijx ware aan te werden, om eene goede vriendschap en trouw„ hartigheid tusschen de Dienaeren van beide Compagnien te bevestigen niet dan met de uiterste verwondering geweest was, dat Haer Edelens had„ den vernomen, dat goederen van onze maatschappy te dewaangend; een gratie in het district der landen van de Engelsche Compagnie behoo„ rende, waaren opgehouden; en dat Woensdag den 24e december Ao 1766 smorgens alle present. de
English
1451 24 xh the Lord Director had seen fit to send people to that place, who had brought the goods hither along with one of the serkaars from the sjoukier. That Their Honours, some time before receiving this letter, had received word that an armed force, sent from Suutura, deceitfully and treacherously assuming the authority of Lord Clive, had taken prisoner, beaten, and bound one of the serkaars of the aforementioned ghatie in the immediate execution of his duty, and had brought him hither together with the goods which we said were detained, and that here he was threatened with severe punishment and discharged some time thereafter. That such a bold affront as violently taking prisoner the servants of the English Company, in their own lands, and in the continuation of their lawful pursuits, even at a time when we enjoyed equally with them every advantage in trade which they could grant us or obtain from the Nawab, was conduct that the Gentlemen Outer thought required their most mature deliberation. That Their Honours, following a brief inquiry into the matter and having investigated several circumstances accompanying it, had obtained therefrom, firstly a deposition of Ram Dalaal Thakoor, the man who was taken prisoner in such a cruel manner, secondly one of Kiernopam Ray his servant, and lastly another of Harry Burns, a writer of the aforementioned ghatie, all three sworn under oath before one of His Britannic Majesty's justices of the peace, and demonstrating that the demanded duties had never before been refused by the English, French, or us, 1452 d 24 xbr d: 24 q=ko and that our agents would even have been willing to satisfy them, until they were prohibited from doing so by a letter from their master Samram or Sambaboe, and finally also the violent proceedings carried out under the name of Lord Clive, as detailed more broadly above and to be seen in more detail in the letter and depositions themselves. That we, by our own admission, had already acknowledged having sent some men into the lands of the English Company, having carried off the goods, and having imprisoned one of the serkaars of the sjoukier, since we said that he was subsequently released and sent back. That whereas we had always been very tenacious with respect to some cases within our own possessions and always very ready to complain whenever anyone of the English people lost even a single piece of goods, this ought to have made us realize all the more the advantages we enjoyed in lands directly belonging to the English Company, and that we should not in such a reckless manner have risked such an enterprise or, as the translation reads, indulgence, before having informed ourselves of the circumstances of the matter in dispute, or at least rather than having sought beforehand to procure satisfaction for ourselves therein through such acts of violence as already expressed here before and repeated once more in the letter itself. Furthermore, that since the injury done to Their Honours now stood in the clearest light of day, we must now also be assured that the English Gentlemen would sufficiently guard against such unheard-of proceedings in the future, namely by allowing the advantages of trade in the aurungs situated in 1053 d: 24 x„k discours thereabout. the lands of the English Company under no other conditions than after a regular and reasonable payment of the public tribute; demanding beforehand and insisting upon a proper submission from us to Their Honours for the insult which we had done to them. Further, that they had not yet received any particular reports from their Resident at Burdwan concerning the circumstance of the second point of our complaints, or the detention of some ox-loads with linens at Palapokkerie; but that they assumed he must have had sufficient reasons for the measures he deemed necessary to take, and that they could not understand how we could reasonably expect our affairs to proceed with ease, since we ourselves were the cause of that disruption. Finally, that Their Honours had made known the circumstance of our third article of grievance, or the stopping of the vessels at Poentia, to their Resident at the Durbar with positive orders to make the strictest investigation into it, and that we could be assured of having all satisfaction that the nature of the case could demand with right and fairness. After the reading of which letter and its enclosures, the Lord Director presented that His Honour, until now, owing to the frail condition of Lord Clive, had been obliged to postpone the intended voyage to Calcutta, in order to converse with his Lordship both about the cases that have now erupted into an open dispute, and regarding that about which His Honour had undertaken by the resolution of the 18th of November to bring about an accommodation with that gentleman, and that he, the Lord Director, did not even yet know
Dutch transcription
1451 24 xh de Heer Directeur had goedgevonden volx naar die plaats te zenden, het welk de goederen met een der ser„ kaars, van de sjoukier herwaards gebracht had. Dat haar Edelens, eenig ge tyd voor de ontvangst deser brief kindschap hadden gekreegen, dat een gewopende magt, gezonden van Suutura, bedriegelijk en verra¬ delijk het gezag van Lord Clive aanne„ nende, eene der serkaars van voorm ghatie, in de onmiddelijke waar„ neeming van zijn plicht, gevangen genomen, geslaagen en met het goed, dat wy zeiden aangehouden te zijn, gebonden, dit heen gebracht „ hem hadden, en dat men hier niet strenge straffe gedreigd en eenige tijd daarna ontslagen had. Dat zo eene stoute beleediging met de Leermannen van de Engelsche Compagnie, in haar eigen landen, en in voortzetting hunner wette¬ ge verrichtingen geweldiglijk ge¬ vangen te neemen, zelfs in een tijd, dat wy alle voordeel in den handel, die zy ons ofgeven, of van elen Nawab verkrijgen konden, met hun gelijkstandig genooten, een gedrag wor, dat zy Heeren Buitten dach, ten hunne rijpste overweging te vereisschen. Dat Haar Edelens dien volgende na de zaak kortelik on„ derzoek gedaan en verscheide omstandigheeden, die dezelve verzelden, nagevorscht, en daar van ingewonnen hadden, eersten lijk een verklaring van Ram Da„ laal Thasoer, de man, welke op zo een gruwzame wyse was gevange genomen, ten anderen een van Kierpoenam Ray zijn bediende, en laestelijk nog een van Herry Bunrs een schrijver van voorm gratie alle drie voor eene der vredereek„ ters van zijne Britannische man jerteit onder Eede gepasseerd, en aantoonende, dat de gevorderde rechten voor dezen, door de En, gelscheen, franschen of ons nooit tijd geweigerd 1452 d 24 xbr d: 24 q=ko geweigerd waren, en dat onze gema„ star zelfs gewillig zouden geweest zijn, die te voldoen, tot dat zy by een brief van hunne meester samram /of sam baboe :/ zulx geinterdiceerd waren, en eindelijk ook de geweldadige procedu„ ver onder den naam van Lord Clive uitgericht, hier voor breeder gedetailleerd en by de brief en verklaringen zelve omstandiger te zien. Dat we niet onze eige vertooning reets erkend hadden, eenig volk inde landen van de Engelsche Compagnie gezon„ den, de goederen weggevoerd, en eene der Lenkaaar van de sjounier gevangen gezet te hebben, dewijl we zeiden, dat hij naderhand ontslaegen, en terug gezonden was. Dat daar wy altoor zeer vasthoudend geweest waeren met betrekking tot eenige geval„ len binnen onse eiger bezittingen en altoor zeer gereed geweest, om te klagen, wanneer er iemand van het Engelsch volk maar een enveld stuk goed koijt, zulx ons ook gevoeligen had behooren te doen begrijpen, de voordee„ lem die wy genooten in Landen, en„ middelijk aan de Engelsche Comre be„ hoorende, en dat wy op zo een dartele wijze diergelyk een onderneeming /:of zo als het translaat leeid:/ toegeeflijkheid. niet moesten gewaegt hebben, bevo„ rens wy ons van de omstandigheid der zaeke in verschil, geinformeerd hadden, althans liever dan vooraf gezogt te hebben, ons zelven daarin voldoening te bezorgen, door dier gelijke daden van geweld, als hier voor reets uitgedrukt en in de brief zelve nog eens herhaeld zijn. voorts dat dewijl de, Haar Edelens aange- daane verongelyking thans in het klaarste dagligt stond, wy nu oon ver„ zeeverd moesten zijn, dat zy Heeren Engelschen genoegzaamlijk zouden waaren, tegen zulke ongehoorde verrichtingen in den aanstaande, met namelijk om de voordeelen van den handel in de arrengs geleegen in stuk de 1053 d: 24 x„k discoer daarover. de Londen der Engelsche Comp op geen andere voorwaerden toe te laaten, dan na een geregelde en billijve be„ taling der openbare schatting: vooreef vorderende en dringende op een be„ hoorlijke onderwerping van ons aan Haan Edelens voor de Loon, die wij hun hadden aangedaan. wijder dat zy nog geen bijzondere berichten hadden ontvangen van haare Resident te Berdewaan aangaande de omstandigheid van het tweede poin onzer klachten of het ophouden van eenige ossendragten niet Lijnwaaten te Pala pokkerie; waar dat zij en„ derstelden, dat hij genoegzaame reeden zal gehad hebben, voor de maatregulen, die hij nodig had geoordeelt te neemen, en dat zij niet konden begrijpen hoe wij met reeden konden verwachten, dat onze zaaken met gemak zouden voortgaan, daar wy zelve de oon„ zaak waaren van dier stremming Eindelijk dat haar Edelen de omstan„ digheid van on derde artikel van doleantie, ofte het tegen houden der vaartuigen te Poentia aan haeren Resident aan den Dherbaar hadden bekent gemaakt met poritif bevel om de sterkste ondercoeking daarna te doen, en dat wy verzekerd konden wezen, alle voldoening te zullen hebben, die de natuur der zake met recht en billijkheid kon vorderen. Na lecteure van welne brief en dier bylagen de Heer Directeur de Zee„ den vertoonde, dat zijn Achtbaare tot nu toe mits de zwakke toestand van Lod Clive de voorgenomen veir naar kalkatta had moeten uitstel len, ten einde zijn Londschap te onderhouden zo over de gevallen die tans tot een oopenbaare twist uitgeborsten zijn, als wegens dat geene, waar over zijn Achtbaare by het besluit van den 18' 9=en op zig genomen had met dien Heer een accomodement te bewerken, en dat hy Heere Directeur zelfs nog niet digheid wirt
English
1454 the 24th of this month the 24th of this month and resolves to answer them as in the text. whenever there should be an opportunity to do so. That His Honour had meanwhile applied himself seriously to the aforementioned accusation that we had not proceeded in an orderly manner in fetching our goods from Dewaargendj, and that the men were alleged to have used the name and authority of Lord Clive; since this would notoriously have further consequences if the contrary could not be proven, but that since the Jommadaar, or the head of the dispatched men, offered to declare under oath that he had appealed to no one other than the authority on behalf of the Dutch Company, the falsehood of that accusation could thereby clearly be demonstrated; and that for the rest the further contents of the letter would be very easy to refute, because it has never been made known to us that Berduwaam and the districts belonging thereunder were of the English Company; and the other, as the whole world knows, is nothing other than a tyranny and contrary to the contents of the firman and sanads obtained by us. Whereupon, having deliberated, it was approved and understood first to express to the English Gentlemen our appreciation for their willingness to maintain friendship, with the addition that we shall consider our obligation infinite for the deed itself, as soon as we experience it. Furthermore, to answer the substance of the letter itself: That the report made to Their Honours concerning the sending of an armed force and the authority which they are alleged to have usurped, as far as the first is concerned, is truly exaggerated, and the latter is entirely fabricated; 1455 the 24th of this month That all the men dispatched thither consisted merely of 1 Jamuildaer and 27 common peons, and that these have done only that which is customary throughout Hindustan, namely to protect the merchandise against the violent treatment of the Sjoukidaars and the extortion of so-called customary fees or dastur, which it now pleases Their Honours to describe by the name of duties, and that the sworn statement which we shall enclose in the letter would show that that which this people was alleged to have used, namely the name of Lord Clive, is entirely untrue. That the fact concerning Ramdaccaal Thakoer has also been presented in a much worse light than it actually happened, and that we shall not occupy ourselves with picking apart and refuting his further statements point by point, but declare that we are quite willing to believe that he received an occasional punch or blow from one or another. And that, assuming this may indeed have happened, it is more than we ordered and possibly originated from brawling and insults, into which the whole world knows that the natives among one another easily lapse, and that his apprehension probably occurred to provide him with his well-deserved reward for the brutalities with which the Bengalis all too easily make use of the name of the English Gentlemen. That (as the Director assured the Members) it was evening when that native arrived here, and that His Honour, without knowing who he was, gave orders to hold him in custody until the next morning, when, upon his declaration of being a servant of the English, he was immediately sent on his way with an appropriate admonition 1456 the 24th of this month and a threat that complaints would be made about his insolence, although he otherwise would have deserved a much more sensible punishment for having dared to hold back our goods in an unheard-of manner; but that we claimed complete ignorance that Bendewaar and its subordinate districts, consequently also Dewaangenen, is a territory of the English Company, since no denunciation or public communication thereof was ever given to us. That we have always considered it as the territory of the Nawab, which on his behalf is governed by Raja Tillooksjeit Bradua, who (as appears from the daily register of this year) even made known to us in a letter received on the 10th of January last his continuation in that dignity by a firman of the Mogul, and at the same time wrote that His Majesty had honoured him with a Mansab of 4000 horsemen and various other gifts. That we had indeed understood from private rumours that the English kept a Resident in Berdewaer to collect such revenues as were assigned to them by the Nawab from those provinces to satisfy various expenses, but that we nevertheless never regarded this as a complete and solemn renunciation of all rights and privileges to the prejudice of other nations established here; not that we wished thereby to imply as if we were permitted in the territory of the Nawab to hinder or apprehend servants in the actual exercise of their duty, no, but that we over such an insolent fellow and in
Dutch transcription
1454 d: 24 p=ke d: 24 pk en besluit hen te aectwoorden als in sexti. wirt, wanneer of daartoe gelegen, heid zou wezen. Dat zijn Achtbane zig intusschen ernsteg had laaten geleegen leggen, aen de voorsz beschuldiging als of wy in het af„ haalen van ons goed van Dewaar gendj niet bedragen verrand te werk waren gegaan, en dat het volr de naam en het gezag van Lond Clive zou gebruikt hebben; dewijl dat notoir van verder gevolg zou zijn, bij aldien men het contrarie niet kon bewijzen, maar dat dewijl de Jommadaar of het hoofd van de afgesondene manschappen, pre„ senteerde onder eede te verklaren, dat hy zig op niemand als de arcre van wegen de hollandsche Compe beroepen had, hier door dan oor de valschheid van die betichting klaar kon worden aangetoond en dat voor de aert den verderen inhoud van de brief zeer ligt te wederleggen zou zijn vermits ons nooit bekend gemaakt is, dat Berduwaam en de daar onder ge„ hoorende dirtricten, zouden van de Engelsche Compe waren; en het andere zo als de heele wereld weet„ niet anders als een dwinglandy en strydiger tegen den inhoud der door ons verkoegene firmaaur en sennedr. waarop gedelibereerd zijnde is goedgevonden en verstaan, de Heere Engelschen voor af onze gevoelig heid te betuigen, over hare bereid vaordigheid ter onderhouding van vriendschap met bijvoeging, dat we voor de daad zelve, zo daa we die zullen ondervinden, onze ver„ plichting eneindig zullen reezen nen. voorts om op het zakelijke van de brief zelve te antwoorden, Dat het aan Haar Edelens gedaen bericht over het afzenden van een gewopende macht, en de au„ toriteit, die dezelve zig zou aan„ gematigd hebben voor zo verre het eerste betreft, werkelyk verzwaard en het laaste ten eenemaal ver„ Berduwaan dicht 1455 den 24 x dicht is: Dat al de derwaards afgesondene manschappen slegt bestorden in 1 Jamuildaer en 27 gemeene piors, en dat deese dat geen ne verricht hebben het welk door gousche Hindortan gebruikelyk is, namelijk de koopmanschappen te beveiligen tegen de geweldige behandelingen der Sjoukidaars en het afperssen van zo genoemde costinuade penningen of destoer, die het haer Edelens tans behaag, de met de naam van gerechtigheeden te beschrijven, en dat de beeedigde verklaring, die wy in de brief zullen sluiten, zou aantoonen, dat het geen waar van dit volk zig bediend zou heb„ ben, namelijk de naam van Lond Clive ten eenemaal en waar is. Dat het teit betreffende Ramdaccaal Tha„ koer mede veel stimmer & orgen geven, als het zig wezentlijk heeft toegedragen, en dat wij ons niet zullen ophouden met zijne inde verdere verklaringen van point tot =point uit te plueisen en te wederleggen maar betuigen, dat we wel willen geloven, dat hy van deeze of geene een enkelde stomp of slag gekreegen heeft. En dat genomen dit ook geschied mogt zijn, het meer is, als wg bevoolen hebben en mogelijk herkomstig uit kyvogie en scheldwoorden, waartoe de heele wereld weet, dat de inlanden die wir onder walkander overgaan, en dat zyne aparehensie denkelijk ge„ schied is om hem voor de brutali„ teiten, waarvan de bengalen zig toer al heet ligt op de naam der Heeren Engelschen bedienen, zyn verdienden Zoon te besorgen. Dat /:zo als de Heer Directeur de Leeden verzekerde:/ het avond was, toen dien inlanden hier aanqesam, en dat zijn Achtbaare zonder te weeten wie hijwar, ordre gaf om hem te verzeekeren, tot 't anderen daags smorgens, wanneer hij ook op zijne betuiging van een bediende der Engelschen te zijn, met een applicable poict vermaning 1456 24 xke maning en bedreiging van dat er even zijne insolentien geklaagt zou wor„ den, ten eersten zyn'sweegd is gesonden, hoewel hy anders voor zyn ongekoorde behaudeling met ons goed te hebben, durven tegen houden een vrij gevoe„ liger correctie zou verdient hebben; waat dat wy een volstrekte eguovantig pretendeerde, dat Bendewaar en dier onderhoorige districten, gevol, gelijk ook Dewaangenen een territoir is van de Engelschen Coup, dewijl ons daar nooit eenige denuniatie of openbaare communicatie van is gedaan. Dat wy het altoos hebben geconsidereert, als het gebied van den Neewab dat zijnentwegen besteerd word door Radja Tillooksjeit Bra„ dua, die ons /:gelijk by het dagregister van dit Jaar blijkt:/ zelvs by eene op den 10e January laastleeden ent, vangen brief zijne continuatie in die waardigheid bij een firmon van den Mogol bekend gemaakt en tevens geschreeven heeft, dat zijn Majesteit hem vereerd had met een Moncob van 4000 ruiters en difen„ andere geschenken. Dat wy wel uit porticuliere gerugten hadden ver¬ staan, dat de Engelsche in Berdewaer een Resident hielden, om zodanige inkomsten, als haar door den Wa„ was uit die provincien toegelegt zyn, tot voldoening van diverse ongelden, maar dat wy dit echter nooit hebben aangemerkt, als een compleete en solemneele afstand van alle rechten en voorrechten in prejudicie van andere alhier getablisseerde Na„ tien; Niet dat wy daarmede wilden te kennen geven, als of ons gepermitteerd zou zijn, in het gebied van den Nawab bedienden in de dadelijke excercitie van hunne plicht te verhinderen of onte vatten, neen maer wel dat we over zo een brutaale gast en in
English
1457 24 xbr in earlier days could obtain justice from the Government, in case he could be convicted of one or another excess, and that such would also have happened with Ramdolaat, had he not, according to his statement, been a servant of the English. That we also completely deny what is said in the declarations to have never been refused by us or others, namely the payment of tribute to one or another station, and that it is indeed true that the gomastas of our merchants, in order to buy off the troublesome and vexatious extortions of the chowkidars as best as possible, have found themselves now and then under the necessity of greasing the palm of this or that tyrant, so as not to lose time through the messages that would otherwise have to be sent back and forth. But that this can never merit the name of dues or legitimate revenue. That the Lord Director also for that reason, upon receiving a report that people still continue with the same improper procedures, ordered Sameram or Sam Baboo to countermand the payment of the same monies being extorted; That it is unheard of anywhere that merchants or ships carrying on trade anywhere, and having satisfied the tribute that is due in reality, should still be obligated to deliver or pay anything to the servants of the Dewani or the Justice, unless they incline thereto of their own accord. That we, on the contrary, thought that justice required protecting 1458 the 24th of December 24 xb and maintaining them in such a case against all such harassment. That we could claim such a right with quite as much reason as those merchants, since we, after an expenditure of great costs, have agreed with the prince or representative of the sovereign of the country to be permitted to remain here and to carry on an unhindered trade, both in goods that are imported from outside and in the products which the country brings forth, under whatever name they might be understood; That we might transport, buy, and sell all such goods through the entire country and wherever we thought fit, and that no faujdar, zamindar, chowkidar, or others may prevent us from doing so, but are obligated to let the goods of our Company, being transported by water or by land, pass and repass upon the mere showing of our dustucks, without our being bound to pay anything more than 3½ percent toll to the Bakhshbandar at Hoogly; That for this privilege a sanad was recently granted to us by the Nawab, which the English gentlemen will not ignore, since that draft was shown beforehand to Lord Clive, Messrs. Carnac and Sykes in April last by the Lord Director at Motijhil, approved by his Lordship and those gentlemen, and subsequently stamped with the seal of the Nawab. That after having brought all this to light and left it to an impartial judgment, we may indeed reasonably 1459 24 xb ask in what respect it could possibly be said that we have gone too far? And for what insult it might be that a proper submission is demanded from an entire Nation, which we have the honor to represent here in a lesser degree, or whether a single native, on account of what has happened to him by his own doing, deserved more consideration and honor than the head and members of an entire college; whether we should not regard this as a public contempt, and had the greatest right to demand satisfaction for such an extraordinary insult; Yet that, just as it is not to be thought that any satisfaction will ever be given to us in that regard, the British gentlemen could even much less pretend to any the least submission from us for the sake of a Bengali; That for the rest we shall never fail to give to the emperor what is the emperor's, but that we must then also in fairness be maintained in all ancient privileges and prerogatives, and not be treated with such extraordinary disrespect and, as it were, placed on an equal footing with the scum of the people. Lastly, that if it shall please their Honors to treat us in accordance with the orders of their respectable superiors, and to protect us against all harassment and oppression from the Government or its servants, there will then also be no doubt of soon perceiving the effect of that which is presently affirmed by their Honors.
Dutch transcription
1457 24 xbr in vroegere dagen by de Regeering recht konde krijgen, ingevalle hy van de eene of andere buiten spoorigheid kon overtuigd worden, en dat zulx met Ramdolaat ook geschied zou zijn, waare hy volgens syn zeggen geen bediende van de Engelschen geweest. —Dat wy ook ten eenemaal ont„ kennen, het geene in de verkla„ rigen gezegt word, door ons of andere nooit geweigerd te zijn, namelijk het betalen van schat„ ting aen de eene of andere schat„ tie, en dat het wel waar is, dat de gomastar onser kooplieden, om de lastige en vefatoire afperssin„ gen der sjoukidaars zo goeddoen lijk aftenoopen, zig nu en dan in de noodzakelijkheid hebben bevonden, om desen of geeneen dwingeland de handen te vul„ len, ten einde door de boodscha pen, die anders over en weder ge daan moesten worden, geen tijd te verliesen. Dog dat dit niumer de naam van rechten of wettigen inkomsten kan verdienen. Dat de Heer Directeur ook om die reeden, op bekomen rapport, dat er nog al met zelve oneige proce„ durer gecontinueerd word, same ram / of sam Baboe:/ bevolen heeft, de betaaling van desulve afge„ dwonge wordende gelden, te contra„ mandeeren, Dat het nergens ge„ hoord is, dat kooplieden of scheepen ergenshandel duijvende, en de schatting die en wezen maert vol doen hebbende, nog verplicht zou„ den zyn, aan de bediend van de Dewanie of de Iustitie iets af„ tegeven of te betaalen, by aldien ze daar toe niet uit eige beweeging indineeren. Dat wy ter contrarie dochten, dat de gerechtigheid vor„ derden om hen in zo een geval te geen al zulk een overlast te pro„ daan te geeven 1458 d: 24 e x=le 24 xb te geeven en te moenteneeren. Dat wy dier gelijk een recht met ruim zo veel reeden konden eir„ schen, als alsulve handelaars nademaal wy na eene spenditie van groote kosten, met de vorst of representant van den souve„ rain van het Land, over een geko„ men zijn, alhier te mogen blij¬ nen, en eene onverhinderde nego„ cie te goeffenen, zo wel in waaren die van buiten inge„ voerd worden, der omtrent de produc„ ten welke het Land voortbrengt onder wat benaming die om mog ten begreepen zijn; Dat wij al zulke goederen door het gaesche Land en waar het ons goeddacht mochte vervoeren, koopen en verkoopen, en dat geen Taur¬ daar ziemen daar sjoude daar of andere ons dat beletten mogen, maar verplicht zijn om de goederen van onze com„ pagnie te water of te land getraus porteerd wordende op de enke, le vertoning van orre destens te laaten passeeren en repassee, ren, zonder dat wy gehouden waren ie meer te betaelen, als 3½ procento Thol aan de Bachsbender te Hoegli, Dat van dit voorrecht onr onlaugs door den Nawab nog een seuued wor verleend, die zij Heeren Engelschen niet zullen iqnoreeren, dewijl diedopstel voor af aan Lond Clive de Heeren Carnes en Sijver in April laestleeden door den Heer Di„ recteur te Moetierjeel vertoond door zyn Londschap en die Heeren goedgedeurd, en vervolgens met het zegel van den Neewab be„ stempelt is. Dat wy na dit aller uw aan het daglicht gesteld en aen een onpartijdig oordeel overgelae„ ten te hebben wel billijk mo„ paijnie gen 1459 24 xb vragen gen in welk opricht tog gezegt kon worden, dat we onr te buiten zin gegaan ? en over welke be leediging het wel wezen mag dat er van een gaesche Natie die wy de eere hebben in eene windere grood alhier te almee Senteeren een behoorlijke on„ derwerping word afgevorderd, dan wel of een enkelde in lander uit hoofde van het geen hem door zijn eige toe, doen is overgekomen, meer consideratie en honneur ver¬ diende, als het hoofdende zee„ den van een gaesch collegie of wy dit niet als een publieve klee achting moesten aanwerken en het groots te reekt hadden, om voldoening over zo een ongemee„ ne koon te eisschen: Dag dat gelyk het niet te deuden is, dat oms derwegens immeree„ nige satisfactie zal worden gege ven, zy keeren Britten ook nog. veel minder van ons eenige de minste submissie, om de wille van een Bengaaler konden presen„ deeren: Dat wy voor het overige nooit zullen monqueeren den keizer te geven, wat der kiezens is, maar dat we dan ook na bil„ lykheid in alle orde voorrechten en prerogativen moeten gehaud„ houft en niet met zo een ongemeen disrespect bejeegend en als af het ware met schuim van volk gelykstandig gesteld worden. lieedelijk dat indien het haar Edelens zal behoogen, ons over¬ eenkomstige met de ordre van Haane respectable superionen te behandelen, en tegen alle over last en verdrukking van de Regeering of haar bediende te bescheveneen, en dan ook geen twijfel sal zijn, om haast de uitwerking te bespeuren van dat geen, het welk tans betuigd word staan ven Edelens
English
1460 24 December 24 December Deliberation on a separate letter from Patna concerning the new project in the opium trade. Honorable intent to be, that we for our part promised to observe everything that may be practiced and reasonably expected of us towards an extensive cultivation of good harmony and to the benefit and advantage of trade, the principal object of all nations settled here; but that alongside all this, one will not be able to blame us that we shall also uphold the honor and respect of our nation as much as possible. This having been thus stated and confirmed with unanimity of votes, the Director communicated to the Assembly the news further imparted from Patna by a separate letter to His Honor and the Honorable Head Administrator of the 9th current, concerning the project to farm out the opium trade, or to place it under the management of a native, and about which broad discussions were held in the secret Resolution of 16 September of this year; namely that this pernicious design, which had remained in statu quo since the servants had last written about it on the 3rd of the aforementioned month, had come back onto the carpet two days before the departure of that writing, when the present governor of Patna, Raja Shitab Rai, after a negotiation held with the two present chiefs of the English (the Gentlemen Middleton and Rumbold), had sent his Dewan to them to communicate the following to them, and to ask their sentiments concerning it; 1461 Proposition made there to the servants. Their answer thereupon. to ask, namely: That pursuant to what was written by Lord Clive and to prevent the disturbances that daily occurred between our and the English gomastas in the opium quarters, they were resolved to conduct this trade henceforth on such a footing that all reasons for complaints would cease, and everyone would be given satisfaction. That to this end, the Lord Shitab Rai alone would be the buyer and thus these matters would be managed under his direction; that the funds required for this drug would be furnished to him, and by him again to the asamis or advance buyers, under the further supervision of a general chief gomasta to be appointed thereto by His Honor; that the opium successively coming in would be divided between the English and us, with the addition also of a small portion to the French; and finally that proportionality in this would be put into effect as much as possible. On which points, however much they had been embellished and the aforementioned Regent had assured their servants of his special protection in order to make this matter palatable to them, they, before declaring themselves on anything, had caused the following questions to be put: First, how the distribution would take place; namely, whether it would be arranged according to the demand of the Company alone, or rather according to the needs of the English private individuals. Secondly, who would be the chief gomasta whom the Lord Shitab Rai would give the management over this trade. Thirdly, by whom the price of this drug would be set. Fourthly, upon whom we would have to take our recourse in case any bankruptcies should occur through the advancing of funds. And lastly, whether anything had already been determined in this regard. 1462 24 December 24 December That to the first question it was answered to their great surprise that the distribution between the British and us would not only take place in proportion to private needs, but that the first-mentioned would even be allotted a larger share on the grounds that their demand on this footing is always greater than ours. Concerning the second, that the choice of a chief gomasta had not yet been made, but would take place shortly. That regarding the price, the same would be set by the Lord Shitab Rai with our chief. That with respect to arrears and bad debts, every care would be taken to prevent them, and nothing more. And lastly, that Lord Clive having ordered this trade to be conducted in such a manner, it therefore had to be regarded as an established matter. Furthermore, that upon some further questions and points which the servants had put to the Dewan of the said Shitab Rai, and their saying that without a categorical answer to the aforementioned questions they could in no way commit themselves, he had declared that he could answer nothing more, as he was only charged to make them this proposition and was not provided with any further instructions regarding this matter; that if their servants would send someone on their behalf to his master towards the evening, one would then indeed obtain further elucidation. That the servants, pursuant thereto, the following day, as the Nawab was not at home in the afternoon, [illegible] their
Dutch transcription
1460 24 xbr 24 xb Besoigne ovr een opante brief. uik Pattena omtrend 't nieuwe project in den am„ tioen handel Edelens intentie te wesen, dat wij van enre zijde beloovten, aller te zul„ len observeeren, wat tot een uit„ gebreide aanqueeming van goede hormonie en tot nut en voordeel van den handel het voornaamste oogmeen van alle de hier gezee, tene natien, uiier gepracti seerd en met reedelijkheid van ons verwaekt kan worden; iaan dat bij dit al nieu wnrd ons geen onge„ lijk zal moeten geven, dat mede eene en het respect van onse land aart zo veel mogelijk zullen staande houden. Dit alzo benaamd en met een parigheid van stemmen vastge tijding uitpattenr steld zijnde, werd door den Heere Directeur aen de Vergadering oor opening gedaen, van de uit Pat„ tena by een aparte brief aen zijn Achtbare en den E Hoofd„ Administrateur van den 9' Cou„ rant, nader bedeelde tyding over het project om den amfioen handel te verpachten, of te stellen onder de bestiering van een inlander en waar over breedvoerig gehandelt is by de secreete Resolutie van den 16 September deeser Jaers, namelijk dat dit pernicieus en & werp het welk zeedert dat de be„ dienden doar over het laast had„ den geschreeven, ofte den 3 der bovengemelde maand in statu quo was gebleeven, twee dagen voor het afgaan van dat schuij„ ven weder op het tapijt was gen komen, wanneer de tegenwoor„ dige Pattenasche steedehouder Radja sitaabraay na eene gehou„ dene onderhandeling met de twee aanwesende opperhoofden der Engelschen /:de Heeren Middleton en Ruinbolt:( zynen Duan aan hen had gezonden, en hun het volgende mede te deelen, en hunne gevoelens daaromtrent het aftevraagen 1461. proporitie aldaer aen de beds gldaen. daerop. aftevraagen, naemelijk. Dat op t aangeschreevene van Lond Clive en tot voorkoming der onlu„ sten, die dagelijks tusschen onse en de Engelsche gomastas in de autioen kwartieren voorveelen zijlieden geresolveert woren, de zen handel voortaan op dur da„ nig een voet te trocteeren, dat alle reedenen van klugten zoude ophouden, en ieder een genoegen gegeven worden. Dat tot dien einde, de Heer sitaal zen en dus deeze zaaken onder zyne betekeriing besteert words, dat de gelden tot desen drop be nodigt, aen hem zouden wer¬ den verstrekt, en door hem we„ der aan de Arsancier ofte voorkopers onder de verdere toezigt van een generaal le hoofd gemeeste, daartoe door zijn Edele aantestellen, dat de amphioen successivelijk inkomende tusschen de raay alleen inkooper zoude wee, hunne antwoord Eerstelijk hoe dat de verdeeling zoude ge„ ten derden, door wien de paijs van deezen dropt zoude worden gemaakt Ten vierde opwien wij ons verhaal zouden Engelsche en ons zou worden verdeelt, met toevoeging mede van een kleene portie aan de fransen, en eindelijk dat de Even„ reedigheid in deeze zo veel mogelijk zou„ de in't werk gesteld worden. op welke pointen hoe zeer men die ook opgekwikt en voormelde Regeet hen bediendens van zijne byvordere pro„ tectie had laten verzeekeren, om haar deeze zaar smaanelijk te maken, zij alvorens zig ergens over te verklaren, hadden laaten doen de volgende quertien. schieden namelijk of dezelve ge„ schikt zoude werden na den Eisch der Compt alleen, dan wel na de beno„ digtheid der Engelsche particuliere Ten tweeden, wie den hoofdgoneerte zoude wezen, die de Heer Sittaabraay t bestier over deesen handel zoude geeven! Engelsche moeten 1462 den 24:e xbr d: 24 p=lt moeten neemen bij aldien er door 't voor„ uitverstrekken van gelden eenige bankroeten mogten voorvallen! En laastelyk, of en ten deezen opregte reeds iets vastgesteld was? Dat op de eerte vrage hen tot grote ver„ wordering geantwoord was, dat de ver„ deeling tusschen de britten en onr niet alleenlyk zoude geschieden na proportie der particuliere benodigt heid, maar dat zelfs d'eerst gem een grooter gedeelte zoude toegevoegd wor„ den uit hoofde, dat hunnen Eisch op deezen voet altoor grooter is aan de onzen. Betreffende de tweede, dat de verkiesing van eenen hoofdgomasta nog niet gedaan was, dog ten eersten zoude ge„ Scheeden! Dat aangaande de prijs, dezelve doen de Heer Sitaabraaqmet onzen voornemeir zoude werden gemaakt. Dat ten opzigte van agterstallen, en kwa„ de schulden, alle sorg tot voorkoming derzelve, zou worden gedragen, zonder meer. En ten laasten, dat Lord Clive geordon neert hebbende deeze negotie dus danig te tracteeren, het derhalven oor als een vastgestelde zaar moest aangemerkt worden wyders dat op eenige verdere vragen, poincten, die zy bediendens aen Een Duam van gem Sitaabraag hadden gedaan, en hun zeggen dat zy buiten een catagorisch ant„ woord op de voorm quertien, zig in geen ver honde manieren konden ver„ klaaren, hy daan betuigd had niets meer te konnen antwoorden, deze hy alleenlijk gelast zijnde, hen deze pro„ positie te doen, met geen nadere in„ structie omtrent deeze materie voor„ zien was dat by aldien zij bedien dens tegen den avord iemand harentwegen bij zijnen Meester wilde zenden, men dls dan wel verdere duz cidatie zou bekomen. Dat zy bedienden ingevolge van die daags daaraan, vermits de Nawal zig's agtermiddags niet thuis bevond meer haren
English
1463 241 xt d: 24 xbr Report on the means that would best be applicable to that trade. had sent their vakil thither, when said Sitaabray not only confirmed the aforementioned, but also added thereto that it had been decided to appoint as head gomashta a certain Khwaja Sarhad, currently in the service of the English. That they had thereupon let it be known that they could not bring themselves to take any resolution on such matters and points that were disadvantageous in every respect, but that they would immediately give notice thereof to their masters; and therewith, after a full and very well-reasoned discourse on the harmful consequences which they feared from this project, among which not the least is their fear that the Company will thereby run the risk of seeing this branch of trade gradually, and just like the saltpetre, slip out of its hands, imparting the considerations and means which in their opinion would be best for the prevention of such traversities as had now for some years past been encountered from the English in the opium trade, and which, so to speak, had been daily subjects of contestation between them and the servants, namely: That there should be appointed from the side of the English and from ours two head gomashtas, that is to say from each side, that both these persons should be protected by the government, and further, that a proclamation should be made on behalf of the Governor and Council at Calcutta as well as of the Lord Sitaabray in all opium-producing districts, in the presence of a man of the English, one of ours, and one of the said Sitaabray, whereby freedom would be given to all country people 1464 24 xk 24 xh Deliberation thereon to sell their goods to whichever of these two they should see fit, and to no other; whereby the lesser emissaries of these gomashtas in the various quarters would have to be provided with a dastak signed by the chiefs of the two nations at Patna, for the prevention and barring of all strangers in this trade; and that further all amils (regents) and zamindars (landholders) of the various places must be ordered to be helpful to both nations in their collection, and upon disputes occurring, to cause the guilty parties to be apprehended and sent to Patna, in order then to be judged according to the merits of the case; in which manner, and if the Calcutta presidency sent serious orders regarding this, with the threat of heavy penalties against the natives who acted contrary to this arrangement, it could in all probability happen in peace, and this trade, considering the present circumstances of the times, be conducted to the best advantage for the Honourable Company; finally also judging it necessary, in order to give the natives better freedom and to hold strictly to this, that the aforementioned publication should take place as well in the name of the Governor and Council at Calcutta, as in that of the country government. Whereupon this was also spoken of with the utmost attention and the importance of the servants' advice fully endorsed, yet taking into consideration therewith that, however much it were to be wished that it could be arranged on that footing, it is nevertheless not apparent 1465 24 x=ls 24 pke To send commissioners to Calcutta. that one will succeed therein; for from this and the contents of the Calcutta letter, which was dealt with here before, as also from the answer of the English gentlemen of the 29th of September last, it is clearly to be inferred that we shall indeed have to adapt ourselves to them in order to keep it bearable, and that it will already be very much gained if one could bring it so far, either that they annulled the aforementioned harmful plan again, or that they ceded some opium-producing districts to us, so as to collect our requirements ourselves without interference or opposition from anyone, and according to the agreement to be made, to bind some regular opium dealers to us; and when there would also be no fear that the asamis or first buyers, out of fear, would rather go to market with their wares to the English than to us, whereas on the contrary, if a head gomashta were appointed on both sides and a proclamation made that everyone had the freedom to offer his wares for sale to whomever he wished, that difficulty must always be assumed so long as one is in this situation where the natives must defer to the British; for these reasons it was proposed beforehand by the Lord Director, because his Honour, as has been said before, is still in uncertainty when his journey to Calcutta could take place, and the time meanwhile passed without one knowing how one should behave and what orders one should give to the servants, to delegate two members of this meeting thither, in order to enter into negotiation with the English presidency, both on this and on all further points of trade.
Dutch transcription
1463 241 x=t d: 24 xbr vervlag van de middelen, die best tot dien handel applicabel zouden wese. haren wakkiel derwaerds hadden gevonden, wanneer gem sitaabraarj niet alleen het vorengezegde beve stigd, maar ook daerby gevoegd had, dat wen beslooten had tot Hoofd go„ masta aantestellen eene Chodja suuni, thans in dienst der Engel„ schen. Dat zij hier op hadden laaten wee„ ten, niet van zig te konnen verkrij„ gen eenig besluit op zulke tedene en alziuts nadeelige pointen te neemen, waar dat zy haare gebiederen hier van ten eersten, zoude kennisse geven; En miets dien na een ampel en zeer wel beraisonneerd vertoog over de schaa„ delijke gevolgen, die zij uit dit pro„ jeit dugten, en waaronder geen van de wienste is, haare vreeze, dat de Maatschappij hier door gevaar zal loopen, deeze tax van den handel allengskens, en even als de salpeeter uit haare houden te zien vurken, bedeelende de con„ sideratien en middelen, die na hare gedachten best zoude weesen ter voorkoming van zodanige toaverser als men nu zedert eenige Jaeren herwaards van wegen de Engel¬ schen in den Afioen handel had ontmoet, en die, om zo te zeggen dagelijx voorwerpen van contii„ tatien tusschen staan en de bedien, den geweest waren, namelijk, Dat er van de zijde der Engelschen en van d'onze twee hoofdgemasteer benoemt wierden, te weeten van ieder kancteen, dat deeze lieden beide zoude worden geprotegeert door de Regeering, en voorts, dat en van wegens den gouverneur en Raad te kalratta zo wel als van de Heer Sitaabraag in alle Afioen gevende districten, een afrondigicg gedaan wiend int bijwesen van een mans der En„ gelschen, een van ons, en een van ge„ melde sitaabvaay waarbij aen alle landlieden vrijheid gegee sideratie ven 1464 24 xk 24 xh deliberatie daer op ven wierd, hun goed te verkoopen aan wien deser twee zij zulx goed vinden zouden, en aan geen au„ dere, wanneer de mindere zen„ delingen deezer gomastor in de diverse quartieren zouden moeten voorzien zijn van een dertek geteekend door de hoofden der twee Natien te Pattena tot voorkoming en weering van alle vreemdelingen in dezen kan, del; en dat er verder aan alle anier /:Regenten:/ en ziemendaars /:land voogden:/ der verscheidene plaat, zijn ren gelast moeten worden byde des natien in kunnen in saam behulp„ zaam te wezen, en by voorvallende oneenigheeden de schuldige te doen opvatten, en naar Pattena zenden, om als dan na bevinding van zaa„ ken geoordeelt te worden, in wek„ ker voegen, en bij aldien het kal„ kats sinisterie, hieromtrend serieure orcre sond, met bedrijging van zware straffen tegen de in„ landers, die contrarie deze schik„ kuighandelden het na alle waarschijnelykheid in vreedzaam heid zou kunnen geschieden, en deezen handel voor d ECcomp consi„ dereerende de tegenwoordige tids omstandigheeden op het voordee ligste gedreeven worden; einden lyk ook nog noodzakelijk oordee lende, om de inlanders te beter vrijheid te geven, en stipt hier aen te houden, dat de weeren publi„ catie zo wel geschiede uit naam van den gouverneur en Raad ten Kalkatta, als uit die van de Re„ geering gueter. waarover dan meede met de uit„ terste aandacht gesprooken en de gewigtigheid van der bediendens advis volkomen geavoneerd, dog daarby in aanwerking genomen zynde, dat hoe zeer het te wenschen ware, dat het opdien voet geschikt kon worden, het echter niet op landers parent is 1465 24 x=ls 24 pke mits te kalkatra te zeyde. parent is, dat men daar in zal reuisseeren; want dat uit dit en den inhoud der kalkatsche brief waerover hier voor gebesoigneerd is, als mede uit het antwoord der Heeren Engelschen van den 29e September Jongstleeden, klaarlijk is afteneemen, dat we ons na haer wel zullen moeten schikken, om het dragende te houden, en dat het al heel veel gewonnen zal zijn, bij aldien neen het zo ver bren„ gen konde, of dat zij het voormelde schadelijk en tweap wederom ver„ nietigde, of dat zy eenige opieien gevende districten aen ons afston„ den, om alzo, zonder benwoegenis of tegenstreeving van iemand, en„ ze benodigtheid zelve in tesamelen en volgens de te makene over„ eenkomst eenige vaste aficen kramer aan ons te verbinden, en wanneer er ook geen bedugting zouzijn, dat de Assameer of eerste op„ koopers met haare waar, uit vreese eer by de Engelschen te markt zou„e den gaan, als by ons, daar uiteeni„ gendeel of by aldien er een hoofd — gomasta van weerskanten wierd benoemd, en een afkondiging gedaen, aln dat ieder Vaiheid had, zijn waar te en veilen aan wien hij wilde, die zwarig„ heid altyd ondersteld moet worden, zo lange men in dit gevaelen is, dat de inlanders de britten na de oogen moeten zien; zo werd on dere reedenen voor af door den Heere Directeur geproponeert om veruits zijn Achtbaae, zo als hier voor niets gezegt is, nog in het onzeevere wor„ wanneer zijne veer naar kalkatta zou konnen aangaan, ende tid mid deler wijle verliep zonder dat men wist hoedanig men zig gedraegen in steede van gecom, en welke ondrer men de bedienden geven zoude, twee leeden deezer ver¬ gadering derwaarts te committeern ren, ten einde met het Engelsche shiuirterie, zo in dit, als alle verdere pointen van Negotie in onderhan„ eer deling
English
1466 24 December resolved that the Director would enter into the settlement and handling of all matters, and if possible regulate everything on a firm footing, according to the dictates of an instruction and credentials to be handed to them. But on the other hand, it being understood by all the Members that at the slightest objection to these or those points, of which one always had to anticipate the worst, that commission might sometimes miscarry without having advanced any further than at present; thus, after the Director had also experienced this, and after a further attentive consideration of all that ought to be taken into account in this matter for and against, it was finally resolved by unanimous vote to conform thereto, and to carry out what His Honour had been pleased to take upon himself, namely to request an appointment with Lord Clive, and, arriving in Calcutta, pursuant to the resolution of the 18th past according to the tenor of the plan inserted in that Resolution, to do his best to effect, through amicable means and on such conditions, the facilitation of these and all further points of trade as shall merely be possible; without one having to imagine the best, since it is well known that it will already be much if we can only in one way or another, through a close agreement, obtain some freedom both in the gathering of the opium and of other products. But since it might happen that the English gentlemen will not change the measures once taken, and that no reasonable proposition will be listened to, it was likewise decided to formally protest against all infractions, injury, and damages that have been inflicted upon us for some time and might be further brought about, and to reserve to our Lords and Masters 1467 Lord Clive excusing himself from the handling of all affairs. to reserve the right and the authority to seek their redress, if and when their Right Worships might deem it advisable. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: G. L. Vernet, Mhr Ismien, F. A. Limer, Roire lafont, F. M. Ross, F. P. Humbert, O. W. Falck, J. A. A. Duenius, Jacob Eilbracht as Secretary. Wednesday the last of December Anno 1766, in the morning, all present. It was communicated by the Director that His Honour, pursuant to the resolution of the 24th instant, had requested an appointment with Lord Clive by an express letter, but this morning had received in reply that his infirmities and imminent departure for Europe had made him resolve to concern himself no longer with any affairs, but that if the Director had something to propose, he could address himself to Mr Verelst and the Council, who would hear His Honour in all reasonable propositions. That although the appearances for a favourable outcome of affairs became ever smaller, considering His Honour had always flattered himself to settle and remove all discord and difficulties with his Lordship, 1468 31 December His Honour nevertheless decides to depart for Calcutta himself. Deliberation whether the news in Patna concerning the advance payments made by the English on the opium trade the Director nevertheless intended to undertake the journey to Calcutta a day or two after New Year, in order to at least make an overture to Lord Clive of the points about which His Honour would gladly have conferred with him, and if it were possible to settle the matters yet with his Lordship or through his intercession with Mr Verelst; and of all which, at the desire of the Director, it is understood to keep this note. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: G. L. Vernet, Mhr Finck, I. A. Zuimer, Moire la font, F. M. Ross, F. P. Humbert, O. W. Falck, J. H. H. Danius, Jacob Eilbracht as Secretary. Saturday the 3rd of January 1766, in the morning, all present. secret letters from Patna of the 24th past having been delivered here just now, it was communicated by the Director to the Members that His Honour had expressly convened the Meeting in order to inform them of the unpleasant news found in the separate letter addressed to him, the Director, and the Honourable Head Administrator, namely that the English, actually regulating themselves according to the arrangement made by them in the opium trade, of which detailed mention was made in the secret resolution of the 24th of the past month, had begun to make large advances on the new gathering, and that their servants thus very apparently, if no change were made therein, behind the back of others would
Dutch transcription
1466 84 xbi 24 xto besloten de her Direc„ teur de afdoening deling te treeden, ender doenlijk aller op een vaste voet te reguleeren, na dictamen van eene hen ter hand te stellene instructie en eredentiaal. Dog hier tegens door alle de Leeden begreepen zynde, dat by de minste tegenwerping ondee„ ze en geene pointen, en waarvan. men zig steeds het zwaanste moest voorstellen, die commissie somwij„ len af zal loopen, zonder dat men nog verder als tegenwoordig gevordert zal zijn; zo werd na dat de Heer Directeur dit oon had bevoenden na eene verdere aandachtige overweeging van alles wat in deze voor en tegen in aanmerking behoorden te komen, ein„ delijk met eenparigheid van stemmen geresolveerd zig te conformeeren niet dier zaare en te dragen het geen zijn Achtbare opzig geliefde te neemeen van namelijk nader belet by Lond Clive te laten vragen, en te kal katte komende, ingevolge besluij„ van den 18 passato na lueid van het bij die Resolutie geinsereerde plan zijn best te doen, om door vriende lyke middelen en wegens zodaeni„ ge conditien tot faciliteering van deezen en alle verdere poincten van den handel te bewerken als maer nun ee zullen mogelijk zijn; zonder dat men zig het beste zou moeten voorstellen, dewijl het notoir al veel zal wesen, indien wy maar op de een of andere wijze door een nauwe over„ eenkomst, eenige vrijheid konnen obtineeren zo wel in den inzaam van de opiuum, als van andere pran duiten. Dan nadien het zou konnen gebeuren dat de Heeren Engelschen de eens genomene maat regulen niet willen veranderen, en dat er na geene billijke propositie geluisterd werd, zo werd tevens geaa„ resteerd, om als dan tegen alle in„ fractien afbreuk en schaaden, die ons zeedert eenige tijd zijn aangedaen en nog verder gemoveerd mogten worden, in forma te protesteeren en aan onse Heeren en Meesteren te zijn reserveren 1467 het behandelen van alle affaires excura„ rende reserveeren het recht en de faculteig om hare garand te zoeken, zo en wanneer Haar welEdele HoogAcht, bare dat mogten te raade worden. Lond Clivesig van Actum Hoegei in Bengale, datum ut supra /:getekent:/ G: L: Vernet Mhr Ismien. F: A: Limer. Roire lafort F: M: Roy F: P: Humbert. O: W: Falen J: A: A: Duenius: Jacob Eilbracht es sec=ts Oensdag Is door den Heer Directeur gecom„ municeert, dat zijn Achtbare, in„ gevolge besluit van den 24 cou„ rant by een expresse brief aan Lord Clive nader belet gevraagd, dog heeden morgen ter antwoord be„ komen had, dat zijn zwakheiden ophanden zijnde vertrek naar Europae hem had doen resolvee ven zig met geen affairer meer te bemoeijen, maar dat hy Heer Directeur iets voor te dragen heb„ bende, zig aan den Heer Verelst en de Raad konde addresseeren, die zijn Achtbare in alle billijre propositien hoeren zouden. Dat alhoewel de opparentien tot een voordeeligen uitslag van zaa„ ken, hoe langer hoe minder wierden, gemerkt zijn Achtbare zig steeds had ge„ flatteerd, alle eneenig- en swarighee„ den met welm zijn Londschap te be„ Woensdag ultimo december Ao 1766 smorgens alle present. middelen 1468 31 xhe neemt echter zijn Achlbiaen zelfs na kalveetten te vtrekke. deliberatie of de tijding in 't pattena omtrent de door de vooruittrekking middelen, en uit den weg te rui„ men, hy Heere Directeur echter van intentie was een dag of twee na nieuwe Jaar de reire naar kelkatte te onderneemen, om Lond Clive ten minsten ouverture te doen, van de pointen waarover zijn Achtbare gaarne met hem zou geabou„ cheerd hebben, en by aldien het mogelijk was de zaaken als nog met zijn Londschap of door zijne uitercer„ sie met de Heer Verelst te determi„ neeren; En van al het welke op de begeerte van den Heer Direc„ teur verstaan is te houden deze annotatie Actum Heregli is Bengale datum ut Supra /:getekent:/ G: L: Verned. Mks Finck. I: A: Zuiner. Moire la font F. Mo. Ross. F: P: Humbert. O:W: Talix J: H: H: Danius. Jacob Eilbracht & Sec=ts Zaturdag zo aanstond alhier besteld zynde ge„ Engelsche gedaene meen, secreeten ovant schrijvens op den afiaen kandel uit Pattena van den 24 parson werd door den Heer Directeur aan de Leen den bedeeld, dat zijn Achtbaare de Vergadering expres hadde geconvo„ ceert, om dezelve mede te deelen het onaangenaam nieuws, dat in de aparte brief aen hem Heer Directeur en deuE Hoofd Administrateur gericht, gevonden word, namelijk dat de Engelschen zig werkelijk regu„ leerende na de door haar gemaak„ te schikking in den Afiaen handel /:waarvan omstandig gesproken is bij secreete resolutie van den 24e der verweeken maand:/ begonnen hadden op den nieuwen insaam groote verstrekking te doen, en dat zij bediendens dus zeer opparent indien en geen verandering ingemaek wierd, agter het niet van andere Saturdag den 3e January 1766 smorgens alle present zoude
English
1469 3 June 3 January [illegible] authorization to the servants to follow that course. would fish out, flattering themselves that by soliciting a counter-order here all difficulties would disappear, and enable them to continue our trade in peace. And although it was considered by His Honour and the Members that the plan in question would hardly be acquiesced in if one conformed to the actions of the other parties, and that the furnishing of money on the new harvest has never been practiced until now that the previous one had expired and the opium of the old collection was entirely delivered inside, it nevertheless appeared highly necessary to use all precautions not to be outwitted, since in all matters necessity breaks law and one could always justify oneself by striking the iron while it is hot; wherefore it was also resolved with unanimity of votes to conform to the further proposition of the said Lord Director, namely, in the reply of His Honour and the said Chief Administrator, to immediately authorize the servants, following the example of the English, to make a beginning with the furnishing of money on the new opium harvest, while expressing surprise that, considering the circumstances and the reasons cited above, they had not proceeded to this without requesting orders; the more so because one would have a better opportunity to protest with emphasis against the introduction of the aforementioned project, whereas if this authorization were made public, they will immediately object to us that we, by giving that order, immediately 1470 Outcome of the journey of the Honourable Lord Director to Calcutta communicated. conformed to the arrangement. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: G: L: Vernet, M: Tsanck, I: A: Zuiter, M: Lafont, I: M: Ross, F: P: Humbert, O: W: Falck, F: H: H: Damme, Jacob Eilbraekt, Secretary. Thursday The Lord Director, having gone to Calcutta on the 9th instant pursuant to what was noted in the secret resolution of the 31st past, and having returned in loco the night before yesterday, made known to the Members in this meeting the outcome of that which had been the principal objective for undertaking this short journey before the departure of Lord Clive, namely, to [illegible] with His Lordship or through his favorable intercession with Mr. Verelst to make a general arrangement regarding the various points of our trade, etc., as is recorded in detail in the secret Resolutions of the 18th ultimo and 24th current last. That he, the Lord Director, upon his arrival on Thursday, 8 January Ao 1767 in the afternoon, the junior merchant Aaghadamius being absent due to occupations in the service yonder, 1471 the 8th of January immediately proceeded to Lord Clive, but had found that gentleman still in such a weak condition that his Lordship, upon the notification made by him, the Lord Director, of what had actually moved his Honor to this unexpected visit, requested him please not to speak to him of any affairs, but if having something to propose, to address himself to Mr. Verelst, to whom his Lordship had already entrusted the management of affairs. That he, the Lord Director, had replied to this in appropriate terms and had also presented to his Lordship a memorial drawn up by his Honor in the French language, the plain copy inserted into the aforesaid secret resolution of the 18th ultimo, with an earnest request that his Lordship might be pleased to read it and take its contents into favorable consideration; but that his Honor excused himself from this in the strongest terms and had requested the Lord Director himself to read this paper aloud, and after the reading of which the aforementioned Lord Clive had promised his Honor to speak to Mr. Verelst in our favor concerning the points contained therein, without however letting his Honor notice anything about the memorial itself, thinking that it would be better, after the departure of his Lordship, to address a similar paper to the gentleman himself, so as to give a token of confidence; and whereupon his Lordship believed and held himself assured that he, the Lord Director, would obtain from the aforementioned Mr. Verelst everything that one can reasonably expect. That his Honor, being lodged with the said Mr. Verelst, was treated with very much kindness by that gentleman, and having thus had an occasion favorable his
Dutch transcription
1469 3 Juni 3 January n qualificatie aen de beds om diterem„ kel te volgen. zoude at visschen, zig vleij¬ ende, dat men alhier door het betal„ liciteeren van een contraordre alle zwarigheeden zoudaen verdwynen, en haar in staat stellen om ons een handel met gerustheid te konnen voortzetten. En alhoewel door zijn Achtbare en de Leeden wierd geconsidereerd, dat het bewuste plan zeeverlyk geacqui¬ exceedt word, zo daa men zig schikten na de handelingen van de mede partijen, en dat het verstrekken van geld op de nieuwe recolte nooit een gepractiseerd is, als nu dat de voorig ge afgeloopen en de aficen van den ouden insaam, ten eenemaal bin¬ nen geleeverd was, het echte taur ten hoog:ten noodig scheurd, om alle precautien te gebruiken van niet verklaekt te raaken, dewijl in alle zaaken nood wet breent in men zig altijd verantwoorden kon„ met het ijzer te smeeden als het heet is, waarom dan ook met een parigheid van stemmen geresol, veerd word, zig te conformeeren met de verdere propositie van welmelde Heer Directeur, om nas„ mentlyk by het antwoord van zijn Achtbare en gemelde Hoofd Ad„ ministrateur de bedienden on, middelijk te qualificeeren, na het voorbeeld der Engelschen ten eersten een begin te maaken, met het ver„ strekken van geld op de nieuwe afioen recolte, onder eene betui„ ging van verwondering, dat zyde om standigheeden en hier voor aange haalde redenen, overwegende hiertoe niet zonder t wraagen van ordre zijn overgegaan, te meer door dien men aan beter gelegenheid zou hebben, om niet nadruk tegen des invoering van het voorm project te protesteeren, daar men taar by aldien deese qualificatie rugt baar naast, ons ten eersten zal tegen werpen, dat wy door het geven van dat bevel, on dadelijk met de porigheid schikking 1470 Uitslag van de reis van de Acht„ bore Hr. Directeur na kalvatte be„ deelt. schikking geconformeerd hebben. Actum Hoegli in Bengale datum ut supra /:getekent. / G: L: Vernet Mr Isinck I: A: Zuiner. M: La fout. I: M: Ross. F: P: Humbert. O: W: Fulik F: H: H: Damiur Jacob Eilbraekt Sect. onderdag De Heer Directeur zig ingevolge het aengetekende, by secreet besluit van den 31 passato op den 9e Courant naar kalkatta vervoegd hebbende en eergisteren nagt weder in loco ge„ reverteerd zijnde, maakte in deze bij eenkomst aan de Leeden behend den uitslag van dat geen, het welk het voornaamste oogmerk geweest was om dit reisje nog voor het vertrek van Lond Clive te onderneemen, aan mnelijk, om met zijn Londschap of door zijn ne favorable intercessie met de heer verelst een generaale schikking te maaken omtrent de differente pointen van onzen handel etc zo als dat breedvoerig is aengeteekend by de secreete Resolutien van den 18 g=l en 24 C„tn laastleeden. Dat hy Heere Directeur by zijn komst Donderdag den 8 January Ao 1767 sagtermiddags absent de onderkoopman Aaghadamius door ecupatie in den dienst gunter 1471 d: 8 Jan: ginter zig onmiddelijk bij Lond Cli„ ve vervoegd, dog dien Heer nog in zo een zwakke toestand gevonden had, dat zijn Londschap op de door hem Heere Directeur gedaane bekendmaaking, wat zijn Achtb: eigentlijk tot deeze en verwachte visite had bewoogen, verzocht hem tog van geen affaires te willen spreeken, maar iets voor te dragen hebbende, zig aan den Heer Verelst te addrerseen ren, aan wien zyn Londschap het maniement van zaaken reets had opgedragen. Dat hy Heer Di¬ recteur hier op in applicable ter„ men gerepliceert en zijn Lond Schap tevens gepresenteerd had een memorie door zijn Achtbaare in de fransche taal geformeerd, uit het plain geinsereerd by het voormn secreet besluit van den 18 gls met instantig verzoek, dat zyn Londschap dezelve geliefde te leeren, en dier inhoud in gunstige overweeging neemen; dog dat zijn Edele zig hier van op het„ krachtigste verschoond, en Heer Heer Directeur verzocht had, dit papier zelve overleid voor te leeren, en na welkers lecture welm: Lord Clive, zijn Achtbare had beloofd, over de daarby vervatte poicten, den Heer Verelst, in ons faveur te sullen spreeken, zon„ der zijn Edele nochtans van de men morie zelve iets te laaten blijken, als denkende, dat dit beeter zou zijn, na het vertrek van zijn Londschap, een diergelijk papier aan den Heer zelve te addresseeren, om also een blyk van vertrouwen te geven; en wan„ neer zijn Londschap vermeende, za zig verzeekerd hield, dat hy Heere Di„ recteur van welmelde Heer Verelst aller zou verwerven, wat men niet billijkheid kan verwachten. Dat zyn Achtbare by gedachte heer Verelst gelogeerd zijnde, net zeer veel vriendelijkheid door dien Heer bejegend wan, en alze occasie gehad hadde gunstige zijn
English
1472 and year: 8 Jan: to confer briefly with His Honour about everything, but that he, Mr Verelst, having fully heard out His Honour, had replied that, due to the impending departure of Lord Clive and the administration of affairs which his Lordship had very suddenly assigned to him, likewise the dispatch of the ships, he was so obstructed that it was currently impossible for His Honour to confer with him, the Lord Director, on such important matters, with the request that His Honour, after the departure of Milord Clive, would be pleased to put his intention on paper and deliver the same to His Honour, assuring him, the Lord Director, that he would do everything that could reasonably be asked and that was in any way feasible to satisfy His Honour. That this had been declared with so much sincerity that His Honour entirely expected good success and, through these candid discussions, had been totally dissuaded from the preoccupation against the said Mr Verelst noted in the aforementioned secret Resolution of the 18th of November. And finally, that His Honour would therefore, after the dispatch of the return ships, seize the best opportunity to bring this good beginning to a desired conclusion. All of which having been heard with attention, it was approved and agreed to make this note of it all. Done at Hoegli in Bengal, date as above. Signed: G: L: Vernet. M: Tsicx. F: A: Zuiner. Th: Lafort. F: M: Ross. I: P: Humbert. O: W: Falck. . . . . . and Jacob Eilbracht, secretary. 1473 Points of rescription to Kassembazaar Lastly, deliberation was also held on what was communicated by the Kassembazaar servants by letter of the 27th of this month; namely, that during the valuation that was held of the Doesoetjes and Dongreis specified in their letter of two days prior, having taken into consideration, at the repeated urgings of the suppliers, whether they should validate the price increase conditionally granted to them by us, since among the different parcels, not only a sufficient quantity, and among some even a quantity exceeding the number of the Ceem, of the second sort or Dom, but in addition a good Friday the last of October Anno 1766. Extract Resolution taken in the Council of Policy at Hoegli 1474 good number of awel or first sort was found; but, on the other hand, it having been taken into consideration that these linens generally appeared to be of lesser quality than in the past year, the servants had sought to satisfy the aforementioned suppliers, who continued to insist on their recently made demand of nine percent, with 6 to 7 percent; but, having been unable to obtain anything from them through any arguments, they were therefore obliged to resolve to promise them those 9 percent, under the condition, however, of our approval after those cloths should be inspected here, and with the exclusion of the remaining linens of that sort which were still to be delivered, to which, if those nine percent were fully granted, such would have no application, unless the same, in due time, should be found to equal those already arrived, both in quality and in the proportion of the assortments; and on which arrangements the servants, as having acted herein according to the circumstances of the times, requested the disposition of this ministry. To which end the council first proceeded collegially to the warehouses to inspect the packages brought forth and opened, including among others: No. 191 fine Doesoetjes Awel 192 ditto Dom 193 ditto Ceem 194 ordinary Awel 197 ditto Dom 201 ditto Ceem 203 coarse Dom 205 Dongreis Awel 206 ditto Dom 215 ditto Ceem 1475 Examined: F. Wieman And since all these goods were found to be not only of very good quality, but, according to the present circumstances of the times, the assortments were found to be very well proportioned, it was also unanimously resolved gladly to grant the intended increase of nine percent, and for the rest completely to approve the actions and arrangements of the servants. Agreed. [illegible] Agreed. [illegible] Tuesday the 4th of November 1766. — Extract Resolution taken in the Council of Policy at Houglij No. 7 After inspection and valuation of a parcel of flowered Doriahs of Jaconaat and Dhenniachali and flowered Cassas of Jeggernaatpoer, it was agreed to note here that the increased prices have been granted on all the same. 1476 Tuesday the 18 November Anno 1766 Extract Resolution taken in the Council of Policy at Houglij The Lord Director and Council, having proceeded again this morning to the cloth hall for the inspection and valuation of various sorted linens, it was, after the work was concluded, approved to record herein that the increased prices have been granted on the various sorts of Jeggernaatpoer and Boerong Cassas, likewise the fine Doriahs of Kassijora, but that on the superfine Jaconaat Mulmuls, alongside all the sorts of Romals, the prices stipulated at the contracting have been validated. Agreed [illegible] [illegible] Examined
Dutch transcription
1472 en Jaare: 8 Jan: zijn Edele in het kort over aller te onderhouden, maar dat hy Heere Verelst, zijn Achtbaere volkomen uit„ gehoord hebbende, geantwoord had door het ophanden zijnde vertrek van Lond Clive en de beheering van zaaken, die zijn Londschap hem zeer subiet had opgedraegen, item de depeche der scheepen, zo belem„ wierd te zyn, dat het zijn Edele en mogelijk was thans met hem Heer Directeur over zulke importante zaaken te confereeren, net ver„ zulk, dat zijn Achtbare na het ver„ trek van Milord Clive zyne intentie op het papier geliefde te stellen en dezelve zijn Edele te besorgen, hem Heer Directeur zweerende, aller te zullen aanwenden, wat net reedelikheid gevergt kon worden en maar eenigzints doenlijk was om zijn Achtbare te contenteeren. Dat dit met zo veel ernst betuigd was, dat zijn Achtbaare zig alziits een goed succes beloofde, en door Sambastradot 1e en 1 de openhantige discoersen ten eene„ maal gedetoerneerd was van de pre„ occupatie tegen ged Heer Verelst, aangeteekent by de voormelde secreete Resolutie van den 18 e. 9b. en eindelijk dat zijn Achtbare over zulx na de depeche der ren toenscheepen de beste gelegenheid zou waarneemen, om dit goed be„ gintel tot een gewenscht einde te brengen. Al het welke dan niet aandacht aangehoord zijnde, is goedgevonden en verstaan, van dit aller te houden deze annotatie. Actum Hoegli in bengale datum ut Supra /:get:/ G: L: Venned. M: Tsicx F: A: Zuiner. Th: Lafort. F: M. r Ross. I: P: Humbert. O: W: Falen. . . . . . en Jacob lilbrachtjes sectrs Actor de 1473 Poincten van Res„ kassembazaar Laastelijk werd ook gedelibereert „criptie naar over het bedeelde door de kassemba„ „zaarsche bed„s by missive van den 27„e dezer; van, dat zij namentlijk on„ „der de gehoudene prijzeering, der bij haare Letteren van tweedaagen bevo„ „rens gespecificeerde Doesoetjes en Dongreis op de herhaelde instantien der Leveranciers, in overweging ge„ nomen hebbende, of zij de daar op door ons, onder voorwaarde geaccor„ „deerde prijs verhoging hen valideeren zouden, nademael onder de differen„ „tie partijen, niet alleen eene voldoen„ „de en onder sommige zelfs eene, het getal van de Ceem overtreffen da de meenigte van de tweede zoort of Dom, maak daar en boven, nog een Vrijdag ult=o October A„o 1766. Extract Resolutie ge¬ „nomen in Raade van Politie te Hoegli goed op 1474 goed getal awel of eerste zoort geron„ „den werd; dog daar in tegen in aen„ „merking gekomen zijnde dat die Lijnwaaten door gaens minder van qualiteit scheenen te zijn, als in den voorleedenen Jaare, zij bedienden de voorme: Leveranciers, welke op hunne Iongst gedaene Eisch van negen pro„ „Cento, bleeven aendringen met 6a 7 ten hondert, hadden zoeken te bevree„ „digen; maar met geene reedenen iets van hen hebbende konnen verkrijgen; daar om moeten resol„ „veeren hen die 9 pC=tos toe te zeggen onder voorbeding nogtans van onze approbatie na dat die doeken alhier bezichtigd zouden zijn, en met uit„ „sluiting der overige Lijnwaaten van dat zoort die nog stonden geleverd te worden, op welke zo die negen pro„ „cent, ten vollen werd toegestaen, zulx geen betrekking zou hebben, ter waare dezelve, in den tijd, zo in qua liteit als de proportie der sortemen„ En vermits alle deeze goederen, niet alleen zeer goed van qualiteit maar, na maete van de tegenwoordige „ten bevonden wierden, de reets binne gekomene, te evenaaren; en op welke beschikkingen de bed„s als zig hier in naer tijds omstandigheid, gedra¬ „gen hebbende, de Dispositie van dit ministerie verzogten. Ten welken einde de raed zig alvo„ „rens Collegialiter naer de Pakhuizen vervoegde om de voor de hand gehaelde en geopende pakken, te bezichtigen, als onder andere. N„o„ 191 fijne Doesoetjes Awel Dom 192 _„o _=o - - _ leem 193 Arel 194 gemene 197 _=o Dom 201 _=o Ceem 203 Ruwe Zom 205 Dongreis Awel 206 _=o Dom ceem - 215 _=o „ten om „ 1475 Coll: F:k: Wieman omstandigheeden van tijden, de sortee„ „ringen heel wel geproportioneerd wierden gevonden, zo is dan ook in„ „nanimiter beslooten de toegedachte verhoging van negen procento, gaar„ „ne te accordeeren en voor het overige der bedienden verrichtingen en beschikkingen volkomen te appro¬ „beeren. Accordeert. g Jann Aedeavet Paretr Accordeert. p Satrictoraver Daam Na bezichtiging en priseering van een partij gebloemde Doeriassen de Ja¬ „conaat: en Dhenniachalij en gebloemde Cassas de Jeggernaatpoer, is verstaen alhier te noteeren dat op alle dezelve de verhoogde pryzen geaccordeert zyn Dingsdag den 4„e November 1766. — Extract Resolutie genomen in Raade van Politie te Houglij No. 7 op. 1476 De Heer Directeur en Raad, heeden morgen zig weder na de kleedezaal vervoegd hebbende, tot het bezigtigen en priseeren van diverse gesorteer= „de Lynwaaten, zo is, na dat het werk zyn beslag had, goed gevonden, in dezen aan te tekenen, dat op de diverse soorten van Seggernaat poerse en Boerongse Chassas item de fijne Doeriassen, de Kassijora de verhoogde pryzen geaccordeert, dog op de super fyne Malmol= „len de Jaconaat, nevens al= „le de soorten van Roemaals de bij de Aanbesteeding bedon= „gene pryzen gevalideert Dingsdag den 18 November A„o 1766 Extract Resolutie genomen in Raade van Politie te Houglij zyn op zijn. Accordeert H Jan Vlikaelt d V. Sunter Sieepard J: Ck Hesselo Coll