VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3194

Bengal · 278 pages · 119 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3194_0046 view scan ↗

English

663 disadvantageous, as had since occurred to them, upon mature consideration and after taking the advice and the sentiment of the ministry, remaining therefore by their previous feeling never to agree to such a proposal, with the announcement that further correspondence about this could serve no other purpose than to foster a spirit of acrimony, without bringing the least advantage to either party, and that they would therefore drop all correspondence or quarreling over this; unless, when the matter was concluded and upon the return of their commissioners, it should be found necessary to address us further, finally claiming that we should supply full proof of the oppressions charged to them, or else that they would otherwise judge the same to exist solely in the imagination of this ministry. If now the force of arguments consisted in spiteful and hurtful expressions, then the English would certainly hold the upper hand. But if one regards the fairness of our side and the trifling nature of theirs, we do not doubt in the least that reason and justice plead for us. Here we had just noted that we had to regard Cartier as the prime mover of the unfortunate outcome of this commission, and we think that this requires no further argument. Partly if one pays heed to the solemn offer made both by the first undersigned and by the oft-mentioned commissioner, Ross, and partly to the own admission of Verelst in his letter cited above and entered into the resolution of 13 June, that 664 his Honour had agreed to the proposition for dividing the weavers, albeit with a restriction devised since or invented and now brought up by his said second, namely that he had not considered the matter so thoroughly in the beginning, since that pretext is too flimsy to merit any consideration, and the reason for not keeping the promise cannot be said to be anything other than what his Honour and the Council themselves admit in the latest letter, namely the mature consideration and further taking of the sentiment of the ministry—we say further taking, because before the arrival of Cartier they found the entire plan plausible and readily gave their vote to regulate and introduce the same, but afterwards perhaps felt regret for the advantage that they had too readily ceded to us, and whereby their own interest was about to be prejudiced. Yet to make an end of the matter, in order to prevent further estrangement, during the conference held on 23 July aforesaid with the first undersigned, to whom the allegation regarding the appointment of an agent for the purchase of the various necessities seemed very surprising, as he had made no use of it anywhere else than in the first plan inserted in the secret resolution of 18 9=br 1766, we deemed it most advisable to break off the war of pens on this matter as well, rather than to give more reason for bitterness, declaring however 665 that this had never been our intention, but that we had only tried to demonstrate the unreasonableness of the non-fulfilment of promises once made, in such a manner as would be done by anyone who ought to consider such as an insult, and that the denial now finally made appeared all the more strange to us since, in answering all our previous letters, and especially that of 26 May, they had passed over this in silence and had merely content themselves with raising objections, alleged as so many difficulties to put the said plan into execution. Furthermore, that we had to console ourselves with all these disappointments and let the matter in question take its course, until our Lords and Masters will be able to judge which of the two of us has best maintained his case, and that it would also best suit their Honours to decide whether, since the time that our Company was thwarted in trade by their servants, we had brought forward enough examples of the acts of violence committed against the country-man and workman or not, with the further announcement that we held the complaints made from time to time to their Honours about the delay in the aurangs to be fully proven by the documents that had come in regarding this, and had already been attached to the dispatched letters concerning similar subjects: it appearing to us moreover, now that the matter has been examined in retrospect, that at a time when the English do not hesitate to break their word, the venture of appointing an agent for the Company would be rather more disadvantageous than the present manner of collecting the linens, since for this purpose certainly one or another English

Dutch transcription

663 nadeelig war, aan ze zeedert is voor gekomen, bij rijpen overweging en in neeming van den Raed en het ge voelen van het ministerium, blij„ vende derhalven by hun vorig gecoe lem van nooit in zo eenen voor stel te zullen bewilligen, onder aen kondiging dat eene verdere brief wis„ seling daerover nergens ander toe strekken kom, als nm een geest van bitsigheid te koesteren, zonder het minste voordeel aen beide parti„ en toetebrengen, en dat zy dier, halven alle correspondentie of krar keeling hier over zoude laten vaar ren; ten waare bi gedaen ende zaek en terugkomst van hunne gecommitteerden, nodig zou wor„ den bevonden, zig nader aen ons te addresseeren, eindelijk pretendeeren, de, dat wy van de hun ten lasten gelegde enderdrukkingen vollen dige bewijzen zouden suppedi„ teeren, of dat zy dezelve ander vor„ deelden alleen bestaanbaar te zijn in de verbeelding van dit minu„ sterie. zo nu de kracht der argumenten bestond in spytige en ledeerende uitdrukkingen, dan zouden de steeen Engelschen zeeker aen het langste eind blyven. Maer let men op de billijkheid van onze en beuzelachtigheid van hare zyde, dan twijfelen we geen zuits of de reeden en rechtwiatig heid pleit voor ons. Hier voor brack, ten wete pas, dat weden Heer Cartier moesten aanmerken, als de beweegende oorzaak van den en gelukkigen uitslag dezer com„ missie en we denken, dat dit geen nader betoog vereischt. Een deels als men acht geeft op de plechtige aanbieding zo door den Eerstgeteekenden, als de veelmelde gecommitteerde, Ross, ten anderen op de eige beken tenis van den Heer Verelst, bi zyne hier voor aengetogen en ter resolutie van den 13 Juni ingeschreeven brief, dat sterie zijn 664 zyn E had bewilligt in de propositie tot het verdeelen der weeders, schoon van onder eene zeedert bedachte of door gemelde zyne secunde uit gevonden en nu ter baan gebrach„ ten restrictie, van namelijk de zaak in den beginne zo door en door niet overwoogen te hebben, dewijl dat pretext te midzel is om eenige aanmerking te ver„ dienen, en de oorzoek wegens het niet gestand doen der belofte niet anders gezegt kan worden te zijn, als het geen zijn Een de Raad in de laaste brief zelve bekennen, namelijk de rypen overweeging en nadere inneeming van het gevoelen van het Ministerie, we zeggen de nadere inneeing, dewijl men voor het arriveniert van den Heer Cartier het geheele plan plansibel gevonden en gereedelijk zijn stem tot het regulee ren en intraice brengen van hetzelve, gegeven, dog nader„ hand, mogelijk berouwgerree„ gen heeft van het voordeel dat wen aen ons te gereedelijk had afgestaen, en waer by het eige belang stond geprejudi= cieert te worden. Dog an een einde van de zaek te waaren hebben we om verdere verwydering voorte komen, onder de op den 213 Juli voormeld gehoudene besoigne met den Eerstge„ teerenden, aen wien het gealle geerde wegens de aanstelling van een agent tot den in koop der onderscheidene beno„ digtheeden, zeer surprevant is voorgekomen als zig daervan opgeen andere plaats bediend heb bende, dan by het eerste plan geinsereert by secreet arrest van den 18 9=br 1766 raadzaamst ge„ oordeelt, de pennestyd meede hierover aftebreeken, liever, dan meer reeden te geven tot verbik„ tering, onder verklaring echter hand dat 665 dat dit onse intentie niumer was geweest is, maer dat we een¬ lyk getracht hebben, aen te too„ nen de onreedelykheid, over het niet nakomen der eens gedaene beloften, op een wyze, als door een iegelyk geschieden zou, die zulx als een beleedi, ging behoord aen te werken, en dat de nu eindelijk gedaane ontkente uier, en ten wonderlijker voorquam daer zy by het beantwoorden van alle onsen voorigen brieven, en speciael die van 26: Mei zulx net stilzwijgen gepasseert en zig slegte vergenoegt hadden met het opperenn van aen den kavelingen, quasi bygebracht als zo veele zwarigheeden, om het gezegde plan ter uitvoer te bren, gen. Voorts dat we on alle deze desognementen moesten getroo„ sten, en de zaek in quertie op zijn beloop laaten, tot dat oneer stee„ ren en Meesteren zullen kon¬ nen oordeelen, wie van ons bei„ de zyn stuk beet beweerd heeft, en dat het Haer Edeleus ook best voegen zou te beslissen, of we zeedert den tijd dat onse Compagnien door hunne bedienden in den handel is gedwarrboomt, voorbeelden ge noeg hadden bygebracht van de gepleegde violentien aen de Land en arbeidsman of niet, met nadere aankondiging, dat we de van tijd tot tijd aen Hun Edeleur gedaane klachten over de veratig in de arrangs hielden volkome voor beweezen door de stukken die daervan ingekomen, en al toor gevoegd zyn by den afgezonde ne brieven diergelijke onderwerpen betreffende: komende het ons bui„ ten dit al, nu van agteren de zalx ingezien zijnde ook voor dat in een tyd, dat de Engelschen zig niet ontzien hun woord te schen den, de gewaegde aenstelling van een Agent voor de compe vrij nadeelige zou zijn, als de tegen„ woordige wyze van het inzome, len der Lynwaaten, vermits doer toe zeeker den een of ander zou Engelscheun

NL-HaNA_1.04.02_3194_0049 view scan ↗

English

Englishman's choice, and the Company would thus be assigned the refuse that would not suit his principals, not to mention that in doing so all our privileges and prerogatives in trade would be completely violated. However thoughtful and astonishing the bold and rigid denial of an agreement concluded with the head of a Nation may appear at first glance, Your High Excellencies will nevertheless, as we believe, understand from us that it is the ordinary subterfuge of persons who find it convenient to deny the strongest evidence, and regarding which the opposing party lacks the power to enforce the contrary. In conviction of this, the first signatory had recorded at the just-mentioned Resolution a certain incident that occurred at Pattena in a public Durbar of more than 100 persons, between the English chief, Sir Rumbold, and the wakil of the French, whom he publicly affronted in defending a matter on behalf of his masters. But His Honour, knowing well that the bystanders lacked the courage to bear witness to the truth, expressly denied the complaints made in this regard and interpreted it as though the wakil and others had deeply offended him by claiming something over which this gentleman imagined no one but himself had any right. And although this matter, concerning which we requested clarification from the servants at Pattena, is interpreted in their letter of the 9th of August to the disadvantage of the French and in favor of the English, we are nevertheless better informed and assure Your High Excellencies that it does not thereby lose any of its value, all the more since the report of the servants is based on a doubtful report and the first signatory has it by transmission from a person who had not the slightest interest in misleading him in this regard. Although we may have detained the attention of Your High Excellencies long enough with such a broad description of the fatal outcome of a matter regarding which we, in the interest of the Company, could not but imagine good things had the undertaking succeeded, we must nevertheless, before stopping there, inform Your High Excellencies of what further transpired in this regard. And first, that at the beginning of this commission, the first signatory, having been requested by the former Director of the French Company, the Noble Lord Renault, both through commissioners and by private letter, to proceed in concert in this entire matter, and in advance an opening of what was about to be negotiated, on the 27th of April last, one and the other was agreed upon, such that that Nation for its part nominated as commissioners the Council member Roeland and a certain Des Grange, the former of whom some time afterwards, as appears from a note of our commissioner written from Dheninachery on the 10th of June, was replaced by a certain Nicolai de Tavantie. Nor would the aforementioned resolution of the 19th of May have been carried out. But since, as was also communicated to us by our commissioner, they sought to withdraw, we wrote to him on the 23rd of June to simply execute his order without delaying for the French if they should drag out the matter any longer. Resolving on the 3rd of the following month to present to that Nation how we had to consider one of the causes of the English change in the proposed project to be the considerable purchase of linens which they were compelled to make past us during the past year 1767, with a proposal to join with us, in order to try by all courteous means to prevent the British from succeeding in their objectives, namely to compel both Nations forever to purchase from them such goods as we require for the loading of the Company's ships, and a further proposal to completely refrain therefrom, as we, pulling on the same line with them, would also do, with praise of the benefit and advantage that should be expected therefrom for both companies. We certainly considered that, in the condition in which the French still find themselves, we would thereby knock on a deaf man's door. But we judged at the same time that in all searches between two evil parties

Dutch transcription

666 Engelsch mans verkooren, en de Conpe dus zou toegevoegt worden het uit„ schot, dat hem voor zijne pricici„ palen niet aan zou staen, om niet te spreeken, dat hier doen alle onsen voorrechten en prero= gativen in den handel ten eenen maal geschonden zouden wezen Hoe nadenkelijk en wonderbaer, lyk in den eersten opslag ook voor komt de Htoute en styve ontkan¬ tenis van een accoord over een geko„ men met het hoofd van eene Natie, zullen u Hoog Edelhee¬ den echter zo wy geloven, niet ons gelieven te begrijpen, dat het de ordinairen uitvlucht is van persoo nen, die goedkomen vinden de krachtigste bewyzen te loocke nen, en waeromtrent het de tegenparty aen magt ent bueev om het contrarie te doen gelden. Tot overtuiging hier van heeft de Eerstgeteekende by de zo evengemelde Resolutie laaten aanteekenen, zeeker voorval gebeurt te Pattena in een publiek Dherbaer van meer dan 100 persoonen, tusschen het Engelsch opperhoofd sha Ruin bolden den wakkiel der fran„ schen, die hy over het verdeedige van een zaek uit naam van zyne meester openbaer afton, teerde, dog het welk zijn E wel wee tende, dat het den omstande„ ren aan courage ontbrak, der waarheid getuigenisse te geven op de dewegens gedaene klach„ ten, expresselijk onkent, en zo uitgelegt heeft, als hadde de warkiel en andere hem ten hoogsten geoffenseert, met zig iets aenteniatigen waerover dien seer zig verbeeldde dat bui¬ ten hem niemand eenig recht toequam. En ofschoon deeze zaer waerover, we den bedienden te Pattena eluvi„ datie hebben gevraagt, bij hun ne brief van den 9 e augsten nadeele der franschen, en voorval ten 667: ten faveures der Engelschen word uitgelegt, zo zijn wy echter beter onderrecht, en verzeekeren u Hoog Edelheeden, dat ze daer om van hare waerde niets komt te verliezen, te meer daer der bedienden opgave gegrond is op een twijfelachtig aas„ porten de Eerst geteekende het heeft bij overleevering van een persoon, die geen het minste belang had, hem ten dezen opzichte iets op den nouw te spel„ den. schoon we nw de aendacht van u Hoog Edelheeden mo¬ gelijk al lang genoeg heb„ ben opgehouden met eene zo breede beschryving van den fotalen uitslag eenen zaek, waeromtrent we on ten belange van de straat„ schappij niet als goeds moe¬ sten voorstellen, zo de on„ verneeming wel gelukt ware, moeten we nog taa alvorens daervan aftestoppen U Hoog Edelheeden onderrech„ ten, was ten dezen opzichte verder is gepasseert, en eerste lyk dat by den aanvang de zer commissie, de eerstgetee„ kende door den oud Directeur van de fransche Comp den Edele Heer Renault, zo door gecommitteerden als by par„ ticulier schrijven verzocht zijnde om in deeze gansche zaek de concert te werk te gaen, en vooraf en openiee van het geen, en stond verhuir delt te worden, op den 27 april laestleeden, het een en ander is geaccordeert, zulx die Na tie van hare kant als ge committeerde benoemden het Raedslid Roeland en eenen des Grange, welke eerste eenige tijd naderhand zo als blijkt by een briefje van onse gecommitteerde geschreeven uit Dhenina alvonen caly 668 calyden 10 Juni vervangen is door zeevere Nicolai de Tavantie niet wil dan ook zon ter uit voer gebracht zyn, het hier voor gewaegde besluit van 19 Mei Dog vermits zy zo als ons tevens door onse gecommitteerde bedeelt werd zig zogten te verwyderen, hebben we hem den 23 Juni aangeschre ven, om zijne ordre maer ter uitvoer te brengen, zonder zig om de Franschen op te houden by aldien zy de zaak langer traineeren mogten den 3:e der volgende maand verol veerende, om die Natie voor te houden, hoe wy der eene der oorzaven wegens der Engelschen verandering in het voorgenomen pooject moesten aanmerken, de considerable inkoop van Lywaaten, die zy het gepasseer de ons geduurende het voor jaer 1767 genoodzoekt waren te doen, onder een propositie van zig neven en te voegen, ten einde door alle beleyve we gen te trachten te beletten dat de kritten niet quamen te acuisseeren in hare oogenerken om namelijk de beide Na tien voor altoos te noodzal ken van hun te kopen zo: danige whaeren, als we tot het beladen van sComps schee, pen benodigt zijn, en eenen verderen voorslag, om daervan geheel aftezien, zo als wij met hun eenen lin trek kende ook zouden doen, met aanprijzing van het uit en voordeel, dat men zig daeruit voor beide con„ pagnien moest voorstellen we considereerden wel, dat we in de toestand, waer in de Franschen zig als nog be vinden, hier meede voor een dooe maar dena zou kloopen. Dog we oordeelden tevens, dat men in alle soeken van twee quaade einde partijen

NL-HaNA_1.04.02_3194_0052 view scan ↗

English

parties must choose for themselves the least of the evils, and that such a step, whether the French gentlemen agreed or not, would all the more make the Heren Majores and Your High Excellencies see that matters concerning the injustices from the side of the English have now reached an extreme, and consequently also serve to corroborate what has previously been put forward regarding the decay in commerce, as well as showing that nothing was left untried to deter the British from their pernicious designs. On the 24th of the aforementioned month of July this request took effect, and three days thereafter we received the reply from those gentlemen, containing a series of objections against the aforesaid proposition, the usefulness of which they nevertheless fully acknowledged. But judging that in their present situation it was not the time to take such an extraordinary measure in hand, they proposed to us, since the principal firmness for the execution of the objective—namely the English consent—was lacking, to leave the point in question for decision by our mutual principals in Europe. Meanwhile, in order to enable Their Honours to obtain justice concerning all grounds of complaint, it appeared very necessary to the French gentlemen to come to a mutual understanding in this matter and to proceed in communication with each other regarding the reports to be made. Concerning this, we resolved at the session of the 27th of said month to leave it deferred to the Director to agree upon and put into effect with their present Director, Mr. Chevalier, whatever should be found to be most in accord with the greatest interest of the Company. In the meantime, the said Mr. Chevalier assured the Director in the most solemn manner that he would not buy a single piece of goods from the English except in the case of the absolute utmost necessity, and only insofar as he could not otherwise manage for his Company. This is also strictly observed up to the present, since nothing has yet turned up, which is also the reason that several houses in Calcutta are crammed with linen, which the notary is not able to dispose of. However, since we received a detailed report from two private letters from our aforementioned commissioner Ross, presented by the first undersigned at the meeting of the 27th of July and written from Chandrakona on the 17th and 18th previously, concerning what had occurred to him in the execution of our resolution of the 19th of May, both from the side of the fellow French commissioners and from the natives who were to provide all necessary light on the matter; and at the end a request to be informed whither he should travel further, since at the above-mentioned place there was nothing more to be accomplished, and that if it were to Burdwan or Birbhum, this was difficult by land, and practicable only by taking a very wide detour. Thus on that day we thought fit to have the said Ross return home and to demand a written report of what had been accomplished by him thus far, in order that, the same having been heard and seen, it might be further deliberated what was to be done or left undone for the best interest of the Company. However, having arrived here with a sick body due to the sustained fatigue and mainly through the unbearable heat experienced this year, and having deteriorated from day to day since, this is the reason that it could not serve before the 26th of the past month, the same being inserted into the secret resolution of that date, to which we refer, whereby Your High Excellencies will likewise be informed of the disposition made thereupon on that day. In conclusion of this affair, we must proceed with what transpired At Cossimbazar, where, in response to the obstacles extensively communicated by the officials in their general letters of the 9th and 23rd of April regarding the collection of silk, both concerning the running away of the winders and the inconveniences in purchasing tannak or prepared thread required for the silk fabrics, we gave notice, pursuant to the secret resolution of the 28th of the above-mentioned month, of the convention agreed upon with the Calcutta council; and at the same time authorized them—since, according to the report made to the first undersigned by the said ministry, the appointment of commissioners was left deferred to their agents upcountry in order to investigate in what manner trade could be conducted there to the satisfaction of both sides—also to choose two persons from our side, or else to enter into negotiations with the English chief Mr. Francis Sykes alone, and to regulate themselves according to the memorial of the Director sent to them in copy; also informing them that Governor Verelst shortly would go upcountry.

Dutch transcription

669 partyen voor zig zelve de minste diend te kiezen, en dat zo een stap het zy dan, dat zy Heeren Fran schen bewilligden of niet, de stee ren Majores en u HoogEdelheeds te meer zou doen zien, dat het met de verongdijkingen van de zijde der lugdschen, thans tot het uiter ste is gekomen, en gevolgelyk ook strek ken tot staving van het geen zo derwil over het verval in de com mertie is bygebracht, zo ook dat men niet onbezocht heeft gelaeten om de britten van haer pernis cieute desseinen ten ditaerneeren Den 24 der voormelde maend Juli heeft dit verzoek gevolg genomen, en drie dagen daer aen, ontvingen we het antwoord van die Heeren, vervattende eene reeks van zwaerigheeden tegen de voorsz propositie, welker nuttigheid zy echter volkomen avo„ weerden, dog oer deelende, dat het in hunne tegenwoordige situatie de tijd niet was, zo een extramiddel by der hand te neemen, stelden zy ons voor, om vermits tot de uit voering van ervoogmerk de price cipaelste stevigheid, der Engelsche toestemming namelijk ontbrak het point in questie te laten ter be slispieq aen ore wederzydsche pri„ cipaelen in Europa, terwijl het om Haer Edelen in staat te stel„ len, om recht te erlangen over alle reedenen van klachten, het hun Heeren Franschen toescheen zeer noodzakelyk te zyn van zig hier in onder ling te verstaen, en wegens de te doene berichten met elk ander communicatie te werk te gaen, omtrent het welk we ter zitting van den 27 uurds beslooten aen den Heer Dircc teur gedefereert te laten, om ten dien opzichte met hunne tegenwoordigen Directeur de Heer Chevalier dat geen te beroemen en in het werk te stellen, het welk bevonden zou worden, net bij het 670 met het meeste belang van de maatschappy overeen te komen: hebbende intusschen gemelde Heer Chevalier den Directeur op de plechtig ste wyze verzekert, dat hy van de in gesche geen stuk goed zou koken als by de alleuiterste noodzakelykheid en by zo vere voor zyne Comp op geen andere wyze te recht zou kon„ nen kaaken. Dit word tot nu toe ook stipt nagenomen, aen gezien nog niets heeft opgedaen het welk ook oorzulk is, dat er te kalkatte verscheide huizen opge proptzyn met Lynwaat, die nie taris niet in staat is van de hand te zetten. dan dewyl we by twee door den eerstgeteekende in de vergadering van den 27 Juli overgeegde par„ ticuliere brieven van ense meer meelde gecommitt=de Ross geschree ven uit Sjenderkona onder den 17 en 18 ' bevorens, een omstandig verslag kreegen van het geen hem in de uitvoering van ons besluit van den 19 mei zo van de zijde der mede gecommitteerde Franschen als van de inlanders, die omtrent aller het nodige licht moesten geven, was voorgekomen, en aen het einde een verzoek om te mogen weeten waer hy verder na toe zou reizen vermits en ten boovengemelde plaatse niet meer te verzich, ten viel, dat zo het mogt zyn, naer Berdewaan of Bierbhoem, zulx beswaerlyk over den Landweg, en niet dan heel diep om de wer practicabel was, zo hebben we ten dien dagen goedgevonden hem Ross thuir te doen komen en een schriftelijk rapport af te eisschen van het geen en dier verre door hun war ver„ richt, ten einde het zelve gehoord en gezien zynde, nader te overleggen wat en ten mee sten beste van de Compagnie te doen of te laeten stond. Dog dezelve door de uitgestaene fatigaer en voornamelijk van door 671 door de onverdragelijke kette, die men dit Iaer gehad heeft niet een ziek lichaem hier gearri veerd en zeedert van dag tot dag veergerd zynde, is dit de oorzaek dat het niet eer als den 26 der voorleeden maend heeft koning dienen, zynde het zelve by se wech arrest van dien datum geinsereert zulx wy ons daeraen gedraegen de, U HoogEdelheeden tevens zul len gewaer worden, de ten die dage daerop gevallene disposi tie: moetende tot slot van deze affaire vervolgen het gepasseerde Te Kassenbazaer, alwaer we den bedienden op hunne bij gemeene Letteren van den ge en 23 april in het breede bedeel, de obstaculen by den inzaem van zyde zo over het verlopen der Haskelaars, als de inconve„ nieuten by den inkoop van Tannek of gereede draad tot de zijdestoffen benodigt, ingevolge secreet arrest van den 28e der boven gemelde maendkennis hebben gegeven van de overeengekomen conventie met de kalaatsche vergadering, en tevens gequali ficeert om vermits en volgen het den eerstgeteekende gedaen bericht door het gezegde minu„ sterie het benoemen van ge committs aen hunne agen ten guiter gedefereert gelal ten, ten einde te onderzoeken op wat wijze de negocie daer ter plaatse ten genoegen van weerskanten zoukon nen worden gedreeven, van onse zijde meede twee persoo„ nen te verkiezen, of wel met het Engelsch opperhoofd de Heer Francies synes alleen in onder handeling te treeden, en zig te reguleeren na de memorie van den Directeur in copia hun toegezonden, hun tevens oer wittigende, dat de Heer Gouver neur verelst eerstdaegs naer secreet boven

NL-HaNA_1.04.02_3194_0055 view scan ↗

English

was about to depart upcountry, and that, because of the favorable opinion we still held of his Honor at that time, it would not be a bad idea to suspend the matter over there until after his Honor's arrival, and also to enlist him in achieving a good outcome. But just as the English gentlemen were not in earnest in keeping their word in this matter, or as it was no shame to them to elude their own measures, and we saw ourselves thus led up the garden path, as was said before, it was also in no way surprising to us that the servants likewise did not succeed. And in order not to weary your High Nobilities by recounting one and the same matter more than once, we again take the liberty of referring, with regard to the reply given to the servants, to the aforementioned secret Resolution of 13 June, where it is recorded below. All this being what concerns the arrengs commission, we now take in hand a representation concerning the still continuing and constantly increasing vexations of the English, who steadily employ all ways and means to make trade, where possible, completely difficult for us, to that end not contenting themselves with mistreating, harassing, and coercing the weavers, both in linens and other piece goods, but also permitting their servants at the chowkies inland, past which our goods must pass, especially at such places that are leased by them under the name of one or another native, to seize the linens and extort unusual sums of money from the people who accompany them; particularly in the Burdwan area and at Chandrakona, from where complaints are continually received about such violences to such an extent that the first undersigned, upon receiving news that at the well-known guard-station of Dewanganj, leased by one Gokul Ghosal, a banyan in the service of the well-mentioned Mr. Verelst, notwithstanding the representations made to his Honor more than once in an amicable manner on that account, one of our dalals, Bolleram Dalal, had been extorted out of more than 500 rupees, and that the gomastas who were to come hither to give testimony in that regard were also placed under arrest, or placed under the custody of twelve peons who demanded daily allowances from them; furthermore, that at Bolhaat, a chowki situated close to that of Dewanganj, and encouraged by the example of the English servants, hands were also laid on our goods, proposed at a meeting expressly convened on 14 June last, to address the English administration, enclosing a copy of the sanad granted in the past year by the Nawab, which shows that our goods must everywhere pass and repass freely and openly without owing anything other than the payment of 2½ percent toll to the Bakhshbandar, concerning this improper treatment, and to request that orders be given that the gomastas be released and the board money paid by them be restored, as well as the five hundred rupees extorted from the aforementioned Bolleram, and finally to arrange it so that our merchandise should nowhere be detained, but might pursue its way unmolested both on the outward and return journey, without being forced to give up anything. This having been acted upon the next day, we received a reply on the 18th that the Council was entirely ignorant of the complaints against the said Gokul Ghosal, who was also currently absent, whereby they were prevented from conducting an immediate investigation into the matter, of which they would however make their business as soon as he returned. But because this heathen, as was heard at that time, was about to go on a journey with his master to Patna, and with the postponement of this matter our affairs must notoriously suffer, especially as the gomastas would remain in custody until after the return of Ghosal, when the expenses would also run up so much higher, we resolved on the 23rd thereafter to demonstrate further to the English gentlemen that his absence could not prevent their Honors from doing justice in this matter, if it should be their intention to provide us with that, and to reflect upon the transmitted sanad, showing as said that we are not obliged to pay anything for the passage of our goods, pointing out that we also remained exempted from that everywhere, except in the Burdwan area and the adjoining district of Chandrakona, where the revenues are leased by English servants, who extorted us more and more day by day, and that as those places are not exempted in the sanad, it only depended on their Honors to issue orders to

Dutch transcription

672 boven stond te vertrekken, en dat om het gunstig gevoelen, dat we als toen nog van zyn Edele hadden het niet quaad zou zijn de zaak tot na zyn Edeles arrivement ginter op de schorten, en denzel ve tot het verkrijgen van een goed einde meede in den arm te neemen: maer gelijk het de Heren Engelschen geen ernst geweest is in deezen hun woord te houden of dat het by hun geen schande zy zijne eigene maatregelen te cludeeren en wy ons zo om de tuin geleid zagen, als hiervoor gezegt is, zo verwonderde het oor ook geen zints dat de bedienden mede niet gerensseert zijn: En om u Hoog Edelheeden niet te vervee„ len niet meer als eens een en dezelve zaak te verhaalen, nee„ men we alweder de vogheid ons aengaende het den bedien den gegeven bescheid te betrek ken, tot de voormelde secreete Resolutie van 13 Juni waerby het laago is aengeteekend. Dit alles zynde wat de arreugs commissie betreft gaen we nuter handneemen een betoog over de nog al continueerende en ge duurig toeneemende veratien der Engelschen, die gestadig alle wegen en middelen practisee ren om en in den handel, wae, het doenlyk ten eenemael difficiel te maken, ten dies einde zig niet vergenoegen de, met het mirhandelen, halr sen en dwingen van de wee verr, zo wel in lywaeten als andere stuxgoederen, maer ook toeloeten, dat door hunne bedienden aen de sjoukier te Land, voorby welke onse goe doen passeeren moeten, voornamelijk op zulke plaat zen, die door hun op den naam van de een of an deen inlander gepacht zyn de lynwaeten gearresteert Resolutie en 673 en de Luiden, die dezelve bege leiden, ongewoone sommen gelds afgeperst wierden; voorna welik in het Berduwaansche en te Geudekona, van waer men geduurig klachten krugt, over diergelijke violentien tot zo ver re, dat de Eertgeteekende op beko men tijding, hoe aen de beken„ de wagtplaats, dewangende ge pacht by eenen gokul gosaal Beijaan in dienst van welm. Heer Verelst, engeacht de derwe gen meer als eens in der min aen zijn E ne „ gedaene vertoogen, een van onre Dalaals, Rolleram Dallaal tot over de 500 ronijs waren afgekulevelt, en dat de gouastas, die herwaerds zou den komen, om derwegens getuigenis te geven, ook in arrest, of gesteld waren onder bewaaring van twaelf Pionr, die hun dag geld afvorderden, voorts dat te Bolhaat, een sjou„ kiedigt by die van Dewaen geudsgelegen, en geencou aageert door het voorbeeld der Engelschen bedienden, mede de hand op onse goederen wierd gelegt, in eene op den 14 Juni laestleeden exprer belegde verga, dering proponeerde, om het En gelsch ministerium en der toezending van coxyder in Ao passo door den Nawab verleende sehued, waerby blykt, dat onse waaren, over al vryen vrank passeeren en repasseeren moe¬ ten, zonder iets verschuldigt te zyn, als de betaaling van 2½ paarentotol aen Backsben der, over deze onbehoorlyke be handeling te onderhouden en te verzoeken, om ondrer te wil len stellen, dat de gouastor gelargeert, en de kostgelden door hun afgegeven, zo wel gerestitu eert wierden, als de vijfhondert ropi„ en, voormelde Bolleraem afgedwon„ gen, en eindelijk, om het zo te schik„ kie ken 674 ken, dat onze koopmanschappen nogens opgehouden, maer zo wel in de heen als wederreije ongemole steert hore weg konde vervolgen, zonder genoodzaekt te zyn van ikr afte geven. Het welk doegs daeraen ge volg genomen hebbende, kreegen we den 18 tot bescheid, dat de Verga dering geheel onkundig was van de klachten, tegen gem Gokul Gotael die thans ook afwezig was, en waer door zy belet wierden een onmidden lyk en derzoek naer de zaek te doen waervan zy echter hun werk zou¬ den maaken, zodra dezelve zou terug gekomen wezen dan dewyl deze heiden, zo als men te dier tyd hoorde met zyn thee ster naer Pattena stond op reer te gaen, en met het dieaijeenen dezer questie onse zalxen notoir moeten verachteren voor als zo de gouaster bleeven zitten tot na de terugkomst van Gosael wanneer de ongelden ook zo veel hoger op stok zouden lopen, zoresolveerden we den 23 daer aen de Heeren Engelschen na den te vertoonen, dat zijne absentie Haar Edelens niet verhinderen kom, in dezen recht te doen, by aldien het hun meening mogt wezen, ons dat te besorgen, en te reflec„ teeren op de overgezonden sen„ ned, als gezegt aentoorende, dat we niet verplicht zyn voor de passage van onze goede ren iets te betaelen, onder aenwerking, dat we daer van ook over al bevryd bleeven be„ halven in het Beduwaan sche en het daeraen gehooren de district tjenderkona alwaer de inkomsten ge¬ pacht zyn door Engelsche bedienden, die on dog aen dag meer en meer afkul velden, en dat doer die plaet zen by de sehued niet zyn uitgezondert, het maer aen Huw Edelens stond, om beveelen zo te

NL-HaNA_1.04.02_3194_0058 view scan ↗

English

675 to be restored to the post of gomastah, under restitution of the extorted moneys and an order to the chowkidars not to trouble us anywhere henceforth. Receiving at first no answer, we reminded Their Honours of this urgent request on the occasion when it was heard that the man against whom we had a case was finally summoned, by a letter of 15 July. But in the meantime, those gentlemen, by their letter of 11 July, delivered here on the 18th thereof, had referred this administration with their complaints to the kutchery (or audience place) at Burdwan, where the matter would be carefully investigated if we would send the necessary persons thither to present our charges. The annexed gomastah having therefore already been dispatched thither by the Director to bear witness to the truth, and the Dalal Bolleram also having been ordered to do so, we replied nothing specific to that summons on the 21st of the aforesaid month, but requested that the servants of the kutchery might at the same time be authorized to investigate whether it was not true that from our convoys out of Burdwan and Chandrakona money was extorted for every bale or pack animal with linen, and that they, the English gentlemen, would be pleased in this respect to make such an order as equity and justice, likewise the privileges of our sanad, which was of the very same tenor as all previous days, 676 would of themselves come to require. To this we received on 24 August the reply that, after careful inquiry, it had appeared that the tolls which the local servants had collected were only such as had long been established and had previously been paid by our people; so that our complaints were considered frivolous and unfounded, sending us to verify this pronouncement diverse documents, which are all inserted with the secret resolution of 25 of the above-mentioned month. Requesting at the end of the letter that we ourselves would take the trouble to investigate the validity of our complaints before bringing them before Their Honours. According to our resolution of the same date, we sought by a counter-representation to demonstrate that the custom of which those gentlemen spoke could be said to be nothing other than a tyranny, contrary to the contents of our privilege and especially the debt recently obtained, whereof we sought to convince them further by a representation that it was only at the chowkis farmed by the servants of the English where that custom was observed, whereas the Moorish guard posts, except such as bordered somewhat close to those of the English, left us unmolested. But we gained nothing by it, however, for upon our repeated insistence, by which we nevertheless did not press for any further restitution of the extorted money, 677 but only requested, by virtue of the royal sanad, to be pleased to dispatch orders to the chowkis in Burdwan and Chandrakona for a free and unhindered passage of our merchandise without taking or demanding anything for it, or else that they, the British gentlemen, would be pleased to communicate their pleasure herein more closely and clearly, so that we might know how we ought to govern ourselves, we received on 3 October a letter of 28 of the previous month, with this determined declaration: that the demanded moneys, which they gave the name of tolls and which we requested might be abolished, were paid by all merchants, whether Europeans or natives, and were paid for the goods which their Residents procured from those watch places, equally with all others, and that it was consequently not in their power to grant our request. With such a decision we are now and were previously also dismissed under the pretext of friendship. Seldom are we right, however just and equitable the matter may be. And if they manage not to throw an unjust declaration in our faces, they feign such ignorance of the circumstances as if nothing had happened, or as if that of which one speaks were a dream to those gentlemen. Among other things, on 13 November receiving report that a 678 vessel with coarse linens, the first that we were to receive on the contract for this year, was detained at Kalna, a watch place known to the entire Bengali world and also belonging under the jurisdiction of Burdwan, and consequently included among those which are farmed by the servants of the English, by the shore watchman because they had not been able to see fit to consent to his unheard-of demand, first of thirty, and afterwards of twenty-one rupees, we immediately dispatched a letter about this to Calcutta and represented that they had already offered to comply with the previous custom, namely the payment of one or one and a half rupees according to the size of the vessel, but that the said shore watchman rejected this and persisted in his former demand. We requested at the same time to be allowed to know whether, since that place was also dependent on the districts farmed by their servants, this demand had its origin in orders from Their Honours, and whether they insisted that the requested money be paid, since one would then immediately issue orders to that effect; whereupon the reply by letter of the 16th, as usual, contained beforehand a feigned profession of readiness to do us service in all matters that were in their power. But on the chapter that was presented by us, they acted as if from our letter they did not

Dutch transcription

675 terstellen tot de langatie der gouartor, onder vertitutie der afgedworgene penningen en last aen de sjoukidaers van ons voortalen nergens om ten vermoeijelijken. he het eerst geen antwoord krij„ gende, eriuuerden we hun Edelens deze instantie bij ge legenheid, dat men koorde dat de man, waer tegen we het hadden, eindelijk war opgedaagt, by een brief van den 15e Juli, dog intusshen hadden die Heeren by de hunne van den 11e bevoren alhier besteld den 18 daerden, dit ministerie met hunne klachten gerenooyeerd naer de ketjerie /: of audi„ entie plaats / te Berdewaar alwaer de zaak naerkeurig onderzocht zou worden, zo wij de vereischte persoonen derwaerds wilde zenden, om onse beschuldigingen voor te draagen. De geannexteerde gouastor dus in voorraad door den Directeur derwaerds afgevaedigt, om der waerheid getuigenis te geven, en de Dalael Bolleraeu zulx mede bevolen zijnde, hebben we den 21 der voors: maend op die dagvaerding niets speci- als geantwoord, maer ver zocht, dat de bedienden van de ketsjenie tevens geauto rireert mogten worden te onderzoeken, of het niet waer was dat onse ronvoijen uit sterdewaaren sjender kond voor ieder pak, of vracht beest met Lynwaat, geld wierden afgeperrt, en dat zy Heeren Engelschen ten dezen op„ zichte zodanig aedrer gelief den te maeken, als de billijk heid en acchtvaerdigheid, item de voorrechten van onse temied, welke van denzel„ ven inhoud was, als alle voorig daagen. ge 676 ge van zelve quame te vorderen. Hier op kreegen we den 24e augs tot bescheid, dat na eene nauwkeurige informate was gebleeken, dat de Tollen die gotaels bedienden hadden ingevordert eenlijx zulke wa¬ ren die reets lange vastge steld en voor dezen door ons volk betaeld waren geworden: zo dat men onze klachten hield voor beuzelachtigen ongefundeert tot verificatie van deze uit spraat ons toezendende di„ verre stukken, die alle by de geheine resolutie van den 25 der bovengemelde maand zyn geinsereerd. Verzoekende aan het einde van de brief dat wy zelve de moeite wil aen neemen de gegrond heid onzer klachten te onder zoeken alvorens die te hen gen voor hun Edelens wy hebben volgens onrert van evengemelde datum door een contra vertoog wel getrackt te demonstreeren, dat de gewoonte, waervan die stee¬ ven spraken, niet anders gezegt kan worden te zijn als een dwvingelandig, strijdig tegen den inhoud van onre privilegie en speciael de laert verkreegene schuld waervan we hun nader zochten te overtuigen, door een vertooning, dat het alleen was aen Sjoukier gepacht by de bedienden der Engelschen, alwaer men die gewoonte in acht naam, de wijl de moorsche wagtplaatsen excepto zulke, welke wat na aen die der Engelschen gren„ de ons ongemolesteert lieten. Maer we wonnen er echter niets meede, want op onse herhael de instantie, by welke we echter om geen verdere verti„ tutie van het afgeperste geld van heeft 677 hebben aengedrongen, maer een lik verzocht, om uit krachte der dinger epte lenned, aen de Loukier in Berdeaam en sjenderzond, als nog erdre te willen afvaerdigen, tot eene vrije en onverkinderde passage van onse koopmanschap pen zonder daervoor iets te neenen of te vorderen, danr wel, dat zij sten ren Britten on haer goedvin den hier omtrent nader en den delyk geliefden meede te dee len, op dat we weeten mogten waer nag we ons dienden te regu¬ leeren, kreegen weden 3 octo¬ ber een brief van den 28 der vorige maend, met deze gede termineerde verklaering, dat de afgevordert wordende hen ningen, die zy de naem geog van Tollen en welke wijver zochten dat afgeschaft mogten worden door alle kooplieden het zy Europeers of inlander betaeld en voor de goederen die hunne Residenten van die weetplaatsen be- zorgden, gelijkelijk met alle andere voldaan wierden en dat het overzulx niet in huis vermogen war, ens verzoek toetestoen. Met zulke decitie worden we nu en zyn we bevoren onder schyn van vriendschap ook al afgezet. zelden heb„ ben we gelijk hoe accatiur tig en billijk de zaek oox wezen mag. En is het dat men bewerkt, dat het niet door kan gaen, niet ons een verongelijkende verkla¬ ring voor de scheenen te werpen, dan houdenen zig van de omstandigheeden zo onkundig, als of er niets gebeurd, dan wel of het geen waervan men spreeut, voor die Heeren een droom war. onder anderen den 13e 9b na richterlangende, vater een die vaertuijg 678 vaartuig met grave Lywaaten de eersten, die we op de aenbe steeding voor dit Jaer stonden theur te krygen, te kalue eene by de geheele Bengael¬ sche wereld bekende wagtplaats en meede gehoorende onder het ressort van Berdewaan, en ge volgelyk begreepen onder die welke by de bedienden der En geleeken in pacht zyn:) door den strandwagter wierd opge houden, om dat men niet had konnen goedvinden te bewil„ ligen in zijne ongehoorde pretentie eerst van dertig, en naderhand van een en twintig ropgen, lieten we daerover ten eersten een brief afgaen naer kalaatte en vertoonden dat men reets geoffereert had, aen het voorig gebruik, de betaeling namelijk van één of anderhalf Ropy na moete van de groote van het vaertuuij ten voldoen, maer dat de ge zegde straad wagter dit af sloegen by zyn voorige Eisch de bleef, we verzogten tevens r om te mogen weeten, of de wijl die plaats al mede dependent was aen de door hunne bedienden gepack te districten, dezen Eisch zynen oorsprong uit ondrer van Hun Edelens, en of zy er op stonden, dat het ge vraegde geld voldoen wierd dewyl men dan daertoe onmiddelijk ordre zoude stellen, waerop het bescheid by brieve van den 16 al ordinaire vooraf bekelsde eene geveinsde betuiging van bereidvaerdigheid, om ons dienst te doen in alle zaeren, die in huuver mogen woren. Dog op het Chapiter, dat door ons wierd voorgedragen, kield men zig als of men uit onre brief te niet -

NL-HaNA_1.04.02_3194_0062 view scan ↗

English

could not see the place that we had nevertheless clearly designated by the name of Kalna, where our vessel was detained and where the chaukidar resided. But merely to say something, or to show how obliging they are on every occasion, Their Honours requested that we would inform them of all the circumstances relating to this case, whereupon they would not fail to conduct an exact investigation and procure us all possible satisfaction. On the very day this letter was received, namely 20 November, the Director had prepared in advance such an answer as stands inserted in the secret resolution of the 21st. But shortly thereafter, not only receiving news regarding the release of the aforesaid vessel without cost or damage, but this small craft also arriving in loco that very same day, he communicated both matters in the meeting held on the latter day and proposed not to dispatch the aforementioned reply, but to draft another in order to inform the English gentlemen of the arrival of the vessel and to declare that we attributed this solely to the prompt orders of Their Honours and could not fail to be obliged to them for it; likewise, that we considered it unnecessary to give them any elucidation as to where Kalna is actually situated, so as to be polite, yet not indifferent, concerning the pretexts with which they continually delay us; all of which was also carried into effect two days later. Above all this, Your High Honours will perceive, upon reading the aforementioned secret resolution of 21 November, what inconveniences the collection of linens is subject to through the continual vexations of the English, not only at the aforementioned Chandrakona, where several weavers have taken to flight and upon their arrival at Calcutta presented such a petition to the Governor as is also recorded in that resolution, but also in the district of Radhanagar, where the coarse goods are manufactured and for the receipt of which, according to the reports received, we must give up almost everything for lost; so that we took the resolution at that time to send two clerks thither under another pretext to be eyewitnesses of what was transpiring, especially if the design with which they seemed to be pregnant—namely, the seizure of our goods—might be carried into execution, in which case they would have to render such a report thereof as could, if necessary, be confirmed by oath; just as we also intended to have the gomashtas come hither as well to give sworn statements. But the circumstances there having changed since then, and the linen having arrived here in the latter part of December, we did not, for reasons recorded in the secret resolution of the 18th of the same month, proceed with that commission. But from Chandrakona we expect not a single piece, since everything there is still in turmoil and the looms stand completely idle, as a further letter inserted in the resolution of 15 December circumstantially demonstrates. The dispute that arose with the English in the autumn of 1766 over the arrest of one of their servants who had dared to detain our linens, and which Your High Honours recommended us, in the secret rescript mentioned at the beginning of this letter, to settle amicably, has died out of itself; the gentlemen of Calcutta having made no further stir about it after receiving our letter of 30 December, which is the reason why we subsequently also passed over it in silence. We could wish that we might also make an end here of describing the difficulties continually presenting themselves to us, but at present another dispute is on the table, which we are therefore also obliged to mention in this letter. On 1 November, the Director received a private letter from Governor Verelst, wherein His Honour accused the provost who keeps watch at Falta of having beaten an English shikdar there in so cruel a manner that the man was on the brink of death, and not content with such inhumanity, had kept this person completely confined. Requesting thereupon, in the name of the English Company, not only the release of the said shikdar, if he might still be alive, but also an exemplary punishment for the offender, which His Honour judged could not be too severe. Now, as the Director had been informed by the Fiscal two days previously that the provost had reported to him that the said shikdar had bound and dragged away a sarkar and comprador, or market-purveyor, of the provost, and had had him shoed in a disgraceful manner (the foulest punishment known among the natives, namely beating with shoes); and that the provost had set out with some men to recover this sarkar, but that the shikdar refusing to release him, this had had to be done by force, so that blows fell on both sides, and one of the English servants was taken into custody by way of reprisal upon one of the Company’s ships: the Director immediately attended to this matter, and becoming fully convinced that the English people were the aggressors, he demonstrated this to Mr. Verelst in his reply of the 5th following, and requested satisfaction in the same terms as His Honour had done, making known at the same time that orders for the release of the shikdar had already been given, and that we had reason to complain not only about common subjects, but even about those who pass for respectable, and that he had to inform His Honour of the violence committed by two English officers.

Dutch transcription

679 niet kon zien, de plaats die wy echter duidelijk met de naam van Kalna hadden beteekend: waer ons vaertuig wierd aen gehouden, en waer de sjouki„ daer zyn verblyf hield. Maer om evenwel wat te zeggen of om te toonen, hoe overbo„ dig men in alle gelegen heid ir, versochten Haer Ede len, dat wij hun wilden ende rechten van alle om standigheeden, tot dit ge val eenige betrekking heb„ bende, wanneer zy niet zou„ den manqueren, daerna een exact onderzoek te doen, en ons alle mogelijke vol„ doening te bezorgen, de Directeur had ten zelven dage, dat deeze brief ont vangen wierd, ofte den 20 November daerop in voorraad zodanig antwoord ingericht, als bij secreet be¬ sluit van den 21 geinse. neert Staet. Dog kort daarna niet alleen tijding bekomende wegens de kosten schadeloore largatie van het voorzeide vaertuig, maer dit kieltje nog ten zelven dage in loco aenlandende, commu¬ nuceerde hy het een en ander in ten laestgemelde dage gehoudenen vergaderingen proponeerde, om de voormel„ de resuritie niet aftezen, den maer een andere in te richten, ten einde de Heeren Engelschen wegens de aenkomst van het vaer tuig te verwittigen en te betuigen, dat we dit alleen toeschreeven aen de prom„ te ondrer van Huis Edelens en niet konden nalaten hun daervoor verplicht te zyn; tevens, datwe ennodig achteden, hun als nu eenig ge eliudatie te geven, waer kalna eigentlijk geleegen reert is 680 is, om alzo beleeft, dog ook niet onverschilligte zyn, over de uitvluchten, waermeede men on gaende weg ophoud weer een en ander twee dagen daerna ook gevolg heeft ge nomen. Boven dit al zul„ len uHoogEdelheeden by le ture de voorm secreete rezo„ lutie van den 21 9=l gewaer worden, aen welke inhouve nieuten den inzaam van Lynwaaten, door de geduuri„ ge veratien der Engelschen onderhevig er, niet alleen te tjen de kone voormeld, alwaer ver scheide weever zig op de vlugt begeven, en by hunne komst te Kalkatta zodanig request aen den Heer gouverneur gepresenteerd hebben, als by dat besluit mede ir ingeschreeven, en aer ook in het schie Roemsch, daor de groove goederen worden aengemaekt en tot het be„ komen van dewelke, we door de ontvangene berichtende mal als verlooren moeten geven, zo dat we toen ter tijd De resolutie namen, twee pennisten en der een ander pretext derwaerds te zenden, om oog getuigen te zyn van het geen er passeerde, voor al zo het opzet, waermede men zwanger scheen te gaen, het arresteeren onzer goederen namelijk, ter uitvoer mogt worden is gebrackt, wanneer zy daervan zodanig verslag zouden moeten doen, dat het der noods met eede kon bevestigd worden; gelyk we ook voorna men de gomastor tot het possee ken van beeedigde verklarin, gen meede herwaerds te doen komen, Maer de omstandig heeden daer ter plaatse zedert verandert, en het Lymaat, in het laast van december hier gearriveerd zynde, hebben we om reeden, als by secreets arrest van den 18 ejasdem die commissie geen gevolg daen al neemen. 681 neemen. Dog van Ljendersona verwachten we geen stuk, dewijl aldaer aller nog in repen roer is en de zalven ten eenemael stilstaen, zo als een nadere brief geinsereert by resolutie van 15 december omstandig aentoond. De in het najaer 1766. gerese ne questie met de Engelschen over het in arrert neemen van een van hunne bedienden die zig verstout hadden, zyn waeten aen te houden, en welke u Hoog Edelheeden on by de in den aenvang dezer gemelde secreete reseristie recommendeeren in de min ne aftedoen, is van zelfs dood gebloed; hebbende de kalkat, sche Heeren na het ontvan gen van onse brief van den 30 decembr daerover geene verdere beweging gemaekt, het welk de reeden is, dat wy het vervolgens ook stilswy gende zyn voorbygegaen we wenschten wel, dat we hiermede ook een einde kon, den maken, met het beschry ven van moeielykheeden ons geduurig voorkomende maer daer is tegenwoordig weder een ander verschil¬ op het tapijt, het welk we dan oor verplicht zyn in deeze nog aen te halen. Primo November ontvingde Directeur een particuliere brief van den Heer Gouverneur Verelst, waer by zijn Edele den geweldige die te voltha de wagt houd beticht, als hadde hy een Engelsche Geick daar op zo een eruelle wijze geslagen, dat de man op den oever der doods was, en niet te vreeden met zo eene onwenschelykheid deeze perzoon ten voltkaman, vert gehouden. Verzoekende vervolgens uit naem van de Engelsche compagnie niet alleen het ontslag van we den 682 den gedagten sjackdaer, zo hy nog in wezen mogt zyn, maer tevens om een exemplare strafte aen den beleediger, die zijn Edele oordeelde, dat niet te streng kon weren. Daer nu de Directeur Juirk twee dagen bevorens door den Fiscael gerapporteert was, dat de geweldige hem had bericht dat gemelde sjeich daer een serkaer en compradoor of mansch ganger van den geweldige gebonden weggesleept en op een cisselijke wijs, had laeten papoeren / de vielste straf dies en onder den inlander bekend is, namelijk het slaen met de schoenen:/ en dat hy gewel dige zig met eenig volk op weg had begeven, om dien serkaen terug te haalen, maer dat de Geickdaer weigerende, dezelve te largeeren, zulx net force had moeten geschieden zo dat er over en weder slagen zwaerde, en eene der Engel, sche bedienden per repres= Saille op eene van s Compr scheepen in hegtenir werd genomen: zo liet hij Direc, teur zig ten eersten aen die zaek gelegen zyn, en volko¬ men overtuigt wordende dat het Engelsche volk aggrer„ seuar waren, vertoonde hij zulx den Heer Verelst by zyn antwoord van den 5 daeraen, en verzocht, in dezelve teamen als zyn Edelen hierover sater factie, met een bekend moe, kende, dat er reets ordre tot de Largatie van den Speich daer gegeven was, en dat wy niet alleen reeden hadden over gemeene subjecten maer zelve over zulke weln ke voor ordentelijk possee ren, te doleeren, en den zyn Edele kennies moesten ge„ ven van het gepleegde ge¬ weld door twee Engelsche sche officieren

NL-HaNA_1.04.02_3194_0066 view scan ↗

English

683 officers named George Waller and Tinlason, who forced their way into a house of one of our inhabitants, beat the residents while committing many acts of vandalism, and wounded two peons who had been called for help by the neighbours, with the request that the Lord Governor would be pleased to act with justice toward those persons whom we had caused to clear out of our territory, so that such might not occur again, as otherwise the Lord Director would be obliged to punish such housebreaking severely. However, this seems not to have agreed with Mr Verelst in his present pride, as a few days later we received a letter from His Honour and the Council at Calcutta dated the 23rd of the aforementioned month of November, whereby, after a preceding recitation of the fact and notification of the request made by the Lord Governor, they showed great surprise at the reply of the Lord Director, of which a copy was sent for our information; subsequently portraying our people as having been the initial attackers and their servants the suffering party, they further declared that the Director's intercession and demand for satisfaction in this matter could hardly be regarded as anything less than an open declaration of hostilities, which they thought we would never support nor justify, and that if it had pleased him to consent to the instance of their President, 684 they might have avoided the disagreeable necessity of insisting upon a public satisfaction for such a public insult; finally, that the English gentlemen, if we would provide them with the necessary evidence concerning the aforementioned Waller and Tinlason, would cause all possible justice to be obtained. The Director having immediately set to work in gathering such sworn statements as are recorded in the secret resolution of the 18th of the past month, we sent authentic copies thereof to the English gentlemen on that very day, and demonstrated that, according to the contents of the documents, not only must the complaints that had been made to them be considered untrue, but that the same fully justified the conduct of our servants, and that therefore the demand for satisfaction made in the name of our Company by the Director had to be regarded from the very same point of view as that of Mr Verelst presented in like manner, so that the only thing they could do in fairness would be to refuse us satisfaction, and not to punish those with respect to whom our people had taken the law into their own hands, who had however been sharply reprimanded by us, with the request that they would likewise rebuke their servants, to prevent similar 685 difficulties in the future, which we could not conceal we reproached them with originating from the side of their servants; to that end appealing to the attestation against the aforementioned Waller and Tinlason, whom we desired should be corrected for their bad conduct, but not punished according to the strict exigency of the matter. We have the honour to present to Your High Honours the transcripts of the aforementioned gathered attestations herewith in authentic copy; likewise six other sworn and recollected documents regarding insolences committed and outrages done to inhabitants of our village by a certain English surveyor named Alexander Stewart, who, as appears from the resolution of the 31st of the past month, was placed under military arrest within the factory, but who, as if he were a criminal prisoner, was claimed back by the English gentlemen, and to prevent difficulties and to show how ready we are to cultivate a good understanding, was extradited together with the documents charged against him. The misdeeds committed by him are amply noted in the aforementioned secret resolution, as is the opinion of Senior Merchant Stuur, that we were not competent to try the subjects of another nation, even if they were to make themselves guilty of this or that crime within our colony, especially if the accused appealed to his competent judge, whom he judged to be the Calcutta and not this judiciary, and regarding which, since the Director and all the other Members are of the contrary opinion, and Mr Verelst himself in the month of November last made known to Senior Merchant Backeracht and Titular Merchant Ross

Dutch transcription

683 officieren George Waller en Ficilason geheeten, die zig in een huir van een onser ingezeetenen gedrongen de bewoonders onder het acfte nen van veele baldadighee den, geslagen en twee pious door de buuren tot hulp ge roepen gequert hadden, met verzoek, dat hy Heere gouver neerd met die persoonen. welke men ons territoir had doen ruimen, naer billijk, heid geliefde te handelen op dat zulx niet weder mogt gebeure, dewijl hy Heere Di, recteur anders verplicht zou zyn, diergelijke een huirbraek naer feirch te straffen. Dog dit schijnd, den Heer Ver elst met zyne tegenwoordige hoogmoedigheid niet te heb ben konen over een brengen dewijl we eenige dagen na„ der hand ontvingen een brief van zijn Edele en de Raed te kaluatie van den 23 der voor zeide maend november, waerby na eene voorgaende recitatie van het feit en bekend making van het door den Heer Gouver neur gedaen verzoek, men zig zeer bevreemd toonder, over het antwoord van den Heer Dircc, teur, van het welk tot enren onderrichting een copy wierd overgezonden; de onze vervol gens afschilderende als wa aen zyde eerste aenvallen en hunne bedienden de lij„ dende partij geweest, betuig den zy verder dat der Directeur voorspraek en begeerte van voldoening in dezen wei„ nige vunder kon worden aengemerkt, al een open baren verklaring van vij„ andlijkheeden, die zy dach te dat we nooit zouden suppor teeren nog justificeeren, en dat zo 't hem goedgedacht hadde, in den instantie van kalkatte hunnen 684 hunne President te bewillige zy mogelijk vermeid zouden hebben de onaengenoeme nood zaekelijkheid om aentedringen op een openbare voldoening voor zo eene publieke beleedin ging, eindelijk dat zy Heeren Engelschen by aldien we hun ten opzichten van voormelde waller en Tinlason Verzorgen wilden de nodige bewijzen en alle mogelijke Iustitie zou„ den doen erlangen. De Directeur onmiddelijk zyn werk gewaakt hebbende met het inwinnen van zo„ danige beeedigde verklarin„ gen, als by secreete resolutie van den 18 der gepasseerde maend zyn ingeschreeven hebben wi de Heeren Engel, schen daervan ten dien dage toegevonden autentieke copij en, en gedemonstreert, dat navolgens den inhoud van de stukken, niet alleen de klach„ ten, die hun gedaen waren moesten worden gehouden voor onwaerachtig, maer dat dezelve het gedrag van onze bedienden volkomen recht. waerdigden, en dat overzulx den eisch van voldoening in den naem van onze Compagnie door den Direc„ teur gedaen in dat zelve gezichtspunt beschouwd moert worden, als die van den Heer Verelst ingelyker voegen in gericht, zulx het eenigste dat zy na billijrheid konden doen, wezen zou ons satisfac, tie te weigeren, en die geen ne niet te straffen, ten op„ zichte van dewelke de once zig zelve recht verschaft had, zo den, dog die door ons scheep- gerepremendeert waren, met verzoek, dat zy hunne bedien¬ den insgelix wilden berispen, ter voorkoming van dieogelij„ ten ke 685 ker mocielykheeds in den aen, staende, die we niet konden verbergen hun te verwiten van de zyde hunner bedien¬ een oorspronkelyk te zijn ten dien fine ens beroepende op de attestatie tegen voormel„ de wollen en Tinlason, wel, ke wen begeerden, dat om hun slegt gedrag gecorrigeert, dog niet naer exigentie van zaken gestraft zoude worden. wy hebben de eere u HoogEdelheeden de afschriften der voormelde ingewonne Attestatien hier neven in copia antentig aentebieden. item nog zer andere beeedigde en gerecoleerde docmenten wegens gepleegde insolentien is en begaene feitelykheeden aen ingezeetenen van ondorp door zeever Engelsch landneter in name Alexander Steward, die zo als by resolutie van den 31 der voorleeden waend komt te blijven binnen de loge, inmi„ litair aaret gesteld, dog al ware hy een crimiueele gevan gen door de steere Engelschen gere clameerd, en ter voorkoming van moeielykheeden en om te zoo ven, hoe bereidvaerdigwe zijn tot het cultiveers van eene goede verstandhouding, niet te stukken ten zynen laste gestradeert kelden. De door hem gekleegde wanbedrijven staan ampel bij de voorn secreete resolutie genoteerd, alsmeede het gevaelen van den opperkoopman stuur, dat wy niet bevoegd waren, de onderdanen van eene andere Natie schoon ze zig ook aen deze of geene misdaden binnen onse colonie quamen schuldig te waeren, te recht te stellen, voor al zo de beklaegde zig brief op zijne competente rechter, die zijn zoon deelde het kalnutsch en niet dit minsteriaem te wezen, en waer omtrent we, vermits de Directeur en alle de overige Leeden van contrarie gevoelen zijn, en de Heer verelst zelve in de maend Novem ber laestleeden den opperkoop. man Backeracht en titulair koop man Ross te kennen heeft gege¬ ge - v

NL-HaNA_1.04.02_3194_0069 view scan ↗

English

ven, that he would not use any severity with ours if they did anything on English ground, we take the liberty of requesting Your High Noblenesses' instruction for the future: the first-mentioned case being furthermore still undecided, but the Calcutta gentlemen having communicated to us by their letter, whereby they demand the aforementioned steward, that they would summon the people involved in the dispute, hear them under oath, and then give us a further answer. Regarding indigenous affairs, we still find applicable our resolution of 23 May, at the end of which Your High Noblenesses will find inserted, where appropriate, the translation of a letter addressed to the Director by the former Hooghly Faujdar, Mirza Muhammad Kazim Khan, concerning the original talukdars or receipts of the dues paid by us in the year 1766, in order to prove thereby that he had not defrauded the revenues of Buxbandar, as they accused him at Court, something to which we certainly could not agree. However, we did not deem it advisable to offend with a direct refusal a man who had previously shown us so much goodwill, if it were possible or necessary to maintain him through our aid, so that, in conformity with the proposal of the first undersigned, we resolved in that case to take a middle course, namely by dispatching two letters to him, one of which would contain a polite refusal of his request, and the other serve to accompany authenticated copies of the aforementioned talukdars, in order for him to make use of one of the two as and in such manner as he should find advisable, while our court-goer was given the commission to inform him, the Faujdar, of this precaution. But whether he took offense at this or not, he had to make way for his above-mentioned successor, though not, as is assured, out of a conviction that he had enriched himself in one way or another, but because he had no inclination toward that which they tried to persuade him to do, namely the contributing of a larger amount to the treasury. In our general resolution of 20 October last, an interdict from the Nawabs on the trade in salt, betel nut, and tobacco for all Europeans is recorded as a public matter, as their Excellencies desire that no one should profit from it except the natives of the country, and which, if it were not undercut by the English, would serve as a great relief to many poor people, who can obtain those articles twice as cheaply when they can procure them from their own countrymen or from the first hand. The answer given thereto by the Director is likewise incorporated into the above-mentioned Resolution. Referring to this, we now proceed to the matter concerning: The foreign nations, regarding which, besides what has already been said here and there in this, in the first place nothing remains to be said concerning: The English, except that we not only communicated to the employees Your High Noblenesses' repeated recommendations regarding the dismissal of the sepoys in service at Kasimbazar, but also positively ordered them to do so by our general letter of the 15th past, and upon their request by secret missive of the 7th prior, granted them soldiers instead of these, in order to make use of them in case of disturbances with the common people. If we did not fear demanding too much of Your High Noblenesses' patience, we could also mention here that over there one is not free from insolence either, but now and then has some dispute or another, just as among others in the secret resolution of 13 June another case stands recorded, which occurred between some sepoys and our workmen from the mint at Karimabad, but which, having been of no further consequence, we deem unnecessary to detail in this. Passing over the news reports in this which are either of no importance or were cited in our general missive to the Lords Majors written on the 7th of November past, we still take the liberty to advise Your High Noblenesses that we, having taken into consideration how the English gentlemen had in the year 1761 communicated to us the accession of George the Third to the throne of Great Britain, also deemed it our duty to give their Honors notice of the news apparent to us from the Company's papers, namely that His Serene Highness, William the Fifth, Prince of Orange and Nassau, etc., etc., on account of his majority, had entered into the actual exercise of the eminent dignities which place His Highness at the head of the country's affairs, as indeed occurred on the 28th of the past month of October, and wherewith they, in their reply of 5 November, very courteously and politely congratulated us. Of the French, Mr. Chevalier presently governs as Director at Chandannagar, and for the rest we cannot report much of note concerning them, except only that they are zealously engaged in reviving their decayed state as much as possible; like the English, they received six ships from Europe in the past southern monsoon, but of those... Collated: We conclude with a fervent wish for a speedy improvement in the course of the Company's affairs, praying to that end for the blessing of the Lord upon the weighty deliberations of Your High Noblenesses and the arduous undertakings of those who have the honor to be, with the deepest reverence, /:below stood:/ High Noble, widely commanding Lords, /:lower:/ Your High Noblenesses' humble and very obedient servants, /:was signed:/ G. L. Vernet, M. Tsink, S. H. Zuijdmeer, Mk. Koning, M. L. S. M. Ross, P. Humbert, Louis de Saumaise, Corveert, S. H. A. Damiurs, at the side: Hooghly, 10 January 1768, J. Ho, G. Verklots, J. E. le Clercq, Bloff.

Dutch transcription

686 ven, dat hy geen insdrikkelijk heid met de onse gebruiken zou indie ze iets op Engelsche gronds neir deeden, de vrijheid neemen U Hoog Edelheedens on derrechting voor den aenstaende te verzoene: zynde wyders het eerst aengehaelde geval nog onbeslist, maer door de de kalkatsche steeken bij hunne brief, waerbij zy voormelde ste„ wort exeirschen, ons gecommi¬ niceert, dat zij de Lieden in het gescril betrokken, ontbieden onder eede hooren, en als dan ons nader antwoorden zoude Tot de inlaadsche zaken vinden we nog applicabel ons besluit van den 23 Mei aen het einde van het welke uHoog Edel heeden, der behoegende geinse„ reert zullen vinden Translaet van een brief door den voorin gen Hoegeischen Fausdaer Marza Mahued kazimchan aen den Directeur gericht om de origineele Talckar of quitantien van de door ons in A o 1766/ opgebrachte toe ten einde daermede te bewy een dat hy de inkomsten van Rachsbender niet had gede fraudeert, zo als nen hem te Hove aentyde iets waer in we zeeker niet konden bewilligg Echter oordeelden we het niet raadzaem om een man, die ons voor heen zoveel genegen heid had laeten blijken, in dien het daerom te doen of mogelijk ware, door onse ad„ jude staende te houden, met een direct refur voor het hoofd te stooten, zo dat wu con„ for de propositie van den Eerstgetekende resolveerden, in dat geval een middelweg in te slaen, niet namelijk twee brieven aen denselve aftevaer digen, waervan de eene zou„ inhouden eene beleefde entleg ging van zijne instantie, en de andere dienen ten geleide van geautentiseerde afschrif ten der voormelde Talekar ten einde zig van een van beide te bedienen zo en in diervoege ten als 687 als hy zoude geraaden vinden, terwyl onse Hofganger de commi„ sie kreeg, hem Fausdaar van deze precautie te verwittigen. Maer het zij, dat hem dat is te par genomen of niet; hy heeft plaets moeten maken voor zijnen hiervoor ge melde opvolger, echter niet, zo als men verzekert is, uit een overtuiging, dat hy zig aen het een of ander zou hebben verrykt, waer om dat hy geen sen had in het geen, waertoe my hem trachten te persuaderen, het opbrengen van een ruimer tantum in de schatkistna„ melijk. Bij onse gemeene resolutie van den 20 octobr jongstleeden staet, als een publiexe zaax ge¬ registreert een interdict van de Nawabs, op den handel in zout; Areer en Tobos voor alle Europeesche, als begeerende hunne Excellentis, dat daer van niemand zoude goude ren, der inboorlingen van het land, en het welk zo het niet onderkoopen wierd, door de En¬ gelschen tot groot solilaer zou strekken voor veele arme Luide welke die artikelen eens zo goed koopkonnen bekomen, wanneer zij by hunnen eigen Landaert, of uit de eerste hand te recht konden roeke. Het daerop gegeven antwoord van den Directeur is mede ten bon vengemelde Resolutie ingelykt. waer aan ons gedragende, gaen we hier mede over tot de mate„ rie raerende De vreemde Natien, waeromtrent buiten hetgeen in deesen reets hier en daer gezegt is in de eerste plaats niet opricht nog tot De Engelschen diend: dat wy Uwer Hoog Edelheedens herhaelde recommendatien tot het afdan ken van de ten kassembazaer in dienst zijnde Lipakis, de be dienden niet alleen gecommi niceert, maer hun tevens by onse gemeene brief van den 15 pass=o zulx positif geordonneert, en op hun veroek by secreete missive van den 7e bevorens in steede van dieser soldaten toegevon gelrcken den 688 den hebben, ten einde zig daer van by voorkomende brouille„ rien metgemeen volkte bedie nen. wyzouden indien we niet vreerden UHoog Edelheedens ge dult te veel te vergen, hier nog kennen aenhaen, dat men ginter ook niet vrij is van in solentien, maer nu en dan het een of ander quarel heeft, zo als daervan onder andere by de secre te resolutie van 13 Juni nog een geval genoteerd staat, gebeurd tusschen eenige sipakeren ons werkvolk uit de muntte kar„ riem abaad, dog het welk we als van geen verder gevolg geweert sijnde ennodig achten in dezen te detailleeren. De nieuwstydingen, die of van geen belang of in aire gemeene Messive aen de Heeren Majo, der onder den 7e 9=b passo geschre ven aengehaelt zijn, in deezen oveslaende, neemen wy nog de vryheid u Hoog Edelheede te advireeren, dat wi in aenwerking genomen hebbende, hoe de stee„ ren Engelschen in den Jare 1761 ons com„ mnunicatie hadden gedaen van de komst van Geerge de derde tot de woon van Groot Brittannien, mede plich, telijk geoordeelt hebben, Hun Edelen kenuir te geven van het ons by sComp papieren gebleeken nieuws, dat name lijk zijne Doorluchtige Hoogheid, willem de Vyfde, Prince van Orange en Nas, Jan etc etc et mits desselfs meerderjaer righeid getreeden was inde dadelijke exercitie van de eminenten wardighee den, welke Hoog denzelve stede aan het hoofd van slandszaeren, gelyk dat op den 28 der laestverwezen maand october dan ook geschied is, en waermeede zy on by hun antwoord van den 5 Nov„r zeer leeste lijn en huubel vergelukt hebben van de Franschen regeerd tegen woordig als Directeur te LenderNegger den Heer Chevalier en voor het overige konnen we omtrent deeze niet veel byzonders melden, als alleen nog dat zy ieveig bezig zijn kunnen ver„ vallen staet zo veel doenlijk weder op te beuren, zy hebben zo wel als de Engel, schen in de gepasseerde zuid Mourson zer scheepen uit Europa genreegen, maer ren daervan Coll: wy besluiten met eene vierige wensch van een spoedigen beterschap in den loop van s Comps Laeken, sweerende ten dien einde om den zeegen des Heeren over de ge wichtige raedslagen van U Hoog Edel heeden en de zwarke onderneeming gen van die de ere hebben, niet de dienste neverentie te zyn /:onder stond /. Hoog Edele wijd gebiedende steeven /:lager/ uwer Hoog Edelhee¬ deus onderdanige en zeer gehoorsame dienaers /:was getekent:/. G: L: Vernet M: Isiek. S. H: Zuieeer Mk: KaninG: M: - L. . . S. M Ross. P. Humbert Louis de saumaire Corveert S: H: A Daniiurs ter zyde Hoeijle den 10 Januarij 1768 J:Ho G: : Verklots J„: E l: Clercq Bloff

NL-HaNA_1.04.02_3194_0073 view scan ↗

English

separate 690 Batavia To the Right Honourable, Highly Esteemed Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General on behalf of the state of the United Netherlands and its General East India Company, along with The Honourable Lords Councillors of the Dutch Indies. Right Honourable, Far-Ruling Lords. Pursuant to that which was ordered in Your Right Honours' revered general missive to me and the Council of 28 July last, I shall have the honour by this present to report regarding the article concerning the collection of saltpetre, whereof I regret not being able to furnish Your Right Honours with any pleasant news, as has been done in the currently departing general and secret letters regarding To His Right Honour the the 691 linen trade, and in a word regarding the collections in general. Since I was in the spring of 1767 by the Calcutta Governor, the Honourable Mr. Verelst, so seriously and with mutual faith uprightly promised that the distribution in the future would be arranged in such a manner that our Company should receive its full requirement, the grief that I already felt over the breaking of his word with respect to the other matters agreed upon with him and the Council was not a little increased when we were informed by a letter from the Calcutta Ministry dated 9 July last that they, according to reports from Patna, would be able to supply us for this season with 23000 maunds of saltpetre. I had at the time of the conference held with the said Mr. Verelst set the required quantity at 40000 maunds, this being fully 4000 maunds more than we actually had to have, and with the Council in our reply of 25 July indeed endeavoured to obtain a larger portion, namely by reminding those gentlemen that this arrangement of theirs did not accord with the promise of their Governor, made first verbally and afterwards in writing, and requesting that they might be pleased to arrange it so that we should receive 36764 maunds or the exact required quantity. But nothing had any force nor hold upon Their Honours; once having arrived at the shamelessness of disavowing their given word regarding the other points, so it had to happen in this respect. Therein, by their rescript of the 20th of the same month, Mr. Verelst absolutely denied ever having promised me a specific quantity, but only that the Council would make its utmost effort to increase this article and become able to satisfy all demands, and that we could also be assured that our share was proportioned to the collection, whereby if it turned out larger we would not fall short. We deemed it best on the 27th of the aforesaid month to engage in no further battle of the pen over this, but to await the effect of the promises; Lords, meanwhile 692 meanwhile, to the servants at Patna there has been delivered from time to time 20000 maunds; this being 3000 maunds less than that which had been intended for us from Calcutta. In addition, according to what was communicated by those servants in their separate letter of 14 September and noted in the general resolution of the [illegible] of the following month, the saltpetre is only of a very ordinary quality, yet, as ours assure, of the same condition as that which lay stored up-country in the English warehouses, and whereof upon request the Gentlemen Majors have been informed. The quantity dispatched by the English from Patna consists, according to the advice of our servants of 24 last, of 69466 maunds, and which in itself, according to my view and correct estimation, has no proportion to that which has been delivered to us, but can be said to be an inequitable distribution, whereon I, together with the Council, shall address the English Ministry on a further occasion, and at the same time inquire when it will suit them to deliver to us the 3000 maunds which we received too little up-country, the French having received 13000 maunds up to now. Although this affair, in my opinion, now that Mr. Verelst does not keep his word, as well as the opium trade, could henceforth also be negotiated by the Council and by general letters, I shall nevertheless in this regard first await the pleasure of Your Right Honours, to whom, concerning the consideration proposed in the secret missive whether one could not enter into an arrangement with the British to deliver our portion of saltpetre at Hugli and to allow them so much in costs thereon that they could come out sufficiently well and the Company also find its account, I have the honour to report that such, 693 such in my view is not advisable. I submit it, however, to the wiser judgment of Your Right Honours, but it appears to me that it would be a means to divest ourselves more and more of our ancient privileges and prerogatives, for the maintenance of which I would rather be of the opinion that one ought not even to refrain from purchasing from private individuals, and that an attempt ought also to be made to collect one thing or another for the Company in the district of Purnia and other places outside Bihar, whence the private English fetch the saltpetre, since I cannot imagine that the Calcutta Ministry would claim that their private traders had more privileges in this matter than our Company. I hope in the coming year to be able to elucidate further to Your Right Honours regarding this last point, and meanwhile have the honour to be with all conceivable high esteem, Right Honourable, Far-Ruling Lords, Your Right Honours' humble and very obedient servant, signed G. L. Vernet. On the side: Hugli, the 11th of January 1768. Agrees, fr: Thott Clerk No. 7 Secret Resolution since the 3rd of February to the end of Copy No 29 N December 1767

Dutch transcription

apart 690 Batavia Den Hoog Edelen Groot Achtbaren Heere Petrus Albertus van der Parra gouverneur generael wegens den staet der Vereenigde Nederlanden en hare algemeene oostIndische Maatscharpij nevens De welEdele Heeren Raden van Neederlands Indië Hoog Edele Wydgebiedende Heeren uit hoofde van het g'ordonneerde niet u Hoog Edelheeden gevenereerde gemeen ne Missive aen my en de Raed van den 28 Juli laestleeden, zal ik by deeze de eere hebben verslag te doen aergaande het artikel betreffende Inzaam van Salpeeter, waervan het my leed doet, u Hoog Edelheeden geen aengenaamen bericht te kennen sup„ pediteeren, als by de tans afgaande gemeene en secreete brief omtrent Aan zyn Hoog Edelheid den den . 691 Lywaat handel, en in een woord wegens de inzamen in het generael geschied is. Daar my in het voorjaer 1767 doer den Kalkatsch gouverneur den Edelen Heer Verelst so sericus en gelijx in tzoude oprechtelijk beloofd was, dat de verdeeling in het vervolg zo gemaend zou worden, dat onze comp hare vol„ le benodigtheid kreeg, wierd het verduelk dat ik reeds had over het verbreeken van zyn woord ten opzichte van de overige zaeren met hem en den Raad over een gekomen, niet weinig vermeerdert, wanneer ons bij een brief van het kal„ katsche Ministerium gedateerd den 9 Iuli a: p: wierd kennis gegeven, dat zij volgens bericht uit Pattena in staat zouden zijn ons voor dit Lairoen te voorzien met 23000 maan salpeeter. Ik heb ten tijde van de met gem Heer Verelst gehoudene conferentie de benodigde quantiteit gesteld op 40000 Mn deesruim 4000 maan meer als we wezentlijk hebben moesten en met de Raed by ons antwoord van den 25 Juli wel getracht een ruimer pont, tie te verkrijgen, door namelijk die Heeren te erinneren dat deze hunner schikking niet over een quam niet de belofte van hunnen gouverneur eerst mondeling en naderhandschoif, telijk gedaen, en te verzoeken, dat ze het zo geliefden te stellen, dat we niet 36764 Mx of de juiste benodigde quan„ liteit kreegen. Maer niets had kracht nog vat op Haer Edelens; eenr tot de onbeschaamdheid gekomen zijnde omtrent de overige pointen hun gegeven woord te toockenen, zo moest het in dit opzicht geschieden. Aldaar by hunne rescriptie van den 20 ejusdem ontkende de Heer Verelst volstrekt my inmer een zeekere quantiteit belooft te hebben, maer wel dat de Vergadering hare uiterste hooging zou aanwenden, om dit artikel te vermeer deren, en in staat te raeken, alle Eisschen te voldoen, en dat we oor= verzeekerd konden zijn, dat ons aan deel geproportioneert was na den in zaam waer by we zo ze grooter viel niet te kort zoude schieten. wy hebben op den 27 eeer voor welde maand best gedacht, hier over geen verdere penne strid aante rechten, maer het effect der beloften aftewagts; Heeren ondertusschen 692 ondertusschen zyn den bedien, den te Pattecca van tyd tot tyd 20000 Maan afgeleeverd; dees 3000& shaan minder als het geen nien ons van kalratte had toegedacht, Daer en boven is, bequeus het be deelde door dien bediende by hunne aparte brief van 14 Septem ber en het genoteerde by gemeen besluit van den der volgen de maend de salpeeter maer van een zeer gemeene quali„ teit, echter so als de onze ver„ zeekeren aan dezelve gesteld heid als die welke boven in de Engelsche Pakhuizen lag op geslagen, en waervan op het versoek de Heeren Majoner ver¬ wittigt zyn. De quantiteit door de Een gelschen van Pattena afge zonden bestaet volgens advir onzer bedienden van den 24 parse in 69466 s en het welk der zaal de onse, na mijn begrepten regten aenwerken, met het geen er aen ons geleeverd is, geen poopen, tie heeft, maer gezegt kan worden eene onbillyne verdeeling te wesen, waarover ik met den Raad het Engelsch Ministerium by nade re occasie eens zal onderhouden, en tevens afvragen, wanneer het hun geleegen zal komen de 3000 Mn die we boven te min ontvangen hebben ons te bezorgen, hebbende de fraeeschen tot nu toe 13000 Mn getrok ken. schoon deeze affaire myner wach teur nu de Heer Verelst zyn woord niet komt te houden zo wel als de Afioen negotie, voortaen ook niet de Raad en by gemeene lek„ teren verhandelt zou konnen warden, zal ik echter daerom trecct eerst afwagten, het welbeka gen van u Hoog Edelheeden, die ik op de by secreete missive voor gestelde bedenking of men niet de Britten geen schikking zoude kennen waren, om onze portie van Salpeter op stoegle te leveren, en hun daer op zo veel ingelden goed te doen, dat zy neim ge noeg konden uitkomen, en de kom„ pagnie mede hare reekening vin„ den, de eere heb te welden, dat wess, sull 693 zulx na mijn begrip niet raadeaen is Zoe onderwerp het echter aen het wyzer oos deel van u Hoog Edelheeden, maer mij komt voor, dat het een middel zou zyn, om ons hoe langer hoe meer te ontdoen van onze aloude voorrechts en prerogativen, om welke te warig teneeren ik veel een van concept zou zyn, dat men zelfs niet bekoor de aftezie van den inkoop van particulieren, en ook een proef diende te neemen, om in het dis„ trict van Poerania en andere plaatsen buiten Behoer, doer de particuliere Engelschen de sal peter van daen haelen, voor de Compagnie ook het een of ander in tezamelen, dewyl ik my niet kan verbeelden, dat het kalaatsche ministerium pretenderen zou dat hunne particuliere han delaer in dit stux weer voorrecht hadden, als onse Maatschappij. Ik hoop in het aanstaande jae U Hoog Edelheedens omtrent dit laet point nader te konnen elucideeren en heb intussen de eene met alle bedenkelijke hoogaekting te zijn /:onderstond/ HoogEdele wydgebiedende Heeren /:lager:/ uwer Hoog Edelheeden onderdanige en zeer gehoorzame dienaer /:getekend :/ G. L: Vernetster zyde/ Hoegei den 11e Januari 1768. Accordeert fr: Thott GClerce bedeuvelijke No. 7 Secreete Resolutie zeedert en 3e february tot ult=o Copia No 29 N December 1767

NL-HaNA_1.04.02_3194_0078 view scan ↗

English

Vessel with 30 chests of opium. Insertion of the same. Tuesday the 3rd of February Anno 1767. In the morning, all present except the Military Captain Linner, due to indisposition. After the transaction of ordinary affairs, noted at length in today's resolution, the Director submitted two attestations executed at the secretariat by Sergeant Jan George van Amelong cum suis and the manjhi Sheikh Manulla cum suis, from which it appears that one of the vessels that recently arrived here, laden with thirty chests of opium, had struck a tree that lay under water, whereby all the chests became thoroughly wet, as can be seen in more detail in those declarations. Today, the 1st of February Anno 1767, appeared before me, Fredrik Thott, sworn clerk of the Bengal Secretariat, in the presence of the witnesses named hereafter, Jan George Amelong, sergeant, Johan Christian Schakke, corporal, Matheus Stork, Christiaen Brandau, Philip Stiegeling, Johan Christiaen Cardon, Fredrik Godlieb Sommer, Christeaendam, and Adam Goets, soldiers, all appointed in the service of the Company, and who arrived here a few days ago with the Patna opium vessels. And the comparants declared at the requisition of the Right Honorable Lord George Louis Vernet, Director in Bengal, Bihar, and Orissa, and in support of the truth: That on the 27th of the past month of January, having reached Barripoer, being about a kos or five by estimation above the Neiseraishe branch, towards noon, the sixteenth vessel behind the one in which the first comparant was situated struck a submerged tree, and sank at once. That the first comparant, having been alerted of this, immediately had his boat put to shore and went thither. That having arrived there, he found the same close to the shore, grounded and full of water, the second comparant being already outside the vessel in order to salvage the opium chests loaded therein. That with the help of the other comparants, they made all possible haste to salvage the thirty chests of opium loaded therein, which were already inundated by the water. The first comparant further declared that he always exercised the necessary care against all accidents during the journey and always kept the vessels together, but that this mishap could not have been foreseen, having occurred solely through the striking of the said vessel against a tree that lay under water and, according to the report of the manjhi, could not be seen. The comparants declared the foregoing to contain the pure truth, giving as reasons for their knowledge as stated in the text, being ready to confirm the same under oath at all times. Thus declared at Hooghly in Bengal, in the presence of Johan Christoffel Homen and Frans Regel, clerks, as witnesses. The minute hereof is duly signed. Beneath stood: quod attestor. Signed: Fk Thott, Clerk. Today, the 30th of January 1767, appeared before me, Pieter Hoff, provisional first sworn clerk of the Bengal Secretariat, and in the presence of the witnesses named hereafter, Sheikh Manulla, daroga or overseer of the fleet, and Anoep, manjhi on one of the vessels with opium that recently arrived from Patna, assisted by Assistant Pieter van der Sluis to serve them as interpreter. Who, at the requisition of the Right Honorable Lord George Louis Vernet, Director of this Directorate, and in support of the truth, declared: That they departed on the 27th of this month from Goeptiparra, and having advanced near Bankipoer, the vessel on which the second comparant was situated struck a submerged tree, which had been entirely invisible. That by this shock a plank became detached from the same, whereby the vessel sank immediately. That of the 30 chests of opium that were loaded therein, not a single one could be salvaged dry, because the water that entered through the hole gained too much the upper hand. The comparants declared the foregoing to contain the pure truth, giving as reasons for their knowledge as stated in the text; Van der Sluis offering for the translation, and the comparants for the deposition, to confirm the same under oath if required. Thus declared at Hooghly in Bengal, in the presence of Johan Christoffel Homen and Frans Regel as witnesses. The minute hereof is duly signed. Beneath stood: quod attestor. Signed: P:r Hoff, Clerk. After the reading of which, the Director further demonstrated that on account of this accident, the dispatch of the vessel Welgelegen, which lies ready to sail, will have to remain suspended for some days, because the Merchant Moïse Lafont, whom His Honor had commissioned together with the Titular Merchant Jan Pieter Humbert to open the aforesaid thirty chests of opium, and to have them repacked after drying and preparation, had declared that to prevent spoilage they ought to be shipped as soon as possible, for if they were to remain over here for another month, and subsequently lay brewing in the ship for another two months, they would considerably lose their value, if not spoil entirely.

Dutch transcription

694. vaertuig met 30 kistsatios insertie derzelve Dingsdag den 3' february Ao 1767 smorgens alle present behalve de Capitain militair Linner door en passelijkheid tieg wegen es ongene aen en Na het verhandelen der gemeene zaaren by resolutie van heeden lange genoteerd wierden door den Heere Directeur over„ gelegd twee ter secretarije gepasseerde attestatie door den segeant Ian George van Amelong C: S: en de mausie Sjeick manulla C:s: waarby komt te blijken, dat een van de jongst alhier aengekomen vaertuigen belaaden met dertig kisten afioen op een boom, die onder water lag, ge„ stooten had, en waerdoor alle den kisten door en door nat geworden waren, gelijk zulx bij die verklaringe omstandiger te zien in. Heeden den 1 february Ao. 1767 compareerde voor my fredrik Thols, geswoore kleek der beuyaelsche secretarye paeent de natenoemene getuigen Jan george Amen leng sergeant, Johan Christian Schakke Corpo„ rael, Matheus Stork, Christiaen Brandaen Philip Stiegeling, Johan Christiaen Cardon Fredrik godlieb sommer, Christeaendam en Adam Goets soldaten, alle in den dienst dE Comp bescheiden, en zeedert weinige dagen niet 695 met de pattenosche afiaen vaartuigen alhier aengekomen. Ende verklaerden zy comparanten ter re„ quisitie van den EE Achtbare Heer George Louis Vernet, Directeur in bengale behaar en orissa en tot voorstand der waarheid. Dat zy op den 27 der voorleedene maand janua„ ry te Barripoen zynde een cor of vyf na gissing boven de neiseraische spruit tegen de middag gekomen zyjnde, het zestiende vaertuig agter t geene, waerin den eersten com„ parant zig bevond op een boom was wort ge„ raert, en met een gesonken. Dat hy eerste comparant zulx gewaerschuur zijnde, immediaet na de wal had laten aenleggen, en zig derwaerds begeven. Dat hy daar gekomen zijnde, het zelve kort bij de wal in de gronden vol water vond, hebbende zigde twlede comparant reedsuit vaertuig be„ vonden, ten einde de daerin geladene afios kisten te bergen. Datze met hulp van de andere Compa„ ranten alle mogelijke spoed hebben ge doen, om de daerin gelaedene dertig kisten afioen te bergen, dewelke alhier reeds door het water waren over, swommen Verklarende voorts de eerste comparant voor alle ongelukken de nodige zorge altijd in den togt te hebben, gebruikt, en de vaer„ tuigen altijd by elkander te hebben gehou„ den, maer dat dit ongeval niet te voor„ zien is geweest, zijnde alleen toege¬ komen, door het stooten van gemelde, vaartuig op een boom, die onder water heeft gelegen, en volgens rapport van de mansie niet te zien is ge„ weert. Het voorenstaande verklaarden „de comparanten de zuivere waar„ heid te behelsen, gevende voor reedenen van wetenschap als in den text, bereid zynde hetzelve ten allen tijde met eede te sterken Aldus verklaert te Hoggtim Ben galen ter presentie van Johan Christoffel Homen Frans Regel klerken, als getuigen, de minu¬ te deeser is behoorlijk geteekend /:onderstond:/ quod attestor /:get=d:/ Fk ThottgeClercq Heeden den 30e Januarij 1767 compareerden voor mij Pieter Hoff provisioneel eerste geswore klerk der beugwelsche Secretarij en present de natenoem mene getuigen, sjeick mas nulla Daroga of opzichter der Vloot en Anoep, mangie op een der onderdaegs van Pattena gekomen vaertuigen met Afsoen g'assisteert van Assis, ten& Pieter van der Sluir, om hun als tolk te dienen Dewelke ter requisitie van den Weledele Achtb: Heer George Loui komen Vernet 696 3 febr: eenige dage om zal moeten aangehouden Directeur deser Directie en tot voor„ stand der waerheid verklaarden Dat zy den 27 deeser van Goepti„ parra vertrouken, en tot by Ban„ kipoer gevordert, het vaertuig, dae daer welgelegen nog hy tweede compt. op was op een onder water zijnde boom, die uitgeheel word niet te zien was geweest, gestoo„ ten had. Dat er door die schok een planc uit het zelve raekte, waerdoor het vaartuig ten eersten geconken was. Dat er van de 30 Kisten met afi„ ven, welke daerin gelaeten waeren geen een droog heeft kunnen gered worden door dien het waater, dat door het gat kwam te veel de overhand genomen heeft. Het voorenstaende verklaarde de Comparanten de zuivere waer¬ heid te behelsen, gevende voor reedenen van weetenschap als in den text presenteeren, de van der Sluis voor de vertae¬ ling, en de comparanten het gedeposeerde, der vereischt worden de het zelve met eede gestand te doen. Aldus verklaerdte Hoegliin Bengale ter presentie van Johan Christoffel Homen Fraus Regel als getuigen. de minute de„ svir behoorlijk geteekend /:onder„ stond:/ quod attestor /:get:/ P:r Hoff Glen Na lecture van dewelke de Heer Direc„ teur alverder vertoonde, dat om dit ongeluk de depeche van het zeiliaer„ dig leggende schip welgelegen, nog eenige dage zal dienen gesur„ cheert te blijven, dewyl de koop, man Moize lafont, die zijn Acht= bare met den titulain koopman Jan Pieter Humbert had gecom¬ mitteerd, om de vooren dertig kisten afioen te openen, en na de drooging en toebereiding weder in te laeten pakken, had verklaerd dat deselve ter voorkoming van bederf hoe er hoe liever diende versonden te worden, want dat ze nog een maend lang hierover blijvende, en vervolgens nog twee maerden in het schip te broegen leggende, considerabel van haarre waerde verliesen zo niet ten eenemael bederven zoude als En

NL-HaNA_1.04.02_3194_0081 view scan ↗

English

696. 3 February: Director of this Direction, and in support of the truth declared That having departed on the 27th of this month from Goeptiparra, and having advanced as far as Bankipoer, the vessel, which had struck a submerged tree that had not been entirely visible. That through this shock a plank came loose from the same, whereby the vessel had immediately sunk. That of the 30 chests with opium which had been laden therein, not a single one could be salvaged dry, because the water that came through the hole gained too much the upper hand. The foregoing the Appearers declared to contain the pure truth, giving as reasons of knowledge as in the text, presenting Vander Sluis for the translation, and the appearers what was deposed, if required, to confirm the same by oath. Thus declared at Hoegli in Bengal in the presence of Johan Christoffel Homen, Frans Regt as witnesses. The minute hereof is properly signed /:was written beneath:/ quod attestor /:signed:/ P:r Hoff clerk. After the reading of which, the Lord Director further demonstrated that on account of this accident the dispatch of the ship Welgelegen, lying ready to sail, will have to remain suspended for a few more days, because the merchant Moize Lafont, whom his Honour had commissioned with the titular merchant Jan Pieter Humbert to open the aforesaid thirty chests of opium, and to have them repacked after the drying and preparation, had declared that to prevent spoilage the same should be dispatched as soon as possible, because if they remained here for another month, and subsequently lay for another two months in the ship in the heat, they would considerably lose their value, if not completely spoil. And 698. to pass Per thousand ƒ 144. 9. — 2200 earthen dishes for drying the same at ƒ 16. 4 per hundred - . 61. 17. 8 Twine for cross-bands on the chests and sewing up the gunny . 9. 15. — Ropes for binding around the chests 11. 5. — 60 hides of leather for the chests at ƒ 1. 15 each 90. —. — Wages to the shoemaker both for making and preparing the leather 17. 8. — Gunny for embaling the chests 63. —. — Twine for sewing up the same . . 15. 7. 8 Sailcloth for cross-bands . . . 27. 12. — Cords and sealing wax . 7. 17. 8 Mats upon which the opium lies in the chest 11. —. — Nails for nailing shut the chests in 1000s 25. 2. — Wages to the bastogor, carpenters as well as the 50 coolies who assisted therein during the period of 7 days 72. 3. — Peons who kept watch over the opium during that time 13. 8. — For 6 persons who prepared the opium 140. —. — Sum ƒ 710. 9. 13 or Current Rupees 507. 8 1/3 /:written beneath:/ Hoegli in the Fort Gustavus the 13th February 1767. /:signed:/ Moize Lafont. J. P. Humbert. Resolution to pass the same. And after resumption thereof it was resolved to note here that these expenses appear from what was communicated by the separate missive of his Honour and the Honourable Chief Administrator to have been passed, subject to Their High Mightinesses' esteemed approval, as also that his Honour has ordered the Invoice Keeper to draw up two separate invoices for the dry and the wet opium, and to record these expenses on the latter, whilst, in order to bring the same so much the less into bad repute, the packing slips placed therein have been altered in such manner as if this parcel had been traded by his Honour and the Honourable Chief Administrator. Done at Hoegli in Bengal, date as above /:signed:/ J. L. Vermenet, M.r Hieur, F. A. Zuuer, Moize Lafont, F. M. Ross, J. P. Humbert, F. A. H. Damias, Jacob Eilbracht, Secretary. 699. The Lord Director communicates to the Council which memorial he has sent to Calcutta's Governor. Sunday the 1st of March Anno 1767, in the morning, all present. The Members having taken their seats, it was communicated by the Lord Director as a commencement of the business that his Honour, in execution of the commission undertaken pursuant to the secret resolution of the 24th of December last, and which, as appears from the note in a further resolution of the 8th of January, had remained suspended, had sent on the 28th of the last-mentioned month to Mr. Harry Verelst, Governor at Calcutta, a memorial containing on the one hand an exposition regarding the cause of the damage to the country's revenues in general, the decline and the adverse course of our affairs in particular, and on the other hand a proposal as to in what manner it should be arranged so as to make our trade flourish without prejudice to the interests of the Honourable English Company, and to increase the revenues of the treasury, as that document itself, being produced for reading by the Lord Director, points out more clearly and in more detail, reading as follows: Noble Lord, By the letter which Lord Clive did me the honour of writing on the 6th of November in reply to mine of the 4th preceding, his Lordship informs me that the Nawab Muhammad Reza Khan warned his Honour that for some years the revenues had been brought almost to nothing, because the English, through the power which they have obtained here, refuse to pay the country's tolls, whether they are provided with dustucks or not, and that under the name of the English, the Bengalis defraud the tolls, and that such is also done, more or less, by all European nations, and principally by the Dutch. His Lordship certainly knows what the case is with the English; what the other European nations and the Bengalis do does not concern me, but as regards the Dutch Company, I can solemnly assure your Honour that the tolls which concern the Dutch Company are faithfully paid, and that I am exceedingly attentive

Dutch transcription

696. 3 febr: eenige dage om zal moeten aangehouden Directeur deser Directie en tot voor„ stand der waerheid verklaarden Dat zy den 27 deeser van Goepti„ parra vertrocken, en tot by Ban„ kipoer gevordert, het vaertuig, dae daer welgelegen nog hy tweede compt op was op een onder water zijnde boom, die uitgeheel word niet te zien was geweest, gestoo¬ tem had. Dat en door die schok een pe uit het zelve raekte, waerdoor h vaartuig ten eersten geconken was. Dat er van de 30 Kisten met d ven, welke daerin gelaeten we geen een droog heeft kunnen gered worden door dien het waater, dat door het gat kwa„ te veel de overhand genome heeft. Het voorenstaende verklaard de Comparanten de zuivere we heid te behelsen, gevende vo reedenen van weetenschap als in den text presenteere de van der Sluis voor de vert ling, en de comparanten he gedeposeerde, der vereischt word de het zelve met eede gesta te doen. Aldus verklaerdte Hoegliin Bengale ter presentie van Joha Christoffel Homen Fraus Reg als getuigen. de minute de se is behoorlijk geteekend /:onder„ stond:/ quod attestor /:get:/ P:r Hoff gClen Na lecture van dewelke de Heer Direc„ teur alverder vertoonde, dat om dit ongeluk de depeche van het zeiliaer„ dig leggende schip welgelegen, nog eenige dage zal dienen gesur„ cheert te blijven, dewyl de koop, man Moize lafont, die zijn Acht= bare met den titulain koopman Jan Pieter Humbert had gecom¬ mitteerd, om de vooren dertig kisten afioen te openen, en na de drooging en toebereiding weder in te laeten pakken, had verklaerd dat deselve ter voorkoming van bederf hoe eer hoe liever diende versonden te worden, want dat ze nog een maend lang hierover blijvende, en vervolgens nog twee maerden in het schip te broegen leggende, considerabel van haarre waerde verliesen zo niet ten eenemael bederven zoude En 698 te passeeren P=r hanscent ƒ 144. 9. — 2200 aer te schootels tot drooging derselve tegens ƒ 16. 4 pC=to - . „ 61. 17. 8 Soetelie tot Kruisbanden der kisten en toenogen de goenier. . „ 9. 15. — touwen tot t omwinden der kisten „ 11. 5. — 60 huiden Leer voor de kisten a ƒ 1. 15 id„ 90. —. — arbeidsloon aen de Schoonwalker zo tonmagen als bereiden van 't Leden „ 17. 8. — gaenier tot embalacie der kisten „ 63. —5 Soetelie tot t toenage derselve. . . „ 15. 7. 8 zeildaer tot kruisbanden. . . „ 27. 12. — „ 7„ 17. 8 koorren en lak. Matjes, waerop de aucfios oplegt in de kist„ 11. —. — spijkers tot t toespikeren der kisten in 10or„ 25. 2. — arbeidsloonen zo aen de Bastogoor, tun¬ merlieden als de 50 coelier, die geduu„ rende de tyd van 7 dagen daerby gearsis¬ 72. 3. — „ teerd hebben Piors, die geduurende die tijd gewaekt hebben by de accfioen. „ 13. 8. — voor 6 luiden, die de accfioe gepre„ „ 140:–. — pereerd hebben Somma ƒ 710. 9. 13 ofte Court rop: 507. 8 /3 /:onderst:/ Hougli in t fort gustavies den 13 feb: 1767. /:getekent:/ Merze lafort. P Humbert. besluit om dezelve En is na resumtie van dien be„ slooten alhier aantetekenen, dat die ongelden blijken het be„ deelde by de aparte missive van zijn Achtbare en den E Hoofd Administrateur gepasseert zyn, op Haer HoogEdelheedens g'eerde approbatie, zoook dat zijn E Acht„ bare den Faetuurhouder bevolen heeft, om van de drooge en nat geweest zijnde opinm twee aparte factuuren optemaeken, en bij de laeste deese ongelden mede te beteekenen, terwijl om deselve zo veel te minder in een quaad gerucht te brengen, de daerin weder afgeberde afpax briefjes in dier voegen verandert zijn als of deese party door zyn E Acht, bare en den E Hoofd Administra„ teur genegotieert was. Actum Hoegli in Beugale da„ tum ut supra /:getekend:/ J: L: Vermen Mr Hieur. F: A: Ziuuer, Morze lafont. F: M Ross: F: P: Humbert F: A: H: damius. Jacob Eilbraeht & Secrets. Administrat Zondag 699 dle Heer Directeur be„ deelf den Raed, welke memorie hy alwelen den heeft. Zondag den 1' Maart Ao 1767 smorgens alle present De Leeden zig geplaast hebbende Kalnats gouverneur gevin„ werd door den Heer Directeur tot een aanvang van de besoigne bedeeld, dat zijn Achtbore ter uitvoering van de ingevolge se„ creet arrest van den 24 december Jongstlee„ den, op zig genomen en blijkens het aan¬ getende by een nader besluit van den 8e January nog gesurcheert gebleeven com¬ missie, den Heer Herry Verelst gouver¬ neur te Kalraite op den 28 der laests gemelde maand had toegevonden een memorie vervattende aen de eene zijde een vertoog over de oor¬ zaek der schaede aen slands in komsten in 't algemeen, het verval en den tegenspoedigen loop van onze zaeken in het bijzonder, en aen de andere kant een voorstel op hoedanig een wijze het diende geschikt te worden, om onzen han¬ del zonder prejudicie van het belang der Edele Engelsche Compagnie ten doen bloeijen, en de revenuen van de Edele Heer By de brief, die Land Cline mij de eere ge„ doen heeft te schrijven den 6e Novembr in antwoord op de myne van den 4' be„ vorens weld zijn Londschap mij, dat de Nawab Mahued Rezachan zijn Edele waarschouden, dat zeedert eenige Jaeren de inkomsten waaren schier opniets gebragt, om dat d'Engelschen door de macht, dieze alhier verkregen hebben, weigeren, slandsthollen te betaelen, tzg dat ze met de stekken verzien zij of niet, en dat onder de naam der Engelsche, de bengaelders de thollen fraudeeren, en dat zulks ook geschied, is min of meer door alle Europeen se natien, en voornamentlyk door de Hallander. zyn Londschap weet zeekerlijks, wat er van is van d Engelsche 't geene de andere Europeese natien en de beugaelder doen raakt mij niet, maer wat aan¬ gaet kan in, UEdele, op eene solem„ veele wijze verzeekeren, dat de thol„u„ len, die de hollandsche comp aeno„ gaen, trouwelijk voldaen worden. en dat ik ten uiterste oplettend schatkist te vermeerderen, zo als dat geschrift zelve door hem Heere Directeur. ten lecture geproduceert wordende, duiden lyken en omstandiger komt aentewijzen luidende als volgt. Schatkist ben

NL-HaNA_1.04.02_3194_0084 view scan ↗

English

been to take care that private individuals commit no fraud, and if the factor of Hugli wishes to bear witness to the truth in good conscience, he will have to declare that he is fully assured of this. Allow me then, Sir, to bring to light the reasons for the reduction in the country's revenues. His Lordship has indeed partly provided for it, and Your Honour will surely put the finishing touches to it, for I am assured of your good intentions. Some years ago, a stream of English freemen overran the entire country, committing many improprieties everywhere, buying and selling and transporting from place to place not only various goods imported from abroad, but also all kinds of domestic products, without paying the least toll. Many English gentlemen favored the trade of the Bengalis, procuring dastaks for them, whereby they transported all kinds of goods everywhere without paying toll. These, Sir, are two of the greatest blows that could be dealt to the government toward the destruction of the country's revenues, and consequently it is not surprising that these revenues have decreased considerably, but His Lordship has provided for that. There are now other matters of equal importance and just as dangerous to the country's revenues as the two stated above. These are, Sir, the Residents whom the English Company has in all the aurangs, who are veritable rulers, exercising a far greater authority than Your Honour, forcing inhabitants to work for no one but themselves, whereby we and all other nations who bring considerable sums of money cannot obtain any goods, and the ships of our Company must return empty or poorly laden, which again causes a great reduction in the revenues. These Residents also exercise a tyrannical authority over aurang gomastas, dalals, and paikars, of which we have many proofs, and about which we have frequently complained. Besides that, these Residents, under the name of the Company, carry on a large trade for private individuals, as Your Honour, if you please, may see by the copy of a letter from our gomasta at Jagannathpur, attached hereto, where Mr. Barwell resides; and such happens in all the aurangs without anything being paid in tolls, and thus a great reduction in revenues. No doubt can be cast upon the above if one reflects that such Residents, who are mere factors, become filthy rich in two or three years. The revenues of the country will also be much curtailed as long as it is permitted that the servants of the English, or those who are related to them, farm the chaukis; for those people, supported by their masters, are so insolent that they do not respect the orders of the Nawab in the slightest, as a fresh proof of this has occurred with our vessels that were detained by the chauki of Palti Mari above Jalangi. That chauki, farmed by Kantu Babu, banyan of an English gentleman, dared to say insolently to our people, whom we had sent thither with a parwana from the Nawab and two harkaras from the court, that they laughed at the Nawab's parwana, and that they would not release the vessels, inflicting thereafter far more torment on our people aboard the vessels than they had done previously, and extorting much money from them. Formerly, the annual harvest of saltpetre amounted to nearly 40,000 mans, and since the year 1757 obtaining sometimes nothing and currently very little of that salt, this is to the great prejudice of the revenues. How have we not been thwarted in Patna, in the time of Mr. Billers and others, in the harvest of opium, whereby we could obtain only very small quantities, and thus again a reduction of the country's revenues. These, Sir, are the true causes of the government regarding the reduction of the country's revenues, but which they dare not utter at all, and for which they ostensibly place the blame on us (though they are convinced of the contrary) in order to push us to the extreme and compel us to bring the true state of affairs to light, regarding which we would otherwise be too discreet. I know, Sir, that His Lordship and Your Honour have long since wished that

Dutch transcription

700 benn om zorge te dragen, dat de par„ ticulieren niets fraudeeren, en zo de facr daar van Hougli wilt, in gemoen de getuigenisse der waerheid geven zal hy moeten verklaren, daervan ten volle verzeekert te zijn, Permitteert my dan, Mijn Heer, de reedenen van de vermindering van slands inkomsten, in het dagligt te vertoonen, zyn Londschap heeft wal ten deele in voorzien, en UEdele zal seekerlik de laaste hand daaraen slaen, want ik ben van u goed voor, neemen verzeekert. Eenige Jaaren voorwaerts, een stroom van Engelsche Vrijlieden overdenten het gansche land, plee„ gende overal veele onbehoorlijxhee¬ den, koopende en verkoopende en vervoerende van plaats tot plaats, niet alleen diverse waren die van buiten ingebracht wierden maer ook allerhande producten der lands, zonder de minste thol te betalen. Veel Engelsche van fatsoen faso¬ riseerden den handel der ben„ gaelders, haar desters berongende waerdoor ze allerhande waeren overal vervoerden, zonder thol te betaelen. Dit zijn, Mijn Heer, twee van de grootste krakken die men tot vernieling van slands inkomsten de regeering kontoe brengen, en bij gevolg is het niet te verwonderen, dat dine komsten considerabel vermindert zijn, maer zyn Londschap heeft daeraen voor zien. Daar zyn nu andere articler van alzulx belang en alzo gevaerlijk voor slands inkomsten, als de twee hier boven gestelde Het zijn, Mijn Heer, de Resident die de Engelsche comp in alle de arreugs heeft, die waerse zijn, een veel grooter autoniteit, als uEdele excerceerende, dwingende ingezee, tenen, om voor niemand als voor haer lieden te werken, waardoor wij en alle andere natien, die considerable sommen gelds brengen, geen waa¬ ren kunnen bekomen, en dat de scheepen van onse Comp ledig of wanladen terug moeten keeren, t geene weder eene groote vermin¬ dering in d'inkomsten veoor¬ saakt. Dit residenten oefereen ook een ten rannique autoriteit over arre gema, stor, Dalaals en Pijkaars, waervan wy veel bijken hebben, en waarover wy menig werf geklaagt hebben. Buiten dat drijven die residenten, onder de naam van den Comp een groo„ ten handel voor de particulieren, zo inkomsten als 701 als UEdele der behagende, kunt zien by den Copy van een brief onser goucastor ten Jagernaetpoer, hierbij gevoegt, alwaar de heer Barwel resideert, en zulx geschied in alle de arrengs, zonder dat er iets aen thollen betaeld werd, en dur een groote vermindering in d'inkomsten. men kan aan het hierboven gestelde geen twijfel slaen, zo men wil reflectee„ ren, dat zulke residenten, die maer factoor zijn, in twee of drie Jaaren schatrijk worden. De inkomsten van 't land zullen ook veel verkort werden, zo lange het zal toegelaaten worden, dat de bediend der Engelsche, of die aen haar vermoeg schaapt zijn, de Chouchiespachten, want die lieden ondersteunt door haar meesters zijn zoimpetinent, datze int minsten niet respecteeren, de ordrer van den Nawab, zo al en een versche blijk daarvan is, met ence vaartuigen, die door de Chousie van Paertie marie boven Jellingg aengehouden waeren. Die Choukie gepagt door kantoe baboe benjaen van een Engelsch Heer doost op een impertinente wijze zeggen, aen ons volk, die wy met een per„ wanne van den Nawab en twee harkaraar ook van de voort daerna toegevonden hadden, dat zij lagten met de Perwanna van de Nawab, en en dat ze de Vaartuigen niet zoude langeeren, doende na dato ons volk die op de vaartuigen waren veel, meer toureent aen, als ze bevorens gedaen hadden, en haar veel geld id„ afpersende voor desen bedraegense jaerlyksche recolle van salpeter by de 40000 ma„ en, en zeedert A=o 1757 zomtijdt niets en tans zeer weinig van dat zilt bekomende, is zulx tot groot prejudice van d'inkomsten wat zijn wi niet gedwarrboomt in Pattena, ten tijde van dheer Beek, son, en andere in de recolte van amphioen, waerdoor wy zeer gevinge quantiteiten konde bekomen en dur weder een vermindering van slands inkomsten Dit zyn, Myn Heer, de ware oorsa„ ken van de regeering wegens de verminderinge van slands inkomsten, maer die te niets durven uiten, en waervan ze quanscoijr ons de schultgeven /:schoon ze van het contraire overtuigt zijn:/ om ons op het uiterste te brengen en te noodzaken den waren toedragt der zalken aen den dag te brengen, waeromtrent wij anders te discreet zouden zijn. Jk weet, Mijn Heer, dat zijn Londschap en uEdele al overlang gewenscht dat hebben

NL-HaNA_1.04.02_3194_0086 view scan ↗

English

to reduce all irregularities, but that numerous preoccupations have prevented it until now. Facilitate trade in everything; it is in the interest of your Company, it is in the interest of England, and your own glory demands it of you. It is not the people who sail home filthy rich who create the welfare of the Company in the Fatherland. It is the foreigners who, finding trade free and unbroken, will bring much money into the country. One soon sees the bottom of a barrel from which one draws without refilling. Therefore, My Lord, knowing your good intentions, I take the liberty of offering Your Honour a plan whereby our trade will flourish, without diminishing your own. Your Honour will also, in what follows, cause much money to come into the country and increase the country's revenues. As regards the linen quarters, it is necessary that all the residents be summoned; thereafter the nations will need to send commissioners to all the aurungs, jointly to make three classes from the weavers present in each aurung: one of the best, one of the middle sort, and one of the worst. Each nation will take its share from each of those classes, as the lot shall assign. These weavers will work for no one else but for those to whom they have been assigned, which must be strictly observed by everyone, and the nations must do each other justice in this. If Your Honour sees fit to dismiss from the service of Sepoy all those who were formerly weavers, they would, in order to make a living, have to return to their former labor, whereby their number would be considerably increased to the great benefit of trade. Regarding the silk fabrics, the same plan can be followed, likewise making a division of the weavers. But the purchase of Patrij, it seems to me, cannot well take place otherwise than on the old footing; however, in order to prevent all disputes, strict orders should be given not to place any hindrances in each other's way in that purchase, but to let everyone carry on that trade freely and unobstructed. The Company having given us orders regarding the saltpetre portion to conduct its collection ourselves, and at the same time informing us that the English Company had given emphatic orders to the Calcutta Council not to thwart or hinder us therein in the slightest, we request that orders regarding this be dispatched to Patna, or that a contract be entered into with us in such manner as was concluded in the year 1745 between Messrs. Barwel, Guilladent, and Drabbe, chiefs of the nations in Patna, of which I have the honor to present Your Honour with a copy of its translation into English. The collection of opium can be conducted by each nation privately, provided the government takes care that no one makes a monopoly of it, and that the pykars and internal traders are not forced or persecuted. Or there could be ceded to us some opium-producing districts, from which the Company could obtain its demand. But the best of all would be that the chiefs of the English and the Dutch together, and with the exclusion of all other persons, were authorized to carry out the collection of opium jointly, and for both accounts the division were made equally. This is, My Lord, to the best of my knowledge, a proper plan to make trade flourish in these regions, to increase the country's revenues, to put an end to all complaints and disputes, to strengthen love and concord among the European nations, and to cause much money to come into the country. Because, My Lord, we cannot possibly submit to the regulation that His Lordship and Your Honour have established for the collection of opium: namely, that Lord Sitaabraaij, Subah of Patna, should have the entire management of that matter, and to whom one would have to give our money to have the collection further carried out by a servant of the English, named Goja Sammi. Allow me, My Lord, besides what we have already stated to Your Honour and the Calcutta Council by the letter of our Council of 19 September last, that

Dutch transcription

702 hebben, alle ongeregeltheeden te reduesseeren, maer dat de mee¬ nigvuldige berigheeden het tot nu toe belet hebben. Faciliteert on den handel in aller, het is d'uiterest van uxem¬ pagnie, het ir d'uiterest van En¬ geland, en un georie zelvs vergt dat van uw. Het zyn niet de lieden, die schatrijk te huirvaeren, die 't welsijn van de Compen te Vader, land doen, Het zyn de vreemde„ lingen, die den handel vrij en ongebrooken vindende, veel, geld uit land zullen brengen. shen zieh schielijk 't onderste van een vat, waeruit men tapt zonder aentevullen. Derhalven, Myn Heer, kennende uw goede meening neemik de vrijheid, uEdele een planaen, te bieden, waerdoor en en handel zal bloeien, zonder verminde¬ ring van het uwe. uEdele zal ook die op volgende veel geld uit land doen komen, en slands inkomsten vermeerderen. wat de Lynwaat quartieeren aengaat, is het noodzarelijx, dat alle de residenten opgeroepen worden, daerna zullen de natien dienen, gecommitts na alle arrengs te zenden, omgezamentlyk uit ieder arreng drie Classer te moe„ ken van de aldaer zijnde wever een van de berte, een van de mid¬ delsoort en een van de slegts te Ieder natie zal zijn aendeel uit ieder van die Classer neemen, na dat het Lot sal aenwijzen. Dil wevers zullen voor niemand anders derden werken, als voor die, aen wien zy toegewesen zijn, 't geene door ieder een stipte¬ lijk zal moeten, geobserveert worden, en de natier elkander daerin moeten regt doen. Jndien uEdele goedvord, uit den dienst van Sepay te zetten, alle die bevorens wevens zyn geweest, zouden zy om te kunnen leven, aan haren vorigen arbeid moeten keeren, waardoor dier getal considerabel zoude vermeerdert worden tot groot nut van den handel Aangaande de zijdestoffen kan de zelvde plan nagekomen worden doende insgelijks een verdeeling der Wever Maar den inkoop van Patrij kan duukt my, niet wel anders geschieden als op den ouden voet, dog daer die„ nen om alle disputen voor te ko„ men stipte ondrer gegeven te worden van elxander geene beletsels in te dier in dier inkoop te brengen, maer ieder een vry en liber die handel te laten drijven. De Compagnie ons aengaende de sal„ peeter poritie ordre gegeven hebbende dies recolte door ons zelvs te doen, en ons teffens bedeelende, dat d Engelsche Compagnie de Callatse Raad nadruk„ kelijke endrier gegeven had, ons daerin uit minste niet te dwarsboomen of te beletten versoeken wy ondres daaromtrent na Patua te willen expedieeren, of een contract met ons te willen aangaen in dien voegen, als het in ao 1745 tusschen de Heeren Barwel, Guilladent en Drabbe, opperhoofden den Natien in Patna aengegaen is, en waervan ik de eene heb, uwEdele een Copy van dier translaat in het Engelsch te precentee„ ren. De recolte van de amphioen kan door ieder Natie gedreeven werden in't particulier, als de regeering maer zorge draagt, dat niemander een inoropolie van maekt, en dat de pijkaars en inhandelaer niet gewor gen of gepersecuteert worden. of daer zoude ons kunnen afge¬ staen worden eenige amphiaenge vende districten, waeruit de Comp haren eisch voldoen zoude krigen Maer het berte van alle zoude zijn dat de opperhoofden der Engelsche en Hollanders tesamen en met uit„ sondering van alle andere persoonen geautoriseert wierden den inzaem van Afioen te doen gezamentlijk, en voor beide reekeningen de ver„ deelingequaal geschiede. Dit is, Myn Heer, na myne berte keu„ nisse een regte plan, om den handels in dese gewesten te doen bloeien slands inkomsten te vermeerderen alle klagten en disputen te doen ophouden, de liefde en eendragt onder de Europeese natien te ver„ sterken, en veel geld in't land te doen komen. want, Myn Heer, wy kunnen ons en mogelyk niet onderwerpen aen het reglement, die zijn lond schap en UEdele gesteld hebben voor den insaem van afioen te weeten, dat de Heer Sitaabraaij souba van Pattena de gansche behandelinge van die zaak zoude hebben, en aan wien men on geld moeten geven, om de recol„ te verder te laten doen, door een bediende der Engelsche, ge„ naamt Goja Sammi„ Permitteert my, Myn Heer, buiten t geene wijreets UEdele en den Calcatse Raad by de brief van onsen Raad van den 19e Sept=be jongstlee„ dat den 703

NL-HaNA_1.04.02_3194_0088 view scan ↗

English

704 1 March what the result thereof was having written concerning that, further to show Your Honour that such conduct is entirely contrary to the orders that Your Honour and the Calcutta Council have received from the English Company, that it violates the promises that the English Company made to the Dutch Company, and that such conduct can do nothing other than embitter minds, is very injurious to the honor of the English Company, and capable of breaking the friendship that Your Honour and I have so much at heart. For, Sir, to say that the government wills it so is to wish to lull the whole world to sleep; no one is ignorant that the English currently have so much power with the government that it wills what their Honours will. Therefore, Sir, please let the plan which I have the honor to offer Your Honour take effect, or if Your Honour knows something better for the common good, I shall submit myself to it with pleasure, for nothing can be more agreeable to me than that which can serve toward an everlasting union and friendship, and to give Your Honour proofs of the sincere sentiments of [below stood] Honorable Sir [lower] Your Honour's humble and very obedient servant [signed] G: L: Vernet [in the margin] Hoegly den 28: Januarij 1768. After the reading of which, His Honour further showed that, as was known to the assembly, he had departed on the 25th of the preceding month with the Gentlemen Ross, Humbert, and other invited persons to Calcutta, to congratulate the aforementioned Mr. Verelst, as customary, on the assumption of the government, and having arrived there the following day, after the ceremony he had immediately sought an opportunity to converse with that Gentleman about the contents of the aforementioned writing and to request a decision upon it. That this, however, could not have taken place with any convenience earlier than the 26th ultimo, when the aforementioned Mr. Verelst had scheduled His Honour to make an end of it, with this altogether wished-for success: that that Gentleman had declared to him, the Director, that from the day of His Honour's arrival until the last-mentioned date, this paper had been a subject of deliberation in their held meeting, and after 705 from which one must promise oneself something good. proposal to Their High Mightinesses concerning this plan, and produces therefore a further secret letter with which one is completely satisfied, and signs the same. and after ripe consideration of everything, the resolution was passed: 1. to summon all the Residents from the aurungs, and to dispatch toward the 25th of this month two commissioners to all the weaving places, who, with two from our side, shall make a survey of all the dallals, pykars, and weavers, and subsequently devise and propose a method according to which the gathering of linens can be continued equally beneficially for both Companies. 2. to dispatch orders to Patna to let us proceed in the opium trade freely and unmolested, and to send all those who should wish to undertake a monopoly of this product bound in chains to Calcutta. 3. to treat the point concerning the saltpeter with him, the Director, alone in secret, in order to prevent all jealousy between the other competitors, for which reason His Honour declared he could not communicate the arrangement concerning this to the assembly in part, and would also report on the same separately to Their High Mightinesses. Finally, that Mr. Verelst had further assured His Honour in general but emphatic terms that he would favor the Dutch Company in everything, insofar as it could occur without injury to that of the English Company, and that one thus had the satisfaction of seeing our objective reached in everything. For which reason, he, the Director, having deemed it necessary to give notice of this advantageous outcome of affairs to Their High Mightinesses still with the ship Welgelegen, had immediately drawn up a further secret letter, which was then also submitted by His Honour for resumption and approval. All of which having been heard by the Members with the utmost attention, and the Lord Director having been thanked by each and everyone for his trouble taken in the interest of the Company, 706 reading of the report of the Honorable Senior Administrator concerning the hospital expenses. having been thanked, it was resolved to keep these annotations of all this, and also that the Assembly, having conformed to the above-mentioned further secret letter, signed the same in this meeting. Done at Hoegly in Bengal, date as above [signed] G. L. Vernet. Mr Sieur J: A: Zinnen, Moize Lafont. F: M Ross. F. P. Humbert. O. W. Falck. F: A: A: Damieur Jacob Eilbracht secretary. Monday the 16 March Ao 1767 in the morning, absent the members Zinner and Falck on account of occupation in judicial matters. Was read the report required by secret resolution of 26 September ao p:o from the Senior Merchant and Senior Administrator, the Honorable Menso Besink, concerning the hospital expenses, reading as follows: To the Right Honorable Lord George Louis Vernet, Director of the Company's trade and interests in the Kingdoms of Bengal, Bihar, and Orissa, together with the respective Hoegly Council. Right Honorable Lord and Esteemed Councilors. The undersigned Senior Administrator, having been required by secret resolution of 26 7ber a: p: to provide a reasoned report about the expenses that can and must be charged to the Honorable Company's account for the hospital, or rather, what burdens the Company for a very

Dutch transcription

704 1 maert wat daer van 't gevolg is geweest den daaromtrent geschreeven hebben, uEde„ le nogte vertoonen, dat zo een gedoente ten eenemaal stradig is tegens de endrer die UEdele en de Caliatse Raad van de Engel„ sche compagnie gekregen hebben, dat het is scheiden de beloften, die d Eiegelsche Compe aen de Hollandsche Compe gedaen heeft en dat zo een gedoente niet anders kan doen, als de gemoederen te verbitte„ ren, zeer injuriens is voor de eer van dEn gelsche conpd en bequaam, om de Vriend„ schap, die UEdele en ik zo ter herte hebben, te breeken. want, Myn Hteer, te zeggen, dat het gouder„ nement het zo wil hebben, is de gansche wereld in slaapte willen wiegen, nie„ mandignoreert, dat d' Engelsche thans zo veel ter mogen by het gouvernement hebben, dat hy wil, wat haar Edelen willen. Dierhalven, Myn Heer, gelieft 't plan dien ik de eere heb uEdele aentebieden stant te doen grijpen, of zo uEdele iets beter tot het gemeene bert, weet, zal in my daaraen, met vermaak onderwer„ pen, want niet kan my aangenoemd zijn, dan het geen, tot een en wigduu„ rendunie en vriendschap kan strekken en om uEdele blijken te geven van de opregte sentimenten van /:onderstond:/ Edele Heer /:lager:/ uwEdeles onderdanige en zeer gehoorzume dienaar /:geteekent:/ G: L: Vernet /: ter zijde :/ Hoegliden 28: Januarij 1768/ Na lecture van het welke zijn Achtbare al verder vertoonde, dat dezelve zo als de vergadering bekend was, den 25 der voorleeden maend met de Zee„ den Ross, Humbert en andere genodig¬ de personen naer kalkatte vertrocken was, one voorm Heere Verelst, als na gewoonte met den aenvaerding van het bestier te vergelukken, en daags daaraen aldaer gearriveerd zijnde na de ceremorie ten eersten gelegen„ heid gecogt had, om dien Heer over den inhoud van het voorm geschrift te onder houden, en uitzuisel op hetzelve te verzoeken. Dat dit echter met geen gevoegelijkheid eer had konnen ge„ schieden, als den 26 gulden, wan„ neer welm Heer Verelst zijn Achtbare had bestemd, daarvan een einde te zullen maken, met dit alziits ge„ wenscht succes, dat dien Heer hem Heere Directeur had gedeclareerd, dat dien dag van zijn Achtbarer arrive, ment, en de laestgem dato dit papier een onderwerp van deliberatie in haer re gehoudene vergadering geweest, Na en 705 daer men zig wat goeds van moet beloven proporitie en Haer Hoog„ Edeleir van dese vhan en produceert dient, halven een nader se, creet briefje daer meen volkomen genoegen mede neemt en t zelve teekend en na rype overweeging van aller het besluit gevallen was t om alle de Residenten uit de arrenge op te ontbieden en tegen den 25 dezer maand twee gecommitteerdens naer alle de weefplaatsen aftevaerdi¬ gen, die met twee van one zijde, een opneem zullen doen van alle de dataels Pijkaars en wevers, en ver¬ volgens een middel beroemen en voorstellen, volgens het welke ^ voor beide Compagnien den inzaam van Lywaaten ^ even voor„ deelig zal konnen voortgezet worden. L. om naer Pattena ordre aftevaerdigen om ons in den Afioen handel vrijen ingemolesteert te werk te laten gaen en alle de geene, die een moropolie van dit product zouden willen onderree„ men, geboeid naer kalkatta te zenden, 3. om het point rakende de salpeeter met hem Heere Directeur alleen secreet te tracteeren, ten einde alle jacousie tusschen de overige competiteuren voor te komen, en waerom zijn Achtbaare Verklaarde, de schikking hier omtrent de vergadering niet te konnen mede Eindelijk, dat de Heer Verelst zijn Achtbare wijder in generale dogua„ drukkelijke termen verzeekert had de nederlandsche Comp in aller te zullen favoriseeren, by zo verre het buiten schaade van die der En„ gelsche compagnie geschieden konde, en dat men dis het genoegen had, van in aller ons oogmerk te bereikt te deling kennisse te geven zien, en waerom hy Heere Directeur nodig geoordeelt hebbende, van deesen voordeeligen uitslag van zaaken, Haar Hoog Edelheedens nog met het schip Welgelegen kennis¬ se te geven, ten eersten had ingericht een nader secreet briefje, dat dan ook door zijn Achtbare ter resumtie en approbatie wierd overgelegd Al het welke door de Leeden niet de uiterste aandacht aengehoord, en de Heere Directeur door een iege¬ lijk voor zijne genomene moeite ten belange van de Comp in geparte te rust deelen, en van deselve ook aport aen Haar Hoog Edelheedens verslag te zullen doen. deelen bedankt 706 iitotie van het be„ regt van den E Hoofd administrateur om„ trect de hospitael ongelden. bedankt zijnde, is verstaan van dit aller te houden deese annota„ tien zoo ook dat de Vergadering zig met het bovengemelde nader secreet briefje geconformeerd hebbende, het zelve in deese by eenkomst getee, Actum Hoegei in Bengale, datum ut supra /:get:/ G. C: Vernet. M r Sieur I: A: Linnen, Moize Lafont. F: M Ross. F. P=n Numbert. O. W. Falck. F: A: A: Damieur Jacob E:lbracht secret:s. kend is. aandag De ondergeteekende Hoofd, admi„ nistrateur by secreet besluit van den 26 7=te a: p. gedemandeert zynde, te dienen van een berai„ sonneert bericht over de ongelden die de E: Comp voor het hospitael ten lasten reekte konnen en moeten ten lasten gebracht worden, of eigent„ lijk, wat lasten de Compe voor een EE Achtbare Heer en Geerde Raaden. Aan den EE Achtbare Heer George Louis Vemet Directeur over sComps handel en belangen in de Ryken van beugale behaar en orissa nevens den respectiven Hoegeischen Raad Is geleezen het by secreete resolutie van den 26 september ao p=o van den Opperkoopman en Hoofd Administrateur, den E Menso Bsink gerequireerde bericht nopens de hospitaels ongelden, luidende aldus. Maandag den 16 Maart Ao 1767 smorgens absent de Leeden zinner en Talin wegens oncupatie in Justitieele zaeken zeere

NL-HaNA_1.04.02_3194_0091 view scan ↗

English

707 16 March 16 March has to bear for a certain number of individuals residing in that hospital, would have satisfied this much sooner had not various affairs in his office, well known to Your Honors, prevented him from doing so. Their High Excellencies specifically focus on the point of not being easily able to reconcile the proposition of Cramer—that if the provisioning took place pursuant to the arrangement of 4 March 1762, properly 4 March 1763, he would then, taking one month with another, complaining in March and April when there are only 23 heads in the hospital, have to contribute out of his own pocket ƒ 410 each month and ƒ 4924 per year—with the resolution taken on this matter by this Council on 15 May 1763, namely to grant him until further notice ƒ 6520:— for 75 heads, and pro rata for more or less. This is properly the point on which Their High Excellencies request further elucidation, and in order to furnish this one must notoriously have recourse to the prior records. The aforementioned steward has, in a document entered into the above-mentioned resolution, reasoned so fully and clearly what must be reduced monthly in the hospital that nothing further can be said about it other than to repeat verbatim what has been demonstrated therein in such detail. The only thing that now remains to be investigated would be which entries are meant by the resolution of 13 March stating that one does not dare, or does not well dare, to validate them so high, and why it was resolved to validate, pending Their High Excellencies' further disposition, ƒ 6520:— at the expense of the hospital for 75 heads, and more or less pro rata. However, since the resolution itself provides no light on this matter, the undersigned believes that these are certainly the entries which the head surgeon provided in the Memorial inserted into the aforementioned resolution as a draft according to which it could be arranged, and which were certainly estimated somewhat generously; for apart from the cash for seventy-five heads at ƒ 10 per man, or ƒ 750:— per month, he further puts down for provisions, which would have to be paid to him in money according to the prices for which the Company obtains them, ƒ 385.9, and in kind some jugs of arrack and whatever more, together ƒ 41:12.8; for maintenance of cradles and the changing of bed linens, ƒ 160:—:—; making per month ƒ 1337:1:8, or per year ƒ 16044:1:8, which carries forward. 108 16 March 16 March By carry forward ƒ 16044:18:— and deducting from this the entire wages of 75 men calculated on average also at ƒ 10 per man, ƒ 9000:—, then according to his calculation there would be charged to the hospital ƒ 7044:18:—; and when for medicines for the benefit of that hospital there would further remain ƒ 405:12:—, item for tin for the tinning of the kitchen utensils ƒ 50:—, together ƒ 455:12:—; so that according to this calculation, nothing more than ƒ 7500:— for 75 heads would be charged to the hospital, provided that the monthly warrant is calculated in proportion to the men who have been ill up to 75, and after this or a similar determination no specific entries such as cures, grave and coffin, or medicines for the garrison and the native inhabitants are charged to that hospital. I therefore think that it is most profitable for the Company to abide by the stipulation is together ƒ 9041:12:8; for my part, I consider this more advantageous than the Company paying him a certain fixed monthly sum for every head who might enter the hospital, pro rata according to the number found therein, since the difference from one month to another would be too great, because during the shipping season, or from mid-July to the end of March, one generally finds 110 to 150 sick in the hospital, which in comparison to the aforementioned arrangement would differ too greatly; not to mention that the head surgeon would also have cause to complain, for in such a case he would not be able to make good the expenses in the remaining months when there are few invalids. At any rate, the monthly servants' wages must maintain their course, whether there are sick or not, and the Company does not grant him more for this than ƒ 20:6:—, whereas he month by month ƒ 41:12:8 according to the memorial of management, and to grant the head surgeon for 75 instead of 10 heads monthly ƒ 750, or per year ƒ 9000:—, for which he would then have to provide everything except the little bit of arrack, vinegar, Cape wine, and spices, which are nevertheless delivered to him in kind and cost the Company no more than baize ƒ 75:—.

Dutch transcription

707 16 maert 16 maert zeeker getal koppen, die in dat gast huir leggen te dragen heeft, zou daer aen veel eer hebben voldoen, indien niet verscheide, uwEE Achtbaare bekende beesigheeden in zyne bediening hem daerin verhindert hadden. Haar HoogEdelheedens komen spe„ ciael hier op, van niet wel te konnen over een brengen de stelling van Cramer, dat by aldien de verstrekking geschiedde ingevolge de schikking van den 4 ' maert 1762 /: eigentlik den 4 maert 1763:/ hy dan de eene maend door den andere geclagen in maerten april /wanneer en maer 23 koppen in het hospita zyn Jder maand ƒ 410 en s jaars ƒ 4924 zou moeten inschieten en het be„ sluit, dat daarop by desen Raede den 15' mei 1763 genomen is, om hem namelijk tot nader ordre ƒ6520:— voor 75 koppen en min en meer pro rato toeteleggen. Dit is eigentlyk het point, waarover Haar HoogEdelens nader elucidatie vragen, en om welke te suppedi„ teeren men notoir tot de retroacta recoers dient te neemen. De voorm: schafbaas heeft het geen er maande„ lijx in het korpitael moet bekortigt worden by een geschrift, dat in de bo„ vengemelde resolutie is ingeschreeven zo ampel en klaer beraidonneert dat daarover niets nader kan gezegt worden, als woordelijk te herhaelen het geen daer by zo omstandig is gede monstreert. Het eenigste wat er nu te onderzoe„ ken valt, zou wesen, welke posten het zyn, die by resolutie van 13 maert gezegt werden, dat men niet, of niet wel ze hoogdurft valideeren, en waer„ one of en geresolveerd is, tot Haar Hoog Edelens nadere dispositie ƒ 6520: — ten lasten van het hospitael te valideeren voor 75 koppen en min of meer pra rato. Maar vermits de resolutie zelve hier omtrent geen licht geeft, zodenkt de onder geteekende, dat het zeekerlyk de posten zyn, die de oppermeester by de Memorie in het voorsz besluit geinsereert al een ontwerp, waarna het zou konnen ge„ schikt worden, heeft opgegeven en zeeker wat ruim genomen zijn, want buiten de contanten voor vyf en zeeventig koppen a ƒ10 per man ofte ƒ 750: . smaends steld hy nog voor provisien. . „ 385. 9 die hem in gelde betaeld zoude moe„ ten worden na de prijsen waar voor ze de Comp krygt en in natu„ ra eenige kannen aaar en wer „ 41:12.8 meer tesamen voor onderhoud van kadels en de verschooningen van het bedde „ 160:—:— goed - maekende smaends ƒ1337:1:8 of in het Jaar - - ƒ16044:1:8 dat die voortdrage 108 16 maert 16 maart Door voortdragt ƒ16044: 18. — en hier van derakeerende de heele gage van 75 man door den anderen mede ƒ 10 per man geree„ kend. „ 9000:— zo zou na zyn reekening het kor„ pitael ten lasten komen - ƒ 7044. 18. — en wanneer er voor medica, menten ten behoeve van dat gastheur nog zou overschieten ƒ405. 12. — . item voor thin tot het J„ kinnen van het combuis goed „ 50: — „ 455. 12:— . zo dat volgens deese reekening en niets boven de ƒ 7500: voor 75 koppen ten losten van het kospitael zouden komen, mits dat de maen„ delyksche ordonnantie in proportie van de ziek geweest zynde mansz tot 75 geree„ kend, en na deeze of der gelijke bepaaling geen neige posten, alsdaar zijn kuuren graf en dood kist of medicamenten voor het guarnis oen en de inlander dat zie„ kenhuis ten lasten gebracht wierden Ik deur derhalven, dat het voor de Compagnie profitabelst is zig te houden aen het bepaelde is tesamen ƒ9041:12. 8 want voor myn aendeel, achte in dit voordeeliger, als dat de Comp heur voor ieder kop, die er in het hospitael komen mogt een zeeker tautum smaands betaelde, na rato van het getal, dat zig daarin zon bevin„ den, wanneer het verschil van de eene maond met de andere te groot zou zijn dewyl men in de scheepentijd, ofte van medio Juli tot ultimo maart doorgaan 110 tot 150 zieken in het hospitael vind, wanneer het „ vergelyking van de voorsz bepaeling alteveel zoude differeeren om niet te zeggen, dat de oppermeester zig ook met reeden zou moeten be„ klaagen, want in zo een geval zou hy in de overige maenden, wanneer men weinig impotenten heeft, de engelden niet konnen goedmaeken Althans de maandelyksche dienaer loonen moeten haar coers behouden, het zye zieken zyn of niet, en de Com„ pagnie legt hem daarvoor niet meer toe, als ƒ20:6. — daar hy maand voor - . „ 41. 12. 8 by de memorie van menage en durden oppermeester te accordeeren voor 75 instee de van 10 koppen smaends ƒ 750 ofte in het Iaar - - - - ƒ9000: — daar hy dan aller voor zou moeten besorgen behalven het weinigje arak, azyn kaabsche wyn en spec„ eergen, dat hem tog in natura word afgegeven en de Compe niet meer kort als.. baje ƒ 75:— .

NL-HaNA_1.04.02_3194_0093 view scan ↗

English

709 16 March 16 March had to pay out ƒ73.—, and which expenses, due to the relocation of the hospital, have by no means decreased, but on the contrary, the wage of two water carriers has increased by ƒ6.– per month due to the distance of the pond from which the drinking water is fetched. The kitchen must be maintained whether there are many or few sick lying there, and no one indeed doubts the price inflation of provisions and various other matters that come into play in housekeeping, especially in a hospital where it should by no means be restricted, for the relief of poor suffering persons; it being a known fact that since the year 1750 until now, some items differ by 50, 80, and 100 percent, yes, even more, as can be gathered in more detail from the following true account, namely: in the year 1750 one bought 7½ seer of goat meat for 1 rupee, now only 4 seer 30 seer of sweet milk for 1 rupee, now only 16 seer; resolved to offer the same to their High Mightinesses 120 seer of buttermilk for 1 rupee, now only 60 seer 2¾ seer of butter for 4 rupees, now 8 rupees 16 pieces of fowls for 3 rupees, now 6 rupees 26 loaves of bread for 1 rupee, now 12 loaves 200 eggs for 1 rupee, now 100 eggs 1 maund of biscuit for 4 rupees, now 8? rupees 1 maund of flour for 1 rupee, now 1¼ rupees and who is there who still has any prospect that circumstances will change for the better? I therefore remain entirely convinced that a chief surgeon absolutely cannot manage with less than ƒ750 a month or ƒ9000:— per year, and I dare calmly refer to the demonstration inserted in the resolution of 13 May 1763, whereby it is examined in the closest detail what burdens must be borne for this. I hope to have complied with the intention of their High Excellencies and to have satisfactorily fulfilled the commission imposed upon me by the decision of your Honorable Worships, declaring further to be with respect and esteem, underneath was written: Honorable Sir and Esteemed Councilors; lower: your Honorable Worships' very obedient servant, was signed: M. Suuk in the margin: Hooghly, the 16th of March, year 1767. And after resumption thereof, it was approved and understood, as far as this Council is concerned, to conform therewith, to present the same shortly to their High Excellencies, and to request and await their final disposition thereon. Therewith Done 2nd 710 Proposal of the Lord Director to inform the Cassimbazar servants of the arrangement that will be made between this and the Calcutta government. Done at Hooghly in Bengal, date as above; was signed: J. L. Vernet, Mr. Fsiuen, Merzela font., F. M. Roos, T. P. Humbert, F. A. A. Dauiur, Jacob Eilbracht, secretary. Tuesday Tuesday, the 28th of April, Anno 1767. Absent the members Lafort, Ross, and Haghadamius, the first and last mentioned being indisposed, and the second on a mission to the aurangs. After the business concerning public affairs, according to the resolution of today's date, was concluded, it was proposed to the assembly by the Lord Director that his Honorable Worship, on the occasion of the obstacles detailed at length by the Cassimbazar servants in their general letters of the 9th and 23rd instant—both regarding the desertion of silk winders and the occurring inconveniences in the purchase of thannah, or prepared thread needed for silk fabrics, and circumstantial recorded in the above-mentioned general resolution—deemed it advisable to give said servants notice now of the arrangement made between his Honorable Worship and the Calcutta administration for the recovery of trade in general; all the more since his Honorable Worship was informed that the English gentlemen had left it to their servants there to appoint deputies to investigate in what manner trade might be conducted there to the satisfaction of both sides. both sides 711 28 April 28 April Which was approved. Resolution to write to the servants as alongside. Whereupon, having deliberated, it was approved and understood by unanimity of votes to conform entirely therewith, and consequently to instruct the servants, in accordance with the further proposition of the Lord Director, likewise to elect two persons from our side for the aforesaid purpose, or else to enter into negotiations regarding this weighty matter solely with the English chief, Mr. Sykes, and to that end to govern themselves according to the memorial presented by the Lord Director to the Governor of Calcutta, Harry Verelst, and inserted in the secret resolution of the 1st of March last, a copy of which shall therefore be sent to them. And since, according to the communication of the Lord Director, Mr. Verelst is due to depart shortly for Murshidabad and subsequently further upcountry, it was approved, in accordance with his Honorable Worship's further proposition, to write to the servants at the same time that, in the opinion of this Ministry, it will be best to wait with the negotiations until after his Honor's arrival up there, in order also to bring in that gentleman, of whose good intentions one may be fully assured, for a better achievement of our objective. Done at Hooghly in Bengal, date as above; signed: P. L. Vernet, Mr. Ssinek, J. A. Lieer, J. P. Huibez, O. W. Talex, Jacob Eilbracht, secretary. Wednesday

Dutch transcription

709 16 maert 16 maert ƒ73. — heeft moeten uitreeren, en welke onkosten mits de verplaatsing van het ziekenhuir altoen niet vermindert zyn, ter contrarie het zoon van twee waterdragers is om de verheid van de vyver daar het drinkwater uitgehaeld word, geaccresseert met ƒ 6. – per maend. De combuis maet rooren, of er veel of weinig zieken leggen, en niemand twijfelt iumer aen de verduuring van de levensmiddelen ende verschein de andere zaeken, die in de huirhou duigen byzonder in een gasthuir daar het tot soulaar van arme lijden„ de persoonen, altans niet bekrompen moest zijn, te paskomen; zynde het een bekende zalk, dat zeedert A=o 1750 tot nu sommige artikels 50, 80 en 100 procent Ja „ meer differeeren, gelijk dat breeder kan nagegaen worden uit de volgende waare vertooning, als. in Ao 1750 kogt men 7½ ceer Cabriete vleesch voor 1 ropy tans maer 4 Ca „ 30 „ Loetemelk „ „ „ „ „ 16: „ besluit hetzelve haer „ „ „ „ 120 „ kaarnemelr „ 1 „ „ „ 60„ Hooghd aentebieden „ 2¾ „ booter „ „ „ „ 16 ps hoenders „ „ 26 „ brooden „ 1 „ „ „ 12„ „ „ 200 „ hieren „ 1 „ „ „ 100„ „ „ „ 1maor beschuit „ 4 „ „ „ 87 1 „ Mheel en wie is e, die als nog eenig vooruit zicht heeft, dat de omstandigheeden ten goede veranderen zullen Jk blijf derhalven volreneen „ 4 „ „ „ 8 N=t „ 3 „ „ „ 6 „ „ 1 „ „ „ 1¼ daarby, dat een oppemeester het absolut met niet minder als ƒ 750 smaends ofte ƒ9000:— in het Jaer goed kan ma„ ken, en durfing geruast refereeren aen de aentooning die by de reso= lutie van 13' mai 1763 geinsereert, is, waarby het ten nauwsten is uit gepluurt, wat lasten daarvoor moeten gedragen worden. Ik hope aen de intentie van Haar Hoog Edelheedens voldoen,e en de my opgelegde commissie by het besluit van uwdEE Achtbare hier mede ten genoege verricht te hebben, betuigende wijders met eerbied en achting te zyn /:onderstond:/ EE Achtbare Heer en geeerde Raeden /:lager:/ uwelEd Achtbare zeer gehoorsame die„ naer /:was geteekent:/ M: Suuk /ter zijde:/ Hougly den 16e maert A=o 1767. en na resumptie van dien goed gevonden en verstaen, zig voor zo verre dit Collegie betreft daarmede te conformeeren het zelve Haar Hoog Edelheeden ten naasten, aentebieden en Hoogderzelver finaale dispo¬ sitie daarop te verzoeken, en aftewagten. daerby Actum „ „ „ „ „ „ „ „ 2e 710 voorstel van den Heer Directeur om de korsen, baldersche bed kennis te geven van de schikking die er tusschen dit en het maakt zal worde teriege, Actum Hoegli in Bengale dafuu ut supra /:was getekent:/ I: L: Vernet Mr Fsiuen. . . . . . Merzela font. F: M: Roos T: P: Humbert. . . . . F: A: A: Dauiur Iacob Eilbrachtsch secrets ingsdag Na dat de besoigne over de gemeene zaaren, vol„ gens resolutie van huidigen datum, was af„ gelopen, werd door den Heer Directeur aen de vergadering voorgesteld, dat zyn E Achtbaare ter gelegenheid van de, door de kassembazaersche bedienden, by haare gemeene letteren van den 9' en 23e dezer, in het breede, bedeelde obstaculen zo over het verloopen der zijde haspelaars, als de voorkomende inconvenienten, by den in„ koop van Thannah, of gereede draat tot de zijde stoffen benodigt, en omstandig by boven„ gemelde gemeene Resolutie aangeteekend, raadzaam oordeelde, gemelde bedienden thans meede kennisse te geven, van de schikking, die er tusschen zyn E Achtbare en het kalkatsch ministerium, tot reduer van den handel in het generael gemaekt is, te meer zijn E Achtbaare onderrecht ware dat de Heeren Engelschen aen hunne bedienden ginter gedefereert hadden ge„ laten, het benoemen van gecommit„ teerden, om te onderzoeken op wat wijze de negocie aldaar, ten genoegen van Dingsdag den 28' april Anno 1767 absent de Leeden Lafort, Ross en Haghada„ mius, zijnde de eersten laestgemelde indispoort en de tweede in commissie naer de arrengs. weerskanten 711 28 april 28 april dat goed gekeurt werd. besluit om de bed s het nevenstaenteschrijven. weerskanten zou konnen gedreeven won„ den; waarop gedelibereert zijnde is met een parigheid van stemmen, goedgevonden en verstaan zig daarmede volkomen te confor„ meeren, en de bedienden mitsdien, vol gens verdere propositie van den Heer Di„ recteur te gelasten, em van onze kant ten voorst einde, meede twee persoonen te verkieden, of wel niet het Engelsch opper„ hoofd den Heer Sykes alleen, over dit gewich„ tig onderwerp in onderhandeling te tree, den, en ten dien einde zigte regulee, ren na de Memorie, door den Heer Direc„ teur aan den Heer Kalkats Gouverneur Her„ ry verelst, gepresenteerden g'insereerd bij geheine arrest van Primo Maart Jongstlee„ den, welke hun overzuelx, in copia zal werden toegezonden. En vermits volgens communicatie van den Heer Directeur, de Heer Ver elst, eerstdaags naar Mersidabaad en vervolgens verder naar boven staet te vertrekken, zo is conform zijn E Acht„ baares nadere propositie goedgevonden den bedienden tevens aanteschrijven, dat het, naar het begrip van dit Minui„ sterie, bert zal zyn, met de negociatie te wagten, tot na zyn Edeles arrivement a costi, ten einde dien Heer, van wiens goede intentien men zig volkomen kan verzeekerd houden, tot een beter be, reeking van ons oogmerk ook in den aren te neemen. Actum Hoegli in Bengale datum ut supra /:getekent:/ P: L: Vernet. M=r Ssinek I: A: Lieer. . . . . . . . . . I: P: Huibez braeh sect O: W: Talex. . . . . - . Iacob Eil te oensdag

NL-HaNA_1.04.02_3194_0096 view scan ↗

English

712 On 6 May Resolution of the Director regarding a received letter from the commissioner to the aurangs, being the said titular merchant Ross. Wednesday the 6th of May Ao 1767 in the afternoon, absent the members Lafont, Roosen, Haghadamius, the first and last due to indisposition, and the second on commission. In this extraordinary meeting, it was proposed by the Lord Director to the assembly that our commissioner, the titular merchant Johannes Mathias Ross, presently being the only one present in the aurang Haripal due to the indisposition of the returned merchant Martinus Koning, had privately informed His Honorable Worship that before commencing with the commission, assigned to both of them according to joint resolutions of 4 and 27 March, he had requested from the English deputies an opening of their Instruction; and that, having also communicated his own on that occasion, he had found that they differed remarkably from each other, because the Britons were only instructed to do their utmost best to investigate the causes of the disputes between their gomashtas and those of the other nations, and to settle the same as much as would be feasible for them; and that, in order to find an amicable accommodation in this regard, the French and Dutch had also dispatched commissioners, with whom they were to employ all their power to prevent the causes of the complaints that so often arise. That this order, as His Honorable Worship noted upon resuming discourse, did not at all agree with what had been decided by the Calcutta Council upon the memorial presented by him, the Lord Director, to the Noble Lord Calcutta Governor Henry Verelst and inserted in the resolution of primo March of this year; namely, to seek a means in all the aurangs in order to make the collection of linens, silk, and silk fabrics equally easy for everyone, and to that end to have the condition of the aurangs, the number of weavers, and their capacity and ability assessed by mutual commissioners, and to await a report in writing of their findings, and thereafter to make the necessary arrangement with each other; that the execution 713 thereof, as and in such manner as the English gentlemen presently understand it, would only be lost labor, because one had not only experienced such in the year 1764 near Chandrakona, as appears from what was noted in the joint resolution of 29 May, but that it was also universally known that no Bengali has the courage to complain in the presence of an Englishman about the injustice done to him; and that he, the Lord Director, therefore deemed it necessary to express our surprise to the Calcutta Council regarding the aforesaid difference in the instruction, with a request to give orders that the commission, pursuant to the arrangement once made, may proceed, so that no further time be lost, and that such may serve both to the advancement of trade and to the maintenance of friendship; producing upon this for resumption a missive prepared in advance to that end, with the contents of which the members having agreed, it was resolved by unanimity of votes to consider the matter thus settled, and to let the said letter depart for Calcutta as soon as practicable, whilst in the meantime the Lord Director alone shall write in response what is necessary to our commissioner. Done Hooghly in Bengal, date as above. Was signed: P: L: Vernet, M:r Tsieur, F: H: Lie. . . . . . . . . . ., F: P:n Humbert, O: W: Falck., Jacob Elbracht Secretary. 714 Thursday the 14th of May Anno 1767, in the morning, absent the members Lafont and Ross, the first due to indisposition and the other on account of the commission to the aurangs demanded of him. After the matters described in the joint resolution of today had been concluded, it was presented by the Lord Director that it appeared as if the Calcutta gentlemen sought to answer our letter of the 6th of this month with silence, and to let the matter about which it is framed, namely an alteration of the instruction of their commissioners in the aurangs, take its course; deeming it therefore necessary to urge further for a reply, in order to see what they are up to, and to take our measures thereafter. With which the members completely agreed. Done Hooghly in Bengal, date as above. Was signed: P: L: Vernet, M: Tsieur, I: A: Zinner. . . . . . . . . ., F: P: Niuewberg, O: W: Falck, I: H: A: Damiur, Jacob Elbracht Secretary. Tuesday the 19th of May 1767 in the morning, all present except the members Ross and Haghadamius, the first being on commission to the aurangs, and the other indisposed. It was communicated by the Lord Director that His Honorable Worship had principally convened this meeting to show the members that it appeared as if the English gentlemen pretended to have the intention to let the commission to the weaving places come to nothing; for, firstly, one had as yet received no answer to the missives dispatched on the 6th and 15th of this month to the Calcutta Council concerning this subject, and that in addition our first commissioner, the titular merchant Johannes Mathias Ross (the second on the commission, the merchant Martinus Koning, having been permitted by him, the Lord Director, to come hither due to indisposition) still remaining in Haripal, had privately informed His Honorable Worship that the English deputies, Batoe and Laporte, after having in Haripal and Dhaniakhali (as they thought in secret)

Dutch transcription

712 en 6 mei Chael van dree Directa wegens een ontvangen brief van den commissie naer de arreuge zynde dito Koomeean Roos. Woersdag den 6 Mei Ao 1767 sagter mid dage absent de Leeden Lafert, Roysen Hagha damius, de eerste en laaste mits indispositie en de tweede in commissie In deeze expresse by eenkonest werd door den Heer Directeur de vergadering voorgedra„ gen, dat onze tegenwoordig in de Arreng Herriapaal, mits indispositie van den teruggekomen koopman Martinus Koning maar alleen present zijnde gecommit= de titulair koopman Iohannes Mathi„ as Ross zyn EE Achtbaare in het particu¬ lier had bedeelt, dat hy alvoorens met de commissie, hun beide volgens gemeene resolutien van den 4 en 27 maart opge„ dragen een begin te maaken van der Engelschen afgevaardigden verzocht hadden opening van haer Instructie en dat hy de zijne by die gelegenheid meede gecommuniceerd hebbende be„ vonden had, dat ze merkelijk met elk anderen verschilden, dewyl de Butten alleen gelast waren, hun uiterste best te doen, one te onderzoeken de oor„ zaaken der disputen tusschen hunne gomastor en die van de andere natien„ en dezelve, zo veel het hun doenlik zou zyn te stillen, en dat om derwe gens een minnelijk accormode„ ment te vinden, de franschen en Hollander mede gecommitts hadden afgevaerdigt, met wien zy al hun ver„ mogen in het werk moesten stellen om te prevenieeren de oorvaaken van de klachten zo diezwijls entstae Dat deeze ordre, zo als zyne E Achtbaare bij hervatting van discours aenmerkte gansch niet accordeerde met het geen er op de door hem Heere Directeur aen den Edele Heer Kalkats Gouverneur Henry Verelst gepresenteerde en by resolutie van pmo Maart Heeden geinsereerde memorie door het Kalratsch Ministerium besloo„ ten is, van namelijk in alle de arrengs een middel te zoeken, ten einde den inzaam van Lijwaaten, zijde en zijde stoffen voor ieder even gemakkelyk te maaken, ten dien fine de staat van de Arreugs, het getal der wetens en haare capaliteit en vermogen door wederzidsche gecommitts te laten opneemen, en van hunne bevinding te verwachten een rapport in scriptis ene daar na met elkanderen de nodig schikking te maaken: Dat de uitvoe„ zou ring 713 d: bueei den benei onderdag daer zig de leed mede conforueers ring van de haar zo en in diervoege als de Heeren Engelschen het tans be„ grijpen maer vergeefsche arbeid zou wezen, dewyl men zulx niet alleen in den jaare 1764 blijvens het aengeteeken„ de by gemeen besluit van den 29 mei ontrent sjenderkond had ondervonden, maar dat het ook over bekend was, dat geen Bengaalen het hart heeft, in presentie van een Engelschman te klaagen over het engelijk dat hem geschied, En dat hy Heer Directeur dierhalven noodzakelijk bond de kalkatse Raad onze verwondering te betuigen over de voormelde differentie in de instructie met versoek om ordre te stellen, dat de commissie, ingevolge de eens gemaakte schikking, haare voortgang mag hebben, op dat er verder geen tijd verloren ga, en zulx kome te strekken, zo tot voortzetting van den handel, als tot onderhouding van de vriend schap produceerende hierop ter resumrptie eene ten dien fine by voorraad in gerichte missive, met welker contenue de Leeden zig geconformeert hebbende is met eenpaarigheid van stemmen beslooten, de zaar aldus voor gearre„ steert te houden, en de ged brief, zo daa doenlijk naer kalkatte te laaten afgaen, terwijl intusschen onze ge committ door den Heer Directeur alleen het nodige gerescribeert zal werden. Actum Hoegli in Decegale datum ut supra /:was geteerd:/ P: L: Vernet M:r Tsieur F: H: Lie. . . . . . . . . . . F: P:n Humbert. O: W: Talcx.. Jacoblilbraektpesexts. doenlyk 714 besluitene antwoord by de hers Eeegelschen aentehouden. Heer Directeur, om aen de„ sie zynde titulair koopen Roos het uevenst te bedeele. Donderdag den 14 Mei Anno 1767 Smorgens absent de Leeden Laforten Rots de eerste niets onparselykheiden de an deze wegens de hem gedemandeerde commissie naer de arrengs. Na dat de zaken by gemeen arre voan heeden beschreeven afgehandelt waaren, werd door den Heer Directeur vertoond, dat het scheen, als of de kal, katsche Heeren onze brief van den 6' dezer met stilswijgen zogten te beantwoorden, en het geval, waer over deselve is ingericht, namelijk eene verandering van de instructie van haare gecommitt=n in de arrengs op zyn beloop te laaten: oordeelen de dierhalven noodzakelijk te zijn, naelen om rescriptie aan te houden ten einde te zien, wat zy in haar schildvoeren, en daer na onze nue sures te neemen. waarmede de Leeden zig volkomen conformeerden Actum Hoegli in Bengale datun ut supra /:was geterd :/ I L: Vernet. M Isicur I: A: Zinner. . . . . . . . . . F: P Niueuberg O: W: Falck. I: H: A: Damiur Jacob Elbracht E sc=ts propositie van den Is door den Heer Directeur gecommu„ mele arrengs in communiceert, dat zyn E Achtbaare deeze bij een„ komst principaal belegt hadde, om de leeden te vertoonen, dat het scheen alsaf de Heeren Engelschen zig gelieten van intentie te zijn, om de commissie naar de weefplaatsen opniets te doen uitloopen, want dat men voor eerst als nog geen antwoord had opde den 6 en 15' deezer aan het kalkatsch ministe„ rie over dit onderwerp, afgevaerdigde missi„ ves, en dat daar en boven onse eerste ge„ committeerde, de titulair koopmans Iohannes Mathias Ross (: zynde de tweede in de commissie de koopman Martinus Koning mits indispositie door hem Heer Directeur gepermitteerd herwaerds te ka¬ men :/ zig als nog te Herriapaal be„ vuidende, zijn EAchtbaare in het particulier had bedeelt, dat der En gelschen afgevaerdigden Batoe en La Porte, na in Herriapaal en Dhenina chalij /:zo als zy meenden in stilte:/ Dingsdag den 19 Mei 1767 smorgens alle pre sent behalven de Leeden Rossen Haghadamius zynde de eerste in commissie naar de arrengs en de andere indispoost Dingsdag tot

NL-HaNA_1.04.02_3194_0099 view scan ↗

English

715 19 May 19 May regulated all matters regarding the collection of linens and having forced the weavers to enter into mochtiekas or binding contracts to work for no one other than the English Company, written to Calcutta to Mr. Cartier, currently exercising authority in the absence of the Governor, and had informed his Honour that what was necessary had been executed in the aforementioned aurangs, requesting an order whether they should proceed to the remaining quarters and also regulate the procurement there. That His Honourable Worship regarded this as a firm proof that the Calcutta gentlemen sought to mislead us contrary to their given word, although they had meanwhile, or after the receipt of our last letter, ordered the aforementioned commissioners to remain in Haripal until an answer had been received from Governor Verelst, currently in Murshidabad, and they were provided with further orders concerning the principal matter. But that, since one notoriously had to conclude from the indifference with which that affair is treated, as mentioned, that the British seemed not to be in earnest, His Honourable Worship therefore submitted to the consideration of the meeting whether, in order to convince our highly esteemed Lords and Masters as much as possible of the truth of the complaints so frequently made, and to enable them to substantiate the vexations and perverse actions of the English with sufficient proofs, it would not be serviceable to issue orders to the aforementioned Ross, in case it should genuinely be the intention to dupe us, or should the English commissioners seek to travel further without previously treating with him in accordance with the convention with their principals, provisionally to protest against them orally, and to announce that he nevertheless will endeavour to carry out his commission without them, with recommendations to put this immediately into practice in company with the French commissioners, namely by proceeding to all the aurangs and performing that which is prescribed to him by his instructions, keeping an accurate record of all obstacles that he might encounter in the execution 716 19 May with which the council conforms. The reasons which have moved the Director to summon the merchant Ross here. execution and investigating as much as possible from which side and by whom this or that snare is laid to thwart our designs, and after everything shall have been concluded, to deliver a report in writing thereof, which, if necessary, can be confirmed by oath. All of which having been attentively heard and agreed to by the members, it was resolved by unanimity of votes to conform entirely with the proposal of the Director, and to notify the aforementioned Ross by extract of this resolution. Done at Hooghly in Bengal, the date as above, signed, J. L. Vernet, M. Tsanck, J. W. Linnen, Moizelafont, F. P. Humbert, O. W. Falck, Jacob Eelbracht, acting secretary. Saturday The members having taken their seats, it was made known by the Director that His Honourable Worship had already observed in the session of the 19th that it seemed to be the design of the English to keep us dangling with the commission to the weaving places until it would become too late to perform what is necessary, or else not to fulfil their promises made in this matter at all; that the answer from Calcutta to our letters of the 6th and 15th of this current month was still forthcoming, and that their commissioners nevertheless remained stationed in Haripal, as if to make us believe that an order was awaited from Mr. Verelst, but that His Honour firmly imagined that beneath this tarrying something worse lay hidden; that His Honourable Worship, considering that this affair, having once been commenced, must be pursued with emphasis, had already lodged his complaint in private with the above-mentioned Mr. Verelst about Saturday the 23rd of May, Anno 1767, in the morning, absent the junior merchant Naghadamius due to indisposition

Dutch transcription

715 19 mei 19 mei tot den insaam van Lynwaaten aller gereguleert en de wever genoodzaekt te hebben, tot het passeeren van Moettiee kas of verbandschriften van voor nie voond als de Engelsche Compagnie te zullen werken, naer kalratte aan den Heer Cartier /:uits afwezigheid van den Heer Gouverneur tans het gezag voerende:) geschreeven, en zijn E bedeelt hadden, dat het nodige in de voormelde arrengs verricht was, met verzoek ene ordre, of zy zig naar de overige quartieren vervol„ gen zouden, en de aanbesteeding aldaar mede reguleeren. Dat zijn E Achtbaare dit aanmerkte, als een vaste blyk, dat de Kalaatsche Heeren ons tegen haar gegeven woord zogten te uurleijden, schoon ze intusschen of na den ontvangst van ons laaste schrijven, de voormelde gecommitt= bevolen hadden, in Herriapaal te blijven, tot dat er antwoord van den Heer Gouverneur Verelst (: tegen¬ woordig te Monsidabaad :/ was ontvan„ gen, en zylieden, omtrent de prin„ cipale zaer met nadere ordker voor„ zien wierden. Dog dat, dewijl men als gezegt, uit de indifferentie, waer mede die affaire getracteert word, notoir moest besluiten, dat het de a Britten geen eonst scheen te wee len, zijn E Achtbaare dierhalve de vergadering in consideratie gaf, of het ene onze hooggeeerde Heeren en sheesteren zo veel doenlijk te over„ tuigen van de waarheid, der zo dikwijls gedaane klachten, en in staat te stellen, om de vetatien en dwaasdrijverijen der Engelschen met suffisante bewijzen te staven, niet dienstig zou wezen, aen voorm Ross ordres te laaten afgaen, om ingevalle het wezentlijk de inten„ tie mogt zyn ons te dupeeren, of dat de Engel„ sche gecommitt=n verder op reiszogten te gaen, zonder alvorens met hem te handelen, in conformité van de conventie met hunne principalen bij provisie mondeling tegen dezelve te protesteeren, en aantekondigen dat hy des niet tegenstaande zijn last, zonder haar zal trachten te volvoeren, met recem„ mendatie, en zulx dan ook in compagnie van de fransche gecommitteerden dadelijk in het werk te stellen, met namelijk naar alle de arrenge te trekken, en te verrichten dat geene, dat hem by zijne instructie is voor„ geschreeven, houdende eene accuraate, anno„ tatie van alle obstaculen, die hy in de uitvoe„ mede ring 716 1quiei waermede zig den raed conforueet. de Reedene welke den Heer Directeur gemoveert hebben ene de titskoopman Rorsher, waerds te ontbieds: ring en tmoeten mogt, en zo veel doenlijk navorschende, van wat kant en door wie ons deese of geene lagen ter verijdeling van onze oogmerken gelegt worden, em na dat aller zijn beslag zal erlangt hebben, daar van te doen rapport in scriptis, dat der noods met eede bevestigt kan worden Al het welke aandachtig aangehoord en door de Leeden geaggreeert zijnde, is met een paarigheid van stemmen verstaan zig niet de propositie van den Heere Direc„ teur volkomen te conformeeren, en voorm Ross, by extract van dat besluit kennisse te geven. Actums, Voegli in Bengale dat mius supra /:getekend:/ I: L: Vernet. M: Fsuucr. I: W: Linnen Moizelafont. . . . . . F: P: Humbert. O. W. Faelk -. . . . . . Iacob Eelbracht plsec=t Saturdag De Leeden zig geplaatst hebbende, werd door den Heer Directeur te kennen gegeven, hoe zyn E Achtbaare ter sessie van den 1ijde, zen reets had aengemerkt, dat het der En gelschen toeleg scheen te zijn, van ons met de commissie naar de weefplaatsen of op den tuil te houden tot dat het te laat zou worden, het nodige te verrich ten, of wel om hunne in car subject gedaane beloften in het geheel niet na te komen; dat het antwoord van kalxatte op ons schrijven van den 6 en 15 dezer loopende maand als nog agterwege bleef, en dat echter hunne gecommitt=n in sterriapaal stond hielden, mme ons quasi te doen gelooven, dat men na erdaer van den Heer Verelst wachte, maar dat zyn Achtbare zig vas verbeelde, dat eon„ der dit talmen, iets ergs verborgen lag, dat zyn E Achtbare considereerende dat die zaar eens begoneen zijnde, met nadruk vervolgt moet worden, reets in het particulier zijn beklag had gedaen aen bovengemelde Heere Verelst, over Saturdag den 23 Mei Anno 1767 smorgens, absent de onderkoopman Nagha damius mits en passelykheid de

NL-HaNA_1.04.02_3194_0101 view scan ↗

English

717 23 May 23 July the conduct of the Calcutta Council, during His Honour's absence, and moreover was of the opinion that one ought to press those Gentlemen a bit harder by forcing them to declare themselves in one way or another. Furthermore, that His Honour, in order to place the conduct of the British towards us in a clear light, beyond the measure that was determined on the previous day with unanimous consent, whereof our first commissioner, the titular merchant Johannes Mathias Ross, and the council were, had thought it advisable to summon him, Ross, as he could achieve nothing there anyway, to come hither, in order, before proceeding to the execution of the final part of his orders, to report to the council what Governor Verelst had further told him regarding the Instruction that was about to be handed to the English commissioners in the aforementioned commission, so that this being registered, our highly esteemed Principals might make such use of it as in the event of an unfortunate outcome shall be found proper, and concerning which His Honour further maintained that such an account given by a Member of the council in person and under the taking or offering of an oath would be just as satisfactory as a declaration executed before a sworn notary: and this being likewise understood by the Members, the said Ross, after prior admonition to direct his report accordingly, declared:—That during his presence at Calcutta he had spoken with Mr Verelst up to two times concerning the subject regarding the arrangement to be made in the aurungs, and had asked His Honour the last time what orders the English commissioners would receive in this regard. That that Gentleman had thereupon declared to him that their orders would dictate to make an inventory of all the sorts of weavers, to wit, of the principal, the middling, and the worst; which goods were produced in each aurung, and whether 718 23 May 23 May and offers to take the oath on it. Report of the Director to have it followed up. Resumption of the discussion. Resolution passed thereon. whether one place delivered better goods than the other; in a word, all the particulars of the aurungs. That he, Ross, had further discoursed with the Governor on the salutary nature of this design, and had received for answer from His Honour that no one would be more pleased than His Honour if everything turned out well and was arranged satisfactorily. Finally, that the deputies of the French, Rouland and De Grange, had subsequently related to him, Ross, that Mr Verelst had given them the very same answer as to him regarding the instruction of the Calcutta commissioners: offering to confirm all this under oath. Whereupon the Director again proposed to the council that His Honour for his part judged it best to have the offered oath carried out, since then not the least objection could be raised on the part of our adversaries, if the Gentlemen Majors, in due time, should think fit to make use of this declaration, although His Honour declared he gladly wished to hear first whether the Members might have any admissible objections to the contrary, submitting his proposal therefore beforehand to everyone's judgment: This having now been maturely deliberated and understood that a member of a council, which comes to represent a Nation itself, may appropriately suffice with his word, much more so with the offer of an oath, which in any case can be said to be of the same effect as if it were actually performed: the Director subsequently concurred with this, and it was therefore unanimously resolved to let the aforementioned Ross suffice with the simple presentation, and to excuse him from taking the oath, as far as this council is concerned. This having been so resolved, the Director resumed the discussion by having the Members observe that the testimony of the aforementioned Ross in substance agreed with what the aforementioned Calcutta Governor, Mr Verelst, had told His Honour during his presence at

Dutch transcription

717 23 mei 23 iuli de verhouding der kalaatsche Vergade ring, by zijn Ed' absentie, en boven dien van begrip was, dat neen die Heren zelve het vuur eens wat nader aen de scheenen maert leggen, met haar te noodzaaken, van zig op de eene of andere wyze te verklaaren. Voorts dat zyn Achtbaare, en den afquiert der Bretten ten onzen opzichte, in een helder daglicht te stellen, boven het middel, dat ten voorm dage met eenpaarig goedvinden berlemden waar van onze eerste commissiant de titulair koopman Johannes Mathias Rossillico en de recht war, te raade was geworden, hem, Ross, als tog niets konnende uitrechten, herwaards te ontbieden, om alvorens te treeden tot de uitvoering van het uiterlik gedeelte zyner erdre, in vergadering verslag te doen van het geen voort Heer Gouverneur Verelst hem gezegt had, aengaende de Instructie, die de Engelsche gecommitts in de voorsz commissie ter hand stond gesteld te worden, op dat zulx geregistreert zijnde, onze hooggeeerde Priiciipalen daarvan zodanig gebruik zouden konnen maken, als by een ongeluk„ kigen uitslag zal bevonden wor„ den te behooren, en waar omtrent zyn E Achtbaare al verder susticieer, de, dat zo een verhael door een Lid van de vergadering in persoon en onder aflegging, of preseutatie van eede, gedaen, wel zoo voldoen de zou zijn, als een verklaring voord een beampt schrijver gepasseert workn dende: en zieh door de Leeden mede also begreepen zijnde, heeft gemelde Ross na voorafgaande vermaaning van zijn, bericht hier na te rechten, ver¬ verklaring van denselve klaard,= Dat hy by zyn aanwezen te kalkatte veelmeede Heer Verelst tot twee mael toe over het onderwerpraaken de de te doene schikking in de ar„ rengs onderhouden, en zijn Edele de laeste maal gevraegd had, wat last de Engelsche gecommitteerden der„ wegens krijgen zouden. Dat dien Heer hem hier op verklaard had, dat hun, ne ordre dicteeren zou, een opneem te doen van alle de weeversue soort, te weeten, van de voornaamste, de middelbaare en slegtste; welke gaen deren en in ieder arrengvielen, en konnen of 718 23 mei 23 mei en precnteerd de eed daer woon te dag. verslag van de Heer Directe one ze te laten gevolgneems. hervatting van het discours besluit daerop gevalen. of de eene plaats beter goed uitlever, de, als de andere, met één woord, alle particulariteiten van de arreegs Dat hy Ross over de heilsaamheid van dit oogmerk met den Heer Gouverneur verder gediscoureert, en van zijn Edele tot bescheid gekreegen had, dat er nie„ mand blijden zou wesen, dan zijn Edele wanneer alles wel uitviel, en na ge„ roegen geschikt wierd, Eindelijk, dat de afgezondene van de Franschen Roulanden de Grange, hem Ross naderhand hadden verhaeld, dat de Heer Verelst hun het zelve antwoord, als hem aangaande de instructie van de hal„ katsche gecommitt„s had gegeven: presen„ teerende dit alles met eede gestand te doen. Waarna de Heer Directeur de verga„ dering weder voorstelde, dat zyn E Acht„ baare voor zijn aendeel oordeelde best te wezen, den aengeboden eed te la, door d Heer Directeur ten gevolg neemen, dewijl e dan van de kant onzen tegenstreveren, geen de minste captie zou konnen vallen, by aldien de Heeren Majoorer, in der tijd goed mogten vinden, van dit decla„ ratoir gebruik te maaken, schoon zijn Achtbaare betuigde gaarne eerst te willen hooren, of de Leeden daar tegen eenige adminssible bedenken, gen ter contrarie hebben mogten, desselfs propositie over zulx vooraf aan een iege„ lijx oordeel submitteerende: Hierover nu rypelijk gedelibereerd en begreepen zynde, dest een lid van een ver¬ gadering, welke een Natie zelfs komt te representeeren, gevoegelik met zijn woord volstaan kan, veel meer dus met de aenbieding van een eed, die in allen gevalle gezegt kan worden van dat effect te zijn, als of ze dadelijk ge„ presteert wierd: zo heeft de Heer Directeur zig vervolgens hier by gevoegd, en is dier„ halven het besluit eenpaarig gevallen voorn Roiste laeten volstaen, met de Simpele presentatie, en dier van het doen der eed, voor zo verre deese verga, dering aengaat, te excuseeren. Dit also beraamd zijnde, hervatte de Heer Directeur het discours, met de Leeden te doen remorcqueeren, dat het ge„ tuigde door voorm Ros in substiutie overeenquam, met het geen de voorn Kalkats gouverneur, de Heer Verelst zyn E Achtbare by desselfs aanwezen Achtbaare te

NL-HaNA_1.04.02_3194_0103 view scan ↗

English

719 23 May 23 May Summary of a letter drafted for the Lord Director to the Calcutta ministry. The Hugli Faujdar's resolution concerning it assured in Calcutta last February, and which the Lord Director had made known to the assembly on the first of March following, ordering, to refresh the memory, that the secret resolution of the aforementioned date be read out. This having been done, the well-mentioned Lord Director declared that he was prepared to confirm under oath what had been noted regarding the mutual agreement, where and whenever it shall be required. And concerning which, in accordance with the desire of the well-mentioned, His Honorable has decided that this record be kept. Next, the Lord Director produced for review a further letter provisionally drafted by His Honorable to the Calcutta ministry, containing a heartfelt expression of surprise at their silence concerning our letters of the 6th and insertion of a letter of the 15th of this month, with a request to urgently declare themselves thereon and to deliver their reply to the junior merchant Jan Rauverts, who, with the foreknowledge and permission of the Lord Director, is there on private business, but who will now, by a note to be written by the secretary by order of the Assembly, be ordered to deliver the aforesaid letter in person to the currently presiding second-in-command, Mr. John Cartier, and not to depart from Calcutta without having obtained a written answer to the same. After the reading of which letter the members, having fully agreed with its contents and the proposal regarding the delivery, the Lord Director furthermore produced for reading the translation of a Persian letter written by the Hugli Faujdar present at Murshidabad, Mirza Muhammad Kazim Khan, containing principally a request for the original taluqas or receipts of the toll paid by us in the past and present year to Bakhshbandar, in order to prove thereby that he, the Faujdar, has not defrauded the revenues of that place, as 720 23 May 23 May as can be seen more fully in the letter itself, reading according to the translation as follows: Translation of a Persian letter written by the Hugli Faujdar Muhammad Kazim Khan to the Right Honorable Lord Director George Louis Vernet, and received here on 20 March 1764. Most benevolent Lord Director, lover of friends, greetings. After expressing my great longing for our joyful meeting, my principal regard, it is made known from a heart filled with tokens of generosity that, heaven be thanked, I have arrived in good health at Murshidabad. Since I think of Your Honor with all my heart and am constantly concerned about your esteemed well-being, I also hope that Your Honor will do me the pleasure of sharing the pleasant news thereof with me, although through God's goodness I hope to attain the pleasure of meeting Your Honor in person. These past days, the decline of the revenues of Bakhshbandar has been on the table at Court more than once. I have not failed to present the condition of that place and the sluggish course of the Company's affairs. But since this point will be thoroughly investigated, and His Excellency wishes to be fully informed about it, I come to trouble you, to do me the friendship of delivering the taluqas of what was paid to Bakhshbandar for the past and this year into the hands of Raja Baijnath, in order to send them to me, promising to return them as soon as I have presented them to the Court for review; for although copies of them are to be found at Bakhshbandar, the officials will not be satisfied with those copies without seeing the originals alongside them. This is then the reason why I ask this trouble of Your Honor, upon which Your Honor may confidently rely without being anxious about anything else; and thereby I shall be able to show the state of Bakhshbandar and the decline in the Company's trade in all truth and sincerity, and Your Honor can be assured that I will return those papers just as I received them as soon as the demanded accounting has been completed. May Your Honor's power and pleasure increase 721 23 May 23 May Monday Disposition on the same always increase. Below stood: Translated by signed: P. V. d. Sluys. This having been discussed, the Lord Director demonstrated that it would be contrary to sound reason to part with documents that in due time must serve as proof regarding the satisfaction of that for which one has been receipted thereby; that, on the other hand, the goodwill of the aforesaid Faujdar did not permit offending him with a direct refusal, but that, in order to answer him somewhat smoothly, one could send authentic copies of the requested taluqas, although this would cause him inconvenience in case he might not be pure in his dealings; and that His Honorable therefore thought it best to take a middle course in this, and to dispatch two letters to him, one of which would contain a polite refusal of his request and the other serve as an accompaniment to the copies of the taluqas; furthermore, that His Honorable would order the vakil to inform the Faujdar of this precaution and to make use of it as and in such manner as he shall deem fit. With all of which the members collectively likewise agreed. Done at Hugli in Bengal, date as above. Signed: G. L. Vernet. M. Asmus. F. A. Zimmer. Morse Lasent. J. M. Ross. F. P. Nooten. O. W. Falck. Jacob Eilbracht, secretary.

Dutch transcription

719 23 mli 23 mei resumtie van een voor den Heere Directeur ingericht missive as het kalvatsch ministrie. de Hoegeische faur daer besluit daeronehent te Kalaatte in februari Jongstleeden verzeerert, en hy Heer Directeur aen de vergadering bekend gemaant had, op pmco. maart daaraen, erdonneerende tot verversching van het geheugen, dat de secreete resolutie van evengemelde dato zou worden overgeleesen. Het. welk dan geschied wezende, zo heeft wel„ melde Heer Directeur betuigd, bereid te zyn, om het geene, dat wegens de onder„ linge overeenkomst, daarby is aengetee„ kend, mede met eede te bevestigen daar en wanneer het vereischt zal wor„ den. En waarvan conform de begeer, re van welmte zijn E Achtbaare verstaen is te houden deze annotatie. Vervolgens produceerde de Heer Direc„ teur ter resumptie eene door zyn Acht, baare by voorraad ingerichte nadere uier„ sive aen het kalaatsch ministerie, vervattende een gevoelige betuiging van verwordering over haare stilzwij„ gekheid op onze brieven van den 6' en inlijving van een brief van 15' deser, met verzoek van zig daarop als nog ten spoedigsten te willen verklaaren, en haare rescriptie ter hand te stellen, aan den onderkoop„ man Jan Rauverts, die met voorken, nis en permissie van den Heer Direc„ teur, zig om particuliere bezigheeden ginter bevind, dog thans by een briefje door den secretaris ter ordonnancie van de Vergadering te schrijven, gelast zal worden, de voorm missive in persoon te bestellen by den tegenwoordig het gezag voerende secunde, den Heer John Cartien, en niet van Kacratte te ver„ trekken, zonder schriftelijk bescheid, op dezelve erlangt te hebben. Na lecture van welke briefde Zee, den zig niet dies inhoud en het gepro„ poneerde wegens de overgave volko„ men geconformeert hebbende werd door den Heer Directeur alverder ter lee„ kuere geproduceert translaat van een persiaansche brief geschreeven door den taris te Morsidabaad aanwesende Hoege lische Taurdaar, Mirza Mahuied Cazem chan, houdende principalijk een versoek, om de origineele Talikar of quitantien van de door ons in den voorleeden en dezen Iaare aen Baeks beider afgegeven tol ten einde daardoor te bewijzen dat hy Tausdaar de inkomsten van die plaats niet gedefraudeert heeft nis zo 720 23 mei 23 mei „neen zo als „ breeder kan beoogen bij de brief zelve, luidende volgens de overzetting aldies. Translaat Persiaensche brief ge¬ schreeven door den Hoeglischen fausdaar Matmed Kazunechan aen d EE Achtb: Heer Directeur George Louis Veret, en toan gen alhier den 20 maert 1764 zeer goedgunstige Heer Directeur beminnaer der Vrienden, salut Na betuiging van mijn groot verlan gen tot onse blijde zamen komst, mijn voornaemste bekachting, word uit met teekenen van mildaadigheid vervuld gemoed te kennen gegeven, dat ik den Hemel zy gedankt, in een goede welstand te shorsidabaad ge¬ arriveerd ben. Vermits ik met al mijn hert op udE denze, en gedeerig bezongd ben over uw geagte welstand, zo koopir oor, dat Ude mij dat plaazie wel zal doen van my de aengenoeme tijding daarvan meede te deelen, hoewel ik met Godsgoedheid denze erlange het genoegen te hebben, UE in persoon te ontmoeten. Deser dagenis ten Hove het verval van de inkomsten van Backsben„ der meer als eens op het tapijt geweest, In heb niet gemankeerd de gesteld heid van die plaats en den verflauw, de in Loop van scomps afairer voor te„ draagen. Dog dewijl dit point nauw„ keurig zal ondersogt worden, en zijn Excellentie derwegens volkomen onderregt wil zin. zo kome in uwe lastig vallen, o my de vriendschap te bewijzen de Talikas van 't geen en voor het verleeden en dit Jaar aen Backs beider syn afgegeven Rheija Bheijenaet ter hand te stele len, omze mij te laten toekomen zullende dezelve teruyzenden zodra ik ze aen het hoff ter resumtie zal gepresenteerd hebben, want schoon daer van copijeen te Bachsbeuder te vinden zijn, zo zullen de ampte waeren zig niet die afschriften zonder de principalen er by tezien niet vergenoegen laaten. Dit is dan de oorzaak, waarom ix uwE die moeite verge, waarop UwE zig ge„ reert kan verlaaten, zonder ergens anders over benominert te zijn en daardoor zal ik de staat van Bachs beider en het verval in sComps handel, na waarheid en oprechtheid konnen vertoonen en UwE kan verzeekerd wesen, dat ik die papieren, zo als ik ze ge„ kreegen heb, terug zal bezorgen zo draa de gevorderde reekenschap zal volbragt weesen. Uw ve mogen en genoegen ver„ heid meerdere 721 23 mei 23 mei Maandag dispositie op dezelve meerdere steets /:onderstond:/ getrausla„ teerd door /:get:/ P: V: d Sluys. waarover gesproken zijnde vertoonde de Heer Directeur dat het tegen de ge„ zoude reeden zou strijden, zigte ontdoen van stukken, die in tijden wijle zouden moeten dienen tot bewijs, wegens de vol„ doening van het geen, waarvoor men daarby gequiteert is, dat daarentegen de genegenheid van voorm Fauselaar niet permitteerde van hem met een direct refur voor het hoofd te stooten, maar dat men, en dezelve eenige mate te bland woorden, autentieke Copijen van de gerequireerde Talikar zou konnen zen„ elen, hoewel zulx hem oor engeleegen, heid zou baaren, by zo verre hy niet zuiver van handel mogt wesen, en dat zyn E Achtbare dierhalve vermeen de best te zijn, net in desen een mid¬ delwegin te slaan, en twee brieven aen denzelve aftevaerdigen, waar„ van de eene zou inhouden eene beleefde ontlegging van zyne instantie en de andere dienen ten geleide van de copia Talikas; voorts, dat zijn E Achtbaare den wakkiel beveelen zou, den Jaar daar van deeze precau„ tie te verwittigen, ene er zig van te bedienen, zo en in diervoegen, als hy te raade zal worden. Met al het welke de Leeden gezamentlijk zig insgelijks conformeerden Actum Hoegli in Bengale datum ut supra /:getekend:/ I: L: Vernet. M: Asuux F: A: Zimer. Morze lafent. I: M: Rosf: F: P: Nuuben O: W: Taler. . . . . Iacob libbrackhtse=n tie

← previousnext →