Inventory 3194
Bengal · 278 pages · 119 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
722 25 May Monday the 25th of May in the year 1767, in the afternoon, absent the Junior Merchant Haghadamius due to indisposition. After the Director had communicated to the Council that, in consequence of the resolution of the day before yesterday, the missive drafted to the Calcutta Ministry had not been delivered, but due to the departure hither of the Junior Merchant Jan Rouwerts, to whom it had been addressed for further forwarding, had been brought back again, His Honour produced the translation of a letter from the above-mentioned Ministry, handed over to the Director yesterday morning by the said Rauwerts, dated the 20th of this month, and in reply to ours of the 6th and 15th preceding, containing: 1. A representation of the grounds upon which the British Gentlemen had consented to the sending of deputies to the aurangs, namely to investigate jointly on the spot the fairness of our complaints and the causes of the manifold impediments. 2. An expression of surprise that our people sought to extend this task, and to claim something which, if further insisted upon, would obstruct the entire plan and compel Their Honours to recall their deputies. 3. An observation that the manner in which we wished to pursue the matter was, in Their Honours' opinion, contrary to the law of nature and of nations, and would give rise to far more disputes between both nations, as well as likewise cause great difficulty regarding the various collections. Lastly, a declaration that, since the complaints were general and required rebuttals from both sides, the disputes could also not otherwise be settled than by a summary and impartial inquiry, to which Their Honours still appealed. All of which, together with the arguments adduced in support thereof, may be seen more fully in the letter itself, the translation of which is inserted here. To 723 25 May To the Noble Lord George Louis Vernet, Director, and the Council at Hougli. Noble Gentlemen! We have received Your Honours' esteemed favours of the 6th and 15th of this month. In consequence of the many impediments which Your Honours assured us you found in your trade in the aurangs, we requested Your Honours yourselves to be pleased to point out a method which seemed most preferable to you, in order to remove your grievances. Accordingly, Your Honours proposed to send deputies on behalf of both nations to inspect the aurangs, and to investigate the true causes of the troubles which Your Honours encountered, in order to regulate together such a plan as would in future ensure a sincere concord and harmony between us, and remove all essential difficulties which Your Honours might encounter from any of our people in the business of your collections. It was with this intention, Gentlemen, that we consented to send deputies on our part, and to accompany yours, in inspecting all the aurangs, where they might jointly investigate on the spot the fairness of your complaints, and the causes of the manifold impediments which Your Honours met with. We are very surprised to learn from our deputies that Your Honours have hitherto refused to proceed with the intended investigation, and to suspend the continuation of their proceedings by various preliminary articles, all of which are foreign to their instructions, and to be found in your letters of the 6th and 15th of this month; and that it pleased Your Honours to confirm these reports by opening a new proposal, which, if insisted upon, must inevitably prevent the whole plan proposed for our mutual benefit to make the rounds in the aurangs, and compel us to recall our deputies. That Your Honours, Gentlemen, who are so perfectly informed of the rights of sovereigns, the privileges of merchants, and the natural demands of the native inhabitants of the Country, would wish to instigate us to establish jointly with Your Honours an absolute power which would trample underfoot the privileges of the sovereign, the liberties of the people, and the laws of nature and nations, is to us a matter of the utmost astonishment. Most assuredly, Gentlemen, Your Honours have not paid attention to the clear and necessary
Dutch transcription
722 25 mei dla wwee kalkatie afge door den onderoopebracht inhoud derzelve uitertie van deselve Maandag den 25 Mei Ao 1767 sag„ termiddags absent de onderkoopman Haghadamius mits indispositie Na dat de Heere Directeur de Vergade. ring had bedeelt, dat de ingevolge arrest van eergisteren aen het kalkatsch ministerieum ingerichte missive niet besteld, maar mits het herwaards vertrek van den onderkoopman Jan Rouwerts aen wien de ter verdere besorging gead= dresseert is geweest, weder terug gebracht wor me , werd door zijn E Achtbare geproduceert het translaat van een brief van het bovengem ministerium gisteren morgen, door gezegde Rauwerts hem Heer Directeur overhandigt, gedagtee, kend den 20 dezer maend, en in antwoord op de onze van den 6 en 15 bevorens vervattende 1 een vertooning op wat fundament zij Heeren Britten bewilligd hadden, in het zenden van gecommitt=s naer de anrecep namelijk om op de plaatsen zelve naar de billykheid van onse klachten en de oon„ saken der menigvuldige verhinderingen ge„ zamenlyk ondersoek te doen 2. eene betuiging van verwondering, dat de onze deeze verrichting zooten te strecn„ neen, niet iets te pretendeeren, dat bij aldien er verder op aengedrengen, wierd het geheele ontwerp verkinderen, en haar Edelens verplichten zou tot het terug ontbieden van hunne gecommitt=s 3. eene aanmerking, dat de manier, waer op wy de zaer vervolgen wilde, volgens Haer Edelens gevoelen, stijdig was met het recht der natuur en der Volkeren, en aenleiding zou geven tot vry meer verschillen tusschen beide natien, mitsgaders en gelijkx groote difficulteit verwekken, omtrent de onderschei„ dene inzamelingen ten eindelijk eene verklaring dat daer de klachten algemeen waeren en wedersyds wederleggingen vereischten de verschillen dies ook niet ander konden worden afgemaekt, als door een korten en zydig enderzaek, waarop Haer Edeleur zig als nog beriepen Al het welke met de daertoe ter sta„ viorg bygebrachte aiquinenten bree„ der te zien is, by de brief zelve, van de welke het translaat alhier guise„ reert word. de Aan 723 25 mei Aan den Edelen Heer George Louis Vernet Directeur en de Raed te Hougei Eeele Heeren Heeren! wy hebben ontfangen uwEdelens g'eerde van den 6e 15 deeser. Jngevolge der veele verkinderingen die uEdelens ons verzeekerden te vinden in uwen handel in de arrengs, versogten wy UEdelens, zelver eene wyze te wil len aenwyzen, die dezelve het verkier baers te scheen, ten einde uwe beswaer nissen weg te neemen. dienvolgens stelden uEdelens voor gecommitt s ten behoeve der beide natien te zenden om de arrengs te besigtigen, en te onder„ zoeken, na de waare oorsaken der onkustingen, die uEdelens ontmoete„ den, ten einde tesamen sodanig een plan te reguleeren 't weer int ver„ volg, een rouwe eendragt en harmo„ ny tusschen ons zoude versekeren, en alle weventlyke swarigheeden weg neemen, die UEdelens van eenige van ons volk in de beezigheeden uwer= inzameling mogten ontmoeten Het was met dit ierigt, myn Heeren dat wy bewilligden van onse zijde gecommitts te zenden, en d'uwe te verzellen, in het besigtigen van alle d'arrengs, alwaer zy tesamen op de plaats zelve mogten ondersae, ken, naar de billijxheid uwer klagten, en de oorzaaken der menigvuldige verhinderingen, die UEdeleur ont„ wy zyn tair verwondert, van moe gecommitt te verneemen, dat uEdelens tot hiertoe geweigerd hebben, tot het voorgenomen onderzoek te heeden, en de voortzetting hunner verrigtingen opte houden, door veelerlig voorafgaende artikelen die alle vreemd aen hare instructien zijn, en te vinden by uwe brieven van den 6 en 15 deser, dat het uEdelens behaagde, deese berigten te bevestigen, door een nieuw voorstel te oppeen, twelk indien en op word aan gedrongen, onvermijdelijk moet verhinderen het gansche ontwerp, tot ons wederzijds voordeel voorgestelt om in de arrengs de ronde te doe, en ons verpligten onse gecom„ mitts terug te roepen. Dat uEdelens, Myn Neven, die zo volkomen onderregt zijn, van het regt de souveranien de voorregten de kooplieden, en de natuuwlijxe eisshen der ingeboome, inwoonder van het Land ons zouden willen aensetten om gesamentlijk met uEdelens een volstrekte magt op te rechten, die onder den voet treeden zoude de voorregten van den oppervort, de vrijheeden van het volk, en de wetten dez natu¬ re en natien, is voor ons een zaar van d'uiterste verbaastheid. aller se kerst, Myn Heeren, hebben UEdelens niet gelet op de duidelyke en nood„ moeteden sakelyke
English
774 25 May 25 May necessary consequences if we agree to that division of the weavers which Your Honours propose. Can we by force retain in our service the free-born craftsmen of the country, do we claim for their service anything other than that which arises from early contracts and which they readily concede since it is in their interest? Did Your Honours wish that we should usurp a power which has never been exercised under the most independent princes of this country, a right to all products and manufactures of the Nabob's dominions, to the utter exclusion of the natives themselves and of the other privileged European possessions, we mean the Danish East India Company? No, Gentlemen, we are convinced that this could never be Your Honours' intention; nevertheless, these consequences would infallibly arise from the plan of a division of the weavers. We are at the same time convinced that if this proposal could take effect, it would only serve to lay the foundation for far greater differences between us and for more prejudicial disruptions to our respective collections, caused by the desertion or neglect of the people employed by each company. Your Honours ought to know, Gentlemen, that while the complaints are brought forward by Your Honours solely in general terms, which cause mutual refutations, it is impossible ever to settle the differences; therefore the only clear way that remains to settle our differences consists in a prompt and mutual investigation of the matters. To this we appeal. Your Honours, Gentlemen, have yourselves requested that such an inquiry might take place; we now request that the same may be continued, not only in the aurungs but everywhere where differences have arisen. It is to that end that our commissioners are awaiting yours. The Company has incurred considerable trouble and expense with a view to demonstrate its own righteousness and to give Your Honours full satisfaction through an upright investigation of the cause of the complaints; and should Your Honours now, Gentlemen, recede from the declared purpose of this joint commission, we shall be forced to recall our deputies at once. We request the freedom to inform Your Honours that our Master Attendant has been instructed to shift the buoy marks in the river in such a manner as shall be found necessary for a mark, to which end we, according to custom, hereby notify Your Honours of this. We are, below stood, Honourable Sir and Gentlemen, lower, Your Honours' obedient and humble servants, signed, J. Cartier, Claude Russell, W. Aldersey, Charles Floyer, Alex. Campbell. In the margin, Fort William, the 20th of May 1767. For the translation, signed, Gregs. Herklots. And after the reading of which, the Director produced for deliberation the draft of the rescript drawn up by his Honour in reply thereto, also following hereafter. Gentlemen, We were honoured with Your Honours' esteemed letter of the 20th of this month on the 24th following. If Your Honours please carefully to observe the memorial sent by Mr. Vernet on the 28th of January to Mr. Verelst, Your Honours will see that, whereas we have for some years past complained without effect about the vexations in the aurungs and have justified the same with sufficient proofs showing their particular circumstances, it is for that reason that, while in the said memorial complaint is made generally about the impediment to our trade, the request of the commission to the aurungs is positive, in order to make a census of the weavers, as well as to know how many there are of the best, of the middling sort, and of the worst, in order to make after that date a fair division among the nations; thus the intention was not to exclude anyone therefrom, or to make ourselves masters of the products of the country, as Your Honours wish to represent. About that plan Mr. Vernet previously spoke repeatedly with Mr. Verelst and Lord Clive, who also approved it, and Mr. Verelst as well as all the members of the Calcutta Council who were present during the stay of Mr. Vernet at Calcutta on the 24th and 26th of February last, and who deliberated upon the said memorial, have approved that plan, and agreed to let the commissions to the aurungs proceed accordingly, Mr. Verelst having after that date further assured Mr. Vernet that it would so be done; which we do not at all believe that Mr. Verelst and the gentlemen of the Calcutta Council present at that time can in good conscience deny. And Mr. Ross has declared in our assembly, under offer of oath, that to the question he put to Mr. Verelst as to how the instructions of the English gentlemen would read, Mr. Verelst had answered him that they would have orders
Dutch transcription
774 25 mei 25 mei sakelijke gevolgen, indien wij toe stemmen in die verdeeling eer wevers, die uEdelens voorstellen. kun nen wij met geweld in onse dienst houden de vry geboorene handwerkslie den van het land, matigen wy ons ten hunne dienst iets anders aen dan t geene ontspruit van vroege„ contracten en 't welk zy gereedelyk toestaen dewijl het hun belang is. wilden UEdel=„ wy ons aenmatigden een magt, welke nooit geoeffend is, onder de onafhanglykste vorsten van dit land, een recht tot alle producten en manufactuuren van s Na„ vabs heerschappyen, tot de uiterste uitslui„ ting van de jnboorlingen zelve, en ^ Europiesche bezittinge. van deandere geprevilegeerde ^ nhie wymeenen de Deensche oost Indische compagnie neen myn Heeren wy zijn overtuigd, zulx nooit uEdelens voorre„ men zyn konde, egter zouden dese gevolgen onfeilbaarlijk voortspruiten, van het ontwerp van een verdeeling der wevers. wy zijn teffens overtuigd, dat indien desen voorstel konde standgrypen, het eenelyjk dienen zoude, om den grondslag te leggen tot vry meerder verschillen tusschen ons en van meerder verongelykende verhuu„ deringen aen onse verscheidene inza„ melingen door de desertie of verzuim van het volk by ieder compagnie in het werk gesteld. UEdelens dienen te weeten, Myn Hee„ ren, dat terwyl de klagten by UEde lens eenelyk in algemeene bewoordin„ gen werden uitgebragt, welke weder sydsche wederleggingen veroorsaken het enmogelyk is ooik de verschillen aftemaken, derhalven de eenige duidelijke weg, die overblijft, ome onse verschillen bij teleggen, bestaat in een korten en zijdig onderzoek der zaken Tot deese beroepen wij ons, UEde, leus, Myn Heeren, hebben selve versogt, dat zodanig een onderzoek mogte ge„ schieden, wy versoeken tans, dat hetzel„ ve mag voortgeset worden, niet alleen in d'arrengs maer over al, waar va„ schillen ontstaen zijn. Ten dien einde is het dat onse gecommitt=s duwe afwagten. De compagnie is in consi„ de: able moeite en onkosten vervallen met een inzigt, om hare eigene regt vaerdigheid aentetonen, en UEdels volkomen voldoening te gevenen, door een oprecht onderzoek van de oorsaak der klagten, en zouden UEdelens nu mijn Heeren, terugge gaen, van het verklaarde oogmerk deeser vereenigde commissie zullen wy genoodsaakt zijn, onse afgesondene ten eersten terug te roepen wy versoeken vrijheid, uEdelens te enderegten, dat onse Equipagemee„ ster gelast is, de tonceeboeijen in de revier zodanig te verleggen, als be vonden zal worden, tot een merk ren teren 725 25 mei item het concenet in ant„ woord tekens nodig te zijn, ten welken einde wy UEdelens, volgens gebruik daarvan by desen verwittigen wyzyn /:onderstond:/ Edele Heer en Neeen /:lager/ uwer Edelens gehoorrame en needer ge dienaeren /:get:/ s' Cartier. Claude Rassel, w Aldeseq. Charles Vloyer Met Camp bel /:ter zijde/ Tort William den 20 mag 1767. (:voor t Translaet get:/ Tregs Herklots en na lecture van welke de Heer Di„ recteur ter deliberatie produceerde het concept van de door zijn E Acht„ bare daarop ingerichte rescriptie mede hieronder volgende. Mijn Heeren wy zyn vereerd geworden met UEdelens geeerde van den 20 deeser op den 24 daer aen. z0 Ulelelens gelieven de memorie van de Heer Vernet den 28: Januari aen de Heer Verelst gesonden, nauwkeu¬ rig gode te slaan, zullen UEdelens zien, dat vermits wy eenige Jaaren herwaerd over de vetatien in de arrencqs zonder vrugt geklaegt en deselve met suffisante bewijzen, de besondere omstandigheeden deselve aentoonende, gejustificeert heb ben, het om die reeden is, dat er by de gedagte memorie, wel generaliter over de verhindering van onsen handel ge klaagt word, maer dat het versoek van de Commissie na de arrengs, positief is, om een opneem van de wevers te doen, als mede, om te weeten, hoeveel en van de beste, van de middelsoort, en van de slegt, ste zijn, om na dato, eene billyke, verdee ling onder de natier te doen, dus is de intentie niet geweest iemand daaruit te sluiten, of zig meester te maken van de producten des lands zo als uEdelens willen doen beoogen Over dat plan heeft de Heer Vernet bevoorens de Heer Verelst en Lord Clive meenig werv gesproken, die het ook goedgekeurt hebben en de Heer Verelst zo wel als alle de Lee den van 't Calratse raad, die bij het aen wesen van de Heer Vernette Calcatte op den 24e en 26 february jongstleeden, al„ daar geweest zijn, en over de gemelde me„ morie gedelibereert hebben, hebben dat plan goedgekeurt, en zijn overeengeko„ men de commissien na de arrengs in diervoegen te laten gevolgneemen, hebbende de Heer Verelst de Heer Vernet na dato nog verzekering gegeven, dat het dusdanig zoude geschieden, t geene wy geinsucts geloven, dat de Heer Verelst en de toenmael present geweest zijnde Heeren van de Calcatse Raad, in gemoede kunnen regeeren; en de Heer Ross heeft in onse vergade ring onder presentatie van eede verklaard, dat op de vraag, die hy de Heer verelst deed, hoe d'instructie der Engelsche Heeren zoude luiden, De Heer Verelst hem zoude geantwoord hebben, datze een ordres
English
726 25 May 25 May would receive orders to go to all the aurangs, and not only to take an inventory of all the weavers and their capacity, but even of all particulars of the aurangs and to make a distinct report thereof, in order thereafter to be able to take equitable measures for everyone. So that we are not holding up the execution of the commission, but Your Honours. We hold to what was proposed by Your Honours and us, and to the word given by Your Honours. Ours will always be observed sacredly by us, and we summon Your Honours once again to give orders to the gentlemen who are on the commission, in conformity with the proposed plan, which was approved by Your Honours at the time, and of whose fulfillment Mr. Verelst has given us assurance, so that the company does not fall into considerable expenses fruitlessly. The rights of the sovereigns, the privileges of the merchants, and the natural demands of the natives are known to us, as Your Honours are pleased to note, and it is that knowledge which has induced us to propose this plan, and certainly moved Mr. Verelst and the members present at that time to approve it. For seeing the unreasonable manner in which your residents in the aurangs, and your gomastas in the places where there are no residents, oppress the inhabitants, forcing all the dallals, paikars, and weavers to sign muchalkas, whereby they bind themselves to work for no one but for the English, seizing and tormenting all those who dare to deliver any goods to us, cutting off from the looms the goods that are being made for us, as has also happened at Kasimbazar with the silk fabrics, and threatening with severe punishments those who upon investigation of the matter would testify to the truth thereof, and thereby overriding the rights of the prince, the privileges of the merchants, and the natural demands of the natives, without Your Honours being able to make any redress therein, we have judged it best to make a division of the weavers among the nations, in order thereby to deliver a portion of the inhabitants from that oppression, to cause trade to flourish for everyone, and to increase the revenues of the prince, which Mr. Verelst and Your Honours also understood and accepted very well at that time. The division of the weavers can also by no means tend to greater differences between us, and to more... 728 13 June Production of a letter written privately by the Calcutta Governor to the Director. Saturday, 13 June, Year 1767, in the morning. Absent: the members La Fort and Haghadamius, both due to indisposition. The Council having appeared in the meeting room upon special convocation, and the members being seated, the Director made known beforehand the receipt of the answer of the Honourable Calcutta Governor Harry Verelst, to the complaints made to His Honour in private concerning the Calcutta Council regarding the delaying or rather the frustrating of the commission to the aurangs, treated more at large in the secret resolutions of the 16th, 19th, 23rd, and 25th of the past month, dated Rampur, 31 May, wherein, after a reiterated assurance of helpfulness, was found an affirmation that His Honour as well as Lord Clive had previously consented to the division of the weavers proposed by the Director, however, as is now alleged, without thoroughly considering the evil consequences that such a measure would drag in its wake, also regarding the same as a step to which one is not authorized without violating the rights of the Nawab, and whose consent His Honour would have sought in vain; further, a full explanation of the reasons why the Darbar ministers considered the project not only unfeasible, but injurious to the subjects, and detrimental to the revenues of the country; furthermore, an offer to have the disputes investigated on both sides even now, and to have the guilty receive punishment; likewise, an expression of resentment concerning the harsh expressions in our letters to the Calcutta Council, especially the last or that of the 26th ultimo; and finally, a notification that through His Honour's intercession, the contribution demanded hitherto from the manjhis at the chokis or guard posts had been abolished. Which missive, brought here a few days ago, His Honour the Director declared to have already answered again in such a sense that Mr. Verelst will well perceive that it is not at all agreeable to us, such a right and expected...
Dutch transcription
726 25 mei 25 mei ordres zouden krijgen, naar alle de arrengs te gaen, en niet alleen een op„ neem te doen, van alle de wevers en haar eapaliteit, maar zelfs van alle particulariteiten van de arrcugr en daervan een distinct rapport te doen om na dato billijke maatregels voor ieder een te konnen neemen. zo dat wy niet de verrigting van de commissie ophouden, maer UwEde lens wy houden ons aen het voorgenomen door uEdelens en ons en aen uEdelens gegevene woord het onze zal altoon heiliglyk by ons geob„ serveert worden, en wy sommeeren uEdelens nogmaals, ue Heeren, die in de commissie zyn, ordres te geven, con„ form het voorgestelde, en toenmaals door UEdelens goedgekeurde plan, en van welkers nakoming de Heer Verelst ons versekering gegeven heeft, op dat de lomp niet vrugteloos in considerable onkosten vervalle, Het regt der souverainen, de voor„ regten der kooplieden, ende na, tuurlyke Eisschen der ingeboorne zyn ons, zo als uEdelens gelieven aen te merken, bekent, en het is die kennisse, die ons geporteert heeft, dit plan voortestellen, en zekerlijk, de Heer Verelst en de toenmaels present zynde Leeden, bewoogen heeft, die te approbeeren want ziende de onreedelijke wijze, waer mede ue residenten in de arrings, en u gomastos in de plaatsen, daar geen residenten zijn, d'ingezetenen onderdrukken, dwingende alle de Dal„ laals, Pykaarsen wevers, moetsielkas te passeeren, waarby zy zig verbinden, voor niemant te werken, als voor de Engelsche, staande en tourmen„ teerende alle die geenen, die zig verstouten ons eenig goed te leveren, afsnijdende van de weefgetouwen de goederen, die voor ons aenge„ maakt worden, zo als zulx ook te kassembazaer met de zijde stoffen ge schied is, en drijgende met sware straffen die geenen, die by onderzoeking der zalx de waerheid daervan zoude getuigen en daardoor overhiedende het regt van de vorst, de voorregten der kooplieden, en de natuurlijke eisschen der in, geboome, zonder dat uEdelens eenig redres daerin kunnen maken, hebben wy geoordeelt best te zijn een verdeeling der weever onder de naties te doen, om een gedeelte der ingezetenen daardoor van die onderdrukking te verlossen, den handel voor ieder een te doen bloeijen en de inkomsten van de vorst te ver„ merderen, 't geene de Heer verelst en uEdelens toenmaels ook zeer wel begreepen en anoverden De verdeeling der weevers kan ook geensints strekken tot meerder, ver„ schillen tusschen ons, en van meer„ u der 728 13 Juni productie van een door den kal raets gouver„ neer aen den Heer Directeur int porticulier geschebrief Saturdag den 15 Iuni Ao 1767 sucorgr absent de Leeden La fort en Haghadamius beide door onpasselikheid De Raad op expresse convocatie ter vergaderzale verscheenen en de Leeden geseeten zijnde, werd door den Heer Directeur voor af bekend gemaent de ontvangst van het antwoord van den Edelen Heer Kalkatsch Gouverneur Harry Verelst, op de aen zyn E, in het particulier gedaene klachten over de kalkatsche vergadering we gens het dilaijeeren of liever te leur stellen van de commissie naer de arrengs, bree„ dler verhandelt by de secreete resolutien van den 16. ig. 23' en 25 der gepasseerde neaend, gedagteerend Rompoor den 31 neei, waerby na een herkoelde verzeevering van gedienstigheid ge„ vonden wierd een affirucatie, dat zyn Edele zo wel als hadClive bevoo„ rens had geconsenteert, in de door den Heer Directeur voorgestelde verdeeling van de weevers, echter zo als thans voorge„ weerd word, zouder dooren door te over„ wegen, de quaade gevolgen, die zo een maatregel naar zig zon slee pen, deselve ook aanmerkende, als een stap, waertoe men, zonder het recht van den nawal te schenden, niet bevoegt is, en wiens toestemming zyn Edele vrugteloos zou gesogt hebben; voort een breede verklaring van de reedenen, waarom de Dherbaars ministers het ont„ werp hielden, niet alleen voor on„ uitvoerlik, waar verongelijkende aen de onderdanen, en schadelijk aen de inkomsten van het land. wijders eene aenbieding om de disputen als nog van weerkanten te laten onderzoeven, en de schuldige strap te doen erlangen, item een betuiging van gevoeligheid over de harde uitduur„ kingen in onse brieven aen de kal„ katsche vergadering speciael de laaste ofte die van den 26 passato en eindelijk een bekend making dat door zyn Edeles voorspraak afge„ schaft was de tot nu toe gevorderde contributie van de Mansier aen de sjoukier of wagtplaatsen, welke missi„ ve nu eenige dagen geleeden al„ hier aengebracht, zyn E Achtbare verklaerde reeds weder beantwoord te hebben in zodanig een zin, dat de Heer Verelst wel zal merken, dat het ons gansch niet aengenoem is, zo een recht en verwachte
English
729 13 June 13 July incorporation thereof and expected to find an alteration, without, however, specially debating the arguments and pretexts now poorly advanced to justify the breaking of his word, and under the reservation of declaring himself on the complaints concerning the style of our letters when the rescript to the letter which the Lord Governor especially has in view shall have been received, not doubting that the Members would conform thereto, just as His Right Honourable, as special proof of the promises made concerning the division of the weavers, hereby caused the translation of the letter of the said Lord Governor to be entered, reading verbatim as follows: Boinpaer, 31 May 1767 Sir, Your Honour's esteemed letters of the 22nd and 25th instant would have been answered sooner, but an indisposition has prevented me; I can now communicate to Your Honour the receipt of yours of the 27th instant, which has just arrived. It grieves me to the highest degree to see that in our meetings so many representations arise on the subject of disputes, and the more so because it is my firm inclination to maintain, by all means in my power consistent with equity and justice, harmony and unanimity between the two Companies, to the mutual benefit of our trade. Of this Your Honour was previously convinced, and I flatter myself that my actions have always agreed and always will agree with my professions. Your Honour well knows, Sir, the many complaints made by our Gomastas against each other during Lord Clive's government, how vexatious and disagreeable these have been to both nations, and how anxious we were to devise such a plan whereby this evil could best be eradicated and an easy and unhindered progress of the affairs of both Companies be established. Among other matters which Your Honour proposed, was one to make a division of the weavers in the various aurungs. This project, addressing your repeated complaints, was substantially grounded on complaints which could only be 730 13 June 13 July verified by an inquiry on the spot itself by persons deputed by both nations, and assuming no other means could be found, Lord Clive and I myself approved it, although I must confess, without thoroughly considering the evil consequences of such a measure. Consequently, I recommended the same to our board, and deputies were appointed on both sides. Yours insist absolutely that the first work shall be the enumeration of the weavers; ours wish to proceed with the investigation of your complaints, so that their causes may be inquired into and, if possible, removed, to which your deputies refuse to conform. What are we to think of your avoidance of an elucidation, by which alone those troubles whereof Your Honours have so long complained can be remedied, and to which end our commissioners were appointed? Our Gentlemen point out the difficulty, trouble, and even the virtual impossibility of being able to obtain any account of the true number of the weavers, as well as the time that would be spent thereon; nor have they the requisite authority from the government for such a procedure, for neither Lord Clive, nor myself, nor the Gentlemen of the Council would presume to trample underfoot the rights of the Nawab by taking such a step without his approval. This approval I had intended to obtain as soon as I was assured by Your Honour and the Gentlemen deputed by us that a permanent settlement for the promotion of the affairs of both nations could not be effected without it. In the meantime, I have spoken on this subject with the ministers of the government, who judge it to be both improper and impracticable, and the undertaking both injurious to the subjects and detrimental to the revenues; and impracticable because of the impossibility of obtaining any accurate account of the number of weavers. Injurious—not to give it a harsher name—to the subjects, because one would thereby enslave them to the service of private individuals for whom they would have to work at such a price as their masters should choose to fix, and when they would be deprived of the advantage of selling their work to the highest bidder; the native merchant would be unjustly deprived of his natural right to the trade of his own country, and consequently of the means of earning a livelihood; and the country in general would not be supplied, in comparison with the circulation of our money.
Dutch transcription
729 13 Juni 13 Juli inlyving derselve en verwachte verondering te vinden echter zonder speciaal te debatteeren de argumenten en pretexten, als nu quali ingebracht, em het verbree„ ken van zyn woord te rechtvaerdigen en onder reserve, van zig op de klachten over den stijl van onse brieven te zullen verklaren, wanneer de reseriptie op de brief, die hy Heere gouverneur byzonder in het oog heeft zou ontvangen wezen, niet twyfelende of de Leeden zig zouden daermede zo wel conformeeren, als dat zyn E Achtbare tot een speciael bewijs van de gedaene belaften ter verdeeling van de weevers by deesen het translaet van de brief van welmelde Heer gouverneur liet inschryven, luiden, de woordelijk aldus Boinpaer den 31 mei 1767 Myn Heer UEdeles geeerden van den 22, 25 deser zouden eerder beantwoord geweest zyn, dog een en passelykheid heeft mij verhindert, tans kan in uEdele bedee„ len de ontvangst van d'uwe van den 27 deser zoeven aengekomen Het heft iy ten hoogsten te zien dat aen onse vergaderingen zo nee nigmaelen vertoogen over het onder werp van twistingen voorkomen en te meer naer dien het mijne vaste geneigtheid is, door alle mied delen in mijn vermogen, bestaen„ baar met billekheid en rechtvaerdigheid„ eendragt en eenstemmigheid tus„ schein de twee compagnien totwee der zijde voordeel van onsen handel t'onderhouden; Hier van is uEdele be vorens overtuigd geweest, en in vleije my, dat mijne daden, altoor overeen gestemd hebben, en altoos overeen„ stemmen zullen met mijne betuigingen UEdele is wel bekend, Myn Heer de menige klachten, die door onse gomastar tegens elxanderen gedaen zijn, geduurende Lord Cliver regeering, hoe verdrietigen onaen genoem deselve aen beide na tien geweest zyn, en hoe berongd wywaren, ten einde zulx een. plan uittevinden, waerdoor dit quaad op de beste wyze zoude kunnen uitgeroeid en besteen gemanke„ lyke en onverhinderde voortgang van de zalren der beide compagnie ingevoerd worden. onder andere zaken, die UEdele voorstelde, was een, om een verdeeling van de wevers in de verscheide arreuqs te doen, Dit ontwerp aentoonende uwe herhaelde klagten, was wezent„ daden lijk gegrond op kragten, door welke eenelijk werp kende 730 13 puni 13 Juii gewaart worden door een onderzoeking op de plaatszelve door persoonen door beide natier afgevonden, en toestaen„ de geen ander middel konde uitgevor„ den worden hebben Lord Clive en in selve het goedgekeurd, alhoewel in moete kennen, zonder door en door te overwegen de quaade gevolgen van zalk een maetregul. Dienvolgens pree ik deselve onse ver„ gadering aen, en er zijn van weer„ zijden gedeputeerdens benoemd; de uwe houden volstrekt aen, dat 't eerte werk zal zijn, de telling van de wee verr, de onse willen voortvaaren met het ondersoek uwer klagten, op dat hun„ ne oorzaken mogen nagevorscht, en indien mogelijk uit den wegge„ rint worden, 't welk uwe afgesondene weigeren, zig daerna te schikken wat moeten wij oordeelen van uwe vermijding een opkeldering, door twelk alleen die onheilen, waerover UEdelens zo lange geklaagt hebben, kunnen verholpen worden, en tot welken ein¬ de onre gecommitts zijn aengesteld. Onse Heeren vertoonen de moeite, swarig heid en zelvs de genoegsaame ondoenelijk heid, om eenig berigt van het ware getal der wevers te kunnen verkrijgen, zo wel als de tyd, die er meede verlopen zoude, nog ook hebben zy de vereischte magt van de regeering voor zulk een handelwijze, want nog Lond Clive in zelve nog de Heeren van den Raad, zouden ons vermeesen, onder de voeten te heeden de rechten van de Nawab, door zulx een stap te doen, zonder zijne goedkeuring. Dese approbatie had ik voorgenomen te verkrijgen zo dra van UEdele, en de Heven door ons afge voordigt, verzeevert was, dat een duursame schikking tot bevordering der zaeken van beide natien, zonder hetzelve niet konde te wege gebracht worden. Intusschen heb ik over dit onderwerp gesproken met de ministers van het gouvernement, die oordeelen het en descop en uitvoerlijk te zijn, en d'enderneming beide voorgelijkende aen de onderdanen, en scha„ delijk aen d' inkomsten te wesen, en uitvoerlyk wegens de onmogelyjkheid, om eenig recht be„ richt van 't getal der weevers te kunnen krijgen. Verongelykend /:om het met geen harder naem te noemen:/ aen de onderda„ nen, dewil men hem daardoor versla„ ven zoude aen den dienst van particu„ liere lieden, voor wien zy zouden moeten werken, voor zulx een prijs als hunne meesters zouden willen stellen en wanneer zy verstooken zouden wesen van het voordeel, ene hun werk aen de meestbiedende afte staen, d'inlandsche koopman zou onregtvaerdiglik verstoren werden van zyn natuurlyk regt tot den han del van zyn eigen land, en gevol„ gelek van de middelen, en zig een broodwinning te besorgen, en het land in 't generael zou niet verzorgd worden, in vergelyzing der verkeering ons zynen
English
731 13 Juni 13 Juni. its inhabitants. Lastly, it would be detrimental to the revenues through the reduction of workmen, which such an improper measure would undoubtedly cause. In short, they concluded that pursuant to the multiple requests I had made to them, the utmost encouragement had been given regarding the workmen through a reduction of the rent of their lands, relief from every incidental levy, and by recommending them to the special attention of every government official in their respective districts; and they hold themselves assured that the effect of these arrangements will be an increase in the produce of the various lands and manufactures, which will leave none of us any reason for complaints. Such are the reasons the ministers have given as to why they are of a different opinion regarding the counting of the weavers, and I must confess that in my opinion the same are grounded on reason and justice, and sufficiently demonstrate the impossibility of putting such a plan into execution; nor do I doubt that the same will appear equally powerful and convincing to a gentleman of your principles and sincerity. In the copy of your last letter to our Board, with which your Honour favoured me, your Honour still continues to complain about the difficulties and hindrances that the Dallaals, pykars, and weavers endure from our gomastas, which accusations our gomastas entirely deny; allow me therefore to request, Sir, that our commissioners may proceed with the investigation of these complaints, and let them be authorized either to punish the offenders themselves or to report their findings to us, so that they may be publicly punished and such practices prevented in future. One circumstance I must point out to your Honour, as it greatly displeased me upon leafing through the copies of your public letters, especially the last to our Council, in which such a bitterness of style appears to be found, such a harsh, not to say indecent manner of expression, as is very improper for a public assembly to make use of. Because the translation of your Honour's letters is very defective in the manner of expression of the English language, and I am no master of Dutch, some indulgence must be exercised; yet it still appears to me so unseemly that I impart it to your Honour as a matter of complaint, wishing indeed to see that affairs were conducted and differences between two nations settled with decency and 732 13 Juni 13 Juni and incorporation of land, word of the alliance remark of his Honour the Honourable on the same modesty; and as I am convinced that your intentions agree with mine, I make the request, Sir, that this manner of expression may in future be avoided. The sanad which your Honour mentions having obtained by means of Lord Clive and General Carnac, a copy of which your Honour favoured me with, thereon I could not impart my opinion to your Honour at that time, the subject being then unknown to me; but I have since read it through, and in order to convince your Honour of my disposition to render your Honour every service in my power, I have for your sake requested the minister to annul the import duty of the Mansur, and to forbid the chowkiers appointed for the collection of this revenue from placing any hindrance in the way of your trade. General orders have therefore been sent out strictly forbidding all government officers from demanding this impost in future, and I hope your Honour will have no further reason for complaints in that respect. I am with respect etc. The Members having taken full satisfaction with all of which, after the reading of the said private missive, it was further remarked by the said Director that the reasons cited by Mr. Verelst for frustrating the proposed plan, having apparently since been communicated to the Council in Calcutta, were found weighty enough by those Gentlemen to attach the seal of their approval thereto; for yesterday towards evening a letter was delivered here from Mr. John Cartier and the other Council members, dated the 8th of the current month, and in reply to our letters already cited above of the 26th ultimo, principally serving to communicate Their Honours' firm resolution not to proceed to the enumeration and dividing of the weavers, but still to enter into a mutual investigation of the complaints made by us concerning the thwarting of trade, and finally an observation that the style of our last letters was not compatible with the dignity of persons or representatives of so respectable a company as the Dutch, as all this can be viewed more broadly in the missive to the council.
Dutch transcription
731 13 Juni 13 Juni. zyne inwoonderen, Laestelijk zoude het schadelyk wesen aen de inkomsten door de vermindering van weklieden welke zulken wanvoegelijken maetregul en„ getwijfelt veroorsaken zoude. Int kort zij be sloten, dat ingevolge de menigvuldige verzoeken, die ik aen hun gedaen had, de uiterste aenmoediging tansoen de werklieden was gegeven door een ver„ mindering der huur hunner landen, verligting van yder toevallige schatting en door hun aente beveelen, aen de byzondere attentie van ieder amptenaer der regeering in hunne besondere dir„ trecten, en zy houden zig verzeekert, dat het uitwerksel deser schikkingen, zal wesen een toeneeming der producten van de verscheidene landen, en manu factuuren 't welk geen van ons eenige reeden tot klagten zal ooelaten. zulke zyn de reedenen, die de minister gegeven hebben, waerom zy van andere gevoelen zijn, nopens het tellen der wevers, en ik moet bekennen, dat desel„ ve naer min gevoelen gegrond zijn, op reden en gerechtigheid, en genoegsaem aentoont d'onmogelijkheid, ene zulxs een plan tot uitvoering te brengen, nog oom twijfel ik niet, of dezelve zul„ len evenkragtigen overtuigend voor„ komen aen een Heer van uwe principer en oprechtheid. Jn de copy uneer laeste brief aen onse Vergadering, waermede uEdele mij heeft vereerd, blyft uEdele nog al klagen over ele moegelykhelden en verhinderin„ gen, die de Dallaals pyzaars en wevers van onse goncastor en dergaen, welke beticktingi onse gomastor volstrekt ontkennen, laat my dierhalven toe te versoeken, Myn Heer dat onse gecommitts mogen voortvaren met het onderzoek deser klagten, en lateen zy gevolenagtigd worden, t zy om zelve de beledigens te straffen, of hun ontdekking aen ons te berigten, op dat zy openbaar„ lijk mogen gestaft, en zulke handelin„ gen in 't vervolg belet worden. Een omstandigheid moet in UEdele doen aenwerken, dewijl het my zeer tegenstond by het doorbladeren der copijen„ van uwe publique brieven, voornament, lijx de laaste aen onsen Raed, in welke zo een bitrheid van stijl schijnd te vinden te zijn, so een harde, om niet te zeggen en fatsoenlyke wyze van uitdrukken als zeer wanvoegelijk is aen een pub¬ liek vergadering, om daervan gebruik te waren. Dewyl de vertalen van uldeler brieven zeer gebrekkelijk is in de manier van uitdrukkingen der Engelsche tale, en ik geen meester in 't hollandsch ben, moet eenige toegeeflykheid gebruikt worden, dog het komt my egter nog zo onbetouwelyk voor, dat ik het UEdele bedeele als een zaak van klayte, in weensch, te wel te zien, dat de zaken verricht, en verschillen tusschen twee natien beslegt wierden, met betaunelykheid heeft en 732 13 Juni 13 Juni en inlyving van Lant, woord van de aliatie remorgier van zyn Ed Achtb: op dezelve bescheidenheid, en dewijl in overtuigd ben, dat uwe intentie met de mijne overeenstemmen, maekir verzoe, ken, myn Heer, dat deese manier van uitdrukking in 't vervolg mag vermijd worden De semued, die uEdele meld verkreegen te hebben, door middel van Lord Clive en de generael Carnac, met een copij van 'twelk uEdele my vereerd heeft, daerop konde ik UEdele te dier tijd min gevoelen niet bedeelen, als zijnde het onderwerp toen aen my onbekent, dog ik heb het zeedert doorleezenen ten einde uEdele te overtuigen van myne geneigtheid, om uEdele alle dienst te doen, dat in myn vermogen is, heb ik om uwentwille de minister versogt den import van de Mansier te verniltigen en aen de Chiouw, kier gestelt tot invordering deser in komeste te verbieden eenige verhinde, ring aen uwen handel toezelren, gen: ordre sijn derhalven uitgeson„ den, striktelijk verbiedende aen alle officieren der regeering, dee¬ le ipost int vervolg te vorderen, en in hoop uEdele geen verdere reeden van klagten in dat opsigt sult hebben. Ik ben met agting etc: Met al het welke de Leeden volkomen genoegen genomen hebbende, werd na lecture van gedachte particuliere missive door welmelde Heer Directeur ver der geremanqueert, dat de door den Heer verelst aengehaelde reedenen, om het voor gestelde plan te leur te stellen, de Raad te kalkatta, zo het scheund zeedert medegedeelt zynde, by die Heeren gewichtig genoeg be, vonden waren, om het zegel hare approbatie daeraen te regten, want dat gisteren tegen den avond alhier besteld was een brief van den Heer John Cartier en de overige Raadsleden gedateerd den 8 deser lopende maand, en tot re„ scriptie op onse hier voor reets aengetoe„ gen letteren van den 26 passato, princci„ pael dienende tot communicatie van Haar Edelens vastgenomen be„ sluit, van tot het opneemen en verdee¬ len der wevers niet te zullen overgaen, maer als nog te willen treeden tot een wederzijds onderzoek der door ons gedaane klachten over de dwarsdrijve, rgen in den handel, en eindelijk eene aanmerking, dat de styl van onse laaste brieven niet compatibel was niet de waerdigheid van persoonen of representanten van zo een aen zienlyke compagnie, als de holland„ sche, gelijk dat alles breeder beschouwd missive kan raad.
English
733 13 June 13 June can be found in the translation that the Honorable Director produced for reading, and which was also placed below. To the Noble Lord George Louis Vernet, Director, and the Council at Hoegli. Noble Lord and Gentlemen, We shall now have the pleasure of answering Your Honors' letter of the 26th ultimo. The grief we feel at seeing that all our efforts to settle matters between us and prevent further disputes are fruitless is of the highest degree. What paths can we pursue, what rules can we employ, to convince Your Honors how greatly we desire that our efforts may have the desired effect. It was with this intent that we agreed to conduct a joint circuit to all the aurangs, to be carried out by commissioners from each nation, at which time yours would point out the places where, and the persons by whom, your trade was hindered, in order that the offenders might be punished and measures taken on the spot itself to prevent such injustices in the future. What opinion must we form, Gentlemen, of your intentions, since our deputies are immediately ready for service, and yours refuse to proceed to the subject of their commission. With respect to the census of the weavers, our sentiments were so fully declared to Your Honors that we flattered ourselves that the true meaning and justice of our arguments in our last letter on this subject would have appeared so clear to Your Honors that we never imagined we would have been obliged to repeat the same to Your Honors. Nevertheless, while we find Your Honors still persist in making a division of the weavers, we find ourselves under the necessity of finally declaring that it is a measure to which we will never, for any reason, consent. Indeed, it tends so clearly to the irreparable diminution of the revenues by the exclusion of native and foreign merchants from sharing in the trade of silk and cotton piece-goods, whose imports form a considerable part thereof, and whose industry is the means of importing such large sums of uncoined gold and silver into the country, that it would be an act of the utmost injustice to allow the same to take place. While we, Gentlemen, can by no means refuse 734 10 June 13 June consent to the census in question, and as this demand must from now on be dismissed as improper, permit us to request that Your Honors will be pleased to order their commissioners to proceed with that which alone can bring about the desired result, to set the trade of both companies into a desirable and equitable progress, namely the investigation through a strict inquiry into the causes of the hindrances which Your Honors cite that they have encountered in their collections in the various aurangs. If, Gentlemen, notwithstanding our repeated applications, Your Honors nevertheless continue to refuse to order Your Honors' commissioners to begin this work, we shall naturally be obliged to conclude that Your Honors' representations are without foundation and of such a nature as would oblige us to recall our commissioners, or send them to execute the other articles of their commission. Before we conclude, allow us, Gentlemen, to remark that the general style of your recent letters to our council, especially the last, is of a nature that surprises us, since it is by no means consistent with the dignity which we imagine ought to be observed by the managers /:agents:/ of such a great and respectable company as yours, when they address the managers of the English East India Company. Let us therefore hope that our correspondence may in the future be continued with that propriety corresponding to the high station of both our councils. We are /:signed below:/ Noble Lord and Gentlemen, /:lower:/ Your Honors' very obedient and humble servants /:was signed:/ J. Cartier, W. Aldersey, Charles Floyer, Alexr. Campbell /:in the margin:/ Fort William the 8 June 1767 / beneath it Simeon Droz secretary /:for the translation signed:/ Gregorius Herklots. discourses upon the same. After resumption of which His Honorable continued by demonstrating to the Members that although there was found therein a final refusal of that which had previously been stipulated and established, namely the counting and dividing of the weavers, and one thus will not obtain or advance anything more by further representations against it, His Honorable nevertheless for his part maintained that one ought not to dissemble one's displeasure over this, but to converse a little further with those Gentlemen concerning the grief that one had from such a great
Dutch transcription
733 13 Juni 13 Juni kan worden by het translaat, dat dheer Directeur ter leeteme produceerde, en almede hieronder geplaatst werd. Aan den Edelen Heer GeorgeLouis Vernet Directeur en den Raed te Hoegli Edele Heer en Heren Thans zullen wy het genoegen hebben te bandwoorden uwEdelens brief van den 26' laastleden. Het verdriet, dat wy hebben te zien, dat alle onse pogingen ten einde zaken tusschen ons te voeffenen en verdere verschil len voor te komen vrugteloos zyn, is van den hoogsten aard. welke weegen kunnen wy inslaen wel¬ ke regelen gebruiken, om uEdelens te overtuigen, hoe zeer wij verlangen, dat onse pogingen, de gewenschte uitwerking mogen hebben. Met dit inrigt was het, dat wy toerlemden in een gezament lyke omgang naer alle de arrengs te doen, door gecommitts van ieder na„ tie te verrigten, wanneer d'uwe aanwij„ zing zouden doen, der plaatsen waer en der persoonen, door wie uwen han„ del verhindert was, ten einde de bele„ digers gestraft en maategue op de plaats zelve genomen mogte werden one zulke verongelykingen in 't vervolg te beletten. wat deuxbeeld moeten w' ons vormen, Myn Heeren, van uwe oogmerken, daer onse afgesondene dadelijk in den dienstzyn, en d' uwe weigeren tot het onderwerp hunner commissie overte gaen. Ten opsigte der opneeming der weevers waren onse gevoelens zo volkomen aen uEdelens verklaard, dat wi vleijden ons, dat de eigentlijke zin, en geregtelijkheid onser be„ wys reedenen, in onse laaste brief over dit onder werp, uEdelens zo duidelyk zouden voorgekomen wesen, dat w'ons nooit, verbeeld hadden, wij genoodzaekt zou„ den geweest zyn, dezelve aen Ulde lens te moeten herhalen, evenwel terwijle wy vinden, uEdelens nog als blyven aenhouden, om een verdee„ ling der weevers te doen, bevinden w' ons ender de noodsakelykheid, om eindelijk te verklaren, dat het een maatregel is, daer wy nooit om eenige reeden in zullen toestemmen, in der daad het strekt zo klaarlijk tot de onherstelbare vermindering der inkomsten door de uitsluiting der inlandsche en buitenlandsche kooplieden, van in den handel van zijde en katoene stuk goederen te deelen, welker import eoe en consi„ derabel gedeelte daervan uitmaken, en wiensnyverheid het middel is om zulxe groote sommen van en gemunt god en silver in het land intevoeren, dat het een daad van d'uiter ste en regtvaardigheid zijn zoude toetelaten dat dezelve zoude plaats neemen Terwijl wy, Myn Heeren, geensints kun„ weigeren nen 734 10 Juni 13 Junii nen toestemmen in d' opneem in questie, en dat dit erquireant van nu vooraen als wanvoeglijk moet vernie tigd werden, laat ins toe te verzoeken dat UEdelens hunne gecommitteerdens wil„ len gelasten, voort te gaen, met dat geene, dat alleen den gewenschten uitslag kan te wege bren„ gen, om den handel van beide de compagnie in een gewenschte en billyke voortgang te bren„ gen, te weten de naspeuring door een schilt onderzoek der oorsaeken van de verhinderin„ gen, die UEdelens aenhalen, dat dezelve in hunne inzamelingen in de verscheide¬ ne arrengs ontmoet hebben, Indien, Myn Heeren niet tegenstaande onse herhaelde aenzeekingen UEdelens evenwel nog blijven afslaan uEdelens gecommitteerd ens te gelasten, dit werk te beginnen, zullen wy natuurlyjk verpligt wesen te besluiten dat uwEdelens vertooningen zonder grond en van zodanige aard zijn, dat z' ons ver„ pligten zoude, onse gecommitt=s terug te roepen, of dezelve te zenden, om d'andere artikelen van hunne commissie uit te voeren Een wy besluiten, staat ons toe, Myn Hee„ ren, aentemerken, dat de algemeene stijl van uwe Jongste brieven aen erfe vergadering, voor amcentlijk de laaste van een aard is, die ons verwondert, de, wyl het geensints bestaenbaar is, met de waardigheid, die w'ens verbeelden, die diende in agt genomen te worden by de Bewieedslieden /:Agenten:/ van so een discours over deselve Na resumtie van het welke zijn E Acht, bare vervolgde met de Leeden te vertoonen dat alhoewel daarby gevonden wierd eene finale weigering van dat geen, het welk bevoorens was bedongen, en vastgesteld het tellen, en verdeelen der weevers, na melijk, en men dus met verdere repre sentatien daertegen, niet meer verkrij¬ gen of vorderen zal, zyn E Achtbare echter voor zyn aendeel sustineerde, dat men het misnoegen hierover niet behoorde te ontveinzen, maer die Heeren wat nader te onderhouden, we„ gens het verdrict, dat men had van groote en respectabele compagnie als d'uwe, wanneer dezelve zig addresseeren aen de Bewindslieden van d' En„ gelsche oostIndische Compagnie. Laat ons derhalven hopen, dat onse correspon„ dentie in't vervolg mag voortgezet wor„ den met die betamelijkheid, overeen komstig met de vangen post van bei„ de onse vergaderingen Wy zyn /:onderst:/ Edele Heer en Heeren, /:lager:/ UwEdelens zeer gehoorzame en enderdanige dienaeren /:was getee„ kenAt:/ P: Cartie. W: Alderseq. Charler Floyer, Alex lampbele /:te zijde:/ Fort William den 8 Junii 1767/ daeronder Simeon Droz secretaris /:voort t translaet get:/ Gregorius Herklots. groote zo
English
735 13 June 13 July and approval thereupon to find so many excuses brought into the field to defend something that can never be made right, namely the failure to keep a promise once made, the disadvantageous consequences of which one ought to have considered before now rather than at present, giving also into consideration whether one shall consent to that upon which the Gentlemen of Calcutta, surely to cover themselves, continually insist, namely the holding of mutual inquiries into the so-called causes of our so frequently lodged complaints, or whether, as the Director was of opinion, one should not simply reject that useless proposal out of hand, and hold the complaints themselves to be proven, seeing that the documents received concerning them have always been attached to the letters that have been dispatched about this from time to time, and moreover one may well establish as certain that, even if the muster of our merchants maintained their submitted grievances in the presence of those of the British, their Principals would nevertheless not lack exceptions and inventions to contradict the same, and to defend them as it were with a semblance of justice, just as one, to mention no other, experienced all too much during the commission dispatched to Chandernagore in May 1767. Whereupon, having deliberated, and the sentiment of the well-mentioned Director having been unanimously applauded, and moreover it being understood with His Honour that no greater insult can be conceived than for someone not to keep his word, it was, after consideration of all this, resolved by unanimous vote to reject the said proposition entirely and to hold the repeatedly made complaints as verified, but to justify the same further to our highly esteemed Lords and Masters, to now put into execution the resolution of the 19th ultimo, and to that end to order the first on our side in the commission, namely a titular merchant Ross, to hold himself ready for travel again, in order to depart from here upon the first notice of the Director. This having thus been established, the Director further produced for review the reply prepared in advance by His Honour to the aforesaid Calcutta letter, likewise being inserted here: Sir, We have been honoured with Your Honour's esteemed letter of the 8th of this month. The grief that we have in seeing that, however we turn or twist it, and whatever requests and complaints we have made, we may never have the pleasure of being able to conduct the trade of our Company properly, and that the last and only means that was left, namely the division of the weavers, after having previously been approved by Your Honour and its execution promised to us, is now refused, is of so great a nature that we cannot express it with the pen. What conception must we now form, Gentlemen, of your intentions, since our deputies are immediately ready to perform that which was intended by Your Honour and us, and that not only do yours refuse to proceed to the subject of their commission, but that Your Honour also makes us a proposal of which, at that time or upon the review of the memorial of Mr Vernet in the last days of the past month of February, not the least mention was made by Your Honour. We have, Gentlemen, too high an opinion of Your Honour to be able to believe that when the division of the weavers was promised to us, Your Honour did not first consider everything, and that those very remarks which Your Honour now makes about it would not have been taken into consideration if they had been valid. We say /if they had been valid:/ not that they would certainly be valid and just at all other times and places where the inhabitants, and especially the workingman and merchant, are free to work for whom they wish and to sell their goods to whom they wish, but not now in Bengal, where the workingman is forced by Your Honour's servants, willy-nilly, to take money and to bind himself to work for no one but the English. This is, Gentlemen, a truth which we establish as certain that most of Your Honours could not in conscience claim to be ignorant of. All this shows, Gentlemen, that the division of the weavers here must not be regarded as an improper matter, but on the contrary as a lesser evil in order to
Dutch transcription
735 13 Juni 13 Juli en approbatie daerop zo veel uitvluchten ter baan gebracht te vinden tot het veraedigen van iets dat nooit kan goed gemaakt worden het niet nakomen van de eens gedae„ „ne belofte namelijk, waervan men de nadeelige gevolgen eer als nu had behoore en te overweegen, gevende tevens in consideratie, of men be„ „willigen zal in dat geene, waerop de Kalkatsche Heeren zeekerlijk en zig te dekken, by continuatie aen dringen, namelijk het doen van wederzijdsche informatien, na de zo genoemde oorraken van onse zo menigmael ingebrachte klachts, dan wel of men zo als hy Here Direc„ teur van opinie was, dien onnutte voorslag niet maer eenvoudig van de hand zou wijzen, en de klachts zelve voor bewezen houden, gemerct men de daervan ingekomen stuk„ ken altoor gevoegt heeft by de brieven, die daarover van tijd tot tijd afgegaen zijn, en men boven dien wel vast mag stel len, dat al ware het ook, dat de gemoster van onse kooplieden hare voorgedragen berwaernissen in tegenwoordigheid van die der Britten staende hielden, het hunne Principalen, echter niet ontbree„ ken zoude aen exceptien en uitvindin„ gen, om dezelve tegen te spreeken, en als of het ware met schein van recht te verdedigen gelijk men dat er van geen andre te gewagen, by de in Mei 1767, naer Sjenderkoua gedecerneer„ de commissie maer al te veel onder„ vonden heeft. waarover dan gedelibereert en het senti ment van welmelde Heer Directeur een paarig geapplandeert, en boven dien met zyn E Achtbare begreepen zijnde, dat er geen grooter beleediging kan bedacht worden, als iemand zyn woord niet te houden, zo is na overweeging van dit alles met eenparig„ heid van stemmen geresolveerd, de zezegde propositie ten eenemael te rejecteeren en de by herhaling gedaene klachten te houden voor geverifieert, dog en de„ selve by onse hooggeeerde Heeren en Mee¬ steren nader te justificeeren, als nu ten uitvoer te laten brengen het besluit van den ig' passato, en ten dien fine den eersten in de commissie van onse zijde een titulair koopman Rossnamelijx te gelasten van zig weder reisvaardig te maken, om op eerste aenzegging van den hunne Heer 736 13 Juni 13 Junii resumtie van een antwoord op de ontv Kaluatre missive Heer Directeur van hier te vertrekken. Dit also vastgesteld zynde, produceerde de Heer Directeur nog ter resumtie de door zyn Achtbare in voorraed gereeds gemaakte beantwoording van voorm kalkatse missive insgelijx alhier gein sereert wordende Myn Heer wy zyn vereert geworden met uEdelens geagte schryvens van den 8' deser. Het verdriet, dat wy hebben te zien, dat hoe wy het keeren of wenden, en wat verzoe¬ ken en klagten wij ook gedaen hebben wy nooit het genoegen, moogen hebben den handel van onse comp na behooren te kunnen dryven, en dat het laaste en eenigste middel, die er over was, te wee„ ten, de verdeeling der weevers, na dat bevoo„ rens door UEdelens goedgekeurt en ons dies uitvoering belooft was tans geweigent werd is van zo grooten aard, dat wy die niet de penne niet kunnen uitdrukken. wat denkbelld moeten wy ons tans vormen, Min Heeren, van uwe oogmer„ ken, daar onse afgesondene dadelyk klaer zyn, te verrigten het geene door uEdelens en ons voorgenomen is, en dat niet al„ leen de uwen weigeren tot het onderwerp hunner commissie overtegaen, maer dat UEdelens ons ook een voorstel doen, waarvan te dier tijd, of by het resumeeren van de memorie van dheer Vernet in de laeste dagen der jongst verweekene maand february door UEdelens geen het minste gewag gemaekt is. wy hebben, myn Heeren alte groote gedagten van uEdelens, one te kunnen geloven, dat toen de verdeeling der wevers ons belooft is, uEdelens niet alles eerst overwoogen hebben, en dat diezelvde aenmerkingen, die UEdeleur tans daarover doen, niet in considera tie zoude gekomen zijn, zo ze valable ge„ weestwjaaren. wy zeggen /zo ze valable geweest waren:/ ne dat ze zeekerlyk valable en rechtvaerdig zouden zijn, op alle andere tijden, en plaatsen, daer d'in„ gezeetenen en voornamentlijk de arbeidsen koopman vry is te werken voor wie hy wil, en zyn waar, aen wie hy wil te verkoopen, maer niet tars in Bengale, daar den arbeids man door uEdelens bediendens ge„ noodsaakt werden, tegens wil en dank geld te neemen, en zigte ver„ binden voor niemand te werken als voor de Engelsche. Dit is, mijn Heeren een waerheid, die wy vast stellen, dat de meeste van uEdelens in gemoede niet zoude kunnen zeggen te ignoreeren. Dit alles toort aen, Myn Heeren dat de verdeeling der wevens alhier niet moet aengemerkt werden, als eene wan voegelijke zaek, maer ter contrarie als een klein quaad maend om
English
737. 13 June 13 July Letter Kassembazaer to destroy and prevent a great evil, for it is certainly better, both for the inhabitants and the revenues of the Prince, that the laborer and merchant are free to work for and sell to four nations as to a single nation. And since Your Honors do not please to proceed to that which was intended and promised to us, namely, an agreement regarding the weavers and their capacity, in order thereafter to make an equitable division among the nations, as being the only means to stop the great evil currently prevailing and to set trade free, we find ourselves obligated to declare to Your Honors now for the last time that we, on our side, will never proceed to investigate the complaints of our servants, as we hold the same to be fully proven. We have read and reread our letters written to Your Honors, but cannot observe that there is anything improper or incompatible with the dignity that certainly must be observed between the representatives of such great and respectable Companies as yours and ours; we shall also take care never to deviate therefrom, but, Gentlemen, please also reflect that between the directors of these Companies the word once given must be kept sacredly and inviolably, and that he who breaks the given word authorizes the other to show himself aggrieved thereat and absolutely to demand the fulfillment of the given word. We have the honor to be etc.: With which contents the Members fully concurred, so that it was ultimately resolved to let the same be dispatched as soon as it shall have been translated into English. Points of rescript. Regarding this same subject, or the making of an arrangement for facilitating trade in general, the servants at Kassembazaer, pursuant to the resolution of 28 April last, were written to on the following day with the necessary instructions; and now, in reply to that letter by the servants' writing of the 5th current, delivered here two days thereafter, it was communicated that the chief, the Honorable Johannes Backeracht, having taken it upon himself, on account of the presence of Governor Verelst, to negotiate with His Honor and the English chief, Mr. Sykes, had previously inquired of the latter 738 13 June 13 June whether any orders had been given to him to that end by the Calcutta ministry, and learning the contrary, had not neglected to address himself directly in this regard to the said Governor, who, while promising to use his best efforts to give us as much satisfaction as possible, without for the present entering into any particulars, had made it known that he had instructed the Nawab Muhammed Reza Khan to devise and point out means by which the inhabitants of the country, applying themselves to silk cultivation, the weavers, winders, etc., might be uplifted and encouraged, and thus the ever-increasing decline of the same gently halted, as well as the runaways enticed and persuaded to return to their labor. Furthermore, that His Honor, after consultation with the government on this and other subjects, would endeavor to adopt such measures as he should find to be consistent with the interests of both; that one had to be satisfied with this answer for the present, but that the Honorable Backeracht, accompanied by the second, Pieter Bauer, subsequently paid his respects to the often-mentioned Governor, and on that occasion desired to know what resolutions had been taken by His Honor, and how far we could flatter ourselves to see matters arranged advantageously with regard to our commerce and collections; that this gentleman then testified that, with regard to the obstacles and difficulties that had confronted us here and there from time to time, he, with as much goodwill as readiness, had given the most absolute orders for removing the same and warding off whatever might be put in our way in the future, with an emphatic promise strictly to cause them to be complied with, and to punish the willful exemplarily, for which purpose we needed only to make representations to His Honor and point out the guilty parties; but that he, regarding the division of the weavers, since many hindrances therein
Dutch transcription
737. 13 Juni 13 Juli Liena Kassembazaer om een groot quaad te vernietigen en voortekomen, want het is zekerlijk beter zo voor de ingezetenen als d'inkomsten van de Vorst, dat de ar„ beeds en koopman vry staat te wer„ ken en te verkoopen aen vier natien als aen een enkelde natie En vermits UEdelens niet gelieven overtegaen tot het geene, voorgenomen. en ons belooft is, te weeten, een overeend der wevers en haere capaliteit, om daer na eene billijke verdeeling onder de natie te doen, als zijnde het eenigste middel ene het tans in zwang zijnde groote quaad te stuiten en den handel vryen lieben te stellen, zo vin den wy ons verplicht thans aen UEde„ leur voor 't laaste te declareeren, dat wy van onse zyde nimuer zullen, overgaen, om de klachten oncer be„ diendens te onderzoeken, als houden, de dezelve voor volkomen bewezen. wy hebben onze aan UEdelens geschreeven brieven gelesen en herlesen maer kunnen niet bemerken, dat er iets onbetauelijks is of niet bestaenbaer met de waerdig hed die zekerlyk in agt genoomen moet worden, tusschen de representanten van zulve groote en respectabele com„ pagnies, als d'uwe en d'onse, wy zullen oor zorge dragen, daarvan nimmer aftewyzen, maer Myn Heeren, gelieft ook te reflecteeren, dat tusschen de bewind, hebberen van die compagnier het eens gegevene woord heiliglijk en onvertree kelijk moet gehouden worden, en dat die het gegevene woord verbreekt, den anderen autoriseert sig gevoelig daer over te toonen en absolut te pre tendeeren, de nakoming van het gegevene woord. wy hebben de eere te zyn ekc: Met welkens inhoud de Leeden zig vol komen conformeerden, zo dat laaste lyk geresolveerd wierd, deselve aldur te laeten afgaen, zo dra ze in het Engelsch zal overgezet wesen. Poincte van rescrip„ Aangaande eit zelve onderwerp ofte het maaken van een arrangement tot faaliteering van den handel in het alge„ meen, de bedienden te kassembazaer, inge„ volge arrest van den 28' april jongstlee den daags daaraan het nodige aengeschree„ ven, en tans in antwoord van die brief by der bedienden schrijven van den 5 courant, twee dagen daeraen alhier 'e, besteld, bedeelt gevonden zijnde, dat het opperhoofd dE Johannes Backeracht op zig genomen hebbende, om mits de aenwesenheid van den Heer Gouverneur Verelst met zijn Edele in het Engelsch opperhoofd den Heer sijker te handelen, zig voor af bij den gegevenie laesten 738 13 Juni 13 Juni laesten geinformeerd had, of hem ten dien fine ook eenige beveelen van het kalkatsch miniterie ge„ geven waren, en het tegendeel verneemende niet verzuinit had, zig derwegens direct aen gemelde Heer gouverneur te addresseeren, welke onder belofte van zyne beste pogingen te zul len aenwenden, om ons zo veel mogelyk zonder genoegen te geven „ zig voor eerst in eenige byzonderheeden intelaaten te kennen had gegeven, den Heer Nawab Mhahuied Rerochan geinsinu¬ eerd te hebben, middelen uitteden, ken, en aen tewyzen, door welke de ingesetenen deslands zig niet de zijdetheelt geneevende; De weever haspelaer enz opgebeurden aengemoe„ digt en dus te meer en meer toenee mende vermindering van dezelve zagtelik gestuit, mitsgaders de verloope, ne gelokt, en overreed mogten worden, tot haaren arbeid weeder te keeren. voorts, dat zyn Edele na raadpleeging met de regeering over dit en andere onder werpen zodanige mantregulen zoude trachten te benaemen, als niet beiden in, terest bevinden zou overeen tekomen; Dat men zig met dit bescheid voor eerst had moeten vergenoegen, maer dat d'E: Backeracht verzelt van den secunde Pieter Baueir nader zijne opwachting by veelmelde Here Gouverneur ge maakt, en by die gelegenheid verlangd had te weeten, wat besluiten en door zyn Edele genomen woren, en in hoe verre wy ons vlegen konden de zaaken met betekking tot ensen koop handel en insaemen voordelig gereegeld te zien, dat dien Heer toen betuigde dat wat betof de beletse len en zwarigheeden, welke ons hier en daar van tijd tot tijd voorgekomen waren, hy met zo veel goedwilligheid als voortvorenheid de volstrektste en drer tot wegneeming van deselve, en af„ weering van het geene, ons in der tyd konde in den weg gelegt werden, gegeven had, met nadrukkelijk belofte, die stiptelyk te zullen doen nakomen, en de moedwillige voorbeeldelijk te straffen, en waertoe wy zijn Edele maer vertooningen behoefden te doen en den schuldigen aente wyzen dog dat hy de verdeeling der wever vermits zig daerin veele kindernissen Dat van
English
739 13 June weighed heavily, regarded as an absolute and impracticable matter, and also for various reasons taken from the total decay and ruin of the products of the country and of trade which His Honour considered an unavoidable consequence of such coercive measures did not deem it advisable to attempt or to put into effect, thus all this, or the fruitless result of the efforts made by the servants, is considered a matter of no surprise, but as one of the most natural consequences of the change that has since arisen with the often-mentioned Mr. Verelst. And concerning the reelers, regarding whom no improvement has been observed up to now, since the number, which previously amounted to 10 to 11000, according to a general survey presently could not make up even 3000, and in which respect the repeated complaints and representations about the seduction and detention of those who had been in our service the year before produced nothing, since Mr. Sykes appealed to the orders and to the necessity of having to employ all means to get ready the silk required for Europe this time, amounting according to His Honour to fourteen lakhs or 1400000 rupees, without however denying that many reelers, who formerly and often even in the past year had served with us, were now working in the English reeling mill, but regarding which His Honour imagined that no wrong was done to us, since they were free people and not permanent servants of ours, but, as annually also happened in the past year, after the end of our collection were dismissed and since then had worked both there and in other places, against which no arguments could avail, so that the servants up to now had not been able to get together more than 446 men, while the British had not yet been able to bring the number of theirs to 2000, and with which they in proportion would be just as little able to perform their work as we, even though they might continue from one harvest to the other. 740 13 June to which the servants say that it seems they too would be compelled to reel off the pattany already gathered, it is, after considering everything that could be taken into account regarding this, likewise found impossible to do otherwise than to express regret over the adversity with which one must struggle, and to hope that, although the prospect of improvement seems very slight, it may nevertheless turn out for the best and the work will maintain reasonable progress. It having also been seen by this letter that recently a dispute arose between some sepoys of the Nawab who were stationed near a certain jetty of his dewan and some workmen from the main residency who were busy hauling some beams out of the water near and upon which those sepoys were bathing, and that because the latter out of wantonness hindered the others in their work, even to the extent that it came from quarreling to blows, and our head peon was slightly wounded in the hand with a bayonet, and two sepoys were seized and brought into the residency; that the Lord Nawab Muhammad Reza Khan, upon receiving the report of this incident, sent an entire company of armed sepoys accompanied by some horsemen into the residency to fetch out their two comrades along with the head peon, which, being impossible to repel by any means, occurred; that the Honourable Backeracht, evaluating this insult according to its merit, did not fail to complain to the Nawab, first orally through the vakil and subsequently by a petition, demonstrating the prejudice that could result from such a violent step and requesting satisfaction, both with respect to the troublemakers themselves and on account of those who had reported the matter so incorrectly, as appeared more fully by a copy of the arzdast sent over by the servants, the translation of which is to be inserted in today's daily register, but upon which, notwithstanding the instance made thereto, no written answer followed, except that they exchanged the garrison to which the aforesaid two sepoys belonged for another, with a previously given order not to cause us or ours any nuisance or trouble in any manner, and with which the servants had to be satisfied nolens volens; it is resolved to approve completely the conduct of the chief in this matter, but still to urge that this wantonness be punished exemplarily. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: P. L. Vernet, M. Sinus, S. H. Linner, F. M. Ross, J. P. Humber, A. O. W. Falck, Jacob Eelbracht, secretary. 741 Sunday the 14th of June 1767, in the morning after church time, all present. It was shown by the Honourable Director that the violences of the English servants at the ghats and chowkies in the Burdwan and Chandrakona districts, past which our goods must pass, were again beginning to increase rapidly, to the extent that complaints arrived almost daily, not only about the seizing of the linens, but also about the violent extortion of money from the people who had supervision over them; that this was particularly in vogue at the chowki of Dewan-gunge, made known more fully by secret resolutions of the 18th of November and 24th of December past, namely farmed by Gokul Ghosal, banyan of the present Calcutta Governor, the Honourable Harry Verelst, where, notwithstanding the amicable remonstrances made so many times to the repeatedly mentioned Mr. Verelst, one of our dallals named Bolteram Poddar had been extorted of over five hundred rupees by the servants of the aforesaid Gokul Ghosal over the course of some months.
Dutch transcription
739 13 Junii van gewigt opdeeden, als eene vol„ strekt en uitvoerlyke zaek aenmerkte, en ook om diverse reedenen geno men uit het totael vervalen be„ derf der producten der lands, en van den koophandel /:dat zyn Edele als een onvermijdelijx gevolg zulken dwangmiddelen aenzag:/ niet raed zaam oordeelde te beproeven, of in het werk te stellen, zo is dit een en ander ofte den vrugtelooven uitslag der bedienden aengewende devoiren geconsidereert als een zaak van geen verwondering, maer als een de minste natuurlijke gevolg van de verandering, die er by veelmelde Heer verelst zeedert is opgekomen. En be¬ teffende de Haspelaars waeromtrent tot nog toe geene beeterschap bespeurd wierd, dewijl het getal, dat bevorens 10 a 11000 bedroeg volgens een gene ralen opneem tegenwoordig geen 3o00 kon uitmaken, en ten welken opzigte de herhaelde klachten en vertooningen over het verlijden en ophouden van zulxe die sjaers bevorens in noe dienst geweest waren, niets uitwerkte, vermits de Heer Sijker zig beriep op de onder en op de nood zakelykheid van alle middelen te moeten aanwenden, om de voor Europa ditmaal gevonderde zijde te„ bedrage volgens zeggen van zyn E van veertien Lak of 1400000 ropgen gereed te krijgen, zonder echter te ont„ kennen, dat veele haspelaars, die wel eer en dickwilr zelfs in den voor leeden jare by ons dienst gedaen hadden, fausin de engelsche har„ pelary werkten, maer waaromtrent zyn E zig verbeelde, dat ons geen on„ gelyk geschiedde, dewijl het veije Lie„ den en geen vaste dienaeren van en, maer gelijk sjaerlijks ook in het verweeken Jaar, na het afloopen en zer insaam afgedankt waren, en zee dert zo daer als op andere plaatsen gewerkt hadden, en waartegen geen ree„ den mogten baaten, zo dat zy bedien den tot nu toe niet meer als 446 man by een hadden konnen krijgen, tewijl de britten het getal van de hare nog tot geen 2000 hadden kunnen brengen, en waermede zy na rato also mien in staat zouden zyn haer werk te verrichten als wy, schoon zy ook van de eene recol te tot de andere mogten continuee„ zakelykheid ren 740 13 Juni 13 Juni het gehouden gedaagden bed' enheed zever voor val geapprobestesidentie reni waartoe de bedienden zeggen, dat het scheind, dat zy mede genoodzaemt zin zouden, om de reeds ingesamelde Pattenie aftekaspelen, is na overweeging van alle wat hieromtrend in aanmerking kon ko„ men, mede niet anders te doen gevonden, als leedwezen te betuigen over de te, genspoed, waarmede men woortelen moet, en te loopen, dat alhoewel de apparentie tot verbeetering zeer gering schijnd te zyn, hetzig echter ten besten schikken en het werk reedelyken voortgang behou„ den zal. By deeze brief ook gezien zynde, dat nu onlangs tusschen eenige Sipahis van den Nawab (die omtrent zeekere stijger van zijnen Dewaan posthielden:/ en eenig werkvolk uit de Muutsresidentie, dat besig was met het op„ haelen van eenige balken uit het water, om trenten op welke die sipakir doende waren, zig te boeden, verschil ontstaen was, en dat door dien dese laeste uit baldadigheid den on„ deren in hun werk verhinderden, tot zo verre zelvs, dat het van kijpen totspagen quam, en aren hoofdpion met een Bajenet ligte„ lyk aen de hand gequetst raakte, en twee sipa„ her gegreepen en in de residentie gebracht wierden, dat de Heer Nawab Mahnied Rezachan op het ontvangen rapport van dit geval een gansche Compagnie gewapen de sipahir verzeld van eenige ruiters in de residentie had gesonden, om hare tweei makkers met den hoofd pion daaruit te haelen, en het welk oor op geene han„ de wyze afteweeren geweest zynde geschied was; Dat de E Backeracht deese hoon na verdienste in waardeerende, niet ver„ zuimd had by den Nawab eerst riconde„ ling door den wakkiel en vervol, gens by een supplier te doleeren onder vertoning van het nadeel, dat en uit zo een violente stap resulteeren konde, en verzoek om satisfactie, zo ten opzichte van de moeitemakers zelve, als wegens den gesien, die de zaak zo verkeerdelijk aengebracht hadden, zo als breeder consteerde by copia van het door den bedienden overgesonden aasdaast, waarvan thanslaat by het dagregister van heeden staat geinse„ reert te worden, dog waarop niet tegen, staende de daartoe gedaene instantie geen schriftelijk bescheid gevolgd was, maar dat men de bezetting, waartoe de voorsz twee sipakis gehoorde, tegen een andere had verwisseld, met eene voor de Rezachau Leuze 741 Achtb Heer Derecteur vrukeler de verhindering in den ver„ vaer van Lynwaten aen „letjoukie te dewangende Leure gegevene ordre, om ons of de onze in eeniger maniere overlast of moeite aen te doen, en waermede de bedienden zig nolens volens hadden moeten te vreeden houden; zo is verstaen, het gedrag van het bopperhoofd in dee zen volkomen te approbeeren dog er op als nog te urgeeren, dat die moedwilligheid exenipcar gesthraft worde Actum Hoegli in Bengale datum ut supra /:get:/ P: L: Vernet, M: Simer S: H: Linner . - . . . F. M. Roff. J. P: Humber A. O: W: Falen - . . . Iacob Eelbracht, escr Ondag werd door den Heer Directeur vertoond dat de violentien der Engelsche bedien„ dens aen de Chattier en sjoukies in het berdewaansche en sjendekona voorby welke onze goederen passeeren moeten weder hand over hand begonden toeteneemen, tot zo verre, dat tr genoegzaam dagelyks klachten quamen, over het arren steeren der Lywaaten niet alleen maar ook over het geweldig apperssen van geld van de Luiden, die daarby het opzigt hadden; dat zulx wel voornamentlijk in zwang ging aen de by secreete reso„ latien van den 18 November en 24' x=l passato breeder bekendgestelde sjoukie Dewangends namelijk gepacht by Gohul gosaal benjaan van den tegenwoor digen Kalkafsch Gouverneur den Edelen Heer Harry Verelst, alwaar niet tegen„ staende de zo meenigmaal aenge„ melde Heer Verelst in het minnelijk gedaene remonstratien, een onser Dalaats genaemd Bolteram Roddar, door de bedien den van voorsz Poxulgoeael, zeedert eenig ge maenden over de vijf hondert ropijen Zondag den 14' Juni 1767 smorgens na kerktijd alle present afgekueveld
English
742 14 June thereabouts conforms Tuesday were extorted. That His Honour, in order to have sufficient proof of this, had ordered the gomastah of Seuderkona to come hither, and to leave the goods that were ready behind for the time being, but that according to the report just received, having approached Dewangends, they had been arrested under the surveillance of 12 Peons, who charged them daily subsistence costs. That the chowki of Ragia Bolhaat near Doaarhatte, subordinate to Dhenniakaly, encouraged by that of Deangends, had also ventured to detain our goods, and that consequently the nuisance of the English servants began to become entirely unbearable, wherefore His Honour proposed to the members to confer further with the ministry at Calcutta, sending a copy of the sanad granted by the Nawab in 1765, by which, as has been said repeatedly, it appears that our goods must everywhere pass and repass freely and uncontested without being indebted for anything except the payment of 2½ percent toll to the bakhshbandar, regarding this improper treatment, and to request them to give orders that the gomastahs be released, and the board money paid by them be refunded, as well as the five hundred rupees that were extorted from the aforementioned Bolleram, and finally to arrange it so that our merchandise is nowhere detained, but may proceed on its way freely and uncontested, both on the outward and return journey, without being obliged to pay anything, with all of which, after deliberation, the members conformed, as well as with the contents of the letter drafted to this end by the Director, and of which it is understood to keep this record. Done Hooghly in Bengal, date as above. Signed: P. L. Vernet, M. Sicuk, F. A. Zuinier, M. Lafort, F. M. Ross, J. P. Humbert, O. W. Falck, I. H. Haghadamius, Jacob Eilbracht, secretary. 743 23 June receipt of a letter received from the Calcutta ministry Tuesday the 23 June 1767, in the morning. Absent the members Ross and Haghadamius, the former being again on a journey to the aurangs and the other still indisposed. Upon the resumption of a further letter from the Calcutta ministry, dated the 18th current, in reply to ours of the 14th preceding, it being found preliminarily stated that Their Honours were positively determined not to deviate from the proposed condition as they call it, which was treated of more fully in the resolution of the 13th current, namely an impartial and mutual investigation into the cause and value of our complaints about the vexations in the aurangs, that if we should not be inclined to submit thereto, they would then be in the unpleasant necessity of recalling their commissioners; thus, although one has already positively declared oneself to that end in the aforementioned letter, it has nevertheless, upon the proposal of the Director, been approved and resolved to reply again to the British gentlemen that we are firmly resolved to abide by what was decided and promised by Their Honours in the latter part of February of this year upon the memorial of His Honour, namely to effect a partition among the weavers; further, in response to the arguments adduced, as if our desire regarding this would come to exclude the natives of the country, who had an equal right with us, and would tend even more towards a monopoly than the proposal of Their Honours, to show that we shall leave the dispute over this to the decision of our highly esteemed Lords Principals, to whom it will best belong to judge whether it can be called liberty when, by threats, lashes of the whip, and arrest, one not only compels the weavers to undertake the manufacture of so many goods that it is impossible for them to work for another, but even forces them to execute muchalkas, bond documents, whereby they must bind themselves to work for no one but the English, moreover with firmly heavier
Dutch transcription
742 14 Juni 14' juni daeromtrent conformeert Dingsdag afgekneeveld waren. Dat zyn EAchtbare om hiervan suffisante bewysen te hebben de gemastor van Leuderkona had laten aen„ schryven van herwaards te komen, en de goederen, die gereed waren daervoor eerst te laten maer dat volgens het zo even bekomen rapport dese te Dewan„ gends genadert zijnde, in arrest gezet wa ren, ende toezicht van 12 Pions, die hen dage„ lyx kostgeld apposten. Dat de sjoukie van Ragia Bolhaat by Doaarhatte serteerende onder Dhenniakaly, aengemoedigt door die van Deangends zig meede verstout had, ons goed op te houden, en dat gevolgelijk proporitie van zijn Achtb: de overlast van de Engelsche bedienden geheel onverdragelijk begon te werden, al waer om zyn EE Achtbare de Leeden propereerde om het ministerien te kalkatte /onder toe, zending van een copq van de, in aopo„ door de Nawab verleende sernied, waerby zo als meermaels gezegt is, blykt, dat onse waren over al orgen vrank passeeren en repasseren moeten, zonder iets ver„ schuldigt te zyn als de betaling van 2½ proc=to tol aen bachsbeuder:/ over dese onbehoorlijke behandeling nader te onderhouden, en te versoeken, van ordre te willen, stellen, dat de goucastos gelangeerd, ende kortgel den door haar afgegeven, zo wel gerestitu„ eert worden, als de vyf hondert ropgen, die voorn Bolleram afgedwongen zyn, en ein„ delyk om het zo te schikken, dat onse koopman schappen wergens opgehouden, maer zo wel in de heen als wedereise vryen orgenee testeert hare weg kunnen vorderen, zonder genoodzaekt te zyn iets te betaelen daer zig den raedmede met al het welke na deliberatie, de Leeden zig zo wel conformeerden, als met den in houd der door den Heer Directeur ten dezen einde in concept gebrackte missive, en waervan mits dien ver„ staen is, te houden deese annotie tie Actum Hoegli in Bengale, datum ut supa /:getekent:/ P: L: Vemnet. M: Sicuk: F: A: Zuinier M: Lafort. F: M: Rosf. J. P. Humber t. O. W: Tallx I: H: Haghadamiu Iacoblilbruektplsex=r den . 743 23 Juni recucutie van een van der kalkatsch nucr te rie ontv: bief Dingsdag den 25 Iuni 1767 smorgens absent de Leeden Rossen Haghadami„ us zynde de eerstgemelde weder op reis naer de arreecgs en de andere nog al onpasselijk By resimtie van een nadere missive van het Kalkatsch ministerium gedagterend den 18e Courant, in ant„ woord op de onse van den 14 bevorens vooraf bedeelt gevonden zynde, dat haer Edelens positif gedetermineerd waren niet te wyzen van de zo als ze zeggen voorgestelde conditie, waervan breeder gehandelt is by resolutie van den 13' huis te weeten een onpartijdig en wederzyds onderzoek na de oorzaek en waerde onser klachten over de vexatien in de arrecgs dat by aldien wy niet geneegen mog„ ten zyn, on daeraen te onderwerpen zy als dan in de anaengenoeme nood zakelijkheid wezen zouden, van hare gecommitteerden terug te ontbieden; zo is, alhoewel men zig ten dien fin by bovengemelde brief reedspositif ver„ klaerd heeft, echter op den voorstel van den Heer Directeur goedgevonden en gearresteert van de Heeren Britten andermaal te reseribeeren, dat wij vast gerexalveert zyn ons te houden aen het geen er in het laast van febru ari deser Jaars by haer Edelens op de memore van zyn EE Achtbare beslooten en belooft is, namelyk om een verdeeling te waaren onder de weevers, voorts op de na der by gebrachte raisonnemente, als of onse begeerte hieronttrent de inboorlingen a het land, welke een gelyke reekt niet ons hadden, quame te secludeeren, en vog meer tot een mono„ polium strenke dan de voorslag van Haer Edelens, te vertoonen, dat wy het ver„ schil hier over zullen verblijven laten aen de decisie van onse hooggeeede Heeren Principallen, aen wije het bestvoegen zal te oordeelen, of het vrijheid genaamd kan worden, wanneer men door drijgementen, zweepslagen en arret de wevens niet alleen noodzaekt het aen, maken van zo veel goed opzigte nee„ men, dat ze onmogelijk voor een an der kunnen werken, maer zelfs dwingt Moetsielkar /:verbandschriften/ te possee ren, waerby zy zig verbinden moeten voor niemand te arbeiden, als voor de Engelschen, hun boven dien met vast zwarder
English
744 23 June 23 June the resolution thereon as well as the received letter from the said committee, the titular merchant Ross threatening heavier torments in case they testified to the truth of this in the event of an investigation. Furthermore, having also appeared from this letter that the English gentlemen were completely unaware of the complaints presented by us in the letter of the 15th of this month pursuant to the decree of the day before against Gokul Ghosal, and that this person being currently absent from Calcutta prevented Their Honours from holding an immediate investigation into the matter, under the assurance that as soon as he should arrive the necessary inquiries into the case would be made and all justice that was in Their Honours' power would be procured for us, it was, after deliberation, approved and agreed to reply to this that this delay will be very disadvantageous to us if this native were to go to Patna with his master, Governor Verelst, as the rumours went; because our gomastas then run the risk of remaining under arrest even longer at Dewangunj to the notable detriment of the Honourable Company's affairs and the increase of expenses; that the absence of the said native cannot delay justice if Their Honours were in earnest to decide the matter, since they have a copy of our sanad showing that we are not obliged to pay for the passage of our goods; with the remark that it passes through unhindered everywhere except in the Burdwan district and at Chandrakona, and that only because the chowkis are leased by the servants of the English, who oppress us more from day to day; and that since these two districts are not excluded in the sanad, nothing was lacking but orders from Their Honours to the chowkidar to release our gomastas, to restitute the extorted money, and to command them as well as all others always to let our goods pass and repass without demanding anything; with the request to be pleased to put this into effect, for which purpose the meeting also concurred with the missive drafted by the Director concerning both this and the previous affair. There was also read the letter delivered here yesterday from the titular merchant Johannes Mathias Ross, 745 23 June merchant Johannes Mathias Ross, dated at Dhaniakhali on the 20th of this current month, and found communicated thereby that upon his arrival there he had understood from the French commissioner Monsieur Desgranges that he was still unaware that his fellow commissioner Roeland had been dismissed and in his place a certain Nicolas de Farancy had been appointed to him. That the latter having arrived there yesterday evening with a letter of notification, Desgranges had come to speak with him, Ross, further, and had expressed his surprise that nothing had been written to him, much less a further instruction sent to him, and that he therefore, to cover himself against all claims, had found it advisable to accomplish nothing in the matter before and until he should have received a further order or instruction, for which he would wait until the next morning, but not receiving the same by then, that he, Desgranges, intended to go to Chandannagar to demonstrate what was necessary in person, wherefore he, Ross, being ordered to act in concert with the French in the said commission, requested to know how he should conduct himself in case Desgranges were to carry out his intention. Which having been discussed, and it having been communicated beforehand by the Director that His Honour had ordered Ross upon his departure from here to carry out as much as possible together with the French what was demanded of him by the decree of 19 May, without, however, as went without saying, delaying the matter further by one pretext or another; it was resolved, after consideration of what is stated above, upon the proposal of His Honour, to write further to the frequently mentioned Ross that he should simply proceed to the execution of what was assigned to him by the aforementioned resolution sent to him in extract the following day, without delaying himself any further with the French if they should delay the matter any longer. Done at Hugli in Bengal, date as above. Signed: J. C. Vernet, M. Tsick, F. H. Zimmer, M. Laprit, J. P. Humbert, O. W. Falck. Jacob Eilbracht, acting secretary. Tuesday
Dutch transcription
744 23 Juni 23 Juni het besluit daerom og het ontv: schryven van de ijcommissie zijn, de titulair koopmaan ros zwaerder tormenten dreigende, by zo verre zy in cas van onderzoek de waarheid hiervan getuigden Verder by dit schryven ook gebleeken zijnde dat zy Heeren Engelschen geheel onkundig waren, van de door ons by brief van den 15 kujur ingevolge arrest van daags bevorens voorgestelde klachten tegen Tokul Gosael en dat die Persoon tans van kalkatta afwezig zynde, Haar Edelens zulx verhin„ derde, en onmiddelyk onderzaek na de zaak te doen, ender verseekering, dat zo dra deselve zou arriveeren en de nodi„ ge informatien na het geval zouden geschieden en ons alle recht bezorgt werden, dat in Haar Edelens vermogen zyn zoude, zo werd na deliberatie goed gevonden en verstaen, hierop te ant woorden, dat dit dilay ons zeer nadee lig zal zyn, by aldien dezen inlan„ der met zin meester de Heer zonder„ neur Verelst naar Pattena mogt gaen; zo als de geruchten waren, dewijl onse gomaster als dan gevaer lopen van nog langse Dewaangends gearresteer te blyven tot merkelyke verachtering van SEComps zaeken, en vermeerdering recumtie en deliberatie van ongelden, dat de absentie van gezegde, inlander het recht niet vertragen kan, by aldien het Haar E ernst mogt zyn, de zaex te beslissen, dewijl ze een copi hebben van ense Senned, aen„ toonende, dat we niet verplicht zijn voor de passage van ons goed ik te betalen onder recuarque, dat het overl onverhin dert doorgaat, behalven in het Berduaan„ sche en te sjenderkona, en dat alleen om dat de Gjoukies gepachtzyd, door de bedienden van de Engelsche, die ons van dag tot dag meer apperesen en dat daer deze, twee dirtieten, by de senned niet uitgezondert zijn, het maar manqueerde aen ordres van Haar Edelens aen den sjoukidaar, ene onse gema starte largeeren het afgepersie geld te restituee ren, en hun zowel als alle andere te gela„ sten van onse goederen altoos te laten passeeren en repasseeren, zonder iets afte vorderen, met verzoek van zulx in het werk te willen stellen, en ten welken einde de vergadering zig ook conformeer„ de met de door den Heere Directeur zo wel over dese als de vorige affaire gemaakte missive Nog werd gelesen het op gisteren alhier aengebracht schrijven van den titulair gezegde koopman hreect genomen 745 23 Juni koopman Johannes Mathias Roy, gedateerd te Dhenniacali sub 20 deser lopende maend en by het zelve bedeelt gevonden, dat hij by zijn arrivement aldaar van der franschen gecommitteerde Monsr des grange verstaan had, dat hy als nog onkundig was, dat de mede gecommitteerde Roeland ontslagen, en in steede van deese hem eenen Nicolaas de faransie was toegevoegd. Dat deese s avonds met een advis briefje ginter g'arriveerd zynde des grange hem Rossnader was komen spreeken, en zyne verwondering betuigd had, dat men hem van niet ge„ schreeven, veel min een nadere uistu„ tie had toegezonden, en dat hy dus, one zig voor alle aenspraak te dekken, geraden had gevonden, om in de zaak niet te verrichten voor en al eer hy een nadere ordre of instructie zou ontvangen hebben, om dewelke hy zig tot sonderen daags morgens nog zou ophouden, dog dezelve als dan niet bekomende, dat hy des grange naer Tjendernegger dacht te gaen, om mondeling het nodige te vertoonen, al waerom hy Ross, als gelast zijnde met de franschen in de strengs commissie de concert te werk te gaen, verzocht te mogen weeten hoe hy zig ge dragen zou by aldien des Grange zyn voorneemen quam uit te voeren waarover gesprooken en door den Heer Directeur voor af bedeelt zynde, dat zijn E Achtbare hem Roef by zijn vertrek van hier bevolen had, van zo veel mogelyk met de franschen samen ten uitvoer te brengen, het geen hem by arrest van den 19' Mei gedeman„ deert is zonder echter de zaak, zo als„ dat van zelve sprak, door deeze of geene uitvluchten verder te verhoe gen; zo is na overweeging van het geen voorsz staat op de propositie van zyn EE Achtb: beslooten, meerm Rossheeden nog aente schryven, dat hij maer treeden moet tot de execu tie van het geen hem by voorm Resolutie daags daaraen in extract afgesonden, is opgedragen; zonder zig verder aan de Franschen optehouden by aldien zy de zaak langer dilaijie, ren mogten. Actum Hoegli in Bengale datum ut supra /:get:/ J: C: Vemet. M. Tsiek. F: H: Zimner. M: laprt . . . . /: I: P: Humbert. O. W. Talck. . . . . . . . . Iacob Eilbracht plsec=r te Dingsdag
English
746 3 July Tuesday the 3rd of July Anno 1767 in the morning absent the members Zinne, Lafont, Ross, and Haghadamiur, the first, second, and last due to indisposition, and the other still continuing with the commission in the aurungs. It was proposed to the Assembly by the Director, that His Honour, giving continuous thought as to how it could be possible that the English had gone to the extreme of not keeping their once-made promises concerning the deputation to the cloth districts, treated during the last meeting of the 25th ultimo, noted among other things as one of the causes of this the extraordinary purchase of cloth which the French in the past and the beginning of this year were compelled to make from them, even to the sum of 20 lakh rupees; for the measures which they have taken from time to time, and in which they still continue just as strongly, to make direct collection as difficult as possible for us and others and thereby remain master of everything, powerfully strengthened His Honour in this opinion; that it appears all the more probable when one considers that the British gentlemen, after having condescended to the plan, came to the thought that they would thereby be disrupted from the advantages obtained hitherto from such sales. That His Honour therefore deemed it advisable to confer on this matter with the French gentlemen, who are as much the dupes of the affair as we are, as soon as their designated Director, Mr Chevalier, who is expected daily, will have arrived in Chandannagar, with a request to join with us in attempting by all fair means to prevent the English from succeeding in their intention to compel us for all time to purchase from them such goods as we require for loading the Company's ships, as tending to nothing 747 3 July other than the great detriment of both companies; and to propose at the same time that in such a case it would be best to take a resolution to abandon it entirely, to which we then, pulling one line with Their Honours, would resolve, and which in every respect must have the effect that the English gentlemen, remaining stuck with their goods and perceiving our seriousness, would become much more manageable, and we moreover in the following year would be able to indemnify both companies for the loss which they might suffer for one year through such a resolution; besides and in addition to the fact that our highly respected superiors, upon a meagre receipt of returns, would be all the better convinced of the truth of our complaints against that nation. All of which having been deliberated with mature counsel, it was considered on the one hand that the affairs of the French are for the present so desperate that they will at first have work enough to recover from the extraordinary losses suffered in the late war, and that it is therefore quite conceivable that they will listen little to this proposal, as it would notoriously run counter to the interest and concern of their principals; but on the other hand it was taken into consideration that in all affairs one must choose for oneself the lesser of two evils, and that whether the French gentlemen consent or not, this step and whatever that nation might decide upon it will fully convince our Lords and Masters that with the outrages on the part of the English matters have reached an extremity, and consequently must also serve to corroborate what we have so frequently put forward concerning the decay in trade and the adversity with which the Company must continuously struggle, as well as that nothing has been left unattempted to deter the British from their pernicious 748 3 July Tuesday design; so, after consideration of this and everything that further agreed with the best interest of the Company, it was deemed best to give place to the latter argument, and therefore to conform both with the proposition made by His Honour and the letter prepared to that end by him, the Director, which was reviewed and approved at the conclusion of the proceedings. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: P. L. Vernet, M. Huur, P. P. Huebert, O. W. Falck. Jacob Eilbracht, provisional secretary. Read a translation of a letter from Mr Harry Verelst, Governor, and the Council of Fort William in Calcutta, dated the 9th of this current month, and containing communication that Their Honours, according to reports received from their servants at Patna regarding the quantity of saltpetre that would be gathered there this year, found themselves in a position to supply us with 23000 maunds, which they hoped would completely meet our expectations, with the request that since Their Honours had already authorized their servants for the delivery, we would also give the necessary authority to ours for the receipt. Whereupon having been deliberated, it was beforehand made known to the Assembly by the Director that His Honour could not now omit to inform the members of Tuesday the 14th of July Anno 1767 in the morning, absent the members Ross and Haghadamius, the first being still in the aurungs and the other indisposed. the
Dutch transcription
746 3 July Dingsdag den 3e: Juli Ao 1767 sueerger absent de Leeden Zinne lafort Ross en Haghadamiur de eerste, tweede en laaste mits onpasselykheid en de andere als nog continueerende met de commiissie in de arrengs Werd door den Heere Directeur de Verga¬ dering voorgesteld, dat zijn E Achtbare ge„ duurigee gedachten gaen latende, hoe het mogelijk kon zijn, dat de Engelschen gekomen waren tot dat uiterste van haare eens gedaene beloften betref„ fende de deputatie naar de Lywaat districten, verhandelt ten laaste zitting van den 25 passato, niet ge„ stand te doen, onder andere, als eene der oorsaken hiervan, aenmerkte, den extraordinairen inkoop van Lijwaaten, die de franschen in het gepasseerde en het begin van dit Jaar genoodzaakt geweest waaren by hun te doen zelfs wel ter somma van 20 lak ropgen, want dat de maat regelen, die zy van tijd tot tijd hebben genomen, en waarby zy nog even sterk continueeren, om ons en ande„ re namelix den directen inzaam zo veel doenlijk difficiel ter maken en dier meester van aller te blijven zyn EE Achtbare krachtig in hit gevoelen sterkte; dat het zo veel te waarschynelijken voor komt, als men acht gaf, dat zy Heeren Britten na in het plan gecondescendeert te hebben, in die gedachten gekomen zyn, dat zy hier door verstooren zouden raa„ ken van de voordeelen tot nu toe uit zulke verkoopen behaald. Dat zyn E Achtbaare dierhalven gerae„ de oordeelde de Heeren Franschen die zo wel als wy de diepe van het geval zijn, hierover te onderhouden, zo daa haare geligeert Directeur de Heer Chevalier die dagelijks ver„ wacht word, te sjenderneggen gearriveert zal zijn, met verzoek van zig nevens ons te willen voe„ gen om door alle billijke wegen te trachten te beletten, dat de Engelschen niet reusseeren in haar voorneemen, om ons voor al„ tooste noodzaaken van haar te koopen, zodanige wharen, als wy tot het belaaden van sComp=s scheepen benodigt zijn, als nergens 2o anders 747 3 Julij 3 Juli anders toestrekkende, dan tot groot nadeel van beide maatschappijen, en onder eenen voorstel, dat in zo een geval best zou zyn, een resolutie te nee„ men, om daar geheel van aftezien waertoe wy dan ook met Haar Ede lens een lyn trekkende, besluiten zouden, en het welk alzints van dat effect moert zyn, dat de Heeren Engelschen met haar goed zitten blyvende, en onsen ernst bespeu„ rende, veel handelbaarder zouden worden, en wy boven dien, in het volgende Jaar de beide compagnie„ zouden kunnen dedommagee ren van de schaade, van de scha de, die zy door zo een besluit voor een Jaer mogt komen te lijden buiten en behalven dat onse hoogge eerde superieren by eenen soberen ontvangst van retoeren, der te beter overtuigd zouden zin van de waerheid erse klachten tegen die natie Over al het welke net rypen raede gedelibereert zijnde, werd aen de een zyde geconsidereert, dat de zaaken der Franschen voor als nog zo desperaet gesteld zyn, dat zy voor eerst werks genoeg zullen hebben, weder tot ver„ haal te komen van de buitengemee ne schaade in de Jongsten oorlog geleeden, en dat het mitsdien wel te denken is, dat zy weinig na dezen voorslag zullen luisteren, also zulx notoir zou aenloopen tegen het interest en be„ lang van haare principalen, dog daar en tegen aen de andere kant in opmerking genomen, dat men in alle zaaken van twee quaaden voor zig zelve het minste moet kie„ zen, en dat het zy de Heeren Tran schen bewilligen of niet, deze stap en hetgeen die natie hierop mogt besluiten onse Heeren en meeste ren volkomen zal overtuigen dat het met de verorgelijkingen van de zijde der Engelschen taar tot het uiterste gekomen is, en ge„ volgelijk ook strekken moet tot stua„ maal ving van het geen wy zo dikants hebben voorgebracht, over het verval in de commerdie, en de tegenspoed waarmede de Compagnie by conti„ nuatie moet worstelen, zo ook dat men niets onbesogt heeft gelaaten om de Bretten van haar pernicieus genoeg concept 748 3 Juli Dingsdag concept te detoerneeren, zo is na overweeging van dit en aller, wat verder met het meerte belang van de Maatschappy quadeeerde, best geoor„ deelt het laaste arguieent plaats te geven, en overzulx zig te conformee„ ren zowel met de door zijn E Acht¬ baare gedaene propositie als de ten dien fine door hem Heeren Directeur in gereedheid gebrachte missive, welke tot slot van de besoigne geresumeert en geappro„ beert is. Artum Hoegli in Bengale datum ut supra /:getekent:/ P: L: Vernet M Huur. P: P: Huebert. O. W: Talek. . .. Jacob Eilbraeht pl: sec=ts . . . . . . . . . . ts geleezen een translaat missive van den Heer Harry Verelst Gouverneur en de Raad van het Tolt William te Kalkatte, gedagtee, kend den 9' deeser loopende maand, en vervattende communicatie, dat Haar Edelens volgens ontvangen berichten van haare bedienden te Pattena wegens de quantiteit salpeeter, die er dit Iaar ingezaameld zou worden zig in staat bevonden ons met 23000 maa„ en te voorzien, het welk zy verhoopten volkomen aen onze oognierren te zullen beantwoorden, met verzaek dat dewyl haar Edelens hunne be dienden tot de afleevering bereeds gemachtigd hadden, wij de onse tot de ontvangst meede de nodige qua„ lificatie geven wilde. waarop gedelibereert zijnde, werd door den Heer Directeur aen de Vergadering voor af bekend gemaakt, dat zijn E Achtbaare, als nu niet voorby kon de Leeden kennis te geven, van Dingsdag den 14 Juli Anno 1767 smergens absent de Leeden Rossen Haghadamius zynde de eerste als nog in de arrengs en de andere indispoort. het
English
749 24 July 14 July what was negotiated and agreed regarding this point of trade in February last between the aforementioned Mr. Verelst and His Honorable, especially because this now turned out to run completely contrary to that, although His Honorable, in accordance with the promise made, would otherwise have kept it to himself. That the Director, having represented to the aforementioned Governor how small the share was that we have had in the saltpeter for some years in comparison to what the harvest amounted to, and the right we had to insist on free collection, His Honorable, after exchanging many arguments back and forth, had finally assured His Honorable that a means had been proposed by His Honor and the Council to completely satisfy the demands of both companies, and that the aforementioned Mr. Verelst, in a private missive to His Honorable dated 12 March, had repeated his promise or at least given hope that this year neither company would lack saltpeter; wherefore His Honorable, trusting the Governor, had already notified Their High Excellencies separately of this, and during his presence at Calcutta had calculated our requirement at 40000 maunds. That His Honorable for this reason deemed it advisable to frankly inform the Calcutta administration that their disposition does not accord with the aforementioned promises, and that, if they bring these to mind, according to the best judgment of this administration, they will indeed proceed to a change in the distribution, namely to arrange it so that our portion for this season comes to stand at 36764 Maunds or 2400000 Pounds, while showing that this is the exact quantity we require this time, and that the smaller amount of this quantity compared to what was previously calculated originates from a smaller petition for the Indian offices than could be anticipated at the time, in order thus to prevent the suspicion they might sometimes conceive that His Honorable had not acted uprightly and had asked for more than was actually needed for the company; and it was, after mature deliberation 750 14 July deliberation of all that is stated above, unanimously resolved to conform fully therewith, and in order to make the request find all the more acceptance, to use soft and moderate terms, while for the receipt of the share intended for us, the servants at Patna shall be immediately authorized by separate letters from the Director and the Honorable Chief Administrator. It was also agreed on the same occasion to urge the Governor and Council at Calcutta for satisfaction regarding what we requested with respect to the native Gokul Totaal, mentioned more fully in the resolution of 14 June, in our dispatched letters of the 15th and 25th of the same month, since that person, according to communication from the Director, has arrived at Calcutta. Done at Hugli in Bengal, date as above. signed: G: V: Vernet. M: Nieuk. I: H: Linner. Thoire lafont. . . . . . . J: P: Humbert. O: W. Tullk. . . . . . Iacob Eilbracht, provisional secretary. Tuesday the 21 July Anno 1767, in the morning. Absent the members Ross and Haghadamius, the former being on a commission to the aurangs and the other through prolonged indisposition. The letter received on the 17th of this month from the Honorable Governor and Council at Calcutta, dated the 11th previously, having already been circulated among the members for reading, now being brought in again and resumed, there was found therein, with the utmost astonishment, an express denial that the proposal to take a census of the weavers had ever had Their Honors' consent; that their gentlemen were informed that, during the presence of Lord Clive, he had held various conversations with the Director and their present President, Mr. Harry Verelst, concerning the matter regarding the weaving districts, at which time several propositions had been made by His Honorable for the removal of our grievances and the regulation of mutual trade, among which also Tuesday
Dutch transcription
749 24 Juli 14 Juli het geen er aengaande dit poinct van den handel in february Jongstleeden tusschen wetmelde Heer Verelst en zijn E Achtbare verhandelt en geconvenieert is, voor al om dat zulx thans daartegen glad quam aen te lopen, hoewel zijn E Achtbaare het anders ingevolge gedaene belofte voor zig zelve houden zou Dat hy Heer Directeur welmelde Heer Gouverneur voor oogen gestelt hebbende, hoe gering het aendeel was, dat wy zeedert eenige Jaaren in de salpeeter gehad hadden in vergelijking van het geen de recalte quam te beloopen, en het recht, dat wy hadden, om op den vryen insaam te „zyn Ed na het wisselen nog van veele reedenen over en wedereindelijk urgeeren, zyn E Achtbaare verseekerd had, dat er door zijn Een de Raad een middel beroemd was, om de eisschen van beide compagnien compleet voldaan te krijgen, en dat welmelte Heer Ver elst in een particulier missive aen zyn E Achtbare van den 12e maart zijd belofte herhaeld ofte ten minsten hoop gegeven had, dat het dit Jaar beide compagnien aen geen salpee ter zou kaaperen, zulx zijn E Acht„ baare den Heer Gouverneur betrout wende, hier van bereets apart aen Haar Hoog Edelheedens kennis gegeven, en by desselfs aenwezen te kalkatte onze benodigtheid op 40000 maar geree„ kend had. Dat zyn E Achtbare uits dien raadzaam oordeelde het kalkate ministerium rondborstig te kennen te geven, dat haare dispositie niet overeenkomstig is met de voorsz beloften en dat zy zig dezelve te binnen bren„ gende volgens het best gevaelen van dit ministerium wel zal overgaen tot een verandering in de verdeeling niet namelijk het zo te schikken, dat onre portie voor dit saisoen op 36764 M=r of 2400000 Ponden te staen kome, onder vertooning, dat dit de juiste guan titeit is, die wy dit maal benodigen, en de minderheid van dittantuur met het bevorens gecalculeerde, zijnen oorsprong heeft uit eene mindere reti„ tie voor de indische kantooren, dan men zig toen kon voorstellen, om also voor te komen de suspicie, die zy somtijds zouden konnen opvatten dat zyn E Achtbare niet oprecht te werk was gegaen en meer gevraegt had, als het geen er voor de compe eigentlijk nodig was, en is na rijpe Haar overweeging 750 14 Juli overweeging van al het geen voorsz staat, met eenpaerigheid van stem men beslooten, zig daar mede volkomen te conformeeren, en om het verzoek te meer ingang te doen vinden, zig van zagte en moderaate termen te bedienen, zullende tot de ontvangst van het ons toegedackte aendeel de bedienden te Pattena by aparte letteren van den Heer Directeur en E HoofdAdministrateur onmiddelik geautoriseert worden. ook is verstaen ter zelver gelegen, heid by de Heer Gouverneur en Raad te Kalkatta aentehouden om vol„ doening van het geen, wy ten opzichte van den inlander Gokuel Totaal, breeve der vermeld by arrest van den 14e Juni verzoeht hebben, in onze afgevaerdigde brieven van den 15 ' en 25' ejusdem aengezien die persoon volgens com municatie van den Heer Directeur van te kalkatta gearriveerd is Actieme Hoegli in Bengale datum ut Supra /:getekent:/ G: V: Vernet. M: Nieuk I: H: Linner Thoire lafont. . . . . . . J: P: Humbert. O: W. Tullk . . . . . Iacob Eilbracht pr secret=s Dingsdag den 21 Iuli A. o 1767 smorgens absent de Leeden Rossen Haghadamius de eerste als in commissie naar de arrengs en de andere door aanhoudende indispositie Het op den 17 deser ontvangen schrijven van den Edelen Heer Gouverneur en Raad te kalkatte gedagteerend den 11' bevoorens bereeds by de Leeden ter lectuure rond geweest, tans weeder binnen gebracht en geresumeert zynde, wierd daarby met de uiterste bevreemding bevon„ den eene uitdrukkelike ontkente nis, dat de voorstel van een opneem der wevers te doen, nooit haar Edelens toestemming gehad hadde, dat zy Hee ven onderrecht waren, dat by het aan wesen van Lord Clice deze met den Heer Directeur en haaren tegenwoordi„ gen President den Heer Harry verelst differente gesprekken ge„ houden had, over de zaak raarende de weefplaatsen, wanneer er door zyn E Achtbaare verscheide proposi„ tien gedaan waren geworden, ter wegneeming onser beswaarnissen en het reguleeren van den onder„ luigen koophandel, onder welke Dingsdag ook
English
751 21 July had also been the registration and division of the weavers, or the appointment of an Agent for the joint purchase of our various necessities; That his Lordship and Mr. Verelst had consented to this proposal provided no other way could be found to put an end to the repeated distressing complaints, constantly made by this assembly and that of Chandannagar, namely by conducting an impartial investigation on the spot into the value thereof. That to this end joint commissioners had also been appointed to make the round to the weaving places, but that both the French and we had refused to begin this, and that consequently the proposal for a registration of the weavers fell away of itself, even if it were the case that the same was less disadvantageous than it has since appeared to be upon mature consideration of the matters and taking the advice and opinion of the council. That their Honors therefore regretted being obliged again to repeat their firmly established resolution never to agree to such a proposal; that it would also serve no purpose to maintain any further correspondence with their Honors on the point in question, since the opinion of this assembly continued to differ so widely from this their fixed resolution, and such would only serve to foster a spirit of acrimony on both sides without bringing the least advantage to either party, so that their Honors, unless after investigation made by their commissioners it might be necessary to address themselves to us, would avoid further disputes by dropping the subject for the present; regarding that which was charged against their Honors concerning the authority and force over the natives, claiming full proofs, or otherwise judging the oppressions of which we spoke to exist solely in the imagination of this council, 752 21 July all of which having been discussed at length, it was remarked by the Director that the appointment of an Agent for the mutual purchase of goods had escaped no one of His Honor's council at Calcutta, and consequently it appeared incomprehensible how the English Gentlemen could bring that up, since it only appeared in the plan inserted in the secret resolution of the 18th of last month; item that the recantation of those Gentlemen must appear the more strange when one considers that Mr. Verelst himself has recently acknowledged having given his word on the point in dispute, namely the counting and dividing of the weavers, as can be seen from His Honor's separate letter of 31 May, incorporated by the resolution of 10 June; but that alleging this in reply to the general letter would not improve the matter, but on the contrary would increase the bitterness which has already taken hold of the minds of the Calcutta Gentlemen over their having been so keenly reproached from time to time with the retraction of their word; and why then, in accordance with His Honor's proposal, it was unanimously judged most advisable and resolved merely to write back that this council, as well as their Honors, is of the opinion that it will be best to drop all further pen-warfare concerning this subject rather than to give cause for acrimony, although this was never their intention, since they merely attempted to show the unreasonableness of not fulfilling promises once made, in a manner as would be done by anyone who ought to consider such an insult. That one could not fail to remark, however, that their Honors now for the first time positively denied ever having given their consent to the counting and dividing of the weavers, whereas in replying to 753 21 July all our previous letters, and especially that of 26 May, they did not pass this over in silence, and then only helped themselves by raising arguments brought forward as so many difficulties to carrying the plan into execution. That we must put up with all these disagreements and let the matter in question take its course until our Lords and Masters shall be able to judge which of us two has reason on his side. That it will also best befit their Honors to decide whether we, since the time that our Company has been thwarted in trade by English servants, have adduced enough examples of the acts of violence that have been committed against the native working man or not; and that this council once again considered the complaints of the continual vexations in the aurungs made to their Honors from time to time to be fully proven by the documents that have come in regarding this and were attached to the successively dispatched letters concerning such subjects. Further, it being seen from the aforesaid Calcutta letter that the complaints against Gokul Ghosal, of which mention was made in the latest Resolution, would be accurately investigated in the cutcherry of Burdwan, on which the lease of Dewanganj was dependent, and that this council therefore wished to send the required persons thither to present their accusations; so it was agreed to note here the communication of the Director that the gomastas who were arrested at Dewanganj had already been dispatched to the designated place to give testimony of the truth, and that the Dalal Balaram Poddar, from whom 500 rupees were extorted, has likewise been ordered to do so; furthermore, to request of the Calcutta council regarding this that the servants in the aforementioned cutcherry may be instructed also to inquire whether it is not true that money is extorted from our people who convoy goods hither from Burdwan and Chandrakona for every package or pack animal with linen, and that they, the English Gentlemen,
Dutch transcription
751 21 Juli ook geweest was de opneem en verdee ling der weevers, of het aenstellen van een Agent voor de gezaement lyke inkoop onser verscheiden benoo digheeden, Dat zyn Londschap en den Heer Verelst hadden geconesenteert in deeze propositie mitser geen ander re weg kon gevonden worden, om een einde te maken van de herhaelde ver„ drietige klachten, gestadig gedaen door deeze vergadering en die van sjendernegger, niet namelijk een onzijdig onderzoek te doen op de plaats na de waerde derzelve. Dat er ten dien fine ook gezaamentlijk gecommit„ teerdens waaren aengesteld, om de ronde te doen, naar de weefplaatsen dog dat beide de Transchen en wijge„ weigerd hadden, zulx te beginnen en dat gevolgelijk van zelf verviel den voorslag van een opneem der weevers, ja alware het ook, dat dezelve minder nadeelig was, dan ze zeedert is voorgekomen te zyn, bij rype overweeging der zaaken in„ neeming van den raaden het gevoelen van het ministerie Dat het hun Edelens derhalven speet weeder verplicht te zyn, te herhaalen hun vast gesteld besluit van nooit in zo een voorstel te bewilligen, dat het ook nergens toe dienen zoude eenige verdere brief wisseling net haar Edelens over het point in que„ stie te houden, dewijl het gevaelen deeser vergadering zo verre bleef ver„ schillen van deze haare vaste reso lutie, en zulx ook maar eeniglijk strekken zou, om een geest van bittigheid aen weersrijden te kaeste„ ren, zonder het minste voordeel aen beide partyen toetebrengen, zo dat haar Edelens ten ware na gedaen onderzoek van hunne gecommitteerden nodig mogt wezen, van zig aan ons te addres„ seeren, verdere krakkeelingen zouden vermijden door tans het onder werp te laten varen; van het geen men Haar Edelens omtrent het gezag en geweld over den inlanden ten lasten lag, volleedige bewijzen pretendeeren de, of ander de onderdrukkingen waarvan wy spraeken, eenlijk in de verbeelding van dit ministeris 21 Jeli weder bestaenlijk 752 21 Juli. 21 Jeli bestaenlijk oordeelende over alhet welke breedvoerig gesproo ken zynde, werd door den Heer Directeur geremarqueert, dat de aenstelling van een Agent tot den onderlingen inkoop van goederen zyn EE Acht„ baare te kalratte tegen niemand ontvallen, en overzulx onbegrijpelijk voorgekomen was, hoe de Heeren Engelschen dat te pas konden brengen, daar het alleen maer bleex by het plan geinsereert ter secreete resolutie van 18 g=l passa„ to, item dat de ontrentenier van die Heeren te worderlijken moet voor komen, als men acht geeft, dat de Heer Verelst zelve, en langs nog heeft geavoneerd tot het point in verschil /:namelijk het tellen en verdeelen der weevers:/ zijn woord gegeven te hebben, zo als dat te zien is, bij zijn Edeler aparte uir„ sive van 31 mei, ingelijft by besluit van den 10 Juni, dog dat niet zulx in antwoord op de gemeene brief te allegeeren, de zaak niet verbeeterd, maer ter contrarie ver„ meerderen zou, de verbittering die reets vat heeft op de gemoederen der Kalaatsche Heeren, over dat hun van tijd tot tijd het retracteeren van haar woord zo gevoelig verweeten is, en waarom dan oon conform zyn E Achtbare propositie met eenparig„ heid van stemmen, raadzaemst geoordeelt en geresolveerd wierd, een„ lijk te rescribeeren, dat dit shuir ten rium zo wel als Haar Edelens van concept is, dat het best zal zijn alle verdere pennistyd aengaen¬ de dit onderwerp liever te laaten vaaren, dan reeden te geven tot verbitteriecq, schoon dit nooit haar oogmerk geweest is, dewijl men eenlyk getracht heeft, de onreedelykheid aan te toonen van het niet nakomen der eens gedaane beloften op een wijze als door een iegelyk geschieden zoude, die zulx als een beleediging behoord aentemerken. Dat men eerter niet voorbyken te rencorquee„ ren, dat Haar Edelens nu eerst positif ontkenden haar concent tot het tellen en verdeelen der weeders ooit gegeven te hebben, daar zy by het beantwoorden die van 753 21 Juli 21 Juli van alle onse voorige brieven en speciael die van 26 mei zulx niet stilswijgen gepasseerd en zig toen slegts behalpen hebben, met argumenten te opperen quatie bijgebracht als zo veel zwarighee den om het plan ter uitvoering te brengen. Dat we ons alle deze disaggrementen moeten gekootten, en de zaak in questie op zijn beloop laaten, tot dat onse Heeren en Meesteren zullen konnen oordeelen, wie van ons bei„ de de reeden aen zyn zijde hebbe. Dat het aan haar Edelens ook best voe gen zal te bevlissen, of wy zedert den tijd, dat onse Compagnie in den han„ del door Engelsche bedienden gedwarc boomt is, voorbeelden genoeg hebben bygebracht, van de violentien, die en aen den Landen arbeidsman gepleegt zijn, of niet, en dat dit minuterie nogmaal de klachten over de continueele vetatien in de on„ rengs van tijd tot tijd aen Haar Edelens gedaen, volkomen beweezen hield door de stukken, die daar van inge„ komen en gevoegt zyn, by de succes„ sive afgesondene brieven, diergelyke onderwerpen betreffende Nog by voorsz kalkateere missive ge„ zien zynde, dat de klachten tegen Gokuel Gosaal, waarvan by de jongste Reso„ lutie mentie is gemaakt, nauwkeuriglyk on„ derzogt zou worden in de ketsjerie van Berdewaan, waarvan de pagt van Dewaen gens afhangelijk was, en dat dit ministe„ rium derhalve de vereischte persoonen derwaards wilde zenden, om haare beschuldigingen voor te dragen; zo is verstaan alhier aenteteekenen de communicatie van de Heere Directeur dat de goucastar, welke te Dewangends gearresteert zyn geweest reeds naar de bestemde plaats afgevaardigt waaren one der waerheid getuigenis te geven, en dat de Dalaal Bollerau Boddaar die 500 ropijen afgedwongen zijn, zulx meede bevoolen is: voorts om het kal„ katsch ministerie over zulx te verzol„ ken, dat de bedienden in voormelde ketejerie mogen gelast worden, zig ook te informeeren, of het niet waar is, dat ons volk, dat goed uit berde waar en sjenderkona herwaards convoijeert voor ieder pak of vracht beest met Lynwaat geld word afgeperst, en dat zij Heeren En„ ender werpen gelschen
English
754 21 July 21 July English in this respect, to effect such redress as fairness and justice, as well as the privileges of our farman, which is of the very same tenor as all previous ones, naturally demand. Hereafter, the Director informed the meeting how His Honor had recently been reliably advised by a trusted person that the chief of the English at Patna, Thomas Rumbold, had acted in a very violent manner against the vakil of the French on the occasion when the latter, on behalf of his masters, came to the durbar to request justice regarding the outrageous conduct of a certain English gomasta, who, with some armed sepoys, had overwhelmed the house of a French business agent, killed and wounded some of his people, and made himself master of the opium and other goods of great importance stored therein. That the aforementioned Mr. Rumbold, attending the durbar, had first boxed the ears of the courtier and subsequently hurled his naked sword at his head. That the vakil, requesting protection on this matter from the deputy governor, Raja Shitab Rai, was first admonished to be silent by the aforementioned Rumbold with the addition of many abusive words, but later, realizing his mistake, was taken aside and, in the presence of the aforementioned Raja Shitab Rai, requested to speak no further of what had occurred; but that the courtier had countered that what had happened to him was an insult to his masters, to whom he would make a report and leave the matter in their hands, and that this would have made Mr. Rumbold angry again had not Mr. Shitab Rai diverted His Honor therefrom and pointed out that the person of the vakil ought not to be exposed to such treatment, since in such a case general security and the law of nations were violated. That this had brought His Honor to calm down, though not without the declaration that he would certainly settle scores with the courtier. That the Council of Chandannagar had complained about this to that of Calcutta, and the latter had demanded clarification from 755 21 July 21 July Mr. Rumbold regarding how this matter stood. That notwithstanding all this, as stated, had occurred in a public durbar of more than a hundred persons, Mr. Rumbold had nevertheless thought fit to deny everything and to interpret the case as though the French gomasta and subsequently the vakil had both offended against him or his people by making themselves masters of goods that he claimed belonged to the English Company, namely the opium. That the Director communicated all this to the members, not as if the Company had any stake in this, but to demonstrate that the British, in matters where it comes to defending or justifying themselves, poorly resort to denying such things, knowing well that it is difficult for their adversaries to hold them to account, because those who would have to give testimony are dependent upon them and therefore fearful of their mercy if they should dare to undertake that; and wherefore His Honor deemed it useful, even if only for consideration, that this be recorded by resolution and that the servants at Patna be written to, to inquire into this as accurately as possible and to report to this administration what might actually be the truth of it. With all of which the members fully concurred. Lastly, two private letters were produced for reading by the Director from the commissioner in the aurangs, the titular merchant Johannes Mathias Ross, both written and dated from Kripajoy, subordinate to Chandrakona, on the 17th and 18th of the current month, containing an ample report of what has occurred to him thus far in the execution of his commission, both on the part of the fellow French commissioners and of the natives, who must provide all necessary light on everything, and at the end of the latter a request, since there was nothing more to be accomplished in Chandrakona, to be informed to which aurang he should further proceed, and if it might be 756 21 July to Birbhum or Bardhaman, it was maintained that this could presently be done only with difficulty by the overland route, and not without going further inland to the west; and wherefore His Honor submitted for consideration whether, since it appeared that, in view of the known scrupulousness of the native, there seemed to be little or no likelihood of achieving the intended objective, it would not be best to summon the aforementioned Ross hither, and to have him make a written report of what has been accomplished by him, and after hearing the same, to deliberate further together on what is to be done or omitted in the best interest of the Honorable Company, the more so because he cannot undertake the journey to Bardhaman and Birbhum without extraordinary expenses. Whereupon, having attentively deliberated and the opinion of the Director being unanimously applauded, it was approved and agreed to fully conform with the proposal. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: J. L. Vernet, M. Duuk, J. H. Ziiuer, Morre Lafont, J. P. Humbert, A. W. Falck, Jacob Eelbrack. Done.
Dutch transcription
754 21 Juli 21 Juli gelschen ten deesen opzichte, zodanig redier gelieven te maaken, als de billyxheid en rechtvaerdigheid, item de voorrechten van onsen semied, welke van dien zelve inhoud is, als alle voorige van zelfs komt te vorderen. Hierna maerte de Heer Directeur de Ver„ gaderinq bekend, hoe zyn E Achtbare enlangs door een vertrouwd persoon in het zeekere be¬ recht was, dat het opperhoofd der Engelschen te Patteca de Heer Thomas Runbold zig op een zeer violente wijs te buiten was gegaen tegen den wakkiel van de franschen, ter gelegenheid, dat deze uit naam van zijne meesteren, aen den Dherbaar recht wor komen verzoeken over het buitenspoorig gedaente van zeever Engelsche gomasta, welke met ee„ nige gewapende sipahir het huir van een fransch zaakbesorger overrompeld eenige van de zynen gedood en gequest, mitsgaders zig meester gemaakt had van de daarin geborgen afioen en andere goe„ deren van veel importantie. Dat de Heer Rum¬ bold voormeld, den Heebaar by woonende den hofganger eerst gesouffletdeerd, en ver„ volgens zijn haeden degen hem na het hoofd gesmeeten had. Dat de wankiel hierover maintenu verzoekende van den steedehouder de Heer Radja Sitaabraey door voormelde Rumbold onder het toevoegen van veel scheldwoorden eerst tot zwijgen ver„ maand, dog naderhand zyn mislag benev„ kende, apart genomen en in presen tie van voorm Heer Sitaabraey aenge„ zogt was; van het gebeurde niets meer te spreeken; Dog dat de Hofgangen hem hier tegen te gemoed had gevoerd, dat het geen hem was overgekomen tote hoon strecke van zijne meesteren, aen wien hy ver slag zou doen, en haar de zaar bevolen laaten, en dat zulx den Heer Rumbold weder driftig gemaekt zou hebben indien niet de Heer sitoebracq zijn E hier van gedetourneert en aenge„ toond had, dat de persoon van den wak„ kiel niet bloot behoorde te staan voor diergelyke behandelingen, dewijl in zo een geval de algemeene vei„ ligheid en het recht der volkeren geschonden wierd. Dat dit zijn E tot bedaaren gebracht had, echter niet zon„ der betuiging van hem Hofganger wel te zullen vinden. Dat de Raad van Gendernegger hierover aen die van kalkatte geklaagt, en deeze van hierover den 755 21 Juli 21 Juli den Heer Rumbold, gevordert hadde elucidatie, hoedanig het hiermede geleegen waare. Dat niet tegenstaan„ de dit aller, als gezegt in een publieke dherbaar van meer dan hondert persoonen gebeurd was, de Heer Rumbold echter had goed gevonden alles te negeeren, en het geval zo uit te leggen, als hadde de fransche gomasta en vervolgens de wakkiel beide tegen hem of de zyne misdaen, met zigmeester te waaren van goed, dat hy beweerde, de Engelsche Compagnie toe te komen, de Afioen namelijk. Dat hy Heere Directeur de Leeden dit alles mededeelde, niet als of dEcom„ pagnie hier aan iets gelegen wor neen, maer om aen te toonen, dat de Butten in zaaken, daar het op verdeedigen of zig te rechtvaerdige aenkomt zig slegt behelpen zulx. te onkennen, als wel weetende dat het haere tegenparty moeyelik valt hun pal te zetten, door dien de geen, die getuigen in zouden moeten geven, van haar afhangelijken dus voor en genade bevreest zijn, indie zy dat dorsten onderneemen, en waerom zyn E Achtbare dienstig oordeelde, dat zulx al wor het maer ter speculatie, by resolutie geregistreert, en de bedienden te Pattena aenge„ schreeven wierd, van zig zo nauwkeu„ rig doenlijk hier na te informeeren en dit ministerium te berichten wat er eigentlik aen mogt wesen Met al het welke de Leeden zig volko„ men conformeerden. Laestelijk wierden door den Heer Direc„ teur ter lectuure geproduceerd twee par ticuliere brieven van de gecommitts in de arrengs, den titulair koopman Johannes Mathias Ross, beide uit Kirpag, sorteerende onder Sjenderkona, geschall ven en gedateert den 17e en 18 dezer loopende maend, houdende een am, pel verslag van het geen hem tot nu toe in de uitvoering van zyne commissie zo van de zijde der meede gecommitteerde franschen, als van de inlanders, die omtrent alles het noodige lichtmoe„ ten geven, is voorgekomen, en aen het slot van de laaste een verzoek, om dewijl er in sjenderkona niets meer te verrichten viel te mogen weeten naar welke arreng hy zig verder vervoe„ gen zoude, en dat zo het mogt zijn oordeelde naer 756 21 Juli ingsdag naer Bhierboem of Berdewaan, men gunte staende hield, dat zulx tegen woordig beswaarlyk over de Land weg, en niet, dan dier landwaarts in om de west geschieden kon, en waerom zijn E Achtbare in consideratiegaf, of dewijl het zig liet aenzien, dat er mits de be„ kende sircpuleurheid van den in lander, weinig of geen apparentie scheen te zijn, t' bedoelde oogmeer te be„ reiken, t niet best zou weesen voorn Ross dit heen te ontbieden, en hem schriftelijk rapport te laeten doen van het geen er door hem verrigt is, en na het hooren van t zelve; met malkander nader te overleggen, wat en ten meesten belange van de E Maatschappye verder te doen of te laeten staat, temeer hy tog quiter- zonder extraordiciaire ongelden de reise naar Berdewaan en Bhierboen niet onderneemen kan waarover aandachtig gedelibereert en het gevoelen van den Heer Directeur eenpaarig geapplaudeert zynde, is goed gevonden en verstaan zig met de propositie volkomen te conformeeren Actim Hoegli in Bengale datum ut supra /:getekent:/ I L: Vernet. M: Duuk: I: H: Zii, uer. Morre lafont. . . . . . I: P: Humbert A. W. Falex. . . . Iacob Eelbracksgelse = Actum
English
Tuesday, the 27th of July, in the year 1767, in the morning. Absent the members Lafort and Ross, both due to indisposition. It was made known by the Lord Director that His Right Honourable had specially convened the meeting to deliberate whether one ought to write anything further in reply to the letters recently received from Calcutta and Chandannagar, the one of the 20th and the other of the 25th of the current month, both having already been circulated among the members for perusal, or rather leave the same unanswered. And upon further review of the first, it was noticed, not without astonishment, how the English gentlemen regarding the saltpetre likewise positively declare not to have made any definite promise, or rather, that the Lord Governor Verelst came to testify never to have promised the Lord Director that our Company would this year be provided with a definite quantity of saltpetre, but that upon the representation of His Right Honourable that a quantity of 40000 maunds was required for us this year, he, the Lord Governor, had held himself assured that the council would use its utmost endeavours to increase the supply of that article in order to be in a position to satisfy all demands. That this was afterwards repeated in a letter from the said Lord Verelst to the Lord Director dated the 12th of March in these words: "with respect to the saltpetre I hope there will this year be enough completely to satisfy both our demands for that article." Further, that the part presently granted was taken from an estimate made of the quantities which the various reports informed Their Honours were to come to them this year. That furthermore the strictest orders had been given, and the greatest effort was being made to increase the supply; and that if it were possible to succeed therein, this administration could be assured that a more ample portion would be granted to it this year. Whereupon having deliberated, it was considered with the Lord Director that all further demonstrations would be useless to people so light-minded in not keeping their promises, or at least so very ready, when it comes down to it, to give an entirely different interpretation to the same, and consequently resolved to let the matter rather take its course, and patiently await the effect of their further promise. From the letter of the French administration it was seen with pleasure that Their Honours, being very satisfied with the offer made from our side, were ready to join with us for the common good, and to convince this administration of the sincerity of their sentiments by the clearest proofs, fully avowing that it was now more than ever the interest of both of us to understand one another, it being a matter common to both; item, that one could not be too consistent in all the most essential points regarding this, of which they, the French gentlemen, were so well convinced themselves that they would never depart from that maxim. That the project concerning the division of the weavers had now become totally impracticable, since the English positively refused it, and that as their consent, as the cornerstone of the building, was lacking to us, the entire work fell through, so that the matter would not be decided except by our mutual superiors in Europe. That, in order to enable Their Honours to obtain justice concerning all the grounds of complaints which they, the French gentlemen, would send over, it appeared to them extremely necessary to understand one another mutually in this, and to that end communicate to each other everything that would in time be written on both sides concerning that matter, in order in that respect to agree with each other in all parts. Further, that it might very well be, as this meeting maintained, that the chief hindrances which the English caused partly had their origin in the purchase of goods which they had made from them in the past year, and that Their Honours were also very well convinced that it would be extremely advantageous for them if, instead of having to take recourse thereto, they could be supplied by their own merchants; but that this administration as well as they were aware that they had been absolutely forced thereto; yea, that they had great reasons to fear they would this year also be obliged to take such a course; for that there was no other means, in this late season, and since they had but little money in the aurangs, to satisfy the demand of their Company, consisting of the cargo of three ships. That notwithstanding it appeared very difficult, if not entirely impossible, to rely upon their merchants procuring them the required quantities and assortments, they, the French gentlemen, were nevertheless resolved to buy nothing except that which would be absolutely required for completing their cargoes. Finally, that they earnestly wished the circumstances in which their Company found itself would permit them to postpone for a year the dispatch or fulfillment of their demands, since much good must certainly result therefrom for the future, and that they understood very well the reasons alleged regarding this by this administration, but that it would be too dangerous for the credit and prosperity of their Company, in the beginning of its recovery, to resort to such an extraordinary measure, which was easier for us to do than for Their Honours, because, for one thing, we were not under the necessity of remedying past misfortunes, and, for another, we were always provided with some ship cargoes that enabled us to choose useful measures, which however did not suit them in the present circumstances.
Dutch transcription
757 Dingsdag den 27 ' Iuli Ao 1767 smorgens absent de Leeden Lafort en Ross beide mits en porselijnheid Is door den Heer Directeur te kennen gegeven, dat zyn EE Achtbaare de Verga„ dereicg speciael hadde belegt, ene te delibe„ reeren, of men op de enlangs van kal„ katte en sjenderneggen ontvangene brieven, de eene van den 20 en de andere van den 25 deser lopende waerd beide bereets ter lecture onder de Leeden rond geweest, ook icts nadersdiende te rescribeeren, dan wel dezelve en beant„ woord laaten zoude, en werd by nadere resumtie uit de eerste niet zonder verwondering ontwaard, hoe de Heeren Engelschen ten opzichte van de salpeeter, almede poritief verklaren geen zeekere belofte gedaen te hebben of eigentlik, dat de Heer Gouveneur verelst quam te betuigen, aen den Heer Directeur nimmer belooft te hebben, dat onse Comp dit jaar met een zeekere quantiteit salper ter voorzien zou worden, maer dat op de vertooning van zijn EE Achtbare dat er dit Iaar voor ons een quantiteit van 40000 maan gerequireerd wierd hij Heere Gouverneur zig verzeevert had ge gehouden, dat de vergadering hare uiterste pogingen zou aanwenden om den voorraad van dat artikel te op vermeerderen, ten einde in staad te weesen, alle eisschen te voldoen Dat dit naderhand was herhaeld in een brief van gezegde Heer Verelst aen den Heere Directeur onder den 12 maert in deeze bewoording; „ met opzigt „tot de salpeeter hoop in dit Jaar genoeg „zal wesen om beide onse eisschen „van dat artikel volkomen te „voldoen. voorts dat het thans ge„ accordeerde gedeelte yn genomen was uit een gemaakte overslag op de quantiteiten, welke de onder„ scheidene berichten Haar Edelens bedeelden, dat hun dit Jaar stond te geworden. Dat wijder de sthuiste ordres gegeven waaren, en de groot„ ste moeite wierd aengewend, om den voorraad te vermeerderen; en dat by aldien het mogelijk was, daerin te slaegen, dit ministerium verzeenert kon zijn, dat haar een rui¬ neer portie zou toegestaen worden; van dJaar 758 27 juli 27 Juli waarover dan gedelibereert zynde, werd met den Heer Directeur geconsidereert, dat alle verdere deminstratien en nut zouden wesen aen Luiden zo lichtvaardig van haare beloften niet gestand te doen, of immers zo zeer gereed van als het er op aenkomt, aen dezelve een heel andere uitlegging te geven, en mitsdien ge arresteerd, het geval lieven op zijn beloop henme te laaten, en het effect, nadere toezegging met gedult aftewagten By de brief van het fransch ministe„ rium werd niet genoegen gezien dat Haar Edelens zeer voldoen over de van onse zijde gedaene presentatie paraat waaren, om voor het gemeene bert zig niet ons te voegen, en van de oprechtheid harer gevoelens dit mini„ steriu te overtuigen, door de klaer blykelykste bewyzen volkomen avo„ verende dat het tansmeer als ooik ons beide interest was zig net elxander te verstaen, en een zaar voor bei„ de gemeen, item dat men in alle de effentieelste pointen dien aengaende niet al te overeenkomstig kon zijn; waer van zy Heeren fransche by haar zelve zo wel overtuigt waren, dat zy van die maxime nimmer zouden afstoppen. Dat het project wegens de verdeeling der weders thans ten eenemaal en doenlijk was geworden, vermits de Engelschen zulx positif weigerden, en dat daar hunne toe stemming als de hoeksteen van het gebouw ons ontbeerde, het gaasche werk quam te vervallen, zulx de zaar niet zou te beslissen we„ zen, dan door onse wederzidsche superioren in Europa, dat het om Haar Edelens in staat te stel len rechtte erlangen over alle de reedenen van klachten, die zy Heeren franschen, zouden over zenden, hun ten uitersten nood zaakelijx toescheen, zig hier in onderling te verstaen, en ten dien einde elxander te com„ municeeren aller wat die materie aengaende in der tijd van weerskanten zou geschree ven worden, ten einde in dat opzicht in allen deelen met elkanderen te accordeeren voorts dat het zeer wel ken zijn, dat zo als deeze vergadering sustineerde dat de 759 27 Juli 21 Juli de meesterhiidernissen, die de Engelschen veroorzaakten, ten deele haare oorsprong hadden uit den inkoop van goederen die zy in het gepasseerde Jaar by haar hadden gedaen, en dat Haar Edelens ook zeer wel overtuigd waren, dat het ten ui„ tersten voordeelig voor hun zoude wesen zo zy in steede van daartoe recoers te moeten „neemen, door hunne eigen kooplie den konden gerieft worden; maar dat dit minuterie zo wel als hun be„ weest was, dat zy daartoe absolut genood zaakt geweest waren; ja dat zy groote reedenen hadden te dugten, dit Jaar ook verplicht te zullen wesen, dierge„ lyk een weg in te slaan; want dat er geen ander middel was, in deezen laaten tijd, en daar zy maar weinig geld in de arrengs hadden, om den Eisch van haare Compagnie in de Lading van drie scheepen bestaende, te vol doen. Dat niet tegenstaende, het bleek zeer moegelijk zo niet geheel onmogelik te zyn, om staat te na ken, dat haare kooplieden hun de benodigde quantiteiten en assor„ tementen zouden bezorgen, zij Heeren franschen nochtans gere„ salveerd waren, niets te kopen, als het geen, en absolut tot accomple„ teering hunner oorgasoenen zou benodigt wezen. Eindelijk, dat zy zeer verlangden, dat de omstandig heeden, waerin haare comp zig be vond, hun toelieten voor een Iaer te staaven de bezending of vol„ doening haarer Eisschen, dewijl daer uit voor den aenstaande zeekerlyk veel goeds moest spruiten, en dat zy zeer wel bezetten de reedenen daaromtrent door dit ministeri„ um geallegeert, maar dat het voor het crediet en de welvaart van haare Comp te gevaarlijk zou zyn in het begin haare herstelling zo een extra middel by de hand te neemen, het welk ons gemakkelijken te doen viel als Haar Edelens, want dat wy voor eerst niet in de noodzaakelykheid waren gepasseerde ongelukken te remedice ren, en dat wy ten anderen alloos voorzien waren van eenige scheeps Cargazoenen, die ons in staet stelden, nuttige maatregulen te verkiesen maer welke hun in de tegenwoordige circumstantien niet convenieerden. solveerd Dan
English
760 27 July Then noted, as appears by the resolution of the 3rd instant, that it was sufficiently foreseen that the proposal made would find no acceptance under the present circumstances, and as it is plainly evident from all the concise reasons adduced by this nation that they will not allow themselves to be persuaded thereto, it has, regarding their proposition to proceed in mutual communication concerning the reports to be made, been approved and resolved to leave it to the deference of the Honorable Director to confer privately with Mr. Chevalier to that end and to put into effect whatever His Honorable Worship shall find appropriate for the greatest benefit of the Company and for achieving the intended objective. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: J: L: Vernet, M. Tsinck, F: P: Huebert, O. W: Falck, Jacob Eelbracht, Secretary. Tuesday, 25 August, Anno 1767, in the morning, all present. A missive having been brought here yesterday morning and presented today at the meeting by the Honorable Director from the Noble Governor and Council at Calcutta, dated the 17th of this current month, containing a communication regarding the result of the investigation made into the complaints against a certain Gokul Ghosaul, recorded by secret resolution of the 14th of June last, namely how upon precise inquiry it had appeared: that the tolls which the servants of the said Ghosaul had demanded and received at Dewanganj were solely such as had long been established and formerly paid by our people, so that the entire complaint had appeared to Their Honors not only frivolous but completely groundless; for the verification of which they had enclosed with the letter extracts of 761 23 August letters from Mr. Graham, Resident at Burdwan, to the Collector General; translation of a letter from Gokul Ghosaul's vakil, etcetera; item, of a document signed by the principal officers of the Burdwan Cutcherry; and finally a copy of a letter from the said Mr. Graham to the Honorable Director George Louis Vernet; which papers, according to the translation made thereof into Dutch, are inserted herewith: Extract from a letter from Mr. Graham to the Collector General, dated 11 July 1767. Sir, The extract which Your Honor sent me from the letter of the Dutch Governor and Council contains nothing more than a continuation, or rather repetition, of the complaints that arose at the end of last year, regarding which Your Honor wrote to me in your letter of the 22nd of April, and in reply to Your Honor in mine of the 24th thereafter, concerning the broker named Balaram Poddar bringing a complaint before me, showing that at Dewanganj 500 rupees had been demanded from them for tolls on the Dutch goods. Upon this complaint I gave an order that the ghat duties or passage rights should be levied from the brokers, the customary tolls from the gomastas, and that the abovementioned sum, if it had been levied for tolls, should be returned. This happened around the middle of May, and since then I have heard of no disputes between the farmer and the Dutch gomastas, nor do I think that the present complaints will contain any grounds for new grievances. I have, however, written to the district for a precise report, and in the meantime I send Your Honor herewith a Bengali account of the whole matter taken from Gokul Ghosaul's vakil. Was signed: John Graham. In the margin: A true copy, signed: Simeon Droz, Secretary. Translation of a letter from Gokul Ghosaul's vakil at Burdwan. In the Bengali year 1173 and month of September, some linens belonging to the Dutch arrived at Dewanganj. The Daroga of the ghat sent for the Dutch gomasta and the broker Gopal Poddar and demanded the customary tolls for the same, which they subsequently promised to pay; and afterwards the said gomasta brought around 50 peons and lodged a complaint, the
Dutch transcription
760 27 Juli Dan gemernt, men zo als blijkt by resolutie van den 3 Courant genoegsaem wel voorzien heeft, dat de gedaene voorslag in de tegenwoordige omstan„ digheid geen ingang zou vinden, en het om alle de door deeze natie bijge„ brachte bondige reedenen klaarlyk te zien is, dat zy zig daartoe niet sullen laaten overhaalen, zo is wat betreft hunne propositie, om aengaende de te doene berichten met elk onder communicatie te werk te gaen, goedgevonden en g'arresteert, aen den Heer Directeur gedefereert te laaten, om ten dien fine met den Heer Chevalier in het particulier dat geene te beraemen, en in het werk te stellen, het welk zijn EE Achtbare ten meesten nutte van de Eskant schappy en ter bereiking van het be„ daelde oogmerk zal bevinden te behooren Actum Hoegli in Bengale datum ut Supra /:getekent:/ I: V: Vernet. M Tsinck. . . . . .. . . . . . . . . . . F: P: Huebert. O. W: Falex .. Iacob Eelbracht, xsec=ts sisteren morgen alhier aengebracht en heeden door den EE Achtbaren Heer Directeur ter vergadering geproduceert zynde een missive van den Edelen Heer Gouverneur en Raed te Kalkatta sub dato den 17 deeser lopende maand houdende communicatie wegens den uitslag van het gedaen ondersoek des klachten tegen zeeker Pokue Rosael aen„ geteekend by secreet arrest van den 14e Juni jongstleeden, hoe namelijk by nauwkeurige informatie was gebleeken: dat de tollen die de bedienden van gem Gosaal /te Dewaangends:/ ingevordert en ontvangen hadden eenlyk zulke waren die reets lang vastgesteld en voor deesen door on volk be„ taeld wonen geworden zo dat de gan„ sche klachte hun Edelens niet allee ne beurelachtig maer geheel onge„ grond was voorgekomen tot verifi„ catie van welke zy by de brief had den ingeslooten extracten van Dingsdag den 25 augustus Ao 1767 smorgens alle present brieven 761 23 augs brieven van den Heer Graham, Resident te Bedemaan aen de Collecteur Generael translaat van een brief van Gokul Losael wackiel: etc=a item van een schriftuur geteekend door de voornaemste officieren van de Berduaansche Ketsjerrie en einde„ lyk Copia van een brief van gemelde Heer Traham aen den E:E Achtbare Heer Directeur George Louis Vernet, welke papieren navolgens de daervan in het nederduitsch gemaekte vertaeling by dese werden geinesereert Extract uit een brief van de Heer Irahand aen den ontfanger generael gedagtee kent den 11 Juli 1767 Myn Heer Hetextract 't welk uEdele my heeft toegeson„ den uit de brief van den Hollandschen gou verneur en Raad bekelsd niets meer, dan een vervolg of liever herhaling der klagten, die zig int laest van voorleeden jaer hebben op, gedaen ten opsigte van welke UEdele my heeft geschreeven by zyn brief van den 22e april en in antwoordde UEdele in den minen van den 24' daeraen, over dat den Dalael genoemt Bolleran Dedduer een klagte aen my heeft voortgebragt, vertoonende, dat te Duwaangends 500 ro„ jgen van hun gevordert waaren voortol len op de hollandsche goederen. op deze klagte gaf ik een ordre, dat de Luttie of varengsgerechtigheeden zouden geheeven worden van de Dellaals- De gewoone tollen de wegen van de gouaster en dat de bovengemelde som in dien dezelve voor tollen geheeven was terug zoude gegeven worden Dit gebeurde omtrend het midden van men en zeedert heb ik van geene verschillen tusschen de Pagter en de hollandsche gomastos vernomen, nog ook deuk ik niet, dat de tegenwoordige klagten eenige stoffe van nieuwe beswaernis, sen zullen behelsen. Ik heb egter geschreeven na het district, om een nauwkeurig bericht en intusschen zende UEdele hiernevens een ben goelsch verhael van de geheele zaak genomen van Tokeel Gosaels wakiel /:onderstond / getekent:/ Iohn Grakeur /(ter zijde:) een echt afschrift /getekent Simeen Dror sec=tr Translaet van een brief van Louil Posaels wackiel te Redewaen in 't bengaelsch jaer 1773 en maend van September qua„ men eenige Lywaten behorende aen de hollanders te Duaangende, de Daroga van de thattee zond ene de holland sche gemostor en de Detael Popaal God daar en eischte de gewoone tollen voor dezelve, welke zy vervolgens beloofden te betaelen, en naderhand bragt gemel„ de gomasto omtrend 50 pions, en voerde klagte de
English
762 25 augs 25 augs the goods by force from the ghattie, whereupon the Daroga asked the peons whose people they were. The said peons answered that they belonged to the Dutch. The Daroga told them to pay the tolls and to take away the linens. The peons answered again that they had no orders from the Company to pay the same. The Daroga asked them whether they had any orders to produce. Whereupon the peons seized the Daroga and brought him with the linens to Chinsura, and upon their arrival at Chinsura they released the Daroga, who then came to Calcutta and submitted a petition to the Honorable Council, and the Dutch vakil answered the matter. The Dutch and French linens were sent to Burdwan without paying the tolls to the Daroga, whereupon the gomashta of the [illegible] informed Mr. Goodwin thereof, who ordered them to detain all the linens, and a few days thereafter the Honorable Council sent an order to Mr. Goodwin to receive the customary tolls for the said linens, which were subsequently received at Burdwan, and the linens were taken away. The Daroga then returned from Calcutta to his ghattie and demanded all the tolls from the various places. Mr. Goodwin also sent a parwana, but the Dutch and French gomashtas have no respect for the same, and thereafter the said Daroga placed a peon over Bolley Poddaar for the tolls. Afterwards some linens belonging to the Dutch passed by, which linens Bolley Poddaar having detained, paid a portion of the tolls, and the said Bolley Poddaar wrote a letter to the Dutch stating that he was a servant of the Dutch and suffered great hardships in their service, that peons were placed over him, wherefore he was obliged to pay the charges, and requested that they would dismiss him. The Dutch sent a copy of the said letter to the Honorable Council, and the Honorable Council gave the same to Claude Russell, Collector, who sent it again to Mr. Goodwin at Burdwan, whereupon the said Bolley Poddaar's vakil presented a petition to Mr. Goodwin, who ordered the Daroga to receive the aurang duties from Bolley Poddaar, and the tolls from the Dutch gomashtas, and in case the Daroga had received any tolls from Bolley Poddaar, to return the same, with which order the dalal's vakil went to the aurangs, but of what has occurred since we have as yet received no news, subscribed: signed Ramcanto Sen: Sumak 763 25 augs 25 augs Sumak in the margin: a true copy signed: Simeon Droz, secretary Extract from a letter of Mr. Graham, Resident at Burdwan, to the Receiver General, dated 12 augs 1767. After very much trouble in summoning the parties involved in the complaints of the Dutch, their gomashta has thought fit to pass over all accusations of oppressions. In short, at the conclusion of his complaints he declared the same to be nothing else than that the customary and established tolls were levied on the goods of the Dutch Company, and that the purport of his instructions was to obtain an exemption therefrom for the future. My answer hereto was that I did not have the power to grant his request, and I have therefore dismissed him, with a letter to Mr. Vernet, a copy whereof accompanies this for your Honor's further information. I also send your Honor a document signed by the principal officers of the kachahri, confirming the statement of the Dutch gomashta that he had no cause of complaints to produce, but that his charge was to obtain an exemption from all tolls; subscribed: signed John Graham, in the margin: [illegible] Mr. Graham asked them wherein their complaints consisted; the gomashtas showed a paper of the tolls, the customary dues to the gomashtas, etc. Mr. Graham sent for the gomashtas who collected the tolls; and upon the arrival of the said gomashtas Mr. Graham asked the Dutch gomashtas what they had unjustly received from them, that he would oblige them to return it; the Dutch gomashtas answered that the tolls and customary dues to the gomashtas were lawful, and that they did not complain about that, but they only requested to be exempted from all tolls, whereupon Mr. Graham answered that it was not in his power. Bengal in the year 1174, July 29, subscribed: signed Annandiram Bose. Burdwan, 12 augs 1767 Sir, I had the honor to receive from the hands of your gomashta your honored favor of [illegible] a true copy signed: Simeon Droz, secretary Translation of a Bengali document signed by the principal officers of the Burdwan Kachahri. Ramsonder Sam and two other Dutch gomashtas brought a letter from the Dutch Governor to Mr. John Graham with respect to the [illegible]
Dutch transcription
762 25 augr 2augs de goederen met geweld van de ghattie waerop de Daroga de pions vroeg, wiens volk zy waren. De gezegde piors antwoorde, zy aen de hollanders be„ hoorden. De Daroga zeide hun de tollen te betalen en de Lywaten weg te brengen. De pions antwoor den weder, dat zy geen ordre hadden van de compagnie om dezelve te betalen. De Daroga zeide hun of zy eenige ordre hadde voortebrengen. op 't welk de Pions de Daroga opvatteden en met de Lywaten naer Chinsura brag ten, en by hunne komst te Chrncura ontsloege zy den Daroga, die toen te kalkatta quam, en een versoekschrift aen den Achtbaren Raed inleverde en de Hollandsche wakkiel beant woorde de zaek. De hollandsche in fransche Lywaten werde naer Ber„ die aan gesonden, zonder de tollen te betalen aen de Duroga, waerop de Gouasto van de de heer Loodwin daervan onderregtte die hen gelaste alle de Lywaten aentehou„ den, en weinig dagen daerna sond den Achtba„ ren Raed een bevel aen dheer Goodwine en de gewoone telfen voor de genoemde Lywaten te ontfangen, welke vervolgens te Beduaen ontfangen, en de Lywaten weggebragt zyn. De Daroga quam dan van kalkatta teruij aen zyn grattie en eischte alle de tollen van de verscheidene plaatsen. Dheer Goodwin Londmede een pewanna, dog de holland, sche en fransche gomcostor hebben. geen ontzag voor deselve en daerna stelde de gemelde Daraga een sion over Bollog Podaan, om de tollen, nader hand passeerden eenige Lywaten, de hollan der toebehoorende, welke Lywaten Bologpo daar aengehouden hebbende, betaelde een gedeelte der tollen, en de gemelde Bolleypodaar schreef een brief aen de hollanders, dat hy een bediende der hollanders was, en groote moeielijk heeden in haren dienst leed, dat Pions op hem gesteld waren, waarom hy ver„ pligt was de ongelden te betalen, en ver„ zogt, zy hem ontslaan wilden. De Hol, landes zouden een copy van gemelde brief aen den Achtbaren Raad, en den Achtbaren Raad gaf dezelve den Claud Reessel schuldkn: die ze weder aen dheer Goedwin te Beduwaan zond, waarop de gem Bolley Podduers wakkiel een versoekschrift dheer zoodwin aenbood, die den Darooga gelaste de arrengs gerechtigheeden te ontfangen van Bollei Poddaar, en de tollen van de hollandsche gomastos, en ingeval de Daroga eenige tollen van Bolleij Poddaer had ontfangen, deselve wederom te geven, met welke ordre de Dalaet wakkiel na de arrengs ging, dog van wat zeedert is voorgevallen, heb„ ben wy als nog geen tijding ontfangen, /:onderstond:/ getekend Ramcanto sche: Sumak 763 25 augs 25 acegr Sumak /:ter zijde:/ een echt afschrift (:ge„ tekend:/ Simeon Dror, sec=r Extract uit een brief van dheer Gra„ ham resident te sterdu aan aen den ontfanger Generael gedagte keut den 12 augs 1767. Na zeer veel moeite in het indagen der partijen begepen in de klagten der Hollander heeft hunne gomorto goed gevonden alle beschuldigingen van appers in gen over te slaen. Int kort by de uitkomst zyner klachten heeft hy verklaerd deselve niets anders te wezen, dan dat de gewoone en vastgestelde tollen van de goederen der hollandsche Compagnie geheven zyn, en dat den inhoud zyne instruc„ tie waren de quytschelding daervan uit toekomende te verkrijgen. Min antwoord hierop was, dat ik de magt niet had zyn verzoek toe testaen, en in heb hem derhalven zyn afscheid ge geven, met een brief aen de stee Vernet, waervan een Copy hiernevens gaet tot uwEdeler verdere onderrech„ Ik zende uEdele mede een schrif tuur getekent door de voornoemste officieren van de ketekerag, bevesti„ gende de verklaring van de holland, sche gomasto, dat hy geene reeden van klagten had voortebrengen, maer dat zijn last was een ontheffing van alle tollen te krijgen /:ondertond gen teekend / John Graham / te zijde:/ nager Heer Erahand vroeghen, waerine hunne klagten bestond, de gouastor vertoonden een papier van de tollen, de gewoone afgaven aan de gomastor etc de Heer Prachand zond om de go„ mastos, die de tollen invorderde; en op de aenkomst der gemelde gonaster vroeg de Heer Fraham de Hollandsche goucorter„ wat zy van hun onrechtvaerdiglijk ontvan„ gen hadden, dat hy hun verpligten zou„ de het wederom te geven, de holland„ sche gouastor antwoordden, dat de tollen de gewoone afgaven aen de gomaster recht waren, en dat daerover niet klaegden, maer zy eenelijk versog„ ten hen van alle tollen te ontslaan waerop de Heer brahau annt woorde t niet in zyn vermogen was. Bengale int Jaer 1174 Juli 29 /onderstond:/ getekend Annandiram Roos. Berduaan den 12 augs 1767 Myn Heer Ik hadde eere uit handen van uwe gomastor t' ontfangen uwe g'eerde van een echt afschrift /:geteekend:/ Li meer Droz se=tr Translaat van een beugaelsch schriftuur getekent door de voornoem„ ste officieren van de Beduaansche Ketcherrie Ramson der sam en twee andere holland, sche gomastos bugten een brief van den Holland„ schen Gouverneur aen d heer Joha Traham ten opsigte van de een den ting
English
764. 25 August 25 August the 27th ult., who at his first appearance submitted two accounts, showing the duties that had been paid for your goods, and some trifles amounting in all to about 27 rupees, which were given as a reward to the officers of the Chowkies, or, as he intimated, were demanded by them. My first inquiry came upon the article of tolls, whereupon your gomastah himself, in the presence of the whole cutcherry, declared that the tolls mentioned in this account, neither in price nor in amounts, were anything more than what your nation, as far as he was aware, had always been accustomed to pay. Therefore, suspending my inquiries on this point, I summoned the people who were said to have received these rewards or extortions, in order to investigate that matter. But yesterday upon their arrival your gomastah came and showed that these were trifles, which he did not consider as any ground for grievances or complaints. That his instructions contained orders to obtain the remission of the tolls themselves, which he again repeated your Honour had always been accustomed to pay, and that if I could not decide this point in his favour, he would omit bringing forward any other complaint. Thus, Sir, I have given your Honour a faithful account of what occurred between me and your gomastah, and the Calcutta Gentlemen conclude their aforementioned missive with a request that this assembly would itself take the trouble to investigate to what extent the complaints are well-founded before one came to bring the same before their Honours. All of which having been attentively deliberated upon and taken into consideration, that what has now been investigated, and was said to be proved—namely that the so-called tolls were demanded and paid according to custom—might well have been omitted as being irrelevant to the matter, since it solely depends on whether I have frankly made known to him that the removal of the legal and established duties of the province was not within the reach of my power; I believe that with this answer he will return to your Honour. I have the honour to be with much respect, [below was written:] Sir, [lower:] Your Honour's most obedient servant, [signed:] John Graham [in the margin: a true copy / signed:] Simeon Droz Secretary whether 765 25 August 25 August whether that custom is just, or rather introduced contrary to the ancient customs and privileges of our Company. Thus, upon the proposition of the Honourable Director, it was resolved, in proof of the latter, once more to present what is necessary, and among other things, that one cannot consider this so-called custom as anything other than a tyranny contrary to our prerogatives, of which they, the British Gentlemen, are not ignorant; for the sanad sent in copy to their Honours on 15 June clearly showed that all our merchants might pass and repass freely and frank through the entire country without being obliged to pay any other duties than the 2½ per cent to the Buxbander at Hooghly. Furthermore, that we had flattered ourselves that from the time the chowkies in the Burdwan and at Chandrakona were farmed by English servants, we would remain free from all extortions, considering that the orders of their respectable superiors entailed maintaining us in the exercise and free practice of our privileges and protecting us against all oppression or vexation from the Moorish regents; whereas the contrary nevertheless appeared to be true, seeing that all our goods passing by the chowkies as yet standing directly under the Moorish government enjoy an unhindered passage, and only those which bordered rather closely on Burdwan and Chandrakona, encouraged by the conduct of the English servants in this matter, followed their bad example. And as it would be in vain and cause more disputes if one were to insist further on the restitution of the moneys that have been extorted from the Company for some years past, it was agreed only to request the English ministry, by virtue of the aforementioned sanad, 766 25 August business on the receipt of the secret letter from the High Indian Government Friday to dispatch orders to the chowkies in Burdwan and Chandrakona for a free and unhindered passage of our merchandise without taking or demanding anything for it; or else that they, the British Gentlemen, may be pleased to communicate their pleasure further and clearly, so that we may come to know according to what we ought to regulate ourselves. Done Hooghly in Bengal, date as above [signed:] G: L: Vernet, M: Nuuck, I: A. Ziemier, M: la Fort, I. M. Ross, I. P: Humbert, O. W. Falck, I. H: A: Diemer. Jacob Hilbers, Provisional Secretary. The matters circumstantially mentioned in today's public resolution having been dealt with, and upon the proposition of the Honourable Director having now also proceeded to the business concerning the esteemed secret rescript of the High Indian Government, dated 21 July past, in reply to the letters sent from here of 22 August 1766 and 31 January and 1 March of this year, it was likewise noted with regard to the satisfaction expressed by their High Honours over the promise cited in our letters and obtained from Lord Clive concerning our privileges and the improvement of our affairs, in the expectation that his successors will uphold the promises made by him, both with respect to the enlargement of our territory and regarding other matters, which in the morning, absent the Merchant and Trade Bookkeeper Ross due to indisposition. Friday the 14th October Anno 1767 Their
Dutch transcription
764. 25 aug 25 augs den 27 laestleeden, die by zyne eerste verschyning twee reekeningen inlever¬ de, aentoonende, de rechten die voor uwe goe deren betaelt waren, en eenige beuselingen bedragende in alles omtrend 27 ropgen, welke voor een belooning aen de officieren der Chouwkier gegeven, of zo als hy te kennen gaf door hen gevordert zyn. Myn eerste onder zoek quam op het artixel der tollen, wanneer uwe gomastor selve in het byweesen der geheele ketekerrie verklaerde, dat de tollen by de deeze ning vermeld nog in paijs nog bedragen niets neer woren, dan 't geen uwe natie, zoveel hem bewust was altoor gewoon is geweest te betalen, derhalven myne ondersoekin„ gen op dit point opschortende, ontbood ik de Lieden, die gezegt waren deze be„ loningen of afpersingen ontfangen te hebben, ten einde die zaek natespeu„ ren Dog gisteren by hun komst quam uwe gomasto en vertoonde, dat dit beun zelingen waren, die hij niet aenmerte al eenige grond van beswarenissen of klagten. Dat zijne instructies behel„ den de quitschelding der totte zelve te verkrijgen, welke hy weder herhaelde uEdele altoor gewoon was geweest te betae„ len, en dat indien ik dit point niet in zyn voordeel konde bevlissen, hy het voort brengen van eenig andere klagte zoude overslaen. Dier myn Heer heb ik uEdele een getrouw verhaal gedaen van 't geene tusschen my en uwe gomasto is voorgevallen, en naer besluitende de Kalkatsche Heeren hunne voormelde missive met een verzoek, dat deese vergadering selve de moeite wilde neemen te onderzoe ken in hoe verre de klachten wel gegrond zyn, voor en al eer men dezelve voor haer Edelens quam te brengen. Over al het welke aen¬ dachtig gedelibereert en in aenmer„ king genomen zynde, dat het geene en tans ondersocht is, en gezegt werd bewezen te zyn, dat namelyk de zo genoemde tollen volgens de gewoonte zyn afgevorderd en betaeld, als niets ter zaek doende wel agterweegen had konnen blijven dewyl het daar maer op aenkomt, die in openhartig aen hem heb te kennen gegeven, tot het wegneemen der wettelijke en gestelde rechten der provin„ die niet binnen het bereik van myn magt was, geloof in hy niet dit antwoord weder tot uEdele zal terugkeeren. Ik heb de eere niet veel agting te zyn /:onderstond:/ Mijn Heer /:lager:/ UwEd Zeer gehoorzame dienaer /:getekend/ John grakane /:ter zijde een echt afschrift / ge„ tekent :/ sineeen drog sec=ts dien of 765 25 augr. 25 augs of die gewoonte rechtvaerdig, dan wel ingevoerd is, contrarie de aloude costume en voorrechten van ons compagnie, zo ir op de propositie van den Achtbare Heer Directeur berloo ten, om tot bewijs van het laestgemelde andermael het noodige te verkooen en onder andere, dat men die zo genoem de gewoonte niet anders kan reekenen, al een dwinglandy strijdig met onre prerogativen, waervan zy Heeren Britten niet onkundig zyn, want dat de Huu Edelens op den 15e Juni in copia toe gesonden senned duidelijk aen wees, dat alle onse koopmansz door het gansche Land vryen vrank mogten passeeren en repasseeren, zonder een nige andere gerechtigheeden te betaelen, verschuldigt te zijn, als de 2½ procento tot aen Bachsbenden te Hoegei. Voorts dat wy ons hadden ge„ flatteerd van zeedert de tijd, dat de spou„ Kier in het berduaansche en te sjuiden, Kona door Engelsche bedienden gepacht zyn geworden, vry te zullen blijven van alle extorsien, aengezien de ordres van hunne respectabele superioren mede bracht, om on in de excerditie en vrye oeffening van onse pavilegien te mainteneeren en tegen alle onder drukking of overlast der moorsche regenten te beschermen, daer het tegendeel echter scheen waer te zyn, gemerkt alle erve goederen passeerende voorby sjoukier voor als nog direct onder de moonsche regeering staende, eene onver„ huidede doortogt genieten, en zulke alleen, welke wat digt aen Berdewaan en Sjendekona grens, den, aengemoedigt door het gedrag de Engelsche bedienden in dit stuk haar quaad voorbeeld volgden. En gelijk het vergeefsch zou zijn en meer disputen veroorzaeken indien men verder quam aente dringen op de restitutie der pen ningen, welke de Comp zeedert eenige Jaeren zyn afgedwongen zo is verstaen het Engelsch minu„ sterium eenlyk te versoeken van uit krachte der voormelde van Sehued 766 25 augs besoigne of de ontv secrete brief van H AC=s rijdag semied aen de Sjoukier in Berdewae en sjenderkonce ordre aftevaerdigen, tot eene vrge en onverhinderde passage van onse koopmanschappen zonder daer voor iets te neemen of aftevorderen dan wel, dat zy Heeren Britten or hun goedvinden, nader en duidelijk, gelieven meede te deelen, op dat we weeten komen, waerna we ons dienen te reguleere. Actum Hoegli in Bengale, datum ut supra /:getekent:/ G: L: Vernet M: Nuuck. I: A Zimier. M: la fort I. M. Korp I. P: Aumbert. O. W. Falik. I. H: A: Daniur Jacob hilbrachtpls eca=ts De zaaken by publieke resolutie van heeden omstandig vermeld, afgehan„ delt, en op de propositie van den Heer re Directeur ook nu getreeden zynde tot de besoigne over de g'eerde secreete reserip tie van de Hooge Indiasche Regeering op de van hier afgegaene brieven van 22 augs 1766 en 31 Ianuari en 1 maert deser Iaer gedateert 21 Iuli paso zo wierd aen van gelijk wegens het genoegen door Haer HoogEdel heedens betoond over de by onse brie„ ven aengehaelde en van Lond Cline verkreegene toesegging omtrent onre voorrechten en de verbetering onser zaeken in verwagting, dat desselfs successeuren de door hem gedaene beloften sullen stand doen houden so wel ten opzigte der vergrooting van ons tenratoir als omtrend andere saaken, dewelke smorgens absent de koopman en Negotieboekhouder Rors mits indispositie Vridag den 14' october Ao 1767 Haer
English
767 Their Right Excellencies observe, having already arrived at their conclusion, and spoke of the poor success of all our efforts to bring these matters to an end in a manner advantageous to the Company, and it is understood, concerning the first point, to report that the same, or the enlargement of our territory, has failed to materialize, because the previous faujdar, at the time this matter was to reach its conclusion, was dismissed, and another was placed in his stead, from whom one cannot expect such an advantage for the present, but concerning this must await a better time; while concerning the other arrangements regarding our trade, from the letters exchanged between the English gentlemen and us, and our resolutions taken in this respect, it is sufficiently evident to our great regret how little trust one can place in the promises of people who do not hesitate to break their pledged word whenever it does not suit them, and thereby to check and again break off all agreed transactions at their own pleasure. Their Right Excellencies most favorably deigning to approve that we have acquitted the Kassembazaar servants from taking the oath before the nazarat, yet with the observation that the same shall have to take place in similar cases, it is understood to observe the same as a duty in the future. Their same Excellencies also recommending the matter regarding the taking of a chauki there in the Burdwan district, and over which the English gentlemen seemed to be very displeased, as appears from their letter of the 18th of December of the past year, cited more fully in our secret resolution of the 24th of that month, if the same should not yet have been agreed upon with that nation, to settle the same then amicably and in the friendliest manner, yet without committing any base acts, it is understood to inform Their Right Excellencies respectfully concerning this 768 14 October 14 October respectfully to inform that this matter has died out of itself, without the English having made any further move concerning it after receiving our letter of the 30th of December in answer to theirs of the 18th previously. Pursuant to what was further repeatedly ordered by Their Right Excellencies in the said secret missive, not to retain the sepoys in service at Kassembazaar any longer than is absolutely necessary, it is understood to give notice thereof by extract to the servants at that office, with the recommendation to obey that order as soon as feasible. Being ordered henceforth not to make such ample provisions of equipment goods to private English individuals as were made in the past year, because such goods are not requested for trade but for private use, and that for that reason one must henceforth refuse the same, it is understood to record this herewith for dutiful observance. With respect to the saltpetre, it being earnestly recommended by Their Right Excellencies to do our best in order to satisfy the demand thereof completely, it is understood to record here that, pursuant to the promise of the English gentlemen and according to the arrangements made in that regard, one had formed the best expectations concerning this matter, but that one has also found oneself deceived in this regard, since those gentlemen have allocated us only 23000 maunds, in which no other change has yet occurred, because upon the further request made, as appears from our letter of the 15th of July of the current year, one has only had to console oneself with the promise of accommodating us with a greater quantity if possible. 769 which had to be accommodated with reasons. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: P. L. Vernet, M. Sinck, P. A. Zuuer, M. Lafont, S. h Koning, L. H. Noy, J. P. Hueubert, Louis de Saussaire, E. W. Falk, J. N. H. Damiur. Saturday the 21st of November in the year 1767 Present, absent the merchant Lafont on account of continual indisposition. Complaints from both sides. It was communicated by the Lord Director that His Honorable had specially convened this extraordinary meeting to share with the members the receipt of two letters, the one from the gumashtas from Soerel situated in Birbhum, the district where the coarse linens are manufactured, and the other from Chandrakona, both containing a detailed report of the obstacles to which our collection continuously remains exposed through the vexations of the English servants, to such an extent that, with regard to the coarse goods, one had practically, and with respect to those manufactured in Chandrakona, entirely to dismiss the thought of receiving a single piece within the proper time, as can be seen more circumstantially from the translations made thereof and produced by His Honorable.
Dutch transcription
767 Haar HoogEdelens aenmerken, als reeds hun beslag erlangd hebbende, ge„ sprooken over het slegt succes van alle onse pogingen, om die zaeken op een voor de Econep voordeelige wyze ten einde te brengen, en verstaen, om„ trend het eerste te melden, dat het zel, ve of de vergrooting van ons territoir agter wegen is gebleeven, door dien de voorige faurdaar ten tijde deese zalk zijn beslag zoude erlangen, wierd afgezet, en een andere in desselfs necte geplaatst, van den welke men zig voor eerst zodanig voordeel niet verwachten kan, maer daeromtrend beetere tijd moet afwachten, terwijl omtrend de overige onser handel betreffende schikkingen bij de tus„ schen de Heeren Engelsche en on gewisselde brieven, en awe ten dus opzigte genomene besluiten, tot ons groot leedwesen genoegsaam blijkt, hoeweinig vertrouwen men stellen kan op beloften van lieden die zig niet ontzig hun eens gegeven woord, wanneer het haer niet gele„ gen valt, te breeken, en daardoor alle een toegestemde hande¬ lingen na eigen believen te stui„ ten, en weder aftebreeken. Heer Hoog Edelheeds guintigst gelie vende te approbeeren, dat wy de Kassembazaarsche bediend hebben vrij gesproken van het presteeren van den eed voor de Nesseracce, echter onder aenmerking, dat deselve in soortgelijke gevallen sal moeten geschieden, is verstaen, hetselve voor den aenstaende schuldplick„ tig te observeren. Hoog dezelve mede recommen, derende, de saak nopen het in araet neemen van een sjouki, daar in het Berduaansche en waerover de Heeren Engelsche zeer mirnoegescheenen te weesen blijkens hunne brief van den 18e x=a a: p: breeder aengehaeld by oms secreet besluit van den 24 dier maend, indien deselve met die natie nog niet mogte vereen vent wesen, deselve als dan in der minne en op de vrien delykste wijze, echter zonder basser„ ser te begaen, aftemaren, ir fstaen Haer Hoog Edelheeds daeromtrent linge eerbiedig 768 14 8tb 14 8tb eerbiedig te bedeelen, dat die zalx van zelve is doodgebloed, zonder dat de Engelschen na het ontvan, gen van onse brief van den 30 decembr in antwoord van de hunne sub 18 bevorens, eenige verdere bewe„ ging daerover gemaekt te hebben. Jngevolge het door Haar Hoog Edelheeds by gemelde secreete missive verder iterative geordon„ neerde, om de te kassembazaer in dienst zynde Sipaker niet langer dan absolut noodzakelijk is, aen te houden, is verstaen, den be„ diend ten dien kantoore doer van by extract kennis te geven met recommendatie, om aen dat bevel, zo dra doenlijk te abedieeren Lelast wordende voortaen geene zo ruime verstrekken, gen van Equipage goederen aen particuliere Engelschen te doen, als die in den voorlee den Jare gedaen zijn, dewijl zulke goederen niet tot negotie maer tot eige gebruik gevende worden, en dat men om die reeden deselve voortoen moet excureeren, is verstaen, zulx tot scheldplichtig observentie by deese aenteteekenen. ten opzichte van de Sulpee ter door Haer Hoog Edelheedens ernstig gerecommandeert wor¬ dende on best te doen ten ein, de den Eirck daervan compleet te voldoen, is verstaen alhier aente teekenen, dat men inge volge de belofte der Heeren legelschen en volgens de daeromtrent gemaekte schik„ kuigen zig wegens dese zaek de beste gedachten had ge„ maekt, maer dat men hier omtrent sig mede gedupeert heeft gevonden, door die Heere ens alleene 23000 maons hebben toegedeelt, en waer in nog geen andere verandering is gezo, men, dewijl men sig op het nadere blykens ons brief van den 15' Iuli a: c: gedaen ver„ soek alleene met de belof„ te van ons bij mogelijxheid met een meerdere quanti„ reeden teit 769 waerden tjender kon teit te zullen gerieven moet getroorten. Actum Hoegei in Bengale datum ut Supra /:getekend:/ P. L. Vernet M. Ssinck. P. A Zuuer: M: Lafont. Sh Koning. L. H. Noy. J. P. Hueu, bert; Louir de saunaire. E: W: Falk J. N. H. Damiur. aturdag klagten uit bede Werd door den Heere Directeur gecom „municeert, dat zin EE. Achtbare deeze extraordinaire vergadering speciael hadde belegt om de Leeden meede te „ twee deelen de ontvangst van „ de brieven, de eene van de goncastasuit soerel gele gen in het Bheerboemsch, het districh daar de grove Lywaaten worden aen gemaekt en de andere uitsjenden kona beide vervattende een breed verslag van de hindernissen, waar aan onzen inzaam door de vexa„ tien der Engelschen bedienden bij continuatie g'exponeert blyft, tot zo verre dat men, wat betreft de grove goederen het genoegzaam, en ten belange van die welke in sjenderkena gefabriceert worden, het ten eenemaal uit de ge„ dachten moest stellen, een envel stux ter behoorlijke tijd binnen te krejgen gelijk zulx by de daar van gemaekte en door zyn EE Achtbare geprodudeer de translaaten enstandiger te zien Saturdag den 21 November Ao 1767 Sicorgeus, absent de koopman Lafont mits continueele en passelijkheid is