VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3194

Bengal · 278 pages · 119 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3194_0153 view scan ↗

English

770 21 9br 21 gl Translation of a Bengali letter written from Soerel, sorting under Beerbhoom, by the gomastas of the joint suppliers of linens to the Honorable Sir Director George Lodewijk Vernet and the Council at Hooghly, dated 4 and received 11 November 1767. The coarse linens that have been prepared thus far have all been delivered to the washers to be bleached, and will be ready after the lapse of 15 to 16 days. But to get the goods washed causes considerably great trouble, because the bleachers have their hands full for the English. Previously, an agreement was introduced for the English Company according to which the weaver had to deliver two pieces of goods per man month by month, but that has been increased to four, and they were left free. Now since the month of October it has been devised that each month they should deliver three pieces for the company, two for the merkadoer (by which they understand a gentleman who is as much as superintendent general over the work in the aurungs), and one for the Resident who is here, or six pieces in total. As a result, the weavers are not able to work for us, and if there should be one or two who did so, then the loom is taken away by servants of the English, so that our affairs are as good as ruined; and if once 5 to 10 pieces of goods are brought to us by the weaver, then it is not even of the Company's sorting. However, one must manage with it, because this is not the time to exercise any strictness against the workman. For if that is attempted, they go make their complaint to the Mister Resident. We are not capable of accomplishing anything against this, this gentleman himself in Beerbhoom and all around having summoned all the dalals to him, and detained them until they had stated how much money from us had come into the aurung, and how much pieces of goods had been delivered to us, or were still brought home. Also it has come to our ears today that the said Resident of Dieknegger reportedly wrote to the English chief gomasta to give him an exact report of how many gomastas of the Dutch and French were in the aurungs, their names and those of their principals, each in particular, as well as where and at what places they belong, without our knowing as yet what the further content of his letter is. 771 is. But a rumor is circulating as if they intend to seize our goods, yet it is not quite public; as soon as we become aware of anything certain about it, we will report it. We send herewith for Your Honors' perusal a copy of the letters written to us by the gomastas of Jelindie and lesser weaving places, from which Your Honors may gather how matters stand here and in what manner we can keep things going, finding ourselves in great distress. But let us see what heaven has prepared for us this time. (signed) Ramdoelael Serma, Janokkeram Serma, Gopinaat Serma, Romkisson Serma, Nelkent Serma, Datoram Serma, Kissenkent Brieddend, Radhakisn Paraan Manik, Bhugbot Serma, Kalie Porsaat Serma, and Roekraam Paal. Underneath: translated according to the statement of the explicator by (was signed) Jacob Eilbracht. Translation of a note written by the gomastas at Jelindie to those of Soerel. Alongside this you receive the letter that was written to us from Radenegger. In return you should let us know what has been communicated to them. We cannot fathom the reason for the summons. We all serve one master, therefore it is necessary to elucidate what is best for the common interest, for accordingly we shall regulate ourselves. Dated 3 9br. (signed) Obhijsjern Serma, Ramkenni Wiswas, and Bindabon Paraan Manik. Translation of a note received from Radenegger by those of Jelindie, date as above. From Dieknegger a peon arrived yesterday at Ramtjenderpoer with a letter to have all the dalals and gomastas of the Dutch and French come over, and they will be summoned today from the places where they keep themselves open. But what the reason for this is is unknown to us. What do you think, shall we prepare excuses to appear? We will act according to your advice, and we have adjusted the summons accordingly, but there must be no delay in giving us advice. (signed) Radkanaet Daas. Underneath: translated according to the statement of the above by (was signed) Jacob Eilbracht. Translation of a Bengali letter written by the gomastas from Sendekena

Dutch transcription

770 21 9br 21 gl Translaat van een bengael cy brief geschr: uit Laerel, sorteren de ende Bhierboem door de go„ master der gesamentlijke Zeve, rantiers van Lijwaten aen d EE Achtb: Heer Directeur George Louier vernet en de Raed te Hoegei subda, to den 4 en ontvangen den 11 Nov=mr De grose Lijwaaten, die tot nu toe zijn gereed geraekt zijn alle aen de wogers besergt om gebleekt te werden, zullende na ver„ loop van 15 a 16 dagen klaar wesen, Dog om het goed gewaschen te krijgen heeft men considerabel veel moeite vermits de blee, kers hunne handen vol hebben voor de Engelschen. Bevorens heeft men voor de leegelsche Comp ingevoerdeen verbintenis, volgens het welke de wever perman, een maend voor maend twee stukken goedmoesten leveren, dog dat is vermeerdert tot vier, een men hun vryliet. Nue zeedert de maend october is en beden gen dat zy smaends voor de eenige drie stukken, voor den merkadoer /waerdoor zy verstaen een Hteer, die zo veel als op= ziender generael is over het werk in de arrengs / twee, en voor den Residen die hier is een, of in het geheel zes stuk hebbent ken zouden bezorgen. Ais door zijn de wevers niet in staat ee voor on te werden, en zo er al één of twee mogten zijn, die dat deeden, dan word het weefgeterend door bedienden der Engelschen weg gereikt, zo dat onse zaeken zo goed als gestheurt zijn, en werd al er eens 5 a 10 stukken goed door de weever by ons ge„ bracht, dan is het nog nieteer van sCompe Sorteering. Echter moetmen er zig ne behelnen, dewijl het taar„ de tyd niet is, ene streeigheid tegen den orbeidsman te oeffenen. want zo dat al word geteciteert dan gaen zy hun bekleeg doen by den Heer Resident. wij zyn niet capabel hier tegen iets uit terechts. hebbende deeze Heer zelfs te bierbhoem en daer in het rond alle de talaals doen byzigkomen, en aenhouden, tot datig hadden opgegeven, hoe veel geld en van ons in de arreng was gekomen, en hoe veel stukken goed ens bezorgt woren, of nogthuir gebracht wierden. ook is ons heeden ter ooren geno„ men, dat gem Resident van Diek negger aen der Engelschen hoofd gomasto zou hebben geschreeven, om hem een nouwkeurig bericht te doen hoeveel gomastor en van de Hollanders en Fransche inde arreugs waren, hunne namen en die van hunne principalen ider in het byzonder, alsmede, waer een op welke plaatsen zy thuishooren, zonder dat we voor als nog neck twee ten, wat den verderen inhoud dat is is. 1767 771 is van zijn brief. Dog daer loopt een gerugt, als of men van voorneemen zoude zin, ons goed te arresteren, echter is het nog niet heel publiek, zo dra als we er maer iets zeekerd van gewaar worden, zullen we het melden. wy zenden hier by ter specilatie van uw Edelens copy der brieven door de gomastas van zellindie en minde re weefplaatsen aen ons geschreeven waeruit uwEd mogen opmaken, hoe het hier gelegen zy en op wat wijze we het gaende kunnen houden, be vindende envine groote ondeze Dog laat ons zien, wat tot den hee nel on ditmael bereid heeft (get=t) Ramdoelael Serma, Jan okkeram Serma, Popinaat Lermaas, Romkis„ sonterma, Nelkent sernia, Datoram De kisnekent Brieddent, Radhakisn PoraanManik. Bhugbot sernia Kalie Porsaatsema, en Roekraam Paal /:daeronder:/ volgens expinaat raais opgave vertoeld door /:wor gete„ kend / Jacob Eilbracht. Translaat briefje geschreeven door de gomastor te Seluudie aen die van soerel Neven deze bekomen uwe de brief die ons van Rade neggen geschreeven is. Daar in tegen dienen bilieden en te doen weeten het geen door hun aen de is gecommuniceert wy konnen de reeden van het ontbod niet bevroeden. Alle dienen we eenen meester, dierhalven is het nodigen te elucideeren, wat er best zy voor het algemeen belang, want daer na zullen wy on reguleeren gedateerd den 3 9lr e /getekend:/ Obhij sjern Serna Rauwkenni Wisward en Buidabon Paraen Thanik, Translaatbriefje ontvangen uit. Radenegger by die van Jelindie dato als boven van Dieknegger is gisteren, te Ramd tjender poer een pior aengeco„ men met een brief om alle de Dalaal ein va kaar van de hol lander en fransen over te doen komen, en men zal hun heeden ontbieden, van de plaatsen waarse zig open houden. Dog wat hier van de reeden zy is on onbe wast wat duuckt ulieden zullen we om„ gereed schuel ^ zouden on te verschijnen we zullen ons na uwen raedge„ dragen, en we hebben de suonen en al na gesteld, Moe daar moet niet gedraelt worden met ons advis te geven /:getekend/ Radkanaet daas /:onderstond/ volgens opgaver van als vooren getranslateert door /:was get:/ Iacob Eilbracht Translaet van een ben quelsch brief geschreeven door de gemastas uit ent bod Sendekena

NL-HaNA_1.04.02_3194_0155 view scan ↗

English

772 21 9br: 21 9br Chandannagar to their principal, the native merchant Rasbeharry, dated the 11th, received the 15th of 9b 1767. We have to inform you that all the weavers have departed for Calcutta to make their complaint to the Governor, Mr. Verelst, who has delegated the investigation of their grievances to Mr. Vansittart, who keeps putting them off from one day to the next, so that they gather from this that this gentleman is not serious about taking up their case, and willy-nilly they must be patient with their fate; for this reason they have also returned to the aurang. When they were in Calcutta, the weavers who had remained at home were summoned to Motilal Sooken Bysack and told that they would take measures to make those who had departed for Calcutta return, promising that everything would be done that might serve their well-being and benefit. Relying on this and seeing that in Calcutta they were delaying in providing satisfaction, they also all returned. Meanwhile, the aforementioned Bysack gradually began to practice severity, urging on the pykars with blows and other insults to fulfill their contract, demanding under the name of kistbandi, and proceeding just as unreasonably as before regarding the regulation of prices, all of which made the weavers put their heads together with a firm resolution to give up the manufacture of linen in such a manner, rather than seeing themselves ruined by the disgrace inflicted upon them. On account of this decision, they have not laid a hand on the loom for ten days now, nor made any delivery of what they were bound to by contract. So now when Bysack wants to use violence against the pykars, they make do with the excuse that the weavers are stopping their work and are also not inclined to deliver goods, so that they also have no way of obtaining them. This having come to Bysack's ears, he summoned the weavers several times, but they united and continually gave the peon who went to call them the answer that they had abandoned their work and could find no necessity to appear except by means of force. Well, that is how matters stand up to now; if anything further occurs in this regard, we shall not fail to report it. On behalf of the French Company, a European has been employed here to establish a factory, having chosen and appointed as gomasta Mithaniel Baboo, and taken Sewaramker as dalal, 173 discourse about this. in which capacity a certain Durgacharan Chowdhury acts for them at Khirpai. When the matters were about to be taken in hand, Ramchandra Mukherjee went to the aforementioned Bysack in order to inquire in what manner the business should proceed. The latter advised him to summon the pykars and give them an advance for the delivery of at least 1000 pieces of linen for this year. But Ramchandra understood well that this would have no effect whatsoever, since the pykars were dependent on the English Company, and considered that it would be best to enter directly into negotiations with the weavers and provide them with money to advance the work, as was indeed done by giving them money in advance for the delivery of 600 pieces of linen. However, they are still receiving no goods. The weavers, having been spoken to about this, say that they would do their best for the delivery if only some relief could be brought about in their contracts with the English. Meanwhile, the French have departed for Haripal, and the looms are still standing idle. So it goes regarding the appointment of Sewaramker as dalal. The frequently mentioned Bysack took offense at this and demanded from his nephew the fulfillment of the deficit in his contract, to that end giving orders to some peons to lead him around the markets with tied arms while beating him with shoes, which was also carried out in a violent manner by two peons (one of whom pulled at the rope with which his hands were tied, and the other constantly struck him with shoes). The conclusion containing nothing but some compliments. Below stood: translated by Signed: Jacob Eilbracht. After the reading of which, the Director resumed the discourse by remarking that there must be something secret afoot with the survey that they intended to make according to the first letter, concerning the affairs of the French and ourselves; and that what the gomastas further add to it, as if they were intending to seize our goods that have been purchased and already sent to the bleachfield, was a matter of too great importance to pass over without considering how such a violent step, if it should be taken by Bysack,

Dutch transcription

772 21 9br: 21 glo Sjenderniona aen hunne princi„ paal den inlandsch koopman Rasbehernie gedat den 113 ont vangen den 15e 9b 1767 wy hebben de te bedeelen, dat alle de wever na kalaatte vrhonken zyn om hun beklag te doen aen den Heer gouverneur Verelst, die het onder zoek van haere beswaenissens yede mandeert heeft aen Mr Batoe, welke hun hiermede van door eene tot den andere dag op den tuil houd, zo dat zij daaruit opmaken, dat het dezen Heer geen ernst is van zig hunne zaek aan te trekken, en nolen volens wel gedult moeten hebben met haar lot, zij zijn ook uitdien hoofde naer de arreug terug gekomen. Toen zy zig te kalkatte bevonden, wier den de nog te huis gebleeven wevers ent boden, bij Mottera Sioken Bossak, en aengezegt, dat zij middelen in het werk zouden stellen en de naar kalkatte verkokkene te rugte doen komen, en de belofte, dat er alle, in het werk zou worden gesteld, wat tot hun welzijn en bertken stekken. Hier op zig verlatende en ziende, dat er te kal„ katte met het bezorgen van satisfactie gedraelt werd, keerden ze oor alle terug. ondertusschen is bovengem Bossax langsa„ nier handbegonnen niet steeigheid te oeffen nen, de pijkaars niet slagen en andere affranten aanpornende om te voldoen aen hun contract, bevend by de naem, van kistbendie, en omtrent het regulee ren der paijs even zo onreedelijk, als voor heen, te werk gaende al het welke de weverr de hoofden bij den anderen heeft doen steeren met een vastvoor neemen, om op zo een wys van de aenmaking van Lynwaat aftezig. liever als zig geruineerd te zien door de schandei die men hun aendoek uit hoofde van dit besluit hebben ze nu zederttien dagen geen hand aen het weet getouw geslagen, en oor geen leverandie gedaen van het geen, zy volgens contract gehouden waren, zo nu Bossaar de pykaars geweld wil aendaen, behelpen deze zig met het excus, dat de wever hunnee arbeid stoeken, en ook niet geneegen zijn zijn waar te besorgen, zo dat zy meede geen kanr zig het te bekomen. Dit Bossaak ter voren ge komen zijnde, heeft hy differente reisen de weevers ontboden, maer dese hebben zig deveenigt, en den Pion, die hun guaen roepen telkens ten antwoord gege¬ ven, dat zy van hun werk hebben afgezien en geen noodzakelikheid kon„ den vinden nm te verschijnen, als door middelen van geweld. Nu dat is tot daar toe, zo er verder iets hieromtrent voorvalt, zullen wy niet naangeleeven het te welden. van wegen de pansche Comp is hier een Europeer aengenomen tot het eta„ blisseeren van een loge, hebbende als go¬ masto verkooren en benoemd Mitha niel Baboe, en sewaranker als Dan nen lael 173 dircours daerover. lael aengenomen, in welke qualiteit eene Donsjo Dhen tjouderroe te Kgin kay voor hun ageert. toen de zelken by den hand stonden, genomen te worden begaf Ram sjender Mokkepeljah zig nae Bessaer voornoemt, ten einde te informeee ren, op wat wijs de affaire zouden voortgaen. Deese raadde hem de pijkaar te ontbieden, en hun een hand geld te geeven, ter bevorging van meteet 1000 stukken Lywaet voor dit Jaer. Dog Rauisjers begreepwel, dat dit van gien het meur te effect zou zijn, daer de pykoer van de engelsche compag„ nie afhougelijk waeren en ondertelde dat het bert zou zijn direct met de weever in onderhandeling te heeden en dezelve tot bevordering van het werk verstrekking van geld te doen zo als ook geschiedde door dezelve ter besorging van 600 stukken Lynwaat geld op hand te geven. Dog ze krijgen nog geen goed te huir De weever hier over onderhouden zynde, zeggen, dat zy hun bert zouden doen tot de Leverancie, by aldien men maer eenige verligting in hun nen Contracten met de Engelschen kon te wege brengen. Onder tusschen is de franschenasna olinara vertrokken, en de weefgetouwen staen nog stil zo goet het toe over de aenstelling van sewarainker als Dolael heeft Bossar meermeld de uid gekreegen en zijn neet sidoeren gevergt de voldoening van het manquerende aen zijn contract ten dien einde aen eenige pionr ordre gevende, om hem niet gebonde armen en onder het geven van napoer slagen over de markten rond te lijden, het welk ook op een violeete wijs, door twee pion (warvan de eene aen het touw niet het welke de han, den gebonden warg, trok en de andere gestadig door sloeg met popoere in het werk wierd gesteld Het slot niets behelsende als eenige complimenten. /:onderstond:/ getaur„ zateerd door /:geteekend/ Jacob lilbracht. Na lecture van dewelke de Heer Directeur het discouar hervatte met aen te werken, dat er iets geheuw in de moolen moest weezen, met den opneem, welke me volgens de eerste brief voor had te doen, aengevende de zaeren der franschen en ons, en dat het geen de qouartor verder daer by voegen, als of men van inten¬ sie zou zijn, onse ingenochte en bereets ter bleek gegevene goederen, te arresteeren, een point war van te veel belang, zouder de gedachten te laeten gaen, hoedanig so een violeute stop, zo ze mogt worden Boraer ter

NL-HaNA_1.04.02_3194_0157 view scan ↗

English

774 21 glr 21 glr. put into execution, would be attempted with the utmost vigor in order to convince the Gentlemen Directors and Your High Nobles thereof through sufficient proofs, and to enable the first-mentioned High Respectable Gentlemen to strengthen the complaint to be made in this regard with such documentation; His Worshipful Honor proposing to that end to commission two clerks who, as soon as it is perceived that the intention may become serious, will have to proceed to Soerel and there, under the pretext as if they came to entertain themselves with hunting, keep close watch on the hindrances which might be inflicted upon us from the side of the English, both in the procurement and the dispatch of the linens, for which purpose, in order to give the whole enterprise less suspicion, they would be called, upon one incident or another, by the gomastah in the various places as if for help or as witnesses, with further instructions that whenever this occurs, they watch closely what transpires and, when it is over, keep clear notes thereof, in which shall be distinctly contained all circumstances having any relation to the matters in which they might assist, especially if the English or their servants might undertake that of which the gomastahs are apprehensive in their letter, a translation of which shall be delivered to them in copy for their information, namely the seizure of our linens, and finally to have them draw up such a report thereof that, if required, can be confirmed by solemn oath; while the gomastahs would at the same time be pre-warned and instructed about this to come hither in parties in order to provide sworn depositions of all that transpired, so that the report of the commissioners may then be sent to the Netherlands and Batavia. His Worshipful Honor continuing by observing that the matter reported from Chandannagar is fully confirmed by what was set down in a translation, already presented to the members for reading and therewith rereading, of a petition presented to the Lord Governor Vansittart by the weavers who fled to Calcutta, which was dispatched to the Netherlands by the ship Vrouwe Cornelia Hillegonda, and is herewith also recorded. Translation of an arzi translated from Bengali into the Persian language and addressed by the weavers of the below-mentioned linen quarters to the Noble Lord Governor at Calcutta, reading as follows: The weavers from Chandannagar, Baurie, Gholghat, Radhanagar, Ramsijewanpur, Raydewanganj, Chetua, Nara Dewalkooti and other districts come to show my Lord the Governor, whose protection is abundant, That they have always earned their livelihood with the weaving of linen for the Company, and that these days there arrived in the aurungs a certain Mr. Holwell, who had several looms erected and caused kistbandi (a kind of contract regarding the number of pieces that each weaver takes upon himself) to be executed, according to which we put our hands to work. Subsequently, Mr. Peter arrived, who increased the number of the kistbandi, so that we found ourselves in extraordinary distress and anxiety. Meanwhile, a separate advance of money was also made to all the weavers by a certain Ramkissinghoor, supported by the gomastah of the English gentlemen, while the said Ghoor, beating and insulting us, has the linen cut down from the loom by force and takes it with him. Because of this, we are unable to fulfill the contract for the Company, and for that reason we are brought to the Factory, beaten and reviled. If the goods are not received in time, linen is bought up by pykars and supplemented for what is lacking on the kistbandi, which causes us a loss on each piece of six rupees and will utterly ruin us. The English gomastahs also give us earnest money for the provision of men's and women's clothing, whereby the Company also suffers a diminution in the goods which it must have according to contract. The price of the goods is also not regulated with fairness, for what the pykars value the goods at, we must take, and that gives us, Lord, a

Dutch transcription

774 21 glr 21 glr. ter executie gebracht, ten krachtigsten zou worden geprobeert ten einde de Heeren Majoorer en Huw Hoog Edelheeden daer van door sufficieerende bewyzen te overtuigen, en eerst gemelde Haar welldele Hoog Achtbare in staatte stellen, de derwegen te doene doleantie met zulke bescheiden te sterken; prope neerende zyn EE Achtbaare ten dien fine om te committeeren twee pen, nisten, welke, zo dra men bespeurd, dat het opzet ernst mogt worden, zig zullen hebben te begeeven naer soerel en aldaar onder pretex=t, als of zy quamen van zig met de jagt toot te diserteeren, nouwkeurig acht geven op de hinder nissen, welke ons van de zide der En gelschen, zo in het bekomen als ver„ zenden der Lywaten, mogten worden toegebracht, waertoe zij om de veele uiten tie te minder schijn te doen hebben, by het een of ander voorval, door de gomastor in de onderscheidene plaat„ zen, quasi als te hulp of tot getuigen zouden woden geroepen, niet verdere last, om zo wanneer dit ge, beurt wel toetezien, wat er passeert en daervan als het voorby is, te hou„ den duidelijke annotatie, waerby distinct vervat zy alle onstandig heeden tot de zalx waerby zy mogte assisteeren, eenige relatie hebbende, voor al zo de Engelsche of hunne bedienden mogten onderneemen het geen, waarvoor de gemoster by hunne brief, welker translaat hun ter naricht in copia zal worden afgegeven, beducht zijn, het arrexstee ren onser Lywaaten namelijk, en eindelijk om hun daervan te laten inrichten zodanig een rap„ port, dat der vereischt wordende, met solemneele eede kan bevestigt worden; terwyl de gomaster hier van tevens gepread verteert en aengeschreeven zouden worden, ene by partyen her, waards te komen, ten einde van „te verleenen al het gepasseerde attestatien onder eede, om niet het rapport de ge committ alsdan naer Nederland en Batavia overtegaen. Vervol„ gende zyn EE Achtb: met aeutemeer ken, dat het bedeelde uit sjende ko„ „volkomen na „ bewaerheid word, door het terne, dergestelde in een by de Leeden bereets ter lectuure aond geweest, en daar nee de de 775: mede herleesen translaat van een requert door de naer kalkatte ge vluchte wever, aen den Heer Gouverneur veelst gepresenteert, dat per het schip Vrouwe Cornelia Hillegonda naer Neder¬ land is versonden, en taur by deese almede word ingeschreeven. Translaet arzdaast uit het Beu geerik in de Persiaensche taels over geset en gericht door de weever de natemeldene Lywaetquar„ tien aen den Edelen steeg Gou„ Verneur te kalkatte luidende aldur. De weveruit Sjenderkena, Beärie, Ghe paey, Rada negger, Rausieuwenpan Raey dewangends, Sjetwwerck, Nara de wel koortie en andere districten komen shyn Heer den gouveneur wiens protexie meindig zyte ver„ toonen. Dat zy altoor heere kort hebben ge¬ wonnen met het weeven van Lywaet„ voor de Comp en dat deese dagen in de arrecgs is aengecomen eene Men Heer Hoot, die verscheide ge„ touwen heeft laten oprechten en kistbeide /: een sort van contracc„ ten wegens het getal der stukken, dat ieder wever op zig neemt ( doen passeeren, volgens het welke wy oor tan„ den aen het werk hebben geslae gen. Vervolgens arriveerde de Heer Peter, dit het getal der Kistben„ di fzwaerde, zodat wy ons in een extra ordinaire belommering en zerg bevonden. Middelerwijle worde ook doen zeere ne Rauikissinghoor, en der steunt door de goncasta der Heeren Engel sihen, een aparte verstrekking van geld aen alle de wever ge daen, terwyl by Ghoor ons slaande en affronteerende, het Lywaat met geweld van het getouw laad afzaek ken, en nazig neemt. Hier door zyn wy dan niet in staat voor de compe aen het contract te voldoen, en om die reeden worden we naer de Loge gebracht gevloegen en uit gescholden. Al men ook op zijn tijd het goed niet krygt, werd er door Pykaans Lynwaat opgekocht en gesuppleert voor het manquee rende aen de kistbeide, het welk ens op ieder stuk een schoede vor„ oorzaekt van zes vorgen en ons zaalt versmagten. De Engelsie gemartor geven ens ook handgeld ter besorging van mansen vrouwe kleedjes, waerdoor de Couw ook vermindering onder gaat in de goederen, die zy moet hebben volgens contract. De paijs van het goed word mede niet naer billijnheid gereguleert, want het geen de pykaar het goed wordenen moe ten wyneemen, en dat geeft ons Heer een

NL-HaNA_1.04.02_3194_0159 view scan ↗

English

776 21 November the 21st November an extraordinary turnover. They also do not return to us the deduction that is made from the linen after sorting and appraising, but after a lapse of two or three months we receive half of the value. Also our goods are sold by the peons to others and they nevertheless make the gomastas believe that it was brought to the lodge, and the price they give differs from ours by two to four rupees, so if we complain about this to the gomastas, we receive no hearing. The samples that are on hand are bleached linen, but the goods that they currently take from us are only rinsed, and then sorted, but then it does not turn out according to the sample, if one did not proceed with the sorting as before, then it was done as the finishing of a daily task. Of the colored goods demanded for the Company, such as susis of 40 to 50 cobidos, we wove and delivered two pieces. But the peons taking the delivery of this upon themselves, have forced upon each assami of the various assortments an advance payment for the delivery of 7 to 8 pieces and we do not receive a proper price for this either. All this tends to our ruin. All of which having been attentively discussed and the adversity of Company matters being viewed with very great regret, after ripe consideration of all that was serving to the matter, the expedient devised by the Honorable Director was noted as the only one to which one in these difficult circumstances can take refuge, considering that all representations and protests are fruitless with people such as the present ministry at Calcutta, and it was resolved to conform to the proposal in all parts, We are prepared to deliver what the Company needs even into the lodge, and request an order thereto. Representing this and that to Your Honor so that, Master being the master and directing everything according to his will, doing justice regarding this case, you please send a tolerable person as gomasta here to make the service of the Company flourish and to keep us upright. /below stood:/ translated by /:was signed:/ Jacob Eilbracht. 777 and to let the commission proceed in the manner aforesaid, to which subsequently were appointed the somewhat linguistically capable bookkeepers François Lamy and Adrianus Dingshoff, who are to hold themselves ready to depart, being notified of this by the well-mentioned Honorable Director, and will be provided with what they must perform, with an instruction to be signed by the secretary by order of His Honorable and the Council; it being found that regarding the reports from Chandrakona nothing else can be done than to wait with patience whether the difficulties will change for the best. Subsequently was produced by the aforementioned Honorable Director the letter received yesterday from the Governor and Council at Calcutta of the 16th of this current month, containing an answer to ours of the 13th before, wherein complaint was made about the detention of one of our vessels at Kalna laden with coarse linens, the first that were about to arrive on the contract for this year and which were refused to be released by the chowkidar because one had not consented to his unreasonable demand, first of thirty and afterwards of twenty-one rupees, under a representation that it had formerly been customary for the manjhi to pay one or one and a half rupees according to the size of the vessel, and that such was also offered to the said guard but was refused by him, item to inform this Council whether the aforementioned chowki belonged under the Burdwan district, which is leased by their Honors' servants, whether the aforesaid claim had its origin in orders from their Honors, and whether they insisted that the demanded money be paid, as we would then immediately give order for that payment, to all of which, as the translation 778 21 November of the aforementioned Calcutta letter shows, the English gentlemen reply that they were exceedingly eager to show their readiness on all occasions that should be in their power, in order to help us remove all hindrances in our affairs out of the way. But that, since they could not learn from our letter where our vessel was detained, nor where the chowki of which we complained kept his residence, they therefore had to request us to inform them of all the circumstances relative to this matter, whereupon their Honors would make a careful inquiry into it, and that ministry would provide such compensation as the nature of the matter required. After the reading of which the Honorable Director further showed to the Members that His Honorable had found this answer so trifling that he had immediately drawn up against it the following letter, To the Honorable Henry Verelst, Governor and the Council at Calcutta Honorable Sir and Gentlemen! We have just had the honor to receive Your Honors' respectable missive of the 16th. Be it permitted to us to observe that, notwithstanding Your Honors have more than once repeated their promise of readiness and presently again show themselves inclined to favor our Company and to take care that its trade should have proper progress, it nevertheless has not the least substance but rather seems to be the aim to prejudice our interests, since it is otherwise incomprehensible how Your Honors can keep yourselves ignorant of where Kalna, the guard station where our vessel is detained, is situated, since the least sarkar cannot be unacquainted with such. In order then to prevent our being delayed with further evasions, and the time to which we are so narrowly bound

Dutch transcription

776 21 gh den 21 9br een buiten gemeen vertier. Theu geeft ons ook niet terugdefinti, die er na desorteering en priseerinq uit het Lywaat valt, maer na verloop van twee a drie maenden krygen wy de helft van de waerde. Ook word ons goed door de pynaer aen andere verkocht en men maert nochtaal de gemosten wys, dat het is de loge bevougt ir, en de pais, die zy opgeven verschilt met de onre twee a vier ropgen, zo wy hierover, zo wy hier over aen de gemartor ons beklag doen, krygen we geen gehoor. De monteur die voorhanden zyn, zyn gebleevt Lydwaat, maer het goed, dat neen tegenwoordig van oorneeut, word maer uitgespoelt, en dan gesorteert dog dan volt het niet uit na het monter, indie men gelijk voor deeze niet het sorteeren te werk ging dan was en haar ter afdoening van een dagelijkxe taak. van de voor de comp geeischte gecouleurde goederen, als soesjer van 40 a 50 cobido, weefden en leven den wy twee stukken. Mtaande pynaer hiervan de leverancie op zig neemende, hebben zij van de onder scheedene sontementen ider Assa mie een handgeld ter berorging van 7 a 8 stukken opgedrongen en wi krij„ gen hier voor ook geen behoorlijke paar. Dit aller strekt tot onse ruie Over al het welke aendachtig ge sprooven en den tegenspoed van sconips saeken met zeer veel leedwe„ zen beschouwd zijnde, zo is na ryne overweeging van aller, wat ter ma terie was dienende, het door den see re Directeur uitgedachte expedi„ ent aengemerkt, als het eenigste waartoe men in deese have om standigheid toevlucht kan nee men, gemerkt alle vertoogen en protesttatie vruchteloos zijn by luiden, als het tegenwoordige ministerium te kalkatte, en niets dien gearresteerd, van zig niet de propositie in allen deele te wy zyn bereid, om het geen de Com pagnie nodig heeft zelfs in de loge te bezorgen, verzoeken daertoe inbevel. UEdele dit een en ander vertoonende op dat Mijn Heer, Thee ster zynde, en aller na zyn zin dirigeerende, omtrent over geval recht doende, een verdragelijx persoon, als gouasto dit heen gelieve te zenden, om den dienst van de Comp te doen floreeren en ons staende te houden. /onder„ stond:/ getranslateerd doen /:war geteekend /: Jacob Eilbracht. wy conformeere 777 conformeeren, en de commissie ne voege voorsz te laten gevolg neemen, tot welke vervolgens be noemd wierden, de eenigzints toel kundige boekhouders François Lamy en Adrianus Dingshoff, die onzig rersvaerdig te houden, hier van door welmelde Heere Directeur verwittigt en van het geen zy verrichten moeten voorzien zul„ len worden, met eene ter ordre van zyn EE Achtbare en de Raed door den secretaris te teekene instnui„ tie: zynde en omtrent de berichten uit sjender kond niets anders te doen gevonden, als niet gedult aftewagten, of de zwarigheeden ten beste zullen veranderen, Vervolgens werd door welvoor melte Heere Directeur geprodu¬ ceert het op gisteren ontvangen schryven van den Heer gouver, neur en Raed te kalkatte van den 16 deser lopende maend, hou„ dende een antwoord op het onse van den 13 bevoren, waerby men gedoleert heeft over het ophouden van een van onze vaertuigen te kalna beladen met grove Lywaeten, de eerste die er stonden binnen te komen op de aenbestee ding voor dit Jaer en welke door den sjoucidaer geweigerd zijn te lorgeeren, om dat men niet had bewilligt in zijne onreedelyke presentie eerst van dertig en naderhand van een en twintig ropyen, onder eene vertooning dat het bevorens gebruikelijk was geweest, dat de manzier één of anderhalve copij na maete van de groote van het vaertuig betaelde, en dat zulx den gezegden wagter ook geoffereert dog door hem afgevlaegen was, item om veruit de voormelde Sjoukie gehoorde en der het Berdu aensche, het welk door hun Edelen bedienden in pacht ig, deesen Rae te willen onderrichten, of de voorsz pretensie zijnen oorsprong had uit ordres van Hun Edeleur, en of zy er opstonden, dat het gevraeg de geld voldoen wierd, dewijl wy als dan tot dier betaling enmed; delijk ordre zou stellen, op welk een en ander, zo als het translaat te van 7788 21 glr de voormelde Kalkatsche brief aentoond, de Heeren Engelschen rescribeeren, dat zy ten uiter„ sten begevig waren, om by alle gelegenheeden, die in hun vermogen zouden zyn, hunne bereidvaerdigheid te tonen, ten einde ons te helven om alle verhin deringen in once zalken uit den weg te ruimen. Dog dat, daer zij uit ense brief niet konden te weeten krij„ gen, waer on vaortuig war aenge„ houden, nog waer de sjouki daar over wien wy klaagden; zijn verblijf hield zy on dierhalven moesten verzoeken van hun te enderrechten van alle de onestandigheeden be, trekkelijk tot deze zaak, wanneer Haar Edelens een rauwkeurig onder zoek daerna doen, en dat minu sterie zodanige vergoeding bezon„ gen zouden, als de natuur der zal, ke vereischte. Na lecteere van het weere de Heer Directeur den Leeden verder vertoonde, dat zyn EE. Achtbaare dit antwoord zo beuzelachtig had. gevonden, dat dezelve daertegen wy hebben zo aanstonds de eve ge had te ontvangen uwer Edelens respectable missive van den i6de Het zy ons geoorlooft aenteweerken, dat niet tegenstaende uwedelen meer als eens herhaeld hebben hunne belofte van bereidvaerdig heid en zig tans weder als geneigt tooneu, ou aire comp te favonisce ren, en zorg te dragen, dat haren handel een behoorlyke voortgang zoude hebben, het echter geën de minste vast maer veel en het oogmerk schund te zijn, em onre belangen te verachteren, dewijl het ander onbegrypelyk is, toe uwEdelens zigiquarant kunnen houden, waer kalna, de wagt plaets, daer on vaertuig word gearresteerd geleegen is, daer de minste serkaar zulx niet en bekend kan wesen. on dan voor te komen, datwe met geen verdere uitvlugten worden opgehouden, en de tijd waeraen we zo nauw bepaeld ter„ ten eersten had ingericht, de onder volgende brief, Aan den Edelen Henry Verelst schilder„ Gouverneuren de Raed te Kalratte Edele ster en Heeren! ten zijn :

NL-HaNA_1.04.02_3194_0162 view scan ↗

English

be, losing useless time, not to write back and forth, to send to your Honours with this a servant of our company, who is instructed to give your Honours the necessary explanation regarding the said seizure. We implore for a speedy conclusion of matters, remaining in that consideration with all esteem, etc. But not only was news received shortly thereafter concerning the brief and harmless release of the frequently mentioned vessel, but the small keel itself arrived in loco a short time later, so that His Honourable Worship thought that it would now be best to inform the English gentlemen of this and to make known that we had to attribute this solely to the prompt orders of their Honours, that we were obliged to them for it, and now deem it unnecessary to give any explanation of where Kalna is situated, so as to be polite and at the same time not insensitive about the evasions with which they kept us occupied in the meantime. With all of which the members declared they were likewise satisfied. Done at Hooghly in Bengal, dated as above. Signed: G. L. Vernet, M. Tsanx, F. A. Zeemen, Mr Koning, J. M. Ross, S. P. Humbert, Louis de Saumaise, J. A. A. Damier, Jacob Eilbracht, Secretary. With the incorporation of an account from Chandrakona. Tuesday, the 15th of December, Anno 1767, in the morning. Absent: the Chief Administrator Isinck, as well as the members Lafert and Ross due to indisposition. A translation of a Bengali letter having been presented by the Lord Director, written from Chandrakona on the 1st and received on the 4th of December, containing a full account of the continuing unrest and recalcitrance of the weavers in making linens, on account of the damages they come to suffer from the oppressive and vexatious treatments by the English servants, of which a notable case has already been registered in the secret resolution of the 8th ultimo, and on this occasion several further instances are demonstrated, as may be seen in more detail from the aforementioned translation itself. Translation of a Bengali letter, written by the gomostha from Chandrakona to his principal, Rasbehari, dated the 1st, received the 4th of December 1767. Mothura Mohun Bysack has made a report to his master, Mr Radhoo at Calcutta, of all the circumstances of the affairs, consisting principally in that the revolt of the weavers is still taking place and the loom stands idle; that they had provided themselves for their defence with lathis or sticks with which they roamed about, so that he requested that some sepoys might be sent, as without receiving punishment they would not be brought to reason or to work. Mr Radhoo having made a report of this to the Ministry at Calcutta, a letter was dispatched by the Lord Governor Verelst to the Resident in Burdwan, and from the latter to the shikdar here locally, in order to summon the weavers to him and appoint means to get them to work; and moreover 26 telingas were also sent from there, of which on the 23rd four were dispatched to the chowkidar at Radhanagar with orders to arrest the four head weavers there. For the execution of which the shikdar ordered what was necessary to the thanadar or postholder. The latter subsequently sent ten peons to each house of the said head weavers, but those whom they actually needed are still hidden. At Naagou about 400 weavers were found together at the market, among whom one of the heads being present was seized by the peons, without the resistance of the bystanders, consisting of words, being able to stop this, so that they made use of their sticks and began to beat the peons, which went so far that one of them, from the blood he lost, fell to the ground as if powerless. This becoming known, the first peons were reinforced with four sepoys, which frightened the weavers and brought them to a halt, while two of them were seized and taken to Ghatal. Meanwhile, fear has so seized them that all who weave white linen have taken flight with their entire households and settled on other plains to hide themselves. On the same day, namely the 23rd of November aforesaid, that the letter from the Burdwan Resident was received by the shikdar here, he in accordance with the orders summoned all the weavers to him, whereupon a number of about 500 persons appeared before him, and by him the four head weavers were brought to Radhoo Mohun Bysack, who thereupon admonished them to put their hands to work. But they asked him from whom they should recover their damages, offering to proceed to work if he would provide them with service and wages. Bysack advised them to put on an English or sepoy uniform, because they would then enjoy wages. They replied to this that if they were not to be taken into service, he should just provide yarn, whereupon they would make a beginning with weaving, and settle the labour wage according to his pleasure.

Dutch transcription

779 zijn, nutte loor verliezen, niet over en weder te schryven, zo goet met deze tot uwEdelens over een bediende van onse wanniel wel„ ke gelast is, om uwEdelens de nodige elicidatie te geven, ten gpzichte der gezegde sjerixie wy imploreeren om een spoedig einde van zaeren in die zedachting niet alle estime verblyvende etc. maa dat en kort daerna niet alleen wegens de kort en schadelooze lan„ gatie van het veelmelde vaer„ tuig tyding gecomen, maer dat dat kieltje zelve, weinige tid daer na in loco gearriveerd woren zulx zyn EE Achtbare vermeende, dat het nu best zou wesen, de steven Engelschen hiervan te verwittigen en te kennen te geven, datwe dat alleen morsten attribueren aen de prompte endier van Hun Edeleur dat we hun daervoor verplieht waren, en als nu onnodig achten, eenige elucidatie te geven, waer kalna geleegen is, om alzo beleeft en te„ vens niet ongevoelig te wesen over de uitvluchten, waemede men ons gaende weg oxhield- Engsdag Met al het welne de Leeden ver„ klaarde mede genoegen te nee men. Actum Hoeger in Beugale datum ut supra /:getekend:/ G. L. Venet. M. Tsinx F. A. Zeemea. . . . . . Mr Koning. I. Ms Ross. S. P. Humbert Louir de Saumaise I. A. A. Damiur Jacob Elbrains Seqt met 780 inlyving van een verhall uitsjende kona Dingsdag den 15 december Ao 1767. smorgens, absent dE Hoofd Admini strateur isuur nevens de Leeden Lafert en Ross mits indispositie Door den Heer Directeur geprodu„ ceert zynde translaat van een bengaalsche brief, geschreeven uit sjendercona en der den 1e en ont vangen den 4e december hou„ dende een ampel verhaal van de nog aenhoudende en verschil„ ligheid der wever int maken van Lywaten, uit hoofde van de schaede die zy komen te lyden, by de overkeerschen de en veratoire behoudelingen der Engelschen bediendens, waervan reets een aenneokelyk geval ge registreert is by secreet aarert van den & passato, en by deze rig te„ de verscheide staaltjes komen te doen, gelyk uit het voormelde tracslaat zelve nader kougelien worden. Translaat van een Bengaelsche brief gesz, door de gouostor uit tjenderkona aen hunne Principael Rasbekerrie de dato den den ontvang gen den 4 x„l 1767 Mottera Moheu Bossaar heeft aen zyn Meester de Heer Rathoe te kalratta verslag gedaan van alle omstandigheeden de aareng principael daerin bestaende dat de opstand der weversnogplaats heeft, en 't weetgetouwstelstaat, dat zy zig tot hunne defensie voorsig hadden van lathier of stokken waermede zy ronddwaelden, zulx hy verzocht, dat er eenige sipakir mogten worden gezonden, de wyl ze zonder straffe te erlangen niet tot reeden of weeken te bren gen zouden wezen. Ma Bathoe hier van aen het Ministerie te Kalkatta nopport gedaen hebbende, is er van de Heer Gouverneur Veelst een brief afgevaerdigt, aen den Resident in Berduwaam, en van dezen aen den zieigdaar hier ter plaatse ten einde de weeders byzig te ontbieden en middelen te be„ noemen, om hum aen het werk te krijgen, zynde en boven dien ook 26 tellingas uit heen gecon, den waervan er den 23e vier na de tjuichdaar te Radanegger zyn afgevaardigt niet ordre am de vier hoofd weevers daer ter plaet, te inarret te neemen Tot Rerbekervie uitvoering 781 uitvoering van het welke den sjeickdoer het nodige aen den Launadoer of posthouder bevolen heeft. Deeze heeft vervolgens in ieder huir der gedagte hoofd wee„ vers tien pion gesonden, maer die geene die zy eigentlijk hebben masten, zin nog trborgen. te Naagou hebben zig omtrent 400 wevers op de markt by den anderen laten vinden, waer onder een der hoofden tegen woordig zynde, door de pions op„ gepakt is, zonder dat de tegen kanting der omstanderen, in woorden bestaende, in staat was zulx te stuiten, zo dat zy zig bedienden van hunne stok ken, en de pionr begonden te volken, dat zo verging, dat een derzelve door het blood, dat hy loosde, als machteloor ter alrde viel. Dit rugtbaar wordende, zyn de voorst pions met vier sipaker versterkt, het welk de wever verschrikte en hun tot stilstand bragt, ter wil en twee van hun gevat, en naer Ghirpag gebracht zijn. Ondertusschen heeft de vrees huis zo bevangen, dat alle die wit lywaat weeven, met hun gan, schen huis gezien zig op de vlucht begeven, en op andere vlakken nedergezet hebben, om zig schuil te houden Ten zelven dagen ofte den 23 nov=r voornoemd, dat de brief van den bedewaen„ schen resident by den Tjeg daer hier ontvangen is, heeft hy ingevolge de ondre alle de wevers byzig doen komen waerop een getal van om trent 500 personeen by hem verscheenen, en door hem zelve de vier hoofdweevers gebracht by Radoe Mhohun Rossak, die hun daerop ver maende, van handen aen het werk te slaen, dog men vroeg hem, bij wel zy hunne schade zouden fhalen, onder aenbieding van daer te willen over, gaen, zo hy hun dienst en loon besorg een wilde. Bor„ haar raadde hun een Engelsch of sipakir monteering aente trekken, dewyl ze dan loon zouden genieten, zy herwat, ten hier tegen, dat by aldien men hun niet in dienst wilde neemen, hy dan maer gaeren moest bezorgen, wan„ neer zy een begin zouden ma„ ken niet weeven, en het maarloon na zijn welge„ nedergezet vallen

NL-HaNA_1.04.02_3194_0165 view scan ↗

English

could be fully satisfied. Bossak replied to this by saying that yarn would be purchased on the market and given to them. These and similar words having been exchanged back and forth, the Sheikh then asked the reason why they let the looms stand idle. To which the Headmen replied by pointing out that for a piece of linen that cost 20 rupees, they were paid only 7 or 8, and it might well be known to what extent the resources of poor people such as them extended. Bossak countered this by telling them that if they would only set their hands to work, they would have no cause to fear harsh treatment, without this having any influence, however, as the headmen of the weavers declared that they had already twice been appeased by such promises. The Sheikh then interrupted by telling them that since they had previously borne the loss on so many pieces, it would not matter much now for each of them to weave a single piece more or less; and with that they were dismissed. They held a meeting together, and their headmen pointed out to the crowd that all those assurances were mere talk that one could not rely upon, resolving at the same time to depart for Burdwan. That very night, about 300 persons decamped secretly, who are now actually in Rainsieuwpoer, and the remainder would follow that example in the morning and unite with the rest. The same morning, however, Bossak had inquiries made early as to whether work was being done anywhere or not. When he heard that nothing was being carried out, he became enraged and, in a very rude and insulting manner, summoned the Bachrie of this pargana, with orders to produce the eight headmen of the weavers. To that end, the latter sent out some of his servants. But it was soon learned that they were not to be found in their homes, but the wives of four of them were caught, who were taken from the house and locked up together in a room and guarded. News of this action quickly reached Ranssieuwpoer, and the weavers' intended journey to Burdwan stalled, and they themselves returned. Meeting again with one another over this matter, it was considered that things had gone so far that they risked losing their caste, and they jointly made the decision to liberate all the women, which was also put into action by all of them. But meeting resistance from a certain Naib, vakil of the zamindar, this resistance was beaten back, and they subsequently set the women at liberty. This incident having been reported by the watch to Bossak, as well as the further flight of the weavers, he ordered a number of men, both sepoys and others to the number of 50 persons, to pursue those who had fled; however, these had already gone a good distance along the road, at least they caught up with no more than eight or nine, who were not well on their feet due to indisposition. Having been brought before Bossak, they were immediately sentenced to be branded on the ears; however, objection was made by the sepoys against the execution of this sentence, pointing out to him, Bossak, that they were indeed subordinate servants of his and obliged to execute his orders, but that it must first be known upon whom the responsibility would fall in the event that those people should die of it; demanding, therefore, from him a written order that would state that they were freed from all responsibility in this matter. This was then refused to the extent that Bossak ordered that the apprehended men should stand sentry and be made somewhat compliant through threats, as also happened. Thus the best and most capable weavers have taken to flight, and those who still remain are so terrified that, when taken hold of, they declare they want nothing to do with the trouble, and these have also made a start again with weaving. In Sirpag people do not have the courage to show their teeth, and consequently the looms are in operation there; nevertheless, three or four more have taken to the wider road, and even to this day forty households are counted that have sought a safe refuge. Sieur de Grange, having returned from Olmara and arrived here, announced on the 18th of November his intention to travel to Kaykalla, and he has since departed from here. Their affairs are also at a standstill, although the money has been distributed among the weavers, pressing from their side the weavers who continue with the work, and there are actually 5 to 10 pieces in hand for them, which they are promised as soon as they are ready, regulating themselves in obtaining goods according to private traders, that is, by taking the gentlest path, since their severity would not avail anything anyway. On the 26th of November, the weavers here began to weave a piece of doria of their assortment, namely of 2¼ cobidos, and warned the gomostah that it lacked only one cobido, and requested a peon to keep watch by the loom until it was ready, as indeed happened. The pykar of the English informed Bossak of this, who thereupon sent some sepoys. When half a cobido was still lacking for the complete finishing of this cloth, the said sepoys cut the loom to pieces and took away the cloth, as well as leading the weavers away bound with them, who were subsequently severely beaten and placed under arrest. Mithaniel Baboo, agent of the French, himself sent some of his people to Bossak, who pointed out to him that this cloth was not suitable for the English Company, claiming it as their own and asking why he mistreated the weavers. Bossak replied to him that they were his weavers, and that the loom also belonged to him here.

Dutch transcription

782 15 p=k 15 xk vollen voldoen kon worden Bossaar beantwoorde dit net te zeggen, dat er gaeren op de moart gekocht en hun gegeven zou worden. Dese en diergelyke woorden over en weder gewis„ selt zynde, vroegde sjeick daer na de reeden, waerom zy het getouw stil lieten staen. Het welk de Hoofden beantwoor den, met een vertooning dat hun voor een stux Lijwaat dat 20 ropyen koste maer 7 of 8 be taeld wierd, en mogelijk, dat men al onderreekt zou zijn hoe verre het vermogen van hun arme lieden ziquit„ strekte. Rossav voerde hun hierop te gemoed, dat zo zy maer handen aen het werk wilden slaen, en geen vreeze voor hun was voor enaeedelijke behandeling, zonder dat dit echter eenige influen, tie had, als verklarende de hoofden der weevers, dat zy niet diergelijke beloften al tweemaal gepaeit waag„ vallende de sjeick daer daer op in mat hun te zeggen, dat dewijl zo tog bevorens zig de schade van zoveel stukken getroost hadden, het er nu ook niet op aen rou„ komen, met ieder een enkel stukje meer of minder te weeven en daermede kree gen ze hun afscheid zi belegden tezamen verga¬ dering en hunne hoofs den vertoonden de meer nigte, dat al die verzeeken„ ringen praatjes waren, daer men geen staat op ken maken, resolveerende ter zelver tyd van zig te bege ven naer Berduwaen; ook zyn en die zelve nacht om trecct 300 persoonen met de noorder zon verhust, die zig werkelijk te Rainsieuw poer bevinden, en de rerk zoude dat voorbeeld der mon gens volgen, en zig met de overige vereenigen; Deselve dog 's morgens vroegliet Bor„ sak informatie doen, of ergen. werkt wierd of niet. doen hy hoorde, dat ta niets wierd uitge voerd, kreeg hy t grauw, en liet op een zeer snadelijke en hoonende wyze de Bachrie van deze perganna by zig komen, met bevel, om de agt hoofden der wever ten voorschijn te brengen; Deze zond ten dien einde eenige van zyne bedienden uit komen maer 785 maer nae vernam wel haert, dat zy in hunne woningen niet waren te vinden, maer men agterhaelde van vier derselve de vaou ven, die men uit 't huis haelde, en by malxander in een kamer lieten opsluiten en bewaaren. Deze on deneeming vloog schielijk over naer Ranssieuwen naer, en de voor genomen reisen der wevers naer serdewaan, bleef steeken, en zy zelve kwomen weder terug; Hier over weder met den anderen vergaderende werder overwogen, dat het taar zo verre quam, dat zy gevaerlieken hunne kaste te verleeren, en inen nam gesamentlijk het besluik van al de wyven te verlossen zo als ook door alle in 't werk wierd gesteld. Dog van zeekere Naib, wak kiel van de ziemendaar tegen stand vindende, werd dese afgesla gen, en men kreeg vervolgens de vrouwen in vrijheid. van dit voorval rasport gedaen zijnde door de staxtie aen Bossak als meede wegens het voortvlugten der weevers, commandeerde hy eenige manschappen, zo van sipakir als andere ten getallen van 50 persoonen, om de geene die gevlugt waren te agter vol„ gen, dog dese waren al een goed eind weege voort, altans men onderhaelde niet meer als agta negen, die uits onparsen lijkheid niet wel te been woren en by Borsak gebracht zynde immediaet gecondemneert wierden, aen de ooren ge brandmerkt te werden, dog tegen de uitvoering van dit vonuis werd door de sipatir zwarigheid gemaakt vertoonen de hem Rossax, dat zy wel ondergeschikte bedienden van en gehouden waren zyne beveelen uitte voeren, maer dat men eerst weeten moet op wien de verantwoording zou komen, by aldien die wen schen daer van kwamen te sterven begeerende de halven, van hem een schoip telijk ordre waerby zou blijven dat zy van wierden verklaerde, van alle verandwoording hier omtrent, het welk toen zo verre wierdtersagt, dat Bos„ saa ordonneerde dat de geapprehendeerde op schild wagt zouden staen, en doer bedreiging wat gedwee gemaek worden, zoals ook geschieedde zynde dus de beste en sufficanc ste wevers op de loop, en de gee„ ne, die er nog overig zyn, is de schrik zodanig in; dat zy ge onder vat 78 1b: 15 x=l 15 xbn vat wordende betuigen, met de moeite niet te doen te heb„ ben, en deze hebben ook weder een begin niet weven gemaect se girpag heeft men geen lourage zijn tanden te laten zien, en overzulx zin de weef getouwen daer aen de gang echter zijn er drie en vier meer den breeder weg op, zelfs tot heeden toe teld men veertig huir gezinnen, die een goed heen komen gezogt hebben. shorsz de grange van olmara terug genomen, en alhier gean riveerd zynde, liet zig den 18 9br uit van intentie te zyn, naer kaykalla te reisen, en hy ir zeedert ook van hier verrorken. Hunne affairer staan mede stil, schoon het geld onder den wever uitgezet is, presseerende van hunne zyde de wevers, die met het werk continueeren, en daer zijn werkelijk voor hun 5 a 10 stuk¬ ken onder handen, die men hun toezegt, zo da se gereed zullen zijn, reguleerende zig in 't be„ komen van goed na particu¬ liere trafiquanten, dat is met de zagtste weg in te slaen, de„ wil hunne strengheid togniet zou booten den 26 9l. hebben de wever alhier een stuk daeriar van hunne sorteering, te weten van 2¼ Cobido begonnen te weven, en de gomostor ge waerschouwt, dat er nogmaer een cobido aan mankeerde, uit gader, om een pion verzocht, die by het getouw de wagt zou houden tot dat het gereed was, zoals ook ge schiedde. De Pykaer van den Engelsche hebben hier van Bos sar verwittigt, die daerop eenige sipatir heeft afgezonden, tot een compleete vervaerdiging van dit goed nog een half cobi de manqueerende, hebben den gezegde Lipakir het weetgetouw stukgesneeden, en het goed weggenomen, mitsgaders den wevers gebonden net zig ge voerd, welke vervolgens der, lijk geslagen, en in arrest ge, zetzyn; Mithaniel Baboe, zaek bezorger van de Franschen heeft zelve eenige van de zijne bij Bos„ sak gezonden, die hem hebben vertoond, dat dit goed geen gading was voor de Engelsche comp, pre„ tesdeerende het selve, als het hunne en gevraegt, waerom hy de weves uirhandelde. Bos„ sak voegden hem toe; dat het zijn wever waren, en dat het getouw mede hem toebehoor alhier de

NL-HaNA_1.04.02_3194_0168 view scan ↗

English

785 15 November 15 x belonged to him, and that he would deal with them as he pleased, and that if they had advanced money to the weaver, they would have to see to getting it back from the weaver by force. Leuwraig, the Dalaal of the French, is also at odds with his brother and others, and keeps indoors, his brother reproaching him that the 12000 rupees distributed by him as Dalaal among the weavers may well be considered lost, because things are in turmoil here and the French power could achieve nothing, and that one consequently had to wait and see who would ultimately be the heir to this money, or whether it will become worthless. Now for eight days the previous disagreements with the weavers at Sjenderkoua and Radanesgen regarding the making of cloth have been settled, which the mayor has arranged for the Telingas; some of those who had been on the run and in hiding have even returned, except for the eight head weavers, who have not yet dared to venture it. Bossak has also waived the contract whereby a certain quantity of goods was stipulated per day, and ordered the pykaars that they should procure goods accordingly, and purchase in cash whatever might be lacking, on condition that the loss incurred thereby should remain for their and the weavers' account; at the same time recommending them to deliver to him whatever is woven daily, of which condition a written bond was also executed by the Pykaar, whereby they promised upon their conscience that whatever was finished would be delivered by them, under penalty of incurring a fine and other punishment. It therefore appears to us that the Pykaars will also have no further opportunity to supply any goods secretly to private individuals, because if Bossak finds out and can prove it, he will, while administering punishment, take possession of the goods, and one will have no recourse for the money; at least this is the intention 786 to send soldiers to Kassembazaar. Result of the deliberation on a letter from Kassembazaar. intention. Meanwhile, after having regulated everything in this manner, Bossak departed for Calcutta to give his son in marriage, having secretly told the pykaars regarding the affairs of the French that every weaver who presumed to declare that this or that cloth which they had woven and delivered to the factory was for the French Company, would be punished according to his deserts on the very spot where he used such expressions; that he was now going to Calcutta, but that they would see by what means he would cause those who stayed at Beggerie to return. Below stood: translated according to Genessam's statement by, was signed, Jacob Eilbracht. After the reading thereof, it was resolved upon the proposal of His Honorable Worship to note this down here as proof of the absolute impossibility of obtaining a single piece of goods from the above-mentioned district this year. On this occasion, consideration also being given to what was communicated in a secret letter from the officials of the aforementioned office dated the 7th instant, whereby they promise, concerning the discharge of the sepoys in service recommended to them by letter of 20 October last, to comply with the same at the first opportunity, with the request that their military garrison might be increased by another six, and thus by twelve men; so, in view of the further representation that the full number is seldom present, because they had to serve for bringing money and goods to this main office, so that they were sometimes all absent up to the subahdar inclusive, and that nothing could be accomplished with the ordinary peons, as has frequently appeared, this ministry fully acknowledging this to be true, it was approved and resolved to grant the aforesaid request for these reasons alleged by the officials and others, and thus to send them six common soldiers on occasion. Done 787 Letter from Calcutta regarding the incident at Fulta. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Was signed: J. L. Vernet, F. H. Ziemer, M. Koning, J. P. Humbert, Louis de Soumaise, S. H. H. Damius, Jacob Eilbracht, provisional secretary. Friday The Director produced for further reconsideration a missive from the Honorable Harry Verelst, Governor, and the Council at Calcutta under the last of the past month, which was received here on the 2nd instant and had already been circulated to the members for reading, containing communication of how complaints had been made to Their Honors a few days ago by their Collector General; that some men belonging to our ships had come with force of arms into the cutcherry of Pathacula situated near Fulta, and after having beaten a shikdar belonging to the English Company so severely that his Friday the 18 December Anno 1767, in the morning, absent the members Lafont, Koning, Ross, and Humbert, the first three due to indisposition and the last through business in the Company's service. life

Dutch transcription

785 15 vbr 15 x de hem toebehoorden, en dat hij daermede maer welgevallen zou handelen, en dat zo zy geld aen de wever hadden verstrent, dat zy het dan met force weder van de we weder moesten zien te krijgen. Leuwraig Dalaal der franschen legt met zyn broeder en andere ook overkoop, en houd zig binnen huir, verwytende zyn broeder hem, dat de 12000 rozyen, die door hem als Dalaal onder de wevers gedistribuert zyn, wel mogen geree kent worden voor verlooren, de wyl het hierin nepen roer is, en de magt der transchen niets kon uit werken, en dat men gevolgelyk moest afwagten wie eindelijk erfgenaem van dit geld zal zyn, of het zelve fau woorden zal. Nie zeedert agt dagen zyn de voorige oneenigheeden met de wee vers te Sjenderkoua en Radanes gen wegens het maren van Ly¬ water gedempt het welk de mee ze voor de tellingas heeft uit gewerkt, zelfs zijn er eenige van de geene, die op de Loop en schul geweest zyn, terug gecomen, behee ven de agt hoofd wevers, die het nog niet hebben durven wagen Bossar heeft ook van het contra waerby een zeevere quantiteit goed sdaegs bedongen was, afgezien, en den pynaers bevodlen, dat zy ingevolge van dien goed bezorgen zouden, en al het geen daeraen mogt komen te ontbreeken p00 contant inko„ pen, onder voorwaerden dat de schaade, die nen daerby liep zou blijven voor hunne en der weders reekening; dezelve tevens recommendeerende, om het geen er dagelijks geweven word, hem te besorgen, van welke conditie ook een verband schrift door den Eijkaar ge„ passeert is, waerby zy op haere conscientie af belooft heb„ ben, dat al wat er gereed raakte, door hun zou gelee vet worden, subpeene van te vervallen in een boete en andere correctie. Helkout ons dierhalven voor, dat de Pijnaers ook geen gelegenheid weer zullen heb, ben, om in het geniep eenig goed aan particuliere te leveren, want zo Bossak en agter kerut, en het bewijzen, kan, zal hy onder het oeffe„ nen van straffe zig meester van het goed maken, en men sal geen verhaal op het geld heb„ ben; ten minsten dit is de 1 daegs intentie 786 ler soldaten na kas„ sembazaer te ren„ Poicite van de, liberatie of een brief van kar, sembazaer. intentie. ondertusschen is Bossax na dit aller in deeser voegen gere„ guleert te hebben, naer kalkatta verkorken, om zijn zoon uitte trou„ wen, hebbende aengaende de zaeren der fansche tegen de pynaars in secretesse geregt, dat ieder wever, die zig aenmatigde te verklaren, dat dit of dat Lywaat het welk zy gewesen, en in de Logie besorgt hadden, voor de fransche Compagnie was, op de zelve plaats, daer hy zig van zulke expresien bediende, na verdienste gestraft sou worden, dat hy nu na kalratta ging, maer dat men gewaer zou worden, door wat middelen hy die geen welke zig te Beggerie ophielden zou doen terugkomen /:onderstond:/ volgens genessams opgave vertoeld door /:was getekend:/ Jacob Eilbracht. zo is na lecteere van dien op de pro. positie van zyn EE Achtbare verstaen zulx alhier aenteteekenen, als een blijk van de absolute onmogelijk heid, om uit het bovengemelte district een enkeld stux goed dit jaer te konnen magtig worden. Ter dezer gelegenheid ook gelek zynde op het bedeelde by een secreete briefje van de bediend ten inmor„ gine gemelde kantoore van den 7 deeser, waerby zy omtrent de hun by brieve van den 20 october Jongstlee den gerecommendeerde afdan„ king der in dienst zynde sipahir belooven aen het zelve by eerste gelegenheid te zullen voldoen met verzoek, dat hunne militai, re bezetting niet nog zes, en dus met twaalf man, mogt vermeerdert worden, zo is aengezien het verder vertoonde, dat name lyk het volle getal zelden pre sent is, wyl zy moesten dienen tot afbreng van geld en goederen naer dit hoofdkantoor, zo datze zomwijlen alle tot de foe boer inclusive absent waren en met de ordinaire pions, ge„ lyk meermael is gebleeken, niet waar uitterechten, dit minu„ sterium ten vollen affinueeren waer te zyn, goedgevonden en veren staen, het voorsz verzoek om deeze „door de beds g'allegeerde en andere „ reedenen te accordee„ ren, en hun dus by gelegenheid nog ter. gemeene toe te senden, gine Actum den. 787 brief van kolkatra omtrent 3 geval te voltha Actum Hoegei in Bengale dat uw ut supra /:was getekent:/ I. L: Vernet . . F: H. Ziemer. . . . . Mr Koning I. P: Humbert. Louis de soumai„ se. S. H. H. Damius. Jacob Eillracht pr: sect. rijdag Is door den Heere Directeur nader ter resumtie geproduceerd een missive van den Edelen Heer Haray Verelst, gouverneur en de Raed te kalaatte subls der gepasseerde maand, welke den 2 deeser alhier ontvangen en bereeds de Leeden ter lectu ke rond geweest is, houdende communicatie, hoe haer Ede lens eenige dagen geleden klach„ ten waren gedaen door hun, nen Collecteur generael; dat eenig volk behoorende tot onse scheepen, met geweld van wan„ penen in de katchesie van Pathacula gelegen by Voltha gekomen waren, en na een Sjeickdaer, gehoorende aan de Engelsche Compe zo staengelijk geslagen te hebben, dat zijn Vridag den 18 december Ao 1767 tmorgens absent de Leeden Lafents Koning Rossen Humbert, de drie eerste mits indispositie en de laeste door bezigheeden in scomps dienst leven

NL-HaNA_1.04.02_3194_0171 view scan ↗

English

787 Letter from Calcutta regarding the incident at Falta. Done at Hugli in Bengal, date as above. Signed: G. L. Vernet, F. H. Liemer, Mr. Koning, J. P. Humbert, Louis de Soumaise, S. H. Damius, Jacob Eilbracht, provisional secretary. Friday. Friday the 18th of December Anno 1767, in the morning. Absent the members Lafents, Koning, Rossen, Humbert; the first three due to indisposition, and the last due to business in the Company's service. The Director presented for further resumption a letter from the Honorable Harry Verelst, Governor, and the Council at Calcutta, dated the end of the past month, which was received here on the 2nd of this month and has already circulated among the members for reading. It communicated that some days ago complaints were made to their Honors by their Collector-General that some men belonging to our ships had entered the cutcherry of Pathacula situated near Falta by force of arms, and after beating a shikdar belonging to the English Company so severely that his 788 life was in danger, they had brought him as a prisoner on board one of our ships. And that Mr. Verelst, their President, had immediately written to the Director and requested his orders for the release of the apprehended person and the punishment of the offender, but that they found His Honor's reply so strange that they enclosed and also sent a copy of the same for the information of the assembly, being of the following content: Sir, I have been honored with Your Honor's esteemed letter of the 1st of this month. Two days before the receipt of it, I received complaints from our provost who is stationed at Falta to maintain order among the common ship's crew coming ashore. That man wrote to the fiscaal that a shikdar of the English had dragged away a sarkar of the fiscaal bound and had caused him to be beaten in a terrible manner, whereupon the provost with some men went to the aforementioned shikdar to bring that sarkar back, but that the shikdar being unwilling to release that sarkar, this had to be done by force, whereby blows were exchanged back and forth, and one of your men was taken into custody on one of the ships by way of reprisal. And because I never judge on the report of my men alone, but wished to have the matters investigated before I would bring any complaints before Your Honor, and having been informed that your men were the aggressors and treated the sarkar in a cruel manner, and that our men did nothing other than defend themselves and liberate him whom they had carried away bound; I must, Sir, in the name of the Dutch Company request that Your Honor please give orders that the offenders be properly punished, as this cannot be done too severely as an example. As to the shikdar, I have given orders that he be immediately 789 released. That such insolences are committed by common people is not surprising, but it is indeed surprising that orderly persons, or persons who wish to pass for orderly, commit such disorders, as was committed last night by two English officers, of whom one is George Waller and the other Finlayson. Those gentlemen entered by force into a house of one of our inhabitants, beat all the people of that house, and committed all kinds of outrages. Besides that, they wounded two peons of the cutcherry who had come there upon being called by the neighbors. This morning I ordered those gentlemen to leave our territory, and request, Sir, that Your Honor please deal with them according to fairness, so that such does not happen again. For otherwise I shall be compelled in the future to punish such housebreaking according to the exigency. I am with respect, underneath stood: Sir, lower: Your Honor's humble and very obedient servant, signed: G. L. Vernet. In the margin: Hugli the 5th of December 1767. Below: Copy, signed: Simeon Droz, secretary. Their Honors further thought that upon a closer consideration of the circumstance of the case, one would be fully convinced of the unreasonableness with which our men had acted, namely by coming with force into a cutcherry and carrying away a person who is under the protection of their flag, a crime which they thought deserved the highest punishment, even assuming that their servants were in the right; and asking what they would not have had to suffer if they themselves had been the first offenders? That ours, if they had been ill-treated, would have requested satisfaction, and that such was also never refused, as the assembly would have to testify. But that the undertaking to act in such an indefensible manner, and wherein the Director supported them in a manner as in the aforesaid private letter,

Dutch transcription

787 brief van kolkatia omtrent e geval te boltha Actum Hoegei in Bengale dat uw ut supra /:was getekent:/ G. L: Vernet - - - - . F: H. Liemer. . . . . Mr Koning I. P: Humbert. Louis de soumai„ Se. S. H. H. Damius. Jacob Eilbracht pr: sect. rijdag Is door den Heere Directeur nader ter resumtie geproduceerd een missive van den Edelen Heer Haray Veelst, gouverneur en de Raed te kalaatte subls der gepasseerde maand, welke den 2 deeser alhier ontvangen en bereeds de Leeden ter lecte re rond geweest is, houdende communicatie, hoe haer Ede lens eenige dagen geleden klach„ ten waren gedaen door hun, nen Collecteur generael dat eenig volk behoorende tot onse scheepen, met geweld van wa„ penen in de katchesie van Pathacula gelegen by Voltha gekomen waren, en na een Sjeickdaer, gehoorende aen de Engelsche Compe zo staengelijk geslagen te hebben, dat zijn Vrydag den 18 december Ao 1767 tmorgens absent de Leeden Lafents Koning Rossen Humbert, de drie eerste mits indispositie en de laeste door bezigheeden in scomps dienst leven 788 leven in gevaer wor, denzelven des gevangen aen boord van een van onse scheepen hadden ge brugt, en dat den Heer Verelst hunnen President ten eersten aen den Heer Directeur geschreeven en begeerd, zyne beveelen tot largatie van den geappre kendeerden, en straffe van den beleediger, maer dat zy het unt moord van zyn Achtbare zo vreemd vonden, dat zy een copy van het zelve ter onderrechting van de vergadering quamen inte sluiten, en ook te zenden zynde van desen inhoud, Myn Heer Ik ben feert geworden net UEde lens geachte letteren van den 1e deser, Tweedagen voor de ent vangst van dien heb in klagten gekreegen van onse geweldige die te volta leid, om ordre te kou den onder het gemeen scheepsvolk die aen de wal komt. Die man schreef aen de fir= coel, dat een sig daer de Engel sche een serioer van de ficcaal ge bonden weggesleept had en hem op eene eirselijne wijze had laten paparen, waerop hy geweldige met eenig volk na de sig daer voornoemt geweest is, om die sereaer weerom te halen, dog dat de sigdaar enwillig zynde dieseriaer te largeeren, zulx net geweld had moeten geschieden waerdoor vver en weder slagen geswaayt hebben, en een van uw Volk per repressaille op een der scheepen in regtenis ge nomen is. En om dat in nooit op het rapport van myn volg oordeel inder die zaken heb willen laten onderzoeken, eer dat ik eenige klagten voor u Edele zoude brengen, en taer geinformeert zynde, dat uit volk aggresseuar zyn geweest, en de sercaer op eene cruelle wyze getracteert hebben, en dat ons volk niets gedaen heb ben, als sig te verweeren, en wij te maken die zy gebonden weg gevoert hadden; moet in mijn Heer, uit naem van de Holland sche Compagnie verzoeken dat UEdelens gelieve ordre te stel len, dat de beleedigen behoer lyk gestroft werden, kunnende zulx tot een exempel niet te streng geschieden wat de sigdaer aengezet, heb ik ordre gesteld, op dat hy ten eersten papaeren, gelargeert 789 18 vb 18 x=t gelaageert zoude werden. Dat diergelijke everdentelijkheeden door gemeen volk geschied is niet te verwonderen, maer wel, dat order telyke lieden, of leeden die voor on„ dentelyk willen passeeren, zulke en ordentelykheeden begaen, der het gepasseerde nagt begaen is doen twee Engelsche officieren, waervan den eene George wallen en een ander Tinlasen. Die keeren zyn niet geweld in een huir van een onzer inwoon deren gekonden, al het volk van dat huir geslaegen en allerhande soorten van boldadigheeden gepleegt. Buiten dat hebben zy twee pionr„ van de catekerie, die door de buur ren geroepen zynde, aldaer ge„ komen waren, gekwetst Heeden morgen heb in die heer ren gelast van ons teraitoir te gaen, en verzoeken, Min steer, dat UEdele met deselve na billijkheid gelieft te handelen. op dat zulx niet weder „geschiedden. want ander zal ik genoodzaekt zyn, in het aenstaende, diergelijke huir broek na exigentie te straffen Ik ben niet agting /:onderstond:/ Mijn Heer /:lager/ UEdeles onderdanige en zeer gehooromen dienaer /:getekent O: L. Vernet / ter zyde/ Hoegei den 5xe 1767 /daeronder:/ Copij /:get:/ Simeeen Droz sec=ts denkende hun Edelens verder, dat men by eene nadere beschou wing van de omstandigheid der zaak volkomen overtuigd zou zyn, van de onreedelykheid, waer mede ons volk was te wer ge „met geweld gaen, door camelijk te arie gen in een ketekerie, en een persoon die onder „ bescherming van hunne vlag is, wegtevol ren, een misdaad, die rydag ten, dat ten hoogsten strat fdiende, schoon ondersteld zynde, dat hunne bediendt en gelijx hadden, en der vregende, wat zy niet zou de hebben moeten Lijden, indie zy zelve de eerste beleedigen ge„ weest waren? Dat de anze, zo zy quaalijk behaudelt waren ge weest, om voldoening zouden verzocht hebben, en dat zulx ook nooit geweigert was, gelyk de vrgadering zou moeten getuigen. maer dat de onderneeming om op zo eene onverdedigbare wyze te handelen, en waerin de Heer Directeur hun op een wyze, als by voorsz particuliere den kends blief

NL-HaNA_1.04.02_3194_0174 view scan ↗

English

790 letter appeared, justified, and even demanded satisfaction in the name of our company, it appeared to their Honours to be little less than an open declaration of hostilities, an act which they flattered themselves would never be approved nor justified by the assembly; and that if His Honour had thought proper, at the first request of Mr Verelst, to punish the offenders, their Honours might have avoided the unpleasant necessity in which they found themselves to urge for a public satisfaction for such a public insult. Furthermore, with respect to the complaints against Messrs Wallen and Finlason, mentioned in the previously inserted letter from the Director, stating that Mr Verelst had summoned these persons, but that they had flatly denied having any knowledge of that with which they were accused, finally declaring that if their Honours would provide the necessary Sir, Just now I am informed that a Dutchman named Welgar has beaten a shikdar belonging to the English in such proofs against them, it would then be their duty to grant all the justice that was in their power. Whereupon the Director, after the reading of the aforesaid letter, proceeded to observe that it must appear strange to the gentlemen as well as to His Honour that those gentlemen show themselves offended by a manner of writing which their Governor, Mr Verelst, himself repeatedly employed; and as proof of which His Honour exhibited a private letter received from his Honour on the first of the past month, the contents of which, according to His Honour's desire and for a better understanding of the case, are hereby also inserted. proofs a 791 declaration concerning this a cruel manner that the man is at the brink of death, and not content with his inhumanity, he holds him in custody at Volta. In the name of the English Company I must request, Sir, that you please order that the shikdar be released at once (if he is not already dead) and the offender be brought to proper punishment, which cannot be too severe. I am with respect, etc. And that since one could attribute such an altered tone to nothing else than to the present haughtiness of the English nation, which had already long been in the habit of treating others with contempt, and as if it were far beneath their dignity to notice, His Honour also did not intend to yield to them, but in a matter where the right is on our side, to defend and maintain the honour and authority of our Company. That since the gentlemen at Calcutta had thought fit to make a public affair of the case in question, His Honour, before bringing it to the assembly, had caused three sworn depositions to be drawn up: one executed by Coenjoe Sircar and Company, showing that in the incident at Volta the English servants had been the first aggressors and ours had only acted defensively; the second provided by the Chief Surgeon of the ship Popkensburg, Johan Jacob Muller, to prove that the sircar Nendokissor, and not the shikdar of the cutcherry, whom it was said was at the brink of death, after examination had, so to speak, suffered no harm; and the third provided by Rania and Company, whereby the violent conduct of the aforementioned two English officers Wallen and Finlason is 792 is confirmed, as can be seen more closely and in detail in the attestations themselves. Today, the 9th of December 1767, appeared before me, Pieter Hoff, provisional First Sworn Clerk of the Bengal Secretariat, present the witnesses to be named hereafter: Coenjoe Sircar, Hasiechan, Scheick Hingen, and Caiulla, peons in the service of the Fiscal of this Directorate, Louis de Saumaise, and keeping watch at Volta, together with Newaadjie, servant of the provost Cornelis van Benwel who keeps watch at the aforementioned place, assisted by the bookkeeper Adrianus Dingshoff to serve as their interpreter; Who, at the requisition of the Honourable George Lodewijk Vernet, Director of the Honourable Company's important trade in Bengal, Behar, and Orixa, and in support of the truth, declared, and firstly the four first attestants: That some time ago, being at the bazaar at Volta, they saw that the provost's comprador had come there to buy fish. That they also saw that the man had actually bought a basket of fish and paid the money for it. That while that man was still standing there, a carpenter from Chandernagore came up and began to dispute with the said comprador over the purchase of that fish, saying that he wanted to have it. That subsequently an English sircar, by the name of Nendokissor, also came there, and with some abusive words asked the man why he would not give that fish to the carpenter, and as they fell into further dispute about it, that sircar caused several Bengalis to seize the repeatedly mentioned comprador, bind him, and beat him with slippers. That they also saw that after he had caused that man to be given slipper blows, he had him brought to the shikdar of the English. That the fourth attestant, at the request of the comprador, went to inform the provost, who was aboard one of the ships, of this incident. That when the provost came ashore and onto the bazaar, the three first attestants also joined him and went to the cutcherry.

Dutch transcription

790 brief bleek, rechtvaerdigde, en zelfs voldoening in den naem van onse lompe eischte, hun Edelen voorquam weinig minder te we zen, dan een openbaere verklaring van vyandlijkheeden, eene han deling, die zy zig vleiden, dat doon „goed gekeurt nog geregwaardigt zou worden e dat zo zijn EE achtb. hadde de vegadering nooit „ goedgedacht op het eerste verzoek van den Heer Vrelst de beleedigen te straffen, zy Heeren mogelijk gemeid zouden heb„ ben de onaengenoeme noodzake lijkheid, waerin zy taas waren, em aente druigen op eene openbare voldoening voor zulx een publiex beleediging Voorts ten opzigte der klachten tegen de Heeren wallen en Pinlason, verweld by de hiervoor geinvereerde brief van den Heer Directeur meldende, dat de Heer verelst deese persoonen had ontbo¬ den, dog dat zy nond uit ontkend hadden, eenige kennis te heb„ ben van het geene, waermede zy beschuldigt wierden, eindelyk verklarende, dat indie men Hun Edelens wilde verzorgen de nodige Myn Heer zo even word my berigt, dat een stollander genoemt welgar een siegdaer behooren de aan de Engelsche opzulk bewyzen tegen dezelve, het als dan hunne Laar zou wezen, en al het recht te doen erlangen, wat in hun vermogen ware. vorvolgende de Heer Directeur na het lezen der voorsz brief net aentenieren, dat het den Zee den zo wel als zyn E Achtbare wonderlyk moest voorkomen, dat die Heeren zig geraekt toonen over een manier van schrijven van dewelke hunne gouver neur, de Heere Verelst meer meld zelve zig bediende, en tot bewys van het welke zyn EE Achtbare exhibeerde eene op primo der gepasseerde maand van zyn Edele ontvangen particuliere brief, welker sta„ ling, ingevolge zyn E Acht„ bares begeerte, en tot te bee ter verstand van het geval by deezen mede wordinge lift. bewijzen een 791 18 pk verklaringe daerom treut een eruelle wijze heeft geslage, dat de man op de oever der doods is, en niet te vreeden met zyn onmenschlykheid, houd hy hem te volta in hegtenis. uit naem van de Engelsche Compe moet in verzoeken, myn Heer UEdele gelieve te gelasten, dat de Liegdaer ten eersten ontsla gen (indien hy nog niet dood is:/ en de beleediger tot een behoor lyke straf gebragt worde, die niet te streng kan wesen. Jk bem net agtingetc. En dat daer men diergelijk een gewaorde hoomn nergens ander aen kon toeschrijven, dan aen de tegenwoordige taotheid der Engelschen natie die al zeder lange de gewoonte gehad had„ de, andere als met pachting te tracteeren, en als of het verre ware „ beneden haere waerdig heid aentemerken, zyn EE Achtbare hun ook niet meende toe te geeven, maer in een zaek waeraen het recht ver onren zyde is, de eere en het ontzeeg, van onsen Comp te verdedigen en te mainten eene. Dat verniits de Heeren te kalvatte hadden goedgevonden van het geval in quertie een publiere zaer te maken, zyn EE Achtbare alvorens dezelve te brengen in vergadering, had laten be„ leggen drie beeedigde verklaring gende een gepasseerd door coenjoe seriaer C: 1. aentonen de, dat in het gebeurde te vol ta de Engelschen bedienden de eerste aenleggers geweest wa ren, en de onse slegts defen siefte werk hadden gegaen, de andere verleend by den Opper meester van het schip Popkeur burg, Johan Jacob Mhuller, tot bewys, dat de sercaen Nendo kissor, en niet de sig daer van de Ketsjerie, welke wene zegt, dat op den oeve des doods zou geweest zijn, na gedane visi„ tatie, om zo te zeggen, niets gemanqueert heeft, en de derde verleend door Rania C:o 1. waerby het violent gedrag der voormelde twee Engelsche offi„ cieren wallen en Fineason de word 792 word bevestigd, gelijk by de attesta„ tien zelve nader en omstandi, ger kan gezien worden. Heeden den 9 december 1767 compareerde voor mi Pieter Hoff pro vis: Eerste geswore klerk der bengaelsche secretary pre sent de natenoemene getui gen. Coenjoe secoer, Hasiechan scheick hingen, en Caiulla, pions in dienst van den Fircael deser Directie Louis de saumai se en op volta de wagt hou dende, mitsgaders Newaadjie maaktganger van den opge melde plaats wagthoudende geweldige Cornelis van Ben wel, gearsisteerd van den bolk houder Adrianus Dingshoff als om hun olk te deenen; Dewelve ter requisitie van den EE Achtb: Heer George Zo= dier Vernet Directeur over sEComps importanten handel in Beugale Bekaer en eriga, en tot voorstand der waerheid ver„ klaerden, en wel eerstelijk de vier eerte attestanten. Dat zy eenige tyd geleeden op Voltha op de bazaer zijnde ge¬ zie hadden, dat de compaadoor van de geweldige daer wor ge komen om vir len koopen. Dat vervolgens ook een Engelsche sereaer, in name Mendo kissen, daer by quam, en de man, onder eenige scheldwoorden afvroeg, waerom hy die vir niet aen de timmerman wilde geven, en dat zy verder daerover in disput roekende, die sercaer meer melde Compradoor eanige ben gaeler liet op parken, vost binde en papoeren. Dat zy almeede gezien hebben dat die waar, na dat hy die man papoe seagen had laten ge ven, naer de siegdaer der Engel sche gebracht had. Dat de vierde attestant op het verzoek van de comparadoor naer de geweldige, welke aen boord van een der scheepen was, van dit geval ging kennis geven. Dat de geweldige aen de wal en op de Razaer komende, de drie eerste attestanten zig mede by hem vervoegt, en naer de Catje, Dat zy ook gezien hadden, dat die man werkelik een virkarop ge kogt, en het geld daervoor betaeld had. Dat terwyl die man daer nog stond, een timmer man van sjender vegger daerby gekomen, en met de genoemde Comparadoor over het koon pen van die virbegon te dispur keeren; en zeide, dat hy ze wilde hebben. Dat rie N2 2 55

NL-HaNA_1.04.02_3194_0177 view scan ↗

English

793 18 recto 18th folio where the English had gone, That the provost asked his servant who had beaten him. That the man said upon this that it was Nondokissor who had ordered it done, pointing him out at the same time. That the provost thereupon gave that sarkar three to four blows with his cane, and subsequently ordered them, the deponents, to place the same under arrest. That they did so and brought him to the house of the provost. That after the said sarkar had been sitting there for ten days, a chief surgeon came and examined him, after which he was released, as there was nothing the matter with him. The fifth or last deponent. That some time ago he was ordered by his master to go to the bazaar to buy a fish. That at the bazaar he got into a dispute with a carpenter from Chandannagar over the purchase of a fish head. That the said carpenter wanted to take the fish away from him, although he had already bought and paid for it. That while he, the deponent, was disputing with the said carpenter about this, an English sarkar named Hendo Kisson came up and asked him, the deponent, why he, pig-eater, did not want the carpenter to have the fish. That he thereupon said to the sarkar that he was an ox-eater. That the sarkar thereupon had him seized by three or four Bengalis, bound fast, and given blows with slippers. That the said sarkar subsequently brought him to the English shikdar, and asked the same for a letter, because he wanted to bring him, the deponent, to Calcutta and deliver him to the Governor. That the shikdar said thereupon: I want to have nothing to do with the matter, take him to his master. That the aforementioned sarkar answered thereupon that he would then take him to Calcutta on his own authority, if the shikdar would not grant him justice in this matter. That he, the deponent, in the meantime had sent someone to his master to give him notice of this incident. 794 That the provost, coming with the four first deponents to him at the cutcherry, asked who had beaten him, whereupon he answered that it was that sarkar, pointing at Nondokissor. That his master thereupon gave that sarkar three to four blows with a cane, and subsequently took him along and placed him under arrest. The deponents declared the above to contain the pure truth, giving as reason for knowledge as stated in the text, the bookkeeper Duijshoff presenting himself for the translation, and the deponents presenting their given deposition, if required, to confirm with an oath. Thus declared at Hooghly in Bengal in the presence of Jan Lante and Jacob Coenraed Keijser as witnesses, the minute hereof is duly signed, underneath stood: quod attestor, signed: Pr Hoff, Clerk. Today, the 12th of December 1767, appeared before the undersigned members of the Council of Justice, assisted by the provisional Secretary Pieter Hoff, The deponents mentioned more at large in the declaration on the other side, which having been read to them again and made known by translation through the bookkeeper Duijshoff, they unalterably persisted therein, confirming this with a solemn oath, namely the bookkeeper Duijshoff for the translation in the Protestant manner, raising the two foremost fingers of the right hand and uttering these words: So truly help me God Almighty. And the second, third, fourth and fifth deponents in the Mohammedan manner, placing their hands upon the Quran and uttering these words: If we have spared the truth, it shall not go well with us hereafter. And the first deponent performed this in the Hindu manner, taking Ganges water from the hands of a Brahmin and uttering these words: If I have spared the truth, I shall never enjoy the Ganges. Thus re-examined and sworn 795 18 verso 18th folio at Hooghly in Bengal in the presence of the junior merchants Hans Carel Baron van Arden and Leendert Verspyck, members of the Council aforesaid, the minute hereof is duly signed, underneath stood: Accorded, signed: Pr Hoff, provisional Secretary. Today, the 14th of December 1767, appeared before me, Pieter Hoff, provisional first sworn clerk of the Bengal Secretariat, the witness to be named hereafter, Johan Jacob Muller, chief surgeon on the ship Popkensburg, Who, at the requisition of the Honorable George Louis Vernet, Director of the Company's important interests in Bengal, Behar and Orissa, and in support of the truth, declared: That in the past month of November, by a written order from his said Honor dated the 5th of that month, he was ordered to betake himself to the house of the provost Cornelis van Bemmel, who is keeping watch at Fulta, in order to examine there a native named Nondo Kisser. That on the 7th of November he went thither, examined the said native, and found that the left eye was inflamed, the same with a simple contusion and disturbance in the blood, and some superficial welts across the back caused by some blows with a cane, yet without danger. The deponent declared the above to contain the pure truth, giving as reason for knowledge as stated in the text, offering, if required, to confirm his given deposition with an oath. Thus declared at Hooghly in Bengal in the presence of Jan Vermeulen and Jacob Coenraed Keijser as witnesses; the minute hereof is duly signed, underneath stood: quod attestor, signed: Pr Hoff, provisional Clerk. Today, the 15th of December Anno 1767, appeared before the undersigned commissioned members of the Council of Justice of this factory, assisted by the provisional Secretary Pieter Hoff, The deponent mentioned more at large in the declaration on the other side, which having been read to him again, he unalterably persisted therein, confirming this with a solemn oath, raising

Dutch transcription

793 18 xlie 18 ple rie de Engelsche gegaen waren, Dat de geweldige aen zyn dienar vroeg, wie hem geslaen had. Dat die man daer op zeide, dat het Nondokissor was, die het had laten doen, hem met een aenwijzende. Dat de geweldige daerop die sercaer drie a vier slagen met zyn rotting gegeven had, en vervolgens hun attestanten geordonneert, om denzelven mnarrest te neemen. Dat zy zulx gedaen en hem naer het huir van den geweldi ge gebracht hebben. Dat na dat gedagte terkaen tien dagen daer had gezeeten een oppermeester gekomen en hem bezichtigd had, waerna hy gelorgeert wierd, als niets manree rende. De vyfde of laeste attestant. Dat hy eenige tyd geleeden van zyn Meester geordonneert wierd na de Balaer te gaen, ene vir te kopen. Dat hy op de Bazaar disput niet een Timmerman van sjen dernegger gekreegen heeft, over het koopen van een virkakap Dat gedagte Timmerman hem de verwilde afneemen, daer hy hem reets gekogt en betaeld had. Dat terwyl hy attestant net gemelde timmerman in daerover dispeteerde, een En gelich sercaer, genaemt Hendo Kisson, daerby genomen, en hem attestant gevraegd had, waerom hy varken vneetee niet wilde hebben, dat de timmerman de vernam Dat hy daerop tegen diezervver gezegd had, dat hy een ossenvree ter was. Dat die seriver hem daerop door drie a vier bengalens liet opvatten, vastbinder en papoerslagen geven. Dat gemelde seriaer hem daer na bij de Lieudaarder Engelshe gebracht, en van denzelve gevraegt had een brief dewijl hij hem attestant naer Calcatta wilde brengen, en aen den gouverneur overleveren Dat de sjechdaer daerop ge zeyd had, ik wel met de zalk niet te doen hebben, benugt hem na zin Meester Dat meermelde seriver daerop antwoordde, dat hy hem dan op zijn eigenhoutje naer keelkatte zou brengen, zo de sjeichdaer hem daerin geen recht wilde verschaffen Dat hy attestant intusschen iemand na zyn meester ge„ gemelde zonden 794 zouden had, om hem van dit voorvalkenuis te geven. Dat de geweldige met de vier eerste attestanten aen de Cat cherie by hem komende gevraegd had, wie hem geslagen had, waer op hy antwoorde, dat het die secver war, wijzende op Nendokersen Dat zyn meeste die serever daerop drie a vier rotting slagen gegeven en vervolgens niet zig mede genomen en in arrest geset had. Het voorenstaande betuig den de attestanten de zui vere waerheid te beheezen gevende voor reeden van 1 wetenschap als in den text presenteerende de boekhou¬ der Dingshoff voor de vertaling en de Attestanten hunne gegevene depositie des vereisch wordende met eede te bevestige. Aldus verklaerd te Htoege in Ben¬ gale ter presentie van Jan Lan le en Jacob Coenraed Keiser, als getuigen de minute deser is behoorlijk getekend /:onderst:) quod attestor /:gett:/ Pr Hoffig Clercq Heeden den 12e december 1767 compareerde voor de onderge¬ teerende leeden uit den Raed van Justitie, geassisteert van den pl: Secretaris Pieter stoffs De attestanten in ommertaen de verklaring breeder vermeld de welke hen weder voorgeleven en by vertaling door den Boekhou der Duijskoff te versaen gegeven zynde, bleeven zy daerby onxander lijk persisteeren, bevestigende zulks met solemneelen eede namentlyk de Boekhouder Dengekoft voor de vertaling op de protestantsche wyze onder het op„ steven der twee voorste, ven geren van de regter hand en het uiten dezer woorden zo waarlyk zelve my god almagtig en de tweede, derde vierde en vyfde attestanten op de mahonier tarische wyze, onder het leggen hunner handen op den alco= aan, en het uiten dezer woon den zo wy de waerheid gespaard heb ben, zal 't ens namaels niet wel gaen. en de eerste attestant verrigte zulx op de huidostansche wyze en der het neemen van ganger water uit handen van een Bramneer en het uiten den ser woorden. zo in de waerheid gespaert hebben, zal ik nooit de ganger ge„ nieten. Aldus gerecoleerd en beëedigt De 5 te 795 18 ve=so 18 xl te Hoegli in Bengale ter pre sentie van de orderkoorlie den Hans Carel Baren van Armn en Leenard Verspik leeden der Raeds voormeld de minute deeze is behoorlijk getekend /:onderstond/ Ack ord=r / gete keut / Pr Hoff pr secult=s Heeden den 14 december 1767 compareerde voor my Pieter Hoff pro: eerste geswkeerd der ben gaelsche Lecaetarye paereut de natenoemene getuigen Johan Jacob Thuller oppermee ster op het schip Popkensburg Dewelve ter requisitie van dE Achtb: Heer George Locis Vernek Directeur van &Compr ipon tante belangen in bengale behoeven orisa, en tot voor stand der waerheid verklaerde Dat hy in de verweeren maend november by een schriftelijke ordonnantie van welgemel de zyn EE Achtb gedateert den 5 dier maend gelast is zig te vervoe gen aen het huis van den op voltha wagthoudende gewel dige Cornelis van Bemmel om aldaer te visiteeren een in lander genaemt Nende Kis ser. Dat hy den 7 november zig al daer heeft vervoegt gemelde inlander bezigtigt en bevonden heeft, dat het luizer oog g'inflomeert was, t zelf met een Limpele contutie en ontsteltenis in't bloed en eenige saperficieele striemen over de rugge, veroorzaekt door eenige rotting slagen, dog zonder ge Het vorenstaende betuigde de attestant de zuivere waerheid te behelsen, gevende voor reeden van wetenschap als in den text presenteerende zyne gegeve de positie, des vereischt wordende met eede te bevestigen. Aldus verklaard te Hoegei in Bengale ter presentie van Jan Vemeulen en Jacob Coenraed Keiren als getuigen; de mi„ nute deeser is behoorlijk gete„ kend /:onderstond/ quod attestor /:getekend/ P=r Hoff p UE Clercq. Heeden den 15 december Ao 1767 compareerde voor de engeagetee kende gecommitteerde Leeden in den Raed van Iustitie dezer kan toors, geassisteert van den provi secretaris Pieter Hoff. De attestant in ommestaande verklaring breeder vermeld dewel ke hem weder voorgelesen zijnde bleef hy daerby onveranderlijk persi„ steeren, bevestigende zulx niets solemneele eeden onder het opstee„ vaer. inlander ken

NL-HaNA_1.04.02_3194_0180 view scan ↗

English

fingers of his right hand, the following words: So truly help me God Almighty. Thus reviewed and sworn at Hooghly in Bengal, in the presence of the junior merchants Heer Karel Baren van Arien and Leonard Verspijk, members of the Council aforesaid. The original of this is duly signed. Below was written: Agrees. Signed: P. Hoffpen, Secretary. Today, the 10th of December 1767, appeared before me, Fredrik Thost, sworn clerk of the Bengal Secretariat, in the presence of the witnesses to be named hereafter, Rania, Rottong, Dattarma, and Lorman, native women; together with Bolleram Moldaer, Assenulla, shikdar of the cutcherry at the so-called Lichterman’s bazaar; Saffer and Danis, peons of the Titular Merchant, Fiscal and Village Master, Louis de Laumaise; and Jaggernaat, milkman residing here; and assisted by the bookkeeper Adrianus Dingshoff as interpreter; who, at the requisition of the Honorable Lord George Louis Vernet, Director in Bengal, Bihar, and Orissa, declared, and first the four appearers Rania, Rottong, Dattarma, and Lorman, both each individually and together: That on the 4th of November last, when she, the first appearer, lay sleeping in her house after midnight, a knock was heard at her door; That she, the first appearer, having gotten up to see who it was, noticed that there were some Europeans before her door, wherefore becoming frightened she had not wished to open; That the said Europeans, this being done, [illegible] had broken open the door and forced their way into the house; That she, the appearer, during that violence, had meanwhile hidden her daughter, the second appearer, in another room and made her crawl under a cot; That the Europeans having forced their way into the house, four in number, had also come into that room, and, as the said second appearer also testified, had lifted the cot, dragged her out from under it, and beaten her so severely that she lay there as if half dead. That she, the first appearer, raising an outcry over this violence and calling for help, had her hands tied by a servant of the aforesaid Europeans and on their order, and was mistreated with blows; The third appearer, Dattarma, also declaring that coming outside upon this shouting, and seeing this violence, she had addressed the Europeans as to why they mistreated these people so, kept the mother bound, and beat the daughter so; but that she also, when she made a noise calling Douay, was so pitifully beaten and struck by them that she fell down next to them; That the aforesaid Europeans had afterwards gone to another place where the fourth appearer was staying; The same, or Lorman, declaring that hearing this noise, she had kept very quiet on a cot out of anxiety; That the aforesaid Europeans, having come to her, had grabbed her to do violence to her, but that when she had tried to resist them, they had also kicked, pushed, and beaten her until she fainted; The fifth appearer, Bolleram Moldaer, further declaring that at that time, or around midnight, coming from the house of the Heer Fiscal to go home, and hearing a noise and violence, he had gone thither; That coming into that house and seeing that these women were being so mistreated, namely one tied up and the others beaten, he had addressed the aforesaid Europeans, whom he testified to be four Englishmen, saying that this was not right, and that if they wished to go with him, he would provide them with more beautiful women; That the Englishmen thereupon had drawn their sidearms to strike him, but that he had fled and run to the cutcherry to make this known to the shikdar; This sixth appearer, Assenulla, declaring that when the said Bolleram had come to him there that night and given notice of this, he had been sitting in the cutcherry alone with two Moors, a paik; That he had sent the said paik and the two peons to that place to see what was to be done; That also two peons of the Heer Fiscal, named Jaffer and Danis, passing by the cutcherry, he, the appearer, had called out to them and said that some Englishmen had forced their way into a house and were making violence, that he indeed had sent three peons thither to quiet this down, but that he nevertheless feared that this might not succeed, because the Englishmen sometimes could not understand them, and that they both for that reason, being better able to speak, might go thither to quell that uproar; That both of them had departed, and he, the appearer, had remained alone in the cutcherry; Now declaring the peon Saffer, the seventh appearer in this matter: That he, wishing to go home with the peon Danis at night after two o'clock, was called out to near the cutcherry by the aforementioned shikdar, and requested to go to the house of a native woman where some Englishmen were causing great violence, and to seek to quiet the same; That he, the appearer, having arrived there, had seen the aforesaid four Englishmen, and also that the old woman Rania had her hands tied, and the other women were pitifully beaten; That he had been asked by the Englishmen who he was, and that he had answered that he was a peon of the fiscal; That he had then addressed them in a friendly manner, asking why they treated the people so pitifully, since it would be better, if they wanted something from them, to seek it nicely and quietly; That his mate Danis had stood at the door at that time, but now also came up, and addressed them in the Moorish language with the same thing that he, the appearer, had told them in Portuguese; That one of the Englishmen thereupon had grabbed Danis, dragged him outside, and beaten him, while the

Dutch transcription

796 kens van de twee voorte vinge„ ren van zijn rechter handen het uite dezer woonden zo waerlijk zelve my god almagtig Aldus gerecoleerd te beeedigt te Hoegei in Bengale ter presentie van de onderkooplieden Haur Karel Baren van Ariieu en Loonard Verspijk Leeden der Raeds voor meld. de minute dezer is behoer lijk getekend /:onderstond/ accordeert /:getekd/ Pr Hoffpen: Secretaris. Heede den 10 december 1767 com pareerde voor my Fredrik Thost gezwore klerk der beugaelsche secre ta„ ry present de natenoemene getui„ gen Rania Rottong, Dattarma en Lorman, inlandsche vrouwlieden mitsgader Bolleraen /Moldaer:/ Ar„ senulla siegdaer van de kateke, rie op de zo genoemde Lichtermanr bazaer, saffer en Danir Pions van de Titulair Koopman, Fircael en Dorpmeester, Louis de Laumai„ se, en Iaggernaat melxboer alhier woonachtig en door den Boek houden Adrianus Dingshoff als Tolk g'assisteert, dewelke ter requisitie van dEE Achtbare Heer George Louis Vernet, Direc, teur in Beugale Behaer en ovir Ja verklaerden en eerstelijk de vier comparanten Rania, Rot„ tong Dattarman en Lorman zowel ider afzonderlijk als te lamen. Dat er op den 4 novembr jongt leeden, wanneer zy eerste compa„ ranten in haer huir lag te slopen na middenagt op haer deur wierd geklopt Dat zy eerste comparanten opgestaen zynde, om te zien, wee en was, gewaer wierd er eenige Euroreeren voor haer deur wan ren, waerdoor zy bevreesd worden de niet had willen opendoen. Datgemelde Euroreesen, de „enen gedaan, deselve niet gemeld hadden wijl de deur niet wierd „ open ge brooken, en in t huis waren in¬ gedrongen; Dat zy comparante, geduur rende dat geweld haar dogter de tweede comparante in tusschen in een ander kamer had verschuilt, en onder een koeel doen kruipen. Dat de Europeesen in het hui zynde ingedrongen vier int getal mede ist getal mede in die kamer waren gekomen, en zo als gemelde tweede compan„ rante meede betuigde, de kadel hadden opgeligt, haer daeronder weggesleept, en daer„ lijk geslaegen, dat zy er als half dood bleef leggen. tong Dat 797 18 C=t 18 p=k Dat haer eerste comparante over dit geweld gevals makende en om hulp roepende door een die naer van voormelde europeeren en op ordre van dezelve de handen wierden vastgebonden, en zy met slage mishandelt. verklaerende mede de derde comparante Battarina, dat zy op dit geschreeuw buiten ko„ mende, en dit geweld ziende de Europeesen had toegesproo ken, waerom zij die lieden zo uurhandelden, de moeder. gebonden kielden, en de dog„ ter zo sloegen, maer dat zy mee de, wanneer zy ook met roepen van Douay geraer maerten door hem lieden deerlijk ge klopten geslaegen wierd, dat zy en by neer viel Dat voormelde Europeeren daerna in een ander plaats waer de vierde comparante zig ophield waren gegaen verklarende deselve, ofte losman, dat zy dit leven koo„ rende zig op een kadel uit be¬ nauwtheid heel stil hadige houden Dat de Europeesen voormeld by haer gekomen zijnde haer had den aengepakt, om geweld aan te doen, maer dat dezelve wan¬ wanneeer ze had gesogt hen te gen testaen, haer mede tot flauw worden toe geschopt gestooten en geslagen hadde verklarende wyders de vijf de comparant Bolleram /: Moldaer:/ dat hy om die tyd ofte by middenagt van het huir van de heer Fircael komende om na huir te gaen, en hier en een leven en geweld hooren de, derwaerds was gegaen. Dat hy in dat huis komende en ziende, dat deese vrouw„ lieden zo mishandelt wier den, namelyx de eene vast gebonden, en de andere gesla gen, de Europeesen voormeld die hy betuigde vier Engel sche te wesen, had toegesproo ken, dat zulx niet wel was, en dat zy indien met hem wilde gaen, hy ten moeie re meede zoude besorgen. Dat de Engelsche daerop hun zydge weer hadden getrouken, om hem te slaen, maer dat hy sulx ontvlugt war en na de kateherie geloo, pen om zulx den Lieuch¬ daer te kennen te geven. verklarende dezen zidde den eerde comparant Assen ulla, dat wanneer gemel neer de 798 de Bolleram die nagt by hem aldaer was gecomen en hier van kennis had gegeven hy alleen met twee mouren een paix in de catekerie hadge zeeten. Dat hy gemelde park en de twee pionr na dat hier had gezonden, om te zien wat er te doen viel. Dat meede twee pour van de heer Fircael, in namen Jaf fer en Davies de katekerier voor by komende, hy comparant de zelve hadde aengeroepen en gezegt, dat er eenige Engelsche in een huis waren ingedaan gen, en geweld maekten, dat hy wel drie pions en na toe ge zouden hadden, om zulx te stellen, waar dat hy echter vreesde, dat zulx niet gelux ken mogte, dewijl de Engelsche hen somwyle niet konde verstaen, en dat zy beide om die reeden, als beeter niet ren spreeken konnende, en een mogten natoegaen, om die au= moer te stellen Dat die beide oor vertrokken wa, ren, en hy comparant alleene in de latcherie gebleeven Verklarende als nu de Pion saf, fer de zeevende Comparant in deesen Dat hy met de Pien Dauissnagts, na twee uuren na huis willende gaen, by de catcherie door meerge melde seick daar was aengeroepen en verzogt na het huir van een inland sche vrouw te gaen, alwaer eenige Engelsche groot geweld deeden mitsgaders het zelve soeken te stellen. Dat hy comparant daer genomen zynde, voormelde vier Engelsche gezien had, alsmede, dat de oude vrouw Rania aen de hande ge bonden, en de andere vrouwlieden deerlyk geslagen waren Dat hy door de Engelsche gevraegd was geworden wie hy was, en dat hy geantwoord had, pion van de ficcaal te weezen. Dat hy hen alstoen vriendelijk toegesprooken had, waerom zy de menschen zo deerlijk handel den, dewijl het beterwaal, in dien zy iets van hem hebben wilde zulx net goede en stil te soeken. Datzijn marken Dauis dier tyd aen de deur had gestaan, maer nu oor by quam, en hen tzel„ ve in 't inoorsch, wat hij compa rant henlieden in 't pertugeer gezegt had, toesprak. Dat eene der Engelschen hier op Danis aengepaat, na buiten ge trokken en geslagen had, terwijl na de

NL-HaNA_1.04.02_3194_0183 view scan ↗

English

the other three had held him, the appearer, and given him some punches. That he, the appearer, however, finally struggled so long with the three Englishmen that he broke loose from them and ran off to the cutcherry. That the Englishmen then also let Dauir loose and pursued him, the appearer, all four with drawn swords. That he, the appearer, coming to the siegdaar, had related to him what had occurred, and also said that since there were only the two of them, and not strong enough to resist the Englishmen, it was best to hide themselves, both of them together declaring that they had then both hidden themselves in a room and locked the door behind them. That the Englishmen had come up the stairs, scolding and swearing, and knocked on the door, and when they could not get it open, thrust through the window with their drawn swords. That they, however, seeing that they could not reach them, had gone down the stairs again, whereupon they, the appearers, heard the peon Dauir screaming and calling for help, without seeing what was harming him. That they, the appearers, finally had gone down on the other side of the staircase and proceeded to the house of the Lord Fiscal to report on what had happened. Furthermore, the eighth appearer, Dauir, declared, namely: That he, having gone with the aforementioned Saffer by order of the siegdaar to the aforementioned house, had also seen that the old woman was bound, and that the other women were being beaten by the aforementioned Englishmen. That he had addressed the Englishmen in Moorish, telling them not to treat the people in such a manner, but rather to treat them quietly and kindly, as they could then better settle things with them. That upon this saying, the Englishmen immediately dealt him some punches, whereupon he had retreated outside. That after the Englishmen had also beaten the second peon, Saffer, and pursued him, who had taken to flight, he had also gone to the cutcherry. That while the aforementioned Saffer had run up the stairs of the cutcherry, the aforementioned Englishmen had grabbed him, the appearer, at the foot of the stairs and beaten him. That he had thereupon screamed and called for help, whereupon the Englishmen had beaten him even more and poked him under the eye with the sidearm. That he, the appearer, had thereupon said to them that they should not beat him, because he would then be forced to inform the Lord Fiscal. That the Englishmen had then answered, "Come, if you want to go to the Fiscal, then we go now," whereupon they had seized him and brought him to the Fiscal. That when he arrived at the Fiscal's and the latter came downstairs, he related to His Honour what had occurred, just as it had happened, and showed him, in the presence of the Englishmen, the mistreatment done to him. Finally, the ninth appearer, Leggernaat, milkman, declared: That while passing through the street where the said Rawin lives on the said night, he heard a great noise in her house. That standing to watch afterwards, he had seen that four Englishmen came out of that house, and that they chased some peons, who had also been there, out of the house and pursued them with drawn sidearms. That the peons having taken to flight, he had followed along as far as the bazaar, where he stopped. That he saw that two of the aforementioned Englishmen who had pursued all the peons had gone up the stairs of the cutcherry, and the other two had remained below. That he, the appearer, did not see what the two who had gone up the stairs did there, but did see that those standing below had grabbed the peon Dauir, scolded and beaten him, and upon his calling for help, had poked him under the eye with the sidearm. That the Englishmen, after the four of them had seized him, Dauir, and taken him on the road to the fort, whereupon he, the appearer, went his way. The deponents affirmed the foregoing to be the pure truth.

Dutch transcription

18 xlr 799 18 pln de andere drie hem comparant hadden vast gehouden, en eenige stompjes gegeven. Dat hy comparant egter einde lijk zolange met de drie Eepelsche geworsteld hadden dat hy van hen losraekte, en de loopera de kateke rie nom. Dat de Engelsche als dan Dauir mede loslieten, en hem compa rant alle vier met bloote de gens vervolgden. Dat hy comparant by de zigdaen komende, hem het voorgevallene had verhaeld, en mede gezegd, dat de wijl se daermaar met hun beide waren, en niet sterk genoegen de Engelsche tegen te staen, het maer best was zig te verschuilen verklarende taatzy beide tesa, men, dat zy zig alstoen alle beide in een kamer verstoken en de deur agter zig geslooten hadden. Dat de Engelsche de trap met schelden en vloeken waren boven gekomen en aen de deur geklopt hadden, mitsgads wanneer de zelve niet open konden krijgen met hunne bloote degens door het venster gestooken Dat zy echter ziende, hen niet te kunnen varen, weer de trop woren afgegaen, wanneer zij com paranten de Pion Dauir hoor„ den schreevven, en om hulpe roe ken, sonder gezig te hebben, was hun deerde. Dat zy comparanten eindelijk op de andere zyde van de trapstel waren afgegaen, en zig na het huir van de Heer Fiscaal bege ven, om aan het gepasseerde te rapporteeren. wyders verklaarde de agtste Comparant Danis namelijx Dat hy met de voormelde zuffer op ordre van den siegdaar na meergenoemde huir gegaen zijn de, mede gezien had, dat de ou„ de vrouw gebonden was, en dat de andere meide doon voor melde Engelsche geslagen wier den. Dat hy inteoorsch de Een gelsche toegesproonen had, om de menschen zodanig niet te be„ handelen, maer hen lieven stil en toet te tracteeren, wanneer ze beeter met hen te recht konden raken. Dat de Engelsche hem op dit zey gen immediaat eenige op= stoppers hadden toegedeelt, waer door hy sig na buiten geretireert hadde. Dat hy na dat de Engelsche de tweede Pion Saffer mede gekloot: hadden, en denzelven, die het op een den lopen 800 lopen had gezet vervolgde, mede na de Catcherie waren gegaen. Dat dewyl voormelde tuffer de trap van de latcherie opgeloopen was de voormelde Engelsche hem Compar„ rant beneden de tropgepant hadden en geklopt, Dat hy daerop geschreeuwt hadde en emn hulpe geroepen, waerdoor de En gelsche hem nog meer gealopt had den, en net t zydgeweer onder het oog word gestooren. Dat hy Comparant daerop aen de zelve gezegt hadde, dat ze hem niet wilde slaen, want dat hy alsdan genoodzaert was, de Heer Firiael en kennis van te geven. Dat de Engelsche alsdan geunt woord hadden, kom als qqna de Fiscaal wil, dan gaen wy nu, waer opzy hem aengepast hadden, en na de fiscaal gebracht. Dat hy by de Fiscael en dezelve be neden komende, hy zijn Edele dit gepasseerde, zo als gebeurd wor verhaeld, en hun, in presentie van de Engelsche aen hem gedaene mishandeling getoond had lindelyk verklaarde de negende Comparant Leggernaat welk boer. Dat hy opgemelde nagt de straet waergenoemde Rauin woond door keverende, in haer huis een groot geraad heeft gehoord. Dat hy daerna staende kynen, ge lien had, dat vier Engelsche uit dat huir woren gekomen, mitsgaders dat dezelve eenige Piens, die daermede waren geweest, uit het huur zoegen, en met het bloot zydgeweer vvolgden. Datdle Pious aen 't loopen gaen ele, hy meede gevolgt was, tot op de bazaer, waer hy is blyven staen. Dat hy gezien heeft, dat twee der voornoemde engelschen die alle de pionr hadden vervolgt de trap van de Catcherie woren opgegaen, en de andere beide beneden gebleeven. Dat hy comparant niet gezien heeft, wat de beide, die de trap waren opgegaen, daer gedaen heb ben; maer wel, dat de beneden staende de piondaair hadden aengepakt, hem uitgescholden en gedagen, mitsgaders op het roepen om hulp niet het zid ge¬ weer ender het ook gestooken hadden. Dat de Engelschen, na dat ze hem Dauir met hun vier aen gepart, en den weg na het fort opgebragt hadden, wanneer hy comparant zins weege was ge gaen. Het voorenstaende betuigden de Attestanten de zuivere waer„ Dat heid

NL-HaNA_1.04.02_3194_0185 view scan ↗

English

giving reasons for knowledge as in the text, the bookkeeper Druyskoft offering, for the translations and the attestations, to strengthen with an oath their given depositions, if required. Thus declared at Hoegly in Bengal, in the presence of Hendrik Albrecht Dolle and Jan Lause as witnesses. The minute of this is properly signed. Below stood: quod attestor, signed: Fk Thottg, Clerk. Today, the 12th of December 1767, appeared before the undersigned commissioners, members of the Council of Justice of this factory, assisted by the provisional secretary Pieter Hoff, The deponents mentioned more at large in the declaration on the other side, who, having had it read to them again and explained by translation through the bookkeeper Dingskop, remained unalterably persistent therein, confirming the same with solemn oaths: namely, the bookkeeper Dingshoff in the Protestant manner, by raising the two front fingers of the right hand and uttering these words: So truly help me God Almighty. The sixth, seventh, and eighth deponents in the Moorish manner, by placing their hands on the Qur'an and speaking the following: If we have spared the truth, may it not go well with us hereafter. And the first, second, third, fourth, fifth, and ninth appearers in the Hindustani manner, by taking Ganges water from the hands of a Brahmin, and uttering these words: If we have hidden the truth, we shall never enjoy the Ganges. Thus reviewed and sworn at Hoegly in Bengal, in the presence of the junior merchants Hans Carel Baron van Armin and Leenard Verspin, members of the aforementioned Council. The minute of this is properly signed. Below stood: quod attestor, signed: Pr Hoff, provisional Secretary. Upon which sufficient proofs, His Right Honourable had further justified the conduct of our people, sufficiently in the same terms as those used by the English gentlemen, in the reply that His Right Honourable further presented for reading, and whereby, along with sending a copy of Mr. Verelst's letter, it was also made known that the reply of him, the Lord Director, cannot be said to be stranger than that of the said Lord Governor; furthermore, that Their Honours, upon a closer consideration of the circumstances, would be convinced of the violences of their servants, by daring to seize by force and mistreat a person who is under the protection of our flag, because he had refused to relinquish what he had bought and paid for in a free market; His Right Honourable also urging, with the very same words and remarks as the British, that this crime deserved the highest punishment; and that the demand for satisfaction made by them in the name of our Company must be viewed in the same light as that of their Governor; finally showing that in fairness they could do nothing else than refuse satisfaction, and not punish the aforementioned Nendokersor as the principal aggressor, because the others had taken the law into their own hands, for which, however, they had not failed to reprimand them sharply, requesting that they also severely reprimand their servants for their unreasonableness, so that no further disagreements may arise between them; concerning which, however, one could not refrain from pointing out to Their Honours that all the difficulties that occur have continually arisen through the actions of their people, for which purpose express reference was made to the aforementioned attestation against Wallen and Finlason, who lately requested that it might be corrected, but not punished according to the exigency of the matter. All of which having been taken into careful consideration, and the opinion of the Lord Director being unanimously agreed upon, it was resolved to conform fully with the aforementioned reply, and thus to let it be dispatched. Concerning the commission to Soerel, abandoned. Concerning the commission to the Aurangs. Lastly, it was resolved to note here the declaration of the Lord Director, that His Right Honourable had abandoned the commission to Soerel established at the session of the 21st of the past month, since affairs there have since changed for the better, and the linens have departed unmolested, and the Company has thus been able to remain spared from the expenses that would otherwise have been incurred in the execution thereof. Done at Hoegly in Bengal, date as above. Signed: G. L. Vernet, M. Isinck, J. H. Zener, Louis de Saumoise, I. H. A. Damius, Jacob Eelbraek. Saturday. Upon reading the report, there was read the written report requested at the session of the 21st of July last from the titular merchant Johannes Mathias Ross, concerning the course and outcome of the commission to the Aurangs demanded of him by general resolution of the 4th of March of this year, accompanied by fourteen appendices serving for adstruction and further demonstration of what he argues in the aforementioned report, which was inserted here. Saturday the 26th of December Anno 1767, in the afternoon. Absent the members Lafont, Koning, Ross, and Haghadamius; the first three due to indisposition, and the last owing to occupation in the Service.

Dutch transcription

881 18 xla 18 xh antwoord ag dat minuterie heid te behelsen gevende van reedenen van wetenschap als in den text, pre leuteerende de boekhouder Druys koft voor de vertalingen de atte staaten hunne gegevene depositie der vereischt wordende met eede te ster ken. Aldus verklaerd te Hoegen in Bengale ter presentie van Hendrik Albrecht Dolle en Jan Lause als getuigen. de minute dezer is behoorlijkge te dent. /onderstond / quod attestor /: get: Fk Thottg Clercq Heeden den 12e decembr 1767 compareer„ den voor de endegeteekende gecommit teerde, Leeden in de raad van Justitie deezer Comptoirs geassisteerd van den provisioneel sect Pieter Hoff De Attestanten in ommestaende verklaring breeder vermeld, dewelke hun weder voorgelezen, en by vertaling door den boekkouder Dingskop te ver staen gegeven zijnde bleeven zijn daerby en veranderlyk persirteeren bevestigende sulx met solemneel le eedejnamentlijk de boekhou der Diugshoff op de pootestaatsche wyze, onder het opsteeken der twee voorste vingeren van de regte hand en het uiten deezer woorden zo waerlijk helre mij god almag tig De zesde zevende, achtste attestant op de moorsche wijse onder het leggen hunner handen op de accorden en 't uitspreeken van het volgende zo wy de waerheid gespaart hebben zal 't ons namaels niet wel gaen En de eerste, tweede derde vierde vyfde en negende Comparant op de kindostansche wize onder het neemen van ganges water uit handen van een brouneer, en t uitspreeken van deese woorden, zo wy de waerheid gespoort hebben, zullen wy nooit de ganger genie ten. Aldus gerecoleerd en beeedigt te stoeg lin in Bengale ter presentie van De onderkooplieden Hans Carel Baron van Armin en Leenard Verspin Leeden des Raads voormeld De minute deeser is behoorlijk geteekent /:onderst:/ quod attestor 1: get:/ Pr Hoff ph Secrets. op welke genoegdaende bewyzen zijn EE Achtbare het gedrag van de onse genoegsaem in deselve bewoon ding, als waervan de Heeren Ee gelteken gebruik maakten, nader had gerechtvaerdigt by het antwoord dat zyn E Achtbare verder ter lectu re produceerde, en waerby onder toe sending van een copy van der Heer verllsts brief ook werd te kennen gegeven, dat het antwoord van hem Heere Directeur niet gezegt kan wor„ het den 802 worden, vreemder te zyn, dls dat van gemelde Heer gouverneur voorts dat Haer Edelens by eene nadere beschouwing van de onstandig heeden overtuigd zouden zyn van de veolentien hunner bedienden door te durven niet geweld te vervoe ken en uurhandelen een per soon die onder de beschereing van onse vlag is, om dat hy geen afstand had willen doen van het geen hy op een vrije plaats gekocht en betaeld had, dringende zyn EE Achtbare daerby ook met dezelve woorden en aenmerkingen, als de britten aen, dat die misdaad ten hoogsten straf verdiende; en dat de risch van voldoening in den naam van onse Compe door denselve gedaen in een gelijk gesichtskuit moet worden be schoud, als die van hunne zouder neur, eindelijk vertoonende, dat zy na billijkheid niet anders konden doen, als satis factie weigeren en voormelde Nendokersor, als de voornoemste aggressens niet te straffen, om dat de ence zig zelve recht hadden verschaft, waerover men echter niet had geman queert, hun scheep te reprincen deren, met verzoek, dat zy hunne bediend over hunne onreede lykheid ook strengelijk wilde beristen, op dat er geene meerder en eenigheeden tusschen dezelve ontstaen mogen, waervan men echter niet afkon hun Edelen te verwijzen, dat alle de moeie lykheeden, die er voorkomen geduuriglijk door toedoen van de hunne gereezen zijn, ten wel ken fine men zig wel efpres- selyk beriep op de voormelde attestatie tegen wallen en Finla son, die nem laestelijk verzocht dat gecorigeert, maer niet na exigentie van zaken gestraft mogte werden. Al het welke in aendachtig overweeging genomen, en het gevoelen van den Heer Directeur eenparig geaggreert zijnde, is tstaen, zig niet het voorsz ant¬ wood ten vollen te conformee ren, en het zelve alzo te laten afgaen. reekt lastelik 803. van de commissie nae taeree afte ontrend de commissie na de arrengs Laestelijk is verstaen alhier te noteer aen de verklaring van den Heeren Directeur, dat zijn EE Achtbare van de ter sesie van den 21e der voorleeden moend vastge stelde commissie naer soerel had afgezien, vermits zeedert de zaekens aldaer ten goede Can¬ dert, en de Lywaten ongemole, steert vertrokken zyn, en dEComp dies bevryd heeft kunnen blijven van de ongelden, die anders by de uitvoering van dien zou„ de gevallen wesen Actum Htoegle in Beugale datum ut supra /:get:/ G. L. Vernet M Iseuk J. H. Zener. . . . ..Louis de Saumoise I. H. A. Damiur. Jacob Eelbraek nsernea aturdag Aan veertig van het berigt is geleezen het ter zessie van den 21 Iuli lastleeden gerequi reerde schriftelijk berigt van den koopman titulair Johan nes Mathias Ross , aengaende den loop en uitslag van de hem by gemeen arrest van den 4 Maert deser Jaers gedemandeerde commissie naer de Araeug, ver„ zeld van veertien bijlagen dienende tot adstructie en nade re demonstratie van het geen hy by het voorsz berichtkomt te betogen, het welk alhier gein seveert wad. Saturdag den 26 december Ao 1763 sagtermiddags absent de Leeden La fent Koning Rossen Haghadamius de drie eerste mits indispositie en de laeste door occupatie in den Dienst zij 2

NL-HaNA_1.04.02_3194_0188 view scan ↗

English

804 To the Right Honorable Sir George Louis Vernet, Director of the Honorable Company's Important Trade and Further Interests, as well as the Members of the Political Council at Hoegli. Right Honorable Sir and Respected Councilors, I deem it unnecessary and thus superfluous to detail here to Your Right Honorable and Worships the weight and difficulty of the commission which it pleased you to assign to me on the 4th of March last, namely to carry out, together with the English commissioners appointed for that purpose, an accurate survey of all linen aurungs, further expressed in my instructions under the annexes Letter A. These are abundantly known to Your Right Honorable and Worships, and they unfold themselves, as does the necessity thereof, sufficiently if one only observes and takes into consideration their precious products, the decline and unheard-of harassments regarding the collection thereof for some years past, as well as the considerable profits which the Honorable Company formerly obtained from the sale thereof, along with the influence and relation that redound from this to the general state of the Netherlands and its inhabitants. However heavy and nearly impossible a complete execution of this charge appeared to me in the beginning, it was nevertheless the aforementioned motives that made me accept it with pleasure, encouraged me, and established a firm resolve to apply all power, diligence, and application to execute it, if not entirely, at least as nearly as ever possible, and thus not only to answer the expectations of Your Right Honorable and Worships, but also thereby amply to indemnify the Honorable Company for the heavy expenses which this costly journey was bound to incur. Having laid this foundation, I was immediately mindful of suitable means, both for obtaining all elucidations regarding circumstances that must necessarily exist when proceeding to the execution, and for overcoming all obstacles that could be foreseen. I therefore informed myself everywhere regarding the one, while studying the other as far as my acquired knowledge of this country and its appurtenances permitted. Proceeding herewith to a beginning of the commission, it was Saturday the 11th of April that nothing had yet been heard from the English side concerning the same. Wherefore Your Right Honorable thought it proper to send me, together with the merchant Martinus Koning, who has since been appointed as second in this commission, to Calcutta, to the aforementioned Governor, in order to inquire what the reasons were that the same, in accordance with His Honor's own determination, had made no progress on the 25th of the last month, as well as when their commissioners would be ready for it, just as we had already been since the aforementioned date. Having spent the 12th with the said Governor at his country estate there

Dutch transcription

804 Aan den wel Edelen Achtbare Heer George Louis Vernet Directeur van 'S E: Comp:s importan„ „ten Handel en verdere Belangens benevens de Leeden van den Polietiquen Raad te Hoegli Wel Edele Achtbare Heer en Gerespecteerde Raden Oordeele het Eene onnodigheid en dus overbodig Uwel Edele Achtbare en Edelens, alhier, de gewigtig en Moeizaamheid der Commissie te detailleeren, welke het dezelve behaagt heeft mij den 4:' Maart J:o leeden op te dragen, namentlijk om met de Engelsche ten dien einde mede Gecommitteerdens, eenen accurate opneem„ van alle Lywaat-Arrengs te doen, bieder bij mijne in stractie onder d' bylagen Lett„r A: g'expresseert; dezelve zyn uwel Edele Achtbare en Ed=ls ten overvloeden bekent en ontvouwen zig zo wel als de noodzakelijkheijd van dien genoeg van zelfs, zo men maar Gaade slaat en in aanmerking neemt, derzelver kostbaare Producten, 't verval ende ongehoorde vexatien omtrent den inzaam daar van zedert Eenige Iaaren herwaarts, mitsg=s de konsiderable voordeele, welke d' E: Maatschappij wel eer bij verkoop daar door behaalde, mitsg=s d' influentie en recatie welke uit dezelve op den Algemeene staat van Neederland en derzelver ingezetene redundeeren Hoe swaar en bij na Onmogelijk mij ook eene volleedige executie van deezen Last in den beginne toescheen waaren het egter de hier voor aangehaalde motiven dieze mij met vermaak deden aanvaarden, mij aan„ spoorden en een vast voorneemen deeden Vestigen, alle vermogen Piever en applicatie aan tewenden, om ze, ware het niet ten vollen, ten minsten zo na immer mogelijk ter uijtvoer te brengen en dus niet alleen aan uwel Edele Achtb=e en Ed=s verwagting te beantwoorden, maar ook daar door de E: Maatschappij ruijm te dedomageeren van de swaare ongelden, welke deeze kostbaare vooijagen stond te belopen. Deze Grond gelegt hebbende, was ik ten Eersten bedagt op bekwame middelens zo ter verkrij„ ging van alle Elucidatien omtrent onstandigheeden, welke tot de Executie treedende, nootwendig moesten Exteeren, als ter overkoming van alle obstraculen, welke konde voorzien;, ik informeerde mij dus allerweegen omtrent het eene, terwijl omtrent het anderen stu„ „deerde zo verre mijne verkregene kundigheeden van dit land, een den aankleeven van dien permitteerde. Hier meede tot een begin der kommissie overgaande was het saturdag den 11:' April, dat men nog niets van der Engelsche zeijde, nopens de zelve vernam; waar„ om uwel Edele Achtb=e goed, vond, mij benevens den zedert tot tweeden in deeze Commissie benoemden koop„ „man Martinus Koning na Kalkatla, aan den Gouver„ neur voormeld te zenden, omme eens te verneemen mat of de reeden waren, dezelve, ingevolge zijn Edelens zelfs Gedaane bepaling, den 25:' der J:o gepasseerde maend geen voortgang Genomen had, mitsg=s wanneer hunne gekomm: daar tos gereed zouden weezen, gelijk wij zedert op Gem: datum reets geweest waaren, Gem: Gouverneur den 12:' opzijnen buijten plaats doorgebragt daar hebbende

NL-HaNA_1.04.02_3194_0189 view scan ↗

English

having arrived, on the 13th in the morning, back in Calcutta, when we immediately went to see His Honour and carried out our commission: His Honour answered us that manifold occupations, on account of the dispatch of their return ships, of which the last was to receive its papers today, had been the sole cause of this delay; that he, however, had already long since warned the Commissioners on their side, the Gentlemen John Bathoe and Claude d'Laporte, to hold themselves ready to travel so that they could go with us in a few days, and that he would convene a meeting expressly tomorrow for their appointment. However, paying a visit to the said appointed Gentlemen, they declared to us that they could not be ready for that journey in fourteen days, and thus that we could safely return to Chinsurah for that time. We decided, however, first to await what would transpire regarding this in the meeting tomorrow. We went therefore the following day, or the 14th, in the evening at six o'clock to the aforementioned Governor, informing His Honour that we had understood from their appointed Gentlemen that they could not depart for a long time yet, that I could spend that time, rather than waiting here, usefully and necessarily in Chinsurah, and thus had decided to return thither, but that we would hold ourselves ready to return as soon as they were prepared; His Honour showed himself very displeased with the said Gentlemen, persisting that he had already long since warned them to hold themselves ready to travel, adding thereto that he would order them, when ready, to come and fetch us in Chinsurah. Herewith this mission of Your Right Honourable ended. Thereupon, on the 21st following in the evening, I received a letter from Mr. d'Laporte of that date, mainly containing: that he with Mr. Bathoe would depart on the 27th for Katwa, and would expect us on the 4th of May next at Duerhatta in order to make a beginning with the Commission there, to wit with the Aurungs Haripal and Dhaniakhali, that having finished here we would go to Chandrakona and then return home by water, that we could then later go to Santipur etc., with the addition that I could easily gather from this that they had no order to go to all aurungs, as well as that he would not be able to fetch me according to our agreement, because their Gentlemen understood that this would be very out of their way. The French Gentlemen, who had since also entered into this Commission, having also received a similar letter from Mr. d'Laporte and having thereupon decided immediately to send their Commissioners to the same, the Gentlemen Roeland and Desgranges, to Calcutta, it pleased Your Right Honourable to let us also go thither, because the aforementioned Governor, as was learned, was on the point of his departure for the upper provinces; partly to show His Honour that the Convention of February last between His Honour and the Director consisted of going round to all linen-producing places and making an accurate survey of all the weavers present in each of them and all further circumstances relating to the linen manufacture, conformable to our instructions granted to date, and partly to subsequently set out on the journey with the English Gentlemen from Calcutta. We therefore immediately made all preparations for making this journey and thereupon departed on the 23rd in the morning for Calcutta; on account of a strong south wind, we could get no further in the evening than Baranagar, from where we departed overland at 5 o'clock in the morning for Calcutta, because according to the Chinsurah rumour the Governor would depart today. Arriving there at about 7 o'clock, the French Gentlemen, as we passed the old fort, sent word to us that they were there.

Dutch transcription

805 26 x=l 26 vk hebbende quam, den 13:' Smorgens weeder: te kalkatta, wanneer wij zijn Ed„e ten eersten gingen zien en onze last bewerk stellingden: sijn E: antwoorde ons, dat meenig„ vuldigen berigheeden, mits de peche hunner Retoer„ scheepen, van dewelke 't laatste heeden zijne Papieren stond te bekomen, eenlijk de oorzaak van deeze tardank geweest waaren; dat hij egter de Gecommitteerdens van hunne zijde de Heeren John Bathoe en Claude d' Laporte reets voorlang gewaarschouwt had, zig reis vaardig te houden duszen over een paardagen met ons konde meede gaan, en dat hij morgen. Expres eene vergadering ter hunne aanstelling beleggen zouden. Edog bij gem: gekommitteerden Heeren eene visite doende, verklaarde dezelven ons, dat ze in geen 14 dagen tot die reijse konde gereed weesen, en dus dat we gerust na Chincura voor die tijd konde weederkeeren, Beslooten egter eerst aftewagten wat er morgen in de vergadering daar van stond voort te vallen. Gingen dus des anderen daags of den 14: 's avonds om ses uur bij den Heer Goeverneur voormeld, zyn Edele te kennen gevende dat van hunne Gecommitteerde Heeren verstaan hadden, dezelve nog in lang niet vertrecken konde, dat ik dien tijd met nahaarts wagten, nuttig en noodzakelijk te Chinoura besteeden konden en dus beslooten had derwaards te keeren, dat ons egter zouden vaardig houden, om zo drazij ge„ reed waaren te rug te komen; zijn E: toonde zig zeer moeijelijk over gem: Heeren; Persisteerende dat hij hen reets voorlang gewaarschout had zig reisvaardig te houden daar bijvoegende dat hij Een gelasten zouden, gereed zijnde ons te Chincura of te komen haalen, Hier meede liep deeze bezending van wel Edele Achtb: ten einde Daar op ontving den 21:e daar aan 's avonds een brief van den Heer d' Raporte sub dato, hoofdzakelijk in houdende: dat hij met den Heer Bathoe den 27=en na Kattora, vertrecken en ons den 4:' Maij aanst: te doerahatta verwagten zouden om aldaar met de Com„ missie een begin te maken, te weeten met d' Arrangs Herriapaal en Deniacalie, dat we hier gedaan hebbende na Sjenderkona zouden gaan en dan te waater weeder na Huijs keeren, dat we dan naderhand na Santipoer etb:a konden gaan, met byvoeging dat ik hier uijtgemackelijk konde opneemen zij geen ordre hadden na alle arrengs te gaan, mitsg=s dat hij mij ingevolge onze afspraak niet zoukunnen afhalen, wijl hunne Heeren begreepen hadden dat hun zulks zeer uijt de weg zou weesen. De Heeren Fransche die zedert ook in deeze Commissie getreeden waaren, meede een dergelijke brief van de Heer d' Laporte ontfangen en daar op beslooten heb„ bende, immediaat hunne tot dezelve Gecommitteerde d' Heeren Roeland, en des Grange na kalcutta te zende behaagde het Uwel Edele Achtb:: onsmeede derwaarts te laten gaan wijl den Heer Gouverneur voormeld gelijk men vernam op zijn vertreck na de bovenlande stond; eensdeels om zijne Edele te vertoonen, dat de Conventie in februarij J:o leeden van zijn Edele met den Heer directeur bestond, om na alle Lijwaat Produceerende Plaatsen rond te gaan en een accura„ ten opneem van alle de in ieder derzelve aanwezen„ „de wevers en alle verderen tot de Lywaat kalture betrec„ „kelijke omstandigheeden te doen, Conform onze onderheeden verleende instructie, en ten anderen om vervolgens met de Engelsche Heeren van Kol„ „catta op reise te gaan. Maakt derhalven op stonds alle preporaties tot het doen voor deezen togt en vertrocken daar op den 23:e Smorgens na Kalcatta; mits een stercken zuijden wint, konden 's avonds niet verder dan Bernagoor komen, van waar we 's morgens om 5 uuren overland na kalcutta, vertrocken wijl volgens 't Chincurase gerugt, den Heer Gouver„ „neur heeden vertrecken zouden 1 circa 7 uuren aldaar arriveerende lieten d' Heeren Fransen ons in 't Passeeren van 't oude fort zeggen, dat ze aldaar doearhatta zedert

NL-HaNA_1.04.02_3194_0190 view scan ↗

English

had been for 2 days and that we should come to them before we went to the Governor; but considering the aforementioned Hooghly rumor and that the Governor was not to be spoken with on such occasions other than during or just after breakfast, we judged it most advisable to try to achieve the purpose of our arrival, since now was the time for it, and thus let the French gentlemen know in return that they could find us there. We also found the Governor at the breakfast table, and being seated next to His Honour, he himself turned the conversation to our Commission. Whereupon His Honour made known, in the course of the mutual conversation, that the same also constituted the motive of our arrival; derived from the letter of Mr. de La Porte, which His Honour received, citing the Convention in February aforesaid, and making known the 1st, 3rd, 4th, and 6th articles of our subsequent Instruction framed and granted. His Honour replied to all this that their Commissioners were instructed to go around with us to all the aurungs, but that Mr. Bathoe made difficulties about being able to finish everything in one journey, as his presence in Calcutta would be required; nonetheless, that he had ordered him to do so if there were only a possibility for it, as he, the Governor, assumed could happen; that the article of their Instruction relating to this Commission would comprise an accurate survey of the weavers, their assortment, and all further aurung circumstances, as well as, at the end of the commission, to provide from the findings an expedient which they judged most capable of accommodating the 3 nations with the required linens, without any further complaints from anyone being able to reasonably arise about it. His Honour was pleased to add to this that he, as much as anyone, wished that this weighty article, to avoid all further troublesome disputes and estrangements between the Nations, might thereby be placed on a good and durable footing. Since this statement of the Governor contained everything we could expect or desire, both in response to Your Right Honourable's aim and for the complete execution of our Instruction, we let the matter rest here. Finally, His Honour still being requested that we might know how this journey would be arranged, His Honour replied that this had been left entirely to their Commissioners to settle with us, but that we should please consider that they had more business in the aurungs than that of this commission, and thus would do best to go first to those where their presence was required first. Having taken our leave upon this, we met the French gentlemen while descending the stairs; they asked us about what had passed, which we communicated to them in a few words. Mr. de La Porte, having told us in passing at the Governor's that Mr. Bathoe had made a map of our travels, asked at the same time if we wished to go and see it, and that he would then go there beforehand. Having answered affirmatively, we went on our way thither; having approached almost to the house of Mr. Bathoe, the French gentlemen caught up with us and asked where we were going. We communicated this to them, as well as the reasons for it, and invited them to go along, which they accepted.

Dutch transcription

806 zedert 2 dagen geweest waaren en dat wij eer, bij den Gouverneur gingen, bij hen zouden komen; dog gecon„ sidereert het evengem: Hoeglies gerugt en dat den Heer Gouverneur bij zulken gelegenheeden, met wel anders dan onder of even na 't ontbeijt te spreeken was, oordeelde wij raadsaamst te tragten om 't oogmerk onser komst te bereijken, wijl thans de tijd daar toe was, lieten dus de Heeren fransen wederom zeggen, datse ons daar konden vinden: wij vonden den Heer Gouverneur ook aan de ontbijt tafel, naast zijn Ed„e gezeeten zijnde, leide hij zelfs discours op onze Commissie hier op gaf zijn Edele, volgens den Loopen vereisch van 't gesprek na Elkander, te kennen, dat de zelve ook 't motief onzerkomst uijtmaakten; deriveerende uijt den Brief van den Heer de La Porte, die zijn Ed„e ontvonden onder aanhaling van de Conventie in februarij voorm: En te kennen geving van 't 1: 3: 4: en 6: lid onser daarna inge„ rigte en verleende Jnstructie; zijn Ed„e antwoorde op dit een en ander dat hunne Gecommitteerdens Last hadden, met ons na alle arrengs rond tegaan dog dat M„r Bathoe Zwarigheijd Maakte, zo allen in een reijse af te kunnen doen, wijl zijne presen¬ „tig op Calcutta zouden vereischt worden nogthans dat hij hem zulks g'ordonneert had„ bij aldien er maar mogelijkheid toe was gelijk hij Gouverneur veronderstelde te kunnen geschieden dat het articul hunner Instructie, betreckelijk tot deeze Commissie, zou behelzen eene accu„ rate opneem der wevers, derzelver gading en alle verdere arrengs omstandigheeden, mitsg=s bij uit eijnde der kommissie, dus uijt de bevinding op te geven, een Expedient, 't werk zij 't bequaamst oordeelden om den 3 naties met de benodigde lijwaaten te gerieven, zonder dat er eenige verdere klagten van imand daar over meer met reeden konden erteeren; zijn Edele geliefde hier bij te voegen, dat hij zo zeer als iemand wenschte, dit gewigtig articul, ter vermeijding van alle verdere verdrietige disputen en verwijderingen tusschen de Naties, daar door op een goeden en bestaanbaaren voet gebragt wierd. Dit ge„ „zegde van den Heer Gouverneur alles insluijtende watwe konden, verwagten of begeven zo ter beant woording van Uwel Edele Achtb: oogmerk „als ter volleedige Executie onzer Instructie, liet het hier bij berusten; Eyndelijk zijn Edelen nog versoekende te mogen weeten, Hoedanig deeze reise zoude ingeregt werden, antwoordende zijde zijn Ed„e dat men zulks volkomen aan hunne Gecommitteerdens overgelaten had, om met ons te reguleeren, dat wij egter geliefde te Consi„ dereeren zij meer verrigtingen als die deezer kommissie in de Arrengs hadde en dus best zouden doen, eerst nadie te gaan, waar hunne Presentie 't eerst vereischt woord, Hierop af„ scheijd, genomen hebbende ontmoeten d' Heeren Franse in 't afgaan der trappen; zij vroegen ons 't gepasseerde, 't welk wij Een in weijnig woorden meede deelden Den Heer d' La porte, ons bij den Heer Gouverneur in passant gezegt hebbende dat M„r Bathoe een kaart van onze voyagen gemaakt had, vroeg te gelijk of wij die wilden gaan zien dat hij dan voor af derwaards zouden gaan, In geantwoord hebbende, gingen wij daar na toe op weg, bij na tot aan 't huijs van M„r Batta genadert zijnde, haalden de Heeren Fransen ons in, en vroegen werwaards wij gingen, wij Communiceerden Een zulks zo wel als de ree„ „den van dien en noodigden Een om meede te gaan, 't welk zij accepteerden konden Bij

NL-HaNA_1.04.02_3194_0191 view scan ↗

English

807 26 verso 26 verso Having entered the presence of the said First English Commissioner, the second also arrived there according to agreement, so that all of us from the 3 nations were now together. Mr. Bathoe showed us his plan, which we found to concern nothing other than the situation of the Arrengs Herriapaal, Deniacali and Sjenderkona. He added to it what Mr. de la Porte had written to me, namely first to go to Herriapaal and Deniacali, then to Sjanderkona, and subsequently to return home. Thereupon Their Honors pointed out whether it would not be better, in order to save time, expenses and detours, to begin with Sjanderkona and then continue with Herriapaal and Deniacali, Santipoer and the coarse Arrengs, and thereupon via Kassembezaar or Bagwangola proceed to the arrengs on the other side of the Great Ganges, such as Malda, Badaal, Iaggernaatpoer, Hendiaal, etc., and finally return via those around Decca and those of Boesna and Boerong, since this formed a continuous route. However, the English persisted with their plan, under the pretext that they could not be spared from Calcutta for so long, and that it was absolutely required together that Herriapaal and Deniacali be the first arrengs, and the French kept silent upon it. Taking into consideration that Herriapaal and Deniacali were the Arreng situated closest to Hoegli, and that from there, upon encountering any obstacles, one could most conveniently be provided with the necessary elucidation or orders from Your Right Honorable, and likewise establishing that the execution of our commission in these Arrengs being regulated, it would be continued on that same footing in the other remaining ones, I therefore condescended tacitly to their project without further opposition. Thereupon Mr. Bathoe said that he then requested us to be at Doearhattoe on 4 May, where they would also arrive that day, in order to make a beginning with our commission on the 5th following; that they would first go to Kattora on the 27th, being a place situated 4 to 5 Cors on the other side of the Ganges from Calcutta, because they had to settle accounts there with their Gomastas for the past 5 and 6 years, and then proceed from there to Doearhatta. I said that I was already prepared to travel in all respects and therefore did not know how I was to spend those 12 days; Mr. de la Porte said that going with them to Kottora would only be wasted effort, as coarse Roemaals were made there for nobody other than the English. Hereupon the French gentlemen declared that this afternoon, with the incoming tide, they would return to Chandernagoor, having nothing to perform there, but I kept silent in that regard, as by absence of certain information regarding Kottora I had not yet reached a firm resolution. The French gentlemen departed, in accordance with what they had said, after we had dined together at noon with the Governor, while I still remained tarrying there until the morning of the 27th. During that time, the former second broker of the Honorable Company, now a free native merchant Samram, who was assigned to us by Your Right Honorable to facilitate this Commission, having come to us, I also informed myself from and through him regarding the aforementioned Kottora, and all reports, both from him and from all other indifferent persons taken by myself, unanimously agreed that this Kottora was merely a weaving place of coarse handkerchiefs and ditto fotas, and that there, to the exclusion of all others, currently only the first-mentioned assortment was made for none other than the English Company; so that by going thither with them, I would unnecessarily and fruitlessly [illegible] the same Bathoe.

Dutch transcription

807 26 v=s 26 vso Bij Gem: Eersten Engelschen kommissant inge„ treeden zijnde van derwe volgens afspraak den tweede meede aldaar duswe van den 3: naties nu alle bij Elkander waren M„r Bathoe vertoonde ons zin plan, 't welk wij bevonden niet anders dan van de Gelegentheijd van de Arrangs Herriapaal Deniacali en Sjendarkona te zijn, hij voegde er bij 't geen d' H„r d' L' porte mij- geschreeven had, Namentlijk Eerst na Herriapaal, en Deniacali dan na Sjanderkona te gaan, en vervolgens te Huys te keeren, Hier op vertoonde Hun Ed=s of 't niet beeter waar om tijd, kosten en om wegen uijt te winnen, dat men met Sjanderkona begon„ en dan met Herriapaal en deniacali, Santipoer en de Grove Arrengs vervolgde in daar op over Kassembezaar of Bagwangola ons na de ar„ rangs aan de overzeijde der Groote Ganges; als Malda, Badaal, Iaggernaat poer, Hendiaal, eb. ons begaven en eindelijk over die omtrent decca„ en die van Boesnaen Boerong te rugkeerden wijl zulks een route uijtmaakte, dog de Engelschen Persisteerden, onder 't voorwendzel, datze zo lang niet van Calcutta konde gemist worden, en dat Herriapaal en deniacali absolut bij Een vereischt wierd, de Eerste arrengs te zijn, bij hun Plan en de Fransen sweegener op stil. Jn overweeging neemende dat Herriapaal en deniacali d' Arreng, waar, welke naast bij Hoegli„ gelegen was en dat men dus van daar, bij ontmoe„ „ting van Eenige obstaculen, bekwaamst met de be„ „nodigde elucidatie of ordre van Uwel Edele Achtb:r konde voorzien werden, mitsg:s vast stellende dat zo als de Executie onser Commissie in deeze Arrengs gerequeleert wierd, Eet op dien zelfden voet in de overige andere zou vervolgd werden zo Condescendeerde ik zonder verdere tegenkan„ tegen tacite en hun project, Hier op zeijde M=r Bathoe, dat hij ons dan versogt den 4 Maij te doe„ arhattoe, waar zij ook dien dag zoude arriveeren, om den 5:' daar aan met onze kommissie een begin te maaken; dat zij voor af den 27:e na Kattora gaan zouden zijnde eene plaats 4a5 Cors aan de overzeijde der Ganges van Kalcutta gelegen„ wijl zij aldaar met hunne Gomastossen zedert 5 en 6 Jaaren moesten afreekening houden en dan van daar te Doearhatta komen, ik zeijde reets in alle opzigte reisvaardig te zijn en dus niet te weeten waarmeede ik die 12 dagen zou door bren„ „gen; de Heer d' Laporten, dat ik na kottera meede te gaan maar vergeefse moeijten deed wijl daar voor niemand dan de Engelsche Groven Roemaals gemaakt wierden, hier op declareerde d' Heeren Fransen, datze van namiddag met de opkomende vloed na Chandernagoor zouden keeren, als daar niets te verrigten hebbende, dog ik hield mij daaromtrent stil, als mits onstentenis van zekeren Informatie, omtrent Kottora nog tot geen vastbesluyt getreeden zijnde, De Heeren Franschen vertrocken, ingevolgen hun gezegde, na dat we samen 's middags bij den Heer Gouverneur gespijst hadden terwijl ik aldaar nog tot den 27:e smorgens bleef vertoeven. Indien tijd den ons ter facilitering deezer Commissie door Uwel Edele Achtbare toegevoegde geweesen tweede 's E: Comp:s makelaar thans vrijen Jnlands koopman Samram, bij ons gekomen weezende, en formeer de ik mij meede bij en door den zelve na het meerm: kottora en alle berig„ ten zo van hem als van alle andere in deffercnten persoonen, door mij zelve genoomen, kwamen een„ „paarig daar op uijt dat dit kottora eenlijk een weeff=plaats van Gross Neusdoeke en d=o fotassen was, dat aldaar met uytsluijting van alle andere niet dan voor de Engelsche Comp:e, thans eenlijk eerstgem: Gading gemaakt wierd; dus ik door met Een derwaarts te gaan, noode- en vrugteloos, dezelve Bathoe Een

NL-HaNA_1.04.02_3194_0192 view scan ↗

English

would give a sign of distrust that could only lead to a disservice, since we were hitherto outwardly in very good harmony with each other. But having considered that Messrs. Bathoe and De La Porte had made that tour through the aurungs repeatedly, and were therefore aware of all circumstances, including the slightest details, with the greatest accuracy; moreover, that everything in those weaving places, by virtue of their absolute mastery in these lands, willy-nilly, with or without reason or equity, had to be at their will and service; and that, since they were finally prepared for everything, they could instantly give their opinion where we could not judge many particulars except by gathered information, from which it had to follow that we might sometimes, to the prejudice of the interest of the Honorable Company, through ignorance and lack of the necessary information, be outdone by them in one thing or another, and thus miss the mark; I therefore decided, in order to prevent this as much as possible, to make better use of that time, and to proceed as soon as possible to those aurungs to survey everything that could foreseeably serve me, and thereby to arm myself against them in all respects as much as possible; furthermore, that Samram should nevertheless be sent quietly to Cutwa for 3 to 4 days to obtain the necessary information not only about the place itself but also about the proceedings of the English, and to inform us thereof at Haripal, in case he found that they differed from their given statements, so that we, if required, under pretext of fetching something, could find them there; but in the contrary case, and thus lastly, that we should then make sure to be at Dwarhatta on 14 May to begin our commission. Hereupon I went on the morning of the 27th to Governor Verelst to take leave of his Honor and to wish him a good journey; but after waiting for some time, his Honor sent Secretary Drost to me to offer his apologies for not appearing himself, as he could not spare so much time due to manifold business on account of his impending departure upcountry. I informed the said secretary of the reason for my visit and departed thereupon, as I also immediately thereafter, having first dispatched Samram to Cutwa, whither Messrs. Bathoe and De La Porte had departed this morning on their journey, left Calcutta for a place named Digshum, situated between Serampore and the Great French Garden Ghiretti, where we arrived in the afternoon at 5 o'clock. From here we had Haripal directly to the west, well over 8 coss from us; we therefore had our baggage brought ashore, as this was the place from where we could reach Haripal by the shortest route, with the intention of departing thither early the next morning. We thus arrived there on the twenty-eighth at 11 o'clock in the morning, where, as soon as our tents were pitched, I had all our servants come to me and ordered them to take good care that they should not cause the inhabitants, both at this and all further aurungs, the least nuisance or violence, with the threat that if such occurred, I would punish anyone without any leniency or distinction with the utmost rigor, dismiss them, and make their guarantors refund their monthly wages. In the afternoon we already made a beginning with carrying into execution our aforementioned intention, by inquiring about one thing and another in all manners and ways.

Dutch transcription

808 een blijk van waantrouw, die niet dan tot ondienst kon strecken, geeven zou daarwe tot nu toe immers uijt„ „terlijk, in een zeer goede harmonie met Elkander waaren. Dan in overweging genomen hebbende, dat d' Heeren Bathoe en de La Porte die tour door d' Ar„ rengs herhaalde keeren gedaan hadden, dus alle omstandigheeden, tot de Geringste incluijs nau„ keurigste bewust waaren, daar en boven, dat hen alles in die weef plaatsen, mits hun volstreckt meesterschap in deeze landen, nolens, volens, met of zonder reeden of billekheijd te willen en ten dienste moest staan; en dat ze Eijndelijk dus op alles gevat zijnde, ogenblickelijk hun gevoelen konden Geeven daar wij van veele byzonderheeden niet als nagenomen informatien konden oor„ deelen, waaruijt voortvloeijen moest, dat wij som„ wijlen ter Prejuditie van 't belang der E: maat„ schappij mits Innorantie en onstentenis van de no„ „dige Informatien in 't Een of ander door hen lieden zouden kunnen overlaast werden, en dus den bal mis „slaan, so besloot ik om dit zo veel mogelijk te prove„ „nieeren, dien tijd beeter te besteeden, en mij ten Eer„ „sten na die Arrengs ten opneem van alles, wat voorzien kon mij te kunnen dienen, te begeeven, en mij daar door tegen haar, omtrent alles zo veel mogelik te wapenen; wijders dat het Samram egter voor 3 a 4 dagen in stilte na kattora, zou zenden om niet alleen van de plaats zelve maar ook van de verrigtingen der Engelsche te noodigen informa„ „tien te neemen en ons te Hterriapaal daar van te verwittigen, bij aldien hij bevond datse met hunne gedaane opgave differeerden, ten einde wij des ver„ eischt werdende, onder pretext van Een aftehalen, aldaar konde gaan vinden, dog bij 't tegendeel en dus laastelijk dat we dan den 14:e Maij te doearhatten zouden maken te zijn om onse Commissie te beginnen Hier op ging den 27:' 'Smorgens bij den Heer Gouverneur verelst om van zijn Ed„e afscheijd te neemen en den zelve eene goede reijse te wenschen dog na Eenigen tijd vertoeven zoud zijn Ed„le den Secretaris Drost bij mijn op zijnen verschooning te maken dat hij zelve niet voorquam, als door menigvuldige bezigheeden, mits zijn op handen zijnde vertreck na boven, zo veel tijd niet kunnende uijtbreeken; ik berigten gem: secretaris de reeden myner komst en ging daar op heen gelijk ook vervolgens aanstonds na alvoorens Sam„ „ram na kattora gedepecheert te hebben, werwaarts de Heeren Bathoe en de La porte heeden morgen op reijsen gegaan waaren, van Kalkatta vertrock na een plaats genaamt Dighchum en gelegen tussen Scrampoer en de Groote franse tuijn Gharetti, alwaar wij 's namiddags om 5 uuren arriveerden, van hier hadde wij Herriapaal vlak in 't westen ruym 8 Cors van ons, lieten dus onse bagagie aan de wal brengen, als de plaats zijnde van waar wij langs den korsten weg na Her„ riapaal konde komen met 't voorneemen des anderen daags 's morgens vroeg derwaarts te vertrecken. Wij arriveerden dus den agten twintigst 'smorgens om 11 uuren aldaar, wanneer zodra onze tenten opgeslagen waaren alle onze bediendens bij mijn komen liet en gelaste wel zorge te dragen, datze de Inwoonders zo wel ter deeze als alle verdere Atrrengs geene d' minste overlast of geweld zouden hebben aante doen met bedrijging dat zulks gebeurende Een zonder eenige Jnschikkelykheijd of onderscheijd daar over op 't rigoureuste straffen, Een wegjagen en hunne maand Gelden door hunne borgen doen restitueeren zou, wij maakten 's namiddags reets een begin met de ter Executie stelling van eevengem: ons voorneemen door aller wegen en wysen ons na een en ander te Gouverneur Invormeere

NL-HaNA_1.04.02_3194_0193 view scan ↗

English

809 26 vl 26 x„l to inquire, but we soon experienced and perceived the difficulty of this from the native's fear of the English and the necessity of our precedence, because upon the appearance of the English and their native servants the slightest information from the resident dalaals, weavers, and further aurang workmen would have been completely cut off; we therefore doubled our efforts to that end, as we could expect no better opportunity, however troublesome it was, by going around everywhere here and to all the hamlets and places situated around here, but we were not a little surprised that none of the gomastas of our merchants appeared before us before the 1st of May; moreover, all the dalaals, the heads of the weavers, had already gone to meet the English commissioners at Doerahatta to make their salam to the same there, while presenting all kinds of gifts. A striking proof indeed of their submission and fear of that nation in comparison to ours, for not one of them came to us, neither to pay his salam, much less to offer us any refreshment of fruits, etc., as is otherwise customary among the natives toward Europeans of any standing, and we had to attribute all this to the fear of the English, who have their sercars, gomastas, and harkaras (informers) everywhere; it even cost us much trouble to get a weaver in his own small house to talk, and they did not come to do so unless we were alone, at most assisted by a sercar, but in the sequel, under the section of Herriapaal and Deniacale, I shall be more detailed regarding this, as it more appropriately belongs there. It was on the evening of the 1st of May when Samram returned from Kottora and related his experiences to us in this manner, namely that Mr. Bathoe, upon his arrival at the aforementioned place, had immediately inquired after the reason for the same; that he, Samram, had therefore deemed it advisable to go make his salam to that gentleman the next day; that the same had then asked him who he was, what he came to do there, and by whose order this happened; that he had replied thereto with his name and that he had nothing to do there, but came from Calcutta to go to us in Herriapaal; that he had thereupon received his congé and had gone to their chief gomasta, Rada Gowin Bossaak (whom he, Samram, said was a friend of his), but that he had advised him not to stay there any longer and thus to depart as soon as possible, as he indeed had set about doing this morning at 5 o'clock; further, that the English there carried out nothing other than what they had told us, namely to settle accounts for the past 6 years and to set new prices on the thread rumals, which were the only ones currently manufactured there; that there were approximately 400 of those weavers; that each weaver had to deliver 2 pieces of 20 in the piece per month, thus together 9600 pieces a year; that they were not allowed to work for anyone other than the English Company, and as proof, that the French had placed an order for those cloths there in the past year, but that no sooner had the English discovered this, than they had ordered them all to be cut from the looms, and punished the weavers physically and in their purses for it; that the English acted completely sovereign there, having whomever they pleased fetched by force and punished, so that those people truly resembled their slaves; and finally that the aforementioned English commissioners on the 4th or at [illegible]

Dutch transcription

809 26 vl 26 x„l Jnformeeren, dog we ondervonden en bespeurden, welhaast de moeysaamheijd van dien uijtvreesen van den Jnlander voor de Jngelsche en de noodzaken lykheijd onzer voorbaat, door dien bij verschijning der Engelsche en hunne inlandsche bediendens de geringste informatie door de hier gezeeten Dalaals, wevers en verdere arrengs werklieden ten eenemaal zoude afgesneeden zijn, wij ver„ dubbelde dus onze Pogingen ten dien fine wijl we geen beeter Gelegentheijd, hoe lastig zo ook was, te verwagten hadden, met overal hier en alle hier omstreeks gelegen gehugten en plaatsen rond te gaan dog we waaren niet weijnig verwondert dat er geen der Gomastosse onser kooplieden bij ons voor den 1:' Maij verscheen, daar en boven waaren alle Dalaals de hoofden der weevers, de Engelsche Gecommitteerdens te doerahatta„ reets te gemoet Gegaan, om aldaar onder 't voorleggen van allerhande geschencken hun Salam aan de zelve te maken. Een door slaande blyk voor waar van hunne submissie en vreese voor die natie in vergelijking van de onse, want er geen een van len bij ons quam nog om zijn salam afteleggen. veel min om Eenige ververssching van vrugten etC=a ons aantebieden, Gelijk bij den Jnlander anders gebruijkelijk is, aan Europeezen die maar iets zijn, en dit alles moesten toeschrijven aan de vreesen voor de Engelsche, die hunne sercaars, gomas„ tossen, en harcarras /:verklickers:/ overal hebben Ian het kosten ons zelfs veel moeiten om een weever in zijn Eigen huijsje aan 't praten te krijgen en zij kwameer ook niet toe, dan als wij alleen op zijn hoogst met Een sercaar G'assisteert waren, dog ik zal in den vervolge onder de af„ „deeling van Herriapaal en Deniacale hier omtrent breedvoeriger zijn als daar ondergevoegelij„ „ker te huijs hoorende, 't was op den 1:e Maij 's avonds wanneer Samram„ voor kottora te rug kwam ons zijn weeder vaaren in deezer voegen relateerde, Namentlijk dat M=r Bathoe bij zijn aankomst ter gem: plaatsen zig im mediaat na de reeden van dezelve geinformeert, had, dat hij Samram dus geraden g'oordeelt had, 's anderen daags zijn salam bij dien Heer te gaan maken; dat den zelven toen hem gevraagd had, wie hij was, wat hij daar quam uijtvoeren en ter wiens ordre zulks geschieden dat hij daarop in antwoord gediend had, zijn naam en niets daar te verrigten te hebben, maar van Kalcutta quam om na ons in Herriapaal te gaan; dat hij hier op zijn Conge gekregen had en zig na hun Hoofd Gomasto Rada Gowin Bossaak. /:die hij Samram zeijde een vriend van hem te zijn:/ gegaan was, dog dat die hem geraden had daar niet langer te vertoeven en dus hoe eerder hoe beeter te vertrecken, gelijk hij ook heeden morgen om 5 uuuren werkstelling gemaakt had, wijders, dat de Engelsche daar niet anders uijtvoerden dan 't geene „ze aan ons gezegt hadden, Namentlijk zedert 6 Jaaren afreekening te houden en Nieuwen Prijsen op de Gare Roemaals te maken, dat deeze eenlijk aldaar thans gefabriceert wierden, dat er circa 400 dierweevers waren dat ieder wever 2 stucken van 20 in 't P„s 'smaands moest leeveren, dus 't samen, 9600 P„s in 't Jaar datze voor niemand dan de Engelsche komp:s vermogten te werken, en ten blijke dat de Franse in A=o p:o daar een aanbesteding van die doecken gedaan hadden, maar dat de En„ gelsche zo dra niet agter gekomen waaren, of ze hadden zo alle van de Touwen laten snijen, en de wevers aan de lijve en in den Beurs daar over gestraft; dat de Engelsche volstreckt oppermagtig aldaar ageerden, latende met gewelt haalen en straffen wie het hen ook gelusten, dus die lieden wel hunne slaven geleken en laatstelijk dat meerm: Engelsche Gecommitteerd=s den 4:e of op t was zijn

NL-HaNA_1.04.02_3194_0194 view scan ↗

English

8. 10 would arrive at the latest on the 5th of this month at Doearhatta. We immediately ordered Samram to write a circular letter to all the Gomastosses of the merchants with orders to come hither and to us at once, bringing with them the Dalaals, workers, and servants. Upon this, several appeared the next day from the nearby places, who were supplemented the next morning by the rest. All having come to us, I asked the reason why they had been so deficient in the delivery of the contracted linens for the past year. Their answer unanimously consisted of this: that this was solely to be ascribed to the despotic practices of the servants of the English Company and those of their private individuals; that the first-mentioned had on the 28th ultimo anew distributed 155000 Sicca rupees in this aurung by force on the new contract among the best weavers, namely to each weaver as much money as he was capable of delivering in goods in an entire year; and that the last-mentioned, who numbered 37 and to whom it did not seem to matter what they spent on the goods as long as they profited from the interest on their money, had already sent 350000 of those rupees hither for this year. Thus the best weavers, who had always worked for the Honorable Company, had their hands full, and the others found it more profitable to work for the English private individuals than for those who could not spend as much for them. Having gotten wind yesterday evening through another channel that an order was being circulated by the English head Gomasto, I did everything possible to learn the essence of it. I succeeded in this as well, for shortly after the dispatch of the said Gomastosses, a man appeared before me who, after a prior entreaty to keep the matter and especially his name secret, and upon my promise following thereon, revealed the same. And I found it to consist of this: that all dallaals and weavers were expressly forbidden to declare or give statements that the work of the Dutch was hindered by the English, and that if they were summoned to Doearhatta, they would have to say that the Dutch Company was served equally with the English. The only thing that surprised me about this was that they had used this precaution, since I found the native in such an evident condition that it seemed unnecessary to me to expose themselves through it. For the fear and respect for that nation among them was so great that an English peon or other servant was held in higher regard by them than we ourselves. From which it naturally had to follow that they would certainly not have dared to say anything that brought their despotism to light. I cannot therefore think that this order originated from the English committee members, but rather conclude that it is to be attributed to an unnecessary precaution of their head Gomasto. In this situation, the time of our meeting approached. The French gentlemen came to us on the 4th at noon, but learning that Doearhatta lay only a large coss from here, they continued their journey thither. I would have gone along had I received news of the arrival of the English there, while furthermore I was hindered therein by the departure of the merchant Koning, who on account of his indisposition originating from the almost unbearable heat could no longer attend this commission, and the arrival of a

Dutch transcription

8. 10 zijn hoogst den 5:e deezer vast te doearlatten, zouden komen Gelasten Samram opstonds een Circulair briefje aan alle de Gomastosse der kooplieden te schrijven met ordre om ten eersten herwaards en bij ons te komen, meede brengende de Dalaals werken Een bedienden. Hier op verscheenen er 's anderen daags ook Eenige uijt de naast bij gele „gen, plaatsen, die 'smorgens daar aan door de overige gecomplitteerd=e wierden, Alle bij ons ge„ komen, weezende, vroeg ik Een de reeden waarom „ze zo gebreekig gebleeven waaren in de bezorging der aanbesteede Lijwaaten d' A.:o p=o hun antwoord beston eenparig hier in: dat zulks Eenlijk te ad„ schribeeren was aan de Dispotieke handelwijsen der bediend=s van de Engelsche Comp:e en die hunn particulaire, dat de Eerst gem: op den 28:e passato de novo 155000: Sicca ropijen in deeze arreng op de Nieuwe Aanbesteeding, onder de beste weve met geweld uijtgedeelt had, namentlijk ieder weever zo voel Penn: als hij in staat was in ee heel Jaar aan goederen te leveren en dat de laastgem: die in 37 bestonden en het niet scheen te differeeren, watse voor de Goederen besteeden als zo den Intrest van hun Geld maar daar bij spro fiteerden, reets 350000: dier ropijen voor dit Jaar herwaards gezonden, dus de beste wevers die althoos voor D E: Comp:e gewerkt, hun handen volhadden en de overige hun reekening beeter maakte door voor de Engelsche particulaire dan voor hun die er zo veel niet voor besteede kan dan te werken Gisteren avond door Een ander kanaal de snuijf gekregen hebbende, dat er eene ordre door den Engelschen hoofd Gomasto rond gezonden wierd, zo stelde alles in 't werk om er 't zakelijk van te weeten, dit gelukten mij ook, want even na de depeche van Gem: Gomastossen, een man bij mijn verscheen, die mij na voor afgedaane Jnstantie, om 't zelve dog vooral zijn naam ge„ „heijm te houden, en daar op gevolgde belofte, de„ zelve ontvonden en hier bevond te bestaan: dat alle dallaals en wevers wel Expresselijk g'interdi„ ceert wierd, te verklaaren of verklaringen te geven dat 't werk der Hollanders door d' Engelsche verhindert wierd en datze te Doearhatta ge„ roepen werdende zouden hebben te zeggen, dat d'Hollandse Comp:e eguaal met d'Engelsche bedient wierd, 't eenigste dat wij hieromtrent verwonderde, was, dat deeze precautie gebruijkt hadden, dewijl ik den Jnlander in eene zodanig gesteldheid klaarblijkelijk vond, dat het mij on„ nodig scheen, zig door de zelve te Exponeeren want de vreesen en 't ontzag voor die natie in Een zo groot was, dat een Engels en Sion of andere bedienden bij hen meer in aanzien, was dan wij zelfs, waar uijt natuurlijk voortvloeijen moest dat ze immers niets, 't welke de Dispotisine van hen aan den dagleijde zoude hebben durven zeggen, Jk kan ook dus niet denken dat deeze ordre van de Engelsche gekommitt:s herkomstig was, maar eerder vast stellen, dat dezelve aan eene onnodi„ „ge voorzorge van hun hoofd Gomasto toeteschrijven, is. In deeze gesteldheid naderde de tijd onzer bij een komst De Heeren Fransen kwamen den 4: op de middag bij ons, dog vernemende dat Doearhatta, nog maar een groote kors van hier leide zettenze hunne reijse derwaarts voort; ik zouden meede leeden gegaan hebben bij aldien tijding van der Engelsche arrive aldaar bekomen had, terwijl nog daar en boven daar in verhindert wierd door 't vertrek van den koopman Koning die mits zijne indispositie oorspronckelijk van de bij na onverdragelijke hetten, deeze Commissie niet langer kon bijwoonen, en de aankomst van na een

← previousnext →