VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3194

Bengal · 278 pages · 119 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3194_0195 view scan ↗

English

811 26 December 26 December someone else as second in this Commission in his place, or else a clerk for my assistance in the writing work, who then also appeared in the evening in the person of the provisional assistant I: H: Querin. The English gentlemen having announced to me at 9 o'clock in the evening their arrival in Doearhatta, we set out early the following morning and arrived there around 6 o'clock. We went immediately to pay a visit to the English gentlemen who had their lodging in a reasonable house, but found Mr Bathoe still sleeping, thus made our compliments only to Mr d'Laporte and went subsequently to the French gentlemen in their tent. After having sat for a little while, Mr Bathoe came to me there and thereupon invited us all together to breakfast with them, which we accepted, and went with his Honour to their house. Having had breakfast, I expected that the English or French gentlemen would have begun on our Commission, but they kept dead silent, or they took other indifferent discourses as their subject. It therefore seemed to me that they held this to be merely a ceremonial gathering, but considering that in such a commission and in such an advanced time no ceremonials were fitting, I brought it to a discourse whereby I made such known to them properly and in a friendly manner. They, especially the English gentlemen, approved of this greatly and offered to make this troublesome Commission in such a heat as pleasant as was only possible through an amicable, unconstrained intercourse. Hereupon I asked the English gentlemen whether they had also designated this morning for other business. Receiving no as an answer, I opened this Commission, because nobody seemed willing to be the first, by proposing to them whether we should then spend it in devising the necessary measures for the execution of our general charge, and they consented to it completely. We then began to discourse on various subjects concerning this matter, but very soon I noticed that the English charge differed greatly, not only from ours, but also from that declared by Governor Verelst on the 24th last, for that of the English seemed solely to comprise playing the role of commissioned judges in this matter. Namely, to examine to what extent our successively made complaints about the linen procurement were justifiable. One had thus assigned to us the role of complainants, and to the dallaals, weavers, etc. that of the accused. Truly subtly contrived by them, namely to wish to play the role of judge regarding unlawful acts of violence, which can be imputed to none other than themselves, and through their absolute authority and the fear of the natives for them flowing therefrom, to expose us at every step as liars and malicious complainants. At least it was then so understood by me, and that the real aim of the English was also directed at that will show itself very plainly and palpably from what follows. I thus broke off all further unnecessary discourse by expressing my astonishment to them about what they were putting forward, since my Instruction, which was drawn up in conformity with the convention between Governor Verelst and the Director, contained nothing of the kind, and the said Governor had moreover verbally given me assurance on the 24th of April that their Instruction would contain the same, namely to make an accurate survey of all the weavers in their respective districts. But they declared that their charge made no mention of this, and even offered to give us a faithful translation in French thereof concerning this part, whereby we would observe that the same only dictated: firstly, to employ their power in investigating, examining, or clearing up the subjects of the disputes and discords between their gomastahs and those of the other nations, and to appease the same as much as they could; and secondly, to arrive at various

Dutch transcription

811 26 x 26 xbo een ander als tweede in deeze Commissie in zijn plaats dan wel een pennist ter mijner adjude in 't schrijfwerk die dan ook 's avonds in den persoon van den P„l ad„ sistent I: H: Querin verscheen De Heeren Engelschen mij 's avonds om 9 uuren hunne aankomst en Doearhatta hebbende laaten aankondigen begaven wij ons den volgende morgen vroeg derwaards en arriveerden aldaar Circa 6 uuren. Gingen ten Eersten d' Heeren Engelschen (:die in een tamelijke huijs hun Logis hadden :/ eene visite geeven, dog von den M„r Bathoe nog slapende, maakten dus eenlijk bij de Heer d'Paporte ons Compliment en gingen, vervolgens bij de Heeren Fransen in hunne Pent: na een weijnig gezeeten hebben quam M„r Bathoe aldaar bij mij en versogt ons daar op gesamentlijk ten ontbijt bij hen, 't welk wij accep„ „teerden en met zijn E: na hun huijs gingen, ontbeeten hebbende werwagte ik dat de Heeren Engelse of frans„ van onze Commissie zouden begonnen hebben dog ze hielden zig dood stil of zij naamen andere differenten discoursen tot hun onderwerp; 't scheen mij dus toe datze deeze maar voor eene Cerimonieels bij een komst hielden, dog Considereerende dat in een dus „danige Commissie en zulk een reets tyd Geene Ceremoni„ „alia te pas kwamen, bragt ik het op een discourswaar bij hun zulks voegelijk en op een vriendelijke wijsen te kennen gaf zij in zonderheijd d Heeren Engelse Approbeerden dit zeer en bodem zig aan om deezen lastige Commissie in zulk eene hetten door een amicalen onge¬ geneerden omgang zo aangenaam als 't maar mogelijk was te maken, Hier op vroeg ik de Heeren Engelse ofse deeze morgen ook voor andere bezigheeden bestamd hadden, neen ten antwoord bekomende, opende deeze Commissie wijl dog niemand d' Eersten scheen te willem, zijn, door hen te proponeeren, of we dan den zelven wilde besteeden, om de noodige maatregulen ter Executie van onse algemeene last te beramen en zij stemden er volkomen in toe. wij begonden dan over diverse onderwerpen nopens dit sujet te discoureeren, dog wel haast bemerkte ik, dat der Engelse last niet alleen, met den onzen maar ook met 't door den Heer Gouverneur Verelst op den 24:e Jongst: gedeclareerde zeer differeerde, want die der Engelse alleen, scheen te behelsen om de Rol van gecommitt: regters in deezen te speelen Namentlijk om te Examineeren in hoeverre onze successive gedane klagten over de Lijwaat procure be„ staanbaar waare, men had ons dus de Roh van klagers en de dallaals wevers etb:a die van beklaagde toegelegt, waarlijk fijn van hen overleid, namelijk de roh als regter te willen speelen omtrent onregtmatige geweldena„ rcien, die namand anders dan hun zelven zijnde, Impu„ teeren en ons door hun volstreckt gezag en daar uijt voort gevloeijde vreese des inlanders voor hem op ieder stap tot Leugenaars en kwaataardige klagers ten toon te stellen; ten minsten het wierd toen zo bij mijn begre¬ „pen en dat 't reele doelwitt van Een ook daar op geweest is, zal zig uijt den vervolgen zeer klaarblijkelijk en handtastelijk vertoonen, Brak dus alle verdere onnodige discourse af, door Een mijne verwondering te betuijgen over 't geen zij kwamen te advandeeren wijl mijne Instructie die Conform de Confentie tussen den Heer Gouverneur derelst en den Heer directeur ingerigt was, daar niets van behelsden en Gem: Heer Gouverneur mij nog daar en boven op den 24:' April bij monde verzekering gedaan had dat de Jnstructie van henlieden 't zelven zou inhouden namentlijk om een accurate opneem van alle de wevers in der zelver Gading te doen; dog zij verklaar„ „den dat hunne last niet hier van repte en boden zelfs aan ons Een getrouw Translaat in 't frans daar van, dit gedeelte betreffende, te willen geven, waar bij wij beoogen zouden, dat den zelven eenlijk dicteerde, Eerstelijk om hun vermogen aantewenden, in 't nagaan onderzoeken of opkelderen der onderwerpen van de disputen oneenigheeden Tusschen hunne Gomastossem en die van de andere Naties en dezelve zo veel zij konden te appaiseeren: En ten tweeden om te komen diverse tot

NL-HaNA_1.04.02_3194_0196 view scan ↗

English

to an amicable accommodation concerning the aforementioned numerous disputes, the French and Dutch Gentlemen are each sending 2 of their Deputies to accompany you, with whom you can try to prevent the causes thereof for the future, as shown by the copy of the Extract in French delivered into my hands, to be found under the annexes hereof under letter B. I express my utmost surprise at this, at the same time submitting to their consideration whether it was not well-founded if they would compare the aforementioned Convention with what was said by Mr. Verelst, furthermore taking the French Gentlemen as witnesses whether this did not square with what the aforementioned Governor said to them, and thus with the truth, who then also affirmed this by repeating the own words of the said Mr. Verelst. But the English Gentlemen sought to let this pass unnoticed by turning the conversation to a plan, as the only means to provide the 3 Companies with the required piece-goods promiscuously and thereby prevent any occasion for disputes or complaints in the future, namely to attach all the piece-goods that each aurung produces, to take from them what is needed for each Company, and to leave the remainder for the private individuals, adding the request that we might turn our thoughts to this, or perhaps devise a more suitable means. But how very wildly this was aimed, I defer to the judgment of your Honorable Worships, who know the despotic and self-interested manner of trading of the English, and who can better comprehend than I can express the impossibility of executing such a plan, which would meet with obstacles to no end. I therefore replied to the English Gentlemen: as to the first, that I would not proceed to an investigation of complaints, as this was strictly beyond my mandate; and as to the second, that only just a beginning had been made with that purpose for which we were sent hither, and that I therefore did not yet possess the required, hence no thorough, information to judge their plan, much less to base another upon it, and that it was also unnecessary to rack my brains with it at present, as this was not required of me except at the conclusion of this Commission, and even then only by way of proposal for the approval of your Honorable Worships. The French Gentlemen confirmed my words. Mr. Bathoe lacked the power to conceal his regret at seeing his design so suddenly foiled, for, in a tone very different from his ordinary politeness and friendliness, he angrily asked: Well, Gentlemen, to what end have we then come here? Whereupon I answered him in like manner, that he would do more properly to put that question to the Governor, Mr. Verelst, than to us, who desired nothing other than conformity with the Convention and what was said by the aforementioned Gentleman. He knew of nothing to counter this with; he therefore returned to his former usual demeanor and said in an engaging manner: I surely cannot see, Gentlemen, that there is any harm if one were to hear and examine those people, namely the Dallals, weavers, etc., while as to the registration of the weavers we will request further orders; thus, in order not to let time pass uselessly, one could begin with this. But I persisted in my first declaration, namely that we would not enter into it without further orders; seeing that the Englishman lost his patience and was not to be won over to anything by words and counter-arguments, I told him that I would write to the Director about it and thereupon took my leave, as did also the French Gentlemen, who had continuously conformed to everything said by me. The aforementioned Gentlemen, walking with me to our tent, expressed their

Dutch transcription

812 tot Een vriendelijk accomnodement nopens gem: menigvuldige disputen, Zo zenden d Heeren Fransen en Hollanders ieder 2 van hunne Gecommitteerdens om uw te vergeselschappen dewelke gij kunt tragten te voorkomen de oorsaken derzelve voor 't toekomende uijtwijsens het afschrift van 't mij ter land gestelde Extract in 't Fransch onder de bylagen dezes sub letter B: te vinden, Jk betuijge mijne uytterste supprisen hier over hen te gelijk in Consideratie gevende, of dezelve niet gegrond was, als zo daar bij wilde vergelyken de voorm: Conventie en't gezegde van de Heer Vorelst neemende voorts d Heeren Fransen tot getuijgen, alf dit een en ander niet met 't voorgem: Heer Gouverneur aan hen gezegde en dus de waarheijd kwadreerden die dan Ook zulks affirmeerden door eigen woorden, van Gem: Heer Verelst, her„ halen: dog d Heeren Engelschen Zogten en dit onge¬ merkt te Passeeren, door 't disceurs op een plante wenden, als 't Eenigste middel op de 3 Compe met de door Een gerequireerde lijwaten te gelieven en daar door aanleiding tot eenige disputen of klagten in den aanstaande te voorkomen, Nament¬ lijk om alle de lywaaten welke ieder arreng voort„ brengen door dezelve aante slaan, 't benodigde van ieder maatschappij daar van te neemen en de restee„ „rende voor de particulieren te laten, onder bij „voeging van 't verzoek, dat wij er eens onse gedag„ „ten overlaten gaan dan wel een Convernabelder mid„ del uijtdenken zouden. dog hoe zeer dit in 't wild geschermt was, laat ik aan 't oordeel van uwel Edele Achtb=e, die de dispotiekeen Jnteressante handel, wijse der Engelsche kennen, en die de onmogelijk heid der Executie van een alzulks plan, 't welk op staculs in 't oneindige ontmoeten zouden beter kunnen bevroeden, dan ik Expresseeren, geda „fereert, Gaf dus de Heeren Engelsche ten antwoord als op 't Eerste: dat ik tot een onderzoek van klag„ „ten niet treeden zouden, als volstreckt buijten mijnen last zijnde, en op 't tweede: dat eerst moment„ „lijk een begin gemaakt had met het geene ten welke Eijnde wij herwaarts gezonden waren, dat overzulks als nog de vereijschte dus geen grondige Informa„ „tig had, om over hun Plan te oordeelen veel min om er een ander op te fundeeren, dat het ook onnodig was daar thans mijne herssene meede te breeken, wijl sulks niet als bij uijt eijnde dezer Commissie van mijn vereischt wierd, en dan nog niet anders dan voor„ stellender wijse ter goed keuren of dies approbatie E van Uwel Edele Achtb=e; De Heeren Fransen Con„ firmeerden mijn gezegde. M„r Bathoe had lat ver„ mogen niet om zijne spijt, dat hij zijn ontwerp zo Een klaps verriedelt zag, te verbergen, want hij op eene toon zeer differeerende van zijne ordinaire potitesse en vriendelykheid, driftig vroeg, wel Mijn Heeren, tot wat eijnde zijn wij dan hier gekomen waar op hem inzelver voegen antwoorden dat hij die vrijage paster zou doen aan den Heer Gouverneur varelst, dan aan ons, die niets dan Conform de Conventie en 't gezegde niete van Gem: Heerbegeerde Niets wist hij hier tegen in te brengen, hij keerde dus tot zijn vorige gewoone uijtterlykheid te rug en zeijde op eene inneemende wijser ik kan immers niet zien Mijn Heeren, dat er iets in steeckt, men die luijden te weeten de Dallaals, wevers, etc:a eens hoort en Examineert, omtrent den opneem der wevers zullende wij nadere ordre vragen, dus om¬ den tijd niet nutteloos voorbij te laten strijken, zou men hier meede kunnen beginnen, dog ik persis„ „teerde bij mijne Eerste declaratie dat er namelijk niet zonder nadere ordre in treeden, zouden; ziende dat de Engelseman zijne gedult verloozen en door woorden en weerwoorden voor niets te winnen was, zeijden hem dat er den Heer Directeur over„ schrijven zoude en nam daarmeede mijn afscheijd, gelyk de Heeren fransen, die zig in en omtrent al het door mij gezegde telkens geconformeert hadden, moede deeden: Gem: Heeren met mij na onse Tent. gaande mijnen betuijgden

NL-HaNA_1.04.02_3194_0197 view scan ↗

English

they expressed, although they had agreed to everything, their surprise nonetheless that I had so absolutely continued to refuse to proceed to an examination of the dallaals, weavers, etc.; but this disappeared very quickly among them and turned into complete approval in that regard when I informed them that all those weavers had already been warned 1 day or 4 to 5 beforehand, and had been instructed what they were to say if they appeared for examination, and also that those whom the English had chosen to examine were already all in readiness here at Doearhatta, I at the same time revealing to them what their statement would have consisted of and showing what consequences this would have had for us, because all the circumstances clearly showed that the English intended only this with this commission; and the French were particularly pleased with me, while Mr. Roeland added thereto that he willingly confessed that, had they been alone, they would have been caught in that trap. Having been invited to dinner with the English gentlemen along with the French at noon, I still hoped that they might have reconsidered in the meantime and would proceed to the registration of the weavers, but I noticed very soon after our arrival that I had been mistaken, because they still persisted just as strongly in examining the above-mentioned aurungs' workmen, under the promise that they would request orders for a registration of the weavers etc., and that this very day; but I gave them to understand that I was just as little authorized as they were to go beyond my instructions; that it was indeed better that each of us should report this difference in our instructions to our superiors and await their further orders, than that one of us should commit an error. In the afternoon, we all sat down to write in order to inform our superiors of what had occurred and to request further orders, as appears from the copies of my successive letters dispatched to the Director and the replies thereto to be found under the annexes marked letters C, D, and F. Behold, Right Honourable Sir and Gentlemen, the opening of this commission, which I imagine will have surprised Your Right Honours and Honours not a little, just as it did me. Continuing the essential substance of my commission, I will, with respect to what further occurred at this relevant place, respectfully conform to the mentioned annexes, and regarding the termination thereof, to the letters exchanged between Your Right Honours and Honours dated 6 and 26 May, 14 and 25 June, and the Calcutta Ministry dated 20 May and 18 June last; and only, with reference to the first-mentioned, add some circumstances, occurrences, etc. not cited therein. It was then on the 1st that Mr. Bathoe sent 6 weavers captive to Calcutta, as being among those who, about two months ago, had gone there to complain about the despotic conduct of their gomashtas and about the low prices they received for the goods, and had acted as ringleaders therein; which event had such an effect that the dallaals and weavers who had promised me at Haripal to complain publicly and jointly about the English and the gomashtas, etc., lost their courage entirely, showing me now that they would thereby jeopardize their well-being, indeed their lives. On the 12th, the English and French gentlemen being with me for dinner, I fell into discourse about our commission with Mr. de La Porte, who arrived somewhat earlier than Mr. Bathoe, in the presence of the gentlemen De Grange, the Junior Merchant Rauwertsz, and Provisional Assistant Querin, wherein he advised me to carry out my business here as quickly as possible, because nothing would come of this commission anyway. I answered him that the business for which I had come here consisted of the execution of this commission; that I could carry out nothing regarding our Honourable Company's procurement at these aurungs until that was concluded. Behold

Dutch transcription

26 verso 813 26 verso betuijgden, niet tegenstaande zij in alles toegestamd hadden, hunne verwondering egter, dat ik zo absolut„ had blijven weijgeren om tot Een Examinatie der Dal„ „laats, wevers etb:a te treeden, dog dezelve verdween zeer spoedig bij Een en veranderde in eene volkomen goedkeuring daaromtrent, toen ik hem berigten dat alle die wevers reets 1 dag of 4 a 5 bevorens gewaar„ schouwt waaren, en hen geleert was, wat ofze zeggen moesten, zo ze ten verhoor verscheenen, mitsg:s dat die geene, welke de Engelsche uijtgekosen hadden om te verhooren, reets alle hier op Doearhatta, in gereedheijd waren, len teffens ontvoudende waarin hun gezegde zou bestaan hebben en aantonende van welke gevolgen zulks voor ons zoude strecken, wijl alle de omstandigheeden, klaar aantoonde, dat d'Engelsche dit Eenlijk met deeze Commissie bedoelden en finzen waaren bijzonder over mij te vreeden; terwijl M„r Roeland daar bij voegden gaarn te willen bekennen, dat zij alleom geweest zijnde, in dien strik zouden zijn gevangen geworden 's middags bij de Heeren Engelschen met de fransen ten Eeten versogt zijnde, hoopte ik nog, datze zig zedert nader beraden en tot den opneem der wevers overgaan zouden hebben, dog besppeurde wel haast na onze komst dat mij vergist had, wijlze nog als even sterk bleeven Persisteeren op 't Examineeren van op„ „gem: Arrengs werklieden, onder de beloften datze ordre tot een opneem der weevers etc:a vragen zouden en dat heeden nog, maar gaf lenten verstaan dat ik even zo min al zij bevoegd was buijten mijne lust te treeden; dat het immers beeter waaren wij ieder berigt aan onze gebieders van dit different onzer instruckties deeden, en haaren naderen ordre verwagten dan dat een van ons zig vergreale wij plaatsten ons dan 's namiddags alle aan 't schrijven om onze supperieuren 't voorgevalle te be„ „rigten en nadere ordres te vragen, uijtwijsens de afschriften mijner successive aan den Heer directeur geligte brieven en antwoorden daar op onder d' bijlagen sub Lett:s C: Den F te vinden. ziet daar wel Edele Achtb:e Heer en Heeren de opening dezer Commissie dewelke ik mij verbeelde uwEd„le Achtb:re en Ed=s zo wel als mij niet wijnig zal gesurprenneert hebben. Het zakelijke mijner Commissie, vervolgende gaan ik mij ten opzigten van 't verder voorgevallen ter deazer ennucante plaats met Eerbied gedragen aan de gem: bylagen en met relatie tot de verbreeking derzelve aan„ de gewisselde brieven tusschen uw Ed„e Achtb:e en Ed=s sub dato 6, en 26 Maij 14 en 25:' Junij en het kalcuts Menistrie ruijm gedatt: 20 Maije8 en 18:' Junij Jongstl: en Eenelijk nog met betrecking tot 't eerstgem: ad„ „deeren eenige daar bij niet aangehaalde omstandig„ heeden voorvallen etb:a Het was dan op den E: dat M„r Bathoe bwevers gevangen na Kalkatta zond, als zijnde van die geene welke voor Circa twee maanden aldaar over de dispo„ „tieke handelwijse van hunne Gomastossen en over de lage prijsen dieze voor de Goederen kregen, waren weezen klagen en als hoofden daar bij g'ageert hadden werk geval van die uijtwerking was, dat den Dallaals en wevers die mij te Herriapaal beloofd hadden poublieck en gezamentlyker hand over de Engels en Gomastosse elt:o klagtig te zullen vallen den moed in de schoene Ionk, mij nu vertoonende datze hun wel zijn Ja hun Leven daar door in de waagschaal zouden Stellen Den 12: de Heeren Engelschen en Fransen bij mij ten laten zijnde, geraakte met de heer d' La Porte /:die wat vroeger als M„r Bathoe kwam:/ in presentie van de Heeren de Grange den onderkoopman Rauwertsz en P„rl assistent Querin, in discours over onze Commissie, waar bij hij mij raade, mijne bezighee „den alhier maar hoe eer hoe beeter te verrigten, want er dog van deeze Commissie niets worden zouden. Jk antwoorde hem dat de bezigheeden, waar toe hier gekomen was, in de Executie deezer Commissie bestonden; dat ik omtrent onzen 's E: Comp:s aanbestoading ter deeze arrengs niet kon uijtvoeren, als daar in ge„ „sluijt ziet

NL-HaNA_1.04.02_3194_0198 view scan ↗

English

814 being locked; by the order they had given to the weavers on the 9th of this month, to work for no one else but them for the duration of three months, or from the above-mentioned date until the 9th of August next, and that under the heaviest threats; that the weavers thus flatly refused to accept any money on the new contract, and even offered back the money which they still owed on the contract of the previous year, which amounted to almost the total sum, testifying that the English and gomastas and dallals had forcibly forced more money upon them than they were capable of weaving and delivering in goods in a year. He answered, we have a right to that, he certainly meant the order; there are weavers for us, for the natives, and for the private merchants; it is merely tricks of your gomastas, why could they not seek out other weavers than those whom we employ. I replied that it was not the same which weavers we employ, that those weavers to whom they had given those orders had always worked for us, and as proof still held money from our Honorable Company from the previous year. His entire answer consisted of a shrug of his shoulders, as if he wanted to say we cannot help that, or what is that to us, and with this it remained. On the 13th at nightfall, while taking a walk with Quirin, Mr. Bathoe and de Grange came catching up with us by their palanquins; having stepped out from them, the first-mentioned communicated to me with a discountenanced face that he had received an answer from the Calcutta council, consisting of this: that having received all the papers from the council at Chandernagore and Chinsurah and from him concerning the subject of this commission, they would send them to Mr. Verelst at Cassembazaar and ask his opinion thereon, as that gentleman together with Mr. Vernet were the first originators of the same, provided that after receiving an answer they would decide upon it and would then send him their further orders in that regard. Thanking His Honor for this communication, he continued the discourse by at once turning again upon the registration of the weavers and depicting the same to me as impossible, but I demonstrated the contrary to him, so convincingly through so many proofs and finally their own contracts with the dallals, whereby to each a fixed number of weavers with specification of their domiciles, names, and the assortments of goods that each had to make, besides the necessity for us, that he did not know a single word to answer thereto. He said further that he had recorded that in these aurungs only 48 to 50000 pieces of different linens per year could be made, but I showed him that he was mistaken, for indeed between 90 to 100000 pieces were produced and that this number could be greatly increased if the English set aside the practice of violence and tyranny, as well as the carrying off and pressing of weavers into other services, and restored a complete freedom here as before. His conscience apparently gnawing at him, he said that he had committed no violence or tyranny here, but not deeming it advisable to keep silent on this, I told him that he was very much mistaken to take me for so inattentive and indifferent, for although I had not been able to execute anything here, I was nevertheless very well aware of what he had performed. Upon this he asked what that then consisted of, to which I replied that his memory would most vividly remind him of it, that much had happened which did not directly concern us, but that which concerned us consisted of this: that by threats and actual violence he had forced the dallals, weavers, etc. people who also served us at the same time, to sign the contracts arbitrarily drawn up by him amounting in total to 40000 pieces of diverse linens for delivery, with the addition of a despotic order to work for three months for no one else but them, even though those people had also shown him that they still held money of ours from the previous year. He

Dutch transcription

814 „sluijt zijnde; door de ordre die zij op den 9:' dezer aan de wevers gegeven hadden, om in den tijd van drie maanden of van opgem: datum tot den 9: Aug: aanst voor niemand anders dan voor hen te werken en dat onder de swaarste bedrijgingen; dat de wever dus final wijgerden, eenig Geld op de Nieuwe aanbe„ steeding te accepteeren en zelfs de penningen; welke zij op de aanbesteeding d' A:o p:o nog schuldig waaren, en dieshalven bedragen bij na uijtmaakte te rug aanboden onder betuijging dat de Engels en Gomastossen en dallaals Een met geweld meerder penningen op gedro „gen hadden, danze in een Jaar vermogende waaren aan Goederen te weven en te leveren. Hij antwoorde daar hebben wij regt toe /: de ordre meende hij zekerlijk daar zyn wevers voor ons, voor de Inlanders en voor de Particulieren; 't zijn maarlopjes van uw Gomastossen, waarom zouden die geen andere wevers kunnen op„ zoeken, als die geene welke wij gebruijken Ik weedor dat 't niet 't zelfde was, welke wevers wij bebruijken dat die wevers, welke zij die ordres gegeven hadden, althoos voor ons gewerkt en ten blyke nog geld van onze Ed„e Comp:e d' A:o p:o onder zig hadden. 't gansche antwoord van hem bestond in 't ophalen zyner schou„ „ders, als of hij zeggen wilde dat kunnen wij niet helpen, of wat raakt ons dat en hier bij bleef het. den 13:' in 't vallen van den avond met Quirin een wandeling doende kwamen, M„r Bathoe en de Grange p=r hunne Palenkens ons inhalen, daar uijtgestapt wezend Communiceerde eerstgem: mij met een gedecantenancee gelaat, dat antwoord van den kalkatse raad bekomen had hier in bestaande: datze alle de papieren van den Raad te Chandernagoor en Chinedra en van hem, over 't onde woop dezer Commissie, ontfangen, den Heer Verelst te Cassembazaar toezenden en zijne openie daar op vragen wijl dien Heer met den Heer Vernet de eerst aanleggers van dezelve waren, mitsg:s dat ze na be„ kome antwoord, daar op resolveerden en hem als dan hunne nadere ordre diendwegen toezenden zouden, Zijn E: voor deeze Communicatie bedankende vervolgd hij 't discours met ten Eersten weeder op den opneem„ der wevers te vallen en mij den zelven als onmogelijk af te schilderen, dog ik Demonstreerde hem het tegen„ „deel, zo overtuijgende door zo veele bewijsen en eindelijk hunne eijgen Contracten met de dallaals, waar bij ieder een bepaald getal, weders met specificatie hunner woonplaatszen, namen en de sortementen, der goederen welke ieder maaken moest, benevens de noodzakelijk voor ons dat hij egeen Een woond datr op wist te antwoorden Hij das verder dat opgenomen had er in deeze arrengs maar 48 a 50000 stucken differenten Lywaaten p:r Jaar konden gemaakt worden, dog toonde hen aan dat hij zulks mis had, want dat 'er wel Tusschen de 90 a 100000 P„s aangemaakt wierden en dat dit getal grotelijks zouden kunnen g'augmenteert werden) bij aldien de Engelschen 't pleegen van gewelt en dwinge„ „landij mitsg:s 't vervoeren en pressen der wevers tot andere diensten aan een zijde stelden en eene volkome vrijheijd gelijk bevorens alhier herstelden. zijne Concientie hem schijntwel knagende, zeijde hij dat geen geweld of dwingelandij hier gepleegd had dog niet voor raadsaam houdende hier op te swijgen voegde hem toe, dat hij zig zeer abuleerde mij voor zo inattent en different te verslijten, want dat schoon hier niet hads kunnen uijtvoeren, egter zeer wel bewust was, wat hij verrigt had, hier op vroeg hij waar of dat dan tog in bestond, 't welk be„ antwoorde, dat zijn Geheugen hem zulks levandigst zou herinneren, dat er veel geschied was, 't welk ons direct niet aangang, maar dat 't geene ons betrof hier in bestond: dat hij de Dallaals, wevers etb:a luijden welke ons ook te gelijk bedienden, door drijgemente en dadelijk leeden gedwongen had, de door hem willekeurig opgemaakte Contracten 't zamen 40000 P„s diverse lywaaten belopende, ter leverantie te Tekenen, met byvoeging eener dispotierken ordre om dn 3 maanden voor niemand voor niemand anders dan voor Een te werken, schoon die lieden hem ook vertoond hadden datze nog geld van ons d' A:o p=s nog onder zig hadden hij

NL-HaNA_1.04.02_3194_0199 view scan ↗

English

815 26 recto 26 verso had for goods that they had undertaken to make, but had been unable to produce, because they had been forced by their Gomastas to deliver those for the Honourable English Company first, so that it was thus unreasonable that we should now have to stand back yet again; but that all this had made not the least impression on him, etc., adding here furthermore that the weavers had therefore also finally refused to accept any money from us on the new contract and had offered, indeed requested, to return what remained with them from the past year, finally giving him to consider whether one could prohibit all trade to us more directly and despotically than through such an impermissible proceeding: we, Mr. des Grange, Quirin and I, perceived upon these statements an extraordinary anxiety in this little gentleman who had acted so despotically; allowing this, however, to serve as a consolation and justification for his action, namely that he had orders from the Calcutta Ministry to contract for so many pieces and that there had been no other means than that which he had put into execution in order to obey them. Upon this he invited us to dine with him, took his leave, and approximately two hours thereafter they dispatched their general head gomasta, Rada Mohun Bossaak, to Calcutta. On the 14th towards evening I received yet another visit from Mr. Bathoe, with whom I immediately directed the conversation to the commission and with the same anxiety as yesterday. It seemed he could now no longer conceal having had verbal and strict orders from Mr. Verelst, namely, as he said, to arrange the contracting of their Company in such a way that it caused not the least hindrance or prejudice to the Dutch, but rather to lend them a helping hand in their contracting, so far as that can suitably be done; furthermore that he believed he had complied with this, stating—now nota bene—that in this aurang 60000 pieces of diverse linens could be made, that they had contracted for 36000 pieces of them—for the fulfillment of the remainder of the past year he now said that neither the dalals nor weavers were constrained, only if they could, that they should then do it—thus 24000 pieces remained for us; that it was not to be demanded of him to watch out for our contracting as well, because such was the duty of our Gomastas and Dalals, and to ensure that they obtained the necessary weavers for that purpose, etc. I answered him that I thought I had explained myself clearly and plainly enough yesterday as to what my position and opinion were in that regard, to deem it necessary to repeat it yet again; nevertheless, that it was astonishing that he, having such an order from Mr. Verelst, should so boldly and despotically constrain the best weavers, mostly people who worked for us, solely to their service; that the 24000 pieces surplus of diverse linens did not even constitute our demand for them from these aurangs; but even supposing we obtained them, what then would the Honourable French Company, their private merchants, who had already sent 350000 Sicca rupees hither for the purchase of goods, and other traders have; that upon obtaining a further order I would enter into negotiations with him again according to it, but that currently I could not enter into anything further, unless he was willing to proceed to the registration of the weavers, etc. He, becoming annoyed at this, broke off the conversation, asking him and Mr. de La Porte to dine with me, which he promised and they fulfilled. Shortly after his departure, one of the Dalals came to inform me that their aforementioned head Gomasta, upon his sudden departure yesterday for Calcutta, had violently cursed at me, but why, he had not been able to learn. Regarding now the further proceedings of the English here, these consisted, besides what was related before, in the work of their contracting, the buying up of the 60000 pieces, silk

Dutch transcription

815 26 xrlo 26 vrso hadden voor Goederen dieze te maken aangenoomen dog niet hadden kunnen vervaardigen, wijlze door hunne Gomastossen gedwongen waaren derst die voor de Edele Engelschen Comp:e te leveren, dat het dus onree„ „delijk was dat wij nu al weeder zouden moeten agter staan; dog dat dit alles geene de minste ingressie bij hem gevonden had, etb:a hier nog byvoegende dat de wevers daarom ook final geweigert eenig Geld van ons op de Nieuwe aangesteeding te accepteeren en aangeboden, Ja verzogt hadden 't nog bij hen resteerende van 't voorleeden Iaar te restitueeren, hem laastelijk in Consoderatie gevende of men wel directer en dispotiecker dan door een alzulks ongepermitteerd gedaente, ons allen handel konden verbieden: wij de Heer des Grange, Quirin en ik bespeurde op deeze gezegdens een buyten gemeene inkwititude en dit zo dispotick geageert hebbende heertje; latende zig dit egter tot een troost in regtvaardeging van zijn gedaan te strecken, namelijk dat van het Calcatst Minusterium ordre had voor zo veel stucken te Contracteeren en en geen ander middel dan het geene hij ter Executie gesteld, had, geweest waare om daar aan te obedieeren. Hier op verzogt hij ons bij hen te Eeten, nam zijn afscheijd en depecheerden Circa twee Uuren daarna hunne algemeene hoofd gomasto Rada Mohun Bossaak na Kalkatta den 14:' tegen den avond ontfing alweeder eenen visite van M„r Bathoe die ik 't discours immedi„ „dat over de Commissie inrigte en met dezelve in„ „quititeit van Gisteren. Hij kon nu lijk 't wel niet langer verbergen mondelinge en strikte ordre van den Heer Verelst gehad te hebben, namelijk gelijk hij zeijde om de aanbesteeding van hunne Comp:e zodanig inrigten dat dezelve „ geene de minste hinder of prejuditie der Hollanders streckte, maar veel eer dezelve, zo verre zulks voegelijk kan geschieden in hunne aanbesteeding de behulpsamen hand te„ bieden, verder dat hij meende hier aan voldaan te heb„ „ben, stellende, /:nu NB:/ dat er ter deezer arreng 60000 P„s diverse Lijwaaten konden gemaakt werden dat zij er 36000 P„s van aanbesteed hadden /: tot de vol„ doening van het restant d A:o p:o zijde hij nu dat de dallaals nog wevers Gecontraingeert waren, eenlijk zo ze konden dat zij 't dan doen moesten :/ dus er 24000 P„r voor ons overschooten, dat het hem niet te vergen was voor onse aanbesteeding ook te vigileeren, want zulks de Pligt onser Gomastossen en Dallaals wal en te zorgen, dat zo de nodige weevers daar toe kreegen enz:. Ik antwoorde hem dat ik dagt mij Gisteren klaar en duijdelyk genoeg g'Expliceert te hebben, wat mijne stelling en Meening daarom„ „trent was, om noodig te kunnen oordeelen zulks alweeder te herhalen, nogthans dat 't verwondert waar hij eene zodanige ordre van M„r verelst heb„ bende, zo stout Indispotick de beste wevers; meest„ „lieden die voor ons werkten, eenlijk dat hunne dienst te Constringeeren; dat de 24000 P„s overschot van diverse lywaaten, onser Eijsch daar van uijt deeze arrengs nog niet eens uytmaakten, dog aleens veronder„ steldenwij die bekwamen wat of de Edele Fransen Comp:e hunne Particulieren, welke reets 350000 Sicca ropeien ten inkoop van Goederen herwaarts gezon„ den hadden en andere trafficanten dan hebben zouden, dat ik bij erlanging eener na den ordre weeder volgens dezelve met hem en onderhandeling zou treeden dog dat thans mij in niets verder kon inlaten; ten zij hij tot den opneem der wevers etb:e wilde over„ „gaan: Hij hier over moeijelijk wordende, Brak het discours af met hem en d' Heer de La porte bij min ten Eeten te verzoeken, 't welk hij beloofde en zij nakwamen kort na zijn vertrek kwam mij een der Dallaals berigten, dat even gem: hun hoofd Gomas„ „to gisteren bij zyn subict vertreck na Kalkatta geweldig op mij gescholden had, dog waarom had hij niet kunnen verneemen Betreffende nu de verdere verrigtingen der En„ gelsen alhier so bestonden dezelve, nevens 't voorver„ „haalde, 't werk hunner aanbesteeding, 't opkopen der 60000 P„s zijde

NL-HaNA_1.04.02_3194_0200 view scan ↗

English

silk, in order therewith to accommodate their weavers and to sell the remainder at the highest price to others or to send it to Kalkatta; the prohibition by beat of drum not to sell any yarn to Moormen or private individuals, but solely to their weavers; and furthermore in daily cavils with their Gomastas, Dallaals, weavers, and other aurung workmen. Then they were put in the jail, then whipped again. Then the goods which the weavers delivered were returned to them because they did not meet the standard or perhaps their whims, or torn to pieces, yet at last accepted as ferret at an arbitrarily determined price; and these disputes, the drafting of projects, and continual correspondence with Kalcatta was the daily pastime of Mr. Bathoe, as Mr. De La Porte himself often told us. Yet as far as social life is concerned, I must confess that from the beginning to the end it was as polite and amicable as one could have desired, dining together daily now with the one, then with the other, although towards the end we could sometimes sit together for an hour or more without anyone speaking a word, which, however, was solely to be ascribed to our long, useless stay here and the continual terrible heat that we endured. Now, as regards the rest of my proceedings here, they consisted from the very beginning in every conceivable effort to obtain written declarations from the Dallaals, weavers, and other aurung workmen concerning the despotism of the English. I found these efforts entirely fruitless, however, because no matter how good their heart and will were toward it, fear of the English chastisements withheld them from it, declaring openly that if they proceeded to do this, they would expose themselves to all kinds of captious fabrications which the English would make up, not directly about this, but about other matters, and that they would thus have to pay for it with whippings, extortions of money, imprisonment, nay, the loss of their lives. Seeing then that nothing in this respect was to be obtained from them, and that such could also not with any reasonableness or possibility be demanded by more insistent means, I had to content myself with such a declaration from our Gomastas and Dallaals as is annexed hereto under Letter I, accompanied by a ditto regarding the silk under Letter G, and yet another from 4 weavers under Letter H, to whose contents I refer for the rest. The English received orders on the 10th of June to go to Chandercona, so, after taking a friendly leave and offering us their house for lodging, they departed on the 11th following; and herewith this commission was at once broken off, after having wasted so much time and expense upon it. Since it was agreed between the Director and Council at Chandernagoor and Your Honorable Worships to let the commission by mutual delegates proceed nonetheless, though the seals were broken, to such an end as Your Honorable Worships' resolutions under date unfold, I set out again on the 19th of June on my journey to Deniacali, whither, after the departure of the English from Doearlatta, I had had our tents etc. moved, with the intention thus to begin from the northernmost part of these aurungs, to traverse them southward to close by Kispaij or as far as they extend, and then to continue with those of Sjendercona. Monsieur Roeland being excused from this commission, and thus Mr. Des Granges being appointed as first and Mr. Nicolai de Faransie in his place, the said Des Granges testified that they would

Dutch transcription

816 zijde, om daarmeede hunne weevers te gerieven en de Rest ten duursten aan andere te verkopen of na kal„ katta te zenden; 't verbod bij Trommelslag om aan geen mooren of Particuliere eenig gaaren, maar 't zelven eenlyk aan hunne wevers te verkopen en verders in dagelikse vitterijen met hunnen Gomastossen Dallaals, wevers en verdere arrengs werklieden, dan wierden ze in den Tronk gezet, dan weeder Gesaimbokt den wierd den wevers 't goed welkse leverden om dat het niet aan 't soort of mogelijk wel aan hunne Caprisen voldeed te rug gegeven, of aanstucken gescheu dog ten laatsten als firtij voor een willekeurig be„ „paalde prijs g'accepteert; en deze processen 't ma„ ken van projecteenen geduurig schrijven, na Kal„ Catta was 't dagelijks tijd verdrijf van M„r Bathoe gelyk d Heer d' La poorten zelfs ons dikwils zeide Dog wat de zamen leving aan belangt, moet ik beken„ ne dat dezelve van den beginne tot den einde toe zo poliet en amical was als men zou hebben kunnen begeeren, spijsende wij dagelijks dan bij den een dan bij den ander 't zamen schoon wij op 't laatste somtids wel een uur en langer bij elkander konden zitten zonder dat er imand een woord sprak, 't welk egter eenlijk aan ons langen Nutteloos verblijf alhier ende Continueele terribela hette; welke wij uijtstonden te adschri„ beeren was. Wat nu 't overige mijner verrigtingen alhier belangd bestonde dezelve van den beginne af aan in alle maar bedenckelijke pogingen om schriftelijks verklaringen van de Dallaals, wevers en verdere Arrengs werklieden, omtrent de dispotismen, van de Engelsche, te bekomen, die egter alles vrug¬ teloos bevond, door dien hoe goed hun hert en wil ook daartoe was, de vreesen voor de Engelsen, kastij„ dingen len daar van weederhield, verklarende rond uijt, dat ze hier toe overgaande, zig bloot stellen zoude aan allerleij Captiesen Histories, die de Engelse Een Juist niet direct hier over, maar over andere dingen maken zouden en het dus met sjamboeken, geld afpersingen, gevangenis„ „se Ia 't verlies van hun leven zouden moeten boeten ziende dan dat er niets ten deeze opzigte van hem te obtineeren was, en dat zulks ook van Een door dringen der middelen met geene redelijkheijd of mogelykheyd konde gevergd worden, zo moest mij vergenoegen met eene zodanige verklaring van onze Gomastossen en Dallaals als deeze onder de bijlagen sub Lett:t Is g'annexeerd is, g'accompag„ „neert van een d:o wegens de zeijde sub Lett:r G: en nog een van 4 wevers sub L:a H: aanwelkers inhoud mij over't overigen gedragen De Engelsche bekwame den 10:' Juny ordre om na Chandercona te gaan, zo vertrocken dus na vriende„ „lijk afscheijd genomen en ons haar huijs ter wooning g'offert te hebben, den 11:' daaraan, en hier meede was die Commissie met Een, na zo veel tijd en koste daarom verspilt te hebben, afgebrooken. zedert Tusschen den Heer Directeur en Raad ten Chandernagoor en uw Ed„e Achtb„e gecourieneert zijnde, omme de Commissie door weederzijdze Ge„ committeerdens, tog al braken, de zelgels; dezelve ook af voortgang te laten neemen ten fine als uwel Ed„ Achtb:e resolutien sub dato komt te ontvouwen, zo begaf mij weeder den 19 Junij na Deniacali opreijse alwaar na 't vertrek der Engelsen van Doearlatta onzen senten etc=a had doen verplaatsen met Intentie om dus van 't noordelijkste gedeelde dezer arrengs te be„ ginnen, dezelve Zuydwaards op te doorswerven tot kort bij kispaij of zo verre zig dezelve uijtstrec„ ken en dan met die van Sjendercona te vervolgen Monsieur Roeland van deeze Commissi„ G'Excuseert en dus M„r des Grangen tot eerste en H„r Nicolai de Faransie in deszelfs plaats beneemt zijnde, betuijgden gem: des Grange, zouden bij

NL-HaNA_1.04.02_3194_0201 view scan ↗

English

817 26 vl 26 xl des Grange, upon my arrival at Deniacali, knew nothing of the matter, and also that he had not received the slightest notification, indeed not even an answer to any of his letters, from the Council of Chandernagore, and consequently that he dared not proceed to any actions whatsoever before and until he had received further orders etc. Although now the aforementioned second in this Commission, Mr. Nicolai, arrived on the evening of the 19th, the expected further orders and reply to Mr. des Grange still failed to appear, wherefore he departed on the 21st thereafter for Chandernagore and did not return before the 25th. Thus, proceeding herewith to the execution of this renewed Commission, I begin with the aurangs which are named by us Herriapaal and Deniacali. They are situated principally in the parganas Boersoet, 't Sjaumoea, Balgoer, Johannabaad, Selimabaad, Nolloigette, and from Chinsurah in the west-by-north to the south-west, 8 to 16 cosses, 6 to 12 hours. They extend from the north crescent-wise through the west to the south. The method of trading of the English Company's servants at this aurang regarding their contracting and procurement of linens for future delivery, I generally refer to what has already been set down hereabouts, and restrict myself in particular regarding their way of operating, concerning the same, to the following: Their demands from these aurangs have in the previous year consisted, and do consist this year, of such cloths as the Memorial thereof under the appendices sub letter [illegible] indicates, and their assortments and prices, as the subsequent notes sub letter K specify, to which papers I therefore refer with respect. For the gathering of these goods, they had for four years, and still in the previous year, 9, but at present 11 lodges, situated at convenient and suitable distances from one another, according to the index under the appendices sub letters L and [illegible], in each of which their gomastah and other servants up to peons and harcarrahs inclusive, while all these again are under a head gomastah of this aurang, who resides at Doearhatta in the large lodge where they all must also deliver their goods, and who, upon arrival of these goods, sorts them against the made 5 kinds of samples and receives them for the Honorable Company, as well as the rejected firtiy, which he keeps separate, while he furthermore goes to inspect these lodges once or twice a month, in order to make the work proceed. For each of these 11 lodges, they have furthermore constrained a dallal, upon whom, according to the contract made, a fixed number of goods is imposed for delivery, to which end a certain number of weavers are assigned and ceded to him, with specification in the aforementioned written bond of their residences, names, and the kinds of goods which each must make. If he now fails in the delivery, whether regarding the quality, kind, length, width (for in these lodges they must undergo the first rough sorting) or quantity of the goods, this is recovered directly from him, while he has the liberty to recover the same in turn from the weavers; but if he complains in time to the gomastah of that lodge about those people, then the weavers are punished for it, peons and harcarrahs are placed upon their dwelling etc., which then also gave occasion for the dallals to request that the weavers henceforth might be present at the delivery of their goods, which was then also granted to them. Consequently, those poor weavers now very seldom escape from such a delivery without strokes of the sjambok or slipper, or else that one or more pieces are torn to pieces before their eyes, the sorting to the 4th and 5th kinds and to firtiy of their goods being no longer strange to them, as this is ordinary, and they still count it that they come off very mercifully. Furthermore, these lodges also each have their washers, who are paid according to the stipulation per corge, and to whom the incoming further raw

Dutch transcription

817 26 vl 26 xl des Grange, bij mijne aankomst te Deniacali, daar niets wants weeten, zo meede dat nog geen de minste aanschrijving Ja zelfs geen antwoord op eenige zyner brieven van den Chandernagoorsen Raad bekomen, en overzulks dat hij tot geene verrigtingen Hoegenaamt dorst overte gaan voor en al eer hij nadere ordre etc:e ontfangen had. Schoon nu ook opgem: tweede in deeze Commissie Mr. Nicolai den 19:' 's avonds arriveerden, bleefde ver„ wagten nadre ordre en antwoord aan M„r des Grange nog egter, waarom hij den 21:e daar aan na syander„ nagoor vertrok en niet voor den 25:e reveteerden Dus hier meede tot de Executie van deeze hernieude Commissie overgaande beginne met de arrengs, welke bij ons genoemt werden Herriapaal en Deniacali, dezelven zyn Gelegen principaal in de Pergamas Boersoet, 't Sjaumoea, Balgoer, Johannabaad Selimabaad, Nolloigett:e en van Chincurat in het W: ten N: tot het Z: W:t 8 tot 16 Corssen 6 tot 12 ru„ „ren, zij strecken zig uijt van't noorden halve maans gewijse door 't westen tot 't zuijden. De handelwijse der Engelsche 's Comp:s bediendens ter dezer arreng nopens hunne aanbesteeding en procure na Lywaaten voor aflatende Gaan, gedragen minit algemeen aan't hier over reets ter neder„ gestelde en bepalen mij in 't byzonder omtrent hunne wijse van doen, dezelve betreffende aan't volgende; Hunne Eysschen uijt deeze arrengs hebben &:o p=o bestaan, en bestaan dit Jaar in zodanige kleeden als de Memorie daar van onder de bylagen sub Lett: aanwijst en derzelver assortementen en prijsen ge„ lijk de daaraanvolgende notitien sub L„a K speceficeet aan welke papieren ik mij dus met Eerbied gedregen. Tot den Inzaam, deezer goederen hadden zi zedert 4 Jaaren en nog in A„o p:o 9 dog tons 11 losies opgeschickten en bekwame destanties van elkanderen gelegen, uijtwijlens den Indicium onder de bijlagen sub Lett:s Len in ieder derzelve hunne Gomasto en en verdere bedienden tot Jronsen; hercarres inclu sive, terwyjl deeze alle weeder onder eene hoofd gomasto van deeze Arreng staan, die te Doearhatta in de groots Losie waar dezelve ook alle hunne Goederen re„ „veren moeten verblyfhoud en die deeze goederen bij den aanbreng, tegen de gemaakte 5 soorten van Monsters sorteert en voor d' E: Comp:e ontfangt, gelijk mede de gevalle firtij, die hij apart houd, terwijs hy verder 's maands eens â 2 keeren deze laacies gaat opneemen, om 't werk voortgang te doen neemen, Tot ieder deezer 11 locies hebbende verder eene dallaas geconstringeert, die volgens gemaakt Contract een bepaald getal goederen ter Levering opgelegd zijn ten welken einde hem een zeker getal wevers met specificalie bij gem: verband schrift, hunner woon„ „plaatzen namen en der soorten van Goederen, welken ieder maken moet, toegewesen en afgestaan worden Blift hij nu in de leverancie, 't zij omtrend de deugd, soort, lengte, breeten /:want in deeze locies moetense de Eerste sorteering ruw ondergaan:/ of quantiteijt der Goederen gebreckig, zo wert zulks direct op hem verhaald, terwyl hij die vryheid heeft zulks weder op de wevers te doen: dog valt hij in tyds bij den gomasto dier losie over die lieden klagtig, zo werden er de wevers over gecastigeerd, Pions en harcarras op der zelver wooning gesteld ec:a 't welk dan ook aan„ leiding gegeven, de dallaals versogt hebben, dat de wevers bij de Leverancie hunner Goederen voortaan mogten present zijn en Een dan ook toegestaan is over zulks die arme wevers tans zeer zelden, bij een dergelijks Leverancie er sonder Sjambok of pan poes slagen, dan wel dat Een een of meer stucken voor hun oogen aan stucken gescheurd werden of komen, zijnde Een 't keuren tot de 4:e en 5e soorten en tot firtij van hunne Goederen niet meer vreemd wijs zulks ordinair is, en zij reekenen het dan nog dat zeer genodig afkomen. Verder hebben deze locies ook ieder hunne wassers, die volgens de bopaling p:r Corgen, betaald werden, en aan wie de binnen gekomen verdere ruwe

NL-HaNA_1.04.02_3194_0202 view scan ↗

English

818 raw goods are successively delivered, having been once washed they must undergo the second sorting, after which they are delivered to the raffagoors of whom a fixed number is also in service at each lodge, and finally, having been washed again and made completely ready, they undergo the third sorting upon delivery in the main lodge, the fourth, which all run for the account of the Dallaal of one of those subordinate lodges, when at that main lodge the lesser sort is credited in the net, the sorting at Calcutta remaining for the rest for the account of the Head Gomasto of that aurung, who however, upon suffering a loss thereby, knows very well how to indemnify himself at the expense of his lesser Gomastos, and these in turn upon the Dallaals and the Dallaals upon the weavers, although I will or can never believe that the Gomastos deliver the goods in those low sorts to the Honorable Company in which they accepted them from the weavers. Regarding now for the rest the aforementioned lodges, I must further set down here that each of them, or rather the Gomasto exercising authority therein, exercises absolute mastery over the weavers and other aurung workmen of his district, having them fetched by force, punishing them at their pleasure, while their peons and harcarras daily roam about everywhere among them; if one of them finds with a weaver that he has a piece of cloth on the loom as if for someone else, he immediately reports it, whereupon the weaver is fetched, punished for it, and forced to cut it from his loom, or they spare him that trouble and do it themselves, but so roughly that often the entire piece was ruined thereby, many such pieces that were for our Honorable Company having been made for me by various weavers who kept them hidden in secret places until after the expiration of the 3 specified months; if these informers find with a washerman that he has goods in hand other than for them, then the exact same course is taken immediately and he, to the unspeakable damage if not total ruin of the goods, is forced to leave them lying as wet or in that state as they were found with him. Proceeding herewith to the general complaints of the aurung workmen and particularly of the weavers regarding the treatment or rather mistreatment by the English, these consist mainly, first, that as has already appeared here above, they are forced into the service of the English Company and are thus compelled virtually to work solely for the same the entire year, and then still receive beatings, injustice, affronts, abuse, and that, secondly, they are thus prevented from earning their livelihood by working for the Dutch, French, and private individuals, because the English in the contracts fix the prices of the goods so meagerly that one is thereby barely compensated for the yarn and silk needed for them, while thirdly, and to the completion of their misery, when the goods are ready, they sort them so strictly making a Ceem of a piece that others would have accepted as good and fine that they lose thereby and thus must lose even more from their poverty; that the only favor they enjoy from the English side consists of never having to wait for the yarn, because the sellers thereof must, by the Company, deliver it to them in preference before all others, as appears from an order on those merchants signed by Mr. Bathoe and to be found among the appendices hereto under Letter M, which I obtained only with great difficulty; that nevertheless they must pay dearly enough for the yarn as well as the silk, through the profit that others enjoy thereon, and with which the prices are augmented by the sellers, which have been fixed by the English. Thus it goes with the weavers, and on that same footing, although in other respects, the raffagoors, washermen, and the further aurung workmen are unspeakably treated by them.

Dutch transcription

818 ruwe goedere successiven afgegeven werden, eens gewa sen Zynde moetenze te tweede Sortaering ondergaan waarnaze aan de raffagoors /:waar van meede een vastgetal bij ieder losie in dienst is :/ afgegeven werd ten laatsten weeder gewassen en geheel en al in ge„ reedheijd gebragt zijnde, ondergaan zy de derde sortae ring bij de leverancie in de hoofd locie de vierde dis alle voor reekening van den Dallaal eener dier¬ gesubordineerde losies lopen, wanneer bij die hoofd losis de mindere in 't net Gecrediteert werd, Blij„ vende voor 't overige de sorteering te kalcutta voor reekening van den Hoofd Gomasto dier arreng, welke egter in 't lyden van nadeel daar bij zig zee wel ten kosten zijner mindere Gomastossen weet te indemniseeren en die weeder op de Dallaals en de dallaals op de wevers, schoon ik nooit geloven zal of ken, dat de Gomastossen de Goederen in die lagen soorten aan de Ed:e Comp:e leveren, waar in zi dezelve van de wevers accepteerden. Betreffende nu voor het overige opgem: Losies moet ik nog hier ter needer stellen, dat ieder derzelve, of wel de daar in gezag„ voerende Gomasto en volstrecktmeesterschap ove de wevers en verdere arregs werklieden zijnen distrik oeffenen, latende dezelve met gewelt halen, straffen e na hun welgevallen, terwijl hunne Pionsen harcarras dagelyks overal, bij dezelve rond swerven, vind een derzelve bij een wever dat hij een stuk goed als voor Een op 't getouw heeft, zo brengt hij zulks ten eerste aan, wanneer den wever gehaalt, daarovergestraft en genoodzaakt werd het van zijn getouwte snijder, of men beneemt hem die moeite en doet het zelve, dog zo ruw dat dikwyls 't ganschen stuk daar door be„ durven wiert, zijnde mij veele zodanige stucken welke voor onse Ed„e Comp:e waren, door diverse wevers verloont, deeze op verholen plaatsen verborgen hielden, tot na de Expiaratie van den 3 bepaalden maanden, vinde deeze verklickers bij een wasserman dat hy andergoed als voor Een onderlanden heeft, dan zo wert met Een een zo zelfden weg ingeslaan en hij, tot onuijt„ sprekelykheyd nadeel zo geen totaal verderf van 't goed genoodzaakt, het zo nat of in dien staat als 't bij hem gevonden is, te laten leggen, Hiermeede tot de algemeene klagten der arrengs werklieden en in 't byzonder van den wevers nopens de behandelingen of liever mishandelingen der Engelse overgaan, zo bestaan dezelve hoofdza¬ kelyk, voor Eerst dat zy gelijk hier boven reets gebleeken is tot den dienst der Engelschen Comp gedwongen en dus genoodzaakt werden genoeg„ zaam alleen voor dezelve t' gantsche Iaar te werken dan nog slagen, verongelyking, affronten Ab=o toe bekomen en datze dus ten tweede geprevenieert han levens onderhoud te winnen, door voor de Hollanders, fransen en Particulieren te werken door diende Engelschen bij de Contracten de prysen der Goederen zo schraal bepalen dat Een daar door maar even 't garen en zeide dat er toe benodigt is vergoed wert, terwijl ze ten derden en tot accomplis„ sent hunner elende, de goederen gereed zijnde, dezelve zo streng sorteeren /:makende Ceem van een stuk dat andere voor goeds auel accepteerden ^ datze venbij „liesen en dus nog van hunne armoede inschieten moeten, dat het eenigste faveur, 't welke van der Engelsche zeijde genieten, bestaat, datze nooit na't gaarn behoeven te wagten, doordien de ver„ kopers daar van hun zulks door die Comp:s bij pre„ verentie voor alle andere ten Eersten afgeven moeten blykens eene ordre op die kooplieden door Hr Bathoe Getekend en onder de bylagen deze sub L=e M: te vinden, die ik niet dan met veel moeiten magtig ben geworden, datze egter niet garen gelijk meede de Zyde duurgenoeg betalen moeten, door 't voordeel dat andere daar op genieten, en waar„ meede de prysen, bi de verkopers, welke door de Engelse gefixeert zijn, g'augmenteert nerden aldus gaat het een met de wevers in op dien zelfden voet, schoon in andere opligten werden de raffagoors wassers de verdere arrengs werklieden door hem sprekelijk behandelt

NL-HaNA_1.04.02_3194_0203 view scan ↗

English

treated indeed as they have all unanimously and consistently complained to me, and as the dallaals, among whom are many of the English themselves, as well as our gomastahs, have assured me. For, despite all efforts and promises made to that end, I found it impossible to obtain written statements of all these circumstances from anyone, on account of their fear of the aforementioned nation, having tried the impossible time and again. Furthermore, I must add to this paragraph a testimony given to me by several of their dallaals who also serve us, stating that while in the service of the English they suffered considerable yearly losses, because it was utterly impossible for them to recover the losses on the varieties of goods from all the weavers, even if they stripped them of everything, including the clothes on their backs, and thus could not nearly cover these losses with their dallaal's brokerage profit. Consequently, they had made repeated attempts under all kinds of pretexts to withdraw from such a prejudicial service, but all had been in vain, because year after year they were successively forced into it by violence. There, Right Honorable and Worshipful Sirs, you see briefly depicted the despotic trading methods of the English Company, or rather of their servants, at this aurung. Now it is the turn of their private traders here, to say something about them as well. These are 37 in number and thus have as many lodgings, head and lesser gomastahs, etc. At the end of last April, they had already sent together 335000 Sicca rupees thither for their contracts. Estimating this provision at the very least at half of the total, their entire requisition of goods from this aurung must amount to well over 7 lakh. Calculating further all goods on average at 12 rupees per piece, we thus arrive at the total number of pieces being 59000 pieces. Consequently, that nation alone, including their Company, has contracted for virtually the entire annual production of linens of this aurung, amounting to 59000 pieces. But returning to the purchase of cloths and the trading method of these private individuals, it should be noted that, although among them there are a few of the most prominent who secretly enjoy protection and thus execute their contracts as freely and forcefully as the Company, the rest are nonetheless hindered and persecuted in the procurement of goods no less than our Honorable Company. Concerning these, however, as the culmination of everything to bring our Honorable Company's procurement of linens entirely to a standstill, it must be noted that it does not seem to matter to them how high a price they pay for the linens, as long as they can obtain an interest on their money of 9 per cent upon sale. As a result, the dallaals and weavers much prefer to sell those goods which they produce quietly or on the sly to them rather than to the gomastahs of our Honorable Company, and thus deliver to them those goods which would otherwise have fallen to us. These differing prices that are paid at this aurung for one and the same good, both in sort and quality, have prompted me to make a calculation on all of them, which I have taken as extensively and accurately as possible and reduced to a proportion of 10, 12 1/16, and 14. That is, a piece of good for which the Honorable English Company pays 10 rupees, our Honorable Company pays 12:7:- rupees, and the last-mentioned

Dutch transcription

26 vso behandelt immers gelyk mij dezelve alle eenparigen over eenstemmende geklaagd en de Dallaals /:waar„ onder veele van de Engelse zelven (nevens onze Gomastossen verzekerd hebben, want schriftelijke verklaringen van alle deeze omstandigheeden van Een te verkrijgen, vond ik ongeagt alle daar toe aangewende Pogingen en beloften uythoofde hunner vreese voor meerm: natie, temeermalen het onmoge„ „lijke geprobeert; nog moet ik deeze parisde addeeren met eene betuijging mij door diverse van hunne dallaats ons mede bedienende, gedaan, datze bij den dienst der Engelsen Iaarlijx Considerabel quamen te ver„ liesen, door dien zij de verliesen op de soorten der goederen met geene mogelykheid van alle wevers konde Gerestitueert krijgen, al ontnamenzy dezelven ook alles tot de kleederen van't lijf in Cluijs en dus het zelve in vorre na met hunne dallaals /:voordeel van opkoop:/ niet konde stoppen, datze overzulks herhaalde pogingen onder allerleij voorwendzells gedaan hadden om zig dien Een zo prujuditiable dienst te aanstrecken, dog datze alle te vergeefs geweest waaren door dien zij Jaar op Iaar van Een successivelijk met ge„ weld daar toe gedwongen hadden Ziet daar wel Edele Achtb:e Heeren en leeren in 't kort de delpotieke handel wijsen der Engelse Maatsclappij of welderzelver bediendens ter deezer Arreng afgemaalt, nu komt de bevitt aan hunne particuliere frafficante in dezelve om daar ook iets vante zeggen. Dezen zijn 37 in 'te getal en hebben dus ook zoveele locies hoofde en mindere Gomastossen ec:a in 't laast van April Jongstl: hadden dezelve reets te zamen 335000 Sicca ropijen op lanne aanbesteedinge, derwaarts Gezonden dit faurnessement zeer min op de helft van't geheel stellende moet hunne gansche petitie ruym 7lak aangoederen 26 xbo 819 uijt deeze arreng beloopen hebben, men Calculeren verder alle goederen door elkanders op r0ps 12 't p:s en beneeme dus 't beloop der stucken ter nombre van 59000 P„s gevolglyk die natien alleen hunne Comp:e daar by gevoegd genoeg„ saam 't ganschen preduct van lywaaten in een Jaar dezer Atrreng ten bedragen van 59000 P„s aanbesteed heeft dog tot den inkoop van doecken en dies handelwijse van deeze Particulieren te rug keeren, noteeren, dat schoon er onder dezelve eenige wynige van de voornaamste zijn, die in 't hijmelijk Protexie genieten, dus zo vrij en ge„ weldig als de Comp:e hunne aanbesteedingen executeeren, egter de overige andere niet min„ „der dan onsen Ed„e Maatschappij omtrent den inzaam van Goederen verhindert en geperci„ kuteert werden; omtrent dewelke egter als een accomplissement van alles om onzen 's E: Comp=s, lywaate Procure geheel en altedoen stil staan men aanmerken moet dat het zelve niet schijnt te differeeren hoe hoogsen de lijwaaten ook betalen alze maar den Intrest van 't Geld â 9 Pr Co bij verkoop daar op kunnen behalen waar door de dallaals en wevers die Goederen, welke zi in stilten of ter sluijk gereed krijgen, veel liever Aan dezelve van de Gomastossen onzer Ed„e maat„ schappij verkopen, en dus die Goederen welke ons anders nog te beurt vallen zouden aan hen leveren. Deeze differenten prysen, welke menter deezer arreng voor een en 't zelfde goed, zo in soort als qualitait besteedt hebben mij aanleijding gegeven hebben, om op dezelve alle, een Calculatie te maken die ik dan ook zo uijtgestreckt en naukeurig mogelijk genomen en tot eene proportie bekomen heb 10112 1/16 en 14. dat is een stuk goed waar voor de Ed:e Engelsen Comp:e betaald r„a 10:– daar voor be„ „taalt onzen Ed„e Maatschappij r:o 12:7:-. en de laast, regt gem:

NL-HaNA_1.04.02_3194_0204 view scan ↗

English

820 aforementioned English private individuals rs 14:—:— Now, in continuation of the thread of this report, it would naturally be required of me to bring forward also a description of the nature and manner of the procurement of linen for our Honorable Company; but who will not be able to gather this clearly and plainly enough from what has been said before and picture it to themselves most vividly? Thus, one must give full credence to the general, repeated complaints, both regarding the collection and the harsh endurement of the gomastas of our Honorable Company, and, what is more, foresee that before long their entire linen collection at the aurang, without speedy redress, will be completely ruined, and will therefore finally have to agree with me that providing a description thereof would be a bare and useless narrative. Finally, I will therefore limit myself to remarking in that regard that, as a consequence of the English actions, it is certain and sure that our Honorable Company, along with their private individuals, must provide not only for the maintenance of the weavers, but also for the losses they suffer from the English Company, through the higher price they pay for their goods. Thus they pay the weaving wages for the Company and a part of the cost of the yarn through the purchase of their goods, as my calculation on various linens under the enclosures sub littera N will show. If one knows, as I dare assure from the precise survey and calculations made of all goods over various years, that yarn and silk were formerly on average fully 15 per cent cheaper, and the weaving wages amounted to not even two-thirds of the present rate, a clear and very striking proof of this proposition of mine would be if the Honorable Company and the private individuals were to halt their orders of goods for just one year. Then one would see the weavers and other workmen, thus deprived of their only resources for their livelihood, brought to the uttermost despair, whether by uniting throughout the country to oppose the English, or by running away, or otherwise, as one already has an example of this at present in Sjendercona. Suspending the execution of my duty regarding the first, second, fifth, and sixth articles of the Instructions with relation to this aurang until I have also dealt with that of Sjendercona, when compliance therewith may suitably take place for both aurangs, I will, regarding the requirement of the third article, refer with all respect to the enclosures of this report sub littera L, and furthermore note in respect of the same: firstly, that I have deliberately arranged that index according to the division and distribution of the districts according to the English, in order thereby to demonstrate not only the possibility of surveying the weavers, but also that such a task, as a consequence of their absolute mastery, would have been quite easier for them than for us. To which it may further serve that I have recorded the names, places of residence, etc. of 4,936 of those people, with which voluminous memorial the enclosures of this report can thus be augmented if your Right Worshipful honors should deem it necessary; the remaining 646 still lacking to me consisting of those of some villages and hamlets under the last district Khanpoer, whose names etc. could thus also still be recorded if required. Secondly, that since 3,223 good looms were found there, apart from the old and broken ones, one may also well assume that the private individuals needed for them

Dutch transcription

820 gem: Engelse Particuliere r„s 14:—:— Nu zoude het ten vervolge van den draat dezes berigts natuurlijk van mij vereischt werden ook eene dechristie van den Aart en wijse omzer Ed: Comp:e lywaat, procure te berden te brengen; dog wie zel dezelve niet duijdelijk en klaar genoe uijt het voorsz: kunnen opmaken en zig op 't levendigste vertegenwoordigen) dus de alge„ meene herhaalde klagten, zo wegens den In„ „zaam en orme verduuring, onzer Ed„e Comp=e Gomastossen een volkomen geloof refereeren moeten, Ia dat meer is kunnen voorzien dat er eerlang haare geheele Lywaat inzaam ter arreng zonder eene spoedige redressen ten eenemaal den bodem zal ingeslagen zijn, en werden der„ halven Laastelijk met mij moeten toestemmen dat het doen eener beschrijving daar van bloot en inuttiel verhaal zouden wezen. Eijndelijk zal ik mij dus bepalen met daaromtrent aan „temerken, dat het bij Consequentie van der En„ „gelse gedoente vast en zeeker Gaat, onze Ed„e Maatschappij, nevens hunne Particulieren, niet„ alleen het onderhoud van de wevers maar ook de verliesen dieze bij de Engelse Comp:e komen te lyden, moeten faurneeren door den hoogeren prijs deeze voor hunne goederen besteeden, dus zij 't weefloon voor de Compe en een gedeelte van 't kostende des Garens door den inkoop hunne goederen betalen, gelyk mijne bereeking op di„ verse lijwaaten onder de bijlagen sublett:a N aan zal toonen als men weet, gelyk nagenome Naukeurige opneem en Calcules van alle goe¬ „deren en diverse Jaaren, durve verzekere dat 't gaarn en de zijde in vroegere tijden door elkander wel 15 P„r C=o beeter koop waren en 't weesloon nog geene 2/3 van 't tegenwoordige beliep, tot een klaar en zeer gaand bewijs dezer mijner stelling zoude dienen dat den Edelen Maatschappij en den particuliere maar eens een Iaar hunne aanbestee„ dingen van Goederen staakten, wanneer men den weever en verdere werklieden, dus hunne eenigsten resoursen tot haar levens onderhoud benomen zijnde tot de uijtterste wanhoop zoude gebragt zien, 't zij door zig gezamentlijker land tegens de Engelsen opponneeren dan wel door wegte loopen, aff ander¬ sints, gelijk men daar van reets thans een voorbeeld te Sjendercona heeft, Het Executeeren mijner schuldigheijt omtrent het 1: 2: 5:e en 6:e articul der Instructie met ralatie tot deeze arreng surcleerende tot dat die van Sjendercona meede afgehandelt heb, wanneer eene voldoening daaraan voeglijk voor beijden orrengs kan plaats grypen, zal op 't requiliet van het derde articul mij in alle Eerbied gedra„ „gen aan de bijlagen dezes sub L:=a L. en verder ten opzigten van den zelve nog noteeren, Eerstelijk dat dien Indicium voorbedagtelijk na de af en verdeeling der distrecten, volgens de Engelsche ingeregt heb, ten einde daar door, niet alleen de mogelykheid tot den opneem der wevers, maar ook, dat len zulks bij kansekwansie van hun volstreckt meester schap, vrij gemackelijker dan ons zou geweest zijn, aan te toonen, waar toe nog boven dien kan dienen, dat ik d' namen woonplaatsen etc:a van 4 9. 36 dierlieden opgenomen heb, met welke volumineuse memorie dus de bijlagen Zeses zo uw wel Ed„le Achtb:e het mogten noodig oordeelen kan g'augmenteert werden, bestaande mij daar toe nog mankeerende 646 in die van eenige dorpen en gehugten onder 't laatste de strickt khanpoer, welkers na„ „men etb:o dus ook als nog des vereischt wor„ dende zouden kunnen opgenomen werden, ten anderen, dat wijh er 3223 goede weefgetouwen buiten de oude en gebrooken bevonden werden men ook welmag veronderstellen dat er de daar toe particulieren benodigde

NL-HaNA_1.04.02_3194_0205 view scan ↗

English

the required weavers formerly amounted to 12892, and thus that the number of 7310 currently lacking, according to the most grounded probabilities, have either dispersed or voluntarily turned to agriculture and other services, as much through the continuous troubles and revolutions of government to which this country has been exposed for several years, as through the violent and self-seeking conduct of the English, or else have been pressed by the said nation into service as Sepoys, Coolies, etc., both with their armies and in the various districts, and for the construction of the multitude of capital buildings and residences in Calcutta; and thirdly, that the weavers in these aurungs perform other work, as in Sjendercona, where all field hands and craftsmen, down to the smiths inclusive, are also weavers at the same time. Likewise, in compliance with the fourth article of the said Instruction, I refer to the appendices Letter O and serve to further clarify that note, stating that the combinations of three assortments on average are calculated at 5 1/3 pieces per month for each weaver, which he would be able to make in the same, and thus 68 pieces of these various linens in a year. Now it comes into consideration that incomparably more ordinary and common goods are made than fine and superfine goods, and one would therefore not exaggerate if one set the looms at 6 per month or 72 pieces in the year; but, on the other hand, one must also properly take into account the native's manifold feast days and their illnesses, whereby we believe every loom on average may certainly be calculated at 5 pieces a month or 60 pieces per annum. And thus, if the entire production of this aurung and the required workmen for the 3223 looms found therein were present, it would be set at 103380 pieces of diverse goods in the year; but there being only 5582 weavers and assistants, who at 4 per loom cannot keep more than 1395 1/2 of them running, the same would not amount to more than 83730 pieces. However, according to observations made and assurances from the most knowledgeable people in that regard, it does not stray far from the truth if one calculates the aforesaid number of weavers and assistants, along with the women and adolescent youths, at 7200, thus for 1800 looms, and accordingly establishes that in this aurung 108000 pieces of the various goods specified in the note can currently be manufactured in a full year. Breaking off now with so much concerning these aurungs of Herriapaal and Deniacali, we continue with those adjacent to the south and running virtually into one another between Dranghons and Korpay, named Sjandercona and Radanegger; thus these aurungs are known in the papers of our Honorable Company, namely, the first in respect of the linens and the second of the soosies. Nevertheless, the actual situation is as follows: the chief places of these aurungs being the stronghold of Sjendercona and the villages of Kirpai, Radanegger, and Narrajoul, and all of these again have their particular villages, hamlets, etc., under them today, or, more essentially, these being the places of residence of the Gomastas and Dallals for collecting the goods produced in the surrounding areas. With this distinction, however, of the English from all the other traders settled here: that instead of Narrajoul they have chosen for this purpose the nearby village of Sammaat, and do not, like us with Sjendercona, have Kirpai as their main lodge. All these places are situated under the jurisdiction of Burdwan, and the situation there is therefore just the same as that of Herriapaal and Deniacali, as has already been cited, although Korpai also directly belongs under the heirs of Seggerreet. Now one could still add Kassisjora to these linen-producing places, being

Dutch transcription

benodigde wevers ten bedragen 12892. voor deezen geweest zijn en dus dat het thans daar aan ont„ breekende getal van 7310, volgens de gegrondste ap„ „parenties, zo door de geduurige troubeles en omme„ keeringen van regeering, waar aan dit lant zedert eenige Iaaren bloot geweest, als de geweldadige en baat zug„ „tige handelwijse der Engelse of verloopen zijn of zig vrijwillig tot den Aoker en anders diensten begeeren hebben, dan wel door gem: natie tot Sipahis Coelis At:a zo bij hunne legers als in de diverse landschappen en tot het vervaardigen der menigte kapitale gebou„ wen en woonhuijssen te Calcutta geprest zijn, en ten dorden dat de wevers in deeze arrengs anderwerk ver„ rigten gelijk in Sjendercona, alwaar alle acker en ambagts lieden tot Smits in Cluijs te gelijk ook een wever is, Insgelijx gedragen mij ter voldoe„ ning aan 't vierde articul gem: Instructie aande bylagen L:a O' en diene ter verdere opheldering van die aantekening, dat de samenvoegsels tot 3 sor„ timenten door elkander voor ieder wever p:r md: 5 1/3 P:s reekenen, die hij in dezelve zouden kunnen maken en dus in 't Iaar 68 stucken dezes diverse Lijwaten: nu komt in Consideratie dat er ongelijk meerder ordinaire en gemeene dan fijn en supper sijn goed gemaakt wert en men dus niet grosseeren soude, als men de getouwen op 6 per maand of 72 P: in 't Jaar stelde, dog daar en tegen weeder ook dat mener des Inlanders menigvuldige feestdage en derzelver ziektens behoorlijk ofte reekenen wanneer vermeenen iedr getouw door elkander zeker op 5 p:s maand of 60 Ps p:r annum te mogen Calce/ leeren en dus den geheelen voortbreng dezer arreng als en de vereischte werklieden tot de daar inne Zig bevindende 3223 weefgetouwen waren op 103380 stucken diverse goederen in 't Iaar stellen dog er maar 5582 wevers en knegts zynde, welke a 4 per getouw niet meer dan 1395½ derzelve aan den gang kunnen houden zouden den zelven niet meerder bedragen dan 83730 P„s egter is het volgens genoomen observaties en verzekeringen van de kundigsten luijden daaromtrent, 't wezentlijke niet te nage„ komen als men voorsz: getal wevers en knegts met de vrouwen en aankomende Iongelingen op 7200 dus voor 18001 weefgetouwen reekent en volgens dien vast stellen dat er in deeze arreng tans 108000: stucken van de bij aantekening gespecificeerde diverse goederen in een rond Iaar kunnen gefabriceert worden Met dus veel van deeze Arrengs Herria„ „paal en Deniacali tans afbreekende vervolgen met die in 't zuijden daar naastaangrenssende en tusschen Dranghons en korpay genoegsaam in elkander lopende genaamt Sjandercona en Radanegger, aldus staan die arrens bij onze 's E: Comp:e papieren bekent te weeten en opzigt der Lywaaten de eerste en der soesjes de tweede nogthans is het er eygentlijk dus meede gelegen: de hooftplaatsen dezer arrengs zynde sterckte Sjendercona en de dorpen kirpai, Radanegger en Narrajoul en doeze alle hebben weeder heden haare byzondere dorpen, gehuchten etb: onder zig, of nog wezentlijker deze zijnde verblijf plaatsen der Gomastossen en Dallaals ten inzaam van de daaromstreecks vallende goederen met dit onderscheid nog thans der Engelse van alle den andere hiergezeeten trafficants, datze in steede van Nakrasjoul het kort daar bij Gelgen dorp sammaat daar toe gekosen en niet gelijk wij Sjendercona, kirpai tot hunne hoofd losie hebben, Alle deeze plaatzen zijn gelegen onder 't ressort van Berduan, en is 't derhalven daar meede even eens gesteld als van Herriapaal, en deniac als reets aangehaalt is, alschoon Korpai ook direct onder Seggerreets Erfgenaame gehoort. Nu zoude men nog tot deeze lijwaat produceerende oorden, kassisjora kunnen addeeren, zijnde 821 bedragen een 26 vc

NL-HaNA_1.04.02_3194_0206 view scan ↗

English

a small rajaship in the southeast, situated between that of Perduan and the lands of Medinapoeh, which has its own raja, presently in the person of Raasnare, the son and grandson of his predecessors Nornarain and Jetnared. This raja, in earlier times like others, paid for the revenues of his land a fixed sum per year to the Subah of Bengal. But the English, upon the cession of the zamindars of Medinapoer made to them by the Nawab, have also managed to arrange that this one was added to those of the said zamindars at 125000 sicca rupees. Thus, with regard to English despotism, this small district is placed on entirely the same footing as in Berduan etcetera. As the circumstances of the aurangs require me to speak first of this rajaship of Kassisjora, I note in relation to it that it is the original location or aurang of all the linens presently manufactured in Sjendercona, Kirpai etcetera. And because no one was able to inform me anything about it, it is to be presumed that poor order and management of the rajas serving there at that time gave cause for the relocation of this manufacture into the Berduan territory. For according to general reports there are presently at most about 500 weavers there, who mostly manufacture bazaar goods for the use of the natives, and only a few who continue with their old manufacture and transport these goods quietly to market in Narasjaus, Sjendercona, and Korpai. At present, neither gomastas nor dallals of anyone are said to reside there any longer. I continue with Narasjaus and Sammaat, the first of which is situated on the borders of Kassisjora and the second on those of Borduan. Thus, the former is also the seat of the Dutch and other gomastas, and the latter that of the English. Another seven weaving villages belong to these places, in which 9 together one counts [illegible] 300 looms. However, the quantity of goods that are brought for sale to these two places from Kassisjora, as it is situated nearest thereto, is estimated to be rather larger than what is manufactured there. These prime choices, however, are eagerly bought up without looking at the price by special gomastas of Jeggerrheat's heirs, who choose and use them for their clothing, and most of the remainder are appropriated by the English. Thus our and other gomastas consider it an extraordinary piece of luck if they occasionally obtain a piece of it. In addition to these looms for linens of the Company's assortment, one finds both in the said places and in the surrounding area, primarily in Kassisjora, about 500 looms for mamoodies for shipment to Mocha, Bassera, and Jedda, thus of differing lengths, breadths, and prices. And each loom is calculated on average at 4 pieces per month, so that in a whole year they can supply 24000 pieces. If, however, these goods are not in demand, that weaver keeps to his other trade. Passing from these to the considerable Sjendercona, I note that the weavers' quarters in Sjendercona and the villages and hamlets roundabout, which lie just below the wall of this place, number 47 in total, the looms for linens in the same being about 1100 and for silk goods 500 together. Returning with this 3 coss northwards to Korpai, it is maintained that between 350 and 400 weavers are located there, though of the 9 paikars residing here, many also have their

Dutch transcription

822 een klijn Rasiaschap in 't Z: O: tusschen dat van Perduan en de landschappen van Medinapoeh gelegen 't werk zijn eigen Rasia heeft thans in de persoon van Raasnare in den Zoonen klein zoon van zijne voorzaten Nornarain en Jetnared Deze Rasia, betaalde in vroegeren tijden gelijk ander voor de Inkomsten hunnes lands eene bepaalden somma 'sjaars aan den Sjouba van Bengalen dog de Engelse hebben bij den door den Nawab gedaane afstand der djemidaaren van Medi¬ napoer aan hen, ook weeten te bewerken dat Deze tot die van gem: djemidaaren met 125000 sicca ropeijen gevoegd zijn en is het dus in opsigten doo Engelse dispotisme, met dit kleine landschap almeede eeven eens als in Berduan etb=o gesteld, De Arrengs omstandigleeden vereischend van dit Rasiaschap kassisjora eerst te spreek noteeren met relatie daar toe, dat het zelve te oor„ spronckelyke plaatzen of arreng is van alle thans in Sjendercona, kirpai Al:s gefabrioeert wor „dende lywaaten, en het door dien mij niemand niets daar van wist te berigten, te vermoeden is, dat eene slegte ordre en huijshouding van de ter dier tijd aldaar fungeerende Rasias, oorsaak tot de verhuijsing van deese fabriecq in het ber¬ duaanse gegeven heeft; want er volgens algemeen berigten thans in 't zelve op zijn hoogst circa 500 wevers zig bevinden die meestendeels Bazaars goed tot gebruyk des Inlanders fabriceeren en eenige weijnige maar, welke bij hunne oude fa¬ brieck Continueeren, en die goederen in stilts na Narasjaus, sjendercona en Korpai ter markt voeren, althans nog Gomasto nog Dallaals van imand, zoude aldaar thans maer gezeten zijn.. Ik vervolge met Narasjaus en Sammaat welk eerste op de grenssen van kassisjora, en 't tweede van die van Borduan gelegen is en dus ook het eersten de zit plaats der Hollandsen efxanderen Gomastossen en't laatste die der Engels nog seven wevers dorpen sorteeren bij deze Plaatsen, in welke 9 te zamen men uljm 300 weefgetouwen teld; men rekent ergten de quantiteit der goederen welke op die twee Plaatsen uyt kassisjora, als daar bij naast gelegen zijnde, te koopgebragt werden vrij groten dan die aldaar gefabriceert werden welke eerste gading nogthans van Jeggerrheats erf„ „genamen, als deselve tot hunne kleeding verkis„ „sende en gebruijkende, door Expresse gomastossen gretig zonder naden prijs te zien, opgekogt en de meeste overige door de Engelse genaast worden, dus onze en andere Gomastossen het voor een byzonder geluk houden als zi er som¬ wylen een stukje van bekome, Behalven datz weefgetouwen voor lywaaten van 's Comps sorteering ind men nog zo in gem: plaatzen, als daaromstreeks voornamelyk, in het kas„ Siljorase Circa 500 getouwen voor mammenies ter verzending na Mocha, Bassera en Jedda dus van d'efferentie lengte, breeten en prijzen en men rekent ieder getouw door elkander op 4 P:s permaand, dus dezelve in een gansch Iaar kunnen leveren 24000 P„ls zin egter die goederen niet getrocken zo houd dien weven Zig aan Zijn ander Ambagt 1 van deeze tot het aanmerkelijke sjender Cona overgaande: noteeren Dat de wevers wij kon¬ in Sjendercona en de dorpen en gehuchten rondom, dog dit onder den wal van deezen plaats formeeren 47 in 't getal, de waefgetouwe voor Lywaten in dezelve circa 1100 en voor seide goederen zoo te zamen Hiermeede 3 Cors noordwaarts na korpai te rug keerende, houd men dat er aldaar, tusschen de 350 en 400 wevers zig bevinden dog hebben van de hier gezeeten 9 pijkans veele ook hunnen

NL-HaNA_1.04.02_3194_0207 view scan ↗

English

their weavers in Radanegger, Oedeiraaspoer, Duanghons, Hasipoer, etc., yes even 27 in Tjendercona. Radanegger lies circa 1 hour to the south-southeast of Koopdi. It was always formerly, as it still is now, the main collection place of all silk and half-silk goods manufactured in the pargana of Tjendercona and the surrounding areas, and one still finds over 1000 looms for them there today, whereas those for white linens in Koopdi consist of only 100. Being here at the principal place of the silk goods, it will not be improper to detail what has been observed and recorded about them. It is known that of these, none but the soesies are sent to Europe by the respective Companies; thus all the others are manufactured for this country, Sumatra, Mocha, Jeddah, etc. The assortments, names, lengths, widths, and qualities are therefore beyond specification; one finds many like the soesies, further satin grounds and flowered ones with and without stripes. The Moors, Gentiles, Armenians, Gujaratis, Multanis, Lahoris, Pathans, and finally the English and French too, by means of their private trade, are thus primarily the traders in them, and each of these has them manufactured according to his choice and purpose, both in types of one-quarter, one-half, or entirely of silk, in lengths, widths, etc. According to the reports made to me, the number of looms for the same, both in Radanegger and the places sorting under it, which lie widely dispersed, would consist of circa 5000, and taking all assortments together on average, one calculates each loom at 4 pieces per month; thus a considerable number of 240000 pieces can be produced by them in a year, which, calculated at only 6¼ rupees per piece, already amounts to a noteworthy capital of 15 lakhs of rupees. Notwithstanding that the English have also established a monopoly on the silk produced here, by selling all that was cultivated in Burdwan, Midnapore, and Cassijorah to the weavers at 16 tolas per rupee, this silk manufacture still largely tends to the prejudice of that of the linens. For the weaver, working mostly for merchants who do not use force as the English do, finds his livelihood and some profit in it, whereas working at that of the linens for the English, he has to expect not only no livelihood, but also daily affronts, chastisements, wrongs, yes his total ruin. It is therefore, whenever the possibility exists, that they leave this manufacture and go over to that of the silk fabrics. Although Gatal is also a place of little consequence with respect to the linen procurement, as only circa 100 looms for the same present themselves there, it nevertheless deserves in many other respects Your Right Honourable's attention. It is a considerably large, elongated village situated over 2 hours from Radanegger and 3 from Koopdi to the south-southeast, through the middle of which runs the river Bielie, which 5 coss from there falls into the Tamluk and subsequently at Falta into the Ganges, and except for the completely dry season, to the extraordinary convenience and advantage both of the merchants settled here and of the country itself, is always navigable even for the largest vessels. Thus this village is also the seat of a multitude of English private traders and Armenians, who

Dutch transcription

26 verso 823 26 vso hunne wevers in Radanegger, oe deiraaspoer Duanghons, Hasipoer M:o Ja Zolfs 27 in Tjendircona Radanegger leid Coica 1 uur in 't Z: Z: O. van Koopdi, 't was athoos voor deezen gelyk het ook nog is, de Hoofd Inzaamplaats van alle in de parganna Tjendercong en daaromstreeks gemaakt wordende zeijde en en half Zijde goederen en men vinder ook nog thans ruijm 1000 getouwen daar voor, daar die voor witte Lywaaten in Coica 100 maar bestaan. Hier ter loofde plaatzen van de zijde goederen zijnde zal het niet onvoegelijk weezen daar van te detalleeren, 't geene aange¬ merkt en opgenomen hebben, 't is bekent dat van deeze niet dan de soesies door de respec„ „tieve Manschappeien na Europa tverzonden werden; dus worden alle de anderen voor dit land Somatta, Mogha, Iedda eb: gefabriceert, de sortimenten, benamingen, lengte, breeten, en kwaliteiten zijn dus buijten opgaven, men vinder veele gelijk de soesies, wijders sattijne Gronden en gebloemde met en zonder streepen De Mooren, Tentieven, Armeniers, gusuratters, Multanders, Laloorders, Pattanders en einde„ lijk de Engelsen en fransen ook, mits hunne Par„ ticuliere vaart, zijner dus voornamelijk de handelaars in, en laat deeze van ieder dezelve na zijne verkiesing en oogmerk, zo in soorten ¼ ½ of geheel van zeijde, in lengte, breeten e lb:o aanmaken; volgens de mij gedane opgaven zoude het getal der Weefgetouwen voor Dezelve zo in Radanegger als de daar onder sorteerende dog wijden sijd verspreijd leggende plaatzen in Circa 5000 bestaan en men reekent alle sortementen door elkander geslagen ieder getouw op 4 P„s per maand, dus er door dezelve een aanmerkelijk getal van 240000 stucken in een Iaar kunnen ge„ duceerd worden, die â 6¼ ropei per stuck maar gecalculeert, al een noemwaardig kapitaal van 15 Lacken ropeien belopen. oorgeagt de Engelse ook aan de alhier vallende zeijde een monopalie gemaakt hebbende door Dezelve alle, welke in Berduaan, Medi„ napoer en Kassisjora geteelt werd â 16 Tola p:r ropei aan de wevers te verkopen, zo streckt deeze zijde fabriecq nog thans groten deels tot prujuditie van die der lywaaten door dien den wever moest voorhandelaars, die geen geweld gelijk de Engelse plegen gebruijken, wer„ kende daar bij zijn bestaan en nog eenige voor¬ deel vind, daar hij bij die der lijwaaten voor de Engelse werkende, met alleen geen levens onderhoud, maar ook dagelijx affronten, kastijdingen, verongelijkingen Ia zijnen Totalen ruing te verwagten heeft; 't is dus aller maar mogelykheid daar toe Exteert, datze deeze fabriecq verlaten en tot die van de Zijde Stoffen Alhoewel Gataal ook een plaats van weynig aangelegenheid ten opzigten der Lijwaat procure is, alzo er maar Circa 100 getouwen voor dezelve aldaar zig op doen, zo verdiendze tog in veele andere opsigten uw wel Edelen Achtb:e aanmerking, 't is een Considerabel groot langwerpig dorp ruijm 2 uuren van Radanegger en 3 van koopai in 't Z: Z: O. gelegen, door welkers midde de revier Bielie„ loopt, die 5 Corl van daar in den Tamoelock vervolgens bij voltha in den Ganges valt, en Exceptoir de heele droge tyd, tot een buyten gemeen gerief en voordeel zo van de hier geze„ ten handelaars als het land zelfs, althoos vaarbaar zelfs voor de grootste vaartuijgen is, Aldus is dit dorp ook den zetel van een menigten Engelsen particulieren en Armeniers, overgaan produceerd welke

NL-HaNA_1.04.02_3194_0208 view scan ↗

English

824 who from here trade both in linens, silk fabrics, grains, and other articles, and have large stone houses on the riverbank. Various sugars are therefore also found here, not made from what is grown nearby and brought here; likewise, six saltpeter refineries belonging to the English at Calcutta, in which, from the earth brought here from upcountry by the returning empty salt vessels, the finest saltpeter is refined that had ever been seen. Many vessels are also built here, which three articles make this village particularly populous, while furthermore its inhabitants consist of circa 300 weavers of silk fabrics, and the remainder, still the largest part of all taken together, of agricultural laborers. The reason that the English private individuals and Armenians have chosen this place for their seat is not only the convenience of the aforementioned river, on which they bring everything up and down, but indeed primarily because this place is sufficiently secluded from all other aurang places where Company servants reside, and is covered from the west through the north to the east by a dense jungle, in which many tigers dwell and where I also found an old dilapidated fort of the formerly so notorious Suasing, where they can thus conduct their affairs unspied upon and unheard, for no one comes unless he intentionally and expressly wishes to be there. Notwithstanding this, they nevertheless have, if not in all, at least in the principal places, their people placed in secret for the transaction of their business, and thus also for the purchase of linens and silk fabrics, who secretly send these to them in vessels among other goods such as grains, sugarcane, etc., as soon as the rainy season begins, when most of the myriad streams are navigable, and they are thus supplied with them sufficiently according to their desires. Firstly, because the weavers prefer to work for one rather than for anyone else, not only because their deliveries can remain, and do remain, concealed by such a method of trade, and thus the fear of being persecuted and punished for it by the English Company's servants is removed, but indeed primarily, secondly, because they are paid by these people for weaving wages and even net profit on top of that. Oedeiraalpoer, Balie, Duanghons, Ramsjebonpoer, Hasiepoer, and Kolmiosjoor are places which, with respect to the linen procurement, require no other remark than that the remaining weavers, as specified in the demonstration and distribution, largely belong to those of Kirpai, and that the rest work for private Englishmen. But concerning the silk fabric manufacture, besides Radanegger, Gotaal, Jevpoer, Gopaalghon, Carpoer, Mirsiapoer, and Boddoghons are the principal villages in which the gomastas reside for the collection thereof, and thus the weavers also. Now passing on to the methods of trade of the English at this aurang with respect to the Honorable Company's contracting and collection of linens, I refer not only to the aforesaid, but also to the enclosures of this under letters P and R, exhibit P having served as an explanation thereof, and the declarations of the gomastas and paikars under the last-mentioned letter being able to serve as confirmation of the same. Their demand out, or rather their... but on

Dutch transcription

824 welke van hier zo in Lywaaten, zyde stoffen granen en Andere articulen handel drijven en aan de Revier kant, grote steene Huijsen hebben; men vinder dus ook diverse suijker van het hieromstreeks vallende en na toe„ gevoerd wordende niet gemaakt wert; zo meede ses salpeeter stokerein aan Engel¬ se te Calcatten toe behoorende, in den welke van den aarden die per de ledig te rug komende zoutvaartuijgen van boven alhier wort aan„ gebragt, de fraisten salpeeter gerefineert wert die nog ooit gezien had; ook werden alhier veele vaartuijgen gemaakt, welke 3 articuls dit dorp in 't byzonder volk rijk maaken, terwijl wijders dies inwoonders bestaan in Circa 300 wevers van zyde stoffen en de overige nog het grootste gedeelte van alle met Elkander in Ackerlieden 't mo„ tief dat de Engelsche particulieren en arme„ niers deze plaats tot hunne zetel verkosen hebben is niet alleen 't gemak der Gem: revier waarop ze alles of en aanbrengen, maar wel voormamelijk omdat deze plaats genoegzaam van allen andere arregs plaatzen daar Comp:s bediendens zijn of„ gezondert is en van't westen door 't noorden tot 't oosten met een swaaren, jengel, waarinveele tijgers huijshouden en ik ook nog een oud vervallen fort van den wel eer zo berugten suasing vond, gedekt is, alwaarze aldus hunne zaken onbespied en ongehoord kunnen verrigten, want en niemand komt of hij moeter moet en Expres willen Zijn dit ongeagt hebbense egter, zo niet in alle ten minsten in de voornaamste Plaatsen; instilten lun„ „ne lieden ter verrigting van der zelver zaken, en dus ook tot 't opkopen van lywaten en zyde stoffen die hen dezelve onder andere goederen als granen, suikerriet Ab:o zodra de regentijd maar begint, wanneer de meeste neenigten van spruijten voorbaar zijn, bedektelijk in vaar„ tuijgen toezenden en dus genoogzaam na begeerten daar van voorzien werden; voor eerst wijl de wevers liever voor Een dan voor iemand anders werken, niet alleen door dien hunnen leverantie door zulk een handelwijze verhoolen kan blijven, en blijft, dus Een de vreesen van daar over door de Engelsen 's Comp:s bediendens vervolgd en gestraft te werden benomen wert, maar wel voornamentlijk ten anderen om datze bij dis luyden voor weefloon en zelfs net winst nog daar en boven betaalt worden. oedeiraalpoer, Balie, Duanghons Ramsjebonpoer, Hasiepoer en Kolmiosjoor plaatzen zijn welke ten opzigten van de lywaat procure, geen andere aanmerking vereisschen, dan dat de overige wevers als bij de aantoningen verdeeling gespecificeert zijn, grotendeels tot die van kirpai gelooven en dat de rest voor particuliere Engelse worken; dog betreffende de zijde stoffen fabrieck, zo zijn de nevens Radanegger, Gotaal, Jevpoer, gopaalghon¬ Carpoer, mirsiapoer, een Boddoghons de voornaamste Dorpen, waar in de Gomattossen ten Jnzaam derzelve zig ophouden, dus de wevenrs ook Tans tot de handelwijsen der Engelse ter deezer arreng in opzigten hunner Ed. e Comp=s aanbesteedinge en inzaam van lijwaaten over„ gaande, refereeren mij niet alleen aan't voorsz: maar ook aan de bijlagen dezes sub lett:s P: &: R: hebbende Ectb:e P. tot een prezilaas daar van gedient en kunnende dus de verklaringen van de Gomastossen en Pykaars onder laast„ gem: letb: tot offirmatie van 't zelve strecken Hunnen Eisch uijt of liever derzelver maar aan

NL-HaNA_1.04.02_3194_0209 view scan ↗

English

825 26 December contracting in this aurang consisted in the past year of 20,000 pieces of diverse linens, upon which, according to the division made and the apportionment of the pykars under the annexes hereof sub Litera S at 66 19/30 pieces per day, ought to have been fulfilled with 23,920 pieces, yet only 21,590 pieces were delivered thereon, thus for the rejects or the servants' so advantageous perquisite 2,380 pieces too few: care has been taken for this this year, the demand being now aforesaid 25,000 and the apportionment 31,429 1/8, thus upon fulfillment of the entire petition 6,429 7/8 pieces are stipulated for the rejects, which cannot but make the sorting delicate. With the collection of the goods at this aurang, matters stand exactly as we have already mentioned here before regarding Harripaul and Dhaniakhali, with this exception nevertheless that here, instead of 11 dallals, there are as many as 41 pykars, and that here they have only 3 lodges, likewise provided with gomastas, etc., to which those pykars make their deliveries, as at Korpai, Chandrakona, and Harasjauel; the pykars of the small places such as Radhanagar, Ghatal, etc., having to deliver their goods directly to the main lodge at Korpai. Let this therefore suffice of this, as above, in order not to tire Your Right Honourable's attention with a duplicate story in these respects, having referred to what has been detailed of the aurangs Harripaul and Dhaniakhali, to which now, and also with relation to the number of looms, are further added the annexes hereof sub Litera P & R: S: T: U: which together will display to Your Right Honourable the entire and at the same time true state of affairs, both for this aurang itself, as all the rest, in the most vivid manner. Before I however step away from this contracting of the English Honourable Company, I must bring something to Your Right Honourable's knowledge, which in the beginning not a little surprised me and brought me into doubt, although the latter was quickly removed by double inquiries taken in all manner of ways, which gave me sufficient peace of mind regarding the certainty of my assessment. The annex Litera S shows that the entire contracting of the English Company, and that even against the highest price, amounts to only current rupees 375,000, and yet there had already been sent in the name of the Honourable Company for the contracting of linens to this aurang in the month of July 503,000 sicca rupees. Now it is known that they at that time on such contracting very easily, without any hindrance in anything, could have managed with 3/4 advance disbursement or 280,000 rupees, whereto thus 223,000 rupees more were sent. The 24 English private individuals had at the same time also already a considerable amount of 4 1/2 lakh rupees at this aurang; now there are among this number 6 who secretly enjoy protection and participate in this amount for 2 lakhs. It is therefore to be supposed that these monies were sent here under the name of the Honourable Company, and very apparent that to them the remaining pieces which the 1,897 looms seized by the English Company's servants can produce have been allocated; at least at that time none of the weavers dared take it into his mind to warp another piece of goods on his loom than for the English, and such according to general reports is still the case. Thus, besides the Honourable English Company, with the aforementioned 6 private individuals secretly having privileges, the perquisite of the first-mentioned added thereto, more than 53,000 pieces of linens, or practically the entire produce thereof at this aurang. The aforesaid, one and another, must therefore to everyone 16 verso an

Dutch transcription

825 26 xbr aanbesteeding in deeze arreng heeft Ao pass=o bestaan in 20'000 P„s diverse lijwaaten, waar op vol„ „gens gemaakte vordeling en saak der Pijkaars onder de bylagen dezes sub L:a S: a 66 19/0 p:s per dag hadden moeten werden voldaan met 23920 P„s dog zijn maar daar op gelevert 21590 P„s dus voor den uijtschot of de bediendens zo voordeelige firtij 2380 P„s te min: hier voor heeft men dit Iaar zorg gedragen, zynde thans den Eijsch voorm: 25000 en den saak 31429 1/8 dus er bij voldoening der geheele petitie 6429 7/8 p:s voor den uijtschot bedongen is, 't welk de sor„ teering niet dan Delicaat kan doen zijn. Met den inzaam der Goederen, ter deezer arreng, is 't even eens gelegen als hier voor van Herriapaal, en Deniacalirreets gemelt hebben, met deeze uijtzondering nogthans dat hier in steede van 11 Dallaals wel 41 Pijkaars zijn en datze hier maar 3 locies hebben, meede voor„ zien van Gomastossen, Ab:o waaraan die pijkaars hunnen leverantie doen, als te korpai, sjen der„ lona en Harrasjaul; moetende de pijkaars van de kleine plaatsen als Radanegger, gotaal eb:o hunne goederen direct aan de Hoofd locie te korpai Leveren. Dit zij dus genoeg hier van, als mij hier boven om uw wel Ed=le Achtb: attentie niet, met een Dubbelte verlaal te vervaelen ten deze opzigten aan't geen van de Arrags Herriapaal en Deniacali gede„ „talleert is, gerefereert hebbende, waar bij thans en ook met relatie tot het getal der weefge„ touwen nog voegen de bijlagen dezes sub L:a P: & R: S: F: U: die met elkander uw wel Edele Achtb„e den geheelen en ten gelijk waren staat zo voor deeze arreng zelven, als al het andere op 't levendigste vertoonen zullen. Een ik egter van deeze Engelsen 's E: Comp:s aanbesteeding afstappen, moet ik uwel Ed„e Achtb:e iets ter kennisse, brengen, 't welk mij in den beginnen niet weijnig bevreemden in twijffel bragt, schoon 't laatste wel haalt opgeheven wiert door dub„ belde en op allerlei wijsen genome informatien, die mij eene genoegzaame gerustheid van de zekerheid mijner opneem gave de bylagen La. S. toont aan dat de geheelen aanbesteeding der Engelse Comp=e en dat nog wel tegens auels prijs, maar beloopt P„r r„o 375000, en egter waren er op de naam der Ed„e Comp:e voor den aanbesteedinge van lijwaaten, na deeze arreng in de maand Iulij reets gezonden 503000 sicca roperen, nu is bekent, datzo in dien tijde op zulken aanbesteeding, het zeer gemao„ kelijk, zonder eenige verhindering in iets; met ¼ voor uijt verstrecking of 280'000 rop:s hadden hun„ nen stellen waar toe dus 223000 ropeien meer gezonden. De 24 Engelsen Particulieren hadden ter zelver tijd meede reets een aanmerkelijk bedragen van 4½ lak ropias ter dezer arreng, nu zijn er onder dit getal 6 die in 't geheim protexie genieten en in dit bedragen voor 2 lak participeeren, 't is dus te veronderstellen, dat deeze penningen onder den naam der E: Maatschappij hier gezon„ „den zijn en zeer apparent dat Een de overige stucken, welke de door de Engelse 's Comp:s bediendens in beslag genomen 1897 weef getouwen fabriceeren kunnen, toegeweesen zijn, althans ter dier tijd dorst geen der wevers het in zijne gedagten neemen een ander stuk goed dan voor de Engelse op zijn getouw te scheeren en zodanig is het volgens de Algemeene berigten nog gesteld Aldus naast d' Ed„e Engelsen Maatschappij met de opgem: 6 in 't geheim privilicien hebbende particulieren, de firtij van Eerstgem: en bij ge„ rekent, ruijm 53000 P„s lywaaten of genoogsaam 't geheelen product daar van ter dezer arreng Het voorsz: eenen ander, moet dus ieder aan 16 vrso een

NL-HaNA_1.04.02_3194_0210 view scan ↗

English

convincing, it is no longer to be wondered at that our Honorable Company's contracting makes such sad progress at this aurung, especially when one considers for certain that matters are no better with the French Honorable Company and all other traders, the English private merchants at Gataal being the ones who fare the best. It is true that this aurung has also become as if overburdened by contracts this year, amounting, from the monies already sent for that purpose in the month of July by all the Companies and other traders, to 1,227,000 rupees, the total amount of contracting of which one may well estimate at 1,436,000 sicca rupees, and averaging all goods together at 15 rupees apiece, all these orders together have amounted to approximately 96,000 pieces of diverse linens; a number that can impossibly be produced by the same under the present circumstances of time. Breaking off with this much regarding the condition and the circumstances of the aurungs visited by me, I proceed to fulfill the remaining articles of the instructions granted to me by Your Right Honorable Worships. The first, falling away on account of the disruption of the original arrangement of this commission by the English, we come to the second regarding the kapok or cotton. That which is produced in these aurungs is called kapaas by the natives and grows on a shrub plant of 2, 3, and 4 feet high in 3- and 4-sided bolls, in each of which 3 seeds are enclosed, around which the cotton sits. That produced here is called Kahrkappaas, to distinguish it from the Bogakapaas and Moriekapaas, the first of which is produced in Bierboom and used for the gerras fabrics, the last-mentioned growing around Decca, the best and finest in stony and sandy soils or where there is much brick gravel, and this last is used for the fine Decca linens. At these aurungs no more kapaas is sown and planted than they consume themselves. If the crop turns out poorly, it certainly causes an increase in the price of the same; this year it turned out reasonably, not extraordinarily advantageous, and likewise not disadvantageous, the price to which it has risen being 7½, 8, to 8½ seer of good kapaas for 1 current sicca rupee. The seer here weighing only 60 sicca weights, these 8 seer come to 11½ lb, which, being cleaned of the seeds and dirt, leave of good spinnable kapaas 1½ to 1¼, let us say 1 5/8 seer, and when spun, 1½ seer of good yarn. It is therefore not so much the dearness or cheapness of the kapaas that causes the rise and fall of the linens, but rather the spinning wage, there being paid for merely ordinary yarn 4 pannias per weight, which in kapaas costs only 1/3 or ¼ pannies. Not the least trade to other aurungs or places is conducted with the kapaas produced here; each aurung separately plants as many fields of it as they think they need, though it sometimes happens in these intermingled aurungs of Herriopaal, Deniacale, and Sjendercona that one sells some of it to the other, as it is one and the same crop and variety. Having already dealt with the 3rd and 4th articles here above, we proceed to the 1st, and note that at these aurungs, particularly at Tjendercona, people are very well to be found who can be employed as head dalals or gomastas.

Dutch transcription

826 een overtuijgen, 't niet meer te bevreemden is dat onze 's E: Comp=e aanbesteeding zulken droe„ vigen voortgang ter dezer arreng heeft, te min als men zig verzekert houd, dat het met den fransen Ed„le Comp:e en alle andere Trafficante niet beeter gesteld is, zijnde de Engelse parti„ culiere te Gataal de geene welke er nog het beste Het is waar dat deeze Atrreng dit Iaar ook als overkropt door aanbesteedingen geworden is, beloopende, de door al de Maatschappij en andere Trafficanten ten dien einde in de maand Iuli reets gezonden penningen In r„a 1227000, welkers geheel beloop van aan„ besteeding men wel op s„r r„o 1436000 mag stellen en alle goederen door Elkander ge¬ slagen 't stuk op r:s 15 dus alle deeze Petitien te zamen Circa 96000 P„s diverse lijwaaten be„ loopen hebben; een getal dat onmogelyk door dezelve in deeze tijd omstandigheeden kan geproduceert werden E Met dus veele van de gesteldheid en de om„ standigheeden der door mij besogten orrongs afbreekende, gaan ik over tot de voldoening aan de overige articulen der mij door uww wel Ed„l Achtb:e verleende Instructie. 't eersten, mits de verbreeking van den eersten aanleg dezer Commissie door de Engelsche, vervallende, komen tot het tweeden ten opzigten van 't kapok of Cattoen. Dezelve welke in deeze arrengs valt wort bij den Inlander kapaas genaamt en groeit aan een heester gewas van 2: 3 en 4 voet hoog in 3 en 4 kanten bollen, in welke ieder 3 sitten beslooten zijn, waarom de kapok zit: Deeze hiervallende wort genaamt Kahrkappaas, omzen ten dienstingeenen van de Bogakapaas en Moriekapaas, welke eerste in Bierboomvalt en tot de Gerrassen bij varen gebeezigd werd, groejende den laastgem: om„ „streeks decca, de beste en fijnste in steenagtige en zandige gronden of daar veel Teugel is, en wert deeze laaste voor de fijne deccase lywaten gebruikt. Ter deezer Arrings werd geen meer kapaas gezait en geplant als dezelve verbruijken valt 't gewas slegt uijt, dan zo veroorzaakt zulks wel eene verduuring in dezelve, in dit Iaar is 't reedelijk uijt gevallen, niet Extra„ voordeelig en zo ook niet nadeelig, zijnde den prijs daar dezelve opgelopen is 7½ 8 a 8½ 7a Ceer goede kapaas voor 1 S:r Ct 't Ceer hier maar 60 siccas swaarten wegende, komen deeze 8 Ceer op 11½ lb te staan, die van d' Pitten en vuijligheijd gezuijverd wezende, aan goeden spinbaaren kapaas overlaten 1½ a 1¼ stellen dus 1 5/8 Ceer en gesponnen zijnde 1½ Ceer goed garen. Het is dus de duurte of goedkoop¬ heijd van de kapaas zo zeer niet, welke het rijsen en dalen der lywaaten veroorsaakt maar wel 't Spinloon, werdende voor maar ordinair garen 4 pannias d' E„s swaarte betaalt die aan kapaas maar 1/3 of ¼ pannies kost. Geene de minste handal na andere arrings of plaatsen werd de hiervallende kappaas gedreven, ieder arreng by zonder plant er zo veele velden van als zy denken te benodigen egter gebeurt het somtijds ter dezer in en door elkander loopende arrengs van Herri¬ opaal, deniacale en Sjendercona, dan den eenen wel aan de andere iets daar van overdoet, als zijnde eenen het zelfde ge„ was en Soort. Het 3 en 4:' articul hier vooren reets verhandelt hebbende, treeden tot het 1e: en noteeren dat ter deezer Arrengs in zonderheijd te Tjendercona, zeer wel luijden gevonden worden die men als hoofd Dallaats of gebeezigd Gomasto

NL-HaNA_1.04.02_3194_0211 view scan ↗

English

827 26 vk 26xh could appoint a Gomasto and rely upon him in peace, but whether anyone among such people would allow themselves to be employed under the present circumstances of these times, I do not believe, nor that such folk would be of any use to the Honorable Company, at least in terms of a greater procurement of linens. Such a person would have to be a man who simultaneously had his possessions in those places where he was head Gomasto or Dallaal. It could therefore not fail but that he would immediately catch the eye of the English, who, being the lords and masters of this land, would very quickly bring some slander or other upon his neck and subsequently ruin him totally; at least this is the general opinion of all the people with whom I have spoken about it. I certainly hold for certain that such a Gomasto, instead of as many merchants as there are, must serve to the benefit of the Honorable Company, since thereby not only are the expenses of that multitude saved, but it is also once and for all true and certain that many merchants absolutely make the market for goods more expensive. Now, concerning lastly the 6th article on the washing of the linens, it serves to state that I have spared no pains to inform myself in this regard as accurately as possible, and that I was generally and unanimously informed that all goods are washed in that aurang, yea, even at that very place where they are produced, that good or poor washing depends solely on the handling by the washerman, whether he uses the required tempera, ash, water, and the like, whether he performs everything at the proper time, namely that he leaves the goods too long or too short in the lye before washing, that he does so in damp instead of bright and clear weather, and lastly and most especially that he chooses no good clear tanks for the washing of the goods, and more such circumstances that make the goods unsightly through washing, but in no way that the goods of one aurang need therefore to be washed in another. In conclusion of this, I hoped and wished that all of this will be found to fulfill Your Right Honorable's intention with this commission, while I dare assure Your Right Honorable that there has been no lack of goodwill on my part; it only grieves me, and that very deeply, that this report could not have appeared in time, and I therefore request that this delay be attributed solely to the severe and lingering illness which befell me after my return. I testify that nothing will be more pleasant to me than that the times will soon appear when one will be able to provide Your Right Honorable with more favorable reports on the state of our Honorable Company's linen procurement than this writing contains, being the fervent and heartfelt wish of him who calls himself with all high esteem. was signed: Right Honorable Gentlemen, Respected Councilors, lower: Your Right Honorable and Honorable's very obedient servant was signed: J. M. Ross to the side stood: Houghly in Bengal, the 26th of December 1767 After reading of the same, and the documents submitted alongside it, it was understood beforehand to hold oneself satisfied with all the proceedings mentioned therein, however grievous and painful it is to see that the matter 828 does not come to answer the intended aim, and at the same time to note that the severe illness from which the aforementioned commissioner has labored since his return until now is the cause that the report has not been submitted until today. And whereas, owing to the shortness of time, it is not well possible to copy the same three times more, namely for the fatherland and a duplicate for Batavia, besides the insertion herein, it is resolved to send no separate copies of the same, but indeed copies of those annexes together with the Resolution, to the Gentlemen of the Grand Committee and Their High Nobilities, and to place the original pieces with the report in the secret archive. Then, since it is not to be expected that one will progress any further than at present with a closer investigation of affairs, it is, upon the proposition of the Director, resolved unanimously by vote not to make any further move in the case subject, but first to attempt in the coming year whether at Kettora, a place situated between Serampore and the great French garden Garetti, and where the English have rumals and similar kinds of checkered goods manufactured, something might also be obtained for the Company, considering that the expansion of the piece-goods trade seems to be a principal point of attention of this administration. Done at Houghly in Bengal, date as above. signed: G. L. Vernet, M. Isaak, A. A. Zuiner, Louis de Saint-Aubin and F. H. Damier, Jacob Eelbracht, as secretary. P. Naabor, Director

Dutch transcription

827 26 vk 26xh Gomasto zou kunnen aanstellen en gerus„ telijk fieeren, maar of er iemand van zulke lieden, er zig in deeze tyds omstandig leeden toe zouden laten emploieeren, geloof ik niet zo min als dat vulks van eenig nut, voor de be Ed„e Comp:e zou weezen, ten minsten in opzigten eener meerdere bezorging van lywaaten. Een zodanige zoude een man moeten zijn die zijne bezittinge te gelijk in die plaatsen had, waar hij hoofd Gomasto of Dallaal was. 't kon dus niet mankeeren, of hij zoude bij de Engelsen ten eersten in 't ooglopen, die hem heel spoedig, als Heeren Meester dezerlande zijnde, den een of anderen, klad, op den hals worpen en vervolgens Totaal ruineeren zouden; ten minsten dit is het Jistima van alle lieden welke er overgesproken heb. Welhouden ik voor„ zeeker dat zodanige een Gomasto, insteeden van zo veel als er kooplieden zijn, tot voor„ deel der E: Maatschap pij moet strecken, wijl daar door niet alleen de ongelden, van die menigte uijtgewonnen wert, maar dat ook eenmaal waar en zeker gaat, dat veele koop„ lieden absolut den markt der goederen verduuren. Betreffende nu laastelijk het 6:' articul op het wassen der lywaaten, zo dienen dat geene moeiten gespaart hebben mij diendwegen of het nauwkeurigste te informeeren, en dat mij al„ gemeen en eenparig berigt is, alle goederen in die arreng, Ia zelfs op die plaatswaarze vallen, gewassen worden, dat het wel of kwo„ lijk wassen alleen dependeert van de behande„ „ling deswassersmans, of hij er de benodigden Tempera, asch, Paijer, en dergelijke toegebruijkt alles op de behoorlijke tijd verrigt, dat hij name„ lijk 't goed, voor 't wassen te lang ofte kort in de looglaat leggen, dat hij zulks bij vogtig, in steede van bij helder klaar weer verrigt, en laastelijk en welvoornamentlijk dat hij tot 't wassen der goederen geene goede klaaren Tangen verkiest, en dergelijke omstandigheeden meer, die 't goed door 't wassen on-oogelijk maken maar geenzints dat 't goed van een arreng in een ander daarom behoeft gewassen te worden Ten besluijten dezes zo behoopde en wenschen ik, dat dit een en ander aan Uwel Ed„le Achtb:e intentie met deeze kommissie zal voldoende bevonden wer„ „den, terwijl ik uwel Edele Achtb: durve verzeken dat het aan mijne goederen wil niet gehapert heeft; 't smertme maar en dat zen gevoelig dat niet ter mat dit berigt hebben voorschijn, kunnen komen en verzoeken dus deeze terdancen eenlijk aan den swaare en langdurige ziekten welke mij na mijne te rugkomst overviel, te willen adschribeeren, Ik betuijgen dat mij niets aangenamen zal wezen, dan dat de tij„ den eerlang zullen ten voorschijn komen, men uw wel Edele Achtb:e favorabel der berigten van den staat onzer Edele Comp:s lijwaat pro„ Curen als dit geschrift inhoud, zal kunnen doen, als zijnde den vierige en hortelijk en wensch van die met alle hoog agting zig noemt. /onderstond:/ wel Edele Aghtbare Heeren Gerespecteerde Raden /:lager:/ rww wel Edelens Achtbare en Edelens zeer gehoorzame dienaar /:was get:t/ J„b M„s Ross /:ter zijde stond:/ Houglij in Bengale den 26:' December 1767 Na lecture van het welve, en de daer neven overgelegde stukken vooraf verstaen werd, zig voldaen te houden over alle de daerbij aengehaelde verrichtinge, hoe verdrietigen swertelijk het oor valt de 828 valt, te zien, dat de zaek niet aan het bedoelde oogmerk komt te beantwoorden, en tevens te noteren, dat de zware ziehte waeraen voormelde commissiant zeedert zyne terug komt tot uu toe labareerd, oorzulk is, dat het be recht niet een als heeden gediend heeft. En dewijl het mits de kortheid destyds niet wel mogelijk is, het zelve behalve de insertie in deze nog driemael te weeten „het vaderland geene dubbelt voor Batavia aftecopi eeren, zo is beslooten van hetzel ve geene aparte afschriften maer wel van dier bilagenne vens Resolutie aen de Heere Majoner en Haer Hoog Edelhee den en corien toetezenden mitsgaders de origineeele stuk ken met het bericht in de tegreete karte sponeeren. Dan nadien het niet te deuden is, dat men met een nader onderzoek van zaeken verder als tegenwoordig vorderen zal, zo i op de porpositie van den Heere Donderdag Directeur met eenparigheid van stemmen geresolveerd in cas subject, geene meerderen beweeging te maken, maer in het aanstaende Jaar eerste tenteeren, of er te kettora, een plaats gelegen tusschen Sirans poer en de groote fransche tuir Gerretti, en alwaer de Engelsche roemaar en dier gelijk soort van bont goed laten aenmaken, ook iets voor de Compagnie te bekomen zou wezen, aengezien de uit breiding van den zyn, waarhandel een voornoem point van oplettenheid van dit ministereum schijnd te wezen. Actum Hoegli in Bengale da„ teim ut supra /:getekend:/ G: L: Ver„ net. M Isuuk. A A Zuiner Louis de Sacinair en F. H. H. Damier Jacob Eelbrach & prtect . . . . . S. . . . . . . P Naober Directeur

NL-HaNA_1.04.02_3194_0213 view scan ↗

English

Letter from Calcutta concerning an Englishman arrested here. Thursday, the last day of December 1767, in the afternoon. Absent the members Lafert, Ross, and Hagkadam, the first two on account of indisposition and the latter through business in the Company's service. Whereas by a letter from the Honorable Governor and Council at Calcutta, dated the 24th of this month, it appears that their Honors, following a prior communication that the people included in the latest dispute at Fulta, noted by resolution of the 18th of January, were to be summoned to Calcutta, heard under oath, and that then our letter of the same date would be answered, have transmitted in the interim a copy of a letter written to the Honorable Harry Verelst by a certain Alexander Stewart, one of their surveyors, who, for insolence committed and acts of violence perpetrated against inhabitants within our village, was placed under military arrest inside the lodge on the 19th of this month, but whom the Calcutta letter represents as if he had been apprehended in January by order of the Fiscal; and regarding whom their Honors, being unable to judge the justice of his apprehension due to a lack of elucidation, merely requested that it might please this administration to release him, under the assurance that if he should have committed any offense within our territory, they would take care that proper satisfaction be given for his misconduct, to which end they also requested a detailed account of the charges against him; it was accordingly resolved first to insert here the translation of the letter written by the said Stewart to Calcutta, reading as follows: Letter from that man written to Mr. Verelst. On the 17th of this month I came to Chinsura after my bearers /:berrers:/ who ran away and owed me money; as I could not well survey the land without them, I took seven of the same and immediately gave notice to the Fiscal, who forthwith sent peons to take the rest; the seven I had taken I sent on board; the sepoy I had to keep watch over the budgerow took one of the Fiscal's peons prisoner, as he was the cause of one of the bearers running away while being put on board; this was beyond my orders; I knew nothing of it until the Fiscal made me a prisoner in Mr. Smith's house; he also requested me to send for the sepoy; when he arrived, he stripped him of his clothes and sent him to the Governor to be flogged and driven out of the village; had I known that one of the Honorable Company's sepoys was to be brought to such disgrace, Honorable Sir, as to be punished by foreigners, I would have endured six months in prison. I left Chinsura yesterday evening a little after nine o'clock; when I got near Chandernagore, remembering that the Dutch Governor had promised me bearers /:bearers:/, I returned and wrote to him; his answer was a body of soldiers to make me a prisoner. I am now in prison in the fort, and had no opportunity to write when I was first taken prisoner, as the Fiscal had ordered that I should have neither ink nor paper, I suppose with the intention of first making his own story good; I am the third British subject who has been treated in this manner since Mr. Desmarest has been Fiscal. As a British subject I claim protection, and shall answer for everything that may be laid to my charge under my own flag, having three witnesses to confirm when I departed from Mr. Smith's, and one when I was taken on board the budgerow. I am, /below was written:/ Sir, complainant /with the greatest respect /:underneath:/ Your Honor's most obedient and very humble servant /:was signed:/ Alex: Stewart /:in the margin:/ Chinsura in the fort, the 19th of December 1767 /:underneath:/ a true copy /:signed:/ Simeon Droz, Secretary /:below the translation /:signed:/ G. Regts, Clerk. And after the reading thereof, the Director briefly set forth to the members the reasons that had induced His Honor to order the arrest of the aforesaid Englishman, namely that on the 10th of this month he had first come to make his complaint to the Town Master De Saumaise concerning the desertion of his bearers, who by order of His Honor were sought out and delivered to him; but that these people, seeming not inclined to serve him, had again taken to flight towards noon; that the said De Saumaise, being at dinner with His Honor at noon and relating this, the Director had recommended him to take care that the man should get his servants back, seeing they had received advance money from him, at the same time giving orders to investigate whether any of our people were the cause that the bearers would not stay with him, and finding it to be so, to have the guilty severely punished; that shortly after dinner a report had arrived that the aforesaid Stewart was committing violence, namely by having caused a peon to be seized from the ghat or jetty on the shore and carried off on his budgerow to the other side; and that the Director had thereupon instructed De Saumaise to request that gentleman to come to him, the Director.

Dutch transcription

829 Kalaatsche brief of eene hier gear„ resteerde Engelvik man. Donderdag ulto December 1767 snamiddags absent de Leeden Lafert Rossen Hagkadamiur de twee eerste mits onposselijkheid en de laerte door beezigheiden in scomp dienst By een brief van den Heeren gouverneur en Raedte kal katte van den 24e deser gezie synde, dat haer Edelen na eene voorafgaende commu¬ nicatie, dat de luiden in het laeste verschilte voltha begreepen aengeteekend by resolutie van den 18e cauuary naer kalaatte stonden ont¬ boden onder eede gehoord en alsdan onze brief van den zelve datum beant woord te worden; act uin uitterium quamen te zenden copy van een brief geschreeven aen den Edelen Heer Harrij Verelst door zeevere Alexander ste, wart, eene van hunne land meeter, die om gepleegde insolentie in en begaene feitelijcheeden aen ingezee tenen, binnen ons dorp om den 19 deser binnen de loge in militair arret is gesteld, dog die de kalkatsche steeven komen opte geven als of door last van den Fircael de Januai se zou geapprehendeert zijn, en ten belange van dewel ke Haer Edelens aer mits onts Steutenis van elicidatie niet konnende oordeelen over de rechtvaerdigheid van zijne apprekentie eenlyk verzoch ten, dat het dit ministerium behagen mogte deezelve te onselaen, onder verzekering dat by aldien hy op ons tevoi„ toir iets mit doen mogt heb„ ben, zy zorgen zouden doe gen, dat er wegens zyn quaed gedrag een behoorlijke vol¬ doening wierd gegeven, ten dien fine tevens vragen de om een omstandig verhael van het geener tot zijn laste legt, zo is vooraf verstaen alhier insolentie uite 830 brief van die man den daar verelst geschreven inte lyven het translaat van de brief door gemelde Stewart naer kalkatte geschreeven, luidende als volgt. Den 17 deser quam in de Chintu„ va na mijn dragers /:berrer kie wegliepen, en mij geldschuldig waren, dewijl ik zonder hen niet wel het land nieten kende, nam in zeeven van deselve en gafer de fiscael ten eersten kennis van, die uijterstonds poonszond, om d'overige te nee¬ men, de seven, die ik genomen had zond ik na boord, de sipaai die ik had om over de basora toesigt te houden, nam een van de fiscaels pionr gevangen, also hy oorzaak, dat een aan de drager wegliep, in het scheepbrengen het war buiten mijn last, ik wirt wniets van, tot dat de fircael mij in Ma Smiths huir gevangen van hy verzogt gevangen naem, hy verzogt my ook de sipaay te laten halen toen hy gekomen war, trok hy hem zijn kleederen uit, en zond heur na den gouverneur en gegeeveld en uit het dorp gerekte worden had ik geweeten, dat eene van de Edele concraqnier sipaayt tot die tekonde Edele Heer zou zijn gebragt, ern door vreeuden gestraft te worden, zoude in een gevangenis van ses maanden hebben doorgestaen. Ik verliet Chinsura gisteren avond een weing na negen uuren toen in tot bij Chandenagoor gaan erieurende in my, dat den Holland sihen gouverneur my dragens /:bevoord belooft had, waarom in te ruyging en aen hem schreef, zijn ant woord war, een deel soldaten om my gevangen te neemen Ik bentaas in kechtenir in Dfork, en had geen gelegenheid om te schrijven, toen ix eertgevan gen wierd genomen, dewijl de fiscael lastgegeven had, dat ik nog Ten Jnkt nog papier heb ben zoude, in denze niet in zigt om eerst zyn eigen verhaal goed te maren; in ben de derde Engelsche onderdaan, die op deze wyze is behandelt, zedert dheer soumairen fiscaal is ge weest. Als een Engelsch onderdaan vonder ik beschorming en zal my omtrent aller wat my mog„ te ten laste gelegt worden verantwoorden, onder mijn eigen Vlag, dewyl ik drie getuigen heb, om te bevestigen, wanneer ik van M Smits ben vertrokken. lijke en 831 31 pl 31 p R en een, wanneer in aen boond van de bassera bengenomen ik ben /onderstond:/ Myn Heer klager (met 't meeste verpelk /: daer onder uEdeler zeer gehoorsame en zeer onderdanige dienaer /:war getekent:/ Alex: Stewaat /: ter zijde hins ura in t fort den 19e decembr 1767. /:daeronder / een waar afschrift /:getekent/ Simeon Drozsecaets /:lage voor het translaat /:get:/ Gregister klots. en na lecture van dien door den Heere Directeur de Leeden benuoptelijk voorgehouden, de reeden, die zijn EE Achtbare had gepermoveert tot het doen in ovrest neemen van voormelde En geltekman, namelijx dat hy op den 10 deser eerst zijn te klag was komen doen, by den Dopmeester de saumaire over het wegloopen van zijn Behoor die ter ordre van zyn E opgezogt en hem overgeleverd waren, dog dat dit volk niet genee gen zo het scheen hem te dienen, tegen de middag andermaal zig op de Coop had begeven; dat gemelde de Saumaise smiddag by zyn EE Achtbare ter mael tyd zijnde en dit verhaalende hij Heere Directeur hem had gerecommandeert van zorg te dragen, dat de man zijne bedienden weder om kreeg, vermits ze van hem geld op hand hadden, genooten, tevens ordre gevende om te onderzoeken of ook deze of geene van on voer oorzoek waren, dat de Behaar niet bij hem wilde blijven, en zulx so bevindende als aan de schuldige strengelijk te laten kastijden. naer dat even na de maeltijd en rapport woor gekomen, dat voorm stewart geweld pleegde, met na metijk een Pion van de Gratte of steiger aen strand, te heb„ ben laten oppaaken, en op zijn Badjerak naer de overzyde voeren, en dat hy Heere Directeur als toen de sommaire gelast hadde van dien Heer te verzoeken om eens by hem Heere Directeur de te

NL-HaNA_1.04.02_3194_0216 view scan ↗

English

to come. But that he refusing this, the said de Saumaise had proceeded in person to the house of the citizen Smitt, where he requested him to be pleased to stay until the Lord Director should be informed thereof. That in the meantime the said Englishman had wished to attack the peons of the Fiscal, who made themselves masters of his sidearm, and that having finally been brought to the Lord Director at the lodge, and His Honourable Worship having asked him the reasons concerning the seizure and taking away of the said peon, the same had replied that he could assure on his word of honor that he had given no order thereto, subsequently resorting to the lame excuse as if this or that one of his servants had ventured this on his own authority. That His Honourable Worship thereupon notified him that he would not depart as long as the peon and servant did not appear, and that as soon as these were brought, Mr Stewart was released, but the sepoy, who had laid violent hands upon the peon, was punished according to his deserts at the main guardhouse. That in the evening the often-mentioned Stewart had again appeared at the house of the Lord Director, and whilst drinking a cup of tea had made his complaint de novo concerning the desertion of his bearers, to whom he had given 9 to 10 rupees monthly wages and in addition one hundred rupees as a gratuity in order to engage them into his service. That he, the Lord Director, had appeased him with the promise that his bearers would be returned to him or others procured in their stead, and an assurance that if the one who was the cause of their flight were discovered, his disbursed money would be reimbursed to him. That the Fiscal de Saumaise having shortly thereafter reported to His Honourable Worship that the desertion of the bearers had come about through the doing of his head peon, His Honourable Worship had thereupon ordered him to request the aforesaid Englishman to breakfast on the following morning, to be an eyewitness to the punishment that was to be inflicted; and that de Saumaise had also fulfilled this at that very moment in the presence of the Lord Director by a polite note, which Mr Stewart had answered with a verbal reply that he would come. That His Honourable Worship having received a report the following day that the often-mentioned Stewart, wandering drunk through the village at night, had committed many acts of wantonness and had inflicted several wounds upon two natives, had immediately dispatched an officer to secure him, as was also done, and that Stewart was subsequently left by the Lord Director to the Fiscal to perform his official duty against him. That he had subsequently, without being indicted by Justice or held as a debtor, been placed in a room upstairs with a sentry, and he therefore also cannot bear the name of a prisoner, as he had written to the Gentlemen of Calcutta and they claimed him in that capacity, but rather as a person under arrest, into whose misdeeds the requisite inquiry was first to be made. That they had also commenced the investigation immediately and had made all possible haste therewith, but that the intervening holidays were the reason that one attestation had still remained unverified, and that all the declarations gathered up to this point, taken by two members of the Council of Justice assisted by the secretary or first clerk and in the presence of the Fiscal, amounted to this: That the arrested person had come at night, around eleven or twelve o'clock, to one of the gates of our village, which was then closed, had forced the same, and, by breaking off a piece with violence, had made himself a way outside. That an hour or two earlier he had been in a house whose occupants made known to him that they were in mourning, but that he nevertheless had given such free rein to his malice as to inflict several wounds with his sidearm upon a man who through illness could neither stand nor walk, dragging him outside, throwing him down under the open sky, and leaving him lying thus. Finally, that he had also been in the house of another woman, which he had broken open, and of which he had thrown the door into a puddle; and that finding inside the same a sick man, whom he took to be one of his absconded bearers, this man being unable to do what he demanded of him, he had likewise stabbed him with the sidearm and thrown him down upon the road. The Lord Director continuing further, that on account of all these outrages one should not be deemed obliged to grant the request of the English Gentlemen, but could put such an evildoer on trial oneself according to the privileges in all countries; but that His Honourable Worship nevertheless wished to convince those Gentlemen how gladly we are inclined to contribute everything that may serve towards a good understanding, and finally provided

Dutch transcription

832 terkomen. Dog dat hy dit weigerende, veelin saumai„ se sig in perzoon vervoegd had naer het huis van den burger smitt, alwaer hi hem verzocht te willen blijven, tot dat den Heere Directeur noppent zou gebracht zijn. Dat gem Engelsch man intusschen de Piors van de Fircael te lijf gewild hadde, welve zigmen ster van zyn zydgeweer, en dat hy eindelijk by hem Heere Directeur in de loge gebracht zijnde, en zijn EE Achtbare hem gevraegd hebben de de reeden wegens het opvat en vervoeren. ten van gemelde Tien, deuzel, ve geantwoord had, dat hy op zijn woord van eene kom verzeekeren, daertoe geen erdre gegeven te hebben, zig vervol¬ gens behelpende met dat flauw excuur als hadde deese of geene zyne bedienden dit op eige auto„ rite ik onderstaen. Dat zijn EE Achtbare hem daerop aenkom digde, dat hy niet zou vertrekken zo lang de Pion en Dienaer niet te voorschijn quaamen, en dat deze zodra niet gebracht zijn, de, Mrstewart gelargeert, maer de Sipay, die zig aen den Pion had vergreepen, aen de hoofdwagt na verdienste gestaaft wor. Dat va vonds veelmelde stewort weder ten huire van hem Heere Directeur war verscheenen, en onder het drinken van een kopje thee de novo zijn bezlag gedaen had, over het weglopen van zijn behaar, welke hy 9 a 10 ropgen maandgeld en boven dien kon dertropijen tot een vereering ge geeven had ten einde hun tot zyn dienst te engageren. Dat hy Heere Directeur hem te vree„ de had gesteld met de belofte dat hem zyne behaar terug beschikt, of andere in plaats bezorgd zouden worden, en eene verzeekering, datzo des geene, die oorzaek was van hun doossen, onderetwierd hem zyn uitgeschooten geld zou gerestitueerd worden. Dat de Fircaal de Sauinaise zijn EE Achtb: kort daeraen ge dese aapporteerd 833 31 xbr rapporteerd hebbende, dat het wegloopen der behaar door toedoen van zyn hoofdpion was bijgekomen, zijn EE Achtb hem daerop bevolen had den voormelde Engelschenan tegen soudeen daagsmor„ gens ten ontbeit te verzoeven van oog getuigen te wezen van de straf, die en geoeffent zou worden en dat de saumaire dit ook op het zelve moment in presentie van hem Heere Directeur had volbracht, by een beleeft briefje, het welk ska stewart had beantwoord met een mondeling bescheid dat hy zou komen. Dat zyn EE Achtbare daegs daeraen aapport bekomende dat veelmelde steward snogts dronken door het dorp dwalen de, veele baldadigheeden aengereikt, en twee inlanders verscheide quetture toegebracht hadde, immediaat een offi„ cier had uitgevonden, om zig van hem te verzeekeren, zo als ook geschied en hy steword vervolgens door hem Heere Directeur aen den Fiscael overgelaten war, om zijn ampt lem plicht tegen hem te be trachten. Dat hy vervolgens zonder by de Justitie aengeklaagt of gegiseld te zyn, geplaest was in een pen, nis te kamer met een schild¬ wagt en voorgen hy dus ook niet voeren kan de naem van een gevange zo als hy de kalaatsche steeren had geschreeven, en deze heem in die hoedanig„ heid reclameerde, maer wel als een arrestant, na wien uir„ daoden eerst de vereischte en, queste stond te geschieden Dat men ook met het onder¬ Loek ten eersten was begon, nen, en daermede alle mogelijke spoed had gemaent maer dat de tusschen beide gevallen feertdagen oon zaek woren, dat er nog een attestatie en gerecoleerd wor gebleeven, en dat alle de tot hier toe ingewonnen ver„ en klaringen 834 deleberatig omtrent zyne lorgatie klaringen door twee zee den uit de Raed van Justitie gearsisteerd van den secreta rir of Eerste klerk en ten be wesen van den fircael hier op uitquamen. Dat de gearresteerde snogtr om elf af twaelf uuren aen een van de keuken van ons dorp, die toen geslooten was ren was gekomen, hetzelve geforceert, en weter, door ge weld een stuk aftebreeken zig een weg daerbuits gebaend had. Dat hij een uur of twee bevonen zig had bevonden in een huir, waervan de bewoonders hem te kennen gaven dat zy hoorinng waren, dog dat by des enaangezien zijne boorheid zo fre den teugel had gevierd van een man, die door ziekte staan nog gaen kon, verscheide worden wet zijn dezen toetebrengen na buiten te Heeren, onder den blooten hemel ieder te twij„ ten, en zo leggen laten. linidelijk, dat hy ook was geweest in het huis van een andere vrouw het welk hy opengebroken, en waer van hy de deur in een poel ge„ sweeten had; en dat hy binnen het zelve een zeeke vindenden dienhy hield voor een van zijne gedrooten Behaar, desen man niet in staat zynde te verrichten het geen hy van hem begeerde almede met het zijd geween ge stoken en op weg nedergewonn pen had. Vervolgende de Heere Directeur verder, dat men om alle deze buitensporigheeden geen zuit geachtken worden, ver„ plicht te wezen, het verzoek van de Heeren Engelschen inte wil ligen, maer zo een quaaddoen der na de voorrechten in alle landen zelve te recht zou konnen stellen, dog dat zijn EE Achtbare echter die steenen wilde overtuigen, hoe gaenne wy genegen zijn, om alle te contribueeren, wat tot een goede verstandhouding kan dienen, en Eindelijk mits

NL-HaNA_1.04.02_3194_0219 view scan ↗

English

835 31 x=ln 30 pb opinion of the Honorable Head Administrator, consequently not only to grant them the release of the arrested person, but also to comply with their request for a full account of this whole affair, albeit with the express reservation and notification that this indulgence shall not be drawn into consequence in the future. All of which the members likewise understanding in this manner, except the Senior Merchant and Head Administrator Huuk, who, requesting a formal record, maintained that notwithstanding all the aforesaid misdeeds, we were in no way authorized to put the subjects of another nation on trial, especially as the accused appealed to his competent judge, whom His Honor considered to be the Calcutta court and not this assembly; it was resolved and agreed after deliberation, while transmitting authenticated copies of the statements obtained and a summary of what is stated above, to extradite the person of Alexander Stewart to the Calcutta ministry, with the friendly request that they themselves be pleased to judge the conduct of that man and the obliging and peaceful reception given to him by the Director, and at the same time be pleased to provide the required satisfaction, whereby they would oblige this ministry. Lastly, it was also resolved to send copies of the statements at the first opportunity both to the Most Honorable and Respected Lords Directors and to the Honorable High Government of the Indies at Batavia. Done at Hoegli in Bengal, date as above. Signed: G: S: Vernet, M. Friun, A. Zinner, Mr. Koning, P. Humbert, Louis de Saumaire, A. H. A. Danieur, Jacob Lebrecht. Agreed, Jan de Deventer authenticated. 836 Enclosures Commercial Affairs G: d: Eerklots. The Commissioners Ross and Koning, being due to proceed tomorrow to Calcutta to the Governor Verelst in order to go with the English Commissioners to all the aurungs and investigate how the procurement of goods by the nations established in these regions can best take place, so that everyone is served to their satisfaction and all obstructions are prevented. To that end, they must observe carefully how much land in each aurung is used for the cultivation of kapok or cotton, and what quantity of cotton, taking one year with another, is produced annually. How many weavers there are, and how many of them are of the best, of the medium sort, and of the poorest. Likewise, how many pieces of linen a weaver can weave in a month, according to its fineness. Whether there are wealthy people whom one could appoint as head dallal and entrust with the Company's cash. And since there are several hamlets within one and the same aurung, among which some Coll. Letter A 2 837 Letter B are such wherein the linens are manufactured and bleached much better than in the others, you must also pay close attention thereto and investigate whether this arises from the fact that the weavers there are better than in the other hamlets, or from the water with which the cloths are washed, experience having shown that several linens must be woven in one aurung and bleached in another in order to have a good appearance. And in order that all possible benefit may be derived from such a commission, they must also inform themselves accurately of everything that each district produced, at what price it is usually purchased there, what goods from here or from elsewhere can be transported thither with profit, and at what price the sought-after goods can be sold; as well as what measures and weights are customary in each district, and what difference, for better or worse, there is compared with the measures and weights customary here. Submitting upon their return two clear written reports of their proceedings to the undersigned: one concerning these first articles and one concerning all the other matters mentioned above. Hooghly, in Fort Gustavus, 22 April 1761. Signed: G. L. Vernet. Copy extract of the instructions of the English aurung commissioners, Messrs. John Bathoe and Claude de la Porte, handed to me by the same on the 5th of May last at Doearhatta, reading according to the translation by the last-named in French as follows: You must do your utmost to clarify the causes of the disputes and dissensions arising between our gomastas and those of other nations, and to appease them as far as it shall be in your power. In order to arrive at an amicable settlement regarding these frequent disputes, the French and the Dutch are each sending two of their deputies to accompany you; thus you will act jointly with them to prevent all causes of complaint for the future, submitting 48

Dutch transcription

835 31 x=ln 30 pb gevaelen van den E Hoofd Administratea mitsdien hun niet alleen de largatie van den geavrerteer den te accordeeren maer ook te wille te zyn, in hen verzoek om een volleedige aelaar van deze gaetche affaire mochtan niet exprese voorbehanding en aen kondiging, dat deeze inschik kelijkheid in den aenstaane niet in consequentie zal ge trokken worden. Al het welke de Leeden mede in dier voegen begrijpende excepto de opperkoopman en Hoofd Administrateur Huuk die met verzoek van annota„ tie sustineerde, dat onaenge zien alle de voorsz wanbedag= ven, wi geenzints bevoegt was ren, de onderdanen van een andere natie te recht te stellen, voor al zo de beschuldigde zig beriep op zijne competente reck„ ter, die zijn E hield de kalkat„ sche en niet deze vergadering te wezen, is na deliberatie goedgevonden en verstaen onder toezending van geauten tiveerde afschriften van de ingewonne verklaringen en een kelder van het geen voors staet de persoon Alexander Stewart aen het kaldeets miuurteruum te extradeeren, onder vriende zijn verzoek, dat zy zelve geliefde te oordeelen over het gedrag van die man en het obligeant en vreedelijk onthaal, dat hem door den Heere Directeur is ge schied en tevens te willen be zorgen de vereischte satirfac tie, waermede zy dit mini stericum verplichten zouden Laestelijk is ook goedgevonden Copijen van de verklaringen by eerste gelegenheid te zenden zo wel aen de weledele Hoog Achtb: Heeren Majores, als de Edele Hooge Indische Regelring te Batavia Actum Hoegli in Bengale datum ut Supra /:get:/ G: S: Vennet. M Friun. t A. Zinner. . . . . . Mr Koning. . . P. Humbert. Louir de Saumaire A. H. A Danieur. Jacoblelbr achti& &x=ts Accodent JandiDeunter tiveerde 836 Bijlagen Cameneiebraek G„r d: Eerklots. De Gecommitteerdens Rossen Koning zullende zig, op morgen na balcatta, bij de Gouverneur verelst vervoegen, om, met de Gecommitt„s den Engelsche, van alle diarireng te gaan, en 't ondertzoeken op wat wij ze de aanbesteding der goederen, door de in dese gewesten g'etabliseerde Natien best kan geschieden, op dat een eider; na genoegen bedient, en alle traversis ge weert werden Ten dien einde zullen zij nauwkeurig moeten gaade slaan, hoeveel landstreck en in ieder arzeng, tot voortplanting, van't Carppok„ of Cattoen, gebruikt werd, en wat quantiteit x Cattoen, ter eene Iaar, door d' anderen gerekend Iaarlijx voortbrengt. Hoeveel wevers en zijn, en hoeveel er van de beste van de middelsoont, en van de slegt „ste zijn. Als mede hoeveel stukken Lijnwaaten een weren, na maate van dies fijnte, in een maand kan weven. of en vermogende lieden zijn die men, als hoofd dallaal, zoude kunnen aanstellen, en sE Comp„s Contanten aanbetrouwen. En vermits in een en dezelvde arreng verscheide gehugten zijn, waarzonder en Zommige Coll. Litt„a A 2 837 Litt=a B zodinige zijn in dewelke de Lijnwaaten vrijbeeter gefabriceert en gebleekt werden als in d' andere, moeten UE„s ook naau wkeu zig daar op gebeslaan, en onder zoeken of zulks herkomstig is door dat de we vers aldaar beeter zijn als in de andere gelugten of door het waater waarmeede de doeken gewassen, werden, hebbende &s onder vinding geleent dat verscheide Lijnwaaten, willen in de een arreng gewaren, en in Han „den gebleekt warden, om een goed oogte heb 16en. En op dat men alle mogelijk nut van Zoeen Commissie trekke zullen zij zig ook nauw „keurig moeten informeeren, van alles wat elken distrikt voortbragt, voor wat prijs het aldaar doorgans, opgekogt werd; wat waaren hier vandaan of van elders, der „waarts, niet voordeel kunnen vervoert werden, en voor wat prijs de Gewilde waa¬ „ren te verdibiteeren zijn, als mede wat waaten en gewigten wieder district gebrui „kelijk zijn, en wat differens, ten goede of ten quaade, en is gecompareert tegens de waaten en gewigten die alhier gebruike „lijk zijn. Doende bij haar te rug komst twee duijde „lijke rapporten in schript is van haare verrigting aan den ondergeteekende, Een de van deses eerste articles en Een van al het ander zien boven gemelte Houglij in't fors Gustavus den 22 april 1761 /:was geteekent:/ G„l L„s vermet Copia Extract Intructie der Engelse arrengs gecommitteerde de heeren Joh: Bathoe en Claude de lasporte mij door dezelve op den 5 maij Jongen „leeden, te doearhatta over „handigt, luidende volgens 't Translaat door laast gem: in't frans aldus Vous diver faire votae pos sible pour ec „laircin les cause des de puteze en dissen „tionque se levententre nos gomastos, eu Cours des autres nations et les appri „ser eutant qu'il sera eu vortre pouvoir Pour parvenon à uu accommade menb a lami ab le an sujet de les frequentes dispute, mes seuris les francois Ales hollandois, en voijent chaguleu, dense de leurs de pute, pour vous accompaqner, aui si vous vrezen conjoinetement avec aux pour prevanier toutes les cau ses des plaintes pour l'avenir doende 48

← previousnext →