VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3238

Surat · 884 pages · 262 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3238_0616 view scan ↗

English

98. April Anno 1768. The 13th. And asks the members for their approval. Expression of thanks by the members for the trouble and care taken by the Lord Director, with the request that His Honour would be pleased to pursue this matter further as he sees fit. Surrender of the ship 't Veldhoen. to overcome with honour, I nevertheless wished to know, not only whether the collective Council members approve of my conduct observed thus far in this matter, but also especially what, according to their thoughts, ought to be done in the future, in order to effect, as much as lies in our power, that the infringement made upon the Company's privilege be redressed, the further objective of Mr. Price, which is sufficiently clear from his answer, be countered, and everything be brought back to such a state that the Honourable Company, while enjoying the full benefit of its privileges, may continue its trade here in peace, and protect its servants and dependents. The members, having listened to this detailed narrative of the Lord Director with all attention and having offered their gratitude to His Honour for the trouble, care, and well-arranged measures taken in this matter, requested that His Honour would now also be pleased to take further upon himself the direction and management of this case, which one hoped to overcome successfully and with honour through these good arrangements made, according to His Honour's thoughts and further pleasure, as the answer of the City Governor to the presented Rokha was expected shortly and, as was hoped, satisfactorily. For which reason, the further execution of this weighty matter, with the approval of His Honour, was unanimously referred to His Honour. Subsequently, there was produced by His Honour a report 99. The 15th of April Anno 1768. And transfer of the equipage warehouses accomplished, the latter to be administered by the Bookkeeper Hes under supervision of the Director. The 8000: -. Rupees on account of his administration, and Rupees 3200:- for his surety, counted into the treasury by the Equipagemaster. Report of the express commissioners, the Bookkeeper Matthijs Monté and the Junior Assistant Egidius Meijer, who, in their presence, have seen duly transferred by the authorized representatives of the deceased Skipper Hendrik Mulder, being the Chief Mate, Coert Holjes, and the Chief Surgeon Pieter Heijbeek, the ship 't Veldhoen lying in the roads, to the Commander Heun Van der Kuijl, with everything that according to inventory belongs to and is aboard that vessel; whereof it was agreed both to make note in these records and that the said Commander van der Kuijl, as outgoing Equipage Overseer, has already made a clear transfer of the equipage warehouses and that which is connected thereto to the Bookkeeper Jan Jacob Hes, by whom the Lord Director declared he would let this administration be conducted under his own supervision until, with the upcoming arrival of the ships, another capable person from the seafaring branch should be obtained. Furthermore, the Lord Director had it recorded that the aforementioned outgoing Equipage Overseer van der Kuijl had counted back into the treasury the Rupees 8000:—. which he had under his administration for the purchase of necessities; for which reason it was resolved to have his surety, mentioned in the Resolution of the 8th of March Anno 1764, canceled in the register at the secretariat. And whereas the said official has also deposited into the treasury: Rupees 3200: —: instead of Rixdollars 2000:— 100. The 15th of April Anno 1768. On account of the departure of the said Equipagemaster. A new surety presented by the First Sworn Clerk. for and in lieu of sureties which he otherwise had to provide for his past administration, it was resolved upon the proposal of the Lord Director to have him credited for the same in the trade books of this Directorship. The frequently mentioned Equipage Overseer van der Kuijl, who, according to the Resolution of the 10th of December of the past year, alongside the Junior Merchant and provisional Pay Bookkeeper Mr. Johannes Huijsinga, was one of the sureties for the provisional First Sworn Clerk Alexander Dubordieux for whatever he might receive under his administration and responsibility as sequester, having requested, on account of his upcoming departure, to be released therefrom and to have his surety canceled in the register, and Ensign Joan Martin Wilke having been requested by the said First Sworn Clerk as co-surety in his place, the deed executed thereof was produced by the Lord Director and it was resolved to accept the same as satisfactory, and to incorporate that document into these records. Today, the twelfth of April Anno seventeen hundred and sixty-eight. Appeared before me, Dirk Spierejee, Bookkeeper and provisional Secretary of Policy of the Surat Directorship, standing under the supreme authority of the Right Honourable Lord, Director Christiaan Lodewijk Senff, qualified for this purpose, in the presence of the witnesses to be named hereafter, the Junior Merchant and provisional Pay Bookkeeper The Honourable Johannes Huijsinga and the Military Ensign Johan Martin Wilke, who declared, as they do by these presents, that they will stand surety for the prompt satisfaction of whatever the Bookkeeper and provisional First Sworn Clerk at this Secretariat, Alexander Dubordieux, on account of the office of Secretary of Justice presently held by him as sequester in this function, might receive under his administration and responsibility, up to a sum of One thousand current silver Rupees at 30 heavy stuivers each, and they there

Dutch transcription

98. April A„o 1768. Den 13„ spunkan En vraagt de Leeden haar goed kaaraang te werden. Dank betuijging der Leeden voor des Heere Directeur genoemene moeijte er vorge met verzoek dat zijn Agtb: die affai„ „re verders geliefden te pouseeren na goedvinden. overgave van het Schip 't Veldhoen. E „Eeren te boven te zullen komen, ik egter wel wenschte te wat en de zaak versoden oaan weten, niet alleen off de gezamentlijke Raadsleeden mijn tot dus verre gehouden gedrag in deezen goed„ „keuren, maar ook voornamentlijk wat volgens hun „gedagten in den aanstaande nog gedaan diend te „werden, ten einde zoo veel in ons vermogen is te be„ „werken dat de gemaakte inbreuk in 's Comp:s voor„ „regt geredresseert, het verder oogmerk van M:r Price, „het welk uijt zijn antwoord genoegzum kenbaar is, „tegen gegaan, en alles weder gebragt werde op „dien voet, dat de E Comp:e onder 't vol genoot „van haare Voorregten, hier met gerustheid haa¬ „,ren Handel voortzetten, en haare Bediendens en onderhoorige beschermen kan. „ De Leeden dit omstandig Narré van den Heer Directeur met alle attentie aangehoord en zijn Ede voor de genomene moeite, zorge en wel geschikte maat¬ „regulen in deeze genomen hare dankbaarheid g'offe„ „reed hebbende, verzogten dat zijn Agtbaare deeze zaak die men met hoope van een goed succes, en met eere door deeze gemaakte goede schikkingen, zoude te boven komen, als nu ook verders op zig geliefden te nemen, van te derigeeren ende te beschikken na zijn Ed:s gedagten en verder goedvinden alsoo men het antwoord van den Stadsgouverneur op de gepresenteerde Rokka dog spoedig en zoo men hoopten tot genogen te gemoet zag. Weshalven unaniem de verdere uijtvoe„ „ring van deeze gewigtige affaire met goedkeuring van zijn Agtb:, aan zijn Ed:e wierd gedefereerd. E Vervolgens wierd door zijn Agtb: geprodiuceerd een Rapport 27499. Den 15„e April A„o 1768. Er Transport van d Equipagie Pak„ „huijen volbragt zullende dit laatste onder opzigt van den Directeur door den Boek„ houder Hes g'administreerd werden. De 8000: -. Rop:s door den Equipagiem: van weegens zijne administratie En Rop:s 3200:- voor zijn Borgtogt en Cassa geteld. Rapport van de Expresse Gecommitteerdens den Boek„ „houder Matthijs Monté en den Jg. Adsistent Egidius Meijer, dewelke ter haare presentie door de # gemagtigdens van den Overleedene Schipper Hendrik Mulder, zijnde de opperstuurman, Coert Holjes, en den opperchiruurgijn Pieter Heijbeek het ter Rheede leggende schip 't Veldhoen, aan den Gezaghebber Heun Van der Kuijl, met alles wat volgens Inventaris bij en op dien Kiel is voortloopende, hebben behoorlijk zien over Transporteeren, waarvan verstaan wierd in deeze zoo wel aanteekening te houden als dat gem: Gezaghebber van der Kuijl als afgegaane Equipagie opriender van de Equipagie Pashuijsen en het geen daar aan verknogt is bereeds een Liquide Transport gedaan heeft; aan den Boekhouder Ian Iacob Hes, door wien de Heer Directeur verklaarde, deeze Administratie onder eijgen opzigt, zo lange te zullen laaten waarneemen, tot men men met de aanstaande komst der scheepen weeder een bequaam subject uijt de zeevaart aan handen zoude hebben gekreegen. Voorts Liet den Heer Directeur meede noteeren dat voorm: afgegane Equipagie Opziender vander Kuijl de Rop:s 8000:—. dewelke hij tot het Inkoopen van Be„ nodigtheeden onder zijne Administratie heeft gehad, door hem weder in Cassa geteld waaren; waarome beslooten wierd deszelfs borgtogt ter Resolutie van den 8„e Maart A„o 1764 vermeld, bij het Protocol ter secretarije als nu te laaten roijeeren. En terwijl gem: Bediende nog mede in Cassa genamptiseerd heeft: Rop:s 3200: —: in plaatse van Rijxd:s 2000:— voor 100: Den 15„e April A„o 1768: Mits het vertrek van gem: Equipa: „gum: „we Borgtogt gepresenteerd. voor en in steede van Borgen, dewelke hij bij 't tegendeel voor zijne gehoúdene Administratie stellen moeste, zoo wierd op de Propositie van den Heer Directeur be„ „slooten hem daar voor bij de negotie Boeken dee„ „zer Directie te laten Crediteeren. De veel meldte Equipagie opziender van der Kuijl die volgens Resolutie van den 10„e December A„o p=t nevens den Onderkoopman en P„l soldij boekhouder M:r Johannes Huijsinga een der Borgen is ge„ „weest voor den p„l Eerste Geswooren Clercq Alexan¬ „der Dubordieux voor het geene hij als Sequester on„ „der zijne Administratie en verantwoording mogte krijgen, mits zijn aanstaande vertrek verzoek gedaan hebbende daar van ontslagen en zijn Borgtogt bij pro„ „tocolle geroijeerd te werden door gem: eerste Geswoore Door de Eerste gesw: Clercq een nieu, Clercq, als mede Borge in zijne plaatse verzogt zijnde den Vendrig Joan Martin Wilke, zoo wierd de daar van gepasseerde acte door den Heer Directeur ge„ „produceerd en beslooten dezelve voor voldoende aan„ „teneemen, mitsgaders dat Document deeze inte lijven. Heeden den Twalfden April A„o seeven„ tien Honderd agt en sestig. „ Compareerde voor mij Dirk Spierejee Boekhouder en p=l se„ „ „cretaris van Politie der Souratse Directie staande onder, Het „ Hoofdgebied van den WelEdelen Agtbaaren Heer, Directeur „ Christiaan Lodewijk senff hier toe gequalificeerd present de natemeldene getuijgen, den onderkoopman in p:l zoldij Boek„ „houder D' E. Johannes Huijsinga en den Vaendrig Militair „ Iohan Martin Wilke dewelke verklaarden gelijk doen bij dee„ „ „zen voor de prompte voldoening van 't geene den Boekhouder „. en p:l Eerste Gesw: Clercq ter deezer Secretarij Alexander „ Dubordieux uijt Hoofde de door hem thans waargenomen werden„ „ de dienst van secretaris van Justitie als sequester in deeze „ functie onder zijne administratie en verantwoording mogte „ krijgen tot een somma van Een duijsend gangbaare silvere „ Ropijen /: á 30. swaare stuijvers ieder, te zullen instaan, en hun daar e

NL-HaNA_1.04.02_3238_0619 view scan ↗

English

275 - 101. April, Year 1768. The 13th. On the submitted petition of required provisions for the ship 't Veldhoen. to stand as sureties and co-principals, renouncing hereby the benefits ordinis divisionis et excussionis, and the appearers declaring to be fully and properly informed of the power of those words, binding therefor their Honorable persons and property, both movable and immovable, submitting the same to the constraint of all the Lord's laws and judges; but on the other hand, he, the first sworn clerk, Alexander Dubondieux, also present here, promised to indemnify his sureties entirely, and the sureties each other for one half regarding this suretyship, and to hold them harmless and free from claim under the same obligation as above. Appearing that an act hereof in common form be made and delivered. Thus done and passed in the Dutch Company at Souratta on the day, month, and year aforesaid, in the presence of Egbert Nicolaas Wiardi and Fredrik Liether, clerks at this secretariat, as witnesses. The minute hereof is properly written and signed on a stamp of twelve stuijvers; underneath stood: which I attest; was signed: D:k Spiering, principal secretary. Also submitted by the often-mentioned Commander Pleun van der Kuijl to the Lord Commander, a petition of required provisions for the vessel under his command, 't Veldhoen, of the following content: To the Honorable, Respectable Lord Christiaan Lodewijk Senff, Director and Commander-in-Chief of this Directorate, together with the Council. Honorable, Respectable Lord and Esteemed Councilors. The commander of the ship 't Veldhoen, Pleun van der Kuijl, about to depart for the Indian capital, very humbly makes known that he requires the following supplies for the vessel under his command, very humbly requesting that these may be granted to him, namely: For the European and Bugis crew members, the required victuals, etc., for four months. And For 50 Moors or as many of those sailors as shall yet be taken into service, likewise four months' rations. Underneath stood: Doing which, etc. In the margin: Souratta, the 13th of April, Year 1768. And since it appeared from this that he came to request for the European sailors and Bugis soldiers for four, and for 50 Moorish sailors, or as many as might yet be taken on above this specified number before his departure, also for four months' victuals, it was resolved, in consideration and for reasons that the same was exceedingly necessary for that vessel, to have the said provisions nevertheless supplied by the storekeeper. 102. The 15th of April, Year 1768. The request granted. According to a judicial minute, the swearing-in for the weighed-out spices has been completed. By the Honorable Secunde and Head Administrator Martinus Joan Bosman, as President of the Honorable Council of Justice of this Directorate, a judicial minute having been submitted, by which it appeared that the swearing-in by the commissioned judicial members for the spices successively weighed out to the merchant in the past book year had been properly completed, and thus the resolution of this Board of the 29th of March just passed had been complied with, it was approved to be satisfied with this and to insert the aforesaid minute herein. Friday, the 8th of April, Year 1768. Forenoon. All present, except the Honorable Bangeman due to indisposition, and Pleun van der Kuijl on a commission to the roadstead. The following was produced by the Honorable President: Extract from the resolution taken in the Council of Policy at Souratta, Tuesday, the 29th of March, Year 1768. there was today a formal finding submitted by the Honorable Secunde Bosman regarding the cloves and nutmegs

Dutch transcription

275 -101. April A„o 1708. Den 13„ Op 't Ingediend, Request van be„ nodigde Provisien voor 't Schip 't Veldhoen. „ daar voor te stellen als Borgen en meede principalen Renun„ „cieerende mits deezen de Beneficien ordinis Divisionis et Executio„ „„nis en betuijgende de Comparanten van de Kragte dier woorden „ ten vollen en naar behooren onderregt te zijn daarvoor haar Ed:s per„ „ soonen en goederen zoo roerende als onroerende verbinde, de zelve stellende „ ten bedwang van alle s Heeren Regten en Regteren dog daar en„ „ tegen beloofde hij eerste gesw: Clercq, Alexander Dubondieux /: hier me„ „. „de tegens woordig zijnde :/ zijne borgen in 't geheel en zij borgen mal„ kander voor de helfte ter saake van deeze Borgtoijt te indimneeren „ en bevrijden klagt en schadeloos te houden onder gelijk verband als voo„ „ren. Consteerende, dat hier van gemaakt en gelevert werde Acte „ in Communi forma. Aldus Gedaan en gepasseerd in 't Nederlands Comp: „ te Souratta ten daage maand en Jaare voormeld ter presentie van „. Egbert Nicolaas Wiardi en Fredrik Liether Clerquen te dee„ „„zer secretarij als getuijgen. De minute Deeses is behoorlijk geschreeven en geteekend op „ een zegul van Twaalf stuijvers /:onderstond:/ quod attestor /:was „ geteekend:/ D:k Spierejer p:l secretaris. Nog door veelm: Gesaghebber Pleun van der Kuijl aan den Heer Gebieder ingeleverd zijnde een Request van benodigde Provisien voor zijn onderhebben, „de Bodem 't Veldhoen van de volgende Contenue. Aan den Wel Edelen Agtbaaren Heer Christiaan Lodewijk Ienss:r Directeur en Hoofd gebieder deezer Directie Benevens Den Raad. Wel Edele Agtbaare Heer. en GEerde Raaden. Den gezaghebber van 't schip 't Veldhoen Heun van der Kuijl, staande op zijn vertrek naar d' Indiasche=Hoofd=Plaatse, geeft „ zeer ootmoedig te kennen, hoe hij benodigt is voor zijn onderhebbende „ Bodem de volgende verstrekkingen /verzoekende zeer nedrig dat hem „ die mogen werden g'accordeerd; te weeten: Voor de Europeese en Boegineesche manschappen de benodigde Victualien ensz: voor vier maanden. En Voor 50 mooren off, zoo veel voor die zeevaa„ „rende als er nog in dienst zullen werden aangenomen insgelijks vier maanden Randzoen. „ /:onderstond:/ 'T welk Doende etc: /: in margine / Souratta den 13„e April A„o 1768. & En nadien daar uijt Consteerde dat dezelve voor de Eu„ „ropeesche zeevaarende, en Bougineesche Millitairen voor „ 102. Den 15„e April A„o 1768. het verzogt toegestaan Blijkens Een Justitieele Notul is de b'ediging voor de uijtgewoogen specerijen wolbragt. voor Vier en voor 50 Moorsche zevaarende, off zoo veel als er nog tegen zijn vertrek boven dit bepaald getal mogten aangenomen werden, mede voor vier Maanden Victualie quam te verzoeken zoo wierd uijt aanmerking en om reedenen dat het zelve ten hoogste voor die Bodem benodigd was, besloo„ ten dezelve Provisie als nog door den dispencier verstrekken te laten. Door den E Secunde en Hoofd Administra„ „teur Martinus Ioan Bosman als President van den Agtb: Raad van Justitie deezer Di„ rectie overgelegd zijnde eene Iustitieele Notul, waarbij quam te blijken als dat de b'Eediging door de Gecommitteerde Justitieele Leeden voor de in het voorleeden Boekjaar aan den Koopman suc„ „cessive uijtgewogene specerijen behoorlijk volbragt, en dus aan het besluijt deezer Tafel van den 29„e Maart even verweeken voldaan was, zoo wierd goed gevonden hier meede genoegen te neemen en voorm: Notul deeze te insereeren. Vrijdag den 8„e April A„o 1768. Voormiddag Presentibus omnibus dempto de E Bangeman mits„ Indispositie, en Reun van der Kuijl in Commissie naar de Rheede. 6d Wierd door den E: E: Heer President geprodic„ „ceerd het volgende. Extract uijt de Resolutie genomen in Rade van Politie te Souratta Dingsdag den 29„' Maart A=o 1768. zoo wierd heeden Eene door den E: Secunde Bosman in„ „geleverde Formeele bevinding van de Garioffel Nagulen en Noten e

NL-HaNA_1.04.02_3238_0621 view scan ↗

English

27/6 103. / The 13th of April Anno 1700. Summary and approval of the answered Indies Demands of Anno 1767. Nutmegs brought by the Company's ships Borselen, Kivitsheuvel, De Vrouwe Geertruijda, and Ouderamstel, which had now all been weighed out and accounted for, together with a demonstration of the difference between the formal Finding submitted on the 29th of December and this one now handed over, was laid on the table for review. And whereas it appeared from the first-mentioned document that on the imported quantity of cloves amounting to 59999:—. lb. a total short-weight had occurred of 955:¾ lb. or barely 1 37/8 per Cent, or if one further deducted from that the permitted ship's short-weight of 1 percent amounting to 600:–. lb., only a minor under-weight of 355¾ lb. or 7/8 per Cent would remain; and that dealing in the same manner with the Nutmegs on a quantity of 30095:-. lb. would indeed yield an over-weight of 242½ lb. or 3/16 percent, whereas the short-weight in its entirety now only amounts to: 58½ lb: or 3/16: per Cent, it was thus decided to have the general occurred short-weight written off for now, or to have it settled with the brokers in this manner according to the presented Demonstration in favor of Mantchergie Gorseedje and Govenram Roederam, the Honorable Company's Brokers, to credit New Account, and to debit the account of former-year profits, advantages, and losses for 1120¼ lb. Cloves and 461¾ lb: Nutmegs, amounting to f 7266:10:-. or 4844: 17/30 Rupees, being properly the quantities for which the said brokers were debited more in the recently closed Trade books, according to the calculation made at the general finding of the 29th of September aforesaid, than was delivered or weighed out to them; subsequently to have the 164½ lb. dust and heads of Cloves along with and besides 403¼ lb. mite-damaged Nutmegs transferred to damaged spices in favor of the cited former-year Account, whereas the remaining 96: lb. of mite-damaged Nutmegs have already been written off and transferred in the closed Trade books, and further to have the Judicial Commissioners confirm their kept notes of the spice books under oath before the Council of Justice. /:below stood:/ Agrees /:was signed:/ D:r Spierejee principal secretary. Hereupon the Members of this meeting, the Junior Merchant and principal payroll bookkeeper Johannes Huijsinga, the Junior Merchant and Cashier Abraham Josias Sluijsken, the Military Ensign Johan Martin Wilke, the Chief Surgeon Pieter van der Sprenkel, and the Bookkeeper and Dispenser Nicolaas Holmberg, and the Bookkeeper and Bazaar Commissioner Jan Jacobhes, who as commissioners assisted at the successive weighings, were asked by the Honorable Lord President whether they were now ready to confirm under oath the accuracy of their kept notes of the spice books, whereupon this was unanimously answered in the affirmative by their Honors, and on which the required Oath was taken individually by each in the Reformed manner. It being also resolved to make a note of this swearing-in in the journal. /:below stood:/ Extracted from the journal of the Honorable Council of Justice of this Directorate /:collated:/ agrees /:was signed:/ A: Dubordieux principal secretary. The formal answer to the Indies Demands of Returns for Anno 1767 having been placed in the margin and submitted for review, the same was subsequently approved and signed, in order to be presented to Their High Nobilities in that manner with the ship 'T Veldhoen under the other papers. 104. April Anno 1768. The formal Description to Their High Nobilities examined and approved. The ship's officers of the Ship Veldhoen to be ordered the adjacent by Instruction. Two Resolutions examined. The formal Description to be dispatched to Their High Nobilities also having been reviewed and collated, all the Members conformed to its contents, for which reason it was also resolved to keep note thereof in this record, as well as that the Resolutions of the 3rd and 5th of the current month have today been reviewed and approved. Lastly, on the proposal of the Lord Director, it was further resolved to instruct the ship's Officers of the Ship 'T Veldhoen by instruction to by no means call at Cochin, much less linger there, but nevertheless to sail so close past it that they can deliver the packet addressed for that command to a native vessel, unless the opportunity should not permit this, in which case they must take it along to Ceylon; likewise that one would gladly see them call at Gale for the delivery of the papers planned for the Government, but primarily for the specie, for which the ministers might sometimes be at a loss, but that they are nevertheless most earnestly ordered not to proceed to this unless the opportunity presents itself exceptionally well, and in case this is not so, or if they meet with the slightest difficulty, that they then also sail past Gale and must take everything along to Batavia. /:below stood:/ Thus Done, Resolved, and Decreed in the Dutch Office at Surat, on the Day, month, and Year aforesaid (:was signed:/ C: L:r Sent, M: F:n Bosman, A: J: Bangeman, A: V:n Harmn, I:s Huijsinga, A:r J:s Sluijsken, and D:r Spierejee Saturday ditto

Dutch transcription

27/6 103. / Den 13„e April A„o 1700. Resumptie en approbatie van de b'antwoorde Jndiasche — Eijsch van A„o 1767. Noten Muschaten p:r s Comp:s scheepen Borselen Kivitsheu„ „vel De Vrouwe Geertruijda, en Ouderamstel aangebragt, dewelke nu alle uijtgewogen en verantwoord waaren, nevens eene aantooning van het verschil tusschen de op den 29e xber ingediende in deeze thans over„ geleverde formeele Bevinding ter resumptie op Tafel gelegd. En vermits „ bij het Eerstgem: papier bleek dat op de aangebragte quantiteit garioffel „ Nagulen tot lb: 59999:—. in 't geheel een minwigt was gevallen „ van lb: 955:¾ off 1 37/8 p:r C=to schaars off als men het gepermitteerde „ scheeps minwigt van 1 percento tot 600:–. lb daar nog van detraheerde „ maar een gereng onderwigt van 355¾ lepofs 7/8 p:r C=to zoude overschieten; Mits„ gaders met de Noten Muschaten in zelver voegen op eene quantiteit „ van lb 30095:-. gehandeld werdende wel een overwigt zoude geven van „ lb 242½ of 3/16 percento daar nu egter het minwigt in zijn geheel „ maar bedraagt: lb: 58½ off 3/16: p:r C=to zoo wierd beslooten het generaale ge„ „ vallene minwigt als nu te laten afschrijven, of in deezer voegen navol„ „gens de overgelegde Aantooning te laten verevenen met de makelaars in faveure van Mantchergie Gorseedje en Govenram Roederam „ 'sE Comp. s Makelaars Nieuwe Reekening te Crediteeren, en de reeke„ „ning van voorjarige winsten, voordeelen, en verliesen, te Debiteeren voor 1120¼ lb Nagulen en 461¾ lb: Noten, bedragende ƒ 7266:10:-. off Rop.:s 4844: 17/30 zijnde eijgentlijk de quantiteiten waarvoor gem: Courtoirs „ bij de Jongst afgeslootene Negotie boeken, volgens de gemaakte calcu„ latie bij de generale bevinding van den 29„e september voormeldt „ meerder Debet gemaakt zijn dan aan hun gelevert, off uijtgewogen is „ vervolgens de 164½ lb stoff en Kroontjes van Nagulen met en be„ „ nevens 403¼ lb vermijterde Noten in faveur van gecitteerde voor„ „ jarige Reekening op specerijen bedurvene overschrijven te laten, ver„ „ mits de overige 96: lb vermijterde Noten bereeds bij de afgeslooten „ Negotie boeken af en overgeschreevene zijn, en voorts de Justitieele „ Gecommitteerdens haare gehoudene Aanteekenings bij de specerij boek„ „jes voor den Raad van Justitie te laten b'edigen. /:onderstond: / Ac„ „cordeert /:was geteekend:/ D:r Spierejee p„l secret:s Hier op wierden de Leeden deezer vergadering den onder„ „ Koopman en p:ls zoldij boekhouder Iohannes Huijsinga den onder koop„ man en Cassier Abraham Josias sluijsken Den vaandrig Militair „ Iohan martin Wilke, den opperchirurgijn Pieter van der Sprenkel„ „ en de Boekhouder en Dispencier Nicolaas Holmberg, en den ^ Jan Jacobhes De welke als gecommitteerdens. „ boekhouder en Bazaars gecommitteerden bij de successive uijt„ „ weging g'assisteerd hebben door de E. Heer President afgevraagd off „ zij de deuijdelijkheid van haare gehoudene Aanteekenings bij de „ specerijboekjes als nu bereijd waaren met Ede gestand te doen zoo wierd „ zulx door haar Ed:s eenparig met Ja b'antwoord, en waarop de gerequr„ „reerde Eed op de gereformeerde wijse door een ieder afzonderlijk gepres„ „ teerd wierd. Werdende teffens beslooten van deeze b'Eeding bij het me„ „ moriaal aanteekening te houden. /:onderstond:/ GeExtraheerd uijt het memoriaal van den Agtb: Raad van Justitie deezer Directie /:Ca„ „ „„ger:/ accordeerd /:was geteekend:/ A: Dubordieux p. l secretaris. Het formeel antwoord op de Indiasche Eijsch van Betou„ „ren. voor A„o 1767 in margine gesteld en ter resumptie over„ „gelegd zijnde wierd dezelve vervolgens g'approbeerd en getee„ „kend, om in dier voegen met het schip 'T Veldhoen onder de „ e 104. April A:o 1768. E „ De forneele Beschrijving aan Haar Hoog Edelens. en g'appobeerd. De scheeps overheeden van 't Schip Veldhoen het nevenstaande bij Instructie te beveelen. de verdere papieren Haar Hoog Edelens aan te presenteeren De aftegaane Formeele Beschrijving aan Haar Hoog Edelens meede geresumeerd en gecollationeerd zijnde conformeerde zig de gezamentlijke Leeden met Dies inhoud waarom almede beslooten wierd daar van in dee„ „ze Aanteekening te houden zoo wel als dat dat de Nevers Twee Resolutien geresumeerd Resolutien van den 3„e en 5„e Courant heeden geresu„ „meerd en g'approbeerd zijn. Laatstelijk wierd op de propositie van den Heer Directeur nog beslooten de scheeps Overheeden van 'T Schip 'T Veldhoen bij instructie te gelasten. om Cochim geenzinds aante doen, veel min daar te ver„ „toeven, maar egter zoo digte daar voorbij te loopen dat zij het paquetje voor dat commandement beschreeven, aan een Inlands vaartuijg afgeeven kunnen ten waare de gelegentheid zulx niet wilde toelaten, als wan„ „neer zij het meede naar Ceijlon moeten neemen zoo meede dat men garne zien zoude, dat ze op Gale aanliepen, ter bestelling van de papieren voor het Gou„ „vernement geprojecteerd, dog voornamendlijk voor de Con„ „tanten, waarom de ministers zomtijds verleegen mogten „zijn maar dat men haar egter op 't Eernstigste gelast hier toe niet te treeden, off de gelegentheid moet zig Extra schoon opdoen, en bij aldien dit niet is, of dat ze maar de minste swaarigheid ontmoeten, dat zij dan ook Gale voorbij loopen en alles mede neemen moeten naar Ba„ tavia. /:onderstond:/ Aldus Gedaan Geresolveerd en G'arresteerd in 't Neederlands Comptoir Souratta, ten Da„ „ge mand en Jaare voormeld (:was getek:/ C: L:r Sent, M: F:n Bosman, A: J: Bangeman, A: V„n Harmn, I:s Huijsinga A„r J:s Rluijsken, en D:r Spierejee„ Satuerdag do

NL-HaNA_1.04.02_3238_0623 view scan ↗

English

277 405 The 23rd of April Year 1768. Saturday At 6 o'clock in the morning Proposition to transfer the cash into the hori De Uytwinner in order not to delay the voyage of the ship 't Veldhoen, along with the further arrangements proposed in that regard, having been unanimously approved by the members. All Present except the Honourable Second Bosman, Bangeman, and Heydeman, as well as the Honourable Huysinga, the latter being on a commission to the roads. The Lord Director, having assembled the members, proposed to them whether, since the smalschip De Verwagting was still lying behind Omrah and might even remain lying there for another eight days without advancing, which would considerably delay the voyage of the ship 't Veldhoen lying in the roads, it would not be best and at the same time highly necessary to transfer the loaded cash from the said smalschip into the covered hori De Uytwinner, which according to the report just received was also still lying there, and to have the money brought on board by this vessel, which has a shallower draft and can also drift down with the ebb tide better and more successfully in case of contrary or head winds; while by a short letter to this effect from the Lord Director to the Junior Merchant Huysinga, who together with the fellow commissioner Wilke is on the smalschip with the cash, notice of this resolution of ours could be given as quickly as possible, and he could at the same time be ordered to transfer the native soldiers along with the European sailor from the smalschip to this small keel as well in order to better keep watch, while the Lord Governor would also add the smalschip master Isaak Strikkert, who is here on shore. The members, having listened attentively to this proposal of the Lord Director, and judging the same to be very necessary for the reasons given there, to be put into effect in this manner as the best means to get it on board quickly, it was decided to have the money transferred from the smalschip into the hori De Uytwinner, and to give notice of all the above to the Junior Merchant Huysinga by a letter, so that he may act accordingly pursuant to this resolution of ours. Whereunder stood: Thus done, resolved, and decreed in the Dutch factory at Surat, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: C. L. Senff, R. van Harn, A. J. Kluysken, and D. Spierejee. 106. The 23rd of April Year 1768. Junior Merchant Huysinga shall be informed thereof to that end. Friday The 3rd of June Year 1768. Forenoon All Present. After invocation of God's Most Holy Name, the Lord Director opened the meeting by making known to the members that, although no written answer from the said city governor had followed upon the presented roqqa to the Lord City Governor Mier Amien Uddien Asmetchan according to what was recorded in the resolution of the 15th of April, 278 407. The 13th of June Year 1768. Regarding the sent men, a detachment was again dispatched to the house of the broker. Detailed account regarding what occurred with an English peon who committed a dreadful violent act on the Company's yard, The English Chief having fully acknowledged our conduct, and even wanted to attack the Company's First Broker; nevertheless His Excellency as well as the English Chief Mr Price had fully acknowledged that our men had been unjustly driven away from the house of the Company's First Broker Mantchergie. Wherefore His Honour on the morning of the 22nd following had again sent 10 native soldiers thither, who had taken possession there without the slightest hindrance, and had remained there undisturbed in that same peaceful possession until today. This having been recorded beforehand in this document, His Honour gave the following account regarding what occurred concerning an English peon: On the 24th of May in the afternoon, when I was not at home or in the yard, two common peons came onto the yard, the one of Mr Halsey and the other of Jaffriaabchan, with the intention to seize by force and drag away the Company's brokers of native sailors, commonly called soul-sellers, who happened to be there or at the house of the pay bookkeeper at that very time. But having been thwarted in this deliberate intention by a servant of the said pay bookkeeper, and their intended purpose thereby being entirely frustrated, the peon of Mr Halsey not only spewed forth the most dreadful curses and most terrible threats, but moreover had the audacity to draw his cutlass and therewith press so close upon the body of the broker Mantchergie, who in the meantime had arrived, that the same somewhat

Dutch transcription

277 405 Den 23„e April A„o 1768. Saturdag Propositie om de Contanten in de horrij D' Uytwinner overscheepen Ten einde de Reijse van 't schip 't veldroen niet op te houden. Nevens de verdere schikking ten voorgesteld. „keurd zijnde. Alle Present dempto den E Secunde Bosman, Bangeman en Heijdeman, mitgaders dE. Huijsinga, zijnde deeze laatste in Commissie na de Rheede. De Heer Directeur de Leeden hebbende doen bij een komen, proponeerde aan dezelve, terwijl het smalschip De verwagting als nog agter omrha lag, en zelfs aldaar nog wel agt dagen zoude kunnen leggen zonder verder te komen, het welk de Reijze van het ter Rheede leg„ „gende schip t Veldhoen merkelijk zoude vertragen, of het niet best en teffens hoog noodzakelijk was om de ingela„ „dene Contanten uijt het gemeldte Smalschip in de geslootene Horrij De uijtwinner, dewelke volgens 't zoo immidiaat ontfangene Rapport aldaar meede nog lag, over te scheepen, en door dit vaartuijg, 't welk ondieper gaat en ook beeter en voorspoediger bij Con„ „trarie of tegenwind met de Ebbe kan afdrijven, het geld na Boord te laaten brengen, terwijl bij een Briefje dien opdigte door den Heer Directiu aan den Onderkoopman Huijsinga die nevens de mee„ „de Gecommitteerde Wilke zig op het smalschip bij de Contanten bevinden, van dit ons besluijt ten spoedigste zoude kunnen kennis gegeeven mitsgaders teffens ge„ „last werden, om de Inlandsche Militairen nevens De Europeesche Mattroos van 't Smalschip meede op dit kieltje over teneemen ten einde beeter wagt te kunnen houden, terwijl den Heer Gebieder daar nog zoude bijvoegen de alhier aan de wal zijnde smal„ Door de Leeden unaniem goedge„ schipper Isaak Strikkert. De Leeden dit voostel van den Heer Directeur met attentie aangehoord en om de Smorgens 6 uuren daar ee 106. Den 23„e April A„o 1768. zal de onderkoopman Huijsinga daar van ten dien einde verstendigt werden. op de gepresenteerde Rokka aan den stads Gouverneur geen schrifte„ lijke antwoord gevolgd zijnde, daar van gegeven reden 't zelve meede zeer noodzake„ „lijk oordeelende om in diervoegen, als het beste middel zijnde om het spoedig aan boord te krijgen, te laten gevolg neemen, zo wierd beslooten, het Geld uijt het Smalschip in de Horrij De uijtwinner te laten overscheepen en van al het voorenstaande de onder„ „koopman Huijsinga bij een briefje kennis te gee„ „ven om dierhalven navolgens dit ons besluijt te kunnen handelen. /:onderstond:/ Aldus Gedaan Geresolveerd en Gearresteerd in 't Nederlands Comptoir Souratta, ten dage maand en Iare voormeld /:was geteekend :/ C:n L:t Senff. R: V:n Harn A=m I:s Rluijsken en D:r Spierejee. Vrijdag Den 3„e Iunij Anno 1768. Voormiddag Na aanroeping van Godess Allerheiligste Naam, opende den Heer Directeur de vergadering met aan de Leeden bekend te maken, dat op de gepresen„ teerde Rokka aan den Heer Stads Gouverneur Mier Amien Uddien Asmetchan volgens het aangetee„ „kende ter Resolutie van den 15„e April Wel geen Hoewe ijn Eeelentie zoowdel as schriftelijk antwoord van gem stede-voogd gevolgd was, E Alle Present. maar - het 278 407. Den 13„e Junij A„o 1768. omtrent het gezondene volk oret„ van den Makelaar weeder een De tachement g'Expedieert. omstandig Navrie wegens het„ voorgevallene met een Engelsch die een schrekkelij geweed op sE Comp:s werf gepleegd, te Lijff heeft gewild; het ongelsch opperhoofd ons gedrag, maar dat egter zijn Exelentie zoo wel als het Engelsch Opperhoofd M„r Price ten vollen erkend hadden dat ons volk ten onregten van het Huijs van s Comp:s eerste Ma„ Hoeft zijn Agtbaare, na't Huijs, kelaar Mantchergie weggejaagt waaren. Weshal„ „ven zijn agtbare op den 22„e daar aan 'S morgens weeder 10: Inlandsche soldaten na derwaarts gezon„ „den had dewelke zonder eenige de minste verhindering aldaar Possessie hadden genomen, en tot heeden in die zelve vredige bezitting ongestoord daar als nog verbleeven. Dit voor af in deeze aangeteekend zijnde, Deed zijn Agtbare ten opzigte van het voorgevallene omtrend een Engelsche Sion het volgende verhaal „ Den 24„e Maij des „agtermiddags wanner ik niet te huijs of op de werff was „quamen: twee gemeene Pions, de Eene van M:r Halseij „ en de anderen van Iaffriaabchan op de Werff, met „voorneemen om met geweld op te vatten en wegte „sleepen 's Comp:s Makelaars van Inlandsche Mattroo„ „sen in de gemeene wandeling genaamt zielverkoo„ „pers, dewelke Juijst te dier tijd aldaar of aan 't Huijs „van de zoldij Boekhouder, zig bevonden; Dog in dit op„ „zettelijk voorneemen door een Dienaar van gem: zol„ „„dijboekhouder tegen gegaan zijnde en haar bedoeld oog„ „„merk hier door ten eenemaal vereideld rakende, „ heeft de Pion van M:r Halscij niet alleen de eijsche„ „„lijkste Vloeken en schrikkelijkste drijgementen uijt„ „„gebraakt, en boven dien de assurantie gehad zijn „ houwer te trekken, en daar meede de Makelaar En zelfs Comp:s Eerste Makelaar „ Mantchergie, die intusschen aangekoomen was „ zoo digt op 't lijff te dringen, dat dezelve zig eenig„ „zints. tigen, Ron,

NL-HaNA_1.04.02_3238_0626 view scan ↗

English

108. June Anno 1768. The 3rd Complaints to the rulers and the English chief concerning these far-reaching insolences; The peon having been apprehended and sent to Mr. Price. Confesses his guilt of his own accord. Expectation of an equitable satisfaction. Answer of the city governor. had to retreat in no way, but he behaved further so unmanageably that no kind words had been able to bring him to calm, until finally a servant of the city governor, who always accompanies the aforementioned brokers of native sailors, also took him from the wharf. Meanwhile, upon my return, I was accurately informed of this occurrence; I immediately sent the second broker Govenram to the city governor and the courtier Mhamet Areff to the English chief, Mr. Price, to complain about this unheard-of wantonness. The city governor also gave me a satisfactory answer; but Mr. Price only said: That he would investigate the matter. After I received this answer back, the peon of Mr. Halsey came back to the wharf of his own accord, and having been brought to me, I sent him at that very moment to Mr. Price. Having been brought there in the presence of our servants, this gentleman asked him by whose order he had gone to the Dutch wharf and why he had drawn his cutlass! And thereupon, giving a clear confession of his own accord: That no one had given him orders to do so, and that he had done wrong to have drawn his cutlass, he was brought to the guard by order of the aforementioned Mr. Price. From this I thought I might conclude, and I also did not doubt in the least, that Mr. Price would cause me to obtain an 109. June Anno 1768. Whereupon the director insists further. Given response of the said chief. Remark on the unlawful treatment by the English chief. equitable satisfaction; yea, even when I had sent the dispenser Holmberg to Mr. Price on the 26th following, concerning this incident as well as other matters, the same gave me well-founded hope thereof upon his return. But since I had not yet heard by the 28th that this peon had been punished, I expressly sent the aforementioned Holmberg again to Mr. Price, who brought me back the following answer: That the said gentleman declared to have investigated and found the matter; that the peon had indeed done wrong to come onto our wharf without anyone's order, but that he had nevertheless been in the execution of his function, and that out of necessity for his own defense he had also had to draw the cutlass, because they had wanted to take the broker of the native sailors away from him again; that therefore Mr. Price, in consideration that this fellow had now already sat under arrest for five days, had discharged him, with a serious recommendation to beware of such outrages in the future, and that he therefore thought that this was satisfaction enough, wherewith I could well be content. Having weighed this answer in my mind, I found it in itself so strange and wondrous that I could not rightly understand the true meaning or the actual aim of the said chief, and I noted thereupon at the same time: That if this fellow had done wrong, and was guilty of having committed violence upon our wharf without anyone's order, it was surely not to be reconciled with 110. June Anno 1768. And demonstration concerning this improper course of action. Upon the further insistence for a proper and satisfactory answer. sound reason that Mr. Price could at the same time say that he had been in his function! And in case it was considered self-defense that this fellow drew his cutlass when he was opposed in his intention and prevented from seizing someone on our own ground and soil and dragging him along; then Mr. Price not only permits that a servant of the Dutch Company may be seized even in our sight and within the compass of our dwellings, but he also completely approves that such acts of violence may be committed at own discretion, freely and unhindered, by the lowest scum of peons, although having not the least order thereto from their masters or the city rulers. Since now both these consequences are certainly true and so firm that they can be contradicted by no one, I very much doubt whether Mr. Price will be able to claim that same quality for the foundations upon which he builds, while the first contains a notorious contradiction and on that ground falls away of itself, and the second is so strange and unheard of that it can be supported by no semblance of equity, much less by any example from the earliest times until the present day. And while I thus could not rest at all in the sentiments of Mr. Price, I have on that same day again sent the often-mentioned Holmberg

Dutch transcription

108:. Iunij A„o 1768. Den 3„ klagten aan de regenten over deeze verre gaande brutaliteiten, en't Engelsch opperhoof; De prion opgeraet en na M:r Price gezonden zijnde. Belijd uijt Eijgene beweegreede„ „nen zijn schuld. verwagting van een billijk satisfac„ „tie. „„zints moest retireeren, maar denzelven gedroegzig wij„ „„ders zoo onhandelbaar dat geene goede woorden hem tot „ bedaaren hadden konnen brengen, tot dat einde„ „„lijk een Bediende van den stads Gouverneur die „„ de gem: Makelaars van Inlandsche mattroosen „ altoos verzeld hem meede van de werff nam.„ „Intusschen wierd ik bij mijn te rugkomst van dit „ voorgevallene nauwkeurig verstendigd; Ik zond ten „ Eersten de Tweede Makelaar Govenram bij den Antwoord van de stad gouverneur Stads Gouverneur en den Hofganger Mhamet „Areff bij het Engelsch Chef den Heer Price, om over„ deeze ongehoorde Baldadigheid te Klagen. Den „stads Gouverneur gaf mij ook een voldoenend ant„ „„oord; Dog M:r Price zeide eenelijk: Dat hij de „zaak onderzoeken zoude. „ Na dat ik deeze antwoord te rug erlangde „„quam de Pion van M„r Halscij van zelfs weeder „„ op de werff, en dezelve bij mij gebragt zijnde zond ik „„hem op 't zelve moment na den Heer Price. Al„ „daar ter presentie van onse bediendens gebragt zijnde vroeg deeze Heer hem af uijt wiens ordre hij „ na de Hollandsche Werff was gegaan en waarom hij zijn Houwer hadde getrokken! En daar op dee„ „„ze uijt eigene motiven duijdelijk bekentenisse geen „„vende: Dat hem niemand daar toe ordre hadde gegeeven, en dat hij qualijk hadde gedaan, dat „ zijnen houwer hadde getrokken, wierd dezelve door Last van gem: Heer Price in de wagt gebragt„ „Hier uijt vermeende ik te mogen opmaken en ik twijffelde ook geenzints of de Heer Price zoude mij eene e 27 409 Junij A„o 1768. De Waarop den Her directeurna „der laat aandringen. Gegegeven response van gem: heff. Namerking over de onwet„ „tige behandeling van het Engelsch oppehoofd. „eene billijke satisfactie doen erlangen/: Ia zelfs. . iuan„ „nier ik den Dispencier Holmberg op den 26„e daar aan „zoo wel over dit voorval als overandere zaken na de „ Heer Price gezonden had gaf den zelven mij bij zijn. „terugkomst daartoe nog gegronde hoope „Maar vermits ik den 28„e nog niet vernomen had „ dat deeze Sion afgestraft was, zond ik Expres voorm: „„ Holmberg weder naar den Heer Price die mij het volgende antwoord te rug bragt: Dat gem Heer verklaarde de zaake onderzogt en bevonden te hebben; Dat de Pions wel qualijk hadde gedaan „ „ van zonder iemands ordre op onze werff te komen, maar dat hij egter in zijne functie was geweest en dat hij „ ook uijt nood tot zijne eigene defensie den houwer ha„ „„de moeten trekken, om dat men hem den Ma„ „„kelaar van de Inlandsche Mattroosen weder af „haid willen neemen: Dat dierhalven de Heer Pri„ „„ ce. uijt aanmerking dat die Kacrel nu berieds vijff „ Dagen in arrest gezeeten hem ontslagen hadde, on„ „„der eene Eernstige recommandatie van zig in den aan„ „ „staande te wagten voor diergelijke buijtenspoorigheeden, „ en dat hij dierhalven dagt dat dit satisfactie genoeg „ was waar meede Ik mij wel te vreeden konde houden. „Dit antwoord bij mij overgewoogen vond ik in zig „zelfs zo vreemd en wonderlijk, dat ik de waare meening „ of het eigentlijke -oogmerk van het gem: Cref niet regt „begrijpen konde en ik: merkte daar 'teffens op aan. „Dat als die Karel qualijk gedaan had, en dezelve „schuldig was, dat hij zonder ordre van iemand op on„ „„ze werff geweld gepleegd hadde, het immers niet met de „ .. 110. Junij A„o 1768. En betooging over deeze oneij„ „gene handelwijze. op de nader aandrang om een behoorlijk en voldoenend antwoord„ „de gezonde reeden over een te brengen was, dat de „ Heer Price teffens zeggen konde, dat hij in zijne func„ „tie was geweest! En bij aldien het voor een noodweer ge„ „„houden wierd; dat die Karel zijnen Houwer heeft „getrokken toen men hem in zijn voorneemen is „tegengegaan, en belet heeft van op onsen eigen grond „„en bodem iemand op te vatten, en meede te slee„ „:pen; Dan staat de Heer Price niet alleen toe dat een Bediende van de Nederlandsche Comp:s mag „ werden opgevat zelfs in ons gezigt en binnen „ het bestek van onze wooningen, maar hij keurd „ook: volkomen goed dat diergelijke weldadigheeden na eigen goeddunken vrij en ongehinderd mogen „ werden gepleegd door het geringste uijtschot van Tions„ „ schoon van haare meesters of de Stads Regenten, daar „toe geen de minste ordre hebben. „ Vermits nu bijde deeze gevolgen zeekerlijk waar „zijn en zoo vast gaan dat dezelve door niemand kun„ „nen teegen gesprooken werden, zoo twijffel ik zeer of „ de Heer Price aan zijne grondslagen daar hij op „ bouwd die zelfde hoedanigheid wel zal kunnen toe„ „ eigenen, terwijl de Eerste eene notoire tegenstrijdig„ heid bevat en uijt dien hoofde van zelfs vervalt, en „ de tweede zoo Vreemd en ongehoord is dat ze door „ geene Schijn van billijkheid veel min door kaat, „ eenige voorbeeld van de vroegste tijden of tot hee„ „den toe zal kunnen gestraaft worden. „ „En terwijl ik dus in de Sentimenten van den „ Heer Price gantsch niet konde berusten, zoo heb „ ik dien zelfden dag meerm: Holmberg wee„ „der

NL-HaNA_1.04.02_3238_0629 view scan ↗

English

280 111. June Anno 1768. The said Chief declares as in September. Further remark of the Lord Director: sent to His Honour and in that respect had the necessary proposals made, but His Honour also paid no attention to that, but kept to his previous statement, and sent Holmberg back with this answer when he pressed for a better and more satisfactory reply: That he could give no other satisfaction than that previously mentioned, and if I was not satisfied with that, that I could then do as I pleased. From what has been recounted above, it now appears as clear as day that Mr Price has not only dismissed us and absolutely refused to do justice, but at the same time, according to my opinion, he also commits the greatest injustice. For how can His Honour say that he is informed of the incident, since no investigation was made here on the spot after the act of violence, nor was anyone on our side heard, out of the many people who witnessed the act! How can His Honour hold that peon to be innocent, since he himself declared himself guilty from the very first moment. And how could His Honour also think fit, without letting a single word be known, to set him at liberty, whereas I had nevertheless accused him as guilty and also had him delivered as such to His Honour. By this, Mr Price has not only compromised all too much the character of an impartial judge, but His Honour has also failed to fulfill the duties of outward civility, which always take place between the respective Chiefs in these lands, continuation; 1712. June Anno 1768. To maintain our acquired privileges, A letter was prepared by the Lord Director to the aforesaid Chief and Council. According to the contents as in the text. at Surat and which indisputably ought to hold. The prejudice we suffer from this conduct is all too great, and can have no other consequences than that in the future we will no longer be quiet and secure inside our cramped residences, for everyone will assault us and commit the most scandalous acts of violence against us and our subordinates, according to their own pleasure. Thus, I could not and dared not rest content with this conduct pursued by Mr Price; the general domestic right, our own security, the maintenance of the privileges acquired of old with regard to a peaceful residence, and the honour of the Dutch flag; all these have obliged me to pursue our good right further. And not having been able to find this with Mr Price alone, I therefore prepared a letter on the 30th thereafter, addressed to Mr Price and the Council, as approved collectively by us on that same day after reading, and being of the following content: To the Right Honourable William Andrew Price, Chief on behalf of the affairs of the Honourable English Company and Governor of the Mughal Castle and Armada, together with The Council. Right Honourable Sir and Gentlemen, On the 24th instant, in the afternoon, when the Director

Dutch transcription

280 111. Junij A„o 1768. „ Declareerd zig het gem: Cheef als in septer. verdere aanmerking van den Heer directeur: „der naar zijn Ed:e toegezonden en ten dien opzigte de „nodige voorstellen laten doen, dog zijn Ed:e heeft daar „op ook geen agt geslaagen maar zig aan zijn voo„ „„rig gezegde gehouden, en holmberg, wanneer dezelve „ op een beeter en voldoender antwoord aandrong met dit beschijd te rug gezonden„ Dat hij geene andere „dan de voorm:e Satisfactie geeven konde, en als „ is daarmeede niet vergenoegt was, dat ik dan „ doen konde wat mij behaagde. „ Luyt dit voorafverhaalde blijkt nu zonne klaar „ dat de Heer Price ons niet alleenig van de hand „ geweezen en volstrekt gewijgert heeft Regt te doen „ maar hij pleegt ook teffens volgens mijne susti„ „nue het grootste onregt. „ want hoe Kan zijn Ed„s zeggen van het voorval on„ „derregt te zijn daar alhier ter plaatse na de geweld „pleeging geen onderzoek gedaan nog iemand van „ onse kant, uijt veele menschen die de daad bij„ „gewoont hebben, gehoord is! Hoe Kan zijn Ed:e die pi„ „en voor onschuldig houden daar die zig zelfs van „'t eerste oogenblik af, voorschuldig verklaard heeft. En „hoe heeft zijn Ed:e ook kunnen goed vinden hem „zonder een enkeld woord te laten weeten; op vrije voe„ „„ten te stellen, daar ik hem nogthans als schuldig had „ aangeklaagd en ook als zodanig aan zijn Ed: e heb la„ „ten overleeveren. „ Hier door heeft de Heer Price niet alleenig het Caracter van een onpartijdig Regter al te zeer te kort gedaan, maar ook heeft zijn Ed„s niet aan de pligten van uijterlijke beleefdheid, tusschen de Respectiver Op„ perhoofden vervolg; 1712. Iunij A„o 1768. Tot maintineering onzer verkree„ „gene voorregten, Is door den Heer Directeur aan veetm: Cheffen Raad van Brief in gereedheid gebragt. Na volgens Inhoud als in textu. aan Souratta „perhoofden in deeze landen, althoos Plaats hebben, „„de, en die onwederspreekelijk dienen stand te grij„ „pen, voldaan. Het nadeel dat wij bij dit gedraag „lijden is alte groot, en kan van geen andere ge„ „„volgen weesen dan dat wij in den aanstaande bin„ „„nen onse bekrompene wooningen niet meer gerust „ en zeeker zullen zijn, want een ieder zal ons aan¬ „„randen en tegens ons en onse onderhoorige de schan „„delijkste geweldpleegingen in, 't werk stellen, na ei„ „„gen. goedvinden.„. „ „Dus heb ik mij met dit gehouden gedrag van de „ Heer Price niet kunnen of mogen vergenoegen; Het ab„ „„gemeen Huijs-Recht, onze eigene zeekerheid; De hand„ „„having der van ouds verkreegene voorregten ten aan„ „zien van eene geruste Inwoonig en de Eere van „ de Neederlandsche Vlagge; Deeze alle hebben „ mij verpligt, om ons goed Regt verder te vervolgen. „ En dit bij den Heer Price alleen niet hebbende „ kunnen vinden zoo heb ik den 30„e daar aan„ „ een brief in gereedheid gebragt, gerigt aan M:r „Price en den Raad, zoo als ten dien zelven dage „ door ons gezamentlijk na Lectuure geappro„ „„beerd en van deeze ondervolgende Inhoud is. Den Wel Edelen Agtbaaren Heer William Andrew Price opperhoofd weegens de zaken der Hounorable Engelsche Compagnie en Gouverneur van 'S mogols Casteel en Armade, benevens Den Raad WelEdele Agtbaare Heer en Heeren Den 24„e Courant des agtermiddags wanneer de Directeur

NL-HaNA_1.04.02_3238_0631 view scan ↗

English

281 -113. . The 3rd of June Anno 1708. The Director not being at home, two common peons, one belonging to Mr Halscij and the other to Pafriaabchan, came onto our wharf, with the intention to violently seize and drag away the Honourable Company's brokers of native sailors, whom they found there at that time. And when they were opposed in this by a servant of the paymaster, the peon of Mr Halscij not only uttered the most terrible words, curses, and threats, but he even drew his hanger, closely approached the broker Mantchergie with it, and furthermore behaved so unmanageably that no kind words could calm him, until finally a servant of the town governor, who always accompanies the brokers of native sailors, took him away. The Director, having been informed of this upon his return, immediately sent the broker Govenram to the town governor, and the courtier Mhamet Rreff to Mr Price, to lodge his complaint about this unheard-of outrage. The town governor also gave a satisfactory reply. But Mr Price only said that he would investigate the matter. Shortly afterwards, the peon of Mr Halseij came back to the wharf of his own accord. And having then been brought before the Director, the latter sent him that very moment to Mr Price. The latter asked him, in the presence of our servants, who had given him the order to go to the Dutch wharf, and why he had drawn his hanger. And having thereupon obtained this voluntary and clear confession: that no one had given him orders to do so, and that he had done wrong to draw his hanger; Mr Price had him placed under guard. And now the Director believed he should not doubt in the least that he would obtain a reasonable satisfaction; even the purser Holmberg gave well-founded hope of this on the 26th current, when he had spoken with Mr Price about this incident and about other matters. However, the Director having not yet heard on the 28th current that that fellow had been punished, sent the aforementioned Holmberg expressly for that reason back to Mr Price. And he then brought back the following answer: That Mr Price declared he had investigated the matter and found that the peon had indeed done wrong to come onto our wharf without anyone's orders; but that he had nonetheless been in his duty; and that he had also been obliged out of necessity in his own defence to draw the hanger, because they had wanted to take the broker of the native sailors away from him again; That therefore Mr Price, in consideration that that fellow had now already been in custody for five days, had discharged him, under serious admonition to guard himself against similar outrages in the future; And that he thought this was satisfaction enough with which the Director might well be content. This answer having been brought to the Director and considered by him, he found the same so strange and astonishing that to this day he cannot rightly understand the true intention or the actual aim of Mr Price. For if that fellow did wrong and is guilty of having committed violence on our wharf without anyone's orders, how is it then possible that Mr Price can say that he was in his duty; And is it considered self-defence that that fellow drew his hanger when they would not permit him, on our own ground and soil, to seize someone and drag him away; Then

Dutch transcription

281 -113. . Den 3„e Iunij A„o 1708. Directeur niet te Huijs was, zijn Twee gemeene Pions de eene van „ M:r Halscij en de andere van Pafriaabchan op onze werff gekomen, „ met voorneemen, om met geweld op te vatten en weg te sleepen sE Comp:s „ Makelaars van Inlandsche Mattroosen, die zij toen ter tijd daar bevonden „ En wanneer zij daarin door een, Dienaar van den zoldij Boekhouder „ tegen gegaan wierden, slaakte de Pion van M:r Halscij niet alleen „ de schrifkelijkste woorden vloeken en drijgementen, maar hij trok ook „ zelfs zijnen Houwer, traad daar meede den Makelaar Mantchergie „ digte op 't lijff, en gedroeg zig wijders zoo onhandelbaar, dat geene goede „ woorden hem tot bedaaren konden brengen, tot eindelijk een bediende „ van den stads Gouverneur die de Makelaars van Inlandsche „ mattroosen althoos verzeld hem meede nam. De Directeur bij zijne te rugkomste hier van verstendigt „ zijnde, zond ten eersten den makelaar Govenram bij den stads Gou„ „verneur, en den Hoffganger Mhamet Rreff bij Den Heer Price, om „ over deeze ongehoorde baldadigheid zijn beklag te doen. De Stads Gouver„ „neur gaf ook een voldoenend antwoord. Dog de Heer Price zeijde eenelijk: „ Dat hij de zaak onderzoeken zoude. Kort naderhand quam de Pion van M=r Halseij van zelfs weeder op de werff. En toen bij den Directeur gebragt zijnde, zond die hem op 't zelf„ „„de Oogenblik naar den Heer Price. Deeze vroeg hem ter presentie van „onse bediendens; wie hem ordre gegeeven had naar de Hollandsche werff te „ gaan, en waarom hij zijnen Houwer hadde getrokken: En daarop deeze „ eijgenwillige en duijdelijke bekentenisse erlangt hebbende: Dat hem nie„ „„mand daartoe ordre hadde gegeeven en, dat hij qualijk hadde gedaan zijnen „ Houwer te trekken: zoo liet de Heer Price hem in de wagt zetten. En nu vermeende de Directeur in 't geheel niet te mogen twijfelen, „ of hij zoude eene billijke satisfactie erlangen: zelfs gaf de Dispencier „ Holmberg daartoe nog gegrondte hoope, den 26„e Cour: wanneer hij over dit „ voorval, den over andere zaaken met den Heer Price gesprooken hadde. Dog de Directeur den 28„e Cour: nog niet gehoort hebbende „ dat die Karel afgestraft was, zond: voornoemden Holmberg expres om „ die redenen weder naar den Heer Price: En toen bragte deeze het vol„ „gende antwoord:; Dat de Heer Price verklaarde de zaake onderzogt en „ „ bevonden te hebben; Dat de sion wel qualijk hadde gedaan, zonder „„iemants ordre op onze werff te komen; maar dat hij egter in zijne „ „fundie was geweest; en dat hij ook uijt nood tot zijne eijgene Defensie „ „ den Houwer hadde moeten trekken;, om dat men hem den Makelaar „ „ van de Inlandsche mattroosen weder af hadde willen neemen; „Dat daarom de Heer Price, uijt aanmerking, dat die Karel nu „ „ bereeds Vijff dagen in arrest hadde gezeeten, hem ontslagen hadde, „ „ onder eernstige recommandatie, van zig in den aanstaande voor dier„ „ „ gelijken buijtenspoorigheeden te wagten; En dat hij dagte, dat dit „ „ satisfactie genoeg was waarmeede de Directeur zig wel te vreeden „ „ konde houden. „ Dit antwoord den Directeur gebragt, en bij hem overwogen zijnde vond „ hij hetzelve zoo vreemd en wonderlijk, dat hij tot heeden toe de waare „ meening of het eijgendlijk oogmerk van Den Heer Price niet regt be„ „ „grijpen kan. Want heeft die Karel qualijk gedaan en is hij schuldig, dat „ hij zonder ordre van iemand op onze werff geweld heeft gepleegd; hoe is het dan mogelijk dat de Heer Price zeggen kan, dat hij in zijne functie „ is geweest; En word het voor eene noodweer gehouden, dat die Karel „ zijnen houwer heeft getrokken, toen men hem niet toestaan wilde, op „ onsen eijgen grond en bodem iemand op te vatten en meede te sleepen; Dan „ E G 6 „ e

NL-HaNA_1.04.02_3238_0632 view scan ↗

English

112. The 3rd June Anno 1768 Then Mr. Price does not only permit that a servant of the Dutch Company may be seized, even in our sight and within the precincts of our dwellings, but His Honour also fully approves that the lowest scum of peons may commit such acts of violence freely and unhindered at their own discretion, although they have not the slightest order to do so from Your Honours or from the city Regents. Both of these conclusions are certainly true and are so firm that no one can contradict them. But whether Mr. Price will be able to attribute that same quality to his foundations upon which he builds, we doubt that very much. Indeed, the first contains a notorious contradiction, and for that reason falls away of itself. And as for the second, it is so strange and unheard of that it can be substantiated by no semblance of equity, much less by any example from the earliest times up to the present day. For the city governors, however despotically they ruled previously, and whatever insolence they also committed during the supremacy of Your Honours, nevertheless never went so far that they violated the freedom and the right of the Dutch flag, much less that they would have undertaken to have violence committed by armed men, or to have someone seized, on the Honourable Company's wharf or own ground and soil, and within the precincts of our dwellings. And therefore, being wholly unable to acquiesce in the sentiments of Mr. Price, the Director on that same day sent the aforementioned Holmberg back to Mr. Price again, to make the necessary proposals in that respect. But His Honour also paid no heed to that, but on the contrary kept to his previous statement. And when Holmberg nevertheless insisted on a better and more satisfactory answer, His Honour finally sent him away with this reply: That he could give no other satisfaction than the aforementioned; and if the Director was not pleased with that, that he might do whatever pleased him. Thus Mr. Price has rejected us entirely. And not only does he absolutely refuse to do justice, but at the same time he has also, in our opinion, committed the greatest injustice. For how can His Honour say that he is thoroughly informed of the incident, while at the place of the act of violence no investigation was made, nor was anyone heard from our side, of so many people who witnessed the deed! How can His Honour have declared that fellow innocent. And how can His Honour see fit to set him at liberty without the slightest punishment, and without letting the Director know a single word, whereas the Director nevertheless accused him as guilty, and also delivered him as such to His Honour. Indeed, Mr. Price falls all too short of the character of an impartial judge. His Honour does not even fulfill the duties of outward politeness that have always taken place between the respective chiefs of the European Nations in these countries, and also ought to be maintained in the future. The disadvantage that we suffer from such conduct is all too great, and can have no other consequence than that in the future we will no longer be safe and secure within our confined dwellings. Everyone will assault us. Everyone will carry out the most shameful acts of violence against us and our subordinates, according to their own pleasure. Consequently, we neither can nor may consider ourselves satisfied with the verdict that Mr. Price has rendered, and the conduct that His Honour has maintained in this matter. The general domestic law, our own security, The

Dutch transcription

112. Den 3„e Iunij A„o 1768 „ Dan staat D' Heer Price niet alleen toe, dat een bediende van de Ne„ „„derlandsche Comp:s opgevat werden mag, zelfs in ons gezigt en binnen „ het bestek van onze wooningen, maar zijn Ed:e Keurt ook vol koo„ „„men goed, dat diergelijken gewelddadigheeden na eijgen goed dunken „ vrij en ongehinderd pleegen mag, het geringste uijtschot van Pions „ schoon zij daartoe van uw wel Ed:s of van de stads Regenten geen de „ minste ordre hebben. Beijde deeze gevolgen zijn zeekerlijk waar en gaan zoo vast, dat „ dezelve niemand tegenspreeken, kan. Maar of de Heer Price aan „ zijne grondslagen, waarop hij bouwt, die zelfde hoedanigheid zal kun„ „„nen toeeijgenen, daar, aan twijfelen wij zeer. Immers de Eerste be„ „vat eene notoire tegenstrijdigheid, en vervalt uijt dien hoofde van „ zelfs. En wat de Tweede aangaat, die is zoo vreemd en ongehoort dat ze „ door geenen schijn van billijkheid, veel min dan door eenig voorbeeld „ van de vroegste tijden af tot heeden toe, gestraaft zal kunnen werden. „ want de stads Gouverneur hoe despoticq, zij voor deezen gereegeert, en „ wat insolentien zij ook geduurende het meesterschap van uw wel Edelens „ gepleegt hebben, zijn egter nooit zoo verre gegaan, dat zij de vrijheid „ en het regt van de Nederlandsche Vlag geschonden, veel min dan dat „ zij ondernoomen zouden hebben, door gewapend volk geweld te laten „pleegen, of iemand te laten opvatten, op sE Comp:s werff of eijgen „ grond en bodem, en binnen het bestek van onse woningen. En daarom in de sentimenten van Den Heer Price gantsch niet kunnende berusten, zoo heeft de Directeur dien zelfden Dag nog, meer noemden „ Holmberg weeder naar den Heer Price gezonden, om ten dien opzigte de noodige voorstellen te doen. Maar zijn Ed: heeft ook daar op geen agt geslaagen, maar „ in tegendeel zig aan zijn voorig gezegde gehouden. En wanneer Holmberg „ egter op een beeter en voldoender antwoord aandrong, zond zijn Ed: hem op 't laatste weg met dit beschijd: „ Dat hij geene andere, dan de voorm sa„ „ „ tisfactie geeven konde; en als de Directeur daarmeede niet vergenoegd was, „ „ dat die doen konde wat hem behaagde. „ „ Dus heeft De Heer Price ons in 't geheel van de hand gewee„ „„zen. En niet alleen, dat hij volstrekt wijgert Regt te doen: maar hij heeft teffens „ ook volgens onze gedagten het grootste onregt gepleegt. want hoe kan zijn Edele „ zeggen, van het voorval grondig onderregt te zijn, terwijl ter plaatse van de „ geweldpleeging geen onderzoek gedaan, nog wan onze kant iemand gehoord is, „ van zoo veel menschen, als de daat bijgewoont hebben! Hoe kan zijn Ed:e „ dien Karel voor onschuldig verklaart heeft. En, hoe kan zijn Ed:e goedvinden, hem „ zonder de minste straffe, en zonder den Directeur een enkeld woordje te laa„ „„ten weeten, op vrije voeten te stellen; daar nogthans De Directeur hem als „ schuldig aangeklaagt, en hem ook als zodanig aan zijn Ed:e overgelevert heeft. „ Trouwens. De Heer Price doet het caracter van een on„ „parthijdig Regter al te zeer te kort. zelfs voldoet zijn Ed:e niet eens aan- „ de pligten van uijterlijke beleefdheid, die tusschen de Respective opperhoofden „ der Europeese Natien in deeze Landen althoos plaats gehad hebben, en „ en ook verder dienen stand te grijpen. Het nadeel, dat wij bij zulk „ een gedrag lijden, is alte groot, en kan geen ander gevolg hebben, dan „ dat wij in den aanstaande, binnen onze bekrompe wooningen niet meer gerust „ en zeeker zullen zijn. Een ieder zal ons aanranden. Een ieder zal tegens ons en „ onse onderhoorige, de schandelijkste geweldpleegingen in 't werk stellen, na „ eijgen welbehagen. Bijgevolg kunnen nog mogen wij ons vergenoegt houden, met de „ uijtspraake, die de Heer Price gedaan, en het gedrag, dat zijn Edele; in deezen gehouden heeft. Het algemeen Huijsregt onze eijgene zeekerheid; De „ ee

NL-HaNA_1.04.02_3238_0633 view scan ↗

English

282 115: The 3rd of June Anno 1768. The maintenance of the privileges obtained by us with regard to peaceful habitation, and the honor of the Dutch flag, all these oblige us to pursue our lawful right further. And not being able to find the same with Mr. Price alone, this is the reason why we hereby address your Honors' assembly in writing: in the hope and confidence that your Honors collectively will better understand this incident with the consequences attached thereto, and will not fail to give us a public satisfaction that serves to your Honors' honor and to our satisfaction. Should your Honors perhaps wish to know in what this satisfaction should consist: we deem it improper as yet to prescribe anything to your Honors in that regard. But we hope, nevertheless, that we shall be permitted to bring to your Honors' memory a certain incident that happened in the month of June 1764, while the Honorable Mr. Hodges presided over your Honors. It briefly consists of this: an English soldier came into our lodge and there committed a foul indecency right in front of the bedroom of Warehouse Master Bangeman. Being apprehended, brought to the Castle, and a complaint being lodged against him, he was condemned to receive 600 lashes in two consecutive days. At the same time, the Honorable Mr. Hodges informed the Director of the time of that punishment so that he might send his deputies to it. And this also took place on the first day; but because the Director heard that the punishment was very severe, he had the Honorable Mr. Hodges requested that the delinquent might be released with that, which his Honor also granted, and suspended the further punishment. It is true Mr. Price has also already refused to let this case serve as an example, saying that the present matter bore no comparison to it. But gentlemen! According to our understanding, the latter was much graver, for the soldier was a European. He was so drunk that he could barely stand on his feet, and possibly he could carry the burden that pressed him no further than the place where he relieved himself of it. Consequently, those circumstances certainly deserved some excuse, the more so as he had committed not the slightest violence besides. But of all that, nothing is to be found in the present case. A native of the very lowest sort undertakes a malicious intention to meddle with something that does not concern him at all. He enters the precinct of our dwellings without his master having ordered him to do so. He wants to apprehend someone without being qualified to do so. And not being able to succeed in his intention, he commits great violence, indeed draws his cutlass, without reason or cause being given to him, and without any other resistance being offered to them than only through admonitions and good words. And should this one then be released as innocent, while the former, being nowhere near as guilty, was severely punished? We do not believe that your Honors will be able to endorse the sentiment of Mr. Price. On the contrary, we believe we may rest assured that your Honors will also pass a fair judgment on our legitimate complaints. And we remain in that expectation with the highest respect, below stood: Honorable Worshipful Sir and Gentlemen, lower: your Honors' very humble servants, was signed: C:n D:n Senff, M:s I:n Bosman, Aj: P:s Bangeman, R:n van Harn, I:s Huijsinga, Am I:s Suijsken, C:n Heijdemen, and D:k Spierejie. In the margin: Souratta the 30th of April Anno 1768. 116. The 3rd of June Anno 1768. Which, due to the indisposition of the chief, could not be delivered. Who, however, meanwhile complained of the deduction of the Director. The request of the same to suspend further pursuit of this affair under further promises. And further application for satisfaction, whereupon a more satisfactory answer follows. Subsequently, on the 6th of May, I intended to have this letter handed over by the Deputy Councilors Huijsinga and Spierejee, but Mr. Price informed me that due to indisposition he was unable to receive the deputies. However, his Honor meanwhile had the Purveyor Holmberg tell me that he had not thought that I would push the matter so far, and if I would cease it, he would again contribute everything to my pleasure that was at all possible. I had him answered that I would gladly take the gentlest path, in the trust that his Honor would cause me to obtain a reasonable satisfaction for this incident. And an agreement having been made on this matter, I sent the above-mentioned Councilors to his Honor on the 13th of May, and had his Honor requested, as it were, to investigate the matter concerning what happened with the peon, since no satisfaction had been obtained in that regard so far, as I then did not doubt that Mr. Price, having done so, would grant me such reasonable satisfaction as I myself would desire. To this proposal of the deputies he replied: that the peon having been in arrest for five days without anyone having been sent on my part during that time to lodge complaints against him, he had therefore also thought that with this arrest the aforesaid peon had been punished enough.

Dutch transcription

282 115: Den 3„e Iunij A„o 1768. „ De maintenue der van ons verkreegene voorregten ten opzigte, van „ eene geruste Inwooninge; En de Eere van de Neederlandsche Vlagge; „ Deeze alle verpligten ons, ons goed Regt verder te vervolgen. En het zelve bij „ den Heer Price alleen niet kunnende vinden; zoo is dit de Reeden, waar„ „ om wij ons bij deezen schriftelijk aan uw welEdelens vergadering addres„ „seeren: In hoope en vertrouwen, dat uw wel Edelens gezamendlijk dit voor„ val met de daar aan verknogte gevolgen, wat beeter inzien, en niet na„ „, laten zullen, ons eene publicque satisfactie te geeven, die uw welEdelens „ tot Eere en ons tot voldoening strekt. Behaagt het uw wel Edelens zomtijds te willen weeten, waar in „ deeze satisfactie wel zoude dienen te bestaan: wij agten het onbe„ „„tamelijk uw wel Ed:s voor als nog ten dien opzigte iets voor te schrijven. „ Maar dit hoopen wij egter, dat ons gepermitteert zal zijn, uw wel Edelens „ in 't geheugen te mogen brengen, een zeeker voorval, dat gebeurt is in de „ maand Junij 1764, ten zijnde, dat de welEdele Heer Hodges aan uw wel„ „ Edelens hoofd het Presidium voerde. Het zelve bestaat kortelijk „ hier in: Een Engels soldaat quam in onze Logie en pleegde daar eene „ stinkende hoftelijkheid, vlak voor de slaapkamer, van den Pakhuijs „ meester Bangeman. Opgevat, in 't Casteel gebragt, en over hem geklaagd „ zijnde, wierd hij gecondemneerd, om in Twee daagen agter een 600: slagen „ te ontfangen. Teffens liet de WelEdele Heer Hodges den Directeur bekent „ maaken, den tijd van die strafoevening, ten einde zijne gecommitteerdens „ daarbij te zenden. En dit is ook den Eersten dag geschied. maar om dat „ de Directeur hoorde dat die straffe zeer zwaar was, zoo liet hij den „ welEdelen Heer Hodges verzoeken, dat de Delinquant daarmeede vrij „ mogte zijn; Invoegen zijn welEdele ook toegestaan, en de verdere straffe „ opgeschort heeft. „ 'T is waar de Heer Price heeft ook bereeds gewijgert, zig dit ge„ „„val tot een voorbeld te laten strekken. zeggende: Dat het presente daar bij „ in geene vergelijking quam. Maar mijne Heeren! Volgens ons begrip „ het laatste veel swaarder, want de zoldaat was een Europeer. Hij was „ zoo beschonken, dat hij nauwlijks op de voeten konde staan; En mogelijk dat „ hij den Last die hem drukte, niet verder brengen konde, als ter plaatse daar „ hij 'er zig van ontlaste. Bijgevolg verdienden die omstandigheeden allerdings „ eenige verschooning; te meer, alzoo hij buijten des geen het minste geweld „ hadde geplegt. Dog van dat alles is in het presente geval niets te vinden. Een Inlander van de allergeringste soort neemt een boos opzet, zig met iets te bemoeijen, dat hem in 't geheel niet aangaat. Hij komt binnen „ het bestek van onze wooningen, zonder dat zijn Meester hem zulks „ heeft gelast gehad. - Hij wil iemand opvatten zonder daartoe gegulificeert „ te zijn. En in zijn voorneemen niet kunnende slagen; plegt hij een groot „ geweld, Ja trekt zijnen Houwer, zonder dat hem daartoe Reeden „ of aanlijding is gegeeven, en zonder dat hun ook eenige andere te„ „ „genstand is gebodent, dan alleen door vermaningen en goede woorden „ En zoude deeze dan als onschuldig vrij gelaten worden; terwijl de Eerste op „ verre na zoo schuldig niet zijnde zwaar gestraft is. Wij gelooven niet, dat uw wel Edelens het sentiment van den „ Heer Price zullen kunnen bijval geeven. Integendeel vermeenen „ wij ons verzeekert te mogen houden dat uw wel Edelens over onse „ regtmatige Klagten ook een regtmaatig oordeel zullen vellen. En „ wij blijven in die verwagting met de meeste Hoogagting /:onder stond:/ „ welEdele Agtbaare Heer en Heeren /:laager:/ uw wel Edelens zeer „ ootmoedige Dienaren. /:was geteekend:/ C:n D:n Senff, M:s I:n Bosman „ Aj: P:s Bangeman, R:n van Harn, I:s Huijsinga, Am I:s Suijsken, „ C:n Heijdemen, en D:k Spierejie. /:in margine:/ Souratta den 30„e April A=o 1768. Vervolgens en „ 116. Den 3„e Iunij A„o 1768. Die door Indispositie van 't opper„ „hoofd niet heeft kunnen behelsd worden. Dog dewelke zig intusschen voor de gevolg trekking van den„ Heer Directeur beklaagd. Het het verzoek van de zelve op te houden onder verdere beloften verder vervolg over deeze affai„ „re. En nadere aanzoeking om satisfactie, waar op een voldoender ant„ „woord volgt. „Vervolgens heb ik den 6„e Maij deeze brief door „ de Gecommitteerde Raadsleeden Huijsinga en spie„ „„rejee willen laten overhandigen, dog M:r Price liet mij weeten dat hij door Indispositie buijten staat was de Gecommitteerdens te kunnen ontfan„ gen, Egter liet zijn Edele intusschen mij door den Dispencier Holmberg zeggen dat hij niet gedagt „ hadde dat ik de zaak zoo verre trekken zoude ,en als ik de zelve wilde staaken, hij dan weeder alles tot mijn plaisier zoude Contribuee„ „ren wat immers mogelijk was. Ik liet hem antwoor„ den dat ik garne de zagtste weg wilde inslaan „ in vertrouwen dat zijn Ed„s mij over dit voorval „eene billijke satisfactie zoude doen erlangen „ en hier op over deeze zaak afspraak genomen „zijnde, heb ik aan zijn Ed:e den 13„e Maij de bo„ „.ven gem:e Raadsleeden gezonden en zijn Ed:e qua„ „„si laten verzoeken de zaak weegens het voor„ „„gevallene met de Pion vermits daaromtrend „ tot nog toe geene Satisfactie erlangt hadde, te willen onderzoeken, alzoo ik dan niet twijffelde off M:r Price, zulx gedaan hebbende zoude mij „dusdanige billijke satisfactie doen geworden als „ ik zelfs zoude begeeren. Op dit voorstel van de „Gecommitteerdens gaf hij ten antwoord: „ Dat de „ Pion vijff dagen in arrest gezeeten hebbende, zon„ „„der dat in die tijd iemand mijnentweegen „ gezonden was om klagten tegens de zelve „ intebrengen, hij dus ook vermeend hadde, dat „ met dit arrest de voorsz: Pion genoeg hadde gestraaft 6 „

NL-HaNA_1.04.02_3238_0635 view scan ↗

English

283 117 The 3 Junij Anno 1768. The witnesses against the peon examined. Yet satisfaction remains withheld for reasons stated. The Lord Director submits the above for consideration. punished and had therefore discharged him at his and his family's request. But since he was willing to comply with the Director's request, namely to investigate the matter further, he also requested that those who had been present at the incident might be sent to him, in order to accomplish this, and that he would not then refuse any satisfaction to the Lord Director. And those people who had been eyewitnesses to the peon's shameful conduct, having been sent thither by me and questioned about this incident, testified in truth and in accordance with the complaints made by me how the matter had transpired in all its circumstances; nevertheless, satisfaction has thus far remained withheld, because Mr Price alleges that the peon has absented himself from the city; but considering that this is by no means sufficient, the more so because I believe I know for certain that Mr Price himself let that fellow leave the city on the very same day that the last delegates were with him, I cannot refrain from submitting to the collective members whether it will not be necessary for us to continue to persist in our demand in a friendly yet earnest manner, and if we should obtain no satisfactory answer thereto, that we then deliver the aforesaid letter, and to that end it be kept sealed as it lies. The 118. The 3 Junij Anno 1768. Which the members, as well as the further proceedings, particularly approve of, While His Honour was requested to direct the same further, in order to obtain reasonable satisfaction. Note concerning a soldier who stayed away but returned again, Departure of the ship 't Veldhoen, Desertion of the bookkeeper Beijsenhardt. The Council, having heard and considered all this, not only fully approved what the Lord Director had done and executed up to this day, but also unanimously requested His Honour to continue to act in this matter and to employ such means as His Honour shall deem fit and serviceable in order to obtain reasonable satisfaction, and thereby preserve the honour of the Dutch flag as well as secure the peaceful residence of the Honourable Company's servants and subordinates. Furthermore, His Honour had the following noted herein: That on the 27 April a soldier from this garrison by the name of Johan Hendrik Koch of Dringhaagen in Hessen, overcome by drink and fallen in with the English crimps, had gone along to the English Garden, and had remained there that night, but having reconsidered the next morning, had requested one of his comrades to have the officer make the incident known to the Lord Director and to ask forgiveness for him from His Honour, since his thoughts had never extended to leaving the service of the Honourable Company, and that he had therefore returned with His Honour's permission. That on the 28 or the day following, the Honourable Company's ship 't Veldhoen had left the roadstead in a good condition; That on the 4 of the past month of May, in a clandestine manner, forgetting honour and duty, the bookkeeper 284 119. The 3 Junij Anno 1768. And of four soldiers. The former master of the captured smalschip de Mosselschulp arrived. and provisionally placed in the hospital due to indisposition, serves a written account both regarding his adventures and the loss of the smalschip. and sworn clerk of the secretariat, Willem Beijsenhardt of Amsterdam, had deserted to the English. That subsequently on the 12, 17, 20, and 27 the following soldiers from this garrison had also gone over to the English, namely: The 12 Iacobus Galliaard of Weesel The 17 Jan Verne of Douveren The 20 Jan Claazen of Amsterdam, and The 27 Gotfried Loomans of Sommerfeld. That also on the 6 of that same month, the chief mate and former master of the smalschip de Mosselschulp, Frans Meekel, who had appeared here in the roadstead from Bombay on an English grab, had come ashore and, because of his weak bodily constitution, had been provisionally placed in the hospital by His Honour, while His Honour had ordered him to provide a written account regarding his adventures concerning the loss of the said smalschip, which document had meanwhile been delivered by him to His Honour, and after reading was found to contain the following. of

Dutch transcription

283 117 Den 3 Junij A„o 1768. De getuijgen tegen de Sion onder¬ „vraagd. Dog de voldoening om reeden als nog agter gebleeven. geeft de Heer Directeur het voorenstaande in overweeging „ Gestraaft en dieshalven op deszelfs en 't verzoek zijner „ Famille hem ontslaagen hadde. Dan alzoo „ hij wel wilden voldoen aan 't verzoek der Di„ „„recteur namentlijk om de zaak nader te on„ „„derzoeken, hij ook verzogt dat die geene die bij „ 't voorval present waaren geweest hem mogten toe„ „„gezonden werden, om zulx te kunnen volbrengen „ en dat hij als dan geene satisfactie aan den Heer „ Directeur zoude wijgeren. „ „ En die Menschen dewelke ooggetuijgen van „des Pions Schandelijk gedrag waaren geweest door „mij na derwaarts gezonden en over dit voorval onder„ „„vraagd zijnde, hebben zij na waarheid en overeen„ „„komstig met mijne gedaane klagten getuijgd „hoe de zaak in alle zijne omstandigheid was ge„ „„passeerd; Egter is tot nog toe de voldoening van Pa„ „„tisfactie agter gebleeven, vermits M:r Price voor„ „„geeft dat zig die sion uijt de stad g'absenteerd „ heeft; Naar aangezien dit geenzints genoeg is, te „meer, alzoo ik vermeen vast te weeten dat de Heer „ Price zelfs dien Karel uijt de stad heeft laten gaan, „ op die zelfden dag, dat de Laatste Gecommitteer„ „„dens bij hem zijn geweest, zoo kan ik niet nalaten „de gezamentlijke Leeden in bedenking te geeven off het „niet noodzakelijk zal weezen dat wij als nog bij continu„ „„atie op onzen Eijsch op eene vriendelijke dog eernstige „ wijze blijven aanhouden en zoo wij daarop geen vol„ „doenend antwoord erlangen mogten; dat wij dan de voorm: brief als nog overgegeeven, en ten dien einde „ geslooten bewaard werd zoo als hij legt.„ Den 118. Den 3„' Iunij A„o 1768. Het geen de Leeden, zoo wel als„ de verdere verrigting in 't bij„ „zonder admireeren Terwijl zijn Edele verzogt werd om dezelve verders te dirigeeren, ter orlan¬ „ging van een bellijke satisfactie Aanteekening van een weggeblee„ „ven dog weeder terug gekomen sol„ „daat, Vertrek van 't schip er veldoen, Desertie van den boekhouder Beijsenhardt. „Den Raad dit alles aangehoort en overwogen hebbende, keurde niet alleen volkomen goed, het gunt De Heer Directeur tot heeden toe gedaan en uijtgevoerd hadde, maar verzogte ook zijn Ed:e eenpaarig in deezen verder zodanig te willen handelen, en zulke middelen in 't werk te stellen, als, zijn Edt:s goedvinden en dienstig oordeelen zal ten einde eene billijke satisfactie erlangt en daar door zo wel de Eere van de Neederlandsche Vlagge bewaart, als de geruste Inwooning van sE Comp:s Bediendens en onderhoorige gesecureert mag werden. Voorts liet zijn Agtbaare dit volgende in deeze mee„ „de nooteeren: Dat op den 27„e April een soldaat uijt dit Guarnissoen in naame Johan Hendrik Koch van Dring„ „haagen in Hessen door de Drank bevangen en onder de Engelsche Rondselaars geraakt zijnde, na de Engel„ „sche Tuijn was meede gegaan, en aldaar die nagt was verbleeven, dog des anderen morgens zig bedagt hebbende, een zijner maats verzogt had om door de officier het geval aan den Heer Directeur te laaten bekend maken en van zijn Agtb: voor hem vergiffenis te verzoeken, vermits zijne gedagten nooit daar heenen hadden gestrekt om den Dienst van DE Compe te verlaaten, en dat hij dierhalven met toestemming van zijn Agtbaare weder was te rug gekomen. Dat den 28„e off daags daar aan het sE Comp.:s schip 't Veldhoen in eene goede staat de Rheede had verlaten; Dat op den 4„e Der Iongst verweekene maand Maij op eene Clandestine wijze, met vergeeting van Eer en pligt tot de Engelschen was gedeserteerd den Boek„ „houder 284 419. Den 3„e Junij A„o 1768. En van vier Zoldaten. De geweesene gezaghebber van 't veroverde Smalschip de Mosselschulp aangekomen. tie in 't Hospitaal geplaatst zijnde diend van schriftelijk relaas zoo aangaande deszelfs weder van„ „ren, als 't verkies van het smalschip 7 „houder en geswooren Clercq ter secretarij Willem Beijsenhardt van Amsterdam. Dat vervolgens op den 12„e 17„en 20„e, en 27„e de volgende soldaaten uijt dit Guarnisoen al mede tot de Engelschen overgegaan waaren; als Den 12„e Iacobus Galliaard van Weesel Den 17„e Jan Verne van Douveren Den 20„e Jan Claazen van Amsterdam, En Den 27„e Gotfried Loomans van Sommerfeld. Dat ook op den 6„e dierzelve maand de Opperstuurman en geweezen gezaghebber van het Smalschip de Mos„ „selschulp Frans Meekel die van Bombaij met een met een Engelsche Gourabhier Engelsche Gourab alhier ter rheede was verscheenen, aan de wal was gekoomen, en door zijn Agtb:e en bij provisie wegens indisposi„ om deszelfs swakke Lichams Constitutie bij provisie in 't Hospetaal was geplaatst, terwijl zijn Ed:e hem geordonneerd hadde van weegens deszelfs wedervaa„ „ren, omtrend het verlies van het gem: Smalschip, van Schriftelijk Belaas te dienen, welke schriftuur t intusschen door hem aan zijn Agtb:e overgeleverd was, en na Lectuure bevonden wierd het navolgende te behelsen. van

NL-HaNA_1.04.02_3238_0638 view scan ↗

English

120. June Anno 1768. Pero S. To the Honorable Christian Lodewijk Senff Director and Chief Commander of this Directorate The Council. Honorable Sir and Esteemed Councillors. In order dutifully to comply with the esteemed request of your Honors in this matter, I, the undersigned chief mate, as former master of the smalschip De Mosselschulp captured by the Marhettas, shall have the honor to relate in advance in this matter that on the 9th of January in the evening, around nine o'clock, I received my dispatches at Colombo, having previously been notified by the Honorable Chief Administrator to depart for Cochim with an Englishman lying in the roadstead when it set sail. The undersigned thus proceeded immediately on board without delay, but arriving there I found that the said Englishman was already in the Outer Roadstead, while the undersigned's vessel still lay inside the bank and, due to a contrary wind, was not able to get beyond it, but was obliged to remain lying there the entire night until the evening of the 10th, when it first got outside the bank by warping with the land breeze and subsequently steered outside as well, while the English ship had already departed the evening before. On the 13th thereafter, without having had any encounters, I arrived at Cochim, and the said Englishman arrived there as well the day after my arrival, or on the 14th. On the 18th of January at noon, I obtained the Company's papers from the Honorable Commander Breekpot, and around four o'clock in the afternoon the said Honorable Sir had me informed that the English captain would be going on board, whereupon I immediately went to my boat as well, but because of the heavy surf that lay on the bank, I could not cross the bank, but was obliged to turn back and wait until 5 o'clock the following morning, when I came on board and at nine o'clock in the morning found the opportunity to depart from the roadstead, while the Englishman had set sail the night before, as he, with his boat, which was incomparably larger than that of my vessel, had successfully made it through the surf. I then shaped my course along the run of the shore and flattered myself at the same time, because the smalschip sailed faster than the English ship, that I would still overtake it; but as I could see no ship at sunset and was then by estimation 3½ miles from Calicut, which we also passed in the first watch, and as the wind continued from the northeast with a fresh breeze, I took bearings on the 20th at sunrise of the high point of Cannanoor at north-northeast half north from us, while at that time we could still see no ship from the masthead; at 9 o'clock in the morning, when I still perceived no ship and the flagpole of Cannanoor was east half south from us, by estimation 1½ miles away, we resolved to change course, and steered west-northwest close to the wind, the wind being north by east with a fresh breeze, took bearings at noon of the high point of Cannanoor at east-southeast somewhat southerly, estimating ourselves to be 5 miles from it at that time Together with the

Dutch transcription

120. Iunij A„o 1768. Pero S„ Aan den Wel Edelen Agtbaaren Heer Christiaan Lodewijk Scni:n Directeur en Hoofdgebieder deezer Directie Den Raad. WelEdele Agtbaare Heer En D'Eerde Raaden. Om aan het g'eerd requisit van Uwel Edele Agtbaare „ in deeze schuldpligtig te voldoen, zal ik ondergeteekende oppersteerman „ als geweezene gezaghebber van het door de Marhettas genomene smal„ „schip De Mosselschulp, de Eere hebben vooraf in deezen te relateeren, „ dat den 9:e Ianuarij des avonds Circa Negen uuren te Colombo mijne „depeche heb ontfangen, wanneer bevoorens door den E Hoofd administra„ „„teur was aangezegt om met een ter Rheede leggende Engelsman, wan„ „„neer die onder zeijl ging, na Cochim te kunnen vertrekken; Den „ ondergeteekende begaef zig dus immediaat zonder vertoeven na boord, dog aldaar „ aankomende bevond ik dat gem Engelsman bereeds op de Buijten Rhee„ „de was terwijl des ondergeteekendes vaartuijg als nog binnen de bank „lagen door Contrarie wind niet in staat was om daar boven te Kun„ „nen komen, maar de geheele Nagt genoodzaakt wierd aldaar te blijven „ leggen tot 's avonds den 10„e wanneer eerst met het Landelijk lugtje, met „werpen, buijten de Bank quam, en vervolgens meede buijten steevende „ terwijl het Engelsch schip 's avonds bevoorens bereeds vertrokken was „ Den 13„e daaraan zonder eenige ontmoetings gehad te hebben, arriveerde ik op „ Cochim en gem: Engelschman quam daags na mijn arrivement, of den „ 14„e aldaar meede aan. Den 18„e Ianuarij op de Middag erlangde ik „ van den EE Agtbare Heer Commandeur Breekpot 's Comp:s papieren, en „ omtrend Vier uuren in de namiddag liet gem: EE Agtb: Heer mij aan„ „zeggen dat de Engelsche Capitain na boord zoude gaan, waar op ik mij „terstond meede na mijn schuijt vervoegde, dog ik konde, door de swaare „Branding, die op de Bank stond, niet over de Bank komen, maar was ge„ „ noodzaakt weder te keeren, en tot 't, anderen dags 's morgens 5 uuren te „ wagten, wanneer ik aan boord quam en om Neegen uuren in de voor„ „middag gelegentheid kreeg van de Rheede te vertwekken, terwijl de Engelsman „ 's nagts bevoorens onder zeil was gegaan, alzo hij met zijn schuijt, dewelke ongelijk „grooter waar als die van mijn vaartuijg, door de branding gelukkig was heen „geraakt. Ik boegde mijn Coers vervolgens langs de strekking van de wal, „ en flatteerde mij teffens om dat het smalschip snelder zeijlde als het „ Engelsche schip dat ik het zelve nog zoude inhaalen, dog terwijl ik „ met zons ondergang geen schip konde zien en als doen volgens gissing „ 3½ Mijlen van Caliciet stond, het geen wij ook in de Eerste wagt passeerde, „ alzoo de wind uijt het N: O: met een frisse Coelte bleef door staan zoo peijl„ „„de ik den 20„e met zons opgang de hooge hoek van cannanoor N: N: O:½ N: „ van ons, terwijl wij te dier tijd nog geen schip van top konden zien; om „ 9 uuren in de voormiddag wanneer ik nog geen schip gewaar wierd en de „ vlaggestok van Cannanoor in 't O:t ½ Z:t van ons naar gissing 1½ mijl af „ was resolveerde wij om Coerste veranderen, en stuurden W:N:W' aan de „ wind N: tO:t met een frisse Coelte, pijlden op de middag de Hooge hoek „ van Cannanoor. O: Z: Or2. zuijdelijk gisten 5 mijlen als doen van de zelve te zijn Benevens d

NL-HaNA_1.04.02_3238_0639 view scan ↗

English

285 121 June Anno 1768. continued to steer on the course of W.N.W. in order to run through the Lacadives, and at sunset could obtain no sighting of the shore, the wind from the north and N. by W., an ordinary and slack breeze; meanwhile steered close to the wind. On the 21st at sunrise we saw high mountains to the E. by N. of us, but could get no proper sighting of them, the wind as before with a slack breeze. At noon the estimated course and distance since the last bearing was 10½ miles W.N.W., the wind at N.W. by N. with a fresh breeze, then altered the course to N.N.E. At sunset a native vessel passed us, which was heading north, the wind at N. and N. by E.; tacked over to the west with an ordinary breeze, though good weather. On the 22nd at sunrise could sight flat land from the masthead, the wind N. with an ordinary topsails breeze and good weather; at noon the estimated course and distance of the 24-hour period was N.W. by W.½W. 8½ miles, had the calculated northern latitude of 12 degrees 19 minutes. We thus struggled along with a faint breeze as well as a dead calm on the best tack, now and then getting the land in sight from the masthead as well as just from the deck, until the 26th of June at noon, when we had the observed northern latitude of 13 degrees 54 minutes, and so on until the first glass in the afternoon, when we got a light air from the west and steered with the prow to the north-N.W. until three o'clock in the afternoon, when we saw 14 small vessels coming down upon us in the S.W. Meanwhile we made everything ready for battle and were also fully prepared toward 5 o'clock, when they came up to us and displayed white flags with red stripes. They asked us where we had to go, and after we gave them the answer to Souratta, we also asked them at the same time what vessels they were or to what fleet they belonged; and while they informed us that they belonged to the fleet of Heidernaik, they wished us a safe voyage, and subsequently sailed and rowed closely around our stern again. But while we saw to our surprise that the galwats immediately bore down upon us again and also called out to us that we should tack about and stand toward their fleet, I had them answered that I had nothing to do with their fleet, and that my orders were to proceed on my voyage as quickly as possible. But since they paid not the slightest attention to this, and came closer and closer into our wake, and the others had likewise tacked toward us, while still more vessels came into view, I had them hailed that they should not come too close so as to stay clear of the artillery, since otherwise we would fire upon them. But while all warnings in that regard were of no avail, and they did not seem to care about anything either, but on the contrary became all the bolder upon these given admonitions, and sought to intimidate us with all manner of threats and the brandishing of their cutlasses, I found myself obliged, after waiting until the very last moment and seeing myself about to be suddenly overwhelmed, to fire a shot at them, though with loose powder. Whereupon they all fired at us with live shot at the same time, calling out that if we did not surrender voluntarily before the other vessels arrived, they would cut us down from head to toe. However, after I turned my port side toward them and answered them handsomely with a full broadside, they fell back again, as it seemed, to await their companions, who, upon our charge being delivered, seemed to hasten with might, both by rowing and sailing, to attack us as well, while I in the meantime resumed my course, although it was faint and calm. Just after sunset we already counted 26 sails, which all bore down upon us, and among which we could distinguish 1 three-masted and 5 two-masted gourabs, which by 8 o'clock in the evening had also surrounded us and attacked us simultaneously; although we left nothing unanswered, but continually returned fire in good time, and thus maintained a continuous cannonade until about half past two o'clock in the morning, when a two-masted gourab boarded us.

Dutch transcription

285 121 Junij A„o 1768. „ zijn bleeven bij de Coers van W:N: W: voortstevenen om door Laca„ „„dives heen te loopen, en konden met sons ondergang geen verkenning „ van de wal bekomen, de Wind, aan het Noorde en N: t W: gemeene „ en slappe Coelte, stuurden intusschen bij de Wind op. Den 21„e met zons „ opgang zagen wij hoog gebergte in 't O:t: N: van ons dog konde van het „„zelve geene regte verkenning krijgen, de wind als vooren met slap„ „„pe Coelte: op de Middag was de gegiste Coers en verheid zederd de „ Laatste pijling 10½ mijlen W: N:W, de wind aan 't N: W: t: N: met frisse „ Coelte, boegde de Coers als doen om de N: N: O: Met zons ondergang passeerde „ ons een, Inlandsch vaartuijg dat de wil had om de noord, de wint aan 't N: „ en N:to, leijden het over om de west met een gemeene Coelte dog goed „ weer. Den 22„e met zons opgang konden van Top effen Land verkennen, „ de wint N: met gemeene Topzeils Coelte en goedweer; op de middag „ was de gegiste Ciders en veerheid van het Edmaal N: W: t W½ W:t 8½ mijl„ „ hadden de ber N3 van 12 graaden 19 Minuten. Wij sukkelde zo met Labber coelte als dood stilte met de beste boeg voor, dan eens dat wij van top als ook „ even van 't dek, 't Land in 't gesigt kregen, tot den 26„e Jann: op de mid„ „„dag dat wij de bevonde NB: van 13: graad: 54 min: hadden, zoo voort, tot „ het eerste glas in de Namiddag, wanneer een Lugtje uijt den weste „ kreegen en het met de steven om de Noord N: W:t Leijden tot in de na„ „ middag om drie uuren zagen als toen 14 Klijne vaartuijgen in het Z:W: „ op ons afkomen, maakten intusschen alles slagvaardig en waaren ook „ tegen 5 uuren wanneer zij bij ons quamen en witte vlaggen met roode „ streepen vertoonde, ten vollen gereed: zij vroegen ons waar wij na toe moeste, „ en nadien wij haar ten antwoord gaven na Souratta, zo vroegen wij haar „ ook teffens wat vaartuijgen zij waren of tot wat vloot zij gehoorden, en ter„ „„wijl dezelve ons tot beschijd gaven dat zij tot de Vloot van Heidernaik „ gehoorden, wenschte zij ons een behoude reijse, zeijlde en roeijde ons vervolgens „ weeder kort agter om, maar terwijl wij tot onse verwondering zagen dat 't gal„ „„bets weder illico na ons toe hielden en ook voorts toeschreuwde, dat wij „ het zoude overstaag gooijen en na haar vloot toehouden, Liet ik antwoor„ „„den dat ik met haar Vloot niets te doen had, en dat mijne ordres waaren om„ „ mijne reijs zoo spoedig doenlijk te vervorderen, maar vermits zij hier „ geen de minste reflexie op sloegen en hoe langer hoe nader in ons „ Kielwater quaamen, ook de andere het mede over staag na ons toe „ hadden gegoit mitsgaders nog meer vaartuijgen zig quamen opdoen „ liet ik haar toeroepen dat zij niet alte digt zoude komen om onder het „ Geschut van dan te blijven, vermits bij het Contrarie op haar zoude vuur gee„ „„ven. Dog terwijl alle waarschuwings daaromtrend niets konde helpen, en „zij zig ook aan niets scheenen te Kreunen, maar ter Contrarie op deeze „ gedelane vermanings des te stouter wierde, en ons met alle drijgementen „ en vertooning van haare houwers, zogten afteschrikken, zo vond ik mij ge„ „ noodzaakt, om met het aller uijterste aftewagten, en mij eensklaps over„ „„vallen te zien van een schoot, dog met Pos Kruijt, op haar te doen, waar„ „ op zij alle te gelijk met scherp op ons vuurden, onder toeroeping dat als wij „ wij ons niet goedwillig overgaven, eer de andere vaartuijgen quamen, „ zij ons van Pit tot Let zoude ter neder kappen, dog nazien ik haar mijn „ bakboordszijde toekeerde en met de gantsche zaag haar redelijk beantwoor„ „„de, dijnsde zij weeder agter uijt, om zoo 't scheen, haare makkers in te „ wagten, de welke op onse gedaane Charge met Bragt, zoo met roeijen „ als zeijlen zig scheenen te spoeden om ons meede op 't lijf te vallen, „ terwijl ik intusschen weder mijn Coers vervolgden, schoon het Lal„ „„ber en stil was; Even na sons ondergang telden wij bereeds 26, zeijlen „ die alle op ons aanhielden en waaronder 1 Drie en 5 Twee Masten „ Gourabs Konden onderschijden; die om 8 uuren des avonds ook ons ronds, „ om bezet hadden, en gelijker hand op ons aanvielen, schoon wij niets „ onbeantwoord lieten maar geduurig meede op zijn tijd vuur gaven, en „ dus een Continueel schut gevaarte hielden tot circa half Drie uuren „ in de morgenstond wanneer ons een Twee Maste Gourab aan boord klampten

NL-HaNA_1.04.02_3238_0640 view scan ↗

English

June Anno 1768. grappled, with the intention of boarding us, but whom we stoutly beat off heartily with our small arms and hand grenades, while my crew, both the Europeans and Persian sailors, defended themselves manfully, and at that time none of us were yet wounded, although a terrible alarm and commotion arose in the said Gourab. After this attack they kept off from us a little and the firing ceased from both sides, although they kept us surrounded right in the middle of their fleet. Then once again inspected the vessel closely; found the crew still all uninjured and full of courage, along with some running rigging shot to pieces, as well as some shots through our sails; meanwhile repaired our shot-away rigging, and further made everything ready again for a brave resistance, the breeze easterly with a light breeze. On the 27th at daybreak, we discovered another two sails to the southwest of us, which the Gourabs immediately gave chase to, while in the meantime the 20 Galvats came at us again and we engaged in battle anew, receiving a great number of shots through our sails as well as a one-pounder ball in the mast; we nevertheless kept things going in such a manner that they did not have the boldness to come alongside us again, and we only longed for a fresh breeze because it was dead calm, and we could hardly steer our vessel due to the calm. At noon the Gourabs came rowing toward us again, during which time one of the Persian sailors jumped overboard and swam toward one of the Galvats, which he also reached, although we fired a few musket shots after him. Shortly afterward the same man shouted to the Sarang in his Persian, and upon my asking what he was calling out, the Sarang replied, he is a great scoundrel, for he is cursing me soundly. Meanwhile the cannonading took its course and the fire immediately became heavier, when we received a shot between wind and water just behind the mast, which also went through, but which we fortunately plugged again as quickly as possible; subsequently also received some glancing shots on the vessel, but which caused no damage. At two o'clock in the afternoon the Gourabs came into our wake again, and we simultaneously received a small breeze from the northwest, which enabled us to tack back and forth, and thus constantly offered them our broadside, without anyone of us yet being wounded. Under these circumstances the undersigned was busy traversing and aiming a piece of artillery, when the word arose among the Persians that it was ready, the undersigned at the same time receiving a blow to the head, which would have been followed by a second had he not parried it; but as soon as he had turned it away, I was shot by a pistol shot with two bullets in my right shoulder, while at that very moment a stab was inflicted in my back, without being able to discover the perpetrator, as it was suddenly a frightful riot, and I then instantly perceived the mutiny among the Persians. I was at once so exhausted by these three received wounds that I had to retreat to the cabin, where I already found the gunner's mate and the quartermaster, of whom the first had his right arm almost cut off by the Persians, as well as the second having the fingers on both hands half chopped off, while the Europeans jumped overboard and were fished up by the enemy. At this moment the Sarang jumped aft, struck the flag, and thus surrendered the vessel in a villainous and treacherous manner into the hands of our enemy. Immediately a Galvat pulled alongside, which took the second mate from on board and sent him to the Admiral; although I too was fetched shortly thereafter, I had nevertheless in the meantime bound up my received wounds as well as possible with the help of my slave boy, and my right arm, which hung by my side, I was unable to use. On board the Admiral

Dutch transcription

122. „o Iunij A„o 1768. „: Klampten, met intentie van ons te Enteren, dog de welke wij Kloek„ „.„moedig met ons handgeweiren, en hand granaten, gelustig afsloegen, ter„ „„wijl mijn Volk zoo de Europeezen als Persiaansche mattroosen zig man„ „„moedig defendeerde en ook te dier tijd niemand van ons nog gequest „. was, schoon er een vreeselijk alarm en geweld in de gem Gourab ont„ „„stond. Na deeze attacge hielden zij een wijnig van ons af en het schie„ „„ ten hield van bijde zijde op, hoewel zij ons regt in 't midden van haar vloot „„ weeder bezet hielde, visiteerde als doan nogmaals exact het vaartuijg„ bevonden het volk nog alle onbeschadigd en vol moed, mitsgaders eenig „. loopend Touwerk aan stuk als ook eenige schooten door onze zeilen, ree„ „„pareerde intusschen ons stuk geschoote Touwerk, en maakte verders „ weeder alles gereed tot een dappere tegenstand het lugtje oostelijk met een „. Labber Coelth. Den 27„e met het aanbreeken van den Dag ontdekten, „ wij nog twee zeijlen in 't zuijdwesten van ons, waar op de Gourabs ter„ „„stond Jagt maakten, terwijl in middens de 20 Galbets weeder op ons aan„ „„quamen en wij op nieuws in 't gevegt geraakten kreegen een meenig„ „„te schooten door onze zeilen alsmeede Een eenponder koegel in de „ mast; wij hielden het egter zodanig gaande dat zij de hardiesse niet hadde, „ van ons weeder op zijde te komen en wij erlangde eenelijk maar na een „frisse Coelte vermits het dood stil was, en bij na ons vaartuijg niet Kon„ „de regeeren door de stelde Op de middag quamen de Gourabs weeder „. op ons af roeijen, wanneer intusschen een van de persiaansche Mattroo„ „sen overboord sprong en na een Ider Galbets swom, die hij ook bereikte, „schoon wij eenige snaphaan schooten agter aan gaven, dezelve schreuw„ „„de Kort na Dato de sarang op zijn Persiaans toe en op mijn afvra„ „„ge wat hij toeriep, antwoorde de Sarang het is een groote Canaille, „want hij schelt, mij de huijd vol. Immiddens ging het Cannoneeren zijn „gang en het vuur wierd onmiddelijk heeviger, wanneer een schoot tusschen „winden water even agter de mast kreegen, die ook door ging, dog der „„welke wij ten spoedigste gelukkig weeder stopten, kreegen vervolgens ook „ eenige schampschooten op 't vaartuijg dog die geene schade, veroorsaak„ „„ten, om Twee uuren in de namiddag quamen de Gourabs weder „ in ons Kielwater, en wij kreegen teffens een klijn Lugtje uijt den „ N: W: waardoor wij in staat geraakte om het over en weeder te „ kunnen leggen, en dus telkens haar de gladde zaag aanboo„ „„den, zonder dat 'er nog iemand van ons gequest was: In deeze „ omstandigheid was den ondergeteekende beezig met het baxen en reg„ „ten van een stuk geschut; wanner onder de Persiaanen zig het woord „ verhief, dat het klaar was, krijgende de teekenaar teffens te dier tijd „ een Rap in het Hoofd, die door een Tweede zoude gevolgd zijn geworden bij „ aldien dezelve niet afgepareerd had, dog zoo dra die afgekeerd had, wierd „ ik door een Pistool schoot met Twee Koegels in mijn regter schouder „ geschooten, terwijl op dat zelve oogenblik een steek in mijn rug wierd toe„ „gebragt, zonder dat vermogens waar den Dader te ontdekken, alzoo het „eensklaps een schrifkelijk oproer was, en ik toen momentelijk de opstant „ onder de Persiaanen vernam. Ik was ten eersten door deeze drie ont„ „„fangene quetsuuren zodanig afgemat. dat ik mij moest retireeren na „ de Cajuijt daar ik de Constabels maat en de quartiermeester bereeds „ vond waarvan de Eerste door de Persiaanen bij na zijn Regter arm „ was afgekapt, zoo wel als de Tweede over bijde handen de vingers half waaren „ afgehouwen, terwijl de Europeese, over boord sprongen en door de Vijand opge„ „„vischt wierden: op dit oogenblik sprong de Sarang agter op streek de Vlag „ en gaf het vaartuijg dus op een schelmagtige en verraderlijke wijze over „ in handen van onzen Vijand. Ten eersten quam er een Galbet op zijde „haalen, die de onderstuurman van boord nam, en na de Admiraal „ zond, schoon ik nu kort daar op meede wierd gehaald; had ik egter in„ „ tuschen mijne ontfangen wonden, met behulp van mijne slave Jon„ „„gen zoo goed doenlik verbonden en mijn Regter arm die mij bij 't Lijff „hing was ik niet in staat om te gebruijken. Op de admiraal aan„ boord

NL-HaNA_1.04.02_3238_0641 view scan ↗

English

286 123. on 3 June Anno 1768. Having been brought on board and before the chief, I was asked whether I had any cash and what the rest of my cargo was, and as I answered that I had neither cash nor cargo and was only in ballast, I was told in a biting manner that I was lying and that I should immediately confess where the cash was hidden, as otherwise they would have me hanged, while in the meantime they put the end of a rope that was fastened to the yardarm around my neck, and threatened me once more that they would hang me if I did not confess the truth; but while I made known that they could deal with me as they saw fit, for I had spoken the truth and they could examine this themselves, they finally took the rope off my neck again, and I was brought together with the second mate, the gunner's mate, and two sailors to a two-masted ghurab, while the other Europeans were divided among the fleet, but the Persians were left on the narrow-boat. We then sailed with the fleet northward to past Goa, where three ships lay at anchor; on 7 February they divided us among 6 gallivats, under which convoy the narrow-boat was also sent, while the fleet departed to the south. On the 13th we arrived inside Cabo de Ramas, where we were brought ashore to the governor, who immediately proposed that we take service with him, but we refused this, and a place in their shipyard was assigned as our residence, while rice and water were given to us for our subsistence. On the 14th the Persian sailors and sarang were given a passport to be able to depart, although they had requested service there, but which had been refused them by the governor, because he said that they were scoundrels and at some time would treat him just as they had now treated us. We received freedom from the governor to walk through the city, but were in the meantime solicited daily to enter into their service, to which the crew was mainly solicited by three Europeans serving there (being 2 Portuguese and a Frenchman); on the 26th the gunner's mate, whose arm had almost been cut off by the Persians, died of his wound. Meanwhile we remained there until 2 March, when we were sent with the gallivats along with the narrow-boat to Longuequeera, where we arrived on the 6th, and on the 7th were brought overland through the mountains to Bebruarij, where on the 16th, with great difficulty and after many sustained fatigues, we arrived entirely exhausted. We were brought together before the governor, who, among some questions, also had an interpreter make clear to me that the admiral was a great man, and had gained very much honor with our capture; I could not restrain myself from answering: that it seemed to me quite the contrary, since our own crew had surrendered the vessel with treachery and neither the admiral nor any of his fleet had taken nor conquered us, and would also never have gotten us, over which he became very angry and immediately sent me, together with the mate and my slave boy (whom I had always given out as a sailor), away to Chaul, where we arrived the day after, or on the 17th, while the crew from Bebruarij was sent to Bombay. We were immediately brought to a high tower and, alongside several other prisoners, some of whom were even shackled in chains, locked with both feet in the stocks, and again received nothing other than coarse black rice and water for our subsistence. While we now had to keep our stay with the greatest impatience in this dismal cave, where a dreadful continuous stench accompanied us, without the least hope of release, since we could speak with no one, on 13 April yet another prisoner was brought into this prison; who was, however, accompanied by a native Portuguese, who seemed to have come along expressly to oversee that the prisoner would be properly secured. We took this opportunity and addressed the said Portuguese, who

Dutch transcription

286 123. n 3„' Iunij A„o 1768. „ Boord en voor 't Hoofd gebragt zijnd, wierd mij gevraagd of ik geene Contan„ „„ten in had en wat verders mijne Lading was, en alzoo ik antwoorde dat „ zoo min Contanten als Lading in hadde en eenelijk maar geballast waar„ „ wierd mij op een bitse wijse toegevoegd dat ik zulx lochende en dat ik. „ terstond zoude bekennen waar de Contanten geborgen waaren, alzoo, „ zij bij het tegendeel mij zoude laten ophangen, terwijl zij intusschen het „ Ent van een Looper die op de Nok van de Raa vast was, mij om de „hals steekte, en mij nogmaals drijgde van te zullen ophangen bij „ aldien ik de waarheid niet bekende; Dog terwijl ik te kennen gaf „ dat zij met mij handelen konde zoo zij goed dagten, want dat ik de „ waarheid had gezegt en zij dit zelfs konde onderzoeken, namen zij „ mij eindelijk de Looper weder van de hals, en ik wierd nevens de en„ „derstuurman de Constabelsmaat en Twee Mattroosen na een Twee„ „„maste Goeral gebragt, terwijl de verdere Europeese op de vloot ver„ „„deeld dog de persiaanen op het smalschip gelaaten wierden. Wij „steevende voorts met de Vloot om de noord tot voorbij Goa alwaar drie „ scheepen ten anker lagen; Den 7„e februarij verdeelde zij ons op 6 „ Galbets onder welk Convoij het smalschip meede gezonden wierd, terwijl de „vloot om de zuijd vertrok. Den 13„e arriveerde wij binnen Caab De Pagados, alwaar , wij aan de wal bij den Gouwerneur gebragt wierde dewelke ons ten eersten voor„ „sloeg om bij hem dienst te neemen, dog wij refuseerde zulks, en ons wierd een „plaats op haare werff tot onse verblijff aangeweezen, terwijl ons Rijst en water „ gegeeven wierd tot tevens onderhoud. Den 14„e wierd aan de Persiaanse „ Mattroosen en Sarang en pasport gegeeven om te kunnen vertrekken., schoon dezelve om dienst aldaar verzogt hadden, maar 't welke haar door „ den Gouverneur geweigerd was, vermits hei, zeijde dat zij schelmen waaren en te eeniger tijd zo wel met hem zodanig zoude handelen als zij nu met ons gedaan hadden. Wij Kreegen van de Gouverneur vreijheid om door de stad „ te mogen wandelen, maar wierden intusschen dagelijks aangezogt om in „ haar dienst overte gaan, waartoe het volk voonamentlijk, door drie aldaar „ in dienst zijnde Europeese /:zijnde 2 Portugeese en een Franschman aangezogt „ wierd; Den 26„e quam de Constabelsmaat dewelke bij na zijn arm door „de Persiaanen afgehouden was, aan zijne wonde te overlijden. Intusschen „ vertoefden wij daar tot den 2„e Maart, wanneer met 't Galbets nevens het „ smalschip na Longequeera verzonden wierden, daar wij den 6„e daar aan „ arriveerden, en den 7„e overland door het gebergte na Bebruarij gebragt wierde „ alwaar den 16„e met groote moeijte en na veele uijtgestaane fatiques ten eene„ „„maale afgemat aanquamen. Wij wierde gezamentlijk voor de gouverneur „gebragt, die onder eenige vrage mij ook door een Tolk liet beduijde dat „ de admiraal een groote man was, en zeer veel Eer met onze veroevering „ hadde ingelegt; Ik konde mij niet wederhouden van daar op te antwoorde: „ Dat mij zulx ter Contrarie voorquam, alzoo ons eigen volk het vaartuijg met „ verraad hadden overgegeeven En de Admiraal nog geen van zijn vloot ons „genomen nog veroverd had, en ons ook nooit zoude gekreegen, waar over hij „ zeer gramstoorig wierd en mij nevens de stuurman en mijn slave Iongen /: die ik althoos voor een mattroos opgegeeven had:/ ten Eersten wegzond na Chouel, alwaar daags, daar aan of den 17„e arriveerde, terwijl het volk van Bebruarij na Bombaij gezonden wierden. Wij wierden ten eersten „ op eene hooge Tooren gebragt, en nevens verschijde andere gevangene waar „ van eenige zelfs in Kettens geklonken zaten, met bijde voeten in de „ Tronk geslooten, en kreegen weeder niets anders als groove swarte „ Rijst en water tot ons onderhoud. Wijl wij nu met het grootste onge„ „duld in deeze naare spelonk daar een ijselijke Continueele Trank ons „ verzelde, ons verblijf moeste houden, zonder de minste hoop van uijtkomst, „ alzoo wij met niemand konde spreeken, zoo wierd den 13„e April in deeze „gevangen plaats nog een gevangene gebragt; dog dewelke verzeld was van „ eene Jnlandsche Portugees, die Expres meede scheen gekomen te zijn „ om toezigt te hebben dat de gevangene wel gesecureerd zoude werden. „ Wij namen deeze gelegentheid waar en spraaken gem portugees aan, die

NL-HaNA_1.04.02_3238_0642 view scan ↗

English

124. The June A:o 1788: And although it appeared that he had behaved as a vigilant and courageous officer. would have preserved against the uprising of the Persians. who gave us to understand that he was of the Fathers who have their monastery and Church there, we requested him to be our advocate with the said Clergy; as we were sitting there in a pitiful state. He testified to us that the Fathers did not know about us, but that he would make it known to them at once, we also flattered ourselves that a speedy release would follow, but since we received not the slightest news by the 21st thereafter, we gave up hope altogether, which however was once again raised up all of a sudden, because through the intercession of one of those clergymen named Father I:n Leandro, madre de Deos, we were discharged that same day. He also immediately had us come to his House, at once entertained us very respectably, and had all kinds of refreshments served to us. After a stay of 2 Days we requested to depart, although he had wished to detain us longer, whereupon a guide or Leader was given to accompany us to Bombaij, where we arrived on the 24th. We were at once brought to the governor, and after having related my experiences briefly to his Honour; he asked what our desire was, and whether we wished to have Service, but as I thanked his Honour for that and requested in the most friendly manner for Transport to Souratta. he granted our request, and assured us that we would depart with the First Caffila. In the meantime I learned that our People had all arrived here, and had waited about eight days after my arrival and had also requested to be transported to Souratta, but that, both by solicitation, and out of lack of necessary provisions, and because I did not turn up, they had passed into English Service, and had also already been employed and sent away for a long time. On the 1st of May it was announced to me, because the Caffila was ready to depart, that I should take myself on Board a Convoy Gourab, but the second mate did not turn up and remained behind; we departed that same day from Bombaij, and arrived on the 6th thereafter here in the Roads: This being all that I, with respect, have been able to relate to your Hon. Worships of my experiences according to the truth and my best recollection, I hope hereby to have satisfied the esteemed Intention, requesting at the same time most urgently that, as I am stripped and bereft of everything, your Hon. Worships will be pleased kindly to grant me again my wages and board money as chief mate, while signing myself with all complete High respect: underneath was written: Right Honourable Worshipful Sir and Esteemed Councilors. lower: your Hon. Worships' very humble and dutiful Servant. was signed: F: Meekel. in the margin Souratta The 16th May A:o 1768. And as it appeared therefrom to the assembly that he had defended himself as a vigilant officer; and had furthermore behaved courageously against such a great superior force of vessels, which probably was the fleet of the Marhittas, belonging at Geria, and possibly would have saved the vessel, had he not been overwhelmed by his own Persian Sailors, who subsequently surrendered the same into the Enemy's hands; it was nevertheless resolved and approved regarding 28 125 June A:o 1768. 3. request to refer to Their High Honours. and to let him continue with 18 stuyvers a day. Decision to give notice of the capture of the small vessel. with request for restitution of that Vessel. resumption and insertion regarding his account of his conduct and the request made alongside it to be allowed to enjoy his Wages and Board money again, to refer him to Their High Honours, but in the meantime to let him continue in the Hospital and alongside that to grant him for Expenses 18 stuijvers a Day, or as much again as a common soldier or Sailor. Also in this regard, on the proposal of his Worship, it was resolved to give notice in a letter to his Highness the prince madurauw of this hostile act of violence and the capture of this Vessel. As well as to request his Serene Highness alongside that to be pleased to have this vessel with all its belongings restored again; And to that end, the letter drawn up in Draft by the Lord Director, addressed to the said his Highness, having been read; it was likewise approved to give the same a place herein for consideration. Translation of a Persian letter, written by the Right Honourable Worshipful Lord Director Christiaan Lodewijk Senff to the supreme Prince of the Marhetlas Madurauw on the Date of 30th May A:o 1768. Serene Prince. Shortly after my arrival here in Souratta I requested your Serene Highness to be pleased to deem me worthy of the Honour of your friendship, this has also been granted to me, and your Serene Highness has even sent me an Order, whereby the supreme admiral of your Serene Highness's naval force was ordered not to damage the ships and vessels of the Dutch Comp:y in the least. Of this, I gave notice at once to my High superiors in Batavia. These were satisfied therewith

Dutch transcription

124. Den Jani A„o 1788: En alschoon Consteerde dat hij zig als een wakker en manmoldig officier gedragen had. „ten de opstand der persiaanders zoude behouden hebben. „ die ons te kennen gaf dat hij van de Paters was die aldaar hun klooster „ en Kerk hebben, wij verzogten hem om onse voorspraak te willen zijn bij gem: „ Gestelijke; alzoo wij daar in eene erbarmelijke staat zaten. Hij betuijgde „ ons dat de Paters niet van ons wisten, maar dat hij illico haar zulx zoude „ bekend maken, wij flatteerde ons ook dat eene spoedige verlossing zoude „ volgen, dog nadien wij tot den 21 daar aan nog niets het minste beschijd „ erlangein, gaven wij de moed ten eenemaale verlooren, dog dewelke ook wee„ „der eenskleeps opgebeurd wierd, vermits door voorspraak van een dier geeste„ „„lijken in naame Pater I:n Leandro, madre de Deos, wij dien zelve „ dag ontslagen wierden. Hij liet ons ook Direct aan zijn Huijs: komen, „ onthaalde ons ten eersten zeer Deftig., en deed ons allerhande verfrissings „ voorzetten. Na verblijff van 2 Dagen verzogten wij om te vertrekken, schoon„ „ hij ons langer had willen aanhouden, wanneer ons een weg weijzer of Gids„ „ meede gegeeven wierd na Bombaij, alwaar wij den 24„e arriveerde. Wij wier„ „. „den ten eersten bij den gouverneur gebragt en na zijn Ed:e Kortelijk, mijn „ weedervaaren te hebben verhaald; vnoeg hij wat ons begeeren was, en of wij „ Dienst Wilde hebben, maar alzoo ik zijn Edele daar voor bedankte „ en op 't vriendelijkste om Transport na Souratta verzogt. stond hij ons ver„ „zoek toe, en verzeekerde ons dat wij met de Eerste Caffila zoude vertrekken. „ Intusschen vernam ik dat ons Volk hier alle aangekomen was, en „ wel agt dagen na mijn komst gewagt en ook meede verzogt hadde om „ na Souratta overgevoerd te werden, dog dat, zoo door aanzoek, als uijt „ gebrek van nooddruftige behoeftens, en om dat ik niet quam opdagen, „zij in Engelsche Dienst waaren overgegaan, en ook bereeds voor lange g'em„ „ploieerd en verzonden. waaren. Den 1„eo maij wierd mij aangezegd vermits de „ Caffila gereed was om te vertrekken, dat ik mij na Boord op een Confoij Gou„ „rab zoude vervoegen, dog de onderstuurman quam niet opdagen maar blef agter; wij vertrokken dien zelven dag van Bombaij, en arriveerde den „ 6„e daaraan alhier ter Rheede: Dit al het geene zijnde wat ik uw wel Ed: Agtbaare van mijn „ wedervaaren navolgens de waarheid en mijn best onthoud, in Eerbied heb kun„ „„nen relateeren, verhoop ik hier meede aan de g'eerde Intentie voldaan„ „ te hebben, verzoekende teffens op 't instantigste dat uwelEd: Agtb: alzoo ik „ van alles ontbloot en beroeft ben, mij weeder goedgunstiglijk mijn gagie „ en kostgeld als opperstuurman gelieven toete leggen terwijl met alle vol„ „slagen Hoog agting mij onderteekenen: /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare „ Heer en G'Eerde Raaden. /:lager :/: uw wel Edele Agtbaare zeer onderdani„ „„ge en Vrouwschuldige Dienaar. /:was geteekend:/ F: Meekel. /:in mar„ „„gine Souratta Den 16„e Maij A„o 1768. En alzoo daar uijt aan de vergadering consteerde dat hij zig als een wakker officier gedefendeerd; en zig voorts tegen eene zoo groote overmagt van vaartuijgen, die waarschijnelijk de vloot der Marhittas, te Geria te huijs hoorende, is geweest man moedig gedragen had, en het vaartuijg nogelijk buij, en mogelijk het vaartuijg zoude gered: hebben, was hij niet door zijne eigene Persiaansche Mattroosen over„ „rompeld, die het zelve vervolgens in s' Vijands handen heb„ is egter goedgevonden hem „ ben overgegeeven; zoo wierd egter verstaan en goed ge„ „vonden nopens 28 125 Iunij A„o 1768. 3„ verzoek na H H Edekheedijns te renvoijeeren. en met 18 stuyvers sdaags te laten Continueeren. Besluijt om van het veroveren van het smalschip. „nisse te geeven. met verzoek em restitutie van dat Kielje resumptie en insertie nopens zijne verantwoordingen „ vonden hem nopens zyne verantwoording en het daar ne„ „vens gedaan verzoek om zijn Gagie en Kostgeld weeder „te mogen genieten, aan Haar Hoog Edelheedens te renvoijeeren, dog hem intusschen in 't Hospitaal te la¬ ten Continueeren en daar nevens voor Defroijement toe te leggen 18 stuijvers 's Dags, ofte eens zoo veel als een ge„ meen soldaat off Mattroos. Ook wierd ten deezen opzigte op het voorstel van zijn Agtbaare beslooten, om van deeze vijandelijke geweldpleeging en het veroveren van dit Kieltje aan zijn aan den vorst madurauw kenn Hoogheid den vorst madurauw bij een briefje kenniste geeven. Mitsgaders zijne Doorlugtigheid daar nevens te verzoeken om dit vaartuijg met al dies toebehooren weder te willen laten restitueeren; En ten dien einde de Door den Heer Directeur in Concept gebragte mis¬ „sive aan gem: zijne Hoogheid gerigt, geleezen zijnde; wierd almeede goedgevonden dezelve in deezen tot speculatie plaats te geeven. Translaat Persiaansche missive, geschreeven, door den WelEdelen Agtbaaren Heer Directeur Christiaan Lodewijk Ienff Aan den opperVorst der Marhetlas Ma„ „durauw in Dato 30„e Maij A=o 1768. Doorluchtige Vorst. Kort na mijne aankomst hier in Souratta heb ik uw Dool: verzogt gehad, mij de Eere van derzelver vriendschap waardig te willenagten dit is mij ook toegestaan, en zelfs heeft uwe Doorl:, mij een Bevelschrift toe„ „„gezonden gehad, waarbij de opperadmiraal van uw Doorl: zee magt geleest „ twierd de scheepen en vaartuijgen van de Neederlandsche Comp:e in 't minste „„ niet te beschadigen. Hier van, heb ik ten Eersten kennis gegeeven gehad, aan mijne „ Hooge superieuren te Batavia. Deeze hebben daar in genoegen ge„ „nomen „

NL-HaNA_1.04.02_3238_0644 view scan ↗

English

126. June Anno 1708. From two missives from the Gamron Lodge keeper Huijbert Bufkens, his request to be permitted to come up having appeared taken. They have given the strictest orders to all their sea captains to behave not as enemies but as friends, in case they should meet the armada of Your Serene Highness. At the same time, we have ordered that all honor and high respect be shown to Your Serene Highness. And both of these things have also been strictly observed. Our sea captains have brought no harm to the vessels of Your Serene Highness. I have exerted myself to give Your Serene Highness satisfaction in all things. And thus, for three years past, not the slightest estrangement has arisen in our friendship. Yet about two months ago, one of the commanders of Your Serene Highness dared to undertake not only to attack hostily one of our sloops, but also to tow it away, and to mistreat its commander severely. This man having come to me naked and bare, I examined everything carefully, but found that he gave not the slightest cause for that act of violence. Consequently, the subordinates of Your Serene Highness have broken the friendship without reason. And as I hold myself assured that Your Serene Highness gave no orders for this incident, nay, that it is even kept hidden from Your Serene Highness, I consider myself obliged to bring the same to the attention of Your Serene Highness by this letter. And I very humbly request that it may please Your Serene Highness not only to return that vessel to me at the earliest opportunity, with all its artillery and accessories, and whatever else was taken from the people assigned to it, but also to punish appropriately those who, against the orders of Your Serene Highness, committed this disgraceful act and thereby gave cause to many evil consequences, which will certainly not fail to follow if this vessel with all its accessories is not returned. I request to receive a speedy and satisfactory reply to this, so that I may be able to assure my High Superiors in Batavia with peace of mind that the word and the friendship of Your Serene Highness are unchangeable. For that shall serve to my honor, and the good name of Your Serene Highness, which is already great in these regions, will then also be praised throughout the whole world, in all the widespread lands and places that stand under Dutch obedience. May God grant that Your Serene Highness receive this letter in a fortunate hour, and may behold it with a favorable eye. This is my heartfelt wish, and besides that, that the prosperity and health of Your Serene Highness may always be constant and unchangeable. From two letters received on the 29th of April and the 5th of May last, from the Gamron Lodge keeper Huijbert Bujkens, dated Masquetta the 18th and 13th of April, mentioning some news from the Gulf, it having appeared that his father has passed away, and he therefore makes a request, on account of the continual troubles in the Persian Empire and because a single person at Gamron is not capable the death of his father and because the wanton Persians continually rob the Lodge of everything. His departure was granted to him on the adjacent grounds. To have the requisition of the Ceylon Ministry fulfilled in quantity and quality. The widow Bufkens, who arrived here last month. in guarding the Lodge to offer resistance to all kinds of wanton Persians, with whom the same is daily packed, and who rob this building all around of whatever pleases them, nay, even send the woodwork as far as Masquetta for sale, to be allowed to come here at the first opportunity; so it was approved and understood, on the basis of what was communicated to the Gentlemen of the High Indian Government in our respectful general reply of the 15th of April Anno 1767, that in order to obtain news of the state of affairs from the Gulf, one can easily learn such through the channel of the merchants at Masquetta who have their offices here in the city, without keeping anyone, whether native or European, there at the expense of the Honorable Company, to grant his coming from there to here, and to inform him of this at the first opportunity. A letter of the 9th of March having been received from Ceylon on the 10th of the past month, with an attached duplicate requisition of the 19th of November 1767, the original of which has not yet arrived here, and which in all likelihood must have been with the other papers on the vessel De Mosselschulp, to have this fulfilled at the first opportunity in quantity and quality. The widow of the deceased Gamron Lodge keeper David Bufkens, having arrived here last month from Masquetta and having presented a petition to the Director

Dutch transcription

126. Junij A„o 1708. O uijt Twee missives van den Gamrons Loge bewaarder Huijbert Bufkens. zijn instantie om op te mogen komen, gebleeken zijnde „nomen. zij hebben, alle hunne zee Capitains de strictste ordres „„gegeeven, om zig niets als vijanden maar als vrienden te gedraagen, in„ „gevalle zij de Armaade van uw DoorC ontmoeten mogten: Teffens hebben wij gelast gehad uw Door Calle Eere en Hoogagting te bewijzen. En dit een en ander is ook nauwkeurig in agt genomen. Onze zee= „ Capitains hebben de vaartuijgen van uwe Door( geen schaade toegebragt „ Ik heb mij bevlijtigt uw Door in alles genoegen te geeven. En dus is 't seedert Drie Jaaren herwaards in onze vriendschap geen de minste ver„ „wijdering ontstaan. Dog voor omtrent Twee maanden heeft een der Hoofden van Uwe Doorl: durven onderneemen, Een van onse Chialoupen niet alleen vijandig aan te vallen maar ook meede te sleepen, en den gezaghebber daar van zeer qualijk te tracteeren. Deeze man naakt „ en bloot bij mij gekomen zijnde heb ik alles nauwkeurig onderzogt, dog be„ „vonden dat hij tot die geweld pleeging geen de minste aanleijding heeft „ gegeeven. Bij gevolg hebben de onderhoorige van uwe Doorl: zonder „reeden de vriendschap gebrooken En dewijl ik mij verzeekerd houde, dat „ uwe Doorl tot dit voorval geene ordre heeft gegeeven ja dat men zelfs „ voor uwe Doorl: verborgen houdt zoo agte ik mij verpligt, uwwe Door het „ zelve bij deezen ter kennis te brengen. En ik verzoeke zeer ootmoedig dat het „ uw Doorl: behaagen mag, mij dat vaartuijg niet alleen ten eersten er „ weeder te willen toezenden, met alle dies geschut en toebehooren, en „ het geen verder de daar op beschijdene menschen ontnoemen is, maar „ ook na behooren te straffen, de zulke die teegens de ordre van uwe „ Doorl: deeze schandelijke daat gepleegt, en daar door aanleijding ge„ „geeven hebben, tot veel quaade gevolgen, die zeekerlijke niet uijt blijven „zullen, bij aldien dit vaartuijg met alle dies toebehooren niet weeder te rug „ gezonden werd. Ik verzoeke hier een spoedig en voldoenend antwoord te mogen „ erlangen op dat ik mijne Hooge superieuren te Batavia met gerustheid „ mag verzeekeren kunnen, dat het woord en de vriendschap van uwe Doorl „ onveranderlijk is. want die zal mij tot Eere strekken - En de goede naam „ van uwe Doorl die in deeze gewesten bereets groot is, zal dan ook de gant„ „sche wareld door gepreesen werden, in alle de wijd uijtgestrekte landen „ en plaatsen die onder de Neederlandsche gehoorzaamheid staan: O Gad geeve dat uwe Doorl: deezen brief in een gelukkig uur ont„ „fangen, en met een gunstig oog aanschouwen mag. Dit is mijn herte„ „„lijke wensch; en daar nevens, dat de voorspoed en gezondheid van uwe DoorC: althoos bestendig in: onveranderlijk mogen zijn. Uijt Twee op den 29„e April en 5„e Maij J:t leeden ontfangene brieven van den Gamrons Logie. bewaarder Huijbert Bujkens gedateerd Masquetta den 18„e en: 13„e April, onder melding van eenigel wij de dood van zijn vader en „ nige=-nouwelles uijt de Golff gebleeken zijnde, dat des„ „zelfs Vader overleeden is, en hij dienthalven verzoek doet, mits de Continueele trouble in 't Persiaansche Rijk en om dat een enkeld perzoon te Gamron niet in Staat 7 e 288 127. Den 3„e Iunij A„o 1768. „sihanen de Loge aldoor van alles berooven. wierd hem op nevenstaande fondament zijn opkomst gaccordeert. De Eijsch van het Ceijlonsch Ministeerie in quant en qua„ „liteis te laten voldoen. De weduwe Bufkens die in de voorleede maand hier aan„ „gekomen is. dewijl de moetwillige per„ staat is met het bewaaken van de Logie resistentie te bieden aan allerhande zoort van moetwillige Persiaa„ „nen waarvan dezelve dagelijks opgepropt, is en die „dit gebouw ronds omme van 't geene haar aanstaat berooven, Ja zelfs. tot op masquetta de Houtwerken ter verkooping zenden, van bij eerste gelegentheid na herwaarts te mogen komen; zoo wierd goed gevonden en verstaan op fondament van het bedeelde aan de Heeren der Hooge Indiassche Regeering, bij onse Eer„ „biedige generaale rescriptie van den 15„e April x A„o 1767 dat men om tijding van den toestand der zaa„ „ken uijt de Golff te krijgen zulx gemakkelijk door het Canaal der Kooplieden te Masquetta die alhier in de stad hunne Comptoiren hebben, zonder iemand 't zij Inlander of Europees ten kosten van de E Comp:e al„ „daar aantehouden kan verneemen zijn opkomst van daar na herwaards, te accordeeren, en hem zulx bij Eer„ „ste gelegentheid te bedeelen. Den 10„e der gepasseerde maand van Ceijlon ont„ „fangen zijnde Een Brief van den 9„e Maart bevoorens gevoegde Duplicaat Eijsch van den 19„e 9ber: 1767, waar„ „van de Origineele als nog hier niet is te regt geko„ „men, en die na alle gedagten, met de verdere papieren op het Smalschip De Mosselschulp zal geweest zijn, bij eerste gelegentheid in quant en qualiteit te laten voldoen. De weduwe van den Overleedene Gam, „rons Loge Bewaarder David Bufkens in de voor„ „leedene maand alhier van Masquetta aangekomen en aan den Heer Directeur gepresenteert hebbende een Request be„ n

NL-HaNA_1.04.02_3238_0646 view scan ↗

English

128. The 1st of June Anno 1768. Request by a submitted petition: her claim on the English Company, assistance to obtain a petition, wherein she urgently requests assistance to obtain an outstanding house rent debt from Gamron amounting to Rop:s 1080:—, which she still had to claim from the English Company, and concerning which all efforts made to obtain these monies have thus far been fruitless, although she, the widow, in this writing appeals to the English Chief Price residing here and the Council member Mr. Jarvis residing in Bombay, who are entirely aware of the said affair and would not refuse affirmation thereof; and which petition was found to read as follows. To the Right Honorable Christian Lodewijk Senff, Director and Chief Commander of this Directorship. Right Honorable Sir, The humble petitioner in this matter, being the widow of the late Gamron Lodge Keeper David Bufkens, takes in all humility the liberty respectfully to submit to Your Honor that during his lifetime her husband rented his residential house to the English Company in Gamron, at the time that the English gentlemen re-established the factory there under the authority of Chief Douglas, together with two merchants also residing there, at rop:s 40 a month to the said Chief Douglas. That the said Company also occupied the same for 37 months, and paid off 10 months thereof during her presence in Gamron; but that in the meantime, after the petitioner, together with her late husband and family, departed for Kareek, the remaining 27 months have remained unpaid, because upon their return to Gamron the said Chief Douglas, along with all the English, had departed from there, and all her claims made in that regard to the Court of Bombay by writing 3 successive letters have been fruitless, because no answer has ever returned concerning the rent debt still outstanding amounting to Rop:s 1080:—. But since the humble petitioner is assured from good authority that the English Chief residing here, the Right Honorable Mr. Price, as well as the Honorable Mr. Benjamin Jarvis, English Council member in Bombay, are very well aware and fully cognizant of the said affair, she takes in all respect the liberty and at the same time most urgently implores that Your Honor may be pleased to support her, the petitioner in this matter, with Your Honor's efficacious assistance, the more so because she, together with her children, was stripped of everything during the conquest and plundering of Gamron, and barely had enough left to cover herself; for which high benevolence 889 2 129. The 3rd of June Anno 1768. The letter prepared by the Director in this regard to be sent to the administration upon a submitted petition by Joseph Buffkens. the humble and lowly petitioner, with the greatest gratitude and obligation for life, together with her poor family, will most respectfully bear a humble and grateful heart to Your Honor. Undersigned: Doing which, etc. And whereas a letter for the English Chief and Council had already been prepared to that end by the Director and laid on the table by His Honor for reading with the petition to the English, it was unanimously resolved to dispatch the same, together with the petition, to the said Mr. Price and Council in such manner, and to incorporate the said letter into this. Surat To the Right Honorable William Andrew Price, Chief on behalf of the affairs of the Honorable English Company and Governor of the Mogul's Castle and Armada, together with the Council. Right Honorable Sir and Gentlemen! The widow of the former Resident at Gamron, Bufkens, has presented to us the enclosed petition. We take the liberty of offering the same in turn to Your Honors. And we very kindly request that Your Honors may be pleased to have the goodness and help that poor woman, so that her claim may be satisfied promptly. For she is in the utmost need of it, in the destitute state in which she currently finds herself, because she was robbed of everything during the conquest of Gamron. We shall in all cases gladly be of service to Your Honors in return. And we remain, in trust upon Your Honors' compliance, with true high esteem. Undersigned: Right Honorable Sir and Gentlemen. Lower: Your Honors' very humble servants. Was signed C:n L:k Senff, M: J:n Bosman, A:y P:s Bangeman, R:n van Harn, P:s Huijsingh, A:m J:s Sluijsken, and D:r Spierejes. In margin: Surat the 6th of June Anno 1768. Thereupon was also read an autographed petition submitted by Joseph Bufkens, of Isfahan, son of the late Lodge Keeper at Gamron David Bufkens, who, together with his mother, on account of the insecurity for a European in the Persian Empire

Dutch transcription

128. Den 1„ Iunij A„o 1168. verzoek bij een ingediend suppl=t haare pretentie op de Engel„ „sche Comp:e: assistentie ter Eerlanging van Request, waar bij zij instantig verzoekt om assistentie ter erlanging van een van Gamron uijtstaande Huijs„ „schuld groot Rop:s 1080:—. die zij als nog van de Engelsch Compe te pretendeeren had, en waaromtrend alle aange¬ „wende pogingen ter erlanging van deeze penningen tot nog toe vrugteloos waaren geweest, schoon zij Wedu„ „we zig bij dit schriftuur beroept op het alhier resideerend Engelsch Opperhoofd Price en het te Bombaij resideerend Raadslid M:r Iarvis, die gem: affaire in het geheel bewust en de Affirmatie daaromtrend niet wijgeren zouden; En welk supplicq, aldus bevonden wierd te zuij „den. Aan den WelEdelen Agtbaaren Heer Christiaan Lodewijk Pens Directeur en Hoofd gebieder deerzer Directie WelEdele Agtbaare Heer Den nedrige Supliant in deeze zijnde de weduwe van den overleeden Gamrons Loge Bewaarder David Bufkens neemt in alle oetmoed de vrijheid uw wel Edele Agtbaare in Eerbied voor te draagen „ dat haar man bij zijn Leeftijd aan de Engelsche Compagnie in gam„ „ron, ten tijde dat de Heeren Engelschen het Comptoir onder het gezag van „ het opperhoofd Duglas aldaar weeder restabileerd, en nevens nog twee aldaar remoreerende kooplieden meede zijn woonhuijs tegen rop:s 40s maand aangen: opperhoofd Duglas heeft verhuurd. Dat gem: Comp:e ook 37 maanden lang „ het zelve bewoond, en daar van bij haar aan weezen te gamron afbetaald heeft „ 10 maanden; Dog dat intusschen de Suppliante, nevens haar overleeden Man „ en famillie na kareek zijn vertrokken de overige 27 maanden onbetaald zijn ge„ „„bleeven, vermits bij haar lieder retour te gamron het gem: opperhoofd Duglas, „ nevens alle de Engelschen van daar vertrokken waaren, en alle haar pretentien dient wegen aan 't Hof van Bombaij bij schrijvens van 3 successive brieven gedaan, vrugteloos „ is geweest, vermits daar nooit geen antwoord op te rug gekomen is wegens de nog res„ „ stant voortloopende Huur schuld ten bedragen van Rop:s 1080:—. Dan vermits de „ ootmoedige suppliante van goeder hand verzeeker hand verseekerd is dat de alhier „ resideerende Engelsche Chiff De WelEdele Agtb: Heer Price, zoo wel als de Wel„ „ Ed:s Heer Benjamin Jarvis Engelsch Raadslid te Bombaij de gem: affaire „ zeer wel bewust en ten vollen bekend zijn; Neemt zij in alle Eerbied de liber tijd „ en smeekt teffens op 't aller instantigste dat uw wel Ed: Agtb: haar suppl:t „ in deeze met uwel Ed: Agtb:re kragtdadige hulpe gelieft te ondersteunen, „ te meer wijl zij nevens haare kinderen bij 't veroveren en plunderen van „ Gamron van alles ontbloot geraakt is, en ter nauwer nood zoo veel over„ gehouden heeft van haar te kunnen dekken; voor welke hooge bene„ volentie 889 2 129. Den 3„' Iunij A„o 1768. de Door den Heer Directeur deswegens in gereedheid gebragte brief. ministerie te laten afgaan. op een ingediend Request van Joseph Buffkens. „ volentie den ootmoedige en nedrige: suppliante uw wel Ed: Agtbaare met „ de grootste erkentenisse en verpligting tijd Levens nevens haare arme fa„ „. „millie op 't aller eerbiedigste een needrigste En dankbaar hert zal toedragen. /:onderstond:/ 'T Welk Doende &c:a En terwijl door den Heer Directeur bereeds een briefje voor het Engelsch Opperhoofd en Raad ten dien einde in gereedheid gebragt en door zijn Agtbaare ter Lectuure op Tafel gelegd met het request aan het Engesch was wierd eenpaarig beslooten het zelve benevens het Request, aan gem: Heer Price en Raad zodanig te laten afgaan en gem: brief ein deeze in te lijven. Souratta Aan den WelEdelen Agtbaaren Heer William Andrew Price opperhoofd wegens de zaaken der Hounorabele Engelsche Comp:s en Gouverneur van smogols Casteel en Ar„ „made benevens Den Raad. Wel Edele Agtbaare Heer En Heeren! De weduwe van den geweezene Resident te Gamron Bufkens, „ heeft aan ons het inleggende Request gepresenteerd. wij gebruijken de „ vrijheid uw wel Edelens het zelve wederom aan te bieden. En wij ver„ „„zoeken zeer vriendelijk, dat uw welEdelens de goedheid gelieven „ te hebben, en helpen die arme vrouw, dat haare pretentie spoedig „ voldaan mag werden. Want zij heeft het zelve ten hoogsten noodig, „ in den behoeftige staat waarin zij zig thans bevindt; door dien zij „ bij de verovering van Gamron van alles berooft is Wij zullen in alle gevallen uw welEdelens gaarne weder „ten dienste staan. En wij blijven in vertrouwen op, uw wel Edelens „ wilvaardigheid met waar hoogagting /:onderstond:/ WelEdele Agtb: „ Heer en Heeren /:lager:/ uw wel Edelens zeer ootmoedige dienaaren „ /:was geteekend C„n I:k Senff, M: I:n Bosman, Aij: P:s Bangeman, R.: n „ van Harn, P:s Huijsingh, A:mn I:s Sluijsken, en D:r Spierejes. /:in marg::/ „ Souratta den 6„e Junij A=o 1768. Men las vervolgens nog een eigenhandig Request ingediend door Ioseph Bufkens, van Jspahan, zoon van den overleedene Logie Bewaarder te Gamron David Bufkens, dewelke nevens zijn Moeder mits de onveijligheid voor een Europees in het Persiaansche Rijk

NL-HaNA_1.04.02_3238_0648 view scan ↗

English

130. The 3rd of June Anno 1768. Resolved to accept him as Junior Assistant into the Company's service; The soldier Joseph Uijtburg to be increased to ƒ 11:-:-. To take effect Anno passato, and the soldier Smit to be increased to ƒ 13:-:-. arrived here from the Persian Gulf, and now requests to be employed in the Company's Service as an Assistant, regarding which the Honorable Ruler noted that the said Bufkens, according to testimony, on account of his linguistic knowledge, besides Portuguese, also had command of the Persian, Armenian, and to some extent the French language, the petitioner, as a young man of only 20 years, could become very successful in the Company's service, since there is an extreme shortage of such subjects here, and for that reason one must always rely and depend upon natives regarding the indigenous and particularly the Persian language; His Honor therefore submitted for consideration whether it would not be good and expedient to retain the aforementioned Bufkens and employ him at the secretariat, where a clerk is still lacking, as a Junior Assistant, with a salary of ƒ 16:-:- per month under a five-year contract: with which all the Members conformed. Furthermore, upon the proposal of the Honorable Director, it was agreed to grant the soldier Joseph Uijtburg of Ypres, who arrived in India in Anno 1762 as a soldier at ƒ 9:-:-, from this day forward a salary of ƒ 11:-:- per month under a new three-year contract, but to let his contract take effect from the 26th of July Anno passato, as it had already expired at that time, and this soldier will not re-engage under any other than that condition. And the soldier Cornelis Smit of Delft, 290 431 The 3rd of June Anno 1768. Production of the ordinary annual gift for the city regents, which was approved. who arrived in India in Anno 1760 as a soldier at ƒ 9:-:-, upon the expiration of his term, to be increased in salary to ƒ 13:-:- per month, likewise under a new contract of three years. After which was produced by the Honorable Director a draft of the ordinary annual gift for the Regents of this City, drawn up by the Honorable Second and Chief Administrator, amounting to ƒ 7439:9:- purchase and ƒ 8708:7:- selling price, differing from the previous year in favor by ƒ 15:8:- purchase and ƒ 80:3:- selling price; wherefore it was resolved to approve the same, and to let the distribution of the goods be carried out by the Company's brokers according to custom, subsequently inserting the aforementioned draft here. Draft of the Ordinary Annual Gift to be delivered to the Honorable Company's brokers Mantchergie Gorseedje and Gouwenram Roederam, in order to be presented, according to ancient custom, to the Honorable Director, Havis Uddien Ammetchan, and further regents, as well as various servants of the Durbar who assist the Company on occurring occasions; namely: Purchase: Selling: 4700 pieces of silver Rupees - - - ƒ 7050:-:-. ƒ 7050:-:-. 80 lbs Cloves - - - ƒ 32:13:-. ƒ 158:19:-. 80 lbs Nutmegs - - - ƒ 16:6:8. ƒ 90:16:8. 40 lbs Mace - - - ƒ 24:9:8. ƒ 233:6:-. 40 lbs Cinnamon - - - ƒ 5:14:-. ƒ 240:-:-. 24 ounces Oil of Cloves - - - ƒ 12:5:-. ƒ 260:-:-. 9 ditto ditto of Nutmegs - - - ƒ 14:18:8. ƒ 260:-:-. 11 ditto ditto ditto Mace - - - ƒ 36:15:8. ƒ 22:8:-. 24 ditto ditto ditto Cinnamon - - - ƒ 155:10:8. ƒ 55:3:-. 2 lbs Gold wire - - - ƒ 420:-:-. ƒ 8:11:-. Total ƒ 7439:9:-. ƒ 8708:7:-. In Anno passato was gifted - - - - ƒ 7454:17:-. ƒ 8788:10:-. Thus now projected less ƒ 15:8:-. ƒ 80:3:-. Underneath stood: Surat, the last day of April Anno 1768. Was signed: M:s I:n Bosman. 132. The 1st of June Anno 1768. Statement of the expired contract for Anno 1767. -- ƒ 40810:10:-. ƒ 351012:18:8. - -- ƒ 6027:1:8. 15:-. Likewise, there was laid on the table by His Honor a statement submitted by the aforementioned Second and Chief Administrator, showing that the old insaam or contract for Anno 1767, made in the Council of Policy on the 27th of February of the same year, was completely finished; showing what was successively advanced upon it to the suppliers, and what they delivered for it, as well as what is now still due to them at the closing of the account, the same being of the following content: Statement of what was successively advanced upon the contract for the year 1767 made in the Council of Policy on the 27th of February of the aforementioned year, what was received, and what must therefore still be paid to the suppliers; namely: - - ƒ 22950:-:- ƒ 468150:1:-. The advances amount together to. The delivered goods consist of, and cost as follows, namely: Satria 120 packs of Niquanias assorted - - ƒ 57078:1:8. 30 ditto Corroots Coarse assorted - - ƒ 15554:3:-. 50 ditto Bherms assorted - - - ƒ 28977:7:8. 3 ditto Brouwles or Chidderboraals assorted ƒ 2562:15:-. 20 ditto Baftas assorted - - - - - - ƒ 9962:1:8. 30 ditto Berampaats assorted - - - - ƒ 18270:-:-. 110 bales of Cotton Yarn assorted - - ƒ 14693:-:-. 40 packs of Dolij assorted - - - - - ƒ 51060:-:-. 95 ditto Chelasses assorted - - - - ƒ 70130:-:-. 10 ditto Brouwles Lambij assorted - - - ƒ 9990:-:-. 40 ditto Bajotas assorted - - - ƒ 24670:-:-. 10 ditto Naginapaats after sample No 15 - - ƒ 7255:-:-. 62 ditto Chintz assorted - - For Batavia 15 packs of Baftas assorted ditto Niquanias assorted - - - - ƒ 4378:19:8. Carried forward ƒ 10406:1:-. And. Out of the treasury were successively advanced; namely: Broach At Surat - - - - - - - - - - ƒ 445200:1:-

Dutch transcription

130. /. Den 3„ Iunij A„o 1768. beslooten hem als Jong Assistent in s Comp:s dienst aan te neemen: De soldaat Joseph uijtburg te verbeeteren tot ƒ 11: -: —. A=o p=o te laten ingaan en den soldaat smit te verbeete„ „ren tot ƒ 13: —:—. Rijk uijt de Persiasche Golff alhier aangeland is, en thans verzoekt in s Comp:s Dienst als Assistent g'em„ „ploceerd te werden, waaromtrend de Heer Gebieder is om de wilezijner taalkun„ aan merkte dat gem: Bufkens volgens getuijgenis de Persiaansche Armijnsche en nevens de Portugee„ „sche ook eenigzints de fransche taale magtig was, den suppl:t als een Jongman van nog maar 20 Jaaren van veel succes zoude kunnen worden in sComp:s dienst, vermits men om zodanige Subjecten alhier ten hoogsten verleegen is, en dient weegen altoos om„ „trend de Inlandsche en voornamentlijk de Persiaan„ „sche Taale op Jnlanders zig moet gerusten en staat maaken; geevende zijn Agtbaare dierhalven in be„ „denking off het niet goed en dienstig zoude weezen meerm: Bufkens aantehouden en hem op het secre„ „tarij, alwaar nog een pennist manqueerd, te emploijeeren als Iong Assistent, met de gagie van ƒ:16:—:—. ter maand onder een Vijffjaarig verband: Waarmeede zig alle de Leeden Conformeerden. Wijders wierd nog op voordragt van den Heer Directeur verstaan de soldaat Joseph Uijtburg van Yperen in A„o 1762 als zoldaat met ƒ 9:-: -. in India aangekomen, van heeden af de gagie toeteleggen en zijn verband van den 26„e Julij van ƒ 11:–. ter maand onder een Nieuw Dirie Iaa„ „rig verband, dog zijn verband van den 26„e Julij A„o passado te laaten ingaan, alzoo het bereeds te dier tijd g'expireerd is. en deeze zoldaat zig op geene andere als op die Conditie op 't Nieuw verbinden wil. En den Soldaat Cornelis Smit van Delft „heid e in 290 431 Den 3 Iunij A„o 1768. productie van het ordinair Jaarlijks geschenk voor den stads regenten het geen g'approbeert verd. s in A„o 1760 als soldaat met ƒ9:-:-. in India aan„ „geland mits tijds Expiratie te verhoogen in gagie tot ƒ 13:—:—. ter maand meede onder een Nieuw ver„ „band van Drie Iaaren Waarna door den Heer Directeur geprodu„ „ceerd wierd, een door den E Secunde en Hoofd= „administrateur opgemaakt project ordinair Iaar„ „lijx Geschenk voor de Regenten deezer Stad, groot ƒ7439:9:—. In En ƒ8708:7:—. verkoops differeerende met het voorjarige ten goede ƒ15:8:-. In. En ƒ 80:3:—. verkoops; Weshalven beslooten wierd het zelve te ap„ „probeeren, en de uijtrijking der Goederen door 's Comp:s Makelaars na Usantie te laaten geschieden, ver„ „volgens het voorm: Project deezen te insereeren. Project Ordinair Jaarlijks Ge„ „schenk omme aan 's E: Comp:s Makelaars Mantchergie Gorseedje en Gouwenram roe„ „deram Afgegeven ten Eijnde volgens een alou„ „de usantie Aan den Heer Directeur. Havis uddien Ammetchan en verdere Be„ „genten Mitsgaders Diverse bediendens van den Derbhaar, dewelke bij voorkomende Gelegentheeden De Maatschappij ten dienste staan afgelangt te werden; Namentlijk. Verkoop:s Inkoops: „ 4700: stijx zilvere Ropijen - - - ƒ 7050:—:—.ƒ 7050:—:—. 80:- lb Garioffiel Nagulen. . . . „ 32:13:—. „ 80:-. „ Nooten Mlischaten. - „ 16: 6:8„ 40: „ Foulij off Macis. -- 40: „ Canneel - - 24: onc: Olijvan Nagulen - - 9 _=o _„o van Nooten. . . . „ 14: 18: 8„ 11 _„o _„o _o Foulij - - „ 36:15:8. „ 24 _„o _„o _„o Canneel - - - „ 155:10:8„ 2:– lb Goud draat. 158:19:—. 90:16:8„ Addeert ƒ 7439:9:—ƒ 8708:7:—. - - - -„ 7454:17:—„ 8788: 10:—. In A„o p=to is verschonken 15:8:—ƒ 80:3:—. „ Dus nu minder geprojecteerd. ƒ „ /:onderstond:/ Souratta Adij ult=o April A=o 1768. /:was „geteekend /:/ M:s I:n Bosman. 420: —:-. -„ 24: 9:8„ -. „ 5: 14:—„ 233: 6:—. 240: —:—. 260: —:—. - -„ 12:5:–. „ 260:–:-. 22: 8:—. 55:3:— 8:11:—. Gelijk „ -. „ 132. Den I„ Iunij A„o 1768. Aanwijzing van de afgeloopene aanbesteeding voor A=o 1767. --„ 40810:10:—. ƒ351012:18:8. - --ƒ 6027:1:8. 15: -. Gelijk mede door zijn Agtbaare op Tafel gelegt wierd eene aanwijzing door evengem: Secunde en Hoofd„ „administrateur ingeleverd, ten blijke dat de Oude In„ saam off aanbesteding voor A„o 1767 in Raade van Politie op den 27„e Feb: deszelve Jaars gedaan, in 't geheel afgeloopen was; met aantooning van het geene successive daar op aan de Leveranciers vooruijt ver„ „trekt is, en wat deeze daar voor geleverd hebben mitsgaders wat hen bij slot van reekening als nu nog Competeerd, zijnde het zelve van volgende In„ „houd. Aanwijsing van het geen op de Aan„ „besteeding voor den Jaare 1767 gedaan in Raade „van Politie op den 27„e Febr:, des evengem: Jaars successive vooruijt verstrekt, te binnen gekoomen en wat dus nog aan de Leveranciers moet be„ „taald werden; Namentlijk - - „ 22950:— ƒ468150:1:–. Het vooruijtverstrekte bedraagt te samen. De Geleverde Goederen bestaan, in en Kosten. als volgt Namentlijk. Satria 120:– Pakken Niquaniassen in soort. - - ƒ 57078: 1: 8. 30: —. _=o Corroots Groove in soort . - - „ 15554: 3: —. 50: —. _=o Bherms in soort - - - . „ 28977:7: 8. 3: –. _=o Brouwles off Chiddderboraals in soort „ 2562:15:—. 20: —. _=o Baftas in Soort - - - - - - „ 9962: 1:8. 30: –. _=o Berampaats in soort - - - - „ 18270: —:—. 110: - Baalen Cattoene Garen in _=o - „ 14693: —:—. 40: –. pakken Dolij in Poort - - - - - „ 51060: —:—. 95:—. _=o Chelassen in soort - - - - „ 70130: —: —. 10: —. _„o Brouwles Lambij in soort - - - „ 9990: —:—. 40: –. _„o Bajotas in soort - . „ 24670: —:—. 10: — _„ Naginapaats na 't monster N=o 15 - - „ 7255: —:— 62: –. _„o Chitsen in soort - - Voor Batavia 15: –. paken Baftas in soort. . . _„ Niquaniassen in Soort. - - - - „ 4378:19: 8. Transporteere. ƒ10'406: 1:—. En. - Uijt Cassa zijn successive voor uijt verstrekt; als „ Brootchia Te Souratta. - - - - - - - - - - ƒ445200: 1: — -

NL-HaNA_1.04.02_3238_0651 view scan ↗

English

291 133. The 3rd of June Anno 1708. - - f 621: —:—. -- f 2779:10:—. was presented. 10: — ditto Karikams in sorts - 50: — Packs of quilted Blankets in sorts - - - f 13338: 13:—. 10:—: — Spreads or Palempores - - - - - - f 7767:18: 8. For Cape of Good Hope 18: — packs of quilted Blankets in sorts - - - - - f 4815: 5: 8 1:– ditto Chintzes in sorts- - 7: — ditto Niquanias in sorts - - - f 2439:12: 8. 43: —: ditto Baftas in sorts. For Macassar 6: — packs of Chintzes in sorts. 1: — ditto quilted Blankets in sorts - - - - f For Amboina. 3: – packs of quilted Blankets in sorts - - - - f 805: 10:—. 2: — ditto Niquanias in sorts - - - - - f 583: 17: 8. 4: –. ditto Baftas in sorts. Banda. 5: – packs of quilted Blankets in sorts - 2:— ditto small Red Karikhams. - 13: — ditto Baftas in sorts 8: — ditto Chintzes in sorts - For Padang. 4: – packs of black Rangams. 15: —. ditto quilted Blankets in sorts. . . f 4027:10:-. f 5039:8:8. For Poelo Chinko. 8: – packs of Baftas in sorts. 2: – ditto quilted Blankets in sorts - - - - f 537: —:-. 1:—. ditto Chintzes in sorts - 1: – pack of Chintzes in sorts For Ayerhadje - - - - f 468:—:—. 3: – packs of spreads or Palempores For Ayerbangis - - - - f 2360:5:—. 2: – packs of quilted Blankets in sorts for Japan - - - - f 537: —:—. 1:– pack of Bunting in sorts For Cochin - - - - - - f 775:2:8. 8: – packs of quilted Blankets in sorts For Ceylon - - - - f 1704: —:—: f:86:1:5: The delivered Goods Amount together to - - - - - - - f 480151:10: —. Thus the Suppliers have Delivered More in Linens than was advanced to them by. f . . f 12001: 9:— below stood: In the Dutch Factory Surat the 31st of May Anno 1768. was signed: M:s I:n Bosman. 2: — ditto Silk Patolas in Sorts - - - - - f 14142:19:8. f 81348:11: 8 30: - Packs of Chintzes in sorts - - - - - - f 30787:19: 8. Whereupon the adjacent After resumption of which writing it was found - . . . . . . f 468: —: -. f 3118:15:8. - - f 2113:15: 8. 979:19:— f 2369:6:8. - - - f 1342: 10:—. - - -. - f 3744:—:— f 9556:8:8. - - f 1011:18:8. -- - f 501:—:—. - - - f 3968:18: 8. f 10937:15:8: f 18813:13:8. 268:10:–. f 3048:—:—. - - - f 4905: —: —. Brought forward - - - - f 10406: 1:—. f 351012:18:8 f 468150:1:— was. The 3rd of June Anno 1768. Resolution to have f 12001:- which is owed to the suppliers paid to them. Exhibition of a specification of the Company's Modi which was approved. was that in Surat successively was advanced f 445200: 1:—. And in Broach. f 22950: —:—. Then together. f 468150:4:–. That against this the goods delivered by the Suppliers amount to a sum of f 480151:10:—. And thus these servants are owed. . . . . -. . . f 12001: 9: —. Wherefore it was resolved to have this amount of f 12001: 9:—. paid to them from the Company's Treasury and therewith to settle their Account. In like manner was exhibited by the Lord Director A specification submitted by the Modi Manek Dada, regarding the laying of a Stone floor in the Pattij No 3, and the altering of the Casements and doors to heighten both of the same, amounting to a Sum of Ro/a 911 7/30 or 1366: 17:—. which after an attentive resumption appeared to the Council in all respects not to be made too high, was approved and further resolved to have the aforesaid Sum of Ro/a 911 7/30 paid from the Treasury to the aforesaid Servant and to incorporate the Specification into this. Specification of the expenses incurred by the Honourable Company's Modi Mannijk Dada for the laying of a stone Floor and the heightening of the Door at the Pattij No 3:, namely. 233. Carts of Stone blocks at roa 1 17/12 each is - - - - - - - rupees 446: 1½. Which are Carried forward.

Dutch transcription

291 133. Den 3„ Iunij A„o 1708. - - „ 621: —:—. -- ƒ 2779:10:—. vertoond werd. 10: — _=o Karikams in zoort - p 50: — Pakk: Dekens Gecattoeneerde in soort - - - „ 13338: 13:—. 10:—: —„ Brijen off Palemposen - - - - - - „ 7767:18: 8. Voor Cabo de Goede Hoop 18: —. passen Dekens gecattoeneerde in soort - - - - - ƒ 4815: 5: 8 1:– _„ Chitsen in soort- - 7: — _„o Niquaniassen in zoort - - - „ 2439:12: 8. 43: —: _„o Baftas in soort. Voor Maccassar 6: —. pakken: Chietsen in soort. 1: — —„ Dekens Gecattoeneerde in soort - - - - „ Voor Amboina. 3: –. pakk: Dekens Gecattoeneerde in soort - - - - ƒ 805: 10:—. 2: — — —Niquaniassen in soort - - - - - „ 583: 17: 8. 4: –. — Bafbas in soort. 1001 Banda. E 5: –. pakken Dekens Gecattoeneerde in soort - 2:— _o Karihams Kleine Roode. - 13: — _„o Bafbas in soort 8: — _„o Chitsen in soort - Voor Padang. 4: –. pakken Rangams swarte. 15: —. _„o Dekens Gecattoeneerde in soort. . . „ 4027:10:-. „ 5039:8:8. Voor Poelo Chinko. 8: –. pakken Baftas in soort. 2: –. _o Dekens Gecattoeneerde in soort - - - - „ 537: —:-. 1:—. — Chitsen in soort - 1: –. pak Chitsen in soort Voor Rdjerhadje - - - - „ 468:—:—. 3: –. pakk: sprijen off Salemposen Voor Ajerbangis - - - - „ 2360:5:—. 2: –. pakk: Dekens Gecattoeneerde in soort voor Iapan - - - - „ 537: —:—. 1:–. packk: Vlaggedoek en zoort Voor Cochim - - - - - - „ 775:2:8. 8: –. pakk: Dekens gecattoeneerde in zoort Voor Ceijlon - - - - „ 1704: —:—: ƒ:86:1:5: De geleverde Goederen Monteeren te zamen - - - - - - - ƒ„480151:10: —. Dus de Leveranciers Meer aan Lijwaten Gelevert hebben daan aan hun verstrekt is voor. ƒ . . ƒ 12001: 9:— /:onderstond:/ In 't Nederlands Comptoir Souratta den 31 Maij A=o 1768. /:was geteekend:/ M:s I=n Bosman. 2: —. _„o Pathoolen zijde in Zoort - - - - - „ 14142:19:8. „ 81348:11: 8 30: -. Pakken Chitsen in soort - - - - - - „ 30787:19: 8. „ Waarbij het nevenstaande 1 Na resumptie van welk schriftuur bevonden - . . . . . . „ 468: —: -. „ 3118:15:8. - - „ 2113:15: 8. 979:19:—„ 2369:6:8. - - - ƒ 1342: 10:—. - - -. - „ 3744:—:—„ 9556:8:8. - -ƒ 1011:18:8. -- -„ 501:—:—. - - - „ 3968:18: 8. „10937:15:8: „18813:13:8. 268:10:–. „ 3048:—:—. - - - „ 4905: —: —. P„r Transport - - - - ƒ10406: 1:—. ƒ351012:18:8 ƒ468150:1:— wierd. . - - - e Den 3„ Iunij A„o 1768. Besluijt om ƒ12001:- die ele le„ „veranciers Competeeren aan haar te laten voldoen. exhibitie van een specifica„ „tie van s Comp. s Moedij „die g'approbeert werd. wierd dat te Souratta successive voor uijt verstrekt was. En te Brootchia. Dan wel te samen. Dat daar en teegen de geleeverde goe„ „deren van de Leveranciers bedra„ „gen eene somma van . „ 480151:10:—. En dus deeze bediendens zoude Competeeren. . . . . -. . . „ 12001: 9: —. Alwaaromme verstaan wierd dit be„ draagen van ƒ12001: 9:—. aan hen uijt 's Comp:s Cassa voldoen te laaten en daarmeede derzelver Reekening te verevenen. In gelijker voegen wierd door den Heer Directeur g'exhibeerd Een specificatie door den Moedij Manek Dada, ingediend wegens het leggen van een Steene vloer in de Patthij N=o 3, en het ten bedragen van roa 917/0 vermaken van de Cousijnen en deuren tot het verhoogen van beijde derzelve, monteerende eene Somma van Ro/a 911 7/30. off 1366: 17:—. dewelke na eene attentive resumptie den Raad in allen deele als niet te hoog gemaakt voorquam, g'approbeerd en voorts beslooten wierd de voorm Somma van Ro/a 911 7/30 aan voorm:e Bediende uijt Cassa te la„ „ten betaalen en de Specificatie deeze inte„ „lijven. Specificatie van de gedaane ongelden door den sE Comp. s Moedij Mannijk Dada tot het leggen van een steene Vloer en het verhoogen van de Deur aan de Patthij N=o 3:, te weeten. 233. . Karren Klipsteenen â loa 1 17/12 ieder is - - - - - - - rop:s 446: 1½. Die Transporteere. -„ 22950: —:—. ƒ468150:4:–. ƒ445200: 1:—. . . . . - . . : .. : :

NL-HaNA_1.04.02_3238_0653 view scan ↗

English

292 105. June Anno 1760. Upon a submitted surety bond of the ad interim Equipage Overseer Hes, to let him be advanced 8000: — ropias. Brought forward Ropias 446: 7/12 The incidental expenses incurred upon the detention of the aforesaid carts at old Suratta for 9 days, amounts to 49:—. To Sidie Jaffer, for permission granted to transfer the aforesaid stones. 12: - horrijs with earth at 11½ ropias each, calculated with expenses - - - - - - - - 138:—. 1:–. piece of Pagouan wood- 250: -. pieces of small earthen baskets at 2. -. ropias the 100 pieces - 1:–. maon ironwork - - 1:- moeda masonry lime. . . . . 262:1. days' wages of masons; as, 21 days at 1:-. ropia the 2 days' wages is - - - 241: — at 1: -. the 3 days' wages - - - 13½ days' wages of carpenters; whereof 3:–. at 1: -. ropia the 2 days' wages - - . 10½ at 1: —. the 3 days' wages for beans to the aforesaid workmen- - - 236: –. days' wages of sailors at 1 ropias the 6 days' wages - - - - - - - - - - - - 39: 1/3 310:—. days' wages of masuur women at 1 ropia the 10 days' wages is - - - - - - - - - 31: —. 61:½ ropias 557: /12 1:½ 23 3/60. Sum. . . 911: 1/30 ropias. was written below: Souratta the 17th of May Anno 1768. 3½ It was also further approved, upon a surety bond delivered by the Bookkeeper and ad interim Equipage Overseer Jan Jacob Hes, to have advanced to him a sum of 8000: –. Ropias from the Honorable Company's Treasury for the purchase of necessities and advancing of various matters occurring in that administration, the more so since by this document have bound themselves as sureties the Merchant and Fiscal Reinier van Harn, and the Junior Merchant and Pay Bookkeeper Mr. Johannes Huijsinga, pursuant to this following deed. Today the 30th of April Anno 1768. Appeared before me Dirk Speerejee, Bookkeeper and acting Secretary of Policy of the Surat Directorate, standing under the chief jurisdiction of the Honorable Respected Director Christiaan Lodewijk Senff, qualified for this purpose, in the presence of the witnesses to be mentioned hereafter; The Merchant and Fiscal Reinier van Harn, and the Junior Merchant and sworn Pay Bookkeeper Mr. Johannes Huijsinga, both residing here, who declared as they do hereby, to stand surety for the prompt discharge of that which the Bookkeeper and ad interim Equipage Overseer Jan Jacob Hes, by virtue of the aforesaid service of Equipage Overseer, 5½ 9: —. 10½ 90 3/6 8073 7:–. 5: —. 136. June Anno 1768. Because of the heavy leakage that the houses of the Director and in this function, has received under his administration and accountability from the main Treasury for the purchase of necessities etc. in the service of the Honorable Company, or might yet come to receive, up to a sum of Eight Thousand current Ropijen at 30 heavy stuijvers each, and to set themselves as sureties and co-principals for it, renouncing hereby the benefits ordinis divisionis et executionis, that is of division or splitting, order and foreclosure, binding therefor their persons and property, both movable and immovable, placing the same under the constraint of all the Lord's Judges; But against this, he, ad interim Equipage Overseer Jan Jacob Hes, being also present here, promised to indemnify, protect, and hold harmless his sureties in full, and the sureties each other for half, in the matter of this surety bond, under the same obligation as above. Consenting that an instrument hereof be made and delivered in common form. Thus done and passed in the Dutch Factory Surat, on the day, month and year aforesaid, in the presence of Willem Beijsenhardt and Egbert Nicolaas Wiardi, Clerks, as witnesses. The original of this is properly written and signed on a stamp of twenty-four stuijvers. was written below: quod attestor was signed: D:s Speerejee, Secretary. The houses of both the Director and Secunde being subject in the rainy monsoon to heavy leakage due to the wooden railings placed all around on top of the gessen, which already from the severe penetration of water are not only rotten and loose in most places, but also cause considerably much harm and rot to the heavy joists, and the beams and planks of the ceilings in those rooms; his Honor therefore proposed, in order to prevent this inconvenience while there is yet time, and instead of the aforesaid wooden railings all around the gessen, to have small brick walls built, which will prevent the penetration of water forever, and spare the further heavy expenses that one would in time be forced to spend thereon. Which proposal

Dutch transcription

292 105. /. Iunij A„o 1760. op een ingediend Borgtogt. van den aedinterim Equipagie opziender Hes. aan hem ropias 8000: —. te laten vooruijt verstaeken. P„r Transport . Rop:s 446: 7/12 De gevallene ongelden bij 't ophouden van voorsch: karren op oude Nu„ ratta in 9 Dagen, bedraagt.. 49:—. Aan Sidie Jaffer, voor verleende permissie, tot het overbrengen van voorm: Steenen. 12: - Horrijs met Aarde â r o/a 11½ ieder met onkosten gereekend - - - - - - - - „ 138:—. 1:–. ges Pagouan hout- 250: -. p:s aarde mantjes â ro/a 2. -. de 100 stux - 1:–. maon ijzer werk - - 1:- moeda metzelkalk. . . . . 262:1. dagb: van metzelaars; als, 21 dagt a ro/a 1:-. de 2 dagl: is - - - 241: — „ „ 1: -. „ 3 _„ „. - 13½ _„ van Timmerlieden; daar van 3:–. van ro/a 1: -. de 2 dagh:. - - . 10½ „ „ 1: —. „ 3 _„o .. voor Boontjes aan voorm: werklieden- - - 236: –. dagl: van Mattroosen â rop:s 1 de 6 dagt: - - - - - - - - - - - - „ 39: 1/3 310:—. _„ „ Masuur meijden â ro/a 1„ 10 _„ is - - - - - - - - - „ 31: —. - - „ 61:½ ro/a 557: /12 E. 1:½ 23 3/60. -„ Somma. . . r:o/a 911: 1/30. /:onderstond:/ Souratta den 17„e Maij Anno 1768. - – „ 3½„ Ook wierd nog goed gevonden, op een door den Boek„ houder en ad interrim Equipagie opziender Ian Iacob Hes overgeleverde Borgtogt aan hem een Somma van Ropias 8000: –. uijt s Comp. s Cassa tot het Inkoopen van benodigtheeden en vooruijtverstrekking van het een en ander in die Administratie voorkomende te laten verstrekken, te meer vermits zig bij dit schriftuur„ als borgen verbonden hebben den Koopman en fiscaal Reinier van Harn, en den onderkoopman en Soldij boekhouder M:r Iohannes Huijsinga, in ge„ „volge deeze volgende acte. Heeden den 30„e April A=o 1768. Compareerde voor mij Dirk Speerejee Boekhouder en pl secre„ „ „„taris van Politie der sourattsche Directie, staande onder het Hoofd„ „„gebied van den welEdelen Agtbaaren Heer Directeur Christiaan „ Lodewijk Senff, hier toe gequalificeerd present de natemeldene Getuijgen; „ Den Koopman en Fiscaal De Reinier van Harn, en den Onderkoop„ „man en verb: soldij Boekhouder, DE M:r Iohannes Huijsinga, beide al„ „ hier, dewelke verklaarden gelijk doen bij deezen, voor de prompte vol„ „ doening van 't geene den Boekhouder en adinterim Equipagie opziender „ Ian Iacob Fes, uijt hoofde der voorsz: dienst van Equlpagie opziender, - „ 5½ „ 9: —. 10½ 90 3/6 - - - „ 8073„ in 1 1 - . - - ro/a . . - - - - - - -„ 7:–. - - - - - „ 5: —. . - - :- : - - - r:oa - - - . „ 136. Junij A„o 1768. D om de wille der swaare lec„ cagie die de Huijsen van den heer Directeur en „ in, deeze Punctie, onder zijne Administratie en verantwoording tot „ het inkoopen van Benodigtheeden ensz: in den dienst van de E Comp:e „ uijt de groote Cassa ontfangen heeft, ofte nog mogte komen te ontfan„ „„gen, tot een somma van Agtduijsend gangbaare Ropijen /: á 30 swaa„ „„re stuijvers ieder:/ te zullen instaan en haar Ed:e daar voor te stellen „ als borgen en meede principalen, renuncieerende mits deezen, de bene„ „ficien ordinis divisionis et executionis, dat is van verdeelinge of splis„ „„singe ordre en uijtwinning daar voor verbindende haar Ed. s Perzoonen en „Goederen zoo roerende als onroerende, dezelve stellende onder bedwang „ van alle s Heeren Regteren; Dog daar en tegen beloofde hij ad interrim Equi„ „pagie opziender Jan Iacob Hes /: hier meede tegenswoordig zinde :/ zijne bor„ „gen in 't geheel, en zij borgen malkanderen voor de helfte, ter zaake van deeze Borgtogt, te indemneeren en bevrijden klagt en schadeloos te houden „ onder gelijk verband als boven. Consenteerende dat hier van gemaakt en geleeverd werde Acte „ in Communie Forma. Aldus Gedaan en Gepasseerd in Neederlands Comptoir „ souratta, ten Daage maand en Iaare voormeld, ter presentie van „ Willem Beijsenhardt en Egbert Nicolaas wiardi, Clercquen als „„getuijgen. De Minute deezes is behoorlijk geschreeven en getee„ „kend op een zegul van vierentwintig stuijvers. /:onderstond:/ quod „ attestor /:was geteekend:/ D:s Speerejee H: Secretaris. De bijde Huijsen van den Heer Directeur en secunde onderworpen zijn Den Secunde in de Regen Mouson aan swaare zeccagie onderworpen zijnde door de houte Leunin„ „gen die rondsomme boven op de Gessen geplaatst en bereeds door 't sterk Inwateren niet alleen op de meeste plaatsen verrot en Los zijn, maar ook aan de swaare Legbalken, en de Balken en Planken van de zolders in die vertrekken Considerabele veel quaad en verrotting toebrengen; zoo proponeer„ „de zijn Agtb:e om dit ongemak als nog bij tijds voor te komen, en in plaats van de gem: houde Leu„ „nings rondsomme de gessen een steene muurtjes te laten metselen, 't geen de inwatering voor altoos zal preserveeren, en de verdere swaare onkosten spaaren die men in der tijd genoodzaakt zoude weezen daar aan te moeten besteeden. Welk voorstel- van waar uijt voor als

← previousnext →