VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3238

Surat · 884 pages · 262 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3238_0792 view scan ↗

English

272 Netherlands money Indian money Brought forward ƒ 186815:11:— ƒ 233519:8:— November Anno 1768 Debtors Nicolaas Holmberg Bookkeeper and Purveyor ƒ 9600:—:— ƒ 12000:—:— Jan Jacob Hes Bookkeeper, and Equipage Overseer ad interim ƒ 9600:—:— ƒ 12000:—:— These moneys continue to run on in this manner and were employed for the purchase of necessities in stock; the same are secured by sufficient guarantors. Mantchergie Gorseedje and Gouvenram Roederam Honorable Company's Brokers New Account ƒ 948068:3:— ƒ 1185085:3:8 This very considerable debit is caused because the named courtiers, in compliance with the purchase contract inserted in the resolution of the 29th of February of this year, have been debited for all the merchandise still lying in the Honorable Company's warehouses, which are being collected successively and the moneys for them brought into the treasury. Mannik Dada Honorable Company's Moodij ƒ 5040:—:— ƒ 6300:—:— On the date of the 15th of June last, this amount was furnished to that servant for the purchase of wheat for the Ceylon government, which grain shall be dispatched with the first ship sailing to that island and this account settled thereby. Jean Baptiste Boucart, free French merchant, under English protection ƒ 1714:—:8 ƒ 2142:10:8 This is the amount of the goods that this Boucart and his broker bid on at the public auction of Anno 1763 of the estate of Mr. Drabbe held on account of the Honorable Company, but for which payment has not yet followed to this day, although complaints in this regard have been made more than once to the Chief and Council of the English; but since the same are now being renewed, this entry remains running on until further answer concerning this shall have been obtained. Bagwaandas Gordendas Honorable Company's Broker at Brootchia ƒ 5510:2:— ƒ 6887:12:8 Arising from the moneys advanced in Anno 1760 to his deceased father on contracted return goods, and as this man is unable to pay, one is perforce obliged to be content to write off in reduction annually ƒ 360:—:— Netherlands or ƒ 450:—:— Indian money for rent of the lodge at Brootchia, by which this debt, although somewhat slowly, is nevertheless in time to be completely settled. To carry forward ƒ 1166347:16:8 ƒ 1457934:14:8 273 The 22nd of November Anno 1768 Debtors Brought forward ƒ 1166347:16:8 ƒ 1457934:14:8 All preceding debtors are valid and amount together to ƒ 1166347:16:8 Netherlands money ƒ 1457934:14:8 Indian money. Creditors Lodewijk Andries van Teger, deceased Curator ad Lites ƒ 1200:—:— ƒ 1500:—:— This amount was paid into the treasury in 1000 silver Surat rupees on the date of the ultimate of February last by his authorized representatives, the subscriber hereof and the appointed second of this Directorate, Anthonij Julius Bangeman, in order to be kept therein as security for the administration he held. Peun van der Ruijl, former Equipage Overseer ƒ 3840:—:— ƒ 4800:—:— On the date of the 15th of April last, that amount was paid by him into the Honorable Company's main money treasury in 3200 silver Surat rupees, to be kept there as security for the administration he held, and in view of his return and resumption of that administration, that amount in 3200 rupees was paid back out to him according to council resolution of the 29th of October of this year. Paulus Jan Wenkink, deceased First Sworn Clerk ƒ 5091:9:— ƒ 6364:6:— Mattijs Clinckaert, former Equipage Overseer ƒ 1507:19:— ƒ 1884:18:8 For his remaining estate, 4242 1/15 silver Surat rupees were paid into the treasury by the former Curator ad Lites Theodorus Joan Drabbe, and of what was seized from Clinckaert there remains 1256 9/10 rupees, both of which ought to remain running on at the disposal of Their High Nobilities. Mantchergie Gorseedje and Govenram Roederam, Honorable Company's Brokers Separate Account ƒ 23877:13:— ƒ 29847:1:8 Whereas the above-named courtiers this amount To carry forward ƒ 35517:1:— ƒ 44396:6:—

Dutch transcription

272: _„ _ Neederlands geld Indiaas geld P„r Transport. . . . . . ƒ186815:11:— ƒ 233519:8:—: Nocember A„o 1708. Debiteuren Nicolaas Holmberg Boekhouder en - - . „ 9600: —: -. „ 12000:—:–. Dispencier.. Jan Jacob Hes Boekhouder, en ad Interim Equipagie opziender „ 9600:—:-. „ 12000:—:—: Deeze gelden blyven disdanig voort„ loopen en werden g'emploieerd tot Jn„ „kooping, van Benoodigtheeden in voorraad dezelve zijn door suffisante Borgen gesecureert: Mantchergie Gorseedje en Gou„ venram Roederam 'sE Comp:s Makelaars Nieuwe Reekening. . „948068:3:—„ 185085: 3:8. Deezen zeer aanzienelijken Debet is ver„ „oorzaakt, door dien genoemde Courtoirs in voldoening aan t. Coop Contract, g'ince„ „reert ter resolutie van den 29„e februarij deezes Jaars zijn schuldig gemaakt voor alle de nog in sE Comps Pakhuijsen Leggende Koopmanschappen welke successive Afgehaald en de gelden daar voor in Cassa gebragt werden. Mannik Dada 'sE Comp:s Moedij „ 5040:—:–„ 6300:—:—. In dato 15„e Junij J:o is dit bedraagen tot den Jnkoop van Tarwe: voor het Ceijlons gouvernement aan dien bedienten ver„ „streckt zullende dat graan p:r Eerst na dat Eijland stevenende schip verzonden en deeze Reekening daar door verevent Iean Bapust Boucart vrij Frans Coopman. Onder Engel„ sche Protectie. Dit is het bedragen der goederen die deeze Boucart en zijn Makelaar, op de„ vendutie van A„o 1763, van den Im„ „boel, van den Heer Duabbe voor Reeke„ „ning van de E Comp:e gehouden, ge„ „meind hebben, dog waar van de beta„ „ling tot heeden nog niet is gevolgt, schoon dierwegens al meer dan eens klagten aan het opperhoofd en Raad der Engelschen zijn gedaan, maar aan„ „gezien dezelve thans, werden vernieuwt, zoo blijft deeze Post zoo lange voortloo„ „pen, tot men dien aangaande nader antwoord zal hebben erlangt. Bagwaandas Gordendas DE Comp Makelaar Te Broot Chia.„ spruijten de uijt in a=o 1760 aan deszelfs over„ „ledene vader op aanbesteede Retouren vooruijt verstuekte gelden, en alzoo dee„ „zen man ovvermogens is te betaa„ „len, is men wel genoodzaakt zig te Transporteere - vreeden ƒ1400347:16:8 ƒ1457934:14:8. werden. - - - - „ 5510:2:- „ 6887:12:8. 1714:—:8. „ 2142:10:8. Neederlandgeld Indiaas geld 361 273. Den 22„ Debiteuren. P„r Transport. ƒ1166347:16:8 ƒ1457934:14:8. vreeden te houden met Iaarlijks ƒ 360:—:ƒ. Neederlands of ƒ 450:-:-. Indiaasch ^ voor huur van de Logie te Brootchia in min„ „dering afte schrijven, waar door deeze schuld„ Schoon Eenigzints langzaam Egter met er tijd Compleet staat vereffent te werden Alle voorenstaande Debileu„ „ren zijn Deugtzaam en Monteeren te Zamen. ƒ1166347:16:8: ƒ1457934:14:8. Neederlands g:t Indiaas geld Neederlandsgeld Indiaas geld Crediteuren. Lodewijk Andries van Teger over„ ledene Curator adLites.. Dit bedragen is door zijn gemagtigdens den teekenaar deezes, en den g'Eligeerd secunde deezer Directie Anthonij Julius Bangeman in dato ul=o Febru„ „arij J„o leeden met ro/a 1000:-. in dato ult=o Februarij J:o leeden in Cassa geteld ommi„ daar in tot een borg voor zijn gehad heb„ „bende Administratie bewaart te werden zilvere Bouratse rapijen. Peun van der Ruijl, ge„ weezene Equipagie Opziender..„ In dato 15„e April J=o Leeden is dat montant met 3200: -. zilvere souratse Ropijen door hem in sE Comp:s groote geld Cassa geteld omme aldaar als een borg voor zijn gehad hebbende Administratie bewaart te werden, en mits zijn retour, en weeder aanvaarding dier administratie is volgens raadsbesluijt van den 29„e„ Octob:r deezes Jaars dat bedragen met rop:l 3200: -. weeder aan hem uijtgekeert.. ƒ Paulus Jan Wenkink, over„ leeden Eerste gesw: Clercq. . . . . . „ 5091: 9:—. „ 6364: 6:—. Mattijs Clinckaert gewe„ „sene Equipagie opziender - - - „ 1507:19:- „ 1884:18:8. zijn nagelatene boedel is door den voormaa„ „ligen Curator ad lites Theodorus Joan Drab„ „be 4242 1/15 zilvere Souratse Ropijen in Cassa geteld, en van 't in beslag genomene van Clinckart resteerd aan dropijen 12569/0 welk een en ander ter Dispositie van Haar Hoog Edelheedens dient te blij„ „ven voortloopen. - - Mantchergie Gorseedje en Goven„ „ram Roederams sE Comp:s Ma„ kelaars Aparte Reekening. . . . „ 23877:13:— „ 29847: 1: 8. Dewijl opgenoemde, Cowveldirs dit be„ „dragen— Transporteere. . . . . . - ƒ 35517: 1: —. ƒ 4396: 6:—. En 3840:—:–. „ 4800:—:–. 1200:—:–. ƒ 1500:—:—. November A„o 1768. 1:

NL-HaNA_1.04.02_3238_0794 view scan ↗

English

274. Creditors The 22nd November Anno 1748. Netherlands money Indian money Netherlands money Indian money Carried over. ƒ35517:1:— ƒ44396:6:— ƒ166347:16:8 ƒ1457934:14:8. brought more into cash than they actually received in merchandise, this separate account has been drawn up to display a true state. The Creditors amount together to: 35517:1:— 44396:6:—. Thus the Debtors and Creditors exceed a very considerable sum of ƒ1130830:15:8 ƒ1413538:8:8. The total remaining balances consist of the following, namely: Netherlands money Indian money Netherlands money Indian money At Souratta . . . . . . . . . ƒ 732: 5:—. ƒ 915: 6:—. At Brootchia - - - . . . . . . . ƒ 41: 1:—. ƒ 51: 6:—: At Amed-Abaad . . . . . . . ƒ 176: 8:—: ƒ 220:10:—: 338 9/10 pieces silver Surat Rupees here, in the small money Passa . . . . . . . . ƒ 4427:19:8 ƒ 5534:19:8. 5398 5/8 pieces Rupees together with 436 1/8 tola gold work - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 17906:14:— ƒ 22383: 7:8. 8720 5/16 ditto silver works - - ƒ 6478:12:— ƒ 8098: 5:—: 62: -. packages assorted Chintz - - - - - - ƒ 32648: 8:— ƒ 40810:10:—. Muskets and Weapons . . . . . . . . . . ƒ 773: 6:— ƒ 966:12:—. Haberdashery and gift goods - - - - - - ƒ 1621:18:8 ƒ 2027: 8:—. Writing materials . . . . . . . . . . . ƒ 393:15:— ƒ 492: 1:8: Warehouse supplies . . . . . . . . . . ƒ 421:16:8 ƒ 527: 5:8. For Equipage goods - - - - - - - - - ƒ 13377: 2:8 ƒ 16706:—:8. For Ammunition goods - - - - - - - - ƒ 5227: 2:— ƒ 6534: 9:8. For Craftsmen's supplies - - - - - - - ƒ 502: 2:— ƒ 628:10:—. Provisions and Dispensary supplies . . . . ƒ 5670:19:— ƒ 6948: 5:—. The Total remaining balances sum as follows; to wit: At Souratta . . . . . - - - - - ƒ 82930: 2:— ƒ 103471: 3:—. At Brootchia - - - - - - - - - - ƒ 1915: 5:8 ƒ 2394: 1:8. 147: -. [illegible] Rupees at Amed Abaad - - - - - - ƒ 176: 8:— ƒ 220:10:—: 1561 1/20 ditto ditto at Brootchia . . . . . . . . ƒ 1874: 4:8 ƒ 2342:15:8. Sum as above . . . . . . . ƒ 85021:15:8 ƒ 106085:14:8. underneath stood: Souratta on the date ultimo August Anno 1768. was signed: Mr. Pr. Bosman Thereafter the outgoing Director presented a report from the Cashier Heijdeman and the out-of-employment junior merchant van Citters, demonstrating that they had duly carried out the commission assigned to them by resolution of this Council of the 29th October of the current year for inspecting the pay books, regarding which having been decided: on a submitted report of the inspection of the pay books. resolved to have them closed. 362 275. The 22nd November Anno 1768. it was approved to have the pay books closed, and to insert the Report herein. To The Honorable, Respected Sirs Christiaan Lodewijk Senff Elected Governor and Director of the Malabar Coast as well as outgoing, Martinus Joan Bosman Elected Director and Chief Commander of this Direction Together with The Council. Honorable, Respected Ruling Sirs And Honored Councillors. The undersigned, having pursuant to Your Honors' most venerable Order presented themselves to the outgoing Pay Bookkeeper Huijsinga, have had him produce the maintained pay books of Anno 1767/8, which they subsequently examined most closely and confronted with the consecutively issued Warrants, and found that the following persons remained in debt, as they have the honor to show below; Namely: On account of their death. Folio 454 Joseph Albert . . . . . ƒ 30: 1:—. Folio 520 Rut van den Berg . . . . . ƒ 10: 8:—. And under ultimo August just passed Folio 455 Samuel Harder Hol . . . . . ƒ 38:10:—. Which is thus also continued in the new books, and carried forward for an equal amount. Being the only one who deserted and remained in debt during this book-year, Folio 17 Jan Claasen . . . . . ƒ 17: 8:—. Wherefore the account of the Deserters is only in arrears by this amount. Subsequently, the undermentioned Moorish seafarers also remained in debt on account of their death; namely: Folio 132 Molnijk Sinkernijk Sailor . . . . ƒ 180:14:—. Folio 133 Janchan Seerchan . . . . . ƒ 3: 9:11. Folio 135 Fatjoe Noerbhaij . . . . . ƒ 13:13:—. Folio 161 Iaar Mahomet Mahomet . . . . . ƒ 12:14:—. Folio 166 Noerchan Rehiemchan . . . . . ƒ 6:16:—. Folio 167 Noerchan Jafferchan . . . . . ƒ 21: 6:—. Folio 170 Sjeeg Mhamet Gassie . . . . . ƒ 2:10:—. Folio 177 Allabachus Adem . . . . . ƒ 16: 2:—. Carried over . . . . ƒ 313:11:—.

Dutch transcription

274. Crediteuren Den 22„ Te Souratta.. . ... „ Brootchia - - -. „ A med=Maad. op een ingedient rapport vande visitatie der zoldij„ „Boeken. 773:6:—„ - - -. - - „ 421:16:8. „ November A„o 1748. Neederlands gd Indiaasch geld Nederlands geld Indiaasch geld P„r Transport. ƒ35517:1:— ƒ4396:6:—: ƒ166347:16:8 ƒ1457934:14:8. . dragen meerder in Cas gebragt dan zij aan Koopmanschappen weezendlijk afgehult heb„ „ben, is ter vertoning van een waaren staat deze apparte Reetq:n geformeert. . .. De Crediteuren bedraagen te zamen. 35517:1:-„ 44396: 6:—. - # Dus de Debiteuren en Crediteuren surpasseeren Eer zeer aan„ „zienelijke somma van ƒ1130830:15:8 ƒ1413538:8: 8. A„ So Heele Restanten Bestaan in de Volgende Als. e Neederlandsgd: Indiaasch g=d Neederlands geld Indiaasche geld 338 9/0 stuk silvere souratse Ropijen alhier, in de 5398 5/8 stux Bopijen te zamen met - - - - - - - 8720 5/16 _o zilver werken 5 62: -. Pak: Chitzen in soort - - - - - - geweiren en Wapenen. Kramerijen en geschenk goederen. . - - schrijff gereedschappen. . . Pakhuijs Behoeftens. Aan Equipagie goederen. - - - - „ Amunitie goederen - - - - „ Ambagts Behoeftens - Provisien en Dispens Behoeftens. De Heele Restanten, Sommeeren Als volgt; te weeten. - - - - - ƒ 82930: 2:—. ƒ103471:3:-. - - - „ 1915: 5:8 „ 2394:1:8. - - „ 176: 8:—: „ 220:10:—: Somma als boven. . . . . . . ƒ85021:15: 8 ƒ106085:14: 8. /:onderstond:/ Souratta Adij Ailt=o Augustus A„o 1768. /:was geteek:/ M:r P:r Bosman 147: -. seel Ropijen t Amed Abaad - - - - - - „ 176: 8:1. „ -. 1561 1/20 _„ _o „ BrootChia. -. . . . . . . „ 1874: 4:8„ 2342:15:8. 2„ Brootchia. . . . . „ 41: 1:—.„ Daarna produceerde de Heer Afgaande Directeur een Rapport van den Cassier Heijdeman, en den buijten Emploij zijnde onderkoopman van Citters, ter aantooning, dat zij de hen bij resolutie deezer Tafel van den 29„en october J:o G: opgedragene Commissie van het visiteeren: der soldij boeken behoorlijk Hadden volbragt, waaromtrent gedisponeert zijn„ 51: 6:—:„ te souratta . . . . . . . . . ƒ 732: 5:—. ƒ 915: 6:—. 220: 10:—: 8098: 5:—: - - ƒ 6478:12:—.ƒ 393:15:-„ 492: 1:8: . - - - - - . . „. 32'648:8:—„ 40810: 10:—. - - - - - „ 1621:18:8„ 2027: 8:—. Klijne geld Passa. . . -. . . . . . . . ƒ . - - - - - ƒ 4427: 19: 8 ƒ 5534:19: 8. 436 /a thola goudwerken - - - - - - - - - - - - - - - - „ 17906:14:—„ 22383: 7:8. 502:2:—„ „ 5670:19:—.„ - - - „ 5227: 2:—„ - - - - - - - „ 13377: 2: 8.„ 966:12:—. 527: 5:8. 16706:—:8. 658:10:—. 6948: 5:—. 624: 9:8. „de e . . . - ƒ - . - - - - . . . . - - . - -. -. - ..- - „ - . - 362 275. Den 22„ November A„o 1708. afsluiten. besloten dezelve te laten „ de, wierd goed gevonden de zoldij-Boeken te laten afsluij„ „ten, en het Rapport in deezen te insereeren. Aan De WelEdele Agtbaare Heeren Christiaan Lodewijk Senf:r g'Eligeerd Gouverneur en Directeur van de Custe Mallabaar mitsgaders afgaande, Martinus Ioan Bosman G'Eligeerd Directeur en Hoofd gebieder dee„ „ser Directie Benevens Den Raad. Wel Edele Agtbaare Gebiedende Heeren En G'Eerde Raaden. De ondergeteekendens in gevolge Uwel Edele Agtbaarens „ zeer gevenereerde Ordre zig hebbende vervoegd bij den afgegaane Soldij= Boekhouder Huijsinga, hebben door den zelven doen produceeren de ge„ „„houdene zoldij=boeken van A=o 176 7/8 die zij vervolgens ten nauw Keu„ „=rigsten g'Examineerd, en met de Successive verleende Ordonnantien „ geconfronteerd hebben, en bevonden dat de navolgende perzoonen „ te quaad zijn verbleeven, zoo als zij de Eer hebben hier onder te vertoonen; „Namentlijk: Mits hun overlijden. „ Fol: 454. Ioseph Albert . . . . . - - „ „ 520: Rut van den Berg. , - En onder ult=o augustus even gepasseerd „ „ 455 Samuel Harder Hol Welke dus in de nieuwe boeken ook Continueerd, en voor een gelijk bedraagen is voortgedragen. zijnde de geen die geduurende dit boek„ „Jaar gedeserteerd en te quaad gebleeven is, eenelijk 17 Ian Claasen- „ „ Weshalven de reekening der Deserteurs dit bedragen maar ten agteren staat. Vervolgens zijn ook de natemeldene Moorse zeevaarende, mits hun overleijden te quaad verbleven; als: „ 132 Molnijk Sinkernijk. . . . . Matt:s. . . - „ 180: 14:—. 133 Janchan seerchan. . „ „ 135 Fatjoe Noerbhaij: - „. „ „ „ „ „ 166 Noerchan Rehiemchan. . . . „. . . „ 177. Allabachus Adem. 161 Iaar Mahomet Mamomet. -. . . „. . . . „ 12: 14:—. „ „ 167 Noerchan Jafferchan - - - - - „ - - - „ 21: 6:—. „ „ 170 Sjeeg mhamet Gassie - - - - „ - - - „ 2:10:—. „ 3:9:11. 13:13:—. 6: 16. —. 16: 2:—. Transporteere. . . . ƒ 313: 11: —. _ - - „ - - - „ En 2 ƒ ƒ - - - „ - - - - „ 30: 1: —. - - - „ - - - - „ 10: 8: —. . 38:10:—. 17: 8: — „ „ „. „ „ „ „ „ „

NL-HaNA_1.04.02_3238_0796 view scan ↗

English

276. 22 November Anno 1768. Report from the outgoing Director to Their High Noble Excellencies, with a request for relief of a certain charge on account of the Padang Gold calculation. Folio 180 Bakken mietha, Sailor, ƒ 14:10:— Folio 202 Latief aseek, ƒ 2:8:— Folio 204 Zaalem, ƒ 1:6:— Folio 205 Ragoid dekria, ƒ 1:12:— Folio 219 Mhamet Nannoe, ƒ 43:4:— Folio 222 Teed Jaffer, ƒ 37:4:— Folio 223 Kettan Calla, ƒ 43:16:— Folio 221 Freng Philip Iamaal, ƒ 40:16:— Folio 221 Goelaabchan Cassenchan, ƒ 2:14:— Folio 288 Ammet Cassem, ƒ 3:12:— Folio 301 Sedoe seed abram, ƒ 30:14:— Folio 402 Dellio Rio, ƒ 20:10:— Folio 402 Fakkero Rio, ƒ 44:14:— Folio 411 Nagela Harsje, ƒ 6:14:— Folio 416 Kikela Sitamer, ƒ 2:10:— Folio 421 Bikarie, ƒ 14:13:— As also on account of his desertion: Folio 402 Pieter Mhamet Ferdaarchan, ƒ 26:2:— The same was taken into service for the Honorable Company's ship Lands Kroon, but found absent at the muster of that vessel, for which, however, according to agreement, the Sarang and Tindal were debited, ƒ 36:6:— Finally, there also remained unpaid: Folio 173 Badurchan sa mahomet, ƒ 16:10:— Who was dispatched from here in anno 1765 with Amerongen, and returned here from Ceylon on 20 January last with a private vessel, his account having been credited for that amount since nothing was to be obtained from him. Carried forward: ƒ 313:11:— Sum: ƒ 662:11:—. Thus, having found the pay books in a proper state for the rest, they hope that the honored command of Your Right Honorable Worships will hereby be fulfilled, and they have the honor to be with all high esteem, beneath stood: Right Honorable Worshipful Governing Lords and Honored Councillors; lower: Your Right Honorable Worships' very obedient and faithful servants; was signed: C:n Heijdeman, Corn:s van Citters Arntz:; in the margin: Souratta, 12 November Anno 1768. Furthermore, the outgoing Director made known that His Honor had prepared a report addressed to the Noble High Indian Government, wherein His Honor humbly requested that Their High Noble Excellencies might be pleased to favorably relieve him, as well as the Padang administrators, from a certain assessment imposed upon them on account of the erroneous calculation of risk expenses on raw instead of melted gold; which having been read, it was approved to present the same to Their High Noble Excellencies in originali. 363 277. 22 November Anno 1768. It was approved to give address to the same in originali, together with the first letter to depart for Their High Noble Excellencies. From a submitted report, signed by the Skippers van Dalen, De Haart, and Holjes, together with the Honorable Fiscal van Harn and the Master of Equipage of the Directorate Pleun van der Kuijl, who inspected the journals of the three ships 't Huijsom, De Jonge Lieve, and 't Huijs ter Meije, and thereby reported that they could perceive nothing from those daily logs other than that all seamanship to expedite the voyage was put into practice; it was agreed solely to keep a record and let the report follow below: From a submitted report of the examination of 3 ships' journals it appears that all seamanship was observed. Receipt of an English letter. To the Right Honorable Stern Sir, Christiaan Lodewijk Senff, Outgoing Director of this Directorate, and Elected Governor and Director of the Coast of Mallabaar. Right Honorable Stern Sir! The undersigned, together with the Master of Equipage here, Pleun van der Kuijl, have the honor to inform Your Right Honorable Sternness that, in the presence of the Fiscal Reinier van Harn, the journals kept of their voyage since their departure from the Indian headquarters until they arrived here in the roads, have been mutually and exactly examined by them, and they found nothing other than that all seamanship to expedite the voyage was put into practice. Wherewith they have the honor to be with respect, beneath stood: Right Honorable Stern Sir; lower: Your Right Honorable Sternness's humble and obedient servants; was signed: J:n v:n Daalen, H:r De Haart, P:n v:n d: Kuijl, and C:t Holjes; in the middle stood: in my presence, was signed: R: v:n Harn; in the margin: Souratta, 4 November Anno 1768. In the same manner, it was approved to note that on the 15th of this month a letter was received from the English Council here, the translation of which reads as follows: Translate

Dutch transcription

276. r22 November A„o 1768. Berigt van d=n h=r afgaan„ de Directr: aan haar Hoog Edelens. met verzoek ter ontheffing het Padangse Goudt. „ Fol: 180 Bakken mietha. „ „ 202 Latief aseek - „ „ 204 Zaalem. . - „ „ 205: Ragoid dekria. „ „ 219 Mhamet Nannoe. „ 222 Teed Jaffer . . - „ 223 Kettan Calla 99 p„ Freng: Philip Iamaal - - „ 221. -. Goelaabchan Cassenchan - - - - 288 ammet Cassem. . 301 Sedoe seed abram. 402 Dellio Rio „ _o Fakkero Rio - „ „ 411 Nagela Harsje - 416 Kikela Sitamer 421 Bikarie Gelijk meede mits zyn Desertie „ „ 402 Pieter Mhamet Ferdaarchan. zijn dezelve voor sE Comp:s Schip Lands„ Kroon in dienst aangenomen, dog bij de monstering van dien bodem absent bevonden, waar voor egter volgens ac„ „cord de Sarang en sandel belast zijn Eijndelijk is meede nog te quaat gebleeven „ 173 Badurchan sa mahomet. - Welke in anno 1765 met amerongen van hier verzonden, en op den 20„e Jann: J:o leeden van Ceijlon met een Particulier vaartuijg alhier te rug geko„ „men is, zijnde deszelfs reekening, vermits van hem niets te bekomen was voor dat bedragen gecrediteerd geworden. Somma. ƒ 662:11:—. ƒ Dus voor 't overige de zoldij-boeken in eene behoorlijke staat bevonden hebbende verhoopens zij dat hier meede aan 'T g'Eerde Bevel van uw wel Ede„ „le Agtbaarens voldaan zal zijn, en hebben de Eer met : alle Hoog agting te zijn /:onderstond:/ WelEdele Agtb: Gebiedende Heeren, en Geerde Raaden /:lager:/ uw: wel Edele Agtbaarens zeer Gehoorzame en trouwschuldi„ „ge Dienaaren /:was geteekend:/ C:n Heijdeman Corn:s van Citters Arntz: /:in margine:/ Souratta den 12„e November A„o 1768. Wijders gaf de Heer afgaande Directeur te kennen, dat zijn Edele Een berigt aan aan de Edele Hooge Indiasche Be„ geering gerigt, vervaardigt hadde, waarbij zijn Edele ootmoe„ van zekere belasting, dig verzogt, dat Haar Hoog Edelens gunstiglijk behagen mogte, denzelven benevens de padangse administrateurs wegens de berekening op te ontheffen van zeekere hen opgelegde belasting, wegens de verkeerde bereekening van risico ongelden op ruw in steede van op gesmolten goud; het welk gelesen zijnde, men goed„ „ 14: 13:—. 26: 2:—. 36: 6:— 16:10:— P„r Transport. . . ƒ vindt. E . - .- Matts. -„ - - - . : - - - „. .. „ -- - „. . . „ - - „- - „ - . - - . — - - „. . . . . „ -„. - . „ „ -. „. . . „ - - „ - - „ . - „ . . . „ . - „. . . „ . - „. -. „ - -„. - - „ -- „- - „ - „. - „ - „ - - „ - - - : -. - - - „ „ „ „ „ „ „ - -. - „ 14: 10:—. 2: 8: —. 1: 6:—. 1:12:- 43: 4: — 37: 4: — 43: 16:— 40:16:- 2:14:—. 3: 12:—. 30:14:—. 20: 10:—. 44: 14: „ 6: 14:— 2:10:—. 313:11:—. 363 277. /. Den 22„e November A„o 1768. het zelve haar Hoog Ed:s in originali aan te bieden. bij een ingedient berigt van de examinratie van 3: scheeps Journaalen blijkt dat alle zeeman= „schap is g'observeert. ontfangst van een Engel„ „sche Brieff. „vindt in originali, nevens de Eerst aftegaane brief aan Haar Hoog Edelheedens addres te verleenen. Van een ingediend berigt geteekend door de schippers van Dalen, De Haart, en Holjes nevens D'E Fiscaal van Haarn en de Equipagie-Opziender Der Directie p: s van der Kuijb, dewelke de Journaalen van de Drie scheepen 'T Huijsom, De Jonge Lieve, en 'T. Huijs Ter Meije gevisiteert, en daar bij verslag gedaan hebben, dat zij bij die dagverhaalen, niets anders hebben kunnen ontwaaren of alle zeemanschap, om de reijs te vervorderen, is in 't werk gesteldt; wierd verstaan eenelijk aanteekening te houden en het rapport hier onder te laten volgen. Aan de Wel Edele Gestrenge Heer Christiaan Lodewijk Sentf Afgaande Directeur Deeser Directie, en g'Eli„ „geerd Gouverneur en Directeur ter Custe Mal„ „labaar.. Wel Edele Gestrenge Heer! De ondergeteekendens, benevens den Equipagie opziender „ alhier Pleun van der Kuijl hebben d: Eere uwel Edele Gest: te berigten „ dat ten overstan van de Fiscaal Reinier van Harn de gehou„ „„dene Journaalen hunner reise sedert desselfs vertrek van Indiasche „ Hoofdplaatse tot dat hier ter Reede zijn g'arriveerd, over en weer exact „ door Haar g'Examineert zijn, en niets anders bevonden, als dat alle „ Zeemanschap om de reise te vervorderen in het werk is gesteld Waarmeede zij D'Eer, hebben met agting te zijn /:onder stond:/ „ welEdele Gestr: Heer /:lager:/ uwel Edele gestr: onderdanige en gehoorzame „ Dienaaren /:was geteekend:/ J:n V:n Daalen H:r De Haart P:n V:n d: Kuijt „ en C=t Holjes /:in medio stond:/ ten mijnen overstaan /:was geteekend:/ „ R: V:n Aarn /:in margine:/ Souratta Den 4„e November A=o 1768. In zelver voegen wierd goed gevonden te noteeren, dat op den 15„e deezer maand een Brief van den Engelschen Raad alhier is ontfangen, welkers vertaling aldus is luij„ „dende Translaat

NL-HaNA_1.04.02_3238_0798 view scan ↗

English

278. November Anno 1768. No. 22 Concerning the claim of the widow Buffkens regarding house rent in Gamron. Regarding the still outstanding debt of Mr. Boucard. Translation of the English missive, written by the English Chief here, Wm. As. Price, Esq., and Council, To the Right Honorable Director Christiaan Lodewijk Senff and Council, dated 13 November Anno 1768, and received on the 15th following. Honorable Sir and Gentlemen! We have duly received Your Honors' esteemed letter of 9 September last, and sent a copy thereof to our superiors in Bombay; who, in reply thereto, have ordered us to inform Your Honors that they cannot consent to the payment of the money in question: since the entire amount that was owed for house rent in Gamron, according to the books of that factory, appears to have already been paid, as nothing could have been entered into the same without proper vouchers. That the sum of eighty rupees per month was charged has its reason: because our paymasters had two houses rented, each of forty rupees, one of which belonged to the deceased Mr. Bufkens and the other was the property of a Banyan. We are with respect beneath stood Honorable Sir and Gentlemen lower Your Honors' very humble servants was signed Wm. An. Price, R. Gambier, Jn. Halsey, In. Stephenson, William Stratton, Chas. Bourchier, and Geo. Perrot in the margin Surat, 13 November Anno 1768 lower for the translation was signed Ns. Holmberg, secretary. And as it appears therefrom that the widow Bufkens, with her claim for house rent at Gamron to an amount of Rs. 1080: -., which funds the widow believed rightfully belonged to her, and of which detailed mention was made in the resolution of 9 September last, was rejected entirely, it was resolved to let the matter rest there, since one can accomplish nothing more therein to her benefit. Subsequently, the outgoing Director spoke at length about the undecided matter still pending between the English and this administration, concerning the claim that the Honorable Company had against the estate of the deceased French free merchant Jean Baptist Boucard, who in his lifetime enjoyed English protection, and for the recovery of which debt so many representations had already been made to the English, who have referred us to the court of justice at Bombay, a course of action that has always been avoided, out of justice that such belongs to political rights. 364 2819. The 22nd of November Anno 1768. And regarding which one had already made many representations, without ever having been able to persuade the opposing party to do justice in that regard, under the pretended pretext that they were not invested with the power of deciding on matters of Meum et Tuum, as they call this affair, although one has shown them at length the contrary in the last dispatched missives on that subject dated 26 February and 1767; but that one had to address oneself regarding this to the courts of justice of Bombay, which stood open to everyone, and to take which step this assembly had always been very reluctant, notwithstanding that just recently in the latest received general rescription of the Honorable High Indian Government such was granted as ad ultimatam. And whereas the outgoing Director had always been principally of the opinion that this dispute, far from containing any question concerning Meum et Tuum, fully contained in itself a complete breach of good faith; since the deceased Boucard had purchased something from the Honorable Company at a public auction, where every accredited man was admitted, which he wished to pay for with a claim on a third party; from which the most serious consequences were to be feared in case the political judge, by whose authority this matter necessarily had to be settled, refused to do justice; the said outgoing Director declared that having attentively considered all these circumstances, 280. The 22nd of November Anno 1768. It was resolved to address the English administration once more. and having taken note principally of the urgency with which both Their High Mightinesses and the High Honorable Gentlemen Seventeen desire that one attempts to have that debt settled, to that end, and before one could proceed to any representation regarding this to the court of justice of Bombay, he was of the opinion that one should once more address the English Chief and the Council here in writing; for which His Honor had already drawn up a detailed missive in draft, and herewith handed it over to the members for reading and review, which letter having also been reviewed and examined with all attention, it was agreed to approve the contents thereof as such, to transcribe it into fair copy, and to dispatch it at the first opportunity, as well as to have the copy thereof follow below. To The Right Honorable William Andrew Price, Chief on behalf of the affairs of the Honorable English Company and Governor of the Mogul's Castle and Fleet, together with The Council. Surat Right Honorable Sir, Gentlemen. For a long time we have had the honor of having duly received Your Honor's esteemed letter of 15 July of the past year. And we would also have sent Your Honor our answer thereto immediately, had we not been prevented by other occupations. But now having our hands a little freer, we cannot omit bringing once more to Your Honor's attention that our dispute with the And

Dutch transcription

278. /. November A„o 1768. N22 waarlijk bij Pretentie van de wede. Buffkens no¬ pens gamroute huishuur. nopensde nog onvoldoen„ de Schuld Hr. Mr Bou¬ „card. E„s Heer en Heeren! Wij hebben behoorlijk ontfangen UE Edd„s aangename van den 9„e September laastleeden, en daar van een afschrift aan onse superi„ „euren te Bombaij toegezonden; Dewelke in antwoord daarop, ons „gelast hebben UEEdd:s te bedeelen, dat zij niet kunnen bewilligen in „de betalinge van het geld in questie: alzoo het gantsch bedragen „dat men schuldig is geweest voor Huijs=Huur te Gamron, bij de boe„ „„ken van dat Comptoir, blijkt bereeds betaalt te zijn bij dezelve kan „niets ingeschreeven zijn geworden zonder behoorlijke bewijzen. Dat de somma van Tachentig ropijen 's maands, is gebragt „geworden, heeft zijne reeden. om dat onse Betaals heeren twee „huijsen in huur gehad hebben, ijder van veertig ropijen waarvan „ het eene toebehoorde aan den overleedenen heer Bufkens en het an„ „„dere was de eijgendom van een Benjaan. wij zijn met agting /:onderstond:/ A:a Heer en Heeren „ /:lager:/ uu EEdd:s zeer ootmoedige Dienaaren /:was geteekend:/ W=m A=n „ Pice, R: Gambier, Jn Halseij I:n Stepenson, William Stratton, Cha: Bour„ „„chier, en Geo: Perrot /:in margine:/ Souratta, den 13„e November A=o 1768 „ /:lager:/ voor de vertaling /:was geteekend:/ N:s Holmberg secretaris. En alzoo daarbij blijkt dat de weduwe Bufkens, met haar pretensie, van huijs-Huur op Gamran tot een bedragen van Rop:s 1080: -. welke penningen die weduwe vermeende met regt haar te Competeeren, en waarvan omstandig gesprooken van de hand geweezen werd is ter resolutie van den 9„e 7ber laast leeden, in 't geheel van de hand geweezen werd, zoo wierd geresolveerd die zaak daarbij te laten berusten, dewijl men niet meer daar in tot haaren voordeele kan uijtwerken Vervolgens wierd door den Heer afgaande Direc„ „teur in 't breede gesprooken, over de als nog tusschen de Engelschen, en dit Ministerie hangende onbeslis„ „te affaire, wegens de vorderinge die de E Comp„e ten Lasten hadde van de Boedel van den overleedenen fransch vrij koopman Ian Baptist Boucard, die Translaat Engelsche Missive, geschreeven door het Engelsch Opperhoof alhier W=m A=s Price Esq:r en Raad, Aan den wel Edelen agtbaaren Heer Directeur Christiaan Lodewijk Sentf en Raad, gedateerd den 13„e November A„o 1768, en ontfangen den 15„e daar aan volgende. & ee 364 2819. Den 22„e November A„o 1768. welke aangaande men bereeds veele beweegingen bij de Engelschen gemaakt hadde. Endie ons gerenvoijeerd hebbe na het geregtshoff te Bomboij. het week men altoos ge„ „visiteerd heeft. uit Justine dat zulx tot den die in zijn Leven van de Engelsche protectie Jouisseer„ de, En tot inpalming van welke schuld men bereeds zoo veele beweegingen, hadde gemaakt, zonder dat ooit de Competiteuren te beweegen geweest waaren daar„ „omtrend regt te doen, onder het pretense voorgeeven dat zij niet bekleed waaren, met de magt van beslis„ „singe over zaaken van Meum et Tuum, zoo als zij deeze affaire noemen, schoon men haar breedvoerig bij de Laatst afgegaane missives, over dat Suijet in dato 26„e februarij en 1767 omstandig het tegendeel heeft aangetoond, maar dat men zig daar over moeste addresseeren bij de geregts hoven van Bombaij die voor een ieder open stonden, en tot wel„ „ke stap te treeden deeze vergaderinge altoos zeer traag was geweest, niet tegenstaande nu nog laatst bij de Jongst ontfangene generaale rescriptie der Edele Hooge Indiasche regeering zulx als ad ultimatam is toegestaan geworden. En dewijl de Heer Afgaande Directeur wel voornament„ „lijk althoos van gevoelen geweest was, dat dit verschil wel verre van te behelsen eenige questie nopens het Meum, et potitique Regten behooren Tiuum, ten vollen in zig bevattede eene volkomene schending van de goede Trouw; dewijl de overledene Boucard op een publicque verkoopinge, daar ieder g'accrediteerd man werd toegelaten, iets van D E Comp„e gekogt hadde, het geen hij met de pretensie op een derde wilde betaalen; waar uijt de aller serieuste Consequentien te dugten stonden ingevalle de politique regter, door wiens gezag noodwendig deeze zaak moeste werden afgemaakt, wijgerde om Regt te doen; zoo verklaarde gem Heer Afgaande Direc„ „teur alle deeze omstandigheeden aandagtelijk overwo„ „gen te 280. en 22„' November A„o 1768. Is beslooten zig nogmaals terien te addresseeren. „gen, en principalijk gelet hebbende op den aandrang waar„ „mede zoo wel Haar Hoog Edelheedens, als de Hoog Edele Hee„ „ren 17=remn begeeren dat men tragte die schuld te doen ver„ „evend werden, ten dien einde, en alvoorens te kunnen treeden tot eenige voordragt dien aangaande bij het ge„ „regts hoff van Bombaij van gedagten was, dat men zig nog aan het Engelsch minus„ eens schriftelijk moeste addresseeren bij het Engelsche opper „hoofd en den Raad alhier; waartoe zijn Edele reeds een omstandige Missive in Concept gebragt hadde, en bij deezen ter Lecture en resumtie aan de Leeden over„ „gaf welke brief dan ook met alle attentie geresumeerd en onderzogt zijnde, wierd verstaan den Inhoud van dien aldus te arresteeren, in 't net schrijven, en bij eerste ge„ „legentheid afgaan zoo meede daar van hier onder het afschrift volgen te laten. Aan Den WelEdelen Agtbaaren Heer William Andrew Price opperhoofd weegens de zaken, der Honorabele Engelsche Comp:e en gouverneur van 's mogols Casteel en Armade, benevens Den Raad. Wel Edele Agtbaare Heer Heeren. AE voor lange hebben wij de Eere gehadt wel te ontfangen uw„ „ wel Edelens g'agte van den 15:e Julij des vergangen Jaars. En wij zouden „ ook terstond ons antwoord daar op uw wel Edelens hebben laten toekomen„ „ waaren we niet door andere bezigheeden verhindert geworden. Dog nu „de handen een wijnig ruijmer hebbende, zoo kunnen wij niet nalaten „ uw welEdelens nogmaals voor oogen te brengen dat ons verschil met Souratta der En

NL-HaNA_1.04.02_3238_0801 view scan ↗

English

365 281. The 22nd November Anno 1700. the heirs of the deceased Mr. Boucard is by no means over the Meum et suum, but rather principally about this: That the said Mr. Boucart, in violation of good faith, took the law into his own hands and thereby forced us to have to complain about him. The truth of this point was certainly brought to light so clearly in our previous letter of the 26th May 1767 that it hardly requires any further proof. But since Your Honors have not been pleased to respond to this at all, and it is for that reason necessary to elucidate Your Honors further regarding this, as well as that we consider ourselves obliged to refute all at once, and thereby render powerless, the reasons which Mr. Stretton has brought forward in order to justify the conduct of the deceased Mr. Boucard, and upon which, as it seems to us, Your Honors' answer mainly rests: this, according to our thoughts, can best be done if we let the entire writing of Mr. Stretton follow below, and set down our remarks upon it in the margin. Report of Mr. Stretton Art: 1. Pursuant to Your Honors' notification to show my reasons why I did not settle the claim made by the Dutch Chief and the Council upon the estate of the deceased Mr. Boucard, for various parcels bought by him and his broker at the sale of Mr. Drabbe, I must inform Your Honors that it surprised me not a little to see that Their Honors made their request in such a public manner, immediately after the decease of the aforesaid gentleman. Remarks on the adjacent Report. It is strange that Mr. Stretton shows himself surprised at the public request which could not be avoided, and of which he himself is the cause. For when a private request was made to him by the Secretary of Justice and witnesses, he declared point-blank: First, that he could not answer, but that one had to address Mr. Price in writing; and after that, that he would not pay before and until he was compelled thereto by legal means. Consequently, he forced us to have to proceed to this public request. And for that reason his surprise will soon cease, if he will only please to remember that this actually took place in that manner. Art: 2. Since nearly three years had elapsed from the time of the sale until his death, and that in all that space of time no general request had been made. Mr. Stretton is also very much mistaken when he says: That since the death of Mr. Boucard, no public request was made in that regard, for the whole world knows the contrary, as also appears further and can be fully confirmed by the Registers of our Resolutions, wherein among others on the 29th August 1764 the following is noted down: Mr. Boucart having absolutely refused to pay for what was purchased by him and his broker, two Council members were sent to Mr. Hodges to complain about him. Mr. Hodges, having heard everything, declared that no private person could be his own judge, and also that it seemed to him that the broker of Mr. Boucard absolutely had to pay, since Mr. Drabbe owed him nothing, and he having had the purchase put in his own name, Mr. Boucard also did not have the least right to withhold those funds for his account; and that therefore, if the Banyan refused to pay any longer, he would compel him thereto; but as for Mr. Boucard, and that which he had bought in his name, that he could not declare himself in that regard without first having spoken with that gentleman and heard the reason why he did not want to pay. Report hereof having been made by the commissioners, the Banyan is to be placed

Dutch transcription

365 281. Den 22„e November A„o 1700. „ de Erfgenamen van den overledenen M„r Boucard geenzints is over „ het Meum et suum, maar wel voornamendlijk daar over; Dat gedagte „ M:r Boucart met schending van de goede Trouw zig: zelven regt gedaan „ en daar door ons genoodzaakt heeft over hem te moeten klagen. De waarheid van dit Point is zeekerlijk bij onse voorige van den 26„e „ Maij 1767 al zoo klaar in 't dagligt gestelt, dat het zelve nauwlijks eenig „ verder bewijs nodig heeft. Maar dewijl uw wel Edelens hier op in 't geheel niet „ hebben gelieven te antwoorden, en het uijt dien hoofde noodig is uw wel„ „ Edelens dien aangaande waeder te elucideeren, zoo wel als dat wij ons ver„ „„pligt agten op een maal te wederleggen, en daar door kragteloos te ma„ „„ken, de Heedenen, die M:r Aretton bijgebragt heeft, om het gedoente „ van den overleedenen M:r Boucard te regtvaardigen, en waarop, na 't ons „ toeschijnt uw welEdelens antwoord voornamendlijk steunt: zoo zal volgens „ onse gedagten, dit een en ander op de beste wijze geschieden kunnen „ wanneer wij het gantsche schriftueur van M:r Aretton hier onder vol„ „„gen laten, en onse aanmerkingen daar op in Margine ter needer Namerkingen op het nevenstan„ Berigt van M: Kretton Arb: 1. „de Berigt. T is vreemd dat M:r Stretton zig verbaasd toont Ingevolge uw wel Edelens aanzegginge, over het publicq aanzoek dat men niet heeft vermij„ om mijne reedenen aan te toonen, waarom „den kunnen, en waarvan hij zelfs oorzaak is niet den eijsch afmaakte, die door het Hol„ Want wanneer bij hem in 't bijzonder aan„ „landsch opperhoofd en den Raad gemaakt „zoek gedaan wierd, door den secretaris van Justitie wierde, op de boedel van den overleedenen Heer en getuijgen, zoo heeft hij ronduijt verklaart: Eerst Boucard, wegen diverse perseelen, door en en des„ Dat hij niet antwoorden konde, maar dat „zelfs makelaar gekogt, en de verkoopinge van men zig schriftelijk addresseeren moeste aan den Heer Drabbe moet ik uw wel Edelens te ken„ den Heer Price; En daar na dat hij niet be„ nen geeven. Dat het mij niet wijnig verbaasde te „taalen wilde voor en aleer door middelen van zien dat Haar Ed:s hun aanzoek op zoo eene pub„ „ regten daar toe geconstringeerd wierde„ Bij gevolg „licque wijze gedaan hadden, juijst na het over„ heeft hij ons gedwongen tot dit publicq aanzoek te „lijden van voorzegden Heer. moeten treeden. En zal uijt, dien hoofde zijn verbaasdheid spoedig ophouden, als hij zig maar gelieft te herinneren dat dit wezendlijk in dier voegen voorgevallen is. Art: 2. Daar van den tijd der verkoopinge Ook heet M:r Stretton het zeer qualijt, wanneer hij zegt: Dat 't zedert het overlijden van tot aan deszelfs dood bij na drie Jaaren, ver„ M:r Boucard, dierwegens geen pliblicq aanzoek „streeken waaren, en dat in al dat tijd be„ is gedaan want de gantsche wareld weet het „grijp geene algemeene aanzoekinge was tegendel, zoo als ook nader blijkt en volkomen gedaan. bevestigt kan worden met de Registers van on„ het volgende „se Resolutien waarbij onder anderen op den 29„e Augustus 1764 ^ onder anderen aan geteekend staat„ „ M:r Boucart volstrekt gewijgert hebbende, het gekogte door hem en „zijnen Makelaar te betaalen, zijn Twee Raads=leeden naar den Heer Hodges ge„ „zonden om over hem te klagen. de Heer Hodges gevonden omt voor hem te klagen. „ De Heer Hodges alle gehoord hebbende verklaarde, dat geen particulier persoon zijn „Eijgen regter konde zijn, zoo meede dat het hem toescheen dat de Makelaar van „ M:r Boucard absolute betaalen moeste alzoo de Heer Drabbe aan hem niets „schuldig zijnde, en hij het gekogte op zijn eijgen naam hebbende laten stellen „ M:r Baucard ook geen het minste regt hadde, om die penningen voor zijne reekening aan „ te houden; en dat daarom als de Benjaan langer wijgerde te betaalen, hij hem „ daartoe Constringeeren soude; Dog wat m:r Boucaat betrof, en het geen die op „ zijn naam gemeind hadde, dat hij ten dien opzigte zig niet verklaaren konde „ zonder met dien Heer eerst gesprooken en gehoort te hebben, de Reeden waarom „ hij niet betaalen wilde.„ Hier van door de gecommitteerdens verslag gedaan zijnde, is de Bejaan te stellen

NL-HaNA_1.04.02_3238_0802 view scan ↗

English

28½ p„s November A„o 1708. - Remarks. admonished anew, but having refused payment as before, two delegates were once again sent to Mr. Hodges; and then the main substance of His Honour's answer consisted in this: that when the goods of the Cashier Oudenhoorn were sold for the Honourable Company, this had taken place without his involvement, by only two Council members, whereas on the contrary the sale of Mr. Drabbe had taken place not only in his presence, but that he himself had also compensated the Banyan, without the involvement of anyone else, for the discovered short weight on some silverware; that from this it appeared clearly that the latter auction was not held on account of the Honourable Company, but on account of Mr. Drabbe; that consequently Mr. Boucart had not hesitated to satisfy himself, the more so as Mr. Drabbe had promised to pay him out of that sale, and that he /:Mr. Hodges:/ for that reason could not compel Mr. Boucart; but that it would be best to complain about him to the Mayor's Court in Bombay. Yet since it appeared clearly from this that Mr. Hodges had an entirely wrong idea of this matter and it was therefore necessary to elucidate His Honour better, which could not well be done through verbal messages back and forth, the Director had it proposed to Mr. Hodges whether it would not be best to hold a separate conference at an opportune time, either in the English or Dutch factory, as His Honour would prefer. And this having been approved by Mr. Hodges, that arrangement subsequently remained not only further agreed upon and fixed between the Director and His Honour himself, but Mr. Hodges had even promised to come to the Director for that purpose, and to bring along Mr. Boucart. Thus it clearly and undeniably appears that one did not by any means sit still for three years, as Mr. Stretton pretends, but that on the contrary public application was made immediately as soon as Mr. Boucart absolutely refused payment. But that one nevertheless made no progress with all of this is not our fault. For although we know very well that Mr. Hodges could not fulfill his promise, first on account of the prolonged illness of Mr. Boucart, and afterwards due to his own unexpected departure from this city, we must nevertheless maintain that his successor had obtained detailed information about that matter and would, if not settled, at least have pursued it; but neither happened. Mr. Price even declared at first that he knew nothing at all of the matter. And having thus had to start with His Excellency as if anew, it is no wonder that so much time elapsed in the meantime, so that Mr. Stretton could find cause to think as if nothing had been done in that matter. No. 3.

Dutch transcription

28½ p„s November A„o 1708. - Aanmerkingen. op 't nieuw aangemaant dog dezelve gelijk bevoorens de betaaling geweigert heb„ „bende zijn wederom Twee gecommitteerdens naar den Heer Hodges gezonden; En toen bestond het Hoofdzakelijkste van zijn Ed:s antwoord daar in:, Dat wanneer de goederen van den Cassier oudenhoorn voor d'E Comp:e verkogt waaren, zulx geschied was, buijten zijne bemoeije„ „„nisse alleen door Twee Raadsleeden, daar in tegendeel de verkooping „ van Den Heer Drabbe geschied was ter zijner presentie niet alleen, „ maar dat die ook zelfs zonder bemoeijenisse van iemand anders aan „ den Benjaan vergoedt hadde, het ontdekte minwigt, op eenige zilver„ „= goed: Dat hier uijt klaar bleek, dat de Laatste vendutie niet gehouden „ was Voor Reekening van DE Comp. e maar voor Reekening van Den Heer „ Drabbe: Dat bij gevolg M:r Boucart, niet geschroomt hadde, zig zelven te „voldoen, te meer, alzoo de Heer Drabbe hem belooft hadde uijt die ver„ „=koping te zullen betaalen, en dat hij /:de Heer Hooges:/ uijt dien Hoof„ „=de M:r Boucart niet Dwingen konde; maar dat best zoude weezen „ over hem te klagen bij den Court Majoor te Bombaij. Dog dewijl hier uijt klaar bleek dat de Heer Hodges van deeze zaak een gantsch verkeerd denkbeelde en het daarom nodig was zijn Ed:e beter te Elucideeren, het gunt door mondelinge boodschappen, over en weder niet wel geschieden konde, zoo liet de Directeur Den Heer Hodges voorstellen, off het niet best zoude zijn, bij gelegentheid eens eene aparte conferentie te houden het zij in de Engelsche of Hollandsche factorij, na dat zijn Edele verkiesen zoude. En dit door den Heer Hodges, goed gekeurd zijnde zoo is die afspraak vervolgens tusschen den Directeur en zijn Ed:e zelfs niet alleen nader geno„ „men en vast gesteld gebleeven, maar de Heer Hodges heeft ook zelfs beloofd gehad ten dien einde bij den Directeur te zullen komen, en m:r Beri„ „cart te zullen mede brengen. Dus blijkt dan klaar, en onteegen zeggelijk, dat men geenzints, gelijk M:r Stretton voor geeft drie Jaaren sil heeft gezeeten, maar dat ter contra„ „rie terstond publicque aanzoeking is gedaan, zoo dra M:r Boucart de betaaling volstrekt wijgerde. Dog dat men met dat alles mits gevordert heeft is onse schuld niet. want schoon wij zeer wel weeten, dat de Heer Hodges aan zijne belofte niet heeft konnen voldoen, eerst om de wille van de Langdurige ziekte van M:r Boucart, en naderhand door zijn eijgen onverwagt vertrek uijt dee„ „ze stad, zoo moeten wij egter vast stellen, dat zijn opvolger van die zaak een uijtvoerige onderregting erlangt, en dezelve, zo niet afgedaan ten minsten vervolgt zoude hebben, maar het een en ander is niet geschied. zelfs heeft de Heer Price in 't eerst betuijgt gehad, van die zaak in 't geheel niet te weeten. En dus met zijn Ex:s als van nieuw of aan heb„ „bende moeten beginnen, zoo is het geen wonder, dat er tusschen bij„ „den zoo veel tijd verloopen is, dat m:r stretton daar uijt aanlijding heeft kunnen suigen neemen, van te denken, als of aan die zaak zaak niets gedaan was. Na 3. _

NL-HaNA_1.04.02_3238_0803 view scan ↗

English

366 283. The 22nd of November Anno 1768. Remarks Article 5: Report Article 3 Also that what Mr. Senff did did not seem to have been done Not for the sake of obtaining greater prestige, with the intention of making a regular dispute of it, but on account of his unavoidable duty, the Director but that he thought the more money he could obtain took care to obtain as much money from Mr. from Mr. Drabbe for his paymasters, the more Drabbe as was owed to the Honorable Company. such would redound to his prestige. This is something extraordinary, Consequently, this remark of Mr. Stretton is unfounded, for had any public demand been made as well as the following one, that if a public at the time Mr. Boucard was alive, application had been made during the lifetime of Mr. Boucard, he would have been able to answer to that he would then have been able to answer better. with more emphatic particulars than I can do at present, For from the preceding Article 2 it is all too clear having not been on the spot at the time the auction was held, that shortly after the sale was held, and thus long before the death of Mr. Boucard, and because he, regarding this matter as of no consequence, a public complaint was made to Mr. Hodges regarding his unwillingness, never related the particulars thereof to me, that he would not pay for the said goods, and one can however closely I was attached to them. also sufficiently gather from the reply of Mr. Hodges that he did not fail to bring forward the same reasons of excuse which Mr. Stretton still uses at present, and which are to be further dealt with and refuted hereafter. Article 4. / Mr. Stretton certainly did not say in I was very surprised to observe that express words that he was indebted; but he nevertheless orally the Dutch Chief and the Council could assert acknowledged, as he now does again in writing, that I did not deny the debt to the gentlemen whom to know very well that Mr. Boucard and his brokers Mr. Senff sent to me; surely we misunderstood these gentlemen, had bought goods at our auction but had not paid; as I acknowledged the amount bought at the auction, now, whoever buys something and does not pay but not the debt, for had I done that, it would have been is certainly indebted, and this alone is what we looked at dishonorable of me to dispute the payment afterward. when we said in our last letter of the 26th of May But I never considered anything said to these gentlemen 1767 that Mr. Stretton himself did not deny the debt. to be of any material consequence [illegible] should receive, and not from me, which I accordingly also told their Honors. Although we do not wish to undertake to accuse Mr. Stretton of untruth in what he presented to Mr. Price and Council, yet it will appear from what follows that the information he obtained cannot at all stand against what we shall confirm with unshakeable testimonies. renew, I made every possible inquiry concerning this matter; and from the information that I have been able to obtain on that account, When I learned that the Dutch Director found the matter to be that and Council intended to renew this dispute, Article 6:

Dutch transcription

366 283. Den 22„ November A„o 1768. Aanmerkingen Art: 5: Berigt Art: 3 Mitsgaders dat die geene de welke de Niet om de wille van meerder aanzien Heer Senff deed niet scheen gedaan te weezen te krijgen, maar uijt Hoofde van zijnen met oogmerk daar van een geregeld Dispurt te onvermijdelijken pligt, heeft de Directeur maken, maar dat hij dagt hoe meer geld hij van den Heer Drabbe konde verkrijgen voor zorge gedragen, zoo veel geld van den Heer zijne betaals Heeren. Hoe meer zulks tot zijn Drabbe te krijgen, als die aan d'E Comp. s aanzien zoude gedijen. Dit is iets buijten gemeens. want was eenige publique vorderinge gedaan ge„ schuldig was. Bij gevolg is deeze aan„ „worden ten tijde M:r Boucard in 't leven was, „merking van M:r Srelton ongegrondt zoude hij daar op hebben kunnen antwoor„ zoo wel als de daar aan volgende, Dat den met nadrukkelijker omstandigheeden als ik tegenswoordig doen kan als niet in loco ge„ wanneer bij 't leeven van M:r Boucard pub„ „weest zijnde ten tijnde de vendutie gehouden wierd, licque aanzoeking was gedaan, die dan en door dien hij als deeze zaak van geen gevolg beter zoude hebben kunnen antwoorden. aanmerkende, mij nimmer hoe zeer is ook aan hun verknogt was de bijzonder heeden daar van want uijt de voorenstaande Art: 2 blijkt heeft verhaald. maar al te klaar, dat kort na de ge„ houdene verkooping, en dus lange voor 't overlijden van M:r Boucard in 't openbaar aan den Heer Hodges is geklaagt: over zijne onwillig„ „heid, dat hij de gemeinde goederen niet betaalen wilde en men kan ook uijt het antwoord van den Heer Nodges genoegzam afneemen dat hij niet gemanqueert: heeft dezelfde reedenen van verschooning bij te brengen, waar van zig thans nog M:r Stretton bediend, en de welke hier ag„ „ter nader verhandelt en weder gelegt staan te werden. Art: 4. / M:r Stretton heeft zeekerlijk niet met Ik was zeer verbeeld te bespeuren dat Het Hollandsche opperhoofd en den Raad, Konde„ uijtgedrukte woorden gezegt: Dat hij schul„ beweeren, dat ik tegens de Heeren die mij „dig was; maar hij heeft egter mondeling M:r Senff gezonden heeft, de schuld niet ontkende gewislijk hebben wij deeze Heeren qualijk ver„ bekent, zoo als hij thans schriftelijk wa„ „staan, alzoo ik erkende het bedragen op de ven„ der doet, zeer wel te weeten; dat m:r Bou„ „dutie gekogt, maar niet de schuld, want had ik dat gedaan, zoude het van mij oneerlijk ge„ curt en deszelfs makelaars goederen op daan zyn, naderhand te twisten over de betaalinge onsze vendutie gekogt dog niet betaalt Maar ik nimmer wat aan deeze Heeren gezegt hebbe aangemerkt van eenig wesendlijk gevolg tot hadden, nu wie iets koopt en niet be„ ui wel Edele vergadnendeor versoegt tan den danswoorg ud taalt is zeekerlijk schuldig, en hier op moesten ontfangen, en niet van mij het gunt ik hebben wij alleen gezien, wanneer wij dien volgend ook haar Ed:s gezegt hebbe. bij onse laatste brief van den 26„e Maij 1767 zeijden: dat m:r Stretton zelfs de schuld niet ontkende. Schoon wij niet onderneemen willen, M:r Stretton te beschuldigen van onwaarheid, in het geen hij den Heer Price en Raad heeft voorgedragen, zo zal egter uijt het vervolg blijken dat de Rundschap die hij heeft ingenomen gehad gantsch niet bestaan kan tegens het geen wij met onwrikbaare getuijgenissen bevestigen zullen. hernieuwen heb ik alle mogelyke onderzoek ge„ „daan, deezer zaak betreffende; en uijt de Kund„ „schap die Ik des wedgens hebbe kunnen be„ recteur en raad voorneemens was deeze Twist: te Toen ik vernam dat de Hollandsche Di„ komen, bevonden de zaak dies te weezen Art: 6:

NL-HaNA_1.04.02_3238_0804 view scan ↗

English

284. The 22nd November Anno 1768. Report C Kammerslinger Article 7. Mr. Drabbe being indebted to Mr. Boucard for four thousand three hundred and thirty-one ropias, as evidenced by his note dated the 28th June 1763 with an obligation thereto to pay interest thereon at three-quarters Per Cent per month, he frequently sent to him and subsequently to Mr. Senff for the amount thereof, whereupon he received promises of prompt payment. Mr. Drabbe himself acknowledged this debt. It is also true that Mr. Boucart sent someone to the Director with the request to assist him in obtaining payment. But that the Director made any promise thereupon is untrue, as the Broker Gerderlaal, who ran the errands, ought best to know. It is well known that Mr. Boucart was very troublesome to Mr. Drabbe. And possibly the latter also made great promises. For an insolvent debtor does not hesitate to promise everything merely to be rid of the troublesome demands of his creditors: but how Mr. Boucart could rely upon that, or to speak more clearly, how he could see fit to bring this forward as proof to justify his conduct, whereby he took the law into his own hands and violated good faith, we do not know. For it was as well known to him as to us that Mr. Drabbe at that time could no longer dispose of his estate. He had long before surrendered it to the Director to be sold for the account of the Honorable Company; and that this actually took place will appear more clearly presently. Article 8. Yet finding that this was done to him in order to keep him dangling, he finally pressed Mr. Drabbe for a decisive answer, who replied again that his auction being due to be held shortly, he would then be paid out of its proceeds. In consequence whereof Mr. Boucard and his Broker bid at the same up to an amount of four thousand five hundred ninety-one and three-quarter Ropijen. Giving notice to Mr. Drabbe some time thereafter of having done so, and requesting his Honour, as a small balance remained in his favor, to send his note of hand along with it, which would be surrendered to his order, and with all which Mr. Drabbe was entirely satisfied. It may well be that Mr. Boucart had this message delivered: but that Mr. Drabbe would have agreed to it we can by no means believe, for had that happened, the effect thereof would not have been suspended, and yet nothing is more certain than that, according to Mr. Stretton's own confession, both the obligation of Mr. Drabbe and the excess amount of the goods which Mr. Boucard with his broker purchased at auction, over and above what he had to claim from Mr. Drabbe, remain in his possession to this day. Article 9. Had this auction, Gentlemen, been for the account of The Company pursuant to a confiscation of the goods of the said Gentleman It is true that the Director took over some goods by valuation

Dutch transcription

284. /. Den 22„e November A„o 1768. Berigt C Kammerslinger Deeze Schuld heeft de Heer Drabbezelfs Art E: Erkent. ook is het waar, dat M:r Boucart bij den Directeur heeft gezonden gehad met verzoek om hem te willen helpen dat hij die betaalt kreeg. maar dat die daar op eenige belofte gedaan zoude hebben is onwaar, zoo als de Makelaar Gerderlaal best dient te weeten, die de boodschappen heeft gedaan. Dog ondervindende dat hem die ge„ Het is bekent, dat M:r Boucart den Heer Drabbe zeer lastig heeft geval„ „dan wierd, om hem op den tuijl te houden, drong hij ten laatsten bij de Heer Drabbe op een „len. En mogelijk dat deeze ook groote beslissend antwoord, die weeder antwoorde, dat beloften heeft gedaan. Want een onver„ deszelfs vendutie binnen korten staande ge„ houden te worden, hij als dan uijt dies bedraa„ „mogend schuldenaar schroomt niet als „gen zoude betaald werden. Ingevolge waavan „les te beloven, om maar van de Mr Boucard en deszelfs Makelaar op de zelve lastige aan maningen zijner Credi„ gemeind hebben tot een bedragen van vierduij„ „send Vijff hondert Een en Negentigh en Drie„ „teuren ontslagen te raaken: maar „quart Ropijen. hoe m:r Boucart daar op staat heeft kun„ „nen maaken, of om duijdelijker te spreeken hoe hij heeft kunnen „goedvinden, dit bij te brengen, als een bewijs, om zijn gehouden gedrag„ te regtvaardigen, waardoor hij zig zelven regt gedaan en de goede Trouwe geschonden heeft, weeten wij niet. want het was hem zoo wel bekent als ons, dat de Heer Drabbe toen ter teijd al niet meer over zijnen: Imboel beschikken konde. Hij hadde dien allange bevoorens aan den Direc„ „teur overgegeven, om voor Reekening van de E Comp:e verkogt te werden; en dat dit ook effective geschied is, zal zoo terstond nader blijken. „Art: 8. /. Het kan wel zijn, dat M:r Gevende hij den Heer Drabbe eenigen Boucart, deeze boodschap heeft laten tijd daarna kennisse dus gedaan te hebben en verzoekende zijn Edele alzoo 'er een geringe doen: Maar Dat de Heer Drabbe daar saldo in zijnen voordeel over bleef daarom benevens zijn schuld briefje te willen zenden in toegestemt zoude hebben, kunnen het welk aan deszelfs ordre soude werden afge„ wij geenzints geloven, want was dat ge„ „geven, en met welk alles D' Heer Drabbe „schied, het effect daar van, zoude niet op volkomen te vreeden was. geschort zijn, en egter is, niets zeekerder, dan dat blijkens eijgen bekentenisse van M:r Stretton, tot heeden toe nog onder hem berust, zo wel de obligatie, van den Heer Drabbe, als het meerder bedragen der goederen, die M:r Boucard met deszelfs makelaar gemeind heeft, boven het geen hij van den Heer Drabbe te oor„ „deren hadde. Het is waar dat de Direc„ teur eenige goederen bij Taxatie heeft Art: 9. Had deeze vendutie mijne Heeren geweest voor reekening van De Comp:e inge „volge een Confiscatie van de goederen van den Art: 7. „De Heer Drabbe schuldig zijnde aan M:r Boucard ropias vierduijsend Drie hondert en Een en dertig, als blijkende bij deszelfs brief„ „je gedagteekend den 28„e Iunij 1763 met een verbintenisse, daar bij om daar op interest te zullen betaalen, tot driequart P=r C=to s maands heeft hij dikwils bij hem gezonden en naderhand bij M:r Senff om het bedragen van dien, waar op hij verkreeg beloofften van van spoedige betaalinge. overgenomen Heer e

NL-HaNA_1.04.02_3238_0805 view scan ↗

English

367 285. The 22nd November Anno 1768. Remarks Report from Mr. Drabbe, it is reasonable to think that all his goods would have been attached and auctioned, but this is not the case, for many pieces that Mr. Senff needed were appraised by a group of merchants (of whom Mr. Boucard's broker Girderlaal was one) and these were never auctioned, but taken over by Mr. Senff. taken over. And since the broker of Mr. Boucart was one of the appraisers, he will know very well that those goods did not consist of silver, gold, or other precious items, but only of bookcases and other cabinets, paintings, mirrors, and similar household furniture that cannot well be moved without breaking, and which the respective Directors have already taken over from each other in that manner for several years, just as the now retiring Director again transfers the same, or at least the largest part thereof, in like manner to his successor. Also, that broker will best know whether those goods were appraised according to their value or below it, and in case he can declare the latter on his conscience, the Director still commits himself to an equitable compensation. But this he will not be able to do; he will even have to admit that the Director still protested against that high appraisal, and effectively would also not have taken over the goods for it, had it not been to follow the custom, and to comply with the request of the appraisers, who justified their actions by stating that Mr. Drabbe was poor and that his decency could not be preserved unless his goods were sold dearly. Yet, be this as it may, the main point at issue here is whether the money for the amount of those goods was paid to Mr. Drabbe, or rather to the Honorable Company. And of this we can give no better proof than the extract appended hereto from the general cash book of the 21st April Anno 1764, which clearly shows that the Director, in favor of Mr. Drabbe, counted into the Honorable Company's cash Rop:s 2000: — for various goods taken over privately. Article 10. Among other things bought at this auction by Mr. Boucart and his broker was some silverware measured by the Thola, which, having been inspected, was found to have a deficit in weight to the value of one hundred and sixty-seven ropias, of which Mr. Drabbe, having been informed, immediately sent the aforementioned amount. That Mr. Drabbe paid this money quietly is known, but at the same time it is no less known to be true; that this payment was obtained from him in a manner and through means which would not have been of any effect with anyone other than Mr. Drabbe and similar men. For the broker Ginderlaal managed to frighten him that if he did not pay the discovered deficit in weight quietly, he would then suffer disgrace and the Director, moreover, would become displeased with him because the

Dutch transcription

367 285. Den 22„' November A„o 1768. Aanmerkingen Berigt van den Heer Drabbe, is het billijk te den„ overgenomen. En terwijl de Makelaars, „ken dat alle zijne goederen zouden zijn be„ van M:r Boucart een van de Taxateurs „slagen en opgeveild geworden, maar dit is niet is geweest, zoo zal hij zeer wel weeten de zaak, want meenige stukken die de Heer serff nodig heid wierden gewardeerd door een stel dat die goederen niet bestaan hebben kooplieden (:van welke M:r Boucards Makelaar in zilver, goud of andere kostelijk hee„ Girderlaal 'er een is geweest:/ en deeze zijn nooit opgeveeld, maar door de Heer senff na „den, maar eenelijk in Boeke en ande„ zig genomen. „re Kassen Schilderijen, spiegels, en dier „gelijken Huijs meubilen die niet wel zonder breeken verwerkt kun„ „nen werden, en die de Respective Directeurs al 't zedert verschijden Jaaren op die wijze van elkander hebben overgenomen gehad, zoo als de thans afgaande Directeur dezelve of ten minsten het grootste gedeelte weder daarvan in gelijker voegen ^ aan zijnen vervanger overgeeff. Ook zal die makelaars best weeten of die goederen volgens haare waarde dan wel daar beneeden zijn getaxeerd, en bij aldien hij het Laatste op zijn geweeten verklaaren, kan, verbint de Directeur zig als nog tot eene billijke vergoeding. Maar dit zal hij niet kunnen doen. zelfs zal hij bekennen moeten, dat de Directeur nog tegens die hooge taxatie geprotesteerd heeft, en de goederen ook Effective daar voor ook niet overgenomen zoude hebben, was 't niet geweest, om de gewoonte te volgen, en ont te voldoen aan 't verzoek der Taxateurs, dewelke hun gedoente daarmeede regt„ ^ fatsoen niet bewaard konde worden als ^ zijne „vaardigten, dat De Heer Drabbe arm was en dat zijn ^ goederen niet Duur verkogt wierden. Dog dit mag zijn zoo als het wel de Hoofdzake waarop het in deezen aankomt, is, of de gelden voor het bedragen dier goeder„ „ren; aan Den Heer Drabbe, dan wel aan D'E Comp:e zijn betaalt. En hier van kunnen wij geen beeter bewijs geeven, dan het hier agter gevoegt Extract, uijt het groot Cassa boek, van den 21„e April A=o 1764 waarbij duijdelijk blijkt, dat de Directeur, in faveur van den Heer Drabbe, voor diverse uijt de hand, overgenomene goederen Rop:s 2000: —. In 'sE Comp:s Cassa heeft getelt. Art 10. onder meer andere dingen Door De Dat de Heer Drabbe dit gelt in Heer Boucart, en deszelf Makelaar op deeze stille betaalt heeft is bekent maar vendutie gekogt, was eenige zilver werk bij de teffens is het ook niet minder bekent Thola gemeind, het welk nagezien zijnde, wierd er bevonden een min wigt ter waarde van ropias Een als waar; Dat die betaaling van hem Hondert en seeven en sestig ^ waar van De Heer verkregen is, op eene wijze en door mid„ Drabbe onderregt geworden zijnde; heeft hij on„ middelijk voorschreeve bedragen gezonden „delen, dewelke bij niemand anders als bij den Heer Drabbe en soortgelijke menschen, van eenig effect zou„ „den zijn geweest. Want de Makelaar Ginderlaal, heeft hem weeten bangte te maken dat als hy ^ niet het bevonden minwigt ^ in stelte betaalde, hij dan schande Krijgen en den Directeur boven dien op hem misnoegd worden zoedde omdat de J

NL-HaNA_1.04.02_3238_0806 view scan ↗

English

286. November Anno 1768 The 22nd Remarks I further have to remark, that we perceive by experience to be customary among the Dutch that the owner of any goods seized by the Dutch Company is never seen at their sale, when the same is conducted in a public manner. But on this occasion, as a further proof that it was for Mr. Drabbe his own account, he was present there himself encouraging the buyers as if it were in all respects his own property. Report the sale of the silver took place according to the weight given by him. And even if it were otherwise, this case nevertheless cannot serve as a proof of what Mr. Stretton intends by it. Because the broker himself, being asked under oath for the truth, will have to confess that the Director, before he had yet addressed Mr. Drabbe for compensation, summoned him to his presence, and in the presence of all bystanders told him that he had to report the underweight found to him, so that he could have it written back in the vendue book; just as the broker also promised to do immediately, and at the same time the underweights found by several other buyers were effectively written back by order of the Director. Consequently, this clearly shows that the Director alone and nobody else managed the sale. The reasons adduced by Mr. Stretton to maintain the contrary can in no way overturn the truth of it. And the compensation made by Mr. Drabbe can be taken into consideration so much the less in this respect, since the same was obtained in an indirect manner, contrary to the explicit desire and warning of the Director, as well as against the ordinary order at our sales, which entail that when the buyer considers himself prejudiced by the weight or otherwise, he must address for that, not the former owner of the goods, but either the vendue master, or the one who, as in this case on the Honorable Company's behalf, presides over the sale and manages the same. Article 11. When someone is under arrest when his goods are sold on the Honorable Company's behalf, as took place with respect to the Cashier Oudenhoorn, to which Mr. Stretton presumably refers, he certainly cannot attend the sale in person. But otherwise such people are always called thereto, and it would even be unjust not to admit them there. And this latter has especially taken place, and also had to take place, at the sale of Mr. Drabbe. For, not counting the great difference that exists between a Director and a junior merchant, Mr. Drabbe was not judicially convicted or condemned. He had indeed surrendered his household effects to the Director in order to sell the same, and to obtain satisfaction therefrom on account of what he owed to the Honorable Company, but he was not for that reason stripped of his office and honor, nor placed under arrest. Consequently, he could and was allowed to attend the sale, and conduct himself there as owner of the goods, although he had long since surrendered the ownership thereof

Dutch transcription

286. November A„o 1768 Den 22 Aanmerkingen Berigt de verkooping van 't zilver geschied was na 't gewigt door hem opge„ „geven. En schoon het ook anders mogte zijn, zoo kan egter dit geval„ niet dienen tot een bewijs van het gunt M:r Stretton daar meede bedoelt. want de Makelaar zelfs onder Eede naar de waarheid gevragt zijnde, zal bekennen moeten, dat de Directeur hem, eer hij nog den Heer Drabbe om vergoeding aangesprooken hadde, bij zig ontboden, en in presentie van alle omstanders tegens hem gezegt heeft, dat hij het bevonden minwigt aan hem opgeeven moe„ „ste, op dat hij 't bij 't vendu=boek zoude kunnen te rugschrijven leeten; zoo als de makelaar ook beloofde terstond te zullen doen, ook zijn ten zelfden tijd de bevondene minwigten van verschijden andere koo„ „pers ter ordre van den Directeur effective te rug geschreeven. Bij „gevolg toort dit klaar, dat alleen De Directeur en niemand anders de verkooping heeft gedirigeert. De redenen door M. r Stretton bijge„ bragt om het tegendeel staande te houden, kunnen de waarheid daar van geenzints om verre stooten. En de vergoeding door den Heer Drabbe gedaan, kan ten deezen opzigte zoo veel te minder in aanmerking komen, alzo de zelve verkregen is, op een in„ „directe, wijze, strijdig tegens de uijtdrukkelijke begeerte en waar„ „schouwing van den Directeur, zoo wel als tegens de gewoone ordre bij onze verkoopingen, dewelke mede brengen, dat wan„ „neer de kooper zig door 't gewigt off anderzints benadeelt agt, hij daar voor aanspreeken moet, niet den geweezen eigenaar van 't goed, maar wel of den vendumeeker, off den geenen, die gelijk in dit geval sE Comp:s wegen bij de verkooping voorzet, en dezelve dirigeert.. Art: 11. Wanneer iemand in arrest zit, als Ik heb verders aan te merken, dat wij zijne goederen 'sE Comp. s wegen verkogt wer„ bij de ondervindinge bespeuren onder de Hollan„ „den, gelijk plaats gehad heeft ten opzigte van „ders gebruijkelijk te zijn dat de Eijgenaar eniger„ goederen door de Neederlandsche Comp:s g'arresteerd den Cassier Oudenhoorn, waarop m„r stret„ noit gezien werd bij dier verkopinge, wanneer de„ „ton na gedagten ziet, kan hij zekerlijk in zelve, op eene pullicque wijze gedaan werd. Maar perzoon de verkooping niet bij woonen. maar bij deeze gelegentheid, tot een nadere blijk dat het voor de Heer Drabbe zijn eigen reekening geweest is, was anders werd zulke menschen althoos daar hij er zelfs tegens woordig de Koopers aanmoedigen bij geroepen, en zelfs zoude het onbillijk wee„ als off het in allen opzigten deszelfs eigendom zen, hen niet daar bij te admitteeren. en was. dit laatste heeft voornamendlijk plaats gehad, en ook plaats moeten hebben en ook plaatsmoeten hebben „bij de verkooping van den Heer Drabbe. Want ongereekent het groot onderschijd dat 'er is tusschen een Directeur en Een onderkoopman, zoo was De Heer— Drabbe niet geregtelijk geconvinceert of gecondemneert. Hij hadde wel zijnen inboel aan Den Directeur, overgegeeven om den zelven te verkoopen, en daar uijt voldoening te vrlangen, wegens het geen hij aan d' E Comp:e schuldig was, maar hij was daarom niet van zijne ampt en Eere berooft, nog in arrest gezet. Bijgevolg konde en mogte hij de verkooping bij woonen, en zig daar bij als eijgenaar van 't goed gedragen, schoon hij den eijgendom daar van allange over„ gegeven

NL-HaNA_1.04.02_3238_0807 view scan ↗

English

368 287 The 22nd November Anno 1768. Report Remarks had surrendered and the sale also effectively took place on behalf of the Honorable Company. And that this latter is no mere pretense, but sincere truth, of that we can produce the following proofs, which are certainly so concise that the same can be contradicted by no one, much less rejected. Namely: 1. The Register Book of our resolutions, whereby under date 10th December 1763 it stands recorded in explicit words: That Mr. Drabbe had surrendered his estate to the Director for sale, and on which day also a resolution was taken at the same time to sell even the freed slaves of Mr. Drabbe again as serfs on behalf of the Honorable Company. 2. Our Trade Books, which show that the entire proceeds of all goods of Mr. Drabbe sold both by public auction and privately were brought into the Honorable Company's Cashier. 3. An attestation granted by the Honorable Company's brokers Mantchergie and Souvenram, and sworn in the most solemn manner before the Council of Justice, wherein they declare: That on the 6th December 1763, before the start of the auction, they warned all merchants who were present at that time, of whom they specifically name Mr. Boucart and his broker Gerderlaal, by order of the Director; That no one should think to buy any goods and keep them in reduction of whatever they might have to claim from Mr. Drabbe; for that the sale took place for the account of the Honorable Company and thus everyone would have to pay for what was purchased. They also declare that although a sum of Rops 125000: - was due to them from Mr. Drabbe, they nevertheless effectively paid for everything bought at that auction. 4. An attestation likewise sworn before the Council of Justice, wherein the Khatri merchant Sieuw Narren, the Parsi merchant Goorsedje Pissou, and the Modi Manek Daade declare: That the Honorable Company's brokers gave the aforementioned warning before the start of the auction, not only to them but also to all others who were present; And that notwithstanding Mr. Drabbe owed them, the purchased goods were nevertheless paid for by them. And 5. Yet another sworn attestation, wherein the Parsi merchants Callabaij and Nesserwanje, and the Bania merchant Tapidas declare: That they heard from various people that the aforementioned warning was given before the start of the auction, and that on that account they paid for all the purchased goods, although Mr. Drabbe was likewise indebted to them. Article 12 This occurrence is completely different from Concerning yet another circumstance I must relate

Dutch transcription

368 287 Den 22„e November A„o 1768. Berigt Aanmerkingen overgegeeven hadde en de verkooping ook Effective ten behoeve van D E: Comp:e geschiede. En dat dit Laatste geen zimpel voorgeven is ven opregte waar in de suijvere waarheid bestaat, daar van kunnen wij de volgen„ „de bewijzen produceeren, de welke zekerlijk zoo bondig zijn, dat de„ „zelve door niemand kunnen tegengesprooken veel min ver worpen werden. Te weeten: 1. , Het Register Boek van onse resolutien waarbij onder dato 10„e Decemb: 1763 met uijt gedrukte woorden aangeteekend staat; Dat de Heer Drab„ „be zijnen Imboel ter verkooping aan den Directeur heeft overgegeeven gehad, en ten welken dage, ook teffens wog een besluijt genomen is, om zelfs de vrijgegeeve slaven van den Heer Drabbe weder als Leijffeige„ „nen ten behoeve van d'E Comp:e te verkoopen. 2:/ Onsze Negotie boeken, waar bij blijkt dat het gantsche procedi„ „de van alle zoo bij openbaare vendutie als uijt de hand verkogte goederen, van den Heer Drabbe in sE Comp:s Cassa is gebragt. 3. / Eene Attestatie door sE Comp:s Makelaars mantchergie en sou„ „venram verleent, en voor den Raad van Justitie op de plegtigste wijze b'eedigt, waarbij zij verklaaren: Dat zij op den 6„e December 1763 voor 't aangaan van de vendutie alle Kooplieden die toen ter tijd present waaren, en waaran, en waarvan zij speciaal roemen M:r Boucart en deszelfs Makelaar Gerderlaal, ter ordre van Den Directeur ge„ „waarschouwt hebben; Dat niemand denken moeste eenige goederen te koopen en te houden, en mindering van het geen zij zomtijds van Den Heer Drabbe te vorderen hadden; want dat de verkoo„ „ping geschiede voor Reekening van D E Comp:e en dus een ieder het gekogte zoude betaalen moeten. Ook verklaaren zij dat schoon hun een somma van Rop:s 125000: - van den Heer Drabbe Competeerde, zij egter al het gekogte op die vendutie effective betaalt hebben. 4:/: Een attestatie almeede voor den Raad van Justie b'Edigt, waarbij de Ketteries Koopman Sieuw Narren, de Persies Koopman Goorsedje Pis„ „sou, en de Moedij Manek Daade verklaaren; Dat 'sE Comp:s Ma„ kelaars voor 't aangaan van de vendutie de voormeldte waar„ schouwing gedaan hebben, niet alleen aan hen maar ook aan alle andere die er present zijn; En dat niet tegenstaande De Heer Drab„ „be hun schuldig was, egter het gekogte door hen betaalt is. En 5.: . Nog eene b'eedigte Attestatie, waarbij de Persise Kooplieden Cal„ „labaij en Nesserwanje, en de Bengaans Koopman Tapidas verkla„ „ren: Dat zij van verschijde menschen gehoort hebben dat de voormeldte waarschouwing voor 't aangaan van de vendutie is gedaan, en dat zij uijt dien hoofde al het gekogte betaalt hebben, schoon de Heer Drabbe aan hun insgelijks schuldig was. Art: 12 Dit voorvael is gantsch anders, als Nopens nog een omstendigheid moet ik ver„ Mr „boff 1

NL-HaNA_1.04.02_3238_0808 view scan ↗

English

288. November Anno 1768 and 22. Report Having heard that Mr. Drabbe owed much money to various private individuals, and that some might possibly cause him trouble upon his departure, we therefore took a resolution on the 15th of January 1764 to warn, by a public notice, all those who had any claim against Mr. Drabbe to submit their pretension on a certain day to two of our Council Members, expressly appointed for that purpose. This was done, and the list thereof having been handed to us, as it is recorded in the Resolution of the 25th of January 1764, we found that the declarations and claims consisted of the following, to wit: from Mr. Boucart in - Rop: 4446 1/4. from some Europeans modest among us in - 20,173 3/64 from the Honorable Company's brokers and other native servants - 22,031 1/2 and from various native merchants, both under and outside our protection - 11,200 1/2 Making together - Rop: 57,851 23/64. Remarks Mr. Stratton gave it in vain. We shall, according to praise, request to make mention, consisting in setting down the truth in brief. That Mr. Drabbe convened a meeting of all his debtors, and among all, Mr. Boucard was invited. Mr. Sentf was present here, and the Dutch Mantchergie along with others first requested Mr. Drabbe to remit their various claims, to which they all, being subject to the Dutch Government, agreed. Mr. Boucard was then invited by Mr. Drabbe to follow their example, and he answered without hesitation that he was sorry to have caused Mr. Drabbe so much trouble by sending for his money so often, but that this now ceased, since he and his broker had bought at the auction to the amount of his claim, and therefore requested Mr. Drabbe to please send his bond, and regarding this Mr. Drabbe made no objection, but seemed satisfied. Hereupon we had all these people invited to a conference, which was also held on the 24th of January 1764. The Director having opened the same with a short speech, Mr. Drabbe subsequently took the floor and requested all his creditors that, whereas he was currently unable to pay, they would exercise patience with him, and for the time being be content with a bond, whereby he would bind himself to pay everything as soon as he became able. The native servants at once gave their consent to this. The Europeans did the same: and these were, after a short deliberation, followed in like manner by the remaining native merchants; all declaring unanimously that they would bring no shame upon Mr. Drabbe for the sake of his old age and character, but let him depart in peace. But Mr. Boucaat remaining entirely silent, and therefore being addressed in particular by the Director, declared that this conference did not concern him at all, as he had nothing more to claim from Mr. Drabbe. The Director thereupon countered him, how it

Dutch transcription

288. November A„o 1768 en 22„ „ Berigt Namerkingen M:r Stratton het opgeefs. wij zullen het naar „loff verzoeken meldinge te maken, daar in bestaande; Dat de Heer Drabbe een bij een„ waarheid in 't Korten ter nederstellen. „komst deed beleggen, van alle zijne schul„ Gehoort hebbende dat de Heer Drab„ denaaren, en onder allen wierd de Heer Boed„ „be aan verschijden Particuliere veel „card verzogt. Mijn Heer Sentf was hier bij geld schúldig was, en dat hem mogelijk tegenswoordig, en de Hollandsche Mant„ eenige bij zijn vertrek moeijte zouden „chergie nevens anderen verzogten eerst aandoen, zoo namen wij op den 15„e Ian„ de Heer Drabbe hun verschijdene Eyschen quijt te schelden, waar in zij allen als aan „nuarij 1764 Een besluijt, om bij een de Hollandsche Regeeringe onderworpen zijn¬ publicq Billiet, alle de geene die van „de bewilligden M:r Boucard wierd, als toen door Den Heer Drabbe iets te vorderen had„ den Heer Drabbe aangezogt hun voorbeeld te „den, te waarschouwen, dat zij hunne volgen, en hij zonder haperinge antwoorde dat pretentie op zeekeren dag zouden heb„ het hem leed was den Heer Drabbe zoo veel moei„ „te gegeeven te hebben met zoo dikwijls om „ben op te geeven aan Twee van onse zijn geld te stuuren, dog dat dit thans op„ Raadsleeden, Expres daartoe benoemd. hield, nademaal hij en zijnen Makelaar op Dit geschiede, en de Lijst daar van ons de vendutie gemeind hadden, tot een bedragen ter hand gesteldt zijnde, zoo als ze ter Re„ van deszelfs Eijsch, en dieshalven den Heer „solutie van den 25„e Jann: 1764 inge„ Drabbe verzogt om deszelfs obligatie te willen „schreeven is, bevonden wij dat de op„ zenden, en hier omtrent bragt de Heer „gaven: en vorderingen bestonden in de Drabbe geene tegenwerpinge in, maar— volgende te weeten. scheen voldaan. van M:r Boucart in -Rop: 4446¼. van Eenige Europeers onder ons beschijden in - - - - „ 20'173 3/64 van 'sE Comp:s makelaars en andere Inlandsche bedientens. „ 22'031½ En van Verschijden Inlandsche Kooplieden. zoo onder als . „ 11200½ buijten ons protectie. Maakende te zamen - Rop: 57851 23/64. Hier op lieterwij alle deeze menschen noodigen tot eene Con„ ferentie, die ook den 24„e Jan: 1764 gehouden wierd. De Directeur dezelve geopend hebbende, met eene korte aanspraak, zoo voerde vervolgens De Heer Drabbe, het woord en verzogte alle zijne Cre„ „diteuren, dat terwist hij thans onvermogens was te betaalen zij met hem gedult, oeffenen, en zig voor eerst te vreeden; houden wilden met een obligatie, waarbij hij zig verbinden zoude, alles te betaalen zoo dra hij maar in staat raakte. De Inlandsche bedien„ tens gavan daar toe ten eersten hunne toestemming. Het zelfde deeden ook de Europeers: En deeze wierden na een kort beraad In gelijker voegen gevolgd, door de overige Inlandsche kooplieden; verklaarende alle eenparig, dat zij den Heer Drabbe, om de wel„ „le van zijn ouderdom, en Caracter geene schande zouden aandoen maar hem gerust vertrekken laten. Dog M:r Boucaat in 't geheel stil swijgende, en daarom door den Directeur in 't bijzonder aan „gesproken zijnde betuijgde, Dat deeze conferentie hem in 't geheel niet aanging alzoo hij van den Heer Drabbe niets meer te pre„ „tendeeren hadde. De Directeur voerde hem hier op te gemoed, hoe het :

NL-HaNA_1.04.02_3238_0809 view scan ↗

English

369 289 The 22 November Anno 1768. Report. KammerRingen it were possible that he could now speak thus, while barely two days had passed since he had still presented himself as a lawful creditor of Mr. Drabbe and had submitted his claim before our commissioners. But he persisted in what he had said, only with this addition: That he had satisfied himself with what was purchased at the public sale. And although the Director further pointed out to him: That he could not do this without taking the law into his own hands and violating good faith, which certainly the English Gentlemen, under whose protection he stood, would not permit; likewise that it was the greatest injustice to wish to take from the Honorable Company what he had to claim from Mr. Drabbe, and that in this case he could also not pretend ignorance, because not only by the Honorable Company's brokers in general, but also by one of the captains of our ships named Du Pree in particular, he had been informed by order of the Director that the public sale was held for the account of the Honorable Company and not of Mr. Drabbe, and against which he had brought forward nothing at that time: nevertheless, this could effect as little with him as the protest of all other creditors, who unanimously declared that in case he did not pay for what was purchased, they at least wanted to have their share in that amount. On the contrary, he declared straight out in conclusion that he neither wished nor would pay; and considering himself insulted because he had been spoken to so seriously, he stood up and went away without listening further to any reasons or giving them any heed. So that the substance of all this stands recorded in our resolution of the 25th of January 1764: Article 13. Mr. Schiffpen has not said a word, although this was certainly the right time for him to make objections if he had any against this manner of Mr. Boucart to settle his accounts. This assertion is set down somewhat imprudently, and shows par excellence what poor information Mr. Stretton has of the whole matter and how little he knows the Director in particular, for that he would have remained silent when it was the right time, place, and opportunity to speak, Mr. Price and his council themselves will not be able to believe, even if the contrary did not appear completely from what has just been adduced regarding this in Article 12. Article 14. I have at present nothing to add to this, except that the authenticated copy of the accompanying declaration will convince of the truth of all that has been asserted by me, and if this should not be sufficient, I could produce many other testimonies. This attestation is certainly already fully refuted, and for that reason of no value. And we also doubt very strongly whether Mr. Stretton will indeed be able to produce other and better ones. But even if this were so, it will nevertheless make no change in the true nature of the matter. For our reasons and proofs are too

Dutch transcription

369 289 Den 22 November A„o 1768. Berigt. KammerRingen het mogelijk was dat hij nu zoo spreeken konde, terwijl er nauwlijx Twee dagen verloopen waaren, dat hij zig zelven nog als een wettig Crediteur van de Heer Drabbe aangegeeven, en zyn pretensie voor onsze Gecomit„ teerdens opengelegt hadde. Maar hij bleef bij zijn gezegde, alleen met ^ deeze bijvoeging: Dat zig zelven voldaan hadde, met het gekogte op de verdutie. En schoon de Directeur hem nader voorhield: Dat hij dit niet doen konde, zonder zig zelven Regt te doen en de goede Trouwe te schenden, het gunt zekerlijk De Heeren Engelschen, onder wel„ ker protectie hij stond niet toestaan zoude; zoo meede dat het de groot„ „ste onbillijkheid was. van de E Comp:e te willen neemen, het gen hij van den Heer Drabbe te vorderen hadde, en dat hij in dit geval ook geene Ignorantie pretendeeren. konde, door dien niet alleen door s E Comp:s Makelaars in 't algemeen, maar ook door een der Capitains van onze scheepen Du Pree genaamd hem in 't bijzonder ter ordre van den Directeur bekent gemaakt was, dat de vendutie voor Reekening van dE Comp:e en niet van den Heer Drabbe gehouden wierde, en waarteegen hij toen ter tijd niets ingebragt hadde: zoo kon„ de dit egter bij hem zoo min iets uijtwerken, als de protestatie van alle andere Crediteuren dewelke eenpaarig verklaarden, dat in gevalle hij het gekogte niet betaalde, zij den ten minsten in dat bedragen hun aandeel wilden hebben. In tegendeel verklaarde hij tot slot regt uijt„ van niet te willen nog te zullen betaalen; En zig zelfs beledigt agtende om dat hij zoo eernstig aan gesprooken was zoo stond hij open ging heen zonder verder naar eenige reedenen te Luijsteren off dezelve plaats te gee„ „ven. Invoegen het zakelijkste van dit een en ander bij onse Resolu„ tie van den 25„e Januarij 1764 aangeteekend staat: Art: 13. Nog heeft de Heer Schiffpen woord gezegt, Dit voorgeeven is wat onvoorzigtig schoon dit gewisselijk voor hem de regte tijd was ter needer gestelt, en toort bij uijt stek tegenwerpinge te maken zoo hij er eenige hadde wat quade onderregting M:r Stretton van tegens deeze wijze van M:r Boucart om zijne Reekeninge te verevenen. de gantsche zaak heeft en hoe wijnig hij in 't bijzonder den Directeur Kent, want dat die stilge„ sweegen soude hebben wanneer het de regte tijd, plaats, en gelegent„ was om te spreeken, zal de Heer Price, en zijn staad zelfs niet geloven kunnen, al was 't ook dat het tegendeel niet volkomen bleek, uijt het geen zoo even Art: 12 dien aangaande bij gebragt is Art: 14: Ik heb thans niets hier bij te voegen, dan Deeze attestatie is zeekerlijk all dat het g'autentiseerde afschrift van de ne„ „vensgaande verklaaring de waarheid van al het ten vollen wederlegt, en uijt dien Hoofde„ door mij beweerde zal overtuijgen, en zoo dit van geender waarde. En wij twijffelen ook niet voldoende mogte zijn, ik zoude meenige andere getuijgenissen kunnen overleggen heel sterk off M„r Aretton wel in staat zal zijn andere en beetere bij te brengen. Dog al was dit zal het zelve egter in de waare geschapendheid der zake geene verandering maaken. Want onse reedenen en bewijzen zijn te

NL-HaNA_1.04.02_3238_0810 view scan ↗

English

290 November Anno 1768. The 22nd Remark. are of such a nature that they cannot possibly be rejected by an impartial judgment. And therefore deeming it unnecessary to say anything further in this regard, we thus also conclude entirely our remarks on everything Mr Stretton has brought forward in his defense. And now, gentlemen, we very kindly request that your Honors please take into serious consideration whether the conduct of the deceased Mr Boucart is indeed just and equitable, and whether, on the contrary, he has not committed the greatest injustice. The main points at issue here consist of the following: Firstly: He has breached good faith, in that he refused to pay for what he himself admits to having bought at a public auction, to which he was admitted alongside other honest merchants only under this condition, and after prior warning, that everything purchased there would also have to be paid for without fail. Secondly: He has also made his broker Ginderlaal guilty of this same misconduct, by persuading, or rather forcing, the same to likewise refuse payment for what he had bought in like manner and under that same condition. Thirdly: He has taken from the Honorable Dutch Company what, according to his own statement, he had to claim privately from Mr Drabbe; for that the goods whose proceeds he appropriates to himself were effectively sold for the account of the Honorable Company and not for the account of Mr Drabbe, we have confirmed in Article 11: 1. By the declaration of eight different persons of good name and reputation across three sworn affidavits, the contents of which are set out in full earlier under that same article. 2. By the testimony of the Director, who has declared and hereby further declares upon his word of honor that he had Mr Boucart specifically warned through one of our sea captains named Du Pree: that the auction was being held for the account of the Honorable Company, and that on that account he was not to buy anything if he was not inclined to pay for it. 3. By the register book of our resolutions, wherein it is recorded that Mr Drabbe had surrendered his estate to the Director for sale and toward the reduction of his debt to the Honorable Company. 4. By our trade books, which show that the entire proceeds of those goods were also brought into the Honorable Company's treasury. Thirdly: Mr Boucart has even taken and appropriated to himself more than was due to him, for as appears from the vendue book, he bought for Rops 1884:1/4. his broker for 2707:1/2. Makes together Rops 4591:3/4. Yet he himself, before our commissioned council members, estimated his claim at only 4446 1/4. Thus an excess of Rops 145 1/2. Which amount still remains among his heirs to this day.

Dutch transcription

290 November A„o 1768. Den 22 Aanmerking. zijn van die natur, datze onmogelijk door een onpartijdig oordeel gewraakt kunnen werden. En daarom onnodig agtende, ten dee„ „zen opzigte iets meer te zeggen, zoo besluijten wij met dus veel ook in 't geheel onse anmerkingen op alles wat M:r Stretton ter zijner verantwoording bij gebragt heeft. En nu mijne Heeren verzoeken zeer vriendelijk dat uwel Ed:s „zelfs eens in eernstige overweeging gelieven te neemen, off de handelwijze „ van den overleedenen M:r Boucart wel regt en bellijk is:s en off hij in „ tegendeel niet de grootste onregtvaardigheid heeft gepleegt. De Hoofd= „= Poincten waar op het in deezen aankomt bestaan in de volgende: „ Voor Eerst: Heeft hij de goede Trouwe geschonden, daarin „ dat hij gewijgert heeft te betaalen het geen hij zelfs bekent gekogt te „ hebben, op eene publicque vendutie, waarop hij nevens andere brave, „ kooplieden toegelaten is alleen onder deeze Conditie, en na voor af„ „„gaande waarschouwing, dat alles wat er gekogt wierde, ook zonder man„ „„quement betaalt zoude moeten werden. „ Ten Tweeden: heeft hij aan dit zelfde wanbedrijff ook schul„ „dig gemaakt, zijnen makelaar Ginderlaal, met den zelven te persua „„deeren off liever te dwingen, almeede betaaling te wijgeren, van het geen „ die in gelijker voegen en op die zelfde Conditie heeft gekogt gehad Ten Derden: Heeft hij van D Ed:e Hollandsche Comp:e genomen „ het geen hij volgens eijgen opgave van den Heer Drabbe in 't pan„ „ticulier te vorderen hadde, want dat de goederen welker bedragen „ hij zig toeijgend, Effective voor reekening van d Ed:e Comp: zijn verkogt „ en niet voor reekening van den Heer Drabbe, zulx hebben wij Art: 11: be„ „vertigt: „ 17. Met de Declaratie van Agt differente ter goeder naam en Faam „ staande Perzoonen bij Drie stuks b'Edigde Attestatien welker in„ „. houd hier voorwaarts bij dat zelfde Articul g'extendeert staat. „ 2. , Met het getuijgenis van den Directeur, dewelke verklaart heeft en bij deezen op zijn woord van eere nader verklaart dat hij M:r Boucart in 't bijzonder heeft laaten waarschouwen, door een van onse zee Capitains Du Pree genaamt: Dat de vendutie gehouden wierde voor reekening van D' E Comp:e, en dat hij uijt dien hoofde niets koo„ „pen moeste, als niet genegen was het zelve te betaalen. „ 3. Met het Register=Boek van onse resolutien waarbij aange„ „teekent staat, Dat de Heer Duabbe zynen Imboel aan den Di„ „recteur heeft overgegeeven gehad, ter verkoping en in mindering van zijne schuld aan d' E Comp:e „ E4. Met onse Negotie Boeken, waarbij blijkt dat ook het gantsche „ Procedido van die goederen in 'sE Comp:s Cassa gebragt. „ Ten Deeden. Heeft M„r Boucart zelfs meer genomen „ en zig toegeigent, dan hem toequam want blijkens het venduboek „ heeft hij gemeent voor - - - - - - - Rop:s 1884:¼. --„ 2707:12. „ zijn makelaar voor- - - Maakt te zamen Rop:s 4591:¾. „ Egter heeft hij zelfs voor onse gecommitteerde Raadsleeden t „ zijne pretentie maar begroot op - - -- „ 4446¼ : Dus meerder - Rop:s 145¼. Welk bedragen ook tot heeden nog onder zijne erfgenamen berust „ „ „

NL-HaNA_1.04.02_3238_0811 view scan ↗

English

297. The 22nd November 1768. remains, together with and in addition to the bond of Mr. Drabbe, although it is obvious that he should have returned both of these long ago, if he had effectively maintained that his claim was satisfied in a lawful manner. And Fifthly: He has taken the law into his own hands, not only with contempt for those under whose obedience he stood, but also to the detriment of the Company and of many other persons, whose claim, if not more lawful, is at least much older than his; for the bond granted for his benefit by Mr. Drabbe is dated only the 28th July 1763, whereas other creditors have shown to our aforementioned commissioners similar debt-bonds of the 8th January 1761, and indeed even of the 29th February 1760. And since all these are actions which cannot possibly be tolerated in a well-ordered government, especially not between subjects of our Two Nations, we live in the hope that Your Honors, now being so elaborately and fully informed of the true state of the matter, will likewise not fail to do us justice, and compel the heirs of Mr. Boccart that they must pay, without further delay, the full amount of Rops 4591¾ for the goods which Mr. Boucart and his broker bought at the Company's auction. It is true that Your Honors have already rejected this matter, saying that you had no power to interfere in disputes arising over Meum and Tuum. But we request permission to further submit to Your Honors that we cannot by any means rest satisfied with this declaration. For the dispute is not whether the heirs of Mr. Boucart owe the Company: that point has already been placed beyond all dispute by the convincing evidence we have adduced that Mr. Boucaat and his broker bought goods at an auction of the Company and have not paid to this day. But the only question is: whether Your Honors can permit someone among your subjects to breach good faith and take the law into his own hands. And this we believe to be no, just as Mr. Hodges formerly was of the same opinion, and on which are also principally grounded the compelling reasons we used in our previous communication of the 26th May 1767 to show that this matter cannot be brought before a Court of Justice to pass judgment upon it; but that the decision thereof belongs solely to the Police, or those who, on behalf of a sovereign, hold the highest power of government in their hands. Furthermore, we cannot fail to remark: that even if some considerations might previously have been taken into account by Your Honors regarding Mr. Boucant, these could nevertheless not possibly apply with respect to his broker Gerdeklaab. For he has not only had nothing to claim from the Company, but not even from Mr. Drabbe or from anyone else among us. Consequently, he has not the slightest exception: he must certainly pay without delay the Rops 2107½ which he owes for goods purchased. Mr. Hodges has also already given a formal ruling on this matter in that manner. And on that account, it would fall too hard upon us, and render no less a small token of Your Honors' inclination toward justice, if Your Honors should see fit in this respect also to refer us again to the Court of Justice of Bombay. Yet we expect a better satisfaction upon this our further representation; at least that Your Honors, provisionally, uphold and

Dutch transcription

297. Den 22„e November 1768. „ berust, met en benevens de Obligatie van den Heer Drabbe, schoon het „zelver is, dat hij dit een en ander al voor lange weder te rug hadde moeten „zenden, bij aldien hij effective gesustineert hadde, wegens zijne pretensie „ op eene wettige wijze voldaan te zijn. En Ten Vijffden: Heeft hij zig zelven Regt gedaan niet alleen „ met veragting van de geene onder welker gehoorzaamheid hij heeft gestaan „ maar ook tot nadeel van DE Comp:e en van veel andere menschen, wel„ „„ker pretentie, zoo niet wettiger te minsten veel ouder is als de zijne want „. de Obligatie ten zijnen behoeve door den Heer Drabbe verleent, is maar ge„ „„dateerd Den 28„e Iulirij 1763 Daar nogthans andere Crediteuren aan onze „ vermeldte Gecommitteerdens vertoont hebben, dier gelijken schuld=Brieven „ van den 8„e Januarij 1761, ja zelfs van den 29„e Februarij 1760. En dewijl dit alles bedrijven zijn, die in eene welgestelde regee„ „„ring onmogelijk getollereert kunnen werden, voor al niet, tusschen onder„ „„hoorige van onze Twee Natien, zoo leeven wij in hoope dat uw wel Edelens „ als nu van de waare geschapendheid der zake zoo uijtvoerig en ten vollen onderregt „zijnde, ook niet nalaten zullen ons Regt te doen, en de Erfgenamen van M:r Boc„ „„cart te noodzaken, dat zij zonder verder uijtstel betaalen moeten het volle be„ „dragen van Rop:s 4591¾ voor de goederen die M:r Boucart en zijn makelaar „ op de vendutie van DE Comp:e gekogt hebben. 'T is waar uw welEdelens hebben deeze zaake bereeds van de hand geweezen, met te zeggen, dat zij gene magt hadden zig te bemoeijen met „ verschillen, over het Meum et Tuum ontstaan, Maar wij verzoeken per„ „„missie uw wel Edelens nader te mogen voor houden, dat wij in deeze Decla„ „ratie geenzints berusten kunnen. Want het verschil is niet of de Erfge„ „„namen van M:r Boucart aan D E Comp:e schuldig zijn: Dat Point is be„ „ reeds buijten alle tegenspraak gestelt, door de overtuijgende bewijzen, die „ wij bij gebragt hebben, dat M:r Boucaat en zijn makelaar, op eene vendutie „ van DE Comp:e goederen gekogt en tot heden niet betaalt hebben. maar de „vrage is eenelijk: off uw wel Edelens toestaan kunnen, dat iemand van „ derzelver onderhoorige De goede Trouwe schendt en zig zelven Regt doet. „ En dit vermeenen wij van Neen, zo als de Heer Hodges wel eer van „ 't zelfde gevoelen is geweest, en waarop dan ook voornamentlijk steunen„ „ de drang redenen, die wij bij onze voorige van den 26„e maij 1767 gebruijkt „ hebben om aan te toonen, dat deeze zaake niet gebragt kan werden voor „ een Hoff van Justitie, om daar over een oordeel te vellen; Maar dat de „ beslissing daar van alleenig behoort tot de Politie, of de geene die van wee„ „„gens een souverain de Hoogste magt der Regeering in handen hebben Voorts Kunnen wij ook niet nalaten aan te merken: Dat schoon „ bij uw wel Edelens bevoorens nog al, enige bedenkingen in aanmerking „gekomen mogten zijn nopens M:r Boucant, die egter onmogelijk plaats „kunnen vinden, ten opzigte van dies Makelaar Gerdeklaab. Want deeze, „ heeft niet alleen niets te vorderen gehad van DE: Comp:e maar ook zelfs niet „ van den Heer Drabbe of van iemand anders onder ons. Bijgevolg heeft „ hij geen de minste Exeptie: Hij moet zeekerlijk zonder uijtstel betaalen „ Rop:s 2 t 07½ die hij voor gekogte goederen schuldig is. De Heer Hodges „ heeft ook over deeze zaak al in diervoegen formees uijtspraake gedaan. „ En het zoude uijt dien Hoofde voor ons al te hard vallen, en niet min„ „„der een geringe blijk uijt leveren van uw wel Edelens genegendheid tot regt„ „„vaardigheid, bij aldien uw wel Edelens goedvinden mogten, ons ook ten „ deezen opzigte weder over te wijzen naar het geregts Hoff van Bombaij. Dog wij verwagten op dit ons nader vertoog eene betere voldoe„ „ninge, Ten minsten, dat uw wel Edelens bij Provisie staande houden en e

NL-HaNA_1.04.02_3238_0812 view scan ↗

English

292. The 22nd of November Anno 1768. Right and Equity itself. Production of 2 letters. In the one, the retiring Director takes his leave of the Prince Madurauw, recommending the Honorable Mr. Bosman to his friendship. Together with a complaint regarding the small vessel De Mosselschulp. and will make a demonstration of that which he had already solemnly promised and uttered; Mr. Hodges, whose special merits stand in such high esteem with us that we cannot believe, as Your Honors surely will not think either, that his Honor would have passed an erroneous judgment; for if Your Honors also refuse this, and thereby approve that their subordinates, although having nothing to claim for themselves, nevertheless meddle in such disputes, and may hand over the funds entrusted to them by sale or otherwise to others who are not ashamed to violate good faith to the detriment of their fellow men, and with the expectation of upholding all laws of Justice, we shall certainly also in the future lack the ability to prevent our subordinates, on all occurring occasions, from following this example, which is thereby legitimized, and from which nothing but hateful estrangements can arise, for the consequences of which we nevertheless wish to remain in no way accountable. Underneath was written: We remain with true high esteem. Underneath was written: Right Honorable Sir and Sirs. Lower was written: Your Honors' very obedient servants. Was signed: Petrus Heydanus, Junior Lodewijk Senff, Master Jan Bosman, Aegidius Johannes Bangeman, Barend Van Harn, Abraham Johannes Sluyskend, Pieter Spierejee, Nicolaas Holmberg, Francois Bernard Zimmerman, Egidius van Citters. In the margin: Suratta, the November Anno 1768. The retiring Director also presented for reading to the members two letters of another nature: namely: The first being a draft letter to the Maratha Prince Madurauw, whereby his Honor, on the occasion of his approaching departure from Suratta, takes his leave of His Highness, requesting him to grant to the incoming Director Bosman the same friendship as was shown to his Honor during his five-year administration over the establishment here; and further containing the most legitimate complaints about the most unjust violent acts committed by some of the commanders of His Highness's armada at Geria or belonging thereabouts, who, in January of last year, sailing from Cochim to this place, at a time when people on this side completely and in good faith rested upon the existing peace and friendship between 371 295. The 22nd of November 1768. to restitute it. And the second, a reply from the Ahmedabad Governor, with an expression that the friendship with the Honorable Mr. Bosman will be cultivated, and a request for the establishment of a lodge there. the Honorable Dutch East India Company and His Highness's subjects, hostilely attacked the small vessel De Mosselschulp, and, through the treacherous uprising on the vessel by some roguish Persians, captured it in an unworthy manner; with the request that His Highness would not approve such a shameful deed by his subjects, but, through a just and noble satisfaction, confirm the good opinion that has always been entertained regarding His Highness's exceptional merits, and consequently return the said small vessel with its appurtenances to Cochim or Suratta at the very first opportunity. And the second being a translation of a Persian letter from the Ahmedabad Governor Appagie Genees, who, in reply to his Honor's earlier letter of farewell, promised to steadily cultivate good harmony and friendship with the incoming Director, alongside a further solicitation for the establishment of a lodge there. Which two letters likewise having been read and reviewed, it was agreed to approve the first in that manner and to have it follow below, while for the second it was merely deemed proper to keep a record thereof to be inserted into the Daily Register: Translation of a Persian letter written by the Right Honorable Christiaan Lodewijk Senff, Governor-Elect of the Malabar Coast and retiring Director of this Directorship, to the Maratha Prince Madurauw, dated November 1768. After the titles of honor. I cannot fail, in recognition of Your Serene Highness's highness,

Dutch transcription

292.. Den 22„e November A„o 1768. 4 Regt & Bellykheijd zig selven productie van 2: brieven. bij de eene meent de heer afg: Direct:r afscheijd van de vorst madurauw. — agtb: heer Bosman in desselfs vriendschap. Benevens eene doleantie het smalschip de mosseln schulp. — „ en verkstelling maken zullen, dat wat bereeds plegtig heft beloofd en uijt „„gesprooken gehad; De Heer Hodges wiens bijzondere Merites bij ons in zoo „ Hooge agting staat dat wij niet geloven kunnen gelijk uw wel Edelens ze„ „„kerlijk ook niet denken zullen dat zijn Edele een verkeert oordeel zoude heb„ „ben gevelt, want bij aldien uw wel Edelens ook dit wijgeren en daar door „ goed keuren, dat derzelver onderhoorige schoor zij voor zig zelven niets „ te pretendeeren hebben, zig egter in dier gelijken verschillen mengen, en „de gelden die hun bij verkoop als anderzints toevertrouwt werden, over„ „„geven mogen, aan andere die zig niet schamen, tot nadeel van hunne „ even naasten de goede Trouwe te schenden, en met verwagting van alle „ wetten van Regt te doen, zullen wij zeekerlijk ook in 't toekomende het „ vermogen niet hebben onze onderhoorige af te houden bij alle voorkomende „ gelegentheeden dit voorbeeld te volgen, het welk op die wijze als gewet„ „=tigt werd, en waaruijt dan niet als hatelijke verwijderingen kunnen „ ontstaan, voor welker gevolgen wij egter geenzints aanspreekelijk willen bliven „ zijn /:onderstond:/ wij ^ zin met waare Hoog agting /:onderstond:/ wel Edele „ agtbaare Heer en Heeren /:laager :/ uw wel Edelens zeer gepoorzame Die„ J:r L:k Senff, M:r I:n Bosman Ag: I:s Bangeman, „haren /was geteekend:/ P:s Heijd an „ B:r V:t Harn, A=m J:s Sluijskend, P: Spierejee, N:s Holmberg, F: B:t Zim„ „merman, E:s v=n Citters. /:in margine:/ souratta den November „ A=o 1768. Ook Produceerde, de Heer Afgaande Directeur ter Lecture aan de Leeden Twee brieven van eenen an„ „deren aanschouw: Te weeten: De Eerste zijnde en Concept Missive aan den Mar„ „hettas Vorst Madurauw, waar bij zijn Edele ter gelegent„ „heid van deszelfs aannaderend vertrek van Souratta, en Recompondeert den van zijn Hoogheid afscheid neemt met verzoek den Heer Aankomende Directeur Bosman, die zelfde vrien„ „schap te willen vergunnen, als aan zijn Edele be„ weezen was, geduurende deszelfs Vijffjaarig bestier over de verovening van alhier; En verders Contineerende de regtmatigste do„ „leantien over de gepleegde aller onregtvaardigste gewel„ „denarijen van eenige der hoofden zijner Hoogheid Ar„ „made Te Geria, off daar omstreeks te huijs hoorende die het smalschip De Mosselschulp in Jannuarij J:o leed: van Cochim naar hervaarts zeijlende, op een tijd dat men zig aan deeze zeijde volkomen en Ter goeden Trouwe geruste op de subsisteerende veede en Vriendschap tusschen e 371 295. Den 22„ November 1768. te restitueeren. ende Tweeden een antwoord vanden amediabaads gouverneur. — met betuiging van de vrien Bosman te zullen aan„ queeken. — eener Logie aldaar Na de Eertitulen. Ik kan niet nalaten uwE Doorlugtigstijd Hergredid ter d' Eedele Neederlandsche oost Indiasche Maatschappije en zijn Hoogheids onderdaanen; vijandig g'attaqueert en door de verrekte opstand in het vaartuijg van eenige schelmse persiaanen, op een onwaardige wij„ met verzoek, van het zelve ze veroverd hadden; met verzoek Dat zijn Hoogheid zoo een schandelijke Daad, zijner onderzaten niet wilde goed keuren, maar door eene regtvaardige en Edel„ moedige satisfactie te staven het goede denkbeeld dat men omtrend zijn Hoogheids bijzondere verdien„ „sten altoos heeft gevoed gehad en dien volgende het gem: Smalschip bij aller eerste gelegentheid met dies toebehooren naar Cochim off souratta te rugzen„ „den. En De Tweede zijnde een Translaat Persi„ aansche Missive, van Den Amedabaads Gouverneur appagie genees, die in antwoord op zijn Agtbaares vroe„ „schap met de agtb: heer „ gere afschijds brief beloofde, bestendig de goede harmonie en vriendschap met de Heer Aankomende Direc„ en versoek van de opregting, teur te zullen aanqueken, onder verdere sollicita„ „tie van de opregting eener Logie aldaar. –. Welke Twee brieven insgelijks, geleesen en geresumeerd zijnde wierd verstaan, de Eerste in dier voegen approbeeren en hier onder volgen te laten, terwijl aan de Tweede alleenig goed gevonden wierd aanteekening te houden exhuibitie van d: Borgtgten om bij het Dagregister te werden g'insereerd: Translaat Persiaansche Missive geschreeven Door den WelEdelen Agtbaar Heer Christiaan Lodewijk Ienff g'Eligeerd Gouverneur ter Custe Mallabaar en Afgaande Directeur Deezer Directie Aan den Marhettas vorst Madurauw. in November: 1768. dato erkent nisse „ me

NL-HaNA_1.04.02_3238_0814 view scan ↗

English

The 221 November Anno 1708. to make known that I have been appointed by my High Superiors as Governor and Director of the Malabar. And since for that reason I am to depart from here in a few days, I write this letter not only to thank Your Serene Highness from the bottom of my heart for all the honor and friendship which Your Serene Highness has been pleased to show me during the five years that I have been in Souratta; but I also take the liberty at the same time very humbly to request Your Serene Highness likewise to be favorably inclined toward Mr. Bosman, who has been appointed Director in my place, and to extend to his Honor that same friendship as to me; as this shall serve as an obligation to him and to me. As for the last letter which I had the honor to receive from Your Serene Highness, its contents have indeed saddened me greatly. For Your Serene Highness has not even deigned to answer what I previously requested regarding the sloop that some commanders of Your Serene Highness's armada hostily attacked and, through the agency of some traitors who were stationed on it, captured. On the contrary, Your Serene Highness appears to equate me with the lowest merchant of this country. And Your Serene Highness even desires that the Dutch Company take passes for its ships and vessels, if it wishes them to sail freely and unhindered across the sea. But Serene Prince! I cannot believe that these notions are truly Your Serene Highness's own. It is true. The Dutch Company conducts itself in this country as nothing other than a merchant. Yet the whole world knows that in other lands it possesses entire kingdoms, and that many great princes, indeed emperors and kings, stand under its obedience. Besides this, it is so mighty at sea that in this regard it acknowledges no one above itself. And would it then request passes from Your Serene Highness for its ships and vessels. I cannot imagine that this will ever happen, nor have the excellent ancestors of Your Serene Highness ever demanded the like. The maintenance of a sincere friendship has been the only thing that had previously been agreed upon on both sides. Sankradje Pandet is still alive, with whom I spoke in person twenty-two years ago at Bassijn, and concluded the first contract with him on that basis. Indeed, Your Serene Highness desired nothing else from me when I requested three years ago, and thereupon also obtained an order from Your Serene Highness whereby the commander of the armada, Wiessage Pandet, was ordered, upon encountering Dutch ships and vessels, to conduct himself toward them as before. And therefore, being unable to regard this latest demand of Your Serene Highness as anything other than entirely novel and contrary to the old customs and contracts, I also hope that Your Serene Highness, upon closer consideration of the foregoing, will not only be pleased to waive this claim, but I also live in the firm confidence that Your Serene Highness will send back to Souratta or Cochim the aforesaid sloop, which was taken so unjustly at a time when I relied completely on the word of Your Serene Highness, and when all our naval officers were ordered not to harm the armada or vessels of Your Serene Highness upon encountering them. For this is certain, that if Your Serene Highness should be pleased to look with a favorable eye upon this my further urgent request, it will add great luster to the illustrious deeds of Your Serene Highness, and at the same time serve to my honor with my High Superiors. Whereas on the contrary, if Your Serene Highness should be pleased to keep that sloop, its slight value of 6 or 8000:—. Rupees can cause the Dutch Company little harm, and bring Your Serene Highness even less benefit, in comparison with the far greater advantages that are inextricably bound up with a sincere friendship, if the same between the subjects

Dutch transcription

294. Den 221 November A„o 1708. „ erkentnisse te brengen, dat ik door mijne Hoog superieuren aangesteld ben, tot Gouverneur en Directeur van de Mallabaar. En „ dewijl ik uijt dien hoofde binnen wijnig dagen van hier Na te ver„ „trekken, zoo schrijff is dit brief niet alleen om uwe Doorlugtigheijd van „ herten dank te zeggen, voor alle Eere en vriendschap, die uwe Dorc: „ mij heeft gelieven te bewijsen, geduurende de vijff Iaaren, die in „ souratta ben geweest; maar is gebruijk ook teffens de vrijheid, uw E „ Doorl: zeer ootmoedig te verzoeken, Den Heer Bosman, die in mijne „ plaatse tot Directeur is aangesteldt, insgelijks gunstig te willen zijn „ en, zijn Edele die zelfde vriendschap, als mij toe te dragen; alzoo „ zulx hem en mij tot verpligting zal strekken; Wat de Laatste brief aangaat die ik de Eere gehad heb „ van uwE Doorl: te ontfangen, dies inhoud heeft mij in der daad zeer „ bedroeft. Wan uwE Doorl: heeft niet eens gelieven te antwoorden, op het „ geen ik bevoorens heb verzogt gehad, aangaande de Chialoup die Eenige „ Hoofden van uw Doorl: Armade vijandig gattaqueert, en door toe doen „ van eenige verraders, die daar op beschijden waaren, genomen hebben. „ In tegendeel schijnd, uw Doorl: mij gelijk te stellen met den geringsten „ koopman van dit Land. En zelfs begeert uwE Doorl: dat de Hollandsche „ Comp:s Passen zal neemen voor Haare scheepen en vaartuijgen, als „zij hebben wil dat die vrijen ongehindert over zee zullen vaaren. Maar Doorl: Vorst:! Ik kan niet geloven dat deeze Denk„ „ beelden waarlijk uw E Doorl: eijgen zijn 'T is waar. De Hollandsche „ Comp:e gedraagt zig in dit Land niet anders als een Koopman. maar „ De gantsche wareld weet egter, dat zij in andere Landen gantsche Ko„ „ningrijken bezit, en dat veel groote vorsten, Ja keisers en Konin„ „gen, onder haare gehoorzamheid staan. Buijten des is zij zoo magtig ter zee „ dat zij in dit stiek niemand boven zig erkent. En zoude zij daar voor haare „ scheepen en vaartuijgen van uwe Doorl: Passen verzoeken. Ik kan mij niet verbeelden, dat dit ooit geschieden zal ook hebben „ de uijtmuntende voorouders van uwE Doorl: dier gelijken nooit gevon„ „dert. De onderhouding van eene opregte vriendscheep, is het eenigste ge„ „ weest, wat men bevoorens over en weder heeft bedongen gehad / sankrad „„je Pandet leeft nogg, met wien ik voor Twe en twintig Jaaren te „ Bassijn in perzoon gesprooken, en het Eerste Contract op dien voet „ met hem geslooten heb. zelfs heeft uw E Doorl: van mij niets anders „ begeert, toen ik voor Drie jaaren verzogte, en daar op van uw E: „ Doorl: ook eene ordre erlangde waarbij deszelfs opperhoofd, van de arma„ „ de Wiessage Pandet gelast wierd, bij ontmoeting van Hollandsche schee„ „„pen en vaartuijgen, zig tegens dezelve gelijk bevoorens te gedragen. En daarom deezen laatsten Eijsch van uw E Doorl: niet an„ „ders kunnende aanmerken, als in 't geheel nieuw en strijdig tegens de „ oude gebruijken en Contracten; zoo hoope ik ook dat uw E Doorl. bij eene na„ „ dere overweging van het voorenstaande, van zijne vordering niet alleen zal „ gelieven afte zien, maar ik leef ook in het vaste vertrouwen dat uwE Doorl: „ naar Souratta off Cochim weder te rug zenden zal de voorm: Chialoup „ die zoo onregtvaardig genomen is, in een tijd, wanneer ik op het woord van „ uw E: Doort: volkomen staat maakte, en wanneer alle onsze zee officie„ „ren gelast waaren, de Armade off vaartuijgen van uwE Doorl: bij ont„ „ moeting niet te beschadigen. Immers dit is zeeker, dat als uwE: Doorl: op deeze mijne na„ „„dere Instantie een gunstig oog gelieft te staan, het zelve de roem„ „ rugtig: Daden van UEE soorl: eenen grooten luijster bijzetten, en mij „ teffens bij mijne Hooge superieuren, tot Eere strekken zal. Daar in „ tegendeel, als uw E Doorl: die Chialoup mogte gelieven te houden, „ derzelver geringe waarde van 6 off 8000:—. Ropijen De Hollandsche„ „ Comp. e wijnig schade, en uw Doort: nog minder nut toebrengen kan „ in vergelijking van veel grootere voordeelen, die onafschijdelijk ver„ „ knogt zijn, aan eene opregte vriendschap, indien dezelve tusschen de onderhorige

NL-HaNA_1.04.02_3238_0815 view scan ↗

English

No 295. The 22nd November Year 1768. The 1st on behalf of the Equipage Overseer Kuijl for ro/a 8000. —. The 2nd on behalf of the Purser Monte for ro/a 8000. — The 3rd for the Curator ad Lites Spierejee to an amount of ro/a 1000. — The 4th on behalf of the same as Pay Bookkeeper for Rop: 4000:— subjects of Your Illustriousness and of the Dutch Company are accurately maintained on the old footing. I know nothing more to write, than that I sincerely wish that this letter may come to Your Illustriousness' hands at a fortunate hour and that, by the effect of a happy answer, I may depart from Souratta content and cheerful, while I pray to God that the days of Your Illustriousness' life may be long and always prosperous. The outgoing Ruler having exhibited four surety bonds, of which: The first was executed by the Pay Bookkeeper Spierejee and Purser Monte on behalf of the Equipage Overseer Van der Kuijl for the amount of rop:s 8000:— which was advanced to him from the treasury upon his assuming his aforementioned office. The second whereby the Warehouse Master Sluijsken and Equipage Overseer Van der Kuijl stand surety for the Purser Monte, for an equal amount of eight thousand rupees, which that administrator also received from the treasury upon entering his function for purchasing necessities for the household. The third wherein the Fiscal Van Harn and Warehouse Master Sluijsken intervene as sureties for the Pay Bookkeeper Spierejee in the capacity of Curator ad Lites up to a sum of one thousand rupees. The fourth wherein the Titular Merchants Van Harn and Sluijsken stand surety for four thousand rupees, which were paid in advance from the treasury to the new Pay Bookkeeper, the Titular Under-merchant Dirk Spierejee, for enlisting Moorish sailors, subsequently to be deducted from his first specification to be submitted. Thus, after reading all these deeds, it was resolved to be satisfied therewith and to record them one by one in the aforementioned order herewith. 296. November Year 1768. The 22nd Today, the 4th of November Year 1768. Appeared before me, Alexander Du Bordieux, Bookkeeper and First Sworn Clerk of Policy of the Surat Directorship, being under the chief command of the Right Honorable Director Christiaan Lodewijk Senff, qualified for this purpose, present the witnesses to be mentioned below, the Titular Under-merchant and Pay Bookkeeper Dirk Spierejee, and the Bookkeeper and Purser Matthijs Monte, both residing here, who declared, as they do by these presents, that they will stand surety for the prompt payment of whatever the Master and Equipage Overseer Pleun van der Kuijl, on account of the aforementioned service of Equipage Overseer, might receive in this function under his administration and accountability for purchasing necessities for the service of the Company up to a sum of eight thousand current Surat rupees, and to establish themselves as sureties and co-principals, renouncing hereby the benefits of order, division, and execution, that is to say of division, partition, and excussion, binding therefor their persons and property, both movable and immovable, placing the same under the constraint of all the Lord's laws and judges; but on the other hand, the Master and Equipage Overseer Pleun van der Kuijl (being also present here) promised to indemnify his sureties entirely, and they, the sureties, each other for one half, in the matter of this suretyship, and to protect them, keeping them free of claim and harmless under the same obligation as above. Consenting that an instrument hereof be made in common form. Thus done and executed in the Dutch Office in Souratta on the day, month, and year aforesaid, in the presence of Hendrik Spierejee and Josephus Bufkens, clerks, who signed as witnesses. The minute hereof is duly signed on a stamp of twenty-four stuivers; underneath stood which I attest; was signed: A Dubordieux, First Clerk. Today, the 2nd of November Year 1768. Appeared before me, Alexander Dubordieux, Bookkeeper and First Sworn Clerk of Policy of the Surat Directorship, being under the chief command of the Right Honorable Director Christiaan Lodewijk Senff, qualified for this purpose, present the witnesses to be mentioned below: the Honorable Abraham Josias Sluijsken, Titular Merchant and Warehouse Master, together with the Master and Equipage Overseer Pleun van der Kuijl, both residing here, who declared, as they do by these presents, that they will stand surety for the prompt payment of whatever the Bookkeeper and Purser Matthijs Monte, on account of the service of Purser performed by him, might receive in this function under his administration and accountability up to a sum of eight thousand silver current Surat rupees, and to establish themselves as sureties and co-principals, renouncing hereby the benefits of order, division, and execution, having been fully and properly instructed by me, First Sworn Clerk, regarding the force of those words

Dutch transcription

3 N=o 295. / Den 22„' November A„o 1768. de 1s=te ten behoeve vrinden Equipagie opziend: Kuijl voor ro/a 8000. —. De 2de ten behoeve van den Dispencier Monte voor ro/a 8000. — De 3de voor de Curator ad Litts spirejee tot een bedragen arn ro/a 1000. — „ de 4=de ten behoeve van den zelven als soldij Boek¬ houder voor Rop: 44000:— „ onderherige van uwE Doorl: en van DE Hollandsche Comp:s op den ouden „ voet nauwkeurig onderhouden werd. Ik weet niet meer te schrijven, dan dat ik van herten wensche „ „ dat Deeze Brief uwE Zoorl: op een gelukkig uur ter hand komen „ en ik door „ 't effect van een gelukkig antwoord vergenoegt en vroolijk van souratta „vertrekken mag ter wijl ik God bidde dat de Levensdagen van uwE Doorl: „langdurig, en althoos voor spoed mogen zijn. E Door den Heer afgaande Gebieder g'Exhibeert zijnde vier stux borgtogten waarvan De Eerste gepasseert is door den zoldij boekhouder spie„ „rejee, en Dispencier Monte ten behoeve van den Equipagie op„ „ziender van der Kuijl wegens het bedragen van rop:s 8000:- die hem uijt Cassa verstrekt zijn geworden bij het aanvaar„ „den zijner evengem:e bediening. De Tweede waarbij de Pakhuijs meester Sluijsken En Equipagie opziender van der Kuijl Caveeren voor den Dispencier Monte, wegens een montant van gelijke ro„ „pias agtduijsend, welke die Administrateur ook bij de intreede zijner functie tot het Inkoopen van benodigthee„ „den, voor de huijshouding uijt Cassa heeft genooten. De Derde alwaar zig als borgen voor den zol„ „dij- boekhouder spierejee in de hoedanigheid van Curator ad Lites interponeeren, De Fiscaal van Harn, en Pak„ „huijsmeester sluijsken tot een somma van ropias Een di Duijsend. De Vierde Daar de Titulaire kooplieden van Harn, en Sluijsken instaan voor ropias vierduijsend: 2: dewelke aan den nieuwen soldij=boekhouder den onder„ koopman Titulair Dirk Spierejee, tot het in dienst neemen van Moorse Zeevaarende, om van zijne in te dienene Eerste specificatie vervolgens afgekort te worden, uijt Cassa zijn voor uijt gegeeven, zoo wierd na Lectuure van alle die Actens geresolveerd, daar „meede 296. November A„o 1768. Den 22„ „meede genoegen te neemen, en dezelve een voor een in voorsz: ordre bij deezen plaats te geeven. Heeden den 4„e November A=o 1768. Compareerde voor mij Alexander Du Bordieux Boekhouder en Eerste Gesw: Clercq: van Politie der souratsche Directie staande onder het Hoofd gebied van den WelEdelen Agtb: Heer Directeur Christiaan Lodewijk Senff, hier toe gequalifieert present de na„ temeldene getuijgen, den Pitt: onderkoopman en Zoldij boekhouder DE Dirk Spierejee, en den Boekhouder en Dispencier Matthijs Mante, beide alhier, dewelke verklaarden gelijk doen bij deezen „ voor de prompte voldoening van 't geene den schipper en Equipa„ „„gie opziender Pleun van der Kuijs uijt hoofde der voorsz dienst „van Equipagie opziender in deeze functie onder zijne administratie „ en verantwoording tot het inkoopen van benodigheeden insz: in den „ dienst van D E Comp:e mogte krijgen tot een somma, van Agtduij„ „send souratsche Gangbaare Ropijen te zullen instaan en daar „ Ed:s daar voor te stellen als borgen en meede principaalen renunci„ „eerende mits deezen de beneficien ordinis Divisionis et Executionis, „ dat is van verdeelinge of splissinge oude en uijtwinning, daar voor„ „ verbindende haar Ed:s perzoonen en goederen, zoo roerende als on„ „roerende, dezelve stellende onder bedwang van alle s Heeren Regten „ ende Regteren dog daar en tegen beloofden hij schipper en Equipa„ „gie opziender Pluiin van Der Ruijl /:hier meede tegens woordig „zijnde:/ zijne borgen in 't geheel en zij borgen malkanderen voor de „ helfte ter zake van deeze borgtogt te indemneeren en bevrijden „ klagt en schadeloos te houden onder gelijk verband als boven. ven gelevert. Consenteerende dat hier van gemaak werde acte in Com„ „ ƒ „ munie forma. Aldus Gedaan en Gepasseerd in 't Neederlands Compt„n „ „ souratta ten Dage maand en Jaare voormeld ter presentie van „ Hendrik Spieregee en Josephus Bufkens Clercquen als getuij„ „geschreeven „„gen De minute deezes is behoorlijk geteekend op een zegul „ van Vierentwintig, stuijvers /:onderstond quod attestor /:was ge„ „„teekend:/ A Dubordieux. Ey Clercq. Heeden den 2„e November A=o 1768. Compareerde voor Mij Alexander Dubordieur Boekhouder en „ Eerste gesw: Clercq van Politie der souratse Directie, staande onder het „ Het Hoofd gebied van den Wel Edelen Agtbaaren Heer Directeur Chris„ „liaan Lodewijk serff hier toe gequalificeert present de natemeldene ge„ „tuijgen; D E Heer Abraham Josias Sluijsken, Titt: Koopman en pakhuijs„ „„meester, beneevens den schipper en Equipagie opzigter Pleun van „ der Kuijb, beide alhier, dewelke verklaarden gelijk doen bij deezen „ voor de prompte voldoening vant geene den Boekhouder en Dispen„ „cier Matthijs Monte, uijt Hoofde der door hem, waargenomen werden„ , de Dienst van Dispencier in deeze functie onder zijne administratie en „ verantwoording mogte krijgen tot een somma van Agtduijsend zilve„ „ re souratse gangbaare Ropijen te zullen instaan, en hun Ed:s daar„ „ voor te stellen als borgen, en mede principaalen, renuncieerende mits „ deezen, de beneficien ordinis, Divisionis, et Execussionis, van de kragten „ dier woorden ten vollen, en naar behooren, door mij Eerste geswoore Clercq onderregt

NL-HaNA_1.04.02_3238_0817 view scan ↗

English

312297. The 22nd of November 1768. The Fiscal the Honorable Rijnier van Harn alongside the titular merchant informed, binding therefor Their Honors' persons and goods, both movable and immovable, placing the same under constraint of all laws and judges; but in return, he, Dispenser Matthijs monte, being also present here, promised to indemnify and clear his sureties in full, and the sureties each other reciprocally for one half regarding this suretyship, and to hold them harmless and indemnified under the same obligation as above, consenting that an act hereunto be drawn up and delivered in common form. Thus done and passed at the Dutch factory of Souratta on the day, month, and year aforesaid in the presence of Hendrik Spierejer and Fredrik Luther, clerks, as witnesses. The minute hereof is duly written and signed upon a seal of twenty-four stuijvers, underneath stood: which I attest, was signed: A Dubordieux, first sworn clerk. Today, the 2nd of November, the year 1768. Appeared before me, Alexander Dubordieux, bookkeeper and first sworn clerk of police of the Directorate of Souratte, falling under the supreme authority of the Right Honorable Worshipful Director Christiaan Lodewijk Senff, qualified for this purpose, in the presence of the witnesses to be mentioned hereafter: The titular merchant and Fiscal the Honorable Reinier van Harn alongside the titular merchant and warehouse keeper the Honorable Abraham Josias Sluijsken, both residing here, who declared, as they hereby do, that they will stand surety for the prompt satisfaction of that which the Honorable Dirk Spierejee, titular junior merchant and pay bookkeeper of this factory, by virtue of the office of curator ad litem presently performed by him, might receive in this capacity under his administration and accountability, up to a sum of one thousand current silver Souratta rupees, and establish Their Honors therefor as sureties and co-principals, hereby renouncing the benefits of order, division, and execution, binding therefor Their Honors' persons and goods, both movable and immovable, placing the same under constraint of all the Lord's laws and judges. But in return, he, the pay bookkeeper Spierejee, being also present here, promised to indemnify and clear his sureties in full, and the sureties each other reciprocally for one half regarding this suretyship, and to hold them harmless and indemnified under the same obligation as aforesaid; Consenting that an act hereunto be drawn up and delivered in common form. Thus done and passed at the Dutch factory of Souratta on the day, month, and year aforesaid in the presence of Hendrik Spierejee and Fredrik Luther, clerks, as witnesses. The minute hereof is duly written and signed upon a seal of twenty-four stuijvers, underneath stood: which I attest, was signed: A Dubordieur, first sworn clerk. Today, the 2nd of November, the year 1768. Appeared before me, Alexander Dubordieux, bookkeeper and first sworn clerk of police of the Directorate of Souratte, falling under the supreme authority of the Right Honorable Worshipful Director Christiaan Lodewijk Senff, qualified for this purpose, in the presence of the witnesses to be mentioned hereafter: The titular merchant and warehouse keeper the Honorable Abraham Josias Sluijsken, who declared, as he hereby does, to establish himself as surety and co-principal for and on behalf of the titular junior merchant and pay bookkeeper the Honorable Dirk Spierejee, up to a sum of four thousand current silver Souratta rupees, to wit 4000 rupees, which to him from [illegible]

Dutch transcription

312297. . Den 22„e November 1768. t E Fiscaal D' E: Rijnier van Harn beneevens den Titt: koopman „ onderregt, daar voor verbindende Haar Edeles perzoonen en goederen, zoo roe„ „„rende als onroerende, dezelve stellende onder bedwang van alle regten en reg„ „teren, dog daar en tegen beloofde hij Dispencier Matthijs monte /: hier meede „ tegenswoordig zijnde :/ zijne borgen in het geheel, en de zij borgen malkan„ „deren weeder voor de helfte ter zaake van deeze borgtogt, te indemneeren „ en bevrijden, klagt en schadeloos te houden onder gelijk verband als boven, „ Consenteerende dat hier van gemaakt en geleverd werde Acte in „ communie forma. „ Aldus Gedaan en Gepasseert in 't Neederlands Comptoir „ souratta ten Daage maand en Jaare voormeld ter presentie van Hendrik Spierejer en Fredrik Luther, Clercquen als getuijgen De minute deezes is behoorlijk geschreeven en geteekend, op „ een zegul van vier en twintig stuijvers /:onderstond :/ quod attestor /:was „: /:geteekend:/ A Diebordieux Egesw: Clercq. Heeden den 2„e November A=o 1768. Compareerde voor mij Alexander Dubordieux Boekhouder en „ Eerste gesw: Clercq van Potitie der souratse Directie, staande onder het „ Hoofdgebied van den Wel Edelen Agtbaaren Heer Directeur Christiaan „ Lodewijk serff hier toe gequalificeert present de nate meldene getuijgen „ Den Pitt: Koopman en Fiscaal D: E Reinier van Haan benevens „ den Pitt: Koopman en Pakhuijs meester D: E Abraham Josias Sluijs„ „ ken, beide alhier, dewelke verklaarde gelijk doen bij deezen, voor de „. Prompte voldoening van het geene Den E Dirk Spierejee, Pitt:s onderkoop„ „man, en zoldij boekhouder deezes Comptoirs, uijt hoofde der door hem thans „waar genomen werdende Dienst van Curator adlites in deeze functie onder „ zijne Administratie en verantwoording mogte krijgen, tot een somma „ van Een Duijsend zilvere souratsche gangbaare Ropijen te zullen instaan „ en haar Edeles daar voor te stellen als borgen, en mede principaalen „ renuncieerende mits deezen de Benevisien ordinis, divisiones et Exe„ „cusionis daarvoor verbindende haar Ed:s perzoonen en goederen, zoo roerende „ als onroerende, dezelve stellende onder bedwang van alle s Heeren regten „ ende Regteren: Dog daar en tegen beloofde hij zoldij boekhouder spierejee „ /: hier mede tegenswoordig zijnde:/ zijn borgen in 't geheel, en zij borgen „ malkanderen weder voor de helfte ter zaake van deeze Borgtogt te „zullen indemneeren en bevrijden, klagt en schadeloos te houden onder verband „ als vooren: Consenteerende dat hier van gemaakten gelevert werde Acte in „ Communie forma. Aldus Gedaan en gepasseert in 't Neederlands Comptoir sou„ „ratta ten dage maand en Iaare voormeld ter Presentie van Hendrik „ Spierejee en Fredrik Luther, Clercquen als getuijgen De Minute deezes is behoorlijk geschreeven en geteekend op een „ zegul van vier entwintig stuijvers /:onderstond:/ quod attestor /:was getee„ „ „kend A Dubordieur: E gClercq. Heeden Den 2„e November A=o 1768. Compareerde voor Mij Alexander Dubordieux Boekhouder en Eerste „ gesw: Clercq van Politie der souratse Directie staande onder het Hoofd „ „gebied van den Wel Edelen Agtbaaren Heer Directeur Christiaan Lodewijk „serff, hier toe gequalificeert present de natemeldene getuijgen, Den Utt„o „ koopman en Pakhuijs meester De E Abraham Josias Sluijsken, dewelke verklaarde gelijk doen bij deezen, zig te stellen als Borgen en meede „ Principaalen voor ende ten behoeve van den Titt:n onderkoopman en „zoldij=boekhouder D E Dirk Spierejee, tot een somma van vier Duijsend „zilvere souratse gangbaare Ropijen /:zegge rop:s 4000: —. die hem uijt SE: „ . - „ te :

NL-HaNA_1.04.02_3238_0818 view scan ↗

English

298. 22 November Anno 1768. Concerning the necessity of acquiring a certain piece of land situated behind and so freely located. Having conferred with the owner in Anno 1765. Then to his Honour from him a whereby he attested that land might be provided from the Honourable Company's treasury for the hiring of Moorish seafarers, to be deducted from the first accounts to be submitted by him, renouncing therefore the benefits of the order of division and execution, that is of order, split, and recovery, of the force of which having been fully and properly informed by me, First Sworn Clerk, binding therefor their persons and properties, both movable and immovable, none excepted, placing the same under the constraint of all the Lord's Laws and Judges. In return, the aforementioned pay-bookkeeper, the Honourable Dirk Spiering being also present here, promised to indemnify, exempt, and hold harmless his sureties entirely, and his sureties one another for half, in respect of this suretyship, under the same obligation as above, consenting that an instrument hereof be made and delivered in common form. Thus done and executed in the Dutch Company's Office at Souratta, on the day, month, and year aforesaid, in the presence of Hendrik Spiering and Josephus Buffkens, clerks, as witnesses. The minute hereof has been properly written and signed on a stamp of twenty-four stuivers. Below stood: which I attest; was signed: A. Subordieux, First Clerk. Whereas repeatedly by the outgoing Director, ever since the beginning of his Honour's arrival here, note was taken of the necessity of being able to acquire a certain piece of land, situated directly adjacent to the Honourable Company's Garden Zorgerij, belonging in ownership to the Boras merchant Molna Tagger uddien, not only thereby to clear the piece of land of the Company entirely, but also for the outgoing Director to obtain full shore rights on the river side through that acquisition, concerning which his Honour had found occasion to confer with the aforementioned owner, on the occasion that in Anno 1765 that man addressed a Persian note to his Honour, wherein he ostensibly complained as if some nuisance was caused to him by the neighborhood of the adjacent Garden of the Honourable Company, although he at the same time indicated his inclination to make a present to his Honour of his 374 299. The 22 November Anno 1768. under a certain recognition. to make a present of the aforementioned piece of land to his Honour under a certain recognition, as can be seen more broadly in the following translation made thereof: Translation of a note from the prominent Moorish merchant Molla Fagger Addien Ahamet, residing here in Souratta, to the Right Honourable Christiaan Lodewijk Senf, Director and Chief of this Directorship, received on the 27th of June Anno 1765. After the titles of respect: When I reflect upon your Honour's extraordinary merits and good qualities, I feel moved by a heartfelt desire, which can scarcely be described, to meet your Honour. Having spoken several times, both presently and before this, with the Honourable Company's Modi Mannek about the Honourable Company's garden and ground situated in the village of Attuwa, but having received no answer thereto up to now, from which it would have to be assumed that the aforementioned Mannik has been negligent regarding this duty of his, I therefore find myself presently compelled to make the following representations to your Honour concerning this matter, namely: That when the aforementioned garden was sold, I was not present in Souratta, but compelled by the fickleness of fortune to take refuge with Asafja, or properly Nizam ul-Mulk, this garden having thus been bought by the Honourable Company without the foreknowledge or permission of its master. Now when I received the news of this, considering the friendship that my grandfather and father as well as I myself have always maintained with the Honourable Company, I did not wish to oppose it, having moreover also not troubled myself that, through the making of buildings, the planting of fences, etc., some ground that did not belong to the aforementioned purchase was merged into it, for the reason that I regarded all this as trifles. Furthermore, the back gate of this garden has not been made onto the public road, but rather on the ground that falls under the repeatedly mentioned village of Attuwa, men being presently engaged in making this gate firm and strong, which has caused the ground that could be used for rope-making to become a side-path and walkway. I have found myself obliged to bring the above to your Honour's attention so that, since I would not like to see another who knows this interfere in it. Since your Honour is intending to purchase some more ground situated on both sides of the Company's Garden, and as upon that ground there is a well with delicious fresh water from which all the livestock belonging to the surroundings drinks, and which ground in total is estimated to amount to 7 bighas up to the riverbank, concerning which your Honour can also be further informed by Manik Modi, I therefore offer, as a result of the esteem I bear toward the Company and your Honour, that same piece of land as a present, hoping that your Honour will be pleased to accept it as such, since it is my firm intention not to sell a land that comes from my ancestors to

Dutch transcription

298./ 22„ November A„o 1768. aangaande de Noodzaak„ „lykheijdz ten bemagtiging van zeker agter zo vrij leg„ „gende stukslandt. den Eijgenaar in A:o 1765. ge„ „confereerd hebbende. toen aan sijn Ed: van hem een waar bij hij betuijgde dat land „ sE Comp. s Cassa mogten verstrekt werden tot het in dienst neemen der „ moorsche zeevaarende, om van zijn eerst in te dienene specificatien af„ „ getrokken te werden, renuncceerende dierhalven de beneficien ordinis di„ „ visionis et Execussionis, dat is van ordre splissinge ende uijtwinninge „ van de Kragten van dien ten vollen ende na behooren door mij Eerste „geswoore Clercq ondderregt, daarvoor verbinddende haare Perzoonen „ ende goederen, zoo roerende als onroerende geene uijtgezondert, dezelve „stellende ten bedwang van alle s Heeren Regten ende Regteren Daar en tegen beloofde gem: zoldij, Boekhouder DE Dirk „ Spiercjee /:hier meede tegenswoordig zijnde :/ zijne borgen in 't geheel en„ „de zij borgen malkanderen voor de helfte ter zake van deeze Borgtogt „te indemneeren en de bevrijden, klagt en schadeloos te houden, onder „gelijk verband als na boven. gemaakt en consenteerende dat hier van ^ gelevert werde Acte in „ „communie forma. Aldus Gedaan en gepasseert in 't Neederlands Comp„ „ „toir Souratta, ten Dage maand en Jaare voormeld ter presentie van „ Hendrik Spienejee, en Josephus Buffkens, Clercqueen als getuijgen De Minute deezes is behoorlijk geschreeven en geteekend „ „ op een zegul van vier en twintig stuijvers /:onderstond:/ quod al„ „„testor /:was geteekend A Subordieux, Eg Clercq. „ Aangezien ten meermaalen door den Heer afgaande Directeur al zedert den beginne van zijn Edeles aankomst alhier gelet was op de Noodzakelijkheid van zeeker stuk Land, gelegen aller naast sE Comp:s Thuijn Zorgerij, in eigendom toe behoorende den Boras Koop„ „man, Molna Tagger uddien, te Kunnen bemagti„ „gen, niet alleen om daar door het stuk Land van de Comp:e in 't geheel vrij te krijgen, maar ook om den heer afg: Direct:s met het volkomen strandregt aan de Rievier zijde door die acquisitie te verkrijgen, waar over zijn Edele gelegentheid gevonden hadde te confereeren met gem: eigenaar, ter occasie dat die man in A„o 1765 zijn Billiet g'addresseert was - - Edele een Persiaansch billet addresseerde, waarbij zig quasi beswaarde, als of hem eenige overlast wierd aan„ „gedaan, door het buurschap, van de daar naast aan gelegene Thuijn van D E Maatschappije, schoon hij aan sijn Ed: agtb: prosent te teffens daar bij te kennen gaf zijne genegentheid, om zijn doen. e 374 299: Den 22„ November A„o 1768. E onder zekere recognitie. zijn Agtbaare het voorm:e stuk Land present te doen onder zeekere recognitie gelijk breeder te zien is bij de onder„ „volgende daar van gemaakte vertaaling; Translaat Billet van den voornaam Moorseh Koopman Molla Pagger Addien Ahamet alhier in Souratta woonagtig, Naar den Wel Ed: Agtbaaren Heer Christiaan Lodewijk Ten Directeur en Hoofdgebieder deezer Directie ontfangen den 27„e Iunij A=o 1765. Na de Certitulen Wanneer ik aan uw agtb: bijzondere verdiensten, en goede hoedanighee„ „ den gedenke, voele ik mij met een hartelijk verlangen /: dat nauwlijx te „ beschrijven is :/ aangedaan om uw agtb:s te ontmoeten. verscheijde maalen, zoo wel thans, als voor deezen met sE Comp. s „ Moedij Mannek over 'sE Comp.:s Thuijn en grond, in 't Dorp Attuwa ge„ „ legen gesprooken dog tot nog toe daar op geen antwoord erlangd hebbende, waar„ „ uijt zoude moeten veronderstellen, dat gem: Mannik omtrend deeze zijn „ pligt nalatig is geweest, zoo vinde mij thans zelfs genoodzaakt uwEd: Agtb: „ bij deezen daar over de volgende vertoogen te doen. Namentlijk. Dat wanneer voorm:e Thuijn verkogt is geworden, ik niet in souratta present geweest ben, maar door de wispelturigheid van 't vortuijn genood„ „zaakt, mijn toevlugt te nemen tot asafja, of eigendlijk Nesaam uE - Mullek, zijnde dus deeze thuijn zonder voorkennis of verlof van deszelfs Meester, door d E Comp:e gekogt. Toen ik nu hier van, de tijding kreeg, heb ik uijt aan mer„ „king van de vriendschap die zoo wel mijn Groot vader, en vader als „ ik selfs althoos met D' E: Comp:e heeft onder houden, mij niet daar tee„ gens willen aankanten hebbende daar en boven mij ook niet daar aan gekreund, dat met het maken van gebouwen, het planten van heiningen ensz: daar door eenige grond die tot voorm: koop niet ge„ „hoorde, is ingesmolten om reeden dit alles als kleinigheeden hebben aan„ „gemerkt. Nog is de agter poort van deeze Thuijn niet op s Heeren weg gemaakt, maar wel op de grond die onder het meer maals gemelde Dorp Attuwa sorteerd, zijnde men thans bezig deeze poort hegt en sterk te maken, waar door veroorzaakt is, dat de grond; die tot touwland zou„ „de kunnen gebruijkt werden, geworden is een zij en wandel weg Ik hebbe mij verpligt gevonden uw Agtb: dit bovenstaande ter kennisse te brengen op dat niet garne zien zoude, een ander zulx wee„ „tende zig daar meede bemoeijde. Dewijl uw Agtb: van zints is om nog eenige grond aan weerskanten van sComp:s Thuijn geleegen te koopen, en dat op die „grond zig een put bevind met kostelijk zoet water, waar van al het daaromstreeks te huijshoorende veer drinkt, en welke grond in 't geheel na gissing tot aan de revierkant toe 7 beega zal beloopen, waar„ „omtrend uw Agtb:s ook verders door Manik moedij zal kunnen onderregt „werden zoo bied ik uijt een gevolg van de agting die ik de Comp:e en „ uw Agtb: toedrage, het zelve stuk Land tot een present aan; verhoor „pende dat uw Agtb: het zelve zodanig zal willen accepteeren, nade„ „maal mijn vast voorneemen is, een Land dat van mijne voorouderen tot „ „ „ e

← previousnext →