VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3261

Coromandel · 1,168 pages · 348 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3261_0600 view scan ↗

English

Concerning various persons in service. Increase in pay, and admission. Lastly, the following persons were, upon their petitions made to that effect, increased in pay and admitted into the Company's service, namely: Joseph Jacobsz: quartermaster and flag keeper of the pagoda China, earning ƒ14, increased to ƒ18 for five years. Thomas de Lange of Nagapatnam, Steven Lodewijk Prins of Sadraspatnam, and Hermanus de Croes of Nagapatnam admitted into the Company's service, the first two as clerk-soldiers and the other as soldier under the militia, each with a monthly salary of nine guilders, as well as soldier under the Company's Easterners, Dania of Sourabaija, with the customary pay of three Rijxdaalders, and furthermore, added to the clerk-soldier Pieter Hookens, the assistant's board allowance. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above. Was signed: P: Haksteen, H:s Leembruggen, I:s Cantervisscher, P: J: L: De Filliettaz, Corn:s Pietersz, J: Aspeng, J: van Pessel, and W:m Duijnevelt. The 8th of May 1769. Wednesday. 377. Wednesday the 17th of May, anno 1769. In the morning at half past seven o'clock, Political Meeting held, all present, except the Junior Merchant and Second Warehouse Master Jan Diderik Severin, on account of indisposition. Opening of a packet of Batavian papers received per Westerveld. The ship Westervelt, planned by their High Mightinesses the Honorable High Indian Government at Batavia as an early ship and destined hither, both to convey the gold, merchandise, and requisites laden therein in reduction of the requisitions made from here, as well as to collect and transport the ready return cargo, having arrived here in the roads, and a packet of papers having been delivered ashore upon his arrival by its skipper Abraham in 't Anker, it was found upon opening the same to contain their said High Mightinesses' revered original general letter, likewise a separate original missive, both dated the 17th of March last past, with the annexes belonging thereto, as well as an 17th of May 1769. Item of a Homeland ditto. European packet received at Batavia by the ship Renswoude, containing an extract from the missive written by the Assembly of Seventeen to their High Mightinesses under date of 2 April 1768; item, extract from the memorandum of remarks and considerations on the Indian pay books occurring at the Amsterdam Chamber, together with notices of the spring sale according to the register under date of 4 May 1768. Resolution on the speedy discharge and dispatch of that vessel. Orders to be sent thither to Jagg: and Palicol. After reading all of which papers, it was approved, in compliance with their said High Mightinesses' orders, to discharge the aforementioned vessel of what was brought along for this principal place with the utmost speed, in order that, after taking in a portion of the bales lying ready and bound here, it may continue its voyage to Jaggernaijkpoeram, to whose chiefs, as well as to those of Palicol, it was agreed to transmit the necessary orders to prepare everything that might serve for an early return dispatch of that keel from Jaggernaijkpoeram directly to the Indian capital. Resolution regarding the said spoiled paddy: to sell at auction and to dispose of the loss thereafter. Upon a written report submitted by the special commissioners who took an inventory in the provisions warehouse, it having appeared that a quantity of 2092 parras of paddy was found spoiled by the dampness of the warehouse walls against which that grain lay dumped, it was agreed to have the same sold at public auction for the prevailing price and subsequently to dispose of the loss arising thereon. 379. 17th of May 1769. Dismissal of a drummer from the service. Furthermore, the drummer Jan Anthonijsz of Nagapatnam was dismissed from the service because of his dissolute conduct and incompetence in beating the drum, and consequently his pay is to be written off starting today. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above. Was signed: P: Haksteen, H:s Leembruggen, H: Bonte, I:s Cantervisscher, P: J: L: De Filliettaz, Corn:s Pietersz, J: Appingh, J:s van Tessel, and W:m Duijnevelt. Monday. Monday the 22nd of May, anno 1769. In the morning at half past seven o'clock, Political Meeting held, all present, except the Second Warehouse Master Jan Diderik Severin and the Assayer Jacob van Tessel, the former on account of indisposition, and the latter through occupation in the Company's service. Complaint by the said Moors concerning the detention of their vessels at Jaffanapatnam. Initially, it was made known by the Lord Governor that the native Sinatambij Marcair and Lebbe Tambij Marcair, residents of Adarampatnam, sorting under the jurisdiction of the Tanjore prince, having departed with their vessels for Jaffanapatnam in accordance with the license and pass granted here under dates of 12 December of last year and 25 January of this year, the cargoes of those keels, together with the factors, had been detained there on account of some disputes that had arisen between the Honorable Company and the Theuver lord, the said Moors being suspected of being subjects of the aforementioned Theuver lord. Therefore,

Dutch transcription

van diverse perzoonen in dienst. verhooging in gagjie, en admisse Laastelijk zijn de onder volgende persoonen op dersel„ ver daar toe gedaane Jnstantien in gagie verhoogd, en in 'sComp. s dienst geadmitteerd als: Joseph Jacobsz: quartiermeester en vlaggewagter van de pagood China, winnende ƒ14. toegelegd ƒ 18. voor vijff Jaaren. —. Thomas de Lange van Nagapatnam, stee„ ven Lodewijk Prins van Sadraspatnam en Hermanus de Croes van Nagapatnam in 'sComp s dienst geadmitteerd, de twee Eerste voor zoldaaten bij de pen en den andere Zoldaat onder de militie ider met een maandelijkse besolding van Neegen guldens, soomeede als zoldaat onder de Comp=e oosterlingen Da„ nia van Sourabaija met de gewoone gagie van drie Rijxdaalders, en wijders aan de bijde penne dienst doen„ de zoldaat Pieter Hookens toegevoegd 't adsistente kostgeld. Aldus Gedaan en Gearresteerd Jn T. Casteel Tot Nagapatnam dato voorsz: /:was geteekend:/ P: Haksteen, H. s Leembruggen, - - - - -, I=s Cantervisscher, P: J: L: De Filliettaz:, Corn. s 17 Pietersz:,— . -, I: Aspeng, J: van Pessel, en W=m Duijnevelt. —. den 8 ' Meij 1769. Woensdag 377. WWoensdag Den 17: ' Meij Anno 1769. opening van een pacquet ba„ taviase papieren p:r wester„ veld ontfangen. Den ondercoopman en Tweede pakhuijsmeester Jan Diderik Severin, mits indispositie Het schip Westervelt door haar hoog Edelens de Edele hooge Jndiase Regeering tot Batavia, tot een vroegschip geprojecteerd en naar herwaards ge„ destineerd zoo ter overbreng van het daar in afgela„ dene goud, Coopmansz: en benodigtheeden in minde„ ring van de daar van, van hier gedaanen Eijsschen als ter afhaal en vervoer der gereede Rethouren, al„ hier ter Rheede gearriveerd en door dies schipper Abra„ ham in 't Anker bij zijn komst aan de wal besteld zijnde een pacquet papieren, wierd bij dies opening bevonden welmelde haar hoog Edelens gerenereerd origineele gemeene schrijvens item apparte originee„ le missive beijde van den 17:' Maart Jongst verstree„ ken met de daar bij gehoorende bijlaagen, beneevens Smorgens ten half agt uuren Politicque Vergadering Gehouden alle Present Dempto een den 17' Meij 1769 iten van een vaderlands dito en depeche van dien bodem. aftesondene beveel en dierw:s na Jagg: en palicol. besluijt nev:s gem: bedurvene nelijk: vendutie teverkoopen een Europas pacquetje met het schip Renswoude te Batavia ontfangen, inhoudende een Extract uijt de missive door de vergadering van Seerenthienen aan haar hoog Edelens in dato 2. ' April 1768. ge„ schreeven, Jtem Extract uijt de memorie van Remar„ ques en Consideratien op de Jndiasche Zoldij boeken ter Kamer Amsterdam gevallen mitsgaders bil„ lietten van de voor Jaarse verkooping volgens Register sub dato 4. ' Meij 1768. besluijt te spoedige ontlossinge Na leesing van alle welke papieren goedgevonden wierd in voldoening van welmelden haar hoog Ede„ lens ordre voormelde boodem van het meede gebragte voor deese hoofdplaatse ten spoedigsten te ontlossen, om naar ingeering van een gedeelte der alhier in gereedheijt, en in den band leggende packen de rijse voortesetten naar Iaggernaijkpoeram welkers opperhoofden zoo wel, als die van Palicol verstaan is de noodige beveelen te doen toekoomen, tot het ingereedheijd brengen van alle wat maar dienen kan, tot een vroege te rug depeche van dien Kiel van Saggernaijk poeram direct naar de Jndiase hoofdplaatse Bij een schrifftelijk overgegeeven Rapport door de 25 379. den 17e: Meij 1769 tam boer de Expresse gecommitteerdens in de dispens hebben opgenoomen, gebleeken zijnde dat een quantiteijt van 2092. parras nelij bedurven bevonden waaren, door de vogtigheijt der muuren van het pakhuijs teegens dewelke dat graan gestort lag: Js verstaan dezelve per vendutie voor het geldende te laaten verkoopen en per naasten over het daarop te vallene en daar over 't verlieste dispo„ verlies te disponeeren. Voorts wierd den Tamboer Ian Anthonijsz: van uijt den dienst Lateng van een Nagapatnam om desselvs Liederlijk gedrag, en onbe„ quaamheijd om de Trom te roeren uijt den dienst geset en mits dien desselvs gagie van heeden af te laaten afschrijven Aldus Gedaan en Gearresteerd In't Cas„ teel Tot Nagapatnam dato voorsz: /:was getee„ kend:/: P: Haksteen, H. s Leembruggen, H: Bonte, I.:s Cantervisscher, P: I: V: De Hil„ Jn liettaz:, Corn=s Pietersz:,: , ƒ Appingh, J=s van Tessel, en W=m Duij„ nerett. — Maandag. 19 neeren. Maandag Den 22. ' Maij Anno 1769. de aanhouding haarer vaartuijgen te Jaffanass=m smorgens te half agt uuren Politicque vergadering Gehouden, alle present, dempto Den Tweede packhuijsmeester Jan Diderik Severin en den Essaijeur Iacob van Tessel, den Eersten mits indispositie, en den anderen door occupatie in scomp=s dienst doleareder mets gem: moren en Aanvankelijk wierd door den heer gouver„ „neur te kennen gegeeven dat de inhooren Sina„ tambij Marcair en Lebbe Tambij Marcair inwoonders van Adarampatnam, onder het ge„ bied van den Tansjoersen vorst zorteerende vol„ gens licentie brief, en pas, in datis 12. ' december des gepasseerden, en 25. Januarij deeses Jaars, al„ hier verleend, met derselver vaarthuijgen naar ƒ Jaffanapatnam vertrocken zijnde, aldaar om de wille van eenige ontstaane geschillen tusschen dE: Comp=e en den Theuver heer de ladingen dier kieltjes neevens de factoors, als gesuspicieerd zijnde gedagte mooren onderdanen van genoemde Theuver heer te weesen, aangehouden waaren. dier halven.

NL-HaNA_1.04.02_3261_0605 view scan ↗

English

381. the 22nd May 1769 for what reason. resolution to make known in future upon the passes, in order to prevent such occurrences, under which power the holder falls. for which reason those people had complained about this to His Honour and had insisted upon the release of those seized goods and factors: so it was, because upon examination and obtained information it appeared that the said inhabitants truly are vassals of the Tanjore ruler, and those seized goods lawfully belong to them, since here no passes are granted to any other natives to navigate to Ceylon and other permitted places except to those who directly depend on that principality, approved and resolved to demonstrate the same to the Jaffanapatnam ministers, and to urge the release of those seized goods and arrested factors; while at the same time, in order to prevent all disputes that might result in future from such detentions on suspicion or incorrect designations of the places of residence of the persons to whom the passes are granted, it was decided in future to have made known upon those sea-passes under which prince or power such a person who obtains the pass falls. — Because with the ship Westerveld no cloves for the 22nd May 1769 resolution to unload 6000 lb of cloves brought for Jaggernaickpoeram here, and to send so much from Sadraspatnam thither. to send as much copper to Bimilipatnam as is required for the mint. resolution concerning the selling price of the Japanese bar copper to be increased from page 86 1/2 to 100 new Nagapatnam pagodas, and why. were received for this head office, and nothing is in stock here either with which the nutmegs brought by that vessel might be covered during garbling: it was, upon the proposal of the aforementioned Lord Governor, approved and resolved to unload here 6000 lb of cloves out of the 10000 lb consigned from Batavia with the said vessel for Jaggernaijkpoeram, and in its place to have an equal quantity transported by one of the chaloups from Sadraspatnam to Jaggernaijkpoeram, because the same can easily be spared at the first-mentioned office without causing any hindrance in sales, and the officials there have also repeatedly insisted on being disburdened of the superfluous cloves. Of the Japanese bar copper brought with the said ship Westervelt to the quantity of 300000 lb, only one third being projected for this head office, which will indeed be needed here both for local sales and to supply the offices of Sadraspatnam and Palliacatta for that purpose; consequently not being sufficient to assist Bimilipatnam as well for the minting of dabboes and trade, 383. the 22nd May 1769 it was, because Jaggernaijkpoeram, besides the 200000 lb to be brought with the aforementioned vessel, is according to the latest balances still provided with some copper, approved and resolved to have as much thereof dispatched to Bimilipatnam as might be needed there to keep the dabboes mint going for one year of expenditure. — It having further been brought into consideration by the Lord Governor that, through the missing of one of the Japanese ships, probably not much more bar copper will be brought than was received with the ship Westerveld, at least that one must not count on a further larger supply, much less the fulfillment of the requisition made for it, consequently there would be a scarcity of that mineral; His Honour giving to consider that, since the natives cannot well dispense with it, and it was used by them more and more willingly than the European copper imported by the foreign nations, which, although cheaper, yet they would certainly refrain from using it because of the greater waste or unworkability in processing the same, if they could be accommodated with the Japanese bar copper, to raise the price of that mineral, although thereby sales for a month or three might not proceed as readily as otherwise, yet finally when the necessity begins to increase they would nevertheless have to come to the Honourable Company: so it was unanimously approved and resolved to increase the selling price of that mineral both here and at the subordinate offices from pagodas 86 1/2 or f 389. 5 to 100 new Nagapatnam pagodas or old currency 92. 14. 17. 7/9 or f 416. 13. 8 Dutch money; in which case it would still yield an advance of only 185 per cent instead of 214 per cent, because among the copper received by the aforementioned ship a large quantity is to be found purchased from private persons, which therefore costs the Honourable Company twice as much as the copper received directly from Japan. — Because of the unusual, continuous drought and the consequent scarce supply of grains from the countryside, the poor community of this place suffering great want resolution to have paddy sold from the company's stock on the bazaar at the Company's price. the 22nd May 1769. coming

Dutch transcription

381. den 22e. Mei 1769 om wat reden. besluijt tot voorkoming van zulx voortaan bij de passen te laten bekend „stellen, om dewelke mogentheijt den dierhalven die menschen daar over bij zijn Edele gedo„ leert, en om de largatie dier gearresteerde goederen ende factoors g'insteerd hadden: soo wierd uijt hoofde bij beluijt dis ontslag te velekern en ondersoek en genoomene informatie gebleeken is, gemelde inhooren waarlijk versalen van den Tans„ Joerder zijn, en die g'arresteerde goederen haar wettig toebehooren alsoo alhier aan geen andere inlanders passen werden verleend, om op Ceijlon en andere gepermitteerde plaatsen te navigeeren, dan die, die direct van dat vorstendom dependeeren goedgevonden en verstaan het zelve de Jaffanapat, namse ministers te vertoonen, en op de largatie dier aangeslage goederen en gearresteerde factoors te urgeeren; Terwijl teffens tot voorkoming van alle oneenigheeden, die door diergelijke aanhoudingen houder orteere op suspicie of verkeerde benamingen der woon„ plaatsen van de persoonen aan wien de passen werden verleend, in het vervolg zoude konnen re„ sulteeren beslooten wierd, voortaan bij die zee brie„ ven te laaten bekendstellen, onderwelke vorst of moogendheijt zodanig een persoon die de pas erlangd zorteerd. — Dewijl met het schip Westerveld geen nagulen voor den 22. Meij 1769 voor Jaggern: aangebragte nagulen 6000. lb: alhier aan tehouden. dras p=m dat heen te zenden kooper zo veel na bimilip=r te stuuren als tot de munt vereyjscht. besluijt vande per't schip wastewel voor deese hoofdplaatse ontfangen, en alhier ook niets in voorraad is, om de met dien bodem aangebragte nooten bij guarbuleering te kunnen werden be„ stort: soo is op den voorstel van welmelde heer gou„ verneur goedgevonden en verstaan, de van Batavia met gedagte kiel voor Iaggernaijkpoeram af„ en in dees steede zo veer lb: van sagestookene 10000. lb: nagulen alhier te ligten, en en dies plaatse per een der Chialoupen een gelijke quan„ titeijt van Zadraspatnam na Iaggernaijkpoe„ ram te laaten vervoeren, dewijl deselve op eerst, gemelde Comptoir faciel gemist kunnen werden, zonder eenige stremming in den verthier te veroor„ saaken en de bediendens aldaar een en andermaal ook g'insteerd hebben, om van de overtollige nagu„ len gedebarasseerd te werden diten on dan'tvoor Jagen: ontfang van het met gemeld schip Westervelt aangebragt staafkoper Japans ter quantiteijt van 300000. lb: maar een derde voor deese hoofdplaatse geprojecteerd zijnde die men hier wel benodigt zal hebben, soo tot den debiet alhier als om de Comptoiren Sadras„ patnam en Palliacatta ten dien eijnde te voor„ sien; gevolgelijk niet toerijkende om Bimilipat„ nam meede voor dabboesen munt, en den handel te ƒ -. 383. den 22' Meij 1769 Japans staafkoper van ple 86. ½. tot 100. N: N: dito te verlagen en waarom. te konnen adsisteeren, zoo wierd uijt hoofde Jagger, naijkpoeram buijten de 200000. lb: die met voormelde boodem staan te werden toegebragt, volgens de laaste restanten nog van eenig koper voorsien is, goedge„ vonden en verstaan, zoo veel daar van na Bimi„ lipatnam te laaten afsteeken, als aldaar tot gaande houding van de dabboesen munt voor een Jaar uijtgave benodigen mogte. —. Door den heer gouverneur wijders in aanmer,„ besleijt onde uijtkoops huij van 't king gebragt zijnde dat door het vermissen van een van de Iapanse scheepen waarschijnlijk niet veel meer staat koper zal werden aangebragt dan met het schip Westerrelt ontfangen is, ten minsten men geen staat maaken moeste op een nader ruij„ mer aanvoer, veel minder de voldoening van den„ daarvan gedaanen Eijsch gevolgelijk schaarsheijt aan dat mineraal zoude weesen geevende dat zijn Edele in bedenking dat vermits de Jnlanders het zelve niet wel ontbeeren kunnen, en van haar meerder en liever gebeesigt wierde dan het Europas kooper door de vreemde Natien aangevoerd vierden„ de, schoon beterkoop, nogthans van het zelve zeeker„ lijk om het meerdere verbies, of onhandelbaarheijd in. ras Nelij op de basaar voor 'sComp=s prijs te laten verkopen. in het verwerken derselve afsien, wanneer met het staat kooper Japans gerieft konde werden, om de prijs van dat mineraal te verhoogen, schoon daar door den debiet voor een maand off drie, niet zoo greetig als anders zoude gaan egter eijndelijk wanneer de benoodigtheijt begind toeteneemen tog bij dE: Comp=e zoude moeten koomen: zoo is eenparig goedgevonden en verstaan, de uijtkoops prijs van dat mineraal zoo hier als op de onder„ hoorige Comptoiren te verhoogen van pag: 176. 12. ƒ389. 5. tot 100. nieuwe Nagapatnamse pagoo, den of oude munt 92. 14. 17. 7/9. ƒ 416. 13. 8. Needer, lands geld; als wanneer het zelve nog maar een advans zoude opwerpen van 185. ten honderd in steede van 214. p. r Cento om de wille onder het kooper per het voormelde schip ontfangen een groot quantiteijt te vinden is, van particuliere ingekogt, daarom de E: Comp=e eens zoo veel kost als het kooper direct uijt Japan ontfangen wer„ besluijt on uijt de vooraad vopar Mits de ongemeene aanhoudende droogte en daar op gevolgd schaarsen aanvoer van graanen uijt het land, de arme gemeente te deeser steede groot gebrek dende. —. den 22 ' Meij 1769. koomende

NL-HaNA_1.04.02_3261_0609 view scan ↗

English

385. the 22nd May 1769 to send those condemned to the chain to Jaffnapatnam. coming to suffer, it was approved and agreed upon the proposal of the lord governor to supply 5000 parras of paddy from the stock of the Honorable Company, to be sold at the bazaar for the benefit of the destitute people at the Company's price, or as much as it costs the Honorable Company, being f — 12. 8. 7/8 per parra, by small measure, but to everyone no more than what is daily needed for sustenance in the household. Furthermore, two extracts having been received from the judicial criminal roll of this castle dated 11 and 25 April last, containing the condemnation of those who have since, according to the same, been punished and executed for committed burglary, theft, and desertion: the oriental soldier Allij of Bugis, Ballas of Nias, and Caatjoe of Bugis, both bondservants of the junior merchant Bosch, as well as the native or Malabar Aroenassalam, in order to obtain the disposition of this government as to where they should be sent to be put to work ad opus publicum; so it has been resolved to send the same for that purpose to Jaffnapatnam at the first available opportunity. the 22nd May 1769 how to deal with the recovered anchor of the sloop the Robijn. to employ the 876.6 marks of gold received by the Westerveld. to send to Jaffnapatnam. decision how to deal with recovered anchor. Furthermore, the assembly finally resolved to have the recovered anchor of the sloop the Robijn at Porto Novo brought over here at the first available opportunity, and to take it into the equipment inventory by an ordinance, since the said sloop the Robijn has already received another in its place. Item, how the gold received by the ship Westerveld. The lord governor having presented the request of the Palicol chiefs by their letters of 10 April last, to be assisted with a considerable sum of three-image pagodas for the continuation of the linen trade, and the small remainder of fanums at this capital for the necessary monthly and daily expenditures, as their stock would suffice for no more than two months, as well as the necessity of new Nagapatnam pagodas for distribution to the merchants of this capital, who will certainly, as soon as their linen already brought in and daily being delivered is washed and made up, as well as delivered, will insist on cash 387. the 22nd May 1769 the surgeon provides medications. cash, for sending anew to the weaving villages, etc. So it was approved and agreed upon the proposal of the aforementioned lord governor to employ the gold recently received by the ship Westerveld to the quantity of 876.6 marks in this manner, namely: 215 marks for minting three-image pagodas for Palicol, from which about 15,000 pieces will result; 280 marks for fanums, serving, calculated at 80 bundles per month, for five months, or the end of November next, by which time it was hoped that the European gold, which is expected with the Ceylon barks, will indeed be brought here; and to have the remaining 386.6 marks minted into new Nagapatnam pagodas, which, roughly speaking, will amount to a sum of 30,000 pagodas, to serve for distribution to the merchants of this capital, Paliacatta, and Porto Novo. Upon examination of the expense account of February last, received from Sadraspatnam among others with the chiefs' letters of the 8th, 11th, and 13th instant, it was noticed to our dismay to state the names of the sick in the expense account. concerning the expenses of the armory, to take action, and why. that the amounts provided to the surgeon there for medications delivered to the sick run very high, as the sum reported for this in the first six months amounts to pagodas 136. 23. 1/2. It was resolved to express the displeasure of this government about this, mentioning that at another station where the garrison is somewhat stronger and the climate much unhealthier than that of Sadras, they could manage with half as much; consequently, it appeared suspicious to this government that there are so many sick year in and year out. But in order that this government, as well as the chiefs, might keep an eye on this and verify the amounts, it was resolved to order them, as well as the stations where this is not in practice, to state the names of the incapacitated in the expense accounts, mentioning and with what further specifications, for how many days they enjoyed medicines, and furthermore to specify separately those who require bandaging. As it was also resolved to send the necessary notification regarding the expenses of the armory, with which it was found that people have acted rashly and chopped with a broad ax. the 22nd May 1769.

Dutch transcription

385. den 22e: Meij 1769 tot de ketting gecondemneerde mitsg=s na Jappana p=r te zenden. koomende te Lijden, soo wierd op den voorstel van den heer gouverneur goedgevonden en verstaan uijt den voorraad der E: Comp=e 5000. parras nelij te laa„ ten verstrecken, om op de basaar ten behoeve van de noodlijdende menschen teegens scomp:s prijs, of zoo veel dE: Comp=e kost zijnde ƒ — 12. 8. 7/8. de parra, bij montjes maat te laaten verkoopen, dog een ieder niet meer dan het geen dagelijks in de huijshouding tot spijsing nodig heeft. —. Voorts ingekoomen weesende twee Extracten uijt de besluijt4, doorderwaad van Justitie Justitieele Crimineele Rolle deeses Casteels sub datis 11 ' en 25. ' april Jongstleeden Contineerende de Condemnatie van de zeedert volgens deselve over„ begaane huijsbraak, diefstal en desertie afgestrafte, en ter Executie gestelde oosterse zoldaat Allij van Boegijs, Ballas van Nias en Caatjoe van Boe„ gies, beijde lijfeijgenen van den ondercoopman Bosch, mitsgaders den Jnlander of mallabaar Aroenassalam, ter erlanging van de dispositie deeser Regeering, vierwaards gezonden zoude moeten werden, om adopus publicum ten arbeijde te werden gesteld; soo is verstaan deselve ten dien eijnde bij eerst voorkoomende geleegentheijd naar Iawana„ patnam. den 22e: Meij 1769 opgerist anker van de Chialoup de trobijn te handelen. velt ontfangena 8766. mq: goud te emploijeeren patnam te versenden besluijt hodanig met eketendw wijders arresteerde de vergadering het eijndelijk opgerist anker van de chialoup de Robijn te Por„ tonovo per eerst voor koomende geleegentheijd dit heen te laaten overbrengen, en per een ordonnantie bij de Equipagie inteneemen, dewijl gemelde chialoup de Robijn reeds een ander in dies plaats gekreegen heeft. —. item hoedanig de per't schip watter Door den heer gouverneur vertoond wierdende het versoek der Palicolse opperhoofden bij der„ selver letteren van den 10.' April Jongstleeden, om met een aansienelijke somma drie beeldige pagooden geadsisteerd te werden, tot voortsetting van den lijwaat handel, en het geringe Restant van fanums te deeser hoofdplaatse tot de nodige maandelijkse en daagelijkse uijtgaare, als zullende den voorraad derselve, niet meer dan maar voor nog twee maan„ den toerijken, als ook de benodigtheijd van nieuwe Nagapatnamse pagooden ter verstrecking aan de Cooplieden deeser hoofdplaatse die zeekerlijk zoo dra hunne reets aangebragte en daagelijks aange„ voerd werdende lijwaaten gevrassen en opgemaakt, „ mitsgaders gererwrd zullen zijn geleererd hebben om Contanten 387. den 22' Meij 1769 „ de Chirergijn vertrekt voormedica„ Co Contanten aan houden zullen, ter zending op nieuw na, de weefdorpen V=a Soo wierd op den voorstel van welmelde heer gouver„ neur goedgevonden en verstaan het Jongst per het schip westervelt ontfangene goud ter quantiteijt van 876. 6. marcq: in deesen voegen te emploijeeren teweeten 215. marcq: tot het slaan van drie beeldige pagooden voor Palicol, waar uijt c: c: 15000. stux voortkoomen zullen; 280. marcq: tot de fanums, streckende; teegens 80. bon„ dels per maand gereekend, voor vijff: maanden, of ultimo November naastkoomende, teegens welke tijd men hoopte het Europas goud dat men met de Ceijlonse bhaaren te wagten heeft, alhier wel zal werden aangebragt, en de overige 386. 6. marcq: tot nieuwe Nagapatnamse pagooden te laaten vermun„ ten, er ruijm en schaars genoomen een tantum van 30000. pagooden importeeren zal, om te kunnen dienen tot de verstrecking aan de Cooplieden deeser hoofd„ plaatse, Palliacatta en Portonovo. Bij Examinatie der van Sadraspatnam nee ontslegting over't te Cadrasp=n aan„ vens der opperhoofden letteren van den 8' 11: ' en 13,„' menten in de eerste /m: Courant, onder anderen ontfangene onkost reecquening van februarij Jongstleeden tot ontstigting bespeurt werdende namen der zeeker bij de onkost reecq: bekent te stellen. tie nop=s de ongelden der wapenkamer te doen, en waarom. werdende, dat het verstreckte aan den chirurgijn aldaar voor geleeverde medicamenten aan de zieken seer hoog op stok komt te loopen als bedraagende het opgebragte daar voor in de eerste ses maanden een montant van pagooden 136. 23. ½. wierd verstaan het ongenoegen deeser Regeering daar over te betuijgen, met melding, dat op een ander Comptoir daar het guarnisoen iets sterker en de lugt veel ongesonder dan die van Padras was met de helft minder konde gesteld werden, gevolgelijk het deese Regeering speculatiet te vooren quam dat er circulair lastom voortaan de Jaar in Jaar uijt, zoo veel zieken zijn, Edog op dat door deese Regeering zoo wel, als de opperhoofden daarop zoude konnen gelet, en de opbrengingen na„ gegaan werden, is verstaan na derwaards zoo wel als naar de Comptoiren daar het zelve in geen ge„ „bruijk is te gelasten om de naamen der impotenten bij de onkostreecq: bekend te stellen, met melding en met welke verdere specifica voor hoeveel daagen medicijnen genooten hebben en voorts die aan het verband koomen, apart te item on ook de nodige aant=z pecificeeren. Soo als ook verstaan is, de nodige aanschrijving te doen, omtrend de ongelden van de waapenkamer, waarmeede bevonden wierd, onbe„ suijsd te werk gegaan, en 'er met den breeden bijl den 22. Meij 1769. ingekapt

NL-HaNA_1.04.02_3261_0613 view scan ↗

English

the 22nd of May 1769 been cleared, since for that, beyond what was produced from the warehouses in the first six months, an amount of pagodas 37. 4. 1½, or f 167. 6. 14, was wasted. The Council also found the provision of double board money to the bookbinder sent from here to that place for a time, who has already enjoyed the same for a year and a half, entirely improper, as he, being a servant of the Company, was obliged for the board money allocated to him and his earned wages to perform his service there as well as here and wherever he might be sent; wherefore it is resolved to have the same revoked at once and, to prevent further such needless expenses, to have him return this way at the first available opportunity. The sepoys taken into service there on account of the troubles having already been discharged, it is resolved likewise to dismiss the hircarras, sweepers, and other useless servants still kept there, and further to write to the chiefs that it would be much more proper that the lessees themselves, rather than the Company, pay the batta of 4 peons stationed at Eddeoer and Arriaalcherij during the cutting of the paddy; as it was also approved to order thither that the monies outstanding under the petty Cash as a memorandum charged to the adigar of the village, toll collectors, village lessees, and the merchants, to the amount of pag: 3394. 21. 1/8 or f 15277. 1. 12, be collected and settled with the utmost speed. Upon the letters received from Palliacatta under dates of 28 April past, as well as the 8th and 12th current, nothing remarkable was found to be noted other than to authorize the chiefs to write off the expense account for the month of March past; and furthermore approved that they, the chiefs, had remitted by bill of exchange to Bimilipatnam what was due to the estate of the secunde of the said factory, Jan Visscher, and had been under the responsibility of the secunde De Jonckeere; with mention that regarding the monies of that estate remaining with the missionaries at Weperij, the necessary instructions would be written to the Bimilipatnam chiefs. the 22nd of May 1769 Upon the resumption of the papers received from Jaggernaijkpoeram together with the chiefs' letters of 13 April past, it having appeared with great displeasure from the account of the debit and credit of the merchants that their debit as of the end of February last amounted to a considerable sum of f 296001. 10. 5 or pag: 65778. 2. 62; it is resolved to admonish the chiefs most emphatically to settle the same and to reiterate the recommendations so often made in that regard, leaving the consequences thereof to the account and responsibility of the chiefs; as it is also resolved to express the displeasure of this Government over the error committed in the invoice of the cargo loaded there in the ship Vaillant regarding the 6 bales of bleached Guinees 9 caal, pointing out that this denoted far too great an inattention, as it was otherwise too considerable not to catch the eye at once, since the aforementioned 6 bales could by no means amount to f 9584. 3. —; but this, along with the calculation errors discovered in the submitted Rendement of January, having been altered and corrected here as required, it is resolved to send them a copy of the last-mentioned paper for that same purpose. In answer to the letters from the Bimilipatnam chiefs under dates of 31 March and 15 April last directed hither, it was resolved, regarding the repetition sent with the first of the declared inability by the merchants Wiesjappa Tjittana Chittij and Daatjerij Ervaij to pay off their debts to the Honorable Company, as well as their request made to be allowed to provide sureties from among their friends etc., to refer to the orders dispatched in that regard by this Government by letter of 28 February past, in the trust that they, the officials, will second the arrangements made here concerning this with the prompt execution thereof, and thus effect the speedy liquidation of those arrears; concerning the efforts made by the chiefs towards the settlement of the petty Cash, the demand having been made for the monies to be found among the missionaries at Weperij belonging to the estate of the 22nd of May 1769.

Dutch transcription

389. den 22e. Meij 1769 „beld kostgeld aan de dat heer geson„ dene boekbinder onnut te dien stelingen. bij 't snijden der nelij geweest zijn betaerlen moeten. ingekapt teweesen, nadien daar voor, buijten het op„ gebragte uijt de pakhuijsen in de eerste ses maanden een tantum van pagooden 37. 4. 1½. ƒ 167. 6. 14. verguastu„ reerd is. — Ook vond den raad de verstrecking van dubbeld kost oneijgentl: na't vertrekte dub„ geld aan de van hier voor een tijd naar derwaards geson„ dene boekebinder, die het zelve nu al anderhalf Iaar genooten heeft, gants oneijgen alsoo hij een 'scomp=s dienaar zijnde voor het hem toegelegde kost„ geld en zyn winnende gagie verpligt was, daar zoo wel als hier en werwaards ook gesonden werd, zijn dienst te presteeren, alwaaromme verstaan is, het zelve ten lall ter intrecking van 't selve eersten tedoen intrecken en denselven tot voorkooming van verdere diergelijke noodeloose ongelden, met de eerstsenden voorkoomende geleegendheijt dit heen te laaten retour„ neeren. De mits de troubelen aldaar in dienst genomene lalt ter afdanking van eenige sipaaijs reeds afgedankt weesende, is verstaan insel„ vervoegen te laten dimitteeren de ginter nog aange„ houden werdende arcarras, veegsters en meer andere onnutte dienstelingen, en de opperhoofden verder aan„ teschrijven, dat het veel voegelijker zoude weesen, dat aansz: dat de pagters de 4. pions de pagters zelve dan de Comp=e betaalde, de battam en om hem weeder dit heen te van den 22e' Meij 1769 gelden ten spoedigsten in te palmen. de onkost reecq: van Maart de Joncleere gecompeteerd heet per heen, weeg. s de penn: die van hem berusten van 4. pions die te Eddeoer en Arriaalcherij bij het last ners gem =r memorielosende snijden der nelij geplaatst zijn; soo als ook goedge„ vonden wierd, na derwaards te ordonneeren, om de bij de kleene Cassa per memorie ten laste van den adigaar van het dorp, tholhepers pagters der dorpen en de cooplieden, loopende gelden, ten Emporte van pag: 3394. 21. 1/8n. of ƒ15277. 1. 1:12. ten spoedigsten in„ te palmen en te verevenen. —. qualiscatie na toll: tersze van Op de ontfangene brieven van Palliacatta, de datis 28: ' april passato, mitsgaders 8' en 12:' courant, wierd niets sonderlings te remarqueeren gevonden, dan de opperhoofden te qualificeeren, tot de afschrijving van de onkostreecquening van de approbatie dat het gene visschen van„ maand Maart passato; en wijders goedgekeurt wissel na bimelsk: overgemaaktis dat zij opperhoofden per wissel naar Bimilipat„ nam hadden overgemaakt, het geen den boedel van den secunde van gedagte Comptoir Ian visscher gecompeteerd had, en onder verantwoor„ ding van den secunde de Ionckeere geweest wal; te doene aansz: van't nodige der met melding dat omtrend de onder de missiona„ onder de misionarissen te verorij rissen te weperij zijnde penningen van dien boe„ del de Bimilipatnamse opperhoofden het noodige zoude werden aangeschreeven Bij. 391. den 22e. Meij 1769 Cooplieden. door de bed=: reecq in de factuur van't schip Vaillant als de rekenfouten in't rendement van Januarij Bij de Resumptie van de van Iaggernaijkpoe, tegen in over dan debet de Jager: ram neevens der opperhoofden letteren van den 13:' april p. o bekoomene papieren, bij de Reekening van het debet en Credit der Cooplieden, met veel tee„ gensen te vooren gekoomen zijnde, dat derselver de„ bet onder ultimo februarij Jongstleeden bedraagen heeft een aanmerkelijke somma van ƒ296001. 10. 5. of pag: 65778. 2. 62. ; soo is verstaan de opperhoofden last tot dees veerening tot verevening derselve, op het nadruckelijkste te admoneeren en te herhaalen de soo dik wert dierweegens gedaane recommandatien met La, fating van de gevolgen daar uijt ting van de gevolgen daaruijt, voor reekening en verandwoording van de opperhoofden; gelijk ook verstaan is, het misnoegen deeser Regeering te be„ misnoegenover t begaan abuijs„ tuijgen, over het begaan abuijs in de factuur van J het geladene aldaar in het schip vaillant omtrend de 6. packen guinees gebleekt de 9. caal onder voor„ en onder wat voorhouding „houding dat zulx een altegroote in attentie deno„ teerde, dewijl anders het te considerabel was, om niet al aanstonds in het oog te vallen, alsoo de voor„ melde 6. fardeelen geensints ƒ9584. 3. —. importee„ ren konde dog het zelve neevens de ontdekte ree„ redressering van't selve alh: zo wel ken fouten, in het overgesondene Rendement van Januarij laast gem: papier enten wat eijnde. gem: Coopl: tot't ableteelen van haar debet. haar vrienden te mogen stellen. gerefereerd. en in welk vertrouwen. die van visscher onder de missiona„ rissen te wepperij berusten Ianuarij alhier naar vereijsch veranderd en geredres„ te doene tesending van'tafshenf veseerd zijnde is verstaan het afschrift van het Laast„ gemelde papier, haar ten dien selven eijnde te doen toekoomen ook tbetuigdonvermngen naer In andwoord der brieven van de Bimilipatnamse opperhoofden sub datis 31. ' Maart en 15. ' april J. o leeden herwaards gerigt wierd beslooten, omtrent de bij de eerste gezonden werdende herhaaling van het betuijgd onvermoogen door de Cooplieden wies„ Jappa Tjittana Chittij en Daatjerij Ervaij tot het afbetaalen hunner debet aan dE: Comp=e mits„ ten haar versoek om borgenien g aders derselver gedaan versoek tot het stellen van borgen uijt haare vrienden Ensz: zig te refereeren, aan de door deese Regeering bij brieve van den 28: werdaan de brief van den 28 sen februarij pass=o dierweegens g'expedieerde beveelen, in vertrouwen dat zij bediendens, de daaromtrent alhier gemaakte schickingen, secondeeren zullen, met de prompte Executie derselve, en alsoo desspoe„ dige liquideering dier agterstallen effectueeren; omtrend gedane opeisching van de penn: het in het werk gestelde door de opperhoofden ter vereffe„ ning van de kleene Cassa gebleeken weesende, de gedaa„ ne opeijssching van de onder de missionarissen te weperij te vinden zijnde penningen, den boedel van den 22'. Meij 1769. den

NL-HaNA_1.04.02_3261_0617 view scan ↗

English

393. May 22, 1769. would issue an order from the widow to liquidate. was to come in within a few days. belonging to the deceased secunde Jan Visser to an amount of pag: 2000 - - or ƒ 8314:—: —. but who do not wish to surrender the same, except upon a written order from the widow Visscher; thus, because writing back and forth about this will only waste much time, and the settlement of the cash could not wait for that, it was approved and resolved to order the chiefs to liquidate the cash at once, or else the damage arising therefrom should be and remain for the account and responsibility of the one to whom it falls; although it has also pleasantly appeared to the council that the debit to the cash after deduction of C: C: 1300. pag: or ƒ 5850. –. –. being the amount expended on repairing the defects of the fort, for which qualification had been granted by the governor during his presence there; still amounting to pag: 3466. -. –. ƒ 15597. —. – was to come in within a few days, and there was even sufficient security for the same. Just as since then, from the communication by the servants in their further letter of April 15, an amount of pag: 750. in reduction had already come in. May 22, 1769 Order to the servants to send over a clear specification of the condition of the collapsed walls of that fortress, with a calculation thereof Insertion of that paper pag: 750. ƒ 3375. in reduction had come in. —; And whereas from none of the successively received papers has it appeared, nor could it be ascertained, how much that which the deceased secunde Visscher made and committed to the aforementioned Bimilipatnam fort, both upon the aforementioned granted qualification and on his own judgment, actually amounts to, it was resolved, in order that this Government might obtain a proper elucidation thereof and see how far Visscher had exceeded the qualification, to order the chiefs to send hither a neat and clear specification of the costs, item by item. Resumption of an indication Furthermore, there was resumed an indication, received alongside the aforementioned letter from the servants, of the condition of the collapsed main walls of the aforementioned fort, along with the setting down of a calculation of what the rebuilding of the same would cost, appearing further from the aforementioned forwarded document reading as follows: Indication of the condition of the collapsed main walls of the fort Bimilipatnam with a calculation also of the expenses 261 —. 395 May 22, 1769. that will be required for the most economical rebuilding of the same; most respectfully performed and dedicated to the Right Honorable and Valiant Pieter Haksteen, Extraordinary Councillor of Dutch India; as well as Governor and Director of this Coast of Coromandel and its resort etc. etc. etc., together with the Honorable Council, in order to obtain a favorable approval thereon. Right Honorable and Valiant Sir, and Gentlemen, Although it has pleased Your Right Honorable to approve the latest calculation of the late secunde Visscher dated September 24, 1768, and to demand further qualification for the rebuilding of what has yet collapsed of the fortifications, or might come to collapse; I have nevertheless, in hopes of Your Right Honorable's favorable approval, considered it necessary to make, briefly and as distinctly as was possible for me, a demonstration of all that has collapsed, and to add thereto a succinct calculation of the rebuilding of the same, as consisting entirely of main walls, and thus absolutely necessary to be covered in these troublesome circumstances. Of the Bastion Orange, the face on the east side, 10 rods and 3 feet long, 2 rods and 8 feet high, and 269 May 22, 1769 and 8 feet thick at the bottom, sloping upward to a thickness of 5 feet, has entirely collapsed, and the shoulder angle, which remained standing at the first collapse, has since also come down from above. For the rebuilding of this face, which has already begun on a sufficient foundation of 3 to 4 feet, where digging deeper is prevented by the heavy rocks and which otherwise falls 6 feet deep, the wall now being 10 feet thick at the bottom, and sloping upward as above, there will be required: 130 lasts of masonry lime at the last to pag: 2. -. pro 260. -. -. for ingredients - - - - - - pag: 75. –. –. for labor wages and earth materials - - - pag: 470. -. -. thus . . pag: 805. –. –. On the north side, the collapsed face is 10 rods and 6 feet long, 2 rods and 2 feet high, and 8 feet thick, likewise sloping upward as before; that wall will now be 9 feet thick at the bottom, and will be built on a foundation as above, as well as with a slope to 5 feet, and for this will then be needed: 108 lasts of masonry lime at pag: 2. the last - pag: 216. –. -. for ingredients - - - - - - pag: 61. -. -. for labor wages and earth materials - - - - pag: 408. –. –. pag: 685. —. —. Carried over pag: 1490. —. — The flank south of this bastion having only been cracked and bowed out in several places, a test has been made in that regard of the revetting or the laying of a counterfort suggested for consideration by Your Right Honorable.

Dutch transcription

393. den 22'. Meij 1769. ordre vande wed=e afgeven wilde te liquideeren. edrij binnen weijnige dagen stond inte„ den overleedene secunde Ian Visser Competeerende tot een montant van pag: 2000 - - of ƒ 8314:—: —. dog dog dewelke deselve mits: sonder die deselve niet begeeren aftegeeven, dan op een schrid„ telijke ordre van de weduwe visscher; zoo is uijt hoofde ordre om de Casmaar ten eersten dat door het over en weeder schrijven daar over, maar veel tijd verloopen zal, waar na het verepse„ nen van de Cas niet gewagt konde wierden, goedge„ vonden en verstaan de opperhoofden te ordonnee„ ren, om de cas ten eersten te liquideeren, of dat en met wet bedrijging anders de schaade daaruijt voortvloeijende zoude zijn en blijven voor reekening en verandwoording van de geene die het incumbeerd; hoewel de verga, aangenaam d: egter dat hetbelven dering teffens aangenaam te vooren is gekoomen, komen. dat het debet aan de cas naar aftrek van C: C: 1300. pag: of ƒ5850. –. –. of het verbouwde montant aan de verhelping der gebreeken aan het fort waar toe door den heer gouverneur bij desselfs aan„ weesen aldaar qualificatie verleend was; nog be„ draagende pag: 3466. -. –. ƒ 15597. —. – binnen Weijnige daagen stond in te koomen, en selfs voor deselve ge„ en dat voor genoegsame sekerhijd noegsaame seekerheijt was. gelijk zeedert uijt het bedeelde door de bediendens bij derselver nadere het was teren van den 15:' april ook reets een tantum van Jazelbs zeed=t fol 750. in gekoomen pag: den 22e' Meij 1769 Last aan de bed=s om een duijdelijke specificatie overtesenden, van't van de gesteldheijt der ingestorte muuren van die vesting, met een calculatie daarvan Jnsertie van dat papier pag: 750. ƒ 3375. in mindering ingekoomen was. —; En dewijl bij geene der successive ontfangene pa„ geene door wisschee nan't Corveoat pieren gebleeken is, nog nagegaan konde werden, hoeveel eijgentlijk komt te importeeren, het geen den overleedene secunde visscher, zoo op voorsz: verleende qualificatie, als eijge goeddunken aan het voormeld Bimilipatnams fort gemaakt en verbond heeft soo wierd op dat deese Begeering een regte elucidatie daar van erlangen, en sien konde, hoe verre visscher de qualificatie te buij„ ten gegaan was, goedgevonden de opperhoofden te ordonneeren daar van een nette en duijdelijke specificatie van het kostende, post voor post dit heen te senden. resumptie van een aanweijsing Voorts wierd geresumeerd, eene neevens der bedien„ dens voorsz: brief ontfangene aanwijsing van de gesteldheijt der ingestorte capitaale muuren van het voorsz: fort, met ter niederstelling eener Calcula„ p tie van het geen tot den opbouw derselve zoude koo„ men te kosten nader blijkende bij voorsz: overgeson„ den schriftuur aldus luijdende Aanwijsing van de gesteldheijt der ingestorte Ka„ pitaale muuren van 't fort Bimilipatnam met eene calculatie teffens van de ongel„ den 261 —. 395 den 22'. Meij 1769. den die tot den menagieusten opbouw derselve, vereijscht zullen worden; Eerbie„ digst verrigt en opgedraagen, aan den wel Edelen gestrengen Heer Pieter Haksteen, Raad Extraordinair van Nederlands Jndia; mitsgaders gouverneur en direc„ teur deeser Custe Kormandel met den Resorte van dien &. a &. a &=a beneevens den E: agtbaaren Raad om daar op te erlangen, eene goedgunstige appro„ batie Wel Edele Gestrenge Heer, en Heeren Alhoewel 't uwel Ed: gestr: behaagt heeft de Jongste Cal„ culatie van den aflijvigen secunde visscher gedagteekend 24. ' 7ber: 1768. te approbeeren en verders qualificatie afte„ langen tot den opbouw van 't geene van de fortificatien nog ingestort is, of mogt koomen en te storten; heb ik egter inhoope van uwel Ed: gestr: gunstige goedkeuring nodig g'agt, kortelijk en zoo distinct mij doenlijk was eene aanthooning van al 't ingestorte te doen, en daar bij eene beknopte bereekening te voegen vanden opbouw derselve, als geheellijk bestaande uijt kapi„ taale muuren, en dus volstreckt nodig om in deese Troubeleuse omstandigheeden gedekt te weesen. van 't Bastion orange is de face aan de oostkant lang 10. Roeden en 3. voeten, hoog 2. Roeden en 8. voeten, en. 269 den 22e. Meij 1769 „en van onderen dik 8. voeten, opwaard doceerende tot een dikte van 5. voeten geheel ingestort, en de schou„ derhoek, die bij de eerste instorting staan bleef, is zeedert meede van booven neergekomen. Tot den op„ bouw deese faze, die reets aangevangen is op een sufficant fondament van 3. â 4. voeten, daar men tot 't diepergraven door de Zwaare Rotzen belet word en anders van 6. voeten diep vallende de muur nu van onderen 10. voeten dik, en opwaard doceerende als booven, zullen vereijscht worden 130. lasten metselkalk â 't last tot pag: . -. pro/o 260. -. -. aan Jngredienten - - - - - - „ 75. –. –. aan arbeijdsloon en aardstoffe - - - „ 470. -. -. dus . . R/o 805. –. –. Aan de noordkant is de ingestorte face 10. roeden en 6. voeten lang hoog 2. roeden, en 2. voeten en dik 8. voeten meede opwaard doceerende als Eeren die muur nu zal van onderen 9. voeten dik vallen, een op een fundament als booven, mits„ gaders met eene doceering tot 5. voeten gebouwd worden, en hier toe zullen dan benoodigt 108. Lasten metselkalk â pag: 2. 't last - pa/o 216. –. -. . . - - - - „ 61. -. -. aan Jngredienten- aan arbeidsloon en aardstoffe - - - - „ 408. –. –. De flancq besuijden dit bastion op verscheijde plaatsen maar gescheurd en uijtgeweeken ge„ weest zijnde, is daaromtrend een proet geno„ men van de door uwel Ed: gestr: in consideratie gegeevene bemanteling of 't aanleggen van een „ 685. —. —. Transporteere r /ƒ 1490. —. — zijn contra

NL-HaNA_1.04.02_3261_0621 view scan ↗

English

397. the 22: May 1769 Carried forward -. . r /s 490. —: —— Counterfort to stiffen the wall. but one had barely begun on the foundation, that was to serve for that revetment, when the entire flank collapsed from top to bottom at night during calm and clear weather, so that the re- building is now necessary, being 4. rods, 4. feet long, 2. rods 5. feet high, and to be 9. ½. feet thick, likewise upon a foundation and upward battering in the manner as before, whereas that wall was previously only 8. feet thick at the bottom, though the battering is as mentioned before; and will be needed for this now 58. Lasts of masonry lime. . . . - - pa/o 116. -. –. Wages and earth materials - - - - „ 248. -. – „ 396. –. — In the flank west of this bastion are several cracks from top to bottom; but since the wall, in comparison to the other collapsed one, seems to have been built more sufficiently, there is hope that the same, by the laying of a berm 6. feet wide along that entire flank and further the plastering of the cracks with good cement, will indeed remain standing. And for this will then be required. 8. lasts of masonry lime - - - - pa/o 16. –. –. for rubble stones - . - - - - - „ 10. –. –. Ingredients - - - - - - „ 5. —. –. Wages - - - - - - - - „ 28. –. –. „ 59. –. —. The demi-lune raised between the aforementioned two faces in- stead of a bastion salient angle, must necessarily be demolished since the same, due to the collapse of those faces, is completely cracked and has Ingredients - - - - - - - - - „ 32. –. –. Carried forward . r o/ƒ1945. —. –. yielded. the 22: May 1769 Carried forward . p 1945. —. —. yielded, threatening to collapse at any moment. For this part of the work, likewise on a proper foundation, shall need to be disbursed. 20. Lasts of masonry lime. - - - - - pa/o 40. –. -. Rubble stones - - - - - - - - - „ 19. -. –. Ingredients - - - - - - - - „ 12. —. —. Wages - - - - - - - - - „ 45. —. –. „ 116. –. -. The curtain to the north has already collapsed to the length of 6. rods, and in view of the very bad internal condition of that which still stands on both sides of that breach, 2. rods, being completely cracked, must be demolished and built anew upon a foun- dation as before; that wall was previously only 7. feet thick at the bottom, and had a battering down to 5. feet. Now the same shall be 9. feet thick at the bottom, and have the aforementioned battering, and this will come to cost 82. Lasts of masonry lime.. p%o. 164. -. -. Ingredients - - - - - - - „ 46. –. –. Wages - - - - „ 304. -. –: „ 514. –. –. The curtain to the east has also already collapsed to the length of 10. rods and for the aforementioned reason, south of that wall another 5. rods 3. feet, and to the north 4. rods and 1. foot must be demolished, and rebuilt anew upon a foundation as mentioned before; the thickness and battering having previously been as of the aforementioned curtain and now likewise to become 9. feet thick and battering upwards to 5. feet, which will come to cost. 124. Lasts of masonry lime - - - Ro/o 248. –. –. Ingredients. - - - - - „ 72. —. — Wages - - - - - - - - - „ 430. —: —: „ 750. –. -. Further, for the clearing of all that has collapsed, will be required and of which the greater part has already been spent – – „ 248. –. – So that the entire calculation sums to p:ao/o 3573. -. - And 399. the 22: May 1769. And from the warehouses will be needed, and has also already been partially employed 380. lb: Dutch iron for the making of crowbars, pickaxes, and various other tools. —. 60. lb: Steel, adidem. 15. lb: Lead likewise for tools 7. pieces of Ambon beams, namely 3. pieces for the making of a shear legs for hoisting the heavy stones 3. pieces for the dragging of the stones, and 1. piece for the making of various tools 1. piece shroud-laid rope for the dragging of the stones, and 1. piece iron or wheel-cable for a runner Finally it is most respectfully made known hereby that the face on the west side of the Bastion Nassauw has completely given way, and the shoulder angle to the north of that bastion is cracked; concerning which one has reason to fear that the same, in some heavy rain squalls, coming down from above with cannon and all, will cause an un- common disturbance to the notable detriment and damage of the Casern of the military that is built against it, the other face and the new main guardhouse etcetera. To prevent this, with deep submission to the highly wise judgment of your Right Honourable, it would be extremely necessary to construct a revetment to this face on a foundation 8. feet deep; further 6. feet wide and battering upward, to beneath the Cordon, and then also the construction of a sufficient batardeau or counter- fort, against the shoulder angle, all of which would remedy the bad condition of this wall and suffice, for which then only would be needed 40. Lasts of masonry lime for - - - - - - pro 80. –. –. Ingredients - - - - - - - - - - - -„ 88. –. -. rubble stones - - - - - - - - - - „ 95. –. –. Wages - - -„ 138 —. —. or together Pr/6341. -.

Dutch transcription

397. den 22: Meij 1769 P=r Transport -. . r /s 490. —: —— Contra fort ter stijving van de muur. maar men had naulijks begonnen aan 't fundament„ dat tot die bemanteling zoude moeten die„ nen of de geheele flancq storte 'snagts bij stil en klaar weer van booven needer, des nu den op„ bouw noodig is, zijnde lang 4. roeden, 4. voeten, hoog 2. roeten 5. voeten, en zullende dik vallen 9. ½. voet, meede op een fundament en opwaard. doceerende in maniere als vooren, daar die muur voor heen van onderen maar 8. voeten dik was, dog de doceering als meergemeld is; en zul„ len hier toe nu noodig zijn 58. Lasten metselkalk. . . . - - pa/o 116. -. –. - - - - „ 248. -. – „ 396. –. — arbeijdsloon en aardstoff- Jn de flancq bewesten dit bastion zijn verscheijde scheu„ ren van booven tot beneeden; maar dewijl de muur in„ vergelijk der andere ingestorte sufficanter schijnt gebouwt te zijn, is er hoope, dat dezelve door 't aanleg„ gen van een berm van 6. voeten breet langs die gehee„ le blancq en wijders 't bepleijsteren der scheuren met goede cement wel zal blijven staan. En hier toe zullen dan vereijscht worden. 8. lasten metsel kalk - - - - pa/o 16. –. –. aan klipsteenen - . - - - - - „ 10. –. –. - - - - - - „ 5. —. –. Jngredienten - arbeijdsloom - - - - - - - - „ 28. –. –. „ 59. –. —. De halve maantusschen voormelde twee facen in„ steede van een bolwerkshoek opgehaald, diend nood„ wendig te worden afgebrooken naar dien deselve door 't instorten dier facen geheel gescheurd en uijt„ Jngredienten - - - - - - - - - „ 32. –. –. Transporteere . r o/ƒ1945. —. –. geweeken. den 22:' Meij 1769 P„r Transport . p 1945. —. —. geweeken is, drijgende alle oogenblik inte storten Tot dit gedeelte arbeids meede op een echt fundament„ zal bekostigd dienen teworden. 20. Lasten met zelkalk. - - - - - pa/o 40. –. -. Klipsteenen - - - arbeijdsloon De gordijn ten noorden ss reets ter lengte van 6. roeden ingestort, en diend uijt aanmerking van de gants slegte inwendige gesteldheijd, van 't geene nog staat aan weers zijden dier breuk 2. roeden als geheel gescheurd zijnde afgebrooken, en op nieuw op een fonda„ ment als vooren aangebouwt te worden die muur was voor heen van onderen maar 7. voeten dik, en had eene doceering tot 5. voeten. Nu zal deselve van onderen 9. voeten dik vallen, en eeven gem: doceering hebben, en dit zal koomen te kosten 82. Lasten metselkalk.. p%o. 164. -. -. arbeidsloon - - De gordijn ten oosten is ook reets ter lengte van 10. roeden ingestort en om eeren gemelde reede, diend nog be„ zuijden die muur 5. roeden 3. voeten, en ten noorden 4. roeden en 1. voet afgebrooken, en van nieuw:s op een fundament als meergemeld is, opgebouwd te worden; zijnde bevoorens de dikte en doceering als van eevenge„ melde gordijn geweest en zullende nu almeede 9. voe„ ten dik worden en opwaards tot op 5. voeten docee„ ren, wanneer dit zal koomen te kosten. 124. Lasten metselkalk - - - Ro/o 248. –. –. Jngredienten. Nog zal tot 't opruijmen van al 't ingestorte vereijscht worden en welke meerderdeel reeds uijtgegeeven is – – „ 248. –. – Des de geheele calculatie Sommeert - - - - - - „ 19. -. –. Jngredienten - - - - - - - - „ 12. —. —. arbeidsloon - - - - - - - - - „ 430. —: —: „ 750. –. -. Ingredienten - - - - - - - „ 46. –. –. - -„ 304. -. –: „ 514. –. –. - - - - - „ 72. —. — - - - - - - „ 45. —. –. „ 116. –. -. p:ao/o 3573. -. - - - - - En 399. den 22:' Meij 1769. En uijt de pakhuijsen zal noodig zijn, en isook reeds gedeeltelijk g'emploijeert 380. lb: ijser hollands tot 't maaken van koevoeten, houweelen, en diverse andere gereedschappen. —. 60. „ Staal, adidem. 15. „ Loot meede tot gereedschappen 7. p=s balken ambon, teweeten 3. p=s tot 't maaken van een bok ter opheising der swaare klispen 3. „ tot 't sleepen der klippen, en 1. „ tot 't maaken van diverse gereedschappen 1. p=s wandslag tot 't sleepen der klippen, en 1. „ ijzer of wieltros tot een looper Eijndelijk word nog eerbiedigst bij deesen bekend gesteld, dat de face aan de west zijde van 't Bastion Nassauw, ten Eenemaal uijtgeweeken, en de schouderhoek ten noorden van dat bastion gescheurd is; en waaromtrend men reede heeft te vreesen, dat deselve bij eenige swaare reegen buijten met geschut en al van booven neerkoomen van een onge„ meene beveeging zal maaken tot merkelijk nadeel en schaade van de Kassarm der militairen die er teegen aan„ gebouwd is, de andere face en de nieuwe hoofdwagt &=a om dit voorte koomen, zouw met diepe onderwerping aan 't hoog wijs oordeel van uwel Ed: gestr: ten uijttersten noodig zijn 't aanleggen van eene bemanteling aan deese face op een fundament van 8. voeten diep; voorts 6. voe„ ten breet en opwaard doceerende, tot onder 't Cordon 't en dan nog de aanleg van een sufficante beer of contra„ fort, teegen de schouderhoek, welk een en ander de slegte gesteldheijt deeser muur zou te hulp koomen een Juffi„ ceeren, waar toe dan ook maar benodigt zouden zijn 40. Lasten mettelkalk tot - - - - - - pro 80. –. –. arbeijdsloon Jngredienten - - - - - - - - - - - -„ 88. –. -. klipsteenen - - - - - - - - - - „ 95. –. –. - - -„ 138 —. —. of te saamen Pr/6341. -. „ -- - - 8:

NL-HaNA_1.04.02_3261_0624 view scan ↗

English

the 22nd of May 1769. consideration thereon. humbly awaiting upon all this the most honorable disposition of Your Right Honorable, I have for the rest the high honor to be, with the deepest veneration, underneath stood, Right Honorable Sir and Sirs, Your Right Honorable's most humble, discouraged and very obedient Servant, was signed, D. B. Truter, in the margin, Bimlipatnam, the 15th of April 1769. From which, to particular regret, further appeared the dilapidated condition of the aforesaid fort, which was not a little increased because, once again, merely in accordance with the qualification granted by letter of the 12th of December A:o 1768, after that which was resolved in the session of the 28th before that, in order to be covered against the troublesome condition, a considerable sum of pag: 3573. –. –. ƒ16078. 10 — would have to be expended, besides that which must be required from the warehouses, and already in part has been employed for getting into readiness the necessary tools etcetera, besides furthermore that which was stated for laying a revetment on the west face of the bastion Nassauw, for such reasons as are more fully indicated in that paper, to the amount of pa/o 341. – ƒ1534: 10, so that the Honorable Company will again face a considerable 401. the 22nd of May 1769 considerable sum of pag: 4014. –. –. ƒ 18063. —. — to bring into existence the defects indicated in that paper, without even calculating therein the remediation of the further defects; all of which having been taken into deliberation, it was considered that, however necessary it was to raise those collapsed walls, in order to have an enclosed place or stronghold for the security of the Company's precious effects, as the same has repeatedly been reflected upon in the preceding Resolutions, specially in that of the 28th of November of the past year, and thereupon also the restoration and repair of those defects was deemed necessary, and the chiefs were conditionally qualified thereto, nevertheless the assembly considered the aforementioned calculated and specified amount too important to spend anew on that deteriorated fortification without first having obtained the special qualification of Their High Mightinesses thereto, since their bad condition of that fort has already been brought circumstantially before the eyes of the same, their pleasure was awaited, and could within short be brought here with the expected ordinary ship; the 22nd of May 1769 and to await Their High Mightinesses' orders regarding this. demonstration by the servants that the Honorable Company is not disadvantaged by the sale of the iron. compensation imposed for that. paper mentions pagodas with 8 per cent agio. decided to desist from the repair. wherefore it was unanimously approved and understood to desist from the repair of the collapsed parts and revetment of the same, and thus to await what the well-mentioned Their High Mightinesses might please to order regarding this, and consequently to resile from the decision taken in that regard in the session of the 28th of November 1768, and the qualification that followed thereupon by letter of the 12th thereof; consequently to do nothing to it, but for the present to leave everything as it is. From the demonstration made by the servants regarding the compensation of ƒ 87. or pag: 19. 8. imposed upon them, mentioned in the Resolution of the 25th of January past, it having appeared that the Honorable Company was not disadvantaged thereby, but that the iron was even disposed of at a higher rate than was previously fixed, it was understood to relieve them therefrom; relief thereof. wonder that in the aforementioned account of the large cash treasury, as well as from the advance provided to the private supplier TambijsJan, item the requisition of cash made by the servants, mention is made of pagodas with 8 per cent agio, this appeared strange to the assembly for reasons 403. the 22nd of May 1769 and to demand further elucidation. running armory expenses. recommendation to attend to the economy. and why it is not known that pagodas with such an agio ever ran in the books there, thus it was so much the more incomprehensible what the servants' intention is regarding those used terms of 8 per cent, although at the same time it was primarily assumed that they will have explained themselves poorly in that regard, and by that expression meant to include the 4 per cent agio on the pagodas themselves and 4 per cent increase on the prices of the linens, wherefore it was understood regarding this to demand further elucidation; and furthermore to express the displeasure of this Government over the piling-up expenses of the armory, because besides the monthly expense of pag: 4. 18. – ƒ 21. 7. 8. for dungarees, emery stones and oil, amounting in six months to pag: 28. 12. — ƒ 128. 5. -, there was also charged an amount of pagodas 36. 18. for repairing the weapons in six months, thus together making a sum of p:r/o 65. 6., which in the mentioned time has been defrayed to the debit of that account, without even calculating therein what has been provided thereto from the warehouses, for which reason it was understood emphatically to urge the servants to

Dutch transcription

den 22': Meij 1769. consideratie daar ovr. op dit alles de hoogst te Eerene dispositie van uwelEd: gestr: onderdanigst blijvende afwagten heb ik voor 't overige de hooge Eere, van met diepste veneratie te zyn /:onderstond:/ wel Edele gestr: Heer, en Heeren, uwel Ed: onderdanigst ontmoedige en zeer gehoorsame Dienaar /:was getee„ kend:/ D=e B:s Truter /:Jn margine:/ Bimili„ patnam Den 15. ' april 1769. —. Waar uijt tot bijsonder verdriet naderkoomende te blyken, den gederaliseerden toesland van het voorsz: fort en het welk niet weijnig vermeerderd wierd, om dat alweeder, om alleen volgens verleend qua„ lificatie bij brieve van den 12. ' december A:o 1768. be„ na het geresolveerde ter sessie van den 28 dier vorens. om de wille van de troubeleuse gesteldheijd gedekt teweesen zoude moeten bekostigd wer„ den een aansienelijke somma van pag: 3573. –. –. ƒ16078. 10 —. buijten het geen uijt de pakhuijsen komt te benoodigen, en reets voor een gedeelte g'emploijeerd is, tot het ingereedheijt brengen van de vereijsschende gereedschappen &=a, behalven nog het opgegeevene tot het leggen eener bemanteling aan de west zijdse Face van het bastion Nassauw, om sodanige reedenen als bij dat papier, breeder aan„ geweesen zijn ten Emporte van pa/o 341. – ƒ1534: 10. zoo dat de E: Comp=e weeder te staan zal koomen een aansienlijke 401. den 22e: Meij 1769 aansienelijke somma van pag: 4014. –. –. ƒ 18063. —. — om de bij dat papier aangeweesen gebreeken in Esse te brengen, zonder eens daar bij te reekenen de verhelping van de verdere defecten; alle het welke in deliberatie genoomen zijnde, in aanmerking quam, dat hoe„ noodsaakelijk het ook was het ophaalen dier inge„ storte muuren, ten Eijnde een Beslooten plaats of sterkte te hebben tot securiteijt van scompagnies dierbaare Effecten, gelijk het zelve temeermaalen bij de voorgaande Resolutien speciaal bij die van den 28: november anno pass=o gereflecteerd en daar op ook de herstelling en Reparatie diergebreeken noodig geoordeeld, mitsg.s de opperhoofden daar toe Conditio„ neel gequalificeerd is, nogthans de vergadering het voormelde gecalculeerd en opgegeeven montant ten emportant voor quam, om aan dat gedevaliseerd vesting werk op nieuw ten koste teleggen, zonder eerst de speciale qualificatie van Haar Hoog Edelens daar toe erlangd zoude weesen, dewijl hoogst deselve reets den slegten toestand van dat fort omstandig onder het oog gebragt, zijnde, der„ selver goedvinden tegemoed gesien vierd, en binnen korten met het verwagt werdende ordinaire schip vervolg alhier den 22e. Meij 1769 en haar hoog Ed=s ordre daaromtrend aftewagten demonstratie door de bed=s dat d'E: Comp: bij de veroop van't ijser niet benerdeeld is daar voor op gelagde vergoeding papier mentie van pag: met C. prC:o opgeldmaken besligt om vanderesparote affecj alhier aangebragt konde wierden: soo wierd eenparig goedgevonden en verstaan van de Reparatie van het ingestorte en bemanteling derselve aftesien, en dus aftewagten wat welmelde Haar Hoog Edelens be„ haagen mogte dierweegens te ordonneeren, en mits dien te resilieeren van het dien aangaande genoomen besluijt ter sessie van den 28' November 1768. en de daar op gevolgde qualificatie bij brieve van den 12:' daar aan; gevolgelijk niets daaraan te doen, maar voor eerst alles zoo als het is te laaten leggen. — Uijt de door de bediendens gedaane demonstratie noopens de hun opgelegde vergoeding van ƒ 87. of pag: 19. 8. vermeld ter Resolutie van den 25:' Janu: pass:o gebleeken zijnde 'er d'E: Comp=e niet bij benadeelt, maar zelfs het ijser hooger van de hand geset dan relevering dierhalven vand haalz voor bepaald was; is verstaan haar daar van te releveren dog daar en teegen zoo wel bij de staat wondering tatzi bijnev: gem: Reekening van de groote geld Cassa als uijt de bedeelde voor uijtverstrecking aan de particu„ liere leverancier TambijsJan, Jtem de bediendens gedaanen Eijsch van Contanten mentie gemaakt werdende van pagooden met 8. p. r Cento opgeld, quam de vergadering zulcx wonderlijk te vooren om ree„ den 403. den 22e: Meij 1769 en te vordere elucidatie lopende wapenkamert ongelden recomm: ter behartiging der me„ nage. den niet bekend is, dat 'er ooijt pagooden met dierge, en waarom lijke opgeld bij de boeken aldaar geloopen hebben, dus zoo veel te onbegrijpelijker was, wat der bediendens intentie is, omtrend die gebruijkte Terme van 8. pr Cento Hoewel teffens voor het naast veronder, wat diew=s voronderstel wind, steld wierd zig daaromtrend qualijk g'expliceerd zullen hebben, en met die uijtdrucking te begrij„ „pen de 4. p. r Cento opgeld op de pagooden selve en 4. pr Cento verhooging op de prijsen der lijwaaten, des daar over verstaan is, nader Elucidatie te vorderen en voorts het ongenoegen deeser Regeering te betuijge ongenoagen overd hogop:stor over de hoop op stok loopende ongelden van de waa„ penkamer, dewijl buijten de maandelijke uijtgaave van pag: 4. 18. – ƒ 21. 7. 8. , voor dongrijsen, amaril steenen en olij, importeerende in ses maanden nag: 28. 12. — ƒ 128. 5. - nog opgebragt is, een Tantum van pagooden 36. 18. voor het repareeren der waapenen in ses maanden dus te saamen een somma van p:r/o 65. 6. uijtmaakende, welke in gemelde tijd ten laste van die Reekening is bekostigd geworden, zon„ der 'er nog eens bij tereekenen het geen daar toe uijt de pakhuijsen verstreckt is, uijt welken hoofde verstaan wierd, de bediendens met nadruk tot het

NL-HaNA_1.04.02_3261_0628 view scan ↗

English

the 22nd May 1769. to recommend better attention to the household management, pointing out that frugality was all the more necessary at an office that for some time has been nothing other than a burdensome drain of expense; consequently every possible care must be taken to avoid unnecessary costs, without however neglecting anything that could be done at small expense, provided everything is directed with prudence and proper household management. Therefore, in the confidence that the recommendation to be sent will carry some influence and that the household will be managed somewhat better, the transmitted expense account of February last, in which those expenditures are entered, is approved for write-off, as are the memoranda of the carpentry works and gifts made there in the first six months of this current book-year, with orders to include the same henceforth in the six-monthly expense accounts. Furthermore, the rejection of the request presented by the Regent Daantjeloerij Boetjerasoe on behalf of the Prince for the procurement of 3000 cannonballs was considered well done, communicating to the chiefs that neither the dewan of the Prince named Ienpenne Tagoenadoe Rasoe nor the Brahmin Goenaboetjana have appeared here; but only the servant Moetoe alone, who however had not received the slightest order from the Prince to execute or perform anything here; and further, the reported arrival of the notorious Ibrahim Bey joined with the Marathas was held to be a loose rumor and should be regarded as such, because the English army at Walteer, which was already in motion upon the first news, has remained encamped there. And it was further approved to relieve the quartermaster and flag-watcher Barend Jansz. Willemsz. to come hither, upon his request made for that purpose. After this, the invoice of account received recently from Batavia having been brought in for resumption, it was resolved to write off to Ordinary Rations the Cape and Japanese provisions charged to this government, which were supplied for the use of the Governor to his authorized agents at the Indian headquarters; and also to write off to Previous-Year Expenses and Charges the board money and rations approved there for the Junior Merchant Johannes Haselkamp and Bookkeeper Arnoldus Hendrik Hoflager; And further, to the credit of the aforementioned accounts, to enter the value of 147 lb. of old metal from an unserviceable chamber-swivel, dispatched unreckoned anno passado per invoice of the last of August with the ship Tulpenburg, but at Batavia found to be worth f. 32 per 100 lb., or f. 47.-.8, and against this to debit with f. 42.18.8, or the accounted amount of the sent 31 pieces of round and long shot found unserviceable at the Indian headquarters; As well as to have the authorized packers Nicolaas Campie, Fredrik Willem Bloeme, Hendrik François Vick, Ewouwt van Son, and Hendrik Dietjens pay into the treasury f. 42.6.- for the 1/2 piece of Guineas brown-blue and 19 pieces of ordinary Nagapatnam tapestries of 5 cobidos found short in two packs at Banda and Batavia, and to debit the share of Dietjens to Jagannathapuram. Just as it was further approved to write off the 3 lb. of packing yarn accounted back here by the invoice of Jaffnapatnam of the 27th April last, which were under-reckoned in the invoice from here of the 13th April 1768; and furthermore to take back the equipment goods supplied here to the pantjalang 's Haasje upon its departure for Malacca, but erroneously charged to the Jaffnapatnam Commandery. Likewise, the incoming reports of the textiles re-sorted here on various dates, collected at the offices of Pulicat, Sadraspatnam, and Palicol, were resumed, which it was resolved to insert into this document, and, regarding the defects discovered in some of those cloths, to instruct the chiefs with what is necessary, conveying the displeasure of this government. Insertion of the same: Finding of the following 89 packs of various textiles, collected at Sadraspatnam and Pulicat, and on the 20th of this month, by the Honorable Pieter Haksteen, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of this Coast of Coromandel and its Dependencies etc. etc., and the Honorable Henricus Leembruggen, Senior Merchant and Chief Administrator, together with the Merchants Tammerus Cantzelaar, Pierre Jean Louis de Filliettaz, Cornelis Pietersz., and the Junior Merchants Jan Appens, Jacob van Tessel, and Servatius Mossel, as well as the Bookkeeper Dirk Buijs, caused to be chosen and opened therefrom 35 packs and chests, which were inspected and examined, as: 55 packs of various textiles, thereof: 3 packs of ordinary raw Guineas, of which: 1 pack, 1st sort, No. 1, passable for the Fatherland. Carried forward.

Dutch transcription

den 22:' Meij 1769. reecq: van febr: en vertimmeringen in de eerste /m: wijsing van't verbek van de prins om 3000. kanon kogels te doene comm: dat neer s gem: per„ opgedaagd zijn het beeter behartigen der menage te recommandee„ ren, onder voorhouding dat de suijnigheijt zoo veel te noodsaakelijker was op een Comptoir dat zeedert eenige tijd niet anders dan een druckende Lastpost geweest is; gevolgelijk alle moogelijke attentie gebruijkt moest werden, om onnodige kosten teverwij„ den, zonder egter iets te verwaarloosen, het geen niet weijnig kosten geschieden konde; zoo maar alles met overleg en geschikte huijshouding gedirigeerd wierde, passeringte afsz: vande nteswierdende dierhalven in vertrouwen dat de aftesendene Recommandatie van eenig invloed weesen en de menage wat beeter betragt werden zal, de overgeson„ dene onkostreecq: van februarij Jongstleeden waar bij die ongelden opgebragt zijn ter afschrijving ge„ item van de gedane geschenken passeerd, soomeede de Memorien der in eerste ses maanden deeses loopende boekjaars aldaar gedaane Timmeragien en schenkagien met last dezelve voortaan bij de ses maandige onkostreecq: inteneemen. aprobatie dergedone vanden voorts zag men voor welgedaan aan de van de handwij„ sing van het door den Regent Daantjeloerij Boet„ Jerasoe voorgedraagen versoek van den prins ter erlan„ ging van 3000. kanon Roegels, onder tegeevene Commu„ soonen van zy hogEd lhier met nicatie aan de opperhoofden dat nog den Duan van den 405. den 22e' Meij 1769. die geende minste ordre hadde. de afkomst der marattijs en waarom dit heen Jongst van batavia ontfangene fac„ den prins in naame Ienpenne Tagoenadoe Ra soe nog den bramine goenaboetjana alhier opgedaagd zijn; maar wel den dienaar Moetoe alleen dog die maar wel den dienaar moetse van den prins geen de minste ordre ontfangen had om hier iets uijttevoeren of te verrigten; werdende vor een bos gerugt aangemerkt, wijders de bedeelde afkomst van den berugten Ibrahimbeek geconjungeerd met de marattijs voor een Los gerugt gehouden en als zodanig aan„ gemerkt moest werden, om dat het Engels leeger op walteer dat reeds op de eerste tijding inbewee„ ging was, aldaar was blijven Campeeren, En men vond verders goed den quartiermeester; En vlagge, verlobling van de vlagewagter wagter Barend Jans: willemsz:, op zijn daar toe gedaan versoek herwaards te verlossen. —. Hierna ter Resumptie binnen gebragt zijnde de resumptie van en dispositie op de Jongst van Batavia ontfangene factuur van tuir van amreerx: aanreekening, is verstaan, de daar bij dit gouver„ nement ten laste gebragte Caabse en Japanse provisien, dewelke ten dienste van den heer gouverneur aan Hoogst desselfs gemagtigdens ter Jndiase hoofd„ plaatse verstreckt zijn te laten afschrijven op Randcoe„ nen ordinaer; mitsgaders op voorjaarige Lasten en ongel„ den, de aldaar goedgedaane kostgelden en Randcoenen aan goederen alhier te laten afsz: aan den ondercoopman Iohannes HaselRramp en Boekhouder Arnoldus Hendrik Hoflager; p C En wijders ten goede van de zoo vien gemelde Ree„ keningen te doen inneemen de waarde van 147. lb: oud metaal van een onbequaam kamerbas, anno passado per factuur van ult=o augustus met 't schip Tulpenburg onaangereekend verbonden, dog op Batavia waardig bevonden is teegens ƒ.32. de 100. lb: of ƒ 47. —. 8. , en daar en teegen te belas„ ten met ƒ42. 18. 8. of het aangereekend montant van de overgesondene 31. p=s Rond en langscherp, ter Jndiase hoofdplaatse onbequaam bevonden; Mitsgaders de gecommitteerde afpackers Nico„ laas Campie Fredrik willem Bloeme, Hen„ drik François vick, Ewouwt van Son, en Hendrik Dietjens, voor de te Banda en Ba„ tavia in twee packen te kort bevondene ½. pees qui„ nees bruijn blaauw en 19. p. s Tapis ordinaire Naga„ patnamse de 5. Cob=s in cassa te laten tellen ƒ 42. 6. —. en het aandeel van dietjens Jaggernaijk poeram ten laste te brengen. —. besluijt has goeren Equisigie Soo als alverder goedgevonden is, de van Iaffana„ patnam bij factuura van den 27. ' april J.:o Leeden den 22'. Meij 1769. dit - 407. den 22e. Meij 1769 verle alh=r gehersorteerde lijwaten van eenige Comploiren. defeclen. dit heen te rug gereekende 3. lb: pakgaaren dewelke. bij factuur van hier van den 13. ' april 1768. temin aangereekend zijn, als nog te laaten afschrijven, en voorts weeder inteneemen de aan de pantjal„ lang 's Haasje op desselfs depart na Malacca alhier verstreckte, dog abusivelyk het Jaffanapat„ nams Commandament ten laste gebragte Equipagie goederen. Gelijk nog geresumeerd wierd de ingekoomene Rappor gesumpteevande bevinding an de„ ten der alhier op diverse datums hersorteerde lijwaaten ten Comptoire Palliacatta, Sadraspatnam en Pali„ col in gesameld, welke verstaan is, in deesen te Jnseree„ ren en nopens de ontdekte defecten aan sommige dier te betuijgen ongenoegen nop. s de kleeden de opperhoofden onder betuijging van het ongenoegen deeser Regeering het noodige aantebeveelen Jnsertie van deselve Bevinding van de ondervolgende 89. packen diverse lijwaaten, te sadrasp=m en palliacatta ingesaameld en op den 20. ' deeser door den wel Edelen gestr: heer Pieter Haksteen Raad Extraor„ dinair van Nederlands Jndia, gouverneur en directeur dee„ ser custe cormandel met den Resorte van dien N=a 1=a en den E: E: heer Henricus Leembruggen, oppercoopman en hoofdadministrateur, neevens de heeren cooplieden Tammerus, cantewvisscher, pierre Jean Louis de Filliettaz:, Cornelis Pietersz: en de ondercooplieden Jan Appeng, Jacob van Tessel, en seracutus, Mossel, zoomeede den boekhouder dirk Buijs, daar uijt doen kiesen en openen 35. packen en kesten, welke besigtigt en bezonden zijn; als 55. - p=rs diverse lijwaaten: daarvan 3. –. packen guinees gemeen Ruw, hier van 1. pack 1. Zoort N=o 1. voor 't patria passabel Die Transporteere.

NL-HaNA_1.04.02_3261_0632 view scan ↗

English

55. –. 3. . 1. bale. Brought forward 2. ditto second sort of which 1. -. bale No 2. for the homeland; good 13. - pieces Guineas common bleached; among which 4. -. bales 1st sort namely: 1. bale No 437. for the homeland, common 1. - ditto ditto 443. ditto Batavia, very good 8. - ditto second sort of these 2. –. bales for the homeland; being 1. -. bale No 438. common, and 1. - ditto ditto 6. good 1. –. ditto Number 438. for Batavia, also good, 1. . bale third sort No 442. for Batavia also good 3. - ditto Guineas pale blue; among these 2. –. bales first sort of which 1. - bale No 445. for the homeland, passable 1. –. ditto second sort No 447. for the homeland, good 27. -. ditto Guineas dark blue; thereof 10. –. bales first sort of this: 1. –. bale No 19. for the homeland very good 1. -. ditto ditto 451. ditto Batavia 1. - ditto ditto 465. ditto Poulochinco 14. -. ditto second sort; of which 1. - bale No 20. for the homeland 2. - ditto ditto 453. and 21. for Poulochinco } very good 3. –. ditto third sort among which 2. . bales for Padang; namely 1. - bale No 456. good 1. -. ditto No 18. for Macasser, good 3. –. ditto Salempores common bleached, of these 2. -. bales for the homeland; being: 1. . bale first sort No 458. and good 1. . ditto second ditto ditto 459. . 1. . ditto third sort No 460. for Batavia also good 2. . bales Salempores dark blue for the homeland 1. . bale first sort No 461. very good 1. - . ditto second ditto ditto 462. good 1. . bale Percalles common bleached 3rd sort No 463. for Ternaten, good 3. - ditto Mooris dark blue; among which 1. . bale No 464. for Padang, very good from Palliacatta 34. chests and bales diverse cloths; thereof 1. -. bale Bethilles super fine No 19. for the homeland, very common 89. —. 1. chests bales To be carried forward. 22 May 1769 409. 22 May 1769. 89: 1. bale Brought forward 2. -. ditto Mooris fine white of this 1. –. chest No 44. for the homeland, common 1. –. bale Chelasses checkered No 45. for the homeland, passable 27. -. ditto Cambays fine diverse of which 5. –. bales of 8 Cobidos, being 4. - bales for Batavia, among which 1. bale No 22. passable but common of color 1. -. ditto No 51. for Ternaten passable, but common of color 6. -. ditto of 6 Cobidos namely 1. -. ditto No 25. for the homeland ditto ditto ditto 6. . ditto of 5 Cobidos of these 1. . ditto No 48. for the homeland ditto ditto ditto 10. –. ditto of 4 Cobidos among these: 2. -. ditto No 35. and 40. for Batavia ditto ditto ditto 3. -. bales Gingham Taffachelass extra fine; of which 1. -. bale No 42. for Japan, good, but not extra fine as it ought to be Thus inspected and found at Nagapatnam in the Castle 6 March anno 1769. /:was signed:/ F:k W:m Bloeme invoice master Findings of the following 23 chests and bales diverse linens gathered at Palliacatta and on 19 April last past by the Right Honorable Pieter Haksteen, Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, Governor and Director of this Coast of Cormandel with the dependencies thereof etc. etc. and the Honorable Henricus Leembruggen, Senior Merchant and Chief Administrator, together with the Merchants Tammerus Cantervisscher, Pierre Jean Louis de Filliettaz, Cornelis Pietersz and the Junior Merchants Jan Apping, Jacob van Tessel, Peraculus Mossel, Hendrik Ambrosius Johnson, Nicolaas Tadama, as well as the bookkeepers Dirk Buijs, Nicolaas Campie, and David Vick caused to be selected and opened from them 1 chest and 5 bales which were inspected and found; as follows 23. –. chests and bales diverse linens; of this 1. —. chest Bethilles super fine No 53. for the homeland, common 2. –. bales Chelasses checkered thereof 23. —. 3. -. pieces To be carried forward. d E good 22 May 1769. 23. . 3. bales Brought forward 1. . bale No 55. for the homeland, passable but full of creases concerning which considerably more care must be taken 17. –. ditto Cambays fine diverse, of which 9. –. bales of 5 Cobidos of which 1. –. bale No 70. for Batavia, good 8. . . ditto of 4 Cobidos of these 1. –. bale No 65. for Batavia, also good 3. -. ditto Gingham Taffachelass for Japan, namely 2. - bales extra fine among which 1. . bale No 67. not according to custom 1. . . ditto fine improved sort No 68. very commonly improved Thus inspected and found at Nagapatnam in the Castle 19 April anno 1769. /:was signed:/ I: W: Bloeme invoice master Findings of the following 14 bales diverse Chintzes gathered at Palicol and on 30 March last past by the Right Honorable Pieter Haksteen, Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, Governor and Director of this Coast of Cormandel with the dependencies thereof, and the Honorable Henricus Leembruggen, Senior Merchant and Chief Administrator, together with the Merchants Tammerus Cantervisscher, Pierre Joan Louis de Filliettaz, and Cornelis Pietersz, and the Junior Merchants Jan Apping, Jacob van Tessel, Peraculus Mossel, Hendrik Ambrosius Johnson, Hendrik Bosch, and Nicolaas Tadama, as well as the bookkeepers Dirk Buijs, Nicolaas Campie, and David Vick, caused to be selected from the ship Veillant and brought ashore 6 bales which were inspected and found; as follows 14. -. pieces Chintzes fine diverse; thereof 8. –. pieces fine painted; of this 3. . bales No 1. No 2. and No 5. for the homeland, among which diverse pieces do not match the sample sent last year 6. – pieces fine printed; being 3. . bales No 3. No 4. and No 6. for the homeland among which are also diverse pieces not matching the sample sent last year Thus inspected and found at Nagapatnam in the Castle 12 April anno 1769 /:was signed:/ F: W: Bloeme invoice master

Dutch transcription

55. –. 3. . 1. pak. Per Transport 2. d. o Tweede zoort van dewelke 1. -. pak N. o 2. voor 't patria; goed 13. - p=s guinees gemeen gebleekt; onderwelke 4. -. packen 1. Zoort Teweeten: 1. pak N o 437. voor 't patria gemeen 1. - „ „ 443. „ Batavia, heel goed 8. - d=o Tweede zoort van deese 2. –. packen voor 't patria; als 1. -. pak No 438. gemeen, en 1. - „ „ 6. gold 1. –. „ Nombro 438. voor Batavia, ook goed, 1. . pak derde Zoort N:o 442. voor batavia almeede goed 3. - d. o guinees bleek blaauw; hieronder 2. –. packen Eerste zoort waarvan 1. - pak N=o 445. voor 't patria redelijk 1. –. d=o Tweede zoort N=o 447. voor 't patria, goed 27. -. d. o guinees bruijn blaauw; daarvan 10. –. packen Eerste zoort hier van: 1. –. pak. N o 19. voor 't patria heel goed 1. -. „ „ 451. „ Batavia 1. - „ „ 465. „ poulochinco 14. -. do Tweede zoort; van dewelke 1. - pak n=o 20. voor 't patria 2. - „ „ 453. en 21. voor poulochinco }heel goed 3. –. d. o Derde zoort onder welke 2. . packen voor padang; te weeten 1. - pak No 456. goed 1. -. d. o. N o 18. voor Macasser goed 3. –. d=o salemps gemeen gebleekt, van deese 2. -. packen voor 't patria; als: 1. . pak Eerste Zoort N=o 458. en goed 1. . d o Tweede _ o „ 459. . 1. . d. o derde Zoort N=o 460. voor Batavia ook goed 2. . packen salemp=s bruijn blaauw voor 't patria 1. . pak Eerste Zoort N=o 461. heel goed 1. - . „ Tweede _ o „ 462. gold 1. . pack parcallen gemeen gebl: 3: zoort n=o 463. voor Ternaten goed 3. - d=o moeris bruijn blaauw; waar onder 1. . pak No 464. voor padang heel goed van Palliacatta 34. kisten en packen diverse kleeden; daarvan 1. -. pak bethilles supra fijne n=o 19. voor't patria, heel gemeen 89. —. 1. kisten packen Die Transporteere. den 22'. Meij 1769 409. den 22' Meij 1769. 89: 1. paak Per Transport 2. -. d. o moeris fijne witte hier van 1. –. kist N=o 44. voor 't patria gemeen 1. –. pak Chelassen geruijte N:o 45. voor 't patria passabel „27. -. d. o Cambaijen fyne diverse van dewelke 5. –. packen de 8. Cob=s, als 4. - packen voor Batavia, onderwelke 1. pak N=o 22. passabel dog gemeen van Coleur 1. -. d. o N o 51. voor Ternaten passabel, dog gemeen van Couleur 6. -. d. o van 6. Cob=s Teweeten 1. -. d. o No 25. voor 't patria d:o „ d:o „ _. o 6. . d. o van 5. Cob. s van deese 1. . d. o N=o 48. voor 't patria d=o „ d. o „ _ o 10. –. d. o van 4. Cob. s hieronder: 2. -. d. o N=o 35. en 40. v:r Batavia d. o „ d. o „ _. o 3. -. packen gingam taffa Chelas Extra fijne; waarvan 1. -. pak N o 42. voor Japan goed, maar niet Extra fijn gelijk behoort Aldus Besigtigd en Bevonden Tot Nagapatnam Jn't Casteel Den 6. ' Maart a:o 1769. /:was geteekend:/ F:k W=m Bloeme factuurh: Bevinding van de ondervolgende 23. kisten en packen diverse Lijwaaten te palliacatta ingesaameld en op den 19.:' april Jo Lee„ den door den wel Ed: gestr: heer Pieter Haksteen Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia gouverneur en directeur deeser custe Cormandel met den Resorte van dien &=a &:a en den E: E: heer Henricus Leembruggen oppercoopman en hoofdadminis„ trateur, neevens de heeren Cooplieden Tammerus Cantervis„ scher, Pierre Jean Louis de Filliettaz:, Cornelis Pietersz: en de ondercooplieden Jan Apping, Jacob van Tessel, Peraculus Mossel, Hendrik Ambrosuis John„ son, Nicolaas Padama, soomeede de boekhouders Dirk Buijs, Nicolaas Campie, en David vick daar uijt doen kiesen en laaten openen 1. kist en 5. packen welke be„ sigtigd en bevonden zijn; als 23. –. kisten en packen Diverse lijwaaten; hier van 1. —. kist bethilles supra fijne N=o 53. voor 't patria gemeen 2. –. p=ns Chelassen geruijte daarvan 23. —. 3. -. p=le Die Transporteere. d E goed Den 22'. Meij 1769. 23. . 3. packen Per Transport 1. . pak N=o 55. voor 't patria, redelijk dog vol kreukels waarom„ trent vrij exacter moet werden gehandelt 17. –. d. o Cambaijen fijne diverse, van dewelke 9. –. p=ks de 5. Cob=s waarvan 1. –. pak No 70. voor Batavia goed 8. . . d. o de 4. cob=s van deese 1. –. pak N o 65. voor batavia ook goed 3. -. d. o gingam Taffachelas voor Iapan teweeten 2. - packen Extra fijne onderwelke 1. . pak No 67. niet na gewoonte 1. . . d=o Fijne verbeterde Hoffe N=o 68. seer gemeen verbeterd Aldus Besigtigd en Bevonden Tot Nagapatnam Int Cas„ teel den 19:' april ao 1769. /:was geteekend :/ I: W: Bloeme factuurE: Bevinding van de ondervolgende 14. packen diverse Chitsen te palicol ingesaameld en op den 30. ' Maart J=o leeden door den wel Edelen gestrengen heer Pieter Haksteen, Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia, gouverneur en directeur deeser Custe Cormandel met den resorte van dien, en den E: E: heer Henricus Leembruggen, oppercoopman en hoofd-admi„ nistrateur neevens de heeren cooplieden Tammerus canter„ visscher, Pierre Joan Louis de Filliettaz:, en Cornelis Pie, tersz:, en de ondercooplieden Jan Aopping, Jacob van Tessel, Peraculus Mossel, Hendrik Ambrosius Iohnson, Hen„ drik Bosch, en Nicolaas Tadama, zoomeede de boekhouders Dirk Buijs, Nicolaas Campie, en David vick, uijt 't schip Veil, lant laaten kiesen, en aan de wal doen Roomen 6. packen welke besigtigd, en bevonden zijn; als 14. -. p=s Chitsen fijne diverse; daar van. 8. –. p=rs fijne geschilderde; hiervan 3. . packen N.o 1. N.o 2. en N o 5. voor 't patria, onderwelke diverse stucken niet voldoende aan het voorjaarige gesondene monster 6. – p=s fijne gesjoopte; als 3. . packe N:o 3. N o 4. en N. o 6. voor 't patria onder welke zijn ook diverse stucken niet voldoende aan 't voorjaarige geson„ dene monster Aldus Besigtigd en Bevonden Tot Nagap=m Jn 't Casteel den 12:' april ao 1769 /:wer/ geteekend:/ F: W: Bloeme factuurhouder

NL-HaNA_1.04.02_3261_0635 view scan ↗

English

411. The 22nd of May 1769 Specification of the balances of the petty cash under various dates. Just as furthermore the review was conducted of the successive recordings made and received of the petty cash of this main settlement, in which under the following dates were held the amounts to be named below, as: end of January . . . pa/o 6764. 6. 25. ƒ 30439. 3. 10. February . . . . . . 7025:14: 29: 31615: 4:—. March - - - - - - 6717. 13. 48: 30229: 1. -. April . . . . . . 5810. 17. 68 26140. 7. Lastly, upon the expiration of their terms, the following persons were increased in wage, namely: Fredrik Iurgen, of Noordburg, boatswain on the beach here, earning ƒ 20. granted ƒ 24. and an engagement of 3 years. Ian Matthias van der Neken of bregse increased from ƒ 9. to ƒ 12. with a five-year engagement. Lammert Elders of olders, Rijk ploeger of Paterborn, and Hans Hanse Kok of hardersleben, all three sailors, the first increased in wage from ƒ 9. to ƒ 12. for 5 years, and the two others from ƒ 9. to ƒ 11. with a three-year engagement each. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above. Was signed as before. Friday the 2nd of June, Anno 1769. In the morning at half past seven o'clock. Political Council held. All present, Except The Junior Merchant and Second Warehouse Keeper Jan Diderik Severin, due to indisposition. Finally, having been delivered here the small box with papers sent by Their High Nobilities the Noble High Indian Government at Batavia via the Moorish vessel the Carnatica for this Government, but on account of the breakdown of that vessel at Bombay, received via an English ship at Madraspatnam and from there by land here, upon opening there was found therein Their aforementioned High Nobilities' revered missive of 30 December 1768, together with two reports regarding the examined piece-goods brought to Batavia anno passado via the ships Leckerland and Tulpenburg; the proceeds of the piece-goods sold by auction there on account of the merchants of this main settlement; a copy of the report of the Visitor-General to clarify 413. the 2nd of June 1769 the obscurities that had appeared to the aforesaid Their High Nobilities concerning the statement demonstrated from here regarding the debit of the Porto Novo merchants, accompanied by a report from the First Sworn Clerk at the General Secretariat regarding the dispatch of the original general and circular missives of 22 and 31 December 1767, as well as 8 and 15 January 1768, which did not arrive here. Item, a report from the Chief of the General Pay Office to demonstrate that among the pay accounts included in his favor in the statement of account formed by the curators in the estate of the former Secretary and Cashier Poannes Haselkamp, there were two copies from the years 1748 and 1749 to the amount of ƒ 540., of which the originals had already been sent by the earner to Europe on date 21 November of the latter year to be received there; and lastly, a request dedicated by the aforementioned Haselkamp to the aforesaid Noble High Indian Government, containing a petition to obtain restitution of Rixdollars 22196. 20. –, for which, as he claimed, his account was allegedly improperly debited in various items. All these papers having been read and reviewed with attention, it was approved and decided, in accordance with the orders, to credit the merchants for the calculated amount of the aforementioned piece-goods sold at auction and to take into the Honorable Company's favor the advances gained thereon; and furthermore, to have supplied by this Government all necessary elucidation regarding the error committed with respect to Haselkamp's pay account. As well as to hand over to the Honorable Chief Administrator Henricus Leembruggen a copy of the report of the Visitor-General, in order to submit his interests against it, and against what was advanced in that regard by the former Chief Administrator here, David Coenraad Vick, and to dedicate them to Their High Nobilities. Regarding the claim formed by Haselkamp and the submissions brought forward by him in that respect, it was decided to appoint Duijneveld and Scheuneman to investigate the claim of Haselkamp of 22196. 20., to re-examine everything further and with the utmost accuracy, and to show in a report the condition in which the petty cash that was under his administration and accountability was found upon the taking of the balance, and how and with what moneys all the 2nd of June 1769.

Dutch transcription

411. den 22e'. Meij 1769 specificatie vande reslanten kl: calsa onder diverse datum persoonen Soo als alwijder de resumptie passeerde de successeve ge, resumptie van de opneemen der daane en ingekomene opneemingen van de kleene cassa deeser hoofdplaatse, bij dewelke onder de ondervolgende datums be„ rust hebben, de hier onder te noemene montanten als ultimo Ianuarij. . . pa/o 6764. 6. 25. ƒ 30439. 3. 10. februarij. . . . . . . „ 7025:14: 29: „ 31615: 4:—. _ o _. Maart - - - - - - „ 6717. 13. 48: „ 30229: 1. -. _:o April. . . . . . „ 5810. 17. 68 „ 26140. 7. Laastelijk wierden de ondervolgende persoonen, mits verhooging in gagie van eenige tijds expiratie in gagie verhoogd als Fredrik Iurgen, van Noordburg, bootsman op het strand alhier, wind ƒ 20. toegevoegd ƒ 24. en ver„ band van 3. Jaaren. Ian Matthias van der Neken van bregse van ƒ9. tot ƒ12. verhoogd met een vijff Jaarig verband. —. Lammert Elders van olders, Rijk ploeger van Paterborn en Hans Hanse Kok van hardersleben„ alle drie mattroosen, den eersten in gagie verhoogd van ƒ 9. tot ƒ 12. voor 5. Jaaren, en de twee anderen van ƒ 9. tot ƒ11. met een drie Jaarig verband ieder Aldus Gedaan en Gearresteerd Jn't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was geteekend/ als vooren. Vrijdag aen Vrijdag Den 2:' Iunij Anno 1769. pacquet den zijn 's morgens te half agt uuren Politicque Vergadering Gehouden alle present Dempto Den ondercoopman en Tweede pakhuijsmeester Jan Diderik Severin, mits indispositie opening van ee bataviase Eijndelijk alhier besteld zijnde het kasje met papie„ ren door haar hoog Edelens de Edele hooge Jndiase Regeering te Batavia per het moorsscheepje de carnatica voor deese Regeering afgesonden, dog mits het verval van dat kieltje te Bombaij per een Engels schip te Madraspatnam, en van daar over land alhier ontfangen, en wierd bij opening daar in welke papieren daarin geven gevonden welmelde haar hoog Edelens gevenereerde missive van den 30. ' december 1768. neevens Twee berigten weegens de g'examineerde lijwaaten anno passado per de scheepen Leckerland en Tulpen„ burg te Batavia aangebragt; Rendement der al„ daar voor Reekening der Cooplieden deeser hoofd„ plaatse per vendutie verkogte lijwaaten; Copia berigt van den visitateur generaal tot op heldering van 413. den 2. ' Junij 1769 van de Hoogst gedagte Haar hoog Edelens te vooren= gekoome duijsterheeden omtrend de van hier gedemon„ „streerde staat van den debet der Portonovose Cooplie„ den, verseld van een berigt van den Eersten geswooren clercq ter generaale secretarije noopens de afsending der alhier niet teregt gekoomene origineele gemeene, en circulaire missivens van den 22. ' en 31: ' december 1767. mitsgaders 8.' en 15. ' Januarij 1768. Jtem berigt van het opperhoofd over het generaale zoldij Comptoir„ ter aanthooning dat onder de door de curatoren in den boedel van den geweesen secretaris en cassier Po„ annes Haselkamp geformeerde staat Reekening ten zijnen faveure ingetrockene zoldij reekenin, vervolg gen, twee Copias waaren van de Jaaren 1748. en 1749. ten bedraagen van ƒ540. , waar van de origineelen den verdiener reeds in dato 21. ' November van het laast„ gemeld Jaar naar Europa versonden had om aldaar ontfangen tewerden; en Laastelijk eene Request door welmelden Haselkamp aan Hoogst gedagte Edele hooge Indiase Regeering gediceert inhouden„ de Jnstantie ter erlanging van Restitutie van Rijxd=s 22196. 20. –. waar voor, zoo hij voorgaf zijn Reeke„ ning bij diverse posten oneijgentlijk belast zoude weesen leesing van deselve. de lijwaten den goede derhoofl: hoeve vand' E: Comp: intenemen. zoldij reecq: elucidatie te laten suppediteeren. copia van neer - gem: brugt afle„ geeren. en ten wat eijnde. en scheuneman de pretentie van „weesen: zoo wierd alle die papier met aandagt geleesen en geresumeerd zijnde, goedgevonden en verstaan, con„ besluijt 't bedragen der gevondiceer form het geordonneerde het aangereekend bedraagen der voormelde gerenduceerde lijwaaten ten goede en de adrvance opte behaald ten be der Cooplieden en de advancen daar opgevallen ten behoeve der E: Comp=e inteneemen; En voorts en no p:s kabuij van haselkan en nopens het begaan abuijs omtrend Haselkamp pr deeze regering C zoldij Reekening ^ al nodige Elucidatie te laaten suppediteeren. als meede den E: hoofdadministra„ en den E: hoofd administroteurteur Henricus Leembruggen Copia van het berigt van den visitateur generaal terhand te stellen, om zijne belangens daar teegens, en op het geadvan„ ceerde dienaangaande door den geweesen hoofdad„ ^ alhier ministrateur David Coenraad vick inte„ brengen, en haar hoog Edelens te dediceeren; Ten committeering van duijnerelte langen van het door Haselkamp geformeerde haselkamp van 2196. 80. nategaapretentie, en het ingebragte door denselven ten dien opsigte, is verstaan op nieuw alles nader en met de uijtterste exactitude te doen nagaan, en bij een berigt vertoonen de gesteldheijd, waar in de onder zijn administratie en verandwoording geweest zijnde kleene Cassa bij gedaane opneeming bevon„ den is, en hoedanig en met welke penningen al den 2: Junij 1769. het E E

NL-HaNA_1.04.02_3261_0639 view scan ↗

English

415. the 2nd of June 1769 the administrators of his estate the shortfall found therein has been honored thereby, with that which further needs to be demonstrated and the reasons why, from the moneys belonging to the estate of the widow Crucius, certain taxes were paid on behalf of her deceased father, the Merchant, trade bookkeeper, and First warehouse master Anthonij Bonk, as also concerning the further items which Haselkamp maintains should not have been charged to his account, so that their Right Honorables might be able to discern therefrom how that affair is actually situated; and to execute and fulfill this, it was furthermore resolved to appoint thereto the secretary of this assembly, Willem Duijnevelt, and the trade transferer Ioannes Scheuneman, as both are deemed the most eligible since everything that is to be shown and demonstrated will have to be compiled from the secretarial and trade papers, to which they both have the best access; and to assist them and provide access and facility in giving disclosure, to join to them the Administrators of the estate of the said Haselkamp, the Junior Merchant Fredrik Willem Bloeme and Bookkeeper Dirk Buijs. Information received that the ship Westervelt had struck the Small Baxos; and insertion of a declaration by the skipper and other ship's officers in that regard. On this occasion, the lord governor informed the members that, upon information received that the ship Westervelt, on its voyage from Batavia to this place, had struck the Small Baxos, he had demanded a declaration in that regard from the skipper and further ship's officers, which was also presented by His Honor, reading as follows: We, the undersigned, Abraham In 't Anker, skipper; Claas Hojer, chief mate, and Willem Brulle, second mate; Frans Poortman and Cornelis Boudewijnsen, both third mates; Dirk Rok, boatswain; Hendrik Cruijse, boatswain's mate; and Hendrik Burgert Pietman, gunner; all stationed in the above-mentioned capacities on the ship Westerveld, Declare that after the above-mentioned vessel struck ground between the 12th and 13th of May on the Small Baxos and gave two slight bumps, it could not be perceived that the said keel sustained the slightest damage thereby, because it caused not the least leakage; all of the aforesaid we are prepared, upon requisition, to confirm under oath. Done aboard the ship Westerveld, the [illegible] May, Anno 1769. Was signed: Abraham Jn 't Anker, Claas Hoijer, Wm Bruelle, F: Poortman, Corns Boudewijnsen, Dirk Kock, Hendrik Cruijsen, and Hendrik Burgert Pietman. the 2nd of June 1769. 417. Evidence thereby that the said vessel sustained not the least damage; but resolved nevertheless to have the same further examined, and order given to the fiscal to conduct an inquiry into what caused this. And although it thereby appeared that the aforementioned vessel sustained not the slightest damage from it nor was any leakage perceived, and thus one might well let the matter rest upon that statement under the offer of an oath by the ship's officers, it was nevertheless, for greater security, approved and resolved to have the same further examined by the superintendent of works and the master of equipage here, assisted by the European and native master carpenters, as well as to charge the fiscal to conduct the necessary inquiry into what caused this, in order to discover whether incompetence or rather inattention and lack of seamanship gave cause thereto. Presentation and insertion of the request from the skipper of that vessel for various necessities. A Request having been submitted by Abraham Jn 'T Anker, skipper of the ship Westerveld lying here in the Roads, containing a request for various necessities, reading as follows: To the Right Honorable and worshipful Pieter Haksteen, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, and Governor and Director of this Coromandel Coast, with the dependencies thereof, etc. Together with The Honorable and Respectable Council of Policy. Right Honorable and worshipful Lord and Gentlemen, Abraham in 't Anker, skipper on the ship Westerveld lying in these Roads, the 2nd of June 1769. the 2nd of June 1769. Acquiescence therein, to have various supplies furnished, and the reason why. very humbly requests of Your Right Honorable Worships that there may be furnished for the use of the aforesaid vessel under his command: One barrel of tar Four raw hides Twenty-five thimbles, assorted Fifty boat nails, assorted One coir hawser of the lightest kind One last of rice as a supplement to that furnished to the caulkers Fifteen pounds of sailcloth yarn, half Dutch and half Bengal Four months' provisions for a crew of Moorish mariners, consisting of one Serang, one Tandil, and twenty ordinary men Mats for matting the hold for the preservation of the packs. Furthermore, the necessary materials for caulking and greasing the ship, in case the petitioner's supply thereof should not be sufficient; likewise a person to repair the broken glass window panes, both in the cabin and captain's quarters; further, refreshments and drinking water for the lay-days and the voyage; likewise whatever else might be needed. Lower down stood: Which doing, etc. Was signed: Abm Jn T Anker. Thereupon it was resolved to have the requested supplies furnished for the use of that vessel, especially the equipment goods included therein, as they are deemed very urgently required, because what was furnished at Batavia would otherwise not be sufficient for the return voyage. Resolution regarding the stowage of the [illegible] Due to the decay at Bimilipatnam in the past year of the vessel that with Catratour wood from the

Dutch transcription

415. den 2e: Junij 1769 de curatoren in zijn boedel het te kort bevondene daar bij vererend geworden is, met het geene verder gedemonstreerd diend te werden en de reeden waarom uijt de penningen den boedel van de weduwe Cruçius toebehoorende, eenige belastingen ten behoeren van haaren overleeden vader den Coop„ man, negotie boekhouder en Eerste pakhuijsmeester Anthonij Bonk betaald zijn, zoo ook omtrend de verdere posten, welke Haselkamp sustineerd niet ten zijnen laste hadde moeten koomen, op dat haar hoog Edelens daar uijt zoude konnen beschouwen, hoedanig weesentlijk met die affaire gesteld zij, en om zulx te verrigten en natekoomen, wierd alverder verstaan daartoe te committeeren den secretaris deeser vergadering willem Duijne„ velt en den negotie overdrager Ioannes Scheune„ man als beide de Eligibelste geoordeeld zijnde uijt hoof„ de alles wat te vertoonen en te demonstreeren was uijt de secretarieele en negotie papieren zullen moeten bij een gebragt werden; waar toe zij beijde er de beste geleegentheijd toe hebben en haar tot hulp en bevoeging tot haar hulp van en faciliteijt in het geeren ouvertuure toete voegen de Curatoren in den boedel van gedagte Hasel„ Kamp den ondercoopman Fredrik willem Bloeme en treftervelt op de kl: bakies ge„ stoten hadde. dierweegens „en boekhouder Dirk Buijs — ingekreegene bergt da 'tschip Te deeser geleegendheijt maakste den heer gouver„ „neur de leeden bekend, dat op de ingekreegene in forma„ tie als dat het schip Westervelt op de Rijse van Bata„ via na herwaards op de kleijne baxies gestooten hadde, en insertie van een verklaring van den schipper en verdere scheeps overheeden een ver„ klaaring dierweegens hadde gevorderd die door zijn Edele teffens wierd overgelegd; luijdende als volgd. —. Wij ondergeschreeven Abraham In 't An„ ker schipper, Claas Hojer opper en Wil„ lem Brulle onderstuurlieden, Frans poortman, en Cornelis Boudewijnsen bij de derdewaaks Dirk Rok bootsman Hendrik Cruijse Schieman en Hendrik Burgert Pietman, Constabel alle in booven gemelde qualiteijt bescheijden op 't schip westerveld. —. Verklaare dat booven gemelde bodem na dat denselven tus„ schen den 12: ' en 13. ' Meij beijde kleijne baxos grond heeft ge„ raakt, en twee geringe stooten gegeeven, men niet heeft kon„ nen bespeuren, dat 't gedagte Kiel daar 't geringste ongemak„ door heeft gekreegen, om dat 't zelve de minste Leckagie heeft veroorsaakt; alle 't welke voorsz: wij berijd zijn g'eijscht wer„ dende met Eede te bevestigen Actum Jn 't schip Westerveld den Meij Anno 1769. /:was geteekend:/ Abraham Jn 't Anker, claas Hoijer, W=m Bruelle, F: Poortman, Corn=s Boudewijnsen, Dirk kock, Hendrik Cruijsen, en Hendrik Burgert pietman. den 2'. Junij 1769. En 417. geent minste ongemak gekreegen heeft der te laten ondersoeken en door Avie queste te doen waar door zulx request van den schipper van dien En alschoon daar bij quam te blijken dat voormelde bodem blijking daar bij dat dien bodem 'er geen het minste ongemak van heeft gekreegen nog ee„ nige leckagie bespeurd was, en dus in die opgave onder pre„ sentatie van Eede der scheeps overheeden wel zoude kun„ nen laaten berusten: zoo wierd egter tot meerder securi, dog besluijt om 't zelve egter na„ teijt, goedgevonden en verstaan het zelve nader te laaten ondersoeken, door den opsiender der werken, en Equipa„ giemeester alhier geadsisteerd van de Europeese en Jnlandse baasen Timmerlieden, mitsgaders den fiscaal te gelas,„ last aan den fiscaal om en ten de nodige enqueste te doen, waar door zulx g'exveroorsaakt is teerd is ten eijnde te ontwaaren of daar ook onkunde dan wel inattentie en gebrek aan Zeemanschap oor„ saak toegegeeven heeft. —. Ingediend zijnde een Request van den schipper van productie en jnsertie van't het hier ter Rheede leggende schip Westerveld Abraham odeem om diverse benodigheijt Jn 'T Anker inhoudende versoek om diverse benodigt„ heeden aldus Luijdende. Aan den wel Edelen gestrengen Heer Pieter Haksteen, Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders gouverneur en direc„ teur deeser custe Cormandel, met den Re„ sorte van dien &a. Na Beneevens Den E: Agtbaaren Raad van Politie Wel Edele gestrenge Heer, en Heeren „schippers Abraham in 't Anker ^ op het te deeser Rheede leggende schip den 2:' Junij 1769. westerveld den 2e' Junij 1769 Condescendance daarin verse plank te laten verstrecken en Waarom westerveld versoekt uwel Ed: gestr: seer ootmoedig dat ten be„ hoere van voorsz: sijnen onder hebbende bodem verstreckt moge werden als: Een vath theer vier Rauwe Huijden vijf en Twintig koussen in zoort vijftig Blocknagels in zoort Een Kaijer Trosje van 't ligste zoort Een Last Rijst tot suppliment van het verstreckte aan de calfaters vijfthien ponden zeijlgaaren half hollands en half Bengaals viermaanden Randcoenen voor een ploeg moorse zeevaarende bestaan„ de in Een Sarang, Een Tandel, en Twintig gemeene Matten tot het afmatten, van het ruijm tot preservatie der packen Voorts de noodige matteriaalen tot het calfaaten en smeeren van het schip als 't is dat des suppliants voorraad daar van niet toerijkende mogte weesen; Jtem een persoon om de stuckende glaase vensters te repareeren, zoo in de cajuijt als capitains Camer, wijders verversing en drinkwater voor de Legdaagen, en de rijse, Jtem het geen verder benodigt mogte weesen, /:on„ derstond:/ 'T welk doende & a /: was geteekend:/ Ab=m Jn T Anker. . Soo wierd daar op verstaan het versogte ten behoeve van dien boodem te laaten verstrecken speciaal de daar onder begreepene Equipagie goederen, als zeer noodsaakelijk vereijscht werdende, dewijl het ver„ streckte op Batavia anders niet toerijkende zoude, tot de te rug reijse. —. besluijt tot stuagie der prack di Door het verval te Bimilipatnam in anno pas„ sato van het vaarthuijg dat met Catratourhout uijt de

NL-HaNA_1.04.02_3261_0643 view scan ↗

English

419. the 21 June 1769. to be. gale to sadraspatnam Jaggernaijkpoeram and bimilipatnam the bay of Mazulipatnam had been dispatched thither, that timber still remaining at Bimilipatnam, and because of the early onset of the southern monsoon the requisition for this year could not yet have been brought over here; it is therefore, upon the request made to that end by the skipper, approved and agreed to have the necessary Chinese planks issued for the stowage of the bales to be loaded here, in order to be accounted for again at Batavia, to the end to be accounted for at Batavia, and to that end to enter the same into the expense account. Whereafter it was decided to dispatch the sloop the Nagtegaal arrival of the sloop the Nagtegaal to Sadraspatnam, Jaggernaijkpoeram, and Bimilipatnam, for the conveyance to the first-mentioned Factory of 10000 lb bar copper Japanese, and and to what end some other goods, in reduction of the requisition made from there, and on the other hand to fetch from there for Jaggernaijkpoeram and transport a quantity of circa 10000 lb Nagulen instead of the quantity discharged here from the ship Westervelt, mentioned in the Resolution of the 22 May last, to which place it is also agreed to send off with that small vessel for the benefit of Palicol the three-figure pagodas minted here in accordance with the aforementioned decision, to the Sum. written to bimilipatnam that one cannot send a flagmast and order therefore to manage with the topmast of the old one sum of 15606 pieces with orders to keep that money at the disposal of the Palicol chiefs, and to give the necessary advice of its receipt to the same, as well as to dispatch further the said sloop in accordance with orders already sent with as much bar copper Japanese to Bimilipatnam for the dabboesen mint there, as could be spared. Under further orders that although the stock of that mineral could tolerate no shipment, nevertheless that vessel should turn to the gentlemen at Bimilipatnam, unless there were, besides what was loaded in the Papegaaij, some bales lying ready for shipment in order, if possible, to serve also for the loading of the ship Westerveld, to which last-mentioned factory it is further agreed to write that since one was not provided with mast timber here, they could not be accommodated therewith; therefore they had to appropriate the topmast of the present mast, judged unserviceable, for that purpose, and erect it on one of the rear points of the fort, to save otherwise needlessly incurred expenses. Thus Done and Resolved In the Castle At Nagapatnam the 21 June 1769 the 421. the 5 June 1769. decision to take a crew of Moors into service and place them on the ship Westerveld and why Nagapatnam Date as above. was signed as before. Monday The 5 June Anno 1769. in the morning at half past seven o'clock Political Council Held all Present Except The junior merchant and Second warehouse master Ian Diderik Peverin, due to indisposition Upon the notice given by the skipper of the ship Westervelt lying here in the Roads that, when it left the Batavia Roads already a large part of the crew on that vessel being sickly as having been placed thereon from the Hospital, on the Voyage many of the same had relapsed anew, upon his arrival here he had had to send them to the Hospital, some of whom being unable to undertake the voyage, would have to remain therein, thus finding himself even more depleted of crew, it was impossible, with the remaining to the Mazulipatnam resident whether they would take over Cuddalore. to inquire about Hagemeester crew to put to sea, and properly manage the ship, not counting those who on the Voyage might yet become sick and deceased: It is therefore, upon the proposal of the lord governor, approved and agreed to take into service a crew of Moors of 22 heads, namely One Sarang, One Tandel, and 20 common men, and place them on that vessel, for the recruitment of whom the necessary orders had already been given by his said Honour. order given by the governor to inquire whether the English would take over Cuddalore Whereafter the said lord governor gave notice to the members of the orders given by his Honour to the former Resident of Mazulipatnam, Ioannes Marcus Dormieux, presently residing at Palliacatta, to proceed to Madraspatnam, and on occasion, without however letting it appear that he was authorized thereto, to sound out the English Government whether it would be inclined to take over from the Honourable Company the Resident's house of Cuddalore and annexed buildings, under payment of a certain sum of money to be stipulated therefor, as also as well to inquire after the trial to inquire after the state and the further outcome of the lawsuit between the Honourable Company and the Executors of the estate of the deceased junior merchant Carel Lodewijk Hagemeester as well as what further. the 5 June 1769.

Dutch transcription

419. den 21 Junij 1769. te werden. gaal na sadratp: Jagg: en bemilih de bogt van Mazulipatnam dit heen gedepecheerd was, dat hout nog op Bimilipatnam leggen blijvende, en door de vroege doorbraake van de Zuijder mousson het g'eijscht voor dit Jaar alhier nog niet hebbende kon„ nen overgebragt werden; zoo is op het daar toe ge„ daan versoek van den schipper goedgevonden en verstaan tot stuagie der alhier in teneemene packen de noodige chineese planken te laaten afgeeven, om weeder op Ba, ten eijnde op batavia pintw: tavia verandwoord te werden, en ten dien eijnde deselve op de onkostreecquening bekend te stellen. — Waarna beslooten wierd de chialoup de Nagtegaal aanleg van de chialoup der tagte na Sadraspatnam, Jaggernaijkpoeram, en Bimi„ lipatnam aanteleggen, ter overbreng naar de eerstge„enten wat eijnde melde Factorij van 10000. lb: staafkooper Japans, en eenige andere goederen, in mindering van de van daar gedaanen Eijsch, en daar en teegen van daar voor Jagger„ naijkpoeram aftehaalen en te vervoeren een quanti„ teijt van c: c: 10000 lb: Nagulen insteede van de al„ hier geligte quantiteijt uijt het schip Westervelt ter Resolutie van den 22. ' Meij J=o leeden vermeld, werwaards ook verstaan is ten behoeve van Palicol met dat kieltje aftesteeken de alhier Conform voor„ melde besluijt vermunte drie bueldige pagooden, ter Somma. afsz: na bimilit=m dat men geen vlaggemast zenden kan en ordre dierhalven om zig met de lteng van de oude te behelpen somma van 15606 stux met Last dat geld ter dispositie van de Palicolse opperhoofden aantehouden, en van dies ontfangst aan dezelve het nodig advijs te geeren, mits„ gaders gemelde Chialoup voorts ingevolge reets afge„ sondene ordre met zoo veel staaf kooper Japans naar Bimilipatnam tot de dabboesen munt al„ daar aftesenden, als gemist zoude konnen werden. onder verdere Last dat schoon den voorraad van dat mineraal geene versending veelen konde, egter dat bodempje den Heeren naar Bimilipatnam zoude moeten wenden, of het was dat aldaar buijten het gelaadene in de Papegaaij eenige packen ter ver„ sending gereed leggen mogte om des mogelijk almeede te kunnen dienen ter belaading van het schip Wester„ veld, na welk Laastgemelde factorij alwijder ver„ staan is, aanteschrijven dat vermits men hier van geen masthout voorsien was, zij daarmeede niet gerieft konde werden; dierhalven de steng van de presente en onbequaam geoordeelde mast, daartoe aproprieeren, en op een der agter punten van het fort oprigten moeste, tot uijtwinning van anders noodeloose te doene ongel„ Aldus Gedaan en Gearresteerd Jnt Casteel Tot den 2' Junij 1769 Nagapatnam den - 421. den 5e' Junij 1769. besluijt een ploeg mooren in dienst te neemen en op 't schip westerneld te plaatsen en waarom Nagapatnam Dato voorsz. /:was geteekend./ als vooren. Maandag Den 5:' Iunij Anno 1769. smorgens ten half agt uuren Politicque Vergadering Gehouden alle Present Dempto Den ondercoopman en Tweede pakhuijsmeester Ian Diderik Peverin, mits indispositie Op de gedaane te kennengeering door den schipper van het hier ter Rheede leggend schip Westervelt dat, toen de Bataviase Rheede verliet reeds een groote gedeelte van het volk op dien bodem zieklijk als uijt het Hospitaal daar op geplaatst zijnde, op de Reijse veele derselve op nieuw er op ingevallen waren, met zijn komst alhier na het Hospitaal hadde moeten zenden, waar van eenige buijten staat weesende, de reijse te onderneemen, in het zelve zoude moeten ver„ blijven, dus zig nog meerder van volk verstrakt be„ vindende, onmoogelijk instaat was, met de overgeblee„ vene aan den indzulip:r resid=t om bloer overneemen willen. van hagemeester te informeren „vene manschappen zee te kiesen, en het schip naar behoo„ ren te regeeren ongereekend die op de Reijse nog zoude konnen ziek en aflijvig werden: Soo is op den voorstel van den heer gouverneur goedgevonden en verstaan een ploeg mooren van 22. koppen, als Een Sarang, Een Tan„ del, en zo. gemeene in dienst te neemen, en op dien bo„ dem te plaatsen, tot welkers aan wierving door welmelde zijn Edele reeds de nodige ordre gesteld was. —. gegeven ordre door den gouv:) Waarna welmelde heer gouverneur de leeden kennisse te verneemen ver de ingelse coede„ gaf, van de door zijn Edele gegeevene ordre aan den gewee„ sen Resident van Mazulipatnam, Ioannes Mar„ cus Dormieux zig thans te Palliacatta berin„ dende om naar Madraspatnam te begeeven, en bij geleegentheijd zonder egter te laaten blijken, daar toe gequalificeerd teweesen de Engelse Regeering te onderlasten of geneegen zoude zijn, om het Residents huijs van Coedeloer en annexe gebouwen, onder betaling. van zeekere daar voor te beding inne somma gelds van dE: Comp=e overteneemen, als meede zoo meede om sig na 't proces te Jnformeeren na den staat en de verdere uijtslag van het proces tussen de E: Comp=e en de Executeurs van den boedel van den overleedene ondercoopman Carel Lodewijk Hagemeester mitsgaders wat ver„ den 5. ' Junij 1769. ders.

NL-HaNA_1.04.02_3261_0647 view scan ↗

English

423. the 5th of June 1769. as well in Bengal as in these offices. what further could and should be done in this matter to the benefit of the Honorable Company, in case the gentleman Governor and Council might confirm the sentence of the Court of Justice, from which an appeal had been made to the aforementioned ministry; as well as to have himself elucidated on what was necessary concerning the news and state of the war both in Bengal and in these countries etc., in order to be able to give all the required disclosure upon his appearance here. Further, various letters received from the subordinate offices having been read, the conduct of the chiefs of Sadraspatnam regarding the chintzes of 13 cobidos sent over with the chaloup De Anthonia Dorothea was initially approved, with respect to their letters dated 16, 18, and 21 May last; namely, that on account of the holes and flaws discovered therein, they had had to reject an entire chest, presenting the actual reasons why this had occurred, as well as why the painting of some of the accepted pieces is not as perfect as it could have been, and why they had left the loss sometimes to be caused thereby, through a lower yield of those cloths, for the account of the head painters; however much the chiefs, on the contrary, also testify that due to the disastrous times and circumstances to which all trade and operations there were exposed on account of the troubles, it had been impossible to make it better; therefore, taking those unavoidable inconveniences into consideration, it might be presented to the Lords Masters in the most acceptable manner; because it was all too well-known a matter and truth to be considered a pretext; which it was then also decided to bring respectfully to the attention of Their High Noble Excellencies; and furthermore, to authorize the aforementioned chiefs upon the requested order: to return those rejected chintzes to the painters, or otherwise have them paid for in cash, whenever the painters saw an opportunity to deliver others in their place so that they could still be sent with the expected ordinary South Ship. Upon the communication that the trade in nutmegs began to pick up again, it was decided to admonish the chiefs seriously toward the revival of the market for merchandise, all the more so since they were now provided again with mace and Japanese bar copper, in order 425. the 5th of June 1769. thereby to relieve somewhat the great shortage of money in which they currently found themselves, in order to keep the collection of linens properly going; in which respect it was found good to announce to the chiefs that, in conformity with the recent order, no more blue cloths would be accepted than in proportion to the delivery made of the white cloths, notwithstanding the difficulty raised by the servants in that regard, but for which they should be admonished to take the necessary care in time, and to urge the merchant Andiaspa Moddely earnestly to deliver such linens as are acceptable as well for bleaching and unbleached as for dyeing; all the more since the blue linens were currently nowhere near as good and sound as in earlier years. Furthermore, the recapture of one of the three soldiers who deserted under the date of 16 May last was regarded as a good thing, not doubting that the other two, whom they already had on the track, would also be caught, as a deterrent to other faithless scoundrels. Upon the difficulties and obstacles brought forward by the Porto Novo merchants, mentioned in the letter from the Resident of 26 May last regarding the collection

Dutch transcription

423. den 5' Junij 1769. ^ wat verders zoo in bengalen als in deese Comptoiren. der sadrasp:s opperh:d omtrend over't gem: Chitsen. de voor reecq: der hoofdschilders ders ^ diendweegen ten voordeele van dE: Maatschappije diende, en konde gedaan werden, ingevalle den heer gou„ verneur en Raad, het vonnis van het Hoff van Justi„ tie, waar van tot voormelde ministerie geappelleerd was, confirmeeren mogte; Soomeede zig van het noodige item na detrestand der vervolg te laaten Elucideeren, omtrend de nouvelles en toelanden. stand van den oorlog zoo in Bengale als in deese Landen &=a om bij zijn verscheijning alhier van alle de vereijschte ouverture te kunnen geeven. —. Wijders geleesen weesende diverse van de onderhoorige losing van diese brieven van de Comptoiren ontfangene brieven, wierd aan van kelijk ten opzigte van die van Sadraspatnam de datis 16. 18. ' en 21. ' Meij J=o leeden goedgekeurd der opperhoof„ den behandeling omtrent de met de chialoup De aprobatie vande behandeling Anthonia Dorothea overgesondene chitsen van 13. cobidos namentlijk dat zij om de wille van de daar in ontdekte gaten en toppen, een geheele kist hadde moeten uijtschieten, onder vertoon van de weesentlijke haar verthooning dierwegens reedenen waar door het toegekoomen was, zoomeede waar„ om het schilderwerk van sommige der aangenoomene stucken, soo perfect niet is, dan het had konnen wee„ sen, daarom het daar door somwijlen te veroorsaakene tasting door haar van de scha„ verlies, door minder rendement dier kleeden voor reeke„ ning gelijk geweest is om het beter temaaken. versoek dat zulx in consideratie voorgesteld werden mage: verthoonen. keurde Chitsen. vermaan tot sepluijking van den ^ thien en waar om temeer betuijging waar om het onma„ning der hoofdschilders gelaaten hadden; hoe seer de 9 opperhoofden ook inteegendeel betuijgen, dat door de Ramspoedige tijden en omstandigheeden, aan dewelke allen handel en verrigtingen aldaar, mits de troubelen genoomen en 'heeren meesters g'exponneerd waaren, onmogelijk was geweest, om het beeter te kunnen doen zijn, dierhalven die onvermij delijke in Convenienten in aanmerking genoomen en de heeren Majores op de aanneemelijkste wijse voorge„ steld mogte werden; wijl het een al te bekende zaak en waarheijt was, om voor een voorwendsel aangemerkt besluijt het selve haar hoog Ed=s te te kunnen werden, het geen dan ook verstaan is haar hoog Edelens Eerbiedig onder het oog te brengen. en wijders qualificatij nopens d' afgengenoemde opperhoofden op de versogte ordre te qualifi„ ceeren; omde die afgekeurde chitsen, wanneer de schil„ ders kans zagen, in dies plaatse andere om nog met het verwagt wierdend ordinair Zuijdschip verson„ den konnen werden, teleeveren; aan deselve terug te geeven of anders in contant te laaten betaalen Op het bedeelde dat den verthier in nooten wee„ der begon schot te neemen, is verstaan de opperhoofden tot de weeder opluijking van het debiet in handelwhaa„ ren met ernst te vermanen, te meer zij nu met foelij en staafkooper Japans weeder voorsien waren, ten eijnde den 5' Junij 1769. daar E E 425. den 5:' Junij 1769. doecken g'accepteerd zullen werden Coopm: andiaspa moddelij aandringen moeten. d' agterhaling van drie deferteurs zullen ook gekreegen werden. den Portonovos resident omtrent daar door eenigsints te gemoed te koomen, het groot geld gebrek waar in men tans zig bezond, om den Jnsaam van Lijwaaten naar behooren gaande te houden; ten welken opsigte men aankundiging dat geen bl: goedvond, de opperhoofden aantekundigen, dat Conform dan naar dato dier witte de Jongste aanschrijving geen meer blaauwe doeken geac„ cepteerd zoude werden, dan na rato de Leverantie van de witte doeken geschiedede, ongeagt der bediendens opge„ geeven werdende moeijelijkheijt daartoe, dog waartoe zij vermaar waar op zij bij den vermaand zoude werden, bij tijds de noodige sorge te draa„ gen, en bij den Coopman Andiaspa Moddely met ernst aantedringen tot het leeveren van zodanige Lij, waaten, die zoo vel tot den bleek en Ruw acceptabel zijn, als tot de verw, Te meer de blaauwe Lijwaaten thans in verre na, zoo goed en deugdsaam niet waaren als in vroegere Jaaren; Voorts wierd voor een goede zaak aan, voor een oedesaak aangemerkt gemerkt de agterhaling van een der drie onder dato 16:' Meij pass:o gedeserteerd zoldaaten; niet twijffelende of de andere twee die men reets op het spoor had zoude nog twijfeling ofd '2 andere meede geattrapeerd werden, tot afschrik van andere trouw loose fielten Op de voortgebragte swaarigheeden en hinderpalen vant gebrgte warigheid door door de Portonovose Cooplieden vermeld bij de brief van den insaam den Resident van den 26. ' Meij passo omtrent den Jn„ saam

NL-HaNA_1.04.02_3261_0650 view scan ↗

English

it is not unknown Merchants are lazy and sluggish subjects how one is nevertheless obliged to exercise patience with them and why. Order therefore by no means to be sparing in his exhortation. Desired payment by those Merchants for the preparing and bleaching of 77 packs that became stained. Declaration that such is the truth collection of cloths, it is resolved to declare that although such is the truth and it is not unknown that at the end of the past and beginning of this year many disturbances have arisen to the detriment of that trade, yet remarking that the Porto- it has nevertheless been noted by the Council that the majority of the Porto Novo merchants are merely lazy and sluggish subjects who eagerly make use of every pretext to conceal their zeal and inclination to get out of their debts; although the assembly nevertheless found itself obliged to exercise patience with them on account of their debt to the Honorable Company, it is therefore resolved to order the Resident by no means to be sparing in his exhortations to awaken those traders to zeal and vigilance in procuring and delivering cloths. Those traders having desired, according to a submitted note, restitution of the costs incurred by them for the re-bleaching and dyeing of the cloths that became wet and stained by seawater due to the capsizing of a vessel in the mouth of the river there, in the quantity of 77 packs amounting to pagodas 636 5/8 or ƒ 28764. 16. 4, it is, in consideration the 5th of June 1769. in 281 737 427. the 5th of June 1769. anno 1749 1/4 of the whole or half of their demand to be granted. to persuade. yet such being impracticable, there cost of April the residences of the spice merchants and that which results therefrom that in the year 1749 for a part of the cloths that became wet at that time decision to follow the example of only a quarter of the ordinary wage was paid, approved and resolved to grant half of the aforementioned amount charged by the merchants, or pagodas 318 5/16 or ƒ 1432. 8. 2, if it cannot be negotiated for less, and to authorize the Resident to make payment thereof or to credit the merchants on account, as well as writing off the same to the costs of merchandise, and with what authorization here with orders to endeavor to persuade the merchants thereto; order to persuade the merchants thereto yet such being impracticable, then promptly to report hither in order to obtain to give notice further authorization regarding this; as was now authorization for the writing off of the granted to him for the writing off of the expense account of the months of March and April last, as well as to the Palicol chiefs for a similar write-off item to Palicol of that of the month of April past, to whom it is furthermore resolved to express the regret of this Government regret over the plundering of over the plundering by the Marathas of the residences the spice merchants. of the spice merchants, and the damage resulting therefrom for the Company's merchants, in their inability to sell their merchandise purchased from the Honorable Company; with the promise that this Government regarding all this promise to send pagodas all. and when Admonition to ensure a settled account with the merchants at the closing of the books. thonij for the Honorable Company there would do everything possible to support the chiefs with as much cash or three-image pagodas for the cloth trade as the delivery of gold would possibly allow, as had been done with an amount of 15606 pieces from the gold received with the Westerveld. From the submitted statement of account of the debit and credit of the merchants having been noticed the considerable increase of the balance thereof to the charge of those traders, apparently due to the further advances of cash for the collection of cloths since the last report, it is resolved to awaken the chiefs to care and vigilance for a clean and full liquidation of their account at the closing of the books, as the said balance would provide satisfaction to the high authorities both in Europe and India. Resolution for the construction of a Furthermore, it appearing from the report communicated by the Governor to the assembly that the construction of a thonij of 42 to 43 feet in length would cost up to 500 star pagodas or ƒ 2250, namely only the hull of the vessel without the mast and the further rigging thereof, the 5th of June 1769. under

Dutch transcription

den niet onbekend is Coopl: luije en traage subjecten zijn hoe wel men egter verpligt it patientie met haar te oeferen en waarom. last dierhalven om geensints paarsaam in zijn adhortee„ tie te zijn begeerde betaaling door die Coopl: van 't maken en bleek van 77. paten verlekt gewordene packen. betuijging dat zulx de waarhee„ saam van lijwaaten, is verstaan te betuijgen dat schoon zulx de waarheijt en niet onbekend is, dat in het laast van het gepasseerde en begin deeses Jaars, veele mouve„ menten zig opgedaan hebben, ten nadeele van dien han„ dog aanmerkling dat de portodel, nog thans bij den Raad aangemerkt is, dat de meeste der Portonovose Cooplieden, maar Luije en Traage subjecten zijn die zig van alle voorwendsel greetig bedienen, om derselver iver en geneegendheijt ten eijnde uijt haare schulden te geraaken, te bedec„ ken; hoewel de vergadering des niet temin verpligt vond patientie met deselve te offenen om de wille van haaren debet aan dE: Comp=e dierhabven verstaan is den Resident te ordonneeren, geensints spaarsaam te weesen in zijne adhortatien om die handelaars tot iever en vigilantie in het procureeren en aanbren„ gen van Lijwaaten optewecken Door die handelaars volgens een overgesondene notitie begeerd zijnde, restitutie van het bekostigde door haar tot het herbleeken en vervien der met het omslaan eener vaarthuijg in de mond van de Revier aldaar door het zeewaater nat gewordene en bevlekte geraakte Lijwaaten, ter quantiteijt van 77. packen importeeren„ de pag: 636. 5/8. ƒ28764. 16. 4. , Is uijt consideratie den 5 Junij 1769. in 281 737 427. den 5' Junij 1769. ao 1749. ¼. van 't geheel of de helft van haar eijsce toelenoegen. „te bewregen. dog zulx ondoenelijk zijnde daar kost van April de woonplaatsen der specerij han„ , en het geene daar uijt voortvloeijd in anno 1749. voor een gedeelte der te dier tijd nat geviordene besleyjt haar maer't voorbeld van kleeden maar een quart van het ordinaire Loon betaald was„ goedgevonden en verstaan, de helfte van het voorsz: door de Cooplieden in reekening gebragte montant of pagooden 318. 5/16. ƒ 1432. 8. 2. toelevoegen; indien het niet minder te bedingen is, en tot dies afbetaaling, dan wel de hande, en met wat qualificatie ier w=l laars op reekening goed te doen, mitsgaders afschrijving derselve op onkosten van coopmanschappen, den Resident te qualificeeren, met Last te betragten, om de marchian last de marchianduas daar toe deurs daar toe te beweegen, dog zulx ondoenelijk zijnde, dan ten eersten herwaards te bedeelen, ter erlanging van kennist tegeeven van nadere qualificatie dienaangde; Gelijk die als nu qualiticatie ter alsz: van de on„ aan hem verleend wierd, tot de afschrijving van de onkost„ reekening van de maand Maart en april Jongstleeden soomeede aan de Palicolse opperhoofden tot een gelijke afboeking item na palicol van die van de maand april passo aan dewelke verders verstaan is, het leedweesen deeser Regeering te betuijgen leet wesen overt spobieren van over het spolieeren door de marattijs, der woonplaatdelaars. sen van de specerij handelaars, en daar uijt voortge vloeijde schaade voor 'sComp=s Cooplieden, in het niet kun„ nen omsetten hunner van dE: Maatschappij aangeslaa„ gene Coopmansz:; onder belofte, deese Regeering over zulx belofte ter zending van pag: alles . en wanneer vermaan om 't sluijten der boeken een ligeide reedq: met de coopl: te besorgen. thonij voor dE: Comp aldaar alles aanwenden zoude, om de opperhoofden met zoo veel contanten of drie beeldige pagooden tot den Lijwaat han„ del te ondersteunen, als maar den aanbreng van het goud„ immers toelaten zoude, soo als geschied was, met een montant van 15606. stux uijt het ontfangene goud met Westerveld. —. Uijt de overgesondene staat reekening van het debet in den Credit der Cooplieden bespeurd zijnde, de merkelijke vermeerdering van het slot derselve ten Laste dier handelaars apparent door de nadere voor„ uytverstrecking van Contanten op den Jnsaam van klee„ den, zeedert het Jongst verslag: zoo is verstaan de opperhoofden tot sorgdragentheijt en vigilantie op tewec„ ken, tot een suijvere en volle liquidatie hunner Reekening, bij het sluijten der boeken, alsoo het zelve slofte tot genoegen bij de hooge gebieders zoo in Europa als Jndia verschaffen zoude. —. besluijt ter aanmakingeene Alverder uijt het berigt door den heer gouverneur aan de vergadering meede gedeelt, te voor en koomende, dat het aanbouwen eener Thonij van 42. â 43 voeten Lang tot 5: c: 500. ster pagooden of ƒ 2250. —. Zoude koomen te kosten, teweeten alleen het hol van het vaarthuijg zonder de mast en het verder tuijg daar den 5'. Junij 1769 onder

NL-HaNA_1.04.02_3261_0653 view scan ↗

English

429. The 5th of June 1769. To be included therein: thus upon the proposal of the well-mentioned Lord Governor, and the demonstrated necessity, it was approved and understood to have such a vessel built for the service of this government, as large as the thonij the Jonge Galenus, namely long stem to stern 52 feet, broad on its water draft 14 feet and 6 inches, deep in its hold 6 feet and 4 inches, as well as 10 feet to its gunwale, and to entrust the supervision thereof, in accordance with what was written thither by letter of 22 April last under the superior oversight of the Secunde, to the Tandil of the decommissioned and already sold thonij De Andregirij, Wallewroe Peraijdoe, with the recommendation to ensure that everything is made tight and strong so that the Honourable Company could have long service from it and thus no needless expenses were incurred. Furthermore, having proceeded to the deliberation on Their High Nobilities' circular as well as general missives dated 14 October of last year and 17 March of this year, received here per the vessel Westerveld on 16 May last, it was initially understood that the orders contained therein, both special and general, ought dutifully to be obeyed; as following upon this, the necessary notification having been made to the chiefs of the subordinate offices under the sending of the extracts from the aforementioned venerated missives and the appendices belonging thereto, it was approved and understood with respect to the order to let the said vessel, if time should slip away too far, sail from the Gentlemen of Jaggernaijkpoeram directly to Batavia, to comply with the same punctually, on account of the small stock of cloth at Bimilipatnam; and to that end, as soon as the ship was unloaded and laden with the bales on hand, regarding which all speed was being made, to let it sail on towards Jaggernaijkpoeram around the middle of this month, with instructions to the servants that, since the ship was to arrive there circa half a month earlier than last year, they must therefore see to it that this vessel undertakes the return voyage to the Indian headquarters at the latest by 25 June next, so that it may still be back in time and if possible by the end of December or before the departure of the ships of the second consignment. 431. The 5th of June 1769. With respect to the ordered dispatch to Batavia of the sick left behind here last year by the ship 's Lands Welvaaren, which was destined from Europe for Bengal, to the number of 37 souls, or as many of them as should have recovered, it was approved and understood to demonstrate that of the 81 sick from that vessel successively brought into the hospital, upon its departure 22 men having passed muster departed again with the same; 9 were sent to Batavia on the ship Tulpenburg and 3 on the vessel Vaillant, while 11 of the sick died, 1 deserted, and 35, both military and seafaring personnel, were retained to replace those who died from the garrison and the navy in a full year, and those who were discharged having served out their contracted time upon expiration of time; which retention it is hoped will be regarded by Their High Nobilities as well done, in consideration of the fact that for some years no personnel could be sent hither. The well-mentioned Their High Nobilities furthermore finding it improper that last year the spoiled sack wine brought on the ship Tulpenburg was returned to the ship's officers and their account charged for it, it was understood to note that this returning and charging was done according to the literal meaning of the 19th article of the regulation on the import and export, receipt and deliveries of cargoes drawn up in the year 1753 on the date of 20 August and altered and augmented on 15 August 1764, wherein it was clearly stated that the ship's officers are answerable for spoilage. But because the conduct of this government in that regard has displeased Their High Nobilities, it was understood to request pardon, in case the intention might not have been well understood; Their High Nobilities furthermore resting assured in the declaration made by this government that nothing will be left unattempted to cause the shortage thereof to cease through the delivery of an ample quantity of rough and bleached coarse cloths, it was resolved to assure them anew that They may by no means doubt the zeal and attentiveness of this government in that regard, and also not the fulfillment thereof.

Dutch transcription

429. den 5.:' Junij 1769. del van de Jongegalenis op te„ beloigne over neev=s gem: brieven van haar hoog Ed=s te observeeren. onder begreepen te weesen: zoo wierd op de propositie van welmelde heer gouverneur, en de vertoonde noodsaa„ kelijkheijd, goedgevonden en verstaan, zodanig een vaartuijg zoo groot als de thonij de Ionge Gale„ nus teweeten Lang oversteeven 52. voeten breet op zijn uijtwaatering 14. voeten en 6. duijmen diep in zijn Ruijm 6. voeten en 4. duijmen, mitsgaders op zijn potdeksel 10. voeten, ten dienste van dit gouvernement te laaten aantimmeren, en het opsigt daar over na het eitopsigt daarover aan den tan„ aangeschreevene naar derwaards bij Letteren van den wogen. 22. ' April p=o onder het hooger toesigt van den secun„ de toetevertrouwen aan den Tandel van de afgelegde en reeds verkogte thonij De Andregirij Wallewroe Peraijdoe, onder recommandatie te sorgen dat alles en met wat recomm: hegt en sterk wierde gemaakt op dat dE: Comp=e, erlange dienst van konde hebben en dus geen noodeloo„ se kosten gedaan werden. Wijders getreeden weesende ter besoigne over Haar hoog Edelens zoo circulaire als gemeene missivens de datis 14. ' 8ber: des voorleeden, en 17. ' Maart deeses Ja Jaars per den boodem Westerveld den 16:' Meij J=o leeden alhier ontfangen, is aanvankelijk verstaan, besluijt de ordres daar bij ( vat de ordres daar bij zoo speciaal als generaal vervat„ schuldpligtig den 5:' Junij 1769 na de Comptoir gedaan is lippatnam niet te laten aandoen en waarom. gernaije p=r te laten vertrecken. en met welk aansz: aan de bed:s aldaar zoo alstondige aansz: diuw:s schuldpligtig te obedieeren, gelijk in navolging van dien de opperhoofden der onderhoorige Comptoiren, onder het toeschicken van de Extracten uijt voormelde gevene„ reerde missivens en daar bij gehoorende bijlagen de besluijt 't schip westervalt binni, noodige aanschrijving geschied zijnde; wierd ten opsigte van het geordonneerde om gedagte boodem wanneer den tijd te verre inschieten mogte den Heeren van Jaggernaijkpoeram direct na Batavia te Laaten vrenden; goedgevonden en verstaan, het zelve punctt„ eel natekoomen, mits den geringen voorraad van maar teg:s mede deesen na Jan het houren op Bimilipatnam, en ten dien eijnde het schip zoo dra maar ontlost was, met de aanhan„ den zijnde packen belaaden weesende, waaromtrend alle spoed gemaakt wierde teegens medio deeser, naar Jaggernaijkpoeram te laaten voortseijlen, met aan„ schrijvens aan de bediendens, dat vermits het schip circum circa een halre maand vroeger aldaar stond op tedagen dan anno passo dierhalven zorgen moeste om dien boodem uijtterlijk teegens den 25. ' Junij naast koomende de te rug reijse naar de Jndiase hoofdplaatse te laaten onderneemen, op dat dus tijdig, en des mogelijk zijnde teegens ultimo Jber: of voor het vertrek van de scheepen van de Tweede besending E 431. den 5e Junij 1769. van de alh=r verbleerene sieken van't schip slands welvaaren. wat beslooten is dier w=s te verthonen. werden zal besending nog te rug te kunnen weesen. — Ten opsigte van de geordonneerde opsending naar Baordre ter opzending na batavia tavia, van de, alhier door het uijt Europa naar Bengal gedestineerd schip 'slands welvaaren in anno pass=o agtergelatene zieken ten getalle van 37. koppen, of wel zoo veel er van gereconvaliseerd zoude weesen, is goedgevonden en verstaan tevertoonen dat van de 81 zieken van dien boodem successive in het hospitaal gebragt, op het vertrek van deselve 22. man uijtgemon„ sterd weesende, met deselve weeder vertrocken zijn; 9. met het schip Tulpenburg en 3. met den boodem Vail„ lant naar Batavia versonden, mitsgaders 11. van de zieken overleeden, 1. gedeserteerd, en 35. zoo militairen als zeevaarende aangehouden waaren, tot Remplace„ ment van de geene, die in een Rond Jaar uijt het guarnisoen, en de marine overleeden, en die mits tijds Expiratie haar verbonden tijd uijtgediend heb„ ben verlost waaren; welke aanhouding verhoopt hoope dat zulx geaxprobeerd weerd, door Haar Hoog Edelens als wel gedaan zoude werden aangemerkt, uijt Consideratie dat zeedert eenige Jaaren, geen volk na herwaards heeft kunnen gesonden werden. —. Welmelde haar hoog Edelens wijders oneijgen vinden de: p=o aangebragte secq, de reecq: der scheeps was. ren. te doen versoek om excuis dier w=s en te doene versekering omtrend het art: van den lijwaat insaam. oneijgen bevending dat voord' ind:r de, dat men in anno pass:o de aangebragt bedurven or d: belast naar de keuig gen Zecqwijn met 't schip Tulpenburg, aan de overheeden ^ daar voor te rug gegeeven en derselver Reekening ^ belast gewor„ den was, is verstaan te noteeren, dat die te rug gee„ wat besloten is dierw:s te noteving en belasting geschied was na den letterlijken sin van het 19. articul van het in den Jaare 1753. onder dato 20.:' aug=s beraamd en den 15. ' augustus 1764. gealtereerd en g'amplieerd Reglement op de Jn en uijtleevering, ontfang en uijtleeveringen van ladingen, waar bij duijdelijk gesegd wierd, de over„ heeden voor het bederff aanspreekelijk zijn. Maar dewijl hoogst deselve de behandeling deeser Regee„ ring daaromtrend mishaagt heeft, is verstaan ver„ schooning te versoeken, in dien men de intentie niet wel begreepen mogte hebben; haar hoog Ede„ lens wijders zig gerustende in de gedaane betuijging deeser Regeering van niets onbesogt te zullen laaten, om door Leverantie van een ruijme aantal van ruwe en gebleekte grove doeken, het gebrek daarin te doen cesseeren wierd geresolveerd op nieuw te versee„ keren, dat hoogst deselve geensints aan de ijver en oplettendheijt deeser Regeering daar omtrend geliefden te twijffelen, en ook niet aan het manquement den 5e: Junij 1769. derselve. E 2

NL-HaNA_1.04.02_3261_0657 view scan ↗

English

433. the 5th of June 1769 to be content with the present collection to ascribe it, in case the collection might not succeed according to wish, rather to the manifold inconveniences to which it was subjected, as the procurement had recently, in accordance with what was communicated to Their High Excellencies by respectful letters from this Government dated the 19th of September 1768, been obstructed in the north by the introduced, though since again abolished, toll collection by the English, and shortly thereafter here in the south during the first five months by the war that arose between the English and the notorious Mysore general Hyder Ali Khan, and had been waged with such violence that neither weaver nor farmer, deeming himself unsafe in his village and dwelling place, which besides being disturbed and plundered were laid in ashes, had to take flight hither and thither; all which reverses one trusted, trusting that Their High Excellencies, taking this into favorable consideration, would not be malcontent concerning the present collection, without it having been necessary to proceed to any further price increase than Their most esteemed High Excellencies were pleased to order this Government. —. And the 5th of June 1769 of the dealing regarding the Cuddalore guinees and why. that it would be a desirable thing advance could be concluded what was noted in that regard. not to doubt the approval of And that furthermore, having entrusted the procurement of the Cuddalore guinees with equal success to two Negapatnam merchants, Tieroemenij Chittij and Ramalinga Poele, no doubt was had of the approval of that dealing; all the more because the contract made by the Cuddalore resident with two private merchants there, by name Kinkadra Chittij and Koeroesamie Chittij, pursuant to the Resolutions of this Board of the 24th of May of the past year and the dispatched advices of the 31st of August mentioned therein, had turned out so badly that, on account of the poor quality of the provided linens, the greatest part thereof had to be sent back, and those retained or accepted therefrom were also merely passable, which had therefore caused this Government to resolve to abandon the collection there, since similar sorts could well be obtained without them; and regarding the remark made by Their well-mentioned High Excellencies that it would be a desirable thing if at other offices the contracts could also be concluded on the same footing as occurred at Cuddalore, namely without advance disbursement of money, the meeting resolved to note that such could only be practiced and stipulated 435. the 5th of June 1769 merchants this year a poor showing and whereby caused elucidation regarding the increased because of the small number of contracted cloths and also that as soon as a pack was delivered, payment followed therefor; but to extend this to other and more important contracts and make it applicable, the Council found utterly impracticable, since it was very well known and indisputable that the Honorable Company as well as other nations, whosoever it may be, are obliged to open the purse first, without which no reliance could be placed on any collection of importance; with the further communication to be made that the Porto Novo merchants would make a poor showing this year regarding the procurement, because through the roaming of warriors and bands of robbers around that open place and town, the traders as well as all the inhabitants had been necessitated to abandon their dwellings for four months. Further, having spoken about the required elucidation regarding the statement made from here of the increased prices on the Sadraspatnam coarse cloths mentioned in the letter of this Government of the 31st of August 1768, as to whether an erroneous calculation had been made in reckoning pagodas to guilders, which however, upon further recalculation here, was not Cambays of the Paliacatte merchants took place. to prohibit the Paliacatte servants demanded cloths. found to be so, unless Their High Excellencies please to understand the reduction of the pagodas into guilders in the last two columns of the specification inserted in the said letter at 90 stuivers the pagoda, or according to the new money reduction, as being the demanded and granted prices, which however could not be, because the new reduction of coin species commenced with the book year of 1768/1769 and the said price increase had already been agreed to before the collection of 1767/1768; which it was understood should be respectfully brought to the attention of Their High Excellencies, as also that the acceptance of the 11 packs of fine Cambays of 5 cobidos delivered by the Paliacatte merchants in the past year above the demand and shipped to Batavia for their account in reduction of their debt, and there sold at public auction with an advance of only a good 8 3/4 percent, had only taken place upon the repeated request of those traders because they had had to take over the same from their brokers and suppliers, as well as to prevent those linens, upon rejection, from falling into foreign hands; but now, in compliance with the esteemed desire the 5th of June 1769 of

Dutch transcription

433. den 5e: Junij 1769 de presente insaam content weesen derselve toeteschrijven ingeval met den Jnsaam niet na ^maar viensch slagen mogte ^ aan de meenigvuldige Jnconve„ nienten waar aan deselve onderworpen was, gelijk de procure nog Jongst ingevolge het bedeelde aan haar hoog Edelens bij eerbiedige letteren deeser Regeering van den 19. ' 7ber: 1768. om de noord gestremd was geworden, door de ingevoerde, dog zeedert weeder vernietigde Tholheffing door de Engelsen en kort daar op hier om de zuijd in de Eerste vijf maanden door den opgekoomene oorlog tussen de Engelsen, en den berugten Maijsoers en veldheer Haijdera„ lichan en met zodanige hevigheijt gevoerd was gewor„ den, dat nog weezer, nog Landman, in zyn dorp en woonplaats niet veijlig oordeelende, die buijten de beroring en uijtplondering, in de assche gelegd wier„ den, gints en herwaards de vlugt hebben moeten d neemen; alle welke traversen men vertrouwde vertrouwen dat haar hoog Ed:s nopens haar hoog Edelens in gunstige Consideratie nee, zoude mende, niet malcontent weesen zoude omtrend den presenten Jnsaam zonder dat men nodig gehad hadden in eenige verdere prijs verhooging te gaan dan hoogst gemelde Haar hoog Edelens geliefd hebben deese Regeering te ordonneeren. —. En den 5e. Junij 1769 vande behandeling omtrent 't Coede„ loers quin=t en waarom. 't een gewenschte saak weesen zoude strecking gesloten konde werden wat dier w=s genoteerd werd. nontuijkeling aande apobate En dat voorts met een gelijke succes aan twee Nagapatnam se Cooplieden Tieroemenij chittij en Ramalinga poele opgedraagen vreesende, de procure van het Coedeloers qui„ nees aan de approbatie van die behandeling niet getwijf„ feld wierde; te meer het contract door den coedeloersen resident met twee particuliere Cooplieden aldaar in„ naamen Kinkadra chittij en koeroesamie Chittij gemaakt ter Resolutien deeser Tafel van den 24:' Meij anno pass=o en afgevaerdigde advijsen van den 31:' aug=s daar aan vermeld, zoo slegt uijtgevallen was, dat men om de slegte deugd der besorgde lijwaaten het grootste ge„ deelte daar van heeft moeten terugsenden, en het aange„ houdene off geaccepteerde daar uijt ook maar eeren passabel waren, dierhalven deese Regeering had doen Re„ solveeren, om van den Jnsaam aldaar maar aftesien, dewijl buijten haar diergelijke zoort weel bemagtigd kon„ remargie van haar hoog Ed„s deste werden; en belangende welmelde Haar hoog Edelens contract over als sonder vooruijt vergemaakte remarque, dat het een gewenschte zaak zoude weesen, indien op andere Comptoiren meede de Con„ tracten even op dien voet als te Coedeloer geschied, was geslooten konde werden namentlijk sonder voor uijt verstrec„ „king van geld, besloot de vergadering te noteeren, dat zulx alleen gepractiseerd en bedongen had konnen werden 435. den 5' Junij 1769 Coopl: dit Jaar een slegte vertooning en waardoor veroorsaakt „elucietatie weeg=s de verhoogde werden, om de wille van het gering getal der aanbe„ steede kleeden en ook dat zoo haast een pak geleeverd was, er de betaaling voor volgde, dog om het zelve tot an„ dere op importanter aanbesteeding te Extendeeren en applicabel te maaken, vond den Raad gants ondoe„ nelijk, nadien het zeer bekend, en onweederspreekelijk was, dat dE: Comp=e zoo wel als andere natien, wie het ook zij, verpligt zijn eerst de beurs te openen zonder het welke geen staat gemaakt konde werden, op Eenige Jn„ saam van aangeleegendheijt onder verdere te doene Com„ municatie dat de Portonovose Cooplieden deesen te doene comm: dat de porten: Jaare een slegte verthooning omtrend de procure ma„nopens den Jnsaam makten zoude ken zoude dewijl door de omswerving der krijgers en Roofbenden omtrent dat oop en vlek de handelaars zoo vel als alle de ingeseetenen genecessiteerd geweest waaren, viermaanden lang hun wooningen te quiteeren Wijders gesprooken zijnde over de gevorderde Elucida besluyt wat nof:r de gevoderde tie, omtrend de van hier gedaane opgaave van de vewijsen te sadrat te bedeelen. hoogde prijsen op de Cadraspatnamse groove doeken bij brieve deeser Regeering van den 31. ' aug=o 1768. ver„ meld, waaromtrend of in de becijffering van pagooden tot guldens een abusive bereekening begaan zoude weesen, dog het geen alhier bij nadere nareekening niet. Combaijen van de pall: Coopl: ge„ schied is. te doen interduct aan de pall: bed=s g'Eijscht kleeden. niet bevonden weesende ten waare Hoogst deselve de reductie van de pagooden in guldens, in de twee Laaste Colommen der bij gemelde brief geinsereerd specificatie tot 90. stuijvers de pagood of na de nieuwe „gelieve geld Reductie ^ te begrijpen, als de g'eijschte en toege„ staane prijsen zijnde, dog het geen niet weesen konde„ om dat de nieuwe reductie der geld specien met het boekJaar van 176 3/9 aanvang genoomen had en de ge„ segde prijs verhooging nog voor den Jnsaam van 176: 1/9. geaccordeerd was, het geen verstaan is haar hoog waarom de acceptatie meer gem: Edelens Eerbiedig onder het oog te brengen, soomee„ de dat de acceptatie van de 11. packen fijne Cam„ baijen de 5. Cob=s door de Palliacatse Cooplieden in a:o pass:o booven den Eijsch geleeverd en voor derselver reecquening in mindering van haaren debet naar Ba„ tavia versonden, mitsgaders aldaar maar slegts met een advans van 8. ¾. p:r Cento ruijm per vendutie ver„ kogt, alleen geschied was, zoo op het herhaald versoek dierhandelaars om dat zij deselve van haare maake„ laars en Leveranciers hadden moeten overneemen als ook te prevenieeren dat die Lijwaaten bij afwij sing niet in vreemde handen quaamen te vallen tot de acceptatie van dieglijke om dog als nu in naarkooming van de g'eerde begeerte den 5. Junij 1769 van

NL-HaNA_1.04.02_3261_0661 view scan ↗

English

437. the 5th of June 1769. It was understood by their Right Honours that the chiefs of Palliacatta are prohibited from accepting, and the merchants from delivering, such unrequested cloths, which it is nevertheless assumed will no longer occur, because the merchants are no longer indebted to the Honourable Company; but if it should happen that from time to time this must be resorted to, it was understood to observe punctually what has been prescribed in that regard, namely to take care that such goods are not booked too high, as occurred with the aforementioned 1 bales, and which was thus the cause of the slight profit thereof, the booked amount of which, being f8707. 12. -. or pag: 1935. –. 40. –., was furthermore understood to be deducted from the arrears of the merchants; and further regarding the Bimilipatnam linen trade, concerning the revival of which their Right Honours entertain hope because an agreement has now been reached with the princes, though until now matters have not been too favorably situated; it was understood to inform them thereof, and of the expectation which one nevertheless has for its improvement from the convention recently concluded with the merchants, hoping that it will answer the intended purpose, for which the chiefs have been provided with the necessary recommendations pertinent to the matter, in order to ensure that the trouble and labor expended thereon by the Government are not rendered illusory and fruitless, but by a faithful application of the means provided to them for that purpose, will turn out in everything according to wish. Regarding the chapter on the arrears, their Right Honours having been favorably pleased not only to approve everything undertaken by this Government, principally with respect to the debts of the Sadraspatnam merchants, but also, based on the considerations furnished from here in that regard and the interests and accounts rendered both by the chief of that office who has since passed away, Iacobus Leonardus Topander, as well as his successive seconds, the junior merchants Hendrik Schoffier, Seraculus Mossel, and the likewise deceased Mr. Sebastiaan Boers, to acquit them or the said officers of liability regarding those arrears; it was therefore understood to express to them their deep gratitude for the benevolence shown and the compassion used toward those officers, who otherwise would have become unfortunate and ruined; 439 the 5th of June 1769. and furthermore, in pursuance of that favorable disposition, it was resolved to cancel the posted security of 8000. –. –. pag: or f36000. –. –. by the widow Topander for the presumed share of her deceased husband in the said debts; but with respect to the ordered writing-off of those arrears, it was understood to carry this out solely with that of the merchant Naranappa Moddellij, from whom, as he is a foolish and senseless person for whom no one shows interest, there is not the slightest likelihood of getting anything more paid in reduction now or in due time, and to keep him on for some time yet, although nothing was to be expected from what is outstanding from him in the country and in the weaving villages, as those debtors have already long been insolvent as well. But regarding the debit of the other three merchants, namely Madoesjes Jasjelam Chittij, Goendder Baal Chittij and Chaddeappa Chittij, it was resolved to let the same continue in the books because of the arrangement that was made regarding them, and whereby there is a likelihood, if they and their posted guarantors acquit themselves according to duty, of obtaining satisfaction in time, as the required disclosure thereof has already been made to their Right Honours by letters of the 18th of December of the past and the 3rd of April of this year, and there is no doubt that the arrangement made will be approved by their Right Honours. Under the article of the sale of merchandise, their said Right Honours having ordered that the vermilion and quicksilver lying here on the Coast unsaleable and moreover, on account of their expensive purchase prices, yielding little profit, be sold in the most advantageous manner even if it were at their purchase prices, but if not disposed of at that price, to return the remainder to Batavia; it was thus understood to take this for observance, and to instruct the chiefs of the offices of Sadraspatnam, Palliacatta, Jaggernaijkpoeram, and Bimilipatnam with the necessary orders regarding this; as well as concerning the sale of merchandise in general, and the remarks made by them with respect to the passable profit obtained on

Dutch transcription

437. den 5' Junij 1769. meer decteeren zal. „treden wat dan te observeeren. inmindering van de toopl: agter„ stal te laten dienen. „ insaam te Cimelep nog niet ten „verbetering heeft en waardoor van welmelde haar hoog Edelens verstaan is, de palliacatse opperhoofden tot de acceptatie, en de Cooplie„ den tot de Leverantie van diergelijke ongeEijschte kleeden te interdiceeren, het geen men egter verondersteld weert voor onderstelling dat zulkx niet niet meer exteeren zal, om dat de marchiandeurs niet meer aan dE: Comp=e schuldig zijn maar zoo het geval wilde, dat somtijds daar toe moeste werden over dog in as daartoe moet werden ge„ gegaan, is verstaan punctueel te observeeren, het aangeschreevene dierweegens namentlijk zorge te doen draagen dat diergelijke goederen niet te hoog aangeschreeven wierden, gelijk met de voorsz: 1. pac„ ken geschied, en dus oorsaak was, van dies geringe besluijt't bedragen van die 1 pack: winst welkers aangeschreeven bedraagen van ƒ8707. 12. -. of pag: 1935. –. 40. –. alverder verstaan wierd te laaten strecken in de falcatie van der marchiandeurs agterstal; en wijders nopens den Bimi te doene bedeling dat met den lipatnamsen lijwaathandel, omtrend welkers faronadel gesteld is opluijking haar hoog Edelens hoope scheppen om dat men nu met de princen tot een accoord gekoo„ men was het tot nog toe niet te favorabel gesteld zijnde; verstond men Hoogst deselve zulx te bedee„ len, en van de verwagting, die men egter van dies ver„ dog dat men og ter koopen tot dies beetering heeft, uijt de Jongst met de cooplieden getroffene Conventie spreeking der saccessive ladrasp=re Comptoir conventie, verhoopende dat aan het bedoeld oogmerk beandwoorden zoude waartoe de opperhoofden met de nodige ter materie dienende recommandatien voorsien waaren ten eijnde te zorgen dat de moeijte en arbeid door de Regeering daar aan besteed, niet Jllusoir en vrugteloos gemaakt vieerde maar door een fidalle applicatie van de middelen haar daartoe aan de hand gegeeven, in alles naar wensch te doen uijtvallen. —. te doene dankbetuijging voorderij Omtrend het chapiter van de agterstallen hoogst gedag„ bed:s van de agterstallen van dat te Haar Hoog Edelens gunstiglijk behaagd hebbende, niet alleen alle het te werk gestelde door deese Regeering principaal in opsigt van de schulden der sadraspasnam„ se Cooplieden, goed te keuren, maar ook op de van hier diendweegen gesuppediteerd consideratien en ingebragte belangens en verandwoordingen zoo door het 't zeedert overleeden opperhoofd van dat Comptoir Iacobus Leo„ nardus Topander als zijne successive secundens de ondercooplieden Hendrik Schoffier, Sera„ culus Mossel, en den almeede overleedene M:r Sebasti„ aan Boers, haar of de zoo eeren gemelde bediendens vrij te spreeken van de verandwoording noopens die agterstallen; zoo wierd verstaan Hoogst deselve voor dies beweesene benevolentie aan, en gebruijkte den 5:' Junij 1769 commisseratie 439 den 5e' Junij 1769. „topander gestelde borgtogt te roijgeren Pleen nopens Narnappa noddelij houden. bij de boeken te laten voortlopen commisseratie omtrend die bediendens welke anders ongeluckig en geruineerd geworden zoude zyn, derselver diepe erkentenisse te betuijgen; en is wijders innavol, beluit de diendweegen doordwad: ging van die favorabele dispositie beslooten de gestelde borgtogt van 8000. –. –. pag: of ƒ 36000. –. –. door de weduwe Iopander of het gepresumeerd aandeel van haaren overleedene man ingedagte schulden te laaten ro„ ijeeren; Dog ten opsigte van de geordonneerde afschrij besluijt de afsz: dier schulden, dl ving van die agterstallen, is verstaan alleenelijk gegevolg de laten nemen volg te laaten neemen met die van den Coopman Naranaspa Moddellij, van wien als een onnosel en waarom en ongevoelig mensch zijnde, daar niemand zig voor interresseerd, geen de minste apparentie iets meer in mindering nu, of in der tijd betaald te krijgen, en denselven nog eenigen tijd aan tehouden, dog hem nog eenige tidaante„ schoon van het uijtstaande van hem op het Land en in de weefdorpen niets te wagten was, dewijl die debiteuren al Lange meede insolvent zijn. Maar maar dat van de die andere nog omtrend het debet der andere drie Cooplieden nament„ lijk Madoesjes Jasjelam Chittij, goendder Baal Chittij en Chaddeappa chittij wierd geresolveerd het zelve bij de boeken te laaten voortloopen om de wille en waarom van de schicking die 'er omtrend haar gemaakt, en daar den 5' Junij 1769 nonluijsteling of die schicking zal geapprobeerd werden. ordre om 't vermilpen en quikselver te verkopen al walt voorde inkoops prijs dog die niet te bekomen zijnde het dan na batavia te zende aftesenden. generaal te verthonen daar door apparentie is, indien zij, en derselver gestelde borgen na pligt koomen te quijten met 'er tijd voldoe„ ning te erlangen gelijk het zelve haar hoog Edelens bereets bij brieve van den 18. ' December des gepas„ seerden en 3. ' april deeses Jaars, de verschuldigde ouver„ ture gedaan, en geen twijffel is, of die gemaakte schic„ king zal door haar hoog Edelens geapprobeerd werden. Onder het articul van den verthier van Handel„ whaaren, door welmelde Haar Hoog Edelens geordon„ neerd werdende om het vermillioen en quikzilver hier ter Custe in vendibel leggende en booven dien door derselver duure inkoops prijsen maar weijnige advan„ cen geerende, op de voordeeligste wijse teverkoopen al was het zelfs teegens dies inkoops: prijsen, dog daar voor niet van de hand willende, dan het Restant naar Batavia terug teschicken, zoo wierd ver„ besluijt diesw:s de nodige omrstaan zulx ter observance te neemen, en de opper„ hoofden der Comptoiren Sadraspatnam Pallia„ catta Jaggernaijkpoeram, en Bimilipatnam en wat noop=r den verhier unit het noodige dierweegens aantebeveelen; mitsga„ ders nopens den verthier van handelwhaaren in het generaal, en het geremarqueerde door Hoogst deselve ten opsigte van de passabele behaalde winst op

NL-HaNA_1.04.02_3261_0665 view scan ↗

English

441. 5 June 1769 on the sold merchandise in the first eleven months of the financial year 1767/8, to show that the market was fluctuating, especially in a country that was repeatedly disturbed by war and the evil rumors resulting therefrom, which were sometimes confirmed and most of the time found to be imaginary; along with making the further declaration that the more merchandise one was able to turn over and the more substantial the profits thereon were, the more agreeable it would be to this Government, by which no efforts or means were left unattempted for the increase of the advances, both to meet the expenses that must inevitably be incurred, and to obtain cash, which was mostly in short supply, as had been demonstrated to Their High Excellencies; therefore the gold received with Westerveld had also arrived in good time and entirely opportunely, and had immediately found employment according to what was recorded in the Resolution of 22 May last, as well as the proceeds from the sale of a parcel of pearls realized here, amounting to 39,010 New Nagapatnam pagodas, making old pagodas 5 July 1769 per balance 36,120. 9. -. or f 162,514. 12. 12. Indian currency, which had been credited by the Ceylon Government by resolution of 6 April previously mentioned against the considerable capital that that government owed to that of Coromandel; And it was further agreed to continue the consignment of whole and half copper duiten to Batavia and to have promptly observed that which Their High Excellencies have been pleased to order in that regard, namely to have each of the sorts packed separately. It was also agreed to request an apology for the mistake made in the incorrect statement of the profits and losses in the specifications of the various parcels of gold minted here, inserted in the outgoing letter of this Government of 31 August of the past year, as having been caused solely by the inattention of the copyist and the collators; and furthermore, following what was further ordained under the Main Chapter of the trade books, to require of the Ceylon ministers the remittance hither from the estate of the late Governor van Eck of the share belonging to the likewise deceased Merchant Anthonij Bonk 443. 5 June 1769 in a certain negotiation mentioned in the Resolution of 9 June of the past year; amounting to the value of 5,278. 3/4 Rupees or f 6,334. 10. -. And furthermore, in the advices to be sent, to show specifically what consisted of and how much amounted to the excessive repairs to the fort of Bimilipatnam, which by this Government in its resolution of 31 March of the past year had been left to the account of the chiefs, for whose neat and clear statement the servants having been instructed, it was not doubted that the same will still arrive in time to be brought before Their High Excellencies at the same time, as well as that which, beyond what was communicated in the outgoing advices under date of 18 December of the past year, has collapsed even further since then, and the deteriorated condition in which that fort found itself, and the suspended repair of the same until instructions should be received in that regard, with Their High Excellencies' revered approval in that interest treated more broadly in the Resolution of this Table of 22 May last. Just as the said High Government would also be shown 5 June 1769 that the handing over to the English of the hamlet known by the name of the Company's Garden and belonging under the dependency of Mazulipatnam, had likewise been of no consequence; and concerning the transfer of the Company's goods and effects from there to here, what was due having already been communicated in the letter of this Government of 3 April last, of which mention was also made in the Resolution of 27 February previously, it was agreed to refer thereto, and to await the requested disposition of Their High Excellencies regarding some entries mentioned therein; and furthermore, upon the arrival of the French European ships with silver at Pondicherry, to urge the ministry there anew for the payment of the known Malacca bill of exchange drawn by a certain Desjardins upon the Company of that nation. Subsequently, by reason of the obscurity that previously arose in the matters dealt with in this Government's dispatched letters of 29 June of the past year and Resolution of 2 May previously concerning the sums successively paid by the curators of Haselkamp's estate or since 20 August 1767 for the settlement of Haselkamp's

Dutch transcription

441. Den 5e. Junij 1769 „gen goud g'emploijeerd is haarlen op de verkogte handelwhaaren in de eerste Elff maan„ den des boekjaars 176 7/8. te vertoonen dat den verthier wisselvallig was, bij zonder in een Land dat telkens beroerd wierd door den oorlog en daar uijt resul„ teerende quaade gerugten, die somtijds bewaarheijd en meesten tijds imaginair bevonden wierden; onder ver, en onder wat betuijging dere te doene betuijging dat hoe meer der handelwhaa„ ren men vermoogens was, omtesetten en hoe aansien„ lijker de winsten daarop waaren, hoe aangenamer het voor deese Regeering zoude weesen bij dewelke geene pogingen nog middelen onbesogt wierden gela„ ten tot accressement van de advancen zoo ter te gemoed kooming der Lasten die onvermijdelijk gedaan moeten werden, als ter erlanging van contan„ ten, waar aan men meestentijds gebrek hadde, gelijk Haar Hoog Edelens zulx aangetoond was gewor„ den; dierhalven het ontfangene goud met vrester, hoedanigt per wetter olt ontfen„ velt ook tijdig en gants niet te onpas gekoomen was, mitsgaders ten Eersten het Emplooij gevonden hadde naar het aangeteekende ter Resolutie van den 22.:' Meij J=o Leeden, zoomeede het uijt den verkoop van een soomede t provenu van neek gem: parthij paarlen alhier geproflueerd montant van 39010. Nieuwe Nagapatnamse pagooden uijtmaakende oude pag: den 5. Julij 1769 halve duijten te Continueeren. en ieder zoort apart aftepac„ te doen versoek om excus, weegs 't abuijs in neers gem: bij de briet g' lon te requireeren. p:r/o 36120. 9. -. of ƒ 162514. 12. 12. Jndias geld, dat door het ceij„ lons gouvernement bij besluijt van den 6: april bevoorens vermeld gevalideerd was geworden van het aanmerkelijke Capitaal dat dat gouvernement aan dat van Cor„ besluijtbijsending van hele en mandel schuldig was; En is wijders verstaan bij de sending van heele en halve kopere duijten na Bata„ via te continueeren en prompt te laaten observeeren, het geen welveelde haar hoog Edelens daaromtrend gelieven te beveelen, namentlijk om ieder der zoorten appart te doen in packen Ook is verstaan over het begaan abuijs in de ver„ insereede mints bevindingen keerde bekendstelling van de winsten en verliesen bij de specificatien van het alhier vermunte diverse par„ thijen goud in de afgegaane brief deeser Regeering van den 31. ' Augustus de anno pass=o geinsereerd excuus te versoeken als eenelijk gecauseerd zijnde door de inattentie van de Copieist en de collationis„ beslugt de meer gem: tern: Ceten; en wijders in navolging van het verder geordon„ neerde onder het Hoofdeel van de negotie boeken van de Ceijlonse ministers te requireeren, de overmaa„ king naar herwaards uijt den boedel van den overlee„ „ Ceilons, den heer ^ gouverneur van Eck van het aandeel van de meede overleedene Coopman Anthonij Bonk De 22 ken. 29 443. den 5. ' Junij 1769: „via specificq aantetonen hoeviel meerder onder 't hoog van haar hoog Ed. s te brengen. in zeekere Negotiatie ter Resolutie van den 9. ' Junij des gepasseerden Jaars vermeld; ten emporte van Ropias 5278. ¾. of ƒ 6334. 10. - Competeerende. —. En wijders bij de aftesendene advijsen specificq aan, en ijde aftegeme brief na bata„ tetoonen, waar in bestond en hoe veel quam te Jmpor„ oenee geane reparatie aan teeren, de te verre gegaane Reparatien aan het fort van Bimilipatnam die door deese Regeering bij der„ selver besluijt van den 31. ' Maart anno pass=o voor Reekening der opperhoofden gelaaten waaren tot welkers nette en duijdelijke opgave de bediendens gelast zijnde, niet getwijffeld wierd of deselve zal nog tijdig inloopen, om haar hoog Edelens teffens en wat dien aangaande nog onder het oog te konnen werden gebragt het geen buijten het bedeelde bij de afgegaane advijsen onder dato 18:' december des gepasseerden Jaars, zee„ dert nog meerder ingestort is, en den gederaliseerden toesland waar in zig dat fort berond, en de gestaakte verhelping derselve tot dat men daaromtrend gemunieerd zoude werden, met Haar Hoog Ede„ lens gevenereerde goedvinden ten dien belange bree„ der verhandeld bij Resolutie deeser Tafel van den 22. ' Meij pass:o. . Soo als hoogst gedagte Hooge Regeering nog aangetoond den 5' Junij 1769 vlek aan de Engelsen van geen gevolg geweest is. breng der effect van Matz: refereerd eenige posten daar van aftewagten mitsg: bij on daging ant shehp op de voldoening van neevs gem: wissel te urgeeren. van hasel kamp gediend worde zal „en dat toverdeen van nev:r gen angetoond zoude werden, dat het overdoen aan de Engel„ sen van het vlek onder de naam van scomp=s thuijn bekend en onder de dependentie van Mazulipatnam gehor„ waaraan nen zyg noen de oerende, meede van geen gevolg was geworden; en omtrend de overbrenging der goederen en Effecten van d' Comp=e van daar na herwaards reeds het verschuldigde be„ deelt zijnde bij brieve deeser Regeering van den 3:' april Joleeden waar van meede ter Resolutie van den 27. ' februarij bevoorens mentie gemaakt is, is verstaan ende versogte dispositie weegens daar aan te refereeren, en de versogte dispositie van Haar hoog Edelens noopens eenige daarbij vermelde posten aftewagten; en wijders bij opdaging der france Europase scheepen met zilver te Pondi„ cherij bij het ministerium aldaar op nieuw te urgee„ ren om de voldoening van de bewuste Malacse wissel door eenen Desjardins ten Laste van de comp=e dier natie getrocken. —. uint teteliverdatie nop: e te vervolgens wierd uijt hoofde van de te vooren gekoome„ ne duijsterheijd in het verhandelde bij deese Regeerings afgevairdigde letteren van den 29. ' Junij anno pass=o en Resolutie van den 2. ' Meij bevoorens omtrend de door de curatoren van HaselRamps boedel successive of zeedert den 20. ' aug:s 1767. ter vereffening van Ha„ selkamps

NL-HaNA_1.04.02_3261_0669 view scan ↗

English

445. the 5th of June 1769 Haselkamp's debit to the petty cash here, counted in cash and, by order of their said High Excellencies contained in their most venerated missive of the 4th of December of the said year, remitted by assignments to Batavia, to the amount of pagodas 4642. 21. 10. ƒ22285. 16. 8., in order to be paid out again to the secretary of the Honorable, Venerable Council of Justice of the castle of Batavia; it is resolved and understood to note for respectful elucidation that the account of the said former Cashier, after payment of that which was produced both from his privately auctioned estate and subsequently collected for its benefit, as well as the proceeds from the widow Crucius in reduction of her husband's debit to Haselkamp, item the payment by the sureties of Haselkamp, as well as that furnished from the estate of the fugitive governor Christiaan van Teijlingen to the amount of pagodas 4200. - - ƒ 20160. –. – or as much as was found by rough calculation that would still be missing in order to fully liquidate the cash shortage after collecting and securing everything that was still to be gathered from the outstanding matters of Haselkamp, under ultimo August continued the 5th of June 1769 August 1767 according to the closing of the books was still in arrears for a sum of pagodas 3974. 12. 7/8. ƒ 19077. 14. 8.; and that the curators also paid the same in three installments, namely once under date ultimo September 1767 pagodas 1500. ƒ 7200., ultimo February 1768 pagodas 1338. 11. 7/18. ƒ 6424. 15. and under ultimo August of the said year pagodas 1136. – /4. ƒ 5452. 19. —. in order to settle therewith the remaining debit to the cash; but meanwhile, as has already been cited herebefore, having been ordered to remit to Batavia all receipts for the benefit thereof since the 20th of August 1767, the same was also executed with the aforementioned three sums, over and besides an amount of pagodas 641. 14. 70. or ƒ 3079. 15. 8., or with the discount of 4 per cent being pagodas 36. 17. 50. ƒ 128. 6. 8. calculated therewith pagodas 668. 18. 40. ƒ 3208. 2. –., which at that time had been received over and above or in excess of what was needed for Haselkamp's aforementioned remaining debit to the cash, and was found among the curators, and was therefore also remitted by a separate or second assignment at the disposal of their High Excellencies; and whereas by that ordered remittance the aforementioned 447. the 5th of June 1769. aforementioned debit of Haselkamp here continued to run, one therefore, in order to finally settle the same in the books here, had to charge Batavia by invoice dated 31st August 1768, in order to be settled by the sequestrator according to the pleasure of their High Excellencies, either with the amount of the assignment itself or by paying that sum in cash into the treasury; and although it now appeared through that remittance as if Haselkamp's debit were fully liquidated, it was nevertheless only outwardly so, because funds were employed for it that did not belong to him, consequently that settlement was also quasi effected, for if that which was furnished from the estate of the fugitive van Teijlingen in conformity with the decision of this Board of the 6th of October 1766 and the payment by the sureties of Haselkamp according to the Resolution of the 12th of August 1766, both amounting to pagodas 5200. or ƒ 24900., were removed from the credit of Haselkamp's account, he would then indisputably have remained in debt for the aforementioned considerable amount of pagodas 5200. ƒ 24900. the 5th of June 1769 since not so much could be realized from his estate and the monies collected in his favor to indemnify the Honorable Company. But in order that it might clearly appear to their said High Excellencies how the matter actually stood and the settlement of the cash had occurred, it is furthermore resolved and understood to have two distinct accounts drawn up, namely one showing how much Haselkamp actually fell short in the cash, and how much having been paid in reduction thereof from his own means, he then still remained in debt, and then a second account in which it should be shown with what monies the adverse balance in the first account is liquidated, and furthermore a note of the collected auction proceeds which, although credited to his account, nevertheless do not all belong to him, because there are still various persons who have not yet received payment for goods sold, thus still claiming a sum of pagodas 673. - – ƒ 3028. 10. –. —. from him, of which it is simultaneously understood to make an indication in that note, so that all the more

Dutch transcription

445. den 5e Junij 1769 Kamps debet aan de kleene cassa alhier in Cassa getelde en op ordre van welmelde Haar hoog Edelens vervat bij hoogst derselver gevenereerde missive van den 4. ' decem„ ber des gemelden Jaars, per assignatien naar Batavia overgemaakte penningen, ten emporte van pr/o 4642. 2110. ƒ22285. 16. 8. om aan den secretaris van den Edelen agtbaaren Raad van Justitie des casteels Batavia weeder uijtgekeerd te werden; goedgevonden en ver„ per„. staan tot Eerbiedige Elucidatie te noteeren dat de Reekening van gedagte geweesene Cassier naar af„ betaaling van het geen zoo uijt zijne prive gevendu„ ceerde boedel geprotlueerd, als ten behoeve derselve vervolg ingevorderd was mitsgaders het ingekoomene van de weduwe Cruçius in mindering van haar mans „ietem het betaalde door de borgen van Flaschkamp, debet aan Haselkamp ^ als meede het gefourneerde uijt dien boedel van den geaufugeerden gouverneur Christiaan van Teijlingen ten emporte van pag: 4200. - - ƒ 20160. –. – of zoo veel bij ruwe calcu„ latie bevonden wierd, dat nog zoude koomen te ontbreeken om na dat alles, wat nog van de uijtstaan„ de zaaken van Haselkamp ingepalmdt stond tewerden, en secuur in te koomen het te kort gekoo„ mene bij cassa, ten vollen te liquideeren, onder ult:o augs vercoly den 5e. Junij 1769 augustus 1762/7. volgens slot der boeken nog ten agteren geweest zijnde een somma van pr/o 3974. 12. 7/8. ƒ 19077. 14. 8.; deselve ook door de curatooren in drie reijsen, „ dato als eens onder „ ult:o 7ber: 1767. pag: 1500. ƒ 7200. ult:o febr: 1768. pag: 1338. 11. 7/18. ƒ 6424. 15. en onder ult. o aug=s des gemelden Jaars pag: 1136. – /4. ƒ 5452. 19. —. betaald vreesende om daarmeede het Restant debet aan de cas teverevenen dog intussen gelijk hier vooren reeds aangehaald is, geordonneerd weesende om al het inge„ koomene ten behoeve van derselver zeedert den 20„ aug=o 1767. naar Batavia overtemaaken het zelve ook gevolg genoomen had met voormelde drie som„ men buijten en behalven nog een montant van pag: 641. 14. 70. of ƒ 3079. 15. 8. of met het Rabat van 4. pr Cento zijnde pag: 36. 17. 50. ƒ 128. 6. 8. daar bij gereekend pag: 668. 18. 40. ƒ 3208. 2. –. dat op die tijd booven dien off meerder dan tot Hasel„ kamps voormelde Restant debet aan de cas noodig, ingekoomen, mitsgaders onder de curatoren te vinden was geweest, en daarom bij een apparte of tweede assignatie ter dispositie van Haar Hoog Edelens almeede overgemaakt is geworden; En ver„ mits door die geordonneerde overmaking het voor„ melde. 447. den 5e. Junij 1769. melde debet van Haselkamp alhier bleeff voortloopen men dierhalven, om het zelve bij de boeken alhier finaal te vereffenen, bij factuur de dato 31:' aug. s 1768. Bata„ via heeft moeten ten laste gebragt, om naar het welbehaagen van Haar Hoog Edelens door den se„ quester, het zij met het bedraagen der assignatie zelve vereffend dan wel die som in Contant in Cassa voldaan te werden; En schoon nu door die overmaking quam te blijken even of Haselkamps debet ten vollen geliquideerd, nogthans het zelve maar voor het uijtterlijke was, dewijl daartoe penningen g'emploijeerd zijn, hem niet toebehoo, vervolg rende gevolgelijk die vereffening ook quasie g'effectueerd was, want wanneer het gefourneerde uijt den boedel van den geaufugeerden van Teij„ lingen Conform het besluijt deeser Tafel van den 6. ' october 1766. en het betaalde door de bor„ gen van Haselkamp na luijd der Resolutie van den 12. ' aug.=s 1766. beijde monteerende. pagoo„ den 5200. op. ƒ 24900. uijt den Credit van Hasel„ kamps reekening genoomen wierden, hij dan on„ weederspreekelijk voormelde aanmerkelijke mon„ tant van pag: 5200. ƒ 24900. debet zoude zijn ge„ bleeven den 5. Junij 1769 't daar meede gelegen is twee reecq: te Laten formeeren kort gekomen is. ende andere met welke penn: ulx is geliquideert vendu penn: hij nog woeg=s gehoudene verentevoorde woest „bleeren, alsoo van zyn imboel, en de ten zijnen faveu„ re ingepalmde penningen, zoo veel niet hebben kun„ nen gemaakt werden om de E: Comp=e schaadeloos besluijtom to een dindelijk bijkhete stellen. Dog op dat welmelde Haar Hoog Edelens duijdelijk zoude konnen blijken, hoedanig er wee„ sentlijk meede geleegen en de verektening van de Cassa geschied was; is alverder goedgevonden en verstaan twee bijsondere Reekeningen te doen formeeren, als een aantoonende hoe veel Hasel„ en hoe velhobelkamp by decas te Ramp weesentlijk op de cas te kort gekoomen, en hoe veel inmindering daar op van zijn eijge middelen betaald weesende, hij dan nog debet gebleeven is, en dan een tweede Reekening waar bij aangetoond is zoude moeten werden, met welke penningen het zaldo te quaad bij de eerste reekening geliquideerd item een notitie van de ingepalmis, en voorts een notitie van de ingepalmde vendu„ penningen die schoon ten goede zijner reekening gebragt zijn, egter alle hem niet toebehooren, om dat nog diverse persoonen zijn, die weegens verkog„ te goederen nog geen betaaling erlangd dus nog een somma van pag: 673. - – ƒ 3028. 10. –. —. van denselven zoo meede aen aanwijsing van 't geene te pretendeeren hebben, waarvan teffens verstaan is, bij die notitie aanwijsing te doen, op dat des te

NL-HaNA_1.04.02_3261_0673 view scan ↗

English

449. the 5th of June 1769. it might appear the more clearly, that all those moneys which were brought to the credit of his debt to the treasury do not lawfully belong to him; over and above the funds still owed to various persons and partly taken up just before his arrest. After which it was resolved to deliver to the church council here the extract from their High Excellencies' revered missive; containing their High Mightinesses' earnest displeasure regarding the offensive conduct of that body, in their statement deviating from the truth that their annual requisition of books for church and school had not been complied with for three years, and this Government having thereby been misled into accrediting and presenting the request made in that regard, to the end that said body is required to answer satisfactorily for itself on that account; regarding which, furthermore, as far as this Government is concerned, it was resolved to declare that neither the Governor nor the members of this assembly ever knew that the provision of schoolbooks belonged to the department of the Honorable Grand Venerable Director, but that such had to be provided for by the Batavia Church Council. While it was further resolved to grant transport to Batavia by the ordinary or second ship to the bookkeeper Benjamien Grebel, recalled from here by their High Excellencies, and to send along with him the 10 packs of textiles that were permitted to the Moorish estate master Pattan Mahometh Nina, who came over here with the aforementioned vessel Westervelt, insofar as the same shall be ready. It was also resolved to present to their aforementioned High Excellencies the humble offerings of thanks, both from the ensign Gregoor for his promotion, and the junior merchant Schoptier for the acquittal from that which was judged to be to his debit, as well as from the Sadraspatnam and Jaggernaijkpoenam seconds Joan Daniel Simons and Joannes Dumon; the first on account of the exemption of his account from the shortages on the spices placed thereon that exceeded the regulation, pursuant to the marginal disposition on the memorandum of shortages mentioned in the Resolution of this Government of the 11th of April of the past year; and the other for the the 5th of June 1769 permitted payment of the purchase costs of 5 Zickels of mace counted into the treasury by him in the past year, of which the amounts of both these entries it was approved here to credit to those offices and to write off to prior years' profit and loss. Hereafter was taken into resumption the Extract from their High Excellencies' revered Resolution of the 30th of September 1768, relative to the reduction of the Indian currency in the trade books according to the valuation of the milled ducatons at 66 stuivers, particularly in the interest of the differences in the invoicing prices of the goods being sent from Batavia and the great discrepancy that the purchase value, without reckoning the fixed set prices of one and the same good, would create in the books between one office and another; accompanied by a demonstration of the greater or lesser percentages, instead of those previously fixed, that will take place on the goods being sold pro rata according to the altered value of the coin species in the books; likewise an indication at what prices the fine spices and some other principal articles of merchandise, on which set prices have been established, must be noted in the trade books.

Dutch transcription

449. den 5e' Junij 1769. c de aanstotelijke behandeling van de Kerkenraad boeken van 3. Jaren niet voldaan was. regeering laten verantwoorden. nog de leden niet geweeten hebben te duijdelijker blijke, dat alle die penningen welke en waarom. ten fareure van zijn debet aan de Cassa gebragt zijn hem niet wettig Competeeren; buijten en behalven de gelden, aan deese en geene nog schuldig en gedeel„ telijk eren voor zijn arresteering opgenoomen. —. Waarna verstaan wierd den kerkenraad alhier het misnoegen van haar hoog Eds over Extract uijt welmelde haar hoog Edelens gevenereer„ de missive aftegeeren; contineerende Hoogst derselver ernstig misnoegen, over de aanstootelijke behande„ ling van dat collegie, in de van de waarheijd af wij, intopgeren der haar eijsch van„ ƒ p kende gedaane opgave dat hun Jaarlijksen Eijsch van boeken voor de kerk en school zeedert drie Jaaren niet voldaan was geworden, en deese Re, en daardoor misleijd van deese geering daarmeede misleijd is geworden in het doen accrediteeren en voordraagen van het dien aangaande gedaan versoek, ten eijnde door die besluijt dat Colligie zig dier w=sze het incumbeerd zig dierweegens voldoende de te verandwoorden; velkendweegen wijders voor zoo betuijging dat den haer pouvrn=r verre deese Regeering betreft, verstaan wierd te ktteles meenan boeten dor d di„ betuijgen dat nog den heer gouverneur, nog de leeden deeser vergadering nooijt geweeten hebben dat het besorgen van schoolboeken van het departement van den wel Edelen groot agtb: heer directeur was, maar tweede schip transport na batavia te verleenen.. moorse boedel meeter overtekende gregoor en den ondercoopman schoppeer item de sadrasp=te en Jaggerm: socun„ den en waar voor. maar zulx door den Bataviasen kerken Raad be„ besluijtde boekh: grebel met 'e sorgd moeste wierden; Terwijl wijders verstaan wierd aan den boekhouder Benjamien Grebel door haar hoog Edelens van hier ontbooden met het ordinair of 't tweede schip Transport te verleenen, en daarmeede on daarmeede de 10. pack vande teversenden de 10. packen lijwaaten, die den met voormelde boodem Westervelt dit heen overgekoomene moorsche boedelmeester Pattan Mahometh Ni„ na gepermitteerd zijn, voor zoo verre deselve inge„ reedheijt zullen weesen. — dankosterte van den vaendng Nog wierd verstaan welmelde haar hoog Edelens opteofferen de nedrige dank offertes zoo van den vendrig Gregoor voor desselvs advancement, en den ondercoopman Schoptier voor de vrijspreeking van het geen ten zijnen laste te weesen geoordeeld is, als van de sadraspatnamse en Jaggernaijkpoe„ namse secundens Joan Daniel Simons en Joannes Dumon, den Eersten weegens de ontheffing zijner Reekening van de daar op gestelde, en het Regle„ ment surpasseerende onderwigten op de specerijen ter marginale dispositie op de memorie van onder„ wigten ter Resolutie deeser Regeering van den 11:' april a:o pass:o vermeld; en den anderen voor de den 5 Junij 1769 gepermitteerde C . 451. den 5. Junij 1769. belaslingen die Comptoiren ter goede te brengen. enten wat eijnde. resumptie van haar hoog Ed=s reso„ lutie nopens de reductie van't indras geld bij de boeken „gepermitteerde uijtkeering van het door hem in anno pass=o in Cassa getelde uijt koops kostende van 5. Zickels beduwe foelij, waar van de bedraagens dier beijde posten alierder besluijt de twee laaste ofgelegde goedgevonden is die comptoiren ten goede te brengen ont op voorjaarige winst en verlies afgeschreeven tewerden. —. Hierna ter Resumptie genoomen zijnde het Extract uijt haar hoog Edelens gevenereerde Resolutie van den 30.' 7ber: 1768. betreckelijk tot de Reductie van het Jndias geld bij de negotie boeken naar de exatuatie van de gekar„ telde ducatons tot 66. stuijvers, bijsonder ten belange en ter wat belange int bij konder van de differentien in de aanreekenings prijsen der van Batavia versonden werdende goederen en het groot onderscheijd dat de inkoops waarde, ongereekend de vaste gestelde prijsen van een en het zelve goed, bij de boeken tussen het een en andere Comptoir zoude maaken, verseld van een aantooning van de meerdere of mindere p=r centen insteede van de bevoorens be„ paalde op de verkogt werdende goederen pro rato de veranderde waarde der geld spetien bij de boeken zul„ en plaats hebben. Jtem aanwijsing teegens wat prijsen de fijne specerijen en eenige andere princi„ paalste articulen van Coopmansz: waar op bepaal„ de prijsen gesteld zijn bij de negotie boeken moeten bekend.

← previousnext →