VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3261

Coromandel · 1,168 pages · 348 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3261_0743 view scan ↗

English

519 the 17th of July 1769 to serve, one must carefully guard against it, it was decided to do so while demonstrating that at this head office, in granting an augmentation, one had not yet gone so far as to proceed to 10 per Cento, and that according to the contracts of the petition on the current Demand concluded with the Merchants, the contractors were obliged to deliver 150 packs of common bleached guinees for the prices that have already been paid for many years, namely pag: 88. 22. 40. ƒ 400. 4. 6. and on all that they gather beyond that, they should enjoy 5 per Cento more, or pag: 93. 9. 18. ƒ 420. 4. 9. per pack, instead of 10 percent; which augmentation of 5 per Cento one had not been able to withhold from the Merchants of this main settlement, because they were not accustomed to delivering so many coarse white Linens as they have now done for two years past; yet when the shortage of those cloths should cease, the allowance could indeed be diminished again, although due to the deficient fulfillment of the demand, now at the one, then again at the other Office, the same fell somewhat and could continue, yet this was partly to be attributed to the continual troubles and unrest principally in the 17th of July 1769 the regions of Bimilipatnam, and now this year the southern part of this Coast has also been exposed thereto, especially the Environs of Portonovo and Sadraspatnam, as has already been noted in the proceedings held at the session of the 5th of June last concerning the letter received with the Westervelt; And regarding the remark made by Their High Nobles concerning the bad and excessive conduct maintained by the Bimilipatnam Merchants, mentioned in the resolutions and advice of this Government of the previous year, it was thought fit to refer to the Convention concluded here since with those traders, as well as to what was communicated on that matter in the general and separate letters of this Government of the 18th of December of the past year and the 3rd of April of this year. Likewise to what was decided in the Resolution of the 5th of June last concerning the poor outcome of the collection at Cuddalore. And since nothing further was heard of any toll collection by the English, it was resolved to inform Their High Nobles thereof, while it would be a desirable thing that it remained at that. With respect to the main part of the arrears, nothing was found to remark, other than to inform Their High Nobles 521 the 17th of July 1769 that the affair of the Sadraspatnam Merchant Chaddeappa Chittij, namely that 700 pagodas worth of Linens had allegedly been purloined from him, having been investigated, was found to be a dispute among the Merchants themselves, and therefore, considering that they are all debtors of the Honorable Company, it was deemed best for the present not to interfere with their dispute, but as much as possible to secure the payment of their debts to the Company. After which it was understood to offer to Their High Nobles the expressions of thanks both from the Palicol Chief Dormieux for the favor shown to him in granting him the title and Rank of Senior Merchant as a token of the aforementioned Their High Nobles' particular satisfaction over the full settlement of the debts of the Merchants there, and from the others for the promises which They have favorably pleased to make. Just as it was likewise understood to offer the gratitude of this Government, for the fact that the highly aforementioned Their High Nobles have pleased to provide this government with a considerable consignment of Merchandise, and further promptly to observe what has been ordered.

Dutch transcription

519 den 17'. Julij 1769 staan te dienen, men zig daar voor zorgvuldig wagten mat beslooten is daarop te doenen zoude onder vertooning dat op dit hoofd comptoir in het verleenen van augmentatie nog zoo verre niet gegaan was, van tot 10. p:r Cento te treeden, en dat vol„ gens de contracten van het gepetitioneerde op den Loopen den Eijsch, met de Cooplieden geslooten, de marchiandeurs verpligt waren 150. packen qui„ nees gemeen gebleekt te leeveren voor de prijsen die al voor veele Jaaren betaald zijn teweeten pag: 88. 22. 40. ƒ 400. 4. 6. en op al het geen booren dien Jnsame„ len 5. p.r Cento meer of pag: 93. 9. 18. ƒ 420. 4. 9. het pak ge„ nieten zoude, insteede van 10. ten honderd; welke augmen„ tatie van 5. p:r Cento men de Cooplieden deeser hoofd plaat„ se niet hadde konnen onthouden, om dat zij niet ge„ woon waaren, zoo veel grove witte Lijwaaten te leeveren als nu 't zeedert twee Jaaren gedaan hebben, dog wan„ neer het gebrek om die doeken quam optehouden, het toegevoegd wel weeder zoude konnen werden gedimi„ nueerd, schoon door de gebreckige voldoening van het g'eijschte dan op het eene, dan weeder op het andere Comptoir, het zelve viel nog wat zoude konnen aan„ houden, nogthans zulx ten deele te attribueeren was, aan de Continueele troubelen en onlrsten principalijk in. den 17 ' Julij 1769 remarque van hoogst deselve wegs 't buijtenspoorig gedrag der bimilipn Coopl:in d: O ferdert.. insaam van't Roedelaers guin= verdere tehebling der Engellen ver„ meend. Jtem dat die attaire vande 700 pag: lyapaten die net gem: Coopm: leg hem ontvreemd te zyn een geschil on„ der de Coopl: is in de Contrijen van Bimilipatnam, en nu deesen Jaare het zuijder gedeelte deeser Custe meede daaraan g'expon„ neerd geweest is, voornamentlijk de Environs van Porto„ novo en sadraspatnam, zoo als zulx bij de gehoudene beloigne ter sessie van den 5. Junij J=o leeden over de brief met westervelt ontfangen reeds aangemerkt is; En noo„ pens het geremarqueerde door haar hoog Edelens omtrend het slegte en buijtenspoorig gehouden gedrag der Bimili„ patnamse Cooplieden, bij de voorjaarige Resolutien en ad„ wag aan men deesentwegen e„ wijsen deeser Regeering vermeld, vond men goed te referee„ ren aan de t zeedert met die handelaars alhier getroffene Conventie zoo wel, als aan het bedeelde ten dien belan„ ge bij gemeene en apparte letteren deeser Regeering van den 18:' december des gepasseerden, en 3. ' april dee„ jten no=r de slegte uijtslg van e ses Jaars. Soomeede aan het beslootene ter Resolutie van den 5. ' Junij J=o leeden ten belange van den sleg„ te doen bedeling dat men vangen ten uijtslag van den Jnsaam te Coedeloer. En vermits niets -verders van eenige tholhetting door de Engelsen vernoomen wierd, resolveerde men zulx haar hoog Edelens te bedeelen, terwijl een gewenschte zaak zoude weesen dat het daar bij bleef berusten. —. Ten opsigte van het hoofddeel der agterstallen, wierd niets te remarqueeren gevonden, dan Haar Hoog Edelens 521. den 17e Julij 1769 heeft zig niet te bemooijen en waar„ opperhoofd dormieux voor de tetilaire Jtem vande andere die gunstige gesondene Coopmansz: Edelens te bedeelen, dat de affaire van den Cadaaspat„ namsen Coopman Chaddeappa chittij als dat hem 700. pagooden aan Lijwaaten ontvreemd zoude weesen ondersogt zijnde bevonden was een verschil onder de Coop„ lieden zelve, en men daarom uijt aanmerking dat zij waarmeede men best goordeelt alle debiteuren van dE: Comp=e zijn best geoordeeld had zig voor eerst met haar differentie niet te bemoeijen, maar zoo veel mogelijk de betaaling van derselver schul„ den aan de Compagnie te besorgen. —. Waar na verstaan is Haar Hoog Edelens aan tebieden te doene dan kosterte van't pall:„ de dankoffertes zoo van het Palliacats opperhoofd D o rang van offer opman mieust voor de gunst aan hem beweesen in het toevoe„ gen aan denselven van den titul en Rang van oppercoop„ man tot een preuve van welmelde Haar Hoog Edelens bij zondere genoegen over de volle verevening van de schul„ den der Cooplieden aldaar, als van de andere voor de pro„ messes die hoogst deselve gunstiglijk hebben gelieven te beloven ged dan vij doen. x. Gelijk inselver voegen verstaan wierd de dankbaar tedoene danksoging voor de heijt deeser Regeering te offereeren, voor dat hoogst ge„ melde Haar Hoog Edelens dit gouvernement met een aansienlijk parthij Coopmanschappen hebben gelie„ ren te voorsien. en wijders prompt te observeeren het geordonneerde

NL-HaNA_1.04.02_3261_0746 view scan ↗

English

the 17th of July 1769 Finding regarding the 100 lb of nutmegs sent for trial. 4 per Cent enjoyed by the merchants of Palicol on the merchandise. Copy of the report of the visitateur-general to be handed over, and to what end. Remark concerning the question posed: who must pay for what was erroneously credited too much to the merchants? And observing the order ordered by the aforementioned Their High Excellencies regarding the finding of the small box sent here for trial with 100 lb of garbled nutmegs packed in Javanese or other similar Indian tobacco. Required elucidation concerning the requested elucidation around the obscurity that arose earlier in the calculation and handling of the 4 per Cent that was credited to the merchants of Palicol on the merchandise enjoyed by them from the Jaggernaijkpoeram warehouses upon delivery of textiles, it was resolved to hand over the copy of the report submitted in that regard by the visitateur-general to the Honorable head administrator here, in order to give the necessary light for elucidation; and further concerning the remark made by Their High Excellencies on the question posed by this Government as to who should have to pay the amount of pag: 697. 13. 12. or f 3138. 19. 5. erroneously credited too much to the merchants on that account, in case those traders might not be willing to satisfy the same; it was resolved to serve notice that however fair it was that those merchants paid pro rata of each one's benefit the aforementioned erroneously calculated amount 523. the 17th of July 1769 approval in that regard amount of pagodas 697. 13. 12., they nonetheless refuted the same, having recourse to all kinds of pretexts that they think can serve to their advantage; as Their High Excellencies have already been informed by the dispatched letter of the 3rd of April last, with further demonstration of the reasons why one had sustained that the deceased secunde Camper was in the first place to be held liable for it, namely that he having died insolvent, to the extent that the petty cash could scarcely be settled from his estate, consequently the Honorable Company could not find its indemnity upon it regarding the aforesaid per Cent calculated erroneously and to the prejudice of the Honorable Company, so it had come into consideration whether a chief, when a second could not pay, could indeed be judged liable for the errors committed in the trade. But because no order is to be found regarding that, and it was judged in the meeting that the former chief Schoptier could not very properly be charged with the payment, it was resolved to request yet another time Their High Excellencies' approval in that regard, in case the merchants might persist in their refusal: Remnants of spices here found from the years 1762, 3, 4, and 1766. To explain in that regard. regardless of what was further to be undertaken to demonstrate to them their unreasonableness in that regard and to persuade them to restitution. Displeasure that spices from the years 1762, 3, 4, and 1766 were found among the remnants here. What was resolved to request of Their High Excellencies. The aforementioned Their High Excellencies further expressing their displeasure that upon inspecting the remnants inserted with this Government's dispatch of the 18th of December 1768 it had appeared to them that among them had been found 1240 1/4 lb of cloves already received here in 1764, besides several quantities of nutmegs from the years 1762, 1763, 1764, and 1766. It was approved and resolved to request Them kindly to rest assured that one had by no means departed from the order to sell the oldest goods first, therefore no nutmegs from the years 1762, 1763, and 1764 had remained lying here, and in the aforementioned list of remnants no mention was made of any other nutmegs than the quantity of 31400 lb received here anno 1768 per the ship Bleijenburg and at that time poured out together with the oldest cloves that were on hand, to wit of the aforesaid years 1762, 1763, 1764, and 1766; while the remaining and separate the 17th of July 1769 525. the 17th of July 1769 Hope that Their High Excellencies will be pleased with the explanation and will excuse this Government if it was not clearly enough demonstrated. What was resolved to say concerning the cash. separately reported cloves of the years 1765 and 1766, having already been dispatched and disposed of through the demand that arose for them in the meantime, nothing more thereof remained as remnants, nor any nutmegs, except only the aforementioned brought in last year, so that the Honorable Company had suffered no loss on the old remaining nutmegs, the meeting hoped that Their High Excellencies will be pleased to be satisfied with the above explanation, and excuse this Government if in the said list of remnants the above might not have been demonstrated clearly enough. Concerning the cash, it was thought fit to say that, however sparsely one had been provided with it, it had nevertheless been possible to keep things going, in order to provide the offices therewith as much as possible, for which also came very opportunely the amount of 39010 new Nagapatnam pagodas, making in old coin pag: 36120. 8. 7 1/2 or f 162541. 13. 5, received here from the Ceylon renters of the pearl fishery, and the gold brought with Westerveld from Batavia, but both of which, together with some other small entries, had only had to

Dutch transcription

den 17'. Julij 1769 bevinding van de ter preure gesahen dene 100. lb: nooten 4. p:r C. o die de palicolse Coopl: op de Coopmansz: geneeten Copia van't berigt van de visetateur generaal aftegeeven. enten wat eijnde. remarque weegs de gedane vragieroel 't de Coopl: dierw. s te veel te goed gedaa„ ne betalen mael en observaering de odre op=s de geordonneerde door welmelde haar hoog Edelens nopens de berinding van het ter preuve dit heen gesondene kasje met 100. lb: geguarbuleerde nooten muschaten in Iavase of andere gelijksoortige Indiase tabak afgepakt. —. gengeliseerde Elucitatie o a Concerneerende de gerequireerde Elucidatie omtrend de te vooren gekoomene duijsterheijd in de bereekening en behandeling van de 4. p.r Cento, dewelke de cooplieden van Palicol ten goede gebragt zijn op de door haar uijt de Jaggernaijkpoeramse pakhuijsen op Leverantie besluit den hoof administrateur van Lijwaaten genootene Coopmansz:, is verstaan het afschrift van het dierweegens ingediend berigt door den visitateur generaal, den E: hoofdadministrateur alhier ter hand te stellen, om het noodig ligt tot elucidatie te geeven; En verders nopens haar hoog Edelens ge„ maakte remarque op de door deese Regeering gedaa„ ne vrage, door wie betaald zoude moeten werden, het dierweegens de Cooplieden abusive te veel ten goede ge„ bragte montant van pag: 697. 13. 12. ƒ3138. 19. 5. , in„ gevalle die handelaars tot de voldoening derselve wat besloten is daar op te dieng n willig mogte zijn; is verstaan te dienen dat hoe billijk het ook was, dat die Cooplieden pro rato van iders genot betaalde, het voormelde abusive bereekende bedraagen 523. den 17'. Julij 1769 goedvinden dierw=s bedraagen van pr/o 697. 13. 12. zij nogthans het zelve refuteer„ de zig behelpende van allerlij pretexten die zij vermij„ nen tot haar avantage te kunnen dienen; gelijk Haar Hoog Edelens bereeds bedeeld is bij afgegaane Letteren van den 3. ' april J=o Leeden, onder verdere aanthooning van de reedenen, waarom men gesustineerd hadde de overleedene secunde Camper in de eerste plaatse daar voor aanspreekelijk te weesen, namentlijk dat denselven insolvent overleeden zijnde, in zoo verre dat de kleijne Cas maar nauwlijks uijt zijne middelen heeft konnen vereffend werden, ge volgelijk dE: Comp:e zijn guarand daarop niet kon„ de vinden omtrend de voorsz: abusive en in prejuditie van haar Edele bereekende pr Cento dus in considera„ tie gekoomen was, off een opperhoofd, wanneer een tweede niet voldoen konde wel aanspreekelijk geoordeeld sou„ de konnen werden, voor de Erreuren die bij de negotie begaan wierden. Maar dewijl daaromtrend geen ordre te vinden is, en bij de vergadering geoordeelt wierd, het geweesen opperhoofd schoptier de voldoening niet wel voegelijk konde werden opgelegt; zoo is verstaan nog en nader te daen versoek om 't 1 maals haar hoog Edelens goed vinden dien aangaan„ de te versoeken, ingevalle de cooplieden bij haare weij„ gering trestanten alh=r specerijen van d. o 1782, 3. 4. en 1766. bevonden. dierw. s te vertoonen. „gering mogte blijven persisteeren: ongeagt het geen alzer„ der aangewend stond te werden om haar derselver onree„ delijkheijt daaromtrend te vertoonen en tot restitutie te persuadeeren. —. ongenoegen over dat zig omader de Welmelde Haar Hoog Edelens wijders derselver ongenoegen te kennen geevende, over dat hoogst deselve bij het nasien der restanten geinsereerd bij deese Regee„ rings missive van den 18.:' december 1768. te voorengeka„ men was, dat zig daar onder bevonden hadden 1240 ¼. lb: garioffel Nagulen in 1764. alhier reeds ontfangen, be„ neevens verscheijde quantiteijten nooten van de Jaaren wat verstaan is har hog d„s 1762. 1763. 1764. en 1766. Is goedgevonden en verstaan hoogst deselve te versoeken, zig gelieven gepersucadeerd te houden, dat men geensints afweeken was, van de ordre om de oudste goederen eerst te verkoopen, oversulx geen nooten van de Jaaren 1762. 1763. en 1764. alhier waa„ ren blijven overleggen, en bij voormelde lijst der Rel„ tanten van geen andere nooten mentie wierde ge„ maakt, dan de quantiteijt van 31400. lb: anno 1768. per het schip Bleijenburg alhier ontfangen en doen„ maals bestort met de oudste nagulen die aanhan„ den waaren teweeten van de voorschreeven Iaren 1762. 1763. 1764. en 1766. ; Terwijl de overige en afson„ den 17e' Julij 1769 derlijk 525. den 17 Julij 1769 genoegen niet duijdelijk genoeg aangetoond is „contanten te zeggen. derlijk gewelte nagulen van de Jaaren 1769. en 1766. door de intussen daar in opgekoomene demande bereets ver„ sonden, en aan de man gebragt zijnde, daar van niets meer per restant was, zoo meede geen nooten, dan alleen het voormelde aangebragte in a:o pass=o, invoegen d'E: Comp=e geen schaade op de oude overgebleevene nooten geleeden hebbende de vergadering verhoopte dat haar hoop dat hooght descleed aarin„ hoog Edelens met de boovenstaande explicatie genoe„ gen, zullen gelieven teneemen, en deese Regeering en dele excueren sullen nut t ver excuseeren indien bij gedagte Lijst der Restanten het boovenstaande niet duijdelijk genoeg aangetoond mogte weesen. —. Concerneerende de contanten vond men goed te zeg, wat desbotenis not:s tak: den gen dat hoe schraal men ook daarmeede voorsien was geweest, egter nog algaande heeft konnen ge„ houden werden, om daarmeede de Comptoiren soo veel moogelijk te voorsien, waartoe ook seer wel te pas gekoomen was, het montant van 39010. nieuwe Naga„ patnamse pagooden uijtmaakende oude munt pag: 36120. 8. 71. of ƒ 162541. 135. van de Ceijlonse pagters der paarl„ visserij alhier ontfangen, en het goud met westervelt van Batavia aangebragt, dog welke beijde neevens nog eenige andere kleijne posten maar eenelijk hadde moeten

NL-HaNA_1.04.02_3261_0750 view scan ↗

English

where one refers regarding the non-dispatching of the Company's Malays, they will be satisfied; the dismissal of all superfluous native warriors to be effected; the same regarding the requested exemption of Simons and Dumon from the aforementioned compensations. must be employed for the payment of the textiles on the requisition of 1768/9, so these cannot serve to reduce the requested 800000 rixdollars for the petition of 1769 and 1770, but rather the cash brought with the Vreedelust, to which being added the ample quantity of merchandise, and among others the Japanese bar copper, besides the prospect of an ample supply of gold from Europe, it was hoped that next year one would again be able to come out even, etc. Subsequently it was understood to refer to the reasons given by letter of the 3rd of April last concerning the non-sending of the Company's Easterners with the ship Vaillant from Bimilipatnam arrived here, further mentioned by resolution of this Table of the 3rd of March prior; wherewith it is hoped their High Mightinesses will please be satisfied, and for the rest it would not be neglected to dismiss all superfluous native warriors in due time. Concerning the suspended disposition on the exemption requested by the Madraspatnam and Jaggernaijkpoeram seconds Simons and Dumon from the compensations imposed upon them on account of the shortfalls of spices, the 17th of July 1769 whereby the dampness of the cloves was caused; to accept from the farmers now 6000 pagodas instead of the ordered 3000; the required doits and pennies; of Bimilipatnam for 4 years. until their High Mightinesses should be enlightened as to what caused the dampness of the cloves, it was understood to state that those cloves for which the named seconds request exemptions had already been damp upon arrival, as has been shown in detail to the said High Mightinesses by letter of this Government of the 21st of December 1767 on the occasion that the said second Dumon made instance to obtain a write-off proportionate to the shortfall of those spices, which their High Mightinesses would be requested to please take into favorable consideration. Just as it was furthermore resolved, in compliance with their said reiterated order, to accept from the collective farmers, instead of the previously ordered 3000, 6000 pagodas in copper doits on the stipulated condition of 12 per cent for the Honorable Company, besides the doits and pennies required for half a ton of Dutch or a ton of Indian money in case the same might be obtainable. And further to communicate that Bimilipatnam and its subordinate dependencies had been farmed out for the term of four years at 16500 rupees the 17th of July 1769 their High Mightinesses' qualification to sell by auction; a note will show; to post bills both here and at Portonovo. rupees a year, consequently having turned out more advantageous than the collection, although the same did not yet meet the intention, because all novelties being somewhat difficult in the beginning, it was thus likely that this lease would increase from time to time through the good direction of the chiefs. Subsequently, upon the granted qualification of the said High Mightinesses, it was resolved to bring up here the sloop the Robijn, which, being no longer able to keep above water on its voyage from Palliacatta to this place, was brought into the Portonovo River, and to sell it by public auction on Thursday the 24th of August next, together with such sails and ropes as should appear from a note to be drawn up thereof, and to that end to have bills posted as well here as at Portonovo, and after the sale of the same to place the proceeds thereof, as having formerly belonged to the French, to the outstanding account of that nation; as this caused not the slightest prejudice, although it had been neglected to bring to that account the value of the ship Haarlem.

Dutch transcription

waar men zig nop=s 't niet oversen„ den van de Comp=s malleijers refereerd genoegen neemen zullen te doene afdanking van alle overtollige inlandse krijgers deselve op de versogte onthesting van Simons en diemon van nelv=s gem: vergoedingen. moeten g'emploijeerd werden tot afbetaaling van de Lij„ waaten op den Eijsch van 176 3/9. konnende dezelve dus niet dienen in mindering van de versogte 800000. rd=s voor de petitie van 1769: en 1770. maar wel de Contan„ ten met vreedelust aangebragt, waar bij gevoegd wer„ dende, de ruijme quantiteijt coopmansz:, en onder anderen het Japans staafkoper, neevens het uijtsigt van een ruijm ontset van goud uijt Europa verkoopte men het aanstaande Jaar wel weeder zoude kunnen Rond schieten. &. Vervolgens wierd verstaan te refereeren aan de bij brie„ re van den 3. ' april J=o leeden gegeevene reedenen weegens het niet senden van de Comp=e oosterlingen met het schip vaillant van Bimilipatnam alhier aangekoo„ men, nader vermeld bij resolutie deeser Tafal van den hofdat haer dag Ed:s arn 3:' Maart bevoorens; waarmeede men verhoop te haar hoog Edelens genoegen zullen gelieven te neemen, en voor het overige niet versuijmd zoude werden, om alle overtollige Jnlandse krijgers op zijn tijd aftedanken. — gesurcheerde dispositie van hoofd Voopens de gesurcheerde dispositie op de door de Ca„ draspatnamse en Jaggernaijkpoeramse secundens Simons en Dumon versogte ontheffing van de hun opgelegde vergoedingen weegens te kort gekoomene den 17:' Julij 1769 specerijen 527. den 17e. Julij 1769. waar door de klam E=d der nagulen veroorsaakt is neerde 3000. pag: thans 6000. dos aanduijt zyjnde pagters te accepteeren. requireerde duijten en penn: van cimilis: voor 4' Jaaren. specerijen, tot dat haar hoog Edelens g'elicideerd zoude tot dat Elacideerd welen zoude weesen, waar door de klammigheijd der nagulen veroor„ saakt is, is verstaan te dienen dat die nagulen waar wat verstaan dier w:s leding van genoemde secundens onthettingen versoeken, bij den aanbreng reeds klam geweest waaren, soo als welmelde haar hoog Edelens bij letteren deeser Regeering van den 21:' december 1767. omstandig ver„ toond is ter geleegendheijt dat gedagte secunde du„ mon instantie aangelegd heeft ter erlanging eener afschrijving eerenreedig, met de te kort Koming op die kruijden, het geen haar hoog Edelens versogten te verseken zoude werden in gunstige Consideratie gelieven te neemen. —. Gelijk alverder beslooten wierd in voldoening van beluijtinstede van de oekr oeron hoogst derselver gerenereerde ordre van de gesament„ lijke pagters in steede van de bevoorens geordonneer„ de 3000, 6000. pagooden aan koopere duijten op de gestelde conditie van 12. p=r Cento voor dE: Comp=e te accepteeren, buijten en behalven de voor een halve thon buijten en behalven de meerdere ge„ Nederlands off een thon Jndias geld gerequireerde duijten en penningen ingevalle deselve te bekoomen mogte zijn En wijders tebedeelen dat Bimilipatnam en dies Gedoeng bedeeling van de verkagting onderhoorigheeden voor den tijd van vier Jaaren a 16500. ropijen den 17' Julij 1769. haar hoog Ed qualificatie per vendutie te verkoopen. een nottie blijken zal se te geeren, soo hier als te porton: te handelen. „ropijen 's Jaars verpagt waren geworden gevolgelyk voor„ deeliger uijtgevallen, dan de collecte, schoon deselve nog niet quam te voldoen aan de intentie, dewijl alle nieuwigheeden in het begin wat difficiel zijnde, het dus waarscheijnelijk was dat die pagt door de goede directie der opperhoofden van tijd tot tijd accres„ p seeren zoude. —. beslugtel Chuiles roijen vervolgens wierd op de verleende qualificatie van wel„ melde haar hoog Edelens beslooten, de chialoup de Robijn die het niet langer booven waater kunnen„ de houden op zijne rijse van Palliacatta dit heen, in de Portonovose Revier binnen gehaald is, alhier optezeijlen, en per publicque vendutie te verkoopen, teegens donderdag den 24. ' augustus naast koo„ neev:s zodanig te behooren aes sij mende, neevens zodanige zeijlen en touwen als bij een daar van te formeerene notitie zoude moeten blij„ ^hier ken, en ten dien eijnde soo wel ^ als te Portonovo bil„ En diear van bij bitteten kennilietten te laaten affigeeren, en na den gedaanen verkoop derselve het Rendement daar van als mitsg:s hoodanig met trendens: w7el eer de francen toebehoord hebbende, op de uijtstaan„ de reekening van die natie tebrengen; wijl zulx geen de minste prejuditie gaf, schoon versuijmd was op die Reekening te brengen, en de waarde van het schip Haar„ lem.

NL-HaNA_1.04.02_3261_0753 view scan ↗

English

529. 17 July 1769. lost in the service of that nation, and the sinking of the ship Oost Capelle, whose unfortunate loss had to be attributed to the untimely detention thereof by that nation at Mazulipattnam, which ought, however, in due time, along with the other matters outstanding against that nation in the books, to have satisfaction demanded for it. Since they had already relieved themselves for the greatest part of the large stock of grains by the sale thereof for the purchase cost, because the Ceylon ministers as well as those of Jaffanapatnam had cancelled its dispatch thither, all the more because the paddy, due to lying in storage for a long time, was beginning to look very poor, it was resolved to inform Their Right Excellencies thereof, and that they presently had no more in stock from the recently delivered lot than sufficient for the provision of two years; likewise that regarding the carpentry everything was made firm and strong, and in all things the utmost care and thrift was observed, while regarding the expenses etc. incurred for the fort of Bimilipatnam, they were awaiting the reply of the chief to the elucidation demanded from here on that account, and meanwhile regarding the article of the Moorish and Heathen Government, to inform Their Right Excellencies that the King of Tanjore indeed made no application to obtain the tribute elephants, yet also would not resolve to grant a receipt for their receipt, notwithstanding that it had been written about and his envoy had been spoken to about it more than once. The ordered double bail having lapsed by the death of the master of the equipage De Vos, who had departed for the Netherlands, it was thought fit to bring this to notice, and that his widow, having departed with Westervelt for the main seat in the Indies, had provided the usual single bail of 1,000 rixdollars; just as it was also resolved to have delivered to the proxies of the junior merchant and feared chief of Jaggernaijkpoeram, Fredrik Jan Lovenaar, all such monies and goods as were taken into sequestration from him by the Honorable Court of Justice here, and also counted into the Company's treasury by the sequestrator; after deduction of the expenses incurred on behalf of his vessel, and to notify Jaggernaijkpoeram of the outcome of his case, namely that the trial initiated here by the fiscal against the said Lovenaar was annulled in appeal at Batavia, and he was thus acquitted, wherewith it has been settled. And further here to have everyone observe for their part what was further ordered, both in respect of the native passengers and some servants of the Prince Pretender to the Candian Throne who arrived with the ship Vreedelust, as well as the early return dispatch of the aforesaid vessel Vreedelust, and the demand concerning some Eastern military personnel mentioned in the report submitted to Their Right Excellencies by the chief of the general pay office, of whom the formal pay accounts were not received at Batavia in order to be able to debit each for his share, concerning which it was resolved to have a report served by the pay bookkeeper here, for elucidation on that matter. Whereafter it was also resolved to give notice to Mr. Amat, agent of the navy of the King of France, or his proxies at Pondicherij, of the qualification to accept for freight-free shipment on one of the ships first returning to Batavia of 75 packs of linen, so that they can take the necessary measures to transport those parcels here in time for transshipment onto the ship Vreedelust. Further.

Dutch transcription

529. den 17'. July 1769. voorraad van nelij ontdaan en hoe„ danig „bedeelen. alles het en sterk gemaakt ende menage betragt roen bimilip: weeg:=s 't fort gevorderde Elucidatie wet nof st art: der moor en bij den„ lem in den dienst van die natie verongelukt, en het kol„ tende van het schip oost capelle welkers rampspoedige blijven, geattribueerd moest werden aan het ontijdig aanhouden van het zelve door die natie te Mazuli„ pattnam het geen egter behoord hadde, om in der tijd nevens de andere zaaken ten laste dier natie bij de boekken loopende er de voldoening van te vorderen. —. Dewijl men zig reeds van den grooten voorraad men heeft zig reeds van de groote van graanen, voor het grootste gedeelte ontlast had, met den verkoop derselve voor het Jnkoops kostende om dat de Ceijlonse ministers zoo wel, als die van Jaffa„ napatnam dies zending naar derwaards afgeschree„ ven had, temeer de nelij door het lang leggen zeer ge„ meen begon uijttesien; soo wierd verstaan het zelve welmel besluijt zulkx haar hoog Ed=s te de haar hoog Edelens te bedeelen, en dat men tans van de Jongste aangebragte parthij niet meer in voorraad had, daan tot de verstrecking van twee Jaar; soomeede dat en datomtrend de timmeragie omtrend de Timmeragie alles hegt en sterk gemaakt, en in alles met de uijtterste voorsigtigheijd de menage betragt wierd, terwijl nopens het bekostigde etc=a aan te doene afwagting van de van het Bimilipatnams fort aftewagten der opperhoofde P andwoord op de van hier dierweegens gevorderde Eluci„ datie, en intusschen ten belange van het articul der teregeering te bedeelen. inhoor den 17e'. Julij 1769. belde borgstelling van de vos door zijn dood na batavia vertrocken is, de gewoone guatie gesteld heeft kennesse te geenen alle zijne gelden en galderen in seques„ tratie zijnde aftegeven. na Jaggeen. kennisse te geeven mhoor en Heijdense Regeering, haar hoog Edelens te bedeelen, dat den Tansjoersen vorst wel geen aansoek deed, ter Erlanging van de Recognitie Eliphanten, doo ook niet Resolveeren wilde quitantie te verleenen voor dies ontfangst niet teegenstaande daar over geschreeven, en zijn zendeling 'er meer als eens over onderhouden was. vrvalling vandegendommende luj De geordonneerde dubbelde borgstelling door den na Nederland verlosten Equipagiemeester de vos met desselvs overlijden zijnde koomen te vervallen vond. men goed, zulx ter kennisse te brengen, en dat desselvs besluijt daarvan en dat zijn wed: weduwe met westervelt naar de Jndiase hoofdplaatse vertrocken weesende de gewoone enkelde borgtogt besluigt de gemagtig:s van Loonmnen van 1000. Rijxd. s gesteld hadde; gelijk ook verstaan is aan de gemagtigdens van den ondercoopman en ge„ vreese opperhoofd van Jaggernaijk poeram Fredrik Jan Lovenaar te Laaten afgeeren, alle zodanige gelden en goederen, als van denselven door den agtb: Raad van Justitie alhier in sequestratie genomen, en ook door den sequester in 'sComp=s cassa geteld; naar detractie van de ongelden, die ten behoeve zijner vaarthuijg gedaan zijn, en van de uijtslag van zijn wover mitsgaders naar Siggernaijk poeram kennisse te geeven, dat het proces door den fiscaal alhier teegens „cas gedagte Lovenaar g'entameerd op Batavia in de ap„ pel. o Ne 531. den 17e. Julij 1769. haar hoog Ed=s ider in't zijne ter obser„ vantie aan te beveelen. te hondicherij kennisse te geeven m 25: haaken vragt vrij na batavia te pel, g'annuleerd, dus vrij gesprooken was, waarmeede belegt is geworden. En voorts alhier een ieder in de zijne mitsg:s verdere g'ordonneerde door ter observantie te doen neemen het verder geordonneerde zoo ten opzigte van de met het schip vreedel ust overgekoome, en waar in dat bestaat ne Jnlandse passagiers en eenige bediendens van den Brins pretendent tot den Candiasen Throon, als de vroegtijdige terug depeche van voorsz: boodem vreede„ lust en het gedemandeerde omtrend eenige bij het aan haar hoog Edelens overgegeeven berigt door het opperhoofd van het generaal zoldij Comptoir, vermelde oosterse mi„ titairen waar van de formeele zoldij reekeningen te Batavia niet ontfangen waaren, om een ieder voor zijn aandeel te konnen werden belast welkend wee„ gen verstaan wierd, door den Zoldijboekhouder alhier van berigt te doen dienen, tot Elucidatie dienaangaande. —. Waarna ook beslooten wierd aan den heer Amat, agent besluijtaend heer armat of zin onrdre der marinen van den Kooning van F rankrijk of desselfs magen suden gemagtigdens te Pondicherij kennisse te geeren, van de qualificatie ter overneem van vragt vrij versending met een der eerst na Batavia retourneerende scheepen van 75: packen Lijwaaten, op dat zij de nodige mesures neemen en waarom kunnen om die fardeelen tijdig dit heen overtevoeren ter overscheeping in het schip vreedelust. —. Wijders.

NL-HaNA_1.04.02_3261_0756 view scan ↗

English

the 17th of July 1769. Further, it having been brought into deliberation by the Honorable Governor not only the weakness of the garrison here, but also that nearly half of it, both here and at most of the subordinate offices, consisted of mestizos and natives, and moreover there were many old and worn-out people upon whom little or no reliance could be placed; so it was approved and agreed upon the proposal of his aforementioned Honor to request from their High Mightinesses a relief of one hundred European men to reinforce the garrison here, if possible those who enjoyed full pay, since those who receive only half pay could not subsist on it and were induced to desertion, and that upon obtaining them, we should dispose of a part of the mestizos. Upon the request made by the Porto Novo Resident in his letter of the 8th of the current month, it was agreed to send him the requested paddy by the first presenting opportunity, for provision to the crew of the sloop the Robijn who are there. And further, until the next opportunity, the decision was postponed regarding the document received from the merchants there, concerning the difficulty made by them in accepting the one-fourth part of the ordinary bleaching and dyeing wages allotted to them for the re-bleaching, etcetera, of the linens that had become wet over there, mentioned in the resolution of this table of the 5th and 26th of June last; and further to instruct the Resident to send the bookkeeper Hendrik Wijnand Verschuijlenburg, stationed there, over here by the first presenting opportunity; as well as to inquire here whether the required bankaals or hall cloths, both for this headquarters and for Palliacatta, are not yet ready, as they were in want of them. Furthermore, having examined the letters from Sadraspatnam dated the 26th and 30th of June last and the 4th of this month, it was agreed to express satisfaction that the arkarras were dismissed, with the admonition that the economy could not be attended to enough, so they, the chiefs, must let everything take its proper course; and since one could not see the necessity for retaining the extraordinary sweepers and water carriers, it was agreed to have everything dismissed that could possibly be spared. Meanwhile, one would await the fulfillment of the promises made by the merchant Maddoe Tjel Jasjelam in paying off his debt to the tollhouse, as well as that of the adigaar of the village, likewise the boatmen on account of the catamarans or floating timbers taken over by them from the Honorable Company, upon their request and for their use, ordered from the island of Ceylon and delivered to them, but the amount of which was still left unpaid, running among other things under the petty cash as monies kept in suspense; with a recommendation to the chiefs that since those people, as they promised, would soon find an opportunity with the arrival of a ship for the taking in of ashlar stones, they must therefore also take care to make them keep their word for the payment of their debt, and promptly fulfill it, as well as all those who still share in the arrears of the choultry or the tollhouse, so that the Honorable Company suffers no loss thereby. Meanwhile, it was considered well done that the rejected chintzes had been returned to the painters for cash payment, because they could not be replaced with other good painted cloths for the shipment of this year, just as one also took satisfaction in the servants' promises to take care that no more bleached linens should arrive than in proportion to the bleaching that can be accommodated.

Dutch transcription

den 17 '. Julij 1769. guarnisoen alhier &=a ta vie te versoeken en wedrom. te doene zending van nelij na portont en ten wat eijnde. der Coopl: weeg=s haare toegelegt bleek en verwloon der na gewor den Lijwaaten, deliberatie ovrde swalkhE= dnt Wijders door den heer gouverneur in deliberatie gebragt zijnde niet alleen de swakheijt van het guarnisoen alhier maar ook dat bij na de helft daar van zoo hier als op de meeste der onderhoorige Comptoiren bestond in mistisen en Jn„ landers en daar en booven veel oude en afgelegde men„ schen waaren, waar weijnig of geen staat op te maaken besluijt om 10 Europen don ba„ was; zoo is op den voorstel van welmelde zijn Edele goedgevonden en verstaan van haar hoog Edelens een ontset van Honderd man Europeesen tot verstrecking van het guarnisoen alhier te versoeken, soo het mooge„ des mnigelijk die vale gegde tartelijk was die volle gagie genooten dewijl de geene die maar haalve zoldij ontfangen daar van niet konde bestaan en tot desertie aansetten, en dat men bij erlan„ ging derselve, van een gedeelte der missisen ons ontdoen zoude. —. Op het gedaan versoek van den Portonovosen Resi„ dent bij zijn brief van den 8:' Courant is verstaan bij eerst voor koomende geleegentheijd hem de versogte nelij toetesenden ter verstrecking aan de aldaar zijnde uijtgestelde dispositie op't gesch„tt levaarende van de chialoup de Robijn. En wijders tot per naaste geleegentheijd uijtgesteld wierd de dispo„ sitie op het van daar bekoomene geschrift der Cooplie„ den, noopens derselver gemaakte swaarigheijd tot het accepteeren 533. den 17'. Julij 1769 dit heen te zenden. niet klaar zijn der arcarras. gemilt werden kan. diening der belofte van neev:s gem: a frcoopman weeg.:s zijn debet van't accepteeren van het hun toegelegd een quart gedeelte van het ordinair bleek en verwloon voor het herblee„ „ken etc:a der ginter natgewordene Lijwaaten ter Reso„ lutie deeser tafel van den 5. ' en 26. ' Junij J=o leeden ver„ meld; en den Resident wijder te gelasten, den ginter Lastonden boek hr veschuijlenban bescheijdene Boekhouder Hendrik Wijnand ver„ schuijlenburg per Eerst voorkoomende geleegentheijd dit heen optesenden; mitsgaders herwaards ook op tegeeren, of enoplegeeren of de bankald noog de gevorderde bankaals of zaal kleeden zoo voor deese hoofd„ plaatse als Palliacatta nog niet ingereedheijt zijn, wijl men daaromme verleegen was. —. Voorts nagesien de brieven van Sadraspatnam de genoegen hat Cadrasover adan datis 26. ' en 30. ' Junij J=o Leeden en 4. ' deeser verstond men het genoegen te betuijgen; dat de arkarras afgedankt waren, onder voorhouding dat de menagie, niet genoeg en met wat voorhoding behartigd konde werden, dus zij opperhoofden over alles het dog moesten laaten gaan; En dewijl men niet sien lastalle aftekanken wat maar konde, de noodsaakelijkheijd tot de aanhouding van de Extra ordinaire veegsters en waaterhaalders; zoo is verstaan alles te laaten casseeren, wat maar gemistte gemoet siening vande vol„ konde werden. ondertusschen zoude men blijven a tsolluij wagten, de voldoening der gedaane beloften door den Coopman Maddoe Tjel Jasjelam in het afbetaalen van den 17' Julij 1769 't dorp endo maseliers weeg.:s de door mem: loopt en met wat recomm: approbatie dat de uijtgeschootene chitsen toeg=s Contante betaaling genoegen over de belofte dat zorge zou de dat geen meer bl: lijwaaten in als meede die van den adigaanden van zijn debet aan het Tholhuijs, als meede dat van den haar overgenomene Caltamaran adigaar van het dorp, Jtem de masuliers weegens de door haar van dE: Compagnie overgenoomene Cattemarauws of drijhhouten op haar versoek en ten haaren behoeve van waar van 't edrag bij de as: eijl on ontbooden en haar besorgd, dog het bedraagen daar van nog onbetaald gelaaten zijnde onder anderen bij de kleene kas onder de per memorie loopende gelden liep; met recommandatie aande opperhoofden dat ver„ mits die menschen gelijk zij beloofd hebben, haast gelee„ gentheijt zoude vinden, met de aankomst van een schip ter inneeming van arduijne steenen, dierhalven ook sorgen moeste dragen om haar woord tot de afbetaa„ „ling hunner schuld te doen houden, en prompt nate koomen, soomeede alle de geene die nog in de agter„ stallen van de sjauderij of het tholhuijs participeeren moeten op dat dE: Compagnie 'er geen schaade bij komt Intusschen wierd voor welgedaan aangesien, dat de aende schilders te rug gegeve zij uijtgeschootene Chitsen voor Contante betaaling aan de schilders waaren terug gegeeven geworden, om dat tot de versending deesen Jaare met geen andere goede geschilder„ de doeken geremplaceerd konde werden, gelijk men ook quamen dan naar rato der wilte genoegen nam, in der bediendens gedaane beloften ter telijden. —. sorgdragendheijd en wadrom

NL-HaNA_1.04.02_3261_0759 view scan ↗

English

535. the 17th of July 1769. and when care was taken that no more blue linens were delivered than in proportion to the incoming white cloths; and it was further resolved that, as soon as palm timber and ditto laths as well as heavy beams were provided, as much as could be spared should be sent in deduction of the requisition made thereof by the chiefs; just as the retention of 200 lb of vermilion for the preparation of sealing wax was approved, as well as the stay there of the sloop Boeijoer of the sailor Jonas Theunissen, whose pay account, together with that of the fellow sailor Fredrik Schreuder, it was agreed to send thither. To Palliacatta, upon resumption of the letters received from there under dates of 18th of June last, 2nd and 5th instant, it was resolved to send at the first opportunity a quantity of Japanese bar copper according to the vent there, since the remainder thereof there is sold out and nothing more is on hand, and on the other hand to have transferred hither the vermilion and quicksilver lying there unsaleable; and also, pursuant to their request made to that end, to release hither the soldiers Pieter Jurgense, Pieter Hanse Schouwt, and Jacobus van der Linde. On the letters received from Palicol under dates of 15th and 20th of June last, there was nothing to remark upon except to make known this Government's desire regarding the success of the chiefs' promise made of their utmost efforts to be applied toward sending a large parcel of good linens to Jaggernaijkpoeram to be laden into the ship Westervelt. Furthermore, the discharge of the 6 extraordinary peons was approved, as well as the disbursement to the merchants of 5100 pagodas or f 22950 in merchandise from the Jaggernaijkpoeram warehouses; and the junior assistant Francois Rosseaux of Nagapatnam was also, upon his request made to that end and the nomination of the chiefs there, promoted to absolute assistant at f 24 under a new five-year contract; and the chiefs were ordered to be written to, to settle as soon as possible the sums running pro memoria in the petty cash at the debit of the villagers in the amount of pagodas 436. 11. 1/8, f 1964. 1. 12, or otherwise to report in detail hither how the matter stands. By the Jaggernaijkpoeram chiefs, in their letters of the 17th of July 1769 537. the 17th of July 1769 a requisition having been made in their letters of the 12th of June last of 10000 pieces of three-image pagodas for the collection of linens on the new petition: it was agreed to grant the same to them as soon as gold should be supplied; and it further appeared to satisfaction from what was reported by the chiefs that they held out hope for an increase in the vent, since matters in that regard had been very sparse since February. Likewise, it was regarded as a desirable matter in itself that the interpreter of the Honorable Company, sent with the customary annual gifts to the Rajahmundry Nawab, had returned with the necessary parwanas and dastaks for the free course of trade, and that all was in peace and quiet in the north. While upon the chiefs' recommendation, the junior assistant Librecht Cornelis Topander was promoted to absolute assistant at f 24 and a new five-year contract; it was further approved to validate for write-off the following monthly expense accounts, namely of Palliacatta, Jaggernaijkpoeram, and Palicol for the month of May, as well as of Portonovo and Cuddalore incurred and fallen in the following month of June; and the decision regarding the employment of the cash remaining under the Cuddalore resident due to the suspended collection there, amounting according to the transmitted account to pagodas 2471. 19. 44, f 11123. 3. 8, was postponed until the next meeting. After this, it having appeared from an incoming statement that upon the handover at Portonovo of the goods belonging to the sloop De Robijn, brought into the river there due to leakage, according to the inventory of that small vessel the following were accounted for short by the master Michiel Kint; namely: Gunner's stores 13 pieces round shot of 1 lb 10 pieces grapeshot of 1 lb 1 piece copper cannon ladle 1 piece sponge with its rammer 2 pieces sliding tongs of 1 lb 66 pieces musket balls 66 pieces pistol balls Steward's stores 4 pieces padlocks Cook's stores 1 copper dipping pot 1 axe Carpenter's stores the 17th of July 1769 Mate's. 351

Dutch transcription

535. den 17'. Julij 1769. en wanneer „ van 200. lb: vermiljoen tot 't maake een mattroos van de chialoup koper na pall: en quitselver dit hien te laaten overbrengen. sorgdragentheijt dat geen meer blaauwe Lijwaaten geleeverd wierden, dan na proportie de witte doeken inquamen; En wierd wijders beslooten, dat zoo dra beloffe terzending van rentwerk men van palmeeren en dito Latten item swaare balken voorsien zoude weesen, in mindering van der opperhoofden daar van gedaanen Eijsch zoo veel te senden als gemist zoude konnen werden, soo als nog geapprobeerd is de aanhouding van 200. lb: vermi approbatie van de aanhouding lioen tot het aanmaaken van Zegul Lak, als meede van zegel lak het verblijf aldaar van de chialoup Boeijoer van alsmedet erblijk aldaar van, den mattroos Ionas Theunissen wiens zoldij noeijalt Reekening, neevens die van den meede mattroos Fre„ drik Schreuder verstaan wierd na derwaarts te tegeen hooten en ean en zenden. —. Na Palliacatta is bij Resumptie der van daar ont, te doene zending van strit fangene brieven de datis 18:' Junij J=o leeden, 2. ' en 5:' Courant geresolveerde, bij eerst voorkomende geleegendheijd tesenden een quantiteijt staatkooper Japans na mate van den verthier aldaar wijl het Restant daarvan aldaar en daar en teegen't vermiljoen uijtverkogt, en niets meer aanhanden is, en daar en teegen dit heen laaten overbrengen het ginter invendibel leg„ gende vermillioen en quikzilver; en ook op derselver verlossing van zoldaantodit heem daartoe gedaan versoek na herwaards te verlossen de zoldaaten belofte van de palicolse bed=s om een Jagg: 6: Extra ord: pions Corpman sz: dar d'Coopl: op leverantie seaux tot absolut dito memorie lorpende gelden. mede geleegen is beloft en na Jagg: ter sending van 1000 drie beedige f 2. —. zoldaaten Pieter Jurgense, Pieter Hanse schouwt en Iacobus van der linde. —. te gemet siening van tef fecten Op de van Palicol ontfangene brieven de datis 15 ' en p. kloeke quantiteijt lijvaten van 20. ' Junij p. o viel niets te remarqueeren, dan het verlangen deeser Regeering te kennen legeeren omtrend het succes van der opperhoofden gedaane promesse van derselver aan„ 9 tewendene devoir ter versending eener kloeke parthij deugd„ x saame lijwaaten naar Jaggernaijk: poeram om in het schip westervelt afgelaaden tewerden. —. aprotalie ende aranting van Voorts wierd goedgekeurd de afdanking van de 6. Extra itende streeking var or 50 an ordindire pions, als meede de verstrecking aan de cooplieden van 5100. pag: of ƒ 22950. aan Coopmanschappen uijt de bevordering van d' jong: adsis:t rus Jaggernaij Kpoeramse pakhuijsen, en is ook den Jong adsis„ 0 tent Francois Rosseaux van Nagapatnam op zijn daar toe gedaan versoek en het voordraagen der opperhoofden aldaar bevordert tot absolut adsistent met ƒ 24. onder een nieuw vijf Jaarig verband; mitsgaders de opperhoofden last ter sequiding vand bijd Cast:n aanteschrijven om de bij de kleene cassa ten Laste der dorpelingen per memorie Loopende gelden ten bedraa„ „zo gen van pag: 436. 11. 1/8. ƒ 1964. 1. 12. ten eersten od„spoedig of anderstebedeelen hae het daar mogelijk te verevenen, of anders herwaards omstandig te bedeelen hoedanig het daarmeede geleegen is. —. „ opperhoofden Door de Jaggernaijkpoeramse „ bij derselver Lette„ den 17e. Julij 1769 ren 537. den 17. ' Julij 1769 accressement van de verthier „ aan den nabab gesond en was niet behoorlij„ „ke parw annasterug gekoomen onkost reecq: kloij vard onder den Coldeloerse resid:t berustende Contanten ren van den 12. ' Junij Jongstleeden Eijsch gedaan zijnde van 10000. stux driebeeldige pagooden tot den Jnsaam van Lijwaaten op de nieuwe petitie: zoo is verstaan deselve haar te permitteeren zoo dra men van goud voorsien zoude wierden; en quam voorts uijt het bedeelde door de opperhoofden tot gemogen overdegegeoene hoofde tot genoegen te blijken derselver gegeevene hoope tot accresse„ ment van den verthier, nadien het daarmeede zeedert fe„ bruarij, seer schraal gestelt geweest is. gelijk inselver vor tamn dat aetalke met esanken gen voor een gewenschte zaak aangemerkt wierd, dat den tholk der E: Comp=e met de gewoone Jaarlijks geschen„ ken aan den Ragiemahindrawaromsen Nabab gesonden, weeder met de nodige parwannas en Dastecken tot vrijen Courshouding van den handel te rug gekoomen, alsok n end won als in uten nan isen dat om de noord alles in Rust en vreede was Terwijl op der berondring vande pasp:s te anen opperhoofden voordragt tot absolut adsistent met ƒ24. en nieuw vijff Jaarig verband bevorderd wierd den Jong adsistent Li„ brecht Cornelis Topander; werdende voorts goedgevonden esoijtrast: en ese ene i ter afschrijving te valideeren de ondervolgende maandelijkse onkostreecqueningen teweeten van Palliacatta Jagger„ naijkpoeram en Palicol van de maand Meij, mitsgaders van Portonovo en Coedeloer in de volgende maand Junij untgede dit ste nt de eteen gedaan; en gevallen, tot per naasten uijtgesteld de dispo sitie nopens het emploij van de onder den Coedeloersen tot ab solut d:o~ resident WVL Chialoup robijn eenige goederen temin verandwoord zijn —. specificatie der zelven. resident mits gestaakten Jnsaam aldaar verbleevene Con„ tanten, bedragende volgens overgesondene Reekening bag: 2471. 19. 44. ƒ 11123. 3. 8. - blijking datoer esagheber van de Hierna bij een ingekoomen opgifte gebleeken zijnde, dat „ bij overgave te Portonovo van de goederen, gehoorende tot de aldaar mits leckagie in de Revier gehaalde chialoup De Robijn volgens den Jnventaris van dat Kieltje de ondervol„ gende door den gesaghebber Michiel Kint te kort verand„ woord zijn; als Constabels goed 13. p=s Rondscherp van 1. lb: 10. „ Druijven van 1: lb: 1. „ Kopere kannon Lepel 1. „ wisser met dies aansetter 2. „ Schuijftangen van 1. lb: 66. „ snaphaan kogels 66. „ pistool kogels Bottelies goed 4. „ Hangslooten Koks goed 1. koppere doop kannetje 1. Bijl. Timmermans goed den 17'. Julij 1769 Stuurmans. 351

NL-HaNA_1.04.02_3261_0763 view scan ↗

English

to charge. for the forwarding of the circular with which order to the chiefs register of the gunner's mate of the ship Vlietlust Geeke. 1 compass It has been approved and agreed to have all of the same placed on his account, to be reimbursed to the Honorable Company according to the order. Furthermore, an extract from the judicial roll of the honorable Council of Justice of this castle dated the 11th of this month was presented, seeking the request for forwarding to the subordinate offices of the circular letter submitted alongside it, and the annexed citations for the summoning of the men who successively deserted from the Company's service during the course of the past year; and it was decided to have the same dispatched, in order to be acted upon by the chiefs according to the orders that have repeatedly been given concerning this, and to which it was agreed to direct them in the prompt fulfillment of the aforementioned requisition of their honors. The junior assistant Marten Martensz Baars of Archangel, earning f 20, and the gunner's mate on the ship Vlietlust lying here in the roads, Pieter Willem Geeke of Lüdenscheid, earning f 14 per month, having requested to be permitted to exchange with one another; thus, in view of the continually sickly condition of the first-named, it has been approved and agreed to condescend to those made requests, and consequently to appoint the first-named as gunner's mate with a reduction of his salary to f 14, and to place the other on probation in the scribal service at the secretariat, so that, if found to possess the required capacity, he may be advanced and promoted according to how he shall conduct himself. Just as the soldier Jean Jordaan of Petit-Thunony was now raised in salary from f 9 to f 12 under a new five-year contract. And furthermore, Abdoel Atte of Caccapoera was admitted into the Company's service as a soldier among the Company's easterners with the customary monthly pay of three rix-dollars. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, the date as above. Signed: P. Haksteen, H. Leembruggen, H. Bonte, F. Cantervisscher, P. J. L. De Zilliettaz, Corn. Pietersz, J. Apping, J. van Tessel, and W. Duynevelt. 17 July 1769 Monday Monday, 24 July Anno 1769: the new master of the equipage Hartman to issue an extract from the trade books so far as concerns them at eight o'clock in the morning Political Council held All present Except: The junior merchant and second storekeeper Jan Diderik Ceverin, due to occupation in the Company's service At the commencement of the proceedings for which this meeting was convened, the second mate Jacob Hartman, recently appointed by their Right Excellencies the Honorable High Indian Government at Batavia as master of the equipage here with promotion to chief mate, took the civic oath. After which it was decided, upon the request made by petition by the merchant, trade bookkeeper, and first storekeeper Pierre Jean Louis de Tilliettaz, and the junior merchant and invoice keeper Fredrik Willem Bloeme, as proxies of the junior merchant Fredrik Jan Lovenaar, to have issued to them an authentic extract from the trade books of this government, in so far as it relates to the account that the said Lovenaar has with the same. In like manner, the request made by petition of the assistant Johannes Abrahamsz Bronsveld to be relieved, on account of expiration of time, to Batavia with the ship Vreedelust, was granted. Thereafter, the Lord Governor submitted the written report of the superintendent of works, and the master carpenter, smith, and mason, demonstrating the bad condition of the Company's great paddy warehouse, such that it absolutely needs to be repaired, as appears from that report, in which is also stated what it would cost; reading as follows: To the Right Honorable, Rigorous Sir, Pieter Haksteen, Extraordinary Councilor of Netherlands India, as well as Governor and Director of this Coast of Coromandel with its Dependencies, etc., etc., etc. Right Honorable, Rigorous Sir, In accordance with your Right Honorable, Rigorous Sir's most esteemed order, I, the undersigned. 24 July 1769

Dutch transcription

351 539. te stellen. ter voortsending van d' Circulaire „ met wat opdre na d' opperhoofden reg:s der Constabels maat van 't schip vliet lust geeken. 1. Compas Is goedgevonden en verstaan alle deselve hem op Reeke, esluitkimalle deselve op reecq: ning te laaten stellen, om volgens de ordre aan d'E: Compt:e vergoed te werden. —. Wijders wierd geproduceerd een Extract uijt de Justiteele mejek vande ward van Justitie Rolle van den agtb: Raad van Justitie deeses casteels brieven en itacie vande deserteurs en gedateerd 11:' deeser, tendeerende versoek ter voortsen„ ding naar de onderhoorige Comptoiren van de daarnee„ vens overgelegde circulaire brief en annexe citatien ter indaging van de manschappen die geduurende den loop van het gepasseerde Jaar successive uijt 'sComp=s dienst gedeserteerd zijn; en is verstaan deselve voort bestuijt sulx t doe geschieden en teschicken, om door de opperhoofden gehandelt te vier der Comptoiren den na de ordres die daar van te meermaalen gegee„ „waar ren zijn, en „ toe men verstond haar overtewijsen in de prompte naar kooming van het voormelde Requisit van haar agtbaare. —. Den Jong adsistent Marten Martensz: Baars Champement ven een a schij van Archangel winnende ƒ 20. en den Constabels maat op het hier ter Rheede leggende schip vlietlust Pieter willem Geeke van Ludenscheijt winnende ƒ 14. ter maand versogt hebbende met den anderen te moo„ ƒ Stuurmans goed den 17e. Julij 1769 gen. rosterling zold=t gen changeeren, zoo is uijthoofde van den Continueelen ^ en de bilen ziekelijken ^ toestand van den eerstgemelden, goedgevon„ den en verstaan in die gedaane instantien te condes„ cendeeren en mits dien den eerstgemelde met terug schrijving zijner gagie tot ƒ 14. tot constabelsmaat aan te stellen, en den anderen ter preuve aan de penne dienst op het secretarije te plaatsen, om bij bevinding daar toe, de vereijschte Capaciteijt te besitten, verbeterd en bevorderd tewerden na dat zig zal koomen te Compor„ teeren. —. tt hoijing in gagie van Jac:t gelijk thans den zoldaat Jean Iordaan van Petic„ Thuconij in gagie wierd verhoogt van ƒ 9. tot ƒ 12. onder admissie van een mallaijer voor een nieuw vijf Jaarig verband. En voorts Abdoel Atte van Caccapoera in 'sComp=s dienst geadmitteerd voor zoldaat onder de Compagnies oosterlingen met de gewoone maandelijkse besolding van drie Rijxdaalders Aldus Gedaan en Gearresteerd In 't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was geteekend:/ P=r Haksteen, H s Leembruggen, H: Bonte, F.:s Canter„ visscher, P: J: L: De Zilliettaz:, Corn=s Pietersz: .. . . J=n Apping, J=b van Tessel, en W=m Duijnerelt. —. den 17e. July 1769 Maandag 841. Maandag Den 24. ' Iulij A:o 1769: des nieuwe equipagie meest: harlman aftegeeven een Extract uijt de negotie rbofecken voor soo veel hun Concermiere„ 'smorgens ten agt uuren Politicque Vergadering Gehouden alle Present Dempto Den ondercoopman en Tweede pakhuijsmeester Jan Diderik Ceverin, mits occupatie in 'sComp=s dienst Tot den aanvang van de verrigtingen waartoe deese gepreteede en ven urige door bij een komste belegd is, wierd door den Jongst door haar hoog Edelens de Edele hooge Jndiase Regeering te Ba„ tavia Tot Equipagiemeester alhier onder bevordering tot opperstuurman aangestelden onderstuurman Ja„ cob. Hartman gepresteerd den Eed van Burge. — Waarna beslooten wierd, op het bij Request gedaan bestuijt and gem: ven lovenaar versoek door den Coopman Negotie boekhouder en Eerste pakhuijsmeester Pierre Jean Louis de Tilliettaz: en den ondercoopman en factuurhouder Fredrik Wil„ lem Bloeme als gemagtigdens van den ondercoopman Fredrik Jan Lovenaar, aan deselve te laaten afgeeven, een authentique uijttreksel uijt de negotie boeken deeses gouvernements, voor zoo verre betrecke„ lijk stend bronsveld —. noodsakelijkheid ter reparatie van 'sComp:s groot nelij pakhuijs lijk is tot de Reekening die gedagte Lovenaar bij de„ selve heeft. —. geneconderede klsfin van den aig soo als inselver voegen wierd geaccordeerd de bij Re„ queste gedaane instantie van den adsistent Johan„ nes Abrahamsz: Bronsveld om mits tijds Ex„ piratie met het schip vreede lust naar Batavia verlost tewierden. —. Daar na leijde den heer gouverneur over het schriftelijk Rapport van den opsiender der werken, en de baasen Timmerman en smith, en metselaar ter aanthooning van de slegte gesteldheijt van sComp. s groot nelij pakhuijs, in diervoegen dat absolut diend gerepareerd te werden, gelijk zulx bij dat Rap„ poseti va 't ekorteaer van port, waar bij teffens opgegeeven is het geen daartoe zoude koomen te kosten blijkt; aldus luijdende Aan den wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Haksteen, Raad Extraordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders gouverneur en direc„ teur deeser Custe Cormandel met den Re„ sorte van dien &a &a &a. Wel Edele Gestrenge Heer Ingevolge uwel Ed: gestr: seer g'Eerde ordre heb ik ondergetee„ den 24e Julij 1769 kende.

NL-HaNA_1.04.02_3261_0767 view scan ↗

English

543. 24th July 1769. I, the overseer of works, together with the master carpenter, smith, and mason, proceeded to the Company's large paddy warehouse, situated next to the trade warehouses, and have found the same as I have the honor respectfully to show below, together with a detailed calculation of what it can be repaired for again; namely: Of the three rows of pillars supporting the roof, one pillar has fallen over, one is leaning completely over, resting against a beam of the flat roof, which otherwise would also have fallen, and 2 others are so weak at 3 feet from the ground that they likewise threaten to fall; the other pillars are all very weak at the aforementioned height, caused by the fact that the beams upon which the wooden floor in the said warehouse lies were placed crosswise through the said pillars, all of which, having decayed over time, also made so many holes in them; thus the fallen, and also the four pillars threatening to collapse, must be rebuilt anew from the ground; the 144 small pillars supporting the floor have also mostly fallen over due to the sagging of the old floor, all of which must also be rebuilt anew, and the cross-holes in the other 32 large pillars must at once be filled with lime and stones, and around each of them a small square wall must be built to support the beams, instead of running them through again, as some of them are not capable of bearing a cannon shot that might be fired from the Amsterdam bastion (which stands close by), and thus the falling of one could very easily bring down an entire row of pillars, causing the warehouse to collapse completely; for the renewal and repair of the same will be required: 130 pieces Ambon beams at f 5. 2. - f 663. -. -. 80 mill boards, 2 inches at 2. 3. - 172. -. -. 280 [ditto] 1 [inch] at 1. 12. - 48. -. -. 800 lb nails at -. 2. 6 f 96. -. -. 1250 [lb] iron at -. 2. 2 /5. 134. 7. 8. 125 cottas charcoal at -. 5. 3/4 95. 4. 4. 235000 pieces bricks at 2. 5. - 528. 15. -. 3525 parras masonry lime at -. 2. 13 495. 14. 1. 105750 pieces hunter-balls at 2. 16. 4 297. 8. 7. 300 pieces freestone floor tiles of 1 square foot each at -. 4. 2 1/2 62. 6. 14. for labor wages 675. -. -. Total f 367. 6. 8 f 5. 1. 402. Wherewith I hope to have complied with your Right Honorable Sir's highly respected order, having the honor to remain with the highest esteem, Right Honorable Sir, your Right Honorable Sir's very humble and obedient servant, (was signed) J. Mossel. In the margin: Nagapatnam, 17th July 1769. Lower down: signed in Malabar characters the signatures of the aforementioned master carpenter, smith, and mason. Whereupon, after deliberation, and the repair and remediation being deemed necessary and unavoidable, it was approved and agreed to allow the repair to be carried out for the aforementioned calculated amount of pro 815. 1. 48. f 3667. 16. 24th July 1769. 545. 24th July 1769. Decision to let the repair take place. The loss on 2092 parras of spoiled paddy. The defense of the dispenser. Per session of the 8th May last, the disposition regarding the paddy found spoiled in the Company's dispensary to the quantity of 2092 parras having been postponed until the proceeds of the same from the public auction sale, which was resolved upon that day, should be received; which now taking effect, there was also received the defense of the dispenser Hendrik Ambrosius Johnson, wherein he amply shows the bad condition of the warehouses in which the paddy has been stored, citing the reasons why the appointed commission for inspecting and measuring the spoiled paddy remained postponed; namely, due to the order received in the meantime for the delivery of a large quantity of paddy for the pounding of rice, to save the extraordinary expenses that would otherwise have had to be incurred to carry out that commission, not to mention the labor and additional time that would have been required to clear the warehouses, which were in no better condition than the warehouse already emptied, in order to winnow and sift all the grains lying therein to separate the good from the bad, 24th July 1769. Insertion of that paper. to ascertain the extent of the quantity of spoiled grains; further excusing himself that no negligence had occurred regarding the execution of the prescribed commission, and that the spoiling and diminution of the paddy was not to be imputed to him, demonstrating the defects from which the warehouses suffer; all very amply set down in that writing, which, together with the report of the commissioners who performed the measurement, reads as follows: To the Right Honorable Sir, Pieter Haksteen, Extraordinary Councillor of Netherlands India, and Governor and Director of this Coast of Coromandel, with its Dependencies. Right Honorable Sir! The undersigned dispenser, justifying himself regarding the 2092 parras of paddy found spoiled in his warehouses according to a report by the junior merchant Nicolaas Tadama and bookkeeper Adam Godlieb Henk dated 15th May last, which have been sold at public auction as useless.

Dutch transcription

543. den 24e. Julij 1769. kende opsiender der werken, neevens de Baasen Timmer„ man, smith, en metselaar mij vervoegt in scomp=s groote nelij pakhuijs, staande naast de negotie pakhuijsen en het nhebbe zelve bevonden, gelijk de Eere „ hieronder Eerbiedig te ver„ thoonen benzeevens een distincte calculatie waar voor het zelve weeder gerepareerd kan werden; Namentlijk Van drie Rijen pilaaren welke het dak ondersteunen, is een pielaar om vergevallen, een is ten eenemaal overhangende, en steunt teegens een balk van het plat; welke anders ook gevallen zoude hebben, en 2. andere zijn 3. voeten van de grond zoo swak, dat deselve meede drijgen om te vallen de andere pilaaren zijn altemaal, op eeren gemelde hoogte zeer zwak, ontstaan zijnde, door dat de balken, waarop de houte vloer, in gemeld pakhuijs leijt kruijslings door gemelde pielaaren zijn gelegt, dewelke alle door de tijd ver„ gaan zijnde, ook zoo veel gaaten in deselve maakten, dus dienende om vergevallene, en ook drijgende intestortene vier pilaaren, uijt de grond nieuw opgehaald tewerden, de 144. kleene pielaaren welke de vloer onder schragen, zijn ook meest om vergevallene, door het in zacken van de oude vloer, welke meede alle op nieuw moeten opgehaald werden, en de kruijsgaaten in de andere 32. groote pie„ laaren, moeten ten eersten met kalk en steene gevuld vierden, en om ider derselve een muurtje in het vierkant, opgehaald werden, om de balken te ondersteunen, in steede daar van deselve weeder dn door te leggen, zijnde eenige van de„ selve, niet in staat om een Canonschoot welke van de punt Amsterdam gedaan mogte werden, /: en die daar digte bij besluijt des reparatie te laate geschie den. bij staat :/ te kunnen ) draagen, en dus souw het omvallen van een, zeergemackelijk een gantsche reij van pielaaren kunnen wegneemen, waar door het pakhuijs ten eenemaal zouw in vallen, tot het vernieuwen en Repareeren van het zelve zal benoodigt zijn. —. 130. p. s Balken Ambon - . â 't p s - - ƒ 5. 2. - ƒ 663. -. -. 80. „ Molen planken. de 2. d:m. - - „ „ „. . . „ 2. 3. – „ 172. –. –. 280. „ _=o _ o „ 1. „. . „ „ „. . „ 1. 12. – „ 48. –. -. 800. lb: spijkers. . . . . „ „ „. . . „ —. 2. 6: ƒ: 96. -. -. 1250. „ ijzer. . . - - - . „ „ „. . . „ —. 2. 2. /5. 134. 7. 8. 125. Cott.s houtskoolen - - - „ „ Cott. - „ —. 5. ¾. 95. 4. 4. 235000. p=s metselsteenen. . . . . „ „ p. - . „ 2. 5. -. 528. 15. –. 3525. parr=s metselkalk - - - „ „ por. - - „ —. 2. 13. „ 495. 14. 1. 105750. p=s Jagerbollen - - - - „ „ 1000. „ 2. 16. 4„ 297. 8. 7. 300. „ arduijne vloersteenen d: 1. voet quad„t P. . . . . „ —. 4. 2. ½ 62. 6. 14. „ 675. -. -. aan arbeijdsloon. -. ƒ367. 6. 8 ƒ 5. 1. 402. Somma Waarmeede verhoope aan uwel Ed: gestr: seer g'Eerde ordre voldaan ^ te noemen te hebben des de Eere hebben mij met de meeste hoog agting /:onderstond:/ Wel Ed: gestr: heer; uwel Ed: gestr: seer onderdanige en gehoorsame Dienaar /:was geteekend:/ J=s Mossel /:Jnmargine:/ Nagapat„ nam Den 17. ' Julij 1769. /:laager:/ /:geteekend:/ in mallabaarse Caracter de handteekeningen van voorm: baasen Timmerman, smith, en metselaar. —. Waar op gedelibereerd, en de Reparatie en verhelping noodsaakelijk en onvermijdelijk geoordeeld zijnde, goed„ gezonden en verstaan is de reparatie voor het voormeld ge„ calculeerd bedraagen van pr/o 815. 1. 48. ƒ 3667. 16: te laaten den 24e. Julij 1769 geschieden . - 545. den 24'. Julij 1769 het verlies op 2092 parras bedurven „nelij „dement. de verandwoording van d' dispen„ geschieden —. Per sessie van den 8:' Meij pass=o de dispositie uijtgesteldentestede ij ste en het zijnde, nopens de in 'sComp=s dispens bedurze bevondene nelij ter quantiteijt van 2092. parras tot dat het rende „ tot de inkoming van dies ren„ ment derselve bij verkoop per vendutie het geen ten dien dage beslooten was, ingekoomen zoude weesen het geen als nu gevolg neemende, tefens ingekoomen is de het geen thans geschied is, nev:s verandwoording van den dispencier Hendrik Ambroa en dierwegens sius Johnson daar bij ampel vertoonende de slegte un wat hij daer bijt krond staat van de pakhuijsen waar in de nelij geleegen heeft, met aanhaaling van de reedenen, waarom de gedecer„ neerde Commissie tot het besigtigen en meeten van de bedurve nelij uijtgesteld gebleeven is, namentlijk door de intussen ontfangene ordre ter verstrecking ee„ ner groot quantiteijt nelij tot het stampen van Rijst ter uijtwinning van de Extra ordinaire ongelden, die andersints tot het Effectueeren van die Commissie zoude hebben moeten gedaan werden, ongereekend nog de moeijte en de meerdere tijd, die vereijscht hadde tot het opruijmen van de pakhuijsen, welke meede niet beeter geconstitueerd waren, dan het reeds leedig ge„ raakte pakhuijs, ten eijnde alle de daar inleggende granen te wannen en siften om de goede van het quaad te separeeren. den 24'. Julij 1769 insertie van dat papier separeeren, ter ervaaring de grootheijd van de quantiteijt der bedurven geraakte granen, zig voorts verschoonende dat geen nonchalance omtrend de Executie van de voor„ schreeven Commissie plaats gehad hadde, en het beder„ ven een verminderen der nelij hem niet te imputeeren was met aanthooning van de defecten waar aan de pakhuijsen laboreeren, alles seer ampel bij dat geschrift ter nedergesteld het welk neevens het Rapport der ge„ committeerdens die de meeting gedaan hebben; aldus Luijden Aan den Wel Ed: gestr: Heer Pieter Haksteen Raad Extraordinair van Ne„ derlands Jndia, mitsgaders gou„ verneur en directeur deeser custe Cormandel, met den Resorte van Wel Edele Gestrenge Heer! Den ondergeteekende dispencier sig verandwoordende nopens de volgens een Rapport van den ondercoopman Nico„ laas Tadama en Boekhouder Adam godlieb Henk de dato 15. Meij passo in zijne pakhuijsen bedorven berondene 2092. parras nelij die volgens als niets nut per vendutie verkogt zijn. dien. —.

NL-HaNA_1.04.02_3261_0771 view scan ↗

English

547. the 24th of July 1769. takes the humble liberty respectfully to represent in this regard: That in the month of October of the past year, on the occasion when one of the warehouses became empty through distribution, he discovered that a portion of the nelij had become spoiled, on account of which notice was immediately given by him thereof, and commissioners were requested in order to inspect and measure the said spoiled grain, with the result that the above-mentioned two persons were chosen for that purpose and at the same time also ordered to inspect the condition of the warehouses, as he had also complained about that. That the latter was done by them and a report was also submitted: that the same were in a very bad condition, especially on the side of the curtain wall leak, and also that large holes had been made by the rats in the wall on that side. But that the inspection and measuring of the spoiled nelij remained postponed at that time for the reason that this could not take place before and until the same was cleaned of the great quantity of dust, sand, and filth that was found mixed among it, which he then also promised them to effect shortly, but which nevertheless had no consequence, because shortly thereafter, before that cleaning took place, he was ordered by your Right Honorable to provide to the adigaars of the villages as well as to the rice stamper, the former 50000 measures and the latter as much nelij as could only be stamped by him, in order to subsequently deliver that rice to the Company's merchant Tieroemenij. the 24th of July 1769. menij Chittij, to be sent by him to Ceylon for sale, whereupon he suspended the execution of that commission until that delivery, which lasted until the month of May of the past year, should be completed, because through that distribution more warehouses would become empty in an inexpensive manner, without having to incur any extraordinary expenses for that reason, which nevertheless, without this casual occurrence, would have had to happen anyway, since he, from the example of that one emptied warehouse, in which at that time about 5 to 6 hundred parras of that spoiled nelij lay, could well presume that in his other dittoes, which were not in much better condition than that one, a good portion of such spoiled and smothered grain would also be found; for which well over 70 old Nagapatnam pagodas in expenses would have gone, without this bringing about an earlier measuring or survey for the commissioners, but on the contrary the opposite, since much more time than has now occurred would have been necessary to empty the said warehouses and to separate the good nelij therein from the spoiled by sifting, for even if 50 coolies had been at work daily to that end (which, however, was not possible because of the narrowness of the place), they would have had at least eight months of work to clean the well over 24000 parras that were feared to be there, whereas those warehouses have now become empty in six months' 549. the 24th of July 1769. time, and thus a full two months earlier than would otherwise have occurred, while the Honorable Company has, moreover, had the advantage that among that distributed nelij a good quantity of spoiled ditto was mixed which would otherwise have been sifted out, whereby consequently the quantity of spoiled nelij would also have been remarkably increased; from all which reasons it evidently appears that the Honorable Company, instead of being disadvantaged by the actions of the undersigned, on the contrary has been very remarkably benefited by him in a twofold manner, namely: on the one hand in avoiding the otherwise most necessary extraordinary expenses to the amount of circa 70 old Nagapatnam pagodas, and on the other hand by distributing the good and spoiled nelij mixed together to the rice stamper and adigaars of the villages etc. without this even being noticed by them, he assuming on good grounds that among the above-mentioned well over 24000 parras that were handed out, circa 370 dittoes will have been spoiled, which, being converted into small money, yielded well over 50 old pagodas, which being summed with the above 70 dittoes makes a considerable sum of around 120 old Nagapatnam pagodas, which the Honorable Company, if the undersigned had not provided therein, would necessarily have had to lose; but so that he nevertheless could not be accused of any presupposed negligence, he has nonetheless, out of prudence, taken the precaution to inform the Honorable Chief Administrator Henricus Leembruggen of his actions (namely, that the spoiled nelij

Dutch transcription

547. den 24:' Julij 1769. zijn: gebruijkt de nedrige vrijheyt dien aangaande eerbiedig te vertoonen. ~. Dat hij in de maand october anno pass=o bij geleegentheijt dat door verstrecking een der pakhuijsen leedig viel, ont„ waard heeft, dat een gedeelte der nelij bedurven was geraakt waarom door hem daarvan ten eersten kennisse gegeeren, en om gecommitteerdens versogt is, ten eijnde die bedurve graanen te besigtigen en natemeeten, met dat gevolg dat de boovengemelde twee persoonen daartoe verkooren en teffens ook gelast zijn, om met eenen de Constitutie der pakhuijsen opteneemen, alsoo door hem daar over ook was gedoleerd. —. Dat het laaste door haar geschied en ook Rapport in ge„ diend is: dat deselve in een zeer slegte staat voor al aan de kant van de guardijn Lek, en ook groote gaaten in de muur aan die zijde door de rotten gemaakt waren. Dog dat de besigtiging en meeting van de bedurve nelij te dier teijd nog uijtgesteld bleef om reeden zulx niet geschieden konde, voor en al eer deselve van de meenigte stof, sand, en vuijligheijt die zig daar onder bevond gesuijverd was, 't geen hij haarlieden dan ook beloofd heeft spoedig te zullen effectueeren, dog 't welke egter van geen gevolg is geweest, uijt hoofde hij kort daar op alvoorens die zuijvering geschied, door uwel Ed: gestr: geordonneerd geworden is aan de adigaas der dorpen zoo wel als aan den Rijststamper de eerstgenoem„ de 50000. maaten en den Laasten zoo veel nelij te verstrec„ ken als door hem maar gestampt zoude kunnen werden ten eijnde die rijst vervolgens aan 'sComp=s Coopman Tieroe„ menij. den 24' Julij 1769 menij chittij aftegeeven, om door hem ter verkoop na Ceij„ lon gesonden te wierden, waarop hij de Executie dier Com„ missie heeft gesurcheerd tot dat die afgave dewelke tot de maand meij pass=o heeft geduurd, afgeloopen zoude wee„ sen, om reeden er door die verstrecking op een goed koop wijse, zonder daarom eenige Extra ordinaire ongelden te moeten doen, meerder pakhuijsen zoude leedig raaken, 't welk zonder dit casueele geval, tog eerenwel zoude heb„ ben moeten geschieden, vermits hij uijt het voorbeeld van dat eene leeg gevallene pakhuijs, waarin toen omtrend 5. â 6: honderd parras dier bedorve nelij lag, wel presumee„ ren konde dat zig in zijne andere ditos, welke niet veel beeter als dien eene gesteld waaren, ook een goed gedeelte zulker bedorve en verstikte graanen zoude bevinden; waar toe Ruijm 70. oude Nagapatnamse pagooden aan ongelden zoude zijn gegaan, zonder dat zulx eene eer„ dere meeting of opneem voor de gecommitteerdens zoude hebben teweeg gebragt, maar ter Contrarie wel 't teegen„ deel, vermits 'er veel meer tijd als thans geschied is, toe no„ dig zoude zijn geweest, om gedagte pakhuijsen leedig te maaken, en de daar in zijnde goede Nelij van het bedor„ vene alziftende aftescheijden, want al waren 'er dage„ lijx 50. coelijs tot dat eijnde aan 't werk geveest /: 't geene nogthans om de bekrompenheijd der plaats niet moge„ lijk was :/ zoo zouden zij om 24000. parras die er ruijm ge„ vreest zijn, te suijveren, ten minsten agt maanden werk gehad hebben, daar die pakhuijsen thans in ses maanden teijd 549. den 24. ' Julij 1769. teijd, en dus wel twee maanden vroeger als anders geschied zou„ de weesen, zijn leedig geraakt, terwijl d'E: Comp=e daar en heeft booven nog dat voordeel er bij gehad „ dat 'er onder die verstreckte nelij eene goede quantiteijt bedorven ditos is vermengt ge„ weest die anders zoude zijn uijtgezift geworden, waar door dan ook bij gevolg de hoereelheijd der bedorve nelij merkelijk zoude zijn vermeerderd, uijt alle welke reedenen dan Evident blijkt dat dE: Comp=e insteede van door de behandeling van den ondergeteekende benadeelt ter contrarie door hem op tweederlij wijse zeer merkelijk is bevoordeelt, namentlijk; eensdeels in de vermijding der anders allernoodsaakelijkst te doene Extra ordinaire ongelden ten bedraagen van C: C: 70. oude nagapatnamse pag: en anderdeels door 't verstrecken der goede en bedorvene nelij door elkanderen aan den Rijst Hamper en adigaars der dorpen &=a zonder dat zulx eens door haar konde werden opgemerkt veronderstellende hij op goede gronden dat 'er onder op gem: 24000. parras die er ruijm zijn afgelangd c: c: wel 370. ditos bedorven zal zijn geweest, welke tot klijn geld gemaakt zijnde ruijm 50. oude pag: afgewerpt die bij de boovenstaande 70. ditos gesommeert werdende een aansienlijk som van omtrend 120. oude Naga„ patnamse pag: uijtmaakt, welke dE: Comp=e zoo den onderge„ teekende daarinne niet hadde voorsien, er noodwendig bij zoude hebben moeten inschieten, Dog op dat hij eerenwel van geene gepresupponeerde nonchalance zoude kunnen vier„ den beligt, heeft hij eeren wel des niet teegenstaande, uijt voorsigtig„ heijt de precautie gebruijkt den E: E: hoofdadministrateur Henri„ cus Leembruggen van zijn gedoente /:dat namentlijk de bedorve nelij

NL-HaNA_1.04.02_3261_0774 view scan ↗

English

the 24th of July 1769 to give notice that the paddy could not be measured before and until the ordered distribution had ended, who, if he remembers correctly, also had nothing against it, but only, so far as he knows, exhorted him to make some haste therewith, which he also pursued as much as was possible for him. So that he is very far from having, Right Honorable Sir, done anything in this regard on his own authority, although under favorable interpretation and under correction of better judgment he respectfully maintains that even if this postponement had taken place without giving notice, he nonetheless would not have offended so greatly thereby as the oft-mentioned committee members would very readily and in a wholly ungenerous manner impute to him, for the reason that no one but he himself was disadvantaged thereby, while the Honorable Company was in the meantime advantaged thereby, as he shall further have the honor clearly to demonstrate below. He also further served the aforesaid committee members in response to their inquiries made both by messages and in person as to when they would complete their commission, each time with the answer that what is stated hereinbefore was the cause that the same could not yet take place, which it however did not please them to mention in their report, but rather to make him suspected of carelessness and negligence, only saying that to their repeated exhortations he merely answered that he would speak with the Honorable Head Administrator about it 551. The 24th of July 1769. speak, in order to let this take place simultaneously at the general survey, which, though not entirely untrue, was however always accompanied by the reasons that moved him to the postponement, and was intended to be able to survey simultaneously the warehouse that was already empty and the one yet to be emptied by the ordered distribution, without at that time mentioning the general survey, which was first to take place towards the end of February, also mentioning that his Honor had, for the aforesaid reasons, consented to the postponement, since it would however have brought them not the least disadvantage, nor made them suspected of neglect, and would on the contrary have freed him of all unfavorable thoughts of carelessness under which he presently labors, if they had alleged this as it ought to have been done. That furthermore, through the postponement of this commission on account of the aforesaid ordered distribution, the Honorable Company was brought no disadvantage whatsoever, but was much rather advantaged, because it is indisputable that the longer the already spoiled paddy to the amount of circa 5. to 600. parras that was in the empty warehouse remained lying without being surveyed, the more the same would diminish, and the less would thus be found upon remeasuring and be permitted to him for write-off, for wanting to remark that the postponement of the commission would have caused more spoiled paddy to be found presently in the full warehouses than there would have been if the commission had been executed immediately, can find no place in this matter, since the remaining spoiled paddy beyond the 5. to 600. parras frequently mentioned comes solely from such warehouses as have become empty through the distributions, The 24th of July 1769. while the said 5. to 600. parras in the meantime lay stored in a vacated warehouse, where no good paddy was near or about it which could have been infected thereby, whereby then also the above-mentioned remark necessarily falls away as irrelevant. Consequently it is evident from this that through the postponement of the commission no disadvantage to the Honorable Company nor spoiling of more good paddy could have been caused, but that it was even a disadvantage to him to have let the spoiled paddy from the one warehouse lie for so long until the other was also empty, because the longer it lay the more it diminished and he thus had to expect the longer, the lesser write-off; that the cause of the spoiling can also in no way be imputed to him, on the grounds that the same owes its source to no negligence or inattention, but to the undermining of the curtains against which the warehouses lie, and the considerable leakage caused thereby, of which notice was given by him more than once to your Right Honorable Sir and the Honorable Head Administrator, with that success that their Honors issued orders for its repair, and it was also outwardly executed by the overseer of the works, without this however having been sufficient to prevent, when it rains, the water from the curtain running down by the wall of the warehouse on the inside, whereby the paddy then bakes fast to the same and begins to rot, as the aforesaid committee members can testify has taken place in this case, and that the roots from the ground of the curtain make large holes in the wall, and

Dutch transcription

den 24'. Julij 1769 „nely voor en al eer de geordonneerde verstrecking was afge„ loopen niet konde gemeeten wierden kennisse te geeven, de„ welke zoo hem niet beeter voorstaat, daar ook niets teegen heeft gehad, maar hem eenelijk soo hij niet beeter weet, vermaant, daarmeede wat spoed temaaken, 't geen hij ook soo veel hem mogelijk was betragt heeft. zoo dat hij er wel verre van daar is wel Edele gestrenge groot agtbaare Heer! dat hij dienaangaande iets op zijn eijge houtje heeft gedaan, schoon hij onder gunstige welduijding, en onder correctie van beeter gevoelen eerbiedig sustineerd, dat of schoon deese uijtstelling zonder kennis geeving was geschied, hij eevenwel daar van zoo zeer niet zoude hebben aan misdaan als meergerepte gecommitteerdens hem welgaan„ ne op eene gantsch niet genereuse wrijse zoude willen aan„ tijgen, om reeden 'er niemand als hij zelve door benadeeld, ter„ wijl dE: Comp=e er ondertusschen door bevoordeeld wierd, ge„ lijk hij nog verder de Eere zal hebben, hier onder duijdelijk te demonstreeren. ook heeft hij wijders voorschreeven gecommit„ teerdens op haare, zoo door boodschappen als in persoon gedane vragen, wanneer haare Commissie volbrengen zouden, tel„ kens ten andwoord gediend, dat het geene hier vooren staat de oorsaak was, dat het zelve nog niet geschieden konde, 't welk haar egter niet heeft behaagd bij derselver Rapport aantehaalen, maar wel om hem aan onagtsaamheijd en negli„ gentie verdagt te maaken, als eenlijk zeggende dat hij op haa„ re iterative gedaane adhortatien enkel geandwoord zoude hebben den E: E: hoofd-administrateur daar over te zullen spreeken 551. Den 24e' Julij 1769. spreeken, om zulx bij de generaale opneem tegelijk te laaten geschieden, het geen, schoon niet geheel onwaar, egter althoos van de reedenen die hem tot de uijtstelling moveerden verseld, en zoda„ nig geweest is, om het reeds leedige, ende nog door de geordonneer„ de verstrecking leedig te wordene pakhuijs, tegelijk te kun„ nen opneemen, zonder te dier tijd van de generaale opneem die onder ult=o februarij eerst geschieden moeste tegewaa„ gen, met melding teffens dat zijn E: om de voorsz: reedenen in de uijtstelling had gecondescendeerd, daar het haarlie„ den egter geen het minste nadeel toegebragt, of aan versuijm verdagt gemaakt en hem in teegendeel van alle nadeelige gedag„ ten van onagtsaamheijd waaraan thans Laboreert bevrijd heb„ ben zoude, zoo ze zulx zoo als het behoorde, hadden g'allegueerd Dat wijders door de uijtstelling deeser Commissie ter oor„ saake van de voorsz: geordonneerde verstrecking dE: Comp=e gantsch geen nadeel toegebragt, maar veel eerder bevoordeeld is, ter zaake het indisputabel is, dat hoe langer de reeds bedurvene nelij ten emporte van c: c: 5. â 600. parras die in 't Leedige pakhuijs was, nog leggen bleef, zonder opgenoo„ men te werden hoe meer deselve verminderen, en hoe minder er dus bij nameeting gevonden, en hem ter afschrijving ge„ permitteerd werden zoude, want te willen aanmerken dat het uijtstellen der commissie veroorsaakt zoude heb„ ben, dat 'er thans in de volle pakhuijsen meerder bedurven nelij gevonden is, als 'er geweest zoude zijn, wanneer de com„ missie ten eersten was geExecuteerd, kan in deesen geen plaats vinden, uijt de overige bedorvene nelij booven de 5. â 600. parras meermeld, alleen uijt zodanige pakhuijsen als door de verstreckingen leedig geraakt zijn, voorkomstig is Den 24e. Julij 1769. is, terwijl gedagte 5. â. 600. parras intusschen in een leedig gevallene pakhuijs geborgen laagen, alwaar geen goedenelij bij, of omtrend geweest is, welke daar door zoude hebben kunnen aangeltooken werden, waar door dan ook nood„ wendig booven gemelde aanmerking als niet ter zaake doende vervall. —. Jnvoegen hier uijt dan erident werd, dat door de uijtstelling der Commissie geen nadeel voor de E: Comp=e nog bederving van meerder goede nelij kan zijn veroorsaakt maar dat het zelvs nadeel voor hem is geweest om de bedurvene nelij uijt het eene pakhuijs zoo lang te hebben laaten leggen, tot de andere ook leedig wierden, door dien deselve hoelanger hoe meer ^hy dus ook hoe langer, hoe minder verminderde afschrijvinge te verwagten had; dat de oorsaak van de bederving hem ook ingeenen deele kan werden g'impu„ teerd uijthoofde deselve hare source aan geen negligentie of in attentie verschuldigd is, maar aan de ondermijning der guardijnen waar teegens de pakhuijsen leggen, en de daar door veroorsaakte considerable Leckagie waar van door hem aan uwelEd: gestr: en den E: E: heer hoofd adminis„ trateur meer als eens kennisse gegeeren is, met dat suc„ ces dat hoogst deselve ordre tot dies reparatie gesteld, en door den opsiender derwerken ook uijtterlijk g'excuteerd is zonder dat zulx egter sufficeerende is geweest, om te beletten, dat wanneer 't regend het water van de quar„ zijn bij de muur van 't pakhuijs aan de binnen kant nee„ derloopt, waar door de nelij dan aan deselve vastbakt, en „gecommitteerdens aan 't Rottengaat zoo als de voorsz: getuijgen kunnen dat in dit geval plaats gehad heeft, en dat de Botten uijt de grond van de guardijn in de muur groote gaaten maaken, en.

NL-HaNA_1.04.02_3261_0777 view scan ↗

English

553. the 24th of July 1769. and thus while the warehouse is full of nelly, they enter it, through which, when it is emptied, very large heaps of earth with hollowed-out nelly husks are found therein, which they dig out of the curtain wall in order to bring back into it whatever they can drag along, as the commissioners have also seen had taken place in this case; for in order to remove these two very harmful factors for the nelly out of the way, a considerable repair, indeed almost a complete renewal of the warehouses would be required, since all their walls adjoining the curtain walls are hollow and leaking, which, when the warehouses happen to be empty, can indeed be repaired to some extent insofar as the leakage is detected, but nevertheless not in such a way as to be of such success that in the bad monsoon, when the warehouses are full, the water that remains standing on the curtain wall does not cause a new leakage again, over and above the fact that the bandicoots, which encamp in the under-minings they have made in the curtain walls during the time that the warehouses are empty and the holes made by them are plugged, while the walls internally still remain hollow, further do not emerge from there again until the warehouses are full of nelly again, at which time they cannot be prevented from very quickly reopening the holes once made by them, which are after all only plugged on the outside, and subsequently dragging as much nelly into their storage chambers as they can possibly store therein, while in the meantime a multitude of large water channels are also made to discharge the rain water the 24th of July 1769 of the curtain walls into the warehouses, through which those grains subsequently spoil, which cannot be discovered as long as the warehouses remain full, but first reveals itself after they become empty. And since he trusts that from this it satisfactorily appears that not the least blame rests upon him in this matter, and that the postponement of the commission was to his own damage and to the benefit of the Honorable Company, as well as only having taken place (and that not without the knowledge and consent of the Honorable Chief Administrator who appointed the same) in order to survey at the same time the warehouses that were about to become empty through the ordered issue, he therefore requests that he may remain exempt from the payment of the loss that the Honorable Company has suffered thereon at the public auction sale, since an administrator is indeed bound to preserve properly from spoilage that which is under his responsibility, yet cannot be held responsible for something that was caused through no fault of his by leakage and other defects of the warehouses designated for storage thereof, and that notwithstanding his repeatedly made reports of their poor condition and the repairs that followed upon them. While for the rest he has the high honor, after having requested a favorable disposition, to subscribe himself with profound respect (at the foot stood) Right Honorable Sir, your Right Honorable's most humble, most obedient, and most submissive servant (was signed) H. A. Johnson. 36 555. the 24th of July 1769. Anno 1769. Johnson, (in the margin:) Nagapatnam, the 26th of June To the Right Honorable Sir, Pieter Haksteen, Extraordinary Councilor of Dutch India, as well as Governor and Director of this Coast of Coromandel with the Dependencies thereof, etc., etc. No. 2. Right Honorable Sir! In dutiful compliance with the highly esteemed orders given to us by your Right Honor through the Honorable Henricus Leembruggen in the middle of the recently past month of October of the past year, we, the undersigned specially appointed commissioners, have accurately presented ourselves to the storekeeper Hendrik Ambrosius Johnson with the notification that we were to inspect and remeasure the spoiled nelly then remaining under his care in his warehouses, just as we have also seen the same, when it was found to be in such a state with dust, sand, and dirt that it was impossible to measure it without prior cleaning, as he, Johnson, confirmed, and assured us that he would have this effected within a few days; which, however, had no result, notwithstanding that we repeated the aforesaid several times, both by messages and verbally. 361 the 24th of July 1769 deliberation thereon. repeated; when among other times it was said that he would speak to the Honorable Mr. Leembruggen himself in that regard, in order that it could take place at the same time as the general survey, of which we gave notice to the aforesaid Mr. Leembruggen, so that through no fault of ours it remained as such, and we trust this was done until recently after the survey was performed by him, when again from that part the nelly was somewhat cleaned, and thereafter measured, and found to be: 2092 parras of suffocated and spoiled grain, heavily mixed with dust. Wherewith we hope, without any neglect attributable to us, to have fulfilled the highly esteemed orders of your Right Honor, presuming to take the honor of subscribing ourselves with the deepest respect (at the foot stood) Right Honorable Sir, your Right Honor's most submissive and dutiful servants (was signed) N. Padama and A. G. Henk, (in the margin) Nagapatnam, the 17th of May anno 1769. After the reading whereof, the Lord Governor laid into deliberation that however much the truth was known regarding the poor condition of the warehouses, as being built against the inner wall of the curtain wall, which was constantly damp on that side, consequently the nelly, heaped and stored against the same, drawing the dampness to itself, was bound to spoil, yet the storekeeper, if only with

Dutch transcription

553. den 24:'. Julij 1769. en dus terwijl het pakhuijs vol nelij is daar in koomen, waar door men wanneer het zelve leedig werd zeer groote hoopen aarde met uijtgewreeten nelij doppen, in 't zelve vind, die zij uijt de guardijn werken, om het geene ze meede sleepen kunnen daar weeder in tebrengen, zoo als de gecommitteerdens almee„ de hebben gezien dat in deesen plaats heeft gehad, want om deese twee seer schadelijke articulen voor de nelij, uijt den weg te ruijmen, zoude een Considerable reparatie, Ja bij na een geheele vernieuwing der pakhuijsen werden vereijscht dewijl al de muuren derzelve aan de guardijnen hol en Lek zijn, 't geen wanneer de pakhuijsen zig leedig bevinden„ wel eenigsints voor zoo verre men de leckagie ontwaard kan werden gerepareerd, dog egter niet zodanig om van dat succes te kunnen zijn, dat in de quaade mousson wanneer de pakhuijsen vol zijn, het waater dat op de guardijn staan blijft, niet weeder een nieuwe leckagie veroorsaakt, buijten en behalven nog dat de Botten, welke zig in de ondermijningen die zij in de guardijnen gemaakt hebben, Campeeren, geduurende de tijd dat de pakhuijsen leedig zijn en de door haar gemaakte gaaten gestopt werden, Terwijl deselve inwendig nog hol blijven wijders niet weer daar uijt ten voorschijn koomen, dan wanneer de pakhuijsen weeder vol nelij zijn als wanneer haar niet kan werden belet de door haar eens gemaakte gaaten, welke dog maar uijtwendig gestopt zijn heel schie„ lijk weederom open tewerken en vervolgens zoo veel nelij in haare voorraad kamers te sleepen als zij er maar in ber„ gen kunnen, werdende daar door middelerwijle ook een meenigte groote waater togten gemaakt om 't reegen waa„ ter den 24'. Julij 1769 ter der guardijnen in de pakkhuijsen te Loosen waardoor die graanen vervolgens bederven, 't welk zoo lang de pakhuijsen volblijven niet kan werden ontdekt; maar zig na dat deselve leedig vallen eerst openbaart. —. En dewijl hij vertrouwd dat hier uijt satisfactoor Consteerd, dat in deesen geen de minste schuld op hem legt, en dat de uijtstelling der Commissie tot zijn eijgen schaade en voor„ deel voor d'E: Comp=e gewreest, mitsgaders alleen /: en dat nog wiet voor kennis en Consent van den E: E: heer hoofd„ administrateur die deselve heeft benoemd :/ geschied is om de pakhuijsen die door de geordonneerde verstrec„ king leedig stonden te werden, tegelijk opteneemen, zoo versoekt hij van de betaaling van 't verlees dat d'E: Comp=e bij verkoop per vendutie daarop heeft geleeden, bevrijd blijven mag, alsoo een administrateur wel gehouden is, het geen onder zijn verandwoordinge staat behoorlijk voor bederf te conserveeren, dog egter niet responsabel gesteld werden kan, voor iets dat buijten zijn toedoen door Lecha„ gie en andere gebreeken aan de tot dies berging verordi„ neerde pakhuijsen veroorsaakt wierd, en zulx nog onge„ agt zijne iterative gedaane Rapporten van dies slegte Constitutie, en de daarop gevolgde reparatien. —. Terwijl hij voor 't overige de hooge Eere heeft na een guns„ tige dispositie versogt te hebben, zig met profunt Bes„ pect te onderschrijven /:onderstond:/ wel Edele gestr: Heer; uwel Ed: gestr: ootmoedigste gehoorsaamste en onderdanigste Dienaar /:was geteekend:/ H=k A. s Johnson 36 555. den 24:' Julij 1769. Ao 1769. — Iohnson, /:in margine:/ Nagapatnam Den 26 ' Junij Aan Den wel Edelen Gestr: Heer Pieter Haksteen, Raad Extraordinair van Neder„ lands Jndia, mitsgaders gouver„ neur en directeur deeser custe Cormandel met den Resorte van dien &a &a Na. 2. Wel Edele Gestrenge Heer! Terschuldpligtige nakominge uwel Ed: gestr: door weege van den E: E: agtb: heer Henricus Leembruggen in medio der J=o Leede maand 8ber: des gepasseerden Jaars aan ons gegee„ vene zeer g'eerde ordres hebben wij ondergesz: expresse gecom„ mitteerdens ons Exactelijk vervoegd bij den dispencier Hen„ drik Ambrosius Johnson met toesegging de onder den„ selve in dies pakhuijsen als toen berustende bedurve nelij te moeten besigtigen, en nameeten, gelijk wij deselve almeede gesien hebben, wanneer zig zodanig met stof, zand, en vuijligheijt bevond dat onmogelijk zonder voor„ gaande suijvering kost gemeeten werden gelijk hij Johnson confirmeerde, en ons verseekerde zulk binnen eenige daa„ gen te zullen doen effectueeren, het welk egter van geen gevolg s geweest, niet teegenstaande wij het gesegde met boodschappen als mondelings, verscheijdemaalen hebben gerenoveert. 361 den 24e. Julij 1769 deliberatie daar over. gerenoveert; wanneer onder andermaalen gesegt den E: E: heer Leembruggen zelfs dien aangaande te zullen spree„ ken, om bij de generaale opneem tegelijk te kunnen geschie„ den, waarvan kennisse gegeeven hebben aan welmelde heer Leembruggen, des buijten onse schuld zodanig blijven berusten en vertrouwen zulx geschied te zijn, tot Jongst na verrigte opneem bij denselve, wanneer weeder daar van onder hier die nelij eenigsints gesuijvert, en daar na gemeeten is, en bevonden te zijn. —. 2092. parras verstikte en bedurve gewas, zeer met stof vermengd Waarmeede verhoopen buijten eenig ons toe schrijflijk ver„ suijm aan de hoog g'Eerde ordres van uwel Ed: gestr: vol„ daan te hebben, aanmaatigende ons de Eere met het diepste ontsag te onderschrijven /:onderstond:/ wel Edele gestrengen Heer, uwel Edele gestr: aller onderdanigste en trouwschuldige Dienaaren /:was geteekend:/ N=s Padama, en A: g: Henk, /:Jnmargine /. Nagapast„ nam Den 17. ' Meij a:o 1769. —. Na welkers lecture den heer gouverneur in deliberatie leijde, dat hoe seer de waarheijd en bekend was, de slegte Constitutie der pakhuijsen als teegens de binnen muur van de guardijn gebouwt zijnde, aan die kant steeds vogtig was, gevolgelijk de nelij teegens deselve opgehoopt en opgeslaagen de vogtigheijt tot zig trecken„ de bederven moest egter den dispencier indien maar met.

NL-HaNA_1.04.02_3261_0781 view scan ↗

English

557. the 24th of July 1769 to let 1/4 be paid by the dispensier the subordinate colleges here had used the necessary precautions with greater attention by lining sufficient straw against the wall and then properly providing it with mats, which would not have caused damage at least so significant, so that in that respect he made himself subject to accountability; thus it was unanimously resolved and agreed to write off three-quarters or f 947. 8. of the lost amount to profit and loss out of the loss on the aforesaid spoiled quantity sold at public auction amounting to 2092 parras, costing f 1311. 11. 8. or pagodas 291. 11. 5. according to the price of the dispens at f - 12. 8. 7/8 the parra, but having yielded no more than f 48. 17. 8. or pagodas 10. 20. 50., thus generating a loss of f 1262. 14. - or pagodas 280. 14. 32., and to have the remaining f 315. 13. 8. or pagodas 70. 3. 48. compensated to the Honorable Company by the said dispensier. The usual time for the rotation of members from the permanent subordinate colleges at this capital having arrived, the respective nominations were thereupon presented in Council in order to elect from them the necessary persons to fill the places of those who had served their term. the 24th of July 1769. Members in the Civil Council. in place of him and merchant. to render swift and good justice in the above-mentioned matter. After reviewing the same, it was approved and agreed to continue the Court Martial along with the Orphan Board for another year; as well as in the Civil Town Council the vice-president Thomas Campie and the three native members, but on the other hand to dismiss from it as member the junior merchant Fredrik Willem Bloeme, in whose place, as well as in the stead of the deceased bookkeeper Willem Coopman, the collector of Company Revenues David Vick and pay-transfer clerk Gillis Willem van Schrik were elected as members. request of the French ministry Next, the Governor had read out to the assembly a letter dispatched to this Government by the French ministry at Pondicherry, dated the 10th of this month, accompanied by various papers and appendices, containing a request to render good and swift justice in the dispute between one Bourtet de Hervillier and the military lieutenant in the service of the Honorable Company Pierre Jean Jollivet regarding an unpaid bill of exchange; but since it concerns matters pertaining to Justice, and one cannot know what Jollivet might have to bring against it, 559. the 24th of July 1769. to refer to Justice. to Mr. Labeaume as proxy of Mr. Bourtet de Hervillier therein take satisfaction. will supply, concerning above-mentioned it was unanimously resolved to refer the aforesaid matter to the Honorable Council of Justice here, with the transmission of the aforesaid received papers, with the instruction that whenever that matter might be opened and instituted before their court, to terminate the same according to the utmost equity and as swiftly as possible so as to remove all grounds for grievance that might be given over delay, with notification to the aforesaid French ministry that, since the original documents rest with one Monsieur Labeaume here, proxy for the said Monsieur Bourtet de Hervillier, he would therefore be given notice of the referral of that affair to Justice here in order to be able to enter the same on the court roll, with which handling the Government in no way doubted that the said ministry would be satisfied, and supply the assembly with similar reasons for satisfaction regarding the payment of the well-known bill of exchange of Monsieur Desjardins, in which respect those ministers, in their late missive of the 15th instant, which was also produced and read, testify that they have not yet received the slightest answer or writing; but since through that delay the party who advanced that money in good faith to the said Desjardins, namely the Governor and Council at Malacca, was significantly prejudiced, it was hoped that with the ships still expected some information about it might be brought, so that this affair, which has already lasted six years and cost much writing back and forth, may finally reach its conclusion; for the rest, the Government thought fit to let the matter rest upon the promise made by the said ministry for the surrender of one Francois Maisonneuve, who was a locksmith in the service of the Honorable Company, but has absented himself from here for some time after a murder, to all appearances perpetrated by him, upon a certain woman who was found murdered in his abandoned house, whenever he returns from the north, whither he had departed some days before the receipt of this Government's letter claiming him under date of the 7th of this month. the 24th of July 1769

Dutch transcription

557. den 24e. Julij 1769 „ 14. door de dispencier te laaten betalen de subalterne Collegien alh:r met meerder attentie de nodige precautie gebruijkt hadde met het beleggen van genoegsaame stroo teegens de muur en dan ter deegen met matten voorsien die „niet schaade ten minsten zoo important„ veroorsaakt zoude hebben, invoegen in dat opsigt zig aan ver„ andwoording subject gemaakt; zoo wierd een paarig besluijt van t vrlooren / afest: en goedgevonden en verstaan van het verloorene op voorsz: bedurve en per rendutie verkogte quantiteijt van 2092. parras kostende volgens de prijs van het dispens â ƒ - 12. 8. 7/8. de parra ƒ 1311. 11. 8. of pagoo„ den 291. 11. 5. dog niet meer gerendeerd hebben dan ƒ48. 17. 8. of pag: 10. 20. 50. geerende overzulx een verlies van ƒ 1262. 14. – off pag: 280. 14. 32. driequart of ƒ947-8. op winst en verlies te laaten afschrijven of en de overige ƒ 315. 13. 8. off pagooden 70. 3. 48. door gedagte dispencier aan dE: Comp=e te laaten vergoe„ den. —. Den gewoonen tijd van verwisseling der leeden ingekomene nominatie, van uijt de permanente subalterne Collegien te deeser hoofdplaatse verscheenen zijnde vierden dier hal„ ren in Raade overgelegt de respective nominatien ten eijnde daar uijt te eligeeren de nodige persoo„ nen tot plaats vulling der geener die hun tijd uijt graden en wer metersz gediend. den 24:' Julij 1769. Lieden inden Cwvilenraad. in plaats van hem en Coopman. op in d' nev:s gem: saak kort en goed regt tedoen. gediend hebben, zoo wierd na resumptie derselve, goed„ gevonden en verstaan den krijgsraad neevens het Col„ legie van weesmeesteren voor nog een Jaar te Continu„ item van d: Camtie in dinlandje eeren; gelijk ook in den Civilen stads Raad den dog ontslag daar uijt van bloemen, vice preses Thomas campie en die drie Jnlandse Leeden, dog daar en teegen als zid daar uijt te ont„ en benoeming van vick en vanschrukslaan den ondercoopman Fredrik Willem Bloeme in wiens plaats zoo wel, als in steede van den over„ leedene Boekhouder willem Coopman weeder tot leeden wierden verkooren den ontfanger van 'sComp=s Revenuen David vick en Zoldij overdra„ ger gillis willem van Schrik. —. versoek van't pans ministerium Vervolgens deede den heer gouverneur de verga„ dering opleesen een van het franse ministerium te Pondicherij aan deese Regeering gecarteerde brief gedateerd 10. ' deeser verseld van diverse sticc„ ken, en bijlagen Contineerende versoek, om in het verschil tusschen eenen Bourtet de Hervillier en den luijtenant militair in dienst der E: Compag„ nie Pierre Jean Jollivet ter zaake eener onbe„ taalde wissel goed en kort Regt te doen; Maar de„ wijl het zaaken behelst die de Justitie betreft, en men niet weeten kan wat Jollivet daar tee„ gens. 559. den 24'. Julij 1769. titie te renvoijeeren. van aan m:r Labeaume als gemag„ tigde m:r bour let de hervellier daar in genoegen neemen. „suppediteeren zal, nopens nev:s gens al intebrengen heeft zoo wierd een paarig verstaan te stluijt die Caak aan de Justi„ voorschreeven zaak aan den agtbaaren Raad van Jus„ titie alhier te Renvoijeeren, onder aflanging van de voorschreeven ontfangene papieren met Last dat wan„ x neer die zaak voor haar Regtbank g'entameerd en met wat Last en geinstitueerd mogte werden, deselve na de uijtterste billijkheijt, en zoo kort mogelijk te termineeren tot wegneeming van alle reedenen van doleantie, wel„ ke over de langwijligheijt gegeeren zoude konnen wierden, met bekentmaaking aan het voorschree„ te doene kenins geving daar ven Franse ministerium, dat vermits de origineele documenten onder eenen monsieur Labeaume alhier gemagtigden van gedagte monsieur Bour„ het De Hervillier berusten, dierhalven hem kundschap gegeeven zoude werden, van de overwij„ sing van die affaire aan de Justitie alhier ten eijnde deselve ter Rolle te konnen introduceeren, hookedat het frans ministers waarmeede of met welke behandeling de Regee„ „ring geensints twijffelde of gemelde ministerium zoude genoegen Neemen, en de vergadering gelij ^ gelijk redene va ontentement ke reedenen van Contentement suppediteeren gem: wissel„ omtrend de betaaling van de bewuste wissel brief van monsieur Des Jardiens ten welken opzigte varbediering: weder betuygd die vering van neev:s gem: deferters wanneer die ministers bij derselve laate missive van den 15:' Courant, die teffens geproduceerd en geleesen wierd betuij„ gen, dat als nog geen het minste antwoord of schrijvens en wat dees regering verhoopt hadden ontfangen, maar vermits door die Pardan„ ce de geene die dat geld ter goeder trouwe aangedagte Desjardiens verschooten had, namentlijk den heer gouverneur en Raad Te Malacka merkelijk wierd geprejudiceerd, zoo hoopte men met de nog verwagt werdende scheepen er wel eenig narigt van aangebragt zoude werden, ten eijnde die affaire die al ses Jaaren geduurd, en veel schrijvens over en weeder gekost had, eens berustingen 'betgfte keruijte, haar beslag erlangen mag voor het overige vond de Regeering goed te laaten berusten bij de door gedagte ministerium gedaane promesse ter overgaave van eenen Francois Maisonneuve, die als slootemaker in dienst der E: Compagnie geweest is, dog zig voor eenigen tijd van hier geabsenteerd. heeft, na een door hem na alle apparentie geperpetreerd moord aanseeker vrouw„ mensch, dat in zijn verlaten huijs vermoord gevonden is; wanneer weeder van de noord, werwaards hij eenigen daagen voor den ontfangst van de brief deeser Regee„ ring ter zijner reclame onder dato 7. ' deeser maand af„ den 24e. Julij 1769 gegaan

NL-HaNA_1.04.02_3261_0785 view scan ↗

English

561. the 24th July 1769. Thereafter, the sloop De Walvisch, which had arrived, was dispatched to Palliacatta and Jaggernaijkpoeram to transport thither diverse merchandise etcetera, in deduction of the requisition made by the chiefs, to wit to the first-mentioned office: 7500 lb. bar copper Japanese in 60 chests 616 lb. foil or mace, and 500 pieces Chinese planks, as well as to the second mentioned factory 12685 lb. cloves, and 17500 lb. or 140 chests bar copper Japanese, and besides this 2000 mark Troy fine silver in order to be minted into Rupees at Jaggernaijkpoeram, with orders to be dispatched to the servants to proceed therein with the utmost prudence, since it was of great importance to the Honorable Company that these Rupees to be minted should circulate with as much credit as those of the foreign nations; thus it was deemed proper to instruct them to reduce the aforementioned silver, which was accounted at 11 deniers and 20 grains and at f 26 per fine mark, by the addition of refined copper to 11 deniers and 6 grains, which would be very advantageous for the Honorable Company and would yield an advance of 10 5/16 percent. But whereas, on the contrary, the well-founded objection was raised that the Pondicherry Rupees of 11 deniers and 14 grains are in circulation in the north with success, and thus the Rupees to be minted by the Honorable Company of lower alloy would not be accepted except with an agio exceeding the lower alloy, it was judged most advisable to have the sowcars and the merchants consulted on this matter and to take their opinion thereupon; and should it be found that one must proceed to the minting of the Rupees of 11 deniers and 14 grains, as appeared most probable to the assembly, it was understood to make a start therewith using half of the sent silver, and to send a small portion of those Rupees to Palicol and Bimilipatnam to experience whether this silver coin will circulate in the north just like the Pondicherry ones; in which case the other portion of the silver would then also have to be converted into Rupees, and to send here two assays, a small quantity of 10 to 20 Rupees as samples, together with an account of what was profited on that minting. 563. the 24th July 1769. After which, or upon a favorable outcome, it was understood that upon early receipt of the report thereupon, even before the breaking of the northern monsoon, more silver would be sent there; while they furthermore would have to inform this Government at how many Rupees the pagoda, both three-headed as well as new Nagapatnam pagodas, could each separately be issued and received back upon the sale of trade wares, under transmission of a clear and distinct specification and calculation thereof. The Bimilipatnam chiefs, having by their letters of the 10th July last, which were read in the meeting, submitted the requested excuse by the clerks Bastiaan Pleijt and Isaac Nieuwhof regarding the amount overcharged in the expense account of the ship Vaillant for water etc. furnished to that vessel, mentioned in the resolution of the 3rd April past; it was decided to let the same pass for this time, because it was said to have occurred erroneously, and the aforementioned overcharged amount has already been counted into the cash box by them; nevertheless, having the chiefs notify them to guard themselves against such errors in the future.

Dutch transcription

561. den 24'. Julij 1769. ' Jagi: en ten wat einde tot het slaan van raf=s en. prudentie te werk te gaan. te brengen. gegaan vertrocken was gereverteerd zoude weesen. — Daar na wierd na Palliacatta en Jaggernaijk, antiy vende chialoup de alvisch na poeram aangelegde chialoup De walvisch ter over„ breng na derwaards van diverse Coopmanschappen &=a in mindering van der opperhoofden gedanen Eijsch te„ weeten na het eerstgemelde Comptoir. —. 7500. —. lb: staafkoper Japans in 60. kistjes 616. – „ Foelij of macis, en 500. –. p.s Chineese planken, mitsg:s na de tweede gem: factorij 12685. -. lb: garioffel Nagulen, en 17500. –. „ of 140. kistjes staafkoper Japans, en buijten dien desluijt 200 mig sils na Jag: tesenden 2000. - mq: Trois bhaar zilver ten eijnde daarvan op Jag„ gernaijkpoeram Ropijen gemunt tewerden, met aftesendene last aan de bediendens om daaromtrend last de hed:s andierweeg:s met met de uijtterste prudentie tewerk tegaan, dewijl „ zeer dE: Comp. e er„ veel aangeleegen lag, dat die te munte„ ne Ropijen met al zoo veel Credit Roulleeren als vande die „ vreemde natien, zoo vond men goed haar te gelas, en dat zelx op e pennen s rijn ten het voormeld zilver dat van 11. penningen en 20. grijnen en teegens ƒ 26. het marcq fijn aangeree„ door kend was da den toeset van geraffineerd koper te brengen op 11. penningen en 6. grijn het geen voor d'E: Comp=s seer voordeelig weesen, en een advans van 10. /16. Pr Cento. bestenking daar teegen. raadsaam st' oordeeling van 't ge„ dierweg:s in te neemen. van 11 penn: 14 gr: overgaan moet, eerst met de helft te beginnen en een kl: gedeelte na bimilip=m en palicol te senden, en ten wat einde. —. der gedeelte ook te vermunten van dit heer te senden. p:r Cento geeven zoude, maar dewijl daar en teegen zig wel gegronde bedenking op deede, dat de Pondicherijse Ropijen van 11. penningen en 14. grijn om de noord met succes in de wandeling zijn, dus voorschreeven door dE: Comp=e temuntene Ropijen van minder gehalte niet geaccepteerd zullen werden als met een opgeld vaelen der saukaarsen Caspl: erd Ecedeerende het minder allooij zoo wierd Raadsaamst g'oordeelt daar over de saukaars en de Cooplieden te en zomen tot het slaan van rop:s laaten onderhouden, en derselver gevoelen dier weegens in teneemen, en wanneer ondervonden mogte werden tot de vermunting van de Ropijen van 11. penn: en 14. grijnen zullen moeten overgaan, gelijk zulks de vergadering het waarscheijnelijkste voorquam, is ver„ staan daarmeede dan met de helft van het overgaande zilver een begin te doen maken, en een kleijne gedeel„ te van die Ropijen naar Palicol en Bimilipat„ nam te zenden, ter ervaaring of die zilver munt eeren als de Pondicherijse om de noord Roulleeren item in Cas van reupte hetan„ wil; in welk geval dan ook het ander gedeelte van het zilver in Ropijen zoude moeten werden gecon„ en 2 ½rneffes n ev:s de req: euere, erteerd, en daar van dit heen oversenden twee proef„ jes een quantiteijtje van 10. â 20. Ropijen tot monster„ neerens een Reekening van het geen er op die vermun„ den 24e. Julij 1769 ting 563. dat hier tesenden „gelast zijn. over te veel opgebragte bij d'onkost reecq: van 't schip vaillant te passeeren. „ting geprofeteerd was, na het welke, of bij een favora ble reusite verstaan wierd, bij een vroegtijdige erlanging inwelk weal nog meerder zel„ van het narigt dierweegens, nog voor het doorbreeken van de noorder mousson meerder zilver dat heen te sen„ den, terwijl zij voorts deese Regeering nog zoude moe„ ten informeeren, teegens hoeveel Ropij de pagood, soo drie en wat t' bed:s dierwegen als der beeldige als nieuwe Nagapatnamse pagooden, ieder afsonderlijk zoude konnen werden uijtgegeeven, en bij verkoop van handel whaaren er weeder voor ontfan„ gen, onder oversending eener klaare, en duijdelijke spe„ cificatie en uijtreekening derselve. —. De Bimilipatnamse opperhoofden bij derselver versogt om excuus van bimilip=m letteren van den 10. ' Julij J=o Leeden die ter vergadering wierd opgeleesen het versogt Excuus door de pennis„ ten Bastiaan Pleijt, en Isaac Nieuwhof voor„ draagende, over het teveel opgebragte bij de onkostreec„ quening van het schip vaillant, voor verstreckt waa„ ter etc: aan dien boodem, ter resolutie van den 3. ' april pass=o vermeld, is verstaan het zelve voor dit maal te besluyt, zal, voor dit maal passeeren, om dat het abusivelijk geschied zoude zijn, en het voormelde teveel opgebragte door haar reeds in Cassa geteld is, haar nogthans door de opperhoofden dog miet met recommandatie te laaten aanseggen, zig voor diergelijke abuijsen in 't den 24e: Julij 1769 vervolg.

NL-HaNA_1.04.02_3261_0788 view scan ↗

English

the 24th of July 1769. Approval of the advance to contractors, though under certain conditions. Decision to abandon the collection of the 600 packs of Guineas of the new weave. And carefully await the outcome of the servants' promise regarding the defective state of the rejects sent by the Vaillant. 3000 rupees to two private merchants. Furthermore, approving the advance made by the chiefs of 3000 pagodas or f 13500 to two private suppliers, Noena Nageesja and Tangoela Appanna, provided care is taken that linens are received for it, and the conditions regarding this are promptly fulfilled; meanwhile, it would have been a desirable matter if the required 600 packs of Guineas of the new weave could have been fulfilled; but since the merchants and suppliers still persisted in declining its provision without any noteworthy price increase above the bonus of 5 percent granted by Their High Excellencies for its delivery, await the new demand it was understood to abandon it for now, and in due time await what effect will be or become of the promise made by the chiefs that every effort would be made to deliver a good quantity of that assortment for the upcoming demand, or the demand that was recently sent to them. Faint excuse regarding the dirty and Furthermore, the Council found the excuse made by the servants regarding the dirtiness and defective condition of the rejects sent with the ship Vaillant very faint and weak, 565 the 24th of July 1769 1 returned short pieces too late small cash account in that regard it will be pleasant if promptly ordered to Jaggernaijkpoeram consequently taking it into no consideration whatsoever; wherefore it was resolved once again to order the chiefs to keep an eye on it themselves so that in the future such rags will no longer be sent, and further to inform them that their request to obtain damaged pieces in order to return them to the merchants was received too late, or after the sale thereof had already been settled, and thus to have the loss thereon specified to them in due course according to the proportion of the valuation for which that merchandise was accepted pursuant to the Resolution of the 19th of April last, in order to be recovered from those whom it concerned. Furthermore, it was resolved regarding the requested settlement and accounting of the petty cash by the widow of the deceased second Jan Visscher to refer to what had been written repeatedly by the government in that regard, with a declaration to be made that this government would further be very pleased if the full sloop's cargo of packs, though consisting of only 80 pieces, were ordered to Jaggernaijkpoeram in time for transshipment into the ship Westervelt, and would give even more reason for satisfaction, and even much more if the 30 mentioned in the margin could also be sent there when the 30 bales which the chiefs say were due to arrive within a few days were likewise sent over to Jaggernaijkpoeram. The lease of Bimilipatnam and dependent villages having yielded no more than 16000 rupees per year or 64000 pieces for four years, thus contrary to the estimate of this government, which had imagined a higher yield and revenue, it was understood to be content therewith, all the more so because it still surpasses the revenues which those villages have yielded for some years, expecting that the chiefs would diligently endeavor according to duty to increase the revenues from time to time. And furthermore, the decision upon the proposal made by the chiefs for the readmission into the Company's service of a deserter who arrived there, Lodewijk Boek of Haarlem, who had formerly arrived in the service of the Honorable Company in Bengal, and was pressed there by the English and forced into their service, was suspended until he has arrived here and it has been discovered what sort of man he is, since the servants have been repeatedly instructed the 24th of July 1769. 567. the 24th of July 1769. not to admit any vagabonds. And it was furthermore resolved to express the surprise of this government regarding the stagnation of trade there, for which reason the servants will be asked for clarification whether the roads to the upper lands are not yet safe, and further to authorize them to write off the expense account for the month of May, as well as to pay out to the gunner Christoffel Lodewijk Schrijver what he is owed on three pay accounts to the amount of f 648. 1. 5. 2. Whereupon the Governor communicated to the Council the report given by the chief Pfeiffer regarding the decease of the second Daniel Bartholomeus Truter, presenting at the same time the necessity of providing the factory again with a second as soon as possible, and for this His Honour proposed the bookkeeper and commissioner of the mint here, Isaac Brouwer, who was thereupon appointed to that post, and it was simultaneously resolved to let him depart thither with the sloop De Poeijoer, with the necessary recommendation of concord and fidelity.

Dutch transcription

den 24' Julij 1769. approbatie van d' verstrecking van rantiers dog onder wat mits —. besluijt van den insaam van d' 600. pack: guin:s van 't nieuw weissel aftesien. en 't effect van der bed:s belofte noffens de fecteerise gesteld heid de p:r vaillant gesondene uijtschotten. vervolg zorgvuldig tewagten. —. 3000 rlb a2. particuliere Eere„ Werdende wijders geapprobeerd de door de opperhoofden gedaane verstrecking van 3000. pagooden of ƒ 13500. aan twee particuliere leveranciers Noena Nageesja, en Tangoela appanna, mits zorge draagende dat 'er lijwaaten voor in koomen, en aan de voorwaardens dienaangaande promt voldaan vierde, ondertussen zoude het een gewenschte zaak geweest zijn, indien de gevorderde 600. packen guinees van het nieuw waet„ sel hadden konnen voldaan werden; maar dewijl de cooplieden en leveranciers dies besorging als nog bleeven declineeren, zonder eenige naamwaardige prijs verhooging booven het door haar hoog Edelens toegevoegd doceur van 5. p. r Cento voor dies leverantie, den nieuwe eijsch aftewagten zoo wierd verstaan daar maar van aftesien, en op zijn tijd aftewagten van wat Effect weesen of worden zal, der opperhoofden gedaane beloften dat alle moeijte aanwenden zoude, om op den aanstaande, of den Eijsch welke haar Jongst toegesonden is, een goede quantiteijt van die zortzering te leeveren. —. „voor flaauw ex cus wes: de morsige en Voorts quam den Raad seer flaauw en sober „ der be„ diendens gemaakt Excuus nopens de morsigheijd en de„ fectieuse gesteldheijd van de met het schip vaillant over„ gesondene 565 den 24' Julij 1769 1 te lante koortelstucken te rug kleijne Cassa aan 't dierweg:s dig op Jagg: besteld word sal het aangenaam weesen gesondene uijtschotten gevolgelijk in geen de minste aan„ merking over zulx goedgevonden wierd de opperhoofden nogmaals te gelasten om selfs er het oog over te laaten last dierwegens gaan op dat in het vervolg diergelijke vodden niet meer werden overgesonden, en haar voorts kennisse te geeven, dat derselver versoek ter erlanging van gegaate stucken om te doen kennis geving dat haar aan de Cooplieden terug tegeeren, te laat of na dat den verkoop derselve reets gereguleerd ontfangen was, en dus het verloorene daarop na rato van de taxatie waar voor dat goedvolgens Resolutie van den 19:' april Jo leeden aangenoomen was, haar bij geleegend„ heijt te laaten opgeeven om van die het aangong in„ gevorderd te werden. —. Wijders wierd geresolveerd noopens de bedeelde vere, retertenst: 't evenijder der„ vening en verandwoording van de kleene kas door de een en andermaal gesz: — weduwe van den overleedene secunde Ian visscher zig te Refereeren aan het een v andermaal geschreevene door de Regeering dienaangaande, onder te doene betuijging dat wijders deese Regeering zeer aange„ en die ne: gem: lading pakk: tij„ naam zoude weesen, ingevalle de volle chialoups La„ ding packen, schoon maar in 80. stuks bestaan tijdig op Jaggernaijkpoeram wierden besteld ter overschee„ ping in het schip Westervelt, en nog meer reeden tot genoegen ƒ en nog veel meer als de ter zijden verm: 3o ook nog dat heen gesonden konde werden genoegen geeven zoude, wanneer de 30. fardeelen die de opperhoofden zeggen binnen weijnige daagen stonden in te koomen, almeede naar Jaggernaijk poeram waa„ ren overgesonden. — De verpagting van Bimilipatnam en onderhoorige dorp en niet meer dan 16000. Ropijen 'sJaars of 64000. stux voor vier Jaaren, dus buijten de gissing deeser Regeering die er een hooger rendement en inkoomen voorgesteld hadde opgeworpen hebbende, is verstaan sig daarmee„ de te getrocsten, te eerder om dat het nog surpasseert de revenuen dewelke die dorpen 't zeedert eenige Jaa„ ren hebben afgeworpen in verwagting de opperhoof„ den zig volgens pligt bevlijtigen zoude de inkomsten van tijd tot tijd te doen accresseeren. —. En wierd wijders gechurgeerd de dispositie op der opper„ hoofden gedaane voordragt tot readmissie in 'sCompag„ niet dienst van eenen aldaar overgekoomene overloo„ „ in per Lodewijk Boek van Haarlem, wel eer „ den dienst van dE: Maatschappije in Bengale gearriveerd, en al„ daar door de Engelsen geprest en tot het overgaan in derselver dienst gedwongen tot dat denselven herw=s overgekoomen en ontdekt zal weesen, wat man het is nadien de bediendens te meermaalen aangeschree„ den 24e: Julij 1769. ven. 567. den 24:' Julij 1769. ven zijn geworden, geen landloopers te admitteeren. —. En men vond wijders goed de surprese deeser Regeering te betuijgen over den stilstand van den verthier aldaar, uijtwelken hoofde de bediendens om Elucidatie ge„ vraagd zullen werden, of de weegen na de boovenlan„ den nog niet veijlig zijn, en haar voorts te qualificee„ ren tot de afboeking van de onkostreekening van de maand Meij, als meede tot de afbetaaling aan den Cannonier Christoffel Lodewijk Schrijver van het geen denselven op drie zoldij reekeningen te goed heeft ten emporte van ƒ648. 1. 5. 2. Waar na den heer gouverneur den Raad Commu„ vrolg nicatie gaf van het gegeeven berigt door het opper„ hoofd Pfeiffer nopens het overlijden van den secunde Daniel Bartholomeus Truter stellende teffens de noodsaakelijkheijd voor, om het comptoir weeder zoo spoedig mogelijk met een tweede te voorsien, en wierd door zijn Edele daartoe voorgesteld den boekhouder en gecommitteerde in de munt alhier Isaac Brou„ oer die ook daarop daartoe aangesteld, en met ee„ nen beslooten wierd denselven met de chialoup de Poeijoer na derwaards te laaten vertrecken, met de noodige Recommandatie tot rensgesindheijd en fidel„ le.

NL-HaNA_1.04.02_3261_0792 view scan ↗

English

to the promotion of the master's interest, and furthermore with that small keelboat also to dispatch the following goods in deduction of the requisition made from there, namely: 50 small chests of cloves, 4 sockels of mace, 200 small chests of copper, and the alum received for that office, together with medicines and other small provisions for the household; which small keelboat was also resolved to have call at Sadraspatnam in passing, in order to take in and transport to Bimilipatnam the heavy coir anchor cable mentioned in the resolution of 19 April. With regard to the office of Palliacatta, it was resolved to authorize the chiefs to write off the expense account of the month of June last, alongside the letters from the officials of the 13th of this month received here; and further to promote the assistant there, Philippus Jacobus Dormieux Junior, to bookkeeper at ƒ 30 per month. The warehouse keeper Jan Onstee having made an application to be allowed to let his accumulated salaries, amounting to ƒ 2085. 18. 3., serve as security for his currently held administration, and this in place of his deceased guarantor Johannes Camper, it was agreed to condescend thereto, provided that the suretyship of the surviving fellow guarantor Johannes Dumon remains in effect. Also read were the letters received from Jappanapatnam, Trinconomale, and Manaar dated 5, 10, and 15 current, to which it was deemed proper to write the necessary replies when the opportunity arises, as they primarily served as a cover for the papers sent over, etc. It having appeared from the delayed report of the findings regarding the delivered cargo per the sloop De Nagtegaal sent thither, received from Sadraspatnam, that the rosewater sent was unusable as a gift, being infested with jellyfish-like impurities and other filth, as well as the defective condition of the timber; it was agreed, before deciding on this matter, to make the required inquiry into the condition thereof when they were shipped from here. Owing to the death of the equipment master here, Cornelis de Vos, and the bookkeeper at Jaggernaijkpoeram, Petrus Hollebeek, two guarantors are missing for the seconds at Palicol and Jaggernaijkpoeram, Mr. Jacob Pieter de Neijs and Johannes Dumon; thus it was agreed to order them to provide two other guarantors in their places and to send the certificates thereof hither for approval. Whereafter Johan Jurgen Sieman of Altona, who arrived in India in the year 1766 as a gunner at ƒ 11 and has since arrived here on the Coast, and was admitted to clerical service and granted the ordinary assistant board money, upon the expiration of his term and on account of his good conduct and demonstrated diligence according to the testimony of the secretary of this council, was promoted to absolute assistant at ƒ 24 per month and a new contract of five years; as also, upon the further good testimony given by the said secretary in favor of the provisional assistant Johan Fredrik Samuel Neitje of Magdeburg, who came to this country in anno 1767 as a soldier at ƒ 9, and in consideration of his indigence, being still indebted to the Honorable Company for a sum of ƒ 76. 11. 10. on his transport debt and thus enjoying only half pay, which could not suffice for someone who earns so little, he was promoted to junior assistant at sixteen guilders to serve out his current contract. Likewise, the sailors Joseph Roelstraaten of Courtrai, Johan Hendrik Lens of Hamburg, Johan Thomas of Amsterdam, Barend Grasman of Haarlem, Bartholomeus Bertrant, Pieter Konink of Leiden, and Cornelis Smul of Dordrecht were changed into soldiers; while it was also agreed to grant the young sailor and apprentice seaman among them earning ƒ 8 and ƒ 7 the usual pay of nine guilders per month, and to hand them the necessary documents thereof; just as the soldier Joan De Rosaijro of Bengal was increased in pay from ƒ 9 to ƒ 11; and on the other hand, upon his request, the soldier Frans de Abre of Trinconomale was discharged from the Company's service and set at liberty, whose pay was agreed to be written off starting from today. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam on the date aforementioned. It was signed as above. 24 July 1769 Wednesday.

Dutch transcription

le behertiging van 'smeesters intrest, en voorts met dat Kieltje ook aftesteeken de ondervolgende goederen in mindering van de van daar gedaanen Eijsch; als 50. kistjes garioffel Nagulen 4. Zockels foelij 200. kistjes kooper, en het alluijn voor dat Comptoir ontfangen, mitsgaders medicamenten en verdere kleenigheeden tot de huijshouding, welk Kieltje men teffens besloot in passant Sadraspatnam te laa„ ten aangieren, ter inneeming en vervoer na Bimi„ lipatnam van het swaar Caijer an hertouw ter Re„ solutie van den 19. ' april vermeld. —. Ten opsigte van het Comptoir Palliacatta wierd beslooten de opperhoofden te qualificeeren tot de afschrij„ ving van de onkostreecquening van de maand Junij Jongst„ leeden neevens der bediendens letteren van den 13:' dee„ ser alhier ontvangen en wijders tot boekhouder met ^ termaand ƒ 30. te bevorderen den adsistent aldaar Philippus Jacobus Dormieux Junior. Den pakhuijsmeester Ian onstee instantie ge„ daan hebbende om zijne tegoed gemaakte zoldijen bedraagende ƒ 2085. 18. 3. te moogen laaten dienen tot securiteijt voor zijn thans bekleedende adminis„ den 24' Julij 1769. tratie 569. den 24'. Julij 1769. sadras p:r gesondene onbruijkbaar rooje „„water en defectieuse houtwerk. om in steede van de overleedene de„ tratie, en zulks insteede van desselvs overleedene borg Johannes Camper is verstaan daar in te Condescen, dog onder wat mits deeren, mits standhoudende de borgtogt van den nog inweesen zijnde meede borg Johannes Dumon. —. Ook wierden geleesen de ontfangene brieven van Jappa, losing van dise eijlonxbrieven napatnam, Trinconomale en Manaar de datis 5. ' 10. ' en 15. ' Courant waarop men goedzond bij geleegend„ heijt het noodige te rescribeeren, als voornament„ lijk gediend hebbende ten geleijde van de overgeson„ dene papieren &=a. —. Bij de van Sadraspatnam ontfangene uitgestelde despestien o f:t na bevinding der uijtgeleeverde laading per de chialoup De Nagtegaal na derwaards overgeroerd te vooren gekoomen weesende dat het gesondene Roosewater onbruijkbaar was, tot geschenk als met quallen en andere vuijligheijd beset zijnde, als ook de defec„ tieusheijd der houtwerken; zoo verstond men alvoo„ rens daarop te disponeeren de vereijschte informatie en tot wanneer te doen na de gesteldheijd derselve, wanneer van hier waaren afgescheept geworden. —. Mits het overlijden van den Equipagiemeester alhier last and Jagi: n palicol pecunde Cornelis devos en den boekhouder te Saggernaijkos andere borge te stellen poeram Petrus Hollebeek twee borgen gemende te. bevordering van p:l adjis:s tot abplutd: met ƒ24. te manqueeren voor de secundens te Palicol en Jagger„ naijkpoeram M=r Jacob Pieter de Neijs en Johan„ nes Dumon, zoo wierd verstaan deselve te gelasten twee andere Cautionarissen in derselver plaatsen te stellen en de actens daarvan dit heen ter approba„ tie tesenden. —. Waarna Iohan Iurgen Sieman van Altona ao 1766. voor Bosschieter met ƒ 11. in Jndia en zeedert hier ter Custe aangeland, mitsgaders aan de penne dienst geadmitteerd en met het ordinaire adsistente kostgeld begiftigd, mits tijds Expiratie en om de wille van zijn goedgedrag, en betoonde vigilantie volgens getuijgenisse van den secretaris deeses raads beworderd wierd tot absolut adsistent met ƒ 24. termaand en een nieuw verband van vijff Jaaren; diten van eenander tot fe k it 1 6. soo als ook op de alverdere gegeevene goede getuij„ genisse door gedagte secretaris ten faveure van den provisioneel adsistent Iohan Fredrik Samuel Neitje van Maagdenburg anno 1767. als zoldaat met ƒ 9. in het land gekoomen en uijt Consideratie van zijn behoeftigheijd als nog een somma van ƒ76. 11. 10. op zijn uijtgebragt Transport aan dE: Comp „met debet zijnde dus maar halve gagie geniet „ dewelke den 24'. Julij 1769. niet. 37 571. Changeering van eenige matt=n tot zold:t aan de geene die zoo veel niet winnen niet bestaan konde denselven bevorderd is, tot Jong ad„ „er sistent met sesthien guldens om„ zijn loopend verband voor uijttedienen. —. Gelijk nog tot zoldaaten gechangeerd vierden de mattroosen Ioseph Roelstraaten van Cortrijk, Johan Hendrik Lens van Hamburg, Johan Tho„ mas van Amsterdam Barend Grasman van Haarlem, Bartholomeus Bertrantn Pieter Konink van Lijden en Cornelis Smul van Dor„ drecht; Terwijl teffens verstaan is aan de sig onder entsteging van ƒ9:' maands deselve bevindende J=o mattroos en hooplooper met ƒ 8. en ƒ 7. de gewoone besolding van Neegen guld=s ter maand toeteleggen, en haar daar van de nodige actens ter handen te stellen, soo als nog in gagie van ƒ 9. tot ƒ 11. wierd verhoogd, den zoldaat Joan verhooging in Jaije van eer zold:t De Rosaijro van Bengale, en daar en teegen e verland antslag aan een ander op zijn gedaan versoek uijt 'sComp=s dienst ontslaagen en in vrijdom gesteld is den zoldaat Frans de Abre van Trinconomale wiens gagie verstaan wierd van heede af te laate afschrijven. —. Aldus Gedaan en Gearresteerd Jn't Casteel Tot Nagapatnam dato voorsz: /:was geteekend/ als vooren den 24 ' Julij 1769 Woensdag.

NL-HaNA_1.04.02_3261_0796 view scan ↗

English

Inspection of 100 lb of nutmegs that have arrived from Batavia packed in tobacco. Wednesday the 2nd of August Anno 1769. In the morning at half past seven o'clock. Upon the convocation of the Lord Governor, all the members having assembled at the appointed hour at the Company's trade warehouses here, in dutiful compliance with the respected order of Their High Noble Excellencies contained in their missive of the 31st of May last, and extract of the general resolution of the 10th of April prior, there was opened and examined with the required precision the chest with 100 lb of garbled nutmegs packed in Javanese or other similar native tobacco and sent hither with the ship Vreedelust, to see how the same were found, in order to supply the highest mentioned with a detailed report of this finding; whereupon, on inspection, the joints of the planks, especially of the lid which consisted of two pieces, were found to be open or parted from one another, apparently due to the drying out of the planks, since the skipper of the aforementioned vessel, Cornelis Pietersz, who was also present, declared that upon its receipt at the Indian headquarters the seams had been well joined and tight, but the rope with which the chest was bound crosswise had been broken into pieces when the chest was brought on board, as he demonstrated by the knot tied into the same; furthermore, the aforementioned chest being weighed unopened and gross, was found to be 157 1/2 lb, thus 3 1/2 lb less than the invoiced gross of 161 lb, as also the tare or the empty chest, recorded at 58 lb, was likewise found upon re-weighing to be no heavier than 54 lb, thus dried out by 4 lb; and proceeding then with the garbling and further treatment and re-weighing, there were found: in good nutmegs: lb 93 - - in mite-infested and pierced ditto: lb 6 1/4 - in tobacco and the dust of the mite-infested nutmegs among it: lb 3 3/4 - Shortfall: lb - 1/2 - Total: lb 103 1/2 - To which added the found tare: lb 54 - - Together: lb 157 1/2 - Agreeing thus with the found weight before opening; and upon further examination the nutmegs were furthermore found to be externally sound and well-constituted, although the smell of the tobacco had somewhat absorbed into them, but nevertheless on the inside or internally upon cutting through nothing thereof was noticed, nor had it imparted any noteworthy unpleasantness to the taste, except only that upon a further accurate inspection in the innermost parts of some of those nutmegs a small oblong cavity or hollow was discovered, which was attributed to the drying out of their fatty and oily juices and thus also to be the original cause of the infection and mite infestation that follow upon it; which nutmegs were further separated from the tobacco and laid out to air until, in fulfillment of the honored intention of Their High Noble Excellencies, a further trial of them was to be made. And it was further agreed, for speculation, to open and examine one of the nutmeg chests recently received undisturbed with the ship Westervelt, in order to perceive how the same, which upon arrival were found to be very good and uninfected, and for that reason were left ungarbled, would look; which having been carried out by the garbling of a chest No. 251 taken from the pile for that purpose, having weighed 110 1/4 lb net, there came forth from it 103 1/2 lb of good nutmegs and 7 1/4 lb of mite-infested ditto, thus the mite infestation of this last chest was found to be no greater than that of the first to which the tobacco had been added; whereof it is also understood to keep note in this, and to have the aforementioned good nutmegs transferred to the consumption chest for daily sale. Thus done and decreed at the Company's trade warehouses at Nagapatnam, date as above. Signed: as before. Monday the 14th of August Anno 1769. In the morning at eight o'clock. Political Council Meeting held. All present. Except: The Merchant, Mint Master and Adigaar Cornelis Pietersz, The Junior Merchant and Second Warehouse Master Jan Diderik Cererin, and The Junior Merchant and Assayer Jacob van Tessel, all three on account of occupation in the Company's service. Request having been made by the skipper of the ship De Vrouwe Cornelia Hillegonda, bound from the Netherlands to Bengal, Johannes Sigismundus Hoere, by request, for obtaining fresh provisions and drinking water, both for the lay days and the voyage, as well as one last of katjang, and 3 lasts of rice, item some medicines in place of what has been consumed, as further contained in the aforementioned petition, reading as follows: To the Honorable, Valiant Sir Pieter Haksteen, Extraordinary Councilor of Netherlands India, as well as Governor and Director of this Coromandel Coast with its dependencies, together with the Council. Honorable, Valiant Sir and Sirs! Your Honorable, Valiant Sirs' humble and obedient servant Johannes Sigismundus Hoere, skipper on the ship Cornelia Hillegonda, currently lying here in the roads, bound from the Netherlands to Bengal, but arrived here manned with 250 European seafarers on account of sickness of the crew and lack of water, etc., humbly requests that for the benefit of the said vessel and crew there may be furnished here fresh provisions for the lay days, and the necessary drinking water both for that time and the further voyage; item also Three lasts of rice the 14th of August 1769 One

Dutch transcription

besigtigng van 100 lb noten die in dabak gelegt van bata„ via gekoomen zijn. Woensdag Den 2. ' Augustus A:o 1769. Smorgens Te half agt uuren Op de Convocatie van den heer gouverneur de gesa„ mentlijke leeden zig ter bestemder uur aan 'sComp.s nego„ tie pakhuijsen alhier vervoegd hebbende, wierd inschuldige opvolging van Haar Hoog Edelens g'agt bevel vervat bij hoogst derselver missive van den 31. ' Meij J:o leeden, en Extract generaale Resolutie van den 10. ' april bevoo„ rens geopend en met de vereijschte nauwkeurigheijd g'examineerd, de kist met 100. lb: geguarbuleerde na„ ten in Javase of andere gelijk soortige Jnlands Talak afgepakt en met het schip vreedelust dit heen geson„ hoedanigdeselve bevonden in den om van dies bevinding hoogst gemelde een omstan„ dig berigt te suppediteeren, zijnde daar op bij besig„ ^ de voeging liging ^ der planken, insonderheijd van het deksel dat uijt twee stucken bestond, open of uijtmalkande„ ren geweeken bevonden apparent door het indroogen der planken alsoo den schipper van genoemde bodem Cornelis Pietersz:, die er teffens present was, verklaar„ de bij dies ontfang ter Jndiase hoofdplaatse de na den viel gevoegd en digt geweest waaren, dog het touw waar„ meede. 573. den 2. ' augustus 1769. meede de kist kruijslings gebonden is aan stucken geweest was toen de kist aan boord is gebragt geworden; gelijk hij het zelve met de knoop in het zelve gelegd aantoon„ de, werdende voorts voormelde kist ongeopend bruto ge„ woogen zijnde, bevonden 157.½. lb: dus 3. ½. lb: minder dan het aangeschreevene bruto van 161. lb: gelijk ook de tawa of de leedige kist beschreeven 58. lb: meede bij na„ weeging niet swaarder bevonden is dan 54. lb: overzulx 4. lb: ingedroogd; en daar op met de guarbileering en verdere behandeling en naweeging voortgegaan wee„ sende, wierden aan goede nooten bevonden. . . lb: 93. –. –. ran vermeiterde en aangestookene d=tas - - - - - - „ 6. ¼. — aan Tabak en het daar onder weesende stof der vermijterde nooten - - - - - - „ 3. ¾. —. Te kort Teld. . . . lb: 103.½. -. Waar bij gevoegd de bevondene Tara - - - - „ 54. —. —. . - lb: 157. 1½. -. Tesaamen Accordeerende dus met het bevondene gewigt voor de ope„ vervolg ning, en men bevond wijders bij verdere examinatie de nooten voor het uijtterlijk gaaf en wel geconstitueerd te zijn, schoon de reuck van de tabak eenigsints aan sig getrocken had, dog egter van binnen of inwendig bij doorsnijding niets daarvan bespeurd is, nog eenige - - - - - -„ —½. —. naam= . - . vervolg den 2. ' aug=s 1769. „naamwaardige onaangenaamheijd aan de smaak toege„ bragt heeft, dan eenelijk dat bij een verdere nauwkeu„ rige besigtiging in de binnenste deelen eeniger dier noo„ ten een kleijn langwerpige Kuijltje of holte ontdekt wierd en het geen men toeschreeff aan de indrooging van de vette en oliagtige sappen derselve en dus ook de oorspronkelijke oorsaak te weesen, van de infectie en vermijtering die 'er op volgen. welke nooten voorts van de tabak afgesonderd telugten gelegd wierden tot dat in voldoening van haar hoog Edelens gevene„ reerde intentie 'er een nadere proef van genoomen stond tewerden. En men quam wijders over een tot speculatie een der nooten kisten Jongst met het schip westervelt onbestort ontfangen, te openen en te Examineeren ten eijnde te ontwaaren hoedanig deselve, die bij den aanbreng heel goed, en ongeinfecteerd bevonden weesende, daarom ongeguarbuleerd gelaaten zijn, zullen uijtsien gelijk het zelve gevolg genoomen hebbende bij guarbuleering van een daar toe uijt gehoop genoomene Kist N=o 251. Netto gevroogen hebbende 110. ¼. lb: daar uijt aan goede nooten 103. ½. en aan vermijterde dito 7. ¼. lb: voortgekoomen zijn dus de vermijtering van deese laaste kist niet grooter bevonden 575. den 14'. Augs. 1769. van d' Cornelia hillegonda bevonden is, als van de eerste daar de tabak bij gedaan was, waar van meede verstaan is in deesen aanteeke„ ning te houden, ende voorsz: goede nooten in de Consump„ „tie kist tot den dagelijksen verthier te laaten overbren„ gen. v. Aldus Gedaan en Gearresteerd aan 's Comp=s Negotie Pakhuijsen Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren. —. Maandag Den 14:' Augustus A„o 1769. 'S morgens ten agt uuren Politicque Vergadering Gehouden alle Present Demptis Den Coopman muntmeester en adigaar Cornelis Pietersz Den ondercoopman en Tweede pakhuijsm=r Jan Diderik Cererin, en Den ondercoopman en Essaijeur Jacob van Tessel alle drie mits occupatie in 'sComp=s dienst Door den schipper van het uijt Nederland naar versogt vevesching: oo de sle Bengale gedestineerd schip de vrouwe Cornelia Hill„ gonda, Johannes Sigsmendus Hoere bij Requeste versoek oop insersie van 't request versoek gedaan zijnde, ter erlanging van verversing drink„ water, zoo voor de legdaagen als de rijse, mitsgaders een Last Cadjang, en 3. Lasten rijst, Jtem Eenige medica„ men ten insteede van het verbruijkte nader vervat gevon„ den werdende bij het voormeld versoekschrift; aldus luijden„ de. v. Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Haksteen, Raad Extra ordinair van Neder„ lands Jndia, mitsgaders gouverneur en directeur deeser custe Cormandel met den Resorte van dien, neevens den Radd. —. Wel Edelen Gestr: Heer en Heeren! UWelEd: gestr: onderdanigen en gehoorsaamen dienaar Johannes Sigismundes Hoere, schipper op het thans alhier ter Rheede leggende schip Cornelia Hillegonda uijt Neder„ land na Bengale gedestineerd, dog mits ziekte van 't volk en gebrek aan waater &=a alhier aangekoomen bemand met 250. Europeese zeevaarende, versoekt ootmoedig dat ten behoeve van gem: boodem en volk alhier mag werden verstreckt verversing voor de legdaagen, en 't noodig drinkwaater zoo voor die tijd als de verdere Rijse; item nog Drie Lasten Rijst den 14e. Augs. 1769 Een.

NL-HaNA_1.04.02_3261_0801 view scan ↗

English

577. the 14th of August 1769. Vredelust to be dispatched back quickly. Proposal of the Governor that no linens are expected from Sadras and Paliacatta before the month of September. One last of cadjang, as also the necessary medicines, instead of that consumed on the voyage; undersigned: Which doing etc. Thus it is agreed, as the matter stands, to condescend to that submitted request, and consequently to have both provided at once, so that that vessel could continue the voyage to Bengal as quickly as possible by the 22nd or 23rd of this month, by which time the largest part of the sick transferred to the hospital here will be recovered, or brought into such a state that they can undertake the voyage. In compliance with the revered order of Their High Mightinesses the Noble High Indian Government at Batavia, to dispatch back the ship Vreedelust as quickly as possible, the Governor proposed to the assembly that until today no news had been received from Paliacatta nor from Sadras of the appearance at one of those factories of the sloops expected from the north, and therefore, by all appearances, before the end of this and possibly even in the coming month of September no linens will be brought from those factories, so that The aforesaid The proposal to load that vessel with the packs on hand, to note those arriving before the departure at the foot of the invoice, to send Vlietlust back thither after taking in the bricks, to send off from here with it the packs that arrive after the departure of Vreedelust. Airing done of the nutmegs repacked in Javanese tobacco, inspection and tasting of the same against others, and how they were found. the aforesaid His Honour further proposed to proceed nevertheless with the loading of the named vessel Vreedelust from the packs already on hand, so that that vessel, departing early from here, might still be at Batavia according to the intention of Their High Mightinesses before the departure of the first shipment, and if in the meantime some bales should happen to be brought from the southern offices before the departure of the said keel, it is agreed to note them at the foot of the same without altering the invoice, and also to dispatch orders to Sadraspatnam to send the ship Vlietlust back hither when it shall have taken in the projected bricks, and therewith to send off from here the packs that might still arrive after the departure of Vreedelust, so that the bales may serve for Europe, to be sent along with the return ships of the second shipment. Pursuant to that recorded in the resolution of the 2nd of this month, the nutmegs received from Batavia repacked in Javanese tobacco, having been laid out for some days for airing, and the 14th of August 1769. as 579. the 14th of August 1769. Decision how to proceed further therewith to Their High Mightinesses. Received accounting regarding the woodwork and rosewater sent to Sadras from the surveyor and dispensary master. Insertion of the same. some of them being now brought into the assembly, accurately inspected, and tasted against other nuts, it was found that the smell as well as the taste were somewhat infected by the tobacco, which notice thereof it is agreed to note in the departing letter to Their High Mightinesses, and at the same time approved, in compliance with the aforesaid revered order of Their High Mightinesses, to repack the aforesaid nuts in two separate small boxes, one half with native tobacco and the other half without the same, and to let them stand for some time, in order to make a further trial thereof. Conformable to that resolved in the session of the 24th of July last, to make the necessary inquiries after the actual condition of the woodwork and rosewater transported to Sadraspatnam with the sloop De Nagtegaal under date of 5 June previously when the same had been shipped from here, the accounting thereanent from both the overseer of the works and the dispensary master having now been received, reading as follows: To the 14th of August 1769. To The Honourable Sir! Henricus Leembruggen, Senior Merchant and Head Administrator here. Honourable Sir, Pursuant to your Honour's very esteemed order requiring me to give account why the woodwork sent to Sadraspatnam was cracked, too short, and rotted, I take the humble liberty to demonstrate to your Honour that the 50 pieces of cracked mill planks which were found among a lot of 200 pieces were partly brought hither from Batavia in such condition, and it is also partly caused by the strong sunshine and fierce west and south-west winds, which cause the woodwork to dry out and crack to such an extent, to which all sorts of sawn planks are subject that are sawn not according to the grain of the wood, but straight through, and as the grain of the wood is often sawn right across, they therefore very rapidly begin to crack upon drying out, to which must also be attributed of the 148 pieces of tun planks among 270 pieces and of the 8 pieces of leaguer staves among 500 pieces that were sent; the Ambon beams and capstan bar beams are never of equal length and

Dutch transcription

577. den 14. ' augs. 1769. vredelust spoedig te rugte depe„ Cheeren. voordragt van den h:r geoverneur dat voor d' maand 7bev: geeen lijwaa„ „ten van sadras en poll: werden Een Last Cadjang, als ook de nodige medicamenten; insteede van 't verbruijkt op de Reijse /:onderstond:/ 'T welk doende &a. 2. Soo is verstaan in die gedaane instantie zoo als het Condescendance daar in legt te condescendeeren, en mits dien het een en ander ten eersten te laaten verstrecken, op dat dien bodem zoo spoedig mogelijk de reijse naar Bengale konde voortsetten teegens den 22: of 23. ' deeser, tee„ gens wanneer het grootste gedeelte van de in het hos„ pitaal alhier overgebragte zieken gereconvaliseerd, of in die staat gebragt zullen weesen, dat de Rijse onderneemen kunnen. —. Involgoening aan de gevenereerde ordre van Haar ordre haar hoog Ed:s om het schip„ hoog Edelens de Edele Hooge Jndiase Regeering te Batavia, om het schip vreedelust zoo spoedig moge„ lijk terug te depecheeren droeg den heer gouverneur de vergadering voor, dat tot heeden nog geen narigt aangebragt. van palliacatta nog van Sadras bekoomen was, van de opdaging op een dier factorijen van dis van de noord verwagt werdende chialoupen, en dus na het sig liet aansien voor het laast van deese en mogelijk wel in de aanstaande maand 7ber: geen lijwaaten van die factorijen aangebragt zullen wierden, in voege Welmelde. aan handen weesendepack: te belaven 't vertrek in koomen deselve aan de voet der factuur bekend te stellen Vlietlust na 't inneem en der steegen weeder de thien te senden. ker de pack: die na 't vertrek ver vreedelust inkoomen bak afgepakte nooten selve teeg:s andere, en hoedanig bevonden zijn. — welmelde zijn Edele alverder proponeerde, om met de propositie on dien lodem met de belading van genoemde bodem vreede lust van de packen, die men reeds aanhanden heeft, maar voort„ te gaan, op dat dien bodem vroegtijdig van hier vertrecken„ na de, nog o de intentie van welmelde haar hoog Edelens voor het vertrek van de Eerste besending te Batavia p een zoer al eenige pack: ver daar var zoude kunnen weesen, en zoo 'er intussen nog eenige fardeelen voor het depart van gedagte kiel van de zuijder Comptoiren aangebragte mogte wierden, is verstaan zonder de factuur te veranderen, onder aan de voet ordre na Jarras om het schip derselve, bekend te stellen, mitsgaders na sadraspat„ nam, ordre te expedieeren om het schip vlietlust, wan„ „de neer het „ geprojecteerde steenen zal ingenomen hebben, weeder herwaards te zenden, en daarmeede van hier en daarmeede von hier aftctien afte steeken de packen die na het vertrek van vree„ de lust nog inkomen mogte, ten eijnde de fardeelen voor Europa dienen kunnen, om nog met de retour„ scheepen van de tweede besending versonden te werden. — gedaane lugting van deden te„ Ingevolge het aangeteekende ter Resolutie van den 2:' deeser maand de van Batavia in Javase besigtiging en proering der, tabak afgepakt ontfangene noten musschaten middelbaare eenige dagen ter lugting gelegd, en den 14. ' aug=s 1769. als. „ 579. den 14'. aug=s. 1769 aen haar hoog Ed: rder te handelen. ver den landmeeter een dispenc: werken en roose waater. als nu eenige daarvan in vergadering gebragt, nauw„ keurig besigtigd, en teegens andere nooten geproeft weesende, wierden bevonden dat de reuk zoo wel, als de smaak, door de tabak eenigsints g'infecteerd 't gegevene kennisse daar van zijn, het geen verstaan is, bij de aftegaane brief aan haar hoog Edelens te noteeren, en teffens goedgevon„ den voorsz: noten in naarvolging van welmelde besluijt hoedanig daarmeede haar hoog Edelens gerenereerde ordre in twee bijson„ dere kasjes, de eene helft met Jnlandse tabak en de andere helft sonder deselve afte packen en eenige tijd te laten staan, ten eijnde 'er en nadere proef van genomen te werden. Conform het beslotene ter sessie van den 24.:' Julij ingekoome verandwoording J=o leeden, tot het doen van de nodige informatie, na weeg:s het na Cadras gesonden hout de weesentlijke gesteldheijd, der na Sadraspatnam met de Chialoup De Nagtegaal onder dato 5. Junij bevoorens overgevoerde houtwerken, en rosenwater wanneer deselve van hier afgescheept waren geworden, als nu ingekomen zijnde, de ver„ antwoording dierweegens zoo van den opsiender der werken, als den dispencier, aldus luijdende infertie derselve Aan den 14.' aug=s 1769. Aan Den E: E: Heer! Henricus Leembruggen, oppercoopman en hoofd-adminis„ trateur alhier E: E: Heer Ingevolge uwer E. E: seer g'Eerde ordre begeerende mijn te doen verandwoorden, waarom de na Sadraspatnam gesondene houtwerken gescheurt, te kort, en vermolmt waaren, neeme ik de needrige vrijheijd, uwE: E: te vertoo„ nen, dat de 50. p=s gescheurde moole planken, dewelke onder een parthij van 200. p=s gevonden zijn, gedeeltelijk van Batavia alhier zodanig zijn aangebragt, en ook gedeeltelijk veroorsaakt is, door de sterke Zonneschijn, en felle weste, en zuijd weste wrinden, dewelke de hout„ werken zodanig doen uijtdrogen en scheuren, waaraan alle zoorten van gesaagde planken, onderheevig zijn, „ het „de dewelke niet volgens „ draad van „ hout, maar regt door werden gesaagt, en alsoo de draat van het hout, dikwils, dwars door gesaagt werd, en daar door seer schielijk bij 't uijtdroogen, aan het scheuren gaan, aan het welke men ook van de 148. p=s tonne planken onder 270: p=s en van de 8. p=s leggerduijgen, onder 500. p=s dewelke verson„ den, zijn moet toegeschreeven werden, de ambon balken, en windboom balken, zijn nooijt van even gelijke lengte en

NL-HaNA_1.04.02_3261_0805 view scan ↗

English

581. the 14th of August 1769 and thickness often differing very much from one another, and if one were to complain about every beam and plank that did not contain its exact length and thickness, this would give your Honor very much work; but they are sorted out according to the work, taking the thickest for the heaviest, and the thin for somewhat lighter work. That there were, however, found among the capstan bar beams some that were rotten cannot well be, because such were not shipped off, and also no such timbers are to be found among those under my responsibility, although it may well be that at the ends there are some signs of white ants that may possibly have been there, which may well be, because the capstan bar beams, being the lightest, are frequently used for scaffolding for the laborers, whose ends, in order to stand firmly, are placed into the ground, and then the white ants may get to them, for which, however, the due care was taken as much as possible. Also, the timbers from Batavia are all stacked up each according to its kind; the laborers who need them sort out from them that which can best serve their work, and therefore it is that at the end the best timbers are not left behind, although they were all taken from the pile just as they lay, without sorting, as your Honor will be able to learn from the commissioners who were present at the receipt and shipment. Wherewith the 14th of August 1769 Wherewith I hope to have complied with your Honor's very esteemed order, so I have the honor to call myself, underneath stood, Honorable Sir, your Honor's humble and obedient Servant, was signed, Is. Mossel, in the margin, Nagapatnam the 26th of July 1769. Lower underneath stood, we the undersigned declare that the timbers were shipped off in our presence just as the overseer of the works has stated above, lower underneath stood, Nagapatnam the 26th of July anno 1769, was signed, J. A. Donieux and Et. van Son. To the Honorable and Worshipful Sir Henricus Leembruggen Senior Merchant and Head Administrator here. Honorable and Worshipful Sir, The undersigned dispenser, having been ordered to account for the 40 bottles of rose water sent to Sadraspatnam per the sloop the Nagtegaal on the 4th of June last, of which, according to the findings of that office dated the 14th thereafter, some bottles were found half, one quarter, and one eighth empty, and moreover the water infested full of jelly-like impurities and thus said to be unusable, it is so that, dutifully observing that order, he gives to know that among the quantity of 200 bottles brought this year per the ship Westerveld, no more than six pieces were received half empty and refilled, so that there were then none remaining that 583. the 14th of August 1769. were half empty. Yet concerning the remainder, which are said to be 1/4 and 1/8 empty, that this was not caused in the dispensary here, as in some there was at most only 1 1/2 and 1 inch less, which were also brought in as such, but of which, to avoid all caviling, no mention was made upon the inspection, because the deficit of one inch on a bottle, and that at the neck, constitutes at most half a small cup, so that in case there is so much deficit as is now reported from Sadraspatnam, this must have been caused on the sloop, for which the responsibility does not fall upon the undersigned, since he shipped them off just as they were received by him. And regarding the impurities with which that water is infested, concerning that it remains by the findings of the just-mentioned ship that it was received as such. All of which then shows that the undersigned is neither the cause of the deficit nor of the spoilage, and therefore he hopes herewith to have complied with the aforementioned esteemed mandate, remaining for the rest with much respect, underneath stood, Honorable and Worshipful Sir, your Honorable Worship's humble, most obedient and most dutiful Servant, was signed, H. A. Johnson, in the margin, Nagapatnam the 26th of July 1769, underneath that stood, we the undersigned ordinary commissioners testify that the reverse and above contains the pure truth, as well as that the second mate Jan Hanssen received the said to send to Sadraspatnam. to deal with goods. to receive no other timbers to give notice at once bottles personally in the dispensary, was signed, D. Vick and I. Gronau. Resolution, the copy, and so on, after reading those documents, it was approved and resolved to send copies thereof to Sadraspatnam, with orders to the chiefs to manage with them as best as possible and with the least disadvantage to the Honorable Company, therefore to purify the rose water from the jelly-like impurities with which it was infested, in order to have all the more appearance, as well as that the timbers, although defective, must be employed and used in the best possible manner in the Company's service; while on this occasion it was at the same time resolved, by extract hereof, to order the overseer of the works to receive no timbers from the ships henceforth other than those that are properly branded with the mark of the Company and the letters with which, in accordance with the respected order of their High Mightinesses contained in their Resolution of the 28th of May 1764, they ought to be provided, and upon the delivery of any such, to give notice thereof at once, so that provision can be made therein as required. the 14th of August 1769. Furthermore

Dutch transcription

581. den 14'. Aug=s 1769 en dikte verscheelende dikwils seer veel de Een van de an„ der, en als men over ider balk, en plank dewelke zijn nette lengte en dikte niet in hield, wilde lastig vallen, zoude zulx uwE: E: seer veel werk geeven, maar men soekt deselve uijt, na maate het werk is, neemende de dikste voor het swaarste, en de dunne tot wat ligter werk, dat egter onder de windboom balken, gevonden zijn, die vermolmt waaren, kan niet wel zijn, dewijl zulke niet afgescheept, en ook zulke onder mijn verantwoording zijnde, houtwerken niet te vinden zijn, hoewel het wel kan weesen, dat aan de en den eenige teekens zijn, van witte mieren, die daar mogelijk zijn aangeweest, het geene wel kan zijn, dewijl de windboom balken, als de ligste zijnde, veel tijds ge„ breijkt werden tot stellagien, voor de arbeijdslieden, welkers en den om vast te staan, in de grond gezet wer„ den, en dan daar wel de de witte mieren bij komen, waar voor egter soo veel mogelijk de verschuldigde zorg werd gedraagen, ook werden de houtwerken van bata„ via, alle ijder in zijn soort op een gestapelt de arbeids„ lieden, die deselve moeten hebben, zoeken daar uijt het geene best tot hun werk dienen kan, en daarom is 't dat op het laast de beste houtwerken niet overblij„ ven, hoewelse alle van de hoop soo als dezelve lagen zijn afgenoomen, zonder uijt te zoeken, gelijk uwE: E: zulx van de gecommitteerdens, die bij den ontfangst en afscheep zijn geweest, zal kunnen verneemen. Waarmeede den 14.' aug=s 1769 Waarmeede verhoope, aan uwE: E: seer g'Eerde ordre voldaan te hebben, des d' Eere hebbe mij te noemen. /:onderstond:/ E: E: Heer uwer E: E: onderdanige en gehoorsaame Dienaar /:was geteekend:/ I=s Mossel, /:in margine:/ Nagapatnam den 26. ' Julij 1769. /:lager onderstond:/ wij ondergesz: ver„ klaaren dat de houtwerken in onse presentie zodanig zijn afgescheept als den opsiender der werken hier boven gezegt heeft /:onderstond lager:/ Nagapatnam den 26: ' Julij a:o 1769. /:was geteekend:/ J: A: Donieux en E=t van Son„ Aan den E: E: Agtbaaren Heer Henricus Leembruggen oppercoopman en hoofd-adminis„ trateur alhier. — E: E: Agtbaare Heer Den ondergeteekende dispencier geordonneert zijnde zich te verantwoorden weegens de per de chialoup de Nagte„ gaal in dato 4:' Junij p=s na Sadraspatnam gezondene 40. flessen Roosenwaater, waarvan volgens bevinding van dat comptoir de dato 14. ' daaraan, sommige flessen half, Een quart, en Een Agste leedig bevonden, en boven dien het water vol kwallen bezet, en dus onbruijkbaar zoude weesen, zo es 't dat hij dat bevel schuldpligtig observeerende te kennen geeft, dat onder de per het. schip Westerveld, in deesen Jaare aangebragte quanti„ teijt van 200. flessen niet meer als ses stux half leedig ontfangen, en weeder opgevult zijn, in voegen 'er toen geen die 583. den 14. ' Aug=s 1769. die half leedig waren resteerden= Dog concerneerende de overige die gesegd worden ¼. en 7/8. leedig te zijn, dat zulx in't dispens alhier niet is veroorsaakt alsoo op sommige op zijn best maar 1:½. en 1. duijm min„ der is geweest die almeede zodanig aangebragt zijn dog waar van om alle vitterijen te vermijden, bij de bevinding geen mentie gemaakt is, dewijl de minderheijt van een d=m op een fles en dat nog bij de hals, op zijn best een half welk„ je uijtmaakt, zoo dat ingevalle er zo veel minderheijd is, als thans van sadraspatnam opgegeeven word, zulx op de Chialoup veroorsaakt zijn moet, waarvan den ondergeteekende de verandwoording niet incumpeert, alsoo hij deselve zodanig heeft afgescheept, als ze bij hem ontfan„ gen zijn. x. En rakende de zwallen, waarmeede dat water bezet is, daaromtrent blijft, bij de bevinding van even gem: schip dat het zelve zodanig ontfangen is. Alle het welke dan aantoond, dat den ondergeteekende nog oorsaak van de minderheijt, nog van 't bederf is en dierhalven verhoopt hij hiermeede van voorsz: g'Eerd mandaat voldan te hebben, blijvende voor 't overige met veel Eerbied /:onderstond:/ E: E: agtb: Heer, uwel Edele agtb: ootmoedige gehoorsaamste en onderdanigste Dienaar /:was geteekend:/ H: A: Johnson, /: in margine:/ Nagapatnam den 26:' Julij 1769 /:daaronderstond:/ Het omme en boovenstaande betuijgen wij ondergesz: ordinai„ re gecommitteerdens, de suijvere waarheijd te behelsen, mitsgaders dat den onderstuurman Jan Hanssen, gedagte na fadrasp=m te zenden. goederen te handelen. geen andere houtwerke te ontf: ten eersten kennisse te geven gedagte flessen Persoonlijk in't dispens ontfangen heeft, /:was geteekend:/ D= vick, en I: Gronau. —. besluijt de cosipate enso is na gedaane leesing dier geschriften, goedge„ vonden en verslaan, de copyen daarvan na Sadras„ en ordre hoedanig met die patnam te zenden; met ordre aan de opperhoofden om daaromtrend soo goed mogelijk, en ten minsten nadeele van dE: Comp: zig te te moeten redden, dierhalven het rosewater van de kwallen waarmeede het zelve beset was, te zuijveren, om des te meer aansien te hebben, mits„ gaders de houtwerken schoon defect op de best mogelijk„ ste wijse in 'sComp=s dienst moesten wierden g'emploijeerd ordre aan den landmeteron„en verbruijkt; terwijl te deeser geleegentheijd teffens dan die behoorlijk gebrand zij verstaan is, bij Extract deeses den opsiender der wer„ ken te ordonneeren om voortaan geen houtvierken van de scheepen te ontfangen, dewelke met het merk van de Comp=e en de letters waarmeede conform de gevenereerde ordre van haar hoog Edelens, vervat bij hoogst derselver Resolutie van den 28. ' Meij 1764. deselve voorsien moeste weesen, niet gebrand mogte en bij aanbreng van ander zijn, maar bij aanbreng van diergelijken 'er ten Eer„ sten kennisse van te geeven, op dat daarin naar verEijsch voorsien kan werden den 14e. augs. 1769. Voorts

NL-HaNA_1.04.02_3261_0809 view scan ↗

English

585. for the revival of the trade at the roadstead somewhat favorable seemed worth mentioning loading of the ship Vlietlust sloop arrives the pack into the ship expectation that at Sadras everything would be employed all the more because the circumstances the profit in June is entirely expectation that with respect to the hold nothing will be neglected further orders if toward the 20th to load. the 14th August 1769. the 14th August 1769 arrived with stones the same to send hither to send hither the expense account of June along with the said deserters expectation, that the Paliacatta servants at the new contracting will recommend the improvement of the cloths. Furthermore, in reply to the letters written hither by the aforementioned chiefs of Sadraspatnam, dated 10, 19, and 28 July last, as well as the 5th of the current month, it was approved to declare that since they have already been provided with the requested mace and cloves, the latter from the newly arrived parcel which was found dry, this Government therefore expected that everything would be employed to give the trade a good prospect, since the circumstances, through the cessation of the troubles, seemed to be somewhat favorable for it, wherefore the profit on the sale in the month of June amounting to f 622:3. 7. 8 was by no means worth mentioning. Just as the meeting also expected that concerning the loading of the ship Vlietlust with the prepared freestone stonework, nothing would be neglected, and thus no hour uselessly wasted, in order to have as much thereof taken in as could conveniently be loaded and carried away, with further orders to be dispatched, so that in case no sloop from the north should appear there by the 20th of this month, with which the packs that are ready could be shipped, to then also load the ship, and such a small vessel that arrives there at the roadstead after the 20th, to dispatch hither solely with one- and two-foot freestones, as well as to cause the aforementioned ship Vlietlust to turn its course hither, whether it took in packs or not; while it was approved to authorize the chiefs to write off the expense account for the month of June last, amounting to pagodas 249. 3. or f 1121. 1. 4, as well as for the sending hither of the deserters Johan Hartwig Haggeas and Christoffel van Marzel delivered by the English at Chingleput. Upon what was written from Paliacatta in the letters of the chiefs of 19 and 22 July, also the 2nd of the current month, it was approved to make known the expectation of this Government that the chiefs, in the conference to be held with the merchants concerning the new contract, should especially observe and pay attention to the so highly necessary recommended improvement of the linens, for which purpose the same should not only be most earnestly represented to the merchants; but also that during the sorting, the linens to be supplied by them must be examined most strictly; and furthermore, approval was given for the sending hither of the unsaleable coffee beans, flour, and sulphur, sandalwood, and tin, as well as the speedy dispatch to Jagannathpuram of the sloops De Anthonia Dorothea and De Walvisch. Granted discharge from the service, and placed in burgher freedom, was the junior assistant David Jansz, concerning which it was resolved, according to the order, to send him a certificate thereof, and to charge the amount of the stamped paper to be used for that purpose according to the regulation per memorandum thither, for reimbursement into the treasury there. Furthermore, having reviewed the three received letters from Porto Novo dated 29 July, 2 and 9 of the current month, it was not doubted that the reported lack of water will have already ceased due to the surface water that has come down, and that the same will thus have enabled the merchants to finish the reasonable quantities of linens supplied by them as quickly as possible and to send them hither, in case it should be their earnest intention to: the 14th August 1769. 587. hither of the sloop Antonia Dorothea. to the assistant D. Jansz to send and the amount of the same to be charged thither. what is at Porto Novo will have already ceased their linens item of the speedy dispatch granted discharge from the service resolved to let him have a certificate thereof no doubt whether the lack of water and the merchants thereby enabled to complete the 14th August 1769.

Dutch transcription

585. tot opluijking van den verthier heede eenig sints gunsteij schee„ met naamwaardig „ge belading van't schip vlietlust chialoup komt de pack in't schip Voorts is in antwoord op der voormelde Sadraspatnam, verwagting dat te Cadras alles se opperhoofden dit heen geschreevene brieven, de zoudeweren aangemend datis 10:' 19.:' en 28. ' Julij Jongstleeden, mitsgaders 5. Courant goedgevonden te betuijgen, dat vermits zij reeds met de g'Eijschte foelij en Nagulen de laaste uijt de nieuw aangebragte parthij die droog bevonden waaren, voorsien zijn geworden, deese Regee„ ring dierhalven verwagtende was, dat alles aan„ geviend zoude werden om den verthier eenen goeden aanschouw te geeven, nadien de omstandigheeden te meerdewijl de omstandig„ mits het Cesseeren der Troubelen daar toe eenig nen sints favorabel scheenen te weesen, dierhalven 't 't gewonnene in Junij is ganto geprofiteerde op den verkoop in de maand Junij importeerende ƒ 622:3. 7. 8. gants niet naamwaar„ dig was. —. Gelijk de vergadering ook verwagtede, dat om verwagting dat mit tot holde trend de belading van het schip vlietlust met de versuijmd werden zal in gereedheijd weesende Arduijne steenwerken, niets versuijmd, en dus geen uur nutteloos verspild zoude werden, om soo veel daarvan doen inneemen, als gevoegelijk laden en wegvoeren konde met verdere last zoo or tegl en 20 gen„ aftesendene Last, om in gevalle 'er teegens den 20:' te laden. deeser geen Chialoup aldaar van de noord opdagen den 14e. Augs 1769. mogte den 14. ' aug=s 1769 op gedaagd met steenen dito heen te Zenden heen te zonden de onkostreecq: van Junij nev:s gem: deserteurs verwagting, dat de pall: bed=s bij de nieuwe contractie de verbe„ „tering der doeke aan bevelen. teeren zoude mogte, waarmeede de in gereedheijt zijnde packen, afge„ scheept konde werden, deselve dan almeede het schip en een kieltje dat na de: t, on tegeeren, en zodanig kieltje dat na den 20. ' daar ter Rheede arriveerd enkel met arduijne een en twee voets steenen dit heen te depecheeren soomeede den mitsg: 't schip ok weer dit steeven dit heen te doen werden het voormeld schip vlietlust schoon packen innam of niet terwijl qualificatie ter afboeking van men goed vond de opperhoofden te qualificeeren tot de afboeking van de onkostreekening van de maand Junij Jongstleeden groot pra/o 249. 3. off item ter dit heen sending van ƒ1121. 1. 4. soo meede tot de herwaards zending van de door de Engelsen te Singelepette uijtge„ leverde deserteurs Johan Hartwig Haggeas, en Christoffel van Marzel. Op het geschreevene van Palliacatta bij der opperhoofden letteren van den 19. ' en 22:' Julij item 2:' Courant vond men goed de verwagting deeser Regee„ ring te kennen te geeven dat sij opperhoofden bij de te houdene Conferencie met de Cooplieden over de nieu„ rie petitie speciaal in agt neemen, en Letten zoude, op de soo hoognodige aanbevolene verbeetering der lijwaaten, ten welken eijnde het zelve de Cooplieden anitsler bij't sortere arecein niet alleen ten serieusten voorgehouden; maar ook bij: 387 587. dit heen van de Chialoup anth: Dorothea. 6 6 aan den adsistent D: Jansz: van te senden en 't bedragen van 't selvuel dat heen ten laste te brengen. wat ir te poot: sal reeds gecesseerd gesteld weesen hare lijwaten bij het zorteeren, de door haar aantebrengene Lijwaaten, ten scherpsten g'excuteerd moeste vierden, en men keurde wijders goed de te doene overzending dit heen van de invendibele koffij boonen, bloem en swavel, san„ delhout en thin, zoomeede de spoedige depeche naar item vande spoenige depeche„ Jaggernaijk poeram van de chialoupen De Anthonia Dorothea, en de Walvisch. —. Werdende voorts uijt den dienst ontslagen en in verleend ontslag uijt den dienst burger vrijdom gesteld, den Jong adsistent David Jansz:, waarvan verstaan is, hem na de ordre besluijt hem een bewijs daar een bevrijs te doen toekomen, en het bedraagen der daar toe volgens het Reglement te verbruijkene gestempeld papier per Memorie dat heen ten Laste te brengen, ter remboursement in cassa aldaar. Voorts geresumeerd weesende de ontfangene drie nontwijffeling of 't gebrek aan ye ren van Portonovo de datis 29. ' Julij 2. ' en 9:' Courant, wierd niet getwijffeld of het opgegeere ge„ brek aan water zal reeds door het afgekomen opperwater opgehouden weesen, en het selve dus de Cooplieden in staat gesteld hebben, om de door ende coopl: daar, door instoot haar aangebragte redelijke quantiteijten lijwaa„ te verairdigen ten ten spoedigsten te absolveeren, en dit heen te zenden, ingevalle het met haar Ernst mogte weesen, den 14. ' aug=o 1769. om: 381

NL-HaNA_1.04.02_3261_0812 view scan ↗

English

money for the continuation of the collection, both regarding the collection and the reduction, would vanish, as they would be if they deliver linens for the money already received, his promise both regarding the collection became the more alarming. In which case one might remit some money over to this side to vigorously continue the collection, if one could place any reliance or certainty both upon that and upon their assertion, with which they supported their request to obtain more cash, namely that the more money they were provided with, the better and more easily they could reduce their debit; but it being considered that of all their promises, both with respect to an abundant collection and the reduction of their debts, nothing has come, and upon the closing of their account they have vanished into smoke, the assembly therefore assumes that it will be a great achievement if those merchants deliver complete linens for the cash already received by them. For which reason it was also understood to recommend to the resident in the most emphatic terms the application of all diligence not only to promptly fulfill his promises regarding this, but also to ensure that their old debit was reduced as much as possible, as the latter, on account of its magnitude, became increasingly alarming the longer it lasted; to which end, and also to grant her claim, in order to afford her every possible opportunity to do so, it was unanimously resolved, however unreasonable her claim of Pags. 656: 1/r. or f2864. 16: 4. –. for the re-bleaching and dyeing of the said wetted linens mentioned in the Resolutions of this table of the 5th, 17th of June, and 17th of July otherwise is, to have their account credited for it, and further to have that amount written off to merchandise expenses, as they, the merchants, according to a document sent over here, continued to urge very strongly for obtaining that sum; and with respect to incurred packaging expenses on the 5 packs of linens delivered here by the merchant Papoe Chittij, it was understood to have the same made known on the invoice thereof, and further to have the amount thereof paid out to the warehouse masters here, who provided the packaging for it. Likewise, it was approved to have the 13 packs of ordinary bleached guinees, resorted and accepted here on the 6th of July, calculated against the previous prices paid, as the contract had first to be fulfilled before the increase of 8 per Cent granted by Resolution of the 22nd of December of last year could take place, with further orders to earnestly urge the suppliers of the bankaals toward their prompt delivery. Furthermore, it was regarded by the assembly as a good matter that the Moorish supreme judge, who recently arrived there from Arcadoe, had denied the fakirs or the Mohammedan begging monks the possession of the garden of the debtor of the deceased Resident Jacob Jacobsz., named Mia sahib, and had awarded it to that debtor, besides making some other arrangements regarding the payment of the debt to the estate of the said Jacobsz., so that no doubt now remains concerning the settlement and full balancing thereof; it was understood to agree to the request made for that debtor to make a journey to the other coast to collect his outstanding debts there, the more so as the said resident testified that the house and aforesaid garden were worth fully as much as the amount of the debt. —. Likewise.

Dutch transcription

penn: tot voortsetting vanden in„ zo nob=s den insaam als de dimi„ verdwijnen weesen zal zoo ze voorde reeds waten leeveren. zyn belofte zo weg=s den insaam hoe sorgelijker wierden. in watgevalmenvelenige om den insaam met kragte voorttesetten als wan„ saan zoudehinnen overmaken. neer men soo daar op zo wel, als op derselver voor„ geeren waarmeede zij hun versoek ter erlanging van meerder Contanten secondeerden namentlijk dat van hoe meerder geld zij voorsien wierden hoe beeter en facielder haar debet verminderen kon„ den, eenige staat of seekerheijd gemaakt konde werden, men wel nog eenige Penningen zoude konnen consideratie dat hare promesse overmaken, maar geconsidereerd zijnde, dat van natie haere chulde Heeds in ok alle haare beloften zo ten opsigte van eenen opuilen„ ten Jnsaam als diminutie haarer schulden niets geworden, en bij het sluijten der reekening derselve, supositie dat 't verregebragt toos in rook verdweenen zijn, soo veronderstellen„ genotene gelden compleet lij de vergadering als verre gebragt te zullen weesen, indien die marchiandeurs voor de reeds bij hun genotene Contanten, compleet lijwaaten aanbrag„ recomm: aanden resesent om ten uijt welken hoofde dan ook verstaan wierd, als de schulden te voloen. den resident op het nadruckelijkste te recomman„ deeren ter aanviending van alle vlijd, om desselvs beloften daar omtrend, niet alleen prompt te vol„ doen, maar ook te zorgen, dat haaren ouden debet dewijl de laaste hoe langen soo veel mogelijk verminderd wierde, dewijl het zelve om de wille van dies Jmportant: hoe langer hoe sor„ den 14e' auga. 1769 gelijker. 589. weeg=s de herbleeke Lijwaten „te Crediteeren. en 't selven op onkosten van Coop„ man sz: aftekz: vande alh:r door papoe Chittij van daar bekend te stellen „alhier te verstrecken. pack. guin: gem: gebl: teeg=t de gelijker wierd; ten welken eijnde dan ook, en ook in williging van haar potentie d om haar alle mogelijke occagie daartoe aan de hand te geeven, eenpaarig beslooten wierd, hoe onree„ delijk anders ook haare pretentie is van Po/o 656: 1/r. of ƒ2864. 16:4. –. voor het herbleeken en verwen der bewruste nat gewordene lijwaaten ter Resolu„ tien deeser tafel van den 5. ' 17:' Junij en 17. ' Julij ver„ meld, derselver reekening daarvoor te laten Credi,„ besluijt haar reecq: daar voor teeren, en dat bedragen wijders op onkosten op Coop„ op manschappen te laten afschrijven, dewijl zij mar„ chiandeurs op het erlangen van dat montant vol„ gens een dit heen overgesonden geschrift seer sterk bleeven urgeeren; En ten opsigte van gevallene pa„item om de packagie ongelden kagie ongelden op de 5. packen lijwaten door den geleverde r hack bij de pectur Coopman Papoe Chittij alhier geleeverd, is verstaan deselve bij de factuur daar van bekend te doen stel„ len, en het bedragen derselve wijders aan de pak en't bedrage aan den pakhuijsmnt. 8 huijsmeesters alhier, die de Emballagie daar toe verstrekt hebben te laaten uijt keeren. Gelijk nog goedgevonden wierd, de op den 6:' Julij besluijtde als g'acpteerde J=o leeden alhier gehersorteerde en g'accepteerde 13. ord: prijs te berekenen packen guinees gemeen gebleekt, tegens de voorige be„ taalde prijsen te doen bereekenen, dewijl eerst aan den 14. ' aug=s. 1769. het. den 14.'. aug=s. 1769. vande bankaals. nieuwe opregter gemaakte schie„ miasahib om een togt nade overwal te crediten en woorom te meer het contract voldaan moeste werden, eer de bij Re„ solutie van den 22. ' december des gepasseerden Jaars toegestaane verhooging van 8. p:r Cento plaats aansz: ter spoedige besorging Kkonde vinden, met verdere aanschrijvens om de leveranciers van de bankaals met Ernst aante„ setten tot de spoedige besorging derselve, werdende aangenaam E=d over de door de voorts bij de vergadering voor een goede saak aan„ king nop:s de debileuir aan parongesien, dat den onlangs aldaar uijt Arcadoe aan„ gekomene moors opperregter, de fackiers of de mahometaanse bedel monnicken de possessie van de thuijn van den debiteur van den overleedene Resident Jacob Jacobsz: in naame Mia sahil ontsegd, en aan dien debiteur toegeweesen hadde, buijten nog eenige andere arrangementen omtrend, de betaaling van de schuld aan gedagte Jacobsz: boedel genoomen invoegen aan de voldoening en volle verevening derselve, nu geen twijffel meer accordeering aan denselven overblijvende, verstaan is, te accordeeren, in het „ doen ter inpalming zijne voor dien debiteur gedaan versoek om een togt na de overwal te doen ter inpalming zijner uijtstaande schulden aldaar, te meer gedagte resident be„ tuijgde, dat het huijs en voorsz: thuijn ruijm zoo veel als de schuld bedroeg. —. Gelijk.

← previousnext →