VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3261

Coromandel · 1,168 pages · 348 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3261_0815 view scan ↗

English

the 14th of August 1769. It was likewise decided to send thither the requested gift goods, in order to be offered to the Duan of the lord Nabab, by name Atjena Pandiet, who was expected there; as also, for the provisioning of the seafaring personnel present there, to cause 50 parras of paddy to reach the said Resident, with the promise that, in place of the clerk Hendrik Wijnand Verschuijlenburg summoned hither, another clerk would be allowed to cross over when opportunity offered. In the matter of the factory at Jaggernaijkpoeram, it was agreed, upon the letters received from there dated 30 June, 3, 7, and 11 July past, to express satisfaction regarding the prompt dispatch hither of the sloop De Papegaaij, after the 75 bales brought along from Bimilipatnam had been unloaded from it for transshipment into the ship Westerveld, as there was a great shortage of vessels here; however, on the other hand, the profit obtained on the merchandise sold in June appeared very meager to the council, having amounted to no more than ƒ18312. 13. —; yet, since it was hoped that the returns for July and August would be more favorable, it was resolved earnestly to exhort the chiefs toward a resurgence of sales, so that their factory, upon the closing of the books, might once again show a substantial sum yielded from the trade, to make up for what the southern factories, due to the troubles, have been unable to supply in that regard; with the promise that, in order to facilitate this as much as possible, one would send, by the first available opportunity, beyond the 12685 lb of cloves already sent with the sloop De Walvisch, the quantity of 8000 lb of those spices and 1540 lb of mace newly requisitioned by them, as well as as much of the other required goods as could be spared from the stock here. Furthermore, the monthly expense account for the month of June and the supplies made for the benefit of the sloops De Papegaaij and De Nagtegaal were validated for write-off, and the soldiers Andries Benedictus Thooms of Jaffanapattnam and Caijtano Olizeira of Mozambique were increased in wage from ƒ9 to 11 guilders per month each. In reply to the letters received from Bimilipatnam dated 22 June and 3 July last, the arrangements made and the disposition taken regarding the administration of the second position on account of the death of the second Daniel Bartholomeus Truter were provisionally approved, until the same should be filled again by this Government; just as the dispatch of 75 bales by the Papegaaij and 25 ditto by the Nagtegaal to Jaggernaijkpoeram met with the approval of this Government, although it would have been more pleasing to the assembly had the number been somewhat more considerable; but since, according to the report of the servants, this was to be attributed to the continuous rain which had prevented them from getting ready the 57 bales lying on the bleaching ground before the departure of the last-mentioned sloop, it was therefore expected that the chiefs would exert themselves with all zeal to significantly revive the collection there, which, to the particular displeasure of this Government, is going so exceedingly backwards, and to provide substantial evidence of it against the arrival of the ship from the Ganges, by having a considerable consignment of linens in readiness. From the letter received from Palicol dated 3 July last, it having appeared that of the 15606 three-figure pagodas sent for the service of that factory to Jaggernaijkpoeram, 8000 pieces had already been transferred, which were to be followed by the remainder, alongside the Pag: 449. 20. ½ belonging to the estate of the late second Johannes Camper, and to be sent over for the liquidation of his debt to the petty cash; this appeared pleasing to the Council, under the promise to be made to that place that as soon as one should become provided with gold, in which there was still a deficiency, the three-figure pagodas still missing on their requisition would be minted and sent to them; the Government furthermore noting with satisfaction that the merchant Cottari Mengaija

Dutch transcription

591. den 14. ' aug=o 1769. goederen voorden daan antjena wat eijnde. dere pennist en plaats van verschuijlenburg spoedige sending dit heen vande lip: packen. winst en Junij Gelijk men ook besloot na derwaards te zenden de besluijt de verogte schenkagie gerequireerde schenkagie goederen, om aan den ginterndiel dat hen te zenden verwagt wierdende duan van den heer Nabab, in naame Atjena Pandiet, g'offereerd te werden; soomeede tot de verstrecking aan de ginter sig be„tem 50. parr=s nelij, enten vindende zeevaarende gedagte Resident te doen toekomen 50. parras Nelij, met promesse dat in belofte ter zending van een an„ steede van den dit heen ontbodene pennist Hendrik Wijnand verschuijlenburg bij geleegentheijd een ander pennist zoude laten overgaan. —. sen belange van het Comptoir Jaggernaijk poeram genoegen na Jaggem: van de is verstaan op de van daar ontfangene letteren Chialoup de papopaij van den 30. ' Junij 3: 7. ' en 11:' Julij passato het genoegen betuijgen over de spoedige depeche dit heen van de chialoup De Papegaaij, na dat nagedaane ligting der bimi„ daaruijt ter overscheeping in't schip Westerveld geligt waren de van Bimilipatnam meede ge„ bragte 75. packen dewijl men hier zeer om vaartuij„ gen verleegen was, dog daar en teegen quam de rerga, soberheid vande behaalde dering seer sober voor, de behaalde winst op de ver„ kogte coopmansz: in Junij, als niet meer g'impor„ teerd hebbende, dan ƒ18312. 13. —. dog dewijl ver„ hope tot die accressement hooft wierd de rendementen van Julij en Augustus favorabelder coopmansz: en 2. Chialoups onkolt reecx: daaten. anriecom: aandestech dins: favorabelder zullen weesen, soo wierd verstaan de opperhoofden tot weder opluijking van het debiet ernstig te vermanen, op dat hun Comptoir met het sluijten der boeken, weeder pronken mogte, met een importante somma uijt den verthier geproflueerd, ter te gemoed koming van het geen de zuijder Comptoiren mits de troubelen, daar„ omtrend niet hebben konnen fourneeren, met promelse her sending van te doene promesse dat men om soo veel moge„ lijk het zelve te faciliteeren per eerst voor komen„ de gelegendheijd buijten de reeds met de chialoup De Walvisch gesondene 12685. lb: Nagielen de door haar nader g'Eijschte quantiteijt van 8000. lb: dier kruijden en 1540. lb: foelij zenden zoude, soomeede soo veel van de andere gerequi„ reerde goederen als uijt den voorraad alhier gemist zoude konnen werden. —. validatie van anmaandelijk zijnde voorts ter afschrijving gevalideerd de onkostreekening van de maand Junij en de gedaa„ ne verstreckingen ten behoeve der Chialoupen, verhoging in gagie van de sol„ de Papegaaij en de Nagtegaal, mitsgaders de zoldaaten Andries Benedictus Thooms van Jaffanapattnam, en Caijtano olizeira den 24 augs 1769 van 593. mits 't overl: vande secunde ge„ maakte schicking daaromtrend item vande sending van 25 patk. tegaal na Jagg zoude 't aangenamen zyn teropluyking van den insaam aanwenden. van Mosambique, in gagie verhoogd van ƒ9. tot 11. guldens ter maand ieder haarr. — Tot rescriptie op de ontfangene brieven van approbatievandete bimilip=r Bimilipatnam de datis 22. ' Junij en 3. ' Julij J:o leeden, wierd aanvankelijk g'approbeerd de genoo„ mene arrangementen en gemaakte schicking om„ trent de administratie van het secundeschap mits het overlijden van den secunde Daniel Bartholomeus Truter tot het zelve door deese Regeering weder vervult zoude weesen, soo als ingelijker voegen van de goedkeure deeser Rege me de asegen en d ser de aij„ ring bevonden wierd, de afsending van 75. pac„ ken met de Papegaaij, en or d=os met de Nag„ tegaal naar Jaggernaijkpoeram hoevel de ver, dog tot getal in porstanten was„ gadering aangenaamer zoude zijn te vooren geko„ men, indien het getal wel wat importanter hadde kunnen weesen, maar vermits zulx volgens verwagting dat de bed=t alhz opgave der bediendens te attribueeren was, aan de aanhoudende Reegen die hun belet hadde om de op den bleek weesende 57. packen teegens het vertrek van laastgemelde chialoup in gereedheijd te brengen; zoo wierd dan verwagt, dat de opper„ hoofden met allen iever hun best zoude aanwenden, den 14.' aug=o 1769 om 't bengaals schip blyken suppedi telken zoude doeken gereed te houden. dienste van pan palical na Jagg: gebruijkt waren. te werden. als men van goud voorsien raakt Voorƒ 100. kag: anCopman sz: aangeslagen hadde om den tot bij zonder ongenoegen deeser Regeering aldaar zoo zeer de kreefte gang gaande insaam„ en daarvam bij de komst van weeder merkelijk te doen opluijken, en daar van tegens de komst van het schip uijt de ganges da„ door een aansienelijk quantiteytelijke blijken suppediteeren, met een aansiene„ lijke parthij lijwaten in gereedheijt te hebben. —. aangenaamtd dat van deten Uijt de van Palicol ontfangene brief de dato gesonden sae reds 00 tuk vern 3 ' Julij Jongstleeden gebleeken zijnde, dat van de ten dienste van dat Comptoir na Jaggernaijkpoe„ ram gesondene 15606. stux drie beeldige pago„ den, reets 8000. stux hadde laten overbrengen, die die vande rest gevolgt stond van de overige nevens de Pag: 449. 20. ½. den boedel van den overleedene secunde Johannes Camper toebehoorende; en tot liquidatie van sijn debet aan de kleene Cas overgesonden ston„ belofte ter zending van merder en gevolgd te werden, soo quam zulx den Raad aangenaam te vooren, onder te doene belofte na derwaards dat soo dra men maar van goed voorsien zoude raaken, waar aan men nog gebrek had, de op derselver Eijsch nog manqueerende driebeel„ dige pagoden, geslagen, en haar toegesonden zoude wer„ genoegen dat nev: gem: coopm: den, komende voorts de Regeering tot genoegen te vooren, dat den Coopman Cottari Mengaija den 14. ' aug s. 1769. 1000

NL-HaNA_1.04.02_3261_0819 view scan ↗

English

595. had accepted 1000 pagodas from Coopmansz on delivery of linens, while it was considered a very desirable thing if the other merchants could also be amicably persuaded to follow Mangaija's example, which would be as pleasant to hear as the reduction of their debts; just as it was also approved to undertake the construction of the requested boat here, whose speedy completion was to be expected, as well as the collection of the funds outstanding on the villagers' accounts to the amount of P a/o 436. 11. 1/8; furthermore, it was learned with satisfaction that the 86 packs of linens were forwarded to Paggernaijkpoeram, which according to the chiefs' letter of 15 June last were missing, towards the complete fulfillment of the requisition for the year 1768/9, in expectation that they would now apply themselves to the collection of the petition for the upcoming book year 1769 and 70; and it was further approved to authorize them to write off the expense account of the month of June last amounting to f 241: 17, as the Resident of Cuddalore has been authorized for a similar write-off of his incurred expense account in the month of July last. After which, reading the letter from the Ceylon Ministers dated 22 June addressed hither, it was decided to order payment of the accompanying second draft received in favor of the orphan masters here amounting to 444 3/4 ducatoons or f 1467. 13. -, and to have the received invoice amounting to f 2082:9:8 properly entered; in contrast to which it was decided, since the due date for payment of the first and second bill of exchange sent with letters of 6 April and 8 May last drawn on Tieroemenij Chittij factor Agamadoeneijna amounting to pa/o 4468:18.- or f 20100: 7. 8 for paddy purchased from the Hon. Company here, mentioned in the Resolution of 10 January of this year, has already passed, to send thither the following second of the first bill of exchange amounting to pa/o 9072:18:- or f 408727. 7. 8, with the request to likewise collect the same and to inform this Government whether the aforementioned first bill of exchange has been satisfied. 14 August 1769. 597. On the letters from the Jaffnapatnam Ministers dated the 3rd and 4th current, nothing being found to remark upon, it was thus merely decided to give circular notice to the chiefs of the southern offices of the postponed elephant sale at Jaffnapatnam until 15 September next, and to excuse communicating the same to the northern offices because it would only be futile, as quite a month passes before the letters could be delivered there; and it was further approved to act properly regarding the invoice received from there amounting to f 7. 8. 8, and in return to send thither the invoice of what was found in the books here to the debit of that Commandment, to the amount of f 6319:6. 2. Being charged hither from Trincomalee by invoice of mid-June the amount of 3030 masonry bricks at f 23. 9 and 4300 roof tiles at f 41. 6. 8, or amounting together to f 64. 15. 8, being that which was delivered short beyond the permitted wastage by the master of the sloop De Walvisch belonging here, to the end that the pay 14 August 1769.

Dutch transcription

595. zoo de andere dat voorbeeld volgde nitre haar schulden te vernemen approbatie van de aan bouweng pack: na jagger: „ der eijsch manqueerde zig nu op de nieuwe petetie onkost reerg: van Junyj 1000. pagoden aan Coopmansz: op leverantie van lijwaten g'accepteerd hadde, terwijl voor een seer in 't zoude een gewenschte zijn gewenschte zaak wierd g'oordeeld, indien de an„ dere marchiandeurs meede in't vriendelijke ver„ gehaald konden werden, om Mangaijas voor„ beeld te volgen het geen alsoo aangenaam te verstaan zoude weesen, als de vermindering van en ook niet minder de dimi„ derzelver schulden, gelijk ook geapprobeerd wierd, de aanbouwing van de van hier begeerde thonij der boijerde thonij welkers spoedige voltooijing men verwagten soude kalt tot dees spoedige veltorijng te verstaan, soo meede de inpalming van de ten item ter liquidatie van de per laste der dorpelingen per memorie loopende gel„ den, ten bedragen van P a/o 436. 11. 1/8. soo als genoegen over die sending van 86. alverder tot genoegen quam te blijken de over„ sending na Paggernaijkpoeram van de 86. pac„ ken lijwaten, welke volgens der opperhoofden schrij die aande complete voldening rens van den 15. Junij pass=o manqueerende waa„ ren, ter Compleete voldoening van den Eijsch van ao 1768/9. in vervragting dat zij zig nu toeleggen verwagting dat de opperh: zouden op de insameling van het gepetitioneerd toeleggen zoude voor het aanstaande boekJaar 1769. en 70. en men vond wijders goed, haar te qualificeeren tot de afboeking quadificatie ter ofrz nende onk ostreek: van de van de ^ maand Junij passo ten emporte van ƒ241: 17. soo memorie lopende gelden den 14. ' aug=o 1769 als. naties te voldoen te handelen. besluijt, dat heen tesenden de twee Teeroemenij Cl: gekogte neli worteren en dit heen te bedeelen of de eerste voldaan is iton na Coetelber van Julij als den Resident van Coedeloer gequalificeerd is, tot gelijke afschrijving van desselfs gemaakte onkostreeke„ ning in de maand Julij J=o leeden. — lesing van een Colombose brad Waarna geleesen zijnde de brief van de ceijlonse Ministers in dato 22:' Junij herwaards gerigt, zo besluijt de ontfangene z assig, is verstaan de daar neevens ontfangene tweede assig„ natie ten faveure van de weesmeesteren alhier groot ducatons 444. ¾. of ƒ1467. 13. —. te laten voldoen, en en met de factuur nabchooren de ontfangene factuur groot ƒ 2082:9:8. naar be„ hooren te laten inneemen, waar en teegen beslooten de eerste wissel bref weeg - de door wierd, vermits den verval dag van de voldoening van de bij brieven van den 6:' April en 8. ' Meij J=o leeden afgesondene Eerste en tweede wissel brief ten Laste van Tieroemenij Chittij factoor Aga, madoeneijna groot pa/o 4468:18. - of ƒ20100: 7. 8. weegens alhier van dE: Comp=e gekogte Nelij bij Reso„ lutie van den 10. ' Januarij deeses Jaars vermeld reeds verscheenen is, na derwaards te zenden, de volgen„ de tweede Eerste wissel brief groot pa/o 9072:18:- of met verselk het bedragh int ƒ 408727. 7. 8. met versoek deselve insgelijx te wil„ len invorderen, in deese Regeering te Communiceeren of de voormelde Eerste wissel brief voldaan is. —. Op de brieven van de Jaffanapatnamse Minis„ den 14'. augs 1769. ters. 597. eliphants verkoping te Jaffmap: f alleen na de zuijder Comptoiren excuseeren tuur na behooren te handelen „dat heen te zenden male dit heen vande door d' Chialkup ^de walvis te min uijtgeleverde quartierm=r op reecq: belalst ters de datis 3. ' en 4:' Courant niets te remarqueeren besluijtv in de uijtgestelde gevonden weesende, wierd dus maar eenelijk beslookenmes t tegeven. ten de opperhoofden der zuijder Comptoiren Circu„ lair kennisse te geeven, van de uijtgestelde Eliphants verkoping te Jaffanapatnam tot den 15. ' Septem„ ber naastkomende, en de Communicatie daar en 't selve na de noorder ditos te van na de Noorder Comptoiren te Excuseeren, om dat zulx maar vrugteloos weesen zoude, en waarom vermits 'er veel een maand verloopt eer de brie„ ven aldaar besteld konden werden, en men vond mitsg: met de ontfangene per„ wijders goed naar behooren te laten handelen met de van daar bekomene factuur groot ƒ7. 8. 8. en daar en teegen na derwaards te zenden, de facen daar en tagt eenander dito tuur van het geen bij de boeken alhier ten laste van dat Commandament bevonden is, tot een mon„ tant van ƒ6319:6. 2. Van Trinconomale bij factuur van medio Junij gedane aan reecq: van Jrincona„ dit heen ten laaste gebragt werdende 3030. stux met „ met e stenen en dakpannen sel steenen met ƒ 23. 9. en 4300. stux dakpannen met ƒ 41. 6. 8. of te samen uijtmaakende ƒ 64. 15. 8. „de zijnde het geen boven „ vergunde spillagie te kort geleverd was, door den gesaghebber van de alhier thuijs om door den gesaghebber en 1 hoorende Chialoup De Walvisch, ten eijnde 'er de tewerden den 14'. augs. 1769. zoldij

NL-HaNA_1.04.02_3261_0822 view scan ↗

English

to be credited back, and if the chiefs did not wish to take such onto their own account, the same was then to be written off here. Delivered cargo of Vlietlust accounted for, which difference was attributed in a report. pay account of the said commander and his quartermaster should be debited, it was decided, for the reasons cited in the Resolution of this board dated the 15th of August of the past year, to credit back the aforementioned amount, since, as was laid down in that council resolution, the breaking and pulverising of those bricks and tiles during loading and shipping could not possibly have been prevented; and if the chiefs of Trinconomale could not or would not resolve to take the aforementioned loss onto their account, it was agreed in that case to have the same written off here. Resumption of the findings of the delivered cargo of Vlietlust. Furthermore, the findings regarding the delivered cargo of the ship Vlietlust, brought over here from Ceylon, were resumed, from which it appeared that on the coir, to the quantity of 97523 lb, there was accounted for too little an excessive deficit of 9310 lb, calculated at 9 3/16 per cento. To which such was uniquely attributed by the skipper Fredrik Dankquart, in a report submitted by him alongside the skipper of the ship Vreedelust, Cornelis Pietersz, to the falling out of the salt that had been rubbed into that coir during the loosening of the bundles, and partly to the wearing off of the dampness, as it was also found upon arrival according to the report of the first specially appointed commissioners, the junior merchant Nicolaas Tadama and the bookkeeper Martin Mellin. Yet, despite this, it had already shown a deficit of 1523 lb, or 1 3/16 per hundred, although according to a submitted statement by the ship's officers, the aforementioned coir, having been received in the bay of Galle from various shallops and from the shore, lay during the voyage in a dry and suitable place, and was thus preserved as much as possible against all decay and water, and was also unloaded here in such condition as it had been received there. Nonetheless, because of that dampness, it had to be dried before it could be received and stored in the warehouses; and on that occasion, according to the aforementioned cited report, it yielded a underweight of the aforementioned 9310 lb, or 7787 lb more than found the first time; all appearing in further detail from the papers received thereof, reading as follows. The 14th of August 1769. To the Honourable Mr Henricus Leembruggen, Senior Merchant and Head Administrator. Honourable Sir! Pursuant to Your Honour's esteemed order, in the presence of us, the undersigned, the coir brought here by the ship Vlietlust from Gale was weighed out and found as we have the honour to note below: 97523 lb demanded by the invoice, and 95290 lb received, among which a large part wet, 1523 lb delivered short, calculating a loss of 1 9/16 per cento. With which we hope to have satisfied the esteemed intention of Your Honour, and with respect subscribe, Honourable Sir, Your Honour's humble and obedient servants. Was signed: Ns Tadama and Mr Mellen. In the margin: Nagapatnam, the 25th of July Ao 1769. Respectful Report to the Right Honourable Pieter Haksteen, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of this Coast of Coromandel with the dependencies thereof. In conformity with the written order of the Honourable Mr Henricus Leembruggen, Senior Merchant and Head Administrator at Nagapatnam, we, the undersigned, proceeded to and into the Honourable Company's equipment warehouses under the Equipment Overseer Jacob Hartman, and there exactly inspected and re-weighed such quantity of coir yarn as the equipment overseer aforesaid testified to us had been brought here with the ship Vlietlust from Ceylon, which is also known to the first signatory as the carrier thereof. This aforesaid coir yarn, having then been taken out of the warehouses, was untied and laid out to dry, although we found the wetness to be of no great importance, but indeed that it was generally damp, which it seems to us must be found on all salted coir that comes to lie in an enclosed space. Also, when the said coir was carried out of the warehouses, while still tied in bundles, we saw and found grains of salt in it here and there. Having closely verified all this, we proceeded to examine the quality of the repeatedly mentioned coir, and upon exact inspection we found the entire quantity good and serviceable; subsequently, upon sweeping and re-weighing the well-considered coir yarn, we found a weight of 88203 lb, say eighty-eight thousand, two hundred and three pounds. This found weight the first signatory testifies with the weight found at shipping, 7787, say seven.

Dutch transcription

te reekenen. en waarom„ en zode opperh: zulk niet te hare laste wilde neeme 't zelve dan alh=r aftesz: uijtgeleverd lading van vliet„ lust verantwoord is die venordrelciet bij enberigt ge„ „attribueerd werd zoldij Reekening van gedagte gesaghebber en zijnen besluijt 't zelve weder te run quartiermeester voor belast te werden, soo is verstaan, om de motiven bij Resolutie deeser tafel van den 15:' aug=s de anno passato aangehaald, het voormeld bedra„ gen weder te rug te reekenen, dewijl gelijk bij dat Raad„ slot ter nedergesteld is, het breeken en vergruijsen dier steenen en pannen bij in= en afscheeping onmoge„ lijk voorgekomen konde vierden, en soo de opperhoof„ den van Trinconomale niet mogte of konden re„ solveeren om het voorschreeve verlies ten haaren Las„ te te neemen, wierd in dat geval verstaan het zelve alhier te laten afschrijven. —. resumptie vande bevinding den Voorts wierd ter resumptie genomen de bevinding der uijtgeleverde lading van het schip vlietlust van heereelop 't aijer raad te kern Ceijlon dit heen overgevoerd, blijkende daar bij dat op het Caijer ter quantiteijt van 97523. lb: te kort ver„ antwoord, is een excessive minderheijd van 9310. lb: bereekende 9. 3/16. pr Cento het geen door den schip„ waaraan zulx door den schipper Fredrik Dankquart bij een door hem nerens den schipper van het schip vreedelust, Cornelis Pietersz: overgegeeven berigt, eenelijk g'attribueerd wierd, aan het uijtvallen uijt die Caijer bij losmaken der bossen van het zout dat 6 den 14. ' aug=s. 1769 daar 599. geduurende de reijse op een drogo heeft moeten werde eer men ze ontfangen kond; en waarom. legenth=d bevonden is relative papieren daar in gevreest is, en ten deele voor het draagen van de klammigheijd, hoedanig ook bij den aanbreng bevon„ den is, volgens het Rapport der Eerste Expresse ge„ committeerdens den ondercoopman Nicolaas Ta„ dama en den boekhouder Martin Mellin, dog des niet tegenstaande toen zelfs een minderheijd gegeeven heeft van 1523. lb: of 1. 3/16. ten honderd, hoeviel volgens een ingekomene verklaaring der blyking bij eenvrlarig dat deselve scheeps officieren, voorm: Caijer in de baaij van 9 ¾ laats gelegen beth: le uijt verscheijde chialoupen en van de wal ont„ fangen weesende, geduurende de reijse op een droo„ ge en bequaame plaats geleegen heeft, over zulx voor alle bederf en water zoo veel mogelijk gecon„ serveerd, en alhier ook zodanig ontscheept als daar ontfangen was, nogtans om de wille van die schoon deselve nog thans geraagd klammigheijt gedroogd hebbende moeten wierden eer men deselve konde ontfangen en in de pakhuij„ sen opleggen, en bij die geleegendheijd volgens voor, en wat minwigt bij der ge„ meld aangehaald berigt een minwigt gegeeren heeft van voorsz: 9310. lb: of 7787. lb: meerder dan de Eerste keer bevonden; alles nader Consteerende, bij de daar insertie van de daartoe van ingekomene Papieren aldus Luijdende. — den 14'. augo. 1769. Aan. den 14. ' aug=s. 1769 Aan den E: E: heer Henricus Leembruggen oppercoopman en hoofd-administra„ teur. 6 E: E: Heer! Ingevolge uwel Ed: g'Eerde ordre is ten bijweesen van ons ondergeteekenden de caijer welke per 't schip vlietlust van gale alhier aangebragt uijtgewogen, en bevonden gelijk wij d'Eer hebben hier onder te noteeren als 97523. lb: Eijscht de factura, en 95290. lb: ontfangen waar onder een groot gedeelte nat 1523. lb: te kort uijtgeleeverd reekend een verlies van 1. 9/16. p:r Cento R=m Waarmeede wij verhoopen aan de g'Eerde intentie van uwel Ed: E: te zullen hebben voldaan des met Eerbied onderschrijven /:onderstond:/ E: E: Heer, uwE: E: on„ derdanige en gehoorsame Dienaaren /:was geteekend:/ N=s Tadama en M:r Mellen /:in margine:/ Naga„ patnam Den 25. ' Julij Ao 1769. —. Eerbiedig Berigt Aan Den Wel Edelen groot agtb: Heer: Pieter Haksteen, Raad Extra-ordinair van Neder„ lands Jndia, mitsgaders gouverneur en directeur deeser Custe Corman„ del met den Resorte van dien Conform schriftelijk ordonnantie van den E: E: heer Henricus Leembruggen, oppercoopman en hoofd-admi„ nistrateur. 601. den 14e. Augs. 1769. ministrateur te Nagapatnam, hebben wij onderge„ teekende ons vervoegd bij, en in s: E: Comp=s Equipagie pakhuijsen staande onder den Equipagie opzigter Jacob Hartman, en aldaar Exact nagesien en nagewogen zodanige quantiteijt Caijerdraat, als den Equipa„ gie opzigter voornoemd aan ons betuijgd heeft dat met het schip vlietlust van Ceijlon alhier was aange„ bragt, 't welk den eersten teekenaar als aanbrenger daar van meede kennelijk is, deese voorsz: Caijerdraad dan uijt de pakhuijsen gehaald zijnde, is losgemaakt geworden, en uijtgelegd om te drogen, schoon wij de nattigheijd van geen groot belang bevonden hebben, maar wel dat het doorgaans klam was, 't welk ons toeschijnt dat aan alle gesoute caijer die in een be„ slooten plaats, komt te leggen moet bevonden wer„ den; ook hebben wij toen gemelde caijer uijt de pak„ huijsen gedragen wierd, en nog in bossen gebonden was, hier en daar korrels zout daarin gesien en bevonden; Dit alles nauwkeurig nagegaan hebbende, sijn wij tot het Examineeren van de deugd van meergemelde caijer getreeden, en bij Exacte visitatie hebben wij de geheele quantiteijt goed en bruijkbaar bevonden, ver„ volgens bij naveeging van welgedagte Caijerdraat hebben wij aangewigt bevonden 88203. lb: segge agt en Tagtig duijsend, Twee honderd en Drie pon„ Dit bevonden gerrigt betuijgd den Eersten teekenaar met het gewrigt bij den afscheep bevonden 7787. zegge den. sezen.

NL-HaNA_1.04.02_3261_0826 view scan ↗

English

to differ seven thousand seven hundred eighty-seven pounds, that is so much less than he testifies to have delivered. This shortfall can partly be caused by the grains of salt that were lost through the untying of the said coir yarn, and partly through the drying out of the dampness that was found on it. Other reasons for the aforementioned shortfall are impossible for us to give. Hoping therefore to have fulfilled the esteemed intention of Your Right Honourable in this matter; while we subscribe ourselves with due respect, underneath stood, Right Honourable Sir, Your Right Honourable's humble servants, was signed, I-k Dankquart, and C-s Pietersz, in the margin, Nagapatnam the 27th of July A:o 1769. We, the undersigned chief mate and under-mates, declare at the requisition of the skipper Fredrik Dankquart, commanding the Honourable Company's ship Vlietlust, and all being stationed on the said vessel, that in the month of March last, lying with the ship in the bay of Gale, we received and loaded there from various sloops and from the shore a quantity of ninety-seven thousand pounds of salted and unsalted coir and bundles, that the said coir during the voyage lay in dry and suitable places, and was preserved by us against all spoilage and water as much as possible, as well as the 14th of August 1769. 39 397 603. provisionally to allow to be written off to give notice of. however the abovementioned timbers to place. subsequently discharged here at the Roadstead by us in the same manner as we received it. We testify that the above contains the pure truth and occurred as such, and are therefore prepared, if desired, to confirm the same with a solemn oath, underneath stood, On the ship Vlietlust the 27th of July 1769, was signed, W-m Rijnighuijs, Christiaan Rigter, and Evert Tuijt. Thus, after reconsideration of those documents, for the sake of the reasons alleged therein, it was unanimously approved and agreed to allow the quantity of 6384 1/2 lb. or 6 3/16 per cent, which was accounted for in deficit beyond the permitted validation of three per cent or 2925 1/2 lb., likewise to be written off to the profit and loss account, pending the further considered disposition of Their Right Honours, the Honourable High Indian Government at Batavia, and to await Their Highest order regarding this, as well as to give notice of this disposition in the meantime to the Ceylon Government for their information; but on the other hand, although by the following second declaration of the aforementioned ship's officers, reading thus: the 14th of August 1769. We, the undersigned chief mate and under-mates, declare at the requisition of the skipper Fredrik Dankquart, commanding the Honourable Company's ship Vlietlust, and all being stationed on the said vessel, that during the loading of a quantity of timber on the Island of Ceylon, which had to be brought on board in rafts, 5 out of 250 heavy beams broke loose and sank between the ship and the shore, as also 60 palisade timbers were lost through a Batticalo padu. Furthermore, 30 pieces of floor timbers, 25 pieces of futtocks, and 20 pieces of knees remained lying on those beaches, as there were no vessels that could load the same and bring them on board. We testify that the above contains the pure truth and occurred as such, and are therefore prepared, if desired, to confirm the same with a solemn oath, underneath stood, On the ship Vlietlust the 1st of July ao 1769, was signed, W-m Rijnighuijs, Christiaan Rigter, and Evert Tuijt. it appeared that 5 heavy beams, having broken loose from a raft, sank at Batticalo between the ship and the shore, and through a padu or vessel 60 palisade timbers were lost and drifted out to sea, and in addition moreover 30 floor timbers, 25 futtocks, and 20 knees remained lying on the Batticalo beaches for lack of vessels, it is nevertheless understood provisionally to place the same on the account of the authorities, for the reason that the 14th of August 1769. 605. the skipper signed the bill of lading for the receipt of the entire parcel made known therein, and thus nothing of the sort of which the aforesaid declaration makes mention appears, wherefore it was furthermore resolved in the meantime to require the necessary elucidation from the said Ceylon Government, with the request to supply the same here as soon as possible, so that even before the departure of the said ship it could be dealt with in that regard as should be found to square with the greatest equity. Furthermore, it was also approved, of the 96 lb. of coffee beans accounted for in deficit, namely 25 lb. on 1000 lb. of Ceylon, calculating 2 1/2 per cent, and 71 on the same 1000 lb. of Jacatra coffee beans, amounting to 7 1/16 per hundred, to validate 40 lb. or 2 per cent for write-off, and to place the remaining 56 lb. on the account of the authorities at buyout value, just as permission was also granted for the writing off of the two heavy axle timbers which, during the unloading here, slipped out of the tackle, fell into the sea, and sank. Upon the request made by petition by Jacobus Wijnand Caalfelt for obtaining veniam agendi the 14th of August 1769

Dutch transcription

seven duijsend, seven honderd seven en Tagtig pon„ den te verschillen, dat is zoo veel minder als hij betuijgd afgeleeverd te hebben, deese minderheijd kan ten deele veroor„ saakt zijn, door de korrels zout die door 't Los maaken van dito Caijer draat verlooren zijn, en ten deele door 't uijtdroogen van de klammigheijd die men daar aan bevonden heeft. andere reeden is ons niet mogelijk van voorschreeven minderheijd te kunnen geven. —. Hopende dierhalven aan uwel Edele groot agtb: g'Eer„ de intentie in deesen te hebben voldaan; Terwijl wij ons met schuldige Eerbied onderschrijven /:onderstond:/ wel Edele groot agtb: Heer, uwel Ed: groot agtb: onderdanige Dienaaren /:was geteekend:/ I=k Dank„ quart, en C=s Pietersz: /:in margine:/ Nagapat„ nam den 27. ' Julij A:o 1769. v. —. Wij ondergeteekende opperstuurman en onderstuurlie„ den verklaren ter requisitie van den schipper fredrik Dankquart voerende het E: Comp=s schip vlietlust en alle zodanig op gemelde bodem bescheijden, Dat inde maand Maart laastleeden, leggende met het schip in de baij van gale, aldaar uijt verscheijde Chialou„ pen en van de wal ontfangen en gelaaden hebben een quantiteijt van seven en Negentig Duijsent pon„ den gesoute en ongehoute caijer en bossen, Dat gemelde caijer geduurende de reijse op drooge en bequaame plaat„ sen geleegen heeft, en voor alle bederving en water door ons zo veel mogelijk geconserveerd is geworden, mits„ den 14. . aug=o 1769. gaders. 39 397 603. bij provisie te laten afsz: van kannisse te geeven. dog de neev=s gem: houtwerken te stellen. gaders vervolgens alhier ter Rheede door ons zodanig afgescheept, als wij die ontfangen hebben. Dit boven staan„ de betuijgen wij de zuijvere waarheijd te behelsen en soo gepasseerd te zijn, en zijn dierhalven bereijd des begeerd werdende zulx met solemneele Eede te bevestigen /:onderstond:/ In 't schip vlietCust den 27.:' Julij 1769. /:was geteekend:/ W„m Rijnighuijs, Christiaan Rig„ ter en Evert Tuijt. —. Soo is na resumptie van die documenten om besluit te kort antwoorde de wille van de daar bij g'allegueerde reedenen eenparig goedgevonden en verstaan de boven de geper„ mitteerde validatie van drie ten honderd off 2925. ½. lb: te kort verandwoorde quantiteijt van 6384. ½. lb: of 6. 3/16. p r Cento ter nader gerenereer„ de dispositie van haar hoog Edelens de Edele hooge Jndiase Regeering te Batavia almede op reekening van winst en verlies te laten afschrij„ ren, en hoogst derselver ordre dienaangaande afle„ wagten, mitsgaders van deese dispositie intussen ende ceijlonse ministers daar de Ceijlonse Regeering tot derselver narigt ken„ nisse te geven; Dog waar en teegen, schoon bij de ondervolgende tweede verklaring van de voormelde de over t bij provisie op reecq scheeps officieren aldus Luijdende. —. den 14.'. aug=o. 1769. Wij Wij ondergeteekende opper en onderstuurlieden verklaaren ter requisitie van den schipper Fredrik Dankquart voerende het E: Comp:s schip vlietlust, en alle zodanig op gemelde bodem bescheijden, Dat met 't in laaden van een quantiteijt hout„ werken op het Eijland Ceijlon 't welk in vlotten aan boord gebragt moest werde van 250. broete balken 5. los geraakt en tussen 't schip in de wal gesonken zijn, Als ook door een Batticalosie paadi 60. palliasaat houten verlooren Voorts zijn aan die stranden blijve leggen 30. p=s leggerhou„ ten, 25. p=s oplangers, en 20. p=s knies, also, 'er geene vaar„ thuijgen waaren die deselve inlaaden en aan boord konde brengen. Dit bovenstaande betuijgen wij de zuijvere waar„ heijt te behelsen, en zoo gepasseerd te zijn en zijn derhal„ ven bereijd des begeerd werdende zulx met solemneele Eede te bevestigen /:onderstond:/ In 't schip vlietlust den 1.:' Julij ao 1769. /:was geteekend:/ W=m Rijnighuijs, Christiaan Rigter, en Evert Tuijt. — quam te blijken dat 5. broete balken die van een vlot los geraakt zijnde, te Batticalo tusschen het schip en de wal gesonken, en door een padi of vaartuijg 60. pallisaathouten verlooren en na Zee gedreeven waren, mitsgaders boven dien nog 30. leg„ gerhouten 25. oplangers, en 20. knies, mits gebrek aan vaartuijgen aan de Baticaloase stranden zijn blijven leggen, egter verstaan is deselve bij pro„ visie op der overheeden reekening te stellen, om ree„ en na zee gedreeven zijn. — den 14 . aug=s. 1769 den 605. „diendweegen van Ceijlon te vor„ p:r C=o afsz: en't overige te laaten houten saalfelt tegens den Comman„ dant bonte &=a den den schipper het Coignoiscement voor den ontfangsten om wat reeden de gantse daarbij bekend gestelde part hij geteekend heeft, en dus niets diergelijk, waarvan voorsz: ver„ klaaring mentie maakt blijkt, over zulx diendwee„ gen alverder geresolveerd wierd, intussen de nodige besluijt de nodige elicidatie, Elucidatie van gedagte Ceijlonse Regeering terequi„deren reeren, met versoek deselve ten Eersten dit heen te en met wat versoek willen suppediteeren, op dat nog voor het vertrek van gemeld schip daaromtrend gehandeld werden konde, als bevonden zoude werden met de meeste billijkheijd te quadreeren. —: Voorts is ook goedgevonden van de te kort verant, besluijt van de osi bomen woorde 96. lb: Coffij boonen te weeten 25. lb: op 1000. lb. vergoeden. Ceijlonse reekenende 2.½. p. r Cento en 71. op gelijke 1000. lb: Jaccatrase coffij boonen, uijtmakende 7. 1/16. ten honderd 40. lb: of 2. p. r Cento ter afschrijving te valideeren, en de overige 56. lb: op der overheeden reekening uijtkoops te stellen, gelijk ook ter af„besluijt ter afsz: van 2. as„ schrijving gepermitteerd is van de twee broete as houten, die bij het Lossen alhier uijt de takel gescho„ ten, in see gevallen, en gesonken zijn. —. Op het bij Request gedaan versoek door Jaco, verleend veniamagendi aan bus Wijnand Caalfelt ter erlanging van veniam den 14e. augs. 1769 agendi

NL-HaNA_1.04.02_3261_0830 view scan ↗

English

to depart for Batavia with the ship Vredelust. Granting of the assistant board allowance to the soldier Bleijnder. To bookkeeper. To soldier. to take action against the member of this assembly, Captain Commandant Hartwig Bonte, and the members of Justice, Military Captain Johan Ernst Gottlob Haselman, and Junior Merchant Mr. Hendrik Bosch, as well as the secretary of that college Jacques Theodore Vaucquet De Tan, permission was postponed to grant him the same. Just as the same, upon his request made in a second petition, was also permitted to depart for Batavia with the ship Vreedelust, provided he remains subject to paying such transport money as their High Excellencies shall be pleased to deem fit, since there is no precedent for this here. Thereafter, the assistant board allowance was granted to the soldier-clerk Johan Hendrik Fleijnder of Schoondorff, and the clerk at Palliacatta, George Francois Jacques De Ravaltet, was promoted to bookkeeper at 30 guilders per month under a new three-year contract, commencing on the day of his appointment to the aforementioned service, being 28 March of this year; furthermore, the sailor Jan Hendrik van Wessel of Straalsond was transferred to soldier, and in 14 August 1769 607. Sailors. Sailor. his previous oath as member of the as such by van Schriek. exchange to sailors the soldiers Laurens Pietersz. of Raapstel, Barend Tenneman of Amsterdam, and Pieter Boetselaar of Erkelens, also from 3 soldiers to all with their currently earned wages and their running contract; and further the fellow sailor Abraham de Costa of Jaggernaijkpoeram was increased in wages from 9 to 11 guilders with a new three-year contract. Finally, the bookkeepers David Vick and Gillis Willem van Schriek, who were chosen at the session of 24 July last as members of the Civil Council and Commissioners of Marital Affairs, having been admitted, their election was announced, and the first-named, having already previously sat in that college, was permitted to take his seat upon his previously taken oath, but the other took the prescribed Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid. Was signed: P. Haksteen, H. Leembruggen, H. Bonte, J. Cantervisscher, P. J. L. De Filliettaz, J. Appengh, and W. Duijnevelt, secretary. Oath. 14 August 1769 Monday to dispatch today to Bengal. For Bengal. Monday 21 August in the year 1769. In the morning at eight o'clock. Political Meeting held. All present, Except The junior merchants Jan Diderik Peverin and Jan Aspengh, both on account of business in the Company's service. Regarding the ship Cornelia Hillegonda, the ship De Vrouwe Cornelia Hillegonda, bound from Europe for Bengal, having arrived here on the 9th instant both on account of sickness among the crew and to be supplied with the necessary drinking water and other provisions, and being now again in a condition to put to sea, it was agreed to let that vessel depart tomorrow, and what to send off with it and also to send off with it the four packets of papers received from Ceylon for Bengal for that directorate, for which purpose was read, approved, and signed the prepared letter to the director and council there, in answer to their letter of 23 December of the past year received per De Vaillant. 609. 21 August 1769 Resolution to send the thonij De Jonge Galenus to Manaar, and to what end. received. According to incoming reports, the two Amsterdam barques for Ceylon having already arrived at the roads of Punnaikayal: it was, upon the proposal of the governor that since the turning of the impending northern monsoon approaches with rapid strides, it was therefore necessary that the chests of gold brought out with them for the service of this government be fetched as speedily as possible or even before the onset of the unnavigable season and brought over here, in order to prevent inconvenience into which one might otherwise fall through a lack of the so very necessary cash for the continuation of the textile trade: approved and resolved to dispatch the thonij De Jonge Galenus to Manaar, with a request to the chiefs there to send the same back here with two of the chests of gold that were about to be brought there from Tuticorin, and if upon the arrival of that small keel there should be no more than one chest, then to hold it until the second chest should also be received:

Dutch transcription

met 't schip vredelust na tosta„ viee te vertrecken. toelegging van 't aesestente kost geld aan den zold=t bleijnder tot boekh=r tot zold=t agendi teegens het Lid deeser vergadering den Capi„ tain Commandant Hartwig Bonte, en de leeden van de Justitie den Capitain militair Iohan Ernst goolob Haselman, en den ondercoopman M=r Hen„ drik Bosch, mitsgaders secretaris van dat Colle„ gie Jacques Theodore vaucquet De Tan, I ver„ permissie aan sagstelt omstaan het selve hem te verleenen. soo als denselven, 7 op zijn bij een tweede Request gedaan versoek ook toegestaan is, met het schip vreedelust naar Bata„ via te vertrecken mits subject blijvende het betaa„ len van sodanig transport geld als haar hoog Ede„ lens zullen gelieven goedtevinden, dewijl men hier 'er geen voorbeeld van heeft. —. Daarna wierd het adsistente kostgeld toege„ voegd aan den zoldaat aan de pen Johan Hendrik Fleijnder van Schoondorff, en den scriba te Pal„ bevordering van ravallet liacatta, george francois Jacques De Raval„ tet, bevordert tot boekhouder met ƒ 30. –. ter maand onder een nieuw verband van drie Jaaren, ingaan„ de met den dag zijner aanstelling tot voormelde dienst, zijnde den 28. ' Maart deeses Jaars, zijnde changeering van een mattroosvoorts den mattroos Jan Hendrik van Wessel van straalsond gechangeerd tot zoldaat, en daar en den 14 . aug=s. 1769 tegens 607. mattroosen. „mattroos zijn voorige eed als lid vande zodanig door veen schriek tegens tot mattroosen de soldaaten Laurens Pie, item van 3 zoldaaten tot tersz: van Raapstel, Barend Tenneman van Amsterdam, en Pieter Boetselaar van Erkelens, alle met derselver tans winnende gagien en hun lopend verband, en wijders den meede mattroos Abra verhooging in gagie van een ham de Costa van Jaggernaijkpoeram in gagie verhoogd van ƒ 9. tot 11. ƒ met een nieuw drie Jaarig verband Eijndelijk de ter sessie van den 24.:' Julij J=o Leeden permissie van d=o vick op om tot leeden van den civilen Raad en Commissarisse iele rad selse teneemen van huwelijken zaaken verkorene boekhouders Da„ vid vick en Gillis Willem van Schriek bin„ en aflegging van den enen als nen gelaten weesende, derselver verkiesing aange kundigt, en den Eerstgemelden, als reeds te vooren in dat Collegie geseelen hebbende, toegelaten op zijn bevoorens gedaanen Eed sessie te mogen neemen, dog den anderen Presteerde den daartoe beraamden Aldus Gedaan en Gearresteert Jn 't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was geteekend:/ P: Haksteen, H s Leembruggen, H:i Bonte„ J=s Cantervisscher, P: J: L: De Filliettaz: J: Appengh. - . en W=m Duijne velt. sec. s. —. Eed. v. den 14 augs 1769 Maandag da heden na bengale te depecheeren voor bengale. Maandag Den 21. ' Augustus A:o 1769. 's morgens te agt uuren Politicque Vergadering Gehouden Alle present Demptis De ondercooplieden Ian Diderik Peverin en Ian Aspengh, beijde mits occupatie in 's comp=s dienst. —. belyg tschp Comelia hlog „s het schip de vrouwe Cornelia Hillegonda uyt Europa na Bengale gedestineerd, soo mits ziekte van het volk als om van het nodige drinkwater en andere benodigtheeden voorsien te wierden, op den 9. ' Courant alhier opgedaagd, en tans weder in staat zijnde, om zee te kunnen kiesen, soo is ver„ staan dien bodem op morgen te laten vertrecken, en wat daarmeede aftesende en daarmeede ook aftesenden de van Ceijlon en gale voor die directie bekomene vier stux pacquet„ belingentekening van de neten met papieren, ten welken eijnde geleesen, goed„ gekeurd en geteekend wierd, de in gereedheijt ge„ bragte brief aan den directeur en Raad aldaar, in antwoord van derselver brief van den 23. ' De„ cember des gepasseerden Jaars per de vaillant ontfangen 609. den 21 ' augs. 1769 mis na Manaar te zenden, en de opperh: aldaar ontfangen. Volgens ingekomene berigten, de twee Amsterdamse besluijt de thonij de Jongegale„ bharen voor Ceijlon reets ter Ponnecailse Rheedsen wat eijnde gearriveerd weesende: soo wierd op den voorstel van den heer gouverneur dat vermits het kente„ ren van de ophanden weesende Noorder mousson„ met sterke schreeden naderd, over zulx noodsaake„ lijk was, dat de daarmeede ten dienste van dit gouvernement uijtgebragte goudkisten, ten spoedig sten of nog voor de doorbrake van het onvaarbaare saijloen wierden afgehaald, en dit heen overgebragt, tot voorkoming van ongeleegendheijd, waar in men anders zoude konnen geraaken, door gebrek van de zoo zeer benodigde Contanten ter voortsetting van den lijwaathandel: goedgevonden en verstaan, de thonij de Jonge Galenus naar Manaar te depecheeren, met versoek aan de opperhoofden al„ daar om deselve met twee der goud kisten welke item met welk versoek aan aldaar van Tutucorijn stonden aangebragt te werden, dit heen te rug te zenden, en soo op de aan„ komst van dat Kieltje aldaar, niet meer dan een kist mogte weesen, dan het zelve aante houden tot dat de tweede kist meede ontfangen zoude:

NL-HaNA_1.04.02_3261_0834 view scan ↗

English

The 21st of August 1769. Decision to retain and sell the pepper brought by Vredelust here, and why. Duynevelt and Scheuneman, according to the attachment of Haselkamp, was to be. Since the pepper here in the south is at the same price as that being obtained in the north, and moreover there are no sloops at hand to send the quantity intended for Jaggernaijkpoeram and Bimilipatnam, received with the ship Vreedelust, thither, and it also not being foreseen whether the small vessels expected from the north would appear in time to transport that cargo: it was, on the grounds that Jaggernaijkpoeram has already been partly supplied therewith by the ship Westervelt, approved and resolved to retain the entire consignment brought by Vreedelust here, and upon obtaining a suitable price for it, to part with the same, as the sale here, in consideration of leakage and expenses etc. during transport, was deemed much preferable to shipment. Submission of the report by Duynevelt and Scheuneman, and why. Pursuant to the demand made in the session of the 2nd of June last, to investigate how far credit is to be given to the claim of the former secretary 611. Reading and approval of the same, and what end. and cashier Johannes Haselkamp, presented in a petition by him to Their High Mightinesses the Noble High Indian Government at Batavia, alleging that various entries charged to his estate, or paid from the moneys belonging thereto, had been improperly done, and the claim formed therefrom by him for the recovery thereof, amounting to the sum of 22196.20 rixdollars; which task was accomplished by the secretary of this assembly Willem Duynevelt and the trade transferrer Johannes Scheuneman, and an ample report of their proceedings and findings having been submitted by them, provided with the supporting evidence belonging thereto, according to the register: the said papers were read with attention, and examined closely entry by entry against the documents submitted therewith, and having been reviewed with the greatest attention, it was approved and resolved to accept those proceedings with satisfaction, and thus to approve the same, as well as to refer the presentation of copies thereof to Their High Mightinesses, to serve for the required elucidation in that regard by Their High Mightinesses, to Offer to be made of the same to Their High Mightinesses and to what end. The 21st of August 1769. To whom it was furthermore resolved to communicate at the same time, that by no means the deficiencies of the deceased cashiers Paulus Looman and Francois Crucius were the ground for Haselkamp being arrested, as he claimed, but on account of his own deficiency, and upon his own confession in a petition submitted and dealt with in the resolution of the 31st of August 1765, that he was unable to account for the deficiency found in the cash office, he was prosecuted by the fiscal pursuant to the orders of the Honorable Company, and thereupon condemned by the Council of Justice, so that his position that he had not fallen short, nor had the same ever been proven to him, was considered entirely fabricated, since it now further appeared that after deducting what was found to belong to him from the estate of Looman to the amount of 1392:17:3 pagodas, 626:7.3.14 florins, and the remaining debit of Crucius, being 6880 pagodas, 30960 florins, he had still fallen short by a considerable amount of 9138.20.7 pagodas, 44424.15.5 florins. What was the basis of Haselkamp's arrest. What will be paid out of the aforementioned 5278 1/4 rupees. And it was furthermore resolved that the 5278 1/4 rupees, which are to be transferred from the estate of the late Right Honorable Governor of Ceylon Van Eck from Colombo, The 21st of August 1769. 613. The 21st of August 1769. To make a request to Their High Mightinesses to remit the aforementioned 641.14.70 pagodas back here. and the collection by the curators amounting to 1356.2.74 pagodas, 6002.11.- florins, having come in, there shall first be paid therefrom the sum of 112.12 pagodas, 506.5 florins, which Haselkamp, through the withdrawal of two pay accounts long since remitted by him to Europe, remains indebted to the Honorable Company, and furthermore, pursuant to Their High Mightinesses' revered order by letter of the 17th of March of this year, to disburse to the sureties for Haselkamp's service the 1000 pagodas furnished by them, and to let the remainder serve in favor of the account of the absconded governor Van Teylingen in reduction of the 4200 pagodas or 18900.-.- florins, which were employed from his moneys for the full liquidation of the debit of Haselkamp to the cash office; and it was consequently furthermore decided to request Their High Mightinesses to please have remitted back here the amount of 641.14.70 pagodas, 2887.18.4 florins, that last year, beyond what was necessary for Haselkamp's debit, and had been held in the custody of the curators, was transferred via a second bill of exchange dated the 28th of June 1768 to Batavia in the name of the sequestrator there.

Dutch transcription

den 21. ' aug=o 1769. besluijt de met vredelust aan„ gebragte peper alh:r aantehou„ den, en te verkoopen. en waarom duynerelt en scheuneman, velg„s de attaiie van haselkamp zoude weesen. —. De peper hier om de zuijd, op die selfde prijs zijnde, als 'er om de Noord voor werd gemaakt, en boven dien men geen Chialoupen aan handen heeft, om de voor Jaggernaijkpoeram en Bimilipat„ nam geprojecteerde en met het schip vreede tust ontfangene quantiteijt na derwaards te kun„ nen senden, en ook niet te voorsien zijnde, of de van de Noord verwagt werdende Kieltjes nog viel tijdig genoeg zoude komen opdagen om dien korl te konnen vervoeren: soo wierd uijt hoofde Jaggernaijkpoeram reeds voor een gedeelte daarvan met het schip Westervelt voorsien is, goedgevonden en verstaan de gantsche aange„ bragte parthij met vreedelust, alhier maar aan„ tehouden, en bij erlanging van een Convenabel prijs daar voor, deselve maar aftestaan, alsoo den verkoop alhier uijt aanmerking van de spil„ lagie en ongelden &=a bij vervoer veel preferabel„ der wierd geoordeeld dan de versending. —. diening van 't rapport van Ingevolge het gedemandeerde ter sessie van den 2. Junij J„o leeden ter ondersoek in hoe verre te ac„ crediteeren is, het voorgeeren van den geweesen se„ cretaris. 611. selve. selve aan haar hoog Ed=s en cretaris en Cassier Johannes Haselkamp bij een door hem aan Haar hoog Edelens de Edele hooge Jndiase Regeering te Batavia gepresenteerd Re„ quest als dat diverse posten ten Laste van zijn boedel, of uijt de penningen tot deselve gehoorende, betaald waren, dus oneijgentlijk geschied was, en daar uijt geformeerde pretentie door denselven ter te rug erlanging derselve, tot een bedragen van Rijxd=s 22196. 20; door den secretaris deeser vergadering Willem Duijnevelt en de Nego„ tie overdrager Iohannes Scheuneman vol„ bragt, en door haar daarvan overgegeeven zijnde, een ampel Rapport van derselver verrigting, en bevin„ ding, voorsien van de daar toe gehoorende bewijsen, volg=s Register: zoo wierd die papieren met aandagt gelee „ lesing en goedkeure vant sen, mitsgaders post voor post tegens de daar van overgelegde stucken nauwkeurig g'examineerd, en met de meeste attentie nagegaan weesende, goedgevonden en verstaan, in die verrigting genoegen te neemen, en dus het selve geapprobeerd, mitsgaders onder aan te doene aanbieding van't bieding der afschriften daarvan, aan Haar Hoogten wat eijnde Edelens te renvoijeeren, om te dienen tot de gevorderde elucidatie dienaangaande door Hoogst deselve, aan den 21'. augo. 1769 Wien. van haselkamps arrest geweest is. wat uijt de neers gem: rofias 5278. ¼. sal werden betaald en bedeling wat de grondslag wien men wijders goedvond, teffens te bedeelen, dat geensints de te kort komingen van de overleedene cassiers Paulus Looman, en Francois Crucius de grondslag is geweest dat Haselkamp gearres„ teerd was, gelijk hij voorgaf, maar wegens prize te kort koming, en op sijn eijge bekentenisse bij een ingediend Request ter Resolutie van den 31. ' Au„ gustus 1765. verhandeld, dat buijten staat was, het te kort bevondene bij de cassa te verantwoorden, door den fiscaal in navolging der ordres van dE: Comp=e geactioneerd, mitsgaders daar op door den Raad van Justitie gecondemneerd was, dus zijn positie dat niet te kort gekomen, nog hem het selve ooijt beweesen was geworden, ten eenemaal voor gefingeerd wierd aangemerkt dewijl als nu nader quam te blijken, dat na afkorting van het geen men bevond, hem nog uijt den boedel van Looman te Competeeren ten bedraagen van pr/o 1392: 17:3. ƒ626:7. 3. 14. en het restant debet van Crucius, zijnde „30960. –. „ nog reel te kort is gekomen een aan sie„ pr/o 6880 -. nelijk bedraagen van pr/o 9138. 20. 7. — ƒ44424. 15. 5. - En wierd alverder verstaan de 5278. ¼. Ropias, die uijt den boedel wijlen den wel Edele gestr: heer Ceijlons gouverneur van Eck van Colombo staan overgemaakt den 21. ' augs 1769. te 613. den 21 aug:s. 1769 Ed=s om nlv: s gem: pag: 641. 14. 70. te wierden, en het optebrengen door de Curatoren ten montante van pagooden 1356. 2. 74. ƒ 6002. 11. –. ingekomen weesende, eerst daar uijt te doen betaalen de somma van pa/o 112. 12. ƒ 506. 5 die Haselkamp door het in„ trecken van twee door hem reeds lange naar Europa overgemaakte zoldij reekeningen, aan d'E: Comp=e komt schuldig te blijven, en voorts ingevolge haar hoog Edelens gevenereerd bevel bij brieve van den 17:' Maart deeses Jaars aan de borgen voor Haselkamps dienst uijttekeeren, de door haar gefourneerde 1000. pagooden, mitsgaders de overige te doen dienen ten faveure van de reekening van den geaufugeerden gouverneur van Teijlingen in mindering van de 4200. pagooden off ƒ18900. –. –. welke uijt zijne pen„ ningen tot de volle liquidatie van het debet van Haselkamp aan de cas g'emploijeerd zijn, en wierd te doen versoek aan haar hoog mits dien alverders beslooten, haar hoog Edelens weder dit heen te remitteeren te versoeken dit heen gelieven te laaten remittee„ ren het montant van pa/o 641. 14. 70. , ƒ2887. 18. 4 daet anno pass=o meerder, dan tot HaselKamps debet nodig, en onder de Curatoren haare berusting geweest is, per een tweede wissel gedateerd den 28:' Junij 1768 naar Batavia op de naam van den sequester aldaar overgemaakt

NL-HaNA_1.04.02_3261_0838 view scan ↗

English

It was likewise decided not to deduct from Van Teijlingen's account the pagodas 195. 3. 35 or ƒ878. 2. 4 paid in excess by Haselkamp beyond what Van Teijlingen was entitled to receive from Haselkamp for his goods sold at public auction, because Van Teijlingen is also a debtor of the Honorable Company, and Haselkamp should not have been so imprudent as to pay the deserter more than was due to him. One of the renters of the Company's villages here, named Williapoele, having died recently without leaving anything whatsoever, according to a report submitted by the adigar of the villages here, whereby the same has remained indebted to the Honorable Company for a considerable quantity of 8293 measures of paddy on account of the rent of 1764/5, it was understood in this matter merely to keep a record thereof, since his arrears have already been written off pursuant to the honored authorization of Their High Noble Lordships contained in their dispatch of 14 March 1766, and were only carried internally on the books as a memorandum. 21 August 1769. Upon the authorization requested by the Sadraspatnam chiefs by letters of the 12th and 14th of this month, it was resolved to authorize them to lease out, according to custom, the arable fields of the villages of Sadraspatnam, Gemerij, Meijoer, and Calpa Rum, as well as those of the village of Eddeoer and the salt pans belonging thereto; but, on the other hand, their proposal for the purchase of timber that was lacking for the authorized repair of the defects in the buildings there was rejected, because it would cost the Honorable Company too much, for which reason it was decided to employ one of the trade warehouses to store the rigging and house the other equipment goods; as it was also resolved, on account of necessity, to grant orders for the construction of three sergeants' rooms, and furthermore to concede to the writing-off of the expense account for the month of July past. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above. Was signed: P. Haksteen, H. Leembruggen, H. Bonte, J. Cantervisscher, P. J. L. De Filliettaz, Cornelis Jacob van Tessel, and Willem Duijnevelt Pietersz. Saturday, 26 August 1769, in the morning at half-past eight. Political Council Meeting held. All present, except Junior Merchant Jan Diederik Severin, on account of business in the Company's service. The storekeeper Hendrik Ambrosius Johnson having been ordered in the session of 24 July last to compensate the Honorable Company for one fourth of the 2092 parras of paddy found spoiled in the storehouse, but having submitted a petition requesting permission to satisfy the same in kind on the grounds of the poor condition of the warehouses, as alleged in his submitted justification, it was approved and resolved to permit him to do so. It was likewise resolved to comply with the application made by the Junior Merchant and former Chief of Palicol, Hendrik Schoffier, for the forwarding of his petition to Their High Noble Lordships, the Honorable High Indian Government at Batavia, requesting the commencement of his salary from the time it was written off, namely from the day of the transfer of his chiefdom in accordance with the Resolution of 9 June 1768, instead of 12 June past, from which time this Government had approved to credit him. In the same manner, upon the request likewise made by petition, passage to Batavia aboard the ship Vreedelust was granted to the Junior Merchant and former Chief of Bimilipatnam, Pieter Abrahamsz Bronsveld, as well as to his wife and four slaves. Furthermore was read the petition presented by Cornelis Pietersz, master of the ship Vreedelust lying at anchor in the roadstead here, containing a request that there might be provided for the benefit of that vessel, as well as the crew sailing on her, a barrel of pitch and the necessary oakum for caulking.

Dutch transcription

besluijt van van Teijlingens reecq: niet aftekorten de door hasel„ aan vendu penn: dorpen williapolle. nelij schuldig is. aantekening tehouden en waarom overgemaakt was. — Gelijk nog verstaan is van van Teijlingen zijn kamp te veel betaald / 9 : : rekening niet te laten afkorten, de door Hasel„ Kamp meerder betaalde pagooden 195. 3. 35. ƒ878. 2. 4. dan van Teijlingen voor zijn per rendutie verkogte goederen, van Haselkamp heeft moeten hebben, de„ wijl van Teijlingen meede een dibiteur van d'E: Comp=e is, & haselkamp zoo inprudent niet had moeten vreesen aan den deserteur meerder afte geeren als hem Competeerdede overlijden van den pagter der Een der pagters van 'sComp=s dorpen alhier in naame williapoele deeser dagen overleeden zijnde, sonder iets ter wereld natelaten Conform een daar van overgegeeven berigt door den adigaar der dorpen al„ dewelke nog on293. maten hier, volgens het welke denselven aan de E: Comp:e wegens de pagt van 176 4/5. debet gebleeven is, een aan„ sienelijk quantiteijt van 8293 maten Nelij, soo „besluijt daarvan eenelijk wierd verstaan daarvan in deesen eenelijk aantee„ kening te houden: alsoo desselfs agterstal volgens gevenereerde qualificatie van haar hoog Edelens vervat bij hoogst derselver missive van den 14:' Maart 1766. reeds afgeschreeven is, en eenelijk bij de boeken tot geheugenis binnen slijns liep. — den 21 . aug=s. 1769 Op 615. om de domeijnen â uso te der bed=s versoek om al daar „ intekopen. huijsen tot een Equipagie dito kamert aantemaken „ van Julij Op de versogte qualificatie door de sadraspatnam, qualificatie na sadras p=r le opperhoofden bij brieve van den 12. ' en 14. ' deeser wierd verpagten verstaan, deselve te qualificeeren om â uso te verpagten de Zaaijvelden van de dorpen Sadraspatnam, geme„ rij, Meijoer en Calpa Rum, Jtem die van het dorp„ Eddeoer en de daar onder gehoorende zoutpannen; dog waar en teegen van de hand wierd geweesen, dag vande handwijing van derselver propositie tot den Jnkoop van houtverhoutwerken tot de reparatie ken dewelke quamen te manqueeren tot de ge„ qualificeerde reparatie der gebreeken aan de ge„ bouwen aldaar, dewijl deselve dE: Comp=e te veel kosten zoude, uijt welken hoofde verstaan is een besluijt een der negotie pak der Negotie pakhuijsen te emploijeeren, om er deze gebruijken touwen in teschieten, en tot berging der verdere Equi„ pagiegoederen; soo als ook om de wille van de nood, qualificatie om 3 zergeants saakelijkheijd geresolveerd wierd ordre te verleenen tot het aanbouwen van drie sergeants kamers en wijders te con„cedeeren in de afschrijving van de onkoff item ter afsz: van de sk ostelleng reekening van de maand Julij J=o leeden. —. Aldus Gedaan en Gearresteerd Jn't Casteel tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was geteekend:/ P: Haksteen, H=s Leembruggen, H: Bonte, I=s den 21'. augs. 1769. Cantervisscher versoek van den dispencier om de hem ter vergoeding opgelegde nelij in na„ tura te mogen restitueeren condekcandance daarin Cantervisscher, P: J: L: De Filliettaz:, Corn=s J=b van Tessel, en W=m W=m Duijnevelt Pietersz:,. . . . . . . , Saturdag den 26:' Augustus A:o 1769 se Morgens te half Negen uuren Politique Vergadering Gehouden alle present dempto Den onderCoopman Jan Diederik Severin mits occupatie in 'sComp=s dienst Ter sessie van den 24:' Julij Jongstleeden den dis„ pencier Hendrik Ambrosius Johnson opgelegd weesende, aan dE: Comp=e te vergoeden, een quart van de in't dispens bedorven bevondene 2092. parras Nelij, dog denselven bij request versoek gedaan heb„ bende, om het selve in natura te mogen voldoen, op fondament van de slegte Constitutie der pakhuijsen, bij zijn daarvan overgegeevene verand„ woording g'allegueerde soo is goedgevonden en verstaan, het zelve hem te permitteeren. Gelijk ook verstaan is te condescendeeren in de den 26. ' Augustus 1769. gedaane : . 617. „ om neers gem: regt aan haar hoog Ed=s bronsvelt van vredelust om diverse benodigthd gedaane Jnstantie van den ondercoopman en het ge„item inde instantie van schoften weesene opperhoofd van Palicol Hendrik Schoffier eztenden ter opsending zijner Request aan Haar hoog Ede„ lens de Edele Hooge Jndiase Regeering te Ba„ tavia tendeerende versoek ter Coursneeming zij„ ner gagie zedert dat deselve afgeschreeven is„ geweest te weeten van den dag van het Trans„ port zijner opperhoofdij Conform Resolutie van den 9.:' Junij 1768. in steede van den 12. ' Junij J=o Leeden van welken tijd het bij deese Regeering goedgevon„ den is, hem goed te doen. . Jnselvervoegen is op het almeede bij request gedaan verleend transport na batavia aan versoek met het schip vreedelust transport naar Batavia verleend, aan den ondercoopman en ge„ vreese opperhoofd van Bimilipatnam Pieter Abrahamsz: Bronsveld soo wel, als aan desselfs huijsvrouw en vier slaven. —. Wijders wierd geleesen het request door den schipper besing van't reg:t van de schipper van het hier ter Rheede leggend schip vreedelust Cornelis Pietersz:, gepresenteerd, behelsende ver„ soek dat ten behoeve van dien bodem zoo wel, als daarop vaarende manschappen, verstrekt mogte werden, een vath pik, en het nodig werk tot het waar in't zelve bestaat den 26. ' aug=s. 1769. Calfaaten

NL-HaNA_1.04.02_3261_0842 view scan ↗

English

Acquiescence therein, the finding of the delivered cargo of the said vessel, the entries not exceeding the write-off regulation, it was agreed to write off to profit and loss. Caulkers of that vessel, one last of rice instead of that being provided to the caulkers, good months for the crew, as well as drinking water for the same, both for the lay days and the return voyage, item rations for 2 ½ months for the easterners sailing over on that vessel, together with the necessary mats for matting the hold and the nails required for that purpose to preserve the packages to be loaded; furthermore, that the galley and other unserviceable equipment may be repaired; all of which, insofar as it has not yet been provided, was agreed to be issued at the earliest opportunity, so that that vessel needs to wait for nothing. Further, resuming the general findings of the delivered cargo of the ship Vreede Lust, it was disposed of in such manner as appears below. Shortage ƒ399 ½ on 40052 lb of cloves, calculated at 1 per cent, the cloves being naturally oily according to the report of the commissioned judicial members, weighed and received in the presence of the Fiscal on 26 August 1769. ¾ on 40/ 407 619. The entries not exceeding the write-off regulation, it was agreed to write off to profit and loss on 26 August 1769. ¼ on 100 lb of medium nutmegs, packed in a sample box with Javanese tobacco, is ¼ per 100. 375 - on 30000 lb of Japanese copper bar gives 1/8 per hundred loss. 479 ½ on 15905 lb of Japanese camphor, calculated at 3 per hundred. 1400 – on 70000 lb of winnowed black Bantam pepper gives a loss of 2 per cent. 45 – on 300 lb of hoop iron is 1 ½ per hundred. 49 – on 4896 lb of assorted Dutch nails, calculated at 1 per cent. 60 – on 4009 lb of Dutch iron for Sadras, calculated at 1 ½ per cent. 9 on 615 lb of Dutch iron for Palliacatta gives an underweight as above. 6 ¼ on 500 lb of Malacca tin for Jaggernaijkpatnam is 1/8 per hundred. 9 ½ on 639 lb of Dutch iron for Bimilipatnam, as before. Of this, 29 cans or 10 per cent was validated for write-off, and the remaining 39 cans or 13 per cent to be charged to the account of the officers under buy-out, subject to further disposition by the Right Honourable Gentlemen. Bimilipatnam, calculated at 1 ½ per hundred. 31 1/4 on 25000 lb of Malacca tin for Bimilipatnam, calculated at 1/8 per hundred. 45 ½ on 1505 lb of white Chinese alum, also for Bimilipatnam, calculated at 3 per hundred. ƒ68 – on 291 cans of wine vinegar is 23 7/8 per cent. Write off to account of profit and loss: 6 ¼ on 920 lb gross of Delft butter is 1/8 per cent. Of this, 5 per cent write-off to account of profit and loss, and the remainder to be charged to the account of the officers under buy-out at 24 per cent, subject to the honoured further disposition of Their Right Honours: 74 5/8 on 200 bottles of rosewater, loss 37 7/16 per hundred. Of this, charged to the account of the officers under buy-out until further disposition of the said Right Honours: 100 pieces of mill planks, 22 to 24 feet long and 2 inches thick. 50 pieces of mill planks, length as aforesaid, but 3 inches thick, not accounted for by the officers here, as they declare not to have received them at Batavia. Thereupon, the request made to the Governor by the farmer of the revenues on goods imported and exported by sea having been presented and submitted by His Honour to the members, stating that since that farm lasted no longer than for one year, it was consequently continually exposed to changes of persons and of their dealings; that private merchants and others were thereby made hesitant to come here to trade, fearing uncertainty regarding the conduct of the new farmer; for although he could by no means go beyond the limits set by the farm conditions, the influx of trade nevertheless often depended on the moderate tempers and conduct of those with whom the merchants have the most to transact and settle, and in particular the farmer, through the speedy clearing of the contracted goods and the providing of all necessary assistance in that regard; for that reason it was very necessary that said revenue, instead of for only one year, be farmed out for three consecutive years, because the farmer, through the length of his farming term, could then, through courtesy and good reception, attract and encourage the boatmen to come here for commerce, since they otherwise, not being assured thereof, would steer their course to the nearby Nagoor, to Porto Novo, and elsewhere; as well as that, upon prolongation of that farm in the manner aforesaid, the same would also noticeably on 26 August 1769.

Dutch transcription

Condescendance daarin de bevinding der uijtgeleverde la„ ding van ged: schop de posten als het Reglement der af„ schrijving niet excedeerende, is verstaan op winsten verlies te laten afschrijven Calfaaten van dien bodem, een last rijst in steede van het verstrekt werdende aan de Calfaaters, goede maanden voor het volk, soomeede drinkwater voor het zelve, soo voor de legdagen als te rug reijse, Jtem Randcoen voor 2. ½. maanden, voor de met dien bodem overvaarende oosterlingen, mitsgaders de nodige matten tot hetavermatten van het ruijm en daartoe vereijsschende spijkers tot preservatie der intela„ dene packen, wijders het Combuijs en verder onbe„ quaam goed, gerepareerd moge wierden, alle het geene voor soo verre nog niet verstrekt is, verstaan wierd, ten eersten te laten afgeeven, op dat dien bodem ner„ gens na behoeft te wagten. resumptie van andi pocuite op Voorts geresumeerd zijnde, de generaale bevinding der uijtgeleverde lading van het schip vreede lust zoo wierd daarop indier voegen gedisponeerd als hier onder komt te blijken Te kort ƒ399. ½. op 40052. lb: garioffel Nagulen ree„ kent 1. p:r Cento J. s zijnde de nagu„ len vettig in haar zoort Conform het Rapport der gecommitteerde Justitieele leeden, ten overstaan van den fiscaal gewogen en ontfangen den 26. aug.s 1769. ¾. op. 40/ 407 619. de posten als het Reglement der afschrijving niet exce„ deerende, is verstaan op wienste en verlies te laten afschrijven. den 26'. aug=s 1769 ¼. op 100. lb: Nooten musschaten middelbaare in een monster kist met Javase tabak afge„ pakt is ¼. ten 100. 375. -. op 30000. lb: staafkoper Japans geeft 1/8. ten honderd verlies, 479.½. op 15905. lb: Camphur Japanse reekend 3. ten honderd 1400. –. op 70000. lb: peper swarte ge„ harpte bantamse geeft een ver„ lies van 2. pr Centos 45. –. op 300. lb: hoepijser is 1½. ten honderd, 49. –. op 4896. lb: spijkers hollands in zoort reekend 1. p.r Cento 60. –. op 4009. lb: ijser holl. s voor sadras reekend 1. ½. p.:r Cento 9. . . „ 615. „ ijser hollands voor palliacatta geeft een min„ wigt als boven 6. ¼. op 500. lb: Thin Malaks voor Jaggernaijk p=m is 1/r. ten hond=t 9. ½. op 639. lb: ijser hollands voor Bimilip:n als vooren. hiervan 29. kannen of 10. p. r C.o ter afschrijzing geralideerd, en de resteerende 39 kening uijtkoops te stellen. kann: of 13: /o. ten hond=t op der overheeden ree„ haar hoog Edelh=s. sitie van welmelde haar hoog Ed=s uijtkoops zee hol dat ged: pagt insteede van door een door die are afgestaan werde mo Bimilipatnam reekend 172. ten honderd 31:14. op 25000. lb: Thin Malaks voor Bimili„ patnam reekend 1/8. ten honderd. 45:½ op 1505. lb: Alluijn Wette Chineese, almeede voor Bimilip=m reekend 3 ten honderd ƒ68. –. op 291. kannen wijn asijn is 23. 7/8. p„r Cen„ afsz: op reecq: van winst en verlies. . . . 6. ¼. „ 920. lb: Bruto delfse boter is 1/8. per„ Cento. hier van 5. p:rC: absz of reecq: van winst en 74. 5/8. op 200. flessen Rosewater verlies 37: 7/16. verlies ende rest op der overheeden reecq uijtkoop„ te belasten ter g'eerde nader dispositie van ten honderd hiervan der overheeden reek: tot nader dispo „ 100. –. ps Molen planken lang 22. â 24. voeten en 2. duijm dik 50. –. „ Molenplanken lang als gesegd dog 3. duijm dik door de overheeden alhier niet verantwoord als verklarende op Batavia niet ontfangen te hebben. e gedaan vloek doorden agter van d er volgens door den heer gouverneur, aan de Leeden vertoond en voorgedraagen wesende, het aan zijn Edele gedaan versoek van den pagter van de inkom„ sten der ter zee aangebragt en uijtgevoerd werdende goederen, dat vermits die pagt niet langer dan maar voor een Jaar stand greep, gevolgelijk geduurig aan verandering van persoonen en derselver behandelin„ met 24. p:r Cento te belasten. to den 26. ' aug. o 1769. gen nes 621. den 26. . aug=s. 1769 gen g'exponeerd was, daar door de particuliere traf„ fiquanten en andere, scrupeleus gemaakt wierden alhier, ten handel te komen, als onseekerheijd versee„ rende van de behandeling van den nieuwen pagter die schoon buijten de bepaling bij de pagt Conditien gesteld, geensints gaan mogt, nogtans den toevloed van den Handel veeltijds afhing aan de besadigde Humeuren en behandeling der geene, met wien de Cooplieden het meest te verhandelen en te demes„ leeren hebben, en in het bijsonder den pagter door het spoedig verthollen der gecontracteerd werdende goederen en het toebrengen van alle noodwendige behulpsaamheijd daaromtrend, uijt dien hoofde seer Noodsaakelijk was, dat die pagter in steede van maar voor een, voor die agter een volgende Jaaren verpagt wierd, dewijl den pagter dan door de lank, en waarom heijd zijner pagt tijd, de Barquiers door Heusheijd en goed onthaal, aanlocken en Courageeren konde, dit heen ter Negotie te komen, vermits zij an„ ders, als daar van niet verseekerd zijnde, den stee„ ren naar het na bij geleegen Naoer, naar Porto„ novo en elders vrenden, soomeede dat bij prolonga„ tie van die pagt, invoegen voormeld, deselve ook men„ kelijk.

NL-HaNA_1.04.02_3261_0846 view scan ↗

English

would test, and fulfilling the objective, to decline for the said period. to make. that for all the doits that he, and on what ground significantly increase, and the farmer would have enough time to collect and receive his lease moneys with ease, as well as being able to secure himself against loss and outstanding balances, so it is, on account of the intended benefit contained therein for the Honorable Company, approved and agreed to sanction the leasing thereof according to the proposal, and, if the same works out as desired, to farm it out for only three years, but upon finding that it would not meet expectations, or if the higher yield is not found to be as significant as it is represented, then to make no change therein, but to leave it on the old footing. In the same manner, it having been represented that by the abundance of copper doits and pennies with which this city is provided, and their continuous importation from outside, the farmer is placed in an inability to exchange out again the doits that he must receive, and also having no means to take in all the doits that are offered to him and to procure fanums or any other gold currency for them, wherefore, if he did not wish to see the lease decline, he had for the most part been forced, the 26th of August 1769 money 623. the 26th of August 1769 to negotiate money on interest in order to exchange and store up the doits, so as to prevent that upon refusal they would be sold to others for 18 and more doits per fanum, which, for lack of money and because of the loss that he came to suffer with the payment of interest, he had repeatedly had to tolerate; and to that end a request having been lodged for and on behalf of the farmer, that all the doits that he, the farmer, could exchange may be accepted by the Honorable Company with an advance of 12 percent reckoned at 16 doits per fanum, and that fanums may be furnished to him in return; item that the farmer of the revenues of the city gates also be forbidden to sell his doits himself as is currently done, but to hand them over to the farmer like others at 18 pieces per fanum; whereupon, having deliberated, it being judged necessary that the farmer be accommodated in this respect, as he would otherwise be entirely unable to pay his lease moneys properly, and moreover, if this were not provided for, that lease would undoubtedly drop considerably and in time come to naught, and on what grounds. condescension in that instance, it is therefore for those reasons as well as by virtue of the qualification of Their High Excellencies, by referenced letter of the 17th of March of this year, to accept for the Honorable Company, on the stipulated condition of 12 percent, six thousand pagodas in doits instead of 3000 and to send them to Batavia, approved and agreed to condescend to the aforesaid made instance, and accordingly to accept from him, upon delivery of fanums, all the doits that he should come to procure, and to add the same, alongside the prohibition to the farmer of the city gates not to sell doits, to the conditions upon which the leasing is to take place, and to amplify them therewith. Pursuant to the resolution taken in the session of the 17th of February of this year, the silver to be found on the palanquin mentioned therein was accurately inventoried and found to amount to 387 marks 6, or 348 1/4 Reals of 10 pennies, and the same being appraised at 14 pence per Real, and the fanums reduced at 24 per pagoda, bringing out pagodas 203. 10. 40 or 915 guilders 9 stivers 6 penningen in Dutch money; so it is understood to credit the account of van Teijlingen for that amount, for which the the 26th of August 1769. Honorable 625. Honorable Governor declared himself willing to take over and keep the palanquin. Furthermore, there was also received the report from the Honorable Head Administrator Henricus Leembruggen, pursuant to what was demanded of His Honor by resolution of this table of the 26th of June last, regarding the required elucidation concerning the previously occurred obscurity in the calculation and treatment of the 4 percent agio which is annually credited to the merchants of Palicol on the merchandise furnished to them from the Jaggernaijkpooram warehouses upon delivery of piece goods, mentioned in Their High Excellencies' referenced missive of the 31st of May of this year, and in this Government's outgoing letter to Palicol of the 19th of October of last year, said writing reading as follows: To the Honorable, Valiant Pieter Haksteen, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of this Coast of Coromandel. the 26th of August 1769.

Dutch transcription

probere, en aan'toogmerk voldoende voor ged: tijd aff teslaan. te maken. ten, dat voor alle de duijten die hij den, en om wat fundament kelijk accresseeren, en den pagter tijd genoeg hebben zoude, zijn pagt penningen met gemak te innen en ontfangen, mitsgaders sig voor schade en restanten besluit de verklagting vo Jar te tecken konde, soo is, om het daar door bedoeld voordeel welke voor dE: Comp=e daarin opgeslooten legd goedgevon„ den en verstaan, het verpagten vn derselve na het gepropo„ neerde, te approbeeren, en het selve, naar wensch effec„ tueerende, voor drie Jaren maar aftestaan, dog bij dog zoomet dan geen aandering bevinding dat aan de verwagting niet zoude werden beantwoord, of het meerder rendement soo impontant niet bevonden werdende, als men het voorsteld, dan daar in geen verandering te maken, maar het op den ouden voet te laten gedanverek orde ate ter dien n selvervoegen vertoond weesende, dat door de inwitsel, hen vo vrtekt mogen ver menigvuldigheijd van de kopere duijten en pennin„ gen, waar deese stad van voorsien is, en dies Conti„ nueelen aanvoer van buijten den pagter buijten staat gesteld werdende om de duijten die hij moet ontfan„ gen, weder uijttewisselen, en ook geen vermogen hebben„ de, om alle de duijten welke hem aangeboden werden, aanteslaan en 'er fanums of eenig ander goud geld voor te besorgen, over zulx indien hij de pagt niet wilde sien declineeren, meestendijds genoodsaakt was geweest, den 26. '. aug. s. 1769 geld v 623. den 26. ' augs 1769 ten verboden werden mag zijn duijten selfs tevrkopen geld op intrest te negotieeren, om de duijten intewis„ selen &n opteleggen, tot voorkoming dat bij afwijsing niet aan andere, voor 18. en meer duijten per fanum wierden verkogt, het geen hij door gebrek van pennin„ „de gen, en om de wille van „ schade die met het betaalen van intrest, quam te lijden, een en andermaal had moeten tollereeren, en ten dien eijnde voor en van wee„ gen den pagter versoek aangelegd zijnde, om alle de duijten die hij pagter zoude konnen opwisselen bij d'E: Comp=e, met een advans van 12. p.:r Cento tegens 16. duijlen per fanum gereekend, g'accepteerd, en daar voor aan hem fanums verstrekt mogen werden, item dat den pagter der Hadshoor en ook den pagter van de inkomsten der stads poor ten verboden, om zijne duijten gelijk tans gedaan wierd, selfs te verkoopen, maar gelijk andere aan den pagter tegens 18. stux p=r fanum overtegeeven, waar over gedelibereerden noodsaakelijk geoordeeld deliberatie daarover zijnde, dat den pagter daaromtrend wierd te ge„ moed gekomen, wijl hij anders onmogelijk in staat ƒ 7, zoude weesen, om zijne pagtpenningen na behoo„ ren optebrengen, en boven dien, wanneer daar in niet voorsien wierd, ongetwijffeld die pagt Conside„ rabel zoude dalen, en met 'er tijd te niete loopen, zoo en uijt wat hoofde. bekend te stellen en deselve daarmee de te amplieeren de palinquin van van Teijlinge te vinden. betuijging vanden gouvern=r om deselve voor de getaxeerde pr/o 263. 10. 40. te willen verneemen condekendance in die instantie, zoo is om die reedenen zoo vel, als uijt hoofde van haar hoog Edelens qualificatie, bij gerenereerde letteren van den 17. ' Maart deeses Jaars, om insteede van 3000. ses duijsend pagoden aan duijten op de ge„ stelde Conditie van 12. p.:r Cento voor dE: Comp=e te ac„ cepteeren en na Batavia te zenden, goedgevonden en verstaan, in de voorsz: gedaane instantie te Condescendeeren, en dien volgens van denselven onder aflanging van fanums te accepteeren, alle de duij„ bellungt zulk ijde agtonditen, welke hij zoude komen te besorgen, en het sel„ ve nevens het verbod aan den pagter der stads poorten, om geen duijten te verkoopen, bij de condi„ tien, waarop de verpagting staat te geschieden, bij tevoegen, en daarmeede te amplieeren. — gedane opneem van't zilver aan Ingevolge het geresolveerde ter sessie van den 17. ' februarij deeses Jaars, het zilver aan de palen„ quin daar bij vermeld, te vinden, nauwkeurig op„ genomen & bevonden daaraan te weesen, marg: 387. -. 6. –. off Realen- 348. ¼. van 10. penningen, en het selve getaxeerd zijnde op 14. p. s de Real, mits„ gaders de fanums gereduceerd tegens 24. per pagood; uijtbrengen plo. 203. 10. 40. off ƒ 915: 9. 6. Nederlands geld, soo is verstaan dat bedragen waar voor den den 26:' aug=o 1769. heer 625. heijt inde berekening vande 4. pr C=o opgeld op de coopmansz aande gali heer gouverneur betuijgde die palanquin te willen overneemen, en aanhouden, ten goede van de Reeke„ ning van van Teijlingen inteneemen. —. Voorts ook ingekomen weesende het berigt van ingekomen berigt nof deduijzer den E: hoofd-administrateur Henricus Leen, olse olieden bruggen, ingevolge het gedemandeerde aan zijn E: bij besluijt deeser tafel van den 26. ' Junij Jongstlee„ den, nopens de gevorderde elucidatie omtrend de te vooren gekomene duijsterheijd in de bereekening en behandeling van de 4. pr Cento agio, welke Jaar„ lijk aan de Cooplieden van Palicol werden goed„ gedaan, op de aan haar uijt de Jaggernaijk poe„ ramse pakhuijsen op leverantie van Lijwaten ver„ strekt werdende Coopmansz: vermeld bij Haar hoog Edelens gerenereerde missive van den 31 Meij deeses Jaars, en bij deese Regeerings afgaane brief „na Paticol „van den 19.:' october anno pass=o, Luijdende ge„insertie van dat papier meld geschrift als volgd. — Aan den Wel Edelen gestr: heer Pieter Hakstoen Raad Extraordinair van Ne„ derlands Jndia, gouverneur en directeur deeser Custe cor„ den 26. augo. 1769. mandel.

NL-HaNA_1.04.02_3261_0850 view scan ↗

English

26 August 1769. mandel with the jurisdiction thereof, together with the Honorable Council Honorable Noble and Valiant Lord, and Lords The humble subscriber having been ordered by resolution of this revered Government dated 26 June last to supply the necessary clarification regarding some obscurity that appears to reside in the accounting treatment concerning the 4 percent agio credited to the merchants at Palicol, and how matters stand in that regard, all to be seen in further detail from an extract from Their High Nobilities' much-respected missive of 31 May, item from a copy report of the Lord Visitor-General A. H. Dormieux dated 11 April prior, which has also been received by the subscriber; he therefore has the honor, in dutiful compliance with that most esteemed order, to set down and present the following here below: 1. That to the Palicol merchants, on the merchandise that they receive from the Jaggernaijkpoeram warehouses upon the delivery of linens, 4 percent on the new Nagapatnam pagodas and 8 percent on the Portonovo pagodas has been granted, according to the Resolution of this Government of 7 April 1763 and the subsequent highly esteemed approval of Their High Nobilities, the High Indian Government at Batavia, by their Rescription of 4 June 1764, all more broadly cited in the report of the Lord Visitor-General; that these 4 percent, etc., were also written off annually in the trade ledgers of that office to the credit of the merchants and to the debit of profit and loss, but in new Nagapatnam pagodas instead of old or current pagodas with 8 percent agio, for which they ought to have been credited, since the merchants owed old pagodas to the Honorable Company, and thus the Honorable Company was disadvantaged around that 8 percent to an amount that will be demonstrated hereafter. 2. That on account of these 4 percent, Their High Nobilities the High Indian Government at Batavia, upon the finding in the trade books of this government for the year 1764/5, according to the remark of the Lord Visitor-General, were pleased to order that the same should be charged annually to Jaggernaijkpoeram, to be brought there into the profit account, since the profit achieved on the issued merchandise on which that agio was credited accrued to the benefit of the Jaggernaijkpoeram profits, and thus was more properly attributable to the Jaggernaijkpoeram than to the Palicol profit account, as was also written accordingly to the Palicol chiefs by this Government, with express orders to the same to charge the aforementioned agio of 4 percent to Jaggernaijkpoeram under ultimo August, as well as to enter the aforesaid memorandum into their books to the debit of the profit account. 3. That notwithstanding these so emphatic and clear orders and given commands, the Palicol officials nevertheless understood the same in too literal and too broad a sense, drawing up to that end a memorandum beginning with the financial year 1755/6 up to 1767/8 inclusive, by which memorandum the Palicol officials, on account of the 8 and 4 percent written off in the aforementioned financial years in their trade ledgers to the credit of the merchants, charged the Jaggernaijkpoeram office to the debit of the profit account, and that to the amount of pagodas 12358. 10. 18 7/8, which they wished to enter into their books to the benefit of the profit account, so that the profit account in the Palicol books would have been credited for that sum, and in the Jaggernaijkpoeram books debited. As upon the meticulous examination of the aforesaid memorandum and the comparison thereof against the Palicol trade books, the undersigned discovered not only that the Palicol officials had committed errors in the calculation of the percentages, bringing up in the aforementioned memorandum more percentages than had been credited to the merchants according to their trade ledgers, but also that over and above the aforementioned erroneous calculation, the percentages granted to the merchants in previous years and written off in their trade ledgers had already been settled in the ledgers and letters and had thus already been concluded, all the more because the Honorable Company in certain respects was indifferent whether Jaggernaijkpoeram or Palicol had borne the burden of the 4 percent written off in previous years, provided it had not been disadvantaged thereby. 4. That in view of these and other motives, the undersigned found himself obliged to provide a report to this revered Government in this regard, with the request that the above-mentioned memorandum might not be accepted and entered into the books, but on the contrary another such memorandum, in which only the percentages of that then still current financial year 1767/8 had to be brought up, and of which he at the same time submitted a draft, with the further request that the same might also be sent to Palicol under instructions to the Chiefs to guide themselves after that example in the handling of the matter in their trade ledgers, as indeed happened pursuant to the resolution taken in that regard on 17 October 1768.

Dutch transcription

den 26. ' aug.:o 1769. mandel met den resorte van dien, beneevens den E: agtb: Rraad Wel Edele Gestrengen Heer, en Heeren Den nedrigen teekenaar bij resolutie deeser gevenereerde Regeering sub dato 26. ' Junij Jongstleeden, gelast zijnde de nodige elucidatie te suppediteeren van weegens eeni„ ge duijsterheijd, die 'er in de bereekeningen behandeling, omtrend, de 4: p=r Cento opgeld, welke aan de Cooplieden te Palicol worden goed gedaan, schijnt te resideeren, „gesteld en hoedanig het daarmeede „ is, alles in zijne omstande nader te sien bij een Extract uijt Haar hoog Edelens zeer gerespecteerde missive van den 31: Meij, item bij een Copia berigt van den heer visitateur generaal A: H: Dormieux sub dato 11. ' april, bevoorens, den teekenaar almeede welgeworden, alsoo heeft hij d'Eere van, inschuldige naarkoming van dat hoogst g'Eerde bevel het volgende hier onder ter needer stellen en tevertoonen. 1. Dat aan de Palicolse cooplieden op de coopman„ schappen die zij uijt de Jaggernaijkpoeramse pak„ huijsen op leverantie van lijwaten komen te ontfan„ gen 4. p.r Cento op de nieuwe Nagapatnamse pago„ den, en 8. p.r Cento op de Portonovose pagooden, is toegestaan 627. den 26 ' aug:s 1769. toegestaan, volgens Resolutie deeser Regeering van den 7:' april 1763. en de daar op gevolgde hoog g'Eerde approbatie van Haar Hoog Edelens, de Hooge Jn„ diase Regeering te Batavia bij hoogst derselve Rescriptie van den 4. ' Junij 1764. , alles breeder g'allegueerd bij 't berigt van de heer visitateur ge„ neraal, dat deese 4. pr Cento ensz: ook Jaarlijx bij de handelboekjes van dat Comptoir, ten faveure der Cooplieden, en ten laste van winst en verlies zijn afge„ boekt, dog met nieuwe Nagapatnamse pagooden in steede van oude of paij met 8. pr Cento opgeld, waar voor se hadden moeten gecrediteerd werden, dewijl de Cooplieden oude pagoden aan dE: Comp=e schuldig waa„ ren, en dus dE: Comp=e omtrend die 8. pr Cento bena„ deelt is geworden tot een bedragen, 't welk in't ver„ volg zal werden aangeweesen 2. Dat weegens deese 4. p.rCento het Haar Hoog Edel„ heedens de Hooge Jndiase Regeering te Batavia bij de bevinding, op de negotie boeken van dit gouver„ nement de anno 1764/5., volgens aanmerking van den heer visitateur generaal heeft behaagd te ordon„ neeren, dat deselve Jaarlijx Jaggernaijk poeram zoude aangereekend werden, om aldaar op de winst reekening te brengen, dewijl de behaalde winst op de afgegeevene Coopmansz:, waarop dat opgeld werd goed gedaan, ten voordeele der Jaggernaijkpoeramse winsten. winsten, komt, en dus meer eijgenschap op de Jagger„ naijkpoeramse als op de Palicolse, winst reeckening hadde, gelijk zulx ook de Pallicolse opperhoofden door deese Regeering in dier voegen is aangeschreeven, met expresse last aan deselve, om onder ult=o aug=o voormelde agio van 4. pr Cento Jaggernaijk poeram aantereekenen, als meede om voorsz: memorie bij haare boeken ten laste der winst reekening inte„ neemen. 3. Dat niet teegenstaande deese soo nadrucklijk en verstaanbare ordres en gegeevene beveelen, al egter de Palicolse bediendens deselve in een al te dadelijke en te ruymen sin hebben begreepen, formeerende ten dien eijnde eene Memorie, beginnende met 't boek„ Jaar 1755/. tot 176 7/8. in Clusize bij welke Memorie de Palicolse bediendens weegens de in voormelde boek„ Jaaren, bij hunne handelboekjes ten faveure der Corp„ lieden afgesz: 8. en 4. p. r Cento ten lasten der winst reekening het Comptoir Jaggernaijk poeram aan„ reekenden, en dat wel ten bedragen van pr/o 12358. 10. 18. 7/8. die sij ten voordeele der winst Reekening bij haare boeken wisele inneemen zo dat de wienst reekening bij de Palicolse boeken voor die som soude gecrediteerd en bij de Jaggernaijkpoeramse gedebiteerd zijn geworden. Zoo als bij 't nauwkeurig ondersoek van voorschree„ den 26:' aug:o 1769. ve - ƒ 629. den 26. ' aug=o 1769. ve Memorie en vergelijking derselve teegens de Pa„ licolse Negotie boeken, den ondergeteekende ontdekte„ niet alleen dat de palicolse bediendens in de breekening van de percentos abuijsen hadde begaan, als brengende bij voo„ ren gedagte Memorie meer per centos op als 'er volgens haare handelboekjes de Cooplieden waaren te goed gedaan, maar ook dat buijten en behalven voormelde fout reekening de in voorige Jaaren aan de Cooplieden toegestaane en bij haare handelboek„ Jes afgesz: percentos bereeds bij de boekjes en brieven waaren verhandelt en dus haar beslag al hadden erlangd, te meer dE: Comp=e het in zeekere opsigten eeren eens was of Jagger„ naijkpoeram, dan wel Palicol de Last van de invoorige Jaaren afgeboekte 4. p. r Centos had gedraagen, als deselve daar bij maar niet was benadeelt geworden 4. Dat uijt hoofde van deese en meer andere motiven, den on„ dergeteekende zig heeft genoodsaakt gevonden dier weegens aan deese gezenereerde Regeering van berigt te dienen, met versoek dat de hier vooren gemelde memorie niet mogte werden g'accepteerd, en bij de boeken ingenoomen, maar daar en teegen eene andere dito, waar bij maar eenlijk de percentos van dat te dier tijd nog loopend boekjaar 1761/3. moesten wierden opgebragt en waar van hij teffens eene pro„ ject te dier teijd overlijde met alverder versoek het zelve ^ onder aanschreevens aan de Opperhoofden meede na Palicol mogten werden versonden, van na dat voorbeeld in 't verhandelen van de saak bij haare han„ delboekjes zig te rigten, gelijk dan ook volgens het dier„ weegens genoomen besluijt van den 17.:' october 1768. is ge„ schied. 9p

NL-HaNA_1.04.02_3261_0854 view scan ↗

English

the 26th of August 1769. occurred, without, however, the repeatedly mentioned chiefs of Palicol having as yet complied therewith, for reason that, no matter how clearly the same was written to and pointed out to them regarding how the treatment and booking-off of the more-mentioned 4 per cent ought to occur, they nevertheless did not punctually observe the orders given in that regard, but have again followed the routine of previous years in the booking-off of the aforesaid agio, as can be seen on page 51 of the journal of that counting-house dated 1767/8, and thus again credited the merchants' account with new instead of old pagodas, which, however, is to be redressed in the present financial year, so that. —. 5. From these continuous erroneous handlings and misunderstandings of the Palicol chiefs, it has consequently resulted that, in conformity with the aforesaid report of the undersigned, and according to the report of the gentleman visitateur-generaal, and as appears from the trade of that counting-house, there has been credited to the merchants in previous years on account of the often-mentioned agio, in new Nagapatnam pagodas, 9418. 18. 7/8, namely: Since 175½ until 176¼ - - - - new pagodas 6480. 9. 7/8. In the financial year 1761/5 - - ditto - - 821. 12. —. In ditto . . . 1765/6 - - - - - - ditto . . 1209. 9. ½. In ditto . . . 1766/7 - - - - - - ditto . . 907. 11. ¼. Or as said before - - new pagodas 9418. 18. 3/8. Which, reduced to old or pagodas with 5 per cent agio, or three-figure coin, amounts to 8721. 2. —. So that, after subtraction of that for which the Palicol merchants, as said, have been overcredited, pagodas 697. 16. 5/8, the Honorable Company has essentially been prejudiced for the last-mentioned sum, for which, consequently, the merchants' account ought to be debited pro rata according to each one's enjoyment. 631. the 26th of August 1769. 6. Apart from and besides this reduction, nothing has been transacted in the Palicol books that is improper or contrary to orders. Wherefore the undersigned, hoping with what has been alleged herefore to have given to their High Noble Excellencies the Honorable High Indian Government at Batavia the necessary and required clarification, and thus to have complied with the honored intention of your Right Honorable Sir, has for the rest the honor to remain with due respect, /underneath stood:/ Right Honorable Sir and Gentlemen, your Right Honorable Sir's humble and obedient servant, /was signed:/ H. Leembruggen, /in the margin:/ Nagapatnam, the 25th of August 1769. Resolution to fully confirm therewith, and to send a copy thereof to Batavia, it being understood that the memorandum sent from here served as a precedent. Thus, after the reading of that writing, it was approved and understood to conform fully therewith, and to offer the same in copy to their High Noble Excellencies with the letter now to be dispatched, for their most venerated disposition. —. Demonstration that the Palicol servants did not well understand the mentioned 4 per cent, but instead of 8 had disbursed 14 per cent, and credited the merchants' account with new pagodas; demonstration thereof. On this occasion, in that regard, it being further demonstrated to the assembly that, notwithstanding that in the past year a memorandum was drafted and sent to Palicol as a model, with orders to regulate themselves thereby in the taking-in and transacting in the books there of the aforesaid four per cents added to the merchants, the chiefs nevertheless have not well understood the same, and thus, on the 1400 new Nagapatnam pagodas disbursed to the private suppliers, have calculated 14 instead of 8 per cent, and had credited the merchants' account with new pagodas, as had occurred in previous years, to the detriment of the Honorable Company, as appeared more closely below, namely: On the aforesaid disbursed 1400 new Nagapatnam pagodas without agio, the suppliers are entitled to 8 per cent agio, or . . . pagodas 112. —. —: The merchandise enjoyed by the collective traders in a full year amounts to pagodas 28807. 11. 7/8, and the 4 per cent thereon imports . . . 1152. 6. 10. Total . . . . . . . . pagodas 1264. 6. 10. From which subtract the following entries, namely: For the delivered chintzes were disbursed pagodas with 4 per cent agio, pagodas 15137. 12. –, of which the 4 per cent comes to the benefit of the Honorable Company at . . . pagodas 605. 12. —. Item for packaging dungarees, Porto Novo pagodas without agio, on pagodas 107. 8., and the 8 per cent imports . . . . . 64. 12. —. Brought forward . . . pagodas 605. 12. and 64. 12. 633. the 26th of August 1769. Brought forward pagodas 605. 12. and 64. 12. Total for deduction . . 670. —. —. Remainder . . . 594. 6. 10. And from which again subtract 1 per cent rebate . . 6. 2. 20. Whereupon there still remain new Nagapatnam pagodas 588. 3. 70. Which, reduced to old pagodas to the benefit of the merchants, comes to an amount of . . . pagodas 544. 14. 10. But their account was, by the chiefs, in conformity with page 51 of the journal of the year 1767/8, erroneously credited with . . . . . 671. 10. 20. Thus overcredited . . . . . . pagodas 126. 19. 60. Order to charge the merchants again for what was overcredited to them, and in future to guard against such irregularities. Thus it was approved and understood to order the aforesaid Palicol chiefs to charge the merchants again for the amount overcredited to them in the manner aforesaid, and in the future to guard against such irregular treatments. —. Resolution to send to their High Noble Excellencies the justification of the Honorable Leembruggen regarding the increased Porto Novo pagodas. As was also read on this occasion and likewise approved to transmit to their said High Noble Excellencies the justification, dedicated to their High Nobles, of the mentioned Chief Administrator Leembruggen. the 26th of August 1769

Dutch transcription

den 26'. Augs. 1769. schied, zonder dat egter meermelde opperhoofden van palicol voor als nog daar aan hebben voldaan, om reeden hoeduijdelijk ook het een en ander deselve is aangesz: en aangeweesen, hoeda„ nig de behandeling en afboeking van de meer gerepte 4. p=r Cen„ to moeste geschieden, ze egter de dierweegens gegeevene ordres niet punctueel hebben g'observeerd, maar alweeder in 't afboe„ ken van voorsz: agio den slenter van voorige Jaaren opgevolgd, gelijk is te zien op pag: 51. van dat Comptoirs Journaal de d=o 176 7/8., en dus alweeder der Cooplieden reekening voor nieuwe in„ steede van oude pag: gecrediteerd, het welk egter in 't presente boekjaar staat geredresseert te werden, invoegen. —. 5. uijt deese contanueele verkeerde behandelingen en mis. vattingen der palicolse opperhoofden, is dien voortgevloeijt dat Conform 't voorgemelde berigt van den ondergeteekende, en volgens het Rapport van de heer visitateur generaal, en blijkens de negotie van dat Comptoir dat de Cooplieden viee„ gens dik gerept opgeld in voorige Jaaren is ten goede gebragt in nieuwe Nagapatnamse pag: 9418. 18. 7/8. teweeten Zeedert 175½. tot 176¼ - - - - Nieuwe p:r Co. 6480. 9. 7/8. . . - d=o - - „ 821. 12. —. Jn't boekjaar 176 1/5. Jn't _ o. . . . 176 5/6 - - - - - - d o. . . „ 1209. 9. ½. of als vooren gesegd - - Nieuwe pr o. 9418. 18. 3/83. Dewelke gereduceerd tot oude of pagooden met 5. pr C. o opgeld dan wel drie beeldige munt uijtmaaken. „ 8721. 2. -. Soo dat er naar substractie van 't geen waar voor de palicolse Cooplieden gelijk gesegt te veel zijn ge„ - - - p o/o 697. 16. 5/8: crediteerd dE: Comp=e weesentlijk is benadeeld voor laast gemelde Com„ waar voor over zulx der Coopliedens reeckening na rato van ijders genot diend gedebileerd tewerden Jn't _o . 176 6/7. - - - - do. . „ 907. 11. ¼. - - .- - 631. den 26:' aug=s. 1769. 't selve een Copia na batavia te van hier gesondene mem: tot voor„ „begreepen. 6. Buijten en behalven deese reductie is bij Palicolse boe„ ken niets verhandelt, dat oneijgen of teegens de ordre is Invoegen den ondergeteekende verhoopende met het hier vooren g'allegueerde haar hoog Edelheedens de Edele hooge Jndiase Regeering te Batavia de noodige en gerequireerde ophel„ dering te zullen hebben gegeeven, en dus aan de g'Eerde Jntentie van uwel Edele gestr: voldaan, zoo heeft hij voor het overige de eere met verschuldigde eerbied te verblijven /:onderstond:/ wel Edele gestr: heer en Heeren, uwel Edele gestr: onderdanige en Gehoorsaame Dienaar /:was ge„ teekend:/ H=s Leembruggen, /:Jn margine:/ Nagapat„ nam Den 25. ' aug=o 1769. Soo is naar lectura van dat geschrift goedgevonden confirmering daarmede beslijt en verstaan zig daarmeede ten vollen te Conformeeren zenden en het zelve bij het thans aftegaane schrijvens haar .hoog Edelens in Copia aan te bieden ter hoogstgevene„ reerde dispositie. —. Te deeser geleegentheijd ten dien belange nog aan toning dat de paticolse bed:s de de vergadering vertoond zijnde, dat niet teegenstaan heeld mop.s gd: 4. prC: met wel de in a=o pass=o een memorie geformeerd en tot voorbeeld naar Palicol gesonden was, met ordre om zig daar na tereguleeren bij het inneemen en verhandelen bij de boeken aldaar van de voorsz: aan de Cooplieden toegevoegd vierdende vier percentos de opperhoofden nog thans 7 in steede van 8. wel 4. pr C:t versrekt onder Cosp: reeq: met N: Eo lo ge„ crediteerd hadden. aan toning daarvan nogthans het zelve niet wel begreepen, dus op de en dis aan de part Levenanciers verstreckte 1400. nieuwe Nagapatnamse pagoo„ den, aan de particuliere Leveranciers insteede van 8. viel 14. p. r Cento bereekend en der Cooplieden reekening gelijk invoorige Iaaren geschied was, met nieuwe pagooden gecrediteerd hadden; ten nadeele van dE: Comp=e, gelijk hier onder zulks nader quam te blijken; als op de voorschreeve verstreckte 1400. nieuwe Naga„ patnamse pagooden sonder opgeld Competeerd de leveranciers 8. p:r Cento opgeld of. . . - F/o. 112. —. —: De genotene Coopmansz: door de gesament„ lijke handelaars in een Rondjaar bedraa„ gen pag: 28807. 11. 7/8. en de 4. p. r Cento daar op importeeren Waarvan detraheere de volgende posten als Voor de geleeverde Chitsen zijn verstreckt pag: met 4. p.r Cento opgeld pag: 15137. 12. –. waar van de 4. p.r Cento ten voordeele van dE: Comp=e -. komt met . . pr %o. 605. 12. -. Idem voor pakdongrijsen portonovose pagooden sonder opgeld op pag: 107. 8. en Transporteere - - - Rr/o 605. 12. p. 64 6.10. - - - - - „ 1152. 6. 10. Teld. - - - - - - - - plo. 1264. 6. 10. den 26:' aug:o 1769. -- 633. . „teerde haar weder ten laste te brengen regulariteijt te wagten de verantwoording van dE: Leembraggen uerg:s. de vermeerderde portonovrse P„r Transportos 65 12. s ƒ 4. 10. . en de 8. p:r Cento importeerd. . . . . „ 64. 12. —. Teld ter aftrek . . „ 670. —. — Rest . . . 594. 6. 10. En waar van weeder substraheere 1. p:r C=o Rabbat. - „ 6. 2. 20. Wanneer dan nog overblijven nieuwe Nagap=te pagooden 508. 3. 70: Dewelke gereduceerd tot oude pagooden ten voordeele der Cooplieden komt een montant van. . . Rro/o 544.14. 10. Dog derselver reecq: door de opperhoofden Con„ form pagina 51. van het Journaal de anno 176 /8. abusive ten goede gebragt met. . . . . „ 67: 10. 20: Dus te veel. . . . . . pr/o. 126. 19. 60. Soo wierd goedgevonden en verstaan de voorsz: pa, lastomut de Coopl: ke vel gecresi„ licolse opperhoofden te gelasten, het de Cooplieden in„ roegen voormeld te veel gecrediteerd bedraagen haar weeder ten laste te brengen, en zig voor diergelijke en zig int verolg voordiergelyjke in„ irreguliere behandelingen in het vervolg tewag„ ten. —. Gelijk bij deese occagie ook geleesen en teffens goed, besluijt haar hog Ed=s teteleng gezonden wierd welmelde Haar Hoog Edelens te Laa schulden ten toekoomen de aan Hoogst deselve gedediceerde verandwoording van genoemde hoofd-administrateur den 26:' aug=s 1769 Leembruggen

NL-HaNA_1.04.02_3261_0858 view scan ↗

English

to the account of: for the French gentleman Amat why and with what request to request his discharge from this government Leembruggen on that advanced by his predecessor, the Senior Merchant David Coenraad Vick, regarding the increased debts of the Porto Novo merchants since the book year of 175 7/8 to 176 2/5, and further to await Their High Mightinesses' esteemed disposition thereon; as also the resumption of an invoice passed, being the invoice of charging such entries as were found ought to be brought to the credit and debit of the Indian headquarters. Resolution to address duplicate of the letter to the ministry As no answer has yet been received, neither from Mr. Amat himself, nor from his attorneys at Pondicherry, to the letter dispatched from here on the 21st of the past month of July, it is resolved to send a duplicate thereof and to address the same to the French ministry there, with the request to notify this Government of its delivery. Inclination of the Governor After which the Governor gave to know that, whereas His Honour's five-year contract in this government was due to expire around mid-May next, and on that account he was inclined to request his discharge from this government and to proceed to Batavia to occupy his seat at the High Table, whereof His Honour had thought proper to give notice to the members, and intended to let his application to that end go forward with the letter being prepared for Their High Mightinesses; the 26th of August 1769 47 635 the 26th of August 1769 request of the members thereupon to be recommended to the favor of Their High Mightinesses in order that the Chief Administrator Leembruggen may be favored with the government and the other members according to their rank in function and service lb: to request a third ship for this coast and wherein that vessel may be employed so as not to be entirely disadvantageous whereupon all the members jointly made the request that on that proposed occasion their humble persons might be recommended to the benevolence of Their High Mightinesses, so that upon the obtaining of His Honour's desired dismissal, the Chief Administrator Leembruggen might be favorably favored with the government, and the other members according to their age and rank, both in function and service, each in his own; beside which it was further resolved that, should the said Honourable High Indian Government be pleased to condescend to the application made by the Governor, they might then also be pleased, for His Honour's transport beyond the two ordinary Coast ships, to assign a suitable third vessel and to send the same hither, either from Batavia or Ceylon; and in order that this vessel should not be entirely disadvantageous to the Honourable Company, it is resolved to represent to Their High Mightinesses that the same could be employed for the fetching and transport of the remainder of heavy ashlar stonework lying ready on the Carreloer seashore, as well as the bales that cannot be sent after mid-August or with the ordinary South ship, Declaration of His Honour that upon obtaining his discharge he intends to depart on the first of October since His Honour declared that in case Their High Mightinesses granted his discharge and sent a third ship, he intended to depart from here on the first of October. Increase in pay of the master hand in the powder mill item of a soldier admission in their stead of 2 others Further, Paulus Laarsen of Lantrop, appointed on the 24th of January 1766 as master hand in the powder mill at f 24, was, upon expiration of his time, increased in pay to twenty-eight guilders under a new three-year contract; likewise the soldier Andre de Rosaijro of Tegenepatnam from f 9 to f 11. Discharge granted to the Easterner soldier Lastly, upon his request made, the soldier among the Easterners named Pannesotha of Malacca was discharged from the Company's service, whose pay it is understood shall be written off from this day forth; and admitted in their stead as soldiers among that nation are Doel Aliem of Gietra and Pamier of Malacca, at the ordinary pay of three rixdollars each per month. the 26th of August 1769 637 the 29th of August 1769 per month. Thus Done and Resolved In the Castle at Nagapatnam, the date aforesaid. Signed: P: Haksteen, H:s Leembruggen, H: Bonte, F:s Cantervisscher, P: J: L: De Fillietaz, Corn:s Pietersz: Appingh, J:b van Tessel, and W:m Duijnevelt. Tuesday, the 29th of August 1769, at eight o'clock in the morning. Political Meeting Held. All present, except The Second Warehouse Master Jan Diderik Severin, on account of occupation in the Company's service. Submission of the report of Judicial Councillors regarding the shipment of the chests of maced nutmegs what is shown thereby Initially served a Report of committee members regarding the shipment, in the presence of the Fiscal, of the twelve chests of maced nutmegs mentioned in the Resolution of the 17th of July last, showing not only the good condition of the said chests in which those

Dutch transcription

aan reedcq: voord' heer amataant fransche waarom en met welk versoek om zijn ontslag uijt dit gouverne„ ment te versoeken Leembruggen op het geadvanceerde door desselfs aante„ cesseur den oppercoopman David Coenraad vick nopens de vermeerderde schulden der Portonovose Cooplieden zeedert het boekjaar van 175 7/8. tot 176 2/5. en voorts hoogst derselver te Eerene dispositie op en aftewag„ resumptie van een factur van ten; soo als ook de Resumptie passeerde de factuur van aanreekening van zodanige posten, als beron„ den zijn ten goede en ten laste van de Jndiase hoofdplaatse dienden gebragt tewerden. —. beluijt dispiliat vande oder tot nog geen andwoord bekoomen zijnde nog van de ministerum te addreseerenen heer Amat zelve, nog van desselfs gemagtigdens te Pondicherij op het van hier afgevairdigd schrij„ vens van den 21:' der gepasseerde maand Julij, zoo is verstaan het Duplicaat daarvan aftesenden, en het zelve aan het frans ministerium aldaar te addresseeren, met versoek van dies bestelling aan deese Regeering kennisse te geeven. — inclinatie van den heer gounderns Waarna den heer gouverneur te kennen gaf dat ver„ mits zijn Edelens vijf Jaarig verband in dit gouver„ nement teegens medio Meij aanstaande stond te Expireeren, en mits dien g'inclineerd was desselfs ontslag uijt dit gouvernement te versoeken en naar Batavia optegaan ter bekleeding van Hoogst den 26 ' aug:s 1769 desselfs. 47 635. den 26:' aug=o 1769. om haar hoog Ed=s het gunttige teur Leem bruge en in't gouvernem=t enfanctie gezavonikeerd worde lb: een derde schip voor dese cust te versoeken. geheel schadelijk te zijn kan werden 'emploijeerd. desselfs plaats aan de Hooge tafel waarvan zijn Ede„ le goedgedagt had, aan de Leeden kennisse tegee„ ven, en van intentie was desselfs instantie ten dien eijnde bij de ingereedheijd gebragt werdende brief aan haar hoog Edelens te laaten afgaan; waarop de ge instantie daar op van de leeden ƒ samentlijke Leeden d versoek deeden, bij die voorgedage te werte geleegentheijd derselver geringe persoonen en welmelde„ „Haar Hoog Edelens goedertierenheid aanbevooen moogen werden om den opsenien van welmelde zijn Edelens gedesidereerde demissie ten goeden be„ dagt, dus den hoofdadministrateur Leembruggen ten eijnde den hoofd administra„ met het gouvernement en de overige leeden na de hade selver ouderdom en Rang zoo in functie als dienst ende andere leeden na haar rang ieder in de sijne gunstiglijk gefavoriseerd te werden waarneevens verders beslooten wierd, dat wanneer besluijt m tet transport van zij„ hoogst gemelde Edele Hooge Jndiase Regeering behaagen mogte in de gedaane instantie van den heer gouverneur te Condescendeeren, als dan teffens gelieven mogte, tot zijn Edelens transport buijten de twee ordinaire Cust scheepen, een bequaam derden bodem aanteleggen, en deselve het zij van Batavia dan wel van Ceijlon dit heen te zenden, en op dat dien bodem niet geheel schadelijk voor d'E: Comp=e weesen en waertoe die bodem om niet zoude is verstaan Haar Hoog Edelens te vertoonen het zelve g'emploijeerd zoude konnen werden tot den mage. afhaal. obtenue van zyn ontslag voornemen was primo Ber te vetrecken knegt inde kruijtmolen item van een soldaat zoldaat admissie daar en tregen van 2. andere. afhaal en vervoer, van het restant swaare arduijne steenwerken aan het Carreloers zee strand in gereed„ heijt leggende, soo meede de packen die na media aug=s of die met het ordinair Zuijdschip niet verson„ verklaaring van zijn Ed: dat bij den kunnen werden, alsoo zijn Edele verklaarde dat ingevalle haar hoog Edelens desselfs ontslag verleende, en een derde schip sonden, van voorneemens was, primo october van hier te vertrecken. —. verhoging in gagie van demester Voorts wierd Paulus Laarsen van Lantrop den 24.:' Januarij 1766. tot meesterknegt in de kruijtmo„ len aangesteld met ƒ 24. mits tijds Expiratie in gagie verhoogd tot agt en twintig guldens met een nieuw drie Jaarig verband; soomeede aan den soldaat Andrede Rosaijro van Tegenepatnam van ƒ9. tot ƒ 11. —. verleend ontslag aan den oskterling Laastelijk wierd op zijn gedaan versoek uijt sCompagnies dienst ontslagen den soldaat onder de oosterlingen, in name Pannesotha van Ma„ lacca, wiens gagie verstaan is van heeden af te laten afschrijven, en daar tegens als zoldaaten onder die natie geadmitteerd Doel Aliem van gietra en Pamier van Malacca, met de gewoo„ ne besolding van Drie Rijxdaalders ieder den 26. ' aug=s 1769 smaands 6 e 637. den 29.' aug=o 1769. titueele leeden weeg=s de afscheping smaands. — Aldus Gedaan en Gearresteerd In't Cas„ teel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was„ geteekend:/ P: Haksteen, H=s Leembruggen, H: Bonte, F:s Canterrisscher, P: J: L: De Fillie, J: Ap„ ttaz, Corn=s Pietersz:,. pingh, J=b van Tessel, en W=m Duijnevelt Dingsdag Den 29„en Augustus 1769. 'smorgens ten agt uuren Politicque vergadering Gehouden Alle present, dempto Den Tweede Pakhuijsmeester Jan Diderik Severin, mits occupatie in 'sComp. s dienst Aanvankelijk diende een Rapport van gecom„diening van't rapport van Jus„ ^Iustitieele raade mitteerde Leeden wegens de afscheeping ten overan te kisten v uijterdenoh staan van den fiscaal van de twaalf kassen vermij„ terde Noten ter Resolutie van den 17.:' Julij Jongst„ leeden vermeld, ten blijke niet alleen van de wat daar bij blijkt goede Constitutie der gemelde kassen waar in die

NL-HaNA_1.04.02_3261_0862 view scan ↗

English

of the shortage on that of Sadras per insertion of those papers, that spoiled spices were boxed up, but also upon reweighing of the same a short weight was found thereon of 61. 1/2. lb: or a good 1. 7/8. per Cento, caused by the drying up and extraordinary mite damage, more fully detailed in that document, as well as by a second Report from the first and second warehouse keepers, together with the ordinary commissioners to the warehouses; in the same manner it appeared, the shortage found upon similar shipment on the 60. bundles and 49. chests received from Cadraspatnam and stored in the warehouses here, containing dust and refuse of spices and mite-eaten and infested Nutmegs; the said document Reading as follows. Right Honorable Sir! The undersigned fiscal together with members from the honorable Council of Justice, having proceeded to the Company's Trade warehouses, in order to inspect once again the 12. cases of mite-eaten To the Right Honorable Sir Pieter Haksteen Extraordinary Councilor of Netherlands India, governor and director of this coast of Cormandel, with the Dependencies thereof etc. etc. etc. the 29th of August 1769. 639. the 29th of August 1769. mite-eaten Nutmegs; vide Judicial Report of the 17th of July last, so have found the same all well and sealed with the court's Seals, subsequently the same were weighed out one by one to the officers of the ship Vreedelust to their satisfaction, said cases ought to Contain. . . . . . . lb: 3825. –. but upon reweighing were found - - - - - 3763: 1/2 less. . lb: 61. 1/2. Calculated at 1. 7/8. percent loss, roughly. Which shortage was caused by the drying up, and heavy mite damage, of said spoiled Nutmegs, as in each case we have found some 3. to 4. ballast baskets of pure dust or consumed remnants from the Nutmegs, These 12. cases which are all Genuine and in strong condition, provided with a cross rope, and sealed with the Judicial seal, and marked each with their Net and gross weights, with the addition: mite-eaten sample Nutmegs. We hope to have carried out this Commission of ours to your Right Honorable's Satisfaction. While in that expectation having the Honor to remain with Respect /:below stood:/ Right Honorable Sir, your Right Honorable's humble and obedient Servants /:was signed:/ J: E: G: Haselman, and H: A: Johnson, /:in margin:/ Nagapatnam The 28th of August Anno 1769. /:lower:/ In my presence /:signed:/ J.s Cantervisscher, To the 29th of August 1769. To The Right Honorable Sir Pieter Haksteen Extraordinary Councilor of Netherlands India, governor, and director of this coast of Cormandel with the Jurisdiction thereof, etc. etc. etc. Right Honorable Sir! The undersigned warehouse keepers have in the presence of the ordinary commissioners reweighed, and delivered to the officers of the ship Vreedelust, the following dust and refuse of spices, which was recently brought here on the 13th of April of this Year from Sadraspatnam per the Sloop De Robijn, and received gross by the undersigned: white flakes refuse, and dust of mace, was received here gross in 44. sealed bundles. . . lb: 3445. –. and now upon delivery found to be only - - - - 3398. —. Short by - - - lb: 47. —. Dust and refuse of Cloves contained gross upon receipt in 16. bundles .lb: 1862. –. upon shipment no more than - 1850. —. Short - - lb: 12. —. mite-eaten, and infested, Nutmegs in 49. chests which weighed gross. . - - - lb: 6099. —. Yet upon dispatch only - - - - - - 6012. —. Too little. . . lb: 87. —. 641. the 29th of August 1769. All the chests, and bundles were Exactly Examined by us, and found to be, all of them, sealed with the Sadras Company seal, just as upon receipt. The Reason for this short weight being attributable to the drying up and loss, which occurs more or less through the handling of the bundles and chests. We have the Honor to be with Respect /:below stood:/ Right Honorable Sir, your Right Honorable's humble, and obedient Servants /:was signed:/ P: J: L: De Filliettaz, and J: D: Severin, /:in margin:/ Nagapatnam the 28th of August 1769. /:lower:/ In our presence as ordinary commissioners /:was signed:/ Thomas Campie and P.s J.s van Somer. van Vrijenes. —. Thus, after Reconsideration thereof, it was approved and agreed to have the aforesaid shortages written off, for the reasons cited in the Resolution of this board of the 3rd of April of this Year. —. The secret and general letters addressed to Their High Mightinesses having been prepared, to be presented to the same per the ship Vreedelust which lies ready to sail, they were read, approved, and signed, and it was also resolved to give said vessel its dispatch this very day, if it can be done. Thus Done and Resolved In the Castle At Nagapatnam Date as aforesaid /:was signed:/ as before. —. Thursday the 31st of August 1769. in the morning at half past Eight o'clock Political Council Held All present The customary farming out of the Company's Incomes and Revenues of this town falling due today, the Bidders assembled upon previous posting of notices and ringing of the bell were beforehand informed and given notice of the extension for three Years of the sea customs, and of the agreed acceptance, against provision of fanums therefor, of all the doits and coins which the farmer of the same should come to exchange, as well as the prohibition to the farmer of the city gates against collecting the the 31st of August 1769

Dutch transcription

van de minderh=d op 't van Sadras p insertie van die papieren die bedurve specerije afgekist zijn, maar ook bij na„ weeging derselve daar op een minwigt bevonden is van 61. ½. lb: of 1. /8. p.r Cento ruijm, gecauseerd door de indroging en extra ordinaire vermijtering, breeder constering bij een ander maspen wij dat geschrift vermeld, soo als bij een tweede Rap„ ontfange stoffeg rij h:r van sperinport van de eerste en tweede pakhuijsmeesters, mits gaders de ordinaire gecommitteerdens aan de pak„ huijsen; inselver voegen quam te blijken, de bij gelij„ ke afscheeping bevondene minderheijd op de van Ca„ draspatnam ontfangene, en in de pakhuijsen alhier opgeslagene 60. bondels en 49. kisten met stof en gruijs van specerijen en vermijterde en aangestokene Noten; Luijdende gem: schriftuur als volgd. Wel Edele Gestrenge Heer! Den ondergeteekende fiscaal beneevens leeden uijt den agtb: Raad van Justitie, zig begeeven hebbende na 'sComp. s Negotie pakhuijsen, om aldaar de 12. kassen ver„ Aan den wel Edelen Gestrenge Heer Pieter Hakstoen Raad Extraordinair van Nederlands Jndia, gouverneur en directeur deeser custe Cormandel, met den Besorte van dien &a &a &a den 29.'. augs 1769. mijterde 639. den 29 '. aug=o. 1769. mijterde Nooten; vide Justitieel Rapport van den 17:' Julij. Jongstleeden, nogmaals tebezigtigen zoo hebbe deselve bevonden, alle wel en met het gerechts Ca„ chets verzeegelt, vervolgens zijn deselve een voor een aan de overheeden van 't schip vreedelust ten genoegen toegewoogen gemelde kassen moesten Jnhouden. . . . . . . lb: 3825. –. dog bij naweeging waar bevonden - - - - - „ 3763: ½ destemin. . lb: 61. ½. Reekend 1. 7/8. percent verlies R=m Welke minderheijd gecauseerd werd door de indrooging, en swaare vermijtering, van genoemde bedorvene Nooten, al„ so in ieder kas, vel 3. â. 4. balast mandjes met zuijver stoff off verteersels uijt de Nooten gevonden hebben, Deese 12. kassen die allen Egt en sterk geconditioneerd sijn, met een kruijs touw voorsien, en met het Justitieele cachet verzeegelt, en beschreeven ieder met haar Netto en bruto gewigten, met bijvoeging; vermeijterde monster Nooten. Wij verhoope deese onse Commissie na uwel Edele gestrenge Contentement te hebben verrigt. Terwijl in die verwag„ ting de Eere hebbe met Respect te blijve /:onderstond:/ Wel Edele gestrenge Heere, uwel Edele gestrenge onderdanige en gehoorsame Dienaaren /:was getee„ kend:/ J: E: g: Haselman, en H: A: Johnson, /:in margine:/ Nagapatnam Den 28:' augustus Ao 1769. /:laager:/ Ten mij bij weesen /:geteekend:/ J=s Cantervisscher, Aan den 29. ' aug o 1769. Aan Den wel Edelen gestr: Heer Pieter Haksteen Raad Extraordinair van Nederlands Jndia, gouverneur, en directeur dee„ ser custe Cormandel met den Re„ sorte van dien, &a &=a &=a Wel Edelen Gestrenge Heere! De ondergeteekende pakhuijsmeesters hebbe ter presentie der ordinaire gecommitteerdens weeder herwoogen, en aan de overheeden van het schip vreede lust, overgeleevert, de ondervolgende stoff en gruijs van specerijen, die onlangs op, e den 13: ' april deeses Jaars van Sadraspatnam per de Chialoup De Robijn alhier is aangebragt, en bij de ondergeteekendens bruto ontfangen witte blaadjes gruijs, en stoff van foelij, is alhier in 44. verzegelde bondels bruto ontfange. . . lb: 3445. –. en nu bij uijtleevering maar bevonden - - - - „ 3398. —. Deste kort - - - lb: 47. —. Stoff en gruijs van Nagulen heeft bij ontfangst -- in 16. bondels bruto ingehouden .lb: 1862. –. bij den afscheep niet meerder dan -„ 1850. —. Tekort - - lb: 12. —. vermijterde, en aangestookene, Nooten in 49. kisten die bruto gewroogen hebben. . - - - lb: 6099. —. Dog bij versending maar - - - - - -„ 6012. —. Alle Temin. . . lb: 87. —. 641. den 29.:' aug. o 1769. te Laten afsz: „dene brieven na batavia per vreede, lust Alle de kisten, en bondels zijn door ons Exact g'Examineerd, en deselve allen, gelijk bij den ontfangst, met het sadras 'sComp. s cachet verzeegeld bevonden. ^ aan zijnde de Reeden deeser minnewigt toeteschrijven, „ des indrooging en verlies, die min off meerder door verwerken der bondels, en kisten geschied. . Wij hebbe de Eere met Respect te zijn /:onderstond:/ wel Edelen gestrengen Heere, uw wel Edele gestrengens onderdanigen, en gehoorsaame Dienaaren /:was„ geteekend:/ P: J: L: De Filliettaz:, en J: D: severin, /:in margine:/ Nagapatnam den 28:' augustus 1769. /:lager:/ Ter onser presentie als ordinair gecomm=s /:was, geteekend:/ Thom=s Campie en P. s J:s van Somer: van vrijenes. —. Soo is na Resumptie derselve goedgevonden en verstaan, besluijt de mintsigte daar op voorsz: minderheeden om de motiven ter Resolutie dee„ ser tafel van den 3. April deses Jaars aangehaald, te laten afschrijven. —. De secreete en gemeene brieven aan Haar Hoog Ede, beeling entekening vande Af tetan lens gerigt, in gereedheijt gebragt zijnde, om Hoogst deselve per het schip vreedelust dat zeijlvaardig legd, aange„ booden tewerden, soo wierden deselve geleesen, goedgekeurd, en geteekend, en men besloot teffens genoemde bodem, soo het geschieden kan heeden zelfs zijn depeche te geeven. gedane kennis gering aande liefhebbert vande gemaakte verande „geeren.— Aldus Gedaan en Geresolveerd In 't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren. —. Donderdag den 31=ten Augustus 1769. 's morgens te half Negen uuren Politique Vergadering Gehouden Alle present De gewoone verpagting van 'sCompagnies Jnkom„ ring in eenige tugt Conditi sten en Revenuen deeser steede, op heeden verschee„ nen zijnde, wierden voor af aan de zig op voorgaan„ de affixie van billietten en beckenslag bij een vergaderde Liethebbers aangekundigt en kennis„ se gegeeven van de prolongatie voor drie Iaaren van de zeethol, en van de ingewilligde accep„ tatie onder verstrecking van fanums daar voor, van alle de duijten en penningen wel„ ke den pagter derselve, soude komen inte wisselen, soo ook het verbod aan den pagter der stads poorten, om de bij hem ingesameld wer„ den 31. ' aug=o 1769 dende

NL-HaNA_1.04.02_3261_0867 view scan ↗

English

643. give, except the tavern retail of drinks, not to sell the doits, but to bring them up against cash payment to the farmer of that broken money, all mentioned in the Resolution of this table of the 21st of this month, and proceeding thereupon with the auction of the same, except the tavern retail of drinks, whose lease term only expires under the last of August of the coming year, the same have yielded in such manner as briefly appears below, regarding that which each on its own has yielded more or less, and overall more, namely: Specification of the lease revenues: Last Year | This Year | More | Less The right of the measuring of paddy: 470. 425. —. ƒ2090. -. p. 58. 0. ƒ320. -: . 3. . ƒ 160. –. /. —. –. . ƒ —. –. –. The daily revenues of the bazaar: 45. 10. 8 | 50 -. | 40- 16. | 198. -. | —. . — | —. –. –. The right of the copper boxes, doits, and pennies: 429. | 860. -. | 60. 10. | 690. | 31. | 630. –. – | —. –. – | —. –. –. The revenues of the goods brought in and exported by sea, for three years: 3200 - | 136 - | 60— | 768: 4 60: 200 - | — . - . | -. -. -. Carried forward: 51 31st August 1769: and that which was followed regarding the doits has not been harmful. The right of the gates of this city: p: a/o 2154. 4. — ƒ1030. . ƒ 16. 6. ƒ160. -. „ —. – . „ —. –. – „ 37. 12. —„ 10. —. —. The right of betel and tobacco monthly: po/lo 224. „ 2352. —. — „11289.12. —. 2640. -. „ 12672. . „ 2818. –. „ 1302. 8. – „ —. –. – „ —. –. –. The ferry and the toll place across the river: 72. 12. — „ 348. —. – „ 72. 12. — „ 340. -. – „ –. – . . „ —. – . –„ —. – . –„ —. -. . The tavern retail of European drinks with the garden Poeijoer leased for 3 years, annually: 660. –. – „ 3168. –. –„ 660. -. –„ 3168. –. -„ —. Sum: pa/o. 975. 14. — ƒ460807.12. ƒ 67.2. ƒ5206 - 54. 6. ƒ4570. 8. rso 7. 12. —ƒ10. —. –. The lesser being deducted from the greater: 10667. 22. - „51706. - - - - - - - - - - - „ 37. 12. – „ 180. -. - thus it appears that this year is more: r/o 946. 10. ƒ19. 8: -. - - . . . r.„: 96 10. ƒ940. - . showing that extending the sea toll, because it has emerged from this that extending the lease of the sea toll to a three-year term and the concession made regarding the acceptance of the doits has in no way been harmful, but has turned out to the advantage of the Company, as the first yielded pagodas 460. –. – ƒ 2070 annually, and thus for three years pagodas 1380 ƒ 6210. -. – more, and the exchange of doits also yielded a surplus of pagodas 16. Last Year, This Year, More, Less Brought forward r/o 452. 12. ƒ 765 - ƒ 90 1 4 8 6. 16 1 — — 31st August 1769. 645. 31st August 1769. tobacco to also be allowed to keep that lease for 3 years. 14 having produced ƒ590. 12. 8; so, upon the instance brought forward after the conclusion of the lease auction by the farmer of the betel and tobacco, which was also bid 34. pag. ƒ 108. —. –. monthly or per annum 88. ƒ 1296. –. – higher in one year than the same yielded at the recent lease auction, to also be allowed to keep that lease for three years, grounding his request on the reasons which he presented for it, namely that, since upon entering into the lease he was obliged to provide a fund of at least 800 pagodas to lay in an adequate supply of tobacco, besides that which the incoming farmer had to take over from the outgoing farmer against cash payment, if he did not wish to see that the same were otherwise distributed and sold among the community, to the notable detriment of the first-mentioned farmer or the new lease to be commenced, over and above the high price that was stipulated and kept on the same in such a transfer; to which end it had also frequently happened that towards the expiration of the lease one provided oneself with a large quantity of tobacco, Concession thereto. Company regarding the case of Hagemeister in case of appeal has also succumbed. tobacco, which due to the greed of some was taken so abundantly that the successor had enough to supply the inhabitants during his lease term, indeed even that sometimes no purchase of his own could take place; it has been approved and agreed to concede to the aforesaid request made, and by virtue thereof to also extend that lease for the term of three years. Thus done and passed in the Castle at Nagapatnam, date as above, signed as before. Friday the first of September 1769. In the morning at eight o'clock. Political Council held. All present, Except The Second Warehouse Master Jan Diderik Severin, due to occupation in the Company's service. Received news that the Honorable, pursuant to what was ordered from here to Palliacatta by letter of the 29th of June, in conformity with the resolution 31st August 1769. of

Dutch transcription

643. ven, excepto den tap des drank dende duijten niet te verkopen, maar tee„ gens Contante betaaling aan den pagter van dat brockelgeld optebrengen, alles ter Resolutie deeser tafel van den 21. ' deeser ver„ meld, en daar op met de opveijling derselve veragting taanop romaladelanig excepto den tap der dranken, welkers pagt, tijd eerst onder ultimo Augustus anno aanstaande komt te expireeren voortge„ gaan weesende, hebben deselve in dier„ voegen gerendeerd, als hier onder korte, lijk komt te blijken, van het geen ie„ der op zig zelve meerder en minder en in het generaal meerder gerendeert hebben Nament, specificati vandies venden Minder Meerder Anno pass=o Dit Jaar lijk. — De geregtigheijd van de nelij mete„ 47o. 425. —. ƒ2090. -. p. 58. 0. ƒ320. -: . 3. . ƒ 160. –. /. —. –. . ƒ —. –. –. . rij De dagelijxe Jnkomsten van de basaar - - - - - - - - - - „ 45. 10. 8 „ 50 -. „ 40- 16. „ 198. -. „ —. . — „ —. –. –. De geregtigheijd van de kopere kas„ jes, Luijten en penningen. . . . „ „ 429. . „ 860. -. „ 60. 10. „ 690. . „ 31. . „ 630. –. – „ —. –. – „ —. –. –. De Jnkomsten der goederen die ter zee aangebragt en uijtge„ -. -. -. voerd wierden, voor drie Jaaren „ 3200 -„ 136 - „ 60— „ 768: 4 60: 200 - „ — . - . „ Transporterer 51 den 31.' aug:s 1769: en't ingeevlgjde omtrent de duijte niet schadelijk geweest is De geregtigheijd van de poor„ ten deeser stad: - - - - . p: a/o 2154. 4. — ƒ1030. . ƒ 16. 6. ƒ160. -. „ —. – . „ —. –. – „ 37. 12. —„ 10. —. —. De geregtigheijd van betel en tabak smaands po/lo 224. „ 2352. —. — „11289.12. —. 2640. -. „ 12672. . „ 2818. –. „ 1302. 8. – „ —. –. – „ —. –. –. Het veer en de Tholplaats over de revier - - - - - „ 72. 12. — „ 348. —. – „ 72. 12. — „ 340. -. – „ –. – . . „ —. – . –„ —. – . –„ —. -. . Den tap der Europeese dranken met de tuijn poeijoer l. a f o voor 3. Jaaren verpagt 's Jaars - - - - - - - „ 660. –. – „ 3168. –. –„ 660. -. –„ 3168. –. -„ —. Somma - - pa/o. 975. 14. — ƒ460807.12. ƒ 67.2. ƒ5206 - 54. 6. ƒ4570. 8. rso 7. 12. —ƒ10. —. –. 't mindere van 't mindere af„ getrocken zijnde _ - - - „10667. 22. - „51706. - - - - - - - - - - - „ 37. 12. – „ 180. -. - soo blijkt dat deesen Jaare maerder is - - - - - r/o 946. 10. ƒ19. 8: -. - - . . . r.„: 96 10. ƒ940. - . blijkingdat gelengen de helen dewijl daar uijt te vooren gekomen is, dat het verlengen van de pagt van de zee thol, tot een drie Iaarig termijn en het gecondescendeerde omtrend de acceptatie der duijten, geensints schadelijk geweest, maar tot voordeel van de Comp=e uijtgeval„ len is, alsoo de eerste pagooren 460. –. – ƒ 2070 sjaars, en dus voor drie Jaaren p lo 1380 ƒ 6210. -. – meerder gerendeerd, en de in-. en uijtwisseling der duijten meede een meerderheijd van pag: 16. Anno pass o, Dit Jaar, Meerder, Minder P„r Transport r/o 452. 12. ƒ 765 - ƒ 90 1 4 8 6. 16 1 — — den 31:' aug:o 1769. . . . „ —. –. -. 645. den 31. ' aug:o 1769. tabak om die pagt ook voor 3. Jaren te mogen behouden. 14 ƒ590. 12. 8. opgeworpen hebben; soo wierd op de na blek doorden sagter van belen het afloopen van de verpagting aangelegde instan„ tie door den pagter van de betel en tabak die mee„ de 34. pag. ƒ 108. —. –. smaands of pra/o 88. ƒ 1296. –. – in een Jaar hooger gemeijnd is, dan deselve bij de Jongste verpagting gerendeerd heeft, om die pagt meede voor drie Jaaren te mogen behouden, fonde, waarop dat vsek gefondeerd rende desselfs versoek op de reedenen die hij daar van quam te geeven, namentlijk dat vermits bij het aanvaarden van de pagt verplegt was, om ten minsten een fonds van 800. pagoden te fournee„ ren tot het opdoen eener genoegsaam voorraad van tabak, buijten dewelke die de aankomende van de afgaande pagter onder Contante betaling overnee„ men moeste, soo hij niet sien wilde, dat deselve anders onder de gemeente wierde gedistribueerd en verkogt, tot merkelijk nadeel van de eerstge„ melde pagter off de nieuwe aantevangene pagt buijten en behalven de hooge prijs die bij een dierge„ lijke overtransporteering bedongen en op deselve gehouden wierde; ten welken eijnde dan ook veel„ maals gebeurd was, dat men tegens het uijtloo„ pen van de pagt van een groote quantiteijt ta„ bak. 1 „ Condescendance daaren Comp: omtrent de zaak van hagemeis ter in cas deappel ook gesacumbeerd heeft. „bak provideerde, die door de inhaligheijd van sommi„ ge soo ruijm genomen wierd, dat den overneemer genoeg hadde, om de ingeseetenen geduurende sijn pagt tijd te voorsien, Ja zelfs dat somtijds geen eijge inkoop heeft konnen geschieden; goedgevon„ den en verstaan, in voorsz: gedaan versoek te Con„ descendeeren en mits dien die pagt meede voor den tijd van drie Jaaren te verlengen. Aldus Gedaan en Gepasseert In't Cas„ teel Tot Nagapatnam Dato voorsz: (:getee„ kend:/ als vooren. Vrijdag den Eersten September 1769. smorgens ten agt uuren Politique Vergadering Gehouden alle present Dempto Jan Diderik Den Tweede pakhuijsmeester Severin, mits ocupatie in 'sComp=s dienst bekomentijdingantal dat dE: ingevolge het geordonneerde van hier na Pallia„ catta bij brieve van den 29:' Junij, Conform het besloo„ den 31. ' augs 1769. tene E E

NL-HaNA_1.04.02_3261_0871 view scan ↗

English

647. the 1st of September 1769. and with some quotations at the session of the 26th past, communicated by the chiefs there in their letter of 25 August last, that the court of appeal at Madras, being the Governor and Council, to which an appeal had been made against the sentence pronounced by the Mayor's Court of Justice in the lawsuit of the Honorable Company against the testamentary executors of the estate of the deceased junior merchant and former second of Bimilipatnam Carel Lodewijk Hagemeister, having confirmed it, thus the Honorable Company had also succumbed there; requesting, request for orders by the said chiefs therefore, the said chiefs, for orders on how they should further conduct themselves in this regard, since it now rested with the Honorable Company either to abide by those decrees and pay all the expenses incurred by the executors, or to appeal to England, for which, as had been communicated and mentioned in the aforementioned Resolution of this table of 26 June as well as in the chiefs' letter of 27 May, one had one month's time, and this, being in accordance with the interest of the Honorable Company, security had to be posted for the deliberation thereon. interests and the costs that might fall due in case of appeal, and that such suretyship would have to be undertaken by wealthy persons on behalf of the Honorable Company before one of the judges of the Court, and moreover that the costs of that appeal were considerable and in order to prosecute the case it was also necessary to appoint someone in London to whom the necessary papers had to be sent, along with the required advances of funds for the expenses, and to that end the attorney John Sykes had requested to be provided with the necessary instructions and some cash for the continuation of that affair, but if one was not inclined toward that appeal, it would then require providing him with remittances for the settlement of the expenses that the Honorable Company was still in arrears with, amounting to some fanams less than sixteen pagodas, as well as the expenses on the side of the executors, the magnitude of which the attorney had not yet been able to state; so, proceeding to deliberation thereon on the foundation of what had been the 1st of September 1769. remarked. 649. the 1st of September 1769 to desist from prosecutions to give notice remarked, and the motives alleged therewith in the Resolution of 28 March of this year, and that which was written by Their High Excellencies the Noble High Indian Government at Batavia in their letter of 31 May 1763, specifically regarding the improper instituting and grounding of some of the articles included among the claims, and on that account had already caused fear of an unfavorable outcome of that lawsuit for the Honorable Company, and thus the same could give cause to desist from prosecuting that case in Europe, as has now also become apparent. And since there are many reasons that can be firmly established that if the case were appealed to England, the sentence will be confirmed, to greater disadvantage for the Honorable Company, and thus good money would be thrown after bad, resolved resolution to desist from all further prosecutions and agreed to desist from all further prosecutions, thus leaving the matter at rest, as well as to give notice of all this and to give notice thereof to Their High Excellencies to Their High Excellencies; it further being agreed to write to the aforementioned chiefs of Pulicat before wishing to see the expenses of the executors. to pay off homeland papers. what the same contain that since the legal costs paid on the side of the executors will in all probability be considerable, one therefore, before the restitution was made, wished to see the specification thereof, with authorization to let the attorney have the remaining expenses of the Honorable Company, which according to his statement still amount to around 16 pagodas. —. opening and reading of a parcel After which was opened a packet of homeland papers, brought to Colombo by the ship Ruijteveld, and received here from there via Pattanapatnam, and found therein the general missive of the Noble and Most Honorable Gentlemen Directors in the Assembly of Seventeen, dated Middelburg in Zeeland, 14 October 1768, together with such annexes as are noted on the index of 1 December following annexed thereto. —. item of a Cape letter As was also opened and read a letter directed to this Government by the Cape Ministers under date of 13 May of this year, serving both as an escort to the 1st of September 1769. of 421 421 651. the 1st of September 1769. and Jaffna papers to corporals the ordinary yearly provision of garden seeds and beans, etc., and to communicate their receipt from Europe of 4 gold chests for the use of this government, and the dispatch and distribution thereof with and across the two Ceylon ships; furthermore, the resumption resumption of some Colombo of the letters also received on this occasion from Colombo and Jaffnapatnam under dates of the 2nd, 8th, 10th, 16th, and 20th, as well as 25 August, is postponed until a further occasion; and furthermore appointment of 2 soldiers the soldiers Ernst Coenraad Haan of Vorminden and Johannes Baptist Maggioni of Marseille are confirmed as corporals, which duty they have performed provisionally with satisfaction for some time, and at the same time assigned the corresponding salary of 14 guilders per month, each under a new engagement of three years, commencing today. — Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above. /:was signed:( as before. —. Tuesday

Dutch transcription

647. den 1. ' September 1769. en met wat aanhalingen tene ter sessie van den 26: bevoorens, door de opper„ hoofden aldaar bij derselver letteren van den 25 aug:s J=o leeden gecommuniceerd werdende dat het hoff van appel te Madras, zijnde den gouverneur en Raad, tot dewelke van het vonnis door het Ma„ ijors Court of Justitie hof geslagen in het geding van dE: Comp=e tegens de testamentaire Execu„ teurs in den boedel van den overleedene onder„ Koopman en geweese secunde van Bimilipat„ nam Carel Lodewijk Hagemeister geap„ pelleerd was, geapprobeerd wesende, dus d'E: Comp daar ook gesuccumbeerd hadde; versoekende over, versoek om ordre door ged: opperh: zulx die opperhoofden, om ordre hoedanig zig verder daaromtrend gedragen zoude, dewijl het nu aan dE: Comp=e stond, om het bij die decreten te laten, en alle de ongelden door de Executeurs ge„ daan te betalen, dan wel naar Engeland te appelleeren, waar toe gelijk bedeeld was, en ter voormelde Resolutie deeser tafel van den 26:' Junij soo wel, als bij der opperhoofden letteren van den 27: ' Meij vermeld, men een maand tijd hadde, en zulx met het intrest der E: Comp=e Convenieerende, Cautie gesteld moeste werden, voor de deliberatie daar over. de Jntresten en de kosten, welke in Cas de appel zoude komen te vallen, en dat die borgtogtschap bekleed zoude moeten werden, door vermogende per„ soonen, ten behoeve van dE: Maatschappij voor een der Regters van het Hof, mitsgaders dat de kosten van dat appel aanmerkelijk en om de zaak te prosequeeren het ook noodsaakelijk was iemand in London aantestellen, aan wien de nodige papieren moeste werden gesonden, met de vereijschte fournissementen van penningen tot de expensen, en ten dien eijnde den advocaat John Sijkes versogt hadde, met de nodige in„ structien en eenige Contanten voorsien te werden, tot voortsetting dier affaire, dog soo men tot die appellatie sig niet inclineerde, het dan vereijsschen zoude, hem met remisen te voorsien, ter afbetas„ ling van de onkosten welke dE: Comp=e nog ten ag„ teren was, en eenige fanums minder op sestien pagooden quam te beloopen, soo meede de ongel„ den aan de zijde der Executeurs, welkers groot„ heijd den advocaat nog niet hadde konnen opgeeven; soo wierd daar over ter deliberatie getreeden zijnde, op fondament van het gere„ den 1e: september 1769. marqueerde. 649. den 1. ' september 1769 secutien afftesien nisse te geeven marqueerde, en de daarnevens geallegueerde moti„ ven ter Resolutie van den 28. ' Maart deeses Jaars en het geschrevene door Haar hoog Edelens de Edele hooge Jndiase Regeering te Batavia bij hoogst derselver letteren van den 31. ' Meij 1763, specialijk over het qualijk institueeren en fondeeren omtrend eenige der onder de pre„ tentien begreepene articulen, en uijt dien hoofde reeds voor een onvoordeeligen uijtslag van dat ge„ ding voor d'E: Comp e deed bedugt zijn, en dus het zelve aanleijding geeven konde, om van het prosequeeren van die zaak in Europa aftesien„ gelijk het zelve als nu ook quam te blijken. En dewijl 'er veele reedenen zijn die vast gesteld mo„ gen werden, dat de zaak naar Engeland geap„ pelleerd werdende, het vonnis geapprobeerd zal werden, tot grooter nadeel voor dE: Comp e dus goed na quaad geld geworpen zoude weesen, goedge„ besluijt van alle verdere pro„ ronden en verstaan van alle verdere prosecutien maar aftesien, dus de zaak daar bij te laten berusten, mitsgaders van het een en ander haar en haar hoog Ed=s daar van ken„ hoog Edelens kennisse te geeren; werdende ver„ ders verstaan de voormelde Palliacatse opperhoof„ den rens de ongelden der Executeurs van sien wilde. aftebetalen verderlandse papieren. wat deselve behelst annsz: ma sal: dat ng aloor den aan teschrijven, dat vermits de proces ongelden bel:e wvorden, de specificatie door aan de zijde van de Executeurs betaald, naar alle waarschijnlijkheijd important zullen zijn, men dierhalven voor dat de restitutie geschiedede dog qualificatie ondenadto pern de specificatie van sien wilde, met qualiti„ catie om de overige ongelden van dE: Comp=e vol„ gens de opgave van den advocaat nog omtrend p/o 16. zullende importeeren, aan denselven te laten toekomen. —. openingen seeling vam een sanjw Waarna geopend wierd een pacquet met vader„ landse papieren, per 't schip Ruijteveld te Colombo aangebragt, en van daar over Pattana„ patnam alhier ontfangen, en daarinne gevon„ den de gerenereerde missive van de Edele hoog agtbaare Heeren Bewindhebberen ter vergade„ ring van seventhiene, gedateerd Middelburg in Zeeland den 14.:' october 1768. nevens so„ danige bijlagen als op het daar bij gevoegd Re„ gister van den 1=e x=ber daar aan volgende bekend staan. —. item van een caabse braken soo als ook nog geopend en geleesen is, een brief door de Caabse Ministers in dato 13. ' Meij deeses. Jaars aan deese Regeering gerigt, soo ten geleijde den 1.:' september 1769. van 421 421 651. den 1' September 1769. en Jaffana p= e delos tot Corporaals van de ordinaire Jaarlijxe provisie van tuijn zaaden en boonen elc, als ter Communicatie van den ont„ fangst bij deselve uijt Europa van 4. goud kisten ten behoeve van dit gouvernement, en de versen„ ding en verdeeling derselve, met en over de twee Ceijlonse scheepen; werdende wijders de resump, resumtie van eenige Colombosh tie van de bij deese gelegentheijd almeede ont„ „fangene brieven van Colombo en Saffanapat„ nam de datis 2. ' 8.:' 10:' 16:' en 20. ' mitsgaders 25. ' aug.s tot nader occagie uijtgesteld; en voorts aanstelling van 2. zoldaaten de soldaaten Ernst Coenraad Haan van voor„ minden, en Johannes Baptist Maggioni van Marseille, berestigt als Corporaals, welke dienst zij zeedert eenigen tijd tot genoegen pro„ visioneel hebben waargenomen, en aan deselve teffens toegelegd, de daar toe staande gagie van 14. guldens per maand, ieder onder een nieuw verband van Drie Iaaren, heeden ingaande. — Aldus Gedaan en Gearresteerd Jn't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was getee„ kend: ( als vooren. —. Dingsdag

NL-HaNA_1.04.02_3261_0876 view scan ↗

English

Tuesday the 5th September 1769. In the morning at eight o'clock, Political Council held, All present Except The junior merchant and second warehouse master Jan Diderik Jeverin, on account of occupation in the Company's service. It was initially approved and agreed to have the 5 chests with 181 musket barrels, 31 brass and 32 iron blunderbusses, as well as 500 gun barrels, received from Ceylon with the ship Vlietlust, as well as the previously received 90 grenadier guns, and also the subsequently sent 49 1/2 ells red and 148 cubits blue camlet, sold at public auction around the 13th of this month, in accordance with the request of the Ministers there, for the going rate, and to report the proceeds thereof thither at the first opportunity. The uncommon persistent drought, and the scarcity of grains caused thereby, since for some days almost nothing has been brought down from the upper lands: so, for the relief of the poor destitute community of this city, it was approved and agreed to have 10000 parras of paddy from the stock of the Honorable Company sold in small parcels at 3 3/4 fanams or 15 stuivers the parra. Upon undertaking the repair of the Company's paddy warehouse, pursuant to the resolution taken in the session of the 24th July last, it being observed that besides the defective pillars mentioned in the calculation submitted on that day, another was found which had likewise subsided and was leaning over to one side, so that in place of it another new one had to be erected: it was, according to a further calculation received thereof, consisting of 26000 pieces of masonry bricks, 390 parras of masonry lime, and 11700 pieces of Jagerbollen, amounting together with the wages required for it to 41 pagodas 12 fanams or 186 florins 15 stuivers, approved and agreed to have the same repaired as well, in order thus to complete the work entirely. Further, the letters received from the Ceylon ministers, dated the 2nd, 8th, 10th, 16th, and 20th of the past month of August, mentioned in the Resolution of the 1st of this month, being read once again, it was found good in answer to the same to thank those Ministers for sending the homeland and Cape packets received for this Government with the ship Ruijteveld, with the promise that the small packet received therewith for the Director and Council in Bengal would be sent thither by the first arising opportunity. And concerning the request made by the Ministers to be permitted to supply the fine pinasses demanded by Batavia from this Coast directly from their ample stock; it was decided to note in response that whereas by the demand for them received via Westervelt, no more than 6 packs were required, and because on that item as well as the ginghams and drongams it was noted that it had to be supplied at once, these have already been collected and dispatched, their request in that regard could not be complied with; but since the demands for the eastern governments have not yet been received, it was found good, if pinasses should be demanded therein, to inform the Ministers of the same. While regarding the impediment and embarrassment expressed by those Ministers in which they found themselves, mentioned in their letter of the 16th August, concerning the shortage of cash due to the small relief of gold received from Europe, which was not even sufficient to settle the borrowed pagodas and the arrears to the Tuticorin merchants, with the request that if it could be done without actual inconvenience to the Honorable Company in this government, to have the 39010 new Nagapatnam pagodas supplied here from the pearl fishery returned to them via Jaffanapatnam: it was approved and agreed to demonstrate the inability of this Government, since the treasury here has likewise not been too well provided, already before the receipt of one of the gold chests brought out with the ship Geinwensch, one

Dutch transcription

Dingsdag Den 5:' September 1769. besluijt nev: gm: van Ceijlon ge„ sondene geweeren en grdijnen per vendutie te verkopen. nelij den bij et partlijt geskroep te werden, en waarom. smorgens ten agt uuren Politique Vergadering Gehouden, Alle present Demplo Den ondercoopman en Tweede pakhuijsmeester Jan Diderik Jeverin, mits occupatie in 'sComp=s dienst Is aanvankelijk goedgevonden en verstaan, de van Ceijlon met het schip vlietlust bekome„ ne 5. kassen met 181. musquet Loopen, 31. ko„ pere en 32. ijsere musquettons, mitsgaders 500 geweir loopen, gelijk ook de bevoorens ontfange„ ne 90. granadiers geveiren, als meede de zedert overgesondene 49. ½. ellen rood, en 148. Cla: blaauw grijn, ingevolge versoek der Ministers aldaar, tegens den 13. ' deeser per rendutie te laten ver„ kopen, voor het geldende en het provenu daar van derwaards bij gelegendheijt optegeeven. —. item ten vertrecking van 1000 par=ls De ongemeene aanhoudende vroogte, en daar door veroorsaakte schaarsheijd van granen„ zedert eenige dagen als niets uijt de boven lan„ den. 653. den 5: 7ber: 1769. leerde nog een pilaar in't nelijpak„ werd. maken. den afgebragt werdende: Soo wierd tot gerieff der arme noodlijdende gemeente deeser steede, goedgevonden en verstaan 10000. parras nelij uijt den voorraad van dE: Comp. e bij kleene parthijt„ jes te laten verkopen tegens 3. ¾. fanums of 15. stuijvers de parra. —. Bij het onder handen neemen van de repaberinding dat buyten't gecalcu„ E ratie van 'sComp=s nelij maguazijn, ingevolge het huijs on lequaam was. geresolveerde ter sessie van den 24. ' Julij Jongstlee„ den, ontwaard zijnde, dat buijten de bij de ten dien dage ingediende Calculatie vermelde on„ bequaame pilaaren, nog een bevonden zijnde, die meede gesakt was en na de eene zijde over„ helde, gevolgelijk in steede van dien een ander nieuw diende opgehaald te werden: soo is vol, en wat hed een nieuwe reijscht gens daarvan nader ingekomene Calculatie, be„ staande in 26000 stux metselsteenen 390: parras metselkalk, en 11700. stux Jagerbollen, te samen met de daar toe vereijsschende arbeijdsloonen, importeerende pa/o 41. 12. —. of ƒ186. 15. —. goedgevonden en verstaan beluijt deselve daar door te laten deselve meede te laten repareeren, om dat werk dus. - - Ceijlonse briezen. sending vande vaderlandse en caabse pacquetten 't bengaals dito hier g'eyschte penalse uijt haaren voorraad te mogen voldoen teeren „dus Compleet te voltooijen. —. andermalige leding van eenij Vvoorts andermaal geleesen vreesende de ontfan„ gene brieven van de Ceijlonse ministers, de da„ tis 2.' 8.' 10. 16 :', en 20. ' der gepasseerde maand Augustus ter Resolutie van den 1: ' deser vermeld te doen bedanking voorde vorzond men goed in antwoord derselve, die Ministers te bedanken voor de oversending van de voor deese Regeering met het schip Ruijteveld bekomene vaderlandse en Caabse pacquetten, onder pro„ belofte ter voortsending van messe dat het daarnevens bekomene pacquetje voor den Directeur en Raad in Bengale per eerst voor komende gelegendheijt dat heen gesonden stond te werden. versoek der ministees omde van En belangende der Ministers gedaan versoek om de van Batavia van deese Custe g'eijscht werdende fijne pinassen uijt derselver ruijmen waar beslooten is daar op len oorraad direct te mogen voldoen; is verstaan te noteeren dat vermits bij de per westervelt ontfangene Eijsch daarvan, niet meer dan 6. packen gerequireerd, en om de wille bij dat ar„ ticul soo wel, als de gingams drongams geno„ teerd is, dat ten eersten voldaan moeste werden, reeds ingesameld en versonden zijn, men haar den 5.:' 7ber: 1769. versoek. 655. den 5:' 7ber: 1769. „len terug te zenden, en waarom. toe en uijt wat hoofde. versoek dienaangaande niet amplecteeren konde„ dog dewijl de Eijsschen voor de oostersche gouverne„ menten nog niet ontfangen zijn, soo vond men goed wanneer daar bij penassen g'eijscht mogte werden, het selve de ministers optegeeven. —. Terwijl op dier Ministers betuijgde belemme, veroak omde 390 pag: van de aan„ ring en ongelegendheijt waar in sig bevonden, vermeld bij derselver letteren van den 16:' augs omtrent het gebrek aan Contanten door het ge„ ring bekomen ontset van goud uijt Europa, het welk selfs niet sufficieerende was, om de opgeno„ mene pagooden en het agterstal aan de Tutucorijn, se Cooplieden te verevenen, met versoek dat wan„ neer sonder werkelijk ongerieff van dE: Comp=e in dit gouvernement geschieden konde, de uijt de paarlvisscherij alhier gefourneerde 39010. nieuwe Nagapatnamse pagooden haar over Jaffanapatnam te laten te rug toekomen te verthoonen onvermogen daar goedgevonden en verstaan is het onvermogen deeser Regeering te vertoonen, wijl met de kas alhier meede niet te breed gesteld geweest zijn„ de, reeds voor den ontfangst van een der met 't schip gijn wensch uijtgebragte goud kisten, men. ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3261_0880 view scan ↗

English

Yet promising this restitution if it can be done in any way, they had been compelled to borrow money from the Orphan Chamber as well as others, and all the imported gold was most urgently required for the collection of 1770. Furthermore mentioning that if the trade should turn out no more advantageous than had occurred in the past financial year, the gold brought out with the Ceylon ships for this government would not even suffice to satisfy the petition; yet that they would nevertheless attempt to refund the pagodas 39010 paid to this government in reduction of the Ceylon arrears, which was at the same time resolved to put into effect if it could be done in any way and without their own inconvenience; but under further demonstration that the two chests received per Gijnwensch had yielded no more than approximately Rds 34000, with which one was not even yet out of difficulty, since all the offices of this Coast still had to be provided with cash before the close of navigation, and the above contributed only for a quarter. 5 September 1769 657. ...prompt conveyance of the money chest from Tuticorin to Manaar. Bill of exchange paid. Shown difference in the payment, and why. Request to order the prompt conveyance of the gold chests from Tuticorin to Manaar. Information requested about the said bill of exchange. Reading of diverse letters. Postponed decision regarding the Ceylon bills of exchange. Imprudence of the Palliacatta chiefs that... ...had sold more paddy than could be spared; therefore to request the ministers to be pleased to issue the necessary order for the prompt conveyance of the gold chests from Tuticorin to Manaar, as also to inform this Government whether the transmitted First bill of exchange to the debit of Tieroemenij Chittij amounting to pagodas 4468. 18. or f20100. 7. 8. had been satisfied or not, as no advice thereof had as yet been obtained. Further having read the letters from Jaffanapatnam, Tuticorin, and Manaar, it was understood thereupon to write back as necessary, and regarding the difference shown by the Trincomalee chiefs in their letter of 16 August last in the count made here on the assignments drawn there; it was thought fit to postpone the decision until the same should be further investigated and properly elucidated to this Government. Upon resumption of the letter received from Palliacatta dated 25 August last, it appeared among other things as an imprudent conduct that the chiefs had gone further in the sale of paddy than their necessity permitted; since they ought to have regulated themselves accordingly, 5 September 1769. ...to send a relief and with what instruction. Approval of the delivery at Portonovo of the sloop Robijn to its buyer; item of the sending of the sailors here; communication to be given that the sloop De Nagtegaal will call there, or otherwise a vessel will be sent from here. Order to win over the new Faujdar to the Company's interests. ...because they could not know whether more grains could have been sent from here; wherefore it is understood to send a further relief of paddy, with instructions first to provide for the ordinary rations, and to dispose of the remainder if necessary. In reply to the letters from the Portonovo Resident of 31 August last and the 1st instant, the transfer made of the sloop De Robijn to its buyer was regarded as well done, along with what is specified in the invoices, as also the sending here of the sailors who had been stationed thereon, with communication to be given to the Resident that the sloop De Nagtegaal in its return from the North was to call there to take in the bales lying in readiness, or that otherwise a vessel would be sent from here. And it was further thought fit to order him also to win over the newly appointed Faujdar and Havildar of that place to the Company's interests by friendliness and by giving what is due to them; 5 September 1769. 659. 5 September 1769. ...to win over, which is easy to execute considering the small establishment there, under recommendation, however, but under what recommendation: not to consent to more than custom entailed; wherefore, however rapacious the Diwan of the Nawab, who was about to arrive there, might be, and however richly he had been gifted by the French, the same could nor should be drawn into consequence to serve as an example to the Honorable Company, it being therefore to be wished that this ruler would simply stay away from Portonovo. Whereafter, the following persons, having served out their recently contracted term and having requested an increase in pay, the same was granted, namely the sailor Benjamin Paak from f10 to f12, Cornelis Paars from f9 to f11, each with a new contract of three years, and Jacob Jansz from f9 to f12 for 5 years. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam, date as aforesaid; signed as before. Wednesday

Dutch transcription

dog belofte egter tot dees rasti„ tutie zoot maar eenigsintsg schieden kan men genoodsaakt geweest is, zoo van de weeska„ mer als andere geld op teneemen, en al het aan„ gebragt goud ten hoogsten benodigt was, tot den Jnsaam van 1770. met verdere melding dat wanneer het met den vertier niet voordeeliger mogte aflopen, dan in het afgelegde boekjaar geschied was, het met de Ceijlonse scheepen voor dit gouvernement uijtgebragt goud niet 9 eens toerijken zoude, om aan de petitie te vol„ doen; dog dat men egter tragten zoude haar de in mindering van het Ceijlons agterstal aan dit gouvernement afgelegde pa/o 39010. , weder te restitueeren, het geen teffens beslooten wierd te doen effect zorteeren, zo zulx maar eenig„ sints en zonder eijgen ongerief geschieden kon„ maar onder wat verhoning de; onder verder vertooning dat de twee per gijnwensch ontfangene 2. kisten niet meer afgeworpen hadde dan circum circa R7/6 34000. waarmeede men nog niet eens uijt de verlee„ gentheijd was, dewijl alle de Comptoiren dee„ ser Custe nog voor het sluijten van de vaart van Contanten voorsien moeste werden, en het bovenstaande nog maar voor een quart Contribuee„ den 5:' xber: 1769: ren. 657. dige overbreng vande geld kist van to„ tucorijn na Manaar wissel betaald is aangethoond different inde betaling en waarom „ meer nelij verkogt hebben als de „nen konde; dierhalven de ministers te versoeken de verboek om ordre te stellen ten spee„ nodige ordre gelieven te stellen, ter spoedige overbreng van de goudkisten van Tutucorijn naar Manaar„ soo meede deese Regeering te bedeelen of de overgesonde, dten ter bedeling fiees. gem: ne Eerste wissel ten Laste van Tieroemenij chittij groot plo 4468. 18. of ƒ20100. 7. 8. voldaan was of niet, alsoo men daarvan tot nog geen narigt erlangd hadde. ƒ Wijders nog geleesen zijnde de brieven van Jaffana lesing van diverse brieven patnam, Tutucorijn, en Manaar, wierd daar op verstaan het nodige te rescribeeren, en nopens het aangetoond different door de Trinconomalese opper, uitgestelde dispohtie nop:s het hoofden bij derselver letteren van den 16. ' aug=o Jo der srimconomaelse wisseld Leeden, in de gedane telling alhier op de aldaar ge„ trockene assignaties; vond men goed de disposi„ tie uijttestellen, tot dat het zelve nader ondersogt en deese Regeering na behooren g'eliccideerd zoude Bij resumptie van de van Palliacatta ont„moorlijtighe der palt ed dat fangene brief, de dato 25:' aug.=s Jongstleeden quam vorald bellet onder anderen als een onvoorsigtige behandeling te vooren, dat de opperhoofden in den verkoop der nelij verder gegaan waren, dan derselver benodigtheijt permitteerde; alsoo zij zig daar na gereguleerd moeste werden. den 5e. 7ber: 1769. hebben. setser te zende en met welk aansz: ton0vo van de Chialoup robijn aan dies koper sen dit heen de agtegaal daar aangier hier gesonden werden zal tot 'sComp:s belangens overtehale hebben, dewijl zij niet weeten konde, of van hier meer„ der granen gesonden zoude hebben konnen werden; besluijt dat heer een nader omal waaromme verstaan is een nader ontset van Ne„ lij te zenden, met aanschrijvens eerst voor de gewoone verstrecking te zorgen, en het overige des noodsa„ kelijk zijnde, van de hand te setten. —. approbatie van de overgave tepor„ In antwoord op de brieven van den Portonovo„ sen Resident van den 31. ' aug=s Jongstleeden en 1.:' Courant wierd voor wel gedaan aangesien, de ge„ dane transporteering van de chialoup De Robijn aan den koper derselve, nevens het geen bij de item van desending der mattro illietten gespecificeerd is, soo meede de opsending dit heen, van de daar op geplaatst geweest zijn„ te gerenecomm dat de Chilode matteroosen, onder te geevene Communicatie aan den Resident dat de Chialoup De Nagtegaal in desselfs rethour van de Noord, aldaar stond aan„ tegieren ter inneeming van de in gereedheijt leggen„ of anders een vaarthuijg aan de fardeelen, of dat men anders een vaartuijg van hier zoude zenden. —. Latt om den nieuwen faustdoen En men rond wijders goed denselven ook te gelas„ ten den nieuw aangestelden fausdaar en Haweldaar dier plaatse door vrindelijkheijd, en het geeven van het geen haar toekomt, tot 'sComp=s belangen over„ den 5. 7ber: 1769. tehalen. 659. den 5: 7ber: 1769. personen tehalen, dat faciel te excuteeren is, gemerkt den geringen omslag aldaar onder recommandatie egter, dog onder wat reconm: om niet meerder dan de gewoonte meede bragt inte„ willigen; over zulx hoe inhalig den Duan van den Nabab, die daar stond te komen, ook weesen mogte, en hoe rijkelijk ook door de francen beschonken was, het zelve in geen gevolg getrocken konde nog moeste werden, om dE: Comp=e het tot een exempel te dienen, dierhalven te wenschen zijnde dat dien Regent maar van Portonovo weg bleef. —. Waarna de volgende persoonen, mits huen Jongst verhooging in gagie van eenige verbonden tijd uijtgediend en verhoging van besol„ ding versogt hebbende, daarin gecondescendeert wierd, teweeten den Mattroos Benjamin Paak van ƒ 10. tot ƒ 12. Cornelis Paars van ƒ9. tot ƒ 11. ieder met een nieuw verband van Drie Jaaren en Iacob Jansz: van ƒ9: tot ƒ 12. voor 5. Jaa„ ren. —. Aldus Gedaan en Gearresteerd In 't Cas„ teel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:getee„ kend:/ als vooren. —. Woensdag

NL-HaNA_1.04.02_3261_0884 view scan ↗

English

Wednesday the 12th September 1769. Project of the Jaffnapatnam ministers to hold a public sale of elephants here. Difficulties arise to send. Deliberation thereupon and what is resolved. The Commander and Council at Jaffanapatnam having made known by letter of the 4th of this month their project to hold a public sale of the Company's elephants here, with a request to send some thonys thither for their collection and conveyance hither, if the same could be engaged and obtained here: the contents of that letter were communicated to the members by circulating the same, and likewise submitted for deliberation in the name of the Governor, that as far as the sending of vessels was concerned, practically all of the same having departed to the north with grains and other merchandise, they could not come up due to the stiffly blowing south and south-west winds, just as for that same reason none of the chaloups of the Honorable Company had yet appeared; besides and above which, although there might presently be an opportunity to convey those animals hither, it would yield a poor return at an auction to be held; By polling. To set forth to the ministers. 12th September 1769. at least it could not be recommended, since time was already so far advanced that the advertisement of that sale could at best be to the north before the onset of the rainy monsoon, much less that any merchants from there would be able to present themselves here, and although some interested buyers from Portonovo, Cuddalore, Madras, and also Pulicat might be here within a month, the season nevertheless did not permit them to set out on a journey with their purchased animals, because the heavy rains falling at that time not only made the roads everywhere difficult, but also caused the rivers with which this land was intersected to swell in such a manner that they could not be forded, while the transportation of those animals from here was nevertheless necessary, because here and hereabouts no sufficient fodder could be obtained for three or four, much less for a number of 93 elephants with which they were provided at Jaffanapatnam, but the same would have to be fetched from deep within the country; all of which difficulties it is therefore resolved to make known to the aforesaid Jaffanapatnam ministers for their information, so that they may regulate themselves accordingly, with the notice that in case they, notwithstanding the aforementioned raised difficulties, decide to proceed with the sending over and sale of those animals, they are to give notice thereof hither as soon as possible, so that the necessary stabling can be prepared, and the fodder ordered from the upper lands, to be fetched in due time. To what end and with what notice. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam, date as above. Signed as before. Thursday the 14th September 1769, in the morning at seven o'clock. Political Council held. Tidings received of the mutiny on the private vessel the Helena, and how. Upon the convocation of the Governor, the members, on the occasion that most of them were about to go to the warehouse for the examination of the linens, having assembled together in the government house, His Honour communicated to them the receipt of a letter directed to His Honour alone by the chiefs at Pulicat, dated the 6th of this month, containing notification of the misfortune that befell the private Dutch vessel the Helena, belonging in Bengal, and destined from Batavia via Madras to that Directorate, by the running away of the same by a part of the crew of that small craft, and its appearance in the roadstead of Nizampatnam, lying some miles south of Masulipatnam, in an inconvenient condition, the report of which was obtained by the chiefs through a letter written by the boatswain of that small vessel, who is the only European remaining of those who were on board, and brought to the chiefs under cover of the English Governor at Masulipatnam; item, the arrest of nearly all the mutineers at the aforesaid Nizampatnam by order of the said Masulipatnam Governor, and the further referral of that matter by the same to the Governor and Council at Madraspatnam, all to be seen more fully in the papers inserted below, reading as follows: 14th September 1769. Continuation. 14th September 1769. Insertion of the papers relating thereto. To the Right Honorable Sir, Pieter Haksteen, Extraordinary Councilor of Netherlands India, and Governor and Director of this Coromandel Coast, with its dependencies, etc., etc. Right Honorable Ruling Sir, Herewith we have the honor humbly to present to Your Right Honor the copies of the two letters received yesterday, containing a report of the fatal accident that befell a certain private snow ship named Helena, destined from Batavia to sail via this Coast to Bengal, as belonging to the gentlemen there, namely having been run away with by a part of its own crew, and lying anchored at Nizampatnam in a very inconvenient condition. To be brief, we take the liberty for the rest to refer with all respect to the contents of those letters as well as to those of our letters directed in answer thereto, copies of which accompany this.

Dutch transcription

Woensdag Den 12:' September 1769. project der Jaffap=se minesters om, alh=r een publicque verkoop van Eliphanten te houden te zenden difficulteyten zig opdoen Door den Commandeur en Raad te Jaffanapatnam bij brieve van den 4. ' deeser maand te kennen gegee„ ven zijnde, derselver project, om alhier een publicque verkoop van 'sComp=s Eliphanten te houden, met met versek tot dies ashaal thonij versoek tot dies afhaal en overbreng naar herwaards eenige thonijs te senden, soo deselve alhier te bespree„ delibera te daarover en welken en bemagtigen mogte weesen: Soo wierd den inhoud van die brief door het rondsenden derselve aan de Leeden meede gedeelt, en teffens uijt naam van den heer gouverneur in Deliberatie gegeeven, dat wat het senden van vaartuijgen betrof, genoeg„ saam alle deselve met granen en andere Coopman„ schappen naar de Noord vertrocken weesende, door de slijve doorblasende zuijd en zuijd weste winden niet opkomen konden, gelijk ook om die selfde reeden geene der Chialoupen van dE: Comp=e als nog quamen opdagen; buijten en behalven dat schoon 'er tans al occagie weesen mogte om die animalen dit heen overtebrengen, bij een te houdene rendutie het een slegt rendement geeven zoude; Bij Rondvrage. ten 661. den 12:' 7ber: 1769. „minitters voortehouden ten minsten men het niet voorstellen konde, dewijl de tijds reeds zo verre verloopen zijnde, de adverten„ tie van die verkoping op zijn best voor de doorbra„ ke van de reegen mousson, om de noord weesen kon„ de, veel minder dat zig eenige Cooplieden van daar alhier zoude kunnen laten vinden, en schoon 'er nog al eenige liefhebbers van Portonovo„ Coedeloer, Madras, en ook Palliacatta binnen een maand hier weesen mogte, egter het saijsoen niet permitteerde om met haar gekogte bees„ ten zig op reijs te begeeven, dewijl door de sware regens die in die tijd vallen de wegen allerwe„ gen niet alleen ongemackelijk gemaakt wierden maar ook de revieren waarmeede dit Land door„ sneeden was zodanig deeden opswellen, dat niet te doorwaaden waren, dog egter het transportee„ ren dier dieren van hier noodsakelijk was, om dat hier en hier om her geen genoegsaam voeder voor drie of vier, veel minder voor een getal van 93. stux Eliphanten waar van men te Jaffana„ patnam voorsien was op doen konde, maar het selve diep uijt het Land gehaald zoude moeten werden; alle welke difficulteijten dan ook ver besluijt all t zelve na akan pn staan. 69 ten wat eijnde. en met welk aansz: 't particulier scheepje de helena enhoellanig „staan is, de voorsz: JaManapatnamse Ministers tot derselver narigt te kennen te geeven, op dat sig daar na reguleeren kunnen, met aanschrijvens dat ingevalle zij, ongeagt de voormelde geopperde swarigheeden besluijten de oversending en verko„ ping dier animalen gevolg te doen hebben, daarvan daan ten eersten dit heen berigt te geeren, op dat de nodige stalling in gereedheijt gebragt, en het voeder uijt de bovenlanden besprooken kunnen werden, om op zijn tijd te laten afhalen Aldus Gedaan en Gearresteerd Jn't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:geteekend:/ als vooren: Donderdag Den 14. ' September 1769. 's morgens ten seven uuren Politique vergadering Gehouden bekomentijding van'taflossn van Op de Convocatie van den heer gouverneur de Leeden ter gelegendheijd dat de meeste derselve, naar de paksaal stonden te gaan ter examinatie der den 14.:' 7ber: 1769. Lijwaaten 663. den 14:' 7ber: 1769. Lijwaaten bij den anderen in het gouvernement gekomen zijnde, Communiceerde zijn Edele aan deselve de receptie eener brief door de Palliacat„ se opperhoofden aan zijn Edele alleen gerigt in da„ to 6. ' deeser maand, inhoudende bekendmaking van het ongeluk het particulier Hollands scheep„ je de Helena, in Bengale thuijshoorende; en van Batavia over Madras naar die Directie gedes„ tineerd overgekomen, door het afloopen derselve door een gedeelte van het volk van dat bodemptje, en dies opdaging ter rheede van Nisampatnam eenige mijlen besuijden Mazulipatnam leggen vervolg de, in een inconvenienten toestand, waarvan het berigt bij de opperhoofden erlangd is bij een brief door den bootsman van dat Kieltje, die alleen van de daar opgewest zijnde Europeesen is overge„ bleeven, geschreeven, en door addresse van den heer Engels gouverneur te Mazulipatnam aan de opperhoofden toegebragt geworden, Jtem het arrestee„ ren van meest alle de muijtelingen ter voorm: Ni„ sampatnam op ordre van gedagte Mazulipat„ nams gouverneur, en renvoijeering voorts door den„ selven van die saak aan den gouverneur en Raad 1. te den 14. ' 7ber: 1769. betreckelijk Jnsertie van de papeen daare te Madraspatnam, alles breeder te zien, bij de hier onder g'insereerde papieren; aldus luijdende Aan den wel Edelen groot agtb: heere Pieter Haksteen, Raad Extraordinair van Neder„ lands Jndia, mitsgaders gouver„ neur en directeur deeser Custe Cormandel, met den resorte van dien &a. &a Wel Edele groot agtb: gebiedende Heere Hierneevens hebben w' de Eere uwel Ed: groot agtb: needrig aantebieden, d'afschriften der twee brieven gisteren ontfangen, behelsende verslag van 't fataal ongeval zeeker particulier snaauw schip genaamt Helena van Batavia gedestineerd, om over deese Custe naar Bengale te stevenen, als de heeren al„ daar toebehoorende bejegend, Namentlijk door een gedeel„ te van eijgen volk afgeloopen te worden, en tot Nisam„ pattnam in een seer inconvenienten toestand g'ankert te leggen, om kort te zijn, wij vervrijmoedigen ons voor 't overige in alle Eerbiede aan de Contenuen derselver Letteren zo wel te gedragen, als aan die onser briefen daarop in antwoord gerigt, waarvan de afschriften deesen.

NL-HaNA_1.04.02_3261_0889 view scan ↗

English

665. 14 September 1769. also accompany this, hoping that the arrangements made concerning it, being unable to do otherwise, may in every way meet with the highly esteemed approval of your Right Honorable; just as we also most submissively beseech you to favor us with the necessary orders on how we are to conduct ourselves towards the English administration at Madras with regard to the delinquents held in strict confinement at the aforementioned Nisampatnam. Wherewith in all haste with deep humility I subscribe, Right Honorable Ruling Lords, your Right Honorables' humble, submissive, and very obedient servants. Was signed: P. J. Dormieux and N. De Joncheere. In the margin: Palliacatta, 6 September anno 1769. Enclosed here I send a letter addressed to your Honor, which I received this morning from Nisampatnam, where it was sent ashore from a ship which I believe is now at anchor off that place. I do not doubt the letter will fully inform your Honor of the murder that was committed Translation of a letter written by the English Governor at Mazulipatnam, A. Wijnsch, to the Chiefs at Palliacatta. upon four Europeans who were on board it, by the Malay sailors. Information of this occurrence was given to the revenue-collector Brahmin at Nisampatnam by four lascars who landed there with the boat belonging to the ship, together with the serang, ten Malays, and a woman. Upon receiving report of the matter, the Brahmin immediately ordered them to be made prisoners, which was carried out on all of them, except for the serang, who escaped. The lascars and Malays are now here in strict confinement. I have communicated the whole matter to the Governor of Fort St. George, to whom your Honor will please make such representations as your Honor may deem necessary. The boat, the lascars tell me, was smashed to pieces shortly after they landed. I have sent an order to the people at Nisampatnam to render whatever assistance the present commander of that ship might desire. I have the pleasure to be, etc. Honorable, Right Honorable and Worshipful Sirs, I, the undersigned boatswain of the snow-ship De Helena, belonging to the Honorable Government of Chinsurah in Bengal, the Captain was Pieter Raatjes, but through misfortune, the ship has been run away with by Malay slaves belonging to the Captain. 14 September 1769. 667. 14 September 1769. It happened on the 19th in the morning at 9 o'clock. The next afternoon they made me set sails, and went further toward the shore. At night we came to anchor in 9 and a half fathoms of water. They cut the cable, then weighed anchor again and ran into 6, 5, 4 fathoms of water. Then they took the boat and went ashore, and smashed everything to pieces, and broke open the money chest, in which were 2 bags with rupees, but not knowing how much, furthermore rolls of silk and many other goods. There are also several Moors among them who also took part in the murdering, who went with them to the shore, namely nine Moors: The Serang: Kassim The Tindal: Jannu The Sailor: Asser op Bandula Whether all of these took part in the murdering, I cannot say; you will receive better information upon investigation. The slave boys, their names are: Ontong Sieties Salomon, a Papuan boy with sheep's wool on his head Sonolla Rupick Lelmamat Kanjam Samon 14 September 1769. to render all necessary assistance to have the ship safely brought over to Mazulipatnam, which we think will be sooner and more easily done than making it reach this place, the wind for this being constantly contrary, and to have it provided with everything necessary, and to put it in a state again to undertake a voyage where it will be most profitable for its owners after such an occurrence. Your Honor will thereby render a great service to its owners, who are in Bengal, and will at all times be willing to pay properly, with gratitude, the expenses that shall be incurred on behalf of their ship, and you will thereby at the same time oblige our Company as well as ourselves to all reciprocal services. We shall inform the Government at Negapatnam of the entire incident, and shall at the same time request them to instruct us on how we are to act with regard to the criminals or prisoners. As soon as we receive their honored orders concerning this, we shall dutifully proceed accordingly, and not fail to give your Honor proper notice thereof at the same time. Meanwhile, we are very much obliged to your Honor for having had them placed in close confinement, and for having had the goodness to dispatch such an obliging order to the people at Nisampatnam to render all requisite assistance to the commander. We have the pleasure to be, Sir, your Honor's very obedient and humble servants. Was signed: P. J. Dormieux and N. De Joncheere. In the margin:

Dutch transcription

665. den 14. ' 7ber: 1769. deesen meede versellen, hoopende, de schickingen 'er bij als niet anders vermoogende gemaakt van uwel Edele groot agtb: seer te Eerene goed keuringe allesints te zul„ „ dezelve len mogen zijn; gelijk wij hoogst„ ook onderwerperlijk smeeken, om ons te begunstigen met de nodige beree„ len, hoe wij ons omtrend het Engels ministerium te Ma„ dras zullen hebben, te gedragen, in opsigte der delin„ quanten op voorm: Nisampatnam in stricke gevange, nisse sittende. —. Waarmeede in alle haast met diese vernederinge onder„ schrijve /:onderstond:/ wel Edele groot agtb: gebiedende Heere: uwel Edele groot agtbaarens, onderdanige„ ootmoedige, en seer gehoorsame Dienaren /:was ge„ teekend:/ P: J: Dormieux, en N: De Joncheere /:in margine:/ Palliacatta, den 6:' september Ao 1769. Hier in geslooten send ik Eenen brief onder uwel Edele adres, welken, ik deesen morgen van Nisampatnam ont„ ving, alwaar dien aan land was gesonden van een schip dat ik vermeene nu van die plaats van daan, ten anker is, de brief twijffele ik niet zal uwel Ed: volkomentlijk van den moord onderrigten, dien bedreeven is geworden Translaat Brief door den Engels gouverneur te Mazulipatnam, A: Wijnsch, aan de opperhoofden te palliacatta geschreeven. Jan 7. aan vier Europeers, die in het zelve waaren, door de ma„ leijse mattroosen, onderrigting van dit voor val was aan den Renteniers Bramine te Nisampatnam door vier Laskaars gegeeven, die daar met de schuijt het schip toebe„ hoorende, te samen met den sarang, thien malaijers, en een vrouw landeden, op ontvangen berigt van de zaak beveelde den bramine terstond hen gevangen te maaken, 't welk aan alle te weege was gebragt, behalven den sa„ rang, die 't ontvlugt is, de Laskaars en maleijers zijn nu hier in strikte gevangenis, ik heb het geheel aan den gouverneur van 't Fort S=t george meede gedeeld, aan wien uwel Ed: sult gelieven zulke vertooning te doen, als uwEd: nodig mogte oordeelen. De schuijt seggen mij de Laskaars, was in stucken geslagen kort na dat se landeden, Jk heb bast aan het volk te Nisampatnam gesonden, om den tegenwoordigen bevelhebber van dat schip, hoedanig hulp ook mogt be„ geeren, te bewijsen. Jk heb het vermaak te sijn &=a Wel E: E: en Gestrengen Heeren Ik ondergeteekende bootsman, zijnde van 't snaauw Heeren schip De Helena, toebehoorende de W: E: E: en Regeering van Sinsura in Bengalen, den Capitain is geweest Pieter Raatjes, maar door ongeluk, is het schip afge„ loopen van Maleijse slaven, dewelke den Capitain toe„ den 14. ' 7ber: 1769. behoorende 47 667. den 14.' 7ber: 1769. „ uuren behoorende, Het is geschied den 19. ' smorgens te 9. /4210 „ des. anderen middaags hebben zij mij zeijlen bij laten maaken, en verder na de wal gegaan, snagts ten anker gekoomen op „weer 9. ½½. Vaam water, het Touw hebben se gekapt, daarna „ an„ ker geligt en op 6. 5. 4. vaam water geloopen, toen hebben„ se de schuijt genomen, en naar de val gegaan, en alles in stucken geslagen, en opgebrooken de geld kist, waarin 2. sacken met ropijen in waaren, maar niet weetende hoeveel, verders van zijde rollen en veel andere goederen, daar zijn 'er ook verscheijde mooren onder, die meede deelag„ tig aan het moorden geweest zijn, die met hen naar de wal gegaan zijn, en neegen man mooren Namentlijk Den Sarang. - - - - - Kassim „ Tandel - - - - - Jannu „ „ mattroos - - - - - -asser op Bandula of deese alle deelagtig aan het moorden geweest zijn, kan ik geen reeden van geeven, sult naar ondersoeking beeter berigt bekomen De slaare Jongens haar Naam zijn ontong Sieties Salomon, een papoese Jonge met schaape wol op het _ o - - - - - Sonolla - Rupick . . . .Lelmamat, - - - - - - - - Kanjam _o - - Samon __o „ _o hoofd. 43 „- „ „ - _o - - 1 den 14.:' 7ber: 1769. lijke hulpe te bewijsen, het schip behoude naar Mazulipat„ nam te laten overbrengen, 't welk wij denken eerder en gemackelijker te doen zal zijn, dan het deese plaatse te doen berijken, den wind hier toe nog bestendig contrarie zijnde, en het van al het noodige te laten versorgen, en weeder in staat te doen stellen om eene reijse te onderneemen daar 't voordeeligst zal zijn voor zijne Reeders, na zoo eene ontmoeting, uwel Ed: sult daar door een grooten dienst aan dies Reeders bewijsen, die te Bengalen zijn, en ten allen tijde gevillig zullen weesen, om de ongelden behoorlijk met erkentenisse, te voldoen, die ten behoeve van hun schip zul„ len gedaan zijn, en zult daar door teffens onse Maat„ schappij als ons, tot alle weeder diensten verpligten. —. Wij zullen de Regeering tot Nagapatnam van het geheel voorzal verwettigen, en zullen haar ter selfder tijd versoe„ ken ons te gelasten, hoedanig wij ten opsigte der misdadi„ gers of gevangenen moeten handelen, zoo dra wij hun g' Eerde last daaromtrent ontvangen, zullen wij er pligt schuldig naar te werk gaan, en niet in gebreeke blijven, om uwelEd: daarvan teffens behoorlijke kennis te geeven, Jntussen zijn wij uwel Ed: seer verpligt van hen in naauwe gevankenisse te hebben doen setten, en voor de goedheijd ge„ had te hebben, van soo een verpligtende bevel naar het volk te Nisampatnam aftevaardigen, om den gesagheb„ ber alle Eijsschende hulpe te bewijsen. —. Wij hebben het genoegen te zijn /:onderstond:/ Mijn heer uwel Ed: seer gehoorsame en ootmoedige Dienaren /: was„ geteekend:/ P: J: Dormieux, en N: De Joncheere (:in„ margine

NL-HaNA_1.04.02_3261_0893 view scan ↗

English

671. In the margin: Pallia Catta the 6th of September Anno 1769. Below: agreed, signed: G: F: J: De Ravallet sworn clerk. To the Honorable boatswain Ekliend, on the private ship Helena, at the Roads of Nisampatnam. Honorable Boatswain, We have received your letter, in which you inform us of what occurred on the ship, which we have learned of with sorrow, the more so because we are completely unable to bring you even the slightest assistance, because the ship lies so far from here, and we are also unprovided with the requested anchor, crew, etc. We have, however, written to the English Government at Mazulipatnam, and emphatically requested them to render you all possible assistance, and to have the ship safely brought to Mazulipatnam, and to provide it there with everything necessary, and to enable it to undertake its voyage where it is most advantageous for the gentlemen who are owners of the same. This is all that we have been able to do. Now we advise you to deal cautiously with the remaining crew, and with kind words make them perform their work, until the ship shall have arrived at the place where you can seek justice. As for the crew or the criminals who are sitting in prison at Mazulipatnam, we shall give the necessary notice thereof to the Government at Nagapatnam, and act with them as the said Government shall be pleased to instruct us. The 14th of September 1769. We Actions of the Palliacatta officials in this regard, and in what they consist, to make a request from here to the English administration to assist that vessel with what is necessary, and to what end. We wish that you may arrive safely and prosperously with the ship in the harbor of your desire, and remain, Below: your obliging friends, was signed: P: J: Dormieux and N: de Joncheere. In the margin: Palliacatta in Castle Geldria the 6th of September 1769. Below: agreed, was signed: G: F: J: De Bavallet sworn clerk. Approving their conduct, so, after having read the same, the conduct of the chiefs in the representation made to the said Governor of Mazulipatnam for a capable mate and an anchor of 15 to 1600 pounds was fully approved, to the end that the little ship may be taken to Mazulipatnam, since, for lack of the one and the other, those officials could do nothing else in that regard; which request it was understood should also be submitted from here to the English Administration at Madraspatnam, to assist with the requested items on the account of the owners in that fatal case, so that that little ship can be transported to the place where it belongs, or otherwise, through the expiration of the monsoon, it not being feasible The 14th of September 1769. feasible 673. The 14th of September 1769. if the delinquents could even be conveyed to Bengal with that little ship; feasible to steer this way, in order to make the necessary orders in this regard here, and to be provided with what is necessary; and concerning the delinquents who are deemed to be held in custody at Nisampatnam, it would be proper for them to be conveyed to Bengal in case the little ship departs thither, in order to be examined there upon the charges which the crew still remaining on that vessel might bring against them, in order further to be put on trial there, as it would be very irregular for the accusers to be in the one place and the delinquents in the other; thus it would be a good thing, if there were opportunity, to convey those prisoners in irons at the expense of the owners from Mazulipatnam itself with that snow to Bengal; but considering that the breaking of the Northern monsoon was at hand, and thus it could very easily happen that that vessel would have to abandon that voyage and steer this way, it was understood that in that case the The 14th of September 1769. if that cannot happen, to make a request to the English to hand over the prisoners with the stolen property: likewise to take sepoys into service expressly for the prisoners to request the English Government at Madras to be pleased to have the said arrested persons surrendered, with and together with whatever of the stolen property might have been recovered by them, to the soldiers to be sent by the chiefs of Palliacatta, to whom it is furthermore understood that the necessary orders in this regard shall be sent, both regarding the payment of the jail expenses and the safe conveyance of those criminals this way, with authorization that, whenever the native soldiers in their service might not be sufficient to form a detachment capable of transporting so large a number of prisoners, they may then engage express sepoys for that mission, all for the account of the owners. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid: was signed: as before. Saturday 1

Dutch transcription

671. margine:/ Pallia Catta den 6:' September A:o 1769. /:on„ derstond:/ accordeerd /:geteekend:/ G: F: J: De Ravallet gebw: scriba. —. Aan den Eersamen bootsman Ekliend, op het particulierschip Helena, ter Rheede van Nisampatnam Eersame Bootsman Wij hebben uwen brief ontvangen, waar bij uwe ons kennis geeft van 't voorgevallene op 't schip, 't welk wij met smerte verstaan hebben, te meer, om dat wij te eenemaal buijten vermogen zijn, om u eenig de minste hulpe toete brengen, door dat het schip zoo ver van hier legd, en wij ook on voorsien zijn van het versogte anker, volk &=a, wij hebben egter de En„ gelse Regeering te Mazulipatnam geschreeven, en met na„ druk versogt om u alle mogelijke hulpe te bewijsen, en 't schip naar Mazulipatnam te doen behouden ter houw „brengen, en het selve aldaar met alle het nodig te gerieven, en in staat te stellen, om zijne reijse te konnen aanneemen, daar 't voordeeligst is voor de heeren die Rheeders zijn van 't zelve, dit is alles wat wij hebben mogen doen, Nu raaden wij u aan met het overgebleeven scheeps volk, voorsigtig om„ te gaan, en hen met goede woorden hun werk te doen ver„ rigten, tot dat het schip ter plaatse zal aangekomen zijn. daar uwe zijn regt kan soeken, wat het scheeps volk of de misdadigers die te Mazulipatnam ingevangenis sit„ ten aangaat, wij zullen de Regeering te Nagapatnam, daarvan de nodige kennis geeven, en met hen sodanig han„ delen als gemelde Regeering ons zal gelieven te gelatten. den 14. ' 7ber: 1769. Wij pall: bed=s daaromtrent. en waarin die bestaat te doen versoek van hier aan't En„ gels ministeruim op dat vaarthuijg met 't nodige te adsisteere enten wat eijnde Wij wenschen dat gij met het schip behoude en voorspoedig mogt aan komen, in de haven uwer begeerde, en verblijven /:onderstond:/ uwe Dienstwillige vrienden /:was getee„ kend:/ P: J: Dormieux en N: de Joncheere /:in margine:/ Palliacatta Jn't Casteel geldria den 6.:' 7ber: 1769. /: onder„ stond:/ accordeerd /:was geteekend:/ g: F: J: De Baval„ het gesw: scriba. —. god heune wende behandeling den soo is naar genomene Lecture derselve, ten vol„ len goedgekeurd der opperhoofden behandeling in de gedaane Jnstantie aan gedagte Mazulipat„ namsen gouverneur om een bequaam stuurman en een anker van 15. â 1600 ponden, ten eijnde dat scheepje naar Mazulipatnam gevoert zal konnen werden, alsoo mits ontstentenisse van het een en ander die bediendens niets anders daaromtrent hebben konnen doen, welk versoek verstaan wierd van hier meede bij het Engels Ministerium te Madraspatnam aanteleg„ gen, om voor reekening van de Reeders in dat fa„ taal geval met het versogte te adsisteeren, op dat, dat scheepje getransporteert kan werden ter plaatse daar het thuijs hoord, of anders door het verlopen van de mousson het selve niet den 14. ' 7ber: 1769. doenlijk 673 den 14.:' 7ber: 1769. zoo de delinquanten met dat scheepje „selfs na bengale gevoed korde; doenlijk weesende, dit heen te kunnen steerenen, om alhier de nodige ordre daaromtrend gesteld, en van het nodige voorsien te werden; En ten belange voor een goede saak wangesig van de Delinquanten die te Nisampatnam werden in hegtenis zijn geoordeeld weesende, het welvoe„ gelijk zoude weesen, dat deselve naar Benga„ le wierden vervoerd ingevalle het scheepje naar der„ waards vertrekt om aldaar g'examineerd te wer„ den op de beschuldigingen die de nog over ge„ blevene Manschappen op dat bodemptje tegens deselve zoude komen intebrengen, om voorts al„ daar te regt te wierden gesteld, alsoo het seer vire„ gulier zoude weesen, dat de accusanten op de eene, en de delinquanten op de andere plaats zijn, dus het een goede zaak weesen zoude, in„ dien 'er occagie was, om die gevangenen geboeijt op kosten van de rheeders van Mazulipatnam selve met dat snaauw scheepje naar Benga„ le te vervoeren; maar gemerkt het doorbreekendog wat daarteege absteerd van de Noorder mousson op handen was, en dus heel faciel gebeuren konde, dat dat vaartuijg van die reijse zoude moeten afsien, en den steeren dit heen wenden: soo is verstaan in dat geval de ƒ den 14:' 7ber: 1769. kan, aande Engelsen omde gevangene met 't getolene over tegevven: dierw=s dergevangene oxpres sipdaijs dienst te neemen te doen versek zozulk nt geschaede Engelse Regeering te Madras te versoeken om de genoemde arrestanten te willen laten afgee„ ven, met en neevens het geene van het gestolene door haar agterhaald mogte weesen, aan de aftesendene krijgers door de opperhoofden van Palliacatta, te senden nodige ordrena patt aan dewelke alverder verstaan is de nodige ordres dienaangaande soo omtrend het betalen der boeij expensen, als het secuur overbrengen dier misdadi„ qualiticatie omtot tovrtrengen gers dit heen, te laten toekomen, met qualificatie om wanneer de bij haar in dienst zijnde Jnlandse krij„ gers niet toerijkende weesen mogte, om uijt deselve een detachement te doen bequaam ons soo een groot getal gevangene te transporteeren, als dan tot die Commissie expresse sipaaijs alles voor reekening van de rheeders in dienst te neemen. —. Aldus Gedaan en Gearresteerd Jn't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was getee„ kend :/ als vooren. —. Saturdag 1

← previousnext →