VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3266

Malabar · 866 pages · 133 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3266_0267 view scan ↗

English

suitability of the Caltqij if one wished to make the intended use of it. We replied to the ministers regarding this that their request would be complied with, but that there were no ducats left in stock in the cash treasury, though upon obtaining them the required quantity would be sent to them, although it was doubted whether that quantity could be obtained at full weight and without holes, since it is customary here among the merchants that underweight of that gold specie is compensated for by a larger quantity; which and other reasons furthermore made us decide to excuse the sending of that gold specie and in its place to provide the ministers with silver ropias, and consequently, with the ships Velsen and Jonge Lieve, successive shipments totaling 300000 Ropias were sent to that government instead. The aforementioned ministers have since repeated their request for ducats, but since that specie has been brought here in small quantities for some time and its price has risen, one has until now been unable to comply with their request. For the rest, we must also record here that it was observed by the first signatory that the Honorable Company has determined once and for all that for one ropia 20 fanums are received and also paid out, but that in private exchange one receives 22 to 23 pieces for one ropia, and sometimes more. That this causes great confusion and is extremely improper, because people who count fanums in the cash treasury profit from it, and the military personnel and others who must receive fanums and for whom a single piece of that specie matters very much, suffer great loss thereby. That therefore a change should take place here, which could also be brought about very easily if one completely abandoned the fixed regulation regarding the fanums, and regarded this coin specie at the cash treasury no differently than small coin and the doits are regarded in Batavia and at other offices. That the Company is not obliged to accept fanums except from a few leaseholders, which could be amended in the upcoming lease conditions. That the sale of Nelij could also be arranged in such a way that one does not need to receive fanums for it. That he, the governor, was therefore of the opinion that in the cash book only ropias should run, while all other coin species received by the cashier remain for his account; further that it was very improper and could cause nothing but confusion that small disbursements were made from the cash treasury now and then for the payment of coolie and labor wages. That it was better that a fixed advance disbursement of 2 to 3000 ropias under sufficient guarantee was made to the administrators who need it, just as takes place at Souratta. That the aforementioned administrators can then pay their workmen themselves and purchase the necessary materials, and subsequently submit everything at once with their specifications. That this will rid one of the manifold accounts that currently obscure matters to such an extent that one can only trace with the greatest difficulty what a certain work actually cost. And although it was on the contrary remarked by the outgoing Commander Breckpot (who declared beforehand that he would leave all domestic arrangements henceforth to the first signatory) that the fanums are a coin specie which everyone needs in his household and that the military are paid no fanums but ropias, and that if the self-interested native noticed that the Company no longer receives fanums and all the servants receive everything in ropias, the Canarese will then quickly exchange and hide the fanums, and the exchange rate of the Ropias will then fall below the fixed rate to 19, 18, 17 or fewer fanums, and then the servants, who cannot do without the fanums anyway, will prefer to be paid in fanums; that this is therefore the difficulty to be expected from it, but that if 10 to 15000 rixdollars remained in the cash treasury, one could always lay down the law to the self-interested native by circulating the fanums among the public at 20 pieces for one ropia. Yet notwithstanding this apprehension of his Honor, we nevertheless regarded these arrangements with the Governor as beneficial, and accordingly took a resolution in our meeting of 18 February last.

Dutch transcription

121 scheckhit van de Caltqij: indien men daar het bedoeld gebruijk van wilde maaken wij hebben de ministers hierop geres„ „cribeert, dat men aan hun versoek zoude voldoen, doch dat men Geen ducaaten in Cassa, meer in voor raad heeft, maar dat men bij bemagtiging van deselve de gerequireerde quanti„ teijt deselve zoude laaten toekomen, hoe„ wel men twijffelde of die quantiteijt wel volwigtig en zonder gaatjes zoude tekomen zijn, alsoo hier een gebruijk is dat het minwigt van die goude d spetie hier onder de Cooplieden werd gesuppleert door een meerder Getal welke en andere redenen meer ons dies versending g'excesert teffens hebben doen besluijten om het senden dier goude spetie te excuseeren en in dies plaatse de ministers de voorsien met zilvere ropias, en in gevolge van dien heeft men met =de Scheepen Velsen ende Jonge e Lieve rop:s derwaarts gesonden Aanmerking nopens, de Wissel Cauas der fanims de verschillende wissel Cours baaat veel verwaring en insteede van dien 30000 Lieve successive 300000 Ropias na dat gouvernement verzonden; de gem: ministers hebben hun ver„ „zoek sedert om ducaaten herhaald maar vermits die spetie hier sedert eenigen tijd schaars aangebragt, end prijs daarvan gereesen is, zoo is men tot noch toe buijten staat geweest om aan hun versoek te kunnen vol„ doen Voor het overige moeten wij hier noch ter neder stellen, dat bij den eersten seekenaar geremarqueert zijnde, dat bij d' E Comp. eens voor al vastgestelt is, dat voor een Copia 20. fanums ont„ „vangen ook weder uijtgegeven wer„ den, doch dat men egter int parti „culier voor eene ropia bij verwisse „ling 22: a 23. stuks krijgt en som„ tijts meer. dat zulks eene Groote verwarring Geeft en ten uijttersten oneigen is, ver„ „mits e v Kan 122 den gouverneur is van ge„ voelen dat daarin veranderinge de fanims te laten Varen. mits menschen, die fanums in Cassa tellen daar bij voordeel hebben, en dat de Mili„ „tairen en andere die fanums ontvangen moeten en dewelke het op een enkeld stuk dier spetien al heel heer, op aan„ komt daar bij Groot nadeel lijden dat dierhalve hier in eene verandering diende plaats te hebben, dewelke ook zeer gemakkelijk konde verkreegen kan werden gemaakt niet werden, wanneer men de gemaakte bepaaling ten opzigten van de fanums in't geheel vaaren liet, en deese munt spetie bij de Cassa niet anders aan merkte dan het paijement en de duiten te Batavia en op andere Comptoiren werden aangemerkt dat de Comp: niet verpligt is fanums te accepteeren, als van eenige weinige pagters, het welk bij de aanstaande pagt Conditien zoude kunnen verbeetert werden dat den verkoop van Nelij ook zoodanig zoude dat bij het Cassaboek maar alleen ropias moeten lopen.— dat het afbetalen van Coelijs uijt Cassa Kwalijk en beeter is 2: a 3000 ro/a aande administrateurs te verstrekken. zoude kunnen geschikt werden, dat men daar voor geen fanums behoeft te ontvangen Dat hij gouverneur dierhalve van Gedagten was, dat bij 't Cassa boek, maar alleen ropijen moesten loopen; Terwijl alle an„ dere muntspetien, die de Cassier ont„ vangt voor zijn reekening blijven, wijders dat het heer oneigen en niets als verwaaringe konde baaren, dat tot het afbetaalen van Coelij en arbeids loonen nu en dan Klijne verstrek kingen uit Cassa werden gedaan Dat het beeter was aan de administra„ teurs, die 'te nodig hebben eene vaste voor uijtverstrekking van 2: a 3000: rop=s onder suffisante borgtogt wierd ge zoo als dat de souratta plaats: daan 2 heeft Dat de gem administrateurs als dan kunne werklieden zelfs afbetaalen en de Genoodigde Materialen inkoopen Keennen. 123 breekpot nopens het afschaffen van Januum „ kunnen „ en vervolgens alles op een maal bij kunnen Specificaties opbrengen, Dat men hier door zal ontslaagen raaken van de monigvuldige reeke „ningen die de zaaken thans in zulke duijsterheit stellen invoegen men niet als met de uijtterste moeijte nagaan kan, wat een zeker werk eigentlijk Gekost heeft:; En hoewel nu door den afgegaane Commandeur Breckpot (:die voor af gevoelen van den Commandeur beteugde alle huijsselijke schikkingen, voortaan aan den eersten teekenaer over telaaten:/ ter Contrarie aange ƒ merkt wierd, dat de fanums een muntspetie is, die een ieder in zijne huijshouding noodig heeft en aande militairen geene fanums maar ro„ „pias betaald werden, en dat zoo wan„ „neer den baatsugtigen Jnlander be merkte dat de Comp:s geen fanums meer ontfangt, en alle de dienaaren Alles vervolg daar van de schikkingen van den gou gemerkt. alles in ropias ontvangen, de Canna rijns dan schielijk de fanums op wisselen en verbergen zullen, ende Cours der Ropias als dan daalen zal beneden de bepaalde paijs tot 19. 18. 17. of minder fanums, als dan de dienaaren die doch de fanums niet missen kunnen lieven met fanums zullen willen betaalt zijn, dat dit zeerhalve de swaarigheit die daar uijt teverwagten is, doch dat in dien en 10. âr 5000. rd:s in Cassa bleven min altoos den baatsigtigen Jnlander de wet zoude kunnen stellen, met de fanums a 20. stuks voor eene ropia onder de man tebrengen Zoo hebben wij niet tegenstaande deeze bedugting van zijn Ed: egter deese schikkingen met den heer Gouver„ „verneur des heilsaam aan neur als heilsaam aangemerkt, en dien volgende in onse bij een komst van den 18. feb: Jongstleden een besluijt Geno den en he

NL-HaNA_1.04.02_3266_0273 view scan ↗

English

124 To have the cash books cleared of fanams and to make advances to the administrators under security. The cashier and the equipage master. It was resolved to order the cashier Van der Sleijden to clear the cash books of Cochin fanams as soon as this can be done, and furthermore to allow no other coin to run in the said books except rupees alone, while all other coin types remain for his own account; likewise, to make an advance of 2 to 3,000 rupees to the administrators who need it, under sufficient security, to serve for the purchase of materials, payment of coolie wages, and other expenses. Decision to have the cashier settle the cash books. The overseer of the timber yard and the equipage master received 3 to 4,000 rupees. In the manner aforesaid, the captain-lieutenant and head of the artillery Johannes van Asbeek, who also has the supervision over the Company's timber yard, received three thousand rupees, and the skipper and equipage master Lourens Buys, to whom the supervision and accountability of the shipyard and coopers' shop is entrusted, received four thousand rupees under sufficient security, as shown by our resolution of 9 March last. Cast bazaruccos. It was decided to cast as many of them as will be for the convenience of the public. Shortage of small coin. The first undersigned having further made known in our meeting of 27 April last that he had been informed from other sources that there is a great shortage here of a certain small coin known by the name of bazaruccos (being a mixture of tin and lead), yet very necessary for the convenience of the public, but most particularly for poor and humble people, we therefore, to accommodate the public in this matter, took a resolution on the same day to have as much of that small coin cast as should be deemed necessary for the general benefit of the public and the good inhabitants both inside and outside this city. 125 Request for 4,000 rijksdaalders in duiten and 6,000 rijksdaalders in small change, to make current instead of fanams. And at the same time respectfully to request Your High Excellencies hereby to send us, by the first occurring opportunity of a ship, four thousand rijksdaalders in duiten and six thousand rijksdaalders in small change, including four thousand rijksdaalders in dubbeltjes, in order to make a trial once again whether those coin types can be made current here instead of fanams, which coin is not only bad in itself, but has already given rise to many disputes among the public. Concerning the advances, we further have the honor to bring to the knowledge of Your High Excellencies: The King of Cochin requested 3,000 rijksdaalders; 1,500 rijksdaalders were delivered to His Highness, and that prince was also accommodated with 150 grenadier flintlocks. That the King of Cochin, as shown by our resolution of 25 May, made a request for an advance of 3,000 rijksdaalders, but that this amount was reduced to half, and His Highness was thus satisfied with 1,500 rijksdaalders, and that small sum was debited to His Highness's account to be settled from his revenues of customs and duties; that this prince, upon his urgent request, was accommodated for cash payment with 150 pieces of grenadier flintlocks with iron ramrods, in accordance with our resolution of 11 April last. Furthermore, that the King of Travancore in the month of September of last year also caused a request to be made 126 25,000 rupees were advanced to Travancore. He already stood in credit about 24,000 rupees before. At the closing of the account he remained in debit 724 rupees 23/120. Sugar and iron were also advanced to this prince. for an advance of 25,000 rupees, to be settled with the delivery of pepper, and that because that prince already stood in credit on that account about 24,000 rupees before, his request was granted. Since then, or under date of 19 January last, the account of that prince was closed with His Highness's envoys, and His Highness at the closing remained in debit 724 rupees 23/120. For which reason, upon his further request as shown by our resolution of the 20th of the month just mentioned, we granted His Highness an advance of one hundred candies of powdered sugar and thirty candies of bar iron, to be debited to a new account. The closed account of that prince is recorded in the aforementioned resolution and is otherwise, as usual, sent separately among the appendices of this letter. Adi Raja undertook to deliver 250 candies of pepper. The ship Popkensburg went to Cannanore and took in the pepper. The Moorish regent Adi Raja, whose fortune seems to have become quite considerable since obtaining the regency over the kingdom of Kolathiri, on the request of the governor during his presence at Cannanore, undertook to deliver 250 candies of pepper at the customary price to the Honorable Company. To which end, and because the servants had also gathered a quantity of that spice, the ship Popkensburg was sent thither to collect that pepper. It was also delivered, and Adi Raja made this known by an ola and at the same time stated that he had previously always received advances

Dutch transcription

124 boeken van fanus te laten suijdeaen en aan de administrateurs vooruijt verstrekkingen te laten doen onder Cautie ende Equipagie meester genomen om den Cassier van der sleijden P. te gelasten de Cassaboeken zoo dra van zulks geschieden kan, te zuijveren de Cochimse fanums, en wijders bij gem: boeken geene andere spetie te besluijt den Cassier de Cassa laaten voortloopen als ropias alleen, terwijl alle andere muntspetien blijven voor desselfs reekening zoo meede om aan de administrateurs die zulks noodig hebben onder suffi sante Cautie een voor uijtversteck „ king: te laaten doen van 2: a 3000. ro„ „pias om te dienen tot het inkoopen van Materiaalen, afbetaalen der Coelijloonen en andere Guastus meer Jnvoegen voorsch: hebben den Capitain lieutenant en hoofd der arthillerie Johannes van Asbeek, die ook den opsienden der houtthuijn teffens het opsigt over sComp hout „ hebben 3: a4000 rop:s ontfangen thuijn heeft drie duijsend, en den schipper en equipagien Meester Lourens buijs aan afbazarooken men heeft beslooten daarvan zoo zal zyn tot gerief der gemeenten. aan wien het opzigt en verandwoording van de scheepstimmerwerff en Kuijpers winkel, opgedraagen is vierduijsend Ropias onder suffesanten Cautie Ge„ nooten, uijtwijsens ons besluijt van den 9 Maart Jongstleeden den eerst ondergeteekenden in onse bij een komst van den 27: April Jongstleden alverder te kennen hebbende gegeven, dat hij ter zijde g'informeert Geworden dat hier groot gebrek is aan een Lee gebrek aan kleijne munt„ ker Klijne muntspetie bekent onder „de naam van bazaroeken :/ zijnde een mengsel van thin en lood:/ egter zeer noodzaakelijk tot gerief van 't Gemeen doch wel voornamentlijk aame en geringe menschen, zoo hebben wij om de Gemeenten in dit stuk te gemoed te komen, ten selven daage een besluijt genomen om zoo veel van die Klijne veel te laten gieten als noodig munt telaaten gieten als nodig zoude werden g'oordeelt tot algemeen geniet Van . 125 duijten en 6000: rd:s aan paijement om insteede van fanums gangbaar temaken van de Gemeente en goede ingeseetene zoo binnen als buijten deese stad „ en teffens om Uw Hoog Edelhedens mits deesen eerbiediglijk teversoeken ons bij eerst voorkomende scheeps occasie te willen laaten toekomen versoek om 4000. rd:s aan vierduijsend Rijxsdaalders aan dui „ten en sesduijsend Rijxsdaalders aan paijement, waar onder vier duijsent Rijksdaalders aan dub„ beltjes, om eens wederom een proed tenemen of die muntspetien hier zullen kunnen werden gangbaar gemaakt, in steede van fanums, welke munt niet alleen in zich zelven slegt is maar ook bereets tot veele verschillen onder de Gemeente aanleiding gegeven heeft betreffende De vooruit verstrekkingen hebben wij alverder de eer Uw Hoog Edelhedens heeft om 3000. lb: versogt men heeft 1500: rd:s aan zijn hoogheit laten aflangen en ook dien vorst gerieft met 150. granadeers snaphans. Edelheedens ter kennissen te brengen dat den Koning van Cochim uijtwijsens den Koning van Cochim ons besluijt van den 25. Maij heeft versoek Gedaan om een voor uitverstrekking van 3000: rd:s doch dat men dat bedraa „gen heeft vermindert tot op de helfte, en dus zijn hoogheid te vreeden gestelt met 1500 ld:s en dat sommetje op zijn hoog heids reekening belast, om uit dis„ selfs inkomsten van shollen en ge regtigheden veressent te werden; dat men dien vorst op desselfs instantig ver zoek voor Contante betaaling heeft gerieft met 150. stuks Grenadieus snaphanen met ijser laadstokken ingevolge ons besluijt van den 11=' April Jongstleden; wijders dat Den Koning van Iuevan Coor in de maand september des ver leeden Jaars mede verzoek heeft laaten 126 rop=s verstrekt stond reets 24000 ro/a tevooren is bij het sluijten der reek: te quaad gebleven ro/a 724 13/10 men heeft nog Luijker en ijser aansien vorst voor uij„ verstrekt laaten doen om een voor uijt ver„ aan tuevanCoor zijn 25000 „strekking van 25000 Ropias, om met de Leverantie van peper te vereffenen, en dat vermits dien vorst toen bereets op die reekening Cia Cum circa 24000. ropias tevooren stond, men desselfs versoek heeft g'accordeert, sedert of onder dato 19. Ianuarij Iongstleden, is de reek van dien vorst met zijn hoogheits zendelingen Geslooten, en zijn hoog„ heit bij slot te quaad gebleven rop=s 724. 23/120. om welke reden wij dan ook op desselfs nader verzoek uit„ wijsens ons besluit van den 20. der zoo even gem. maand aan zijn hoog heit hebben g'acordeert een voor uit „verstrekking van Hondert Candijlen poeder zuiker en dertig Candijlen staaf„ „ijser, om op nieuwe Reekening belast te werden, de afgeslooten reekening van dien vorst Aderagia heeft aangeno men 250. Canvijlen poper telb „veren het schip papkensburg is na Cannoor geweest en heeft de peper ingenomen vorst is geplaatst in voorm: besluijt en werd buijten des als na gewoonte onder de bijlaagen deeses apart overgesonden: Den Moorsch, Regent Adij Ragia, zedert het bekomen wiens vermoogen regentschap Overt rijk van Colastrij vrij aanmerkelijk scheijnt geworden te zijn, heeft op 't aanzoek van den gouverneur met zijn aanweesen te Cana„ noor aangenomen om 250. Candijlen peper tegens de gewoone prijs aan d EComp: televeren, ten welken einde en om dat de bediendens ook een quantiteijt van dien Corl ingesamelt hadden het schip popkensburg na derwaarts wierd Gesonden om die peper aftehaalen, deselve wierd ook gelevert en Adij Ragia maakte zulks bij een ola bekent en zeijde daar bij teffens dat hij voor deesen altijd voor uijt verstrekkingen Ge

NL-HaNA_1.04.02_3266_0279 view scan ↗

English

127 20,000 ropias in trade goods. Pepper delivery to the Governor. 1 lb. balls. enjoyed; but that this year, having been unable to obtain the money properly, the delivery had also not taken place as desired. He therefore made a request that there might be sent to him by his vessel for the sum of 20,000 ropias in trade goods and other goods besides, as his envoys should come to demand, promising to settle the cost thereof in the coming month of February with the delivery of pepper, or otherwise to pay in cash in the coming month of September, and by a further ola the same presented a horse as a gift to the Governor and requested in particular to be accommodated with 14 pieces of iron cannons of 8 lb. balls. Aderagia requests goods for the coming delivery. Sends a horse as a gift to the Governor and requests 14 cannons of 8 lb. balls. Continuation thereof. We took this request into serious consideration in our assembly of 11 April last and considered that this Moorish ruler ought now to be viewed in a very different light than formerly; that the same, since his alliance with Heider Alij Chan and the great power which he has obtained through that means from that conqueror, could now virtually be regarded as a prince and ruler of the entire kingdom of Colastaij, whose power ought therefore to be considered quite considerable, and whose friendship consequently is not only not indifferent to the Honorable Company, but even very necessary, if only to keep him away from our competitors and on our side. Considerations concerning the same. We further considered that if one wishes to maintain peace and friendship with the native grandees, bind them to us, and have them look after the Company's interests, this should take place from the side of the Honorable Company through accommodations and conveniences; that the circumstances here on the Coast were currently such that, whenever the aforesaid Nabob finished his business on the Choromandel Coast, it could very easily happen that the same might appear on this Coast again, in which case the friendship of the said Adij Ragia could be of quite great weight and importance to the Company's interests. 128 Continuation thereof. For which reasons we also, on the said day, in hope of Your High Nobilities' highly honored approval, took a resolution to have the goods demanded by the said envoys delivered according to a submitted memorandum from the Secunde Kellij to the sum of 17,360 ropias and 27, to leave the horse for the appraised sum of 300 ropias to the first signatory and have that amount credited in favor of the Company, and in return to have offered to that prince as a counter-gift two brass field pieces of 2 lb. balls with their carriages; and finally to respectfully request Your High Nobilities herewith to please send us at the first available opportunity a carriage for the frequently mentioned ruler, in which two persons can sit, as well as twenty pieces of iron cannons of 8 pound balls, in order to be able to satisfy his demand therefrom and to be able to keep the remainder in reserve, since there are now only very few of the said caliber in stock here. Men has delivered 17,360.27 in trade goods and accepted the horse for the benefit of the Honorable Company for 300 ropias, and offered two brass field pieces as a counter-gift, as well as for Aderagie 20 cannons of 8 lb. balls. Request for a carriage for the said ruler. 129 Death of the old princess of Peritallij. The young prince requests to enjoy the maintenance money. The old princess of Peritallij having died in the month of December of last year, her surviving prince made that death known, and since the Commander Breekpot maintained that with the same the provision of maintenance money ought also to cease and that this expense could be spared until further orders from Your High Nobilities, a provisional resolution was taken by us in the session of 5 January last to cause that maintenance money to cease until further orders from Your High Nobilities; but since the said prince has since made further application to be allowed to enjoy that money according to previous custom, we could not fail to respectfully submit his made request to Your High Nobilities herewith. Vessels. Vessels. Commander Breekpot kept 16 leagers of water on board from a gamel. With relation to the article of ships and vessels, both those that have been here and those that belong here, we shall excuse making mention of the ships Luxenburg and De Jonge Lieven, and we could also do the same with regard to the ship De Maria Jacoba, were it not that our Master of Equipage Buijs had given notice in a written report that upon the departure of Commander Breekpot, at his request on the last day, he had sent a gamel with water on board the said vessel to fill all the empty casks and pots, but that it pleased the said Commander to keep sixteen and a half leagers thereof on board, though under receipt and request to charge the same. 130 The same are charged to Batavia by invoice. The sloop De Johanna Catharina has been to Gale. And since the said leagers were made for the stock of the Honorable Company, we have at his request relieved his administration thereof, and we take the liberty of charging the same to the capital Batavia by invoice. The sloop De Johanna Catharina, according to annual custom, in the month of October of last year carried our papers for the Fatherland and Batavia, with some pepper and other goods besides, in satisfaction of the Ceylon demands

Dutch transcription

127 20000: ro/a aan negotie peper- leverantie aan den gouverneur en 1. lb. bals genooten; doeh dat hij desen Iaare het geld niet na behooren hebbende kunnen krijgen de leeverantie ook niet was Geschied na Wensch hij deed dierhalve verzoek dat met des selfs vaartuijg aan hem mogte werden Aderagia verseekt om toegesonden voor de somma van 20'000. goederen op de aanstaande ropias aan negotie en andere Goederen meer, soo als desselfs zendelingen zouden Komen te eisschen, belovende dies Kostende in de aanstaande maand februarij met de leverantie van peper„ te vereffenen of anders in de maand September aanstaande Contant te voldoen, en bij een nader ola presen„ teerde denselven een paard tot send een paard tot geschenk geschenk aan den Gouverneur en versoekt om 14. Canons van verzogt in't bijzonder om met 14. stuks ijsere Canons van 8. lb bals te mogen werden gerieft, wij hebben dit versoek in onse bij een komst van den 11. April Jongstleeden N gevallen vervolg daarvan in ernstige overweeging Genomen en ge„ considereert, dat dien moors regent thans en een heel ander ligt diende te werden beschouwt als voor deesen, dat den selven sedert zijne verbintenisse met heider alij Chan, en het Groot ver„ mogen dat hij door dat middel van Consideraties derwegens dien Conquerant verkreegen heeft thans genoegsaam konde werden aangemerkt als een vorst en Regent van het gantsche Rijk van Colastaij, wiens vermogen dierhalven als vrij aanmerkelijk be hoorde te werden geconsidereert, en wiens vriendschap dienvolgende d E Comp niet alleen niet onverschillig maar selfs zeer noodzaakelijk is, al was het maar om denselven van onse Competiteuren af en op onse zijde te houden; wij Considereerden verder dat indien men vreede en vriendschap met de Inlandsche Grooten wil onderhouden deselve 128 vervolg daar van deselve aan ons verbinden en 'sComp:s belangens doen behartigen zulks van de zijde van EComp: door belie„ „vingen en gerieflijkheden diende te „geschieden - dat de omstandigheeden hier ter Custe thans zoodanig waaren, dat l'van„ neer den voorsch Nabab op de Cust Chormandel Gedaan werk Kreeg het heel ligt zoude kunnen Gebeuren dat den selven wederom op deese Cust quam te verschijnen, als wanneer de vriendschap van gem: Adij Ragia voor sComp. s belangens van vrij groot gewigt en aangeleegent„ „heijt zoude kunnen zijn om welke redenen wij dan ook ten gemelten daage inhoope van UW hoog Edelhedens veel g'eerde goed keuring een besluijt genomen hebben om de door gem. sendelingen ge„ eischten goederen volgens een ingediende Memorie min heeft 17360. 27. aan negotie goederen laten verstaekken en het paard ten voordeele dE Comp. voor 300 r/a laten inneemen en twee metale veldstukjes tot een Contra present laten aanbeelen Aderagie als meede om 20 Canons van 8. lb bals, Memorie van den secunde Kellij ter Somma van Coppias 17360. 27: te laaten afgeven; het paard voor de getaxeerde somma van Ropias 300. aan den eersten onderteekenaar overtelaten en dat bedragen ten faveure van de Comp. te laaten innemen daar en tegen aan dien vorst tot een Contra present te laaten aanbieden twee metaale veldstukjes van 2: lb bals met hunne affuijten en eindelijk om Uw Hoog Edelhedens bij deesen eerbiediglijk teverzoeken ons bij eerst voorkomende Geleegent„ heijt te willen laaten toekomen een versook om een rijtuijg voor Rrijtling voor meerm. regent, waarin twee persoonen zetten kunnen, zoo mede twintig stuks ijsere Canons. van 8. pond bals, om daaruit te kunnen voldoen desselfs eisch, en het resteerende te kunnen houden in reserve, vermits hier noch maar 129 van peritatlij den Jongen prins versoekt om de onderhoude perm temogen genieten maar zeer weinig van gem: Caliber in voor raad zijn de oude princesse van Tcritallij in de overlijden van de oude princesse maand december des verleeden Iaars overleeden zijnde, heeft derselver na gelaaten prins dat sterfgeval bekent Gemaakt, en dewijl den heer Comman deur Breekpot sustineeade, dat met het selve ook de verstrekking van onderhouds penn: behoorde te Ces„ seeren en dat die last post tot nader ordre van Uw Hoog Edelhedens zoude kunnen werden gemenageert, zoo wierd ter sessie van den 5: Januarij Jongst leden bij ons een provisioneel, besluijt genomen om die onderhouds „penn. te doen Cesseeren tot nader order van Uw hoog Edelhedens, maar vermits Gem prins sedert nader aanzoek heeft Gedaan om die penn. na voorige usantie te mogen genieten, zoo hebben wij niet kun„ „ken Vaartuijgen. den Commandeur breekpot heeft 16. leggers met water uijt een gemal aan boord gehouden nen nalaten uw Hoog Edelheedens desselfs Gedaan verzoek mits deesen eerbiediglijk voortedraagen. Met relatie tot de Scheepen vaartuigen articul van scheepen en zoo die hier aangeweest zijn, als hier thuijs hooren zullen wij excuseeren„ mentie temaken van de scheepen Luxenburg ende Jonge lieven en wij zouden zulks ook kunnen doen ten aansien van: Het schip De Maria Jacoba was het niet dat onsen equipagie meester Buijs bij een schrifte„ „lijk berigt te kunnen had gegeven dat hij bij 't vertrek van den heer Commandeur Breekpot op des„ selfs verzoek den laatsten dag een Gamel met water aan boord Van E de C 130. deselve worden batavia bij factura aangerekent Catharina isna gale geweest van Gem: bodem hebbende Gesonden om al het ledig vaatwerk en potten vol lemaaken, doch dat het gem. heer Commandeur behaagt heeft daarvan sesthien en eenhalve legger aanboord te houden, egter onder Quittantie en versoek om deselve aan te reekenen En dewijl gem. leggers in voorraad voor d E Comp. aangemaakt waaren, zoo hebben wij op zijn verzoek des„ selfs administratie daar van ont„ heft, en wijneemen de vrijheijt de selve de hoofdplaats Batavia per factuur aan te reekenen De Chialoup De Johanna Catharina heeft na Jaarlijkse usantie in de de Chialoup de Johanna Maand October des verleeden Jaers onse papieren paa patria en Batavia met eenige peper en andere Goederen meer, in voldoening der Ceilonse eisschen

NL-HaNA_1.04.02_3266_0286 view scan ↗

English

was inspected and found that most of the frames and futtocks are decayed, the requisitions were transported to Gale, from where the said small vessel returned here again on the 23rd of November following, but in such a weak and bad condition of the same that we dared not risk employing it for other voyages, as the same, according to the report of the said Master of the Equippage Buijs, who along with the master shipwright conducted the inspection, was found to be in bad condition above the waterline, and that most of the frames and futtocks are decayed, so that this small vessel could not be repaired without great expense; and as we furthermore took into consideration that the breaking up and rebuilding of this small vessel would only cause double expenses and that it would therefore be more bearable to have the same repaired, it is not deemed expedient to construct a new vessel to be employed for Ceylon. Furthermore, even if a good repair were made to it, such would nevertheless, because the vessel is already old and worn out, have to be repeated yearly; Publicly to sell. For which reasons we, in conformity with Your High Excellencies' recently received order contained in the Extract Resolutions of the 18th of July of the past year, at the session of the 14th of March last deemed it most serviceable for the Company's interest to sell the same with sail and rigging, but first to remove therefrom the artillery, ammunition, goods, anchors, grapnels, and a Dutch rope. In conformity with this decision, the said sloop was sold on the 10th of April last for the sum of three thousand and forty ropias, Is sold for 3040 ropias. The bark the Falck comes to fetch the cargo of pepper. as shown by our resolution of the day thereafter, wherein a record of that sale was kept. Because the supply of pepper in the past year was greatly diminished at Gale, the Ceylon Ministers wrote to us by letters of the 16th of July and 20th of September of the said year that they would send the bark the Falck to collect a cargo of pepper as early as possible hither, and that we could thus excuse the sending of the aforementioned sloop; but because the same only appeared on the 23rd of October, the said sloop had in the meantime departed. We, because there was no pepper in stock here at Cochin, immediately sent the said bark to the southern Company stations of Porca and Calicoilan and had loaded there 240582 How much pepper the same has taken on. 175175 pounds of pepper could take on. Has also taken along cowhides and cash. pounds of pepper, with which this small vessel departed again on the 7th of November for Gale. Subsequently, on the 11th of December, there arrived here from Colombo the ship Velsen with letters from the ministers to return that vessel as soon as possible with pepper, but because the deliveries of that commodity were meager and little more was in stock, one could not load into the same more than 175175 pounds, but in contrast, to satisfy their requisition, shipped therein 100000 lb of coir, 142 corgies of cowhides, and 150000 ropias, with which that vessel sailed again for Gale on the 13th of January thereafter. However, because this relief of pepper was very slight The ship Popkensburg arrived from Ceylon to collect pepper. There was no pepper in stock. and the lack of that commodity was nevertheless great, the said ministers wrote to us further that, because they were entirely devoid of pepper for the next return ships of November, they had designated the ship Popkensburg to fetch, if possible, 500000 to 600000 lb of that commodity. This vessel appeared here in the roads on the 13th of February last, but then there was no pepper in stock, and the prospect was slight of gathering a noteworthy quantity within a short time. We nevertheless resolved on the 18th of February last to detain that vessel here until we should be informed from the outer stations whether a noteworthy quantity One writes to the outer stations to inquire. Appearance for the collection is. At Cananoor the collection reasonably underway. Popkensburg been to Cananoor and obtained there 135578 lb of pepper. could be brought together within a short time or not, so that we might regulate ourselves accordingly in detaining or dispatching that vessel. We proceeded to this decision all the sooner because the officials of Cananoor wrote that the pepper collection there was reasonably underway, and therefore requested a relief of 15000 to 20000 ropias to be enabled thereby to acquire quickly a noteworthy quantity, and the more so because Ali Raja had promised the First Signatory a few days before by ola to deliver 250 candies of pepper to the Honorable Company. To that end, that vessel was sent with the requested cash to the sea station, from where it returned with a quantity of 135578 pounds of pepper. In the meantime, the pepper delivery became

Dutch transcription

is besigtigt en bevonden dat de meest inhouten en op langen vergaan zijn eisschen na Gale overgebragt, van waar gem. Kieltje op den 23. november daar aan hier wederom is Geretour neert, doch in zoo een swakken slegte staat der zeeve en slegten staat dat wij niet hebben derven risiqueeren om deselve tot andere togten te emploijeeren, alsoo 'tselve volgens berigt van gem: equi pagiemeester Buijs, die nevens den meesterknegt der scheeps temmerlieden de visitatie Gedaan heeft bevonden is boven water slegte gestelt te zijn, en dat de meeste in houten in oplangen vergaan zijn, invoegen dit Kieltje niet zonder groote kosten zoude kunnen werden gerepareert; en alsoo bij ons verder in Consideratie quam dat het afbreeken en vertimmeren van dit Kieltje maar dubbelde onkosten zoude veroorzaaken en dat het dierhalven draagelijker zoude zijn Om - 131 deselve te laten repareeren word niet dienstig g'agt publicq te verkoopen. om een nieuw vaartuijg aan te maaken om voor Ceilon g'em ploijeert te werden Wijders dat alschoon er eens een goede reparatie daar aan wierd ge daan zulks egter, vermits het. vaartuijg bereets oud en afgevaaren Jaarlijks zoude moeten werden herhaald; Om welke redenen wij Conform Uw Hoog Edelhedens Jongst ontvangene ordre ver„ vat bij Extract Resolutien van den 18. Julij des verleeden Jaars, ter setting van den 14: men heeft beslooten deselve Maart Jongstleden voor smeesters intrest dienstigst g'oordeelt het selve met zeijl en treijln te verkoopen, doch alvoorens het geschut, Ammunitie goederen, ankers, dreggen en een va derlands touw daar van aftenemen: Conform dit besluijt is gem. Chialoup op den 10: April Jongstleden verkogt voor de somma van drie duijsend en veertig is voor 3040. ro/a verkogt. de barg de Calck komt ten afhaal van den lading peper veertig Ropias uijtwijsens onse repolutie van sdaags daar aan, alwaar van dien verkoop aanteekening gehouden is. Vermits den voorraad van peper in anno passato te Gale Heer vermindert was, schreven ons de Ceilonse Ministers bij brieven van den 16. Julij en 20: Septemb: des gem: Jaars, datse De Barg de Falck ten afhaal van een llading peper zoo vroeg immers, doenelijk na herwaarts zouden Linden en dat wij dus het senden van de voorm: sloep zouden kunnen Excuseeren doch vermits deselve maar eerst den 23 Octob: quam op daagen zoo is intusschen gem: Chialoup verteokken; wij hebben de gem: barg dewijl hier te Cochim geen peper en voorraad Compe was, ten eersten na de Zuijder toiren Porca en Calecoilan gesonden en aldaar doen ingeven 240582„ 132 hoeveel poper deselve ongenomen heeft 175175 pondon poper kunnen innomen heeft ook Caica Rochuijten en Contanten meede gono men 240582: ponden peper, waarmede dit Kieltje op den 7: November wederom na Gale vertrokken is; vervolgens is op den 11. ' december van Colombo hier aangekomen Het schip Velsen met aanschrij vens der ministers om dien bodem ten spoedigsten weder met peper te rug te zenden, maar vermits dele„ „verantien van dien Corl Schraal het schip Velsen heeft maar en weenig meer in voorraad was, zoo heeft men denselven niet meer kunnen ingeven als 175175. ponden maar daar en tegen in voldoening van hunnen Eisch daar in af gestooken 100000: lb Caijer, 142: Corgies Koehuijden en 150'000: ropias, waarmede dien bodem op den 13. Jann: daar aan wederom na Gale gestevent is; dog vermits dit ontset van peper zeer Gering het schip pophensburg ten affhaal van pepia van Ceelon aangekomen. raad. gering en het Gebrek aan dien Corl egter groot, zoo schreven ons de gem mi„ nisters nader, dat vermits ze ten eene maal ontbloot van Peper voor de volgende retour schepen van No„ vember Het schip Lopkensburg had„ den bestemt om zoo 't mogelijk was 5: a 600000. lb van dien Corl afte haalen deesen bodem verscheen op den 13. febru„ „arij Jongstleeden hier ter rheede, doch toen was geen peper in voorraad, en het voor uitsigt Gering om binnen was geen peper in voor Korten een naam waardige quanti„ „teijt te vergaderen wij resolveerden egter op den 18. februarij Jongstleden om dien bodem hier zoo lang aantehouden tot dat men van de buijten Comptoiren onderrigt zoude zijn, of er wel een naamwaardige quantiteijt 133 men schrijft na de buijten Comptoiren om te vernemen te Capanoor den insaam reedelijk aande gang 6 op Kensburg na Cananoor geweest en aldaar 135578. lb poper bekomen. quantiteijt binnen korten zoude bij een Caparentie tot den insaam is, te brengen zijn dan niet, om ons in het aanhouden of depecheeren van dien bodem daar na te kunnen reguleeren; wij zijn tot dit besluijt des te eer over gegaan om dat de bediendens van Cana noor schreven dat de peper insaam aldaar redelijk aande gang, en dier„ „halve verzogten om een ontset van 15: a 20000: ropias om daar mede in staat te zijn schielijk een naam waardige quantiteijt op tedoen en wel te meer Adij ragia aan den eersten teekenaar eenige daagen de voorens bij ola beloofd had. 250:— Candijlen peper aan d EComp: te zullen leeveren, ten dien einde wierd dien bodem met de g'eischte Contanten na zee hoofdije Gesonden, van waar deselve met een quantiteijt van 135578 - ponden peper is terug gekeert, Intusschen raakte de peper lever „antie

NL-HaNA_1.04.02_3266_0292 view scan ↗

English

been in Porca and Calicoilan departs with 80807 lb for Gale also with 30 lasts of rice purchased for 50½ rix-dollars the last in response to the earnest missive of yesterday, the collection of more by the governor at Porca and Calicoilan was also underway, and here in Cochin a good quantity was likewise gathered, so that this vessel returned again to Ceylon on 30 April last with a considerable quantity of 80807 pounds, after having previously taken on here an additional 30 lasts of rice, which were purchased here at 50½ rix-dollars the last upon the letter and request of the Right Honorable Governor of Ceylon, Falk, as shown by our resolution of 21 April last, to which we respectfully refer for brevity’s sake. Now, concerning the bearer of this letter, the ship Aschat, we have the honor to inform Your High Nobilities Discharge of the ship Aschat Reason why this vessel could not be dispatched earlier that immediately after its arrival a start was made on its discharge, and such haste was made with it that by the beginning of February it was already discharged of its brought cargo, and thus could have been dispatched back much earlier. However, since hands were then full of work with the inventory for the general transfer of this Commandery, the dispatch of the ship Maria Jacoba, the fact that there was then very little coir in stock and it first had to be brought in, and finally that this vessel had to serve for sending our annual papers, these are the reasons why this vessel had to be detained longer than usual. Therefore 103 lasts of rice sent with this vessel to Gale instead of paddy Regarding the ship, reference is made to the extract of the ship's logbook we hope that the longer delay will be favorably excused by Your High Nobilities, as well as the fact that one hundred and three lasts of rice, which Popkenburg could not take along for lack of space, were loaded into this vessel instead of two hundred lasts of paddy, which we had intended to send with it to Gale as a trial against the usual sale price of 15 stivers the parra, so that the Ceylon officials could judge all the better from experience to what extent it is desired or not on the said island this year, but which now had to be postponed until a further shipping opportunity. For the rest, concerning the unloading and loading of this vessel, we refer to the extract of the ship's logbook, as well as regarding the delivered cargo to the Delivered cargo to the appendices One kedge anchor and 3 grapnels found unserviceable and returned papers and documents to be found among the appendices of this letter, from which it will appear to Your High Nobilities that the ship’s officers have properly delivered most articles of their brought cargo, except for one piece of a kedge anchor and three grapnels, which were found unserviceable and are therefore sent back again with this vessel, together with a sworn statement from the ship’s officers who declare that the said ironworks are the same ones they received at Batavia for Cochin. Concerning the repairs and supplies, both to the bearer of this letter and to the sloops and smaller vessels belonging here In which resolutions the supplies and repairs made to the vessels are to be found Report of the head administrator in this regard and in what resolution to be found as are to be found in our resolutions of 4 July and 11 August of last year, 20 January, 14 March, and 21 April of this year, we shall respectfully refer to them, and merely note here that the head administrator Kellij, in his submitted specification of the equipment and carpentry on the vessels, showed that the repairs and supplies cost ƒ 9212:13 Indian currency, and thus in the year 1765/1766 over three thousand guilders more than was determined for it in the secret considerations; he also attached a written comparison of two preceding financial years to show in which articles the excess supply and expenditure consisted, which report of the head administrator has been incorporated into the resolution of the aforementioned 4 July, to which we Board money and emoluments he had at Gale therefore likewise respectfully refer. On the other hand, the specification of the year 1766/1767 shows that the supplies and repairs to the said vessels cost a sum of ƒ 6979. 11: 8 Dutch currency. Having now arrived at the main section of the Servants, we shall note in the first place that the Major and Head of the Militia, Jan Hendrik Medeler, in our meeting of 4 July of last year, presented a note of such board money and emoluments as he enjoyed as head of the militia at Gale, namely: Major Medeler requests to be allowed to enjoy as at Gale Double board money, and in kind: ƒ 49. 18. which carry forward

Dutch transcription

naporca in Calicoilan geweest vertrekt met 800807. lb na gale ook met 30. Cassen rijst voor 50½ rd=s het Cass ingekogt antie op het ernstigt aanschrijvens van gisteren inneem van meerder den gouverneur te Sorca en Calicoilan meede aan de gang, en hier te Cochim wierd insgelijx en goede quantiteijt ver„ gaderd invoegen deesen bodem op den 30. April J„oleeden met een aansiene„ „lijke quantiteijt van 80807: — ponden wederom na Ceilon geretourneert is, na alvoorens hier noch inge„ nomen te hebben 30: – lasten Rijst die men op het aanschrijvens en verzoek van den wel Edelen heer Ceilons Gouverneur Falk a 50½ Rijksdaalders 'tlast hier ingekogt heeft, uijtwijsens ons besluijt van den 21. April Jongstleden, waaraan ons Kortheils halve eerbiediglijk Gedraa„ „gen. Wat nu betaeft brenger deeses het schip Aschat hebben wij de een Uw Hoog Edelhedens te berigten 2 134 ontlossing van het schip aschat reeden waarom dien bodem niet Vroeger gedepechert heeft kunnen werden berigten, dat men immediaat na des selfs komste met dies ontlossing een begin en daarmeede zoo veel spoed heeft gemaakt dat den selven bereets in't begin van februarij van zijn aangebragte lading ontlost was, en dus veel eerder wederom terug zoude hebben kunnen werden gedepecheert, maar vermits men toen de handen vol werk had met den opneem tot het doen van't generaal Transport van dit Commandement, de depeche„ van het schip de Maria Jacoba dat er toen zeer weinig Caijer in voorraad, en die maar eerst moest werden aangebragt, en eindelijk dat deesen bodem moesten dienen ter versending onser Jaarlijkse papieren, zo zijn dit de redenen dat verzekener, waarom deesen bodem langer als na gewoonte heeft moeten werden aangehouden, dier halve 103 lasten rijst met dien boden nagale versonden insteede van nelij„ men gedraagt zig omtrent schip aan het Extract scheeps Journaal halve wij verhoopen dat het Langer retardement door Uw hoog Edelhedens gunstiglijk zal werden ingeschikt, alsoo wel als dat men in dien bodem hondert en drie lasten rijst, die Pop kenburg bij gebrek aan ruimten niet heeft Kun nen mede nemen daarin afgestoo„ kon heeft, in steede van twee hondert lasten nelij, die wij voornemens waaren daarmede na gale tezenden ter preuven te gens de Gewoone verkoops paijs van 15. ste: de parra, ten einde de Ceilonse mi nisters zoo veel te beeter uijt de onder „vinding zouden kunnen Oordeelen in hoe verre dit Jaaren ten gem: Eilande gewilt is aan niet, doch het welk n heeft moeten werden uijtgestelt tot nader scheeps Occasie Voor 't overige gedraagen wij ons no het lossen en laden van dit „pens het lossen en laaden van deesen bodem aan het Extract scheeps Jour naal, zoo mede wegens de Uijt 135 uit geleverde lading aan de verde lading aan de bijlagen een p:s werpanker en 3: dreggen onbequaam be papieren en bescheiden onder de en aangaande de uijt gele bijlaagen deeses tevinden, en waarby Uw hoog Edelhedens zal tevooren komen, dat de scheeps overheeden de meeste crticulen van hun aan gebragte Lading wil hebben uijt gelevert excepto een pees everpan„ „ker en drie dreggen, die onbequaam vonden komen wederterug bevonden zijn in dierhalve wederom met deesen bodem terug Gesonden werden, benevens een b'eedigde ver klaaring van de scheeps officieeren die verklaaren dat gem. ijser werken deselfde zijn, die ze te Batavia voor Cochim ontvan„ „gen hebben. betreffende De Reparaties en verstrekkingen, zoo aan brenger deeses als de hier thuis hoorende N. 1 in welke resoluties de gedane verstrekkingen en reparaties aan de vaartuijgen, te vinden trateur dien aangaande en wat resolutie tevinden hoorende Chialoupen en mindere vaar„ „tuijgen te vinden zijnde in onse besluijten van 4. Julij en 11: Augustus des verleeden, 20: Januarij, 14. Maart, in 21. April deses Jaars, zoo zullen wij ons daar aan eer„ „biediglijk gedragen, en eenelijk hier noteeren, dat den hoofd administra teur Kellij bij desselfs ingediende spe cificatie van de equipagie en ver„ timmering aan de vaartuijgen verthoont hebben gekost ƒ 9212:13. hebbende, dat de reparaties en verstaik„ kingen gekost hebben ƒ9212: 13 — indisch en dus in anno 176 5/8. ruim drie duijsent guldens meer als bij de secreete bedenkingen daar voor be„ „paalt is, teffens daar bij gevoegt heeft een schriftelijk vergelijk van twee boekjaaren, bevoorens, om aan tetoonen in welke articulen heeft meerder ver„ „strekte en bekostigde bestaan heeft, het berigt van den hoofdadminis, het selve is ingelijft ter Resolutie van den 4. Julij voorm: waar aan wij 136 kostgelden en Emolumenten gale gehad heeft ons dierhalve almede eerbiediglijk Gedragen waarentegen de specificatie van Ao 176 6/9. aanthoont dat de verstrekkingen en Reparaties aan gem. vaartuijgen Gekost hebben een somma van ƒ 6979. 11: 8. — Nederlandsch Thons genadert zijnde tot het hoofd deel der Dienaaren, zullen wij in de eerste plaats noteeren, dat den ma„ „soor en hoofd der militie Jan Hen„ den majoor Medelin versoekt drik Meddelen in onse bij een „ temogen genieten zoo als op komst van den 4. Julij des verleeden Jaars eene notitie verthoond heeft van soodanige Kost geld, en emolu menten als denselven als hoofd der militie te gale genooten heeft namentlijk dubbeld Kostgeld. en in natura -- - - ƒ49. 18. die Transporteere

NL-HaNA_1.04.02_3266_0298 view scan ↗

English

The head administrator raises objections to the provision; Brought forward - - . . ƒ 49. 18. — 12½ kannen of sack wine - - - - or ƒ 12: 12:— 12½: lb: butter - „ „ 5: 2:— 1:- kan olive oil - - „ „ 1: 3. 8 4: - kannen vinegar, native instead of 2: ditto Dutch — 4: 8. 6: pounds wax candles. . . „ 6: 15:— 4: kannen lamp oil - - - - „ 1: 12:— —¼. stack of firewood - „ 7: 4:— or in cash - - -ƒ 84:11: 8. at the same time indicating that he had hoped to be permitted to enjoy the same here as well, but that the head administrator Rellij raised objections to allowing the provision to be made to him in such manner, so that he, the Major, therefore deemed it necessary to propose this to the Council and to request that notification thereof might be given to their Excellencies the High Government of the Netherlands Indies, through whose high favor he hopes that the aforesaid emoluments may be retained and that he may enjoy the same here as well as at Gale; and as we consider ourselves unqualified to make any change in the board allowances and emoluments allocated here to the head of the military, we have only provisionally granted his request, and resolved to submit the same respectfully to Your High Excellencies, and to await their high, much-esteemed disposition. provisionally granted and requests their High Excellencies' disposition; The ensigns Gebhaat and Claassen request that their sons may be taken into service as cadets The military ensigns Gebhaat and Claassen having indicated by two petitions, the first mentioned that being blessed with five children he has to manage very frugally as an officer, because the upbringing of his children is also of great importance to him, wherefore he makes a request that his eldest son may be favored with a commission as cadet of the infantry; the second mentioned that, owing to the decease of his wife, he has been left burdened with six children, that his salary is insufficient to raise those children, that at Cannanoor, whither he is about to depart, everything is even more expensive than at Cochin, likewise making a request to be pleased to accept his two eldest sons into service as cadets; Considerations in that regard And whereas we considered that for an officer who has no income besides wages and board money, and is burdened with a numerous family, it is hard and he must get by very frugally, that their circumstances indeed deserved some commiseration, as they are two officers who otherwise conduct themselves well, we have, upon the proposal of the retired Commander Breekpot, consented to the request of the petitioners according to our resolution of the 5th of January of this year, in the hope of Your High Excellencies' much-esteemed approval, and that Your High Excellencies will be pleased to allow a favorable reflection upon their frugal circumstances, and will be pleased to assent favorably to this gracious course of action for this gentleman. Granted upon the proposal of the Commander The skipper of Aschat complains by petition that he had to surrender his sidearm upon appearing before the Court of Justice Furthermore, we consider ourselves obliged under this head to bring respectfully to the notice of Your High Excellencies that the skipper and bearer of this, Willem Silvester, has indicated in a submitted petition that after performing a certain commission he was called before the Court of Justice here to swear to the same; and a copy of the order was refused according to which order the Court of Justice regulated itself that on that occasion his sidearm was demanded of him, to which, however, having the honor to serve the State of the United Netherlands as a sea captain, he could not have proceeded except under protest, with the request that a note might be kept thereof and that an extract concerning this might be given to him, as well as of the order of Your High Excellencies on that subject, but that this was refused him, whereby he was disabled from being able to show upon occasion how his conduct had been in that regard, requesting therefore of us that those papers might yet be delivered to him. But since the Court of Justice in this matter conducted itself according to the order of Your High Excellencies His petition comes over; Consideration of the Governor that the fiscal has too much and the shopkeeper nothing to do. contained in a letter of the 19th of November 1751 written hither, we have judged it best to send the petition of the mentioned Silvester in the original among the appendices of this to Batavia, and to request Your High Excellencies to satisfy the same in such manner as Your High Excellencies shall be pleased to deem fit. Likewise we cannot omit to make mention here that the undersigned Governor, letting his thoughts turn to bringing the administration here onto a well-ordered footing, has observed that the fiscal, as civil judge over small disputes among the community, as well as petty cashier and collector of the domains, has quite a lot of work, whereas on the contrary the shopkeeper has nothing to do except that he receives from the treasury and once monthly the earned

Dutch transcription

den hoofd administrateur maaktswarigheijt inde verstrekking; P„r Transport - - . . 12½ kannen Zekwijn - - - - of ƒ 12: 12:— 12½: lb: boter- 1:- Kan olijven olie 4: - kannen a zijn, Jnlandsch„„ in steede van 2: dito hollandsch„ — 4: 8. 6: ponden waxkaarsen. . . „ 6: 15:— 4: kannen Lampolie - - - - „ 1: 12:— —¼. Stapel Brandhout - „ 7: 4:— of ingelde - - -ƒ 84:11: 8. - teffens te kennen gevende, dat hij ge„ hooptn hadde deselve hier almede te mogen Genieten, doch dat den hoofd administrateur Rellij swaarigheit maakte de verstrekking soodanig aan denselven te laaten geschieden, dat hij Majoor dier halve nodig had g'oor deelt den Raad zulks voor tedraa„ „gen onte verzoeken dat daar van kennisse mogt werden gegeven aan haar Edelhedens de hoog Regee„ ring van Nederlands Jndia, door welker hooge Gunste hij hoopt, T - „ „ 1: 3. 8 ƒ 49. 18. — „ „ 5: 2:— dat 137 provitioneel g'accordeert en dispositien; de vaandrigs Geschaat en Claasen versoeken dat hunne Loonen als Cadets. in dienst mogen genomen werden dat de voorsch: emolumenten behou „den en van deselve zoo wel hier als te gale Jouisseeren mag; en alsoo wij ons ongequalificeert agten om eenige verandering temaaken in de Kostgelden en Emolumenten hier aan het hoofd men heeft dat versoek maar der militie toegelegt, zoo hebben wij versoekt haar hoog Edelens desselfs versoek maar provisioneel g' accordeert, en beslooten het selve Uw hoog Edelhedens Eerbiediglijk voor„ „tedragen, en hoog derselver veel g'eerde dispositie aftewagten de militaire vaandrighs Gebhaat en Claassen bij twee requesten te ken nen gegeven hebbende, eerst gemelden dat hij met vijf kinderen gezeegent zich als officier seer sober behelpen moet, om dat hem aan de opvoe„ „ding zijner Kinderen ook veel geleegen legt, dierhalven versoek doed dat desselfs oudste zoon mag werden begunstigt met een acte van Cadet der der Jnfanterien; den tweeden gem: dat hij mits: het over „lijden van desselfs huijsvrouw belaa den is gebleven met ses Kinderen dat desselfs besoldinge niet toerijkt om die Kinderen op tebrengen, dat de Cannanoor werwaarts denselven staat te vertrekken alles noch duurde is als te Cochim, doende insgelijks versoek om desselfs twee oudste zoo„ „nen als Cadets in dienst te willen aannemen; En dewijl we Considereerden, dat het voor een officier die buijten gagie en Kost Consideratien dien aangaande geld, geen inkomen heeft, en belaa „den is met een nombaeuse famille, haad vallen en zeer sober rondko„ men moet, dat hunne omstandig hieden wel eenige Commisseratie verdienden, als zijnde deselve twee officieeren, die zich overigens: wel Comporteeren, zoo hebben wij op de voor 138 op voordragt van den Command=r g'accordeert den schipper van aschat„ beswaart zig bij request, over dat zin zijd geweer bij van Justitie heeft moeten afleggen men heeft die zelver wasook voordragt van den afgegaane heer Commandeur Breekpot tot ver zoek van de supplianten uijt wijsens ons besluijt van den 5: Januarij deeses Jaars ingewilligt ophoope van uw Hoog Edelhedens veel g'eerde goedkeuring, en dat hoog deselve op hunne sobere omstandigheden een Genstige reflexie zullen Gelieven te staen, en deese Gratieuse handel wijse voor deese Heer gunstiglijk zul„ „len Gelieven inteschikken voorts agten wij ons verpligt onder dit hoofddeel Uw Hoog Edelhed:s eerbiediglijk ter kennisse te brengen, dat den schipper van brenger dee„ Comparatien voor den raad ses Willem Silvester bij een inge diend sufflicq heeft tekennen gegeven, dat hij na 't verrigten van zeeker Commissie voor den raad van Justitie alhier is geroepen om deselve te b'eedigen, dat en Copia vande ordre ge weigert is raad van Justitie heeft ge„ reguliert ien „ dat men hem bij die occasie het zijdgeweer heeft afg'eischt, doch waartoe hij als hebbende de eer den staat der vereenigde nederlanden te dienen als Capitain ter zee daar toe niet hadde kunnen overgaan, als onder protestatie, met verzoek dat daar van aanteekening mogt gehouden en hem Extract, daar van en hem Extract dierwegens zoo wel als van de ordre van Uw Hoog Edelhedens op dat subject mogt gegeven werden, doch dat hem sulx was geweigert, waardoor hij buiten staat was gestelt om bij Geleegentheit te kunnen doen zien, hoe zijn gehouden gedaach daar omtrent is geweest versoekende deerhalven aan ons dat hem als noch die papieren mogten werden afgegeven Maar vermits den Raad van Iustitie naar welke ordre zig den zich dien gaande Gedraagen heeft aan de ordre van Uw Hoog Edelhed„s van te niet 139 desselvs request komt over: Consideratie van den gouverneur dat den fiscaal teveel en den winkelier niet tedoen heeft. vervat bij briev van den 19:' 9ber: 1751. na herwaarts geschreeven, zoo hebben wij best g'oordeelt, het request van gem. silvister in origineel onder de bijlaa„ gen deeses na Batavia te zenden en uw Hoog Edelhedens te verzoeken den selven soodanig te vreede te stellen als hoog deselve zullen gelieven goed„ tevinden Insgelijks kunnen wij niet nalaaten hier „mentie temaken, dat den ondergeteekenden Gouverneur desselfs Gedagten laatende gaan om de huijshouding hier op een wel geschikten voet te brengen, opgemerkt heeft, dat den fiscaal als Civiele regter over Klijne verschillen onder de ge„ meente; zoo mede Kleijn Cassier in invorderaar der domainen al vrij veel werks heeft waar en tegen den winkelier niets heeft te doen als dat hij uit Cassa ontvangt en maandelijks eens de verdiende

NL-HaNA_1.04.02_3266_0304 view scan ↗

English

proposes the abolition of the position of shopkeeper and the entrustment of the Petty Cash to the same, to pay out earned wages according to lists drawn up by the pay bookkeeper; that therefore the service of shopkeeper could be entirely abolished, and the Petty Cash entrusted in return to the junior merchant van Spall, who until the present date has held the office of shopkeeper; further that the pay bookkeeper could be ordered to receive the wages from the Cash and have them distributed, that he could be ordered to draw up monthly the food, money, ration, and native servants lists, likewise the warrant for the house rents according to the models that the aforementioned governor has provided of those papers, and finally that the fiscal, as collector of the domains, could likewise be ordered to have what he receives from the leaseholders counted into the Company's Cash once a month; and as these arrangements were considered by the Council to be useful and necessary, we have provisionally established that arrangement, as shown by the resolution of 21 April, in the hope that the same may square with Your High Nobilities' intentions and be followed by your much-honored approval. Just as we likewise apply for the much-honored approval of Your High Nobilities regarding the person of Andreas Zabel of Tangermünde, who on the occasion of the presentation of the first signatory as governor and director was promoted on his running contract to junior assistant at ƒ 16; as well that the master craftsman of the house carpenters, Theunis van der Weijden, by reason of ample expiration of time, has been improved in wage to ƒ 36 per month; and to the bookkeeper Carel de Riberto, by reason of continual indisposition, his discharge and transport with this vessel to Batavia was granted; and finally that, as shown by the resolution of 29 March last, upon the proposal of Major Medeler, five sergeants and six corporals were appointed in place of those who have departed for Batavia and Ceylon. Whereas the first undersigned announced to the meeting at the session of 27 April last that a certain hateful incident forced him to address Your High Nobilities in a separate document and to request that, if it could not be otherwise, he might then obtain his dismissal from this administration and discharge to Batavia with the first ship, the second signatory takes the liberty respectfully to request Your High Nobilities, in case it might at some time please Your High Nobilities to remove the governor from here—although he by no means wishes this for the present—to then be pleased to favor him to enter into the administration as Commander, for which we collectively nominate him in the most respectful and best manner; likewise the same takes the liberty to present to Your High Nobilities a petition, wherein he requests that his wage, which was written off on the last day of August 1764, may take effect again from that date onward. Furthermore, we have the honor to present to Your High Nobilities herewith the following petitions, namely: One from the merchant and fiscal Jacob van der Steijden, requesting that in case it might please Your High Nobilities to make such a change in the ministry here that thereby the office of second in command and chief administrator might become vacant, to be pleased to favor him therewith. One from the junior merchant and cashier Johannes Lambertus van Spall, and one from the junior merchant and secretary of policy Abraham Rudolff Schütz, who both request that in such case they may obtain the office of fiscal. One from the Reverend Minister Pieter Cornelisz, to be favored, by reason of expiration of time, with a favorable increase in wage. One from the titular skipper and equipment supervisor Lourens Beuijs, to obtain a favorable increase in wage as skipper. One from the lieutenant and commander of the fortress of Chettuvai, Anthonij Bekker, likewise requesting to be favored with the vacant captain-lieutenant's place. One from the bookkeeper and first clerk of policy Johan Andries Daimichen, requesting to be favored with the secretariat of policy in case it might become vacant. One from the former Javanese of the smiths, Elias Koedijk of Cochin, who, having been dismissed from service for reasons stated in the resolution of 14 March last, now requests to obtain the ordinary pension. Finally, we cannot fail to mention here that among the annexes to this letter there is forwarded a pay memorandum for the General Pay Office of three military men, named Michiel

Dutch transcription

proponeert de afschaffing van het winkelienschap ende opdraging vande Kleene Kassa aan denselven verdiende soldijen uijtheirt volgens rol„ len die door den soldij boekhouder wer„ „den opgemaakt; dat dierhalve de bediening als winkelier, ten eenemael „zoude kunnen afgeschaft, en de Klijne Cassa daar en tegen opgedraagen werden aan den ondercoopman van Spal, die tot dato deeses het ampt van winke„ lier bekleedt heeft; Weijders dat den soldij boekhouder zoude kunnen werden gelast de gagien uijt Cassa te ontvangen en uijtdeelen telaaten, dat denselven zoude kunnen werden gelast om maan „delijks op temaaken de Kost, geld Rrandsoen en Jnlandsche dienaars Rollen, Jtem de ordonnantie van de huijshuuren na de modellen die gem. gouverneur van die papieren gegeven heeft, en laatstelijk dat den fiscaal als ontvanger der domainen insgelijks zoude kunnen werden gelast om 't geene hij van de pagters ontvangs maande„ lijks 140 vast gesleld Zabel bevordert tot Jong assistent met ƒ 16. — „lijks eens in 'sComp:s Cassa te laaten tellen; en dewijl deese arrangementen bij den die arrangementen worden Raad als nuttig en noodzelijk wierden geconsidereert, zoo hebben wij uijtwij„ sens besluijt van den 21. April bij provisie die schikking vast gestelt in hoope dat dezelve met Uw Hoog Edelhed=s intentien quadreeren en met hoog der„ „selver veel g'eerde approbatie agter volgt werden mag „de Zoo als wij insgelijks insteeren om „ veel g'eerde goedkeuring van Uw Hoog Edel hedens nopens den Persoon van den persoon van andries Andreas Zabel van Jangeremunde, die men ter geleegentheit van de voor„ „stelling van den eersten teekenaar als gouverneur en directeur op zijn loopend verband bevordert heeft tot Jong assistent met ƒ16. , zoo mede dat men den meesterknegt der huijstimmerlieden Theunis van der weijden mits ruime tijds expiratie M en den meesterknogt der timmerlieden verbetert tot ƒ36. 1 verlossing van den boekhau„ „der Carel de ribesta, aanstelling van 5. serge„ „ants on 6. Corporaals zyn ontslag bij een apart schriftuua; den secunde versoekt in het besteer op te treeden ingagie verbeetert tot ƒ36 permaand, en aan den boekhouder Carel de Riberto mits Continueele indispositie desselfs verlos, sing en Transport met deesen Bodem na Batavia geaccordeert, en eindelijk dat men uijt wijsens besluijt van den 29. Maart Jongstleden op de voordragt van den Majoor Medeler vijf ser„ „geants en ses Corporaals aangestelt heeft insteede van de geene die na Batavia en Ceilon vertrokken zijn Nademaal den eerst ondergeteekenden ter setting van den 27. april Jongst leden aan de vergadering bekent Gemaakt den gouverneur versoekt heeft, dat zeeker haatelijk voor val hem nootzaakte zig bij een aparte schriftuur aan Uw hoog Edelhedens te addresseeren en te verzoeken dat, als niet anders konde, hij dan met het eerste schip zijne demissie uijt dit bestier en verlossing naar Batavia erlangen mogten, zoo neemt den tweeden teekenaer 141 den secunde versoekt ook om vergoeding van zijn steel ge„ „staane gagie„ teekenaar de vrijheijt Uw Hoog Edel„ hedens Eerbiediglijk te verzoeken in gevalle het uw Hoog Edelhedens Zom„ tijds behaagen mogte den gouverneur hier van daan teneemen, Schoon hij zulx voor eerst nog geensinds wenscht hem als dan tewillen begunstigen om in't bestier te mogen optreeden als Commandeur en waar toe wij ge„ Namentlijk hem op de eerbiedigste en beste wijze voordraagen; insgelijks neemt den selven de vrijheijt Uw hoog Edelhedens aantebieden een request, waar bij denselven verzoek doed, dat desselfs gagie die ult=o aug=o 1764. — afgeschreven is sedert dien datum we derom mag Coursnemen Voorts hebben wij de Eer Uw Hoog Edelens nevens deezen aan te bieden, de volgende Requesten als, Een van den Koopman en fiscaal Jacob van der steijden verzoek doende ingevalle den Koopman en fiscaal, om het ampt van secunde schuldom het fiscalagt den predicant om verhoging ingagie omschiffpersen gagie ingevalle het uw Hoog Edelhedens behaagen mogt in het ministerie alhier soodanige verandering te maaken, dat daar door het Ampt van secunde en hoofd administrateur mogt komen te vaceren hem daar= mede te willen begunstigen Een van den ondercoopman en Cassier so„ den Cassier van spals ensec , hannes Lambertus van Spae, en Een van den ondercoopman en secretaris van politie Abraham Rudolff schutz:, die beijde verzoeken, om in zulken gevalle de bediening van fis„ „caal te mogen erlangen Een van den Eerwaarden predicant Leeter Cornelisz: om mits tijds Expiratie met een favorable verhooging in Gagie temogen werden begeinstigt Een van den Titulairen schipper en Equipa den tikilair schipper Buijs „gie opsiender Lourens Beuijs om eene Gunstige verhooging in Gagie als schipper temogen erlangen Een 142 de qualititeijt van Capitain lieutenant. den eerste Clercq daimichen . den Javaan der smeeden koedrijk om rust gagie Een van den Lieutenant en Commandant den licutenant beokker om den Fortresse Chellua Anthonij Bek „ker verzoekt mede om met de vacanten Capitain lieutenants plaats te mogen werden begunstigt Een van den Boekhouder en eerste Clerq van politie Johan Andries Dai„ om het facaelaris van politie michen, versoek doende om in gevalle het secretariaat van politie mogte vacant haaken daar mede begunstigt temogen werden Een van den Geweese Javaan der Smeden Elias hoedijk van Cochim, die om redenen vermelt ter Resolutie van den 14. Maart Jongstleden uijt den dienst ge„ „stelt zijnde, thans verzoekt, om het gewoon gagement temogen erlangen; Eindelijk kunnen wij niet nalaaten hier noch temelden, dat onder de bij laagen deses overkomt een soldij me „ int een Zoldij imorie komten Morie voor het Generaal soldij Comp„ „toir van drie Militairen, namens Michiel .

NL-HaNA_1.04.02_3266_0310 view scan ↗

English

appointment of the extraordinary pyrotechnician to Michiel Thiel of Welmensbag, Corporal Marcus Fredrik Prolius of Berlin, and Godlieb Fredrik Wijser of Muderwits, soldiers, the contents of which we respectfully request may be complied with at the first occurring opportunity; as well as that our appointment of the extraordinary pyrotechnician Andries van Eijk to overseer of the Honourable Company's armory, in place of the deceased Hans Casper Thiel, may obtain Your Right Honourables' approval, as for lack of qualified subjects we have not been able to select a craftsman for this purpose, and this van Eijk is so diligent in service and of such decent conduct that we believe we can entrust that administration to him with complete peace of mind. Pensioners to the number of 28 persons, according to the attached list of names, thank Your Right Honourables for the granted continuation of the pension allowed to them and renew their request to be permitted to continue enjoying the same. Sergeant Ian Hendrik Swigtenheuwel of Waarendorp, Constable Christiaan Roelofse of Hamburg, and Corporal Lodewijk Kerkwijk of Sweegen have been placed, according to our resolutions of 20 September and 28 October of last year and 14 March of this year, on account of old age, long years of service, and physical impairments, among the number of retired servants with such pensions as the regulations dictate. The correspondence between this and the other outer factories is strictly maintained by us as the service of the Noble Company requires; and what could be cited under this chapter regarding the matters transacted with Ceilon, we will pass over for the sake of brevity, as it has mostly been dealt with here and there, and also refer in that regard to our successive resolutions and transactions. We had taken a resolution, as stated above under the article of the ship Lopkensburg, to unload two hundred lasts of paddy in Aschat; but since the first-mentioned vessel could load no more than thirty lasts of rice, we had to ship the remainder amounting to 103 lasts in the bearer of this letter, whereby that vessel has become fully laden, so that we will have to postpone the shipment of that paddy until a further opportunity. Regarding the foreign nations, we have received news that the English have concluded peace with the notorious Nabob Heider Alij Chan, and that the Kings of Jansjaua and Jaevancoor are also included therein; however, on what conditions is still unknown to us, and further confirmation is expected in that regard, whereupon we shall have the honour of imparting the particulars to Your Right Honourables at a further opportunity. For the rest, we take the liberty of presenting to Your Right Honourables herewith among the annexes the duplicate of an assignment amounting to ƒ32806. 2. 8, with a most humble request that the same may be paid to its holder. Our formal requisition, summarized in council, is also transmitted among the annexes of this letter, and the cargo consists of the following articles: 2270 pieces of diverse fine linens in 3 packs marked from No. 1 to 3, as: 1530 pieces of palempores in packs No. 1 and 2, of which the first contains 1000 pieces, cost ƒ1413. 14. 8 360 pieces of chintz more in pack No. 2: ƒ334. 16. - 380 pieces of chintz in pack No. 3: ƒ331. 4. - totaling ƒ2079. 14. 8 charges: ƒ28. 18. - 2 per cent: ƒ41. 12. - totaling ƒ70. 10. - makes ƒ2150. 4. 8 25 lb weight of Goa snuff tobacco in 25 bundles, and these placed in 1 sealed box: ƒ120. - - charges: ƒ4. 2. - 2 per cent: ƒ2. 8. - totaling ƒ6. 10. - makes ƒ126. 10. - Carried forward: ƒ2376. 14. 8 Carried forward: ƒ3376. 14. 8 5915 3/80 lb of waste and dust of spices as well as mite-eaten nutmegs in 36 sealed chests. 50 lb of Tem Cardamom cost: ƒ135. - - in one box: 3 lb of Cordial Bolimha: ƒ8. 2. - totaling ƒ143. 2. - charges: ƒ3. 13. - 2 per cent: ƒ2. 17. - totaling ƒ6. 10. - makes ƒ149. 12. - 15800 pieces of capok stones of 3/4 cobido cost: ƒ318. 10. 8 2 per cent: ƒ6. 7. 8 makes ƒ324. 18. 4 7490 pieces of round shot, whereof: 16 pieces of 36 lb: ƒ21. 8. 8 3825 pieces of 18 lb: ƒ2276. 16. - 1000 pieces of 8 lb: ƒ484. 11. 3 2649 pieces of 6 lb: ƒ623. 3. 8 totaling ƒ3405. 19. 8 1920 pieces of bar shot, whereof: 776 pieces of 18 lb: ƒ1319. 11. - 1144 pieces of 12 lb: ƒ1773. 2. 8 totaling ƒ3092. 13. 8 makes ƒ6498. 13. - 2 per cent: ƒ129. 19. 8 makes ƒ6628. 12. 8 104000 lb weight of coir rope in 2096 bundles cost: ƒ3744. - - charges: ƒ182. 7. - makes ƒ3926. 7. - 1 piece of kedge anchor weighing 790 lb: ƒ146. 1. 8 3 pieces of grapnels weighing 360, 310, and 205 lb: ƒ145. - 8 totaling ƒ291. 2. - 2 per cent: ƒ5. 16. 8 makes ƒ296. 18. 8 Diverse unserviceable weapons, ammunition goods, tools, etc., over on account of 16 1/2 leggers: ƒ921. 19. - Sum total: ƒ14025. 1. 8 Before concluding this, we cannot fail to mention here that the Moorish Regent Adij Ragia, having made an earnest request to be allowed to send two trusted persons to Batavia to deliver presents and a letter addressed to His Right Honourable the Governor General, we could not very well refuse the said Moorish Regent, and therefore have placed the same on the bearer of this letter to sail across to Batavia with it. Wherewith we have the honour to call ourselves with the utmost respect and high esteem, Your Right Honourable [illegible] Highly Esteemed, Far-Ruling Lords and

Dutch transcription

aanstelling van den Extra„ ordinair vuurwerker tot Michiel Thiel van welmensbag Corporaal Marcus Fredrik Prolius van Berlijn, en Godlieb Fredrik wijser van Muder„ „wits soldaaten, aan wilkers inhoud wij eerbiediglijk verzoeken dat bij eerst voor„ komende geleegentheijt mag voldaan wer den. zo meede dat onse aanstelling van den Extraordinair Vuurwerker Andries. opsiender derwapenCamer van Eijk, tot opziender van 's EComp=s wapencamer in steede van den Over leedenen Hans Casper Thiel, uw Hoog Edelens goedkeuringe verwermen mag„ alzo wij uijt Gebrek aan bequaeme subjecten, daar toe geen Ambagts„ man hebben kunnen kiezen en deeze van Eijk zo ijverig in dienst en zo ordentelijk van gedrag is dat wij „hem die administratie met volkomen vermeenen „ gerustheijd te kunnen toe vertrouwen Gegageerden s ten Getalle 143 een sergeant swigten heuvel Kerkwijk Emeritus gestelt. getalle van 28. persoonen uijtwijsens de nevens gegevoegde naamlijst bedanken Uw Hoog Edelhedens voor de verleende Continuatie der aan hem toegestaane rustgagie en renoveeren hunne beide om deselve verdere te mogen Genieten Den sergeant Ian Hendrik Swig„ ƒ Constakel roelofs en Corp=l: ten heuwel van waarendorp, den Constabel Christiaan Roelofse van Hamburg en den Corporaal Lodewijk Kerkwijk van Sweegen, zijn uijtwijsens. onse besluijten van den 20. 7ber: en 28. October des ver leeden en 14. Maart deeses Jaars— mits hooge ouderdom, lang Jaa „rige diensten en lichaamelijke Cor rupties almede onder 't getal der rustende dienaaren gestelt met zoo danige rustgagies als het reglement dicteert; De Correspondentien tusschen de lorespondenties zyn onderhanden zijn hier en daar afge „handelt; hoeveel rijst nra ceilon versonden is; tusschen dit ende verdere wil „teasche Comptoiren werden na dat den dienst der Edelen maat schappije zulks komt te vereisschen door onsstiptelijk onderhouden, en't geen men onder dit Chapitae we„ gens het verhandelde met Ceilon zoude kunnen aanhaalen, sullen wij alsoo in deesen hier en daar meest afgehandelt is Kortheitshalve voor bij passeeren, en ons ook derwegens gedraagen aan onse successive be„ „sluijten en verhandelingen; wij had„ „den een besluijt genomen zoo als hier vooren onder 't articul van s schip Lopkensburg gesegt is, om twee hondert lasten nelij in Aschat aftelaaden, maar vermits eerst gem: bodem niet meer heeft kunnen laaden als derthig lasten rijst, heb„ „ben wij het restant ten bedraagen van 103. lasten in brenger deses moeten afscheepen 144 gestroffen vreede tusschen de Engelschen en ad alij chan afscheepen, waardoor dien bodem vol„ „laaden is geworden, zoo dat wij den afscheep van die nelij zullen moeten uijtstellen tot een nadere Geleegentheit. betreffende De vreemde Natien hebben wij lijding: erlangt, dat de Engelschen met den berugten Nabab Heider Alij Chan de vreede hebben geslooten en dat de Koningen van JansJaua en Jaevancoor daar onder mede be„ „greepen zijn, doch opwelke voor„ waardens is ons noch onbekent en wert dienaangaande nader Confir matien verwagt, wes wij de eere zullen hebben Uw Hoog Edelhe„ „dens de specialijteiten bij nader geleegentheit te bedeelen voor 't overige nemen wij de vrijheijt uw Hoog Edelhedens nevens deesen onder de bijlaagen aan te bieden het dupplicaat een assignatie van 132806. 2. 8. komt over de lading van het schip Assignatie Groot ƒ32806. 2: 8. met zeer ootmoedig verzoek dat deselve aan dies houder mag werden voldaan; Onsen formeelen Eisch in raade geresumeert komt me„ de onder de bijlaegen deeses over, en „ lading bestaat in de volgende. articulen; 2270. p:s Ketse Lijnwaaten Divease in 3. Packen gemerkt van N„o 1: tot 3. d=s als. 1530. p:s Palempoosen inde packen N„o 1: en 2: waar van 't Eerste 1000: p:s inhoud kosten ƒ1413. 14. 8. 360 - „ Chitzen bij meer in't pak n„o 2: „ 334. 16— 380 - „ Chitzen int pakn=o 3. - - - - „ 331. 4— ƒ2079:14: 8: -ƒ 28. 18 — ongelden -„ 41. 12 - „ 70. 10 – ƒ2150. 4. 8. 2: per Cento - 25 - lb. w„t snuijftoeback Goas in 25: boss: en die weder en 1: — — — ƒ 120 — — verzegelde kas gezet- 4. 2. „ Ongelden. - 2: 8 — 2: per Cento:- 6. 10 — „ 126. 10 — Transporteere. - - dupplicaat van een, ƒ 2376. 14. 8 145 Per Transport ƒ3376. 14: 8. 324. 18 6. 10 – „ 149. 12. — 6. 7:8. 5915 3/80 lb: Thuijs en stof van specerijen mitsgaders ver„ - mijterde nooten in 36 verzegelde kisten- 50 - lb: Tem Cardamom kosten - ƒ 135. — — in een kas. - - - - - „ Bolimha Cordiaal - - – – – – „ 8. 2: — ƒ 143. 2: — 3. ongelden - - - - ƒ 3. 13 — 2: per Cento - - 15800: p:s Capoksteenen van —¾. Cobido Kosten - - - ƒ 318:10: 8:: 2: per cento - - - - - - 7490: — p:s Rondscherp daarvan 16. – p:s van 36: lb: ƒ21. 8. 8 18 „ - - - 2276. 16: — 3825- „ „ 1000.„ „ 8. „ - - -. 484. 11: 3. 6 „ - - - 6.23. 3. 8. ƒ3405. 19. 8 2649 „ 1920. p:s Langscheap waarvan 776 p:s van 18: Ep:s - - ƒ1319: 11 — „ 12: „ - - - „ 1773: 2. 8: 3092:1538 . 6498: 13:— 1144:-„ 2: p„r C=o „ 129. 19. 8 „6628. 12. 8. 10'4000. lb: w„t Caierdraad aan 2096. bollin Kosten. - . . ƒ3744 – — „ 182:7 =— „ 3926. 7 — ongelden 1: - p:s werp anker swaar = 790: lb: ƒ146. 1. 8. 3 - „ daeggen swaar 360, 310. in 205. lb. . . „ 145. — 8ƒ291: 2:— 2: per C=to – – – – – – – – – „ 5:16.8. 296. 18. 8. Diverse onbequaame Geweiren, Amma „nitie goederen, Gereedschappen &=a over aan reeckening van 16½ leggers -. - „ 2: 17—„ „ 921. 19 ƒ14025:1. 8 al Somma -- - - „ - „— alvoorens deesen te eindigen Kunnen wij niet nalaaten hier nog temelden, dat den Moors Regent Adij Ragia in stantig verzoek hebbende laaten doen om twee vertrouwde persoonen na Batavia te mogen zenden, ten over breng van Geschinken en een briev aan zijn Hoog Edelheit den Heer gouverneur Generaal Gerigt, wij zulks aan gem. Moors Regent niet welgevoegelijk hebben kunnen weigeren, en deselve dierhalve op brenger deeses hebben geplaatst om daarmede na Batavia overtevaaren Waarmeede wij de eer hebben ons met de uijtterste Eerbied en Hoog agting tenoemen /onderstond:/ Hoog Edele Ex ###ger Groot Agtbaaren wijd gebiedende Heere en Wel

NL-HaNA_1.04.02_3266_0317 view scan ↗

English

Examined Liefde Wooneel Right Honorable Sirs, Your High Nobilities' humble and faithful servants, was signed: Fr. Cr. J. L. Senff, D. Kellij, I. H. Medeler, P. v. d. Heijden, H. Notermans, S. C. Saffin, I. L. van Spael, and A. R. Schutz; in the margin: Cochin the 10th of May Anno 1765. Agrees H. Schult secretary Netherlands. To The Right Honorable Highly Esteemed Sir Thomas Hoope Representative of His Most Serene Highness The Lord Prince of Orange and Nassau etc. etc. etc. And The Noble Highly Esteemed Sirs Directors At the Assembly of Seventeen, Representing the General Dutch Chartered East India Company at the Chamber Amsterdam. Right Honorable Highly Esteemed Sirs! While currently with the general letter your Honorable High Esteemednesses are offered a short description of the state of this office; so we take the liberty to address this separate letter to accompany a certain representation, which the undersigned Governor has found himself obliged to offer to Their High Nobilities, The Lords of the High Indian Government, to request protection against the unlawful suit of the former Resident of Adjerhadja, Christiaan Ernst van Seijfferth, who, having been called to account by the Padang Ministry over various misdemeanors and a large arrearage in his administration, subsequently summoned by Their High Nobilities to Batavia, placed in the hands of the Advocate Fiscal, and also having been condemned by the Council of Justice to the payment of his arrearage, now calls the undersigned Governor, as former Commander of Sumatra's West Coast, again before the Judge, and demands from the same an excessive amount for suffered damages, expenses, insult, and disgrace, solely on this foundation, that he would have complained about him, and thereby given cause to his ruin. Now this document was already sent to Batavia in the month of May, and we do not doubt in the least whether we shall obtain a favorable reply thereto from Their High Nobilities with the arrival of the ships; but we nevertheless cannot omit to request Your Honorable High Esteemednesses also very humbly to deem its content likewise worthy of your attention; and against such and similar undertakings, not only for the present but also for the future, to establish a positive order. For the matter itself is indeed of so much consequence, that it more than deserves a serious measure. It not only serves to the great grief of the undersigned Governor, that a private individual now still demands an accounting from him regarding his Padang commission, which he already long since completed to the satisfaction of Your Honorable High Esteemednesses; but it will also be far too dangerous for the Company's interests if subordinates are in that manner left the liberty to summon their former chief before the Judge, over something that occurred in the master's service, and was done in an official capacity. The consequences thereof can entail nothing other than the greatest disorders; since then no one will be able to command and even less will anyone be willing to obey. And therefore living in hope that our petition will obtain a favorable hearing, the Governor once more most humbly recommends himself to the powerful protection of Your Honorable High Esteemednesses, and we remain with the utmost respect. Right Honorable Highly Esteemed Sirs! Your Honorable High Esteemednesses' very humble and obedient servants Cochin The 20th of October Anno 1769. Hip Thellij Copy To His High Nobility The High Noble Highly Esteemed Sir Petrus Albertus van der Parra Governor General, Together with The Right Honorable Lords Councillors of Dutch India. High Noble, Highly Esteemed, Broad-commanding Lord! And Right Honorable Sirs. I have reason to consider myself extremely obliged to Your High Nobilities: and I also acknowledge with the most sincere feelings of gratitude the great benefits and special honor that I have enjoyed during my thirty-two-year stay in the service of the Company, but principally since the last eighteen years hence. For, not only that Your High Nobilities were pleased to be satisfied with my conduct maintained as Private Secretary of His High Nobility the Lord Governor General and as second and first Senior Merchant of the Castle of Batavia, but all my actions as Commander of Sumatra's West Coast and as Director of Surat have also generally been approved. And now I even enjoy the fortune of seeing myself again promoted in quality and placed in a commission that I had never expected. I am also cordially inclined to arrange all my actions in such a manner, and further to employ the powers of my weak ability in such a way, that Your High Nobilities may have reason to deem me worthy of the continuation of your favor and trust. I even think I shall find sufficient opportunity here in this place to be able to give proof thereof: as the native affairs, the fortification works and buildings, the trade books, the administrations, and the management in general, are not at all in such a state as they properly should be, according to the little that I, on account of my indisposition, have only been able to investigate and check. But I very humbly beseech Your High Nobilities to please take into favorable consideration yourself with what cordiality, zest, and peace of mind I shall be able to commence the improvement of the one and the other; while I find myself extremely burdened and am grieved to the depths of my soul over a certain writ of rauw-actie that was issued by the Esteemed Council of Justice of the Castle of Batavia under dates of 19th August 1767 and 3rd August 1768, and the principal contents of which consist of this: That Christiaan Ernst van Suijfferth, under

Dutch transcription

146 Nagezien Lief Wooneel Wel Edele Heeren, VW Hoog Edel= heedens onderdanige en Trouw schul¬ dige Dienaren /was getekend:/ Fr Cr. J„r L„k Senff, D„l Kellij, I: H„k Medeler, P: v: d: Heijden, H=k Notermans, S: C: Saffin, I: L: van Spael, en A„m R„t Schutz:/ in maagine:/ Coochim den 10. ' Meij A„o 1765 Accordeert H Schult secret:s 147 Nederland. Aan Den Wel Edelen Groot Agtbaaren Heer Thomas Hoope Representant van zijn Doorlugtigste Hoogheid Den Heere Prince van Orange en Nassauw &:a &:a &:a En De Edele Hoog Agtbaare Heeren Bewindhebberen Ter Vergadering van Seventhienen, Representeerende de Generaale Nederlandsche, G: octroijeerde. OoostJndische Compagnie ter Camer Amsterdam. Wel Edele Hoog Agtbaare Heeren! Terwijl thans bij de gemeene brief uw Edel= Apart Hoog Hoog Agtbaarheedens aangebooden werd, eene korte beschrijving van de gesteld„ „heid deezes Comptoirs; zo gebruiken wij de vrijheid, deeze Aparte te rigten, ten geleijde van zeeker vertoog, dat de ondergeteekende Gouverneur zig ver„ „pligt heeft gevonden, Haar Hoog Edelens, De Heeren der Hooge Jndische Regering aan te bieden, om maintenue te verzoeken, tegens de ongeregte aanvanding van den geweesen Resident van Adjerhadja, Christiaan Ernst van Seijfferth, dewelke over verschijde wanbedrijven en een Groot agterstal op zijn Administratie, door het Padangsche Ministerium aan„ „gesprooken, vervolgens door Haar Hoog Edelens na Batavia ont„ „booden, in handen van den Advocaat fiscaal gesteld, en ook door den Raad van Justitie, in de betaaling van zijn agterstal gecondemneert zijnde, thans den 148 den ondergeteekenden Gouverneur, als geweesen Commandeur van Sumatras westkust, weder voor den Regter roept, en van den selven een excessief bedraagen Eischt, voor Geleeden schaade, kosten, smaat en schande, alleen op dit con„ „dament, dat die over hem Geklaagt, en daar door tot zijne ruine aanleijding gegeeven zoude hebben. Nu is dit schriftuur wel bereets in de maand maij naar Batavia verzonden, En wij twijfelen ook geensints of wij zullen daar op met de komste der scheepen van Haar Hoog Edelens een favorabel antwoord erlangen; maar wij kunnen egter niet nalaten uw Edel- Hoog= Agtbaarheedens teffens zeer ootmoedig te verzoeken, dies Jnhoud insgelijks Derzelver attentie waardig te agter; en tegens zulke en diergelijke onder„ „neemingen, niet alleen voor 't presente maar ook voor het toekoomende, eene positive positive ordre te stellen. Want de zaak zelfs is in der daat van zo veel aangelegentheijd, dat ze eene ernstige voorziening meer als verdiend. Het strekt niet alleen den ondergeteekenden Gouverneur tot groote droefhijd, dat een particulier persoon nu nog reekenschap van hem vordert, wegens zijne Padangsche Commissie, die hij bereeds voorlange tot genoegen van uw Edel- Hoog Agt„ „baarheedens heeft volbragt gehad; maar het zal ook voor 'sE Comp:s belangen al te gevaarlijk zijn wanneer aan onderhoorige op die wijse vrijhijd gelaten werd hun geweesen opperhoofd voor den Regter te dagvaarden, over iets, dat in 's meesters dienst voorge„ vallen, en om amts weegen Gedaan is. De gevolgen daar van kunnen niets anders, als de Grootste disordres na zig sleepen; alzo dan niemand zal gebieden kunnen en nog veel minder iemand zal Gehoorzaamen willen En 149 En daarom in hoope leevende, dat onze instantie eene Gunstige verhooring zal verwerven, zoo recommandeert de Gouverneur zig nog „maals op 't humbelste, in de vermoogende Protectie van uw Edel-Hoog Agtbaarheedens, en wij blijven met d' uiterste Eerbied. Wel Edele Hoog Agtbaare Heeren! uw Edel Hoog Agtbaarheedens zeer ootmoedige en onderdaanige Dienaaren Cochim Den 20:' October A„o 1769. Hip Thellij Copia 150. Aan G Zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot-Agtbaren Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal, Benevens De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia. Hoog Edele, Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heere! En Wel Edele Heeren. Jk heb reden, mij aan uw Hoog Edelens ten uijttersten verpligt te agten: en ik erken ook met de opregtste Gevoelens van dank„ „baarheid, de Groote weldaden en bijzondere eere, die ik Geduurende mijn Twee en dertig Jarig Jaarig verblijf in den dienst van de Comp: maar voornamentlijk 't seedert de laatste Agthien Jaren herwaarts Ganooten heb. want, niet alleen dat uw Hoog Edelens in mijn Gehouden Gedrag als Geheijm Schrijver van zijn Hoog Edelheid den Heere Gouverneur Generaal en als tweede en eerste oppercoopman van 't Casteel Batavia Genoegen hebben Gelieven te neemen. maar alle mijne ver„ rigtingen als Commandeur van Sumatras west Cust en als directeur van Souratta zijn ook Genoegzaam doorgaans Goedgekeurt. en nu Geniet ik zelfs het Geluk mij weder in Qualiteijt verhoogt en in een Commissie Gesteld tezien die ik nooit verwagt hadde Ik ben ook van harten Genegen alle mijne handelin„ „gen indiervoegen in te rigten en de kragten van mijn swak vermogen verder soodanig te besteeden, dat uw Hoog Edelens reden mogen hebben, mij de Continuatie van Derzelver Gunste en vertrouwen waardig te agten. zelfs vermeen ik hier ter plaatze Gelegentheid genoeg te 151 te zullen vinden om daar van blijken te kunnen Geven: alzoo de Jnlandsche zaa„ „ken, De Fortificatie werken en Gebouwen De Negotie Boeken, De Administratien, en De Huishouding in't algemeen, gantsch niet Gesteld zijn, zoo als ze wel behoorden, na volgens het weijnige dat ik mits mijne indispositie nog maar heb onderzoeken en nagaan kunnen. Maar ik Smeek uw Hoog Edelens zeer ootmoedig om tog zelfs eens in Gunstige overweeging te willen neemen, met wat hartelijkheid, lust en Gerustheid ik de verbeetering van dat een en ander zal kunnen aanvan„ „gen; terwijl ik mij ten uittersten beswaart „vinde en tot in't binnenste van mijne siele bedroeft ben over zeker mandament van Rauw-actie, dat door den Agtbaren Raad van Justitie des Casteels Batavia sub datis 19.:' augustus 1767: en 3. ' aug=o 1768: G'expedieert is, en waar van de voor„ „naamste inhoud hier in bestaat: Dat Christiaan Ernst van Suijfferth onder

NL-HaNA_1.04.02_3266_0334 view scan ↗

English

junior merchant and former Resident of Adjerhadse, had made known by humble petition. How the ministers of Padang had caused him to experience, based on pretended unfounded complaints; That Your High Nobilities had seen fit to enjoin the fiscal to act against him ratione officii. That this having occurred, he was taken into hostage and between him and the fiscal arose a very laborious and voluminous lawsuit. That following this was a sentence whereby he was condemned to pay to the Honorable Company that which he was alleged to have insufficiently accounted for in his administration. Yet that at the same time was reserved to him such action as he might deem to have against the ministers of Padang. That by virtue of this reservation he now believed to have obtained the right and that the time had arrived to have to institute his action on account of costs, damages suffered, injuries, insult, and disgrace against 152 against the ministers of Padang, namely Christiaan Lodewijk Senf, Hendrik van Staveren, Ian Anthonij Thierens, Roeland Palm, and Jan Boudewijns; as if these were the actual cause of his present miserable condition, since they had excluded him from his prosperity and completely ruined him. That he therefore now, with all right, reason, and equity against them jointly or each of them in particular, was entitled to conclude for the satisfaction of a sum of Rd:s 77870: 47: 8. That in order to obtain such, he had addressed the Council by request and petitioned for its provision; And That on this account the first bailiff was commissioned to command and order the aforementioned persons jointly or each of them in particular, in the name and on behalf of The High Authority, to pay to the so lamentably ruined van Seijfferth the aforementioned sum. Or Or else, in case of opposition, to appear before the Council or to send proxies by the first Wednesday in July 1769, in order to hear such claim and conclusion as van Seijfferth would wish to make and take, to answer thereto and to proceed further as according to law. This writ was already at Cochin when I arrived here. The same was served upon me through the address of the Council of Justice of this Commandement, and such having occurred publicly and as in the sight of the entire world, one can also easily imagine what honor it must have given me among the servants and subordinates of The Honorable Company stationed here, when they saw that I was summoned before the judge as a criminal, at least as a bad chief, at the very moment that Your High Nobilities sent me to them to exercise authority over them. But this bears, however, no comparison to the matter 153 the matter itself or the manner in which I was assaulted. For this certainly exceeds all bounds, and does not simply affect the honor and prosperity of myself and my interests alone, but is at the same time of such a nature that it can bring about the most detrimental consequences, as well for the service and the interests of the Company in general as for all those who are appointed by Your High Nobilities to a chief administration, or will yet be appointed in particular. The truth of this needs no far-fetched demonstration: the writ itself shows it, and one will also find it very clearly expressed therein, if one only considers from its contents: That I, in the name and on behalf of The High Authority, and thus in the most solemn manner, am commanded and ordered to pay to van Seijfferth an excessive sum of Rd=s 77870: 47: 8. Although it has not yet appeared that I owe him a single doit. That That van Seijfferth appears here as an innocent person, who was made unfortunate solely on pretended unfounded complaints, notwithstanding that he was himself removed from his office by Your High Nobilities, placed into the hands of the advocate fiscal, and by the Honorable Council of Justice was also actually found guilty and condemned. That van Sijfferth addresses me not as a private person, but in the capacity of former Commander of Sumatra's West Coast, nor concerning private debts and disputes, but concerning something that affects the chief authority and subordination and that which occurred while I was his lawful chief and he was subordinate to me. That he summons me to render an account before the judge of my office, which Your High Nobilities have entrusted to me, and of which I am only indebted to render account to Your High Nobilities there. And That this summons occurs while I 154 I find myself in the full exercise of another commission with which Your High Nobilities have been pleased to charge me, without it appearing that he has obtained power or qualification for this from Your High Nobilities. Consequently, it is not without reason that I consider myself extremely aggrieved by this, and all the more so because the undertaking against me is indeed unlawful and entirely unfounded. At least I believe I may maintain this: that van Seijfferth in any case has no right to summon me before the Honorable Council of Justice. And I very humbly request permission to be allowed to place briefly before Your High Nobilities' eyes the grounds upon which this my respectful sentiment rests. Firstly, van Seijfferth cannot blame me for having made him unfortunate. For as concerns his demotion from the service as

Dutch transcription

ondercoopman en Geweezen Adjerhadse Resident, bij ootmoedige Supplicatie te kennen hadde Gegeven. Hoe de ministers van Padang hem op pre„ tense ongegrond te klagten hadden doen onder„ „vinden; Dat uw Hoog Edelens hadden Goedgevonden den fiscaal te Jnjungeeren tegens hem rat: off: te ageeren. Dat dit Geschied hij in Gijzeling Gebragt en tus„ „schen hem en den fiscaal ontstaan was, een Seer opereus en volimineus proces. Dat daar op Gevolgt was Sententie, waar bij hij Gecondemneert was aan de EComp: te betalen, het Gunt hij op zijn admini„ „stratie temin verantwoord zoude gehad hebben. Dog dat teffens aan hem Gereserveert was soodanige actie als hij tegens de mi„ „nisters van Padang zoude vermee„ nen te hebben. Dat hij uijt kragte van deeze reserve als nu vermeende Recht verkreegen te hebben en den tijd Geboren te zijn, om zijne actie wegens kosten, Schaaden Geleeden Jnjurien Smaad in Schande te 152 te moeten institueeren tegens de minis„ „ters van Padang in name Christiaan Lodewijk Senf, Hendrik van Stave„ „ren, Ian Anthonij Thierens, Roe„ „land Palm, en Jan Boudewijns; als waaren deeze de wezentlijk oorzaak van zijn Jegenswoordige ellendige staat, dewijl zij hem uijt zijn welvaart Geslooten, en finaal Geruineert hadden. Dat hij daarom als nu, met alle regt, reeden en billijkheid tegens dezelve te „samen of een ieder van hun in't bij„ „sonder vermogte te Concludeeren tot voldoening eener Somma van Rd:s 77870: 47: 8: Dat hij om zulx te erlangen zig bij requeste aan den Raad G'addresseert en desselfs provisie verzogt hadde; En Dat uijt dien hoofde de eerste deurwaarder Gecommitteert wierd om de voornoemde Perzoonen tezamen of een ieder van hun in't bijsonder uijt naamen van weegen De Hooge Overigheid te gelasten en te ordonneeren. om aan den soo Jammerlijk Geruineerden van Seijfferth de voormelte Somma te betalen. Dan Dan wel bij oppositie voor den Raade te Com„ „pareeren of Gemagtigdens tezenden tegens den eersten woensdag in Julij 1769. Ten einde aantehooren, soodanigen Eijsch en Conclusie als van Seijfferth zoude willen doen en neemen, daar teegen te antwoorden en voort te procedeeren als na regten. Dit mandament was bereeds op Cochim, toen ik hier Quam. het zelve is aan mij door addresse van den Raad van Justitie dezes Commandements besteld- en zulks in't Openbaar en als in't Gezicht van de Gantsche waereld Geschied zijnde, zoo kan men ook ligt nagaan, wat eere het mij moet gegeven hebben bij de hier bescheidene bediendens en onderhoorige van De EComp: wanneer ze zagen dat ik als een misdadiger, ten min„ „sten als een slegt opperhoofd voor den regter Gedagvaart wierd, op het selfde oogenblik dat uw Hoog Edelens mij tot hun sonden om over hen het Gezag te voeren. Maar dit komt egter in Geene vergelijking bij de zaake 153 zaake zelfs of de manier waar op ik aan„ Gerant werde. want deeze Gaat zekerlijk alle maat te buijten, en raakt niet Simpel de eere en welvaart van mij en mijne belan„ „gen alleen, maar, is teffens ook van die na„ tuur datze de allernadeeligste Gevolgen kan na zig sleepen, zoo wel voor den dienst en de belangen van de Comp: in't algemeen als voor alle de Geenen die door uw Hoog Edelens in een hoofd- bestier Gesteld zijn, of nog Gesteld zullen werden in't bijzonder De waarheid hier van heeft Geene vergezogte betooging noodig: het mandament self geeft die aan de hand, en men zal dezelve daar bij ook zeer duijdelijk uijtgedrukt vinden, als men uit dies inhoud maar in aanmerking neemt. Dat ik uijt naam en van wegens De Hooge overigheid, en dus op de allerernstigste wijze Gelast en G'ordonneert werde, aan van Seijfferth een excessive Somma van Rd=s 77870: 47:8. te betalen. Schoon het nog niet Gebleeken is, dat ik aan hem een enkelde duijt schuldig ben. Dat Dat van Seijfferth hier voorkomt als een onschuldig persoon, die alleen op pretense ongegrond te klagten ongelukkig is Gemaakt. niet tegenstaande hij door uw Hoog Edelens zief uijt zijn ampt Gezet, in handen van den advocaat fiscaal Gesteld, en door den Agtbaren Raad van Justitie ook wezentlijk schuldig bevonden en Gecondemneert is. Dat van Sijffferth mij aanspreekt niet als een particulier perzoon maar in de qualiteijt van Geweezen Commandeur van Sumatras west-Cust ook niet over particuliere schulden en verschillen maar over iets dat het hoofd Gezach en de subordinatie raakt en het gunt voorgevallen is, terwijl ik zijn wettig opperhoofd en hij aan mij onderhoorig was. Dat hij wij dagvaart om voor den regter reekenschap te Geeven van mijn ampt, dat uw Hoog Edelens mij hebben opgedragen, en waar van ik ook maar alleen aan Uw Hoog Edelens alhaar reekenschap te geeven Schuldig ben. En Dat deeze dagvaardiging Geschied terwijl ik mij 154 mij in de volle Excercitie bevinde, van eene andere Commissie, waarmeede uw Hoog Edelens mij hebben Gelieven te belasten, sonder dat het blijkt dat hij daar toe van uw Hoog Edelens magt of Quali„ „ficatie heeft erlangt. Bijgevolg is het niet sonder reeden dat ik mij hier over ten uijttersten beswaart agte, en zulks zoo veel te meer om dat de onder„ „neming tegens mij in der daat is onregt„ „matig en in't Geheel ongegrondt. Ten minsten vermeen ik dit temogen staande hou„ „den: Dat van Seijfferth althoos Geen regt heeft mij voor den Agtbaren Raad van Justitie te dagvaarden. En ik verzoek zeer oolmoedig permissie uw Hoog Edelens in't kort voor oogen temogen „dit. brengen de Gronden waar op „ mijn Eerbie„ „dig Gevoelen Steunt voor Eerst kan van Seijfferth mij de Schuld niet Geven dat ik hem ongelukkig zoude hebben Gemaakt. want was aangaat, zijne dimotie uijt den dienst als

NL-HaNA_1.04.02_3266_0340 view scan ↗

English

as Resident of Adserhadja, his sending to Batavia, his surrender into the hands of the Honorable Advocate Fiscal, his trial, and the subsequent condemnation; all of this was not done or inflicted upon him by me, or by the Council at Padang, but by the Judge and by Your High Nobilities yourselves. All that I have done with respect to him consists solely in this: That, after conducting an investigation into the state of his administration, I informed Your High Nobilities of my findings; as he himself also admits, when he attributes the entire cause of his misfortune, and the part that I or the Council of Padang have therein, solely to, and confines it to this single accusation: that the ministers of Padang had complained about him. And this is no matter that deserves to be brought before the Judge. For simple complaints from a subordinate to the High Authority have never been imputed to anyone as a crime. They occur daily, and must also occur. Indeed, they may not be neglected, as the circumstances of the events require. And I have indeed seen chief officers get into difficulties who wanted to administer justice without complaints, but never those who in good time complained about the bad conduct of their subordinates, and left the judgment on the deserved punishment to the discretion of Your High Nobilities. Secondly: With respect to van Seijfferth at Padang, nothing was done other than that which necessarily had to happen ex officio according to the orders. For I was appointed by Your High Nobilities by open commission as Commander and Chief of Sumatra's West Coast; all servants and subordinates were placed under my authority and command. The management and the direction of the Honorable Company's trade, affairs, and interests were entrusted to me; I had to ensure that all matters were well handled, and above all that the orders, regulations, and arrangements that are in force in the service were not violated. And to that end, I had the order and authorization in every way to observe and perform that which befits and pertains to a faithful and vigilant Commander. On that account, I was indeed obliged to have a close investigation made into the state of van Seijfferth's administration, and to inform Your High Nobilities of the findings, when I saw clearly and distinctly, and his conduct yielded the most convincing evidence: That he despised and willfully insulted his lawful authority. That he outright refused to obey and execute the orders given to him. That he had given away, and continued to give away, the goods or credit entrusted to him to treacherous mountain people, and to poor, lazy natives, who according to his own words had otherwise nothing to live on. That instead of reducing his outstanding debts, he gradually made them larger; And That he deliberately accepted and sent to Batavia such poor gold that on one consignment a recalculation came from there of ƒ 25000:—:—, while on the other at Padang a deficit of ƒ 15000:—:— was discovered. And could that which I necessarily had to do according to office and duty now serve to my detriment? Or, which is the same: would van Seijfferth therefore now have the right to summon me before the Council of Justice, in order that I should there render an account to him of my actions? I do not believe that Your High Nobilities will ever permit this. For the entire matter, and everything I have done in this affair, contains nothing that belongs to the jurisdiction of Justice. The laws, regulations, and orders that I had to follow are entirely political. Your High Nobilities have even prescribed them yourselves. Their purpose, cause, and consequences are known to Your High Nobilities alone, and consequently it is also impossible otherwise than that Your High Nobilities alone are the ones who can pass the best and most righteous judgment thereon. Thirdly: The statements regarding the arrears of van Seijfferth were by no means false, nor were the complaints about his bad conduct unfounded. The truth of this can fully appear from the letters and resolutions of the Padang ministry in general, but more concisely and convincingly from the documents that the then Fiscal at Padang, Thierens, obtained against van Seijfferth and appended to his report, which was presented to Your High Nobilities after my departure from Sumatra. And although I cannot cite anything from these documents in particular, because I took no papers with me from Padang that have any relation to my actions in that Commandery, I nevertheless believe that I may refer to them with complete confidence. And this all the more so, because the outcome itself has shown that my statements were all too true, and my complaints all too well-founded. For Your High Nobilities thereupon not only immediately dismissed van Seijfferth from his office and appointed another in his place, but also summoned him to Batavia, and subsequently handed him over to the Advocate Fiscal. Likewise, the Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia found him so guilty on those same complaints that he was condemned to the payment of the arrears of his administration, as the principal matter to which it actually comes down in this case. And this certainly delivers the most powerful proof, not only for the refutation of the extravagant and no less shameful pretense of van Seijfferth, as if he were handed over into the hands of the Fiscal by Your High Nobilities solely on alleged unfounded complaints, but

Dutch transcription

als Resident van Adserhadja, zijne opsending naar Batavia, zijne overgave in handen van den E: advocaat fiscaal, zijne teregt stelling en daar op Gevolgde Condemnatie & dit een en ander is niet Geschied of hem aangedaan door mij, of door den Raad te Padang, maar door den Regter en door uw Hoog Edelens selfs. Alles wat ik ten zijnen opzigte in't werk het Gesteld, bestaat eenelijk hier in: Dat ik na Gedaan onderzoek wegens de Ge„ steldheid zijner administratie, van mijne bevinding aan Uw Hoog Edelens kennis heb Gegeven; zoo als hij ook sel„ ven toestaat, wanneer hij de Gantsche oor„ zaake van zijn ongeluk, en het deel dat ik of de Raad van Padang daar in hebben, alleen toeschrijft aan, en bepaald tot deeze enkelde beschuldiging: dat de ministers van Padang over hem Geklaagt hadden. En dit is Geene zaak, die verdient voor den Regter Gebragt te werden. want Simpele klagten van eene Subalterne aan de Hooge overigheid zijn nooit iemand voor een misdaad toegereekend. dezelve Geschieden dagelijks, en moeten ook Geschieden. Ja mogen 155 mogen niet nagelaten werden, na dat de omstandigheiden der voorvallen het vereisschen. En ik heb wel in moeijelijkheiden sien geraaken, opperhoofden, die sonder klagten regt hebben willen doen, maar nooit de zulke, die te regter tijd over het slegt Gedrag van hunne onderhoorige Geklaagt, en 't oor„ deel over de verdiende Straffe aan 't Goed„ „vinden van Uw Hoog Edelens overge„ laten hebben. Ten sweeden: Js ten opzigte van van Seijfferth te Padang niets Gedaan, dan het Gunt ampts-weegen volgens de ordres noodzaa„ kelijk Geschieden moeste. want ik bin door uw Hoog Edelens bij opene Commissie aangesteld geweest, tot Com„ mandeur en opperhoofd van Sumatras west- Cust alle bediendens en onder„ „hoorige waaren onder mijn Gezag en Commando Gesteld. De maneance en het bestier van 'sEcomp:s Handel omslag en Belangen was mij opgedragen, jk moeste zorgen, dat alle zaaken wel behandelt, en voor al de ordres, reglementen, en in schikkingen die in den dienst plaats hebben, niet overtreeden wierden. en ik hadde ten dien eijnde last en authorisatie allezints dat te betrachten en te verrigten wat een Getrouw en wakker Commandeur betaamt en toekomt. uijt dien hoofde was ik wel verpligt, na de Gesteldheid der administratie van van seijfferth van digte bij onderzoek te laten doen, en van de bevinding uw Hoog Edelens kennis te Geeven, wanneer ik klaar en duijdelijk zag, en zijn Gedrag de aller overtuijgens te blijken uijtleverde. Dat hij zijne wettige overheid veragte en moedwillig beleedigde. Dat hij rondtuijt wijgerde te Gehoorzamen en uijt te voeren de ordres die hem gegeven wierden Dat hij de hem toevertroude Goederen of Credit weggegeven hadde, en nog weg Gaf aan trouwloose berglieden, en aan arme luije Jnlanders, die volgens zijn eijgen zeggen buijten des niets te leeven hadden. Dat hij zijne uijtstaande Schulden in steede van minder, Gaande weg Grooter maakte 156 maakte; En Dat hij voorbedagtelijk zulk slegt Goud ac„ „cepteerde en naar Batavia sond, dat op de eene parthij van daar eene terug reekening Quam van ƒ 25000:—:—, terwijl op de andere te Padang een mingehalte ontdekt wierd an ƒ 15000:—:—, En zoude mij dan nu tot nadeel kunnen strek„ „ken het Gunt ik volgens ampt en pligt noodzaakelijk heb moeten doen. of dat het selfde is: zoude van Seijfferth daarom nu recht hebben, mij voor den Raad van Justitie te dagvaarden, ten einde daar aan hem van mijne verrigtingen reekenschap te Geeven. Ik Geloof niet, dat uw Hoog Edelens dit ooit toestaan zullen. want de Gantsche zaak, en alles wat ik in dit Stuk gedaan heb, bevat niets, dat tot kennis van de Justitie behoort. De wetten, Reglementen, en ordres die ik heb moeten volgen, zijn ten eenemaal politicq. uw Hoog Edelens hebben die selfs voorgeschreeven. haar oogmerk, oorzaak en Gevolgen zijn Uw Hoog Edelens alleen bekent, en bij gevolg kan 't ook onmogelijk anders zijn, of uw Ten Derden uw Hoog Edelens alleen zijn de Geene, die daar over het beste en Geregtste oor„ „deel kunnen vellen. zijn de opgaven wegens het Agterstal van van Seijfferth Geenzints Valsch, nog de klagten over zijn slegt Gedrach ongegrondt Geweest. De waarheid hier van kan volkomen blijken uijt de brieven en Resolutien van 't Pa„ dangse ministerium in't algemeen, dog bondiger en Overtuijgender uijt de stukken die de toenmaalige fiscaal te Padang Thierens ten lasten van van Seijfferth ingewonnen, en agter zijn berigt gevoegt heeft, het welk uw Hoog Edelens na mijn vertrek van Sumatra aange„ „booden is. En schoon ik uijt deeze stukken in't bij „sonder niets aanhaalen kan, om dat ik van Padang Geene papieren meede Genomen heb, die tot mijne verrigtingen in dat Commandement eenige betrek„ „king hebben, zoo vermeen ik mij egter met volle Gerustheid daar op temogen be 157 beroepen. en zulks zoo veel temeer, om dat selfs de uijtkomst heeft Getoont dat mijne opgaven maar al tewaar, en mijne klagten maar al te Gefundeert zijn Geweest. want Uw Hoog Edelens hebben van seijfferth daar op niet alleen terstond uijt zijn ampt Gezet, en een ander in zijne plaatze aangesteld maar ook hem naar Batavia op ontboden, en ver„ volgens aan den Advocaat fiscaal Over„ gegeven. ook heeft de Agtbaare Raad van Justitie des Casteels Batavia hem op die selfde klagten zoo schuldig bevonden, dat hij Gecondemneert is, in de betaling van't agterstal zijner administratie, als de hoofd-zaake waar op het eijgend„ „lijk in deezen aankomt En dit leevert immers het allerkragtigste bewijs uijt, niet alleen tot wederlegging van het buijtenspoorig en niet minder Schandelijk voorgeeven van van Seijfferth des of hij alleen op pretense ongegrond te klagten door uw Hoog Edelens in handen van den fiscaal was Gesteld, maar .

NL-HaNA_1.04.02_3266_0346 view scan ↗

English

but also especially for the justification of the conduct I maintained against van Seijfferth. For had the least passion or injustice resided therein, he would certainly have been completely acquitted, based on what he had the opportunity to put forward for his excuse during the proceedings. And had this occurred, it would still have some appearance of fairness if he sought compensation for damages suffered from those who had wrongly accused him. But now that he has been found guilty by Your High Noble Excellencies as well as by the judge, it is also impossible that he should have the right to summon me before the Council of Justice in order to obtain compensation for a debt that he brought upon himself. Fourthly: The entire matter concerning what took place in the Master's service between van Seijfferth and me has already been settled by Your High Noble Excellencies; for it does not appear to me that Your High Noble Excellencies blamed, much less disapproved of, the least part of the conduct I maintained toward him, or left anything reserved in his favor. On the contrary, the execution of my Padang commission in general was not only completely approved by Your High Noble Excellencies, so that, as a convincing proof of Your satisfaction, two other commissions of considerably greater importance have since been conferred upon me without my request and knowledge; but in addition, I also enjoy the good fortune that Their Right Honorable and Worshipful Lordships the Gentlemen Mayors have more than once expressed their satisfaction regarding my actions, and even, by general missive of the 1st of October 1765, ordered my successor to follow in my footsteps. Now it is certain that an unqualified approval from the High Authorities implies considerably more than a mere settlement. And being rightfully able to say on this ground that this matter is indeed and completely settled, it indisputably follows therefrom: that the same can also impossible be brought before the judge again, and thereupon be exposed anew to any kind of examination. For no appeal lies from a higher to a lower court of justice, much less then from Your High Noble Excellencies to the Honorable Council of Justice at Batavia; the resolutions of Your High Noble Excellencies, as representing the Sovereign in the greatest extent, can by no means be subject thereto. The High Authority that all servants and subordinates of the Dutch State here in the Indies must recognize in Your High Noble Excellencies can impossible endure such a thing; on the contrary, everything that has once been settled by Your High Noble Excellencies must also remain settled. Only a further representation from those who find themselves in need can sometimes make a change therein. And this being so established that the truth thereof cannot be doubted by anyone, this alone is enough to completely dismiss van Seijfferth's imagined right to summon me before the Council of Justice, even if I could otherwise produce no proofs to support my position. Fifthly: It appears to me extremely strange that I am summoned to appear before the Honorable Council of Justice at Batavia, while I am residing at an outer trading post, and that in the full execution of a commission entrusted to me by Your High Noble Excellencies. For I do not know that I have ever seen, heard, or read the like, and it is possibly indeed the first example of that nature for as long as the Honorable Company has existed. I am also assured that this could not have happened without the foreknowledge and special order of Your High Noble Excellencies, and that even the Advocate Fiscal never undertook to sue chiefs of outer trading posts directly as long as they were in the exercise of Your High Noble Excellencies' commission; but that he always gave prior notice of his intention to Your High Noble Excellencies and requested that they might be discharged from their commission. Yet, not daring to rely on this because the statements of others may be mistaken, I will also not allege to my advantage the custom that takes place both in Batavia and at the outer trading posts with respect to several colleges, namely: that no private person may summon one of the members before the judge without having first requested and obtained veniam agendi. Yet I believe I may observe this and respectfully bring it before Your High Noble Excellencies: that according to my humble opinion, reason and the nature of the matter sufficiently indicate that summonses made in that manner, concerning such claims and at such a time as this, are indeed improper and highly inequitable. For no one better than I can now say from experience how hard it is for an honest mind to see oneself mistreated in this manner, and how greatly it extinguishes the desire and zeal in someone who has always placed his greatest honor in discharging the duties of his offices in the best manner, and thereby earning Your High Noble Excellencies' approval and pleasure. Nor is it well possible that someone can focus all his thoughts on the completion of his commission when he finds himself forced at the same time to defend his honor and well-being through troublesome proceedings against wicked people who seek to cause him shame, damage, and grief. And besides this, it is also certainly true that someone who has been commissioned by Your High Noble Excellencies simultaneously falls, regarding the execution, under Your High Noble Excellencies' special

Dutch transcription

maar ook insonderheid tot regtvaardiging van het Gedrag dat ik teegens van Seijfferth Gehouden heb. want hadde daar in de minste passie of onregtvaardigheid Geresideert, hij zoude zekerlijk in't Geheel zijn vrijgesprooken, op het Geen hij Geduurende de proceduu¬ „ren Gelegentheid Gehad heeft ter zijner verschooning bij tebrengen. En was dit Geschied dan zoude het nog eenigen schijn van billijkheid hebben, indien hij wegens Geleeden schaade ver„ goeding sogte, bij de Geene die hem ten onregten aangeklaagt hadden. maar nu hij zoo wel bij uw Hoog Edelens als bij den regter schuldig bevonden is, zoo kan het ook onmogelijk zijn, dat hij regt zoude hebben mij voor den Raad van Justitie te dagvaarden, ten eijnde vergoeding te erlangen wegens eene schuld die hij zig zelven over den hals heeft Gehaald. Ten vierden: Is de Gantsche zaak, rakende het voorgevallene in 'smeesters dienst tusschen van Seijfferth en mij, bij uw Hoog Edelens 1:14 158 Edelens bereids afgedaan want mij staat niet voor, dat uw Hoog Edelens het minste Gedeelte van mijn Gehouden Gedrach ten zijnen opzigte gelaakt veel min afgekeurt of iets in zijn faveur Gereserveert Gelaten hebben. Jn tegendeel is de volbrenging van mijne Pa„ dangse Commissie in't Generaal door uw Hoog Edelens niet alleen volkomen Goedgekeurt, zoodanig dat mij tot een overtuigende blijk van Derzelver Con„ tentement 't zeedert bereets weder twee andere Commissien van vrij meerder aangeleegentheid, buijten mijn verzoek en weeten opgedragen zijn; maar ik Ge„ niet ook boven dien het Geluk dat Haar Edele Hoog Agtbaarhedens de Heeren Majoores over mijne verrigtingen meer dan eens hun Genoegen betuijgt, en zelfs bij Generaale missive van den 1=sten October 1765: mijnen opvolger Gelast hebben mijn voetspoor natevolgen. Nu is het zeeker dat eene onbepaalde Goed„ keuring van de Hooge Overigheid vrij meer dan eene bloote afdoening insluijt. En uijt dien hoofde met regt mogende zeggen dat dat deeze zaak in der daat en volkomen af¬ „Gedaan is; zoo volgt daar uijt ontegenzegge„ lijk: Dat dezelve ook onmogelijk weder voor den regter Gebragt, en daar op 6 nieuw aan eenigerhande ondersoek bloot Ge„ steld werden kan. want van een hooger tot een lager Geregts„ hoff valt Geen appel, veel min dan van uw Hoog Edelens aan den Agtb: Raad van Justitie te Batavia; de besluijten van uw Hoog Edelens als representie„ rende den Souverain in de Grootste uijt„ Gestrektheid kunnen daar aan Geenzints onderworpen staan. Het Hoog Gezag dat alle bediendens en onderhoorige van den Nederlandschen Staat hier in Jndiën in Hoog Edelens erkennen moeten, kan zulks onmogelijk veelen, In tegendeel moet alles wat bij uw Hoog Edelens eens afgedaan is, ook afgedaan blijven. Een nader vertoog alleen, van die zig in nood bevinden, kan daar in somtijds eene verandering maaken. En dit zoo vast staande dat de waarheid daar van door niemand in twijffel Getrokken werden kan, zoo is zulks alleen Genoeg om 159 om van Seijfferth in't Geheel aftespreeken. het recht dat hij zich verbeelt te hebben om mij voor den Raad van Justitie te kunnen dagvaarden, al was 't ook dat ik anders Geene bewijzen tot staving van mijne positie bijbrengen konde. Ten vijfden. komt het mij ten uittersten vreemd voor, dat ik Gedagvaart werde om voor den Agtbaren Raad van Justitie te Batavia te verschijnen; terwijl ik mij op een buijten Comptoir bevinde, en wel in de volle oeffening van eene Commissie die mij door uw Hoog Edelens opge„ draagen is. Want ik weet niet dat ik diergelijken ooit Gezien, Gehoort of geleezen heb, en moge„ lijk dat dit effective het eerste voorbeeld is van die natuur, zoo lange de EComp: heeft Gestaan. ook wil men mij verzekeren, dat zulks buijten voorkennisse en speciaale ordre van uw Hoog Edelens niet hadde mogen Geschieden, en dat selfs de Ad„ vocaat fiscaal nooit ondernaam opper opperhoofden van buijten Comptoiren direct te actioneeren, zoo lange die in de exercitie van uw Hoog Edelens Com„ missie stonden; maar dat hij voor af althoos van zijne voorneemen aan Uw Hoog Edelens kennis Gaf, en verzogte dat die uijt hunne Commissie ont„ slagen mogten werden. Dog hier op niet durvende blijven Staan om dat Gezegdens van anderen missen kunnen, zoo zal ik ook niet in mijn voordeel alegeeren, het Gebruijk dat zoo te Batavia als op de buiten Comptoiren plaats heeft, ten opzigte van verscheijde Collegien, teweeten: dat geen particulier perzoon een der leeden voor den regter mag dagvaarden sonder daar toe eerst veniam agendi verzogt en verkreegen te hebben. maar dit vermeen ik egter te mogen aanmer„ „ken en uw Hoog Edelens in alle eer„ bied voor oogen te brengen: dat vol„ gens mijn Gering Gevoelen de reeden en de natuur der zaake genoegzaam tekennen Geven dat dagvaardigingen op die wijze, over zulke vorderingen en 160. en op zulken tijd Gedaan, als deeze, in der daar oneijgen en ten hoogsten on„ billijk zijn. Want niemand bieter als ik, kan nu uijt de ondervinding zeggen hoe hard het valt voor een Eerlijk Gemoed zig op die wijze mishandelt te zien, en hoe seer het den lust en ijver uijtdooft in iemand die althoos zijn Grootste eere daar in Gesteld heeft, dat hij de be„ diening van zijne ampten op de beste wijze waarneemen, en daar door UW Hoog Edelens Goedkeuring en Genoegen verwerven mogte. ook is het niet wel mogelijk, dat iemand alle zijne Gedagten op de volbrenging zijner Commissie vestigen kan, wanneer hij zig Genoodzaakt vindt teffens door las„ „tige proceduuren zijn eere en welzijn te verdeedigen, tegens booze menschen, die hem soeken schande Schaaden en verdriet aante doen. En buijten des is dit ook zekerlijk waar dat iemand die door uw Hoog Edelens in Commissie is Gesteld teffens nopens de uijtvoering onder Uw Hoog Edelens bijsondere

NL-HaNA_1.04.02_3266_0352 view scan ↗

English

under special protection, and that he also necessarily must enjoy that protection for as long as that commission lasts, or until he is discharged from it by Your High Excellencies. And sixthly or lastly: I also believe that it would not be good at all if subordinates were to have the freedom once and for all to summon their former head before the judge regarding events in the master's service, without having obtained special orders and authorization for that purpose from Your High Excellencies. I say that I believe this, because I do not know whether a firm law has ever been made in this regard. But according to my humble opinion, and as far as I understand these matters, it might well have a place. For if obstinate and unconscionable subordinates can and may make use of that freedom at their own pleasure: how will the respective chiefs then be able to maintain proper order and perform their duty properly! They will not be able to undertake anything with a calm mind against those who behave unfaithfully and disobediently. They will not dare to punish them, nor even dare to complain about them. The fear of being summoned before the judge, and thereby brought into difficulties, will deter them from doing so. And they will therefore rather overlook everything and let it pass unnoticed, than expose themselves to that danger. Likewise, subordinates will care nothing for the orders of their chiefs. They will despise them and do as they please. Many will not even hesitate to commit the greatest outrages, and if they should be punished for it, they will nevertheless consider themselves well satisfied, as long as they may enjoy this pleasure: that they can in turn summon their former chief before the judge, and cause him all kinds of shame, grief, and heartache through concocted accusations and unfounded claims. And this is certainly something that cannot fail to bring about the most detrimental consequences, for subordination, the principal support of the Honorable Company's welfare, will thereby be trampled underfoot. The service will be neglected, and the interest of the Honorable Company will not be cared for, and everything will run so wild and fall into ruin, that it will be entirely impossible to restore it. Thus I have briefly and as concisely as possible, given the lack of the necessary papers, pointed out: that van Seijfferth not only has no right to summon me before the Honorable Council of Justice, but that it would also not be good if subordinates in general were to have the freedom to address their former chiefs in that manner, without having obtained permission or authorization for that purpose from Your High Excellencies. I also hope that my respectful representation in this regard will find a favorable reception. And not doubting that Your High Excellencies will at the same time obtain a complete and convincing understanding of the falsity of the accusations brought against me; of the groundlessness of the claims made to the detriment of my honor and welfare; of the unfairness of the means used to achieve the intended goal; and of the justice of my grievances that I have to bring against it: this is what gives me the boldness to take my refuge in Your High Excellencies and to request, as I do most humbly request hereby: that it may please Your High Excellencies to relieve me of this nuisance at once by a positive resolution, or at least to grant this declaration in my favor: that I have accounted for my Padang commission to the satisfaction of Your High Excellencies, and that for that reason I cannot be summoned before the judge nor addressed by van Seijfferth concerning anything that occurred regarding him and his administration in the master's service. I know very well that what I ask of Your High Excellencies' goodness through this petition does not belong among everyday occurrences, but it cannot be regarded as something new that would be without precedent either, for if my memory does not deceive me, in the year 1750 a zealous and excellent servant of the Honorable Company, who currently even sits as a worthy fellow member in Your High Excellencies' Illustrious assembly, was protected by a similar declaration from Your High Excellencies against the intended action of the then Advocate Fiscal; although the latter likewise had instructions and orders to do so by a verdict of the Honorable Council of Justice, and as the circumstances of that event sufficiently agree with this of mine, so I also live in the firm confidence that I will enjoy that same favor from Your High Excellencies. But if it should turn out contrary to my expectation, and I, notwithstanding my humble prayer, might be forced to give a further account of my commission, completed six years ago already, before the Honorable Council of Justice, and at the same time be exposed to the wantonness of such an unworthy subject as this van Seijfferth, who has not even been addressed about, much less absolved of, so many shameful acts and even gross crimes as the former Fiscal Thierens charged him with in the aforementioned report and sufficiently proved with the most authentic documents. Then I request, in the second place: that I may obtain my release from here to Batavia with the very first ship. For apart from the impossibility that I, under the burden of the proceedings, can attend to my office properly and to the satisfaction of Your High Excellencies

Dutch transcription

bijsondere protiscie staat, en dat hij ook noodzaakelijk die protescie diend te genieten, zoo lange die Commissie duurt, of dat hij door uw Hoog Edelens daar van ontslagen werd. En ten Sesden of Laatstelijk: zoo vermeen ik ook dat het Gantsch niet Goed zoude zijn, wanneer onderhoorige eens voor al vrij„ „heijd hadden hun Geweezen Opperhoofd over voorvallen in Smeesters dienst, voor den regter temogen dagvaarden, Sonder daar toe van Uw Hoog Edelens spe„ ciaale last en authorisatie te hebben erlangt Jk zeg dat ik vermeen, om dat ik niet wiet of ten deezen Opzigte wel ooit eene vaste wet gemaakt is. maar volgens mijn Gering Gevoelen, en voor zoo verre ik de zaaken inzie, mogte die egter wel plaats hebben. Want bij aldien obstinate en Geweeten loose onderhoorige, zig van die vrijheid na eijgen welbehagen kunnen en mogen bedienen: hoe zullen de respective opperhoofden dan in 161 in staat zijn, eene Geschikte ordre te onderhouden, en zig nabehooren van hunnen pligt te Quijten! zij zullen met Geen Gerust gemoed iets onder„ „neemen kunnen tegens de zulke die zig ontrouw en ongehoorzaam gedragen. zij zullen dezelve niet Straffen, nog selfs ook niet eens over hen klagen durven. de vreeze van voor den regter Gedagvaart, en daar door in moeijelijk„ „heeden Gebragt tewerden, zal hen daar van afhouden. en zij zullen daarom liever alles door de vingeren Sien en ongemerkt passeeren laten, dan zig aan dat Gevaar tewillen bloot stellen. Jngelijker voegen zullen ook de onderhoorige om de ordres van hunne opperhoofden niets Geven. zij zullen dezelve veragten, en doen wat hun welbehaagt. zelfs sullen veele zig niet ontzien de Grootste buijten„ „spoorigheeden te pleegen, en zoo ze dan al daar over Gestraft mogte werden, zullen i wel zij egter zig „ voldaan houden, als ze maar dit vergenoegen Genieten mogen; datze hun Geweezen Opperhoofd weder voor den regter dagvaarden, en dezelve door opgeraapte be beschuldigingen, en ongegrond te vorderingen, allerhande Schande verdriet, en hartinleed aandoen kunnen. En dit is zekerlijk iets, dat niet missen kan„ de allernadeeligste Gevolgen na zig te sleepen, want de Subordinatie, het voornaamste Steunsel van 'S E: Comp:s welzijn, zal daar door onder de voet raaken. De dienst zal verwaarloost, en het intrest van de E: Comp: niet behartigt werden, en alles zal soodanig in't wild loopen, en tot verval raaken, dat het zelve met Geene mogelijkheid weder te herstellen zal zijn. Dus heb ik in 't kort en zoo bondig, als uijt ge„ brek aan de noodige papieren mogelijk is, aangeweezen: Dat van Seijfferth niet alleen Geen regt heeft, mij voor den Agt„ baren Raad van Justitie te dagvaarden, waar dat het ook niet Goed zoude wezen wanneer onderhoorige in't algemeen vrij„ „heid hadden, hunne Geweezen opperhoofden op die wijze temogen aanspreeken, sonder daar toe van uw Hoog Edelens permissie of Qualificatie te hebben erlangt Ik 162 Ik hoop ook dat mijn Eerbiedig vertoog ten dien opzigte een Gunstige ingang zal vinden. en dan niet mogende twijffelen of Uw Hoog Edelens zullen teffens een volkomen en overtuijgend denkbeeld erlangen, van de valschheid der beschuldigingen die men mij ten lasten legt; van de ongegrondheid der vorderingen, die men tot nadeel van mijne eere en welvaart maakt, van de onbillijk„ „heid der middelen waar van men zig tot bereyking van 't voorgesteld oogmerk be„ dient, en van de regtvaardigheid mijner beswaarenissen, die ik daar tegen in te brengen heb: zoo is dit 't Gunt mij de Hout¬ „moedigheid Geeft tot uw Hoog Edelens mijne toevlugt teneemen en te verzoeken, Gelijk ik op 't aller demoedigste verzoek bij dezen: Dat het uw Hoog Edelens tog be„ haagen mag mij door een positief besluijt van dien overlast op een maal tewillen bevrijden of ten minsten in mijn faveur deeze declara„ „tie te Geeven: Dat ik mijne Padangse Commissie tot Genoegen van Uw Hoog Edelens verantwoord heb, en dat ik uijt dien dien hoofde door van Seijfferth niet voor den regter Gedaagt nog aangesprooken wer„ „den kan, over iets dat ten opzigte van hem en zijne administratie in Smeesters dienst is voorgevallen. Ik weet wel, dat het Geen ik door deeze instantie van uw Hoog Edelens Goedheid verge, onder de dagelijkze voorvallen niet behoort maar voor iets nieuws, dat sonder voor„ „beeld zoude zijn, kan 't egter ook niet Ge„ „houden werden, want zoo mijn Gehuigen mij niet bedriegt, is nog in't Jaar 1750: een wakker en uijtmuntend dienaar van de EComp: die thans selfs als een waardig meede lid in uw Hoog Edelens Jllustre vergadering zit, door diergelyken declaratie van Uw Hoog Edelens Gedekt Geworden tegens de voorgenomen actie van den toenmaligen advocaat fiscaal; Schoon die daar toe insgelijks bij vonnis van den Agtbaren Raad van Justitie last en ordre hadde, en dewijl de omstandighee„ „den van dat voorval Genoegzaam over een „komen met dit van mij, zoo leef ik ook in 163 in het vaste vertrouwen, dat ik van Uw Hoog Edelens die selfde gunste Genieten zal. Dog bij aldien het tegens mijne verwagting anders uijtvallen, en ik niet tegenstaande mijne ootmoedige beede, Genoodzaakt werden mogte mijne al voor ses jaaren volbragte Com„ missie voor den Agtbaren Raad van jus„ „titie nader temoeten verantwoorden, en teffens bloot te staan voor de baldadighee„ „den van sulk een onwaardig subject als deeze van Seijfferth die nog niet eens aangesprooken is over, veel min G'absolveert van zoo veel Schandelijke bedrijven, en selfs Groove misdaden „door als „ de Geweezen fiscaal Thierens bij het voormelte berigt hem ten lasten Gelegt, en met de egtste stukken genoeg„ saam beweezen heeft. Dan verzoek ik in de tweede plaatze: dat ik met het aller eerste schip mijne verlossing van hier naar Batavia erlangen mag. want ongereekent de onmogelijkheid dat ik, bij den last der proceduuren, mijn ampt nabehooren en tot Genoegen van Uw Hoog Edelens

NL-HaNA_1.04.02_3266_0358 view scan ↗

English

Honorable will be able to hold, so the matter is also of far too great importance to me for me to dare to entrust the execution of it to another. And even if I were willing to proceed with this, I am nonetheless unable to write proper instructions for my attorneys, as I lack the necessary papers, which I will first have to request and obtain from Your Right Honorables upon my appearance in Batavia. I also very humbly request that, in such a case, all the other members of the Padang ministry may be summoned to Batavia at the same time as me. For with regard to van Seijfferth, nothing was done there locally by separate verbal or written orders from me or anyone else alone, but according to well-reasoned and unanimous resolutions of the entire assembly. Consequently, not only I, but all members together ought to appear before the judge, in the event that it should be necessary for them to answer to the unfounded claims that van Seijfferth charges against me and that entire College. Necessity forces me to make this multiplication of my petitions. But I still hope, however, that the first alone will be sufficient to obtain a favorable disposition for me, and thereby make the others unnecessary. For I have served the Honorable Company for far too long in weighty offices and matters, and Your Right Honorables have all too often expressed their satisfaction, and also demonstrated it in deed, regarding my maintained conduct and actions, for this not to be taken into consideration and procure for me that protection which I may reasonably expect. And resting assured in this desired prospect, I merely add herewith, solely for Your Right Honorables' perusal, the copies both of the aforementioned writ and of the reply that I gave to it. And for the rest, I remain with the utmost respect. Underneath stood: Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, and Honorable Sirs: Your Right Honorables' very humble and obedient servant. Was signed: C: L: Senff. In the margin: Cochin, the 10th of April 1769. Agrees, H Schult J Danincken Secretaries Of Justice of the Castle of Batavia; The First Bailiff, or other capable person being properly qualified for this purpose, is requested hereunto. Greetings. The President and Councilors. We have received the humble petition of Christiaan Ernst van Sijffert, junior merchant and former Resident of Adjer Hadja, informing us: Article 1. How the ministers of Padang, Upon alleged complaints, however unfounded, To his inner pain and soul's grief, 4. Had made him experience. That Their Right Honorables had thought fit, by Resolution dated 16 December 1763, to enjoin the Fiscal at that time to take action against the petitioner ex officio. Which was also done by the same, Civil detention in the Honorable Company's jail requested, granted, and The petitioner was brought therein on 23 December in the year 1763, 8. And was still housed there. 9. That subsequently, before this Council, between 10. Mr. Wouter Rudolph van Senden, ex officio, as plaintiff and renderer of account, And the petitioner as defendant, debater, and detained person, 12. Had arisen 13. A very laborious and voluminous lawsuit. 14. Upon which, on 29 July of this year, followed the sentence of this Council. Whereby the petitioner was condemned 16. To pay to the plaintiff ex officio and renderer of account on behalf of the Company 17. The claimed sum of 59,685 florins and 6 stivers, 18. Which the petitioner was said to have under-accounted to the Honorable Company on his administration, 19. According to the revised account of 15 August in the year 1764, 20. Signed by Thierens and Douglas. 21. Subject to deduction, however, not only 22. Of such 3,566 florins as from the monies put out among the natives at Adjer Hadja 23. By the petitioner, 24. Since the aforementioned 15 August, or by the year 1765, 25. Were received at Padang by the ministers, according to a letter of 15 March in the year 1766, 26. But also at the same time of such monies 27. As were collected after that time, 28. Or shall be shown by the petitioner as having to serve toward reducing the aforesaid debit. 29. And this with the costs. 30. Furthermore, by the said sentence, there was reserved to him, the petitioner, 31. Such action for costs, damages, suffered injuries, insult, and disgrace 32. As the petitioner might think to have upon and against the ministers of Padang, 33. To institute the same anew before this Council. 34. That he, the petitioner, by virtue of the aforesaid reservation, 35. Now considers to have obtained the right, and the time to have come, 36. To institute his action, both on account of costs, damages, and suffered injury, insult, and disgrace, against the aforementioned ministers of Padang, 37. Namely: 38. Christiaan Lodewijk Senff, Director of Surat, as former Commander of the West Coast; 39. Hendrik van Staveren, present Commander, at that time First Administrator, and First Commissioner on the Commission of Adjer Hadja; 40. Jan Anthonij Thierens, First Fiscal and Cashier, afterwards Second Administrator, 41. And now Merchant and First Administrator; 42. Roeland Palm, junior merchant, first Second Administrator, and now Chief of Poulo Chinco; 43. And Jan Boudewijns, junior merchant and Secretary of Policy, formerly Second Commissioner on the Commission of Adjer Hadja and now Resident of Aijer Bangis; 44. Must institute. 45. As being the same 46. The material cause of the petitioner's present 47. Miserable and deplorable state. 48. Because they, the petitioner, 49. Thrust him out of his prosperity and property, 50. And also, in an unheard-of manner, 51. Totally ruined him.

Dutch transcription

Edelens zal bekleeden kunnen, zoo is de zaak ook voor mij van al te veel aangelee¬ „gentheid, dan dat ik de uijtvoering daar durven. van aan een ander zoude toevertrouwen zade En schoon ik hier toe al wilde treeden, ben ik egter onvermogens voor mijne Gemagtigdens eene behoorlijke Jnstructie te schrijven, alzoo mij de noodige papieren ontbreeken, die ik bij mijn verschijn te Batavia eerst van uw Hoog Edelens zal verzoeken en erlangen moeten ook verzoek ik zeer ootmoedig, dat in zulken Gevalle, alle de overige leeden van't Padangse ministerium, met mij tegelijk naar Batavia op ontboden mogen werden. want ten opzigte van van Seijfferth is daar ter plaatze niets Gedaan, bij aparte mon„ „delinge of schriftelijke ordres van mij, „ van of „ iemand anders alleen, maar volgens wel beredeneerde en Eenpaarige besluijten van de Gantsche vergadering. en bij gevolg kan ook niet ik alleen, maar alle leden tesamen dienen voor den regter te verschijnen bij aldien het noodig mogte zijn, datze antwoorden 164 antwoorden moesten, op de ongegrond te vorderingen die van Seijfferth mij, en dat Gantsche Collegie ten lasten legt. De nood dwingt mij, deze vermenigvuldiging mij„ ner instantien temoeten maaken. maar ik hoop egter nog, dat de eerste alleen Genoeg zal zijn, om voor mij eene Gunstige dispositie te verwerven, en daar door de anderen nitteloos te maa„ „ken. want ik heb D EComp: al te lange Gedient in Gewigtige ampten en zaaken, en uw Hoog Edelens hebben al te dik„ „wils hun Genoegen betuijgt, en ook met er daat betoont over mijn Gehou„ den Gedrag en verrigtingen, dan dat zulks niet in aanmerking komen, en voor mij die protexie bezorgen zoude die ik met reeden verwagten mag. En mij op deeze Gewenschte vooruijtzigt Gerus„ „tende, zoo voeg ik eenelijk nog tot specula„ tie van uw Hoog Edelens hier nevens de afschriften zoo van het voormelte mandament, als van het antwoord dat Nagesien dat ik daar op Gegeven, heb. en ik blijf voor 't overige met de uijtterste eerbied. /onderstond:/ Hoog Edele Groot Agt„ „baare wijdgebiedende Heere, en wel Edele Heeren: uw Hoog Edelens zeer ootmoedige en onderdanige Dienaar /was Getekend/ C: L: Seuff, /in mar„ „Gine:/ Cochim den 10. ' April 1769; Accordeert H Schult J Danincken t ƒ secret:s 165. van Justitie des Casteels Batavia; den Eersten Deurwaarder, of ander bequaam persoon, daar toe behoorlijk Gequalificeert sijnde hier toe ver„ sogt. Salut. Den Praesident ende Raaden Wij hebben ontfangen de ootmoedige supplicatie van Christiaan Ernst van Sijffert, onderkoopman en geweesen adjer hadjase Resident, ons te kennen gevende. art:o 1. Hoe de ministers van Padang. Den suppliant op pretense klagten hoe on„ „gegrond ook. tot zijn innerlijke smerte en ziels verdriet. 4: hadde doen ondervinden. Dat Haar Hoog Edelheedens hadden goed gevonden, bij Resolutie van dato 16: xber: 1763: den fiscaal te diertijds te injungeeren, tegens den suppliant 3: Rat: 2: 5: Rat: off: te ageeren. 't welk ook door den selven gedaan Gijzeling in 'sComp:s boeijen versogt, verleent, en der Supp:t den 23: December A„o 1763: daar ingebragt 8: En als nog Gelogeert was. 9: dat vervolgens voor deesen Rade tusschen. 10: M=r Wouter Rudolph van Senden Rat: off als Eijsscher en Rendant van Reekening. Ende den supp:t als gedaagde debattant en Gegijselde. 12: was ontstaan. 13: Een seer opereus en volimineus proces. 14: waar op den 29:' Julij deses Jaars is gevolgd sen„ tentie van deesen Raade. Waar bij den suppliant gecondemneert ge„ 11: „worden 7: 15: 166 worden. aan den Rat: off Eijsschen en Rendant ten be„ „hoeve van de Compagnie te betaalen. 17. de G'Eijschte somma van florijnen 59685:—6: 18: Die den suppliant op sijn administratie aan D' E: Comp: te min verantwoord soude Gehad hebben. Blijkens verbeterde Reekening den 15:' aug=o A:o 1764:— 20: Door Thierens en Douglas geteekend. 21: onder afslag nog tans niet alleen. 22: van sodanige florijnen 3566: als van de onder de inlanders tot adjer hadja. 23: door den suppliant uit gezette gelden. 24: zedert voor Genoemde 15: aug:s off met A:o 1765:— 19: tot 16: tot padang door de ministers. 25: volgens schrijvens van den 15:' maart A„o 1766: sijn ontvangen. 26: Maar ook teffens van sodanige Gelden. 27: als na die tijd nog ingepalmt 28: of door den supp:t aangetoont sal werden, ter min„ „dering voorsz: debet te moeten strekken. 29: En sulx met de Costen. 30. Zijnde verders bij Gemelde sententie aan hem suppliant gereserveert. 31: soodanige actie van kosten, schaden, geleeden injurien, smaad, en Schande 32: als den supp:t op ende Jegens de ministers van Padang soude vermijnen te hebben. 33: Om die Rauwelijx voor deesen raade te institu„ „eeren eeren. 167 Dat hij supp:t uijtkragte van voorsz: reserve. als nu vermeent het regt verkreegen te hebben, en de tijd Gebooren te zijn. 36: om sijn actie soo weegens Costen, schaden, als geleeden injurie, smaat, en Schande, tegens de ministers van Padang voormelt. 37: in naamen. 38: Christiaan Lodewijk Senff directeur van souratta, als geweesen Commandeur van de west Cust. Hendrik van Staveren tegenswoordig Commandeur, hertijds eerste administrateur, en Eerste Commissiant bij de Commissie van adjer hadja. 40: Jan Anthonij Tievens Eerste fiscaal en cassier naderhand tweede administrateur. 35: 34: 41: 39: En nu Coopman en Eerste administrateur 42: Roeland Palm onderkoopman, Eerst tweede ad„ „ministrateur, en nu opperhoofd van poulo Chinco. 43: En Jan Boudewijns onderkoopman en secretaris van Politie, tweede Commissiant Geweest bij de commissie van adjer hadja en nu Resident van aijer bangis; 44: te moeten institueeren. 45: als waeren deselve. 46: de wesentlijke oorsaak van des suppliants jegenswoordige. 47: Elendige en beklagens waerdige staat. 48: Dewijl sij hem suppt. 49: uijt zijne welvaart, en goed gestooten. 50: mitsgaders hem, op Een ongehoorde wijze 51: finaal geruineerd hebben 41: 52:

NL-HaNA_1.04.02_3266_0369 view scan ↗

English

168 so that the petitioner, now with all justice, reason, and equity, could and may conclude against them jointly or each of them individually: To the satisfaction of the following sums: 1st. On account of a statement of damages which allegedly was caused by the said ministers, Rds. 21435: 36. 2nd. According to an account of outstanding debts prevented by them, so that the natives did not pay them, 16927: 26. Subject, nevertheless, to said ministers retaining their recourse against the natives. 3rd. That which the petitioner could have profited in these years and two months had he remained in his post, calculated from what the petitioner gained in the preceding three years, namely 1758, 1759, and 1760, amounting to Rds. 30554: 32. 4th. On account of damages on the vendue goods sold, to the charge of Thierens alone as unqualified sequestrator, 2184: 14. 5th. According to current account to the charge of Hendrik van Staveren, 472: 41: 8. 6th. For six years and two months of salary at 40 guilders a month, amounting to 1233: 16. 7th. Three years and seven months in the Company's irons, consumed daily: 24 stivers for food, 1/2 bottle of wine, and 3 stivers daily for coffee and tea, 1062: 26. 8th. For injuries, defamation, and disgrace suffered and undergone by the petitioner, 4000: —, 169 to be paid out one half for the benefit of the Dutch Reformed, and the other half to the Lutheran diaconate poor of this city, these amounting to a sum of Rds. 77870: 47: 8. In order to obtain which the petitioner has addressed himself by petition to this Council, requesting to that end our provision; so it is that we hereby commission you to proceed to the persons and the residences of the aforesaid Christiaan Lodewijk Senff, Director of Souratta, Hendrik van Staveren, Commander of the West Coast, Jan Anthonij Thierens, Merchant and First Administrator, Roeland Palm, Head of Poulo Chinco, and Jan Boudewijnsz, Resident of Aijer Bangies, and to order and command them jointly, or each of them individually, in the name and on behalf of the High Authority, to satisfy to the so deplorably ruined petitioner the aforementioned entries amounting to Rds. 77870: 47: 8, as well as to pay the costs incurred herein; and in case of opposition, to summon the opponents to appear or to send proxies before this Council against the first Wednesday in April Anno 1768, at half past seven o'clock in the morning, to hear such claim and conclusion as the petitioner shall wish to make and take on the day of the hearing regarding the aforesaid matter, to answer thereto, and further to proceed according to law. Leave a copy of this with each of the defendants and report to us your proceedings in writing. Done at Batavia on the island of Great Java, the 14th of August 1767. By my Lords the President and Council of Justice of the Castle Batavia. Beneath was written: Known to me. Was signed: G. J. Welgevare, Secretary. 170 Secretary. In the margin stood: the great seal of this Council pressed in red sealing wax. Under which was written: By order of the Right Honorable, Valiant Lord President. Was signed: G. I. Welgevare, Secretary. Beneath was written: Conforms. Was signed: C. Hartman, qualified clerk. The hostage Christiaan Ernst van Cijffert having represented that he was indirectly informed that his requisition letters obtained from the Council of Justice at Souratta for the execution of the above warrant had not yet been delivered up to the departure of the last ship from there, and consequently the case could not be heard on the appointed court day, requesting that, for reasons thereof, the said requisition letters and warrant might be dispatched anew; so it is that it has been deemed fit to condescend therein, and the court day is now hereby extended until the first Wednesday in July Anno 1769. Examined. Done the third of August 1768. Beneath was written: Known to me. Was signed: G. I. Welgevare, Secretary. Beneath was written: Conforms. Was signed: Aartman, qualified clerk. Daunicken. G. H. Schutt, Secretary. Conforms. pr. 171 To The Lord President and the members of the Honorable Council of Justice of the Commandery of Mallabaar. Honorable Lord and Lords. The Warrant of raw action dispatched by the Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia under the dates of 14 August 1767 and 3 August 1768, I have duly received through the address of Your Honors. I have read the same and well understood its contents, but I am unable to comply with it in whole or in part. For firstly, I have never had any private business outstanding with the person of Christiaan Ernst van Seijfferth, former Resident of Adjerhadja, nor have I ever owed him anything, much less still owe him anything now, and therefore, being able to say with justice that he has no claim against me, I also do not consider myself obligated to pay him anything. Secondly, it is utterly impossible for me to appear in person on the appointed day before the bench of the Honorable Council of Justice at Batavia, as I have been placed anew in a commission by Their High Mightinesses, the High Authority of these lands, from which I may not depart without having obtained their special permission. Thirdly, I am also unable to send proxies in my stead, because for lack of the necessary papers I cannot give them proper instructions. And fourthly, I also do not deem myself competent to answer alone for something that concerns the entire ministry

Dutch transcription

52: 168 soo dat de supp:t als nu met alle regt Reeden en billijkheijt. 53: tegens deselve te samen of Een ieder van hun in 't bijzonder. 54: konde en vermag te concludeeren. 55: Tot voldoening der natemelde Sommens. 56: 1:e weegens een schaaden Reek: welk door gem: ministers veroorsaakt soude zijn rd:s 21435: 36. 57: 2:e volgens Een reekening van uijtstaan„ „de schulden door deselve belet, dat de inlanderen die niet betaalt hadden - - „ 16927:26: 58: Behoudens nogtans aan Gem: minis„ „ters hun Guarand op en tegens de inlanderen. - - - 3:e Het Geen den supp:t in deses Jaaren en twee maanden soude hebben kon„ nen profiteeren, indien hij in sijne plaats 59: plaats was Gebleeven, gerekent van het Geen den supp:t in de voorgaan„ „de drie jaaren te weeten 1758: 1759: en 1760: heeft gewonnen bedraagt. . rd=s 30'554: 32: 4:e wegens schade op de verkogte ven„ dutie Goederen, ten Laste van thie„ „rens alleen als ongequalificeerde sequester 61: 5:e volgens Reek: Courant ten lasten van Hendrik van Staveren „ 472:41:8. 6: voor ses Jaar, en twee maanden gagie â 40: Guld:s smaands bedraagt „ 1233: 16:— 63: 7:e Drie jaar en seven maanden in 'sComp:s boeijen, verteerd 's daags 24 stx„s voor leten ½ bottel wijn en 3: stv=s daags voor Coffij thee- 8:e voor geledene in jurien, smaand, en schande, den supp:t ondergaan „ 4000:— 64: „ 1062: 26:— 62. - „ 2184: 14: 60: 65: 65: 169 uijttekeeren de Eene helft ten be„ „hoeve van de nederduijtsche Gere„ „formeerde, en de andere helft aan de Lutersche diaconie armen deser. steede bedragen sulx Een somma van rd:s 77870: 47: 8. om welks te Erlangen den supp:t sig bij requeste geaddresseert heeft aan deesen Rade versoekende ten dien Eijnde onse provi„ sie, soo is 't dat wij vw Committeeren mits deesen te trekken aan de persoo„ nen, en de ter woonsteede van de voorsz Christiaan Lodewijk Senff, direc„ „teur van Souratta, Hendrik van staveren Commandeur van de west Cust. Jan Anthonij Thierens Coopman en Eerste administrateur. Roeland Palm opperhoofd van Poulo chinco, en Jan Boudewijnsz: Resident van aijer bangies, en henlieden te samen, of Een ider van hun in 't bijsonder, uijt naam ende van wegens de hooge overigheid 1:8. overigheid te gelasten en te ordonneeren, om aan den soo Jammerlijk Geruineerde supp:t, de hier voorgemelde posten, ten bedrage van rd=s 77870: 47: 8. te voldoen, als meede te betaalen de costen hier om„ „me Gedaan, en de in cas van oppositie, dagvaart de opposanten te Compareeren of gemagtigdens te senden, voor deesen Raade Jegens den Eersten woensdag in april A:o 1768: des morgens ten half agt uuren omme te aanhooren soda„ „nigen Eijsch en Conclusie als den supp=t ten dage dienende ter saake voorsz: daar sal willen doen en neemen, Jegens te antwoorden en voorts te procedeeren als na regten, Laat aan ider van de ged=ens Copia deses en relateert aan ons uw wedervaaren in geschrifte Gedaan tot Batavia op het Eijland groot Java den 14: aug:o 1767: Bij mijne Heeren den Praesi„ „dent ende Raaden van Justitie des Casteels Batavia /:onderstond:/ Jn kennisse van mij /:was getekend:/ G: J: welgevare secret:s 170 secret:s /:ter zijde stond:/ het groot zegel van deesen Raade in Roode Lak gedrukt /:waar onderstond:/ ter ordonnantie van den wel Edele Gestr: Heer praesident /was getekend:/ G: I: welgevare secretaris. /onderstond:/ Accordeert /:was getekend:/ C: Hartman g Clerq: Den gegijselde Christiaan Ernst van Cijffert te kennen gegeeven hebben„ de, dat van ter zijde was geinformeert dat zijne Geobtineerde Letteren Requisitoir aan den Raad van Justitie te Souratta, tot het doen Exploicteeren van het bovenstaande mandament, tot op het vertrek van het laat„ „ste schip van daar, nog niet besteld waaren, en gevolgelijk de zaak op de bepaalde regt dag niet heeft konnen dienen, met versoek, dat om redenen van dien, de gemelde Letteren requisitoir en man„ „dament, andermaal g'Expedieert, mogte worden; soo is goed gevonden daar in te Condes„ „cendeeren, en de regt dag als nu bij deese te verlengen tot op den Eersten woensdag Nagesien woensdag in Julij Anno 1769:— Actum den derde aug=o 1768: /:onderstond:/ inkennisse van mij /was getekend:/ G: I: welgevare secretaris /onderstond:/ Accordeert /:was getekend:/ Aartman G:Clerq. Daunicken G H Schutt secret:s accordeert. pr 171 Aan Den Heer Praesident En de leeden van den Agtbaaren Raad van Iustitie des Commande„ ments Mallabaar E: Heer en Heeren. Het Mandament van Rauw-actie door den Agtbaren Raad van Justitie des Casteels Batavia sub datis 19. ' Aug: 1767: en 3=en Aug: 1768: G'expedieert, heb ik door ad= „dresse van Uw Ed:s wel ontfangen. Jk heb het zelve Geleezen en dies inhoud wel verstaan. maar ben onvermogens daar aan in't Geheel of voor een Gedeelte te voldoen. Want voor Eerst: zoo heb ik met de perzoon van Christiaan Ernst van Seijfferth Geweezen resident van Adjerhadja nooit nooit in 't particulier eenige uijtstaande zaaken Gehad, ook ben ik aan hem nooit iets schuldig geweest veel min thans nog Schuldig en daarom met regt kunnende zeggen dat hij niets van mij tevorderen heeft zoo agte ik mij ook niet verpligt iets aan hem te betalen. Ten Sweeden: Is het voor mij volstrekt onmogelijk ten Gestelden dage voor de Regt bank van den Agtbaren Raad van Justitie te Batavia in perzoon te verschijnen. alzoo ik door Haar Hoog Edelens de Hooge overigheid dezer Landen op 't nieuw in een Commissie ben Gesteld. waar uijt ik niet scheiden mag sonder Derzelver speciaale permissie te hebben erlangt. ook Ten Derden: Ben ik „ onvermogens in mijne plaatze Gemagtigdens tezenden, door dien ik uijt Gebrik aan de noodige papieren aan dezelve Geene behoorlijke Jnstructie Geven kan. En Ten vierden: agte ik mij ook niet bevoegt alleen te antwoorden op iets dat het Gantsche minis

NL-HaNA_1.04.02_3266_0377 view scan ↗

English

concerns the administration of Padang. For with respect to van Seijfferth, nothing has been done there except what the Master's service necessarily required. In like manner, nothing concerning this has been executed by separate, verbal or written orders from me or anyone else alone, but according to well-reasoned and unanimous decisions of the entire assembly. Consequently, all persons ought also to appear together before the judge in the event that it might be necessary for them to answer to the unfounded claims that van Seijfferth seeks to bring against that body. This is in brief my respectful answer that I am able to give to the aforementioned summons. I request that the same, by Your Honours' address, may reach the Honourable Court of Justice of the Castle of Batavia at the earliest opportunity. While I remain with respect, stood below, Honourable Sir and Gentlemen, Your Honours' humble servant, was signed, C: L: Senff. In the margin: Examined D Schutz Secretary Cochin the 10th of April 1769. In the margin: Agrees [illegible] Number 4. Batavia Secret letters To His Honour, The Right Honourable, Severe, Great, Worshipful, Lord, Petrus Albertus van der Parra, Governor General and the Worshipful Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honourable, Severe, Great Worshipful, Widely Ruling Lord, and Worshipful Gentlemen! We have had the honour of duly receiving your Right Honours' highly revered duplicate secret letters of the 28th of September and the 11th of November of the past year, in response to the secret letters sent from here in reverence, that is, on the last of March, the 4th of April and the 5th of July of last year. And we do not doubt but that the subsequent secret letters dispatched in all submission under date of the 15th of October following, a copy of which lies beside this, will in the meantime also have been delivered to your Right Honours, and that Your Honours will have observed therein the changed circumstances of the warring parties around these regions. Namely, that the Nawab Hyder Ali Khan has driven the English out of Honore as well as Mangalore, and has thus cleared the Canarese kingdom of his enemies; and that he subsequently marched again toward Bangalore, and caused the combined army of the English and of Muhammad Ali to raise the siege of Bangalore to such an extent that they had retired an hour from there and were awaiting reinforcement from Madras, where rumours held that a large European force had arrived with the arrived European ships. However, time has taught that the reinforcement received from Europe was far from being as large as the statement of the English gentlemen. Nevertheless, upon this received assistance, the combined army advanced a second time before Bangalore, but with a worse outcome than before; for they were attacked so heavily both from within the fortress and from without by the army of the Nawab Hyder Ali Khan at the same time, that they had to retire hastily from there with the loss of many men; being pursued by the Nawab's forces into the country of Muhammad Ali, where they shut themselves up in the strongholds and left the field to Hyder Ali Khan. Meanwhile, this defeat was of such consequence that thereupon all the places conquered by the English passed again to the Nawab Hyder Ali Khan, and the garrisons therein were partly massacred, and partly sought safety in flight. At Coimbatore, the English garrison was surprised by the Nawab's cavalry and utterly cut to pieces, among whom were fifty Europeans with some officers, who, having received intelligence of this at Palakkad, retreated in time to the Malabar Coast, consisting of two European captains with 300 Sepoys, who, having been refused passage by the Zamorin's territory, passed through the Travancore inland territories under the name of troops of Muhammad Ali to Anjengo, and from there further to the Madurai region; they being provided with free food and lodging everywhere throughout the entire journey through the Travancore lands by order of His Travancorean Highness. Hyder Ali Khan, having thus cleared the Mysore territory of his enemies, is now on the march with his army toward Tiruchirappalli and the Madurai region, and has on the way overtaken and caused to be cut down two thousand Sepoys of Travancore, who had been sent as auxiliary troops to Muhammad Ali and had been garrisoned in a province of Mysore bordering the Madurai country, of whom only 15 heads are said to have returned to Travancore, to the great consternation of His Highness, who did not at all expect this reversal of war fortune, and can also promise himself little good from it if the English with their ally Muhammad Ali do not find a speedy means to repair their deteriorating affairs, so that Travancore might well come to regret its deep engagements with the British gentlemen and the aforesaid Nawab of Tiruchirappalli. Meanwhile

Dutch transcription

172 ministersum van Padang raakt. want ten opzigte van van Seijfferth is daar ter plaatze niets Gedaan. dan het Gunt Smees„ „ters dienst noodzaakelijk vereijscht heeft Jngelijker voegen is daar omtrend niets uijt„ gevoert bij aparte, mondelinge of schrifte„ lijke ordres van mij of iemand anders alleen, maar volgens welbereedeneerde, en eenparige besluijten van de Gantsche ver„ „gadering. en bij Gevolg dienen ook alle lieden tezamen voor den regter te verschijnen bij aldien het noodig mogte zijn datze antwoor„ den moeten op de ongegrond te vorderingen die van Seijfferth dat Collegie ten lasten soekt te leggen. Dit is in't kort mijn Eerbiedig antwoord dat ik in staat ben op het voorm: manda„ „ment te Gieven ik verzoek dat hetzelve door Uw Ed=s addresse bij eerste Geleegent„ „heid Den Agtbaren Raad van Justitie des Casteels Batavia Geworden mag„ Terwijl ik met agting blijve /onderstond/ E: Heer en Heeren, Uw Ed=s ootmoedige Dienaar /was Get/ C: L: Senff, /in margine/ Nagesien D Schutz secret:s Cochim den 10. April 1769; /in margine/ Accordeert amnieken N„o 4. 173 Batavia secreete missives Aan zijn Edelheid, Den Hoog Edelen, Gestrengen, Groot, Agtbaren, Heere. Petrus Albertus van der Paria, Gouverneur Generaal en de wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia. Hoog Edele, Gestrenge, Groot Agtbaare, wijd„ Gebiedende, Heere, en Wel Edele Heeren! Wij hebben de eere Gehad in ontfangt van Haar hoog Edelh:s duplo wel te ontfangen uw Hoog Edelheedens hoog Gevenereerde secreete Secreet missives en missives van den 286:' 7ber: den 11:' geber: men hoopt dat de brief van 15: october bestelt zal zijn. van den oorlog tusschen ander alijchan, en de Engelschen. anno passato, in antwoord op de van hier in eerbied versondene secreete brieven, in dat is ultimo Maart 4:' April en 5: Julij des verleeden jaars, en ij twijffelen niet of de nader in alle submissie afgevaardigde se„ creete letteren in dato 15:' october daaraan, waar van het afschrift hier bijsijden Legt, zullen intusschen uw Hoog Edelheedens meede bestelt en hoog deselve daar bij ontwaard heb, „ben de veranderde omstandigheeden dan oorlogende parthijen om deese wat daarbij beseelt is ten opsigte Contrije; namentlijk, dat den Nabab Hider Alrchan; de Engelschen zoo wel uijt oenoer als Manga„ „loor heeft verdreeven en dus het Canareese rijk van zijne vijanden gesuijvert, en dat vervolgens weder na Bengaloer is opgetrokken en het geconjugeerde leger der Engelschen 174. Europa is zoo groot niet geweest als hun opgave. de Engelschen rukken weder voort bengaloer. Engelschen, en van Mahomet Dellij de belegering voor Bengaloer heeft doen opslaan, zoo verre dat deselve zig een uur van daar hadden gere„ „tireert en Secours van Madrast waren afwagtende, alwaar de gerug¬ „ten wilden, dat een groote Europee„ het secours der Engelschen uijt se magt was aangekomen met de g'arriveerde Europeese Scheepen, dog den tijd heeft geleert, dat het bekomen secours uijt Europa verre zoo Groot niet is geweest als de opgave der heeren Engelschen; egter is het Geconjugeerde leger op dese bekome onderstand anderen maal voor Bengaloer Gerukt, maar met een slegter Gevolg als bevoorens; alsoo deselve zoo van binnen de fortresse, als van buijten door het leger van den Nabab Aider Alij Chan tegelijk zoodanig zijn aangetast, dat van daar 8 moeten van daar retireeren en den Nabab het veld laten. die de plaatsen door de Eng „gelschen geconquesteert. weder in besit neemt. te coimbetoer gemassacreert. daar haastiglijk hebben moeten retireeren met verlies van veel volk; wordende door de Nababse vervolgt tot in het land van Ma„ „homet Dellij, alwaar zij zig in de vaste plaatsen hebben opgesloo„ „ten en Aider Alichan het veld gelaten; intusschen is deese nederlaag van dat gevolg geweest, dat daarop alle de geconquestreerde plaatsen der Engelschen, weder aan den Nabab Aider Alichan zijn overgegaan, en de besettingen daarin deels zijn gemassacreert, en deels een goet heen komen hebben gesogt; te Coimbetoer is het Engels quar„ „nisoen door de ruijterije van den het guarnipen der Engelschen Nabab overvallen, en ten Eene„ maal in de pan gehakt waar onder vijftig Europeesen met eenige hoofden, die te Lallicat„ cherij hier van de weet bekomend „de 175 en dat van pallicatcherij over de mallabaar geretireert. en bij Jrevancoor wel ont„ „haalt. optogt van aider alij chan„ na Grisnapallij en madure„ „de hebben zig bij tijds geretireert na de Mallabaarse Cust, bestaande in twee Europeese Capitains met 300: Sipais, die door het sammo„ „rijnse den doortogt Geweigert zijn„ „de, door de Trevancoorse binnen landen onder de naam van trou„ „pen van Mahomet Dellij Ge„ „passeert zijn na Ansjenga, en van daar verder na het Madu„ „reese; werdende deselve den Gehee„ „len togt door de Trevancoorse Landen op ordre van zijn Trevan¬ coorse hoogheid overal vrije kost en Logies besorgt; Mider Alichan het Mai„ soerse dus van zijne vijanden gesuijvert hebbende, is thans met zijn leger in optogt na Trisnapal„ lij en het Madureese, en heeft onderweegs twee duijsent Sipais van Trevancoor, tot hulptroupen aan aan Mahomet Dellij Gesonden 2000: man hulp troupen van Jrevancoor ter needer gemaakt ontsteltenisse van zijn hoogh:t en in eene provintie van het Maisoerse aan het Madureese greensende in besetting geleegen hebbende agterhaald en ter needer laten houwen, waar van alleen 15: koppen weder bij Trevancoor zouden zijn terug gekomen, tot groote ontsteltenisse van zijn hoog heid, die deese om wenteling der oorlogs fortuijn Gantsch niet ver„ wagt, heeft en zig daarvan ook niet veel goeds beloven kan, zoo de En„ „gelschen met hun bondgenoot Mahomet Dellij geen spoedig mid„ del vinden om hunne agteruijt„ „gaande zaaken te herstellen, dus Trevancoor wel beroúw zoú kúng „nen vinden over zijne diepe en„ „gagementen met de heeren britten en voorschreeven fritsnapallijsen Nabab. — Jntusschen

NL-HaNA_1.04.02_3266_0389 view scan ↗

English

Nothing has come of an attack on Cannara by the English. Aider Alijchan takes an English gurab and a paal. The English cruise the Canarese coast with two ships. In the meantime, nothing has come of the equipping of a fleet at Bombhaij to make another incursion into the Canarese kingdom; since for the intended attack, the ships coming directly from Europe to Bombhaij brought only few men, and those who arrived via Madrast landed their troops at the aforementioned place; on the contrary, the fleet of Aider Alijchan has reappeared and has taken an English three-masted gurab and a paal and brought them to Mangaloor, against which the English gentlemen have taken measures by equipping two sturdy ships at Bombhaij and making them cruise along the Canarese coast to secure their private shipping, upon whose arrival the fleet of Aider Alichan sailed back into the Mangaloor river. Aderagia's actions in the Colastrij kingdom. Remains the victor. Aderagia seems to establish his rule more and more in the Colastrij kingdom, of which that ruler has captured and possesses all fortified places; the Colastrij princes in November gathered a small army with the help of the English at Tallicherij and took a chance with it to restore themselves in the kingdom, also capturing some places, but upon the arrival of Aderagia with fresh reinforcements from his bazaar, they had to abandon everything again and seek a safe haven, and Aderagia returned again victorious to his bazaar. Colastrij is without land. Could not ask compensation for Carla from His Highness. And also because of its insignificance made no moves with the English. One is in peaceful possession of Caula. So that Colastrij is currently without land and without means and has no fixed place of residence, and thus one has not suitably been able to demand from His Highness the promised compensation for the damage inflicted by His Highness's troops upon our residents on the hill Carla; which is also so small that one has not sought to bring up difficulties about it with the English at Tallicherij, the more so because the ministry at Bombhaij has disapproved the conduct of the Tallicherij ministers, summoned the Chief from there, and thereby given us a tacit satisfaction, as it were. Now as for the hill Carla, according to cited secret letters dated 15 October of the past year, it was again yielded to the Company, occupied as before by the Company's men, and the farmer restored in his lease. Bad pepper delivery. What the true reason for the small delivery is. Regarding the pepper delivery, the most important matter for the Honorable Company on this coast, the Commander must testify to his regret that the collection of that commodity has been bad this year, caused by the King of Trevancoor not having been persuaded to continue the delivery as before, giving each time upon admonition good promises which remain without effect, and finally shifting everything onto a bad harvest; however, the true reason for this small delivery is much rather to be attributed to His Highness's far-reaching engagements with the English gentlemen and Mahomet Alijchan, through which on the one hand he must deliver more pepper to the former, although His Highness or his ministers deny this and pretend that the old fixed quantity of 1000 Candijlen of pepper is not even delivered to Ansjenga, and on the other hand, that His Highness, leaning on the aforementioned alliance and their advantage gained through arms, does not fear the resentment of the Company, and brings his pepper to market where he gets the most money, through which the Pandij merchants receive the most, and only 360243 lb has been delivered to the Honorable Company since March of the past year; His Highness still makes good promises that the delivery of the new harvest will continue and a large quantity of pepper will yet be delivered into the Honorable Company's warehouses; whether more reliance can be placed on this promise from Trevancoor than on the previous ones time will have to show, although in view of the changed circumstances of the times one may promise oneself a better fulfillment of it, because experience has taught that His Trevancoor Highness makes the pepper delivery as his interests seem to advise him; meanwhile one has tried in every way to keep Trevancoor in good humor, and therefore has not yet insisted on the razing of the thrown-up fortifications on the hill Cacotta, and on the other side of the river from the islands Moettoe, Coenoe, for which the circumstances of the times are also not at all favorable.

Dutch transcription

176 op Cannara door de Engelschen is niets gekomen. aider alijcken neemt een engelse goerap en een paal. de Engelschen bekruijssen de Canareese cust met twee Scheepen. Jntusschen is van het Equipee„ ren van een Vloot te Bombhaij om daarmeede andermaal een inval in het Canareese rijk te doen, niets gekomen; hebbende van de voorgenomen attacque de scheepen uijt Europa direct na Bombhaij Gaande maar weijnige manschap aangebragt, en die over Madrast zijn aan„ „gekomen hunne troupen op Gem: plaats aanland Geset; in te„ „gendeel is de vloot van Aider Alijchan weder ten voorschijn gekomen, en heeft een Engelsche drie mastige Goerab en een paal genomen en te Mangaloor opge„ „bragt, waar tegen de heeren En„ gelschen hebben voorsien door twee kloeke scheepen te Bom„ bhaij te Equipeeren en langs de Canareese Cust te doen kruijs„ „sen, om hunne particuliere vaart te aderagias bedrijven in het Colastrijse rijk. blijft overwinnaar. te beveijligen, op welkers aankom„ ste de vloot van Aider Alichan weder in de Mangaloorse rivier is Gezeilt; Aderagia schijnt zijn heerschappije hoelanger hoe meer tevestigen in het Colastrijse rijk, waar van dien regent alle vaste plaatzen vermeestert en in besit heeft; de Colastrijse princen heb„ ben in november met behulp der Engelschen te Jallicherij een le„ „gertje bij een gebragt en daar mede een kans gewaagt om zig in het rijk te herstellen, ook eenige plaatzen vermeestert, maar op de aankomste van Aderagia met een nieuw secours van zijn ba„ „saar alles weder moeten verlaten en na een Goed heen komen zoeken, en Aderagia is weder overwin„ „nende op zijn basaar terug ge„ „komen 177 vergoeding van Carla van zijn hoogheid kunnen vragen. en ook om dies geringheid geen bewegingen bij de Engelschen gemaakt. men is in het vreedig besit van Caula. „komen, invoegen Colastrij thans zon„ Colastrij is zonder land. der land en zonder middelen is en geen vaste verblijf plaats heeft, en dus niet gevoeglijk van zijn hoogheid hebben kunnen vorderen de beloofde schaade vergoeding door zijn hoogheids troupen aan men heeft niet gevoeglijk schipe onse opgesetenen op den heuvel Carla toegebragt; welke ook zoo gering „ is, dat men daarover geen moeije¬ „lijkheeden heeft zoeken op de baan te brengen bij de Engelschen te Jallicherij, temeer om dat het ministerie te Bombhaij het ge„ „drag van de Tallicherijse minis„ „ters heeft Gedisapprobeert, den Cheff van daar op - ontbooden, en ons daar door als stilswijgende satis„ „factie gegeven. Wat nu aanbelangt den heuvel Carla, zoo is deselve volgens geci„ „teerde secreete letteren in dato 15: 8ber slegte peper Leverantie. wat de ware reeden van de geringe leverantie is. 15:' october anno pass=o weder aan de Comp: ingeruijmt, door 'sComp„s vol„ „keren Gelijk bevorens beset, en den pagter in zijne pagt herstelt; Aangaande de peper Leverantie het aangelegenste poinct voor D E: Comp: ter deeser Custe, moet den Commandeur tot zijn leedweesen betuigen, dat den insaam van dien corl deesen Jare slegt is geweest veroorzaakt, door dat Den koning van Jrevancoor niet te beweegen is geweest om de le„ verantie gelijk bevoorens voort te set¬ „ten, gevende daar toe bij aanma„ „ning telkens goede beloften; die zonder effect blijven, en op het laatste, alles schuijvende op een slegt gewas; dog de ware reeden van deese Geringe leverantie is veel eer toeteschrijven aan zijn hoogheids verre gaande engagementen met 178 vervolg hoeveel peper aan D' E: Comp: deesen Jare gelevert met de heeren Engelschen en Maho„ „met Alijchan, waar door aan de eene kant- meerder peper aan de eerste moet leveren, hoe wel zijn hoogheijd of zijne ministers zulx ontkennen en voorgeven dat de oude bepaalde quantiteit van 1000: Candijlen peper niet eens tot Ansjenga word Gelevert, en andere „deels, dat zijn hoogheid steunende op het voorschreeven bondgenood„ „schap en hun behaald voordeel door de wapenen het ressentement van de Comp: niet en vreest, zijn peper te markt brengt daar het meeste Geld krijgt, waar door de pandijse kooplieden wel het meeste te beurt valt en aan de D'E: Comp: slegts zedert Maart A:o passato is gelevert 360243: lb:;, zijn hoogheid geeft als nog goede beloften, dat de leverantie van het nieuwe gewas zal nog een groote quantiteijt zal gelevert worden. waarom op de rasseening den opgeworpen sterktens te Caan„ „ganoor bij Jrevancoor niet aangedrongen s. niet gunstig g'oordeelt. zal voortgang neemen en nog een groote quantiteijt peper in haar Edele pakhuijsen besorgt werden, of nu op belofte van Jnevancoor dat deese belofte meerder staat temaken is als op de voorige, zal den tijd moeten leeren, hoewel men mits de veranderde tijds omstandighee„ „den zig daar van een betere na„ „koming mag beloven, om dat de ondervinding heeft geleert; dat zijn Trevancoorse hoogheid de peper lever„ antie doed, zoo als zijne belangens hem schijnen aanteraden, intusschen heeft men alle sints getragt Jrevan„ „coor in een goede luijm te houden, en daarom nog niet aangedrongen op de rasseringe van de opgewor„ „pen sterktens op den heuvel Ca„ cotta, en aan de overkant van de rivier van de eijlanden Moettoe, Coenoe, waar toe de tijds omstan„ de omstandigheeden zijn daar toe digheeden ook gantsch niet fa„ „vorabel

NL-HaNA_1.04.02_3266_0395 view scan ↗

English

179 Trevancoor wishes to build a warehouse at Porca close to the Company lodge. Why several Christian houses are pulled down. The pitiful state of the King of Cochim. Has, upon representations made against it, stopped the work. would be favorable, now that the Nawab's troops have again taken up post at Pallicatcherij and are making movements to descend towards the Mallabaar; those works are also falling into great decay, as they are neglected by the prince or his ministers and not maintained. In the month of November of the past year, the Porca resident Joussain reported that the Trevancoor people, close to the Company lodge at Porca, where the few Christians live who from ancient times have been considered to belong under the Company's protection and serve to the great convenience of the Company's servants, had marked off a place to build a warehouse there for the King of Trevancoor, and had also immediately set to work to open the foundations; that he, the resident, had protested against this and requested them to wait until he had made this known to Cochim, but to no avail, as they had proceeded and pulled down several Christian houses. We made representations against this to the King of Trevancoor and requested that His Highness be pleased to leave those Christians unmolested and choose another place further from the Company lodge for the construction of the projected warehouse, which had the result that His Highness promised to have the work stopped, as indeed happened, and since then no hand has been laid to the work. The King of Cochim is currently in a pitiable state; his northern lands, 180 His Highness's insistence regarding the 18½ villages. The Paliatty comes into the city and insists on the restitution of these villages. Delivers the deed of the former cession. which he reconquered from the Samorin with the help of Trevancoor, and for which the realms of Paroe and Mangattij were ceded to Trevancoor, are virtually governed by Trevancoor; the pepper is collected by its regidors with the help of Coenjegoettijs who are stationed there by Trevancoor, and from whom the ruler of Cochim cannot rid himself, so that His Highness of Cochim enjoys but few rights from those lands, about which His Highness indeed complains, but is in such awe of Trevancoor that he dares not bring this forward publicly as a point of grievance. His Highness, on the occasion of taking leave of the Commander and the first meeting with the Governor, repeated once again his old claim to the 18½ villages and requested their restitution, adding that he would send the Paliatty into the city to inform the Lord Governor further in this regard, just as the Paliatty indeed came into the city on the 10th of February last, or two days after the meeting; whereupon he delivered a written petition from His Highness of Cochim for the evacuation of the aforementioned 18½ villages and a copy of the deed whereby the same had formerly been ceded to His Highness, and very insistently requested that these villages might at last be returned to His Highness of Cochim according to the promise. Whereupon this minister insisted with so much earnestness that 181 Cession of those villages to His Highness of Cochim. The Commander expresses his regret that he has not been able to carry out the orders regarding the reduction. Because the critical circumstances did not allow it. Will submit his reflections on this further in person. The matter was brought into the council upon the proposal of the Governor. he seemed unwilling to depart from it, repeatedly appealing to the granted deed of cession, from which the right of His Highness was as clear as daylight; wherefore, being as it were compelled to make use of the esteemed qualification given by Your High Excellencies, we returned the aforementioned 18½ villages to His Highness of Cochim, in the hope that Your High Excellencies will be pleased favorably to approve this handover. Meanwhile, the Commander declares that he has always maintained the utmost sentiments of respect and submission for the highly wise orders of Your High Excellencies, and that he is consequently exceedingly sorry that he could not have the good fortune to carry out the orders regarding the demolition of the three forts of Coilang, Chettua, and Cranganoor; that it was the critical circumstances of the time, which he believes have not yet ceased, that kept him from proceeding with it, and although he believes, subject to the correction of wiser opinions, that the execution of these orders cannot yet conveniently be undertaken without danger of detrimental consequences, and he will have the honor to submit his reflections against it further to Your High Excellencies in person in a separate writing, he nonetheless brought this matter for deliberation before the council on the proposal of the Governor on the 18th of February last, and although the Governor was also of the opinion that the demolition

Dutch transcription

179 revancoor wil een pakhuis te porca laten bouwen digt bij 'sComp:s logie: vorabel zijn, nu de Nababse we„ „der op Pallicatcherij hebben post gevat en bewegingen maken om na de Mallabaar aftezakken; rakende die werken ook seer in vervall, als werdende door den vorst of zijne ministers Genegligeert en daar„ aan de hand niet gehouden; Jn de maand 9bev:de anno passato berigte den Porcase resident Jous„ „sain, dat de frevancoorse digt bij sComp:s logie te Lorca, daar de wei„ „nige Christenen woonen, die men van al oude tijden gerekent heeft onder 'sComp„s protexie te behooren en tot groot gerief van 'sComp„s be„ diendens strekken, een plaats had„ „den afgestooken om daar op een pak„ huijs voor den koning Trevancoor te bouwen en ook aanstonds aan het werk waren gegaan om de fonda„ „menten te openen, dat hij resident daar waarom verscheide christen huijsen onder de voet laat haplen. heeft op daar tegen gedaane beklagtijke staat van den koning van Cochim, daar tegen had Geprotesteert en ver„ sogt daar mede te wagten tot dat zulx na Cochim had bekent gemaakt dog zonder vrugt, dewijl deselve wa„ „ren voortgevaren, en verscheide Chris„ „ten huijsen onder de voet gehaald hadden; wij hebben daartegens bij den koning van Trevancoor vertoogen ge„ „daan en versogt, dat zijn hoogheid die Christenen Gelieve ongemolesteert te laten en een ander plaats verder van 's Comp„s logie te verkiesen tot den opbouw van het geprojecteerde pakhuijs, het Geen van dat gevolg Geweest is, dat zijn hoogheid be„ vertogen, het werk laten staaken. loofd heeft het werk te zullen laten staaken, Gelijk ook ge„ schied en zedert daaraan geen hand aan werk geslagen is. — Den koning van C„oochim verseert thans in een beklagens waar„ „digens staat, zijne noordse landen die 180 zijn hoogh:ts instantie om de 18½: doopen. die met behulp van Trevancoor van den Sammorijn heeft herovert en waar voor Trevancoor de Rijken van Paroe en Mangattij zijn af„ „gestaan, werden genoegsaam door Trevancoor beheert, de peper word door desselfs ragiadoors ingesa„ melt, met behulp van Coenje„ goettijs die aldaar van Trevancoor geplaatst zijn, en waar van den cochimder niet kan ontslagen ra„ „ken, zoo dat zijn Cochimse hoog„ heid van die landen maar weinige geregtigheeden Geniet, waar over zijn hoogheid zig wel beklaagt dog Trevancoor zoo zeer is ontsiende dat zulx niet in 't openbaar als een poinct van klagte derft voortbrengen; zijn hoogheid heeft tergele„ „gentheid van de afscheid neeming van den Commandeur en eerste ontmoeting den paljetter komt in oestad en dringt op de restitutie dier dorpen aan. levert de acte van den voor„ maligen afstand over. ontmoeting van den Gouverneur zijne oude pretentie op de 18½: — dorpen weder herhaalt, en om de restitutie versogt, met bij voeging dat den Zaljetter in de stad zoude zenden om den heer Gouverneur derwegens nader te informeeren, zoo als den paljetter ook op den 10:' februarij J:o leeden of twee dagen na de ontmoetinge in de stad kwam„ wanneer een schriftelijk request . van zijn Cochimse hoogheid ter inruijming van de gemd: 18½: dorpen een een Copia acte, waarbij deselve voormaals aan zijn hoogheid waren afgestaan, overleverde en zeer instantig versogt, dat die dorpen tog eens volgens toesegging aan zijn Cochimse hoogheid mogten werden terug Gegeven; waarop dien minister met zoo veel ernst aandrong dat daarvan 181 afstand van die dorpen aan zijn Cochimse hoogheid. den Command:r betuijgt zijn leed weesen, dat de ordres omtrent de reductie niet heeft kunnen uit voeren. daarvan niet teversetten scheen, zig telkens beroepende op de verleen„ de acte van afstand, waar uijt het regt van zijn hoogheit sonne klaar constreerde; waarom wij dan als Genoodzaakt van de Gegeve G'eerde qualificatie van uw Hoog Edelhee„ „dens gebruijk temaken, de Gem: 18½: dorpen aan zijn Cochimse hoogheid weder hebben overgegeven in hoope dat uw Hoog Edelhee„ „dens deese afgave Gunstiglijk zul„ „len Gelieven te approbeeren; Jntusschen betuijgt den Comman„ „deur, dat hij altoos de uijtterste gevoelens van eerbied en onder„ „werping Gehad heeft voor de hoog wijze ordres van uw Hoog Edel„ heedens en dat hem dien volgende ten uijttersten leed doed, dat hij soo Gelukkig niet heeft mogen zijn, om de ordres nopens het demolieeren „standigheeden zulx niet hebben willen permitteeren. „gen derwegens in persoon over„ levenen. van den gouverneur in de raad gebragt. demolieeren van de drie forten Coila¬ chettua en Cranganoor ter uijtvoe„ te brengen; dat het de Criticque om„ standigheeden des tijds zijn geweest, en die hij vermeend nog niet te zijn om dat de criticque tijd om„ Gecesseert die hem wederhouden heb„ „ben daar meede voorttevaren, en hoe„ „wel hij (:onder Correctie van wijser gevoelens:) meend, dat het uijtvoeren dier ordres nog niet Gevoeglijk kan werden ondernomen, zonder Gevaar van nadeelige Gevolgen; en hij de eere zal hebben uw Hoog Edel„ heedens in persoon nader bij een zal nog nader zijn bedenkin„ appart schriftuur zijn bedenkin„ „gen daar tegen te suppediteeren, zoo heeft hij egter deese zaak op de propositie van den Gouverneur op den 18: febr: Jongstleeden in den raad ter deliberatie gebragt, de zaak is op de propositie en of schoon wel den gouverneur mede van gevoelen was dat de demolitie

NL-HaNA_1.04.02_3266_0401 view scan ↗

English

182 that the demolition of the forts may be disadvantageous. cannot leave the orders of your High Excellencies unexecuted. proposes in the council to bring all effects and servants from Chettua and Coilan to Cochim. and leave the forts in such a state that they can be easily restored. it is so decided by the council. opinion of the Governor demolition of those forts will cause much sensation and talk among the natives, and may have disadvantageous consequences for the Hon. Company's interests, yet because your High Excellencies seem to expect the execution of those orders principally from him, he has not dared to take it upon himself to leave those orders entirely unexecuted, the more so because he does not yet have sufficient knowledge and instruction concerning this Coast and does not know whether the objections raised against it and to be presented in person to your High Excellencies by the Commander are based on sufficient grounds that on that basis the execution of the honored orders might be suspended any longer; but thought fit to propose in the council to have all the effects and servants of Chettua and Coilan transported to Cochim, and to leave at both those places no more than a resident with some native servants, and thus let the forts stand, whereby the most essential part of your High Excellencies' revered order will be complied with, and those forts yet remain in such a state that they can very easily be restored to their former condition if the representations of the Commander and what was advanced in the aforesaid resolution should be found to carry weight, with which the meeting having concurred, it was decided accordingly, all of which having been dealt with more fully in the aforementioned resolution, we shall respectfully refer thereto, and in this regard 183 ordered cotton why not yet purchased. import of Coast cotton at Colletje. one can therefore not provide a market for the tree cotton. which means were employed to recover Pieter Isaaksz. at Cochim. or elucidation from him as to who the accomplices are. one obtains no answer from the English in this regard. regard note further that our sloops are to depart within a few days for the aforementioned forts to collect the effects and servants from there; Regarding the ordered purchase of cotton, we must respectfully inform your High Excellencies that, secure news having been obtained at the beginning of the open season that a large quantity of Coast cotton had been brought to Colletje, and that place was thereby so glutted with the said tree cotton that even the merchants of Cochim and Calicoet have had their cotton purchased there anno passato brought away from there again and distributed along the Coast, we have therefore not yet made any purchase thereof, as we see no chance of providing a market for it, the less so because it is found more and more that this bombast cotton is not in demand in Bengal either; Concerning the absconded former trade transferrer Pieter Isaaksz., letters have repeatedly been written to Tellicherry, indeed the former head of Cannanore, Kroonenberg, has even been in person by order to Tellicherry to demand the return of him, Isaaksz., or to obtain elucidation as to who the accomplices are in the villainies committed and who participated in the stolen funds; whereupon the then Chief, Mr. Reijlij, also promised to write to Bombay in this regard, but to date no answer has been received to this, and the aforementioned Mr. Reijlij has been relieved from Tellicherry to Bombay and Mr. Hornbij has come in his place as chief at that office, and has also recently been replaced again by 184 those British pay no heed to letters or protests. war affairs of the English in Persia. keep Kareek enclosed. the project to acquire Baijpin in ownership for the Company one shall endeavor to execute. Examined Venhool A: Grootraet by Mr. Draper. Meanwhile it has appeared in this as well as in other matters that the British gentlemen care little about letters, protests, or requests that one makes to them about matters of that nature, which is why reprisals have also frequently been taken in that manner and no reflection has been made upon their requests either; For the rest we must still report concerning these competitors that advice has now been received from the Persian Gulf that the English have finally received the expected auxiliary troops from Coliman Chadij and have pressed Mirmanne so hard that he was forced to retire from the islets with all his troops into the fort of Kareek, which is said to be closely enclosed at present by land and by water, and the English gentlemen flatter themselves that Mirmanne will soon have to surrender for lack of provisions. Since your High Excellencies have been pleased to order us not to abandon entirely the project to acquire the island of Baijpin in ownership for the Hon. Company, but to take advantage of all opportunities for that purpose, this will be a point upon which we, and principally the undersigned Governor, will fix his attention. While for the rest we remain with the utmost respect and high esteem, underneath stood, High Noble, Severe, Mighty, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, and Noble Lords, lower stood, Your High Excellencies' humble and obedient servants, was signed, C:s Breekpot, C:n L:k Senff, and D kellij, in the margin, Cochim the 4th of March A:o 1769. Agrees. H Schutz Secretary 185 Batavia To His High Nobility, The High Noble, Mighty and Highly Esteemed Lord, Petrus Albertus van der Parra Governor General The Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies High Noble, Mighty, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, Noble Lords. Respectfully referring ourselves to the enclosed duplicate, of which the original was sent with the Maria Jacoba And And

Dutch transcription

182 dat de demolitie der forten nadeelig kan zijn. haar hoog Edelhed=s niet onuijt gevoert kan laten. proponeert in den raad om alle effecten en dienaren van chettua gevoelen van den Gouvernuur demolitie dier forten veel opsiens en opspraak bij den inlander zal ver„ „wekken, en van nadeelige Gevolgen kunnen zijn voor s: Comp:s belangens, zoo heeft hij egter om dat uw Hoog Edelheedens de Executie dier ordres voornamendlijk van hem meentegten dat de orres van schijnen te verwagten, niet op zig derven neemen die ordres ten eene„ „maal onuijtgevoert te laten, te meer dewijl nog Geene Genoegsame ken„ „nisse en onderrigting ter deser Custe heeft en niet weet of het daar te„ „gers ingebragte en nader bij uw Hoog Edelheedens in persoon voor„ tedragene door den Commandeur op genoegsame gronden steunt; dat daarop de Executie der g'eerde ordres langer zou mogen opschor„ „ten; maar goedgevonden in den raad te proponeeren alle de effecten en Cailan na Cochim tebrengen. . en dienaren van Chettua- en Coilan en de forten in staat laten dat ligt hersteld kunnen werden. is door den raad zoodanig be„ „slooten. Ooilan te laten na Cochim Transporteeren: en op beijde die plaat„ „zen niet te laten als een resident met eenige inlandse dienaren, en dusdanig deforten laten staan, waar door aan het hoofd-zakelijk„ „ste van Uw Hoog Edelheedens ge„ venereerde ordre zullende werden voldaan, en die forten egter in zoo„ danigen staat blijven, dat deselve zeer ligt in hun voorige staat herstelt kunnen werden, indien de vertoogen van den Commandeur en het g'advenceerde bij voorsz: resolutie van gewigt mogte wer„ „den bevonden, met het welke zig de vergadering geconfirmeert hebbende, is zulx in diervoegen beslooten, al het welke bij voorm: resolutie breedvoeriger verhandelt zijnde; zullen wij ons daaraan eerbiedig refereeren, en ten deesen belange 183 „gens ondre ingekogt. Colletje. „bada cntoen de biet desagen. belange nog nooteeren, dat onse Chia„ „loupen eerst-daags na voormelte for„ „ten staan te vertrekken om de ef„ „fecten en dienaren van daar te haalen; Betreffende den verordineerden cattoen waarom nog niet vol„ inkoop van Cattoen moeten wij vw Hoog Edelheed„s eerbiediglijk ter ken„ „nisse brengen, dat men in het begin der openvaart secuure tijding erlangt hebbende, dat een groote quantiteit Cust Cattoen te Colletje was aangebragt en die plaats daar door zoodanig van aanbreng van Cust Cattoen te die boom wolle overkropt was, dat zelfs de kooplieden van Cochim en calicoet hun Cattoen daar anno passato opgekegt, weder van daar heb„ „ben laten halen en langs de Cust versprijden, wij daarom nog Geen inkoop daarvan hebben gedaan, men kan daarom aan de bom„ als geen kans ziende daar aan debiet te besorgen, te minder, om dat men hoe langer hoe meer bevind welke middelen aangewend oplochim te bekomen. of llucidatie van denselven wiede mede pligtigen zijn. men bekomt geen antwoord van de Engelschen derwegens. bevind dat deese bombaras - Cattoen op Bengale meede niet getrokken is; Nopens den g'affugeerden Gewee„ „sen Negotie overdrager Pieter Isaaksz: heeft men te meer malen na Jallichen zijn om Lieter paaksz: aeder Geschreeven, Ja selfs is het geweesen Cananoors opperhoofd Kroonenberg op ordre in persoon na Jallicherij Geweest om hem Isaaksz: op te Eijsschen dan wel Elucidatie te bekomen wien de meede pligtigen zijn in de Gepleeg„ „de fielterijen en geparticipeert heb„ „ben in d' ontvreemde Gelden; waarop den toen maligen Cheff M:r Reijlij ook beloofd heeft om deswegen na Bombhaij te schrijven, dog tot heeden is daarop geen antwoord erlangt en gem: Mr: Reijlij is van Jalliche¬ „rij na Bombhaij verlost en M=r Hornbij weder in desselfs plaatze als chef ten dien Comptoire Gekomen, en ook al weder onderdaags vervangen door 1884 aan schrijvens of protestaties. oorlogszaken der Engelschen in Persia. houden kareek ingslooten. door M:r Draper, intusschen is zoo wel in deese als meer andere zaken gebleeken, dat de heeren Britten zig weinig laten gelegen die brilten stooren zig niet leggen aan schrijvens, protestaties of versoe„ „ken, die men bij hen doed over zaken van die natuur, waarom men dan ook al dikwils op die manier represallie Genomen en op hunne versoeken meede Geen reflectie geslagen heeft; Overigens moeten wij aangaande deese Competiteuren nog melden, dat men thans uijt de Golff van Persien berigt heeft er„ „langt dat de Engelschen eijndelijk de ver„ „wagte hulptroupen van Coliman Cha„ „dij bekomen hebben en mirmanne zoo verre Gebragt dat genoodzaakt is ge„ „weest, van de eijlandjes met al zijn trou„ „pen in het fort karreek teretireeren, het welk thans te lande en te water naauw ingeslooten zoude zijn, en de heeren Engelschen vlijen zig dat „Mirmanne, zig binnen korten door gebreek „dom voor de Comp: te ver„ „krijgen zal men tragten uijttevoeren Na gezien venhool A: Lrootraet gebreek aan levens middelen zal moeten overgeven. — Nademaal uw Hoog Edelheedens ons heb„ „ben Gelieven te ordonneeren om van het pro„ „ject om het Eijland Baijpin in Eijgendom het projectom baij pin in eigen „ voor D'E: Comp: teverkrijgen niet ten eenemaal aftezien, maar daar toe alle Gelegentheeden waarteneemen, zoo zal dit een poinct zijn waar„ op wij en voornamentlijk den ondergete„ „kende Gouverneur zijn attentie zal vestigen, Terwijl overigens met de uijtterste eerbied en hoog agting blijven /:onderstond:/ Hoog Edele Gestr:e groot, Agtb:, wijdgebiedende Heere, en wel Edele Heeren /(lager:/ Vw Hoog Edelheedens onderdanige en Gehoorsame Dienaren /:was getekend:/ C:s Breekpot, C„n L„k Senff, en D kellij /in margine:/ Cochim den 4: Maart A:o 1769: — Accordeert. H Schutz secret:s 185 Batavia Aan zijn Hoog Edelheid, Den Hoog Edelen, groot Agtbaaren Heere, Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia Hoog Edele, Groot, Agtbaare, wijdgebiedende Heere, Wel Edele Heeren. ons in Eerbied gedraagende, aan inleggende Duplicaat, waar van het origineel met De Maria Jacoba is verzonden En En

NL-HaNA_1.04.02_3266_0408 view scan ↗

English

sent: thus we direct this mainly to accompany a separate address that the undersigned Governor takes the liberty to present to Your High Excellencies, in order to disclose his grievances concerning a certain Mandate of Direct Action that was issued by the Honorable Council of Justice of Batavia Castle and delivered to him here via an address from the Council of Justice of this Commandment. And because necessity has compelled him to request therein his dismissal from this administration, in the event that it might not please Your High Excellencies to free him from the consequences of that mandate upon his humble suit by means of a favorable resolution, and it thus might sometimes happen that he should obtain his dismissal: he cannot fail, in such a case, to respectfully nominate to Your High Excellencies as his successor the second signatory of this, David Kellij, who currently holds the offices of Second and Chief Administrator here, as he previously held them at Souratta; and to whom the Governor, from many years of experience, can give this testimony: that he, besides the privilege of being an old and settled servant, has always been a zealous man and one who, through his long-standing residence in these regions, has acquired a reasonable knowledge of the trade, of the trade books, of the administration, and of conversation with the native. Also, in that same case, the Governor takes the liberty to again nominate to Your High Excellencies as Second the Fiscal here, Jacob van der Sleijden, being a man who is of good name and reputation among everyone, and in whom the Governor, since his arrival here, has observed these good qualities: that he possesses honest sentiments and a fair knowledge of Malabar affairs, that he is industrious, attentive, and inclined to study, and that he thus gives sufficient indications of being a good Second and Chief Administrator. Furthermore, nothing extraordinary has occurred here since the departure of Mr. Breekpot. And the Governor, also still being unable on account of his indisposition to serve Your High Excellencies with any particular remarks concerning the trade and management at this place, although such was indeed necessary, we conclude this with this much, and we remain, trusting in Your High Excellencies' favor, with the utmost respect. Subscribed: High Noble, Great, Honorable, Far-Ruling Lord, and Noble Lords. Lower: Your High Excellencies' humble and obedient servants. Was signed: C:n L:r Senff, and D:d Kellij. In the margin: Cochim the 10th of May, Anno 1769. P.S. After the closing of this, the remarks of the Chief Rosier regarding the withdrawal from Fort Coilang came to our hands. They are not written in proper order and are even a little indistinct, but because they nevertheless contain much that, according to our humble opinion, deserves some attention, we could not fail to present a copy thereof to Your High Excellencies. Very humbly requesting that Your High Excellencies do not take it amiss that we do not add our reflections alongside it, as such is impossible for us owing to the shortness of time and for the reasons aforesaid. Agrees. H. Schritt, Secretary. Remarks on the present declining condition of the Coilang chiefdom and the very onerous consequences thereof to be expected for the Honorable Company. Noble, Valiant, and Highly Revered Ruling Lord. In compliance with Your Honor's highly respected orders and the receipt thereof, requiring the undersigned to submit a written memorandum on the currently languishing and very weak condition of the Coilang chiefdom with its jurisdictions; the same has the honor to present to Your Honorable Dignity with all respect: Firstly, that while Their High Excellencies are resolved to reduce the said chiefdom to a much lesser strength, yet intending to maintain its bay on the same footing, this is an impossible matter in these present circumstances, wherein our lords and masters here are entirely in decline, and the fear and respect for the Honorable Company are held in little esteem by the natives. Consequently, the farmers of revenue are not able without the assistance of a chief to inspect the vessels, while others, seeking to sail past in sight of the fortress without calling here, loaded with piece goods in order not to pay duty to the farmer, being subject thereto; from this and many other occurrences, the farmer cannot obtain his rights without help, knowing by experience what ill treatment he must expect from the crew and merchants of the said vessels. It is only in the hope of being supported that a farmer accepts this bay even peacefully from now on, where it is still with much difficulty and with the assistance of the chief that the said farmer can obtain his money in pieces and scraps. What then would happen if one with

Dutch transcription

verzonden: zo rigten wij deezen voornament„ „lijk maar ten geleijde van een Apart vertoog dat de ondergeteekende Gouverneur de vrijheid Gebruijkt uw Hoog Edelens aantebieden, om zijne bezwaarnissen bloot te leggen, wegens zeeker Mandament van Rauw-Actie, dat door den Agtbaaren Raad van Justitie des Casteels Batavia geëxpedieert, en hier door addresse van den Raad van Justitie deezes Comman„ „dements aan hem bestelt is. En dewijl hem de noodgedwongen heeft, daar bij om zijn ontslag uijt dit Bestier te moeten versoeken, ingevalle het uw Hoog Edelens niet behaagen mogte, hem op zijne demoedige in„ „stantie van de gevolgen van dat man„ „dament te bevrijden, door eene gunsti„ „ge dispositie, en het dus zomtijds zoude kunnen gebeuren dat hij zijn onslag erlangen mogte: zo kan hij niet nalaaten, in zulken gevalle, als zijnen 186 zijnen opvolger uw Hoog Edelens Eerbiediglijk voor tedraagen, den Tweeden Teekenaar deezes David Kellij, die thans de ampten van Secunde en hoofd-administrateur hier bekleedt, zo als hij die bevoorens al te souratta bekleedt gehad heeft; en aan dewel„ „ken de Gouverneur uijt eene veel jaarige ondervinding dit Getuijge„ „nis Geeven kan: Dat hij, behalven het voorregt van een oud en bezaa„ digt dienaar te zijn, althoos Geweest is, een ijverig man en die door zijn langjaarig verblijf in deese gewes„ „ten van den Handel, van de negotie Boeken, van de Huijshouding, en van de Conversatie met den Jnlander, eene reedelijke kennisse verkreegen, heeft. ook gebruijkt de Gouverneur de vrijheid, in dat zelfde Geval uw Hoog Edelens weder tot Secunde a„ secunde voor te draagen, Den Fiscaal alhier Jacob van der Sleijden, als zijnde een man, die bij een ieder ter goeder naam en faam staat, en aan wien de Gouverneur 'tseeder zijn aanweesen hier ter plaatse bespeurt heeft deeze goede hoedanigheeden dat hij eerlijke sentimenten en van de mallabaarse zaaken eene tamelijke kennis bezit, dat hij werkzaam, oplettend en tot leezen geneegen is, en dat hij dus ge„ „noegzaame blijken geeft, van een goed secunde en hoofd-Administrateur te zullen zijn. Voorts is hier tseedert het vertrek van den Heer Breekpot niets bijzonders voorgevallen. En de Gouverneur ook wegens zijne in„ „dispositie voor als nog onvermo„ „gens zijnde, uw Hoog Edelens van eenige bijzondere aanmerkingen te dienen, raakende Den Handel en 187 en omslag te deeser plaatse, Schoon zulx wel noodzaakelijk was, zo besluijten wij deezen met dus veel, en wij blijvens in vertrouwen op uw Hoog Edelens gunste, met de uijterste Eerbied. /:onderstond:/ Hoog Edele, Groot, Agtbaare, wijdgebie„ „dende Heere, en Wel Edele Heeren: /lager/ UW Hoog Edelens onderdanige en Gehoorzaame Dienaren /:was getek:/ C„n L:r Senff: , en D:d Kellij, /in margine/ Cochim den 10:' Maij A:o 1769. — P S: Na 't sluijten deses zijn ons ter hand gekomen de aanmerkingen van 't opperhoofd Rosier nopens het intrekken van 't Fort Coilang. Dezelve zijn Juijst ingeene behoorlijke ordre en zelfs een wijnig onduijdelijk geschreeven maar om datze egter veel bevatten, dat volgens ons gering gevoelen eenige opmerking verdiend, zo hebben wij niet kunnen nalaa„ ten Nagezien In dilaboract „ten, uw Hoog Edelens een afschrift daar van aan te bieden. zeer needrig versoekende, dat uw Hoog Edelens niet qualijk gelieven te neemen, dat wij onse bedenkingen dien aan„ „gaande niet daarneevens voegen, alzo zulx wegens de kortheijd des tijds en om reedenen voormeldt ons on„ mogelijk is. — Accordeert. H Schritt secret:s 188 Aanmerkingen over den tegenwoordige afdaa„ „lende toe stand der Coijlanse opperhoofdije en de zeer one„ „reuse na gevolgen van dien voor d E Comp: aftewagten zijnde Wel Edele Gxestr: en zeer Geve„ „nereerde welgebiedende Heere. In voldoening van uw Edele zeer geres„ „pecteerde ordres en erlanging van dien om van den ondergeteekende een schriftelijke Memorie over de thans quijnende en zeer zwacke toestand der Coijlanse opperhoofdije met desselfs ressorten, temoeden inleveren; so heeft denselve de eere uw Edele agtbaare met alle respect aan te dienen; voor Eerst Dat dewijl haar hoog Edelheedens in de reso„ lutie zijn om gem: hoofdije op een vrij minder zwakheijd te brengen, Egter wel meenende desselfs Baaij op de selve „selve voet te behouden, is een onmogelijk zaak in dese thans omstandigheden waarmede onse heeren en meesters alhier ten eenemaal in Declijn zijnde de vreeze en Respect voor dE Comp: weijnig in aanzien bij de inlanders, bij gevolg de pagters in geene tell sonder de adsistentie van een opperhoofd om de vaartuij„ „gen te kunnen visiteeren, anderen die in 't gezigt der forteresse zoekende voor bij te zeijlen sonder alhier aan te gieren met lijnwaten geladen om geen regt aan den pagter te be„ „taalen, zijnde onder hevig aan dien; dit en veel anderen toevallen kan den pagter sonder hulp„ aan sijn regt niet komen, wetende door expe„ „rientie wat quaijen behandelingen van gem: vaartuijgen volk en kooplieden moet af„ „wagten; Het is alleen op de hoop van ondersteund teworden dat een pagter dese baaij /(nog met vreede van nu af aanvaardigt, 'twelk nog met veel moeijte met d'adsistentie van 't opperhoofd dat gem: pagter met stucks en brokken aan sijn penningen kan komen; Wat souw het dan zijn, indien men met

← previousnext →