Inventory 3273
Japan · 1,052 pages · 292 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
sentiments of love, peace and harmony among indigenous notables, they, namely the said radja manuphe Henoe and Lussie saloo, came to give a fresh demonstration thereof; since, after the chief's friendly as well as earnest admonitions, namely to desist from the mutual stealing of cattle and to reach a mutual accommodation, they refused to listen, but proceeded to open war, the latter mentioned having separated himself with his people from the other people of Denka, and established themselves within the strong negorijs of Medie and Daukea, whither from other Rottinese regencies daily, according to reports, many who are devoted to that party hastened, and likewise took up arms against those of Denka, the main negorij of Termano being on the point of following this example and choosing the same party, after which event one must certainly imagine that the flame of war will erupt over the whole of Rottij, and one will not be able to prevent that, as happens in almost all domestic wars, friends there will take up arms against friends, and for a great part devastate that fertile island, with justice called the granary of Timor, to the prejudice, distress, and sorrow of the inhabitants of this place, not to mention the impossibility in such a case of being able to obtain from there a good quantity of cadjang on Their High Nobilities' annual demand. The critical state of affairs on the aforesaid island, and the consequences to be feared therefrom, having thus been taken into consideration as presented, and having noted the chief's arguments, whereby he came to show that peace could soon be restored there again if one, without delaying long and entirely unexpectedly, crossed over to Termano with a good number of warriors, in order thereby to prevent that mighty negorij from coming to choose a party other than that of the Company, His Honour being of the opinion that, notwithstanding the great following of the more mentioned ruler, the Regent of Denka must be protected, as the others cannot well be regarded otherwise than as rebels. Thus it was approved and agreed to establish an expedition against the negorijs of Medie and Daukea under His Honour's supreme authority and direction, he having shown himself inclined thereto, as well as to take with him further the military ensign Joh: and:r Bauer, chief surgeon R: Nag:t schlicht, and bookkeeper Willem van Es, leaving to His Honour the selection of the men, the determination of so many and such ammunition goods as he judges to be required for that undertaking, while lastly it was still approved to embrace the chief's proposal, namely to cause the chaloup of Termano present here to be prepared as speedily as possible for his personal transport etc., and provided with such equipment goods as shall be found to be lacking, having on hand no other besides the aforesaid old vessel for the said transport. And the chief having furthermore made known that he wished to undertake the journey on the 19th of this current month, and to place the interim authority here during his absence into the hands of the second, the worthy W:m A:n van Este, this session ended after mutual compliments had been paid. Below stood: Thus resolved and decreed at Coupang on Timor, date as above. Was signed: Alex: Cornabe, W:m A:n van Este, J:n A:s Bauer, P:r A:t schlicht, and J:n Elders, sworn scribe. Agrees: J. Elders All present. Meeting held on Friday the 25 November A:o 1768. After the chief's declaration made at the beginning of this meeting, that he wished to refer regarding his actions on the island of Rottij to the daily register kept there by His Honour and now produced at the meeting, His Honour submitted to the consideration of the members whether they did not judge it advisable and best suited to sound statecraft in the present condition of the aforesaid island, especially in a time like the present when the remaining rice amounts to only 24918¾ pounds or 8 1/3 lasts, and there is no prospect of purchasing grains except at excessive prices, since the paddy crop on Timor and its subordinate islands has turned out exceptionally poor this year, that for the reasons mentioned, and in order somewhat to calm the minds so greatly embittered against the regent of Denka, radja Manuphe Henoe, and finally to apply the only means capable according to His Honour's contention of preventing further hostilities between the latter and the following of the second of Denka, Lussij Saloe, brought hither as a prisoner of war, together with his associates, this graybeard very advanced in years with those related to him by blood
Dutch transcription
„gingen van Liefde, vrede en eendragt, onder Inlandsche Groten komende sij namelijk ged: radja manuphe Henoe en Lussie saloo daarvan een versche blijk te geven; sedert naar s opper„ hoofds vriendelijke ook ernstige vermaningen, omnamelijk van 't steelen over en weer van vee af te sien, en zig onderling te ver„ dragen, niet hebben willen Luijsteren, maar overgegaan sijn tot eene openbare Oorbog, hebbende zig laatst genoemde met de zijnen zig van de overige den kaneesen afgesonderd, en genesteld binnen de sterke negorijen Medie en Daukea, wer„ naards van andere rotteneese Regentschappen dagelijks, voo„ ge de berigten, wij veele welke die parthij sijn toegedaan heen sporden: en insgelijks de wappenen tegen die van denka opratten staande de hoofd Negorij ter mana op het poinct dit voelt spvoor te volgen, en de zelfde parthij te kiesen na welke Gebeurte„ nis men zig voor gewis moet voorstellen, dat de oorlogs vlam over geheel rottij zal uijtbarsten, en men niet zal kon„ „nen verhoeden dat, gelijk in meest alle binnenlandsche oorlo„ gen gebeurlijk vrienden tegen vrienden aldaar in 't harnas ruk„ ken, en dat vruchtbare Eijland /: met recht de broodkamer van Timor geheten:/ tot presudicie, kommer, en droefheid der inwoners deser plaetse voor Een Groot gedeelte verwoesten, ongerept de on„ mogelyjksen „mogelijkheijd om bij zulk Een geval eene goede quantiteijt Cad„ Jang op Haar Hoog Edelh: Jaarlijksen Eisch van daar te sullen konnen bemachtigen De Cireticque gesteldheid der zaken ten voorsch: Eijland, en de daar ^ voorgesteld uijt te duchtene gevolgen, ldus ^ imn overweging genomen zijnde en gelet op 's opperhoofds redenen, waarmede kwam aan te too„ nen, dat de rust aldaar wederom spoedig soude konnen hersteld worden, indien men sonder Lang te dralen en gansch onverwagt naar Termand met een goed: aan tal krijgers over stak, om daar door te be„ letten, dat die machtige negorij een andere parthij dan die van de Comp: kome te kiesen /: sijnde sijn E: van begrijp dat in veer„ wil van meer gerepten rijkbestierders groten aanhang den Regent van denka de hand moet boven 't hoofd gehouden wer„ den konnende de andere niet wel anders dan als rebellen aan merken. — zo wierd goed gevonden en verstaan Eene Expeditie tegen de negorijen Medie en Daukea vast te stellen onder zijn E: oppergesag en directie als hebbende betoond daartoe genegen te wezen, als ook om met zig naderw=s mede te nemen den vaandrig Militair Joh: and„r Bauer Oppermeester R: Nag„t schlicht en boekhouder Willem van Es. wordende aan zijn E. Gedefereerd gelaten de verkiesing der manschappen de bepa„ Ling 29 Nageser W Van Es Ling van zo veel en zodanige ammunitie goederen als oordeeld dat tot die onderneming vereischt worden terwijl laatstelijk nog wierd goed gevonden te amplecteeren 'sopperhoofds voorstel om namelijk de al„ hier aanwesende Chialoup van Termano tot zijn P=s transport &=a ten spaedigste in gereedheid te doen brengen en voorsien van zulke Equi„ pogie goederen als waar aan sal bevonden worden dat gebrek heeft, hebbende men tot Ged: transport buijten voorm:, oud vaartuig geen ander aan handen ek dat door het opperh: wijders te kennen naer gegeven dat op den 19=de van dese lopende maand de reijse wilde aannemen en het prointerum Gesagh alhier gedurende desselfs afvezigheid Ggesteld hebben in handen van den secunde DE W=m A=n van Esle eijndigde dese fessie na gedane wedersijdse plig plegingen /onderstond: Al„ dus Geresolveerd en G: arresteerd tot Coupang op Timor Dato voorsz: /:was geteekend:/ Mex: Cornabe, w=m A„n van Este, J„n A„s Bauer, P„r A„t schlicht en J„n Elders, gew: schriba Accordeert. J. Elders En Js g: Coube Vergadering Gehouden op Na 's opperhoofds bij den aan vang deeser zittinge Gedane betuijginge, van zig weegens desselfs verrigtingen ten Eijlanden Rottij te willen gedragen, aan het door zijn E. aldaar gehouden en tans ter vergadering Geproduceerde dag-register, gaff zijn E. den Leeden in overweeginge, of niet raadsaam en met Eene goede staat kunde in de presente Gesteldheid ten Eijlande voorn: best. Convenieerende oordeelden te weesen, voor al in Een tijd als nu dat het restant rijst nog maar groot 24918¾ pon„ den of 8 1/3 Lasten, en er geen apparentie is tot den inkoop van granen dan tot Excessive prijsen, sedert het in deesen Jare op Timor en dies onderhorige Eijlanden ongemeen slegt uijt gevallen padij gewas, dat men om reeden verm:, en om de teegen den regent van Den karadja Manuphe Henoe zo zeer verbitterde gemoederen Eenigsins ter neer te setten, en Eindelijk aan te wenden het Eenigste middel volgens zijn E„de sustenue bequam om verdere vijandelijkheeden tusschen Laastgen: en den aan hang van de herw„s als krijgs gevangenen opgebragte Twee„ de van Denka Lussij Saloe C:s: deser Zeer hoog in Iaren geklommen Grijsaard met die hem in den bloode bestaan Alle present Vrijdagh Den 25 Novemb„r A„o 1768 of 5. Nagesier W. Van6s Ling van zo veel en zodanige ammunitie goederen als oordeel tot die onderneming vereischt worden terwijl Laatstelijk nog goed gevonden te amplecteeren 's opperhoofds voorstel om namel„ hier aanwesende Chialoup van Termano tot zijn P=s transport spoedigste in gereedheid te doen brengen en voorien van zu pogie goederen als waar aan sal bevonden worden dat ge hebbende men tot Ged: transport buijten voorm:, oud vaart geen ander aan handen ek. dat door het opperh: wijders te kennen waer gegeven 19=de van dese lopende maand de reijse wilde aanneme prointerum Gesagh alhier gedurende desselfs afvezigheid hebben in handen van den secunde DE W=m A=n van Esle eij dese sessie na gedane wedersijdse pligtplegingen /onder st dus Geresolveerd, en G:' arresteerd tot Coupang Timor Dato voorsz: /:was geteekend:/ Atex: Cornabe, W=m Este, J„n A„s Bauer, P„r H„t schticht en J„n Elders, geow„ Accordee J„s Elders 3 g: Coibe
English
Meeting Held on Friday the 25th of November Anno 1768 All present Following the statement made by the Chief at the beginning of this session that he wished to refer, regarding his actions on the island of Rottij, to the daily register kept by His Honour there and now produced at the meeting, His Honour submitted for the members' consideration whether they deemed it advisable and best suited to good policy under the present conditions on the aforementioned island, especially at a time like now when the remaining rice amounts to only 24918¾ ponden or 8 1/3 Lasten, and there is no prospect of purchasing grain except at excessive prices since the paddy crop on Timor and its subordinate islands turned out uncommonly poor this year, that for the reasons mentioned, and somewhat to calm the spirits so bitterly incensed against the regent of Denka, radja Manuphe Henoe, and finally to apply the only means capable, in His Honour's opinion, of preventing further hostilities between the latter and the faction of the Second of Denka, Lussij Saloe and companions, who were brought hither as prisoners of war, to release, under certain conditions, this greybeard very advanced in years along with those who are related to him by blood [illegible] [illegible] of as many and such ammunition goods as are judged to be required for that undertaking, while lastly it was also thought fit to embrace the Chief's proposal, namely to have the chaloup of Termano present here made ready with the greatest speed for His Honour's transport and provided with such goods as shall be found necessary, having no other vessel at hand for the said transport besides the aforementioned old one; and that it was further made known by the Chief that he wished to undertake the journey on the 19th of this current month, having the provisional authority here during his absence placed into the hands of the Second, the Senior Merchant Willem Adriaan van Este; this session, after mutual formalities had been performed, was thus resolved and decreed at Coupang on Timor, Date as above. Was signed: Alex Cornabe, Willem van Este, Jan Andreas Bauer, Pieter Hendrik Schlicht, and Jan Elders, sworn clerk. Agrees: Jan Elders, sworn clerk. Meeting Held on Following the statement made by the Chief at the beginning of this session that he wished to refer, regarding his actions on the island of Rottij, to the daily register kept by His Honour there and now produced at the meeting, His Honour submitted for the members' consideration whether they deemed it advisable and best suited to good policy under the present conditions on the aforementioned island, especially at a time like now when the remaining rice amounts to only 24918¾ ponden or 8 1/3 Lasten, and there is no prospect of purchasing grain except at excessive prices since the paddy crop on Timor and its subordinate islands turned out uncommonly poor this year, that for the reasons mentioned, and somewhat to calm the spirits so bitterly incensed against the regent of Denka, radja Manuphe Henoe, and finally to apply the only means capable, in His Honour's opinion, of preventing further hostilities between the latter and the faction of the Second of Denka, Lussij Saloe and companions, who were brought hither as prisoners of war, this greybeard very advanced in years along with those who are related to him by blood All present Friday the 25th of November Anno 1768 or 5. or by marriage, which extends even into the fourth degree, were to be released under certain conditions, and to compensate for the expenses incurred on the expedition, only those shall be retained from the capture by the Honourable Company who, after investigation, shall be found to have no other relation to them than solely that they belong among the prisoners. This having been maturely deliberated, and it having further been taken into consideration that by retaining, feeding, and clothing all the prisoners of war as slaves for the Honourable Company until the month of May or June next, which is the first opportunity for their dispatch to the capital of the Indies, precisely so much advantage would not be brought to the Honourable Company, seeing that quite old people and also small children are among them, it was, in accordance with the Chief's proposal, approved and agreed to sort out from the said prisoners of war at the first opportunity the often-mentioned Lussij Saloe and all those who are of the former Denka ruler's kin, and furthermore to retain the rest for dispatch for the Honourable Company. Furthermore, it was also agreed to have a nominal roll drawn up of those to be released, so that in time none of them may fall into servitude among the Timorese or be sold by their chiefs to residents or private traders, contrary to the Chief's intention and the conditions drafted on paper by His Honour, upon which they are to be released, these being: That
Dutch transcription
Vergadering Gehouden op Vrijdagh Den 25 Novemb„r A„o 1768 Alle present Na 's opperhoofds bij den aan vang deeser zittinge Gedane betuijginge, van zig weegens desselfs verrigtingen ten Eijlanden Rottij te willen gedragen, aan het door zijn E. aldaar gehouden en tans ter vergadering Geproduceerde dag-register, gaff zijn E. den Leeden in overweeginge, of niet raadsaam en met Eene goede staat kunde in de presente Gesteldheid ten Eijlande voorn: best. Convenieerende oordeelden te weesen, voor al in Een tijd als nu dat het restant rijst nog maar groot 24918¾ pon„ den of 8 1/3 Lasten, en er geen apparentie is tot den inkoop van granen dan tot Excessive prijsen, sedert het in deesen Jare op Timor en dies onderhorige Eijlanden ongemeen slegt uijt gevallen padij gewas, dat men om reeden verm:, en om de teegen den regent van Den karadja Manuphe Henoe zo zeer verbitterde gemoederen Eenigsins ter neer te setten, en Eindelijk aan te wenden het Eenigste middel volgens zijn E„e sustenue bequam om verdere vijandelijkheeden tusschen Laast gen: en den aan hang van de herw„s als krijgsgevangenen opgebragte Twee„ de van Denka Lussij Saloe C: s: deser Zeer hoog in Iaren geklommen Grijsaard met die hem in den bloode bestaan af Nageser D Wimbs Ling van zo veel en zodanige ammunitie goederen als oordeel tot die onderneming vereischt worden, terwijl Laatstelijk nog goed gevonden te amplecteeren 's opperhoofds voorstel om namel hier aanwesende Chialoup van Termano tot zijn E= transport spoedigste in gereedheid te doen brengen en voorsien van zu pogie goederen als waar aan sal bevonden worden dat ge hebbende men tot Ged: transport buijten voorm:, oud vaart geen ander aan handen enk dat door het opperh: wijders te kennen waer gegeven 19de van dese lopende maand de reijse wilde aanneme proimnterum Gesagh: alhier gedurende deselfs afvezigheid hebben in handen van den secunde DE W=m A=n van Esle eij dese sessie na gedane wedersijdse pligt plegingen /onderst dus Geresolveerd, en G: arresteerd tot Coupang Timor Dato voorsz: /:was geteekend:/ Atex: Cornabe, w= Este, J„n A„s Bauer, P„r H„t schlicht en J„n Elders, geswr: Accordee l Jb Elders g: Ccriba Vergadering Gehouden op Na 's opperhoofds bij den aan vang deeser zittinge Gedane betuijginge, van zig weegens desselfs verrigtingen ten Eijlanden Rottij te willen gedragen, aan het door zijn E. aldaar gehouden en tans ter vergadering Geproduceerde dag-register, gaff zijn E. den Leeden in overweeginge, of niet raadsaam en met Eene goede staat kunde in de presente Gesteldheid ten Eijlande voorn: best. Convenieerende oordeelden te weesen, voor al in Een tijd als nu dat het restant rijst nog maar groot 24918¾ pon„ den of 8 1/3 Lasten, en er geen apparentie is tot den inkoop van granen dan tot Excessive prijsen, sedert het in deesen Jare op Timor en dies onderhorige Eijlanden ongemeen slegt uijt gevallen padij gewas, dat men om reeden verm:, en om de teegen den regent van Den ka radja Manuphe Henoe zo zeer verbitterde gemoederen Eenigsins ter neer te setten, en Eindelijk aan te wenden het Eenigste middel volgens zijn E„e sustenue bequam om verdere vijandelijkhoeden tusschen Laastgen: en den aan hang van de herw„s als krijgs gevangenen opgebragte Twee„ de van Denka Lussij Saloe C:s: deser Zeer hoog in Iaren geklommen Grijsaard met die hem in den bloede bestaan Alle present Vrijdagh Den 25 Novemb„r A„o 1768 of 5. of vermaagschapt sijn /: dat wel tot in'twierde getit gaat / onder zekere Noorwaarden kwame vrij te geven, en tot goed making der op de Expeditie gevallen ongelden uyt den koop door d'E Comp„e alleen aan te houden de zulke als na ondersoek zullen bevonden worden met hun geen andere relatie te hebben dan Eniglijk dat zij onder de gevangenen gehoren Hier over rijpelijk gedelibireerd, en nog in aan merking ge„ komen sijnde dat met alle de krijgsgevangenen voor d'E Comp: als slaeven aantehouden te voeden en kleeden, tot de maand maij of Junij aanstaande, dat de Eerste gelegenheid tot derzelver versending naar India 's hoofdplaatse kan voor komen derzelve /: DE Comp:s / Juijst zo veel voordeeld niet zoude worden aangebragt; gemerkt zig daar onder vrij oude Luijden en ook kleene kinderen bevinden, zo wierd Conform 's opperhooffd: voorstel, goedgevonden en verstaan uijt gerepte krijgsgevange„ nen met den eersten te sorteeren, meerm: Lussij Saloe en alle die van des Gewesen Denka 's rijksbestierders pa„ rentage sijn, en voorts de overige ter versendinge voor DE: Comp„s aan te houden: wijders wierd ook verstaan van de vrij te latene Een naamlijst te doen formeeren op dat in der tijd daar van geene onder de Timoreesen in dienstbaarheid geraaken of door derselver hoofden aan ingesetenen of particuliere traficanten verkogt worden, Contrarie het s'opperhoofds„ tentie en Condicien door zijn E: ten papiere gebragt, en waar op staan te worden vrijgegeven, sijnde deese —. Dat
English
That they shall hold no correspondence whatsoever with the Rottinese, nor meddle in any of their disputes under whatever name. That whenever the Honorable Company might require them for any expedition or otherwise, they must turn out with all their able-bodied men and come to assistance. That they shall not harbor among them any runaways, namely slaves, nor Timorese vagrants, but must bring them to the chief. That they shall not enter into any marriage alliance with the Timorese princes or with their subjects, but may do so with Mardijkers and others of this place, provided however that this is not done without the prior knowledge and consent of the chief. That they shall not sell or in any way make away with any of their people. That in the event of a death or birth among them, they shall give notice thereof to the chief, in order that it may be recorded. That they shall annually plant cadjang and deliver that grain without any retention to the Honorable Company against payment, to which end a suitable piece of land shall be assigned to them; therefore they shall take care to perform no court services for Mardijkers or other inhabitants, but only attend to their own affairs, only observing the orders that might be sent to them on behalf of the chief and council. And lastly, they (the principal men) shall swear by solemn oath to the strict compliance with the conditions as stated, as also that they have not misled the chief and council with the list of their relatives among the prisoners of war. /underneath was written:/ Thus resolved and determined at Coupang on Timor, date as above. /:was signed:/ Alex:r Cornabé, W:m D:n van Este, J:n A:r Bauer, P:r A:s Schlicht, and I:n Elders, sworn clerk. Agreed. P:r Elders, sworn clerk. Tuesday, the 24th of January, in the year 1769, in the morning at eight o'clock. All present. This meeting having been expressly convened upon the delivery of a packet superscribed to the chief and council, carried by the sloop of the Amboina burgher ensign Dirk Christoffelsz, the same, upon opening, was found to contain Their High Mightinesses' duplicate missives dated the 5th of December last, accompanied by a few annexes; and, after reading had been done of the said venerated letters, it was unanimously resolved, in view of the delay of the small vessel Den Jongen Petrus Albertus, bearer of the original and all accompanying annexes, to suspend the business regarding the contents of the said deeply honored letters until a further opportunity after the said vessel shall have appeared here. /underneath was written:/ Thus resolved and determined at the meeting held at Coupang on Timor, date as above. /was signed:/ Alex:r Cornabé, W:m A:n van Este, I:n A:r Bauer, P:r A:s Schlicht, and I:n Elders, sworn clerk. Examined. Agreed. P:r Elders, sworn clerk. Meeting held on Saturday, the 28th of January, in the year 1769, in the afternoon at five o'clock. All present. The unexpected appearance yesterday in sight of this place, and the subsequent sailing into Strait P:l Semau, of the pantjallang De Goede Trouw, destined for the Government of Maccasser under the command of the second mate Andries Termens, having given the chief cause to convene this meeting, His Honor proposed at the very opening of this session to have the aforesaid second mate enter—in addition to what he had communicated by letter regarding his experiences during the voyage to the place of his destination, now produced for reading—since he was now ashore, in order to hear further from him the reasons why he deemed it necessary to alter his course to seek out and call at this trading post. The members having accepted the proposal as aforesaid, and the commander consequently having entered, he briefly related the following: "That on the 20th of December last, having approached by estimation within 8½ miles of the mountain of Bonthain, he was overtaken by a fierce WNW wind, without any chance of being able to get under the shore of Bonthain, "while the cross-jack yard was dashed out of the sheets, and the vessel, having had to heave to, was driven far away by the heavy seas to the SSE, until the following day in the evening the island of Amalakie was sighted to the NE, the wind and sea having then become calmer. "That the wind running from NNW to NW, he took counsel with his boatswain and quartermaster to steer SW by W, thus to reach the strait of Bima; but drifting along on account of the calms of the 22nd and 23rd, they found themselves on the following 24th far too low to be able to sail to Bima, and had the current against them; whereupon it was resolved among them to turn the bow toward Solor, where they arrived on the 26th of the aforesaid month, and on the advice of the interpreter they put their sick ashore, having also suffered two deaths. "The crew having somewhat recovered by the 24th of this current month, they set their course hither, because they could be better supplied with provisions here than on Solor, the vessel being provided therewith for only one more month." After the commander had stepped outside again upon giving the account as mentioned above, and extensive discussion had taken place concerning the apparent necessity in which he may have found himself, after his fruitless attempt to call at Bima, to turn the bow toward Solor and subsequently hither; it was
Dutch transcription
Dat met te Rottineesen in 't geheel geen Correspendentie sullen hebben te houden of zig in deser hunne geschillen hoe genaamd meleeren Dat wanneer D'E: Comp:e haar, in Eenige Expeditie of ander„ sints mogte benodigd hebben met alle hunne weerbare mannen moeten uijttrekken en te hulp komen. Dat geen drossers, namelijk slaven, nog Timoreesen Landlopers onder hun sullen mogen aanhouden, maar bij 't apperhoofd moeten aanbrengen. Dat met de Timoreesen vorsten of met der zelver onderdanens Geen huwelijks verbintenis sullen mogen aan„ gaan maar wel met mardijkers en andere deser plaatse, mits Evenwel niet buijten voor kennis en bewilliging van het opperhoofd Dat Niemand van de hare komen te verkopen of op Eenige maniere weg maeken. Dat bij sterff geval of geboorte onder hun daar van aan het opperhoofd sullen hebben kennis te geven, om zulx te konnen Laten aanteekenen Dat Jaarlijks Cadjang sullen moeten aanplanten en dien Corl sonder Eenige agterhoudentheid aan DE Comp=e tegen betaling Leveren, sullend hun ten dien Eijnde een bequam stuklands aangeweesen worden, darom zullen zij sig moe„ ten wagten van geen hofdiensten bij mardijkers of an„ dere ingesetenen te doen, maar hun eijgen zaken waarnemen alleen ge„ Nagesien alleen observeerende de ordres die hun van wegen 't opperhoofd en raad mogten toegesonden worden —. En Laastelijk, sullen sij (de voornaamste) de stipte naka„ ming der Conditien als naar Luijd met solemnelen Eede moeten besweeren, als meede dat met de opgave hunner na bestaande onder de krijgsgevangenen 't opperhoofd en raad niet misleijd hebben /onderstond:/ Aldus Geresolveerd en G'arresteerd Tot Coupang op Timor Dato Voorsz: /:was„ getekend :/ Alex„ Cornabé, W„m D„n van Este, J„n A„ Bauer DeH:t Schlicht en I„n Elders 9: schiba Accordeerd es P„ Elders Es Alamrs G: Coubr Dingsdag Den 24. ' Januarij A„o 1769 des morgens om agt uuren Alle Present Deese bij een komste expresselijk Geconvoceerd sijnde geworden op den aanbreng van Een pacquet aan het opperhoofd en raad Gesuperscribeerd per de Chialoup van den amboina's burger vaandrig Dirk Christoffelsz, zo wierd naar opening het zelve bevonden te Contineeren Haar Hoog d Edelheed„s duplicaat missives : d: 5: decemb„r Laastl: verseld van Eenige weinige bijlagen en, na dat van ged: Gevenereerde Letteren ware gedaan Lecture, wierd Een parig beslooten, mits 't agter blij„ ven van het scheepje den Iongen Petrus Albertus brenger van Origineel en alle daar bij gehoorende bij lagen de besoigne op den inhoud van ged:e diepst G' Eerde Letteren op te schorten, tot Eene nadere gelegenheid na dat op gen: bodem alhier sal weesen opgedaagd: / onderstond:/ Aldus Geresolveerd en G'arresteerd Vergadering Gehouden Op tot Tot boupang op Timor dato voorsz: / was gete„ kent:/ Alex:r Cornabe, W„m A„n van Este, I„n A„ Bauer P„r A„s Schlicht en I„n Elders G: schriba Nagesien Accordeerd Pr: Elders lls 9: Ccriber Wi 10 Vergadering Gehouden op Saturdag Den 28. Ianuarij A„o 1769 des agtermiddags om vijff uuren Alle present De onderwagte opdaging op gister in 't gesigt deser plaatse in het daar op gevolgde binnen Lopen in straat p„l seman van de naar 't Gouvernement Maccasser Gedistineerde Pantjallang d' Goede Trouw onder het gesach van den onderstuurman An¬ dries Termens den opperhoofde aanleiding tot het beleggen deser Vergadering Gegeven hebbende; zo proponeerde zijn E: al bij den aanvang dezer zittinge om den onderstuurman, voorn: buij„ ten het geene bij brieve weg„s desselfs wedervaren Geduurende de reijse na de plaats zijner destinatie tans ter Lecture Geproduceerd, Gecommuniceerd hadde, wijl sig nu aan de wal bevond, te laaten binnen treeden, om van hem nader te verstaan de redenen Waaromme g'oordeeld hebbe van Cours te veranderen om dit Comptoir op te zoeken en aan te doen De Leeden het voorstel als voorsch: G'amplecteerd hebbende en den gesaghebber Gevolgelijk binnen getreeden sijnde relateerde deselve Kortelijk het volgende „ Dat op den 20 decemb„r Laastl: tot naar Gissing op 8½ mijl aan de „berg van Bonthain genaderd, belopen wierd van een herige „ W: N:o W: wind, sonder kans om onder de wal van Bonthain „ te konnen geraken, wordende de breefok middelen wijl uijt de „gijen geslagen, en het vaartuig hebbende moeten bij draijen „door de sware zee verweg Geslagen om de Z: z: o„t tot daags daar „aan het Eijland Amalakie des avonds in 't N:o 0: pijl den „sijnde wind en zee als toen stiller geworden. — „dat de wind van 't N: N: W: tot N: w: Lopende hij met zijn „bortsman en quartiermeester te raade is geworden het Z: W: „t: w: te laten heen lopen om dus het gat van Bima te berei„ „ken dog algaande weg door de stiltens van den 22. en 23. heer „gedreeven bevonden zij sig op den 24. daar aan volgende veel „te zaag om Bima te konnen bezijlen en hadden de stroom „tegen waar op onder hun besloten wierd den steven naar so„ „lor te wenden, alwaar op den 26. van voorsch: maand G'arriveerd „sijn en hunnen zieken op aanrading van den Tolk hebben aan „de wal geset ook hadden sij twee dooden bekomen — „ Het volk onder den 24. deser Lopende maand wederom enig „sins tot herstelling geraakt, hadden zij de Coers na herw=s ge„ „steld om dat alhier beeter dan op solor aan randscoenen „konnen geholpen worden, sijnde het vaartuig daar van nog „ maar oor Eene maand voorsien. Na datna gedane relaas als hier boven verm:/: den Gesaghebber wederom buijten getreeden zijnde / breedvoerig Gesproken was geworden ofer de ap„ „parente noodsakelijkheid waar inne sig mag bevonden hebben naar sijn Vrugteloos afgelopen tentamen om bima aan te doen van den steven naar Solor en vervolgens na herw=ts te wenden; zo wierd
English
Examined. It was resolved to order the mentioned second mate, Andries Termens, so that the matter may be judged by experts at a suitable place, whether at the Government of Makassar, where he belongs, or at the capital, to deliver into the hands of the Honorable Chief as soon as possible, under offer of oath in writing, such a report as he had just made, and that with all those circumstances as he testified are noted down in his journal, and confirmed with the signatures of his deck officers, and besides that his Honor is still to deliver the aforementioned journal for confrontation. Underneath stood: Thus resolved and decreed. At Kupang on Timor, the date aforesaid. Was signed: Alex. Cornabé, Wm. An. van Este, Jn. As. Bauer, Pr. A. Schlicht, and Jn. Elders, sworn scribe. Agreed. Jn. Elders, sworn scribe. D. Vink. Wednesday, the 8th of February, Anno 1769. In the morning at eight o'clock. All present. To the assistant serving here, Hendrik Jochemus Jacobsz, it was approved and understood, upon his request made by petition to that end, to grant release to Batavia, with retention of rank and salary, and in his place at the secretariat here to employ again the soldier at the pen Jan Diderich Schrijver under provisional appointment as junior assistant. Further, having opened the papers brought hither yesterday by the vessel De Jonge Petrus Albertus, and found to be the original of the duplicate missive received on the 24th of the past month from Their High Excellencies the Honorable High Indian Government, dated 5 December past, with the appendices pertaining thereto; thus, while the High orders contained therein are most obediently fulfilled, this record alone was kept thereof, as well as noted that on the mentioned vessel there actually are 17 sick seamen, and that because of such condition the ship's officers had to call at Surabaya on the voyage hither. Underneath stood: Thus resolved and decreed. At Kupang on Timor, the date aforesaid. Was signed: Alexr. Cornabé, Wm. An. van Este, Jn. Hs. Bauer, Pl. A. Schlicht, and Jn. Elders, sworn scribe. Examined. Agreed. Jn. Elders, sworn scribe. W. Vink. Meeting held on Monday, the 3rd of April, Anno 1769. In the morning at the clock of half past eight, absent the second-in-command Willem Adriaan van Este due to indisposition. After the Chief had already given to know at the beginning of this session that, in conformity with the recent instruction in Their High Excellencies' most deeply venerated missive dated 5 December 1768, ordering the immediate payment here by the second-in-command Van Este of 4241:37 rixdollars, in order subsequently to be credited to the capital, he, the Chief, had caused the second-in-command aforesaid to be addressed directly during his still continuing indisposition, until from the last-mentioned Van Este was delivered to his Honor yesterday evening the supplication now produced on the table by his Honor, reading: Honorable Sir, Alexander Cornabé, Merchant and Chief of this office and jurisdiction thereof, Together with The Council. Honorable Sir and Sirs. The undersigned, second-in-command Willem Adriaan van Este, having obtained from Your Honors two extracts, namely one from the general resolutions of the Castle of Batavia taken in the Council of India on the 12th of July 1768, and one from the honored missive recently arrived by the vessel De Jonge Petrus Albertus from Their High Excellencies dated 5 December past, both containing a reimbursement imposed upon him: Firstly, of 2585:9 rixdollars, or half of 5170:18 rixdollars that came short in the main cash chest upon the death of the Chief Van Voorst, as well as 1656:28 rixdollars that, without receipt or proof, were charged to the deceased as goods supplied from the Honorable Company's warehouse, amounting together to a sum of 4241:37 rixdollars. The undersigned took the liberty, as is not unknown to Your Honors, some time after the arrival of the currently governing Chief, upon the highly honored missive of Their High Excellencies concerning that very same shortfall, to justify himself in writing, and therewith to submit such declarations as could serve for verification of his statement; and which justification being presented to Your Honors, the same, according to the resolution of the 13th of May, Anno 1767, let the undersigned rest satisfied therewith, and only resolved to make him provide security for such compensation as Their High Excellencies might impose upon him, as well as on the same day deemed fit to send the said writing with the outgoing missive for the disposition of Their High Excellencies. Whereupon the very same, according to customary equity, accepted the said humble justification as satisfactory, and not only released the undersigned from that reimbursement, but at the same time favorably wrote to cancel the aforesaid security or bail. However, having seen to his sensible sorrow from the aforementioned extracts that Their High Excellencies, upon an extract resolution submitted, taken by the Honorable Orphan Masters at Batavia dated 15 June 1768, by virtue of the orders from the Fatherland of the 16th of July 1720, dictating that the main money chest of the Honorable Company at the outer offices must be locked with two different locks, of which the Chief and the second-in-command must each keep a key in custody, etc., have seen fit to impose upon him, the undersigned, the reimbursement of the aforementioned shortfall of Mr. Van Voorst, and that in such a manner that the amount here in
Dutch transcription
12 Nagesien wierd besloten Ged: onderstuurman Andries Termens op dat dien wegen ter bequamer plaatse het zij ten Gouvernement Macasser alwaar thuijs hoord dan wel ter hoofd plaatse door des kundiger goordeeld worde te gelasten van ten spoe„ digsten den E. E. opperhoofde ter hand te besorgen onder presen„ tatie van eede in geschrifte zodanig een relaas als even had komen te doen en zulx met alle die omstandigheeden als betuigd bij desselfs Iournaal te staan aangetekend en be„ krachtig met de hand, tekeningen sijner deksofficieren en bo„ ren dien sijn E. E. nog of te leveren ter Confrontatie 't Journaal voorm /:onderstond:/ Aldus Geresolveerd en G'arresteerd Tot Coupang op Timor dato voorsz /: was getekend /: Mlex„ Cornabé, W„m A„n van Este, I„n A„s Bauer, P„r A: Schlicht, en I„n Elders g: scriba Accordeerd Sn Elders E g: Coibu L uijt de wederom D. Wir6 13 Woensdag Den 8:' Februarij A„o 1769 des morgens om agt uuren Alle present Aan den alhier dienst doende assistent Hendrik Jochemus Jacobsz: wierd op desselfs daar toe bij requeste gedane instantien goedgevonden en verstaan te accordeeren verlossing naar Batavia behoudens qualiteit en gagie, en in desselfs steede ter secretarij alhier wederom te Emploijeeren, den soldaat aan de pen Jan Diderich schrijver onder p„s aanstelling tot Jo assistent: Wijders G'opend zijnde geworden de papieren op gisteren per het scheepje den Iongen Petrus Albertus herw„s aange„ bragt en bevonden te weesen Origineel van de op den 24. den gepas„ seerde maand ontfangen -duplicaat missive van Haar Hoog Edelh„s d' Edele Hoge Jndiase regering nd: 5: deCor„ &b: p:r met de daar toe specteerende bijlagen zo wierd, in tusschen dat aan de daar bij vervatte Hoge ordres gehoorsaamst vol„ daan worde, alleen daar van dese aantekening Gehouden, als ook genoteerd dat op ged: bodem sig werkelijk bevinden 17 sicte Vergadering Gehouden op Zeevarende zeevarende, en dat om diergelijke gesteldheijd de scheeps of heeden in de herwt reijse sourabaja hebben moeten aan doen /onderstond Aldus Geresolveerd en G'arresteerd Tot Coupang op Timor Dato voorsz:/was geteken Alex„r Cornabé, W„m A„n van Este, I„n H„s Bauer. P„l A„ schlicht en In Elders 9: schriba Nagesien Accordeerd Pr: Elders E 9: Ccribr W. Vinkk 15 Vergadering Gehouden Maandag Den 3. ' April A„o 1764. Des morgen de klothe half negen uuren absent D' secunde Willem Adriaan van Este door in dispositie — Na dat door het opperhoofd al bij den aanvang dezer zittinge nare te kennen gegeven dat in Conformitie van 't J„o aangeschrevene bij Haar Hoog Edelh: diepst gevenereerde mis„ sove d. d. 5 deca 1768, gelastende de Jmmediate voldoening alhier door den secunde van Este van rd=s 4241:37: - om vervolgens der hoofdplaatse ten goede gebragt te worden; hij opperhoofd den secunde voorm: dien reg„s gedurende deszelfs als nog aanhoudende on passelijkheid heeft laten aanspreeken, tot dat van Laatst ged. van Este zijn E: E: op gister avond wierd ter land gesteld het tans door zijn E. E. ter tafel geprodu„ ceerde smeekschrift Luijdende E: E: Heer Alexander bornabé Coopman en opperhoofd deses Comptoirs en resorte van dien Benevens Den Raad d: Heer en Heeren 6: Den ondergetekende Schunde Willem Adriaan van Este, van uw Edelens bekomen hebbende twee Extracten, als een uijt de Generaele resolutien des Casteels Batavia genoomen in raede van India op den 12: Julij 1768, en Een uijt de Jongst per het scheepje de Jonge Petrus Albertus aangekomene G' Eerde missive, van Op Haar E Haar Hoog Edelheedens in dato 5 december pass=o behelsende beijde eene aan hem opgelegde Vergoeding Eerstelijk, van rd„s 2585:9:— of de helft van rd=s 5170: 18:— die met het overlij„ den van het opperhoofd van voorst, op de groote Caste kort gekomen is mitsg=s rd=s 1656: 28: — die zonder briefje off bewijs den overleedene als verstrekte Goe„ deren uijt SE: Comp„s pakhuijs zijn ten Lasten gebragt bedragende te samen Een somma van rd=s 4241:37: — Den tekenaar heeft gelijk Uw Edelens niet onbekend is, en igen tijd na de aankomst van het tans regerend opperhoofd, op d' Hoog G: Eerde aanschrijk vens hunner Hoog Edelheedens over even diesselfde te kortkoming de wijherd genoomen zig schriftelijk te verantwoorden, en daar bij zodanige verklaringe overteleggen als tot verificatie van zijne opgave hebben kunnen dienen, en welk verandwoording aan Uw Edelens Gesuppediteert zijnde, heeft dezelve volgens besluijt van den 13:' Maij A„o 1767, den tekenaar daer meede laten volstaan„ en alleen beslooten hen Cautie te doen stellen voorzodanige vergoeding als Haar Hoog Edelheed=s hem mogte komen opteleggen, mitsg=s ten selven daege goedgedagt gemeld schriftuur met de aftegaane Missive ter dispositie van Haar Hoog Edelens over te senden — waar op hoogst deselve volgens gewoone equiteijt de Gemelde nedrige verandwoording voor voldoenende aangenomen en den tekenaar van die vergoeding niet alleen ontleft, maar teffens daar bij goedgunstig aanschreeven om de voorsz: Cautie off borgtogt te roijeeren Edog tot zijne sen sibl: Leetweesen uijt de hier vooren genoemde Extracten gesien hebbende, dat Haar Hoog Edelheedens op Een ingediend Extracht resolutie genoomen by Heeren Weesmeesteren te Batavia in dato 15. Junij 1768. uijthoofde der Patriase ordres van den 16:' Julij 1720. dicteerende dat de groote geld Cassa van D'E Comp„e op de buijten Comptoire met twee verscheijde slooten moeten gesloten werden, van dewelke het opperhoofd en den secunde ijder een sleutel in bewaering moeten houden en'z, goedgevonden hebben hem tekenaar de vergoeding van het hier voorengemelde te kort koming van D' Heer van voorst op te leggen, en wel sodanig, dat het bedragen alhier in
English
17 must be counted in the cash. The undersigned declares once more in sincerity that such home orders are entirely unknown to him, much less that he has ever seen them; therefore he merely followed the example of his predecessors, who only kept under their custody and responsibility the monies from the daily cash sales, called the small cash, of which they had to render monthly accounts to the opperhoofd, without concerning themselves with the large cash, since that has always remained, since the administration of the opperhoofd van der Burgh /:when the undersigned was appointed here:/ until the death of Mr. van Voorst, in the opperhoofd's residence outside the Castle, without the second-in-commands ever having held a key thereto in custody, much less being responsible for it, which otherwise would certainly have fallen to the former second-in-command H:k De Lange, since at the decease or demise of the opperhoofd von Pluskow in the year A=o 1761 an important sum of ƒ 26832:2:8 or rd=s 11180: 2:8 was found short in the cash, which was paid to the Honourable Company solely out of his estate and by his attorneys; besides which, the aforementioned deficit of the Hon. van Voorst was no actual deficit of cash in the funds, for the large cash upon the handover by the Hon. Ter Herbruggen to the Hon. van Voorst amounted to rd=s 10000: 40: — and at the death of the last-mentioned there was found in it rd=s 8819:13: 8, consequently not more in cash was missing than rd=s 1181:26:8. However, this large deficit was caused because the Hon. Ter Herbruggen, upon the handover of this office, because the tin that he had purchased for the Honourable Company, consisting of upwards of 200: ' picols, was not accepted, had to account for that amount in cash again; and being unable to do so, the Hon. van Voorst, as is sufficiently known to everyone here, took over from the said Hon. Ter Herbruggen real estate as well as movable goods and merchandise to a considerable sum of rd=s 8585:10:— and had the large cash credited for it in the trade books just as if it had come in as cash. [illegible] And as regards the goods that were delivered to his Honour from the Honourable Company's warehouse without a note or order, the subscriber testifies that he often felt aggrieved about it, but every time received as an answer from the Hon. van Voorst that even though his Honour had something fetched without a note /:since at that time he was delayed for entire days by the native:/ it was always quite sufficient that such was noted monthly on his account of consumption from the warehouse and also on the small cash account and handed over to him, as indeed happened; for apart from the small cash account of the month of December /:since his Honour died on the 3 January:/ he received in person during his lifetime in good health all those of the preceding months, without ever having anything to say against them, thus proving that everything was properly received. Yet, notwithstanding all this, the subscriber would still be obliged to obey the most respected orders of their High Excellencies and pay the compensation imposed upon him to the estate of the Hon. van Voorst, if he were capable of doing so; but since then everything he possessed would have to be sold and turned into money, and it is all too well known to your Honours what an aversion the inhabitants have had for some time to auctions, and what trouble the Hon. opperhoofd repeatedly takes when holding the Honourable Company's sales to encourage the Chinese as well as citizens and other inhabitants to attend them, without having any more effect than that each time only five to six Chinese showed up: it would thus be a total ruin for the undersigned if his effects were sold, which would only be disposed of for a mere song, originating, as your Honours are well aware, from the numerous auctions held here for three or four years past, the monies for which have not been paid by many to this day, and who, being now pressed rather hard for payment, as it were shun the auctions. Moreover, may your Honours be pleased to consider how painful
Dutch transcription
17 in Cassa moet geteld worden Den onder getekende betuigt nogmaals in opregtheijd, dat hem dierge„ lijke patriase ordres ten Eenemaalen onbekend is, veel minder dat zij sulx doijt gesien heeft, dierhalven alleen 't Exempel zijner aanteseseuren gevolgt, de Enkelt de penningen van den dagelijksen Contanten verkoop, genaamd de kleene Cassa onder hunne bewaring en verandwoording gehad, waer van maendelijx reek: aan het opperhoofd hebben moeten doen zonder zig met de groote Cassa te bemoeijen, also die 't zeedert de regering van 't opperhoofd van der Burgh /:dat den ondergetekenden alhier is bescheijden geweest:/ tot de dood van d'heer van voorst altoos in den opperhoofden wooning buij„ ten het Casteel is berustende Gebleeven, sonder dat de secundens ooijt eene slautel daar van inbewaring hebben gehad, veel minder daar voor verandwoordelijk geweest, dat andersints den gewesen secunde H„k De Lange wel soude zijn te beurt gevallen, vermits bij het overlijden off om koman van het opperhoofd: von Pluskoss A=o 1761 eene inportante somma ƒ 26832:2:8 off rd=s 11180: 2:8 bij de Cas is te kort gekomen, dat alleen uijt derselver boedel en door zijne gemagtigdens aan D'E Comp„e is betaald geworden buijten en behalven dat voorsz: te kort koming van den E. van voorst geen reelo te kort koming aan Contanten bij Cassa is geweest, want:r de groote Cas was bij de overgave door den E: Ter Herbruggen aan DE van Voorst groot rd=s 10000: 40: — en met de dood van den Laast„ gemelde bevond men in deselve rd=s 8819:13: 8, gevolglijk niet meer aen Contanten te kort gekomen als rd„s 1181:26:8 Maer dese groote te kortkoming is veroorsaakt, door dien DE Tersterbrugge, met de overgave van dit Comptoir, om reeden 't wan dat den selven voord'E Comp„e ingekogt had, en in ruijm 200: ' Picols bestond, niet is g'accepteerd geworden, dat bedragen wederom en Cassa moeten verantwoorden en daar toe onvermogend zijnde, zo heeft den E: van voorst, gelijk ijder Een hier genoegsaam bekend is, van gedagte E: Ter Herbruggen zo aen vaste als meubilaire goederen en Coopmanschappen overgenomen tot Een aansienelijke somma van rd=s 8585:10:— en bij de negotie boeken de grote Cas daer voor Laeten Creditaeren even als off. 't in Contant was ingekomen—. aan 10 Nol lstaan, volgens Welk nge hreeven te gesien utie eijde de hem ng van alhier En En wat aangaat de goederen die aan zijn E: zonder briefje off ordonnantie uijt 's E Comp„s pakhuijs zijn afgegeven, betuigt den tekenaar dat daar over zig dik„ wils heeft beswaard gehad, maar telkens van den E: van voorst tot andwoord gekreegen, dat off schoon zijn E:d iet1s. sonder briefje Liot: haalen /:vermits te dier tyd geheele dagen door den inlander opgehouden: wierd:/ timmers genoeg sufficieerde dat zulx maendelijks op desselfs rekening van genoth uijt het pakhuijs en ook op de kleene Cassa reekening word- bekend= gesteld en aan hem overgegeven, zo als ook waarlijk is geschied, want buijten en behalven de kleene Cassa reekening van de maand december /:vermits zijn E: den 3 Ianuarij overleeden is :/ zo heeft den selven alle die van de voorgaande maenden bij levende en gezonde Lijve in perzoon ontfangen, sonder ooijt iets daar op te seggen gehad te hebben, dus een blijk dat alles rigtig ontfangen is — Edog niet tegenstaande dit alles, soude den tekenaar even wel verpligt wesen de hoogst. gerespecteerde ordres van Haer Hoog Edelh=s te obedieeren, en de hem opgelegde vergoeding aan den boedel van D'E van voorst voldoen, bij aldien hij daar toe vermogend: was maer dewijl als dan alles wat hij bezitte zoude moeten verkogt en ten gelden gemaekt werden, en het uwel Edelens al te wel bekend is, wat een afschrik de ingeseten 't zeedert eenige tijd voor de venduties hebben gekregen en wat moeijte het E. opperhoofd niet te li„ kens aanwend om bij het houden van s'E Comp„s verkopingen d' Chineeson zo wel als burgers en verdere inwooners aante moedigen, om den selve bij te woo„ nen sonder dat het van meer Effect heeft konnen zijn dan dat elkens reijs slegts vijffa ses Chineesen zig daer bij hebben laeten vinden: zo zouden het voorden ondergetekende eene totale ruine weesen, wanneer zijne Effecten verkogt wierd dat niet dan voor een eij-en appel aan de man soude raaken, herkomstig „gelijk uw Edelens wel bewust is, door de 't zeedert drie vier Iaeren alhier zo veel vuldig gehoudene vendutien, waer van de gelden door veele tot heeden nog niet voldaen zijn, en die thans watsterk tot de betaling aangespoort. 6 werdende de venduties als 't waere schuwen Daer en boven gelieven uwel Edelens te Considereeren hoe smer¬ telijk 6 E
English
how hard it would fall upon the petitioner with wife and children to lose everything in such a manner, and to be left virtually naked and bare on the dike, whereas, as God knows, he has not committed the slightest unfaithfulness but has always acted as an honor-loving and faithful servant, and in the aforesaid case merely followed the example of his predecessors. The humble petitioner hopes once again for their High Excellencies' widely renowned equity and compassion regarding his innocent and ignorantly committed blunder, whenever he may have the good fortune to appear in person before the eyes of the very same, and to plead that he may be permitted to account for himself once again more fully in humble manner in this regard, and to request grace instead of rigor for his innocent step. Therefore he very humbly requests your Honors that for the aforesaid reason he may be permitted to make a quick voyage to Batavia this year with the vessel de Jonge Petrus Albertus, and that it may please his Honor the Chief to take solely upon himself the administration of the Honorable Company's warehouse here for that short time, or else to make such other arrangement in that regard as his Honor shall deem best, for when the trade books are closed in the month of August and the new books are formed by the first of September, the writing work diminishes until the arrival of the Honorable Company's vessel, at which time the petitioner hopes, under God's blessing, to return therewith to attend to his duty as before; humbly requesting his Honor the Chief to be willing to take that burden upon himself and to grant him a favorable fiat hereupon. Was signed: W. N. van Este. In the margin: Coupang on Timor, the 3rd of April Anno 1769. Thus, after having duly taken into consideration what was presented by the aforesaid Secunde van Este in this his petition regarding his inability to make cash payment of the compensation imposed upon him, and that at a public auction of his real estate, the same might very well be sold for a song to his very great injury because of the known poverty of the inhabitants, not only that, but that with respect to the collection of the monies proceeding from such a sale one would undoubtedly encounter the same difficulties again as one constantly has to struggle with after public sales held on the Company's behalf. And after having also taken into consideration that one cannot well deprive someone, in a case in which the total ruin of himself and his family is involved, of the ways and means to prevent such in a permitted manner. Also that with the stay of the Secunde the matter in question would, according to thoughts, not be settled so quickly but would remain lingering and only cause much writing, whereby the proceedings here concerning the administration of the deceased estates by the late Chiefs Ter Herbruggen and van Voorst would have to be brought anew and further before the eyes of the Honorable High Indian Government, contrary to the express prohibition of the very same; Thus it was, that is to say, unanimously resolved, after the Chief had declared regarding the administration of the Company's warehouses to be taken upon himself during the Secunde's absence that he would further deliberate on that matter with the latter: to grant him, Secunde Willem Adriaan van Este, passage by the next vessel to be sent to the capital, de Jonge Petrus Albertus, with retention of his quality, but with cessation of salary from the day of his departure until the resumption thereof shall be granted to his Honor by our aforesaid High Masters, after a sufficient surety shall have been provided anew by him, the Secunde, to the satisfaction of the Chief and the other members of the Council; while it was further resolved to decide nothing regarding the further contents of the aforesaid petition, but to leave such to the wiser judgment of the Honorable High Indian Government. Subsequently it was approved and agreed to comply with the request made by petition by the gunner's mate stationed here, Thomaas Le Veneur of Saint-Malo, arrived in the Indies in the year 1754 with the ship Pasgeld as a gunner, earning 11 guilders per month, and promoted in the year 1763 to gunner's mate at the salary of 14 guilders under a contract of three years, for discharge from the Company's service and passage to the capital, in order to be granted burgher freedom there with the pleasure of their High Excellencies, the Honorable High Indian Government, and it was resolved to have his salary cease from this day forward. Further
Dutch transcription
„telijk het voor den tekenaar met vrouw en kinderen souden vallen, alles op zo Een wijse te moeten verliezen, en genoegsaam naekt en blood op den dijk geset te werden, daar hij God is 't bekend, geen de minste ontrouw gepleegt maar althoos als Een Eerlievend en getrouwe dienaar is te werk gegaan, en in 't voorsz: geval alleen het voorbeeld zijner predecesseuren gevolgt heeft— Den submissen tekenaar hoopt nogmaals op haar Hoog Edelh=s wijd beroemde aquiteijt, en mede dogentheid over zijne onnosel en onwetend begaene misslag, wanneer hij het geluk maghebben in perzoon onder de oogen van hoogst deselve te verscheijnen, en te smeeken dat hem mag vergunt werden zig nogmaals oot„ moedigt dierweegens ampelder te mogen verantwoorden, en over zijne onno„ selen stap gratie voor rigeur verzoeken Dierhalven verzoekt hij uwel Edelens seer nedrig, dat hem om voorsz: reeden mag gepermitteerd werden, dit Jaar met het scheepje de Ionge Petrus Albertus Een springtogt na Batavia te doen, en dat het zijn wel Ed: het opperhoofd gelieven mogte, de administratie van sE Comp„s pakhuijs alhier, voor die korten tijd, zolang alleen op zig te neemen dan wel daar omtrent zo„ danige andere schikking te maeken, als zijn wel Ed: sal oordeelen het beste te zijn, want als in de maand Aug=s de negotie boeken geslooten, en met p„mo 7ber: de Nieuwe boeken Geformeerd zijn, zo vermindert het schrijff werk tot de komst van S E: Comp„s bodem, als wanneer den tekenaar daar mede onder Godes zeegen hoopt te retourneeren om zijnen dienst als vooren waer te nemen; verzoekende zijn welEd: het opperhoofd oodmoedigst die Last op zig te willen neemen en hem hier op te verleenen Een gunstig fiat /:onderstond:/ 'T welk doende /:was geteekent:/ W=m N„n van Este /:Jn margine:/ Coupang op Timor Den 3:' April A„o 1769 — zowwierd, na alvorens wel in overweging genomen te hebben, het door voorn: secunde van Este in dit sijn smeekschrift bij gebragte, nop=s deszelfs onvermogen ter Contan„ te voldoeninge van de hem opgelegde vergoeding en dat bij publicque opreijling zijner vaste goederen, de zelve wel ligt om de bekende armoede der ingesetenen tot sijne over groote schade voor een Eij-en appel souden verkogt worden, niet alleen, maar dat ten, aansien van de inning der uijt sodanigen verkoopte proflueerene penn: men poort. mr. „ „men ongetwijffel weder om de zelfde moeijlijkheden ontmoeten zoude, als vaarte„ „gen men na 's Comp„s wege gedane rendutien telkens te worstelen heeft —. En na Almeede in aanmerking genomen te hebben, dat men jemand in een geval waar in deszelfs en zijner familie totale ruine gemengd is, niet wel benemen kan„ de wegen en middelen om zulks op eene Gepermitteerde wijse voor te komen Ook dat met het verblijf van den secundo de zaak in questie na gedagten zo ras niet afgedaan maar sleepende zoude blijven en maar veel schrijvens veroorsaaken, waar door de behandelingen alhier omtrent de administratie der nagelaten boedels door wijlen de opperhoofden Ter Herbruggen en van voorst op nieuw, en nader voor het dog der Edele Hoge Indiase Regering souden dienen gebragt te worden, teg=s uijt„ 0 drukkelijk verbad van Hoogst de zelve, zo wierd zegge éen parig besloten, na dat het opperhoofd weg=s de op zig te nemene administratie van s Comp„s pakhuijsen gedurende 's secundens absentie verklaard hadde, die zaak met Laast gen„ nader te zullen beramen: hem secunde Willem Adriaan van Este te verleenen p„r naast naar d' hoofd platse after sendene scheepje d' Jonge Petrus Albertus transport behoudens qualiteit dog met Cesseering van gagie van den dag van sijn vertrek af, tot dat de wederom Coursneming van dien door welm: onse hooge „gebieders zijn E. sal wesen toegestaan, na dat door hem secunde op nieuw sal wesen gesteld een suffisante borg tocht ten genoegen van het opperhoofd en de verdere leeden van den Raad, terwijl nog besloten wierd omtrent het wijders vermel „de bij op ged. request niets te decideeren maar sulks overlaten aan het wijser oordeel der Edele Hoge Indiase Regeering V Vervolgens wierd goed gevonden en verstaan, te Condescendeeren in het versoek bij requeste gedaan door den alhier bescheijden Constabelsmaat Thomaas Le Veneur van S„t Malo, A„o 1754. met het schip Pasgeld in Jndia aangeland als busschieter, winnen de ƒ11. p„r maand, en in den Jare 1763. tot Constabelsmaat bevorderd met de gagie van ƒ14: onder Een verband van drie Jaren, om ontslagh uijt 's Comp„s dien st en transport na de hoofd plaatse, om aldaar met believen van Haar Hoog Ed:s d' Edele Hoge Indiase regeering in burger Vrijdom gesteld te worden en wierd besloten sijne Gagie te doen Cesseeren van heden af—. voorts
English
Furthermore, the chief having made known that, given that the East Monsoon is now steadily breaking through, His Honour, having taken the advice of the third maritime expert present here on that matter, was of the same opinion as him to let the pantjallang De goede Trouw, destined for Maccassar, proceed on its journey; thus, after the sentiment of its commander was first asked during the meeting and an affirmative answer was received, it was resolved to dispatch the aforementioned pantjallang from here to the said Government as soon as possible. Pursuant to Their High Mightinesses' esteemed decision made regarding our proposal submitted earlier, to the effect that someone should be sent from here to the island of Sumba to reside there as an interpreter among the regents devoted to the Honourable Company, to cultivate further friendship with them, to endeavor to bring the apostates back under the obedience of the Company through courteous persuasions, and by that means to expand the linen trade; it was, in the hope of thereby attaining sooner the wholesome objective intended herein, approved and agreed to appoint as interpreter to the aforementioned island Corporal Jan van Nimwegen, proposed for that purpose by the chief, who, throughout all the time he was stationed as such on the island of Savo, gave proofs of competence and of an honest disposition in his dealings with the native there; and concerning the Instruction drafted by His Honour the chief and laid upon the table, to serve primarily as a guideline for the aforementioned interpreter according to which he must conduct himself upon his landing on the aforementioned island, it was, after review, decided to approve the same in all parts and to insert it herein. Instruction for Corporal Jan van Nimweegen, to be sent to the island of Sumba as Interpreter. In consequence of the revered recent letter from Their High Mightinesses ordering us to appoint an interpreter to function and reside as such in the name and on behalf of the Dutch East India Company with [illegible] with their allies, the Regents and native grandees on the island of Sumba, we have, on 3 April, because of the satisfaction that his conduct and dealings with the native on Sava gave us, made the choice fall upon your person and drawn up this instruction as a guideline for your actions, in the trust that you will strictly comply with what is ordered therein and leave nothing unexamined whereby one may achieve the purpose intended with your dispatch thither. Firstly, after arriving at the settlement of Manjilij, whose Regent Radja Lacker is now about to cross over with you from here thither, you shall take care to be accurately informed regarding his disputes with those of the settlement of Malolo, further contemplating ways and means whereby the parties may be reconciled, or else submit to the decision and verdict of the undersigned chief and Council. Yet, if contrary to our expectations the aforementioned two warring settlements cannot initially be moved to mutual peace, you must nevertheless not lose sight of the principal point aimed at with your residence on the island of Sumba, namely the renewal of friendship between its Regents and the Honourable Company, which has markedly slackened on the side of the first-mentioned for some years past; yet not so much extinguished that there does not remain hope that those peoples, drawn along gentle and amicable ways, will before long return to the Honourable Company; wherefore we also seriously recommend to you the most courteous and friendly dealings with the grandees of the realm and the lesser Sumbanese, envisioning for yourself no other gain there than solely your promotion upon our recommendation to Their High Mightinesses, the generous rewarders of all those who give convincing proofs of loyalty and zeal in the service. If the Regents, Tommagoms, and other grandees on the aforementioned island answer your efforts according to wish, as is hoped, you shall have to urge upon them, in friendly and no less pressing terms, the expulsion of the
Dutch transcription
Voorts door den opperhoofde zijnde te kennen gegeven, dat, mits de nu al vast doorbreekende Oostmousson zijn E, als derde alhier aanweesende zeever standige dienwe g„s hun advijs ingenomen hebbende, met dezelve van gedagten was, de naar Maccassar Gedestineerde Pantjallang De goede Trouw reijs te laten vorderen, zo wierd na alvorens dies gesaghebders sentiment staande vergadering afgevraagd en een apsirmeerend antwoord bekomen te hebben, geresolveerd de Pantjallang voorm: hoe eerder hoe liever van hier na ged: Gouvernement te depecheeren Achtervolgens Haar Hoog Edelh. die pst g'Eerde dispositie gevallen op ons &„o p„o gedane Voorstel, ten einde jemand van hier na den Eijlande sumba verzonden wierde, om aldaar onder de E. Comp„e toegedane Regenten als tolk to verblijven, de vriend„ schap met de zelve moer en meer aen te queeken, de afvallige door heusche persuca„ sien wederom onder de gehoorsaamheid der maatschappije trachten te brengen, en Langs dien weg den Lijwaat handel te doen uijtbreiden; zo wierd, in de hope van hier daan te eerder het in desen bedoelde heilsaam oogmerk te bereiken, goedgevonden, en varstaan, als tolk ten Eijlande voorn: aan te stellen den daar toe door den opperhoof de geprojecteerde Corporaal Jan van Nimwegen die gedurende al den tijd dat ten Eyjlande Savo als zodanig is geplaatst geweest, preuves van bequaamheiden van in een eerlijk gemoed in zijnen ommegang met den Jnlander aldaar gegeven heeft, ene „belangende de doorged: zijn E: het opperhoofd geconcipieerde en ter tafel geproduceerde Jnstructie, om den tolk voorn: voor eerst te dienen tot een richtsnoer als waar na zig op deszelfs aanlanding ten Eijlande voorm: zal moeten gedragen, wierd na resumptie besloten de zelve in alle deelen te approbeeren en hier inne te doen insereeren. Instructie voor den naar den Eijlan„ de Sumba als Tolk te versendene Corperaal Jan van Nimweegen In gevolge gevenereerde Jongste aanschrijven van Haar HoogEdelhedens ons gelastende de aanstelling van Een tolk om als zodanig in name en van wegen de Nederl: O: I: Maatschappije te fungeeren en verblijf te houden, bij waarte„ e en kann, geval ed „ te9= uijt„ het door ter 2a9 sijne Hoge sport ie van winnen ur e bij dersolver bondgenoten de Regenten en Jnlandsche groten ten Eijlande sumba, zo hebben wij, op den 3 April /: om 't genoegen dat ons neg=s deszelfs op: sava gehouden gedrag en ommegang met den Jnlander heeft komen te geven /:daartoe de verkiesing Laten vallen op Uw perzoon en dese instructie tot een richtsnoer uwer handelingen getraceerd, in vertrouwen dat het daar bij g'ordonneerde stipt sal naar komen en niets ondesogt laten, waar door men bereike het oogmerk dat met uwe versending na derw„s bedoeld word —. Eerstelijk, zal UE: na verschijning ter negorije Manjilij/: welkers Regent Radja Lacker thans met uE van hier na der w=s staat over te steken:/ hebben te sorgen dat nauwkeurig onderricht werde, weg=s deszelfs geschillen met die van de negorije Malolo, voorts bedagt sijnde op wegen en middelen waar door partijen zig komen te bevredigen, dan wel te gedragen, aan de decisie en uijtspraak van ondergetekend opperhoofd en Raad E dog wanneer tegen onse vervragting voorn: twee oorlogende Negorijen al niet voor eerst tot onderlinge vrede te bewegen sijn, zo moet uE: echter daar omme niet uijt het oog verliezen het voorname poinct dat met uw verblijf ten Eijlande sumba beoogd word, te weten de vernieuwing van vriendschap tusschen dies Regenten en d'E: Comp„e zedert enige Jaren herw=s van der Eerst gen: zijde merkelijk verslauwd; dog zo zeer niet uijtgedoofd of daar blijft hope overig dat die volkeren, langs zachte en minnelijke wegen getrok nen, Eerlang tot DE Comp„e zullen wederkeeren, waaromme wij UE. dan ook serieuselijk willen aanbevolen hebbende heuschte en vriendelijkste omme„ gang met de rijks groten; en mindere sumbaneesen, zig zelven aldaar geen ander gewin voorstellende dan alleen deszelfs bevordering op onsen voordracht bij Hare Hoog Edelhedens de genereuse Beloners van alle de zulke die overtuigende blijken van trouw en ijver in den dienst komen te geven De Regenten, Tommagoms en andere Proten ten meerm: Eijlande als ver„ hopen uwe pogingen naar Wensch b'antwoordende zo zal UE in vriendelijke en niet min pressante ter men bij hun moeten aanhouden op de verjageng der
English
21 of the Macassar sea rovers and illicit traders, whom we understand arrive there yearly in great numbers. To achieve this all the sooner, you must continuously hold before the Regents the disadvantageous consequences of a justified displeasure that the Honourable High Indian Government might at any time conceive against them in the contrary case, and the promotion of their substantial prosperity and that of their subjects, if they are willing to comply with the Honourable Company, as is trusted, by no longer admitting any Macassar illicit traders into their ports, nor any of any other nation whatsoever, in compliance with what was stipulated in this matter in article 27 of the contracts concluded by the commissioner Paravicini in the year 1756 with the Sumbanese Regents and grandees of the realm, and solemnly sworn to by the latter. Of which article just cited we attach a copy herewith. That the navigation of the said Macassar rovers to Sumba as well as to other islands sorting under this chief residency is quite strongly encouraged, we believe must be attributed to their importation of goods that are not only very much in demand there, but are also disposed of at low prices; in this regard we have also already received certain reports, especially concerning the large transport thither of gunpowder, lead, swivel guns, flintlocks, and pistols. Nevertheless, after conducting an investigation, you will have to report to us in more detail about this at the first opportunity, and, in order to comfort the Sumbanese regarding the lack of those munitions and other goods, try to instill in them such an idea regarding the Honourable Company whereby they may obtain the certainty that as long as they adhere to the Company, they will be supplied with all necessities in ample measure of powder and lead etcetera according to custom, alongside the Timorese Regents by means of our petty traders, who, once assured of the good understanding of the Sumbanese with the Honourable Company, will not fail to cross over thither to barter slaves for linens, iron, arrack, and whatever else is drawn from there; all war munitions excepted, in which trade is not permitted. Though regarding this one need not express oneself to the native. And whereas the reopening of navigation to Sumba cannot be regarded otherwise than as a very desirable matter, since an increased sale of the Company's linens etcetera must follow from it, you ought politely and with great emphasis to insist upon courteous treatment and all possible assistance for our trading citizens, Mardijkers, and Chinese whenever they appear there provided with proper passes. The proas arriving there to conduct trade and unable to show a pass must be seized by you and sent hither, the skipper under safe custody. And in case it should happen that one or more proas from here arrive there, well provided with passes, but reading for other places, the head or heads of the said proa or proas will have to demonstrate sufficiently by what cause they were driven thither; and having a lack of water or firewood, they will, after obtaining the same, immediately have to set sail from there again. Finally, it is once again earnestly recommended to you to maintain a polite and friendly intercourse with the Regents and lesser natives on the repeatedly mentioned island, and to endeavor with all diligence to direct matters so that, before the middle of September next, preferably sooner, the said Regents come up hither with you, bringing along their letters and gifts for the Honourable Company, at which time we hope you will come to give us a proper account of all your proceedings, as well as regarding the heavy timber that is said to be found there in abundance. Further commending you to the protection of the Almighty, we remain; was signed: your good friends; lower: By order of the Honourable Chief and Council; was signed: Jan Elders, sworn scribe; in the margin: Coupang on Timor, the 15th of June, anno 1769. Furthermore, it having been made known by the Chief that, in order to be able to fulfill as much as possible the yearly demand of 150 head of bondsmen for the Government of Banda, his Honour, because those servants not all at once, but now and then in small numbers at the
Dutch transcription
21 „der Maccassaarsche zee schuijmers en morshandelaars, die wij vernem dat aldaar Jaarlijks in menigte aangieren Om zulx te eerder te konnen verkrijgen, moet uE. den Regenten ge„ durig voorhouden en de nadeelige Gevolgen van een billijk misnoegen, als d'Edele Hoge Indiase Regering 't eniger tijd bij Contraire geval tegen haarl: soude konnen opvatten, en de bevordering van hun wesenlijken welvaart en dien van hunne onderdanen, bij aldien DE Comp„e gelijk ver„ trouwen te wille zijn doorgene Maccassaarsche morshandelaars in hunne havenen meer te admitteeren, ook van geen andere natie hoegenaamd in naar„ kominge van het dierweg=s op dit stuk gestipuleerde bij Contracten art: 27: door 'd' hr Commissaris Paravicine A„o 1756 met de sumbaneese regenten en rijksgroten gesloten, en door Laast gen: plechtelijk be-eedigd. van welk even aangehaald art wij hier bij een afschrift voegen Dat de vaart van ged: Maccassaarse snervers naar sumba zo wel als naar andere onder dese opperhoofdije sorterende Eijlanden vrij sterk aan moedigd vermenen wij te moeten attribueeren aan den aanbreng door de zelve van goederen die aldaar niet alleen seer gewild sijn maar ook voor geringe prijsen van de hand geset worden dien weg=s hebben wij ook al zekere narichten bekomen voor al omtrent den groten vervoer na derw=s van Kruijd, lood, draijbassen, snaphanen en pistolen, niet te min sal uE. na gedane ondersoek ons daar van bij Eerste gelegenheid nader moeten berigten en den sumbaneesen, om dezelve weg=s het gemis dier amunitie- en andere goederen te troosten, eon denkbeeld omtrent D'E Comp„s sien in te boesemen waar door de zekerheid geraaken dat zo „langa de Maatschappije blijven aan kleven, zij van alle benodigdheden in een ruijme mate sullen voorsien worden /: van kruijd en Lood &=a na uso beneev=s de timoreese regenten :/ bij wege van onse smalle handelaars, die van de goeder verstandhouding der sumbanesen met D' E Comp„e een maal versekerd geworden niet in gebreke sullen blijven van naar derw=s over te steken om slaven in te ruijlen teg=s Lijwaaten ijser, arak en Wesmeer, aldaar getrokken is:/ alle krijgs Amunitie uijtgesondert waar inne niet mag gehandeld worden de ent trok ook me„ daar 1 dog 1 dog naar omtrent zig voor den Jnlander niet behoeft uijt te Laten — En door dien het weder openraken van de vaart naar sumba niet anders kan aangemerkt worden, dan als eene zeer wenschelijke zaak, alzo daar uijt volgen moet een meerdere debiet van 's Comp„s Lijwaten &=mt zo diend UE beleefdelijk en met veel nadruk te insteeren op eene heir„ sche behandeling en alle mogelijke assistentie voor onse handelaart burgers, mardijkers en Chineesen wanneer van behoorlijke passen voorsien aldaar op dagen —. De Prauwen aldaar aangierende om handel te drijven, en geen pas konnende vertonen, moeten door uE in beslag genomen en herw=s opgesonden worden /:den Anachoda in goede versekering — En bij aldien quame te gebeuren het vervallen aldaar van uen of meer Prauwen van hier wel voorsien van passen, dog naar andere plaatsen Luijden„ de, zo zullen 't hoofd of hoofden van ged: prauw of Prauwen voldoende moeten aantonen, door wat oorsaak sij daar heen sijn komen te verdrijven, en gebrek aan water of brandhout hebbende sullen sij na erlanging van het selve ter stond sig wederom van daar moeten onder zeijl begeven— Eindelijk word uE nogmaals erstelijk aanbevolen, een heuschen en vriendelijken ommegang met de regenten en mindere Jnlanders ten meerm: Eijlande te onderhouden en het met allen vlijs daar heen trachten te wenden dat, voor medio september aanstaande /: Liefst eerder:/ ged: regenten met uE herw=s opkomen mede brengende hunne brieven en geschenken voor DE Comp„e, als wanneer verhopen UE: ons van alle deszelfs verrigtingen een be„ hoorlijk verslag sal komen geven, als mede weg=s het sware timmerhout dat gesegd o word aldaar in overvloed gezonden word: uE voorts in de bescherming des Allerhoogsten„ aan beveelende Verblijve /:onderstond: uE goede vrienden /:Lager:/ Terordonnantie van 'U E: E. opperhoofd en Raad /:was getekend:/ J„n Elders gesw: scriba /:In margine:/ Coupang op Timor den 15 Junij A„o 1769 — Wijders door het opperhoofd sijnde te kennen gegeven, dat om den Jaarlijkschen Eisch van 150 stuks Lijfsigenen voor het Gouvernement Banda zo veel mogelijk te konnen voldoen, zijn E: vermits die dienstbare niet alle te gelijk maar nu en dan in kleenen getalle ten
English
23 brought here for sale, just as his predecessors had to take advantage of all opportunities presenting themselves early on for purchasing the same, so that upon receipt of the prohibitive order henceforth to buy no more slaves for the account of the Honorable Company, there were actually 23 individuals newly purchased on hand, which (relying upon Their High Excellencies' widely renowned equity) could thus, together with the 35 individuals captured as Rottenese prisoners of war on expedition account, be sent to the capital via the private sloops departing for there next June for the account and risk of the Company, were it not for Their High Excellencies' expressed displeasure regarding the poor condition of the 142 individuals of bondservants sent the previous year, which poor condition will likely have been caused by the fatigues and hardships that the slaves must have had to endure during a long voyage on small vessels on which suitable shelter can scarcely be found for the crew assigned to them, and thus they also appear worn out and unpresentable upon their arrival at Batavia. In order now to give no displeasure with the dispatch of slaves at a time like the present, when no further demand is made for them but they are entirely dispensed with, and to attend to the master's interests in the best possible manner, especially now that the nakhodas of the local private native and Chinese sloops demand 5 rixdollars per head for transportation, it was approved and agreed upon the proposition of the chief that, in the event the aforementioned nakhodas are not pleased to content themselves with 3 rixdollars per head for the transportation thereof, the aforementioned 23 newly purchased and 35 Rottenese slaves taken on expedition account shall be publicly sold to the highest bidder. Further, it was approved and agreed, in place of Carel Harman—who on frivolous pretexts, but essentially out of cowardice because of the bad omens he believed he discerned from the entrails of a buffalo sacrificed by him to the Devil (although being a Christian), had excused himself from attending the recently undertaken expedition to the island of Rotti, and was therefore immediately arrested by the chief and shortly thereafter dismissed—to nominate and appoint as Captain of the Company's Mardijkers, subject to approval, Frans Maucana, with whose good conduct and courage during the aforementioned expedition the chief declared himself to be satisfied. Lastly, at the request of the aged Lieutenant of the Chinese nation here, named Lie Loko, it was approved and agreed to relieve him of that charge, and in his place to provisionally appoint the fellow Chinese residing here, Kan Sjoeko. Underneath stood: Thus resolved and decreed at Coupang on Timor, date as above. Was signed: Mr. Cornabé, Johan Andreas Baur, Diderik Augustus Schlichten, Jan Elders, sworn scribe. Agrees: Pr. Elders, sworn scribe. 25 Resolution Taken by the Political Council Monday, the 29th of May, in the year 1769. The sworn scribe Jan Elders was sent around by the chief to the members for the written gathering of their advice concerning a petition handed over to his honor today by the Amboinese burgher Dirk Christoffelsz (who is to convey within a few days via his sloop to the capital all the wax collected up to now and already laden by him, in the quantity of 316 picols), by which said petition he makes known that, since while lying at anchor yesterday in this roadstead at the depth of 23 fathoms, an anchor and cable were lost due to the strong east wind that was blowing then, and since he had only one of each remaining, he, the petitioner, did not dare undertake the return voyage from here unless he were assisted with a 9-inch cable, as well as with a grapnel, wherewith it was most humbly requested that he might be accommodated against the purchase cost. The members having declared themselves to be of one mind with the chief, namely that, for the sake of the Company's wax handed over for transport to the aforementioned small vessel, the delivery of the cable and anchor as requested could indeed take place, provided that in case Their High Excellencies, our generous masters, should take no pleasure in this, but find it proper to demand the payment of the two capitals advance set upon the delivery of equipment goods to private persons, he, Christoffelsz, indemnifying the chief and Council in this matter, shall immediately comply with that high disposition. And since the petitioner aforesaid has bound himself thereto in writing, the delivery of the petitioned cable and grapnel was made in the manner prescribed, and this resolution was duly passed. Underneath stood: Thus resolved and decreed at Coupang on Timor, date as above. Was signed: As. Cornabé, Wm. Nik. van Este, Johan Andreas Bauer, Diderik August Schlicht, and Jan Elders, sworn scribe. Agrees: Pr. Elders, sworn scribe.
Dutch transcription
23 „ten verkoop herw=ds worden aangebragt; zo wel als sijne predecesseuren alle tot den inkoop der zelve voorkomende geligenheden al vroeg tijdig heeft moeten waar„ =nemen, zo dat op den ontfangst der prohibitive ordre van voortaan geen slaven voor reek„g van de E Comp=s meer in te kopen, daer van werkelijk 23 stuks op nieuw ingekogt aan handen waren, de welke (:op Haar Hoog Edelhedens =alom beroemde equiteijt vertrouwende:) met de 35 stuks op Expeditie reekening ingenomen Den kaneese krijgs gevangenen dus naar de hoofdplaatse per de in Junij aanstaande naar der w=s vertrekkende particuliere Chialoupen voorreek= en risico van de Comp„e souden konnen versonden worden, kwame daar tegen niet in aanmerking Haar Hoog Edelh: J„n betoonde misnoegen op de slegte bevinding der A„o p„o versondene 142 stuks Lijfeigenen, en welke slegte be„ winding denkelijk sal veroorsaakt weesen door de faliques en ongemaken, die de slaven gedurende een lange reijs op kleene vaartuigen waar op te nauer nood voor de daar op bescheiden zeevarende bequame Lijfberging te vinden is, suellen hebben ^ hebbe moeten moeten uijtstaan, dus bij hunne aanlanding te Batavia ook ongedaan en onaandienelijk voorkomen, Om nu met de versending van slaven in een tijd als nu dat daar van geen Eisch meergedaan maar in 't geheel word afgesien, geen ongenoegen te geven en 's meesters belangen op de bost mogelijke wijse te behartigen, voor al nu voor den overvoer de Anachodas van de alhier aanweesende particuliere Jnlandsche en Chineesche Chia„ Loupen 5 rd=s per stek vorderen, zo wierd op de propositie van 't opperhoofd goed„ gezonden en verstaan, bij aldien opgen„e Anachodas voor den overvoer derzel„ re zig niet met 3 rd=s p„r stuk gelieven te contenteeren, de hier voren verm: 23.:' ingekogte en 35 stuks op Reekening van Expeditie ingenomen Rottineesen slaven, publicq aan de meest biedende te laten verkopen — Wijders wierd goedgevonden en verstaan, in steede van Carel Harman die op firole voorrendselen, dog wesenlijk uijt kloen moedigheid om de slegte voor„ tekens als uijt de Jngewanden van eenen aan den Duijvel door hem geotferden busfel heeft (schoon Een Christen sijnde:) gemeend te ontwaren, zig van de bij woning der onlangs ondernomen Expeditie na den Eijlande Rottij hadde ge„ Exciseert niet lijke Lijwaten heir„ de worden meer no en ten en ten rs ten be„ gesegd sten antie ba van nnen getalle te Naegesien Exluseert, en daar omme door het opperhoofd terstond ware G'arresteerd geworden en kort daar aan p„s gedimitteerd tot Capitein der mardijkers van de Compagnie subdale p=l te nomineeren en aan te stellen Frans Maucana, over wiens goed gedrag en moed gedurende opged: Expeditie het opperhoofd betuigde voldaan Laatstelijk wierd op versoek van den hoog bejaarden Litytenant der Chineese natie alhier, in name Lie Loko, goedgevonden en verstaan hem van dien Last te ontslaan, en in sijne steede daar toe wederom p„r aan te stellen den alhier remoreerende meede Chinees kan sjoeko /:onderstond:/ Aldus Geresolveert en de Garresteerd Tot Coupang op Timor Dato voorsz: /:was getekent:/ M„r Cornabé, Joh„n And„s Baur, Dh„o Aug„ts chlichten Jan Pelers gebar: Cerita Accordeert Pr: Elders 9: Cciber te wesen — SWeimes 25 Resolutie Genomen door den Politicquen Rade Maandag Den 29:' Maij A„o 1769 Werd den gesr: Scriber Jan Elders, door het opperhoofd bij de Leden rond „gesonden, ter schrftelijke inneeminge van der zelver advijsen, over Een zijn E. E. op heden overhandigd request, door den Amboinas burger Dirk Christoffelsz: (sullende binnen veinige dagen p„r deszelfs Chialoup naar de hoofd plaatse overvoeren, al het tot nu toe in gesamelde en bereeds door hem ingeladen wax ter quantiteit van 316: picols:/ bij welke ged„e smneekschrift te kennen geeft, dat, vermits op gister te deser Rheede op de diepte van 23 V„m ten anker Leggende door de toen gewaijd hebbende herige Ooste vind Een Anker en touw is komen Gewijl te raken, en dewijl van ieder nog maar Een overbehield, hij supp„t de terug reijse van hier niet durfde te onder neemen 't en ware G'assisteerd wierde met Een Cabeltouw van 9. d„m, als ook met Een dreg, als waar meede de moedigste versogt dat tegens het inkoops kostende mogte gerieft worden De Leden van klaard hebbende met het opperhoofd van éen gevaelen te wee„ sen, dat namelijk, om de wille van het opged: kieltje ter overvoer ingegeven 'sComp„s wag, de afgave van touw en anker als vertogt wel konde geschieden mitt Op 3 Nagesien mits: dat ingevalle Haar Hoog Edelh„s onse Genereuse gebieders hier inne „geen behagen mogten scheppen, maar ged vinden de betaling der twee Ca„ „pitalen advans, op de afgave van Equipagie goederen aan particulieren „gesteld, te vorderen, hij Christoffelsz, het opperhoofd en Raad in desen schadeloos houdende, Jmmediaat aan die hoge dispositie kome te voldoen En dewijl de supp„t voorn„t zig daar toe schriftelijk heeft verbonden, zo is „de afgave van gepetitioneerde touw en Dreg in maniere voorsch„ geschied, en dien regts dese resolutie gepasseerd:/onderstond:/ Aldus Geresolveerd en G'arresteert Tot Coupang op Timor Dato voorsz: /: was„ getekend:/ A„s Cornade, W„m N„k Van Este, Joh„n And=s Bauer, Ih„so Aug:t Schlicht, e Jan Elders gesw: Scriba Accordeert Pr: Elders E 9: Cecibur D VamEs
English
26 Meeting Held Monday The 10th of July Anno 1769 In the Morning at 8 o'clock. Absent The secunde Willem Adriaan van Este due to indisposition. — At the beginning of this session, a reading was made of a Petition submitted today by the Surgeon Josephus Ahrends, stationed at this Office, accompanied by an attestation signed in their own hands by the chief surgeon The Honorable Philip August Schlicht and the ship's chief master Lucas Heimericksz: under date of the present month; by all of which the aforesaid petitioner seeks to demonstrate in plaintive terms the sad misfortune under which he has had to suffer for a considerable time now, caused by a sudden darkening that befell him in both his eyes, without the remedies applied to remove this darkening of his sight having brought about any good; wherefore, conforming to the advice of the aforementioned surgeons stated in the aforesaid attestation, namely that he change climate for once, and in order not to expose himself and his poor wife and children to utter misery through becoming completely blind, he urgently requested the Chief and Council that he might be permitted, while retaining his currently earned wages, to make an intermediate voyage to India's capital by the next vessel to return thither, The Jonge Petrus Albertus, in order, after obtaining recovery, with the pleasure of the Noble High Indian Government, to undertake the return journey hither again in his present service. The pitiable state into which the aforesaid petitioner must necessarily fall if his eye ailment were to be followed by those sad consequences, as some cases thereof have recently occurred, having been taken into consideration, as well as his vigilance shown to this day in the performance of his service, it was approved and agreed to permit the aforesaid Surgeon Josephus Ahrends to make the requested intermediate voyage, and to grant him letters of recommendation to Their High Mightinesses for the favorable restitution of his wages, which according to orders are to be written off on the day that he goes on board, while it was further resolved to send a copy of the above-mentioned request and attestation under the enclosures with the next departing dispatches. — Subsequently, the request was also examined of the Native burgher residing here, Nicolaas Wilhelm Pang, married to Engel Erasmusz:, formerly united in marriage to the mixed-blood burgher Hendrik Tielman who was massacred on Rotti Anno 179[illegible], requesting: That the Native burgher Hans Erasmusz:, also residing here, might be compelled to pay 48 rixdollars for various goods already given to him by the late Pang, the petitioner's predecessor, to be traded in the land of Ammarassie, and for which he is said to have paid not a single penny to this day. — That the same Erasmusz:, who together with the late European burgher Jan Pieter van Heerd in Anno 1756 at Batavia had received from the Alderman Zurmegede for the account of the aforesaid Hendrik Tielman 140 rixdollars, and divided it among themselves as recipients into two equal portions, of which the one was properly disbursed by van Heerd, might be ordered to satisfy the 70 rixdollars that have unlawfully remained with him. — Likewise that he, Hans Erasmusz:, might be ordered to make restitution of such children's clothing, three slaves, and 45 head of buffaloes as had been given in safekeeping to the first-named by the petitioner's wife after the death of her first husband, and all of which he tries to withhold under various frivolous pretexts. That finally the frequently mentioned Erasmusz: might render account of 80 head of buffaloes and 40 sheep removed on his order from the Babouw district and driven to the nearby Bachanassie, just as if the same belonged to him in ownership. This having been deliberated upon, and judged best to have the matter investigated before a final disposition is made in that regard, it was agreed to that end, in accordance with the Chief's proposal, to nominate and appoint as Commissioners the Members of this assembly, The Honorable Johan Andreas Bauer and The Honorable Philip August Schlicht, as well as from the burghery the Lieutenant Frans Marcus Pelter and Ensign Jan Protsz:, assisted by the sworn clerk Jan Elders, in order to serve with a report according to their findings at the next meeting to be held. Subsequently, a plan was proposed by the Chief for the reduction of the remaining stocks by sending back what could be regarded as unneeded here and no longer usable in the service, which were — Indian Dutch Currency Currency 3 pieces of iron Cannon of 10 lb Caliber together weighing 6917 lb at 91 florins per 100 lb Light money . . . 626 florins : — : — 500 florins : 16 : — 2 pieces of metal Cannon of 3 lb Caliber together weighing 954 lb at 69 florins : 10 : — per 100 lb. . - - - 663 florins : — : 8 530 florins : 8 : 8 Total 1289 florins : — : 8 1031 florins : 4 : 8 2 pieces of swivel guns of ½ lb with 6 chambers, removed in Anno 1759 from the ship Zekerlust and without
Dutch transcription
26 Vergadering Gehouden Maandag Den 10:' Julij A„o 1769 Des Morgens om 8 uuren. Absent Den secunde Willem Adriaan van Este door in dispositie. — Wierd met den aanvang dezer zittinge Lecture gedaan, van Een door den te desen Comptoire bescheijden Chirurgijn Josephus Ahrends op heden ingediend Smeekschrijf verseld van Eene door den opperchirurgijn DE Philip August schlicht en scheeps oppermeester Lucas Heimericksz: eigen handig ondergetekende attestatie sub dato p r Cur:t bij welk een en ander de sup„t voorm: in klagende termen noomt aan te, tonen, het droerig noodeat waaronder, nu al een geruijme tijd geleden, heeft moeten zuchtendoor eene hem subct overkomen verluijstering in beijde zijne oogen sonder dat de ter wegneminge deser verduijstering zijnes gesichts aangewende middelen iets ven „goede haden tewege gebragt waar omme hij zig Conformeerende met den Raad van opgen: heelmeesters in op ged: attestatie verm: dat namelijk eens van Climaat verandere en omme niet door eene geheele blind wording zal zelve en sijne armoedige trouwen kinderen aan de uijterste elende bloot te stellen 't opperhoofd en Raad in standig verbogt „dat hem vergunt mogte worden met behoud van zijne tans winnende gagie het doen van Een springtocht naar, Jndia 's. hoofd plaatse p„r het naast na derw=s te reverteerene scheepje D' Jonge Petrus Albertus om na Erlangde herstelling met Op met believen van de Edele Hoge Jndiase Regering, in sijne presente dienst de terug reijse na herws wederom aan te nemen. Den deerniswaardigen staat waarinne de supp:t voord: noodwendig vervallen moet ^ van bij aldien deszelfs oogen quaal ^ die droevige toevallen achtervolgd wierde ge„ „lijk daar van kortelings eenige gevallen g'exteerd hebben in overweging genomen sijnde als mede sijne tot heden betoonde vigilantie in 't waarnemen van sijn dienst zo wierd goedgevonden en verstaan den Chirurgijn Josephus Ahrends voord: te vergunnen het doen van de versogte springtocht, en hem te verleenen voor„ schrijvens aan Haar Hoog Edelhedens tot de gunstige uestitutie zijner gagie die na de ordre ten dage dat zig na boord begeeft staat afgeschreven te worden, terwijl wijders besloten wierd hier voren gewaagde request en attestatie bij de naast af te gane adrijsen onder de bijlagen in Copia over te senden. — Wierd vervolgens ook ingesien request van den alhier remoreerende Jnlandsch burger Nicolaas Wilhelm Pang in huwlijk hebbende Engel Erasmusz: voormaals in den Echt verbonden aan den op Rottij A:o 179 gemassacreerden „mixties burger Hendrik Tielman versoek doende. Dat de mede alhier remoreerende Jnlands burger Hans Erasmusz: mogte geconstringeerd worden tot de betaling van rd=s 48: — voor diverse em door wijle Pang voorsaat bereeds Ed„a naar 't land van Ammarassie te vernegocieering meede gegeven goederen en waar van tot heeden geen penning soude voldaan hebben. — Dat de zelfde, Rasmusz:, die benev„s wijlen den Europeesch burger Ian Pieter van Heerd A„o 1756 te Batavia voor rekening van voorm: Hendrik Tielman van den Heer schepen Zurmegede ontfangen hadde rd„s 140: - en onder„ hen ontfangers in twee equale portien verdeeld, waar van de eene regtig door van Heerd is uijtgekeerd, mogte worden opgelegd de voldoening van rd=s 70: — die on„ wettig 28 „onwettig onder hem verbleven sijn.— Almede hem Hans Erasmusz: mogte g'ordonneerd norden restitutie te doen van zodanige kinder klederen drie slaven en 45 stux buffels als door des supp„s „huijsvrouw na het overlijden van haren Eersten man aan den eerst gen: in bewa„ „ring hadde gegeven en welk een en ander dese onder diverse fivole voor„ wendselen onder zig tracht te behouden. Dat Eindelijk dik gerepte Erasmusz: mogte rekenschap geven van 80 stux busfels en 40 schapen op sijn ordre van 't districht Babouw weg gehaald en naar 't digt bij gelegen Bachanassie verdreven geworden even als of de zelve hem in Eijgendom gehoorden: Hier over gedelibereerd en g'oordeeld sijnde best te wesen de zaak alvorens dien weg„s finaal gedisponeerd wierde te laten ondersoeken zo wierd ten „dien einde Conform 's opperhoofds propositie verstaan, tot Commissarissen te no„ „mineeren en aan te stellen de Leden deser vergadering D'E Joh:n And„s Bauer en DE Ph„r Aug„t schlicht als mede uijt der burgerije den Luijt„n F„s M„s Pelter vaandrig Jan Protsz: g'assisteerd van den gesn: criba Jan Elders om naar bevinding bij eerst te houdene vergadering te dienen van bericht. Door den opperhoofde vervolgens g'opperd sijnde een project ter vermindering der restanten door een te doene te rug sending van 't gene als hier onbenodigd ook in den dienst niet meerder bruijklaar konde aangemerkt worden als daar waren — Indias Neder Ls„ 3 p„s ijser Canon van 10 lb Caliber te samen Geld wegende 69174 â ƒ 91:— d: 100 lb Ligt geld . . . ƒ626:—: — ƒ500:16:— 2 p„s metaal Canon van 3 lb Caliber te samen weegende 954 lb a ƒ 69:10:— d: 100 lb. . - - - „ 663:—: 8:„ 530:8:8 Saamen ƒ1289:—:8 ƒ1031:4:8 2 p„s„ kamerbassen van ½ lb met 6 Camers A„o 1759 uijt het schip Zekerlust geligt en sonder
English
and without continuing money sum, the five first-mentioned pieces being unfit due to their oversized vent holes, and the two swivel guns being unneeded here. 13 pieces of stone boundary markers, brought in the year 1758 by the ship Zeker Lust, having been requisitioned by the massacred Chief von Pluskow, but entirely unneeded, costing in light money f 149:18:8, or f 119:19:— heavy money. 605 pieces of Catechisms, question and prayer books in Malay, charged at light money f 298:2:8, or f 245:19:— heavy money. 94 Psalm books in quarto in Malay, light money f 88:2:—, heavy money f 72:13:8. 656 pieces of Psalm books in octavo in Malay, light money f 862:1:—, heavy money f 701:11:8. Total light money f 1248:5:8, or f 1020:4:— heavy money. [illegible] it was approved and resolved to return all the above-specified items with their charged prices to the main settlement by the next available opportunity. In the same manner, His Honor further gave to understand how one could and should deal with a remainder of fully 6705 pounds of lead in pigs and bars, of which the last delivery was brought in the year 1762 by the ship De Hercules, presumably to be converted into musket balls for use in the then war against the Naymoetians, having been requisitioned the year before by the late Chief von Pluskow, were it not that, upon His Honor's persuasion, the principal Chinese had made a commitment to take over at least half of said remainder at 8 rixdollars per picul, calculating a roughly 50 percent advance, while the further sale thereof appeared not hopeless to His Honor, provided that for the time being no lead in pigs and bars be requisitioned. Whereupon the aforesaid was approved and resolved to maintain this record. The report produced now at the table, dated 30 May last and delivered by the expressly appointed commissioners, the Honorable Johann Andreas Bauer and Jan Elders, regarding their findings in the presence of the second-in-command, the Honorable Willem Adriaan van Este, concerning 2981 1/2 pounds out of a consignment of 3626 pounds of wheat that, according to the books of the past administration, had been brought by the small vessel De Oranjeboom and should still have remained, finding it, after weighing out, entirely eaten through by worms and judged to be of no value at all. It was resolved to request submissively from Their High Excellencies at the next opportunity that said 2981 1/2 pounds of wheat converted into dust, having a cost price of 13 piculs or 104 florins and 9 stivers, may be written off in our trade books, as nothing was neglected for the preservation of said grain, and its spoilage nonetheless could not be prevented due to the low demand, two lasts having been brought hither in the aforesaid past administration above the requisition due to the large supply. Pursuant to the instructions of Their High Excellencies the Noble High Indian Government in their most respected letter dated 1 December of the past year, it was approved and resolved to announce in the conditions of the lease on strong spirits and tavern keeping that henceforth every one of the residents may purchase without any hindrance or restriction from the crew members arriving here such arrack as they may bring and import under their permitted cargo, in such manner and in such quantity as they may think fit, on the condition, however, that the buyers, on pain of the penalty specified in the recently issued placard dated 5 April 1768, shall not be permitted to resell the arrack purchased by them in small quantities (hereby meaning bottle by bottle up to the quantity of a case or 30 bottles) to the prejudice of the lessee, neither to their fellow residents of this town nor to the natives. Lastly, because the streets and roads both inside and outside Kupang would in time fall into complete decay through the carelessness of the inhabitants if not guarded against, it was decided to order all and everyone by public notice to have the street or road in front of his house, as well as vacant property, repaired immediately where necessary, and to keep it clean and tidy, on penalty of 5 rixdollars for the benefit of the poor of this town, to be paid by violators each time they are found to have acted contrary to what is specified here. Beneath stood: Thus resolved and decreed at Kupang on Timor, date as above. It was signed: Alexander Cornabe, Johann Andreas Bauer, Philipp August Schlicht, and Jan Elders, sworn scribe. Agrees: Jan Elders scribe Examined: Willem Meeting Held on Friday, 18 August in the year 1769 at eight o'clock in the morning. All Present. On a petition by the Chinese Tsoa Kinko and J. Jonko, both holding the lease on the import and export duties on wax, slaves, sandalwood, etc., of the following content: To the Honorable Alexander Cornabe, Merchant and Chief of Timor and its dependencies, together with the Council. Gentlemen, With the greatest respect and esteem, Your Honors' most humble servants, the Chinese Tsoa Kinko and J. Jonko, both lessees of the duties on slaves, wax, and sandalwood for this current and nearly expired book year 1768/9, make known that at the time they took on this lease for a sum of 4250 rixdollars, having intended
Dutch transcription
en sonder geld som voortlopende sijnde de vijff Eerst verm: stutken door hare overgro„ te sink gaten onbequam en de twee kamer bassen alhier onbenodigt — 13 p„s steene merk palen A„o 1758 p„r't schip zeker lust aangebragt door 't gemassa„ creerde opperhoofd von Pluskow wel g'eischt dog geheel onbenodigt —. kostende Ligt ƒ149:18:8. of ƒ 119:19:— sw: geld 605 p„s Cathegismussen, vrage en gebede boeken maleijds aangereekend met Ligt ƒ 298:2:8 of: ƒ245: 19:— sw: geld „ 88: 2:— „ „ 72: 13:8 „ 94 „ Psalmboeken in A„to maleijds „ 656 p„s psalmboenen in octavo maleijds ƒ 862:1:—„ ƒ701:11:8 Ligt ƒ1248:5: 8 of ƒ1020: 4:— sw: geld Wo to pestadsiber issen vrogeegtade ven d' sabro boebertals met Aherbiphe Con rofte geschrvs hijnden der voorvord onder de alhier tesonden In rapho Chrib¬ te onkomen ae ean sta vandn doorde alls aan¬ nlande Jabrendsche Laawerster zo wierd goedgevonden en verstaan het een en ander alhier boven gespecificeerd met derzelver aangereekende prijsen p„r naast komende gelegenheid naar de hoofd plaatse te rug te senden. — Inzelver voege gaf zijn E: E. wijders te verstaan soude men konnen en dienen te handelen met Een restant van wel 6705 ponden Lood in zeugen en schuijten waar van A„o 1762 p„r 't schip d' Hercules denkelijk om in kogels geconverteerd in de toenmalige oorlog tegen de naymoetiers te gebruijken door het omgeko„ men opperhoofd von Pluskon 's jaars bevoren g'eischd voor de Laatste keer sijn aangebragt geworden indien niet zijn E: E: op deszelfs persuasie door de voornaamste Chineesen ware toesegginge Gedaan van ged. restant voor 't minst de helfte te sullen overnemen teg„s rd„s 8 p„s picol bereekenende r=m 50 p:rC„t advans terwijl dies verdere verkoop sijn E. E. als niet hopeloos voorkwam in dien maar voor Eerst geen Lood in zeugen in schuijten g'eischt wierde op 't gene voorsch. wierd goedgevonden en verstaan dese aantekening te houden. _:o 2ogP 30 Deg op en door Expese gecommitteerden DE Joh:r And„ Bauer en Ian Eeders d d: 30. Maij laatstl: overgeleverden tans ter tafel geproduceerd berigt neg„s hunne bevinding ten overstaan van den secunde DE W„m A„n van Este van 2981 1/2 ponden op een partije van 3626 ponden diever volg„s de boeken van de Ad„o p„o per 't scheepje D'orang boom aangebragte tarwe nog per restant moesten sijn naar gedane uijt„ nanning geheel door de wornen door vreeten en niets nits g'oordeeld te wesen. — G Wierd geresolveerd Haar Hoog Edelh„s bij naaste gelegenheid submissie te ver„ soeken dat ged: 29811/½ b in stof geconverteerde tarwe in koops kostende palip 13. of V. ds ƒ104:9:— „bij onse handelboekjes mogen afgeschreven worden also tot de preservatie van dien Correl niets versuijmd en dies bederf door de weinige navraag al even wel niet heeft konnen geprevenieerd worden sijnde daarvan Ad„o p„o voorm: om reeden van dies groten voorraad twee lasten boven den Eijsch herw„s aangebragt. — Ingevolge aanschrijvens van Haar Hoog Edelh d' Edele Hoge Jndiase regeering bij Jongst hoogst der zelver gevenereerde missive d: d E: deC: &:o p:o — Wierd goed gevonden en verstaan bij de Conditien der Pagt op sterke dranken en tapnering bekend te stellen dat voortaan. Een ijder der Jngesetenen van de hier op dagende schepelingen sonder eenige hindernis of restrictie sullen mogen in kopen de arak die op gem: onder hare gepermitteerde Lasten komen aan te bren„ „gen en invoeren zodanig en in sulke quantiteit als sullen konnen goed vinden onder beding echter dat de kopers op pene als bepaald bij jongst g'emaneerd placaat d. d. 5: april 1768: niet sullen vermogende door hen ingekogte arak bij kleene parthijen (wordende hiermede verstaan bottels gewijse tot de quantiteit van Een kelder of 30 bottels) tot prejudicie van den Pachter om te „setten nog onder hunne mede ingesetenen deser stede nog onder den Jnlander. — Lantstelijk Laatstelik werd, omeeden de strate en wegen ze binnen als buijten Coupang in deen daar tegen niet gewaakt wierde, in de tijd wel tot Een geheel verval souden komen te geraaken, door de zorgeloosheid der Jnwoners, besloten, aan alle en een ijgelijk be „publicatie te ordonneeren de straat off neg voor sijn voorhuijs als ook- ledig staand Erfterstont te laten repareeren daar het benodigd is, en doen schoon en reinhoude op zaeme van 5 rd=s ten profijte der armen deser stede door de Contraventeurs te betalen telkens dat bevonden worden tegen hier gespecceerd te hebben /:onderstont:/ Aldus Geresolveerd en G'arresteert Tot Coupang op Timor dato voorsz: /: mas geteekent:/ Mlexj: Cornabl Job„n Anv„s Bauer, Ph„r Aug=t Schlicht, en Jan Elders gesw: scriba: — Accordeert Pr Elders : cibr Nagesien Wimb 32 Vergadering Gehouden Op Vrijdag Den 18 Augustus A„o 1769 Des morgens de klotke Agt uuren Alle Present Op een door de Chineesen Tsoa Kinko, en J. Jonko beijde in pacht hebbende de in en uijtgaande rechten, op wax, slaven Sandelhoud &„a van inhoud als volgd.— Aan Den E: E: Heer Alexander Cornabe Koopman en opperhoofd van Timor met den resorte van dien Beneevens Den Raad 6 Heer en Heeren 6. 6. Jeven met de moeste erbied en hoogaehting te kennen UwelEd„s onder da„ nigste dienaren de Chineesen Tsoa- Kinko, en J= Jonko beijde protters van slaeven, wax en zandelhout voor dit Lopende en bij na versteeken boek„ Jaar 1768/9 dat toen t„o p„s die pacht voor een bedragen van rd=s 4250- hebben gemeijnd
English
believed and been under the impression that the Honorable Company would make no demand for wax, just as this has not taken place for some years now, which is why, during the lease auction held this year, hoping for a small profit, along with others bidding continuously, they did not shrink from accepting the aforementioned lease for the said sum, being the highest bid, entirely unexpected to suffer such great damage as to their sorrow they must now experience, since this year no more wax has been transported than that of the previous year, they genuinely having to lose rd.s 1000:- in export duties on 500: picols that are now being shipped on account of the Honorable Company, although the undersigned petitioners do not mean to imply that they would claim the aforementioned sum of rd.s 1000:—:- from the Honorable Company contrary to all custom, yet to prevent their total ruin, they cannot refrain from most respectfully showing to Your Honors that, should the Honorable Company continue to export 500 picols of wax from here annually, no one among their nation, nor the residents of this town, will henceforth be able to take upon themselves the lease on slaves, wax, and sandalwood, except at great loss, for a sum such as it obtained in the past year, and for the reasons cited above, which they offer to confirm with solid evidence if required, namely that they have already suffered more than rd.s 1000: loss through an even lesser import of dutiable goods by the private vessels that have been here from Batavia this year, to which is added the small import by the residents sailing from here for petty trade, to whom the Macassar sea rovers, as will probably not be unknown to Your Honors, cause irreparable damage, so they most humbly pray and beseech that it may please Your Honors graciously to grant their petition a reduction or remission of such sum as Your Honors shall judge most proportionate to the loss suffered by the petitioners on the great lease of this now almost expired book year /:below stood:/ Doing which etc. /:was signed:/ with Chinese characters (and written around it/drawn by Tsoa Binko and Fonko. Because of the influence that an absolute refusal might otherwise have on the upcoming lease auction, it was resolved to favorably submit their request in the next outgoing rescript to Their High Noble Mights, insofar as it can well be traced that with an annual demand by the Company of 500 picols of wax, the lease on that import and export must necessarily yield less. Likewise it was approved and granted to favorably submit the request of the secunde, the Honorable Willem S. van Este, for the writing-off in the trade ledgers of this office of 2650 cans of arrack, calculated in money at f252:9:— native money or rd.s 313: 25: —, which were found short upon the transfer of the warehouse to the present chief, arrested and now performed by resolution of 3 April last, his Honor giving as the reason for this shortage the poor storage place for the arrack, its large remainder as of the last of August 1767 amounting to 13404: – cans, increased in the year thereafter by the import per the Orange Boom of 20 leaguers or 7760 cans, unrequested, there having been sold, from the first of September 1767 to the last of May, the date under which the inventory and transfer occurred, only 2448: - cans, and issued for rations 239½ cans, as the aforementioned secunde gave written indication thereof, and it was further resolved to offer the writing itself in copy to Their High Noble Mights. In conformity with the resolution taken at this table under date of 18 July past, a report having been submitted by the Honorable Jan N. Bauer and associates regarding their findings after an investigation into the dispute between the burghers Nicolaas Wilhelm Pang and Hans Erasmus, mentioned in the said resolution, proceeding now to a final disposition concerning this, it was approved and agreed: 1. The first-named burgher is to be barred from his claim of rd.s 48 regarding some goods which the latter-named allegedly enjoyed before the beginning of the Amarasi war, as being far from soundly proven. 2. But Hans Erasmus is to be enjoined to pay rd.s 30 instead of rd.s 70, which he allegedly received in 1758 or 1759 at Batavia from the hands of Mr. Zurmegede to be delivered to Pang's late predecessor here, if he can show from his receipt given to Mr. Zurmegede that he only received rd.s 30, for in the contrary case the remaining rd.s 40:— will have to be made valid to the aforementioned Pang by Hans Erasmus. 3. Yet by him must be immediately restituted the children's clothes, such as have remained in his possession. 4. Discharged from compensation for one of the three slaves who came to die in his possession, provided that Pang retains his right to the two mentioned slaves should they appear again. Thus
Dutch transcription
gemeijnd gehad, zij in de verbeelding geweest zijn, dat door d' E Comp„e geen Eijsch van wax gelijk sulx nu al eenige Jaren herw„s geen plaats meer heeft gehad, soude geschied wesen, waaromme sij dan ook bij de J„o gedane verpachting in de hope van een klein gewin, benev„s andere al voortbiedende voorsch: pagt voor op gen: somma dan wel het hoogste bod niet geschroomd hebben te aanvaarden in 't geheel niet verragtende daar bij zo grote schade ten sullen Leijden, als tot hun Leedwesen tans moeten ondervinden, also desen Jare goen meerder wax dan „o pr ict gevoerd, wordende sij desenlijk rd„s 1000:- moeten missen aan Uijt„ gaande rechten voor 500: picols die nu voor reekening van DE: Comp„s worden ingescheept, of schoon nu de Supp=ten ondergetekend, hier meede niet willen te kennen geven, dat eten verm: somme van rd„s 1000:—:- Contraire alle gebruik op d'E Comp„e souden pretendeeren soo konnen sij echter ter voorkominge hunner uijterste ruine niet afwesen van uwelE„s eerbiedigst ten vertonen dat, soude d'E Comp„e voortvaren met jaarlijks 500 picols wax van hier uit te voeren, niemand onder hunne natie so min als de Jngesetenen deser stede de pacht op slaven wax en sandelhout dan met groot verlies voortaan voor eene somme als die de zelve A„o p„s behaald heeft op zicht sal konnen nemen en omreden van thier boven aangehaalde t welke sij des gerequireerd wordende met bondige bewijsen aanbieden te bekrachtigen dat, namelijk bereeds meerder dan rd„s 1000: velies hebben geleden door nog een mindere aanbreng van tot be„ tatende goederen door den J„o van Batavia hier aangeweest hebben der particuliere vaartuigen waar bij nog koomt de geringe aanbreng door de van hier ten senallen handel varende ingesetenen wien de macassaarsche ZoeB 34 zee schuijmers gelijk uwelEd„s denkelijk niet onbekend sal wesen on„ Eerstelbeere schade toebrengen zo bidden en smeeken sij dee moedigst het uwelEd„s behagen moge hun suppte goedgunstig ten vergunnen afslag dan wel quitschelding van sodanige, somme als UwelEd„s meest geproportio„ neerd sullen oordeelen te weesen met der suppren geleden verlies op de gro„ te pacht van dit nu bij na verstreken boekjaar /:onderstond:/ T welk doende d: /: was geteekend:/ met Chineese Letters ( en daar omme ge„ schreeven / gesteld door Tsoa Binko en Fonko. Wierd, om de influentie die eene volstrekten weigering andersins op de aanstaande verpachting mogten hebben besloten hun versoek bij naast af ten gane rescribtie Haar Hoog Edelh„s in soo verre favorabel voor te dragen als wel na te gaan is dat bij een Jaarlijkschens Eijsch 's Comp„s van 500 p:icols wax de pacht op die sin en uijtzoer noodwendig minder rendeeren moet — Insgelijks wierd goed gezonden en ofestaan Javorabel voor te dragen het versoek van den secunde d'E W=m S: van Este om afschrijving bij de handelboekjes deses Comptoir van 2650 kann: arak bereekenende ingelde ƒ252:9:-— Jnlands geld off rd„s 313: 25: — alser bij ter resol. van den 3 april I: L: G'arresteerde en tans gedane ofgave van 't pakhuis aan 't presente opperhoofd sijn te kort bevonden, gevende sijn E: weg„s dese te kort koming voor reden de slegten bergplaats van de arak, dies groot res„ Van onder uld„o aug„s 1767 tot 13404: – kann:'s jaars daar aan overmeerderd door den aanbreng p„r d' orange boom van 20 Leggers of 7760 kann: ong eijscht zijnde zedert p„mo Sept: 1767. tot ult„mo meij den datum waar onder de opneem en ovfrgave geschied alleen verkogt kann: 2448: - en verstrekt tot F tot randsoen wann: 239½ soo als d' secunde voorn: daar van schrifte„ lijk aanwijsing kwam te doen, en wierd nog geresolveerd het schriftuur zelve Haar Hoog Edelh in Copia aan te bieden In Conformité aan het geresolveerde te deser taefel sub: d: 18 Ju„ Lij P„o 2. sijnde ingediend geworden berigt door d'E J„n N„k Bauer C: s. weg„s hunne bevinding na gedane ondersoek naar het geschil tus„ schen de burgers Nicolaas Wilhelm Pang en Hans brasmusz ter ged:resol. verm„ zo wierd tans dien weg„s ter finale dispositie treedende goed gevonden en verstaan 1. „. . Eerst gen: burger van sijne pretentie Groot rd„s 48. neg„s sommige goe„ „deren die laatst ged: voor den aanvang van den amarassierschen oorlog soude genoten hebben, als reel te ouden verre van bondig beweesen, te houden voor versteeken —. 2„e. - . Maar hem Hans Erasmusz: te injungeeren de betaling van rd„s 30 in steede van rd„s 70: die hij 1758 of 1759 te Batavia soude ontfangen hebben uijthanden van d heer Zurmegede om aan Pangs overl: voorsaat alhier af te leggen bij aldien uijt zijne aan d' h„r Zurmegede gegeven quit„ tantie kan aantonen dat maar rd„s 30 ontfangen heeft want bij contra„ ire geval voorn: Pang de resteerende rd„s 40:— door Hans Erasmusz zullen moeten gevalideerd. Edog door hem aanstonds gerestitueerd worden de Binder kleederen zodanigen zo reele ver onder sijne berusting sijn blijvende lij- 4„ - –. Prij gesprooken van de vergoeding weg„s Een der drie slaven die bij hem is komen ten overlijden mits dat Pang zijn rocht behoude op de twee gedee„ te slaven bij aldien wederom te voorschijn komen. — Also
English
36 5. Since it has also been proven that the 45 heads of buffalo mentioned in the petition submitted by Pangs on 10 July run among a herd of cattle belonging to his wife's mother, it was resolved to refer him thither, and 6. And finally, to deny his claim to the 20 other heads of buffalo and 40 sheep, which, according to the testimony given under oath by many credible people, rightfully belong to the frequently mentioned Hans Erasmusz, he having captured the same as booty in the Amarassian war and retained them with the consent of the ruling commander at that time. It was approved and understood, subject to higher approval, to take into service as Ordinary Seaman at ƒ9 per month, and as such to have him perform his duties aboard the vessel d' Jonge Petrus Albertus, Jan Cobusz of Sourabaja, aged twenty years. Finally, it was submitted by His Honor the Commander to the members of this assembly that during the session of 3 April last past, he had also consented to the short journey to India's capital granted on the day aforesaid to the Second Person, the Honorable Willem Adriaan van Este, His Honor having thought at the time, as is cited in the resolution, that the Company's interests in this quarter would suffer no detriment from a brief absence of the aforementioned Second Person; but that in a time such as the present, when only recently a complete upheaval of affairs has occurred in the neighborhood, the consequences of which, if not to be feared, will at least be of very great importance, he, the Commander, could no longer consent to the determined departure of the aforesaid Second Person without exposing himself to all too heavy an accountability in that regard, and consequently was of the opinion that the latter, remaining in the performance of his duties with the Honorable Company, should attempt to settle his private affairs, such as those he has outstanding with the Reverend Board of Orphan Masters in Batavia, in another best possible manner. The Second Person and further members having fully conformed to the proposal of His Honor the Commander, it was thus approved and understood, with alteration of what was resolved on 3 April of this year, to revoke once again the permission granted to the Second Person to make a short journey to Batavia, and to have His Honor resume anew his immediate function of Second Person and Warehouse Keeper. Below stood: Thus resolved and decreed at Coupang on Timor, on the date aforesaid. Was signed: Alex Cornabe, Willem van Esten, Jan Andries Bauer, Pieter Nicolaas Schlicht, and Jan Elders, sworn Secretary. Agrees: Pr: Elders, Secretary. From Palembang, anno 1769. First Part. From Palembang. Anno 1769. First Part. From Palembang, 28 January 1769. Via the pantjalling De Snelheyd. To His High Nobility, the High Noble, Greatly Honorable, Right Honorable, Widely Rulers Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Honorable Lords Councilors of Netherlands India, etc., etc., etc. High Noble, Greatly Honorable, Right Honorable, Widely Ruling Lord and Honorable Lords. Shortly after the dispatch of our humble letters of 11 November anno passato via the bark De Leervis (accompanying this in copy), on 13 November following, from outside the sandbanks, there appeared before this lodge in his boat the lieutenant of the Spanish King's warship El Buen Consejo, commanded by Captain Don Joan de Casens; being manned, according to report, with upwards of 450 men and mounted with 64 pieces of cannon, who, upon his arrival, very earnestly requested to be allowed to purchase some provisions, of which he had a great lack. That vessel having departed from Cadiz on 10 January of the past From Palembang, 28 January 1769. year, bound for the Manilhas; however, because the monsoon had already passed, he would, according to his statement, go to winter at the capital Batavia. And after having provided himself with the necessities, insofar as those provisions were obtainable here, he departed again in the evening of 17 November following to his appointed vessel. On which occasion, there deserted from here the soldier Anthoni Ferdinando of Goa. According to a letter received from the mentioned captain, that sentry had been seen inside his vessel, and he would, according to his promises, hand him over upon arriving at Batavia. Likewise, on the 6th of this month, also from outside the sandbanks, there arrived before this lodge in their jolly-boats the supercargo of the English brigantine The Amelia, commanded by Captain Patrik Linsay, together with the captains of the English brigantines The Russel, commanded by John Panton, and The Fortuyn, navigated by John Pollard, the first coming (according to
Dutch transcription
36 5 „ . Also bewesen is dat de bij Pangs op den 10 Iulij ingediend re„ quest verm: 45 stuks bussels onder Een troup berstiaal van sijne Vrouws moeder loopt is besloten hem daar lem te wijsen en hem 6„ . -. En Laatstelijk te ontseggen sijne pretentie op de 20 stuks andere bruffij fels en 40 schapen die volgens onder presentatie van Eede gegeven ge„ „tuigenis van veele geloofwaerdige Luijden dik gerepte Hans Erasmusz deugdelijk toekomen als hebbende hij dezelve in de Amarassiersche oorlog buijt gemaakt en met Consent van het te dier tijd rege„ rende opperhoofd behouden. Tot Jong Mattroos met ƒ9 ter maand: wierd goedgevonden en verstaan op hoge approbatie in dienst aanteneemen en als zodanig op het scheepje d' Jonge Petrus Albertus sijn dienst te laten presteeren Jan Cobusz: van Sourabaja oud Twintig Iaren — Door zijn E: E: het opperhoofd Laatstelijk den zijden deser vergadering sijnde voor gehouden dat ter zittinge van den 3 April J„o Verweken mede wel gestemd hadde inde den secunde d'E W„m A„n van Este ten dage voorschen vergunde springtocht naar Jndia 's hoofd plaatse als hebbende zijn E: E: toen gelijk zulx bij den resol: is aangehaald gedagt dat bij eene korte afwesigheid van den secunde voorm: 's Comp:s be„ langen in dees doird geen nadeel souden lijden maar dat in een E tijd als nu dat maar kortelings geleden 'er eene geheele om kee„ ring van zaken in de nabuurschap is voorgevallen waar van de gevolgen bij aldien niet te duchten ten minsten van seer veel aangeleegenheid sullen wesen, hij opperhoofd in het vast gestelde vetrek van den secunde voorn: niet meer konde steommen sonder sig dien weg„s aan al te sware b overantwoording blood te setlen en gevolgelijk van begrip was dat Laatstged zig bij het waarnemen van sijnen dienst bij d'E Comp„e hou„ dende, deszelfs particuliere zaken als die met het Eerw Collegie van Heeren Weesmeesteren te Batavia uijtstaande heeft op eene andere best mogelijk wijsen diende trachten afte doen — De secunde en verdere Leden zig met de propositie van sijn E. E. het Opperhoofd volkomen geconformeerd hebbende, zo wierd goedgevonden en verstaan met alteratie van het geresolveerde op den 3 April h: a. de aan den secunde verloende vergunning tot het doen van een spring tocht naar Batavia wederom in te dretken, en sijn E. op nieuw te laten treden in sijne Jommadiate functie van Twrede en Pakhuijsmeester /:onderstond:/ Aldus Geresolveerd en G'arresteert Tot Coupang op Timor dato voorsz: /:was geteekend:/ Alex Cornale, W„m „s van Esten, J„n A„ Bauer, P„r N„t Schlicht en Jan Elders gesw: Scriba - Accordeert Pr: Elders 4: scribu Van Palembang d' Anno 1769 Eerste Deel O Van Palembang. d' Anno 1769 Eerste Deil Van Palembang den 28:' Januarij 1769. Per de Pantjal ling de snelheyd. communicatie wee„ spaans oorlog schip doende dies luytenant versoek om Mondbe„ Aan zijn Hoog Edelheit Den Hoog Edelen groot Aghtbaren gestr: wijd geb„te Heere. Petrus Albertus van der Sarra Gouverneur Generaal, benevens De wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia. &a &„a &a Hoog Edelen Groot Agtbaren gestrengen wijdgebiedende Heere en wel Edelen Heeren Kort na de depeche onser nedrige letteren van den 11. e November anno passato, per de back de Leervis, /:Copialijk, deese versellende:/ is den 13. e daar aan, van buijten de banken met sijn schuijt voor deese logie verscheenen den luij„ tenant van het spaans s' konings oor„ logschip Elbon Conceelo, gecommandeerd, gens een s' koninge door den Capitain D„n Joan de Casens; sijnde bemand, navolgens berigt, met ruijm 450. koppen, en gemonteert met 64. stukken Canon, dewelke bij sijn aankomst, seer instantig versogt, om eenige Mondbehoeftens te mo„ gen inkoopen, waar aan groot gebrek hadde, hoeften; sijnde dien bodem den 10e. Januarij des gepas¬ seerden van Palembang den 28. e Januarij 1769. ven. soldaat, verscheijning van drie Engelse voor deese logie, seerden Jaars, van Cadix vertrokken, gedestineerd na de Manilhas, Edog, overmits de Mousson be„ reets verlopen was, so soude volgens sijn voor„ geeven, na de hoofdplaats Batavia gaan over„ winteren; en na dat sig van het noodsakelijke voorsien hadde, in so verre die leevens midde„ len alhier te bekomen waren, is den 17. e daar vertrek van densel„ aan, des avonds, weeder na sijn bescheyden bodem vertrocken. —. Bij welke geleegentheijt, van hier gedeserteert Desertie van een is, den soldaat Anthoni Ferdinando, van Goa, sijnde volgens ontfange brief, van ge„ melde Capitain die schildergaft binnen sijn bodem gesien, en soude denselven, navolgens sijne beloften, op Batavia komende, over„ geeven. — Insgelijks sijn den 6. e deezer, almeede van buij„ ten de banken, met hunne Jols voor deese Logie aangekomen, den supercarga, van de Engelse brigantijn, The Amelia, gecomman„ deerd door den Capitain Patrik Linsaij, beneevens de Capitains van de Engelse brigantijns the Russel gecommandeerd door John Panton, en The fortuijn, gevoerd bij John Pollard, komende de Eerste (vol„ gens
English
From Palembang, the 28th of January 1769. for refreshments and equipment goods, but were refused. Report from the king to the residents concerning a seized vessel, likewise of a vessel loaded with tin, reasons concerning the voyage to and from Banca, according to his statement, from Bengal, intending to go to Bancahoeloe, and the latter two from Rieouw, destined for Malacca, who likewise together requested permission to purchase some provisions here, as well as a light anchor and rope, of which he was in great need. Whereupon that British nation was informed that no equipment goods whatsoever were to be obtained here, and it was also pointed out that provisions were scarce. And after they had provided themselves with some poultry and coarse vegetables, they departed from here again the following day to their vessels. Furthermore, I have the honor dutifully to communicate to Your High Nobilities that the king has informed the undersigned that in the recently passed month of December, by the officers of the ship 't Huijs ten Donk cruising before this river, a vessel named wankang was seized, which, according to this monarch's statement, departed from here for Sieantang in the beginning of the month of August A.D. 1765, and was commanded at that time by the Jurragan Intje Liean, provided with a pass. However, that vessel reportedly drifted to Cochin China due to storm and bad weather, the said Jurragan and most of the crew having run away there, and his pass having been lost as a result, so that since the said time, His Highness received no news of that keel until the past year, whereupon in the month of July past he sent cash for the repair of that vessel and crew thither, who crossed over to Sieantang with the Jurragan Tang. Likewise, this monarch shortly thereafter informed the undersigned that by the said officers another vessel was seized, loaded with Tin, coming from Banca to this place, for the reason that on the Jurragan's pass it was not stated to fetch tin. High Noble and Mighty Lords and Right Honorable Lords, respectfully spoken, such vessels can be intercepted daily, considering the King's subjects, as well as inhabitants in the creek of Songieouwer, who, for their livelihood, sail to that island with rice, coconut oil, paddy, and such to sell their petty trade there. When those people now want to return hither and can load Tin, they bring that mineral along, receiving from His Highness for every 100 ingots 6 Spanish reals as freight charges, which has anciently been the custom here. consternation among the court dignitaries. request of the king and crown prince that was refused by the first signatory. Necessity concerning the issuance of a letter of conduct to the king's envoys, Communication concerning all this by express, for the reason that Their Highnesses have expressed that they will send neither tin nor pepper: request of the first resident, These events have caused great consternation among these court dignitaries, this monarch and crown prince having daily sent envoys to the first signatory, with the request to be allowed to sail to the aforementioned vessel and to ask its officers the reasons for the seized vessels of the monarch. And although I resolutely but politely refused those envoys each time, saying that those matters were far beyond my department, but that Their Highnesses ought to address Your High Nobilities, this nevertheless did not avail, so that, with Your High Nobilities' most favorable construction, in order to maintain peace and quiet with this court, I found myself compelled under these circumstances to grant a letter of conduct, addressed to the skipper, to the frequently mentioned court dignitaries, the same consisting of the Tommagong Carta Nagara, Kedemang Astra Wiejaijja, Kedemang Darpa Juda, and Kedemang Juda Troena, the same having nevertheless returned with their mission unaccomplished. And in order to give Your High Nobilities notice of all this with the utmost speed and respect, I have employed the Honorable Company's cruising pantjalling de Snelheijd as an express, the more so because the undersigned have been informed by credible persons that Their Highnesses have expressed, over these treatments, that in the coming month of April they will send neither Tin nor Pepper with the King's vessels to Batavia, on which account the first signatory humbly requests, in case Their Highnesses should not change their mind again, to be allowed to obtain clarification whether, in accordance with Your High Nobilities' high and mighty orders contained in the Missive of
Dutch transcription
Van Palembang den 28:' Januarij 1769. re om verversing en Equipagie goede„ ren, dog sijn van de hand Berigt van den ko„ denten. weegens een aange„ gens sijn seggen:/ van Bengalen, de wil heb„ bende na Bancahoeloe, en beijde laaste van Rieouw, gedestineerd na Malacca, die almeede instee„ dewelke gesamentlijk versogte om eenige Mond behoeften alhier te mogen inkoopen, so meede een ligt Anker, en touw, waarom seer verleegen was, waar op die Britse Natie diende, dat in geenendeele Equipagie goederen hier te krijgen waren, so meede geweesen, de Mondbehoeftens schaars, En na dat sig van eenig Pluijmvee, en grove groen„ tens voorsien hebbe, sijn daags daar aan weeder van hier, na hunne bodems ver„ trokken. Wijders hebbe de Eer uw Hoog Edelhee„ dens schuldpligtig te communiceeren, dat den koning aan de ondergeteekendens, heeft laten berigten, als dat in de Jongst gepasseer„ ning aan de resi„ de maand December, door de overheeden van het voor deese rivier kruijssend schip 't huijs ten Donk, is aangehaald, een vaartuijg, genaamt wankang het welke haald vaartuijg, (volgens seggen van deesen vorst:) in het be„ gen van de Maand Augustus A„o 1765. van hier, na sieantang vertrokken is, En te dier tijd gevoerd, bij den Jurragan Jntje Van Palembang den 28. Januarij 1769. insgelijks van Een vaartuig geladen met thin, reedenen weeg„s de vaart„ na, en van Banca, Jntje Liean, voorsien van een Pas, edog sourde dien bodem door storm, en onweer, vervallen sijn geraakt, op Cochim China, sijnde gemelde Jurragan, en het meeste volk aldaar weg„ geloopen, en daar door zijn Pas te soek ge„ raakt, so dat seedert gesegde tijd, zyn hoog„ heijd geen narig van die kiel heeft gekree„ gen, als Eerst in het gepasseerde Jaar, waar op in de maand Julij passato, Contanten, ter repareering van dat vaartuijg, en Manschap„ pen, na derwaards heeft gesonden, die na sie„ antang met den Jurragan Tang sijn overge„ varen, So meede heeft deesen vorst, kort daar aan de ondergeteekendens laten weeten, dat door gemelde overheeden nog was aangehaald, een vaartuijg, geladen met Thin, komende van Banca, na herwaarts, om reedenen, dat op des Jurragaans Pas, niet bekent stond, om sin te halen. Hoog Edelen groot agtbaren Heere, en wel Edelen Heeren (met diepe Eerbiedigheijd gesegt / kunnen sodanige vaartuijgen dagelijks agterhaald werden, gemerkt s' konings onder„ danen, so wel als inwoonders in de spruijt songieouwer„ . Van Palembang den 28:' Januarij 1769. consteruatie onder versoek van den ko„ dat door den Eerstge„ hand is geweesen songieouwer, die om den broode, met Rijst, Clap„ pus olij, Padij, en wesmeer na dat Eij„ land, varen om hun smallen handel aldaar te verkoopen wannen die Menschen nu her„ waarts willen keeren, en kunnen Thin laden, brengense dat Mineraal meede, genietende van zijn hoogheijt voor de 100. schuijten sp: rea: 6. per vragtloon, het geene van ouds alhier in gebruijk is geweest. Deese historiale hebben een groote Constir„ natie onder deese hofsgrooten verwekt, hebben „ de hofsgrooten. de deesen vorst, en kroonprins, den Eerst„ geteekende dagelijks gesanten gesonden, met versoek om na voormelde Bodem te ning en kroouprins mogen varen en de reedenen van s' vorste aangehaalde vaartuijgen, aan dies over„ heeden af te vragen. En of schoon die gesanten telkens Cordaat dog met beleeftheijd van de hand wijs„ den, seggende die saken verre buijten mijn teekende van de departement waren, maar dat hunne Hoogheedens sig moesten addresseeren, bij uw Hoog Edelheedens, egter heeft zulks niet mogen helpen so dat (onder groot gunstige welduijding van uw Hoog Edelheedens./ Van Palembang den 28. Januarij 1769. Noodsake weegens briefje aan 's konings gesanten, Communicatie wer„ per Expresse, om reedenen hunne uijtgelaten, geen thin nog peeper te sullen versenden: versoek van den Eerste resident, Edelheedens:/ om rust en vreede met dit hof te onderhouden, mij in deesen omstandigheeden afgave van een geleijde genoodsaakt gevonden hebbe, een gelegde briefje, gerigt aan den schipper verlee, aan meermel„ de hofsgrooten af te geeven, bestaande deselve in den Tommagong Carta Nagara, ke„ demang Astra wiejaijja, kedemang Darpa Juda, en kedemang Juda Troena, synde deselve egter onverrigter sake weeder„ gekeert. En om uw Hoog Edelheedens, van het een en ander ten spoedigsten eerbiediglijk, ken„ gens het een en ander nisse te geeven so hebbe 's E: Comp„s kuijs pantjalling de snelheijd, als Expresse g„ emploijeerd te meer om reedenen de onder„ hoogheedens sig hebben geteekendens van geloofwaardige personen berigt is; dat hunne hoogheedens, sig hebben uijtgelaten, over deese behandelingen, in de Maand April aanstaande, geen Thin, nog Peeper, met s' konings vaartuigen, na Costi zullen senden, waaromme den Eerstgetee kende de moediglijk versoekt ingevalle hunne Hoogheedens niet weeder van Concept mog„ te veranderen, Elucidatie te mogen erlangen, of agtervolgens uw Hoog Edelheedens, groot vermogende beveelen, vervat bij Missive van
English
From Palembang the 28th of January 1769. Regarding passes, sending a roll of names and general list. Checked regarding the granting of passes from the 16th of April Anno 1764, after the ultimate of the aforementioned month no passes shall be granted. Furthermore, it serves very humbly that according to a letter received from the pilots, the aforementioned three English brigantines did not advance their voyage from outside the shoals of this river until the 17th of this month; departure of the three brigantines. Good watch was held by them at the same time in order to thwart those fortune seekers in their aim. Lastly, we also have the honor to present to Your High Noblenesses a roll of names of the qualified persons, together with a general list of such qualified persons and other current servants as were found to be present under the ultimate of December anno passato. Wherewith we presume the honor to be with deep respect. Underneath stood: High Noble, Greatly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord and Well Noble Gentlemen. Lower: Your High Noblenesses' very humble and obedient servants. Was signed: J: Mens and J:n Berckhout. In the margin: Palembang the 28th of January Anno 1769. R: de la Mairie From Palembang the 12th of April Anno 1769. Per the pantjalling the Lassum. Receipt of Your High Noblenesses' letter regarding the investigation of a Chinese junk; report regarding the same. Since the dispatch of our last respectful letter of the 28th of January last passed, copy annexed hereto, we have found ourselves honored with the arrival of the pantjalling the Wolf by Your High Noblenesses' revered letter dated the 14th of the aforementioned month, accompanied by some enclosures, to the contents of which, in so far as it concerns this trading post, due obedience shall be paid. Furthermore, upon its receipt, as faithful and honor-loving servants, we have inquired in the most accurate manner into the order contained therein regarding what in truth is the fact about a Chinese junk which in the past year from Ningbo is said to have been taken by surprise around here, and the people aboard it massacred; of which inhuman deed we dare assure Your High Noblenesses in good conscience to have heard nothing previously until now recently, upon interrogation of various impartial and credible people who heard this from the mouths of the Palembangers themselves, and who secretly, out of fear for that nation, related to us the following. Namely, that the aforementioned junk, coming from China in the past spring, From and To as before. From Palembang the 12th of April 1769. That vessel having been taken by surprise by the Palembangers and the Chinese who had been aboard taken to Belitung and murderously put to death. sailed behind the island of Bangka up to the latitude of Belitung, where it came to anchor due to contrary winds, and was discovered by the King's cruising fleet of penjajaps, which have not yet returned to this day. They collectively sailed to that vessel, having arrived where the Demang Astra Doeta and Maas Agus Soembra wished to cross over, which was refused them by this nachoda. Whereupon the aforementioned Demang said to the jurumudi, which Chinese was known to him: do you not know me, I am the brother of Ki Demang Boenta. Upon which words both of the aforementioned heads of that cruising fleet then came over, and while conversing, a multitude of Palembangers then took their chance and requested the heads of the often-mentioned junk to also go to the shore, namely Belitung, being followed by many Chinese; having arrived where, those people were murderously put to death. After which barbaric deed, they sailed back from there on board, and put the rest of the crew bound into the sampans, who also could not avoid their bloodthirsty hands, From Palembang the 12th of April 1769. Robbing of the gold, silk fabrics, and linens that had been aboard. Which doings the King was made acquainted with by the residents very clearly. but were pitifully massacred, the number being estimated at 260 souls. Subsequently, the gold was robbed from that Chinese vessel and partly taken to Bangka, from where the same is said to have been brought hither to the Crown Prince; together with a portion of silk fabrics and linens, the heads and further Palembangers on the penjajaps divided it among themselves, having then burned the much-mentioned junk and the largest part of the cargo still aboard it, and let it sink to the bottom. After which received reports, the undersigned requested an audience with the King. Having arrived where, His Highness, in the presence of the Crown Prince, was presented with the aforementioned very clearly and in detail, in serious and emphatic terms, without however daring to name the persons from whom we heard this, since those people would run the risk of their lives. At the same time adding that such inhuman deeds were in every way contrary to the faithful alliance which the ruler has contracted with the Honorable Company since so long a time past.
Dutch transcription
Van Palembang den 28:' Januarij 1769. van passen, versellende Naam„ „ rol en generale lijft, Nagezien van den 16. April A„o 1764. na ult„o der eeven,„ omtrent het verleenen gemelde maand geen Passen sal verleenen. Al verder dient seer needrig, dat volgens berigt ontvangen brief der lootsen, voormelde drie Engelse brigantijns, eerst den 17„e deeser, hunne reyse van buijten de banken deezer Rivier vertrek der drie hebben vervordert, niet teegenstaande so is teftins fens goede wagt bij deselve gehouden om die fortuijn soekers in hun oogmerk te ver„ ijdelen. Laastelijk hebben nog de Eer uw Hoog Edelheedens aan te bieden, een Naamvol der gequalificeerdens, mitsgaders een genera„ le lijft van zodanige gequalificeerdens, en verdere Actueele bediendens so als deselve onder ult„o December anno passato in weesen bevonden zijn. Waarmeede ons de Eer aanmatigen met diep ontsag te zijn. /:onderstond:/ Hoog Edelen groot agtb: gestr: wijd gebiedende heere En wel Edelen Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelheedens seer ootmoedige en onder„ danigen Dienaren /:was geteekend:/ J: Mens en J:n Berckhout /:in margine:/ Pa„ lembang den 28: ' Januarij A„o 1769. R: de la Mairie # Van Palembang den 12.' April A„o 1769. Per de pantjal„ ling de Lasssum. ontvangst hunner hoog Ed„s Missive noopens het ondersoe„ Jonk berigt weegens de„ selve. Seedert het afsenden onser Laaste Eerbiedige van den 28. Januarij J„o leeden /in Copia hier neevens gevoegt hebben ons met de komst van de Pantjalling de wolf vereert gevonden met uw hoog Edelhedens gevenereerde Missive gedateerd den 14. der gemelde Maand, verseld van eenige bijlagen, aan wel„ kers inhoud in so verre dit Comptoir betreft, schuldpligtig sal gehoorsaamt werden Wijders hebbe op dies ontfangst ons als trouwe en eer lievende dienaren op het nauwkeurigste ordre daar in vervat geinformeert, wat eijgentlijk, de waarheijd ke van een Chineese is van een Chineese Jonk, die in het voorlee„ den Jaar van Limpho, hier omstreeks soude overrompeld, ende daar op sijnde Menschen gemassacreert weesen, van welk onmen„ schelijk bedrijf, wij uw hoog Edelhedens in gemoede durven verseekeren, bevoorens niets vernomen te hebben, als nu Jongst, op onder„ vreging aan diverse onpartijdige en geloof„ waardige menschen die sulks uijt eigen mond der Palembangers gehoord, en ons (uijt vreese voor die natie :/ in secretesse het volgende verhaald hebben. Namentlijk, dat gemelde Jonk, in het ge„ passeerde voorjaar van China komende Van en Aan als vooren. agter Van Palembang den 12. e April 1769. sijnde die kiel door de palembangers overrompeld. en de daar op geweest zijnde Chineesen na bliton gevoerd en woor„ dadig om het leven agter het Eijland banca is omgeloopen tot op de hoogte van Bliton, alwaar door Contra„ rie wind is ten Anker gekomen, en door s' konings kruijsvloot panjajaps (die tot heeden nog niet geretourneert sijn:/ ontdekt geworden dewelke gesamentlijk na die kiel sijn gevaren alwaar gekomen zijnde, wilde den Demang Astra Doeta en Maas Agus soembra overgaan, het geene hunlieden door dees Anachoda geweijgerd wierd, waar op gemelde Demang, teegens de Jurra moe„ die (welke Chinees bij hem bekent was / seij„ de kent gij mij niet, ik ben de broeder van Kedemang Boenta, op welke geseg„ de deeze bijde gem: hoofden van die kruijs„ vloot dan overkwamen, en onder het discou„ reeren een meenigte Palembangers neemende als doen hun kans waar, ver„ sogten de hoofden van dikgemelde Jonk meede na de wal te gaan namentlijk Blieton, werdende gevolgt van veele Chineesen, alwaar gekomen sijnde, wier„ den die Menschen woordadig om het Leeven gebragt, na welke barbaarse ver„ regting, weeder van daar na Boord vaaren, en het overige volk gebonden in de Chiampangs leijden, die al meede gebragt. hun . Van Palembang den 12.:' April 1769. rooving van het daar„ in geweest sijnde goud, sijde stoffen en lijwaten. welke gedoentens den koning door de resi„ is te kennen gegeeven; hun bloeddorstige handen niet konde ontwijken, maar deerlijk gemassacreert sijn, werdende het getal begroot op. 260. Zielen, vervolgens werd het goud uijt dat Chinees vaartuijg geroofd; en gedeeltelijk na Banca gevoerd; van waar het selve na herwaards bij den kroonprins zoude gebragt sijn; mitsgaders een gedeelte van sijde stoffen en lijwaten; hebben de hoofden en verdere Palembangers op de panjajaps onder hun lieden verdeeld hebbende als doen veelmelde Jonk, en het grootste gedeelte van de daar nog in zijnde Lading verbrand, en te gron„ de laten gaan; Na welke ontfange berigten, de ondergeteeken„ dens Audientie bij den koning hebben versogt al„ waar gekomen zijnde, heeft men zijn hoogheijd denten wel duijkelijk in bijweesen van den kroon Prins, met ernstige en nadrukkelijke termen, dit vooren verhaalde wel duijdelijk en omstandig voorgehouden sonder egter de personen van wien wij zulks gehoord heb„ ben, te durven noemen, overmits die Menschen Leevens gevaar soude lopen, teffens met bijvoe„ ging, dat zulke omnenselijke bedrijven, in allen deele strijdende waren, teegens de trouwen bondgenootschap die den vorst met D' E: Maat„ schappij, van so veel tijden herwaarts heeft aan„ gegaan
English
From Palembang, the 12th of April 1769. demanding compensation for damage, the ruler saying he knows nothing of it, incursion of the Palembangers into the Lampong district. proceeded, and thus demanded from His Highness compensation for the damage that the Honorable Company and its subjects have suffered thereby, to which he answered nothing else than, how can I compensate for damage when I know nothing of it; nor do my subjects dare to do such things, the Crown Prince adding to this, now we have all become thieves and pirates; to which that minister of state served, not with the King, nor the Crown Prince, but their subjects, as is as clear as day in this case, which was answered with silence. Likewise, I presented to the Sultan the complaints that have come before Your Right Excellencies concerning the incursion of the Palembangers into the Lampong districts, and that they lured the inhabitants there to themselves with the pepper belonging to their ruler, the King of Bantam, and in the event His Highness does not properly provide against this, Your Right Excellencies will be forced to remove them from there by force, whereupon His Highness replied that the history between the Lampongers and his subjects was known to him of old, and that he would neither From Palembang, the 12th of April 1769 whereabout this ruler shall give the necessary orders to prevent this, prohibition concerning the transport of kippings, Corporal Poelian transferred under arrest at the disposal of Your Right Excellencies for wounding his comrade, desire nor tolerate such things, but rather believed that those of Lampong transported their products to the English; nevertheless, he promised to have an investigation made into this matter and to put the necessary orders into effect regarding it. Likewise, we made known to this King the highly esteemed orders of Your Right Excellencies regarding the export from here of the so-called kippings, which might be minted either in this place or elsewhere, on pain of confiscation wherever they might be brought, without respect of person, and that His Highness would thus please notify his subjects thereof, just as the undersigned have also announced to the local community. Next, with this small vessel, we are sending over under arrest, with deducted pay, at the highly honored disposal of Your Right Excellencies, the Corporal August van Poelian, who, through his continual debauchery in strong drink on the 5th of March last, did not shrink from inflicting two wounds on fellow Corporal Johan David Witter with a knife, as appears from this accompanying voluntary confession and two statements, From Palembang, the 12th of April 1769. communication concerning the construction of a stone battery, item concerning the death of skipper Verlee, Pantjallang De Wolf, detention of the pantjallang De Wolf, together with the report of the chief surgeon, the wounded man being, however, now recovered again. I also have the honor, dutifully to inform Your Right Excellencies that the King is currently busy having a stone battery erected on his territory, at the river side opposite this lodge, its wall being at least six feet thick, and when it is completed, it is estimated that as many as 10 pieces of heavy cannon will be able to be placed upon it. Lastly, according to report received, on the 27th of the aforementioned month of March, the skipper of the ship 't Huijs ten Donk cruising before this river, Gillis Pieter Verlee, passed away, the body having been interred on Banca. With the very favorable indulgence of Your Right Excellencies, I have detained the aforementioned pantjallang here for the necessary cruising, in place of the pantjallang De Lassum now crossing over, which is in need of a necessary repair for which there is no possibility in loco due to a lack of the corresponding woodwork. From Palembang, the 12th of April 1769. Wherewith we presume the honor to be with deep respect, beneath stood: title as before, was signed: J:b Mens and J: Berckhout, in the margin: Palembang, the 12th of April 1769. [illegible] From Palembang folio Anno 1769. From H Second Part Letters A Incoming Letters From Palembang Anno 1769. A From Second Part A Register of all such Letters and Papers as are registered herein and were successively received from Palembang Page: Original Missive from the Resident Mens and Berkhout dated 2 April 1769 - - - 1. Ditto ditto ditto ditto 11 May ditto - - - - 2. Ditto ditto ditto ditto 24 July ditto - - - [illegible] Ditto of the new Residents Van Campen and Carpentier van Westerbeek dated 5 July 1769 13. List of departed vessels since August 1768 to 19 June ditto Letter 1. Ditto of arrived vessels since August 1768 to 15 June Letter B.
Dutch transcription
„ Van Palembang den 12. April 1769. vergoeding van scha„ vordert, seggende den vorst ner„ gens van te weeten, drang der palemban„ gen in het Lampou„ gegaan, en dus uw Hoog Edelheedens ver„ goeding van schade die D' E: Comp„e en syne de den koning afge„ onderhoorige daar door hebben komen te lij„ den, van sijn hoogheijt begeerden, waar op niets anders antwoorden, als, hoe kan ik scha„ de vergoeden daar ik nergens van weet ook durven mijne onderdanen sulke dingen niet doen, voegende den kroonprins hier bij, nu sijn wij al dieven en zeeroovers ge„ worden; dienende die staats minister hier op; met den koning, nog kroonprins, maar hun„ ne onderhoorige gelijk sonneklaar blijkt, in dit geval, dat met stilswijgen beantwoord wierd; So meede hebbe den zulthan voor oogen gestelde de klagten die uw hoog Edel klagten over den in„ heedens sijn te vooren gekomen over den in„ ger district. drang der Palembangers inde Lampongjse districten en dat deselve de inwoonders al„ daar met de peeper van haren vorst, den ko„ ning van Bantam, tot sig lakten, en inge„ valla zijn hoogheijd, hier inne net voor„ siet, uw hoog Edelheedens genoodsaakt zullen weesen deselve met geweld van daar te doen verhuijsen, waar op zijn hoog„ heid repliceerden, dat de historiale tussen de Lampongers, en sijne onderdanen, hem van ouds bekend waren, en dat sulks niet zoude 1 Van Palembang den 12: April 1769 waar omtrent de„ sen vorst de nodige ordres zal stellen tot dies weering, interdictie omtrent pings, ter dispositie van hun„ ne hoog Ed„s vaart in arrest over den Corpo„ raal poelian over het quetsen van sijn Coufrater, zoude begeeren, nog gedoogen, maar veel eerder geloofde, die van Lampong hunne producten na de Engelsen vervoerden, niet teegenstaan„ de, beloofde na deeze saak ondersoek te zullen laten doen en de nodige ordres daar omtrent in het werk stellen. Insgelijks hebben de hoog g'agte beveelen van uw hoog Edelheedens deesen koning te kennen gegeeven, weegens den vervoer van hier den vervoer van kip„ der sogenaamde kippings, die so wel te dee„ ser Plaatse als elders mogte geslagen sijn, op pene van Confiscatie waar deselve ook mogte aangebragt werden, sonder aan„ sien van persoon en dat dus zijn hoogheijd; sijne onderdanen hier van geliefden te verwit„ tigen gelijk meede door de ondergeteekendens aan de gemeente in loco is aangekundigt, vervolgens laten met dit kieltje ter hoog g'eerde dispositie van uw hoog Edelhee„ dens in arrest met afgeschreeven gagie over„ varen den Corporaal August van Poelian die sig door sijne Continuaele de bauchee in den sterken drank op den 5. Maart pass„o niet ontsien heeft den meede Corporaal Johan David witter, met een wes twee wonden toe tebrengen, blijkens deeze versellende vrij„ willige Confessie, en twee verklaringen mitsg„s 13 Van Palembang den 12:' Aprill 1769. gens het aanmaken item weegens het schipper verlee. Pantjallang de wolf mitsgaders het rapport van den opperchirur„ zijn, sijnde egter den gequetsten tans weeder hersteld. Nog hebbe de eer uw hoog Edelheedens, schuldpligtig te bedeelen dat den koning tans beezig is, op zijn territoir, aan de rivier kant teegens over deeze logie een steene bat„ communicatie wee„ terij te laten opmetselen, sijnde dies muur van een steene battarij„ ten minsten ses voeten dik en sal wanneer voltoijd is na gissing wel 10. stuks swaar kanon op geplaatst kunnen werden. Laastelijk is volgens ontfange berigt, den 27. der gemelde maand Maart overleeden den schipper op het voor deeze rivier kruijs „ overlijden van den send schip 't Huijs ten Donk, Gillis pie„ ter verlee, sijnde het Lijk op Banca ter aarde besteld. — Voormelde Pantjallang hebbe onder groot„ gunstige inschikking van uw hoog Edel„ heedens tot de nodige bekruijssing al Aanhouding van de hier aangehouden, in steede van de tans„ overvarende Pantjallang de Lassum, die een noodwendige reparatie van doen heeft daar in loco geen mogelijkheijd toe is door gebrek van de daar toe gehoorende houtwerken. waar Van Palembang den 12. April 1769. Waarmeede ons de Eer aanmatigen met diep ontsag tezijn /:onderstond:/ titul als vooren /:was ge„ teekend :/ J:b Mens en J: Berckhout /in„ margine:/ Palembang den 12. April 1769. „ dan haare D S Ja lanthonena Van Palembang fo Ao. 1769. Van H Tweede Tiel Brievens A Brieven In Cankomende S Van Palembang Ao: 1769. A Van Tweede Tiel A Register van alle zodanige Brieven en Papieren als in deezen ingeschreeven en successieve ontfangen zijn van Palembang Pag: Origineele Missive van den Resident Mens en Berkhout de dato 2 april 1769 - — - „ 1. „ „ „ „ „ 11: maij „ - - - - „ 2. „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ 24 Julij „ - - - „ _=o „ „ „ „ „ „ van de nieuwe Residenten van Campen een Carpertier van Westerbeek de dato 5 Juli 1769„ 13. Notitie der vantrokkene vaartuijgen zeedert aug 1768. tot den 19 Juni „ „ L=o 1. der aangekomene vaartuijgen, Zeedert augustus 1768 tot den 15 Junir Lo. B. „ „ 0
English
From Palembang, the 26th of April, Anno 1769. Of the King's Batavia To His High Nobility The High Noble, Right Honourable, Rigorous, Far-Ruling Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General together with the Well-Born Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc. High Noble, Right Honourable, Rigorous, Far-Ruling Lord and Well-Born Lords, After the dispatch of our humble letters of the 12th instant, accompanying this copy, per the pantjalling the Lassem, the King, through various representations made, has finally resolved to dispatch seventeen vessels, which under the escort of this letter now cross over to Your High Nobilities. According to the specification, they are laden with 6232 picols of black pepper and 15860 picols of tin, namely: Pepper Tin A sloop commanded by Juragan Antang, laden with 250 picols 1100 picols Ditto ditto Samat 255 picols 795 picols Ditto ditto Kling 250 picols 900 picols Ditto ditto Jalada 500 picols 750 picols Ditto ditto Jaloedien 425 picols 500 picols Ditto ditto Tamien 525 picols 850 picols Ditto ditto Gedong 332 picols 1500 picols Ditto ditto Sacier 300 picols 1150 picols Ditto ditto Karsiedia 375 picols 1325 picols Ditto ditto Abas 43½ picols 900 picols Ditto ditto Sadick 375 picols 500 picols Ditto ditto Abdul Galck 687½ picols 900 picols Ditto ditto Mochamat 250 picols 800 picols Ditto ditto Patum 125 picols 600 picols Ditto ditto Boelie 125 picols 400 picols Ditto ditto Taliesa 750 picols 17 1/40 picols A brigantine commanded by Juragan Ink 275 picols 120 picols Vessels as aforesaid laden with 6232 picols and 15860 picols. From Palembang, the 26th of April 1769. On which occasion this is accompanied, in the hands of the Juragan Antang, by a list of the aforementioned vessels, a duplicate thereof having been delivered to the Juragan Sick; no more tin nor pepper shall be sent from here this year with the King's vessels, for the reason His Highness claims that there was a bad harvest, much unripe pepper having fallen off due to severe winds. We also communicate to Your High Nobilities very respectfully that the King's envoys, per prahu pantjalling with a letter and gifts to the Honourable Company, are shortly to follow. Wherewith we take the honour, with profound respect, to be, below stood: High Noble, Right Honourable, Rigorous, Far-Ruling Lord and Well-Born Lords; lower: Your High Nobilities' very humble and obedient servants; was signed: Js. Mens, and Sr. Berckhout; in the margin: Palembang, the 26th of April, Anno 1769. To the same as before. Per the King's envoys the Kidemang Jalandriea and Darpa Mangala. This is addressed solely in all respect to accompany the King's envoys, who steer toward the coast today to deliver His Highness's letter and gifts to the Honourable Company. After which dutiful communication we take the honour, with profound respect, to be, below stood: as before; lower: Your High Nobilities' very humble and obedient servants; was signed: Js. Mens, and Jbo. Berkhout; in the margin: Palembang, the 11th of May 1769. To the same as above. Per the sloop De Batavier. Your High Nobilities' venerated letters, both original and duplicate, dated the From Palembang, the 24th of June 1769. the 21st of March and 15th of April last, accompanied by two extracts, both from the ordinary and secret resolutions of the Castle of Batavia taken in the Council of India on the 10th of February and 10th of March of this year, together with some enclosures, we had the honour, upon the arrival of the bark De Leervis and the pantjalling De Snelheijd, to receive in very good order, the first-mentioned keel having arrived before this lodge on the 17th and the latter on the 25th of May, expressing our humble gratitude for the goods and cash conveyed therewith in satisfaction of our submitted annual petition for this trading post, item for the favourable assignment of a chief surgeon, a ship's carpenter, together with 13 common soldiers; however, instead of a master mason, according to the contents of Your High Nobilities' highly esteemed letter, a common mason has come over for a closer inspection of this lodge, as well as the dilapidated bastions on the north and south side, having caused an assisting hand to be offered to him in that work, and in the meantime having caused the aforementioned bark to be unloaded of its cargo with the utmost speed, which, in accordance with highly honoured orders, continued its voyage to Malacca on the 26th of the said month of May. The high and mighty orders of Your High Nobilities, laid down in the aforementioned extract of the 10th of February regarding the arrival of foreign European nations at this place, the undersigned shall comply with the greatest exactitude and admit none of the same within this lodge, much less show any accommodation, to which end the commander lying on the guardship before this river has been instructed in the most earnest manner not to let any boats or craft of the said foreign vessels enter the river, but on the contrary to protest in the strongest terms against it, on pain of dismissal for whoever neglects his duty in this regard. As
Dutch transcription
Van Palembang Den 26 April A=o 1769. — Der 'Skonings Batavia Aan zijn Hoog Edelheijt Den Hoog Edele Groot Agtbaren gestrengen wijdgebiedende Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur generaal beneevens De wel Edelen Heeren raden Van Neederlands India & && Hoog Edelen Groot Agtbaren gestrengen Wijdgebiedendende Heere en wel Edelen Heeren Na de depeche onse nodrige Letteren van den 12:' huijns Vaartuijgen /:copialijk deeze versellende:/ per de pantjalling de Lassem, is den koning, door diverse gedaane instantien, eijndelijk geresolveert, seeventien stux vaartuijgen aan te leggen dewelke onder geleijde deeses nauw hoog Edel„ „heedens overvaaren, sijn volgens opgave geladen met 6232: picols swarte peeper en 15860 picols zin namentlijk Peeper Thin Een Chialoup gevoerd bij Iuragan Antang gelaede met pril 250. — pic 1100. — d=o „ „ _=o samat „ „ „255. _„ 795:— „ „ „ _=o kling „ „ „ 250. — 900. — „ „ _=o Ialada „ „ „ 500. — 750. — o„ „ „. „ _=o Ialoedien „ „ „ 425. — 500. — d„o„ „ „ _=o Tamien „ „ „ 525. — 850 d„o „ _=o Gedong „ „ „ 332. — 1500 d„o „ _=o sacier „ „ „ 300. — 1150 „ _=o karsiedia „ „ „ 375. — 1325 „ _=o Abas „ „ „ 43½ 900 do „ _=o Sadick „ „ „ 375. —„ 500 „ _=o AbdubGalck „ „ „ 687½ 900 —=o Mochamat „. „ „ 250. — 800 „ _=o Patum „ „ „ 125. — 600 „ _=o Boelie „ „ „ 125. — 400 750 — 17 1/40 „ _=o Taliesa „ „ „ „„ „ _=o Ink 2 d=o d„o d=o Vaartuijgen als voormeld geladen met pi c=o 6232. — pes C 15860 275. — 120 d„o „ brigantijn„ ^ d=o 4 „ E 6 d=o „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ d„o d=o „ „ „ o„ Van Palembang Den 26 April 1769. Bij welke geleegentheid deese verselt gaat in handen van den Judragan Antang, een Notitie van voormelde vaartuijgen, sijnde dies duplicaat afgegeeven aanden Iuragan sick, sullende in dit jaar geen meerder zhien nog Peeper met 's konings vaartuijgen van hier versonden worden, om rreden zijn Hoogheid voorgeeft, een slecht ge„ wasch is geweest, sijnde veel onrijpe peeper door swaare winden afgevallen. Nog communiceeren uw Hoog Edelheedens seer Eerbiediglijk, dat 's konings afgezeonten per Praauw Pant jalling met een brief, en geschenken aan D E Comp=e eerstdaags staan te volgen Waar meede ons de Eer aanmatigen met diep ontslag te zijn /:onderstond:/ Hoog Edelen groot Agt baren gestrengen weijdgebiedende Heere en wel Edelen heeren /:laager /uw hoog Edelhedens seer ootmoedige en onderdanigen Dienaaren /:was geteekent:/ J=s Mens, en S=r Berckhout /:in margine:/ Palembang Den 26 April Ao. 1769 Aan als Vooren. P=r 's konings afgesanten de kidemang Jalandriea en Darpa Mangala Deese eenelijk in alle Eerbied gerigt, ten geleijde van 's konings afgezanten, die heeden ter overbrenging van zijn Hoogheidsbrief, en geschenken, aan DE Comp: Costaards steevenen Na welke schuldpligtige communicatie ons de Eer aanmatigen met diep ontslag te zijn /onderstond / alsoore/ /:Lager:/ uw hoog Edelheeden sootmoedige en Onderdanige Dienaaren /:was getekent:/ I=s Mens, en I=bo Beokhout /:in margine:/ Palembang den 11 Meij 1769. Aan als Even Per de chialoup De Batavier. Uw hoog Edelheedens gevenereerde missivasso origineel als duplicaat gedateerd den _o 1 Van Palembang Den 24=e Iunij 1769. den 21 Maart en 15 april Jongsleden verselt van twee Extracten, so uijt de gemeene als secraete resolutien des Casteels Batavia genoomen in raaden van Jndia op den 10 februarij en 10 Maart deeses Jaars, beneevens eenige bijlaagen, hebben wij de eergehad, bij aankomst van de bark de Leervisen pantjallang De snelheijd, seer wel te ontfangen, sijnde eerstgem kiel den 17 en de Laatste den 25 Maij, voordeese logie g'arriveert, betuijgende onse nedrige dankbaarheijd voor de daar meede overgebragte goederen en contanten in voldoening op onse gedaane Jaarlijkse petitie voor dit Comptoir, item voor de gunstige toeschikking van een opperchirurgijn, een scheepstimmerman mitsgaders 13 gemeene militai„ ren, egter is in plaats van een meesterknegt der Metse„ „laars, na luijd uw Hoog Edelheedens hoog g'agte missive eengemeen metselaar overgekoomen tot een nadere opneemdeeser Logie, mitsgaders de bouwvallige punten, aande Noord en zuijdzijde, hebbende hem indat werk de behulpsaame hand laten bieden, en ondertusschen voormelde bark ten spoedigste van zijne lading Doen ontlossen die na volgens hoog g'eerde, beveelen, den 26=e der gesegde maand Maij sijn reijse na Malacca heeft voort geset. — De groot vermoogende beveelen van uw hoog Edelhedens, ter needergesteld bij voorm: Extract van den 10 Febr: nopens aankomst van vreemde Europeesche natien te deeser plaatse, sullen de ondergeteekendens met de meeste Exactitude nakomen en geen van dezelve binnen deese logie admitteeren, veel min eenige gerieflijkheid bewijsen ten welke eijnde de gesaghebber die op de brandwagt voor deese vevier leggen, bij instructie op het ernstigste gelast is, om geen schuijten of fols vangem: vreemde bodems, binnen de rivier te laaten koomen, maar inteegendeel op het kragtig„ ste daarteegens protesteeren op peene vande porte„ ment die hier omtrent sijn pligt versuijmt. — So
English
From Palembang, 24 June 1769. Likewise, pursuant to the highly respected order mentioned in the aforesaid secret extract of 10 March with its annexes, we have made further inquiries with various persons regarding the circumstances of the run-off Limpho junk, but could learn nothing other than what we respectfully reported in our humble letter of 12 April last, except only that the undersigned have been informed by confidants sent secretly to Bangka that the said junk's idol or seosie was brought there by the Palembangese and sold to the Chinese for three eighths Spanish, who kept it secret for a long time until finally their Highnesses came to know of this, upon whose order not only was the dwelling house of those Chinese pulled down, but they even had the purchased idol demolished; otherwise he would have made every effort, even at triple the value, to buy it back again or, in case of unwillingness, to obtain it in another clever manner; however, regarding some remaining Chinese from the frequently mentioned run-off junk who were said to be on that island and strictly guarded, an exact investigation was also secretly conducted, but it is unanimously testified that none of them are to be found there. Likewise, the undersigned have been assured by several credible persons that no silk, pansie, gilding, gold thread, linens, etc. were smuggled into this place, but indeed a portion of gold, mentioned in our just-cited humble letter of 12 April past. From Palembang, 24 June 1769. The cash advance made by this ruler to the inhabitants of 24 negorijen in the uplands is the truth, His Highness leaving nothing untried, barring unforeseen accidents, to increase the pepper cultivation over time annually, having compared the received 50 lb. newly calibrated copper weight against the Honorable Company's weights of that heaviness on hand, as well as the standard weight that has not been in use, but found each approximately one-eighth of a pound too light, which, pursuant to the highly esteemed orders, could well have been adjusted against the newly brought one, but in time this would cause many disputes with these court dignitaries upon the receipt of pepper and tin, for which reason we offered it to the king instead of his transmitted one, who also had his remaining five pieces of fifty pounds compared against it by his commissioners in our presence, but all, as stated, approximately 1/8 lb. short, the ruler saying: I will abide by the fifty-pound weight which, to my recollection, was sent to me ten years ago by their High Noble Lordships upon the return of my ambassadors, having recognized it as accurate and kept it in a pouch since that time as valid, since my other weights are of equal heaviness, and I will make no change to it. From Palembang, 24 June Anno 1769. Because of these disputes, we have deemed it advisable to send the recently brought one, together with our standard, thither with the humble request that this discrepancy may be investigated at the headquarters in order, if possible, thereby to eliminate the shortweights between those noted on the passes and the pepper and tin delivered over there by the king's juragans, while the undersigned with much respect can assure Your High Noble Lordships, if one may believe His Highness somewhat on his word of honor, that the ruler would not tolerate his subjects engaging in any illicit trade in either of those articles when sailing from here to there, for if they did so, they would surely be punished with death upon their return, so we hope Your High Noble Lordships will see no reason to hold the undersigned in any way suspect in this regard, but on the contrary please be assured that our utmost efforts aim at nothing other than preventing all smuggling trade according to our ability and looking after the interests of our Right Honorable Masters with all fidelity. Furthermore, in dutiful compliance with Your High Noble Lordships' highly esteemed requisition, we very humbly submit: That in the late part of January of this year, the Chinese Captain here, not only at that time but also before and after said date repeatedly, with the prior From Palembang, 24 June 1769. knowledge of the undersigned, went to sea with one of his vessels, but always provided with a pass in the name of a Chinese juragan, since his tin smeltery is located on Bangka, Tanjong Oelas, whither he departed at that time, and thus his business frequently called him thither, the more so as the said Captain was often ordered by the king to depart immediately for the aforesaid island whenever any disputes arose among the Chinese there. The undersigned can also testify in good conscience that at that time or thereafter no Amoy junk named Tjouwja entered any of these rivers, much less departed from here; however, on 20 February there did return a proa roekoe belonging to the frequently mentioned Captain and commanded by the juragan Oei Tonkwaa, which upon exact inspection contained nothing other than salt, rice, and some coarse porcelain, the same having departed from here for Siantan on 22 July of the past year with 25 heads, all Chinese, and his cargo at that time consisted of 500 bundles of binding rattans, 100 piculs of cotton, 300 piculs of powder sugar, and goabat, mounted with 2 small guns and a barrel of gunpowder; likewise, may Your High Noble Lordships be assured that in the past year no junk named Tongko departed from here for Cochin China, much less returned, nor, so far as is known to us, from Bangka. But the undersigned did learn that in the same aforesaid year
Dutch transcription
Van Palembang Den 24 Junij 1769. — So meede hebben ingevolge hoog gerespecteerde ordre gemelt bij vooren gesegde secreet Extract vienden 10 maart annex dies bijlagen ons nader geinformeert bij diverse persoonen, na de omstandigheeden vande afgelope Limphose Ionk dog niets anders kunnen verneemen, als eerbiedig gemelt hebbe bij onse onderdee „nigen van den 12 april Jongstleeden, dan eenelijk is den ondergeteekendens door vertrouwelingen die in secretesse, na Bancos gesonden zijn, berigt, dat de gemelde Jonks afgod of seosie, aldaar door den Palembanger is aangebragt, en aande Chineesen verkogt voor drie agtste spaans, die het lang geheijm gehouden hebben tot dat eijndelijk hunne Hooghe¬ den dit te weeten zijn gekoomen op wiens bevel niet alleen het woonhuijs van die chineese onder de voet is gehaald, maar selfs de gekogte Afgodlaten voorie„ len, soude anders alle vlijt aangewont hebben alwaer het voor een drie dubbelde waarde om het zelve weeder inte koopen dan wel bij onwilligheid, het opeene andere behendige manier magtig te worden, edog omtrent eenige overgebleevene chineese van meerm: afgeloopen Jonk die op dat Eijland soude zijn, en 1 naauwbewaart worden, heeft men almeede onder de hand exact laten ondersoeken, maar werd eenparig getuijgd dat geene van deselve aldaar te vinden zijn Insgelijks zijn de ondergeteekendens door verscheide geloofwaardige persoonen versekert dat te deeser plaatse geenezijde, Pansie, verguldsel gouddraat, Lijwaten, &=a ter sluijk is ingevoerd maar wel een gedeelte goud, gemeld bij onse eeven aangehaalde nedrigen letteren van den 12 april passato De Van Palembang Den 24 Junij 1769. De gedaane geld vorstrekking door deese vorst aan de bewoonders van 24 Negorijen in de booven 8 „landen, is waarheid, latende zijn Hoogheid niets onbesogt (:sonder enverhoopte toevallen/ om pee„ „per cultuure inder tijd jaarlijks te vermeerderen, hebbende het ontvangen 50 lb. nieuw g'Eijkt koper gewigt, teegens de aanhanden zijnde 'sE: Comp=s ge„ wigten van die swaarte item de slaper die in geen gebruijk is geweest geconfeonteert dog ieder circa een agtste pond te ligt bevonden dewelke ingevolge hoog geEerde beveelen wal teegens het nieuw aangebrag„ 1 te konde vorEvent hebben, maar soude inder tijd met deese hoffgprooten veele historiaalen verwekken bij ontvangst van peeper en thin waaromme hetzelve den koning in steede van zijn overgesondene hebben aangebooden die almeede zijn overige vijff pees vijftig W ponden door sijne gecommitteerdens in onse presentie daar teegens heeft laaten confronteeren maar alle als gesegt circum Circa 1/8 lb. te min, seggende den vorst ik zal mij gedragen aan het vijftig pond ge„ wigt het welke na mijn onthoud voor thien jaceren herwaarts door hunne Hoog Edelheedens met de te rug komst mijner gesanten mij is toegezonden, voor ac„ ouraat en seedert dien tijd in een sakje bewaart hebben erk en dat voor goed overmits mijne overige gewigten een gelijke swaarte hebben en zal geen verandering daarmeede maken. — om Van Palembang Den 24 Junij A=o 1769 om welke disputen raadsaam geoordeelt hebben het jongst aangebragte, beneevens onse slaaper der„ waarts te senden met de moedige instantie dat dit vorschil ter hoofdplaatse mag ondersogt worden, om /: /:wesmogelijk / daar door uijt denweg te ruijmen, de minwigten tusschen de op de passen genoteerde en a costi door 's konings Jurvangans uijtgeleeverd werdende peeper en thin, terwijl de ondergeteeken¬ dens met veel eerbied uw hoog Edelheedens indien men zijn Hoogheid op zijn woord van Eer eenigsints gelooven mogen kunnen verzeekeren, den vorst niet zoude gedoogen dat zijn onderdaanen wanneer van hierna ginter steevenen eenige morshandel in beide die articulen pleegden, want wanneer zulx deden zoudende seekerlijk bij hun vatour met de dood gestraft worden dus verhoopen uw hoog Edel„ „heedens geen reedenen te sullen geeven, van de onder „geteekendens hier omtrent eenigsints vordagt te houden, maar in teegendeel verseekert gelieven te zijn dat onze uijtterste pogingen niet eenders bedoe„ len, dan om alle sluijkhandel na vermoogen te weeren ende intressen van onse wel Edelen Heeren gebiedersn, met alle trouwheid te behartigen Wijders in schuldig na koming, van uw Hoog Edel„ „heedens hoog g'eerde requisit, sediend seer nedrig, Dat in het laatste van Januarij deeses Jaars, den capit: chinees alhier) niet alleen te dier tijd maar ook bevoorens en na dato meermaale :/ met voor Van Palembang Den 24=e Junij 1769:— voorkennisse van de ondergeteekendens, met een zijner vaartuijgen zeevaarts gegaan is, dog altoos voorzien van een pas, op de naam van een Chinees surragan overmits zijn thin smelterij op Benca Tanjongoe„ „laslegt waar heen te dier tijd vertrocken is, en dus veel tijds sijne beesigheeden hem dat heen roegeen, te meer so wverdevengem: capit=n dikmaals door den koning g'ordonneerd op stondsnagesegde eijland te moeten vertrecken wanneever eenige historiaalen onder de chineesen aldaar voorvallen. De ondergeteekendens kunnen almeede in gemoede betuijgen, dat in die tijd of daar na geen Eijmuijse Ionkgen=t Tjouwja een deeser revieren is binnen gekoomen veel minder van hier vertrocken= Edogwel is den 20 februarij daar aan geretourneert een prouw Roekoe toebehoorende dikgem: Capitain en gevoerd bij den Juronganoeij Tonkwaa dewelke bij exacte visentatie niets anders heeft ingehad, als. zout, Rijst, en eenig grof porcelijn, sijnde deselve den 22 Julij A=o pass=o van hier na Sieantang vertroc„ ken lemand met 25 koppen alle chineesen, en heeft sijne lading te dier tijd bestaan in 500 bossen bindrot„ „tings 100 pic=s kapas, 300 picolspoeder zuijker, en goabat gemonteert met 2 stukjes, en een ton buskruijt someede gelieven uw Hoog Edelheedens versekert te zijn, dat in het gepasseerde Iaar geen Jonk gen„t Tongko van hier na cochim Chinavertrocken veel min geretourneert is ook niet /:in soovore ons bekentzij: van Banca, Maar wel hebben de ondergeteekendens vernomen dat in eeven gesegdle Jaar
English
From Palembang, 24 June 1769 year the Chinese Captain passed away there, but until today it is not known otherwise than that his body lies buried on that island. Concerning the expedition of the 35 keels, including the 10 vessels which, according to our humble letter of 4 August of the past year, departed upon the pretext of His Highness toward Blizon, and were to serve to capture his fugitive brother, the Pangerang Oestep and Said Idroes, all of them, according to reliable information received, were steered toward Monpauwa. But the aforementioned prince, shortly before their arrival there, fled to Riouw, and only Said Idroes with 5 to 6 panjeijabs was encountered. After a small attack, he along with his subordinates, leaving their vessels behind, took flight inland toward the Panambahan and requested assistance from him. The latter then also came to his aid with the upland peoples, and knowing how to defend themselves very artfully with blowpipes and poisoned arrows, with which they fell upon the Palembangers. In this attack a multitude of that nation is said to have fallen, and few of the uplanders, because those people know how to hide in the brushwood. On the other hand, the vessels of the Palembangers had run so far up the river during high water in the west monsoon that they lay stranded in the good monsoon and could not get afloat again. Said cruising fleet to this day From Palembang, 24 June 1769 has not yet returned, and they are nowhere better recognized, since many of the same are rigged in the Dutch manner, than by their flags, which are entirely red in the middle, but at the bottom and top have a stripe four fingers wide of red, blue, and white. Further, serving in all respect to answer Your Right Honourables' esteemed request as to how the first undersigned came to know that the skipper of the ship Thuystendonk, Verlee, had the command over the cruisers: such was reported to me by a letter dated 13 December past by the commander of the Honourable Company's cruiser based here, De Snelheid, Jan de Ruyter, to whose ears this came from the commanders of the two pantjallings belonging under that convoy, who recounted everything to him in detail; indeed, they were even sent to him by the said Verlee. Moreover, the King is communicated this with the greatest haste by the head of the Boesaing, who always has orders from the prince upon the arrival of ships and lesser vessels, and especially when they remain anchored and search His Highness's vessels. In addition to this, since the lay days of the said vessel, his small craft have been daily inside this river to fetch drinking water, and on that occasion extorted some poultry from the natives in small craft, so that, said with humble reverence, such cruisings cannot well remain secret through the conduct of the commanders. A From Palembang, 24 June 1769 The Juragan Tang, who departed from here on 28 July of the past year by prahu chaloup to Siantan to bring over crew and cash for the repair of His Highness's vessel called wangkang, which steered toward the aforementioned place in the beginning of August 1765 and was at that time commanded by the Juragan Intje Liean, but through current drifted toward Cochin China, is not the one who was seized by the Honourable Company's cruisers. But rather the last-mentioned wangkang, which in the month of December of the past year upon its return was detained by the aforementioned cruisers for the reason of having no pass. The said Tang returned with his vessel on 27 December following with 8 koyans of salt. Nor is the mentioned Intje Lieam the same one who on 24 September 1766 went with a chaloup to Siantan and returned on 1 December of the same year, as well as another on 1 September 1767 to Trengganu and back again on 3 January 1768, the first-mentioned not having appeared to this day. Regarding the King's vessels that sail with products to Bangka, they are always accustomed, just like all others, to go thither with passes, but henceforth, in accordance with Your Right Honourables' highly esteemed orders, we shall note on the same that upon their return they may bring tin hither, as has already occurred various times. Meanwhile From Palembang, 24 June 1769 Meanwhile we can assure Your Right Honourables with much respect that the Sultan and Crown Prince, over the displeasure of their two detained vessels, have repeatedly expressed that they will send no tin nor pepper to the capital this year. Indeed, the King even declared himself orally and in this manner to the first undersigned, whereupon we presented to the prince on that occasion that his own interest and glory were tied to this, if those vessels departed from here quickly, which caused some reflection among Their Highnesses. For they finally resolved to do so after various urgings were made, as mentioned in our humble letter of 26 April past, while according to highly esteemed orders concerning this matter, no passes will be granted to those vessels after the end of the aforementioned month. Likewise, we have again conferred with the Sultan concerning his servants who depart from here with merchandise to the capital Batavia, that they shall be obliged, just as all other traders, to pay the entire toll, since the other Juragans have never applied themselves so heavily to trade as the present ones, yet have always paid the full lease; however, the vessels with which the King's envoys cross over remain exempt from this, to which His Highness answered with silence. The vessels that are destined from Batavia or Java to Malacca and elsewhere in that region
Dutch transcription
Van Palembang Den 24 Junij 1769 — Iaar den Capitain Chinees aldaar overleeden is, edog tot heeden niet beter wetende, of desselfs lyjk legt op dat Eijland begraven. Belangende de Expeditie der 35 kieltjes daar onder begrepen de 10 stuks dewelke volgens ons nedrig schrijvens van den 4 aug=s d:' anno verroeeken, op voorgeeven van zijn Hoogheid na Blizon soude vertrocken weesen, en dienen tot agterhaling van zijn vlugtigen broeder, den Pangerang oestep en said Idvoes, sijn navolgens ontvangen sicuure alle na Monpauwa gesteerentedog is eevangem=: Prinskort voor hun lieden aankomst aldaer na Riouw geweken en eenelijk zaid Jdroes met 5: a 6: panjeijabs aangetroffen na een kleine attacque beneevens sijn onderhoorige, met agter „lating hunne vaartuijgen, de vlugt landwaart in, na den Pannabahan hebben genoomen en deselve om assistentie versogt, die hem dan ook met de boovenlandse volkeren is bijgesprongen en sig met spatters en vergiftige pijlen seer kunstig weeten te defendeeren, waar meede den Palembanger op het lijf zijn gevallen, in welke attacque een meenigte van dienatie gesneuveld soude weesen, en van de boovenleonders weijnig, doordien dat volk sig in bosschagien weeten te bergen, daar enteegen sijnde vaartuijgen der Palembangers in de westmousson met hoog waater soo verre de rivier opgeloopen datse in de gouemousson drooy hebben geleegen en niet weeder vlot konde geraaken, gesegt kruijsvloot is tot heeden Van Palembang Den 24 Junij 1769. — heeden nog niet geretourneert, en sijn nergens beeter aan te verkennen / overmits veel van deselve op zijn hollands toegetuijgt sijn, / als aan hunne vlaggen die in het midden geheel rood, dog onder en booven met een strook viervingeren breedt van roodt, blaauw en wit sijn. Voorts in alle eerbiedigheijd dienende ge uw Hoog Edelheedens hoog geagte begeeven hoedanig den eerst geteekende te weeten is gekoomen da't den schipper van 't schip Thuijsten donk, verlee het commando over de kruijssers hadden, sulks is mij bij een briefgedateerd den 13 xber: pass=o berigt door „den gesaghebber, van 's E comp=s alhier thuijshoorende kruijsvaartuijg Desnelheid Ian de Ruijte, die dat ter ooren is gekoomen van de gesaghebbers der beijde pantjallings onder dat convooij sorteerende, en hem omstandig alles verhaalt hebben Ia sijn selfs door gemelde verlee, na hem afgesonden daar en booven werd den koning, door het hoofd aen de boesaing die altoos ordre vanden vorst heeft, om bij aankomst van scheepen en mindere Vaartuijgen en wel voornaamentlijk, wanneer se blijven leggen, en sijn hoogheijds vaartuijgen ersenteeren, sulks ten spoedigste gecommuniceerd, hier bijgevoegd sijn seedert de legdaagen van gesegden bodem sijne kleene vaartuijgen dagelijks binnen dese revier geweest, om drinkwater te halen, en bij die geleegentheid, de inlanders op kleene vuar„ tuijgen wat pluijwee afgeperst, sodat, /:onder nederige revorentie gesegt ( diergelijke bekruij¬ singe niet wel secreet kunnen blijven door het gedrag der gesaghebbers Een Van Palembang Den 24=e Iunij 1769. — Den Jurragan Tang, die den 28 Julij in het ge„ „passeerde Jaar per praauw Chialoup van hier na keantang is vertrocken, ter overbrenging van manschappen en contanten tot repareering van sijn hoogheijds, vaartuijg gen:t wankang, die in het begin van augu stus 1765 na eevengem: plaats ge„ „steevend is, ente diertijd gevoord bij den Iudragan Intje Liean, dog door stoom vervallen op Cochim Chinais niet de geene die door 's E comp=s kruijssers in beslaeg is genoomen, maar wel laastgem: wan kang die inde maand Xber anno pass=o bij sijn te rug komst, door eevingem: kruijsers is aangehouden om reeden geen pashaedde, sijnde gesegde Tang met zijn vaartuijg den 27 xber: daar aan geretour„ „neert met 8 coijangs zout, ook is gem: Intje Lieam niet deselfde die den 24 7ber: 1766 met een Chia„ loup na Sieantang, en den 1 xber: desselfde Jeer gereverteert is, mitsgaders een ander den 17ber: 1757 na Trangano, en den 3 Januarij 1768 weeder te rug sijnde eerstgem: tot heeden niet te voor„ „schijn gekomen. omtrent 's konings vaartuijgen, die met producte, na Banca varen sijn altoos gewoon eeven aels alle andere met passen, derwaarts te gaan, dog sullen voortaan, ingevolge uw Hoog Edelheeden 's hoog g'Eerde beveelen op deselve noteeren, dat bij hun retour thin na herwaarts mogen meede brengen gelijk sulks aldiverse malen geschied is. — Middelerwijlen - Van Palembang Den 24 Junij 1769. — Middelerwijlen kunnen uw Hoog Edelhee„ „dens met veel eerbiedigheid verscekeren, dat den zulthan en kroonprins, over de misnoeging hunner aangehaalde twee vaartuijgen te meermaalen sig hebben uitgelaten, deese Jaare geen Thinnoy peeper na costi te sullen senden, Ia selfs heeft den koning sig mondeling en deeser voegen, teegens den eerstgeteekende gedeclareerd, als wanneer den vorst bij die geleegentheid voor oogen stelden dat zijn eijgen intrest en glovie hier meede verknogt was, wanneer die vaartuijgen spoedig van hier vertrocken, het geene eenige nadenken bij hunne hoogheeden baarden, want sijn eijndelijk na diverse gedaane instantien daar toe geresolveert, gem: bij onse nedrige van den 26 April passato terwijl in gevolge hoog g'eerde ordres omtrent dit Chapiter na ultimo der eevengeropte maand geen passen aan die vaartuijgen sullen verleent worden, Gelijk meede den zulthan weder onderhouden hebben over sijne dienaaren die van hier met handelwhaoren na de hoofdplaats Batavia ver„ „trecken, dat deselve gehouden zullen zijn eevenals alle andere handelaars, den geheele Tol: te moeten betaalen, wijl de overige Juvragens sig Nooijt so saer op de negotiehebben toegelegt als de presente¬ dog altoos de volle pagt betaalt hebben; edog dat hier van uitgesondert blijven, de vaartuijgen waarmeede 's koningsgezanten overvaaren, het geene sijn hoogheijd met stilswijgen beantwoorden, De vaartuijgen die van Batavia of Java na malacca en elders om dien oirt Gedestineerd sijn,
English
From Palembang the 24th of June 1769. are, but under one pretext or another will seek this river when they will not continue their voyages, to have them seized and sent up to Batavia with their cargo, without touching it, under the escort of a cruising pantjalling, to which end the pilots have been ordered by instruction not to allow any of the same to enter from the 1st of May until November, for reasons that would certainly cause disputes with this court. It has been a matter of particular joy to us that the reduction of expenses in the year 1767/8 compared to the previous year 1766/7 to the amount of ƒ3207:3:8, or ƒ8243:14:8 in comparison with the memorandum of retrenchment, has met with the satisfaction of Your Right Noblenesses, all zeal and attentiveness being employed to improve the state of the Honorable Company at this place through economical management. The persons whose wages have been increased express very respectfully their gratitude to Your Right Noblenesses for that great and favorable advancement, and in particular the soldier Jan Brugman for his change of post to sick-visitor. While drafting this, the sloop De Batavier arrived very unexpectedly before this lodge with the incoming Residents Jacob van Campen and Willem Carpenter van Westerbeek, bringing with them Your Right Noblenesses' highly honored letter dated the 31st of May last, whereby the From Palembang the 24th of June 1769. undersigned observed to our profound grief that it had pleased Your Right Noblenesses, upon receipt of the aforementioned letter, to dismiss us both from the service; having, pursuant to that illustrious order, the first-signed surrendered the authority after public introduction of the said First Resident, and subsequently made transfer of the Honorable Company's real assets to both said Residents. Wherewith we take the honor to be with deep respect, undersigned as before, lower, Your Right Noblenesses' very humble and obedient servants, was signed, I:s Mens and I=r Berckhout, in the margin, Palembang the 24th of June Ao. 1769. We have the honor to inform Your Right Noblenesses that the undersigned arrived in good health at Palembang on the 20th of June with the sloop De Batavier, accompanied by the pantjalling Edam, without having encountered anything of any importance on their voyage hither, except only the China-bound ship Oud Haarlem, which was pursuing its voyage. As soon as we arrived here at the Honorable Company's lodge, we handed over the letter from Your Right Noblenesses to the Residents Isaac Mens and Joan Berckhout, and after the reading thereof, the administration of the Honorable Company's affairs was delivered into our hands without delay; after which transaction, we immediately sent word through the emissary commonly used for that purpose to request an audience with His Highness To as before. From Palembang the 5th of July 1769. the King of Palembang for the following morning, who granted it to us at the aforementioned time, after which on the 21st of this month in the morning we crossed the river to His Highness, presenting him with the usual ceremony Your Right Noblenesses' letter; which, after taking our seats, was opened immediately and read aloud according to custom before the entire court and numerous spectators; which being done, the first-signed asked whether His Highness had well understood and comprehended the contents of Your Right Noblenesses' letter and their desires contained therein, which he indicated in a calm manner with a bow of the head, whereupon we not only brought to His Highness's attention the lamentable misfortune that befell the Limpo jonk through the treacherous and roguish conduct of Demang Astra Doeta and Agus Soembra, but also on that account demanded the desired compensation for damages, both for the Company and its subjects as well as for the jonk itself, amounting together to one hundred and twenty-five thousand Spanish reals, requesting that His Highness be pleased to settle above-mentioned amount in tin and pepper, and offering to Your Right Noblenesses a sum of 46490 3/60 Spanish reals still to be found in Batavia for tin accepted by the Honorable Company in the past year. From Palembang the 5th of July 1769. All of which His Highness listened to with a very serious demeanor and replied, saying he knew nothing of the whole matter and had not even the slightest news to this day of where Demang Astra Doeta and Mas Agus Soembra were with their vessels; whereupon we showed ourselves very astonished and remarked to His Highness how such could be possible, since Your Right Noblenesses trusted they had firm proofs of the executed event; which seemed impossible to the prince, even, speaking in a passion, saying that if the Honorable Company could show His Highness the witnesses and those who were able to prove that such an outrageous undertaking had been carried out by Astra Doeta and Agus Soembra and their men, he would then not be unwilling to satisfy the compensation for damages, but would also punish both aforementioned persons most rigorously upon gaining power over them; but since he was assured that none of his people would dare to undertake such a thing, it was therefore impossible to submit to the desired compensation for damages; whereupon we said that we did not doubt that the conviction of the whole case would certainly be demonstrated to His Highness's envoys who had departed for Batavia, which seemed impossible to the prince; furthermore we said to the prince that Your Right Noblenesses were also very well aware that the gold by His Highness's subjects
Dutch transcription
Van Palembang Den 24 Junij 1769. — sijn, dog onder het een of ander pretext deese revier soeken zullen wanneer hunne reisen niet willen voortsetten, in beslag laaten neemen en met dies laading sonder daar aaen te voere onder het geleide van een kruijspantjalling na Batavia opzenden ten welken eijnde de lootzen bij Jnstructie gelast is, om van P=mo Maij oftot 9ber: toegeene van de selve binnen te laaten loopen om reedenen seker„ lijk historiele met dit hof soude verwekken va Het heeft ons tot een bijsondere vreugde gestrekt dat de vermindering der lasten in anno 176 7/8 in teegenstelling van het voorige Jaar 17668 tot een montant van ƒ3207:3:8. den wel ƒ8243: 14:8: in ver„ gelijking teegens de memorie van men#gie het genoegen van uw Hoog Edelheedens heeft moogen wegdraagen, werdende alle iever en oplettentheijd gebruijkt om den staat van D E. Comp=e te deeser plaatse, door eene menagieuse huijshouding te verbeeteren. De persoonen die ingagie verhoogt zijn betuijgen uw Hoog Edelheedens seer eerbiediglijk hunne dankbaarheijd voor die groote gunstige verbee„ tering, en wel insonderheid den soldaat Jan brugman voor sijn changement tot krankbesoeker Onder het rigten deeses arriveerde seer enverwagt voor deese Logie de chialoup De Batavier met de aankomende Residenten Iacob van Campen, en willem Carpenter van westerbeek, meede brengende uw Hoog Edelheedens hooggevonereerde missive gedateerd den 31 maij Jongstleeden waarbij de 13 Van Palembang Den 24=e Iunij 1769. — de ondergeteekendens tot zielsleetweesen beoogelen; dat het uw hoog Edelheedens behaagt hadden ons beijde op ontfangst van hoog gem: missive uit den dienst te de„ „moveeren, hebbende ingevolge dat illustrabevel den eerstgeteekende na gedane publicque voorstel¬ ling, van gemelde Eerste Resident, het gesag overge„ geeven, en vervolgens Transport, van 's E Comp:s reele effecten aan beijde gesegde Residenten gedaan. Waar meede ons de Eer aanmatigen met diep„ ontzag tezijn /:onderstond/ als vooren /:laager=/ Uw hoog Edelheedens seer ootmoedigen en Onderdanigen Dienaaren /was geteekent/ I:s Mens, en I=r Berckhout, /in margine:/ Palembang Den 24 Junij Ao. 1769. Honorene ons haar Hoog Edelens te bedeelen dat de ondergeteekendens den 20 Junij in een goede welstand op Palembang sijn g'arriveerd met de Chialoup De Batavier, verseld van de pantjalling Edam sonder iets van eenig belang op haar reijse na herwaarts ontmoet te hebben den alleen het na Chinagedestineerde schip oud Haarlem 't welk Sijne reijse vervorderde Sorus alhier in 's E comp=s Logie arriveerden hebben be„ wij de residenten Isaac Mens en Joan Berckhout de brief van Haar Hoog Edelens overhandigt en nalectuure van deselve, is ons zonder uijtstel de maniance van 'sE Comp=s zaken ter hand gesteld, na welke verrigting, wij door den daar toe gemee„ „nelijk gebruijkt wordende zendeling aanstonds voor 'sanderdaags smorgens bij zijn Hoogheid Aan als Vooren den „ - Van Palembang Den 5=e Iulij 1769. — den koning van Palembang audientie lieten vraagen die ons het zelce ter opgem: tijd accordeer„ „de, waar na de 21 deeser des 'smorgens na zijn Hoogheid de ravier overschepte, biedende den zalve met de gewoone plegtigheid haar Hoog Edelens brieff aan; die nagenoomen sitplaats aanstonds g'opend, en na usantie voor het gantsche hof en meenigvuldige aan schouwers hard op geleesen wierd; 'Twelk verrigt zijnde vroeg den eerstgeteekende of zijn Hoogheid den inhoud van haar Hoog Edelens brief en hoog derselve begeerte in deselve vervat wel had verstaan en begraepen 't welk op een bedaarde wijse met aen buijging des Hoofds te kennen gaf waarna zijn Hoogheit het decruiswaar„ dig ongeluk de Limphose Jonk door het verradelijk en schelmagtig gedrag van Deman Astra Boo„ ta en agus soembrz, overye koomen niet alleen onder het oogbragt maar teffens uijt dien hoofde de begeerde schade vergoeding so voor de Compe. en derselver onderdaanen als ook voor de Ionk zelve tezaamen ten bedragen van Een twintig honderd vijf en merffgduijzend spaanse reaa¬ „len met verzoek dat zijn Hoogheid geliefde goed te vinden booven gem: montant te voldoen, in thin en peeper en haar Hoog Edelens aan te bieden Een somma van 46490 3/60 spaanse voaalen als nog op Batavia weegens in den voorleeden Jaare door D E Comp=e aangenoomen thin te vinden - 15 Van Palembang Den 5=e Iunij 1769. — vinden sijn al het welk zijn Hoogheid met een zeer ernstige houding aanhoorde en ten antwoord diende zeggende van het geheele geval niets te weeten nog ook selfs geen de minste tijding had tot heeden toe waar Demang astra Doeta en maas agus scombra met zijne vaartuijgen waa„ ven, waaer op wij onsreet verwondert toonde en zijn Hoogheid toevoegde hoe zulks kon mogelijk zijn, alsoo haar hoog Edelens vertrouwden de vaste bewijsen van het geExteerde geval hadden 't welke den vorst als onmogelijk woorquam zelfs op als in eendrift zeijnde, zijde zo D' E: Compe zijn Hoogheid konde aantoonen de zegslieden en die in staat waaren het te bewijsen, dat so een verregaande onderneeming, door astra Doeta en agus soembra ende zijne ter uitvoergebragt was, hij dan ook niet onwillige was om aan de vergoeding van schaad te voldoen, maar ook gem: beijde persoonen ten rigourensten, deselve magtig wordende / zoude doen straffen maar vermits hij versekert was dat niemend van de sijne sulks zoude durven onderneemen, het derhalve onmoogelijk was, aan„ „gaande de begeerde voldoening van schade zigte onderwerpen waar op wij zeijden dat wij niet en twijffelden of zijn Hoogheids na Batavia vertrockene gezanten soude de overtuijging van het gansche geval wel aangetoond worden, 't welk den vorst onmoogelijk toescheen, verder zijde wijden vorst dat haar Hoog Edelens meede zeer wel bewust waaren, dat het goud door zijn Hoogheids onderdaanen