VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3277

Japan · 1,144 pages · 206 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3277_0447 view scan ↗

English

From Macassar, 5 June Anno 1769 In vain had it initially been maintained on that account that some other presumed causes, whether of given displeasure or slight regard shown in one way or another to the monarch by his subjects, were the cause of this, since the contrary, in confirmation of the aforementioned, has also clearly proven to be true; and as witnessed and, as it were, confirmed by the mouth of the King of Boni himself in the entries under 21 January and 12 April in the secret daily register, and had anything of the sort existed, one would have endeavored to obtain the necessary satisfaction for that prince and thus to reconcile him again with his subjects. Yet, this having yielded no result in that regard, and on the part of the Macassars it being increasingly observed that the Estates of the Realm began to view this departure of their king—however thoughtlessly undertaken on his own—with greater seriousness, and began to consider it a brazen prostitution and contempt of the prestige of their body as well as an infraction of their country's laws, as can be seen from their protests recorded in the frequently mentioned daily journal under 24 January, all efforts were made to make the monarch understand that the wrong lay on his side, and that he therefore, after a single refusal, ought to comply with the first future invitation, if he wished to see no harm and disaster arise from it for himself. And in order to dispose the Macassar nobility, who were already then becoming despondent, toward such another invitation of their king, it was proposed at Boni on the 23rd of the just-mentioned month by the first-undersigned to persuade the Macassars and their Regent thereto at a solemn assembly, with which His High Right Honourable of Boni also conformed, promising pursuant to the request made to send his deputies as assessors there, in accordance with which plan the Gowa grandees of the realm were also summoned to the Governor on that very day and appeared jointly on the 24th. At this conference, the Prime Minister was prepared beforehand to comply with the aforementioned proposal and to have the king invited once more by the joint Estates; on that occasion, all the difficulties raised by him against it were refuted in the most suitable manner, the matter itself was presented to them as less hateful and from a more favorable side, and From Macassar, 5 June Anno 1769 and upon the further declaration of his remaining scruples with regard to the consequences, those too were answered with encouragement and promises. The matter was further revealed generally to the present Estates; they thereupon all deferred to the advice of their Prime Minister, and he, having been persuaded again and exhorted thereto to cooperate for the greatest benefit, was ultimately brought to the point where they consequently took a resolution, just as they announced on the first of February, that they would undertake this once more by an express deputation. The matter having now been brought thus far with so much urgency and effort, largely for the sake of Boni, who could have thought otherwise than that the young monarch would this time seize the favorable moment and endeavor to revive his nearly expiring and extinguished relation to the crown with an open willingness by a prompt resolution not to reject the invitation, especially as he was at that very time staying with the monarch of Boni, who had indeed been expressly exhorted beforehand to admonish and prepare that young man thereto in the most emphatic manner, which His Majesty had also promised to effect, but fulfilled only very faintly. The contrary, however, proved true, and thereby disappointed and forever vanished all expectation of a good outcome from so many efforts and cares as were expended in this delicate case, as is generally mentioned in detail in the frequently mentioned daily register in the months of January and February, concerning which, for the sake of this tedious and unpleasant history, omitting herefrom these unnecessary and little-relevant extensivities, we take the liberty to refer Your High Right Honourables with respect, in order to mention something further regarding the causes that brought about an outcome of affairs such as this. One will, however, make no mention of the will of Heaven, which in the prospects of its adorable providence has determined everything after all, but proceed directly from that to the second cause, and then here at first glance, as one of the principal reasons, just as was already touched upon beforehand, there appears: The stubborn and malicious design of Princess Palacka, who, being entirely and solely intent on the release of her favorite, the prince arrested at Castij, pursued the paths thereto just as mistakenly as her actual intention was utterly prejudicial to the interest and tranquility of the Gowa realm, and the entire scheme regarding it was ill-founded.

Dutch transcription

26 Van Maccasser den 5 Junij Anno 1769 — De vergeefs had men dien, haelven in den beginne gesustineerd dat eenige an„ dere vermoedelijke heeden 't zij van gegeven omibnoegen af klein agting op d' een of andere wijze aan den vorst door zijne onderdanen betaond hier van de oorsaak was, also het Contrarij tot staving van het boven voormelte ook mid„ dag, waar is gebleeken; en bij het genoteerde onder den 21 Januarij en den 12 april in het secreet dag Register door de anond van Benije koning zelve, betuigt, en als bevestigt is, en had 'er sodanig iets geresideert, men soude dien jarins de nodige satiffactie te doen erlangen en hem dus weder met zijne onderdanen te assopieeren getaagt hebben; Dan dit over zulx geen extaact hebbende kunnen vanden en aan de zijde der Macassaren hoe langs hoe meer bespeurt zijnde dat de Rijkstenden desen uitstap van hunnen koning hoe onbezoomen ook an„ ders op zil zelve genomen, met meerder Ernst begonden te bescheuwen en het zelve voor een vermetele prostitutie en veragting van het aanzien van hun ligchaam so wel als eene Jnfractie in hunne landswetten begonden op te nemen, gelijk uit hunne protesten aangeteekend bij het meermeld dag verhaal onder den 24 Januarij te zien is, so wierden alle pogingen aangewend om een vorst te doen begrijpen dat het ongelijk aan zijne zijde beruste, en dat hij over zulx na een onievoudig refus, op de eerste future nodi„ „ging behoorde te volgen, wilde hij voor zig geen nadeel en en heilen daar uit zien ontstaan„ En om de reets toen al moedeloos geworde macassaarsen Adel tot sodanig een andermalige invitatie, kunner koning te disponeeren zo wierd op den 23 der even gem: maand door den eerstgeteekende bij Bonij geproponeert, om bij een plegtige bij een komst de maccassaren en haren Rijksbestierder daar toe over te halen daar zijn Bonise Hoog E: zig meede Conformeerde, beloovende ingevolge gedaan ver„ soek zijne gecommitteerdens als assessoren daar bij te zullen zenden, ingevolge welk ontwerp de goase Rijksgrooten ook bij den Gouv:r nog ten zelven dage ontboden en op den 24 geza„ mentlijk verscheenen zijn, Bij deese Conferentie preepareerde men den Eersten minister voor af :om aan het so evengem: voorstel te voldoen en den koning nog eene reise te willen laten nodigen door de gezamentlijke stenden, men wederleij bij die gelegentheid op de gevoegelijkste wijse alle de swaa„ righeeden door hem daar tegen ingebragt het geval op zig zelve wierd hen min hatelijk en van een gunstiger zijde vertoont, en Van Maccasser den 5 Iunij Ao 1769— en op de verdere de Claratie sijner overige scrupulen met betaecking tot de gevolgen beantwoorde men ook die met moedgeving en prinesses. de zaak werd wijders aan de aanweesende stenden algemeen ontvrouwd zij gedragen zig daar op alle aan het advijs van hunen eersten minister en dese daarop andermaal gepersuadeert, en geadriteert geworden, tot mede werking ten meesten nutte, hier toe, wierd per slot, bewerkt dat ze overvolgens een besluit namen so als ze op primo febr: lieten aankandigen dat ze dit bij een Expresse deputatie mogmaals soude in, het werk stellen, De zaak nu met so veel aandrang en moeijten veel al ten gevalle van Bonij dus verre gebragt zijnde, wie soude anders hebben kunnen denken of den Jongen vorst soude ditmaal eens 't gunstig oogenblik hebben gecapiteert, en zijne als bij na zieltogende en verstarvene be„ trecking tot de kroon met een opesselijke berijdwilligheid door eene spoedige Resolutie om de nodiging niet daer van de hand te wijsen getragt hebben te doen herleven, te meer hij op die tijd zelve bij e onijs vorst zig was op houdende die wel expresselijk alvorens was geadhorteert, dien jongeling daar toe op het nadrukkelijkste te vermanen en te prepareeren, 't geen zijn Majest: ook toegezegt had te zullen bewerk stellingen dog maar seer flaauw is nagekomen. Het tegendeel egter is bewaarheid en daar door te leur gestelden voor altoos verdweenen alle verwagting op een goed succes van so veele be„ moeijenissen en sorgvuldigheeden als in dit eminjeux geval te kosten zijn gelegt, so als bij het meer gewagt dag register in de maanden Jann: en febr: door gaans omstandig werd vermeld en waar aan ten belange van dit langwijlig en onaangenaam historiaal onder weglating hier uit van deese nadeloose en wijnig ter zake dienende Exten Liviteiten we de vrij„ heid gebruiken uw Hoog Edelens met Eerbied over te ruijsen: om om nog iets te melden aangaande de aanleijdzelen die een oitkomst van zaken als deese hebben doen voortkomen; Men zal nagtans van de wille des Hemels die ou de outzigten zijner aanbiddelijke voorsienigheid dog alles bepaalt heeft niet gewaagen, maar direct daar van tot de tweede oorsaak komen en dan doet zig hier in den eersten opslag wel als eene der princi„ paalste redenen so als bereeds noorw:s abiter is aangeroert te vooren Het Hardneckig en quaadaardig op zet van den princesse Palacka die volstrekt alleen op de relaxatie van haren lieveling den â Castij g'arresteerden prins uit zijnde, de weegen daer toe even so verkeer„ delijk is ingeslagen als hare wezendeijke jntentie voor het belang en de Rust van het goase Rijck ten uitersten pree„ judicable en het gantsche bewerp daar omtrend qualijk gegrond geweest

NL-HaNA_1.04.02_3277_0449 view scan ↗

English

From Makassar, the 5th of June, anno 1769 has been, for could a more perilous and detrimental design have been practiced than to readmit into this country and restore to the government a prince of a fickle and restless nature, who is moreover offended and malcontent regarding his unbridled plan, and inclined toward excess and mutiny, who for that reason has retained very little or indeed no affection and love in the hearts of his former subjects, as was clearly demonstrated in earlier dispatched documents; closely following this is the observation of the disposition of the Council of the Realm and the Nobility toward this royal House of the Palaccas, since their inclination toward the same, upon consideration of all that has transpired during the time they were under the governance of these princes, has cooled noticeably and successively, and now even further by this step of the present last one through his clandestine departure and declared withdrawal of the maintenance of their interests, together with the reported disappointment and contempt of their persons, joined with the dangerous designs with which the princess grandmother, according to what was recorded in the daily journal under the 23rd of February, under which date several more matters of speculation were noted, was reported to have been pregnant, has diminished still more if not entirely died away, and has turned into an absolute hatred and aversion, for as long, thus ran their declaration on the 24th of January, as they had had their kings from the House of Palacka, there had been unrest in their realm; but why then this last one had been chosen as their king was at that moment an applicable question: for no other reason than to please Boni's prince, who had proposed him for that purpose with insistence, was the answer. If one now, in view of all the foregoing, for the third and last time casts one's eye upon the conduct of the old Bonian prince maintained throughout the entire course of these negotiations, as can be deduced by way of conclusion from: 1st, his private opinion and expression made on this subject during a conversation with the first signatory and the license master, fully to be found in the separate daily journal under the 31st of December and 10th of January, wholly to the contrary; 2nd, his passion and indiscretion at a further conference on this same subject with the latter only two days thereafter, along with 3rd, his misunderstanding, suspicion, apprehensions, and excuses brought forward at one time throughout the From Makassar, the 1st of June 1769 entire course of this affair, and on the other hand the applause and the approval which he then again applied to all the proceedings held in this matter; but above all this in particular, 4th, his slow and indifferent manner of acting in the early implementation and compliance with the repeated and abundantly timely given advice, to nevertheless, upon this or that occasion which presented itself more than once, and especially on the 2nd of February, which was as fitting and favorable for it as ever, the young king being in his power with him, compel and move him to his duty, whether by way of persuasion or authority as his grandfather; and what he should have implemented so much the sooner, was his fear of Aroe Palacca's suspicion regarding him of indifference toward the interest of her grandchildren as great as he has stated so many times during the course of this matter and also on earlier occasions; thus one must be exceedingly astonished at this conduct of His Highness and declare that the same in most respects cannot be deciphered nor reconciled with his relation to that youth as his close relative, unless one assumes that the prince, on account of his advancing years and decay of vital powers, lacks a sound judgment and perception of matters from time to time, or that he, anticipating the bad use that Aroe Palacca might come to make more and more of the power of this prince through her authority over him in time, just as the advice which this princess was said to have given him in the then crisis of his interests, noted under the 26th of January, and the account of a certain Toassarassa on the 23rd of February, already cited, also furnish sufficient evidence thereof, even not unwillingly wished to see his people oppose the preservation of the general interest, which after all primarily lies enclosed in an unbroken peace and unity. Yet whatever may be the truth of this, and from whatever side one observes the entire case in all its complexity, it is and remains indisputable and true that the princess Palacca alone must be regarded as the principal instigator of this revolution and at the same time the irreparable fall of her house, for which she is held to be so not only among the Bonians and Macassars, but even now also by this her grandson; his own declaration made to Boni's prince, recorded in the daily register on the 12th of April, furnishes the undeniable proofs thereof. The

Dutch transcription

Van Maccasser den 5:' Iunij Aanno 1769 — 23: 28 geweest is — want konde er wel sorgelijker en nadeeliger ontwerp gepractiseert werden als weeder hier te lande te admitteeren en in de Regeering te heerstellen een wispelturig en onrustig g'aarden beven dien en zijn spoo„ „reloos Concept beledigd en misnoegd Mitsg:s tot aut spatting en nuijterije geinclueerd prins die daarom in het herte zijner gewesene onderdanen, zeer weinig of wel geheel geen meer toegedaanheid en liefde heeft over behouden so als dit niet duister bij vroegere afgegaane bescheiden g'occurreerd werd, voor het naaste hier aan valt de aanmerking op de gemaeds rijgnig van den Rijks Raadt en Adel jegens dit Stam Huis van de Palaccas daar hunne genegentheid tot het zelve uit de onverweging van alle heet gepasseerde geduu„ „vende dat zij onder de bestiering dezer vorsten geweest zijn merkelijk suc„ cessivelijk verkoelt, nu nog verder door desen uitstap van den tegens„ woordigen laasten door zijne Clandestinen ant togt en verklaarde ant„ trecking van de maintenue harer belangens Mitsg:s verhaalde te leur„ stelling en versoading hunner persoonen, bij gevregt de gevaarlijke ont„ werpen waar meede de vorstinne groot moeder na volgens het aan„ geteekende bij dag verhal onder den 23: febr: /:onder welk en datum nog onder scheide zaken meer van speculatie werden genateert gevonden:/ werd opgegeven be„ swangert te zijn geweest, nog al meer vermindert so niet 't eenemaal ver„ storven, en in een volstrekten laat en afkeer is overwisselt, want so lan„ ge /:dus lund hune „ dne betuiging op den 24: Ianuarij:/ zij uit het stam„ huis van Palacka hunne koningen Radoen gehad waren er onlusten in hun Rijck geweest, maar waarom dan desen laasten tot hare koning verkoren was op dat pas een applicabele vraag: om geene andere ree„ den dan ter believing van Bonis vorst die deese daar toe met aanz„ „drang voorgesteld hadd was het antwoord, vestigt omen nu bij al dit voorgaande voor het derde en laaste nog eens het oog op 't gedaag van den ouden Bonisen vorst gehouden in den gantschen loop deezer onderhandelingen gelijk als bij weege van gevolg trecking op te maken is uit, L=mo zijn particulier gevoelen en oitdrucking gedaan Pana op dit onderwerp bij een gesprek, met den eersten ondertekenaart en den licentmeester voll in het apart dag verhaal onder den 31 xber: en 10 Janu: te vinden gantsch Contrarij, 2=e zijn drift en onbescheidenheid bij eene nadere conferentie over dit zelfde subject met den laasten maar twee dagen daar na, nevens„ 3„e zijn mis verstand, agter dogt, bedugtingen en Decusen gedurende den Van Maccasser den 1' Iunij 1769 den geheelen Cours deser affaire de eene tijd woorgebragt, en daer en tegen het applau„ dissement en de approbatie die hij aan alle de behandelingen in desen gehouden dan weder quam toe te passen, dog boven dit alles insonderheid 4:e sijne traage en overschillige kandelwijze in het vroeg bewerk stellingen en nakamen van den herhaalden en ten overvloede tijdig gegeven Raadt, van dog bij deese ofr geene accagie die een ^ andermaal is g'exteert, en wel onsonder„ heid den 2: feb: so zeer als immer gepast en gunstig daer toe was, den Jangen koning als in zijne magt bij hem zijnde, het zij bij weege van persuasie dan wel authoriteit als zijnen groot vader tot zijnen pligt te noodsaeken en bewe„ „gen en 't geen hij so veel te eer soude hebben moeten bewerkstellingen was zijne vreese voor Aroe Palaccas verdenking, ten zijnen op zigten van onverschilligheid omtrent het belang harer klijn kinderen so groot als hij gedurende den loop dezer zaak en ook bij vroegere gelegentheeden daar van so verscheide malen heeeft opgegeven, so moet men over dit gedrag van zijn hoogheid ten autersten verwanderd staan en betuigen dat het selve in de meeste opzigten met te de Chiffe„ „ven nog over een te brengen is met zijne betrecking, tot dien jongeling als zijnen naverwant ten ware men vast steld dat het den vorst nit hoofde zijnen klinnende jaren en verval van levens kragten aan een gesond aordeel en perceptie van zaaken om en dan ontbreekt, dan wel dat hij onziende het quaad gebruik dat Aroe Talacka nog meer en meer van het vermo„ „gen van desen prins door har gezag op den zelven in der tijd mogt komen te maken so alsden Raadt die dese vorstin aan heem in de doenmalige Caiser zijner belangen soude hebben gegeven aangeteekend onder den 26 Janu: en het verhaalde van eene Toassarassa op den 23 feb: reets sal aangehalt daar van ook genoegzame bewijsen aan den dag leg„ gen, zelfs niet ongaarne zijnen volt heeft willen zien apposeeren aan de Conservatie van het algemeen belang die voornamentlijk dog opgesloten legt in eene onafgebrake Rusten en eenigheid, Dan wat hier ook van wesen mag en van wat zijde anen het geheele geval n al zijnen 't samag gade staat, hiet is en blijft onbetwistbaar en waaragtig dat den princesse Pa„ lacka alleen als het voornaame beweegaad dezer onwente„ ling en te gelijk om Eerstelbaeren val van har huis moet aangemerkt werden, waar voor ze ook niet slegts bij de Boniers en macassaren maar zelfs uw ook van deese har en klein soon gehouden werd sijne eije betuiging aan Bonis vorst gedaan, op den 12: april in het dagregister aangeteekend, levert daar van de ontegenzeggelijke bewijsen uijt Het

NL-HaNA_1.04.02_3277_0451 view scan ↗

English

From Makassar, the 5th of June, Anno 1769. The dispute is thus decided; the Makassarese have [illegible] this last king in Palacka, or rather said, they have been abandoned by him, whereby the bond of mutual relation between them and the Bonians, which had continued unbroken since the year 1702 until now, is finally broken, which makes a very useful consequence of this revolution. Basing themselves on the foundation of the rights and privileges never before disputed in such a case, as this also cannot be contradicted, they have chosen another king in his place, being their former regent Craing Tammasongo, now renamed Sultan Saioedien alias Craing Katanka. Their letter, tending to request approval, goes herewith along with a gift of four slaves. According to the ancient institutions and customs, they were indeed obliged to decree a solemn deputation of some of the most distinguished among them to Your High Excellencies, but their extreme poverty prevents them from doing so, which is why they also solicit a favorable accommodation in this regard. Meanwhile, the deposed prince has taken up residence under the protection of the ruler of Boni and has been honored by him with the title of Aroe Mampoe Riawa, as well as by the Princess of Palacka with the honorary name of Madanrang Palacca, in order to distinguish him by these titles henceforth. We further note in conclusion of this section that in this state of affairs regarding that Bonian detained over there, on account of the continuous meddling that this vile, exceedingly malicious, ill-disposed, and restless woman, the Princess of Palacka, has constantly engaged in for his release, added to the authority, power, and influence she had over the mind of this now deposed king, matters on that side could never have remained on the right track even if this event had not occurred, whereas that annoyance can now henceforth be much more easily dismissed, and the consequences are also much less to be feared. The Tallo realm provides us with much less material for elaboration, as nothing deemed necessary to mention in this regard can be said of Tallo, other than solely the private report that the first undersigned received in the month of February of a secret dissatisfaction and sorrow having arisen among the Talloese, to such an extent that it might easily have erupted into a riot, over the wantonness of the subjects of the Prince of Sidenreng, son-in-law of the ruler of Tallo, who did not hesitate to boldly rob the inhabitants there of their property and even to have people seized and carried off by violent hands, without them daring to address or complain about it to the queen, as it was being committed from the side of a close relative or at least by these his personal retainers, wherefore 25 30

Dutch transcription

Van Maccasser den 5:' Junij Anno 1769 — Het geschil is dan gedecideert de maccassaren heebben desen laasten ko„ ning in't destan van Palacka of Liever gezegt, zij zijn door deesen verlaten waar door de band van onderlinge betrecking tusschen deese en de Bamiers die zedert den Jare 1702 tot am toe onafgebroke heeft voort geduurt am eindelijk is verbroken dat een zeer nittige gevolgtrecking uit dese Evolutie maakt zij hebben zig op fondament der Regten en preveligien nimmer voor„ leeen bij een diergelijk geval aan een betwist so als zulx ook niet te weder spaeken is eenen anderen koning in de plaats verkoren zijnde hun„ „ne geweesen Rijksbestierder Craing Tammasongo nu hernaamt sulthan saioedien alias Craing katanka gaande kunnen brief ten„ „deerende versoek tot approbatie met een geschenk van vier verlaven hier nevens over waar toe zij na de al oude instellingen en gebruiken wel verpligt waren, eene plegtige deputatie van eenige der gedistingueerd„ „ste onder Een tot u Hoog Edelens te decerneeren maar hare overgrate armoede belet hen zulks, waarom ze dientweegen ook eene gunstige in schicking besolliciteere, Jantusschen heeft den afgezetten Prins zig onder de protectie van Bonijs vorst ter woon begeven en is door dese met den Titul van Aroe Mampoe Riawa gelijk ook door den princesse Palacka met de eer nam van Madanrang Palacca gehonoreert, ten einde hem bij dese Titulature vervolgens te destinqueeren, wij noteeren inmiddens nog ten besluite van dit hoofddeel dat in dese ge„ steltenis van zaken opzigtelijk tot dien â Costij gedetineerden Ponis aut hoofde van de onophoudelijke bemoeienissen die dat snood en ten autersten quaadaardig en qualik gezind onrustig wijff den Princesse Palacka zig bij aanhouding tot zijne relaxatie heeft gegeven bij gevoegt het gezag, vermogen en den invloed die ze op het gemoed van desen nu afgezetten koning heeft gehad de zaa„ ken dog nooijt in het regte spoor aan die zijde soude kunnen zijn gebleeven, alschoon dese gebeurtenis ook niet was voorgevallen daar men die quelling nu voortaan veel ligter, sal kunnen ontleggen, en de gevolgen ook veel minder te oruigten zijn Het Tellose Rijck geeft ons veel minder stoffe ter uitbreeding also niets dat nodig agte atot aellose Tello in dese te werden aangehalt daar van te zeggen valt, dan eenlijk het particulier berigt dat den eerst ondergeteekende in de maand febr: bequaame van een ont„ staan reimelijk misnoegen en verdrict onder de Telloneesen, sodanig dat het ligt tot een tumult soude zijn uitgeboasten, over dien moedwill der onderdanen van den Prins van sideen veeng schoon zoon van Tellas vorstinne die haer niet schroomden de inwoonders aldaar van het hare stoutelijk te beroven ende menschen zelfs geweldadiger hand te laten op packen en vervaeren sonder dat ze haar daar over bij den koningen ne als van de zijde & over naverwant of ten minsten van dese zijne lijfvolkeren werdende gepleegt dorste addresseeren of beklagen, waarom - 25 30

NL-HaNA_1.04.02_3277_0452 view scan ↗

English

From Maccasser, the 5th of June 1769 Wherefore the first-undersigned had those princesses invited to a conference, as they also appeared, and the above-narrated was presented to her in a separate audience chamber, under the recommendation to ensure as firmly as possible that the spark of those disputes was suppressed and countered through a resolute containment of similar outrages, before they, to her particularly great disadvantage, might break through violently in full blaze. She expressed thanks for that candid warning, professing to have been completely unaware of the matter until that time, which nevertheless did not seem credible, and with promises to effect immediate redress therein, just as no further complaints have been heard of it and affairs there have since gone well in all respects. Nothing but reports of tranquility and unity in the kingdoms of Sopeng and Loewoe have thus far been brought to the first-undersigned. The marriage of Boni's daughter with Loewoe's son remains equally doubtful and uncertain, having been unable to effect anything further for the better therein; however, there are those who understand that now His Bonian Majesty is in the interior, it will likely succeed there. Wadjo likewise gives no material of consequence, other than that the English writer who sailed from there in the past autumn has not returned thus far, for which he will likely also have lost the appetite entirely. Regarding Mandhar, the Northern and Southern Provinces, as well as Galesong, Polombangkeng, and also Saleijer, we have nothing of substance to communicate at this time. And concerning the princes and allies who, according to the writing of the Resident Rigter by letter of the 9th of May, because the King of Bima has not yet returned from Manggarai, where he made some progress against the Macassars who had nested there and conquered Pota, cannot be expected hither on the summons made in the past autumn before October, there is likewise little of importance to report. At Sumbawa, which thus far remains undisturbed by the Balinese, an English sloop had called, whose commander had sent a substantial present to the king, but which was rejected with the notification to depart thence immediately or else they would compel him to do so, whereupon he also put out to sea again. Tambora's regent named Hamman, together with one of the grandees, the Jeneli Kankelo, having been found guilty there at a combined assembly of the allies of mutiny and sedition against his lawful sovereign, and as such being sent hither well-secured by Bima's Resident, it has been judged necessary provisionally to keep them here until the arrival of the joint princes from there, in order then to conduct a further inquiry into this subject. Just as we, finding the occasion thereto fitting and favorable, would gladly wish to endeavor to enter into an alliance with the people of Selaparang in order to relieve them of the yoke of the Balinese, by whom they are miserably mistreated more and more; yet having further examined and weighed this enterprise from another side, we find ourselves compelled, upon further reflection, to reject both of our previous recommendations on this subject submitted by dispatch of the 5th of June of the past year. Since we are now, with deference to the much wiser judgment of Your High Nobilities, of the opinion that no suitable occasion thereto will present itself before and until the Company might again see itself brought under the necessity of equipping an armament in those parts, as recently at Blambangan, and then at the same time to bring the princes of Bali, as being next in turn, under this or under some convenient pretext, likewise into complete subjugation to the Company; and at the same time to compel them forever to renounce all right of conquest and ownership over that blessed, fertile island that is known in the Honorable Company's sea charts under the name of Lombok and by us as Selaparang, and which they have wrested by way of usurpation from the Sumbawanese. Upon which event we believe that favorable conditions could be negotiated with those islanders, and the Company, besides the indemnification of the war expenses, could levy a full shipload of rice, and possibly even more, annually from the tenth of the crop alone, besides yet other advantages. Meanwhile, the first-undersigned will make use of Your High Nobilities' letter addressed to Gusti Wayan Taga at a suitable time, and will not mention in this dispatch the complaints lodged by the same Gusti against the commissary, nor of the cruising vessel that returned here in the past month of November, the Ensign Lecerff and the Bookkeeper Helmkampff, because a report thereof is made in the general advices, as well as what prizes they have brought in and how they were dealt with, besides several suspicious vessels that were sunk by them, without their being able to capture the famous Tjalla, Macahulu, Karaeng Biladjo, or Aru Timudjong, the latter two of whom are denied by the Sumbawanese to be staying there, and particularly the first, whereas these nevertheless, according to the general reports

Dutch transcription

Van Maccasser den 5:' Iunij 1769 — waarom den eerstgeteekende die varstien liet nodige tot eene Conferentie so als ze ook ver„ scheenen en haar het boven verhalde, in een apart spreek vertrek is voorgehouden onder recommandatie so vas mogelijk te besorgen dat den geleed van die oneenigheeden door een bordate beteugeling van soortgelijke gewel denarijen wierde gedempt en tegen gaan, al eer ze tot har bisonder groot nadeel in ligter laaije vlamhevig quam door te breeken, zij bedankte voor die trauwhertige waarschouwing onder betuiging van het geval tot op die tijd ten eenemaal enkundig te zijn geweest /:'t geen nogtans niet aanneeme„ lijk voor quam: en beloften van dadelijk redoes daar in te zullen stellen so als men daer van ook geene klagten meer vernomen heeft en de zaeken aldaer ook zedert in alle opzigten wel gaan„ Geene dan berigten van rust en eenigheid in de Rijken van, Coping en Loewoe zijn den eerstgeteekende tot dus verre toegebragt, heet Eu„ welijk van Bonijsdogter, met Loewoessoon blijft, nog even twijffelagtig en onzeker hebbende niets verder ten goede daar in kunne bewerken egter zijn er die verneemen dat het nue zijn Bomise Majest: in de binnen landen is aldaer wel zal vlatten; wadja geeft meede geene stoffe aan de land dan dat den in het voorleeden na„ „Jaar van daer afgezilden Engelse schrijver dus verre niet weeder gereferteert is, waer toe hij ook denkelijk wel den appeteit geheel sal verlooren hebben. Mandhar de noorder en zuider Provincien Mits:s Galisjong Polemban„ keeng en ook saleijer hebben we ditmaal in het geheel niets zakelijks te Com„ municeeren. en belangende de vorsten en bondgenooten die men volgens schrijven van den Resident Rigt bij brief van den 9 mei om de wille Bimas koning nog niet van de Mangerij al„ waar hij eenige oprogressen op de aldaar zig ingenestelt hebbende macassaren gemaakt en Pota verovert heeft niet voor in octob op het gedaan ontbad in 't gepasseerde na Jaars sullen kunnen herw:s verwagten valt mede wijnig van belang te melden, op dat tot dus verre ongestoord van de baliers blijft is een Engelse Chialoup aangeweest waar van den gezagvoerder een aanzienlijk present tot den koning gesonden had, dog het geen afgewesen is onder aankondiging van direct weder van daer te vertrec„ „pen ofr dat ze hem daer toe soude noodzaeken so als hij daar op ook weder in zee is gestaken Tomboras Rijkbestierder genaamt Hamman nevens eene der stenden jeneli kankelo aldaar bij een gecombineerde vergadering van de Bandgenooten van anui„ terij en Peditie tegens zijn wettig vorst schuldig verklaart en zodanig door Bamas Resident wel verzeekert Eerw:s gesanden zijnde heeft men nodig geoordeelt provisioneel alhier on te sonden tot de overkomst der geza„ mentlijke vorsten van daer om dan nadere inquisitie op dit sujet te doen, so als we ook de gelegentheid daar toe gepast en gunstig vindende gaarne souden willen tragten een alliantie met de„ Salemparingerusen aan te gaan om haar van het jak der Baliers te verlassen van dewelke ze deerlijk meer en meer mishandelt werden dog deese onderneming van ter zijden nader ingesien en overwogen hebbende rindend we ons genoodsaakt ander Sumbauwa. overwalse beede van 27: 32 Van Maccasser den 5 Junij 1769 — beede van weldeuirnig te moeten, rejecteeren ons geadviseerde op dit onderwar bij missive van den 5 Junij Ao pass.o nadien we thans met subjectie aan het veel wijzer gevaelen uwer Hoog Edelens van begrip zijn dat daer toe geen bequame accassie zal voorkomen voor en al eer de Maatschappij zig weder eens in de noodsaekelijk heid mogt zien gebragt een wapen rusting daar omstreeks so als jongst op Balemboang te moeten au't „rusten en dan te gelijk de vorsten van Balij als daar naast in de beurt onder dit of onder gevoeglijk voor„ wendzel mede tot een volstrekte onderwerping aan de Comp: te brengen, en teffens te noodsaeken voor altoos te renun„ cieeren van alle gewandregt en eijgendom op dat geze„ gend vrugt Rijck Eiland dat in sE: Comp: zeekart onder de naam Lombak en net salemparang bekent staat en 't geen ze bij weege van usurpatie van tijd de sumbauwreesen ontweldigt hebben bij welke gebeurtenis we vermeenen dat favorabele Conditien met die Eijlanders soude zijn te bespree„ „ken en de Comp: nevens de domagement van de krijgskosten een volle scheepslading rijst en mogelijk nog meer alleen uit de thiende van het gewas sjaarlijks soude kunnen heffen behalven nog meer andere voordeelen Intusschen sal den eerst ondergeteekende van u Hoog Edelens brief houdende aan gusti waijantaga ter be„ quamer tijd gebruik; maken en in desen niet vermelden van de klagten door den zelven gustij ingebragt tegens de Commissiant en van het in de maand november pass=o alhier gereverteert kruiselootje, den vaandrig Lecerff en Boek E:r Helmkampff wijl daar van bij de gemeene advisen werd verslag gedaan als ook wat prijsen ze hebben opgebragt en hoedanig daar meede is gehandelt, behalven nog enige suspecte vaartuigen die door hor in den grond geschaten zijn, sonder dat ze kunnen magtig werden den begaamden Tjalla Aacahoeloe Cranig Biladjo op Aroe Timoodjong, welke twee laaste door de sumbauwreesen werde ontkent har daer op te houden, en voornamentlijk den eersten daar dese nogtans volgens de algemeene be rigten

NL-HaNA_1.04.02_3277_0454 view scan ↗

English

From Makassar, the 5th of June 1769. Bouton reports that he is staying at the negorij Paliwang. But what can one expect from a nation among whom the best is an utter and dishonorable rogue, and with whom therefore no admonition nor reprimand or threat, but only rigorous punishment, has any small effect. One has presented to the king of Boni the pretext alleged by them, that His Honor's envoys and a certain Daing Manguiba had held them back from apprehending the aforesaid Timood Jong on the occasion when he had previously been there. He has investigated this, but it is completely denied by the accused, and Tjalla Pancahoeloe, who has returned to his place of residence, had not returned there again since. We take the liberty to further refer on this subject to the journal kept during that expedition, inserted among the separate annexes, and continue with relation to Bouton, from where, in the month of November, the extirpators of the spice trees returned, along with an envoy of the king and a letter, the translation of which is inserted among the separate annexes together with the answer to the same, quoted Number 9. And in order not to occupy Your Right Honorables' weighty attention needlessly with a duplicate account regarding the punishable conduct of the commissioner in this matter, a former sergeant, Jan Marten Beek, who, notwithstanding all our admonitions and threats expressed in his instructions in the past year, nevertheless took the liberty, precisely now as likely several years before, to boldly violate the same again and make himself grossly guilty of negligence and dereliction of duty, who therefore also has received his well-deserved punishment as an example to others; as well as how that commission has now recently been assigned to Ensign Lecerff, hoping that he will seek to discharge his duties fully through a most attentive diligence, we respectfully refer to what was noted in the general advices and our resolution taken on this subject on the 12th of December and 7th of February. Captain Engineer Gideon Dulez having completed his commission, his drafted plans and report are hereby respectfully offered to Your Right Honorables. With this report the thread of what was to be dealt with being finished, the first undersigned will only, as a fitting conclusion, add here in all respect the expression of his deepest obligation and highest gratitude for the singular honor and reputation with which Your Right Honorables have been so favorably pleased to applaud that which has been performed by him until now, and under so favorable an elevation of the writer's very slight and deficient merits, joined with the solid considerations of the state of affairs on this coast, to take it as the foundation for the very gracious extension of his stay here, which he then also gladly obeyed with due readiness, the more so as this agrees with his inclination for a further stay here. On account of which he also takes the liberty to declare humbly to Your Right Honorables by this that, in case it should please Your Honors to let him continue for another two or three years in this administration, he will gladly embrace this with pleasure, awaiting God's blessing and influence, and to which end he humbly implores Your Right Honorables' favorable disposition. May God Almighty crown all Your Right Honorables' council resolutions and actions for the benefit of the Noble Company with His divine blessing and keep Your Right Honorables' precious persons in His safe and provident care. We remain with deep respect, (was signed below) Right Honorable, Highly Esteemed, Wide-Ruling Lord and Well-Born Stern Gentlemen, (lower) Your Right Honorables' humble and faithful servants, (was signed) P. Boelen and B. v. Heelven. (In the margin) Makassar, in the Castle, the 5th of June 1769. (Below that) P.S. None other than private reports of His Bonese Majesty's arrival in the interior, without any further particulars, have been received to this day. To From Makassar, the 5th of June Anno 1769. To His Right Honor, The Right Honorable, Highly Esteemed, Wide-Ruling Lord, Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor General, Together with The Well-Born Stern Lords Councillors of the Dutch Indies. Right Honorable, Highly Esteemed, Wide-Ruling Lord and Well-Born Stern Gentlemen, I would have gladly replied in the past month of October to Your Right Honorables' honored letter of the 3rd of September past, had it not been that the demand given therein appeared to me so delicate and critical that I deemed it necessary first to consult the Bonese king on that subject; and a suitable occasion having recently occurred for this for the first time in the month of April, I conversed with His Majesty privately on that subject and asked what his opinion was if Princess Lalacka were to urge me further for permission to be allowed to depart for her arrested grandson, and whether I should oblige her in this or not. That in the first case, if she were to cause too much unrest over there concerning the release of this, her favorite, and were to anger Your Right Honorables through her customary indiscretion and importunity, it could very easily happen that she would also be detained there; and supposing this should happen to her, whether His Honor thought that this would cause any unpleasant consequences here on the Coast. The

Dutch transcription

Van Maccasser den 5 Iunij 1769 — Bouton berigten op de negorij Paliwang zijn verblijf houd maar wat kan men verwagten van een natie onder welke de beste een over en Eerlase quijt is, en bij welke over zulx geene ver„ maning nog bestraffing af bedrijging maar alleen regoureuse kastijding klein en in vlaed heeft, men heeft Bonis vorst het voorgewende pretext van haar dat zijn HoogE: zendelingen en eene daing mmanguiba„ rie har soude hebben, weerhouden om voorm:e Timood„ Jong bij gelegentheid die aldaar eens voor heen was geweest op te packen, laten voorhouden, die zulx onder zogt heeft maar door de beschuldigditen enemalen ontkend word en Tjalla Fancahoeloe die na zijn woonplaats is geretour„ neert was zedert aldaar nog niet weder gekeert, we nemen de vrijheijd ons wijders op dit subject te referee„ „ven aan het dag verhaal geduurende die Expe„ ditie gehouden, ingelascht onder de aparte bijla„ gen, en vervolge met relatie tot van waer in de maand novemb:r de Extiepateurs der specerij „bomen zijn te rug gekomen nevens een gezant van den koning en Een brief waar van het Translaat on„ der de aparte bijlagen nevens het antwoord op de zelve gequoteert N=o 9 is ingelast En ten einde u Hoog Edelens gewigtige aandagt niet nadeloos te accuperen met een dubbel recit nopens het strafwaardig gedrag van den commissiant in dese een geweese sergeant Jan Marten Beek die onge„ agt alle onse vermaningen en bedrijgingen bij zijne jnstructie im den voorleeden Iare exprimeert geweest, het nogtans heeft kunnen gelusten even nu so als wel denkelijk verscheide Iaeren voor heen deselve weder stoute„ „ aan lijk te overtreeden en zig na latigheid en pligt versouijme grovelijk - 29 /34 Van Maccasser den 5: Iunij Anno 1769 — grovelijk schuldig maken, die daaram aok ten Exempel voor andere zijn wel verdienden straf heeft verkreegen mitsg=s hoedanig mnen nu Jongst die Commissie heeft opgedraagen aan den vaandrig Lecerff in gegaande de rop deese door eene alleszints attente bemaeijenisse zig van zijne Lapst volledig sal tragten te quijten, neferre wij ons Eerbiedig aan het genooteerde bij de gemeene advisen en ons besluit van den 12 xber: en 7 febr: op dit onderwerp genomen Den Capitain Jngenieur gedion Dulez zijn Commis„ sie volbragt hebbende werd desselfs ontworpe plans en berigt u Hoog Edelens hier nevens met Eerbied aangebooden. Met dit verslag den draad van het geene te verhandelen was afgelopen zijnde zal den eerst andergeteekende alleen tot een gepast besluit hier bij in alle Eerbied voegen de betuiging zijner diepste verpligting en hoogsten dank over de sonderlinge Eer en Reputatie waar meede u Hoog Edelens so gunstig hebben gelieven te appeaudeeren het geene tot hier toe door hem is verrigt geworden en onder eene so favorabele verheffing van des Tekenaars zeer geringe en gebreckige g aneriten gevoegt bij de salide overwe„ gingen van den toestand van zaken te dezer Custe uijt den grondslag te nemen, tot de seer genetige verlenging zijner verblijf alhier, waar aan hij dan ook met verschuldigde berijdwilligheid gaarne geabediert heeft „te Aay Van Maccasser den 5 Iunij 1769— heeft te meer zulx met zijne niging tot Een verder de jour alhier over Een stempt uit hoofde waar van hij ook de vrijheid neemt uw hoog Edelens bij dese nedrig te verklaren dat ingeval het hoogst dezelve „ve behagen moate om hem nog twee â drie saeken in dit bestier te laten continueeren hij zulx met genoegen onder inwagting van godes zeegen en invloede gaerne sal amplecteeren en waer toe heij u Hoog Edelens gunstige despositie nedrig is jansteerenden. godtaAlmagtig bekraom alle u Hoog Edelens Raadbesluiten en handelingen ten voordeele van de Edele Maatschappij met zijnen goddelijken zegen en beware u Hoog Edelens dierbare Persoonen in zijne vijlige en providente hoede, wwij verblijven met diepen Eerbied /:onderstond:/ Hoog Edel Hoog Agtbaare wijdgebiedend Heer en wel Edele gestren„ ge Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelens onderdanige en getrouwe dienaren /:was geteekend:/ P: Boelen en B. V: Hleel„ „ven, /:in margine:/ Macasser in het Casteel den 5 Iunij 1769 /:daar onder:/ P: S: gene dan Particuliere Berigten van zijn Bonise majesteids arrivement in de bin„ nen landen sonder Eenige verdere omstaandigheeden heeft men tot op heeden vernomen, Aan 36 Van Maccasser den 5: Iunij Ao 1769 — Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edel Hoog Agtbaar wijdgebiedend Heer Den Heere Petrus Albertus van der Parra, Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands India. Hoog Edel Hoog Agtbaar wijdgebiedend Heer en wel Edele Gestrenge Heeren Ik hadde reets gaarne in de maand october pass:o op u Hoog Edelens genevereerde brief van den 3 September bevorens nagehoudenis geant„ woord ware het niet geweest dat 't demandement daar bij gegeven mij so uitzigtig en delicaat had toegeschenen dat ik noodzaakelijk heb geoor„ deeld alvorens den Bomisen koning over dat sujet te moeten consulee„ „ven en hier toe onlangs in de maand april eerst een gepaste aanlijding zijnde geoccureert heb ik zijn Majesteit apart op dat onderwerp onderhouden en gevraagt wat hij van oordeel was indien den prin„ cesse Lalacka nader bij mij quam aan te dringen tot verlof om na haren gearresteerden klijn soon te mogen vertrekken en of ik haar daar in te wille soude zijn dan niet Dat in het eerste geval bij aldien zij â Costij te veel beweeging om het ontslag van desen haren Lieveling maakte en uw Hoog Edelens door hare gewoone in discretie en inportuniteit quam te vertaor„ „nen het zeer ligt gebeuren konde zij aldaar meede wierd aangehou„ „den engenamen dit haar eens mogt overkomen of zijn Hoog E:d vermeende zulks hier ter Custe Eenige onaangenoeme Con„ sequentien soude kunnen veroorsaeken, Den

NL-HaNA_1.04.02_3277_0458 view scan ↗

English

From Maccasser, the 5th of June 1769. The king was of the opinion that it was entirely ill-advised to let her go because of the consequences which he believed he could foresee from it, however gladly he might otherwise wish to be rid of that restless woman; that she should be allowed to go on spinning her plots as long as she pleased, since she could nevertheless gain nothing by it, and on the contrary would become increasingly anxious and discouraged from daring to attempt anything detrimental, for which—separated as she now already is from the Macassarese and extremely hated due to the recent demise of her youngest grandson—she would also certainly find no further opportunity or pretext for assistance. And truly, by this latest revolution of the Macassarese crown, her power has been completely broken in the most formidable respects, whereby the motives that induced Your High Nobilities to authorize me to provide her with the opportunity and even secretly encourage her departure to Castij have naturally ceased to apply. I submit the aforementioned advice, which completely agrees with my own sentiment, to the much wiser judgment of Your High Nobilities, and remain with all respect, High Noble, Highly Honorable, Far-Ruling Lord and Noble Stern Gentlemen, Your High Nobilities' humble servant, was signed: D:s Boelen. In the margin: Maccasser, in the Castle, the 5th of June 1769. 33 3/38 From Maccasser, the 5th of June 1769. Translation of a Malay letter sent by Sultan Dzijnoedien, Karaing Katangka, and the dignitaries of the realm of Goah, to Their High Nobilities, the Noble High Indian Government, received in Batavia on the 6th of July 1769. After the customary compliments, this reads as follows: We further communicate to Their High Nobilities that when He whose Name is merciful revealed His counsel regarding our King Amad-oedien Mohamad Said, the same then abandoned his standing seat in December of the year 1768, whom we collectively followed, knowing not in the least the cause thereof, trying to persuade him to return and, by questioning, to learn the reasons for his departure. But coming before this our king, he permitted no approach to himself, much less any address, but had us informed as follows: "You must not collectively entice me; it is my prudence that I now leave my dwelling, and I further state that From Maccasser, the 5th of June 1769. that I am no longer king of Goah." Subsequently, after we collectively took into consideration the great misfortune befalling us on this occasion, Karaing Tanabangah went to persuade him, and having brought him to the village of Barombong, the Mangkubumi of Goah, together with Raja Tallo, departed thither along with those of Goah. Having remained there for three days and being fully resolved to stay no longer but to return, since everything that could bear the name of seeking had been attempted in vain—although with a tender heart, to our dismay and perplexity, he was heard to say, "I am anxious about my brother," and meanwhile our continuous requests and desires produced no effect, as no inclination whatsoever to return was perceived—we all returned to Goah. There, reflecting further upon our adversity, we resolved to go once more to our prince at Barombong, which was nevertheless in vain. Furthermore, on the 10th of January last, the king of Goah went to the Sultan of Boni and forbade us all to follow him, which prohibition, although the king in our judgment acted improperly toward us in that matter, was nevertheless obeyed, and we consequently departed back to Goah to the Mangkubumi, our present king. Further: 35 40 From Maccasser, the 5th of June 1769. Furthermore, on the 24th following, the Honorable Lord summoned us, along with the Mangkubumi, the present King, collectively to him at Ujung Pandang. Having arrived there and being questioned by His Honor concerning all these circumstances, we made a report of all our exerted efforts, at the request of the Company, which is accustomed to looking after our welfare and peace. Whereupon His Honor ordered that we should collectively betake ourselves again to the king of Goah and contribute everything within our power that might be useful to persuade him, if possible, to return. With this order we went to Goah, and subsequently on the 6th of February to our King, whom we found at Ujung Tanah, but we could accomplish nothing, nor persuade him to return with us, since he cared far less about us, and since we recalled the custom or law of the elders, according to which one may not use the least force against one's prince, and since we were no longer held in regard by him, we were discouraged from encountering our king. Furthermore, on the 14th of February, we determined that Amad-oedien Mohamad Said should no longer be king of Goah, and subsequently on the 15th of February it was resolved that we should collectively betake ourselves to the Mangkubumi in order to elect the same as king of Goah, being the aforementioned Sultan Dzijnoedien Karaing Katangka, brother of the realm-abandoner's grandfather, from whom we expect the preservation of the welfare of our humble land with its inhabitants, that he will uphold the customs of the country and effect a certain and firm adherence to the Company, in fulfillment of the contents of the contracts for our well-being. Furthermore, on the 16th of February, we betook ourselves collectively to Ujung Pandang in order to inform the Honorable Lord and Council there of this.

Dutch transcription

Van Maccasser den 5 Iunij 1769— Den koning was van sentiment dat het volstrekt ongeraaden was haar te laeten gaan om der gevolgen wille die hij daar uit meende te, kunnen voorzien hoe gaarne hij anders van dat onrustig wijff mede wel wilde ontslagen zijn dat men haar verolange het hair luste maar moest laten voorthaspelen wijl zij dog niets daer meede konde gewinnen datze in tegendeel hoe langer hoe meer benaad en kleijnmoedig soude werden om iets nadeligs te kunnen af durven onderstaan waar toe ze gelik nu reeds van de Maccassaren door de dimatie onlangs van haren jongsten klijn soon geheel afgesondert en ten uijtersten gehaat ook zekerlijk geen kans of aanlijding van hulp meer soude wete te vinden. En gewisselijke is door deese laaste Revolutie van de Maccas„ Laatse kroon haar vermogen in de gedugtste opzigten ge„ heel gefrmijkt waar door dan ook van zelfs zijn komen te vervallen de aanlijdzelen die u Hoog Edelens hebben bewogen mij te qualificeeren haar de occagie te suppediteeren en zelfs bedektelijk aan te moedigen tot haar vertrek na Castij, Ik onderwerpe het voorschreeve advis dat met mijn ge„ voelen geheel over een steent aan het veel wijzer oordeel uwer Hoog Edelens en blijve met allen Eerbied /:onder„ stond:/ Hoog Edel Hoog Agtbaar wijdgebiedend heer en wel Edele Gestrenge Heeren /:lager/ uw hoog Edelens onderdanigen dienaar /:was geteekend:/ D:s Boelen :/ in margine:/ Maccasser in het Casteel den 5: Junij 1769 — 33 3/38 Van Maccasser den 5:' Iunij 1769 Translaat Malaijse Missive geez: door zullhan Dzijngedien, karaing kata ergakak, ende Rijksgrooten Tot goah, Aan Hun Hoog Edel„ heedens D'Edele Hooge Indiase Regeering ontfangen Batavia den 6 Iulij 1769— Na gewoone Complimenten, Luijd deesen als volgt Wijders Communiceeren Aan hun hoog Edelheed=s dat bij wiens Name goedertieren is zijnen Raed omtrend onsen Coning Amad:oedien Mohamad said ontdek„ ten den selven als toen desselfs staend plaetse in december Ao 1768 verlaten heeft, den welken wij gesaementlijk als in 't minste de oirsaeke hier van niet weetende zijn nagevolgt Trag„ „tende den selven tot weederkeering te begeeven en door afvraeging de reedenen, te weeten van desselfs vertrek, dog komende bij dese onsen koning verstond den selve geene toe nadering tot sig veel weiniger Eenige aanspraake, maar liet ans aanseggen, als volgt; gelijk moet gesamentlijk mij niet verlockenen, heet is mijne voorsigtigheid dat ik nu mijn wooning verlaate, en segge voorts dat Van Maccasser den 5.:' Iunij 1769= dat ik geen Coning van geah meer ben: vervolgens door ons gesamentljk in overweging genoomen sijnde 't groote onheil ons bij deese geleegendheid Treffende is kara ing Tana sa ngah gegaen om den selven te overeeden en hem na de negorij Baromborg gebragt hebbende is den Mangkoe boemi van 90a benee„ vens Radja Talokh met die van goah almeede derw=s vertrocken en aldaer drie dagen vertoefd hebbende mitsg:s volko„ „men geresolveert sijnde niet langer te blijven maer te rug te te keeren vermits al 't geen, dat de naam van zocking kan draagen vrugteloos was in 't werk gesteld hoe wet men hem met een week gemoed tot onser ontsetting en ver„ leegenheid hoorden seggen ik ben bekommert over mijer broeder in daer en tusschen ons aan reauwoent versoekt en begeerten van geen Effect sorteerde also men geene de minste juclinatie tot wederkering bespeurden, sijn mij gesamentlijk wee„ der te rug na goah gegaen alwaer wij onsen tegenspoed nader van overweegende hebben goedgevonden om nog een andermaal tot onsen vorst te Barombong te gaen 't gunt Egter te vergeef is geweest. voorts den 10 Ianuarij Iongstl: is goaks Coning tot den zulthan van Bonij gegaen en heeft ons allen verboden hem na te volgen, welk verbod schoon den Coning onses bedunkens sig daer in omtrent ons onvoegelijk heeft gedraegen, Egter gehoorsaemt is, en sijn derhalven weder na goah vertrocken tot den Mangkoeboemi onsen tegenwoordige Coning. voorts. 35 40 Van Maccasser den 5: Iunij 1759— voorts op den 24: daar aan volgende heeft den wel Edelen heer ons bene„ vens den Manckoeboemie aff presenten Coning gesamentlij bij zig tot Hoedjoeng Pandang ontboden en aldaar gekomen zijnde mitsg=s door zijn wel deelen Nopens alle dese omstandigheeden ondervraegt werdende, hebben wij verslag gedaan van alle onse aangewende pogingen ter versoek de Comp: gewoon is onsen welstaend en rust te zien, waer op syn welEdelen ordonneerden dat wij ons gesamentlij wederom na goahs Coning souden begeven en alles na vermogen te contribueeren, het geene dienstig konde zijn, om hem desmogelijks tot te rug keering overtehalen, met welke ordre wij na goah sijn gegaen, en vervolgens den 6 feb: tot onsen Coning, welken wij tot Hoedjong Tanah vonden, dog konden nieto uitwerken nog hem begeeven met ons weeder te keeren dewijle ^ dan sig veel weijniger aan ons geleegen Liet sijn ( vermits ons her inerde de usantie /:off wet :/ der ouwden na volgens welke men geen 't minute geweld tegen zijnen vorst mag gebruijken mitsg=s wij bij den selven niet meer in agting waeren sij wij afgeschrikt geworden ons en Coning te recontreeren. voorts op den 14: feb: hebben wij vastgestelt dat Amad: oedien Mohamad Said geen Coning van goat zoude zijn en is vervolgens den 15 feb: goedgevonden ons gesagnentlijk bij den Mangkoeboemi te vervoe„ „ tot koning van Poan te verkiesen, zijnde „gen ten Einde den selven gem: zulthan Dzijmoedien Karaing kata Noakah broedert van des rijks verlaaters groot vader, van welken wij verwagting de besorging der welvaerd onses geringen Land, met dies Jngesetenen, dat den selven slands Costumen sal versterken mitsg=s een gewisse en vaste aankleeving aan de Comp: bewerken, in voldoening van den Jnhouwd der Contracten tot ons wel zijn. voorts op den 16 feb: hebben wij ons gesamentlijk na stoed Jong Pandang begeeven ten Eijnde den wel Edelen heer en raad aldaer van

NL-HaNA_1.04.02_3277_0462 view scan ↗

English

Maccasser the 5th June 1769 to communicate this our election, just as His Honour together with the other ministers have approved according to the country's customs, wherewith we were very pleased in ourselves, truly recognizing the sincerity and kindness of Their Right Excellencies, who are moved with compassion towards us as well as the country of Goah, and through which about two years ago the Honourable Mr David Boelen was sent hither as our governor, who in truth acts for our welfare and is better aware of the matter than can be set forth in this our letter, as we dare not presume to mention more concerning this. Lastly, we beseech Him whose name is Mercy that we may not fall into any bad reputation, and request Your Right Excellencies to confirm our newly elected monarch, as well as favorably to excuse the failure to send ambassadors to accompany this letter, which we are incapable of doing, and also that Your Right Excellencies please not consider this as if it had occurred out of negligence and that we had merely sent this alone, for the Honourable gentleman of Hoedjong Pandang is very well informed regarding the incapacity and poverty of us all due to the scattering of our subjects, caused by the abandonment of the realm by Zulthan Amadoedien Mohamad Said, who are only now gradually being gathered together again. Lastly, we have greatly desired to give Your Right Excellencies the speediest communication of the aforesaid, requesting at the same time out of compassion to be able to obtain forgiveness for our peace and tranquility, especially for anything wherein we may have done wrong, which will oblige us to the true care of our affairs. Furthermore, four pieces of slaves are sent herewith as a gift in token of the sincere and pure hearts of us all, as well as our strong adherence to the Honourable Company, and we have very high expectations regarding their acceptance, as they proceed from sincere hearts. Written at Goah on the island of Maccasser Anno 1769. Below stood: translated by; was signed: L: Goossen Respect P8 37 42 From Maccasser the 5th June 1769 Respectful Report To His Honour The High Noble, Right Worshipful, Strict Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, Together with The Honourable, Strict Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Worshipful, Strict, Wide-Commanding Lords, and Honourable, Strict Lords. Pursuant to Your Right Excellencies' highly revered order, the undersigned draftsman on 22 June of the past year undertook the voyage hither via Amboina aboard the Haecq de Draak, From Maccasser the 5 June 1769 undertook, and after much adversity arrived here only on the following 29th September, whereupon the Honourable, Right Worshipful Governor David Boelen handed over to me the surveyed and projected plans and reports of Castle Rotterdam by Captain-Lieutenant Engineer Roeloff Ekenberg, so that in case I agreed with the one and the other, I would then be able to continue my voyage to Batavia; with which plans formed upon surveying I could not agree, for the following reasons: Firstly, the project plan for the reduction of Castle Rotterdam to a smaller scale has not been drawn in sufficiently to answer to Your Right Excellencies' beneficial purpose, and furthermore proper defense has not been observed in the aforesaid plan with the short flanks indicated; for according to the old and new Dutch manner of fortification, the flanks of a given exterior polygon line of 425 Rhenish feet ought to be 44 feet long, whereas they are now only 20 of the same feet long, and so forth in all other parts. This is a great defect, sufficiently well known in the first principles of 35 44 From Macasser the 5 June 1769. fortification by Koehoorn, B: Bruist, C: Zumbag de Koesfelt, without citing foreign authors, when they state in the fifth article of Maxims: the larger the flanks of a fortress can be, the stronger the defense. Secondly, the height assigned to the main rampart wall in the aforesaid project, up to 25 feet high, thus 10 feet higher than the present rampart wall, is also contrary to the opinion of the most prominent authors. The famous Koehoorn, in his New Fortification, Chapter 0, page 29, correctly rebukes those who assign a uniform height to the rampart without regard to the surrounding ground; for if the surrounding places are elevated, the rampart may likewise be high, but if they are low, the rampart must also be low. Here, the situation of Castle Rotterdam is on a plain with no surrounding elevated From Maccasser the 5th June 1769 elevated places, and the present main rampart wall is 15 feet high, constructed according to the manner of hostile attacks. The rampart ought to be low here all the more because of the proximity of the town of Vlaardingen and Kampong Baru, so that there is only about 650 roods of space between the two. Thus all of this proves itself, that if the rampart were high, the enemy could at once get under the artillery fire; therefore, the present rampart is of a suitable height. Thirdly, of all projected buildings in the cited plan, no profile has been made, nor any clear calculation to be able to verify them, while at once some contradiction appears regarding the required materials, principally the 748,700 pieces of masonry stones to the amount of ƒ55,640:10:8, which appears to me to be unnecessary; for reason itself argues that when a large building is made into a small one, there can be no lack of stones.

Dutch transcription

Maccasser den 5: Iunij 1769= Van van dese onse verkising Communicatie te doen, gelijk sijn wel Edelen nevens de verdere ministers dan ook sands gebruijken hebben g'approbeert waer over wij bij ons selven zeer vergenoegt waeren in waerheid Erkennende de de opregtigheid en vriendelijkheid hunner hoog Edelheedens welken so om„ „trent ons als 't Land goah met medelijden sijn aangedaen en waer door voor omtrent twee Jaeren den wel Edelen heer David Boelen als onsen gouv=r herwaerts is gesonden, welken in waerheid op onsen welvaerd doed, en de zaak beter bewust is dan de selve in desen onsen brief is vervagt also wij niet durven onderstaen des weegens meer te melden. Laetstelijk smeeken wij hem wiens naem is ontfermen dat wij nn geen quad gerugte mogen geraeken en versoeken uw hoog Edelheedens onsen nieuw verkoren vorst te bevestigen mitsg=s gunstigeijk te Excuseeren het niet senden van gesanten ten geleijde deser, waer toe wij onvermogende sijn, als meeden dat uw hoog Edelheedens sulx niet gelieven aan te merken als af dit geschiet waere uitgemakkelijheid en wij so maer Eenelijk desen hadden gesonden, want den wel Edelen heer van hoedjong Pandang is seer wel g'informeert nopens onser aller onvermogen, en armoede wegens de de verstrvoijring onser onderdanen, veroirsaekt door de rijks verlating van Zulthan Amadoedien Mohamad said, welke nu ook maer eerst Langsa„ „merhand weederom bij een werden vergadert. Laetstelijk hebbe mij seer verlangt uw hoog Edelheedens ten spoedigsten Communicatie van het voorm: te doen, versoekende teffens uit mede Luijden tot onser rust en vreede vergeevinge te mogen Erlangen, voornamentlijk over het geene waer in wij misdaen mogten hebben, het welk ons sal verpligten tot waere betragting onser affairen wijders is ingeschenk oper desen verselt vier p:s slaeven ten bewijse van onser aller opregte en suijvere heerten mitsg:s sterke aankleeving aan d'E Comp: en hebben seer groote verwagting nopens dier acceptatie als voort koe„ mende uit opregte heerten. geschreeven tot goah op 't Eijland Maccasser Ao 1769 /:onderstond:/ vertaeld door /:was geteekend:/ L: Goossen Eerbied P8 37 42 Van Maccasser den 5:' Iunij 179— Eerbiedig Berigt Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edele Groot Agtbaeren Gestrenge Heer Petrus Albertus van der Larra, Gouverneur Generaal, Beneevens De wel Edele Gestrengen Heeren Rraaden van Nederlands Jndia„ Hoog Edele, Groot Agtbaare, Gestrenge wijd Gebiedende Heere, en wel Edele Gestrenge Heeren. Ingevolge uwe Hoog Edelheedens zeer gevenereerde or„ „dre heeft den nerige teekenaer op den 22 Iuni A:o pass=o met de Haecq de draak over Amboina d' reijde herw„ts ondernomen Van Maccasser den 5 Iunij 1749 ondernomen en is naaveel tegens poed Eerst op den 29:' Septemb:r daar aan alhier g'arriveerd, wanneer den wel Edele groot Agtbaren Heer gouverneur David Boelen aan mij „de opgenomene en geprojecteerde oplans en berigte van het Casteel Rotterdam door den Capitein Luit. Ingenieur Roeloff Ekenberg ter hand stelde, om ingevalle, ik mij met het een en ander confirmeerde als dan mijne rheijse naa Batavia zoude konnen voorzetten, met welken op„ ^konnen, neemen geformeerde plans niet heb ^ Confirmeeren om de navolgende reedenen, Eerstelijk het project plan ter reductie van het Cas„ teel Rotterdam tot een kleinder bestek is niet genoeg in getrokken om aan uwe Hoog Edelheedens heijl„ saem oogmerk te beantwoorden, en daer bij is de behoor„ „lijke defencie in voornoemt oplan niet g'observeerd „ korte met de opgegevene „ strijken af flanquen, want vol„ „gens de oude en nieuwe Hollandse manier van versterken zoo zoude de strijken zoo een gegevene zijden of buiten poligoon Linne van 425 rheijns voeten 44: voeten Lang moeten vallen, daer deselve nu maer 20 d=o voeten lang zijn, en zoo vervolgens in alle andere deelen dit is een groot gebrek genoeg bekent in de Eerste beginselen van 35 44 Van Macasser den 5 Iunij 1769. de vesting Bouw door koehooren B: Bruist C: Zumbag de koesfelt sonder vreemde autheurs aan te haalen, wanneer zij zeggen in het vijfde artic: van Daxcinnatie hoe grooter de strijken van Een fortoesse kunnen zijn hoe sterker de„ fencie. Sweedens de gegevene hoogte aan de Capitaal mal muur bij het voornoemt praject tot 25 voeten ^de hoog dus 10 voeten hooger als „ tegenswoordige wal muur is meede stagdig met het gevoelen van de voornaam te autcheuren, den beroemde koehoorn in sijn nieuwe fortificatie C: O: p: 29 lb se qq: beriept met regt de geene die sonder aanzien der omleggende plaatsen Een erleij hoogte aan de wal geeven, want indien de omleggende plaatsen verheeven sijn soo kan de wal ins„ gelijks hoog sijn als sij lag zijn zoo moet de wal ook zaag sijn, hier is de stituatie van het Casteel Rotterd:m op een vlakte met geen omleggende verheeven Van Maccasser den 5.:' Iunij 1769= verheeven plaatsen en de presentie Capitaal wal muur is 15 voeten, hoog naa de ordre van de vijande lijke aan vallen gestigt, te meer dient hier de wal zaag te zijn om de wille der nabijheijd van de stad vlaardinge en Campang Barre, soo dat er maar Circa oso raeden spatie tusschen beijde is, dus bewijst zig dit alles van zelven dat als de wal hoog was, den vijand ten eersten onder het geschut kan geraaken, over zulks is de presente wal van een bequame hoogte. Derdens van alle geprojecteerde gebouwen in geciteerd plan zoo is daer van geen profil gemaakt en ook geen duijdelijke bereekening om deselve te kunnen na gaan terwijl ten Eersten eenige strijdigheit voorkomt omtrent de g'eijschte materiaal en principaal de 7487eb p:s met selst eenen ten bedrage van ƒ55640:10:8: dat mij voorkomt onnodig te zijn, want de reeden pleijt van zelve dat van een groot gebouw en klein gemaakt „ het werdende „ aan steenen niet ontbreeken kan

NL-HaNA_1.04.02_3277_0467 view scan ↗

English

16 From Maccasser, the 5th of June 1769 can, and for the bricklaying of the aforesaid number of stones requires alone a quantity of 48374 measures of lime, so there only remain 13163 measures of his entire requisition to lay the stones that would come from the Castle and buildings, which cannot possibly square. The requisitioned 2260 pieces of beams of various sorts also appears to me to be too much, for the reason that one can indeed employ a large portion of the old beams, seeing that their principal defect exists at the ends as far as they rest upon the walls; thus, if the affected ends are sawn off and the beams are placed upon smaller rooms, they are to be preferred above new ones, and are also suitable for the making of door and window frames. It is also to be feared that the dimensions of the buildings will not be sufficient to store all the equipage goods, to wit a warehouse of 30 feet square; likewise From Maccasser, the 5th of June 1769 it is to be feared that the hospital in the fort will be very close and unhealthy, and whereas that building needs no general renovation, one would prefer its present fine and pleasant location near the Castle, and the same could remain there; the proposed church above the secretariat, trade and pay offices will give the congregation no greater satisfaction than the present church, and since through this reduction of the fortification one would have to proceed to the construction of a new one, the city of Vlaardingen would be the most suitable for it, if your High Right Noblenesses might see fit to have the church relocated there, as a spacious and ornate house of God could be built, which is not well possible within the proposed reduction of the Castle; the buildings placed upon the bastions cannot be approved either, 488 From Maccasser, the 5th of June 1769 approved, seeing that when the enemy has battered a breach into the bastions, the besieged must retrench themselves backward into the body of the bastion, and if the space is obstructed with buildings, one is deprived of that advantage and it is the cause of having to surrender the place. Fourthly, that cannon firing 8 and 6 pounds of iron would be sufficient to defend Castle Rotterdam is not acceptable without great misgivings, when one considers the difference in range or carry of large and small cannon, as the principal authors on the science of artillery and experience show, that battery pieces of a whole culverin shoot horizontally point-blank at the target 1500 Rhenish feet far, and pierce through fully 15 feet of good earth; a half culverin 1200 feet, pierces through 13 feet of earth; a quarter culverin 900 feet, pierces through 7 feet of earth; an eighth culverin 800 feet, pierces through 4 feet of earth; thus it is easily understood that when an enemy bombards the Castle with battery pieces of 24 or 18 and 12 pounders, little hindrance could be caused to the same from the fortress with 8 pounders; it certainly did not happen in former times without good reasons and foresight, the placing of heavy cannon on this Castle. Fifthly, the 5th article of our instruction has not been complied with regarding the expenses and the time for remedying the defects found; furthermore, the undersigned is obliged to report that the plan taken of the present From Maccasser, the 5th of June 1769 present Castle Rotterdam by the engineer Ekenberg has been found very inaccurate, the south curtain being 14 feet shorter than just mentioned plan dictates, and so forth more or less on the other parts and size of the bastions. These five articles mentioned above are the reasons why a respectful subscriber has had scruples about confirming the aforesaid plans and report of an engineer Ekenberg, in the hope that the same will be sufficient for your High Right Noblenesses, and that the good intention may be deemed worthy of your High Right Noblenesses' favorable reflection, while in obedience to your High Right Noblenesses' very respected instruction of the 23rd of December 1767, the humble undersigned, proceeding to work to the best of knowledge and ability, has the honor to note: First, in order to reduce Castle Rotterdam as much as ever possible to a smaller scale, the undersigned takes the liberty to report to your High Right 45 50 From Maccasser, the 5th of June 1769 Noblenesses that this reduction can take place in various ways; the sole difficulty that arises therein is the required internal space for the necessary buildings for the Company's administration and dwellings for the servants, for which there needs to be a greater extent inside the walls of the Castle here than at the other Eastern establishments, because of this turbulent and fickle native nation, wherefore the reduction must regulate itself accordingly, and to the best of knowledge for what is necessary the undersigned proposes: A dwelling for the Lord Governor, the second in command, captain commandant, secretary of police, lieutenant of artillery, head surgeon, lieutenant or ensign, as well as the militia and artillerymen, a main guardhouse

Dutch transcription

16 Van Maccasser den 5:' Iunij 1769= kan, en tot het in metselen van voorsegde getal steenen vereijscht alleen een quantiteit van 48374: maaten kaalk dus blijft er maar 13163 maaten van sijnen geheelen Eijscht over om de steenen in te metselen die van 't Casteel en gebouwen soude voortkoomen, dat onmogelijk quadreeren ^de kan g' eijschte 2260 p=s balken in zoort komt mij almeede voor te veel te zijn om reedenen men wel een groot gedeelt van de oude bal„ ken kan emploijeeren, gemerkt dies meeste onbe„ quaamheijd bestaat aen de Enden zoo verre als de op de muuren rusten, dus als de aangestoo„ ke enden afgezagt en de balken op klein der vertrekken geplaatst werden, zoo zijnse boven nieuwe te prefereeren, en ook tot het maa„ ken van deur en vengster kosijns bequaam. ook is het te vreesen dat de directie der gebou„ wen niet vordoenent zal zijn, om alle de Equipagie goederen te bergen om een Pak„ huis van 30 voeten in het vierkant so meede Van Maccasser den 3:e' Iunij 1769— is het te deugten dat het haspitaal in het fort zeer benauwt en ongezond zal zijn een terwijl dat gebauw geen generaal verneuwine noodig heeft soo soude des tegenswoordige fraaije en aangenaeme stand na bi het Casteel prefereeren en het zelve aldaer kun„ „nen blijven de gepaoponeerde kerk zal boven deel„ ceetarij, Negotieen zalvij comptoiren zal aan de gemeijnte geen meerder genoegen geeven als de tegenswoordige kerk, en de wijl men door deese ver„ kleining der fortificatie tot het Extrueeren van een nieuwe soude moeten overgaen zoo zoude de stad vlaardinge daer toe het Comvenabelst zijn, wanneer uwe Hoog Edelheedens mogte goedv inden de kerk aldaer te doen verplaatsen, kunnende een ruijm en cierlijk godshuis gebouwt werden het geen binnen de ge„ proponeerde verkleining van het Casteel niet wel mogelijk is, de gebouwen op de puncten geplaatste kan ook niet voor goed gekeurt 488 Van Paccasser den 5: Iunij Ao 1769: „gekeurt werden, gemerkt dat wanneer de vijand in de Bolwer„ ken Bresje geschooten heeft de belegerden zig ruggelings in het ligchaam des bolwerks moeten retrancheeren en als de ruijmte belemmert is met gebouwen zoo is men van dat voordeel ontstooken en de oorsoek dat men de plaets moet overgevent. vierdens dat Canonr van 8 en 6 pond ijser schietende vuf„ fisant genoeg soude zijn om het Casteel Rotterdam te defendeeren is zonder groote beswaarenisse niet aanneemelijk wanneer men Considereert het verschil van het verre schieten of draegen der groote en kleijne Canons zoo als de voornaemste autheuren over d' Arthillerie kunde en de ondervinding doet zeeren, dat batterij stukken heele kar„ touw schiet orisontaal met de speijo na het wit 1500 rhijns voeten verre, en door boort wel 15 voeten goede aerde, Een halve kartouw 1200 voeten door boort 13 voeten aerde, Een quart kartouw 900 voeten door boort 7: voeten aerde, Een agste kartouw 800 voeten door boort 4: voeten aarde, dus is dan zigt naa te gaan dat wanneer Een vijand het Casteel met batterij stukken van 24: of 18 en 12: ponders Canoneerd, den zelven met 8: ponders van de fortresse weinig hindernisse soude kunnen wor„ den toegebragt, het is dierhalven in vroegere tijd zeeker„ „lijk niet sonder goede reedenen en inzigten geschiet het plaetsen van swaere kanons op dit Casteel, vyfdens zoo is niet voldaen aen het 5:e art: van onse Instructie nopens de onkosten en den tijd ter verhel„ pang van de bevondene gebreeken verders is den ondergeteekende genoodsaekt te melden dat het genomene oplan van het teegens Van Maccasser den 5:' Iunij Ao 169: tegenswoordige Casteel Rotterdam door den Ingenieur Ekenberg zeer onaccuraat is bevonden de zuijt gordijns 14: „voeten, korter als even gem: plandicteerd, en zoo voorts min off meer op de andere deelen en groote der poeken. deese vooren gewaagde vijff artic: zijn de reeden waer omme een Eerbiedige teekenaar vewaarigheid heeft gemaekt zig met voortsz: plans en berigt van een Ingenieur Ekenberg te Confirmeeren in hoope dat dezelven uwe hoog Edelheedens voldoenent genoeg zullen sijn, en dat het goede oogmerk met uwe hoog Edelheedens gunstige reflexie mag werden verwaardigt, terwijl in obidientie aan uwe hoog Edelheedens zeer gerespec„ teerde Jnstructie van den 23 december 1767 den needrigen ondergeteekende na beste ken„ nissen vermoogen te werk gaende d' Eere heeft te noteeren. Eerstelijk om het Casteel Rotterdam zoo veel maar Jimmers mogelijk tot Een kleijnder bestek te reduceeren neemt den een ondergeteekende de vrijheid uwe Hoog Edelheedens 45 50 Van Maccasser den 5:' Junij A„o 169: Edelheedens te melden dat deese reductie in diverse maniere geschieden kan, het dificiele dat daar inne Eenelijk voortkomt is de vereijchte bin„ „nen ruijmte tot de noodige gebouwen van sComp: omslag en wooningen voor de dienaeren, waer toe alhier van grooter Extentie binnen de muu„ ren van het Casteel dient te zijn als op de an„ dere oostersche Etablicementen, om de wil„ le van deese woelagtige en wispeltuurige in„ landschenatie, oversulks de verkleijning zig daar toe moet reguleeren en naar beste kennib voor het noodige proponeerd den onderge„ teekende Een wooning voor den Heer gouverneur, den secunde Capitein Com„ mandant, secretaris van Politie, Luitenant van de Arthillerij opperchi„ rurgijn, Luitenant of vaendrig mitsg=s de militie, en arthilleristen, een hoofwagt

NL-HaNA_1.04.02_3277_0472 view scan ↗

English

From Maccasser the 25th of June 1769 guardhouse and above it a judicial council chamber, the necessary cells and prisons, secretariat, trade and pay offices, a trade, rice, artillery, and provision warehouses, armory and shop, and lastly a powder magazine, somewhat costly according to the latest manner in order to be able to withstand the force of the bombs, for the storage of 120000 pounds of gunpowder, prorated to the space of the cited buildings, the reduction of the projected plan marked L: A: constructed, is however not precisely in such manner as Your High Noblenesses desired in the beginning of your much-esteemed instruction, while Your High Noblenesses have been pleased to grant me by art: 6 the freedom to act according to my own judgment and findings, wherefore the undersigned maintains that if a part From Maccasser the 5th of June 1769 part of the present castle can be preserved for the reduction, such will by no means run contrary to the very revered intention of Your High Noblenesses, since great expenses will thereby be saved, for which after examination of the present rampart wall the same was found solidly and strongly built, and suited to the nature of enemy attacks, thus the consideration of the undersigned has also been to preserve as much as ever possible of the present rampart wall and buildings without hindrance or diminution of the defense, if one leaves the Point Bony or flag point on the seaward side with a part of the two long sides on either side standing, that being colored in red on the aforesaid plan L: A:, the remainder of the castle From Maccasser the 5th of June 1769 castle that must be demolished being depicted in black, the further projected reduction painted in yellow, and as proof without employing many arguments, on the foundation of the above cited according to this situation the roadstead can be fired upon all around and the enemy hindered in his approach, because one can considerably increase the fire from the Point Bony and the two long sides, wherefore it is preferable to leave such a part standing on the seaward side and to construct two new front sides, two flanks, and a curtain wall, and then Castle Rotterdam will also retain its outward appearance, and I dare assure Your High Noblenesses that such a reduction will change into so strong a defense, indeed even stronger than the present fort From Maccasser the 5th of June 1769 change, having not only undertaken the said reduction according to my own engineering but having therein followed the best and newest authors, it being able to be constructed according to the enclosed projected plan without the present castle falling out of defense, and also without causing embarrassment with respect to the Company's establishment, intending with favorable interpretation to annex hereto a small instruction for the builder concerning the direction of the work for Your High Noblenesses, the moat for the aforesaid reduction being walled on the inside and outside, this being necessary in places that have no outworks and in order to meet the lack From Maccasser the 5th of July 1769 of distance from the town of Vlaardingen and Kampung Baru, I have constructed tenaille works in front of the three curtains between the moat and the rampart, consisting of a single parapet of little expense, yet of great utility and defense, considering that the shots from the tenaille works all go parallel horizontal, and to demonstrate what has been said I take the liberty of most humbly presenting to Your High Noblenesses an ichnography or ground plan of Castle Rotterdam and its environs both by land and by sea, marked E: H:, while this also relates to fulfilling in the best manner the much-esteemed desire of Your High Noblenesses in your instruction Art: 1: 2: 3: 4: 5: concerning From Maccasser the 5th of June 1769 concerning the necessary garrison and equipment for the defense of the newly projected fort, the undersigned judges that it cannot be done with less than 250 men and forty-six pieces of cannon, to be divided with 3 on each face of the bastions, and 2 pieces on the flanks, although this calculation will possibly seem strange to Your High Noblenesses as differing greatly from the projected plan of the Engineer Ekenberg, which is much larger in scope than mine, and in order to show the differences residing therein I have used the same scale; Ekenberg maintains that his projected plan can be defended with 222 men and 32 pieces of cannon, placing only one piece on each flank, now supposing that the besiegers, whether with a ship or a battery on land, took up such a position that the same had to be hindered from the fortress from the flanks From Maccasser the 5th of June 1769 the whole castle a sufficient battery en barbette in former times, the cannons were mounted very low on ramps and carriages with truckle wheels and the breastwork or parapet suited thereto, at present the artillery is placed on suitable and high carriages, therefore the breastwork of the bastions only needs to be raised, though not that of the curtains, being of the required height, four feet above the second banquette, the revetment on the capital rampart wall of this fortress is 15 feet high and sufficiently built, as aforesaid, for enemy attacks, the moat as it is at present is of little defense because the ground is very loose and sandy, the scarp and counterscarp continually caving in and causing a long slope or runoff on both sides, being in the rainy season only 3

Dutch transcription

Van Maccasser den 35:' Iunij 1769= hoofwagt en boven deselve een Justitie raadka„ „mer de nodige boeijen en gevangen huijsen, decretee„ rij, negotie en zoldij Comptoiren, een negotie-Rrijst Ar„ thillery en dispens pakhuijsen, wapenkamer en winkel, en Laestelijk een kruijt maga zijn wat kostbaar naa de nieuwste manier om het ge„ weld van de Bomben te kunnen wederstaan, ter inbeurging van 120000:/ pondbuskruijt, prorato der ruuijmte van geciteerde gebou„ „wen, de verkleijning van het project glan n L: A: g'estrueerd, is egter juijst niet in diervoegen als uw Hoog Edelheedens in den beginne van hoogst derselver veel g'agte Instructie het begeert, terwijl uwe hoog Edelheedens mij bij art: 6 de vrij„ heijd heeft gelieven te vergunnen naa eijge oordeel en bevinding te ageeren, weshalven den ondergeteekende sustineert dat wanneer een gedeelte Van Maccasser den 5:' Iunij 1769= 47 52 gedeelte van het presente Casteel tot de ver„ kleinig zal kunnen behouden werden, sulks geen„ sints teegens de zeer gevenereerde Intentie van uwe hoog Edelheedens zal aanloopen, vermits daar door groote onkosten zullen bespaart werden, waer toe naa Examinatie van de presente wal muur bevonden dezel„ ve hegt en sterk gebouwt, en naade or„ dre van de vijandelijke aanvallen geschikt zijnde, dus de betragting van den onderge„ teekende ook geweest is om zo veel immers mogelijk van de opresente wal muur en gebeu„ wen sonder kindernisse of vermindering van de defencie te behouden, wanneer men de Punt Bonij of vlagge punt aan de zee kant met een gedeelte van de twee weerzijdze lange zij„ den, laat staan, dat in het rood op voorm: Ilan L: A: gecouleert, het overige van het Casteel Van Maccasser den 5: Iunij 1769= Casteel dat afgebrooken moet werden in het swcart gepeincteert de verdere geprojecteerde ver„ kleining in het gegeel geschildert, en tot bewijs son„ „der veel argimenten te gebruijken, zoo kan op fin dament van het boven geallegueerde volgens deese Lutiatie de Rhee rondsom beschooten en den vijand in zijne naadering verhindert werden, door dien men het vuur van de Punt Beny en de twee lange zijden Considerabel kan vermeer„ deren, oversulks is het preferabel aan de zeekan=t een sodanige gedeelte te laat staan als twee nieuwen voorzijden, twee strijken en een gordijn aan te leogen, en dan meede zal het casteel Rotterdam zijn uitterlijk aanzien behouden, en ik duwe uwe Hoog Edelheedens verseekeren, dat soodanige ^en verkleijning in zoo sterken defencie Ja zelfs sterken als het presente fort zal veranderen 49 54 Van Maccasser den 5.:' Junij 179. veranderen, hebbende niet alleen volgens eijge genie „gemelde verkleijning ondernomen maer ben daer in de besten en nieuwste autheuren gevolgt, kunnende op gebouwt werden volgens het in„ getrokken project plain sonder dat het presente Casteel buiten defencie ge„ raakt, en ook sonder dat men ten opzigte van 's Comp: omslag in verlegentheid zal werden gebragt, sullende nopens de directie van 't werk ondergunstige wel„ duijdinge uw hoog Edelheedens een kleine Jnstructie voor den bouwer deese annexeeren, de gragt tot de voorn: verkleining werd aen de binnen en buiten kant bemuurt, dit noodzaeken lijk zijnde, aen plaetsen die geen buit en werken hebben en om het gebrek der Van Maccasser den 5:' Julij 1769 der na bij heijd van de staed Hlaerding een Campare Baroe te gemoed te komen heb ik Tangwerk voor de drie gordinen tusschen degragt en de wal aangelegt bestaende in een enkelde barstwee„ ring van weinig onkosten egter van groot nut en defencie, gemerkt de schooten uijt het Tangwerk alle paralette orison„ taal gaan, en om het gesegde aan te toonen name ik de vrijheijd uwe hoog EdelE=s een Jeenographie op platgrond van het Cas„ teel Rotterdam en dies Envirans zoo te land als ter zer gequatteerde E: H: on„ derdanigst aan te bieden, terwijl dit ook retatie heeft om op de beste wijse te voldoen aan de zeer g'Eerde begeerte uwer Hoog Eelheedens bij hoogst derselver Jnstructie Art: 1: 2: 3: 4: 3: betaeffende Hooftt 56 Van Maccasser den 5:' Iunij 1769 — O betueffende de mochige bezetting en montheering ter defencie van het nieuw geprojecteerde fort, oordeel den ondergeteekende niet minder te kunnen geschieven als met 250 man en ses en veertig opees Canons te verdeelen op ijder voor zijden van de bolwerken 3, en op de strijken 2: p:s, hoerwel deese Calculatie uwe Hoog Edelheedens mogelijk vreemt zal voor„ komen als veel verschillende met het project oplan van de Jngenieur Ekenberg dat veel groo„ ter van Bestek is als het mijne, en om de daer inne resideerende differenten aan te toonen heb ik dezelfde schaal gebruijkt Eken„ berg sustineerd dat zijn project oplan met 222. man en 32 p:s konnons kan gedefen„ deert werden, plaetsenden maar een stuk op ijder strijk, nu verondersteld dat de belege„ raars het zij met een schip of Batterij te land een soodanige opofitie nam, dat den zelven van de vesting uit de strijken verhindert moeste werden 1 Van Maccasser den 5:' Iunij 1769 het heele Casteel een genoeg saam batterij a barbe in vroeger tijd, was het Canons zeer laag op rampaar„ den en affuijten met blokwillen gemonteerd en de borst weering of parapet daer toe geschikt, teegenswoordig is het geschut op bequame en hooge affuijten geplant, dier haelven dient de borst wee„ Wi ring van de Bolwerken Eenelijk verhoogt„ te werden, egter niet die van de gordijen, sijnde van vereijschte hoogte vier voeten boven de twee„ de bunkette, het revetement op de Capitaale wal muur van deese vesting is 15 voeten hoog en suffisant na de ordre, als voor„ gezegt voor de vijandelijke aan vallen= gebouwt, de gragt soo als dezelve tegenswoor„ dig gesteld is van weinig defencie door dien de grond zeer los en sandig d'Escarpe en Contoe Escarpe geduurig afkpalven en ver„ oorsaekende weerzijds een Lange schuippste of afloop, sijnde in de reegen tijd maar 3

NL-HaNA_1.04.02_3277_0479 view scan ↗

English

55 60 From Macassar the 5 June 1769 3 to 4 feet deep, and in dry times 1 ½ feet; therefore the enemy could wade through it without much difficulty, for which reason the moat should be raised with a wall on the inside and outside in order to delay the attackers longer and make passage more difficult. The ravelin is completely dilapidated, cracked and coming apart; it cannot be repaired without a total renewal; this was caused by the fact that no berm was made between the moat and the rampart wall, and with the annual cleaning of the moat it has become deeper from time to time, until finally the foundations have sunk away into this loose sandy soil; and in the assumption that it might please Your High Excellencies to leave this castle in its present state, with the necessary repairs done to it, then instead of renewing the ravelin, tenaille work From Macassar the 5 June 1769 tenaille work for the three curtains between the moat and the rampart would serve for greater defense, in the manner as drawn in my project plan, and would also cost much less than a new ravelin, being only a single parapet, of great defense according to the situation of this castle, for the following reasons: First, it is natural to consider that when an enemy wished to attack this castle by land, he will make his approaches on the south or north side, being able to approach the castle covered up to 40 rods and less, so the greatest resistance of the castle against the attackers must be done both with canister shot from the cannon and with small arms, and from the tenaille work all shots go parallel with the horizon; also the enemy cannot make any advantage of tenaille work to lodge himself therein, but certainly from a ravelin outside the moat with cannons planted, pallisaded, 57: 62 From Macassar the 5 June 1769 planted, and thereby, namely with the tenaille work, three sides are defended instead of the ravelin defending only one side; this is also in accordance with the observation of military architecture to make the fortress as regular as possible. What further is to be noted regarding the defense of Castle Rotterdam, I disapprove of the present placement of the naval shipyard with the master attendant and boatswain dwellings situated thereon, sailors' quarters, house carpenters, coopers, and blacksmith workshops, as the ground plan No. 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 indicates, because one cannot fire a single cannon shot from the southern flank of Point Boni and the adjoining long side without previously breaking down the roofs of the master attendant's dwelling, From Macassar the 5 June 1769 dwelling, sailors' quarters, and house carpenter workshops; it is likewise situated with the other noted buildings and the mandadors' palisades, whose position in front of the castle is by no means favorable, as obstructing the northern view of the so-called freemen's roadstead; having carefully examined this situation so disadvantageous to the defense of the castle, it is not only necessary to relocate the naval shipyard and the buildings and shops standing thereon, but also that the moat on that side or sea side, just as on the other three sides to prevent an escalade, be drawn around; for the relocation of the naval shipyard etc., the Dutch Bazaar at the south corner of the city of Vlaardingen near Kampong Baru south of the Company's stable on land, as can be seen on the ground plan No. 16, 24, would be very suitable; but in that area it is however not advisable to place stone buildings, From Macassar the 5 June 1769 59: 64 buildings, for from a European daring and approach, as well as from the Macassars, one has the most to fear on that south side of the castle, and in such an approach Kampong Baru would immediately have to be sacrificed to the fire in order not to let the enemy nestle therein; although it cannot be unknown to a Governor, when he fears to be besieged, to foil all attempts of the enemy as much as possible, and to make his enterprises, if not impracticable, at least difficult, by filling in all sunken roads, breaking down buildings, felling trees and hedges, furthermore leveling all heights and thus flattening the terrain around the fortress in order to have an open view; although this is acceptable in Europe, where one is informed of everything in good time, From Macassar the 3 June 1769 informed, but not in these eastern regions unless it be by chance, on which account it is advisable in time of peace to put and maintain the fortifications in such a posture of defense that one can always offer complete resistance; however, in case Your High Excellencies might see fit to leave the castle in its present position, the relocation of the naval shipyard could take place in a more secure and economical manner if one constructed a naval warehouse and lodgings for the craftsmen in the open space on the ground plan No. 30 inside the castle; the blacksmith workshop, which is a new building, can remain standing outside the proposed moat, as well as the shipwright's shed on wooden posts or stone pillars, covered with tiles, and with an open loft above for seafaring. Concerning the condition of the buildings, thus N Head

Dutch transcription

55 60 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 3: â: 4: voeten diep, en in droogen tij 1: ½ voet dier haelven den vrand dezelve sonder veel moerten soude kunnen door waarden, over zulks dient de gragt aan de binnen en buiten kant met Een muur opgehaald te werden ten eynde de aanvallers langer op te houden en de passagie moeijelijker te maeken. Het Ravelijn is ten eenemaal Bouwallig, ge„ scheurt en van malkanderen geweeken, het kan niet verhoepen werden sonder eene totaale vernieu„ winge dit is veroorsaekt door dien en geen berm tusschen de gragt en de wal muur is gemaakt geweest, en met het Jaarlijkse schoonmaken van de gragt is deselve van tijd tot tijd die„ „per geworden tot dat eijndelijk de fandamen„ ten op deese lossandige grond sijn weg gezakt en in veronderstelling dat het uw hoog Edelhee„ dens mogte behaagen dit Casteel in sijn tee„ genswoordige weesen te laaten blijven, met de nodige reparatie daer aen te doen zoo zoude in steede van het Ravelijn te vernieuwen Tangwerk Van Maccasser den 5 Iunij 1769 Tangwerk voor de drie gordijnen tusschen de gragt en de wal tot meerder defencie streekken, indiervoegen als zulks in mijn project plan is afgeteekent sullende ook veel minder komen te kosten als een nieuw Ravelijn als sijnde maer een enkelde borstweering volgens de Lutiatie van dit Cas„ teel van groote defencie, om de volgende reede„ „nen: Eerstelijk is het uijt de natuur nate gaan dat wanneer een vijand dit Casteel te land wilde attacqueeren hij zijn approches aan de zuijt off noordkant zal aanleggen, kunnende het Casteel bedekt tot op 40 roeden en minder naderen, dus de meeste tegenweer van heet Casteel zoo met schroot uit het Canon als met het handschiet geweer op de aanvallers moet ge„ schieden, en uijt het Tangwerk gaan alle schooten paralelle met d'ori sond, ook kan den vijand geen voordeel met Tangwerk doen om zig daer inne te zogeeren, maar wel van een Ravelijen buijten de gragt met Canons plant bepalt 57: 62 Van Maccasser den 5 Iunij 1769— boylant, en daer made namentlijk met 't Langeverk werden drie zijden versteekt in steede dat het Rovelijn maer Een zijde defendeert, dit is ook over Eenkomstig met de betragting der militaire bouiwkunde om de veeting zoo veel als moge„ „lijk regulier te maeken wat nu meer aan te merken vaet ten op„ zigte der defencie van het Casteel Rotterdam zoo de sapprobeere de tegenswoordige plaatsing van de Equipagie werff met de daar opstaan„ de Equipagiemeester en bootsmans wooningen, matroose Cagie, huistimmerlieden, Cuij„ pers, en smits winkels zoo als de plat grond N: 7: 8: 9: 10: 11: 12: 13 zulks aanwijst, vermits men geen Canon schoot uit de zindelijke strijk van de Zunt Bonij en de daer aen volgende lenge zijde kan doen, sonder be„ voorens de dacken van d' Equipagiemeest er wooning Van Maccasser den 5 Iunij 1769. wooning, matroose kagie en huistimwinkees afte breeken, in zelver voegen is het meede geleegen met 't overige genoteerde gebouwen en de mandadaors paggers, welker stand voor het Casteel gansch niet favorabel is, als beneemende het noordelij„ gezigt van de zoo genaemde vrijmans Rhee, dese zo nadeelige situatie aan de verteediging van het Casteel met attentie nagegaen, zo is niet alleen noodig de verplaetsing van d' Equi„ opagiewerff en de daer op staende gebouwen, en winkels maar ook dat de graagt aen die zijde of zee kant gelijk als aan de andere drie zijden ter verhinderinge van een Escalade werd rond getrokken, de verplaetsing van de Equi„ opagie werff &E: daer toe soude seer Convenabel sijnde hollandse Bassaar aan de Zuid hoek van de staed vlaardinge aan wel Campong Baroe bezuijden Comp: op aarde staal zoo als bij het op lat grond N: 16: 24: te zien is, maer aen dien oord is het egter niet raadsaamsteene gebouwen Van Maccasser den 5:' Junij 1769: 59: 64 gebouwen te plaatsen, want van Een Europeese dan„ ring en naadering soo wel als van de maccas„ saren heeft men aan die zuijd zijde van 't Casteel het meeste te vreesen, en ons soude bij een sodani„ „ge approche Campang Baroe ten eersten aan het vuur moeten werden opgeoffert om den vijand daer inne niet te doen nestelen, hoe wel het nu aan Een gouverneur niet onbekent kan sijn wanneer heij vreest belegert te zullen werden alle aanslaagen der vijands zoo veel doenelijke te verijdelen, en sijne tentame is het niet anuijtvoerlijk ten minsten beswaarlijk te maaken, met alle holle weegen aan te vullen, gebouwen afte breeken, boomen en leggen om ver te kappen, voorts alle hoogtens te rasee„ „ren en dus het terrain rondsom de vesting te vereffenen, ten eijnde Een ruijm gezigt te kunnen hebben, soo is dit wel aannee„ melijk in Europa, daer men van alles tijdig verwittigt Van Maccasser den 3:' Junij 169— verwittig kan werden maer niet in deese oostersche gewerten of het moest bij geval sijn, weshaelv en het raadsaem is de fortificatien in tijd van vreede in een soodanige Pastuur van defencie te stellen en te onderhouden zoo dat men altoos volkomen te„ genweer kan bieden: Edog bij aldien uwe hoog Edelheed=s mogte goedvinden het Casteel in sijn tegenswoordige positie te laaten soo soude de verplaetsing van d' Equipagiewerff op een secuurder en menagieuse wijse kunnen geschieden wanneer men Een Equipa„ cie pakhuis en Logies voor d' ambagtslieden in de ruijmte oplat grond N:o 30 binnen 't Casteel Extrueerde, de smits winkel dat een nieuw gebouw is kan buijten de geproponeerde gragt blijven staan, soo meede de scheepstimmer loos op houte paalen; af steene pielaaren, met pannen gedekt, en met Epen zoldering daer boven voor de zeevaert Belangande de gesteldheid der gebouwen zoo N Hoof

NL-HaNA_1.04.02_3277_0485 view scan ↗

English

66 From Makassar, 5 June 1769 the engineer Ekenberg has made an accurate survey, wherefore nothing remains for me here other than to form an estimate of the expenses and the time for remedying or repairing its discovered defects, as shown by an annexed already cited account. Regarding the redoubt Mandasahaha, plan sub B, the undersigned cannot fathom it is placed there for any other end and purpose than to cover the city of Vlaardingen on the east side and to keep Bontualacq, the second residence of Boni's king, under the gunfire, although according to report it was of great service From Makassar, 5 June 1769 in the year 1739 or 40 in the war against Karaeng Bonto Lankas. In case it should please Your Right Noble Honours to let that fortification stand, the necessary repair will consist in a masonry powder magazine lowered to eight and a half feet, instead of the present beams and planks upon which the cannon is now placed, and it will therefore be very useful to wall the moat on both sides and raise a parapet on the inside in order to be able to fire cannon horizontally from there, with which great damage can be inflicted upon the enemy. Subsequently, by order of the Right Honourable Strict Lord Governor David Boelen, I proceeded to Maros to carry out what Your Right Noble Honours were pleased to instruct me in Your Highest instruction, and found Post Valkenburg to be a square of palisades provided only with two points, surrounded on three sides by a moat eighteen feet wide, which according to the Resident's report runs dry during the good monsoon. The internal buildings consist of a dwelling for the Resident of joined bamboos, a rice warehouse on stilts, both covered with atap, the military guardhouse, dispensary, and the kitchen raised of stone, though also with an atap roof; on the other hand, there lies 68 From Makassar, 5 June 1769 on the powder house a fireproof attic floor and a tile roof. Thus, having surveyed the state of this post and considering that the inland native becomes more skilled in warfare from day to day, the same is not sufficiently fortified for an unexpected enemy attack. It would therefore be most suitable at this location to erect a star fort with stone revetment walls and have all internal buildings covered with tiles, of which project I take the liberty to respectfully present to Your Right Noble Honours a plan sub letter D, an account both of the costs and the time for construction, together with the plan of the present post marked C. Had I more experience with the Maros soil, the proposed star fort might perhaps suffice with earth with short palisades on the inside of the moat, but while one cannot rely on that with full certainty that it will be satisfactory, although the soil outwardly appears reasonable to me, I nevertheless find difficulty in proposing this to Your Right Noble Honours. Regarding the dangerous position of the present Post Valkenburg, I could not perceive it as such, unless it were maintained to be dangerous that it lies in the midst of the two villages of Soredjirang situated on the east and west side, the village of Laboang to the southeast, and the village of Cassie to the southwest of the post on the other side of the river, as well as the bazaar to the northeast behind the post; yet the houses of the one and the other are at a sufficient distance to be able to use the cannon with effect. Nevertheless, care must be taken that the bazaar is not extended closer under the post and the village of Laboang no further to the west. However, if the post were to be moved From Makassar, 3 June 1769 closer to the sea, say near the creek Massembo around the village of Aarobboso, then in the event of an attack or blockade by Macassarese, relief could not only be given more easily, but it would also be more convenient both for the military who beacon the river during the changes of the season, and for those who sail back and forth from Maros, Labakkang, Siang, Segeri, and Katteina thither. Although on the other hand, considering that the villages of Simbang and Tanralili already lie 2 and 3 hours upriver from Post Valkenburg, the mountain regents would then be too far away to be assisted in time of need, as well as to know what is going on and to keep an eye over everything; besides, so far down, the ground lies noticeably lower than at Soredjirang, such that it is to be feared the garrison in the rainy monsoon, due to the abundant water all around, would sit as if blockaded and enclosed, which would also cause much sickness. Therefore, under the prudent judgment of Your Right Noble Honours, I maintain it to be more advisable to continue occupying the present location of the post, since it has thus far answered the interests and purpose of the Company. In favourable confidence of having complied with Your Right Noble Honours' most esteemed desire in conformity with Your Highest respected instruction, I take the liberty to subscribe myself with the greatest respect and esteem. Underneath stood: High Noble, Right Honourable, Strict, Far-Ruling Lord and Right Noble Lords. Lower: Your Right Noble Honours' humble and faithful servant. Was signed: G. Dulez. In the margin: Makassar, 26 May 1769. To

Dutch transcription

66 van ps Maccasser den 5:' Iunij 1769: zo0 heeft den Ingenieur Ekenberg een anuraate op„ neem gedaan, weshaalven hier omtrent voor mij niets meer over blijft als Een Calcula„ tie te formeeren van de onkosten en den tijd ter verhelping of reparatie aan derzelver bevonden gebreeken uijtwijsens een deesse geanexeerde reets geciteerde Reekening, Consferneerende de Redout Mandasahaha plan sub &: B: kan den ondergeteekende net penetreeren over dezelve is tot geen an„ dere eijnde en oogmerk aldaar geplaats dan om de stad vlaardinge aan de oost kant te dekken en om Bontualacq de ge„ weede Residentie plaats van Bonijs koning onder het geschut te hebben, schoon dezelve volgens berigt in het Jaar 1739 ofer 40 in den oorlog tegens Craeeng Bonto lankas van groote dienst Van Maccasser den 5:' Iunij 1769 dienst is geweest, bij aldien uwe hoog Edelheedens het mogte behaagen die sterkte te laaten staan zoo zal de noodige reparatie Consisteeren in gemest een gemetselt kruijtgeweest tot agt en een halve voet verlaagt, in staede van de tegenswoordige balken en planken waer op 't Canonthans geplaatst is, en het zal overzulks zeer diens„ tig zijn, dat men de gragt van weerzijfs bemuurt en een boetweering aan de binnen kant ophaalt ten zeijnde van daer met Canon orisontaal te kunnen speelen waar meede groote afbreuk aan den vijand kan werden toegebragt. vervolgens heb ik op ordre van den wel Edele gestrengen hier gouverneur david boelen mij be„ geeven na maros ter verrigtinge van 't geene uwe hoog Edelheedens mij bij hoogst derselver Jn„ structie hebbe gelieven aan te beveelen, ende post valkenburg bevonden te sijn een vierkant van Palisaaden eenelijk met twee Printen voorsien, aen drie Lijden met een graagt van agtien voeten breed, om ringt, die volgens des Residento berigt geduurende de goede mousen droog vaet, de binnen staande gebouwen consisteeren in een wooning voor den Resident van gevoegte Bamboesen een Rijst pakhuis op paalen, beijde met adappen gedekt, de mi„ litaire wagt, dispens ten Cambuis van steen opge„ haald, hoog ook met een adappen dak daer en teegen legt 68 Van Maccasser den 5: Iunij 1769 — leigt op het kruijt huisz een brandelaer solder en een pannendak, dus de staat van deese past opgenomen en geconsidereert dat den an„ lander van dag tot dag kundiger in den wapenhandel word soo is de„ deselve niet genoeg versterkt voor een onverwagtig vijandelijke aanval„ her soude over sulx op deese Lutiatie het best Canvenieeren een sterschans van steen: wal muuren opgehaald en alle binnen staande gebouwen met pannen gedekt van welk project de vrijheid neeme een plan sub ver Danner een Reecq: soo van de kosten als den tijd tot den operbouw beneffens het Plan van den Presente past gequot E: C: uwe hoog Edelheedens Eerbiedigst aan te bieden Htadde ik meer dre ondervinding van de marose grond zoo soude ster de geproponeerde terschans moogelijk wel van aarde met koote Palisaaden aan den binnen kant van de gragt kunne volstaan, maar terwijl daer op met geen volkome seekerheid dat sulx voldoenend zal sijn kan gerusten, schoon de grond mij ten uijterlijke aenzien reedelijk voor„ komt, so vinde ik egter swaarigheid zulx aan uwe hoog Edelheedens te proponeeren. Conserneerende de gevaarlijke positie van de present Post valkenburg so hebbe ik sulx soodanig niet kunne bespeuren ten waere gevaerlijk gesustineerd wierd dat deselve legt in het midden van de twee negorijen soredjirang geleegen aen den oost en west kant de negorij Laboeang ten Zuid oosten in de negorij Cassie in het zuidwest van de Past aan de overkant van de Revier mitsg:s de Bassaar in het noordoost agter de Best, egter de huisen van 't een en onder op een tammelijk distantie om het Canon met effect te kunnen gebruij„ ken nogtans dient iagt te werden genoomen dat de bassaar niet naader onder de Past en de negorij laboang niet verder om de west werd uitgebrijd, Edog bij aldien de Post nader aan zee wierde Van Maccasser den 3:' Junij 1769 wierde verplaatssen wel bij de spruijt massecmbo omtrent de negorij Aa robboso soo soude bij een attacque aff bloequade van mutcasaren iet al„ leen mackelijker secour kunne werde gegeven, maer teffens Convenabelder maeten soo wel voor de militairen die geduurende de verthienings de Rivier, be baaken als die van maros, Labackang, siang, sagerie en katteijna na der„ waarts over en weeder vaaren, hoe wel aan de andere kant gecon„ sidereert dat de negorijen Simbang en Tanralilie bereeds 2: en 3: uuren boven waarto van de past valkenburgh leggen, en de berg Regenten als dan te verre van de hand soude weesen om in tijd van nood „geholpen te kunen werden, ook om te weeten wat er om agaat en 't oog over alles te heebben, behalven dat ook soo verre omlaag de platte grond merkerlijk lager dan op soredjirang legt, sada„ nig dat te drugten is de pastelingen in de reegen mousson door het meenigvuldig water rondsom souden als geblacqueert en ingeslootene zitten, dat ook veel ongezondheid soude verwec„ ken, over sulks sustineere onder 't pruden ter oordeel van uwe hoog Edelheedens 't raadsaamer te sijn de presente stand plaats van de post te blijven accupeeren, vermits de„ selve aan de belangens en oogmerk van de maatschappij tot dus verre heeft beantwoord. Jn gunstig vertrouwen van aen uw hoog Edelheedens zeer g'heerde begeerte Conform hoogst der selver gerespecteerde Jnstructie te hebben voldoen zoo neeme de vrijheid mij met meeste Eerbied en hoogagting te onderschrijven /:onderstond:/ hoog Edele groot agtb: gestr: wijd„ gebiedende Heere en wel edele Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelh:s onderdanige en trouwschuldige dienaer /:was geteekend:/ G: Dulez: /:in margine:/ Maccasser den 26 meij 1769 9 Aan

NL-HaNA_1.04.02_3277_0489 view scan ↗

English

65 70 From Makassar, 5 August 1759. Batavia To His High Nobility The High Noble, High and Honorable, Far-Ruling Lord The Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General Together with The Right Honorable, Severe Lords Councillors of the Dutch Indies High Noble, High and Honorable, Far-Ruling Lord and Right Honorable, Severe Lords After the dispatch of my respectful letter of 5 June, there was subsequently received on the 16th following the letter, lying here enclosed in From Makassar, 5 August 1769: in copy, from His Majesty of Boni; but after private news arrived on 29 July that the Prince of Campang, brother of the Prince of Sidenreng, both allies of Boni, bore arms against the Principality of Nepo; that the same was assisted in this undertaking by his aforementioned brother, and on which occasion the latter, in marching through Soroang, belonging to Boni, plundered that place and partially laid it in ashes, as well as carried off several of the inhabitants as booty; that upon these reports His Highness of Boni had sent the Sulewatang or Stadtholder of Simoerang with an armed force to Sidenreng, in order to announce to that prince on behalf of His Majesty how he, being most highly offended by these acts of violence, undertaken and committed without cause or any dispute against those of Soroang, His Highness's subjects, demanded not only the restitution of his captured people and their goods, but furthermore a complete satisfaction, under threat and at the same time giving absolute orders to the said Stadtholder to attack him, Sidenreng, directly and hostiley in case he should fail to satisfy His Majesty's demand promptly. But that prince, probably informed of the advance of the Bonians, has retired to his mother-in-law, the Princess of Tallo, and remains there up to the present, possibly to obtain assistance, though I am still uncertain about this, and upon confirmation of it I shall certainly be watchful and take care against it, for the sake of the important consequences that are foreseen by me in that case, From Makassar, 5 August 1769 whereas that quarrel would otherwise well come to an end without much dispute; meanwhile the Sulewatang of Simoerang has taken up position at Sidenreng and continues to await the same there. Furthermore, the Prince of Boni, at a convocation of all his grandees of the realm, ordered them to proceed to the election of a successor to the crown; by virtue of which prince's desire the entire nobility was assembled, and the Rijksbestierder in that assembly had initially declared with great urgency that he had fixed his choice upon the Pangawa Aru Tra, and this with the addition of these or similar very emphatic reasons and arguments: That His Majesty constantly took the welfare of his realm so much to heart for no other end than also at the same time to provide for his house and family and to seek the prosperity of his children, and therefore that if the Bonians here From Makassar, 5 August 1769. 69 74 here took another path by passing over one of His Highness's children in their election, this would denote the greatest ingratitude to their king and also serve as a serious example and offense to other neighboring peoples; while this might then also generally give cause and occasion to princes in the future no longer to care so much for the interests of their subjects, out of the consideration that if others are appointed to the crown succession instead of their children, they would also to a certain degree be entitled, conversely, to sacrifice the interest of their states and subjects to the prosperity of their houses; and that, in order to prevent the consequences of these weighty perspectives and not to bring down the hatred and indignation of the surrounding princes upon the nation's neck by such conduct, he found himself obliged to urge all this upon them with emphasis and to request that they take this fully into consideration as a matter of the greatest importance before they proceeded to the election. Yet, From Makassar, 5 August 1769 Yet, notwithstanding this declaration and harangue, and notwithstanding that many of the principal nobles joined in this sentiment, a certain portion of the voting nobility belonging to the class of the Golden State Umbrella nevertheless let their choice fall on the child of Mappa Banio, grandson, and The Great Lords unanimously on Aru Mampu, but the latter on the other hand had voted again for one of the two, father or son, Mappa Sopeng, King's or his child aforementioned. The King, having been reported of the result of these consultations concerning the succession by express deputies, had shown particular displeasure and ordered them to assemble further regarding that matter and to take care that their votes were brought before His Majesty's eyes not so discordantly, but unanimously, if they wished to expect His Highness to declare himself definitively thereon; pursuant to which a further assembly of the nobility was soon to be held, undoubtedly

Dutch transcription

65 70 Van Maccasser den 5 August:s 1759. Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edel Hoog Agtbaare wijdgeb:s Heer Den Heer Petrus Albertus van der Parra Gouverneur generaal Benevens De wel Edele gest:re Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edel Hoog Agtbaar wijdgebiedend heer en wel Edele Gestrenge Heeren Na de afzending mijner Eerbiedige van den 5 Junij is zedert op den 16 daaraan ontfangen de hier nevens in Van Maccasser den 5:' Augustus 1769: in Copia leggende brief van zijn Banijse majest: maer na op den 29 Julij particuliere tijding is ingekomen dat den Prins van Campang broeder van den vars=t van sideenaing beijde bondgenaoten van Bonij de wapenen tegens het prinsdam Neepo vaerde Dat den zelven in deese anderneeming ge adsisteerd was van sijnen broeder voorn: en bij welke occagie dese Laeste in deet door„ trekken van soroang gehoorende tot Banij die plaats geplundert en gedeeltelijk inde assche gelegd mitsgaders Eenige der bewoon ders in rooff vervoert heeft, Dat op deese berigten zijn benise Hoogh: den soelewatang af stedehouders van Simoeroeng met Een gewopende magt na siedienring had 't afgesonden, ten eijnde dien prins van wegens zijn majest: aan te kondigen, Hoe deselve over dese gewelderarijen sonder oorsaek of Eenig verschil aangelegt en gepligt de 65 72 Maccasser den 5 Augustus 1769 Jan gepleegt aan die van soerang zijne HoogE: anderda„ nen ten hoogsten gebelgt, niet alleen de Restitutie van zijn geroofde volk en hunne goederen maar boven dien Een volleedige satiffactie begeerde, onder bedrij„ ging en tegelijk aan gem: steede honder gegeven volstrekten last, om hem sideenring ingeval hij aan zijn majest: Eijsch niet prompt quam te voldoen, direct vijandelijk te attac„ queeren. Maer dien Prins waar schijnlijk van den aantacht der Boniers verwittigt, heeft zig na zijn schoon moeder Tellos vortinne gere„ tineert, en blijft zig tot nog toe aldaer op houden, mogelijk om assistentie te verwerven, dog waer omtrent ik nog in het onzekere ben, en bij Conformatie van dat daar tegens wel iegelijk waken en sarg dragen zal, om der Jmpartante gevolgen wille, die daer uit im dat Cas bij mij voorsien Van Maccasser den 5 Augustus 1769 zien werde Iaer dat krackeel anders wel sonder veel gehaspel Een eijnde aremen zal Fartusschen den soelewatang van Simo„ roeng te sideenring post gevat heeft en den zelven aldaer blijft afwagten. ^ vorst wijders dead Aonis ^ bij eene Convacatie van alle zij„ „ne Rijksgrooten aan deselve gelast tot de verkiesing van Een kroons oyavolger te treeden uit kragt van welke s vorsten begeerte den gantschen Adel vergadert geweest en den Rijtsb=n in die bij een komst aanvangelijk met veel aan„ drang verklaard had, sijne keuse op den Pan„ gauwa Aroe Tha te hebben gevestigt, en zulx onder bij voeging van deese af diergelijke zeer nadruckelijke redenen en arguimenten, Dat zijn Majest: tot geen ander einde den welvaert van zijn Rijck steeds zo zeer ter herte nam dan ook teffens om zijn huis een familie te versorgen en den voorspoed zijner kinderen te bejagen en dier haelven dat indien de Boniers hier Van Maccasser den 5 Augustus 1769. 69 74 hier inne Een anderen weg onsloegen met Eene zijner Hoogh kinderen in hunne verkiesing voor bij te gaan zulks de grootste omdankbaarheid aan haren koning denoteeren mitsg=s aan andere na bij geleegene volkeren tot Een nadenkelijk voor beeld en Ergenis strecken zouden, intusschen zulx „de vorsten algemeen in het vervolg dan ook oor„ zaek en aanlijding soude kunnen geven om zig de be langens hunner anderdanen zo zeer niet meer aan te trecken, uit Consideratie dat wanneer dog andere in steede van hunne kinderen tot de kaaons op volging benoemd worden, zij dan ook in Een zekeren graad bevoegt waren daer en tegen het belang demmer staten en onderdanen aan den voorspoed hunner huisen op te afferen, en dat om de „gevolgen van deese gewigtige waor en 'tzigten voor te komen en de natie den haat en verantwaardiging van de onleggende vorsten door soortgelijken handel niet op een heres te haalen bij zig verpligt vand, haar alle dit met nadruk voor te houden en te ver„ zoeken zulx als Een painct van de meeste Cansi„ deratie welde gelijk te willen in overweging nemen al her zee tot de verkiesing quamen te treeden Dog Van Maccasser den 5 Augustus 1769 Dog ongeagt dese verklaring en karanque en niet tegen„ „genstaande veele der voornaamte Edelen haar bij dit sentiment quamen te voegen had den zeker gedeelte van den stemmenden adel sorteerende onder de Classe van de goude Rijkschambreel hunne keuse nogtans laten vallen op het kind van Mappa Banio klijn soon, en De Miesheeren annamim op Aroe mampoe dog dese laatste had daer en tegen weder gestemt voor Een van beide vader of soon, Mappa „ soping konings af zijn kind voorm: Den koning van het Resultat deser besoignes over de successie door Expoesse gelastigde gerappor„ teert zijnde had bisonder misnoegen getaont, en hen gelast dienpt wegen nader te vergaderen en zorg te dragen dat hunnen stemmen niet so dis„ cordeerende maar eendragtig zijn majest: onder het ook wierde gebragt, wildense verwagten, dat zijn HoogE:d zig daer op definitie soude ver„ klaren, ingevolge waar van Eene nadere bij hen komst van den wel stond te werden gehouden ontwijffelbare

NL-HaNA_1.04.02_3277_0495 view scan ↗

English

From Macassar, 5 August 1759 undeniable proofs and effects of his lust for kingship and continuous secret efforts to, if possible, have his favorite, Prince Aroe Tha, placed in the succession despite all the precautions taken against it; for if this had been the ardent object of his desires, he would only have had to act directly and simply propose Prince Mampoe for it, upon which the matter would undoubtedly have been immediately concluded, since in other respects he defers virtually nothing to the nobles of his realm and, in the manner of an intimidating prelate, immediately subjects them to his will and knows how to make them bow to the pleasure and desires of his heart, however precipitously, rashly, and incorrectly matters are often understood and pursued by him. Regardless of this, I am nonetheless strengthened in my hope that it will not succeed from this side, now that this fellow manages things so incorrectly in Bonij with the establishing From Maccasser, 5 August 1769 of gambling houses, cockfights, and everything with which he can satisfy his base lusts, but through which he has also since made himself deeply hated and despised by all virtuous and upright Boniers. Authentic and credible reports from Loewoe report that the palace of the Queen, though protected in the past month of June by many armed troops, was nonetheless surrounded by a larger number of discontented subjects, and a fierce action occurred between the parties. That in this action, the Prince of Lamaeroe, son-in-law of the Queen, was wounded along with many of his men, and some were killed, while on the side of the malcontents no small number were likewise laid low and wounded. And that the besiegers resumed the attack, but met with no less resistance than the first time, From Maccasser, 5 August 1769. many of the people of Aroe Pantjana having been wounded on the Queen's side during that second fight, after which a truce was agreed upon by the parties. The malcontents put forward many weighty reasons that are said to have compelled them to this uprising, such as: 1st, the protection that the Queen granted to a certain murderer named Lababoe on account of his prominent family, remaining obstinate in refusing to hand him over upon the iterated demands of the insurgents; but principally, 2nd, the unruliness and vexations of Aroe Pantjana's people, which had erupted into such a great excess of shame and abominations that even women were not safe on the public roads, and many of them were publicly raped in such a bestial and unheard-of manner that several of those unfortunate women died from it; and 3rd, that no one was safe in their life at night or untimely hours because of these villains, while one after another was struck down, and many Loewaeneesen were thus already murdered by them, meanwhile that rabble carried out all those atrocities unhindered. However, in the letter which Her Majesty recently wrote to the Captain of the Malays here, with orders to present the same to me, Her Highness states that the ground and cause of these disturbances sprang solely from a misunderstanding on the part of the discontented, as they wanted to lay the blame for a certain crime upon someone from the Queen's retinue, which meanwhile, as she states, was supposedly committed by someone else, and in fact from the faction of the malcontents themselves. Furthermore, that she was deeply affected by these adversities and the loss of life of so many people who fell on both sides in those attacks, and would gladly have prevented this by a prompt departure from her realm, had she had sufficient vessels on hand in time; that she had now finally taken the resolution to leave Loewoe, where she no longer considered herself safe on account of these troubles, and to proceed provisionally by land to the settlement of Larompo, where she would await the west monsoon, From Maccasser, 3 August 1769. and in the meantime proceed to the King within Bonij, to whom she intended on that occasion to renew the proposal of marriage between Bonij's daughter and her son, in order to conclude the same immediately upon success, and subsequently to come down hither to Maccasser, in which case one will again be not a little inconvenienced and troubled with that lady. Meanwhile, though the Loewaeneesen truly have every reason for dissatisfaction, the pretext of the Queen is false and fabricated, and she is thus worthy of no compassion or regard, the more so because upon her departure from here in the past, she was already informed of the dangerousness of this plot of her son through the far too excessive malicious instigation and scheming from another side, as can be confirmed by secret reports of 20 October last, and she still testified on that occasion that at the slightest sign thereof she would rather have him executed and done away with, whereas on the contrary she has now kept her eyes closed to so many atrocious crimes of this pampered child of hers, that abandoned villain, utterly degenerated from her to such a degree that, to the pleasure and liking of another, he now, through his unheard-of outrages, [illegible] her downfall and ruin.

Dutch transcription

76 Van Mancasser den 5 August:s 1759 ontwijffelbaere bewijsen en uijtwerken van se konings zugt en aanhoudend deijmelijk toeseg om indien mogelijk zijn lieveling den Prince Aroe Tha ongeagt alle de precau„ tien daer tegens genomen al evenwel in de successe te doen stellen, want indien dit met heet woel zijner ver„ langen was hadde hij maer direct te ageeren en den Prince Mampoe slegts daer toe te propaneeren wanneer de zaak antwijffelbaer immediaat zijn be„ slag had, daer hij in andere op zigten genoegzaem niets defereert aan zijne Rijks Edelen en bij form van Een intimideerend preladers haar al aan stonds aan zijn wil onderwerpt en haar weet te doen bucken voor het goedvinden en de begeerten zijnes Herten, hoe precipitant, onbezonnen en ous verkeerdelijk ook veel tijds zaken door hem begreepen en gedreeven werden, werden Dit ongeagt weder ik nogtans in mijne hoop versterkt dat het over dese kant dog niet gelucken zal, nu dien quijt het soo verkeerdelijk in Bonij aanlegt met het inrigten Van Maccasser den 5 August:s 1769 ainrigten van dobbel deuijsen, deane vegterijen, en alles waar meede hij aan zijn schraagt zijgt wel veldoening kan toe brengen, maar door welke deij zig ook ze„ „dert bij alle deugdzame en regtzinnige Boniers zeer gehaat en veragt maakt. egte en geloofwaerdige berigen uit zoewoe melden dat het Paleijs der koninginne in de gepasseerde maand Junij door veele ge„ wapende traupen gedekt des ongeagt door Een grooter deel misnoegde onderdanen ambingelt en tusschen parthijen Eene hevige actie voor gevallen was, Dat in deselve den Prins van Lamaeroe schoon„ soon van de koninginne net veele der sijnen gequest en Eenige daar bij dood gebleven wa„ ven terwijl aan de zijde der malcontenten mede niet weinige ter neder gelegd en gewaond wark. en Dat de belegeraats de attacque veervat dog geen minder tegenstant als de Eerstemaal ontmaet hadde P 78 Van Maccasser den 5 Augusts 1769. hadden, zijnde, bij dat tweede gevegt aan de zijde van de kaninginne vele van het volk van Aave Pantjana gequetst geraakt en vervolgens Een wapenen schorsang bij partheijen over Een geko„ men. De misnoegden wenden veele gewigtige reeden voor die haer tot deesen opstand soude hebben genoodsaakt, als L„a de protectie die de vorstinue verleende aanzekeren maardenaar genaamt Lababoe om de wille zijner voor name familie, weijgerig blijvende om deselve op de ge„ vertereerde reclamatie der oproeringen over te leveren, dog voor namentlijk, 2:a de ongebandentheid en geweesenarijen van Aroe Pan„ tjanas volkeren tot Een so grooten overmaat van schan„ den en verfoeijnisse uijtgeborsten dat zelfs het vrauw volk op de publicque wegen net vijlig was, en veele derselve openbaar op Een beestagtige en ongehoorde wij„ ze dermaten verkragt wierden dat verscheijde van die ongeluckige daer bij waeren dood gebleeven, en 3„e Dat den ijder bij avond af ontijden voor deese hoort„ wigten sijn Leven niet zeker was terwijl den Eene voor en den anderen na nedergelegt en veele toe woeneesen dus alreede door hun om als gebragt waren waren intussch en dat gespuijs alle die gruwelen staaffelaars pleegden. Dog bij den brief welke hare Majest: onderdaags aan den bapitain der maleijers alhier heeft geschreeven met Last om deselve aan mij te vertoonen, geeft haar Hoogheid op dat de grond en aanleijding tot deese beroert ens alleen uit Een mnisverstand aan de zijde der mis„ noegen was spruijtende, alsoo deese zekere misdaad ten lapstien wilden leggen van Jmand uit s konninginnes lijf volk die ondertusschen so als zij zigt door eenen anderen en dat wel van den aanhang der mal„ Cant enten zelve zoude zijn gepleegt wijders dat ze door deese weeder waardigheeden en deet ontzielen van soo veele menschen als 'er weder zijds in die attacques gesneuvelt waren zeer getraffen was, en zulx gaarne door Eene spoedige uittogt uit haar Rijck had willen voorkomen, indien ze genaegzame vaartuijgen tijdig had aan handen gehad, dat ze nu eijndelijk de Resolutie had genomen Loewoe alwaer ze zig uit hoofde dezer troubbelen niet meer vijlig agte te verlaten, en haer maer bij provisie over Land na de negorij Larompo te bege„ ven, alwaer zijde west mousson zoude verbeijden, Van Maccasser den 3' August 1769. en 75- 80 75 Van Macasser den 5: Augusts 1769 — en zig inmiddens na den koning binnen Banij begeeven aan wien zz bij die gelegentheid teffens den voorslag van het huwelijk tusschen Bhonijs dogter en haer soon dagte te hernieuwen om bij succes het zelve ten Eersten te volstrekken, en vervolgens herwaerts na maccasser af te komen in welk geval men met die „dame maer niet weinig weder gebruikt en vermoeijlijkt sal werden. Intusschen de Loewaeneesen waarlijk alle reedenen van ongenoegen hebben is het voorgeeven van de koninginne vals en verciert en zij dus geen Compassie af regand waar„ „dig, te meer daer zij op haar vertrek van hier in aopreterito van de gevaerlijkheid van dit haer soons toeleg door de alte verre„ gaande quaadaardige justigatie en beroekening van een andere kant zo als bij secrete advisen van den 20 october pass=o geaccurreert kan werden, reets geinformeert is geweest, en zij nog bij die gelegentheid betuigt heeft hem bij het minste blijk daar van liever te zullen laten afmaken en van kant helpen, daer zij in tegendeel nu hare oogen heeeft geslo„ ten gehouden voor so veele gauwelijke misdrijven van dit haar traatel kind dien overgegeven booswigt, geintsch Contrarij soo verre ontaard van haer dat hij haren ondergang en ruire ten gevalle en believe van een ander door zijne ongehoorde buitenspoorigheeden nu

NL-HaNA_1.04.02_3277_0500 view scan ↗

English

From Macasser the 5 August 1749 to finally have been fully effected and established, for it is claimed that the Loewoeneesen have finally dethroned her, although I have as yet received no report of a replacement, while the King of Boni in this revolution certainly tickles and amuses himself exceedingly, not only because the inclination and bitterness of his heart against that princess is thereby answered and partly avenged, but also because he thereby sees himself made necessary to her, and his arrogance, which tolerates no equal, thereby receives renewed nourishment; awaiting the consequences of this historical event from time, I shall also say a word about the reports from Soping; which report how Mappa, King of Soping, having prepared himself for the journey to Parompo to his mother, the aforementioned Princess of Soewae, in order to invite and fetch the same to his place, and having previously feared for his father-in-law, the King of Boni, who, perhaps unaware of the cause or occasion for this departure, might easily imagine that some plot was being hatched on his part to his disadvantage, had therefore taken the precaution to give Aroe Mampoe the necessary information beforehand regarding the reason for this intended journey and therewith to request, He 77 82 From Maccasser the 5 August 1769 He wished not only to give His Highness notice thereof, but also to testify on his behalf at the same time how very much he, Mappa, was still prepared and longing to be received by His Majesty in order to obtain reconciliation and to submit himself to the same, in accordance with the admonition given to him, Mappar, by me according to the accompanying copy of the letter of the 6 June of last year. Yet as far as was known, His Highness had not yet given an answer to either matter. The Wadjoreesen are keeping themselves hidden behind the scenes until now in a complete state of defense, perhaps awaiting some event or unfavorable moment to appear on the stage all at once, unless Mappar's reconciliation with the King of Boni, succeeding, causes this to vanish, which I consider quite certain in that case. In conclusion of this, I have the honor to offer Your Right Excellencies the copy of an intercepted letter addressed on the 12 July of last year to the King of Boni, and whose principal contents, namely the predatory and murderous design of the From Maccasser the 5 August 1769 of the Mandhareesen once again against the post Twaal, has since been further confirmed by several consistent, credible reports, to such an extent that they had already equipped and ready to sail a number of forty armed vessels for that purpose, has caused me in all haste to devise such measures for the frustration of this treacherous plan as indicated by the accompanying copy of the instructions and annexes, to which I respectfully request permission to refer, and in the hope of a gracious approval regarding this, I remain with deep veneration, beneath stood: Right Noble, Right Honorable, Widely Commanding Sir and Honorable, Stern Sir, lower: Your Right Excellencies' humble servant, was signed: D. Boelen, in the margin: Maccasser the 5 August Anno 1769. Translation 79 84 From Maccasser the 5 August 1769 Translation of a Malay Letter written by Radja Paloo, head King of Kaijelie named Daijeeng Manassa, together with the mother of Daijeeng Masese to the King of Bonij. After Ordinary Compliments. I hereby make known to Your Highness the reason why I did not come immediately upon Your Highness's requisition is that my wife happened to die in the meantime, as well as the arrival of the Mandhareesen Prince Daijeeng Patiemoen, who came to request me to go and attack the Honorable Company's post at Iswool together, which I initially refused, but through strong urging and threats I finally resolved to do so, and proceeding thither together, we also immediately captured that post, yet not long thereafter the Honorable Company recaptured the said post from us and took possession of it, and now the frequently mentioned Daeeng Patiemoen has come to me again for the second time with the request that I should march out with him again to go and attack the post Bwool again, but I have absolutely refused him this, because I am fearful of Your Highness and the Honorable Company, whereupon Daeeng Patiemoen declared that he would never recognize me as a Mandarees, but as a Bonier or Company subject, and then He said From Maccasser the 5 August 1769 he said, now I shall go to the Mandhaar and bring the entire force of the Mandhareesen to destroy the land of Kaijlie, so that our fear is currently great, and therefore we request Your Highness's best and bravest troops for assistance, so that I and the grandees of the realm may thereby obtain the opportunity to come to Your Highness together with Daeeng Molewa; these are essentially the true reasons for my remaining behind; I ask Your Highness's very humble pardon, beneath stood: written on Poelo the 29 of the month Dulkaidah on Thursday in the year 180, according to our reckoning the 1 April Anno 1769. lower: faithfully translated by me, was signed: Gerrit Brugman, First Sworn Interpreter, beneath stood: Agreed, was signed: F.sk I.s Voll, Sworn Clerk. Instructions

Dutch transcription

Van Macasser den 5 August=s 1749 om eijndelijk volkomen seeft bewerkt en daer gestelt, want men wil dat de Loewoeneesen haer finael hebben geditro„ neert, alhaewel ik nog geen berigt van plaats vul„ ling hebbe, middelerwijl Bhanis koning in dese Revolutie zig zekerlijk uit gestekend kittelt en vermaakt, niet alleen daar dien beij de neiging en bitterheid van zijn hert op die princes hier door beantwoord en gedeeltelijk gewaaken, maer zig daar langs ook aan haer noodzaekelijk gemaekt ziet, en zijne hoog „moed die geen weder gade dudt, daer door op nieuw vaedzel verkrijgt; de gevolgen van dit historiaal van de tijd ver„ beijdende zal ik ook Een woord spreeken van de berigten uijt Soping; dewelk melder hoe Majpa sopings koning zig ter Rheise na Parompo bijt zijn moeder zoewaes vorstinne voorm: ten eijnde den zelven tot zijment te noodigen en af te halen hebbende vervaardigt en alvoorens bedugt voor zijn schoon vader Bauw koning, die amo„ gelijk onbewust van de oorsaek of aanlijding tot dit vertrek al ligt zig verbeelden, mogt 'er on nadeel van hem Eenigen toeleg aan zijne zijde in tils ware dierhaelven de voorsorge gebruijkt had, om Aroe mampoe van de reeden deser voorgenoomen togt alvoorens het noodige onderrigt te geven en daer bij te versoeken, Hij 77 82 Van Maccasser den 5 August:s 1769 Hij wilde zijn Hooghd daer van niet alleen kennis geven maer ook zijnent weegen teffens betuigen hoe zeer eij/: map„ pa:/ als nog bereijd en verlangende was om bij zijn majest: te werden ontfangen ten eijnde versoening te verwerven en zig aan den zelve te onderwerpen over een steming de vermaning aan hem Mappar door mij gedaen volgens bij leggende Copia brief van den 6: Iunij I„o leeden. Dog so verre rugtbaar was had zijn hoogheid nog geen bescheid op het Een of ander gegeven, De wadjoreesen houden zig tot nog toe agter de schermen schuijl in Een volkomen staat van defentie afwagtende mogelijk het een af ander evenement afguns„ tig oogenblick om dan tegelijk op het Poneel te verschij„ „nen indien Mapper versoening met Bonies koning rcusseerende zulx niet doed verdwijnen 't geen ik in dat Cas wel zeeker stelle. Tot slot dezes heeb ik de Eere uE hoog Edelens aan te bieden het afschrift eener op den 12 Iulij J:o aan Benijskoning houdende g'intercipieerde brief en welkers voornamen in houd namentlijk het roof en maordzugtig descein der Van Maccasser den 5 August:s 1769 der mandhareesen andermaal tegens de past Twaal nog nader door verscheide Consonante geleefwaerdige berigten zedert versterkt, dermaten dat ze reets als Een aantaal van veertig gearmeerde vaartuigen daer toe g'equipeert en zijlvaardig hadden, mij in allevijl sodanige middelen tot verijdeling wan dit verradelijk ontwerp heeft doen beramen als de nevens leggende Copia Instructie en bijlagen aanduijdt, waer toe ik Eerbiedig versoeke mij te mogen gedragen, en in de hoop Eener gratueux goedkeure desen aangaende met diepe eeneratie verblijve /:onderstond:/ Hoog Edel hoog Agtbaarwijd gebiedende Heer en wel Edele gestrenge Heer /:lager/ uwer Hoog Edelens onderdanigen Dienaer /:was geteekend:/ D: Boelen /:in marginne:/ Maccasser den 5: augustus Anno 1769— Translaat 79 84 Van Maccasser den 5:' August:s 1769: Translaat Maleijde Brief geschreeven door Radja Paloo hoofd koning van Kaijelie ge„ naemt Daijeeng Manassa be„ neevens de Moeder van Daijeeng Masese aan den koning van Bonij Na Ordinaire Complimenten So maake bij deesen uw Hoogheijd bekend de redene waarom niet ten Eersten op uw Hoogheids requisiet ben op gekomen is dat mijne vrouw in de tusschen tijd is komen te sterven alsmeede de komst van de mandarheesen Prins Daijeeng Patiemoen die mij quam versoeken om te sae„ men d'E Comp: post op Iswool te goen attacqueeren, 't geen ik in 't Eerste hebbe geweijgert maer door sterke aandaang en drijgementen zoo ben ik eyndelijk daer toe geresolveert en te saemen na derwaerts ons begevende, en ook ten Eerste die Poot hebben ingecomen, jedog niet Lang daer na heeft d'E Comp: de gemelte post wederom van ons heerwonnen, en in besit genomen en thans is den meermelte Daeeng Patiemoen weder voor de tweede keer bij mijn gekomen met versoek dat ik wederom met hem zoude optrekken om de Post Bwool weder te gaen attaqueeren, maer hebbe hem zulx volstrekt gewijgert, dewijl voor uw Hoogheid en d'E Comp: bevreest ben, waer op Daeeng Patiemoen zig declareerden mij nooijt voor Een mandarees maer voor Een Bonier of Comp: onderdaan te zullen erkennen, en vervolgens Heijde Van Maccasser den 5:' Aug=s 1769: beide hij nu zal ik na de Mand haar gaan en brengen de geheele magt van mandhareese om 't verand van kaijlie te verderven, zo dat onzen vrees tegens„ woordig groot is en versoeken dier haelven uw tot Hoogheid beste en dapperste voekeren ^ assistentie op dat ik en rijxgrooten hier door gelegendheid mo„ „gen verkrijgen om beneevens Daeeng: Molewa bij uw Hoogheid te kunnen komen, dit zijn wesent„ lijk de waere reedenen van mijn agterblijve ver„ „soeke uw Hoogheijd seer needrig Excus, /:onderstond:/ geschreeven op Poelo den 29 van de maend sulkaida op donderdag in 't Jaer 180 volgens onse reekening den 1: april ao 1769 /:lager :/: door mij getrouwlijk getranslatteert /:was geteekend:/ Gerrit Brugman Eerste gesw: Toek /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/: F:sk I:s voll gesw: Clercq Jnstructie

NL-HaNA_1.04.02_3277_0505 view scan ↗

English

86 Maccasser the 5 August 1769: Instruction for the second mate Ian Godlieb Dryer and the sergeant Iacob Hegelmijer, commanding the pantchialling Een Oppas, the second mate Lee van den Bergh, commanding the sloop De Verloren Soon, as well as the quartermasters Ian Koen, Elias Roeloff de Graaf, and Roelof Ianse, commanding the sloop De Zuckelaar, the pantchiallings De Vigilantie and De Bedrieger, for their information and compliance. Whereas we have recently been informed by credible reports how the bold and predatory Mandhareesen are plotting a scheme and equipping themselves to once again, as in the year 1763, treacherously surprise the post Awool, situated on the north coast of this Celebes and belonging under the Ternate government, and to sacrifice the Honorable Company's servants and effects staying there to their murderous intent and violence; thus we have deemed it our duty to forestall them in that abominable undertaking, and have therefore caused to be prepared with all possible speed the vessels mentioned in the heading of this document, which, besides the mariners stationed thereon, are additionally reinforced on the whole with 1 sergeant, 5 corporals, and 56 common soldiers, along with 1 assistant surgeon and the necessary medicines, namely on: The pantchialling Een Oppas: 1 sergeant, 1 corporal, 12 soldiers, and 1 assistant surgeon; The sloop De Verlooren Soon: 1 corporal and 12 soldiers; The sloop De Zuckelaar: 1 corporal and 12 soldiers; The pantchialling De Vigilantie: 1 corporal and 12 soldiers; The pantchialling De Bedrieger: 1 corporal and 8 soldiers; and all of these must remain stationed and distributed in such manner under the authority of the sergeant Iacob Hegelmeijer and the second mate Ian Godlieb Dreijer, to both of whom the command during this expedition is deferred, to whom everyone belonging under this small coastal flotilla shall have to show respect and obedience to their reasonable orders; on the other hand, they shall be bound to act in consultation with the other commanders of the vessels in all matters of importance and concern. To the end that you now know how to conduct yourselves, the following shall serve for your guidance and observance. Firstly: You shall set your course directly from here along the Mandhareese coast, yet so far out of sight that you cannot be seen from shore, past Caijelie to the aforementioned post Awool according to the showing of the Honorable Company's sea chart, and deliver to the Resident or postholder there the letter entrusted to you, further remaining there until such time as the Ternate administration has received proper intelligence of the aforementioned design or the reason for your arrival, the necessary assistance has been dispatched from there, and your presence shall no longer be deemed necessary by Their Honors, meanwhile helping to defend and preserve that entrenchment against all hostile attacks. Secondly: During your presence there, you shall have to obey such orders as shall be given to you on behalf of the Ternate administration, since Their Honors nearby will much more readily understand what ought to be done or omitted by you than we, who are far away, can determine and prescribe in the present case. Thirdly: Since it is of the utmost importance that the Ternate administration be informed as quickly as possible of the aforementioned plot of the Mandhareese, in order to provide against it in time and devise such means as shall be deemed necessary and expedient by Their Honors for the thwarting of that treacherous undertaking, you shall not delay on the voyage thither with any inspection in rivers, creeks, or streams after unpermitted traders, but continue your voyage directly to the place of your destination, namely the post Bwool, with all practicable speed; moreover, you shall not delay with pursuing any native vessels, demanding their passes, and inspecting them, unless you should happen to encounter such directly upon your bow without having to sail off your course; in which case you shall have to demand of them their passes, inspecting whether they are authentic and granted by Governor and Council; and all those who are found unprovided therewith shall have to be taken into custody, their cargoes properly inventoried and taken over; and in case of resistance or unwillingness, you are authorized to overpower them or shoot them into the depth; which must nevertheless be observed especially with regard to the Mandhareesen, whereas the Wadjoreese traders, notwithstanding that they all sail arbitrarily with their own passes and trade unconditionally in all matters of merchandise, are nevertheless peaceful and give us no suspicion of robberies or acts of violence.

Dutch transcription

86 Maccasser den 5 August 1769: Instructie voor den onderstuurm: Ian Godlieb Dryer en den ser„ „geant Iacob Hegelmijer Commandeerende de Pantchi„ alling een oppas een onder„ stuurman Lee van den Bergh voerende de Chialoup de ver loren soon benevens de quaertiermeester Ian koen Elias Roeloff de graaf en Roelof Ianse voeren„ de de Chialoup de zuckelaar de Pantchiallings de vigi„ lantie en de bedrieger ter harer narigt en opvolging Nademaal we onderdaags bij geloofwaerdige berigten zijn geinformeert geworden, hoede stoutmoedige en roof zugtige Mandhareesen Een toeleg smeeden en haer Equi„ peeren om andermaal gelijk in den Iaere 1763 de post Awool leggende op de noordkust van dit Celebes en gehoo„ rende onder het Ternaatse gouvernement op Een verraderlijke wijze te gaan over rompelen, en de aldaer zig onthoudende 's E Comp: dienaeren en effecten 3 Van 1 Van Maccasser den 5 August:s 1769 effecten aan hare moordenst en geweldenarijen opte afpere„ soo hebben wij het onsen pligt geagt har in dat verfoeijleijk antwerp te moeten prevenieeren, en dus met alle mogelijk spaed laten in gereedheid brengen de in den hoofden dezes gemelte vaartuigen die nevens de daer op geplaetse marinen over het geheel nog ver„ sterkt zijn met 1 sergeamt 5 Corporaels en 56 gemeine militairen benevens 1: onder Chirurgijn en de nodige artzenijen, namentlijk op de Pantchialling een oppas 1: sergeant 1: Corporaals 12 gem: en 1: onder Chirurgijne de chialoup de verlooren soon 1: Corporaal 12 gem: en de Chialoup de zuckelaar 1 Corporaal en 12 gem: de Pantchialling de vigilantie Corporaal en 12: gem: 1 de Pantchialling de Bedrieger 1 Corporaal en 8 gem: en die alle sodanig verdeelt moeten blijven geplaets / onder het gezag van den sergeant Iacob Hegelmeijer en den onder stuurman Ian Godlies Dreijer, welke beide het Comman„ da gedurende dese despeditie werd gedefereert, aan dewelke dan alle en Een eijgelijk gehorende onder dit kluijsvlootje sullen hebben te bewijsen Respect en gehoorsaemheid aan 86 Van Maccasser den 5 August:s 1769— an deselve bilijk beveelens daer en tegen zullen deese gehonden weesen in alle saken van belang en aangelegentheid met de overige hoofden ser vaartuigen Communicatif te handelen. Ten eijnde uE nu weeten waer na haar te dragen so strecke het ondervolgende tot uwe narigt en obzervantie Ten Eersten zullen ul: van hier direct de cours stellen langs de mandharee„ se kust dog 3o verre buijten deet gezigt dat ul: van de wal niet kunt werden gezien, voor bij Caijelie na de gem: past Awool na uitweijzing van sEComp: zeekart en aan den Resident of posthouder aldaer overhandigen de aan uE: geintraqueerde brief wijders aldaer vertoeven tot ter tijd het Ternaatse ministerie van het gemelte attentaat of de oorzaak uuwer komst behoorlijk narigt erlangt, het nodige secours van daer afgezonden en uwe door haar E:s aldaer niet meer noodzakelijk zal geoordeelt werden die beschansing intusschen helpende defendeeren en be„ waren tegens alle vijandelijke aanvallen. Ten Sweeden zullen uE: gedurende haer aanweesen aldaer moeten obedieeren sodanige beveelens als uE: van wegens het Ternaatse ministe rie zullen werden gegeven, also haar E:s daar na bij veel ligter sullen begrijpen, wat door uwe dient gedaen of gelaten te werden dan wij die verre afzijn in Cas subject bij deese kunnen bepaelen en voorschrijven. Ten derden Nadien het van de uitterste aangelegentheid is dat 't Ternaatse ministerie, Van Maccasser den 5: August:s 1769 ministerie so spoedig als mogelijk van het voorschreeve toeleg der mandlareese werde geinformeert, ten einde in tijde daer tegen te kunnen voorsien, en sodanige middelen beramen als tot ver„ ijseling van dat verraderlijk antwerp door har Ed=s sullen wer„ den noadsoekelijk en dienstig geoordeelt, so zullen uE: op de rheijse na derwaerts, haer niet hebben op te houden met Eenige eizitatie in Rivieren, kreeken of spruijten na ongeper„ mitteerde handelaars maar direct heare rhijse na de plaats uwer destinatie namentlijk de past Bwool met alle doen„ weegen „lijke spoed vervolgens har anderwerpe ook niet ophouden met Eenige Jnlandse vaartuigen te vervolgen hare opassen af te vorderen en te verziteeren ten ware uE: de zulke zonder bon„ ten dearen Cours te moeten zeilen direct op steven quamen te lopen, in 't welk geval uE zodanige sullen hebben of te vorderen hunne passen die visiteerende af zeegt en door gouverneur en Raden verleent zijn, en alle degenen welke daer van onvoorsien werden bevonden zullen moeten werden in verzekering genomen, hare ladinigen behoorlijk geinventariseert en overgenomen en an cas van tegenweer af anwilligheid werden uE: gequa lificeert haar te vermeesteren af in den grond te schie„ ten het geen nogtans insonderheid omtrent demandha„ reesen moet werde betragt, terwijl de wadgoreese handelaers niet tegenstaende ze alle met hare eijgene passen willekeurig varen en onbepaelt in alle saakten van Coopmanschappen handel drijven, egter vreeds aan en gene verdenking tot roverijen of geweldadigheeden ons

NL-HaNA_1.04.02_3277_0509 view scan ↗

English

From Maccasser the 5 August:s 1769 to give us, on which account such people still merit consideration, and if that nation permits this inspection, which in that event must be performed with as much caution as discretion, without taking away the least thing from them; you may let them continue on their way without causing them any molestation, which we presently desire in such a manner for yet other distinct political reasons and views; however, you shall Fourthly, on your return along the Mandhareese coast and in the bay of Soereang, remain cruising about two to three miles offshore and sometimes up under the coast until the beginning of November of this coming year, and inspect all such coves and rivers there in which you shall suspect that illicit rovers and traders are staying, acting toward the same as is stated under article 3, under which orders, however, small vessels that sail along the shore from one negorij to another with small trade in provisions or otherwise are by no means included, which you shall have to leave entirely unmolested. Fifthly, it is most strongly recommended and ordered to you not to cause the slightest inconvenience to any good traders, much less to permit that such be committed by your subordinates, or that the least thing be taken from them or extorted, since you shall have to answer for it in both cases, and in case of grounded complaints From Maccasser the 5 August:s 1769 complaints without any connivance shall be punished in body and goods according to the findings and the weight of the matter, rather in all cases where they might need assistance providing the same to them in so far as such shall be possible for you without prejudice to the Honorable Company. Sixthly, you shall keep your subordinate vessels together at a suitable distance and state of defense, in order to be able to assist each other faithfully and bravely when the circumstance requires it. Seventhly, use in every respect good soldiership and seamanship, without lightly relying upon the display of flags or other signals, so as not to be taken by surprise by any rovers, disguised friends, or open enemies. Eighthly, your subordinate vessels, all well provided with the necessary ammunition, are provisioned until the middle of November of this coming year, before which time you must make preparations to be back here at the roadstead, unless the government at Ternate, contrary to our expectation, should find it necessary to detain you there provisionally; whilst upon your return, especially the two aforementioned officers placed in command shall have to submit a distinct and proper daily journal of their encounters and accomplishments during this expedition. Ninthly, an old lieutenant of the Malay nation here, Intje Marsidang, as a native of Caijeli, is thoroughly familiar with the passage thither as he states, for which reason we have employed him with his own vessel in this commission, so that he may serve as a guide to you, in which you shall find his instructions useful, considering that this fairway is not navigated from here with the Company's vessels and there may perhaps lie rocks and shallows underwater here and there in that passage which the Honorable Company's sea chart does not indicate, wherefore he will be able to serve you as a lead ship; commanding you to treat that man with gentleness and discretion, so that no complaints in that regard may come before us. Tenthly, from here up to the latitude of Tantolij we do not doubt that your voyage will be prosperous, but since from there you will have to stand eastwards up to the place of your destination, and the winds from that quarter usually blow violently through there in this season, which could greatly delay the voyage, it is therefore in that case ordered that when you shall have approached so far, to send the aforementioned Intje Marsidong ahead with the Honorable Company's letter to Bwool, since his vessel in that case is judged to be much faster under sail than those of the Honorable Company, while you in the meantime shall have to exert all diligence From Maccasser the 5: August:s 1769 to exert, so as to sail to that post as speedily as ever possible. All useless firing of shot and the pointless firing of solid shot at vessels that you cannot reach with your artillery are most expressly forbidden, not only to attend to the economy of those two articles, but also for the prevention and avoidance of accidents; keep good watch over the provisions so as not to fall into distress; live in unity with one another and keep your subordinates in proper subordination, so that through bad conduct no detriment may be brought upon the service with regard to this good purpose; let the religious duties not be neglected through heartfelt and humble morning and evening prayers, in the grounded expectation that the blessing of the Lord shall then graciously shine upon you, into whose holy keeping we jointly commend you, and remain /was written below/ your friends /was signed:/ P: Boelen; Bs v: Peuren; M: Peters; F: W: M: v: Blijdenberg; I: H: Voll; . . . . and I:k Smader /:in the margin:/ Maccasser in the Castle the 18 July 1769 /:was written below:/ agrees /:was signed:/ I: Is Voll, sworn clerk. Past.

Dutch transcription

lb 90 Van Maccasser den 5 August:s 1769 — onskomen te geven, waer omme de zulke nog al Consideratie meniteeren, en ut: die natie andien zese visitatie gedagen, die an gevallen met zoo veel voorsigtigheid als discreete moet werden verrigt, sonder hun iets het minste, te ontvreemden; haar hemmes weegs kunt Laten vervorderen s onder haar Eenig molest aan te doen het geen wn Dditmaal om nog andere onderscheide paliticque wee„ denen en in zigten sodanig begeeren dog zullen uE: Ten vierden in hare te rug komst langs de Mandhareese kust en in de bogt van soereang omtrent twee a. drie mijlen buijten en somtijds tot onder de wal blijfven kruijssen tot in het begin van november J„o aan„ staande en aldaer alle sodanige in hammen en Rievieren viziteeren als waar in uE: vermoeden zullen dat haar „de ongepermitteerde Rovers en handelaers ophouden, met ^ zelve ageerende so als onder artic: 3 vermeld staat, onder welke laste nogtans geen zints begreepen werden klijne vaartuigen die langs de wal van de Eene negorij na de andere varen, met smallen handel van Leeftog / als anderzints die uE: geheel ongemolesteert zullen hebben te laten ten vijfden: werd uE: op het kragtigste gerecommandeert en aanbevo„ len geene goede handelaars Eenige, de allerminste ongelegent„ heid aan te doen, veel min te gedagen dat zulks door uE: onder„ horige werde gepleegt, af haer iets het minste werde antno„ men of afgevergt, also uE: in beide gevallen daer voor zullen moeten verantwoorden, en in Cor van gegronde klagten Van Manasser den 5 August:s 1769 klagten verduier Eenige Conniventie sullen werden gestraft aan lijf en goed na bevinding en het gewigt der zake, haar veel eer in alleen gevalle door ze hulpe mogte benodigt hebben deselve bewijsende in so vere sulx sander gerejuditie voor de E: Comp: door uE: mogelijk, sal zijn Ten syden uE: zullen haere onderhorige badems in Een bequame disten„ tie en staat van defentie bij den anderen hebben te handen om malkander wanneer het de omstandigheeid vereijscht getrouw en Tapper te kunnen adsisteeren Ten sevenden gebruikt allesz into goede soldaak en zeemanschap sonder op het vertonen van vlaggen of andere teekens ligtvaardig staat te maken ten eijnde door geene Rovers, genijmode vrien„ den of openbaere eijanden onvoorzints overvallen te werden Ten agtsten uE onderharige bodems alle wel voorsien van de nodige amunitie zijn geproviandeert tot medio november j:o aanstaande, voor welken tijd uE stellen moeten maken weder alhier ter rheede te zijn, ten ware heet Ternaatse ministerie tegens onse verwagting noodzakelijk vanden uE: aldaar bij provisie aan te houden, terwijl bij uE: te rug komst insonderheid de twee voorn: in het Commanda gestelde offeciers sullen moeten overgeven, een distinct en behoorlijk dag ver„ haal van hare ontmoeting en verwigting gedurende dezen Expeditie Ten 87 92 Van Maccasser den 5 Augustus 1769 — Den Negende Een oud Leitenant der maleijse natie alhier jntje marsidang als eene Caijeliriaan van geboorte is de passage naderwaerts so „deij op geeft grondig bekent, waarom wij hem met zijn eijgen vaartuig= in dese Commissie hebben g'emplooijeert ten eijnde beij uE: tot Een weg wijzer kome te verstrecken, daer uE zijne onderrigting in sal van naden bevinden geconsidereert dit vaerwater met sComp: vaartuigen van hier niet is be„ varen en er mogelijk hier en daer in die passage klippen en droogtens onder water leggen die sE Comp: zeekaart niet aanduijden, waarom hij uE: tot een voorzijlder ƒ sal kunnen dienen uE: gelastende die man met zagt zinnigheid en discretie te behandelen, op dat ons gene klagten daer omtrent voorkome. Ten Thienden van hier tot op de hoogte van Tantolij twijffelen we niet of uE: Rhijs sal voorspoedig zijn maer vermits uE van daer oost waarto op na de plaats uwer destinatie sult moeten opsteeken en de winden uijtzienhoek in dit saisoen daar doorgans hevig daorwaijen 't geen de vooijage sterk soude kunnen doen veragte„ ren, so werde iet in dat geval geordonneert om wanneer sa verre sult genadaet zijn voorm: jntje marsidong maar voor af met sE Comp brief na Bwool te zenden, aangezien zijn vaartuig in dat Cas veel bezijlder dan die van de EComp: wierd geoordeelt, terwijl uE intusschen alle vlijt zullen moeten aanwenden E Van Macasser den 5: Augustus 1769— aanwenden ten eijnde die post mese or spordig rimmers mnogelijk te bezijlen Alle nadelase verschaten en het ommut vuren met schep op vaar„ tuigen die uE met haar geschut niet kunnen berijken werden wel ex opresselijk verbaden niet alleen ter behertiging van de mena„ „gie an die beijde articulo maar ook ter voorkooning en behoe„ „ding van ongelucken, heebt goede agt op dlj provisien om in geen verlegentheid te geraken heeft met den anderen an eendragt en hand uure mindere in Eene behoorlijk subar„ dinatie, op dat den dienst omtrent dit goede oogmerk door quade Conduiter geene veragtering werde toegebragt, Laat de gods dienstige pliaten door hertelijke en ootmoedige margen en avand gebeeden niet werden verzuijmt in gegrande verwagting dat den zeegen des Heeren uE: dan genadiglijk zal overscheijnen en wiens eijlige haede wij uE gezamentelijk beveele en verbeijve /onderstond/ uE: vrienden /was geteekend:/ P: boelen; Bs v: Peuren M. Peters F: w: M: v: Blijdenberg I: H: voll. . . . . en I:k Smader /:in margine / maccas„ ser in het Casteel den 18 Iulij 1769 /:onderstond:/ accordeert /:was geteekend:/ I: Is voll, gesw: Clercq: Ten verleden

NL-HaNA_1.04.02_3277_0513 view scan ↗

English

Page 94 From Makassar, 5 August 1769 To the Right Honorable Hermanus Munnik, Governor and Director, together with the Council there Right Honorable Sir and Friends Instead of entering into further detail regarding the urgent reasons that have induced us to send a cruising flotilla to the post of Bwool, we hereby present to your Honors a copy of a letter intercepted on the 12th of this month, the contents of which have since been reinforced by further reports, together with the counterpart of the Instructions handed to the commanding officers of this expedition for their information and observance, from which it also appears under article 2 that we have subordinated them to your Honors' good orders in the case concerned, Ternate From Makassar, 5 August 1769 for as long as they shall be deemed necessary there, expecting that otherwise they will not be kept there unnecessarily, but will be given the opportunity to execute their further orders. We hope that the good intention we aim at with this will take effect, and that the audacity of the murderous and predatory mob of the Mandarese and this execrable plan of theirs will be prevented and frustrated in good time by this, which is also why we have made all possible haste with the equipping of these vessels. With which, after wishing God's blessing, we remain with respect, lower down, Right Honorable Sir and Friends, lower, your Honors' ready friends and servants, was signed, P. Boelen, P. v. Heuren, M. Peters, J. W. H. van Blijdenberg, J. H. Voll, and J. Smodier. In the margin, Makassar in the Castle, 18 July 1769. Lower down, Agrees, was signed, J.n J. Voll, sworn clerk. To 8 96 From Makassar, 5 August 1769 To the Resident or Commanding Officer holding the post there on behalf of the Ternate Ministry Honorable, Pious, Gallant, The enclosed copy of the Instructions and the intercepted letter will fully convince your Honor of the necessity of our care for the preservation of your Honor's entrusted post, with the Hon. Company's effects and subordinate servants; we therefore cannot doubt that upon receipt of this, your Honor will immediately assume a posture of defense, and by a vigilant and soldierly conduct seek to prevent the threatening danger of being treacherously overrun by the bold and predatory Mandarese, Bwool From Makassar, 5 August 1769 Mandarese, as is their intention, as we earnestly commend and recommend this to your Honor, as well as to forward the enclosed letter swiftly to the Ternate Ministry, to the end that their Honors may provide your Honor with the necessary assistance and orders on how to act in the case concerned. Remaining meanwhile, after greetings, lower down, your Honor's good friends, was signed, D. Boelen, B. v. Heuren, M. Peters, F. W. H. v. Blijdenbergh, J. H. Voll, and J. Smodier. In the margin, Makassar in the Castle, 18 July 1769. Lower down, Agrees, was signed, J. J. Voll, sworn clerk. 98 From Makassar, 5 August 1769 Translation of a Buginese letter written by the King of Boni to the Shahbandar Jan Hendrik Voll for presentation to the Right Honorable Governor David Boelen After my friendly greetings to my son, I make known that according to my agreement with my brother the Governor before my departure, namely to write to your Honor from here only in Buginese so that it may then be conveyed by your Honor to my brother the Governor, I am now expressly sending Aroe Kampoeboe to inquire after the Governor's well-being and also to announce that I have arrived safely here in Boni's land. I trust that you, together with the Chief Interpreter, will bring him before the Governor and that you will also please assure His Honor of my continued affection and respect, and say that he should please give no ear to any bad rumors concerning me. Since From Makassar, 5 August 1769 Since my presence here I have performed nothing other than some everyday affairs, and because nothing of importance has occurred, I have not yet written, not failing to give notice at the earliest opportunity if anything remarkable happens or if I learn of anything disadvantageous. I request, if anything should happen over there among the Makassarese or other allies, that I will likewise be informed of it, hoping furthermore that the distance of place will not diminish the Governor's affection toward me, as mine remains just as strongly attached, and I wish that the Governor may continue to be happy and prosperous and that all his undertakings may always be attended by the blessings of Jehovah, so that the lesser allies may continually prosper, just as all of us, through the Governor's wise and prudent governance, currently enjoy a very quiet and peaceful life all around. Lastly, it is my earnest request that you will remember me in prayers to God so that I may be prosperous and happy, as I unceasingly do for the Governor, and that God may bless you. Lower down, written at the Royal House in Boni, 28 May 1769, on Thursday. Lower, faithfully translated by me, was signed, G.t Brugman. Answer

Dutch transcription

og 94 Van Maccasser den 5:e' Augustus 1769 Aan den wel Edele Agtbare Heer Hermanus Munnik gouverneuren Directeur Benevens den Raad aldaar Wel Edele Agtbare Heer en Vrienden van in een nadelavi ditail te treeden nopens de aan„ dringzelen die ons hebben benogen tot de afzending van Een kruijsvlootje na de past Bwool bieden wij uwelEd: agtb: hier andens aan Copia Eener op den 12 deser geintercipieerde brief en welkers inde oud zedert nog door nader berigten is versterkt nevens de we„ der gade der Jnstructie die aan de Commanderende affi„ Cias van deze Expeditie ter harer narigt en obzer„ vantie is ter hand gesteld waar bij dan teffens onder artic 2 ook blijkt dat wij dezelve aan uwel Ed: agtb: goede ordre in Cas subject hebben Ternaten Van Maccasser den 5:' Augustus 1769. hebben onsergeschikt, soo Lange ze aldaar zullen werden noodzakelijk geagt verwagtende dat dezelve buijten des aldaar niet nadeloos sullen werden opgehouden maar de occagie gegeven, ter volvoering harer verderen last. we willen hopen dat het gaede aogmerkt 't geen we hier mede bedoelen effect sorteeren en heet stant moe„ dig roof en moordzugtig gespuijes der Mandharee„ sen dit hun execrabel antwerp nog tijdig genoeg hier door zal werde voorgekomen en verijdelt waarom we ook alle mogelijke spoed met de uijtrusting van dese vaartuijgen hebben gemaekt waer meede wij na toewensing van gades zegen met agting verblijven /:onderstend / wel Edele Agtb: Heer en vrienden /lager:/ uEd: dienstberijden vriend en dienaeren /:was geteekend:/ P Boelen P v: Hleuren, M: Peters I: W: H: van Blij„ den berg I: H: voll. . . . en I: Smoder /:in margine:/ maccasser in het Casteel den 18 Julij 1769 /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ I:n I: Voll, gesw: Clercq. Aan 8 96 Van Maccasser den 5.: Augustus 1769= Aan den Resident af Commandeerende affecier van wegens het Ternaatse Ministerie aldaer Posthoudende Eersame, vroome, Manhafte Copia Instructie en ge Denevens Leggende intercipeerde brief zal uE ten vellen over„ tuijgen van de noodzaekelijkeid onser voorsorge voor de behouvenis van uE aanvertrouwde post met heere verE: Comp: effecten en onder geschik„ te dienaeren dusive niet kunnen twijffe„ len of uE zal opzigt deses zig al aan„ stonds in pastuur van defentie stellen, en door Een waakzaam en krijgsman „nelijk gedrag het drijgend gevaer van door de stoutmoedige en rooffzugtige Mand haareesen Brool Van Maccasser den 5 August:s 1769 Mandhaareesen niet verradelijk over ram„ pell te werden gelijk haar voornemen legt tragten voor te koomen so als wij uE zulx wel ernstig aanprijsen en recomman„ deeren als meede om de in Clase brief cito Cito aan het Ternaatse mins„ terie voor 't te schicken ten eijn„ de haar Eds uE van de nodige assistentie en ordre hoedanig in Cas subject sult heb„ ben te handelen komen te voorzien, verblijvende in tusschen nagroete /:on„ derstond:/ uE goede vrienden /:was geteekend:/ D: Boelen B: v: Heuren M: Peters, F: w: H: v: Blijdenbergh I: H: voll, . . en I: Smodier /:in margine maccasser in het Casteel den 18: Iulij 1769 /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ I: I: voll gesw: Clercq: 98 Van Maccasser den 5:e August:s 169. Translaat bagineese brief gesch:n door den koning van Bonij aan den Siabandhar Ian Hendrik voll ter verthooning aan den wel Edele gestrengen Heer Gouverneur David Boelen Na mijne vriendelijke groete aan mijnen soon maake bekend dat volgens mijne afspraak met mijn broe„ der den heer gouverneur voor mijn vertrek om namentlijk maar in het baeginees aan uE van hier te schrijven om dan daar uE aan mijn Broeder den heer gouverneur te werden overgebragt, ik Expres thans Aroe kampoeboe overzende om na des Heere gouverneur welstand te verneemen en teffens om bekend te maken dat ik gelukkig alhier in banis Land ben g'arriveerd, ik vertrouwe dat uw nevens den oppertolk den selven bij een Heer gou„ verneurt zult brengen en dat uws teffens zijn Edele van mijne aanhoudende genegentheid en Respect zullen gelieven te verzekeren, en te zeggen dat dog aan geen quaade gerugten ten mijnen op zig„ ten het zaar geliefd te zeen en, zedert Van Maccasser den 5 Augustus 1769: zedert mijn aanweesen alhier heb ik nog niets anders dan eenige duurselijke zaaken verrigt en om dat er nog niets van importantie is voorgevallen heeb ik nog niet geschreeven zullende niet mancqueeren om wanneer er iets merk waardigs, komt te gebeuren dan wel iets nadeeligs verneeme daar van ten eersten kennis te geeven ik versoeke indieuer a Costij iets onder de mancassaren of andere bondge„ noten mogt komen voor te vallen, mij sesgelijks daar van sal werden verwittigt, hopende voor het overige niet dat daor „de verheid van plaets des heere gouverneurs genegentheid te mij waards zal verminderen terwijl denijne als nog even „sterk aan kleevende is en ik wensche dat den heer gouverneur verder gelukkig en voorspoedig mag weesen en dat alle derselver ondernemingen met de zegeningen van schova altoos mogen agtervolgt werden op dat de mindere bandgeno: ten bestendig mogen welvaeren gelijk wij alle door des heeren gouverneurs verstandige en voorzigtige Regeering thans een zeer gerust en vreedig zeeven al omme zijn genietende Laestelijk is mijn instandig versoek om mijner te willen indagtig zij in gebeeden tot god ten Eijnde ik moge voorspoedig en gelukkig zijn so als is onophoudelijk door den heer gouverneur doe en dat god u zegenen wil /:onderstond:/ gesch: op 't koninglijke Huis in Bonij den 28 Meij 1769 op donderdag /:lager:/ door mij ge„ trouwlijk getranslateert /:was geteekend:/ G=t Brugman, Antwoord

NL-HaNA_1.04.02_3277_0519 view scan ↗

English

95 100 From Maccasser the 5th of August 1769. Answer to the King of Boni, sent by the way of the License Master Voll. After the usual greetings. I felt very honored by the receipt of Your Highness's letter and did not fail to deliver it to the Lord Governor, who, extraordinarily pleased by Your Highness's safe arrival in Boni and good health, has ordered me to compliment Your Majesty on his behalf and to thank you for that friendly report, just as His Honor also simultaneously assures Your Highness of his steadfast affection and adherence to Your Highness's interests; meanwhile, nothing of note has occurred here, and it will be pleasant for the Lord Governor to continually receive good reports of Your Majesty's experiences and actions during your presence there, sincerely wishing for that purpose the guidance and From Maccasser the 5th of August 1769 and influence of the Almighty God in His supporting aid and grace. Above all this, His Honor has ordered me to most forcefully urge Your Highness on his behalf to maintain a continuous observance of peace and unity with all the allies, even though His Honor wishes to keep himself assured of this on Your Majesty's side. My prayers to God are also for the preservation of Your Majesty's person and interests in all welfare and prosperity. Written at Maccasser the 20th of June Anno 1769. Below stood: Agrees. Was signed: F. I. Voll, sworn clerk. To 97 102 From Maccasser the 5th of August 1769. To the Datu Lompulle of Soping. After friendly greetings. The zeal that governs me to preserve peace and friendship among all the allies as much as possible, and seeing that I am entirely not indifferent to your side, has made me decide to address this to my son and to admonish you, now that the Prince of Boni, of whose peaceful disposition I have assurance, is in the inland areas, not to leave your side unvisited, and to employ everything possible toward a real and complete reconciliation and forgiveness, for which I believe that now From Maccasser the 5th of August 1769 there will well be a prospect if you undertake it with true earnestness and a proper submission; and to this you are, on account of such close blood relationship, all the more obliged as the interest of the realm of Soping especially demands this of you. This is my friendly and well-meaning advice, to which I hope that my son will defer, as a sincere proof of the desire and longing of my heart for mutual harmony and affection among and with all. Maccasser in Castle Rotterdam the 6th of June 1769. Below stood: Agrees. Was signed: I. I. Voll, sworn clerk. Examined: Hollenhagen, Sworn Clerk. 99 104 From Maccasser the 5th of June Anno 1769. Secret Daily Register beginning the 16th of October of the past year and ending the 31st of May of this year 1769. Sunday the 16th. Nothing occurred. Monday the 17th. I sent the Interpreter Blij to the Regent of Boni in order to remind that minister or his deputy, the Tomilalang, of the demanded satisfaction regarding what occurred at Pangkajene and Siang on the occasion of the disputes stirred up there by the Bonians with Karaeng Marang and the Gallarrang of Patallassang; who, upon returning, reported: that the Tomilalang declared he had presented that matter to the Regent just as it had been presented to him the first time by the Chief Interpreter, but that the latter, on account of his still continuing illness, declared he had to defer the required investigation until his complete recovery, in order to comply with it then, and furthermore that he, the Tomilalang, dared not undertake to decide a matter of such great weight on his own authority. Tuesday the 18th and Wednesday the 19th. Thursday the 20th, Friday the 21st, Saturday the 22nd. Nothing occurred. Sunday the 23rd. The matter of the 17th earlier was taken up again by a mission of the Chief Interpreter to the two aforementioned Bonian grandees.

Dutch transcription

95 100 Van Raccasser den 5:' Augustus 1769. Antwoord aan Bonis koning door wege als van den Licentmeester voll afgezonden Na de gewoone begroetingen Jk heb mij met den ontfangst van u HoogE:s brief zeer vereert gevonden en niet gemankeert den selven aan den heere gouverneur te inhandigen die ongemeen verbeijd over u Hoogh„ds geluckige aankomst in Bonij en goeden welstand mij gelast heeft u majest: van wegen zijn Edele daar over te Complimenten en te bedanken voor dat vriendelijk narigt gelijk zijn wel Edele ook teffens u Hoogh: weder„ „zijde door deese laat verzekering doen van zijne standvastige genegentheid en aankleeving aan u Hoogh:s belangen in tusschen is hier niets van Eenige aanmerking voorgevallen en het zal den heere gouverneur aangenaam zijn steers ook goede berigten van u Majesteits wedervaren en handelingen gedurende zijn aan„ weesen aldaer te mogen ontfangen, wen schende daer toe opregtelijk de bestieringe en Van Maccasser den 5:' August:s 1769 en invloede van den hogen god in zine ondersteu„ nende bijstand en genade zijn wel Edele heeft mij bove dit alles g'ordonneert u Hoog„ zijnent wegen ten kragtigsten aan te prij„ sen Eene Continueele betragting van vreede en ee„ nigheid met alle de bandgenooten niet tegen„ staende zijn Edele zig daar van aan de zijde uwer Majest: wel wil verzekert handen Mijne beede tot gad zijn meede om de Conservatie van u Majest: persoon en belangen bij alle welvaert en voorspoed /: in margine:/ Geschreven op Maccasser den 20 Iunij Ao 1769 /:onderstond:/ accordeert /: was geteekend :/ F: I: vall, gesw: Clercq Aan 97. 102 Van Maccasser den 5 August 169 — Aan den Doenlipoes van Soping Na vrindelijk begroetingen, Den ijder die mij beheerscht om vreede en vriendschap onder alle de bandgenoten so veel mogelyk te Conserveeren en ik gantsch aan uE zijde door van niet onverschillig ben, heeft mij doen besluijten dese tot mijn soon af te rigten en uE te vermanen nu den Pranisen vorst van wiens vreedsame geneigt„ heid ik verzekering heb in de binnen Landen zig bevind uE aan zijne zijde niet onbezogt laat, alle het zijne tot Eene werkelijke en volkomen versoening en vergiffenis aan te wenden waer toe ik mette dat nu Van Lacasser den 3:' Augustus 1769 nu wel apparentie zal sijn so uE heet met regten ernst en Eeen be„ hoorlijk onderwerping onderstaat en hier toe is uE uit hoofde van so naauwe bloed verwandschap so seer te meer verpligt als het belang van het sopingse Rijck zuks ook in 'sonderheid van uE vordert des is mijne vriendelijke en welmeenenden Raad waar aan ik hoope dat mijn soon sal defereere, als een opregt be„ wijs van de zugt en het verlange mijnes Herten tot onderlinge een„ dragt en geneigtheid ander en met alle /:in margine:/ Maccasser in het Casteel Rotterdam den 6 Ju„ nij 1769 /onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ I: I: voll gesw: Clercq Nagezien Hollenhagen Gesw Clercq. 99 104 Van Maccasser den 5 Iunij Ao 1769 Secruet Dag eregister beginnende den 16 october a:o ps en Eijndigt den 31: meij deeser Iaars. 1769 Niets gepasseert sond ik den Tolk Blij na den Rijksbestierder van Bonij ten Maandag „ 17„e ten eijnde dien Minister dan wel sijnen adjunct den Tomi„ Calang te herinneren, de geEijschte satisfactie over 't voor „gevallene op Pankadjeneien siang ter gelegentheid der geschillen door de Boniers met Caraeng Marang en galarrang Patjelang aldaar gemoveert die bij terug komst Rapporteerde, dat den Tomilalang verklaard had die zaak soda„ nig dezelve hem de Eerste aijze door den oppertolk was aangedient aan den Rijksbestierder voor te hebben gezou„ den, dog dat dese het verEijschte onderzoek daar na, uijt hoofde sijner als nog aanhoudende ziektes betuigd had te moe„ ten deferreeren, tot volkomen herstel, om als dan daar aan te voldoen en wirders dat hij / Tomilalang :/ niet onder„ staan dorst Een zaak van soo grooten gewigt op eijgen gesag te beslissens Dingsdag den 18 en woensdag - „ 19„ Niets voorgevallen. Donderdag „ 20 vrijdag „ 21 Saturdag „ 22„ De zaak van den 17 bevorens weder ter hand genomen bij Eene Sondag „ 23 bezending van den oppertolk nade Twee voorn: Bonijse Rijksgroo„ Sondag den 16„e ten F

NL-HaNA_1.04.02_3277_0524 view scan ↗

English

From Maccasser the 5th of June Anno 1769: with the emphatic announcement that without a speedy and full satisfaction I would bring my complaints regarding this before the eye of their monarch, I at the same time lodged a complaint about a new matter of displeasure: The murderous attempt of a certain Bonier Levseeng, who treacherously attacked a Malay from behind on the road, and after having wounded him, subsequently fled to the Bugis campong, where he escaped the well-deserved punishment among the crowd of his countrymen, with the request to have that villain surrendered in order to deal him his just deserts. In response to the first point, the previous pretext of delay until the convalescence of the prime minister served once again, so that subsequently, at a combined meeting of all the grandees of the realm, my grievances will be satisfied according to the findings of the matter. Likewise, concerning the aforementioned Laoseeng, it was also promised that they would have him pursued and handed over. Meanwhile, they gave our people permission, if that rogue should be found on the Company's ground, to treat him as an outlaw and simply stab him down. Monday the 24th: Meanwhile, the license master Ian Hendrik Voll and the said Regent of the Realm held a negotiation on various matters on my orders at the house of the Peranakan Chinese Likamlong, residing in the settlement of Vlaardingen. That same day, the young King of Goa had himself announced through one of his usual interpreters, wishing to pay me a visit on the coming Thursday, which I was forced to decline to this monarch for reasons, until a later and better opportunity. Tuesday the 25th: I sent to Aroe Palacca, under the chief interpreter, the letter received from Batavia and addressed to her, accompanied by a small parcel and two small vials of fragrant oil, declaring that the same had recently been delivered to me as the commander of this place, and had been kept by me for no other reason than in the expectation that Her Highness would have had them fetched; but not having seen this happen, I now had the one and the other presented to her. Whereupon, after unsealing the same, with the required expressions of gratitude for the care taken in this regard, she sent word that the letter had come from her grandson, promising me to communicate the contents thereof as soon as she had inspected and read through it at her leisure. Wednesday the 26th: The King of Goa had himself announced, wishing to come to me the following morning at nine o'clock with his retinue, for which time I had previously informed him through an assistant interpreter that I would be able to receive His Highness. Thursday the 27th: In accordance with which, escorted as stated by two council members expressly commissioned for that purpose, Voll and Ravensberg, the said monarch came to me, accompanied by his first state servant, along with several of the nobility, namely: Caraeng Paganackang Caraeng BontoLankasa Caraeng Mandalle Caraeng Laboendoekang Caraeng Bonto Lanno Caraeng Man-ngesoe Caraeng Bonto manaij Caraeng Tompo balang Galarrang Tombolo Galarrang Tjamba and Galarrang Batoe along with the Anrong goeroe Toedjoe Tanaija, all having taken their seats together and enjoyed some refreshments. Whereupon the Regent of the Realm stated on behalf of his master that he had come especially in order to help remind me of the promised intercession with Their Right Excellencies in favor of the king who had fled and was detained at the capital. Which I assured him had once again been complied with in the most recently dispatched advices, and that I, as well as they, could not expect the outcome and the answer thereto before the coming year in the month of January, or at the latest in March. The king having intervened with the question of whether he could not send a vessel to Batavia to his brother, and what time would be the most suitable for that purpose; to the latter of which I replied to him that the monsoon had completely expired for that, and it was thus presently too late for such an expedition. Wherewith, after some further indifferent conversation, the discussion was broken off and leave was taken, after which the king returned home with his courtiers under the salute of seven shots, the customary honor. Towards

Dutch transcription

Van Maccasser den 5 Iunij Ao 1769: ten, onder nadruckelijke aankondiging van seronder Een spoedige en. volleedige satiffactie mijne klagten dien aangaande tot voor het dog van kunnen vorst te zullen doen komen, liet ik tegelijk doleeren over Een nieuw onderwerp van misnoegen Den moordadigen toeleg van seeker Bonier Levseeng dieeen maleijer onderweg verraderlijk van agteren overvallen, en na den selven te hebben gequest vervolgens de vlugt na der Bougineesen Cam„ „pong genoomen had, alwaar hij den wel verdienden straf onder den hoop sijner Landsgenoten ontslipt was, met versoek, dien Booswigt te willen doen overleeveren ten eijnde hem loon na werk toe te deelen. Tot antwoord op het Eerste poinct diende alweder het voorige preetect van uitstel tot de reconcalescentie van den Eersten ministers, om als dan bij Een gecombineerde vergadering der gesamentlijke Rijksgrooten na bevinding van zaken aan mijne grieven te zullen voldoen. gelijk ten belangen van den zo avengen: Laoseeng meede wierd beloofd den zelven te zullen doen agterhaalen en overgeven, Intus„ schen se d'onsen licentie gaven dien snaak op sComp: grond zig bevindende als vogel zrij te handelen en maar overhoop te Maandag den 24:' Intusschen den licentmeester Ian Hendrik voll en den geasen Rijksbestierder ten huise van den Parnackang Chinees Likamlong woonagtig in de negorij vlaardingen op mijn ordre Eene onderhande„ ling over onderscheide materien gehouden, Dien zelfden dag liet den Jongen koning van goa zig aandienen door Eenen sijner gewoone Tolken, om Een bezoek bij mij te komen afleggen tegens aanstaande Donderdag, het geen ik: dien vorst om reeden genoodsaakt was te laaten afzeggen, tot nader en peter gelegentheid. Dingsdag den 25=e sond ik onder den oppertoek aan Aroe Palacca de van Batavia bekome en aan har gerigten brief verseld van Een pakje en twee fletjes welrickende olij onder betuiging de zelve sodanig aan mij, als den gebieder deser plaats onlangs in handigt, en ons lange tot geen ander eijnde onder mij te zijn gehouden dan in de verwagting Hare Hoogheid dezelve zoude hebben laten afhalen dog zulks niet gezien hebbende jk har het Een en ander thans liet aanbieden waar op zij mij na F steeken. 106 Van Maccasser den 5: Iuni Ao 1769. na het ontzegulen derselve, onder de vereijschte dank betuijging voor de zorge daar omtrend aangewend liet zeggen dien brief van haren klijn zoon te zijn gekomen belovende mij den Inhoud daar van te zullen Comminuiceeren zoo daa ze den zelven nagenoegen zoude hebben ingezien en doorleesen. Liet den koning van goa zig aandien en den aanstaanden morgen met zijn woensdag den 26:e „gevolg om negen uuren bij mij tewillen koomen tegens wanneer ik hem door Een ondertolk bevorens had laten weeten zijn Hoogheid te zullen kunnen recepi„ eeren Ingevolge waar van als gezegd onder geleede van twee ten dien einde Ae pres gecommitteerde Raade, Donderdag den 27:e leeden voll, en Ravens berg bij mij kwam genoemden vorst van zijnen Eers„ „ten staats Deenaar, benevens verscheide van dien Adel, als, Caraeng Paganackang _„o BontoLankasa _„o Mandalle _„o Laboendoekang „o Bonto Lanno „o Man=ngesoe _„o Bonto manaij _„o Tompo balang galarrang Tombolo _„o Tjamba en _„o Batoe benevens den Anrong goeroe Toedjoe Tanaija, ^ ver alle gesamentlijk zit plaats genoomen en Eenige versing genuttigd hebbende, wanneer den Rijksbestierder uijt naam van zijn meester te kennen gaff inzonderheid te zijn gekomen, ten eijnde mij de beloofde Intercessie in fa„ „veur tmmer uit geweekenen en op de hoofdplaats geditineerden koning bij haar Hoog Ed:s te helpen herinneren, Het ^ ik hent=t verzekeren deed, andermaal bij de Jongst olf gevaardigde advijsen te zijn naar gekomen, en dat ik soo wel als zij l: den uitslag en het antwoord daar op niet voor het aanstaande Jaar in de maand Ianuarij dan wel aitherstens in„ maakt te gemoed konden zien, alzoo den koning tusschen ingevallen was met de vraag of hij niet Een vaarthuig na Batavia tot zijnen broeder zonder kunnen laaten afgaan, en welken tijd daar toe wel de bequaamste was, op het laast waar van, ik hem repliceerde dat de mousson daar toe 't Eenemalen verlopen, en het dus thans te sopade was voor Een diergelijke Bezending. waar meede na nog Eenige onverschillige reedenen het gesprek afgebrooken en afscheid genomen wierd na het welk den koning met zijn Hofgezien onder d salut van seeven sechooten het ge„ woon henneur weder 't huis keerde Jegens

NL-HaNA_1.04.02_3277_0526 view scan ↗

English

From Makassar the 5 June Anno 1769 — Friday the 28th nothing occurred. Sunday the 30th: Towards evening I sent the chief interpreter to Maros on a commission in order to bring to the knowledge of the king of Boni, who was then still staying there, the subject of the grievances mentioned before on the 17th and 23rd, and to urge for the satisfaction so long promised but still delayed; and further to pursue new complaints, both about the far-reaching disrespect of Arou Tha alongside his people in the absolute refusal of their fair contribution of 400 bundles of paddy for the benefit of the Honorable Company, or a tenth from 4000 bundles, as well as about the Boniers on Labakkang and Sageri failing to deliver their contingent from the tithe in those places, under the pretext that the king had required them for the cutting of wood and they were thus diverted and kept away from fulfilling this servitude. Concerning all of which I had requested that he would see to proper redress. Saturday the 24th. Brugman reported to me upon his return from Maros that the king in his presence had caused orders to be issued, whereby the sulewatang of Bontoala and the above-mentioned Lawatjoeanna were summoned to Makassar and notified to bring along the extorted money amounting to 120 rixdollars. Concerning the conduct of Aroe Tha, the king had expressed himself in exculpation of the same, as if he were reasonable and well-intentioned in this matter, and furthermore that he, Aroe Tha, had not yet completely harvested the 4000 bundles granted to him, but that as soon as what was still lacking had been delivered, he would properly fulfill his obligation, laying the actual blame for this affair upon the king's own subjects. While he had likewise dispatched another envoy to Labakkang and Sageri to provide for the prompt and complete delivery of the tithe, and not to return before and until this had been properly accomplished; at which time it simultaneously appeared, according to the king's own words, that their pretext of having been pressed into the woods for his service was entirely untrue, insofar as this had already been completed long before the harvest. Monday the 3rd nothing occurred. November Tuesday the 1st until Thursday the 3rd inclusive nothing occurred. Friday 143 From Makassar the 5 June Anno 1769. I received from the mouth of the ordinary envoy, Friday the 4th, Daeng Mandjarckie, whom the regent of Gowa, under the customary compliment of an inquiry after my health, had sent to request report in the name and on behalf of the ministers: That Arou Palacca repeatedly pestered him to obtain a decision regarding the considerations of Their High Excellencies, which considerations I had pointed out to Her Highness on the occasion of the last conference, upon her urgent insistences for the release and return of the fled king, her grandson; namely, that following my solicitations promised at that time to be sent in support of Her Highness's request, one had to await them as the only prospect one could have in this case. That he, the regent, therefore, and being hesitant so as not to be importuned again with a numerous visit to that end, wished privately to learn my advice on this matter, so that he could conduct himself accordingly before having to answer their troublesome request, and bring to the knowledge of the collected nobles of the land what I might deem advisable. In fulfillment whereof, Saturday the 5th the aforementioned envoy was dispatched to Gowa with orders to reply to the regent: That since no news had yet been received here from the capital, and it was also barely eight days ago that my letters on that subject had been dispatched, it would not be until upcoming February or March that Their High Excellencies' rescript would arrive, wherefore I was not yet in a position to give him the requested decision, and merely advised him to instill in the old queen the requisite patience and good hope. For which information the said minister, having thanked me, simultaneously requested that the chief interpreter, whom he had to charge with a certain message from Arou Palacca to me, might be sent to him in 3 to 4 days. Also today, the newly elected regent of Bonto Bango and the one of Gantarang, as well as the one of Opa Opa, were notified by the chief interpreter to present themselves to me for an audience the day after tomorrow. Sunday the 6th nothing occurred. 105 110. From Makassar the 5 June 1769 — The contracts were, Monday the 7th, by Daeng Madjannang, regent of Bonto Bango, and her Ponggawa, appearing to that end in full council, solemnly renewed and sworn with the customary ceremonial of the land; both were thereupon approved in their dignities, as was also the one of Gantarang, after the assembly adjourned, under an exhortatory reminder of duty, confirmed alongside and together with the first as such; after which those of Balla Boelo and Opa Opa, having given notice of their arrival with the annual laborers and the fulfillment of their customary tribute of mats and clothes, were dispatched together with the others. The king of Boni, Thursday the 10th, gave me communication under the ordinary compliment of his arrival from the northern provinces, on which occasion a letter from Sumbawa was handed over by his envoy the Djema Jongang, and notice given that his master's grandson Laompoe had recently returned from there. Tuesday the 8th: Nothing occurred. Wednesday the 9th: Friday

Dutch transcription

Van Maccasser den 5 Juni Ao 1769 — vrijdag den 28„ niets voorgevallen, Sondag den 30: Tegens den avond seond ik den oppertolk naar maros en Commissie om den koning van Bonij die zig als toen nog aldaar was onthoudende het suject der Daleantien op den 17. en 23 bevoorens vermeld ter kennis te brengen en op d' so lange versproke dog als nog agter geblevene satisfactie te urgeeren en daar bij te volgen nieuwe klagten soo wel over het verregand dies respect van Arou Tha nevens de sijne in de voltrekte wijgering Dener billijke Con„ butie van 400 bossen Padij ten behoeven van d'E Comp: ofte Een thiende uit 4000 bosen als over het Jngebreeken blijven der Boniers op Labakkang en Sagerij bij den opbreng van hun Contingent uit de overthiening in de plaatsen zulks onder voorwendsel, den koning heut tot het raaken van hout gerequireerd en zijl dus van de voldoening aan dit servitut gediverteert en afgehouden waren. omtrent al het welk ik verzoeken Liet behoorlijk redres te willen verzorgen Saturdag „ 24. Berigte mij Brugman bij zijne te rug komst van maros gat den koning in zijn tegenwoordigheid ordres had laten afgaan, waar bij den soelewatang van Bon„ toala en den hier vooren gem: Lawatjoeanna na maccasser waar en op ont„ boden en aangezegd geworden het afgeknevelde geld ten bedragen van rd=s 120 mede te brengen, over 't gedoente van Aroe Tha hadde koning zig uit gelaten in Een overschoo„ ning van denselven, als quasite redelijk en versdelmoedig daar toe, en verder dat hij Aooe Tha de hem overgunde 4000 bossen selve nog niet volkomen had inge„ oogst, maar dat soo dra het nog ontbreekende zoude gelevert weesen na behoo„ „ren aan zijn verschuldigheid zoude voldoen leggende de eijgentlijke schuld van dit Historiaal op s' konings eijge onderdanen, Terwijl hij almeede Eenen anderen sendeling na Labaokang en sagerij hadde afgevaerdigt om in de prompte en volleedige Le„ verantie der Thiende te voorzien en niet eerder te re„ verteeren voor en al eer dat zulks na behooren zoude verrigt wesen wanneer het tegelijk volgens s' konings eijgen zeggen bleek dat hunl: voor geven van in de bosschen tot zijn dienst te zijn geprest geweest 't Eenemaal onwaer wats in so verre dit alreede lange voor den oogst was volvoert niets gepasseert Maandag „ 3„ November Dingsdag den 1: tot Donderdag den 3 inclusive niets gepasseert vrijdag 143 Van Maccasser den 5 Iunij Ao 1769. Bequam ik uit den mond van den ordinairen sendeling vrijdag den 4:' Danig Mandjarckie om den welke goas Rijksbestierder onder het gewoon Compliment eener welstands Jnformatie had laten versoeken uit mnaem en van wegen den Ministers Berigt Dat Arou Palacca hem gterative lastig viel om uit sluitsel te mogen erlangen nopens de Considera„ tien Haare Hoog Ed=s dewelken ik haar HoogE: ter gelegendheid der laaste Conferentie op hare daingende Instantien om de Largatie en te rug zending van den ge„ „vlugten koning haren kleen zoon hadde laten te gemoed voeren dat na mijne gedaane sollicitatien te dien tijd toegezegd tot Aprij van haar Hoogh:t verzoek te zullen laten afgaen dienden ingewagt te werden als het Eenigste uitzigt het geen men in dit geval kondt hebben Dat hij Rijksbestierder over zulks en bedenking om vrij niet aandermaal met Een taleijke vizite ten dien eijnde te zijn oj nportuneeren gaarne om zijn pri„ „ve mijn advijs hier op wenschte te mogen verstaen, op dat hij zig daer na konde gedaagen te Eer hij niet van op het geen ik somtijds raadsaam oordeelde op en E Van Maccasser den 5: Iunij 1769= op hun lieder lastig aanzoek te antwoorden mogte hebben, de gesamentlijke lands Edelen kennis te doen dragen, In voldoening, waar aan„ Saturdag den 5 voornoemden zer zendeling naar goa afgevaardigd wierd met last den Rijksbestierder te antwoorden, Dat vermits ter alhier van de Hoofdplaets nog geen tijding bekomen was en het ook pas agt dagen geleden was dat mijne letteren over dat sujet waren afgezonden, het niet dan in frebruarij of maart aanstaande zoude weesen dat Haar Hoog Ed:s rescriptie overquam, over zulx ik nog niet in staat was aan hem het versogte uijtsluijtsel te kunnen geven, en hem slegts aanrade de oude vorstin het verEijschte gedult en den goede verwagting in te boesemen, voor welk onderrigt die minister mij hebbende doen bedan„ ken tegelijk versogt dat den oppertolk wien bij met sekere Boodschap van Arou Palacca aan mij had te Chargeen„ „ven hem over 3. â 4: dagen mogt werden toegezonden: ook is heden aan de nieuw verkoore Regentesse van Bonto Bango en dien van gantarang gelijk meede aan die van opa opa door den oppertolk aangezegd geworden zig overmogen bij mij ter gehoor te vervoegen Zondag den 6.:' niets gepasseert wierden 105 110. Van Maccasser den 5: Iunij 1769 — wierden de Contracten door Daeng madjannang Regentesse van Maandag den 7: Bonto Bango en haren Pongauwa bij den ten dien eijnde in vollen raade verscheenen, met het gewoone Lands Ceremonieel plegtig gerenoveert en beswooren, desen daar op beijden an hunne waardigheeden g'approbeert, gelijk meede die van gantarang de vergadering gescheiden zijnde, onder adhortatoire pligts kerimnering, met en benevens de Eerste als sodanig is beves„ tigd geworden; waar na die van Balla Boelo en opa opa van hun komst met de Jaarlijkse werklieden en de voldoening hunner gewoone suibuit van Lond en kleeden kennis hebbende gegeven, met de anderen gezamentlijk zijn gedepecheert Liit den koning van Bonij mij onder het ordinair Compli Donderdag „ 10 ment Communicatie geven van zijn arrivement uit de noorder provincien, bij welke gelegentheid door zijnen zendeling den Djema Iongang overhandigt wierd Een brief van sumbawa, en kennis gegeven dat zijn meer„ ters kleenzoon Laompoe enlangs van daar was gertourneerd, Dingsdag den 8: Nietovoorgevallen woensdag „ 9: vrijdag

← previousnext →