VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3277

Japan · 1,144 pages · 206 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3277_0530 view scan ↗

English

From Maccasser the 5th of June 1769. Friday the 11th Saturday the 12th nothing happened Sunday the 13th Monday the 14th the aforementioned letter was sent back to His Bonian Highness with the head interpreter Brugman. Tuesday the 15th an envoy from the King of Bouthon arrived at the roadstead here, who was received with the usual military honors for the delivery of a letter brought from his master. Wednesday the 16th the King of Boni sent, under the escort of Bouthon's interpreter, an escaped slave belonging to a certain Chinese residing here who had fled to His Highness; he was returned to his master, just as the deputy was dismissed back to His Highness with a vote of thanks. Thursday the 17th a representative appeared on behalf of the Bouthonese envoy, announcing in observance of custom that he was charged by his master the King with a letter for His Bonian Highness, upon which consent was given for its delivery. Friday the 18th nothing occurred. Saturday the 19th His Bonian Highness sent the Foek Maeutoe to request an audience for his commissioners for Monday, which was accepted and scheduled for eleven o'clock in the morning. Also No. 112 From Maccasser the 5th of June 1769. also appeared before me, upon permission obtained, the Saleijer Regents to request their dismissal and take their leave, upon which a request was made by the Pongauwa of Bonto Bango on behalf of all the Regents together that I would provide one with the authority to cover and secure the islands of Tambolongang and Tana malala against the nuisance and incursions of so many vagrants among the Bugis and other inhabitants of this place, who, in spite of the prohibition, continuously came to land on those islands and caused them no small damage through the frequent cutting down of timber and the burning of lime; all the more because the timber growth there was fairly flourishing and of good quality and could in time be utilized for the benefit of the Company; whereupon an authorization was given to employ all practicable means of enforcement in order to prevent that abuse and oppose it as much as possible, without however extending the same to a public attack by force of arms or other open hostilities, or entirely restricting access to those places on the grounds of need and necessity, in which case this should be freely permitted to any of our inhabitants. Carang From Maccasser the 5th of June 1769. Carang Balla Boelo, having made known here both for himself and his subject peoples how the terrain in his district was so occupied on all sides with jati trees to the point of obstruction that the farmer was left with no room to plant ground crops for their subsistence; made therefore a request to be allowed to rid himself of some troublesome and superfluous trees in order to find, by felling them, a suitable place for laying out vegetable gardens, for the indispensable convenience of the inhabitants; which was granted to him and his people in so far as necessity requires, under the recommendation not to clear away any trees other than only those from which one could have no or poor expectations, in the well-founded presumption that the clearings to be made thereby would be found sufficient for the intended purpose. After this conversation I proposed to them to establish a brickyard and lime kiln at one or another suitable place under their jurisdiction, both to relieve the expensive transport of the necessary building materials for the construction of a stone fortress, the plan of which for Saleijer as well as the nearby Bontham and Boelecomba was 109 114 From Maccasser the 5th of June 1769. made known to them might easily soon be drawn up and executed, as well as for the relief and lightening of the yearly contribution of the necessary timber for the repair of the buildings and fortifications in the aforementioned places, which they were usually obliged to supply from their department. To this proposal they showed themselves not entirely disinclined, though nevertheless harboring further concerns about falling behind in the necessary cultivation if the work proceeded so steadily, or the workman was kept so continuously busy with it, that no intervals were left to him to attend to the indispensable necessities in the appropriate season, whether for planting or harvesting their grains or other necessary agriculture; which, and other matters brought forward by them on that occasion, were cleared out of the way by making known to them that, in so far as the matter were to proceed and take effect, a person skilled and experienced in the management of brick baking would be assigned to them, time and place would be reasonably determined and fixed, and furthermore, in and regarding all their needs, everything would be well provided and cared for as required. On

Dutch transcription

Van Maccasser den 5 Iunij 1769. Vrijdag den 11:' Saturdag „ 12: pnniets gepasseert Sondag „ 13:' Maandag „ 14:' wierd vooren gewaagden Brief met den oppertolk Brugman aan zijn Bonijse Hoogheid weder te rug gezonden Dingsdag den 15: arriveerde ter Rheede alhier Een gezant van den koning van Bouthon die ter overhandiging Eener van zijn Meesters aangebragten brief met het gewoon Militair Monneur gerecipieerd is geworden, Woensdag den 16 sond den koning van Bonij onder geleide van Bouthons Tolk Eenen tot zijn Hoogheid gevlugten slaaf van zekeren alhier aemoreerenden Chinees die aan zijnen zijfheer weeder overgeleverd gelijk den afgevaardigde met dankgroet „ weder aan zijn Hoogheid gedimitteerd wierden Donderdag den 17: verscheen van wegens den Bouthonsen gezant een Toek, in observantie der gewoonte bekendmakende van zijnen meester den koning met Een brief voor zijne Bonijse hoogheid te zijn gechargeert wanneer in de afgave derzelve wierd geconsenteerd, Vrijdag den 18 niets voorgevallen Saturdag „ 19 Send zijn Bonijse Hoogheid den Foek Maeutoe om acces voor zijne gecommitteerdens te verzoeken tegens Maandag het geen g'accepteerd en op elff uuren voor de middag bepaald wierd, ook N7o. 112 Van Maccasser den 5 Iunij 1769. ook verscheenen op bekomen alter, bij mij de saleijdeese Regen„ tenr om hune dimissie te verzoeken en afscheid te neemen wanneer door den Pongauwa van Bonto Bango uit naam der gezaa„ mmentlijke Regenten versoek gedaan wierd dat ik een wilde anu„ nieeren met het Pouvoir om de Eilanden Tambolongang en Tana malala te kunnen deeken en beveiliger voor den over„ last en aanloop van zo veele swervers onder de Baugineese en andere angezetenen deeser plaats, als an weerwil van heet verbod geduurig op die Eijlanden quamen Landen, en hen door heet meenigvuldig wegkappen van hout en het branden van kalk geen gering nadeel toebragten, te meer het hout gewas aldaar tamelijk florizant en van goed allaoij in der tijd de Maat„ schappij ten nitte zoude kunnen g'Emploijeert werden, waar op Een qualificatie wierd gegeven om alle doenlijke middelen van nadruk in het werk te stellen ten eijnde dat misbruik te weiren en zoo veel mogelijk tegen te gaan„ zonder het zelve egter tot Een publicque attacque gewapenderhand ofte andere opentlijke vijandelijkhee„ den te Extendeeren, dan wel den toegang uut hoofde van behoefte en noodzake tot die plaatse ten Eenemaal daar door te restringeeren, in welk geval dit aan een ijder onser jngezetenen vrij zoude mogen staan, Carang Van Maccasser den 5 Iunij 1760— „arang Balla Boelo hier op zoo voor zig als zijne onder„ darige volkeren te konnen hebbende gegeven hoe in zijn district het Terrai sodanig allerwegen met Iatij boomen tot belemmering toe g'accuipeert was dat den Landman geen plaats overig stond te zijn gelaten om aard vrugten tot hun onderhoud aan te paaten; Deed mits dien ver„ soek zig van Eenige hinderlijke en overtallige boomen te mogen ontdoen ten einde door het wegkoppen derzelve Een bequa„ „me plaats ter aanleg van moestuijmen te mogen vinden, tot der Ingezetenen en ontbeerlijk gerief, het geen hem en de zijnen voor zo verre de nooddrust vereijscht toegestaen wierd, onder recommandatie geen andere Boomen uit den weg te ruijmen, dan alleen die geene waar van men geene, af slegte verwagting konde hebben, zulks in een gegrond ver„ moeden dat de hier door te makene openingen tot het b'oogde doel zullen toerijkende bevonden wierden, Na dit gespreek sloeg ik hen voor op d' Een ofte andere bequame plaats onder hin ressort Een steen Backerij en kalk over aan te leggen zoo ter gemoedkoning Eener kost baaren overvaer der benodigde Bouw materialen, tot de Exstructie Eener steene vesting, waar van het project voor saleij„ er tegelijk het na bij gelegen Bontham en Boelecomba Een 109 114 Van Maccasser den 5:' Iunij 1769. — hen te kennen wiend gegeven dat wel ligt Eenlang geformeert en ter ontvoer gebragt stand te werden, als tot soulaas en verligting der Iaarlijkse Contributie van het benoodigde hout tot Reparatie der gebouwen en vastigheeden op de voorn: plaatsen het geen van hunl: gewoon departement was te moeten fourneeren, Tot deesen voorslag betoonden zij zig niet te Eenemaal ongene„ „gen hoe wel egter niet veraider bedenkingen te voeden voor ^ culture veragtering in de noodige hemmer zanden in dien het werk zoo gestadig=d voortvaaende, of den werkman daer toe zo aan„ houdende bezig gesteld wierd, dat den zelven geen tusschen poosen overgelaten waren, zig tot den onontbeerlijke nooddruft in het bequame zaij zoen het zij tot planten of in ooosten huner granen dan wel andere noodzakelijken akkerbouw te kunnen verleedigen, welke on meer andere door hen bij die gelegentheid zoo aas g'opert uit den weg „geruijmt wierden, niet aan hen te kennen te geven dat in zo verre de zaak voortgang en Effect stonde te heb„ ben, Een bequam opersoon in de behandeling van den Tichel Bak door kundig aan hen toegevoegd tijd en plaats na billijkheid bepaald, en vastgesteld mitsg:s als dan verder in en omtrent alles ten kunnen behoeven na vereijscht wel voorzien en gezorgd zoude werden op

NL-HaNA_1.04.02_3277_0534 view scan ↗

English

From Makassar the 5th of June 1769 At this indisputable and reasonable demonstration, they seemed to fall into embarrassment amidst a deep silence, which was finally broken by making known their superstitious objection, namely that by previous experience in performing such labor on their land they would undoubtedly have to expect agricultural misfortunes and adversities in the tearing away of their wives and children through unendurable miseries. Subsequently, I exhorted them, alone and especially the newly appointed Pongauwa and the other Regents, to mutual peacefulness, referring them in case of dispute to the Resident and his decision, while pointing out the adverse consequences of the contrary for them; to which they unanimously promised faithfully to comply, after which they took their leave and departed. Monday 21: At eleven o'clock, pursuant to the audience granted beforehand on the 19th, there appeared before me the commissioners from Boni: Datoe Barnngan, Arou Tanette matoa Pangerang, and Djema Tongang. Sunday the 20th: Nothing occurred. Who, having taken their seats and having delivered the greetings on behalf of their prince, made known their commission to communicate to me that His Highness the king intended to have some of his children circumcised the coming Wednesday and, according to custom, sent word to inform me thereof, so that the commissioners of the Honorable Company might come to attend that ceremony. For which information I had their prince thanked with a return greeting, and promised to send commissioners thither at the appointed time. After which an emissary from the Queen of Thaeng presented himself to make known to me that his mistress had also been invited to attend the feast of this circumcision. Tuesday the 22nd: Having further inquired and ascertained through an investigation regarding the appointed day of this ceremony that the same was to take place the coming morning, the Fiscal and the Secretary of Police were notified to hold themselves ready for this commission by that time, as they then also did. Wednesday the 23rd: In the morning at 9 o'clock, having set out for the Court of Boni provided with a gift, being accompanied by the chief interpreter, they returned in the afternoon, reporting on their experiences. Thursday 24: Nothing occurred. Friday 25: A pass granted some short time ago to Her Highness was brought back to me by a certain emissary on behalf of the Queen of Thaeng, which was received with a return greeting, and the messenger was dispatched back home. Saturday the 26th, Sunday 27: Nothing occurred. Monday 28: Care mangiiroeroe, head of the people of kampong Baros, they being subjects of the Company, had me informed through the Boni interpreter Moentoe, with very earnest apologies, of the accident that had befallen a native. The latter, having rushed to assist in overpowering a certain furious rogue—a trade slave sent to him bound by Caraeng Djarana and unexpectedly broken loose—had been struck down by him. For which imprudence, and the unauthorized binding and transporting of trade slaves in the nearby kampongs, I had the seller soundly rebuked according to his deserts, under threat that in any future such audacity, other, more stringent measures would be employed. Considering this incident, however, for this time as an accident, it was passed over accordingly in the expectation that no further occasion for such calamities would be given, which it was promised would be prevented. Tuesday the 29th: Nothing occurred. Wednesday 30: The King of Boni had an audience requested for commissioned court dignitaries, asking which day it might be convenient for me to set for that purpose in the coming week; whereupon, however, having been unable to give a definitive answer, the messenger Moentoe was sent back with the promise of further word. Thursday the 1st: Nothing occurred. Friday 2: I received through the interpreter Moentoe the greeting in the name of his master the King of Boni, with the report that today the Makassarese court dignitaries were with His Majesty to pay a visit, of which he would communicate what was discussed if I would send the chief interpreter to His Highness for that purpose tomorrow. This I promised to do, and therewith dispatched that messenger back to his master with a return greeting. Saturday 3: The chief interpreter, having departed for the Court of Boni, reported to me upon his return that the King of Gowa, the King

Dutch transcription

Van Maccasser den 5 Iunij 1769 op dit onbeweerbaar en redelijk vertoog raatten ze zo het scheen in belemmering onder zejn diep steldwijgen, dat eijnde„ „lijk afgebroken wierd door het te kennen geven van haar bij geloovig beswaar namentlijk dat ze bij voor„ malige ondervinding door dien arbeijd op har land te oeffenen ontwijffelbaar inden landbouw ongelucken en tegenspoeden in de ontrucking van hare vrouwen en kinderen door lijdeloose miserien te verwagten hadden vervolgens vermaands ik hen alleen en insonderheid den nieuw aangestelden Pongauwa en verdere Regen„ ten tot onderlinge vreedsaamheid hen in Cas van ge„ schil tot den Resident en zijne decisie renvoijee„ vende onder het voorhouden der nadeelige gevolgen van het tegendeel voor henl: aan het welk ze Een parig beloofden getrouwelijk te zullen voldoen waar na zij afscheid namen en vertroe„ „ken maandag „ 21: op het den 19 bevoorens verleende acces verschee„ nen ten Elff uuren bij mij de Bonijse gecom„ mitteerden Datoe Barnngan Arou Tanette matoa Pangerang en Djema Tongang Sondag den 20 Nieto gepasseert dewelke . . 116 Van Maccasser den 5: Junij 1769 — dewelke zit plaats genomen en van wegens hunnen vorst den groet afgelegd hebbende te konnen gaven v hunnen last om mij Communicatie te doen dat zijn Hoogheid den koming van Iontentie was den aanstaanden woensdag eenige zijner kinderen, te laten besaijden en mij daer van navolgens het gebruik verwittigen liet ten einde de gecommitteerdens van d' E. Comp: bij die plegtigheid mogten komen adsisteeren voor welk narigt ik hunnen vorst onder Contra groe te liet bedanken en toe zeggen gecommitteerdens ter be„ paalde tijd te zullen derwaarts zenden waer na zig een zendeling van de koninginne van Tha eeng aandeenen liet om mij bekend te maaken dat hare meesteresse meede ter bijmooninge van het Festijen dezer besnijdinge g'gawviteert was, nader door Een ondertoek nia den bestemden dag dier Dingsdag den 22. oplegtigheid vernomen en vergewist het zelve den aanstaanden morgen te sullen geschieden wierden den fiscaal en secretaris, van politie g'adverteert hen tegen die tijd tot dese Commissie paraat te houden gelijk zijl dan ook op Des Van Maccasser den 5 Iunij 1769 — Saturdag den 26 sondag woensdag den 23 Des morgens am 9 uuren neversien geschenk na het Hoff van Bonij vertrocken verzeld zijnde van den opper„ tolk des nademiddags te rug gekeert van heun weder„ varen Rapport doende Donderdag „ 21 niets gepasseert „ 25 wierd met sekeren zendeling van wegen de koningin„ Vrijdag „ne van Thaeng aan mij te rug gebragt Eenen voor wei„ nigen tijd geleeden aan hare hoogheid verleende pas die on„ der Contra groete ontfangen en den boodschapper weder na huijs gedepecheert wierd; „ 27 niets gepasseerd. Maandag „ 28: Liet mij Care mangiiroeroe Hoofd der kamponp baros volke den geene onderdanen zijnde van de Comp: door den Bonijsen Tolk moentoe onder seer Ernstige verontschuldigingen ken„ „nis geeven van het ongeval Eenen Inlander overgekomen dewelke ter hulpe toegeschooten om sekeren vervoeden Boos„ wigt Een koopslaaf hem door Caraeng Djarana gevlen„ „geld toegezonden en onverwagt losgebroken /meester te werden door denzelven ter neder was geveld over welke onvoorzigtig„ heid en het onbevoegd vleugelen en laten omvoeren van koopslaven in de na bij gelege Campongs ik den ver„ koper na meriteeren liet door haelen, onder menace bij een aan„ staande diergelijke vermetelheid andere meer kleinmende middelen bij der hand te zullen neemen, Dit 118 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 — December Dit voorval agter voor ditmaal als Een ongeluk=s Considereeren„ de, dat over zulx gepasseert wierd in de verwagting geen aenleeding tot alzulke onheilen meer gegeven stonden te werden heet g'een beloofd wierd te zullen werden voorgekomen Niets voorgevallen Dingsdag den 29. Liet den koning van Bonij voor gecommitteerde Hofgrooten woensdag „ 30 actes versoeken tegens welken dag het mij Convenieeren mogte in de aanstaande week daar toe te willen bepaalen, waar op egter geen uit sluytsel hebbende kunnen geven den bood„ schapper moentoe met belafte van nader bescheid te rug gezonden wierd, ontfang ik door den Toek maentoe den groet uut naam vrijdag van zijn meester den koning van bonij met berigt dat heden den manassaarse Hofgrooten bij zijn majes„ „teit zig bevonden ter aflegging Eener vizite waar van hij uit het verhandelde soude doen Comminiceeren indien ik den oppertoek tot dat einde morgen bij zijn Hoogheid wilde zenden het geen ik beloofde te zullen doen en daer meede dien bootschapper onder Con„ „tra groet aen zijnen meester weder depecheerde, den oppertolk na het Hof van Bonij vertrocken be„ Saturdag „ 3 „rigte mij bij te rug komst dat de koning van goa de Niets voorgevallen Donderdag den 1: koninge „ 2

NL-HaNA_1.04.02_3277_0538 view scan ↗

English

From Maccasser the 5th of June 1769. Sunday the 4th: Monday the 5th: Tuesday the 6th: Wednesday the 7th: Queen of Tello, Arou Palacca, and Carrang Barombang had come to trouble His Highness once again yesterday with the old request and had begged His Highness that he might introduce them to me once more so that they could remind me of this petition to have the apprehended King back here again; wherefore the King of Bonij also had audience requested against whenever it might be convenient for me. Upon this, I sent Brugman back to notify His Highness that I would expect him with his guests the coming Wednesday. Nothing occurred that should be noted in this service. I sent the under-interpreter Blij to the courts of Bonij, Goa, and Tello, as well as to Barombong, to notify those princes that I would await them all together with Arou Palacca tomorrow in the Company's Great Garden, whereby I had the King of Bonij requested to present himself there somewhat earlier than the others. The return report contained that they all would ensure to be there by the appointed time. The Bonian and Goan princes, the Queen of Tello, Aroe Palacca, and Caraeng Barombong, pursuant to granted audience, were received yesterday in the Company's Garden with the proper ceremonies. Thursday the 8th: Nothing occurred. Friday the 9th: I had the King of Bonij, upon his request for an audience for the Bonian courtiers, 115 120 From Maccasser the 5th of June Anno 1769. notified for tomorrow through the under-interpreter Israel Pieters, pursuant to which the same appeared. Saturday the 10th: Nothing occurred. Sunday the 11th: The Bonian courtiers received by me together again. Monday the 12th: There arrived the Bonian Toek Moentoe, who came to request an audience on behalf of the King for his grandees of the realm, and whom I sent off again with the promise of further notice. Tuesday the 13th: Wednesday the 14th: Thursday the 15th: Nothing occurred. Friday the 16th: f 6 The King of Bonij and the entire Court received in the Company's garden. Saturday the 17th: Having sent the chief interpreter to the Queen of Tello today, in order to notify Her Highness to dispatch authorized persons on her behalf the day after tomorrow to Sodiang, who might then jointly with him, Brugman, conduct an investigation into the cause of the disputes that have arisen there, and at the same time determine the boundary once and for all. Upon the return of Brugman, she let me know she would comply with this proposal. Sunday the 18th: Monday From Maccasser the 5th of June 1769. Monday the 19th: Tuesday the 20th: Nothing occurred. Wednesday the 21st: Thursday the 22nd: The chief interpreter Brugman departed for Sodiang and the Captain of the Malays for the Court of Bonij. Friday the 23rd: The chief interpreter returned, who, upon the report of his activities, handed over to me a plan of the boundary in the district of Sodiang drafted by him. Saturday the 24th: Sunday the 25th: Nothing occurred. Monday the 26th: Tuesday the 27th: Wednesday the 28th: I sent the under-interpreter Blij with the missionary Niga to the Queen of Tello to give her notice concerning the boundary of the districts of Sodiang and Pao-Pao, just as the same had now once again been freshly drafted by Brugman following earlier precedents in conformity with the agreement made back in the time of Mr. Loten, and to notify her now also on her part to take care that the same would no longer be arbitrarily transgressed by her subjects, as in that case I would find myself compelled to include the latter again among the lands of the Honorable Company, 117 122 From Maccasser the 5th of June 1769. under which it had also remained unchanged in that arrangement at once in the time of Mr. Speelman after the conquest of the Macassars, and thereafter for a considerable time, having only been ceded to the same in the course of time out of favor and to please her ancestors. This mission, according to the report of Blij, was found to be fruitless, since the Queen of Tello had departed for Barombong the day before and had not yet returned. Nothing occurred. Thursday the 29th: I had audience requested with the King of Bonij to pay a visit to him tomorrow, which the dispatched interpreter Blij reported that this prince had agreed to. Friday the 30th: Paid a visit to the King of Bonij, received very politely and kindly, and after some indifferent discourses held beforehand, the prince communicated to me the report received that the King of the Macassars had reportedly retired from Goa to Barombong, the cause unknown; though safe to guess since Arou Palacca accompanied him, and that one From Maccasser the 5th of June 1769. January 1769 Sunday the 1st: deemed it most prudent not to trouble oneself, letting the Macassars settle this among themselves, since the passage from here was now closed to them anyway. Having already been informed of this, I contradicted this, presenting the consequences to be anticipated from it, and persuaded the King, as such a close blood relation of that prince, to commission a mission to him and ask him for the reasons of his departure, and at the same time to admonish him to return to Goa or else proceed to the Honorable Company or Bonij, and there, if he believed he had any reason for dissatisfaction or grievance, to disclose the same, whereupon justice and satisfaction could be done to him according to the findings of matters; which he accepted. Subsequently, having spoken further about some indifferent matters of diverse nature, we took a polite and amiable leave of one another. Nothing occurred. Monday the 2nd: Blij was sent to the Queen of Tello with such instructions as mentioned on the 28th of the past month, from whom he brought me in reply upon his return that she had promised that the Galaerang Pao-Pao, who was presently absent,

Dutch transcription

VanMaccasser den 5 Iunij 1769— sondag den 4: 5: maandag„ Dingsdag woensdag „ 7 koninginne van Tello arou Palacca en Carrang Barombang geisteren zijne Hoogheid aander mael waeren komen laestig vaellen met het oude versoek en zijn Hoogheid gebeeden hadden bij wilde haarl: nog een reise bij mij antroduceeren op dat ze anij mogten kunnen herinneren denne Instan„ „tie om den g'apprahendeerden koning weder hier te mogen hebben, waarom de koning van Bonrij teffens accs vragen liet tegens wanneer het mij gelegen mogte komen, ik sond Brugman hier op weder te rug om zijn H'oog„ heid aan te zeggen, dat ik den zelven met zijn gasten den aanstaende woensdag zoude verwagten, niets voorgevallen het geen in dese dienst te werden aangetekend 6: sond ik den ondertoek Blij na de hoven van Bonij, goa en Tello gelijk ook na barombong, om die vorsten aan te zeggen dat ik Een alle te samen met Arou Palacca op morgen in 's' Comp: groote thuijn zoude afwagten, waar bij ik den koning van Bonij verzoeken liet zig wat vroeger dan de overige, aldaar te willen laten vinden, het keer berigt behelsde dat ze alle tegens de bepaalden tijd maaken zouden daer te zijn. De Bonise en goase vorsten, den koninginne van Tello Aroe Palacca, en Caraeng Barombong ingevolge verleend actes op gisteren in sComp: Thuijn met de behoorlijke Cor„ manien gerecipieert. Donderdag „ 8:' niets gepasseert vrijdag 1 „ D liet ik den koning van Bonij op zijn versoek om accs voor de Boniers 115 120 Van Maccasser den 5 Iunij Anno 1769- conieus tegens morgen door den ondertolk Israel Pieters aan„ zeggen ingevolge waar van dezelve. verscheenen zijn Saturdag den 10:' niets voorgevallen sondag „ 11: de Bonide Hlofgaoaten weder gezamentlijk bij mij ontfangen Maandag „ 12 afariveerde den Bonijsen Toek Moentoe die uit naem van den Dingsdag „ 13 koning voor zijne rijksgrooten alces quaem verzoeken en den welken ik onder toe zegging van nader bescheid weder afzond woensdag „ 14 donderdag „ 15 niets gepasseerd vrijdag „ 16 ƒ6 Den koning van Bonij en het gantsche Hof in 'sComp: thuijn Saturdag „ 17 gerecipieert heden den oppertolk na de koningine van Tello gesonden heb sondag bende ten eijnde Haar Hoogheid aan te zeggen gelastigdens van harentwegen overmorgen na Podiang afte vaerdigen die als dan met hem Brugman gelijkerhand onderzoek zou„ den kunnen doen na d' oorsaek der geschillen aldaar geree„ sen en teffens de di niet schijding voor eens te bepaelen. liet zij mij bij retour van Brugman weeten aan dit voorstel te zullen voldoen, Maandag „ 18 Van Maccasser den 5 Iunij 1769. Maandag den 19. dingsdag „ 20 niets voorgevallen woensdag „ 21 donderdag „ 22 zijn den oppertalk Brugman na Sodiang en den Capitain der maleijers na het Hof van Bonij vertrocken „ 23 reverteerde den oppertoek, dewelke bij het verslag zijner ver„ vrijdag rigting aan mij ter hand stelde een plander liniet scheijding in het district van Podiang door hem geformeert Saturdag „ 21 sondag „ 25 niets gepasseert maandag „ 26 dingsdag „ 27 woensdag „ 28 sond ik den ondertalk Blij met den zendeling Niga na de koninginne van Tello om har nopens de limietschij„ ding der Districten van Saviang en Pao Pas sada„ rig als dezelve thans andermaal door Brugman na vroegere voorbeelden Conform de getroffe over een komst al ten tijde van den Heer Loten op nieuw geformeert was kennis te geven en har aan te zeggen als nu ook van hare zijde, te willen zorge dragen, dat dezelve door hare onderdanen niet meer willekeurig overtreeden wierde, alzoo ik in dat Cas mij genoodsaakt zoude vinden het laaste weder onder de landen der Permaatschappij te 117 122 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 — „ 30 te laten betreken waar onder het ook ten tijde van den heer speelman na de overwinning der matcassaren al aan„ stonds en na dato zedert een geruimen tijd in die schicking onverandert gebleeven alleen in vervolg van tijden uit „gunste en ter believing harer voorsaeten aan dezelven was afgestaen. Deese besending volgens 't berigt van Blij wierd vrugteloos bevonden nademaal de koninginne van Tello sdaags bevoorens na Barombong getrocken en nog niet gereverteerd was niets gepasseert Donderdag den 29 liet ik bij een koning van banij acces verzoeken om vrijdag bij den zelven op moogen Een bezoek te komen af„ leggen het welk een afgezondenen tolk Blij rapporteerde dat deese vorst hadde bewilligt Een visite bij den koning van bonij afgelegt zeer Saturdag „ 31: beleeft en vriendelijk gerecipeert en na Eenige voor af gehoude indifferente discoursen mij door den vorst gecomminiceert te hebben berigt erlangd dat den koning der maccassaren zig uit goa na Ba„ rombong zoude hebben geretireert de oorsaek onbekend; edog wel onzekerte gissen nademaal Arou Palacca hem verzelde en dat men het Van Maccasser den 5 Iunij 1769. Januarij 1769 sondag den 1: het voor zigtigste niet te bekreunen latende de manassaren onder malkanderen die afhaspelen wijl de vaart van hier dog voor hen thans gesloten was, Ik hier van alreets geinformeert wedersprak zulx onder voorhouding van de gevolgen daar uit te voor„ sien en overreede den koning om als Eene so na be„ staende bloed verband van dien vorst Eene bezending tot hem te committeeren, en hem na de reeden zijner antwijking te vragen teffens te vermanen zig weder na goa dan wel bij d'E Comp: of bonij te bege„ ven, en daer indien hij Eenige reeden van ongenoegen of beswaar vermeende te hebben dezelve opente leggen wanneer men hem na bevinding van zaken Justitie en satiffactie zoude kunnen doen weder varen 't geen hij aannam vervolgens over nog Eenige indifferente zaken van verscheiden aard verder gesprooken zijnde, namen we van den anderen Een beleefd en minzaam afscheid, niets voorgevallen Maandag„ 2: wierd blij met sodanigen last als bij den 28' der gepasseerde maand verweld na de koninginne van Tello gezonden van dewelke hij mij met zijn retour tot replijcq bragt, dat zij beloofd hadde den galaerang Iao Pao die thans afgewezig

NL-HaNA_1.04.02_3277_0543 view scan ↗

English

From Maccasser the 5 June 1769 was absent, to announce the tenor of my orders, to the end that he might make them known to his subordinates; meanwhile they also promised to take proper care that the same were strictly observed and that along that way henceforth all further disputes and dissensions between those of Sodiang and Iao Pao would be averted. Nothing of importance occurred. Tuesday the 3. I had the King of Boni asked through Voll about the outcome of the mission to the King of Goa, according to the agreement on the ultimate of December, and received report that thus far he had not been able to think of anyone among his people capable for that purpose, but in the coming days would use Arou Patjiro, whom he was expecting from the northern provinces, for it. I let His Highness be informed hereupon that I, finding it unadvisable to delay longer with this, was resolved to dispatch an express myself to the King of Goa tomorrow, and that in case the prince wished to join his own with it then, even if it were not Arou Patjiro, such would be agreeable to me. The King took pleasure in this, as he testified, but. No From Maccasser the 5th June 1769. Thursday the 5: no delegate on the part of Boni appearing, I dispatched the Malay Captain to Caiaeng Barombong, to make some private inquiries there with regard to the King of Goa and to converse with the same on my behalf as the Prince of Boni and I had agreed on the ultimate of December, whereupon he also departed thither accompanied by the first emissary Daeng Mandjarekie, and having stayed there, gave me the necessary report through the last-mentioned. Friday the 6: a Maccasserese interpreter having requested of me in the name of the Goan regent with a polite compliment that I might, if possible, still send him today the first emissary just mentioned, as he had something private and weighty to communicate to me with him, I had that minister answered that this time, on account of the requested person's absence, I could not comply with his desire, but would send him the same as soon as he had returned. After the departure of this person, the Bonian interpreter Maentoe appeared, sent from His Highness to the end From Maccasser the 5 June 1769 to request audience to come and pay the New Year's compliment to me together with his staff and grandees according to custom, with the addition of wishing to hasten this visit if possible, solely for the reason that their great fast was soon to begin, whereby the same would have to undergo too long a delay; upon which I let His Highness be answered with counter-greetings that for the present no fixed day could be determined for it, and that notwithstanding the intervention of His Highness's fast, that visit would be just as agreeable to me, even if after that date, in order to be able then according to custom to keep him at midday dinner together with his staff and grandees; for which it was then for the present timely enough to fix a suitable day, requesting further to have an answer to this from His Highness. Den Dijema Tongang arrived accompanied by the Bonian interpreter Maertoe, reporting to me that his master the King had embraced my proposition made on the 4th of this month, but with poor success, as the King of Goa had only said that his distress over his brother had made him long for relaxation, etc., From Maccasser the 5 June 1769 and that as far as his return was concerned, whether to Goa or with the Honorable Company or Boni, they would submit to whatever the will of the Lord might have destined for him. Audience was granted against tomorrow to the Butonese envoy upon his request made on that behalf by an emissary, and also an ordinary compliment of inquiry after well-being on behalf of His Bonian Highness was politely answered in like manner. Sunday the 8: nothing occurred. Monday 9. Tuesday 10: having received information of the visit that the King of Goa and Caraeong Barombong were to pay today to the King of Boni, I had this prince requested through the Licentmeester Voll that during this visit he would above all not fail to keep these guests with him for the present, especially to the end of sounding them out as to the true reasons that might have moved the young prince to quit his place of residence and retire to the district of Barombong, and having understood the motives of this, then to be mindful of the necessary means

Dutch transcription

119 124 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 — afvezig was den Teneur van mijn bevelen te zullen aankonde; gens ten veynde hy die aan zijne onderhoorige bekend kande maken intusschen zij meede behoorlijk zorge beloofde te zullen dragen, dat dezelve nauwkourig in agt genomen en langs dien weg voortaan alle verdere geschillen en on eenigheeden tusschen die van sodiang en Iao Pao geweerd wierden niets van aanbelang voorgevallen Dingsdag den 3: Liet ik Bonijs koning door voll vragen na den uitslag Woensdag „ 4 der bezending volgens afspraek op ult=o december tot „goas koning en kreeg tot berigt dat hij dus verre nog nie„ maend onder de zijne daar toe bequam dead kunnen uitden„ ken, dog Eerstdaags Arou Patjiro die hij uijt de noor„ der provintien was verwagt ende daer toe zoude gebrui„ „ken ik ziet zijn HoogE: hier op verwittigen dat ik on„ geraden vandende hier meede langer te daalen, gere„ zolveerd was, zelfs een Expresse tot gaas koning morgen te Expedieeren, en dat ingevalle den vorst de zijne dan daer mede wilde bij voegen, al was het ook geen Arou Patjiro mij zulks zoude aangenaam zijn. Den koning nam hier in /:zoo hij betuijgde :/ ge noegen dog. geen Van Maccasser den 5:e' Junij 1769. — Donderdag den 5: geen gecomm: Bonijs wegen verschijnende depecheerde ik den Capitain maleijer na Caiaeng Barombong, om aldaer Enige particuliere jnformatien ten reguarde gaas koning te doen en den zelven mijn entwegen sodanig te onderhouden als ik op ult:o december met Bonisvorst waaren over Een ge„ komen gelijk dezelve dan ook derwaerts vertrok verzeld zijnde van den Eersten sendeling Daeng Mandjarekie en aldaer verbleven zijnde, mij door den laastgem: het nodige verslag deed geworden Vrijdag den 6: Een maccassarsen Tolk mij uit naam van den goa„ Ten rijksbestierder onder Een keusch Compliment hebbende laten verzoeken dat ik hem den Eersten zendeling zo evengen: waar 't mogelijk heden nog mogte toezenden alzoo hij mij met denzelven iets particuliere en gewigtigs te Communiceerend had Lied ik dien ministers antwoorden dit maal om de wille van des gerequireerdens afwe„ sen aan zijn begeerte niet te kunnen voldoen maar hem den zelven te zullen toezenden zoo dra hij zoude zijn gereverteerd, Na het vertrek van desen verscheen den Bonijsen Tolk maentoe van zijn Hoogh afgezonden ten einde 126. Van Maccasser den 5 Iunij 1769 — „nde aces te versoeken om met zijne slaf Eoelen te samen na den gebruik het nieuw Iaer Compliment bij mij te komen „fleggen met bij voeging dit bezoek te willen verhaasten indien mogelijk alleen om reeden hemne groote vast en eer„ lang stond in te gaan, waer door het zelve te langer dilaij zoude moeten ondergaen, waer op ik zijn HoogE:d onder Contra groete Liet antw: voor als nog geen vasten dag daer toe te kunnen bepalen en dat ongeagt de tusschen komst zijner HoogE: vasten mij dat bezoek even aange„ naem zoude weesen schoon ook nadato om den zelven als dan volgens de usantie teffens met zijne staff groot en ter middagmaal te kunnen houden waer toe het dan voor tegenwoordig tijdig genoeg was om een bequaemsdag vast te stellen versoekende wij„ ders om antwoord hier op van zijn Hoogheid te mogen hebben quam Den Dijema Tongang verzeld van den Bonijs Saturdag den 7: en tolk maertoe mij berigtende dat zijn meester den koning mijne opropositie op den 4: deser gedaen g'amplecteerd hadde maer met een slegt succes alzoo gaas koning leen gezegt had zijne gedruktheid over zijn Broeder na uit spaning had doen verlangen enz Van Maccasser den 5 Iuni 1769 — maandag „ 9: en dat wat zijn weederkeeren betrof 't zij na goa dan wel bij d'E: Comp: of Bonij zij zig zoude onderwarpen aan het geene de wille des Heeren over hem mogte beschoo„ ren hebben, wierd aan den Boutansan gezant op zijn deswegen door eenen sendeling gedaen versoek acces verleend tegens morgen mitsg:s Een ordinair Compeiment van wel„ stands informatie van wegen zijne Bonijse Hoog„ heid ongelijker voegen heurlijk be antwoord, sondag den 8: niets voorgevallen Dingsdag, 10: narigt bekomen hebbende van den ovisite die den ^ van Goa berevans Caraeong Barombong heeden bij den konging koning van Bonij stonden afteleggen, ziet ik desen vorst door den dicentmeester voll verzoeken dat hij bij dit besoek voor al niet wilde na„ laten dese gasten ovoor Eerst bij hem te houden teneende insonderheid deselve te kunnen on„ tasten na de waere reedenen die den jongen vorst mogte hebben gepermaveert, zijn resedentie plaats te quiteeren en zig na het district van Barombong te retireeren, en de mativen hier van verstaen hebbende als dan verdagt te willen zijn op de noodige middelen

NL-HaNA_1.04.02_3277_0547 view scan ↗

English

From Maccasser, the 5th of June 1769 means to clear away the discontent, if there should be any cause for it, as well as to send a report of the matters to me. Upon the return of Voll, I received word that the king, as soon as he had understood my request, had immediately informed his prime ministers thereof, who had accepted this proposal as very suitable and necessary for achieving the intended goal, and had on their part also promised the king to do everything possible to persuade the prince of Goa to stay with him for some time. His Highness had furthermore jokingly made it known that he would not mind seeing—if only I would consent to it—the Macassars allowed to settle their mutual disputes amongst themselves, even if they were to fly at each other's throats, since, as he had further expressed, there remained no fear that they, now fallen to such a low state of power and resources, could cause any hindrance or damage to the other allies. This mission was followed by a subsequent one to Goa's Regent through the assistant Blij, who was ordered to go first thither and subsequently from there also to the Queen of Tello, to repeat to both my grievances concerning the defrauding of the boom toll by various traders who From Maccasser, the 5th of June 1769 Tuesday, the 10th: notice and that, as far as his return was concerned, whether to Goa or to the Honorable Company or Bonij, he would submit to whatever the will of the Lord might have destined for him. Monday, the 9th: the Bouton envoy, upon his request made in that regard through an emissary, was granted an audience for tomorrow, and an ordinary compliment of inquiry after well-being on behalf of His Bonij Highness was courteously answered in like manner. Having received word of the visit that the envoys of Goa from Carasang Barombong were about to pay today to the King of Bonij, I had this monarch requested by the license master Voll that during this visit he would by no means fail to detain these guests with him for the time being, in order especially to be able to question them regarding the true reasons that may have persuaded the young prince to leave his place of residence and retire to the district of Barombong, and having understood the motives thereof, to be mindful of the necessary Sunday, the 8th: nothing occurred. means From Maccasser, the 5th of June 1769 means to clear away the discontent, if there should be any cause for it, as well as to send a report of the matters to me. Upon the return of Voll, I received word that the king, as soon as he had understood my request, had immediately informed his prime ministers thereof, who had accepted this proposal as very suitable and necessary for achieving the intended goal, and had on their part also promised the king to do everything possible to persuade the prince of Goa to stay with him for some time. His Highness had furthermore jokingly made it known that he would not mind seeing—if only I would consent to it—the Macassars allowed to settle their mutual disputes amongst themselves, even if they were to fly at each other's throats, since, as he had further expressed, there remained no fear that they, now fallen to such a low state of power and resources, could cause any hindrance or damage to the other allies. This mission was followed by a subsequent one to Goa's Regent through the assistant Blij, who was ordered to go first thither and subsequently from there also to the Queen of Tello, to repeat to both my grievances concerning the defrauding of the boom toll by various traders who From Maccasser, the 5th of June 1769 were once again in the river of Goa with their vessels, without having first properly paid their duties at the boom here on their cargoes, with the further notification that I would now counter these infringing abuses by having the mouth of the river blockaded by vessels of the boom farmer, without allowing myself to be appeased any longer with fair promises. The Regent thereupon sent word in reply that he had not the slightest knowledge of any smuggling there, and that he had already given the necessary orders in that regard upon earlier complaints, namely to demand from all arriving vessels a proper certificate of the customs duties paid at the Castle in Maccasser, under pain of confiscation; and regarding the few vessels currently present there, according to the report given to him by his coastguard, they contained no other goods than merely binding rattans and coconuts, and that only in an insignificant quantity, each having a value thereof of scarcely 10 rixdollars. The

Dutch transcription

828 Van Maccasser den 5:' Iunij 1769 — middelen om het ongenoegen so er Eenige daer van de ocrsaekt zijn mogte uit den weg te ruijmen mitsg:s van het een en ander aan mij verslag te doen geworden; Bij retour van voll bequam ik berigt dat de koning so dra hij mijn versoek verstaen had aanstonds zijnen Eersten minis ters daar meede kennis van had laten geven, die in dit voor„ stel als ter berijking van het b'oogde doel zeer geschikt en noodsakelijk genoegen genomen en den koning aan zijn zijde me„ „de beloofd hadde alles in het werk te zullen stellen om den goasen en vorst tot Eenig vertoeff bij hem te operquadeeken; Nog had zijn Hoogheid daer na al boert ende te kennen ge„ geven dat hij niet genoegen zien zoude indien ik er slegts in bewilligde:/ dat men de maccassaren hunne onderlinge Brouillerijen onder den anderen liet decideeren al was het ook dat de malkanderen eens ou de hairen zaten, vermits er tog gelijk hij zig verder had uitgelaten, geen bedugting over bleef dat zij thans tot zoo een laagte van magt en middelen vervallen aan de overige bondgenooten van Eenigen hinder af schade zoude kunnen weesen Deese bezending wierd agtervolgd van Eene nadere aan goas Rijksbestierder door den ondertoek Blij die gelast was eerst derwaerts en vervolgens van daer ook na de koninginne van Tello te gaan, om aan beiden mijne doleantien ter herhaalen over het fraudeeren der Booms Toll door deese en geene handelaaren die zig Van Maccasser den 5 Iuni 1769 — Dingsdag, 10: narigt en dat wat zijn weederkeeren betrof 't zij na goa dan wel bij d'E: Comp: of Bonij bij zig zoude onderwarpen aan het geene de wille des Heeren over hem mogte beschoo„ ren hebben, maandag „ 9: wierd aan den Boutansan gezant op zijn deswegen door eenen sendeling gedaen versoek acces verleend tegens morgen mitsg:s Een ordinair Compeiment van wel„ stands informatie van wegen zijne Banijse Hoog„ heid ongelijker voegen heeurlijk beantwoord, bekomen hebbende van den ovijsite die den ^ van Toa beravans Carasang Barombong hieden bij den konging koning van Bonij stonden afteleggen, ziet ik desen vorst door den dicentmeester voll verzoeken dat hij bij dit besoek voor al niet wilde na„ laten dese gasten ovoor Eerst bij hem te houden ten einde insonderheid deselve te kunnen an„ tasten na de waere reedenen die den Jongen vorst mogte hebben gepermaveert zijn resedentie plaats te quiteeren en zig na het district van Barombong te retireeren, en de mativen hier van verstaen hebbende als van verdagt te willen zijn op de noodige sondag den 8: niets voorgevallen middelen 328 Van Maccasser den 5:' Iunij 1769 — middelen om het ongenoegen so er Eenige daer van de ocrsaekt zijn mogte uit den weg te ruijmen mitsg:s van het een en ander aan mij verslag te doen geworden; Bij retour van voll bequam ik berigt dat de koning so dra hij mijn versoek verstaen head aanstonds zijnen Eersten minis ters daar meede kennis van had laten geven, die in dit voor„ stel als ter berijking van het b'oogde doel zeer geschikt en noodsakelijk genoegen genomen en den koning aan zijn zijde me„ „de beloofd hadde alles in het werk te zullen stellen om den geasen en vorst tot Eenig vertoeff bij hem te opersuadeeken; Nog had zijn Hoogheid daer na al boert ende te kennen ge„ geven dat hij niet genoegen zien zoude indien ik er slegts in bewilligde:/ dat men de maccassaren hunne onderlinge Brouillerij en onder den anderen liet decideeren al was het ook dat de malkanderen eens in de hairen zaten, vermits en tog gelijk hij zig verder had uitgelaten, geen bedugting over bleef dat zij thans tot zoo een laagte van magt en middelen vervallen aan de overige bandgenooten van Eenigen hinder af schade zoude kunnen weesen Deese bezending wierd agtervolgd van Eene nadere aan goas Rijksbestierder door den ondertoek Blij die gelast was eerst derwaerts en vervolgens van daer ook na de koninginne vvan Tello te gaan, om aan beiden mijne doleantien ter herhaalen over het frandeeren der Booms Toll door deese en geene handelaaren die zig Van Maccasser den 5 Iunij 1769 — zig in de rivier van goa alweder met hunee vaertuigen be„ vonden, sonder alvorens hunne laadingen na behoo„ „ven aan de Boom alhier te hebben laten vertallen, met verder aanzegging dat ik dese Jnfractoire misbruiken als nu zoude tegen gaan met de mond: van de revier door vaartuigen van den Booms Pagter te laten bezetten, zonder mij verder met schoone belof„ ten te laten paijen, Den Rijksbestierder diet daer op tot bescheid weeten van geene smakkelarijen aldaar de minste kennis te hebben ook alreede op vroegere klagten de nodige oro„ „dres dien aengaande te hebben gegeven, om namelijk van alle aankomende vaartuigen een opasten bewij„ „se der gedaene vertalling aan 't Casteel op Matcas„ ser af te vorderen, sub pdice van confiscatie, en wat belangde de weinige vaartuigen die zig thans daar bevonden volgens het Rapport dat hem daer van door zijnen strand wagter gegeven was, dat dezelve geen andere waahr in hadden dan een„ „lijk Bindrattingen en Clappers en dat slegts nog in eene niet noemenswaerdige oparthij als nauwlijks ijder de waerdij van rd=s 10 daer van „ hebbende. De

NL-HaNA_1.04.02_3277_0551 view scan ↗

English

125 130 From Maccasser the 5th of June 1769— The Queen of Tello stated that she had no authority over the entrance of that river to be able to prevent smuggling, as it pertained to outside her jurisdiction, and that she had already employed all that was in her power and had strictly forbidden her subjects from buying any goods from those people if they were not provided with a pass. Upon the granted access, the envoy of Bouton appeared, who, having offered congratulations, made a request for some small items needed for the repair of his vessel, which was granted to him and with which he departed again. Towards the evening, His Bonian Majesty sent word that whatever efforts he had made to keep the King of Goa with him, he had not been able to persuade him to do so, under the pretext of having to take medicine; that he had likewise been unable to achieve his goal of fathoming the cause of his departure, other than that he had declared an excess of heartache and melancholy over his absent brother had made him take that decision; and lastly, that he had promised, as soon as he had finished the use of the medicines, to come and see the King again, also From Maccasser the 3rd of June 1769 — also the Regent of Goa requested to be allowed to confer with one of my confidants in a secluded place, which was granted to him for tomorrow. Wednesday the 11th: The License Master Voll, having been sent by me to the house of a confidant, there appeared at the same time, upon his request of yesterday, the Regent of Goa, who, having given a report of his master's departure, insofar as he had nevertheless not left his dependent territory, and therefore had hitherto withheld this report in the hope that he might allow himself to be persuaded and return. Being asked thereupon for the reasons thereof, he assured upon his law book with a religious solemnity that, notwithstanding all the effort made, he had not been able to draw anything else from his master than that he had made known that he was very melancholy over the absence of his detained brother, and out of affection for the same, he had also resolved, as soon as he had retired from Goa, to withdraw himself entirely from his relationship to his realm and subjects. To this, that minister added that it was not surprising that his master made use of this pretext of his brother's misfortune, 127 132 From Maccasser the 5th of June 1769= as being solely aimed at pursuing this matter to please his grandmother, Arou Palacca, who daily troubled him with it to impress this into his mind by all means, even adding reproaches as if he were not a lawful monarch and had only ascended the throne of his brother by way of usurpation, after having tripped him up, and what more of the like; and further declared that in his office as First Minister of State in this matter, to bring the King back to his duty, he had already done more than he was obliged to according to the laws of the land, claiming not only to have troubled him about this in person once and again while at Barombong, and to have inquired after the reasons and cause of the sorrow that had made him take this step, in order to discover whether he had been given cause for displeasure by any of the realm's grandees, or whether any slight had been shown him in one thing or another, but that his sister, the Queen of Tello, had also been active to that end, From Maccasser the 5th of June 1769 — both, however, without any other outcome, after many scornful rejections, than what was mentioned before; all of which he made known had caused him so much grief that, without the intervention of some turn of events for the better, he would rather resign his office and dignity. Whereupon he took his leave and went to the King of Boni. Thursday the 12th: I sent the License Master Voll with very detailed instructions to His Bonian Highness, whom I caused to be sounded out regarding his judgment and feeling about the conduct of the King of Goa, the more so since I had learned with regret that the day before yesterday, contrary to our agreement and beyond all expectation, having not been open to persuasion to stay any longer, he had already departed from there again. In particular, Voll was also instructed to inquire how the Regent of Goa had expressed himself to His Highness yesterday, that it appeared to me the causa movens of this whole affair was none other than Arou Palacca, whom, because of her restless and all too lively nature, I did not consider above inciting, alongside 129 134 From Maccasser the 3rd of June 1759. — other ill-intentioned persons, some unrest in the interior as well, out of revenge in case their desire were rejected by Their High Excellencies. An untimely passion, into which the prince was carried away from a sentiment of fear and anxiety upon hearing of unrest being brewed in Boni through the agency of Arou Palacca, was the reason that the License Master failed this time and returned almost without having accomplished anything; for the King, as if immediately unwilling to give him time to present his commission further, had called near him the Tomilalang Djema Tongang and Arou Timodjong, saying very brusquely: it is time that I am cautious so that nothing may be laid to my charge afterward; and asked them whether they judged that any calamity was to be feared for the country in case Arou Palacca were to go to the interior, adding thereto that they had to express themselves frankly in this regard, since this question came from my side (contrary to the plan of this negotiation). Their answer entailed that in the power

Dutch transcription

125 130 Van Maccasser den 5 Iunij 1769— De koninginne van Tello gaf te kunnen geen magt over het in„ komen dier rivier te hebben, om het smokkelen te kunnen beletten als buiten haar jurisiectie gehoorende en dat se bereeds deet geen har in doenlijk was in 't werk gesteld en aan har onderdaanen scherp verboden had van die Lieden geene waaren af te koppen, zoo ze van geen Tel pas voor„ zien waaren. op het verleend acces verscheen den Boutonsen gezant die na afgelegde felicitatie om eenige klijnigheeden tot heet repareeren van zijn vaartuig benoodigd versoek deede, het geen hem g'accordeert wierd en waermeede hij weder vertrak. Iegens den avond liet zijn Bonijse Majesteit berigten dat wat moeijten beij ook hadde aangewend om den ko„ „ning van 90a bij zig te houden hij den selven daer toe niet had kunnen disponeeren onder voorwendsel van te moeten medicineeren, dat heij ook even zo mmin zijn doel had kunnen berijken om te doorgronden de oorsaek zijner uitwijking van alleen dat hij had verklaerd een over„ maat van hert zeer en vroefglstigheid over sijn afwe„ „tigen broeder heem dat besleit had doen neemen en las„ „telijk, dat hij beloofd had soo dra bij het gebruik der medicijnen zoude verlaten hebben den koning nader te zullen komen zien, ook Van Maccasser den 3:' Junij 1769 — ook Liet den goasen rijksbestierder versoeken op eene afge zonderde plaats met eene mijner vertrouwelingen te mogen confereeren 't geen hem op morgen toegestamt wierde woensdag den 11: Den Licentmeester voll ten huise eener vertrouwling door mij gezonden zijnde verscheen op zijn versoek van gis„ „teren aldaer tegelijk den goasen Rijksbestierder die ver„ slag gedaan hebbende van zijne meesters uijtwijking in zoo verre hij nogthans zig niet van zijn onder„ horig grond gebied had begeven en daarom ook tot dus verre dit berigt had agtergelaten, inde hoop hij zig zoude la„ ten gezeggen en wederkeeren deese daar op gevraagd zijnde na de reedenen van dien, verzekerde op zijn wet boek met een gods dienstigen Ernst uit zijn meester ongeagt alle aangewende moeijte niet anders te hebben kun„ „nen ontrecken dan dat hij te kennen daad gegeven e„ „ver het afwesen van zijnen gedetineerden Broeder zeer droefgeestig te zijn, en uit zugt tot den zelven ook bij zig voorgenoomen had zoo dra hij uut goa zoude zijn geretireerd zig van zijne betrecking tot zijn rijk en onderdanen te eenemaal te onttrecken. hier voegde die Ministers bij dat het niet te verwonderen was hoe zijn meester dit voor„ wendsel van zijn broeders ongelujk te baat nagen 127 132 Van Maccasser den 5:' IJunij 1769= nam als alleen daer op uit zijnde om dit stuk te drijven ter believing van zijn groot moeder arou palacca die hem dage „lijx daar mede Lastig viel om hem dit door alle middelen in den zin te prenten, ock zelve veruijtigen daer bij voegde als waere heij geen wettig vorst en slegts bij wege van uiscupatie op den Thraon van zijnen broeder gestegen, na den zelven de veel te hebben geligt en wat dis meer was en betuijgde wijders in zijn ampt als Eerste staats Dienaar in desen om den koning weder tot zijn pligt te brengen bereeds meer te hebben gedaan dan bij navolgens de Lands wet„ „ten gehouden was, voorgevende niet alleen zelve in persoon een en andermaal den selven op Ba„ rombong zijnde, hier over lastig te zijn gevallen, en na de redenen en oorsaak van het verdrict dat hem desen uitstap had doen begaan te hebben aangezogt, ten einde te ontdekken of hem ook door Een der rijks„ grooten reeden tot misnoegen gegeven dan wel eenige klijn agting in 't Een of andere beweesen was, maar dat ook zijn zuster de koninginne van Tello hier in tot dat einde werkzaam was ge weest nen Van Maccasser den 5 Iunij 1769 — weest beiden egter zonder ander uit sluitsel na veele sma„ delijke afwijsingen dan het voorwaerts gemelde„ al het welk beij te kennen gaf hem zoo veel verdriet te heb„ ben gebaart dat hij sonder tusschen kamot van Eenige keer van zaken ten goeden als van Liever zijn ampt en waardigheid wilde neder leggen. naer meede bij afscheid genomen en na den koning van Bonij zig begeven had. Donderdag den 12 sond ik den Liceutmeester vall met een zeer ut voerige Jnstructie na zijn Bonijse Hoogheid dien ik bij de„ zelve deed ondertasten na zijn oordeel en gevoelen over het gedrag van den koning van goa, te meer nadien ik met leedeweesen had verstaen dat hij Eergisteren Con„ trarij onse afspraak buiten alles verwagting tot geen langer verblijf te opertuadeeren geweest zijnde al rae weder van daer vertrocken was, in sonder„ heid was voll ook gelast zig te informeeren doedanig zig den goasen Rijksbestierder gisteren bij zijn Hoogheid haid uitgelaten, dat het mij voorquaam de Cousa mo„ „vens van dit gantsche bedrijf niemand anders te zijn dan alleen Arou Palacca, die ik om har onrustig en al te levendig naturel niet te goed agttede om nevens ander 129 134 Van Maccasser den 3:e' Junij 1759. — ander qualijk g Jntentioneerden in de binnen landen ook Eenige onlusten te verwecken, uit weerwraak ingeval deare begeerte door har Hoog Ed:s wierde afgeweesen: Een ontijdige drift waer toe den verst uit een begin„ sel van vreese en ongerustheid op het hooren ovan on„ lusten in bonij voor toedoen van Arou Palacca te brouwen vervoerd wierd, was oorsoek dat den Licentmeester dese rhijse qualijk slaagde en ge„ noegsaem onverrigterzake te rug keerde, want den koning als aanstonds hem geen tijd hebbende willen geeven, verder zijnen last voort te brengen den Tomilalang Djema Tongang en Arou Timod„ „jong na bij zig geroepen hadde, zeggende zeer Brusq het is tijd dat ik voorzigtig ben op dat men mij nadierhand niets te lasten legge, en hen gevraagd of t'oordeelden dat het land eenig onheijl te dugten stont, ingeval Arou Palacca zig na de binnen landen mogten begeven, daer bij voegende dat ze zig hier omtrent rondborstig verklaa„ ven moeste, dewijl dese vraage van mijnent wegen quam / strijdig den aanleg deser onder„ handeling (hun antwoord behelsde dat in de magt

NL-HaNA_1.04.02_3277_0556 view scan ↗

English

From Maccasser, the 5th of June 1769 power of Arou palana and her faction could pose so little danger, This first outburst of the prince's misunderstanding was so violent that Voll already at the beginning made every effort in vain to calm him down and to make him understand that it had never been my intention to make this negotiation public among his courtiers, was followed by such an insolence in all his other sayings that the other, deeming it inadvisable in this inconvenient juncture to disclose to him anything further of that with which he had been charged to discuss with his majesty, broke off the conversation by asking the prince what report regarding that which had been discussed he wished to have made to me, whereupon he had answered still very passionately, I have indeed already informed the governor that I have not been able to keep the youth with me against his will, and that he has given me no other reasons for his grief than solely the absence of 136 From Maccasser, the 5 June 1769 — his brother, and as for the Regent of goa, from him I have likewise been able to discover nothing else than, to declare my opinion thereon, it seems to me that the Macassars, weary of the present administration of affairs which seems to them burdensome and intolerable, desire another king, Herewith Voll departed after having taken his leave. Friday the 13th: The Under-Interpreter Blij was dispatched to the Regent of goa mainly to ask him what negotiation he had had the day before yesterday with the King of Bonij. Whereupon it was reported to me that the Regent had made known to him: How he, after his conversation with the License Master, had proceeded to the Court of Bonij, especially in the trust that he would still find his master, the young King of goa, there, That he was mistaken in this and had been informed by the King of Bonij of the brief stay of his master there, on which occasion his majesty had further related to him that From Macasser, the 5th of June 1769 — he had tried by all amicable means to keep the young prince with him any longer, but that it had been fruitless, since he, under the pretext of indisposition, had promised to return after having taken medicine at Barombong, and had crossed over again that same evening, having, to everything his majesty had employed to fathom the reason for his gloominess, merely answered that he was not offended by anyone in any respect, but was only grieved over the absence of his brother. That he, the Regent, having reported that his enterprise at Barombang had likewise met with no better success, had further asked the king for advice on how to behave in these delicate circumstances, who had rejected this as curtly as coolly, declaring that he was afraid to give any advice therein, the more 138 From Maccasser, the 5th of June 1769 — so because he already, from a Macassar letter written by the king detained at Batavia to Arou Palacca, had been able to gather from some, albeit crossed-out, words that he, the king, together with the former governor, Mr. Sinkelaar, was being blamed for having given the order and having been the cause that the same was apprehended at Bima and sent up, wherefore he wished to keep entirely out of this and not be involved therein in any way, the more so as it was a matter that concerned him as little as the Honorable Company directly, but which the Macassars alone possessed the freedom and authority to settle according to their country's laws and customs. Saturday the 14th Sunday the 15th Monday the 16th Tuesday the 17th: Nothing that ought to be noted in this occurred. Wednesday the 18th: I received on behalf of the Queen of Tello, with a friendly compliment, the news that her From Maccasser, the 5th of June 1769 — Thursday the 19th: Nothing occurred. Friday the 20th: her daughter, married to Adatoeang ri sidenreeng, had been delivered of a daughter. I had Her Highness thanked for this communication and duly congratulated. The Regent of goa having requested me to send him an interpreter so that he could charge the same to communicate to me some further information concerning that which had been so strongly and emphatically commended on my behalf during his last conference with Mr. Voll in the Chinese street, I sent the Head Interpreter Brugman thither, who upon his return reported: That the minister had made known to him, How he, in his investigation into the true reasons for his master's retreat from goa, had at the same time again employed all means to remove whatever might strengthen him in this his departure, and to persuade this youth to return, but that he had made no progress with all this, as the king still continually continued to pretend that this was out of heartache and grief Over

Dutch transcription

Van Maccasser den 5:' Junij 1769= magt van Arou palana en haren aanhang zoo zeer geen gevaar konde steeken, Deese Eerst vlaag van s vorsten mis verstand so hevig geweest dat voll al bij den aanvang alles te overgeefsin 't werk stelde om hem tot bedaaren en in Concept te brengen dat het nimmer mijn optentie was geweest dese onderhandeling onder zijne hovelingen opublijck te maken, wierd gevolgt van een onbescheidenheid in alle zijne overige gesegdens sodanig dat den anderen niet geraaden oordeelende hem in deese onge„ legene zuijm verder open te leggen al het geene waar meede hij belast was sijn majest: te onderhouden, het gesprek had afgebrooken met den vorst te vragen wat verslag nopens het ver„ handelde hij aan mij begeerde te hebben gedaen, waar op hij nog al zeer passieus g'antwoord had, Ik heb den gouverneur immers alreede laten berigten dat ik den Iongeling tegen wil en Dank niet langer bij mij hebbe kunnen houden, en dat bij mij ook geene andere reedenen van zijn verdrict gegeven heeft, als eenlijk de afwesendheid van 136 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 — van zijnen Broeder, en wat den Rijksbestierder van goa betreft uit den zelven heb ik meede niets anderes kun„ nen ontoecken, dan, om mijn gevoelen dier over te decla„ reeren so komt het mij vvoor dat de maccassaren moe„ deloos over het tegenswoordig bestier van zaken dat hun deart en onverdragelijk scheijnt eenen anderen ko„ ning begeeren, Hier mede vertrok voll naar afscheid „ hebben genamen„ wierd den ondertoek Blij na den rijksbestierder van goa vrijdag den 13: afgevaardigd om den zelven hoofd sakelijk te vragen welk eene onderhandeling hij voorgisteren met den koning van Bonij hadde gehad. waer op mij gerapporteerd wierd dat den rijkbestier „der hem te kennen had gegeven:—: Hoe hij na zijn gesprek met den licentmeester zig na 't Hoff van Bonij hadde begeven inzonderheid in vertrou„ wen zijnen meester den Iongen koning van goa nog aldaer te zullen vinden, „hier Dat hij„ in bedrogen en door den koning van Bonij onderrigt was geworden van het ikortstondig verblijf van zijn meester aldaar, bij welk gelegentheid zijn mazest: hem nog wijders verhaald „te Van Macasser, den 5:' Iunij 1769 — verhaald hadde dat hij den Iongen vorst langs alle min„ nelijke wegen getragt had nog langer bij zig te hou„ „den dog dat vrugtelars was geweest, aangezien hij onder voorwendsel van Indispositie had beloofd na op Ba„ rombong te hebben gemedicneert te zullen weder komen, en dien zelvden avond weder was overtroe„ ken, hebbende op al het geene zijn majest: had aangewend om de reeden van zijn mistroostig„ heid te door gronden, slegts g'antwoord, door nie„ „maand in Eenige opzigten g'affenceerd maar al„ leen over het afwezen van zijnen broeder treurig te zijn. Dat hij Rijksbestierder daar op zijne onder„ neming ingelijkervoegen op Barombang berigt hebbende van geen beeter succes geweest te zijn verder een koning om raad had gevragd, hoedanig zig in dese netelige omstandigheeden te gedragen, die dit zoo reusch als koel van de hand geweesen had onder betuiging daer inne bevreest eenige raad te geven, te meer 138 Van Maccasser den 5:' Iunij 1769 — meer alzo hij bereedes, bij een maccassaarsen, brief van den op Batavia gedetineerden koning aan Arou Palac„ ca geschreeven, uit Eenige hoewel doorgehaalde woorden dead kunnen merken dat men hem koning nevens den geweesen gouverneur de Heer Sinkelaar te lapste. leijde ordre gegeven te hebben en d' oorsaek te zijn geweest dat den zelven op Bama g'appreshendeerd en opgezonden was geworden, waar omme hij zig te Eenemaal hier buiten koude nogte op eenigerlij wijze daer inne betrocken wilde zijn, te meer het ook een zaak was die hem zoo min als d'E Comp: direct aanging maar die de maccassaren alleen de vrij„ heid en Falulteit bezaten na hare landswetten en gebruiken afte doen Saturdag den 14 Sondag „. 15 Maandag „ 16 ontfang ik van weegen de koninginne van Tello Woensdag „ 18 onder een vriendelijk Compemment de tijding dat Dingsdag „ 17 Nieto dat in deese behoort te werden aangeteekend: haar Van Maccasser den 3„' Junij 1769 — vrijdag donderdag den 19: nieto gepasseert kar dogter getrouwd met Adatoeang ri sidenreeng van een dagter bevallen was. Ik liet har Hoogheid voor dese Communicatie bedanken en na behooren geluk wenschen„ „ 20 Den goasen Rijksbestierder mij hebbende laten versoeken dat ik hem Eenen Talk wilde toezenden om den zelven met eenig verder narigt aangaande het geen bij zijne laatste Conferentie met den her voll in de Chineese straat van mijnent wegen zo kragtig en nadeuk„ „kelijk was aan bevoolen ter Comminuicatie aan mij te kunnen Chargeeren, zoo zond ik den oppertoek Brug man derwaerts die bij retour berigte, Dat hem die ministen te kennen had gegeven, Hoe hij in zijne navorsching na de wesendlijke reedenen van zijn meesters aetraite uit 90a teffens weder alle middelen in't werk had gesteld om au't den weg te ruimen het geen den zelven in dese zij„ „ne Demarche mogte kunnen sertijven, in desen Iongeling te persuadeeren te rug te keeren, dog dat hij met dit alles niets gevorderd was, al„ soo de koning nog al immer voorwenden bleef zulks uit hart zeer en droefheid Over

NL-HaNA_1.04.02_3277_0561 view scan ↗

English

From Makassar, the 5th of June 1769 to have acted solely out of the absence of his brother, adding thereto that he had felt capable of easily overcoming any other suspected cause thereof, but in this state of affairs was totally unable to do so, for, he had said, to encourage the King in the certain expectation of seeing his so dearly longed-for brother again very soon in the near future, in order to make him return inside by this lure, would be tantamount to wishing to deceive him openly, and at the same time also directly to oppose the most likely intentions of the Honorable Company, which, as has been most abundantly confirmed by earlier examples, would effect nothing other than my undeniable downfall. In the afternoon the King of Boni sent me an envoy with the request that he would gladly treat with the License Master concerning some matters, which is why I dispatched the same thither the following day with orders not to commit to anything, but merely to listen accurately to what His Highness had to bring forward. Saturday the 21st, Voll having returned, I received a report that the King had initially declared to him how the people of Boni had held council together and taken a resolution, which he also read aloud, briefly containing that they had agreed to leave the matter concerning the departure of Goa's King to the Honorable Company, and to conform fully with their pleasure; further excusing himself, as it were, that he had not succeeded in detaining that monarch on the 10th of this month, toward which he testified to have contributed everything that was possible for him, and that just as he could not conveniently have turned away that youth when he came, he could just as little have forced him to stay against his will and pleasure; very urgently requesting me not to burden him further with this, since he would thereby appear even more suspicious to Aru Palakka, who at the recent visit of her grandson had very carefully recommended to him, with that in view, not to let himself be persuaded to any delay, regardless of all the friendliest persuasions. That he meanwhile indeed believed, and already thought he could perceive, that Aru Palakka, now that this matter had come so far, greatly repented, and indeed wished she had not begun this game, as it was as clear as day that she was the sole mainspring and the fosterer of this work, for her grandson was far too innocent and too young for such an enterprise, just as he had also shown himself to be the last time in the garden, when his grandmother sat sighing so bitterly, while he in the meantime played with the little son of His Highness, tickled him with his finger, and now and then laughed heartily about it. The King, having come this far in his conversation with Voll, had turned to his grandees and asked them whether the Makassarese had duly observed their duty toward their king, wishing thereby also to indicate whether they had gone to receive him properly; who gave as an answer: Yes, completely, the Makassarese have done everything for their king that their duty entails, and even more than that, without having given him any reasonable cause for displeasure. Which he had concluded by saying: I fear that it may go with the King of Goa and his realm just as with the maidens who, having rejected their lovers for some time out of pride, repent too late over the loss of the same. Lastly, upon leaving, he had earnestly repeated his request to me that I would please not involve him in that matter and that he would rely upon me in this. In the afternoon, having summoned the Jema Tongang of Boni to me, I let the King know through this servant that His Highness would please only think of a remedy for the Makassarese malady, which I would subsequently try, so that we might work together mutually for the good in this. Nothing occurred on Sunday the 22nd. On Monday the 23rd the King sent me word again through this servant of his that he had understood my opinion of the day before with satisfaction, and that the only means appeared to him to be to investigate the matter again more closely, and then to effect what was necessary according to the findings. Hereupon I sent Voll again to him to tell him that I could not admit his proposal of a further investigation, as I judged it by no means advisable to occupy oneself needlessly with so many preliminary inquiries, since the true reason for his displeasure was sufficiently known to be the absence of his brother, regarding which, however, there was nothing else to do than with

Dutch transcription

135 140 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 — over sijn Broeders aficeesen alleen te hebben gedaan daer bij voegende Dat hij zig sterk had gemaakt Eenige andere ver„ moedelijke oorsaak daar van ligtelijk te boven te zullen komen, Edog in deese Caises van zaa„ ken hier toe te Eenemaal onvermogen was want had hij gezegt den koning, te sterken in de sekere verwagting van sijnen soo seer overlangden broeder veel ligt Eerst drago te zullen wee„ „der zien, om hem door dit lokaas weder binnen gea te doen keeren, waare even zoo veel als den zelven opentlijk te willen bedriegen, en teffens ook mij regt streeks aan te konten tegens de waarschij„ nelijkste oogmerken der E Comp: het geen gelijk door vroegere voorbeelden ten overvlaedig„ sten bevestigd is niet dan mijn ontwijf„ felbaaren vall zoude bewerken, Na de middag sond den koning aan Bonij mij eenen sendeling met versoek dat hij gaarne over Van Maccasser den 5:' Junij 1769= G over Eenige zaken met den Licentmeester wilde handelen waarom ik den zelven s'anderendaags derwaerds af„ vaardigde met last zig nergens over uit te laten maar slegts nauwkeurig aan te hooren wat zijn hoogheid voor den dag te brengen had„ Saturdag den 21: voll te rug gekomen zijnde, kreeg ik berigt dat de koning hem aanvaankelijk verklaard had, Hoe de Boniers te samen geraad opleegt en Een besluit genomen hadden soo als hij teffens op las, beheesende kort Dat zij over Een gestamt hadden de zaak behelsende de uitwijking van goas koning aan d'E Comp: over te laten en zig ten vollen met derzelver goedvinden te zullen conformeeren, zig verder als 't waere verschoonende dat hij in het aanhouden van dien vorst op den 10:' dezer niet was gerlusseert, waer toe hij betuijgde alles wat hem mogelijk was geweest te hebben gecontribueert en dat zoo min hij dien Iongeling wanneer hij was gekomen gevoeglijk van de hand had konnen wijzen, hij den zelven ook even zoo min tegens wil en dank had kunnen noodsaeken om te blijven, mij seer dringend 137 142 Van Matcasser den 5=' Junij 1760: dringend versoeken latende hem hier meede niet verder te willen beswaeren, al zoo hij daar door nog meer suspec= soude scheinen bij Arou Palema, die bij het jongste bezoek van haeren klein zoon den zelven in dat vooruitzigt seer sorgvuldig aan bevoolen had, zig ongeagt alle de vriende„ delijkste persuasien tot geen vertoef te laten bepraeten. Dat hij intusschen wel geloofde en alreeds meende te kunnen merken dat arou palacca nu deese zaak zoo verre is gekomen grootelijks berouw heeft, en wel wenschte dit spel niet te hebben begonnen, alzoo het zonneklaar bleek dat zij de Eenigste grondveer en het voersel van dit werk was, want hairen klein zoon tot dier gelijken antwerp veel te onnasel en te Jong was, gelijk hij zig ook soodanig de laatste„ maal in de thuijn betoond hadde wanneer zijn groot„ moeder zo bitter dead zitten duijlen leij ondertusschen met het soontje van zijn hoogheid gespeeld het ^en zelve met den vanger gekitteld en nu dan hartig daar over gelaggen had. Den koning tot hier toe in zijn gespaek met voll Van Maccasser den 3:' Junij 1769. voll gekomen zijnde had zig tot zijne rijksgrooten „gewend en henl: gevraagd of de manassaren hunnen opligt omtrent hunnen koning na behooren hadden betragt daer meede ook te kennen willende geveen of zij Eenen waren gegan om den zelven behoor„ lijk in te halen die tot antwoord gaven Ja vol„ komen de maccassaren hebben aan haren koning alles gedaen wat haer pligt mede brengt en zelfs meer als dat sonder hem ook Eenige bullijke reeden van misnoegen te hebben gegeven. het geen beij beslooten had niet te zeggen ik vreese dat het den koning van goa met zijn rijk maar niet en gaa gelijk de maagden die hare minnaars een tijd lang uit Fierheid hebbende afgeweesen over dezelver verlies te laat berouw kuijgen. Laatstelijk onder het weg gaan had hij zijn ver„ soek aan mij ernstig doen herhalen dat ik hem dog in die zaek niet wilde betrecken en dat hij zig hier inne op mij verlaten zoude, Nademiddag den Djema Tongang van Bonij 139 144 Van Maccasser den 5 Iunij 1769. bij mij ontboden hebbende deed ik den koning door deesen Dienaar weeten Dat zijn Hoogheid maer slegts een Recept voor der maccassaren quael geliefde int te denken heet gen ik dan vervolgens zoude bevrijden op dat wederzijds door ons hier inne ten goede gewerkt wierde. niets gepasseert Sondag den 22 Liet mij den koning door deesen zijnnen dienaer weder baotschap Maandag „ 23 „pen mijne neeming van sdaags bevoorens ten genoegen te hebben begreepen en dat het eenigste middel hem woor„ quam te zijn de saak op nieuw nader te onderzoeken en als dan na bevinding het nodige werkstellig te maken. Hier op zond ik voll weeder na den zelven om hem aan te zeggen dat ik zijn voorstel van een nader ondersoek niet admitteeren kande, also het geensints raadsaam oordeelende met so veele praeleminaire Enquesten nadeloos zig op te houden, daar de waare reden van zijn misnoegen genoegsaem bekend was, „de afwesendheid van zijn broeder te zijn, dog waer omtrent niet anders te doen owas dan met

NL-HaNA_1.04.02_3277_0566 view scan ↗

English

From Maccasser the 5th of June 1769 — to await with patience the disposition of Their High Excellencies. That the Macassars on their part, indeed according to the witness born at the inquiry of the Bone court itself following what passed at His Highness's on the 21st instant, had given their king no cause for displeasure, but on the contrary had shown him every accommodation and had completely observed their duty. That it was, moreover, more than too well known through whose doing this young prince had been brought to that excursion, which therefore also required an exception; for otherwise, if he were a man of mature judgment, it would no longer be fitting for the Honorable Company or Bone to further admit him as King of Goa, because he shows signs as if he wished to oppose the Honorable Company's salutary aims and resolutions in the banishment of his dethroned brother, and thus, through neglect of duty and obligation, fail to observe the contracts so solemnly sworn and accepted by him. On account of all which no further investigation was required, but one ought on the contrary 186 From Maccasser the 5th of June 1769= rather to contemplate means for a speedy prevention and redress of all further confusions and estrangements to be feared; and that regarding this, my plan was to summon the Regent and other grandees of Goa to a meeting expressly convened for that purpose before me, whereat His Highness, in order to lend more solemnity to the matter, might send two commissioners in his name as assessors, at which time I intended to admonish the Macassars to go and invite their king once again to betake himself inside his residence. This being the only means that appeared proper to me to see an end to this delicate matter, and if His Highness agreed with me herein, he might then by a letter in his name recommend to the Regent the pursuit of this my advice. The From Maccasser the 5th of June 1769= The King, according to the report of the License Master, had fully conformed to this my plan and promised that everything would be fulfilled on his part. In consequence hereof, I had Goa's Regent requested through an Onderkoopman to present himself before me with all the Goan grandees tomorrow at the stroke of 9 o'clock, which he accepted. Tuesday the 24th. The Macassar grandees having appeared this morning before me together with two Bone commissioners and having taken their seats, I first retired with the Regent of Goa into a separate room, and having then disclosed to him the plan agreed and determined upon between myself and the King of Bone, I recommended him, in order to prevent all further estrangement and displeasure, to seize this opportunity so as, as briefly as possible, 148 From Maccasser the 5th of June 1769= to halt the further course of this estrangement and to persuade the court to follow the salutary advice that was to be given to them there today; whereto this minister answered me that he had learned that the King desired that he, the Regent, in person together with all the grandees, with the sudang, being the state ornament, should come and fetch him, as it were to cover the disgrace of the excursion he had made with that solemnity. That the Macassars on their part found difficulty herein, partly because this was as much to them as convicting their prince of lying and inconstancy, which they were not permitted to do, and partly because this conduct was wholly contrary to their country's laws; of which sentiment he also professed to be, the more so since he, the Regent, had more than sufficiently observed his duty on three different occasions when he had come to the King with all the grandees to that end, while the latter had not even deigned to speak with them, let alone listen to their counsel, just as little as to the admonitions which he, the Regent, had made to him on those From Maccasser the 5th of June 1792 occasions, but had merely answered that he no longer wished to be King of Goa in the place of another to whom it belonged, as he had also demonstrated by deed through his clandestine departure, and without the least harm having been done or shown to him on their part, but on the contrary all respect, submission, and complaisance, just as they had esteemed him on account of his gentle and pliable nature, whereas it is the steadfast law among them that whenever a king departs from Goa even for merely a single night, all the nobles and ornaments of the realm must accompany him. That since he had been able to emancipate himself so far as to go against the law, they were not permitted to offer such a king the dignities thus rejected by him, nor to accept him in his former post, unless they wished to violate and break their ancient institutions and thus make themselves perjurious to the oath which each of them had solemnly sworn to the realm, formerly into the hands of the King himself. I answered hereupon: That he could indeed not be held to be entirely in the wrong herein, but that I nevertheless wished, since the matter in itself viewed from the other side loses much of its gravity,

Dutch transcription

Van Maccasser den 5 Iunij 1769 — met gedult afte wagten de despositie harer hoog Edelheedens Dat de maccassaren aan heune zijde immers na het getuigen is bij onderzoek van heet Benijs shaf zelfs jngevolge het gepasseerde bij zijn hoogh: op den 21: heujes g'een reeden van angenoegen hunnen koning gegeven maar den selven in tegendeel alle inschikking betoont en hun opligt volkomen geabsseeveert hadden. Dat het daer en boven meer dan te wel bekend was door wiens toe doen deese gangen vorst tot dien aut„ stap was gebragt het geen daar om ook een uit„ sondering overeischte, want dat anders indien hij een man was van volwassen oordeel het d'E Comp: af Bonij thans al niet meer zoude voegen hem verder als koning van goa te admitteeren om de wille hij blijken komt te geen als wilde hij zig tegens sE Comp: salutaire oogmerken en Besluij ten in de verwijsing van zijnen gedetroneerden Broeder verzetten, en dus door agterlating wan pligt en gehouden is de bij heem zoo plegtig beswoo„ vene en aangenoomene Contracten nialeeven, uit hoofde van al het welke geen verder onder„ soek meer vereischt wierd maer men daer en tegen 186 Van Maccasser den 5: Iunij 1769= tegen Eerder op middelen tot een spoedige voorkomst en redres van alle verdere te dugtene Confusien en verwijderingen bedagt diender te zijn een ^ dien aangeande was omme den Rijksbestierder dat mijn Concept ^ en verdere grooten van „be goa tot Een Expres daer toe te „ leggen te sa„ men komst, bij mij te ontbieden, waer bij zijn Hoogheid ten eijnde de zaak meer solemniteit bij te zetten twee gecomm: unt desselfs maam soude kunnen zenden, als Assessoren, wanneer ik de macassaren dagte te vermanen kunnen koning andermaal te gaan nodigen zig binnen zijn residentie te willen begeeven. Dit het Eenigste middel zijnde dat mij voorquaee gepast te weesen om een einde van die netelige zaak te zien en zoo zijn Hoogheid hier inne met mij over eenstemde hij als dan bij een briefje den Rijksbestierder uit zijn naam de agtervolging van deese mijmen raad wilde doen aanbevelen. De Van Maccasser den 5:' IJunij 1769= De koning had zig volgens het Rapport van den Licent„ meester met dit mijn Lijsthema ten vollen geconformeert en beloofd aan het een en ander van zijne zijde te zul„ „len voldaen, Jngevolge heer van Liet ik goas Rijksbestierder door een ondertoek verzoeken zig met alle de goase Rijksgrooten tegens morgen de klakke 9. uuren bij mij te laten vinden het geen hij aanname Dingsdag dan 24 De Maccassaarse Rijksgrooten te samen met twee Bonijse gecomm: heeden ogtend bij mij verscheenen en zitplaets genomen heb„ bende begaf ik mij voor af met den Rijkbb: van 90a in een apart vertrek en densel„ ven als toen van den aenleg tusschen mij en den koning van Bonij afgesprooken en vast gesteld de vereijschte opening ge„ geven hebbende, recommandeerende ik hem tot voorkominge van alle verdere verwijdering en misnoegen dese gele„ „gentheid te Capteeren, om 30 kort als mogelijk 148 Van Maccasser den 5:' Iunij 1769= mogelijk den verderen doop deser verwijdering te stuiten en het hof tot de naervolging van den heilsaemen raad, die hen heden daar hoe stond te werden gegeven over te healen; waar op desen ministers mij antw: te hebben vernomen dat den koning begeerde dat hij rijksb: in persoon nevens alle de rijkes grooten, met den soedang zijnde de rijksernament en hem quamen afhaelen om de srchande van zijn beganen uit stap met die plegtigheid als't waare te bedekken Dat de matcassaren aan hunne zijde hier inne zwaarigheid vonden eensdeels om dat dit zoo veel bij hen was als hun vorst van Lengen en wispelturigheid te overtuigen, waer toe ze niet vermogten te treeden en anderdeels om dat desen kandel met hunne lands„ wetten ten eenemalen was strijdende, van welk gevoelen hij ook betuigde, te weesen te meer daar beijsrijksb:/ zijn pligt ten overbloede hadde waargenoomen, bij drie verscheide rijsen waer in bij niet alle de rijksgrooten tot dat eijnde bij den koning gekomen was. Intus„ schen deese zig niet Eens verwaerdigt had met henlieden te spreeken gezweige naar hunner raad te zuisteren soo min als na de vermaningen die hy Rrijksb:/ den selven bij die Van Maccasser den 3:' Junij 1792 die gelegentheeden had gedaan maar slegts g'antwoord had, geen koning van goa meer te willen weesen in de plaets van Een ander aan wien het behoorde gelijk hij ook met de daad be„ „toond had door zijn Clandestinen uijttogt en zonder dat hem Eenig het minste Leed van hare zijde maer in tegendeel alle Eerbied, onderwerping en believendheid was aangedaen en bewesen soo als zij hem ook uit hoofde van zijn Iagt zinnig en buijgsaam naturel heer he adden gewaerdeert, daer het onder hen den constante witt is, dat wanneer Een ko„ „ning zig ook maer slegts voor eene nagt uit goa begeeft alle de Rijks Edelen en ornamenten hem moeten versellen. Dat daer hij zig tot zoo verre had kunnen Emancipeeren, tegens de wett aen te gaan zijlieden sodanig een koning de door hem dus als verwarpene waardigheeden niet weder vermogten aan te bieden nog den selven in zijn voorige betrecking accepteeren, ten waere zij haere al oude Instellingen wil„ „den verkragten en verbreeken en haar dus meijn Eedig stellen aan den Eed die hij Een ijder hemmer aan het rijk oplegtig gedaan de adden ver heeden inhanden van den koning zelfs„ Ik Antwoorde hier op Dat hem wel geheel al geen ongelijk hier inne konde gegeven werden, dog dat ik egter gaarne Dag vermits de zaak op zig zelfs aan de andere zijde beschouwd veel van haren Ernst verliest

NL-HaNA_1.04.02_3277_0571 view scan ↗

English

From Makassar, the 3rd of June 1769 wishes that he would show some indulgence in this matter and acquiesce in a case such as the present, in which too much could not be done to convince the world of the well-meaning intentions of the Makassarese. That Their High Excellencies would also take great pleasure in this, and he would thereby carry off the praise for having shown every sign of his loyalty and zeal for the interests of the realm. That he must at the same time consider that this young king had by no means done such things of his own accord, but solely at the instigation of another; and That I, just as well as he, if the king possessed his adult understanding, would raise objections to admitting him again, whereas I was now proceeding so greatly in his favor. To this he answered: Assuming that the Makassarese could be persuaded to it, and took back their prince, what then in case he should afterwards again come to commit outrages? For as long as a certain malicious creature retains as much sway over his mind as at present, I am in constant fear that matters will thereby go from bad to worse, and thus the end will be much worse than the beginning; besides this, I could be assured that if this king From Makassar, the 5th of June 1769 king were ever to return to the throne, the Makassarese would and could no longer harbor for him that esteem and respect which they owe him and have previously shown him. I replied in turn: That in the first case, the king doing this would thereby make himself all the more reprehensible, and they would still have the same power and means at hand as now; and that in the second case, the Makassarese would be no less punishable if, after having taken back and acknowledged their king, they were to make themselves guilty of disrespect or contempt toward him on account of what had passed, since everyone is bound and obligated to honor and respect his king outwardly, no matter how wicked and naughty he might otherwise be, at least as long as he is their Head. To this he gave to know: That such could indeed be observed regarding the exterior, but could not easily be extended to the inner inclination and disposition of minds, and furthermore that he gladly wished to contribute everything in his power to bring an end to this matter, only requesting that he not be burdened with things that conflicted with their laws, testifying further that as long as they had had kings from the House of Palacca, From Makassar, the 3rd of June 1769: there had always been unrest in the realm. But why then, I interrupted him here, was this last one chosen as king? For no other reason, he answered, than to please the King of Boni, who had strongly patronized and proposed him for it. I proceeded to ask him whom they could then elect as their king in case the present one might not be accepted, for there was not much better prospect regarding Totimoe, husband of the king's sister, besides the fact that his father, Karaeng Candjilo, is recorded as an utter rogue. He testified thereupon that he could not say such with any certainty; he only thought that no thoughts or reflection were given to Totimoe, and as for his wife, that no woman was permitted to rule over Goa, declaring further candidly that the Makassarese did not seem averse to requesting him for it, and that in such a case he could not very well withdraw himself from it either, but that he nevertheless testified by his Holy Prophet and everything dear to him that such was by no means his objective, as people might perhaps suspect him of. From Makassar, the 5th of June 1769. I admonished him on this with all possible seriousness and urgency, just as I had already had done frankly to him on the 11th of this month through the Shahbandar Voll, to declare to me candidly whether someone had not given displeasure to the king or shown some contempt; but he swore by his Muhammad that truly neither he, nor the Tomilalang, nor any other of the grandees of the realm had shown or done the king any displeasure or disrespect, and that, as he had previously given to know once more, the king only appeared to grieve over his brother's absence, a matter which he said was beyond their decision. After some words back and forth had been exchanged and that minister had once again given to know that his greatest objection herein consisted of this: that if the king were taken back and might start new outrages after this date, he might not be held as the cause of it, against which I promised to protect him in that case. After having stepped outside with that minister and rejoined the others who were gathered together, I made a start to put the matter in question to them in such a way as it would best succeed.

Dutch transcription

245. 150 Van Maccasser den 3 Iunij 1769— verliest dat hij hier inne wat toegeventheid gebruikte en zig vinden liet in Een geval als het tegenstwoordige/ ew aer omtrent niet te veel konde gedaan werden, om de wetzeld te overtuigen van der Maccassa„ ven wel menentheid. Dat Haar Hoog Ed: ook veel genoegen daar inne schepen en hij hier door den Lop wegdragen zoude, alle zints blijken zijner Trouw en ijver voor de belangen van het Rijk te hebben betoont, Dat hij tegelijk Considereeren moest deesen Iongen koning zulx geensints uijt eijgen beweeging maar alleen op de Instigatie van Eenen ander gedaan hadde;; en Dat ik zo wel als hij indien den koning zijn volwassen ken„ „nis bezat zwarigheid als dien zoude maken om hem weder te admitteeren in steede ik nu zoo zeer ten zijnen voordeele procedeerde„ Hier op Antwoorde hij ondersteld zijnde dat de maccassaren daar toe over te halen mogten zijn, en hunnen vorst weder aannamen, Moe dan ingeval hij naderhand weeder beuten spoorigheeden komt te begaan want zo lange zeeker quaad, vardigt Caeatuur zoo veel vermogen als thans op zijn gemoed behaud, ben ik in Een gegaande bedugting dat het daar meede van quaed tot arger zal overstaen, en dus het uit eijnde veel flimmer zijn dat het begin; behalven dit koude ik mij versekert dat de maccassaren wanneer desen koning Van Maccasser den 5 Iunij 169 — koning al een weder op den Throon mogten komen voor hem die agting en Eerbied niet meer zullen en kunnen voeden die ze hem verschuldigd zijn en zodanig te vooren beweesen hebben, Ik antwoorde weder 17 Dat in het Eerste gevalde koning dit doende zig zelven haar door als dan te vererpelijker soude maken en zij dan nog die zelfde magt en middelen aanhaden hadden als nu, en dat in secun„ do Casu de maccassaren niet minder setrafwaerdig zouden zijn indien zij na hunnen koning weder te hebben aengenomen en er„ kend zig om het gepasseerde halven aan dies respect ofte klein agting voor den zelven quamen schuldig temaeken, aangezien een ijder ge„ houden en verpligt is zijnen koning hoe boos en ondeugend de„ zelve ook andersints zoude mogen weesen ten minsten so lange hij har Hoofd is voor het uitterlijke te Eeren en te respecteeren Hier op gaf„ te kennen Dat zulks omtrent het uitterlijke wel n agt genomen konde werden dog tot de innerlijke neijging en gesteldheid der gemoederen niet ligt uit te breijden was, en voorts dat hij „gaarne alles wat in zijn vermogen was wilde Contribuee„ „ven om aan deeze zaak een eijnde te maken, alleen verzogt hij niet te mogen werden beswaard met dingen die tegens hunne wetten streeden, betuijgende wijders dat solange zij uit het stamhuis van Palacca konnigen hadden gehad „hij A7 152 Van Maccasser den 3:' Iunij 1769: er altoos in het Rijck onlusten waaren geweest, maar waer om dan. viel ik hier op in, desen laatsten, tot kkoning overkooren, om geene andere weden antwoorde hij als ter believing van den koning van Benij die deesen sterk gepatrocineert en daer toe voorgesteld hadde ik vervolgde hem te vraegen welken zij daen tot hunnen koning zoude kunnen Eligeeren in gevall den presenten niet mogt werden aangenomen, want er niet veel beeter apparen„ tie was omtrent Totimoe gemaal van verkonings suster behalven dat zijn vader Carang Candjilo voor een over„ gegeven Deugniet te boek staat, Olij betuigde daar op zulx met geen seekerheid te kunnen zeggen, alleen vermeende hij dat geene gedagten of reflec„ tie op Sotince genomen wierd, en wat deese zijn huis„ vrouw betraf dat geen vrouw over goa mogt heer„ „schen, verklaarende wijders rondborstig dat de maccassaren wel niet vreemd scheenen heem daer toe te verzoeken, en dat hey in cas zulks zo veel hem daar van ook niet wel zoude kunnen onttrecken, maar dat bij egter bijn zijn Heilige propheet en alles wat hem dierbuer was betuigde, zulx geen sints hier in zijn doel was, soo als men hem mogelijk daar in Van Maccasser den 5: ' Junij 1769. in mogt verdenken, Ik vermaanje hem hier op met alle mogelijke ernst en aandaang gelijk ik door weege van den sabandhair voll op den 11: deujes heem bereets had laten doen mij aandbostig, te verklaeren of niet eemaend. „den koning misnoegen gegeven dan wel Eenige klein agting be„ toond hadde; Edog hij betuigde bij zijnen Mahomet dat woor„ waar so min hij als den Tomilalang ofte Eenige andere der Rijksgrooten den koming Eenig misnoegen ofte onEer„ biedigheid bewesen of aangedaan hadde en dat gelijk beij voor zeen nog eene reijse te kennen had gegeven, de koning al„ leen over zijn broeders af zijn vercheen te tueuren, Een zaak dien hij zeide buiten heun lieder Decisie te weesen ea nog Eenige woorden over en wader gewisseld en door dien minister andermaal te kennen gegeven te zijn dat zijn grootste beswaarns hier inne bestond dat indien de koning weder aengenomen en na dato nieuwe buiten spoorigheeden mogt koomen aan te vangen, leij niet voor de oorsoek daar van mogte werden gehouden, waar voor ik hem behoofde als dan te zullen Laveren Hier na met dien Minister buiten getreden en ons bij overige te samen gekomene weder gevoegd hebbende dees ik een Aavang, henlieden de zaak in questie zodanig als dezelve het boeste zoude in het werk

NL-HaNA_1.04.02_3277_0575 view scan ↗

English

From Macassar the 5th of June 1769 to be placed, to keep before their eyes under recommendation to adapt themselves thereto as much as possible, to the end that the desired settlement of these troubles might be achieved for the benefit and well-being of their own country and people. The tumilalang together with the nine voices of the electors declared hereupon: That, after having already had their examinations concerning this recorded by the regent, they were well willing to abide by his opinion concerning this, and to submit themselves thereto according to custom, provided however that the same did not conflict with their national laws. Hereupon, taking the floor, I turned again to that minister, saying to him: That in a situation such as this, wherein all the other grandees of the realm came to submit themselves to his decision, I recommended him once more to manage the matter in such a way as might serve their common good, according to the draft known to him and mentioned here before. After some conversation back and forth among them, he gave finally in reply: That he could not or was not able to declare himself on this at present, because the Macassars, although they had just now declared this delicate matter referred to him for decision as a matter of duty as regent, in so far had From Macassar the 5th of June 1769 had entrusted it, yet that without a general approval he could or might decide nothing in this regard; thus he first had to assemble the nobles of the realm and hear their opinions each separately, the more so as two prominent ones, to wit Caraeng Paganackang and the Second Tumilalang, being absent due to indisposition had stayed at home, both of whom he would have informed concerning this in the next few days, and to do everything that was possible from his side for the pleasure of the Company to achieve well what had been proposed. This conference with the Macassars being also concluded thereby and they having departed again, I recommended the remaining Bonese envoys to give a proper report to their king of what they had attended today, with a request to His Highness to please take the matter into attentive consideration, whereupon these also left. Wednesday the 25th I ordered the Malay Captain to go to the court of Boni to take the king's opinion concerning what was negotiated with the Macassars the day before yesterday, as I did not doubt that his commissioners would have given him a proper report thereof, and in particular what thoughts His Highness had of the demand of the exiled king, who desired nothing less than to be brought back in person by the regent of Goa himself, accompanied by the entire nobility, and with the regalia From Macassar the 5th of June 1769 regalia in full state, for which however the nobility on their part had little inclination, on the pretext that such was directly contrary to their national laws, which of the two was now right. His Highness let me know hereupon that he was of one mind with me to earnestly recommend to the Macassars the further bringing back of their king, and that the Bonese laws obliged their subjects to have to bring their king back inside in the subject case. The King of Boni sent me through his Jenang Pongang the 120 rixdollars in reals that had previously been extorted by force from a certain Company subject, Galarang Patjelang, by the profligate Bonese Prince Lawadjo Anna, and were now refunded upon my repeated complaints made about it. Thursday the 26th, Voll departed to the King of Boni, whom I gave to understand by him that his answer of yesterday, conveyed to me by the Malay Captain, had appeared to me of no use and entirely unsatisfactory to the question, since I was not concerned with the laws of the Bonians, but rather with those of the Macassars in this matter, for which reason I had ordered Voll From Macassar the 5th of June 1769 to raise that question once more, and if it should become evident that the King of Goa urged that solemnity with reason, that His Highness would then also have the goodness to convince the regent and further grandees of their error and encourage them to a speedy mediation, and in the opposite case to recommend what is necessary to Arou Palacca, just as I let him be promised that I would not fail in this either. The king, after having excused himself for misunderstanding my question of yesterday, had testified not to be knowledgeable enough in the laws and customs of the Macassars to be able to answer positively to the mentioned question of which of the two was right, but promised to have himself informed concerning this by a certain Caraeng Parangie, a man well-versed in the knowledge of these and similar matters, and subsequently to provide me with a decisive answer. For the rest, the king had referred himself to all that I might be able to mitigate and find good in this matter, but requested once again that I would not have him act directly therein, in order to prevent all further hatred and estrangement from Arou Palacca. In

Dutch transcription

149 154 Van Maccasser den 3:' Junij 1769— te stellen weesen, vaer oogen te houden onder recommandatie zig Too veel mogelijk daar na te schikkingen ten eijnde den gewenschte sol deser verdrictelijkheeden tot nut en welweesen van hun eijgen land en volk „getroffen mogten werden, Den tomilalang nevens de negen stemmen afte kiesheeren verklaar„ den hier op. Dat se na hunne geevamina hier over bereeds bij den Rijkesbesteer„ der te hebben laten aanteekenen, zig aan zijn gevoelen desen aan„ „gaande wel wilden gedragen, en na den gebruike zig daer aan zoude onderwerpen, mits egter het zelve niet tegens hunne Landswetten streed, hier op heet woord vatten de keerde ik mij weeder tot dien Ministers hem zeggende, Dat in den gesteldheid als deese waar in alle de verdere rijks„ grooten zig aan zijne Dicisie quamen te onderwerpen Ik hem nogmaels recommandeerde de zaak zodanig te dirigeeren als tot hunl: gemeen best strekken mogte navolgens het ontwerp hem bewist en hier vooren vermeld. Nva Eenige gespreeken onder henlieden over en weer gaf hij bij slot tot Replijcq. Dat hij zig thans hier op niet konde of vermogte te declareeren alsoo de maccassaren wel in zoo verre als zij datelijk hadden verklaerd dese delicate zaak aan hem pligts halven als wijksbestierders ter decisie in soo verre hadde 1 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 hadde op gedragen, Eoog dat hij nogthans buiten Een algemeen goedvin„ „den hier omtrent niets konde of mogte besluiten dus hij de Rijks Edelen Eerst moest vergaderen en hare sentimenten ijder alsonderlijk hooren, te meer er twee voorname/ te weeten Ca„ raeng Paganackang en den Tweeden Tamilalang /afwezende door indispositie waaren te huis gebleven dien beij Eerst daags desen aangaende zoude doen onderrigten en alles wat mogelijk was van zijn zeijde ter believing van dE Comp: Lacheren om deel voorgestelde wel te berijken. Dese Conferentie met de maccassaren deier meede beslaten en zijl: weder vertrocken zijnde, recommandeerde Ik d' Overgebleevene Bonijse afgezondene om aan kunnen koning behoorlijk verslag te geven van het geen ze hadden bij gewoond heeden onder verzoek aan zijn Hoog E: om de zaak om aandagtige over„ „te „weeging willen neemen waar op ook deese hleenen qingme„ woensdag den 25:e gelast ik den Capitain maleijer na 't hoff van Bonij te gaan om aangaande deet met de matcassaren verhandelde ovr gisteren s' konings gevoelen op te nemen, alzoo ik met twijffelde of zijne gecomm: soude hem daar behoorlijk rapport van hebben gedaan en in zonderheid wat gedagten zijne Hoogheid hadde van den Eijsch des uitgeweeken koning die niets minder begeerde als door den Rijksbestierder van goa zelve in per„ zoon verzeld van den gantschen Adel, en met de Rijks Insigniee 156 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 — Insignia in volle otatie weder ongehaald te werden, daer egter den Adel aan hare zijde niet veel zin toe had onder voorge„ ven dat zulks met hunne Landswetten regelaegt vertrijdig was, wrie van beide, nu gelijk had sijn Hoogheid liet mij hier op weeten dat hij met mij in een Concep=t was om de maccassaren het nader inhaalen van hunnen koning ernstig aan te beveelen, en dat de Bonise wetten hare onderdanen verpligten haren koning in Cas zubject weder binnen te moeten brengen. Den koning van Bonij sond mij door zijnen Djema Pongang de rd=s 120 opans die door den quijtagtigen Bonisen Prins Lawadjoe anna bevoerens van sekere sComp: onderdaan galarang Patjelang met ge„ weld waren afgeperst, en thans op mijne daar over gedane herhalde Daleantie wierden gerestitueert vertrok voll na Bonijs koning dien ik door dese Donderdag den 26: liet te kennen geven dat zijn antwoord van gisteren mij door den Capitain maleijer geboodschapt van geen nut en aan de vraag gants niet voldoende was voorgekomen, alsoo het mij niet om der Bo„ „niers maar wel om der maccassaren wetten in desen was te doen, waar om ik voll gelast had 0 Van Maccasser den 5 Iunij 1769= had, die vrage, andermaal te opperen en so het quame te blij„ ken dat se koning van 90a met fundement op die salemniteit urgeerde dat zijn Hoogheid dan ook teffens de goedheid daar bij geliefde te hebben van den Rij ksbert: en verdere „groten wegens dunne devaling te overtuigen en tot Een spoedige bemiddelang aan te spooren, en in heet tegen ge„ steld geval Frou Palacca het nodige aan te beveelen, gelijk ik lem beloven liet mede hier inne niet an ge„ breeken te zullen weesen. De koning na zig over het verkeerd begrijp mijner vrage van gisteren verschoont te hebben had beteugd niet kundig genoeg in de regten en heeden der maccassaren te zijn om Pasitief op de gem: eerage:/ wie van beiden gelijk had:/ te kunnen antwoorden, maar beloofde zig dien aan„ „gaande te zullen laten onderrigten door Eenen Caraeng Parangie Een man door kneed in de kennis deeser en geener dier gelijke zaken en mij vervolgens out sleut„ sel doen erlangen. voor de rest had de koning zig gerefereerd aan al het geene Ik in deesen zaak mog te konnen mit„ tigsen en goed te vinden, dog verzogt alweder dat ik hem niet direct daar inne wilde doen ageeren om alle verdere haet en verwijdering van Arou„ palacca te prevenieeren, In

NL-HaNA_1.04.02_3277_0579 view scan ↗

English

From Maccasser the 5th of June A:o 1769 Meanwhile private information was received by me that the Arou Palacca, fearing the consequences, had advised his grandson to simply return within Goa, even if only the grandees of the realm came to fetch him, since he might otherwise easily run the risk of being deposed, and thus entirely losing his power; and that if he accepted the realm again, even if no favorable dispatch regarding their request concerning the former king arrived with the Company's ship, he would nevertheless on all counts retain power over the Macassars and could take his measures accordingly thereafter. Friday the 27th: [illegible] Saturday the 28th: Sunday the 29th: The Regent of Goa requested access for his deputies when it would be convenient for me, for which the first of the coming month was set at eleven o'clock. Whereupon Monday the 30th: Tuesday the 31st: The King of Boni was requested to be pleased to depute the Djema Tongang, in order to assist at that meeting, who promised to comply with this. In the morning. From Maccasser the 3rd of June 1769 February Wednesday the 1st: In the morning, pursuant to my request of yesterday, the Djema Tongang of Boni came to me, who was also charged on behalf of the King with a note from Caraeng Parangie, sent to me for perusal in response to the aforesaid question by the same, and of the following content: I can by no means recall having found any example in times past from which it could be gathered that in the present case one ought to go fetch the departed king with all the solemnities that he claims; on the contrary, the Macassar laws presently speak against such. I had the King thanked for this perusal. Meanwhile, at the appointed time, the deputies on behalf of the Goanese court appeared, who, having taken their seats, reported: That From Maccassar the 3rd of June 1769 That they came in the name of the Regent, who had sent them expressly to make known to me: That since their last visit to Goa, upon their return, a special council of state had been convened and had deliberated upon the subject that currently occupies everyone, and especially upon the counsel and admonitions given to them by me on this matter. That the result of all their deliberations taken on that day had again come down to leaving it to the choice of the Regent, whatever he might deem advisable and useful in that regard, provided he should resolve nothing contrary to their country's laws; and That this minister, by virtue of this resolution, and also in compliance with my recommendation, had thought fit to have the King requested and invited once more, by the day after tomorrow, by all the grandees of the realm, except the Second Tomilalang and Caraeng Paeganackang who both still lay sick, in a stately deputation, yet without carrying the sodaeng with them, to be pleased to come within Goa again, and, if he were inclined thereto, to then also fetch him; in which case, if he subsequently committed new excesses, for which they greatly feared, or in case he still remained unwilling to return, in the first case they relied solely on the protection of the Honorable Company, and From Maccasser the 5th of June 1769 and in the second case they would then finally be compelled to do and act as their country's laws explicitly command them, namely to proceed without further delay to the election of another king. I had the Regent thanked for this communication, with the promise to let him know my thoughts thereon tomorrow, under recommendation to these envoys not to stand so stubbornly upon their laws and customs that they would not dare to go a step further for the common good and to please the Honorable Company, in order to convince the world that in any event, should the outcome be unfavorable, they and the Regent had nevertheless more than completely fulfilled their duty, the latter in particular being sure to gain much fame and praise thereby with Their High Mightinesses, and place himself beyond the reach of any reproach. Subsequently, I recommended the Djema Tongang to give a proper and accurate report of what was transacted above to his master, the King of Boni, with a request to His Highness to be pleased to reflect upon this, whether he might perhaps still devise something most advisable in this regard, of which I wished to be able to know his advice still this evening. Whereupon everyone went home. In the afternoon the Djema Tongang returned and brought me word on behalf of His Highness: That he fully concurred with my conduct, being unable to find anything further, beyond what had been done, that could be of service; and That if the King of Goa still continued to be obstinate and the Macassars then put into effect what their country's laws dictate in this regard, he would then also be beyond any further excuse, and no one would be able to do otherwise than fully approve the conduct of his subjects observed in this matter. In response, I had His Majesty exhorted in the most emphatic manner to be pleased to recommend and admonish the young king, and no less the Princess Palacca, in the most convincing way, that when the Macassars presented themselves again to the sovereign for the aforesaid purpose, they finally make useful use of that opportunity, since, if he missed this chance, he would undoubtedly [illegible] his

Dutch transcription

258 Van Maccasser den 5 Iunij A„o 1769 — Jntusschen wierd anij particulier berigt, De Arou Palacca voor de gevolgen berugt heeren selein zoon zoude hebben geraden om zig slegts maar weder binnen goa te begeven, al quamen ook maar alleen de rijksgrooten om hem aftehalen, aangezien hij anderes ligt gevaar konde lopen afgezet te werden, en dus zijn magt geheel en al quijt te raken: en dat indien hij het rijk weder aanvaarde alwaar het dan ook dat er op hun versoek om den gewezen koning geen gunstig aanschrijven met het Comptoir schip overquam, hij allent halve dan nog evenwel de magt over de Maccassaren behield en zijne maatre„ „gulen daan daer na konde nemen— Vrijdag den 27: aiers bij zonders hie inete anten satudaa „ 28: „ 29: Sondag Liet den Rijksbestierder van goa voor zijne gecommit„ Maendag „ 30: teerdens acces versoeken tegens wanneer het mij gelegen zoude komen, waar toe den Eersten der aanstaende maand vastgesteld is teegens Elff uuren waarom„ Den koning van Bonij versogt wierd den Dingsdag „ 31: Djema Tongang te willen Committeeren, ten kinde bij die zamen komst te kunnen ad„ sisteeren die hier aan beloofde te zullen voldaen, S'morgens Van Maccasser den 3 Junij 179 — Februarij woensdag den 1: Smorgens quam ingevolge mijn versoek van gisteren bij anij den Djema Tongang van Banij die van wegens den koning ook gechargeert was met Een briefje van Caraeng Parangie op desselfs vrage voorm: aan mij ter lecture toegezonden en van Inhand al„ „dus. Ik kan mij geensints te binnen brengen eegens in de verstrekkene tyden een voorbeeld te hebben gevonden waar uit op te maken zoude zijn dat men in het tegenswoordige gevall den uijt ^ die „geweken koning met alle de plegtigheeden hij pretendeert zoude moeten gaan afhaalen, in tegendeel spreeken dit maccassaerse wet„ ten zulks thans tegen„ Ik liet den koning voor dies lectuur bedanken, In„ tusschen verscheenen ter bestemder tijd de ge deputeerdens van wegens het goase hof dewelke zit plaats genomen hebbende ver„ slag deeden. Dat . 155. 160 Van Maccassar den 3:' Junij 1769= Dat ze quamen an't naam van den Rijksbest: die hen Expaas„ „se had gezonden om mij bekend te maken Dat sedert hun laatste bezoek op gea gereverterden den par„ ticuliere staats vergadering was belegd en daar bij gebesoigneert over het onderwerp dat thans Een ijder accupeert en inzonderheid over mijne aan hen op dit stuk gegeven raaden vermaningen Dat het retuistatie van alle hunne deliberatien te dien dage genomen alweder hier op uit was gekomen om het aan de keuse van den Rijksbest: te stellen, wat hij daer omtrent geraden enuut mogte oordeelen mits heij niets quame te besluiten strijdig hunne lands„ wetten en Dat dese minister uit kragt van dit besluit dan teffens in voldoening aan mijne recommandatie hadde goedgevonden om den koning tegens overmorgen door alle de rijksgrooten uitgezondert den Tweeden Tomilalang en Caraeng Paega„ nackang die beide nog ziek lagen bij en statieuse Commis„ „sie egter sonder den sodaeng mede te voeren nogmaaet te fo„ ten versoeken; en nodigen weder binnen goa te willen komen, en om hem daer toe inclineerende ald dan ook afte halen in welken geval indien hij naderhand nieuwe beutensporigheeden beging waar voor zij gratelijks dugte, of in geval hij den nog onwillig bleef weder te keeren, zij in Cas van heet Eerste alleen vertrouwde op de maintime van d'E Comp: en Van Maccasser den 5: Iunij 1769= en in het Tweede geval dan eindelijk zoude genoodsaekt zijn sodanig te doen en handelen als hare landswetten haar uit druc„ kelijk kome te beveelen, namentlijk tot de verkiesing van een andere koning sonder verder Dilaij over te gaen Ik liet den Rijksb: voor dese Comminicatie bedanken met be„ lafte van hem morgen mijne gedagten daer over te zullen laten weeten onder recommandatie aan dese afgezondene van zoo stijf op hunne wetten en gebruiken niet te blijven staan dat niet voor het gemeene best en ten believen van d'E Comp: een stapje verder zoude durven gaen, om de wereld te overtuigen dat in allen gevalle bij een verkeerden uitslag zij en den Rijksb: niet te min hunnen pligt meer „naar dan volkomen waren „ gekomen, den Laatsten in„ zonderheid hier door bij Haar Hoog Ed=s weel roem en loff zullende behalen, en zig buiten berijk van Eenige reproche stellen. vervolgens recommandeerde ik den Djema Tongang om van het verhandelde hier boven aan zijn meester den koning van Bonij behoorlijk en nauwkeurig verslag te geven, met versoek aan zijne Hoogheid om zijne ge„ dagten daar over Eens te willen laten gaan, of hij somtijds nog iets raadsaamst hier anne konde aut 157 162 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 uit denken wanneer ik zijn advijs gaan nog heeden avond wenschte te mogen weeten waer mede Een ijder na huis ging nva de middag keerde den Ejema Longang weder en bragt mij van wegen zijn Hoogheid bescheid, Dat de zelve zigten vollen omtrent mijne behandeling Con„ formeerde niets meer konnende antvinden buiten, het geen ver„ rigt was dat dienstig konde wesen, en Dat wanneer de koning van goa nu nog voortging wederspaning te zijn en de maccassaren als dan in het werk stelden het geene kunne Landswetten hier omtrent dicteeren, hij dan ook buiten Eenige verschooning meer was en niemand het gedaag zijner onderdanen inde„ „sen gehouden anders zouden kunnen doen als volkomen bellij„ Ik liet zijn majest: in antwoord op het nadruckelijkste adhorteeren den Iongen koning en niet minder den princesse Palacca op het overtuijgenste te wil„ len recommandeeren en vermanen de maccassa„ „ren wanneer die tot het voorsz: eijnde haar we„ der bij den vorst vervoegde van die gelegent„ heid eindelijk het nuttig gebruijk te maken wijl hij dese, kans verziende zulx ontwijffelbaar ken. zijnen

NL-HaNA_1.04.02_3277_0584 view scan ↗

English

From Maccasser the 5th of June 1769 his downfall would result in, which he assured me he would comply with. Also, the chief interpreter again most emphatically admonished the chancellor of Boni to satisfy the state's arrears to the Honorable Company, even if it were in sturdy and healthy slaves at rd=s 60 per head, but he answered that he was still utterly unable to do so. Thursday the 2nd, according to my promise of yesterday, I let the chancellor of Goa know through the under-interpreter Blij that if it absolutely could not be otherwise and this matter, according to the words of those sent yesterday, had to be conducted according to their national laws, I would also conform to it and hoped that this determined mission might have a desired success. Upon Blij's return, he conveyed to me his pleasure regarding this message. He also had it reported that the appointed commission could not proceed on the designated day of tomorrow, because the ferry of three rivers that flow between Goa and Barombong had for several days been impassable for the time being due to the heavy and frequent rains, but as soon as this might change, the envoys would then undertake their journey. Friday the 3rd, the king of Boni sent me the Djema Tongang accompanied by his interpreter, from which I learned that the king of Goa with Caraeng Barombong and Caraeng Lempangan had arrived at that prince's place yesterday evening and had stayed overnight; that His Highness on that occasion had once again attempted to learn from that young man the reason for his departure from Goa, but that he, instead of answering His Highness, had handed over a note which they had brought with them, and having been translated was found to read as follows: Your Highness's grandson comes only to testify that he by no means intended to follow the example of his brother to remove himself from the land, but only to amuse himself innocently here and there against the sorrow he feels over his brother's absence, and therefore he can also be of no further service to his country. Furthermore, upon my question, the Djema Tongang reported that he had heard that the king of Goa had given no other reason for this visit than merely wishing thereby to fulfill his promise made upon his departure on the 15th of January, namely that as soon as he had taken the medicines he would resume his visit, and that the chancellor of Goa, according to the statement of Caraeng Barombong, also had knowledge of this visit. I had His Highness thanked for this report provisionally, and at the same time announced that I would send the license master Voll to him tomorrow to confer with him about the intent of that address and to make my opinion known. Saturday the 4th, today, pursuant to my promise made yesterday to the king of Boni, having sent the Shahbandar Voll to His Highness to return to him the address in which the king of Goa had declared himself regarding the cause of his retreat, and at the same time to ask him privately on my behalf what he now thought could or should further be done in this critical matter, he reported to me upon his return that the king, immediately becoming hot-tempered, had very indiscreetly answered that question by saying he was vexed at being so incessantly troubled with that narrative, as he alleged, saying: what should I think of it? I have done everything that was asked of me and know of no further means nor counsel in this; let the Governor do as he shall deem best, I wish henceforth to be burdened with it no more. In vain might Voll present to him in the most amicable and gentle manner, as he had done, that my intention was only to ask him whether the king of Goa had also meant to indicate some reason of displeasure against his subjects the Macassars with and through that note; if so, why he had not brought that forward in the first instance when it was presented to him by the commissioners both on the part of the Company and of Boni at Barombong, and also when he was with His Highness the previous time, since already so much had been done in this matter and the Macassars, moved and as it were persuaded by the powerful admonitions and efforts of the first allies, were going to request their king once more to be pleased to return within Goa, as they had announced on the first of this month to have taken that resolution among themselves, which was communicated to me by them in the presence of the Djema Tongang of Boni. The prince, just as angry, had answered thereto as in the beginning: I know nothing of it and do not wish to be further involved in it; the Governor can do what seems best to him, I wash my hands of this. I resolved thereupon to dispatch the Shahbandar once more to the king this afternoon, to make him understand that his answer of this morning was by no means satisfactory to me, nor was his declaration made therewith, both being as improper as they were entirely out of place, the more so since I had done nothing in this matter without communication and full consent of His Highness, and furthermore also had no such urgent reasons to further

Dutch transcription

Van Maccasser den 5:' Iunij 1769 zijnen val zoude ten gevolg hebben 't geen bij mij ver„ zekeren liet te zullen nakomen, Ook is door den oppertoek bonijs rijksb: weder op heet na„ druckelijkste aangemaant tot voldoening van srijks, agterstal aan dE: Comp:, al was het ook in kloeke en gezonde slaven tegens rd=s 60 de kop, dog g'antw: als nog daer toe finaal onvermogend te zijn„ Donderdag den 2 Lietik den Rijksb: van goa navolgens mijne belofte van gisteren door den ondertolk Blij weeten dat indien het volstrekt niet anders konde weesen op deze zaak moest volgens het zeggen der opgisteren afgeson„ dene na hunne Landswetten werden gedirigeert, ik mij dan ook daar meede Conformeerde en hoopte dat deese vast gestelden bezending van Een gewenscht suttes mogte zijn Bij retour van Blij liet hij mij hier op zijn genoe„ gen over deze boodschap betuigen„ Nog deed heij melden dat de vastgestelde Commissie op den bepaal„ den dag van morgen geen voortgang zoude kunnen hebben door dien het veerder drie rievieren die tusschen goa en Barombong intwateren sedert Eenige dagen door de sware en menigvuldiger regens voor als nog on„ bruikbaar waren, dog so dra dit mogte veranderen de afgezondene hunne rheise als dan zouden aanneemen vrijdag 159 164 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 sond den koning van Bonij mij den Djema Tongang verzeld vrijdag den 3:' van zijnen Tolk waar uit ik vernaam dat de koning van goa met Caraeng Barombong en Caraeng Lempangan gister avond bij dien vorst g'arriveert en overnogt hadden dat zijn Hoogheid bij die gelegendheid andermaal getragt had uit dien Jongeling de reeden van zijn vertrek uit goa te verstaen, dog dat dese in steede van te antwoorden aan zijn Hoogheid overhandigd hadde Een briefje het geen ze hadden mede gebragt en overgezet zijnde bevonden wierd te zuiden aldus, uw Hoogh: klijn zoon komt alleen om te betuigen dat hij geen sints het voorbeeld van zijn broeder om zig van het lam te ver„ weideren heeft voorgenoomen, maar alleen om zig wat schul„ de loos hier en daer te vermaken, tegens het verdriet dat hij gevoeld over zijn Broeders afwesen en daar om kan hij zijn land ook van geen dienst meer zijn. wijders berigte den Djema Tongang op mijne vraag nog dat hij gehoort hadde de koning van 90a geen andere reeden tot dit bezoek had voor gegeven als alleen om daer meede te willen voldaen aan zijn belofte bij zijn vertrek op den 15 Janu: gedaan, namentlijk dat zoo dra hij de geneesmiddelen zoude hebben gebruikt zijne vizite te zullen hervatten en dat den rijksb: van goa volgens, 't zeggen van Canaeng Barombong meede kennis van dit bezoek had Ik . Van Maccasser den 5 Iunij 1769= Ik Liet zijn Hoogheid voor dit narigt bedanken bij pro„ visie en teffens aanzeggen dat ik heem morgen den Licentmeester voll zoude toezenden, om hem over den aanleg van dat aderis te aboucheeren en mijn gevoelen te kennen te geven. Saturdag den 4: Heeden na volgens mijne belofte gis„ teren aan den koning van Bonij gedaen den sabandhaer voll na zijn Hoog„ heid hebbende afgezonden om aan den zelven weder te geven het adres waar bij den koning van goa zig wegens de oorsaak zijner retraite gedeclareert had; en den zelven teffens van mij„ „nent weegen in het particulier afte vraagen wat hem nu dagt dat in deese Caitique zaak ver„ der kende afte diende gedaen te werden, 166 Van Maccasser den 5:' Iunij 1769 — so berigte hij mij bij zijn te rug komst dat den koning al aanstonds oploopend geworden zeer onbescheiden op die vraag ten antwoord had gegeven ge„ raakt te zijn over dat met dat historiaal zoo onophoudelijk gelijk deij voor gaf vermoeijleijkt wierde, zeg„ gende wat zoude mij daer van dunken. Ik heb alles gedaen wat mij is gevergd en weet middel nog raad meer hier ni laat den Heer gouverneur doen so als hij 't best zal oordeelen ik wenschte voor„ taan niet meer daar meede las„ tig te werden gevallen. Te vergeefs a9 mogt voll hem op de minnelijkste en sagtste wijze soo als hij gedaen had voorstellen dat mijn Intentie alleen Van Maccasser den 5 Iunij 1769 — alleen was om hem te vragen of de koning van goa ook Eenige reden van misnoegen tegens zijne onderdanen de maccassaren met en door dat briefje hadde willen te kennen geven„ so Ia waer om hij zulx dan niet ter Eerster Instantie wanneer hem het selve door ge„ Comm: so van sComp: als benijs wegens op Barombong en ook toen hij de voorige maal bij zijn Hoogheid was geweest had ingebragt, daar reeds nu so veel in deese zaak gedaan en de maccassa„ „ven door de kragtige vermaninge en bewerking der Eerste Bondgenoten bewogen en als gepersuadeert waa„ „ven, haren koning andermaal te gaen versoeken, zig weder binnen goa te willen begeven, zoo als zij op primo deser hadden laten aankondigen, dat be„ sluit onder haer te hebben genomen, het geen mij in presentie van den Djema 168 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 Djema Tongang van Benij door haer waes gecommuniceert Den vorst al even verstoond had daar op g'antwoord gelijk in den aan„ vang Ik weet nergens van en wil daar in niet verder betrocken weesen, den heer gouverneur kan doen wat hem 't beste runkt ik trekke de hand hier af. Ik resolveerde hier op den sabandhaar desen na-middag andermaal na den koning ofte vaar„ digen om den zelven te doen verstaen, dat mij zijn antw: van desen morgen gants niet voldoende was, zoo min als zijne verklaring daer bij gedaen, beiden so onbetamelijk als gants qualijk te pas„ se gebragt, te meer aangezien ik in dese zaak niets dan met Communicatie en volkomen toestemming van zijn hoog„ reid had gedaan en wijders ook geene zoo dringende reedenen hadde om mij verder

NL-HaNA_1.04.02_3277_0590 view scan ↗

English

From Maccasser the 5th of June 1769 to spend further trouble on this, were it not that I, having the peace and unity of the Macassars at heart, would gladly see their affairs proceed peacefully; but that since it appeared that His Highness wished to push this weighty matter off onto others, finding himself so disturbed whenever one merely came to request his considerations in this matter, notwithstanding that at his request I spared him as much as possible from acting openly therein, I now let him know that I would presently also withdraw my hands from it and let the Macassars deal with it as they shall see fit according to their country's laws, seeing that it is indifferent to the Company whom the Macassars have as their king, provided he only satisfies the contracts in all parts. Voll 765 170 From Maccasser the 5th of June Anno 1769 Voll having delivered his message in this manner, it appeared that the King was dismayed, at least not at all expecting such a declaration. His words ran: Tell me, pray, what have I done or spoken that such a harsh answer was returned to me? Upon this, the King's words of this morning being repeatedly held before him by Voll, with the assurance that he had conveyed them to me in that manner without adding to or taking away anything, he continued: Well, may I not make my inability known? In this matter, I surely cannot do otherwise than conclude what my brother has effected therein thus far, all of which I declare to approve. Does he now want to withdraw himself entirely from that matter? I From Maccasser the 5th of June 1769 Sunday the 5th: I will not be able to do anything against it, and I am entirely at my wit's end; the King of Goa continually declares to feel no displeasure other than over the affair of his brother. Caraeng Barombong informed me secretly through a confidant that when he, on the Thursday before, together with the King of Goa and Caraeng Lempangang, daughter of Aroe Palacca (the latter travel), had been with the King of Boni, His Highness had expressed to them that if the King of Goa had no other pretext to bring forward to justify his retreat from Goa than only the grief over 167 172 From Maccasser the 5th of June 1769 over his brother's fate, such was a matter upon which no reflection could be cast; that he must have a more serious pretext to proceed to such a departure; and that His Majesty at that time had also asked him, Caraeng Barombong, in particular what the country's laws of the Macassars were and what they were obliged to do for a king. To which he had answered that the service of the Macassars to their monarch usually consisted of this: That the state parasol was offered to him and carried over his head; His paddy fields cultivated; A house for his grains erected for him; Regularly, at his pleasure, the usual court and domestic services performed three times; and A sufficient prahu with its bantilang always had to be kept in readiness at his disposal. Whether the Macassars had not complied with that, was the King's further question, to which he had answered not From Maccasser the 3rd of June Anno 1769 not to know otherwise than yes, yet however not to be able to say such with full certainty, because his residence was situated too far from Goa, and he, apart from that, also did not involve himself in any affairs of the court. That the King through this, so it seemed, wanted to lay the blame on the Macassars, as if something must be lacking on that side, and that very likely their negligence in the prompt observance of their owed attendance on the King could have brought about some covert displeasure in him, which for one reason or another he did not want to make known openly. Thereupon he had declared to Caraeng Barombong that he would gladly see that tomorrow, when the license-master Voll was expected to appear at court, they would also be present there, when His Highness would ask the King of Goa once with emphasis and earnestness after the 169 174 From Maccasser the 5th of June 1769 the reason for his departure, whereupon he, Caraeng Barombong, was to take the floor and raise what was mentioned before. But the latter had briefly excused himself from this, saying to the King: How can I say something in the name of the King to his advantage which I do not know to be true? I shall certainly take care not to do so, where the King himself declares to have no reason for grief or discontent other than solely with regard to his brother, and has repeated that so very often. Should I without any ground make him out to be a liar? That be far from me. His Bonian Majesty was to some extent displeased over this refusal of Caraeng Barombong, and had subsequently tried to persuade Caraeng Lempangang to it with little better result, as she had answered the same, and whereupon that conference with the From Maccasser the 3rd of June 1769 the departure of the aforementioned guests was for that time broken off. Thus far ran the account of that envoy, to which he privately added that Caraeng Barombong, among other things, had also expressed himself to him in these words: What shall I say much about the King of Goa? Everyone knows that he is still only a child, who moreover is steered by a woman, from which on this footing I still foresee evil consequences. Monday the 6th. The King of Goa being on a visit today with His Bonian Highness, that prince had me informed thereof in the afternoon by his interpreter Moentoe, and under friendly

Dutch transcription

Van Maccasser den 5 Iunij 1769= verdere moeijten daar toe te geven, waar het niet dat ik de rust en Eendragt der maccassaren behertigende, gaarne hunne zaeken vreed„ saem zaag gaan, dog dat dewijl het scheen dat zijn Hoogh: dese gewigtige affaire van den haes wilde schuiven, zig zelfs so gestoort vindende als men hem maar slegts zijne Consideratien in deese quaam versoe„ ken, ongeagt ik op zijn versoek hem zoo veel mogelijk menageerde daar in opentlijk te ageeren, Ik hem als nu weeten liet de hand thans ook daer van te zullen trecken in de maccassaren daar mede laten omspringen sodanig als zij volgens hunne Landswetten zullen goedvinden, aangezien het de Maatschap„ pij Indifferent is wien de maccassa„ ven tot haren koning hebben, on„ dien hij slegts in alleen deelen voldoed aan de Contracten. voll 765 170 Van Maccasser den 5:' Iunij Ao 169= voll in deeser voegen zijn Boodschap heb„ bende verrigt scheen het dat den koning zig ontzet hadde althans gants niet ver„ dragt op Een diergelijke declaratie luijden zijne woorden„ seg mij dag wat heb ik gedaan of ge„ sprooken dat mij sodanig Een hard bescheid wierd toegevoegd. Hier op den koning zijne woorden van deesen morgen door voll bij herhaaling voorgehouden zijnde, onder betuiging dezelve indiervoegen sonder daer iets ^te toe afte afdoen aan mij te hebben over„ gebragt, naer hij voort wel mag ik dan mijn onvermogen niet te kennen geven, ik kan immers in dese zaak niet anders doen af te handelen aan het geen mijn Broeder tot dus verre daer in heeft bewerkstelligt, al het geen ik betuige voor goed te keu„ „ren, wil hij zig die zaak nu te Eene„ maal ontrecken.— Ik Van Maccasser den 5 Iunij 1769= Sondag den 5: Ik zaal daar niets tegens kunnen doen en ben 't Eenemaal ten einde allen Raad, den koning van 9oa verklaard bij aanhouding geen misnoegen dan over de zaak van zijn Broeder te gevaelen. Liet Caraeng Barombong mij door Eeen vertrouweling in 't geheim be„ „rigten, dat wanneer hij donderdag bevorens nevens den koning van van goa en Caraeng Lempangang dogter van Aroe Palacca /de laat„ „ste rhijse bij de koning van Bonij geweest waren zijn Hoogheid zig tegens hen had uitgelaten, dat in„ dien den koning van goa geen an„ dere voorwendsel om te brengen had, om zijn retracte uit goa te billijken dan alleen de droefheid over 167 172 Van Maccasser den 5: Junij 1769= over zijn Broeders wedervaeren, zulx Een zaak was waar op geen reflexie konde werden geslagen, dat met danigender voorwendsel hebben moest om tot zodanig Een uijtstap over te gaan, en dat zijn majest: te dier tijd aan hem Caraeng Barombong nog in 't bij zonder had gevraagd, Hoedanig de Landswetten der maccassaren en waer toe zij aan Eenen koning verpligt waren„ op het welke desen had g'antw: dat het servitut der mancan„ Jaren aan hunnen vorst gewoonlijk hier in bestond, Dat hem de crijkschambreel aangebooden en boven 't hoofd ge„ dragen. zijne Padij velden bewerkt Den zelven Een huis voor zijne graenen opgetimmert staags, ten zijnen believe drie malen de gewoone hofen Huijs diensten verrigt, en„ ter zijner dispositie altoos Een sufficante prauw met zijn Bantilang in gereedheid gehouden moeste werden; op de maccasjaren dan niet daer aan vol„ daan hadden was 'skonings verdere vraag geweest, waar op hij g'antwoord had criet Van Maccasser den 3:' Junij A„o 1769= niet beter te weten als van sa dog egter zulks met geen val„ „kome zekerheid te kunnen zeggen, alzo zijn verblijf te ver„ „re van goa afgelegen was, en hij zig ook behalven dat in geene zaken van het haf inwickelde„ Dat den koning hier door haar soo 't scheen de Maccas„ „saren wilde beswaren, als of 'er iets aan die zijde moeste kaperen, en dat veel ligt heare mala„ tigheid in de prompte observantie van hunne verschuldigde opwagting voor den koning aan deesen eenig bedekt misnoegen konde heeb„ ben te wege gebragt, die hij om de Eene of andere reeden niet opentlijk te kennen wilde geven, daer op aan hem Caraeng Barombong had gedeclareerd gaarne te zullen zien, dat morgen als den Licent„ „meester voll na zijne verwagting ten hove verscheijnen zoude, zijl: mede al„ daer tegenswoordig waren, wanneer zijn Hoogheid den koning van goa eens met nadruk en Ernst soude afvraegen na de 169 174 Maccasser den 5 Iunij 1769= Van de reeden van zijn vertrek en waer op deij Caraeng Barombong dan het woord voeren en het vooren gewaagde moeste opperen, dag deese had sig daer van kartelijk verschoont, niet tot den koning te zeggen, Hoe kan ik iets ten voordeele in de naam van den koning zeggen het geen ik met weete zeker te weesen, ik zal mij daar wel voor wagten daar den Cko„ „ning zelve betuijgd geen reeden van draefheid afte ongenoegen dan alleen opzigtelijk over zijnen broe„ „der te hebben, en dat nog zoo dikwerf verhaalt heeft, zoude ik hem zonder Eenige grond tot een leugenaar maken dat zij verre van mij— zijn Bonijse Majest: waer over dit refus van Caraeng Barombong Een„ ger. maten mitnoegd geweest, en had vervolgens Caraeng Lempan„ „gang daer toe getragt te persua„ deeren met weirig beter gevolg alsoo zij op het zelve g'antwoord had en waer bij die conferentie met het Van Maccasser den 3: Iunij 1769 — het vertrek der gasten voornoemd voor als toen was afgebrooken geworden dus verre luide het verhaal van dien zendeling waar bij hij voor zijn prive nog voegde dat Caraeng Barombong zig onder anderen ook tegens hem had uitgelaten met deese woorden wat zal ik veel zeggen van den koning van 90a. Een ider weet dat deij nog maar Een kind is dat boven dien door Een wijl bestierd werd waer van ik op deesen voet nog quade gevolgen voor zie Maandag den 6 Den koning van goa zig heeden bij zijn Bonijse Hoogheid ter bezoek bevindende liet mij die vorst des na de mid„ dags door zijnen tolk Moentoe daer van kennis geeven en onder vani„ „delijk

NL-HaNA_1.04.02_3277_0597 view scan ↗

English

Maccasser the 5th of June 1769 greetings to ask what I further pleased to have done now concerning this guest of his and whether he should detain the same or let him go again if he wished to depart. I had answered to this that it was all the same to me what his Highness wanted to do in this matter, that I knew nothing more to do in it, that it appeared quite strange to me how the king of Goa now appears with an innocent excuse, as was stated in the note handed over to his Highness on the 3rd of this month, no doubt invented and drawn up by someone else, since he had now continued to persist in his obstinacy for more than six weeks, as if he wanted to oppose the resolutions of the Honorable Company in the capture of his brother, after so much effort had been fruitlessly From Maccasser the 5th of June 1769 employed and the Macassars had been persuaded repeatedly to go and request their monarch again, who were also continually disappointed by him throughout; so that I knew no other counsel to give the king than to admonish his grandson earnestly, as I had highly recommended to him on the first of this month and now again repeatedly, so that if the Macassars might come to request him once more, as they were already disposed to do by me, he would return with them quickly without further refusal or delay, since it was to be feared that if he missed this opportunity this time, they might possibly no longer be persuaded to do so. This conversation having ended and the Bugis interpreter having departed, it was communicated to me secretly in all haste that all the Macassar court grandees together had gone this afternoon to their king From Maccasser the 5th of June 1769 and had requested him once more dutifully and emphatically to proceed along with them back to his realm inside Goa, but that the king, just as obstinate as before, not even in person but through Caraeng Barambang, had answered: That he had not yet made any decision about that, but once that had happened he would let them know, or declare himself regarding it to the one with whom he had resided for so long since his departure. It was furthermore related that the king nevertheless showed himself a few moments later and gave to understand in particular to the Goan Tomilalang: I do not want to hold the royal dignity anymore, since I am only From Maccasser the 5th of June 1769 Tuesday the 7th a child, and even if I were an adult, I would still not want to be king anymore; go away. The king of Bonij sent me the Djema Tongang, who brought as an answer to a message given yesterday to the interpreter that his master had said he wished to send the king of Goa closer, and now asked me, in case the Macassars did not want to accept their monarch anymore, whether he might take the same under his protection and grant him a residence with him, following earlier examples such as among others that of Matinroa Lambopoe, who, also having been dethroned as king of Goa by the Macassars, had taken his refuge under the protection of the Bonians. I From Macasser the 5th of June 1769 I informed his Highness upon this that from this answer, which I did not find to the point, I had to conclude that the interpreter yesterday must have discharged his commission very poorly and conveyed my words incorrectly; but that in case his Highness would deign to hear my conversation held yesterday afternoon with his emissary in order to remove all misunderstanding, I would for that purpose send the shahbandar to him this afternoon. A delegate of the Macassars having arrived and been announced to me at the very moment that I wanted to dispatch the Djema Tongang again, I ordered the latter to wait a little so that he could be an earwitness to the report that I was about to receive, in order to be able to recount the same to his monarch. Thereupon Galarrang Tsamba appeared, who announced to me on behalf of the Goan regent: How, From Maccasser the 5th of June 1769 pursuant to the persuasive admonitions and urgency made by me, the Macassar court nobles had gone to their departed king at the house of Caraeng Barambang here in the kampong of the Buginese, and had requested him once more to remain their king and return with them back to Goa, but that in substance, just as is recorded under the 6th of this month, an answer was given to them, so that they had to return again with shame and scorn, as had happened multiple times before, wherefore the regent and all the Macassar court grandees now requested at the end of their tether not to be burdened or demanded further in that matter, the more so because they on their part had now repeatedly and continually attempted in vain that which they were obliged by their country's laws to render to their king under such circumstances only once.

Dutch transcription

176 176 Maccasser den 5:' Junij 1769 — a n4 lijke groeten vragen wat ik verder geliefde omtrent desen sijnen gast als nu gedaen te hebben en of heij den selven zoude aanhauden dan wel weder gaan, faten, ondien bij vertrekken wilde, ik liet hier op ant„ woorden dat het mij om 't even was wat zijn hoogheid in deese zaak doen wilde dat ik daar in niets meer te doen wiste dat het mij al vrij wonderlijk te vooren quam seoe goas, ko„ ning nu verschijnd met een onnosel uitvlugt als bij het aan zijn Hoogheid overhandigd briefje op den 3: deser vermeld werd aange„ twijffeld door Een ander verzonnen en opge„ steld daar hij nu ruijm ses weeken bij zijn wederspannigheid was blijven volharden als wilde hij zig tegens de besluiten van d' E Comp: in de gevangen neeming van zijnen broeder verzetten, na dat men zoo veel moeijten vrugtelaas hadde Van Maccasser den 5:' Iunij 1769:— hadde aangewend en demaccasseren een en andermaal be„ woogen haren vorst weder te willen gaan versoeken die daer dien ook telkens door heen te leur gesteld wa„ „ven geworden; so dat ik den koning geen anderen raad meer wist te geven dan zijn klein zoon Ernstig te vermanen soo als ik heem op prima deser en nu weder bij reiteratie ten hoogsten aanprees, omme wanneer de maccassaren hem nog Eene rijse mogte komen veersoeken so als zij door mij daer toe bereeds gedisponeert waren, hij sonder verdere weigering of Di„ laij maar spoedig weder met haar te te rug keerd alzoo het eugten was dat hij dit maal desen kans verziende zij mogelijk niet oeer daer toe over te haslen zullen weesen. dit gesprek ten eijnde geloopen en den Bouijsen tolk vertrokken zijnde wierd mij in aller ijll onder de hand gecommu„ niceert dat de gesamentlijk maccassaar„ „se Hofgrooten heden middag tot haren koning Van Maccasser den 5 Junij 1769 koning waren gegaen en hem andermaal pligtig en na drukkelijk versogt zig nevens: haer weder na zijn rijk binnen goa te willen begeeven dog dat de koning even abstmaat als te vooren zelfs niet Eens in persoon maar door Caraeng Baram„ „bong daer op had laten antwoorden, Dat hij nog geen pesluit dar over ge„ nomen had maar zulx geschied zijnde venlieden het zelve zoude laeten weeten, dan wel zig dien aangaende verklaren teegens den geenen bij wien dij sedert zijn vertrek Iao lange gehuijsvest had, Nog wierd daer bij verhaald dat den koning zig egter Eenige ogenblik„ ken daer na vertoond en in 't bij zonder tot den gaasen Tomilalang te kennen gegeven de ad. Ik wil de koninglijke waardigheid niet oeer bekleeden, overmitz ik nog maer Van Maccasser den 5:' Iunij 1769 — Dingsdag den 7: maar een kind ben en alschoon ik ook volwassen ware soude ik egter geen koning meer willen zijn, gaat heen. sond den koning van Bonij mij den Djema Tongang toe, die op een bordschap van gisteren aan den Toek gegeven tot antwoord bragt dat zijn meester gezegd had den koning van goa naderwaerts te willen zenden en thans aan mij vragen liet ingeval de maccassaren kunnen vorst niet meer wilde aanneemen af hij den selven denwel onder zijne bescherming zoude mogen neemen, en bij zig Een verblijf vergunnen, na vroegere voorbeelden gelijk onder anderen dat van Matinroa Lambopoe, die ook als koning van goa door de maccassaren gedetihoneerd zijnde zijn toe vlugt onder de protectie der Boniers genomen had, Ik 1 1/5 180 Van Macasser den 3:' Iunij 1769 Ik liet zijn Hoogheid hier op berigten dat ik uit dit ant„ „woord het geen gemtesh niet ter zake viende suistineeren moest dat den Tolk zig van zijnen last giesteren seer qualijk moest hebben gequeeten en mijne woorden verkeert overgebragt dog dat ingeval zijn Hoogheid zig wilde verleedigen mijn ge„ sprek van gisteren middag met zijnen zendeling gehouden tot wegneming van alle mis ver„ staend aan te kaoren, ik ten dien eijnde den sa„ handhaer vall desen na de middag tot hem zoude senden, Een afgevaerdige der maccassaren op dit ogen„ peik dat ik den Djema Tongang weder depechee„ ven wilde g'arriveerd en bij mij aangediend zijnde gelagste ik geenen nog wat te vertoeven op dat hij oorgetuijge zoude kunnen zijn van het berigt dat ik stond te ontfan„ „gen, om het zelve zijnen vorst meede te kunnen verhaalen daer op verscheen galarrang Tsamba die uit naem van den goosen rijksbestierder mij aan„ kondigde, Hoe Van Maccasser den 5 Junij 1769 Hoe ingevolge de persuasive vermoningen en Instantie door mij gedaen de maccassaarse Haf Edelen zig tot hun nen uitgeweken koning ten heuise van Caraeng Ba„ rambang alhier in de Campong der baugineesen hadden begeven en hem andermaal verzogt hare koning te willen blijven en met haer weder meede na goa keeren dog dat daer op in substantie sodanig als bij den 6 hujes staat aangeteekend aan hem tot antwoord was gegeven dus zij niet schande en versmading gelijk meermaalen voor heen weeder hadden moeten te rug keeren over zulks den Rijkst: en gezamentlijke maccassaarse de afgrooten als nu ten einde het bot verzog„ „ten niet verder dier inne belast af gevergt te mogen werden, te meer zij van hunne zijde nu vervauwdig en tel„ kens even vrugteloos betragt hadden het geen se maar een maal na hare lands„ „wetten verpligt waren, in sodanigen omstandigheeden aan haren koning te bewijsen

NL-HaNA_1.04.02_3277_0603 view scan ↗

English

From Maccasser the 5th of June 1769 prove, except that they were not at all able to persuade him. I let the Rijksbestierder know that I would send him my answer to this report tomorrow, and subsequently sent, in fulfillment of my promise made this morning, the sjabandhaer to his Bonian majesty in order to make clearly known to him what had been discussed yesterday between me and his emissary: that my intention had not at all been aimed at merely sending the king of Goa away, but rather, when the Maccassars came to invite him again, not only to let him follow, but also himself to persuade him to return to Goa with his state dignitaries; but since the matter in the meantime had now changed in nature and, through the king's persistent refusal yesterday, had turned from bad to worse, and instead of having reasonably flattered myself that his majesty would have reflected on my given admonitions and would have persuaded the young prince to return with the Maccassars, I therefore finally had his Highness asked for his position: whether, assuming that the Maccassars might for the last time be brought once more to go and fetch their king, I could be assured that he would then resolve to go along; if so, that I would then venture once more to see if they could be moved thereto for one more journey; and in any case, what means his Highness currently knew how to employ serviceably for this purpose. His Highness thereupon declared to Voll that he could devise no better means in this case than my aforesaid proposal, with which, however doubtful and uncertain it might otherwise be considered in itself, he completely agreed with me as the last sheet anchor in the storm of these threatening disturbances, having thereupon summoned before him the young king, who was still with his Highness, in the presence of Voll, and asked him whether he would resolve to go along if the Maccassars could once more be moved to come and fetch him; he having answered this with yes, his Highness had again said to Voll: behold, you hear it from his own mouth, but he has promised it to me before as well without fulfilling it. After this, some further words were exchanged between them, and among other things the young man was recommended by his Highness to remain steadfast in this declaration of his; Voll had risen, having taken his leave, to go away, when his Highness had further requested and instructed him to thank me on his behalf for all the diligence and trouble expended in that matter, with further declaration of conforming therewith in all respects and also being unable to conceive of any further expedient beyond that which had now lastly been proposed by me to redress these estrangements, and he thus, if such might be found fruitless, would have to desist just as I must. Requesting finally to suspend the mission to this end to Goa until next Saturday, since their Puasa would then have expired. I thereupon sent in all haste the chief interpreter back to the king with the request that he—far from employing any further delay concerning a matter upon whose slowness or swiftness the entire fruitful result of so many deliberations and cares depends—would send me Djema Tongang early tomorrow morning already, whom I then, with Brugmans, as quickly as possible and without leaving the Maccassars much time to come to a decision, wanted to dispatch directly to Goa in order to make known the promised commitment and declaration, and by further instances and earnest exhortations to move and persuade them as much as possible to go and request and fetch their king this one and last time; Which the king, with return greetings, had completely approved. Sending, according to our agreement, early on Wednesday morning the 8th his servant Djema Tongang, whom I thereupon dispatched with Brugman directly to Goa with instructions to inform the Rijksbestierder and other Maccassar court nobles how I had sent the sjabandhar Voll yesterday evening to the king of Bonij to definitively ask his Highness whether Goa's king then remained entirely persistent in completely separating himself from his kingdom and subjects, or whether, if the Maccassars were once again to be moved by me to come request and fetch him, he would now finally resolve thereto; That the Bonian prince thereupon, in the presence of the sabandhaer Voll, had presented and asked this of Goa's king, who had thereupon declared that in that case he was now ready for it; That I now to this end sent to them my first interpreter accompanied by the Bonian prince's Djema Tongang to request them that the combined state nobles come down once more this time, and their king, whom they could now be assured

Dutch transcription

Maccasser den 5 Junij 1769 — Van 175182 „bewijsen behalven dat zij denselven in 't geheel niet ver„ „mogten te persuadeeren. Ik liet den Rijkob: weeten, hem morgen op dit narigt mijn antw: te zullen toe zenden en verond vervol„ gens in voldoening aan mijne toe zegging heden . morgen gedaen den ojabandhaer na zijn Bonij„ se majest: om den selven duijdelijk te kennen ge„ ven het geen tusschen mij en zijnen zendeling gis„ teren gesproken was dat mijn Intentie gants niet daer keenen strekkende was ge„ „weest om den koning van 90a. soo maer weg te senden maer om den selven wanneer de maccassaren quamen om hem weder te prviteeren niet alleen te laten volgen maar ook zelve te persuadeeren met zijne rijksgrooten na goa te rug te keeren dan vermits de zaak intusschen als nu van ge„ doente verandert en door s konings aan„ houdende weigering op giasteren de nave be„ toont Van Maccasser den 5:' Iunij 1769— toont van quad tot erger was verkeert on steede ik mij met reeden geflatteert had zijne majest: op mijne gedane vermaningen reflexie geslagen en den Iongen vorst zoude gepersuadeert hebben met de mancassaren te rug te keeren Ik dier halven eijndelijk aan zijn Hoogheid Positie liet vragen, - off verondersteld dat de maccassaren voor het laatste nog Eens daer toe te brengen mogte weesen hunnen koning te gaen afha„ „len ik verzekert zoude kunnen zijn dat hij als dan resolveeren zoude meede te gaen so ja dat ik dan nog Eens wilde onder„ staen of ze daer toe nog voor Eene rijze te bewegen waren en om allen gevalle wat middel zijn Hoogheid tegenwoordig hier toe dienstig te prac„ tiseeren wist, zijn Hoogheid hier op aan voll be tuigd 179 184 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 „tuijgd geen beter middel in deesen Caises te kunnen aitdenken dan mijn voorstel so evengem: waar mede hoe twijffelagtig en onseker ook an„ „zig ders op „ zelven beschouwd hij net mij vol„ komen over Een stemde als het laatste pligt Anker in den starm deser drij„ „gende onlusten, hebbende daar op den son„ „gen koning die zig nog bij zijn hoogheid bevond in tegenswoordigheid van vall voor zig geroepen, en den zelven gevraagd af hij resolveeren zoude meede te gaen indien de maccassaren nog Eens te bewegen waren om hem te komen afhalen, dese zulks met zaa beantwoord hebbende had zijn Hoogheid weder tegens voll gezegd zie daer gij hoord het uit zijn eijgen mond, maer hij heeft het mij E bevoorens ook al beloofd sonder het na te komen. Hier Hier na tusschen hen nog Eenige woor„ „den gewisseld en onder anderen door zijn Hoogheid aan den hangeling ge„ recommandeert zijnde bij dese zijne ver„ klaring te blijven volharden, was voll apgeresen om zijn afscheid genomen hebbende heenen te gaen zijn Hoogheid hem nog wanneer versogt en gelast had mij van zijment wegen te bedanken voor alle de vlijt en bemoeijenisse in ^ onder die zaak te koste gelegd, nadere nader betuiging zig in allen opzigten daer meede te Conformeeren en ook geen verder Expedient buijten het geene nu nog laatstelijk door mij was voorgeslagen te kunnen bezinnen tot aldres deser verwijderingen, en Van Maccasser den 5 Iunij 1769— hij 186 Van Maccasser den 1 Iunij 1769 hij dus ondien zulx vrugteloos mogte bevon„ „den werden soo wel als ik daer bij moest supercedeeren. versoekende tot Llot om de bezending ten desen eijende na goa tot aanstaande saturdag te willen surcheeren vermits als dan hunne Pocassa g'Expireerd zoude zijn. Ik zond hier op in allerijl den opper„ tolk weder na den koning met ver„ soek dat hij mij al aanstonds mar„ „gen vroeg verre van nog Eenigen uitstel te gebruiken omtrent een zaak aan welkers traagheid of te spoed ^ gevolg het gantsch vrugtlaar van zoo veel raadslaagen en zorgen afhang, den Djema Tongang wilde toezenden dien ik dan met Brugmans soo ras mogelijk en zonder de maccassaren weel tyd Van Maccasser den 5 Iunij 1769 veel tijd acer te laten om tot Een besluit te konnen direct na goa wilde afvaardigen ten eijnde een vekenings toe zegging en verklaring be„ kend te maken en door nadere Instantien en Ernstige adhartatien zoo veel doen„ lijk te bewegen en te overreeden haren koning deese Eenige en laatste rijse nog maer te gaen verzoeken en afhalen Het geen den koning onder Contra groete volkomen g'approbeerd had. sendende volgens onse afspraak, Woensdag den 8 s' morgens vroeg zijnen dienaer den Djema Tongang dien ik daer op met Brugman direct na goa depecheerde met last Den Rijkst: en verdere maccassaar„ se Hoff Edelen te verwittigen hoe ik giste avond den sjabandhar voll na van den koning van Bonij had ge„ sanden om zijn Hoogheid diffinitief afte 188 Van Maccasser den 5 Iunij 1769. afte vragen of goas koning dan ten Eenemalen persisteeren bleef zig van zijn rijk en on„ derdanen volstrekt afte sanderen van wel of hij indien de maccassaren nogmaals door mij te bewegen waren om hem te komnen versoe„ ken en afhalen nu eijndelijk daer toe reral„ veeren zoude Dat den Benisen vorst daer op in pre„ sentie van den sabandhaer voll goas koning zulks had voorgehouden en afgevraegd die daer op had betuigd in dat Cas als nu daer toe gereed te weesen Dat ik nu ten deesen Eijnde tot haer soud mijnen Eersten tolk verseld van Bonija vorst zijnen Djema Tongang om haer te versoeken, dat de gezament„ lijk rijk Edelen nog ditmaal afkwamen, en haren koning, dienze als nu verzekert kanden

NL-HaNA_1.04.02_3277_0610 view scan ↗

English

Maccasser the 3rd of June 1769 From hand, that they would not dismiss them again as before, Brugman in particular having been ordered to urge this request as emphatically as possible. Nevertheless, this mission was found to be fruitless, for upon their return I was informed that the Regent, having understood the message, had requested them both to wait until he had convened the Great of the Realm, who also assembled very quickly; and the Regent had subsequently requested the deputies to repeat once more before the assembly the matter with which they had been addressed to him. Which Brugman and 185 190 From Maccasser the 1st of June 1769 his companion the Djema Tongang having performed, the Regent had indeed earnestly admonished his people, without paying any regard to his own person, to act herein according to their own pleasure, declaring that he would conform to everything they might decide in this matter. After some time of deliberation, without the Regent having spoken anything further in the meantime, the First Tamilalang, on behalf of them all, gave to understand That they collectively recognized me and the King of Bonij to be too reasonable to demand that they entirely, as it were, trample upon their country's laws and thus commit perjury against their oath and duty, since those laws expressly forbid them to persuade their king in any way to something to which he has only From Maccasser the 5th of June 1769 merely once expressed himself to be disinclined; and that they, moreover, having been compelled by so many repeated contemptuous dismissals—as had now befallen them on four different occasions from their king, certainly at the harsh instigation of another—had also already resolved to trouble him no more. It was here that the Regent first made himself heard, saying in particular to the Djema Tongang: Among our kings there have now been four deposed, namely Matinroa ri Sambopae, Caraeng Bissei, Tomenang ri Gankana, and Batara Goa, of whom the first three were dethroned and the last one has fled; but, o Djema Tongang, with none of them all has so much indulgence 187 192 From Maccasser the 5th of June 1769. been used as with this last one, and that solely out of deference to the urgent instances of the Honorable Company, toward whom I shall always bear as much respect as possible. Continuing further on this subject, he said: If the king, when the Tamilalang together with the Great of the Realm went to him for the last time at Oedjoeng Tana, had only said that before coming to declare himself he would have to take the advice and counsel of his foster father, the King of Bonij, then matters would not have taken such a turn to his disadvantage, but might perhaps still have been arranged in the best manner. Continuing: I do not doubt at all that now, since he has repaired to Bonij, he will possibly promise everything that will be put to him; but I am nevertheless assured that From Maccasser the 5th of June 1769 that immediately, as soon as he were restored in the realm, he would be incited anew by old people to go his old course, and thus put the entire court in discord, if not apparently set the whole realm on fire and in flames by opposing the decisions of the Honorable Company, whom we ought to respect, always taking our welfare to heart: for though it is true that his natural inclination is by no means in its nature disposed to brew these disturbances were he not guided thereto by another hand, and this is an evil that cannot at all be prevented or overcome. The Tamilalang thereupon continued that he and the entire court were bound to persist in their decision mentioned before, requesting 189 194 From Maccasser the 5th of June 1769. requesting the Lord Governor's pardon in this regard, with their and the Regent's manifold greetings also to Bonij's monarch. The Djema Tongang of Bonij was ordered to make a report of what had passed to his king, and to tell the monarch on my behalf that, being now entirely exhausted of further remedies for redress in this matter, I would nevertheless gladly embrace such as might still be devised by His Highness, and that in that case he need only communicate them, provided they were founded on equitable maxims customary to the country. The members Blijdenbergh and Voll having departed to His Bonij Highness, as Ravensbergh and From Maccasser the 5th of June 1769. and Sanoder to the Goa court, they made a report upon their return that the customary practices of the annual compliment to those two courts had been properly performed on the occasion of the Lepas of their Great Fast. Friday the 10th Saturday the 11th nothing happened Sunday the 12th. Monday the 13th had the Shahbandar Voll remind the King of Bonij further of what was demanded of the Djema Tongang on the 8th of this month, seeing that from that day until today I had received no answer thereto. Voll reported to me upon his return that His Highness had likewise declared to be able to devise nothing more for the restoration of the interests of the King of Goa, unless there might still be some hope remaining if, as he proposed to me

Dutch transcription

Maccasser den 3 Iunij 1769 Van handen zijn dat hen niet weder gelijk voor heen zouden afwijsen binnen haalden, Brugman in zonderheid gelast zijnde dit versoek so nadrukkelijk als immers mogelijk aan te binden. niet te min wierd dese bezending vrugte„ loos bevonden want mij bij hum re„ taur berigt wierd dat den Rijks„ bestierder den boodschap verstaen heb„ bende hen beiden verzogt hadde soo lange „te willen vertoeven tot hij de Ripko„ grooten zoude hebben doen bij Een vergaderen, die ook al ras te samen gekomen en den Rijksb: vervolgens de afgezondenen verzogt hadde an„ dermaal voorde vergadaring te willen herhaalen, den zaast waar meede zij aan hem g'addresseert waren geweest, het geen Brugineir en zijn, 185 190 Van Maccasser den 1: Iunij 1769 zijn mdgezel den Djema Tangang verrigt hebbende, had den Rijkst: de zijne wel ernstig vermaant zonder Eenig in zigt op zijn per„ zoon, te slaen hier in na har wel gevallen te handelen, verklarende zig te zullen voegen bij alle het geene zij in deesen zoude komen te be„ sluiten, na Een wijl tijds beraad sonder dat den Rijksb: verder iets daer tusschen beiden ingesprooken had, gaf den Eersten Fami„ lalang uit deunner aller naam te kennen Dat zijl: gesamentlijk mij en den ko„ rae ning van Banij te redelijk erkenden om hen te vergen seare Landswetten dan ten Eenemaal als het ware te vertreeden en zig dus aan haren Eed en pligt mijn edig te maeken, daer dezelve uitdruklijk beveelden haren koning om geenen op zigten te mogen persuadeeren tot iets waer toe hij maer slegts Van Raccasser den 5 Iunij 1769 slegts Eenmaal betuigd ongenegen te weesen, en dat zij boven dien door soo veele herhaalde vermade„ „lijke afwijzingen als haer nu vier anderscheeide rijsen door haren koning zekerlijk op de bar„ „se austigatien van Eenen anderen waren we„ „der varen genoodsaekt geworden, gelijk „slooten zij ook reede bekosten hadden hem niet meer te zullen lastig vallen. Hier was het dat den Rijksb: zig eerst liet hooren, zeggende im 't bij„ zonder tot den Djema Tongang onder reets onse koningen zijner nu Eerst vier afgezet, als daer zijn Matinroa u Sambopae, Caraeng Bissei Tomen anengari gankana en Batara goa waar van d' Eerste drie gedethroneerd en den laatsten gevlugt is, dog o Dje„ ma Tongang met geene van die allen is zoo veel Inschikkelijkheid als ƒ „ 187 192 Van Maccasser den 5 Iunij 1769. gebruikt als met desen Laatste en dat alleen ter believing op de dringende instantien van d'E Comp: die ik altaos so veel mij mogelijks Eerbied toe dragen zal, vervolgende op dit anderwerp nog te zeggen, Had den koning toen den Tamilalang nevens de Rijksgraoten de Laatste maal tot hem op oedjoeng Tana zijn gegaen nog slegts ge„ zegt voor en al Eer zig te komen declareeren het advijs en den Raad van zijn Pleeg vader den koning van Bonij te zullen moeten inneemen dan zoo zoude de zaken dusdanigen keer, ten zijnen nadeele nog niet genoomen maer veel ligt nog in de beste plovij geschikt heb„ ben kunnen werden. voortvarende Ik twijffel geensints af thans nu heij bij wonin zig vervoegd heeft zal hij mogelijk alles beloven wat hem voorgehouden zal ^maar werden ^ ik ben niet te min verzekert dat Van Maccasser den 5 Iunij 1769 dat al aanstonds, se dra hij in heet Rijk weder deer steld zoude weesen op nieuw door oude lieden zeude werden opgehitst, om zijn ouden Cours te gaan, en dus het geheele hof in onEenigheid zo niet apparent het gantsche rijk on vuur en vlam stellen door zig te kanten, tegens de besluiten van d'E: Comp:, dien we behoo„ ^ al ven te respecteeren, „ altoos ons wel weesen behertigende: want wel is waer zijne natuurlijke jnclinatie is geensints uit haeren aard daer heenen hebbende om deese onlusten te brauwen wierde hij niet door een andere hand daer toe geleijd en dit is Een quaad dat geheel niet te verhaeden afte boven te komen is Den Tamilalang vervolgde daar op dat hij en het gantsche hoff gehouden waren te persisteeren bij haer besluit voorwaerts vermeld, verzoekende 189 194 Van Maccasser den 5 Iunij 1769. verzoekende den Heer gouverneur hier omtrent vergiffenis onder heare en des rijksbestierders veelvuldige groete ook aan Bonijs vorst, Den Djema Tongang van Banij wierd „gelast zijnen koning van het gepasseerde verslagg te doen, en den vorst mij„ nentwegen te zeggen dat ik nu geheel uit geput van verdere hulpmiddelen tot oedres in deese zaak nogthans „gaarne zoude amplecteeren de sodani„ ge welke bij zijn Hoogheid nog mogten zijn te bezinnen, en dat hij in dat cas maer geliefde Comminu„ catie te geven mits deselve gefun„ deert waren op billijk en verlands gebruikelijke maximes— De Leeden Blijdenbergh en vall na Donderdag den 9: zijn Bonijse Hoogh: gelijk Ravensbergh en Van Maccasser den 5 Iunij 1769. en Sanoder na heet gaase staff vertrocken zijnde deeden bij te rug komst Rapport dat de gebruikelijk heeden van het Iaerlijks Compliment aen die bij de hoven behoorlijk waeren verrigt ter gelegentheid van den Lapo hunner groote vasten Vridag den 10:' Saturdag „ 11: nieto gepasseert Sondag „ 12. Maendag „ 13:' door den sabandhair vall Bonijs koning nader het gedemandeerde aan den Djema Tongang op den 8 deser laten verhouden aangezien ik zedert dien dag tot heeden geen ant„ woord daer op bekomen hadde, voll berigte mij bij zijn rethour dat zijn Hoogh:„ gelijke wijse ver„ klaerd had niets meer te kunnen uitvinden tot herstel der Belangen van goas koning, ten ware er nog Eenige hoop toe overig mogte weesen indien gelijk hij mij voor stellen We

NL-HaNA_1.04.02_3277_0617 view scan ↗

English

From Maccasser the 5th of June 1769 proposed that I should invite the nine electors of Goa to me alongside the Queen of Tello, in order to test them regarding the intrinsic nature and letter of their laws as they might apply in this particular case, to see whether in constantly appealing to them they are indeed so firm in their position that one could not admit one or another interpretation in that regard; and, having brought them into that sentiment, then to attempt to make the same prevail. I did not misunderstand the King's intention in this matter, letting him know in the evening through the chief interpreter that I again From Maccasser the 5 June 1769 Tuesday the 14th conformed to this proposal, although harboring a certain conviction that this too would suffer a refusal from the Macassarese; however, to please His Highness, that I would send the chief interpreter early tomorrow morning to Goa and Tello for that purpose, as proof that I am continually and as much as possible ready to contribute everything that His Highness deemed of any use for his grandson. That I would therefore expect the Djema Tongang at my residence tomorrow morning, in order to set out on the way thither together with Brugman. Which was agreed upon mutually in this manner, and was put into effect this morning as soon as the Djema Tongang had arrived, who beforehand had to say, among other things, in the name of the King, that From Maccasser the 5 June 1769 that His Highness had found the proposal currently on the carpet, to summon the nine electors of Goa and the Queen of Tello, to agree completely with the contents of Art. 25 of the Bungaya Contract; on which I did not express myself this time because of the shortness of time. The envoys having returned, it only then became completely clear how well-founded my doubt about the success of this last measure had been; for The Chancellor had hardly understood the reason for their arrival when he excused himself very earnestly from sending the nine electors, since, by doing so, he would rightly be considered by all the grandees of the realm as a violator of the laws of their land, and therefore had me requested not to demand this of him, but to permit him From Macasser the 5 June 1769 and the grandees of the realm to continue to enjoy their prerogatives granted to them by Lord Speelman of blessed memory; that he nevertheless, in fulfillment of his duty and that of the Macassarese, would provide the First Ally with the required communication in due time as soon as their decision concerning the impending election of a new king should be made. Upon this, Karaeng Palemba, one of the electors, had gone on to say that they had already conferred together on that subject, and that tomorrow the result thereof was to be made public; and The Queen of Tello had in particular From Maccasser the 5 June 1769 made known that in case the aforementioned grandees of the realm resolved to appear before me upon this summons, she would also join them, but otherwise she was not permitted to undertake it. After this report, being ready to send the chief interpreter alongside the Djema Tongang back to the King of Boni in order that they might give an account of their experiences, the latter reminded me to provide an answer to his master regarding the actual meaning according to my understanding of the 25th article of the Bungaya Contract. Whereupon I gave His Highness through this court servant of his an elucidation of my opinion, namely that the cited article was in no way to be applied From Macasser the 5 June 1769 and the grandees of the realm to continue to enjoy their prerogatives granted to them by Lord Speelman of blessed memory; that he nevertheless, in fulfillment of his duty and that of the Macassarese, would provide the First Ally with the required communication in due time as soon as their decision concerning the impending election of a new king should be made. Upon this, Karaeng Palemba, one of the electors, had gone on to say that they had already conferred together on that subject, and that tomorrow the result thereof was to be made public; and The Queen of Tello had in particular From Maccasser the 5 June 1769 made known that in case the aforementioned grandees of the realm resolved to appear before me upon this summons, she would also join them, but otherwise she was not permitted to undertake it. After this report, being ready to send the chief interpreter alongside the Djema Tongang back to the King of Boni in order that they might give an account of their experiences, the latter reminded me to provide an answer to his master regarding the actual meaning according to my understanding of the 25th article of the Bungaya Contract. Whereupon I gave His Highness through this court servant of his an elucidation of my opinion, namely that the cited article was in no way to be applied From Maccasser the 5 June 1769 to the present case of the Macassarese, since in that passage mention was made of kings and Allies among one another, but not of a king with his subjects, and it must therefore be understood from this that whenever two Allies fell into disagreement together, they would then have to address the Honorable Company as mediator, but not when subjects are in disagreement with their monarch, concerning which the laws of the land and charters of each speak separately, and each of the Allies, as well as Boni, have the power among themselves, without interference from anyone in the world, to decide the same accordingly, just as they all also have a free election, with the exception only of Tello, who, because direct,

Dutch transcription

106 Van Maccasser den 5: Iunij 1769= stellen liet ik de negen stemmen af kiesheeren van goa bij mij verzoeken liet nevens de ko„ ninginne van Tello om hem nopens den „ haaer innerlijken aard en klein „ wetten so als die in Cas subject luijden mogten eens te ondertosten af zij met telkens haar daar op te beroepen wel zoo vast in hunne schoennen staen dat men niet de Eene ofte andere uitlegging daer omtrent zoude kunnen admit„ „ gevoeren teeren en zij in dat „ gebragt zijnde als dan te tenteeren het zelve te doen door„ gaen. Ik begreep niet duister de meening des konings hier omtrent, latende hem des avonds door den oppertolk te kennen te geven dat ik mij al weder Van Maccasser den 5 Iunij 1769 — Dingsdag den 14 weder Comformeerde met dit voorstel alhoewel in Een zeker denkbeeld hier meede refus bij de manassaren te zullen ondergaen egter ten gevallen van zijn HoogE: morgen vroeg den opper„ tolk ten dien einde na goa en Tello te zullen zenden, ten blijke dat ik on„ op houdelijk soo veel maar immers mogelijk „te bereid ben alles„ Contribueeren wat zijn Hoogheid maer van Eenig nut voor sijnen klein zoon oordeelde. Dat ik overzulks den Djema Ton„ gang morgen vroeg bij mij zoude verwagten, om met Brugman gesa„ merderhand op weg na derwaerts a1 te gaen. het geen in deeser voegen wederzijds bepaald en. heeden morgen in 't werk gesteld wierd, soo dra den djema Tongang g'arriveerd was, dene had alvoorens uitnaam van den koning onder anderen te zeggen dat 198 Van Maccasser den 5 Iunij 1769. dat het voorstel thans op het tapijt om de ne„ „gen kiesheeren van goa en de koninginne van Tello te ontbieden zijn HoogE: bevonden, had met den inhoud van art: 25 in 't Boerngaijse Contract volkomen over Een te stemmen waer over mij dit maal niet uitliet om de kortheid des tijde; De afgezondene te rug gekeert zynde bleek het Eerst volkomen hoe gegrond mijn twijffel over het succes van dit laatste middel geweest was; want Den Rijksb: had nauwlijks de reeden van hunne komst verstaen of hij had zig zeer ernstig verschoont wegens het afzenden der negen kiesheren dewijl hij dit doen„ de van alle de rijksgrooten met regt voor een verbreeker hemmer lands„ wetten zoude gehouden werden, en mij overzulks versoeken liet dit niet van hem te willen vergen, maer hem Van Macasser den 5 Iunij 1769= hem en de rijksgrooten vergunnen, te blijven Jouisseeren van kunne preerogativen door den heere speelman /R: L: S:/ aan hear vergunt dat hij niet te min in de voldoening aan zijnen en der maccassaren verschuldig„ heid den Eersten Bondgenoot in der tijd de vereijschte Communicatie zoude doen geworden, so dra hun besluit over de aanstaende verkiesing van Eenen nieuwen koning zouden zijn gevallen. Hier op had Caraeng Palemba Een der kieseeeren vervolgt te zeg„ „gen dat zij te zamen over dat sujet alreede gebesoigneert had„ den en dat morgen het Resultat van dien rugtbaer stond te werden gemaakt; en De Koninginne van Tello had in 't bij zander 405 200 Van Maccasser den 5 Iunij 1769. bij sonder te kennen gegeven dat bij aldien de meer„ gem: rijksgrooten resolveerden om bij mij op dit ontbod te verscheinen zij zig mede daer bij voegen zoude dog anders daer toe niet te mogen bestaen, Nva dit berigt gereed zijnde om den oppertoek nevens den Djema Ton„ gang na den koning van Bonij terug te zenden ten eijnde zij van hun we„ .. dewaren verslag konde doen, herinnerde den laatsten anij om een antwoord aan zijen meester nopens den eijgentlijken zin na mijne bevatting van het 25 art: van 't Boe=ngaijse Contract te willen opgeven— „deezen Waer op zijn HoogE: door „ zijnen hof„ dienaer Elucidatie gaf van mijn gevaelen namentlijk dat het aangehalde art: in geenen op zigten tot het tegens„ woordige geval der matcassaren 't appliceeren 1: Van Macasser den 5 Iunij 1769= hem en de rijksgrooten vergunnen te blijven Jouisseeren van kinne preerogativen door den heere speelman /R: L: S:/ aan hear vergunt dat hij niet te min in de voldoening aan zijnen en der maccassaren verschuldig„ heid den Eersten Bondgenoot in der tijd de vereijschte Communicatie zoude doen geworden, so dra hun besluit over de aanstaende verkiesing van Eenen nieuwen koning zouden zijn gevallen. Hier op had Caraeng Palemba Een der kieseeeren vervolgt te zeg„ „gen dat zij te zamen over dat Lujet alreede gebesoigneert had„ den en dat morgen het Resultat van dien rugtbaer stond te werden gemaakt; en De Koninginne van Tello had in 't bij zonder 195 200 Van Maccasser den 5 Iunij 1769- bij sonder te kennen gegeven dat bij aldien de meer„ gem: rijksgrooten resolveerden om bij mij op dit ontbod te verscheinen zij zig mede daer bij voegen zoude dog anders daer toe niet te mogen bestaen, Eva dit berigt gereed zijnde om den oppertoek nevens den Djema Ton„ gang na den koning van Bonij terug te zenden ten eijnde zij van hun we„ dervaren verslag konde doen, herinnerde den laatsten mij om een antwoord aan zien meester nopens den eijgentlijken zin na mijne bevatting van het 25 art: van 't Boe=ngaijse Contract te willen opgeven— „deezen Waer op zijn HoogE: door „ zijnen hof„ dienaer Elucidatie gaf van mijn gevaelen namentlijk dat het aangehalde art: in geenen opzigten tot het tegens„ woordige geval der maccassaren 't appliceeren Van Maccasser den 5 Iunij 1769 appliceeren was, aangezien er op die plaats van koningen en Bondgenoten onder elkanderen, omaer niet van Een koning met zijn onderdanen gesprooken werd en dus daer uit ver„ staen moet werden. wanneer twee bendgenooten te samen in oneenigheid geraakte om dan bij d' E Comp: als bemiddelaar haer te moe„ ten advresseeren, dag niet wanneer onderdanen in oneenigheid met kunnen vorst zijn, waer omtrent een eijgelijk zijne Landswetten en handvest en afzonderlijk spreeken en 1 een ijder der Bondgenooten soo wel als Bonij beuten bemoeijenis van iemaend ter wereld de faculteit aan haer hebben deselve daer na te beslissen gelijk zij alle ook een vrije verkiesing hebben uitge„ zondert, alleen Tello die om dat Cas direct,

NL-HaNA_1.04.02_3277_0625 view scan ↗

English

From Makassar, the 5th of June 1769 - depends directly only on the Company, notwithstanding that the approval of them all in such a case nevertheless depends on the Honorable Company, and that even if one wished to apply that article now according to His Highness's interpretation, all of this could serve far more to the disadvantage than to the advantage of His Highness's grandson, since he had acted directly against it by abandoning his realm and retreating to the negorij Manoeroekie and Barambang instead of submitting his grievances to the Honorable Company. Having subsequently also instructed the chief interpreter to ask His Highness whether, now that this latest endeavor, as I had well foreseen, was accomplished in vain and everything had come to nothing, he could still think of anything, and if so, to let me know. Brugman From Makassar, the 5th of June 1769 Brugman, having returned and duly performed his charge, reported to me: That the king could just as little devise anything further for redress, but in all respects had made known his inability to do so, and at the same time had asked me whether, after this evolution in their state affairs, he might question the delegates of the Macassars, whom he was expecting to see appear before him one of these days, according to their country's laws, and whether I would be pleased to send him the chief interpreter by that time so that he might also be an ear-witness to it; furthermore, having advanced that he deemed it not inadvisable if I were to summon the Queen of Tello once more separately to ask for an answer; whereupon he sent the Djema Tongang back to me with Brugman. I From Makassar, the 1st of June 1769. I sent word in answer to His Highness that I would gladly see him inform himself from the Macassars concerning their laws, but that I could not so easily consent or foresee any fruit from summoning the Queen of Tello again, as the matter was already advanced too far, as His Highness would today have well understood from the chief interpreter and the Djema Tongang from the words of Caraeng Palemba, one of the nine Macassar electors; that I nevertheless deferred it to the king, if he deemed it of any use, to let the Queen of Tello come to His Highness himself; but as for me, that I did not wish to risk another refusal for the Honorable Company from a lesser ally, and that His Highness, in proportion to his From Makassar, the 2nd of June 1769 interest in this change of affairs, must be fully convinced of all the efforts and diligence applied principally in his favor in this matter, if he only considers how I have thus far done everything, yea, more than I was bound to do, for the reconciliation of the Macassars with their prince and for the maintenance of the country's peace and quiet, largely out of consideration for a grandson of His Highness and for the sake of his youth — Yet that it was up to His Highness to have taken care that his grandson, at the time the Macassars came down, especially the last time, to invite him again, had gone along willingly, and had not From Makassar, the 1st of June 1769 remained stubborn, the more so as he was present with His Highness at that time and thus to some extent under his authority. And for the rest, that it was all the same to the Honorable Company whom the Macassars have as their king, provided he only swears to the contracts and scrupulously fulfills them, whereupon it naturally follows that he is a friend of the Honorable Company and Bonij, and is regarded and accepted as such an ally. Nothing happened Wednesday the 15th. Thursday the 16th In the early morning it was communicated to me on behalf of the Queen of Tello that she had learned that yesterday afternoon the royal regalia or the soedang had already been delivered by the Council of State, the joint Batesalapang of Goa, to the Regent, as proof that they had chosen him as their king. I From Makassar, the 1st of June 1769 I had Her Highness thanked for this report. Thereupon, after having previously requested access, the joint dignitaries of Goa appeared before me for the dutiful communication: That because they had seen themselves abandoned by their former king, who, directly against their country's laws, had persistently refused their repeated requests to return with them to Goa, without them having wronged him in any respect, done evil, or shown any disobedience insofar as they were obligated to him; they therefore, brought to the utmost extremity, out of consideration for the consequences of anarchy, were compelled to the election of a new king, From Makassar, the 3rd of June 1769 — forced by necessity, and for that purpose had cast their choice upon their Regent Caraeng Tana So; and that they were in full confidence that the Honorable Company would agree to this election, as having fallen upon one from whom they had reason to expect that he would no less seek to distinguish himself to the King of Bonij through an inviolable observance of the Bongaya Contract, and therefore would favorably approve this his elevation and cause it to take effect, as they came humbly to request. I then asked whether all the electors had now also come down and none were missing from the number; they answered yes, except only Caraeng Bontamanaij and Galarrang Samata, the latter having been dispatched to the court of Bonij to communicate their resolution, while the former had been prevented by illness from coming down as well. Here

Dutch transcription

197 202 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 - direct alleen van de Comp: rependeert niet tegensteeende de approbatie van har allen in sodanig geval nogthans van d. E Comp: afhangt, en dat schoon genomen men dat art: na zijn hoogE: jnterpretatie thans wilde appliceeren, zulx alles zints ten nadeele veel eer als ten voordeele van zijn hoogheids klein zoon zoude konnen te strecken, dewijl hij dan direct tegens het zelve was aangenaam met zijn eijk te abandoneeren en zig na de negorij Manoe„ roekie en Barambang te retireeren in vertede van zijne beswarnissen bij d'E Comp: op te geven. vervolgens den oppertoek almeede Gelast hebbende zijn Hoogheid te vraegen of daer ook: deese laatste Bemoeijenis, gelijk ik wel voorzien haed nu te vergeefs be„ werkstelligt, en alles in 't niet gelopen was, hij nu nog iets wiste uit te denken so Ia mij zulx als van te laaten wee„ toen Beugman Van Macasser den 5 Iunij 1769 Brugman te rug gekeert en zijnen Laest behoor„ „lijk hebbende afgelegd rapporteerde mij„ Dat den koning even zoo min iets meer tot redret verzinnen maer in allen op zigten als au zijn onvermogen daer toe te kennen gegeven en te gelijk aan mij had laten vragen of hij de afgezondenen der manassaren die hij na deese Evolutie hunner staats zaaken eerstdaags bij zig verwagtende was te zullen zien ver„ scheinen wel als dan na hunne lands„ „wetten zouden mogen ondervragen en of ik hem tegens dien tijd den oppertaek geliefde toe te zenden om daer van ook en oor ge„ tuijge te kunnen weesen, wijders nog g'awan„ ceert hebbende niet ongeraden te agten soo bij aldien ik de koninginne van Tellt nog eens afsonderlijk bij mij versoeken liet om antwoord waer op bij den Dje„ ma Songang weder met Brugman tot mij te rug Land„ Ik 189 204 Van Maccasser den 1 Iunij 1769. Ik liet zijn Hoogh: hier op antw: gaarne te zullen zien dat hij zig bij de maccassaren nog hunne wet„ „ten jnformeerde, dog dat ik so ligt niet konde toestemmen af ook Eenige vrugt voorzagt uit den nader ontbad van Tellas koninginne alsoo de zaak dog reets als te verre was ge„ vordert, gelijk zijn Hoogh: van den oppertolk en den Djema Tangang heeden wel zoude verstaen hebben, uit het seggen van Caraeng Palemba eene der negen mac„ cassaarse kiesheeren, Dat ik het nog„ thans aan den koning deferceerde om wanneer hij zulx van eenig nut ag„ te de koninginne van Tello dan bij zijn Hoogheid selve te laten komen, maer wat mij aanging dat ik ander maal geen refuus voor d' E Comp: wil„ „de hasardeeren van een minder Bond„ genoot en dat zijn hoogh: na mate zijn Van Macasser den 2 Iunij 1769 zijn belang in dese verwisseling van saken ten vollen overtuigd zal moeten weesen van alle de bemoeijenissen en vlijt ten zijnen gevalle principaal hier in aangewend wanneer hij slegts te overwegen komt hoe ik ro dus verre tot de ver eeniging der mac„ cassaaren met hunne vorst en ter behertiging van 's Lands Rust en vree„ de alles Ia meer dan ik gehouden ben gedaen hebbe, veel al uit Consideratie voor Eenen klein zoon van zijn hoogh: en ter wille zijner Iongheid — Dog dat het kan zijn hoog E:d strak geweest was sorge te dragen, dat zijn klein zoon ten tijd de maccassaren voornamentlijk de Laatste rhijze zijn afgekomen, om den zelven weder te versoeken deij gewillig was meede gegaen, maer niet 9e9 hardneckig 206. Van Maccasser den 1 Iunij 1769 hardneckig gebleven ware te meer hen toenmaels bij zijn Hoogb: tegenswoordig en dus Eeniger maten als onder zijn gezag was geweest. En voor het overige dat het d'E Maatschappij om 't even was wien de maccassaren tot kunnen koning hebben, mits hij slegts de Contracten be„ sweerd en heiligelijk daer aen voldoed, wanneer het van zig zelven volgd, dat hij een vriend van d'E Comp en Bonij, en veradanig ook als een Bandgenoot geagt en aangenoomen word.- aang niets gepasseert woensdag den 15: In den vroegen morgen wierd mij van we„ Donderdag „ 16 gens de koninginne van Sello gecommu„ niceerd sece zij aernomen dad dat gisteren na de middag de Rijks Insignie of den soedang bereeds door den staats Raad de gesamentlijke Batesalapang van 9oa aan den Rijksbestierder waren overgegeven ten bewijze dat zij desen tot kunnen koning hadden verkoren ƒ Jk Van Maccasser den 1 Iunij 1769 Jk liet haar HoogE: voor dit narigt bedanken Hier op verscheenen na alvoorens acces te hebben laten versoeken de gezamentlijke Rijks„ grooten van 90a bij mij ter pligtige Communicatie Dat overmits zij zig verlaten hadden gezien van hunnen voorigen koning die regt staeks tegens hunne Landswetten aan op hunne herhaalde jnstantien weigerig gebleven was zig weder met hun na goa te bege„ „ven sonder dat hij hem in Eenige op zigten hadden verkort mijdaan of eenige ongehoorsaamheid om zo verre zij die aan hem verpligt ware hadden bewesen, bij dierhaelven tot het uijtterste gebragt uijt overweging der gevolgen van re„ geeringloosheid tot de verkiesing van Eenen nieuwen koning waeren ge„ „naodsackt, 208 Van Macasser den 3 Iunij 1769 — noodprangt geworden en daer toe het ock te hebben laten vallen op hunnen Rijksb: Carang Tana So= nog dat ze in heet vertrouwen waren dat D'E maat„ Lcappij deese verkiesing agreëren zoude, als geval„ „len op eenen, van wien te reeden hadden te verwag„ „ten dat hij zig niet minder aan den koning van Banij door een onkreukbaare onderhanding van het Boe=ngaijve Contract tragten zoude te distinqueeren, en over zulx dese zijne eer hef„ fing gunstig approbeeren, mitsg=s Effect wil„ „de doen zorteeren, gelijk te ontmoedig quamen verzoeken. Ik vroeg deen of alle kiesheeren thans mede waren afgekomen en 'er geene aan het getal ontbraken zij antwoorden Ia uitgezondert alleen Caraeng Bontamanaij en galarrang Samata den Laatsten ter Communicatie van hun besluit na 't hof van Bo„ nij afgezonden, terwijl den Eersten door ziekte verhindert was geweest meede afte komen. Hier

NL-HaNA_1.04.02_3277_0632 view scan ↗

English

From Maccasser the 5th of June 1769 Hereupon I put to them these three points very emphatically, ordering them to answer me truthfully, namely: Firstly, whether they had acted with regard to their departed king according to the tenor of their country's laws, and in their conscience had no cause for self-reproach whatsoever regarding having given him any dissatisfaction; Upon which they answered entirely in the affirmative, reiterating that they had not done him the least wrong. Secondly, whether their country's laws, without being able to tolerate any mitigation, strictly dictate in a case like the present one that the departed king must no longer be accepted; Upon which they all answered unanimously: No, absolutely not, and for that reason they had also been obliged to proceed to a new election; and 205 210 From Maccasser the 5th of June 1769 Thirdly, whether in this election anything had been omitted or neglected that their country's laws in all strictness would require in a case like the present, and in particular whether they had all been of one voice in this. They having likewise answered this in the affirmative, I finally dismissed them, letting them know that I had provisionally accepted the subject of their present deputation for communication. Nothing happened. Friday the 17th. Having learned that the Queen of Tello was preparing on Saturday the 18th to go pay a visit of mourning to the dethroned King of Goa according to the custom of the country on his dismissal, I had her reminded by the high priest, who was accompanied by his substitute Blij, not to say or attempt anything during that visit that could cause any offense or estrangement between her and the court of Goa. She thanked me for that From Maccasser the 5th of June 1769 Sunday the 19th faithful advice with returning greetings, and at the same time made known that she never had had such a thing in mind, but rather intended to strive more and more to continue in good intelligence with the Maccassar court. Monday the 20th Nothing happened. Tuesday the 21st Wednesday the 22nd Thursday the 23rd. The King of Bonij, having been informed a few days after the dethronement of his grandson by Arou Palacca how they had, in compensation for the loss of his crown, invested this prince with the dignity and title of Madanrang Palacca, His Highness had at the same time also bestowed upon this prince the new name of Arou Mampoe Riawa and ordered that in the future he should no longer be distinguished as King of Goa, but by one of these titles, as was also recorded in the realm's archives. 207 212 From Maccasser the 5th of June 1769 At that occasion there was also present a certain Tosarasa, the king's brother's son, who had also been an eyewitness and earwitness to a conference held there at that time, and came in person to report to me about it today, recounting: That His Bonij Highness on this subject had at the same time asked Arou Tha what he thought of that change of state among the Maccassars, and whether it could at any time have disadvantageous consequences for them, the answer had been: Yes, according to the words of my king, without having further explained whom he meant by that. His From Maccasser the 5th of June 1769 His Highness had thereupon put this same question to this Tosarasa, who had answered, as he related to me, that he was not of the opinion that the dismissal of Goa's king could have any precarious aftermath for the Maccassars, and especially in consideration of the whole course of this matter, making known at the same time to His Highness how Caraeng Sanrabanij, who previously together with Caraeng Barombang, though especially the first, had appeared somewhat partisan in this regard, had soon dropped the mask and completely withdrawn from that matter as soon as they had been informed of the decision of the Maccassars through a letter from the Goan Tomilalang Caraeng Jaranika, who among 209 214 From Maccasser the 5th of June 1769 other things had asserted therein that the Maccassar court had absolute freedom to act in this according to their country's laws, without it being possible or permissible for subordinates to reject such, and that the Maccassars, having taken a decision of that nature, were furthermore not obliged to do anything more than give a simple communication thereof only to such realm princes residing under their jurisdiction, as were Sanrabanij and Barombang; that the attempts of their former king for the release of his apprehended brother were from another side strictly aimed at bringing them, where possible, to opposing From Maccasser the 5th of June 1769 the Honorable Company and its decisions in this matter, whereas they, since they were defeated at Lamboepo, were not capable of undertaking such. Tosarasa, as further proof of his sentiments, also made known to the king that Caraeng Sanrabanij, after receiving this document, had no longer visited Barombang, notwithstanding that the latter had invited him repeatedly, having excused himself each time on the pretext of being ill; confirming this with the change that was soon afterwards also clearly perceived in Caraeng Barombang, for the latter, having paid the last visit to the King of Goa

Dutch transcription

Van Maccasser den 5 Iunij 1769 Hier op stele jk aan haar dese drie poincten seer nadaukke„ „lijk voor hen beveelende mij na waerheid daer op te antwoor„ den te weeten, L=mo of zij ten aanzien van hunnen uitgeweken koning volgens den teneur hunner Landswetten g'ageert en hun zelven in gemoede geen het minste verwijst te doen hadden van hem in het Een of ander misnoe„ noegen te hebben gegeven, waer op ze volkomen Ia antwoorden heerhalende den selven geen het minste ongelijk te hebben aan„ gedaen, 2=e of hunne Landswetten sonder Eenige miti„ gatie te kunnen gedagen dan volstrekt in een geval als het tegenswoordige dicteeren den uitgeweeken koning niet meer te moeten aanneemen, waar op ze allen een parig antwoorden Neen absoluit niet en uit dien hoofde ook tot Een nieuwe verkiesing te hebben moeten treeden; en 205 210 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 3=e of bij deese verkiesing dan niets agterwege gelaten ofte verzuijmt was van het eene hunne Lands wetten naar alle riceur in Een geval als thans quamen te vorderen en an„ zonderheid of zij allen hier in een stemming geweest waren Het geen ze almeede met sa beantwoord hebbende so depecheerde ik hen ten laatsten te kennen gevende het supet hunner bezending van heeden bij provisie voor Communicatie te hebben aangenoomen. Niets gepasseert vrijdag den 17: vernomen hebbende dat de koninginne van Tello Saturdag „ 18: zig gereed maakte om bij den gedethroneerden koning van goa volgens Lands gebruijk een vizite van rouw beklag over zijne dimatie te willen gaan afleggen liet ik haar door den oppertoek die van zijnen subsisteit Blij verseld ging herinneren bij dat bezoek niets te willen spreeken of onder„ staan het geen Eenige aanstoot of ver„ weidering tusschen har en het goase Hoff soude kunnen te weeg brengen zij liet mij voor die Van Maccasser den 5 Iunij 1769 Sondag den 19 die trouwen raad onder weder groete bedanken en „te gelijk te kennen geven nimmer zulks in den zinte heb, ben gehad, maar ceel eer voorneemens te sijn, haer meer en meer te beijveren om met het mac„ casssarse Hoff in Een goede jntelligentie te Continueeren Maendag „ 20 niets gepasseert Dingsdag „ 21 woensdag „ 25 Donderdag„ 23 den koning van Bonij Eenige dagen na het Dethaoo„ neeren van zijnen klein zoon door Arou Palacca onderregt geworden zijnde, hoe zij weesen in vergoeding voor het verlies van zijn, kroon met de waerdigheid en Titul van Madanrang Palacca verkeerd hadde, had zijn Hoogheid ter zelver tijd desen prins mede met een her„ naam van Arou mampoe Riawa beschon„ ken en gelast den selven in den aanstaanden niet meer als koning van goa maar bij Eenen deser Tituls te distinqueeren, so als zulx ook bij de rijk Archiven 207 2. 12 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 Archiven wierd aangeteekend bij die gele„ gentheeid was aldaer meede tegenwoordig zee„ keren Sasarasa s'konings broeders zoon die teffens bij die gelegentheid oog en oorgetuige was geweest van eene Conferentie toenmaals aldaer gehouden. en mij heeden in persoon daer van quam verslag doen verhalende, Dat zijn bonijse Hoogh: op dit su„ jet ter zelver tijd aan Arou Tha gevraagd hadde wat hem van die staats verwisseling dier matcassaaren dagte en of het zelve 't Eeniger tijd voor hen van nadeelige gevolgen zoude kunnen zijn was het antwoord geweest Iavolgens het zeggen van mijnen koning sonder zig nader daer bij te hebben verklaerd wien hij daer meede bedoelde, zijn Van Macasser den 5 Iuni 1769 zijn Hoogh: had deese selfde vrage hier op aen desen Josarasa meede gedaen die g'antwoord had zoo als mij verhaalde, niet van gedagten te zijn dat de Domatie van gaas koning van Eenigen hache„ lijken na sleep voor de maccassaren kande werden en wel inzonderheid uit overweging van het gantsche beloop deser zaak ter zelver tijd aan zijn Hoogheid te kennen ge„ vende, hee Carang Sanrabanij die bevoorens met Caraeng barombang hoewel in„ „zonderheid den Eerste Eenigsints hier omtrent partijdig gescheenen hadden al spoedig het masquer afgelegt en zig die zaak teenemaal onttrocken hadden — zoo draase van het besluit der mac„ cassaren onderrigt waren geworden door Eenen brief van den gaasen Io„ milalang Caraeng Iaranika die onder „ 200 214 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 onder anderen daer in had beweert dat het manassaarse hof volstrekt vrijheeid had in desen volgens hare Landswetten te mogen ageeren sonder dat zulks door mindere konden of mogten werden gere„ jecteerd en dat de maccassaren een besluit van dien aerd genomen, heb„ bende verder niet meer gehouden wa„ ven dan de simpele Communicatie daar van alleen te given aan de so„ danige onder hen ressorteerende rijk Prinsen gelijk Lanralonij en Ba„ rombang waren dat het saeken van hunnen geweesen koning om het ontslag van zijnen g'ap„ prehendeerden broeder van een an„ zijde volstrekt daar heemen dere gedirigeert wierd, om henl: waar 't mogelijk daer toe te brengen van zig Van Maccasser den 5 Iunij 1769 zig tegens d'E: Comp: en derselver besluiten in desen te verzetten daar zijl: sedert ze op Lamboepo overwannen waren zulx niet vermagten te onderstaen Tosarasa tot verder bewijs zijnen gevoelens aan den koning nog te kennen gevende dat Caraeng Sanzabanij na den ontfangst van dit geschrift niet meer bij Barombang geweest was, ongeagt desen hem een en ander maal had laten inviteeren die zig telkens had verschoont onder voorwendsel van ziekte zijn. dit bevestigende met de verande„ ving die men kort daer na ook aan Caraeng Barambang kenne„ lijk had bespeurt want dese na bij den koning van goa de laatste 3

← previousnext →