Inventory 3277
Japan · 1,144 pages · 206 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Macassar, the 5th of June 1759 had escorted His Highness on his last journey, had returned home in all haste, and furthermore had also shown that he had completely withdrawn from the interests of the dethroned king and had entirely washed his hands of that matter, as had become even more evident, since His Honour, having repeatedly summoned him to court thereafter, he had every time brought forward all kinds of pretexts not to appear, having lately had himself excused as being ill. Furthermore, he related to me that the king, having heard his aforementioned arguments, had turned to the regent and said: The From Macassar, the 5th of June 1769 The opinion of Tosarasa carries much probability, but how shall I now manage to satisfy Arou Palacca; it was solely for her sake that I did what I have done in this matter. Here Sosarasa ended the report of this negotiation at court, at the same time assuring me in particular that in truth not the least difficulty was to be feared from this revolution in the Macassar government; he only added to this subject furthermore: That the malice of Arou Palacca, because she foresaw From Macassar, the 5th of June 1769 foresaw that she would not be able to obtain the freedom of her detained grandson, was very great and indeed went so far that she had dared to make known to the Macassars, albeit in a veiled sense, how gladly she would see them, the Macassars, take up arms against the Honourable Company, even if only for a single day, in order on that occasion, were it possible, to be allowed to cool her temper by the shedding of European blood. I thanked this Tosarasa for his faithful report and let him depart therewith. Nothing occurred. Friday the 24th. From the Queen of Tallo I received a stately visit on some matters concerning her in particular, upon an invitation made by me. Saturday the 25th. Nothing occurred. Sunday the 26th. I received the Bouton envoy, who among other things indicated that his vessel was made ready for departure and lay ready to sail, requesting therefore to be allowed to know the day when he might receive his dispatch, adding thereto that he had been instructed by his master, the king, to propose to me not to make the number of the extirpators of the From Macassar, the 5th of June 1769 of the spice trees, who annually depart on expedition to Bouton, as large as the last journey, but, were it possible, to let it remain on the old footing and under the supervision of a sergeant, giving as a reason the lack of necessary space in their vessel for so many men, unless the Company itself would choose to send a special vessel to sail back and forth annually alongside theirs, as his intention seemed to imply. I answered him that I could not as yet determine the day of his dismissal, but would let him know the same in due course, and furthermore, having principally refuted his raised difficulties regarding the proposal concerning the extirpators, that if the ship's space on board was too narrow and cramped for a number of extirpators as he claimed, the extent of his sovereign's territory on the other hand was found to be far too wide and large to bring about a reduction in the number of those commissioners, regardless of the fatigues on their rounds, which made an increase of the same, if everything were to be performed as required, in every respect extremely necessary. Where- From Macassar, dated the 5th of June 1759 Whereupon, some further indifferent discourse having taken place, he took his leave. Nothing occurred. Tuesday the 28th. March Wednesday the 1st. Thursday the 2nd. Friday the 3rd. Saturday the 4th. The envoy of the King of Tambora, who arrived yesterday afternoon in the roads here, appeared today after having obtained access for an audience with me, on which occasion he delivered a letter from his master. Sunday the 5th. Today the following Bonian magnate envoys presented themselves to me, namely: Monday the 6th. The First Tomilalang, Arou Tha, Arou Ponre, Datoca Bringan, The Djema Tongang, the Solewatang of Tiemoeroeng, and Arou Salantietoe. The first, bringing up the subject of the disputes between the Bonians From Macassar, the 5th of June 1769 at Segeri and the Tanetterese over some paddy fields, saying that the Tanetterese, wishing to take some paddy fields from the Bonians by force and having already actually made a beginning therewith, the latter had lodged a complaint with their sovereign, and His Majesty had given in answer thereto that they should oppose force with force, as his subjects maintained they had the right on their side, based on the determination of the boundaries in that quarter formerly made by the Honourable Camerling and the surveyor Muller. Being unable to conceal my displeasure at such a bold enterprise, From Macassar, the 5th of June 1769 I gave them to understand in emphatic terms how this would open a door to many calamities and bloodshed, corresponding to their hot-tempered and vengeful nature, to the detriment and ruin of the poor and needy husbandman; that I would therefore take good care that such violent ways of acting, on the one side as well as the other, should not be committed on the Honourable Company's territory, and to that end would well know how to employ the power and authority of the Company as Lord of the Land, as I to that end forthwith ordered the under-interpreter Israel Pietersz, in the presence of them all, to depart for Maros, with further orders to notify the Resident of Hassum on my behalf upon his arrival there and at the same time to instruct
Dutch transcription
216 Van Matcasser den 5: Iunij 1759 1 laatste rhijse bij zijn Hoogheid geconvaijeert had, in allevijl weder na huis gekeert was, en verder almeede getoont zig de belangen van den gedethroneerden koning te Eenemaal te hebben onttrocken, en die zaak van zijnen haes geschaven, gelijk het nog nader gebleken was, alzoo zijn HoogE: hem na dato een en andermaal ten hove verzogt hebbende, hij telkens alle voor„ wendselen had ingebragt, om niet te verscheinen zig laatste„ lijk hebbende Laten verExcuseeren ziek te weesen. wijders verhaalde hij mij dat den koning zijne reedenen voorn: heb„ bende aangehoort zig daer toe den rijksbest: had gewend en gezegt. Het Van Maccasser den 5 Iunij 1769 Het gevaelen van Tosarasa heeft veel waerscheinelijkheid maer koeda„ nig zal ik het nu stellen om Arou Palatca te vreeden te moe„ ken het is alleen omharzent wille gewist wat ik hier in gedaen hebbe. Hier Eijndigde Sosarasa het verslag deser onderhandeling ten hoven, mij teffens in't bij zonder verzekerende dat er in der daad geen de minste swarigheid uijt dese omwenteling der maccassaar„ „se Regeering te dugten was, alleen voegde hij op dit supt nog daar bij Dat de quaadaardigheid van Arou Palacca over dat ze voorzag 218 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 voorzagt de vrijheid van haren gedetineerden klen: zoon niet te zullen kunnen obtineeren, zeer groot en wel ze verre „ging dat ze de maccassaren genoegsaem dog in Een bedekten. zin had durven te kennen geven hoe gaarne zeens zien zou„ de dat zijl /:macassaren/ de wapenen tegens'sE Comp: ap„ vatteden, alschaon ook maer door Eenen dag om bij die gelegentheid waare het mogelijk haar gemoed te mo„ gen koelen aen het vergieten van Europees en bloede„ Ik bedankte dezen Tosarasa voor zijn trouw ver„ slaeg en liet hem daer meede gaan, niets gepasseert vrijdag den 24: van de koninginne van Tillo dee ik over Eenige zaaken Saturdag „ 25: har inzonderheid Concerneerende op mijne gedane ivitatie een statieuse visite ontfangen. niets gepasseert Sondag „ 26 accepteerde ik den Boutonsen Afgezant die onder Maandag „ 27: anderen te kennen gaf dat zijn vaartuijg ter vertrek in gereedheid gebragt en zijl rheede lag verzoekende over zulks den dag te mogen weeten wanneer hij zijne depeche zoude mogen erlangen, voegende daer nog by van zijnen meester den koning te zijn gelaest mij voor te stellen om het getal der Eistirpateurs van de Van Maccasser den 5 IJunij 1769 van de specerijboomen die Iaarlijx in Expeditie naar Boutom vertrecken soo groot niet als de Laatste rijse maer waare 't mogelijk weder op den ouden voet en onder het op zigt van Een zergeant te willen laten blijven, voor reeden geven„ de het gebrek aan de noodige ruijmte in hun vaartuijgd ten voor so veel manschappen „ waare de maatschappij voor zig daer toe Een Expres vaartuigd wilde om nevens het hunne jaarlijx af en aan te vaeren, gelijk zij meening daar heenen scheen te kellen. Ik antwoorde hen den dag tot zijn demissie voor als nog niet te kunnen bepaalen dog hem deet zelve nader te zullen laten weeten, en wijders, ten principaale op het voorstel omtrent d' Extirpateurs zijne ingebrag„ te swaarigheeden weederlegt hebbende, dat soo de scheeps ruijmte binnen Eien boord te Inge en nam voor Een getal Extirpateurs was gelijk hij noorgaf, de uit gestrektheid daer en tegen van zijns vorsten grondgebied weeder veel te wijd en groot bevonden wierd om Een reductie in het aantakl dier Commissian„ ten te brengen, ongeagt de fatiques op hunne ronde die Eene vermeerdering der selve sal alles naden Eijsch verrigt werden alle zints ten uittersten noodsaekelijk dede zijn waer Poff 22/5 220 Van Maccasser de dato 3: Iunij 1759 Waar na nog Eenige onverschillige discoursen geheurden zijnde hij afscheid nam„ Nieto gepasseert Dingsdag den 28 Maart woensdag den 1: Donderdag „: 2: Vrijdag „ 3: Saturdag „ 4: Den gezant van den koning van Tambora giste, Sondag, 5 ren nade middag ter rheede alhier g'arriveert verscheen heeden na bekomen acces bij mij ter gehoort bij wel„ ke gelegentheid deselve Een brief van zijn mees„ ter overhandigde heden lieten zig bij mij vind en de volgende Be„Maandagden nijse afgezonden Rijksgrooten, als, Den Eersten Tomilalang Arou Tha, Arou Ponre, Datoca Bringan Den Djema Tongang, den Solewatang van van Tiemoeroeng en Arou Salantietoe Den Eersten het onderwerp der geschillen tusschen de Boniers is 6 van Maccassen den 5 Iunij 1769 op Sagerij en de Tanettereesen over Eenige Pa dij velden te berde brengende zeggende dat de Tanetters Eenige padij velden met geweld van de Baniers hebbende willen ont„ neemen en bereeds werkelijk daer meede Een aanvang gemaakt deese aan hunnen vorst klagtig waren gevallen, en zijn Majest: daer op tot antwoord gegeven had dat zij on alleen deele geweld met gewelt zouden te zeer „gaan, alzoo zijne onderdanen het regt aan hunnen zijde sustineerden te hebben, steunende op de gemaakte bepaling der Limiten, in dien oordt, wel eer door den E Camerling en den op pertoek Muller Mijn ongenoegen over Een stou„ te Entreprise niet kunnende verbergen 217 222 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 verbergen gaf ik henl: in nadrukkelijke termen te verstaen, hoe zulx Een deur zau„ de zijn g'opend voor veele onheijlen en bloed storting, over Een komstig hun oplopend en waaaksugtig naturel, tot nadeel en ruim voor den armen en behaeftigen Landman, dat ik overzulx wel zorge zoude dragen, dat diergelijke geweldige wijse van handelen, soo 'r Comp: aan de Eene als andere zijde op 's E„ Territoir niet souden werden gepleegt, en daer toe de magt en het Pouvoir der maatschap„ pij als Heer van Het Land wel zoude weeten om het werk stellen, gelijk ik ten dien Efijnde al aanstonds in hun aller te„ genwoordigheid den ondertalk Israel Pietersz: ordonneerde, na maros te vertrecken met ver„ deren last om wij arrivement aldaar den Re„ sident van Hassum mijnentwegen daer Cos van kennis te geven en teffens aan te zeg„ gen
English
From Makassar the 5 June 1769 that he should dispatch the clerk stationed there, Pieter Bartelsz, in company with this envoy to Segeri, in order to conduct an investigation there into those disputes and to settle them by renewing the boundary demarcations. The envoys, having become eyewitnesses and earwitnesses to this, did not seem to find much liking in it, therefore curtailed their request, and took their leave after having promised to give their prince a report thereof. After their departure, an envoy of the king of Gowa announced himself, who requested access for his master and the Makassarese grandees of the realm, for next Wednesday in the central garden, which was promised to them in return for counter-greetings. Tuesday the 7th nothing happened. Wednesday the 8th. The one sent to the king of Boni to inquire how His Highness was doing with his indisposition reported that he felt some relief and improvement, and from that took heart with hope for recovery. From Makassar the 5 June 1769 The shahbandar of Gowa. Shortly thereafter, the Makassarese arrived around nine o'clock in the following retinue: the newly chosen king, The Tomilalang, The Karaengs Paganackan, Bontolancas, Palemba, Paboendoekang, Boelo Sipong, Catapang, and Gantarang Lowe, Together with the Galarrangs Tombolo, Tjamba, Samata, Tama maoe, Batoe, Barong Loie, Patjino-ngang, and Sonkolo. The usual complimentary ceremonies and those that were more particularly From Makassar the 5 June 1769 the purpose of this visit of theirs having been performed, nothing further of importance was transacted, so the company stood up and departed. Today I also had the envoy of Buton informed that he could come to the Castle the following day in the afternoon to collect the letter for the king his master, in order subsequently to obtain his dispatch, which however Thursday the 9th was again postponed on account of the heavy rainy weather that continued for almost the entire day, until the 10th, when he obtained his dispatch, together with the commissioner and ensign Alexander Lecerff as head of the extirpators, as can be looked up further in the ordinary Daily Register. Saturday the 11th, Sunday the 12th, Monday the 13th, Tuesday the 14th, Wednesday the 15th, Thursday the 16th, Friday the 17th: this entire week nothing occurred that ought to be recorded in this. Friday, Saturday. From Makassar the 5 June 1769 Saturday the 18th. From Segeri, Israel Pietersz returned today, who had departed thither on the 6th of this month on the occasion of the disputes that arose there between the Tanetterese and Segeri, of whose settlement he brought news, as well as of the newly made demarcation and direct redress concerning the boundaries. I immediately sent him further with this to the Bonese Tomilalang so that no ignorance regarding the made arrangements could henceforth be pretended by his people. Not noted down in this. Monday the 27th. Today in Kampung Baru a female slave was discovered and apprehended belonging to the Tomilalang of Boni, who pretended there that she had been abducted by some people of Aru Cha, upon which news she was handed over again to her lawful aforesaid owner. Sunday the 19th, Monday the 20th, Tuesday the 21st, Wednesday the 22nd, Thursday the 23rd, Friday the 24th, Saturday the 25th, Sunday the 26th, Tuesday. From Makassar the 5 June 1769 Tuesday the 28th, Wednesday the 29th: nothing notable happened. Thursday the 30th, Friday the 31st. April Saturday the 1st: An interpreter of the king of Boni, who arrived today, after delivering his master's greeting, requested to be accommodated with a lantern for him; this was granted and handed over to him. In the meantime he was also asked if he did not know when His Highness was intending to undertake the journey to the interior, to which he answered that the day set for it was the 22nd of this month. Also, Boni's grandees and Tomilalang were again very emphatically admonished to settle the outstanding arrears to the Honorable Company, if not in cash then in slaves, but once again in vain, under protestations of inability and good promises for the future. Sunday the 2nd, Monday the 3rd, Tuesday the 4th: nothing occurred. Wednesday the 5th, Thursday the 6th, Friday the 7th, Saturday. From Makassar the 5 June 1769 Saturday the 8th: Except for a compliment made to me on behalf of the queen of Tallo by one of her envoys to inquire about my well-being, and answered in like manner with expressions of gratitude, nothing occurred. Sunday the 9th: Nothing occurred. Monday the 10th: Londik Brugman went to court at the request of His Bonese Highness, where having arrived, he was given a mandate to communicate to me that Karaeng Barombong, under the pretext of wishing to fetch one of his sons married to a daughter of the queen of Luwu from that region, had made a request to the king to be allowed to accompany him to the interior on this journey for that purpose, and that His Highness had answered him that he was willing to allow this provided Karaeng Barombong had first obtained the necessary consent for it from the Makassarese, while at the same time having Brugman request of me that I, as if having heard this indirectly,
Dutch transcription
Van Maccasser den 5 Iunij 1769 gen dat hij den aldaer bescheiden saek Pieter Bar„ telsz: in Comp: met desen Eerstand na Sagerij soude hebben te depecheeren om aldaer onderzoek te doen na die geschillen en deselve door vernieuwing der limiet scheijdingen afte doen. De afgezondene hier van aoq en oorgetuijgen gewor„ den scheenen hier in niet veel smaek te vinden, eer„ korten dierhaelven hun verzoek en namen af„ scheid na te hebben beloofd hunnen vorst daer van mett verslag te zullen doen. naar hunl: vertrek liet zig Een zendeling van den koning van 90a aandienen dewelke voor zijn meester en de manassaarse rijksgrooten acces versogt, tegens woenddag aanstaende in de mid„ „del thunn het geen hen ander Contra groete is, toe„ gezegt Dingsdag den 7 niets gepasseert waemdag „ 8 Bij na der koning van Banij afgezonden om te vernemen hoedanig sijn Hoogh: zig met zijne indispositie bevond, rapporteerde dat dezelve Eenige verligting en beterschap gevoelde, en daer uit heope tot herstel nam hart 219 224 Van Maccasser den 5: Iunij 1769 Den sabandhaar van 90a kort daer na quamen de maccassaren amstreeks negen uuren in de volgende suite, als den nieuw verkaren koning. Den Tomilalang De Caraenge Paganackan Bontolancas Palemba Paboendoekang Boelo Sipong Catapang en Gantarang Lowe Mitsgaders De Galarrangs Tombolo Tjamba Samata Tama maoe Batoe Barong Loie Patjino=ngang en Sonkolo De gewoone opligt plegingen en die meer bij zonder het Van Maccasser den 5:' Iunij 1769 Het doel deser hunne visite waren, verrigt zijnde, wierd wij„ ders niets van aangelegentheid verhandeld, dus het ge„ zelschap op stond en vertrok ook liet ik heeden den Boutono Afgezant aankan„ digen den brief voor den koning sijnen meester der anderen daags namiddags in het Casteel te kunnen komen afhalen om vervolgens zijne depeche te Erlangen het welk egter Donderdag den g om de wille van het swaar reegen weer dat ge„ noegsaem den gantschen dag aanhield weder is uitgesteld gewerden, tot op 10 wanneer deselve zijn depeche verkreeg tegelijk niet den Commissiant en vaendrig Alexander Le„ cerff als hoofd der Extiropateurs so als verder bij het ordinair Dagregister is na te slaan„ Saturdag „ 11 sondag „ 12 Maandag „ 13 Dingsdag„ woensdag „ 15 Donderdag„ 16 vrijdag „ 13 14 deese geheele week niets dat in deese behoort te werden aangeteekend gepasseert vrijdag „ Saturdag 226 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 van Sagerij reventeerde heeden Israel Pietersz: den 6 hujs Saturdag den 18 derwaerts vertrocken, bij gelegentheid der geschillen tusschen de Tanettereesen en Beniero aldaer ontstaen, en van welker verevening bij de tijding aanbragt soo wel als van de nieuw gemaakte bepaaling dan wel het di„ roct redres omtrent de lemieten; - Ik sond hem direct verder daer meede na den Banijsen Tamilalang op dat geen onkunde voortaan door de sijne nopens de gemaakte schickingen zoude kunnen werden voor gewend vaet niet in deese aan te Teekenen heeden wierd in de Campong Baroe ontdekt en ag„ Maendag „ 27: terhaald Een slavin toebehoorende den Famila„ lang van Bonij, dewelke aldaer voorgaf ver„ voerd te zijn door Eenig volk van Arou Cha, op welk narigt deselve aan haren wetti„ gen Eijgenaar voorn: weder ter hand is gesteld. sondag den 19 Maendag „ 20 Dingsdag „ 21 woensdag „ 22 Donderdag „ 23 Vrijdag „ 21 Zaturdag „ 25 „ 26 Sondag Dingsdag V Van Maccasser den 5 Iunij 1769 sondag „ 2 maandag Dingsdag „ 3 Dingsdag den 28 woensdag „ 29 nieto natabees gepasseert Donderdag „ 30 vrijdag April Saturdag „ 1: Een tolk van den koning van Bonij deeden g'arri„ veerd, verzogt na het afleggen van zijn Meesters groet, om voor den selven te mogen werden gerieft met een Lanthaaren, het zelve wierd hem g'accordeert en afgegeeven, middelerwijle ook ge„ vraegt of hij niet wijst, tegens wanneer zijn HoogE: de rijse na de binnen landen stond aan te neemen, waer op hij ten antw: gaf dat den dag daer toe bepaald was op den 22. deser ook wierd Bonijs rijksb: en Tamilalang we„ derom zeer nadruckelijk aangemaant, tot voldoening van Zuijks agterstal aan d'E Comp:, soo niet in contant dan in slaven, maar alweder vrugteloos, onder betuiging van on„ vermogen, en goede beloften voor het vervolg„ ' niets voor gevallen. 4 woensdag „ 5 Donderdag „ 6 vrijdag „ 7: Saturdag E d 31 „ 228 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 buiten Een Compliment uijt naam van de koninginne van Tello Saturdag den 8: door Eenen harer sendelingen aan mij gedaan ter jnformatie van welstand en onder dank betuiging ingelijker voegen be„ antwoord niets voorgevallen niets voorgevallen son dag„ 9: Londik Brugman op versoek van zijn Banijse Maandag „ 10 HoogE: ten hove, alwaar gekoomen in mandatis aan hem gegeven wierd, mij te Communiceeren etoe Caraeng Barombog onder voorwendsel van Eenen zijner alen zoonen /met Een dogter van de koninginne van Loewoe getrouwd:/ uijt dien oord te willen gaen afhalen, verzoek bij den koning gedaan had om denselven na de binnen Landen dese rijse tot dat eijnde te mogen verzellen en dat zyn Hoogh: daar op tot antw: aan hem gegeven had, dit wel te willen toe staen mits hij Caraeng Barombong al„ voorens het nodig Consent daar toe van de maccassaren verwarven hadt latende mij tegelijk door Brugman verzoeken dat ik dit quast als van ter zijden gehoord hebbende
English
From Makassar the 5th of June 1769 having wanted to pre-advise the Chancellor of Goa in such manner, and thereby induce him to reject that request in the most appropriate but short manner, if Karaeng Barombong were to present it; such was materially the report made to me by Brugman upon his return. Tuesday the 11th: nothing happened. Wednesday the 12th: Blij was sent to the court in Goa in fulfillment of the request of His Bonese Highness, from where he reported to me upon his return that the Chancellor sent his thanks to me for communicating that intention of Karaeng Barombong, while testifying nevertheless that this prince was indeed obliged to give notice to the Goan Court whenever he inclined to go elsewhere, which he had not done until now, but that he could not further be prevented from fulfilling his intention in this regard, since according to the laws of the land he was not so strictly subordinate to Goa. From Makassar the 5th of June 1769: 228 230 Also in the afternoon, at his request, the License Master Voll was sent to the King of Bone, who reported upon his return that His Highness had complained greatly about the nuisance that Aru Palacca caused him daily with her solicitations for the release of her apprehended grandson, as if it were in his power to effect the same, making known on that account that he would wish that I might give her some courage and hope in that regard through an interpreter, to which Voll had replied that he supposed that I would never proceed to do so as long as she herself made no application to us about it. However, His Highness continued how he was surprised that the newly appointed King of Goa complied so little with propriety as courtesy between them required, considering that since his elevation to the throne he had not once sent someone to His Highness to inquire after his well-being, and that His Highness for that reason firmly maintained that the former held him suspected of having shown some partiality in favor of his grandson, the dethroned king, during the election of this one, but that he had been far from that, and had never had the intention to infringe upon the laws of Goa. At the same time he pointed with his hand to the former King of Goa, who showed himself in the distance though somewhat far from there, uttering on that occasion these words: From Makassar the 5 June 1769 There goes that unfortunate youth, who the other day, when he found Aru Palacca sitting with me weeping, whispered softly in my ears: now lamenting to my grandmother about the condition of her grandsons, and who more than she alone is the cause of my fall; had I been allowed to listen to good advice and not had to endure so many insulting words from her regarding the elevation of my estate, I would still be the same as I have been. Further, the envoy of the King of Tambora was notified that he should present himself to me tomorrow in order to obtain his dispatch, having received the letter for his master the King, just as he Thursday the 13th: appeared pursuant to this, and the mentioned letter was handed to him. Friday the 14th Saturday the 15th: nothing occurred, as also Sunday the 16th Monday the 17th: nothing, except for the request made on behalf of His Bonese Highness for acts for him and some grandees of the realm against tomorrow morning, which was granted, just as Tuesday the 18th: His aforesaid Highness appeared before me with a large retinue of many of his courtiers. Wednesday the 19th: nothing occurred. Thursday the 20th: having been troubled this morning with a visit on behalf of Aru Palacca, I granted the same From Makassar the 5 June 1769: 227 232 to the messenger who was sent for that purpose, for eleven o'clock at noon, when a deputy of Aru Palacca and the Jema Tongang of Bone appeared; after mutual greetings, the Jema Tongang made known in her name that because Aru Palacca relied on no one besides me in the expectation she had of soon being allowed to see her so dearly wished-for grandson, the detained king, here once again, she on that account made this longing of hers known to me by another request, and at the same time reminded me of my previously made promises. I gave him an answer to report to Aru Palacca: that I myself was very desirous of a reply to my petitions previously made so often on her behalf to the Honorable High Indian Government, and that I assured her once again that I had neglected nothing therein that could in any way be in her favor. That in the meantime, in my judgment, the best means was that she exercise patience, and prepare herself for a willing submission to whatever the High Honorable Indian Government might decide on this subject, and that having already contributed everything within my power in this matter, I finally expected from her discretion not to importune me any further with it. Wherewith those envoys were dismissed. Friday the 21st: nothing occurred. Saturday the 22nd: the King and the entire Bonese Court came to take their leave and set out directly on their journey from me. Sunday
Dutch transcription
Van Maccasser den 5: Iunij 1769 hebbende sodanig aan den Rijksb: van goa wilde prleadverteeren en denselven daer bij jnduceeren van dat verzoek Indien Caraeng Barombong daar meede, te voorschijn quam, op de gevoeglijkste ^ maar #. „kort af te slaan, so luijde zakelijk het verslag van Brugman, bij te rug komst aan mij gedaan Dingsdag den 11: niets gepasseert woensdag „ 12: wierd Blij in voldoening aan het versoek van zijn Bonijse hoogh: na goa ten have gezonden van waer hij bij retour aan mij berigte dat den Rijksb: mij door de Communicatie van dat voor„ „nemen van Caraeng Barombong bedanken Liet, onder betuiging nogthans desen prins wel gehouden was kennis aan het goase Haff, te geven, wanneer heij inclineerde zig Elders na toe te willen begeven 't geen heij tot nog toe niet „hem gedaen had maar dat „ wijders niet konde werde belet aan zijne Intentie om deese te voldoen, aangezien hij volgens slands wetten niet so strickt onder goa ge„ sub ordineert was. ook Van Maccasser den 5: Iunij 1769: 228 230 Ook wierd den Licentmeester Voll f nade middags op versoek na bonijs koning gezonden die bij te rugkomst rapporteerde, dat zijn Hoogh: zig zeer beklaagd hadde over den overlast die Arou Palana. hem dagelijks aan dede raz met hare sollici„ tatien om het ontslag van haren g'apprehendeerden kleinzoon als ware het zelve in zijne magt te kunnen bewerken, te ken„ „nen gevende uijt dien hoofde wel te wenschen, dat ik haar door Een Talk dien aangaande Eenige moed en hoop wilde geven, waar op voll gerepliceert had, dat hij veronderstelde dat ik nimmer daer toe overgaan zoude, soo Lange zij zelve daer over geen aanzoek bij onij doen Liet, Dog vervolgde zijn HoogE: hoe het hem verwonderde dat zoo # de nieuw aangestelden koning van goa weinig ^ aan de beta„ melijkheid kwam te voldoen gelijk het de wellevendheid onder Een mede bragt, gemerkt dezelve sedert zijne ver„ heffing op den Trooi, nog niet Eene rhijse bij zijn hoogh: had gezonden, om na desselfs welstand te verneemen, en dat zijn HoogE: om die reeden vast sustineerde, dat dezelve hem verdagt hield als Eenige partirdigheid in faveneur van zijnen klein zoon, den gedethroneerden koning, bij d'Electie van desen te hebben getrocken, dog dat hij verre daar van geweest was, en min„ mer de Intentie had gehad, om de wetten van goa te willen ver„ korten, te gelijk wees beij met den hand op den geweesen koming van goa, die zig in het verschiet dog wat verre van daer zien Liet, nittende bij die gelegentheid deese woor„ den, Daar Van Maccasser den 5 Iunij 1769 vrijdag Saturdag Daer loopt om dien ongeluckigen Iongeling, die anderdage wanneer hij Arou Palacca bij mij weenende sitten vond mij stil in de ooren zuijsterde nu tot mijn grootmoeder over den toestant van hare kleijn zoons te kermen, en wie meer dan zij alleen is d'orsaek van mijnen voll, had ik na goeden raed mogen zuisteren en zoo veele smadelijke woorden van haer niet moeten ondergaen, over de verhefficg van mijnen staet, ik was nog dezelve dien ik geweest ben wijders liet den afgezant van den koning van Tambora aan zeggen dat den zelven zig morgen bij mij zoude hebben te vervoegen ten eijnde den brief voor zijnen meester den koning ontfangen hebbende zijn depeche te kunnen erlangen soo als den zelven, donderdag den 13 ingevolge hier van verscheenen en den gewaagden brief aan hem ter hand is gesteld. 1/15 nieto voorgevallen, gelijk meede 16 17 niets uijt gezondert het versoek, van wegen zijn be„ nijse hoogh: gedaen, om actes voor hem en Eenige rijksgrooten tegens den aanstaanden morgen het geen g'accordeert wierd gelijk 18: zijn hoogh: voorn: met een groot gevolg veeler zijner dingsdag havelingen bij mij is verscheenen, 19 niets voorgevallen woensdag 20 desen morgen met een vizite van weegen Arau Pa„ Donderdag„ „canca lastig gevallen zijnde, accordeerde ik het zelve sondag maandag„ aan „ „ Van Maccasser den 5 Iunij 1769: 227 232 aan den zeendeling maen toe die tot dat eijnde was afgezonden, tegens Elff uuren des middags, wanneer verscheenen Een gecommitteerde van Arou palacca en den Djema Tengang van bonij na wederzijdese groete gaf, den Djema Tongang uit har naem te kennen dat overmits Arou palacca. sig op niemand buijten mij verliet, in de ver wagting die zij ladde van haren zoo zeer gewenschten kleen zoor den gedetineerden koning nog Eens eerlang hier te zullen mogen zien, zij ut dien hoofden dit haar verlanghiner als nu bij een ander aanzoek aan mij te kennen liet geven, en mij mijne voormaals gedaane toe zeggingen teffens kerningeren. koal hem en antwoord om aan Arou palacca te rap„ porteeren dat ik zelve seer verlangde na Eene rescriptie op mine bevoorens ten haren gevalle zo dikwerf bij de Edele 2 Hooge Indiasche Regeering gedane instantien en dagt ik haar nogmaals versekerde daer bij niets te hebben agterge„ laten, wat maar eenigzints in har voordeel soude kunnen weesen. Dat jntusschen na mijn oordeel het beste middel was dat zij gedult oeffende, en haer prepareerde tot een gewillige onderwerping aan alle het geene De Hoog Edele Indiasche Regeering, op dit zujet mogte komen te besluiten, en dat ik in deese reets alle het mijne na vermogen gecontribueert hebbende, eijndelijk van har discreetie verwagte mij daar mede niet verder te zullen Importuniseeren warmeede die afgezondene wierden gedemitteerd, niets voorgevallen Vrijdag den 21: saturdag „ 22: den koning en heet gantsche Bonijse Hoff quamen Afscheid nemen en begaven zig van mij direct op rhijs condag
English
From Maccasser the 5 Iunij 1769 Friday Saturday There runs about that unfortunate young man, who the other day, when he found Arou Palacca sitting with me in tears, whispered softly into my ears: now lamenting to my grandmother about the condition of her grandsons, and who more than she alone is the cause of my downfall; had I been allowed to listen to good advice and not had to endure so many insulting words from her regarding the elevation of my status, I would still be the same person I once was. Furthermore, the envoy of the king of Tambora sent word that he would present himself to me tomorrow in order, having received the letter for his master the king, to be able to obtain his dispatch, just as he, Thursday the 13th, appeared pursuant to this, and the mentioned letter was handed to him. 15 Nothing occurred, as also on 16 17 Nothing, except for the request made on behalf of His Bonian Highness for an audience for him and some grandees of the realm against the coming morning, which was granted, Tuesday the 18th, just as His aforesaid Highness appeared before me with a large retinue of many of his courtiers. Wednesday the 19th Nothing occurred. Thursday 20th Having been troubled this morning with a visit on behalf of Arou Palacca, I granted the same Sunday Monday to From Maccasser the 5 Iunij 1769 to the messenger who had been dispatched for that purpose, around eleven o'clock at noon, when there appeared a deputy of Arou Palacca and the Djema Tongang of Bonij. After mutual greetings, the Djema Tongang made known on her behalf that, since Arou Palacca relied on no one besides me in the expectation she had of soon being allowed to see here once again her so dearly desired grandson, the detained king, she for that reason let this desire of hers be known to me by another request, and at the same time reminded me of my previously made promises. I gave him as an answer to report to Arou Palacca that I myself longed very much for a rescript to my representations previously made so frequently on her behalf to the Noble High Indian Government, and that I assured her once again to have omitted nothing in this matter that could in any way be to her advantage. That in the meantime, according to my judgment, the best means was that she practice patience and prepare herself for a willing submission to whatever the High Noble Indian Government might decide on this subject, and that, having already contributed everything within my power in this matter, I finally expected from her discretion not to importune me any further with it. Wherewith those envoys were dismissed. Nothing occurred Friday the 21st. The king and the entire Bonian Court came to take their leave on Saturday the 22nd and departed from me directly on their journey. Sunday From Maccasser the 5 Iunij 1769 Tuesday the 23rd Sunday the 24th Monday 25th Tuesday 26th Nothing occurred Wednesday 27th Thursday 28th Friday 29th Saturday 30th Sunday May Monday 1st: Upon the repeated complaints of the resident of Maros regarding the wantonness that a certain Latila, son of Arou Tha, committed in the vicinity there, while people here had known no better than that this guest had followed his king of Bonij on his journey with the rest of the retinue, I sent an under-interpreter to the prince's deputy left behind here, the soelewatang of Bontoealacq, Arou Kadjing, to give him notice thereof and to tell him that in his office he should take care to order that vagabond to pack his bags from there to the interior; to which he returned as an answer that he was ignorant of this Latila's remaining behind, but that he would immediately dispatch an envoy thither to inquire into the matter and, if he should still encounter him there, would have the necessary orders announced in my name. Wednesday 3rd: Nothing occurred Thursday 4th Friday 5th Saturday 6th Having once again sent the under-interpreter Blij to the aforementioned Arou Kad- From Maccasser the 5 Iunij 1769 -jeeng in order to be assured of the execution of my orders mentioned on the first of this month, I received report that Latila had departed from there and retreated to the interior. At the same time, it was communicated to me by that deputy how the people of Suppa had been in conflict, and some even had come to blows, with those of Nepo, as he had been informed thereof the day before yesterday upon the arrival of one of his vessels from those regions; wherefore he, being troubled by that matter, all the more as some villages thereabouts were under the jurisdiction of Bonij, sent to ask me whether he should send report of that incident to the king. Upon this, I let him know that the observance of his duty undoubtedly requiring this, he would do well to do so. Nothing happened Sunday the 7th. Jolij was sent to Goa with orders to ask the king whether the embassy to Their High Nobles for the solemn communication of his election to the crown had already been decreed according to the ancient institutions and customs, and whether the letter required therewith had already been prepared in its proper form, as it was becoming high time to let the same be presented to me for review. That interpreter reported upon his return, bringing along a Goan envoy to hear my reply, That the king had thanked me very much for the kind reminder of his obligation and that he also in
Dutch transcription
Van Maccasser den 5 Iunij 1769 vrijdag Saturdag Daer loopt om dien ongeluckigen Hongeling, die anderdage wanneer hij Arou Palacca bij mij weenende sitten vond mij stil in de ooren zuijsterde nu tot mijn grootmoeder over den toestant van hare kleijn zoons te kermen, en wie meer dan zij alleen is d' oorsaek van mijnen vall, had ik na goeden raed mogen zuisteren en zoo veele smadelijke woorden van haer niet moeten ondergaen, over de verheffing van mijnen staet, ik was nog dezelve dien ik geweest ben wijders liet den afgezant van den koning van Tambora aanzeggen dat den zelven zig morgen bij mij zoude hebben te vervoegen ten eijnde den brief voor zijnen meester den koning ontfangen hebbende zijn depeche te kunnen erlangen soo als den zelven, 13 ingevolge hier van verscheenen en den gewaagden brief donderdag den aan hem ter hand is gesteld. 15 nieto voorgevallen, gelijk meede 16 17 niets uijt gezondert het versoek, van wegen zijn bo„ rijse hoogh: gedaen, om attes voor hem en Eenige rijksgrooten tegens den aanstaanden morgen het geen g'accordeert wierd gelijk 18: zijn hoogh: voorn: met een groot gevolg veeler zijner dingsdag havelingen bij mij is verscheenen, 19 niets voorgevallen woensdag Donderdag „ 20 desen morgen met een vizite van weegen Arau Pa„ „caca lastig gevallen zijnde, accordeerde ik het zelve sondag maandag„ aan Van Maccasser den 5 Iunij 1769:— 227 232 aan den zendeling moen toe die tot dat eijnde was afgezanden, tegens Eeff uuren des middags, wanneer verscheenen Een gecommitteerde van Arou palacca en den Djema Tongang van bonij, na wederzijdese groete gaf den Djema Tongang uit har naem te kennen datovermits Arou palacca. sig op niemand buijten mij verliet, in de ver wagting die zij hadde van haren zoo zeer gewenschten kleen zoor den gedetineerden koning nog Eens eerlang hier te zullen mogen zien, zij ui't dien hoofden dit haar verlangane als nu bij een ander aanzoek aan mij te kennen liet geven, en mij mijne voormaals gedaane toe zeggingen teffens reninneren. Ioal hem ten antwoord om aan Arou palacca te rap„ porteeren dat ik zelve seer verlangde na Eene rescriptie op mene bevoorens ten haren gevalle zo dikwerf bij de Edele 2 Hooge Indiasche Regeering gedane instantien en daat ik haar nogmaals versekerde daer bij niets te hebben agterge„ laten, wat maar eenigzints in har voordeel soude kunnen weesen. Dat gntusschen na mijn oordeel heet beste middel was dat zij gedult aeffende, en haer prepareerde tot een gewillige onderwerping aan alle het geene De Hoog Edele Indiasche Regeering, op dit zicjet mogte komen te besluiten, en dat ik in deese reets alle het mijne na vermogen gecontribueert hebbende, eijndelijk van har discreetie verwagte mij daar mede niet verder te zullen Importuniseeren warmeede die afgezondene wierden gedemitteerd, niets voorgevallen Vrijdag den 21: den koning en het gantsche Bonijse Hoffquamen saturdag „ 22: Afscheid nemen en begaven zig van mij direct op rhijs condag „ Van Maccasser den 5 Iunij 1769 dingsdag den 2: 23: sondag den 24: maandag„ 25: Dingsdag 26: Niets voorgevallen woensdag. „ 27: Donderdag„ 28: Vrijdag 29: Saturdag „ 30: Sondag „ Meij Maandag „ 1: op de kerhaarde Daleantien van den resident van Maros over de moetwilligheid die sekeeren Latila soon van Arou Tha in de nabijheid aldaer bedreef, terwijl men hier niet beeter geweeten ^den had of desen gast was met het overigee stoff gezijn ^ koning van Bonij op zijne rhijse gevolgd, sond ik een ondertoek na s vorsten agter gelaten stede houder, alhier den soelewatang van Bontoealacq Arou kadjing om den zelven daer van kennis te doen geven, en aan te zeggen dat hij in zijn ampt zoude hebben zorge te dragen, dien vagabond te gelapsten zijne biesen van daer nae de binnen landen te Pakken, waer„ hij tot antwoord liet geven van het agter blijven van deesen Latila onkundig te weesen, maar dat heij flico een sendeling na derwaerts depecheeren zoude, om na de zaak te verneemen, en den selven als nog daer rencontreerende de nodige beveelen uit mijn nam te sullen laten aankondigen woensdag „ 3: niets voorgevallen donderdag „ 4: Vrijdag „ 3: Saturdag „ 6 den ondertolk Blij andermaal na den voorn: Araukad 229 234 Van Maccasser den 5 Iunij 1769 jeeng afgezonden hebbende om van de Executie mijner ordres op den Eersten hujes vermeld vergewist te zijn„ bequam ik narigt dat Latila van daer en na de binnen Landen was geweeken te gelijk wierd mij door dien steede hou„ der gecommuniceert hoe dat de souppareeren met die van Nepoe on eenigen selfs slaags waaren geweest, soo als deij met de komst van Een en zijner vaartuigen uit die Con„ trijen, eergisteren daar van was g'Jnformeerd geworden, waar omme hij met die zaak verlegen, te meer 'er eenige negorijen daar omstreeks onder het gebied van Bonij sor„ teerende waaren, mij vragen liet of hij van dat voorval aan den koning narigt zoude hebben toe te zenden, hier op liet ik hem weeten dat de betragting van sijn pligt dit ontwijffelbaar verEijsschende, hij over zulx wel daer aen zoude doen. niets gepasseert sondag den 7 wierd Jolij na goa gezonden met Last om den koning te vraegen op de Ambassise aan har hoog Ed=es ter plegtige Com„ municatie zijner klextie tot de kroon na volgens de oude In„ stellingen en gebruijken bereeds gedecerneerd en de daer bij ver„ eijscht werdende missive al in zijn behoorlijke form ver„ „vaendigd was, wanneer det hoog tijd wierd mij deselve ter resumptie te laten aanbieden. Die soek arporteerde by te rug komst mede brengende Een goasen sendeling om mijn Repeijcq te verneemen, Dat den koning mij seer had laten bedanken voor de genegene herinnering zijner gehoudenis en dat bij ook in B0
English
From Maccasser the 5 June 1769 Tuesday the 9: Wednesday the 10: Thursday the 11: nothing occurred Friday the 12: Saturday the 13 Sunday the 14: the expected letter from the Maccassarese not yet having appeared, would not fail to communicate that event to Their High Noble Honors by a letter, which he intended to have prepared one of these days, and subsequently send to me for revision, so that after being brought in with the usual solemnities, it could thus be dispatched among the Honorable Company's papers; but concerning the embassy which the Maccassarese were obliged in a similar case to dispatch at the same time as the letter, he had stated with great emphasis that, through the decline of their former wealth, they had now fallen into such a deplorable state of want of the necessities for that purpose, that it was utterly impossible to comply with that ceremony for the present, insisting at the same time most strongly to be excused from it this time, and not only that, but also that I would convince and assure Their High Noble Honors of their present inability to afford and dispatch an express deputation for this purpose. I informed him in reply through these envoys that since their means were in such a state, consideration would be used in this regard and the request of the Court would be granted for this occasion, however without the slightest consequence being drawn from this for the future. 236 From Maccasser the 5: June 1769 I sent an express to inquire about the reason for this to the king, who sent me the answer that they were busy preparing it and that as soon as he had finished it, the same would be sent to me for resumption. Saturday 20: I repeatedly urged the king of Goa to expedite the delivery of the letter for Their High Noble Honors, as the dispatch of the Honorable Company's papers was only waiting for it, whereupon he sent me a communication, with a further request for pardon regarding that delay, that an indisposition which had intervened, though now noticeably decreasing, of their Patriarch the sche, upon whom the drafting thereof incumbent according to ancient customs, was the sole cause thereof, but that I should receive it as soon as possible. Wednesday the 24: The letter of the Maccassarese addressed to Their High Noble Honors having finally been sent to me for resumption by express deputies of theirs in their language, the same, after it had been translated into Dutch and revised by me, was, with notice of my approval, on Sunday the 21 Monday the 22 Tuesday the 23 nothing occurred Monday the 15: Tuesday the 16: Wednesday the 17: Thursday the 18: Friday the 19: nothing occurred Thursday From Maccasser the 3: June 1769:— Monday Tuesday 30 Wednesday nothing occurred Thursday, the 25: Friday the 26 Saturday the 27 returned to them with the recommendation to ensure that it was brought into the Castle with the customary solemnity at the latest before the end of this month, since in the contrary case I would no longer be able to hold back the Honorable Company's dispatches, whose transmission was solely waiting for it. Sunday the 28 29 nothing occurred 31: The Maccassarese thus far still being negligent regarding what was recommended on the 27 of this month, I once again had them urgently questioned about it, in answer to which they excused themselves that they would not be able to comply with it before the 6 of the coming month, for the reason that the slaves who were to serve as a present had not yet been brought in. Underneath stood: Agrees. Was signed: I: J: voll sworn clerk Boss J V: Hollenhage sworn clerk Examined 15 the 6 July not a citizen ensign at Amboina Dirk Christoffel Register of the Secret Papers received from Timor since 16 May until mid-October 1769 Secret letter from the head Cornabe and secunde van Este to Their High Noble Honors dated 1 June 1769. . . . - - - page: 1: Copy of the report of the second mate Vens regarding his findings on the shipwrecked French vessel in the bay of Tolocarita. . . - page: 9. Translation of the French sea-letter for the said French ship L'Utile. . - - - page: 13 Translation of the French muster roll of the crew members who were on the said ship. - page: 23 Translation of the bill of lading and invoice of the cargo in the aforementioned ship L'Utile, the longboat of... page: 25: Translation of the French open commission granted by the Commandant General of the islands Mauritius and Bourbon to the said ship. — page: 27: Translation of the French letter written by the captain of the said ship to the head Cornabe dated 16 January 1769 – — page: [illegible] folio 238 Incoming secret letters from Timor since mid-May 1769 until mid-October. To His High Nobility, The High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor General, Together with The Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies at Batavia High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord and Honorable Lords, The return of the French ship to Tolocorita, after it had been investigated from there on 23 August of the past year, pursuant to what was communicated in our separate letters of 28 September last, gives occasion for this our
Dutch transcription
Van Maccasser den 5 Iunij 1769 dingsdag den 9: woensdag in geen gebreeken zoude blijven haar Hoog Ed:s die gebeurtenis bij een missive te Communiceeren, waer toe hij deselve Eerst daags van Intentie was te laten verwaardigen, en mij vervolgens ter revisie toe schicken, om daer op met de gewoone salem„ niteiten binnen gebragt zijnde, dusoanig onder sEComp: Papieren verzonden te kunnen werden, hoog wat de Am„ bassave betroff die de maccassaren in een viergelijk ge„ val gehouden waeren te gelijk met den brieff te depecheeren, had bij met veel nadruk verklaard, door het vervapl van hun voo„ rig vermogen, thans in soo een deplarabelen staat van gebrek aan het nodige daer toe te zijn geraakt, dat een evestrekt „ge. onmolijk was aan die peegtigheid voor tegenswoordig te te kunnen voldoen, Insteerende teffens op het kragtigste om dit maal daar van verschoont te mogen werden, niet alleen maar ook dat Ik haar Hoog Ed=s van hunne presente ons magt om een Expresse deputatie hier toe te kunnen bekosti„ „gen en depecheeren wilde overtuijgen en verzekeren Ik liet hem hier op door dien afgezandenen in Replicq weeten, dat aangezien het dus met hunne middelen gesteld was men daer omtrent Consideratie gebruijken en voor deze reijde aan de Instantie van het Hoff zoude voldoen, egter sonder de geringste gevolgtrecking hier uit voor den aanstaande. „ 10: donderdag „ 11: niets gepasseert vrijdag „ 12: Saturdag „ 13 sondag „ 14: den verwagt werdende brief der Maccassaaren als nog 236 Van Maccasser den 5: Iunij 1769= 20: nog niet te vaorschijn zijnde gekomen, sond ik een Eex presse am„ na de reeden daer van te verneemen, tot den koning die mij liet antw: dat men bezig was met den zelven te verwaardigen en dat so spoedig hij daer meede klaar had, dezelve aan mij ter resumtie zoude toegezonden werden. Liet ik voor een ondertoek den koning van 9oa bij herhaaling Saturdag„ aenspaoren tot de spoedige bezorging van den brief voor haar Hoog Ed„s alsoo de afsending van 's E Comp: papieren allen daar na wagtende was, wanneer bij mij daer op ander versoek om verschooning wegens dat delaij Communiceeren ^tusschen liet dat eene ^ gekomene dog thans merkelijk afnemende In„ dispositie van hunnen Patriarch den sehe wien het opstel daar van navolgens oude gebruijken Incumbeerde daer van alleen de oorsoek was, dog dat mij deselve ten allen spoedigsten soude geworden leven eijndelijk der maccassaren brief gerigt aan Haar Woensdag „ 24: Hoog Edelh: „door Expresse gecomm: uijt de hare in hunne taal mij ter resumptie toegezonden zijnde, wierd deselve na dat ze in het nederduijts getranwolateert en door mij gere videert was onder aanzegging mijner approbatie op sondag den niets gepasseert Maandag„ 22 Dingsdag „ 23 19: maandag den 15: dingsdag „ 16: woensdag „ 17: donderdag „ 18: vrijdag. „ niets gepasseert Donderdag 21 Van Maccasser den 3:' Junij 1769:— maandag dingsdag 30 Woensdag niets gepasseert Donderdag, den 25:' „ 26 vrijdag 27 haar weder te rug bezorgt onder de Commandatie te bezorgen, dat Saturdag „ die uijterlijk voor ult:o deser met de gebruijkelijke plegtigheid wierd binnen het Casteel gebragt, alsoo ik in Cas van het Contrarij 'sE Comp: advisen, welkers afzending alleen daar op was wagtende niet Langer zoude kunnen ophouden, Sondag den 28 296 niets gepasseert 31: De maccassaren dus verre nog nalatig aan het gerecommandeerde op den 27 deser „alweder „daar over met aandrang laten onderhou„ den, in antw: van welke zee haar Excuseer„ de over dat ze daer aan niet voor den 6 der aanstande maand soude kunnen voldoen om reeden de slaven welke tot geschenk soude dienen, nog niet waeren aangebragt /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ I: J: voll gesw: Clercq Boss J V: Hollenhage gesw: 0 Clercq Nagezien 15 den 6 Julij niet een burger van„ drig te Amboina Dirk Christoffel Register der Secriete Papieren ontfangen van Ti„ mor zedert den 16 Meij tot medio octobr 1769 Secreete brief van het opperhoofd Cornabe en secunde van Este aan Haar Hoog Edelheeden ged:t p=mo Junij 1769. . . . - - - pag: Copia berigt van den onderstuurman vens wegens zijn bevinding van het veron„ gelijkte Fransche schip in de bogt van Tolocarita. . . - Translaat Fransche veal al brief voor het gem: Fransche schip Lutile. . - - - „ Translaat Fraansche en gogement rol van zoo veel schepelingen als zig op het gem: schip bevonden hebben- de Chialoup van Translaat Cognoscements factuur van'T gelade„ „ne in bovengem: schip Lutile Translaet Fransche opene Commisse door den Commandant generaal van de inlanden Mauriti„ „us en Bourbon aan gem: schip verleent. — Translaat Fransche Missive door den Ca„ pitain van het ged:e schip aan het opperhoofd Cor„ nabe geschreeven ged=t 16 Januarij 1769 – — - „ 27: 25: 23 „ 9. 13 „ „ „ — 1: fo: 238 Aankomende sekreete brieven van Timor sedert ^tot Medio 8ber: Medio Meij 1769. Aan zijn Hoog Edelheid, Den Hoog Edelen Groot Agtbaeren wijdgebiedende Heer Petrus Albertus van der Parra, Gouverneur Generaal, Benevens De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia Hoog Edele, Groot Agtbaere, wijdgebiedende Heer. en Wel Edele Heeren Weterug komst van 't fransche schip op Tolocorita na dat het van daer op den 23 aug:s van Iongst verweken Jaere was ondersuel gegaen, ingevolge 't bedeelde bij onse aparte Letteren van 28 Septemb:r laastleeden, geeft gelegenheid tot dese onse Batavia aan
English
From Timor, the 1st of June Anno 1769. To Your High Noble Excellencies, in a newly drawn up secret missive, now that we, through the misfortune that befell the said vessel, have been placed in a position to share with Your High Noble Excellencies particulars concerning that interloper which without this might perhaps have remained unknown to us and to Your High Noble Excellencies themselves. To come to the point, we have the honor to inform Your High Noble Excellencies briefly that the French ship named L'Utile, carrying 33 heads, was not mounted with forty cannon as was mistakenly reported to us in the beginning, but only with twelve, of which ten were six-pounders and two swivel guns, and under the command of one Yver Cornic, who, in order to succeed better in his illicit trade, had assumed the name of Mudes Hornique, pretending to be a son of the same Hornique who in the year 1755 likewise appeared in the harbors of Hornay with a French vessel under his command, and was at that time very favorably received by the latter's father. The aforementioned French ship L'Utile was to set sail in the month of January for Nosammesse, situated at the easternmost end of the land of Timor, in order to take in there a considerable quantity of wax, and as many as three hundred head of slaves, all engaged by the supercargo, who had traveled thither overland, and promised by the native in exchange for flintlocks, powder, and lead. Chance would have it that the ship struck repeatedly upon one of the reefs lying in the bay of Tolocorita and immediately fell on her side, after which misfortune the powder and lead, as well as some chests with flintlocks, were disembarked by the French, as were all their pieces of ordnance; around which, in their embarrassment, they erected a stockade, keeping strong watch therein for fear of the native, furthermore employing various means whereby they sought to bring their persons, the ship, its cargo, and their private effects into safety. From Timor, the 1st of June Anno 1769. As witness thereof the captain's letters to the French surgeon-major Bernard Mauvielle, sent by him for help and assistance to Oe-Cusse near Hornay, as well as his letters to the first-signed, which however, through the actions of the just-mentioned Hornay, were not delivered to him; the aforementioned two letters, with their translations, being found among the accompanying annexes under the letters L:s I: and K, as well as I: I: and K: k:. But all their efforts to the aforementioned end turned out to be in vain, following the death shortly after the aforementioned misfortune of the captain and his principal officers, as well as most of his sailors, after which all the purchased slaves except ten head regained their freedom by flight, and the few remaining crew members had to look on complacently while Hornay made himself master of the powder to the quantity of one hundred and one barrels, likewise of the chests with firearms, lest they be in danger of being cruelly murdered upon his orders. Even so, they had to undergo many harsh treatments, until finally in the past month of March there arrived at Oe-Cusse a small vessel that had departed from here thither for petty trade, aboard which was the mestizo burgher Pan, the same who in the previous year saved the white Portuguese from his murderous lands, to whom he thought fit to give orders to transport thither the so-called, as well as a young man related by blood to the deceased Captain Cornic, and seven more sailors; having followed, in order to make a show of his honesty, their chests with clothes, as well as the ten slaves who were not able to escape by flight, after he had previously made those people swear under the most terrible threats that upon their arrival at this place they would not reveal his ill-treatment of them, and after, by virtue of his capacity as brigadier general over the troops of His Most Faithful Majesty, the King of Portugal, etc., he had created the aforementioned Mr. Mauvielle captain of the infantry. The French, having been taken aboard by the burgher Pan in his vessel as stated, and having landed here on the 10th of April last, appeared in their pitiable state, sick and starved, before the undersigned chief, by whose order, after their small baggage was inspected and their papers were secured, they were lodged as best as possible with the inhabitants, provided they paid for it, as they had received their owed wages a few days after their suffered shipwreck, while furthermore the aforementioned ten head of bondservants were placed in the slave house, until we, because of the indisposition of some of them, sold them all at public auction on the 6th of the past month of May to the highest bidder, for a net amount of 229: 30 rixdollars, as appears from the accompanying copy of the vendue roll; which amount, belonging to the owner of the aforementioned French ship L'Utile, we, subject to correction, deem best to retain here, as well as an amount of 941: 12 rixdollars found upon inspection in the chest of the French surgeon-major Mauvielle, consisting of 593 Spanish reals and 120½ old and new ducatoons, and by him saved for the benefit of the interested parties, until Your High Noble Excellencies' honored disposition.
Dutch transcription
van Timor den 1: Junij A:o 1769— aan uw Hoog Edelheedens op nieuw ingerigte secreete missive, nu wij door het ongeluk ged:n bodem overkomen, in staat zijn geraakt, uw Hoog Edelheed:s aangaande, dien Lorrendaaijer particula„ riteiten meede te deelen, die zonder dat ons en uw Hoog Edelhee„ dens mogelijk zelve zouden zijn onbekent gebleven, om ter zake te treeden, hebben wij d' Eere uw Hoog Edelheedens kortelijk te berigten, dat het fransche schip gen„t Lutile en waar op 33, koppen, niet met veertig stukken gelijk ons in den beginnen abuaive wierd opgegeven, is gemonteerd geweest, maer alleen met twaalff, waer van thien ses panders, en twee draijbas„ sen, en onder Commando van eenen Yver Cornic die om te beter in zijn mnorshandel te slagen de Naam van Mudes Hoa„ nique hadde aangenoomen, voorgevende een zoon te weezen van den zelfden Hornique die in den Jaere 1755 insgelijks met een onder zig hebbende fransche bodem in de havens van Hornaij verscheenen, en door des Laastgenoemdens vader „te dier tijd zeer gunstig is bejegent geworden, voorn: fransche schip Lutile in de maand Janu: naar No„ sammessie, gelegen aan het oostelijkste Eijnde van 't Landt van Tamor zullende onderseil gaan, om aldaer in te neemen Een aensienelijke quantiteit wax, en wel drie honderd stux slaeven /:alle door den super Carga die zig na derwaards overland hadde begeven, besprooken, en door den Jnlander toegezegd voor snaphaenen, kruit en Looth: /zo wilde het geval dat het schip meerm: op eene der in de bogt van Tolocorita„ 51 leggende klippen is tomen te stooten, en ter stand op zijde te val„ het len, naar welk ongeval ^ kruit en looth ook eenige kisten met snap „phanen door de fransche zijn ontscheept geworden, als meede alle hunne stukken geschutd; waeroem heen zij in hunne verlegenheid een pagger hebben opgeworpen, daar in sterke wagt gehouden, uit vreese voor den inlander, wij„ ders verscheiden middelen in't werk stellende, waar door sij hunne persoonen, het schip; dies ladining, en de mnme particuliere Effecten tragte den in Heiligheid 240 Van Timor den 1:' Junij Anno 1769— 3: Vieligheid te stellen gelijk daar van getuigen s' Capiteijns brieven aan den franschen oppermeester Bernard Mauvielle, door hem om hulp en bij stand naar OE koesie bij Hornaij gesonden, als ook zijne letteren aan den eerstgeteekende, dog die hem door toe doen van Even gerepten Hornaij niet zijn afgevaardigt geworden /:zijnde voormelde twee brieven, net derselver Translaten bij de deese versellende bijlagen te vinden onder de Letters L:s I: enk als mede I: I: en K: k: dog alle hunne pogingen ten Eijnde vórscht zijn vrug„ „teloos afgeloopen; zedert de kort op 't ongeluk voorm: gevolgde dood van den Capitain en desselfs voornaamste officieren, ook sijner meeste mattroosen, als waar na behalven thien stux alle door Een ongekogte slaeven hunne vrijheid door de vlugt wederom gekoegen, en de weinige overgeblevene schepelingen wel met goede oogen hebben moeten aansien, dat Hernaij zig van 't kruit ter quantiteit van Hondert en Een vaten Item van de kisten met geweiren meester maakten, wilden zij met in gevaar raken van op zijn ordres wreedelijk vermoord te worden, al even wel hebben zij veele hadde bejegeningen moeten ondergaen, tot Eijndelijk in jongst gepasseer„ „de maand maart te oE: koesie arriveerde Een van hier naar derwaerds ten sanallen handel vertrok„ ken vaartuigje, waar op den mixties burger pan /: de selfde die a: p:s de blanke partugesen uit zijn moordadige landen gereed heeft :/ aan wien hij goed vond ten transporten na derwaeres ordeede te zo gen:d ^ benevens Een geven den bij de franschen Jongman den overleedene Capitain Cornic in den bloede bestaande, en nog seeven mattroosen; latende om quanswijs zijn, Eerlijkheid aan te toonen - ƒ . .- van Timor den 1. Junij Ao 1769— toonen volgen hunne kisten met kleederen, als meede de theen slaven die het door de vlugt niet hebben kunnen ontkomen, na dat die Lui„ den bevorens onder de allerschrikkelijkste bedreijgingen hadde doen sweeren, dat bij hunne aan komst te deser plaatse zijner slegte behandeling hun waares niet zouden openbaer en en na dat aut kragte zijner qualiteit van briegadier generaal over de Trou„ van „pes zijner aller getrouwste Maijesteit, den koning,„ Fortugal &: k: E: tot Capitain over de jnfanterij gecrehert happen den h=r mau„ viell voorn: De franschen als gezegd door den burger Pan in zijn vaartuijg overgenoomen en herw:s den 10 april Laastl: aangeland zijnde, verscheenen in hunne deernis waardigen staat ziek en uitge„ hongert voor 't ondergeteekende opperhoofd, op wiens ordre na dat hunne kleine bagagie gevisiteerd, en sig van heun„ „nen papieren meesters gemaakt hadde best mogelijk bij de ingesetenen zijn gelogeert geworden, mits daar voor quaamen te betalen, also weinige dagen na dersel„ „ver geleden schip breuk hunne te goed hebbende zoldijen ontfangen hadden, terwijl voorts opgem: Thien stux Leijfeigenen in 't slaven huis geplaats wierden, heid tot dat wij om der onpasselijk „ wille van eenige dezel„ ve bij publicque op veiling alle op den 6: van g=o verloopen maand maij aan de meest biedende verkogt hebben, voor Een zuiver montant van rijxs:s 229: 30 blijkens neevens gaande Copia venduroll, welk mon„ tant als gehoorende den reeder van meerm: fransche schip Lutibee wij onder Correctie best oordeelen alhier aantehouden zo wel als een bedragen van rijx d:s 941: 12: bij gedane visitatie in de kist van den fransch en oppermeester mauviel gevonden aan 593 sp: realen en 120½ oude en nieuwe decatons, en door hem ten profeite der geinte„ „resseerdens gerefd, tot dat uw Hoog Edelheedens g'Eerde dispositie
English
From Timor the 1st of June Anno 1769 disposition concerning that might be known. According to the tenor of the contracts concluded between the Honourable Company and the regents of Timor and subordinate islands, the aforementioned French ship L'Utile with its cargo, for the benefit of the Dutch East India Company, if it had appeared here and we in such a case had been as well informed of what is aforementioned as we are now, could and indeed should have been declared confiscated, since it evidently appears from all the documents that it has been out for illicit trade, as Your Right Honourables will be able to discover, if you please, in the accompanying original French papers, of which the most interesting have been translated into High Dutch by the First Draughtsman, and probably the late Captain Cornic had indeed received a secret commission from the government on the Island of Mauritius to enter into a commercial treaty with the regents of Maubara (who nevertheless let him depart from there with unfinished business) as well as with those of the surrounding country, although we do not dare to assure this fully, but it has been brought to light to us by the French crew members present here that the said Captain always kept the place of their destination hidden, and that, being about to set sail from Port Louis, they knew no better than that they were to steer for Manila, for whose inhabitants they testify to have also received many letters for delivery, while the open commission reads entirely differently, it being mentioned therein that they had sailed out to Madagascar and places situated thereabouts for the slave trade. Had Hornay, who always makes such a great boast of his affection for the Company, From Timor the 1st of June Ao 1769 been willing in any way to comply with the measures we have taken, we would have been able to employ for the benefit of the Honourable Company everything from the said ship that could easily be salvaged and brought over hither, such as its very fine spars, anchors, cable ropes, sailcloth etcetera, and also become master of a considerable quantity of wax, all of which Hornay now appropriates to himself, and will not hear of mentioning the Honourable Company (when it should come to a handing over), with the ship, when it is shattered to pieces in the coming west monsoon, having to drift away, because the Oecussi people dare not risk anymore to extract the said butter from it, since two men whom they had let dive into the ship that had filled with water did not come to light again, but found their grave therein. The dispatching to Tolocorita of the small ship De Jonge Petrus Albertus present here, on which someone from our council along with all the Roti and Savu vessels summoned hither according to the yearly custom, whose crew would comprise about five hundred heads, it would (according to this accompanying copy report of the Second Mate Vens, who has been there on our order for information) despite Hornay have been very feasible for us to bring the articles cited above as well as all the artillery of the French over hither, had we not been From Timor the 1st of June Anno 1769 prevented therein by the sickness of the greatest part of the sailors stationed on the said Honourable Company's vessel, as also by the loss of two anchors in the Strait of Lappie, the grounds around Timor being mostly all foul; besides that, this undertaking could not happen without one becoming entangled in a brawl with Hornay, from which we have been able to keep the Honourable Company, however reluctantly, by leaving the said Hornay (as we could do no otherwise) in peaceful possession of that which has fallen into his hands through the aforementioned shipwreck. Meanwhile, with Lifao, affairs have changed little in appearance, Hornay, for the reason that some of his relatives are imprisoned there, not having dared to attack the place hard, out of apprehension of seeing carried out on them through this the cruelest punishment, with which the Portuguese continuously threaten them; according to the rumours the ship from Macau had brought some recruits and many military supplies there, but concerning which we hope to inform Your Right Honourables further in our ordinary and secret response to go off next, concluding this by still informing Your Right Honourables that the previously mentioned French chief surgeon Mauvill and the late Captain's clerk d'Heloury (being the second captain here deceased a few days after his arrival; his estate, under taking of a proper receipt From Timor the 1st of June 1769 to an amount of rixdollars 240, having been placed into the hands of the chief surgeon) are now crossing over to the main settlement by the sloop of the burger-ensign Dirk Christoffel, which we thought we could grant them sooner than transport by the Honourable Company's vessel lying here in the roadstead, on which, to do ship's service for their board, we have retained the seven ordinary French seamen here, since many of its crew members suffer from ulcerations on the legs, the cure of which is very difficult and tedious. In the hope of obtaining a favourable approbation of our actions in this matter, as we have had the honour to bring them before Your Right Honourables' eyes, we still presume to call ourselves with deep respect and submission (was undersigned) Right Honourable, highly Esteemed, far-ruling Lord and Honourable Sirs (lower) Your Right Honourables' very humble and very obedient Servants (was signed) Alix: Cornabé and W: A: van Este (in the margin) Kupang on Timor 1st of June Ao 1769 Report
Dutch transcription
3 242 Van Timor den 1:' Junij Anno 1769— dispositie dien aengaende moogen weeten, Agtervolgens den Teneur der Contracten geslaten tusschen DE: Comp: en de regenten van Trincr en onder horige Eilanden, zoude meerw:r faansche schip Lutile met dies lading ten profeite van de Nederlandsche oost Jandische maatschappij bij aldien alhier hadde opgedaagt en wij zulk een geval zo wel als nu van 't geene voorsch g'informeert waren geweest hebben konnen en zelfs moeten verbeurt ver„ klaerd worden, also bij alle stukken evidentelijk blijkt dat ten andrs handel is uitgeweest, gelijk uw Hoog Edelheedens in't de nevensgaende origineele fransche papieren waer vaen de Interesanste door den Eerste tekenaer in de wederduitsche tale zijn overgezet, des gelievende zullen kunnen ontwaeren, en waerschenelijk heeft wijlen de Capitain Cornic van't gouvernement ten Eilande Mauritius wel Eene secreete Commissie gehad om met de regenten van maubara /:die hem nogthans onverrichter zaeke van daer hebben laten vertrek„ „ken:/ als meede met die van 't omleggende Land Een Commer„ cie Tractaat aan te gaen, over schoon wij zulx niet ten volle durven te versekeren, maar door de hier aanweesende faansche scheepelingen is ons aan den dag gebragt dat ged:e Capitain de plaats hunner destinatie steeds verborgen heeft gehouden, en dat van Porst Louis zullende onderseil gaan; niet beter hebben geweten af zouden naar de manieras stevenen, voor welker ingesetenen zij betuigen veele brieven ter besorging te hebben meede gekreegen, intusschen zuid de opene Commis„ sie geheel anders, zijnde daer in vermeld: dat na Madagascar en daer omstreeks leggende plaatsen tot den slaven handel waeren uitgevaeren, Hadde Hornaij die van zijne genegenheid voor de maatschappij steeds zo grooten op heft Van Timor den 1:' Junij Ao 1769 — hefff maakt in onse genomene meseurs Eeniger wijse willen„ treeden, zo zouden al wat van ged: schip met gemakc=t konde gesalveert en herwaards over gebragt wor„ den ten nutte van D'E: Comp: hebben kunnen be„ steeden, als daar zijn desselfs zeer fraije rond„ houten, ankers, kabeltouwen, zeijldoek etc: en ook meester worden van Eene Considerabele quantiteit wax, dat nu hornaij zig alles toe Eijgent, en van D'E: Comp: /: wanneer het op Eeen afgegeven zoude aankomen:/ met wil horen reppen, met het schip wanneer in de aanstaande west mousen aan spaanders geraakt zal moeten weg drijven, door diende OE: koesiers 't net meer wagen willen om ged: zuijvel 'er uit te halen, zedert twee man die zij in 't voll water gelopen schip hebben laten duijken, met weder voor den dag zijn geko„ men, maar daer in hun gaafsteede gevonden hebben. De versending naar Tolocorita van 't alhier aan„ weesende scheepje De Jonge Petrus Albertus waar op iemand uit onsen raede benevens alle de herw=s volgens sjaarlijk se gewoonte opgedagde rot„ tineesen en Lavoneese vaartuigen welker bemaning wel vijfhondert kopen uit maeken zoude, het ons /:volgens dese versellende Copia berigt van den aldaar op onse ordoe ter informatie aangeweest hebbende onder„ stuurman vens /: in weer wil van Hornaij zeer doenelijk gevallen zijn om de hier boven aangehaalde „ als ook al het gescheut jver franschen na herwaards articulen over te brengen waeren wij daer onne met 244 Van Timor den 1:' Junij Anno 1769 — niet weerhauden geworden door de ziekte van 't grootste gedeelte der opged: s' E Comp:s bodem bescheiden seevaarende, als ook door 't ver„ lies van twee ankers in straat Lappie zijnde de gronden rondsons Timor meest alle vuijl, boven dien zoude die onderneeming niet kun„ nen geschieden sonder men zig kwame in te wikkelen in Eene brouillerien met Hornaij, waer buiten D' E Comp: hebben kunnen houden door hoe ongaerne ook gerepte Hornaij :/ terwijl dog niet anders konden in 't geruste besit te laten van 't geene door voorsch: schip breuk in zijne handen is geraakt Met Liphao syn de zaeken intusschen weinig van gedaan te veranderd, hebbende Hornaij om reeden dat aldaar Eenige sijner na bestaende in regtenis sit„ ten de plaats niet hard durven aan t pasten, uit be„ duchting van daar door aan deselve uitgevoerd te zien de wreedste straffe, waar meede de portu„ „geesen die zuiden telkens bedrijgen; volgens de geruchten soude het manause schip aldaar Eenige recouten en veele krijgsbehoeftens hebben aangebragt, edog waeromtrent uwehoog Edelheedens nader hoopen te informeeren bij onse naast afte gaene gemeene en secreete rescriptie, dese besluiten„ de met uw Hoog Edelheedens nog te bedeelen dat de hier vooren verm: fransche oppermeester Mauvill en soverl:s Cap:n creef d' helourij (: sijnde de tweede Cap: alhier korte dagen na desselfs aankomsten overleeden; des„ selfselfs nalatenschap onder afneming eener behoorlijke quitantie f: Van Timor den 1:' Junij 1769 — quitantie tot een bedragen van rd=s 240 den opperchirurgijn in handen gesteld:/ per de Chialoup van den burger vaandrig Dirk Christoffel tans naar de hoofdplaatse oversteken, het geene gedacht hebben haer Lieden eerder te konnen accordeeren dan het Transport p:r den alhier ter rheede leggende sComp:s bodem, om op welk voor de kost scheeps dienst te doen, wij de gemeene seven stuks fransche zeevarende alhier hebben aangehouden, vermits van desselfs scheepelingen veele aan ulceratien aan„ de beenen labereeren: welker gensange seer difficil en langewijlig is — In hope ter erlanging eener gunstige approbatie op onse behandelingen in desen zo als de Eere hebben gehad uw Hoog Edelheedens dezelve onder het oog te brengen; matigen wij ons nog die aan van ons met diepen Eerbied en submissie te noemen /:onderstond/ Hoog Edele groot Agtbaere, wijdgebiedende Heer en wel Edele Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelheedens zeer oodmoedige en zeer onderdanige Dienaren /:was geteekent:/ Alix: Cornabé en w: A: van Este /:in margine Comipang op Tamor p=mo Junij A=o 1769 — Berigt
English
9: 246 From Timor, dated 1 June, Anno 1769. — Report to the Honorable, Esteemed Sirs Alexander Cornabe Opperhooft and W: A: van Oste Secunde, concerning the wrecked ship in the bight or inlet of Solocrita Done by the undersigned The ship lies entirely under water, fallen over to the port side with the masts seaward; at the stem it is 8 fathoms and at the sternpost 10 fathoms, sandy bottom with rocks, and it lies athwart against the shoals, on the starboard side, with the gunports and galleries from which the doors have been beaten off, all of which can be seen very clearly; also the hole that pierced it through the rock when it was wrecked and had not yet overturned can likewise be seen very clearly. The three masts and bowsprit are still standing; the topmasts have been struck and, according to sailor's custom, lashed against the front side of the masts. The mainmast has six shrouds on either side with double mainstays; the foremast has five shrouds on either side with a single forestay; the mizzenmast has four shrouds on either side with a single stay. the dn 7e: Nori 172. From Timor, dated 1 June 1769 — The jib-boom lies lashed against the bowsprit. Of the tops, not one of the three remains, presumably beaten off by the sea. Two yards on the mizzenmast, presumably the crossjack and mizzen topsail yard, are all that I have discovered; the lower yards and topsail yards I could not perceive. It may be that on the port side, which lies underneath, there may still be an anchor, but it is not visible; one can see the entire ship from stem to stern very clearly. The masts, topmasts, rigging, and stays look very good, which there is also a good chance of recovering. What is inside the ship is unknown to me, for a Captain of Hornay lies here with soldiers who keep watch; in order not to give them cause for suspicion, I investigated and saw this in the evening, for upon my arrival the Captain had already asked me to come ashore to him, but I excused myself as being somewhat ill, and that when I had sufficient water I would depart for Moubara. Two boats lie on the shore, one somewhat smaller than the other, both unserviceable. One yard lies standing, to my sight the spritsail yard. Eleven pieces of cannon of six pounds lie on the beach near their stockade, three of which are mounted on carriages, which could well prevent any vessels from entering that inlet. The rudder of the ship and the rest of the gun carriages also lie on the beach near their stockade. The inlet or bight is situated between two large reefs that project a good quarter of a mile seaward, and all are heavy rocks and coral heads. Whoever W1: 248 From Timor, dated 1 June, Anno 1769 — wishes to enter here with a ship must first sound outside and come to anchor, and then warp inside, for the channel between the two reefs has a place where at low water it is not even a musket shot wide; it extends south-south-east and north-north-west; the depths all around in the bay are generally 12, 11, 10, 13 fathoms, anchoring ground. A rock or reef lies very near the middle of the bay, about one fathom under water, yet all around is 12 fathoms, anchoring ground. Whoever wishes to enter with a ship must bring the stockade that is on the west side of the bay to the south-east, and then steer straight for the same by the lead; and as soon as one finds bottom, no closer than 30 to 25 fathoms, and come to anchor there, then one is right in front of the channel, being mindful of the course of the current, keeping the stockade always to the south-east of oneself; then one must warp inside, and one finds depths of 20, 16, 14, 12, down to 11 fathoms, anchoring ground; and being in that bay, again [illegible] fathoms; then one must keep closest to the west side where the stockade stands, in order not to encounter any more of those rocks as aforesaid, and come to anchor before the stockade. All this aforesaid I, the undersigned, have seen and investigated myself. Information from the native: 3 anchors, each lying in a separate place still on the bottom, known to the native there, which will also be obtainable. 1 or 2 anchors still in the ship on the port side, and which must now lie underneath. 2 or From Timor, dated 1 June, Ao 1769— 2 or more new heavy anchor cables still in the ship; and according to the native there, three heavy pieces of cannon are still missing at the stockade at Tolacorita; a quantity of cordage, among which is a cable of 7 to 8 inches; 3 large casks, twice as large as our leagers, and a large copper kettle lying in the stockade; 103 barrels of gunpowder, among which are of 25, 50, and 100 pounds; 25 chests with muskets, at 25 pieces; a large number of slaves, who mostly fled, to the number of 30 or 25; 8 barrels with nails; 36 rolls of sailcloth, and all the sails; 3 iron swivel guns of 1 pound. All this has already been transported near Cousse. Of the wax I could perceive nothing, and that the priests will probably know best. From inside the ship nothing has yet been retrieved. This, Honorable and Esteemed Sirs, is what is to be reported by him who, with respect and submission, calls himself: Your Honors' humble servant, signed: C: Vens in the margin: Tolocouta, 27 April 1769— Translation
Dutch transcription
9: 246 Van Timor de dato 1: Iunij Anno 1769. — Beriot aan de wel Ed: agtb: Heeren Alexander Cornabe opperhooft en W: A: van Oste secunde van weegens t verongelukt sv: schip jn des Bogt of Jnham van Solocrita Gedaan door den ondergetijkende 'T schip lijdt, ten eenemaal onder water over lakboort tijd ge„ vallen met de masten zeewaarts bij de voorsteeven is 8: v=m en bij agter steeven 10 v=m sant gaant, met klippen en het „lijdt dwars teegens de droogtens, aan de stuurboorts seide met de geschiet poorte en gallerijen, daar de duerren van afgeslaagen van men alle zeer duijdeijk sien, ook kan men het gat door de klip ingeseeten heeft toen t verongelukt is en nnng niet om gevallen geweest is meede seer duijtlijk sien, De drie masten en boegspriet staan nog an, de stenge sijn gestrooken en volgens zeemans gebruijk teegens de voor kante van de maste vast gesport De groote mast heeft ses hooft 'touwe ter wee„ der zijde met dubbelt groote Hage, de vokke mast heeft vijf hooft 't ouwe ter werder zijde met een Enkelt vorke stag, de Besaans mast heeft vier hooft touwe ter weder zijde met een Enkelt stag. de dn 7e: Nori 172. „ Van Timor de dato 1:' Junij 1769 — De kluiver boom lijst teegens de baeg spriet vast gesor=t De niarse sijn daar geen van drien: meer op na gedagten van de zee af geslaagen. Twee Raas aan de Besaans mast na gedagt en de Cruijse en Begeijne naar heb ik maar andekt de onder Raas en marsie Raas heb ik niet kom: gewaar worden, t kan zijn dat aan bakboort nog een anker die onder lijdt wee„ „sen kan dog niet ontwaart men kan het geheele schip van verteeven tot steeven seer duitlijk sien, De maste stenge want en Hage sien seer wel uit daar ook kans toe is om uit te krijgen, wat van binne in 't schip is mij onbekent want hier lijdt een Cap. t van Hornaij met soldaate die de wagt houden om aan die geen agter denken tegeven so heb ik dit bij avont ondersogt en gesien want de Cap:t hadt mij al reeds bij de aankomste versogt om aan de wal bij hem te komen maar ik ver Excuseerde mij wat siek te zijn en als ik waater genoeg hadt na moubara soude vertrekken, Twee schuite leggen op de wall den een wat klijnder als den ander bijde onbequaam„ een Raalijdt op staant na mijn sigt de onder blinde Roo Elf pees Canon â. ses pondt leggen op strant bij haar pagger waar van drie op Rompaerde geplant en dewan en au't Coopder vartuigen van dien Janham wel konen beletten het Raer van 't schip en den rest van de Rompaarde leggen meede op strant bij haren pagger, Den Jnham of bogt is tusschen twee groote Reeven die wel een quaart mijl zeewaarts uit schieten in ge„ legen en alle swaere steene en kast koppen sijn die hier W1: 248 Van Simor dedato 1:' Junij Anno 1769 — hier met een schip in wil moet buiten op laot of Eerst ten anker komen en als dan na binne toe werpen want den inloop tusschen bij de Reeven heeft een plaats daar hit nog geen snaphanschoot met laagwaat er breet is het streekt hem 3zo en Ner: w: de dieptens Ronts om in de baaij sijn doorgans 12: 11: 10 13 van stek gront Een steen of klip lijdt seer na in't middel vaan de baaij omtrent een vaam onder water dog prants om 12: v=mn stekgront Die met een schip in wil moet den pagger die aan de west zijd van de baaij is uij't Z: O: brengen en dan Regt op den selven op 't loot of aan steeven en soo dra men goontkrijgt niet nader dan 30 tot 25 v=m en aldaar ten anker komen dan is men Regt voor de Canaal wel verdagt weesende op den Coop des trooms dat men den pagger al Z:t O: van zig houdt als dan moet mmen na binne toe werpen en men krijgt die dieptens van 20: 16: 14: 12: tot 11: v=m stek en in die baaij sijnde weeder K: v=m dan moet men de west zijd daar de pagger staat naast houden om niet meerder van die, klippen als voor gemeldt te ontmoeten en voor den pagger ten anker komen al dit voorgemelt heb ik onder getijkende self gesien en onder sogt derigt van den Inlander 3: ankers die ijder op een apparte plaats nog in den gront leggen van den Jnlander aldaar be„ kent ook wel te krijgen sullen sijn 1: lb 2: ankers nog in't schip op bakboort zijd en nu onder sullen leggen, 2: of E Van Timor de dato 1:' Iunij Ao 1769— 2: af meerder niew swaare anker touw nog in 't schip en volgens den inlander aldaar mankeeren nog drie swaare stuk Canon an den pagger tot Tolacorita een gedeelte touw werk waar onder een kaaveltouw van 7: â 8 duijme 3. groote vaaten nog eens soo groot als ons leggers en een groote kooperen ketel inden pagger leggende, 103 vaate boskruit waar onder van 25: 50 en 100 pont 25: kist en met snaphaan â 25: p:s een groot gedeelte slaaven die meest gedrast tot 30: lb 25 stukt 8 vaate met speijkers. 36: Rollen auw zil doek en alle zijlen: 3: p:s Eijser drabasse â 1:' pont dit alles is alreeds na bij Cousse oovergebragt van het wax deeb ik niets kone ontwaard en dat sullen de pr wel best weeten uit 't schip is nog niets uit gehaalt van binne dit is het wel Ed=e agtbaren Heeren dat te berigten is van dien die sig met Eerbiedt en onderdanigheijt noemt /:onderstond:/ uwel Ed: Dw Dienaar /:was geteekend:/ C: vens /:in margine:/ Tolocouta. den 27 april 1769— Translaat
English
250 13: From Timor, dated 1 June 1769. Translation of a passport for ships sailing to the Islands and other French colonies. Louis Jean-Marie de Bourbon, Duke of Penthièvre, of Châteauvillain and of Rambouillet, Admiral of France, Governor and Lieutenant General for the King in his Province of Brittany, to all who shall see these presents, makes known that we have given permission and safe-conduct to the Lieutenant on one of the King's frigate ships, the Sieur Cornic Junior, master of the French vessel named the Utile (L'Utile) of Morlaix, of the burthen of three hundred and twenty tons or thereabouts, lying in the haven and port of Morlaix, to sail from the said port of Morlaix with its cargo towards Isle de France, after the said vessel and its cargo shall have undergone proper and due search, and the owners of the said ship shall have submitted themselves at the registry of the Admiralty to the direct return of the same within the said port, on condition of not loading into the said ship any foreign merchandise of which From Timor, dated 1 June 1769. the importation and consumption are prohibited in the kingdom; also not to take in from any foreign lands, even from the islands of Madeira, any wines or other provisions and merchandise to be transported to the said colony; and that in addition they shall convey and conduct thither indentured servants, etc., pursuant to the ordinances of His Majesty and under the penalties established therein. In witness whereof we have signed these presents, caused the seal of our arms to be affixed thereto, and had the same countersigned by the Secretary General of the Navy. Was signed: L. J. M. de Bourbon. Lower: by order of His Serene Highness, signed: Rauwur. Underneath was written: done at Morlaix the eighth of May 1767, by virtue of a certificate from the gentleman, revoked the old passport, and received seven livres and ten sols for the said passport. Lower: for the translation, was signed: Alexander Cornabé. In the margin stood: stamped in red wax, the seal of France. Translation. 15: 252 From Timor, dated 1 June 1769. Translation of the muster roll of the crew members who were aboard the wrecked French frigate ship L'Utile. In the year 1767, on the 20th of May in the forenoon, before the undersigned royal hereditary notaries of the jurisdiction of Morlaix, with submission and express prorogation of jurisdiction to that of the royal seat of the Admiralty sworn in the said place, were present the Sieur Mathieu Cornic, merchant at Morlaix, owner of the frigate ship L'Utile, of the just mentioned place and residing in this said town on the Léon quay, parish of Saint-Martin, on the one part, and the noble Yves Cornic, captain at sea, residing in this same town on the said quay of Léon, parish of Saint-Martin, and the other officers, mariners and sailors, novices and boys who are listed below, on the other part; which aforesaid Captain, second lieutenant, surgeon, officers, mariners, sailors, novices, and boys have accepted and voluntarily hired and bound themselves to the Sieur Cornic, owner of the said frigate ship L'Utile, presently lying in the roads of this haven, to go on board today or tomorrow under the command of the said Master Yves Cornic, captain of this vessel, and undertake the voyage to the islands of Isle de France and Bourbon during From Timor, dated 1 June 1769. the space and course of two whole years, at the appointments, wages and salaries as will hereafter be expressed; which aforesaid frigate ship is fitted out and shall depart from this haven to that of Lorient, there to take in the merchandise that the East India Company shall ship therein for Isle de France, and after the discharge of the same at the aforesaid island the Captain shall have liberty to carry on trade from India to India, in other words from coast to coast, whether in the manner last mentioned on freight or own cargo, as well as the trade in cattle and in slaves. To the ship's crew there shall be paid before the departure of the ship from Morlaix six months of their appointments, wages or salaries, and although the voyage shall not be considered commenced before the departure from the haven of Lorient, the crew is nevertheless granted half pay of the salary per head upon departure, whereafter the salaries and appointments shall run; and the crew members shall each for themselves be bound, during all the time that the ship shall lie within the haven of Lorient, always to remain on board and there await the orders of the Captain and the officers, and whoever absents himself
Dutch transcription
250 13: Van Timor de dato 1:' Junij 1769. — Translaat verlof brief voor de schepen die naar de Eijlanden en andere fransche volk plan„ tingen Stevenen Louis Jeanmarie de Bourbon Hertog van Lenthievre van Chateau villam en van Rambouillet Admiraal van Franckrijk, gouverneur en Luitenant generaal voor den ko„ „ning in sijne Provintie van Bretagne, Aan alle die dese sien sullen, doen te weeten, dat wij hebben gegeven verlof en geleijbrief aan den Luitenant op een van konings fregat schepen dE:r Cornu Junioor schipper van het fransche vaartuig gen: de nuttige (lutile / van Mirtair, groot drie honderd en twintig tonnen af daer omtrent, leggende in de heeven en van Morlair om uit gesegde sta„ ven van Morlair met desselfs Lading te stermen naar Franschen Eijland /: Lijste de france :/ na dat van ged: vaartuig en die Lading wel en behoorlijk sal weesen gedaan, visitatie en de rheeders van ges: schip ter griffe van de Admiraliteit zig zullen hebben onderworpen tot de directe te rug brenging van het zelve binnen ged: haven, van en op voorwaarde van in het zelve schip „gene buiten Landsche waar en te laden, waar van het Van Timor de dato 1:' Iunij 1769. het inkomen en Consumptie in het koningrijk verboden zijn; ook van nu geen vreemde Landen zelve niet ten Eijlanden Ma„ vers in te neemen, Eenige wijnen of andere Levens mid„ „delen en waer en om naar ged: Calonie vervoertte worden; en dat boven dien naar derwaerts zullen brengen nog geleiden gengageerden &c. Ingevolge de ordonnianten van zijne Majesteit en onder de daer bij vastgestelde penaliteiten Ten bewijse van het wel„ ke wij dese tegenwoordige onderteekenden daar op laten drukken het segul onser wapenen, als ook door den al„ gemeenen secretarie van de marime doen Contra tekenen /was geteekent:/ L: S: M: de Bourbon /:lager:/ ter ordre van zijne doorl: Hoogheid /:geteekend:/ Rauwur /:onderstond:/ actum morlair den agste maij 1767 uit krachte van Een certificaat van den Heer inge„ trokken 't oude verlof en ontfangen seven Lieren en thien stuiver voor ged: verlof brief /:lager:/ voor de oversetting /:was geteekent:/ Alexander Cornabe /:ter zijde stond:/ in rooden Laste ge„ „druk het zegul van Franckrijk Translaat 15: 252 Van Timor de dato 1:' Iunij 1769 Translaat Engagement Roll van de steepelingen die zig bevonden, hebben op het verongelukte fran„ sche fregat schip Lutile„ In den Jare 1767 den 20 maij 's voor de middags voor de onderge„ teekende koninge Erffelijke Notarissen van den gerechte van„ Morlair niet onderwerping en Expresse prorogatie van Iu„ risdutie aan die van den koninge zetel ter Admiraliteit in ged: plaatse besworen waren present de koete mat„ thien Cornie mgaciant tot Morlair Rheeder van het fregapt schip Lutile, van even gew: plaats en in deese grd: steede woonachtig op de Leon kaaij stucht van vt: Martin aan d' eene in de Edele Iser Conicq Capiteijn ter zee in deese zelve steede woonagtig opgen: kraaij van Leonstucht van S:t Martin en de andere offecieren zeevarende en Mattroosen Nieuwingen en Jongen die hier achter staan genoemd te werden aan d' andere wel ge opged: Heeren Capitein tweede Luitenant Chirurgijn offecieren zeevarende, matroosen, nieuweingen, en Jongen hebben aangenomen en dig vrijwillig ver„ 7 Heer - huurd en verbonden voor den Cornic rheeder van ges: fregat schip Lutile, leggende werkelijk ter rheede van deese hacen, om onder het bevel van op ged: Heer ijver Cornicq Capitein van dien bodem heden of morgen scheep te gaan, en de reijse ondernemen naar de Eijlanden Jsle de france, en Bourbon gedurende den Van Timor de dato 1:' Junij Ao 1769 — den en verloop van Twee geheele Iaaren, op de appointementen gagien en salarissen als hier na sullen worden uitgedrukt welk meerw: fregat schip is aangelegd en zal uit dese haven naar die van orient vertrekken aldaar innemen de Coopmanschappen die Indische Compagnie daar inne sal verteeken voor Le Isle de france en naderzelver Lossnigten voorsch: Eijlande zal de Capitein vrijheid hebben tot het drijven van handel van Indie tot Jndie anders gesed van kist tot kust het zij in voege als laast gend: opvracht eigen lading zo wel als tot den handel in bestiaalen in slaven, Aan he=t scheeps volk sal voor het vertrek van 't schip tot Morlain betaald betaald worden ses maanden hemmer appointementen gagie of salarissen en over schoon me„ de reijse niet voor het vertrek uit de haven van vrient voor begonnen sal anmerken word het volk echter vergund halve soldij van het salaris hoofd voor hoofd bij het vertrekke als waar na de salarissen en appeintementen sullen Coursaemen en sullen de schepelingen ijver voor sig zelven gehouden weesen van zig gedurende de altijt dat het schip binnen de haven van orient sal leggen altoos aanboord te bevinden en al„ daar op de beveelen van den Capitein en heeren effecieren verbeiden en de gene die zig absenteerd ^. . . . ..
English
254 From Timor, dated 1 June 1769. absents himself without written permission from the Captain or from him who in his absence has the command, shall be required to return the advanced money and be punished as a deserter in conformity with the ordinances and regulations of the navy; in the same manner it shall also be dealt throughout the entire voyage with those who happen to absent themselves without such leave; the said ship's company shall not be allowed to demand payment of any sum of money for some time, but only after the expiration of two years shall it be credited; and supposing that the Captain sees fit to discharge any of the ship's company in the Indies, he shall be permitted to do so without having to give reasons therefor, and in this case a discharged person shall have his account drawn up and be paid as much as he shall have earned up to that time; in order to cause all of which to be observed, fulfilled, and executed, all the said parties mutually bind themselves, each for himself, under the obligation, pledge, and hypothecation of all and each of their goods, movable and immovable, present and future, to be executed according to the rigor of the royal ordinances, to which the parties for the rest submit themselves. This having been desired and agreed by them, we, Notaries, have judged and condemned them thereto, 1. From Timor, dated 1 June 1769. condemned, by virtue and authority of our office, under the same obligations, promising, binding, renouncing, etc. The names, capacity, and place of residence of those engaged, the sums promised to each of them, and those which have been paid to them in advance, are set forth hereafter: The Sieur Yves Cornic Le Jeune the younger of Morlaix, son of Michel, aged twenty-eight years, and after reading had been given to him by one of us, notaries, declared that he enters into service on the said frigate ship L'Utile in the capacity of Captain, at the salary of Two hundred Livres per month, acknowledging to have received from the aforesaid gentleman the sum of Twelve Hundred Livres for the six months paid in advance, and has signed. Thus signed: Cornic Le Jeune. Sieur Claude Louis Jean Dolbelle de Vitry of Versailles, son of Claude Francois, aged twenty-nine years, after like reading had been given to him, declared that he enters into service on the said frigate ship in the capacity of Second, at the salary of One Hundred and fifty Livres per month, and acknowledged to have received from the aforesaid shipowner the sum of Nine hundred Livres for the six months paid in advance, and has signed. Thus signed: Dolbelle Vitry. Sieur Jean Hébert of St. Malo, son of Jean, aged forty-seven years, after reading had likewise been given to him, declared 19. 256 From Timor, dated 1 June 1769 — declared that he engages on the aforesaid frigate ship in the capacity of Fourth, at the salary of seventy Livres per month, and acknowledged to have received from the aforesaid Shipowner the sum of four hundred and twenty Livres for the six months paid in advance, etc., and has signed. Thus signed: Jean Hébert. Sieur Bernard Mauviel of Carhaix, son of Michel, aged thirty-two years, after reading had also been given to him, declared that he takes service on the aforesaid frigate ship in the capacity of Surgeon, at the salary of fifty Livres per month, acknowledging to have received from the aforesaid shipowner the sum of three hundred Livres for the six months paid in advance, and has signed. Thus signed: Bernard Mauviel. Bernard Le Goff of Morlaix, son of René, aged about thirty-seven years, after like reading had been given to him, declared that he takes service on the aforesaid frigate ship in the capacity of sea officer, at the wage of thirty-six Livres per month, and acknowledged to have received from the Sieur Cornic [illegible] the sum of two hundred sixteen Livres for the six months paid in advance, and not knowing how to sign, etc. In the same manner as hereafter, namely on notarial bond, there have also entered into service on the French ship L'Utile: Jean From Timor, dated 1 June 1769 — Amy Jean Dril of Morlaix, aged twenty-five years, in the capacity of Carpenter, at the wage of forty-five Livres per month. Pierre Le Jossé of Perros, aged twenty-five years, as Gunner and sailor, at the wage of thirty Livres per month. Guillaume Le Page of Morlaix, aged twenty-four years, as Sailor, at the wage of twenty-four per month. Francois Zachiver of Morlaix, aged twenty-four years, as Sailor, at the wage of twenty-four per month. Francois Le Gall of Morlaix, aged twenty-three, as sailor, at the wage of Twenty-one Livres per month. Pierre Kerguiduff of Morlaix, aged twenty-two years, as sailor, at the wage of twenty-two Livres per month. Guillaume Coat of Morlaix, aged twenty-six years, as sailor, at the wage of twenty-four Livres per month. Yves Thomas of Bréhal, aged twenty-six years, as sailor, at the wage of twenty-three Livres per month. Jean Pierre Bescond of Morlaix, aged thirty-five years, as sailor, at the wage of twenty-four Livres per month. Francois Kapelin of Saint-Servan, aged forty-one years, as carpenter and sailor, at the wage of twenty-four Livres per month. Jean Guerne of Louvigné, diocese of Saint-Léonard, twenty-six years, as Sailor, at the wage of twenty-one Livres per Month. Etienne
Dutch transcription
254 Van Timor de dato 1:' Junij 1769. absenteerd sonder schriftelijke permissie van den Capitein af van Hem die in desselvs afwesen het ge„ verachtvoerd sal zijn voor uitgeschooten geld moeten te rug geven en als een difecteur gestaaft worden in Conformite van de ordonnantien en reglement en de ma„ vine in zelver voege zal ook gedurende de gansche reise gehandeld worden met de genen die zig vonder een diergelijk verlof kome te absenteeren ged: scheeps volk sal „geen betaling mogen vorderen van Eenige somme gelds als â uueijng tijds maar wel na verloop van twee jaren zal hebben te goed gemaakt et voor ondersteld dat de Capitein goed vin de iemand van 't scheeps volk af te danken in de Indien sal hij sulks vermogen te doen sonder daar van behoeve reden te geven en in dit geval sal Een afgedank ten sijn afrekening gemaakt worden en hem betaald zo veel als tot dien tijd sal over gewonnen hebben, om al het welke te doen nakomen vervallen en uijt te vaeren zo verbinden alle ged: partijen over en weer ijder voor zig zelve op de obligatie gagie en hij potheecq van alle en een ijder hunne goederen roerende en onroerende tegenwoordige en toekomende om gediscuteerd te worden na den rigueuw der koninglijke ordonnantien waar aan bij de par„ thijen zig voor 't overige gedragen, Aldus door hen begeerd en bewilligd zijnde heb„ ben wij Notarissen hun daer toe g'oordeeld en verweesen 1. Van Timor de dato 1: Junij 1769. verwesen uitbrachte en authoriteit onser offecier onder de zelfde verbanden al E:a belovende verbinden denen renuncieerende &:a De name qualiteit en woonoplaats de g'engageerden de hun toegesegde sommen aan ijder en die hun voor au't betaald sijn worden hier achter bekend gesteld D' Hheer ijver Cornic Le Zenne /de Jonge:/ van Marlair soon van Meitheeren oud agt en twintig Jaaren en dat hem door Eenen van ons notarissen is gedaan Lecture verklaard zig op ged: fregat schip Luutile in dienst te bege ven in qualiteit van Capitein op de appainctementen van Twee honderd Livres ter maanden bekend van voorn: Heer ont„ fangen hebbende sommae van Twaalf Honderd Livres voor de voorrigt betaalde ses maanden en heeeft getekend Aldus getekent Cornic Le Jeune S' Claude Louis Jeans Dolbelle de viatrij van ver„ faille zoon van Clande francois oud wegen en twintig Jaren na dat hem gelijke Lecture is gedaan verklaard zig op ged: fregat schip in dienst te begeven in qualiteit van Tweeden op de appointementen van Een Hon„ „derd en vijftig Livoes ter maand en bekend van voorn: heer rheeder te hebben ontfangen, de somma van Ne„ genhonderd Livres voor de voor uit betaalde ses maanden en heeft getekend Aldus geteekend Dol„ belle vitrij S: Jean Eebert van P:t Malozen van Jean oud seven en veertig gaven na dat hem an insgelijks recture is gedaan verklaarde 19. 256 Van Timor de dato 1: Iunij 1769 — verklaarde zig op voorn:t faegat schip te engageeren in quali„ „teit van vierde op de appointementen van seventig Livoes ter maand en bekend van voorn: Heer Rheeder ontfangen te hebben de somme van vier honderd en twintig Livaes voor de ses voor afbetaalde maanden &c: heeft getekend Aldus getee„ „kend Jean Eebert S:r Bernard Mauviel van Carhair zoon van Michiel oud twee en dertig jaaren na dat hem almeede Lecture is gedaen verklaard dienst te nemen op voorm: fregat schip in qualiteit van Chirurgijn op de appointementen van vijftig Livres ter maand bekend van voorn: Heer rheeder ontfangen te hebben de somme van drie honderd Livres voor de ses vaor af„ betaalde maanden en heeft geteekent aldus ge„ teekend Bernard Mauviel, Bernard Le gaff van Morlair zoon van Rene oud om„ trent seven en dertig Jaaren na dat hem des gelijks Lecture is gedaan verklaard dienst te nemen op voorn: tregat schip in qualiteit van zee offecier op de gagie van ses en dertig zivres ter maand en bekend te hebben ontfangen van den Heer Cornic alee„ de somma van twee hondert sestien Livres voor de ses voor out betaalde maanden en niet komende te kenen &:a In zelver voegen als hier achter te weten op nota„ vieele verbandschrift en nog dienst genomen nag op het fransche schip zutile als Jean Van Timor de dato 1:' Iunij 1769 — Amy Iean Dril van Korlair oud vijffentwintig Iaren in quali„ teit van Timmerman op de gagie van vijf en veertig Livres ter maand Pierre Le gossee van Perrow, oud vijff en twintig saren voor Canonier en matroos op de gagie van dertig zivres ter maand Guilliaume de Page van Marlair oud vier entwintig Ja„ ren voor Matroos op de gage van vier en twintig ter maand Francois Zachiver van Morlair oud vier en twintig Iaeren voor Matroos op de gage van vier en twintig ter maand, Francois Le gall van Morlair oud drie en twintig voor matroos op de gage van Een en twintig zit ter maand Pierre Zuerquiduf van Marlair oud twee en twintig Jaeren voor matroos op de gage van twee en twintig Livres, ter Guillaume caat van Marlair oud ses en Twintig varen voor matroos op de gage van vier en twintig Livres ter maand Eijver Thomas van Brehal oud ses en twintig Jaren voor matroos op de gagie van drie en twintig Liraester maand Jean Pierre Bescoud van morlair oud vijf en dertig Jaren voor matroos op de gagie van vier en twintig Livres ter maand Francois Kapelin van S:t Servant oud Een en veertig Jaren voor timmerman en matroos op de gagie van vier en twintig Livres ter maand, Jean Guerne van Leuvie bisdom van Leonard sesen twintig Jaren voor Matroos op de gage van een en twintig zivoes ter Maand Etienne maand
English
21: 258 Len From Timor dated 1 June 1769 Etienne Letour of Carantie called bisoom: man of the sea aged thirty-two years as sailor at the wage of twenty-one Livres per month Jacques Kerve of Treburiaan near Perroe aged twenty-two years sailor at the wage of twenty-four Livres Gilles Dihan of Morlair aged twenty-nine years as sailor at the wage of twenty-four Livres per month Paul Marie Celourij of Morlair aged fourteen years as apprentice sailor at the wage of eighteen Livres per month Pierre Claude Dolbelle of Paris aged eighteen years as young mate on the salary of fifteen Livres per month Vincent Le Corne of Morlair aged sixteen years as young carpenter at the wage of twenty Livres per month Pierre Cholard of Morlair aged sixteen years as young cooper at the wage of twenty Livres per month Pierre Le Cocq of Morlair aged twenty-five years as butcher at the wage of twenty-four Livres per month Herve Zelan of Morlair aged twenty years as young cooper at the wage of fifteen Livres per month Pierre - per month . From Timor dated 1 June 1769 Pierre Augustin Le Gindre of Morlair aged sixteen years as young barber-surgeon at the wage of twelve Livres per month Cosas Fosse a native of Capierd aged ten years as boy at the wage of eight Livres per month Jean Terrier of Moncontour aged twelve years as boy at the wage of eight Livres per month of all which etc. signed Regnout Royal Notary below continued indenture of Brassaij Samt Mare of . . . . aged . . . as First Lieutenant on the salary of ninety Livres per month below stood for the translation was signed Alexander Cornabe translation - 23: 260 From Timor dated 1 June Anno 1769 Translation bill of lading invoice of the cargo laden in the French frigate ship L'Utile Yves Cornic residing in Morlair commanding the ship L'Utile of tons or thereabouts now present in Lorient in order with the first good weather that God shall grant to steer straight toward Isle de France know and acknowledge to have received and taken on board the said ship from you Mr. Barbarin overseer of the trade warehouses on behalf of the East India Company in this port nails one hundred and seventy-four quarter casks with nails together weighing net sixty-eight thousand one hundred and forty-seven lb hunting shot sixty casks with hunting shot of 50 lb net each and together three thousand pounds ninety-four hogsheads with Cahors wine forty hogsheads with Cahors wine with 4 iron hoops of which 6 marked 1 9 No 37 weight 5 and 18 No 6 No 2 twenty-one Irish salted pork weighing net salted pork five thousand eight hundred eighty lb salted beef twenty-one quarter casks salted beef from Ireland weighing net four thousand ninety-five lb steel forty casks with steel of one hundred twenty-five lb net each millstones one hundred millstones of 2 feet 1/2 to 3 feet diameter six casks with tinplate tinplate four ditto with iron iron sixty-one with butter together weighing net butter three thousand six hundred and sixty pounds oil 11 - From Timor dated 1 June 1769 oil one hundred jugs containing each 12 bottles 15 5 sixteen boxes containing each 25 rifled muskets No 41 42 44 46 53 54 57 59 60 63 64 67 69 71 77 79 one cask containing four thousand flints flints gunpowder two ditto containing about two hundred pounds gunpowder one ditto containing hundred pounds glass beads glass beads which goods are for the account and risk of the East India Company and go consigned to the gentlemen of the Superior Council on the Isle de France all well conditioned which merchandise I promise and undertake to carry and convey in my aforementioned ship unimpeded by sea perils and hazards to the said place the Isle de France paying me pursuant to my written agreement with bottomry according to maritime law and to keep and fulfill this I bind my person and goods with my said ship and costs and appurtenances thereto in witness of the truth I have signed five bills of lading of one tenor one being fulfilled the others to be of no value done at Lorient the sixteenth day of the month of June 1767 signed Cornic the Younger Dolbelle 2nd Captain and Vlaupe Buisson below stood for the translation Alex Cornabé translation 7F made 25 262 Ann From Timor dated 1 June Anno 1769 Translation open commission for the gentleman Yves Cornic commanding the French frigate ship L'Utile on behalf of the King We Jean Daniel Dumas Knight of the Royal and Military Order of Saint Louis Inspector and Commander in Chief of a Legion Colonel of the Infantry and Commander General in the Islands Isle de France Mauritius and Bourbon and we Pierre Poivre by the King's order Commissary General of the Navy and Commissary of His Majesty having command performing the functions of Intendant in the said Islands Mauritius and Bourbon presiding in the Superior Council established there to all who shall see these presents greetings have given commission to Sieur Yves Cornic of the city of Morlaix Captain and master of the ship L'Utile measuring two hundred fifty tons or thereabouts mounted with twelve cannon and four swivel guns manned with thirty white seafarers and one small black lad laden with merchandise to sail through the Indian seas of Mauritius Bourbon Madagascar and others situated thereabouts
Dutch transcription
21: 258 Len Van Timor de dato 1:' Iunij 1769 — Etienne Letour van Carantie gesegd bisoom: van zeen oud twee en dertig Jaren voor matroos op de gage van Een en twin„ tig Zivres ter maand Jacques kerve van treburiaan dicht bij Perroe oud twee en twintig Jaren Matroos op de gage van vier en twintig Liv:s Gilles Dihan van Morlair oud Negen en twintig jaren voor Matroos op de gage van vier en twintig ziv:s ter maand„ Paul Mari, celourij van Morlair oud veertien Iaren voor Leerling matroos op de gage van achtien Ziv: ter mand Pierre Cloude Dolbelle van Larijs oud achtien Jaren voor jong stuurman op de appointementen van vijftien Livoes ter maand, Vincent Le Corne van Morlair oud sestien Iaren voor Iong Timmerman op de gagie van twintig Livres ter maand Pierre Cholard van Morlair oud sestien Iaren„ voor jong kuiper op de gagie van Twintig Liv: ter maand, Pierre Le Cocq van Morlair oud vijf en twintig Iaren voor slachter op de gage van vier en twintig Livaes ter maand„ Serve Zelan van Morlair oud twintig Iaren, door Iong kuiper op de gage van vijftien Livres ter maand, Pierre - ter maand„ . Van Timor de dato 1:' Iunij 1769— Lierre Augustin Le gindre van Morlair oud sestien Iaren voor Iong baardscheerden op de gage van twaaf Livres ter maand, Cosas fosse Een geboren weger van Capierd het komstig oud thien Iaren voor Iongen op de gage van acht ziv: ter maand Jean Terrier van Moncontour oud twaalf Iaren voor Iongen op de gage van acht Liv: ter maand, van alle het welke &:a /:geteekend:/ Regnout Crot: roijaal (:hier onder:) vervolgde ver„ band schrift van Brassaij Samt Mare van . . . . oud. . . voor Eerste Luitenant Op de appointement van Negentig Liv: ter maand /:onderstond:/ voor de overset„ „ing /:was geteekend:/ Alexander Cornabe, ranslaat - 23: 260 Van Timor de dato 1:' Iunij A:o 1769— Translaat cognoscement factura van het geladene in het franche frecat schip Lutile Kijver Cornie tot Morlair woonagtig Commandeerende het schip Lutile groot tonnen of daar omtrent nu te ori„ „ent tegenwoordig om met eerste goedweer dat god geven sal regel regt naar L Este de france te stevenen weete en bekenne binnen boord van ged: schip ontfangen en ingenomen te hebben van u M:r Barbarin op siener der negotie pakhuisen van weegen de oost Indische maatschappije in deese raven, spijkers Een Honderd en seventig vier de deels vaten met spijkers te samen weg: netto agt en sestig duijsend Een honderd en seven en veertig lb. Jagt sagel sestig vaten met Jacht kagel van 50 lb netto ijder en te samen drie duisend ponden vier en Negentig oxehoofden met Cahouwijn veertig oxhoofden met Cakorwijn met 4: ijsere roepen waar van O:D:I 6 gem: 1= 9 N:o 37 w: 5: en 18 Nv: 6: NNo 2 ijrlands gesoute spek weg: netto gesoutespek Een en twintig vijf duisend acht honderd tachentig lb geboute rund vleesch Een en twintig vier en deels gesoute rund vleesch uijt ijrland weg: netto vier duisend vijf en negentig lb: staal veertig vaten met staal van Een honderd vijffen twin„ „tig lb n=ro ijder, molensteenen Honderd molen steenen van 2: v:t ½ â 3: v:t diameter ses vaten met Blik Beik vier d=o met ijser ijser Een en sestig met Boter te samen weg:s net„ Poter „to drie duisend ses honderd en sestig ponden olij 11 - Van Timor de dato 1:' Junij 1769 — olij eonderd kruijk en anhoudende ijder 12 bottels 15 —5 sestien kassen inheudende inder 25 getrokken snaphanen n:o 41: 42: 44:46: 5351:5759:60: 6364: 67: 69: 71: 77: 79: Een vat inhoudende vierduisend vuursteenen vuursteenen Buspoeder Twee d=o inhoudende omtrent twee honderd ponden buskruijt Een d:o inhoudende honderd ponden glase Caralen Glase Coralen welke goederen voor reekening en resico van van de Indische maat„ schappij en geconsigneerd gaan aan de heeren van den hoogen Raad ten Eijlande alle de france Alle wel geconditioneerd welke koopman„ schappen ik beloove en aanneeme te brengen en geleijden in mijn opgen: schip onverhinderd de zeer gevaren en kansen ter ged: plaatse den Eijlande olle de france mij voor mijn betalende agtervolgt mijn schriftelijk accoord met de bedemarijen naar rechten ge„ bruiken ter zee en om dit te houden en na te komen verbinde ik mijn zijf en goederen met mijn ged: schip en kosten en toebehooren tot het zelve, in getuigenis der waarheid ik vijf cognossementen van een inhoud geteekend. d'eene voldaan sijnde andere van geene waarde gedaan tot orient den sestienden dag van de maand Iunij 1767 /:geteekend:/ Cornic Le Teune Dolbelle 2:e Capit: en vlanpe Buisson /:onderstond:/ voor de oversetting Alex: Cornabé Translaat 7F gemaekt. 25 262 Ann Van Timor de dato 1:' Iunij Ao 1769. Translaat opene Comissie voor d:' h:r ijver Cornic Commandeerende 't fransche fre„ gat schip Lutiele van weegen den koning, wij Iean Daniel Dumas Ridoer van de koninglijke en militair order van S:t Louis, in specteur en Commandant en Chep van Ene Legioen, Collonel over de Jnfanterij en Commandant generaal en de Eijlande Isle de fransche /:mauritius / en bourbon en wij Pierre Poirre van s' konings order Commis„ saris generaal van de marine en Commissaris van sijne Majesteit Bevel hebbende functie doende van intendant ten ged: Eijlande Mauritius en Bourbon Resident in de aldaar gestelde Hoge Rade aan alle die deese zien zullen salut hebben Commissie gegeven aan S:t ijver Cornic van de stad marlaix Capitain mreeder van 't schip 2. tiele groot Twee hondert vijftig tonnen of daar omtrent, gemonteert met Twaalf stukken Canon en vier draijbassen bemant met dertig blanke zeevaarende en Een klei„ „ne swarte, met koopmanschappen beladen „zien om te varen door de Jndiase van Mauritius Bourton Madagascar en andre daar omstreeks leggende
English
lying places to steer back to these islands. Therefore, we pray and request all friends, allies, and confederates of the Crown of France, and command all captains commanding His Majesty's ships, as well as all those who hold authority on the ships of the Company, to allow the said Sieur Cornic freely to pass and return with his aforementioned ship and crew, without inflicting upon him or permitting any harm or hindrance to be brought against him, and to show him all help, assistance, and favors as shall be needed. In witness whereof we have signed this and had it countersigned by our secretary, who has affixed hereto the seal with the arms of His Majesty. Done at Port Louis, Isle de France, the 7th of February 1768. Signed: Dumas and Poivre. Below was written: By order of my aforementioned Lords. Signed: Challan De Belleval. Lower: For the translation, A. Cornabé. On the side stood: The arms of France pressed in red wax. Translation from Timor, dated 1 June 1769. 27 264 Lee From Timor, dated 1 June, Year 1769. Translation of a missive written by Captain Cornic Le Jeune, commanding the French private frigate ship L'Utile, to the Chief of Timor, dated Colicourita, the 16th of January 1769. To the Governor of Coupang. Colicourita, the 16th of January 1769. Sir, I have the honor to inform Your Honor that my associates dispatched me from Isle de France to conduct the slave trade on the island of Timor, and that knowing here already before mid-October the half and quarter of my shipowners with that small quantity, I decided to winter in this harbor of Colicourita, intending to depart from there in the coming month of February or March to complete my trade in the eastern end of this island. However, the misfortune that occurred with the shipwreck of my vessel has put an end to my project. Nothing more now remains for me to wish than to arrive in Your Honor's settlement at Coupang, flattering myself that Your Honor will indeed grant entry to me as well as to my crew with the trade goods, so that I may come to an agreement there regarding my passage to Batavia with the frigate ship of the Dutch state. Please, Sir, take pity on our sad condition, as we are all Europeans and all striving to leave this place in order to return to Europe as soon as possible. I send to Your Honor my Major, one of my principal officers, to deliver this letter of mine and to negotiate regarding the chartering of 5 to 6 vessels, of 15 to 20 tons each, which I would like to arrive here all at once to fetch my goods. I further request that Your Honor have a letter written to the Commander of this maritime post, in which you will inform him that Your Honor has purchased all the goods salvageable from the wrecked French ship L'Utile, and that consequently Your Honor will transport the same to Coupang. This having been done and having arrived at Coupang, I shall make arrangements, whether regarding whatever will please Your Honor, or for the account of the Company, or otherwise. Deign to grant me all the favorable concessions that I request from Your Honor, as well as to believe that, in the expectation of expressing my gratitude to Your Honor, I have the honor to be with respect, Below was written: Your Honor's obedient servant. Was signed: Cornic Le Jeune. Underneath: P.S. I beseech Your Honor most graciously to use all speed whereby we may be enabled to get among human beings and not remain among Negroes. Lower: For the translation, was signed: Alex: Cornabé. Seen, Hollenhagen. Written: Clercq. The 2nd of September with the Batavier. Register of the secret papers received from Palembang, since the 16th of May until mid-October 1769. Secret missive from both Residents Van Campen and Carpenter of Westerbeek to Their High Noble Indulgences, dated 5 July 1769, Page 1. Chialoup: Declaration of the master along with some sailors on the pantjalling De Wolff regarding the affair of the pantjalling Lassum with a native vessel, Page 3. F. 2688 Incoming secret letter etc. from Palembang, since the 16th of May until mid-October 1769. His High Nobility. To the High Noble, Right Honorable, Rigorous, Widely Ruling Lord, Petrus Albertus van der Parra, Governor-General of the Netherlands Indies, together with the Honorable Lords Councilors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. High Noble, Right Honorable, Rigorous, Widely Ruling Lord, Honorable Lords, Having examined and investigated the conduct of the outgoing Residents Isaak Mens and Johan Berkhout in every manner, we have not been able to perceive the slightest proof that they were accomplices in any kind of smuggling trade with any foreign, whether English or native, nations; nor have we been able to perceive that any corrupt trade in pepper or tin was committed with the connivance of the King or the Crown Prince. However, becoming in time a little better acquainted with the native inhabitants here, if we hear the least regarding this, we shall not fail not only to counter such in the most rigorous manner, but also without the least delay to inform Their High Noble Indulgences thereof. Concerning the Chinese Captain, the same appears suspect to us, and we would already have complied regarding his person with the highly honored orders of Their High Noble Indulgences, were it not that he is currently the only pepper
Dutch transcription
leggende plaatse om naar deese Eijlande te rugte steevene, Darom bidden en versoeken alle vrienden g'allieerden en geconfedereerdens met de kroon van vrankerijk alle Capitaine Commandeerende zijne Majesteits scheepen gebieden aan alle die het gesaeg„ „voeren op de scheepen van d' Comp: vrijelijk te laten spasseeren en te rugh komen den geseiden S:t Cornie met zijn opgem: schip en volk zonder hem aan te doen nog gedoogen dat hem Eenig leet of verhindering worden toegebragt, en hem te bewijsen alle hulp, bij stand en gunsten als zal benodigt weesen Ten bewijsen van 't welke wij deesen hebben geteekend en doen contra teekenen door onse secretaris die daar op 't zeguel met wapens van zijne Majesteit gesteld heeft gedaan te Port Louis Isle de france den 7: feb: 1768 /:geteekend:/ Dumas en Poirre /:onderstond:/ Ter ordre van opgem: mijne Heere /:geteekend:/ Challaw De Belleval /:lager :/ voor de oversetting A:a Cornabe /:Ter seijde stond:/ het wapen van van vrankerijk in roode zaak gedrukt Transslaat Van Timor de dato 1 Iunij 1769. 27 264 Lee Van Timor de dato 1: Iunij Anno 1769 — Translaat Missive gesch: door kap: Cornic Le jeune Commandeerende het fransche particulier Fregat schip Lutile aan het opperhoofd van Timor gedateerd Colicourita den 16: Januarij 1769 — Aan Mijn Heer den Gouveneur 5 Caullauita den 16 Janu: 1769 van Coupang -. Mijn Heer Hebbe d' eere uE: te bedeelen dat mijne meede geinteresseerden /:assaciez:/ mij van 't Isle de france gedepecheerd om ten Eilande Timor den slaven Handel te drijven, en dat nog voor de helfte van october de ½ ¼ van mijne rheeders met dien geringe quantiteit hier kennende, scharelter stellen ik besloten heb in dese haven van Colcuratie te overprc staat makende van daer in de maand febr: of Maart aanstaande te vertrekken, om mijnen handel te voleindigen in het oost einde van dit Eiland, Maar het gebeurde ongeval met het verongelukken van mijn schip heeft een einde aan mijn project gesteld, er blijft mij thans niets meerder overig te wenschen dan in uE: Etablissement tot Coupang overkome„ mij selven vleijen dat uE: mij zo wel als aan mijn volk met de negotie goederen dies ingang wel sal willen toestan, op dant aldaar weg.:s mijn overvaer na Batavia met het fregat sschip van den Hollandschen . Van Timor de dato 1:' Iunij 1769. hollandschen staat over Een kame, wilt: mijn Heer over onse droevige ge„ steldheid ontfermen, sijnde wij alle Europeesen en alle trachtende jn die te verlaten om ten soedigste in Europa te rugtekeren. sende uE: mijn Major, Eenen mijner voornaamste affecieren ter behandiging deser mijne Letteren en om te handelen reeg:s het bevrachten van 5: âb 6 vaartuigen, groot van 15 tot 20: thonnen ijder, dewelke gaarne alle te gelijk hier sal aankomen om mijne ef„ fecten ofe te halen, ik versoek nog dat uE: een briefd aan den Com„ mandant van deze zee plaats laat schrijven waar bij hem sult te kennen geven dat uE alle de effecten toegenaamd uit het faansche verongelukte schip Lutilo voortkomende gekogt heeft, en dat oge„ volge van dien uE: dezelve na Caupan zaat weg voeren, dit gedaan en tat Coupan gekomen zijnde, sal ik schikkingen maken, zo weg:s al het geene uE sal aanstaan, dan wel voor reekening van de Com„ pognie als andersien, verwaardigd mij met de bewilliging van d'alle ganst bewijllin„ „gens die van uE verge, als ook met te geloven dat in verwag„ tinge van uE mijnser kentenis te sullen betuigen, d'eere heb met respect te zijn /:onderstond:/ uwEd„s gehoorsaeme dienaer /:was geteekend:/ Corniccx Le Jenne /: daar ond:/ spoed P: S: Smeke uE mistagustig van allen doop aan te wenden waar door wij in staat komen te geraken van onder menschen en met onder niegerste verblijven /:lager:/ voor de overseting /:was geteekend:/ Alex: Cornabé, agezien Hollenhagen Gesr: Clercq. ƒ den 2 septem„ ber met de de Batavier Register der Secreeti papieren ont„ fangen van Salem„ ^ zeedert bang ^ den 16 Meij tot medio october 1769 Secreete Missive van de beide Residenten van Campen en Carpenter van westerbeek van Haar Hoog Edelheeden Chialoup Verklaring van den gezag hebber nevens Eenige Mat„ troosen op de pantjalling de Wolff wegens het geval van de pantjalling Lassum met „ ged:t 5: Julij 1769. . . . . . - - Pag: een inlands vaartuig.. . . — „ 3: 1: F: 2688 Aankomende secreete brief &c„ van Palembang zedert den 16 Mai tot Medio 8ber: 1769. zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen, Groot Agtbaren, gestrengen wijd gebiedende Heere Petrus Albertus van der Parra, gouverneur generaal van Neder„ lands India Benevens De wel Edele Heeren Raden van Nederlands India et: etx: etx: Hoog Edelen, Groot Agtb: Gesti; wijd gebiedenden Heere, wel Edele Heeren op aller hande wijse het gedrag der afgegane Residenten Isaak Mens, en Iohan Berkhout hebbende ondertost, en nagevorst hebben wij geen de minste blijk kunnen ontwaeren dat zij lieden meede schuldigen zoude zijn in Eenigerhanden smokkelhandel met Eenige vreemde, 't zij Engelsche dan wel Inlandsche natien, ook hebben wij meede niet kunnen ontwaeren dat er Eenige vuijlen handel met des konings of des kroon prins meede weeten in opeeper of thin is gepleegt, egter in der tijd Een weijnig meer onder den Inlander alhier bekend Rakende, zullen wij daer omtrend maer het minste vernee„ mende niet manqueere sulx niet alleen ter aller rigoureuste tegen te gaen, maer ook sonder 't minste vertoeven daer vaen Haar Hoog Edelheedens kennis laten geworden Den Capitain Chinees betreffende den selve komt ons suspec=t voor, Een zoude al bereets omtrend zijn persoon aan de Hoog gd Eerde beveelen van haer Hoog Edelheedens hebben voldaen, was het niet dat hij thans den Eenigste peeper
English
From Palembang, the 3rd of July 1769. Chinese nation here, having laden nothing other than rice, salt, and some coarse porcelain, namely according to estimate around [illegible] koyans of the first and 4 koyans of the second, which cargo the following day was partly unloaded into Sungsang prahus in order to get afloat again and carried upwards to their master, just as the aforementioned roekoe on the third day after its grounding became free and sailed upriver with the remainder of its cargo; Which preceding statements all of us together, if required, are always prepared to solemnly confirm. Thus declared and passed at the Dutch factory in Palembang on the date aforementioned. Signed: Meijndert van Nes, set by Johannes van Gottenburg, Anthoni Braam, Pieter Marcus Boisseliau, Gerrit Du Bois. Below stood: Which I witness. Signed: B. Vorsselman. Lower: In our presence. Signed: W. Mailgart, C. Laven. Examined: J. J. Hollenhra. Papers received from Malacca from the first of January to mid-May 1769. Copy. Original secret letter from the Governor Schippers and Secunde Kretschmar to Their High Excellencies, dated 16 March 1769, page 1. Copy. Account given by the Malacca resident Inche Husein, page 17. Copy. Secret resolutions from 11 July to 19 November 1768, page 19. Register of the secret papers. 272 Copy. Incoming secret letters etc. from Malacca from the first of January to mid-May 1769. To His Excellency, the Most Honorable Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. Most Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord, Honorable Lords. In reply to Your High Excellencies' most respected separate letter of the 15th of September of the past year, we have the honor humbly to write back that as soon as Raja Ismael, of whom since his last retreat from the river of Siak we not only hear no more talk, but cannot even properly ascertain where his present place of residence actually is, shows himself sincerely and earnestly inclined to reconcile with the Company and to that end again applies to us to obtain pardon from the same, we shall not fail to grant it to him then, in accordance with the intention and honored authorization of Your High Excellencies, on fair and reasonable conditions and under a complete submission with solemn promises to conduct himself henceforth as an obedient subject. Likewise, we shall not, in conformity with Your High Excellencies' opinion, meddle with the disputes of the Malays and Bugis without the most pressing reasons, nor undertake anything further or different in that regard than to try to dispose the parties, as has always been our aim, to such sentiments as are suitable to oblige the one as well as the other to the Company, under the assurance that, just as we have always done in similar cases until now, we shall also in this case use all possible caution and circumspection, and leave nothing untried to attain that goal. That, 274 From Malacca, the 16th of March, Anno 1769. That we made no mention in our answer to the letter of Raja Ismael of the gift sent by him and accepted by us of two elephant tusks, the reason for that is that among the native princes hereabouts it is no fixed or constant custom to always make mention, in the reply to received letters and gifts accompanying them, of the latter, as could if necessary be abundantly demonstrated from several of their own letters, since with them it seems sufficient that the letters are answered and that counter-gifts are sent for the gifts, as was also done in this case, although this was not made known in our reply. The cause thereof is that Raja Ismael, through the bearer of his letter and gift to the Company, also sent a bezoar stone, which is valued here at 30 rixdollars, as a present for the first signatory, without making any mention of it in the letter, and he therefore maintains not only that he would not do wrong or sin in the slightest against propriety, much less thereby offend or deliberately treat with contempt that sovereign prince, if he likewise made no mention in the reply to his letter of his received presents; but he even thought that in this case it would be more suitable and better accord with the dignity of the Company if he, for the one as well as for the other, this time sent him privately an equivalent counter-gift, as he then also did from his private purse and without charge to the Company, which consisted of a ring set with a ruby and small diamonds, appraised by the captains of the Moors and Malays here at 100 rixdollars; and this is the true reason why in our separate letter of the 30th of November 1767 no mention was made of that counter-gift either. If the first signatory has nevertheless committed an error in this, he trusts that it will be graciously forgiven him by Your High Excellencies, since it truly was done not thoughtlessly, but rather after mature deliberation and with a very good intention. And regarding our description of the character, which Your High Excellencies believe that in the hope which he could conceive of a desired effect in his freely made proposal toward a seemingly sincere submission
Dutch transcription
Van Palembang den 3: Iulij 1769: Chineese natie alhier, hebbende geladen niets anders aan Rijst zout en Eenig groff porcelijn namentlijk /:naar gissing / Circa des Cooij„ angs van 't Eerste en 4: Cooijangs van 't tweede, welke Laading daags daar aan gedeeltelijk in soesangse prauwen /:om weeder vlat te geraken :/ gelost en opwaerds na hunne meester gevoert wierd, gelijk ook meerm: roekoe op den vast derden dag na zijn vasitte, Losgeraakt, en met het ove„ „rige sijner Lading na boven gestevend is, welke voor en staende wij te saemen des gerequireert werden de Altoos berijd sijn plegtiglijk gestant te doen. Aldus verklaert en gepasseert in 't N: Comptoir tot Pa„ lembang Adij dato voorsz: /was geteekend:/ Meijndert van Nes, gesteld bij Joh:s van gottenburg, Anthoni Braam„ Pieter Marcus Boisseliau, Gerrit Du Bois, /:onderstond:/ 'T welk ik getuige /: geteekend:/ B: vorsselman /:Lager:/ ons present : /: was geteekend:/ w: Mailgart, C: Laven, Nagezien J: J: Hollen hra Papieren ontvangen Malacca zedert pmo Jannuarij tot medio meij Copia arginaele Secreete Missive van Pagui den Heer Gouvern:r schippers en Secunde kretschmar aan haar Hoog Edelheden ged:t 16 Maart 1769. Copia Relaas door den Malake Malaks inwoonder Intje oesseen gegeven „ 17 Copia Secreete Resolutien van den 11 Julij tot 19 Nbr: Register der Secreete 1769 1. 19 1768. —:— - 272 Copia Aankomende secreete Brieven &:a van Malacca zeedert primo Ianuarij tot medio Maij 1769: — Aan zijn Edelhied Den Hoog Edelen Heere Pacus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal Benevens Dewel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia, Hoog Edele Gestr: Groot Agtb: Heere Wel Edele Heeren Op uw Hoog Edelens zoor gerespecteerde apar„ te missive van den 15: September Anni ƒ swateriti hebben wij de Eer onderdaniglijk te rescribeeren, dat zodra Radja Jsmael /: van ween zedert zijn laaste retraite uit de Rivier van Siac wij niet alleen niet meer „ Malacca Den 16. Maart A:o 1769 Van meer horen spreeken maar zelfs niet regt te =woeten kunnen krijgen waar eijgentlijk zijn tegens„ woordige verblijf plaats is: hem oprecht en met ernst genegen toond, om zigt met de Comp:e te ver„ soenen en ten dien Eijnde bij ons andermaal aan„ zoekingen doet om van deselve Pardon te verkre„ „gen wij niet nalaaten zullen hem zulks naar „volgens de Jntentie en de g'eerde qualificatie van uw hoog Edelens op Eerlijke en redelijke voor„ „waardens en onder Een volkome onderwerping met solemneele beloften van sig in het ver„ „volg te zullen quiten, als Een gehoorsaam onder dan als dan te verleenen. Ook zullen wij ons met de geschillen der Maleijers en Bougneesen / conform uw hoog Edelens bevoelen, sonder de allerdringenste Redenen niet molleeren of daar omtrent iets verders of anders onderneemen dan Parthijen zo als ons oogmerk altoos is ge„ „weest tot zodanige gevoelens tragten te dis„ poneeren, als bequaam zijn om den Een zo wel als den andere aan de Comp:e te obligeeren onder verzekering dat wij /: gelijk wij tot nu toe in zoortgelijke gevallen ook altijd gedaen hebben:/ mede in dit geval alle mogelijke voor en omzigtigheid zullen gebruiken en niets onbesogt zullen laten om dat Doelwit te be rijken. Dat 274 Van Palacca Den 16:' Maart A:o 1769 Dat wij bij ons antwoord op de brief van Radja Jsmael geen bewag hebben gemaakt van zijn door hem toegesonden en door ons g'accepteerd geschenk van twee Eliphants zanden daar van is de Roden om dat het onder de Jnlandsche vartses hier om„ strecks geen vast of contant gebruik is om bij het antwoord op ontfangene brieven en daar na„ „vens gevoegde geschenken van de laasten altoos mentie te maken zo als zulks uit verscheide van hun Eijge Brieven /:des noods:/ overvloedig soude kunnen werden aangetoond dewijl het bij hun genoeg schijnd dat de brieven b'ant„ woord en dat voor de geschenken contra ge„ schenken toegesonden worden, gelijk in dit geval ook is geschied of schoon zulks bij ons antwoord niet is bekend gestelt geweest; De oorzaak daar van is om dat Radja Jsmaël door den brenger van zijn brief en geschenk de comp:e de gelijk ook Een war„ kensteentje / dat alhier geschat is op 30: rd:s tot present voor den Eerste tokenaar heeft toegesonden, sonder daar van bij de brief bo„ „nige melding te maken en hij sustineerd dier halven niet alleen, niet te zullen misdoen of het aller minste tegens de welvoegenthaid te zondigen veel minder daar meede, dat zweeren vand potenlaatse te beledigen of Stu 3 Van Malacca Den 16: Maart A:o 1769 studieuselijk met mepris te behandelen, wanneer hij bij het antwoord op zijn brief insgelijks geen ge „wag maakte van zijn ontfange presenten maar hij heeft zelfs gemeent dat het in cassubjact gevoegelijker en met de Agtbaarheid van de maat „schappij boter te compasseeren souda zijn indien hij hem zo voor het Een als voor het ander ditmaal Eenlijk in 't bijzonder Een Equivalent contra geschenk toesond gelijk hij dat dan ook uit zijn prieve beurs en buiten laste aande Comp:e gedaan heeft, en het welke bestaan heeft in Een Rung met Een Robijn bezet met diamantjes door de capitains der mooren en maleijers alhier getaxeerd op rd:s 100: en dit is de waare Reden ook waarom bij onse aparte brief van den 30: Novemb: 1767: van dat contra geschenk almeede geen gewag gemaakt is. — Heeft den Eerste tekenaar al egter hier meede Een beven begaan, zo vertrouwd hij dat hem gratieuselijk door uw hoog Edelens overgeevan zal worden, naar dien het waarlijk niet om„ „bedogt, maar wel, na Een rijp overleg en met Een zeer goet oogmerk is geschied. — En betreffende onse beschrijving van den Carac„ „ter het welk uw hoog Edelens meenen dat in Een de hoop dewelke hij konde opvatten van Een ge„ „wenscht effect in zijne uit vrije keuse gedaene voorstelling tot Een schijnbaare op regte onder war ping
English
From Malacca, 16 March Anno 1769 would cause to disappear if he should be informed of it through one channel or another, since this could raise suspicion in him that people sought to mislead him; to that we respectfully answer that there is the least fear of this, since he and his entire following are themselves so well convinced that he merits those epithets or nicknames, that his own emissaries, upon delivering their master's letter, were not ashamed to tell us that the principal reason for his request and earnest desire to make peace with the Company is actually because he has become so weary of pirating and roaming the sea that he now painfully wishes to be freed from it, in order to finally be able to lead a better and quieter life, as he knows very well that as long as this does not happen, he will never be considered or treated by friends as well as foes as anything other than a rebel and enemy of the Company. While with regard to the Riau Regent Daeng Kamboja, in whom, according to Your Right Honourable's opinion, our contradictory appearances have also aroused great suspicion, we shall only say that it grieves us to our innermost to have to understand this, for we From Malacca, 16 March Anno 1769 truly believed we acted in that delicate matter in such a manner as the conjunctures of time and affairs and the cunning and treacherous conduct of the Bugis absolutely demanded at that time. Likewise, in response to the manifold complaints with which that refined usurper, in his letter written to Your Right Honourable of 28 March 1768, saw fit to burden the first signatory and to weary Your Right Honourable, we shall reply nothing other than that the same are mixed with so many gross untruths that one is ashamed of them, and which we could very well refute if we were not afraid of wearying Your Right Honourable's attention even more, and to which, besides that, we can proceed all the less since we trust that from the letters written and exchanged between him and us it is already evident enough that he gives many deceitful twists and cunning interpretations to the truth therein, and that the care we took for Siak, namely not to allow the same to be disturbed by those two personages or by one of both under this or that specious and false pretext, is actually the true moving cause of his displeasure and the source of From Malacca, 16 March 1769 his imaginary and unjust complaints, about which, however, we need care little, since the Company, and particularly this conquest, has far more interest in Siak than in the pretended friendship of Daeng Kamboja and Raja Ismail together. Concerning the Selangor vessels that were brought in here by the Company's cruisers on 18 April 1768, of which ample mention was made both in our respectful general letter of 25 July 1768 and in the currently departing one of the 13th of this month, we have the honour to inform Your Right Honourable that the same are now being claimed by Daeng Kamboja, yet in a manner that, it seems to us, not only cannot at all be reconciled with his precious professions of friendship, but which also does not at all satisfy the respect and awe that we deem he owes to the Company, as will appear from the following account. We received, then, on 3 September 1768, a letter from him in which he writes to us that he has been informed of the bringing in of the aforementioned vessels, and that he therefore wishes to know how and in what manner that affair took place; to which we not only immediately From Malacca, 16 March Anno 1769 answered him, but also informed him very circumstantially regarding that matter, as can be seen in our letter written to him and found in the outgoing letter book to foreign regions; yet the contents thereof seem not to have pleased him, as on 26 December following we received a second letter from him in which he merely answered us again in general terms that he is well inclined to live in good harmony with the Company, but that this requires the restitution or compensation of the goods that the Company's cruisers took from his children, without withholding the least part thereof. And yet he does not mention therein what those goods consist of, or what he actually claims shall be restored to him. And when we questioned the Panggawa who was the bearer of that letter about this, and asked why his master did not distinctly and specifically state what goods his children lost on that occasion, he replied that he did not know, but that he had a list thereof with him on board, which he promised to deliver to us the following day, as he did. But that contains, in our opinion, not only an
Dutch transcription
256 Van Palacca Den 16. Maart A:o 1769 „ping zoude doen verdwijne indien hij daar van door het Een of het ander Canaal mogte worden g' informeert naar dien hem zulks suspicie konde baren dat men hem zogt te misleiden daar op antwoorden wij Eerbiedig dat daar voor de minste vrees is naar dien hij en zijn gantsche aanlang selfs zo wel overtuigd zijn dat hij die apithales of bij naemen moriteerd, dat zijn eijge sendelingen bij de overlevering van hun meesters brief hun„ niet geschaoms hebben tegens ons te zeggen, dat de voornaamste rede van zijn versoek en Ernstig verlangen om zig met de Comp: te bevreedigen eij„ gentlijk is om dat hij het roven en swerven ter zee zo meede word dat hij althans met smerte wenscht daar van bevrijd te worden; om eijndelijk Eens Een beter en geruster leven te kunnen leggen alzo hij zeer wel weet dat zo lange zulks niet geschied hij ook nooit anders zo wel van vrinden als van vijanden dan als Een Rebel en vijand van de comp: sal kunnen en mogen geconsideert of gehandelt worden Terwijl wij ten belange van den riauws Regent„ Dain Cambodia in wien wij volgens uw hoog Edelens opinie onse contrarieerende gedaentens al mede Een groote agterdogt verwekt hebben al„ „leen maar zullen zeggen, dat het ons ten inter„ sten siert zulks te moeten verstaan want wij Van Pallaca den 16: Maart A:o 1769. wij in die notelige zaak waarlijk gemaend hebben zodanig gehandelt te hebben, als de con Jonctuirs van Tijd en zaeken en het listig en tracteragtig gedrag der bougineesen doenmaals absolut overeijschten. — Ook zullen wij op de meenigvuldigen klagten waar meede dien geraffineerde usurpateur in zijne aan uw hoog Ed: geschreeven brief van den 28: maart 1768. heeft kunnen goedvinden den Eerste tekenaar te beswaaren en uw hoog Ed:s te abordooren niet anders antwoorden als dat de selve door mongt zijn met zo veel groove on„ „waarheeden, dat het zig schaamd en dewelke wij zeer wel souden kunnen en erveeren indien wij niet bevreest waren, uw hoog Ed:s Attentie nog meer te verveelen en waar toe wij behalven dat, nog te minder kunnen overgaan naar dien wij vertrouwen dat uit de tusschen hem en ons geschree„ „ven en gewisselde brieven alreets evidant genoog con„ „steerd, dat hij aan de waere in deselven zeel veel loose Draaijen en listige inderpretatien geeft, en dat de zorg, die wij voor siac gedragen hebben om na„ „mentlijk het zelve onder deese of geene specieu„ „se en valsche pretexten door die twee persona„ „gien dan wel door Een van beijde aldaar niet te laten turbeeren eijgentlijk de waare bewoeg oorzaak van zijn misnoogt en de bronadoa van 278 Van Palacca den 16. ' Maart 1769. van zijn gewaande en onbillijke klagten zijn dog waar aan wij egter ons wijnig moeten be„ krouren, naar dien de comp:e en insonderheid dit conquest, vrij meerder gelegen legt aan Siac, als aan de schijn riendschap van Dain Cam„ bodia en Radja Jsmaël te saamen. Nopens de Salangoorse vaartuigen, dewelke door comp:e kreuissend op den 18: April 1768. — alhier opgebragt zijn en waar van zo bij onse Eerbiedige gemeene Letteren van den 25: Julij 1768. als bij de tegenswoordig afgaande van den 13: deser maand ampel gewag is gemaakt hebben wij d' Een uwerhoog Edelens te bedeelen dat deselve althans gereclameerd worden, door Dain Cam„ „bodia dog op Een wijse die /: ons bedunkent:/ niet alleen gantsch niet over Een gebragt kan worden zijn dierbaare betuigingen van vrindschap maar dewelke ook in 't geheel niet voldoet aan de Eerbied en het ontzag die wij noemen dat hij aan de maatschappij verschuldigt is zo als uit het na„ volgende verhaal blijken zal. Wij ontfingen dan op den 3: Septemb: 1768: Een brief van hem waar bij hij ons schrijft dat hij van het opbrengen der voorsz: vaartuigen g'in„ „formaert is en dat hij dierhalve wil weeten hoedanig en in wat voegen die zaak zig heeft toegedragen waar op wij hem niet alleen aan stonds ƒ Van Palacca Den 16:' Maart A:o 1769 — „stonds g'antwoord maar ook omtrent die zaak zeer omstandig geinformeerd hebben, zo als in onse aan hem geschreeve en in het afgaande brieve boek na buiten gewesten te vindene brief kan ge„ „sien worden dog den Jnhoud van dien schijnd hem net te hebben behagd, alzo wij op den 26: decemb: daar aan Een tweede brief van hem ontfangen waar bij hij ons alleen in generale Termen weder ont„ woorde dat hij wel genegen is, met de Comp: in Een goede Harmonie te leeven dog dat daar toe nodig is de restitutie of vergoeding der goederen dewel„ „ke Comp:e kruissers zijn kinderen hebben afge„ nomen sonder daar van het minste te agter„ „houden En nogtans meld hij daar bij niet waar die goederen in bestaan, of wat hij eijgentlijk pretendeerd dat aan hem gerestitueert zal worden. En wanneer wij den Pangauwa dewelke te brenger van die brief is geweest daar over on„ „derhielden en vroeger waarom zijn moester niet distinct en specificq op gaf wat goederen zijn kinderen bij die gelegentheid hebben verlooren zo antwoorde hij zulks niet te weeten maar dat hij daar van Een Notitie bij hem aanboord had dewelke, hij beloofde ons den volgende dog te zullen bezorgen gelijk hij doed. Maar die behels en bedunckens niet alleen aan „
English
From Malacca, the 16th of March, Anno 1769 a statement of the property of his children and of the three brought-in vessels and goods, but also, in all likelihood, of the goods that were in six batoos that belonged with the three brought-in vessels, and with which they departed together from Riouw for Salangoor, but two to three days before the encounter with the cruisers around Lingij were separated from them by a storm and driven onto the beach and smashed to pieces, of which nothing but the crew was saved. We therefore not only made the Pangawa understand this, but we also presented to him that if his master claims the restitution of all those goods specified on that list, his demand is entirely unreasonable and unlawful, because from the three vessels and goods that were brought in here and subsequently sold publicly, no more came in total than a good four thousand Rds., as can also appear to Your High Excellencies in the enclosed inventory and vendue roll, whereas according to that note, of which we also send the copy, the value of the goods alone amounts to quite three times as much, and that consequently we could pay not the slightest regard to it. From Malacca, the 16th of March, 1769 We have also not found it advisable to reply at length this time to the cavalier letter of Dain Cambodia, but merely to answer him simply that, since we have already given Your High Excellencies the requisite notice both of the bringing-in of the vessels and of the proceedings against them, we must therefore first be furnished with Your High Excellencies' order and pleasure regarding this matter before we can explain ourselves about it, and that as soon as we have received this, we shall not fail to inform him of it then. We therefore request to be allowed to know how we shall now further conduct ourselves in this, and what Your High Excellencies please shall be done in that matter in the future; since we are quite willing to acknowledge that in a matter of such speculation and importance we have quite a great deal of hesitation to sail on our own compass therein, for on the one hand it is probable that upon a final refusal of the restitution of those vessels and goods, the Bugis will be provoked to anger, and that they will not fail, as soon as a favorable opportunity presents itself, to retaliate, whereby the peace and quiet at present reigning here will again run very great peril of being disturbed. And on the other hand it is also true that too great a compliance and indulgence will make that nation so arrogant and so haughty that in time they will become unmanageable and will not even shrink from injuring the Company in all kinds of ways by trampling upon the contracts, for they are the greatest intriguers and troublemakers in this region, and openly defying it. The one and the other must therefore, in our opinion, be prevented; either by the restitution of all those monies that were realized from the sale of the three vessels and goods, or by an increase of our naval force, wherewith we are able to prevent robberies at sea, to secure the fairway, to maintain the Company's rights, to preserve its luster and prestige, and in a word to be able effectively to counter all disadvantageous designs; for we are in the firm conviction that if that force is made somewhat more respectable, they will not only drop much of their demand, but also subsequently become somewhat more reasonable. From Malacca, the 16th of March, Anno 1769 And to this opinion we are incited all the more when we reflect that their own interest in this time absolutely requires that they live in friendship with the Company, since at present they not only have to be constantly on their guard and take good care that they are not surprised by those of Trengganu and several others, but also that the dispute which it is said they currently have with the King of Queda will give them quite a lot of work. And we therefore judge it our duty not only to send to Your High Excellencies the account which a certain Bugis inhabitant here has given to us, concerning not only that dispute but also several other matters, and of which we have had him execute a secret deposition, but also most respectfully to represent that it appears to us that if ever, the present time is the moment to take the conduct of the Bugis into serious consideration as speedily as possible, not so much on the basis of that account, which certainly, according to the custom of the native, will be quite exaggerated in many respects, or on the loose rumors that constantly come blowing over this way, but on the foundation of their suspect behavior maintained for some time, their new alliances, their repeated conferences of which, however, the true nature has not leaked out up to now, and their coolness and indifference toward the Company, but
Dutch transcription
280 Van Palacca den 16:' Maart A:o 1769 een op gaaf van het goed zijner kinderen en van de drie opgebragte vaartuigen en goederen maar ook na alle gedachten van de goederen, dewelke in ses Batoos, die bij de 3: opgebragte vaartuigen behoord hebben en met wien zij te gelijk van Riouw na Salangoor zijn vertrokken dog 2: a 3: dagen voor de ontmoeting van de kruis„ „fers omtrend Lingij door storm van hun afge„ „raakt en op strand geslagen en verbrijseld zijn en waar van niets dan het volk is gesauveerd. wij gaven den Pangauwa dat dierhalven niet alleen te verstaan maar wij hieldon hem ook voor dat indien zijn meester de restitutie van al dig goederen dewelke bij die lijst zijn opgegeeven pretendoord, zijn Eisch in 't gehael onredelijk en onrogmagtig is want dat van de 3: vaartuigen en goederen, dewelke hier opgebragt en vervolgens publicq verkogt zijn, te samen niet maar, dan Een groote vier duizend Rd:s is gekomen /:zo als uw hoog Edelens, in de nevens gevoagde Jnventaris en venduaal almeede kan geblijken daar volgens die Notitie:/ waar van wij de Copia almeede oversenden / de waarde der goe„ deren alleen wel driemaal zo veel bedragen, en dat wij mitsdien geen de minste raflopie daar op konden slaan, Wzij Van Palacca Den 16. ' Maart 1769: —:—— „wij hebben ook niet raadsaam gevonden op de Cavallerie brief van Dain Cambodia ditmaal, wijdlopig te rescribeeren maar daar maar Eenvoudig op te antwoorden, dat vermits wij uw hoog Ed:s zo wel van tot opbrengen der vaartuigen, als van de procedeuires daar togen boroots de overschuldigde kennis hebben gegeeven wij dierhalven dien aangaande Eerst moeten genunieert zijn met hoogs=t der sel„ „ver ordre en goed vinden Eer wij ons daar om„ trout kunnen Expliceeren, en dat zodra wij die ontfangen zullen hebben wij niet nalaten zullen, hem als dan daar van kennisse te ge„ ven. Wij verzoeken dierhalve te mogen weeten, hoe wij ons nu verder hierin zullen gedragen, en wat uw hoog Edelens behagen dat in die zaak in 't vervolg gedaan zal worden; naar dien wij wel bekennen willen dat wij in Een zaak van die speculatie en importantie al vrij veel swa„ „righeid maken, om daar in op ons Eijge Compas voort te zeilen want aan de Eene kant is het waar schijnlijk, dat bij Een finale wijgering der restitutie van die vaartuigen en goedraan, de Bougineesen in 't harnas zullen gezaagt worden, en dat zij niet nalaten zullen zodra sig daar toe maar Een gunstige gelegentheid op doet, het zelve # 282 Van Palacca Den 16:' Maart A„o 1769 zelve te retorqueren waar door dan de althans alhier heerschende Rust en vreede weder zeer veel pericul zal lopen om ontrust te worden. En aan de andere kant is het ook waar dat Een al te groote inschikkelijkheid en toegevontheid die natie zo hoogmoedig en zo taats zal maken dat zij met 'er tijd onhandelbaar zullen worden en zelfs hun niet ontsien zullen, met vertroeding der contracten, te comp: op allerleij wijse te be„ nadeelen /: want het zijn de grootste en smatka„ „laars in dese ongte:/ en openbaar te trotseeren. Het Een en ander moet derhalven /:ons oragtens:/ worden geprevinieerd; of door de restitutie van al die Peningen dewelke uit den verkoop der drie vaartuigen en goederen geproflueert zijn, of door Een vermeerdering van onse navale magt waar moede wij in staat zijn om de roverijen ter zee te beletten het vaarwater te beveiligen Comp:e regten te mainctineeren haar luister en aansien te conserveeren en met Een woord om alle na„ „delige dessimen kragt dadiglijk te kunnen waa„ „ren; want wij zijn in dat vast vertrouwen dat als die wat respectabeler gemaakt word, zij niet alleen veel van hun Eijsch zullen laten zatken maar ook als dan uit vervolg wel wat retkelijker zullen worden. En Van Palacca Den 16:' Maart A. o 1769 En tot dit gevoelen worden wij nog te meer aan„ gezet wanneer wij reflecteeren, dat hun eijge be„ „lang in dese tijd absoluit vereijscht, dat zij met de Comp:e in vrindschap leeven naardien zij tegenswoor„ dig niet alleen gestadig op hun hoede moeten zijn en wel toe moeten zien dat zij niet verrast worden door die van Trangano en meer anderen maar ook dat het verschiel dat gesegt wordt dat ziij et den koning van queda thans hebben hun al vrij wat werk zal overschaffen. En wij oordeelen het derhalve van onse Pligt, het =verhaal, het welk zeker Bougineesen Jnwoonder al„ „hier niet alleen nopens dat verschil, maar ook meer andere zaken concerneerende aan ons heeft gedaan, en waar van wij hem Een secreet Relaas hebben laaten passeeren, niet alleen uw Hoog Ed:s toe te senden maar ook Eerbiedigst te representeeren dat het aan ons voorkomt dat zo ooit, het Jegen„ woordig tijd, is het gedrag der Bougineesen ten spoe„ „digste in Een ernstige overweging te nemen, niet zo zeer op fondament van dat relaas, dat ze„ „kerlijck na de gewoonte van den Jnlander, in veele opsigten al vrij wat g'ofaggereerd zal zijn, of op de losse gerugten dewelke gestadig dit hoen komen overwaaijen maar op fundament van hun zedert Eenige tijdt gehoude suspect gedrag hun nieuwe Alliantien, hun herhalde conferentien waar van egter tot nog toe het regte niet is uitgelekt, en hun koelheid en onverschilligheid omtrent de comp: dog
English
From Malacca, the 16th of March A.o 1769 yet all under respectful submission to the wiser and more penetrating judgment of Your Right Honorables. We also find ourselves obliged to bring to Your Right Honorables' knowledge that some time ago a gold mine was discovered in the Rembau mountains, which in the beginning not only caused a great stir here, but also lured almost all the tin diggers thither, whereby until now little Rembau tin has been obtainable. We have therefore thought it our indispensable duty to have a careful investigation made into that gold mine, as we have indeed done. In the beginning, as usually happens in such matters, we received nothing but confusing and disordered reports about it, the one exaggerating it and the other diminishing it; yet after much expended effort and expense, we have finally been informed that in a mountain about three days' journey from Malacca, and lying under the jurisdiction of the same, truly good and fine dust gold is being dug. We have therefore employed all proper means to obtain the same as much as possible for the Company, and of the quantity which has now been dug there in the time of one year, and which amounts to about ten catties, we have also obtained the largest part into our hands for the fixed price of f421: 4: the mark fine, notwithstanding that private individuals pay 32 to 33 rds. the tael for it, as well as for Achinese and Overwal gold. The danger and hardship, however, scare many people away from digging, for many come to a miserable end there. It is even not long ago that during the digging a piece of the mountain collapsed, under which about thirty persons were killed. Yet what can gold not do! A great desire for profit nevertheless spurs most to dig and makes them despise the danger, so that we hope that in time somewhat larger quantities will be dug. At least Your Right Honorables can be assured that we apply everything thereto and shall leave nothing unattempted to achieve that desired objective, and that no one can long more ardently for a good success thereof than we. For by that means the gold trade will be markedly improved and we will be enabled to obtain more and more of that precious metal and deliver it to the Company. Rice is here once again very scarce and almost nothing is brought in from outside, so that for some days we have been forced daily to have some of the Company's rice brought to the bazaar to feed the community. The 375 lasts sent, which Your Right Honorables have had the goodness to send to us with Overnes, therefore come in this time very much in handy, and we shall thereby now also have the opportunity to have it consumed for good purpose, for which we had otherwise been somewhat apprehensive, since the same is old and already very dusty. We therefore very humbly request that the demand for that necessary food may again be completely fulfilled for us this year, so that we and our inhabitants may not once again be brought into embarrassment. Lastly, we take the liberty of adding hereto a Pahang pass of the 1st of September 1768, whereby Juragan Morga is permitted to sail from there to Riau; yet the same arrived here on the 9th of October following with his full cargo, pretending to have sailed past Riau and turned the prow hither because he feared that the rumors which he had heard on the way, namely that Raja Ismail lay there in the river, might be true. We have therefore, at his request, allowed him to sell his cargo here and subsequently granted him a pass to depart again for his place of residence. With which we remain, with profound respect, was underwritten, Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Gentlemen and Honorable Gentlemen, lower, Your Right Honorables' humble and very obedient servants, was signed, I. Schippers, G. Kretschmar, in the margin, Malacca, in the Castle, the 16th of March A.o 1769. Account given by the Bugis and resident here, Inche Dessien, Thursday the 9th of March A.o 1769: The deponent says that about ten to twelve days ago he arrived with a balok from Selangor. That being at Selangor, he saw the Turkish soldier who had been in service here, who with two other Europeans deserted from here some time ago. That this Turk stays at the house of the Raja of Selangor. That he, the deponent, also heard at Selangor that the two other Europeans are staying there upriver. That those aforesaid three persons were seized by a party of people from Cabang, just past Linggi, and brought to Selangor. That at Selangor there are more than forty Europeans, all in the service of the Raja of Selangor, and have their residence on the hill at the mouth of that river. That on that hill more than one hundred pieces of cannon are mounted. That the aforesaid number of men mostly consists of deserted Englishmen, Danes, and others, whose names are marked on their bare arms.
Dutch transcription
13 284 Van Palacca Den 16:' Maart A.o 1769 dog alles onder Eerbiedige submissive van het wijzer en penotranter oordeel van uw hoog Ed:s wij vinden ons ook g'obligeert uw hoog Edelens ter kennisse te brengen dat nu Eenige zijd geloeden in het rombouws gebergte Een goud mijn is ont„ „dekt, dewelke in den beginne hier niet alleen zeer veel gerugt heeft gemaakt, maar die bij na ook al de Thin gravers na derwaarts gelokt heoft waar door dan tot nog toe ook wijnig Rom„ bouws Thien te krijgen is geweest. wij hebben dierhalven gemeend, dat het van onse indispensable pligt was na die goud mijn Een naukeurige recherche te laaten doen gelijk wij ook hebben gedaan. In den beginne kreegen wij so als dat ordinair in diergelijke zaken goet daar omtrent niet dan confuse en verwarde berigten, den hem vergroote het en den ande verklijnde het dog na veel aange„ „wende moeite en kosten zijn wij Eijndelijk g'infor „meert dat in Een Berg omtrent drie dagreijsen van Malacca, en onder de Jurisdictie van desel„ „ve leggen de waarlijk goed sijn staf goud geqraaven word, wij hebben dierhalve alle gepaste middelen in 't werk gestelt om het zelve zo veel doenlijk voor de comp: te bemagtigen en wij hebben van de quantiteit dewelke nu in de Tijd van Een Jaar aldaar gegraaven is en die omtrent thien catjes be Van Malacca Den 16:' Maart A. o 1769. — ƒ beloopt ook, voor het grootste gedeelte voor de bepaal„ de prijs van ƒ421: 4: het marcq sijn in onse handen gekroegen niet tegenstaande de particuliere daar voor even so wel als voor het atchins en overwaalse goud 32: â: 33: rd:s de thail betaelen. Het gevaar ende moete schrikken agter veele men„ „schon of, om te graven want meenig komt daar bij ellendig om 't leven het is zelfs nog niet lang geleden dat onder het graven Een stuk van den borg is komen nedervallen waar onder in de dertig persoon ge vermoort zijn dog wat vermag het goud met Een groote begraate tot winst spoord demeeste nog„ tans tot graven aan en doet hun het gevaar verag„ ten zo dat wij hoopen, dat 'er met 'er tijdt wel wat grooter quantiteiten gegraven zullen worden ten min„ ste uw hoog Edelens kunnen g'assureerd zijn dat wij daar toe alles adhibeeren en niets onbesogt zullen laten om dat gewensch oogmerk te bereijken, en dat niemand vinriger na Een goed sicces van dien kan verlangen dan wij. Want door dat middel zal den goud handel mer„ kelijk verbeterd en wij in staat gestelt worden hoe langer hoe meer van dat preticus metaal mag„ tig te worden en aan de comp: te leveren, De Rijst is hier alwederom zeer schars en daar word van buiten bij na niets aangebragt, zo dat wij zedert Eenige dagen genoodsaakt zijn geweest dagelijks van 286 # Van Palacca Den 16. ' Maart A:o 1769 vvan comp: Rijst op de basaar te laten brengen, om de gomente te speisigen; de toegesondene 375: lasten dewelke uw hoog Edelens de goedheid gehad hebben ons met overnes toe te senden komen dier„ „halven in dese tijd ons wonder wel te stade, en wij sullen daar door nu ook gelegentheid hebben, om die ten goede te kunnen laten consumeeren waar voor wij anders al wat bedugt zijn geweest naar dien deselve oud en al zij stoffig is, wij versoeken dierhalve zeer ootmoedig dat ons den Eijsch van dat noodwendig voedsel dit Jaar weder comploet mag worden voldaen op dat wij en onse in„ „gesetenen andermaal in geen verlegentheid worden gebragt. Laastelijk neemen wij de vrijmoedig„ „heid, hier nevens nog te voegen Een Pa„ bangse Gase van den 1: Septemb: 1768: waar bij aan Jurragan Morga gepermit„ =teerd is van daar na Biauw te varen dog deselve is den 9:' october daar van met zijn volle lading alhier g'arriveerd voor„ gevende Biouw voor bij gezeijld en de ste van ƒ Van Salacca Den 16:' Maart A:o 1769 „ven na herwaards gewend te hebben om dat hij vreeser, dat de gerugten, dewelke hij onder weg verstaen had dat na„ „mentlijk Radja Jsmael aldaar in de Rievier leide waar mogten zijn wij hebben hem dierhalven op zijn ver„ „soek toegelaten, zijn lading alhier te verkoopen en hem vervolgens Een Pase verleend om weder na zijn woon„ plaats te vertrekken. Waar mede wij met, Een procond res„ „pect blijven /:onderstond:/ Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtbaeren Heere en wel Edele Heeren /:Lager:/ uw hoog Edelens onderdanige en zeer gehoor„ same dienaaren /:was geteekend:/ I: Schippers, G:s Kretschmar /:in margine:/ Malacca Jn't Casteels den 16: maart A:o 1769. Relaas 288 Van Malacca d' dato 16: Maart A:o 1769 Relaas Gegeeven bij den Bouginees en Jnwoonder al„ „hier Intje dessien Donderdag den 9:' Maart A:o 1769: Den Relatant zegt dat hij nu omtrend Tien â: twaalf daagen geloeden, met Een Balo is gekomen van Salangoor Dat hij op Lalangoor zijnde heeft gesien de alhier in dienst geweest zijnde zurckse soldaat die met nog twee andere Europeesen, over Eenige tijd van hier gedeserteert zijn. Dat die Turik aan 't huis van Radja Salangoor zig op houd Dat hij Relatant op Salangoor ook gehoordt heeft dat de twee andere Europeesen aldaar de rivier op„ „waarts hun onthouden, Dat die voornoemde drie Persoonen door Een Pattije volck van Gabbang /:Eeven voor bij ling :/ zouden zijn op gevat en na Salangoor gebragt. — Dat op Salangoor meer dan vaertig Europeesen zijn alle in dienst van Radja Salongoor en hun ver„ blijf hebben op den Berg aan de mond=t van die rivier Dat op die Borg meer dan Een hondert stucken kanon geplant staan. Dat het voornoemde getal manschappen moest bestaat in gedeserteerde Engelschen Doen en andere welckers Naamen op hunne bloote Armen gemerkt staan 17
English
From Malacca, dated 16 March Anno 1769. to be. That their pay is five Spanish Reals a month. That the fund from which that pay is paid is found from the tin, which upon sale to the English is taxed at one span on each Bahar. That among those men are some craftsmen whose work is to keep the weapons and arms in order. That on that mountain gunpowder is also made by the Europeans. That the Radja of Salangoor has purchased six hundred Picols of saltpeter from the English for that purpose. That of the aforementioned number of Europeans, 8 persons have gone along with the Buginese fleet, which sailed past here a few days ago, to Riouw. That the Buginese fleet has departed for Riouw to confer with the Regent of Riouw, Daing Cambodja, in order to go from there to Queda and wage war on that place, in which the English, who are accustomed to trade annually at Salangoor, would come to their aid, also to avenge a murder perpetrated the past year upon a certain Englishman at Queda. That the dispute between those of Queda and Salangoor arose from the recently contracted marriage of the Prince of Queda to the Princess of Salangoor, which marriage was dissolved again and that Princess remarried to Radja Ali, son of the Regent of Riouw, Daing Cambodja. And that three Princes and one Princess of the blood and dignitaries of the realm of Queda, named Manca Poetra, Tjou Poetra, Bindhara, and Tjou Bonga, adhere to the party of Salangoor. Thus done and related within the Fortress of Malacca in the presence of Mr. Willem Kacks and Dirck van der Oval, clerks, as witnesses, who have signed the minute of this together with the narrator and me, First Sworn Clerk. Below stood: Quod Attestor. Was signed: C. Schrevelius, First Sworn Clerk. 290 From Malacca, dated 16 March Anno 1769. There having been produced in the meeting by the Governor two reports given here at the secretariat on the 1st and 7th of this current month by the Chinese Koat and Sinsin, residents of this city, containing that they, being at Siac, heard that Daing Cambodja has sent an envoy to request vessels, powder, and lead from the sovereign across the water, Mahomet Ali, and that this is rumored to be with a very evil design and to attempt something hostile against this place and its inhabitants. Whereupon, deliberation having been held, it was resolved—notwithstanding that the aforementioned reports, for various reasons, are very suspicious and carry little appearance of truth—yet, for greater peace of mind, not only to make discreet inquiries underhand in that regard, but also to request the necessary elucidation from Radja Ali by a letter. Report given by the Chinese resident here, Koat, who arrived here from Siac the day before yesterday as a passenger on a baloo, on Friday, 1 July 1768. Meeting on Monday, 11 July Anno 1768, all present. The narrator says that, being at Mapoera four 19 From Malacca, dated 16 March Anno 1769. four days after his arrival, there arrived a kakap coming from Riouw, the leader of which is said to be a Prince. That this Prince, upon his arrival, immediately had an audience with the King of Siac. That this audience was resumed by him daily during his stay there. That after the course of 4 days he departed from there again and undertook the return journey to Riouw. Furthermore, he, the narrator, declares to have heard from the Malays there after the departure of that kakap that this Prince was supposedly dispatched by the Regent of Riouw, Daing Cambodja, to request people, vessels, cannon, powder, and lead from the King of Siac in his name. That the King of Siac, not wishing to grant that messenger any further audience, referred him to Said Osman. That Said Osman supposedly answered that they were very well provided with people, vessels, powder, and lead, but had nothing to spare for the Regent of Riouw and also wished to have nothing to do with him. That he, the envoy, could report such to his master, as well as that if his master ventured to attack Malacca, the King of Siac would lie in readiness near the Great Island before ever his master could be at Padang, and that the King of Siac would indeed like to test his might against the Regent of Riouw once. Thus 292 From Malacca, dated 16 March Anno 1769. 21 Thus done and related within the Fortress of Malacca in the presence of Mr. Willem Kacks and Mr. Roeloff van der Voll, clerks, as witnesses, who have signed the minute of this together with the narrator and me, First Sworn Clerk. Below stood: Quod Attestor. Was signed: C. Schrevelius, First Sworn Clerk. Report given by the Chinese and resident here, Sinsin, who arrived here from Boucquit Ratoe the day before yesterday, on Thursday, 7 July 1768. The narrator says that about one and a half months ago he departed from here on a small baloo to Boucquit Ratoe. That he heard from the Malays there that at a certain place there had been a vessel from Riouw with an envoy from that regent to the King of Siac, who, in the name of his master, had requested 20 penjajaps from the King of Siac. That the King of Siac had asked that envoy to what end they would be used. That the answer of the envoy was that they wished to steer for Malacca with them and wage war on that city; that the King of Siac had asked him, the envoy, again with how many men those 20 vessels were manned, whereon the answer of the
Dutch transcription
Van Palacca d' Dato 16:' Maart A:o 1769. staan. - Dat hun gagie is vijff spaanse Reaalen 'smaands Dat het Tandts waar uit die gagie betaald word gevonden werdt uit de Thin die bij verkoop aan de Engelsche met Een spans op ider Bhaar beswaart word. Dat onder die manschappen Eenige Ambagts Luiden zijn die werk is de gewaaren en wapens in ordre te houden. Dat op die berg door de Europoesen ook Buskruik gemakt word Dat het Radja Salangoor daar toe ses hondert Picols sal„ „poter van de Engelschen heeft in gekogt. Dat van het voornoemde getal Europoesen met de Bouginoese vloot -welke nu Eenige dag geleeden hier voor bij gezeilt is 8: stuks zijn meede gegaan na Biouw. Dat de Bouginiese vloot na Biouw is vertrokken om met den Biouwschen Regent Dain Cambodia te bitsaar den om van daar na queda te gaan en die plaats te b'oorlogen waar in de Engelschen die Jaarlijks op Salangoor ge„ woon zijn te handelen, hun zouden te hulp komen om toffens te wrecken Een Moord die gepasseerden Jaare aan zoeckeren Engelschman op queda geporpoteert is Dat het verschil tusschen die van queda en Salangoor is voortgesprooten uit het onlangs aangegaane Huwelijk van den prins van quoda met de Princes van Salangoor welk huwelijk wederom is vernietigt en die Princes her„ trouwt met radja Ali zoon van den Biouwschen Regent Dain Cambodia. En dat drie Princen en Een Princes van den Bloede en Rijks„ grooten van guida in Namen Manca Portra; Tjou Poetra Bindhara en Tjou Bonga de Partije van Salangoor aan hangen, Aldus gedaan en gerelateert binnen de Fortresse Malacca ter Presentie van H=r willem kacks en Dirck van der oval clercquen als getuigen, die de Minite deeses benevens den Relatant en mij Eerste gesw: klercq, hebben onderteekend /:onderstond:/ quod Altes„ „tor /:was geteekend:/ C: Schrevelius E: g: Clercq 290 Van Malacca De dato 16: Maart A:o 1769 Door den Heer gouverneur ter vergadering geprodu„ „ceert zijnde twee Relaasen door de chineesen Koat en sinsin bij de Jnderwoonders deser steede op den 1:e en 7: deeser lopende Maand alhier ter secretarij gegoeven, in houdende, dat zij te siac zijnde gehoord hebben dat Dam Cambodia den overwalschen vorst Mahomet Ali door Een gesant heeft laten versoeken, om vaartuigen kruiten Loot, en zulks zogerugt word met Een zeer quaad oog„ „merk en om iets vijandelijks tegens deese plaats en der selver Jngezetenen te attenteeren. waar op gedeli beveert zijnde is niet teegen„ staande de voorsz: bewigten om verscheide reedenen zeer suspect en weijnig schijn van waarheid hebben al egter tot meerder gerust„ „heid verstaan daar omtrent met alleen in stilte en onder de hand te laaten verneemen Maar bij Radja Ali deswegen ook bij Een briefje de Nodige Elucidatie te verzoeken. — Relaas gegeeven bij den Chineesen Jnwoonder alhier kort op Eergisteren met Een Balo als Passagier van Siac alhier gearriveert, op vrij„ dag den 1:e Julij 1768: Den Relatant zegt dat hij op Mapoera zijnde Vergadering op Maandag den 11: Julij A:o 1768 alle present vier 19 Van Malacca d' dato 16:' Maart A:o 1769 ƒ vier daagen na zijn aankomst, aldaar is aange„ koomen Een kakap komende van Biouw waar van het Hoofd word gezegt Een Prins te zijn Dat die Prins bij zijn aankomst terstond aandien„ tio bij den siaisen koning gehad heeft. Dat die aandientie geduivonde zijn verblijff aldaar door hem dagelijks is hervat„ Dat hij na verloop van 4: dagen weder van daar is overtrokken ende to rug rijse na Biouw aange„ nomen heeft, voorts verclaart hij relatant na 't vertrek van die kakap van de Malaijers aldaar gehoort te hebben dat die Prins door den Biouwse regent Dain Cambodia zoude zijn afgezonden om uit naam van hem bij den Siacsen vorst volk vaartuigen gesluit kruit en loot te verzoeken Dat den Siacsen vorst dien zendel geen langer gehoor willende verleenen heeft gevenvoijeert na Said Osman, Dat said Osman soude geantwoord hebben dat zij zeer wel van volk -vaartuigen kruit en loot voor sien waren, maar niets voor den Biouwsen regent overig hadden en ook niets met den selve wilde uitstaan hebben. Dat hij afgesant zulks aan zijn meester konde rapportooren als ook dat hij aldien zijn meester on„ derstond Malacca te attacqueeren den Siacsen Koning bij het groot Eijland in gereetheid soude leggen voor en al dor zijn meester op Padang zoude kunnen zijn, en dat den siacsen vorst wel Eens zijn magt tegens den Biouwsen regent wilde probeeren. Aldus 292 Van Malacca d' dato 16:' Maart A. o 1769 21 Aldus gedaan en gerelateerd binnende fortresse Malacca ter presentie van H=k w=m Kaechs en H=k Roeloff van der voll clercqen als getuigen die de Minite deeses benevens den Relant en mij Eerste gesw: klerk hebben ondertoekend /:onderstond:/ Quod Attestor /:was geteekend:/ C: Schreveluis, E: g: klerk Relaas Gegeeven bij den Chinees en Jn„ woonder alhier Sinsin„ op Eergisteren van Bouc „quit Ratoe alhier g' arriveerd op Donderdag den 7: Juli 1768: Den Relatant zegt dat hij nu omtrent Een en Een halve maand geleeden met Een klein Ralo van hier is overtrokken na Boucquit Ratoe Dat hij van de Maleijers aldaar gehoort heeft dat opene plaats Een vaartuijgd van Riouw is geweest met Een affge„ sant van dien regent aan den 'sConings van Siac welke in't naam van zijn meester, den siacsen vorst versogt hadom 20: Panjajabs. Dat den Siacsen koning dien affgesant had ge„ vragd tot wat eijnde deselve gebruikt souden wer„ Dat het antwoord van den affgesant geweest is dat zij daarmeede na Malacca wilde stevenen en die stad b'oorloogen dat den Siacsen Koning hem afgesant al weder gevragt had, met hoe veel volk die 20:' vaartuigen bemannen waar op het antwoord van den
English
From Malacca dated 16 March Anno 1769 of which he was an envoy with one hundred men. That the King thereupon responded to him that with so few people he was not capable of attacking Bongius Batoe, much less Malacca, and furthermore, that in the event the Riouw Regent wished to wage war on Malacca, he, the King of Siak, would then await him at the Great Island, adding to this that he indeed had as many and more vessels at hand, but not to wage war on Malacca, since he was a friend and subject of the Honorable Company. Thus done and related within the fortress of Malacca in the presence of Hendrik Willem Kaechs and Hendrik Rutger van der Wall, clerks, as witnesses, who signed the minute hereof alongside the relator and me, the First Sworn Clerk. Below stood: Which I attest. Was signed: C. Schrevelius, First Sworn Clerk. Below stood: Malacca in the Castle, date as above. Was signed: Thomas Schippers, Godfried Kretschmar, Marcus Gargon, A. A. Werndlij, Damel, Pieter de Neufville, A. F. Lemker. Meeting 23 294 From Malacca dated 16 March Anno 1769 Meeting on Wednesday the 17th of August Anno 1768: all present. Read a letter from the Resident of Perak, Nicolaas Hermanus de Wind, dated 9 August current, whereby he once again communicates to this government the poor collection of tin there, and that it is to be feared that as long as the Pangulu of the settlements of Roeel and Jnda is not prevented by the King (who seems to postpone this from day to day) from letting the tin mined in that district drift down to the river of Queda, or rather Qualla Moeda, and does not earnestly order him to send that mineral to Omsaag and deliver it to the Company, the delivery of the same not only will not increase, but must absolutely decrease from time to time; whereupon, having deliberated, it has been approved and agreed that the matter ought to be directed in such a way as to remove that inconvenience with all possible promptitude and with as much speed as is feasible; and which this meeting deemed could not be done better than by the timely dispatch of From Malacca dated 16 March Anno 1769 of a commissioner thither, which being unanimously embraced, it was further agreed to select for this purpose the Merchant and Fiscal Anthonij Abraham Werndlij, with authorization, while handing over the letters from this government and offering some substantial presents which will be given to him for that purpose, to give and reiterate to the King and grandees of the realm there such assurances of friendship as may in any way serve toward a firm alliance and close union between the Company and Perak, as well as a strict maintenance of the most recently concluded contract, and which he will be able to extract and frame from previous instructions, resolutions, letters, and other records and proceedings that followed thereon; and furthermore to make such proposals and put forward such measures as he shall judge useful and most advantageous for the Company's interests in that realm to secure all the tin, both from the settlements of Roeel and Jnda and from other upriver lands. However, since it now appears somewhat uncertain whether the Pangulu of Roeel maintains such conduct of his own accord, or whether it occurs with the consent and by order of the King, 25 296 From Malacca dated 16 March Anno 1769 or whether it is connived at by that monarch, to which thoughts not only his great indolence in this matter, but especially his newly formed close friendship and alliance with those of Queda and Salangoor give much cause, this will first need to be accurately investigated. And if the same should, contrary to all expectation, be found to be true, the King must, on occasion, not only have the unfairness of such conduct pointed out to him with solid and cogent reasons, yet with polite and friendly words, but also be summoned and exhorted to a constant and inviolable observance of the contracts, as well as the keeping of his so often made precious promises and repeated solemn assurances. But in case the contrary is found, that it appears the monarch truly bears no blame or part in that faithlessness and abuses, it will not only be unnecessary but even exceedingly vital that those unfavorable thoughts regarding him remain concealed and carefully hidden, and he will then only need to be incited and encouraged in civil terms and in the most fitting manner to put an end to the careless, self-interested, and, for him as well as
Dutch transcription
Van Malacca D' dato 16: Maart A„o 1769 van dien affgesant geweest is met Een hondert man. Dat den sConing hem daar op heeft te gemoed gevaard dat hij met zoo weijnig volk niet in staat vas Bongius Batoe veel min Malacca aan te lasten en verder, dat bij aldien den Biouw „sen Regent Malacca wilde b'oorloogen hij si„ „aisen vorst als dan hem aan het groote Eijland verwagten soude met deese bij voeging dat hij wel zoo veelen meerder vaartuigen aan handen had maar niet om Malacca te b'oorlogen de wijl hij Een vrind en onderdan van dE: Comp:e was. Aldus gedaan en gerelateerd binnen de for„ tresse Malacca ter presentie van H:k W:m kaechs en H:r R:s van der wall klercquen als getuigen die de minute deses nevens den relatant en mij Eerste gesw: Clerq hebben onderteekend /:onderstond:/ Quod Attestor /:was geteekend:/ C: Schrevelius E:g: klerk /:onderstond:/ Malacca Jn 't Casteel dato voorsz: /:was geteekend:/ Thom schippers, G:d kretsch„ „mar M:s Gargon A: A: werndlij, Da„ „mel, M:r de Neufvelle A: F: Lemher Vergadering 23 294 Van Malacca d:' dato 16: Maart A:o 1769 Vergadering op woensdag den 17: augustus A:o 1768: alle present. — Is geleesen Een Missive van den Resident van Pera Nicolaas Hermanus de wind gedateerd den 9: augustus Comp: waar bij hij dese regering al wederom comuniceerd den soberen Jnsaem van Thin aldaar en dat het te vreesen staat dat zolang de Pangoeloe van de Nego„ rijen Roeel en Jnda door den koning /:de welke dat van dag tot dag schijnd uit te stellen:/ niet belet word om de in dia tontreij -vallendo Thin na de rivier van queda, off Eijgentlijk qualla Moeda te laeten off sakken en hem met Ernst gelasten laat om dat Mineraal na om zaag te senden en aan de Comp:e te leeveren de Leve„ rantie derselve niet alleen niet vermeerderen maar wel van Tijd tot tijd absolut verminde „ren moet waarop gedelibereert zijnde zo is goedgevonden en verstaen dat de zaake daar hoen zal behooren dedirigeert te worden ten eijnde dat Jnconvenient met alle Mogelijke Promptitude en met zo veel acceleratie, als maar doenelijk is uit den weg te ruimen en het welk dese vergadering vermeerde dat niet beter dan door Een tijdige bezending van Van Malacca d' dato 16: Maart A. o 1769 van Een commissiant na derwaards zal kunnen geschieden het welk Een parig geamplecteert zijnde zo is dan al verder verstaan, daar toe te Eligeeren den koopman en fiskaal Anthonij A=m weendlij met authorisatie omme onder het overhandigen der Brieven van deese Regeering en aan bieding van Eenige aansienlijke preesenten dewelke hem ten dien eijnde zullen werden meede gegeeven aan den koning en Rijxgrooten aldaar te doen en te reitorearen zodanige overzeekering van vrindschap als tot Een vaste alliantie en nauwe inne tusschen de Comp:e en pera mitsg:s tot Een stipte onderhouding van het jongst gesloote contract maar Eenigsints kan strekken, en dewelke hij uit voorgaande Jnstructien Resolu„ „tien Missiven en andere acten en actitaten daar op gevolgt zal kunnen trokken en formeeren, en wijders zodanige voorslagen doen en middelen proponeeren, als hij tot bemagtiging van alde Thien zo uit de negorijen Roeel en Jnda als uit meer andere ende boven landen zal oordeelen dienstig en voor Comp: belangen in dat Rijk voordieligst te zijn. Dog dewijl het nu Eenigsints onzeker schijnd of den Pangoloe van Roeel uit zig zelve zulk Een gedrag houd, dan wel off het niet toestem„ „mingen op ordre van den koning geschied 25 296 Van Malacca d' dato 16:' Maart A:o 1769 off dat het door dien vorst ookluikende word toe„ gelaten, tot welke gedagten met alloen zijn groote indolentie in desen, maar wel insonderheid zijn nieuw gemaakte naauwe vrindschap en allian „tie met die van queda en Salangoor veel aan„ „leiding geeven zo zal zulks alvorens naukeurig dienen ondersogt te worden en het zelve tegens alle verwagting waar bevonden wordende zal den koning de onbillijkheid van zulke conduites bij gelegentheid wel met solide en bondige roedenen dog egter met beleefde vriendelijke woorden miss niet alleen aangetoond maar ook tot Een constan„ „te en onschend: baare onderhouding der contracten mitsg:s standhouding van zijne zo meenigmaal gedaane dierbaare beloften en herhaelde plegtige versekeringen gesommeert en g'adhorteerd moeten worden; Maar ingevalle het tegendeel ondervon„ „den worden dat het blijkt dat den vorst aan die trouwloosheid en morsserijen waarlijk geen schuld of deel heeft, zo zal het niet alleen onnoodig maar zelfs ten uiterste noodzakelijk zijn dat die nadeelige gedagten ten zijn opzigten geceleert en zorgvuldig gechacheert blijven en hij zal als dan alleen maar in civeele termen en op de gevoegelijkste wijse g'inciteerd en aangespoord moeten worden om het corloos en baatsugtig mitsgaders voor hem zo wel als
English
From Malacca, dated 16 March Anno 1769 as well as to check, stem, and prevent with all earnestness and efficacy the conduct of his ministers, entirely pernicious and harmful to the Company, and of all who may conspire therein, to which end all persuasive reasons and means shall be employed and nothing left unattempted in order to attain that objective, so that the Company, in conformity with the so often reiterated treaties and alliances between it and the kings of Perak, remains the sole master of all the tin produced in that realm. And the aforesaid Resolution shall be delivered in authentic copy to the aforementioned Commissioner to guide himself praise-worthily according to the contents thereof in the commission entrusted to him and to let him depart as an arbiter. While lastly it was also thought proper to assign the administration of the offices of Fiscal and Cashier during the absence of the said Werndlij ad interim, namely, that of Cashier to the Senior Merchant and Second, the Honorable G. Kretschmar, and that of Fiscal to the Junior Merchant and Secretary of Policy, Mr. A. F. Lemker. Below stood: Malacca, in the Castle, date aforesaid. Was signed: J. Schippers, G. Kretschmar, M. Gargon, A. A. Werndlij, D. M. de Neufville, A. F. Lemker. Meeting 298 From Malacca, dated 16 March Anno 1769 Upon the Report and daily register of the Fiscal Werndlij concerning what was performed by him in the capacity of Commissioner of this government at the Court of Perak, as well as what occurred of importance during his presence there and was discovered by him, which has been circulated among the members of this meeting for reading and has now been brought inside again; it is, considering that Their High Mightinesses in their highly respected missive of 15 September last have been pleased to state that we need not be troubled regarding the incomplete collected and lesser obtained quantity of tin than was demanded by Their said High Mightinesses, since if necessary it can well be managed with half, yes, even were it still less, because the expensive rice expended for it only too heavily depresses the same kind of mineral brought to Batavia from Bangka at 10 rixdollars per picul and delivered there, or above all helps make a poor showing in the profit account, now that the purchase price in China declines more and more from year to year; Meeting on Saturday the 19 November Anno 1768. All present. declines From Malacca, dated 16 March Anno 1769 examined Bartlo declines; after deliberation, it was resolved and agreed to undertake no further attempts or coercive measures beyond the ordinary cruises around the north to oppose the smuggling of the Pangulu of Roul, but nevertheless on all occasions to admonish and exhort the King and Grandees of the realm to a strict maintenance of the most recently concluded contract, as well as to encourage His Highness in the most efficacious and obliging manner to take such competent measures and resolute decisions as are necessary to prevent and hinder with force and vigor the clandestine transport of tin to Kedah and elsewhere. Below stood: Malacca, in the Castle, date aforesaid. Was signed: J. Schippers, G. Kretschmar, M. Gargon, A. A. Werndlij, D. A. de Neufville, A. F. Lemker, J. C. Cassa. Below stood: Agrees. Was signed: Schrevelius, First Sworn Clerk. Register of Secret Papers received from Sumatra's West Coast from the first of January until mid-May 1769. Secret Missive from the Commander van Staveren together with the Council at Padang, dated 20 December 1768. Contents: 300 Copy. Incoming Secret Letter from Sumatra's West Coast from the first of January until mid-May 1769. To His High Nobility, the High Noble, Right Honorable and Far-Commanding Lord, Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Honorable Lords, Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honorable, Far-Commanding Lord and Honorable Lords. Respectfully referring to our general letter of the same date, wherein we had the honor, besides presenting the charges and profits 1. From Sumatra's West Coast, 20 December 1768 profits of the recently elapsed financial year, to give a full report of the state of the Honorable Company's affairs on this Coast, we now dutifully proceed to answer Your High Nobilities' most respected secret missive dated 24 June of this year, from which we noted with much satisfaction that the position further examined by Your High Nobilities concerning the loss of profit that the Honorable Company would have suffered in case the district of Pasaman had fallen into the hands of the English, corresponds almost exactly with what had been calculated for it here, and that Your High Nobilities were only still hindered by the costs of the post that had still to be maintained in that district at Muara Tanjong, from which Your High Nobilities hoped that recently one would have been able to relieve the Honorable Company in complete tranquility by dismantling it. And although we have not yet been able to meet completely this expectation of Your High Nobilities, it was nevertheless already established in our session of 23 July to reduce that post to a corporal's or sergeant's post, and the men present there beyond that mostly
Dutch transcription
Van Malacca d' dato 16:' Maart A:o 1769 als voor de Maatschappij alle sints pernitieus en schadelijk gedrag van zijn ministers, en alle, die daar in trampieren mogen met alle Ernst en Efficace te keer te gaan te stuilen en te beletten ten welken eijnde alle persuasive redenen en middelen zullen aangewonden niets onbesogt gelaeten moeten worden om dat oogmerk te berijken op dat de Mlaat„ „schappij conform de zo meenigmaal gereitereerde Trae„ „laten en verbonden tusschen haar ende koningen van Pera, alleen meester blijft van al van den Thin die in dat rijk valt. Ende zal de voorsz: Resolutie bij copia authonticq affgegeeven worden aan den voorn: Commissiant om hem na den Jnnehoude van dien in zijne opgedra„ ga commissie preiselijk te reguleeren en te laten vertrekken tot Een rigtsman Terwijl laastelijk nog good gevonden is de waar„ neeming der ampten van Fiskaal en cassier geduurende de absentie van gedagten werndlij aditerim op te draaijen, Namentlijk, dat van Cassier aan den opperkoopman en secunde DE: G:d Kretschinar en dat van fiskaal aan den onderkoopman en secre„ „taris van politia M:r A:s F:s Lemker /:onderstond:/ Malacca jn 't kasteel dato voorsz: /:was geteek:/ I:s Schippers G:d Kretschmar, M:s Gargon ^. A: A: wernelij D:l M:n de Neufville A: F: Lemker. vergadering 298 Van Malacca d' dato 16:' Maart A:o 1769 op het Rapport en dag register van den fiskaal werndlij van 't gunt bij hem in qualiteit als Commissiant van deese regeering aan 't Hoff van Pera is verrigt mitsgaders het geen geduurende zijn aan woesen aldaar van consideratie voorgevallen en door hem gedeconreert is ende welke onder de leeden deser vergadering ter Lectuire rondgeweest en althans woe„ „der binnen gebragt zijn is aangezien Haar hoog Edelens bij der selver seer gerespecteerde missive van den 15: Sapt: J:o Leesen geheven te zeggen dat bij ons omtrent de met comploet ingesamelde en minder bemagtigde quantiteit Thin als door hoog gem: haar Edelens g'Eijscht word niet be„ „hoeven te beswaaren, dewijl het des noods wel met de helft Ja al waare het ook nog minder gesteld kan worden, ter zaake dat den duuren rijs welke er voorbesteed word het gelijke soort van Mineraal dat van Banca teegens rd:s 10:' het Picol tot Batavia aangebragt en aldaar geleverd word maar te zeer drnkt, off voor al Een geringe vertooning inde winst Reekening helpt maken nu, den in't koops prijs in China van Jaar tot Jaar maar en meer vergadering op Saturdag den 19:' 9ber: A:o 1768: Alle present. - daalt Van Malacca d' dato 16: Maart A„o 1769 nagezien Bartlo daalt na deliberatie goedgevonden en verstaan buiten de ordinaire bekruissingen om de noord wel geen nadere pogingen off dwang middelen zelfs in 't werk te stellen, om de sluikerijen van den pangoeloe van Roul te kaar te gaan dog des niet de min den koning en Rijksgroo„ „ten tot Een stipte onderhouding van het Jongst gesloote contract bij alle gebregent heeden aan te maanen en te exhorteeren, mitsg:s zijn Hoogheids op de aller efficatieuste en obligeantste =wijse te oncourageeren toe het neemen van soda„ „nige bequaame maatregulen en cordaate besluiten als nodig zijn om den Chandestimie vervaar van Thion ma queda en elders met tragt en vigeur te verhinderen en te beletten /:onderstond:/ Ma„ „lacca Jn 't Kasteel dato voorsz: /:was geteekend:/ I:s Schippers G:s Kretschman, M:r Gargon A: A: wernolij, D:l A:m de Neuf„ „velle, A: F: Lemker, I: C: Cassa /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ Schrevelius E: g: klerk. — H Register der Secreete Papieren ontf=n: Sumatras w=t Cust zedert p:mo Ianuarij tot Medio May 1769 Secreete Missive van den Comm: van staveren nevens den raad te Padang in dato 20 xbr: 1768. Sagen: /: 300 Copia Aankomende secreete Brieff van Sumatras westkust zeedert primo Januarij tot medio maij 1769: - Aan zijn Hoog Edelheijd den Hoog Edelen groot Achtb: en wijdgebiedende Heeren Otius Albertus van den Adra Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndien Hoog Edele groot Achtbaaren wijdgeb:e Heere en wel Edele Heeren Ons Eerbiedig gedraagende aan onsen gemeenen brieff van Eedigen datum waar bij wij de Eene ge„ „had, hebben buiten de verthooning des lasten en winsten 1. Van Sumatras west kust den 20:' decemb:r 1768: winsten van het Jongst gepasseerde Boekjaar, Een volkomen verslagh te doen van den staat van SE, Comp:s zaaken tor deeser Custe zo gaan wij thans plicht schuldig over tot de beant:„ woording van uw hoog Edelheedens hoogst gerespecteerde secreete Missive van dato 24: Junij deeses Jaars waar nit wij met veel genoegen ontwaard hebben dat de door uw Hoog Edelens nader ondersogte positiemoo„ „opens de winst derving die dE: Comp:s zoude heb„ „ben komen te leiden in gevalle het landschap Pos„ saman in handen des Engelsen waere komen te vallen ten naesten bij over Eenkomst met het geene men alhier daar voor gecalculeerd hadde, en dat uw hoog Edelens nog Eenelijk obstaerden de kosten van de post die men in dat landschap te Moara TanJong als nog moeste aanhouden waar van uw hoog Edelens verhoogten dat men onlangs met voolkome gerustheid DE: Comp:s door de op bra„ „ko daar van zoude kunnen onthoffen. En schoon wij tot nog tot niet volkomen aan derse uw hoog Edelens verwagting hebben kunnen voldoen zo was egter bereeds in onse sessie van den 23:' Julij vastgesteld die Post tot Een Corporaals of Zergaants Pastje te reduceeren in het daar en boven aldaar zijnde volk meest
English
302 From Sumatra's West Coast the 28th December 1768: consisting of Buginese Soldiers back to Batavia with this vessel, which resolution we were actually busy putting into execution when on the 3rd of this month we received the news that the Regent of that District appointed in the past year, named Rhadia Mangsor, had passed away, which necessitated us to postpone our intention for the first part yet for some time, until we shall have appointed again a capable Regent in the deceased's place, in searching for whom we are presently engaged, and meanwhile have sent thither two Panghoulas of Padang to conduct the Administration there in the interim, so that everything may remain in that good order into which it had been brought by the deceased and us. Along which way we also do not doubt that everything will gradually be brought back to that footing as it was before that casual war, the unpleasantness of which regarding the sustained burdens shall then also come to disappear through the salvaged profits with which our competitors otherwise would have walked away, and of which the Honorable Company would have been deprived forever. In From Sumatra's West Coast the 20th December 1768. inspected Bartho In which confidence we then lastly yet most humbly thank Your High Excellencies for the timely assistance and help shown to us in the aforesaid war, as well as for the favorable indulgence of some matters wherein we have precisely not been able to give such a complete satisfaction as we otherwise heartily wished, and hereby recommending ourselves to Your High Excellencies' further favorable Protection, we take the liberty to call ourselves with deeply indebted Respect, below: High Noble Great Right Honorable Far-ruling Lord and Noble Lords, lower: Your High Excellencies' humble and obedient servants, was signed: Roeland Salm, I. S. W. Nicolai, Jisaias Ehventrant, A. Ink Adam, F. Lchman, in the margin: Padang on Sumatra's West Coast the 20th December Year 1768. Register of the Secret Papers received from Java's East Coast since the first of January until mid-May 1769. Copy separate letter from the Gentleman Governor Vos to their High Excellencies dated 24 December 1768. - - page 1. Copy Contract concerning the Susuhunan Pakubuwana and the Sultan Hamengkubuwana concluded with each other by the mutual Regents dated 28 November 1768. Further marginal note on the said Contract issued on the date 20 December 1768 ... 21. Copy separate Letter from the Gentleman Governor Vos to their High Excellencies ... 23. dated 7 January 1769. Copy separate letter from the Gentleman Governor Vos to their High Excellencies dated 4 December 1768. ... 25. Copy separate Letter from and to the same dated 31 March 1769. ... 27. Extract Memoir written by Major Colmond to the said Gentleman Vos on the date 24 February 1769. ... 37. Extract from a letter written by the Commander in the East Hook Coopa Groen to the said Gentleman Vos dated 19 March 1769. ... 38. Extract Translation Javanese letter written by the Panembahan of Madura to the said Gentleman Vos. ... 40. Copy separate letter from the Gentleman Vos to their High Excellencies dated 21 April 1769. ... 41. 304 Copy Incoming secret Letters from Java's East Coast since the first of January until mid-May Year 1769. To the High Noble Right Honorable Far-ruling Lord, His High Excellency Petrus Albertus van der Parra, Governor General, and Noble Lords Councilors of the Dutch Indies Etc. Etc. Etc. High Noble Right Honorable Stern Far-ruling Lord and Noble Lords, May I be permitted with this, among the humblest expressions of thanks for the most obliging proofs of Your High Excellencies' approval and satisfaction regarding my dutiful service so evident in your recent most respected writings of the 13th of this month, reserving its more ample rescript until From Java's East Coast the 24th December 1768: until the first next occasion, solely to attend to proposing the weighty point of the most acceptable appearing means for the introduction of the doits and pennings in the East Hook, so that in case of approval it might come to be demanded in time for the requisites from the Fatherland. In which regard I shall then first have the honor to inform Your High Excellencies that the amount of the kippings in kind in the East Hook is estimated at a total of 1,200,000 Spanish rixdollars, and of that again the smaller half in Palembang ones, the other in Chinese, Tonkinese, and Japanese. That the first-mentioned are of compound, very bad coinages, and thus of a low intrinsic alloy, which loses itself entirely in a span of 20 years with the exchange rate of the pennings. That the principal dealer of that coin is considered to be the head of the Chinese at Palembang, without the prince of that country coming to enjoy anything directly from it. That in the East Hook one has already long perceived an aversion and fastidiousness among the common man toward those kippings, even to the point of commotion at the market, because of which they have already for a long time stood 100 pieces per Spanish dollar lower than the other sorts, although it, in so far as they have still been sorted among one another to date,
Dutch transcription
302 Van Sumatras westkust den 28:' decemb:r 1768: in Boegineese Militairen bestaande met deesen bo„ dem na Batavia te rug te senden welk be „sluit wij werkelijk beezig waaren te sepecu „tio te stellen als wij in dato 3: deeser de tij„ „ding ontfangen dat den in a:o pass:o aangestelden Regent van dat Landschap in name Rhadia Mangsor overleeden was het welke ons noodzaakte ons voornemen voor Eerste nog voor Eenigen tijdt uittestellen, tot dat wij wederom Een ondergoed Regent in des overleedens plaats zullen hebben aangestelt, met welken uit te zoeken wij thans beezig zijn en in„ middels na derwaards gesonden hebben twee Pang„ houlas van Padang om in die tusschen tijdt de Regoering aldaar waartenemen op dat alles in die goede ordre mag blijven waar in het door den overledenen en ons gebragt was. — Langs welken weg wij dan ook niet twijffelen of alles zal langsaamer hand weederom gebragt worden op dien voet als het zelve geweest is voor dien toevalligen oorlogh waar van het mishagelijke aangaen„ de de gesupporteerde Lasten als dan ook zal, komen te verdwijnen door de gesalveerde wins „ton waarmeede onders onze compediteuren heene gegaen en waar van DE: Compagnie voor althoos zoude zijn ontstroken geworden. In Van Sumatras Westkust den 20: decemb: 1768. nagezien Bartho In welk vertrouwen wij dan laastelijk nog uee„ Hoog Edelens onderdanigst bedancken voor de ons in voorsz: oorlogh beweesem hulpen tijdigen onderstond als mede voor de gunsti„ ge inschitkingen van sommige dingen was in wij Juis=t niet Een zoo volkomen ge„ „noegen hebben kunnen geven als wij wel anders hertelijk gewensch hebben en ons hier moede beveelende in uw hoog Edelens ver„ „dere gunstige Protecie zoo noemen wij de vrij„ „heid ons met diepschuldige Eerbied te noemen /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Actb:r wijdgebiedende Heere en wel Edele Heeren /:lager :/ uw hoog Edelhee„ „dens onderdan: en gehoors=k dienaren /:was geteekend:/ Roeland Salm I: S: W: Nicolai Jisaias Ehven„ trant, A: I=nk Adam, F: Lchman, /:in margine:/ Padang op Sumatras west Cust den 20:' december A:o 1768: — Register der Secreete Papieren ontf=n Javas oost Cust zedert p:mo Januarij tot med is Maij 1769 Copia aparte brief van den H:r Gouvern: Vos aan haar Hoog Edelheden gedt 24 Xbr: 1768. - - paginn 1. Copia Contr: wegens de soesoehoenang Pakoeboeana enden Sulthan Amang Coe„ boeana door weder„ zidse Rijks bestr: met elkandren geslooten gedt 28 Nbr: 1768. Nader apostil op gem: Contract gevallen ind:o 20 xbr 1768 „. 21 Copia aparte Missive van den Hr: Gouvern: vos aan haar Hoog Edelheden „ 23 E ged:t 7 Jann: 1769 Copia aparte brief van den Hr Gouv:r vos aan haar Hoog„ „ 25 Edelheden gedt 4 xbr: 1768. Copie aparte Missive van en aan als even gedt 31 Mt. 1769 „ 27 17 „ ƒ Extract Menire door den Majoor Colmond aan gem Hr: Vos geschr: in dato 24 febr: 1769 Extract uit een brief door den Gezaghn inden Oosth=t Coopa Groen aan gem Hr. Vos geschrn: gedt. 19 Mt Extract Translaat Cavase brief door den Pananbahan van Madura aan weem: Ar vos gesch.:n „ 40 Copie aparte missive van den Hr. Vos aan haar Hoog Edelh=ns gedt: 21 April 1769. „ 41 1138 van nia 37 1769 1 304 Copia Aankomende secreete Brieven van Iava's oostkust zeedert primo Ianuarij tot medio Maij A:o 1769:— Aan den hoog Edele hoog: Achtb:r Wijdgebiedende Heer zijn Hoog Edelheijd Petrus Albertus van de Parra Gouverneur Generaal, en wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia Etc:a Etc:a Etc:a Hoog Edele Hoog Achtb:r Gestrenge wijdgebiedende Heer en wel Edele Heeren Het sij mij gepermitteerdt uw hoog Edelh:s met dese onder de humbelste dankbetuijgingen voor de aller verpligtenste prouvrs van uw hoog Edelh:s goed„ keuringe en genoege nemingen wegens mijne pligt guntinge so evident in desselfs Jongste gerespecteerste schrijvens van den 13:' deser met reserve van dies ampeldere rescriptie @ tot Van Java's oostkust den 24:' decemb:r 1768: tot eerst nadere occasie, eenelijk optewagten ter voordraging van het gewigtig poinct der aan„ neemelijkst voorkomende middelen tot de introductie van de duiten en penningen in den oosthoek, op dat het ingevalle van aggreatie bij tijds voor de re„ quisiten uit Patria te vorderen komen mogte. Ten welken aspecte ik dan alvorens de eere zal hebbe uw hoog Ed:s te berigten, men het bedragen der kippings in zoort in den oosthoek op groote 1200000: rd:s spaans taxeert, en weder daar van de klijnste helfte in Palombangsa, de andere in Chinase Ionkingse en Japanse Dat de eerstgenoemde zijn van gecomponeerde, seer slegte specien, en des van een gering intrinsicq, aloij, het welk sig selve in een getal van 20:' Jaren bij de Cours van de penningen geheel overliest Dat de principaale handelaar van die specie ge„ „agt werd te zijn het hoofd der Chineesen te Palom„ bang sonder dat den vorst van dat land daar iets direct van komt te souisseeren. Dat men in den oosthoek alslang van die kippings onder de gemeene man een aversie en kies„ „hijt, tot beweeginge toe op de markt, be„ speurt heeft, waar door zij ook al geruij„ me tijt 100: p:s op een sp:s mat: lager staan als de andere zoorte, schoon het, voor zo ver Sij nog tot heden ander elkander gesorteert heb