VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3277

Japan · 1,144 pages · 206 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3277_0947 view scan ↗

English

19 however, our duty commands us to declare to Your High Nobilities that they both, enervated by strong drink, madat, and women, are too sluggish and clumsy for government, and the former moreover sullen and unfriendly, and the other sharp and bitter. On the other hand, having recognized the good conduct and qualities of Prince Aroen Saha, brother of the king, we can in good conscience present no other to Your High Nobilities with greater assurance as successor to the crown in the unfortunate event of the demise of the present king, than this Prince, who keeps himself quiet, friendly, good-natured, well-mannered, sober, and is very well loved by the Ternatans. For, although Prince Amirie, who is ailing from an unknown disease, can no longer walk, might wield a stricter authority, and force the Alfurs to his will, it is in our view not in accordance with the prospect regarding the interests of the Honorable Company, that a king of Ternate has too great powers and might over his people; yet we submit ourselves with respect to Your High Nobilities' more enlightened judgment, and send herewith, in fulfillment of the honored orders, unopened, the original and duplicate secret missive brought over in the past year. While we very humbly persist in requesting that Your High Nobilities may be pleased to honor our modest endeavors in the master's service with a favorable approval, remaining with the greatest respect, high esteem, and loyalty. Underneath stood: High Noble, Rigorous, Right Honorable, Valiant, Right Wise, Prudent, Discreet, Very Generous Lord and Sirs. Lower: Your High Nobilities' humble and faithful servants. Was signed: A:s Munnik and I:n G: van Raesveld. In the margin: Ternate in castle Orange, the 25th of July anno 1769. Agrees, Daninck S [illegible] D: Sunmer 21 Batchian To the Sergeant Jacob Andries Rokzien By the soldier Ebelet Valiant, Pious, From Your Honor's letter of the 5th of this month, the king's dilatoriness concerning the spice extirpation to be carried out on the islands of Madiolej and Batoe Ninpat has again appeared to our dismay, about which we have addressed His Highness in the enclosed letter, and have clearly shown the unlawfulness of his claim of one schelling per day for each of his subjects who are employed in the aforementioned spice inspection; since he is not only obligated to have all his subordinate lands extirpated for the 700 rixdollars of annual recognition money, but also to supply the necessary men for it himself without claiming any further payment for this. However, we shall not hesitate to add an extraordinary little gift for His Highness's subjects who are used for this, if they happen to conduct themselves well, and carry out the work properly and according to our intention, which Your Honor may also mention to those people indirectly. We will then hope that the aforementioned islands, as well as Gilalang, of which mention was made in our previous letter of the 29th of the month just passed, will be inspected by Your Honor without further delay, and will be entirely cleared of the spice trees to be found thereon. While after greetings we remain, underneath stood: Your Honor's Good Friend, was signed: I:b van Schoonderwoert, in the margin: Ternate, Orange the 13th of May 1763. Lower: P.S. If the king should raise many difficulties concerning the aforementioned island of Pilalang herein, Your Honor may let that rest until further opportunity and for the present remain satisfied with clearing Mandiolij and Batoe ampat. Agrees, Ns. Van de Walle Nt. Nigemuller Crrettraeder Incoming Secret Letters from Maccassar 1769. Z Copy of the Missive from the Governor Boelen and Chief Administrator of Pleuren to Their High Nobilities dated 20 October 1769 . . . . . . . . . . . . . Page 1. Register of answered questionnaire by a certain Jeremias Numelet - - - - - - - - - - - - - - - - ditto 17. 23 Copy of Incoming Secret Papers received from Maccasser from 15 October until the last day of December 1769: To His High Nobility The High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord The Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor General, The Right Noble, Rigorous Lords, Councillors of the Netherlands Indies, High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord, And Right Noble, Rigorous Lords. Besides what has already been advised by separate letters of the 5th of June and 5th of August past, there falls regarding the internal

Dutch transcription

19 gebiedt ons onze pligt echter uw Hoog Edelheden te diclaaeren, F dat zij beide, door sterken drank, Madat en wijven onzenuwd, te loom en log zijn voor het bestier, en de eerste daar en boven stuurs en onvriendelijk, en de andere bits en vinnig. Daar en tegen de goede conduiten en qualiteiten van den Prins Aroen Saha, broeder des konings, ingezien hebbende, kunnen wij naar gemoede uw Hoog Edelheden geen ander met beter gerustheid tot successeur van den kroon bij onverhoopte af„ „lijvigheid des tegenwoordigen konings voordragen, als dezen Prins, die zich stilhoudt, vriendelijk, goed aardig, wel levend, sober en bij de Ternatanen zeer bemind is. Want, schoon Prins Amirie, die aan een onbekende kwaal sukkeleende, niet meer gaan kan, een gestrenger gezag zoude mogen voeren, en de alfoeren tot zijn wil dwingen, is het onzes eragtens niet overeenkomende met het voor uit zig om„ C. „trent de belangens van de E: comp:, dat een koning van Ternaten al te groote vermogens en magt over zijn volk heeft; doch wij onderwerpen ons met eerbied aan uw Hoog Edelhedens verligter oordeel, en zenden hier nevens over involdoening van de ge-eerde beveelen onge-opend de origineel en duplicaat secreete d missive, in den voorleden Iaare aangebragt. Terwijl wij zeer ootmoedig insteeren dat uw Hoog Edel C „heden onze geringe pogingen in 's meesters dienst gelieven te d vereeren met een gunstige approbatie, blijvende met de meeste C Eerbied, hoog agting en Trouwe. /:onderstond :/ Hoog Edele gestrenge Groot Achtbare, Manhafte, wel wijze, voor „zienige, Discrete, zeer genereuse Heere en Heeren: /:lager uw Hoog Edelhedens onderdanige en Trouw schul „dige Dienaren /:was geteekend:/ A:s Munnik en I:n G: van Raesveld /:in margine:/ Ternaten in 't casteel Orange den 25:' Iulij a:o 1769. Accordeert Daninck S 1oogt J itetien D: Sunmer 21 Batchian Aan den Seguant Jacob Andries Rokzien Per den soldaat Ebelet Manhaffe Vrome Mit UE schrijvens van den 5. dezer is ons alweder tot ontstigting gebleken, des konings talmerij omtrent de te doe„ „ne Sjecerij Exripatie op de Eijlanden Madiolej en Batoe Ninpat, waer over wij zijn hoogheid bij dezen inleggende brief, hebben onderhouden, en de onwettigheijd zijner pre„ tentie van een schelling des daegs, voor ijder zijner onder„ „danen, die tot gem: specerij visite g'emploieerd werden, duidelijk aangetoond; dewijl hij niet alleen verplagt is, alle zijne onderhorige landen voor de 700 rd„s Iaarlijkse recognitie penn: te laten textraperen, maer ook zelfs de nodige manschappen daer toe te leveren zonder enige verdere betaling daar voor te pretenderen egter zal het ons 'er niet op aankomen, om zijn hoogheijds onderdanen die daer toe gebruikt worden Commandant Aldaar. een nogt I itadien Hd: Munnick 21 Aen Batchian Jacob Andries Rokzien Per den soldaat Ebelet Aan den Sergeant Manhasse Vrome Uit UE schrijvens van den 5. dezer is ons alweder tot ontstigting gebleken, des konings talmerij omtrent de te doe„ „ne Secerij Extripatie op de Eijlanden Madiolej en Batoe Ninpat, waer over wij zijn hoogheid bij dezen inleggenden brief, hebben onderhouden, en de onwettigheijd zijner pre„ tentie van een schelling des daegs, voor ijder zijner onder„ „danen, die tot gem: specerij visite g'emploieerd werden, duidelyjk aangetoond; dewijl hij niet alleen verplagt is, alle zijne onderhorige landen voor de 700 rd„s Iaarlijkse recognitie penn: te laten textraperen, maer ook zelfs de nodige manschappen daer toe te leveren zonder enige verdere betaling daar voor te pretenderen egter zal het ons 'er niet op aankomen, om zijn hoogheijds onderdanen die daer toe gebruikt worden Commandant Aldaar. een een extra ord:= geschenkje toetevoegen; indien zig wel „komen te Comporteren, en het werk naer behoren; en onzen intentie verrigten 't geen UE Een lieden ook wel als van ter zijde kunt aanzeggen. wij willen dan der ho„ „pen, dat genoemde Eilanden zo wel als Gilalang, waer van bij onze vorige van den 29. der evengepasseerde maad„ is gewag gemaakt, zonder verder dilaij door UE gevisi„ teerd, en van de daer op te vindere specerij bomen ten eenemaelen gesluijvert zal werden Terwijl na grotte verblijven /onderstond:/ UE Goeden Vriend /:was getekend:/ I„b van Schoon„ derwoert, /:in margine:/ Ternaten orange den 13. Meij 1763. /lager:/ P:r I=n zo de koning omtrent het hier inne gem: eilandt Pilalang veele zwarigheden mogt opperen, kan UE dat wel tot nadere gelegent„ heijd laten berusten en zig voor eerst te vreeden houden met Mandiolij en Batoe ampat te Zuijveren. -. Accordeert Ns. Van de walle Nt. Nigemuller Crrettraeder Aankomen de Seerete Brieven van Maccassar 1769. Z fer Copia Missive van den Heer Gouverneur Boelen en hoofd administrateur van Pleuren aan Haar Hoog Edelhe„ „den ged:t 20: October 1769. . . . . . . . . . . . . Pag: 1. Beandwoorde vraag poincten door zekeren Ieremias Nu„ Register „melet - - - - - - - - - - - - - - - - d:o 17: 23 Copia Aankomende Secree„ te Papieren ontfangen van Maccasser So„ dert 15: october tot ult:o decem„ ber 1769: Aan zijn Hoog Edelheijdt Den Hoog Edel Hoog Agtbaar wijdgebiedend Heer Den Heere Petrus Albertus van der Pavva. Gouverneur Generaal. De wel Edele Gestrengen Heeren. Raaden van Nederlands Indië Hoog Edel Hoog Agtbaar wijd geb: Heer: En wel Edele Gestrenge Heer. Behalven het reets geadviseerde bij aparte letteren in den 5: Junij en 5: aug:s pass:o valt wegens de inwen„ dige 23 Copia Aankomende Secree„ te Papieren ontfangen van Maccasser So„ dert 15: october tot ulto decem„ ber 1769: Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edel Hoog Agtbaar wijdgebiedend Heer Den Heere Petrus Albertus van der Pavva. gouverneur Generaal. De wel Edele Gestrengen Heeren. Raaden van Nederlands Indië Hoog Edel Hoog Agtbaar wijd geb:t Heer: En wel Edele Gestrenge Heer. Behalven het reets geadviseerde bij aparte letteren van den 5: Junij en 5: aug:s pass:o valt wegens de inwen„ dige

NL-HaNA_1.04.02_3277_0966 view scan ↗

English

From Maccasser the 20th of October 1769: present constitution in the Kingdom of Bonij little to report. The King's displeasure with the Prince of Sideering on account of these outrages committed by him for so long, as is treated in detail in the first signatory's preceding letter, although not yet entirely ceased, it is nevertheless believed that through intervened mediation it will have no further adverse consequences, that Prince having departed from here to his dominions at the beginning of last month, and a few days after his arrival there at the stadtholder of Timoeroeng with most of his forces broke camp from there and withdrew back to Bonij. Concerning the election of a Young King in the Bonij succession, repeated meetings have again been held, but thus far still without a decisive resolution; however, the voices of the nobility increasingly begin to declare themselves for Aroe Mampoe, and many among them appeal to that which was established between the Honourable Company and Bonij by written act in the month of December past, see our advice on this subject in the letter of the 5th of June, so that one no longer has much reason to draw the effect thereof further into doubt. Joined to this event, the very apparent reconciliation between the Prince of Bonij and the King of Mappa Soping, if they are not already reconciled, along with the passing in an unnatural manner recently of one of the three most powerful as well as most wicked and ill-disposed Wadjo main kings, Pamana, an event of the very utmost importance for the preservation of universal peace here, cause us, however cloudy affairs here have previously shown themselves to be, at From Maccasser the 20th of October Anno 1769. present on solid grounds to look forward to and hope for a lasting peace and friendship among and with the most powerful of these Celebes princes, notwithstanding that the Wadjo people in a solemn deputation have actually already ventured to urge Bonij for the renewal of their Lamoen patoea Ri-Timoeroeng, who thereupon, declaring that he is very strictly bound in all his actions and dealings by the Honourable Company, only agreed to treat with his Council about it, subsequently to write about this to the Governor, and then in due time advise them of the decision taken thereon, whereby this matter, which otherwise according to the general opinion could have been of very great consequence, we now presume will rest and remain in abeyance. Meanwhile, it appears to us that His Bonij Majesty will not return hither before next year, notwithstanding that the Governor has already twice in a friendly manner had announced to him that he is very desirous of his return. Of Goa and Tello there is nothing to report other than mutual peace and unity. The Princess of Loewoe, who has actually been deposed from her crown and rule, could nevertheless have prevented this, if she had only been willing to lend an ear to the equitable proposals of the Loewoe people, to banish her son Aroe Pantjana and his gang, or if not both then at least only the latter, from there forever; but to none of these so reasonable propositions was she willing to agree, From Maccasser the 20th of October Anno 1769: agree, and thus she obstinately departed from there to Lorompo, from where she subsequently dispatched orders to her hereditary states the Kingdom of Tanette for the preparation of everything necessary for her reception and residence, and where she is soon expected, without there being further news whether that Princess will first betake herself to the King of Bonij, in order to see fulfilled the marriage so long wished for by her of her youngest son to Bonij's daughter, the consummation of which is now generally and with reason doubted more than before, and which presently, now that Datu Pamana has been dispatched and Mappa's reconciliation with His Bonij Majesty has possibly already been effected, no longer holds such political aims in view, nor is to be considered of such importance as formerly. That which nevertheless causes much surprise in this, is that the Loewoe people have thus far chosen no one as their head in place of this Princess; at least, not the slightest rumour, much less report, of this has yet reached the first signatory, from which it might not improperly be presupposed either that the Loewoe people perhaps still hesitate to recall this their princess, who has now already been dethroned for the second time, and to relent on their demands, or that they cannot agree with one another about the succession; or else that the King of Bonij, in order to oblige either that Princess or the Loewoe people, thus one of the two, to himself, in this matter on one tack or the other

Dutch transcription

Van Maccasser den 20: October 1769: dige constitutie in het Bonijse Rijck wijnig te melden. 's konings misnoegen op den Prins van Sideering ter zake deese zijne gepleegde buijten spoorigheeden te sorlang so als dat bij des eerstgetekendes J:o voorgaande in detail verhandelt staat, alschoon nog niet geheel gecesseert, vermeent men egter dat door tusschen gekome mediatie van geene verdere nadeelige gevolgen zal werden zijnde dien Prins van hier na zijne Heerschappijen in het begin van gepasseerde maand verreijst, en Eenige dagen na zijn aankomst aldaar ten steede houder van Timoeroengenet de meeste zijn er bij hebbende magt van daar opgebroken en na Bonij te rug getrocken. over de verkiesing van een Jongkoning in de Bonijse succes„ „sie, zijn weder herhaalde bij een komsten gehouden, dog dus verre nog sonder decisice besluijt, alegter begint den stem„ „ men den Adel hoe langs hoe meer zig voor Aroe Mam„ „poe te verklaren, en veele onder dezelve haar te beroepen op het geene tusschen de E: comp: en bonij bij schriftelijke acte in de maand december pass:o vast gestelt 's vide„ ons geadviseerde op dit onderwerp bij brief van den 5:' Junij over zulks men so zeer geen reeden meer heeft het effect van dien verder in twijffel te trecken Bij welk renissement gevlogt de zeer apparente recon ciliatie tusschen Bomb vorst en Mappa sopings koning, indien deselve niet al reeds versoent zijn, nevens het af„ sterven (:op eene onnatuurlijke wijze:) onlangs van eene der drie magtigste te gelijk boosaardigste en qualijk, ge„ zindste wadjoreese hoofd koningen, Pamana een gebeur„ tenis, tot behoud van de universeele Rust alhier van de aller uijterste Jmportantie, doen ons, hoe nebuileux ook de zaken alhier zig bevoorens vertoont hebben gehad, te gens Van Maccasser den 20:' October A„o 1769. „genswoordig op solide gronden een duurzame vreede en vriendschap onder en met de magtigste deser celesce vorsten verhoopen in te gemoet zien, ongeagt de wadjoreesen bij een plegtige deputatie werkelijk reets hebben onderstaan, op de renovatie van haren Lamoen patoea Ri-Timoeroene bij bonij aan te dringen, die daar op onder verklaring van in alle zijn doen en handelingen door de E: Comp: zeer naauw zijn bepaald, slegts aangenomen heeft met zijne Raa„ den daar over te zullen handelen, vervolgens dit heen den gouverneur daar over schrijven, en als dan het besluijt daar op gevallen hmnl: in der tijd adviseeren soude, waar bij deeze zaak die anders volgens het algemeen gevoe„ „len van zeer veel consequentie soude kunnen zijn ge„ weest, veronderstellen wij nu wel berusten en in de Heek blijven sal. Intusschen schijnt het ons toe dat zijn Bonijse Majest: niet voor in het aanstaande Jaar na herwaarts retomrneeren sal, niet tegenstaande den gouvern: al twee onderschijdemaalen hem op een vrindelijke wijze heeft laden aankundigen, na zijne terug komst zeer verlangende te zijn. van Goa en Tello valt niets dan onderlinge vreede een Eenigheid te vermelden. Loewoes vorstinne die werkelijke van hare kroon en heerschappij is ontzet, heeft nogtans zulks kunnen voorkomen, in dien ze slegts maar het oor had wil„ „len leenen aan de billijke voorslagen der Loewoenee„ „sen, om haar soon Aroe pantjana en zijn Rot, of so al niet beijden dan ten minsten alleen de laaste van daar voor altoos te verbannen, maar tot geen van dese so redelijke propisities heeft te willen verstaan 5 25 Van Maccasser den 20:e' october A„o 1769: verstaan, en is dus obstinaat van daar na Lorompo. vertrocken van waarze vervolgens order na hare Erf„ „lijke staaten het Rijck van Tanette heeft g'expedieert ter gereedmaking van alle het noodsakelijke tot hare receptie en inwooninge, en alwaar ze eerlang werd verwagt, sonden dat men nader berigt heeft of die Princes haare alvorens bij bonijs koning sal vervoegen, ten eijnden het door haar so lang gewenscht huwe„ „lijk van haar Jongste soon met Bonijs dogter ver„ vult te mogen zien aanwelkers voltrecking thans algemeen meer dan bevorens met reeden werd getwijf„ felt, en 't geen present, nu Datoea Pamana van kant en Mappas versoening met zijn bonise Ma „jest: mogelijk reets al g'effectueert is, geene staat„ „kundige inzigten so zeer meer op het oog behoud of van die aangeleegentheijd dan wel eer meer te consideree„ „ven is. Het geen nogtans in deese veel bevreemding baart, is, dat de Loewoeneesen tot dus verre geene in plaats van dese princes tot haar hoofd hebben verkooren, im„ „mers is den eerstgetekende daar van nog geen het minste gerugt, veel min berigt voorgekomen, waaruijt niet oneijgen soude kunnen werden gepresupponeert. of dat de Loewoeneesen mogelijk nog aarzelen, deese haare nu reets al ten anderen male onttroonde vorstum weder in te roepen en van hare Eijsschen te lacheren. of dat zij het met den anderen over de successie niet kunnen eens werden. Dan wel, dat den koning van Bonij, ten eijnde die Princes, dan wel de Loewoeneesen, dus een van beijden aan hem te verpligten hier in over de eene of andere boeg

NL-HaNA_1.04.02_3277_0969 view scan ↗

English

27 Maccasser, the 20th of October 1769 is secretly active. At least one of these three positions we hold for certain and leave the outcome thereof to time. Provinces southward and northward: Everything continues in a tranquil condition. From Saleijer, the combined Regents appeared here at the beginning of this month with their tribute of some coarse cloths and bast ropes. According to their own and the Resident's report, those islanders currently live in a sweet mutual concord and harmony, except that the Pongauwa of the district of Bonto Bango has made himself grossly guilty of a rebellious, arbitrary, disobedient, and obstinate behavior, accompanied by knavery in keeping runaway slaves, conformable to the accompanying copy of the report from the Resident, annexed with the written grievances regarding this submitted by the Regentess of that territory. And since that fellow already two years ago deserved to have been corrected at that time in a manner that would serve as a sufficient example to others, when nevertheless grace rather than rigor was shown to him, the first-undersigned has nevertheless now finally had him arrested and confined, in order to detain him here for the present under Your High Noble's approval, as it is understood that this will inspire more humility and influence among other countrymen of his than an immediate banishment from here. From the cruisers to the North: Up to this date, not the least report has yet arrived, but if the circulating rumors contain truth, they have engaged in battle off the height of Caijelie, shot several Mandharese vessels to the bottom, and all the crews thereof are said to have perished at sea. Among the allies across the water: The indifferent behavior of the Sumbawaese, as mentioned in the general letter from Resident Stigt dated 2nd September, appears questionable to us. Yet that a hidden plot is being fomented among them to engage with a foreign, or specifically the English nation, as one might easily fall into believing, we can by no means believe. Although it deserves attention that in this past spring a chaloup of that nation entered there, and although (as we are informed) turned away from there, it nevertheless left behind two of its native crew members at that place and at Salemparang, whither it subsequently sailed, without it having been possible thus far to learn whether they became fugitives of their own accord or remained there by express order of their master, and thus with a secret commission. In the case of the latter, this would certainly arouse no unfounded suspicion of some secret design, which is why the Resident was also ordered to demand these strangers from the Sumbawa government. He obeyed that order and received from them in answer that one of these, who was actually still present there, would be sent to him, but that the other had betaken himself to Salemparang. Meanwhile, their arrival here alongside the other surrounding allies has recently been further urged upon the Sumbawaese in a separate letter, which we hope they will obey. In the meantime, it is beyond all dispute that, according to the rules of prudence and daily experience, not the least reliance is to be placed upon the word or faith of that deceitful nation. For which reason, in our opinion, it will also be necessary in the coming spring to resolve upon and dispatch a cruising expedition along those coasts again, both to maintain the respect and reputation of the Honorable Company among them, and, if any hidden plot to collude with foreigners should reside among them, to frustrate it thereby, and to prevent or at least ward off all illicit trade and navigation, as far as that will be possible for that time. Although in the long run this is a very costly expedient for the Noble Company, contributing noticeably to the oppressive burdens of this government, and that in a place from which the Honorable Company derives not the very least enjoyment or benefit, and which one must preserve purely and solely to deprive other nations besides ourselves of the opportunity for settlement, of which, in the contrary case, they would likely also soon make use. The King

Dutch transcription

27 Maccasser den 20:e october 1769: van boeg heijmelijk werksaam is. Altans een van deese drie posities houden we zeker en laten de uijtkomst daar van aan de lijdt bevoolen. Provincien zuijd en Noordwaarts continueert alles in een gerusten toestand. van Saleijer zijn de gezamentlijke Regenten met haar tribuit van eenige grove kleeden en bast Lond in het be„ gin deser maand alhier verscheenen, die Eijlanders leeven volgens hare eijge en 's Residents opgave tegenswoor„ dig in eene onderlinge soete Eendragt en harmonie uijt„ gezondert, dat den Pongauwa van het district Bonto Bango, aan een wederspannig, wille keurig, dis obedient en obstinaat gedrag, verzelt van fielterij in het aan„ houden van weg geloope slaven zig grovelijk heeft schuldig gemaakt conform het nevens leggende copia Berigt van den Resident, annex de schriftelijke dolean„ tien daar over door den Regentesse van dat Landschap inge„ bragt. En nadien die quant al nu twee Jaaren geleden gemeri„ teert heeft, dat men hem op eene wijze genoegten excem„ „pel voor andere die tijd gecorrigeert had, wanneer hem nogtans gracie voor Riguer is wedervaren, heeft den eerst„ getekende hem egter nu eijndelijk laten opligten en confine„ „ven, om sodanig onder u Hoog Edelens approbatie voor eerst alhier aan te houden, vermits men begrijpt dat zulks meer klein en invloed bij andere van zijne Landzaten zal verwecken, dan een directe verzending van hier. In de van Van Maccasser den 20:' October 1769: kruijssers om de Noord is tot dato heeden nog geen het minste berigt ingekomen, dog in dien de swe„ „vende gerugten waarheijd behelsen hebben ze op de hoog„ te van caijelie slaags geweest verschijde mandhareese vaartuijgen in den grond geschooten, en soude de Equipagie alle daar van in zee zijn vergaan. onder de overwalsche Bondgenooten komt ons het in different gedrag der. Sumbauwreesen so als zulks bij gemeene brief„ van den Resident Stigt gedateerd 2:' September vermelt staat, bedenkelijk voor, dan dat onder haar een verbon„ „gen toeleg soude werden gefomenteert tot ingagement met een vreemde of wel speciaal de Engelse natie so als men in opinie wel soude kunne vervallen, kunnen wij geenzints geloven, alhoewel het zijn opmerking verdient dat er in dit voor Jaar een chialoup van die natie aldaar ingeloopen, en of schoon /:so wij berigt zijn:/ van daar af gewesen, nogtans op die plaats en op Salemparang werwaards hij vervolgens is gestevent twee zijner Jnlandse scheepelingen heeft egter gelaten sonder dat men dus verre heeft kunnen te weeten krijgen, of die uijt eijgen beweeging fugitif, dan wel op Es poes bevel van haar meester, en dus met een Secreete last daar zijn verbleven, in cas van het laaste, soude sulks zekerlijk geen ongegronde verdenking tot Eenig heijmelijk descien verwecken, waarom den Resident ook geordonneerd is, van de sumbauwse regeering deese van de afgevaardigde valemdelingen Van Maccasser den 20:' October 1769: vraemdelingen op te Eijsschen, die aan dat bevel geobedieert en van haar ter antwoord bekomen heeft, dat eene van dese werkelijk aldaar nog aanwesig aan hem soude wer„ „den toegesonden, dog dat den anderen zigna Salempa„ vang had begeven middelerwijl nu onlangs bij een apar„ „te brief aan de Simbanwreesen daar open op hare Eer„ waards komst nevens de andere cincumjacenta Bond„ genooten nader is aangedrongen, waar aan we verhopen dat ze zullen gehoorsamen. Intusschen is het buijten alle contest dat op die bedriegelijke natie haar woord nog trouw volgens de re„ gelen der voorzigtigheijd en eene dagelijkse ondervin„ ding geen de minste staat te maken is, waarom onses bedunkens het ook noodzakelijk sal zijn in 't aanstaande voor Jaar een bekruijssing op die custen weder te decerneeren en aftezenden, so om het ontzag en de reputatie van de Ed: Comp: onder haar te mainti„ „neren als om, indien er al Eenig verborgen toeleg tot konkelaaije met vreemdelingen bij haar mogt resi„ deeren, zulks daar door te verijdelen, en alle ongepermit„ „teerden handel en navigatie te beletten en of te wei„ ven ten minsten, voor so verre zulks /:voor die tijd:/ mogelijk zal zijn alhoewel het op den duur een zeer kostbaar Expedient voor de Edele maatschappij tot men„ „kelijk accres van de druckende lasten dezes gouverne„ ments is, en dat op een plaats, waar van haar Ed: geen het allerminste genot of voordeel verkrijgt, en die men enkel en alleen conserveeren moet, om andere naties buijten ons de gelegentheijd tot in woo„ „ning te priveeren, waar van ze in Cas van het Con„ „trarij, denkelijk ook spoedig gebruik maken souden. den koning C

NL-HaNA_1.04.02_3277_0972 view scan ↗

English

From Maccasser the 20th of October 1769. Bima, who has returned again from his domains on the land of Floris or Ende, among them named the Mongerij, where he made himself master of Pota and expelled the Maccassars from there, has on that occasion brought from there and handed over to Bima's Resident a native Christian named Jeremias Nummelet, who, subsequently sent over here, examined and heard by the fiscal Fredrik Willem Hendrik van Blijdenbergh, has given such responses as are noted down in that document which lies in original herewith, just as the respondent is likewise sent over on this occasion to the disposal of Your High Excellencies. Meanwhile we remark upon the 18th, 19th, 20th, 22nd, 23rd, and 24th paragraph of this writing that the offense which Bima's prince is thereby charged with, and which, although from the context of the story can indeed just about not be regarded as absolute untruths, is nevertheless considered by us as a matter of very much consideration and delicacy, should Your High Excellencies desire that one shall prosecute and put the same to the test, because, without having any intention to incriminate the declarant in his own case, who on the contrary, assuming that he answered according to the truth, which we nevertheless defer to a closer investigation at the main place, merits compassion, From Maccasser the 20th of October 1769. it is nevertheless an established truth that the accusation of Nummelet, being from a single person, proves nothing in law, the more so as he in the present case cannot be held as impartial and is even reproachable, on the grounds that the cause of his roaming for so many years and embracing the Mahometan faith rests for now solely on his own declaration, while in an accusation of so much importance as this contains, heed must be paid to the standing and the quality of the person who brings forth the accusation, whether the same is known to the world for an honest walk of life, where this cannot be assessed, and the accuser also only has everything by report of others; furthermore it comes into consideration that Bima's prince, who was not personally present on the vessel on which the offense is said to have been perpetrated, ergo not without reason could maintain not to be obliged to respond for that which occurred upon it, much less to be burdened therewith; on the other hand it is true that he, when the crime is proven, ought to hand over the perpetrators, or to punish them according to justice and the weight of the matter, From Maccasser the 20th of October 1769: punish them, but we assume for certain that they would soon be fugitives and impossible to apprehend if the deed was truly perpetrated. And without further alleging that it is an established law that when in a testimony a single point varies from the truth, the entire instrument is null and void, so one cannot hide saying how incomprehensible it appears that the King of Bima, who is a cunning and shrewd character, could have committed the imprudence to reveal himself in such a manner, as if in confidence, to Nummelet, as he replies on article 24, since he already had an intention to hand him over to the Resident, and thus could well understand that the declarant would not conceal that discourse. And posito the matter were investigated and put to the test, it will have to be brought before a combined assembly of all the Allies, to convoke which one does not dare determine how much time will elapse before the same shall be convoked, considering this has fallen entirely out of usage since the beginning of this century, besides that one would also have to use the credit of Bonij for that purpose. And when it should mainly come down to the confession of the accused, who are said to have perpetrated that deed by order and who are named in article 20 of the Interrogatories, against which it then again comes in opposition that Maccasser the 20th of October 1769: that no subject is admissible as a witness in law against his prince, which agrees with the laws and customs of these Celebes peoples, with whom their subjects in relation to them are considered merely as their slaves, ergo their confession, in so far as it might tend to the charge of their sovereign, is in any case not acceptable, and equally so that which the Matoa of the Bouginese and the crewmen or rowers, to whom Nummelet appeals in his 21st answer, might know of it. In such manner, we repeat, this matter is in every way delicate, and for the aforesaid reasons in our opinion as yet unprovable, principally before a combined Country assembly, which nevertheless in this is alone the competent judge, in which the spirit of confusion and partiality has not seldom prevailed by former experience, and which no small role, we may well hold for certain, would also play in the present case, since the killing of a European or a descendant of the same among this wild Mahometanism, who even on account of their accursed law are undoubtedly mortal enemies of us and our religion, is inwardly in their minds considered rather a religious offering than an abominable crime, from

Dutch transcription

Van Maccasser den 20:e October 1769. Bima die van zijne Heerschappijen op het land van Floris of Ende onder haar genaamt de Mongerij, alwaar hij zig meester van Pota gemaakt en de maccassaren van daar verdreven heeft, weder geretourneert is heeft bij die occagie van daar mede gebragt en aan Bimas Resident over gegeven een Jnlands Christen genaamt Jeremias Nummelet, den welken vervolgens dit heen overgesonden, door den fiscaal Fredrik willem Hendrik van Blijdenbergh g'examineerdt en gehoord sodanige responsiven gegeven heeft, als bij dat schrif„ tuur 't geen in origineel hier nevens legt, staan aan„ getekent, gelijk den respondant bij deeze gelegentheijd mede ter dispositie uwer Hoog Edelens werd overge„ souden. Middelerwijl remacqueeren wij op de 18: 19: 20: 22: 23: en 24:' paragroaph van dit geschrift dat het deliet 't geen Bimas vorst daar bij werd ten lasten gelegt, en 't geen of schoon uijt den 't zamenhang van het verhaal just wel als geene volstrekte on„ waarheeden kunnen werden aangemerkt. Bij ons nogtans als een zaak van zeer veel conside„ ratie en dilicatesse, indien uw Hoog Edelens mogte begeeren dat men dezelve prosequeeren en ter toets bren„ „gen sal, geconsidereert werd want. sonden dat men den declarant in zijne eijgen zaak eenigzints voor heeft te beswaren, die ter contrarij in veronderstelling dat hij zig volgens de waarheijd ver„ antwoord heeft 't geen wij nogtans aan een nader on„ dersoek op de hoofdplaats defereere, compassie mericeert Den koning van. is 31 Maccasser den 20: October 1769. —. van is het nogtans een constante waarheijd. Dat de accusatie van Nummelet als van een enkel persoon, in regten niets probeert. te meer Hij in cas surbject niet voor onpartijdig kan werde gehouden en selfs reprochabel is. uijt hoofden. De oorzaak zijner so lang jarige omswer„ „ving en omhelsing van het mahometaans geloof alleen op zijne eijge betuijginge voor als nog berust Daar in een beschuldiging van soo veel Jmportantie als dese behelst. dient te werde gelet op het aanzien en de hoedanigheid des persoons die de accusatie uijt„ brengt, of deselve van een Eerlijken handel en wandel bij de wareld bekent staat daar Deese niet in te taxeeren is ook heeft den aanklager alles maar bij berigt van andere; wijders komt in aanmerking dat Binasvorst die op het vaartuijg waar op het delict geperpetreerd sou „den zijn zig niet persoonlijk bevonden heeft, ergo niet reeden sustineren soude kunnen niet verpligt te zijn te Respondeeren voor het geene daar op gebeurt is veel min daar mede te kunnen werde beswaart. daar en tegen is 't waar dat hij de daders, wanneer de misdaad bewesen werd behoort over te geven, of na de vegtvaardigheijd en het gewigt der zaak te straffen Van Maccasser den 20: October 1769: stroffen maar die stellen wij zeeker souden spoedig voort vlugtig en niet te agterhaalen zijn indien het feit waarlijk geperpetreerd is. En sonder verder te allegueren dat het een Con„ stante wett is, dat wanneer in een getuijg schrift een ankel poinct met de waarheid varieerd, het gon„ „sche Jnstrument mil en krogteloos is. so kan men niet verbergen te zeggen hoe het onbe„ grijpelijk voorkomt, dat den koning van Bima die een doorsleepen en geraffineerde gast is, de onvoorzig„ tigheijd sonder hebben kunnen begaan, zig als in ver„ trouwen sodanig aan Nummelet te verharen, als hij op orb: 24: repliceert daar sij reets een voornemen had hem aan den Resident over te geven, en dus wel konde begrijpen den declarant dat discouns niet soude verswijgen. En posito de zaak werde onderzogt en ter toels ge„ steld, so zal dezelve moeten werden gebragt voor een geconfbineerde vergadering van alle de Bondgenoo„ ten om dewelke te beroepen, men niet dirft bepaalen hoe veel tijd er verlopen sal al een deselve geconvoceert sal zijn gemerkt zulks zedert het begin deser Eeuw: geheel buijten usantie is geraakt, behalven dat men daar toe ook het Credit van Bonij soude moeten gebruij ken. En wanneer het op de confessie van de geaccuseer„ „dens welke dat feit op order soude hebben geperpetueert en die bij arb: 20: van de Jnterrogatazien werden ge„ noemt hoofdzakelijk soude aankomen. waar tegen dan weder in oppositie komt: dat N. 33 Maccasser den 20:' October 1769: Can Dat geen onderdaan tegens zijn vorst in regten voor getuijgen aannemelijk is. Het geen over een stemt met dewetten en herkomsten deser celebese volkeren, bij dewelke hunne onderdanen in betrecking tot haar slegts als hunne slaven werden geconsidereert. Ergo hare confessie in so verre die al mog„ te strekken ten lasten van haar souverein die allen gevalle niet acceptabel en even ook inselven voegen Het geene den Matoa der bougineesen en de scheepelingen of- Roeijers, op dewelke Nummelet in zijn 2t: antwoord zig beroept daar van souden bekent zijn. Invoegen dese zaak herhaalen wij alle ssints tee„ der,„ om de voors: motiven onses bedunkens als nog onbe„ weenlijk. Principaal voor een geconbineerde Lands verga„ dering, die nogtans in deese alleen de Competenten reg„ ter is, in dewelke de geest van verwaaring en een zij„ digheijd niet zelden bij vooegere ondervinding heeft geprevateert, en die geen geringe vol, kunnen wij wel voor gewis houden, mede in Cas subject soude spee„ „len vermits het ontlijven van een Europees of een afstammeling derselver bij dit woest mahome„ tistendom, die selfs uijt hoofden van hunne ver„ vloekte wet ontwijffelbaar dood vijanden van ons en onze zeer zijn bij haar inwendig in hun gemoedeer „der voor een Gods dienst offer dan voor een verfoeij„ „lijke misdaad werd gehouden. uijt

NL-HaNA_1.04.02_3277_0976 view scan ↗

English

From Maccasser, the 20th of October 1769: from all of which foregoing we then believe we can apprehend that hatred and bitterness would be the only outcome and consequence thereof, and the Honourable Company's garrison at Bima, being so far separated from our assistance, would thereby fall into a very precarious situation. For which reason the first undersigned also feigns to have not the least knowledge or report of this, and of which the Resident Stigt is also informed, and at the same time instructed to arm himself against all unexpected enterprises from that quarter and to be on his guard; meanwhile, the King of Bima has been politely thanked by a separate letter for the delivery of the frequently mentioned Nammelet, under the quasi announcement that this wanderer shall soon be provided with transport from here to his birthplace without further ado. Meanwhile, we expect that monarch along with the other overseas allies here shortly, if we are not disappointed in our expectations, wherefore we respectfully request that Your Excellencies will be pleased to furnish us with your supreme orders and pleasure on this matter in a timely manner. To conclude this subject, however, taking the liberty to further represent these our humble considerations, namely: that the most advisable course in this matter appears to us solely to consist in: Leaving this weighty affair to time and a modest, secret, and most circumspect investigation, without haste, to the Resident of Bima, for the purpose of obtaining, if possible, evidence that shall be found satisfactory to justice and the laws and customs of the country. Yet as long as that is lacking and one remains destitute thereof, to feign having no awareness of the fact, and not to institute the least proceedings concerning it. Although the commissioner for the extirpation of spice trees in the land of Bouton, the ensign Alexander Lecerff, has not yet returned, he has nevertheless sent us from there a provisional report of his encounter and proceedings, a copy of which is inserted among the separate annexes, in which many remarkable passages now appear, of which one has remained ignorant until now, and which come down to these main points: Lecerff, upon his arrival at Bouton, found there many vessels laden for trade with opium, linens, and pepper, made this known to the King, and repeatedly requested permission and assistance to inspect the same, but this was refused under a frivolous pretext of it being uncustomary, etc. Arriving at the village of Kaijdoepa, he received a report that two gontings and one padoeakan from Mandhaar, laden with opium and rice, had been there and had continued their voyage to the village of Toamon. On Binonko he also learned the following particulars: That the aforesaid three Mandharese vessels had also put in there, sold the opium at 4 rixdollars the catty, and the Coast guinees at 6 rixdollars the piece, and subsequently shaped their course towards Ceram, but before that had also conducted that trade at Wanchi Wanchi. That the Ceram people also arrive annually at the place just mentioned, and sell their cloves there for 1/4 rixdollar the catty; which trade they were also accustomed to conduct at the village of Waha; and that they are to be recognized by white flags. On the island of Wawonij, by them called Woena, situated north of and belonging under Bouthon, there are said to be fully 200 Bugis as well as Wadjorese households, all of whom mostly trade in opium and linens, which are bartered by them at Salangoor for Boutonese slaves, clothes, and mats; and finally, that several vessels from Banjermassing, laden with pepper, also arrive there annually for trade. This much as far as concerns the illicit navigation and commerce there; it also shines through as clear as midday in that report: How the King of Bouton has not only shown himself disposed to thwart the extirpators in their commission in every respect, but has even entirely obstructed and prevented the inspection of the village of Borongassa, the islands of Saint Mattheus, Kapoeta, Kalisoesoe, Tjatja, Siompo, and Kadatoeang, under a trifling pretext that the same belonged to him privately and had never before been subjected to inspection, whereas by the contract not a single district in the entire land of Bouton and its jurisdiction was excepted; and this solely through a faithless

Dutch transcription

Van Maccasser den 20:' october 1769: uijt welke alle het voors: wij dan vermeenen te kunnen opprehendeeren, dat haat en verbittering de uijtkomst en het gevolg daar van alleen weesen en 'sE: comp:s bezetting te Bima, als so verre afgeschre van onsen bijstand daar door in een zeer sorgelijke omstandigheijd geraken soude. waarom den eerstondergetekende ook sinnileert geen de minste kennis of berigt hier van te hebben, en 't geen den Resident stigt mede, en ook teffens aan„ bevoolen is, zig tegens alle onverwagte entreprises van die zijde te wapenen en op hoeden te zijn; intus„ den Bimasen koning bij een apart briefje vriendelijk is bedankt voor de besorging van den meerm: Nam„ melet onder aankondiging quasi, dat men dien swer„ „ven eersstdaagh van hier na zijn geboorte plaats Transport sal besorgen sonder meer. Middelerwijl verwagten we dien vorst nevens de verdere overwalsche Bondgenooten eerstdaags alhier indien wij in onse mening niet werden teleur gestelt waarom wij Eerbiedig versoeken dat u Hoog Edelens ons vroegtijdig hier op gelieve te mu„ „meeren met hoogst derselver ordre en welbehagen. Tot slot deser materie nogtans de vrijheijd ge„ bruijkende dese onse geringe Consideraties alwijders te representeeren, Namentlijk. dat het naadzaamste in desen ons voorkomt alleen te bestaan, in. Deese gewigtige affaire, aan den tijds en een beschijden secreet en allen omzigtigst ondersoek, sonder over„ haasting Bimas Resident aan te beleeven, ter inwin„ „ning /:indien mogelijk :/ van bewijsen, die aan de geregtig„ heijd 113. 35 Maccasser den 20:' October 1769: van heijd en 's Lands wetten en costumes satisfactoir werden bevonden. dog so lange het daar aan ontbreeekt en men daar van destitut blijft, te simileeren van het feit gene bewust heijd te hebben, en gene de minste procedeurs daar over aan te leggen. of schoon den commissiant tot het Extirpeeren der specerij boomen op het land van. Bouton den vaandrig Alexander Lecerff nog niet is geretourneerd, heeft hij ons nogtans van daar toegesonden een provisioneel Berigt van zijn ontmoeting en verrig„ ting, waar van het afschrift onder de aparte bijlagen is ingelascht, bij het welke als nu zeer veel aanwerkelijke passagers voorkomen, waar van men, tot dus verre onkun„ dig is gebleven, en die op dese hoofdzaken uijtkomen. Lecerff bij zijn arrivement op Bouton vind aldaar veele vaartuijgen ten handel beladen met amphioen, Lij„ waten en peper, geeft zulks den koning te kennen en versoekt een en andermaal permissie en adsistentie ter vizitatie van dezelve, maar werd zulx geweigert, onder een frivool pretext van ongebruijklijkheijd Etc: op de Negorij kaijdoepa komende krijgt hij berigt dat er twee gontings en een Padoeakan van mand haar met amplioen en Rijst geladen aangeweest en hunne rheijs vervolgt hadden na de Negorij Toamon. op Binonko verneemt hij ook de volgende bison derheeden. dat de voorgem: drie mandhareese vaartuijgen mede aldaar ingelopen, den amphioen â rijxd. s 4:– 't Catje, en het Cust guinees â rijxd:s b:t 't stuk verkogt, en hare Cours vervolgens na ceram genomen dog alvorens ook op wancli wanchi Van Maccasser den 20:' october 1769: wanchi dien handel gedreven hadden. Dat de cerammers mede Jaarlijks op de so evengem: plaats aankomen, en haar nagelen aldaar verkopen voor rijxd:s -¼: het Catje; welken handel zij ook gewoon waren op de Negorij waha te drijven, in dat ze bij witte vlaggen te onderkennen zijn. Op het Eijland wawonij, bij haar genaamd woena leggende benoorden in gehorende onder Bouthon, souden wel 200: so boegineese als wadjoreese huijsgezinnen zig bevinden, welke alle meest handel drijven in am„ „phioen en Lijwaten die door hunl: op Salangoor tegens Boutonse slaven, kleeden en matjes werden getrocqueert en eijndelijk. dat aldaar ook verschijde vaartuijgen van Banjer„ massing geladen met peper 's jaarlijks ten handel ko„ men. dit voor so veel den illiciten vaart en commercie aldaar Conserneert, so straalt in dat Rapport ook middag klaar door. Hoe den koning van Bouton de Extirpatenrs in hare Commissie niet alleen in alle opzigten heeft ge„ toogt te traverseren, maar zelfs ten eenemalen heeft laten teegen gaan en beletten devizitatie op de negorij Borongassa de Eijlanden S:t Mattheus kapoeta, kalisoesoe Tjatja, Siompo en kadatoeang, onder een beuzelogtig pretext dat dezelve hem afsonderlijk gehoorde, en nimmer voor heen vizitatie waren on„ derworpen geweest, daar bij het Contract geen en keld dis„ trict op het gantsche land van Bouton en desselfs Resort werd g'excipieert, en zulks alleen door een; trouwloose

NL-HaNA_1.04.02_3277_0979 view scan ↗

English

37 15. From Maccasser the 20th October 1769: faithless and blameworthy compliance of those who were previously employed in that commission, in contempt of their orders, was certainly left to them. Meanwhile, as they so strongly debate the inspection of those places, one has all the more reason for suspicion that spice trees grow there, wherefore one ought in the future to keep insisting on their inspection with so much the more earnestness and urgency. In the meantime, we shall not express ourselves concerning the merits of the Bouton Court, both in this respect and regarding the illicit navigation and trade there in contempt and rejection of the Exclusive Contracts, but defer this solely to the prudent judgment of Your Right Honorables, however briefly remarking, with due interpretation, that a small cruising fleet from Costij, sent as a squadron very early in the coming spring both inside and outside Bouton strait, would in our opinion be of use, which cannot be dispatched from here, considering the necessity that exists, as demonstrated under the matter of Sumbauwa, to decree an expedition to the opposite shore. And in addition, a stern letter from Your Right Honorables, well loaded with reproach and indignation concerning their faithless conduct and neglect in the settlement of their arrears in slaves, and in the fulfillment of their duty, under appropriate threats, we deem, subject to correction, these measures provisionally sufficient. Since with that realm, according to our poor understanding, From Maccasser the 20th October 1769: one will, according to the old method, only have to tack about to some extent, if one wishes to cause no new embroilments, which are costly and seldom bring advantage, and to rest easy and ensure oneself against the settling of a foreign European nation there, upon which very much depends. We conclude herewith, respectfully recommending the Honorable Company's important interests and Your Right Honorables' esteemed persons to the divine protection, feeling ourselves honored to be. Below stood: Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord and Honorable, Severe Lords. Lower: Your Right Honorables' humble and faithful Servants. Was signed: D: Boelen and B: v: Pleuren. In the margin: Maccasser in the Castle the 20th October 1769: To 3 17: From Maccasser the 23rd September 1769: Honorable, Severe, Esteemed Lord. To the Honorable, Severe, Esteemed Lord David Boelen: Councilor Extraordinary of Netherlands India, as well as Governor and Director of this coast of Celebes. In observance of Your Honorable, Severe, Esteemed Lordship's very respected order, the undersigned has examined a certain wanderer recently sent up by Bima's Resident by way of articulate interrogatory points, who answered the same as is noted at each Article, as: Article 1. 1. What is the interrogated person named? Jeremias Mumelet. 2. Where from, how old, and of what Religion? Born at Samarang in the Year 1727: the 27th September: reformed in Religion, having had stand as my godfathers the Gentlemen Rijgerman and Carel Carelsz: From Maccasser the 23rd September 1769: 3. Is the interrogated person a legitimate child, who is your father, what is he named, of what rank, and is he still alive? Yes, I am a legitimate child of a mestizo mother, my father a European named Jeroninus Mumelet, in life junior merchant and pay-accountant at Samarang, deceased there when I was but a child. 4. Does the interrogated person also have near-standing relatives, and are the same still alive? Yes, I have had them, to wit two uncles, Major Reijnders, and Baezijn Resident of Qualdemack, but they are both deceased. 5. By whom was the interrogated person brought up? By my uncle Baezijn. 6. Can the interrogated person also read and write? Yes. 7. Was the interrogated person ever in the service of the Honorable Company, if Yes how long ago was that and in what rank? Yes, I was engaged in the Year 1737: being yet small, as a Drummer, and discharged into burgher freedom in the Year 1749. 8. With what did the interrogated person subsequently earn his living? With sailing as a sailor for freemen, until in the Year 1757: when I, intending to sail from Batavia to Banda with a Malacca burgher named Willem Frans, was wrecked behind Boneratte in the sloop. 41 14. From Maccasser the 23rd September 1769: 19 9. Where did the interrogated person end up subsequently? I fell, along with my skipper and crew, into the hands of a sea robber, a Wajoorese named Malie, who sold us in the Bugis country. 10. To whom did the interrogated person pass in ownership? To a Buginese named Daeng Palie. 11. Did the interrogated person remain long with that Native? I had to serve with him for three years, when I got an opportunity to flee with some Taujeenders whom I requested to bring me to a Company post, which having refused, they sailed directly with me to the Mangeraij. 12. What did the interrogated person encounter there? The Toujeenders traded me at Reo to a Radja named Daeng Makoeloe for two slaves. 13. How long did the interrogated person remain with that little Prince? I guess to have been around five years his Drummer, when I attempted to take flight with a small vessel to a Company Post at Bima; encountering a certain Daheng Mamango, that sea robber took me away and exchanged me once again at Reo with Daeng Makoeloe for a slave.

Dutch transcription

37 15. Van Maccasser den 20:e October 1769: trouwloose en strofwaardige inschickelijkheijd van de geenen welke bevorens tot die commissie zijn g'emploijeerd geweest in vilipende harer ordres, aan haar zekerlijk is gela„ cheert. Middelerwijl zij so sterk de visitatie op die plaat„ „sen bedebatteeren, heeft men so veel te een reeden van verdenking dat er aldaar specerij boomen groeijen, waarom men niet so veel te meer ernst en aandrang in het ver„ volg op hare visitatie sal dienen te blijven aanhouden. Intusschen sullen wij over de meriten van het Bou„ tonse Hoff, so in dit opzigt als over de illiciten vaart en negotie aldaar tot versmading en verwerping van de Exclusive Contracten, ons niet expliceeren, maar zulks alleen aan het prudent oordeel van u Hoog Edelens defereere, kortelijk onder wel duijding egter re„ marqueerende dat een kruijsvlootje van Costij al zeer vroeg in het aanstaande voor Jaar in en buijten Boutons engte gesmnadeelt, onses bedunkens van nut souden zijn 't geen van hier niet af te steken is geconsidereert de noodsakelijkheijd die er /:gelijk onder de materie van „sumbauwa is betoogt:/ Resident, om op de overwal een Expiditie te decerneeren. En daar benevens een Ernstafte brief van u Hoog Edelens, wel gelandeert van verwijt en verontwaar„ diging over haren trouwlosen handel en nalatigheijd in de voldoening van haar agterstal in slaven, en in het betrogten van haar pligt, onder gepaste drijgemen„ ten, vermeenen we onder correctie, dit een en ander bij provisie toerijkende. daar men het dog met dat Rijck volgens ons swak begrip „ Van Maccasser den 20:' october 1769: begrijp, na de oude metthode slegts so wat la„ veerende sal moeten houden, wil men geen nieuwe brouillerien verwecken, die kostbaar vallen en zelven voordeel aanbrengen, en zig gerust stellen en verzekeren tegens de in„ wooning van een vreemde Europeese natie al„ daar aan zeer veel gelegen legt wij besluijten hier mede onder Eerbiedige aanbeveeling van 'sE: Comp:s jmportante belan„ „gens en u Hoog Edelens aanzienlijke perzoo„ nen in de godlijke bescherming, ons vereerd vindende te mogen zijn. /:onderstond:/ Hoog Edel Hoog Agtbaar, wijdgebiedend Heer en wel Edele Gestrenge Heeren /:lager :/ uwer Hoog Edelheedens onderdanige en ge„ „trouwe Dienaren /:was getekent:/ D: Boelen en B: v: Pleuren /:in margine:/ Maccasser in 't Casteel den 20:' october 1769: Aan 3 17: Van Maccasser den 23:' September 1769: Wel Edele Gestrengen Achtb=r Heer. Aan den wel Edele Gestrengen Agtb: Heer David Boelen: Raad Extra ordinair van nederlands India, mits„ „gaders Gouverneuren directeur dezer custe ce„ „lebes. In observantie van uwE: gestr: Achtb: seer gerespec„ „teerde order heeft den ondergeteekende seekeren door Bimas Resident Jongst opgesondene swerver bij weg „gen van Articulair vraag poincten g'Examineerd, heb„ „bende denselven sodaanig g'antwoord als bij ijder Arti„ „cul staat aangeteekend als. Articul 1. A:o 1. hoe is den gevraagde genaamd Jeremias Mumelet 2. waar van daan, hoe oud, en van Gebooren te Samarang in het Jaar 1727: wat Relige. den 27: 7ber: gereformeerd van Rilige, heb„ bende over mij ten doop gestaan de Heeren Rijgerman en carel Carelsz: 2. Van Maccasser den 23:' September 1769: Ia, ik ben een Echt kind van een Is den gevraagde een Echt kind, wee mestiese moeder, mijn vader Een is u vader, hoe is hij genaamd, van Europe aan gen:d Jeroninus nu wat qualiteijt, en is hij nog in 'blee„ melet, in leeven onderkoopman ven. en zoldij boekhouder te Samarang aldaar overleeden toen ik nog maar een kind was. Ia ik hebse gehad te weeten twee Heeft den gevraagde ook naast„ ooms den majoor Reijnders, en bestaande vrienden, en zijn deselve Brezijn Resident van qualde„ nog in 't leeven. „mack, maar ze sijn beijde overlee„ den. 5. Bij mijn oom Baezijn Bij wien is den Gevraagde op„ gevoegd. kan den gevraagde ook leezen en schrijven Ia ik ben in 't Jaar 1737: nog kleijn Is den gevraagde ooijt in dienst sijnde als Tamboer aangenoomen, en in van dE: comp: geweest, so Ia hoe 't Jaar 1749 in burger vrijdom ontslagen lange is sulx wel geleeden en in wat qualiteijt waar meede heeft den gevraagde met vaaren als mattroos bij vrijlieden, tot in 't Jaar 1757: wan„ vervolgens de kost gewonnen. neer ik met een malaks bunger genaamd willem Frans van Batavia na banda sullende ste„ „venen agter Boneratte de chia„ „loup is komen te verongelukken 3. 4: 6. Ja 7. 8. 41 14. Van Maccasser den 23:' September 1769: 19 Ik ben beneffens mijn schipper en schee„ waar is den geraagde vervolgens pelingen in handen van Een zee Rover beland een wadjorees gen:d malie vervallen die ons in de boegis heeft ver„ kogt 10: Aan wien is den gevraagde in Eijgen„ aan Een boeginees genaamd dazeng Palie. dom aangekomen. Ik heb drie Iaren met hem moete heeft den gevraagde sig bij dien Inlander lange onthouden. serven, wanneer ik gelegentheijd kreeg om met Eenige Taujeenders te vlugten die ik versogte mij op een comp:s comptoir te brengen 't geene zij geweijgert hebbende zijnse direct met mij na de mangeraij geste„ „vend. wat is den gevraagde aldaar ont„ de Toujeenders hebben mij op Reo aan een Radja gen.:d daleng makoeloe moed. voor twee slaven verreijld Hoe lange is den gevraagde bij dat Ik gis omtrend vijff zaaren sijn Iamboor te zijn geweest, wanneer Prinsje verbleeven. ik probeerde om met een kleijn vaartuijg de vlugt te neemen naar Een comp:s Comptoir te Bima seekeren daheng mamango ontmoetende heeft dien zeer nover mij weggenomen en andermaal op Reo bij da leng ma„ koele voor Een slaff verruijlt 13: 10: 14: 9: 11: ƒ 12: 11: 12: 13:

NL-HaNA_1.04.02_3277_0984 view scan ↗

English

From Maccasser the 23. September 1769: Did Daleng Makoele do nothing to the questioned person regarding this? Yes, he bound my hands and feet, forcibly circumcised me, then riveted a chain around my neck, and sent me in such a state into the mountains to a certain Crallng Galong for safekeeping, where I spent more than three years in that condition. How then did the questioned person fall into the hands of Bima's king? Daleng Makoele having gone to war with the king of Bima during the last west monsoon, I was brought out of the mountains to act as a drummer just as before, and that king winning the victory at Pota a few months ago, Daleng Makoele surrendered me to him. For what service was the questioned person used by Bima's king? I served him as a drummer, accompanied by a soldier who had deserted at Bima named Johannes Spruijt. Did the questioned person also have any acquaintance and interaction with the said Spruijt there? Yes, I interacted familiarly with him and beat the drum alongside him daily. Did the cited Spruijt then not reveal to the questioned person why he deserted from Bima and how long ago that was? Spruijt told me that in the year 1767 he ran away from Bima with a slave of the Resident Bakker named Januarij; that he hung his uniform coat and hat on a bamboo fence in campong Maladjo, and subsequently hid himself outside of the bay in a village called Boesoe; of which the king of Bima, gaining knowledge, had him detained there, forced him into the Mohammedan faith, named him Dere Talle, and had him married in the native manner; that subsequently, when the king of Bima departed for the Mangerij at the end of the last west monsoon to wage war against Daleng Makoelle, he was fetched from the village of Boesoe and also transported to the Mangeraij, and that he acted as drillmaster and drum major for the king. Is the said Spruijt still on the Mangeraij? If not, where did the king of Bima hide him? The king of Bima, fearing that it would become known to the Company that he harbored a deserted soldier in secret, shortly before his departure for Bima offered him, along with Januarij, for sale to a Manggarai petty king on Reo named Dalla Godo, who accepted Januarij in exchange for two slaves, but wanting nothing to do with Spruijt, Bima's king said, it is better then that I have him done away with than to bring him to Bima, for it is notorious.

Dutch transcription

van Maccasser den 23. September 1769: Ia hij heeft mij handen en voeten gebon„ heeft da leng makoele n ge„ den met geweld besneeden toen Een vroagde hier over niets gedaan. ketting om den hals geklonken en so„ danig naar 't gebragte bij eenen Crallng galong ter bewaring gesonden alwaar ik in de staat ruijm drie Jaaren hebbe door gebragte daleng makoele met den koning Hoedanig is den gevraagde van bima in de Jongste westmouson dan in handen van Bimas oorlog krijgende, ben ik uijt 't gebragte koning geraakt, gehoold, omgelijk voor heen als Tam„ boor te ageeren, en dien koning op Pota Eenige maanden geleeden de overwinning behaalende heeft daleng makoele mij aan hem overgegeven. Ik heb bij hem verseld van Een te bi„ Tot wat dienst is den gevooagde ma gedrost sold:t genaamt Iohan, bij Bimas Koning gebruijkt nes spruijt als Iamboer ge dient. Ia ik heb gemeensaam met hem heeft den gevraagde ook eenige verkeerdt en dagelijks neffens hem kennis en omgang met gedag„ de Trom geslagen. ten spruijt aldaar gehad. spruijt heeft mij gezegt dat hij in 't Heeft geciteerden spruijt aan Iaar 1767: met Een slaaff van den Re„ den gevraagde dan ook niet geopen„ baard waarom hij van bima gedoost „sident bakker gen:d Januarij van is en hoe lange sulx wel is geleeden. bima is weg geloopen, dat hij 18. 18: 14: 15: 16: 17: 18: 18: 16: 15: 21: 43 Maccasser den 23:' September 1769: van zijn montheering Rocken hoed op een Bamboese pagger in campong maladjo. heeft gehangen en vervolgens aan de buij„ tekant van de Baaij op een negorij gen:d Boesoe sig heeft verschoolen waar van koning van Bima kennis krijgende hem aldaar heeft doen aanhouden tot 't ma„ hometaanse geloofd gedwongen, en gen:t dere Talle en na de Jnlandse wijze doen trouwen, dat hij vervolgens toen de ko„ „ning van Bima in 't laatst van de Jongste westmouson na de mangerij is vertrocken, om tegens daleng ma„ „koelle te oorlogen van de negorij Boesoe is gehaald en meede na de mangeraij overgevoert, en dat hij bij den koning voor dailmeester en Tamboor majoor ageerde den koning van Bima bevreest sijnde Is gedagten spruijt nog op de dat het bij de comp: bekend soude wor„ mangeraij soo neen, waar heeft den hij een gedeserteerd soldaat in het den koning van Bima hem dan verborgen aanheld heeft kort voor sijn geborgen. vertrek na Bima hem neffens Janua„ vij te koop aangebooden aan Een mange„ „raijs koningje op Reo genaamd Dalla Godo die Januarij in ruijling voor Twee slaven aangenomen, maar niet spruijt niet willende te doen hebben had Bi„ „mas koning gesegt, het is dan beter dat ik hem laat van kant helpen als op bima te brengen, want het isrugt„ baar 19 19: 19: Van Maccasser den 23. September 1769: Ia hij heeft mij handen en voeten gebon„ heeft da Eeng makoele ge„ den met geweld besneeden toen Een vooagde hier over niets gedaan. ketting om den hals geklonken en so„ danig naar 't gebrragte bij eenen crallng galong ter bewaring gesonden alwaar ik in de staat ruijm drie Jaaren hebbe door gebragte daleng makoele met den koning Hoedanig is den gevraagde van bima in de Jongste westmouson dan in handen van Bimas oorlog krijgende, ben ik uijt 't gebragte koning geraakt; gehoold, omgelijk voor heen als Tam„ boor te ageeren, en dien koning op Pota Eenige maanden geleeden de overwinning behaalende heeft da leng makoele mij aan hem overgegeven. Ik heb bij hem verseld van Een te bi„ Tot wat dienst is den gevoaagde ma gedrost sold:t genaamt Iohan, bij Bimas koning gebruijkt nes spruijt als Tamboer ge dient. Ia ik heb gemeensaam met hem heeft den gevraagde ook eenige verkeerdt en dagelijks neffens hem kennis en omgang met gedag„ ten spruijt aldaar gehad. de Trom geslagen. spruijt heeft mij gezegt dat hij in 't Heeft geciteerden spruijt aan den gevraagde dan ook niet geopen„ Iaar 1767: met Een slaaff van den Re„ baard waarom hij van bima gedoost „sident bakker gen:d Januarij van is en hoe lange sulx wel is geleeden- bima is weg geloopen, dat hij 18. 18: 14: 15: 16: 17: 18: 18: 16: 15: 14: 25 43 Van Maccasser den 23 September 1769: zijn montheering Rocken hoed op een Bamboese pagger in campong maladjo. heeft gehangen en vervolgens aan de buij„ tekant van de Baaij op een negorij gen:d Boesoe sig heeft verschoolen waar van koning van Bima kennis zuijgende hem aldaar heeft doen aanhouden tot 't ma„ hometaanse geloofd gedwongen, en gen:t dere Talle en na de Jnlandse wijze doen trouwen, dat hij vervolgens toen de ko„ „ning van Bima in 't laatst van de Jongste westmouson na de mangerij is vertrocken, om tegens daleng aa„ „koelle te oorlogen van de negorij Boesoe is gehaald en meede na de mangeraij overgevoert, en dat hij bij den koning voor drilmeester en Tamboor majoor ageerde den koning van Bima bevreest sijnde Is gedagten spruijt nog op de dat het bij de comp: bekend soude wor„ mangeraij soo neen, waar heeft den hij een gedeserteerd soldaat in het den koning van Bima hem dan verborgen aanhield heeft kort voor sijn geborgen. vertrek na Bima hem neffens Janua„ vij te koop aangebooden aan Een mange„ „raijs koningje op Reo genaamd Dalla Godo die Januarij in ruijling voor Twee slaven aangenomen, maar niet spruijk niet willende te doen hebben had Bi„ „mas koning gesegt, het is dan beter dat ik hem laat van kant helpen als op bima te brengen, want het ierrugt„ baar 19 19: 19:

NL-HaNA_1.04.02_3277_0988 view scan ↗

English

From Maccasser, the 23 September 1769: known that I have harbored a European, and things will never go well if the Resident gets wind of it. Question 20: Did the king of Bima then cause the aforementioned Spruijt to be put to death, and if so, in what manner? Answer 20: Yes, the king of Bima had Spruijt board his korakora and secretly ordered the head of that vessel named Daleng Sieja, a Macassarese whom he had elevated to Boemi-Loemawa-oe: when you set sail, have Spruijt seized by my drummers and pipers named Zeene, Sadoe, Ontong, Meene, Renda, and Slamat, bind his hands and feet with heavy stones attached to them, and throw him overboard in such a manner that he drowns, and let those boys strike him on the head with stones while throwing him overboard so that he cannot escape. Question 21: Was that order carried out by Daleng Sieja? Answer 21: Yes, I and the head of the vessel upon which I was, who was the matoa of the Bugis at Bima, along with all the crew members, clearly saw by moonlight, while we lay at anchor directly behind the korakora, that when Daleng Sieja set sail in the morning, he had the aforementioned Spruijt thrown overboard with his hands and feet bound with stones attached to them, and thus drowned him; moreover, I clearly heard Spruijt cry out: Oh, Lord Jesus Christ! Maccasser, the 23 September 1769: Question 22: Was the king of Bima present on the korakora at that time? Answer 22: No, he had sailed to Bima on another vessel named Soe Eene Gade. Question 23: Does the interrogated person know of any more witnesses by name who saw Spruijt being put to death in such a manner? Answer 23: I surmise that this was known everywhere throughout the fleet of that king, but the king threatened that whoever should dare to speak of this, he would have their tongue pulled from their throat and subsequently murder them, so that no one dared mention it. Question 24: Why did the king of Bima deliver the interrogated person into the hands of the Resident? Answer 24: After Spruijt was out of the way, the king made known to me that because it was rumored he was harboring a deserted soldier, if the Resident were to demand him, he would produce and surrender me; and when I arrived at Bima and he noticed that I sought to flee to the post, he immediately had me bound and brought to the Resident. Question 25: Why did the interrogated person, being able to read and write, not seek to obtain his freedom by means of a letter? Answer 25: For that, I often sought opportunity and offered money, but was never able to find any. Question 26: Has the interrogated person answered the pure truth to all of the foregoing; is he not essentially a deserter and vagabond going under a borrowed name, and did he not willingly embrace Mahometanism? Answer 26: I have answered the pure truth to the questions, and it can be seen in the Company's garrison books at Batavia that I served under such name and was discharged into burgher freedom as I stated before; and with respect to the Mahometan faith, I can testify before God that I never followed it, but remained a Christian in my heart. was signed: Jeremias Mumelet; However, since it is evident from the context of the aforementioned report that the interrogated person should be regarded rather as an unfortunate man than as a willful vagabond rover, and the king of Bima has rendered himself guilty of the public violation of the contracts with the Noble Company, which were most recently solemnly renewed here in the year 1765, the undersigned contends, subject to the pleasure of your Right Honorable Sirs, ex officio, that the herein mentioned Daleng Sieja, along with the matoa of the Bugis, as well as the king's drummers and pipers named Zeene, Sadoe, Ontong, Meene, Renda, and Slamat, should be demanded to be surrendered, to the end of being able to investigate further such an enormous offense, and thereupon to institute his action against that king. While the undersigned meanwhile has the honor to call himself with due high esteem, underneath was written: Right Honorable Sir, lower: Your Right Honorable Sirs' humble and obedient servant, was signed: F. W. H. van Blijderbergh in the margin: Maccasser, the 23 September 1769: J. Klerk. Incoming Secret Letters from Timor 1769 Copy. Incoming Secret Papers received from Timor from 15 October until the ultimate of December 1769: To His High Excellency, The High Noble Great Honorable, broadly born Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor General, along with The Right Noble Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble Great Honorable, broadly born Lord and Right Noble Lords, Being able to bring nothing further to your High Honors' honored notice regarding the French frigate ship L'Utile wrecked on Tokorita, other than that the same, without Hornay knowing how to derive any advantage from it, still

Dutch transcription

Van Maccasser den 23 September 1769: baar dat ik een Europees hebbe aangehou„ den en het sal nooijt goet gaan als den Resident daar van de lugt krijgt Ia den koning van Bima heeft spruijt Heeft den koning van Bima voor„ op sijne Corre corre doen scheep gaan en aan noemden spruijt dan om 't leeven het hoofd van dat vaartuijg genaamd laten brengen, soo Ia hoedanig. Daleng Sieja een maccassaar, door hem verheeven tot Boemi=Loemawa-oe in stilte belast als gij onderzeijl gaat laat spruijt als dan door mijn tamboers en pijpers in naame zeene sadoe ontong; meene, Renda, en slamat aangrijpen, handen en voeten binden met swaare steenen daar aan en gooijt hem sodanig overboord dat hij verdrinkt, en laat die Jonges hem onder 't overboord gooijen met steenen op de klap slaan op dat hij het niet ontkomt. Ia, ik en 't hoofd van 't vaartuijg daar Is dat bevel door Da leng Sieja ik op was, dat geweest is den matoa ten uijtvoer gebragt der boegineesen te Bima neffens alle de scheepelingen hebben bij 't maanligt duijdelijk gesien terwijl wij vlak agter de corre corre ten anker lagen, dat toen daleng Sieja in de morgenstond onder zeijl ging hij voornoemde spruijt handen en voeten gebonden met steenen daar aan, overboord heeft laten werpen, en sodanig verdonnken, daar en boven heb ik nog duijdelijk gehoord dat spruijt geroepen heeft O: Heere Jesus christus. 22 22 20: 20. 21. 21: 23 45 Maccasser den 23.: September 1769: van Neen hij is op een ander vaartuijg naar Is den koning van bima te dier tijd Bina gezeijld genaamd zo Eene gade op de corre corne present geweest. weet den gevraagde geen meer Ik gis dat sulx in de vloot van dien koning alomme is bekend geweest, maar getuijgen bij naame die spruijt den koning heeft gedreijgt dat den gee„ op een sodanige wijse hebben sien ombrengen. „ne die sig soude durven onderstaan hier van te spreeken hij de sodanige de tonge soude uijt den hals doen haa„ „len en vervolgens vermoorden soo dat niemand daar van heeft durven rep„ „pen. Na dat spruijt van kant was, gaff waarom heeft Bimas koning den koning aan mij te kennen, dat vermits het rugtbaar was hij een ge„ deserteert soldaat aanhield wan„ neer den Resident sulx mogt nequi„ „neeren hij mij soude vertoonen en over„ „geeven en toen ik op bima quam en dat hij merkt ik naar de post sogt te vlugten liet hij mij aanstonds binden en bij den Resident brengen. 25: den gevraagde in handen van den door toe hebbe ik veelmaals gele„ waarom heeft den gevraagde kun„ „gentheijd gesogt en geld gebooden maar „nende leezen en schrijven door deselve nooijt kunnen aantreffen. middel van Een brieff sijn vrij„ heijd niet soeken te erlangen. heeft den gevraagde op 't vooren„ Ik heb op het gevraagde de suijvere staande in alles de suijvere waar„ waarheijd geantwoord, en bij de Comp:s 26: Resident gesteld. 23: 22: 26: 26 heijd 23: 24: 24: 25: 26: 22: van Maccasser den 23:e' September 1769:— Neegezin guarnisoen boeken te Batavia kan ge„ heijd geantwoord, is hij niet sien worden, dat ik soodanig genaamd weesentlijk een drosser en vagebond in dienst geweest, en in bunger vrijdom„ voerende een geleende naam, en ontslagen ben als ik voorwaarts gesegt heeft hij het mahometaa„ bieb, en ten opsigte van het mahome„ nen dom niet gewillig omhelst taanse gelooff kan ik voor God, betuij„ „gen het selve nooijt gevolgd, maar Een kristen in mijn hand te zijn gebleeven. /:was getekent:/ Jeremias Mu„ melet; dan dewijl het uijt den samenhang van voorsz: Re„ laas consteerd, dat den g'interrogeerde eerder als een on„ gelukkige, dan een moetwillige vagabondeerende swerver aan te merken zij en Bimas koning sig aan publicque schendinge der contracten met de Edele comp: nog Jongst in het Iaar 1765: alhier solemneel gerenoveert heeft schuldig gemaakt, so sustineert den ondergeteekende mits het welbehaagen van uw Edele gestrenge Agtba„ res Ex officio, dat de hier inne vermelde daleng Sieja nevens den Matoa der boegineesen, mitsgaders 's konings Tamboers en pijpers in Naame Zeene Sadoe, ontong, mee„ „ne, Renda en Slamat, dienen te werden opgeEijscht, ten fine een sodaanige en orm bestaand nader te kunnen ondersoeken, en dientweegen sijn Actie teegens dien koning te Jnstitueeren. Terwijl den ondergeteekende Jntusschen de Eer heeft, sig niet verschuldigde hoog agting te noemen /:onderstond:/ wel Edele Gestrenge Agtbaren Heer /:lager:/ uwE: Gestrenge Agtbares ootmoedige en ge„ hoorsame Dienaar /:was getekent:/ F: W: H: van Blijderbergh /:in margine:/ Maccasser den 23:' September 1769: Bar 26: 26: J: Klerk. Aankomende Secreete Brieven van Timor 1769 ƒ L 47 Copia Aankomende Se„ creete Papieren ontfan„ gen van Timor sedert 15: october tot ult:o december 1769: Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtb: wijlt geb: Heer Petrus Albertus van der Parva. Gouverneur Generaal. Benevens. De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands jndië Hoog Edele Groot Agtbaere wijd geb: Heer En wel Edele Heeren weg:s het op Tolocorita verongelukte fransch Teguat schip Lutili niets ter uwer hoog Edels: g'eerde kennisse meerder konnende brengen, dan alleen dat het zelve sonder dat hornaij er Eenig voordeel meede weet te doen. nog 0

NL-HaNA_1.04.02_3277_1000 view scan ↗

English

From Timor, the 15th of September 1769: still entirely as mentioned in the report of the second mate Vens, having remained with the contents thereof, which the Oecussi people attempted to extract for the second time with as poor success as the first time, so that only that which the French themselves had salvaged has remained in the hands of Hornay, among which was all the artillery and one hundred and one barrels of gunpowder, the capture of which makes him very esteemed in the eyes of the princes of these islands, no less feared by the white Portuguese, and appear to us as a dangerous neighbor. They precipitously abandoned their place of residence, Lifau, on the 11th of August last, and betook themselves, namely the governor together with the other ministers, to the Macao ship which was then still anchored at the last-mentioned place, and the inhabitants onto 22 to 23 prahus. However, they were unable to undertake or carry out that departure so quietly without us having caught wind of it beforehand through the conduct kept by the Portuguese toward our small traders, whom they would no longer admit to their roadstead, which state of affairs made us decide to send thither Ensign Johan Andreas Bauer, serving in the military here, ostensibly to lodge our complaint regarding that treatment, but in fact to see what was going on at Lifau. And on the day of his arrival there, the said ensign found our suspicion, namely that the Portuguese were about to relocate, to be well-founded, for they were then actually engaged in doing so and were already embarking all their effects as well as the artillery, etc., from the fortress, which, being wretchedly decayed, they had little trouble demolishing. With the governor he had 49 From Timor, the 15th of September 1769: he had but a brief audience, whereupon the latter, after the aforementioned ensign had made it understood that he could easily understand the reason for his coming, but that it was of no importance and that he and his people were about to depart this very moment to form an establishment at Dili, went on board ship. Thus, the said ensign, withdrawing from the tumultuous clamor that took place during that relocation and going aboard his small vessel, immediately turned the prow hither and brought us a report of what is written above. And at this hour, we have no other reports concerning the landing of the said white Portuguese, other than that they are continuously seen off and on Lifau and Oecusse, now far out to sea and then again somewhat closer, with the 23 small vessels hiding under the protection of the Macao ship without leaving it for a moment for fear of falling into the hands of the eleven armed and very heavily manned Oecussi prahus that have been sent out after them. Meanwhile, we have sent the necessary orders to the interpreters of Saloa and Manubara to prevent them from nesting there. From the Oecussi people, we have learned that they ran into the abandoned Lifau by the thousands in the hope of making some booty therein, but they found themselves disappointed in this hope of theirs, as the white Portuguese, during the night that they evacuated the same, had sacrificed to the flames everything they could not carry with them. If now on behalf of from Timor, the 15th of September 1769: the Oecussi people an offer were made of the frequently mentioned Lifau, to be possessed in ownership by the Company there, we shall, in accordance with Your High Nobilities' orders, politely decline that proposal, while in the meantime endeavoring to maintain a good friendship with Hornay, provided this intention of ours is not thwarted by Dacosta, who bears a hatred for all Europeans, and who, having been released from his imprisonment a few months ago and exchanged for a Portuguese priest who had fallen into Hornay's hands, has much influence as the legitimate and foremost head of the Topasses at Oecusse, and, as we understand, shows little or no affection for the Company. Meanwhile, we deem it necessary, wherever the Portuguese may settle, to keep a close watch, trace all their further doings, and above all pay attention to native affairs more than ever, as a consequence of which the first undersigned has considered it necessary, without exposing himself to too heavy a responsibility, to deny once again to the second undersigned the permission, formerly granted to him, to make a short trip to Batavia for the settlement of his pending affairs there with the College of Honorable Orphan Masters. Elucidating Your High Nobilities meanwhile regarding the advantage that the possession of Lifau might well give to the Company, we have the honor to advance here that the same is located almost in the middle of

Dutch transcription

Van Timor den 15: September 1769: nog in zijn geheel so als bij berigt van den onderstuur„ „man vens verm: gebleven is met het daer inne sijnde wat 't welke de oE: kaessiers ten tweede moele met even slegt gevolg als de Eerste keer getracht hebben er uit te halen zo dat in handen van hornaij alleen gebleven is het gene de franschen zelve gesolveerd hadden, waer onder al het geschut en honderd en Een vaten buspoe„ der welker bemagtiging hem in 't oog der vorsten te desen Eijlanden seer gesien den blanke Portugeesen niet min gedugt en ons als Een gevaarlijk nabuur doet voor komen, hebbende dese hunne residentie plaets Liphao op den 11:' van aug:s p:o met precipitantie verla„ ten en sig te weten de gouverneur benevens de overige ministers naer het ter laetst ged: plaets toen nog g' onkeerd leggende maccoosch schip en de Jnwoners op 22: â 23: pranen begeven, dog hebben sij die op brake niet so stille konnen onderneemen nog ter uitvoer boen„ gen of hebben daer van bevorens de lucht gehad door 't gehouden gedrag der portugeesen omtrent onse smalle handelaars die sij ter hunne rheede niet meer willen admitteeren, welk Een gedoente ons deed besluijten tot de versending naer derwaerds van den alhier militeerende vandrig Iohan Andreas Baner, om quans wijs ons beklag weg:s die behande„ ling te doen maer eigenlijk om toe te sien wat er te Ziphao gaande was en heeft ged: vaendrig ten dage zijner aanloending aldaar ons vermoeden dat name„ „lijk de portugeesen aen te verhuisen waren wel gegrond bevonden te weesen, want daermeede toen wer„ „kelijk doende waeren en bereeds alle hunne effecten als meede het geschut &:a uit de fortresse die zij als deerlijk vervallen sijnde / weinig moeite hebben gehad om te demolieeren in scheepten bij den gouverneur hadde 49 Van Timor Den 15:' September 1769: hadde hij maer even gehoor gehad als wanneer dese na dat den vaendrig voorn: hadde doen verstaen dat de reden van sijn komst ligt begrijpen konde, maer dat daar aen niet gelegen was en dat hij met de zijnen van dezer stond te vertrokken om zig op die„ lij Een establisement te formeeren 't scheep is ge„ „gaen dus gerepte vaendrig zig uit het himillius geroes dat bij die verhuising heeft plaats gehad en naer boord van zijn vaartuijgje begeven heeft den steven terstond na herw:s gewend en ons over ge„ brogt rapport van 't geene voorsch: en hebben wij te dese uure nog geen andere berigten cerg:s het be„ landen van gem: blanke Portugeesen, dan dat alge„ durig af en aen Liphao en o: E: koessie nu verre in zee dan weederom wat nader gesien worden schuijlende de 23: kleene vaartuigen onder 't schut van 't maccaosche schip sonder 't selve Een oogen„ blikt te verlaeten uit vreese van onder de Elf o E: koessiersse gewopende en seer sterk bemaende prauwen die er op uit gesonden sijn te vervallen jntusschen hebben wij den Tolken van saloa en manbara de nodige ordres laten toekomen ter verhindering dat zig aldaar komen te nestelen van de OE: koessiers hebben wij vernamen dat het verlatene Liphao bij duijsenden sijn ingerend in de hope van daar binnen nog Eenige buit te sullen maeken maer hebben sij sig in dese hunne hope te leurgesteld bevonden also de blanke Portugee, „sen in den nacht dat het zelve ontruijmd hebben alles wat niet meede konde voeren aen de vlam„ men hadden opgeofferd bij aldien nu van wegen„ d'oE: van Timor den 15:' September 1769: do: E: koessiers offerte gedaen wierde van 't meerm: Liphoo om daar d' Comp: in eijgendom beseten te worden sullen wij agtervolgens uwer Hoog Edelh: ordres dien voorslag beleefdelijk van de handwijsen„ de in tusschen met hoonaij Een goede vriend„ schap trachten te onderhouden, indien dit ons voor„ „nemen maer niet verijdeld word door den alle Europeesen haat dragende dacosta die Eenige maanden geleven uijt sijn gevangenis verlost en tegen Een in handen van hoonaij vervallen Portugeesch Priesten gechangeerd geworden als wettig en voornaamst hoofd der Toepassen te oE: koessie veel in te brengen heeft, en als verne„ men weinig of geen genegenheijd voor de maat„ schappije betoond te gevoelen, Jntusschen vermee„ nen wij het zij dan ook waer dat de Portugeesen zig te neder setten Een goed oog in 't zeijl te moe„ ten houden alle hunne verdere gedoenten nagaan en voor al meer dan ooijt op de jnlandsche zaken letten ons Een gevolg van het welke d' Eerst getee„ „kende geacht heeft den Tweede Teekenaer sonder sig aan al te swaar verantwoording blood te stellen de permissie tot het doen van Een spring tocht naar Costij ter afdoening zijnen aldaer in't staende zaken met het Collegie van Eerw: Hee„ „ven weesmeesteren Iem voormaals verleend wederom te moeten ontseggen. uw Hoog Edelh: Jnmiddens elucideerende weg:s 't voordeel dat het besit van Liphao aan de Comp: wel kan geeven hebben wij d' Eere alhier te ad„ vanceeren dat het zelve bij na in het midden van

NL-HaNA_1.04.02_3277_1003 view scan ↗

English

51 From Timor, 15 September 1769. situated on Great Timor, the trade which the Portuguese with their meager power have not been able to wrest entirely from us, their competitors, must be drawn to us, provided it were garrisoned for two to three consecutive years with at least sixty heads, namely twenty-five Europeans and thirty-five Balinese or Bugis, under the command of an ensign, who in turn, accompanied by a bookkeeper as resident, one to two junior assistants, and two gunners, ought to be subordinated under the head factory of Coupang. The same leases and tolls that were formerly introduced there could once again be established, and thereby make good to some extent the burdens which, upon the initial taking of possession, must undoubtedly surpass the profits of that establishment. Artillery of the caliber required at Liphao can be transferred thither without inconvenience from what is present here, and the fortress, owing to its extremely advantageous situation, can be brought into a state of defense with very little expense and promptly; thus an additional consignment of rice and gunpowder, item the required heads as aforesaid, are required for the tranquil possession of that important place for the Company. Your Right Honorable taking pleasure in the project, the first undersigned offers himself for the prosperous execution of the same, under God's blessing. The Macassars now cruising these waters more strongly than ever before, and upon encountering the inhabitants and the vessels going out for the petty trade, extorting from each From Timor, 15 September 1769. each 1 picol of wax as a tribute, it is highly necessary that this ruinous navigation be prevented. To that end we consider as a suitable means the sending hither of a good cruising vessel well provided with everything, like the pantjallang the Goede Trouw, which was here this year and is destined for Macassar; it must notoriously follow from a cruising against the smugglers and pirates that the Company enjoys great advantage through a greater vent of linens, which the first-mentioned bring in abundance and sell for lower prices, as well as carrying off the wax in exchange for them. Although we succeeded this year in having Your Right Honorable's demand of that dairy/commodity fulfilled, we doubt very much whether without a cruising matters will go as well in the future, for the black Portuguese, now having their hands free, will likely protect the Macassars even more than before and intermarry with them, as we learn, 53 From Timor, 15 September 1769. presume that this has already taken effect among them several times. The Rottingese, under the fair-seeming pretext of feeding strife not against the Company but among themselves, devastate the island, murder those and these tommagons most devoted to the Honorable Company, and have scarcely conceived of a murder but they execute it with great fury. A sensible chastisement would be well spent on some settlements, especially on Termoenoe and Denka. The six free men who were found among the 19 Liphao deserters detained as slaves, we have let go their way in conformity with Your Right Honorable's latest secret orders, and the remaining 13 pieces were entered into the books at 35 rixdollars the piece. Concluding herewith, we take From Timor, 15 September 1769. postscript the high honor not to release ourselves from the deepest veneration, and to call ourselves, beneath stood: Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord and Honorable Lords, lower: Your Right Honorable's humble and very obedient servants, was signed: Alex. Cornabe and Wm. Ao. van Este. In the margin: Coupang on Timor, 15 September 1769. Beneath: P.S. Of the seven French ordinary seamen to whom, according to our latest separate letters per this vessel, transport had been granted on condition of serving for their board, only five depart, two heads of them having successively passed away here without leaving anything behind. Secret letter received from Japan in the year 1769. 2 2 59 59 Secret letter received from Japan in the year 1769. t ƒ eren 2 2 59 59 55 Batavia. To His Honor, the Right Honorable, Severe, Highly Esteemed Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Honorable, Highly Esteemed Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Severe, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord and Lords. Whereas, as in the preceding year, 700 picols of bar copper have again been obtained for the same price of f 60, it is our humble and respectful respectful request that Your Right Honorable and Highly Esteemed Lordships may be favorably pleased to accept the same on the same footing, and that after the delivery thereof, the proceeds from it may be paid to the undersigned out of the Honorable Company's treasury. On the occasion of the disputes arising between the Lord Governor Bingo and the Chinese trading here, an attempt was made to fish in those troubled waters in order, if possible, to obtain an increase above the aforementioned quantity; but since those disputes were amicably settled, because the Chinese knew how to satisfy the Governor with a considerable sum of money (as we are informed from the side), nothing could be done about it. No less than Your Right Honorable and Highly Esteemed Lordships, we had formed good expectations regarding the arrived horses, with their riding equipage, being unable

Dutch transcription

51 van Timor den 15.' September 1769: groot Timor gelegen sijnde den handel dien de Portugee„ sen met haere geringe macht niet instaet sijn geweest ons hare Competiteuren geheel en al te ontwaiigen moek na zig trekken bij aldien beset wierde twee â drie Iaren agter Een met ten minsten sestig koppen als vijf en twintig Europeesen en vijf en der„ tig baliers of bougineesen onder Commando van Een vaendrig die wederom onder Eenen boekh:r als resi„ dent van Een â Twee Iong adsistenten en twee busschieters verseld onder Coupang 's hoofd Comptoir gesubordineerd souden dienen te weesen de zelfde Pachten en tollen die aldaer voormaals. ingevoerd sijn geworden soude men wederom konnen doen stand grijpen en daer meede Eenigermate goedma„ ken de Lasten die de winsten van dat E: dablisse„ „ment bij de Eerste besit neming ongetwijfeld surpasseeren moeten, geschut van Caliber als te Liphao benodigd kan want 't alhier aan weesende sonder ongerief na derw: overgebragt en 't fortres door desselfs intermate voordeelige situatie met seer weinig kosten en spoedig in staat van defensie gebragt worden dus eene meerdere toe sending van rijst en buskruijt item de benodigde koppen als voorm: tot de tranquille passessie van die voor d'Comp: in„ „portante plaets gerequireerd worden, uw hoog Edelh: in het projeck genoegen nemende bied zig d' Eerst ge„ teekende ter gelukkige uijtvoeringe van het zelve onder godes zegen aen. de maccassaren deses wateren nu sterken dan ooijk te vervoren bewarende en bij ontmoeting des ingese„ „ten en den smallen handel uitgaande vaartuigen van ijder Van Timor den 15:e September 1769: — ijder 1: picol was als een tribut afpersende is het hoognodig dat die verderflijke vaart belet worde daar toe houden wij als een bequaammiddel de toesending na herw: van Een goeden van alles wel voorsiene kouis vaartuijg gelijk de desen Iare hier aengeweest hebbende en naar maccassar gedestineerde pantjallang de goede Trouw, moetende uit Eene bekruissing op de lorrendraijers en zee schuimers no„ toir volgen dat de Comp: groot voordeel geniete door Een meerder de biet van Lijwa„ ten die Eerst ged: in menigte aanbrengen „de en voor Ceviler prijsen verkoopen mitsgaders daar voor het was weg„ sleepen zijnde het ons desen Jare wel gelukt uw Hoog Edelh: Eijsch: van dat zuijvel voldaan te krijgen maer twijffelen seer of sonder Eene bekruijssing het daer mee„ „de voortaan wel so goed sal gaen, wank de swarte Portugeesen nuruijme han„ „den hebbende sullen denkelijk de maccas„ saren nog meer als te vooren protigeeren en met hun doen vermaagschappen gelijk verneemen 53 Van Timor Den 15:' September 1769: vermeenen dat bereeds te meermalen onder hun heeft effect gesorteerd. De Rottineesen onder 't schoen schijnen„ de voorwendsel van niet tegen d'Comp: maar onder hun zelve twist te voeden verstroosten het Eijland vermoorden geene en deese van dE: Comp: meest toege„ daene tommangoms en hebben zo aas geen moord bedagt of brengen die ook met groote verwoedheijd ter uitvoer Eene gevoelige, kostijding soude aen sommige nego„ rijen voor al aen Termoenoe en den ka wel besteed weesen. De ses vrije lieden die zig onder als slaven aangehoudene 19: Liphoose overlo„ pers bevonden hebben, hebben wij in confor„ mite uwer hoog Edelens jongste se„ crete te aenschrijven hares weegs laten gaen ende overige 13: Stux bij de boeken te„ „gen rd:s 35:— het stuk ingenomen. Hier meede besluitende matigen wij ons Van Timor Den 15:' September 1769: Nagezig Bart Jar H P: kelik ons de hoge eere kan ons niet diepst ont„ slagen, en veneratie te noemen /:onder „stond:/ Hoog Edele groot Agtbare wijd„ gebiedende Heer en wel Edele Hee„ „ren /:lager:/ uwe Hoog EdE:s ootmoe„ „dige en zeer gehoorsame Dienaren /:was getekent:/ Alex: Cornabe en W=m A=o van Este /:in margine:/ Coupang op Timor den 15: September 1769: /:daar onder :/ P: S: van de seven fran„ „sche gemeene zeevarende als volg:s onse Jongste apparte letteren p:a desen bodem mits voor de kost dienst doende trans„ port hadden verleend gaan en maar vijf over sijnde daer van twe koppen alhier sonder iets na te laten successive over„ „leden. eren ƒ Secreete Brief ontfangen van Japan in A:o 1769. 2 2 59 59 Secreete Brief ontfangen van Japan A:o 1769. in t ƒ eren 2 2 59 59 55 Batavia Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaaren Heere Patrus Albertus van der Sarra Gouverneur Generaal Beneevens de wel Edele Groot Agtbaare Heeren Raaden van Neederlands India Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaare, wijdgebiedende Heere En Heeren Naardemaal gelijk anno Voorgange, weeder 700. picols staaf kooper- sijn bekoomen, voor de selfde prijs van ƒ 60„ -- is ons needrig en eren Eerbiedig. 2 ƒ Eerbiedig versoek Uw Hoog Edele Groot Agtbaar Heedens het selve op gelijke voet„ goedgunstiglijk gelieven te accepteeren, en naar dies uijtleevering, het provenue van dien, aan de teekenaars uijt 's E Comp„s Cassa mag voldaan werden. Bij geleegendheijd van het onstaan der ge„ „schillen tusschen de Heer Gouverneur Bingo en hier handel drijvende Chineese, getragt in dat troebel waater te visschen, om waare het moogelijk boven genoemde quantiteijt vermeer„ „dert te krijgen, dog vermits die geschillen in der minne sijn bij gelegt, door dien de Chineesen te gouverneur door aanmerkelijke geld somme / soo van ter zeijde onderrigt sijn. /. hebben weeten te vreeden te stellen, is er niets aan te doen geweest. Niet minder dan UW Hoog Edele groot Agtbaar Heedens, hadden wij goede gedagten geformeert, omtrent de aangekoomene Paarden, met dies Rijequipagie, onmoogelijk kunnende

NL-HaNA_1.04.02_3277_1021 view scan ↗

English

57 could think that such heavy expenses incurred would thus far be fruitless, but it was far less to be expected that those riding animals would not satisfy at all, as to our regret we must inform Your Right Honourable and Worshipful Lordships, especially the gray horse, which His Majesty has refused to accept, the other—if one may say so—merely out of politeness, as they pretend it shall not serve for His Imperial Majesty's personal use, but will be sent to his stud farm. The reason why the latter was still accepted was that its coat satisfied; however, because it had white feet, and thus was not uniform, it was judged unusable for His Majesty. The gray horse, not being of the desired coat color, was entirely displeasing; hence the further specified demand for two other horses, with the drawing of both the desired and undesired colors, having written about this at length in our general missive to Your Right Honourable 59 and Worshipful Lordships, therefore, to avoid repetition, respectfully submitted. The refusal to accept the said gray horse has brought us into an embarrassment as to what to do with it. To send it back was, in the first place, judged not to be at all advantageous for the Honourable Company, however one looked at it; secondly, it would also tend to our disrepute to have to take presents back. Therefore, everything having been well considered, it was judged—under wiser correction—that the interest of the Company required presenting that beast to the Governor Bingo, who had already asked from afar what one intended to do with it, and whether it would be sent back again; which, in our humble opinion, sufficiently indicated his desire for that animal. Also, if Your Right Honourable and Worshipful Lordships according to your highly wise judgment would please consider, the Honourable Company now still has a prospect whether, by chance, that all-powerful Governor Bingo, who is held in high esteem at Court, 59 might not thereby be moved to favour the Honourable Company in its deteriorating trade state with the long-desired increase in copper; it is certain that if His Honour is willing to lend a hand thereto, there is no doubt of its good success. This at least we can assure Your Right Honourable and Worshipful Lordships to have been the true reasons and motives of the undersigned. The said riding animal has been delivered to the Governor, having written it off, along with the other, in the trade ledgers under the Imperial presents or rarities. Living thus in that confidence that Your Right Honourable and Worshipful Lordships will judge these given reasons so sound that the course of action taken may be confirmed with your approval, these are the wishes and fervent prayers of those who, with all deep respect and bounden awe, sign, Right Honourable, Stern, Worshipful, Far-commanding Gentlemen and Lords, Your Right Honourable and Worshipful Lordships' humble and very obedient servants. Japan, at the trading post of Nangazackij, the 8th of November, Anno 1769. Olofert Elias Incoming Secret Letters from Java's East Coast 1769 Z

Dutch transcription

57 kunnende denken; dat sulke gedaane swaare onkosten, tot nog toe vrugteloos soude sijn, maar veel minder was te bevroeden, dat die Rijbeesten, in 't geheel niet soude voldoen, gelijk tot ons Leedweesen UW Hoog Edele Groot Agtbaar Heedens moeten bedeelen, in sonderheijd te schim„ „mel, welke sijn Majesteijt geweijgerd heeft te accepteeren, het anderen als men het seggen mag uijt welstaans halve, sullende, soo voorgeeven, niet voor sijn Keijserleijke Majesteijts persoon dienen, maar naar desselfs stoeterije gesonden werden, de reedenen waarom, de laaste nog aangenoomen wierd, was vermids der selver Haijr voldeet, dog dewijl het witte voeten had, en dus niet equaal, het onbruijkbaar geoordeeld wierd, voor sijn Majesteijt, den schimmel naar dien der begeerde Couleur van Haijr niet sijnde, was in 't geheel onaangenaam, dies nadere opge„ „geeve Eijsch van twee andere Paarden, met de teekening, soo der begeerde, als niet begeerd werdende Couleuren, hebbende in 't breede daar over in onse generaale missive aan UW Hoog Edele 2 59 eren t 98 in aan 0 ten lijk g Edele Groot Agtbaar Heedens geschreeven, dier hal„ „ven, ter vermijding van redites Eerbiedig aan gedraagen Het niet willen aannoemen, van gen: schimmel, heeft ons in verleegendheijd gebragt, wat daar meede aan te vangen, den selven weeder te rug te senden, oordeelde voor Eerst in 't geheel niet voordeelig op wat wijse men het ook aansag voor d' EComp: te kun„ „nen sijn, ten tweeden souden het ook tot disreputa„ „tie strecken, geschenken weederom te moeten neemen, dierhalven alles wel in overweeging sijnde genoomen, oordeelde. /:onder wijser corectie /. het belang der staatschappijet e Vereijschen, dat Bust aan den gouverneur Bingo te praesenteeren, dier van verre al had laaten Vraagen, wat meu 'er meede wilde doen, en of het weeder te rug soude gesonden werden: dat genoegsaam onser geringe bedunkens, desselfs begeerte naar dat Beest te kennen gaf: ook indien Uw Hoog Edele Groot Agtbaar Heedens volgens desselfs hoog wijs oordeel ge„ „lieven te Considereeren, d'E Comp: nu nog een Vooruijt sigt heeft, of alte mets dien alvermoegende en ten Hoove in agting sijnde Gouverneur Bingo daar 59 daar voor niet mag bewoogen worden, omme d'E maatschappije in desselfs deterioreerende handel staat met de lange gewenschte vermeerdering van kooper te begunstigen: seeker is het indien sijn, Edele daar toe de hand wil bieden geen twijffel aar s 't dies goede reussite. Dit ten minste kunnen wij Uw Hoog Edele Groot Agtbaar Heedens verseekeren, de waare reedenen en motiven van de teekenaars geweest te sijn, gemeld Rijbeest aan den gouverneur is afgegeeven, hebbende het selven, neevens den anderen, bij de Negotie Boeken, onder de Keijser„ „lijke geschenken, of Rariteijten afgeboekt. Leevende dus Ju dat vertrouwen Uw Hoog Edele groot Agtbaar Heerens, deese gegeevene Reedenen, soo bondig sullen keuren, dat die gedaane handelweijse met desselfs goed keuring mag bekragtigt worden, tit sijn te wenschen en vierige beeden van dien met alle diepe Eerbied, en Vorschuldigt 2 ieren Bin9o Edele Groot Agtbaar Heedens geschreeven, dier „ven, ter vermijding van redites Eerbiedig aan gedrag Het niet willen aanneemen, van gen: schim heeft ons in verleegendheijd gebragt, wat daar aan te vangen, den selven weeder te rugte se oordeelde voor Eerst in 't geheel niet voordeelig wat wijse men het ook aansag voor d'EComp: te „nen sijn, ten tweeden souden het ook tot disre„ „tie strecken, geschenken weederom te moete neemen, dierhalven alles wel in overweeging genoomen, oordeelde. /:onder wijser correctie./ belang der staatschappijet e Vereijschen, dat I aan den gouverneur Bingo te praesenteeren van verre al had laaten vraagen, wat meu er in wilde doen, en of het weeder te rug soude gesonden werden: dat genoegsaam onser geringe bedunke desselfs begeerte naar dat Beest te kennen ga„ Ook indien Uw Hoog Edele Groot Agtbaar Heedens volgens desselfs hoog wijs oordeel ge „lieven te Considereeren, d'E Comp: nu nog een Vooruijtsigt heeft, of alte mets dien alvermoogen en ten Hoove in agting sijnde Gouverneur Bin„ Jaar 59 daar voor niet mag bewoogen worden, omme d'E maatschappije in desselfs deterioreerende handel staat met de lange gewenschte vermeerdering van kooper te begunstigen: seeker is het indien sijn, Edele daar toe de hand wil bieden geen twijffel aar s 't dies goede reussite. Dit ten minste kunnen wij Uw Hoog Edele Groot Agtbaar Heedens verseekeren, de waare reedenen en motiven van de teekenaars geweest te sijn, gemeld Rijbeest aan den gouverneur is afgegeeven, hebbende het selven, neevens den anderen, bij de Negotie Boeken, onder de Keijser„ „lijke geschenken, of Mariteijten afgeboekt. Leevende dus Judat vertrouwen Uw Hoog Edele groot Agtbaar Heerens, deese gegeevene Reedenen, soo bondig sullen keuren, dat die gedaane handelweijse met desselfs goed keuring mag bekragtigt worden, tit sijn te wenschen en vierige beeden van dien met alle diepe Eerbied, en Vorschuldigt ieren 2 Verschuldigt ontsag teekenen. Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaare wijd gebiedende Heere en Heeren. Uw Hoog Edele Groot Agtbaare Heedens onderdaanige en zeer gehoorsaame Dienaaren. Japan ten Comptoire Nangazackij den 8: November A:o 1769. -. Olohert Elias Aande mende Secerete Bruiren van Saras Oost Cust 1769 Z

NL-HaNA_1.04.02_3277_1029 view scan ↗

English

Register Copy of the letter from Governor Vos to Their High Noble Excellencies, dated 18 November 1769, page 1. Copy of the letter from and to the same as above, dated 23 December 1769, page 5. Copy of the translation of the Balinese letter from the Kings Gustij Moera Djambi of Badoeng and Gustij Moera Agong of Mangolij written to Governor Vos, page 53. Copy of the translation of the Javanese letter written by King Dewa Agong Pandjite Balij to Mr. Vos, page 55. Copy of the contract of the Balemboang Regents, page 59. Copy of the rough calculation of the burdens and profits of Balemboangan, page 63. Copy of the translation of the Javanese letter written by the Sousouhoenang to Mr. Vos, page 75. Copy of the translation of the Javanese letter from Governor Vos to the Sousouhoenang, page 77. Copy of the translation of the Javanese letter written by the Sousouhoenang to Mr. Vos, page 79. Copy of the translation of the Javanese letter from Mr. Vos to the Sultan, page 81. Copy of the translation of the Javanese letter written by the Sultan to Mr. Vos, page 83. Copy of the translation of the Javanese letter from Mr. Vos to the Sultan, page 85. 58 67. 61. Copy of incoming secret papers received from Java's East Coast from 15 October until the ultimate of December 1769. To the High Noble, Highly Esteemed, Severe and Widely-Commanding Lord, His High Noble Excellency Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, and the Right Honourable, Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc. High Noble, Highly Esteemed, Severe, Widely-Commanding Lord and Right Honourable Severe Lords, Major Colmond, having recently been to Balemboangan and there having turned over the authority From Java's East Coast, the 18 November 1769 to Lieutenant Biesheuvel, along with the effects belonging to that new garrison, has also brought the regents from there with him to Sourabaija, and subsequently, according to what I had assigned to him, caused them to travel down here, as they now find themselves here to take their oaths of allegiance. To which end I am now very humbly soliciting Your High Excellencies that they be confirmed in their posts and favored with a deed thereto, the first under the name and title of Soeta Nagarra as First Regent, and the second of Owangsen Sarij as Second Regent, just as they have during their probationary period given 63 From Java's East Coast, the 10 November 1769 every hope of good expectations, and already forsaking heathenism have converted to Mohammedanism, willingly and zealously accommodating themselves to all customary services and applying themselves very diligently to the cultivation of the land, although the latter has been somewhat thwarted this year by the more than usual dry season and a plague of mice, as well as the runaway mortality among the population as consequences of the troubles. At the end of this month, I await Major Colmond as well as the Prince of Madura and all the regents here, which will afford me an opportunity to obtain a detailed account of everything, and then to arrange further positive dispositions also in the new conquests. While the Major in the meantime has also gone to Lamadjang, Malang, and Antang in order to survey with how much garrison and other burdens one will be able to manage there ultimately, and in contrast what revenues to stipulate, it is therefore hereby only that I have to request Your High Excellencies' venerated disposition regarding a certain From Java's East Coast, the 18 November 1769 certain common Malay Tapoek and the Javanese Nollo Troeno and To Troeno, with a certain Moor Samat, which first three have been secured here as pernicious subjects, having visibly, though in law not fully provable, burdened themselves with diverse fraudulent and deceitful actions; and the latter, an [illegible], having likewise stayed in the uplands with all kinds of bad doings outside his [illegible], so that I find myself all the more obliged to propose respectfully to Your High Excellencies that they may be sent away and removed from this coast. Meanwhile I have the honour to be with the most due respect, underwritten, High Noble, Highly Esteemed, Severe, Widely-Commanding Lord and Right Honourable Severe Lords, lower, Your High Excellencies' most humble, obedient servant, was signed, J. Vos. In the margin, Samarang the 10 November 1769. To 65 From Java's East Coast, the 23 December 1769 To the High Noble, Highly Esteemed, Severe, Widely-Commanding Lord, His High Noble Excellency Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, and the Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc. High Noble, Highly Esteemed, Severe, Widely-Commanding Lords, Right Honourable Lords, Due to diverse incidents, I was until today prevented from presenting to Your High Excellencies a regular report of all matters meriting your attention and obligatory knowledge; of which I am now trying to acquit myself herewith, taking the liberty, for the sake of better order, to arrange it in such a manner that I, starting from the outermost East Hook,

Dutch transcription

Register copia Missive van den Heer Gouverneur Vos aan Haar Hoog. Edelheden ged:t 18: November 1769. . . . . . . . . . . . . - Pag: 1. copia Missive van en aan als vooren, ged=t 23: december 1769: - - - - _:o 5: copia Translaat Balijsche Brief van de koningen Gustij Moe„ ra Djambi van Badoeng en Gustij Moera Agong van Mangolij aan den Heer Gouverneur vosgeschreven. . . . . . . . _:o 53: Copia Translaat Iavaansche Brief door den koning Dewa Agong Pandjite Balij aan den Heer vos geschreven. . . . . . . . _:o 55: copia Contract van de Balemboangsche Regenten. . . . . . . _:o 59. copia Ruwe calculatie der Lasten en winsten van Balem„ boangang. . . . . . - - - - - - - - - -. _. o 63. copia Translaat Danasche Brieff door den Sousouhoenang aan den Heer vos geschreven. . . . . . . . . . . . _. o 75. copia Translaat Javasche Missive van den Heer Gouverneur vos aan den Sousouhoenang. - - - - - - - - - - - _o 77. copia Translaat Iavasche brief door den sousouhoenang aan den Heer vos geschreven. . . . . . . . . . . . _. o 79 copia Translaat Iavasche Missive van den Heer vas aan den Sulthan. . . . . . . . . . . . . . . . _o 81. Copia Translaat Javasche Brief door den sulthan aan den Heer Vos geschreven. . . . . . . . . . . . . _. o 83. Copia Translaat Iavasche Missive van den Heer vos aan den sulthan. . . . . . . . . . . . . . . _:o 85. 58 67. 61: Copia Aankomende Se„ Erecte Papieren ontfangen van Iavas oostkust se„ dert 15 october tot ult:o December 1769 Aan den Hoog Edelen Hoog Agtbare gestrenge en wijdgebiedende Heere zijn Hoog Edelheijd Petrus Albertus van der Parra, Gouverneur Generaal en de wel Edele Gestr: Heeren Raden van Nederlands India &: C &: C V: C: Hoog Edelen Hoog Agtb: Gestr: wijd gebiedende Heer en wel Edele Gestrenge Heeren Den Majoor Colmond jongst na Ba„ G lemboangan geweest en aldaar het gezag aan Van Iavasoostkust den 18: 9ber: 1769: aan den fuit Biesheuvel met de Effecten tot die nieuwe besetting gehoorende overge„ geven hebbende heeft ook de regenten van daar tot Sourabaija meede gebragt en vervolgens na het geen ik hem had opgedragen herwaards doen afsakken so„ als die nu sig hier bevinden ter afleg„ ging hunner Eede van trouwe, ten wel„ ging ken ijnde ik uw hoog Edelheedens als nu seer needrig ben solliciteerende, sij in hunne post bevestigt en met Een Acte daar toe den Eerste onder de Naam en Titul van Soeta Nagarra als Eerste Regent en de tweede van owangsen sarij als tweede Regent begunstigt wer„ den gelijk sij in hare oreuve Tijt alle 63 Van Iavas oostkust den 10: 9ber: 1769 alle hope tot goede verwagting gegeven hebben en reetss het Leijdendom verlaatende tot het Mahometandom overgegaan sijn, sig gewillig en ijverig schikkende tot alle gewoone servituten en de culstivering van het Land seer bevlijtigende, schoon het Laaste door het meer dan gewoone dege Saijsoen en ongediertte van muijsen, als bij verloope sterfte van volk gevolgen van de Troubles dit Iaar wat is teege geloopen In het ijnde van deese maand overwagt ik den majoor Colmond so wel als de prins van Madura en alle de Regenten hier het geen mij occasie sal geven van alles Een naauw keurig detail te erlangen en dan na derepositive schikkinge ook in de nieuwe Con„ questen te arrangeeren, Terwijl den Majoor intusschen ook nog na Lamadjang Malang en Antang is, om op te nee men met hoe veel besetting en andere Lasten men het daar uitterlijk sal kunnen stellen, en daar en tegen in komens bedingen het is dan bij deese nog maar Eenelijk dat ik uw hoog Ed:s gevenereerde dispositie &o versoeken heeb omtrend Sekere Van Iavasoost kust den 18: 9ber: 1769 — sekere gemeene mallijer Tapoek en de Javanen Nollo Troeno en To Troeno met sekeren moor Samat weke 3 Eerste hier als opernitieuse sub„ seeten sijn gesecureert, hebbende sig met diver„ se falutijten en bevriegerijen oogenschijnelijk schoon in regtten niet ten volle bewijsbaer beswaart en de Laaste Een opoap sig almeede in de bovelan„ den met kallerhande slegte gedoentens buijte sijn mietjer op gehouden des ik meer ver„ opligt te weesen uw hoog Ed:s Eerbiedig voor„ tedaagen dat deselve van dese kust versonden en overwijdert mogen werden, Jnmiddens ik d' Eere heb met 't aller verschul„ digs=t respect te sijn. /:onderstond:/ Hoog Ede„ len Hoog Agtbare gestrenge wijdgehiedende Heer en wel Edele gestrenge Heeren /:lager:/ uw hoog Edelh:s onderdanigste Gehoor„ same Dienaar /:was geteekend:/ I:s vos, /:in margine:/ Samarang den 10: 9ber: 1769— Aan 65 Van Iavasoost kust den 23 december 1769 Aan den hoog Edele hoog Achtb: Testr: wijd gebiedende Heer Eij Hoog Edelheijd Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal ende wel Edele hee„ ren Raaden van Nederlands India &E=e dc: Hoog Edele Hoog Achtb: Ge ssr: wij dgeb:e Heeren wel Edl een Door diverse incidenten wierd ik tot heden afgelijf Een regulier berigt van alle zaeken uw hoog Edelh:s attentie en schuldpligtige kennis draging meriteerende hoogst deselve te presen„ teeren waar van ik mij dan bij dese trag„ tende te quijten de vrijheijt nemen het ter meerdere ordree Coninxn in voege te 6 begrijpen dat ik van de uijtterste oosthoek

NL-HaNA_1.04.02_3277_1042 view scan ↗

English

From Java's east coast the 23 decemb:r 1769 east hook of this Coast and thus beginning from your Right Honourables' possession at Balemboanga and proceeding thus with regard to that district, I have the Honour to share that people there are at present most pleasantly enjoying the successes and fruits of the objectives and the means deemed necessary and also employed according to the circumstances of the times, although not without expenses and loss of men through sickness and discomforts, the most ruinous consequences of all expeditions in these Indian regions. A spacious fortress, of which the drawing has already been presented to your Right Honourables under previous date of 8 October 1768, has been erected and for the most part completed at Ouloepampang, as well as a warehouse in proportion to the Contingent that must be delivered there, and also sufficient for the surplus that one could in time obtain above that by purchase; at Catta there is also a proportionate fortification according to the garrison required there; at both places it is at present reasonably healthy, 67. From Java's east coast the 20 decemb:r 1769 healthy, and the mortality and sickness are noticeably ceasing, while there is hope that the last-mentioned fortress can also in time be withdrawn, yet in the meantime without expense could be relocated in such a way that it required fewer men and had closer communication with Ouloepampang, and could serve principally for the observation of the Balinese shore where the straits are considerably narrower than at Oeloepampang, as the accompanying small map with the letters A: B: C: can show, and which intended place also has every prospect according to the major's reports and the general appearance of healthiness, which I merely touch upon in order to make use of it upon further consideration, for further south on Goenong Jan, noted on the aforementioned map with Aa, one can observe the Balinese shore and even the harbour or inlet of Jambaana P B, where also most foreign shipping and trade lands on that Island, and aside from a Corporal with 3 or 4 men and a couple of small pieces of artillery for signal shots, nothing is needed in case of necessity. The letters that your Right Honourables were pleased to address to the petty princes named therein have From Java's east coast the 23 decemb:r 1769 have also been delivered with a similar letter from me by the usual emissary employed thither, Bappa Mida; they have answered me in the reply to your Right Honourables which is enclosed, in the manner shown by appendix No. 1 of this document, and the seafarers as well as the ammunition, save for a single piece, have returned to us. One could certainly lay down the law somewhat more strictly for them if the necessity were found to be urgent, but then deeds would also have to follow words directly, which cannot be executed without costs and the hazard of losing men; I think, under correction, that it is best at present to leave it as it is, since I imagine they have already gained a somewhat more respectful idea of the Company's power through our latest possession so close to their land, so that they will not easily give cause to put it to the test in the harbour itself, and one could indeed harass them quickly enough 69 Java's east coast the 23 Decemb:r 1769 from harass them if one only took possession of the island of Salak, marked with Cc on the small drawing, which constitutes their entire granary and best revenues, where, even if finding it not suitable to hold, one would nevertheless, by laying it waste, have dealt them a long-felt blow; furthermore, the entire Balemboang district is at present cleared of Balinese according to the assurances of the major and the Regents, and the latter show themselves in the most well-disposed manner, which I think is well confirmed by their accompanying Contract No. 2, which they entered into and signed with the greatest readiness after taking their oath of allegiance and receiving their deed from your Right Honourables, as well as by their having worked diligently on gathering their Contingent this Year, although owing to extraordinary late rains the rice fields could not all From Java's east coast the 23 Decemb=r 1769 could not all be cultivated, and the crop itself was also considerably damaged by mice, likewise a consequence of the unusual wetness, to which the sickness and mortality that had also been rife among their people contributed; they have nevertheless already collected fully 100 coyangs of their Contingent and promised me to deliver the shortfall with the full amount for the coming Year, and in doing so to ensure that early in the spring a shipload of that grain will already be found there; the wax has for the largest part already been delivered at Sourabaija, and the Cardamom has already been sent successively this Year to the main office. They have divided the tjattjas equally between the two of them, but had not yet been able to conduct a sufficiently accurate survey in order subsequently to present it to me so that I could impart this to your Right Honourables herewith, although their rough Calculation would come out to 1400 regular tjattjas and 71. From Java's East Coast the 23 decemb:r 1769 and 310 negorijs. In order now also to wait upon your Right Honourables with a statement of the Charges and profits of this new possession, I have the Honour to present to your Right Honourables the enclosed note No. 3, which, upon receiving your most honoured approval, could be put into effect at that place with the 1st of next Year, while the native soldiers have already been discharged and per plan only 93 military personnel are still located there, who moreover with the return of the few supernumeraries can very quickly be brought to the next required number of 74 heads per plan; the aforementioned calculation then shows that the Balemboang revenues amount annually to a sum of ƒ22192: 10. The Annual charges, taken for the permanent servants required solely for that office, would amount in total to ƒ 5161: 14 according to

Dutch transcription

Van Iavas oost kust den 23 decemb:r 1769 oosthoek van dese Cust en des van uw Hoog Edelheedens possessie te Balemboanga beginnende en zo voort varende ten reguarde van dat district de Eer hebbe te bedeelen dat men aldaar thans is aangenaamst genietende de successen en vrugten der beoogingen en de sweegens na tijts omstandigheeden nodig bevonde„ ne ook aangewende middelen schoon met sonder ongelden en verlies van volk door siekte en ongemakken de meest ruimeuje sequeelen van alle expedities in dese indiaste gewesten Een ruijm fortres waar van de afteekening reeds bij voorige dato 8' october 1768 uw hoog Edelheedens gepresenteert is er op ouloepampang Een pakhuis na proportie van het Cantingent dat aldaar moet gelevert worden, en ook genoegsaem voor het meerdere dat men in der tijd als boven dien bij inkoop zoude bekomen kunnen is er op „ regt en meest al voltooijt op Catta is ook Een evenredige sterkte na de manschap die men daer benoodigt heeft op bij de plaetsen is het thans aedelijk gesant 67. Van Iavas oost kust den 20 decemb:r 1769 „gezont, en Cesseert er de steefte en siekte merkelijk terwijl men hoop heeft de Laetsgenoemde fortres ook door de tijd wel sal kunnen ingetrocken werden egter antusschen sonder ongelden nog wel so te verleggen was dat minder volk en nauwer Com„ municatie met ouloepampang had en principaal tot ab„ servatie van de belijde wal daar door de straat vrij nauwer, als bij oetoepampang is zoude dienen kunnen, gelijk het hier bij gaande kaartje met de letterjes A: B: C: aanthoonen kan en welke gedagte plaats mede alle verwagting na des majoors rapporten en het algemeen voorkomen van gezontheijt heeft dat Eene„ lyk aanroere om er bij nadere gedagten gebruijk van te maeken want men Zuijdelijker op goenong Jan in het gerepte kaart met Aat genoteert de Balijse wal en selfs de have af inham van Jambaana P B. daar almeede de meeste vreemde vaart en handel op dat Eijland te Lande komt kan gade plan en buijten Een Corporaal met een man af 4 en Een paer klijne stukjes tot seijn schooten des noods niet behoeft. De brieven die uw hoog Edelh:s aan de daar bij genaemde vorsjes hebben gelieven te addresseeren sijn van Iavas oostkust den 23 decemb:r 1769 sijn ook met een gelijke briefje van mij door de gewoone derwaards geemplaijeerde sendeling Bappa Mida bestelt sij hebben mij bij de rescriptie aan uw hoog Ed„s die incluse is geantwoord in voege als de bijlagen deses N1: aantoont en de Zeevaerende ook de amunitie op een enkel stuk zijn ons te rug geworden men zoude hun seeker de wetten wel wat nauwer voor schrijven kunnen als er benoodigheijt toe pressant gevonden wierd dog dan dienen en ook wel daden direct op de woorden te volgen het welk niet sonder kosten en rasard van volk verlies te executeeren zijnde ik onder Correctie denke men het best thans so late als het is alsoo ik mij verbeelde sij reeds Ee„ nig meerder respectueus ider van sComp: mogt door ons laaste possessie so digt aan hun land gekreegen hebbe dat sij niet ligt reden sullen geven die in het have selfs te beproeven en men zoude in der daat hun schielijk genoeg kunnen benauwen 69 Iavas oostkust den 23 Decemb:r 1769 van benauwen als men maar het ijland salak met Cc in het tekeningetje gemerkt hare geheele koornschuur en beste revenues uijt„ makende, in passessie nam, daer men schoon al niet ter aanhouding Convenabel vin„ „dende egter door 't te mineeren hun Een lang gevoelt werdende neep meede zoude toegebragt hebben wijders is thans het geheele Balemboangse van Balijers na de versekering an den majoor en der Regenten gesuijvert en komen de laastgem: allet welmeenendst voor, dat ik meen uijt haer hier bij gaende Contract N2: dat sij met de grootste volvaardigheijt na het afleggen van haren eedt van trouwe en ontfangen humner acte van uw hoog Edelh.:s hebben aangegaan en geteekent so wel Con„ steert als dat sij vlijtig tot het inpalme„ van har Contingent in dit Jaar geijeeat hebben, schoon door extra ordinaire laate regens te rijstvelden niet alle hebben Van Iavasoostkust den 23 Decemb=r 1769 hebben kunnen bewerkt worden en het gewas selfs ook Considerabel veel door de muijsen als mede een gevolg van de buijten gewoone nattigheijt beschadigt is waer bij de onder haer volk ook gegrasseert hebbende siekte en sterfte mede „de mogelijkheeden bij bragt sij hebben egter van hunne Contingent al groote 100 Caijs bij den andere en mij toegesegt het manquerende met het volle van het aanstaande Iaer te sullen leveren en des doende te sorgen dat in het vroege voor Iaer daar al een scheepslading van die korrel sal te vinden sijn, de was is voor het grootste gedeelte te sourabaija algelevert en de Cardamon al na de hoofd„ plaets dit Jaar successive gesonden De tjatjaas hebben sij onder hun bijde eguaal verdeelt, dog waren nog niet in staat geweest een genoeg saen accuraate opneem te doen omme mij navolgens te kunnen presenteeren, dat ik uw hoog Edelh:s dit bij dese kon bedeelen, schoon haare ruwe Calculatie op 1400 regulier tjatjaar en 71. Van Iavas Oostkust den 23 decemb:r 1769 en 310 nigarijen zoude uijtkomen Ten Eijnde nu bij dese ook uw hoog Edelheedens met een opgaaf der Laesten en winsten van dese nieuwe possessie te mogen op wagten heb ik de Eer uw hoog EdelEed„s te presenteeren inleggende notitie N:o 3. dewelke hoogst der selver gevenereerde approbatie erlangende met P„o des aanstaende Jaer daar na ter dier plaetse zoude kunnen te werk „gegaen werden, terwijl reeds de Jonlandse sol„ doeten afgedankt en P plan mar 93 mili„ taire sig daer meer bevindende zyn die over zulks niet terrug sending van de weini„ „ge overtalligie seer schielijk op 't ander„ volgende als benodigt gereekent getal van 74 koppen p' plan te brengen zullen zijn de evenbedoelde bereekening toont dan dan de Balemboangse in komste jaarlijks monteeren Een somma van ƒ22192: 10 De Jaerlijkse lasten genomen op de per manente dienaeren die alleen voor dat Comptoir gerequireert werden Loude op stok loopen met ƒ 5161: 14 na

NL-HaNA_1.04.02_3277_1048 view scan ↗

English

From Java's Northeast Coast, 23 December 1769 according to Dutch currency, in so far as I would separate therefrom the soldiers and the expenses of the new bark, as the first item could be found from the garrison of the Eastern Salient and could be spared, so that this cannot be estimated as a local debit item. And against this stands that the garrison in the Eastern Salient must then certainly be kept complete according to the determination in the memorandum of economizing, and one might bring into reflection or opposition that the military for that entire region taken together in such manner seemed to be considered too large or superfluous at present. But these, I think, will evaporate of themselves upon the allegations when one takes into consideration that the divided force in the Eastern Salient now comes to make up that same strength which ought otherwise to be in reserve for the continuous protection of the borders; and it is in that very light that in the following I believe currently to be able and obliged to regard Lamadjang, Panaroekan, Malang, and Antang; and Samarang, however, with the hoped-for continuously scarce general allocation of the military from the main post, can also always make the necessary provision thereto. Yet the second item of the bark, although I also consider it only temporary and think it could well be spared again after one or at most two years and could return to Batavia when one could also manage with the ordinary vessels in the Eastern Salient for Balemboanga, added thereto again with f 4741:16 and some ordinary and extraordinary expenses for the office there with f 981:3, would together amount to f 9903:10, and one would thus still retain a net profit of 12289. And this calculation is then drafted on the premise that I shall take the liberty at the same time most respectfully to propose to Your Right Honourables to place 60 common soldiers, 2 drummers, with 4 sergeants and 8 corporals there for the garrison, and to take them from the garrison of the Eastern Salient, in order to serve 2/3 at Oeloupampang and 1/3 at Cotta and Goenoengkan; likewise as permanent officials at this place, a lieutenant as commander, specifically Biesheuvel, currently residing there, who has served with reputation from our first arrival there and, according to the successive reports of the previous commanders and most especially of Major Colmond, has conducted himself very praiseworthily; an ensign, in order not to be left too long without such command in sudden events of sickness or other human frailties; a bookkeeper with the title and emoluments of an under-merchant, who should then also succeed the lieutenant-commander and enjoy 1/3 of the ordinary subsistence with him, for which I have no one of greater promise to propose to Your Right Honourables herewith and humbly to urge than the assistant Sophof, that he may flatter himself with the effective rank of under-merchant as an encouragement upon satisfactory conduct, because, beyond that, these can and ought to be the only incentives so that one may most carefully avert any other desire for profit, which could only be deemed greatly prejudicial to the Company and the intention of its establishment there. Regarding the lesser permanent servants, speaking as a matter of course to the proportion of our possession there, I take the liberty to refer to the accompanying notice of charges. And in regard to the revenues, which are also specifically added thereafter, particularly to solicit Your Right Honourables' approval on the co-principal article thereof consisting of the lease, in so far as I have ceded it to our Chinese Captain here in such manner for 4000 Spanish mats or 5000 Rixdollars per year for the term of 3 years, beginning with 1 January 1770 and expiring ultimo 1772. And included thereunder are the bird's nests found there and on Noese, the tripang that might be found there, the pearl reefs, the import and export duties, while only the first-mentioned has until now been able to yield any certain calculation for the farmer, and, above the 20 percent which he must pay to the regents, quite some substantial expenses happen to fall upon their collection, and the pearl reefs must still be surveyed, and it remains to be seen whether knowledgeable persons will be found who will be able to ensure that this yields anything noteworthy. So I have included this article under it more to facilitate, with a watchful eye, that everything is directed toward discovering the truth in this regard, rather than any noteworthy advantage for the farmer in time being expected to the prejudice of the Company, the reports in this regard being and remaining all too confused for me to dare interpose myself, should this turn out better and of greater consequence. From Java's Northeast Coast, 23 December 1769

Dutch transcription

Van Iavasoostkust den 23 decemb:r 1769 na nederlandse gelt reekening voor zo ver ik daer van gesepareert zonde de militairen en de ongelden van de nieuwe Barcq als de eerste post uit het guarniesoen van den oosthoek te vinden en kunnende gemist werden so dat dit geen lacale lastpost kan geschat worden en daer wel tegen staet dat dan het guarniesoen in den oosthoek seker Compleet na de bepaling in de memorie van menage moet gehouden wor„ den en men in reflexie ofte appositie zoude kunnen brengen dat de militie voor die gantsche streek bij deselve genomen in diervoe„ „ge scheen te groot op overtollig als nu geagt te worden maer dese bij de allegaties, denk ik van selfs evanesceeren als anen in aanmerking neemt dat nu de verdeelde magt in den oosthoek die selve forse komt uij temaeken de welke er anders tot geduurige dekking van de grensen tot reserve behoorde te wesen en het is in dat selve wese dat ik bij het ondervolgende Lamadjang Panaroekan Ma„ lang en Antang thans meen te kunnen en l:t 73 Iava soostkust den 23 Decem=r 1769 van en te moeten beschouwen en Samarang bij egter met te hopen aanhoudende schaarse gene„ raale toedeeling der militie van de hoofdplaets daer toe ook altijt de nodige voorsiening doen kan Dog de tweede post van de Barcq schaon ik die ook maer temporeel agte en denke na Een af op zijn hoogst 2 Iartjes wel weder zoude te missen sijn en na Batavia kunnen keeren wanneer men het met de ordinaire vaartuijgen in den oosthoek ook wel voor Balemboanga afsonden kunnen daer weder met ƒ 4741: 16 en nog Eenige ordinaire en extraordinaire ongelden voor het Comp„ toir aldaer met ƒ981: 3 bij gevoegt soude te saemen tellen ƒ9903: 10 en men des nog suijver winst behoude 12289:, en is dese bereekening dan ont„ „werpe op fundament ik de vrijheit sal neemen uw hoog Edelhs teffens aller eerbiedigst voor te dragen om 60 gemeene militaire 2 Tamboers met 4 sjergeanten Corporaals aldaer voor de bezetting en 8: te Van Iavasoostkust den 23 decemb:r 1769 te plaetsen en uit het guarnie soen van den oostboek te neemen omme 2/3 te ouloe„ pampang en 1/3 te Cotta en goenoeng kan te die„ nen item tot permanente officianten te deser plaetsse Een Leut als Commandant en wel de thans present daer leggende Biesheuvel dewelke van onse eerste komst aldaer met reputatie gevient en sig na luijd van de successive rapporten der voorige Command:r en aller bijsonderst van den majoor Colmond seer loffelijk gedragen heeft Een vaendrig om bij schielijke toevallen van siekte af andere menschelijkheeden niet te lang sonder soortgelijke Commando te wesen Een boekhouder met titul en emolumenten van Een onderkoopman die dan ook op de Lieutt Commandant zoude dienen te volgen en 1/3 van het gewoone bestaen met hem „genieten en waer toe ik niemant van meer verwagting als den assistent sop hoff uw hoog Ed„s bij dese voortedraegen en hum„ bel te insteeren hebbe dat den selve ter aan moediging bij voldoende Conduite met de effective 17 17. 75 17 17 van Iava soostkust den 23:' Decemb:r 1768 effectieve qualiteijt van onderkoopman vermag„ „te flatteeren want an der dat dit nog maar de Een nigste aanspooringe kunnen en dienen te wesen op dat men ten soigneuste sal mogen weeren alle andere vres van voordeel die niet dan tot groote preejuditie van de Comp: en de intentie van hare seet aldaer kunnen gepoincteert wor„ den nopens de mindere permanente dienaeren als van selfs tot de proportie van onse possessie aldaer spreekende neem ik de vrijhijt mij aan de overgaende notitie der lasten te gedra„ „gen en ten reguarde van de inkomste die almeede specificq daer agter gevoegt sijn bij sonder st uw hoog EdelE:s approbatie op het meede voornaemste artikul van deselve in de opagt bestaende te solliciteeren voor so ver ik die aen onse Capitain Chinees alhier indiervoegen tegens 4000 sps matten ofte 9 rijx d„s 5000 holts 'sjaers voor den tijt van 3 Iaeren beginnende met P=mo Januarij 1770 en expireerende ulto 1772 hebbe afge staen en daer onder dan begreepen zijn — zijn de vogelnesses die daer en op Noese vallen de tripans die er gevonden mogte werden de Paarl reeven de inkomende en uijtgaende regten ter „wijl eerstgenoemde allen tot nog toe Eenige zee„ kere bereekening voor den pagter heeft kunnen uijtleveren en er boven de 20 pr die hij aen de regenten moet uijtkeeren nog al wat vrij ongelden op derselver versameling te vallen komt en de paarlreeven nog moeten opge„ nomen worden en te besien staat af er wel kundige persoonen toe te vinden wesen sullen die sullen kunnen betragten dat sulks iets naam waerdig uijt zevert, so dat ik dit articul meer er onder begreepen hebbe om bij een wakende oog te facileteeren, dat alles ter ontdekking van het waere desweegens aangelegt word, als er Eenig naemwaerdig voordeel voor den pagter in der tijd tot preejuditie van de Comp: op te wagten staat sijnde en blijvende de berigten al wve Confus oeswegens daer ik mij wel soude derven interponeeren dit al eens beter uijt vallende en van meerder sonsideratie Van Iava'soost Cust den 23 Decemb:r 1769 bonden

NL-HaNA_1.04.02_3277_1053 view scan ↗

English

19: 77 From Java's East Coast the 23: December 1769 being found to decrease rapidly through any tax in favor of the Comp: would be so, where one with further businesses would now divert all the desire and effort regarding that matter, and it has hitherto only been few seed pearls and in that sort as I sent to your High Nobles in the past year, a few that were found there. The import and export duty is also not determined by the contract, as the intention therein being merely to set this initially at 1/4 of the 100 in value instead of 8 p=aC, and only in order not to find the introduction thereof after that date too strange and new. I flatter myself that I may present this and other matters thus to your High Nobles without any scruple, all the more because I have not been able to find anyone who wished to lend an ear to such an undertaking, and the Captain Chinese at Sourabaija, as little as anyone there or elsewhere of that nation, dared to make a bid on it, From Java's East Coast the 23 Decemb:r 1769 dared to make, and it suits the present lessee better to undertake this because of the servants he still has at hand who practiced this trade during his father's brother's lifetime in the rulers' upper lands, and upon my encouragement in the best interest of the Comp: not without hazard he was also willing to be persuaded. At Lamadjang, which borders the Balemboang region, the present garrison of 21 May per company under a sergeant can indeed be spared, and one would not need it if one had to provide for the small island of Noesa with a man or 4 from there. That aforesaid small island lies south of Balemboanga, marked D D on the small map, and has indeed always stood under Balembaanga, as it is also thus considered in the lease of the birds' nests. But being a small island where the Balinese as well as other marauders and smugglers usually form a rendezvous, and 79 21. From Java's East Coast the 23: Decemb:r 1769 and one for the present from the Balemboangers' nature, however well-intentioned, cannot expect such powerful opposition in this, but rather in the case of such unexpected landings confusion at least in the first encounter, so it seemed better to place the same under Lamadjang, where it is also located considerably closer, being able from there to maintain a constant watch, as now also a non-commissioned officer with 4 privates keeps post there. However, in this it depends not a little on having at Lamadjang also a regent of good trust, whom one thought to have found in the provisionally placed there Zoho Lolono, son-in-law of the brave Tommangong of Passouraeang Inti Nagara, wherein one is however not a little deceived, because instead of observing his duty as a good regent he falls very hateful upon the inhabitant everywhere and From Java's East Coast the 23 Decemb:r 1769 was even accused with not much reason of plausibility of having had a Chinese murdered on Noesa and despoiled of all his goods, as this case is soon to be brought before its competent judge, wherefore, while the first-mentioned bad reports of his general administration are very communicative, I consider myself obliged hereby to request his dismissal, and that the same may also be granted for the same reasons to the regent Ingebij of Banger Poeppa Coesoema, the first-named father's brother's son, against whom at the end of the year 1767 there were such great suspicions of intrigue with the pernicious subjects in the Balembang region, the Balinese Wajahan Coutang and Pour Boncoro, and although he then, as I dutifully informed your High Nobles under the date 20 Decembr 1767, cleared himself thereof with an oath in the temple, it nevertheless did not appear indistinct to the Major Colmond at Balemboanga, as he verbally reported to me, that there was indeed more 23: 81 From Java's East Coast the 23 Decemb:r 1769 more attached to that accusation than one had still often flattered oneself to the contrary in favor of that named regent, and such would be considerably more probable if such had not been made difficult and impossible by the deportation or execution of almost all who in this would be convincing; and if one pays any regard to those two cousins and their descent, they are by no means particularly to be trusted, as their grandfather was a Balinese slave of Emperor Amancoerat the 5th, who elevated him for his service in the war to Ingebij of Banger, the present one letting matters there lie very neglected after the major encountered such on his recent passage; and in order then, in case your High Nobles should be pleased to approve these dismissals, to fill the vacancies arising thereby with much haste and foresight, it is that I most humbly solicit your High Nobles that the middle in age of the sons of the first old From Java's East Coast the 23 Decemb:r 1769 old Sourabaija regent coming into consideration, by name Jajo Nogoro, may be appointed as regent of Lamadjang and Banger together under the title and name of Tommongong Jop Nogoro, whereby Lamadjang, which due to the desertion of people in the days when our arms had to operate there is not yet able to produce anything and must be revived in every part, would be able to attain thereto through cooperation from the Banger region, and thus the one hand wash the other and quickly those otherwise fertile regions for agriculture there come into bloom again; also then the trust with respect to Noesa and the Balemboang region could be considered very greatly established, and Lamadjang and Banger may very rightly be called the barriers of east, west, and south; one would then also strive to connect that new regent through marriage to that of Passouroeang, when that

Dutch transcription

„19: 77 Van Iavas oostkust den 23: december 1769 X bevonden werdende door Eenige belasting ten voordeele van de Comp: schielijk te decresseeren zoude weesen daer men nu met nadere ge neringen al de lust en moeijte op dat stuk diverteeren zoude en het tot nog toe maer geweest sijn weijnige stamp paarltjes en in die zoort als ik uw hoog Edelh:s in het voorleede Iaer ge sonden heb enkele die er gevonden sijn, Het in komende en uijtgaende regt is ook bij het Contract met bepaelt als de beooging daar in zijnde sulks eenelijk in het eerste op ¼ van de 100 aan waerde in steede van 8 p=aC te doen staant b: grijpen en eenelijk om maer de intraductie na dato daer van niet te vreemd en nieuw te vinden, Ik flatteer mij uw hoog welh dit een en ander sonder Eenige scrupul also te mogen voordraegen, te meer ik niemant heb kunnen vinden die een oor na sulk een aanneeminge heeft willen leenen en den Capitain Chinees te sourabaija so min als ijmand aldaer of elders van die natie daer een bod op derfde O Van Iava soost kust den 23 decemb:r 1769 derfde doen en het de presente opagter om de nog bij hem aanhanden sijnde dienaren die dit bij sijn vaders broeders leeftijt in der vorsten boven landen en des die Cours uijt geexcerceert hebben beter te onderstaen Convenieert en hij op mijn aanmoediging sig ten beste van de Comp: ook niet sonder kasard wel heeft willen laten persuadeeren Te Lamadjang dat aan het Balemboangse stoot kan het depre„ „sente besetting van 21 maii pr Clan onder een sjergeant wel af en zoude het niet nodig hebbe indien men daer uit het ijlandje Noesa met een man of 4 met voorsien moeste, dat evengenoemde ijland ligt bezuijden Balemboanga op het Cartje D D gemerkt en heeft wel althoos onder Balembaanga gestaen gelijk het ook also in de pagt der vagelnesjes geconsidereert is, dog een ijlandje sijnde, alwaer de baliers so wel als andere stroopers en smakkelaars een aende vous pleegen te formeeren en 79 21. Iacas oostkust den 23: decemb:r 1769 van en men voor als nog van der Balemboangersaart hoe welmeenendt ook geen so kragtige tegenkanting im dese kan verwagten, maer wel bij schoon ongedag„ te soortgelijke landinge Confusie ten minste in het eerste abord so genaem het beter voor het selve onder Lamadjang daar het ook vrij wat nader bij gelegen is te stellen, kunnende van daer een geduurige gade slaging plaets hebbe „gelijk nu ook Een onder offecier met 4 ge„ meene daer past houdt, dog komt het in dese er niet wijnig op aan dat men te Lamadjang ook den Regent van goed vertrouwen heeft die men dagt gevonden te hebben in de provisioneele aldaer geplaetse zo%o Lolono schoon soon van den brave Tommangong van passouraeang inti nagara waer in men egter niet weinig gedupeert is alsoo die in plaets van sijn pligt als een goed regent te betragten den inwoon„ der al omme seer haat valt en van selfs niet veel reeden aanneemelijkheijt beschuldigt wierdt op Noesa een Chinees te hebben Van Iavas oost kust den 23 Decemb:r 1769 hebben laten vermoorden en van alle sijne goe„ deren te spolieeren so als deese zaek eerstdaegs voor dies Competente regter staet gebraargt te werden, des ik terwijl de eerstgem: slegte rapporten van zijn: generaele directie seer Cononicant sijn mij verpligt agte bij dese tot zijn demissie te mn steeren en dat die ook om deselve reedenen mag gegeeven worden aan den regent jngebij van Banger Poeppa Coe soema des Eerstgen: vaders broeders zoon tegens welke in het laast van Ao 1767 sulke groote suspecie van kankelarij met de ver„ der felijke subjecten in het Balembangse den balier wajahan Coutang en Pour boncoro geweest sijn en schoon hij sig als doen gelijk ik van het een en ander schuldpligtig aen uw hoog Edelh:d de dato 20 decembr 1767 kennis gaf wel met Eede in den tempel deswegens gesuijvert, is het egter den majaor Colmond te Balemboanga so als hij mij bij monde heeft gerapporteert wel niet onduijster voorgekomen dat er wgl meer 23: 81 Van Iavas oost kust den 23 decemb:r 1769 meer aan die beschuldinge vast was, als min sig nog al dikwils ten beste van die genoemde regent met het Contrarie gevlijt heeft en sulks vrij probabelder zoude zijn in„ dien niet door de versending afte ainkoning van meest alle die in dese Convinceerende zoude weesen sulks dif„ ficiel en onmogelijk gemaakt was en slaat men eenig reguard op die bijde neeven en hare afkomst zij sijn althoos niet bij sonder te fieeren daer hunne groot vader een balijse slaaf van kijser Amancoerat de V=te geweest is die hem om zijne dienste in den oorlog tot Ongebij van Banger verheeven heeft, laatende de presente het daer te plaetse na dat den majoor zulks in zijn Iongste passagie was voorgekoomen seer noncelant leggen en om dan ingevalle uw hoog Edelh:s dese dimissies geliefde goed te vinden de daer door te ontstaene vacatures met veel Eijl„ saam vooruit Ligte te vervullen, is het dat ik uw hoog Edelh:s humbelst solliciteere de in ouderdom de middelste der in aan„ merking koomende zoonen van den eerste oude 1 Van Iavas oostkust den 23 decemb:r 1769 oude sourabaisse regent in naame Jajo Nogoro tot regent van Lamadjang en Banger te samen onder den titul en naam van Tommongong Jop nogoro mag aangestelt werden waar door Lamadjang dat wegens verloop van volk in de dagen dat daar onse wapenen hebben moeten ageeren nog niets in staat is op te brengen en in allen deele moet opgebeurt worden in staet zoude sijn door meede werking uijt het Bangerse daer toe te geraeken en des de Eene hand den andere wassen en schielijk die anders vrugtbaare vertreck voor den Landbouw daar weder in fleur komen ook dan het vertrou„ wen ten op sigte van Noesa en het Ba„ lemboangse seer groot gevestigt kunnen geagt worden en Lamadjang en r Banger wel te regt de barieres van oost west en zuijd mogen genoemt worden men zoude er dan ook op uijt sijn om die nieuwe regent door huwelijk aan die van Pas„ souroeang te vermaagschappen wanneer die

NL-HaNA_1.04.02_3277_1059 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 23 December 1769 The dual relation to Sourabaija and Passourang being found in his person, along with the distinguished reputation which has long favored him, and which was very much confirmed recently when he was with the commander at Balemboangan, predicts everything good. To that same end, I cannot sufficiently urge Your High Nobilities to accept what has been proposed. For convenience, the garrison of Lamadjang and Malang has been placed under Passouroeang. No expenses other than the pay of the militia are to be incurred in those places, nor at Panaroekan and Antang. It is regarding the militia that I deem it proper to consider that they can and ought to be supplied from the garrison of the East Point in the same manner as mentioned above regarding Balemboangan, although for certainty, to meet the expenses that might otherwise arise in those small places, From Java's East Coast, 23 December 1769 one might also employ the 500 rixdollars that the Captain Chinese of Samarang has likewise undertaken to pay annually for the bird's nests, although it currently yields no profit and the cliffs have been fouled out of malice, which might happen in those aforementioned small places of Lamadjang, Malang, and Antang; item, another 500 rixdollars for the lease of the import and export duties of Panaroekan, where there is still considerable traffic to and from Madura and Sumanap. Thus, with this latter item, through the expected future flourishing of those places alongside the contingent of crops that one will then also be able to demand, it may increase considerably and come in very useful, whereas at present one only needs to apply oneself to encouraging this end while managing the resulting burdens. I therefore trust that these representations and arrangements will also carry Your High Nobilities' approval. Regarding From Java's East Coast, 23 December 1769 Malang, which according to the letter of the contracts, as seen in that of 11 November 1743, Article 10, actually lies west of and not east of Passouroeang, it appeared to me, subject to correction, that it might have been subjected to difficult-to-resolve disputes by the princes, just as the Emperor inquired of me not long ago. However, both of them have so expressed themselves in the correspondence on that matter that there is now no longer any doubt or cavil on their part regarding the Company's rightful possession. It is of great use for the protection of the East Point, as I also anticipate that in time it will bring the Company advantage, being a splendid region. However, matters currently stand there as I have just noted above on that subject, and 14 men are stationed there as a garrison according to the plan. Anthang belongs to the Emperor, and he seems quite intent upon it, having asked me some From Java's East Coast, 1769 time ago for it, as well as for the restitution of the place Porong, ceded in the year 1764 to the Company for interim occupation as a barrier for the East Point, which was useful when it protected the communication between Malang and Sourabaija, just as the latter place has indeed already been returned. In regard to the former, I answered him that however much the Company, having taken it by force of arms and cleared it of various rebels, and having incurred considerable expenses for it, might have no small claim of ownership to it, I nevertheless did not believe that they would desire to bear that burdensome post in the long run. I would, however, try to present it favorably to them to continue therein for some time yet, until peace and the extirpation of the vagabonds who previously roamed there were seen to be more and more consolidated, in which the Emperor then also acquiesced. It is therefore in those terms that I have the honor to serve Your High Nobilities in From Java's East Coast, 23 December 1769 that respect, and with reference to what has already been declared regarding its burdens or revenues, merely to report further that it is currently occupied by us with a small garrison of 29 heads per plan under a sergeant, which is still quite necessary there for the reasons already given, especially as long as the two absent Malang brothers, however insignificant they may be considered, are roaming, although they have never shown themselves there or thereabouts again, but are hiding in the district of Pronorogo with the priesthood, moving from one place to another. There the Emperor, upon my constant requests, is doing everything to apprehend them, and for that reason the Raden Adipati of that considerable district is under arrest at Souracarta, so that I nourish no unfounded hope that this will soon have the desired results. The regents provisionally appointed over Malang and Antang only partially meet expectations, From Java's East Coast, 23 December 1769 complaints coming in about Soetonogoro, whereas on the other hand Rongo Lawe continues to give great satisfaction. I am, however, not yet submitting any proposal to Your High Nobilities for the confirmation of the one or the dismissal of the other, because Major Calmond, having recently been prevented by indisposition from continuing the journey to Malang and Antang, has undertaken to execute this yet this year after his return to Sourabaija, whither he departed last week, and I shall therefore await his reports beforehand. Turning from here northwards again and towards the coast, matters at Panaroekan are situated such that, while the garrison there under a sergeant is 14 men strong according to the plan, and the native affairs remain entrusted to the Sumanap regent, the latter is acquitting himself reasonably well there, and, having been vigorously encouraged to do both, has maintained the fort for the Company's possession there as well as the water conduits for the rice fields in

Dutch transcription

25. 83 Van Java soost kust den 23 Decemb:r 1769 die dubbele relatie tot sourabaija en Passourang in sijn persoon gevonden werdende bij de gedistin„ „gueerde reputatie die deselve van lange ten sijnen faveure heeft en Jongst doe hij met de gesagheb„ be „ balemboanga geweest is seer bekragtige „na alles goeds voorspelt en ik ten selven ijnde het voorgestelde niet genoeg ter amplectatie bij uw hoog Edelheeds kan adstirueeren om het ge„ maek heeft omen de besetting van Lamadjang en Malang onder Passouroeang gestelt on„ gelden buiten de besolding der militie, zijn er op die plaatsen zo min als te Panakoe„ kan en Antang te maken en het is nopens de militie dat ik het in selver voege als uit het guarnisoen vvan den oosthoek kunnende en dienende gefourneert te werden als boven bij Balemboanga vermelt agte te moeten considereeren schoon men voor de zekerheit ter te gemoet koning der ongelden die op die plaatsjes boven dien mog te komen te vallen N.. Van Iavas oostkust den 23' Decemb: 1769 vallen nog zoude kunnen ten beste neemen rd=s 50.0 die de Samarangse Capitain Chinees almeede sjaers te betaelen heeft aengenoomen voor de vogelnesjes seoon het geen opicul opbrengt en de klippen uit quaadhardigheijt sijn vervult die in die evengen: plaatsjes van Lamadjang Malang en Antang moge ko„ men te vallen Jtem nog rds 500 voor de pagt van inkomende en uijtgaende regten van Pa„ naroekan alwaer nog al af en aanvaart van Madura en Sumanap is en des dit laets ar„ ticul mieder tijt door te wagten florican„ ce dier plaetsen bij het Contingent der ge„ wassen dat men als dan ook sal kunnen vorderen ovrij wat sal mog stijgere, en aengenoem te stade komen daer men nu maar alleen op het aanmoedigen ten selven eijnde met menagerent van haad voortkomende lasten sij dient te bevlijtigen en ik daerom vertrouwe dese allegaties en schikkingen ook uw hoog Edelheedens goedkeuring sullen wegdragen Nopens 85 Van Jacas oost kust den 23 decemb:r 1769 opene Malang dat na den letter der Contracten gelijk bij dat van 11=e novembr 1743 artic:s 10 te sien en het in der dat bewesten en met beoosten Passouroeang ligt mij onder Correctie voor quaam moeijelijk optelossene friticques bij de vorsten. had kunnen onder„ worpen zijn, so als den kijser er niet lang „geleden mij omvroeg, hebben die sig egter bijde in de brieve wisselingen op dat stuk so geex„ prineert dat er nu over sComp: regt matige passessie geen twijffel af Captie hunnentwegen meer vaet en is so wel van veel nt ter dekking van den oosthoek als ik almeede te ge moet sie, dat het in der tijd de Comp: zijn voordeel sal toebrengen zijnde een kastelijke landsdouw dog het is er voor als nog meede geleegen gelijk ik zo eve boven ten dien sujette noteerde en legt daer tot besetting nog 14 man primo plan„ Anthang gehoort den kijser en schijnt hij daer nog al opgeset alser mij voor Eenige 27. Van Iavasoostkust den 23 Decemb: 1759 Eenige tijt so wel omvroeg als de restutitie van het plaetse Parong, Ao 1764 tot Een barierre voor den oosthoek aan de Comp: ad interim ter occuipatie afgestaen en doen van nut wanneer het de Communicatie tusschen Malang en sourabaija abserveerde, gelijk het laast gem: dan ook reeds is terug gegeven en ik ten opsigte van het Eerste den selve geantwoort heb dat hoe seer ook de Comp: als door de wapenen het ingenomen en van soorsten rebellen gesuij„ vert ook vrij wat kosten daer toe gedra„ gen hebbende er geen geringe pretensie van ijgen„ dam toe hebben zoude Ik egter met geloofde het haer zoude gelusten die lastpost op den duur te dragen dog ik ondertusschen zoude tragten hoogst deselve aanneemelijk voor„ tedragen daer in nog Eenige tijt te willen continueeren tot men de rust en de exterpatie der aldaer voor dese gevagueert hebbende Lands loopers meer en meer bevestig sag waar in den kijser dan ook berust heeft, het is dan ook in die termen, dat ik uw hoog Edelh„t op 29 87 Van Javas oostkust den 23: Decemb:r 1769 op die respecte de Eere, hebbe te dienen en met re„ „ferte aan het reeds gedeclareerde nopens dies laste of onkomste Eenelijk daer bij te melden dat het thans door ons geaccupeert werdt met Een guarnisoentje van 29 koppen pr plan onder Een sjergeant, het welk daer dan ook nog wel om de reets gegevene redenen nodig is, voor al zo lang de nog hoe gering ook te agtene twee absente Malangse broeders swervende zijn, schoon die zig daer of daer omtrent „noijt weder vertoont hebben maer in het Prono rogose bij het papendom van het Eene rest in het andere schuilen daer de keijser op mijn geduurige aansoekende alles ter have magtig werding aanwend en om die reeden den radeen de pattij van dat aen sienlijk district te Souracarta in arrest is, so dat ik geen ongefundeerde hoope voede dit schielijk van gewenschte gevolgen zijn sal de regenten over Malang en Antang provisioneel gestelt be„ „antwoorden maer gedeeltelijk aan de verwagting komende N Van Iavas oostkust den 23. ' Decemb:r 1769 — komende klagten over soetonogoro in daer in tegen„ deel Rongo Lawe zeer blijft voldoen ik doe egter ter bevestiging van de Een af de missie van de andere uw hoog Edelh:s bij dese nog geen voordragt om dat den majoor Calmond laest door onpasselijk„ „hijt van de rijs na Malang en Antang voort te setten gediverteert op sig genoomen heeft dit nog dit Iaer na sijn te rug komst te soura„ baija werwaerds hij voorleede week vertrek ken is te willen excuseeren, en ik dan alvoorens sijn rapporten sal afwagten van hier weder oner noordwaerds en na strand keerende is het met Panaroekan so gelegen dat gelijk de besetting daer onder een sjer„ geant 14 man pr plan sterk is en de Jn„ landse saaken aan den Sumanapse regent op „ draagen blijven de laestgen: sig daer redelijk wel komt te guijten en de sterkte voor sComp: passessie aldaer ook de water lijding ovoor de rijstvelden na dat hij tot het Een en ander Ala, kkagtig is aangespoort, in

NL-HaNA_1.04.02_3277_1065 view scan ↗

English

From Java's northeast coast, the 23rd of December, Anno 1769. has brought into order; I expect him here daily to urge this matter somewhat more strongly and to obtain speedy results from it. Besoekie produces nothing special beyond the report that good supervision is maintained there, and mention having already been made of Banger with respect to its regent and the situated communication with the Lamadjang region, there is also nothing specific to remark about Passauroeang, as the garrison there can now manage very well with half, indeed less than what was otherwise required, so that 61 men are currently stationed there as a garrison according to the plan. Having now attained its highest degree of strength for the new possessions, it can mostly serve as a main command and relief force for all of them, furnishing the necessary men from its garrison for Lamadjang, Penaroekan, Antang, and Malang, and can spare them for that purpose, whereas Sourabaija, instead of the force it necessarily had to keep in reserve on Balemboanga to cover its borders and count upon, now had to supply the required soldiers. And by From Java's northeast coast, the 23rd of December 1769. this, I believe, subject to correction, to demonstrate that the militia in those places should not be regarded or calculated as an expense for the same. At Bangil, its regent, the Ingebey Soerowidjojo, has passed away, and I humbly propose that he may be succeeded by the first mantri of the Panembahan, who is also related to that prince, and be honored with a commission under the title and name of Ingebey Poespanagara. He conducted himself very well at Balemboanga, is a diligent and faithful man well advanced in years in the Company's service on all occasions, and the Prince could not well have departed from there with good grace without at least one receiving some reward of trust for faithful services in time of need, especially as the closest surviving kin have also recently risked their lives at Balemboanga with the deceased and not a few perished there due to mortality. Moreover, this vacancy lies so close under the smoke of Sourabaija that any other objections whatsoever against such promotions from outside From Java's northeast coast, the 23rd of December 1769. the native inhabitants should not prevent me from submitting this proposal to Your High Excellencies in the most favorable manner, all the more because the deceased has left behind no children or near relatives to succeed him, and I have successively deferred His Highness regarding the present nominee during earlier applications until further occasions when regencies might become vacant where I could not urge that recommendation with so much weight, yet requests have been made again. Adding here in conclusion regarding this regency merely that under the deceased's very good management it is also very flourishing everywhere there, and that I expect no less from the proposed person's zeal and goodwill. At Sourabaija, the crop, taken all in all, has also succeeded very favorably, although many districts have also suffered a great infestation of mice. The old regent Tjondro Negoro, although still rather vigorous in bodily strength considering his advanced years, is in the affairs From Java's Northeast coast, the 20th of December 1769. of administration not only continually slack and lethargic, but from day to day becomes practically childish in such respects. He has urgently requested his retirement from me, with the earnest request that his eldest son might succeed him. I deem it necessary to support this with the utmost zeal for the best of the country's affairs, and therefore humbly solicit a commission for him with the title and name of First Regent, Tommongong Pandji Djaij eengrana, since everything now appears in such a way that one may not only hope for a favorable change in that quarter due to the peace presently subsisting there on all sides, but also if an oath of vigilant administration and care by the regents is added, which will not be hindered and infected by too great an ill will, such as has often taken place during the guardianship of the second regent under his guardian Soemadirano and the faction of the first regent against it, although this has always been shown to be only over trifles; and From Java's northeast coast, the 23rd of December 1769. for the rest, it is guarded by an upright supervision and can now also be cleared out of the way, because the young regent, having now reached the customary years of administration and marriageability, is very inclined to both and promises something good. I have therefore, pending Your High Excellencies' approval, placed him in it, and his guardian Soemadirano is to render him proper accounting and transfer, in which he has in the latter matter already succeeded most advantageously in my opinion, by taking as his wife the daughter of our worthy chief regent of Semarang, who will not fail to provide him with good counselors and guides as well, while he can take the second guardian Carta Widjaija as a first Patih, just as the latter has always, although not an administering guardian, conducted himself very laudably, whereas the man now to become first regent will also at once provide himself with a Patih from among one of the best chiefs who has been out of the service for 18 years, being a man of proven loyalty and knowledge, and by

Dutch transcription

89 31. /31. Van Javas oostkus den 23:' Decemb:r Ao 1769 Nos in ordre gebragt heeft, ik verwagte hem dagelijks hier om daet nog wat sterker aan te binden en er ous spoedige effecten van te bekoomen, Besoekie niets bijsonderst buijten de bedeeling dat het daer om Een goede toesigt gehouden werd uijtleverende, en van Banger reeds ten opsigte van dies regent ende „gelege Communicatie met het Lamadjang se mentie gemaekt sijnde vaet er ook van Passauroeang niets specificqst aen te merken kunnende het de besetting daer nu met de helft, Ja minder die het anders vereijschte seer wel af so als er thans 61 koppen pr plan guarniesoen houden en het nu sijn kragt voor de nieuwe possessies in de hoogste graad verkreegen hebbende deselve meest alle tot een hoofd Commando en ontset strekken kan en uijt zijn guarnisoen Lamadjang Penaroe„ kan Antang en Malang de nodige maen„ schap fourneert en daer toe missen kan daer sourabaija Balemboanga in oplaets van de magt die sij noodsaekelijk in opetto tot dekking harer grensen houden en daer op reekenen moest nu de verEijschte militairen moest bij setten; en door Van Iavas oostkust den 23 Decemb:r 1769 door dit Een en ander meen ik onder carrectie te be„ wijsen, de militie op die plaetsen niet tot Laastposten „derselver behoort gebragt of bereekent te werden Te Bangil is dies regent der Jngebeij soe„ rowidjojo overleeden en en Hteer ik humbel dat den„ selve door den Eerste mantrie van den Panemba„ han ook aen dien vorst vermagtschap mag gesuccedeert en met Een acte onder den titul en naam van Jngebeij Poespanagara gehono„ reert werden hij heeft sig te Balembeanga seer wel gedraegen is Een al tot Iaeren gekoomen vlijtig en getrouwman in Comp: dienst bij alle occa„ sien geweest en was de Prins daar niet wel met „goede gratie van te oeverteeren daer ook wel een enkele voor de getrouwe diensten in nood, Eenig re„ Campens van betrouwing hebben mogt en sprince„ alle & naest bestaende Iongst ook op Balemboanga met de gen: hun leven gewagt hebbe en niet wei„ „nig door de sterfte daar omgekomen sijn ook dese vacature so digt onder een rook van sou„ rabaija gelegen legt dat alle anders gantsch niet enijge Capties op diergelijke bevorderinge buiten 91. Van Iava's oost kust den 23 Decemb: 769 de landslieden selfs bij mij niet mogen effecteren dat ik uw hoog Edelh:s dese voorslag niet op de favora„ belste wijse doen zoude te meer wijl de overleedene geen kinderen af na bestaende tot successie is nataten„ de en ik zijn Hoogheid omtrent de thans voorgedraegen bij vroegere sollicitaties tot nadere gelegentheeden successive hebben gediffereert en lig regentschap„ pen zoude openkomen daer ik met so veel volhgt die recommandatie niet soude kunnen aanbinden en egter alweder gesolliciteert zijn tot slot van dit regentschap hier dan maer bij voegende: dat het ander Een zeer goed beheer van den overleedene ook zeer flarierende daar alomme is en dat ik dat niet minder van des geproponeerde ijver en welmeenentheijt te wagten heb Te Sourabaija is het gewas door den andere gereekent ook zeer gewenscht geslaagt schoon veele districten ook groote aanvael van de muijsen gehad hebben den oude regent Tjon„ dro nogaro schoon nog al vigourens na sijne hooge Iaeren van Lichams kragten is in de zaaken Van Iavas Oost kust den 20 Decemb:r 1769 zaeken van directie niet alleen aanhoudende slaff en slaperig maar word van dag tot dag ten dier gelijke eguarde als kinds en heeft mij met alle empressement zijn ruste versogt met instantie dat sijn oudste zoon hem mogte succedeeren het welk ik niet te meer ijver ten beste van slands saeken agte te moeten appuijveeren en des voor hem Een acte met ti„ tul en naam als Eerste regent Tommongong Pandji Djaij eengrana nedrig solliciteeren ter„ „wijl sig nu alles andervoegen op doet dat men een favorabele overandering in dien oirt door „de daar thans subsisterende rust van al„ „omme niet alleen te hoopen heeft maar ook als er Eede ovigelante directie en behartiging der regenten sig bijvoegt dewelke voor geen alte groote wangunst overhindert en geinfecteert werdt dat al oikwils oak bij de voogdigschap van den tweede regent onder sijn voogt soema dirono en de factie van de Eerste regent daer tegen heeft plaats gehad schoon nog maer om klijnigheeden telkens gebleeken en 93 /35. Van Iavasoostkust den 23:' Decemb„r 1769 en voor verdere door Een oprijselijke toesigt bewaardt en sulks nu ook uijt den weg kan geruijmt werden door dien den Jongen regent nu tot de gewoone Jaaren van administratie en Jeuwbaerhijt gekomen zijnde tot bijde zeer inclineert en wat goeds belooft des ik hem op uw hoog Edelh:s approbatie als nu ook daar in gestelt hebbe in sijn voogt Loemadirano hem behoorlijke reekening en transport te doen staet daer seij in het laaste ook reeds alle 't voordeligst e na mijn gedagten geslaagt is door zig tot een vrouw te nemen de dogter van onsen braaven Samarangse hoofd regent, die niet sal manqueeren hem ook„ goede raatlieden en lijders te besorgen terwijl hij tot een Eerste Pepattij de tweede voogt Carta wid„ Jaija nemen kom gelijk die sig altboos schoon geen administreerend voogt geweest seer laffelijk ge„ dragen heeft daer den nu te wordene eerste regent zig ook van Een der beste sedert 18 Jaaren uijt den dienst geweest zijnde hoofden tot een pepattij ten Eerste voorsien sal sijnde Een man van beproefde trouw en kennis en het door

NL-HaNA_1.04.02_3277_1070 view scan ↗

English

From Java's North-East Coast, 23 December 1759 Owing to the lack of these qualities in similar primary servants under the administration of the old first regent and the guardianship of the second, it was notably caused that so many people deserted and the lands remained unplowed. However, one still always had to exercise compliance in these turbulent times and rather wait, as it now happens, until the old man himself came to request his rest in a proper manner. This he has done only on the condition of retaining 500 tjaatjaas for himself, and it was accepted by the son as a private arrangement, whereby the father shall see to it that out of that number he delivers to the son what the latter must again contribute from it toward the contingent. The Surabaya head of the Chinese, Aan Baeijko, also a leaseholder there for some years now, having indisputably experienced a period in these last 3 years of his lease in which, with the disturbances in the eastern corner and the bad harvests there, he could not but suffer much damage, the late commander already addressed me in the past year with a report in support of Aan Boeijko's petition for some remission, From Java's North-East Coast, 23 December 1769 addressed, just as at that time I also took the liberty to prepare your High Excellencies respectfully thereto by my separate letter of 8 October, but repeatedly delayed it with hope to still draw fruits of zeal for the Company's interests from it, and especially in the important, so well-succeeded matter of the duits, in which the said Aan Boeijko, as well as in many other respects, has answered the purpose. But now, seeking ease and profit alone, and also withdrawing himself from everything that requires any labor, he has not taken over this forthcoming sub-lease from the regents, but this has been done by the Semarang Captain of the Chinese. Although it is now certain that the lease in lease-holding has been transferred to the regents and they remain liable for it, it is nevertheless also certain that if this were demanded of them, they would have to trouble your High Excellencies in the same manner as From Java's North-East Coast, 23 December 1769 as they did for their remission in the delivery of last year and were also favored with 500 lasts or the half of their contingent in remission. It is therefore on the foundation of the one and the other, and including the request of the said Aan Boeijko and the report made to me in this matter by the late commander under numbers 4 and 5, that I humbly insist to your High Excellencies to favor the said leaseholder, in his quality, with a remission of two terms, or 6850 rixdollars. And now, under that which concerns this place, attempting to serve your High Excellencies with further report regarding the present state of circulation and agreeable exchange rate of the introduced duits, it is so that already of the 7 tons of guilders in duits, Indian money, for introduction, f 317,683:3:15, and of that again in silver money has been accounted for f 161,121, or, with the calculation of the aforementioned 25 per cent, there must still come in silver money f 116,109. And with respect to the kippings, it appears clearly evident that the Palembang ones From Java's North-East Coast, 23 December 1769 are truly melted down by the good gemante and used for copper work, while the good sorts, except for the large good Chinese ones, are no longer seen, and even those only few, notwithstanding that in their expenditure or payment they are not in the least limited according to your High Excellencies' desire, while everyone pursues his profit to dispose of them to the traders on Bali, who are still willing to give about 460 to 500 for them and thus without any noteworthy loss for the inhabitants of the eastern corner, for which they receive large money or can even carry on their trade on that aforementioned island with sweet advances. Considering now that the navigation to Bali is currently opening up and thereby the proper outlet for the export of the kippings is to come, the most salutary objective shall obtain a double success when large money in the eastern corner increases, the kippings are carried away from there, and the duits are brought and kept in circulation and currency to the notable advantage of the Company, just as the same are so desired that when exchanging large From Java's North-East Coast, 23 December 1769 large money for a Spanish dollar for duits, one needs to lose only 5 pieces, which takes place all over the world when copper money is exchanged for silver and must be considered very mediocre. As for what now concerns the present stock of duits in the eastern corner for their primary needs and calculated for the future against that which was last specified about it and requested by your High Excellencies from the Fatherland, in so far as one now has to confront this further with experience and present prospects, it is my opinion, under correction, that one will at present be abundantly provided with that specie until that time with the 7 tons in duits now present in the eastern corner, item the 2 tons in half-duits, Indian money, which one may presumably expect from the Fatherland in the latter part of next year or beginning of the year 1771, considering that your High Excellencies, according to the contents of their letter, have demanded one more ton of Indian money from Ceylon and the Coast for this government, and

Dutch transcription

Van Iavas Oost kust den 23 Decemb:r 1759 door onstentenissie van die qualiteiten in zoortgelijke eerste dienaren onder het bestur van den oude eerste re„ gent en de voogdijschap van de tweede al merkelijk gecauseert is dat so veel volk verliep en de landen onbeploegt bleven dog heeft men nog al altijt insthikkelijkheijt in de onrustige tijden moeten gebruijken en liever afwagten so als het sig nu toedragt dan den oude man selfs met goede voeg zijn rust quam te versoeken dat leij maer met een Conditie van 500 tjaatjaas voor hem te behouden gedaen heeft en als een particailie„ ve schikking door de zoon is aangenoomen daer de vader besorgen sal hij uit dat getal de zoon opbrengt dat den laatste weeder daer van aan Contingent draegen moet Het Sourabaijsse hoofd der Chineesen Aan Baeijko ook nu Eenige Iaeren pagter aldaer in dese Laeste 3 Jaeren van sijn pagt onwederspreekelijk een tijt getraffen hebbende dat met de onlusten in den oosthoek en de slegte gewassen aldaer niet anders als veel schade heeft moeten lijden soo heeft den overliedene gezaghebber sig al in het ge„ passeerde Iaar bij mij met Een berigt tot appui van Aan Boeijkoos meekt schrift tot denig remis geaddresseert 37. —. 95 Van Iavas oost kust den 23. Decemb:r 1769 geaddresseert, gelijk in die tijd ook al uw hoog Edelh:s daer toe de vrij bijt nam bij mijn aparte schrij„ vens van den 8 october Eerbiedig voor te berij„ „den dog het telkens met hoopgeving dilayeerde om daer nog vrugten van ijver voor sComp: be„ langens uijttetrekken en wel principaal in het importanten so wel geslaagt Articul der duijten daar dan ook gedagte Aan Boeijko so wel als in veele andere op sigte aan beand„ „woord heeft dog nu gemaak en voordeel alleen soekende sig ook buijten al het geen dat iets om het lijf van arbijd heeft ontrek„ kende dese aanstaande opagt van de Re„ genten niet heeft overgenomen maar sulks door den Samarangse Capit: Chinees geschiet is schoon het nu seeker Staat de pagt in admodiatie de regenten overge„ „geven is en sij daer voor aanspreekelijk blij„ „ven is het egter ook Constant dat hun dit gevergt werdende sij uw hoog Edelh:s op deselve wijse soude moeten lastig vallen als Van Javas oost kust den 23: Decemb=r 1769 als zij om hun remis in de leverantie van voorleede Iaar sulks deede en ook met 500 lasten ofte de helft van hare Contingent quijtschelding begunstigt zijn het is dan op fundament van het Een en ander en met in Cludeering van het versoek van gen: Aan Boeijko en des overleedene gesagheb„ ber mij ten dese gedaane berigt onder N 4 en 5. dat ik uw hoog Edelh:s humbel in steere dien pagter qq met Een remis van twee termijnen afte rd„s 6850 te favoriseeren en als nu ook onder het geen deese plaats Concerneert uw hoogEdelh: wegens de presente staat van den sleet en aan„ genaam Courshouding der geintraduceerde duij„ ten van nader berigt tragtende te dien en Is. het dat er reeds van de 7 tonnen guldens aan vuijten indiaas gelt ter introduceering ƒ317683: 3. 15. en daar weder al van in silver geld ver„ andwoord ƒ161121 ofte met de bereekening van evengem: 25 p:r C: nog van moet in silver gelt inkomen ƒ 116109 en ten op sigte van de kippings komt 't klaar blijkelijk voor dat de Palembangse N 97 39 Van Iavas oost kust den 23. December 1769 bij de goede gemante waarlijk gesmalten en tot koper werk gebruijkt werden daer de goede soorten buijten de groote goede Chineese niet meer gesien wer„ den en die selfs nog maer weinig niet Jegenstaende zij in den selver uitgaaf of paijs na uw hooghd be„ geerte in het minste niet bepaalt sijn terwijl ijder zijn voordeel openetreert om de selve aan de kandelaars op Balij die er nog owel van 460. tot 500 en des sonder af geen naamwaerdig verlies voor de ingesetene van den oosthoek voor geven wil„ len van de hand te setten waar voor sij groot gelt ontfangen af selfs hun negotie met soete avan„ ces op dat evengen: ijland drijven kunnen geconfide„ „veert nu dat de vaart op Balij thans openraakt en des doende het regte schot voor den uijtvoer der kippings staat te komen so sal het kijl„ saamste oogmerkt dubbelt sijn beslag erlangen wanneer groot gelt in den oost„ hoek vermeerdeert de kippings er van daan gevoert en de buijten tot merkelijk voor„ deel van de Comp: er in tram en Caurs gebragt zijn en gehouden worden gelijk deselve also gewilt zijn dat men bij het inwisselen van groot Van Iavas oost kust den 23: Decemb:r 1769 groot gelt op Een spanat voor duijten maer 5 pees behoeft te verliesen, dat in de heele weereld als koper „gelt voor silver gewisselt werdt, plaets heef= en seer mediacer moet geagt werden wat nu de opresente voorraad der ouiten in den oost„ hoek voor derselver Eerste benoodigheidt en gereekent voor het future bij het geen laast daar over op gegeven en door uw hoog Edelhs uijt Patria gerequireert is aangaat voor so ver men dit nu nader tegen de ondervinding en Jegens„ woordige uijtsigten te Confronteeren heeft is mijn gevaelen onder Carrectie dat men tans aan de 7 tonnen nu duijten in den oosthoek aanweesend item de 2 tonnen aan halve duijten Indiaas gelt die men in het laast van 't aanstaende Iaer of begin van A:o 1771 denkelijk uijt Patria te wagten heeft tot die tijt overvloedig van die specie sal voorsien weesen gereekent dat uw hoog Edelh:s na hee opt derselver schrijvens nog Een ton Indiaas gelt van Ceijlon en de Cust voor dit gouvernement geijscht en

NL-HaNA_1.04.02_3277_1075 view scan ↗

English

99 41. From Java's East Coast the 28 Decemb: 1769 and to await, when I maintain that in the year 1772 another 2 tons of whole duiten Indian money here in this country and on this Coast, one could best in the intermediate time and especially the coming year first keep for observation what course the duiten take and how the whole are preferred above the half before one were further to request duiten from the Fatherland for the eastern corner, since indeed for Java besides this one ton of Indian money of that coinage is requested yearly, and the duiten are now current across all of Java, so that it increases both the supply on the remaining part of this Coast outside the eastern corner and that they are also carried thither and are current, whereas the first did not take place with the kippings, and time must also prove whether or not there is the greatest ground to maintain that of the 1200000 Spanish dollars calculated to have been in the eastern corner in the form of kippings, at most only ¼ belonged to those in circulation and being needed, and the remainder ought to be considered as a non-circulating From Java's East Coast the 23. Decemb:r 1769 asset, and this assumption being made, everything necessary is now applied by the holders of such assets to exchange them for a currency that is also current, whether in silver or copper money, or duiten, and apparently the largest part for the first-named specie, which will also be imported by the traders who need the kippings for Bali and other places, as I have already cited above; yet I think it may well be taken at a generous half instead of a quarter, and thus at 20 tons of Indian money in duiten according to the first estimate, for the reason that many of the people in the uplands where the kippings circulated and still are, will prefer to exchange the same for duiten rather than silver money, at least for the most part, in so far as those common folk were frequently on their guard against false silver money, by which they have at times been harmed in earlier days, and also because their treasure then 43- 101 From Java's East Coast the 23 Decemb:r 1769 appears larger to them, and is not unjustly considered by them not so importantly exposed to falsification, since they suffer no small loss if from their entire treasure, once 4 Spanish dollars in size, one is found to be false; besides that with small trade they also frequently bring together small sums and can take from or add to it, which I nevertheless deem will not so strongly take place among the coastal Javanese and the merchants, and who above all will give whole duiten the preference over silver money, yet also in comparison with the Javanese in the Mancanegara lands and within the Company's lands, they are only to be taken at half; at least I think one will first have to consult experience on this, and that I dare inform Your Right Excellencies with certainty that there will be no shortage of duiten until the year 1773, with what is already here in the eastern corner and what is to be expected from Ceylon and the Coast, up to one ton, with another 2 tons of half and 2 tons of whole duiten Indian money, the latter in place of the additional one and a half tons of pennies of Fatherland money that Your Right Excellencies, above the one ton of that specie already requested in January, have demanded in this year, and in the meantime experience how many, whether whole From Java's East Coast the 23 Decemb:r 1769 whole or half duiten, will be required for the future, which I think a year will already convincingly provide; and I would rather respectfully propose this interim than that the Gentlemen Majors, by contracting in advance or otherwise, should take measures in such a way that one would later have to seek their variation not without frustration, since in the essence of the matter everything remains the same and the largest objective is achieved, and apparently it will also most correspond to the time that appears to be required in Europe for the minting of the duiten, which is of long duration; and all the more so regarding the half duiten, it appears to me most probable that the common folk, who are understood and presumed above under the Mancanegara and inland, will incline to convert their kipping treasure into duiten, will prefer the whole over the half, and in this case the 2 tons of half duiten Indian money that are to be expected from the Fatherland in a good year will be found enough to have a smaller coin at the markets, whereby the common man can just as well get that which he now received for a kipping, besides which I do not see them as so necessary, and then ƒ200000 Indian money of that coin is already an entire multitude; 103 45. From Java's East Coast the 23:d Decemb:r 1739 and should these thoughts of mine then be confirmed by experience, Your Right Excellencies can subsequently, if you please, demand the same quantity of 4½ tons for the 4 years following after the year 1773 in whole duiten; while I am not disinclined to believe that in time, upon the supply also on the Coast, the trade in kippings in China and Japan coming to close, and Java no longer furnishing them, Bali and other places might possibly also fall upon the duiten; yet upon which most important, advantageous article, as being too far in the future and uncertain, I shall not expatiate, although from this I have learned how in the eastern corner the duiten are presently desired as if no other coin had ever been current; and I shall then, to conclude this post, only add here that 213 military personnel are garrisoned, and in the eastern corner, according to the memorandum of expenditure, 61 men are missing, also due to the deceased here in the past three months

Dutch transcription

99 41. Van Iava's oost kust den 28 Decemb: 1769 en te wegten, hebbe wanneer ik daar bij sustineere dat Ao 1772 nog 2 tonnen heele duijten Indiaas geld hier te lande en op dese Cust konnende men best die tusschen tijt en wel voornamentlijk heet aanstaende Iaer Eerst eens ter observatie hieldt wat Cours de duij„ ten nemen en hoe de heele boven de halve gepre„ fereert werden der men verder uit Patria duiten voor den oosthoek quam te vraegen daar dog voor Iava buiten dien Een ton indiaas geld van die munt sjaarlijks gevragt is en de duiten nu op heel Iava gangbaar sulks zo wel den aanvaer op het overige gedeelte van dese Cust buijten den oosthoek vermeerdert als die ook derwaards gevoert werden en gangbaar sijn daer het eerste omtrent de kippings geen plaats had en zal de tijt ook moeten bepoepen of min niet de meeste grond heeft te moeten sustineeren dat van de 1200000 sp matten die in den oosthoek gereekent sijns aan kippings in zoort te hebben geweest op zijn hoogst maar ¼ tot de in de wandeling wesende en benodigt zijnde ge„ hoorde en de vest als een niet rouleerend effect Van Javas oostkust den 23. decemb:r 1769 effect geagt diende te werden mineres en die ver„ onderstelling word dan als nu door de besitters van sulke effecten het heer nodige aangewendt om die te verwisselen teegen een ook gaangbaare munt het bij silver of kart gelt afte duijten. en apparent het grootste gedeelte teegen de Eerst gen: specie die ook sal aengevoert werden door de handelaars die de kippings nodig hebben voor Balij en andere plaatsen gelijk dat al boven geallegueert hebbe egter denk ik het wel op de helft ruijm in plaets van een quaert en des op 20 ton Indiaas gelt aen duijten na de eerste opgave te mogen neemen om reeden veele der volkeren in de bovenlanden daar de kippings gerouleert hebben en nog zijn deselve leever immers voor het grootste gedeelte voor duijten sullen ruijlen als silver gelt voor zo verre die gemeente dikwels tegen het valsche zilver geld daer sij nu vroe„ „gere tijden wil eens meede benadeelt sijn op Liet als dat haar schat hun ook dan aan 43- 101 Van Iavas oost kust den 23 Decemb:r 1769 aansienlijker voorkomt en bij hun niet te onregt so important niet aan valsheijt blootgestelt gereekent werdt daer sij geen geringe verlies lijden als sij van „hun gantsche schat eens 4: sp„s matte groot een valsch bevonden buiten dat sij met klijne negotie ook dikwils bij kleine sommetjes die bij den andere brengen en daer af en toe kunnen neemen het welk ik egter agte bij de strand Javaanen ende negotianten so sterk geen plaats sal hebben en die boven al de heele duij„ ten bij het silver gelt de voorkeur geven sullen dog ook weder in vergelijcking van de Iavaan in de Mantjanagarase landen en de binne des Jaers van Comp: land maer op de helft te neemen zijn, ten minste denk ik men hier over eerst de ondervinding sal moeten Consulieren en dat ik met sekerhijt uw hoog Edelh:s derven te berigten men geen geboek aan duijten tot Ao1773 bij het geen men reeds hier in den ooh oosthoek heeft en van Ceilon en de Cust tot een tot te wagten is met nog 2 ton halve en 2 ton veeele duijten Indiaas geld het laeste in steede van de nog anderhalve ton peningen va„ derlands gelt die uw hoog Edelh:s in dit Iaer boven de in Ianuarij reeds gevraagde Een ton van die specie geijscht hebben sal bevinden en intusschen experimenteeren, hoe veel er het sij heele Van Iavas oost kust den 23 Decemb:r 1769 heele of halve buijten voor het vervolg benodigt wesen zullen dat ik denk een Iaar al overtuijgent genoeg leeven sal en ik liever dese interim eerbied voor draegen als dat de heeren majores met aanbesteedinge m avance of andersints de maatregulen in voege soude ne„ men dat men naderhand niet sonder faustrering derselver variaties soude moeten soeken daer het dog in het weesen van de saak alles het selve blijft en het grootste oogmerk berijkt en apparent ook meest sal overeenkoomenen met de tijd die er tot het slaen van de ouiten in Europa al van lange uijtgestaektheijt schijnt benoodigt te weesen en te meer de halve buijten ontmoeten komende mij het meest aanneemelijk voor dat de gemeente die men boven onder die den Mantjanagaraas en binnen des saas begreepen en gestelt heeft te sullen inclineeren om hair kippingschat nu duijten te converteeren de heeele boven de halve sullen voortrekken en in dit geval de 2 ton halve duijten Indiaas geld die in een groot Iaar uijt Patria te wagten sijn genoeg bevonden werden om een klijndere munt op de passers te hebben waer door de gemeene man ook so wel dat geen krijgen kan dat hij nu voor een kippings bequam buijten het welk ik die niet so seer nodigsie en dan ƒ200000 Jnds gelt aan die munt al een gantsche menigte 103 45. Van Iava'soost kust den 23:' Decemb:r 1739 menigte en werde dan dese mijne gedagten door de ondervinding bevestigt kunnen uw hoog Edelh:s in het vervolg deselve quantiteit van 4½ ton voor de 4. na 8o1773 te volgende Iaaren des behaagende in heele outen ijschen„ terwijl ik niet vacemnt ben te geloven dat in der tijt bij de aenvoer ook de Cust: van de negotie der Ckippings in Chines en Japan komende te sluijten en Iava niet meer fourneerende Balij en andere plaatsen moge„ lijk ook wel op de duijten vallen zoude dog over welk aller importants voordeelig articul als tever in heet future en onseker„ ik niet sal extendeeren schoon ik in dese geleert ben hoe in den hoofthoek de duijten thans gewelt sijn of er noijt een ander munt gegaan had en sal ik dan tot slot van dese plaets hier nog maer bijvoege dat er 213 militairen guarniesoen houden en in den hoosthoek na de memorie van menage 61. koppen manqueeren en door het overlijden alhier in de Iongst afgeloopene drie maen„ den

NL-HaNA_1.04.02_3277_1080 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 23 December 1769 of Lieutenant Althuijsen with Ensigns Candeletner and Wattig, no officers on this coast are superfluous any longer. On Madura, duiten are no less desired than elsewhere in the eastern corner, and the ruler there has attended to this with the greatest zeal. I think that after that, the half duiten that have been requested will be in the greatest demand, and it is also upon that prince's remonstrances that at the beginning of this year the requisition for them was taken somewhat more generously, yet now, with all this, as already said, I consider 2 tons of Indian money sufficient to see it through until the year 1772, since at present, despite their absence, little inconvenience is evident elsewhere. The new regent at Lamongan gives satisfaction and answers expectations regarding the fact that the people are flowing back there again; yet with Prisse and Sidayu, this year, in comparison with the other places, From Java's East Coast, 23 December 1769 places, the weather did not produce the most favorable crop, having also suffered very much from mice. While there is nothing special to report to Your Right Noblenesses from Tuban, Lasem, and Rembang, it happened that recently at Juwana an extraordinary attempt by a gang of more than 30 marauders occurred against the fortress there, so that five soldiers were killed in it and one corporal was very severely wounded. Since the Company's general letter, now departing, gives a full account thereof, I will only mention in that respect that I ordered the detachments, which had been dispatched there upon the first and later news of this event, to return as they were no longer needed, and that on the borders of the Grobogan and Warung Sultan's lands, which border so closely upon the Tingkir, Pati, and Demak districts, guards From Java's East Coast, 2 December 1769 guards of Company Javanese people have been posted, who observe everywhere in those regions that those rascals might not gain support there any more than in our districts. Meanwhile, according to the statement of the prisoners, I must surmise that if the party was no larger, by far the greatest half, both alive and dead, have fallen into our hands, of which 1/3 are among the slain. According to all possible investigations, they are gangs of vagabonds and highwaymen from the districts from Lasem down to Jepara, who on account of their crimes have successively abandoned their dwellings and applied themselves to robbery with firearms; while also the desired harmony between the Company and the rulers, and the latter among one another, gave me no reason to suspect anything else in this matter, although the case to be mentioned below regarding the regent of Warung gave me some suspicion and causes a vigilant eye to be kept continually on the doings in that region, as the regents of Pati and Jepara have also been ordered to do in theirs, and guards have been posted everywhere. The Demak district having shared pre-eminently in the blessed crop of this year, people there From Java's East Coast, 23 December 1769 people there and hereabouts have managed to acquire 675 lasts solely for the purchase of the 1000 lasts of rice required by Your Right Noblenesses, and the regents of the just-mentioned district have delivered another 50 koyan above their contingent at 20 rixdollars. Under this place, Semarang, as relating to the separate account, I shall only have to report that the Court of Justice, having found grounds in the long-standing suspicions of all kinds of wicked conduct, and especially that of seducing slaves by fencing their stolen goods and harboring runaways, against the well-known Balinese Captain Tolong, as well as upon the declarations received concerning this, to take his person into custody, the fiscal subsequently proceeded against him, resulting in the sentence passed by the said court for his banishment from this coast as a pernicious subject, just as the assistance of Your Right Noblenesses is requested in the general letter for its execution; and which sentence would have fallen considerably heavier had not the declarations made by the emissaries of the Semarang chief regent, whom I From Java's East Coast, 23 December 1769 whom I had sent to Warung, where the son of the just-mentioned Captain Tolong is regent on behalf of the Sultan, to take an inventory of the runaway slaves hiding there, been strongly and firmly contradicted and denied in Mataram by the very persons who had given them to the said emissaries in that district, and this having been accepted as truth by the ruler there. Also for that reason my request for his dismissal, with a guarantee for the good conduct of that regent in the future, was declined in the most gracious manner, though it nevertheless continues to appear very probable that that questionable son of Captain Tolong is a bad rogue there, and I believe he will run into the net himself despite all that protection, since most of the court grandees watch him closely and eagerly long for his dismissal, while in their hearts they cannot have much respect for a person of such vile origins, as Captain Tolong was a Balinese slave at Batavia, but made his fortune with his son among us during the troubles, and the latter subsequently with the Sultan again, where the Right Honorable Mr. Hartingh, of blessed memory, moreover also made suitable use of him with the Sultan as an emissary at the time of the late

Dutch transcription

Van Javasoostkust den 23 Decemb=r 1769 „den van den Luitenant Althuijsen met de vaan„ drigs Candeletner en wattig geen officier meer ter deser kuste overtollig zijn, op Madura zijn de vuijten niet minder als elders in den oosthoek gewilt en den vorst aldaer heeft sulx met de meeste ijver behartigt ik denk dat daer na de halve duijten die gevraegde sijn de meeste trek sal sijn en het is ook op des princen remonstaan„ „ces dat men in het begin deses Jaers het requi siet daer van wat ruijmer genomen heeft dog nu met dit al gelijk reeds gesegt, 2 ton indiaas gelt om het, tot A:o 1772 inte sien genoegsaem agt alzo er thans bij der selver onstentenisse elders wijnig ontrieff aan blijkt Den nieuwen regent te Lamongang geeft genoegen en beantwoord aan de verwagting ten op sigte dat het volk daer weder na toe vloeijt dog het heeft met Prisse en Sidaijoe dit Iaer in vergelijking van de andere plaatsen 47. 105 Van Iavas oost kust den 23 Decemb: 1769 plaatsen weder, het favorabelste gewas niet gehad als door de muijsen ook seer veel geleeden Terwijl er van Toeban Las Cumen Rembang niets bij sonderst: uw hoog Edel„ hoedens te melden vrelt is het dat te Joana Jongst een allerstonds bestaen van Een Complot van meer dan 30 Stroopers op de vesting aldaar geexsteert is so dat er vijf soldaaten bij om het leven geraekt zijn en Een Corporaal seer swaer gequest is Comp: gemeene thans af„ gaande daar van Een ampel relaas doende sal ik alleen ten dien respecte nog maar melden dat ik de daag anders die op het eerste en lat van dit geval derwaards soud als niet meer benodigt heb doen te rug komen en op de grensen van het Groboganse en warongse sulthans Landen die so digt aan het Tinkalse„ „voese Pattijs en damakse stooten wagten Van Javas oostkust den 2 decemb:r 1769 wagten van Comp Iavaase volkeren gestelt sijn die alomme in die Contrarier observeeren dat dat geboefte daar zo min als in onse districten, aan hang maken mogt terwijl ik gissen moet dat na opgave der gevangene als de parthij niet grooter geweest is als so al verde grootste helft so Leevendig als doot in onse handen gevallen sijn waar van 1/3 onder de gesneuvelde is na alle mogelijke recherches zijn het Complotten van vagebonden en struijkroovers uijt de districten van Lassum af tot Japara toe die weegens haar misdrijven al successive kar wooninge verlaten en op diverije met geweet sig geappliceert hebben terwijl ook de gewenschte haamonie met den Comp: en de vorsten en de laeste onder den anderen mij geen reeden iets anders in dese te suspecteeren gaff schoon mij het natemeldene geval voor den regent van warong al wat agterdogt gebaort heeft en geduurig op de gedoentens in dien streek Een maaksam oog doet houden daer de regenten van Pattij en Iapara sulks in het hunne ook aanbevoolen is en alamme wagten uijtgeset zijn het Damakse bij uijtmuntenheijt in het gezegent ge„ was van dit Iaer gedeelt hebbende is men daer 49:107 Van Iavas oost kust den 23 Decemb:r 1769 men daar en hier om seen ook alleen voor de inkoop van de door uw hoog Edelh:s gevorderde 1000. lasten rijst 675 lasten magtig geworden en hebben de regenten van het even gen: district nog 50 Coij boven hare Contin„ „gent tegens 20 ads gelevert onder dese plaets Samarang sal ik als tot het apparte betrekke„ kelijk Eenelijk te melden hebbe dat den raed van Ius„ titie op de langduurige suspicies van allerhande slegt bestaen en voornamentlijk dat van seductie der slaven bij heeling harer diel en drosserijen tegen den bekenden balij se Capitain Tolang ook op de daar van unkoomen verklaaringen fundament gevonden hebbende hebbende zijn persoon in hegtenis te neemen vervolgens tegens han door den fiscaal geprocedeert is dat het vonnis door genoemde raed tot versending van dese Cust als een pernitieus subject geslagen is gelijk tot dies executie bij gemeene uw hoog Edelh adjude gesalliciteert werdt en welke sententie vrij wat swaarder zoude gevallen sijn waren met de verklarin„ gen door de sedelingen van den samarangse hoofdvegent die ik Van Iavas oostkust den 23 Decemb:r 1769 ik na het warongse alwaar den zoon van die even gem: Capit: Tolong sulthans wege regent is ter op neem van de daer sig schuijlhoudende gedrafte slaven gesonden had fort aen ferm door deselve perzoonen welke die in dat district aan de gedagte sendelingen gegeven hadden in de Mattarm gecontradiceert en genegeert en sulks voor waarhijt bij den vorst aldaer aangenoomen ook om die reeden mijn instantie ter de matie met quadandeering voor het goed gedrag van die regent in het vervolg in de grati„ eurste voeger afgeslagen daar het egter al seer aannee„ melijk voor blijft komen dat die questeuse zoon van Capit: Tolong daar een slegte snaak is en ik geloof sig selfs met al die protectie wel in het net sal loopen also de meeste der hoff grooten hem seer nagaan en na desselfs afsetting seer verlang en terwijl sij in hun hart niet veel agting hebben kunnen voor een persoon van sulk een viele afkomst gelijk Capi„ tain Tolong een Balijse slaaf te Batavia geweest is dog in de troubees sijn fortuijen bij ons met sijn zoon en die naderhand weder bij den sulthan gemaakt heeft daar de wel Ed gestr heer Harting (LM:) boven dien ook nog gepast emploij van hem bij den sulthan als een sendeling ten tijde van de Laaste

← previousnext →