Inventory 3290
Coromandel · 1,050 pages · 271 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
to recommend what is necessary, so that such should no longer occur, as well as to recommend what is necessary both here and at the subordinate factories for the improvement of the defects found in the piece goods sent from this coast. Likewise, it is further resolved to prohibit the chiefs of Palliacatta from accepting and dispatching unsolicited piece goods manufactured according to foreign samples, as was done by them with about 43 packs of undesired Cambays, and to write to Iaggernaijkpoeram to decline the offered collection of the chintz stamped cloths being manufactured there, on account of their being undesired at Batavia. And it was also resolved to notify the Porto Novo merchants of Their High Excellencies' decision to accept no more rejects, in the manner stated in the letter dispatched from here to Batavia dated 18 December 1768, although during the past financial year, in accordance with what was communicated by respectful letter of 20 December last, in order to reduce the debts of the merchants as much as possible, one was again obliged to accept their rejects to be sent with the Bengal ship for their account, because prior to the receipt of the said prohibition they had already been credited in the books and their accounts had been closed; under the assurance, however, to be given to Their High Excellencies that this will not happen henceforth, and that in the meantime care would be taken that the loss or the lesser value of the rejects sent the previous year, together with the advances stipulated thereon, were made good to the Honorable Company. Their said High Excellencies, having ordered by extract from their resolution dated 1 August 1769 that the secretaries, first clerk, and sworn clerks, as well as all others who by virtue of their office are authorized to pass notarial acts or instruments, in addition to the oath of secrecy taken by them, shall also be made to take the oath for notaries framed in the statutes of Batavia and inserted in the aforementioned extract resolution; and by which order they are to keep each a separate protocol, and to number the instruments they draw up in chronological order and register them according to their numbers; and to have that protocol examined on the first Monday of each month by commissioned members of the judicial colleges at places where there are judicial bodies, or otherwise by the first and second persons there, to see whether the instruments are properly numbered at the top, and signed at the foot by the appearing party or parties, witnesses, and the certifying clerk, and provided with the required seals according to the ordinance; without the aforementioned commissioners or those who perform the examination being permitted to take any further cognizance of the contents of the acts, much less make any use or misuse of what might come to their notice on this occasion; it is resolved and understood, since upon comparison of the oath taken by the secretary and first clerk of this council with the aforesaid formula in the said extract, no other difference was found than that it does not state therein that they must keep secret the contents of the acts passed before them, to amplify the said oath therewith and thus let the oath taken by them suffice; and to notify them, as well as the honorable Court of Justice of this Castle and the chiefs of the subordinate factories, of this resolution by extract hereof, with orders to strictly regulate themselves thereby henceforth, or upon receipt of this order. Finally, the sloop Anthonia Dorothea was designated to transport a cargo of paddy to Palliacatta. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as aforesaid. Signed: as before. Monday the 12th of March, in the year 1770, in the afternoon at half past four o'clock. Political Meeting Held, all present. Upon the arrival of the ship De Snoek in this roadstead, a small case of papers having been delivered by the skipper from the Bengal ministers, the same was opened today, and therein was found a duplicate circular letter from the said ministers dated 14 December last, the original of which was also delivered here recently, and furthermore their original letter of the 22nd following, serving as an escort for the aforesaid vessel. And since that ministry requests in the first-mentioned letter that the necessary searches be made both here and at the subordinate factories and among the foreign nations on this Coast for the sarang and two Moorish sailors of the small vessel Helena, who have escaped, it is resolved to have the necessary investigation made concerning the escaped delinquents of the small vessel Helena.
Dutch transcription
307 . het nodige aante beveelen. het accepteeren van ong'eijscht gebodene sjapchitsen. te doene aankundiging de port„ coopl: vande ordre om geen uijtschotten „neer te accepteeren. weeder verpligt geweest is. —. dat zulx niet meer quam te exteeren, mitsgaders zoo iem om tot vbetering der Lijwaten hier, als op de onderhoorige Comptoiren het nodige aante be„ veelen tot verbeetering der bevondene gebreeken in de van deese custe versondene Lijwaaten. —. Gelijk wijders verstaan is de Palliacatse opperhoofden te senden verbod na pall: tot nader te interdiceeren, het accepteeren en versonden van goederen. on g' Eijschte, en na vreemde monsters gefabriceerde boeken, soo als door haar omtrend 43. packen ongewilde Cambaijen gedaan is, en na Iaggernaijkpoeram afteschrijven den te doene afsz: vande te Jagg: aan„ aangebooden insaam van de aldaar vervairdigt werdende sjiap chitsen om de wille van dies ongewildheijd te Bata„ via. En men Resolveerde ook de Portonovose Cooplieden aantekundigen haar hoog Edelens besluijt om geen uijt„ schotten meer te accepteeren, op dien voet als vermeld staat, bij het van hier afgegaane schrijvens na batavia de dato 18:' december 1768, schoon men het afgeloopen schoon men Jongst daar toe boekJaar Conform het bedeelde bij eerbiedige Letteren van den 20:' december passato om soo veel mogelijk de schulden der Cooplieden te verminderen, weeder verpligt geweest waaren haare uijtschotten te accepteeren, om met het Bengaals schip voor derselver reecquening versonden te werden, uijt hoofde zij voor den ontfangst van gedagte en uijt wat hoofde. den 2. ' Maart 1770. —. interdictie. 7. Ed=s dat 't niet meer geschieden. waarde der voorjaarige met 't ad„ vant betaald werd. die 't passeeren van ectens bevoegd prothocollen en instrumenten. interdectie daar voor reeds bij de boeken gecrediteerd en haare reecq=s afgeslooten waaren, onder te doene te doen verschering aan haar ho erseekering egter dat zulx voortaan niet meer geschie„ den, en men intussen besorgen soude, dat het verloo„ in men besorgen zor dat de mindszene of de mindere waarde, van de voor Jaarige verson„ dene uijtschotten, neevens de daarop bedongene advancen aan dE: Comp: goedgedaan wierd. —. ondr haar hoog diomale egene Welmelde haar hoog Edelens bij Extract uijt hoogst sijn den ed der notais saten presteren derselver resolutie de dato 1. ' augustus 1769. gelastende om door de secretarissen Eerste, en geswoore clercq, mits„ gaders alle andere, die uijt hoofde van hunne functie tot het passeeren van notarieele actens of instrumen„ ten geauthoriseerd zijn, behalven den Eed van secretesse door hun afgelegd, ook nog te doen presteeren den Eed voor de notaressen, bij de statuten van Batavia beraamd, en met welke ordre nopens de, en bij voormelde Extract resolutie g'insereerd, mitsgaders door hun te doen houden, ider een apparte prothocol, en de instrumenten die sij maaken na de ordre des tijds nommereeren, en na de nommers te registreeren, mits„ gaders dat prothocol de eerste maandag van ieder maand „ter plaatze daar Jastitiele door gecommitteerde Leeden van de Iustitieele Collegien sijn of anders door de eerste en tweede persoon aldaar te doen examineeren of de instrumenten behoorlijk aan den 2. ' Maart 1770. het 309 met haar gedane eed te laten vol„ staan. en wederom. te ampliceeren. titie ende opperh: den Comptoiren hier van kennisse te geenen. „thea met nelij na pall: te senden. het hoofd genommerd, en aan den voet door den Comparant of Comparanten getuijgen, en den beamptschrijver getee„ kend en van de vereijschte seguls, volgens de ordonnantie voorsien sijn, sonder dat voormelde gecommitteerdens, dan wel de geene, die de Examinatie doen, eenige verdere kennisse zullen moogen neemen van den inhoud der actens, veel min eenig gebruijk of misbruijk maken van 't geene bij deese geleegentheijd onder haar oog mogte koomen, soo is goedgevonden en verstaan, dewijl bij Con„ hesluijt de sec:s en eeste leng ali: frontatie van den Eed die den secretaris, en Eerste Clercq deeses raads gedaan hebben teegens het voorsz: formulier bij gedagt extract, geen ander onderscheijd bevonden is, als dat daar bij niet bekend staat, dat sij den inhoud der voor haar gepasseerd werdende actens secreet houden moeten, gedagt Jurament daarmeede te am„ dog holdanig dat Iurament plieeren, en haar dus met den gedaanen Eed te laaten volstaan, mitsgaders haar soo wel, als den agtb: recad en haar zo wel als de wead aan zis„ van Justitie deeses Casteels, en de opperhoofden der onder„ hoorige Comptoiren bij Extract deeses van dit besluijt ken„ nisse te geeven, met last om sig voortaan, of naar den en met wat zalt. ontfangst deeser ordre daar na stipt te reguleeren. —. Eijndelijk wierd de Chialoup Anthonia Dorothea gepro, besluijt de chialoup Ankh: Doro„ jecteerd om een Laading nelij na Palliacatta den 2. ' Maart 1770. overtevoeren gaalse papieren. besluijt't nodig ondersoek te laten doen, omtrent de ontsnaptedelin quant, vant scheepje Helena. overtevoeren Aldus Gedaan en Gearresteerd In 't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:geteekend:/ als vooren Maandag den 12.:' Maart Anno 1770. 's nademiddags ten half vijff uuren Politicque Vergadering Gehouden alle present opening van een asje met den, Met de arrive van 't schip de snoek te deeser rheede, door den schipper besteld zijnde een casje met papieren van de ben„ gaalse ministers, soo wierd het selve heeden g'opend, en daar in bevonden, duplicaat circulair missive van ge„ dagte ministers de dato 14:' December passato waar van het origineel alhier onderdaags ook besteld is, en voorts derselver origineele missive van den 22.:' daaraan ten geleijde van voorsz: bodem dienende. —. En dewijl dat ministerium bij de eerstgemelde brief ver„ soekt, om zoo hier als op de onderhoorige Comptoiren en bij de vreemde natien te deeser Custe de noodige perquisitien te laaten doen, na de sarang en twee moorse mattroosen, den 12e' Maart 1770. van —
English
311 the 12th of March 1770. To notify the ministers and what further information concerning that small vessel, packets. The Snoek, for some necessities of the private vessel the Helena that had run away, of which the Resolution of this table of the 14th of September 1769 made mention at large, who, according to an account of the course of the deplorable affair sent therewith, had escaped, it was decided to do so following the report to be received thereof, and to communicate to Their Honours the reports to be received thereof at the first opportunity, as well as to bring to notice that the fiscal and village master Saumaise, who arrived with the aforesaid vessel, having found the small vessel the Helena still at Visagapatnam, had issued the necessary orders concerning the cargo and departure of that small vessel, just as it was also understood to reply as necessary to the other letter likewise at the first occurring opportunity, and to forward the received packets to send on the transmitted packets for Batavia, Ceylon, Souratta, Mallabaar, and Mazulipatnam. The skipper of the aforesaid vessel the Snoek having made a request by petition for one month's rations in place of what was supplied to the Malays whom he brought over here from Jaggernaijkpatnam. A new jib-boom. The necessary planks and nails for making a bulkhead. The necessary mats for matting the hold, good months for the crew, and refreshments during the lay days, as well as drinking water both for that time and for the voyage to Batavia, it was approved and understood to condescend to that request as it stands, and therefore of the 5000 Chinese planks also brought from Bengal, to deliver 600 pieces to the skipper for the making of a bulkhead and lining for the bales, provided that the Chinese planks are charged to the ship's expense account, in order to be accounted for at Batavia. And whereas the Bengal ministers, on the occasion of the sending of the aforesaid Chinese planks, at the same time indicate that if it served our needs, they would send an equal quantity again in the coming year, so that the same would not need to be requisitioned from Batavia, it was understood to accept that offer and not to requisition Chinese planks from the Indian headquarters. Pursuant to the Resolution of the 2nd current, the boatswains Michiel Trent and Pieter Theodorus having sworn to the report submitted by them regarding their inspection and findings of the 17-inch coir anchor cable brought over here from Sadralpatnam, and the 12th of March 1770. 313 the 12th of March 1770. To have it appraised and to have the spoiled part paid for with two capitals advance. The record thereof having been received in order to be finally disposed of, it was approved and understood to have that which was found good and sound of that cable appraised and to take it in for the Honourable Company at its value, but to cause the spoiled part to be paid into the treasury at once by those responsible with two capitals advance according to the regulation, as well as to write what is necessary to Sadraspatnam to that end. The junior merchant Mr. Hendrik Bosch having passed away in the past month of January, and a seat in the Honourable Council of Justice of this castle thereby being vacant, it was decided to nominate and appoint the fellow junior merchant Nicolaas Tadama as a member of the said body in his place. Just as also, upon the proposal of the governor, it was resolved to condescend to the urgent request of the bookkeeper Simon Duijnevelt, performing the duty of sworn clerk at the Sadraspatnam office, to be favoured with the board money and the emoluments of a junior merchant, not because such is attached to the said function, but out of consideration for his long-standing and faithful services to the Honourable Company. Whereas
Dutch transcription
311 den 12'. Maart 1770. de ministers kennisse te geeven. en met welke verdere bedeeling no„ „ens dat kieltje gene pacquetten. de snoek om eenige benodigtheijd van het afgeloopen particulier scheepje de Helena /:waar van de Resolutie deeser tafel van den 14:' 7ber: 1769. in 't breede gewaagd:/ die volgens een daar bij overgesondenen verhaal van den toedragt der beklaaglijke affaire ontkor„ men waaren, soo wierd beslooten, zulx van gevolgte van dies intekomen berigt aan doen sijn, en haar Ed=s de daar van in tekomene berig„ ten bij geleegendheijd te bedeelen, mitsgaders teffens ter kennisse te brengen, dat den met voormelde bodem overgekomen fiscaal, en dorpmeester Saumaise het scheepje de Helena nog te visagapatnam gevonden hebbende, denselven omtrend de Lading en het depart van dat bodempje de nodige ordre gesteld hadde, soo als ook nog verstaan wierd, op de andere brieff almeede bij de eerst voorkomende geleegendheijd het noodige te rescribeeren, en te doene voortsending der ontfan„ de overgesondene pacquetten voor Batavia, Ceijlon, souratta Mallabaar en Mazulipatnam voorttesenden. Den schipper van voormelde bodem de snoek bij request versoek van den schipper van 't schip versoek gedaan hebbende, om een maand Randsoen in steede van het verstrekte aan de malleijers die hij van Iaggernaijkp=r dit heen overgebragt heeft. —. Een Nieuwe kluijfhout De nodige planken, en spijkers tot 't maken van een waater schot. — De 7 condescendance daarin op de onkostrecq: bekend gesteld werde. =ters om aanstaande Jaar weder 5000. chineese planken te zenden. amplecteering van 't selve. en besluijt deselve met van betavia te eijsschen. weeg=s 't sadralpanams ankertouw De nodige matten ter afmatting van het ruijm goede maanden voor 't volk en verversching geduurende de legdaagen, mitsgaders drinkwater soo voor die teijd, als de reijse na batavia, soo is goedgevonden en verstaan in die instantie, soo als se legt te condessendeeren, en mitsdien van de van Bengale meede gebragte 5000. chineese plan„ ken 600. pees tot het maaken van een water schot en gar„ mitsdat de chimnee planken neering voor de packen aan den schipper aftegeeven, en op de scheeps onkostreecquening bekend te stellen, omme te Batavia verandwoord tewerden aanbod van de bengeesk mins Een dewijl de Bengaalse ministers bij geleegendheijd van de sending van voorsz: chineese planken, teffens te kennen geeven, dat soo men daarmeede gediend was, zij in't aanstaande Jaar weeder een gelijke quantiteijt sen„ den soude, wanneer deselve niet van Batavia behoefde g'eijscht te werden, soo is verstaan die aanbieding te amplecteeren en die van de Jndiase hoofdplaatse geen chineese deelen te Eijsschen. —. diening van't b' Eedigd wespert Ingevolge Resolutie van den 2. ' Courant de bootslieden Michiel trent en Pieter Theodorus het door haar inge„ geeven Rapport weegens derselver gedaane visitatie en bevinding van 't van Sadralpatnam alhier overgebragt Caijer ankertouw van 17. duijmen b'eedigd hebbende, en den 12.' Maart 1770. de 313 den 12. ' Maart 1770. „te laten taxeeren en voor dies advans te laaten betaalen. van Justitie emolumenten aan den sadrasp=te de acte daar van ingekoomen weesende om daar over finaal gedisponeerd tewerden, soo wierd goedgevonden en verstaan besluijt't geene geled daar aan is het geene goed en wel aan dat touw bevonden is te Laa„kostende in teneemen. ten taxeeren en voor dies waarde bij dE: Comp=e intenee„ men, dog 't bedurvene door de geene die het incumbeerdein't bedueve met 2. Capitalen met 2. Capitaalen advans na de ordre ten eersten in cassa te doen betaalen, mitsgaders ten dien eijnde het nodige na Sadraispatnam aante schrijven Den ondercoopman M=r Hendrik Bosch in de aanstelling van Tadama tot lid gepasseerde maand Januarij overleeden en daar door een stoel bij den agtb: Raad van Iustitie deeses casteels vacant zijnde, soo wierd beslooten als Lid van gedagte Collegie in sijn plaats te nomineeren en aantestellen den meede ondercoopman Nicolaas Tadama Soo als ook op de voordragt van den heer gouverneur de toeleging van ondercoopmans„ ten Comptoire Sadraspatnam den dienst van geswoor Lemba Duijnevelt. scriba waarneemende boekhouder Simon Duijnevelt op zijn instantig versoek omme met het kostgeld en de Emolumenten van ondercoopman begunstigd te werden, geresolveerd wierd daar in te Condescendeeren, niet om dat zulx aan gedagt functie g'accorocheerd is, maar uijt Consideratie van zijn Lang Jaarige, en trouwe diensten bij d'E: Comp=e. —. Dewijl ge„
English
The 12th of March 1770. Snoek that can still load 300 packs. To hold back 46 of the 346 packs, and which etc. Treatment of the Bimilipatnam merchants regarding the delivered bethilles. Carelessness of the chiefs in accepting them. Declaration of the skipper of the Snoek. Resolution regarding the stock on hand and to send the rest as soon as possible. Since the skipper of the aforementioned ship the Snoek has declared to the lord governor that once the 30,000 lb of saltpetre that was loaded for this coast in Bengal, and the caliatour wood that he had loaded at Bimilipatnam, were discharged from the vessel under his command, he would then be able to take in roughly 300 more packs, it was approved and agreed to hold back 46 packs of the 346 bales currently in stock, which are partly for the West Coast, as they would arrive at Batavia too late to be forwarded this season, and to load the remainder onto the said vessel as soon as possible, and also to have the invoice and the other necessary papers prepared immediately. Displeasure over the untruthful dealing of the merchants and over the inattention of the chiefs. Upon examination of the flowered bethilles brought over here from Bimilipatnam, it having appeared that at the ends of the same the flowers were indeed close to one another, as they should be, but that towards the middle of the piece they are very far apart, it was resolved, concerning the untruthful dealing of the merchants in the delivery of those goods, and the inattention of the chiefs in sorting and accepting them without reflecting upon it, 315 the 12th of March 1770. and with what recommendation and order. to express the serious displeasure of this Government, with a recommendation to the chiefs not to be so indifferent in the service of the Honorable Company and thus to sort the linens somewhat more accurately, as well as not to accept, but to reject, any such bethilles if the merchants should offer them again. Resolution to whip two deserters sent over from Jaggernaikpuram and to drive them out of the city. Pursuant to the order issued by this Government, having arrived here on the aforementioned ship the Snoek the Company's easterners who had hitherto served as soldiers at the station of Jaggernaikpuram, among whom are two persons named Smail of Antjoe and Iam of Paggerman, who did indeed belong to that corps, but some time before had deserted from that station with their muskets, and upon receiving news that the company had been summoned hither, returned without weapons and were thus sent here under arrest, the lord governor proposed that, although one could have them surrender the muskets they took with them, whether by detaining them here or sending them to Batavia, it was nevertheless better, as an example and a deterrent to other such scoundrels, to have them whipped here and subsequently driven out of the city, as one would otherwise always be plagued by such people; which proposal being applauded by the members, was thus adopted. and was. the 12th of March 1770. Request of the Court of Justice to have the prescribed oath taken. The necessary instructions to Cuddalore regarding the widow Hartorf. Resolution to have this take place at Porto Novo, and before whom. The Honorable Court of Justice here, by an order of the 27th of February last, having made a request to this Government to write the necessary instructions to Cuddalore so that the widow of the military Captain Hartorf, residing there, may take the oath enjoined by that order, to the effect that she holds no further assets of the joint estate of herself and her aforementioned late husband, it was resolved to have her take that oath at Porto Novo before the resident of that factory and the resident of Cuddalore, which latter would therefore have to travel to Porto Novo for that purpose. Resolution for the purchase of a parcel of sulphur earth. The opportunity having once again presented itself to obtain an almost equal quantity of sulphur earth as that purchased in accordance with the resolution of the 22nd of February, of the same quality and for the same price, it was agreed to purchase the same as well. Resumption of a letter from Palliacatta. Acquiescence in the reasons given as to why the Palliacatta cloths remained undelivered. The preceding matters having been concluded, a letter received from Palliacatta dated the 25th of February last was taken up for resumption, and the reasons given therein by the chiefs as to why so many Palliacatta cloths remained undelivered were found so plausible, that it was resolved
Dutch transcription
Den 12. ' Maart 1770. snoek dat nog 300. pack: Laden kan 346. pack: 46. aan te houden, en welke &t behandeling den bimnelit:r caetlin„ trend dte geleverde bethilles in't accepteeren derselve. verklarin vandenschifpen vende Dewijl den schipper van het meermelde schip de Snoek aan den heer gouverneur verklaard heeft dat wanneer de 30000. lb: salpeeter die hem op Ben„ gale voor deese Crste ingegeeven was, en het Callia„ tourhout dat hij op Bimilipatnam ingelaaden hadde, uijt sijn onderhebbende bodem gelost wierd, hij dan plus minus nog 300 packen zoude konnen besluijt vande in voorraad sijnde inneemen, zoo is goedgevonden en verstaan vande thans in voorraad zijnde 346. fardeelen 46. packen die gedeeltelijk voorde west cust zijn aan te houden, alsoo deselve dog te laat op batavia koomen soude, omme dat en de relt ten spoedigsten te sacheen versonden te konnen werden, en de rest ten spoedig„ sten gedagte kiel integeeven, mitsgaders de factuur, en de verdere nodige papieren ten eersten in gereedheijd te laaten brengen ongenoegen over de ontrouwe Bij examinatie der van Bimilip:m alhier overgebragte ge„ blomde bethilles, gebleeken weesende, dat aan de hoofden derselve de bloemen, soo het behoord, wel digt bij den an„ deren waaren, maar dat ze int midden van 't stuk, sig seer verwijderen, soo arresteerde men over de ontrou„ we behandeling der Cooplieden in de Leverantie van die iten overde in attentie der spacto eken, en de in attentie der opperhoofden in't sorteeren en accepteeren derselve sonder daar op te reflecteeren het 315 den 12. ' Maart 1770. sondene maleijdse deserteurs afte„ het ernstig misnoegen deeser Regeering te betuijgen met re„ commandatie aan de opperhoofden om in den dienst der E: Comp: en met welke recomm: en Last. soo onverschillig niet te zijn en dus de Lijwaaten wat exacter te sorteeren, mitsg=s in dien de cooplieden weeder diergelijke bethil„ les aanbrengen deselve niet te accepteeren maar van de hand tewijsen. —. Conform de gestelde ordre deeser Regeering met voorm: schip de snoek besluit twee ven Jagq: overge„ dit heen overgekoomen weesende, de dus lange ten comptoire Jagtrassen en de stad uijt te Jagen gernaijkp=m gemiliteerde hebbende Comp=s oosterlingen, waar„ onder sig twee persoonen in naame Smail van Antjoe, en Iam van Paggerman bevinden, die wel tot dat corps gehoo„ rende, dog eenige tijd bevoorens van dat Comptoir met haare geweiren gedeserteerd, en op de bekoomen tijding dat die Comp=e herwaards ontbooden was, weeder sonder waapens terug gekoo„ men en dus in arrest dit heen opgesonden sijn, soo proponeerde den heer gouverneur dat of schoon men de door haar meede genoomene geweiren haar wel weeder konde laaten indienen, het zij met haar alhier aan tehouden, of na Batavia te sen„ den, het egter beeter was, om haar tot Excempel, en afschrik van andere van andere diergelijke fielten, alhier aftestraften en vervolgens de stad uitte jaagen dewijl men anders althoos met soort gelijk volk geplaagd weesen soude, welk voorstel door de leeden g'applaudeerd zijnde, dus voor gearesteerd gehouden wierd. en wierd. — den 12. ' Maart 1770. 't nodige na Coedeloer om de wed: herttros besluijt zulx op portonovo te laten geschieden. en voor wie. Swarelaarde. resumptie van een pall: brieff. waarom de pall: doeken onvoldaan gebleven zijn. versoek van de raad van Justitie om Door den agtb: Raad van Iuistitie alhier, bij een dispositie de ofgelegden ld te doen pretteren. van den 27:' februarij passato aan deese Regeering versoek gedaan zijnde omme het nodige na Coedeloer aante schrijven ten eijnde de aan de weduwe van den Capitain militair Hartorf aldaar domicilieerende, bij dat dispositief g'anjungeerden Eed, als dat ze niets meer van de gemeene boedel van haar, in haare voormelde overleedene man onder sig heeft te doen presteeren, soo is beslooten dat Jurament door haar op Por„ tonooo te laaten afleggen voor den resident van die factorij, en die van Coedeloer, welke laaste dierhalven ten dien eijnde na Portonovo soude moeten gaan. —. besluijt ter in koop van en kartij De geleegentheijd nog maals gepresenteerd hebbende om een bij na gelijke quantiteijt swavel aarde als waar van volgens resolutie van den 22. ' februarij in koop gedaan is, van deselfde deugd en voor een gelijke prijs te bekoomen, soo wierd verstaan deselve almeede inte koopen. —. De voorenstaande saaken afgehandeld weesende, wierd ter resumptie bij de hand genoomen een van Pal„ liacatta ontfangene brief de dato 25:' februarij Jongstlee„ berusting in de gegeven redenen den en de door de opperhoofden daar bij gegeevene reede„ nen waaromme er soo veel palliacatse doeken onvoldaan gebleeven zijn, soo aanneemelijk bevonden, dat men be„ Lloot 0
English
317 12 March 1770. it was decided to let the matter rest there, in the hope that no obstacles to a more opulent collection would arise this year. However, with regard to the goods from the Bay, the reason alleged was not found so satisfactory, for although the accounts of the merchants had to be settled twice a year, vigilant merchants ought nevertheless to take care that cash was available in the place where the cloth is to be obtained. For which reason it was also decided to write to the chiefs to exhort the merchants to greater zeal and vigilance, in case they did not wish to see that kind of cloth collected elsewhere, under the threat that this would also happen without fail in case they failed to deliver better assortments. And to convince the chiefs of the poor condition of those cloths, and at the same time to show how inattentively the sorting was conducted there at the office, it was thought fit to send back a bale of checked Indian rumals, sorting Pro Patria, known on the invoice sent over under No. 7, with the notification that pieces would be found therein that ought to make an alert servant of the Honorable Company blush for having accepted them, with orders to return that bale to the merchants with the necessary recommendations and to debit their account for it, to which end it was understood that its amount would be deducted again. Furthermore, the meeting was extremely displeased that the merchants remained steadfast, not only in the demanded price increase on various assortments, but also in refusing four of the five samples previously selected by them of diverse fine Cambays No. 4, 8, 13, and 21, as well as the checked gingham underpants, to deliver them for the fixed prices, and had even declared that even if the requested increase were granted to them, they would nevertheless not be able to accept the delivery thereof, not only because of the heavy, difficult, and tedious nature of the work, but also because of poverty and the desertion of weavers, with the request therefore to be excused from providing the same, whereas previously the one as well as the other, or that on which a loss was suffered, had been accepted for the sake of the profitable goods; which system now seemed to have completely changed among them. For which reason it was then also decided not to grant any price increase without their High Excellencies' special authorization, but to recommend to the chiefs not to flatter them at all with that, much less grant it, but rather to abandon the collection thereof and in the meantime to proceed with the delivery of the remaining 21 samples of Cambays, in sound quality and colors, under notification that otherwise such further measures would be taken in that regard as should be found to square best with the greatest interest of the Honorable Company. To which end it was furthermore decided to give the necessary notice thereof to their High Excellencies the Noble High Indian Government at Batavia, and to request their highest esteemed disposition for the guidance of this government in the future regarding the upcoming contracting, while demonstrating that the 4 refused samples are fine and also difficult to weave, as well as that what was said by the chiefs regarding the prices is indeed the truth. Thereafter the following persons were increased in wages, namely: The Corporal Pieter Wilt of Hamburg from ƒ14 to ƒ16. The soldier Johan Thizera of Nagapatnam from ƒ9 to ƒ11. The fellow soldier Joannes Hoggens of Paderborn from ƒ10 to ƒ12. The drummers Johan de Rosaijro of Palliacatta, Jacob Pietersz of Nagapatnam, Jacobus Theodorus Cesar of Nagapatnam from ƒ7 to ƒ10, the first two under a new three-year contract, and the other four under a five-year contract. 12 March 1770.
Dutch transcription
317 den 12 ' Maart 1770. uijt de boost et zoo voldoende niet „te adhorteeren zoo ze dies insaam niet quijt weesen willen. zoude zoo tegen beter sortementen leeveren. opperh: daarvan zo wel als van't slor„ dig sorteeren te vertuijgen. geeven. sloot zulks daar bij te laaten berusten, in hoope dat er en in welke hoope. deesen Iaare geen obstaculen voor een opulenter Jnsaam sig op doen soude, dog ten reguaerde van de goederen uijt uijt gealequeerde weeg degelenen de bogt, wierd 't g'allegueerde soo satisfactoir niet bevon„ den want of schoon de reecq=s der Cooplieden twee maal en waarom in 't Jaar vereffend moeste werden soo behoorde vigilan„ te Cooplieden egter sorge te draagen dat ter plaatse daar het geweet te bekoomen is, Contanten waaren, weshalven meer dan ook besloot de opperhoofden aante last m de coopl: tot meer digelantie schrijven, om de Cooplieden tot meer ijver en vigilantie te adhorteeren, ingevalle zij niet sien wilde, dat men die soort van doeken, elders liet: insaamelen, onder bedrijging betuijging dat zulx gescheeden dat zulx ook sonder fort geschieden soude, ingevalle zij geen beeter sortementen quamen te leeveren En om de opperhoofden van de slegte Constitutie dier doe„ te rugsinding van een sak om de ken te overtuijgen, en teffens te doen zien, hoe in attent aldaar ten Comptoire gesorteerd wierd, vond men goed dat heen terug tesenden een pak roemaals geruijte Indiase zorteering Pro Patria op de overgesondene factuur onder N=o 7. bekend staande, onder te kennen geeving dat daar en onder welke te kennen gering in stucken gevonden werden soude die een wackerdie„ naar der E: Comp=e schaamrood meeste doen werden, van deselve te hebben g'accepteerd, met Last dat pak aan de Lattadat sak aande as: terug te Cooplieden . den 12' Maart 1770. ren. tigh=ds de Coopl: int begeren van prijs verhoging. —. En cambaijen: en om welke reedenen. remarque dierweegens. treden. en haar netog: dar oor e desetin op lieden onder de nodige recommandatie terug te geeven, en haar reekening daar voor te debiteeren, ten welken eijnde verstaan wierd dies bedraagen weeder terug ter ee„ kenen. —. onaangenaam d: overde standad Voorts was de vergadering ten uyttersten onaangenaam dat de Cooplieden standvastig bleeven, niet alleen in de begeerde en't resiseren van 4: monsters prijs verhooging op diverse sortementen, maar ook in't refuseeren van vier, van de door haar bevoorens uijtge„ monsterde vijf staalen van Cambaijen fijne diverse N=o 4. 8. 13. en 21. mitsgaders de gingam onderbroeks geruijte voor de bepaalde prijsen te leeveren, en selvs betuijgd hadden, dat schoon haar de versogte verhooging toegestaan wierde, sij nogthans niet in staat waaren deselve ter Leverantie te accepteeren om de wille van het swaar moeijelijk - en langweijligheijd van het werk niet alleen, maar ook armoede en het verloopen van weevers, met versoek dierhalven van het besorgen derselve g'ex„ cuseerd tewerden daar te vooren het eene soo wel als het andere, of dat geene waarop schaade viel, om het profij„ telijke g'accepteerd was, dog welk sijstema thans onder besluit tot geen pwrij verhoging te haar geheel veranderd scheen te weesen, alwaaromme men dan ook arresteerde buijten haar hoog Edelheedens speciale qualificatie geen prijs verhooging toetestaan, maar de opper„ hoofden 6 319 sien en intussen met de 21. andere monster voortegaan daaromtrend te versoeken. persoonen. hoofden te recommandeeren haar in't geheel daarmeede niet te flatteeren veel min toetestaan, maar Liever van dies insaam maar liever van dies insaam atte„ aftesien en intusschen met de leverantie van de overige 21. mons„ ters cambaijen, in deugdsaam goed en couleuren te doen voort„ vaaren onder aankundiging dat men anders diendweegen so„ danige verdere mesures neemen, als men bevinden zoude, met 't meeste intrest der E: Comp=e te quadreeren, ten welken eijnde dan alverder beslooten wierd haar hoog Edelens de Edele hooge besluijt haar hoog Ed=s dispositie Jndiase regeering te batavia daar van de nodige kennisse te geeven, en hoogst derselver g'eerde dispositie te versoeken tot narigt deeser regeering voor het vervolg omtrend de aanstaan, ten wat eijnde. de aanbesteeding onder verthooning dat de 4. gerefuseerde stalen fraaij en ook difficiel teweeren zijn, mitsg=s dat het geen door de opperhoofden nopens de prijsen gesegd wierd in der daad de waarheijd is. —. Daarna wierden de volgende persoonen in gagie verloogd: als verhooging in gagie van eenige Den Corporaal pieter wilt van Hamburg van ƒ14. tot ƒ 16. Den zoldaat Johan Thizera van Nagapatnam van ƒ9. tot ƒ11. Den meede zoldaat Joannes Hoggens van paterbom van ƒ 10. tol 12. De Tamboers Johan de Rosaijro van palliacatta, Iacob Pietersz: van Nagapatnam, Jacobus Theodorus Cesar van Naga„ patnam van ƒ 7. tot ƒ 10. , de twee eerste onder een nieuw drie Iaarig, en de vier andere onder een vijf jaarig verband. —. den 12. ' Maart 1770. Soo en .
English
Corporal. Admission of a soldier. Findings regarding the caliatour wood transported by the ship De Snoek. Promotion of the soldier to corporal. As well as on account of its necessity, the soldier Matthijs Sligt of Hamburg, earning ƒ 10. 2., was promoted to Corporal at ƒ 14. under a new contract of three years. Finally, upon his request submitted for that purpose, there was also admitted into the Company's service the person of Iohan Hurst of London, arrived from the country of the inlanders to the Honorable Company, as a soldier at ƒ 12. per month under a new contract of five years. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above. Signed as before. Wednesday, the 21st of March, anno 1770. In the morning at eight o'clock. Political Council held. All present. Resumption of the report regarding the cargo of De Snoek. The findings having been resumed concerning the saltpeter and caliatour wood transported hither by the ship De Snoek from Bengal and from Bimilipatnam, it was approved and agreed to validate for write-off the deficit accounted for on the first-mentioned salt in the quantity of 1504 on 30074 lb., making 5 percent, as well as 454 lb. of caliatour wood on 45381 lb., or 1 percent. However, the still missing quantity of 3110 lb., which the skipper of the said vessel declared to be still in the ship, but which could not be reached as it was lying beneath the bales, was agreed to be delivered at Batavia, at the venerated disposal of Their High Mightinesses. Likewise, after resumption, it was approved to offer to the same the invoice received on this occasion, detailing what was found, which had to be credited and debited to the Indian capital of Batavia. Granted passage to the free citizen N. Christiaans to Batavia. Upon the petition submitted by the Malaccan free citizen Nicolaas Christiaans requesting to obtain passage on the aforementioned vessel to Batavia, it was agreed to grant him the same, provided it is without expense to the Honorable Company and under the usual conditions regarding the ship's crew. Concerning the collapsed flat roof of one of the guardhouses, etc., in this castle. Production of an estimate. The flat roof, both of one of the guardhouses at the main guard of this Castle and of one adjacent to it, which is used for storing the muskets, live ammunition, as well as other weapons and further tools that need to be kept at hand, having partially collapsed, cracked, and sagged due to the rotting of the beams and planks on which it rests, the overseer of the works and the master craftsmen surveyed what laying a new flat roof would cost. The estimate received for this was presented in the council, reading as follows: Insertion of the same. To the Right Honorable Pieter Haksteen, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director of this Coromandel Coast, and the dependencies thereof, etc. etc. etc. Right Honorable Sir! In accordance with Your Right Honorable's highly respected order, I, the undersigned overseer of the works, together with the master carpenter, smith, and mason, proceeded to the guardhouse next to the Castle gate, and there carefully examined what it would cost to renew the flat roof of those guardhouses and of a room in which the muskets are kept, and found that the following will be required: 40 pieces of Ambon beams at ƒ 5. 1. per piece: ƒ 202. -. -. 30 pieces of Tanjung beams at ƒ 2. 10. 10 per piece: ƒ 75. 19. -. 500 pieces of Chinese planks at ƒ -. 5. 10 per piece: ƒ 140. 12. 8. 380 lb. of nails at ƒ -. 2. 5 per lb.: ƒ 43. 19. -. 500 lb. of iron at ƒ -. 2. 1 per lb.: ƒ 51. 11. -. 25000 pieces of masonry bricks at ƒ 2. 5. - per 1000: ƒ 56. 5. -. 56000 pieces of flat bricks at ƒ 1. 8. 2 per 1000: ƒ 78. 15. -. 1215 parras of slaked lime at ƒ -. 2. 13 per parra: ƒ 170. 17. -. 36450 pieces of jaggery balls at ƒ 2. 16. 4 per 1000: ƒ 102. 10. 8. 1215 coolie loads of sand at ƒ -. 3. 12 per 9 loads: ƒ 25. 6. -. For labor: ƒ 472. 10. -. Total: ƒ 140. 5. 8 prso 15. 4.53. Wherewith I hope to have complied with Your Right Honorable's highly respected order.
Dutch transcription
Corporaal. admissie van een zoldaat. vinding der per't schip de snoek over„ gevoerde caliatourhout bevordering van den zol=t tot soo als ook om de wille van dies noodsaakelijkheijd, onder een nieuw verband van drie Jaaren tot Corporaal met ƒ 14. bevorderd wierd den zoldaat Matthijs Sligt van Ham„ burg winnende ƒ 10. 2. Eijndelijk admitteerde men nog op sijn daartoe gedaan ver„ soek in 'sComp=s dienst de persoon van Iohan Hurst van Lon„ don, uijt het Land van de inhooren tot dE: Comp=s overgekoo men voor zoldaat met ƒ12. ter maand onder een nieuw ver„ band van vijff Jaaren. — Aldus gedaan en Gearresteerd In 't Casteel Tot Na„ gapatnam Dato voorsz: /:was geteekend :/ als vooren Woensdag Den 21:' Maart Anno 1770. s morgens ten agt uuren Politicque Vergadering Gehouden alle present resumtie van en de snte ebe: geresimeerd zijnde de bevinding van het per het schip de snoek uijt Bengale en van Bimilipatnam dit heen overgevoerd salpeeter en Calliatourhout: soo is goedgevon„ den en verstaan het te kort verandwoorde op het eerst gemelde silt ter quantiteijt van 1504. op 30074. lb: uijtmaa„ e den 21 e maart kende 17 21 321 Den 21e. Maart 1770 reecq: voor batavia en besluijt deselve verleend transport aan den vrijbinger N: Christiaans na batavia weeg=s 't ingestorte plats van een der wagten &=a ten deesen casteele. kende 5. p:r Cento ter afschrijving te valideeren, soo meede 454. lb: Calliatourhout of 45381. lb: of 1. ten honderd, dog de nog manqueerende quantiteijt van 3110. lb: die den schip„ per van genoemde bodem verklaarde, nog in 't schip tewee„ sen, dog daar als onder de packen leggende niet bij koomen konde, is verstaan op Batavia te laaten uytleeveren, ter gevenereerde dispositie van Haar Hoog Edelens. soo als ook resumptie van een factuur van aan naar gedaane resumptie goedgevonden wierd hoogst desel a tetenden aantebieden, de te deeser geleegendheijd ingekoomene fac„ tuur van aanreekening van het geen bevonden is, de Jndiase hoofdplaatse Batavia ten goede en ten Laste gebragt moeste Door den Malaxen vrijbinger Nicolaas Christiaans bij request versoek gedaan zijnde, ter erlanging van trans„ port met voorsz: bodem naar Batavia; soo is verstaan het selve hem te vergunnen mits buijten Last van d'E: Comp=e dog onder wat mits en het scheeps volk geschiedende. —. Hhet plat, soo wel van een derwagten aan de hoordwagt productie van een calculata deeses Casteels als eener daar naast aanstaande, en tot het bergen der geweiren scherpe patroonen, mitsg=s andere wa„ penen en verdere gereedschappen, die bij de hand dienen te vreesen g'emploijeerd werd ten deele ingestort, gescheurd en gesackt zijnde, door de verrotting der balken en plaen„ werden. —. nen een „ Na„ aa den 21:' Maart 1770. insertie derselve. ken, op dewelke het selve berust is door den opsiender der werken, en baasen der arbeijdslieden opgenoomen wat het leggen van een nieuwe plat kosten zoude; soo wierd de daar van ingekoomene Calculatie in raade overgelegd; al„ dus Luijdende. —: Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Haksteen Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders gouverneur en directeur deeser Custe Cormandel, en den resorte van dien &a &a &a Wel Edele Gestrenge Heer! Ingevolge uwel Ed: gestr: hoog g'eerde ordlre heb ik ondergeteekende opsiender derwerken neevens de baasen timmerman smith en metselaar mij vervoegt na de wagt naast de Casteels poort, en al„ daar naukeurig nagegaan, wat het verleggen van een plat van die wagten van een kamer, waar in de geweeren geborgen werden; zouden kosten, en bevonden daar toe benodigt zal zijn; als 40. –. p. s balken Ambon. - - - â 't p. s. - - ƒ 5. 1. — ƒ 202. -. -. 30. —. „ _. o Tan Jong - - - - „ „ „. - - - „ 2. 10. 10„ 75. 19. -. 500. —. „ Chineese planken - - - „ „ „ - - . „ —. 5. 10„ 140. 12. 8. 380. —. lb: spijkers. . . . - - - „ „ lb: - - „ —. 2. 5„ 43. 19. -. 500. —. „ ijzer - - - - -. . . „ „ „. . . „ —. 2. 1„ 51. 11. -. 25000. —. p=s metselsteenen. . . . „ „ 1000. – – „ 2. 5. – „ 56. 5. -. 56000. —. „ platsteenen - - -. . . „ „ „. . . - „ 1. 8. 2„ 78. 15. -. 1215. –. parr: metselkalk - - - - - „ d' parra - - „ —. 2. 13„ 170. 17. -. 36450. —. stux Jagerbollen - - - - „ 't 1000 - - „ 2. 16. 4„ 102. 10. 8. 1215. –. booij dragten sant - - - - „ 9 booij - - „ —. 3. 12„ 25. 6. -. aan eerbeijdsloon. . . . . . „ - - - - . . . „ 472. 10. -. Somma - - - - ƒ 140. 5. 8 prso 15. 4.53. Waarmeede verhoope aan uwel Ed: gestr: hoog g'Eerde ordre voldaan te heb„ ben
English
323 21 March 1770. having the honour to call myself with the highest esteem, underwritten, Right Honourable Sir, Your Right Honourable's very humble and obedient servant, was signed, J. s Mossel, in the margin, Nagapatnam, 15 March 1770, below, in the presence of, signed in Malabar characters the signatures of the aforementioned masters. And after reconsideration, as the restoration and repair thereof was deemed necessary, it was approved and agreed to qualify the said overseer to lay a new flat roof for the materials etc. specified by him for that purpose, with a serious recommendation, however, to take care that it should be made as solid and durable as the old one was. Hereafter, the Governor showed the meeting that upon examination of the 22 packs of fine bleached Guinea cloth, third sort, sent over here from Bimilipatnam by the ship De Snoek to be accepted and shipped on account of, or rather in reduction of, the debt of the merchants there, as mentioned in the resolution of this table of 2 February last, eleven pieces with holes and mended spots were found in bale No. 56; that these had been supplemented from the 2 packs of fine Guinea rejected cloth received on that same occasion in order to maintain the exact number of the first-mentioned bales; and as from the aforementioned defectiveness that came to light it had to be presumed that the remaining cloths would not be in any better condition, which however, due to the shortness of time, could not all be inspected and examined piece by piece, His Honour therefore maintained that the chiefs, as the sorters and receivers of those cloths, must remain responsible for the pieces with holes and mended spots etc. that might in time be found in the other packs. This being likewise understood in that manner by the Council, it was unanimously approved and agreed to leave the same for the account of the chiefs, and in the meantime to reproach them in serious terms for their careless conduct in this regard, pointing out that it appeared clearly from this that they paid little attention to what was performed in the Company's service, and for the sake of convenience left matters to the execution of the lower subordinates, thereby also giving them cause to commit all kinds of infidelities, which, of whatever nature and by whomever they might have been committed, must ultimately and in the end fall back upon and be recovered from them, as being the ones directly entrusted with the management and execution. 21 March 1770. 325 21 March 1770. The aforementioned Governor also gave notice to the meeting that, having been brought to the cloth hall and examined on that same occasion, 6 packs of common bleached Guinea rejected cloth, likewise brought over here by the aforementioned vessel, were found acceptable only as an unappraised sort; thus His Honour, together with the members who are accustomed to assist at the packing hall or in the sorting and accepting of the linens, had decided to accept those cloths as such, and to send them with the said ship De Snoek to Batavia at pagodas 62: 1: 1/4 or f 79: 4: 11 per pack, which is 10 pagodas or f 45 less per pack than the third sort from Bimilipatnam was charged, and 5 pagodas or f 22: 10: - lower than that for which the appraised sort would have been accepted, provided that those packs were invoiced as unappraised sort for the Fatherland, as that assortment had been requested from there for trial. With all of which the other members concurred, and it was approved and agreed to make a record thereof herein, and it was also resolved to sell the aforementioned two packs of fine Guinea rejected cloth by public auction here.
Dutch transcription
323 den 21: Maart 1770. meeter. stoppen en gaten, en neevs gem: pak bijmilit: guin=s fijn geb:t D: Zoort uijt= pack: gumn=t sijn uijtschot. ben des de Eere hebbe met de meeste hoog agting mij te noemen /:onderstond:/ wel Edele gestr: heer, uwel Ed: gestr: seer onderdani„ ge en gehoorsaame Dienaar /:was geteekend:/ J. s Mossel /:inmar„ gine:/ Nagapatnam Den 15:' Maart 1770 /:Laager:/ ten bijwee„ sen van /:geteekend:/ in mallabaarse Caracters de handteeke„ ningen van voorm: baasen. —. En wierd naar resumptie, als dies restauratie en reparatie besluijt tot dies vrhelsing noodsaakelijk geoordeeld weesende, goedgevonden en ver„ staan, gedagte opsiender te qualificeeren tot het Leggen van een nieuwe plat voor de door hem daar voor opgegeeve„ ne materiaalen &=a, met serieuse recommandatie ter dog met wat recomm: aan den land„ sorgdraging dat het zelve soo hegt en duursaam gemaakt wierde, als het oude geweest is. —. Hier na vertoonde den heer gouverneur de vergadering, dat bevinding van 1. stucken met bij Examinatie van de van Bimilipatnam per het schip de snoek dit heen overgesondene 22. packen guinees fyn gebleekt derde zoort om voor reecquening, of wel eijgent„ lijk in mindering van de schuld der Cooplieden aldaar geaccepteerd en versonden te werden, ter resolutie dee„ ser tafel van den 2. ' februarij Jongstleeden vermeld, in het fardeel N:o 56. elf stucken met gaaten en stofpen bevonden zijnde, deselve uijt de bij die selfde geleegendheijt en gedane susluring derselve ontfangene 2. packen guinees fijn uijtschot gesuppleerd waaren, ten eijnde het nette getal der eerst genoemde far„ deelen de overige doeken van daar niet beeter gesteld sal sijn. neerd hebben kinnen werden tiente stucken die inder tijd aan geno„ men mogte werden. in deesen en onder welke voorhouding suppontering daaruijt dat ' met deelen, te hebben; en dewijl uijt de voormelde te vooren ge„ koomene defectieusheijd gesupponeerd moeste werden, dat met de overige doeken niet beeter gesteld soude waarom deselve alie miet gekami„ weesen, dog die om de kortheijd des tijds niet alle; of stuk voor stuk hadde konnen nagesien en g'exami„ lating voorde offeht reeg de defse„ neerd werden, sustineerende sijn Edele dierhalven, dat de opperhoofden als sortzerders en aanneemers dier doeken responsabel moeste blijven, voor de stucken met gaaten en stoppen &=a die in der tijd in de andere packen bevonden mogte werden, het geen bij den raad meede indier voegen begreepen zijnde, oversulx een paa„ goedgevonden rig en verstaan, is het zelve voor reecquening der opper„ reprocke over derselver slordigheijt hoofden te laaten, en deselve intussen, over derselver gepleegd sorgeloosheijd daaromtrend, in ernstige ter„ men te reprocheeren, onder voorhouding dat daar uijt niet duijster te vooren quam, dat zij zig weijnig lieten geleegen leggen, aan het geene in 'sComp=s dienst wierd verrigt, en om de gemackelijkheijd berusten Lieten, in de verrigting van de mindere suppoosten, en waar door dan ook aan deselve aanlijding gegeven wierden, tot het pleegen van allerhande infidelliteijten, die hoedanig en door wie ook gepleegd mogte zijn geworden, eijndelijk of bij de uijtkomst op haar, als aan wien de maneance den 21e. Maart 1770. en: 325 guin=s gem: uijtschot van daar voor te houden. uijtschot alhier te venduceeren. en verrigting direct toevertrouwt weesende, redundeeren moeste en verhaald werden zoude. — Ook gaff welmelde heer gouverneur aan de vergadering gedaane accptatie aan 6 packen kennisse, dat bij die selvde geleegendheijd ter kleed ongelandende stort. —. zaal gebragt en g'examineerd weesende 6. packen qui„ nees gemeen gebleekt uijtschot almeede met voormelde boodem dit heen overgebragt, niet hooger dan voor onge„ wardeerde zoort acceptabel bevonden waaren, dus zijn Edele neevens de leeden, die gewoon zijn, het pak„ saal, of bij het sorteeren en accepteeren der lijwaaten te ad„ sesteeren, beslooten hadden, die doeken daar voor te acceptee„ ren, en met genoemde schip de snoek naar Batavia te ver„ senden teegens pag: 62: 1:¼4. ƒ 79: 4. 11. per pak of pracq: 10. ƒ 45. en teegens wat prijs minder op het pak als het derde zoort van Bimilipat„ nam wierd aangereekend, dan wel 5. pagooden of ƒ 22. 10. — Lager dan waar voor de gewardeerde zoort zoude hebben geaccepteerd, mitsgaders die packen beschreeven waaren geworden, ongewardeerde zoort voor het Patria, als dat sor„ tement van daar ter preuve g'eijscht zijnde, met alle besluijt daar van aan tekening het welke de overige Leeden zig Conformeerende goedge„ vonden en verstaan is, daar van in deesen aanteekening te houden, en teffens ook beslooten de hier vooren vermelde item van de2 packen guin=s gem: twee packen guinees fijn uijtschot per vendutie alhier te den 21e Maart 1770. verkoopen.
English
Reading and signing of the letter for Batavia. To send the request of the minister here. What it contains. To perform the ministry when his strength permits it. Sell and credit the proceeds thereof to Bimilipatnam. Furthermore, the general as well as special letters prepared for Their High Mightinesses, the Noble High Indian Government at Batavia, were resumed, approved, and signed, to be dispatched with the aforementioned keel De Snoek, and it was also resolved to forward the same together with an invoice of consignment, which, having also been resumed on this occasion, was found to be in accordance with the intention. It was also further resolved to present to the aforementioned Their High Mightinesses, among the enclosures accompanying the aforementioned letter of this Government, the request dedicated to the same by the minister here, Carel Willem Gebhard, containing the plea that on account of illness and a weakened bodily constitution he may be discharged from the ministry here and favored with the rectorship of the seminary at Colombo, or else another suitable office. And further, upon His Reverence's request addressed to this Government, containing the request that for the aforementioned reason he may perform his ministerial office only when his strength would permit it, under the promise to administer the Holy Sacraments until such time as the venerable pleasure of the aforementioned Their High Mightinesses shall have been provided upon his aforementioned forwarded request; it being disposed of, it is approved and understood—since His Reverence has thus far performed his service solely in accordance with what he deemed his bodily constitution capable of—to leave the same entirely to His Reverence accordingly. Lastly, the following persons were increased in pay on account of the expiration of their time, as follows: Michiel Kind of Steetsmits, boatswain, from f 24 to f 30. Iacobus Robijn of Amsterdam, bombardier, from f 20 to f 24. Andries Pieter Christoffel Claus of Bronswijk and Tan Outers of Amsterdam, both corporals, from f 16 to f 18 each. Anthonij Perrera of Nagapatnam and Iacob Paulus, also of Nagapatnam, soldiers, from f 9 to f 11 each; and Ian de Rosairo of Madraspatnam, ordinary seaman from f 7 to sailor at f 9; all with a new three-year contract, except for the boatswain and bombardier, who each have a contract of five years. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam on the date aforementioned. /:was signed:/ As above. Thursday, 29 March, Year 1770. In the morning at eight o'clock. Political Council Meeting held, All Present. Receipt obtained from the court for the tribute elephants delivered at Jaffanapatnam in the year 75, but for no more than 5 pieces. Initially, the Governor presented a translation of a Marathi letter written to His Honor by the plenipotentiary at the Tanjore court, Malharji Ghaderauw, informing that after much back-and-forth writing he had finally persuaded the aforementioned court to grant the usual receipt for the tribute elephants delivered at Jaffanapatnam in the year 1767 to its envoys; however, in which he had not been able to succeed further than regarding 5 pieces of those animals, as the sixth animal, before it was disembarked, had collapsed and died in the vessel, which the court would not accept for the prince's account, since any collapse or other misfortune occurring outside the prince's border, or before the elephants were handed over with the customary ceremonies and gifts, remained for the account of the Honorable Company. From which opinion, His Honor said, he had not been able to dissuade the envoy, although among other pressing arguments it had also been shown to him that those animals, through the doing and haste of the prince's people, had been shipped at an unseasonable time of year at Jaffanapatnam and transported to the land of the Naal Cotte Catta Theuver; whereas otherwise, if the shipment had waited until the navigable season and the elephants had been brought over here as was customary, that misfortune might possibly not have happened, and consequently the same ought now to be imputed solely to the prince's own servants; but all this had been able to effect nothing, and His Honor had therefore had to condescend to it in order to bring an end to that affair. Whereupon the translation of the aforementioned Marathi letter being read out, it was found to be of the following content: Translation
Dutch transcription
Leesing en teekening van den brief voor Batavia. toetesenden 't request van den predi„ cant alhier wat het zelve behelst. dik dienst waar te neemen, wan neer sijn vermogens zulk telaten. verkoopen en het provenu daar van Bimilipatnam ten goede te brengen. —. Wijders wierden geresumeerd, goedgekeurd en getee„ kend de ingereedheijd gebragte zoo gemeene als appar„ te brieven aan haar hoog Edelens de Edele hooge Jn„ diase Regeering te batavia gerigt om met voormel„ de kiel de snoek afgesonden te werden, en kryst deseve daarneevens te doen toekonnen en fatuur van aanverguening, die bij deese geleegendhijt meede geresumeerd zijnde, naa bedoeen gemeleen wierd gevonden. —. besluijt haar hoog Ed=s daarmeert soo als nog goedgevonden wierd welmelde haar hoog Edelens onder de bijlaagen die voormelde brieff deeser Regeering verselden, aantebieden het request door den predicant alhier Carel willem gebhard aan hoogst deselve gedediceerd, ten deerende versoek om mits ziekte en verswakte lichaams Constitutie van den predrik dienst alhier ontslaagen, en met het rectoraat van het seminarium te Colombo, dan wel een ander Convenabel dienst begunstigd te wer„ descereringan denselven on def voinden. en voorts op zijn Eerwaardens request aan deese Regeering gerigt, in houdende instantie dat omreeden voormeld, zijn predik ampt alleen te moogen waarneemen, den 21:' Maart 1770. wanneer 5 327 den 21. ' Maart 1770. scte op zijn reeq: vlangd weesen zal. wanneer zijn vermoogens zulx soude toelaten, onder belofte de heylige sacramenten soo lang te sullen bedie„ nen, tot tijd en wijle met welmelde haar hoog Edelens to tin en wijle hooft deselve dse„ gevenereerd goedvinden op sijn voorsz: overgesonden werdend request voorsien soude weesen, gedisponeerd werdende, soo is vermits zijn Eerwaarden tot nu toe den dienst niet an„ ders heeft verrigt dan na mate van desselvs Lichaams Cons„ titutie, sig in staat g'oordeelt heeft, goedgevonden en ver„ staan het selve mitsdien aan sijn Eerwaarden ook ten vollen overtelaten. Laastelijk wierden, de ondervolgende persoonen mitsghoging in gagie van divenrde per„ tijds Expiratie in gagie verhoogt als. Michiel Kind van steetsmits, boosman van ƒ 24. tot ƒ 30. v. Iacobus Robijn van Amsterdam, bombardier van ƒ20. tot ƒ 24. — Andries Pieter Christoffel claus, van Bronswijk, en Tan outers van Amsterdam bij de Corporaals van ƒ 16. tot ƒ18. ieder. Anthonij Perrera van Nagapatnam en Iacob Paulus meede van Nagapatnam soldaten van ƒ 9. tot ƒ 11. ieder en Ian de Rosairo van Madraspatnam, hooploopers met ƒ 7. — tot mattroos met ƒ 9. alle met een. 7 Soonen. hof voor de recognitie eliphanten in ao 75. te saskanap=n afgegeven. dog voor niet meer als 5. stux een nieuw drie Jaarig verband, behalven den bootsman en bombardier die ieder een verband vijff Jaaren heeft. —. Aldus Gedaan en G'arresteerd In het Casteel Tot Nagapatnam dato voorsz. /:was geteekend:/ Als Vooren. Donderdag Den 29:' Maart A o 1770. 's morgens ten agt uuren Politicque Vergadering Gehouden, Alle Present bekomen quitantie van't Jand nin Man van kelijk seijde den heer gouverneur over, een Translaat Marrattyse brief door den albeschicker aan het Tansjourse hof Malharji ghaderauw, aan welmelde sijn Edele geschreeren, teffens te kennen gee„ rende, dat na veel over en weeder schrijvens eijndelijk het gemelde hof overgehaald hadde, tot het verleenen van de gewoone quitantie voor de in den Jaare 1767. aan de sendelingen van het selve, te Iaffanapatnam afgelangde Recognitie Eliphanten, dog waar in egter niet verder hadde konnen neusseeren, dan omtrend 5. stux„ en weeren vaordesolemit dier animalen, alsoo het seste beest in het vaartuijg de„ Den 29. ' Maart 1770. selve 329 den 29. ' Maart 1770. op inze van den sendeling daaromtrend heeft wederlegt. — inserte ven de dierw:s van't hoff ontfangene brief. selve, voor dat ontscheept was, needergesakt en gecreveerd weesende, het hof voor reekening van den vorst niet hadde willem neemen, dewijl de nedersacking of eenig ander onge„ luk buijten het Limiet van den vorst, of voor dat d' Eliphan„ ten met de gewoone Ceremonien en geschenken wierden overgegeeven exteerende, voor reekening van dE: Comp=e bleef, van welke opinie zijn Edele sijde, den sendeling hoedanig den heer gouverneur de niet hadde konnen afbrengen, schoon onder andere drang reedenen, ook hem vertoond was, dat die animalen door toedoen en precipitantie van des vorstens volk, in een ontijdig Jaar gelij te Jaffanapatnam afgescheept en naar het Land van den Naal Cotte Catta Theuver vervoerd waren geworden, dewijl anders, wanneer met de afschee„ ping tot de vaarbaare saijsoen gewagt, en de Eliphan„ ten gelijk gebruijkelijk was, alhier overgebragt weesende, mogelijk dat ongeluk niet geschied soude sijn, gevolge„ lijk het selve nu alleen aan des vorstens eijge bedien„ dens g'imputeerd moeste werden, dog al het selve egter dog sonder succes niets hadde konnen uijtwerken, sijn Edele dierhalven daarinne hadde moeten Condescendeeren, om een eijnde van die affaire te hebben waarop het Translaat der voormelde Marattijse brief opgeleesen zijnde, van de volgende inhoude bevonden wierd. —. „ Translaat
English
the 29th of March 1770. Translation of a Marathi letter written to the Right Honorable Pieter Haksteen, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of this Coast of Coromandel and its dependencies, by the Prime Minister at the Court of Tanjore. After preceding compliments. With respect to the 6 recognition elephants from Nagapatnam that were sent for, no receipt was issued because Naal Cotte detained them, which resulted in a dispute between the Duan and the Honorable Company. And since your Right Honorable has corresponded with me on this matter several times, I have brought the issue to His Highness's attention in every possible manner, and likewise submitted that the Duan could settle this affair of the elephants with Naal Cotte, with the result that His Highness has permitted the Honorable Company to be credited for the elephants; and concerning this matter, I am sending the ambassador Mahadaasja Jagganada to your Right Honorable, from whom I request that your Right Honorable accept, according to custom, a receipt for 5 elephants, as one collapsed in the vessel itself, and furthermore to accept the goods that customarily belong to the said animals and send them here. Besides these, we are still to receive with the Duan up to the year Sansabijn, which is Carwadarijnamasam Watsarom or the year 1769, 10 elephants; and for the shipping and collection of which the mahaldaar Manhika Baaij and the cornacs Mochadien and Baba are currently being sent there, and therefore I request your Right Honorable to grant them transport to Jaffanapatnam, and also, according to custom, provide them with letters of recommendation to the Commander there, so that they may be shown the elephants on hand at Colombo, Meenaar, Jaffanapatnam, and Wanij, and that they may first choose the most handsome, youngest, tallest, and best-tusked ones before the sale to the merchants takes place, as well as send them back promptly. If your Right Honorable ensures the dispatch of good elephants pleasing to the prince, it will make the same all the more worthy of the prince's favor. Your Right Honorable will learn the remaining matters from the Ambassador Maghadaasja Dagganada. What more shall I write? Was signed: Sahel. Below was written: For the translation, according to the translation of the Brahmin Wengetasouberaijeraijen, Nagapatnam the 24th of March 1770. Was signed: Cornelis Obdam, Sworn Translator. After deliberation, it was approved and agreed to conform fully with the negotiations conducted by His Honor, and consequently to accept the receipt for only 5 elephants, as well as to write off the cost of the collapsed sixth elephant to past profit and loss, and further, in accordance with the request made by the albeschik, to send him that which is customarily given upon the transfer of the recognition elephants, namely 4 cubits of scarlet cloth for each elephant and as many pieces of dungaree as there are elephants, along with some other gift goods that might be at hand on such an occasion and given away, amounting altogether to about f 150. It was furthermore resolved to send over to Jaffanapatnam, under the usual letters of recommendation, the Mahaldaar and two cornacs who arrived from Tanjore, in order to select and bring over here for further transport to Tanjore the 10 elephants still due to the prince, namely 1 in place of the aforementioned collapsed animal for 1766, 3 for 1767, 3 for 1768, and 3 ditto for 1769. After which, the brief minutes from the letters of the subordinate factories of this government were resumed, starting initially with those of Sadraspatnam dated the 28th of February, as well as the 4th, 13th, 16th, and 22nd.
Dutch transcription
den 29. Maart 1770. Translaat eener Marattijse brief„ geschreeven aan den wel Edelen gestr: heer Pieter Haksteen, Raad Extraordinair van Nederlands India, mitsgaders gouverneur en directeur, deeser Custe Cormandel, met den resorte van dien, door den primier Ministers aan het Tans„ Naar voor Afgaande Complimenten Ten opsigte van de 6. stux recognitie Eliphanten van Na„ gapatnam, die men heeft laten afhaalen is uijt hoofde dat Naal Cotte deselve heeft aangehouden, geen quitantie ver„ leend, en dus daar over tusschen den Duan en dE: Comp=e dispuit ontstaan. —. En dewijl uwel Ed: gestr: mij te diverse maalen bij brieven over die saak onderhouden heeft, zoo heb ik zijn hoogheijd op aller hande wijse, die zaak te verstaan gegeeven, en teffens voorgehouden, dat den Duan deese affaire der Eliphanten met Naal Cotte demelleeren konde, met dat succes dat sijn hoogheijd gepermitteerd heeft dE: Comp: voor de Eliphanten te crediteeren en ik sende nopens deese zaak de ambassadeur Mahadaasja Jagganada, tot uwel Ed: gestr: van wien ik uwel Ed: gestr: versoeke, na den gebruijke een quitantie voor 5. Eliphanten te neemen, alsoo er een int vaartuijg selfs neder gesakt is, en voorts de goe„ deren. Jours hoff. . 331 den 29' Maart 1770 te accepteeren. deren die volgens usantie tot gedagte animaalen gehooren, dit heen te senden Buijten deese met den Duan tot het Jaar Sansabijn, dat is Carwadarijnamasam Watsarom /: of a:o 1769:/ nog 10. Eliphanten hebben, en ter uijtscheeping en afhaling van de„ welke thans dat heen gesonden werden den mahaldaar Manhi„ ka Baaij, en de Cornax Mochadien, en Baba, en dierhalven versoek ik uwel Ed: gestr: haar transport na Iaffanapatnam te verleenen, en teffens na den gebruijke met voorschrijvens aan den heer Commeindeur aldaar te voorsien, dat haar de Eliphan„ ten die te Colombo, Meenaar, Jaffanapatnam en wanij aan han„ den zijn vertoond werden, en dat sij eerst de mooijste, Jongste, hoogste, en bestgetande uijtsoeken mogen, alvoorens de verkooping aan de Cooplieden geschied, mitsgaders om haar spoedig te rug te senden. —. zoo uwel Ed: gestr: goede Eliphanten die de vorst welgevallig zijn doet senden, soo sal hoogst denselven daar door de te meer de gunst van den vorst waard zijn. De overige zaaken zal uwel Edele gestr: van den Ambassadeur Maghadaasja: Dagganada verstaan. wat sal ik meer schrij„ ven /:was geteekend:/ Sahel /:onderstond:/ voor de translatie volgens vertaling van den bramine Wengetasouberaijer- aijen, Nagapatnam Den 24: ' Maart 1770. /:was getee„ kend:/ Corn=s obdam, g: Transl=t. — Zoo is na deliberatie goedgevonden en verstaan, sig met besluytde utantie vn sat het verhandelde door sijn Edele ten vollen te Conformeeren, en mits dien de quitantie voor maar 5. Eliphanten te ac„ cepteeren senden, 't geen men gewoon is bij de item om na Jaffana p=mo te senden, de overgekomene mahaldaar aldaar en camaet. — teerende 10. Eliphanten. en het bedargen der ses aotelijin eteeren, mitsgaders het bedragen van de nedergesakte sesde Eliphant op voorjaarig winst en verlies te laten mitsg=s van den albeschiek overte„ deschrijven, en wijders ingevolge het gedaan versoek recognete elephanten aftegeeven. van den albeschik aan denselven te laten toekomen, het geen men gewoon is, bij overtransporteering van de specificatie waarint selve estat Recognitie Eliphanten aftegeeven, teweeten 4. Ca: Laken schair rood voor ieder Eliphanten soo veel stuk dongrij sen als 'er Eliphanten sijn, mitsgaders eenige andere schenkagie goederen welke bij diergelijke geleegendheijd aanhanden mogten weesen en afgegeeven werden met den anderen C: c: ƒ 150. – bedragende. —. soo als alverder geresolveerd wierd, onder het gewoon voorschrijvens, naar Iaffanapatnam te laten over„ gaan, de van Tansjoer overgekomene Mahaldaar en ter afhaal vande voost nog compe twee Cornaal, ten eijnde den vorst nog Competeerende 10. stux Eliphanten, teweeten 1: insteede van het voormeld neder„ gesakte beest voor 1766. 3. stuk voor 1767. 3. voor 1768. en 3. d. os voor 1769, uijttekippen en dit heen overtebrengen, ter verder vervoer naar Tansjoer. —. Waarna geresumeerd zijnde, de korte notulen uijt de brieven der onderhoorige factorijen deeses gouverne„ ments, en wierd aanvankelijk op die van Sadratpat„ nam de datis 28: februarij mitsgaders 4: 13: 16: en Den 29' Maart 1770. 22:
English
333 Ceylon and this main station promptly. unhusked rice that there of strict measures, regarding the merchants to be able to deliver good cloths, before the 22nd of this month, so far as an answer was deemed necessary, it was approved and understood to order the chiefs to prepare the required red sealing wax for Ceylon as promptly as possible, along with that demanded for this head office, since its stock is almost at an end, and one was about to become destitute of it within a few days, with the making of a promise that upon a further shipment of unhusked rice to be made, they would be accommodated from the new harvest, with the harvesting and storing of which they had now only just begun. Furthermore, as it was cited and demonstrated at large by the officials in their aforementioned cited letter of the 16th current that if, pursuant to the order of this Government contained in the letter of the 15th of February by virtue of what was resolved in the session of the 12th of that month, strict measures were used toward the merchants there in such manner as was prescribed and ordained by this Government, the same would be of not the least use, since the traders had already declared outright that they could deliver no other or better cloths before and until the withheld rejected goods were returned to them; toward which the chiefs also, according to the remarks they have made in that regard, seem to incline the most, because they testify that they know no 29th March 1770 other means to prevent the debts from increasing; so it is that, however little reliance can be placed on the merchants' promises that in case the aforementioned bad cloths were returned to them, they would not remain indebted, since the meeting considered this merely as bad faith, so that the matter being considered, and judged thereon according to the description given by the chiefs, it would in no way agree with prudence to condescend to that request; yet, on the other hand, it being considered that the said chiefs, having the merchants daily under their eyes, could trace their dealings and judge from them whether they will fulfill their promises, and thus replace those rejected goods with good and serviceable linens: it was approved and understood to leave the returning of the same deferred to the chiefs; and according to their description, the difficulties raised by the new trader being the most to be feared: it was deemed necessary that all attention be fixed upon his conduct, so that he might not depart in secret, because his frivolous dealings appeared to the meeting to rest on very shaky ground; and thus in time he might 29th March 1770 follow 335 29th March 1770. the footsteps of Naranappa Moddelij; and one would furthermore await the outcome of the inquiries that had been entrusted to the Company's Brahmin and Tamil writer there, as to where the merchants collected their linens and how the same were paid for, etc., according to what was resolved in the resolution of the 12th of February last, cited here before. Furthermore, the Corporal Jan Woutersz, stationed yonder, was, on account of expiration of time, increased in pay to ƒ18, and the soldier Jan Thierens relieved to come hither. After which the Governor demonstrated to the meeting the poor success to be expected from the collection there due to those faithless dealings of the merchants at that factory, so that the greatest part of the demand from there would remain unfulfilled, and therefore judged it necessary that this deficit be supplemented as much as possible with other good and serviceable linens, for which reason His Honour had persuaded the merchants of this town, Ramalinga Poele and Tieroemenij Chitty, to the delivery of 46 packs, to wit: 20 packs of Guineas, dark blue; 16 packs of Guineas, ordinary unbleached; and 10 packs of Salempores, ordinary unbleached
Dutch transcription
333 ceijlon en deese hoofdplaatse spoedig overtesenden. nelij dat heen van strenge middelen, omtrend de Cooh„ saame doeken te kunnen Leeveren, voor 22' deeser, vorso vere antwoord nodig geoordld is goedoge¬ vonden is en verstaan de opperhoofden te gelasten het gerequi Latt mesadras om 't segullak door reerd Rood Zegul lak voor Ceijlon soo spoedig mogelijk in ge„ reedheijd te brengen, nevens het g'eijschte voor dit hoofdcomp„ toir, alsoo dies voorraad genoegsaam ten eijnde sijnde, men daar van binnen eenige dagen stond destituijt te geraaken, met te doene promesse dat bij nadere te doene sending belofte ter sending van nieuwe van nelij, haar van het nieuwe gewasch zoude gerieven met welkers inoogsting en oplegging men nu eerst be„ gonnen had. —. Voorts door de bediendens bij derselver voorsz: aangehaalde lete, ehkoning o de ds t e ren van den 16. ' Courant in het breede aangehaald en vertoondleeden van geen niut zoude weesen. werdende, dat wanneer ingevolge de ordre deeser Regeering bij brieve van den 15. ' Februarij vervat uijt kragte van het gere„ solveerde ter sessie van den 12. ' dier maand, strenge middelen omtrent de cooplieden aldaar gebruijkt wierde sodanig, als bij deese Regeering voorgeschreeven en geordonneerd was, deselve van geen het minste nut weesen soude nadien de handelaars alsoo sij verklaard hebben, geen deugd„ reeds rond uijt verklaard hadden, dat geen ander of deugdsa dat haar uijtschten erig regen mer doeken konde leeveren voor en al eer de aangehoudene uijt„ schotten haar te rug gegeeven wierden; waartoe de opperhoofden inclinatie van de fech: daatoe meede na de aanmerkingen die zij daaromtrend gemaakt heb„ ben het meeste schijnen te inclineeren, dewijl zij betuijgen geen en waarom den 29:' Maart 1770. ander. W ample deliberatie daar over rug gave derselve. gemaakte swarig h.d door deselve gedrog te zetten, en waarom. „ander middel te weeten om te beletten dat de schulden niet vermeerderden; soo is, hoe weijnig staat 'er ook te maaken is, op der cooplieden beloften dat ingevalle voorsz: slegte doeken haar terug gegeezen wierden, niet schuldig soude blijven, dewijl het zelve bij de vergadering maar voor trouw„ loosheijd wierd aangemerkt, invoegen die saak beschoud, en daar over geoordeeld werdende na de beschrijving die erde opperhoofden gedaan hebben, geensints met de voorsigtig„ heijd over een komen soude, om in die instantie te Condes„ cendeeren, dog egter aan de andere kant geconsidereerd zijnde, dat gedagte opperhoofden de Cooplieden dagelijks onder het oog hebbende, derselver handeling en konden naspeuren en uijt deselve oordeelen of zij aan hunne beloften voldoen, en dus die uijtgeschootene met goede en deugdsaame Lijwaaten remplaceeren sullen: goedge„ dessenering aan de ofter vandete s vonden en verstaan, de te rug gave derselve aan de opper„ hoofden gedefereerd te Laaten, en volgens derselver ver„ omtrend den nieuwen handelaar deze gemaakte swaarigheeden voor den nieuwen hande„ laar het meeste te vreesen zijnde: zoo wierd noodsaake„ noodakelijk dehelver men „elijk geoordeeld, dat op zijn gedrag alle attentie gevestigd wierde, op dat niet in stilte quam te vertrecken, dewijl zijne winderige handelingen de vergadering voorquamen, op seer Losse schroeven te staan; en dus met er tijd de voet„ den 29:' Maart 1770 stappen 335 den 29. ' Maart 1770. informatien waar de Coopl: haare Lijwa„ raal aldaar. besluit2: corpt: der stede 6: par„ ken van sadasp=m op te dragen, en om wat redenen. stappen van Narana /pa Moddelij soude konnen komen nate volgen; en men zoude wijders blijven te gemoed te gemeet kiening van den uytslag den sien, den uijtslag van de informatien die aan 'sComp=s braten en tamelen v:r mine aldaar toevertrouwd waaren, waar de Cooplieden hunne Lijwaaten insamelden en hoedanig deselve be„ taald wierden ensz: na het geresolveerde ter hier vooren aangehaalde Resolutie van den 12:' febr: J:o Leeden. Wijders wierd den ginter bescheijden zijnde Corporaal Jan Chooging in gagie van een orpo„ Woutersz: mits tijds expiratie in gagie verhoogd tot ƒ18„ en den soldaat Ian Thierens naar herwaards ver otesing van en ete e lost. —. Waarna den heer gouverneur aan de vergadering vertoonde het slegt succes dat men door die trouwloo„ se behandelingen der cooplieden te dier factorij van den Jnsaam aldaar te wagten heeft dus het grootste gedeelte van het g'eijschte van daar onvoldaan soude blijven, dierhalven noodsaakelijk oordeelde, dat gebrek soo veel mogelijk gesuppleerd wierde met andere deugd„ saame Lijwaaten zijn Edele daarom de Cooplieden deeser steede Ramalinga poele, en Tieroemenij chitty overgehaald hadde ter Leverantie van 46. packen, tewee ten 20. packen guinees bruijn blaauw, 16. packen guinees gemeen ruw, en 10. packen salempoeris gemeen ruw
English
the 29th March 1770. under what express condition the quality of the cloths. and why. raw, according to the new samples; after which those merchants recently made a separate delivery, as upon inspection in the recently held packing hall by the members of this assembly who were then present there, the same were found, and which they now further confirmed in Council, to correspond sufficiently with and to be equal to the quality of the Sadraspatnam cloths: Thus after deliberation it was approved and understood to commend the procurement of the aforesaid cited number of packs to both merchants upon a separate written contract to be made thereof, under this express condition nevertheless, that the cloths to be delivered by them would have to be completely according to the samples in everything, or otherwise they would be necessitated to the restitution of the advanced money received thereon. — Upon resumption of the Paleacatte letters dated the 5th, 6th, 7th, 9th, 15th, 17th, and 18th current, nothing was found to remark thereon except to recommend anew to the chiefs to fix their attention upon the improvement of the quality of the cloths, because upon examination the same were found to be afflicted with many defects, as was distinctly pointed out to them by the copies of the findings sent from here. 19 337 the 29th March 1770. pagodas. promise to follow the dispatch of more paddy. approval of the proposal of the Bimilipatnam servants to charge the coarse cloths at 4 percent increase. by virtue of which resolution and to what end. item of the unloading from the ship the Snoek of 500 Chinese planks. and at the same time to make a promise of the dispatch to be made of more paddy, and the 20000 pagodas still missing from the petition made from there. — After which were read through the letters received from Bimilipatnam dated 10th and 21st January as well as 8th February last: thus was provisionally approved the servants' proposal to charge the coarse cloths, which would be dispatched upon the demand of the current year 1770, by invoice with a 4 percent increase, by virtue of the order of this Government by separate circular letter of the 5th September 1767, containing permission to allow if necessary a 4 percent augmentation on that sort of goods, and the same having been approved by later general letters of the 4th August 1768, pursuant to the resolution of the 30th July of the said year, in order thereby to clear entirely out of the way all confusion that had taken place in the disbursements of pagodas at 4 and 8 percent, and at the same time to relieve that office of the burden which the government otherwise had to bear from exchange. — Likewise was approved the unloading made from the ship the Snoek of 500 pieces of Chinese planks, from 221 ge and the 29th March 1770. as well as the dispatch of cash to Jaggernaijkpoeram. notice to be given that the caliatour wood had had to be unloaded again here. and why. remark about the sending to the Council of Justice of the documents drawn up there regarding the vessel the Helena. and to make representation of the same to the servants. to prevent various entries running too high in the expense account of December. from what the Bengal ministers had dispatched therewith to the disposal of this Government; as well as the dispatch of cash to Jaggernaijkpoeram, giving notice that the caliatour wood shipped by the chiefs in that keel had had to be unloaded again from it here, because, consisting of rough, unwieldy pieces, it could not serve for any dunnage of the packs. The sending to the Council of Justice here of the documents drawn up there in original was judged necessary by the Government, and that such would have been handled properly if the prisoners had had to be executed here; but because the trial did not take place here, it would have been done much better by the servants if they had sent the copies of those documents directly to the police where the same belonged, both for reflection and subsequently to be dealt with therewith as they should judge proper: which it was understood to write to the chiefs for their information in the future. Upon resumption of the expense account of the month of December last, several entries again appearing that ran too high, and 339. and in what the same consist. in particular that which was expended for the setting up of the flag mast, amounting both with the expenditure per cash and that provided from the warehouses to pagodas 85. 20. 23 or f 386. 6. 1. — Likewise the amount entered for the sawing of the caliatour wood, and the making of money chests for the money dispatched to Jaggernaijkpoeram, item for the filling of the drinking water for the use of the ship the Snoek; the more so since one could not ascertain the quantity of the filled casks, and the number of the chelingas used for that purpose, which by design unitemized the 29th March 1770 seems
Dutch transcription
den 29:' Maart 1770. mits onder welk Exprel beding de deugd der lij woeten. en waarom. ruw, conform de nieuwe monsters; waar na die handelaars Jongst apparte Leverantie gedaan hebben, alsoo bij besig„ tiging ter Jongst gehoudene paksaal door de toen aldaar present geweest zijnde Leeden deeser vergadering, deselve bevonden zijn, en die het zelve nu nader in Raade advoueerden, vol„ doende overeen tekoomen en gelijkstandig teweesen met de deugd der sadraspatnamse doeken: Soo wierd na deliberatie goedgevonden en verstaan de besorging der voorsz: aangehaalde getal packen, die beijde Cooplieden op een appart daar van te maakene schriftelijke Contract aantebeveelen, onder dit expres beding nogthans, dat de door haar te Leeverene doeken in alles Compleet na de monsters zoude moeten weesen of anders genecessi„ teerd tot de restitutie van het uijtgeschooten, daar op ont„ fangene geld. —. Bij resumptie der Palliacatse brieven de dat is 5:' 6:' 7:' 9:' 15: 17. ' en 18. Courant wierd daar noom: me pall: ter betering van op niets te remarqueeren gevonden, dan de opper„ hoofden op nieuw aantebeveelen, om derselver attentie te vestigen op de melioratie van de deugd der Lijwa„ ten, dewijl bij Examinatie deselve aan veele defecten behebt bevonden weesende, het selve beijde van hier overge„ sondene Copia bevindingen haar distinct aangeweesen zijn. 19 337 den 29:' Maart 1770. pagooden. bimilit=te bed=s om de grovedoeken, snoek van 500. chineese planken. zijn en teffens promesse te doen van de te doene sending beloft te sending aen volgen van meerder neli, en de op de van daar gedaane petitie nog ontbreekende 20000. pagooden. —. Waarna doorleesen wierden de brieven van Bimilipat„ nam ontfangen sijnde gedateerd 10: en 21:' Januarij mits„ gaders 8:' februarij Jongstleeden: soo wierd aan vanke„ lijk geapprobeerd der bediendens propositie om de gro, approbatie van de propositie der ve doeken die op den Eijsch van het loopende Jaar 177 met 4. p. C„ hooging aanterekenen. versonden soude werden, bij factuur met 4. percento verhooging aantereekenen, uijt kragte van de ordre uijtkragt van welk besluijt deeser Regeering bij apparte circulair letteren van den 5. ' 7ber: 1767. inhoudende om des noods 4. percento augmentatie op dat soort van goed toetestaan, en het selve bij laatere gemeene letteren van den 4. ' augus„ tus 1768. na luijd der resolutie van den 30:' Julij — des gemelden Jaars geapprobeerd was, ten eijnde daar en ten wat eijnde. door alle verwarringen, die in de verstreckingen van pagooden met 4. en 8. percento plaats gehad hadden, in het geheel uijt den weg te ruijmen en dat Comptoir teffens van de last te ontheffen, welke de regeering van verwisseling andersints quam te draagen. — Gelijk nog goedgekeurd wierd, de gedaane ligting uijt item van de ligting uijt't schep de het schip desnoek van 500. stux chineese planken, van 221 ge en den 29. ' Maart 1770. ten na Jaggemaykh: hout alhier weeder geligt hadde moeten werden. en waarom. raad van Justitie der aldaar beleg„ de stucken, weeg 't scheepje de helena. aan de bed=s. hoog op stok Lop ende posten in de on„ kost reecq: van decem=. van het geene de bengaalse ministers daarmeede ter dis„ soomeede de sending van contanpositie deeser Regeering afgestooken hadden; soo meede de sending van Contanten naar Iaggernaijkpoeram, te doene melding dat 't caliatour cog dat het Calliatourhout door de opperhoofden in dien Kiel afgescheept alhier weeder daar uijt hadden moe„ ten werden geligt, om dat het in onbehouwe Lompe stucken bestaande tot geen garniering der packen hebben kunnen dienen remarque over 't senden aande Het senden aan den Raad van Iustitie alhier van de aldaar beleijde stucken in originalie wierd bij de Regeering noodsaakelijk geoordeelt, en dat zulx naar behooren gehandeld zoude weesen, indien de gevangens alhier hadden moeten werden g'executeerd maar dewijl de te regt stelling alhier geen plaats hadde, p zoo zoude door de bediendens veel beeter gedaan zijn geweest, indien zij de copijen dier documenten direct aan de politie alwaar deselve thuijs hoorde overgeson„ den hadden soo tot speculatie, als om vervolgens daar„ meede gehandelt te werden, sodanig als oordeelen souden en te doene vorhouding van't selste behooren: het geen verstaan wierd de opperhoofden tot derselver narigt in den aanstaande aante schrijven te voorenkoming van diverse te Bij resumptie van de onkostreecquening van de maand december Jongstleeden alweeder diverse posten te vooren koomende 339. koomende, die te hoog op stok leepen, en in het bijsonder het geen bekostigt is, tot en waar in deselve bestaan het opsetten van de vlaggemast importee„ rende soo met de uijtgave per cassa als het verstrekte uijt de pakhuijsen pr/o 85. 20. 23. off ƒ 386. 6. 1. — Soomeede het opgebragte voor het zaagen van het Calliatourhout, en het maaken van geld kisten voor de versondene penningen naar Iag„ gernaijkpoeram, item voor het vullen van het drinkwaater ten behoeve van het schip de Snoek„ te meer men niet nagaan kon „ de, de quantiteijt der gevulde va„ ten, en het getal van de Chia„ lengen daar toe verbruijkt, die â desseijn ongespecificeerd den 29:' Maart 1770 scheijnt
English
with which recommendation; item of that of Cuddalore of February, which alone has been paid here to the debit of that vessel, from which it originates and how much the same amounts to, seems to have been omitted in order that no calculation could be made of it. The passing of the same was nevertheless approved for write-off, under a serious recommendation to be made toward better attention to frugality; likewise the expense account of Cuddalore for the month of February last, on which nothing was found to remark upon. Furthermore, it was resolved to charge to the account of that Directorate of Bengal what was paid here to the English Ministry at Madraspatnam on account of the expenses incurred for the private vessel De Helena at Masulipatnam to the amount of pagodas 816: 4: 33, constituting, after deduction of the 15 3/8 percent ample, which is the greater difference that the reduction of the sicca rupees to Dutch money yielded over what the aforesaid old Nagapatnam pagodas fetched in Dutch money, an amount of ƒ3109: 5, with the request to have that amount demanded from the owners and outfitters of that vessel and transferred into the Company's treasury. Those ministers having further complained of the arbitrary conduct of the Bimilipatnam Resident Jasper Theodorus Pfeiffers, assisted by some others at that office, concerning the repeatedly mentioned vessel De Helena in the dismissal of Commander Moulton and placing another in his stead, together with changes made regarding the subordinate crew members, which those ministers judge could be of the most detrimental consequence, etc.; it was thus approved and resolved to order the said Resident Pfeiffers and all those who may have assisted, advised, or had a hand in it, to give a satisfactory account of that conduct, which was contrary to the intention of the outfitters of that vessel and contrary to their request made regarding this matter to Pfeiffers. 29 March 1770. The second bill of exchange drawn by those ministers in favor of the Orphan Masters here, amounting to rupees 3164: 8: 27/25 on this Government, although not accompanied by a letter of advice as it should have been, was nevertheless approved and resolved to be honored; but at the same time it being observed that the titling of the said bill of exchange is arranged very improperly, which was indeed regarded by the meeting as an error, yet the capacity of the Governor might well have been acknowledged therein; so it was resolved to remark upon the same in the letters to be dispatched, giving them to understand that this Government, in a similar case with respect to those ministers, would have considered it as much their duty, just as it was inclined to recognize everyone in the rank in which they had been placed by the Superior Authorities. Next, the Governor read to the meeting the letter in French written by the Governor and Council at Pondicherry to this Government dated the 23rd of this month, tending to request the making of the required investigation regarding the purchase of timber and cordage which the former agent of the French here, Jean Dumont, during his presence in this city, made for the account of the French Company, which they testified they necessarily needed in order to liquidate the account of the said Dumont with the French Company, which had remained running for many years; to which end there might be sent to them a statement or note of the goods that the said Dumont might have bought from the Company's warehouses here, with disclosure of the prices thereof, in what manner the same were paid, and at what prices the pagodas then stood; and if he had made no purchases from the Honorable Company, then those from whom the goods were privately purchased might be persuaded and moved to give the required clarifications in that regard, in forwarding a note of the quantities of the goods, with their costs. Which requests being taken into consideration, and the members being asked by the Governor whether they, or any of them, could provide any clarification in that regard, and whether it was also known to them that the said Dumont had bought any goods from the Honorable Company, or of the trade that he had conducted privately here; they testified that no purchases had been made by Dumont from the Honorable Company, and although they were not unaware that he had engaged in some trade during his stay here, they could nevertheless give no clarification as to the specifics thereof, only
Dutch transcription
met welke recomm: item van die van coedeloer van febr: 't aleen alhier ten laste van dat scheepje betaald is.. waar uijt oorspronkelijk en hoezeel 't selve bedraagd. scheijnt gelaten te weesen op dat men er geen berueke ning na soude konnen maa„ passering egter van deselve en ken; Werdende deselve Eg„ ter onder ernstige te doene recommandatie ter beetere behar„ tiging der menage ter aff„ schrijving gepasseerd; soomeede de onkostreecquening van Colde„ loer van de maand Februarij Jongstleeden, waarop niets te remarqueeren gevonden is. — „ mitsg:s bengale ten Latte te brengen voorts wierd beslooten die directie van Bengale ten Laste te brengen, het geen alhier aan het Engels minste„ rium te Madrasp=m betaald is, weeg=s het ten koste gelegde aan het particulier schepie de Helena te Masulipatnam ten Em„ porte van p=lo 816: 4: 33: uijtmakende naar de„ den 29:' Maart 1770. tractie G . „ 341 ters. keurig gedrag van 't bimilip=te opper„ hoofd ifeter, omtrend tat kiettje 't verder aangaat sig daarover te verantwoor„ den. tractie van 15. 3/8. percento ruijm, het geen het meerder different is, dat de reductie van de sicca ropijen tot Neederlands geld gaf, dan de voorsz: oude Nagapatnamse pagooden in Nederlands geld opwierpen; een montant van ƒ3109: 5. met versoek om dat bedraagen van de item met wat versek aan de minis„ Eygenaars en reeders van dat vaarthuijg aftelaaten 1 vorderen en in 'sComp=s Cassa overbrengen. — Door die ministers wijders gedoleerd werdende, over doleance door deselve ove 't willen het willekeurige gedrag van het Bimilipatnams opper„ hoofd Iasper Theodorus Pfeikser geadsisteerd door eenige andere ten dien comptoire omtrend het meermaals gerepte scheepje De Helena in de afsetting van den onwaar in het selve bestaat gesaghebber Moulton en plaatsing daarop van een an„ der in sijn plaats mitsgaders gemaakte veranderingen omtrend de mindere scheepelingen het geen die ministers oordeelen, van het aller nadeeligste gevolg zoude konnen wier„ den ensz: zoo is goedgevonden en verstaan gemelde opperhoofd ontwraan ged: feieken en de gene die Efeitter en alle de geene die hem daar in geholpen of geraden„ dan wel de hand gehad mogte hebben te ordonneeren over die teegens de intentie der rheeders van dat vaarthuijg en dersel„ ver dien aangaande gedaan versoek aan Fteifser strijdende behandeling, zig satisfactoir te verantwoorden. —. De tweede wissel door die ministers ten fareure van de wees„ Den 29. ' Maart 1770. —. meesteren. „ den 29. ' Maart 1770. wissel voor heeren weesmeetteren te betaalen. deselve. aanmerking van 't zelve voor een abuijs. —. dog met wet remarque ministers. ministerium omtrent de alhier gedane in koop van dumont. besluijt de van daar bekomene tweede meesteren alhier groot rop=s 3164:8: 27/25. op deese Regeering ge„ trocken is, schoon van geen advies brief gelijk het behoord hadde„ voorsien is, egter goedgevonden en verstaan, te laaten vol„ dogoneijgentheij den tetutater van doen; dog teffens bespeurd werdende, dat de titulature van gedagte wissel seer oneijgen is ingerigt het geen bij de vergadering wel voor een abuijs wierd aangemerkt dog egter de qualiteijt van den heer gouverneur daar bij wel hadde moogen bekend gesteld werden; soo wierd verstaan het selve bij de aftesendene schrijvens te remar„ en te doene te kennengering aan die queeren; onder te kennen geeving dat deese regeering in geval, een gelijk ten opsigte van die ministers, soo seer van hun pligt geoordeeld zoude hebben, als deselve geneegen was, een ieder te erkennen, in den rang, waar in door de heeren superieuren gesteld waaren. —. 72 opleesing van een brief van't france vervolgens las den heer gouverneur de vergadering voor de brief in het frans door den heer gouverneur en raad te Pondicherij aan deese Regeering in dato 23: ' deeser maand behelende bet omreckenge te doen gerigt, tendeerende instantie tot het doen van de ver„ touw en houtwerken door den agent eijschte recharge, nopens den inkoop van hout en touw werken, die den geweesen agent der fransen alhier Jean Dumon geduurende zijn aanweesen te deeser steede, voor reekening van de france Comp=e gedaan heeft, die zij betuijg„ waartoe zulke benoodigtis. den noodsakelijk te moeten hebben, om de rekening van gedagte 0 343 den 29e: Maart 1770. „de leeden of ze eenige elucidatie decar„ gedagte Dumont met de franse Comp=se die 't zeedert Lange Jaaren bleef voortloopen te liquideeren, ten dien eijnde aan en wat ze ten dien eijnde require„ hun toegesonden mogte werden, een staat of notitie der goe„ deren die gedagte Dumont uijt 'sComp=s pakhuijsen al„ hier gekogt mogte hebben, met bekent stelling van de prij„ sen derselve op welke wijse deselve betaald sijn, en op welke prijsen toen de pagooden geweest waren, en soo hij geen inkoop bij dE: Comp:e gedaan hadde, als dan de geene van wien de goederen particulier ingekogt was, overgehaald en bewogen mogte werden, tot het geeven van de benodigende ophelderingen dienaangaande, in het overschicken van een notitie van de quantiteijten der goederen, met derselver kostende; welke instantien, in afvrage door den heer gouvern=r aan overweeging gebragt, en door den heer gouverneur de Lee omtrentgeren konde. den afgevraagd zijnde, of zij, dan wel eenige derselve, eenige elucietatie daaromtrend geeven konde, en of het ook hun bekend was, dat gedagte Dumont eenige goederen van dE: Comp=s gekogt, dan wel van de negotie die hij particu„ lier alhier gedreeven hadde, soo betuijgde deselve door Du, wat deselve daerop betuijgd hebben mont geen inkoop bij d'E: Comp=s geschied te zijn, en schoon het haar niet onbewust was, dat denselven geduurende zijn verblijf alhier, eenige Negotie gedaan hadde, egter van de weesentlijkheijd derselve geen elucidatie geezen konde, eene„ ren. lijk
English
the 29th of March 1770. The merchant and fiscal of this principal place, Tammerus Cantervisscher, gave communication of a certain transaction entered into with him in the year 1760 regarding a quantity of wood and cordage as well as sugar and drinks, in exchange for a quantity of Bengal goods; according to which he has in his possession the account, which it was decided to send to the aforementioned French ministry, with the notification that no other or more light could be given in that regard. At the session of the 12th of this month, the junior merchant Nicolaas Tadama having been elected as a member of the Council of Justice here, without reflection having fallen on the affinity between him, the fiscal Cantervisscher, and the fellow member in the said council Nicolaas Campie, as each is married to a sister, it was thus, upon the proposal of the governor, approved and agreed to revoke the decision taken in that regard, and upon His Honour's further proposal, in place of the said Tadama, to fill the vacant seat of the deceased junior merchant Mr. Hendrik Bosch, the junior merchant and invoice keeper Fredrik Willem Bloeme was elected as member. After this, the submitted inspection of the petty cash at this principal place, conducted from the end of November to the end of February last, was reviewed, according to which the balance thereof, after deduction of the funds running as memorandum etc. in various species, both in pagodas, fanams, and duiten, amounted on the last-mentioned date to pagodas 9481. 14. 54. or 42667 guilders 5 stivers 0.5 duit. The soldier Christiaan Adam Klitter of Stolkaart, having been employed for some time in surgery and having given proof of competence in that profession, was therefore promoted to assistant surgeon at 16 guilders per month, to serve out his current contract for that amount, the increase of his pay taking effect in the middle of this month; as were also increased in pay the soldiers Christiaan Fredrik Cletneij and Georg Schaad, stationed at Jaggernaijkpoeram, the first to 14 guilders and the other to 13 guilders per month. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid. Signed: as before. Monday the 16th of April in the year 1770. In the afternoon at five o'clock Political Meeting Held all present except The junior merchant and second storekeeper Jan Diderik Severin The governor having expressly convened the meeting for the handling of various matters, in order to be able to dispatch the sloop de Nagtegaal, which had been readied for the transport to the offices of various necessities requested from there, and to send the chiefs the necessary orders concerning the letters received from there since the session held on the 29th of March last; and accordingly, with respect to what was written from Bimilipatnam by letter of the 2nd and 3rd of March just mentioned, the contracting done there for the requested guinees of valued and unvalued sorts was approved, as well as the items requisitioned for Macasser and the West Coast, together with the chiefs' action in the speedy return dispatch of the said sloop de Nagtegaal, as well as the reimbursement into the treasury of the small gift presented to the prince's envoys on the occasion of the money received from the prince to be disbursed here to the south by bill of exchange. Of the 17550 rupees sent by those chiefs to Sadraspatnam, of which 5987 pieces are mentioned in the resolution of the 2nd of March last, having been able to be exchanged or spent neither at that office nor here without loss for the invoiced price of 3.25 pieces per pagoda, it is agreed to send the same back by the aforementioned sloop for the account of the chiefs; as it was also resolved to sell at public auction the 15 packages of diverse linens belonging to the estate of the deceased secunde Jan Visscher, and sent here by the executors of that estate, being the chief Pfeisser and the bookkeeper Nieuwhoff, in order to be sold here under the assumption that they will yield more here than over there, being products originating there, namely 8 packages to the amount of 744 pagodas 14.75 fanams or 3350 guilders 16 stivers 5 duiten for the purchase cost, for the disputed 1.5 coir anchor rope, for which, by resolution of this table of the 26th of June 1769, the said estate was judged liable.
Dutch transcription
den 29. ' Maart 1770. dat nd: 1760. en negetiatie met Dul„ mon aangegaan hadde. sters toelesenden. intrecking van de aanstelling van Iadama, tot Lid van Justitie en waar„ om. te konnen gering dorden sesadelijk gaf den Coopman en fiscaal deeser hoofdplaatse Tammerus Cantervisscher Communicatie van see„ kere negotiatie in den Jaare 1760. met denselven aange„ gaan van een parthij hout en touw werken mitsgaders suijker en dranken, in ruijling van een quantiteijt besluit de reecq: daar aan voorm: man Bengaalse goederen; Conform daarvan onder sig hebben„ de reekening, die beslooten wierd, aan het voorsz. frans en met welke te kennen geeving ministerium te doen toekomen, onder te kennen geeving dat men geen andere, of meer ligt dienaangaande geeven konde. —. Ter sessie van den 12.:' deeser, den ondercoopman Nico„ laas Tadama tot Lid in den Raad van Justitie alhier verkooren zijnde, sonder dat 'er reflectie gevallen is op de attiniteijt tussen hem, den fiscaal Cantervisscher, en het meede lid in gedagte raade Nicolaas Campie, als ijder een suster in huwelijk hebbende, soo wierd op de proposi„ tie van den heer gouverneur goedgevonden en verstaan het en vrkeeling van Hloeme daartoe dierweegens gevallen besluijt intetrecken, en op sijn Ede„ lens verderen voorstel, in plaatse van gedagte Tadama tot plaatvulling van de vacante stoel van den aflijvigen ondercoopman M=r Hendrik Bosch tot Lid verkooren, den ondercoopman en factuurhouder Fredrik willem Bloeme. —. Hierna 345 Den 29:' Maart 1770. casla seed: alt:o 9ber: tot ult:o febr: gem: datum bedraagd. chirurgijn. te Jaggernaijkp: Hierna wierd geresumeerd, de ingekomene opneem van resumptie van de opnemen der kleere de kleene Cassa te deeser hoofdplaatse zeedert ultimo November tot ultimo februarij Jongstleeden gedaan, volgens dewelke het restant derselve naar aftrek van hoevel het restent onder laast de per Memorie Loopende gelden &=a in diverse specitien, soo in pagoden fanuims, en duijten, onder laast gemelde datum bedragen heeft pag: 9481. 14. 54. of ƒ42667. 5. -½. Den soldaat Christiaan Adam Klitter van stol, berordering van den zold:t tet onder„ kaart, 't zeedert eenigen tijd bij de Chirurgie g'emploijeerd zijnde, en preuve van bequaamheijd in dat metier gegee„ ven hebbende, wierd denselven mits dien g'advanceerd tot onderchirurgijn met ƒ 16. ter maand, om daar voor sijn Loopend verband uijttedienen, ingaande de ver„ meerdering sijner gagie medio deeser, soo als ook verhooging in gagie van twe slouten in gagie wierden verhoogd de soldaaten christiaan fredrik Cletneij en georg schaad bij de te Jagger„ naijkpoeram bescheijden den eersten tot ƒ 14. en den an„ deren tot ƒ13. ter maand. —. Aldus Gedaan en Gearresteerd In 't Cas„ teel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /: was ge„ teekend:/ Als vooren. Maandag — is. . dane aan besteding van't guin= ge„ waar- en ongewardeerde zoort. van de Neigtegaal. 's Namiddags te vijff uuren Politique Vergadering Gehouden alle present dempto Den ondercoopman en Tweede Pakhuijsmeester Jan Diderik Severin ommet nde de eaderig elij den heer gouverneur de vergadering excpres gelegd heb„ bende, ter verhandeling van verschijdene zaken, ten eijnde de chialoup de Nagtegaal die aangelegd was, ter ver„ voer na de Comptoiren van diverse van daar g'eijschte benodigtheeden, te konnen depecheeren, en de opperhoof„ den de nodige beveelen te doen toekomen, op de van daar bekomene brieven zeedert de gehoudene sitting approbatie van dete binilip:r ge van den 29:' Maart Jongstleeden, en wierd mits dien ten opsigte van het geschreevene van Bimilipatnam bij brieve van den 2:' en 3:' Maart evengemeld, g'approbeerd, de gedaane aanbesteeding aldaar van de g'eijschte qui„ item en van 't g'eijschte voor nacasser neesen gewardeerde en ongewardeerde zoort, allwe van het gepetitioneerde voor Macasser en de Westkust zomede van despedig despe alsmeede der opperhoofden behandeling, in de spoedige te rug depeche van gedagte chialoup de Nagtegaal item Maandag Den 16:' April Anno 1770. het 347 den 16e: april 1770. „schenk aanden sendelingen van den prips. der opperh: dat heen te rug te senden. en waarom. secunde visscher teeg=s den 20:' deeser het remboursement in cassa van het smal geschenk, item van de incastelling van't ge„ ter gelegendheijt, van het ontfangene geld, van den prin„ om per wissel alhier om de zuijd uijtgekeerd te werden, aan des princen sendelingen afgegeeven. —. Van de door die opperhoofden na Sadraspatnam besluijtmner: gen: ge07, rofijen, voren gesondene 17550. Ropijen, daar van 5987. stux ter reso„ lutie van den 2. ' Maart Jongstleeden vermeld, nog ten dien Comptoire, nog hier sonder schade voor de aangeschreeve prijs van 3. ¼. stuk per pag: niet hebbende konnen ge„ trouqueerd, nog uijtgegeeven werden soo is verstaan desel„ je per voorm: Chialoup voor reekening der opperhoofden te rug te senden. soo als ook geresolveerd wierd, de 15. pac„ en e: pack: bij waten van den oertb: ken diverse lijwaten, den boedel van den aflijvigen se ter vendite te vehooen. cunde Ian Visscher toebehoorende, en door de Execu„ teurs, in dien boedel zijnde het opperhoofd Pfeisser, en den boekhouder Nieuwhoff, dit heen overgesonden om alhier verkogt te konnen werden, in veronderstel„ ling, deselve alhier meerder gelden zullen, dan ginter als producten sijnde, aldaar vallende, te weeten 8. paaken ten bedragen van p/o744. 14. ¾ ƒ 3350: 16:5. voor het inkoops kostende, de der bewiste 1:½. caijer anthertouw, welke bij resolutie deeser tafel van den 26. ' Junij 1769. ge„ dagte boedel aanspreekelijk g'oordeeld weesende, daar voor
English
to set aside, and for how long. Bonte, that he still had 4 chests of native tobacco of his honor in his possession. to auction. having been placed under sequestration, and 7 packs to the amount of pa/o 585. 13. 7/8. or ƒ 2535. 2. — having been sent over by the executors for the reasons mentioned above, to be at the disposal of this Government, to sell the same here by public auction at the Company's warehouses on the 20th of this month, and to deposit the proceeds thereof in the Company's treasury until the venerated decision of Their High Excellencies shall be obtained concerning the arrangement made here regarding the payment of the aforementioned anchor ropes and some other matters, both concerning the fortifications and the debts of the merchants, left to the account of that estate. Notification by Captain Commandant Bonte. On this occasion, the member of this assembly, Captain Commandant and head of the military here, Hartwig Bonte, made known to the same that the widow of the said Visscher, shortly before her death, having sent four chests of native tobacco to him for sale, the same were still in his possession, because a few days after receiving the same the news of the death of that widow had arrived here; requesting therefore to be provided with the approval and orders of this Government regarding the matter, it was resolved and agreed to have that tobacco also auctioned for the benefit of that estate. April 16, 1770. 349 April 16, 1770. Upon the findings concerning the delivered cargo of the Nagtegaal at Bimilipatnam. To send Lieutenant Jollivet's replacement, Ensign Thomas, to Bimilipatnam. At Jaggernaikpoer. may improve more and more. Upon review of the findings concerning the cargo delivered at the said Company's factory of Bimilipatnam from the chaloup de Nagtegaal, it having appeared that Japan bar copper was accounted short by 69 1/4 lbs beyond the permitted allowance, and was charged in the memorandum sent here at cost price for ƒ66: 11: 8 or pa/o 14: 19: 5 1/3, it was resolved to have the pay accounts of the master Jan Hanssen and his quartermaster debited for that amount, in accordance with the regulations. Likewise, it was resolved, in place of the recently deceased military Lieutenant Pierre Jean Jollivet, to send Ensign Georg Andreas Godfried Thomas from here to that place, in order to assume command over the military forces there. And although, upon reading the letters received from Jaggernaikpoer dated January 20 and 25, February 15 and 23, as well as March 10 and 21 last, among other things the reasonable progress of the sale of merchandise there was noted, the assembly nevertheless wished that the same might revive more and more, so that one could be relieved of the large stock of cloves and nutmegs; and furthermore, to obtain prized varieties for Europe only. and why. Concerning the increased debts of the Masulipatnam merchants. and in what confidence. Orders given regarding the thonij de Orange Spruijt for the collection of the chintz cloths. supply of tarpaulins. Item of men, and when. Declining the requested sepoys. upon the clarification requested by the Chiefs whether prized and unprized varieties might also be accepted for Batavia and other quarters, it was approved and resolved to instruct them to restrict themselves to Europe alone in the acceptance and dispatch of that sort of goods, as no demand has been made for them from other places, and therefore they should neither be accepted nor dispatched; and with regard to the reasons given by them concerning the increased debts of the Masulipatnam merchants in the closed financial year 1769, the council deemed it proper to rest content with them, in the trust that at the closing of the current year, they will make a more favorable showing; and meanwhile to inform the Chiefs that orders had already been given to dispatch the thonij de Orange Spruijt early to the river of Nizampatnam, to collect the chintz cloths being ordered, with the promise that upon receiving the sailcloth from Batavia, they would be accommodated with the requested tarpaulins; as also with some European men, upon receiving the requested soldiers, to which end it was approved, for the present, to decline the sepoys requested by the Chiefs. April 16, 1770.
Dutch transcription
seponeeren, en tot hoe Lange. bonte, dat nog 4. kisten in landse tabak van desselfs weld: onder zig hade. venduceeren. voor in sequestratie gesteld zijn, en 7. packen ten emporte van pa/o 585. 13. 7/8. ƒ 2535. 2. —. door de Executeurs om reeden voormeld, ter dispositie deeser Regeering overgesonden, tee„ gens den 20. ' deeser per publique vendutie aan 'sComp=s pak„ en 't provenu in 'sComp=s cassa te huijsen, alhier te verkoopen, en het provenu daar van in 'sComp:s cassa te seponeeren tot dat erlangd sal weesen, de gevenereerde dispositie van haar hoog Ede„ lens, nopens de alhier gemaakte schicking omtrend de betaaling van voorm: ankertouwen, en eenige andere zaaken, soo de fortificatie, als de schulden der cooplieden betreffende, voor reekening van dien boedel gelaten. — te kennen geving door den omm: Te deeser geleegendheijt gaf het Lid deeser vergade„ ring den Capitain Commandant en hoofd der militie alhier Hartwig Bonte aan deselve te kennen, dat de weduwe van gedagte visscher kort voor haar overlijden vier kisten met Jnlands tabak aan hem ter verkoop gesonden hebbende, deselve nog onder hem was, om dat eeni„ ge dagen na den ontfangst derselve de tijding van het en veloek om ordre daarontrend overlijden van die weduwe alhier was ingeloopen; versoe„ kende mitsdien met het goedvinden deeser Regeering daar besluit deselve almede te laten omtrend gemunieerdt te werden, soo is goedgevonden en verstaan, die Tabak meede ten voordeele van dien boe„ del te laten venduceeren. —. den 16e: april 1770. Bij „ 349 den 16e: april 1770. „ vinding der te bimitip: uijtgeleeverde Loeding van de Nagtegaale " luitenant Jollizet, den vendrig Thomas na bim elip=r te senden te Jaygernaijk. meer opluijken mag. Bij resumptie van de bevinding der ten gemelde Comp„ reslintste vm ndes plti de toir Bimilipatnam uijtgeleverde Lading van de Chia„ loup de Nagtegaal te vooren gekomen sijnde, dat op het staaf koper Japans boven de toegestaane validatie 69: 1¼. lb: tekort verandwoord was, en van daar bij Me„ morie herwaards uijtkoops aangereekend werdende met ƒ66: 11:8. of pa/o 14: 19: 5. 1/3. soo is verstaan voor dat bedragen de zoldij reekeningen van den gesagheb„ ber Jan Hanse: en desselvs quartiermeester, na de ordre te doen belasten. —. Gelijk nog beslooten wierd, insteede van den onlangs gin besluijt insteede van den overleeden ter overleedene Luijtenant militair Pierre Jean Jolli„ vet van hier na derwaards te laten overgaan, den vendrig georg Andreas godfried Thomas, om het Commanda over de militairen aldaar te aanvaarden. —. En schoon bij het overleesen der van Iaggernaijkpoer am redelijk vootgang van den eher ontfangene brieven de datis 20. ' en 25. Januarij, 15. en 23: februarij mitsgaders 10. ' en 21:' Maart Jongstleeden, onder anderen te vooren gekomen is, den reedelijken voortgang van den vertier van handelwharen aldaar. soo wenschte en wensch, dat deselve meeren de vergadering egter, dat deselve meer en meer aan wac„ keren mogte, op dat men van den grooten voorraad der nagulen en noten ontheft konde raaken; En is voorts op wardeerde zoorten alleen voor Europa te behaalen. en waarom. weeg. devermeelderde schulden der Masz: Coopleeden. en in wat vertrouwen. stelde ordre, noens de thonij de orange kleeden sie van Sipaaij overe om zig not:s de gewaren onge, op der opperhoofden gevraagde Elicidatie of voor Ba„ tavia, en andere quartieren meede gewardeerde en on„ gewardeerde soort zoude mogen accepteeren, goedgevon„ den en verstaan haar te gelasten, in de aanneeming en versending van dat zoort van goed, sig te bepalen voor Europa alleen, als van andere plaatsen 'er geen eijsch van gedaan sijnde, dus deselve niet g'accepteerd gerusting in de gegevene redenen nog versonden soude mogen werden; En wat aanbelangd derselver gegevene reedenen, ten opsigte van de vermeerder„ de schulden der Mazulipatnamse Cooplieden in het afgeloopen boekjaar 1769. vond den raad goed zig daar in te gerusten, in vertrouwen dat met het sluijten van dit Loopende Jaar, deselve een favorabelder verto„ te doene kennes geving van egening zal maken; en intussen de opperhoofden ken„ 'spruijt ter afhaal der getzaaijde nisse te geeven, dat men reeds ordre gesteld hadde, de thonij de orange spruijt vroegtijdig na de rivier van Nisampatnam te defecheeren, ter afhaal der in bebote te bending van esoningtgredheijt zijnde gesaaijde kleeden, met promesse dat men bij bekoming van het Zijldoek van batavia haar gerieven soude, met de versogte presennings; soo„ item van mansz: en wanneer meede met eenige Europeesche manschappen, bij erlan„ „declinerin van de pogte amssing van de versogte militairen, ten welken eijnde goedge„ vonden is, voor als nog te declineeren, de door de opper„ den 16e: april 1770. hoofden
English
the 16th of April 1770. Displeasure that no part of the unloaded Chinese planks was sent to Palicol. Not having chased them away with a proper flogging there. From the same that here still... chiefs requested admission of sepoys and first to wait whether any relief of military personnel will arrive from Batavia; furthermore, the assembly was not at all pleased that the chiefs had not let Palicol share in a part of the Chinese planks unloaded from the ship De Snoek, as the shortage of timber for the highly necessary repair of the lodge there was not unknown to them; likewise, the employees would have given the assembly greater satisfaction if they had chased away the two returned deserted Eastern soldiers with a proper flogging, instead of placing them on the sloop De Nagtegaal to be transported hither, on account of the danger that one sometimes has to expect from such rabble. It appearing from the statements of the great and small cash received from there that they were still reasonably provided with cash, it was decided to order them to assist the chiefs of Palicol as much as possible with the demanded rupees at the earliest opportunity, for which purpose it was simultaneously decided to send all the silver still on hand here, in the quantity of 2576 marcq trois, with the aforesaid sloop De Nagtegaal to Jaggernaickpoeram to be minted into rupees; and furthermore to have paid into the cash there, by whoever it is incumbent upon, 90 1/4 lb of quicksilver at the cost of p/o 43. 3. 53 1/3 or f 194: 4: found to be deficient in the quantity of 2004 lb transported from there to Batavia with the ship Westerveld in the past year, which has consequently been charged back to this government for settlement. Furthermore, the chiefs were authorized to write off the expense account for the month of January last. And considering that the ordinary North ship was expected daily from Batavia for the collection and transport of the returns that are ready, and one therefore necessarily needed to know beforehand how large the quantity of the same is in the North, in order that the shipment in that vessel of the bales that will be in stock here could be regulated accordingly: it was approved and decided upon the proposal of the governor to order the chiefs at this office as well as those of Palicol to report at the earliest the number of packages they expect to be able to send with that keel; the 16th of April 1770. as well as to authorize the chiefs of Bimilipatnam to detain the sloop De Nagtegaal there until the end of May next, in order to transport all the returns that will then be ready to Jaggernaijkpoeram for transshipment into the aforesaid North ship. Meanwhile, in response to what was written by the Palicol employees in their letters of the 14th of February and the 14th of March last, it was approved to declare that the chiefs ought to know best to what extent what was brought forward by the merchants is acceptable regarding the acceptance of the aforesaid rupees being minted at Jaggernaijkpoeram, and the loss they would suffer in exchanging the same at Mazulipatnam for three-image pagodas, and from which the Jaggernaijkpoeram merchants were exempt because they had ample opportunity to spend that silver coin in trade without loss; but since those traders have since resolved to receive the rupees, the government likewise hoped that they will have found a means to make use of that silver money without loss; nevertheless, it was thought fit to make a promise.
Dutch transcription
351 den 16 '. april 1770. ontstigting over dat geen gedeelte derge„ ligte chineese planken na palicol geson„ „den was. —. niet maar met een keldere Loesing weg„ gejaagd zijn aldaar. van Ul 't selver dat alhier nog aan„ hoofden versogte admissie van sihaijs en eerst aftewag„ ten off 'er eenig ontset van militairen van Batavia sal komen; voorts vond de vergadering sig gants niet gestegt, over dat zij opperhoofden van de geligte Chineese planken uijt het schip de snoek, palicol voor een gedeelte niet hadde doen participeeren, alsoo haar de verleegend, en waarom heijd om houtwerken tot de hoog noodige reparatie der Logie ginter, niet onbekend was; gelijk zij bediendens item dat de maleijdse destateurs de vergadering inselver voegen meerder genoegen zoude hebben toegebragt, indien de twee te rug gekeerde gedeserteerde oostersche militairen met een heldere loesing weggejaagd hadden, dan deselve op de chialoup De Nagtegaal insteede van dit heer te Transpor„ ter Transporteering na herwaards te plaatsen, om de en waarom. wille van het gevaar, welke men van diergelijke gespuijs somtijds te wagten heeft. — Bij de van daar bekomene staatreekeningen der ƒ. groote, en kleene cassa te vooren gekomen zijnde, dat de„ selve nog redelijk van Contanten voorsien waaren, soo is verstaan haar te ordonneeren, om de opperhoofden van Jal onde hondelenenent ete col soo veel doenlyk met de g'eijschte ropijen ten eersten te adsisteeren, ten welken eijnde tefens beslooten wierd, besluijt ten dien eijnde ter sinding al het alhier nog aan handen weesende zilver ter qua handens. titeijt van 2576: marcq: trois, met voorsz: chialoup de teeren. redelijke voorraad van Contanten Nagtegaal. silver door die 't incumbeerd te laaten betaalen. Januarij te geven hoe veel packen sij met het Nagtegaal naar Iaggerneijk poeram ter vermanting item van nevs gem: 9: ¼½ lb: quik ven Ropijen aftesteeken; en voorts door die het incum„ 1 beerd, aldaar in cassa te doen betaalen 90:14. lb: quik„ silver ten koste van p/o 43. 3. 53. 1/3. of ƒ 194: 4: op de van daar in anno pass=o, met het schip westerveld naar Batavia vervoerde quantiteijt van 2004. lb: te min be„ vonden, derhalven dit gouvernement ter voldoening te rug gereekend is geworden. —. passerig vien de ontestrucq: van Wijders wierden de opperhoofden gequalificeerd tot de afboeking van de onkostreekening van de maand Januarij Jongstleeden. —. lat nendet Compteiren palicol om En gemerkt het ordinair noord schip dagelijk van ƒ noord schip sulten kunnen versenden batavia wierd te gemoed gesien ter afhaal en vervoer der in gereedheijt zijnde retouren, en men overzulx nood„ sakelijk voor af diende te weeten, hoe groot de quanti„ teijt derselve om de Noord is, ten eijnde alhier daarna gereguleerd konde werden, omtrend de afscheep in dien bodem, van de fardeelen die alhier in voorraad sul„ len weesen: zoo is op den voorstel van den heer gouver„ neur goedgevonden en verstaan de opperhoofden ten dec„ sen comptoire soo wel als die van Palicol te gelas„ ten, om ten eersten optegeeven, het getal der packen die zij staat maakten met dien kiel te zullen kon„ den 16:' april 1770.— nen 353 den 16e. april 1770. Nagtegaal tot ult=o Meij aantehouden „zijn na Jaggern: overtevoeren. de bed. s best diende te weten, in hoe verre der corpl: pretext nopens de „ling schaede lijden. „bevrijd waren en uijt wat hoofde. gevonden soude hebben om se sonder pag: oversloldiger als bevorens. nen versenden; mitsgaders de opperhoofden van Bimc „ qualificatie nan bimilick=r omda„ lipatnam te qualificeeren, om de Chialoup de Nagte„ gaal tot ultimo Meij naast komende aldaar aan tehou„ den, om alle de rethouren, die dan klaar zullen wee, om alle de packen die dan gereed sen naar Iaggernaijk poeram te vervoeren ter overschee„ ping in het voormeld Noord schip. —. Intusschen wierd in antwoord van het geschreevene te doene betuijging na palicol, dat door de palicolse bediendens bij derselver letteren mofigen waar ma van den 14:' februarij en 14. Maart Jongstleeden goed„ gevonden te betuijgen dat zij opperhoofden het aller„ best diende te weeten in he verre aanneemelijk zij het ingebragt door de marchiandeurs nopens de acces„ tatie der voorsz: te Iaggernaijkpoeram gemunt werdende ropijen, en de schaade die zij zoude komen namentlijk dat se bij dies x wisse„ te lijden bij trougueering derselve te Mazilipatnam in drie beeldige pagoden, en waar van de Jaggerndijk waarvan de van Jaggemaijtef„ poeramse Cooplieden bevrijd waren, om dat zij veele oc„ cagie hadden die silvere munt sonder verlies in de Negotie uijttegeeven; dog dewijl die handelaars zee, dog hopedat se wel e middel dert geresolveerd sijn de ropijen te ontfangen, zoo verlie uijt te naken, en waarom. hoofte de regeering zig meede een middel uijtgevonden zullen hebben, om van dat silver geld sonder verlies ge„ bruijk te maaken, dog men vond goed egter promesse te belofte e sending van drebedige doen.
English
the 16th of April 1770. ...to make known that within a few months one would endeavor to supply her more abundantly than before with three-figure pagodas, provided that the chiefs nonetheless should make it their duty to ensure that the rupees also continued to circulate there in trade. Furthermore, the decision of this Government was suspended upon the petition made by Cannamoerij Ramaijen to be admitted as a merchant in the trade instead of his late brother Cannamoerij Namasuwaijen, in order thereby to compel said petitioner to liquidate the deceased's remaining debt that much sooner, since the Government, alongside the chiefs, consider it the best means to entice him with the prospect that as soon as he had paid that debt, he would be admitted. The poor outcome of the field crops, as the share of the Honorable Company from the harvested grains from the lands of Palicol and Contera amounted to 33 1/2 candyls of white and 51 candyls of black nelly, or in cash pa/o 283: 13: 1/85 pts ƒ 1276: 5: 12 less than in the past year, appeared very disagreeable to the Council; but since the same could not have been prevented by any desirable prudence, one hoped for a more favorable result in the future; and to order the chiefs as a permanent instruction to retain and store annually from the share of the Honorable Company as much white nelly as might be required for the starching of the Company's linens, as well as in the meantime authorizing them to write off the expense account of the month of January last. And since there was currently no more than one clerk there, it was agreed to send over from here to that place the clerks Ian Diederik fruijthoven and Jan Iurgen Sieman. In reply to the letters received from Palliacatta dated the 26th and 28th of March last and the 3rd of this month, it was thought fit to express regret over the poor state of sales there, which grew less and less, so that a notable change would have to take place therein if the same were to make up for the expenses in any way; further approving the chiefs' handling of the dhoni the Oranjespruit, which, having been unable to make the voyage to Sadraspatnam due to contrary wind and current, as well as trouble sustained to the rudder, had turned back and been brought into the river so that, having been repaired and put in good condition, it might undertake the voyage hither again. But since, due to the persistent south winds, there will be much difficulty for that vessel to make the voyage within a short time, it was agreed to order the chiefs to send that small vessel, if not already dispatched hither, once repaired, directly from there to the river of Nisampatnam, to collect from there and transport to Iaggernaijkpoeram the dyed cloths that are being readied. Concerning the petition made to be assisted with some troops due to the weakness of the garrison, it was resolved to promise them the same as soon as relief arrived here with the requested soldiers from Batavia; and it was meanwhile thought fit to grant an increase in wages to the soldiers Nicolaas van der Sinden, Matthijs franciscus Meijer, and Thomas de Croes due to expiration of their terms, as well as to admit Urbanus de Croes into the Company's service as a soldier at ƒ9, and in exchange to relieve the soldier Lourens Krekemeijer from there to this place. Pursuant to the resolution taken at the session of the 12th of March the 16th of April 1770.
Dutch transcription
den 16e' april 1770. dog onder wat mits inlander in steede van sijn brolder tot Corfi„ man te admitteeren. en waarom. van't veld gewaekt. voort verolg. doen, dat men binnen wijnige maanden tragten soude, haar overvloediger als bevoorens met driebeeldige pagoren te voorsien, mits dat de opperhoofden des niet te min, van haar pligt zoude moeten laten zijn, te besorgen, dat de ropijen meede aldaar in den han„ gesurcheerde dispositie van neer= gem: del bleeven roulleeren. werdende voorts de dispositie deeser Regeering gesurcheerd op de gedaane instan„ tie van Cannamoerij Ramaijen, om in steede van desselvs aflijvigen broeder Cannamoerij Namasu„ waijen als coopman in den handel g'admitteerd te werden, ten eijnde daar door dien suppliant te necessiteeren, soo veel eerder het nagelaaten debet van den overleeden te liquideeren, dewijl de regeering neevens de opperhoofden het voor het beste middel aanmerken, met hem te vleijen, dat zoo dra die schuld vererend zoude hebben, men hem admitteeren zoude. —. on aangewanh: ue 't legthurs Het slegt succes van het veld gewasch als sijnde voor het aandeel der E: Comp=e uijt de in g'ougste graanen uijt de Landerijen van Palicol en Contera 33. / Can„ dijlen witte en 51. „ Candijlen swarte nelij, dan wel in Contant pa/o 283: 13: 1/85 pts ƒ 1276: 5:12: minder dan in A=o pass=o quam den Raad seer onaangenaam te vooren, maar en hofe op en gevenbeten uijtslandewijl het selve door geen wenschelijke prudentie te prove„ nieeren. 355 den 16e. April 1770. „nelij tot 't cangien der Lijwaten opte„ leggen. Januarij. dat heen. te palliacatta. verval.. in't verhelpen van de thonij de orange nieeren geweest is, zoo verhoopte men op een gewenschter uijtslag in het vervolg; en de opperhoofden als een perma, farmamente ovdreem Gjaarlijks nente ordre aan tebeveelen, om Jaarlijk uijt het aan„ deel van dE: Comp=e soo veel witte nelij aantehouden, en op teleggen, als tot Cangien van 'sComp=s lijwaten be„ nodigt weesen mogte, mitsgaders intussen haar te passeering van de onkostrecq: van qualificeeren tot de afschrijving van de onkostreekening van de maand Januarij Jongstleeden. —. En dewijl thans aldaar niet meer dan een pennist was, besluijt ter sending van 2 peritie 1. soo verstond men van hier na derwaards te laten over„ gaan de pennisten Ian Diederik fruijthoven, en Jan Iurgen Sieman. —. Tot rescriptie op de ontfangene brieven van Palliacatta beetwesen over de soberen ve hir de datis 26:' en 28:' Maart Jongstleeden, en 3. ' deeser maand vond men goed het Leedweesen te betuijgen over de sobre gesteldheijd van den vertier aldaar, die hoe langer hal ge, en met welke remargue not:s die ringer wierd, dus daar in een merkelijke verandering x zoude moeten komen, indien deselve de Lasten eenigsints goedmaken soude; werdende voorts g'approbeerd, der approbatie van den bed:s bhandeling opperhoofden behandeling omtrend de thonij de ovang kruijt. -. spruijt die mits contrarie wind en stroom, mitsg=s gekreegen ongemak aan het roer, de reijse na sadras„ patnam niet hebbende konnen krijgen te rug gekeerd en 't selve na de Nesampatnamse revier te zenden. voor Jaggernaijks: belofte ter sending van volk. en wanneer. aldaar. en binnen de revier gehaald was, om verholpen, en in staat gebragt zijnde, de reijse weder dit heer te onderne„ Last, dat kiltjekherten zijnde, men, dog dewijl door de palstaande zuijde winden, er veel moeijte voor dat vaartuijg weesen sal, om binnen korten de reijse te gewinnen, soo is verstaan de opperhoof„ den te gelasten dat kieltje, soo niet reeds dit heen gede„ pecheerd mogte weesen, hersteld zynde direct van daar naar de revier van Nisampatnam te senden, ter af„ ter afhaal der getzaaijde kleeden haal van daar, en vervoer naar Iaggernaijkpoeram van de ingereedheijd gebragt werdende gesaaijde kleeden. Ten belange van de gedaane instantie om mits swakheijd van het guarnisoen, met eenige manschap„ pen g'adsisteerd te werden, wierd geresolveerd, deselve te promitteeren, soo dra men hier met de versogte militairen van Batavia ontset soude werden, en verhoging in gagie van 3 zolaaten men vond intussen goed aan de soldaaten Nicolaas van der Sinden, Matthijs franciscus Meijer, en Thomas de Croes mits tijds expiratie verhooging in admissie van een ander dito gagie toeteleggen, mitsgaders als zoldaat met ƒ9. en 'sComp=s dienst te admitteeren urbanus de Croes, n erbalunijng en anderte kenen daar en teegen van daar naar herwaards te verlos„ sen den soldaat Lourens Krekemeijer. —. Jngevolge het geresolveerde ter sessie van den 12:' Maart den 16e. April 1770. pr E
English
357 The 16th of April 1770. Statement received of what of the Sadraspatnam coir cable was found usable, to be compensated. Demonstration thereof. A statement having now been received of what part of the coir anchor cable recently brought hither from Sadraspatnam was found good and usable, in order that, according to the terms of that resolution, the good part might be taken in and the unfit or spoiled part be compensated to the Honorable Company by those whom it incumbent upon, and according to that demonstration that cable, upon dispatch from Sadraspatnam hither, weighed 7140 pounds, of which, however, only half, or 3570 pounds, was found to be good coir, amounting to 7 7/16 bhars, and the bhar being set at 10 pagodas, comes to pagodas 74 5/8 or ƒ334:13:12; whereas on the contrary the entire cable, according to the books of Sadraspatnam and according to the invoice calculated therefrom, dated here the 29th of January 1766, comes to 18 1/8 pagodas per bhar, so that the amount of the good having been deducted, there would still remain to be compensated ƒ893:14:4; added thereto the amount of 2 capitals advance, with which, according to the order contained in the general resolution of the Castle of Batavia dated the 4th of February 1766, all equipage goods must be compensated, ƒ1787:8:8. Together amounting for compensation to ƒ2681:2:12 or ƒ1228:8:-. However, The 16th of April 1770. Ample considerations on the importance of the compensation, whether the spoiling was to be imputed to neglect of duty, and that it is also necessary that offices be provided with cables, and why. However, it having been taken into consideration by the assembly the importance of that compensation for those to whom such would be imputed, all the more so since there was no reason to ascribe that spoiling to any carelessness or neglect of duty, as according to the reports made thereof, that cable had always been kept in a good place in one of the warehouses, and had from time to time been moistened with salt water according to orders; thus the deterioration of the coir should solely be imputed to a four-year stay in the warehouse and the fermenting heat in the same, caused by the well-known piercing heat of these lands, which by the snapping of the fine threads caused the rope to fray, so that such a single unfortunate charge was deemed sufficient to ruin someone at once and make them miserable; whereas, on the other hand, it is no less necessary that the offices be provided with such cables and that they were also sent thither with that intention, so as not to be in embarrassment in one emergent case or another regarding the Company's ships, on whose preservation very much depends, the damage resulting therefrom in case of lack or absence of such necessities to be supplied 359 The 16th of April 1770. Resolution on how to regulate the payment for the half-spoiled cable. Resumption of and disposition on the memorandum of underweight of Sadraspatnam from the first of January. being considered much greater and more important, and on that ground Their High Excellencies have been pleased to approve the placement of such cables at the offices; but whereas one is obliged to keep the Honorable Company indemnified as much as possible through obedience to the well-issued orders, and equity also demands that those who meet with such compensation through unforeseen incidents be accommodated to some extent, it was, after deliberation, approved and agreed to settle the payment for the spoiled half of that cable in this manner; Namely: The whole cable costs ƒ1228:8:-. Half thereof, or 3570 lb of good coir, to be taken into the merchant books here at half the cost, being ƒ614:4:-. There remains ƒ614:4:-. Upon which two capitals advance being calculated comes to ƒ1228:8:-. Together in settlement ƒ1842:12:-. Which was also resolved to be charged by memorandum to the account of Sadraspatnam, to be reimbursed in cash. Hereafter was resumed the memorandum of over- and underweights, spoiled and unusable goods from the first of September of the past year to the last of February
Dutch transcription
357 den 16e. april 1770. aan't sadraisp=le caijertouw emploija„ bel bevonden is. —. vergoed te werden. p. s als nu ingekomen zijnde een aanthooning van het geen ingekomen aanthoning van 't geene aan het Jongst van Sadaspatnam dit heen overgebragt Caijer anker touw, goed en emploijabel bevonden is, ten eijnde na luijd dier resolutie het goede ingenomen, en het onbequame om 't goede ingenomen, out bedorvende of bedurve, door die het incumbeerd aan dE: Comp=e vergoed te werden, en volgens die demonstratie heeft dat touw bij demonstratie daarvan. versending van sadrasp=m dit heen gewoogen 7140. ponden, dog waar van hier maar de helft, of 3570. ponden aan goe„ de caijer bevonden is, uijtmakende 7. 7/16. bharen, en de bhaar op 10. pag: gesteld komt p:ro 74. 5/8. of - - - ƒ334:13:12: daar het in tegendeel het geheele touw volg=s de boeken van sadrasp=m en na deselve gedaane aan„ reekening, conform factuur van hier de dato 29:' Jann: 1766. de bhaar op 18: '/er. pag: komt te staan, soo dat het bedragen der goede gedetraheerd sijn„ de, nog ter vergoeding zoude overblyven. . . . ƒ 893:14: 4. daarbij g'addeerd het montant van 2. Capitaa„ len advans, waarmeede volg:s de ordre vervat bij de generale resolutie des casteels batavia de da„ to 4.:' febr: 1766. alle Equipagie goederen vergoed moeten werden - - - - - - - - - „ 1787. 8: 8. Tesamen ter vergoeding importeerende. . . - ƒ 2681: 2: 12: - - - - - „ 1228: 8. —. Dog of. . . . - - - - - t den 16: april: 1770. tantie de vergoeding suijm te imputeeren was. — en 't ook noodsakelijk es dat Comptoir van touwen voorsien zijn, en waarom ample Consideratien over de inpor„ Dog bij de vergadering in consideratie gekomen weesende, de importantie van die vergoeding voor de geene die zulks aaltoe de bedeeing aan gen pligt v rm puteeren soude, te meer 'er geen reeden was, om die Oeder„ ving, aan eenig agteloosheijd of pligt versuijm toeteschrij„ ven, als volgens de Rapporten, die 'er van gedaan werden, dat Touw steeds op een goede plaats, in een der pakhuijsen bewaard geweest, en van tijedt tot tijd na de ordre met sout water bevogtigt geworden sijnde, dus de vermiewing van het Caijer alleen g'imputeerd zoude moeten werden, aan een vier Jaarige legging in het pakhuijs en het broeijen in het selve, door de bekende penetrante hette deeser Lan„ den, die door het springen van de fijne draadjes, het touw heeft doen verpluijsen, soo dat soo een enkelde ongelucki„ ge belasting genoegsaam g'oordeeld wierd, om iemand op eenmaal te ruineeren en ongeluckig te doen wer„ „den daar het evenwel aan de andere kant niet minder noodsakelijk is, dat de Comptoiren met diergelijke tou„ wen voorsien en 'er met die intentie ook na toe gesonden zijn, om bij het een of het ander te exteeren geval, niet in verleegendheijd te weesen, omtrend 'sComp=s scheepen, aan welker behoud seer veel geleegen weesende, het daar uijt voorttevloeijene nadeel bij gebrek of ontstentenis van diergelijke noodsaakelijkheeden, om verstrekt te konnen werden 359 den 16:' april 1770. halve bedurven touw te reguleeren. resumptie van en dispositie op de me„ morie van onderwigten van Sadras p„m van de eerste Jn: — werden, voor veel grooter en importanter aangemerkt wierd, en uijt dien hoofde de plaatsing, van diergelijke touwen op de Comptoiren Haar hoog Edelens hebben gelieven te approbeeren, maar dewijl men verpligt is om dE Comp: besluit hoedanig de betaling wan't door de obedientie der welgegeeve ordres soo veel moge„ lijk schaadeloos te houden en ook de billijkheijd vorderd, de geene die door on voorsiene incidenten diergelijke vergoeding overkomt, eenigsints te gemoed te komen, zoo is na deliberatie goedgevonden en verstaan, de betaa„ ling van de bedurve helft van dat touw in deeser voegen ƒ te schicken; Teweeten. —. - - ƒ 1228:8. —. . Het heele Touw kost. - „daarvan of 3540. lb: goede Caijer met de helft de helft „ de kostende bij de handelboeken al„ hier te doen inneemen zijnde - - - - - „ 614: 4. —. waarop twee capitaalen advans gereekend - Tesaamen ter voldoening. . - - - ƒ1842: 12. – Die ook geresolveerd wierd bij Memorie Sadraspatnam en Zule Satra p:r ten zate te brenge ten Laste te brengen, om in cassa vergoed te werden. Hier na wierd geresumeerd de Memorie der over en onderwigten, bedurven en onbruijkbaare goederen 't zeedert primo September, des gepasseerden tot ultimo komt - - - - - - - - _ _ _ „ 1228: 8. —. Rest nog - - - - - - ƒ 614. 4. —. febr: 1
English
Write off to profit and loss: Occurred and discovered in February of this year at the aforesaid office of Sadraspatnam, and disposed of in such manner as may be seen by the marginal notes thereon, inserted below. Remaining deficit: 230 1/2 lb of mace; namely 97 1/4 short of those 91 1/4 lost in distribution; namely 50 1/2 on 462 lb or 3 socques is 10 7/16 percent pieces, namely 26 1/4 on 154 or 1 ditto No. 14, calculated 17 7/8 percent, remains 11 1/2 on 154 or 1 ditto No. 176, calculated 7 1/2 percent, 1st 12 1/4 on 154 or 1 ditto No. 134, calculated 7 5/16 percent, remains 41 1/4 on 462 or 3 socques is 8 15/16 percent, namely 11 1/2 on 154 lb No. 133 is 7 7/16 percent, remains 14 3/4 on 154 or 1 ditto No. 142 is 9 9/16 percent 15 on 154 or 1 ditto No. 81 is 9 3/4 percent pieces — on 605 lb in the consumption chest is 1 percent pieces 22 1/4 on 154 lb or 1 socque as above is 14 3/4 percent, remains 15 1/4 on 154 or 1 ditto is 9 7/8 percent 17 1/4 on 154 or 1 ditto is 11 3/16 percent 17 1/4 on 154 or 1 ditto is 11 3/16 percent 37 on 154 or 1 ditto is 24 percent 31 1/4 on 154 or 1 ditto is 20 5/16 percent pieces 65 1/8 lb of cloves, whereof 93 7/8 lb deficit, whereof 21 1/4 lb upon delivery of these 13 1/4 lb upon receipt; namely 3 5/8 on 735 lb or 25 chests with nutmegs is 1 1/2 percent, remains 9 5/8 on 1923 3/4 lb or 25 chests calculated separately is 1 1/2 percent 8 1/2 on 2715 1/2 lb or 50 chests; namely 3 1/2 on 734 lb or 25 chests with nutmegs, calculated 1 1/2 percent pieces 5 on 1980 lb or 25 chests without ditto is 1/4 percent, remains 93 7/8 lb and 21 1/4 lb to be carried forward. Write off to refuse and dust of spices: 14 3/4 lb white flakes, refuse and dust, as Write off to account of profit and loss. The 16th of April 1770. 361 Write off to the aforesaid account and the aforesaid to be accounted for under refuse and dust of spices. 93 7/8 lb and 21 1/4 lb brought forward 42 1/8 lb upon opening and cleaning for distribution; namely 39 1/8 on 4420 1/4 lb or 56 chests calculated separately, 7/8 percent, remains 3 on 490 1/4 lb or 17 chests poured with the nutmegs, 5/8 percent pieces 29 on 2899 lb in the consumption chest is 1 percent pieces 562 lb dust and crumbs of cloves from the aforesaid chests opened for distribution; namely 339 1/4 on 3056 5/8 or 38 chests is 11 1/16 percent, remains 122 7/16 on 984 5/8 or 13 ditto is 12 7/16 percent 45 7/8 on 379 or 5 ditto is 12 percent pieces 14 3/4 on 169 7/8 or 6 ditto is 8 11/16 percent, remains 40 on 370 7/8 or 11 ditto is 10 13/16 percent 129 1/8 lb nutmegs or husks of these. 19 3/4 on 3070 3/4 or 50 chests calculated upon delivery, 7/8 percent pieces 62 1/4 upon opening and garbling; namely 1 7/8 on 463 7/8 or 6 chests with cloves, calculated 7/16 percent 56 1/8 on 5615 3/8 or 50 ditto without ditto, 1 percent 4 1/4 on 837 7/8 or 11 chests with ditto, 1/2 percent, remains 35 1/2 on 3557 lb in the consumption chest, 1 percent pieces Same as stated for the dust of the cloves: 1181 lb mite-eaten and worm-eaten nutmegs; namely 64 3/4 on 463 7/8 lb or 6 chests with cloves, calculated 14 percent pieces 1079 1/4 on 5615 3/8 lb or 50 ditto without ditto, 19 3/16 percent, remains 37 1/16 on 837 7/8 lb or 11 ditto with ditto, 4 7/16 percent pieces Write off to profit and loss: 19 1/2 lb on 31250 or 250 chests of Japanese bar copper, calculated upon delivery, 1/16 percent Write off as above: 67 1/2 on 4500 parras of paddy, calculated upon delivery, 1 1/2 percent. Unserviceable goods: 8 pieces earthen foot basins and 2 sorting chairs, become unserviceable through many years of use. Same, and to be struck from the books: 10 pieces under the charge of the second, as Write off to account of profit and loss: 117 lb short, as The 16th of April 1770. Carpentry and disbursement accounts for the aforesaid period. Item, of the expense account of February. Cession to the aforesaid Moor of the brackish land in the village of Nariaancoeddi. Lands ceded to the general renter. To have him sign thereof. Passing to write-off of the carpentry accounts: The memoranda of carpentry and disbursements incurred there during the said period having likewise been examined and nothing improper having been found therein, the same were approved, as was also the expense account for write-off, for the month of February last past. The Moor Mahometh Miera Seeg Mahometh having become the owner, through purchase, of the arable lands of the Company's village of Nariaan Coeddi, and having made a request that there simultaneously be ceded to him the 9620 kuyls of brackish or silty grounds situated adjacent to those lands, in order that he may likewise cultivate the same and make them suitable for sowing, it was unanimously approved and agreed to grant those lands to him, provided that sureties are furnished for the payment of 40 fanams for every 1000 kuyls, under such further restrictions and conditions as have been contracted and agreed upon with the native and general renter of the villages, Draadja Wenkateesjam Chittij, regarding similar lands ceded to him in perpetual lease in that manner, to which grant the said Wengateesjam Chittij has fully assented; wherefore, in token thereof, it was deemed proper that he shall also be required to sign the deed to be drawn up for that declaration regarding these ceded lands.
Dutch transcription
afschrijven op winst en verlies -- febr: deeses Jaars, ten voorm: Comptoire Sadraspatnam gevallen en ondekt, en is daar op in dier maniere gedisponeerd, als gesien kan werden bij de Rantteekenin„ gen op deselve, hier onder g'insereerd.— Geover tekort 230: ½. lb: foelij of macis; te weeten 97. ¼. te min van die 91. ¼¾. verlooren bij den verthier; als 50: ½. op 462. lb: of 3. Zock: is p:r Cento 10 7/16. p:s teweeten 26. ¼. op 154. of 1. —d:o N=o 14. reek 17 7/8. p:rCo rm 11. ½. „ 154. „ 1. „ „ 176. „ 7. ½. „ 1=o 12¼. „ 154. „ 1. „ „ 134. „ 7. 5/16. „ r=m 41.¼. op 462. of 3. zock: is 8: 17/16. p:r C=o teweeten 11.½. op 154. lb1. „ No. 133. is pr C=o 7. 7/16. r=m 14. ¾ „ 154. „ 1. „ „ 142. „ „ 9. 3/16. „ 15. -. „ 154. 111. „ „ 81. „ „ 9. ¾. p s —. -. op 605. lb: bij de Consumptie kist is 1. – p. s 22. ¼. op 154. lb. of 1. Zockel als boven is 14. ¾. p=r C=o r=m 15. ¼. „ 154. „ „ 1. . - - - . . 4. 7/8. „ _. o 17. ¼. „ 154. „ „ 1. . . . . . . 11. 3/16. „ „ 17. ¼. „ 154. „ „ 1. . . . . . - 11. 3/16. „ „ 37. -. „ 154. „ „ 1. - - - - - - - 24. „ „ „ 31. ¼. „ 154. „ „ 1. . . . . . 20. 1/16. „ p. s 65. 1/8. lb: garioffel Nagulen daar van 93. 7/8. lb: tekort daar van 21. ¼. lb: bij den aanbreng van deese 13. ¼. lb: bij den ontfangst, als 3. 5/8. of 735. lb: of 25. kist met nooten is 1½. p=r Co r=m 9 /5r „ 1923. ¾ „ 25. „ afsonderlijk reek:d 1½ „„ _ ƒ 8. ½. op 2715.½ lb: of 50. kisten als 3.½ 734. - lb. of 25. _o met nooten reek.d 1½ prCo =s 5. —. 1980. „ „ 25. _ o sonder d.o is 14. pr Co. r=m 93. 1/1. 21. ¼. lb: Die Transporteere. afsz: op gruijs en stof ven specerijen - - - - - - 14. ¾. lb: witte blaadjes gruijs en stof als afsz: op reecq: van winst en verlies. - den 16:' april 1770. . - af 361 alsz: op, voorm: reeq: en versz: ter verantwoording op gruijs en slot van specerijen. 93. /8. 21. ¼. Per Transport 42. 1/8. lb: bij opening en zuijvering tot den verheer, als 39. 4. op 4420. ¼. lb: of 56. kelt: ofrsonderlijk reek=d /en p=r Co r=m 3. —. „ 490. ¼ - „ „ 17. „ bij de noten gestort 1/en. „ V=s 29. –. op 2899. lb: bij de consumptie kist is 1. p=r C o s=s 562. lb: stof en kruijntjes van Nagulen uijt voorsz: tot den verthier geopend kisten, als 339.¼. op 3056. 5/8. of 38. kisten is p.r C=o 11 1/16. r=m 122. /or. „ 984. 5/8. „ 13. _ o „ „ 12. 7/16. „ 45. 7/8. „ 379. –. „ 5. _. o „ „ 12. — p=s 14. ¾. „ 169. 7/8. „ 6. _. „ „ 8. 1/16. r=m 40. –. „ 370. 7/8. „ 11. _. o „ „ 12. 7/16. „ 129: 1/8. lb: Nooten of rompen van deese. 19:4: op 3070¾4 f 50. kisten bij de aanbreng rek: 7. p:r C s 62. 14. bij 't openen en quarbieleeren als 1. 78 8„ 463 /5r ob 6. kisten met Nergule rek= 16. „ „ 56. 1/8 „ 5615. 3/8. „ 50. _:o sonder d=o „ 1. —. „ 4. ¼. „ 837. 7/8. „ 11. „ met „ „ 3/16. „ r=m 35:½. op 3557. lb: bij de Consumptie kest „ 1. –. „ p. s Jdem als bij het stof van de nagulen is gesegd. - . 11:1. lb: vermijterde en aangestookene noten; als 64. ¾. op 463. 7/8. lb: of 6. kesten met Nagiule reek=d 4. p:r C: p=s 1079 /¼4. „ 5615. 3/8 „ „ 50. _:o sonder _:o „ 19 3/16 „ r=m 37. 1/18. „ 837. 7/8. „ „ 11: _ met _o „ 4. 7/16. „ p=s afschrijven op winst en verlies - - - - - 19. ½. lb: op 31250: of 250. kisten staaf kooper Japans bij den aanbreng reek=d 1/16. p.r C.o adfsz: als eeven. - - - - - - - - . 67:½. op 4500. parras Aelij bij den aanbreng reek: 1: 1½. Pr Co. onbequaame goederen 8. –. p. s arderijne voetbacke en door Lang jaarig gebruijk 2. . . „ Zorteerstoelen. . . onbequaam geworden. Jdem en uijt de boeken Laaten - - - - - 10. -. p. s onder den secunde Loopende; als afsz: op reecq: van winst en verlies - - - - - 117. lb: temin; als den 16:' april 1770. r=m m k. 1 prCo = Pr Co. V=m den 16:. april 1770. ragie en schenkagie reecq: van gem: tijd. —. item van de ontostreecg van febr: afstaning aan neevs gem: mhoor van de bracke grond in't dorp Nariaan coeldij.. Landerijen aan den generale pagter afgestaan zyn. in die afgeene. daar van te laten tekenen. passeering ter afsz: van de timne De memorien van Timmeragiens en Schenkagien inge melde tijd aldaar gedaan, meede oversien en in deselve niets onbehoorlijk bevonden sijnde wierden deselve al„ ^gevalideerd. . soomeede de oncrostreekening meede ter afschrijving, van de maand februarij Jongstleeden. Den Moor Mahometh Miera Seeg Mahometh door koop, eijgenaar geworden zijnde van de Zaaij lan van 'sComp=s dorp Nariaan Coeddi, en versoek gedaan hebbende, dat aan hem teffens gecedeert mogen werden, de naast die Landerijen te vinden zijnde 9620: Kuij„ len bracke of siltige gronden, ten eijnde deselve meede te moogen cultiveeren en tot besaaijing bequaam ma„ ken, soo is een paarig goedgevonden en verstaan die Lan„ den aan denselven te laten afgeven, mits borgen stellen, de voor de betaaling van 40. fan=s voor ieder 1000. kuijlen, op deselke condien, as ebreken onder zodanige verdere restricteen en bepalingen als met den Jnlanders en generaal pagter der dorpen Draadja wenkateesjam chittij weegens diergelijke op die wijse aan hem in reuwige pagt afgestaane Lan„ toestemming van gedagte sagten d rijen gecontracteerd, en bedongen is, en in welke af„ gave genoemde wengateesjam chittij sig ten vollen toe„ besluit hem daer voor bijd arte gestemd heeft; oversulx ten blijke van dien dienstien g'oor„ deeld is, dat denselven de van deese afgestaane Landen inge„ reedheijt te brengene acte voor die verklaring meede sal moeten E
English
363 the 16th of April 1770. must cosign as outside regent of the hospital in her father's place. The merchant of this place, Goddawarti Cadasuwa Chittij, having passed away in recent days, and his sons and heirs, the brothers Goddawarti Goeroemoertie Chittij and Goddawartie Goeroewi Chittij, having submitted a petition requesting to be allowed to succeed their deceased father as merchants, it was approved and agreed to admit them into trade, and to let them both participate for one sixth therein, just as their father held. Thereafter, instead of the deceased Equipagemeester Devos, the present Equipagemeester Jacob Hartman was appointed as fellow outside regent of the Honorable Company's hospital here. Lastly, the soldier Jan Rijnhard Walters, of Cleet, was, upon the expiration of his term, increased in salary from f.9 to f.12 for five years. Thus done and resolved in the Castle of Nagapatnam on the date aforesaid. Signed as before. Monday the 7th of May anno 1770. On the occasion that permission was requested this morning from the Governor by the vendue master of this place to have the gong beaten in order to put up for auction and sell at public vendue, at the request of the testamentary executors, the house and other real estate vacated and left by the death of the former junior merchant and former overseer of works here, Salomon Verschuijlenburg; and consideration having been given to the fact that if the same were bought by one or another Englishman or Armenian residing in this city, one would then, in case of misconduct or otherwise, or whenever they would not submit to the laws and customs regarding the trade etc. of this place, as various complaints have previously arisen in that regard, and one was constantly embroiled in disputes with their capricious tricks, not well or properly be able to make them dislodge from here, since possessing real estate here they would be able to appeal to that; it was therefore, to remove all exceptions to be raised in that regard and the contentions and disputes resulting therefrom, upon the proposal of the Governor, approved and agreed by roll-call vote, not to allow any real estate to be bought by any foreigners, of whatever nation they may be, who have no permanent domicile here and are not subject to the flag of the state, but to permit such only to those who truly belong under the obedience of the Honorable Company, whether in or out of the service; on which grounds it was also resolved to order the vendue master and all others who are authorized to hold public sales, as well as all private owners of houses etc., to let this serve for their information and guidance, and therefore, on the day of the aforesaid vendue to be held, before the bidding takes place, the same must be made known to the assembled bidders, so that everyone may regulate themselves accordingly. Thus done and resolved in the Castle of Nagapatnam on the date aforesaid. Signed as before. Friday the 11th of May anno 1770. In the morning at eight o'clock, Political Council meeting held. All present, Except The junior merchants Jan Diderik Severin and Jacob van Tessel, both due to indisposition. Having initially proceeded to the resumption of the letters received from the trading posts since the last session, it was noted with pleasure from the communication by the chiefs of Bimilipatnam in their letters of the 30th of March last concerning the profit made on the merchandise sold in the past month of February to an amount of f.6844:11:— or pagodas 1521. — 21. 1/3; and it would be very pleasing to the council if it could receive similar reports monthly on the continuation of the same, toward which it was hoped the chiefs, in accordance with their duty and bounden obligation, as well as the repeated emphatic recommendations of this Government, would leave nothing untried in order to revive the decayed trade there; just as it was furthermore pleasing to note
Dutch transcription
363 den 16. April 1770. den coopman alhier in haar vaders plaats tot buijten regent van't hospitaal moeten soussigneeren. — Den Coopman deeser steede Goddawarti Cadasuwa adrisse van de tees sons oon en ele„ Chittij deeser dagen zijnde komen te overlijden, en desselfs zoons en Erfgenaamen, de gebroeders goddawarti goeroe„ moertie Chittij en goddawartie goeroewi Chittij bij re„ quest versoek gedaan hebbende, derselver aflijvigen vader als cooplieden te mogen succedeeren, soo is goedge„ vonden, en verstaan, haar in den handel te admitteeren, en hun beijde voor een sesde in deselve gelijk derselver veeder geheid heeft, te doen participeeren. — Daar na wierden in steede van den overledene Equipagie aanstelling van den Egjinpagtem: meester devos, tot meede buijten regent van 'sComp=s hospi„ taal alhier aangesteld den presenten Equipagiemeester Jacob Hartman. —. Laastelijk wierd den soldaat Jan Rijnhard walters, veroging in gagie van den ad. o van Cleet mits tijds expiratie in gagie verhoogd van ƒ.9. tot ƒ12. voor vijff Jaaren. Aldus Gedaan en Gearresteerd Jnst Casteel Tot Nagapatnam dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren Maandag d 3 goederen te laten koopen en om wat ree„ denen. bligten genandelinge o ij gelegendheijd dat door den vendimeester deeser steede heeden morgen van den heer gouverneur permis„ sie gevraagd is geworden, om het becken te mogen laten rond slaan, om het huijs en verdere vaste goederen, door den oud ondercoopman en geweesen opsiender der werken alhier Salomon verschuijlenburg met de dood ontruijmt en na„ gelaten ten versoeke van den testamentaire Executeurs per publique vendutie te mogen laten opveijlen en verkoo„ pen, bedenking gevallen weesende, dat wanneer deselve of een of ander sig in deese stad onthoudende Engelsen en armeenders gekogt wierde, men haar dan of den eijgenaar van het selve bij wangedrag als andersints, of wanneer sig aan de wetten en de gewoontens omtrend den handel N=a deeser steede niet wilden submitteeren, gelijk dien„ aangaande diverse maalen klagten te vooren gekoomen. waren, en men steeds gebrouilleerd wierd met derselver Caprieuse hacquetten in disputen, dierweegen, niet wel voegelijk van hier soude konnen doen delogeeren, als oo alhier vaste goederen besittende, zig daar op soude konnen beroepen, zoo wierd tot wegneeming van alle te maakene Bij Rondvrage Maandag Den 7.:' Meij a:o 1770. exceptien 365 den 7 Meij 1770. en Last aan een ider die 't aangaat zuld tot haar narigt te neemen. exceptien dien aangaande, en daaruijt te resulteeren sustinuen en disputen, op den voorstel van den heer gouverneur bij rondvrage goedgevonden en verstaan, om door geen vreemdelingen, van wat Natie deselve ook mogen weesen, die hier geen vast domicilium hebben, en onder de vlagge van den staat niet sorteeren, geen veste goederen te laten kopen, maar zulx alleen te permitteeren aan die de werkelijk onder de gehoorsaamheyd van dE: Comp=e het zij in of buijten den dienst gehooren; uijt welken hoofde teffens geresolveerd wierd, den vendumeester en alle andere, die tot de publicque te houdene verkopin„ gen gewettigd, zijn als meede alle particuliere Eijge„ naars van huijsen &=a te gelasten, zulk tot derselver narigt en rigtsnoer te laten dienen, sullende dier„ halven ten dage der voorsz: te houdene vendutie voor dat de opveijling geschied het selve aan de vergaderde Liefhebbers kennisse gegeven moeten werden, op dat zig een ieder daarna reguleeren konde. —. Aldus Gedaan en Garresteerd Jnt Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:geteekend:/ als vooren. —. Vrijdagh bimelih: in febr: en met welke remarque. aangenaam Ed. over de acceptatie der 's morgens ten agt uren Politicque Vergadering Gehouden Alle present Demptis De ondercooplieden Ian Diderik Severin, en Iacob van Tessel, beijde mits in dispositie Aanvankelijk getreeden weesende, ter resumptie der brie„ ven, seedert de Jongste sitting van de Comptoiren ontfangen soo wierd uijt het bedeelde door de opperhoofden van Bimi„ lipatnam bij derselver Letteren van den 30:' Maart genotgenover het geposteere te pass:o met genoegen beschouwt het geprofiteerde op de verkogte handelwharen in de gepasseerde maand februarij tot een montant van ƒ6844:11:—. of pa/o 1521. — 21. 1/3. en het soude de vergadering veel aangenamen zijn, indien deselve maandelijks diergelijke berigten of het vervolg derselve verneemen konde, waartoe men hoopte de opper„ hoofden overeenkomstig met derselver pligt en verschul„ digde gehoudenisse, mitsgaders de iterative nadriche„ lijke recommandatien deeser Regeering niets onbesogt zoude laten, ten eijnde tot opbeuring van den vervallen Coop:lvande Jongt of gedragen nespenk andel aldaar; soo als alverder aangenaam is te vooren Vrijdag Den 11:' Meij Anno 1770. —. gekomen.
English
Having received the eager acceptance for delivery by the merchants there of the 125 packs of both unbleached and bleached guinees for Batavia, assigned recently following the resolution taken in the session of the 2nd of February past, it was approved regarding this to order the officials to take care that instead of good and proper cloths, no old rags, goods with holes and patches were sent over, as had occurred several times, and upon the requisition received from there for merchandise and some other goods for use, it was understood to have the same sent to the chiefs, except for the requested materials for the rebuilding of the dilapidated ammunition house and the gunner's dwelling attached to the same, the dispatch of which was resolved to be superseded until the arrival of the engineer, who, pursuant to the revered order of Their High Excellencies, has been requested from Ceylon to inspect the ruined Bimilipatnam fortifications, with orders to be dispatched to the officials to manage as well as possible in the meantime; while the astonishment of this Government would be expressed over the bad condition of that building, as it was only eight years ago that it was constructed and erected, but is now already in such a ruined condition that it could not be used nor inhabited, on which account it was understood to have it reported by whom the same was constructed. The officials furthermore having sold a chest of medicines and entered it into the return of February with only a 50 percent advance instead of 75 percent, it was resolved to have the undercalculated amount paid into the treasury at once by the one who committed the omission, and further to have reasons given to this Government for the careless write-off of a rampart gun carriage without wheels, instead of the defective 8-pounder gun carriage stated in the bill of lading of the sloop De Nagtegaal. By the letter of the Jaggernaijkpoeram chiefs of the 21st of March past, the paid advances on the merchandise sold in the month of February amounting to only f 18822:14:1/8 or pagodas 4182:16.-, appearing too meager to the Government in comparison with the profits that one is otherwise accustomed to showing at that factory, and which was considered all the worse because nothing was sold at the southern offices of this government. It was therefore understood to renew the iterative recommendations made in that regard, for the promotion of its progress and flourishing by applying with all emphasis all mercantile means serving that purpose, just as the officials should also take care that, against the arrival of the expected northern vessel, a sizable quantity of bales is at hand to be dispatched with it, and further to remind them of the order for the dispatch hither of some packs collected on the rejected separate petition of Bimilipatnam, and of which it has appeared from the aforesaid chiefs' letter that some bales from Palicol have already been received at Jaggernaijkpoeram. With respect to the Palicol office, it was understood to have the loss suffered on the sale of the spoiled rosewater, which according to the forwarded vendue roll had yielded for the 35 bottles no more than pagodas 3.4.- or f 14:5.-, thus losing 7 1/8 percent, written off to profit and loss, and to that end, because the chiefs declare that they had not been able to form a return since they were not provided with a selling price current, to send a separate return from here, while in the meantime the Government with pleasure
Dutch transcription
367 deugdsame Leverantien. van Coopman Z: &a. tot tot ammonitie huijs percedeeren. vandat gebouw, en waarom. gekoomen, de greelige acceptatie ter Leverantie door de Coop„ lieden aldaar van de Jongst na het geresolveerde ter sessie van den 2. ' febr: passato opgedragene 125. packen soo ruw als gebleekte guineesen voor Batavia, welken aangaande goedgevonden wierd de bediendens te beveelen en met welke berelomtrend dies om zorge te dragen, dat in plaatse van goede en deugd„ same doeken, geen vordden verleegen, goed met gaten en stoppen overgesonden wierden wierden, gelijk zulx meer„ malen gebeurd was, en op de van daar bekomene Eijsch betluijt e vordening vand ijsch van Coopmansz:, en eenige andere goederen tot gebruijk, is verstaan deselve de opperhoofden te laten toekomen behalven de versogte materialen tot den opbouw van buijten de matrale ouwwalkge het bouwvallig Ammonitie huijs, en de aan het selve verknogte bosschieters wooning, welkers sending besloo, in tot hoe lange daar mede te su„ ten wierd te suppercedeeren, tot de overkomst van den Jngenieur, die ingevolge de gevenereerde ordre van Haar Hoog Edelens van Ceijlon gerequireerd is, om de gedevali„ seerde bimilipatnamse vesting werken, opteneemen met aftesendene last, aan de bediendens, tot soo lange zalt zig tot zo Lange te sehelfen soo goed mogelijk zig te behelpen; terwijl de verwonde,„ moenderig ende segte ontitutie ring deeser Regeering betuijgd soude werden, over de slegte constitutie van dat gebouw als nog maar pas agt Jaa„ ren geleeden zijnde, dat het g'extrueerd en opgehaald, den 11:' Meij 170. dog den 11. Meij 1770. g'extruceert heeft. . opbrenging van een kist medica„ menten. niet maar 50. p:rs C advans za te doen tellen. afscheefing avan een monsaans en steede van een aftuijt vrtierde te Jagq: in Maart. dog nu reets in die gedevaliseerde toestand was, dat niet Latont segoven var het slve g'emploijeerd, nog bewoond konde werden, uijt welken hoofde verstaan wierd, te laten opgeeven door wie het selve geconstrueerd is. — Door de bediendens wijders een kist met medi„ ceementen verkogt en bij het Rendement van februarij opgebragt zijnde, met maar 50. pr Cento advans in stee„ besluijt 't te min bereekende in Case van 75. ten honderd; soo is verstaan het minder bereekende ten Eersten in cassa te laten tellen, door zastomeden te geven woegs de die, die de ommissie begaan heeft, en voorts aan deese Regeering reedenen te doen geeven, van de agteloose afschrijving van een Rampaard zonder vielen, in steede van de bij het Cognoiscement van de chialoup De Nag„ 3„ tegaal bekent gestelde onbequaame 8. ponders affuijt soberheid van de advancen op het Bij het schrijvens der Iaggernaijkpoeramse opperhoofden van den 21. ' Maart Jongstleeden de betaalde advancen op de vertierde handelwharen, in de maand februarij maar ƒ18822:14: 1/8. of pag: 4182: 16. –. im por„ teerende, de Regeering te sober te vooren komende, in Comparatie van de winsten die men anders gewoon is op die factorij te boren te leggen, en het geen voor soo veel te erger wierd aangemerkt, om dat op de zuijder Comptoiren deeses gouvernements niets wierde vertierd. of Soo 241 369 den 11' Meij 1770 de cterative wcorem: tot desesluijking van't noordschip een loeke quantiteijt packen gered gm. lepeemans se eijsch, dit heen te senden. rollwater te palicol aftesz:. van hier dat heen te senden, en waarom Soo is verstaan te renoveeren de iterative recommanda,„ te doene renovatie dierhalven van tien dien aangaande gedaan, ter behartiging van dies voort„ gang en opluijking door het appliceeren met alle nadruk van alle daartoe dienende merkantile middelen, gelijk door de bediendens ook besorgd soude moeten werden, dat dat e ogen dat onter: d komst tegens de komst van het verwagt werdend Noordschip een kloeke parthij fardeelen aanhanden sijn ter versending daarmeede, en voorts haar te erhinderen de ordre ter en om eenige pack: op de afgew: bron„ sending naar herwaards van eenige packen op de afge„ weesene aparte petitie van Bimilipatnam ingesameld werdende, en waar van bij der opperhoofden voorsz: Letteren gebleeken is, dat eenige faerdeelen van Palicol reeds te Iaggernaijkpoeram ontfangen zijn:—. Ten opsigte van het Comptoir Palicol wierd verstaan besluijt't gleeden ver lie o„t vekogot het geleeden verlies bij den verkoop van het bedurve Rosewater, welke volgens overgesondene vendurol de 35. flessen niet meer gerendeerd had, dan pa/o 3. 4. —. of ƒ14:5. —. verliesende dus 7. 1/8. ten honderd op winst en verlies te laten afschrijven, en ten dien eijnde, om dat en daar van eenapartrendement de opperhoofden betuijgen, dat geen rendement hadden konnen formeeren, dewijl van geen uijtkoops prijs Courant voorsien waaren, van hier een appart rende„ niet te senden, terwijl intussen de Regeering met genoegen 241 :
English
The 11th of May 1770. It was viewed with satisfaction that the merchants had again been persuaded to accept merchandise for the delivery of linens, to a considerable sum of Pagodas 18200.-.- or f 81900.-, and the assembly remained further, like the chiefs, hoping for a favorable disposition from Their High Noble Excellencies on what was demonstrated from here concerning the 4 percent for the accommodation of the merchants on account of the loss suffered by them thereby, extensively treated in the resolution of this board of the 12th of February of this year; just as the government further also did not doubt whether the chiefs, in accordance with the established order, would be further provided with copies from Jaggernaijkpoeram. By the servants having further submitted in a note various goods and effects which were unnecessary there, consisting of: 200 lb. coffee beans 4 pieces broadswords 4 spyglasses, namely: 1 piece brass of 8 feet 3 common wooden 1 Japanese lacquered shield 2 writing drawers 6½ lb. Aurum pigmentum with a request to be allowed to sell the same or else to send them from there, it is decided to have the aurum pigmentum brought hither, and the remainder to Jaggernaijkpoeram, in order, if they could also not be disposed of or employed there, to be transported hither as well. It being further made known by the chiefs that among the outstanding balances of the books of that factory ran an important sum of f 2521: 2.- or the cost of the linens which were robbed by the bands of the Vizianagaram Prince Sjittaramarasoe and the Peddapuram Regent Ragoewarasoe in the year 1764 between Palicol and Jaggernaijkpoeram, with a request for the order of this government whether to continue to let that entry run among the outstanding balances, or rather write it off and place it among the doubtful debts of the said office: thus, after ample deliberation, because Their High Noble Excellencies, the Noble High Indian Government at Batavia, by their most revered missive of the 25th of July of the past year, have been pleased to command that that, and several other entries on account of the damage inflicted on the Honourable Company at various times by the princes Visia- and Sjittaramarasoe and some of their army chiefs and servants, together amounting to f 5465: 16: 8 or Pagodas 1214: 15: 5 1/3, mentioned in the well-stated missive of Their High Noble Excellencies and resolution of this board of the 30th of October 1769, should have to be paid and recovered out of the 20000 Rupees or f 27428: 11.- which those rulers have validated on the contracted five-year lease of Bimilipatnam and its dependencies, but as this government has represented that, if those entries are deducted therefrom, only very little would remain toward the reduction of the merchants' debts, and thus the settlement and further handling thereof having been superseded until obtaining the well-stated further disposition of Their High Noble Excellencies, it was for the present approved and agreed to let the aforementioned amount of the robbed linens at Palicol for the present still run within the books there, as well as further to order the chiefs to provide the new thonaij built there with a good mast and the necessary sails of domestic cloth in the most economical manner, as well as to require an anchor and ditto rope, with whatever further might be needed, from Jaggernaijkpoeram; or that the same would otherwise be sent from here, in case they could not be spared there. Thereafter it was agreed to approve the actions taken by the chiefs of Palliacatta regarding the dispatch of the sloops that were present there; as well as the repairs made to the defects on the Orange Spruijt, which it was thought proper to have charged hither pro memoria, and further to order the chiefs anew to ensure that the linens are manufactured and delivered as demanded and paid for, because at the recently held examination or re-sorting of the cloths collected there, the same were found subject to many defects, and in particular the gingham taffachelas for Japan were found not at all extra fine, as they had been ordered. The Sadraspatnam chiefs in their letter of the 20th of April last extensively excusing themselves that not the least negligence or carelessness had taken place regarding the spoiling of the coir anchor rope mentioned in the resolution of the 12th of February last, and the care exercised by them for it, as well as the incomprehensibility of what was reported on that account by the commissioned boatswains
Dutch transcription
den 11: Meij 1770. pr o 16: 200 aan Corpm: geadeceten hadde dispositie van haar hoog Ed„s nopens de 4. p:r C=o Jagg: met rohijen voorsien sijn opgave van diverse goederen die aldaar nodeloos zijn. genelgen over dat de Cof vor genoegen wierd beschouwd dat de cooplieden weder overgelaald waren geworden tot de acceptatie van coopmanschappen op Leverantie van Lijwaten, tot een aanmerkelijke somma van pr/o 18200. -. of ƒ 81900. en de vergadering blief voorts te gemoetsiening van een gunstigen evens de opperhoofden op een favorable dispositie van haar hoog Edelens hoopen, op het gedemonstreerde van hier nopens de 4. percento ter te gemoed koming der Coop„ lieden om de wille der door haar daar bij geleeden wer„ dende schaade, bij resolutie deeser tafel van den 12:' febr: montwijkeling hat bed:e andeven deses Jaars breed voerig verhandeld; soo als bij de regee„ ring, verders ook niet getwijffeld wierde, of de opper„ hoofden soude ingevolge de gestelde ordre, nader met Kopijen van Iaggernaijkpoeram voorsien werden. Door de bediendens wijders bij een Notitie opgegee„ ven sijnde diverse goederen en Effecten welke aldaar nodeloos waren, bestaande in 200. lb: Coffij boonen 4. p. s slagswaarden 4. „ verrekijkers als 1. p. s kopere van 8. voeten 3. „ houte gemeene 1. „ Japans verlakte schild 2 „ _„o _. o schrijflaadjes 6½ „ lb: Aurum pigmentum met 371 den 11e: Meij 1770. sending „de geroofde Lijwaten door de princen en A:o 1764 danig met die post te handelen. met versoek, deselve te mogen verkopen dan wel van daar en me versek to des vetopet ver„ te versenden, soo is verstaan daar van de aurum pigmentuem dit heen te laten brengen, en het overige na Jaggernaijkpoeram, om wanneer aldaar meede niet van de hand konde geset of g'emploijeerd, dan almeede dit heen overgetransporteerd te werden. Nog door de opperhoofden te kennen gegeven wee, voortlofing on den de restanten van sende, dat onder de restanten van de boeken dier fa torij een importante somma liep van ƒ 2521: 2. –. of het kostende der lijwaten welke door de benden van den visianagaramsen Prins Sjittaramara„ soe, en den Peddapoersen Regent Ragoewarasoe in den Jaare 1764. tussen Palicol en Jaggernaijkpoe„ ram geroofd waren, met versoek om de ordre deeser versoek om ordre door de bedschoe„ Regeering of gecontinueerd soude werden, om die post onder de restanten te laten voortloopen dan wel afschrijven, en onder de dubieuse schulden des gemel„ den Comptoirs plaatsen soude: soo wierd uijt hoofde ample deliteratie daar haar hoog Edelens de Edele hooge Jndiase Regee„ ring te Batavia bij hoogst derselver gevenereerde missive van den 25. ' Julij des gepasseerden Jaars hebben gelieven te beveelen, dat die, en de nog verscheijde andere posten, weegens dE: Comp=e op diverse tijden toege„ wat daarop beslooten is. bragte ad den 11. Meij 1770. nog binnenslijnt te laten voortlopen mast en seijlen te voorsien van Jagq: te eijsschen. „bragte schade, door de prinsen visia - en Sjittarama„ rasoe, en eeniger hunner leeger hoofden en bediendens te samen importeerende ƒ5465: 16: 8. pr/o 1214: 15: 5: 1/3. bij welmelde haar hoog Edelens missive en resolutie deeser tafel van den 30. ' october: 1769. vermeld, betaald en gevonden zoude moeten werden uijt de 20000. Ra„ pijen off ƒ27428. 11. –. dewelke die vorsten, op de gecon„ tracteerde vijff Jaarige pagt van Bimilipatnam en dies onderhoorigheeden, gevalideerd hebben, dog door dat deese Regeering daarop vertoond zijnde die posten daar van gedetraheerd werdende, als dan maar het wijnig overschieten zoude in mindering van der cooplie„ den schulden, en dus de vereffening en verdere behande„ ling derselve gesupercedeerd weesende, tot erlanging van welmelde Haar hoog Edelens nader dispositie, besluijt dies bedragen voor eerst goedgevonden en verstaan het voormeld bedragen der geroofde lijwaten te Palicol voor eerst nog bij de boeken aldaar binnens zijns te laten voortloopen, mitsgaders Last denieuwethonij met een de opperhoofden verders te gelasten de ginter nieuw aangebouwde thonij met een goed mast en de nodige zeij„ len van Jnlands doek, op de menagieuste wijse te en een anker en touw v=o daar voor voorsien, mitsgaders een anker en dito Touw, met het geen verder benodigt mogte hebben, van Iaggernaijk„ poeram. 373 den 11'. Meij 1770. gesonden werden sal. inde depeche der Chialoupen. thonaij. aanreekenen. zoo als g'eijscht en betaald werden„ „ patnamse ofperh: weeg=s 't bedurven poeram te requireeren; of dat deselve anders van hier ge„ in wat geval het selve van hier sonden soude werden, indien aldaar niet te missen waren. Daar na wierd verstaan te approbeeren het verrigte appotituerent verigte secall: door de opperhoofden van palliacatta omtrend de depeche van de aldaar aangeweest zijnde chialoupen; als mee, en de gedaane reparatie ande de de gedaane reparatie der gebreeken aan de orange spruijt die men goedvond per memorie dit heen te laten besluijt sulx dit heen te laaten aanreekenen, en de opperhoofden wijders op nieuw aantebeveelen, ter besorging dat de lijwaten vervair, bevelomde lijwaten te doen levers, digt en geleverd, als g' Eijscht en betaald wierden, dewijl bij de Jongst gehoudene examinatie of hersorteering deven om wat reedenen. ginter ingesameld doeken, deselve aan veele gebreeken onderheevig, en in het bijsonder de gingam taffachelas voor Japan gants niet Extra fijn bevonden sijn, gelijk deselve aangeschreeven waaren geworden. — De Sadraspatnamse opperhoofden bij derselver Let„ breede verchoning door de amas„ teren van den 20. ' april Jongstleeden in het breede sig raken vant caijerboik verschoonende dat geen de minste negligentie nog agte„ loosheijd plaats gehad hadde omtrend het bedurven ra„ ken van het caijer ankertouw ter resolutie van den 12. ' febr: Jongstleeden vermeld, en derselver gebruijkte sorgdragendheijd daar voor, mitsgaders de onbegrijpelijk„ heijd, van het dierweegens door de gecommitteerde boots„ lieden