VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3290

Coromandel · 1,050 pages · 271 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3290_0697 view scan ↗

English

447 The 2nd of June 1770. not yet to express itself or to punish them according to their deserts. the loss thereon immediately by by which they intend to make it known in no uncertain terms that this Government was the cause of the loss suffered thereon, and that the same had been shipped without their request and consent, thereby wishing to ignore that at the time of their petition made on that account, there was no other way for them to dispose of those substandard cloths than through the Honourable Company, since at that time all foreign and other private vessels had departed from the coast; furthermore, frivolously making use of a certain fictitious promise allegedly made to them for their indemnification regarding the funds extorted from them under the previous administration, etc.; but concerning which far-reaching assurances it was resolved by the assembly not to express itself for the present, nor to discipline those merchants according to their deserts in order to teach them how they are bound to fulfill their obligation and their given word, but to order the Resident to ensure that the amount of the loss on those rejected goods, already specified to him in a memorandum, is paid into the treasury by the merchants without tolerating or deferring to any further evasions on their part, or to debit their accounts, each for his share, and moreover to recommend to the said Resident that he make all haste to get the still missing bankaals or saal cloths ready. Regarding the promises made by the Palicol chiefs in their letter of the 14th of May last, stating that they would continually apply themselves more and more to improve the quality of the textiles, it was resolved to rely on the same, the more so as no reasons to the contrary have yet appeared before this assembly, and furthermore the servants are well aware of the duty by which faithful and well-intentioned chiefs and all servants are bound to their respected paymasters, and are thus obliged to look after their greatest interest in everything; to which end, in order to encourage the chiefs all the more thereto, it was resolved to recommend most seriously that they take care that what was promised should not remain mere words, but be confirmed by deeds, and thus to take care that that factory, which had been prospering for a short time, should not fall into decline again; promising that this Government, in so far as it should depend on it, 449 The 2nd of June 1770. would supply and contribute everything to ensure that, by furnishing the necessary three-image pagodas, the textile trade there would continue without interruption; and to that end, as much of that coin specie would be sent for them to Jaggernaijkpoeram by the ship Vlietlust as could be found and gathered from the supply of gold already received from Batavia that was suitable for having that coin struck; while the Government did not doubt that the servants would be somewhat relieved from their embarrassment for ready money by the supply of rupees that had been brought to them from Jaggernaijkpoeram, although the assembly found entirely incomprehensible the contradictory statements made by the servants concerning those silver coin species in one and the same letter, as they first declared that they would not fail to seize all opportunities to encourage the merchants to accept them, although they doubted the success thereof, while immediately following that they hoped the Jaggernaijkpoeram chiefs, in compliance with the order of this Government, would with

Dutch transcription

447 den 2.:' Junij 1770. —. nog niet uijttelaten of haar na verdiensten te straffen. verloorene daarop ten eersten door ken, waar door niet duijster te kennen willen geeven, dat deese Regeering de oorsaak was van het geleeden verlies daarop, en deselve buijten derselver versoek en toestemming versonden waaren, en daar door ignoreeren willen, dat ten tijde van hun aangelegde instantie dierweegens, voor haar geen ander uijtweg tot debarassement dier ondeugende klee„ den was, dan door weegen van dE: Comp:, dewijl toen alle de overwalsche en andere particuliere vaartuijgen van de cust vertrocken waaren, sig wijders frivolijk bedie„ nende, van een parthij door haar gefingeerde promesse, die aan haar tot derselver schadeloosstelling, omtrend de van haar voor het voorig ministerie afgeknevelde penningen &=a gedaan soude weesen, dog over welke verre besluijt zig over dat gedoen te gaande assurantien bij de vergadering beslooten wierd sig voor als nog niet uijttelaaten, oft die handelaars na verdiensten te Corigeeren, om haar te Leeren hoedanig zij gehouden zijn, aan haare verpligting en gegeeve woord te voldoen, maar den Resident te gelasten, om het bedra, en lastaan den residentom het gen van het verloorene op die uijtschotten hem bij een haar in on te en tellen. Memorie reeds opgegeeven, ten Eersten sonder eenige mou„ wementen meer van de zijde der Cooplieden te tolleree„ ren, of te ontsien, door de Cooplieden in Cassa te laaten voldoen, of derselver reekening ieder voor sijn aandeel te of op reedqn te stellen. debiteeren de bankaals spoed te maken. gerusting in de belofte der palicolse bed=t nopens de veretering der lij waets met welke remarque en recommandatie dige chribeeldige hoo: mitsg=s on met de ngontbnten, debeteeren, en gedagte Resident buijten dien te recom„ mandeeren, tot het maken van alle spoed, om de nog man„ gueerende bankaals of saalkleeden in gereedheijd te krijgen. —. Op de gedane beloften door de Palicolse opperhoof„ den bij derselver Letteren van den 14:' Meij passato, behelsende dat bij continuatie zig meer en meer toe„ leggen zoude om de deugd der Lijwaaten te verbeteren, wierd beslooten zig op deselve te verlaaten, temeer deek vergadering tot nog geene reedenen ter contrarie te voo„ ren gekomen zijn, en bovendien de bediendens niet onbe„ kend is, de pligt door dewelke getrouwe en wel meenende opperhoovden en alle dienaaren aan hunne gerespecteerde betaalsheeren verbonden, en dus verpligt zijn het meeste intrest derselve in alles te behartigen, ten welken eijnde om de opperhoofden soo veel meer daartoe aantespooren verstaan is; deselve op het serieulte te recommandeeren ter sorge draging dat het gepermitteer„ de niet bij bloote woorden bleeff, maar door dadtelijkhee„ den bestempeld wierde, en alsoo te betragten dat die factorij die zeedert een weijnig tijds aan het prospe„ reeren was, niet waeder aan het declineeren raakte, promesse te ournering van deno, niet te doene promesse dat deese regeering voor soo verre den 2e. Junij 1770. het 449 Den 2'. Junij 1770. na Jagg:, derselve en waarmeede. na Jagg „legensh:d om geld gereed zijn Jaggem: onbegrijpelijk h=s van de contradic„ in een en deselfde brief. -.. het van deselve afhankelijk zoude weesen, alles bij bren„ gen en Contribueeren zoude, om door fourneeren van de nodige driebeeldige pagooden den Lijwaat handel aldaar zoude interruptie voortgang te doen behouden, en ten dien eijnde met het schip vlietlust voor haar te doene sending ten dien eijnde naar Iaggernaijkpoeram soo veel van de munt spe„ cie gesonden stonden tewerden, als men uijt het reeds van Batavia bekomen ontset van goud, bequaam om 'er die munt van te kunnen laaten slaan, heeft kunnen vinden, en bij den anderen brengen; terwijl de regeering niet twijffelde, of de bediendens zoude uijt nontwijskeling of ze zonder uijthaar derselver verleegendheijd om Contanten eenigsints gered weesen, door het ontset van ropijen dat haar van Jagger, door't ontset van ropijen daan naijkpoeram toegebragt was geworden, hoewel de verga„ dering gants onbegrijpelijk te vooren quam, de Contradie, ven stellingen, omtrent de munt toire stellingen die de bediendens omtrend die silvere muntspetien in een en deselfde brief quamen temaken, als betuijgende eerst dat niet nalaaten zoude alle ge, waar in zulx bestaat. leegendheeden te capteeren, om de Cooplieden tot de acceptatie derselve te animeeren; Schoon zij aan de reu„ site derselve twijffelden; terwijl zij onmiddelijk Lieten volgen, dat zij hoopten de Jaggernaijkpoeramse opper„ hoofd in nakoming van de ordre deeser Regeering haar met

NL-HaNA_1.04.02_3290_0700 view scan ↗

English

the 2nd of June 1770. — expectation of the success of the settlement of the debts mentioned earlier. on the Bimilipatnam cloths and chintzes. paddy for the delivery of cloths. to keep the clerks under subordination. would assist with as many rupees as should be missing with them, from which it appeared that the servants were troubling this meeting with unnecessary difficulties, and therefore it was resolved to express to the chiefs the displeasure of this government, from whom one would at the same time expect to hear of the good success both of the settlement of the account of the deceased merchant Cannamoerij Moetaijen by his brother Cannamoerij Ramaaijen, and that the said chiefs will give satisfaction to this government regarding the collection of cloths demanded from them on the known separate Bimilipatnam order and the chintzes currently in hand. approval of the retention of the paddy. reprimand to practice frugality, furthermore, the storage of 30 candyls of paddy from the share of the Honorable Company of the harvested grains from the lands there was approved, to serve for the starching of the Company's cloths, with the recommendation to be made that they must be mindful of their own accord to look after frugality in everything, which would be far more reputable for them than having such things constantly pointed out to them; likewise to keep the new clerks under control. as it would also be recommended to them to keep the new clerks who have arrived there under the necessary subordination, so that they might not, through indulgence or otherwise, break out into excesses as the others had done, and that meanwhile, upon their given assurance that around the middle of next July a number of 343 bales would be at Jaggernaijkpoeram, the loading here of the ship Vlietlust would be regulated accordingly with the returns in stock at this main settlement. — On the letters from Jaggernaijkpoeram dated the 19th of April and the 12th of May last, it was resolved with respect to the forwarded documents to serve for the general transfer of this government to make known that, although the same have for the present become of no effect or useless due to the continuation of the lord governor in the administration of this coast, nevertheless the trouble taken in that regard would give greater ease to the work if a similar survey should have to take place again in a year or two. — expectation that the accounts would be cleared by the end of August, and why. what is to be reported to Jaggern: regarding the sent papers for the general transfer. under the last of August as close as possible and why. the loading of the ship Vlietlust according to their stated supply. As regards the debts of the merchants, one could easily understand that the same by the last of February had to be much larger than they ought to be by the last of August, due to the advances of money which were made to them around the first-mentioned period upon the delivery of cloths, but that one would nevertheless expect that by the last of August the account with those traders would be settled as closely as possible, so that it could be evident both in Europe and in Batavia that the merchants are not falling behind, as from afar it could not always be as well known as from close by that there was no difficulty regarding the debts of the Mazulipatnam merchants, who for the most part participate in the same. — decision to make a further proposal to their High Mightinesses regarding the request of the merchants on account of the extortions of the late Lovenaar, and why. However, their old debt, or their claim against the former chief Lovenaar and their renewed complaints in that regard having repeatedly, and thus to the point of tedium, been the subject of the discussions of this meeting, so that it could serve only as an annoyance to touch upon that same string each time: it was nonetheless, upon further applications made by those merchants and those of the Jaggernaijkpoeram traders, in order to give them full measure without paying any regard to the impertinences with which their writings addressed in that regard to the lord governor, the 2nd of June 1770. of which the copies were presented to their High Mightinesses along with the letter of this government of the 18th of December 1761, are filled, and unfounded insinuations as if his Honor were negligent in doing them justice, approved and resolved to propose further to their High Mightinesses those traders' complaints for the recovery of what had been extorted from them by the said Lovenaar, without which they, both by their attitude and conduct as otherwise, make known in no obscure terms that they do not appear inclined to settle their old debt, attributing the cause thereof solely to the said Lovenaar's acts of violence and extortions of money; which clause his Honor made for that debt, and why one has allowed it to pass with that date. order in that regard to the chiefs. to which end the meeting found itself obliged to acquiesce in the clause which the merchants have made in their settlements regarding that debt, as nothing could be accomplished with unwilling people, but the chiefs should nevertheless be instructed to notify the merchants that this exception could by no means liberate them from payment, unless it might otherwise please the aforementioned their High Mightinesses. — Regarding the vent of trade goods it was

Dutch transcription

den 2:' Junij 1770. — verwagting van 't succes der veevening van de schulden dannev: gem: eers op de bimniclip=te lijkh. ende Chitsen nelij tot 't aangeven van Lijwaten tor onder subordonnatie te houden. dig met soo veel ropijen soude bijspringen, als bij haar te wat dar uijt schijnt voortekomen missen zoude zijn, waaruijt scheen, dat de bediendens p deese vergadering met onnodige swaarigheeden quamen te vermoeijelijken, en daarom beslooten wierd, de opper„ „ te betuigen ongenogen im=s hoofden daar over het ongenoegen deeser Regeering te betuijgen, van dewelke men teffens verwagten zoude te verstaan, het goed succes soo van de verevening der Reekening van den overleedene Coopman Cannamoe„ rij Moetaijen door desselvs broeder Cannamoerij iten van de inlameling der Eijane Ramaaijen, als meede dat zij opperhoofden deese Regee„ „ring genoegen zullen toebrengen omtrend de aan haar gedemandeerde insameling der Lijwaaten op den bewus„ ten Bimilipatnamse apparten Eijsch en de onder handen weesende chitsen. approtatie vande aanbouding den Voorts wierd geapprobeerd de oplegging van 30. Can„ dijlen welij uyt het aandeel van dE. Comp:e der ingeoegste graanen uijt de Landerijen aldaar, om te dienen tot Cangien van 'sComp. s Lijwaaten, onder te doene recom„ recomen on den men ag tebetagt; mandatie dat zij uijt sig selve bedagt moeten zijn, om de menage in alles te behartigen, het geen haar veel reputatieus er zoude weesen, dan dat men zulx itemn om de nieuwe pennisten haar telkens aan de hand moeste geeven; soo als haar ook gerecommandeerd soude werden, om de nieuwe al„ daar 451 haar opgegeven vooraad geschied. wat na Jaggern: te melden nopens de gesondene papieren tot het generaal Transport. onder ult=o aug=o zoo na mogelijk daar aangekomene pennisten onder de nodige subordi„ natie te houden, op dat zij door toegeevendheijd als ander, en waarom. sints niet quamen uijttespatten, gelijk de andere gedaan hadden, en dat middelerwijlen op derselver gedaane ver„debelaring van'tschp siettultis seekering dat teegens medio Iulij naast komende een aantal van 343. packen op Iaggernaijkpoeram „doen zoude zijn, daar na de belaading alhier van het schip vlietlust met te deeser hoofdplaatse in voorraad weesen„ de rethouren gereguleerd zoude werden. — Op de brieven van Iaggernaijkpoeram de datis 19:' April en 12:' Meij Jongstleeden, wierd ten opsigte van de overgesondene documenten om te dienen tot het generaal transport deses gouvernements verstaan te kennen te geeven, dat schoon deselve mits de Continuatie van den heer gouverneur in het bestier deeser Custe voor als nu van geen effect of natteloos geworden zijn, egter de daaromtrend genomene moeijte meerder faciliteijt geeven zoude aan het werk wanneer een gelijke opneem over Een Jaar of twee weder geschieden moeste. —. Wat aanbelangd de schulden der Cooplieden konde verwagting dat de reecq: den vorsz: men wel Ligt begrijpen, dat deselve onder ultimo febr: liquid welsen zouden veel grooter moeten zijn, dan onder ult=o augustus be„ hoorde teweesen, door de verstreckingen van penningen, die en weearom. besluijt ter nadere te doene voor„ dragt aan haar hoog Ed=s van't versoek naar. die omtrend het Eerstgemelde tijd perk, op Leverantie van Lijwaaten aan haar gedaan wierden, dog dat men egter verwagten zoude, dat onder ultimo augustus de Reekening met die handelaars soo na mogelijk vereffend zoude werden, dat soowel in Europa als op Batavia blijken konde, dat de marchiandeurs niet ten agteren geraaken, alsoo het van verre altijd soo wel niet, als van na bij bekend konde weesen, dat 'er voor de schulden der Mazulipatnamse Cooplieden, die voor het grootste gedeelte in deselve participeeren geen swarigheijd was. —. Dog haar oude schuld, of derselver pretentie ten Las„ der oop: weg: de geden ven sove„ ten van het geweese opperhoofd Lovenaar en derselver dierweegens op nieuw gedaane doliantien te meerma„ len, en dus tot verveelens toe, het onderwerp der ver„ handeling deeser vergadering geweest zijnde, in voegen niet dan tot verdriet konde strecken om telkens aan die selfde snaar te roeren: soo wierd nogtans op dier Cooplieden, en die der Iaggernaijk poeramse hande„ laas nader gedaane instantien, ten eijnde haar de maat vol toetemeeten, sonder eenig reguard te slaan op de „impertinentien, waarmeede haar geschriften. dier„ wegens aan den heer gouverneur geschreeven waar den 2e. Junij 1770. van 453 den 2. ' Junij 1770. welke clausule sijn eeg=t die schuld gemaakt hebben, en waarom men zulx van de copijen nevens de brief deeser Regeering van den 18. december 1761. aan haar hoog Edelens gepresen„ teerd, doorsult zijn, en ongegronde insimulatien, als of zijn Edele nalatig was, om haar regt te doen ge„ schieden, goedgevonden en verstaan, haar hoog Edelens nader voortedragen, dier handelaars doleantien ter te rug erlanging van het geen haar, door gedagte La„ venaar afgekneveld was geworden, sonder het welke en waarom sij zoo door haar houding en handelwijse als ander„ sints niet duijster te kennen geeven, niet geinclineerd schijnen te zijn, haar oude schuld te verevenen, als de Courca derselve eenelijk toeschrijvende, aan gedagte Lovenaars geweld pleeging en geld afpersingen; ten welken eijnde de vergadering zig verpligt vond, te laten welgevallen de Clausule die de Cooplieden in met daten volgemaellen. onder haare afreekeningen, omtrend die schuld heb„ ben gemaakt, alsoo met onwillige menschen niets uijttevoeren was, dog de opperhoofden soude egter gelast werden, de marchiandeurs aan teseggen, dat die uijtson, Last daarontrend aan de opperh= dering geensints haar van de betaaling libereeren konde, ten waare wel gedagte haar hoog Edelens anders mogte behaagen. — Omtrend den verthier van Handelwharen wierd.

NL-HaNA_1.04.02_3290_0704 view scan ↗

English

seen in April, and with which wish and trust, and to dispose of tin, and in turn attribute stamped chintzes. It was resolved to express the particular satisfaction of this Government with the advances achieved in April last to an important sum of Pagodas 17910. 23. –. or ƒ 870599. 6. —, it being to be wished that the same may not be followed by lean years, but concerning which it was trusted that, through the industry and diligence of the chiefs, the profits would be increased more and more by diminishing larger parcels of merchandise, especially cloves and nutmegs, of which the warehouse in the pig lead factory was still reasonably supplied, besides which it should be their concern to bring about the sale of pig lead and tin by the application of all mercantile means, as by their longer lying the remainder thereof was visibly to be increased by the parcels to be brought in with the expected ships. 2 June 1770. From the given reasons to which the chiefs came to attribute the poor success in the sale at Batavia of the Gollepaleem stamped chintzes, namely the interest of the Masulipatnam merchants who had had the procurement and delivery thereof, who, in selecting the samples, had applied themselves to the bad and least difficult ones, in order thereby to spend less on labor or painting wages to the painters, and consequently retain somewhat more for themselves from the prices stipulated therefor by the Honorable Company, so that those chintzes, as differing greatly from those which had previously been sent to Batavia as samples or for proof, absolutely had to yield fewer benefits, but that those merchants, notwithstanding their greedy conduct in this matter, nevertheless attributed the poor sale thereof to the low market, to which goods were subject one year more than another; it having again appeared to the Government, to much sorrow and no less displeasure, how little or no reliance at all could be placed on the word and promises of the merchants regarding almost all the contracts entered into with them, and this serving as a lesson to this Government as well as to the chiefs to mistrust the traders and in the future proceed with greater circumspection concerning them, it was resolved to order the servants accordingly, and at the same time seriously to recommend to them not to be so careless henceforth in the acceptance and dispatch of worse and inferior goods than the samples have been. Furthermore, it was considered a good matter that, regarding the error committed with the bale of fine bleached salempores No. 465, mentioned in Their High Excellencies' respected letter of 18 November of the past year and the resolution of this table of 2 March of this year, the Honorable Company did not suffer any damage, as the same was caused by the incorrect insertion of the packing slips, to wit that of the aforementioned bale into the bale of common bleached salempores No. 467 packaged on the same occasion; it being consequently understood that this error should be redressed, but nevertheless to express to the chiefs as well as to the packers the displeasure of this Government over that slovenliness, and to recommend in the future to perform the Company's service with greater attentiveness; while upon their further pressed request for obtaining military personnel to reinforce the garrison there, 2 June 1770. it was resolved to promise the same to them in case reinforcement might be received with the expected ships carrying the men requested from Batavia, but upon non-receipt thereof, to take such a suitable decision in that regard as would be found to agree with the constitution of that factory. To Bimlipatnam it was resolved, upon what was written by the chiefs in their letters of 14 April and 11 May past, to express displeasure over the protraction of the estate affairs of the deceased second Jan Visscher and his wife in settling and bringing the same to liquidation, without the reasons and flimsy excuses brought forward in this regard, with which the executors, being the chief Pfeiffer and the assistant Isaac Nieuwhof, seek to excuse themselves and thereby gloss over their negligence which was shining through in everything, meriting the least reflection; wherefore also the consequences and damages resulted therefrom, or which were yet to be caused, were left for the account and responsibility

Dutch transcription

cen in april. en met welke wensch. en vertrouwen. en thin vande hand te setten. en wedrom. sjapchitsen atribueeren. genoge out de betande ndoan wierd verstaan het bijsonder genoegen deeser Regee„ ring te betuijgen, over de behaalde advancen in April Jongstleeden tot een importante somma van Pagoo„ den 17910. 23. –. of ƒ 870599. 6. —. te wenschen zijnde, dat deselve niet van magere Jaaren gevolgd mogen werden, dog waaromtrend men vertrouwde, dat door de industrie en naarstigheijd der opperhoofden de p winsten meer en meer zoude werden geaccresseert door het demanueeren van kloeker parthijen handel„ wharen, speciaal nagulen en noten, waar van die Last ten betwagting in't zugleod factorij nog tamelijk voorsien was, waarnevens van derselver betragting zoude moeten laaten zijn, om door het appliceeren van alle mercantile middelen, de demeende in het zeuglood en de then te weeg te bren„ gen, alsoo door dies langer Legging het restant der„ selve merkelijk stond vermeerderd te werden, door de aantevoerene parthijen met de verwagt werdende schee„ ward Eds het titsover den Uijt de gegeevene reedenen waar aan de opperhoofden : het slegt succes in den verkoop te Batavia der gol„ lepalemse sjap chitsen, quamen te attribueeren namentlijk de interessantie der Mazulipatnam„ se Cooplieden die er de besorging en Leverantie van den 2. ' Junij 1770. — gehad 2 pen. —. 455 den 2. ' Junij 1770. —. voor en gekomen is. —. gehait hebbende, in het uytkiesen der Monsters zig op de slegte en min moeijelykste toegelegd hadden, om daar door minder arbeijds of schilderloon aan de schilders uijtgeeven, over sulx wat meerder voor haar overhouden kunnen, van de prijsen daar voor bij dE: Comp=e bedongen, gevolgelijk die Chetsen als grootelijks differeerende met die, dewelke te vooren tot monster of ter preuve na Batavia gesonden waren, absolut minder voordeelen opwerpen moe„ sten, dog dat die cooplieden ongeagt hunne inhalige behandeling in deesen, egter den slegten verkoop der„ selve toeschreeven aan de lage markt, waar aan de goederen het eene Iaar meer dan het andere onder„ worpen waren; de Regeering alweeder tot veel ver, en wat daaruijt tot veriet te driet, en niet minder ongenoegen te vooren gekomen zinde, hoe weijnig, of in het geheel geen staat te maken was, op het woord en de beloften der Cooplie„ den, omtrend genoegsaam alle de met haar aange„ gaan werdende Contracten, en het selve deese Regee„ ring soo wel, als de opperhoofden tot Leering strecken„ de, om de handelaars te mefieeren, en in het vervolg met meerder omsigtigheijd omtrend haar te werk te gaan, soo besloot men het selve de bediendens aante bevel aande ofperh: dier weegs. beveelen. compt: melef: gem: abuijs geen schaare geleden heeft. waar door het selve gecauseerd is. — seeren digheijd. en met welke recomm: wanneer. beveelen, en haare teffens serieuselijk te recom„ mandeeren, om voortaan soo agteloos niet te zijn in de acceptatie en versending van slegter en minwaardiger goed, dan de monsters geweest zijn. —. vorengede saak aangotien tot Ed Wyjders wierd voor een goede zaak aange„ merkt, dat bij het begaan abuijs omtrend het pak salempoer is fijn gebleekt N:o 465. ; ver„ meld bij haar hoog Edelens gevenereerde missive van den 18:' November des gepasseerden, en resolutie deeser tafel van den 2. maart deeses Jaars, dE: „ Comp=e geen schade quam te lijden, alsoo het selve gecauseerd was, door het verkeerd inleggen der afpakbriefjes, te weeten dat van het voormeld pak, in het te dier selfde gelegendheijd g'embaleerde pak salempoeris gemeen besluijt het selve te laten edes gebleekt N:o 467. ; werdende over zulx verstaan dat erreur te laten redresseeren, dog des niet te min dogongewoegen egter overdesten de opperhoofden soo wel, als de afpackers het ongenoe„ gen deeser Regeering te betuijgen over die slordigheijd en te recommandeeren in het vervolg 'sComp=s dienst met meerder oplettendheijd te verrigten; terwijl op toesegging van militeire en haare nader aangedrongen werdend versoek ter erlan„ ging van militairen tot versterking van de besetting den 2:' Junij 1770. aldaar . 457 den 2e. Junij 1770. staat te geschieden. de traineering der affaire van den bragte redenen door de Executeurs eenige reblikie meriteeren. gevolgen voor derselver reecq: aldaar beslooten wierd, deselve toeteseggen, ingevalle men met de verwagt werdende scheepen met de van Batavia versogte Manschappen versterkt mogte werden, dog bij nonerlanging derselve, dien wat bij non er langing derselve aangaande sodanig een Convenabel besluijt te neemen als bevonden zoude werden met de Consti„ tutie van die factorij overeen tekomen. — Na Bimilipatnam wierd beslooten op het geschree ongenogen na bimnilip:n over vene door de opperhoofden bij derselver Letteren secunde vischen. van den 14. ' April en 11:' Meij pass=o het ongenoe„ gen te betuijgen over de traineering der boedel affaires van den overleedenen secunde Ian visscher en desselfs huijsvrouw, in het vereven en en tot Liquiditeijt brengen derselve, sonder dat de sonder dat de daarom trend bij ge„ dierweegens bijgebragte reedenen en blaauwe excusen waarmeede de Executeurs, zijnde het opperhoofd Pfeiffer en den adsistent Isaac Nieuwhof, zig zoeken te verschoonen, en daarmee„ de hunne nalatigheijd die in alles quam doortestraa„ len, verbloemen, eenige de minste reflectie meritee„ ren; alwaaromme dan ook de gevolgen en nadeelen souting van de daar uijt te resuileren daar uijt voortgevloeijd, of die nog stonden te veroor„ saaken, gelaten wierden voor reekening en verantwoor„ ding

NL-HaNA_1.04.02_3290_0708 view scan ↗

English

and why it had been so. Special runaway of the slaves of the aforesaid Executors, especially the runaway of the slaves, as the same would not have existed if the necessary care and supervision had been exercised in accordance with duty, but concerning which now, in order to pass the same off as an indifferent matter, it was pretended that those runaways were not slaves, but free people, who in the recent difficult times had worked on the fortification works there, but had been retained by the said Visscher, though of which not the least mention had previously been made by the Executors, all the more so since, this being the case, it could not have been unknown to them, because they themselves testify that everyone had knowledge of it; on which grounds it was judged to have been the bounden duty of the chiefs to bring this immediately to the notice of this Government, or at the time when the codicil of the widow Visscher, whereby she had also disposed of those slaves, was sent to this Government, which would have been done much better by them and would have earned the satisfaction of this Government, rather than now coming forward with a party of pretexts to evade the accountability to which they have subjected themselves through their negligence; furthermore, their further excuses regarding the encountered impediments to bringing that estate under a complete inventory were regarded as trifles, pointing out how the deficiency could have been remedied, and it was further resolved to order them to send the remaining slaves here, either directly from there or via Paggernaijkpoeram, by the middle of September next; likewise all that could not be sold there; as well as on the requested order with respect to the 2000 new Nagapatnam pagodas, which the English Missionaries of the Lutheran congregation at Vreperij under Madraspatnam, Johan Philip Fabricius and Johan Christiaan Breijthaupt, have in their custody, but are unwilling to surrender, on the grounds that the said Visscher and his wife, at the time those moneys were deposited with their Reverences, had expressly desired that after the death of them both, the same should not be surrendered to anyone, whomsoever it might be, and since by the said widow Visscher the same had been further urged in her letter of 3 May anno passado written to their Reverences on that account, and now that they were both deceased, those moneys having fallen by law and equity to the Mission, they therefore, as ministers thereof, consider themselves unauthorized to surrender those funds: thus, because all such arrangements are untenable, as serving to defraud the creditors, as in this case the Honorable Company would be a principal claimant due to various mismanagements and bad conduct of the said Visscher, and thus from their Reverences, from whom, by virtue of their office, nothing but right and justice was to be expected, it could not be presumed that they would wish to patronize the fraudulent acts of the servants of the Dutch Company, especially since the deceased, in their letter written under date of 7 February 1768 to their Reverences, had themselves stipulated that in case anything had to be paid to the Honorable Company, those moneys might then be withdrawn; without any consideration being merited by the writing of a woman inexperienced in Company affairs, besides which it nowhere appeared nor could be proven that upon death those moneys would fall to the Mission: it was approved and understood to order the Executors to write with all emphasis thereon to those gentlemen Missionaries, and, while placing before them the aforesaid remarks made by the Government, to further urge the restitution, as well as further noting for the information of the chiefs that although no bonds or any other proofs of those funds were found in the estate, nevertheless the said gentlemen Missionaries were in confession that they have the same in their possession. Meanwhile, one would continue to look forward with longing to the promises made by the chiefs with respect to the clearing up of the Insaam to be done and the diminution of the debts of the merchants to be brought about thereby, for which it was also beginning to be high time, but the assembly remarked at the same time that if in that regard there could not be better fulfilled than had taken place regarding the 23 packs.

Dutch transcription

en waarom daaromtrent geweest was. special weglosen der slavmn„ ding van de Executeurs voormeld, speciaal het weg„ loopen der slaaven, alsoo het selve niet soude hebben g'exteerd, ingevalle volgens pligt er de nodige Zorge en toeversigt gedragen was, dog waaromtrend nu, om wat sothans dierw:s voorzenden het selve voor een onverschillige zaak te doen door„ gaan, voorgewend wierd dat die g'aufugeerdens geen slaven, maar vrije menschen waren, en inde Jongste duuren tijd aan de fortificatie werken aldaar gear„ hebbende dog gedagte beijd visscher waren aangehouden geworden, dog waar van door de Executeurs te vooren geen de minste mentie gemaakt is, te meer het selve zoo zijnde, haar niet onbekend konde weesen, om dat sij selfs betuijgen dat er een ieder kennisse van hadde; nemarqie wat de plijt derspeds ijt welken hoofde dan ook geoordeeld wierd het van de verschuldigde pligt der opperhoofden geweest te zijn, om zulx ten eersten ter kennisse deeser Fe„ geering te brengen, of wel ter gelegendheijd dat het Codicil van de weduwe visscher, waar bij sij over die slaaen meede gedisponeerd hadde, aan deese Re„ geering gesonden was, het geen veel beter, van haar gedaan zoude weesen, en het genoegen deeser Regeering weggedragen hebben, dan nu met een parthij voor „ 1 wendsels voor den dag te komen, ter ontduijking den 2'. Junij 1770. van 459 den 2. ' Junij 1770. de opgegeve empechementen om de „ te zenden. verkogt werden kan. die de Engelse missionarissen van die lig sijn en op wat fundament van de verantwoording, die zij door hun agteloosheijd zig subject gemaakt hebben; werdende voorts hun voor benselingen aangemerkt ne verdere verschooningen, omtrend de ontmoete boedel compliet te inventariseeren. empechementen om dien boedel onder een Compleete Jnventaris te brengen voor beuselingen aangemerkt met aanthooning hoedanig het gebreckige gereme„ dieerd hadde konnen werden, en men besloot ver last om de overige slaven dit heen ders haar te gelasten om de overige slaaven, het zij van daar direct, dan wel over Paggernaijk poeram teegens medio september naastkomende dit heen te senden; soomeede al het geen aldaar soomeede alles wat daar niet niet konde werden verkogt; mitsgaders op de versogte ordre ten opsigte van de 2000. nieuwe Nagapatnams verogteordwanop: de 20. aogd pagooden, dewelke de Engelse Missionarissen derbodelijk bewaring hebben. Lutherse gemeente te vreperij onder Madraspat„ nam sorteerende Iohan Philip Fabricius en Johan Christiaan Breijthaupt onder derselver bewaaring hebben, dog onwillig zijn aftegeeren, op dog to welker afgewesen mans„ fondament dat gedagte visscher en zijn huijsvrouw bij gelegendheid dat die penningen onder haar Eerwaardens geseponeerd waren; expresselijk be„ geerd hadden, dat na haar beijder overlijden deselve aan niemand, wie het ook zij, afgegeeven zoude mogen king en niet bestaanbaar zyn en woarom. non presumering dat zij de fraude„ leuse behandeling van ' Comp. s diena„ ren zoude patrocineeren. en uijt wat hoofde mogens werden, en zeedert door gedagte weduwe vis„ scher het zelve bij haare letteren van den 3. ' Meij anno passado aan haar Eerwaardens geschreeven nader aangedrongen was geworden uijt dien hoofde„ en nu dat zij beijde overleeden waren, die pennin„ gen na regt en billijkheijd aan de Mission vervallen zijnde, zij dierhalven als bedienaars derselve sig on„ remergie dat zoodanige bebcke „ evoegd agten, tot de afgave dier gelden: zoo is uijt hoofde dat alle zodanige schickingen niet be„ staanbaar zijn, als streckende in fraude van de Crediteuren, gelijk in dit geval dE: Comp=e een voor„ naam pretendent soude weesen, door diverse mesu„ Directien van gedagte visscher en sen en quaade dus van haar Eerwaardens, bij dewelke, uijt hoofde van derselver ampt niet dan regt en geregtigheijd te verwagten weesende, niet konde gepresumeerd werden, dat zij de fraudeleuse handelingen van de Dienaaren der hollandse comp=e zoude willen pa„ trocineeren, te meer de overleedenens bij derselver onder dato 7. ' februarij 1768. aan haar Eerwaardens geschreevene brief selfs gestipuleerd hadden, dat in Cas iets aan dE: Comp=e betaald moeste werden, die penningen dan zoude mogen werden geligt; den 2'. Junij 1770. sonder 461 aan deselve te schrijven obligatie gevonden de saak egter in„ comfess was. —. kingn der in saam daar door de inmindering van dien geaccep„ sonder dat eenige Consideratie meriteerde, het schrijven eener in 'sComp=s zaaken onbedreevene vrouw behalven dat nergens bleek nog beweesen konde werden, dat bij overlijding die penningen aan de Mission vervallen zoude weesen: goedgevonden zaltom met alle nadrik daar over en verstaan, de Executeurs te gelasten, om met alle nadruk daar over aan die heeren Missionarissen te schrijven, en onder voorhouding van de soo vrenge, en onderwelke voorhouding melde gemaakte remarques door de Regeering op de restitutie nader aantedringen, mitsgaders voorts tot narigt der opperhoofden te noteeren dat te doene notering, dat schooner gan schoon geen obligatien of eenige andere bewijsen van die gelden in den boedel gevonden, egter gedagte hee„ ren Missionarissen in bekentenisse waren, dat zij deselve onder haar hebben. —. Ondertussen zoude men met verlangen blijven te gemoet siening van de opluij„ te gemaed sien, der opperhoofden gedaane beloften ten opsigte van de te doene opluijking van den Jn„ saam en daar door te weeg te brengen diminutie en de diminatie der schulden der schulden van de kooplieden, waar toe het ook hoog tijd begon te werden, dog de vergadering reman, dog met welken emargue ontren gueerde teffens, dat indien daaromtrend niet beterteerde 23. packen. gerilfileerd mogte werden, dan plaats gehad hadde, den 2. ' Junij 1770. omtrend

NL-HaNA_1.04.02_3290_0712 view scan ↗

English

Concerning the rejection of the further urgent request to accept another 8 packs of such kind, and on what grounds. Regarding the 22 packs of fine bleached Guineas which had been specifically accepted upon the urgent requests made by the chiefs and merchants in order to facilitate the aforementioned debts, several more years would still be needed to bring about any reduction of name therein, so that the chiefs have little or no reason to boast thereof, as they flattered themselves in doing, since those linens were found to be entirely unsatisfactory, or at least the pack that was opened here for examination was found to consist of nearly one-fourth full of holed, torn, and mended pieces, and therefore had to be supplemented with other pieces to complete the full quantity sent, in accordance with the record noted in the Resolution of 21 March last; it was consequently resolved to decline the further request made by the chiefs to accept 8 packs of that fabric, namely 2 ditto of the 2nd and 6 ditto of the 3rd sort, on the grounds of the repeated prohibition from Their High Right Honours not to accept any more linens beyond the demand; whilst with respect to the flowered bethilles, it would tend much more to the satisfaction of the government that the same be delivered henceforth more complete and satisfactory, rather than that the chiefs apply themselves to making all kinds of lean excuses in that regard, which were deemed unnecessary to refute, much less their offered excuses concerning the aforementioned Guineas found with holes and mends, while holding before them, however, that if they had exercised the necessary attention in accordance with their bounden duty, such abuses could never have occurred, which they now sought to shift, applying themselves entirely to ferreting out and piling up all kinds of frivolous pretexts and evasions to gloss over the committed mistakes and the negligence practiced in the Honourable Company's service. In the same manner, the government was extremely displeased with the entry made in the accounts held with the merchants Wisjiappa Sitana Chettij and Daatjerij Ewaij, in substance: But against this is due to us from the former chief Bronsveld each ƒ8298. 5. 8., so that there still remains of actual debt, to wit, for the first-named ƒ15211. 8. –. and for the second ƒ22961. 3. 8., since from that entry nothing else could be deduced than that the merchants wish to oblige the Honourable Company to take for Its Honourable account the debt of Bronsveld, which he had with those traders on account of a private account, notwithstanding that in all the letters of this government treating of that matter, it had been clearly enough made known that nothing thereof would be credited to them at the expense of the Honourable Company; which caused the assembly to resolve to order the chiefs to give notice to the merchants of the decease of the said Bronsveld at Batavia without leaving behind the very least, and thus no prospect remained ever to recover anything thereof, with a clear demonstration of the absurdity of their desire, and that it was further desired that those entries should henceforth be left out of the accounts, just as if they had run for the account of the Honourable Company; while at the same time it was resolved to have the received accounts of the merchants and the accompanying statement, under whose administration those debts were incurred, accurately checked, and to supply the required elucidation to this assembly. The assembly was also confronted with no less displeasure by the poor, indeed even entirely stagnant, vent of goods there, over which the assembly had reason to grieve, principally when the eye was cast upon the burdens which the Honourable Company was obliged to bear for the maintenance of the Dutch and native servants, as well as several other expenses which, whether the sale of the merchandise progressed favourably or not, nevertheless remained equally large, as on several occasions the heaviness of heart of this assembly thereover and its sensible sorrow over the all too poor sale of the goods had not been left unexpressed, so that for the present no other means for the improvement thereof could be devised than to remind the chiefs of the exhortations made so many times and with so much emphasis on that account, the assembly trusting that the chiefs will in no respect fail in the duty which could reasonably be expected and anticipated from all well-disposed servants, although the government at the same time found itself obliged to testify that of all those manifold adhortations

Dutch transcription

vande handwijsing van de nadere instantie om nog 8r. packen zodanig aanteneemen. en uijt wat hoofde. bethilles toegebragt soude hebben omtrend de 22. packen guinees fijn gebleekt die expres op der opperhoofden en Cooplieden gedaane in stantantien tot facilitatie der voormelde schulden x geaccepteerd waren, nog ettelijke Jaaren nodig zoude weesen, om eenige vermindering van naam daar in te weeg te brengen, dus de opperhoofden weijnig of geen reeden hebben om zig daar op te beroemen, gelijk zij zig daarmeede vleijden, dewijl die lijwaaten gants niet voldoende bevonden waren of ten minsten het pak dat men hier ter examinatie heeft openge„ maakt bij na een quart met gegate, gescheurd en gestopte stucken bevonden zijn, en daarom tot het voltallig maken der overgesondene quantiteyt, met andere stucken hebben moeten werden gesuppleerd, conform het aangeteekende ter Resolutie van den 21. Maart Jongstleeden, werdende over zulks beslooten de nadere gedaane instantie der opperhoof„ den ter acceptatie van 8. packen van dat geweef, als 2. d. os 2.:' en 6. ditos 3:' zoort te declineeren, uijt hoofde van de herhaalde Jnterdictie van haar hoog Edelens om geene Lijwaten meer boven den Eijsch wat meergenolgen nopens de aanteneemen; terwijl ten opsigte van de gebloemde bethilles de Regeering tot veel meer genoegen strec„ den 2:' Junij 1770. ken 463 den 2. ' Junij 1770. maaken als die weeg=s 't met gaten en stoppen bevonden guinste refuteeren. reecq: van neev:s gem: Coopl: ew eleg=s de ken zoude, dat deselve voortaan Compleeter en voldoender geleverd wierden, dan dat de opperhoofden ande acusen die daromtrent zig toeleggen tot het maken van allerheende magere excusen dienaangaande, die men onnodig oordeelde onnodige oordeling om dese boe min„ te refuteeren, veel minder hunne bijgebragte verschooningen over het hier vooren vermelde met gaten en sloppen bevonden guinees, onder voorhouding te doene voorhouding egter derw=s dat wanneer zij overeenkomstig hunner ver„ schuldigde gehoudenisse de nodige attentie ge„ bruijkt hadden nimmer sulke abuijsen voor„ vallen konden, waarop nu getragt wierde, desel„ ve te schuijven en zig ten dien eijnde in het getal geheel toeleggende op het opspeuren en bij een sta„ pelen van allerhande nietige voorwendselen en uijt„ vlugten tot verbloeming der begane mesusen, en gepleegde nonchalance in 'sComp=s dienst Inselvervoegen heeft de Regeering ten uijtersten mes hegemoert geteken en de mislaagd, de gedaane stelling onder de gehoudene schuld van Hombveld. afreekeningen met de kooplieden wisjiappa Sitana Chettij en Daatjerij Ewaij in substantie: Dog daar en tegen Competeerd ons van het geweese opperhoofd Bronsveld ieder ƒ8298. 5. 8. , soo dat nog aan we„ sentlijke schuld resteerd te weeten den eerstgemel„ de en waarom. brontvelt overleeden. daar van te krijgen. te laten. besluijt de bekomen afreecq: alhier te Latten examineeren. de ƒ 15211. 8. –. en den tweeden ƒ22961. 3. 8. alsoo uijt die stelling niet anders optemaken was, dan dat de Cooplieden dE: Comp=e verpligten, willen om de schuld van bronsveld, die denselven met die handelaars uijt hoofde van een particuliere reekening gehad heeft, voor haar Edele reekening te neemen, niet tegenstaande bij alle de brieven deeser Regeering over die materie handelende, duijdelijk genoeg te kennen was ge„ geeven, dat haar 'er niets van goedgedaan zoude werden ten saste van dE: Maatschappij, het geen de vergade„ lastom haar antelegen dat ring deed besluijten, de opperhoofden te gelasten, om de Cooplieden kennisse te geeven van het overlijden van gedagte bronsveld te Batavia sonder iets het in ergenapperinties, miets allerminste natelaaten, en dus geen apparentie meer overbleeff om daar ooijt iets van te recouvreeren, onder duijdelijke aantooning van de besarerien hunner begeerte om die potten uijt de een uisteni, en dat men wijders begeerde dat die posten voortaan even of se voor reekening van d'E: Comp=e liepen, uijt de reekeningen gelaaten zoude werden; terwijl teffens beslooten wierd, de overgekomene afrec„ keningen der Cooflieden ende deselve verseld hebben„ de aantooning, onder wiens bestier die schulden gemaakt sijn accuraat te laten nagaan, en de vereijschte den 2e: Junij 1770 eliccidatie 301 465 den 2. ' Junij 1770. vertier „diesweeg-. bed=s van de menig vildige adhortatien daaromtrent. dog onder welke remarque elucidatie aan deese vergadering sutpediteeren. —. Ook quam de vergadering tot niet minder ongenoe ongenogen over dit severdetende gen te vooren, den soberen Ja selfs ten eenemaal stil„ staande verthier aldaar, waar over de vergadering sig met reeden bedroeven moeste, principaal wanneer besroeving dierweegens het oog gevestigd wierde, op de Lasten, dewelke VE: Comp=e verpligt was te dragen, in het onderhoud van de Nederlandse en Inlandse Dienaaren, mitsga„ ders meer andere ongelden, die schoon het debet der handelwharen favorabelen voortgang hadde of niet, egter even groot bleeven, gelijk te meermaalen de swaar te mermalen betuijde hetweke moedigheijd deeser vergadering daar over, en het gevoelig leedweesen derselve over de al te soberen verkoop der sr Coopmansz: niet onbetuijgd gelaaten was, invoegen dat men voor als nog geen ander middel tot meliora„ tie derselve wiste uijttedenken, dan de opperhoofden in te doene indagtig making aande dagtig te maken, de soo meenig werf en met soo veel nadruk gedaane adhortatien des weegen, vertrou„ wende de vergadering dat de opperhoofden in geene en watenen van haar verouwd opsigten te kort doen zullen aan de pligt, welke men van alle welgesinde Dienaaren verwagten en betlijk te gemoed zien konde, hoewel de Regeering sig teffens verpligt vond te betuijgen, dat van alle die meenig vuldige. 30

NL-HaNA_1.04.02_3290_0716 view scan ↗

English

Reading of a Tuticorin letter, and what it contains. manifold faithful awakening admonitions had as yet seen no other fruits than a series of good and hope-flattering, but in themselves upon the outcome found to be insubstantial promises. After the conclusion of the aforesaid business, the letter written hither by the chiefs at Tuticorin dated 15 May last was read, containing communication of the stranding of a vessel with a Dutch flag near the Long Island north of the residency of Kilkare, and that it was alleged the same belonged to the Chief Administrator here, the Honorable Henricus Leembruggen, and the Chief at Manaar, Mattheus van der Spar, or at least had been laden for their account and dispatched from here to Colombo, but that the same was contradicted by the Theuver lord, with the declaration that it did not belong to the Dutch, but to the Moors at Naoer, Mahomethneijna Marcair, Tambij Marcair, and Rosa Marcair, and having been dispatched to Colombo laden with rice, paddy, and other goods by the two last-named, had been driven before his realm at Periepatnam by a storm and stranded at Waletieuw, thus being subject to the strand-right and confiscation, 2 June 1770. Although 467 2 June 1770. to have directly nor indirectly any share in the vessel mentioned therein. to give notice, and why. although some goods from the vessel had been improperly salvaged by the crew of the cruising pantjallang De Prack, just as if it were an Honorable Company vessel; the said chiefs therefore requesting, since no pass or any other sea letter of that vessel had come into their hands, to be provided with the necessary proofs of ownership of the vessel and cargo, in order to summon the same by virtue of the treaties existing between the Honorable Company and that landlord, not only for the return thereof, but also for the rendering of the necessary aid and assistance; upon which the said Chief Administrator Leembruggen, on the special inquiry by the Governor, declared that he had directly nor indirectly any part in the vessel and cargo aforesaid, and consequently could supply neither pass nor any other proof of ownership; whereupon it was then resolved to bring this immediately to the knowledge of the said Tuticorin chiefs by a letter for their information, in order to avoid all discrepancies that might otherwise often occur through a too hasty course of action and appropriation thereof on the part of the Theuver. After thanks to be expressed to Ceylon for the cinnamon and coffee beans. advices. received invoices. bricks. could be spared. found to reply to Jaffnapatnam. To Colombo, in response to the letters received from there dated the ultimate of April last, it was agreed to express thanks for the sending of 10 bales of cinnamon and 6 bales of coffee beans for the service of this government, as well as for the communication of their general description of the state of affairs of the Honorable Company on the island of Ceylon to the Right Honorable High Indian Government at Batavia, with the mention that they would act properly with the invoices received alongside it; as well as the promise that their requisition made for 100000 pieces of roof tiles and 200000 pieces of masonry bricks would be satisfied as closely as possible, in so far as the sloops at hand were not needed for the transport of merchandise and other goods to the subordinate factories of this Coast, principally those situated to the north, from where they could not return earlier than the end of September or beginning of October; it being found necessary to reply nothing to the letters of Jaffnapatnam, except only that upon the arrival of the sloop Vianen, the same would be sold here in accordance with the request of the Ceylon ministers and the mariners assigned thereto would be sent to Batavia with one 2 June 1770. of the 469 2 June 1770. Resolution to renew the edict concerning the proper proofs of ownership of real property, and how to amplify the same at the same time. of the ships. Whereupon, on the proposal of the Governor, that notwithstanding it had been prohibited repeatedly by issued edicts to buy, sell, and mortgage privately all kinds of real property, whether houses, lots, ships, and other lesser vessels, that order had nevertheless fallen into decay again from time to time, and was violated more and more, and especially with regard to vessels, so much so that practically none of the possessors of all that multitude of vessels which belonged to this place and in the jurisdiction thereof are provided with a proper proof of ownership, whereby, in the event of arising disputes, whether in court or out of it, the lawfulness thereof could be demonstrated and proved to the satisfaction of the law; it was approved and agreed to publish anew the edict issued in that regard and lastly renewed on 22 January 1754, and to affix it in the customary places, as well as to amplify the same in this manner, that all those who are already owners of such ships and vessels should have to provide themselves within the time of six months

Dutch transcription

Leesing eener Tutucorijnse brieff, en wat deselve behelst. vuldige getrouwe opweekende vermeeningen voor als nog geen andere vrugten hadden gesien, dan een reeks van goede en hoop streelende, dog in sig zelfs bij den uijt„ komst zakeloose bevondene beloften. Na het afloopen der voorsz: besoignes wierd opge„ leesen de brief door de opperhoofden te Tutucorijn her„ waards geschreeven in dato 15. ' Meij Jongstleeden behelsende Communicatie van het stranden eener vaarthuijg met een hollandse vlag bij het Lange Eijland benoorden de residentie kilkare en dat voorgegeeven wierd het selve den hoofdadministrateur alhier dE: Henricus Leembruggen en het opperhoofd te Manaar Mattheus. van der Spar toe te behooren, of ten minsten voor derselver reekening belaeaden en van hier na Colombo versonden zoude weesen, dog het selve door den Theuver heer gecontrarieerd wierd, met betuyging dat niet de landers, maar de mooren te Naoer, Mahomethneijna Marcair, Tambij Marcair en Rosa Marcair toebehoor„ den, en door de twee laastgemelde met rijst, nelij en andere goederen beladen naar Colombo gedepecheerd zijnde, door storm tot voor zijne rijk op Periepat„ nam aangedreeven en bij waletieuw gestrand, dus aan het strandregt en de Confiscatie onderhavig was, den 2 ' Junij 1770. Schoon 467 den 2'. Junij 1770. direct nog in direct geen aandeel te hebben aant vaarthuijg daar bij vermeld. niste te geven, en waarom. schoon door het volk van de kruyjspantjallang De Prack eenige goederen uijt het vaartuijg ten onregten, even of het een sComp=s vaarthuijg was, geborgen wa„ ren; versoekende mits dien gem: opperhoofden om vermits haar geen pas of eenig ander zee brief, van dat vaartuijg in handen gekomen was, met de nodige bewijsen van eijgendom van vaartuijg en Lading voorsien te mogen werden, ten eijnde daarop uijt kragte van de tussen d'E: Comp=e en dien landheer leggende tractaaten denselven ter te rug gave niet alleen, maar ook ter toebrenging van de nodige hulpe en bijstand te sommeeren, op het welke gedag„ te hoofdadministrateur Leembruggen op de speciale betuijging door den E: Leem briggen„ afvrege van den heer gouverneur betuijgde, dat di„ rect nog indirect eenig deel aan het vaartuijg en Lading voormeld hadde, over zulx nog passe nog eenig ander bewijs van eijgendom suppediteeren konde, het geen dan ook beslooten wierd, ten eersten bij een brief besluijt daar van na Tutucorijn ken„ aan gedagte Tutucorijnse opperhoofden tot derselver narigt ter kennisse te brengen, ter eviteering van alle discrepantien, die anders dikwerk door een te voorbaarige handelwijse en toeeijgening derselve aan de kant van den theuver voorvallen konde. —. „ Na te doene dankbetuiging na clijlon voor de canneel en hoffijboonen. advisen. bekomen factuuren. Steenen. toe gemist konde werden. patnam te resorvbeeren gevondnis. Na Colombo wierd op de van daar ontfangene Letteren van ultimo April Jongstleeden verstaan dank te betuijgen voor de oversending ten dienste van dit gouver„ nement van 10. balen Canneel en 6. baalen Coffyboo„ dten voorde wede gedelede copij nen, soomeede voor de meededeeling van derselver gene„ raale beschrijving van den toestand der zaaken der E: Comp. e ten Eijlande Ceijlon, aan de Edele hooge Jndiase te doene handeling ân iso met de Regeering te Batavia, met melding, dat men met de daarneevens bekomene factuuren naar behooren belofte ter zending van pannen en zoude doen handelen; mitsgaders. promesse dat der„ selver gedaanen Eijsch van 100000. stux dakpannen, en 200000 stux metselsteenen zoo na mogelijk vol„ en zoo vore als de Chialoup, daar daan zoude werden, in zoo verre de aan handen weesende Chialoupen niet benodigt wierden tot den overbreng van de Coopmansz: en andere goederen na de onderhoorige factorijen deeser Custe principaal die om de noord gelee„ gen waren, van waar niet eerder, dan in het Laast van september of begin van october te rug konde wat op de brieven van Jaffang, komen; werdende op de brieven van Sattanapatnam niets te rescribeeren gevonden, dan eenelijk dat bij de aankomst van de Chialoup vianen, deselve inge„ volge het requisit der Ceijlonse ministers alhier ver„ kogt en de zeevaarende daar op bescheijden met een den 2. ' Junij 1770. —. der 469 den 2'. Junij 1770. Besluijt, het placaat, wegens de be„ hoorlijke eijgendoms bewijsen der vaste goederen te renaveeren. en hoedanig teffens te amplieeren der scheepen na Batavia gesonden zoude werden. Waarna op den voorstel van den heer gouverneur dat niet tegenstaande een en andermaal bij g'emaneer„ de placcaaten geinterdiceerd was, het onderhands ko„ pen en verkoopen, mitsgaders verpanden van aller„ hande soorten van verste goederen het zij huijsen, Erven scheepen en andere mindere vaartuijgen egter die ordre van tijd tot tyd weder in verval was geraakt, en langs hoe meer overtreeden wierd, en wel specialijk omtrend de vaartuijgen, in soo verre dat genoegsaam geene der besitters van alle die meenigte der vaar„ tuijgen, welke te deeser steede en in de Jurisdictie der„ selve thuishoorden, van een behoorlijk bewijs van Eij„ gendom voorsien zyn, waar bij, bij opkomende disputen het zij in regten of daar buijten, de wettigheijd derselve den regten genoeg doende aantoonen, en probeeren konde„ goedgevonden en verstaan is, het dier wegens g'emaneerd en Laastelijk den 22. ' Januarij 1754. gerenoveert placcaat, op nieuw te publiceeren en ter gewoone plaatsen affigeeren, mitsgaders het selve in deesen voegen te amplieeren, dat alle de geene die bereets eijgenaars van sodanige scheepen en vaartuijgen zijn, binnen den tijd van ses maanden zig zoude moeten voorsien

NL-HaNA_1.04.02_3290_0720 view scan ↗

English

continuation provided with a proper secretarial certificate, wherefore everyone who wishes to have passports or sea letters must first demonstrate the legal ownership of his vessel, in order for it to be properly registered at the Secretariat here, so that it can be known to whom passports could be issued, but also so that it always remains evident who the legal owner of such a vessel is, to which end, in the event of transfer or change of the possessor through sale or otherwise of the vessel, it must each time be recorded in the aforementioned Register; just as it was also enacted upon the further proposal of the aforementioned His Honour that henceforth no vessels belonging here, by whatever name, up to and including a Chialeng, may depart or be dispatched, neither to the subordinate Company offices of this government nor to other places of the foreign European and native powers situated along this Coast, without first providing themselves with a pass or licence letter, as is customary and practiced regarding the Ceylon fairway, since this was judged very necessary so that, in the event of arising disputes and resulting arrests and detentions, the 2nd of June 1770. as well as 471 the 2nd of June 1770. as well as other unfair proceedings, the right of such an aggrieved resident and subject can be protected with so much more force and emphasis in accordance with equity and freed from all harassment; under the penalty to be imposed that the negligent or violators of this order shall forfeit, concerning a vessel above ten lasts 50, and below the same 25 pagodas, to be divided for one quarter each among the fiscal, the receiver, the farmer of the sea toll, and the Deaconry poor of this town, not counting the further penalties that in addition, and in due time, according to the circumstance of time and matters, should be found appropriate, and more broadly detailed in the following edict drafted for that purpose, the text thereof reading as follows. Pieter Haksteen, Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, as well as Governor and Director on behalf of the General Chartered East India Company on the Coromandel Coast, together with the Council. To all those who shall see this or hear it read, greeting. Be it known That whereas the prohibition in the edicts of the 7th of May 1717, 25th of November 1727, 24th of December 1732, 20th of December 1739, and lastly the 22nd of January 1754, against the private buying, selling, and mortgaging of all kinds of immovable property, be it houses, yards, ships, sloops, padagu boats, dhonis, or other kinds of vessels, has been from time to time increasingly violated and transgressed, and that salutary order has been so far vilified that the possessors or owners of all that multitude of vessels which belong to this town and within its jurisdiction are mostly not only unprovided with any bill of sale or any other proof, but also sell and convey, or indeed mortgage the same completely irregularly on private writings, on paper or palm-leaf manuscripts in private, in the presence of, and sometimes even without witnesses, this tending not only to the great detriment of the good and well-meaning residents of this town because of the deceits and distortions that could be committed in this regard through the sinister practices of dishonourable people, but also, and which is the most important, the resulting confusion and difficulty for the Judiciary in case of disputes over such private purchase and mortgage matters, not to mention the defrauding of the lawfully due rights of the Honourable Company: so it is that we, wishing to provide against this with vigour, hereby renew the aforementioned edict of the 22nd of January 1754, and anew ordain and enact that no one, whoever it may be, shall undertake to buy, sell, or take into pledge any houses, yards, lands, ships, sloops, padagu boats, dhonis, or any other vessels of whatever name, on private writings, be it paper or palm-leaf manuscripts, with or without witnesses; and if anyone wishes to avail himself of such private writings, whether in court or outside of it, he is hereby warned that he will not only forfeit his right and claim to such purchased or pledged immovable property or vessel, but must also forfeit the advanced purchase money in favour of the seller, and the lent money in favour of the mortgagor, over and above the penalty and correction that shall be found appropriate according to the exigency of matters against the violation of this; ordering therefore all those who at the publication of this might be provided with such a private purchase or pledge, to have proper deeds executed thereof at the Secretariat here within the time of six months according to custom and practice; specifically we desire and ordain that all those who are already owners of the sloops, padagu boats, and other vessels, must also provide themselves with a proof of ownership upon payment of the dues pertaining thereto, with notice that otherwise no passports or sea letters will be granted, wherefore everyone who wishes to have passports the 2nd of June 1770.

Dutch transcription

vervolg voorsien van een behoorlijk secretarieel bewijs, over zulx een iegelijk die paspoorten of zee brieven wil hebben, eerst den wettigen eijgendom van zijn vaarthuijg zal moeten vertoonen, om ter secretarije alhier, behoorlijk te werden geregistreerd, op dat men weeten kan, aan wie al paspoorten afgegeeven konde werden, maar ook steeds blijke wie den wettigen eijgenaar van soo een vaartuijg is, zullende ten dien eijnde bij overdragt of verandering van den besitter door de koop als an„ dersints van het vaarthuijg, telkens bij het voormeld Register aangeteekend moeten werden; soo als ook op de verdere propositie van welmelde zijn Edele nog gestatueerd wierd, dat voortaan geene hier 't huijs hoorende vaartuijgen, hoedanig genaamd, tot een Chia„ leng in cluijs, soo na de onderhoorige Comp=s Comptoiren deeses gouvernements, als andere plaatsen der vreemde Europeesen en Jnlandse mogendheeden, langs deese Custe geleegen, zal mogen vertrecken, of versonden werden, sonder sig eerst van een pasce of Licentie brief te voorsien, gelijk dat omtrend het Ceijlons vaanr wa„ ter in usantie en practijcq is, alsoo zulk seer nood„ sakelijk wierd geoordeeld, om bij opkomende disputen en daar uijl resulteerende arresten en aanhoudingen, den 2' Junij 1770. „ mitsg. s 471 den 2:' Junij 1770. mitsgaders andere onbillijke handelwijse, het regt van soodanig een verongelijkte ingeseeten en onderdaan, met soo veel te meerder klem en nadruk, na de billijkheijd geprotegeerd en voor alle overlast bevrijd te kunnen wer„ den; onder opteleggene pene dat de nalatige of over„ treeders deeser ordre verbeuren zoude omtrend een vaar„ vervolg tuijg boven de thien: Lasten 50. , en beneeden deselve 25. pagooden, om bij den fiscaal, ontfanger, den pagter van den zee thol en Diaconij armen deeser steede ieder voor een quart gedeelt te werden, ongereekend de verdere penaliteijten die boven dien en in der tijd na de omstandigheijd van tijd en zaaken bevonden zoude werden te behooren, en breeder uijtgebreijd bij het ondervolgend ten dien eijnde geconcificeerd, placaat, insitin van hesselven aldus Luijdende. Pieter Hakstoen, Raad Extraordinair van Nederlands Jndia„ Mitsgaders gouverneur en directeur van weegen de generaale g'octroijeerde, oostindische Comp=e, ter custe Cormandel, neevens den Raad. Allen den Gdenen die deesen sullen sien of te hooren Leesen, salut doen Te weeten Alsoo het verbod bij de placcaaten van den 7: Meij 17171, 25. November 1727, 24: december 1732, 20:' december 1739, en Laastelijk den 22.:' Januarij 1754. , teegens het onderhands hoopen„ verkoopen en verpanden van allerleij soorten van vaste goederen, het zij huijsen, Erven, schee„ pen, chiloupen, khaaren, thonijs of andere soorten van vaarthuijgen, van tijd tot tijd, langs hoe hoe meer werd overtreeden, en te buijten gegaan, mitsgaders die heijlsaame ordre, soo verre werd gevilipendeerd, dat de besitters of eijgenaars van alle die meenigte van vaarthuij„ gen, welke te deeser steede, en in de Jurisdictie derselve thuijshooren demeeste niet alleen van geen koop brief of eenige andere bewijs voorsien sijn, maar ook deselve gantsch onregel„ matig op onderhandse geschriften, op papieren of olas in het particulier ten overstaan van, en ook somtijds sonder getuijgen verkoopen en transporteeren, of ook wel verhijpothe„ queeren, streckende het zelve niet alleen tot groot nadeel van de goede, en welmeenende ingeseetenen deeser steede ter oorsaake van de bedriegerijen, en verdraaijingen die daarom„ trend door de sinestre practijcquen van eerloose menschen gepleegd soude konnen werden, maar ook en dat wel het voornaamste is, de daar uijt voort te vloeijene verwarring en moe„ gelijkheijd voor de Justitie in cas van questien over diergelijke onderhands koop - en hijpoteecq N=a, ongereekend nog de defrauditien der E: Comp=e wettig competeerende geregtigheeden: soo is het dat wij daar teegens met vigeur willende voorsien, het voormeld placcaat van den 22:' Januarij 1754: bij deesen renoveeren, en op nieuw ordonneeren, en statueeren, dat niemand wie het ook zij, sal onderwinden, eenige huijsen, Erven, Landerijen, scheepen, chialoupen, phaa„ ren, thonijs, of eenige andere vaarthuijgen hoedanig ook genaamd te koopen, verkoopen, of in pand te neemen op onderhandse geschriften het zij papier of olas, met of sonder getuij„ gen, en zoo iemand sig van zoodanige onderhandse geschriften, het zij in regten, of daar buijten zal willen bedienen, werd denselven bij deesen gewaarschouwt niet alleen van zyn regt en pretentie vervallen zal zijn op sodanig gekogt, of in pand genoomen vast goed, of vaar„ thuijg maar ook moeten verbeuren de opgeschootene kooppenningen ten faveure van den verkooper, en der uijtgeleende gelden ten faveure van den verpander, boven en behalven de peene en Correctie, die men na exigentie van zaken teegens de overtreeding deeses bevinden zoude te behooren; gelastende dierhalven alle de geene die op de publicatie deeses van zoda„ nig onderhands koop of pand voorsien mogte weesen, binnen den tijd van ses maanden na stijl en practijcq behoorlijke actens daar van ter Secretarije alhier te passeeren, specia„ lijk begeeren en ordonneeren wij, alle die bereeds eijgenaars zijn, van de Chialoupen phaa„ ren en verdere vaarthuijgen, zig ook zullen moeten voorsien van een bewijs van eijgendom onderbetaling van de ongelden daar toe staande met advertentie dat anders geen paspoor„ ten of Zebrieven zullen werden verleend, dierhalven zal al die geene die paspoorten wil den 2:' Junij 1770. —. hebben

NL-HaNA_1.04.02_3290_0723 view scan ↗

English

have to show and prove the ownership of his vessel at the secretariat before he can obtain it; but if anyone should remain negligent in this regard, as well as regarding private purchases, sales, and mortgages already concluded, he shall, upon discovery, forfeit the 28th penny as a fine to the Honorable Company, and it is thereby declared that such a vessel that one possesses, but has neglected to pass a deed of proof of ownership for, as well as all clandestine purchases, sales, and mortgaging thereof that are kept concealed, and also of the houses and yards, lands, etc., shall be immediately executable for the aforementioned 20th penny, and notwithstanding that such purchase, sale, or mortgaging shall by virtue of this furthermore be and remain null and of no value; just as we further ordain and statute by these presents that henceforth no vessels of whatever designation, down to a topmast inclusive, shall be allowed to depart or be dispatched from here, either to the subordinate Company offices of this government or to other places of foreign European and native powers located along this coast as far as Ganjam and Barawa, without first providing themselves with the necessary sea letters for their safe conduct; namely, everything that is above ten lasts in size shall have a passport, and below that a license letter, as is customary regarding the vessels departing for Ceylon; so that thereby, upon the outbreak of war or any other disputes in the country, as well as arising disputes and arrests and detentions resulting therefrom, it may appear and be proven under whose jurisdiction such a vessel belongs, in order to reclaim the same in case of any ill-treatment and to protect the rights of such an inhabitant and subject according to equity and to maintain them against all molestation; we therefore order the owners of such vessels, whether they are dispatched for their own account or given on freight to others, not to let them depart before and until they shall be provided with the ordained sea letters, on penalty of 50 pagodas for vessels that are above ten lasts and 25 pagodas for those that are below ten lasts in size, to be divided into one quarter each for the fiscal, receiver, farmer of the sea toll, and the poor, not counting the further penalties that might in time be deemed fit by the Government to be imposed upon the recalcitrant according to the exigency and requirement of matters. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam, the 2nd of June 1770. The 2nd of June. accounts. The 2nd of June 1770; and published and posted the 9th thereafter. was signed: Pieter Haksteen. At the side, the Honorable Company's seal stamped in red wax, and written next to it: By order of the well-mentioned His Honour and the Council; was signed: Willem Duijnevelt, Secretary. Lastly, the expense accounts brought in on this occasion from the offices of Portonovo, Cuddalore, and Jaggernaickpoeram were reviewed, namely the first for the months of February, March, April, and May; the second for May alone; and the last for the month of April preceding; and for the write-offs of which it was approved to qualify the servants. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam. Date as above. signed: as before. Saturday, the 2nd of June 1770. 475 Saturday, the 16th of June, anno 1770. In the afternoon at five o'clock. Political Meeting held. All present, except: The Second Warehouse Master Jan Diderik Severin, due to occupation in the Company's service. The list of differences, both of the surplus, deficit, and the goods found unusable discovered at this main place upon confronting the respective inventories of the end of February last against the balance of the trade and other secondary books belonging to it under the said date, having now been brought in, there were upon exact review such decisions taken as stands expressed in the short extract from the same inserted below. write-off to account of profit and loss. 10 1/4 lb mace or macis, of this 30 1/2 lb deficit; whereof 29 lb upon opening, for consumption; namely: 14 lb from 154 lb in 1 sokkel, calculated at 9 1/16 per cent; 15 lb from 154 lb in 1 ditto, 9 1/16 ditto; 1 1/2 lb from 147 lb at the consumption chest in the warehouse, is 1 per cent. write-off and transfer to dust and refuse of spices: 10 1/4 lb dust, refuse, and white leaves of mace, namely: 8 1/4 lb out of 154 lb or 1 sokkel, calculated at 5 3/16 per cent; 10 lb out of 154 lb in 1 ditto, 6 1/2 per cent. 412 1/8 lb cloves; thereof 39 5/8 lb short of this, write-off to account of profit and loss: 2 3/4 lb on 297 1/4 lb upon opening for consumption, calculated on average at 3/16 per cent; 162 1/4 lb on 16530 lb in 265 clove as well as nutmeg chests upon dispatch, calculated on average at 7/16 per cent; 229 1/4 lb on 2931 1/2 lb in 644 chests upon inventory, calculated on average at [illegible]; 1 7/8 lb on 116 lb at the consumption chest in the warehouse, calculated at 1 per cent. write-off and transfer to dust and refuse of spices: 16 1/4 lb on 297 1/4 lb dust and crumbs of cloves from the aforementioned parcel for consumption gives on average a loss of 5 7/16 per cent. 631 3/4 lb nutmegs or round nutmegs; thereof write-off to account of profit and loss: 59 1/4 lb deficit; of this: 4 1/8 lb on 152 3/4 lb upon opening for consumption, calculated on average at 1 per cent; 130 3/4 lb on 1327 1/4 lb in 145 chests upon dispatch, on average 1 per cent; 444 lb on 4416 lb in 569 chests upon inventory, calculated on average at 1 per cent; the 16th of June 1770. 7 3/4 lb, 1 per cent.

Dutch transcription

473 hebben den eijgendom van zijn vaarthuijg ter secretarij moeten vertoonen en probee„ ren, alvoorens hij die obtineeren kan, dog wanneer iemand daaromtrend zoo wel, als omtrend de reeds gepasseerde onderhands koop, verkoop, en hijpoteecq nalatig mogte blijven, zal bij ontdecking moeten verbeuren den 28=te penning tot een boete aan dE: Comp: en verklaaren mits dien sodanig een vaarthuijgen dat men besit, dog genegligeert heeft, daar van acte van eijgendoms bewijs te passeeren, als meede alle verduijsterd gehouden werdende clandestine koop, verkoop en verpanding derselve, en ook van de huijsen en Erven, Landerijen & a voor den gemelden 20=ste penning paraat executabel en vermindert dat sodanig koop, verkoop, of verpanding uijt kragte deeses boven dien sal zijn en blijven van nul en geener waarde gelijk wij nog ordonneeren en staturen bij deesen dat voortaan geene vaarthuijgen hoedanig ook genaamd tot een steng in cluijs van hier so na de onderhoo„ rige Comp. s Comptoiren deeses gouvernements, als andere plaatsen der vreemde Europeesen en Jnlandse moogendheeden langs deese cust geleegen tot gensjam, Barawa toe sullen mogen vertrecken of versonden worden, sonder zig eerst van de noodige zee brieven tot vrij geleijde derselve te voorsien, teweeten al wat boven de thien lasten groot is, sal een paspoort, en daar beneeden een licentie brief moeten hebben, gelijk dat omtrend de vaarthuijgen die na clijlon vertrocken practicabel is; op dat daar door bij opkoming van oorloge oft eenige andere oneenigheeden in het Land, mitsg=s te rijsene disputen en daar uijt voort„ vloeijende arresten en aanhoudingen blijke en beweesen kan werden, onderwiens gebied sodanig een vaarthuijg thuijs hoord om bij eenige quaade behandeling het zelve gereclameerd en het regt van sodanig een Jngeseeten en onderdaan na de billijkheijd geprotegeerd en teegens alle overlast gehandhaeft te werden ordonneeren de dierhalven de eijgenaars van soda„ nige vaarthuijgen, het zij dat deselve voor haar eijge reecq: versonden dan wel aan andere op vragt gegeeven werden, niet te laaten vertrecken voor en al eer van de geordonneerde zee brieven voorsien zullen weesen op peene van 50. pagoden voor vaarthuijgen die boven de thien Lasten en 25. pagoden voor die, die beneeden de thien Lasten groot sijn, om bij den fiscal, ontfanger, pagter van de zee thol, ende armen ider voor een quart verdeeld te wer„ den ongereekend de verdere penaliteijten die inder tijd bij de Regeering mogte werden goed„ gevonden, den wederhoorige op te leggen na Exigentie en vereijsch van zaaken. Aldus Gedaan en Gearresteerd In 't Casteel Tot Nagapatnam Den den 2' Junij 1770. 2: Junij reekenings —. 2:' Junij 1770: en Gepubliceerd en g'affigeerd Den 9:' daaraan /:was geteekend:/ P:r Haksteen, Ter zijden 's E: sComp.:s zegul in roode Lak „gedrukt, en daar neevens geschreeven, Ter ordonn: van welmelde zijn Edele en den Raad /:was geteekend:/ W:m Duijnevelt, Pec=s. —. „onking van direrp/ onrest Laastelijk wierden geresumeerd, de te deeser gelee„ gendheijd nog binnen gebragte onkostreekeningen van de Comptoiren Portonovo, Coedeloer, en Iagger„ naijkpoeram, te weeten de eerste van de maanden februarij, Maart, April en Meij, de tweede van Meij alleen, en de Laaste van de maand April be„ voorens, en tot welkers afschrijvingen goedgevonden is, de bediendens te qualificeeren. Aldus Gedaan en Gearresteerd Int Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:geteekend:/ als vooren. Saturdag Den 2' Junij 1770. 475 Saturdag Den 16: Iunij Anno 1770. — den opstel der over en onderwig„ 's namiddags ten vijff uuren Politique Vergadering Gehouden Alle present Dempto Den Tweede Pakhuijsmeester Ian Diderik Severin, mits occupatie in 'sComp. s dienst Den opstel der differenten soo van het te over, te kort, resumtie van en dispostie oa als de onbruijkbaar bevondene goederen te deeser hoovd ten van ul„o februarij plaatse ontdlekt, bij confrontatie der respective op„ neemingen van ultimo februarij Jongstleeden teegens de balance der negotie - en andere tot desel„ ve gehoorende bij boeken onder gemelde datum, als nu binnen gekomen weesende, zijn daarop na Exacte resumptie, zodanige besluijten genomen, als bij het hier onder ingelaste korte uijttreksel uijt deselve g'expresseerd staat. kooiten tekent affsz: of reecq: van winst en verlies. 10: ¼. lb: oelij off Marcis, van deese 30.½. lb: tekort; waarvan 29. . lb: bij het openen, tot den ver thier „ thier; als 14. . lb: af 154: lb: in 1. Zockel reekend 9. 1/16. p„r Cento 15. –. „ „ 154. „ „ 1. _. o _ o 9. 1/16. _=o 1: ½. lb: of 147. lb: bij de Consumptie kist in Jm: is 1. P=r Co. aff: en versch: op stotfen gruijs van specig 10:¼ lb: stoff gruijs en witte blaadjes van foelij, als 8: ¼: lb: uijt 154. lb: of 1. zockel reekend 5. 3/16. P:r C.o 10. —. „ „ 154. „ „ 1. _. o _ . 6½. „ 412: 1/8: lb: garioffel nagulen; daar van .. 39: 5/8. lb: temin van deese afschof rlsaq: van winst en vrlees 2. ¾. lb op 297:¼. lb: bij 't openen tot den verthier ree„ kend door den anderen 3/16. Pr C. ss. 162. ¼. „ „ 16530: „ in 265. zo nagel als nooten kisten. bij versending reekend door malkan„ deren — 7/16. p. r Cento r=m. 229. ¼. „ 2931:½. „ in 644. kisten bij den opneem reek=d s=s 1. 17/8. „ „ 116: - „ bij de Consumptie kist. in 1/m: reekend 1. p r Cent afs: en over z. op stot en gruijs van sseceryjen 16:¼4. lb: op 297. 1¼. lb: stoff en kruijntjes van nagulen tot uijt voorm: parthij „ den verthier geeft door den anderen een verlies van 5. 7/16. p. r Cento r=m. 631. ¾. lb: Nooten of rompen; daar van afsz: op reecq: van winst en verlees. . . 59.: 1/¼. lb: te kort; van deese 4: 1/8. lb: op 152. ¾. lb: bij 't openen tot den verthier reekend door malkanderen 1. p:r C o S s 130. ¾ „ „ 1327:1¼. „ in 145. kisten bij versending door den an„ deren 1. p. r Cento s. s 444. –. „ „ 4416. „ in 569. kisten bij den opneem reekend door malkanderen 1. p=r Cento.. tloven, tekort den 16 '. Juny 1770. 7. ¾. lb: 1. p. r Cento

NL-HaNA_1.04.02_3290_0727 view scan ↗

English

477 Account of Profit and Loss To surplus to deficit 7 ½ lb French silk at the consumption chest in 1 month is 1 per cent Deduct and transfer on dust and debris of spices 30 ¼ lb on 152 ¼ lb mite-eaten and pierced nutmegs from aforesaid chests, calculated at 3 7/16 per cent on average 1/16 lb on 31 lb cinnamon, at the consumption chest in 6 months, calculated at 1 per cent 80 lb on 39780 lb sandalwood upon delivery, calculated at 2 per cent 39 lb on 1904 lb coffee beans upon delivery, calculated at 2 per cent 1 ¼ lb on 1023 lb yellow sheet copper, 1/8 per cent 14 ¼ lb on 985 lb Dutch steel, 1 ½ per cent 117 lb on 767 ½ lb nails, 15 per cent Deduct on trade charges 800 pieces cadjang mats worn out in 1 month with the covering of diverse goods Omit from the books 3 wooden parras from the domestic goods, rendered unserviceable through long use Deduct and on previous year's profit and loss: 116 lb dust, debris, and white leaves of mace, upon confrontation of the ultimate of August last having been shown that too little was received from Sadraspatnam, with the addition of some circumstances regarding this, it was thereupon decided according to the resolution of 2 February by marginal note on the said confrontation to let this entry continue as such, and in the meantime to demand elucidation from the Sadraspatnam chiefs whence this difference arises, etc.; whereon they answered by letters of 17 February, that the same having been gathered for more than three years, each time when packed every 6 months at the inventory, were weighed net and put into bundles, Deduct this and the following five entries on 16 June 1770. 6 To surplus to deficit Write off to trade charges, and furthermore enter again among the domestic current goods: 2 pieces bankaals or hall cloths which continue as good remainders and with cash both in the trade books and at the inventory of the trade warehouses; however, as the same are very necessary for the service of the said warehouses, and have already been used now and then, I likewise propose the same for writing off, in order to enter them again among the domestic goods. Write off to previous year's profit and loss, and A farmer, Gobael Poele, who on page 23 furthermore enter among the domestic current debtors. of the Journal 1764/5 stands debited for the However, it was at the same time understood by extract revenues of the bazaar: ƒ2600. –. –. hereof to earnestly order the receiver of the Company's revenues, according to duty, to apply the necessary care and whereupon was paid off in that year, namely to recover from time to time something in reduction both to the debit of the court camp according to page 216: ƒ 700. –. – of this and the other written-off debts of the old Also in cash according to page 220: 470. 14. – = 1170. 14. –. farmers, for the indemnification of the Honorable Company Remaining still debit in that year: ƒ 1429. 6. –. as much as possible. Still continuing to run as such, except that his debit has already in the books of the year 1768/69 been brought to Dutch currency, to the amount of ƒ1339. 19. 8., and which 16 June 1770. debit 479 16 June 1770. Aforesaid deficit debit I respectfully propose, as no prospect remains for settlement, to write off this debtor to previous year's profit and loss, as well as to make him known among the domestic current debtors of 1764. Ammunition goods Enter to the credit of ordinary expenses: 1 piece sponge with its rammer taken from the Scheteldoekshaven battery 1 ammunition chest taken from the Scheteldoekshaven battery Enter this and the following 19 entries, 278 iron cannonballs received, namely: namely those received from Scheteldoekshaven 20 pieces from the said battery to the credit of ordinary expenses, and 187 from the sloop De Robijn those of the sloops to the credit of the same, and 71 from the sloop De Papegaaij furthermore let them continue among the domestic current goods. 46 assorted grape-shot, namely: 40 newly made from 13-to-the-pound musket balls 6 from Scheteldoekshaven 10 pieces filled hand grenades 1 wooden cartridge case 1 powder horn 20 filled fire pots 1 cannon ladle with its pig's tail 2 handspikes, all from Scheteldoekshaven 20 linen cartridges, and placed in the ammunition house, 1 gun carriage of 4 lb, see monthly account of the lieutenant 1 iron hammer of artillery for September 5 shifting spanners 1 match tub 1 set of wooden quoins 1 set of wedges Ditto 4 brass swivel guns of 1 lb, from the sloop De Papegaaij 4 copper cartridge cases and Robijn, according to the monthly 4 linstocks account of the said lieutenant of September and January 57 pieces

Dutch transcription

477 reecq: van winst en verlies te over tekent 7 ½ lb pran se bij de Consumptie kitt en Jm: is 1. p:r Cento aff en overschr: op stof en gruijs van specerijen 30¼ lb op 152¼: lb: vermijterde en aangestookene noo„ ten uijt voorm: kisten reekend 3. 7/16. PrCent door den anderen „ 1/16. lb op 31. - lb: Caunneel, bij de Consumptie kist in 6 maan„ 3 den reekend 1. p. r Cent 80. —. „ „ 39 780. - „ zandelhout bij den aanbreng reekend 2. p r Cento r=m 39. . „ „ 1904. -. „ Coffij boonen bij den aanbreng reek=d 2. p=r C=o _. o _ o — 1/8. _ 1¼. „ „ 1023. —. „ plaat kopergeel . staal hollands _ o _o 1. ½. _. o 14. ¼. „ „ 985. -. „ _o spijkers _. o _o _o 1½. _. o 117. –. „ „ 767:½ „ aftsz: op onkosten van coopmansz: 800. –. P:s Cadjang Matten met het overdecken van diverse goederen in /m. versleeten uijt de boeken laaten. . - - - 3: -. „ houte parras uijt de goederen binnen slijns door Langduurig gebruijk onbequaam geraakt E afsz: en voor jaarige winst en verlie. - 16. -. lb: stott gruijs en witte blaadjes van foelij bij Con„ frontatie van ult:o aug. s Jongstleeden sijnde aange„ weesen dat van Sadraspatnam temin ontfan„ gen was, met bijvoeging van eenige omstandig„ treeden desweegen zoo is daarop volgens besluyt van den 2. ' febr: bij marginale aanteekening op gemelde confrontatie, beslooten om de zer post soda„ nig te laaten voortloopen, en intusschen van de sa„ draspatnamse opperhoofden Elucidatie te vorde„ ren, waaruijt dit different voortspruijt &:a waar op sij bij Letteren van den 17. ' febr: g'antwoord heb„ ben, dat deselve zeedert ruijm drie Iaaren opgegaard zijnde, telkens wanneer om de 6. maanden bij den opneem afgepakt wierden, netto gewoogen in bon„ deese ende vijff volgende posten affsch: op den 16:' Junij 1770. dels 6 teover tekort afschrijven op onkosten van Coop„ bij de binnenslijns lopende goederen dels gedaan, en met de gecommitteerdens 'sComp=s signetten verzegeld zijnde, blijvende dus leggen tot die versending, en van dit leggen is natuur„ lijk afhankelijk, en van verstrijving en indroo„ ging voortkomde vermindering voornamentlijk van een goed dat bij zijn afspacken zelfs in stoff en gruijs bestond het geene ook zeer facielte bewysen, is door het minwigt van 28. lb: dat deselve gegeeven heeft, alleen na een kleijn transport van hier na Nagapatnam. Welke gegeevene reedenen, voor voldaende werdende aangenomen versoekt den Eersten pakhuijsmeester de Filliettaz:, als dan qualificatie om de 116. lb: stoff gruijs en witte blaadtjes van Joelij te mogen vervenen mantsz:, en voorts weder inneemen 2. - G=s Bankaals off saalkleeden welke zoo wel bij de Nego„ tie boeken, als bij de opneeminge van de negotie pakhuijsen, onder de goede restanten, en met geld zijn voortlopende, dog alsoo deselve ten dienste der gem: pakhuijsen seer benodigt, en nu en dan reeds ge„ bruijkt zijn, zo drage deselve meede ter afschrijvinge voor, om binnenslijns weder inteneemen. afschrijven op voorjaarige winst en verlies, en Een pagter gobael poele, welke op pagina 23. voorts bij de binnen slijns Lopende debiteuren van 't Journaal 176 4/5. staat gedebiteerd voor de inneemen. dog wierd teffens verstaan bij Ex„ inkomsten der bazaar _ _ _ - - - ƒ2600. –. –. tract deses den ontfanger van 'sComp=s rere„ nuen met ernst te gelasten om volgens pligt en waarop in dat Jaar is afbetaald als de nodige zorge aantewenden om van tijd tot ten laste van hoflager volg.s pag: 216. . . ƒ 700 –. – tijd iets in mindering soo wel van deese als Nog in cassa volgens pagina 220. . . „ 470. 14. „ 1170. 14. -. de verdere affgeschreeven schulden der oude Tresteerende in dat Jaar nog debet - - - ƒ 1429: 6. —. pagters weder te recouvreeren ter schaade„ 6 loos stelling van d'E: Comp=e sooveel moge„ Blijvende nog als zodanig voortloopen, behalven dat zien debet reets bij de breken van ao 17 37/69. tot Nederlands geld is gebragt, ten bedraagen van ƒ1339. 19. 8. , en welke den 16. ' Juny 1770. . debet. lijk. —. 479 den 16:' Junij 1770. — Voorn tekort debet Eerbiedig voordraage wijl geen apparentie overig is ter voldoening, om deesen debiteur op voorjaarige winst en verlies afteschrijven, als meede om bij de bin„ nenslijns loopende debiteuren van 176¼. bekend te stellen. Ammonitie goederen inneemen ten goeee van onkosten 1. –. p=s wisser met sijn aansetter van de punt scheteldoeks„ ordinair haven affgehaald 1. -. „ Ammonitie kist van de punt scheteldoekshaven aff„ gehaald Deese en de volgende 19. posten inneenen 278. -. „ Canon kogels ijzere ontfangen; als teweeten de ontfangene van de schetel„ doeks„ 20. . p.:s van gemelde punt haren ten goede van onkosten ordinair, en 187. –. „ „ de Chiailoup De Robijn dat der Chialoupen ten goede derselve, en 81. –. „ „ „ _ o De papegaaij voorts bij de binnen klijns loopende goederen laten voortlopen. 46. –. „ gesorteerde druijven; als 40. –. p.s nieuwe aangemaakte van 13 7en snaphaan kogels 6. -. „ van scheteldoekshaven. 10. p=s handgranaaten gevulde 1. . . „ Cardoes koker houte - - - - - - 1. . . „ kruijthooon - - - - - - - - - 20. . - „ vuurpotten gevulde. - - . - 1. . . „ Canon Leepel met zijn verken staart 2. . - „ handspaken - - - - - - - alles van scheteldoekhaven 20. -. „ Linnen cardoesen - - - - - - en in't ammonitie huijs ge„ 1. . - „ affuijt van 4. lb: - - - - - plaast vide maandelijkse 1. . „ ijsere hamer - - - - - - reekening van den Luijte„ „ Schuijftangen - - - - nant der arthillerij: septem„ 5. –. „ 1. . „ Londsbok 1. . „ stel houten - 1:- - „ wiggen - - - - - - - - ber .-- Idem 4. -. „ Metaale bassen van 1: lb: vande Chialoup de papegaarij. 4. - . . „ Cardoes koker kopere - - en robijd blijkens maandelijkse 4. . . „ Londstocken - - - - - reek: van gem Luijtenant van 7ber en Jann: 57. ps - - - -

NL-HaNA_1.04.02_3290_0730 view scan ↗

English

Shallops. Write off to ordinary expenses, and furthermore take into account among appraised goods, the iron hoops found to be weighed and included with the scrap iron. First take into account as an asset, and furthermore write off as unserviceable at the expense of the shallops. Moreover, short from the shallop De Papegaaij and Rolijn, as appears from the monthly account of the said lieutenant of September and January: 57 pieces of long grape-shot 1298 musket bullets 58 pieces of powder horns bored through by worms Write off to ordinary expenses: 9 sponge staves used as ramrods for the gunners 13 shovels and spades; whereof: 12 pieces for the service of the public works 1 for the main guard All written off to expenses: 5 pieces of long grape-shot unserviceable from the shallop De Papegaaij 6 gun carriages unserviceable, fetched from the Castle and from the outer city bastions, and brought to the Company's yard, and furnished again in replacement thereof, as appears from the monthly account of the aforementioned lieutenant in February, being: 3 pieces of 12 lb 1 of 9 lb 2 of 8 lb 1 piece of field-carriage of 12 lb, and likewise 1378 musket bullets used for the manufacture of 40 pieces of grape-shot under the overseer of works. Write off to ordinary expenses: 1 whole leaguer unserviceable from those received from the dispenser. All at the expense of the shallops, provided they are first inspected by commissioners and found unserviceable: 9 pieces of boarding pikes received from the shallops De Papegaaij and Jonge Galenus; whereof: 3 pieces by the boat De Jonge Galenus 6 by the shallop De Papegaaij 1 piece of half leaguer received by the shallop De Walvisch 1 piece unserviceable received from the said shallop. Write off to ordinary expenses: 1 half [illegible] unserviceable from the dispensary. June 16, 1770 481 Second of Bimilipatnam, Jan Visscher, since his widow has paid the East India Company in purchase for the whole rope, pending further decision of their High Excellencies; therefore, the cost of the coir yarn mentioned in the margin must be credited to Bimilipatnam. Concerning this, it was deemed fit to refer to the resolution of this table passed on March 12 last, for the reasons mentioned in the aforementioned cited resolution: 3570 lb of a coir anchor cable from Sadraspatnam, 17 inches thick, according to the report of the commissioners half of it was found good, weighing as above: 3570 lb. Write off to ordinary expenses: 50 lb to the debit of ordinary expenses, undercalculated in the specification of the month of November. Take in to the credit of ordinary expenses: 78 pieces of grenadier muskets; namely: 73 pieces received from the garrison 5 mistakenly written off in the month of December in the specification book instead of common muskets 5 pieces of grenadier cutlasses, received from the said garrison Ditto as above: 61 common muskets, to wit: 27 pieces from the Company's shallops 27 from the garrison 7 repaired Write off to the debit of ordinary expenses: 5 pieces which must be written off instead of the aforementioned muskets. In the Armory Write off from the subsidiary books of the equipment: 1 piece of coir anchor cable sent hither from Sadraspatnam, at the cost of f1228:8, of which only half was found unserviceable, as indicated above with the coir. Moreover, short on the equipment works: 5565 lb of coir yarn, caused as follows: Credit to the estate of the deceased: 1995 lb of a coir anchor cable from Bimilipatnam, being 19 inches thick, of which according to the findings of the commissioners one quarter was found good, amounting to 1995 lb as above. June 16, 1770. June 16, 1770 These and the following 11 entries to be credited to ordinary expenses. Moreover, short: 6 pieces of common cutlass blades from the garrison from the unserviceable cutlasses 3 musket locks from the shallop and from unserviceable muskets 1 wooden drum barrel from the garrison 2 iron scrapers, to wit: 1 piece from the shallop 1 from the garrison 4 pieces of Malay cartridge-box belts, over-deducted in the specification in November 34 pieces of common cutlass swords, whereof: 28 pieces from the Company's shallops 6 from the provost 1 piece of large cartridge box, received from the garrison 28 pieces of common pistols, whereof: 12 pieces from the shallops 16 repaired 11 pieces of pistol barrels; to wit: 9 pieces from the shallops from unserviceable pistols 2 over-deducted in the specification in October 15 pieces of musket barrels; namely: 6 pieces from the shallops from unserviceable muskets 9 from the garrison 1 pistol lock from the Company's shallops from an unserviceable pistol 6 bayonets from the garrison from as many unserviceable firearms. Write off to the debit of ordinary expenses: 4 pieces of cartridge-box belts which were under-deducted in the specification in November 2 pieces of bellows in use in the armory 4 pieces of cutlass scabbards furnished for the service of the artillery

Dutch transcription

Chialoupen. affschrijven op onkosten ordinair en voorts inneemen op ange„ taxeerde goederen-. aan te vinden zijnde ijsere hoepen gewoogen, en bij het oud ijser in ge„ Eerst inneemen ten goede, en voorts als onbequaam affsz: ten Laste der Chialoupen. beover tekort van de Chialoup De Papegaaij en Rolijn blykens 57. - p=s Langscherp maeandelijke reecq: van gem: Luijtenant van 7ber en Jann: 1298. „ snaphaan kogels 58. –. p.s kruijthoorns van de wurmen doorboord affsz: op onkosten ordinair - - - - 9. - - „ wisserstocken tot veldstocken voor de Canoniers 13. „ schoppen en spaden; waar van 12. –. p. s ten dienste der gemeene werken 1. . . „ voor de hoofdwagt altsz: ten Lasten van onkosten van 5. –. p.s Lang scherp onbequaam van de Chialoup De Papegaaij 6. . „ affuijten onbequaam afgehaald van't Casteel in van de buijtenstads bolwerken, en na 'sComp=s werff gebragt, en daar en teegen wederom verstrekt, blijkens maandelijkse reekening van den voorm: Luijtenant in febr:;, als 3. -. p. s van 12. lb 1. . . „ „ 9. „ 1. -. p.s rampaard van 12. lb: in als Even 1378: —. „ Snaphaan kogjels tot het aanmaken van 40. p=s druijvens verbruijkt onder den opsiender Der werken afsz op inkosten ordinair - - - 1. —. „ Heele Legger uijt de ontfangene van den dispencier onbe„ quaam. altsz: ten zalle der hialoupen, 9. —. P=s Bier pijken ontfangen van de chialoupen De Papegaaig en Jonge galenus gecomm=s gevisiteerd ende daar„ 9. p. s onbequaame; waar van 3. - p:s per de thonij De Jonge Galenus 6. . . „ „ „ Chialoup De Papegaaij mits alvoorens door Expretse 1. –. p=s halve Legger ontfangen per de Chialoup De walvisch 1. - P„s onbequaam van gem: Chialoup ontfangen. afschrijven op onkosten ordinair 1. – „ halve aan onbequaam uijt de dispens Den 16 Junij 1770 2. „ „ 8. „ 1 „ nomen werden. - 31 481 secunde van bimilipm Jan visscher vermits 't heele touw„ door desselvs weduwe tot nadere dispositie van haar hoog Ed=s, in koops aan dE: Comp=e betaald heeft zullende dierhalven 't kostende van ter sijden gem: Caijer draad bimilit:n ten goede gebragt moeten werden. deesen aangaande vond men goed sig te refcrieren 3570„ den een Caijer anker touw van Sadras pat„ nam ontfangen dik 17. d=m volg=s berigt der gecom„ aan het besluijt deeser tafel van den 12. maart mitteerdens de helft gaed gevonden weegende als Joleeden gevallen-. boven 3570. lb: afschrijven op onkosten ordinair. . . . 50. lb: ten Lasten van onkosten ordinair bij het specificatie en maand Novem=r te min opgeteld. —. om reeden bij 't voormeld aangehaald besluijt vermeld. —. Jnneemen ten goede van onkosten orderain 08. -. p.s snaphaanen granadiers; Namentlijk 73. p:s uijt 't guarnisoen ontfangen 5. „ in de maand Decem=r bij het specificatie boek abusive afgesz: insteede van snaphanen gemaene - - - - - 5. -. „ houwers granadiers gem: uijt het guarnisoen ontfan„ gen Idem als vooren . 61. -. „ naphaan gemeene Te weeten 27. p. s van 'sComp=s Chialoupen 7. „ uijt het guarnisoen — 7 „ gerepareerde afsz: ten Laste van onkosten ordinair - - - 5. - p=s welke in steede van boven gem: snaphaanen moet werden afgeschreeven. In de Wapenkamer afschrijven bij de bijboekjes van de Equipagie 1. - . p. s caijer ankertouw van Sadraspatnam herw=s gesonden, ten kosten van ƒ1228:8. en waar van de helft alleen onbequaam is bevonden gelijk boven bij de caijer is aangeweesen. Heover tekort op de Equipagie werk 5565: lb: Corijer draad veroorslaakt, als volgd inneemen ten goede van den boedel van den overleeden 1995. lb: van een caijer ankertouw van bimilipatnam sijnde 19. d=m dik daar van volgens bevinding der ge„ committeerdens een quart goed bevonden maakende 1995. lb: als boven Den 16:' Junij 1770. —. 6. p. s 31 nt 2 - Den 16 Junij 1770 deese en de volgende 11. posten inneemen ten goede van onkosten ordinair Hover tekort 6. . . p:s houwerklingen gemeene, uijt het guarnisoen van de onbequaame houwers snaphaan slooten van de Chialoup en weeg=s onbequaame 3. -. „ snaphaanen Tromvat houte uijt het guarnisoen 1. -. „ 2. . „ ijsere kratzers te weeten 1. p. s van de chialoup 1. „ uijt het guarnisoen — 4. -. p. s patroon Tassen riemen maleijdse bij 't specificatie in Novem=r te veel afgesz: .34: —. „ houwers deegens, gemeene hier van 28. p=s van 'sComp=s chialoupen 6. „ vanden geweldiger 1. . . „ patroon tas groote, uijt het guarnisoen ontfangen 28. -. „ pistoolen gemeene hier van 12. p.s van de Chialoupen 16. „ gerepareerde 11. —. „ pistool Loopen; Teweeten 9. p. s van de Chialoupen van onbequaame pistoolen 2. „ bij 't specificatie in ober: te veel afgesz: 15. —. „ snaphaan loopen, Namentlijk 6. p s van de Chialoupen weeg=s onbequame snaphaanen 9. „ uijt het guarnisoen pistools slooten van 'sComp=s Chialoupen van een onbe„ quaam fistool bajonetten uijt het guarnisoen van zo veel onbequaame geweiren. 4. -. p. s patroon tas riemen welke bij het specificatie in Novem=r te min afgesz: 2. . p. s blaasbalgen in gebruijk inde wapenkamer 4. . - „ houwerscheeden ten dienste der artillerij verstrekt as z: ten Latten van onkotnorinair 1. . . „ Soo - - 6. -. „

NL-HaNA_1.04.02_3290_0733 view scan ↗

English

483 The 16th of June 1770. Resumption and insertion of the findings of the merchandise whose parcels have been run out. Just as also passed resumption the following findings below, of such merchandise, etc. of which the parcels during the first six months of this book year have been weighed out and run out, and drawn up in compliance with the venerated order of Their High Mightinesses contained in the Regulation concerning the write-off of shortweights, dated 25 August 1752, article 22, item further Regulation of 20 August 1753, article 13. Findings of such merchandise whose parcels, having been weighed out and run out, are now presented with the draft or Memorandum of shortweights of today's date, with indication of when received, again sent off, consumed, or supplied, item what was validated to, and the remainder kept with those Administrators, pursuant to the venerated order of Their High Mightinesses under article XXII of the Regulation regarding the write-off of shortweights Disposition on a list of unserviceable goods of 15 August 1752, and article 17 of the further Regulation on the incoming and outgoing weigh-house of 2 August thereafter; Namely: Quantity charged / Received from / With what ship / In what year / Validated at the administration / Written off by administrators / Sent again / How much validated to the administration / How much remaining Sandalwood - - - - by Batavia Oijenb: 1768. 80. - . 3920 - . 3840. -. 1770. -. 80. —. 2. – nothing 39. —. 2. –. _. o 1944. . . . . . . . . - 40. -. 1904. -. 1865. „. _ o Dutch steel - - 1000. . Batavia Westerveld _:o 15. -. 985. -. 970¼: _:o 14.¼. 1. 12. _. o Nails _o. . 7846. . _ o _o _o 78. ½. 767: ½. 7650: ½. _:o 117. —. 1.: 12. _ o on all of which entries nothing is to be noted. Nagapatnam, in the Castle, the 30th of May for the last day of February, the year 1770. was signed: P: J: L: De Tilliettaz:, Coffee beans. - - - 2000. -. Colombo Veedelust 1769. Yellow copper - - - . 1024 ½. —. o Cattendijk 1765. 1.¼. 1023: ¼. 1022. . . _. o 1:14. —: 1/87. _ o There being also submitted, a list of diverse unserviceable goods drawn up from the incoming inventories of the respective administrations of this head office of the aforementioned last day of February, upon which has been disposed as appears in the margin of the same. reimbursed by the authorities. . . 56. — The 16th of June 1770. List 485 The 16th of June 1770. This List having served today in Council of Coromandel, it has been disposed upon as appears below: Take into old copper for the Company's service. Send to Batavia - - - - - - 1 piece Tin jug Send to Batavia- Throw away and destroy - - - - 1 casting ladle from the sloop Robijn List of such goods as have been found unserviceable at the respective administrations according to their inventories; namely In the Provisions Warehouse from the sloop De Papegaaij 1 kit, with the copper mouthpiece only Under the Ammunition 8 powder horns 2 powder brushes Under the Equipage 2 half-hour night glasses 1 tin lantern - 1 small sloop - - - - - 1 wooden balance - - 1 iron grapnel weighing 425 lb: from the sloop De Walvis 1 fire tongs 1 ash shovel 1 bacon fork 1 auger 2 caulking irons from the sloop De Papegaaij 1 adze 1 copper spoon 1 speaking trumpet 1 cross-staff 1 cross-staff booklet 7 iron pickaxes Destroy, and the copper to be found thereon: 1 arrack tub Send to Batavia - - - - - - - - 1 copper tap Destroy - - - - - - - 10 mealed powder chests 1 coach 1 - The 16th of June 1770:— Still according to passed resolution on the previous confrontations, to sell by auction, but having been misplaced, to have it paid into the treasury by the person responsible. Sell by auction --- Take in with the old copper. Smash to staves and take in the old iron for the Company's service. —. Send to Batavia - - - - - - Ditto Among the unserviceable goods to be sent to Batavia. — 20 cutlasses with iron hilts. 9 pistols _. o Under the Carpenter 2 iron square rulers 1 chopping knife 2 frame saws Under the Blacksmith 2 anvils 1 bickern 1 grindstone from the sloop Robijn Under the Glazier 2 diamonds In the Armory 1 musket barrel from the sloop De Nagtegaal 14 musket locks 2 axes 1 piece coach. In the horse stable Under the Overseer of Works 1 gerrij or copper basin weighs 104 lb: 1 half leaguer 3 beer pipes 1 half aam In the Mint 55 pieces set hammers 8 anvils 15 dies 49 hand hammers 159 chisels. 70 tongs 3 ladles In. .. - f .

Dutch transcription

483 den 16e' Junij 1770. Resuntie en insortie van de bevinding der Coopmansz: welkers porthijen afgeloopen zijn Soo als ook de resumptie passeerde de hier onder volgende bevinding, van sodanige Coopmanschap„ pen &=a als waarvan de parthijen geduurende de Eerste ses maanden deeses boekjaars uijtgewoo„ gen en afgeloopen zijn, en in nakoming der geve„ nereerde ordre van Haar Hoog Edelens vervat bij het Reglement rakende de afschrijving van on„ derwigten, de dato 25. ' Augustus 1752. artikul 22, Jtem nader Reglement van den 20: ' augustus 1753. Art: 13. opgemaakt. Bevinding van sodanige Coopmanschappen, welkers parthijen, uijt„ gewoogen en afgeloopen sijnde, thans bij den opstel of Memorie van onderwigten, van dato deeses opgebragt werden, met aanwij„ singe wanneer ontfangen, wederom versonden verthierd of verstrekt sijn, Jtem het gevalideerde aan, en het overgehoudene bij die Administrateurs, Ingevolgende het gevenereerd bevel van Haar hoog Ede„ lens bij art: X X I1 van het Reglement nopens de afschrijvinge van onderwigten van dispositie op een notitie van ombequame goederen van den 15:' augustus 1752. en arti kul. 17. van het nader Reglement op den in en uijtwaag van den 2. ' au„ gustus daaraan; Namentlijk 't aange van Met In 't geval 'tafschrli 't weede, In 't gevolideer Hoe het reekende waar wat wat deerde by de admirom ver wat de aande veel overge„ bodem Iacar den Aamb: restratius antw: Jacar adminst: J:r C:o houdene Zandelhout - - - - door. batavia Oijenb: 1768. 80. - . 3920 - . 3840. -. 1770. -. 80. —. 2. – niets 39. —. 2. –. _. o 1944. . . . . . . . . - 40. -. 1904. -. 1865. „. _ o Staal hollands - - 1000. . batavian westerveld _:o 15. -. 985. -. 970¼: _:o 14.¼. 1. 12. _. o Spijkers _o. . 7846. . _ o _o _o 78. ½. 767: ½. 7650: ½. _:o 117. —. 1.: 12. _ o op alle welke posten niets te remarqueeren valt Nagapatnam In't Casteel den 30:' Meij voor ultimo febr: Ao 170. /:was geteekend:/ P: J: L: De Tilliettaz:, Coffij boonen. - - - 2000. -. Colombo veedelut 1769. geel koper - - - . 1024 ½. —. o Cattendijk 1765. 1.¼. 1023: ¼. 1022. . . _. o 1:14. —: 1/87. _ o Nog overgelegd weesende, een notitie van diverse on„ bequaame goederen uijt de ingekomene opneemingen der respective administratien deeser hoofdplaatse van ultimo februarij voormeld, geformeerd, waar op soo„ danig gedisponeerd is, als in margine derselve komt te blijken door de overheeden vergoed. . . 56. — den 16e. Junij 1770. Notitie 485 Den 16 Juny 1770. Dese Notitie op heden in Rade Van Cormandel gedient zinde, is daar op zodanig gedisponeert, als hier onder komt te blyken; bij 't oud koper inneemen tot 'sComp:s dienst. Na Batavia senden - - - - - - 1. p=s Tinne kan Na Batavia senden- wegwerpen en vernietigen - - - - „ 1. „ gietemaker van de chialoup Robijn Notitie van sedanige goederen als 'er bij de Respective administratie volgens derselver opnee„ men onbequaam sijn bevonden; als In't Provisie Magucalijn van de chialoup De Papegaaij 2 1. „ kit, met het koper mondstuk eeniglijk Bij de Ammonitie 8. „ kruijthoorn 2. - „ kruijt borstels Bij De Equipagie 2. „ Nagtglesen van ½. uur 1. „ blicke Lanthaarn - 1. „ sloonsje - - - - - 1. „ houte Balans - - 1. „ ijsere dreg weegt 425. lb: van de chialoup de walvis 1. „ vuurtaing 1. „ asschop --k 1. „ speck fork 1. „ Avegaar 2. „ Calfaat ijser van de chialoup De Tapegaaij 1. „ dissel 1. „ kopere Laepel 1. „ Roeper 1. „ graadstok 1. „ graadboekje _ o - 7. „ ijsere houwelen vernietigen en't daaraan te vinden sijnde koper 1. „ Arrak balij Na Batavia senden - - - - - - - - 1. „ koper kraan vernietigen - - - - - - - 10. „ Naagkruijt kisten 1. koets 1 - den 16: Junij 1770:— als nog volg:s gevallen besluijt op de voorige Confronta„ tien per vendutie verkopen, dog te soek gebragt weesende in cassa te laten voldoen, door 't incumbeerd per vendutie verkoopen --- inneemen bij het oud koper. induijgen slaan en toudijser inneemen tot sComp. s dienst. —. Na Batavia zenden - - - - - - Idem onder de onsequaane goeden wa batavia senden. — 20. houwers met ijsere gevelten. 9. pistool _. o onder den Timmerman 2. „ ijsere winkel. haaken 1. „ kap Mes 2. „ Spansagen onder Den Smit 2. „ Aambeelden 1. „ speerhaak 1. „ Slijpsteen van de Chialoup Robijn onder den glasemaker 2. „ diamantjes Jn de Wapenkamer 1. snaphaan Loop van de chialoup De Nagtegaal 14. snaphaanen slooten 2. „ beijlen . 1. p.s koets. Jn de paarde stal onder den opsiender der werken . . 1. gerrij of kopere bekweegt 104. lb: 1. halve Legger 2 3. bier pijpen 1. halve Aam In de Munt 55. p. s sethamers 8. „ Hambeelden 15. „ Stempels 49. „ handhamers 159. „ beijtels. 70. „ tange 3. „ Leepels In. .. - ƒ .

NL-HaNA_1.04.02_3290_0737 view scan ↗

English

487 the 16th of June 1770 To write off and subsequently chop into pieces, provided the iron to be found thereon is collected. 13 pieces of gun carriages, of which In the Hospital 70 pieces of straw mattresses 140 pillows 140 ditto large pillowcases 300 ditto ditto small To sell by auction: 210 pieces of rinsing bowls Ditto: 27 1/2 cans of olive oil Ditto: To cut into pieces and set on fire. Furthermore, let follow below such goods which lie unvendible; namely: In the Trade Warehouses In the Provisions Magazine according to the note of the Purser: 3 1/4 quarters of Dutch cheese 65 bottles of rose water Lastly, such unusable gun carriages and rampart carriages, etc., according to the note handed in by the Lieutenant of the Artillery; namely: 6 pieces, to wit: 3 pieces of 12 lbs, which have already been removed from the bastions and proposed to be written off at the confrontation, and for which new ones have already been made, but not yet brought forward by the overseer. 1 ditto ditto of 9 lbs 2 ditto ditto of 8 lbs As above, and to have supplemented with as many new ones: 7 pieces still unusable, very necessarily must new ones be made, as: 1 piece of 18 lbs 1 ditto ditto of 12 lbs 1 ditto ditto of 10 lbs 4 ditto ditto of 9 lbs 2 pieces of rampart carriages, unusable, of 12 lbs, of which: 1 ditto newly made and received from the Company's carpentry under the ultimate of February 1 ditto still unusable, very necessary, new ones must be made. As above, and to have new ones made in their place: 17 pieces To write off and smash to pieces: 17 pieces of unusable gun carriage wheels 8 ditto rampart carriage ditto 3 ditto wheels for the mortar bed 2 ditto axle trees of gun carriages 1 ditto ditto of mortar bed 1 ditto transom of gun carriages The 16th of June 1770 letters of the 9th of February and 30th of March past. Nagapatnam, the 11th of June for the ultimate of February 1770. was signed: J: J: L: De Filliettaz: Assistant Bookkeeper. Deliberation on the letters of Their High Excellencies. Whereupon having proceeded to the deliberation on the venerated original missive recently received per the ship Vlietlust from Their High Excellencies the Noble High Indian Government at Batavia, dated the 30th of March last, and annexes, together with duplicate letters of the 9th of February preceding, Declaration by the Lord Governor regarding His Honor's continuation in this Government and special acknowledgement of thanks for the favorable expressions regarding his person. the Lord Governor initially declared having to accept with respect the disposition that the aforementioned Their High Excellencies have been pleased to take concerning his requested discharge from this government, to continue His Honor for the present in the administration; alongside which His Honor in particular affirmed his singular obligation and true gratitude for the favorable expressions by which it has pleased Their High Excellencies 489 the 16th of June 1770. pleased to show their contentment with respect to the management of the Company's precious interests on this Coast up to now, in which aspect His Honor further gave assurance that, if Heaven should please to bless him with health, he would in no way flag in the desire and zeal which His Honor owed to the Lords and Masters, but would constantly, wholly and completely acquit himself therein to the utmost of his ability, toward the promotion of the greatest utility and well-being of the General Company, and no less aspire to the conservation of the good opinion with which Their High Excellencies are pleased to honor him, and as Their High Excellencies have been pleased to intend in His Honor's aforementioned requested continuation in the administration. Resolution to let the ship Vlietlust sail after unloading and loading is done, at the earliest to Jaggernaikpoeram and with what orders to the servants there. Concerning the ordered speedy return dispatch of the aforesaid vessel Vlietlust, the necessary arrangements having already been made at the session of the 28th of May last, as well as regarding the timely transfer to Jaggernaikpoeram of the Bimilipatnam and Palicol packs for transshipment into the said keel, it was decided to let the same, as soon as it should be unloaded, in which it was still greatly hindered because of the stormy weather due to the stiff westerly and south-westerly winds blowing through, advance its voyage directly to that factory at the earliest, after taking in a number of 400 packs more or less, because the Jaggernaikpoeram chiefs reckon to be able to ship there a quantity of 700 packs or thereabouts, while sending the necessary further orders to the chiefs over there. Resolution to have the shortage recovered from the packers into the treasury, and why. Tending to the indemnification by those who were responsible, in so far as the debiting could take place here on this Coast, for the 2 pieces of crude Nagapatnam salempores short brought to the fatherland in a pack No 145, sent per the ship Ouder Amstel repatriated from Batavia, mentioned in Their High Excellencies' venerated Resolution of the 5th of December 1769; it having been found upon examination that the said pack according to invoice of the 10th of March 1767 was sent from here to Batavia per the ship Ijselmonde, and from there unopened to Europe, and also there, according to the tenor of the of the 16th of June 1770.

Dutch transcription

487 gaders 't yser daaraan te vinden inneemen. afschrijven en vervolg=s aan stucken kappen, mits„ 13. p. s afsuijten waar van den 16'. Junij 1770 In 't Hospitaal 70. p. s bult zacken 140. „ kussens 140. „ _ o sloopen groote Wijders laate hier onder volgen zoodanige goederen welke Jnvendibel leggen; Namentlijk Jn de Negotie pakhuisen - In't Provisie Maguasijn volgens Notitie van den Dispencier 3¼. vierendeels kooter hollands 65. flessen Roosen water Laastelijk zodanige onbequaame affuijten en Rampaarde &=a volgens notitie door den Luijtenant van de Arthillerij opgegeeven; Na„ mentlijk 300. „ _. o _:o kleijne per vendutie verkoopen - - - - - 210. stux spoel kommen Idem - - - - - - - - - - 27. ½. kann: olij ven olij Idem - - - - - - in stucken sneijden en 'er de brand in te steeken. 6. p=s teweeten 3. p=s van 12. lb: welke bereeds van de bolwerken sijn afgehaald en op de Confrontatie te afschrijven voorgedragen 1. „ „ 9. „ en waar voor bereets nieuwe zijn aangemaakt, 2. „ „ 8. „ dog bij den opsiender nog niet opgebragt. —. als boven, en met soveel nieuwe te laaten 7. p.s nog onbequaam zeer noodsaakelijk moet nieuwe aan„ gemaakt werden; als suppleeren. 1. p s van 18. lb: 1. „ „ 12. „ 1 „ „ 10. „ 4. „ „ 9. „ onbequaam 2. p. s Rampaarden ^ van 12. lb: waar van 1. „ nieuwe aangemaakt en ontf: van 'sComp=s timmerwerk onder ult=o febr: 1. „ nog onbequaam seer noodsakelyk, moet nieuwe aangemaakt werden. als boven en in dies platze Nieuwe te laten anmaken 17. p s .. afschrijven en aan stucken slaan. - - - - brieven van den 9e. febr: en 30e. maart passo. neur nopens zijn Ed: Continuatie in dit Gouvernement en lijsandere dankconfestatie voor de gunstige uijtdonkkingen. ten sijnen opzigte. Nagafatnam Den 11:' Junij voor ult. o febr: 1770. /:was geteekend:/ J: J: L: De Filliettaz: Aeg: Boekh=r. — Besoigne aven Waar HoogEd: Waarna overgegaan weesende tot besoigne over de Jongst per het schip vlietlust gerecipieerde geve„ nereerde origineele missive van haar hoog Edelens d' Edele hooge Indiase Regeering te Batavia de dato 30. ' Maart Jongstleeden, en annexe bijlagen, mitsgaders duplicaat Letteren van den 9.:' februarij Betuijging door den heer Gouver„ bevoorens, soo betuijgde, den heer gouverneur aan van„ kelijk, sig met Eerbied te moeten laten welgevallen de dispositie die hoogstgemelde Haar Hoog Edelens hebben gelieven te neemen, over desselvs versogt ont„ slag uijt dit gouvernement om zijn Edele voor eerst in het bestier te laten continueeren, waarneevens zijn Edele in het bijsonder Contesteerde desselfs singu„ liere verpligting, en waare dankbaarheijd voor de guns„ tige uijtdruckingen door dewelke het haar hoog Edelens 17. p:s onbequaam affuijt wielen 8. „ _ o rampaard _. o 3. „ _o wielen tot de mortier stoel 2. „ _ o ashouten van affuijten 1. „ _o _o „ mortier stoel 1. „ _o kalt van affuijten Den 16. Junij 1770 behaagd d 489 den 16e. Junij 1770. en onder welke verseekering gedaane ontlossing en belading den eersten na Jaggernaikpoesam behaagd hebben derselver Contentement te laten blijken, ten opsigte van het maniement van 'sComp s dierbaare belangens te deeser Custe, tot dus verre ten welken aspecte zijn Edele wijders verseekering deede, dat wanneer den Hemmel hem met gesondheijd geliefde te zeegenen, geensints verflauwen soude, in den Lust en iever, welke sijn Edele aan de heeren en Meesters verschuldigd was maar zig na uijtterste vermogen volstandig gants en geheelijk daarin acquiteeren zoude, tot bevordering van het meeste nut en welwee„ sen, van de generaale Comp=e en niet minder am bieeren ter conservatie van het goed gevoelen, waar„ meede Haar Hoog Edelens hem gelieven te vereeren „ Hoooft obrengeste oer hoog wdere op het Vaderhard dat Cententement en alsoo hoogst deselve in zijn Edelens voormelde ver„ sogte continuatie in het bestier hebben gelieven te be„ doelen. —. Ten belange van de g'ordonneerde spoedige terug Deslujt hetschp vlirelust na depeche van voorsz: bodem Vlietlust reeds ter sessie te laten zuy tun van den 28:' Meij Jongstleeden, de nodige schicking i G gemaakt sijnde, soo meede omtrend de Tijdige over„ breng naar Iaggernaijk poeram van de Bimili„ patnamse en Palicolse packen, ter overscheeping in gedagte kiel, soo besloot men deselve, soo dra maar ontlost bediendens aldaar door de afpakkens te laaten in Cassa tellen, en waarom—. ontlost zoude weesen, waarin mits het ontstuymig weir door de stijve doorblasende west en zuijd weste winden, als nog grotelijk g'empecheerd wierde, naar ingeering van een aantal van 400. packen plus minus„ dewijl de Iaggernaijkpoeramse opperhoofden staat maaken aldaar een quantiteijt van 700. packen, of daaromtrend te zullen konnen afscheepen, ten eersten en met welke ooder aan de direct na dat comptoir te laten rijs vorderen onder ber pedi„ ering van de nodige nadere beveelen aan de opper hoofden ginter Beslugt de revensgqumt beueken Tendeerende de schaadeloosstelling door die het incumbeerde voor soo verre de belasting hier ter Crste plaats hebben konde, voor de in het vaderland te min aangebragte 2. p=s ruwe Nagapatnamse sa„ lempoerissen in een pak N=o 145. per het van Bata„ via gerepatrieerd schip ouder Amstel afgesonden, ver„ meld bij Haar Hoog Edelens gevenereerde Resolutie van den 5. ' December 1769 bij naarsiening bevonden sijnde, dat gemelde pak volgens factuur van den 10. ' Maart 1767. per 't schip ijselmonde van hier naar Batavia, en van daar ong' op end na Europa versonden, mitsgaders aldaar na den teneur der van den 16. . Juny 1770. daar

NL-HaNA_1.04.02_3290_0741 view scan ↗

English

491 the 16th of June 1770. Batavia and by whom his share is to be collected. to be applied to the improvement of the indicated defects in the linens. of Nagapatnam this year would be to the taste of the merchants. the declarations obtained there were delivered and found undamaged, so that the reimbursement of the said two missing pieces falls upon the packers here, being the junior merchant Iohannes Hollebeek and the bookkeeper Iohannes Cornelis Duijnevelt; it was thus agreed to have the amount of the same, ƒ 4:4:8 or fanams 22:53, refunded by them to the Honourable Company, but since the said Hollebeek has since departed from here for Batavia, and died there, his share would have to be charged by Memorandum to Jaggernaijkpoeram to be paid by his heir, the wife of the second in command there, Iohannes Dumon; and regarding the indicated defects found in the linens sent last year, it was agreed to pay all possible attention to their improvement, especially in the Nagapatnam fine bleached guinees, large bleached sailcloth, and the painted tapies from here, as it was noticed with regret that these last consisted of unwanted patterns; meanwhile it was not doubted whether those sent in this year would be to the taste of the merchants. the same for 1771. Perplexity therefore concerning the contracting. to be sent. the said 7 packs of Paliacat fine handkerchiefs were found to show. a copyist's error had crept in. after receipt of the sample of the merchants, but the sample tapies, noted as coming over with the now received Indian demand for 1771, not having been received, one would find oneself somewhat perplexed concerning the contracting of the subsequently requested 1000 corgies of four and five cobidos tapies, half of each, in case the said samples, of which the master testified to have no knowledge, and thus which will apparently have remained in Batavia by mistake, should not be sent over with the second ship being awaited. what upon examination, regarding the said seven packs of Paliacat fine handkerchiefs large, which were entered in the invoice as 18 and 16 single cloths to each piece, was found upon examination, that the invoice clerk in last year's invoice of the aforesaid ship Vlietlust, among the five bales sent, improperly noted pack No. 106 as 16 cloths to a marade, instead of 10 cloths, as many as there actually are, and also ought to be, it was agreed to represent this to Their High Nobilities, as well as that the notation of the remaining two packs as 18 pieces to a piece was a copyist's error, because both pack No. 137 and 174, as well as the other 2 packs, were noted in the invoice kept here as 10 single cloths to a marade. the 16th of June 1770. 493 the 16th of June 1770. as to why the above-mentioned bethilles above to serve. Furthermore, their said High Nobilities having ordered reasons to be given why 300 pieces of bethilles otisaals, 600 pieces of bethilles fine broad bleached, and 100 pieces of bethilles fine narrow bleached, which were sold at Batavia at public auction with a loss of 32 1/8 percent, had been accepted and sent in excess of the demanded quantities, and how long the loss of ƒ2943:18:— incurred thereon should continue to run in the books at Batavia pending Their High Nobilities' further disposition: it was agreed, for elucidation, respectfully to submit that, in order to comply as far as possible with Their High Nobilities' instructions for procuring a good quantity of bleached guinees, in the years 1768 and 1769 one was brought under the necessity, outside the contracting with the ordinary or permanent merchants of the Honourable Company here, to contract for that coarse fabric, or the aforesaid bleached guinees, with the private suppliers Draadja Wenkateesjam Chittij and Ramalinga Poele; to which these traders, much less others, could not be moved, continuation. before and until one added for them a certain number of packs of the aforesaid bethilles, in order with the profit thereon to make good the damage suffered in the collection and delivery of the aforesaid coarse fabric, in conformity with what was recorded in the resolution of this council on the 17th of October 1768; which reason of loss had also been the cause that the ordinary merchants were unwilling to accept for procurement any larger quantity, or more guinees common bleached, than actually fell to their share in the distribution of the respective demands; so that if one wished to be provided with more guinees, recourse had to be taken to private suppliers, with the granting of a proportional quantity of the other sorts, just as the reason for this, or for the greater collection thereof, was given in the answered demand for India anno 1769, and namely in substance packs of diverse linens remaining from the previous year and not demanded this year, as well as those sent from Nagapatnam to Batavia above the demand of this year at the disposition of Their High Nobilities, which had to be accepted from the suppliers on account of the diverse guinees delivered by them; in such the 16th of June 1770. a manner

Dutch transcription

491 den 16: Junij 1770. Batavia en door wie sijn aandel te laa„ ten vergaeden. aantewenden ten verbeetering der aangewezene gebreeken in de Lijwaaten. van Nagapatnam dit Jaar zoude van de smaak den. Cooplieden zijn — — daar bekomene verklaringen, onbeschadigt aange bragt en bevonden is, invoegen de voldoening der gemelde twee vermiste stucken, de afpackers alhier, zijnde, den ondercoopman Iohannes Hollebeek wi deselve zijn en den boekhouder Iohannes Cornelis Duijnevelt incumbeerd: zoo wierd verstaan het bedragen der„ selve ƒ 4:4: 8. of fan=s 22: 53. door haar aan de E: Comp. e te laten restitueeren, dan dewijl gedagte overlijding van een deselve te Hollebeek 't zeedert van hier na Batavia ver„ trocken, en aldaar overleeden is, zoo zoude het aandeel van denselven per Memorie na Jagger„ naijkpoeram moeten aan aangereekend om door sijn erfgenaame de huijsvrouw van den secunde aldaar Iohannes Dumon betaald te werden, en nopens de aangeweesene gebreeken, in de voorJaa „ besluijt alle mogelijk vlijf rige versondene Lijwaten bevonden, is verstaan alle mogelijke attentie tot dies verbeetering te doen slaan, speciaal in het Nagapatnams fijn guinees special de rivenstgem: soorten gebleekt, zeijldoek groot gebleekt, en de geschilderde Tapies van hier, alsoo tot Leedweesen bespeurd wierden waarom dat deese laaste in ongewilde monsters hebben bestaan, intussen twijwfelde men niet, of die dewelke nontuijkeling of de takis van in dit Jaar gesonden wierden zoude van de smaak der derselve voor 1771. —. Verlegendheid dierhalven om„ trend diet aanbesteeding. gesonden werden. gem: 7. packen palliacatse fijne neus„ doeken bevonden is toonen. een copier fout ingesloopen was. na ontfangst van de monster der Cooplieden zijn, dog de monster Tapies, bij de als nu ont„ fangene Jndiasen Eijsch voor 1771. als overkomende bekend staande, niet ontfangen weesende, zoude men zig eenigsints in verleegentheijd vinden, omtrend de aanbesteeding van de daar na gepetitioneerde 1000. Cor„ gies vier en vijf Cobidos Tapies, van elk de helft, in„ zoo deselve ndet met't tweedeschip dien gemelde monster, waar van den schipper betuijgde geen kennisse te hebben, dus deselve apparent per abuijs op Batavia zal leggen gebleeven zijn met het verwagt werdende tweede schip, niet overgesonden wierde. wat bij examinatie, omtrentreer: Omtrend deseven packen Paliacatse fijne Neus„ doeken groote die bij de factuur van 18. en 16. enkelde doeken aan ieder stuk aangeschreeven sijn, bij exami„ natie bevonden weesende, dat den factuurhouder bij voorjaarige factuur van voorsz: schip vlietlust, onder de versondene vijf fardeelen het pak N=o 106. abusive 16. doeken aan een marede bekend gesteld heeft, insteede van 10. d. os soo veel 'er weesentlijk van besluijt haar hoog Eds sulctiene sijn, en ook weesen moeste, is verstaan zulx haar hoog Edelens te vertoonen, als meede dat de bekend„ en datomtrent de overiger packstelling van de overige twee packen teegens 18. p=k aan een stuk een Copier fout was, vermits zoo wel den 16e Junij 1770. de 493 den 16'. Junij 1770. ve, waarom neers gem: bethilles boven te dienen. de packen N. o 137. en 174. als de andere 2: packen bij de alhier berustende factuur met 10. enkelde doeken aan een marade bekend stonden. —. Wijders door welmelde Haar Hoog Edelens g'ordon gevorderde redenen dor hoogst desel neerd sijnde, reeden te geeven waarom de te Batavia en eijsch g'acrteerd zijn per publicque vendutie met een verlies van 32. 1/8. p:r C„o 300. p=s bethilles otisaals, 600. p=s bethilles fijne breede gebleekte en 100. p=s bethilles fijne smalle gebleekte boven de g'eijschte quantiteijten g'accepteerd en geson„ den waaren, en tot hoe lange het daar op gevallen verlies ter montante van ƒ2943:18:—. tot Haar hoog Edelens nadere dispositie bij de boeken te Batavia zoude blijven voortloopen: is verstaan tot elucidatie wat beslooten is daarop tot alive datie „eerbeedig onder het oog te brengen dat meng om aan tijt etig anstz: van haar Hoog E:s hoogstgemelde haar hoog Edelense ter besorging van een goede quantiteijt gebleekte guineesen soo veel moge„ lijk te voldoen in de Jaaren 1768. en 1769. in de neces„ siteijt gebragt was, om buijten de Contractatie met de ordinaire of permanente Cooplieden der E: Comp=e alhier aan de particuliere Leverancier. Draadja Wenkateesjam chittij, en Ramalinga Poele, aanbesteeding van dat grof geweet, of wel de voorsz: gebleekte guineesen te doen, dog waartoe die handelaars veel minder andere te beweegen waren geweest, voor en vervolg. en al eer men haar een zeeker getal packen van voorsz: bethilles, en bij voegde om met het daarop zijnde voordeel, de schade goed te maken, welke bij den Jnsaam en Leve„ rantie van het voorsz: grof geweet geleeden wierde, Con„ form het aangeteekende ter resolutie deeser tafel van den 17:' october 1768. , welke reeden van verlies ook de oorsaak geweest was, dat de ordinaire Cooplieden geen grooter quantiteijt, of meerder guinees gemeen gebleekt ter besorging hebben willen accepteeren, dan haar bij verdeeling van de respective Eijsschen, weesentlijk te beurt gevallen was, invoegen wilde men met meerder guineesen voorsien werden, recours hadde moeten neemen tot particuliere Leveranciers, onder toevolging van een proportioneele quantiteijt der andere sortementen, gelijk daar van, of van de meerdere Jnsaam derselve reeden gegeeven was, bij den beantwoorden Eijsch voor India„ en anno 1769. en wel in substantie packen diverse Lijwaaten in a=o p. o, overgebleeven, en dit Jaar niet g'eijscht zoo meede, de geene die boven den Eyjsch van dit Jaar van Nagapatnam voor Batavia zijn ver„ sonden ter dispositie van Haar hoog Edelens, die men van de Leveranciers heeft moeten accepteeren, om da wille, der door haar geleverde diverse guineesen; in voe„ „ den 16e Junij 1770. gen

NL-HaNA_1.04.02_3290_0745 view scan ↗

English

the 16th of June 1770. must. the aforementioned entries to those whom it concerns to the Government, it appeared very painful, the loss occurred thereon, which had to be attributed to a large supply since those assortments had otherwise always been traded with good advances; on that account the Government hoped that it would not be regarded as any cause of that loss, having no other view than the welfare of the Honorable Company, to help Their Excellencies to a good quantity of guineeses about which one was very embarrassed, but the shortage now coming to cease, or appearing not to be so great, one would refrain from such extraordinary contracts. Likewise, regarding the ordered investigation and demanded report of the actual state of affairs concerning the 56 native military personnel mentioned in the report received from the chief of the general pay office, who could not have been charged for their debts because they appeared under different names than those known in the enlistment roll and debt book of 176 7/8, item concerning the incongruities committed regarding another squad of 130 native warriors, conform to the transmitted report of the native military bookkeeper, as well as the required information concerning the entries of charges differing from the verdict and the trade books here, which came before Their High Excellencies to the detriment of the deceased junior merchant Pieter Abrahamsz: Bronsvelt, in his capacity as former chief of Bimilipatnam, with the delivery of the received papers relating thereto to the person whose department it is, having been demanded to investigate the one and the other accurately and to supply this assembly with a clear elucidation, in order to give Their High Excellencies the required report, but the same not yet having arrived, it is understood to supersede therewith until a further opportunity. Upon the submitted request by the captain of the aforementioned ship Vlietlust lying here in the roads, containing a request to obtain diverse necessities for the benefit of the vessel, reading as follows: the 16th of June 1770: To the Honorable, Greatly Respected Sir the 16th of June 1770. Pieter Haksteen, Extraordinary Councilor of Dutch India, as well as Governor and Director of this Coast etc. etc. etc. Honorable, Greatly Respected, Far-Ruling Sir, The undersigned takes with all respect the liberty very humbly to request Your Honorable, Greatly Respected Sir that the undermentioned unavoidable necessities may be furnished to his vessel Vlietlust, namely: A new fore-topsail yard A crossjack yard as the said spars are broken and unfit A barrel of tar 10 lb of sheet copper and pump nails Furthermore, that said vessel may be properly caulked inside and provided with a bulkhead before the water-hole, provided that for the former pitch, rosin, and oakum, and for the latter planks and nails may be furnished. Wherewith the petitioner has the honor to sign, with all due respect and deep reverence, in the capacity of, underneath: Honorable, Greatly Respected and Far-Ruling Sir, Your Honorable, Greatly Respected Sir's very humble and obedient servant, was signed: Fr: Dankquart in the margin: Nagapatnam the 6th of June Anno 1770. It is approved and understood to allow all that was requested to be issued, as having been judged most necessary, and to that end, for lack of lighter spars to be employed for the required crossjack and fore-topsail yards, as the first must be only 57 feet long and 11 1/2 inches thick, and the second also just as long and 10 1/2 inches thick, since there are no others at hand here than 2 Malacca timbers of 13 palms thick each, to furnish one of the same for that purpose, and in default of tar, to qualify the equipage master to purchase the same. Finally, the soldier here, Iacque Fredriks, due to expiration of time, was raised in wages from f 11 to f 14, as well as Corporal Hendrik Bode and Quartermaster Iacob Iansz: both stationed at Palliacatta, the first from f 26 to f 18, and the other from f 14 to f 16, as well as Christiaan Theodorus changed from boy with f 5 to soldier with f 9, and at Jaggernaijkpoeram the junior assistant Iacobus Raadjes promoted to absolute assistant with f 24, item the soldier there, Ian Regond, raised in wages from f 9 to f 11, and furthermore admitted into the Company's service, the 16th of June 1770. the

Dutch transcription

495 den 16. ' Junij 1770. „den moet. dar den geornseteer diden de en gem: posten aan de gene die 't aungaat gen de Regeering, zeer smertelijk te vooren quam het metij h:e ut enen g vele verlies daarop gevallen, het welk aan een grooten aanbreng toegeschreeven moeste werden dewijl die sorte waaraan zula begeschreven wer„ menten anders altoos met goede advancen omgeset wa„ ren geworden; uijt dien hoofde hoopte de Regeering dat hoepe dat de regering als gen orsek voor geen oorsaak van dat verlies aangemerkt zoude werden, als met geen ander in sigt dan tot wel weesen en waarom van dE: Comp=e om haar Edele aan een goede quantiteijt guineesen waaromme men seer verleegen was te hel„ pen, dog het gebrek als nu komende te cesseeren, of soo groot niet scheen te weesen, zoude men van dier„ gelijke extraordinaire aanbesteedingen afsien. —. Soo nopens het g'ordonneerde ondersoek en gevor„ gedemanderd onderboek na neevens derd berigt van de weesentlijke gesteldheijd omtrend de bij het bekomen berigt, van het opperhoofd over het generaal zoldij Comptoir vermelde 56. Jnlandse militairen alhier, dewelke voor haare schulden niet hadden konnen belast werden, om de wille deselve onder verkeerde namen dan bij de rolle der aannee ming en schuld boek van 176 7/8. bekend stonden voor quamen, Jtem ten belange van de begane, en incon„ gruiteijten omtrend een ander ploeg van 130: Jnlandse krijgers, Conform overgesonden berigt van den Jnlands Militaire Clus. en ten wat eijnde. lust om de verse benordigtheijd 17 secte van zij neeg den en ende. —. militaire boekhouder, als meede de gerequireerde in„ formatie omtrend de Haar Hoog Edelens te vooren gekomene, teegens het vonnis en de Negotie boeken alhier, differeerende posten van belastingen ten na„ deele van den overleeden ondercoopman Pieter Abra„ hamsz: Bronsvelt, in qualiteijt als geweesene opper„ hoofd van Bimilipatnam onder het afgeeven van de ontfangene papieren daartoe betreckelijk de geene van wiens departement het is, gedemandeerd sijnde, het een en ander accuraat nategaan en aan deese vergadering te suppediteeren een duijdelijke eluci„ datie, ten eijnde Haar Hoog Edelens het gerequireerd berigt te geeven, dog het selve nog niet ingekomen weesende, soo is verstaan daarmeede tot nadere gele„ gentheijd te suppercedeeren.. —. versoek door den schipper van vliet, Op het ingediend request door den schipper van het voormeld hier ter rheede leggende schip vlietlust behelsende versoek ter erlanging van diverse beno„ digtheeden, ten behoeve van den bodem aldus Luij„ den 16:' Junij 1770: Aan 321 497 Aan den wel Edelen Groot agtb: heer den 16:' Junij 1770. —. Pieter Haksteen, Raad Extraordinair van Nederlands India, mitsgaders gouverneur en directeur deeser Custe &=a & a &=a Wel Edele groot Agtbaare Wijdgeliedende Heer Den ondergeteekende neemt met alle Eerbied de vrijheijd uwel Edele groot agtb: zeer needrig te versoeken, dat aan sijn onder hebbende bodem vlietlust, deese natemeldende onvermijdelijke benoodigtheeden mogen verstrekt werden, Teweeten. Een nieuwe voormar zijl raa Een _. o bagijne alsoo gemelde rondhouten aanstuckend, en onbequaam sijn Een vat theer 10. lb: platkoper en Pomp spijkers Voorts dat dien bodem van binnen en behoorlijk gecallevaat„ en van een schot voor het water gat voorsien mag werden, mits voor 't eerst gemelde pik, harpuijs, en werk, en voor 't Laaste plan„ ken en spijkers verstrekt mogen werden. Waarmeede den suppliant de Eer heeft, sig met alle verschuldigde Eerbied, en diep ontsag te onderteekene in de hoedanigheijd van /:onderstond:/ wel Edele groot Agtb: en wijdgebiedende Heer uw elEd: groot agtb: seer nedrige, en onderdanige Dienaar /:was geteekend:/ fr: Dankquart /:in margine :/ Nagefpat„ nam Den 6:' Junij A„o 1770. — Js _. o onderbendte met t ligte tot de bageijne en voormarkeijl rhaar te emploijeeren qualificatie aan den Equipagie meester ter inkoop van't heer. verhorging in gagie Changeering en admissie van diverse persoonen. Is goedgevonden en verstaan, alle het versogte, daar bij te laten afgeeren, als ten hoogsten benodigt geoor„ besluijteen mathuit van s paateelt sijnde, en ten dien eijnde mits gebrek aan ligter rond houten, om tot de gerequireerde bageijne en voor mar zijl phaas g'emploijeerd te kunnen werden, als moetende de eerste maar 57. voeten lang, en 11. ½. duijm dik, mitsgaders de tweede meede even so lang en 10. ½ duijm dlik weesen, dewijl alhier geen andere aan handen sijn dan 2. Malaxe houten van 13. palmen dik ieder, een derselve daartoe te verstrecken, en mits onstentenisse van theer, den Equipagiemeester te qualificeeren, het selve inte koopen. —. Eyndelijk wierd den soldaat alhier Iacque Fredriks, mits tijds excpiratie in gagie verhoogd van ƒ 11. tat ƒ 14. someede den Corporaal Hendrik Bode, en de quar„ tiermeester Iacob Iansz: beijde tot Palliacatta bescheijden den eersten van ƒ26. tot ƒ 18: en den anderen van ƒ14. tot ƒ 16. mitsgaders Christiaan Theodorus gechangeerd van Jongen met ƒ5. tot soldaat met ƒ 9. en te Jaggernaijk poeram den Jong adsistent Iacobus Raadjes bevorderd tot absolut adsistent met ƒ24. Jtem den zoldaat aldaar Ian Regond in gagie verhoogd van ƒ 9. tot ƒ 11. en wijders in 'sComp=s dienst g'admitteerd, den 16e. Junij 1770. — de

NL-HaNA_1.04.02_3290_0749 view scan ↗

English

499 the 22nd of June 1770. Tanjore prince at Nagore the following persons, to wit: Jan Lievers of Nagapatnam as soldier at ƒ 9, and Francisco de Silva as drummer also at ƒ 9; as well as Bessja of Cheribon, Broesa, Jsmael, and Amat, all three natives of Samarang, and Jsmael of Anjoel as soldiers, among the Company's Easterners, at the ordinary pay of three rixdollars each per month. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above. Was signed: as before. Friday the 22nd of June, Anno 1770, in the forenoon at half past eight o'clock, Political Council held. All present except the Second Warehouse Keeper Jan Diderik Severin, due to occupation in the Company's service. The matters mentioned in today's separate resolution having been dealt with, the Governor informed the meeting of the impending arrival at Nagore of the Tanjore prince, and his desire that His Highness should, according to custom, be greeted and presented with gifts at Trivaloor on behalf of the Honorable Company, in accordance with a letter written on that account to His Honour by the prime minister Narsinga Gadderauw; which greeting His Honour perceived could not be declined without causing some displeasure, the more so because His Highness was now to be found so close to this city, a circumstance which had not existed since the year 1741. Thereupon, the matter having been deliberated, it was approved and agreed to allow the aforementioned desired greeting and gifting of His Highness to proceed, either at Trivaloor or at Nagore, whichever can be best arranged, but preferably at the first-mentioned place, because otherwise, if the presentation of gifts takes place closer to this city, the gift would have to be more substantial than what is customary to offer the prince at Trivaloor; while in the meantime it was resolved to have the gift goods prepared, and to regulate them through some alteration in such a way that they balance with what was most recently offered in the year 1766, and to choose the members of this meeting, Captain Commandant Hartwich Bonte and Merchant and Fiscal Tammerus Cantervisscher, as commissioners for the conveyance of the same. The 22nd of June 1770. Further 501 the 22nd of June 1770. Furthermore, the meeting was informed by the said Governor that a few days ago, upon the notification given by the said Narsinga Gadderauw, not only of the death of his father Malhadrjie Gadderauw, but also of the succession in his father's place as prime minister, the compliment of condolence as well as felicitation upon his election to that office was conveyed by letter through the interpreter of the Honorable Company according to the custom of the country, offering 2 pieces of double armozine, and 5 lbs of each of the four kinds of spices at the cost of pagodas 18. 14. —, or ƒ 83. 12. 8 purchase value, which amount was agreed to be written off to the account of gifts. Furthermore, there were admitted into service as soldiers among the Company's Easterners: Abdoel Akiem, of Batavia, Meeden and Jacob, both of Samarang, and Rabolloe, of Macasser, at the ordinary monthly pay of three rixdollars each. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above. Was signed: as before. Friday the 29th of June, Anno 1770, in the morning at half past seven o'clock, Political Council held. All present except the Second Warehouse Keeper Jan Diderik Severin, due to occupation in the Company's service. Initially having reviewed the general finding of the goods discharged here from the ship Vlieslust, brought from Batavia also for this main settlement, as well as of what was unloaded here from the projected cargo for Jaggernaijkpatnam: it was approved and agreed to permit the following allowable ship deficits to be written off to the account of profit and loss, to wit: 262 on 30032 lbs cloves calculated at 6 per cent 125 on 35000 lbs sieved black Bantam pepper calculated at 2 per cent 25 on 20000 lbs Dutch lead calculated at 1/8 per cent 1 1/4 on 100 lbs red sheet copper at 1/8 per cent 456 1/4 on 15031 lbs Japanese camphor at 3 per cent 30 on 2000 lbs hoop iron at 1 1/2 per cent 15 on 1000 lbs Dutch steel at 1 1/2 per cent 101 1/2 on 10132 lbs nails at 1 per cent 40 on 2000 lbs sandalwood at 2 per cent 7 3/4 on 97 cans olive oil at 8 per cent 3/5 on 30 bottles distilled waters calculated at 2 per cent 40 on 1960 or 13 cases bottled sack wine at 2 per cent 1164 on 10476 cans arrack api calculated at 10 per cent 116 2/5 on 1047 cans sack wine in casks at 10 per cent Against which, however, it was resolved to charge the account of the ship's officers, according to the order for the purchase cost, for the following underweight quantities which they accounted for in deficit beyond the allowances, namely: 205 lbs Japanese bar copper 136 lbs Dutch lead 14 1/4 lbs red sheet copper The 29th of June 1770. 327 1/4 lbs.

Dutch transcription

499 den 22'. Junij 1770. Jouisse vorst op Naoer de onder volgende persoonen te weeten Jan Lievers van Na„ gapatnam voor zoldaat met ƒ 9. en Francisco de Silva voor Tamboer meede met ƒ 9; mitsgaders Bessja van Cheri„ bon, Broesa, Jsmael, en Amat, alle drie geboortig van sama„ rang, en Jsmael van Anjoel voor zoldaten, onder de Comp. s oosterlingen, met de gewoone besolding van drie Rijxd=s ieder ter maand. Aldus Gedaan en Gearesteerd Jn't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren. Vrijdag Den 22.:' Iunij Anno 1770. des voormiddags te half Neegen uuren Politique Vergadering Gehouden Alle present dempto Den Tweede pakhuijsmeester Jan diderik severin Mits occupatie in 'sComp:s dienst De zaaken ter aparte resolutie van heeden veraanstaande komst van de Tans„ meld, afgehandeld weesende, bedeelde den heer gou„ verneur de vergadering de ophanden zijnde komst op kem te werden. en hoedanig tot gecommitteerdens daartoe. â begente om te Tmavele beschen„ Naoer van den Tansjaersen vorst, en begeerte, dat zijn hoogheijd na gewoonte op Triwaloer door weegen van d'E: Comp=s begroeten beschonken zoude werden, Conform een brief door den albeschik Narsinga gadderauw aan zijn Edele dierweegens geschreeven, welke begroeting zijn Edele bespeurd te hebben, dat niet te ontleggen zoude weesen, zonder eenig misnoegen te geeven, te meer zijn Hoogheid zig nu soo na bij deese stad stond te laaten vinden, dat besluijt zula voorgang ten emen „ edert den Jaare 1741: niet g'exteerd was; soo wierd daar over gedelibereerd weesende, goedgevonden en verstaan, de voorsz: begeerde begroeting en beschenking van zijn hoog„ heid voortgang te laaten neemen, het zij op Triwaloer, dan wel Naaer, na dat het best te schicken zoude weesen, dog liefst op Eerstgemelde plaats, dewijl anders als de beschen„ king van meerder na bijheijd deeser stad geschiedende, het geschenk importanter zoude moeten weesen, dan men ge„ woonis den vorst op Triwaloer te offereeren; terwijl intus„ sen beslooten wierd de schenkagie goederen te laaten inge„ reedheijd brengen, en deselve door eenige verandering sodanig te reguleeren, dat deselve met het Jongste geoffereerde inden „kiesing van bonte en Cantervissche Jare 1766. komen te balanceeren, mitsg=s ter overbreng derselve, tot gecommitteerdens verkooren, de leeden deeser vergadering den Capitain Commandant Hartwich Bonte en den Coopman en fiscaal Tammerus Cantervisscher den 22. ' Junij 1770. Nog 501 den 22 ' Junij 1770. „sonden geschenkje te laten afsz: ten. Nog wierd door wel gedagte heer gouverneur aan de vergade besluijt taan den geaden unr ge„ ring kennisse gegeeven, dat voor eenige dagen geleeden, op de gegeevene kennisse door gedagte Narsinga gaderauw, van het overlijden zijner vader Malhadrjie gaderauw niet alleen, maar ook van de successive in desselfs verders plaats, als albeschik, het Compliment van rouw beklag soo wel als felicitatie met zijne verkiesing tot die dienst, door den tholk der E: Comp.:e na 'slands wijse bij brieve afgelegd was, onder aanbieding van 2. p=s dubbelde armosijn, en 5. lb: van ieder der vier hoord specerijen ten kosten van pr/o 18. 14. —. off ƒ83. 12. 8. uijtkoops, welk bedragen verstaan is, ten Laste der schenkagie reekening aftelaaten schrijven. —. Werdende voorts voor soldaaten onder de Comp:se oosterlingen admissie van veroosteling zaken in dienst geadmitteerd Abdoel Akiem, van Batavia, Meeden en Jacob beijde van Samarang en Rabolloe, van Macasser, voor de ordinaire maandelijkse besolding van drie rijxd=s ieder. —. Aldus gedaan en gearresteerd Jn 't Casteel Tot Na„ gapatnam Dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren. Vrijdag Den 29. ' Iunij A:o 1770. s morgens ten half agt uuren Politique Vergadering Gehouden Alle present dempto Den tweede pakhuijsmeester Jan Diderik Deverin, mits ocusfatie in 'sComp:s dienst Hanvankelijk geresumeerd weesende, de generaale be„ vinding. bevending der Lading van 't schip vleettusl. nresimpte van endissohiti op de vinding van de alhier ontscheepte goederen uijt het schip vlieslust van Batavia voor deese hoofdplaatse meede gebragt, als meede van het geligte alhier uijt de geprojecteerde lading voor Jagger„ naijkp=m: soo is goedgevonden en verstaan, de ondervolgende ge„ permitteerde scheeps minderheeden, op reekening van winst en ver„ lies te laaten afschrijven; teweeten 262. op 300 /32. lb: garioffel nagulen reekend — /6. p=r Cento J=s. 125. „ 35000. „ peeper swarte geharpte bantamse reekend 2. p. r C„o 25. „ 20000. „ Lood hollands reekend — 1/8. p. r Cento 1. ¼. „ 100. „ plaatkooper rood „ — 1/8 __o 456.¼. „ 15031. „ Camphur Iapanse „ 3. –. _. o 30. - „ 2000. „ hoepijser. . . - „ 1. 72. _. o 15. -. „ 1000. „ staal hollands. . . „ 1. ½. _. o 101½. „ 10132. „ spijkers _. o. . . „ 1. —. _. o 40. –. „ 2000. „ Sandelhout. . . . „ 2. —. _. o 7. ¾. „ 97. „ kann: olijven olij „ 8. —. _. o — 3/5. „ 30. flessen gedisteleerde wateren reekend 2. p=r Cento 40. - „ 1960. of 13. kassen bottel Zecqwijn _ o 2. _-o 1164. „ 10476. kann: arrak apij reekend 10. p=r Cento 116. 2/5. „ 1047. _o vat Zecqwijn _. o 10. _. o Dog waar en teegen beslooten wierd, der overheeden reekening na de ordre voor het uijtkoops kostende ter vergadering te doen belasten, met de ondervolgende minwigten, die zij boven de bepaalingen te kort verantwoord hebben; als 205. - lb: staaff koper Iapans 136. –. „ Lood Hollands 14. ¼. „ plaatkoper rood den 29:' Junij 1770. 327. ¼. lb.

NL-HaNA_1.04.02_3290_0753 view scan ↗

English

503 the 29th June 1770. to be sent with that vessel to Their High Mightinesses. item of some ditto for the Company's native soldiers 6. 3/4. flat lead 1: 1 1/4. jugs olive oil 108. bundles Javanese binding rattans 7. 1/4. lb: Dutch nails And furthermore to employ the timbers found to be split to the best possible advantage and in the least damaging manner for the Company's service. Thereafter was read, approved, and signed the letter prepared for Their High Mightinesses, to be dispatched with the ship Vlietlust via Jaggernaijkpoeram, wherewith it was resolved to dispatch the said vessel tomorrow from here to the said factory; on this occasion, the letters written to the chiefs of Jaggernaijkpoeram, Palicol, and Bimilipatnam were also read and signed. And Furthermore, the Malays Braijim and Samat, both of Batavia, were accepted into service as soldiers among the Company's native forces, at the ordinary pay of three rix-dollars each per month, beginning with the first of March; as they have performed service both at Jaggernaijkpoeram and here since that time, but it was erroneously forgotten to propose their admission to this meeting earlier. Thus Done and Resolved In the Castle At Nagapatnam Date as above: /:was signed:/ as before. Thursday the 12th July Anno 1770. at eight o'clock in the morning Political Council Held all present The members of this assembly, Captain Commandant Hartwig Bonte, and the merchant and fiscal of this main settlement Tammerus Cantervisscher, having been chosen pursuant to the resolution at the session of the 22nd June last as commissioners to greet and present gifts to the King of Tanjore, and having accomplished the same on the 3rd of this month at Triwaloer, whither His Highness had proceeded from Naoer, now presented the report of their proceedings in that commission, and the further events concerning that ceremonial observance; reading as follows. the 12th July 1770. To 505 the 12th July 1770. To The Right Honorable and Stern Lord Pieter Haksteen, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of this Coromandel Coast, with its Dependencies, together with the Council etc. etc. etc. Right Honorable and Stern Lord, and Gentlemen Whereas Your Right Honorable at the session of the 22nd June last was pleased to choose us as commissioners to go greet the King of Tanjore, Rasamini Raijasvi Tholosoe Maharassoe, at Triwaloer; and to congratulate His Highness in the name and on behalf of the general Dutch East India Company on his arrival in good health at that place; and at the same time to assure him of their high esteem; with the request that he be pleased to persevere in his affection for the Honorable Company and its interests. And on that occasion, according to custom, to present gifts on behalf of Your Honors, with such goods as were handed and given to us according to a separate note, together with what was projected for his principal favorites. So we now have the honor to submit to Your Right Honorable in all humility the report that, together with the Company's interpreter China Naijker, on the 1st of this month, between eleven and twelve o'clock at night, we set out on our way, and on the second following, after having rested during the heat of the day in a choultry, we arrived at 5 o'clock in the evening at a resting place a quarter of a league from the village of Triwaloer, where the subedar of the said village named Ramaij appeared before us, accompanied by a troop of armed horsemen and sepoys, who escorted us into the village with flags and to the sound of their native music, and subsequently to the resting place that had been prepared for us. The following day, being the 3rd, at one o'clock in the afternoon, word was brought to us that His Highness would admit us to an audience, whereupon we immediately proceeded to His Highness's lodging, and appearing before the king, paid and performed the necessary compliments, as well as delivered the gift goods brought along, and were received with all friendship. After we had sat with His Highness for a little while, the said king was pleased to inquire after the health of the Right Honorable and Stern Lord Governor Haksteen, to which we replied that His Right Honorable had been ailing for some time, but was now somewhat on the mend. Whereupon His Highness had us asked whether it was true that His Right Honorable would continue as Governor for some time yet, which was answered by us in the affirmative, adding, to the joy of the entire colony, whereupon His Highness again

Dutch transcription

503 den 29:' Junij 1770. — met dien bodem aan haar hoog Ed:s aftesenden. toiren. item van eenige ditos voorde Comp„ „oosterling zold=t 6. ¾. „ Plat Loot 1: 1¼. „ kannen olyven olij 108. Mux Javase bindrottings En voorts de gescheurd bevondene houtwerken ten besten mogelijk en min schadelijkste wijse tot 'sComp:s dienst te emploijeeren.—. Daarna wierd geleesen, goedgekeurd en geteekend d:e Leting en teekening vande breng in gereedheijd gebragte brieff aan Haar Hoog Edelens om met het schip vlietlust over Iaggernaijkpoeram afgesonden te werden, waarmeede men goedvond, gemelde bodem op morgen van hier naar gemelde factorij te de„ pecheeren; werdende bij deese geleegendheijd ook gelee„ sen en onderteekend de brieven aan de Iaggernaijk poeram Palicol en Bimilipatnamse opperhoor„ den beschreeven. En Voorts voor zoldaaten onder de Compagnie oosterlin anmisi van te amalijers om gen in dienst aangenoomen, de maleijers Braijim en Samat, beijde van Batavia, met de gewoone besolding van Drie Rijxdaalders ieder smaands, ingaande met primo Maart; als zeedert die tijd, soo te Jaggernaijkpoeram, als hier dienst gedaan hebbende, dog abusive vergeeten, is, tot derselver admissie deese 7.¼. lb: spijkers hollands vergadering „ diening van 't resport weeg:s de be„ schenking van den Tansjoersen vorst. Jnsertie van 't selve. vergadering eerder voortedragen. Aldus Gedaan en Gearresteerd In't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren. Donderdag den 12.:' Iulij Ao 1770. smorgens ten agt uuren Politique Vergadering Gehouden alle present De leeden deeser vergadering den Capitain Com„ mandant Hartwig Bonte, en den koopman en fes„ caal deeser hoofdplaatse Tammerus Cantervisscher, ingevolge het geresolveerde ter sessie van den 32: ' Junij Jongstleeden verkooren weesende, tot gecommitteerdens om den Tanspoersen vorst te begroeten en beschenken, en zulx op den 3. ' deeser te Triwaloer, werwaards zijn Hoogheijd zig van Naoer begeeven had, volbragt hebbende, presenteerden als nu het Rapport van derselver verrigting in die Commissie, en het verdere voorgevallene omtrend die Ceremonieele pligtpleeging; aldus Luijdende. den 12:' Julij 1770. Aan 505 den 12e. Julij 1770. Aan Den wel Edele gestrenge Heer Pieter Haksteen, Raad Extraordinair van Neder„ lands Jndia, mitsgaders gouverneur en directeur deeser custe Chormandel, met den Resorte van dien, Neevens den Raad &a. &a. &a. Wel Edele Gestrenge Heer, en Heeren Door dien uwel Ed: gestr: ter sessie van den 22: Junij Laastlee„ den ons heeft gelieven te verkiesen, tot gecommitteerdens om den Tansjoursen vorst Rasamini Raijasvi Tholosoe Maharassoe te Triwaloer te gaan begroeten; en zijn hoogheijd uijt naam en van weegen de generaale Nederlandse oost Jndische Compagnie te vergelucken, met desselvs arrivement in gesontheijd te dier plaatse; en teffens te verseekeren van derselver hoog agtingh; met versoek bij zijne geneegentheijd voor d'E: Maatschappij en derselver belangen geliefde te volharden. —. En bij die geleegentheijd naa gewoonte van weegen haar Edele te beschenken, met zoodanige goederen als volgens Een aparte notitie ons ter handen gesteld, en meede gegeeven zijn, sampt het geprojecteerde voor desselvs principaalste gunstelingen Soo hebben wij thans de eere uwel Ed: gestr: in allen ootmoed van Rapport te dienen, dat wij ons neevens 'sCompagnies tholk china„ de den 12e: Julij 1780. china Naijker op den 1=e deeser, des nagts tusschen Elf en twaalf uuren op wegh hebben begeeren, en den tweeden: daar aan, na dat wij in de hitte van den dag in een sjauwerij hadden vertroefd, des avonds om 5. uuren in een rust plaats een quartier van 't dorp Triwaloer, arriveerden, alwaar voor ons verscheen den soebedaar van gem: dorp genaamt Ramaij verseld door een troep, gewaapende Ruijters, en Sipaijs, de„ welke met vlaggen, en onder het geluijd van haar inlands musick ons begeleijden in het dorp en vervolgens naa de rust plaats die voor ons gereed was gemaakt. Des anderen daags of den 3:' middags om een uuren, wier„ den ons geboodschap dat zijn Hoogheijd ons ter audientie soude toelaaten, waar op wij ons momentlijk naa het Logement van zijn Hoogheijdt begaaven, en voor de vorst verschijnende de noodige Complimenten afleijden, en verrigten, mitsg=s de meede genoomene schenkagie goederen afgaaven, en met alle vrindschap ontvangen wierden Naa dat wij een wijnig tijd bij zijn Hoogheid geseelen had den, geliefde gem: vorst te vraagen naa de gesontheijd van den WelEd: gestr: heer gouverneur Haksteen, waar op wij Repliceer„ den dat zijn welEd: gestr: zeedert eenige tijd suckelende, maar nu Eenigsins aan de beeter hand was. —. Waarop zijn Hoogheijd ons liet vraagen, of het waar was, dat zijn wel Ed: gestr: nog eenige tijd als gouverneur soude Continueeren, 't welke door ons met Jaa beantwoord wierde met bijvoeging tot blijdschap van de gansche colonie, waarop zijn Hoogheijd, weeder

NL-HaNA_1.04.02_3290_0757 view scan ↗

English

507 the 12th July 1770. clear reception of the commissioners etc. replied in turn that this was also agreeable to him, because His Right Honourable was governing better than had happened for some years prior. Subsequently, His Highness expressed that he would be very content if a pair of fine, large hunting dogs could be procured for him. After that, the customary robes of honour for Your Right Honourable were handed to us, and we were granted our departure, whereupon we then returned to our resting place, set out from there at four o'clock, and arrived in the Company's village of Poetoer at 9 o'clock in the evening, and on the following day, being the 4th of this month, appeared before Your Right Honourable. We most respectfully request that the annexed account of unavoidable expenses incurred and disbursements may kindly be passed, and that we be granted the honour that we have accomplished this commission to Your Right Honourable's satisfaction, in which favourable expectation we remain with the deepest respect underneath was signed Right Honourable Sir and Gentlemen, Your Right Honourable's humble and obedient servants was signed H: Bonte, and I:s Cantervisscher, in the margin Nagapatnam The 7th July anno 1770. — From which, to the particular satisfaction of this Government, was perceived the friendly reception of those envoys and the tokens shown by the prince of his continuing affection for f17. to have incurred expenses written off Justice of the same the interests of the Noble Company, of which the particulars with which His Highness, both in showing honour and otherwise to the commissioners, wished to signify his goodwill, the said envoys reported orally at length, whereupon the Government expressed its satisfaction with the performance of those commissioners, by which same resolution on this occasion it was furthermore decided to validate for write-off the unavoidable expenses incurred on that occasion, according to the account submitted thereof, which was deemed fit to be incorporated herein, amounting to pardaus 315. 4. or pagodas 131. 10. –. . Account of such unavoidable expenses incurred, which by the undersigned members of the political council, in their commission to Trivaloer, to greet the Tanjore prince, Rasamani Raijasvi Tholosie Maharassa, were disbursed in the span of three days, and are humbly requested of the Right Honourable Pieter Haksteen, Extraordinary Councillor of Dutch India, Governor and Director of this Coast of Coromandel, with its dependencies etc., alongside the the 12th July 1770. Council. to be benevolently passed. 509 the 12th July 1770 Council, to be benevolently passed. For batta for 3 days To the head peon at 6 fanams a day . - - pardaus 1. 8. –. to two head peons each 1 fanam - - - - - - - - —. 6. —. to 56 common peons each 1/2 fanam . . . . . . . 8. 4. –. to 65 Malabar coolies for carrying the presents to a second head peon 2 fanams - - - - - - - —. 6: —. to an officer of the sepoys 3 fanams - - - - - - - - —. 9. —. to two sergeants - - each 2 fanams - - - - - - - - 1. 2. —. to four corporals each 1 1/2 fanams . . . . . . . 1. 8. —. to 75 common sepoys each 1 fanam . . . . . . . . . . 22. 5. —. to 32 palanquin coolies for the commissioners to 6 ditto for carrying the food chest to 4 ditto drinking water to 4 ditto chairs to 4 ditto torches to 4 ditto roundels to 4 ditto provisions to 8 ditto two clothing trunks To 78 coolies at 1/2 fanam each a day - - - - - - - - 11. 7. —. to 61 common taliaris each 1/2 fanam a day - - - - 9. 1: 1/2. to the head of the same 4 fanams ditto - - - - 1. 2. —. to the Company's interpreter China Naijker 22 fanams - - - - - 6. 6. —. to 12 palanquin coolies for the interpreter to 10 peons to 2 roundel bearers 24 persons of the Company's interpreter at 1/2 fanam each - - - - 3. 6. —. to 10 coolies of the Brahmin Singaijen - - - - - 1. 5. —. to Singaijen himself at 4 fanams a day - - - - - 1. 2. —. to a Maratha writer at 5 fanams a day - - - - - 1. 5. —. two Brahmins at 1 fanam each ditto . . . . . —. 6: —. Carried forward pardaus f 89. 8. —. to a carpenter and barber each 1 fanam - - - —. 6. —. to 1 ditto tea service to three servants each 4 fanams ditto . . . . . 3. 6. —. gifts etc. - - - - - - - - - - - - 9. 7. 1/2. - - 1 ordinary gift Coolie wages To 65 coolies for carrying the gifts etc. to 78 palanquin coolies to 7 heads of the peons, drummers etc. to 12 coolies of the Company's interpreter to 2 torchbearers to 10 coolies of Singaijen to 174 persons at 5 fanams each - - - - - - - 87. —. —. the Company's interpreter for gifting the prince's collective court attendants a bundle of - - 120. —. —. For the purchase of foodstuffs for the commissioners, European soldiers and personal servants - - - - - - 15. —. —. for oil on the journey there and back, and stay while there - - - 2. 5. —. to the musicians of the King as a gratuity - - - - 1. 5. —. Total . . pardaus 315. 4. —. Nagapatnam The 7th July Anno 1770. was signed H: Bonte, and I:s Cantervisscher. to a troop of poor people - - - - . - . - . —. 6. —. ditto presents amounting to: as it was also resolved to have written off to the account of extraordinary gifts, that which was presented both to His Highness, and his accompanying court dignitaries, together importing pagodas 383. 10. 20 f 1725. 8. 8. cost price, and pagodas 576: 16: 60: f 2595: 2: 13. selling price, standing more specifically annexation of that account detailed in the following account drawn up thereof Carried forward pardaus 89. 8. –. the 12th July 1770 Memorandum -

Dutch transcription

507 den 12' Julij 1770. blijke receptie der gecomm=s &a weeder antwoorde dat hem sulks ook aangenaam was, om reeden, dat zijn wel Ed: gestr: beeter regeerde, als 't zeedert eenige Jaaren bevorens geschied was. —. Vervolgens liet zijn Hoogheijd sig uijt seer Content te sul„ len weesen, wanneer hem een paar traaije groote Jagt houde konden besorgt werden. Daar naa wierden ons ter hand gesteld de gewoone Eer kleederen voor uw el Ed: gestr:, en kreegen onse afscheijd, gelijk wij dan weeder naa onse rust plaatse retourneerden, van daar om vier uuren opbraaken, en 'savond om 9. uuren in 'sComp=s dorp Poetoer arriveerden, en des anderen daags of den 4:' deeser voor uwel Ed: gestr: verscheenen. Wij versoeken hoogst deselve Eerbiediglijk dat de hierneevens gevoegde reekeninge van onvermijdelijke gedaane ongelden, en uijtgiften, goediglijk mag gepasseerd, en ons het honneur ge„ geeren werden dat wij deese Commissie naa uwel Ed: gestr: ge„ noegen volbragt hebben, in welke gunstige verwagtingh met het diepste ontsag verblijven /:onderstond:/ wel Edele gestr: heer, en Heeren, uwel Ed: gestr: onderdanige en gehoorsa„ me Dienaaren /:was geteekend:/ H: Bonte, en I=s Cantervisscher, /:in margine:/ Nagapatnam Den 7.' Julij ao 1770. — Waar uijt tot bijsonder genoegen deeser Regering beoogd bijsonde gongnsoen on en wierd, de vrindelijke receptie dier afgesondene en betoonde blijken door den vorst van zijn aanhoudende genegentheid voor ƒ17. gevollene ongelden te laten afsz: Jusitie van deselve voor de belangens der Edele Maatschappij, waar van de bijson„ derheeden, waarmeede zijn Hoogheijd soo in het bewijsen van Eere als andersints aan de gecommitteerdens desselfs welmeenendheijd heeft willen te kennen geeven, gedagte afsendelingen in het breede mondeling versleeg deeden, over zulx de Regeering derselver Contentement over de verrigting dier gecommitteerdens betuijgde, bij deselve belluijte bij de gelegentheijd voorts beslooten wierd, de bij die gelegendheijd gevallene onvermijdelijke ongelden, volgens daar van overgelegde reekening, die men goedvond deesen intelijven, bedragende pard s 315. 4. of pr/o 131. 10. –. , ter afschrijving te validee„ Reekening van zodaanige onvermijdelijk gedaane ongelden, dewelke door de ondergeteekende leeden van den politicquen raad, in hun Commissie naar Trivaloer, ter begroeting van den tanjoursen vorst, Rasamani Raijasvi Tholosie Maharassa, in den tijd van drie daagen verschooten zijn, en nedrig versogt werden, aan den wel Edele gestrenge heer Pieter Haksteen, Raad Extraordinair van Nederlands Jndia, gouverneur en directeur deeser Custe Cormandel, met den resorte van dien &:a neevens den den 12'. July 1770. Raad. ren. 509 den 12e. July 1770 Raad, goedgunstelijk te mogen werden gepasseerd. Aan battam voor 3. dagen Aan den hoofd pion â 'sdaags 6 f:s. . - - pard=s 1. 8. –. „ twee hoofd pions ieder „ 1. „. - - - - - - - - - „ —. 6. —. „ 56. gemeene pions. „ „ ½. „ . . . . . . . „ 8. 4. –. „ 65. mallabaarse Coelijs tot het draagender geschen„ „ een tweede hoofd pion „ 2. „ - - - - - - - „ —. 6: —. „ Een officier van de sipaijs „ 3 - „ - - - - - - - - „ —. 9. —. „ twee serjants - - ider „ 2 - „ - - - - - - - - „ 1. 2. —. „ vier Corporaals - „ „ 1½. „. . . . . . . „ 1. 8. —. „ 75. gemeene sipaijs „ „ 1. –. „. . . . . . . . . . „ 22. 5. —. „ 32. palenquin coelijs voor de gecommitt. s „ 6. _. o tot het draagen der Eetens kas „ 4. _. o „ „ _:o drinkwaater „ 4. _„o „ „ _ stoelen „ 4. _o „ „ _:o toortsen „ 4: _. o „ „ _o Rondels „ 4. _o „ „ _ o provisien „ 8. _. o „ „ _. twee kleere koffers Aan 78. Coelijs â ieder ½. d. s sdaags - - - - - - - - „ 11. 7. —. „ 61. gemeene taljaars ider ½. f. s sdaags - - - - „ 9. 1: ½. „ 't hoofd derselven - - „ 4. „ _o - - - - „ 1. 2. —. „ 'sComp:s tholk China Naijker 22. p s - - - - - „ 6. 6. —. „ 12. palenquin Coelijs voor den tholk „ 10. pions. . . . - „ „ 2. rondeldraagers 24. persoonen van 'sComp:s tholk â ider ½. d:s. - - - - „ 3. 6. —. aan 10. Coelijs van den bramine singaijen - - - - - „ 1. 5. —. „ Singaijen zelve â 4. d. s 'sdaags - „ Een Marattse schrijver â 5. p.=s 'sdaags - - - - - „ 1. 5. —. twee bramines â ider 1. f. s _o. . . . . „ —. 6: —. Transporteere pand.s ƒ 89. 8. —. „ een timmerman en baardscheer ider 1. f. s - - - „ — 6. —. „ 1. _ o „ „ _: stelletje „ drie dienaars „ „ 4. „ _. . . . . „ 3. 6. —. . . - - - „ 1. 2. —. ken &a - - - - - - - - - - - - „ 9. 7. ½. - - 1 neure schenkagie Coelij Loon Aan 65. Coelijs tot 't dragen der geschenken &c=a „ 78. palenguin- Coelijs „ 7. hoofden der pions, trommelaars &=a „ 12. Coelijs van 'sComp=s tholk „ 2. toors-draagers „ 10. Coelijs van Singaijen aan 174. persoonen â ieder 5. d=s - - - - - - - „ 87. —. —. 'sComp=s tholk tot het beschenken van 't vorsten gesaamentlijke hof-bediendens een bondel of- - . . „ 120. —. —. Tot 't inkoopen van eetwaaren voor de gecommitt=s Euro„ „peese militairen en Lijfbediendens - - - - - - „ 15. —. —. voor olij op de heen en weeder reijse, en verblijf als daar - - - „ 2. 5. —. „ aan de speellieden van de Koning tot een vereering - - - - „ 1. 5. —. Somma . . hard s 315. 4. —. Nagapatnam Den 7. ' Julij A:o 1770. /:was geteekend:/ H: Bonte, en I:s Cantervisscher. aan een troup arme Lieden - - - - . - . - . „ —. 6. —. diten ' rchenten opesetraende: gelijk nog geresolveerd wierd, op reekening van extra„ ordinaire schenkagie te laten afschrijven, het verschonkene soo aan zijn Hoogheijd, als zijne bij zig hebbende hofsgroo„ ten te saamen importeerende p a/o 383. 10. 20 ƒ 1725. 8. 8. in - en pr/o 576: 16: 60: ƒ 2595: 2: 13. uijtkoops, nader gespeci„ inlegding van dies rekening ficeerd staande bij de hier ondervolgende daar van geformeer„ de reekening Per Transport Jan. s 89. 8. –. den 12e. July 1770 Memorie -

NL-HaNA_1.04.02_3290_0761 view scan ↗

English

511 the 12th July 1770 Memorandum of what was delivered as gifts to the prince of Tansjour, and his court dignitaries on appearance at Triwaloer Purchase price, Selling price, Purchase price, Selling price namely To the prince 3 pieces gold chains; namely 1 piece weighing pagodas heavy at 26. 1/4 at 24 rixdollars each, purchase price 46. 18. —, selling price 46. 18. —. 1 piece ditto weighing 42. — at 29 1/2 linge purchase price 51. 15. —, selling price 51. 15. —. 1 piece ditto weighing 20. 1/4 at 26. purchase price 21. 22. 40, selling price 21. 22. 40. 2 pieces silver rosewater bottles with their saucers weighing 40. 7/8 reals at number 16. 10 ells Dutch red velvet purchase price 10. 1. 30, selling price 19. 14. 20. 160 pounds candy sugar purchased, purchase price 10. —. —, selling price 10. —. —. To the chief minister Kaderauw 1 piece gold chain weighing pagodas heavy 25. 3/4 at 25 the pagoda heavy purchased, purchase price 26. 10. 30, selling price 26. 10. 30. 1 gold pencil case, purchase price 6. 19. 20, selling price 6. 19. 20. 12 ells ditto ditto green, purchase price 12. 1. 50, selling price 23. 12. 20. 3 pieces double armozine, purchase price 11. 23. 40, selling price 21. 5. 50. 4 pounds mace or macis, purchase price —. 10. 60, selling price 5. 10. —. 8 pounds nutmegs or whole nuts, purchase price —. 7. 10, selling price 5. —. —. 8 bottles rosewater purchased, purchase price 4. —. —, selling price 4. —. —. the real, purchased, purchase price 27. 6. —, selling price 27. 6. —. 2 pieces Peking armozine, purchase price 22. 10. 50, selling price 38. 3. 60. 1 roll Chinese damask, purchase price 4. 20. —, selling price 6. 15. 70. 8 pounds cloves, purchase price —. 14. 30, selling price 8. 18. —. 12 ells green broadcloth, purchase price 10. 23. 30, selling price 19. 14. 20. 12 ells ditto blue, purchase price 13. 2. 20, selling price 26. 21. 60. 72 pounds sandalwood, purchase price 1. 7. 20, selling price 9. —. —. 4 pounds cinnamon, purchase price —. 5. 30, selling price 5. 10. —. 356. 16. 30, 7. 4. 40. Carried forward. 8 Brought forward purchase price 26. 1. 30, selling price 10 4 1 piece silver rosewater bottle with its saucer weighing 21. 7/8 reals, at 16 guilders each purchased, purchase price 14. 6. —, selling price 14. 6. —. 4 ells scarlet red broadcloth, purchase price 4. 22. 50, selling price 10. 3. 20. 1 pound mace or macis, purchase price —. 2. 60, selling price 1. 8. 40. 2 pounds cloves, purchase price —. 3. 50, selling price 2. 4. 40. 2 pounds nutmegs or whole nuts, purchase price —. 1. 60, selling price 1. 6. —. 1 ditto pencil case, purchase price —. 23. 20, selling price —. 23. 20. 1 piece Peking armozine, purchase price 11. 5. 30, selling price 19. 1. 70. 1 1/2 pounds cinnamon, purchase price —. 2. —, selling price 2. —. 60. To the great favorite and head over the cavalry Mamoije appen 4 pieces gold chains weighing pagodas heavy 27. 3/4, purchase price 32. 9. —, selling price 32. 9. —. 1 piece gilded hanger blade, purchase price 1. 7. 50, selling price 2. 16. 60. 4 ells blue broadcloth, purchase price 4. 8. 60, selling price 8. 23. 20. 1 pound mace or macis, purchase price —. 2. 60, selling price 1. 8. 40. 2 pounds cloves, purchase price —. 3. 50, selling price 2. 4. 40. 2 pounds nutmegs or whole nuts, purchase price —. 1. 60, selling price 1. 6. —. 1 pound cinnamon, purchase price —. 1. 30, selling price 1. 8. 40. To the dabir Naroepandidaar 4 ells scarlet red broadcloth, purchase price 4. 2. 50, selling price 10. 3. 20. 1/2 pound mace or macis, purchase price —. 1. 30, selling price —. 16. 20. 1 pound nutmegs or whole nuts, purchase price —. —. 70, selling price —. 15. —. 1 pound cloves, purchase price —. 1. 60, selling price 1. 2. 20. 1 pound cinnamon, purchase price —. 1. 30, selling price 1. 8. 40. 10 pounds sandalwood, purchase price —. 4. 30, selling price 1. 6. —. 20 pounds sandalwood, purchase price —. 8. 50, selling price 2. 12. —, 38. 19. 40, 52. 16. 40. 5. 8. 30, 15. 3. 20. Carried forward 363. 9. 30, pieces 14. 14. —. 20 pounds sandalwood, purchase price —. 8. 50, selling price 2. 12. —, 62. 23. 10, 89. 3. 60. 4 ells ditto blue, purchase price 4. 8. 60, selling price 8. 23. 20. Purchase price, Selling price, Purchase price, Selling price the 12th July 1770. 513 the 12th July 1770. Brought forward. To the favorite of the chief minister Letjemena Sandidaar To the writer of the prince named Anna doosje pandidaar 1/2 pound mace or macis, purchase price —. 1. 30, selling price —. 16. 20. 2 pounds cloves, purchase price 3. 50. —, selling price 2. 4. 40. 1 piece double armozine, purchase price 3. 23. 70, selling price 7. 1. 70. 1 pound nutmegs or whole nuts, purchase price —. —. 70, selling price —. 15. —. 2 pounds nutmegs or whole nuts, purchase price —. 1. 60, selling price 1. 6. —. 12 pounds sandalwood, purchase price —. 5. 20, selling price 1 pound cloves, purchase price —. 1. 60, selling price 1. 2. 20. 1 pound mace or macis, purchase price —. 2. 60, selling price 1. 8. 40. 10 pounds pepper, purchase price —. 6. 30, selling price 1 pound cinnamon, purchase price —. 1. 30, selling price 12 pounds sandalwood, purchase price —. 5. 20, selling price 1 pound cinnamon, purchase price —. 1. 30, selling price 1. 8. 40. To the secretary of the prince Abooije pandidaar or his son Batjeno 1 pound cloves, purchase price —. 1. 60, selling price 1. 2. 20. 1 pound nutmegs or whole nuts, purchase price —. —. 70, selling price —. 15. —. 1/2 pound cinnamon, purchase price —. —. 60, selling price —. 16. 20. 12 pounds sandalwood, purchase price —. 5. 20, selling price 1. 12. —. 1/2 pound mace or macis, purchase price —. 1. 30, selling price —. 16. 20. —. 10. —, 4. 13. 60 Carried forward 73 2 4. 10. 40, 12. 7. 70. 1. 8. 40. 1. 12. —. —. 21. 20. 1. 12. —. 4 ells blue broadcloth, purchase price 4. 8. 60, selling price 8. 23. 20. 17. 12. —. 5. 5. 70 Purchase price, Selling price, Purchase price, Selling price 36. 19. 8, 1. 14. 1 7. 40 40.

Dutch transcription

511 den 12e:. Julij 1770 Memorie van het affgegevene tot Schenkagie aan den vorst van Tansjour, en desselvs Hoff grooten bij verscheijning op Triwaloer Inkoops, uijtkoops, Inkoops, uijtkoops als Aan den vorst 3. –. p=s goude kettings; teweeten 1. p. s weegende pag: sw:te a6. ¼. â p:s 24. rded pr„ 6: 10. pr/o 46. 18. —. 1. „ _o „ „ 42. –. „ „ 29½ linge„ 51. 15. -„ 51. 15. -. 1. „ _o „ „ 20. ¼. „ 26. . „. „ 21. 2240 „ 21. 22. 40. 2. -. p. s zilvere Rosewaters flessen met dies schoteltjes weegende realen 40. 7/8. â N=o 16. 10. –. @: fluweel hollands Rood - - - - „ 10. 1. 30„ 19: 14. 20. 160. –. „ Candij zuijker ingekogt - - - - „ 10. –. –„ 10. –. –. „ Aan den Albeschik Kaderauw 1. –. p. s goude ketting weeg=te pag: sw=te 25. 3/1. â d=s 25. de pag: sw=te ingekogt - - - - pr/o. 26. 10: 30 p„rs/o 26. 10. 30. 1. –. „ goude potlood pennetje. . . . - - - „ 6. 19. 20„ 6. 19. 20. 12. –. „ _o _o groen. . . . . „ 12. 1. 50. 23. 12. 20. 3. –. p=s armosijn dubbelde. . - - - - „ 11. 23. 40 „ 21. 5. 50. 4. –. lb: foelij of macis - - - - - - - - „ —. 10. 60„ 5. 10. —. 8. -. „ Nooten of rompen - - - - - - - „ —. 7. 10. 5. —. —. 8. – flessen rosewater ingekogt - - - - - - „ 4. –. -. 4: –. –. d' reaal, ingekogt - - - - - - - „ 27. 6. –. „ 27. 6. -. 2. -. p. s armosijn pekings. - - - - - - - „ 22. 10. 50 „ 38. 3. 60. 1. -. roll Chineese damast - - - - - - - „ 4. 20. – „ 6. 15. 70. 8. –. „ garioffel Nagulen - - - - - - „ —. 14. 30 „ 8. 18. -. 12. –. „ Laken Groen - - - - - - - - „ 10. 23. 30„ 19. 14. 20: 12. -. „ „ blaauw - - - - - - - - „ 13. 2. 20„ 26. 21. 60. 72. -. „ Zandelhout - - - - - - - - „ 1. 7. 20. 9. —. —. 4. - . „ Canneel - - - - - - - - - - - „ —. 5. 30„ 5. 10. —. Rr / 356. 16. 30 7. 4. 40. Die Fransp. 8 Per Transport p s/ 26. 1. 30 . 10 4 1: –. p=s zilvere rosewater fles met sijn schoteltje wee„ gende 21. /8„ realen, â f. s 16. ieder ingek:. . . . . . . „ 14. 6. – „ 14. 6. -. 4. . . @: Laken schair rood - - - - - - - - - - - „ 4. 22. 50 „ 10. 3. 20. 1. -. lb: foelij of Macis - - - - - - - - - - „ —. 2. 60„ 1. 8. 40. 2. –. „ garioffel nagulen - - - - - - - - - „ —. 3. 50. 2. 4. 40. 2. -. „ Nooten of rompen - - - - - - - - - - „ —. 1: 60 „ 1. 6. —. 1. -. „ d:o pot loot pennetje. . . . . . . . . . „ —. 23. 20 „ —. 23. 20: 1. . „ armosijn pekings - - - - - - - - - „ 11. 5. 30 „ 19. 1. 70. 1: ½. „ Canneel - - - - - - - - - - - „ —. 2. -. 2. –. 60. Aan den groot gunsteling en hoord over de ruijterije Mamoije appen 4:-. p=s goude kettings weeg=s pag: sw=te 27. ¾. . - pra/o 32. 9. - pr/o 32. 9. —. 1. –. „ houwerkling vergulde - - - - - - - - „ 1. 7. 50 „ 2. 16. 60. 4. -. @: Laken blaauw - - - - - - - - - „ 4. 8. 60„ 8. 23. 20: 1:-. lb: foelij of Macis - - - - - - - - - „ —. 2. 60„ 1. 8. 40. 2. -. „ garioffel nagulen - - - - - - - - - „ —. 3. 50„ 2. 4. 40. 2. . . „ noten of rompen - - - - - - - - - - „ —. 1: 60„ 1. 6. -. 1. . „ Canneel - - - - - - - - - - - - „ —. 1. 30„ 1. 8. 40. Aan den dabier Naroepandidaar 4. -. @a: Laken schair rood - - - - - - - - - pa/o. 4. 2. 50. ./. 10. 3. 20. —½. lb: foelij off Macis - - - - - - - - - - „ —. 1. 30„ — 16. 20. 1. - . „ noten of rompen - - - - - - - - - „ —. -. 70 „ —. 15. -. 1. -. „ garioffel nagulen - - - - - - - - „ —. 1. 60 „ 1. 2. 20. 1. . „ Canneel - - - - - - - -. . . . „ —. 1. 30„ 1. 8. 40. 10. . „ Zandelhout - - - - - - - - - - - „ —. 4. 30„ 1. 6. —. 20. - „ Zandelhout. . - - - - - - - - - - - „ —. 8. 50„ 2. 12. —. „ 38. 19. 40. 52. 16. 40. 5. 8. 30 „ 15. 3. 20. Transporteere Rr/o 363 9 30 pCs 14:14. .. 20. –. „ Zandelhout - - - - - - - - - - „ — 8. 50. 2. 12. –. „ 62. 23. 10. „ 89. 3. 60. 4. . „ _ o blaauw - - - - - - - - - - - - „ 4. 8. 60„ 8. 23. 20. Jnkoops, uijtkoops, Jnkoops, uijt koops den 12. July 1770. 513 den 12e. Julij 1770. Per Transport. . . . . Aan den guensteling van den albeschik Letjemena Sandidaar - „ Aan den schrijver van den vorst genaamt Anna doosje pandidaar ½. lb: foelij of macis - - - - - - - - - „ — 1. 30„ —. 16. 20. 2. -. „ garcoffel nagulen - - - - - - - - - „ 3. 50. — „ 2. 4. 40. 1. -. p=s armosijn dubbelde - - - - - p%o: 3. 23. 70 pr/o 7. 1. 70. 1. -. „ Nooten of Rompen - - - - - - „ —. -. 70„ —. 15. —. 2. - - „ Nooten of Rompen - - - - - - - - „ —. 1. 60„ 1. 6. —. 12. -. „ Zandelhout - - - - - - - - - - „ —. 5. 20„ 1. -. „ garioffel Nagulen - - - - - - - „ —. 1. 60„ 1:2. 20. 1. - . lb: foelij off Macis - - - - - - - - „ —. 2. 60„ 1. 8. 40. 10. . „ Peeper - . . . . . . . . „ —. 6. 30„ 1. -. „ Canneel - - - - - - - - - - „ —. 1. 30„ 12. -. „ Zandelhout - - - - - - - - - „ —. 5: 20„ 1. . . „ Canneel - - - - - -. -. -. . . „ —. 1. 30„ 1. 8. 40. ƒ Aan den secretaris van den vorst Abooije pandidaar of desselvs zoon Batjeno 1. –. „ garioffel Nagulen - - - - - - - „ —. 1. 60. „ 1. 2. 20. 1. - . „ Nooten off Rompen - - - - - - - „ —. - 70 „ —. 15. —. —½. „ Canneel - - - - - - - - - - „ —. -: 60. —. 16. 20. „ 12. -. „ Zandelhout - - - - - - - . - - „ —. 5. 20 „ 1. 12. -. —½. „ foelij of Macis - - - - - - pa/o. —. 1. 30. pr o —. 16. 20. —. 10. –. „ 4. 13. 60 Transporteere - / 73 2 „ 4. 10. 40. 12. 7. 70. 1. 8: 40. 1. 12. -. —. 21. 20. 1. 12. -„ 4. -. @a: Laken blaauw - - - - - - - - pa/o. 4. 8. 60. pr/o 8. 23. 20. 17. 12. -. 5. 5. 70 Inkoops, uijtkoops, Jnkoops, uijt koops 36: 19. 8. s 1. 14 . 1 7. 40 40. :

NL-HaNA_1.04.02_3290_0764 view scan ↗

English

To the Qiladar Laskerauw To the messenger of the aforementioned qiladar Ambaaij-appen 1. -. nutmegs or shells - - - - - - - - —. — 70 —. 15. —. 1. . . Cinnamon - - - - - - - - - - - —. 1. 30 10. —. Sandalwood - - - - - - - - - — 4. 30 4. -. a: Cloth, blue - - - - - - - - - 4. 8. 60 —¼. nutmegs or shells - - - -- — ¼. lb cloves - - - - - - - - —. - 40 —. 6. 40. To the gatekeeper of the prince Mallana-appen 14. lb: mace - - - - - - - pao — - 60 per Co —. 17. 10. —¼. cloves - - - - - - - —. — 40 —. 6. 40. —¼. nutmegs or shells - - - - - - —. - 20 — 3. 64: —¼. Cinnamon - - - - -. -. . . . . . —. – 30 —. 8. 10. To the Tiruvallur Faujdar Ramaijen 1. . . cloves. . -. - . . -. —. 1. 60 1. 2: 20. Carried forward - - - bo - 3 106 . 1. 0 . 6. . . —½. mace - - - - - - pa/o. —. 1. 30 . C. —. 16. . 8. 4. . . pepper. . . . . . . . . . —. 2. 40 — 8. 40 —. 4. 30 1. 11. -. . - - —. —. 20 —. 3. 60. — ¼. @: mace - - - - - - pa/o. —. —. 60 p /o —. 8. 10. —¼ Cinnamon - - - - - - - - - -. —. - 30 —. 8. 10. 4. . pepper - . - - _ _ _ . . . —. 2. 40 —. 18. 40. —. 4. 30 1. 11. —. 1. 8. 40. 1. 6. —. 8. 23. 20. 4. 18. 40 13. 23. 20. 1. –. cloves - - - - - - - - - —. 1. 60 1. 2. 20. —½. lb: mace - - - - palo. —. 1. 30 pCo —. 16 30. Carried forward - - - - p a/o 373. 2.16 :/ 4 8. 23. 58. purchase, selling, purchase, selling the 12th of July 1770 - . . 515 honorary robes to be credited to the account. timber for the leper house to be delivered at an advance of 30 percent. 1. -. lb: Nutmegs or Shells - - - - - —. - 70 —. 15. -. 1. -. Cinnamon - - - - - - -. —. 1. 30 1. 8. 40. 1. –. pieces armozeen, double - - - - - - 3. 23. 70 7. 1. 70. Nagapatnam, the first of July Anno 1770. /:in the margin:/ Recalculated /:was signed:/ Struck And whereas it was approved, in favor of the aforementioned gift account, to take into account the appraised value of the gift that His Highness presented in return to the Honorable Company; consisting of 1. turban appraised at. . . . . florins 8. –. . ƒ 36. –. —. 1. cummerbund or sash - - - - - 8. –. – 36. –. –. 1. cabaya or coat. - - - - - - 4. –. –. 18. —. — Together. . . . p a/o 20. –. ƒ 90. –. –. and further to have those honorary robes sold at public auction as opportunity permits. Furthermore, upon the request made by petition by the church council here, to obtain certain timber which they required for the construction of a leper house outside the city here, it was approved and granted to have the same delivered, upon payment of a 30 percent advance according to former custom, considering that if that timber had to be purchased privately, the costs for the construction of that building would run too high, and thus the funds projected for it would not suffice; the said request reading as follows: 4. 5: 20 10. 19. 70 Sum - r /o 308. 6. 6/0 Purchase, selling, purchase, selling Carried forward - /o 3. 10 8 1. /s 79 . 5. /3. the 12th of July 1770. Haan 20. 70 = 70 the 12th of July 1770. and from what consideration To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Pieter Haksteen, Extraordinary Councilor of the Netherlands East Indies, Governor and Director of this Coast of Coromandel, with its dependencies, as well as The Gentlemen Members of the Honorable, Respected Council of Policy here Right Honorable, Highly Esteemed Sir, and Gentlemen The church council of this city takes the respectful liberty reverently to inform Your Right Honorable, Highly Esteemed Honors, that having judged in their meeting that the timber which they will need for the construction of the leper house will cost very high if it must be purchased privately; they therefore very humbly request Your Right Honorable, Highly Esteemed Honors to lend them a helping hand, and also through 517 the 12th of July 1770. to send to Jaffnapatnam. to have brought to Porto Novo Your most precious favor, to accommodate them with the following timber etc. at the purchase price; namely 10 pieces of mill planks of 2 inches 30 ditto ditto ditto 7 Ambon beams 26 beams panjang tiga 15 ditto ditto lima 120 lb Dutch iron 80 nails ditto 350 palm planks 4 from a tree 600 palm laths /:underneath was written:/ Which doing etc. /:lower:/ in the name and by order of the church council /:was signed:/ C: W: Gebhard. Also, upon an incoming extract from the judicial roll of the respected Court of Justice of this castle dated the 26th of June last, it was decided to send the executed natives mentioned therein, Ramalingam and Rama, to Jaffanapatnam, to be put to common labor in chains there for the duration of their banishment. Furthermore, proceeding to the business concerning the affairs of the subordinate offices, contained in the letters received from there, it was initially, upon the representation made by

Dutch transcription

Aan den Killedaar Laskerauw Aan den sendeling van gem: killedaar Ambaaij-appen 1. -. „ nooten of Rompen - - - - - - - - „ —. — 70 „ —. 15. —. 1. . . „ Canneel - - - - - - - - - - - „ —. 1. 30 „ 10. —. „ Zandelhout - - - - - - - - - „ — 4. 30„ 4. -. a: Laken blaauw - - - - - - - - - „ 4. 8. 60„ —¼. „ nooten of rompen - - - -- — ¼. lb garioffel nagulen - - - - - - - - „ —. - 40„ —. 6. 40. Aan den portier van den vorst Mallana-appen 14. lb: foelij of macis - - - - - - - pao — - 60 pr Co —. 17. 10. —¼. „ gartoffel nagulen - - - - - - - „ —. — 40 „ —. 6. 40. —¼. „ nooten of rompen - - - - - - „ —. - 20 „ — 3. 64: —¼. „ Canneel - - - - -. -. . . . . . „ —. – 30 „ —. 8. 10. Aan Den Triwaloersen fausdaar Ramaijen 1. . . „ garioffel Naegulen. . -. - . . -. „ —. 1. 60 „ 1. 2: 20. Transporteere - - - bo - 3 106 . 1. 0 . 6. . . —½. „ foelij off macis - - - - - - pa/o. —. 1. 30 . C. —. 16. . 8. 4. . . „ peeper. . . . . . . . . . „ —. 2. 40„ — 8. 40„ —. 4. 30„ 1. 11. -. . - - „ —. —. 20 „ —. 3. 60. — ¼. @: foelij of Macis - - - - - - pa/o. —. —. 60 p /o —. 8. 10. —¼ „ Canneel - - - - - - - - - -. „ —. - 30 „ —. 8. 10. 4. . „ peeper - . - - _ _ _ . . . „ —. 2. 40„ —. 18. 40. „ —. 4. 30„ 1. 11. —. 1. 8. 40. 1. 6. —. 8. 23. 20. „ 4. 18. 40 „ 13. 23. 20. 1. –. „ garioffel Nagulen - - - - - - - - - „ —. 1. 60 „ 1. 2. 20. —½. lb: foelij off Macis - - - - palo. —. 1. 30 pCo —. 16 30. Per Transport - - - - p a/o 373. 2.16 :/ 4 8. 23. 58. inkoops, uijtkoops, Jnkoops, uijt koopes den 12e. Julij 1770 - . . 515 eerklederen den goede derselve inteneemen. houtwerken tot 't Laserus huijs met 30. p.r C=t ad vant aftegeven. 1. -. lb: Nooten of Rompen - - - - - „ —. - 70 „ —. 15. -. 1. -. „ Canneel - - - - - - -. „ —. 1. 30„ 1. 8. 40. 1. –. p=s armozijn dubbelde - - - - - - „ 3. 23. 70 „ 7. 1. 70. Nagapatnam Primo Iulij Anno 1770. /:in margine:/ Nagereekend /:was geteekend:/ Struck En waaren teegen goedgevonden is, ten faveure der ondaar enteegen meers gem: schenkagie reekening te laaten inneemen de geprij„ seerde waarde, van het geschenk dat zijn hoogheijd in re„ Compens aan d'E: Comp=e vereerd heeft; bestaande in 1. tielband getaxeerd op. . . . . flo: 8. –. . ƒ 36. –. —. 1. Commerband of sjaal - - - - - „ 8. –. – „ 36. –. –. 1. Cabaij of Rok. - - - - - - „ 4. –. –. „ 18. —. — „ Tesamen. . . . p a/o 20. –. ƒ 90. –. –. en die Eerkleederen wijders per geleegentheijd per vendu, en pervendutie te verkoopen. tie te laaten verkoopen Voorts is op het bij request gedaan versoek door den her besluyjt aan de werkenraad de kenraad alhier, ter erlanging van eenige houtwerken die deselve quam te benodigen tot den opbouw van Een Lasarus huijs buijten de stad alhier goedgevonden en ver„ 4. 5: 20 „ 10. 19. 70 Somma - r /o 308. 6. 6/0 Inkoops, uijtkoops, Jnkoops, uijtkoops P„r Transport - /o 3. 10 8 1. /s 79 . 5. /3. den 12e. Julij 1770. Haan 20. „ 70 = 70 den 12e. Julij 1770. en uijtwat Consideratie „staan, deselve te laaten afgeeven, onder betaaling van 30. p. r Cento advans naar de voorige usantie, uijt consideratie dat wanneer die houtwerken ingekogt moeste werden, de kosten tot het optimmeren van dat gebouw te hoog loopen, dus de daar toe geprojecteerde penningen omete euntreguet dies . s niet toerijken soude, suijdende gemeld request als volgd Aan den wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Haksteen, Raad Extraordinair van Nederlands Jndia, gouverneur en directeur deeser Custe Cormandel, met den resorte van dien Benevens D' heeren Leeden van den E: agtbaaren Raad van politie alhier Wel Edele gestrengen Heer, en Heeren Den kerkenraad deeser steede, neemt de Eerbiedige vrijheijd uwel Ed: gestr: reverentelijk te kennen te geven, dat bij der„ selver bij een komst g'oordeelt hebbende, dat de houtwerken die zij van nooden zullen hebben tot den opbouw van het Lazerus huijs, seer hoog zal komen te staan, indien deselve particulier ingekogt moeten werden; zoo versoeken zij uwel Ed: gestr: seer needrig, haar de behulpsaam hand te bieden, en teffens door 517 den 12e. Julyj 1770. nap:n te senden. na portonovo te laaten verbrangen door Hoogst derselver dierbaare gunst, met de ondervolgende houtwerken &=a, voor den inkoops prijs te gerieven; als 10. p=s molenplanken de 2. d=m 30. „ _o „. „. _. o 7. „ balken ambon 26. „ balken pantjang tiga 15. „ _ o _:o Lima 120. lb: ijser Hollands 80. „ spijkers _. o 350. pp. s palmeeren d' 4. uijt een boom 600. „ palmeer Latten /:onderstond:/ 'Twelk Doende &=a /:Lager:/ uijt naam en Last des kerkenraads /:was geteekend:/ C: W: Gebhard. Ook is op een ingekomen Extract uijt de Justitieele bestuijten wettingangen an jak„ rolle van den agtbaaren Raad van Justitie deeses Cas„ teels de dato 26. ' Junij Jongstleeden beslooten, de daar bij vermelde g'executeerde inlanders Ramalingam en Rama naar Jaffanapatnam te versenden, om den tijd hunnes bannissement in de ketting aldaar aan de gemeene arbeijd gesteld te werden. Wijders ter besoigne getreeden over de zaken der onder, gesluijt de geden van Codelaer hoorige Comptoiren, vervat bij de van daar ontfangene 6 brieven, wierd aanvankelijk op de gedaane instantie door ars

NL-HaNA_1.04.02_3290_0768 view scan ↗

English

the 12th of July 1770. after deduction of 3 to 400 pagodas. satisfaction to Sadraspatnam over the stimulated trade in May, what one in that respect trusts and hopes, and with what promise. by the Resident of Porto Novo for cash, it was decided to have transferred to Porto Novo from the monies in the possession of the Resident of Cuddalore to the amount of circa 1900 pagodas, which had served for the procurement of the Cuddalore guinees but which had now been suspended there, after deduction of an amount of 3 to 400 pagodas. Among the communications from Sadraspatnam, it having come before the Government with very great satisfaction the stimulated sale of merchandise there, the profit gained in the month of May last amounting to a sweet sum of 11319 florins 6 stivers 3 pence or 2515 pagodas 9 fanams 52 cash, wherefore the Government trusted that the chiefs will leave nothing undone to increase the profits, as has repeatedly been recommended to them in the most emphatic manner, for the revival of that formerly flourishing factory; that one further hoped that they would likewise endeavor that this factory, upon the closing of the books of this current financial year, if it could not be a profitable establishment, would at least not be a burden, toward which everything would be contributed by the Government, as far as depended on the same, by the speedy fulfillment of the demands for trade goods. 519 the 12th of July 1770. of the procurement there. dissatisfaction over the poor state of the procurement and recommendations to the chiefs in this regard. The precious matter of the procurement there also lying practically in the sand, it caused no less displeasure and dejection to the Government, which it was resolved to make known to the chiefs, with the recommendation to urge the merchants most earnestly to discharge their duty and obligation with greater devotion than has occurred for some years, and especially regarding the current procurement, to the particular grief and sorrow of this Government, without the so frequently made well-intentioned exhortations of this Government as well as of the chiefs having had any desired influence on the minds of the merchants, and in particular on those of Andiaspa Moddelij, over whose shamelessness one could not wonder enough, in producing all kinds of evasions to cover his misconduct in collecting and bringing such cloths which, for the greatest part, had to be rejected during sorting; and for that reason, he as well as the other merchants would be the 12th of July 1770. Order not to accept any other linens than those that are good. Persistence in the previous decision regarding the compensation for the coir rope. most earnestly admonished to change their conduct, if they did not otherwise wish to compel this Government to resort to more stringent measures, which would serve and tend toward the prompt fulfillment of their duty in delivering good-quality cloths, proportionate to the prices which the Honorable Company paid them for them; and it was therefore, upon the objections raised by the chiefs in that regard, approved and resolved to order them, in accordance with the repeated recommendations of this Government, to accept no other linens than those that are good. Regarding the stated incapacity of the boatswain Cornelis van Misselaar, to whom the supervision of the equipment goods there is entrusted under the higher supervision of the secunde, to compensate for half of the coir anchor rope which, according to what was recorded in the resolutions of this board of the 12th of February and 2nd of March last, having been found damaged and unusable, was by a later resolution of the 12th of the last-mentioned month imposed for payment, and concerning which the order of this Government was requested, because the said boatswain had asked to be allowed to come here in person to present his interests, claiming that the perishing 521 the 12th of July 1770. To have the boatswain pay into the treasury; being unable, then to provide sufficient sureties; decision, if he defaults in this regard, to proceed to harsher measures; if compensation cannot be obtained from that, it was found proper to hold the secunde liable, then the chiefs; further decision to let this arrangement serve as a permanent order for the factories. of that rope was not to be imputed to any inattention or neglect of duty: it was resolved to persist in the aforesaid decision of the 16th of April following, to indemnify the Honorable Company in such manner as was regulated at that session, and that consequently the said boatswain, upon whom the chiefs had issued a warrant, shall at once pay into the treasury the amount of the said half rope, being 1842 florins 12 stivers – pence or 409 pagodas 11 fanams 16 cash; but being unable to do so for the present, he should secure the Honorable Company by such sufficient sureties, just as if real cash had been counted into the treasury; and in case he remained in default thereof, it was approved to constrain him to payment by harsher measures; and if full payment could not be effected thereby, it was judged, by virtue of the resolution of this board at the session of the 15th of July 1767, that the secunde in the second place would be obliged to satisfy the Honorable Company; and thus, he being incapable in this matter either for the whole or in part, that indemnification would have to fall back upon the chief; and which arrangement it was further resolved to make serve as a permanent order both for those chiefs and for those of the other factories.

Dutch transcription

den 12. Julij 1770. ria afhouding van 3. â 400. pag: genoegen na Sadras p=m over de aangewackerde verthier in meij wat men dierweg s vfrouwt en hooft. en met welke belofte. door den Portonovosen Resident om Contanten, besloo„ ten, uijt de penningen onder den resident van Coedeloer tevinden, ten emporte van C: C: 1900. pagooden; gediend hebbende tot den insaam van het Coedeloers guinees dog die nu aldaar gestaakt was, naar affhouding van Een tantum van 3. â 400. pagorden, naar Portonovo te Laaten overbrengen. — Onder het bedeelde van Sadraspatnam de Re„ geering met seer veel genoegen te vooren gekomen zijnde het aangewackerde aftrek van Coopmanschappen aldaar, als bedragende het geprofiteerde in de maand Meij Jongstleeden een soet montantje van ƒ11319. 6. 3. of p:r/o 2515:9: 52. , welkendweegen de Regeering vertrouwde dat de opperhoofden niets onaangewend zullen Laten, tot vermeerdering der winsten, gelijk haar dat te meer„ malen op de nadruckelijkste wijse is aanbevolen ge„ worden, tot weder opbeuring van dat wel eer florisante Comptoir, dat men wijders hoopte dat door haar daar„ nevens betragt zoude werden, dat die factorie bij het sluijten der boeken van dit loopende boekjaar, soo geen winst geevend etablissement konde weesen, ten minste tot geen lastpolt zoude zijn, waartoe door de Regeering voor soo verre van deselve dependeerde, alles zoude werden. 519 den 12'. Julij 1770. der insaam aldaar werden gecontribueerd, door het spoedig voldoen van de Eijsschen der handelwharen Het pretieus articul van den Jnsaam aldaar meede ingenoegen over de stgjte gesteldh=e genoegsaam in het voet zand leggende, veroorsaakte deselve bij de Regeering tot geen minder ongenoegen, en swaarmoedigheijd, het geen verstaan wierd de opper„ hoofden te kennen te geeven, met recommandatie bij on recomm aande operh: diesw=s de Cooplieden op het ernstigste aantehouden, om sig met meerder verknogtheid aan hun plegt en verbintenisse te quijten, dan tot bijsonder verdriet en leedweesen dee„ ser Regeering sedert eenige Jaaren, en principaal om„ trend de Loopende procure geschied was, sonder dat de soo meenigvuldig gedaane welmeenende adhortatien deeser Regeering soo wel als der opperhoofden, van eenig gewenscht in vloed heeft mogen zijn op de gemoede„ ren van de Cooplieden, en in het bijsonder op die van Andiaspa Moddelij, over wiens schaamteloosheijd men sig niet genoeg verwonderen konde, in het voort„ brengen van allerhande uijtvlugten, ter decking zijner wangedrag, in het insamelen en aanbrengen van soodanige doeken, die voor het grootste gedeelte bij het sorteeren uijtgeschoten moeste werden, en men soude om die reeden hem soo wel, als de andere Cooplieden op het den 12 ' Julij 1770. Last om geen andere Lijwaten te accepteeren doen die goed zijn persisteering bij't vorig besluijt nop=s de vergoeding van 't Caijertouw het ernstigste doen vermaanen om van gedrag te verande„ ren, soo sij deese Regeering anders niet noodsaaken wilde, middelen van meerder klem bij der hand te nee„ men, die dienen en strecken soude, tot de prompte na„ koming haarer pligt in het leveren van deugdsame kleederen, evenreedig de prijsen, dewelke dE: Comp=e haar daar voor betaalden, en is derhalven op der opperhoofden ingebragte beswaarnissen dier weegens goedgevonden en verstaan, deselve te gelasten, overeenkomstig de te meerma„ len gedaane recommandatien deeser Regeering, geen an„ ƒ dere Lijwaaten te accepteeren, dan die goed zijn Nopens het betuijgd onvermogen door den boitsman. Cornelis van Misselaar die het toesigt toevertrouwt is, over de Equipagie goederen aldaar, onder het hooger opsigt van den secunde, ter vergoeding van de helft van het Caijer ankertouw, dat ingevolge het aangeteekende ter resolutien deeser tafel van den 12. ' februarij en 2:' Maart Jongstleeden bedurven en onbequaam bevonden zijnde, bij laater besluijt van den 12: ' der laast gemelde maand ter voldoening opgelegd is, en welkend weegen om de ordre deeser Regeering versogt wierd, dewijl gedagte bootsman versogt had, herwaards in persoon te mogen op„ komen, ter inbrenging zijner belangens dat het bedier„ ven 341 521 den 12e: July 1770. bootsman te laten in cassatellen. zijnde dan sufficante bergente stellen besluijt, zoo hij daaromtrend -ingebreeke blijft tot scherper mid„ gevonden werd dan de sc: aante„ opperh: manente ordre der Comploiren te laten dienen. ven raaken van dat touw aan geen inattentie nog pligt„ versuijm te imputeeren was: is verstaan bij het voormeld besluijt van den 16. ' april daaraan, om de E: Comp=e in dier„ voegen als bij die sitting gereguleerd was, schadeloos te stel„ len, te persisteeren, en dienvolgens door gedagte bootsman en zat 'tslve dierhalven door den opwien de opperhoofden een ordonnantie verleend hadde, ten eersten in Cassa te laten voldoen, het bedragen der ge„ melde halve touw, zijnde ƒ 1842. 12. –. of pr lo 409. 11. 16. ; dog daar toe voor eerst niet vermogens sijnde, zoude den,„ dog daar toe voor eest onvermogens selven de E: Comp=e door sodanige sufficante borgen moeten secureeren, even als of reël Contanten in Cassa geteld waren, en in Cas daar in ingebreeke bleet, vond men goed, denselven door scherper middelen tot de dedenovertigaan. voldoening te Constringeeren, en soo daar meede de volle betaaling niet g'effectueerd konde werden, oordeelde zoo de vergoeding daaruijt niet men uijt kragte van het geresolveerde bij deese tafel spreeken ter sessie van den 15. ' Julij 1767. den secunde in de tweede plaatse verpligt te weesen d'E: Maatschappij te satis„ faceeren, en dus daar toe het zij voor het geheel of ten deele in deesen onvermogens sijnde 't onvermogens zijnde, zoude die schadeloosstelling op het opperhoofd moeten redundeeren, en welke schicking alverder besluijt deese schicking tot een her„ verstaan wierd, soo wel die opperhoofden, als voor die der andere Comptoiren te doen dienen tot een permanente ordre. 34

← previousnext →