VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3290

Coromandel · 1,050 pages · 271 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3290_0772 view scan ↗

English

order for the future, to which end the latter should be written to by circular letter at the first opportunity; further, the request of the said boatswain to make a short excursion hither was rejected, as such would be of little or no use to him, although permission was nevertheless granted to him to present his interests regarding the spoiling of the aforesaid rope, in order to be respectfully brought to the attention of Their High Noble Lordships. Furthermore, the government also considered as an unpleasant matter the collapse of the flat roof of the office and the front house, as well as the room standing next to the first-mentioned in the dwelling of the second, since the restoration of the same will again contribute not a little to the increase of burdens, as such expenses serve no other purpose than entirely to absorb the small profits that are now and then imposed on trade in intervals; but since this and similar matters are only accidental, and thus cannot be foreseen, it was, on account of the necessity of its repair, approved on 12 July 1770 to authorize the servants, with the necessary recommendation both to save everything that might otherwise be spent needlessly, and to make firm and strong whatever is to be erected, as well as to make a new cupboard for the trade papers instead of the bookcase crushed in the collapse of the flat roof of the office; while that office would furthermore be provided with another clerk at an opportunity, in place of the recently deceased Arnoldus Fiers, and consequently the request of the reader there, Jan Adels, to be allowed to serve as clerk alongside his duties, was rejected; but on the other hand, the sailor Johannes Hent of Amsterdam was increased in pay from f 12. to f 14., and further to provide the chiefs with the requested settlement of accounts of fellow sailor Jan Brouwer. Having learned with satisfaction from what was communicated by the chiefs of Palicol in their letters of 7 June last, concerning the settling of the disputes that had arisen among the castes, with the desired result that, the inhabitants having returned, everything was brought back to peace, and everyone had gone to his occupation, yet the government nevertheless continued to persist in its separate resolution of 16 June last, that the chiefs shall have to answer satisfactorily for themselves in that regard; and it is further thought fit to order them to dispatch hither the newly built thonij constructed at Narsapoor for the service of this government, once it has been provided with the necessary equipment, to which end it was decided to have transferred from here to Jaggernaijkpoeram, on the sloop De Papegaaij which has arrived for Bimilipatnam, 1 caire anchor rope, and some other running rigging. Having also learned with the utmost indignation from the later letter of the chiefs of 12 June, of the design of the merchants to deduct the amount of their formed claim against the former chief of that factory, the junior merchant Hendrik Schoffier, from the funds that had been paid to them on account of the Company for the delivery of linens, or else to deliver as much less as had been received by them, notwithstanding all the representations made by the chiefs and emphatic recommendations against it, to the conviction of the far-reaching presumption and unheard-of injustice residing in that conduct, yet all of the same had not been able to find the least influence, or produce any effect, on the shameless minds of those merchants, seeing that from all the circumstances and their attitude it became sufficiently apparent that they remained just as unyieldingly persistent therein to achieve their objective; so the same was regarded by the government as an excessively far-reaching step, and thus being completely intolerable, they had accordingly deserved to be treated with the utmost rigor, as a deterrent to others who might likewise sometimes be swayed by such base acts to get recovered their damage suffered over private affairs to the prejudice of the Honorable Company, and that moreover in an impermissible manner, with the funds that had been entrusted to them in good faith and credit, which treatment could therefore be considered nothing other than formal deceit and roguery. But since the situation of their affairs and the circumstances of the time were such that

Dutch transcription

van den koots man om dit heen te en waarom bij haar hoog Ed=s intebrengen van neevs gem: gebouwen, en waarom. ratie ordre in het vervolg, ten welken eijnde de Laastgemelde bij eerste gelegendheijd circulair zoude wierden aan„ vande handwijsing van't Loek geschreeven; werdende voorts van de hand geweesen het versoek van gedagte bootsman tot het doen van een springtogtje na herwaards, alsoo hem zulk van weijnig of geen nut strecken, zoude, dog aan hem egter de dog permissie om sijn belangen vrijheijd werden gegeeven, om sijn belangens te mogen inbrengen nopens de bederving van het voorsz: touw, om Haar hoog Edelens Eerbiedig onder het oog gebragt te werden. onaangenaam = over't instoten Wijders quam de Regeering almeede voor een onaan„ genaame zaak tevooren, het instorten van het plat van het Comptoir en het voorhuijs, mitsgaders van het naast het eerstgem: staande vertrek in des secun„ des wooning, dewijl de restauratie derselve weeder niet weijnig sal komen te contribueeren tot ver„ meerdering der Lasten, alsoo diergelijke ongelden nergens anders toe dienen monden, dan om de geringe winsten die bij tusschen vlagen nu en dan op den vertier werden opgelegd, ten eenemaal te absorbeeren; qualificatie tot dies reka,„dog dewijl het selve en soortgelijke zaaken, maar toe„ vallig, en dus niet te voorsien zijn, soo wierd uijt hoofde van de noodsakelijkheijd van dies reparatie, goedgevon„ den 12e. Julij 1770 den koomen. 523 den 12'. Julij 1770. nieuwe boeke kas, in steede van de verstillende insteede van hier van J: Aels om pernest te weesen. van neevs gem: dito len te palicol onder de Ceestens den de bediendens onder de nodige recommandatie soo dan onder welke Comm: tot bespaaring van alle het geen anders nodeloos zou„ de konnen werden ten koste gelegd, als tot hegt en sterkmaking van het optehalene, daar toe te qualiti„ ceeren, als ook tot het aanmaken van een nieuwe kas item tot het aanmaken van een voor de negotie papieren, in steede van de bij het in„ storten van het plat van het Comptoir verpletterde boeke„ kas; terwijl dat Comptoir wijders bij geleegentheijd belofte te sending van een pennist met een ander pennist voorsien soude werden, in steede van den Jongst overleedene Arnoldus Fiers E en wierd mits dien afgeslaagen het versoek van van de handwijsing van't versoek den voorleeser aldaar Ian Adels om neevens de dienst pennist te mogen weesen; dog daar en teegen is den mattroos Johannes Hent van Amsterdam verhooging in gagie van een mattroos in gagte verhoogd van ƒ 12. tot ƒ 14. , en voorts. de opper„ belofte der sending vande eeag: hoofden te voorsien met de versogte afreekening van den meede mattroos Jan Brouwer. —. Uijt het bedeelde door de opperhoofden van Palicol genoegen over de bijgelegde geschif; bij haare Letteren van den 7. ' Iunij Jongstleeden tot genoegen te vooren gekomen weesende, het bijleggen „gewensch der gereesene geschillen onder de Castens, met dat „ gevolg„ dat de Jngeseetenen te rug gekeerd zijnde, alles weder in rust gebragt, en een ieder aan sijn beroep gegaan was 94 daaromtrent zullen verantwoorden senden. equipagie goederen voor deselve na Jagq: be senden. op schipier van 's Comp. s penn: inte„ houden. en dat in weerwil van alle de verthooningen der opperh: dog begeerte gter dat de bdes hijn was, dog de Regeering bleef des niet teegenstaande persisteeren bij derselver appart besluijt van den 16:' Junij Jongstleeden, dat de opperhoofden sig daar over satisfactoir zullen hebben te verandwoorden, Last de nieuwethonij det hen & die men wyders goedvind te gelasten, om de ten dienste van dit gouvernement te Narsapoer nieuw aangebouwde thonij, van het nodige voor„ sien zijnde dit heen te depecheeren, ten welken eijnde besluijt ten dien eijnde eenige verstaan wierd, met de naar Bimilipatnam aan„ gelegde Chialoup De Papegaaij, van hier naar Jaggernaijk poeram, te laten overbrengen 1: weg 1. Caijer ankertouw, en eenige andere Loopende Touw werken. —. ongenogenoertofet der ord oots bij der opperhoofden latere brief van den 12:' Junij met de uijtterste verontwaardiging te vooren gekomen weesende, het opset der Cooplieden, om het om 't bedragen van haar prestentib e dragen hunner geformeerde pretentie teegens het geweese opperhoofd dier factorij, den ondercoop„ man Hendrik Schoffier, aftehouden van de penningen, welke voor reekening van de Comp=e op Leverantie van Lijwaaten aan haar gekieerd waren, dan wel soo veel minder te leveren, als bij haar ontfangen was, in weerwil van den opperhoofden den 12e: Julij 1770 gedaane 525 den 12e. July 170. gedaane verthooningen, en nadrickelijke recommandee„ tien daarteegens, ter overtuijging van de verregaan„ de assurantie, en ongehoorde onbillijkheijd in dat gedoente resideerende, dog alle deselve geen de minste invloed hadde konnen vinden, en uijt werken, op de schaamteloose gemoederen dier handelaars, gemerkt uijt alle de Circumstantien en houding derselve genoegsaam quam te blijken, even onversettelijk daarbij bleeven persisteeren, om haar oogmerk te bereijken; soo wierd het selve bij de Regeering voor ample aanmerking daar over een te seer verregaande stap aangemerkt, en dus gants intollerabel sijnde, oversulx gemeriteerd hadden, om ten rigoureusten gehandeld te werden, tot afschrik van andere die meede door diergelijke laagheeden somtijds geslingeerd soude mogen werden, om hun, over particuliere affaires geleedene schade, weder gerecoureerd te krijgen in prejuditie van dE: Comp=e, en dat nog op een ongepermitteerde wijse, met de gelden die men op goed geloof en Credit haar toevertrouwt hadde, welke behandeling, dan ook voor nat anders geconsidereerd konde werden, dan een formeele bedriegerij en schelm„ stuk. Dog dewijl de situatie van derselver saaken, en de omstandigheeden van den tijd indiervoegen gesteld, dat

NL-HaNA_1.04.02_3290_0776 view scan ↗

English

means to be used concerning them. To express the displeasure that one is compelled, regarding them as well as with respect to the merchants of most offices of this Coast, for the present to refrain from all coercive measures, and on the contrary to observe moderation in everything, in order not to hazard the Honorable Company to greater loss and more distressing extremities, which must absolutely follow if one wished to deal according to their merits with the merchants, among whom virtually all loyalty and honesty had been utterly destroyed, whose subtleties and groundless artifices had provided the Government as well as the junior chiefs of the subordinate factories with so many cases, and still daily gave rise to them, so that all human prudence was pushed to its limits, as long as they are debtors of the Honorable Company, for all which motives and considerations, it was then also approved and resolved by a parity of votes, for the present not to use strict measures, but to employ accommodation, in order to address to those traders, pursuant to the request of the chiefs, in a letter to be sent off, which it was understood should be directed on behalf of this Government by its secretary, to express the displeasure of this meeting in all seriousness, and with 18 July 173. 527 ƒ 12 July 1770. to threaten them with its utmost indignation, in case they should presume to withhold anything, however trifling it might be, from the monies received for the delivery of cloths, or to leave anything undelivered in satisfaction of their claim on the former chief Schoftier, or else to direct that letter in this insertion of the draft of that letter: To the collective merchants of the Honorable Company at Palicol. We have learned from the report sent to us by the chiefs there, with very great dismay and no less indignation, the baseness of your treatment and conduct concerning the design formed by you to withhold from the monies that the Honorable Company in good faith and by virtue of the contracts entered into has entrusted to you for the collection of linens, or to leave undelivered thereof, as much as the claim that you form against the former chief of Palicol, Hendrik Schoffier, amounts to. Never could an unexpected, or more untimely suffering have been brought upon us than this, which has therefore caused so much the more dismay in us, and surpassing all equity and regularity of measures, that we cannot view and record the conduct in this matter as anything other than formal deceit, not at all befitting upright merchants as you wish to be known and pass for; and thus you have deserved to be cast out from trade forthwith as shameless and pernicious subjects, and moreover, as an example and deterrent to other such persons who in such a dishonorable manner, as you endeavor to do, under the pretext of having private accounts with the chiefs and other frivolous excuses, seize the Company's monies entrusted in good faith for trade, to be punished most rigorously, without paying the least regard to their character as Company merchants, nor to their and their ancestors' long-standing services; for you have, by your enormous conduct and unfaithful dealings, on diverse occasions and particularly over this case, rendered yourselves unworthy of the slightest consideration, and on the contrary deserved our utmost indignation, to such an extent that it can no longer be tolerated; yet for this once, taking again the customary path of our gentleness and indulgence, before putting our threats into execution, we have wished to await whether these our last 12 July 1770. admonitions, 529 12 July 1770. admonitions, which we make directly, will be of any influence for the better upon your minds, and cause you to return to the proper sentiments befitting all honest merchants, from which you have now entirely departed. We command you, then, in the most explicit manner, to take careful heed that you do not charge anything, however trifling it may be, of what you have to claim from the former chief Schottier, to the account of the Honorable Company, by withholding the same from the monies entrusted to you for the collection of cloths, as you may be assured that nothing of this will be validated for you, nor will the Honorable Company concern itself in the least with this matter. Therefore you will have to see to it, and it is also our express will and desire, that by the ultimo of August next you remain indebted for nothing, but account for all the money that you have received in good quality linens, without paying heed to bad examples, according to which, as it seems to us, you appear to guide yourselves, for it will avail you just as little as the others who endeavor to make use thereof to evade payment of what they lawfully owe to the Honorable Company. Furthermore, we strictly forbid you to raise anything more concerning the money that the former chief Schoffier owes you, but if you have anything lawful to claim from him, you can address yourselves in that matter to the Council of Justice here, and

Dutch transcription

middelen omtrent haar te gebruij„ ken. over het ongenoegen te betuijgen dat men genoodsaakt is, omtrend: haaer soo wel, als ten opsigte van de Cooplieden der meeste Comptoiren deeser Custe tot voor als nog van alle klemmende middelen aftesien, en daar en teegen in alles de middelmaat te houden, ten eijnde dE: Comp=e aan geen grooter ver„ lies en verdrietelijker extremiteijten te hasardeeren, die absolut volgen moeste, soo men de Cooplieden bij dewelke genoegsaam alle trouwe en eerlijkheijd den bodem in geslagen was, na merite handelen wilden, welkers finesses en grondeloose kunstgreepen de Regeering soo wel als de mindere opperhoofden, der onderhoorige factorijen soo veele gevallen opgeleverd hadden, en nog dagelijk aan de hand gaven, dat alle menschelijke voorsigtigheijd paalen settede, voor soo lange belluijt voor als nog geenstreng ij debiteuren van de Comp=e zijn, om alle welke moti„ ven en Consideratien, doen ook met een parigheijd van stemmen goedgevonden, en verstaan wierd, voor maar haar bij een brief daar als nog geen strenge middelen, maar de inschickelijk„ heijd te gebruijken, om die handelaars ingevolge het versoek der opperhoofden bij een aftesendene brief, die verstaan is, uijt naame deeser Regeering door den secretaris derselve te doen rigten, het ongenoegen dee„ en met welke bedwrijging ser vergadering, in alle Ernstigheijd te betuijgen, en met den 18e Julij 173. de 527 ƒ den 12:' Julij 1770. —. de uyjtterste indignatie derselve te bedrijgen, ingevalle zij mogte komen te onderstaan, om van de op Leve„ rantie van doeken ontfangene penningen, iets hoe gering het ook weesen mogte aantehouden, of ongeleverd te laten in voldoening van derselver pretentie op het geweese opperhoofd Schoftier, of wel die brief in deeser insertie van't Concept dier brief voegen te rigten. —. Aan de gesamentlijke Cooplieden der E: Comp=e te Palicol. — Wij hebben uijt 't berigt, dat door de opperhoofden aldaar ons toegesonden is, met seer veel ontstigting en niet minder verontwaaerdiging vernoomen de Laagheijd uwer behandeling, en gedrag omtrent het desseijn dat bij uw„ Lieden geformeerd is, om uijt de penningen die dE: Comp: op goed geloof, en uijt kragte der aangegaane Contrac„ ten uw lieden op den insaam van Lijwaten toevertrouwt heeft, soo veel aftehouden, of daar van ongeleeverd te La„ ten, als de pretentie die gij lieden op het geweese opperhoofd van Palicol Hendrik Schoffier formeeren, komt te bedragen; Vooijt heeft ons een onverwagter, nog ontijdiger lijding kunnen toegebragt worden, dan deese, die dan ook soo veel te meer ontstigting in ons veroorsaakt heeft, en surpasseend, alle de billijkheijd en regelmatigheijd der maten maten, dat wij het gedrag in deesen voor niet anders aanmerken, en te boek stellen kunnen, dan voor een for„ meel bedriegerij, regtschaape Cooplieden waar voor uE: bekend weesen en doorgaan willen, in het geheel niet pas„ lende, en dus hebben uwlieden verdiend, om ten eersten als schaamteloose en schadelijke subjecten uijt den handel verstooten en boven dien tot exempel en afschrik van andere diergelijke menschen, die op soo een eerloose weijse gelijk gij lieden tragt te doen om onder voorgeeven van particuliere reecq: met de opperhoofden te hebben, en andere frivole uijtvlugten sig van 'sComp=s ter goedertrouwe tot den handel gefieerde penningen meester te maken, ten rigoureusten gestreeft te werden, sonder eenig het minste regueerd te slaan op haare Caracter van Comp=s Cooplieden nog derselver, en haare voor ouders langjaarige diensten, want gijlieden hebben door haar en orm gedrag, en infi„ delle handelingen, in diverse geleegendheeden en in het bijson„ der over dit geval de allergeringste Consideratie onwaar„ dig gemaakt, en daar en teegen onse uijtterste indigna„ tie verdiend, in soo verre dat het niet Langer getolle„ reerd kan werden, dog voor ditmaal nog eens, de ge„ woone weg onser sagtmoedigheijd, en indulgentie in„ slaande, hebben wij al voorens onse bedrijgingen ter executie leggen, willen afwagten of deese onse laaste den 12. Julij 1770. vermaaningen 529 den 12e Julij 1770. vermaaningen die wij direct doen op uwlieden gemoederen van eenig invloed ten goeden sullen zijn, en uwlieden doen keeren tot de betamelijke en alle honette Cooplieden passende sentimenten, waar van gijlieden tans den eenemaal afgewee„ ken zijn. Wij gelasten uwlieden, dan op de allernadricke„ lijkste wijse sig sorgvuldig te wagten, dat gijlieden, niets hoe gering het ook is van het geen, van het geweese opper„ hoofd schottier te pretendeeren hebben, ten Laste van dE: Comp=s brengen, met afhouding derselve uijt de penningen aan uwlieden tot den insaam van doeken, toevertrouwt, als kunnende vast staat maaken dat uwlieden daar niets van gevalideerd worden, nog dE: Comp=e sig deese saak in het minst aantrecken sal, oversulx sullen uwlieden besorgd moeten sijn, en het geen ook onse expresse wille, en begeerde is, dat onder ult=o augustus naast komende niets schuldig blijven, maar al het geld, dat gij lieden ontfangen hebben, en deugdsaame Lijwaten verantwoorden, sonder zig te stooren aan quaade exempelen, waarna gijlieden soo het ons toeschijnt, sig soe„ men te regten, want het sal uwlieden alsoo min baaten; als de andere, die sig daar van tragt te bedienen, ter ont„ wijking van de betaaling van het geen zij aan dE: Comp=e wettig schuldig sijn, wij verbieden uwlieden voorts wel ernstig iets meer te opperen van het geld, dat geweese opperhoofd schoffier aan uwlieden debet is, maar hebben uwlieden iets wettigs van hem te pretendeeren, soo kunnen uwlieden sig daar over bij den Raad van Justitie alhier addresseeren, en

NL-HaNA_1.04.02_3290_0780 view scan ↗

English

shall comply with the request, to see to it that the Honorable Company suffers no loss by that bankruptcy, to warn against Schopfier and to call him to account for the same, provided that to that end one or two from among you travel hither or send authorized representatives, which would be better done than that you seek to indemnify yourselves through impermissible ways and all sorts of elaborate subtleties to the detriment of the Honorable Company. Underneath was written: By order of the Right Honorable Pieter Haksteen, Extraordinary Councillor of Netherlands India, Governor and Director of this Coast of Coromandel with its jurisdiction, along with the Council. Was signed: Wm Duijnevelt. With a further order to be sent to the chiefs to take care that the Honorable Company suffers no loss through those merchants, so no more should be entrusted to them than what they are well and truly able to pay according to their means, with a warning to be given to those traders that if they had any lawful claim against the said Schopfier, to summon him for it judicially before the Honorable Council of Justice here, with authorization to send one or two from among them or authorized representatives hither for that purpose, and for the rest they could rest assured that the Honorable Company would not concern itself with this matter at all. Furthermore, upon the proposal of the lord Governor, on account of the communicated shortage of crew by the skipper of the ship Vlietlust, which has already departed for Jaggernaijkpoeram, it was resolved to remove eight sailors from the vessel De Bovenkerker Polder, destined from Europe to Bengal, whose skipper Pieter Andriesse had declared that he could very easily spare them, and to send the same by the aforesaid sloop De Papegaaij to Jaggernaijkpoeram to be transferred to the aforementioned ship Vlietlust. Among the matters concerning the factory Bimilipatnam, it was agreed to accept for this time the reasons with which the servants praised at length their loyalty and well-meaning conduct in practicing economy regarding the expenses incurred there for the sawing into pieces of the Caliatour wood, the making of money chests for the transport to Jaggernaijkpoeram of the funds required from there, and the filling of drinking water for the benefit of the ship De Snoek, which was there this year, whose extravagance and obscure listing of some items having appeared questionable to the Government at the session of the 29th of March last, wherefore its displeasure was made known; and yet it was now resolved anew to recommend to the chiefs with all earnestness never to lose sight of the so often recommended frugality, which would appear more pleasing to the Government than that the chiefs should apply themselves to digging up all kinds of pretexts and difficulties with which their letters were constantly filled to the point of nausea, as the same was observed again regarding the unsaleability of the tin, given the heavy import of that mineral by private individuals, so that no obstacles seem to be lacking there whereby the Company's interests were always thwarted, wherefore it must be considered a piece of luck that the rupees sent back from here, mentioned in various resolutions of this table, could be spent without encountering any obstacles, although it was also advisable for the chiefs, since the value of that silver coin for which they were accepted was for their own account, and this was therefore considered the reason for its facile expenditure or exchange, as it would otherwise not have been surprising if the chiefs, according to custom, had come forward with a host of difficulties, just as the Government considered a real pretext what was noted with regard to the packed linens and those found on the bleaching ground, the more so when considering their small number, as the servants seem to imagine that very much was carried out and accomplished when the sloop De Nagtegaal was dispatched to Jaggernaijkpoeram with about 90 packs, which it was agreed to point out to them, as also that seldom anything good was heard from the Bimilipatnam reports, just as the Government again had the grief to behold the damage caused by the storm that recently raged there, but seeing that nothing could be done against it, one would await the calculation promised by the servants of what it would cost to repair the defects, in order to send them the necessary orders concerning this, in the trust that they in drawing up

Dutch transcription

zal aan de bede, om te songen dat„ HE: Comp=s gen schade bij die coofl: tijd. tentie op schopfier te waarschouwen en hem voor deselve aanspreeken, mitsg=s ten dien eijnde een à twee uijt ulieden sig na herwaards begeeren of gemag„ tigdens senden, het geen beeter gedaan soude weesen, dan dat gij lieden, door ongepermitteerde weegen, en allerhande uijtgesogte finesses sig schadeloos soeken te stellen ten nadeele van d'E: Comp=e /:onderstond:/ Ter ordonnan„ tie van den wel Ed: gestr: heer Pieter Haksteen, Raad Extraordinair van Nederlands Jndia, gouverneur en directeur deeser Custe Cormandel, met den resorte van dien, Neevens den Rad: /: was geteekend:/ W„m Duijnevelt Met verdere aftesendene Last aan de opperhoofden ter sorge draeging, dat dE: Comp=e geen schade bij die marchiandeurs komt te Leijden, dus zoude aan haar niet meer gefieerd moeten werden, dan het geen sij en wet aan haar nozs haar prin staat waren te voldoen, onder te doene waarschou„ wing aan die handelaars, dat wanneer zij iets wet„ tigs van gedagte Schopfier te pretendeeren hadden, denselven daar over geregtelijk voor den agtb: Raad„ van Justitie alhier aantespreeken, met qualificatie ten dien eijnde een â twee uijt haar, dan wel gemag„ tigdens dit heen te senden, en voor het overige sig verseekerd konde houden, dat d' E: Comp=e deese den 12e. Julij 170. saak sect. . 531 den 12e. Julij 1770. op vliet lust te plaatsen. na Jagij te senden. de bimittis=te bed=s weeg=s neers gem: saak in het geheel sig niet aantrecken soude.— Voorts wierd op den voorstel van den heer gouver besluijt en mattreesen van de bhaar neur, op de te kennen gegeevene swakheijd van volk, door den schipper van het reeds na Jaggernaijkpoe„ ram vertrockene schip vlietlust beslooten, agt maet„ troosen van den uijt Europa na Bengale gedestineerd bodem De Bovenkerker Polder, welkers schipper Pieter Andriesse betuijgd hadde, deselve seer faciel te kunnen missen te ligten, en per voorsz: Chialoup en deselve met de papigaarig De Papegaaij naar Iaggernaijkpoeram te „schicken ter overstapping op voorm: schip vlietlust Onder de zaaken het Comptoir Bimilipat,„ bestuijt de gevene redenen door nam betreffende, is verstaan voor dit maal te laten gelen voor deese e te al gel gelden, de reedenen waarmeede de bediendens in't breede opvijselde, derselver trouwe en welmeenendheijd, in het betragten van de menage, omtrend de ginter gedaane ongelden tot het in stucken saagen van het Caliatourhout, het maaken van geld kisten tot de & oversending naar Jaggernaijkpoeram, van de van N. daar gerequireerde penningen, en het vullen van drinkwater ten behoeve van het in dit Jaar aldaar aangeweest sijnde schip De snoek welkers extra„ vagantie en duijstere opbrenging van sommige posten ter 6 den 12e. July 1770. der minage. weeg. s de invendibelh=s van't thin en voor een geluk aangemerkt hinderpalen uijtgegeven waren. en wat de reeden daar van is. ter sitting van den 29:' Maart Jongstleeden, de Regee„ ring bedenkelijk te vooren gekomen zijnde, dierhalven het ongenoegen derselve te kennen is gegeven; en dog bevel de noo ter behetgen wierd als nu op nieuw verstaan de opperhoofden met alle ernst te recommandeeren om de soo meenigmaal aanbevoolene suijnigheijd nimmer uijt het oog te ver„ liesen, het geen de Regeering aangenaamer soude te vooren komen dan dat de opperhoofden sig quamen toeteleggen tot het opschommelen van aller hande uijtvlugten en swaarigheeden, waarmeede hunne brie„ ven steets tot walgens toe opgevuld waaren, gelijk ongenoegen over de uyjvolugten het selve weeder bespeurd werd, omtrend de invendi„ belheijd van het Thin, mits dien sterken aan voer van dat mineraal, door de particulieren, invoe„ gen aldaar geene empechementen schijnen te ont„ breeken, waar door altoos sComp=s belangen wierde geduarsboomd, moetenden dierhalven, voor een ge„ dat neer gen: ropijen aldaer oudeluik gereekend werden, dat de van hier te rug ge„ sondene Ropijen, bij diverse besluijten deeser tafel vermeld, sonder eenige hinderpaalen te ontmoe„ ten, hebben konnen werden uijtgegeeven, hoe wel het selve voor de opperhoofden het ook geraaden was, nadien het valeur dier silver munt waar voor deselve 533 den 12e. July 170. genoteerde, ten opsigten der afgepakte gineeren. aldaar verorsaakt. latie daarvan. deselve g'accepteerd waaren, voor derselver reekening lopende deselve dan ook voor de reedenen wierden aangesien, van dies faciele uijtgave of verwisseling, dewijl het anders niet te verwonderen soude zijn geweest, indien de opper„ hoofden, na gewoonte, met een parthij swarigheeden te voorschijn waren gekomen, gelijk bij de Regeering voor voor een ophet aangemerkt het een reele op het aangemerkt wierde, het ter needer gesteld en op de bloek zijnde Lijwaten. ten opsigte van de g'embaleerde en op den bleek te vinden sijnde Lijwaten, te meer wanneer gelet wierde op het ge„ „ring getal derselve, alsoo de opperhoofden sig schijnen te imagineeren, dat al heel veel uijt gevoerd en verrigt, wat de bed=s zig schijnen te ima„ was, wanneer de Chialoup De Nagtegaal met om„ trend 90. packen naar Iaggernaijkpoeram gedepecheerd wierde, het geen verstaan wierd, haar voortehouden, als meede dat uijt de Bimilipatnamse berigten selden iets goeds wierd vernoomen, gelijk de Regeering weder het verdriet hadde te b'oogen de schade door den Jongst drie over de schade door de Com aldaar gewoed hebbende storm veroorsaakt, dog gemerkt daar teegens niets te doen viel, zoude men blijven te gemoed sien, de door de bediendens gepromitteerde te gemoetsiening van de calcu„ Calculatie van het geen kosten soude, tot herstelling der gebreeken, om haar de noodige beveelen dienaan„ en ten wat eijnde. gaande te doen toekomen, in vertrouwen, dat sij in het opmaken

NL-HaNA_1.04.02_3290_0784 view scan ↗

English

12 July 1770. Passing to write-off of the repair bill of the chaloup De Nagtegaal. Approval of the delivery of an anchor cable to the same. Item, of the form of oath for the scriba. Wonderment at the unsuitability of the anchor cable brought here from Sadras. And why, and for how long, the requested packs could be supplied for 1771. In the hope that in drawing up that bill they would not cut with the broad axe, and that such had not been done regarding the repairs to the chaloup De Nagtegaal for the damage inflicted upon it by that storm, the amount submitted for it was passed for write-off, and at the same time approved, not only the provision made to that vessel of an anchor cable, but also the drafted form of the oath, following the model provided to them for the scriba there, and the oath taken by him upon it. Further, having learned with surprise that the ship's coir anchor cable recently transported there from Sadraspatnam with the aforesaid chaloup De Nagtegaal was also found to be unfit, whereas at its shipping nothing of the kind was noticed or heard, it was approved and resolved, before making a decision on the matter, to have the said cable brought here in order to be inspected and examined more closely here to see what the true state of affairs is, and in the meantime to order the chiefs to state whether the packs recently ordered from them, together with those that might still be added for the coming year 1771, could be delivered 535 12 July 1771. Wage increase of 3 persons, and to what end. Wage increase of an assistant surgeon here, as well as of another soldier. Admission into the service of 2 Easterners. or not, so that measures may be taken accordingly and one is not disappointed in that regard at the end. Furthermore, the soldiers stationed there, Frans Kuijper and Ioachim De Rosavro, as well as the sailor Robbert Wal, had their wages increased upon the expiration of their terms, namely the first two to f 11 each, and the latter to f 14 per month; just as at this principal station improvements in wages were granted to the following persons, namely Ian Kratius Haringa Messe from Aurik, having arrived in the country anno 1767 as third surgeon at f 14 per month, and in consideration of his being a very capable person and of great use in the hospital here, who at the same time has oversight over the laboratory, it was approved to grant him the monthly salary of twenty-four guilders under a new contract of five years; and Ioseph Dammalawiel from Pondicherij, soldier at f 9, was increased in wages to f 11 per month with a three-year contract. Further, admitted into the service as soldiers under the Easterners at the salary of three rixdollars per month, the persons of Agmat and Iamaloedien, both born in Giada. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as aforesaid. Signed as before. Monday, 23 July Ao 1770, in the morning at eight o'clock. Political Council held. All present, except the Second Warehouse Master Jan Diederik Jeverin, on account of employment in the Company's service. The Ceylon ministers having sent here the chaloup De Pallas, home-ported at Jaffanapatnam, in order to turn its prow toward the Ganges under convoy of the ship destined from Europe to Bengal, or another vessel departing from this Coast for that direction, pursuant to the instructions in their letter of 27 June past; 537 23 July 1770. The commander of the vessel, however, expressed objections to what was required for it. The same appeared of great consequence to the master of the equipage. Therefore to investigate what was needed. to turn toward the Ganges, but the commander of that vessel, the second mate Arij Huijsman, having declared in a document presented to the Governor that he could not undertake that voyage without peril, much less complete it, on account of the defects with which that vessel was plagued, especially the leakage, so that in fair weather and smooth water it was necessary to pump every four glasses, not even counting that this chaloup, upon its departure from Jaffanapatnam, being stripped of the best sails etc., had been provided with old and worn sails, whereby it was rendered almost impossible to proceed with the voyage without hesitation, before and until the defects indicated in that paper were repaired, and the specified necessities to an amount of f 1226:1, being Pagodas 272. 10. 74, were provided; but as this appeared too consequential an expense to be incurred on a vessel that was apparently being sent to Bengal to be sold there, the submitted statement was consequently examined and investigated on His Honour's orders by the master of the equipage here, and a statement made by him as to which items could be dispensed with, showing

Dutch transcription

den 12e. Julij 1770. passeering ter afsz: vn derepara„ tie reecq: van de chierloup de Nagle„ „gaal—. approbatie vande afgeve van een ankertouws aan deselve. voor de Scriba. . van't van sadras dit heen overge„ bragt- ankertouw. en waarom. en tot hoe Lange. drage prock: nev s die voor 171: vol„ daar konde werden. opmaaken van die reekening 'er niet met den breeden bijl in zoude kappen, en op hoope dat zulx niet gedaan zoude weesen, omtrend, de reparatie van de Chialoup De Nagtegaal van de schade door dat omweer aan deselve toegebragt, wierd het opgebragte daar voor, ter afschrij„ ving gepasseerd, en teffens goedgekeurd, niet alleen de gedaane verstrecking, aan dat kieltje van een anker„ item van't formelier van den ees ouw, maar ook het beraamd formulier van den Eed, na het hun toegebragt model voor den scriba aldaar, en het afgelegd Jurement door denselven daarop.—. verwondering overde onbequaameld Wijders tot verwondering te vooren gekomen sijnde, dat het scheeps Caijer ankertouw Jongst of met voorm: Chialoup De Nagtegaal van Sadraspatnam naar derwaards overgevoerd, meede onbequaam bevon„ den was, daar bij dies afscheep'er niets van bespeurd nog vernomen is, soo wierd alvoorens daarover te uijtgestelde dispositie de a=o disponeeren, goedgevonden en verstaan gemelde touw dit heen te laten brengen, ten eijnde alhier nader gevisiteerd en ondersogt te werden, hoedanig het daar„ laste ofgeve ofde Jogstlongemeede weesentlijk geleegen sij, en onderwijlen de opper„ hoofden te gelasten optegeeven, of de Jongst haar op„ gedragene packen, en met de geene die 'er nog soude bij„ komen voor het aanstaande Jaar 1771. geleverd zoude konnen 535 den 12e Julij 1771. „verhooging in gagie van 3. persoo„ konnen werden, of niet, ten eijnde men sig daarna en ten wat eijnde reguleeren konde, om op het eijnde daaromtrend niet te werden te Leur gesteld. —. Voorts wierden de ginter bescheijden sijnde sol eren adag daaten Frans Kuijper en Ioachim De Rosavro„ mitsgaders den mattroos Robbert Wal, mits tijds expiratie in gagie verhoogd, te weeten de twee eerste tot ƒ 11. ieder, en de laaste ƒ 14. ter maand: soo als ook te deeser hoofdplaatse aan de ondervolgende persoonen hunne verbeteringen in gagie wierden toege„ voegd, te weeten Ian Kratius Haringa Messe dem aan een ondermeester alh van ourik anno 1767. voor derde meester met ƒ14. ter maand in het Land gekomen en uijt Considteratie, denselven een seer habiel persoon en van veel nut is, in het hospitaal alhier, en die teffens het opsigt over het Labertorium heeft, goedgevonden aan hem toete„ leggen de maandelijkse besolding van vier en Twin„ tig guldens, onder een nieuw verband van vijff Jaaren en Ioseph Dammalawiel van Pondicherij sol„ zoomeede van nog een zold=t daat met ƒ 9. in gagie verhoogd tot ƒ 11. ter maand met een drie Iarig verband. . Voorts in dienst g'admitteerd tot soldaten onder adresse van een oterking Ed de oosterlingen met de besolding van drie Rijxd.=s smaans de sending van ceijlon dit heen van de chialoup De Pallas. om na Bengale te gaaen de persoonen van Agmat en Iamaloedien beijde den giada geboortig. —. Aldus Gedaan en Gearresteerd Jn't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren. —. Maandag Den 23. ' Julij Ao 1770. smorgens ten agt uuren Politique vergadering Gehouden alle present Dempto Den Tweede pakhuijsmeester Jan Diederik Jeverin mits occupatie in 'sComp=s dienst. —. Door de Ceijlonse ministers, de te Iaffana„ patnam thuijs hoorende chialoup De Pallas, dit heen gesonden sijnde, ten eijnde volgens aanschrijvens bij derselve Letteren van den 27. ' Junij passato onder Convoij van het uijt Europa na Bengale gedestineerd schip, dan wel een ander van deese Cust na die directie vertreckende bodem, den steeven naar de ganges te den 12:' Julij 1770. wenden 35 537 den 23' July 1770. den gesaghebber dier W=t. deselve daar toe verijscht werd 't selve. Equipacg iem eester dierhalven. toe te verijsschen. wenden, dog waar toe den gesaghebber van dat kieltje dog betuijgde beswaarnis van den onderstuurman Arij Huijsman, bij een aan „ Heer den gouverneur gepresenteerd geschrift betuijgd hebbende, die reijse niet sonder perijkel onderneemen, veel minder volvoeren konde, om de wille van de gebreeken waar, om de wille van de gebreken aan meede dat vaarthuijgd behebt was, voornamentlijk de Leckagie, invoegen dat bij mooij weer en slegt water alle vier glasen pompen moeste, ongereekend nog die Chialoup bij desselvs vertrek van Iafanapatnam en het ontbloten van seijlen V=an. van de beste seijlen &=a ontbloot weesende, met oude en versleete seijlen was voorsien geworden, oversult daar door bij na onmogelijk gemaakt wierde, om de reijse sonder krapel voorttesetten, voor en al eer de bij wat reparatie, en benoodigtheijd dat papier aangeweesene gebreeken gerepareerd, en de opgegeevene benodigtheeden tot een bedraagen van ƒ1226:1: Po/o 272. 10. 74. verstrekt wierde, dog ver„ mits deselve te important te vooren quam om ten importante te vooren koming van koste gelegd te werden, aan een vaartuijg, dat apparent na Bengale gesonden wierd, om aldaar verkogt te wer„ den; dierhalven die gedaane opgave ter ordre van zijn gedane nagening va 't selve doors Edele door den Equipagiemeester alhier stact nagegaan en g'examineerd, mitsgaders opgegeeven weesende wat denselven opgegeven heeft, daar eenige daar van g'excuseerd te konnen werden, met aanwijsing 35

NL-HaNA_1.04.02_3290_0788 view scan ↗

English

relative. specification of that which on the contrary absolutely had to be done and supplied thereto, and the same taken in the most economical manner still amounted to a sum of ƒ 742:13. — or pr/o 164: 8. 64. appearing further in the following index of the papers; reading thus. — To The Honorable, Valiant Lord Pieter Haksteen, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of this Coast of Coromandel, together with the Council. Honorable Valiant Lord and Lords! Your Honorable, Valiant's humble and obedient servant Arie Huijsman, mate and commander of the sloop De Pallas, presently lying in these roads, which has been destined by the Ceylon Government via this place to Bengal, takes the humble liberty to show Your Honorable Valiant most respectfully, that he finds himself burdened to undertake said journey with his present equipment which is very poor, by reason of his vessel under his command, having first been intended to be sold here at public auction, on which occasion the best of it was taken away and among the 28th of July 1770 other 7. 539 the 23rd of July 1770. others also an anchor and an anchor cable, the sails, which were good, were exchanged for worn-out ones; and since he is thus very poorly provided with anchor cables, which however on a fairway such as the Ganges are very necessary; and therefore he humbly requests Your Honorable Valiant, that for the benefit of the said little vessel, which is very leaky, and must be pumped every four glasses, in fair weather and smooth water to undertake the aforementioned voyage, the following may be supplied, as being in the highest degree necessary and indispensable, to wit: 1 piece new anchor 2 ditto coir cables of 10 inches 1 piece foresail 1 piece new topsail 1 ditto jib 1 ditto pump with its buckets and shoes 1 ditto crutch 1 ditto boom 1 ditto lead line 6 ditto coir hawsers for running rigging 4 ditto lines for anchor bends 4 lb Dutch sail twine 1/2 hide pump leather coats for the rudder, mast and pump 4 lb pump nails 4 ditto flatheads 2 pieces whole water leagers repair of the spanker and inner jib Wherewith with deeply indebted respect to subscribe: /was written below:/ Honorable Valiant Lord and Lords, Your Honorable's humble and obedient servant /was signed:/ A: Huijsman, /in the margin:/ Nagapatnam, the 15th of July Ao 1770. —. Specification of what will be required to remedy the defects of the sloop De Pallas as stated by its mate; to wit: 1 piece anchor weighing 683 lb . . . . . ƒ 115. 8. 8. 6100 lb coir yarn for laying 2 anchor cables of 10 inches, 6 hawsers and 4 lines - - - ƒ 514. 14. —. 10 3/8 bolts Dutch canvas, to wit: 9 7/16 bolts for 2 new foresails and 1 topsail - - - - ƒ — 1/4 bolt for the coats for the rudder, mast and pumps 10 7/8 bolts Dutch canvas - - - - - ƒ 330. 8. 8. 44 lb Dutch sail twine, to wit: 36 lb for sewing 3 sails 4 lb for the aforementioned coats 4 lb used on board 44 lb Dutch sail twine - - - - - ƒ 24. 4. —. 12 pieces sail needles for sewing the sails and coats - - - - - - - - - ƒ 2. 5. 8. 2 pieces Dutch bolt ropes for roping the sails and jib - - - - - - - - - ƒ 142. 16. —. 1/8 barrel tar for tarring the just-mentioned bolt ropes - - - - - - - - ƒ 2. 7. —. 5 1/2 pieces Palicol twilled canvas for making 1 new jib or flying jib - - - - - - - - - ƒ 27. 10. —. 3/4 bolt Bengal narrow canvas for repairing the spanker and inner jib - - - - - - - - ƒ 12. —. —. 4 lb Bengal sail twine for sewing the aforementioned spanker and jib - - - - - - - - - ƒ 1. 14. —. 2 pieces Dutch assorted lines instead of 1 lead line - - - - - - - - - ƒ 5. 12. —. 1/2 hide pump leather - - - - - - - - - ƒ 10. 19. 8. 8 lb flatheads or pump nails for use on board - - - - - - - - - ƒ —. 18. 8. Carried forward ƒ 1198. 17. 8. the 23rd of July 1770. 541 the 23rd of July 1770. — 1 piece crooked timber for a pump crutch - - - - - - ƒ —. 12. 8. 2 pieces felloes for a new pump and boom Brought forward . . . ƒ 1190. 17. 8. 1/2 ditto Amboyna wood - - - - - - - - - - - - ƒ 2. 10. 8. 1 beam 25 feet long - - - - - - - - - ƒ 9. 13. —. 210 lb ironwork - - - - - - - - - - - ƒ 21. 13. —. Total - - - ƒ 1226. 1. —. According to the investigation of me, the undersigned, all the above can be remedied on the just-mentioned sloop De Pallas with the following, to wit: 1 3/4 bolts Dutch canvas for repairing the spanker, foresail, and coats for the rudder, mast, and pumps - - - - - - - - - ƒ 61. 5. —. 1 1/4 bolts ditto narrow duck of 30 ells for repairing topsail and outer jib - - - - - - - - - ƒ 45. 18. —. 1 piece ditto bolt rope for roping the said old sails - - - - - - - - - ƒ 71. 8. —. 1 beam 25 feet long - - - - - - - - - ƒ 9. 13. —. 1/2 piece ditto Amboyna wood for a new pump and boom - - - - - - - - - ƒ 2. 10. 8. 210 lb ironwork - - - - - - - - - - - ƒ 21. 13. —. 6100 lb coir yarn for laying 2 anchor cables of 10 inches, 6 hawsers, and 4 lines - - - - - - - - - ƒ 514. 14. —. 1/4 barrel pitch - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 7. 14. 8. 1/4 barrel Dutch rosin for caulking the seams of the hull - - - - - - - - - ƒ 7. 17. —. 1/16 barrel ditto old rope for oakum - - - - - - - - - ƒ —. 14. 8. Total - - - - - ƒ 742. 13. —. Herewith I hope to have executed Your Honorable Valiant's highly respected order, taking the liberty to subscribe with deep respect: /was written below:/ Honorable Valiant Lord; Your Honorable Valiant's humble and obedient servant /was signed:/ Jacob Hartman, /in the margin:/ Nagapatnam, the 20th of July 1770. —. Thus

Dutch transcription

relatief. aanwijsing van het geen daar en teegen daaraan absolut diende te werden gedaan en verstrekt, en deselve ten allermenagieusten genomen nog quam te importeeren een montantje van ƒ 742:13. — off pr/o 164: 8. 64. nader blijkende bij de ondervolgende indetie van de papieren daarte papieren; aldus Luijdende. — Aan Den wel Edelen gestr: Heer Pieter Haksteen, Raad Extraordinair van Nederlands Jndie, mitsgaders gouverneur, en direc„ teur deeser Custe Cormandel, Nee„ vens den Raad. Wel Edele Gestrenge Heer, en Heeren! uwel Ed: gestr: onderdanigen en gehoorsamen dienaar Arie Huijsman, stuurman en gesaghebber van de thans te dee„ ser rheede leggende Chialoup De Pallas, die door de Ceij„ lonse Regeering over deese plaats na Bengale geedesti„ neerd is, gebruijkt de needrige vrijheijd uwel Ed: gestr: op het Eerbiedigste te verthoonen, dat hij sig beswaard vind gedagte reijse met sijn presente Equipagie die seer slegt is, uijt hoofde zijn onderhebbende kieltje, eerst geprojec„ teerd geweest sijnde, om alhier per vendutie verkogt te wer„ den, bij die occasie het beste daar van weg genoomen en on„ den 28e. July 1770 der 7. 539 den 23e. July 1770. der andere ook een anker en een ankertouw de seijlen, die goed waaren, teegens afgevaarene ditos verruijlt zijn; te onderneemen, en dewijl hij dus seer slegt van ankertouwen voorsien is, die egter op een vaarwaater als de ganges seer necessair zijn; En dierhalven versoekt hij uwelEd: gestr: ootmoedig, dat ten behoeve van gem: bodemptje, dat seer Lek is, en om de vier glasen gepompt moet werden, in mooij weer en slegt water om de voorm: reijse te onderneemen, het onder„ volgende, als ten hoogsten noodsaakelijk, en niet te ontbee„ ren zijnde, mag werden verstrekt als 1. p=s nieuw anker 2. „ _. o caijertouwen van 10. d=m. 1. „ breetok 1. „ Nieuw top zeijl 1. „ _:o buijten kluijver 1. „ _:o pomp met dies emmers, en schoenen 1 „ _o „ mick 1. „ _o giek 1. „ _:o Lood zijn 6. „ _. o caijertrossen tot Lopend goed 4. „ _. o Lijnen tot anker bentsels 4. lb: hollands seijlgaaren — ½. huijd pomp Leer broekings voor 't roer, mast en Pomp 4. lb: pompspijkers 4. „ platkoppen _o 2. p=s heele water Leggers reparatie van de besaan en binne kluijver Waarmeede met diep schuldig ontsag te ondersz: /:onder„ stond stond:/ wel Edele gestr: heer, en Heeren, uwel Ed=s onder„ danigen en gehoorsamen Dienaar /:was geteekend:/ A: Huijsman, /:in margine:/ Nagapatnam Den 15:' Julij Ao 1770. —. Notitie van het geene sal koomen te benoodigen tot het verhelpen der gebreeken van de Chialoup De Pallas door dies stuurman opgegeeven; Teweeten 1. . p. s Anker weegende lb: 683. . . . . . ƒ 115. 8. 8. 6100: —. lb: Caijerdraad tot slaan van 2. ankertouw van 10. d=m, 6. trossen en 4. Lijnen - - - „ 514. 14. —. 10. 3/8. roll: holl: seijldoek, als 9. 7/18:. roll: tot 2. nieuw breefok en 1. Topseijl - - - - „ —. ¼: „ „ de broekings voort vaer, mast en pompen 10. 7/8. roll: hollands Zeijldoek - - - - - „ 330. 8. 8. 44. –. lb: hollands zeijlgaaren te weeten 36. –. lb: tot het naijen van 3. seijlen 4. -. „ „ „ „ „ boven gem: broekings 4. -. „ „ gebruijkt aan boord 44. lb: holl=s Zeijlgaaren. - - - - -. - „ 24. 4: —. 12. –. ps zeijlnaalden tot 't naijen der seijlen en broe„ 2. –. „ holl=s lijken tot 't belijken der seijlen en kluijverd „ 142. 16. —. — 1/8. vat theer tot het theeren der Even gem: lijken - - - „ 2. 7. —. 5. ½. p=s palicolse getwemd zeijldoek tot maken van 1. nieuw kluijver of Jager - - - - - - - „ 27. 10: —: —. ¾. roll: bengaalse smal zeijldoek to 't repaseeren van besoven en binne kluijver - - - - - - - „ 12. —. —. 4. –. lb: Bengaals zeijlgaaren tot t naijen van evengesegde besaam en kluijver - - - - - - - - „ 1. 14. —. 2. –. p:s holl=s gesorteerde Lijnen insteede van 1. Loodlyn. - . „ 5. 12. —. - - - „ 10. 19. 8. :- — ½. „ huijspompleer - . - 8. -. lb: platkoppen of pompspijkers tot gebruijk aan - - - „ —. 18. 8. Transporteere ƒ 1198. 17. 8. kings - - - - - - - - - „ 2. 5. 8. den 23:' Julij 170. boort . ƒ ƒ 541 den 23. '. July 1770. — 1. –. p=s -. kromhout tot een pompmik. - - - - - - „ —. 12. 8. 2. –. „ velligens - . . tot Een nieuwe pompen giek ƒ Per Transport . . . ƒ 1190. 17. 8. — ½ „ _ o ambon - - - - - - - - - - - - „ 2. 10. 8. 1: -. „ balk Lang 25. voet - - - - - - - - - „ 9. 13. —. 210. –. lb: - ijsers. . - . . . . . . . . . . . „ 21. 13. -. Teld - - - ƒ 1226. 1. —. Na mijn ondergeteekendens ondersoek kan al dit voorenstaande verholpen werden aan Even gem: de chialoup De Pallas met de ondervolgende als 1. ¾. roll: holl=s Zeijldoek tot repareeren van de basaar, breefok broekings voor't roer masten pompen. - . ƒ 61. 5. —. — ¼. „ — „ Everdoek smal de 30 ell: tot herltellen van Top„ seijl en buijte kluijver - - - - - - - „ 45. 18. —. 1. - . p=s „ Lijk tot belijken der gem: oude Zeijlen. . . . „ 71. 8. —: . - - - - „ 9. 13. —. 1. -. „ balk Lang 25. voet. . - . — ½. „ _o ambon - - tot Eoos nieuw pomp en giek. . „ 2. 10. 8. 210. –. lb: ijsers. - - -. - . - - - - - - - - - „ 21. 13. —. 6100. —. „ Caijerdraad tot slaan van 2. ankertouwen van 10. d=m 6. trolsen en 4. Lijnen. - - - - - - „ 514. 14. —. — ¼. vat Bick - - - - - - - - - - - - - - - „ 7. 14. 8. — ¼. „ holl=s harsierijs - - - - tot Calvaaten van de buin kdellings „ 7: 17. —. - - - - - „ —. –. –. — 1/16. „ _.o oudtouw tot werk Teld - - - - - ƒ 742. 13. —. Hiermeede verhoope uwel Edele gestr: hoog geresfiecteerde ordre volbragt te hebben, de vrijleijd neeme met diep ontsag te ondersz: /:onderstond:/ wel Edele gestrenge Heer; uwel Edele gestr: onderdanigen en gehoorsamen Dienaar /:was geteekend Jacob Hartman, /:in margine:/ Nagapatnam den 20' July 1770. —. - - - - - „ —. 14. 8. Soo

NL-HaNA_1.04.02_3290_0792 view scan ↗

English

and for what reasons. to bring. to make known in the inventory. to send to Bengal. to give. and to thank those ministers for the emissaries. as it is on account of that keel boat, if not provided with what is necessary, being unable to undertake that voyage, and thus would have to be detained here or sent back to Jaffanapatnam, but the meeting not being aware of the reasons which caused the Ceylon Ministers to decide upon sending that vessel to Bengal, instead of the previously resolved sale of the same here, it is approved and understood to let the necessities specified here by the Master of Equipage be provided, and thereby enable that keel boat to depart for the Ganges under convoy of the Bengal vessel De Bovenkerkerpolder, and also to charge the aforesaid and further expenses to be incurred here for the benefit of that vessel to the Ceylon government, and furthermore to make all the same known on the inventory of the said keel boat, or rather to have a new one drawn up, and to forward it with the further papers to the Bengal ministers, of all which it is further understood to give notice to the Jaffanapatnam ministers, and at the same time, in reply to their letters dated the 15th, two of the 25th, and 1 of the 29th of June last, as well as the 10th current, to express thanks for the 23rd of July 1770. for 543 the 23rd of July 1770. to accept above the demand, and why. to come in. item, to make every effort towards reducing the debts for the civilities shown to the emissaries of the Prince of Tanjore residing there, with the request to send them back as soon as possible along with the recognition elephants selected by them, while upon the further items contained in those letters, as well as in those from Trinconomaele dated the 29th of June, and also the Manaar letter of the 1st of that month, nothing was found to remark upon; it was resolved, upon the notification given by the Resident of Portonovo in his letters of the 4th of this month that the merchants there would deliver nothing else than blue linens, and that moreover above the demand, without their being willing to listen to any proposals made by the said Resident that the same might at least take place in reduction of their debts to the Honorable Company, to order him not to accept any linens whatsoever unrequested, and at the same time to recommend to him in the most emphatic manner to see to it that the requested coarse white cloths come in, if not all, at least for the greatest part, and besides this to do everything possible so that the debts of those merchants might be diminished at the settlement of accounts soon to be held with them; while upon his further representation that timely provision might be made concerning the stubbornness shown by the merchants in the delivery, it is understood to reproach them for it in serious terms by a letter to be sent in the Malabar language in the name of the Lord Governor, and to urge them to vigilance. Regarding the factory of Sadraspatnam, the progress of the sale of merchandise there was viewed with pleasure, in the trust that it will continue, for which purpose it was thought fit to provide the chiefs anew with the necessary recommendations. Furthermore, approval was given to the debiting done at Palliacatta to the account of the merchants for the rejected pack of rumals returned from here, as well as the reimbursement into the treasury by the merchant Rawanappa Chittij and associates for the loss sustained upon sale at Batavia of a pack of chelas, through which it was trusted that the merchants will be deterred from committing such treacheries as seem to have taken place in this regard; and from this it must also be concluded how little attention was paid or applied regarding the sorting out and separating of the bad and rejected, as well as the baling and further handling of the linens during the sorting thereof, since the chiefs say that the same was likely committed by the shrewd practices of the merchants' trained servants, by throwing defective cloths among the good ones: thus it is understood to reproach the chiefs severely, with the threat that upon the recurrence of such inattention and displeasing treatment, in the future the same would be recovered directly from them or from those whose duty it is to take care of it; while it was further resolved to satisfy, at the first occurring opportunity, the demand for cash made by the chiefs for 22,000 pagodas with 8 per cent agio, which they calculate, upon the inquiry made from here, that they will need together with the remaining balance that was still in the main treasury there to an amount of pagodas 8,625, for the payment both of the linens of the Honorable Company on the current collection and of those of the Batavia Lieutenant of the Moors, Assan Nina Daut. The

Dutch transcription

en om wat reedenen. te brengen. ventaris bekend te stellen. gaele te senden. te geven. en die ministers te bedanken voor de sendelingen. belen t zele t aten toke soo is uijt hoofde dat kieltje, wanneer van het nodige niet wierd voorsien, onmogelijk die reijse onderneemen konde, oversulx alhier aangehouden, dan wel weder naar Jaffanapatnam te rug gesonden zoude moeten werden, dog de vergadering niet bewust zijnde, de reedenen welke de Ceijlonse Ministers hebben doen besluijten ter sending van dat vaartuijg na Bengale, in steede van de bevoorens beslootene verkoop derselve alhier, goedgevonden en verstaan, voormelde door den Equipagiemeester alhier opgegeevene benodigtheeden te laten verstrecken, en daarmeede dat Kieltje in staat te stellen, om onder het Convoij van de Bengaalse bhaar De Bovenkerkerpolder naar de en ale eongeden ebijlonten halte ganges te vertrecken, mitsgaders voorsz:, en verdere ten behoeve van dat vaarthuijg alhier te vallene ongelden het Ceijlons gouvernement ten Laste te brengen, mitsga„ mitsg=s 'tvertrekte opden inders alle het selve op den Inventaris van gedagte kieltje bekend te stellen, of liever eene nieuwe te laten en deselve met desapier na e formeeren, en met de verdere papieren de Bengaalse ministers te doen toekomen, van alle het welke alver„ item daar van na Jassan: kennissder verstaan is, de Iaffanapatnamse ministers ken„ nisse te geeven, en deselve teffens in antwoord van derselver Letteren de datis 15. twee van den 25:' en 1. van den 29:' Junij ƒ do tende gesijk: aande en aunte Jongstleeden, mitsgaders 10: Courant, dank te betuijgen den 23e. July 1770. voor 543 den 23'. July 1770. boven den eijsch te accepteere, en waarom. inkoomen. item alles aantewenden ter verminde„ gring der Schulden voor de bethoond werdende grieflykheeden aan de ginter= sig bevindende sendelingen van den Tanspoersen vorst, met versoek deselve soo spoedig mogelijk neevens de met wilke verloek door haar uijtgekipte recognetie Eliphanten te rug te senden, terwijl op de verdere bij die brieven soo wel als bij die van Trinconomaele, de dato 29:' Junij ver„ vatte posten, soomeede de Manaarse brief van den 1:e dier maand niets te remarqueeren gevonden sijnde beslooten wierd, op de gedaane te kennen geering door tastra portonovo omn geen Lijwaaten den Resident van Portonovo bij sijne Letteren, van den 4:' deeser maand dat de Cooplieden, aldaar niets anders leeveren wilden, dan blaauwe Lijwaten, en dat nog boven den eijsch, sonder dat zij na eenige voorslagen door gedagte Resident dat deselve ten minsten geschieden mogte, in mindering van derselver schulden, aan dE: Comp=e luijsteren willen, den sel„ ven te gelasten om geene Lijwaten hoedanig ook ge„ naamd ongeeijscht te accepteeren, en hem teffens op en te songen dat de groenitte doeken het nadruckelijkste aantebeveelen ter sorgedraging dat de gepetitioneerde grove witte doeken, soo niet alle ten minsten voor het grootste gedeelte inquamen„ en daarneerens alles wat mogelijk was, in het werk te stellen, dat de schulden dier handelaars bij sinnigh bij een brief eimsdig te re„ procheeren. aangenaam E=e over de voortgang van de verthier te sadraspatnam. en in wat vertrouwen. approbatie van de belasting te pall: vander coofl: recq: vor evs gem: polten. reproche aan de opperh: over de weijnige Lijwaaten. bij de haast te houdene afreekening met deselve gedimi„ beluitde Copt: overhar igen nueerd werde, terwijl op sijn verder gedaane instantie dat omtrend de betoonde eijgensinnigheijd der Cooplieden in de Leverantie, bij tijds voorsien mogte werden, ver„ staan is, deselve daar over bij een aftesendene brief, „Heer in de Mallabaarse taale uijt naame van den „ gouver„ neur in ernstige termen te reprocheeren en tot vigi„ lantie op te wecken. Ten opsigte van het Comptoir Sadraspatnam, wierd met aangenaamheijd beschouwd, den voortgang van den verthier van handelwhaaren aldaar, in vertrou„ wen deselve sal blijven aanhouden, waartoe men goed„ vond, de opperhoofden, op nieuw met de noodige recomman„ datien te voorsien. —. Wijders wierd goedgekeurd de gedaane belasting te Palliacatta van der Cooplieden Reekening : voor de van hier te rug gesondene afgekeurde pak roemaals, „ in Cassa door den koopman Rawanappa Chittij als ook het remboursement ^ C: s: van het gevallene verlies bij verkoop op Batavia op een pak Chelassen en wat men daar door vermunt geleeden, waar door men vertrouwde dat de Cooplieden afgeschrikt zullen werden, tot het pleegen van alsul„ ke trouwloosheeden, als hier omtrend plaats schijnd ge„ atentie ontren de behandeling ter had te hebben en daar uijt ook opgemaakt moetende den 23e. July 1770. werden 545 den 28e: July Ao 170. bij eerste geleegenth=d te voldoen. werden, de wijnige attentie die geslagen of gebruijkt wierde omtrend het uijtsonderen en separeeren der quade en uijtgeschortene, mitsgaders embaleering en verdere behandeling der Lijwaten bij het sorteeren. derselve, alsoo de opperhoofden seggen het selve door de inslinxe practijquen afgeregte bediendens der handelaars gepleegd sal weesen, met het smijten van ondeugende, onder de goede doeken: zoo is verstaan de opperhoofden ernstig te reprocheeren, met bedrijging en met welk bedrijging dat bij voorkoming van diergelijke in attentie en onbe„ hagelijke behandeling, in het vervolg deselve direct op haar„ of de geene wiens pligt 't is, om er sorge voor te dragen, verhaald soude werden; terwijl verders beslooten wierd besluijt de bed=s Eijsch van contanten de door de opperhoofden gedaanen Eijsch van 22000. pa„ goden met 8. p. r Cento opgeld, die zij op de van hier ge„ dane vrage, Calculeeren, met het restant dat daar ter groote Cas nog was, tot een montant van pa/o 8625: benodigt te sullen hebben tot afbetaaling soo van de Lijwaaten van dE: Comp=e op den Loopenden insaam, als die van den Bataviasen Luijtenant der mooren Assan Nina Daut, per eerst voorko„ mende geleegendheijd te voldoen. — Den

NL-HaNA_1.04.02_3290_0796 view scan ↗

English

at Jaggernaijkpoeram in May remaining /January: to each of the clerks departed for Palicol. the yields of the minted silver have not answered the purpose and why. slight progress of the sales. The sale of trade goods at Jaggernaijkpoeram making poor progress, so that according to the distribution made by the chiefs in May last, no more profit was made upon them than merely a small amount of f 6072: 12: 8: so it was hoped that the same would improve in the three months still remaining of the present trading year in such a manner that the profits, if not surpassing those of the previous year, might at least balance with them; furthermore, approval was given for the payment of 20 pagodas to the clerks Fruijthoven and Tieman, who departed for Palicol, for their traveling expenses to be incurred, as being in accordance with the stipulation made in that regard by the relevant regulation. On the other hand, the submitted yields of the two lots of silver minted further there, namely one in the quantity of 2576 and the other of 103 7/8 troy marks, have by no means met the intention of this Government, since the first lot yielded a lesser profit of 7/16 per cent than the previous minting, and on the second no more was gained than 3 1/2 per cent; all the more, to the greater dissatisfaction of this Government, as the chiefs did not care to supply even the slightest reason or elucidation for the great discrepancy that should have caught the eye of this Government at once; but through the lack of a proper report in that regard, it is also unknown to what the same should be attributed, since from those transmitted papers it cannot be traced what alloy that small lot of silver had been before it was minted; and since complaints have been made all too frequently about such flaws in the drawing up of papers, and to prevent such irregularities the servants have even been provided with models, without however achieving the intended purpose; it was resolved to express the displeasure of this Government thereat once more in serious terms, and to emphatically reiterate the orders given in that regard; as well as, with respect to the aforementioned discrepancies that have occurred, to order them to supply this Government with a full elucidation at once. Upon closer examination having noticed that, regarding the error committed in the wrong description of the pack of common salempores for fine salempores, mentioned in the Resolution of this council of the 2nd of June last, no redress can be made, because the first-mentioned pack has already been sent to the fatherland and invoiced under the denomination of bleached fine salempores, consequently an absolute loss must occur upon the sale thereof: it was therefore resolved to adjust the memorandum sent by the chiefs for the rectification of that wrong treatment by a counter-memorandum, with orders to compensate the Honorable Company for the higher charged amount entered into the accounts beyond what that pack of common salempores is worth, by the second Dumon as head, and two clerks who signed the packing slip in the capacity of common packers; while with respect to the proposal made by the chiefs for the admission into trade of the son of the recently deceased Masulipatnam merchant Mamedie Singaija, it was resolved to suspend the decision thereon, and in the meantime to have the chiefs state what age that youth has reached and whether he indeed possesses the required capacity, but if he is still only a child, whether he then has someone in the family capable, to whom one could entrust the trade with peace of mind. After which, having reviewed the accounts of the incurred expenses at the factories of Portonovo, Sadraspatnam, and Palliacatta for the month of June last, and of Jaggernaijkpoeram for the month of May preceding, the same, as no excesses appeared regarding them, were passed for write-off. Subsequently, the following persons were promoted, admitted into the Company's service, and increased in wages, namely Jacobus van der Linden, provisional assistant at Palliacatta, promoted to junior assistant at f 16 and a new contract of three years; Abraham Swart of Jaffnapatnam engaged in service as junior assistant at the salary of f 16 per month and a five-year contract; and Gerrit Renst of Amsterdam, gunner at f 14, increased in wages to f 16 under a new contract of three years; as well as granted the ordinary assistant board money to the clerks serving at the writing offices, Jan Obdam of De Rijp and Manuel Theodorus of Portonovo.

Dutch transcription

te Jaggern: in Meij overige /Jan: aan ider der na palicol vertrockene pennisten. de rendementen veu't vermunt silver hebben aan de intentie niet voldaan en waarom. geringe voortgang van den verthier. Den vertier van handelwharen te Jaggernaijk poe„ ram, een soberen voortgang hebbende, invoegen dat vol„ gens het bedeelde door de opperhoofden in meij Jongstleeden daarop niet meer te boven gelegd was, dan maar een ge„ hoofetoleles oplijking inde nog ring montantje van ƒ 6072: 12: 8: soo verhoopte men desel„ ve in de nog overig sijnde drie maanden, van het presente handel Jaar zodanig opluijken soude dat de winsten soo niet die van het voorige Jaar surpasseeren, ten minsten approbatie vande afgaie van 2e op met deselve balanceeren mogen, werdende voorts goedge„ keurd de afgave van 20. pag: aan de na Palicol ver„ trockene pennisten Fruijthoven en Tieman, tot derselver te doene reijsongelden, als overeenkomstig sijnde met de gemaakte bepaling, dienaangaande bij het daar van sijnde Reglement. —. Dog waar en teegen geensints, aan de intentie deeser Regeering voldaan hebben, de overgesondene Ben„ dementen van het aldaar nader vermunt twee parthijen silver, te weeten het eene ter quantiteijt van 2576. en het andere van 103. 7/8. marcq: trois, alsoo de eerste panthij een mindere winst van 7/16. p=r Cento dan de voorige ver„ munting gegeeven heeft, en op de tweede niet meer ge„ wonnen is dan 3. ½. ten honderd, te meer, tot meerder ontstigting deeser Regeering het de opperhoofden niet den 23e: Julij 1770. gelust. 1 547 den 23e. July 1770. van neev= gem: pak salemp=s geen ned res vallen kan. gelust hebben om daar eenig de minste reedenen of Eluci„ „datie te suppediteeren, van het groot different, dat deese Regeering ten eersten in het oog hadde moeten vallen, dog door ontstentenisse van een behoorlijk verslag dienaangaande, men ook undig is waaraan het selve g'attribueerd moeste werden, dewijl bij die overgeschikte geschriften niet kan werden nagegaan van wat allooij dat parthijtje silver geweest is, voor dat het vermunt is geworden, en dewijl over diergelijke vitieusheeden, in delesratie dierwagen het opmaken van papieren al te meermaalen geklaagd is, en tot voorkoming van alsulke irregulariteijten de bediendens selfs met modellen voorsien sijn gewor„ den, sonder egter aan het oogmerk daarmeede b'oogd voldaan werd; soo wierd verstaan het ongenoegen te betuijgen ongenoegen daar over deeser Regeering daar over andermaal in termen van ernst te betuijgen, ende dier weegens gegeevene beveelen met nadruk te herhaalen; mitsgaders ten opsigte van de voormelde te voorengekomene differentien haar te ordon, en met wat Last neeren deese Regeering ten eersten een volledige elucida„ tie te suppediteeren Bij nadere examinatie ontwaard zijnde, dat om „ ontwaaring dat nopens'ta buijs„ trend het begaan abuijs in de verkeerde beschrijving van het pak salempoeris gem: voor salemp=s fijn, ver„ meld. en waarom. overgesondene Memorie te rug te reekenen. laaten voldoen. en door wie admissie van de zoon van een over opgeven meld bij Resolutie deeser tafel van den 2:' Junij J=o Leede geen redres vallen kan, door dien het eerstgemelde pak onder de benaaming van salemp=s fijn gebleekt reeds na het vaderland gesonden en aangeschreeven is, gevolgelijk bij den verkoop derselve absolut verlies besluijt dier halven de daar van vallen moeste: soo is verstaan, de door de opperhoofden daar van overgesondene Memorie ter redresseering van die verkeerde behandeling, bij een Contra Memo„ en last die bedregen in assate rie te rug te reekenen, met last om het rembourseeren van het meerder aangereekend, bedragen, dat dE: Comp: in reekening gebragt is, dan dat pak gemeene salem„ poeris hoft, haar Edele schadeloos te doen stellen, door den secunde Dumon als hoofd, en twee pennisten die het afpakbriefje geteekend hebben, in de hoedanigheijd van gemeene afpackers, terwijl ten opsigte van der opper„ uijtgestelde dispolitie oerde hoofden gedaanen voordragt ter admissie in den handel leeden coopm: in ij vodersbuls Copman van den soon van den Jongst overleedene Ma„ sulipatnamse handelaar mamedie Singaija, ver„ staan is, de dispositie daar over te supercedeeren en wat entussen te laaten en intussen door de opperhoofden te doen opgeeven, wat Jaaren dien Jongeling bereijkt heeft, en of wel de ver„ eijschte capaciteijt besit, dog soo nog maar een kind is, of dan iemand van de familie heeft, dien in staat den 23e: Julij 1770. 549 ontest aan: voor die qualiteijt aan 2. persoonen is, aan wien men den handel met gerustheijd soude kon„ nen vertrouwen. —. Waarna geresumeerd sijnde de Reekeningen der ge„passeringter obboeking van enge vallene ongelden op de factorijen Portonovo, Sadras„ patnam, en Palliacatta van de maand Iunij Jongst„ leeden, en van Jaggernaijkpoeram van de maand Meij bevoorens, wierden deselve als daar omtrend geen excessen te vooren gekomen weesende, ter afschrijving gepasseerd. —. Vervolgens wierden de ondervolgende persoonen bevordering van en :r tes p astet verbeeterd, in 'sComp=s dienst g'admitteerd, en in gagie verhoogd, te weeten Iacobus van der Linden p=l adsistent te Palliacatta, bevorderd tot Jong adsistent met ƒ. 16. , en een nieuw verband van drie Jaaren, Abraham Swart van Japanapabnam admissie van een ander persoon in dienst aangenoomen tot Jong adsistent met de besolding van ƒ 16. ter maand en vijf Jaarig verband en gerrit Renst van Amsterdam Cannonier verhorging in gagie van een Camnonier met ƒ. 14. in gagie verhoogd tot ƒ. 16. onder een nieuw verband van drie Jaaren, mitsgaders aan de op toevoeging van adsistente kostgeld de schrijf Comptoiren dienst doende pennisten Jan obdam van Rijp, en Manuel Theodorus van portonovo toegevoegd het ordinaire adsistente den 23: Julij 1770. kostgeld,

NL-HaNA_1.04.02_3290_0800 view scan ↗

English

the 23rd of July 1770. Granted discharge from the service to a sailor. Resolution to let all members of the respective minor councils continue for another year. His place. Board money. Whereas, on the other hand, the sailor Paulus Hagedoorn of Nagapatnam was discharged from the Company's service, it being understood that his wages shall cease from today. On this occasion, the ordinary annual nominations also having been received from the subordinate councils of this main settlement, namely the military council, the church council, the orphan chamber, and the civil town council, as well as the commissioners for matrimonial affairs, concerning the members deemed eligible for election in place of those who, having served their term, might be discharged therefrom, it was, after review thereof, approved and agreed to let all the same continue for another year, except the member of the orphan chamber, the bookkeeper and receiver of the Company's revenues, David Vick, whom it was resolved to discharge therefrom and in his place to elect the junior merchant Nicolaas Tadama. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, the date aforesaid. Signed as before. Sunday the 5th of August, year 1770. Batavia papers. In the morning at eight o'clock. All present. Political Meeting Held. The vessel Noord Beveland having been designated by their High Excellencies, the noble High Indian Government, as the ordinary southern ship for this Coast, and having arrived here from Batavia yesterday evening, the packet of papers received with it was opened in Council, and therein was found the revered missive of their said High Excellencies dated the 22nd of June last, accompanied by such further papers as are recorded in the register thereof. Appointment of 6 corporals. Owing to the death and departure of some corporals, there being a deficiency in the garrison, in order to maintain the service and military discipline in this garrison, the following persons were appointed thereto with the ordinary pay of fourteen guilders per month, and to those who already earn fourteen, sixteen guilders was granted, all under a new three-year engagement, namely: Jacob Hes of Delft Jan Matthijs van der Neeke of Bregse Jan Groenevelt of Rotterdam Jan Alewijn of Amsterdam Jan Jochem of Hitsacker, and David Jansz. Davidsz. of Bimilipatnam. Increase of wages of diverse persons. Likewise, an increase of wages from sixteen guilders to eighteen guilders was granted to Corporal Pieter Hart of Nagapatnam, whom it was also approved to transfer to military clerk, as well as to Soldier Lourens Schempe of Overhesterig and gunner Rommert Rudolf of Pekel, the former from nine guilders to eleven guilders and the other from twelve guilders to fourteen guilders. Admission of a lock maker into the service and also of a drummer. Also admitted into the Company's service were Johannes de Weber of Jaffanapatnam as lock maker, with a monthly pay of fifteen guilders because of his extraordinary capacity in his trade, he being extremely needed in the armory, and Jean Willieeme of Pondicherij as drummer with nine guilders per month, each under an engagement of five years. Authorization to the master equipage officer for the purchase of coir yarn. Lastly, it was resolved to authorize the master equipage officer here to purchase 48000 lb. of coir yarn for the necessary supply of the vessels and other services of the Company, as the stock thereof on hand has already been employed. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, the date aforesaid. Signed as before. Tuesday the 21st of August 1770. In the morning at half past eight o'clock. Political Meeting Held. All present, except The Right Honorable Governor, on account of his Honor's indisposition, and The Second Warehouse Keeper, Jan Diderik Severin, on account of occupation in the Company's service. Fitting out of the sloops De Walvisch, De Antonia Dorothea, and De Poeijoer, and what is to be transported therewith. This meeting having been called by order of the Governor, the Honorable Chief Administrator, Henricus Leembruggen, proposed to the assembly in the name of his Honor the impending turn of the northern monsoon, and the resulting necessity to supply the subordinate factories, especially those situated to the north, in good time with the necessary specie, merchandise, and other household goods required for the same and received here with the ship Noord Beveland, in order to prevent the want which might otherwise be suffered, especially in the continuation of the textile trade; and it was therefore unanimously resolved to fit out the sloops De Walvisch, De Antonia Dorothea, and De Poeijoer, and to send with the first two mentioned vessels 6000 marks of silver bars to Jaggernaikpoeram for the minting of rupees both for that office and the factories of Palicol and Bimilipatnam, besides the spices, copper, and other goods for the first and last mentioned places; further, with the third mentioned vessel, the sloop De Poeijoer, to supply Palliacatta with 20000 pagodas, and whatever further in reduction of the requisitions from there and from Sadraspatnam.

Dutch transcription

den 23: Julij 1770. verleend ontslag uijt de dienst aan een mattroos. besluijt alle de Leeden der respecti„ ve mindere Collegien voor nog een Jaar te laaten continueeren. sijn plaats. kostgeld. Dog waar en teegen uijt 'sComp=s dienst wierd ontslagen, den mattroos Paulus Hagedoorn van Nagapatnam, werdende mits dien verstaan desselvs gagie van heeden affte laten cesseeren Te deeser geleegendheijd ook ingekomen weesende de ordinaire Jaarlijke Nominatien van de subaltemne Collegien deeser hoofdplaatse de krijgs- en kerken raad, de weeskamer en den civilen stadt raad raad, mitsgaders Commissarissen van Huwelijkze zaaken, van de Leeden welke verkiesbaas g'oordeeld sijn, in steede van de geene, die hun tijd uijtgediend hebbende, daar uijt ontslagen soude mogen werden, soo is na resumptie derselve goedgevonden en verstaan alle deselve voor nog een Jaar te laten Continueeren, Exceplot hid der weel kamer vicke Xcepto het Lid in de weeskamer den boekhouder en ontfanger van 'sCompagnies revenuen David aanstelling van Tadama aan Vick, die men verstond daaruijt te ontslaan en in sijn plaats te verkiesen den ondercoopman Nico„ laas Tadama. — Aldus Gedaan en Gearresteerd Jn't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren. Sondag 551 Sondag Den 5.:' Augustus A:o 1778. bataviase papieren. 'smorgens ten agt uuren. Alle present. — Politique Vergadering Gehouden Den bodem Noord Beveland door haar hoog openingen leting van een pacquet Edelens de Edele hooge Jndiase Regeering tot het ordinair Zuijdschip voor deese Custe geprojecteerd, en gisteren avond van Batavia alhier g'arriveerd sijnde, wierd het daarmeede ontfangene pacquet met papieren, in Raade geopend, en daarinne bevonden welmelde haar hoog Edelens gevenereer„ de missive van den 22:' Junij Jongstleeden verseld van sodaanige verdere papieren, als bij het Regis„ ter derselve bekend staan. — Mits overleijden, en vertrek eenige Corporaals, aanstelling van 6. Corporaals. in het guarnisoen koomende te manqueeren, om den dienst en dicipline in het militaire weesen ten deesen guarnisoene in ordre te houden. soo wierd de ondervolgende persoonen daartoe aangesteld met de gewoone besolding van veerthien guldens ter maand, en aan die, die reeds veertien win nen toegelegd ƒ 16. - alle met een nieuw drie Jaa„ rig persoonen. ter inkoop van Caijer rig verband; als Jacob Hes van Delft Jan Matthijs van der Neeke van bregse Jan groenevelt van Rotterdam Amsterdam Jan Alewijn „ Hitsacher, en Jan Jochem Davidsz. David Jansz„ „ Bimilipatnam verhoogigin gagie van diverse Soo als ook verhorging van gagie van ƒ16. tot ƒ 18. wierd toegevoegd aan den Corporaal Pieter Hart van Nagapatnam, die men teffens goedvond tot militaire schrijver te Changeeren, als meede aan den soldaat Lourens Schempe van overhesterig en bos„ schieter Rommert Rudolf van Pekel, de eerste van ƒ 9. tot ƒ 11. en den anderen van ƒ 12. tot ƒ 14. —. admissievan een miltindienst Ook wierden in 'sComp=s dienst g'admitteerd Johan„ nes de weber van Jaffanapatnam, als slootema„ per met een maandelijke besolding van 15/ om sijn extra ordinaire Capaciteijt in zijn metier, en in de wapenkamer ten uijttersten benodigt, en alsmeede van een Jamboer Jean willieeme van Pondicherij als tamboer met ƒ 9. ter maand, ieder onder een verband van vijff Jaaren qualificate aanden Gquipagiem: Laastelijk wierd nog geresolveerd, den Equipagie„ meester, alhier te qualificeeren tot den inkoop van den 5. . aug s 170. 48000. lb. 361 361 553 Anth: Dorolhea en Beijder 48000. lb: Caijerdraad tot de nodige verstrecking aan de vaartuijgen en andere diensten van de Comp=e, alsoo de aan handen geweest zijnde voorraad der„ selve reets g'emploijeerd is. — Aldus Gedaan en Gearresteerd Jn't Cas„ teel Tot Nagapattnam Dato voorsz: /:geteekend:/ als vooren. —. Dingsdag den 21.:' Augustus 1770. 's morgens te half Negen uuren Politique Vergadering Gehouden Alle present demptis Den Wel Edelen gestrengen heer gouverneur mits zijn Wel Edelens indispositie, en Den Tweede pakhuijsmeester Jan Diderik Severin, mits occupatie in 'sComp=s dienst. Deese bij een komste ter ordre van den heer aanleg wende chialonpen de walvis gouverneur belegd zijnde, stelde den E: hoofd adminis„ den 21. e Aug. . 1770. — traleur vervoeren. „trateur, Henricus Leembruggen uijt naame van Welmelde zijn Edele aan de vergadering voor„ het ophanden weesende kenteren van de noorder mousson, en daar uijt denoodsaakelijkheijd om de onderhoorige factorijen, principaal die om de Noord geleegen zijn, vroegtijdig met de nodige Contanten Coopmanschappen en andere goederen in de huijshou„ ding benodigende en voor deselve met het schip Noord„ beveland alhier ontfangen zijnde, te voorsien, tot voorkoming van het gebrek welke anders, principaal in de voortsetting van den lijwaathandel zoude kon„ nen geleeden wierden, en wierd mits dien eenpaarig beslooten, de chialoupen De Walvisch De Anthonia en wat daarmeede geven te laaten Dorothea, en De Poeijoer aanteleggen, en met de twee eerstgemelde vaartuijgen 6000. marcq: bhaar silver naar Saggernaijkpoeram te senden, tot het slaan van Ropijen soo voor dat Comptoir als de factorijen Palicol en Bimilipatnam buijten de specerijen, koper en andere goederen, voor de eerst en laastgemelde plaatsen; voorts met het derde gemeld vaartuijg of de Chialoup De Poeijoer, Palliacat„ ta te voorsien met 20000. pagooden, en het geene wijders in mindering der van daar, en van Sadraspatnam den 21. ' Augustus 1770. gerequireerde

NL-HaNA_1.04.02_3290_0805 view scan ↗

English

555 the 21st of August 1770. Skipper of the aforementioned vessel, regarding an anchor. Insertion of his request and a declaration concerning the lost anchor. required goods could be delivered therewith, with instructions to be sent to Jaggernaijkpoeram to adhere strictly, regarding the reminting of that silver coin, to the regulation so amply provided to them. The skipper of the aforementioned ship Noordbeveland, Arij Fransz, having requested various necessities for the benefit of that vessel in the following request, it was agreed to grant all the same, and whatever else might be needed besides, including a heavy anchor in place of the broken one, which must be delivered and accounted for at the Indian headquarters according to the declaration annexed to the aforementioned request, reading as follows: To the Honorable, Valiant Sir Pieter Haksteen, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director of this Coromandel Coast with the jurisdiction thereof, together with the Council. Honorable, Valiant Sir and Sirs! The undersigned skipper of the ship Noordbeveland very humbly requests your Honorable Valiance, for the repair of that vessel in order to complete its voyage to Batavia: Caulking from the outside and inside where it shall be found necessary, as well as that the required oakum, pitch, and rosin may be provided from the shore. As the sailmaker is incapacitated, I request a sailmaker from the shore to repair the sails. The repair and provision of the water casks or water leagers for lack of a cooper. One heavy anchor in place of a broken one according to the declaration. Dunnage on the ballast for the preservation of the cloth packs, as well as mats to line the hold and nails for the same. Wherewith I remain with all high esteem, below stood, Honorable, Valiant Sir and Sirs, your Honorable Valiance's humble and obedient servant, was signed: Arij Fransz, in the margin: On the ship Noordbeveland, the 14th of August 1770. We, the undersigned ship's officers, namely the chief mate Cornelis de Roo, the second mate Brand Clase Paauw, the boatswain Ian Hendrik Cruus, the boatswain's mate Hendrik Backer, the gunner Pieter Coen, Declare, upon the requisition of the skipper commanding this vessel, Arij Fransz, that on the date of the 28th of June 1770, we, hoisting the best bower anchor, found the palm of the same was broken off, subsequently unclamping the said best bower anchor, the 21st of August 1770. 557 the 21st of August 1770. The remaining debt of the aforementioned merchant. unclamping it, found the stock also completely rotted, decayed, and wholly unfit to entrust the Honorable Company's precious vessel thereto, and have placed the same as unserviceable upon the forecastle. This above we declare to be the pure and honest truth, and if need be, to confirm further with solemn oaths, was signed: Cornelis de Roo, B: C: Paauw, J: H: Cruus, Hendrik Backer, Pieter Koen. Report received from Sadraspatnam regarding the same, and wherein such consists. Resolution to have that remainder, with 10 percent, counted into the cash office by the merchant or, in case of his insolvency, by his guarantor. Yet instructions to the chief officers in that case in favor of the guarantor. Unfavorable prospect regarding the collection. Yet what is expected in that regard. From the report given by the Sadraspatnam servants to the inquiry made from here by letter of the 14th of June last, regarding how matters stood with the assertion made here by the receiver David Vick—namely, that for the missing pagodas 353. 2. 30, which were still lacking for the liquidation of the new debt contracted by the merchant Maddoese Saselam Chittij on the funds advanced to him in the past financial year under the surety of the said Vick for the delivery of cloths, cloths were ready there, and the new guarantors of the said merchant, being the natives Godawarti Cheesaselam Chittij and Ponappa Chittij, had undertaken to satisfy the Honorable Company either in cloths or in cash—the contrary having appeared; since this is a private agreement existing between that merchant and his first-mentioned guarantor, it was agreed to pay no regard thereto, but to have the said amount, as well as the contracted 10 percent in reduction of the old debt—which should be calculated on the entire amount of the funds entrusted to that trader, whether the same may have been paid in cloths or in cash—restored by the merchant; and in the event of his insolvency or procrastination, to have it counted by the aforementioned guarantor in conformity with his obligation, and to indemnify the Honorable Company; in which latter case it was also agreed to write to the chief officers to offer the damaged guarantor as much assistance as possible to recover what is his. It was noticed with displeasure the poor success that the chief officers anticipate regarding the collection of cloths, due to the bad conduct and manner of dealing of the merchants; regarding which, however, the assembly hopes the chief officers, in compliance with the recommendations repeatedly made to them, and also being assured of their zeal and attention, will neglect nothing to bring about the revival thereof, the 21st of August 1770. by

Dutch transcription

555 den 21. ' augustus 1770. schipper van neevs gem: bodem, om anker in sertie van sijn request en een ver„ „klaring weeg= 't veloren anker gerequireerde goederen, daarmeede afgestooken soude kunnen werden, met aftesendene recommandatie naar Jaggernaijkpoeram om omtrend de vermunting van die silvere munt sig stipt te houden aan het voor schrift haar soo ampel bedeeld.. — Door den schipper van het voormeld schip Noordbeve,„ condesc en dance int veroek vonden land Arij Fransz: bij het ondervolgend Request om dieverse denodigtheij diverse benodigtheeden ten behoeve van dien bodem versogt geworden zijnde, soo wierd verstaan alle deselve en het geen boven dien, nog mogte komen te benoodigen te laa„ ten verstreken, daar onder ook een swaar anker in stee, dog onder wat mits nopens het de van het gebrookene 't welk ter Jndiase hoofdplaatse sal moeten afgegeeren en verantwoord werden volgens verklaaring aan het voormeld Request g'annexeerd, Luijdende als volgt. — Aan den Wel Edelen gestr: Heer Pieter Haksteen, Raad Extraordinair van Neder„ lands Jndia, mitsgaders gouverneur en directeur deeser custe Chormandel met den resorte van dien, Neevens den Raad. —. Wel Edele gestrenge Heer, en Heeren! Den ondergeteekende schipper van het schip Noordbere„ land, versoekt uwel Edele gestrenge seer needrig, tot her„ Stelling stelling dier bodem: om zijne reijse naar batavia te vol„ voeren Calvaten van buijten en binne daar men het nodig sal vinden, alsmeede het daar toebenodigde werk pick en harhuijs van de wal verstreckt mag werden. Also den seijlmaker Jnpotent is, versoeke Een zeijl„ maker van de wal om de zeijlen terepareeren. Het repareeren en voorsien der water vaaten of water„ leggers bij gebrek van kuijper Een p=s swaar anker in steede van een gebrooken volgens verklaring onderlage op de ballast tot preservatie der lijwaat packen, als ook matte om het ruijm aftmatten en spijkers tot het e Waarmeede met alle hoog agting ben /:onderstond:/ wel Edele gestrenge Heer, en Heeren, uwel Edelens gestrengens onderdanigen, en gehoorsamen Dienaar /:was geteekend:/ Arij Fransz: /:in margine:/ Jn't schip Noordbeeve land den 14. ' aug.:o 1770. —. zelve. —. Wij ondergeteekende scheeps officieren; Namelijk Den opperstuurman Cornelis de Roo, den onderstuur„ man Brand clase Paauw, den bootsman Ian Hen„ drik Cruus, Den schieman Hendrik Backer, den Constapel Pieter Coen Verclare ter requisitie van den op deesen bodem Comman„ dat deerende schipper Arij Fransz: op dato den 28.:' Junij 1770. wij het daags anker ophalende Bevonden de hand van het zelve was affgebrooken vervolgens het gem: daags anker den 21. ' aug=o 1770. ontsluijtende 557 den 21:' aug=o 1770. „ 't restand schuld van neev=s gem: Coop„ man ontsluijtende bevonden de stok ook 't eenemaal verrot vermolsend en gansch onbequaam om s' E: Comp: dierbaare bodem daar aan te vertrouwen hebben het zelve als onbequaam op de bak geplaast. — Dit bovenstaande verclare de zuijvere en opregte waar„ heijd te zijn en des noods zijnde nader met sollemneele Eeden te bevestige /:was geteekend:/ Corn=s de Roo, B: C: Paauw, J: H: Cruus, H=k Backer, Pieter Koen Uijt het berigt door de sadraspatnamse be„ bekomen berigt van sadras p:r weg=s diendens gegeeven, op de van hier bij brieve van den 14:' Junij Jongstleeden gedaane vrage hoedanig geleegen was met het betuijgde alhier door den ontfanger David vick, als dat voor de ontbreekende pag: 353. 2. 30. , die nog quam te manqueeren tot liquidatie van de nieu„ we schuld, door den koopman Maddoese saselam Chittij gemaakt, op de in het gepasseerde boekjaar aan denselven onder cautie van gedagte vick op leve„ rantie van kleeden verstrekte penningen, ginter Lij„ waaten in gereedheijt waren, en de nieuwe borgen van gedagte koopman, zijnde de inlanders godawarti Cheesaselam chittij en Ponappa chittij, aangeno„ men hadden, het zij in Lijwaaten, of Contant aan d'E: Comp=e te voldoen, het Contrarie te vooren gekomen en waar in zulke bestaat. zijnde. . „ besluijt dat restant, met 10. p:r C:o door den Coopman borg te laaten in cassa tellen. val ten feveure van de borg ces van den insaam. zijnde, alsoo een particuliere conventie is, tussen die Coopman en zijn eerstgemelde borg resideerende: soo wierd verstaan daar op geen reflectie te slaan, maar gemelde montant soo wel, als de gecontracteerde 10. pr C=o in mindering van de oude schuld, die gereekend zoude moeten werden op het gantsche bedragen der aan dien handelaar gefieerde penningen, het zij dat het selve in lijwaaten voldaan mogte zijn, dan wel in Contant of bij sijn onvermogens door sijn gerestitueerd werden, door den koopman; en bij sijn onvermogen of traineering door den borge voormeld, conform zijne verbintenisse te laaten tellen, en de E: Comp: schadeloos stellen, in welk laastgemeld geval dog last aande ofperh: in dat ge„ teffens verstaan is de opperhoofden aanteschrijven, de be„ schadigde borge soo veel mogelijk de behulpsaame hand te bieden om het zijne te recouvreeren. —. e onaangenaem d: ver hets lgt sie ors wierd met onaangenaamheijd bespeurd het slegt succes dat de opperhoofden te gemoed zien van den Jnsaam van Lijwaaten, door het slegt gedrag en handel„ dog wat men dierw=s verhort w wijse der Cooplieden, dog welkendweegen de vergadering hoofte de opperhoofden in nakoming van de aan hun te meermaalen gedaane recommandatien; en ook, als zig van derselver iever en attentie versekert houdende, niets nalaaten zullen, de weder opluijking derselve den 21:' aug:o 1770. door

NL-HaNA_1.04.02_3290_0809 view scan ↗

English

559 the 21st of August 1770. In compensation for the coir cable goods thereupon. To defer Their High Excellencies' decision to strive by all means, and to that end to let the same be the principal concern of their proceedings. — Concerning the imposed compensation for the coir anchor cable mentioned in the resolution of this table of the 16th of April of this year, to which the boatswain Cornelis van Misselaar declared himself unable to pay, and thereupon the chiefs, in accordance with what was resolved at the session of the 12th of July last, proceeded to stricter measures by taking an inventory of his possessions, and of which the inventory was received along with their letter of the 11th current; thus, regarding the request made therewith that those inventoried goods might remain unsold until Their High Excellencies' revered decision should be obtained upon the petition that was to be presented to the same by the said boatswain, it was approved and resolved to reject the same, because although those goods consist entirely of dry effects, they nevertheless could not be preserved in such a manner, as for lack of airing, cleaning, etc., they are subject to decay; therefore it was further resolved to have the same sold, Inability of the boatswain and the completed inventory of his goods. Request to defer the sale thereof refused and why. Resolution for the sale thereof. Dispatch from there of 2 attestations concerning the cable found defective at Bimilipatnam. Where, and for how long. Comfort there. This way. Satisfaction over the profit in July at Palliacatta. if the said boatswain could not provide two sufficient persons who were willing to stand surety for the appraised value of those goods, in which case it was approved to grant his request for their retention; just as with regard to the ship's coir anchor cable that had been shipped from there in good condition, but was found defective at Bimilipatnam; regarding which the chiefs have sent over two sworn attestations in confirmation of the sound quality of the same when it was shipped, it was resolved to defer the final decision thereupon until the carrier of the same, the second mate Ian Hansen, who approved that cable upon receipt, has arrived here, and that cable itself, according to what was resolved at the resolution of the 12th of July last, should have been brought back this way. In the meantime, the sailor Fredrik Schrender, owing to the expiration of his term, was increased in wages from f 9 to f 12 per month, under a new contract of five years, and from there the gunner Hendrik Rood was further relieved and sent hither. — Postponement of the decision. Increase in wages of a sailor. Relief of a gunner. Upon the communication from Palliacatta, it was resolved the 21st of August 1770. 561 weights no difference was found. was anticipated. sloop De Walvisch for the abovementioned underweight. Complaint of the chiefs regarding the dampness of the cloves received therewith and invisibility of the seals. to express satisfaction over the profit made there in the month of July on the traded merchandise, along with sending the necessary recommendation not only for the continuation thereof, but also that the same may increase more and more; as it was also noted with satisfaction that, upon comparison of the weights kept and used there against those sent from here, no difference was found, so that all grounds for complaints in that regard having been removed, no extraordinary shortweights would be anticipated in the future on the goods transported thither, as had recently occurred again with the delivered cargo of the sloop De Walvisch, wherefore it is resolved to charge to the account of the commander and quartermaster of that vessel, according to the regulations, the excess shortage beyond what the writing-off regulation permits, being 21 1/2 lbs of Japanese bar copper and 3 7/16 lbs of cloves; while regarding the communication by the chiefs that the cloves were clammy and damp, the seals of the chests invisible, and moreover the mats of four chests, with which the same are lined on the inside, And with what recommendation. Satisfaction that upon comparison of the and what therefore no longer to Resolution to charge the commander of the the 21st of August 1770. lined thereupon. to keep, and to what end. Hearing of the commander had been wet, the commander Ian Pietersz was summoned to the meeting, and his statement in that regard having been heard, he testified that the cloves upon receipt here had already been so clammy and damp, but that, owing to the small number of chests, he had not paid much attention to the seals, nor examined them; and concerning the mats becoming wet, he maintained that this must have happened in the ballang or boat with which they were accustomed at Palliacatta to transport the goods from the beach across the river, because, the chests being placed on a bed of dry and thin bundles of branches, through the walking over those chests by the sailor who had crossed with them as commander, as well as the people who propelled the boat, the chests along with the bedding must have been pressed down into the water that usually stood on the bottom of the boat between the ribs, but that otherwise no fraud was committed in this regard; whereof it was resolved to keep a record in this matter, in order that, upon discovery of any extraordinary shortweight on those spices upon sale, consideration may be given thereto. — His statement in that regard. Resolution to keep a record thereof. the 21st of August 1770. Further

Dutch transcription

559 den 21. ' aug. o 1770. ter vergoeding van't caijertouw goederen daarop. haar hoog Ed=s dispositie uijttestellen door alle middelen te betragten, en het selve ten dien eijnde de voornaamste beesigheid hunner verrigtin„ gen te laaten zijn. — Omtrend de opgelegde vergoeding van het ter reso, onvermogen van den botsman lutie deeser tafel van den 16:' april deeses Jaars vermelde caijeran kertouw, waartoe den bootsman Cornelis van Misselaar sig buijten staat verklaard hebbende, en daar op door de opperhoofden ingevolge het besloo, en gedane in venturisatie sijner tene ter sitting van den 12:' Julij pass=o tot Strenger middelen met het opschrijven zijner besitting overge„ gaan, en waar van den Jnventaris nevens derselver Letteren van den 11:' courant ontfangen zijnde; zoo wierd nopens het daarneevens gedaan versoek ontsegt versolek om dies verkoop tot dat die opgeschreevene goederen onverkogt mogen blijven tot dat erlangd zoude weesen Haar Hoog Edelens gevenereerde dispositie op het Request dat hoogst deselve door gedagte bootsman stond gepresen„ teerd te werden goedgevonden en verstaan, het selve van de hand te wijsen, dewijl schoon die goederen en waarom. alle in drooge effecten bestaan, nogthans deselve zoo niet bewaard konde werden, om dat bij faute van Lugten, schoonmaken &=a aan bederf onderhavig zijn, dierhalven alverder verstaan wierd deselve te laaten besluijt tot dies verkoop verkoopen oversending van daar van 2. attes„ latie weeg= 't te bimilip=n onbeq: bevonden touw. dier w=ts en tot hoe Lange. troot aldaar. dit heen. genoege over de winst in Julij te pall: verkoopen, soo gedagte bootsman geen twee sufficante persoonen besorgen konde, die voor de getaxeerde waarde dier goederen borgen blijven wilden, in welk geval men goedvond sijne gedaane instantie tot aanhouding der„ selve intewilligen, soo als ten opsigte van het scheeps Caijerankertouw dat van daar goed afgescheept, dog te Bimilipatnam onbequaam bevonden was; wel„ kendwegen de opperhoofden tot bevestiging van de deugdsaamheijd derselve wanneer afgescheept was geworden twee b'Eedigde attestatien overgesonden uijtstelling vande dispositie hebben, beslooten wierd, de finale dispositie daar over uijttestellen tot dat den overvoerder derselve den onderstuurman Ian Hansen die dat touw bij ontfang voor goedgekeurd heeft, alhier g'arriveerd, en dat touw selve, volgens het beslootene ter Reso„ lutie van den 12. ' Julij Jongstleeden dit heen te verhooging in gagie van een mattrug gebragt zoude weesen; Intusschen wierd den mattroos Fredrik Schrender mits tijds expi„ ratie in gagie verhoogd van ƒ 9. tot ƒ 12. ter maand, vlossing van een cannonier met een nieuw verband van vijff Jaaren, en van daar wijders na herwaarts verlost den Cannonier Hendrik Rood. — Op het bedeelde van Palliacatta wierd ver„ den 21. ' aug. o 1770. staan 561 der gewigten geen different gevonden is. gemoet gesien werd. loup de welvesch voor neers gem: min„ wigt te belasten. klagte der opperh: over de klam h„e der nagulen daarmeede ontf: en onsigt baarh=d der segels. staan het genoegen te betuijgen, over het te boven gelegde aldaar in de maand Julij, op de verthierde handelwharen, met afsending van de nodige recom„ en met wet recomm: mandatie tot dies Continuatie niet alleen, maar ook dat deselve meer en meer accresseeren mag, soo als ook tot genoegen te vooren is gekomen genoegen over dat bij contractatie dat bij Confrontatie der aldaar berustende en in gebruijk zijnde gewigten tegens de van hier geson„ dene ditos geen verschil bevonden was, in voegen en wat dierhalven niet meer te daar door alle reedenen van klagten dien aangaan„ de weggenomen zijnde, men ook voortaan geen extra ordinaire minwigten op de na derwaards over„ gevoerd werdende goederen, te gemoed sien zoude, gelijk zulx Jongst weder plaats gehad hadde, met de uijtge„ leverde lading van de Chialoup De Walvisch, mits dien verstaan is, het meerder te kort gekomene dan besluijt de gesaghebber van de Chir„ het Reglement der afschrijving permitteerd; zijnde 21. ½ p:r lb: staatkoper Japans, en 3. 7/16. lb: nagulen, den gesagheb„ ber en quartiermeester van dat vaarthuijg na de ordre op reeckening te stellen; terwijl nopens het bedeelde. door de opperhoofden dat de nagulen klam en vogtig, de zegels der kisten onsigtbaar geweest, en boven dien de matten van vier kisten, waarmeede deselve van binnen den 21.:' aug. s 1770. bekleed daarop. te houden, en ten wat eijnde. horing van den gesaghebber bekleed zijn, nat geweest waren, den gesaghebber Ian Pietersz: in vergadering ontboden, en dierweegens zyne betuijging dierweegens gehoord zijnde, betuijgde denselven de nagulen bij ontfang selve alhier dusdanig klam en vogtig waren geweest, dog op de zegels om de geringheijd van het ge„ tal der kisten, 'er soo seer niet opgelet, nog g'exami„ neerd hadde, en ten belange van de natwerding der matten, sustineerde denselven zulx geschied moeste weesen, in de ballang of schuijt, waarmeede men te Palliacatta gewoon was, de goederen van het strand over de revier te setten, door dien de kisten op de bedding van drooge en dunne tackebossen nedergeset werdende, door het loopen over die kisten van den mattroos die als gesaghebber daarmeede over had gevaaren als meede de Luijden die de schuijt voortsetteden, de kisten nevens de bedding tot op het water dat gemeenlijk op den bodem van de schuijt tussen de ribben stond, nedergedrukt zullen zijn geworden, dog dat wijders besluijt daar van aanteekening een fraude daaromtrend gepleegd was, waar van ver„ staan wierd in deesen aanteekening te houden, om bij ontdecking van eenige extra ordinaire onderwigt op die kruijden bij verkoop daarop reflectie geslagen te werden. —. den 21. ' aug. o 1770. Wijders iging

NL-HaNA_1.04.02_3290_0813 view scan ↗

English

563 21 August 1770. Furthermore, the hooploper Harmen Hendriksz: of Wuerden, earning ƒ 7, was promoted to sailor at ƒ 9, and the gunner Sijmen Fredriksz: of the Island Feurt was discharged hither at his request. Concerning the factory of Palicol, the Government trusted that the 340 packs of textiles which the chiefs counted upon would be in readiness to be dispatched with the ship Vlietlust, since the dispatch of their letters of 14 July last had all been transported to Jaggernaijkpoeram for that purpose, and it was consequently hoped that the rain that had fallen there for some time and the rough weather caused by it would cause no hindrance in this regard to the washing, bleaching, and further processing of the textiles to be found for that purpose with the washers; the chiefs shall furthermore be instructed to take care that the rupees are accepted by the merchants with fewer difficulties than has occurred hitherto, since it was noticed not without great displeasure what difficulty there had been in moving them to the acceptance of the 30375 rupees sent thither from Jaggernaijkpoeram, and that this would not have gone so easily had those traders not been terribly pressed for cash owing to the defective payment by the inland and other foreign merchants for the spices and other merchandise taken over from them. As the pig lead and tin to be found at Jaggernaijkpoeram—the former in the quantity of 20012 1/16 and the other 9978 1/8 pounds—are, according to the writing of the chiefs in their letters of 10 July last, entirely unsaleable, it was resolved to instruct the officials to wait and see with them until the spring, and if by that time no demand should arise, to report this hither, in order to be provided with further orders of this Government; while the same did not doubt that the chiefs, with the silver that was resolved hereinbefore to be sent, and with that which was successively to proceed from the sales, would well be in a state to keep the collection of textiles going for the present, whom it was furthermore thought fit to authorize to write off three coir anchor springs which, having been sent off with a cheling to tow the thonij De Jonge Pieter onto the roads, 565 21 August 1770. had been lost owing to a squall of hard wind and rain that came up, causing the said cheling to drift away to sea; furthermore, the arrangement made until further orders of this Government regarding the performance of the duties of boatswain and gunner there, which had become vacant owing to the decease of Ian Hendrik Roemer, was approved. Furthermore, the assembly hoped that the 120 packs of textiles dispatched from Bimilipatnam with the sloop De Nagtegaal will be brought to Jaggernaijkpoeram in time for transshipment into the ship Vlietlust, while the detention of the said sloop at Bimilipatnam longer than was stipulated by this Government was regarded as a transgression of the orders given in that regard; but against which was approved the drawing of a bill of exchange of 1500 new Nagapatnam pagodas with 4 per cent agio on the chiefs of Jaggernaijkpoeram, although it would be more desirable and therefore much more agreeable if the necessary moneys for the collection could be found from the sale of trade goods, to which end

Dutch transcription

563 van palicol reeds na Jagg: versonden verhindering omtrent de andere lijwa„ dofficulteijten te doen accepteeren van Wuerden winnende ƒ 7. bevorderd tot mattroos met ƒ 9. en den bosschieter Sijmen Fredriksz: van het verlossing van een bosschieter dit hen Eijland feurt op zijn versoek dit heen verlost. — Ten Belange van het Comptoir Palicol vertrouwde vtrouwen dat nevrs gem: sacken de Regeering dat de 340. packen met Lijwaaten, welk soude wessen de opperhoofden staat maakten in gereedheijd zullen zijn, om met het schip vlietlust versonden te kunnen en ten wat eijnde. werden, sedert het afsenden hunner Letteren van den 14:' Julij J:o leeden alle ten dien eijnde na Iagger„ naijkpoeram vervoerd zoude weesen en men mits dien hoofte dat de reegen die zeedert eenigen tijd daar en hoope dat de reegen v= geen gevallen was, en het ruw weeder dat daar door veroor en verersaakt zoude hebben. saakte, geen verhindering daaromtrend te weeg soude brengen in het wassen, bleeken en verdere behandeling van de ten dien eijnde bij de wasschers te vindene Lijwaaten; zullende de opperhoofden wijders gerecom„recomm: omde ropijen 't minder C mandeerd moeten werden, te besorgen, dat de ropijen met minder difficulteijten bij de cooplieden wier„ den geaccepteerd dan tot nog toe geschied is, nadien in waarom men niet sonder groot tegens in bespeurde de moeijte die 'er geweest is om haar tot de acceptatie van de„ 30375. ropijen van Jaggernaijk p=m na derwaards geson„ Wijders wierd den hooplooper Harmen Hendriksz: hooging in gagie van een ho„ den 21 ' Augo. 1770. den looper. en thin tot 't voorjaar in tesien zulx te bedeelen. en ten wat eijnde. nontwijsfeling of se soude met 't silver, en den verthier den insaam hun ner gaande houden. caijer springen. bij welke gelegenth=d deselve ver„ looven zijn den, te beweegen, en zulx nog soo faciel niet gegaan zoude sijn, indien die handelaars niet schrickelijk ver„ leegen geweest waren, om Contanten mits de gebreckige be„ taaling door de bovenlandse en andere vreemde Cooplie„ den voor de van haar overgenomene specerijen en andere Coopmanschappen. — lat '½ met het in vendible seuglend Het Zeuglood en thin, het eerste ter quantiteijt van 20012 1/16. en het andere 9978. 1/8. ponden, te Jagger„ naijkpoeram te vinden, volgens het schrijven der opper„ hoofden bij haare Letteren van den 10:' Julij laastleeden ten eenemaal invendibel zijnde, zoo is verstaan de be„ diendens te gelasten daarmeede tot het voor jaar in te„ en sooergeen demande inkomt sien, en soo tegens die tijd daar in geen demande quam, zulx dit heen te bedeelen; om met nadere beveelen deeser Regeering gemunieerd te werden; terwijl deselve niet twijffelde of de opperhoofden zoude met het silver dat hier vooren beslooten is te senden, en met het geene dat successive uijt den vertier stond voorttekomen wel in staat zijn, den insaam van Lijwaaten voor qualificatie ter atsz: van 3. eerst gaande te houden, die men wijders goed vond te qualificeeren tot de afschrijving van drie caijeran„ ker springen, welke met een chialeng afgestooken zijnde, tot het op de rheede boegseeren van de thonij de den 21:' aug.=o 1770. Jonge. 565 den 21. ' aug. o 1770. king noop=s de diensten van boots„ „tijdig te Jagg: aangebragt soude weesen „sien de lange aanhouding van wissel op de Jagg: opperh: Ionge Pieter mits een opgekomene trawaat van harde wind en regen door het wegdrijven in Zee, van gedagte chialeng, verlooren geraakt waren; zijnde voorts geapprobeerd, de gemaakte schicking approbatie van de gemaakte schic„ tot nadere ordre deeser Regeering in het doen gade man en onstabel. slaan van de diensten van bootsman en Constabel aldaar, mits het overlijden van Ian Hendrik Roemer vacant geraakt. —. Wijders verhoopte de vergadering dat de van Bi, hoope dat de packen van bimilip=m milipatnam met de chialoup De Nagtegaal afgestookene 120. packen Lijwaaten, tijdig genoeg te Iaggernaijk poeram aangebragt zullen werden ter overscheeping in het schip vlietlust, terwijl de ter overscheeping in vliettust aanhouding van gedagte Chialoup te Bimilipat, no ontreding der ordre aange„ nam, langer dan door deese Regeering bepaald was nevr: get: Chialup voor de overtreeding der dierweegens gegeevene ordre wierd aangesien; dog waar en tegen goedgekeurd wierd, het trecken eener wissel van 1500. nieuwe Nagapatnamse approbatie van't trecken eener pagoden met 4. p.:r Cento opgeld: op de opperhoofden van Iaggernaijkpoeram hoewel wenschelijker en oversulx dog met welke renarque veel aangenaamer zoude zijn, indien de benodigde penningen tot den Jnsaam uijt den verthier van handel„ wharen gevonden konden werden, ten welken eijnde met an„ de 20 -

NL-HaNA_1.04.02_3290_0816 view scan ↗

English

pleasure over the profit in June, but with which remark. 1300 pagodas from Cuddalore to Porto Novo. of the last-mentioned place. and with which recommendation. It was observed with pleasure that the profit made in June amounted to the sum of f16144. 3. 8 or pagodas 3587. 14. 21 1/2, and it was wished that this might continue, because it was otherwise to be feared that that factory would again make a very poor showing at the closing of the books. Furthermore, for the reasons given, the error committed was passed over; passing of the aforementioned error. namely, the mistaken designation of a gun carriage instead of the unserviceable naval carriage sent hither, with this remark, that although the wheels thereof were rotted away, the ironwork attached thereto would nevertheless still have been good. approval of the sending of 1300 pagodas from Cuddalore to Porto Novo, but displeasure about the poor progress in the collecting of cloth at the last-mentioned place. Subsequently, the sending of 1300 pagodas or f5850 from Cuddalore to Porto Novo was approved; however, it appeared completely unpleasing to the Government, the poor progress of the collection at the last-mentioned Residency, since at the dispatch of the latest letter of the 13th instant there were no more than 19 bales in stock. For which reason it was also resolved to provide the Resident with recommendations to have a good number of bales ready for shipment by the arrival there of the returning sloops. The 21st of August 1770. Hereafter passing of some expense accounts for write-off. Hereafter having resumed the ordinary monthly expense accounts received on this occasion, namely of Palicol, Jagannathapuram, and Bimlipatnam for the month of June, as well as of Porto Novo, Cuddalore, Sadraspatnam, and Pulicat for last July, all the same were passed for write-off. invoice of charge. resumption of a Batavia invoice of charge, and what decisions were taken thereanent. Having also resumed the Batavia invoice of charge dated 30th of March of this year, received by the ship Vlietlust: it was resolved to write off to prior-year charges and expenses the f9852. 3. — charged there to this Government on account of paid wages to the 195 native soldiers at the Indian headquarters, and to deal with the amount of the wrecked ship Oostcapelle in such manner as was written in that paper according to the revered intention of Their High Excellencies; just as, in order to avoid further reciprocal charging on the main account, there should be corrected the f500 undercounted on the invoice sent from here with the ship Vlietlust of the ultimate of August 1769, since this could happen without prejudice; although the same was credited to the Indian headquarters in a later invoice of the 20th of December 1769; as it was also found good to have corrected in the same manner the following three items, namely: fanams 10. 8 or f1. 17. 8 on account of a clerical and collation error that crept in on the outgoing invoice of the 14th of October of the past year for bale letter G: D.; the undercounted pagodas 10 or f45 on bale letter F: and pagodas 7 or f31. 10 on bale letter K. 4.; furthermore to have credited Guinea common bleached, in order subsequently to be brought to the overly high write-off, f2. 12. 8 or the amount undercounted in the invoice of the ultimate of August 1769 on 7 bales of that merchandise, because the bale was entered at pagodas 02. 7. 28, whereas it should have been pagodas 02. 5. 28, thus 2 fanams or seven stuivers and eight pennies too much on each bale. decision to charge the master of the Walvisch for 14 ashlar stones of 1 foot. to rectify the error made at Sadras here. It was furthermore resolved to charge to the account of the masters of the sloop De Walvisch, mentioned hereinbefore, according to an incoming finding, the short-accounted 14 pieces of ashlar floor stones of 1 foot square by retail; as well as to have corrected here the error committed anew at Sadraspatnam by lumping together the furnished board money and rations for August and September The 21st of August 1770. to the mariners of the sloop De Anthonia Dorothea, whereas those of the first-mentioned month belong to the old or running book-year, and those of the second-mentioned month to the new trading year, and thus each should have been submitted separately on two different memoranda, which was neglected, notwithstanding that the servants have been explicitly written to more than once. For which reason it was then resolved to send them anew the necessary orders regarding this. exchange with each other of the Palicol Secunde De Neijs and the Pulicat warehouse master Onstee. The Secunde at Palicol, Mr. Jacob Pieter de Neijs, being sickly there most of the time, and having shown himself inclined to change places, and to that end to exchange posts with the Pulicat warehouse master Jan Onstee: it was approved and resolved to consent thereto and to give the required notice thereof to the Pulicat chiefs as well as to those of Palicol, and to provide them with the necessary orders for the transport and transfer of those duties. increase in wage of the gunner Hendrik Grandeman. Finally, the gunner Hendrik Grandeman of Preussisch Minden, earning f11, due to expiration of his term, had his wages increased to f14 for five The 21st of August 1770.

Dutch transcription

genoegen over de winst in Junij dog met welke remarque 1300. plo van Coedeloer na porton: der laast gem: plaatse. en met welke recomm: met genoegen beschouwd is, het geprotiteerde in Junij tot een montant van ƒ16144. 3. 8 8 pr/o 3587. 14. 21. /½. en wensch tot dies continaatie het geen gewenscht wierd, van continuatie mogte zijn, dewijl het anders te vreesen was, dat die factorij alweder bij het sluijten der boeken een seer slegte ver„ tooning soude maken werdende voorts om de gegee„ pakseering van neers gem: abuijsvene reedenen gepasseerd; het begaan abuijs in de ver„ meerde benoeming van een affuijt in steede van de dit heen overgesondene onbequaam rampaard, met deese remerque dat schoon de wielen derselve vermolmd waren, egter het daar aan geweest zijnde ijser nog goed soude geweest zijn. —. approbatie van de sending van Vervolgens wierd geapprobeerd de sending van 1300 pag: of ƒ5850. van Coedeloer na Portonovo, dog het ongenoegen over de slegt in aanquam de Regeering gantsch niet aangenaam te voo„ ren, den slegten voortgang van den Jnsaam op laast gem: Residentie alsoo op het afsenden van den Jongste brief van den 13. ' Courant niet meer in voorraad ge„ weest waren, dan maar 19. packen; welkendwee„ gen dan ook verstaan is, den Resident met recomman„ datien te voorsien om tegens de aankomst aldaar der in rethour zijnde Chialoupen een goed aantal packen ter versending aan handen te hebben. —. den 21. ' aug:o 1770. Hierna 567 reecq: ter afboeking. factuur van aanreecq: vallen zijn. Hierna geresumeerd zijnde, de ter deeser gelegendheijd in passeering van eenige onkost gekomene ordinaire maandelijke onkostreekeningen te wee„ ten van Palicol, Jaggernaijkpoeram en Bimilipat„ nam van de maand Junij mitsgaders van Portonovo„ Coedeloer, Sadraspatnam en Palliacatta van Julij Jongstleeden, wierden alle deselve ter afboeking gepas„ Nog geresumeerd zijnde de Bataviase factuur van resumptie van een bataviase aanreekening gedateerd 30. ' Maart deeses Jaars, per het schip vlietlust ontfangen: soo wierd verstaan, de en wat besluijten dier w=s ge„ daar bij dit gouvernement ten Laste gebragte ƒ9852. 3. —. wegens afbetaalde zoltijen aan de ter Jndiase hoofd„ plaatse 195. Jnlandse militairen op voorjaarige Lasten en ongelden afte laten schrijven, en met het bedragen van het verongelukt schip oostCapelle indiervoegen ver„ handelen als na de gevenereerde intentie van Haar hoog Edelens bij dat papier aangeschreeven is, soo als ter ver„ mijding van verdere over en weder aanreekening op de hoofdreekening geredresseerd zoude moeten werden, de bij de van hier met het schip vlietlust afgesondene factuur van ult=o augustus 1769. te min getelde ƒ 500. alsoo zulx buijten prejuditie geschieden konde; schoon deselve bij laatere factuur van den 20.' December 1769. seerd. — den 21:' aug.:o 1770 de n besluijt de gesaghebber van de weelvisch voor 14. arduijne steenen de 1. voet te belasten. cibuijt elhier te redresseeren. de Jndiase hoofdplaatse ten goede gebragt is; gelijk men nog goedvond, inselver voegen te laaten redres„ seeren, de volgende drie posten, te weeten: f=s 10. 8 ƒ 1. 17. 8. weegens een ingesloopen schrijf en Collationeer fout ƒ en bij de afgaande factuur van den 14:' october de anno pass o bij het pak L=ra G: D. ; de te min getelde p. s. 10. of ƒ 45. bij het pak L:a F: en p/o 7. of ƒ 31. 10. bij het pak L a K. 4.; wijders het guinees gemeen gebleekt te laaten Crediteeren, om vervolgens op de te hooge afschrijving gebragt te wierden, ƒ 2. 12. 8. of de te min getelde bij factuur van ult=o aug. s 1769. op 7. pac„ ken van dat goed, dewijl het pak aangeschreeven is teegens p7/602. 7. 28. daar het had moeten weesen pa/o 02. 5. 28. over zulx 2. fan=s of seven stuijvers en agt penn: te veel op ieder pak. —. Alverder wierd verstaan de volgens een ingeko„ mene bevinding door de gesaghebbers van de Chialoup De Walvisch hier vooren gemeld, te kort verant„ woorde 14. p=s arduijne vloersteenen, de 1. voet qua draat uijtkoops haar op reecq: te stellen, mitsga„ en neers gem:op sadras geslugdders alhier te laaten redresseeren, het op nieuw be„ gaan abuijs op sadraspatnam om de verstrekte kostgelden en randcoenen voor aug=o en september den 21.:' aug=o 1770. aan. 569 cols secunde de Neijs, en palliaceets aan de Zeevaarende van de Chialoup De Anthonia Dorothea in een te smelten, daar die van de eerstgemelde maand tot het oude of het Loopende boekJaar, en van de tweede gemelde maand, tot het nieuwe handelJaar geloo„ ren, over zulx ieder afsonderlijk bij twee differente me„ morien hadde moeten opgegeeven geworden zijn, dog versuijmd is, niet tegenstaande de bediendens, een en andermaal duijdelijk aangeschreeven zijn, wel, dog met wat bevel. Rendweegen dan verstaan wierd, haar op nieuw dier„ weegens de nodige beveelen te doen toekomen. —. Den secunde te palicol M. r Iacob Pieter de verwisseling teeg:s lkander van de pali„ Neijs meestentijds ginter ziekelijk zijnde, en zig gepakhuijsmn: onste. neegen getoond hebbende van plaats te veranderen, en ten dien eijnde met den Palliacatsen pakhuijs mees„ ter Ian onstee van dienst te verwisselen: soo wierd goedgevonden en verstaan daarin te Condescendeeren en daar van de Palliacatse opperhoofden soo wel, als die van Palicol de vereijschte kennisse te geeven, en met de nodige ordre te voorsien, tot transport en over„ dragt dier diensten Eijndelijk wierd den bosschieter Hendrik verlogingingagie van e oscheten grandeman van Pruijsminden winnende ƒ 11. mits tijds expiratie in gagie verhoogd tot ƒ 14. voor den 21.'. augo. 1770 vijff

NL-HaNA_1.04.02_3290_0820 view scan ↗

English

by the lord governor sale of bethelles five years. approval of the aforesaid decision Report having been made to the right honorable and strict lord governor by the secretary of this council concerning the aforesaid decisions that were made, it pleased his honor to approve them and thus to conform thereto. Thus done and decreed in the castle at Nagapatnam on the date aforesaid; signed as before. Friday, 31 August anno 1770. In the morning at nine o'clock. Political Council held. All present, Except the right honorable and strict lord governor, due to indisposition, and The second warehouse master Jan Diderik Severin, on account of occupation in the Company's service. poor condition of the delivered The bethilles that were delivered by the merchants of this principal place in satisfaction of the requisition of 21 August 1770, current. 571 31 August 1770. decided which sorts, and at what prices, to accept them having been inspected at the recently held packhouse, but found to be far below the usual quality of the first sort of these assortments: it was thus, upon the proposal of the honorable head administrator on behalf of the lord governor, approved and agreed to accept those cloths, consisting of 5 packs of fine broad bethilles [illegible] coarse broad 9 [illegible] [illegible] Ternatanes [illegible] loose bleached Indian sort 41 packs in total, the first three assortments as third sort, and at the prices ordinarily paid for them; namely: the fine broad at 24. 10. 8 per corge, ƒ 109. 17. 8. ditto narrow, 118. 83. [illegible], ƒ 1535. 6. 4. and ditto coarse broad, 163. 8. [illegible], ƒ 735. —. —. as well as the two following sorts also under the designation of third sort, but at 5 per cent or ƒ 22. 10. less than the third sort ordinarily costs, consequently the bethilles Ternatanes for 114. 3. 40 per corge, or ƒ 513. 13. 2., instead of 119. 3. 40 per corge, or ƒ 536. 3. 2., and the 5. B3. rin the .. and for what reasons, and with what threat the bethilles loose bleached Indian sort for 105. 10. per corge, ƒ 474. 7. 8., instead of 110. 22. –. per corge, ƒ 499. 2. 8.; and this upon the lamentable earnest request made by all the merchants combined, and upon their further demonstration that, although they had been misled by the weavers, they nevertheless had to take over those linens, because upon returning them they would suffer a terrible loss due to the insolvency of those laborers, the more so because there was no way for them to dispose of them, being assortments that could not be sold to private individuals, consequently they would have to undergo an enormous loss if this government should see fit to reject those cloths; how severe a reproach was made thereof although it was at the same time resolved to reproach those merchants in all seriousness regarding their negligence in that respect, with the threat that upon the recurrence in the future of inattention and misconduct, not the least accommodation would be used, but they would be corrected according to their merits, as a lesson to attend to and watch the collection themselves in person with more fidelity and diligence, rather than to rely on the actions of their factors and brokers, which in this matter 31 August 1770. appears 573 31 August 1770. of this town. farm of the Company's domains appears to have taken place. The farming out of the Company's revenues and duties of this town having fallen due on this day, and in accordance with the notice given they should now be auctioned anew, except those which were leased for three years except the farms of the maritime revenues and of the betel and tobacco, as these were farmed out for three consecutive years in the past year, according to the decisions of this council dated 26 and 31 August of the past year; thus the following six farms—five of them for the period of one year, beginning the first of September next and ending the last of August 1771, and the sixth, or the tavern of drinks, which again according to previous custom was to be relinquished for three years—were publicly auctioned by bid and offer, and together yielded such amounts specification of that yield as appears from the following demonstration, to which are also added the above-mentioned duties farmed out for three years in the past year, mounting together to 11839. 4. pagodas or ƒ 53276. 5. —, thus now 1171. 16. pagodas or ƒ 5272. 10. —. more.

Dutch transcription

door den heer gouverneur verde bethelles vijff Jaaren. approtatie van voorz beluijte van de voorsz: gevallene besluijten den wel Ede„ len gestrengen heer gouverneur door den secretaris deeses Raads verslag gedaan sijnde, behaagde het zijn Edele deselve goed tekeuren en zig dus daarmeede te Conformeeren. Aldus Gedaan en Gearresteerd In 't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:geteekend:/ als vooren. — Vrijdag Den 31:' Augustus A:o 1770. 'S morgens ten Negen uuren Politique Vergadering Gehouden Alle present Behalven den Wel Edelen gestrengen Heer gouverneur door indispositie, en Den Tweede pakhuijsmeester Jan Diderik Severin„ mits occupatie in 'sComp=s dienst. slegte constitutie de alk=s gele„ De Bethilles, welke door de Cooplieden te deeser hoofdplaatse in voldoening van het gepetitioneerde op de den 21:' aug.:o 1770 Loopende. 571 den 31. ' aug=o 1770. prissen deselve te accepteeren Loopende petitie geleverd zijn, ter Jongst gehoudene pak„ saal besigtigt, dog verre beneeden de gewoone deugd„ saamheijd van het Eerste zoort dier sortementen be„ vonden weesende: zoo wierd op den voorstel van den E: hoofdacdministrateur uijt naame van den heer gou, beslijtegtwelke orten, en verneur goedgevonden en verstaan die doeken bestaande in 5. packen Bethilles fijne breede _. o grove breede 9. _. o _ o _. o Ternatanes _. o _. o ijle gebleekte Jndiase zoort 41. packen te saamen. de drie eerste sortementen voor derde Zoort, en tegens de prijsen daar voor ordinair betaald werdende te accepteeren; teweeten p. o 24. 10. 8 ƒ109. 17. 8. de fijne breede dito smalle - - - - - - - - - - - - - „ 118. 83. „ 1535. 6. 4. en dito grove breede - - - - - - „163. 8. „ „ 735. —. —. mitsgaders de twee volgende zoorten meede onder de benaaming van derde zoort, dog met 5. prCo of ƒ 22. 10. minder dan de derde zoort ordinair kost, oversulks de bethilles ternatanes voor pr lo 114. 3. 40. of ƒ 513. 13. 2. in steede van pr/o 119. 3. 40. of ƒ 536. 3. 2. en de. 5. B3. rin de . .. en om welke reedenen. en met welke bedrijging borg de bethilles ijle gebleekte Jndiase soort tegens prlo 105. 10. ƒ474. 7. 8. in plaatse van pr/o 110. 22. –. ƒ 499. 2. 8. , en zulx op de Lamentabele gedane instantie der gesa„ mentlijke handelaars en op derselver verdere demon„ stratie, dat schoon door de weezers misleijd waren geworden, egter die lijwaaten hadden moeten over„ neemen, dewijl bij de te rug gave derselve door het onvermoogen dier arbeijdslieden een schrickelijk ver„ lies soude moeten lijden, te meer voor haar geen uijtweg was, om sig daar van te ontdoen, als forte„ menten weesende, die bij de particulieren niet te verdebiteeren waren, oversulx een overgrote schade zoude moeten ondergaan, indien deese Regeering be„ haagen mogte, die kleeden van de hand te wijsen; hoe„ eernstig resproe daaroe vande eft wel men teffens besloot die handelaars over dersel„ ver agteloosheijd daaromtrend in alle ernst te reprochee„ ren, met bedreijging dat bij voorkoming in het vervolg van inattentie en wangedrag geen de minste en schicke„ lijkheijd gebruijkt, maar zij na merite gecorrigeert zoude werden, tot leering om den Jnsaam met meer trou„ vie en hertelijkheijd selfs in persoon te betragten en gade te slaan, dan sig op de verrigtingen van derselver fac„ toors en makelaars te berusten, het geen in deesen den 31:' aug=o 1770. schijnt. 573 den 31: aug:s 1770. deeser steede. afgestaan zijn schijnt plaats gehad te hebben. De verpagting van sComp=s inkomsten en geregtig verpagting va 'sComp:s bomeijnen heeden deeser steede op heeden verscheenen zijnde, en volgens gedaane uijtschrijving als nu op nieuw dienen opgeveijld te werden, behalven de pagten van de inkomsten ter zee buijten die welk do p:s voor : Jare en van de betel en tabak, als zijnde deselve in Ed. s pass=o volgens de besluijten deeser tafel de datis 26. en 31. ' augustus des gepasseerden Jaars, voor drie agter een volgende Jaren verpagt, soo wierden de onder vol„ gende ses pagten, daarvan vijf voor den tijd van een Jaar, aanvangende primo september naast komen„ de, en eijndigende ultimo augustus 1771. , en de sesde of den tap der dranken die weder na voorige usan„ tie voor drie Jaaren afgestaan zoude werden, bij op=en afslag publicq opgeveijld, en hebben met den anderen sodanige bedragens opgeworpen, als bij de hier onder specificatie van dien rendement ƒ volgende Demonstratie waarbij ook gevoegd zijn Voor drie Jaren de bovengemelde in den gepasseerden Iaare ^ verpagte geregtigheeden komt te blijken, te samen montee„ rende pagorden 11839. 4. of ƒ 53276:: 5. —. oversulks nu meerder pagooden 1171. 16. of ƒ5272:10. -. –. te - _o

NL-HaNA_1.04.02_3290_0824 view scan ↗

English

The duty of The lesser of the thus it appears that this more deducted by the Governor. the paddy measuring - prCo 458. 8. — ƒ2062 —. prso 4.16. — ƒ437. 10. so 3. 8. – ƒ 375. –. – /o – . – . – ƒ —. –. –. The daily revenues of the bazaar . „ 580. –. — „ 250. . 25. –. —„ 362. 0. — „ 25. –. — „ 12. 10. — „ —. –. – „ —. –. –. The duty on the copper cash, duiten and penningen - - - - „ 560. 10. – „ 252: 17: 8„ 691. 16. — ƒ12. 10. – „ 131. 6. — „ 592. 12. 2. „ —. —. —„ —. —. –. The revenues from the goods brought in by sea and exported for 3 years - „ 360. –. – „ 16470 – –„3660. –. –„ 16470. – . –„ —. –. –„ —. –. – „ —. –. –„ —. —. —. The duty of the gates of this city. - - - „ 2116. 6. –. „ 9523. 2. 8 „ 2708. 8. –„ 12187. 10. – „ 592. 2. –„ 2664. 78. –„ —. – . –„ —. –. –. The duty on betel and tobacco per month p/lo 220. for 3 years - - - „ 2640. –. –„11880. –. –„ 2640. –. –„11880. –. –„ —. –. –„ —. –. –„ —. –. –„ —. –. –. The ferry and the toll house across the river - - - - - „ 72. 12. — „ 326. 5. –. „ 72. 12. — „ 326. 5. – „ —. –. – „ —. –. – „ —. –. –„ —. –. –. The tavern for European drinks with the garden poeijoer for 3 years of the farm per year - - - „ 660. –. —„ 2970. -. – „ 1000. –. – „4500. –. – „ 340. –. – „ 1530. –. –„ —. –. –„ —. –. –. Total -p /o 1067:1. — ƒ80:15. ƒ 394. ƒ376. 5. ƒ 71. 16. —ƒ272. 10. . . — . —. — ƒ —. –. –. Year is more. . . - - - Approval of the aforementioned resolutions The Right Honorable Governor having been presented the aforesaid passed resolutions, and the outcome of the R/o 471. 16. ƒ 272:10: —. being - - - - - - - - - - - - „10667. 12. — „ 18803. 5. -. the 31st of August 1770. —. to wit Past Year, This Year, More, Less, held 1 575 to detain here until the 20th to the 25th, and held tax farming, presented by the Secretary, His Honour was pleased to approve the same, and take satisfaction in the profitable yield of the farmed-out domains. 2. Thus Done and Decreed In the Castle At Nagapatnam, Date aforesaid was signed as before. Thursday the 6th of September in the Year 1770. in the morning at eight o'clock Meeting Held, Political All present Except The Right Honorable Pieter Haksteen, Resolution to detain the ship Noord Beveland until Extraordinary Councillor of the Netherlands Indies, as well as why Governor and Director of this Coast of Coromandel, with the dependencies thereof, due to indisposition, and The Junior Merchant and Second Warehouse Keeper Jan Diderik Peverin also due to illness. This meeting having been convened by order of the Governor principally to take the necessary the 6th of September 1770. measures. -. —. .-. continuation measures, and to determine the time of the departure of the ship Noordbeveland to the Indian headquarters, because the time when the same should have been dispatched thither again had already expired due to various arisen hindrances that had prevented it, on the one hand that vessel having arrived in these roads only on the 4th of August last, and notwithstanding the necessary orders promptly issued for its speedy discharge of the cargo brought along both for this main office and the subordinate offices of this Coast, because of the tempestuous weather and the fierce southwesterly wind which, contrary to custom in this season, blew continuously until the end of the past month, it was not unloaded earlier than the 1st instant, and this was also the cause that a large portion of the linens that are to be shipped therewith have remained as yet unwashed and unmade, being sorts that cannot be prepared until after the draining of the upper water, which this year has also come very late, as the same is absolutely required to give those cloths their proper shine and colors, and their High Honours in the 6th of September 1770. the 577 the 6th of September 1770. the sailing orders of that keel also did not please to stipulate its departure from here, to which on the other hand was also added that people had been looking out with anxiety for the ship De vrouwe Elisabeth, and had expected therewith Their High Honours' general response to various missives sent to their High Honours; in order to still be able to respectfully answer with this vessel Noordbeveland such points thereof as might require haste, just as that vessel De vrouwe Elisabeth then also arrived yesterday afternoon in these roads: so it is, upon the proposal of the Honorable Chief Administrator made to the assembly on behalf of the Governor, approved and agreed to detain the repeatedly mentioned ship Noordbeveland until the 20th or 25th instant, and then to turn its prow toward the Indian headquarters, because even though the stormy weather has now ceased, another 10 to 12 days will nevertheless elapse before all the linens that must be dispatched therewith come in, wherewith it was nevertheless decided to make all possible haste, in case the same might be ready to sail even a few days earlier.

Dutch transcription

De geregtigheijd van Het mindere van het zoo blijkt dat deesen meerder afgetrocken door den heer gouverneur. de nelij meterij - prCo 458. 8. — ƒ2062 —. prso 4.16. — ƒ437. 10. so 3. 8. – ƒ 375. –. – /o – . – . – ƒ —. –. –. De dagelijkse Jnkoms ten vande basar . „ 580. –. — „ 250. . 25. –. —„ 362. 0. — „ 25. –. — „ 12. 10. — „ —. –. – „ —. –. –. De geregtigheid vande kopere casjes duijten en penningen - - - - „ 560. 10. – „ 252: 17: 8„ 691. 16. — ƒ12. 10. – „ 131. 6. — „ 592. 12. 2. „ —. —. —„ —. —. –. De inkomsten der goe„ deren die ter zee aange„ bragt en uijtgevoerd werden voor 3. Jaaren - „ 360. –. – „ 16470 – –„3660. –. –„ 16470. – . –„ —. –. –„ —. –. – „ —. –. –„ —. —. —. De geregtigheid van de poorten deeser stad. - - - „ 2116. 6. –. „ 9523. 2. 8 „ 2708. 8. –„ 12187. 10. – „ 592. 2. –„ 2664. 78. –„ —. – . –„ —. –. –. De geregtigheid van be„ tel en tabak smaands p/lo 220. v.:n 3. Jaaren - - - „ 2640. –. –„11880. –. –„ 2640. –. –„11880. –. –„ —. –. –„ —. –. –„ —. –. –„ —. –. –. Het veer en de tholplaats over de revier - - - - - „ 72. 12. — „ 326. 5. –. „ 72. 12. — „ 326. 5. – „ —. –. – „ —. –. – „ —. –. –„ —. –. –. Den tap der Europeese dranken met de thuijn poeijoer voor 3. Jaaren der pagt 's Jaars - - - „ 660. –. —„ 2970. -. – „ 1000. –. – „4500. –. – „ 340. –. – „ 1530. –. –„ —. –. –„ —. –. –. Somma -p /o 1067:1. — ƒ80:15. ƒ 394. ƒ376. 5. ƒ 71. 16. —ƒ272. 10. . . — . —. — ƒ —. –. –. Jaare meerder is. . . - - - approbatie der voorm: besluijten Den wel Edelen gestrengen heer gouverneur de voorsz: gevallene besluijten, en den uijtslag van de ge„ R/o 471. 16. ƒ 272:10: —. zijnde - - - - - - - - - - - - „10667. 12. — „ 18803. 5. -. den 31e' aug:s. 170. —. te weeten A:o passato, Dit, Jaar, Meerder, Minder, houdene 1 575 den 20 â 25. alhier aantehouden, en houdene verpagting, door den secretaris gepresenteerd weesende, heeft zijn Edele deselve gelieven goed te keu„ ren, en genoegen te neemen in het voordeelig Rende„ ment der verpagte domeijnen. 2. Aldus Gedaan en Gearresteerd In 't Casteel Tot Nagapatnam, Dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren. Donderdag den 6:' September A:o 1770. 's morgens ten agt uuren Vergadering Gehouden, Folitique Alle present Demptis Den wel Edelen gestrengen Heer Pieter Haksteen, besluijt't schip voord beveland tot Raad Extraordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders waarom gouverneur en Directeur deeser criste Cormandel, met den Resorte van dien, mits indispositie, en Den onderkoopman en Tweede pakhuijsmeester Jan Diderik Peverin meede mits siekte. Deese bij eenkomste ter ordre van den heer gouver„ neur ten principaalen belegt weesende, om de nodige den 6: September 1770. maat regulen. -. —. .-. vervolg maatregulen te neemen, en de tijd van het vertrek van het schip Noordbeveland na de Indiase hoofdplaatse te bepaalen, vermits de tijd wanneer het selve weder dat heen gedepecheert hadde moeten werden, door verscheijdene opgekomene empechementen, die zulx verhindert hadde, reeds verloopen was, aan de eene kant die bodem eerst den 4. ' aug=o pass=o te deeser rheede gearriveerd, en niet tegenstaande al stonds gestelde nodige ordres tot dies spoe„ dige dechergeering van het meede gebragte zoo voor dit hoofd als de subalterne Comptoiren deeser Custe, door het onstuij„ mig weir, en de felle zuijd weste wind, die teegens gewoonte in dit saijsoen wel tot het Laast van de ge„ passeerde maand door gewaaijd heeft, niet eerder als den 1:' Courant los geraakt was, en het selve buijten des ook oorsaak geweest is, dat een groot gedeelte der Lijwaaten, die daarmeede afgescheept moeten wer„ den voor als nog ongeweessen en onopgemaakt geblee„ ven sijn, als sortementen weesende, die niet in gereed„ heijd kunnen werden gebragt, dan na de afstrooming van het opperwater, dat deesen Iaare almeede seer laat gekomen is, dewijl het selve absolut vereijscht werd, om die doeken haar behoorlijke glans en Couleu„ ren te doen geeren, mitsgaders haar hoog Edelens bij den 6:' 7ber: 1770. het 577 den 6:' 7ber: 1770. het geleij briefje van dien kiel- desselfs vertrek van hier ook niet hebben gelieven te stipuleeren, waar bij aan de andere kant ook nog quam, dat men met smerte na het schip De vrouwe Elisabeth uijtge„ sien, en daarmeede verwagt hadde, Haar Hoog Edelens gerenereerde rescriptie op diverse missives aan Hoogst deselve afgesonden; ten eijnde met deesen bodem Noordbeveland, sodanige poincten daar van, die haast vereijsschen mogte, nog in eerbied te kunnen beantwoorden, gelijk dien bodem de vrouwe Elisabeth dan ook gisteren nademiddag op deese rheede aange„vrolg komen was: zoo is op de propositie van den E: hoofd„ administrateur uijt naame van den heer gouverneur aan de vergadering gedaan, goedgevonden en verstaan meermeld schip Noordbeveland tot den 20: of 25:' dee„ ser aantehouden, als dan de steeven na de Jndiase hoofdplaatse te doen wienden, vermits of schoon het travadig weir tans wel is komen optehouden, er egter nog wel 10: â 12: dagen verloopen zullen voor en al eer alle de Lijwaaten die daarmeede versonden moe„ ten werden inkomen, waarmeede men egter besloot, alle mogelijke spoed te maken, of deselve ook nog eenige dagen vroeger zeijlvaardig mogte kunnen ge„ raaken

NL-HaNA_1.04.02_3290_0828 view scan ↗

English

Batavian papers. Of the 22nd of June of this year. To communicate. Sent gold and silver. Item merchandise. Affairs. Opening and reading of a packet of papers with aforementioned ship De vrouwe Elisabeth brought over here from Batavia, and delivered to the lord Governor yesterday evening by the master of that vessel, Anthon Leertouwen, and found therein the aforementioned Honorable Excellencies' very respected original common and secret letters of the 14th of July last, together with such annexes as are listed in the register sent alongside. Deliberation over Their Honorable Excellencies' letter. Proceeding then to the deliberation over the aforementioned Honorable Excellencies' very respected letter dated the 22nd of June of this year, and received here by the ship Noordbeveland, it was initially resolved respectfully to communicate to Their Excellencies that that vessel arrived here in the roads on the 4th of August, having had 9 deaths on the voyage, and also having brought 23 sick persons here; and furthermore to express the due gratitude of this Government for the consignment sent by that vessel of ƒ305716. 3. in gold bullion and ƒ256389 in silver bullion, together with diverse merchandise and provisions specified in the bill of lading of that ship; The 6th of September 1770. The Bengal ship. as well as for the gold that the aforementioned Honorable Excellencies were pleased to promise to dispatch hither, to the value of ƒ222301. 1., with the ship De vrouwe Elisabeth, destined for Bengal via this Coast; as the same indeed arrived here in this roadstead yesterday afternoon carrying it, in accordance with what has been stated here before. And whereas Their Honorable Excellencies are pleased to report that therewith, and with that which was to be expected of that mineral directly from the Netherlands, the demand for 18½ hundred thousand guilders would be very nearly fulfilled; and Their Excellencies' letter of the 14th of July brought by the ship De vrouwe Elisabeth, which, as stated here before, has been read in this assembly, makes not the slightest mention of the disaster that befell the ship Leijmuijden destined from Europe for Ceylon; it was nevertheless resolved respectfully to give notice to the aforementioned Honorable Excellencies that that vessel, according to the report brought by the other Ceylon vessel Renswoude, ran aground on the island of Bonavesta and was thus wrecked; and that on that account one was deprived of the chests of gold that might have been dispatched therewith for this government, which was to cause a great change in that regard. Resolution to observe the order concerning the items refunded to Lovenaar to be written off to extraordinary expenses here. While it was furthermore resolved to observe Their Honorable Excellencies' order to write off to extraordinary expenses here various items which Their Excellencies, upon the request of the former Chief of Jaggernaikpoeram, Fredrik Ian Lovenaar—as shown by the extract of the General Resolution of the Castle of Batavia—in consideration of the fact that the legal proceedings instituted against him were conducted pursuant to the instructions of Batavia by secret letter of the 13th of May 1766, have resolved to cause to be refunded to him out of the Company's treasury, namely: 1. For what was brought into the treasury here out of his money for the travel expenses of the commissioners who were sent to Jaggernaikpoeram, pagodas 343. 15. 50. or Rds 687. 12. —. 2. For what was charged here by the sequester de Jan for outlays advanced for coolie wages, warehouse rent, etc., for the storage of his goods, pagodas 97. 10. 38. or Rds 194. 41. —. 3. For the bill of costs incurred in the case of appeal on the part of Lovenaar at Batavia, on behalf of the attorney Cras, amounting to Rds 343. 24. —. Or together: Rds 1225. 29. —. The 6th of September 1770. To observe this according to obligation, and pursuant to Their Excellencies' order, to cause the widow of the deceased former Paliacatte clerk Truter, who was employed in the aforementioned commission to Jaggernaikpoeram, to count into the Company's treasury, to be paid out again here to Lovenaar or his authorized agents, pagodas 20. 18. 7/8 or Rds 4. 28. —, which he enjoyed on account of 5 percent auction fees for certain goods of Lovenaar sold at Jaggernaikpoeram; and consequently to write thereof to Paliacatta where she resides. But regarding the ordered disbursement by the sequester de Jan to the authorized agents of the aforementioned Lovenaar of the following items, namely: 1. For the deducted 5 percent commission on the amount of pagodas 3466. 15. of diverse textiles surrendered by Lovenaar to the Company's merchants with the consent of the Court of Justice, to the sum of pagodas 173. 6. 48. or Rds 346. 18. —. 2. For the legal costs brought up in the sequestration account to the amount of pagodas 28. 12. 60. or Rds 57. 4. —. 3. For 5 percent commission on the proceeds of certain goods of Lovenaar that were legally sold, pagodas 29. 14. 4 or Rds 59. 8. —. 4. For as before, pagodas 24. 13. 44. or Rds 49. 8. —. Carried forward: Rds 511. 38. —.

Dutch transcription

bataviase papieren. van den 2: Junij J o. te Communiceeren. gesonden goud en silver. item Coopmansz: raaken. openingen deeling van een pagiet Waarna geopend en geleesen wierd het pacquet papieren met meerm: schip De vrouwe Elisabeth van Batavia alhier overgebragt, en door den schipper van dien bodem Anthon Leertouwen gisteren avond aan den heer gouverneur besteld, mitsgaders daarinne bevonden, wel melde haar hoog Edelens seer gevenereerde origineele gemeene en secreete missivens van den 14:' Julij pass=o nevens zodanige bijlagen als bij het daar„ nevens overgesonden Register bekend staan. —. besorgene over haar hoog Eds missive Vervolgens ter besoigne getreeden zijnde, over meer„ melde haar hoog Edelens seer gerenereerde missive de dato 22. ' Junij deeses Jaars, en per het schip Noordbeve„ land alhier ontfangen, wierd aanvankelijk ver„ watnoens het schip voor de enstaan, Hoogst deselve in Eerbied te Communiceeren, dat dien bodem den 4. ' aug=s alhier ter rheede gearriveerd was, en op de reijse 9. dooden gehad, mitsgaders te danksegging voor daarmeede nog 23. zieken alhier aangebragt hadde, en voorts de verschuldigde dankbaarheid deeser Regeering te betuijgen voor de gedaane sending met dien bodem van ƒ305716. 3. aan bhaar goud, en ƒ256389 aan bhaar„ silver, mitsgaders diverse Coopmansz: en benodigt„ heeden bij het Cognoiscement van dat schip gespecificeerd, den 6:' 7ber: 1770. zoo 579 den 6:' 7ber: 1770. 't Bengaals schip daar meede en't geene uijt nederland „daan zoude weesen. zoo meede voor het goud dat welmelde Haar hoog Ede, somede voor tnog beofe od met lens ter waarde van ƒ222301. 1. hebben gelieven te promitteeren met het over deese Custe na Bengale gedestineerd schip De vrouwe Elisabeth dit heen te zullen afsteeken, zoo als het selve dan ook daar„ meede volgens het hier voorwaards vermelde, gisteren nademiddag te deeser rheede is gearriveerd, En de „ remargie door hooght deselven dat wijl haar hoog Edelens gelieven te melden, dat daar ^ wireet te wagten was den eijsch vol„ meede, en het geen dat men van dat mineraal direct uijt Nederland te verwagten hadde, den Eijsch van 18:½. tonnen schats al seer na bij voldaan zoude weesen, en hoogst derselver brief van den 14.:' Julij per het schip De vrouwe Elisabeth aangebragt die gelijk hier vooren vermeld staat, in deese bij een„ komst geleesen is, geen de minste mentie maakt van het ongeval het uijt Europa voor Ceijlon gedesti„ neerd schip Leijmuijden overgekomen; soo wierd dog nit besloten is daarop temelken beslooten welm: Haar Hoog Edelens in Eerbied ken„ nisse te geeven, dat dien bodem, volgens het berigt, dat de andere Ceijlonse bhaar Renswoude daar„ van hadde gebragt op het Eijland Bonavesta ge„ strand en dus verongelukt was, mitsgaders dat men over zulx verstooken bleef van de goudkisten, die besluyt de ordre neers gem: aan Love„ neder gerestitueerde posten op onkosten ord: aelhier aftesz: te observeeren. die daarmeede voor dit gouvernement afgestoken. mogte zijn het geen een groote verandering daarom„ trend quam te veroorsaaken. — Terwijl alverder verstaan wierd Haar Hoog Edelens ordre ter afschrijving op onkosten Extra ordinair alhier van diverse posten, die Hoogst deselve op het versoek van het geweesen Paggernaijkpoerams opperhoofd Fredrik Ian Lovenaar, uijtwijsens Extract generaale Resolutie des Casteels Batavia uijt aanmerking dat de tegens hem g'entameerde proceduires, ingevolge het aangeschreevene van Ba„ tavia bij secreete missive van den 13. ' Meij 1766. geschied weeren, beslooten hebben hem uijt 'sComp=s Casta te doen restitueeren; als 1. wegens het alhier uijt zijne gelden in Cassa gebragte voor reijs ongelden der gecommitteerdens die na Jaggernaijk poeram sijn gesonden pr lo. 343. 15. 50. of -. . Rd=s 687. 12. —. 2. wegens het door den sequester alhier de Ian, in reecq: gebragte voor gedaan verschot van Coelij„ loonen, pakhuijs huur ensz: tot het bergen van 3. weeg=s de declaratie van kosten in Cas de appel aan de kant van Lovenaar te batavia geval„ len, ten behoeve van den advocaat Cras bedragende „ 343. 24. —. zijne goederen pr/o 97. 10. 38. - - - - - - „ 194. 41. —. of te samen. . . . rd=s 1225. 29. —. den 6:' 7ber: 1770. na 581 den 6:' 7ber: 1770. tighs ƒro 2:18:/: t doen uijtekeeren dat de haar opgelegde restitutie uijtgesteld blijven mag. —. na gehoudenisse te observeeren, en ingevolge hoogst der„ selver ordre door de weduwe van den overleeden geweesen en doorde wed Priter aan sijne gemaa„ Palliacatse scriba Truter, die in voormelde Commissie na Jaggernuijkpoeram g'emploijeerd is geweest, in 'sComp=s Cassa te doen tellen, om aan Lovenaar, of zyne gemagtigdens alhier weder uijtgekeerd te werden plo 20. 18. 7/8. of rd=s 4. 28. –. , die denselven wegens 5. p.r Cento vendusalaris van eenige te Paggernaijk poeram verkogte goederen van Vo„ venaar genooten heeft, mitsgaders het selve mits dien na Palliacatta alwaar zij zig bevind aante„ Dog belangende de geordonneerde uijtkeering gedan versek dor den sijn de san Cas„ door den sequester de Tan aan de gemagtigdens van welm: Lovenaar van de ondervolgende posten; als 1. weeg=s gedecorteerde 5. p.:r Cento provisie op pa/o 3466. 15. of het bedraagen van diverse door Lovenaar met Consent van den Raad van Justitie aan 'sComp=s Cooplieden overgela„ tene Lijwaten ten emporte van pa/o 173. 6. 48. . . rd=s 346. 18. -. 2. weeg=s de bij den sequestratie reek: opgebragte pro„ - - - - „ 57. 4. -. ces ongelden tot pa/o 28:12. 60. of. 3. weeg=s 5. p=r C:o salaris van 't rendement eeniger goe„ deren van Lovenaar die geregtiglijk verkogt sijn pr/o 29.14. 4 „ 59. 8. —. 4. Weeg-s als eeren pr Co. 24. 13. 44. - - - - - - „ 49. 8. -. Transporteere . rd=s 511. 38. —. schrijven. —.

NL-HaNA_1.04.02_3290_0832 view scan ↗

English

may request Their Excellencies, as well as on what grounds: 5. For a 5 percent commission on pagodas 172. 5. 55., or the amount received from a Company Merchant for diverse goods purchased privately from Lovenaar, pagodas 53. 14. 33. 6. For what was charged to him for drawing up the inventory of his vessel with its appurtenances and granting certain authentic copies of papers, pagodas 9. 7. 50., or 18. 32. Or together rixdollars 637. 38. A request having been made by the same, as well as by his predecessor, the present Resident of Porto Novo, Leonard Campie, who also enjoyed some of the aforementioned fees, that this refund might remain suspended, and that they might be permitted to request their release by petition to the said Their High Excellencies, on the grounds that the largest part thereof originated from the percentages on the goods which they were ordered to sell for him, both privately and by public auction, and for the collection and accounting of the proceeds of which they had consequently been obliged to vouch, indeed for which they would have been liable in case of bankruptcies and Brought forward rixdollars 51. 283. 107. 6. 6 September 1770. 583. 6 September 1770. other accidents that might have rendered the buyers unable to pay, and whereby there had been all the more hazard and danger because everything was granted on credit; and the remainder was partly derived from the fees that they and the other judicial officers, namely the bailiffs and clerks, had earned in his case, and of which, as soon as it was received, they had each paid out their share; and partly from what was charged for the copies of diverse papers which his authorized representatives had privately withdrawn after his departure, among which was even stamp duty; besides yet other reasons which they allege in a petition dedicated to Their High Excellencies for that purpose. Thus, upon the motion made by the Honorable Chief Administrator on behalf of the Governor, it was approved and resolved to grant condescension therein, to permit them to request their release from the said Their High Excellencies, and to allow them to stay the payout until such time as Their High Excellencies' further generous disposition in this regard shall have been obtained, as well as to respectfully submit the petition presented by them to the said Their High Excellencies for that purpose, alongside the next departing letter of this Government. Diverse resolutions taken by Their High Excellencies concerning the Haselkamp affair. To leave the two aforementioned items charged, but to settle the 100 pagodas of the agriculturalists against previous years' debits. By the most honored Their High Excellencies, according to an extract from the general resolution of 22 May last, diverse resolutions having been taken upon the incoming report of the Examiner and Bookkeeper General in Batavia, who had further examined the incoming report of the secretary of this assembly, Willem Duijnevelt, and the Trade Transferrer, Johannes Scheuneman, concerning their investigation into the restitution of a considerable sum of rixdollars 22196. 20 requested by the repatriated Junior Merchant, former secretary and Cashier here, Johannes Haselkamp; it was consequently approved and understood to leave Haselkamp's account debited, both for the pagodas 913. 16. 70 which were paid from the means of the widow Crucius and not from those of the said Haselkamp for her deceased father, the former First Warehouse Keeper Bonk, as well as for the pagodas 2584. 12. 11 which were taken from his possessions in settlement of the arrears of the farmers of revenue; of both of which items Their High Excellencies have declined restitution. However, to credit him on the other hand, and to settle against previous years' expenses and outlays, the 100 pagodas that were charged to him on account of the debt of the agriculturalists. 6 September 1770. 38 38 585 And to observe the order regarding previously similar moneys not to let them run under pro memoria. As well as to provide the necessary elucidation concerning the discrepancy between the cash account and trade books. Item, to let the more aforementioned pagodas 2491. 19. 4 serve to the benefit of Haselkamp. And also strictly to observe the order given by Their High Excellencies concerning this article, in future to allow no more such paid-off moneys to continue running under pro memoria among the balances of the Cashier, but on the contrary to have the same recorded and written off monthly in the cash account, in order to prevent improper practices and the disadvantage that this or that person might otherwise suffer thereby. Likewise to have accurately investigated and, in accordance with the desire of the said Their High Excellencies, to clearly elucidate to them what the cause is of the great difference between the cash account as of the last of August 1762 and 1763 and the trade books of the said years with respect to the balances of the petty cash, since according to the first they amounted to pagodas 25420. 21. 20 and pagodas 43425. 5. 50, but according to the latter to only pagodas 14231. 1. 50 and pagodas 27272. 14. 70. Item, also to let serve in favor of Haselkamp the pagodas 2491. 19. 4 which, for the purpose of settling Loomans's debt to the petty cash, were additionally charged to him according to the trade books of 1761, 1763, and 1764, and 6 September 1770.

Dutch transcription

Ed:s versoeken mogen. mitsg=s op wat fundament 5. weegens 5. p.r Cento provisie uijt pr/o 172. 5. 5. of het ontfangene van een 'sComp=s Coopman voor diverse uijt de hand gekogte goederen van Lo„ venaar prlo 53„ 14. 33. -. 6. wegens het hem ten laste gebragte, voor het inventariseeren van zijn vaartuijg met dies toebehooren en het verleenen van eeni„ ge copij authentique papieren pr/o 9. 7. 50. . „ 18. 32. —. of te samen. . . . rd=s 637. 38. –. door denselven, soo wel, als sijne antecesseur den present Portonovos Resident Leonard Campie, die meede eenige van de voorm: salarissen genooten heeft, versoek gedaan weesende, dat die te rug gave. om sij deat alvorig van han hoog uijtgesteld blijven, haar gepermitteerd werden mogt, dies releveering bij request van welmelde haar hoog Edelens te versoeken, op fundament, dat het groot„ sto gedeelte daar van oorspronkelijk was, uijt de p:r Centos der goederen, die sij geordonneerd sijn van denselven zoo uijt de hand, als per vendutie te verkoo„ pen, en voor de inkoming en verantwoording, van welkers provenu sij mits dien hadde moeten in„ staan, Ja waar voor se in Cas van banqueroetten, en Per Transport . . . . rds 51. 283. —. - - - „ 107. 6. —. den 6: 7ber: 1770. andere : 583. den 6:' 7ber: 1770. andere toevallen, die de koopers in't onvermogen der betaaling gesteld konde hebben, rederabel geweest zoude zijn, en waarbij nog te meer hasard en gevaar was ge„ weest, door dien alles op tijd afgestaan was, en het overige gedeeltelijk voortkomstig was, uijt het salaris dat zij en de andere Justitieele bediendens, te weeten deurwaarders en Clercquen in zijne zaake verdiend en waar van zoo dra het ontfangen was, sij ieder het zijne afgegeeven hadden, en gedeeltelijk uijt het opge„ bragte voor de Copijen van diverse papieren die zijne gemagtigdens na sijn vertrek in't particulier geligt hadden, waar onder selfs ook segul geld was, buijten nog meer andere reedenen die sij bij een aan Haar hoog Edelens ten dien eijnde gededliceerd request allegueeren. zoo wierd op de voordragt van den E: hoofd administra,„ condescendance daarin teur uijt naame van den heer gouverneur gedaan, goed„ gevonden en beslooten, haar te permitteeren, dies ont„ hetting van welm: haar hoog Edelens te versoeken en haar tot tijd en wijle dat hoogst derselver nadere gere„ nereerde dispositie dierweegens erlangd zijn zal, met de uijtkeering te laaten supercedeeren, mitsg=s het door haar overgegeeven request, welm: haar hoog Edelens ten dien eijnde, neevens het eerst aftegaan schrijvens deeser Regeering diverse gevallen besluijten bij haar hoog Ed=s nopens Hasselkamps atfeire neers gem: twee polten betalt te laaten dog de 100. paij der Landbouwers op voor Jaar„ rige Latten te liguideeren. Regeering in Eerbied aantebieden. —. Door Hoogst gedagte Hunne Hoog Edelens bij extract generaale resolutie van den 22:' Meij pass=o, op het ingeko„ men rapport van den visitateur en Boekhouder generaal te Batavia, die het overgekomen berigt van den secreta„ ris deeser vergadering Willem Duijnevelt en den Nego„ tie overdrager Iohannes Scheuneman, weegens haar gedaan ondersoek omtrend de door den gerepatrieerden onderkoopman geweesen secretaris en Cassier alhier Iohannes Haselkamp versogte restitutie van een aansienelijke somma van Rijds 22196. 20. nader g'exa„ maneerd hadden diverse besluijten genomen zijnde; zoo arrest on hen ingevolge van dien vanr wierd ingevolge van dien goedgevonden en verstaan, Hasel„ kamps reekening belast te laaten blijven, zoo voor de pa/o 913. 16. 70. die uijt de middelen van de weduwe Cru„ cius en niet uijt die van gedagte Haselkamp voor haar overleeden varder, den geweesen Eerste pakhuijs„ meester Bonk betaald zijn, als voor de prlo 2584. 12. 11. die men ter voldoening van der pagters agterstallen, uijt sijn besitting genomen heeft; van welke beijde posten Hoogst deselve de restitutie gedeclineerd hebben. —. Dog daar en tegens hem ten goede te brengen, en op voorjaarige Lasten en ongelden te liquideeren, de 100. den 6:' 7ber: 1770. pagoorden. 38 38 585 penn: met per mem: te latent loopen te observeeren. geven nops 't verschik tusschen de oalka reecq: en negotie boeken. voordeele van Haselkamp te laten dienen pagooden, die hem weegens de schuld der Landbouwers ten Laste zijn gebragt. — F En ook stipt te observeeren de ordre door Haar Hoog ende ordr om vooraande gelijke Edelens omtrend dit articul gegeeven, om voortaan geen diergelijke afbetaalde gelden meer onder de restan„ ten van den Cassier per Memorie te laaten voortloo„ pen, maar deselve integendeel maandelijk bij de cassa reekening te doen opbrengen en afschrijven tot preven„ tie van verkeerde handelwijse, en het nadeel dat anders deese of geene daar bij soude kunnen Lijden. Zoo meede om accuraat te laaten nagaan en welm: zoomeede de nodige elucidatie te Haar Hoog Edelens ingevolge hoogst derselver begeerte duijdelijk te elucideeren, wat de oorsaak is van het groot verschilt tussen de cassa reekening onder ult=o augustus 1762. en 1763. , en de negotie boeken van gedagte Jaaren met betrecking tot de restanten van de kleene Cassa, nadien deselve volgens de eerste pagooden 25420. 21. 20. en pagooden 43425. 5. 50. dog volgens de laaste maar pr/o 14231. 1. 50. en pagorden 27272. 14. 70. beloopen hadden. — Item om almeede in faveur van Haselkamp te Laaten item ommeer gem: ag: 494:9: „ ten dienen, de pr/o 2491. 19. 4. dewelke ter verevening van Loo„ mans debet aan de kleene cassa, volgens de negotie boe„ ken van 1761½ 176 1/3. en 1764. hem meer ten Laste gebragt, den 6: September 1770. en

NL-HaNA_1.04.02_3290_0836 view scan ↗

English

amounting to the proceeds of Crucuis' goods. paid more than his curators have received from the widow. However, to credit again to the benefit of van Teijlingen, which have also essentially been furnished out of his own means, more than he states to have been able to collect. Also paid and to be transferred to his credit on the account of the former Governor van Teijlingen, the two following items; namely pagodas 195. 3. 35., which he paid to the same more than the proceeds of the sold goods of the late cashier Crucuus had amounted to, and pagodas 2331. 8. 50., or as much as was paid out of Haselkamp's estate in settlement of his aforementioned predecessor's arrears to the petty cash more than his curators had received for the account of his widow. However, on the other hand, to credit van Teijlingen again with that which, towards the balancing of the last-mentioned sum, shall be recoverable from the widow Cricius, and therefore in the first place the actual amount that was remitted here by bill of exchange from Ceylon, on account of what was received for the account of the aforementioned Bonk, out of the estate of the former Governor of Ceylon van Eck, amounting according to the bill of exchange to only pagodas 871. 7. —, instead of the pagodas 1407. 16. stated for it in the report of Duijnvvelt and Scheuneman, since upon receipt here it was found not 6 September 1770. to import 587 6 September 1770. to have Haselkamp make restitution. To debit 874. 9. more than the first-mentioned sum, originally arising from the further calculation made thereof on Ceylon, after deduction, however, of pagodas 214. 4. 20. deducted on account of a certain assessment imposed on the aforementioned Bonk. Also decided to have Haselkamp restore, in addition to the two aforementioned items, the pagodas 1000 paid by his sureties, the titular Major Bonte and the repatriated chief surgeon of this Castle, Esscher, and the pagodas 4200 which were furnished out of the means of the aforementioned van Teijlingen, according to the resolutions of 12 August and 20 September 1766, towards the settlement of Haselkamp's debt to the Honorable Company, and therefore to debit his account for both of these items as well as for pagodas 84. 9., instead of pagodas 112. 12., for two copies of pay accounts of wages earned by Haselkamp in the years 1747/8 and 1748/9, which were credited to his benefit in the books of the year 1765/6, the originals of which, however, as has since appeared, had already been sent to Europe in the year 1749 for payment, since this last item, according to the calculation of the wages, does not import more than the first-mentioned amount, the last-mentioned having been erroneously taken according to the exchange rate of the trade books. remains. to cause to be paid into the cash office, and out of which to have remitted to Batavia. Decided to charge the loss incurred on the aforementioned chintz in Europe to Paliacatta. Amounting thus to that which is credited to Haselkamp - - - - - - pagodas 5118. 7. 9. and that which is debited to his account, and must be restored - - - pagodas 5204. 9. —. so that there still remains to his debit . . pagodas 166. 1. 71. Which it was decided to have his curators pay into the Company's treasury, out of that which, according to their statement, was still securely to come in for him to the sum of pagodas 1357. 2. 74., towards balancing his account, and the remainder, after deduction of that which might have been paid by them for his account since then, also to be counted into the Company's treasury, in order to be remitted to his attorneys at Batavia, the titular merchant and confrontist of the Batavian administration books Carel Fredrik Severin, to which end they should be ordered to draw up and hand over an accurate account thereof. There also having been tabled the proceeds of the 400 pieces of fine chintz sent to Europe for the account of the Paliacatta merchants pursuant to Their High Noble Honors' honored resolution of 20 October 1767, in order for the loss incurred thereon upon sale at the Amsterdam chamber, to the amount of ƒ 1899. 1. —, to be reimbursed by the merchants; 6 September 1770. it was understood 589 6 September 1770. horses on occasion. to distribute among the offices. to urge most earnestly. to charge the said office for that amount to that end, with orders to the chiefs to count this into the cash office in accordance with the agreement entered into by them. And it was further approved, should the opportunity arise here to obtain one or two Persian horses according to the drawings sent over, to purchase the same as civilly as possible for the Emperor of Japan, according to Their High Noble Honors' authorization, and to send them under good supervision to Batavia. As it was also understood to distribute the received requisition of returns from this government for the Fatherland and the coming year 1771 as quickly as possible among the subordinate offices of this Coast, and to hold before their servants on that occasion most earnestly the repeated complaints of the Noble and Honorable High Lords Majors about the great decline in the quality of the linens, to such an extent that the requisition had thereby been greatly reduced once again, and, continuing thus, would in the end come to nothing at all; with earnest orders, therefore, to direct their attention above all to the improvement of the quality of the cloths, and the further necessary application on that subject.

Dutch transcription

van 't rendement van crucuis goederen bedraagd. —. betaaldis, dan sijn Curatoren van de wed: ontfangen hebben. dog wat daar en teegen weeder ten voor„ deele van van teijlingen te doen komen en ook wesentlijk uijt sijne middelen gefourneerd zijn, dan hij opgeeft te hebben kunnen invorderen. —. l oftgen ijmede betake ese en ok ten zijnen voordeele op de reecq: van den gewee„ sen gouverneur van Teijlingen te laaten overschrijven, de twee volgende posten; als pr/o 195. 3. 35. dewelke hij aan denselven meer heeft betaald, dan het rendement der gevenduceerde goederen van wijlen den cassier Crucuus bedragen had, en en tgen voreeq: an den lvemer r/o 2331. 8. 50. of zoo veel uijt Haselkamps boedel in vol„ doening van zijne voorm: prodecesseurs agterstal aan de kleene Cas meer is betaald, dan zijne curatoren voor reek: van desselfs weduwe ontfangen hadden. —. Dog daar en teegen van van Teijlingen weder ten goede te brengen het geene tot verevening van de Laast„ gemelde somma van de weduwe Cricius, te recouvreeren zal zijn, en mits dien in de eerste plaats het wesentlyke bedragen dat per assignatie van Ceijlon dit heen over„ gemaakt is, wegens het ingekomene voor reekening van meerm: Bonk, uijt de boedel van den geweesen Ceijlons gouverneur van Eck, bedragende volgens de as„ signatie maar pr/o 871. 7. —. in steede van de bij het berigt van Duijnvvelt en scheuneman daar voor gestelde pa/o 1407. 16. als bij ontfangst alhier bevonden sijnde, niet den 6 ' 7ber 1770. meer 587 den 6. ' 7ber: 1770. van Haselkamp te doen restitueeren. Norg: 874. 9. te belasten. is. meer als eerstgemelde som ten importeeren, oorspronkelijk uijt de nadere bereekening die daar van op ceijlon is gemaakt, na aftrek egter van plo 214. 4. 20. weegens seekere belasting meermelde Bonk opgelegd sijn ge„ decourteerd.— Mitsgaders ten laste van Haselkamp te laaten besluijte nevrs gem 2: posten ten Laste restitueeren prlo 1000. die door sijne borgen den Titulair Majoor Bonte en den gerepatrieerden opperchirurgijn deeses Casteels Esscher zijn betaald, en de plo 4200. die uijt de middelen van voorm: van Teijlingen volgens resolutien van den 12. ' aug=s en 20:' 7ber: 1766, , ter vere„ vening van de schuld van Haselkamp aan dE: Comp: sijn gefourneerd, en mits dien sijne reecq: voor deese insijneeg daor von zo wel al voo beijde posten soo wel als voor pagooden 84. 9. in steede van pag: 112. 12: voor twee Copia zoldij reekeningen van waar uijt dit kaate vorpronkelijk verdiende gagien door Haselkamp in de Jaaren 174 7/8. en 174 2/9. die bij de boeken van anno 176 5/6. ten sijnen voordeele ingenomen, dog waar van de origineele zoo als dat 't zeedert gebleeken is, reeds in anno 1749. ter voldse„ ning na Europa overgesonden zijn, te debiteeren, alsoo deese Laaste post na de bereekening der soldijen, niet meer als het eerstgem: bedragen komt te importeeren, en het laastgem: abusive na de Cours der negotie boeken genomen. resteerd. casla te doen verblengen, en waar uijt battavia te laten overmaeken. besluijt 't gevallen veries op neevs gem: Chitpen in Europa pabliaCatta aante„ reekenen. wating ten date van dae kean genomen is bedragende dus het geene Haselkamp ten goeden komt . - - - - - - pr/o 5118. 7. 9. en het geene ten zijnen laste gebragt werd, en gerestitueerd werden moet - - - „ 5204. 9. —. invoege 'er nog ten zijnen laste resteerd. . pra/o 166. 1. 71. besluijt zulde door sijne ciratoren in die men besloot door sijne Curatoren, uijt het geene van hem volgens haare opgave nog ter somma van prlo 1357. 2. 74. secuur in tekomen stond, ter vereerening van sijne reekening in 'sComp:s cassa te doen brengen, mitsg:s het altent aan in gen: te En het restand na aftrek van het geene t' zeedert nog voor sijne reecq: door Haar betaald mogt zijn, almeede in 'sComp:s cassa te doen tellen, om aan desselfs gemag„ tigdens te Batavia den titulair Coopman en Confron„ tist der Bataviase administratie boeken Carel fre„ drik Severin, overgemaakt te werden, ten welken eijnde sij gelast zoude werden daar van een accuraate reeke„ ning optemaaken en overtegeeven Nog ter tafel gebragt zijnde het rendement der ingevolge Haar Hoog Edelens g'Eerd besluijt van den 20:' october 1767. voor reekening der Palliakatse Coop„ leeden na Europa versondene 400. p=s fijne Chitsen, om het bij verkoop ter kamer Amsterdam daarop ge„ vallen verlies, ten emporte van ƒ1899. 1. –. door de Coop„ den 6:' 7ber: 1770. lieden 2 589 den 6: 7ber: 1770. pwoerden bij geleegentheijd. —. de comptoiren te veteelen. einstigste voorthouden. lieden vergoed te werden; zoo wierd verstaan aan dat be„ dragen ten dien eijnde gem: Comptoir aantereekenen, met Last aan de opperhoofden zulx volgens de door haar onder de oof lieden verdaran te verden aangegaane verbintenis in cassa te tellen En men vond voorts goed ingevolge de occagie sig besluijte nkop van tee eltanen opdoen mogt, om alhier een of twee persiaanse paarden na de overgesondene afteekeningen te bemagtigen deselve als dan volgens haar hoog Edelens qualificatie voor den keijser van Iapan zoo Ciril mogelijk inte kopen, en onder goed opsigt na Batavia te senden. —. zoo als ook nog verstaan wierd, den bekomen item onderbekonen patralen eijshoor Eijsch van rethouren uijt dit gouvernement voor 't Patria en het aanstaande Jaar 1771. op het aller„ spoedigste over de subalterne Comptoiren deeser Custe te verdeelen, en de bediendens derselve, bij die en aenstbe bijdegeleget gelegendheijd op het ernstigste voortehouden de Eerige klagten der Edele hoog agtbaare Heeren Majores, over het groot verval in de qualiteijten der Lijwaaten, in soo verre dat den Eijsch daar door alweder seer ver„ minderd was, en dus voortgaande op het Laast geheel te niet loopen zoude met ernstige tast dierhalven, om voor al haar attentie op de melioratie van de deugd der doeken te vestigen, en de verdere nodige en op dat sujet applicatle 7.

NL-HaNA_1.04.02_3290_0840 view scan ↗

English

the 6th of September 1770 Regarding the prohibition contained in the circular Extract of the general Resolution of the Castle of Batavia, dated 10 April of this year, not to sell or alienate, publicly or privately, any bondservants who have made profession of the Christian religion, and what further pertains thereto, to observe in detail what is mentioned in that Extract; it was understood to cause the same to be promptly observed, and therefore to give the required notice by delivering the necessary copies thereof to the Council of Justice here and to those who, both at this main settlement and at the subordinate factories, are authorized to pass deeds and testaments. At the packing warehouse held recently, among others, 20 packs of Guinees bleached Coedeloers sample were sorted, which were found to be below the quality of the first sort of that which, according to the contract entered into, was paid at p lo 101. 20. 30. or f 458. 6. 6.: thus it was understood to accept the same for the valued sort of which 12 packs were demanded, and therefore also contracted for in the agreement, and to allow its suppliers, being the merchants of this place Tieroemenij Chittij and Ramalinga Poele, for each pack of the same, the price which was paid here for the ordinary Guinees common bleached first sort, being p r/o 86. 12. 40. or f 389. 6. 14: —. Consequently p r/o 10. 22. 20. or f 49. 3. 8. less than the contracted price for 48 @: of the said sort of Coedeloers Guinees: since the aforementioned linens accepted for the valued sort, upon close examination, were found to be worth as much as the Guinees common bleached 1st sort. Since the decision taken in the Resolution of 31 August past concerning the betilles delivered by the merchants of this main settlement, which were found to be far below the usual qualities of the first sorts thereof, an additional number of 15 packs, as many as were still lacking from the demanded quantity, have been brought in by them and found to be of the same quality as the previous ones; consisting of: 1 pack of Betilles coarse broad 4 do. do. do. narrow 2 do. do. Ternatanes 7 do. do. thin bleached Indias sort 1 do. do. fine narrow thus it was understood, for the reasons set down in detail in the aforementioned Resolution, to accept the same for the same prices as paid for the packs specified therein. Lastly, Corporal Ioseph Blijhard, earning f 16., on account of the expiration of his term, was increased in wage to f 18., and the soldier Daniel Braun, with his earning wage of f 11., was transferred to sailor, and the young sailor Iacob Verboom to soldier with the addition of a monthly salary of 9 guilders on his running contract. The aforementioned passed resolutions having been reported by the secretary of this assembly to the Lord Governor, His Honour was pleased to conform thereto. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above. Signed as before. Wednesday the 6th of September 1770. Wednesday the 12th of September Anno 1770. In the morning at eight o'clock Political Assembly held Present The Senior Merchant and Head Administrator Henricus Leembruggen The Honourable Major Titular Hartwig Bonte, Commandant and Head of the Militia The Merchant and Fiscal Tammerus Cantervisscher The Merchant, Trade Bookkeeper and First Warehouse Master Pierre Jean Louis de Zilliettoa The Titular Merchant, Mint Master and Adigar of this outer city Cornelis Pietersz: The Junior Merchant Ian Aspengh, The Junior Merchant and Assayer Iacob van Tessel The Junior Merchant, Secretary and Cashier Willem Duijnevelt Absent The Right Honourable Pieter Haksteen, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of this Coast of Coromandel with the dependencies thereof, due to his extreme indisposition. The cargo brought from Batavia by the ship Noordbeveland for this main settlement and the factories of Sadraspatnam and Palliacatta having been delivered, the general finding drawn up thereof and now brought in was resumed and approved to pass for write-off the following deficits; namely: 101 lb: or 1 per cent on the nutmegs or hulls 375 lb: or 1/8 per cent on the bar copper Japanese 1600 lb: or 2 per cent on the pepper 26 lb: on the camphor 2 1/2 lb: or 1/8 per hundred on the tin, 5 lb: or 1/8 do. on the spelter 1 1/4 lb: or 1/8 do. on the pig lead 35 lb: or 1 do. on the nails 18 lb: or 1 1/2 do. on the steel 10 1/4 lb: or 2 do. on the sandalwood 10 jugs or 10 per cent on the vinegar 7 jugs or 8 do. on the olive oil 16 bottles of brandy 1/2 bottle of distilled waters. And furthermore to cause the authorities' account to be charged for what was accounted for in deficit by them above the aforementioned permitted allowance; namely: 1292 pieces of Javanese rattans 1 jug of vinegar 411 1/2 lb: of Bar copper Japanese, 5,637 lb: of Pepper the 12th of September 1770. Thus

Dutch transcription

den 6: 7ber: 1770 gedaen hebben te verkoopen. selve. besluijt 20. pack: guin:t oedeloers voor gewardeerde z=t te accepteeren en waarom applicable ordres. civili odongen lan eblijen Belaengende het verbod vervat bij circulaire Ex„ tract generaale Resolutie des casteels Batavia, de dato 10. ' April deeses Jaars, om geen Lijfeijgenen die van de Christelijke godsdienst belijden is gedaan hebben, publicq of onder de hand te verkoopen of te ver„ alieneeren, en het geen daar toe verder betreckelijk is, besluit ter pren,„ te bevaene van't omstandig bij dat Extract vermeld; wierd verstaan het selve prompt te doen observeeren, en mits dien door het afgeeren der nodige Copias daarvan aan den Raad van Justitie alhier en de geene die soo te deeser hoofd„ plaatse als op de onderhoorige Comptoiren tot het pas„ seeren van actens en testamenten g'authoriseerd zijn, de vereijschte kennisse te geeven. — Ter Jongst gehoudene paksaal onder anderen gesor„ teerd zijnde 20. packen guinees gebleekt Coedeloers mons„ ter die beneeden de qualiteijt van de Eerste zoort van dat geweest waar voor volgens het aangegaan con„ tract p lo 101. 20. 30. of ƒ 458. 6. 6. betaald werd, bevon„ den zijn: zoo wierd verstaan deselve voor gewardeerde zoort waar van 12. packen g'eijscht; en dierhalven ook bij het Contract aanbesteed, zijn, te accepteeren, en dies Leveranciers zijnde de Cooplieden deeser steede Pieroemenij 591 den 6:' 7ber: 1770. ter resolutie van 31. aug.s vermeld aanteneemen Tieroemenij Chittij en Ramalinga Poele voor ieder pak van het selve toeleggen, de prijs welke voor het ordinair guinees gemeen gebleekt eerste zoort alhier werd betaald, zijnde p r/o 86. 12. 40. of ƒ 389. 6. 14: —. over zulx pr/o 10. 22. 20. ob ƒ. 49. 3. 8. -. - minder, dan de gecontracteerde prijs voor 48. @: van dito zoort Coedeloers guinees: dewijl de voorsz: voor geweerdeerde zoort geaccepteerde lijwaaten bij nauwkeurige exa„ minatie bevonden zijn, soo veel waardig te weesen als het guinees gemeen gebleekt 1: zoort 'T seedert het beslootene ter Resolutie van den itenm om nogeng belhulte, sodang als 33:' aug=s pass.o nopens de door de Cooplieden deeser hoofdplaatse geleverde bethilles, die verre beneeden de gewoone qualiteijten van de eerste zoorten derselve bevonden zijn, nog een aantal van 15. packen soo veel nog quamen te breeken aan de g'eijschte quantiteijt door haar aangebragt, en van deselfde deugd als de voo„ rige bevonden zijnde; bestaande in 1. pak Bethilles grove breede 4. _. o _. o _ o smalle 2. _. o _. o Ternatanes 7. _. o _. o ijle gebleekte Jndias zoort 1 _: _:o fijne smalle zoo verhooging in gagie en Changering van eenige persoonken. den heer gouverneur zoo wierd verstaan deselve om de reedenen ter voorm: Resolutie omstandig ter neder gesteld voor die selvde prijsen als voor de packen daar bij gespecificeerd betaald zijn te accepteeren. —. Laastelijk wierd den Corporaal Ioseph Blij„ hard, winnende ƒ. 16. mits tijds expiratie in gagie verhoogd tot ƒ 18. , mitsgaders den soldaat Daniel Braun met zijn winnende gagie van ƒ 11. gechan„ geers tot mattroos en den Jong mattroos Iacob verboom tot soldaat met toevoeging van een maan„ delijke besolding van 9. guldens op zijn loopend verband approbatie van de voon: belluijten vor Van de voorsz: gevallene besluijten door den secreta„ ris deeses vergadering aan den heer gouverneur rapport gedaan zijnde, geliefde zijn Edele zig daarmeede te Con„ formeeren. —. Aldus Gedaan en Gearesteerd Jn't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:geteekend :/ als vooren. Woensdag den 6: 7ber 1770. 593 Woensdag Den 12. ' September A:o 1750. bevinding der Laading van Noordbeve„ land. — 's morgens ten agt uuren Politicque Vergadering Gehouden Present Den oppercoopman en hoofd administrateur Henricus Leembruggen Den E: Majoor Titulair Hartwig Bonte, Commandant en hoofd der Militie Den Coopman en Fiscaal Tammerus Cantervisscher Den Coopman Negotie boekhouder en Eerste pakhuijsmeester Pierre Jean Louis de Zilliettoa Den Titulair Coopman, Muntmeester en Adigaar deeser buijten stad Cornelis Pietersz: Den ondercoopman Ian Aspengh, Den ondercoopman en Essaijeur Iacob van Tessel Den onderCoopman Secretaris en cassier Willem Duijnevelt dempto Pieter Haksteen Den wel Edelen gestrengen Heer Raad Extraordinair van Nederlands Jndia, gouverneur en Directeur deeser Criste Chormandel met den resorte van dien, Mits hoogst desselfs indispositie De van Batavia meede gebragte Lading per resimpte van en dispostie pal het schip Noordbeveland voor deese hoofdplaatse en de Comptoiren Sadraspatnam en Palliacatta uijtgeleverd zijnde, wierd de daar van opgemaakte, en als nu binnen gebragte generaale Bevinding geresumeerd geresumeerd en goedgevonden ter afschrijving te pas„ seeren, de ondervolgende minwigten; als 101. lb: of 1. p. r Cento op de noten of rompen 375. „ „ — 1/8. „ „ het slaafkoper Iapans 1600. „ „ 2. –. „ „ de peeper 26 „ Camphier 2:½ „ of 1/8. ten honderd op het thin, 5. –. „ „ 1/8. „ _ o „ „ spiaulter 1: ¼. „ „ 1/8. „ _o „ „ seuglood. 35. –. „ „ 1. –. „ _ o „ de spijkers 18. –. „ „ 1. ½ „ _ o „ het staal 10. ¼. „ „ 2. –. „ _ o „ „ Sandulhout 10. —. kann: of 10. p. r Cento „ de Asijn 7. —. „ „ 8. _ o „ „ olijven olij — 16. fles brandewijn — ½. „ gedisteleerde wateren. En wijders der overheeden Reekening te doen belasten voor het geen door haar boven de voorsz: geper„ mitteerde validatie te kort verantwoord is; teweeten 1292. p. s Iavase Rottings 1. kan Asijn Staafkoper Iapans, 411. ½ lb: 5. 637. -. „ Peeper den 12:'. Septem=r 1770. Soo

NL-HaNA_1.04.02_3290_0845 view scan ↗

English

595 the 12th of September 1770. A declaration concerning the underweight of the pepper was, as well as 2 steel linchpins. Production by the skipper of a declaration, and what was demonstrated therein. Although the skipper Arij Fransz, with respect to the extraordinary underweight on the pepper, produced for his discharge a declaration by the chief mate Cornelis De Roo, together with boatswain Hendrik Backer, and the boatswain's mate Marinus Marinussen, granted at his requisition under presentation of oath, to demonstrate that neither during the receipt at Onrust, nor during the delivery here, any fraud had been or could have been committed in that regard, due to the good care that had always been taken of it, and the same could also not be imputed to carelessness or neglect of duty; as well as that the pepper, upon receipt at Onrust, had been coarse in grain and had appeared black, but on the contrary, upon delivery here, was found to be much finer in grain and lighter in color, as well as entirely dusty, so that said dust, having flown away and been spilled during processing, must thereby have caused the greatest part of the aforesaid underweight; said declaration reading as follows: Insertion of the same. We the undersigned, Cornelis De Roo, chief mate, Hendrik Backer, boatswain, and Marinus Marinussen, boatswain's mate, all stationed as such on the Company's ship Noord Beveland, currently lying in the roads of Nagapatnam, declare hereby at the requisition of the commanding skipper Arij Fransz, to be true and truthful: That they by no means comprehend or can reconcile with their understanding whence the considerable shortfall of 7237 lb on 80000 lb of pepper, which was brought here with the aforesaid vessel, amounting to 9 per cent, has its origin, seeing that, having been on board when the same was received by the applicant at Onrust, they could not perceive the least deceit regarding it, and that such could also have had no place during the delivery here, due to the continual watchfulness of the applicant, who was always personally present at the out-weighing and carefully watched the batch brought to the scale and not yet weighed. But that the aforesaid pepper, upon receipt at the island of Onrust, was coarse of grain and black to the eye; and on the contrary, was found here upon delivery to be much finer of grain, lighter of color, and entirely dusty, and that said dust notoriously must have caused, and did cause, much underweight during processing and weighing upon delivery, since very much of it was lost on that occasion. 97 the 12th of September 1770. And that from the just-mentioned constitution of that pepper one must absolutely determine that the same must have been moistened before receipt into the ship, as not the slightest thing was added to or taken from it on board, but that the separate compartment in which it lay had not been open, nor had anyone been inside it, since it was stowed therein. All of which the declarants certify to contain the pure truth, giving as reason for their knowledge that which is in the text, remaining consequently prepared to confirm this their testimony at all times, whenever required, with an oath. Thus done and passed on the ship Noordbeveland, lying in the roads of Nagapatnam, the 6th of September, anno 1770. Was signed: C:s de Roo, Hendrik Backer, and Marinus Marinussen. Renvoi to Their High Excellencies to request of them relief from the same. Thus, notwithstanding that nothing could be found from that submitted remonstrance that could in any way make the authorities suspect unfaithful treatment, it was nevertheless approved and agreed to refer the skipper with his submitted objections concerning this to Their High Excellencies, to request the relief thereof from Their High Excellencies' discretion. the 12th of September 1770. To credit. To employ cracked timbers as well as possible. Delivery of the report concerning the treatment of the nutmegs brought with that vessel. Insertion of the same. Where, on the other hand, it is agreed to credit their account again for the surplus delivered: 1667 pots of arrack 32 lb of butter 123 ¾ lb of camphor, and 6 pots of olive oil Together with letting the timbers that were found cracked at the ends be used in the Company's service as well as possible. Hereafter was also produced the report of the fiscal and commissioned judicial members concerning the accurate re-weighing and further treatment of the aforesaid nutmegs brought with that vessel, after resumption of which it was approved to insert that paper herein, both as proof that those spices were treated according to orders, and also that the nutmegs are already starting to be affected by mites. To the Right Honorable Sir Pieter Haksteen, Extraordinary Councilor of Dutch India, Governor and Director of this Coast of Coromandel, with its dependencies, etc., etc. Right Honorable Sir: The undersigned fiscal, and commissioned members from

Dutch transcription

595 den 12. ' 7ber: 1770. een verklaring weeg.s 't minwigt der dorpen. werd. — soo meede 2. staale Linchalen Schoon den schipper Arij Fransz: ten opsigte productie door den schipper van van het extraordinair minwigt op de peeper ter zijner decharge een verklaring door den opperstuur„ man Cornelis De Roo, mitsgaders schieman Hen„ drik Backer, en den schiemansmaat Marinus Marinussen ter requisitie van hem, onder presen„ tatie van Eede verleend, produceerde, ter aanthooning en wat wat daar bij aangetoond dat nog bij den ontfangst op onrust, nog bij de uijt„ leevering alhier, geen fourberijen daar omtrend gepleegd was, of konde gepleegd geworden zijn, door de goede zorge die 'er steeds voor gedragen was, en het selve ook niet geimputeerd konde werden, aan agteloosheijd of pligt versuijm, soomeede dat die peper bij den ontfang op onrust grof van Corl geweest was, en sig swart ver„ toond hadde, dog daar en teegen bij de uijtlevering alhier veel fijnder van graan en ligter van Couleur mitsgaders geheel stoffig bevonden was, dat dier hal„ ven gemelde stof bij het verwerken vervlogen en ver„ spild zijnde, daar door het grootste gedeelte van het voorsz: minwigt veroorsaakt moest hebben; Luijdende Jnsertie van deselve gemelde verklaaring aldus Wij Wij ondergesz: Cornelis De Roo, opperstuurman, Hendrik Backer, Schieman, en Marinus Marinussen Schiemans„ maat, alle als zoodanig bescheijden op het thans ter Naga„ patnamse rheede Leggende 'sComp. s schip Noord Bereland, verklaaren bij deese ter requisitie van den daar op Comman„ deerende schipper Arij Fransz:, waar en waaragtig te Dat sij geensints begrijpen of met haar verstand over een brengen kunnen, waaruijt de Considerable te kort Koming van 7237. lb: op 80000. lb: peeper, die met voorm: bodem dit hien aangebragt zijn, makende 9: p: Cento, sijn oorspronk heeft, aangesien zij aan boord geweest zijnde, toen deselve op onrust door den requirant ontfangen wierd, geen deminste bedriegerij daar omtrent hebbe konnen bespeuren, en dat zulks bij de uijtleevering alhier ook geen plaats gesad heeft kunnen hebben, door het Continueel oppassen dat den requirant, die zelfs althoos bij de uijtweeging present geweest is en de aan de weel gekomen en nog niet gewoogene parthije sorgwuildig heeft laaten gaden Dog dat voorm: peeper bij den ontfangst op het Eijland onrust groff van Corl en swart in 't oog geweest; en in teegendeel alhier bij de uijtleevering veel fijnder van graan, Ligter van Coleur en geheel stoffig bezonden was, mitsg=s dat gem: Hots bij de uijtleevering met het verwerken en weegen notoir veel min wigt haedden moeten slaan; gedaan hadde. —. den 12. ' 7ber: 1770. . voorsaaken. sijn 97 den 12.:' 7ber: 1770. selven om dies releveering verorsaaken, aangesien daar van bij die geleegendheijd seer veel verlooren was. — En dat men uijt de zoo even gem: constitutie dier peeper absolut vast stellen moet, of dat deselve voor den ontfangst in het schip bevogtigt moet zijn geworden, alsoo aan boord daar niet het geringste toe of afgedaan geworden is, maar dat apart Hok waarin deselve gelegen heeft, zeederd dat se daarin geborgen is niet open, nog iemand daarin geweest was. —. Al het welke de attestanten verklaaren suijvere waar„ heijd te behelsen, voor reeden van wetenschap gerende als in den text, blijvende mits dien bereid dit haar getuijgenis ten allen teide, wanneer het gerequireerd werd met Eeden gestand te doen. —. Aldus Gedaan en Gepasseerd in't schip Noordbeve„ land, Leggende ter Rheede Nagapatnam Den 6:' Zeptember, a:o 170. /:was geteekend:/ C=s de Roo, Hen„ drik Bacher, en Marinus Mannussen. Soo wierd niet teegenstaande uijt die gedaane ze, enwij ot har hoo E:d en en monstratie niets gevonden konde werden, welke de over„ heeden eenigsints suspecteeren kan, van ontrouwe behandeling, egter goedgevonden en verstaan, den schip„ per met sijne ingebragte beswaarnissen dien aan„ gaande aan Haar Hoog Edelens te renvoijeeren, om de releveering daarvan, van Hoogst derselver goedvin„ „ den. den 12: 7ber: 1770. goed te doen. gald mogelijk te emploijeeren. lingen der nooten met dien bodem aan„ gebragt. Insertie van 't selve den te insteeren. — beslen/ ner: ge: eseneten Ddog waar en tegen verslaan is, haar reekening weder ten goede te laaten brengen voor de te overgeleverde. 1667. kannen Arrak 32. lb: Boter 123. ¾. „ Camphuir en 6. kann: olijven olij ende gescheurde houtwerken soo Mitsgaders de houtwerken die aan de enden gescheurd bevonden zijn, zoo goed mogelijk in sComp=s dienst te laaten verbruijken diening van'trasport weleg:s dehande bierna wierd ook geproduceerd, het rapport van den fiscaal en gecommitteerde Justitieele Leeden, wee„ gens de accuraate naweeging en verdere behandeling van de voorsz: met dien bodem aangebragte Nooten, na resumptie van het welke men goedvond dat pa„ pier in deesen te insereeren, soo ten blijke dat met die specerije na de ordre gehandeld is, als ook dat de Nooten reeds aan het vermijteren zijn. —. Aan den Wel Edelen gellrenge Heer Pieter Haksteen, Raad Extraordinair van Nederlands Jndia, gouverneur en directeur deeser custe Cormandel, met de resorte vandien, Na &=a wa„ Wel Edele gestrenge Heer: Den ondergeteekende fiscaal, en gecommitteerde leeden uijt

NL-HaNA_1.04.02_3290_0849 view scan ↗

English

599 the 12th of September 1770. from the 14th of July of the year from the Honorable Council of Justice, proceeded by order of the Right Honorable Henricus Leembruggen to the Company's trade warehouses, and there in the presence of the ship's officers opened 76 chests of garbled nutmegs, which were recently brought here from Batavia by the ship Noord Beveland, weighed chest by chest, and found therein 10008 lb. which according to the invoice from Batavia should contain 10109 lb. thus received less here 101 lb. giving a loss of scarcely one percent. The said nutmegs are already starting to suffer from mites. We hope to have executed this our commission to the satisfaction of Your Right Honorable, and do ourselves the honor to be with high esteem, was subscribed, Right Honorable Sir, Your Right Honorable's humble and obedient servants, was signed, I:s Cantervisscher, J: E: g: Haselman, and H: A: Johnson, in the margin, Nagapatnam, the 19th of August 1770. After which, proceeding to the business concerning the latest revered letter from Their High Mightinesses the Honorable High Indian Government at Batavia received per the ship De vrouwe Elisabeth, dated the 14th of July last past, the same, having been tabled together with the accompanying papers, was again read with all attention, and it was initially resolved to express the joy of this Government that it has pleased Their High Mightinesses to approve the proceedings of the past year of this Government, offering at the same time thanks for Their High Mightinesses' care in providing this Coast anew with gold, silver, merchandise, provisions, and other goods, sent both with the vessel Noordbeveland and the ship Vlietlust. However, with respect to what was remarked by Their High Mightinesses regarding the almost fulfilled money requisition for the benefit of this Government, with the minerals sent with the aforementioned three vessels and with what one was to receive from Europe via Ceylon, it was understood to refer to the demonstration resolved to be made at the session of the 6th of this month regarding this matter, namely that through the wrecking of the Ceylon ship Leijmuijden and the loss thereby of the two chests of gold that this vessel had carried for this Coast, and with the second Ceylon ship Renswoude bringing nothing for the benefit of this Government, an important capital was therefore still found to be lacking the 12th of September 1770 from that which had been projected for this Coast, and with which, as said before, it was presumed the requisition made would have been almost fulfilled; whereas on the contrary, due to the lack thereof, the well-founded fear of this Government had to be expressed regarding inconvenience in having sufficient cash required, all the more because the sales this year did not appear entirely so advantageous that they could provide any certainty of making up the deficit therefrom, since some factories did not bring in as much as was required for the expenses charged to them, although this Government was nevertheless in the confidence that this feared shortage would still be somewhat met, if, according to the letter of the Tutucorin chiefs dated the 24th of August, the Ceylon Government might resolve to send here all the surplus gold which, owing to the standstill of the procurement on the Madura coast, was not required over there. On this occasion, deliberation was also held regarding not only the high cost, but the 12th of September 1770 also the danger to which the transport of the gold from Tutucorin to this place is exposed, as it must first be conveyed with small dhonis from Tutucorin to Mannar and from there to this place, which vessels, being of very weak construction, would be unable to resist the violence of the sea for long in any stormy weather, which can very easily arise at that time of the year because it takes place mostly towards the end of the month of September and the beginning of October, and thus at the change of the monsoon; so that being exposed to being lost or stranded, in the event of such an unfortunate accident one could get into no small difficulties regarding the Company's interests, especially with respect to the advances that must be made for the procurement of piece-goods, even if one or more of those chests of gold, upon an early burst of the northern monsoon, had to remain wintering at Mannar or Tutucorin, whereby one would be deprived of them for about five months, not counting still more the 12th of September 1770 other

Dutch transcription

599 den 12:' 7ber: 1770. van den 14. ' Julij Ao uijt den agtb: Raad van Justitie, hebbe zig op ordre van den E: E: heer Henricus Leembruggen, na 'sComp=s negotie pakhuijsen begeeven, en aldaar ter presentie van de scheeps overheeden 76. kisten met geguarbuleerde Nooten bestort, welke per het schip Noord Beveland alhier onlangs van Batavia, aan„ gebragte, kist voor kist gewoogen, en daarinne bevon„ den. . . . . . . . . . . . lb: 10008. –. –. moetende volgens aanreekening van batavia Conteneeren. . . . . . . . . . . . „ 10109. –. –. des alhier Minder ontfangen. . . lb: 101. –. –. geevende Een verlies van een p. rCento schaars gemelde nooten zijn bereeds aan 't vermeijteren Wij verhoopen deese onse Commissie na uwer wel Edele gestr: Contentement g'Effectueerd te hebben, en maatige ons de Eere met hoog agting te zijn /:onderstond:/ wel Edel gestr: Heer, uwer wel Edele gestrengens onderdaanige en gehoorsaame Dienaaren /:was geteekend:/ I:s Canter„ visscher, J: E: g: Haselman, en H: A: Johnson, /:in margine/ Nagapatnam, den 19:' augusto a:o 1770. —. Waarna getreeden weesende tot de besoigne over besoigne over haar hog Eds brief de Jongste per het schip De vrouwe Elisabeth. ont„ fangene gevenereerde missive van haar hoog Edelens de Edele hooge Indiase Regeering te Batavia, de dato 14:' Julij Jongst verstreeken: zoo wierd de„ selve, nevens de toehoorige papieren, ter tafel gebragt zijnde. weder verhluging over de approbatie der voorjaarige verrrigtingen. dene goud, selver, Coopmansz er den geld Eijsch bij na voldaan is en waarmeede zijnde, met alle aandagt herliesen, en aan vankelijk beslooten de verheuging deeser Regeering te betuijgen over dat hoogst deselve behaagd hebben goedtekeuren de voorjaarige verrigtingen deeser Regeering, onder te doene dankopper te voortgeson„d ankofferte teffens voor Hoogst derselver Zorgdra„ gendheijd in het voorsien deeser Custe op nieuw met goud, silver, Coopmanschappen, provisien en andere goederen; soo met den bodem Noordbeveland, als het schip vlietlust afgesonden. —. remarque haaren hoog Ed:s dat Dog ten opsigte van het geremarqueerde door hoogst deselve omtrend de bij na voldane geld Eijsch, ten be„ hoeve van dit gouvernement, met de met voorsz: drie bodems toegeschikte mineraalen, en met het geene men uijt Europa over ceijlon stond te ontfangen, is verstaan te refereeren aan de ter sessie van den 6: deeser maand beslootene te doene demonstratie dien„ aangaande, dat namentlijk door het verongszucken van het Ceijlons schip Leijmuijden, en het vermis„ ten daar door van de twee goud kisten die dien bodem voor deese Custe ingehad heeft, en met het tweede Ceijlons schip Renswoude, niets ten behoeve van dit gouvernement aangebragt zijnde, oversulks nog een important capitaal quam te ontbreeken, den 12:. 7ber: 1770. aan 391 601 voor ongeleegentheijd daaromt=de dog vertrouwen dat zulx van Ceij„ lon te gemoed gekoomen werden 't gevaar in 't overbrengen van goud van Tutucorijn dit heen. aan het geen men voor deese Custe geprojecteerd hadde, en met dewelke gelijk voorsegd verondersteld wierd p ten naasten bij voldaan zoude weesen den daar van gedaanen Eijsch, daar inteegendeel door ontstentenisse te betuijgen veese dier halren, van dien betuijgd moeste werden de welgegronde vreese deeser Regeering voor ongelegendheijd omtrend de benodigende genoegsaame Contanten, te meer en waarom te meer den verthier deesen Iaare gantsch soo voordeelig sig niet liet aangesien dat eenige zekerheijdt stellen konde, om het ontbreekende daar uijt gevonden te sullen werden, aangesien sommige factorijen soo veel niet quamen optewerpen, als tot de uijtgaave ten Laste derselve benodigde hoewel desal, en boedanig Regeering egter in vertrouwen was, dat dat gevreesd gebrek nog eenigsints te gemoed zoude werden gekomen, in dien volgens het schrijvens van de Tutucorijnse opperhoofden de dato 24. aug:s de Ceijlonse Regeering mogte komen te resolvee„ ren, om al het overtollig goud dat mits den stil„ stand van den Insaam ter Madureese custe ginter niet benodigt was, dit heen te senden. Te deeser gelegendheijd teffens in deliberatie deliberatie over de koltbaar h„de en gebragt zijnde, de kostbaarheijd niet alleen, maar den 12. ' 7ber: 1770. ook 391 de an vervolg. ook het gevaar waaraan het overbrengen van 't goud van Tutucorijn na herwaards g'exponeerd is, als moetende eerst met kleene thonijs van Tutucorijn naar Manaar en van daar dit heen overgevoerd werden, welke vaartuijgen als van seer swacke Constitutie zijnde, bij eenig ontstuij„ mig weir, dat in dat getij van het Jaar om dat meesten tijds tegens het uijtloopen van de maand september, en begin van october, en dus in het kenteren van de mousson geschiedende„ heel Ligt opkomen kan buijten staat zoude sijn, het geweld der zee lang te kunnen resisteeren, invoegen aan het blijven of stranden g'expa„ neerd weesende, bij exteering van sodanig een onverhoopt toeval men in geen kleijn ongeriet zoude konnen geraaken omtrend 'sComp=s belangen, speciaal ten opsigte van de geschieden moetende vooruijt verstreckingen tot den Jnsaam van Lijwaa„ ten, selfs wanneer een of meer dier goud kisten bij een vroege doorbrake van de Noordermoulson„ op Meinaar of Tutucorijn moesten blijven overleggen, waar door men voor een maand of vijf daarvan wierde ontriefd, ongereekend nog meer den 12.:' 7ber: 1770. andere „

← previousnext →