VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3290

Coromandel · 1,050 pages · 271 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3290_0853 view scan ↗

English

12 September 1770. and other inconveniences that might be encountered through the vessel falling into and under the jurisdiction of the Theuver lord, because that avaricious governor would then not lack pretexts and reasons to maintain the right of his shores, although allied with the Honourable Company, by seizing and appropriating everything that happened to fall into his territory, as a fresh example and convincing proof of which was provided by the case of the detained recognition elephants of the Prince of Tansjoer. Thus, after deliberation, it was approved and agreed to bring the same respectfully to the attention of their High Mightinesses, in order that through their wise foresight such provision might be made in that regard as they shall deem salutary for removing the aforementioned and other difficulties, with the further representation that, on account of the aforementioned reasons adduced, the sending of gold to this coast via Batavia was far more advantageous and less dangerous than the transit via Ceijlon. Under the article of the ships, their High Mightinesses having been pleased, while passing over the detention in the past year of the ship Vlietlust by one day later, or until 16 October, than the time otherwise appointed for the dispatch, yet to write that this should serve as no precedent for the future, with a recommendation for a strict observance of the orders concerning the dispatch of the ships; it was agreed to assure their High Mightinesses in that regard that here the utmost haste was always made concerning this, and that no detention was resorted to except in cases of the utmost necessity, when such agreed with the true interest of the Honourable Company and no disadvantage or danger was anticipated in the delay, as was the case regarding the stay of the ship Noordbeveland, since that bottom would otherwise have had no cargo of consequence, and thus would have had to depart almost unladen, whereas now it stood to be dispatched with a good cargo, especially if the sloop De Polijoer, expected from Palliacatta and Sadraspatnam, might appear before the departure of that bottom, because the linens found therein and among the cargo of the named ship for the mother country would still arrive at Batavia in time enough to be able to be sent with the return fleet of the second consignment; and that furthermore the ship De vrouwe Elisabeth, having appeared here on the 5th current, would have obtained its dispatch several days earlier than today, had it not first had to be provided with another anchor instead of the one lost on the voyage, which first had to be stocked, and furthermore the emptied water casks refilled, as well as the consumed ship provisions replenished on account of the military personnel transported here thereby, just as the notification to Bengale of the draught of the ships calling here for that directorate was always strictly observed; while it was thought proper to note herein the non-receipt by the aforementioned ship De vrouwe Elisabeth of the report of the soundings taken of the same upon its departure from the Batavian roads. Their High Mightinesses, having decided upon the venerated instruction of the Noble and Most Honorable Gentlemen Seventeen, in accordance with the proposal of this Government in the marginal response to the venerated letter of the Gentlemen Majores of 6 October 1766, inserted in the letter sent from here to the High Indian Government under date 31 August 1767, to make a trial as soon as possible for sending the returns from this Coast directly to the Netherlands, and having resolved to carry the same into execution in the coming year, for which purpose in the latter part of May or at the latest mid-June 1771 a ship with the necessary bottom cargo of coffee and pepper and provided with the necessary provisions for the voyage home would be sent, yet with this change nevertheless, that instead of departing directly from this principal place under date 15 October as had been proposed by this Government, having called at all the factories, it must subsequently undertake the voyage to the mother country from the northernmost factory of this Coast, Bimilipatnam, at the latest on 20 September; so it was approved and agreed, in dutiful compliance with that order, to transmit to the chiefs of the subordinate factories, by sending the extract from the General Resolution of the Castle of Batavia dated 25 June of this current year, the necessary orders, so that the required arrangements may be made in good time for collecting

Dutch transcription

603 den 12. ' 7ber: 1770. — „bedeelen. „te werden. vande aanhouding van vlietlust andere Jnconvenienten, dewelke door verval van het vaarthuijg in en onder het gebied van den Theuverheer ontmoeten konde, dewijl dien schraapsugtigen Landvoogd dan aan geen uijtvlugten en reedenen manqueeren. soude, om het regt sijner stranden, schoon met dE: Maatschappij geallieerd is, te mainctineeren, door het in beslagneemen en aan sig trecken, van al het geen in zijn terretoir quam te vervallen, zoo als daar van een versch excempel en Convincant bewijs op leverde, het geval van de aangehoudene recognitie Eliphanten van den Tansjoersen vorst: soo is na deli besluijt zulde haar hoog Eds te beratie goedgevonden en verstaan, het selve welmelde Haar Hoog Edelens Eerbiedig onder het oog te bren„ gen, op dat door Hoogst derselver wijse voorsorge daar ten eijnde daar in voorlien omtrend sodanig voorsien konde werden, als tot weg„ neeming van de voorsz: opgenoemde en andere swarig„ heeden, heijlsaam zullen gelieven te oordeelen, onder en onder verdere vertooning verdere vertooning dat uijt hoofde van de voorsz: bijgebragte reedenen, het senden van goud na deese custe over Batavia, veel voordeeliger en min gevaar„ lijker was, dan het trajet over Ceijlon. x. Onder het articul der scheepen welmelde haar passering door hooft deselve hoog Edelens behaagd hebbende, onder het passeeren tot den 16: 8ber: van den 12. ' 7ber: 1770. beeld te laaten strecken. aan houden der scheepen. te doene betuijging dat daartoe niet dan bij de uijtterste noodsaak„ lijkh=d gedaan werde. veland plaaats vond. en waarom. van de aanhouding in anno pass=o van het schip vlietlust van een dag later, of tot den 16. ' 8ber: dog aansz: zulde ot geen voor, daan de tijd, die anders tot de depeche bepaald was, aanteschrijven, het selve tot geen voorbeeld voor het en met welke recomm: nop=s 't vervolg te laaten verstrecken, met recommandatie tot een nauwe observantie der ordres omtrend de depeche der scheepen, is verstaan Hoogst deselve dien„ aangaande te betuijgen, dat hier altoos de uijtterste spoed daaromtrend gemaakt, en tot geen aanhouding getreeden wierd, dan bij de uijtterste noodsakelijk„ heid, wanneer zulx met het waare belang der E: Comp=e over een quam en in het vertoet geen nadeel of zo als zulk ontrend noordsen gevaar wierd te gemoed gesien, gelijk sulx plaats heeft gehad, omtrend het verblijf van het schip Noord„ beveland, alsoo dien bodem anders geen Lading van naam zoude gehad hebben, en dus genoegsaam wanla„ den moeten vertrecken, daar nu het selve met een soet Carguasoen stond gedepecheerd te werden, inson„ derheijd wanneer de van Palliacatta en Sadras„ patnam verwagt werdende Chialoup de Polijoer voor het depart van dien bodem opdagen mogte, dewijl de daar onder en onder de Lading van genoemde schip„ gevonden werdende Lijwaaten voor het vaderland nog 605 den 12. ' 7ber: 1770. sabeth niet voor den 5. ' deeser na ben„ gale gedepecheerd heeft konnen de bekendmaking van diep treeden der scheepen werd steeds agtge„ nomen. rapport van batavia ontvangen. staande Jaar de retouren van deese criste direct na Europa te senden. nog tijdig genoeg op Batavia komen soude, om met de rethour vloot van de tweede besending versonden te konnen werden; en dat wijders het schip De vrouwe waarom 't schip de vrouwe Eli„ Elisabeth op den 5. ' Courant alhier opgedaagd, een zigeende dagen vroeger dan heeden zijn depeche er langd soude hebben, ingevalle niet eerst met een ander anker, in steede van het verloorene op de reijse, het welk eerst gestokt, en voorts de Leedig geraakte, watervaten opgevuld, mitsgaders de verteerde scheepsprovisien door de daarmeede dit heen overgevoerde militairen gesuppleerd hadde moeten werden, soo als steeds in observantie genomen wierde, de bekendmaking naar Bengale van het dieptreeden der scheepen, welke voor die directie alhier aangierden; terwijl men goed vond dog vande vrouwe Elisabet hgeen in deesen te noteeren, de non ontfangst met het voor„ meld schip De vrouwe Elisabeth van het Rapport van de gedaane pijling van het selve, bij desselfs ver„ trek van de Bataviase Rheede. Hoogstgemelde haar hoog Edelens op het gevene, beluit har hog Eds mnt taan reerd aanschrijvens der Edele hoog agtbaare Heeren seventhienen, om ingevolge de voorstel deeser Regee„ ring bij marginale beantwoording op de gevenereerde missive der Heeren Majores van den 6. ' 8ber: 1766. g'insereerd 7. doen. de reijse te onderneemen. opsigte 't nodige na die factorijen te bevelen. g'insereerd bij de van hier aan de hooge Jndiase Regee„ ring onder dato 31: ' aug=o 1767. afgesondene missive, hoe eer hoe liever een proet te neemen, ter versending der rethouren van deese Custe direct naar Nederland, beslooten hebbende het selve in het aanstaande Jaar ter uijtvoer te brengen, ten welken eijnde in het laast van Meij of uijtterlijk medio Junij 771. een schip met de nodige onderlaag van Coffij en pee„ per en voorsien van de nodige provisien voor de thuijs om alle de Compteien aan te reijse zoude werden gesonden, dog met deese veran„ dering nogtans, dat in steede van deese hoofdplaatse direct en onder dato 15. ' october gelijk bij deese Regee„ ring geproponeerd was, alle de Comptoiren aangedaan en den 20. ' 7ber: van bimilip=m hebbende, vervolgens van de Noordelijkste factorij deeser Custe Bimilipatnam, uijtterlijk op den 20:' 7ber: de reijse naar het vaderland onderneemen moeste; soo wierd in schuldige voldoening van die ordre goedge„ eerste ier halven ten dien, vonden en verstaan, de opperhoofden der subalterne Comptoiren met toesending van het Extract uijt de generaale Resolutie des Casteels Batavia in dato 25: Junij deeses Loopenden Iaars, de nodige beree„ len te doen toekomen, op dat vroegtijdig de vereijschte schickingen gemaakt kunnen werden, in het insa„ den 12. ' 7ber: 17670. melen

NL-HaNA_1.04.02_3290_0857 view scan ↗

English

607 the 12th of September 1770. that that ship mid-May this collecting of the cloths required for the Netherlands, in order that, upon the arrival of such a vessel, they may be loaded and dispatched without the least delay. It being furthermore considered that, with the departure of that keel from Batavia at the end of May, it might sometimes arrive here too late, as the unloading and loading thereof would require the entire month of July to be spent, although perhaps in less time depending on what the cargo was, to which being added eight days for the voyage from here to the factories, it would then not be far from the designated date of departure of mid-September: it was therefore resolved to request Their High Excellencies that this projected vessel may be dispatched hither fifteen days earlier, or on the 15th of May, when it was then estimated it might be here towards the end of June, and allowing somewhat more time was judged not unwise, because sometimes at certain factories no chialengen could sail for four to five days due to the stiff winds blowing there, which rendered the sea unnavigable, the more so because all beginnings are somewhat difficult. Regarding the requested information whether the quantity of the returns which one would expect to have in readiness by the time of the arrival of that vessel would be of such importance that a ship of 150 feet would be required for it: it was resolved to note that the same could not well be determined, as such greatly depended on the dry or wet weather, but that one could nevertheless calculate, both here and across all the factories, on a number of 1000 packages; on which account it was simultaneously resolved to request Their High Excellencies' venerated approval, whether, when that vessel could be fully laden at Jaggernaikpoeram, it might then direct its prow from there straight towards the fatherland, or whether, leaving a portion of the cargo behind, it should sail to Bimilipatnam to take in the bales in readiness over there; the number of which could always be known at Jaggernaikpoeram in order to make the calculation accordingly in the shipping of the linens. Furthermore, it having come under consideration that through mortality or through illness among the crew stationed at Batavia on the aforementioned vessel, the same might become so weakened that it would not be in a condition to undertake that voyage, which could cause some concern in case the missing crew were not replenished with others, which however cannot take place from here, because we are not only very poorly provided with common seafaring men, but also those whom we have, consisting mostly of mestizos and natives of these lands, could only be forced onto that voyage by violence, since practically all have families here and are married, besides the remark made that concerning ship's service at sea they do not have that activity like the European seafarers, upon whom also in heavy weather and other maritime emergencies and accidents more reliance could be placed than on those fainthearted natives: thus, to prevent the inconveniences that could be caused thereby, it was approved and resolved to request Their High Excellencies' qualification to draft 12 to 15 sailors from the ship that sails annually from Europe to Bengal and always touches at this capital to refresh, and is moreover always very well manned, in order, if necessary, to man the aforementioned ship projected for Europe; as well as that Their High Excellencies' orders were requested regarding how one should act with the branding of the chests of the sailors. 609 the 12th of September 1770. Under the article of the Linen Trade, the aforementioned Their High Excellencies have been pleased to testify that, however much the same has not answered expectations and has never doubted the zeal of this Government, as it had repeatedly been and still was subject to various inconveniences, nevertheless all efforts must constantly be applied, not only towards meeting the demands in good-quality goods, but also the withdrawal of the recently increased prices; thus, notwithstanding that the Government has never failed to urge the heads of the subordinate factories on all occasions in the most earnest and emphatic manner, as the successive resolutions of this board and the letters resulting therefrom provided clear evidence in that regard, it was nevertheless, in compliance with Their High Excellencies' recommendations, approved and resolved to further instruct the said heads by circular letter, in particular regarding the reduction

Dutch transcription

607 den 12:' 7ber: 1770. ken dat schip medio meij dit melen der voor Nederland gevorderde doeken, om bij verschijning van sodanigen bodem deselve sonder eenig het minste verlet ingegeeven en gedepecheerd te konnen werden. —. Wijders gereflecteerd zijnde, dat bij vertrek van dien Jlem om haar hoog Eds te vre„ kiel van Batavia onder ultimo Meij, alhier somtijds te heen te zenden; en waarom. laat soude konnen komen, alsoo met het lossen en belaa„ den derselve de geheele maand Julij soude moeten wer„ den doorgebragt, dog ook wel in minder tijd, na dat de lading was, daar bij gevoegd agt dagen voor de reijse van hier naar de Comptoiren het dan niet verre wee„ sen zoude van de bepaalde vertrekdag van media september: soo is verstaan Haar hoog Edelens te versoeken, dat dien geprojecteerden bodem vijftien dagen vroeger, of wel den 15: Meij dit heen gedepe„ cheerd mag werden, wanneer dan gegist wierd, de„ selve tegens ultimo Junij alhier soude konnen wee„ sen, en den tijd wat ruijmer genomen niet quaad ge„ oordeelt wierd, om dat somtijds op sommige Comp„ toiren in vier â vijf dagen geen Chialengen varen konden, door de stijve winden die 'er waaijen en daar door de Zee onvaarbaar gemaakt wierde, te meer om dat alle beginselen wat difficiel zijn. — En ee„ deselve of 'er een schip van 156 voe„ ten benodigd is. of zoo't schip te Jagb: volraaken mogt 't egter na bemedi p=n maet of niet bhaar voor bengale 17. â 15. mattroose te moogen ligten om de retour bodem te plantsen. begeerte informatie or hoogt Een ten opsigte van de begeerde informatie of de quanti„ teijt der rethouren, welke men vermeijnen soude, te„ gens de tijd van de opdaging van dien bodem, ingereed„ heijd te zullen hebben, van die importantie soude zijn, dat daar toe een schip van 150. voeten vereijscht wierde: besluijt wat dierw=s tenoteere is verstaan te noteeren dat het selve niet wel te be„ paalen was, alsoo zulx grootelijk van het droog of vogtig vieir dependeerde, dog dat men egter soo wel hier als over alle de Comptoiren, op een aantal van 1000. pac„ jtem onit goedvinden te versbeken ken Calculeeren konde; welkendweegen teffens besloten wierd haar hoog Edelens gevenereerd goedvinden te versoeken, dat wanneer dien bodem op Jaggernaik„ poeram vollaaden konde wierden, of deselve dan van daar direct den steeven naar het vaderland sou„ de mogen wenden, dan wel een gedeelte van de Lading agterlaatende, naar Bimilipatnam zoude moeten zeijlen, ter inneeming van de ginter in gereedheijd zijnde fardeelen; welkers getal altoos te Jagger, naijkpoeram geweeten konde werden, om er de Cal„ culatie na te maaken, in de afscheeping der Lij„ waaten. —. te doen versoek oms Jaarlijk van de Voorts in overweeging gekomen zijnde, dat door sterfte dan wel door ziekte van de opgemelde bodem den 12.' 7ber: 1770. te 609. den 12:' 7ber: 1770. te Batavia ter plaatsene manschappen, deselve soo„ danig verswakt zoude konnen raaken, dat niet in staat was, die Reijse te onderneemen, oversulx eenige sorgelijkheijd veroorsaaken konde, ingevalle het manqueerende volk niet weder met andere wierd gesuppleerd, dog het geen van hier niet geschieden kan, om dat men niet alleen seer schraal van ge„ meene zeevaarende voorsien is, maar ook die men heeft, meest in mistisen en inboorlingen deeser Lan„ den bestaande, niet dan met geweld tot die voijagie soude moeten werden gedwongen, vermits genoegsaam alle hier familie hebben, en getrouwt zijn, buijten de vervolg. gemaakte remarque dat zij omtrend den scheeps dienst in zee die activiteijt niet hebben, gelijk de Europeese Zeevaarende, op dewelke ook in swaar vieir en andere zee noden en toevallen meer staat optemaaken was, dan die kleijnhertige Jnlanders: soo is tot voor„ koming van de inconvenienten, die daar door Kun„ nende veroorsaaken, goedgevonden en verstaan Haar Hoog Edelens qualificatie te versoeken, om van het schip dat uijt Europa Jaarlijks naar Bengale stee„ vend, en steeds te deeser hoofd plaatse om sig te verver„ schen aangierd, mitsgaders altoos seer wel bemand is kisten te handelen. recomm: haar hoog Ed: ter voldoe„ ning der eijsschen, en 't reeckening de verogpde prijlen besluijt zulx na de comptoiren cirdulair te gelasten is 12 â' 15. maettroosen te mogen Ligten, om des noods het voorm: voor Europa geprojecteerd schip te beman„ item hoedanig met t branden den men: soo als Haar Hoog Edelens beveelen versogt. zoude werden, hoedanig men handelen soude, met het branden der kisten van de scheepelingen. Onder het articul van den Lijwaat Handel welmelde Haar Hoog Edelens hebben gelieven te betuij„ gen, dat hoe seer deselve aan de verwagting niet b'ant„ woord en nimmer aan de iever deeser Regeering getwijf„ feld had, vermits telkens aan verscheijde inconvenien„ ten onderheevig geweest en nog was, nogtans steeds alle devoiren g'adhibeerd moeste werden, niet alleen ter voldoe„ ning der Eijsschen in deugdsaam goed, maar ook de in„ trecking der Jongst verhoogde prijsen; soo is niet teegen„ staande, de Regeering nimmer in gebreeke is gebleeven, de opperhoofden der subalterne Comptoiren bij alle gele„ gentheeden, daar toe op het ernstnadruckelijkste wijse, optewecken, soo als de successive gevallene Resolutien deeser tafel en de daar uijt voortgevloeijde brieven ten dien aspecte duijdelijke blijken quamen te geeven, egter in voldoening van Haar Hoog Edelens recommanda„ tien goedgevonden en verstaan, gedagte opperhoofden cir„ culair nader aantebeveelen in het bijsonder tot de dimi„ den 12.' 7ber: 1770. nutie .

NL-HaNA_1.04.02_3290_0861 view scan ↗

English

12 September 1770. new demand could not be entirely effected, then to do it in part, the zeal of the chiefs, and in what trust. reduction of the price increase recently added at some offices and to certain assortments, under the presentation of that which their aforementioned High Excellencies noted regarding the necessity thereof, both on account of the ceasing requirement for plain cloths—for which reason alone that increase had been granted—and the low profits obtained on the linens both in Europe and in the Indies; with further instructions that if the aforesaid recommended reduction could not be wholly carried out for the present or regarding the imminent contracting of the new demands, to direct it so that it is at least partially effected for now, which was judged would be bearable to the merchants and the weavers, who have now become somewhat accustomed to that increase, and would facilitate compliance in that regard, rather than bargaining them down and withholding it all at once, so as not to make them entirely unmanageable; the execution and good success of which was further resolved to be deferred to the zeal and vigilance of the chiefs, who, it was trusted, would make use of that time and the circumstances of the affairs of the place where they were stationed, to promote the substantial welfare of the Honourable Company, and thus make it the sole target of their actions, so as, if possible, to afford the desired satisfaction to the high masters. Assurance that the advances are made prudently, and how, merchant at Sadraspatnam from 1000 to 2000 pagodas, and with what purpose. Furthermore, their aforementioned High Excellencies being pleased to acquiesce in the demonstration made from here that the advances to the merchants, principally to those of Porto Novo, were not made without reason or without necessary grounds: it was resolved to give further assurance regarding this that everything was done with circumspection and prudence, as much as could possibly be devised, both to provide the Honourable Company with linens, and through that means increasingly to reduce the debts of those traders, especially those whose state and circumstances were in a precarious condition, and finally to liquidate them fully; and with which purpose also the security bond of the Sadraspatnam merchant Chedeappa Chittij, just as had been done with the fellow trader Goendoer Baal Chittij, had been increased from 1000 to 2000 pagodas, because the chiefs, in accordance with their letter of 19 November 1769, had testified that the guarantors were good and trustworthy people, and thus being judged solvent enough for the latter sum, they were also accepted, in order to employ everything that could serve toward the settlement of those desperate debts; just as the arrears of the fellow trader Madahoe Sesaselam Chittij, which had increased in the preceding financial year of 1768/1769 to an amount of 6038 guilders and 19 stivers, 12 September 1770. Arrears of another merchant down to 1538 guilders and 19 stivers, and wherewith. having been reduced from 4500 guilders to 1538 guilders and 19 stivers by means of the cash payment made for his guarantor, the bookkeeper and collector here, David Vick, the aforementioned remaining balance was likewise to be settled, both with the 155 1/2 pieces of linen that had been designated for that purpose and turned over for that end to the new guarantors of the said merchant, amounting, according to the statement of the chiefs in their letters of 21 July last, to 225 pagodas or 1012 guilders and 10 stivers, as well as with whatever further was to be furnished either by the merchant himself or his aforesaid former guarantor, over and above the sum of 180 pagodas or 810 guilders to be credited in reduction of his previous or old debt, being the calculated and agreed Formal outcome to be awaited. Rejection of 4 samples of cambays at Sadraspatnam. Debts of the Porto Novo merchants, and why. 10 per cent on the money delivered to him for the collection; and regarding the collection of cloths itself, as nothing can yet be reported with certainty concerning it, it was resolved to await the formal outcome thereof first, in order to inform their High Excellencies of the actual success thereof; as also concerning the 25 samples of cambays contracted at Paleacatte, with the exception of the 4 samples included therein, which had been rejected because they could not be provided for the prices paid for them thus far, to which they had preferred to resort rather than to enter into the increase requested thereon by the merchants. But regarding the merchants of this factory, all of them having a settled account and being paid each time for whatever they happened to deliver, it was therefore, as long as it could be maintained on that footing—for which there was good prospect, as the Company's money was not put at risk—found to be no reason for fear of any loss or debts, but rather that the merchants were encouraged by that made arrangement to the prompt delivery of cloths, in order each time 12 September 1770. ready

Dutch transcription

64 den 12:' 7ber: 1770. nieuw eijsch niet geheel geschieden kon, 't dan voor een gedeelte te doen ijver der opperh: en in wat vertrouwen nutie der Jongst op eenige Comptoiren en sommige sortementen toegevoegde prijs verhooging, onder vertoo„ onder welke vertoning ning van het geen Hoogstgemelde Haar hoog Edelens omtrend de noodsakelijkheijd derselve, soo uijt hoofde van de cesseerende benodigtheijd, om groone doeken; om welke reeden die augmentatie en hel en alleen ingewilligd was, als de geringe winsten op de Lijwaa„ ten soo in Europa als India behaald wierdende, met verdere aanschrijvens, soo de voorsz: aanbevoo„ en aansz: dat soo zulxe met den lene intrecking voor tegenswoordig of omtrend de op handen zijnde aanbesteeding van de nieuwe Eijsschen niet voor het geheel betragt konde werden, het dan daar heenen te dirigeeren, dat het ten min„ sten voor eerst voor een gedeelte g'effectueerd werde, het geen g'oordeeld wierd de Cooplieden, en de weevers die nu aan die verhooging eenigsints gewend zijn gewor„ den, dragelijk vallen, en de betragting dien aangaande x faciliteeren zoude, dan deselve op een maal aftedingen en Jntehouden, om haar niet ten eenemaal onhandel„ baar te doen werden, waarvan de betragting en het goed succes van dien, al verder verstaan wierd aan de iezer debereering van't selve aan den en vigilantie van de opperhoofden te defereeren, die men „de omstandigheden vertrouwde zig van dien tijd en der zaaken, om den oird an imi versekering dat de voor uijt v=rtrecking schied. doen, en hoedenig coupm te Cadpast van 100 to 00 pag: en met wat oogmerk. oid waar in zij geseeten waren, te nutte makende het wesentlijk wel sijn van dE: Comp=e betragten en het selve dus het eenigste doetwit hunner verrigtingen nemen soude, om was het mogelijk het gewenschte Contentement aan de hooge gebieders toetebrengen. — E N bevusting doorharhog Eedsinde Welmelde Haar Hoog Edelens wijders sig gelievende aande oopt: miet onber aitonmeerd gen te berusten, in de van hier gedaane demonstratie, dat de vooruijtstreckingen aan de Cooplieden prin„ cipaal aan die van Portonovo niet onberaisonneerd of sonder reeden van noodsakelijkheijd gedaan wierde: besluijt die as nader verklaringes verstaan dier weegens nader verseekering te doen „zo veel dat alles met omsigtig - en voorsigtigheijd geschiedede, als maar uijttedenken was, soo om d'E: Comp=e van Lijwaten te voorsien, als door dien weg de schulden dier handelaars voornamentlijk desulke met wiens staat en omstandigheijd het aangereuste gesteld was, hoe langs hoe meer te verminderen, verhoging de borgtogt van nev:s gem: en eijndelijk finaal te liquideeren, en met welk oogmerk dan ook de borgtogt van den sadraspat„ namsen Coopman Chedeappa Chittij even eens „aldaar als met den meede handelaar goendoer baal Chittij geschied was, van 1000. tot op 2000. pag: vermeerderd was geworden, dewijl de opperhoofden conform haare den 12. ' 7ber: 1770. schrijvens. 613 den 12. ' 7ber: 1770. „derde agterstal van een ander dito tot op ƒ 1538. 19. na en waarmeede. van sijn oude schuld schrijvens van den 19: ' November 1769. betuijgd hadden, dat de borgen goede en vertrouwde Lieden, dus voor laastgemelde som solverbel genoeg g'oordeeld weesende, deselve ook g'accepteerd waren, ten eijnde alles aante„ wenden, wat maar dien en konde tot verevening, van die wanhoopige schulden gelijk het in het voor„ gaande boekJaar van 176 /9. vermeerderde agter, gedane in castelling van de pemen„ stal van den meede handelaar Madahoe sesase„ lam Chittij tot een montant van ƒ6038:19. –. mits de gedaane in cassa telling voor desselvs borge„ den boekhouder en ontfanger alhier David Vick van ƒ4500. tot ƒ1538: 19. verminderd zijnde, even. die ook verstent staan te werden, genoemd restant meede stond vereffend te werden, soo met de 155. ½. –. stucken lijwaaten, die daar toe aan„ geweesen en ten dien eijnde aan de nieuwe borgen van gedagte Coopman geintrageerd waren, en volgens op„ gave der opperhoofden bij derselver Letteren van den 21:' Julij Jongstleeden, prlo 225. —. –. of ƒ 1012. 10. bedragende, als met het geene verder het zij door den koopman selve, of zijne voormelde geweese borg gefourneerd stond te werden, buijten en behalven het in mindering van buijten de 10. prC: inmindering zijn voorige of oude schuld, inte komene tantum van p=/o. 180 —: of ƒ. 8. 10. —. —. of de bereekende en veraccordeerde in sdam hot dus formeele uijtslag te wligten delwijsing van 4. monsters cambaijen te spatl: schulden van de portonovose coopl: en waarom. veraccordeerde 10. p:r Cento op de aan denselven tot den besteijt me 't delag onteren den Jnsaam gefieerde penningen; en belangende den Jn„ saam van kleeden selve, daaromtrend als nog met geene seekerheijd konnende werden gemeld, wierd verstaan den formeelen uijtslag derselve eerst afte„ wagten, om Haar hoog Edelens van het wesentlijke te doene bedeling van de van de ha uces derselve te bedeelen, als meede nopens de te palliacatta aan besteede Cambaijen de 25. monsters, met uijtsondering van de daar onder begreepene 4. mon„ sters, dewelke om dat voor de prijsen dus Lange daar voor betaald, niet besorgd hadde konnen werden, van de hand geweesen waren, waartoe men Liever, dan tot de versogte verhooging daarop door de Cooplieden, non veling von engeschege in hadde willen treeden. Dog wat aanbelangd de cooplieden deeser factorij alle deselve een effen ree„ kening hebbende, en telkens betaald werdende, voor het geene zij quamen te leveren, wierd dierhalven soo lang het op dien voet gehouden konde werden, waar toe goede apparentie was, dewijl 'sComp=s penningen niet gehasardeerd wierden geen reedenen van vreese gevon„ den, voor eenig schade of schulden, maar de Cooplieden door die gemaakte schicking aangeset wierden, tot de spoedige Leverantie van doeken, ten eijnde telkens den 12:' 7ber: 1770. gereed

NL-HaNA_1.04.02_3290_0865 view scan ↗

English

the 12th September 1770. neev=s gem: 547. pack: in so far as to have ready money to keep the weavers and others at work, or as soon as a piece came off the loom, to purchase the same with cash. With respect to the aforementioned order of Their High Noble Lordships to execute the same regarding the Bimilipatnam merchants in so far as it can be done, from the 400 packs of Guinea cloths of the new weave refused by the Bimilipatnam merchants but subsequently contracted separately at Jaggernaijkpoeram and Palicol, item from the 125 packs of ordinary bleached and unbleached Guinea cloths assigned to the aforesaid Bimilipatnam traders pursuant to the Resolution of this Council of 2 February of this year, together with the 22 packs of fine bleached Guinea cloths accepted from them above the requisition, amounting together to a number of 547 bales, to pack the best of these under the name of second sort for the Netherlands and to send them to Batavia, with the remainder earmarked for India together with and alongside the 150 packs of ordinary bleached Guinea cloths which are now demanded solely for the upcoming year 1771; it is approved and agreed that, although in all likelihood the greatest part of those linens will have been dispatched with the Northern ship, the chiefs shall nevertheless be instructed in writing to execute that order, in so far as it can still be done, with the cloths thereof that might still be on hand or might yet come in, for shipment with the direct ship to Europe, and at the same time to report hither to what extent the same can be carried out, in order to give Their High Noble Lordships the necessary report in that regard; while with respect to Bimilipatnam it is furthermore agreed to order that, whenever the aforesaid linens demanded from there might be included among the stock of 122 packs shown by their letter of 15 August past, or the bales already dispatched via Jaggernaijkpoeram to Batavia, no change shall then be made in that regard, but this Government must be informed thereof. While in the meantime the repeated order to proceed as little as possible to the acceptance of rejects was understood to be duly observed, on account of the small profit that was to be gained thereon, as has been the case with respect to one pack of Bimilipatnam fine and dito ordinary bleached Guinea cloths, having yielded on average no more than a small advance of 13 7/18 per cent; as also the instructions regarding the non-acceptance and non-shipment of linens, both for the Batavian Moorish executor of estates Patten Mahometh Nina and from the authorized agents of the Lieutenant of the Moors Assan Nina Dauwt, with respect to which latter it was at the same time decided to inform the chiefs of Palliacatta, where the aforementioned authorized agents reside, for their information; and concerning the satisfaction expressed by Their High Noble Lordships regarding the collection of 1768/9 and the trust that They are pleased to place in the zeal of this Government in that matter, it was resolved to express that nothing is neglected, but everything is applied, not only toward a further increase of the collection, but also the improvement of the linens, in order to meet the intention and requirements of the Lords Majors as well as Their High Noble Lordships, and to give satisfaction through the complete fulfillment of the requisitions, although one has not yet been able to succeed in that regard as wished, owing to the continual inconveniences to which one was subject, and with which, as They have rightly been pleased to observe, one still had to struggle. Among the matters concerning the arrears of the merchants, it was initially decided to offer to Their High Noble Lordships the expressions of thanks made by the chief administrator here, the honorable Henricus Leembruggen, for the favorable decision which They have been pleased to make regarding the dispute between him and the former chief administrator David Coenraad Vick, concerning the increased debts of the Porto Novo merchants since the year 1757/8 until anno 1764/5, to leave the same directly to the account of the merchants on account of the favorable prospect which was anticipated for a speedy recovery and settlement of those debts; and with respect to the recommended speedy collection of the same, to note with respect the untiring zeal and constant attention of this Government, not only to reduce more and more the said arrears, but also those of the other offices, and finally to liquidate them fully, but that one has not yet in that regard

Dutch transcription

615 den 12.:' 7ber: 1770. neev=s gem: 547. pack: voor soo verre 't gereed geld te hebben, om de weevers en andere aan den arbeijdt te houden, of soo dra maar een stuk van het vieef getouw afquam, het selve met Contant geld in te koopen. —. Ten opsigte van welmelde Haar hoog Edelens bestlit haar hoog Edsovor nopens„ ordre, om van de door de Bimilipatnamse Coopliede eschieden kan te excuteren. van de hand geweesene, dog naderhand te Jagger„ naijkpoeram en Palicol apart aanbesteede doo packen guinees van het nieuw geweef, item van de„ febr: deses ter Resolutie deeser tafel van den 2. ' Sentermer „Jaars „17829. voorsz: Bimilipatnamse handelaars opgedra„ gene 125. packen guinees gemeen gebleekt, en ruw, mits„ gaders van de van deselve boven den Eijsch aange„ nomene 22. packen guinees fijn gebleekt, te samen een aantal van 547. fardeelen uijtmakende, de beste daarvan onder de naam van tweede zoort voor Nederland te emballeeren en na Batavia te senden, met het overige voor India uyttetee„ kenen met en nevens de 150. packen guinees ge„ meen gebleekt welke tans eenelijk voor het aan„ staande Jaar 1771. gevorderd wierden; is goedgevon„ den en verstaan, dat alhoewel na alle waarschijne„ lijkheijd het grootste gedeelte van die Lijwaaten met gelasten. accepteeren, alfmeede te observeeren. en waarom met het Noordschip versonden zullen weesen, egter de opperhoofden aanteschrijven, om voor soo verre het nog geschieden kan, met de kleeden, die daarvan aan handen mogte weesen, of nog inkomen moeste die ordre ter executie te brengen, ter versending met het directe schip na Europa, en teffens dit heen te bedeelen in hoe verre deselve uijttevoeren zij„ om hoogstgemelde haar hoog Edelens het nodig ver„ en wat boven dien na binilspen v slag dien aangaande te doen; terwijl ten opsigte van Bimilipatnam boven dien verstaan is te gelas„ ten, dat soo wanneer de voorsz: van daar gevorderde Lijwaaten begreepen mogte zijn, onder de bij haare Letteren van den 15. ' aug=o pass=o aangetoonde voor„ raad van 122. packen, of de reeds over Iagger„ naijkpoeram na Batavia versondene fardeelen, als dan daar omtrend geen verandering, gemaakt, maar zulx deese Regeering te kennisse gebragt iten on ondrongen ytschotten te moeste werden. Terwijl intussen de herhaalde ordre om soo min mogelijk tot de acceptatie van uijtschot„ ten te treeden verstaan wierd, ter schuldige observantie te neemen; om de wille van de geringe winst, die daarop te behaalen was, gelijk zulks plaats heeft gehad, omtrend een pak Bimilipatnams fijn en dito den 12:' 7ber: 1770. gemeen. 40 617 den 12 ' 7ber: 1770. reecq: den batavias en moors boedel mees„ ter nog alsan Nina Lauwt te versenden te gevenenten wat eijnde. saam van 1768/9. gemeen gebleekt guinees, als hebbende door den anderen niet meer opgeworpen, dan een gering advans van 13. 7/18. p:r Cento r=m; soomeede het aangeschreevene omtrend het soomeede omgen Lij waten meer door niet accepteeren en versenden van Lijwaaten, soo voor den Bataviasan Moors boedelmeester Patten Maho„ meth Nina, als van de gemaegtigdens van den Luijte nant der Mhooren Assan Nina Dauwt, ten opsigte besluijt daer van na pall: kennisse van welke laaste teffens beslooten wierd, de opperhoof„ den van Palliacatta daar sig de voorm: gemagtig„ dens onthouden, tot derselver narigt kennisse te geeven; en nopens welmelde haar hoog Edelens betuijgd genogen haer hoog Ed:s vende in„ genoegen over den Insaam van 176 /9. en het vertrou„ wen dat Hoogst deselve omtrend dat stuk op den iever deeser Regeering gelieven te stellen, verstond men te betuijgen dat niets genegligeerd, maar alles met beslooten e diew:s te beluijgen aangewend wierde, niet alleen tot een verder accres„ sement van den Insaam, maar ook de verbetering der lijwaaten, ten eijnde aan het oogmerk, en requi„ sit der Heeren Majores soo wel als Haar Hoog Edelens te voldoen, en door de Compleete voldoening der Eijsschen genoegen toetebrengen, hoewel men daaromtrend als nog naar wensch niet hadden ma„ gen reusseeren, door de Continueele inconvenienten waar 40„ administrateur vaer de dispositie na f:o de port: agterstallen spoedige vervening noteeren zal. wel als nof:s die der andere Comptoi„ ren geen ijver spaard. dog dat men dien aangaande 't oog„ Tmerk niet heeft kunnen berijken. waar aan men onderworpen was, en met deselve, ge„ lijk Hoogst deselve wel ten regten hebben gelieven te remarqueeren, nog te worstelen hadde. —. te doene dan t betuigeing van de heft Onder de zaaken van de Agterstallen der Coop„ lieden betreffende, wierd aanvankelijk beslooten haar hoog Edelens aantebieden de gedaane dankbe„ tuijging van den hoofdadministrateur alhier, dE: Hen„ ricus Leembruggen, voor de gunstige dispositie wel„ ke. Hoogst deselve behaagd hebben te neemen, raken„ de het disput tusschen denselven en den gewesen hoofdadministrateur David Coenraad vick; om „ trend de vermeerderde schulden der Portonoorse Coop„ lieden 't zeederd het Jaar 1757/8. tot anno 176 4/5., met desel„ re om de wille van het favorabel uijtsigt welke hoogst deselve tot een spoedige invordering en ver„ evening dier schulden te gemoet zag; direct voor en wat men not=s dies anberolene reekening der Cooplieden te laaten; en ten opsigte van de aanbevoolene spoedige inpalming derselve in Eerbied te noteeren, de onvermoeijde iezer en ge„ tewetendat men daar ontren od urige attentie deeser Regeering, niet alleen ge„ melde agterstallen, maar ook die der andere Comp„ toiren meer en meer te verminderen, en eijndelijk fi„ „naal te Liquideeren, dog dat men daaromtrend als den 12. ' 7ber: 1770. nog ge

NL-HaNA_1.04.02_3290_0869 view scan ↗

English

12 December 1780. could not yet achieve the intended goal in such a manner as one would have wished to see crowned the trouble taken in finding and applying the means serving thereto; and which disadvantageous success, or rather success not fully answering to the intention, was to be attributed partly to the incapacity of most of the merchants themselves, and partly to the bad times that were still being experienced everywhere. And regarding the requested elucidation on this matter, it was resolved to bring to the attention of the aforementioned Their High Noble Excellencies that those traders had not bound themselves jointly and severally for the debts or for the advances of money made to them, to which neither they nor the merchants of the other factories could ever be persuaded, except only in the year 1767 concerning the aforesaid Porto Novo traders, and then only for one year, as they did not want to remain bound for one another any longer, to be seen in further detail in the Resolution of this council of 7 January 1767 and the dispatches sent to Batavia on 7 March of the same year, because among them no more than only three to four merchants were found who are fairly well-to-do, namely Papoe Chittij, Ramasamie Chittij, and Siwasjidembaram Chittij, who also, according to what was reported by the resident there in his letter of 4 July last, had been the most vigilant in the present collection of cloths, to the extent that the shares assigned to them had been completely fulfilled, while the remainder, being only poor and indigent people, maintained themselves solely through the credit that the name of Company's merchant provided them, so that it could be considered a particularly fortunate circumstance if that which they were still in arrears were to be recovered in time, which could indeed be achieved in time if one has the good fortune to experience peaceful times and to remain free from deaths of one or more of those traders, and if the demands for cloths for the Indies turn out larger than at present; making no further mention of the fact that the large advance made before the year 1765 took place in the month of March of that year, thus under the administration of the former Governor van Teijlingen, although without the advice of the Council, as no resolution thereof is found, because 12 September 1770 previously the Council had received no knowledge of all such and other advances, but they had proceeded solely on an order granted by the Governor. Furthermore, as Their most mentioned High Noble Excellencies have been pleased to graciously exempt the secretary of this meeting as well as the First Clerk of policy from the fine imposed on them for the negligence committed in not sending among the secretarial papers, alongside the letter from this Government of 3 April 1769, the general list of debtors as of the last day of August 1768, it was deemed proper to offer Their High Noble Excellencies their expressions of gratitude for that favor, as well as their assurance of greater attentiveness in the future. Regarding the five slow and indolent, as well as indigent merchants at Palicol, namely Cannamoerij Namasuaijen, Mahamadal Asseen, Bollapreggada Enkana, and Daatjerij Ridbij, no change having occurred since the dispatch of the letter from this Government to Their High Noble Excellencies dated 21 March of this year, as nothing more is entrusted to them in portions than the chiefs judge they are capable of delivering cloths for, notwithstanding their complaints in that regard, and attributing to those moderate advances the fact that their debts to the Honorable Company have not yet been able to be liquidated, but their debit, as well as that of the other merchants, cannot be judged before the present collection is completed and the settlement held thereof with the merchants has come in; it was therefore now solely approved and resolved to again recommend to the chiefs the speedy liquidation of the same, and regarding what was remarked by Their High Noble Excellencies concerning the importance of the reduction of the debts in general, it was resolved to bring to Their attention that this has always been regarded by this Government as one of the principal points of its concern, and all means were taken in hand by the same to achieve the objective in that regard. Upon the surprise expressed by the aforementioned Their High Noble Excellencies regarding what was alleged by 12 September 1770 this

Dutch transcription

619 den 12:' xber: 1780. „ne schulden niet insolidum verbonden „en dat maar voor een Jaar. nog zodanig het oogmerk niet hadde konnen berei„ ken, gelijk men wel wenschte bekroond tesien de moeijte dien aangaande aangewend in het uijtvin„ den en appliceeren van de daartoe dienende middelen; en welk onvoordeelig of wel aan de intentie niet vol,„ muijt wat hoofde. leedig beantwoordende succes toeteschrijven was ge„ deeltelijk aan het onvermogen van de meeste der Marchiandeurs selve, en deels aan de slegte tijden, die alomme nog beleefd wierd. —. En nopens de gevorderde elucidatie ten dien beleen, geport: coops: hbben ij vorhin„ ge, is verstaan welmelde haar hoog Edelens onder het oog te brengen, dat die handelaars sig voor de schulden, of voor de aan hun gedaane vooruijt ver„ strecking van penningen niet insolidum verbonden hadden, waar toe nog zij, nog de kooplieden der andere nog diede nder Comp:s ot met factorijen nimmer te beweegen waren geweest, dan eenelijk in het Jaar 1767. omtrend de voorsz: Portono dan eenelijk die van pont: in A:o 1767 vose handelaars, en dat nog maar voor een Jaar, als hebbende voor den anderen niet langer verbonden willen en waarom miet Langen. vreesen, nader te zien bij de Resolutie deeser tafel van den. 7=' Januarij 1767. en afgegaane advijsen naar Batavia van den. 7=e Maart desselvigen Iaars, door dien sig onder haar niet meer dan maar drie â vier Cooplieden schulden in kooren. Hoe welgeraaken zal 't beltier van den Teijlingen geschied sonder advis van den Raad. cooplieden bevonden die Tamelijk bemiddeld zijn, te weeten Papoe Chittij C: S: Ramasamie Chittij en siwasjidembaram Chittij, dewelke ook volgens het bedeelde door den resident aldaar bij sijn schrijvens van den 4.:' Iulij. Jongstleeden, het meeste gevigi„ leerd hadden, in den presenten insaam van Lijwaaten in soo verre dat de aandeelen hun opgedragen Compleet voldaan waren geworden, terwijl de overige maar arme en behoeftige menschen zijnde, alleen door het Credit dat haar de naam van 'sComp=s Coopman bij zettele„ t salen bijsonde gelik zij e oaed g staande hielden, over sulx het voor een bij sonder geluckig geval g'agt zoude konnen werden, in dien het geen sij nog te quaad waren, binnen best quam, dog in wat geral men dordentijd dan waar toe door den teid wel te geraaken zoude wesen, soo men het geluk heeft vreedige tijden te beleeven, en voor sterfgevallen van een of meer dier handelaars bevrijd te blijven, en dat de Eijsschen van Lijwaaten de grote verteeking en do 161: sonden voor India grooter vallen als thans; niet wijdere melding dat de groote verstrecking voor den Jaare 1765 gedaan, in de maand Maart van dat Jaar, dus onder de Regeering van den geweesen gouverneur van Teijlingen, hoewel zonder advijs van den Raad geschied was, als daar van geen besluijt gevonden werdende, om„ den 12e. 7ber: 1770 dat. 621 den 12:. 7ber: 1770. 't niet senden van de Lijst der debiteuren de sec=t en Eerte Cletog opgelegd. —. van den 21: Maart p:o geen vandering voor„ dat te vooren den Raad van al sulke en andere verstrec„ kingen geen kennisse gekregen hadde, maar alleen op een ordonnantie door den gouverneur verleend, voort„ gang hadde gehad. — Wijders hoogstgemelde Haar Hoog Edelens be„geden ontheken an de ote haagd hebbende, den secretaris deeser vergadering soo wel als den Eerste Clercq van politie gunstig„ lijk te ontheffen van de boete hun opgelegd over gepleegd versuijm in de non afsending onder de se„ cretarieele papieren nevens het schrijvens deeser Regeering van den 3. April 1769. van de generaale Lijst der debiteuren onder ultimo augustus van 1768/ vond men goed hunne gedaane dankbetuijging voor te doene dankbetuijging daar door die gunste Haar hoog Edelens aantebieden, als meede derselver verseekering tot meerder oplettendheijd in het vervolg. Belangende de vijf traage en ieverloose, mitsgaders met 4 g de e es s e teffens onvermogende Cooplieden te Palicol in naa gevallen. men Cannamoerij Namasuaijen, Mahamadal As„ seen, Bollapreggada Enkana, en Daatjerij Ridbij seedert het afsenden van de brief deeser Regeering aan Haar Hoog Edelens, onder dato 21:' Maart deeses Jaars, geen verandering voorgevallen zijnde, als wer„ dende. opperh: tot de spoedige liquidatie van haar debel:. de omtrent de versending der schulden in't generaal te noteeren. bevreemding haarer hoog Ed„s nop:s't ge„ stelde dat er kopper van part: ingekoegt was.. „dende aan haar bij gedeeltens niet meer toevertrouwt dan de opperhoofden oordeelen sij instaat zijn, daar voor Lijwaaten te konnen Leeveren, ongeagt haare doleantie dierweegens, en aan die matige verstreckin„ gen toeschrijvende, dat hunne schulden aan dE: Comp=e als nog niet hebben kunnen werden geliquideerd, dog van derselver debet zoo wel, als van dat der andere Cooplieden niet g'oordeeld kunnen werden, voor dat den presenten Jnsaam afgeloopen wesende, de gehou„ dene afreekening daarvan, met de Cooplieden inge„ en te geven sat die alen vande komen zoude zyn; zoo wierd nu maar eenelijk goed„ gevonden en verstaan de opperhoofden de spoedige Li„ quideering derselve op nieuw aantebeveelen, en om„ wat beslooten s mot=s genenquirtrend het geremarqueerde door haar hoog Edelens nopens de aangelegendheid van de diminutie der schulden in't generaal, verstaan Hoogst deselve onder het oog te brengen, dat sulks bij deese Regeering steeds voor een der voornaamste poincten van derselver betragting is gehouden, en alle middelen bij deselve bij derhand genomen wierden, om daaromtrend aan het oogmerk te geraaken. —: Op de betuijgde bevreemding door welmelde haar hoog Edelens nopens het g'allegueerde door den 12. ' 7ber: 1770. deese

NL-HaNA_1.04.02_3290_0873 view scan ↗

English

623 the 12th September 1770. Decided to observe the order to send separate yield accounts of the copper purchased from the Japanese servants. This government, in its dispatched letters of 29 August of last year, stating that although the price of Japanese bar copper had been raised from ƒ389:5.— to ƒ416:13:8 Dutch money, it nevertheless yielded an advance of only 185 instead of the previously obtained profit of 214 per cent, because among the copper received by the ship Westervelt a large quantity had been found that was purchased from private individuals; since their High Noble Excellencies knew of no private purchase other than that which the Japanese servants were permitted to bring on their own account and risk, and for which they were paid at ƒ51:11:4 per picol of 125 lb; it was resolved to demonstrate to the very same that in using the terms of private individuals, one had followed the received invoice, wherein on several entries it had been stated "purchased from private individuals", solely to demonstrate the essential reason for the difference or the lesser advance on that mineral through the mixing of two distinct charged prices of the same; but their High Noble Excellencies having pleased, for the removal to place. to give notice that the remaining spices from earlier have already been sold. reduced to 27 ¾. the same and the black ditto to dispose of and why of all mistaken notions, to order that of all such copper as was taken over from the Japanese servants, and of which special mention should be made on the invoice, separate yield accounts should be formed upon its sale and sent to Batavia: thus it was decided to have the same promptly complied with, and to that end to give the necessary orders to those whose department it is to take care thereof. The remainders of the spices which, from the parcel received of 1768, have remained here in the warehouses since the sending of the general note thereof, dispatched alongside the advices of this government on 20 December 1769, having been gradually disposed of since 15 August last: thus it was decided to give notice of the same to their High Noble Excellencies; as also that the remainder of the blue cloth has since been reduced to 106 ½ pieces and the green to 27 ¼ pieces, but noting that there will be no prospect of their further disposal, as well as of the black cloth, on account of the large supply of all kinds of French cloths and other manufactured goods that the 12th September 1770. free 625 the 12th September 1770. others to be sent to Batavia. to retain. sjomen to be sold by auction are disposed of considerably cheaper than could be done with those of the Honourable Company: thus it was resolved to send the aforementioned three articles, as well as 1451 lb sheet copper yellow, 13 rolls lampher crape, and 94 ½ lb ground vermilion to Batavia; and, on the other hand, to retain here 10 rolls of lampher crape, because one is sometimes at a great loss for it; as also 102 lb borax and 98 lb sal ammoniac for use in the blacksmith shop and the armoury, since otherwise they would have to be purchased much more dearly; further the 93 ½ pieces of armozeen still on hand, because now and then there is much demand for them, and the sale thereof depends solely on a larger or smaller supply of private armozeen from Bengal, which, although costing less than those of the Company's assortment, nevertheless these latter were much used for household purposes among the common people; just as it was decided for the further retention of 13 5/8 pieces of ponceau red velvet, 8 5/8 green, and 16 pieces red, both for presents to the indigenous grandees and for letter pouches for the same; whereas, on the other hand, at the first opportunity 8 ½ pieces of single armozeen and 4 taffeta sjomen must be sold by auction; but the remainder of saltpetre, being needed for the gunpowder manufacture, whereto the same was gradually supplied, it was deemed proper to retain, since upon sending it away, one would after some time again be under the necessity of purchasing the same. Furthermore, with regard to such previous years' remainders at the offices, it was decided to command thither that, in compliance with their High Noble Excellencies' order, the warehouses be emptied thereof in the best possible manner, whether by sale or where it suited by employing them as gifts; but there being no possibility of disposing of them, then to send the same hither, with the further written instruction that in future care must be taken that such goods do not remain long in the warehouses, and in order to avoid this, they shall therefore, once every six months when the inventory takes place, report all such remainders in which they think there will be no immediate movement on a separate note, in order to provide them from here with the necessary orders concerning this. the 12th September 1770. Further

Dutch transcription

623 den 12:. 7ber: 1770. besluijt de ordre om van't koper dat van de Jopan se bed=s ingekogt werd, aparte rendementen te senden te observeeren. deese Regeering bij haare afgevaardigde Letteren van den 29:' augustus des voorleeden Jaars, dat schoon de prijs van het Japans staafkoper van ƒ389:5. —. tot ƒ416:13:8. nederlands geld verhoogd was, egter nog maar een advans gaf van 185. insteede van het be„ voorens daar op behaald voordeel van 214. p=r Centa, om reeden onder het per het schip westervelt ontfange„ ne kooper een groote quantiteit te vinden was ge„ weest, dat van Particuliere ingekogt was, door dien welmelde haar hoog Edelens van geen particu„ liere inkoop wisten, anders dan het geene de Japan„ se bediendens gepermitteerd was, door haar reeke„ ning en resico meede te brengen, en hun betaald wierde teegens ƒ 51:11:4. het Picol van 125. lb:, Js ver, en was verstaan is dierw:t te veronen staan Hoogstdeselve te vertoonen, dat men in het gebruij„ ken van de termen van particulieren sig gereguileerd hadde, na de ontfangene factuura, waarbij, bij eenige posten bekend hadde gestaan, van particulieren in„ gekogt, eenelijk ter aantoning van de wesentlijke reeden van het different of het minder advans op dat mineraal door de mesleering van twee onderschij„ dentlijke aanreekenings prijsen van het zelve; dog haar hoog Edelens behaagd hebbende, tot wegnee„ ming te stellen. te doene kennis geeving dat de restant specerijen van ojer reads verkogt zijn. tot 27. ¾. verminderd was selve en't swarte d=o van de hand te fetten en waarom ming van alle verkeerde begrippen te ordonneeren van al soodanig koper als van de Japanse bediendens. overgenomen wierd, en waar van speciale mentie bij de factuur gemaakt zoude werden, bij dies verkoop apparte Rendementen te formeeren, en na Bata„ via te zenden: zoo is beslooten het selve prompt en ten dieneijnde de nodige orete Laaten nakomen, en ten dien eijnde de nodige ordre te stellen, aan die van wiens departement het is, daar voor te Zorgen. —. De restanten van de specerijen welke van de ontfangene parthij van 1768. op het afzenden van de generaale Notitie derselve, nevens de advijsen deeser Regeering van den 20. ' december 1769 afgegaan, alhier bij de pakhuijsen berust hebben, seedert den 15. Aug=o Jongstleeden successive van de hand geset 7. zijnde: soo wierd beslooten het selve Haar Hoog en dat 't bl laken tot 16: unt goen Edelens te kennen te geeven; als ook dat het res„ tant van het blaauw Laken t' zeedert tot 106. ½. a: en het groene tot 27. ¼ @: verminderd was, dog remarquie, ver de non apparentie omt gemerkt 'er geen apparentie weesen zal tot dies ver„ dere van de hand setting, als ook van het suart Laa„ ken door den grooten aan voer van allerhande soorten van fransch Lakenen en andere manufactieren die den 12. ' 7ber: 1770. vrij 625 den 12. 7ber: 1770. „geandere na batavia te senden. aantehouden. sjomen per vendutie te verkoopen vrij beter koop van de hand werden geset, dan met die van d'E: Comp=e geschieden konde: soo wierd gere besluijtdie aticuls rier ng en„ solveerd de voorsz: drie articulen soo wel, als 1451. lb: plaatkoper geel, 13. rollen Lampher Cribs en 94. ½. lb: vermilioen gemaale naar Batavia te senden, mitsgaders daar en tegen alhier aantehouden 10. en de rollen en vant Lamperonps rollen Lampher cribs, om dat men somtijds daar„ 1 Malermorsiak en 98. lb: omme seer verleegen is; soomeede 102. lb: borax tot soomeede de salermonik en bonar gebruijk in de smits winkel en de wapenkamer, dewijl anders veel duurder soude moeten werden in gekogt; wijders de nog aan handen weesende 93:½. iten 9 /½ stuk amolijnen stux Armosijnen, omreeden nu en dan 'er veel vrage na is, en het debiet in deselve eenelijk dependeerd van een grooten of minderen aanbreng van particu„ liere armosijnen uijt Bengale, die schoon min„ der kosten dan die van 'sComp=s sorteering, egter deese laaste onder de gemeente, veel in de huijshouding ge„ beesigd wierden, soo als tot de verdere aanhouding alsook nevr: gem: fluweel beslooten wierd van 13. 5/8. @: fluweel ponson rood 8. 5/8. groen, en 16. Ca: rood, soo tot geschenk aan de Jnlandse grooten, als tot brieve sakjes aan deselve; zullende daar en teegen bij eerste gelegendheijd per dog de enkelde armosijnen en tastia vendutie verkogt moeten werden 8. ½. p=s armosijnen „ enkelde. houden. wijse van de voorjaarige restanten ontdoen dein dit heef te zenden. dier gelijke goederen met Langer bleven zeggen. doen. mour 't reszan sal peter aan te enkelde en 4. tafta sjomen, dog het restant salpee„ ter, als tot de kruijtmakerij benodigt zijnde, waar toe het selve successive verstrekt wierde, vond men goed aantehouden, dewijl bij wegsending, men over eenigen tijd weder in de noodsakelijkheijd soude wee„ sen tot den inkoop derselve. — dat wed Compt: im si opaletae Werdende alverder ten belange van diergelijke voorJaarige Restanten op de Comptoiren beslooten naar derwaards te beveelen, om in naar koming van Haar Hoog Edelens ordre, de pakhuijsen daar van op de best mogelijkste wijse te ontleedigen het zij bij verkoop of daar het te passe quam tot dog daar tegen kan sine desageschenk te emploijeeren, dog tot dies ontdoening geen mogelijkheijd weesende, dan deselve dit heen aanszom te sorgen, dat int polgiel zenden, onder verdere aanschrijving dat in het vervolg zoude moeten sorge gedragen werden, dat diergelijke goederen niet Lange bij de pakhuijsen blij„ en wat ter erteering van dien te ren leggen, en om zulx te eviteeren zij dierhalven alle ses maanden eens, wanneer den opneem geschied, van al sulke restanten, waar in zij denken voor eerst geen steet te zullen weesen, bij een apparte notitie optegeeven, ten eijnde haar met de nodige ordre dien aangaande van hier te voorsien. — den 12:' 7ber: 1770. Alverder

NL-HaNA_1.04.02_3290_0877 view scan ↗

English

627 The 12th of September 1770. Furthermore, regarding what was written by Their High Noble Lordships under the article of Cash, concerning the monies counted into the treasury here in the year 1768 pursuant to Their High Noble Lordships' venerated order by letter of the 4th of December 1767 by the curators of the estate of the former, and since repatriated, secretary and cashier here, Ioannes Haselkamp, for remittance to Batavia, in two different entries amounting to pagodas 3974:12:50 or ƒ19077. 14. 8 for the one, and pagodas 668. 8. 40 or ƒ2540. 16. — for the other, of which the first-mentioned being that which according to the trade books here had remained in debit due to a shortage in the treasury, Their High Noble Lordships, in order to prevent all confusion and to bring closure to that entry, have been pleased to charge back in Dutch money to an amount of ƒ17885. 7 Coromandel, while the other was handed over at the said Indian capital to the authorized agent of the aforementioned Haselkamp, being the titular merchant Carel Fredrik Severin: it was decided to have accurately investigated once again how this matter truly stands, in order to send, if necessary, further clarification to the most mentioned Their High Noble Lordships. The 12th of October 1770. Meanwhile, regarding mint matters, it was decided to assure Their High Noble Lordships that the rupees being minted at Jaggernaikpoeram were done according to the order with which the servants there had been provided, and that regarding French rupees, and further in the drawing and receiving of bills of exchange to and from Ceylon, they will promptly govern themselves according to the model known thereof; as also to take care that the Honorable Company concerning the medicines furnished and charged for the sick being cured outside the hospital shall not be burdened higher than 4 stuivers for each sick person per day, according to what had been demonstrated from here by letter of the 14th of October 1769 in that regard, whereupon Their High Noble Lordships were pleased to revoke the charge imposed on that account for the expenses incurred in the year 1765/6 on the external invalids, to the amount of ƒ1922. 16. —, together with the 1/6th part thereof for premium; for which favor it was decided to express thanks to Their High Noble Lordships. Furthermore, to take into observance Their High Noble Lordships' disposition concerning the decisions taken here in the session of the 27th of November 1769 629 The 12th of September 1770. in regard to the charged errors with the premium fallen thereon mentioned in the said resolution; as also concerning what was recommended with respect to the charging of merchandise shipped from this main place to the subordinate factories. The well-mentioned Their High Noble Lordships having furthermore been pleased to relieve the seconds of Sadraspatnam, Ioan Daniel Simons, and of Jaggernaikpoeram, Johannes Du Mon, from the charges imposed upon them pursuant to the resolutions of this table of the 24th of November 1768 and the 3rd of April 1769, namely the first-named of 96. 5/18 lb of cloves and 190. 3/8 pounds of nutmeg, and the other of 400. 1/4 lb of cloves and 273 lb of nutmeg, being that which was found short above the ordinary write-off of one per cent both upon inventory and sale of those spices: it was decided to release both those servants again from the aforesaid underweight, and for that purpose to provide the pay bookkeeper here with the necessary orders in this regard, as well as to write the same to the chiefs of those two factories for their information, provided that the said Sadraspatnam second Simons, in pursuance of the respected command of the well-mentioned Their High Noble Lordships, shall first clear himself by oath regarding the faithful handling of the 66. 1/8 lb of cloves and 164. 1/4 lb of nutmeg included in that underweight to his charge. Concerning the hope expressed by Their High Noble Lordships that through the good management of the Bimilipatnam chiefs the leasing of that village and its dependencies would increase more and more, it was decided to testify that those servants are repeatedly urged to that end, and this Government, according to its wish, did not doubt that the lease would increase from time to time, if those lands maintain peace, and the lazy and indolent inhabitants thereof apply themselves with greater zeal to agriculture and making fertile the uncultivated lands. Since Their High Noble Lordships have been pleased to cancel the ordered shipment of doits, and thereby the condition is lapsed that the doits collected by the lessee would be taken over by the Honorable Company against payment in fanams at 10 pieces per fanam; consequently the present lessee, The 12th of September 1770.

Dutch transcription

627 den 12:' 7ber: 1770. gereekende penn: van haselkamp, die naqaam. Alverder is verstaan het geschreevene door besluijten p sigte van de terug Hoogst deselve onder het articul der Contanten atteere nog an acuat te laten. nopens de alhier in den Iaare 1768. ingevolge Haar Hoog Edelens gevenereerde ordre bij Letteren van den 4. ' Decem„r 1767. door de Curateuren in den boe„ del van den geweesen, en seedert gerepatrieerden secre„ taris en cassier alhier Ioannes Haselkamp ter over„ making na Batavia in cassa getelde penningen, in twee differente posten monteerende de eene pa/o 3974:12:50 of ƒ19077. 14. 8. , en de andere pr/o 668. 8. 40. of ƒ2540. 16. —. welke eerstgemelde als het geene zijnde dat volgens de negotie boeken alhier wegens te kort koming aan de Cassa debet was gebleeven, Haar Hoog Edelens tot voorkoming van alle verwarringen en om die post zijn beslag te doen erlangen, behaagd hebben, in Neder„ „ lands geld tot een montant van ƒ17885. 7. Corman„ dels te rug te reekenen, terwijl de andere ter gemelde Indiase hoofdplaatse aan de gemagtigde van meerm: Haselkamp, zijnde den titulair Coopman Carel fredrik Severin afgegeeven is geworden, nog eens accuraat te laaten nagaan hoedanig het daarmeede wesentlijk geleegen is, ten eijnde des nodig zijnde enten wat eijnde nader elucidatie aan Hoogstgemelde Haar Hoog Edelens den 12:' 8ber: 1770. te Jagg: na de ordre geschied. sel naen van ceijlon prompt na 't mo„ del reguleren sal. dat dE: Comp:e voor deseken buijtes t werd. te doene dankbetuijging voor de int recking der dierw=s opgelegde vergoeding op de alh=r gevllene besluijten noopens de aangereekende Erveuren. te doen verskerig het t untrerEd delens te doen toekomen; zijnde intrssen ten op„ sigte van de munt zaken verstaan Hoogst desselve te verseekeren, dat de ropijen te Saggernaijk, poeram gemunt werdende, na de ordre waar van de bediendens aldaar voorsien was, geschiedede na en dat men sig uit weeten van ni het geheelte van de france Ropijen, en wijders in het trecken en ontfangen van wissels na en van Ceijlon zig prompt te reguleeren, naar het daar van beka„ mitsg:s dat men ook sog vwaagt men model; als meede zorge te doen dragen dat d'E: hospitaal miet hoor als p: es n om p=s omtrend de verstrekt en opgebragt werdende medicijnen aan de zieken buijten het hospitaal gecu„ reerd werdende, niet hooger beswaard werde, dan met 4. stuijvers voor ieder zieke sdaags, na het geen men van hier bij brieve van den 14:' october 1769: dierwee„ gens gedemonstreerd hadde, en daar op haar hoog Edelens behaagd hebben, de dierweegens opgelegde be„ lasting voor het bekostigde in anno 176 5/6. aan de buijte impotenten, ten emporte van ƒ1922. 16. — nee„ vens het 1/6. gedeelte daarvan voor premie, in tetrec„ ken; voor welke gunste verstaan wierd haar Hoog Edelens dank te betuijgen; Wijders in observantie te doen osservantie van de dispustie te neemen, Hoogst derselver dispositie, betreffende de alhier gevallene besluijten ter sessie van den 27:' Na„ vember o 177 629 den 12:' 7ber: 1770. 1 coopmansz: die van hier neede compt: vande secund s van Sadras p=m en Jagg: van de haar opgelegde vergoedingen. mits dat die van Sadra, eerst dees hem opgelegde eld doe. vember 1769. in opsigte van de aangereekende Erreuren„ met de daarop gevallene premie bij gedagte resolu„ tie vermeld; als ook ten belange van het aanbevoolene soomeede nop: de beswaaring her„ met betrecking tot beswaring van de Coopmanschapsonder werden pen die van deese hoofdplaatse na de onderhoorige factorijen wierden afgestooken; welmelde Haar Hoog gedane releveringdon haar hog Eds Edelens alverder behaagd hebbende de secundens van Sadraspatnam Ioan Daniel Simons, en van Daggernaijkpoeram Iohannes Du Mon te releveeren van de hun opgelegde belastingen, inge„ volge de Resolutien deeser tafel van den 24. ' Novem„ ber 1768. en 3. ' April 1769. , teweeten den eerstgen: van 96. 5/18. lb: Nagulen, en 190. 3/8. ponden noten, en den anderen 400. ¼. lb: Nagulen en 273. lb: nooten, zijnde het geen boven de ordinaire afschrijving van een per„ Cento, soo bij den opneem als vertier op die specerijen te kort bevonden was: soo wierd verstaan die beijde besluijt haar daar van te ontleken bediendens voor de voorsz: onderwigten weder te laten ontheffen, en daar toe soo wel hier den soldij„ boekhouder met de nodige beveelen dienaangaande te voorsien, als de opperhoofden dier beijde factorijen en sulx nadie comptiren atrtek: het selve tot derselver narigt aan teschrijven, mits dat gedagte Sadraspatnamse secunde Simons, in„ hoope haarer hoog Ed=s dat de verpagting van bimilif: meer en meer toendemen sal. — gedane afsz: van de sending van duij„ ten na batavia de pagter derselve die aan dE: comp: overgeven kan. in navolging van welmelde Haar Hoog Edelens geagt bevel zig eerst met Eede zal hebben te zuijve„ ren, voor de trouwe behandeling omtrend de onder dat onderwigt ten zijnen laste begreepene 66. 1/8. lb: nagulen en 164. ¼. lb: nooten. 2. Belangende de betuijgde hoope door hoogstde„ selve dat door de goede directie der bimilipatnamse opperhoofden, de verpagting van dat dorp en dies on„ derhoorigheeden meer en meer accresseeren zoude, wat vestaands dierw:t te beuijgen is verstaan te betuijgen dat die bediendens daar toe telkens werden aangespoord, en deese Regee„ ring na derselver wensch niet twijffelde of die pagt soude van tijd tot tijd toeneemen, soo die Lan„ den de vreede behouden, en den luije en trage ingeseete„ nen derselve zig met meerder iever op den Landbouw toeleyde en vrugtbaar maaken der onbebouwde Lan„ derijen. —. Nadien Hoogst deselve de geordonneerde sending van duijten hebben gelieven afteschrijven, en daar door en vervaldoerdor van de conditie dat de Conditie komt te vervallen, dat de door den pagter versameld werdende Duijten, bij dE: Comp=e teegens de betaaling in fanums teegens 10. stux per fanum overgenomen zoude werden; gevolgelijk de presenten den 12:' 7ber: 170. pagter.

NL-HaNA_1.04.02_3290_0881 view scan ↗

English

631. 12 September 1770. The farmer of the copper coinage, who bid pagodas 131. 6. or 630 florins higher than last year, was rendered unable to pay the farming fees for which he bid for that lease, and therefore submitted a request to be released from it and that the lease may be put up for auction anew. It having been considered that through the interdiction against accepting any more doits and sending them to Batavia, the city will again become so congested with them that the farmer will have no means to master or buy up all of them, and must thus turn a blind eye to and tolerate that the imported doits are traded at the owners' pleasure; it was approved and resolved to put the lease of the said doits up for auction and lease it out again by the end of this month, and to let the present farmer pay and bring up the fees for the current month pro rata for what he bid for the lease, being 691 pagodas 16 fanams or 3320 florins. Regarding the debts of the deceased farmers, for the write-off of which Their Right Excellencies have been pleased to grant authorization in case no more could be recovered from them, it was resolved to have them carefully verified once more. 12 September 1770. and to furnish this government with the necessary elucidation in that regard in order to resolve what is needed thereon; while the remaining debit of the farmer Wierappa Poele, still amounting to 975 florins, was to be fully liquidated in this year; and furthermore to inform the Bimlipatnam chiefs that Their Right Excellencies were pleased to let the widow of the skipper and master of equipment De Vos, as well as the estate of the deceased second officer of that office Ian Visscher, suffice with paying the purchase cost of the two ruined coir anchor cables, namely the former for half of one cable, and the latter or the aforementioned estate for the remaining one and a half cables. With respect to the fortification works, in compliance with Their Right Excellencies' venerated order, it was approved and resolved to have carefully examined and investigated, as quickly as possible, what the aforementioned late second officer Visscher spent on the repair of the defects for which he was partially authorized, to an amount of 8806 florins 10 stuivers; as well as for those repairs which had been postponed until further orders, although an amount of 7348 florins 10 stuivers was nevertheless spent by him thereon, in order that, if it is found to have essentially been spent on it, it may be validated and written off pursuant to the venerated authorization of Their Right Excellencies, or, in the contrary case, the Honorable Company may be indemnified to the extent that it has been disadvantaged; and to give Their Right Excellencies the required notice of the report to be received thereof, as well as the finding on the true condition of those fortification works in general, after they have been precisely surveyed and inspected by the Lieutenant Engineer Johan George Khuun, who came over specifically for that purpose from Colombo these days, to which end it was resolved to let him proceed thither early in the spring. As it was furthermore resolved, in compliance with Their Right Excellencies' venerated order, to enter inside the lines of the books here the amount charged to this government according to the Batavia invoice of 30 March of this year, for the cargo of the wrecked ship Oost Cappelle, amounting to amounting to 292001 florins 1 stuiver, to the debit of the French, in order to keep this, as well as the further claim that one has against that nation for various violent acts, active, in the event that some payment should eventually come from it. Furthermore, with Their Right Excellencies recommending to the care of this government the payment of the well-known French bill of exchange of a certain Des Jardins, it was resolved to testify in that regard that although its settlement has been urged repeatedly, no other success has followed so far than good promises, because of the lack of money in which that nation currently finds itself, and because it has for some time been sustaining itself through the pawning of their manufactures, so that for the present no payment is to be expected from it, all the more now that the East India Company of that nation being abolished, the King has taken over all the East Indian establishments and possessions, which were henceforth to be governed in his name; and that furthermore regarding the authorization granted for taking over and shipping with the Company's ships 95 packs of cloth for the account of 12 September 1770.

Dutch transcription

631. den 12.:' 7ber: 1770: daar van ontslgen te worden. de rovo of teveijlen ende presente pagter voor deese maand soo de hij gemend heeft te ralge desal afsz: van de schulden der overl: pag„ ter pagter dier kopere munt die pag: 131. 6. of ƒ 630. —. hooger gemeijnd heeft dan in anno vergangen, buij„ ten staat gesteld wierd, de pagtpenningen waar voor hij die pagt gemeijnd heeft, optebrengen, en daarom me en gedan vek dier halven om versoek heeft gedaan, daar van ontslagen en die pagt op nieuw opgeveijld mag werden: soo is geconsidereerd deliferatie daar over„ zijnde dat door die gedaane interdictie om geen duijten meer te accepteeren, en naar Batavia te senden, de stad weder daarmeede indiervoegen opgepropt gera„ ken, dat den pagter geen vermogen hebben sal van alle deselve sig meester te maaken of optekopen, dus oogluijkende tollereeren moet, dat de ingevoerd werdende duijten naar believen der eijgenaars ver„ handelt wierden; goedgevonden en verstaan, de pagt besluijt de pagt onder ulto deser van gemelde duijten onder ult=o deeser Maand op nieuw opteveijlen, en te verpagten, mitsgaders de presente pagten voor deese Loopende maand te laten betaalen en opbrengen, na rato hij die pagt gemeijnd heeft, zijnde pa/o 691. 16. of ƒ 3320. —. Rakende de qualificate van haar hoog Eesen schulden van de overledene pagters, tot welkers af„ schrijving Haar Hoog Edelens qualificatie heb„ ben gelieven te verleenen, indien 'er niet meer van te haalen mogte weesen, wierd geresolveerd deselve nog —. den 12:' 7ber: 1770. keurig te laten nagaan, en ten nat eijnde. Jaar Eesfent te worden. inkoops prijs der beldierven scaijertoe„ wen: volttaan. besluijt, het pbouwde doorgedagte visscher aen't fort soo spoedig moge„ lijk te laten nagaan. beslomgt deselve ng een neuw nog eens nauwkeurig te laten nasien, en deese Re„ geering de nodige Elucidatie dier weegens te suppe„ diteeren, om daar op het nodige te besluijten; terwijl dendelet van wierastasant dit het restant debet van den pagter wierappa Poele nog groot zijnde ƒ 975:—: in dit Jaar ten vollen stond den boedel van disscher kannot en geliquideerd te werden; en wijders de Bimilipatnamse opperhoofden kennisse te geeven, dat welmelde haar hoog Edelens behaagd hebben, de weduwe van den schipper en Equipagiemeester De vos soo wel, als den boedel van den overleeden secunde ten dien Comptoire Ian visscher te laaten volstaan, met de voldoening van het inkoops kostende van de twee bedurve caijeran„ kertouwen, te weeten de eerste in de helft eener touw, en de tweede of de boedel voormeld in de overige anderhalve touw. — Ten opsigte van de Fortificatie werken wierd in naar koming van Haar Hoog Edelens gevenereerd bevel goedgevonden en verstaan, soo spoedig als maar geschieden konde, nauwkeurig te laten nagaan en ondersoeken, na het geen den voormelden aflijvigen secunde visscher verbond heeft, tot verhelping der ge„ breeken waar toe denselven voor een gedeelte gequalifi„ ceerd was, tot een bedragen van ƒ8806. 10. ; als van die welkers 41 633 den 12. ' 7ber: 1770. dier fortificatien werken in't generaal van nisse te gaeven bedragen van de Lading van 't schip oost capelle bij de boeken inteneemen. welkers reparatie men tot nader ordre uijtgesteld ledt; hoewel door denselven egter tot een montant van ƒ7348. 10. besteed is geworden, om bij bevinding dat enten wateijnde. het selve daaraan wesentlijk bekostigt is, ingevolge de gevenereerde qualificatie van haar hoog Edelens gevalideerd en afgeschreeven, dan wel in cas van het tegendeel d'E: Comp=e voor soo verre daar bij bena„ deeld zoude weesen, schadeloos gesteld te werden, en van dies intekomen berigt welmelde Haar hoog Edelens de vereijschte kennisse te geeven, als mee„ de van de bevinding van de waare gesteldheijd van mitsg:s huar hoog Eds van de bevinding die fortificatie werken in het generaal, na dat deselve door den deeser dagen van Calombo ten dien eijnde expres dit heen overgekomene Luijtenant Jngenieur Iohan george Khuun, exact opgeno„ men en besigtigt zullen weesen, ten welken eijnde verstaan wierd, denselven vroeg in het voorjaar dat heen te laaten overgaan. — Soo als alverder in naar koming van haar hoog besluijtvolg:s har hoo Eds or t Edelens gerenereerd bevel beslooten wierd, het bij de Bataviase factuur van den 30. ' Maart deeses Jaars dit gouvernement aangereekend bedragen, van het Carguasoen van het verongelukt schip oost Cappelle, monteerende. 49 en ten wat eijnde. betaling der wissels van de ljardins wat verstaan is dier w=s te betuijgen niets meer vernomen hadde. monteerende ƒ292001. 1. . ten Laste der francen bij de boeken alhier binnenslijns te doen inneemen, om deselve soo wel, als de verdere pretentie die men weegens di„ verse geweldadige behandelingen op die natie heeft, levendig te houden, of het waare, dat in der tijd daar eenig betaaling van quam. —. aan beling do haer o :d ende oogstgedagte haar hoog Edelens wijders de sorge deeser Regeering aanbeveelende, de betaaling van de bewrste france wissel van eenen Des Jardins, is verstaan dier weegens te betuijgen, dat iterative maalen op dies voldoening geurgeerd zijnde egter tot nog 'er geen ander succes uijt gevolgd was dan goede beloften om de wille van de geldeloosheijd waar in die natie zig tans bevond, en daar om zig seedert eenigen tijd door het verpanden hunner Manufac„ tuuren maintineerde, invoegen voor eerst 'er geen beta„ ling van te verwagten was, te meer nu de Jndische Compagnie dier natie vernietigt weesende, de koning alle de Jndische Etablissementen en besittingen overge„ nomen hadde, voortaan in naame derselve stonden item dat men no:s de her magcheerd te werden; en dat wijders nopens de verleende qualificatie ter overneem en versending met 'sComp=s scheepen van 95. packen Lijwaaten voor reecq: van de den 12. ' 7ber: 1770. heer

NL-HaNA_1.04.02_3290_0885 view scan ↗

English

12 September 1770. and rank of major conferred on Bonte. Decided to give the minister an extract of Their High Excellencies' letter, namely the ruling on his request. To report on the lawsuit at the earliest opportunity. How to deal with the 585 ¾ ducatoons of Hoflager that were accounted for. nothing further was heard from Mr. Amat, nor whether any application had been made regarding it, other than what had been communicated concerning that in the past year. Under the article of the servants, it was understood to offer humble thanks on behalf of the Commandant and head of the Militia, Hartwich Bonte, for the Title and Rank of Major conferred upon him; as well as for the 50 European Soldiers sent; and regarding the ruling made by Their High Excellencies upon the request made by the minister Carel Willem Gebhard, it was thought fit to furnish him an Extract thereof from the aforementioned revered missive of Their High Excellencies for his information and compliance; and further, at the first opportunity, to send to Their High Excellencies the requested account of all the expenses that the Honorable Company was obliged to incur in the lost lawsuit before the English Court of Justice at Madraspatnam against the Executors of the deceased former secunde of Bimlipatnam, the junior merchant Carel Lodewijk Hagemeister. Furthermore, 585 ¾ pieces of milled ducatoons having been credited here, amounting to pagodas 429. 13. 16. or Netherlands currency 1932 florins, 19 stuivers, 8 penningen, being the surplus amount beyond what had been necessary to settle the remaining debit of the former receiver here, Arnoldus Hendrik Hoflager; which aforementioned Their High Excellencies, upon the demonstration of its erroneous re-calculation made from here by Letter of 14 October 1769, have been pleased to allow to be paid out to the injured sureties of the said Hoflager: thus it has been approved and agreed to deduct beforehand from it the sum of pagodas 56. 21. 48. or 256 florins, 1 stuiver, which is still lacking for the full liquidation of the arrears of the fugitive Resident of Cuddalore, Eduard Sutton, who, having been surety for said Hoflager in his service, contributed his share, or a sum of 250 pagodas, to settle the debit of Hoflager to the Honorable Company, it was therefore deemed nothing more than fair that the aforementioned small sum should be given preference for the settlement of Sutton's aforementioned remaining arrears to the Honorable Company; and then, out of the remaining pagodas 372 or 1676 florins, 18 stuivers, 8 penningen, likewise to cause to be paid out beforehand to the pay bookkeeper Dirk Buijs pagodas 250 or 1125 florins, for the satisfaction of what he personally paid for his share as co-surety for Hoflager's service; 12 September 1770. and, after deduction thereof, a sum of pagodas 122. 15. 48. or 551 florins, 18 stuivers, 8 penningen still remaining, which in the same manner ought to be credited to Sutton: it was decided to have this counted out likewise to the said Buijs and the authorized agents of the Bimlipatnam chief Iasper Theodorus Pfeiffer, so that from it may be recovered that which they both paid for the debit of Sutton to the Deaconry of this city. Furthermore, it was decided to issue a circular order to the chiefs of the subordinate factories to comply as promptly as possible with the reiterated request of the said Their High Excellencies for the preparation and dispatch to Batavia of a neat and accurate memorandum of all the measures, weights, and currencies in use at each Office or in the surrounding areas, and reduced to the homeland weight, measure, and price, as has been repeatedly required, especially by Their High Excellencies' Resolutions of 17 September 1756 and 16 August 1764, but compliance with that order has hitherto been omitted; on which account the chiefs should be emphatically instructed to ensure the prompt fulfillment of this order; further resolving that the loss on the 22 packs of rejected goods from the Porto Novo Merchants, sold at Batavia by public auction and sent in March of this year by the ship De Snoek for the account of those traders, amounting with the stipulated 25 per cent advance on its purchase amount to 3566 florins, 7 stuivers, be charged to the Resident there, with instructions to him to have that amount paid into the treasury by the Merchants, or to debit their account for it. After the conclusion of the said business, the European packet of papers addressed to this Government and dispatched by the Ceylon ship Renswoude was opened, having been delivered here during the meeting via Manaar from Colombo under cover of the Ministers' Letters of 30 August last; in which was found the revered missive from the Honorable High and Mighty Principal Lords dated 25 October of the past year, accompanied by the Extracts from Their High Excellencies' general missives dated 7 and 25 of the aforementioned month of October addressed to Their High Excellencies, the Honorable Supreme Indian Government at Batavia. 12 September 1770.

Dutch transcription

635 den 12:' 7ber: 1770. en rang van majoor aan bonte toege voegd. „besluijt de predicant een Extract haar hoog Ed. s brief aftegeven, not. s de dispositie op zijn versoek ter proces bij eerste gelegenth=d op te„ geven. gereekende 585. ¾. ducatons van hoflager te handelen. heer Amat niets nader vernomen, of daaromtrend ee„ nig aansoek gedaan is geworden, dan het geen men dier„ weegens in anno passato bedeeld hadde. —. Onder het articul der dienaaren wierd verstaan de te doene dankbetuijging voord tictul nedrige dankbetuijging te doen van den Commandant en hoofd der Militie Hartwich Bonte, voor de aan hem toegevoegde Titul en Rang van Maijoor; als meede item voor de gesonde militairen. voor de gesondene 50. Europeese Militairen; en ten opsig te van de gevallene dispositie bij Haar Hoog Edelens op het gedaan versoek van den predikant Carel willem gebhard, vond men goed denselven een Extract daar van uijt welmelde haar hoog Edelens gerenereerde missive ter hand te stellen ter zijner narigt en ob„ servantie; en wijders bij eerst voorkomende gelegendheijd ende ongelden van hagemeester er„ Hoogst deselve te doen toekomen, de gerequireerde opgast van alle de ongelden die dE: Comp=e verpligt is geweest te doen, in het verlooren proces voor het Engels Justitie hoof te Madraspatnam, teegens de Executeurs van den aflijvigen geweesen secunde van Bimlipatnam den ondercoopman Carel Lodewijk Hagemeister. —. Voorts dit heen ten goede gebragt zijnde 585. ¾. p.:s besluijt hoedanig met de te rug gecartelde ducatons uijtmakende pr/o 429. 13. 16. off Ne„ derlands geld. ƒ1932:19. 8. zijnde het meerder bedreegen, dan vervolg. dan nodig was geweest, tot verevening der restant de„ bet van den geweesen ontfanger alhier Arnoldus Hendrik Hoflager; welke welgedagte haar hoog Edelens op de dierweegens van hier bij Letteren van den 14. ' october 1769. gedaane demonstratie van dies abu„ „siie te rug reekening, behaagd hebben, aan de beschadigde borgen van gedagte Hoflager te laaten uijtkeeren: soo is goedgevonden en verstaan, daar van voor af aftekor„ ten de somma van pa/o 56. 21. 48. of ƒ 256. 1. dewelke nog komt te manqueeren tot de volle liquidatie van het agterweesen van den voortvlugtigen Resident van Coedeloer Eduard Sutton, die borge voor gedagte Hoflager zijn dienst geweest zijnde, het zijne, of een somma van 250. pagooden gecontribueerd heeft om het debet van Hoflager aan dE: Comp=e te vereze„ nen, dus niet meer dan billijk geoordeeld is, dat voor„ melde sommetje geprefereerd wierd, tot afdoening van Suttons evengenoemd restant agterstal aan dE: Comp=e, en dan van de overige palo 372. off ƒ1676. 18. 8. insgelijx aan den zoldijboekhouder Dirk Buijs voor af te doen uijtkeeren pa/o 250. – off ƒ 1125. —. tot voldoe„ ning van het geen hij, voor sijn aandeel als meede borg voor Hoflagers dienst in persoon betaald heeft, den 12 ' Iber: 1770. mitsg:s 637 den 12:' 7ber: 1770. ding van een memorie der maten mitsgaders naar aftrek derselve dan nog een somma van pa/lo 122: 15: 48. of ƒ 55. 18. 8. overblijvende die in„ selver voegen ten goede van Putton soude moeten komen: wierd beslooten, almeede aan genoemde Buijs en de gemagtigdens van het Bimilipat„ nams opperhoofd Iasper Theodorus Pfeiffer te laaten tellen, om daar uijt gevonden te konnen werden, het geene zij beijde voor het debet van Cutton aan de Diaconij deeser steede hebben betaald. —. Wijders wierd beslooten de opperhoofden der onder, last na de comptoiren ter oversen„ hortige factorijen Circulair te ordonneeren, ten spae gewigten en manten &=r digsten te voldoen aan het gerenoveerd requisit van welmelde haar hoog Edelens ter formeering en over„ sending naar Batavia eener nette en accuraate memorie van alle de maten, gewigten en munten op ieder Comptoir, of daar omstreeks in gebruijk zijn„ de, en gereduceerd na het vaderlands gewigt, waar„ meede en prijs, gelijk zulx te meermaalen, specialijk bij Haar hoog Edelens Resolutien van den 17:' 7ber: 1756. en 16:' Augustus 1764. gerequireerd, dog tot als nog geommitteerd is, aan die ordre te voldoen. uijt welken hoofde de opperhoofden tot de prompte nakoming deeser ordre met nadruk soude werden aan bevolen besluijt het verlorene op de port: uijt„ schotten dat heen aantereekenen Europase papieren. aanbevolen, werdende wijders geresolveerd het ver„ loorene op de te Batavia per publique vendutie verkogte 22. packen uijtschotten van de Portonovose Cooplieden in Maart deeses Jaars met het schip De snoek voor reekening dier handelaars verson„ den, bedraagende met de bepaalde 25. p:r Cento advans op dies in koops montant ƒ3566. 7. –. , den Resident en met wat astaande releden aldaar optegeeven, met Last aan denselven dat mon„ tant door de Cooplieden in cassa te laten tellen of derselver reekening daar voor te belasten. —. openingen zeeling van een pagir Na het afloopen der gemelde besoignes wierd geopend het Europas pacquet met papieren aan deese Regeering beschreeven, en per het Ceijlons schip Rens„ woude afgesonden, mitsgaders staande vergadering over Manaar van Colombo, onder der Ministers geleijde Letteren van den 50: augustus Jongstleeden, alhier besteld, waar in bevonden wierd de gevenereerde missive van de Edele hoog Agtbaare Heeren princi„ paalen, de dato. 25. october des gepasseerden Jaars, verseld van de Extracten uijt Hoogst derselver ge„ nerale missivens in datis 7. en 25„e der even„ gemelde maand october aan Haar Hoog Edelens de Edele hooge Jndiase Regeering te Batavia den 12.' 7ber: 1770. — gerigt

NL-HaNA_1.04.02_3290_0889 view scan ↗

English

639 the 12th of September 1770 directed, together with such further annexes as the Register received alongside it dictates. Furthermore was submitted the report of the fiscal and the commissioned judicial members, serving as proof that the white flakes, powder, and dust of mace, dust and cloves, and mite-infested and worm-eaten nutmegs contained in 7 bundles and 14 chests, brought over from Sadraspatnam with the sloop De Anthonia Dorothea, were received and reweighed in their presence and supervision, as well as that of the commander of that vessel: appearing in further detail in the aforesaid Report; reading as follows. To the Right Honorable and worshipful Pieter Haksteen, Extraordinary Councilor of the Dutch East Indies; Governor and Director of this Coromandel Coast with the jurisdiction thereof, etc. Right Honorable and Worshipful Sir! The undersigned fiscal, together with members of the Honorable Court of Justice, proceeded to the Company's trade warehouses, and there weighed the dust and powder of spices, and mite-infested nutmegs recently brought here per the sloop De Anthonia Dorothea from Sadraspatnam, in the presence of its commander; and received by the warehouse master Brieto; as follows. Surplus / Shortage White flakes, powder, and dust of mace, the specification requires in 3 bundles: lb 163. –. –. found upon reweighing: 161. ½. –. Shortage: lb 1. ½. Dust and cloves, the specification states in 4 bundles: lb 600. –. –. received as such. Mite-infested and worm-eaten nutmegs, the specification demands in 14 chests lashed with rope: lb 1654. –. –. upon reweighing only obtained: 1651. ½. –. Shortage: lb 2. ½. All the Company's seals on the mentioned bundles and chests were in good order and undamaged, furthermore each bundle and chest was sealed with the judicial seal, as well as provided with a cross rope. We have the honor to be with high esteem, Right Honorable and worshipful Sir, Your Right Honorable's humble and obedient servants, was signed: P. Cantervisscher, I. E. G. Haselman, and H. A. Johnson, in the margin: Nagapatnam, the 19th of August Anno 1770. Thus it has been approved to write off the aforementioned 4 pounds found short. The 12th of September 1770. 641 The 12th of September 1770. Also served on this occasion the petition of the master of the ship De Vrouwe Elizabeth, which is being dispatched today to Bengal, containing a request to obtain an anchor in place of the one lost in the Sunda Strait, the replenishment of the provisions that were consumed from the ship's provisions during the voyage from Batavia to here by the military personnel transported on board for this Coast, as well as to be reinforced with some seafarers, both in place of those who died on the voyage, and of those who must remain here in the hospital due to indisposition, and of those who lie sick on board and are currently unable to perform ship duties, and also that the emptied water barrels may be refilled at the earliest opportunity: thus it was approved and understood to allow the one and the other to be furnished, for which the necessary orders have already been given, all of which will still be on board today, and to order the Equipage Master here to transfer to that vessel as many seafarers under him or assigned to the beach as could possibly be spared, with a request to the Bengal administration to send those men, principally the mestizos among them as most are natives of this place and have families, back here in the spring with the private sloop De Robijn or any other occurring opportunity. Subsequently, having reviewed the extracts received and answered at this main station and at the subordinate sub-offices of this coast from the findings of the errors in the trade books of this government for the year 1765/6, or from the first of September 1765 to the last of August 1766, drawn up at Batavia on the date of 30 March 1769 and received here on the 13th of July thereafter per the ship Vreedelust: such resolutions were provisionally taken regarding them, subject to the favorable approval of Their High Nobilities, as will appear hereafter. At Nagapatnam. With respect to Their High Nobilities' remark concerning the excess of the expenses over what had been allocated for them in the budget, it was thought fit to show with all due respect to the very same that the financial year 1765/6 was a year in which one was forced into the necessity of making many essential and thus unavoidable provisions to a large garrison, both at this main station and the sub-offices, to curb the greed of the predatory native princes and lesser regents, for which some men The 12th of September 1770.

Dutch transcription

639 den 12 ' 7ber: 1770 patnam aangebragte stof en gruijs van speckrijen. gerigt, mitsgaders sodanige verdere bijlaagen, als het daar neevens ontfangene Register dicteerd. —. Voorts wierd overgelegt het rapport van den fiscaal diening van 't rapport de van sabras„ en gecommitteerde Justitieele Leeden, ten blijke dat de van sadraspatnam met de Chialoup De An„ thonia Dorothea overgebragte witte blaadjes, gruijs en stof van foelij, stof en Kruijntjes van nagulen en vermijtende en aangestookene noten in 7. bondels en 14. kisten beslooten, ter haarer presentie en over„ staan mitsgaders van den gesaghebber van dat Kieltje ontfangen en nagewogen zijn: nader blijkende insertie van 't selve bij het voormeld Rapport; aldus Luijdende. —. Aan den wel Edele gestr: Heer Pieter Haksteen, Raad Extraordinair van Neder„ lands Jndia; gouverneur en di„ recteur deeser Custe Cormandel met den Resorte van dien v:a N a 17a Wel Edele Gestrenge Heer! Den ondergeteekende fiscaal, neevens leeden van den E: agtb: Raad van Justitie hebben sig in 'sComp=s negotie pak„ huijsen vervoegd, en aldaar de alhier onlangs aangebragte gruijs en sloff van specerijen, en vermijterde nooten per de. - besluijt 't minwigt aftesz: de Chialoup de Anthonia Dorothea van Sadraspat„ nam, ter presentie van dies gesaghebber gewoogen; mitsgaders door de pakhuijsmeester brieto ontfangen; als volgd. —. te over tekort witte blaadjes, gruijs en stol van foelij, eijscht den opgaaf in 3. bondels. . lb: 163. –. –. bij naweeging bevonden. . . . . „ 161: ½: —: p: 1. 72. Stoff en kruijntjes van Nagulen meld den opgaaf in 4. bondels. . . . . - lb: 600. –. –. zoodanig ontfangen . . Vermijterde en Aangestookene Nooten, vorderd den opgaaf in 14. kisten met Touw omsjort. . . . . . - . lb: 1654. —. —: bij naweeging maar bekomen. - - - - „ 1651. 12. —. „ 2. ½. Alle 'sComp=s Zegels van genoemde bondels en kisten zijn wel en ongeschonden geweest, voorts ieder Bondel en kist met Justitieele Cachet versegeld, zoomeede met een kruijstouw voorsien. wij hebben de Eere met hoog agting te zijn /:onderstond:/ wel Edele gestrenge heere; uwel Ed: gestr: onderdanige en gehoorsame Die„ naaren /:was geteekend:/ P:s Cantervisscher, I: E: g: Haselman, en H: A: Johnson, /:in margine:/ Nagapatnam Den 19.:' Augustus A„o 1770. —. zoo is goedgevonden de voormelde temin bevondene 4. ponden te Laaten afschrijven. — den 12.' 7ber: 1770. Ook 641 den 12:' 7ber: 1770. per vande vrouw Elisabeth, om diverse benodighheijd. verstrecken.. soo veel zeevarende te geven als ge: „deselve te rug te senden. Ook diendte te deeser gelegendheijd Rrequest van den diening van 't request van den ship„ schipper van het opheeden nog naar Bengale gede„ pecheerd werdende schip de vrouwe Elizabeth, inhou„ dende versoek ter erlanging eener Anker in steede van het verloorene in de staat Sunda, het supple„ ment der provisien die op de reijse van Batavia dit heen door de daarmeede voor deese Custe overge„ voerde militairen van de scheeps provisien verteerd zyn, als meede met eenige zeevaarende versterkt te item om eenige matroosen mogen werden, soo in plaatse van de geene die op de rijse overleeden sijn, als van de sodanige dewelke mits in dispositie alhier in het hospitaal moeten verblijven, als van die, die aanboord ziek leggen, en voor eerst niet in staat zijn, scheepsdienst te doen, mitsgaders de lee„ dig geraakte water vaten weder ten eersten mogen werden opgevuld: soo is goedgevonden en verstaan het besluijtzeen en ander te laten een en ander te laten verstrecken, waar toe reeds de nodige ordre gesteld zijnde alle deselve heeden nog aan boord zullende weesen, mitsgaders den Equipagiemeester Last aan den Equipagiem:r on„ alhier te gelasten om zoo veel zeevaarende onder hem of mett kunnen werden. het strand bescheijden op dien bodem te laten overgaan als maar immers gemist zoude kunnen werden, met versoek aan de Bengaalse ministers die manschap en te doen veroek na bengalcom pen „ resumptie van endispositie op de ingekomen beantw: Extracte uijt de memorie der Eireuren van 17 5/6. pen principaal de sig daar onder bevindende meati„ sen als de meeste in boorlingen deeser plaatse zijnde, en familie hebbende met de particuliere Chialoup De Robijn of eenig ander voorkomende geleegentheijd in het voorjaar dit heen terug tesenden. —. Vervolgens geresumeerd zijnde de te deeser hoofdplaatse en op de onderhoorige subalterne Comptoiren deeser custe beantwoorde en ingekoomene Extracten uijt de bevinding der Erreuren in de negotie boeken deeses gouvernements de anno 176 5/6. of 't zeedert primo Jber: 1765. tot ultimo aug=s 1766. te Batavia in dato 30:' Maart 1769. opgemaakt en den 13. ' Julij daaraan alhier per het schip vreedelust ontvangen: zoo wierd daar op ter gunstige approbatie van Haar Hoog Ede„ lens bij provisie dierweegens soodanig besluijten ge„ noomen, als in het vervolg komt te blijken. —. Te Nagapatnam. —. Ten opsigte van haar hoog Edelens gemaakte remarque noopens de meerderheijd Memorie van der Lasten, dan daar toe bij de Menage bepaald was, vond men goed hoogst deselve in Eerbied te vertoonen, dat het boekjaar 1765/6. een Jaar geweest zijnde, waarin men in de noodsaakelijkheijd gebragt was, tot het doen van veele noodwendige en dus onvermijdelijke verstreckingen aan een taalrijke guarnisoen, soo te deeser hoofd plaatse als de subalterne Comptoiren ter beteugeling van de hebsugt der vroofsieke Jnlandse vorsten en mindere regenten, waartoe men eenige man„ den 12.:' 7ber: 1770. schappen

NL-HaNA_1.04.02_3290_0893 view scan ↗

English

643 had to summon provisions from Ceijlon. And added to this, not counting the repair of the Company's buildings and other expenditures, which had made the inevitability absolute; besides the fact that in that year the trade, having been of an unprofitable success due to the troublesome state of affairs, the profits of the same were absorbed by the heavy burdens, against which, having been accidental, one could not have foreseen, under the assurance to be made that nevertheless all means were being applied toward increasing the profits and diminishing the burdens. Concerning the Hospital, since it had pleased their Right Noblenesses since then to take a favorable disposition upon the demonstration made from here by letter of 14 October 1769, as appears from their venerated missive of 14 July of this year, with the remission of the compensation of ƒ1922: 16 imposed on that account, along with the one-sixth part calculated thereon: it is thus understood to express thanks to them for this, and at the same time decided to allow the method required thus far pursuant to the resolution taken at the session of 15 April 1761, regarding the sick being cured outside the hospital, to continue. Concerning the ordered payment into the treasury of ƒ 44 for dungarees supplied to the Company's deceased servants, it is understood to show their Right Noblenesses that this had been handled according to the custom that had been in practice here, but that since then, in conformity with their Right Noblenesses' order, the death account of the deceased is charged for it: thus it was resolved to favorably request the cancellation of that imposed compensation. Regarding the required reasons that existed for the sale of the timber, below the two capital advances established for it, it is understood, notwithstanding what was demonstrated in that regard by letter of this Government dated 31 August 1767, to bring respectfully to the attention of their Right Noblenesses that the timber 12 September 1770. in question, according to a method always practiced here on the Coast, had been partly delivered to the diaconate of this city for repairing the dilapidated orphanage here, and partly taken by the governor with 30 per Cent advance, but had again been given gratis to the Honorable Company for the construction of a new room in the Company's garden China; and on which grounds their Right Noblenesses would be requested to favorably acquiesce in the sale of that timber for the reasons aforementioned. The ordered calculation of the goods with respect to the write-offs that were too high and too low, being punctually observed according to the requirement in their Right Noblenesses' venerated marginal disposition on the findings of the books of 1764/5, it is understood to continue therewith without the slightest deviation. Upon the accurate examination of the books and papers belonging thereto, it being further found that the supervisor of the works wrote off 9 planks too many, and the Honorable Company was disadvantaged thereby: it was thus understood to have the same reimbursed by him with two capital advances or ƒ137. 14. —, amounting with the 1/6 part for premium to ƒ. 160. 13. or 35 pagodas 16 fanams 50 2/16 cash. But the five pieces of rough sailcloth recorded in excess upon the transfer, having been credited back to the general account in the following year of 1766/7, in conformity with the transaction in the Journal on page 287, so that the Honorable Company suffered no damage thereby, it is thus understood to request the release from the compensation likewise imposed on that account. Concerning the error committed at Jaggernaijkpatnam regarding 38 ells of green cloth booked short, the chiefs having accounted for themselves in that regard in their respectful marginal answer: it was thus decided to refer both to that and to the decision taken by this Government in that regard. As well as to offer their Right Noblenesses respectful expressions of gratitude, not only for the favorable passing of the errors discovered in the findings of the book year 1763/4 with the assurance of greater attention in the future, but also for the approval of the management and write-off of what was consumed by the sick in the hospital 12 September 1770. While

Dutch transcription

643 schappen van Ceijlon heeft moeten ontbieden. En waar bij het nog gekoomen was, de herstelling van 'sComp=s gebouwen ongereekend en andere uijtgeavens, die de onvermijdelijkheijd obsolut gemaakt hadden; buijten en behalven dat in dat Jaar den verthier, door de troubeleuse gesteldheijd van een onvoor„ deeligen succes geweest zijnde, de winsten derselve, door de swaare lasten geab„ sorbeerd waaren, teegens dewelke als toevallig geweest, men niet hadde konnen voorsien, onder te doene verseekering dat nogthans alle middelen aangewend wier„ den, tot vermeerdering der winsten en vermeenrdering der Lasten. —. Belangende het Hospitaal, welmelde haar hoog Edelens t seedert behaagd hebbende op de van hier bij brieve van den 14.:' 8ber: 1769. gedane demonstratie een gunstige dispositie te neemen, blijkens hoogst derselver gevenereerde missive van den 14:' Julij deeses Jaars, met zelevering van de dierweegens opgelegde vergoe„ ding van ƒ1922: 16. neevens het daarop bereekende sesde gedeelte: zoo is ver„ staan hoogst deselve daar voor dank te betuijgen, en teffens beslooten bij de met hoete omtrend de zieken buijten het hospitaal gecuireerd werdende, tot nu toe ingevolge het geresolveerde ter sessie van den 15. ' April 1761. g'eiseerd te laten Continueeren. —. Concerneerende de geordonneerde in cassa telling van ƒ 44. voor verstrekte dongrijsen aan sComp=s overleedene dienaaren, is verstaan haar hoog Edelens te vertoonen, daet daarmeede gehandeld was, na de alhier in train geweest. zijnde gewoonte, dog t' zeedert Conform haar hoog Edelens ordre, de doodreekening der overleedene daar voor belast werdende: zoo wierd geresolveerd de ontheffing van die opgelegde vergoeding gunstiglijk te willen intrecken. —. Omtrend de begeerde reedenen die 'er geweest zijn tot den verkoop der houtwerken, minder dan de daar van gestelde twee Capitaal advans, is verstaan haar hoog Edelens ongeagt het gedemonstreerde dien aangaande bij brieve deeser Regeering de dato 31=e aug: 1767. Eerbiedig onder het oog te brengen, dat de houtwer„ den 12. ' 7ber: 1770. —. Ben. heijd e ken in questie volgens eene altoos hier ter Custe g'eiseerde methode, gedeeltelijk afgegeeven waren, aan de diaconij deeser steede, tot het reparee„ ren van het vervallene weeshuijs alhier, en gedeeltelijk door den heer gou„ verneur met 30. p. r Cento advans genomen, dog weeder aan d'E: Comp=e gratis gegeeven waren geworden, tot het opbouwen eener nieuw vertrek in 'sComp:s thuijn China; en uijt welken hoofde haar hoog Edelens versogt zoude werden, daen verkoop dier houtwerken om reeden voormeld, gunstiglijk inteschicken. —. De geordonneerde bereekening der goederen ten opsigte van de te hooge en te Laage afschrijving na het requisit bij haar hoog Edelens gerenereerde marginaele dispositie op de bevinding der boeken van 176 4/5. puinctueel geobserveerd wierdende, is verstaan daar bij sonder eenige de minste afwijking te blijven Continueeren. —. Bij het nauwkeurig nagaan der boeken en daar toe gehoorende papieren nader bevonden werdende, dat den opsiender der werken 9. swalpen te veel heeft afgeschree„ ven, en d'E: Comp=e daar bij benadeeld is: zoo wierd verstaan door denselven weder te doen vergoeden met twee Capitaalen advans of ƒ137. 14. —. uijtmakende met het 1/6. gedeelte tot premie ƒ. 160. 13. of pr/lo 35. 16. 50: 2. Maar de bij het overdragen te veel gestelde vijf pees zeijldoek ruw, in het vol„ gende Jaar van 176 6/7. weeder ten goede der hoofdreekening ingenomen zijnde, Conform het verhandelde bij het Journaal op pagina 287. , dus dE: Comp=e 'er geen schaade bij heeft geleeden, soo is verstaan de releveering van de dierweegens almeede opgelegde vergoeding te versoeken. —. Ten belange van het begaan abuijs te Jaggernaijkp=m, weegens te min ingenomene 38. @: Laken groen, de opperhoofden zig dierweegens bij derselver Eerbiedige marginale antwoord verantwoordende: soo besloot men daar aan soo wel, als aan het besluijt deeser ^genomen Regeering dier weegens „ te revereeren. —: Mitsgaders welmelde haar hoog Edelens de Eerbiedige dankbetuijging te offereeren, niet alleen voor de gunstige passeering der in de bevinding van het boekjaar 176/4. ont„ dekte brreuren met verseekering van meerder attentie in het vervolg, maar ook voorde appro„ batie der behandeling en afboeking van het verteerd werdende door de sieken in het hospitaal den 12.:' 7ber: 1770. . Terwijl

NL-HaNA_1.04.02_3290_0895 view scan ↗

English

645 While for the rest it was approved to let all the fines for the committed errors, which as of now remained standing, be counted into the treasury, and to credit Batavia at the first opportunity. Upon review of that which concerns the factories Palliacatta, Sadraspatnam, Palicol, Bimilipatnam, and Portonovo, nothing was found to be remarked upon, thus it was approved to abide by the marginal responses given by the chiefs. With respect to the factory Jaggernaijkpoeram, it was decided to reproach the chiefs for leaving unanswered the remark made regarding the entry of the board money provided to the commissioners under extraordinary expenses instead of under board money and rations. And regarding the committed error of the deficit in receipt of 30. Cd: green cloth, that although it is the truth that on the invoice sent from here, to which the chiefs appeal, it was not clearly enough made known, yet on the other hand the bill of lading distinctly showed how many pieces there ought to have been, and according to that the delivery had also taken place, and moreover in the findings drawn up from it, it was also stated that the goods were received in accordance with the bill of lading, so that it fully appeared from this how loose and inattentive they had gone to work in that regard; but since the chiefs in the accounting year 1769/70 have taken in again the aforementioned unaccounted 30. Cd: cloth, it was understood to let the matter rest there, provided that the fine on that committed error must be paid, being f 5. 15. 0. India money, or p/o 1. 14. 7/8, which was further decided to be submitted by a memorandum for payment into the treasury at Jaggernaijkpoeram; while regarding the candy sugar and paddy written off in excess, it was approved to refer to the answer given in that regard by the chiefs, since the excess sugar brought to account has already been paid into the treasury there, and the paddy having been projected for Bimilipatnam, but the ship 'T Huijs te Bijweg with which that grain was transported having gone no further than Jaggernaijkpoeram, thus having been unloaded there, consequently the validation the 12th of September 1770. of of 172 per cent had to be added to the authorities. The aforementioned resolutions having been presented by the secretary of this meeting to the Right Honorable Governor, his Honor was pleased to approve all of the same. Thus done and decided in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid. Signed as before. The 21st of September Ao 1770. Friday in the forenoon at ten o'clock Meeting of Policy held, All present Except The Right Honorable Governor, on account of his Honor's indisposition. News having arrived from Sadraspatnam that the sloop Poeijoer has arrived there with a fine cargo of Palliacatta linens, and after taking in the cloths that had been at the dye-works there, the 24th of September 1770 which 647 the 21st of September 1770. among which some of the chintzes for the Fatherland are also included, it had already been dispatched hither, and thus was expected here daily, indeed at any moment; so it was, upon the proposal of the Governor, presented to the meeting due to his indisposition by the Honorable Senior Administrator Leembruggen, approved and decided to detain the ship Noordbeveland—notwithstanding that the return dispatch of that vessel to Batavia was fixed and determined by resolution of the 6th instant at the latest on the 25th of this month—until the last of the month, or if that sloop should not yet have arrived here due to contrary winds, for a few days longer, in order to be able to transport the packs contained therein with this vessel to Batavia, so that the assortments for Europe contained therein might still be sent on thither with the second shipment, since the entire cargo of the sloop, both for the Fatherland and India, would otherwise have to remain lying over here for practically a whole year. Further presented by the said Senior Administrator to the meeting in the name of the Governor: having been presented, the necessity to provide Palliacatta with cash, but since due to the closed navigation season there would be no opportunity with the Company's vessels for that purpose before the end of March or the beginning of April, until which time, however, one could not wait without prejudice and obstruction to the linen trade, his Honor had therefore induced the native merchants and money-changers of this city, Welappa Chittij, Cannagasawe Chittij, and Wengadassalam Chittij, to have their authorized agent at Madraspatnam, Nagalinga Chittij, count out a sum of 15000 new Nagapatnam pagodas to the chiefs at Palliacatta and take a bill of exchange from them on this Government, in order to be repaid here as soon as notice shall have been received of the payment made to the chiefs of the aforementioned contracted amount: so it is, on the grounds that the Honorable Company is subjected to not the least risk, but rather it extends to the benefit and progress of their Honors' trade, approved and understood to accept that proposal, and with that authorization to qualify the Palliacatta chiefs to receive that amount, with orders to take care the 21st of September 1770. of 12

Dutch transcription

645 Terwijl voor het overige goedgevonden wierd alle de premies; van de begaane Erceu„ ren welke als nu stand bleeven houden, in cassa te laten-teblen, en per eerste gele„ gentheijd Batavia ten goeden te brengen. —. Bij resumptie van het geene de Comptoiren Palliacatta, sadraspatnam, pa„ licol, Bimilipatnam en Portonovo betreft, wierd niets te remarqueeren gevonden, dus goedgevonden wierd, zig te gedragen aan de gegeeve marginale responsen doorde opperhoofden. —. Ten opsigte van het Comptoir Paggernaijk poeram wierd beslooten de opperhoofden te reprocheeren over het onbeantwoord laten, der gemaakte remarque, nopens het inboe„ ken van het aan de gecommitteerdens verstrekt kostgeld op onkosten Extraordinair, in steede op kostgelden en randcoenen. —. En ten belange van het begaan abuijs van het te min ingenomene 30. Cd: groen La„ ken, dat schoon het de waarheijd is, dat bij de daar van, van hier gesondene factuur, waar op de opperhoofden sig beroepen, niet duijdelijk genoeg bekend gesteld was, nog tans daar enteegen het cognoiscement distinct aantoonde, hoe veel stucken er hebben moeten weesen, en daar na ook de uijtleevering geschied hadde, en boven dien bij de daar uijt geformeerde bevinding ook gesegd wierd, dat het zaken conform het Cognoiscement ontfangen was invoegen daar uijt ten vollen quam te blijken hoe Los en in attent daaromtrend is te werk gegaan; maar dewijl de opperhoofden het voormeld te min ver„ antwoorde 30. Ca: Laken, in het boekJaar 17 9/70. weder hebben ingenomen: soo wierd ver„ staan het daar bij te laaten berusten, mits dat den premie op dat begaan Erreur betaald zoude moeten werden, zijnde ƒ 5. 15. 0. Jndias geld, of p /o 1. 14. 7/8. die alverder beslooten wierd ter betaaling in Cassa Jaggernaijk p=r bij een memorie optegeeven; Terwijl nopens de te veel afgeschreevene Candij zuijker en Nelij men goedvond zig te refereeren aan het gegeeven ant„ woord dierweegens door de opperhoofden, dewijl te veel opgebragte zuijker reeds Mont daar op in cassa is voldaan geworden, en de nelij als voor Bimilipatnam geprojecteerd weesende, dog het schip 'T huijs te Bijweg waarmeede dat graan overgevoerd was, niet verder als Jaggernaijk p=r geweest, dus aldaar gelost zijnde, dierhalven de validatie den 12. ' 7ber: 1770. van „ besluijt 't schip Noordbereland tot de komst van de chialoup poeijser aan te„ houden, en waarom. van 172. pr Cento aan de overheeden heeft moeten toegevoegd werden De voorsz: besluijten door den secretaris deeser ver„ gadering aan den wel Edelen gestrengen heer gouver„ neur gepresenteerd zijnde geliefde zijn Edele alle deselve te approbeeren. —. Aldus Gedaan en Gearresteerd Jn 't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:geteekend:/ als vooren. Den 21. ' September Ao 1770. Vrijdag des voor Middags te thien uuren Vergadering van Politie Gehouden, Alle present Dempto Den wel Edelen gestrengen Heer gouverneur, mits Hoogst desselfs indispositie Van Sadraspatnam tijding ingeloopen weesende, dat de Chialoup Poeijoer met een fraaij Carguasoen Palliacatse Lijwaaten aldaar gearriveerd, en na innee„ ming van de ginter in den band geweest zijnde kleeden, den 24: 7ber: 1770 waar 647 den 21:e. 7ber: 1770. ten te voorsien waar onder eenige der Chitsen voor 't Patria ook begreepen zijn, ook reeds dit heen gedepecheerd was, en dus dagelijks, Ja zelfs alle momenten alhier te gemoed gesien wierd; zoo is op de propositie van den heer gouverneur, mits desselfs indispositie door den E: hoofdadministrateur Leembruggen aan de vergadering voorgedragen, goedgevonden en beslooten om het schip Noordbeveland, niet teegenstaande, de te rug depeche van dien bodem na Batavia, ter Re„ solutie van den 6. ' Courant uijtterlijk op den 25:' deeser vast gesteld en bepaald is, tot den Laasten, of soo die Chialoup door tegen wind dan alhier nog niet gearriveerd weesen mogt, nog eenige dagen langer aantehouden, ten eijnde de daarin zijnde packen nog met deesen bodem na Batavia te kunnen doen overvoeren, op dat de daar onder zijnde, sortementen voor Europa met de tweede besending nog dat heen voortgesonden konde werden, dewijl de gansche lading van de Chialoup zoo pro Patria als Jndia anders alhier zelfs genoegsaam een geheel Jaar zoude moeten blijven overleggen. —. Wijders door gedagte hoofdadministrateur uijt nodsakelijkh:e on at et onten naame van den heer gouverneur alverder de vergadering voorgedragen. geen ocagie was. —. neur van eenige coopl: om door haar om alhier betaald te werden. Lult aan de opperh: aldaar. voorgedragen zijnde, de noodsakelijkheijd om Pallia„ waarte egter vor maart e april aetta met Contanten te voorsien, dog mits de bij nageslootene vaart daar toe niet eerder met 'sComp=s vaartuijgen gelegendheijd zoude weesen, dan in het laast van Maart, of begin van April, tot hoe Lange egter sonder prejuditie en stremming van den Lij„ gedane verhaling door den heer gouver„ raat handel niet gewagt konde werden, zijn Edele gem: 500 poag: ad: te saten tellen. dierhalven de Jnlandse Cooplieden en wisselaars deeser steede welappa Chittij, Cannagasawe Chittij, en Wengadassalam Chittij bewoogen hadde, om door derselver gemagtigden te Madraspatnam, Na„ galinga Chittij een somma van 15000. nieuwe Naga„ patnamse pagooden aan de opperhoofden te Palliacatta en daar van een wisl te te neeme te tellen en van deselve daarvan een wissel op deese Regee„ ring te neemen, ten eijnde alhier weder uijtgekeerd te wer„ den, soo dra men berigt erlangd zoude hebben, van de gedaa„ ne telling aan de opperhoofden van voorsz: gecontracteerd besluijt zulkx te rmplecteeren. montant: soo is, uijt hoofde d' E: Comp=e aan geen de minste risico onderworpen is, maar veel eer tot nut en voortgang van haar Edeles Handel is streckende, goed„ gevonden en verstaan, die propositie te amplecteeren, en met welke qualificatie en en mits dien de Palliacatse opperhoofden te qualifi„ ceeren tot den ontfang dier montant, met Last ter zorg„ den 21:' 7ber: 1770. draging 12

NL-HaNA_1.04.02_3290_0899 view scan ↗

English

649 The 21st of September 1770 bearing, that whenever the count takes place in star pagodas, which sometimes could happen due to a lack of new Nagapatnam pagodas, then neither the Honorable Company nor the chiefs themselves would suffer any loss thereby, due to the difference that resides between the aforementioned English coin and the Company's pagodas. Due to the decease of the junior merchant and second warehouse master Ian Diderik Severin, that service having become vacant, the same was again filled with the junior merchant and storekeeper Hendrik Ambrosius Iohnson, whom it was approved to have replaced by the junior merchant Ian Appengh, subject to retaining his cession and rank in this Council, as has taken place until now. On this occasion it was further presented, the request made by the merchant and second etc. of Palliacatta Nicolaas de Ioncheere, to be discharged from that service owing to his advancing years, declining physical constitution, and failing eyesight, and further to be permitted, retaining rank and salary, to proceed with wife and children to Batavia, in order subsequently, with the favorable pleasure of Their High Excellencies, to depart from there for Europe; further appearing from his requests sent regarding this, which were presented at the same time, reading as follows: To the Right Honorable Stern Sir Pieter Haksteen, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of this Coast and its Dependencies etc. etc. Together with The Honorable Esteemed Council of Policy At Nagapatnam Respectfully shows Nicolaas de Joncheere, Merchant, Second, Fiscal, and Cashier at Palliacatta: That the petitioner, having arrived as junior merchant at Batavia in the year 1743, and on this Coast in the year 1747, subsequently, after occupying various posts, in the year 1758 was favored by Their High Excellencies the Noble High Indian Government with his aforementioned present service of Second, with the rank of Merchant. That the petitioner, sensible of this singular proof of favor, has not failed always to take the greatest honor in serving his esteemed paying masters with all zeal and fidelity, just as he has then, to his particular satisfaction, not only further 651 The 21st of September 1770 borne away the desired pleasure of Your Right Honorable Stern Sir, but also a favorable promise flowing therefrom of the Most High Mentioned Their High Excellencies. That however much the petitioner feels newly affected by this fresh proof of grace, with the most sincere acknowledgment and gratitude, and wishes no less to be able to demonstrate it through further actual proofs of his continuous zeal and fidelity in the master's service, nevertheless his years have advanced to such a height, and with an infirm physical constitution his eyesight is weakened in such a manner, that they necessarily call him to rest. And it is therefore also for this pressing, and for the petitioner no less painful reason, that he must take the liberty respectfully to beseech Your Right Honorable Stern Sir, that he may be favorably permitted to depart for Batavia, retaining rank and salary, together with wife and children, with the ship to be expected next spring from the Ganges, in order to undertake the journey from there to the dear Fatherland with the pleasure of Their High Excellencies; and in hope of a favorable apostille upon that respectful request of the petitioner, he further implores the benevolence of Your Right Honorable Stern Sir to give the necessary orders that the aforementioned Bengal vessel call at Palliacatta, in order to collect the petitioner and family in the manner aforementioned. Which doing, etc. Was signed: Ns. de Joncheere. The 21st of September 1770 To the Right Honorable Stern Sir Pieter Haksteen, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of this Coromandel Coast with its Dependencies etc. etc. etc., together with the Honorable Esteemed Council of Policy at Nagapatnam. While awaiting a favorable approval to the request that the Merchant and Second here, Nicolaas de Ioncheere, recently presented in all respect by petition to Your Right Honorable Stern Sir, having meanwhile been informed that Their High Excellencies the Noble High Indian Government have resolved to send no more ships from the Ganges via this Coast henceforth, whereby the petitioner is thus deprived of the opportunity, upon the favorable consent of Your Right Honorable Stern Sir, to depart for Batavia in the coming year, he therefore takes the liberty to solicit Your Right Honorable Stern Sir further now that he may be favorably permitted, upon his aforementioned previous request, instead of that, to undertake the journey to the main place of the Indies with the first direct Coast ship. Which doing, etc. Was signed: No. de Ioncheere. This having been deliberated upon, it was approved and understood, in consideration of Their High Excellencies by their

Dutch transcription

649 den 21. . 7ber: 1770 „crmdon tot tweede pak huijsm=r tot dispencier Joncheere om uijt sijn dientt ontsla„ batavia na Europa te mogen begeven draging, dat wanneer de telling in ster pegooden ge„ schied, het geen somtijds bij manquement van nieuwe Nagapatnamse pagooden gebeuren konde, als dan soo wel d' E: Comp=e als de opperhoofden selve 'er geen schade bij quam te lijden, door het verschil dat tussen het voorsz: Engelse munt en de Compagnies pagooden resideerl. —. Mits het overlijden van den ondercoopman en tweede aanstelling vanden dispencier pakhuijsmeester Ian Diderik Severin, die dienst vacant zijnde komen te werden, zoo wierd deselve weder vervult met den ondercoopman en Dispencier Hendrik Ambrosius Iohnson, die men goedvond weder te laten en den ondercoopman assingh vervangen door den onderkoopman Ian Appengh, mits behouding de cessie en Rang in deesen Raade, gelijk tot behoudens sessein maade nu plaats gehad hadde. —. Te deeser gelegendheid nog voorgedragen weesende, versoek van den pall scinde„ het gedaan versoek door den Coopman en secunde etc=a gen te werden. van Palliacatta Nicolaas de Ioncheere, om mits zijn klimmende Jaaren, vervallende Lichaams Consti„ tutie, en verswacking van het gesigt, uijt dien dienst ontslagen, en voorts gepermitteerd mag werden, behoudens en behoudens qualiteit v: over qualiteijt en gagie met vrouw en kinderen naar Batavia te mogen opgaan, om vervolgens met gunstig believen van Haar hoog Edelens, van daar naar Europa te ver„ trecken 42 teerde requesten. insertie van sijn diew:s gepasen trecken; nader consteerende bij sijne dierweegens over„ gesondene Requesten, die teffens overgelegt, wierden; aldus Luijdende. —. Aan den wel Edelen gestrengen Heer Pieter Haksteen Raad Extraordinair van Nederlands Jndia, mitsg=s gouverneur en directeur deeser custe met den resorte van dien &a. No. &a. Beneevens dE: Agtb: Raad van Politie Te Nagapatnam Geeft Eerbiedig te kennen Nicolaas de Poncheere, Koopman, secunde, fiscaal en Cassier te Palliacatta. — Dat den suppliant in den Iaare 1743. als ondercoopman te batavia, en in ao 1747. te deeser Custe aangeland zijnde, vervolgens, na het bekleeden van verscheide posten in het Jaar 1758. door hunne hoog Edelheedens de Edele hooge Jndiase Regeering op voorsz: sijne presente dienst van secunde begunstigd is geworden, met de qualiteijt van Koopman. Dat den suppliant gevoelig van dit singuliere bewijs van gunste, niet heeft gemankeert 'er steeds het grootste honneur in te stellen, om sijne gerevaordeerde betaals heeren, met allen ijver en trouwe te dienen, gelijk hij dan ook tot sijn bijzondere satisfactie daar voor niet alleen verder den 21. ' 7ber: 1770. heeft - 651 den 21:' 7ber: 1770. heeft mogen wegdragen het gedesidereerde genoegen uwer wel Ed: gestr:, maar ook eene daaruijt teffens voortgevloeijde favorable beloften van Hoogstgemelde hunne hoog Edelheedens Dat hoe seer den suppliant sig door deese versche blijk „ erkentenis en van gratie op nieuw voelt aangedaan, met de opregtster dankbaarheijd en niet minder wenscht in staat te mogen zijn, om het door verdere dadelijke blijken van sijne aanhoudende ijver en trouwe in 'smeesters dienst te kunnen betoonen, zijn nogtans desselfs Jaaren tot die hoogte geklommen en bij een valitudinaire lichaams Constitutie sijn gesigt= der wijse verswakt, dat die hem noodsakelijk tot ruste roe„ pen. En het dus dan ook om deese dringende, en voor den suppliant niet min smertelijke reeden, dat hij de vrijheijd moet neemen, uwel Ed. gestr: Eerbiediglijk te smeeken, dat aan hem guns„ tig gepermitteerd mag werden, om met het in't aanstaande voor Jaar uijt de ganges te verwagtene schip, behoudens, qualiteijt en gagie, neevens vrouw en kinderen na batavia te vertrecken, ten einde met het believen Hunner hoog Edelheedens van daar de reijse na het Lieve vaderland aanteneemen, en in hoope van een favoraible appostel, op dat des suppliants eerbiedig versoek, imploseerd hij alver„ der de benevolentie van uwel Ed: gestr: tot het geven van de nodige ordres, dat voorsz: Bengaalse bodem Palliacatta kome aante doen, om den suppliant en familie in voegen voorsz: aftehaalen /:onderstond:/ 'T welk doende &=a /:was„ geteekend:/ N=s de Joncheere. —. Aan. Condescendance daarin en uijt wert Consideratie den 21:' 7ber: 1770 Aan den wel Edelen gestr Heer Pieter Haksteen Raad Extraordinair van Neederlands Jndia, mitsg=s gouverneur en direc„ teur deeser Custe Cormandel, met den resorte van dien v=a &:a &=a beneevens VE: Agtb: Raad van Politie Te Nagapatnam. Bij het inwagten van een gunstig fiat, op het versoek, dat den Coopman en secunde alhier Nicolaas de Ioncheere, uw el Ed: gestr: Jongst in alle Eerbied bij Request heeft voorge„ dragen, intussen g'informeert zijnde geworden, dat haar hoog Edelens de Edele hooge Indiasche Regeering beslooten hebben, om voortaan geen schip meer uijt de ganges over deese cust te senden, waar door hij suppliant dus verstoken is van de occagie, om bij gunstige inwillige uwer wel Ed: gestr: in 't aanstaande Jaar na Batavia te vertrecken, soo neemt hij de vrijheijd uwel Ed: gestr: nu nader te folicilee„ ren dat aan hem op voorsz: sijn voorig gedaan verzoek gunstig gepermitteerd mag werden, om in steede van dien, met op ri rijse het eerst directe Cust schip na Indias hoofdplaatse te mogen aanneemen, /:onderstond:/ 'T welk Doende N=a /:was geteekend:/ N=o de Ioncheere. Soo wierd daar over gedelibereerd zijnde, goedgevonden en verstaan, uijt Consideratie Haar hoog Edelens bij der Selver

NL-HaNA_1.04.02_3290_0903 view scan ↗

English

653 21 September 1770. here provisionally in his place. their Excellencies of these appointments. ship Noordbeveland to Batavia. Dijk pretender. their esteemed letter of 31 May 1769 expressed to be inclined to show the mentioned De Joncheere some favor, to condescend to that made request, so that he may prepare himself in good time for the journey to the main place in the Indies. Furthermore, having proceeded to the filling of that post that became vacant by the aforesaid disposition, it was approved and understood to choose from the applicants, the junior merchants Hendrik Schoffier and Nicolaas Padama who made a request to be benefited with that employment or something else, the first mentioned for that purpose, and to place him provisionally in that service, subject to the esteemed approval of their High Excellencies, to whom it is also understood to propose, both the further aforesaid appointments made and the offered service of the junior merchant Padama. After this, it was resolved to grant passage on the ship Noord Beveland to Batavia to the junior merchant Daniel Rostan, who crossed over here from there with the ship Vlietlust for a temporary stay, as well as upon her made request passage was granted to Elisabeth Francisca Catharina van Dijk, as well as, pursuant to the revered order of their High Excellencies, contained in their missives of 30 March and 22 June of this year, to twelve servants of the prince Pretender to the Kandyan throne. And the aforesaid resolutions having been reported by the secretary of this meeting to the governor, it pleased his Honor to approve all of them. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid was signed as before: Saturday 29 September in the year 1770. At eight o'clock in the morning. Political Council held. All present except the Right Honorable Severe Governor, on account of his indisposition. This meeting being convened by order of the well-mentioned governor, the Honorable Chief Administrator at the opening thereof made known to the meeting, in the name and by order of his well-remembered Honor, that according to incoming reports the sloop De Poeijoer, mentioned in the resolution of 21 current, having approached near Tirumullaivasal, on this side of Point Calimere, could reach this roadstead with a small breeze within the time of three to four hours; therefore he proposed the necessity to let the ship Noord Beveland delay for so long until the appearance of that vessel on the roadstead here, in order that the Sadraspatnam and Pulicat packages being brought over with it, on the basis of the alleged reasons in the just mentioned resolution of 21 current, can still be transshipped into the mentioned ship for transport to Batavia: So, having deliberated thereon and the importance of the cargo which that sloop has in it being taken into consideration, it was approved and understood to detain the ship until the appearance of that vessel, which can happen at any moment due to the varying winds that one has to expect in this season of the year; but meanwhile all the papers for the return dispatch of that keel, as is already ready for the greatest part, should be brought into readiness and kept ready, so that when the sloop arrives on the roadstead and the packages are transshipped, of which it was understood to have a separate bill of lading invoice made to gain time, the ship can immediately set sail with the separate and general letters prepared and addressed to their High Excellencies, which were subsequently read, approved, and signed. After which the said Honorable Chief Administrator gave notice to the meeting that a few days ago the sailor Louis Morij of Calais, stationed on the aforementioned ship Noordbeveland, having absented himself from the same, upon receiving information that he had swum over to the French ship L'outarde lying at this roadstead, and was aboard the same, had secretly sounded out the officers of the said French ship, or rather the French secretary of Karikal, a certain Monsieur Moreau, who has the direction over the loading of the said French vessel with the paddy that was contracted here for that nation, for the return of that deserter, and upon his given assurance that when reclaimed he would be extradited, had dispatched a letter to him, but instead of returning that defector, he, apparently by higher order of the French Commander at Karikal, Monsieur Leconte, had finally refused the extradition; in accordance with a letter by him 29 September 1770. — to

Dutch transcription

653 den 21:' 7ber: 1770. „hier bij provisie in zijn plaats. Ed=s van deese anstellingen. schip Noordbeveland na batavia te Laten verbrecken. dijk „ pretenden. selver g'eerde Letteren van den 31. ' Meij 1769. betuijgt heb„ ben geinclineerd te sijn, gem: De Ioncheere eenigefaveur te bewijsen, in die gedaane instantie te Condescendeeren, op dat denselven sig vroegtijdig prepareeren kan tot de reijse naar de Indiase hoofdplaatse. —. Voorts tot de vervulling van die, door voorsz: dispositie aanstelling van den onder: schof„ vacant geraakte post getreeden sijnde wierd uijt de solicitan ten, de onder Cooplieden Hendrik Schoffier, en Nicolaas Iadama die versoek gedaan hebben, om met dat em„ ploij off iets anders gebeneficeerd te werden, goedgevonden en verstaan, den Eerstgemelde daartoe te verkiesen, en pro„ visioneel in die dienst te stellen, ter g'Eerde approbatie van Haar hoog Edelens, aan wien teffens verstaan is, te doene voordragt aan haar hoog voortedragen; soo wel de verdere voorsz: gedaane aanstel„ lingen als de aangeboodene dienst van den ondercoopman tin de angerden diens/t van Taa„ Padama. . Hierna wierd beslooten met het schip Noord Beveland besluijt den ondero: Restan met het transport na Batavia te verleenen, aan den ondercoopman Daniel Rostan, die met het schip vlietlust voor een springtogt van daar, dit heen overgekomen is, soo als op haar bij gedaan versoek rij passagie toegestaan is, aan zoomeede E: F: atharina van Elisabeth Francisca Catharina van Dijk, mits gaders ingevolge de gerevereerde ordre van haar hoog Ede, den e2 bed: vende andese prins: lens. ma. den heer gouverneur tot op de hoogfte van Trimelewaal. lens, vervat bij hoogst derselver messivens van den 30: Maart en 22. ' Junij deeses Jaars aan twaalff bediendens van den prins Pretendent tot den Candiesen throon aspintati en vomn etlije en en de voorsz: besluijten, door den secretaris deeser verga„ dering aan den heer gouverneur verslag gedaan weesende behaagde het sijn Edele alle deselve te approbeeren. —. Aldus Gedaan en gearresteerd In't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren: Saturdag Den 29. ' September Ao 1770. 's morgens ten agt uuren Politique Vergadering Gehouden Alle Present Dempto Den Wel Edelen gestrengen Heer Gouverneur, mits Hoogst Desselfs indispositie aannadering vande hijlouspaigen Deese bij een komste ter ordre van welmelde heer gouver„ neur belegd, gaf den E: hoofd administrateur bij opening derselve uijt naame en Last van welgedagte sijn Edele aan de vergadering te kennen dat volgens ingekomen be„ rigten de Chialoup De Poeijoer, ter resolutie van den den 29: 7ber: 1770. 21: 655 den 29. ' September 1770: schip Noordbeveland tot desselfs komst aantehouden. dien hiel gereed te houden. een apart cognoiscement factuur te maaken. 21:' Courant vermeld, of en aan Trimele wesel, aan deese zijde van de hoek Colderon genaderd zijnde, met een klijn lugtje binnen den tijd van drie â vier uuren deese rheede beseijlen konde; dierhalven de noodsakelijkheijd voorgestelde noodsakelijkh=s om het voorstelde, om het schip Noord Beveland so lang te laten vertoeven, tot de verschijning van dat Kieltje op de rheede„ alhier, ten eijnde de daarmeede overgebragt werdende Sadraspatnam en Palliakatse packen op fonda„ ment der geallegueerde reedenen ter even gem: resolutie van den 21:' Courant in gemeld schip ter overvoer naar Batavia nog overgescheept te konnen werden: Soo is deliberatie daar over daar over gedelibereerd en de aangelegendheid der Lading welke die Chialoup in heeft, in aanmerking genomen zijnde, goedgevonden en verstaan, het schip tot de opdaging besluijt zulx te doen: van dat Kieltje, het geen door de varieerende winden welke men in deese gelij van het Jaar te wagten heeft, alle momenten geschieden kan, aantehouden; dog intussen zoude en intusschen alle papieren voor alle de papieren tot de te rug depeche van dien kiel gelijk reeds voor het grootste gedeelte klaar is, in gereedheid ge„ bragt en gehouden moeten werden, op dat de Chialoup op de rheede komende, en de packen overgescheept zijnde, van dewelke tot uijtwinning van de tijd verstaan wierd, een en van de packen van de chigloup appart Cognoiscement factuur te doen formeeren, het schip. gebragte brieven aan haar hoog Ed=s van Noordbeveland op een fransschip van denselven gegeven verseekering daartoe afgesondene brief schip ten eersten te konnen onder zeijl gaan, met de zesing entekening van de ingerodle in gereedheijd gebragte apparte en gemeene brieven aan Haar hoog Edelens gerigt, dewelke vervolgens geleesen, goedgekeurd en geteekend wierden. overstremming van een matroos, Waarna gedagte E: hoofd-administrateur aan de vergade„ ring kennisse gaf, dat voor eenige dagen geleeden den mattroos Louis Morij van Calais, op het voormeld schip Noordbeveland bescheyden, sig van het selve geabsenteerd hebbende, op de gekreegene kennisse dat denselven na het te deeser rheede leggende frans schip L'outarde gedan ondertasting ter teuig gen overgeswommen was, en sig op het selve bevond, onder de hand van de officieren van gedagte frans schip, of wel eijgentlijk den franschen secretaris van Carical eenen Mons. r Moreau, die de directie heeft over de be„ lading van gedagte frans bodem, met de nelij welke alhier voor die natie gecontracteerd was, had laten ondertaften tot de te rug gave van dien deserteur, en op zijn gegeeve versekering dat wanneer gereclameerd wierd, g'extradeerd zoude werden, een brief aan hem af„ dog wigrig va 't selve egter op de gevairdigd hadde, dog in plaatse van dien overlooper te rug te geeven, de extraditie, apparent uijt hooger last van den fransen Commandant te Carical Mons=r Leconte„ finaal geweijgerd hadde; conform een brief door hem den 29. ' 7ber: 1770. — aan

NL-HaNA_1.04.02_3290_0907 view scan ↗

English

657 the 29th September 1770. written to the Noble Lord Governor in reply to His Honour's missive, with a protest against all the force that this Government, regardless of his representations, might use to remove that runaway from her ship; appearing further from that letter which, having been submitted at the same time, reads as follows: Sir! I have received the letter that Your Honour has done me the honour of writing, in order to summon me to return the named Louis Morij, a French sailor who fled to the French ship Loutarde. Your claim, Sir, being contrary to fairness and the law of nations, I am obliged to refuse it to Your Honour, and to hold the same accountable for all the consequences, if, notwithstanding my representations and the Cartel that we have with your Nation, Your Honour decides to have him removed from the ship by force. I am with respect, beneath stood, Sir, Your Honour's very humble and obedient Servant, was signed, Moreau. In the margin: Nagapatnam, the 28th September 1770. Nagapatnam Translation Mr Haksteen Governor Here To Deliberation on this. This having been deliberated upon, it was initially taken into consideration that however true it is that the said Louis Morij, being recorded as from Calais, as also appears from the muster roll, would consequently be a subject of the French Crown, and thus according to the tenor of the Cartel would not need to be handed over; the Government nevertheless believed that this could only take place and hold good with respect to Forts and strongholds as well as garrisons on Land, and thus could not be applied by extension to ships lying in one and the same roadstead and thus so close to one another, which, although no special mention thereof was made in the Cartel, nevertheless according to all probability was included in the intention of that Contract, although when entering into the same this will not have been considered, and also a case such as this could not have been foreseen; the same appearing to the Government with so much the more absurdity, especially with respect to a ship that had come here to find the provisions needed for the service of the Colony of the French, to provide itself with sufficient grains, of which their districts were destitute, the 29th September 1770 659 the 29th September 1770. to prevent scarcity and consequences arising therefrom, to which they might be subjected concerning the feeding of their garrisons and servants; which and other conveniences that Nation, insofar as it did not prejudice the Honourable Company, has always enjoyed at this place, the assembly indeed wished that it might have come to fair consideration and acknowledgement by the officers of the said French ship as well as the said secretary, or whoever furnished them with orders regarding this, which would much better correspond to the proven kindnesses, in contrast to the little or no use made of the ports of the French, than the conduct that had been maintained by them in this matter; but seeing that this seems to have found no place with them, and it was also not deemed advisable to make further motions of force and emphasis to recover that faithless Sailor: so it is unanimously resolved and understood to let the matter rest, but however, to show the French that one is not indifferent about it, it was further resolved to curtail somewhat the granting of assistance and the showing of conveniences, and thereby to concern oneself as little as possible with them, but to make them shift for themselves in that regard; although it was at the same time approved to make known to the French ministry, at the first occurring opportunity, the sensitivity of this government concerning this, by an extensive Demonstration, not only of the incompatibility of such cases, but also of the estrangements that might arise therefrom, besides the disadvantageous consequences to which one might be exposed by such desertions, if the same are of any importance at all, or might consist of more than one man, not even counting the occasion that would thereby be given to other such faithless servants to break their Oath and duty by which they bound themselves so solemnly to the Honourable Company, with the further representation that the considerations thereof would deter this Government from admitting in the future any ship or ships or other vessels of the French into the roadstead here, or into that of any factory under this government, with a request therefore to the commanders of their ships the 29th September 1780.

Dutch transcription

657 den 29.:' 7ber: 1770. aan den Edelen heer gouverneur in antwoord van zijn Edelens missive geschreeven, met protest teegens alle het geweld, dat deese Regeering ongeagt zijne repre„ sentatien gebruijken mogte, om dien weglooper uijt haar jnsertie van 't bekomen antwoord schip te doen ligten; nader blijkende bij die brief die teffens overgelegd zijnde, aldus Luijd. — Mijn Heer! Ik heb de brief ontfangen, die uwel Edele mij de Eer aange„ daan hebt te schrijven, om mij te sommeeren, den genaamden Louis Morij frans mattroos gevlugt op het fransch schip Loutarde weeder overtegeeven. —. uwen Eijsch Mijn Heer sijnde teegens de billijkheijd en het regt der volkeren, ben ik genoodsaakt uwEd: het selve te wijgeren, en denselven aanspreekelijk te houden, van alle de evenementen, Jndien schoon mijne representatien, en het Cartel die wij met uwe Natie hebben, uwel Edele sig termineerd om hem met geweld van het schip te doen wegnee„ men. Jk ben met respect /:onderstond:/ Mijn Heer, uw Edele zeer onderdanige en gehoorsame Dienaar /:was geteekend:/ Moreau /:in margine:/ Nagap=m, den 28.:' September 1770. —. Nagapatnam Translaat Mijn Heer Haksteen gouverneur Hier Tot deliberatie daar over. Hier over gedelibereerd zijnde, quam aanvankelijk in aanmerking, dat hoe seer het de waarheijd is, dat gedagte Louis Morij als van Calais te boek staande, gelijk zulx ook bij de monster vol blijkt, gevolgelijk een onderdaan van de france Kroon zoude weesen, over„ zulx na den teneur van het Cartel niet behoefde over„ gegeeven te werden; soo vermeende de Regeering nogtans het selve maar plaats hebben en vinden konde, om„ trend Forten en sterkten mitsg.:s guarnisoenen te Lande, over zulx in geen gevolg trecking konde komen, ten opsigte van scheepen op een en deselfde rheede en dus zoo na bij, bij den anderen leggende, het geen, schoon bij het Cartel daar geen speciaale mentie van wierde gemaakt, het egter naar alle waarschijnelijk„ heid de intentie van dat Contract includeerde, hae„ wel men bij het aangaan derselve daar op niet bedagt. sal sijn geweest, en ook een diergelijk geval als dit is niet heeft konnen voorsien werden; komende het selve de Regeering met soo veel te meerder absurditeijt te vooren, specialijk omtrend een schip dat hier geka„ men was, om het behoef te vinden, ten dienste van de Colonie der francen, met sig van genoegsaame graanen, waar van hun districten ontbloot waren, te voorsien, den 29.:' 7ber: 1770 tot . 659 den 29:' 7ber: 1770. berusten. tie en gehiedlijkh. d aan de francen te menageeren. tot preventie van schaarsheijd en daaruijt voort„ vloeijende gevolgen, waar aan zij omtrent de voeding hunner guarnisoenen en bediendens subject zoude konnen werden; welke en meer andere gerieflijkhee„ den, die Natie voor soo verre dE: Comp=e niet preju„ diceerde, altoos te deeser plaatse hebben genoten, de vergadering wel wenschte, dat bij de officieren van gemeld frans schip soo wel als gedagte secretaris, of die hun met ordres dien aangaande gemunieerd heeft, in billijke overweging en erkentenisse hadde mogen komen, het geen veel beter beantwoorden zoude, aan de beweesene vrindelijkheeden in tegenstelling van het veij„ nig of geen gebruijk dat men van de havens der fran„ cen maakte, dan het gedrag dat in deesen door haar gehouden was geworden, maar gemerkt zulx bij haar geen plaats schijnd te hebben gevonden, en ook niet raad„ saam geoordeeld wierde, om meerder mouvementen van klem en nadruk te maken, ter te rug erlanging van dien trouwloosen Mattroos: zoo is met eenparigheijd besluijt zulk daar bij te laaten van stemmen goedgevonden en verstaan, het daar bij ook maar te laten berusten, dog om de francen egter te toonen dat men 'er niet ongevoelig over is, wierd al verder dog besluijt't betoonen van adsisten„ beslooten met het toevoegen van adsistentie, en betoonen van te pondicherij te kennen te geven. en te versoeken. van gerieflijkheeden wat te korten en mits dien soo min mogelijk sig daar aan geleegen te laten leggen, maar haar selfs daaromtrend doen omsprin„ en wrt vorts aantminstiuingen; hoewel teffens goedgevonden wierd, bij eerst voor„ komende gelegentheijd, de gevoeligheijd deeser regeering daar over aan het fransche ministerium te kennen te geeven, door een breedvoerige Demonstratie, niet alleen van de onbestaanbaarheijd van diergelijke geval„ len, maar ook van de verwijderingen daaruijt kon„ nende voortspruijten, buijten de nadeelige gevolgen, waar aan men door sodanige desertien g'exponeerd sal kunnen weesen, soo deselve maar van eenig belang zijn, of in meer dan een man bestaan mogte, ongeree„ kend nog de aanleijding die daar door gegeeren wierde aan andere diergelijke trouwloose dienaaren, om hun Eed en pligt waar door zij zig zoo plegtig aan d'E: Comp=s verbonden hebben, te verbreeken, onder verdere voorhouding dat de overweegingen derselve deese Regeering deede afschricken, om in het vervolg eenig schip of scheepen dan wel andere vaartuijgen der francen op de rheede alhier, of op die van eenig Comp„ toir onder dit gouvernement sorteerende te admittee„ ren, met versoek dierhalven de overheeden hunner den 29:' 7ber: 1780. scheepen

NL-HaNA_1.04.02_3290_0911 view scan ↗

English

661 the 29th of September 1770. Auction of the betel and tobacco farm. Accepting of doits. ships and vessels may be provided with orders that such taking over of deserters on the roads of the Honorable Company, and thus within Her Honor's jurisdiction, shall not take place, but rather to cause their ships etc. to treat the ports and roads of the Dutch Company with care, for the prevention of inconveniences. At the session of the 12th of this month, upon the received order from their High Excellencies to send no more doits to Batavia, it having been resolved to put up the lease of the same for auction and farm it out anew: thus the conditions thereof, excluding the stipulated taking over by the Honorable Company of all the doits that the farmer should happen to collect, were presented, in order to be able to proceed with the farming out of the same; on which occasion the farmer of the betel and tobacco submitted a petition, containing a demonstration of the damage to be suffered by him through the prohibited sending of doits to the Indian capital, with a request that a means might therefore be suggested to him to dispose of his doits which he received for the betel and tobacco being sold, so as to be able Insertion of that petition. to pay his lease moneys, which are paid in pagodas, being further cited in that writing, reading as follows: To the Right Honorable Stern Sir, Pieter Haksteen, Extraordinary Councillor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of this Coast of Coromandel, with the dependencies thereof, etc., etc. Right Honorable Stern Commanding Sir! Whereas, through the prohibition against sending any doits to Batavia, the farmer of that small coin has been disabled from being able to take over all the doits offered to him and to provide fanams in return: the farmer of betel and tobacco therefore demonstrates to Your Right Honorable Stern Sir in all humility, That this also serves as a great inconvenience to him, since for the betel and tobacco which he daily delivers for sale to the shopkeepers or bazaar stallholders and others, he receives payment in no other money than doits, in which small coin those people also vend their betel and tobacco the 29th of September 1770. to 663 the 29th of September 1770. to the common people, and thus can pay in no other currency. These doits the farmer of the same must take over, calculated at 10 pieces per fanam, and furnish fanams in return, which the petitioner is further obliged to exchange into pagodas in order to pay his lease moneys; but since now, as aforesaid, the farmer of the doits neither will nor can take doits, the petitioner, through the abundance of that copper money with which this city, as everything is to remain within it, will become provided, will be compelled to exchange them at 20 and 21 pieces per fanam; and that, moreover, not without great difficulty, as no one will wish to overburden himself with too much of it, because of the difficult disbursement of the same, since even when it was permitted to deliver the doits at 18 pieces per fanam to the farmer thereof, in Willepalium they were allowed to be worth no less than 19 1/2 doits for a fanam, how much more so then when the city becomes more and more provided with doits. In such manner that the petitioner finds himself in the utmost embarrassment to get his received doits exchanged into fanams without loss, in order to make ready his lease moneys amounting monthly to 220 pagodas, making at 24 per pagoda 5280 fanams; and in order to get the same exchanged, the petitioner, through the cheapness 43 Deliberation thereon. Decision to pay no regard to that grievance. cheapness of the doits, will have to lose two doits on each fanam, thus amounting to 10560 doits, which reduced at 20 pieces per fanam, at which they will at least arrive, makes a sum of 528 fanams or 22 old pagodas, which he, the petitioner, will have to lose monthly; wherefore he humbly prays Your Right Honorable Stern Sir, through your highest wise foresight, to be pleased to suggest a means to him to prevent that feared loss. Underneath stood: Which doing, etc. After the reading of which, it was noted that, however much what was brought forward by him was in some respects to be credited, and moreover similar grievances had been brought forward by the farmers of the city gates and those of the daily revenues of the bazaar with respect to their received doits, nevertheless the Government as yet knew of no means to invent to relieve them of their doits; therefore they had to endeavor to dispose of them in the best possible manner, in such way as could have been done before the Honorable Company had purchased the doits; wherefore it was then resolved to pay no regard to those brought-forward grievances. the 29th of September 1770.

Dutch transcription

661 den 29. ' 7ber: 1770. —. „der bluiten inde nooo de veijlen. van. van betel en 'tabak accepteeren van duyjten Leijd scheepen en vaartuijgen met ordres voorsien mogen werden, dat diergelijke overneemingen van deserteurs op de rheede der E: Comp=e en dus binnen haar Edele Jurisitectie niet gescheed, dan wel hunne scheepen &:a de havenen en rheeden van de Hollandse Comp=e te doen menageeren, tot preventie van in convenien„ ten. —. Ter sessie van den 12: ' deeser maand, op de bekome reedsgenomen besluijt om die pragt ne ordre van haar hoog Edelens om geen duijten meer naar Batavia te senden beslooten zijnde, den pagt derselve op nieuw opteveijlen en te verpagten: soo wierd de Conditien daar van, met uijtsluijting overlegging der conditie daar van de bedongene overneem door dE: Comp=s van alle de duijten die den pagter zoude komen te versame„ len, overgelegd, om met de verpagting derselve te kon„ nen werden voortgevaren, leverde bij die gelegendheijd ingeleverdreecq: door den pagter den pagter van de betel en tabak een Request over, „ behelsende eene Demonstratie van de bij hem te lijde, werde schade die ij dor et miet ne schade, door de geinterdiceerde sending van duij„ ten naar de Jndiase hoofdplaatse, met versoek hem en met welk versoek dierhalven een middel aan de hand gegeeven mogte wer„ „den, om zig van zijne duijten die hij voor de verkogt wer„ dende betel en tabak ontfong, te ontdoen, om dus in staat te insertie van dat suplicq te weesen zijne pagtpenningen die in pagoden ge„ schieden op tebrengen, breeder bij dat geschrift aange„ haald werdende; aldus Luijdende. —. Aan den wel Edelen gestr: Heer Pieter Haksteen, Raad Extraordinair van Neder„ lands Jndia, mitsgaders gouver„ neur en directeur deeser Custe Cormandel, met den resorte van dien &a &a. — Wel Edele Gestrenge Gebiedende Heer! Dewijl door het verbod, om geen duijten naar Batavia te zenden, den pagter van dat brockelgeld buijten staat gesteld is, om alle de duijten die hem aangebooden werden te konnen overneemen, en daar voor fancims te verstrecken: zoo vertoond den pagter van betel en tabak uwel Edele gestr: in alle onderdanigheijd, Dat sulx hem meede tot een groot inconvenient verstrekt, alsoo hij voor de betels en Tabak, die hij dagelijks aan de winkeliers of bazaar zitters en andere ten verkoop af„ geeft, in geen ander geld betaling ontfangt, dan in duijten, in welk mirut ook die menschen hun betel en tabak den 29. ' 7ber: 1770. aan 663 den 29.:' 7ber: 1770. aan de gemeente uijtventen, dus met geen andere geld specie betalen kunnen. —. Deese duijten moet den pagter derselve, teegens 10. stux per fanuims gereekend, overneemen, en daar voor fanums fourneeren, die den suppliant wijders verpligt is in pagooden te verwisselen, om sijn pagtpenningen opte„ brengen, maar vermits nu, gelijk voorsegd, den pag„ ter van de duijten, geen duijten neemen zal, nog kan, zal den suppliant door den overvloed van dat Koper geld, waarmeede deese stad, als alles in deselve zullende blijven, voorsien zal raaken, genoodsaakt wesen, teegens 20 en 21. stuks per fanum te moeten inwisselen; en dat nog sonder groote moeijte, alsoo niemand sig te veel daarmeede zal willen overlaaden, om de difficiele uijtgaave derselve, als hebbende reeds toen het geper„ mitteerd was, de duijten teegens 18. stux per fanum aan den pagter derselve optebrengen, in willepalium niet minder mogen gelden dan 19. ½. duijten voor een fanum hoeveel te meer dan wanneer de stad meer en meer van duijten voor zien raakt. invoegen den suppli„ ant sig in de uijtterste verleegentheijd vind, om sijne in krijgende duijten sonder schade in fanums ver„ wisseld te krijgen, om sijne pagtpenningen bedragen„ de maandelijks 220. pagoden in gereedheijd te brengen, uijtmakende d 24. per pagood fan=s 5280. en om desel„ ve in gewisseld te krijgen, zal den suppliant door de goed 43 deliberatie daar over. besluijt op die beswaarnis geen reflectie te slaan. goed koopheid der duijten op ieder fanum twee duijten moeten inschieten, uijtbrengende dus 10560. –. duijten die teegens 20. stux per fanum, waarop deselve op sijn minst komen zullen, gereduceerd, uijtmaakt een tantiem van 528. fanums of oude pag: 22, die hij suppliant maandelijks zal moeten verliesen, alwaar„ omme denselven uwel Ed: gestr: ootmoedig bid door hoogst desselfs wijse voor zorge hem een middel aan de hand te willen geven om die gevreesde schade te preveniee„ ren /:onderstond:/ 'T welk doende & a. v. Na welkers gedaane leesing aangemerkt wierd, dat hoe seer het ingebragte door denselven in eenige opsigte te accrediteeren was, mitsgaders door de pagters der staaspoorten, en die van de dagelijkse Jnkomsten van de basaar gelijke doleantien ingebragt waren geworden, ten opsigte hunner in krijgende duijten, egter de Regeering voor als nog geen middel wist uijttevinden om haar van derselver duijten te ontslaan, dierhalven zij zig op de best mogelijkste wijse daar van moeste tragten te ontdoen, indier voegen als ge„ daan heeft konnen werden, voor dat dE: Comp=e de duij„ ten ingekogt hadde; alwaaromme dan beslooten wierd op die ingebragte beswaarnissen geen reflectie den 29. ' 7ber: 1770. te

NL-HaNA_1.04.02_3290_0915 view scan ↗

English

43 665 The 29th of September 1770. Yield. Invoice of the account for Batavia. The Lord Governor. to strike, but punctually to comply with the order of Their High Mightinesses, and thereupon proceeded with the public auction, and having been knocked down from 2000 pard=s, the same was struck off for pard=s 775. -. –. amounting to pa/o. 322: 22 —. ƒ145:3:2:8: to the native Annappa Moddeliaar and thus prlo. 368:18: ƒ 1659:7:8: less than had been rendered recently or as of the end of August. Furthermore, having resumed the Invoice of the account charged to and credited to Batavia, the same was found properly and suitably drawn up, and it was therefore decided to let the same be dispatched as such. Lastly, to the young soldier Frans Hendrik Wenger earning seven was granted the ordinary soldier's pay of Nine guilders, on his current contract; likewise an equal increase in pay from ƒ9. to ƒ 11. was granted to the soldier George Marthin Baart, with a new contract of three Years, both taking effect from the middle of this month. Report of the aforesaid taken resolutions having been made by the secretary of this assembly to the Lord Governor, His Honour was pleased to concur therewith. Thus Done and Resolved In the Castle at Nagapatnam, Date as aforesaid. Was signed as before. Monday the 2nd of October In the Year 1770. By Roll-call. Nutmegs and money. Resolution to send 10000. pagodas and 50. chests of nutmegs there with the Sloop Poeijoer. Request made by Sadraspatnam underlings. By order of the Lord Governor having been presented to the Members the request made by the Sadraspatnam chiefs in their letters of the 25th of September recently noted, to be provided before the closing of navigation with 50 chests of nutmegs as well as with Cash, for keeping the trade going and continuing the collection, as they had on hand for this purpose no more than 40 chests of nutmegs and 7500 pagodas, which were not enough to provide the advances to the merchants, the painters, and for the Moorish cloths for the chintzes, and since, on account of the approaching bad monsoon, they could expect no relief from it until the coming month of March: thus it was unanimously approved and understood to let those servants receive at once a quantity of 10000 pagodas and 50 chests of nutmegs, and for their transport to schedule the Sloop De Poeijoer that finally appeared yesterday 667 The 2nd of October 1770. at this roadstead, as soon as the packages of Linen brought along with it have been transferred from it into the ship Noordbeveland, and to add to it as much paddy as it could take in, to prevent the scarcity that was feared by the chiefs according to their letter of the 23rd previously; but to write to them that when in the future they should require Cash or Merchandise, to make a Demand for it more timely than had happened now, especially when the unnavigable season was approaching, so that one could make the necessary arrangements in employing the Sloops that were on hand or expected from their voyages. Thus Done and Resolved In the city of Nagapatnam, Date as aforesaid. Was signed as before. Wednesday The 10th of October In the Year 1770. In the morning at half past eight o'clock Political Council Held All present Except The Right Honourable Sir Governor on account of His Honour's indisposition Favorably observed at Sadraspatnam in the concluded book year than that before. Hope for its further increase. Wish that one could also testify to such regarding the linen collection. Upon resumption of the letters from the subordinate Offices of this government, having been noticed with pleasure in that of Sadraspatnam that on the goods traded in the recently concluded book Year 1769/70 an amount of ƒ103391:-12. had been gained, consequently an increased profit of ƒ37174: 10: 12. compared to the book year before; regarding which it was understood to express the Contentment of this Government, the more so because its repeatedly made exhortations, and the chiefs' applied effort and zeal in this regard, have not been entirely in vain; while one hoped that the sales, increasing more and more, would supply more agreeable matter of satisfaction, just as one wished to be able to express in the same manner regarding the state of the Collection of Linens; but since

Dutch transcription

43 665 den 29. ' 7ber: 1770. rendement. factuur van aan reecq: voor batavia den heer gouverneur te slaan, maar punctueel aan de ordre van haar hoog Edelens te voldoen, en daar op met de opreij,„ epweijling vn or s gtende ling voortgegaan en van 2000. pard=s afgeslaagen zijnde, wierd deselve voor pard=s 775. -. –. uijtmaa„ kende pa/o. 322: 22 —. ƒ145:3:2:8: gemeijnd bij den inlander Annappa Moddeliaar en dus prlo. 368:18: ƒ 1659:7:8: minder dan Jongst of onder ultimo aug=s gerendeerd hadde. —. Voorts geresumeerd zijnde de Factuur van aan, resumptie en approbatie van een reekening ten laste en ten goede van Batavia, wierd deselve wel en naar behooren ingerigt bevonden, en dierhalven beslooten deselve sodanig te laten afgaan Laastelijk wierd den Jong soldaat Frans Hen, verlaging in gagie van eenige persconen drik wenger winnende seven, toegelegd de gewoone soldaate besolding van Negen guldens, op sijn lopend verband; soomeede gelijke verhooging in gagie van ƒ9. tot ƒ 11. toegevoegd aan den soldaat george Marthin Baart, met een nieuw verband van drie Jaaren, beijde aanvang neemende met medio deeser maand: Van de voorsz: genomene besluijten door den secretaris approbatie der vorm: bellijten dor deeser vergadering aan den heer gouverneur Rapport gedaan zijnde geliefde zijn Edele zig daarmeede te conformeeren. —. Aldus Gedaan en Gearresteerd In't Casteel Tot tie 7 noten En geld. besluijt 10000. pag: en 0. kiste noten met de Chialoup po eijoer dat heen tesenden. Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren. —. Maandag den 2. ' october Ao 1770. Bij Rondvrage. . gedan verek van sabras lr ondn Ter ordre van den heer gouverneur aan de Leeden voorge„ dragen zijnde, het gedaan versoek door de sadraspat„ namse opperhoofden bij derselver letteren van den 25: 7ber: Jongstgestipt, om voor het sluijten der vaart met 50. kisten nooten soo wel, als met Contanten voorsien te werden, tot gaande houding van den verthier, en voort„ setting van den Jnsaam, alsoo daar toe niet aanhanding hadden dan 40. kisten nooten en 7500. pagooden, die niet genoeg waren om de verstreckingen aan de ver„ Arekingen aan de kooplieden, de schilders, en voor de Moerissen tot de chitsen te verstrecken, en mits de op handen weesende quade mousson, door de maand Maart aanstaande geen ontset daarvan te wagten hadden: soo is met eenparigheijd van stemmen goedgevonden en verstaan, die bediendens ten eersten een tantum van 10000. pagooden en 50. kisten nooten te laten toekomen, en tot dies overvoer te projecteeren, de eijndelijk op gis„ teren 667 den 2. ' october 1770. kan. bed=s. teren alhier ter rheede opgedaagde Chialoup De Poeijoer, soo dra de meede gebragte Lijwaat packen daar uijt in het schip Noordbeveland overgescheept zoude weesen, en daar soo veel nelij bij te voegen, als item so veel relij als in nemen inneemen konde, tot voorkoming van het gebrek, waar voor bij de opperhoofden volgens derselver brief van den 23. ' bevoorens gevreest wierd; dog haar aan dog onder welke aansz: aan de te schrijven dat wanneer in het vervolg: Contanten of Coopmanschappen quamen te benodigen vroegtij„ diger daarvan Eijsch te doen dan nu was geschied, insonderheijd wanneer de onvaarbaare tijd ophanden was, op dat men in het emploijeeren der aanhan„ den weesende, of van de togten verwagt werdende Chia„ „. loupen de nodige schicking maken konde. —. Aldus Gedaan en Gearresteerd Jn: de stad Nagapatnam Dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren Woensdag te sadras p=n, int afgelegde boek Jaar dan d. o bevoorens. insuam ook betuijgen mogt 'S morgens te half negen uuren Politicque Vergadering Gehouden Alle present Dempto Den wel Edelen gestrengen Heer gouverneur mits Hoog desselfs indispositie genegen aertmendergepasterd Bij resumptie der brieven van de onderhoorige Comp„ toiren deeses gouvernements, bij die van Sadraspatnam met genoegen bespeurd zijnde, dat op de verthierde handel„ wharen in het Jongst afgelegde boekJaar 1769/ 70. te boven„ gelegd was een montant van ƒ103391:-12. , oversulx een meerdere winst van ƒ37174: 10: 12. dan het boekjaar te vooren; waarover verstaan wierd, het Contentement deeser Regeering te betuijgen, te meer derselver itera„ tize gedaane adhortatien, en der opperhoofden aange„ wende moeijte en iever daaromtrend niet ten eenemaal hofpe tot dis verder arcrssement vrugteloos zijn geweest; terwijl men hoopte dat het debiet meer en meer toeneemende, aangenaamer stoffe van vergenoeging suppediteeren zoude, gelijk men in„ „wensch dat men zulk ontrent e selver voegen wenschte te mogen betuijgen, omtrend de gesteldheid van den Jnsaam van Lijwaaten; dog Woensdag Den 10:' october A:o 1770. vermits

NL-HaNA_1.04.02_3290_0919 view scan ↗

English

669 the 10th of October 1770. Since no judgment could as yet be made about it, before and until the delivery had entirely run its course, it was thought proper to await the outcome thereof, and in the meantime to have credited to the account over there the amount of 1000 pagodas, which the receiver of the Honourable Company's revenues of this city, David Vick, paid into the treasury here in favor and in reduction of the newly incurred debt by the merchant Maddoe Sesaselam, so that the account of that trader may be relieved thereof. Upon the request made by Lieutenant Jacob Stroebel and Ensign Willem Fredrik van Khoning, it was agreed to have issued to them the rations which they testify to have been due to them since 1767, provided they restitute them again in case it should later be found that the same were issued to them on Ceylon. Furthermore, the commitment of those two officers was approved on behalf of the boatswain Cornelis van Misselaar, for the value at which the inventoried goods of the said boatswain were to be appraised, insofar as it had to serve for indemnification of the Honourable Company concerning the spoiled coir anchor rope, mentioned in the Resolution of the 16th of April of the past year, in order thereby to prevent the damage which would otherwise have to be suffered by that boatswain upon the auction and sale of those goods, and with which, or with the auctioning of the same, it was therefore requested that it might be postponed until receipt of Their High Mightinesses' venerated disposition on the forwarded Request dedicated to the same, which it was agreed to present to the said Noble High Indian Government at the first occurring opportunity. Regarding the stated perplexity of the chiefs concerning the calculation of the interest in the general yield on the disbursed capital, through the uncertainty of the time which some or other items of merchandise etc. have lain at Batavia or elsewhere, it being observed that the time of receipt of the goods in previous years could not be traced herewith, so that the interest on all such goods would consequently have to be taken by guess: it was thus agreed to order the servants to calculate the same thereon for two years, and to make it known in the yield as proof that it was calculated thus, the dates of the delivery of these goods not being known: thus two years of interest was set for this, 671 the 10th of October 1770. not counting the time that those goods were received at the office there and had lain there, which had to be added to the set two years; and concerning the spices, those servants, in respect of the mace, would be referred to the packing slip and wooden board found in the bales, as well as to the weigh-out book resting at the warehouses, and that concerning the Nutmegs and Cloves, it could be traced from the Bills of Lading sent from here, when and with which ship those spices were received here from Batavia, and whereby also the period of another year, which was assumed the same would have lain at Batavia, would have to be followed. Subsequently, having resumed the Memorandum of the short-weights and unserviceable goods etc. that occurred and were discovered there in the last six months of the recently completed financial year of 1769/70, disposition was made thereon in such manner as is expressed below in the margin of the summary for the observance and information of the chiefs. 230.¼. lb:

Dutch transcription

669 den 10. ' october 1770. de 1000. palj: door den borg van neev=s officiere ald=r seed=t 1767. te laten de bijde officieren voorde waarde van de goederen van den bortsman aldaar welg= 't bedirven teuw vermits daar als nog niet van geoordeeld konde wer, bestuijt des uijtlong af tweten den, voor en al eer de Leverantie ten vollen afgeloo„ pen was, vond men goed dies uijtslag aftewagten, en intusschen derwaards ten goede te laaten brengen en dat heen ten goede te brengen, het bedragen van 1000. pagooden, dat den ontfanger gem: eesmalen des h: van 'sComp=s revenuen deeser steede David vick ten faveure en in mindering van de nieuwgemaakte schuld door den koopman Maddoe Sesaselam alhier in Cassa betaald heeft, om de reekening van die han„ delaar daar voor ontheft te werden. —. Op het gedaan versoek van den luijtenant Iacob besluijt de van de eleven avnde tene stroebel en vendrig willem Fredrik van Khoning, verstrecken is verstaan aan haar te laaten verstrecken de Randcoe„ nen die sij betuijgen seedert 1767. te goed te hebben, mits den onder wat mits weder restitueerende, ingevalle naderhand bevonden mog„ te werden, deselve aan haar op Ceijlon verstrekt te zijn. werdende wijders goedgekeurd de verbintenisse dier beide goedheire van de verbintenis van officieren ten behoeve van den bootsman Cornelis van Misselaar, voor de waarde, waarop de opgeschreevene goederen van gedagte bootsman getaxeerd stond te werden, voor sooverre strecken moeste tot schadeloos stelling der tot schedelostelling vand'E: Comp: E: Comp=e, omtrend het bedorvene caijerankertouw, ter Resolutie van den 16 ' April J=o Leeden vermeld, ten einde daar nt daar omtrent haar hoog Ed=s aantebie„ den. van de Jntressen op de uijtgescholene „daar door te prevenieeren, de schade welke anders bij op veijling en verkoop dier goederen, bij die bootsman geleeden zoude moeten werden, en waarmeede of met de venduceering derselve dierhalven versogt is, uijtgesteld besluijt het req: van ged: bootsman mogte blijven tot erlanging van Haar Hoog Edelens gevenereerde dispositie op het overgesonden Request aan hoogst deselve gedediceerd, dat verstaan is, welmel„ de Edele Hooge Indiase Regeering bij eerst voorko„ mende gelegentheid aantebieden. —. ordre ma derw=t omtrent deberkgen:) p de betuijgde verlegendheijd der opperhoofden, omtrend capitaalen bijt genehael anden=t de bereekening van de intressen bij het generaal Rendement op de uijtgeschotene Capitaalen door de onbewistheijd van de teid, welke deele of geene Articulen van Coopman„ schappen etc: te Batavia, of elders gelegen hebben, ont„ waard zijnde, dat hier meede niet nagegaan konde werden, den teid van den ontfang der goederen in de voorige Jaaren, gevolgelijk den intrest op al sulke goede„ ren na gissing genomen zoude moeten werden: zoo is verstaan de bediendens te ordonneeren, het zelve daar op voor twee Jaaren te bereekenen, en ten blijke dat dusda„ nig bereekend was bij het Rendement bekend te stellen, de datums van den aanbreng deeser goederen niet be„ kend zijnde: soo wierd daar voor gesteld twee Jaaren den 10.' october 1770. aan 671 den 10.:' october 1770. resumptie van en dispositie op de mem: van de onderwigten van ult=o aug=s aldaar aan Intrekt, ongereekend de teid, dat die goederen aldaar ten Comptoire ontfangen zijn, en gelegen hadde, dewelke bij de gestelde twee Jaaren g'addeerd moeste werden; en belangende de specerijen zoude die bediendens ten opsigte van de foelij gerefereerd werden, aan het afpakbriefje en houte bordje in de sockels te vinden, als meede aan het bij de pak„ „huijsen berustende uijtwaagboek, en dat nopens de Nooten en Nagulen nagegaan konde werden bij de van hier daarvan overgesondene Cognoiscementen, wanneer en met wat schip die specerijen van Ba„ tavia alhier ontfangen zijn, en waarbij ook ge„ volgd zoude moeten werden, den teid van nog een Jaar, die verondersteld wierd deselve op Batavia gelegen zoude hebben. — Vervolgens geresumeerd zijnde, de Memorie der onderwigten, en onbruijkbaare goederen et=a in de Laaste ses maanden van het Jongst afgelegd boekjaar van 179/70. aldaar gevallen en ontdekt, soo is daarop in dier voegen gedisponeerd, als tot obser„ „ vantie en narigt der opperhoofden hier onder in margine van het kortuijttreksel uijtgedrukt staat. 230.¼. lb:

NL-HaNA_1.04.02_3290_0922 view scan ↗

English

The 10th of October 1770. Spices. and spice dust. Written off to profit and loss. Deficit: 230 1/4 lb of mace; of which 73 1/4 lb deficit of this, to be written off to the account of profit and loss: 69 lb on 70 lb or 5 suckels upon opening and cleaning for sale, calculated on average at 8 7/16 percent ample; written off as above: 5 1/4 lb on 524 lb in the consumption chest, being 1 percent exact; written off and transferred to dust and refuse: 165 lb on 238 1/4 lb white leaves, dust, and refuse on the aforementioned 5 suckels, calculated on average at 21 1/8 percent ample. 1130 1/8 lb of cloves; of this, to be written off to the account of profit and loss: 151 1/4 lb short; of which 39 1/4 lb upon delivery; being 66 1/10 lb on 385 1/4 lb or 60 chests, calculated at 1 1/2 percent scarce, 18 7/8 lb on 3821 lb or 80 chests, calculated at 1/2 percent scarce, 4 7/8 lb on 873 1/2 lb or 30 chests, calculated at 1/2 percent scarce; 63 3/4 lb upon opening and cleaning for sale, of which 39 3/4 lb on 4563 7/8 lb or 50 chests separately calculated at 7/8 percent exact, 24 lb on 3083 7/8 lb or 106 chests poured together with nutmegs, calculated at 1/4 percent ample; 49 lb on 4098 lb in the consumption chest, calculated at 1 percent exact; written off as above, and transferred to dust: 978 1/8 lb of dust and cloves from the aforementioned chests opened for sale; being 70 1/8 lb on 50 lb or 14 chests, being 12 7/16 percent ample, 240 3/4 lb on 1975 3/4 lb or 25 chests, being 12 7/16 percent scarce, 240 3/4 lb on 2038 1/8 lb or 26 chests, being 12 7/16 percent ample, 58 1/2 lb on 410 1/2 lb or 14 chests, being 14 1/4 percent scarce, 92 lb on 731 1/4 lb or 25 chests, being 12 7/16 percent scarce, 116 1/8 lb on 869 1/8 lb or 30 chests, being 13 3/8 percent scarce, 151 1/2 lb on 1072 1/2 lb or 37 chests, being 14 1/8 percent scarce. 444 1/4 lb of nutmegs or rompen; of which 167 1/2 lb deficit; among these 42 1/4 lb upon delivery; being 12 lb on 247 1/4 lb or 30 chests with cloves, calculated at 1/2 percent scarce, 444 7/8 lb, 167 1/2 lb, 42 1/8 lb, 12 lb brought forward. 673 6 spice dust. The delivered lead balls for a new invention. To settle. The unserviceable ammunition goods mentioned aside were understood to be written off to ordinary expenses, after the iron to be found thereon has been weighed by commissioners, whether scrap iron for use in The 10th of October 1770. 444 1/2 lb, 167 1/2 lb, 42 1/8 lb, 12 lb brought forward; 18 7/8 lb on 4020 1/2 lb or 50 chests with cloves, calculated at 3/16 percent scarce, 11 1/2 lb on 2261 3/4 lb or 30 chests, calculated at 1/2 percent exact; 65 1/8 lb on 8743 3/4 lb or 106 chests upon opening and garbling for sale, being 10 1/4 lb on 1111 7/8 lb or 14 chests, being 15/16 percent exact, 19 1/8 lb on 1909 3/4 lb or 25 chests, being 1 percent ample, 15 7/8 lb on 2405 1/4 lb or 30 chests, being 1 1/16 percent scarce, 19 7/8 lb on 3005 7/8 lb or 37 chests, being 1 1/16 percent scarce; 60 lb on 5999 3/4 lb in the consumption chest, 1 percent; 3 written off as above and transferred to dust: 276 1/4 lb mite-eaten and worm-eaten gathered from the aforementioned 106 chests; being 45 5/8 lb on 1111 7/8 lb or 14 chests, calculated at 4 1/8 percent ample, 99 1/4 lb on 1909 3/4 lb or 25 chests, being 5 3/16 percent scarce, 67 3/8 lb on 2405 1/4 lb or 30 chests, being 2 13/16 percent scarce, 64 1/4 lb on 3005 7/8 lb or 37 chests, being 2 1/8 percent ample; written off to profit and loss: 23 5/6 lb on 14938 lb of bar copper from Japan sold and consumed in this book year, being 1/8 percent ample. 37 on 2000 paras upon delivery, being 1 1/2 percent; 528 3/4 lb on 11936 7/8 lb sold and consumed in this book year, 4 3/8 percent; 10 1/4 lb on 1000 1/2 lb of Dutch iron consumed in this book year, being 1 percent; 22 3/4 lb on 101 lb of steel, being 3/4 percent. 10 1/4 lb of nails; of which 5 lb on 500 lb upon delivery, being 1 percent, 5 1/4 lb on 533 1/2 lb consumed in this book year, being 1 percent; 15 1/4 lb on 397 jugs of arrack, ditto 4 percent; 30 1/4 lb on 252 lb of wax, ditto 266 paras 14 nelly, of which ditto 1 paras 2 nelly. Unserviceable Goods 153 pieces, namely: 145 pieces under the adjutant; of which both these entries standing in the books with monetary value, having become unserviceable and unusable, are deemed not merely to be removed from the books, but being found of no value, it was resolved to settle them from the cash account: 9 pieces of cartridge pouches, 4 pieces of sword frogs, and 131 lead balls, fired at jackals and mad dogs; 8 pieces under the boatswain, namely: 2 pieces of gun carriages, 1 of 8 and 1 of 6 lb, unserviceable, 1 piece of cannon carriage for 8 lb, 2 pieces of portable powder chests, defective, 1 piece of large ditto, 2 pieces of powder horns; to be written off to ordinary expenses, but without having to be paid for, and shall be taken into the Company's service. Written off as above. Deficit Thus in Of of 8 percent exact 4 100 ample Percent No 1

Dutch transcription

den 10. ' october 1770. specerijen. en gruijs van specerijen. affsz: op winst en verlies- - . tekort 230:¼. lb: foelij of Macis, hier van 73. ¼. lb: tekort van deese affschrijven op reecq: van winst en verlies. . 69. -. lb: op 70. . lb: of 5. sockels bij opening en suijvering tot den verthier reekend door malkan„ deren 8. 7/16. r=m ten honderd affsz: als boven. . - - - - - 5.¼. „ „ 524. –. „ bij de Consumptie kist is 1. p=r C. o J=s aff en oversz: op stoff en gruijs van 165. –. lb: op 238:¼. lb: witte blaadjes, stof en gruijs op voorm: 5. sockels, reekend door elkander 21. /8. p. r Cento r=m. x. 1130. 1/8. lb: garioffel Nagulen; van deese affsz: op reecq: van winst en verlies.-. . . 151. ¼. lb: temin; waarvan 39 /¼. lb: bij den aanbreng; als 66: 1/10. lb: of 385: ¼: lb: of 60. kisten reekend 1½. pr C. v=s 18. 7/8. „ „ 3821. –. „ „ 80 _o _o ½ „ „ „ 4. 7/8. „ „ 873. ½ „ „ 30. _. . _ ½ „ „ „ 63. 3/¾. lb: bij opening en suijvering tot den vrthier hier van 39¾. lb: op 4563 7/8. lb: of 50. kisten afzonderlijk r:ta 7/4 p:r Co p.s 24. –. „ „ 3083. 7/8. „ „ 106. _ o bij nooten gestort „ ¼ „ „ r=m 49. -. lb. op 4098. - lb: ter Consumptie kist reekend 1. ten 100. p=s affsz: op als vooren, en oversz: op stof 978: 1/8 lb: stoff en kruijntges uijt voorsz: tot den verthier gea„ pende kisten; als 70:1. lb: of 50. -. lb: of 14. kisten is pr C:o 12. 7/16 ruijm, 240. ¾. „ „ 1975. ¾. „ „ 25. _. o „ „ „ 12. 7/16. s=s 240. ¾. „ „ 2038. 1/8. „ „ 26. _. o „ „ „ 12. 7/16. r=m 58. ½. „ „ 410. ½. „ „ 14. _. o „ „ „ 14. ¼. „ 92. –. „ „ 731.¼. „ „ 25. _. o „ „ „ 12. /16. „ 116. 1/8. „ „ 869: 1/8. „ „ 30. _ „ „ „ 13. 3/8. „ 151: ½. „ „ 1072. ½. „ „ 37. —. „ „ „ 14. 1/8. „ 444 1/4. lb: Nooten of rompen; van dewelke 167. ½. lb: te kort, onder deese 42. /¼. lb: bij den aanbreng; als „ 12. —„ lb: op 247: 1¼. ob 30 kisten met nagulen reek. h. P.r C. s=s 444 78. 167½. 42/8 12 - lb: Die Treansporteere. 673 6 gruijs van specerijen. de opgebragte Loode kogels voor een nieuwe inventie. ten voldoen. de besijden vermelde onbequame ammoni„ tie goederen, wierd verstaan op onkosten ordi„ nair te laten afschrijven, na dat het daar aan te vinden zijnde ijser door gecommittd=s gewoogen zijnde of oud ijser tot gebruijk in den 10:' october 1770. 444. 1/½2. 167½. 42. 1/18. 12. -. lb: Per Transport 18. 7/8. „ of 4020:1: of 50. kisten met nagule reek.d 3/16. p=r C:t „m, 11. ½. „ „ 2261. ¾. „ 30. _. o „ „ „ _½. „ p s 65. 1/8. lb: op 87432. ¾. of 106. _. o „ „ bij de opening en guarbueleering tot den verthier als 10. ¼. op 111. 7/8. lb. of 14. kisten pr Cento 15/16. p=s 19 1/8. „ 1909. ¾. „ „ 25 _. o _. o —: r=m 15. 7/8. „ 2405. ¼: „ „ 30. _. o _. — 1/16. s–s 19 7/8. lb: op 3005. 7/8. „ „ 37. _ o _o 11/16. „ 60. -. op 5999. ¾. bij de Consumptie kist 1. p:r Cento 3 affsz: op als even en oversch: op stofpen 276.¼. vermijterde en aangestookene vergaderd uijt voorm: 106. kisten; als 45. 5/8. op 1111. 7/8. lb. of 14. kisten reekend 4. 1/8. ruijm 99. ¼. „ 1909 ¼. „ „ 25. _. o _. 5. 3/16. _. o 67. 3/8. „ 2405. ¼. „ „ 30. _. o _. 2. 3/16. s=s 64. ¼. „ 3005. 7/8. „ „ 37. _. . _. o 2. 1/8. ruijm affsz: op winst en verlies. . . . 23 5/6. lb: of 14938. lb: staafh: oper Japans in dit boekjaar vertheerd en verbruijkt is 1/8. p:r Cento r=m. 37 op 2000 parrs bij den aanbreng is 1. ½. p. r Cento §28. ¾. „ 11936 7/8. en dit foekpaar verkogt en verbruijkt 4 k: p. per 10. ¼. lb: op 1000:½. lb: ijzer hollands in dit boekJaar verbruijkt is 1. p:r C=o 22 —¾. „ „ 101. –. „ staal is —¼. p. r Cento. 10. ¼. „ spijkers; daar van 5. –. lb: op 500. bij den aanbreng is 1: p:r Cento 5. ¼. „ „ 533 ½. lb: in dit boek Jaar verbruijkt is 1. p. r Cento 15: ¼. lb op 397. - kannen Arrak Jdem - - - - 4. _ o 30. ¼. „ „ 252. - lb: wak Jdem. . . . . . . 266:14. parras Nelij, hier van _o. . . . 1. 2. _. o Onbequame Goederen 153. –. p=s teweeten 145. –. p=s onder den adjudant; hier van dese beide posten met geld bij de boeken lopende ik staan 9. p=s patroon tassen, onbequaam en onbruijkbaar geworden kend sternde dan eenelijk uijt de boeken te laaten maar 4. –. „ port d'Espees, en aangemerkt, dus van geen valide bevonden zijnde 31:: „ Loode kogels, op de fachaesen en dolle honden verschoten rond men goed deselve uijtkoops in Cassa te La „ 8. –. p. s onder den legotsman; te weeten. 2. -. p=s rampaarden 1. van 8. en 1. van 6. lb: onbequaam 1. . . „ Canon affuijt „ 8. lb: - 2. –. „ draag kruijtkisten defect 1. . . „ groote dito - - - „ 2. -. „ kruijthoorns - - - „ op onkosten ordinair te laten affsz:, dog sonder 't zelve be„ 'sComp. s dienst ingenomen zal weesen. affschrijven op als vooren. tekort Soo in Van van 8 Pr Co. Ps 4„ 100 r=m Pr C No 1

NL-HaNA_1.04.02_3290_0924 view scan ↗

English

Authorization to write off the gift, household, and carpentry accounts of that time, and with what order regarding the carpentry account. Postponed decision on the request of the ensign at Palliacatta to come here. Paddy again and at what price, but under what conditions. Just as after the examination made, it was furthermore resolved to validate for write-off the memoranda of the gifts and repairs made in the said period, as well as the expense account of the month of August last, in the confidence that in all the expenditures mentioned therein, the household management will have been properly observed, with orders at the same time to credit the Honorable Company for the one fanum or four stuijvers overcharged in the carpentry account. Regarding the matters concerning the Palliacatta office, in respect of the request made by the ensign there, Johan Herman van Khoring, to be relieved to come here, it was understood that the final decision thereon is to be postponed until the spring. On the other hand, authorization to sell the Company's paddy in stock there, in view of the dearness of grain there caused by the monopoly therein conducted by some grain merchants with the consent of the faujdar of that city, to authorize the heads to sell the Honorable Company's paddy in stock there at 3 1/4 fanums per parra for the benefit of the poor congregation, provided, however, that care is taken that the servants of the Honorable Company do not suffer any shortage thereof. Furthermore, approval of the arrangement made by the heads the 10th of October 1770. 675 the 10th of October 1770: Regarding the deficit of the warehouse pieces, to have them paid and by whom. Liquidation of the debts under ultimo August, and how it will turn out with them. Approval of the made arrangement. Decision regarding the missing sample pieces. Repeated order to Palicol to liquidate the debts. Especially of the indolent merchants and the other 9 marchandeurs. To await how the settlement will turn out. regarding the transfer of the trade warehouses and the bookkeeping of invoices there, on account of the departure of the elected Palicol second Jan Onste, to the bookkeepers George Jaques Francois de Ravallet and Jan David van der Waard, was approved. But as for the sample pieces found missing, consisting of 4 pieces of various neckerchiefs and 2 pieces of salempores fine bleached 1st and 2nd sort, it was resolved that, if these were entered with money in the books, they are to be compensated by the one who last received and handed them over again. Concerning Palicol, it was resolved to repeat the iterative recommendations made to the heads, to ensure that the debts of the merchants, especially those of the traders Daatjerij Riddij, Mahamadoe Asseen, and Bolla Preggada Enkana, as well as the nine marchandeurs mentioned in their separate letter of the 14th of July, are finally liquidated under ultimo August, with reference to what was written on that subject by this Government in its separate letter of the 29th of August past, and in the meantime to await with what result the settlement to be held with those merchants will turn out, giving notice Hope that the recent supply will not give them any excuse for increase. Order not to meddle with the merchants' claim on Schottier, and why. To the English in cash. Approval of the gift given. that this Government hoped that the recent renewed advance made to those traders, of the 12,844 pieces of three-image pagodas sent via Jaggernaijkpoeram with the ship Vlietlust, would give no occasion or cause for the increase or the remaining unpaid of those debts, since this would run directly contrary to the intention of this Government, and consequently could not but appear very displeasing; with further instructions in no way to interfere with the claim formed by the merchants against the former head there, Hendrik Schottier, since they were left full liberty to seek their rights where and in such manner as they shall deem advisable, to obtain whatever they might legitimately claim. The communicated statement of the gift given to the English governor at Masulipatnam in cash, which previously was given to the Moorish Government, being in conformity with the authorization granted by this Government, the same was approved, although no receipt was given for it, since it was not only out of the ordinary, but also the granting of the usual dastaks the 10th of October 1770. or

Dutch transcription

qualificatie ter afsz: vande schen„ Magie en timmeragie recq: an die tijd. —. en met wat Last omtrent de tim„ meragie reerq: uijtgestelde dispositie op 't versoek van den verdrig te pall: om dit heen te komen. nelij wederom en voor wat prijl dag onder welke mits Soo als na de gedaane examinatie nog beslooten wierd, ter afschrijving te valideeren de Memorien der in gemelde tijd gedane geschenken en vertimmeringen item van de ontosleerg: van aug:s als meede de onkostreekening van de maand augus„ tus Jongstleeden, in vertrouwen dat bij alle de daar bij vermelde opbrengingen de Menagie na behooren zal weesen behartigd, met Last teffens om de bij de timme„ ragie reekening teveel bereekende een fanum of vier stuijvers dE: Comp=s weeder goed te doen. —. Omtrend de saaken het Comptoir Palliacatta betreffende, wierd ten opsigte van het gedaan versoek door den vendrig aldaar Johan Herman van Khoring om na herwaards verlost te werden, verstaan de finaale dispositie daar op tot in het voorjaar uijtte stellen, dog qualificatie te verkop an Comp:s daar en tegen de opperhoofden om de wille van de ver„ duuring der granen aldaar door de monopolie daar„ in, door eenige granenhandelaars met toestemming van den fausdaar dier steede gepleegd werdende, te qua„ lificeeren tot den verkoop van 'sComp=s aldaar in voorraad weesende nelij teegens 3. ¼. fanums de Parra, ten be„ hoeve der arme gemeente, mits egter zorge dragende, dat de dienaaren der E: Compagnie 'er geen gebrek aan quam te Leiden; werdende voorts goedgekeurd der opper„ den 10 ' october 1770. hoofden H 675 den 10.' october 1770: „omtrent t verbek van de pathuijsen=r. stucken te laten betalen en door wie datie vande schulden onder ulto aug=o „met haar aflopen sal. hoofden gemaakte schicking omtrent het transpor approbate vande gemate schekeng teeren der Negotie pakhuijsen en de factuurhouderij aldaar, mits het vertrek van den g'eligeerden Palicols secien„ de Jan onste, aan de boekhouders george Jaques Francois de Ravaltet en Jan David van der waard, dog de te kort bevondene monster stucken, bestaande besluit de te kort bevondene monster in 4. p=s diverse Neusdoeken, en 2. p=s salempoeris fijn gebleekt 1=e en 2:e zoort, wierd beslooten, indien deselve met geld bij de boeken liepen, te laaten vergoeden door die deselve laast ontfangen en weder overgegeven heeft. Belangende Palicol wierd geresolveerd te her derhalde orore napalick ter biqui„ haalen, de itterative aan de opperhoofden gedaane re„ Commandatien, ter betragting dat de schulden der Cooplieden, speciaal die van de handelaars Daatjerij speciaal van de ijverloose Coopl: Riddij, Mahamadoe Asseen en Bolla Preggada En Kana, mitsgaders de Negen marchiandeurs bij ende andereg. marchiandeurs. haare appeerte Letteren van den 14:' Julij genoemd, on„ der ultimo aug=s finaal geliquideerd wierden, met refereering aan het geen door deese Regeering over dat sujet bij haare apparte brief van den 29. ' aug. o passato geschreeven was, en intusschen afgewagt zoude wer, te doene afwagting hoede abrecq: den, met wat uijtslag de te houdene afreekening met die Cooplieden zoude komen afteloopen, onder te kennen„ geeving haer gen verlaat tot vermeerdering geren zal. Last om sig met der coopl: presentie op schottier niet te bemoeijen en waarom. 1. aan de Engelsen in content. hope tat de Jongst vertreckin aan geeving dat deese Regeering hoopte, de Jongst op nieuw gedaane verstrecking aan die handelaars, der met het schip vlietlust over Jaggernaijkpoeram toegeschikte 12844: stux drie beeldige pagooden, geen aanlijding of oorsaak geeven zoude tot vermeerdering dan wel onver„ wend blijven dier schulden, dewijl sulx regtsdraads tegens de intentie deeser Regeering strijden zoude, gevolgelijk niet dan seer onaangenaam konde te „vooren komen, met verdere aanschrijvens sig in gee„ nendeele te bemoeijen met de door de Cooplieden gesor„ meerde pretentie op het gewesen opperhoofd aldaar Hendrik Schotfier, dewijl haar ten vollen de vrijheid gelaaten was, hun regt te soeken, daar en in dier voegen als raadsaam zullen oordeelen, ter erlan„ ging van het geen sij wettig te pretendeeren mogte gendheuve non tasgegevengeschenkt De bedeelde opgave aan den Engels gouverneur te Mazulipatnam in Contant, van het geschenk dat te vooren aan de Moorse Regeering gegeven was, Conform. de verleende qualificatie deeser Regeering zijnde, wierd deselve goedgekeurd, schoon geen bewijs daar van was gegeven geworden, dewijl het niet alleen buijten gewoonte was, maar ook het verleenen van de gewoone dastecken den 10:' october 1770. of hebben. —

← previousnext →