VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3290

Coromandel · 1,050 pages · 271 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3290_0927 view scan ↗

English

677 expense account of July the ship Vlietlust with 756 packs regarding that vessel amount of the ordinary gift to the English Goudewarom or safe-conduct, was sufficient proof of the receipt of those moneys. While meanwhile the servants would be qualified to write off the expense account of the month of July last. From what was communicated by the chiefs of Jaggernaijkpoeram in their letter of 21 August last, the assembly noted with satisfaction the dispatch of the ship Vlietlust on the 12th previously, with a quantity of 756 packs, and consequently also approved the further actions of the chiefs regarding that ship, pointing out nevertheless the error committed in noting by memorandum on the expense account of that vessel the wages paid to the sailor Johannes Smith stationed there, instead of having entered it under the ship's pay, with orders to take this as guidance for the future; and one was further satisfied with the delivery to the English of the amount of the ordinary gifts for the Nawabship of Eloer and Ragiemahindra, as well as the lease moneys of the villages Gollepalem and Goudewarom; and furthermore the 10 October 1770. approval of the actions regarding that ship, but under which condition approval of the delivery of the amount and lease moneys of Gollepalem and Goudewarom to make the necessary remark to the chiefs regarding the meager advances made on the merchandise sold there in July last. Under the expression that the assembly continued to hope that this smallness would be amply made up for by the sales in the following month, and of which one looked forward to receiving the papers with longing; it was meanwhile decided to write to those servants as well as to the chiefs of Bimilipatnam to accept no more linens for the Nagapatnam merchants, and to send them here with the Company's vessels, because the collection of coarse cloths was not so significant but that what was to be assigned to them this year on the new demand could very easily be provided from the products thereof falling to the south; just as it was also found proper to order the Jaggernaijkpoeram chiefs that, since all the sloops that were there have successively returned here, the order to hold one of them until the spring seems to have been delivered to them too late, and therefore to dispatch the dhonis as early as possible via the factory Porto Novo to this place, and to let one of them call at Palliacatta, 10 October 1770. advances in July hope that this will be made good in August awaiting the papers orders to these as well as to Bimilipatnam merchants to accept no more linens, and for what reason to send them via Porto Novo as soon as possible, and to call at Palliacatta, and for what purpose 679 10 October 1770 in order to bring over the elected warehouse keeper of that factory, Mr. Jacob Pieter de Neijs; for the rest, permission was also granted to that place for writing off the expenses incurred there in the month of July last, as well as the expense accounts drawn up to the debit of the sloops De Papegaaij and De Nagtegaal. Furthermore, it was decided to express to Bimilipatnam in reply to the chiefs' letter that it had not at all pleased this Government to learn that the increased prices on the linens had to be paid continuously, as had again taken place at the contracting of the latest requisition for Batavia assigned there, as the merchants were by no means to be moved to diminish the increase of 4 per Cent added to them out of necessity above the usual ordinary prices, on which account it was resolved anew to recommend most emphatically to the chiefs the high necessity of its withdrawal, referring to what was written in that regard in this Government's latest circular letters sent, with approval to write off the expenses of July item of two sloops displeasure regarding the continuation of the increased prices at Bimilipatnam further order regarding the absolute necessity of its withdrawal

Dutch transcription

677 onkost reecq: van July 't schip vleetbull met 756. packen „ trend dien kiel ning. bedragen van't ordinair geschenk aan de Engelsen. goudewerom. of vryjgeleyde, bewys genoeg was van den ontfangst. dier penningen. Terwijl intusschen de bediendens ge„pas:seering ter afboeking vande qualificeerd zoude werden, tot de afboeking van de on„ kostreekening van de maand Julij Jongstleeden. — Uijt het bedeelde door de opperhoofden van Jagger, genoegen over de depeche van't naijkpoeram bij haare letteren van den 21: augustus Jongstleeden, liet de vergadering tot genoegen strec„ ken, de depeche van het schip vlietlust op den 12:' bevoorens, met een aantal van 756. packen, en mits dien ook g'approbeerd wierden, de verdere verrigten, approtatie vande veragtingen om„ gen der opperhoofden omtrend dat schip, met aantoo„ ning nogtans van het begaan abuijs, in de bekend, dog onder welke bedene aanboo„ stelling per Memorie bij de onkostreekening van dien bodem van de verstrekte gagie aan den aldaar daar op geplaatsen Mattroos Johannes Smith, in steede sulks onder de scheeps zoldijen haalde moe„ ten opgebragt geworden zijn, met Last, sulks in de en Last. aanstaande haar tot narigt te laaten strecken; en men liet sig wijders welgevallen de afgave aan approbatie van de afgave van't de Engelsen van het bedragen der ordinaire geschen ken voor het Nababschap van Eloer en Ragiema„ hindraaarom soo wel, als de pagtpenningen der ende togt penn: van gollepalem en dorpen gollepalem en goudewarom; en wijders de den 10.' october 1770. opperhoofden te adviancen en July werden zal. —. daarvan milsp=rns om geen Lijwaten voor de en om wat reeden: mogelijk over port: dit heen te sinden aandoen, enten wat eijnde. te doene remarquie nopn de selver opperhoofden het nodige te doen remarqueeren nopens de soberheid der behaalde advancen op den verthier veen handelwharen in Julij Jongstleeden. onder be„ hope dat zulk in aug:s goed tuijging dat de vergadering bleef hoopen dat die geringheid met den verkoop in de volgende maand te gemoet siening der pakieren ruijm vergoed zoude werden, en waar van men de pa„ pieren met verlangen bleef te gemoet zien; werden„ Laste tat heer zoo wel alsna be„ de intusschen beslooten die bediendens soo wel als de coopl: alhier meer te accepteeren opperhoofden van Bimilipatnam aanteschrijven, om geen Lijwaaten meer voor de Nagapatnamse Cooplieden te accepteeren, en met 'sComp=s vaartuijgen dit heen te sen„ den, om reeden den Jnsaam van grove doeken soo impor„ tent niet was, of het geen haar dit Jaar op den nieuwen Eijsch opgedragen stond te werden, zoude uijt de produc„ ten daarvan hierom de zuijd vallende zeer faciel kunnen satino Jag: omdelloij zo voer eden besorgd; soo als men nog goed vond de Jugger, naijkp=te opperhoofden te gelasten, dat vermits alle de Chialoupen die aldaar aangeweest successive alhier te rug gekomen zijn, dus de ordre ter aanhouding van een derselve tot in het voorjaar, te laat bij haar schijnd besteld te weesen, dierhalven de thonijs soo vroeg mogelijk mogelijk over het Comptoir Porlonovo dit en een derselve palliacatta te laten heen te depecheeren, en een derselve Palliacatta. den 10. ' october 1770. te 1. 679 den 10. ' october 1770 den van Julij tie der verhoogde prijsen te bimilip=m lijskch:de van des verstrecking te laten aangieren, ter overbrenging van den g'eli„ geerden pakhuijsmeester dier factorij M.:r Jacob Pieter de Neijs; voor het overige wierd na derwaards meede passeering ter afboeking van de ongel„ permissie verleend tot de afschrijving van de aldaar ge„ vallene ongelden in de maand Julij laastleeden, als ook van de gemaakte onkostreekeningen ten laste van item van twee chialoupen. de Chialoup en De Papegaaij en De Nagtegaal. Wijders wierd beslooten na Bimilipatnam in onaangenaamt=d over de continua„ antwoord van der opperhoofden schrijvens te betuijgen, dat deese Regeering gants niet aangenaam geweest was te verstaan, dat bij Continuatie de verhoogde prijsen op de Lijwaaten betaald moette werden, gelijk zulx weder plaats gehad hadde, by de Con„ tractatie van de Jongst ginter opgedragene petitie voor Batavia, alsoo de Cooplieden geensints te be„ weegen waren geweest, om de haar, uijt noodsakelijk„ heijd boven de gewoone ordinaire prijsen toegevoegde verhooging van 4. p=r Cento te diminueeren, welkend„ weegen op nieuw geresolveerd wierd de opperhoofden nader te doen bevel, tot de noodlake„ nader de hooge noodsakelijkheijd van dies intrecking op het nadruckelijkste aantebeveelen, met referee„ ring aan het geschreevene dienaangaande bij deese Regeerings Jongst afgesondene Circulaire letteren, met

NL-HaNA_1.04.02_3290_0930 view scan ↗

English

The deferred notification to the merchants was considered prudent, and for what reasons; they could not retain as much as Bronsveld's debt amounted to; a clause to be noted in the new contracts; but an order to act with all prudence in that regard, with orders to strive for its withdrawal whenever there is any possibility of doing so. Meanwhile, the deferred notification to the merchants was considered a prudent measure by the chiefs, namely that owing to the decease of the former chief of Bimilipatnam, Pieter Abrahamsz: Bronsveld, they had nothing to expect regarding their formed claim upon him, for such reasons as the chiefs broadly allege in their letters of 15 August; wherefore they should then seek to prevent this and be ordered to manage matters through small and moderate advances in such a manner that the way was blocked for them to keep as many funds in their possession as Bronsveld's debit to them amounted to; awaiting meanwhile what the outcome would be of their effort to insert into the contracts for the tender for 1771 the clause whereby the merchants acknowledge that the debt of Bronsveld had not the slightest relation to the Honorable Company; and although this would indeed secure their Honors against any claim in that regard, it was nevertheless deemed necessary that proceedings should nonetheless be conducted with all circumspection, principally regarding merchants of whom the chiefs themselves had a poor opinion. 10 October 1770. Greater profits already obtained this year; satisfaction over the sales up to the end of June; hope for their increase in the remaining two months; fulfillment of the promise made for this increase looked forward to; recommendation to persuade the merchants to accept merchandise. From what was demonstrated regarding the sales here and there, it appearing that the profits this year on the sales up to the end of June last already amounted to a sum of ƒ25400: more than what had been profited in the previous year up to that time, the satisfaction of this government thereover would be expressed, while it was hoped that they would increase more and more, and that the remaining two months of the book year 1769/1770 would contribute not a little thereto, in order to lend further luster to the already increased advances; wherefore the fulfillment of the promises made by the servants toward the increase thereof was looked forward to, together with a recommendation that they also make it their endeavor, whenever advances are made to the merchants, each time it is possible and can be done without the slightest coercion, to persuade them to take off a quantity of merchandise, so as to pursue by all means and ways the increase of the profits toward meeting the charges that would otherwise entirely absorb the former; with a promise of the consignment to be made in the spring of the merchandise and further necessities requisitioned by them, in fulfillment of their ordinary annual demand; while in the meantime they had to try to manage with what they had on hand, with authorization, in case of a need for cash, to requisition the same from the Jaggernaijkpoer chiefs, who would assist them with rupees. Demand in the spring; the executors of the widow Visscher not yet to be released; but what to await first; decision over the accounts. Concerning the numerous excuses brought forward by the executors of the estate of the deceased secunde Ian Visscher and his wife, it was resolved first to await their further handling of that estate, and the outcome of the further claim made upon the English missionaries at Weperij, for the retrieval of the 2000 pagodas of that estate in their possession, as well as the report of the former secretary of the Jaffanapatnam Land Council Abraham Evert Lebeck, regarding the two packages and two chests sent to him by the widow, with an expression of the displeasure of this Government that he likewise made so little effort in rendering an account in that regard. 10 October 1770.

Dutch transcription

de coopl: van de dood van bronsvelt voor voorsigtig aangemerkt. en om welke reedenen. veel niet konde kunnen als bron„ velt schuld bedraagd. te merkenene clausule bij de nieuwe contracten dog Last daaromtrent met alle voorsigtig h. d te handelen. met last om wanneer maar 'er eenige mogelijkheijd de uijtgestelde kennis geving aan toe is, dies intrecking te betragten. zijnde intussen voor een voorsigtige behandeling der opperhoofden aan„ gemerkt, de uijtgestelde kennisgeering aan de Cooplie„ den van de Cooplieden, dat mits het overlijden van het geweese Bimilipatnams opperhoofd Pieter Abra„ hamsz: Bronsveld, niets van hun geformeerde preten„ tie op denselven te wagten hadden, om soodanige reede„ nen als de opperhoofden bij haare Letteren van den 15: aug=s in het breede allegueeren; alwaaromme zij dan zultemte poevenier en dat se zoo gelast zoude werden, door geringe en matige vooruijt verstreckingen het indiervoegen te dirigeeren, dat haar de pas wierd afgesneeden, om soo veel penningen on„ der haar te houden, als het debet van Bronsveld aan aftewagten n 'slag van de enen haar bedraagd; zullende intussen afgewagt werden, p, van wat uijtslag weesen zoude, derselver betragting, om bij de contracten van de aanbesleeding voor 1771. de Clausule te laten in vloeijen waar bij de Cooplieden advouleren, dat de schuld van Bronsveld geen de minste relatie tot d'E: Comp=e hadde, en schoon het selve haar Edele in soo verre wel secureeren soude voor alle aan„ spraak dienaangaande, soo oordeelde men egter nood„ saakelijk te sijn dat des niet te min daar omtrend den 10.' october 1770. met 441 681 den 10.' october 1770. Jaars reeds meerder behaalde winsten. overige zijnde /n: ddane belofte tot dees accressemn den t van coopmansz: overtehalen met alle omsigtigheijd moeste werden te werk gegaan principaal omtrend Cooplieden daar de opperhoofden selve een slegt gevoelen van hadden: 2. Uijt het gedemonstreerde nopens den vert hier al„ genogenoerd tot ulto aij des daar te blijken komende dat de winsten dees en Jaare den 8:o = op den vertier tot ultimo Junij J=o leeden reeds een montant van ƒ25400: meerder quamen te importeeren, dan het geprofiteerde in het voorige Jaar, tot die tijd toe, zoude het genoegen deeser regeering daar over wer„ den betuijgd, terwijl men hoopte deselve meer en meer hope tot dis merderinginde nog accresseeren, en de nog overig zijnde twee maanden van het boekjaar 73/0. niet weijnig daartoe Contribuee„ ren zoude, om de reeds vermeerderde advancen nog eenig & luijster bijtesetten; werdende dierhalven te gemoed te gemoetsiening t wert van der ge„ gesien, de voldoening der beloften door de bediendens tot accressement derselve gedaan, met recommanda, aecommn: om de coopl: ter acceptatie tie teffens van hun betragting te laten zijn, om bij de gedaan werdende voor uijt verstreckingen aan de Coop„ lieden telkens des mogelijk weesende, en sonder eenig de minste dwang geschieden kunnende, haar te persua„ deeren tot het aanslaan van een parthij Coopmansz:, om alsoo door alle middelen en wegen de vermeerdering der winsten te betragten tot te gemoed koming der Lasten, die 441 n or in't voor Jaar te eijsschen. de Executeurs van de wed: visscher nog niet uijttelaten maaar wat eerst aftewagten die anders de eerste in het geheel absorbeeren zoude, promese te sending van Copmart met belofte van de te doene sending in het voorjaar van de door haar gerequireerde Coopmansz: en verdere benodigtheeden, in voldoening van derselver gewoone Iaarlijxen Eijsch; terwijl intussen zig met het geene aan handen hadden moesten tragten te behelpen, qualificatie on Contante van Jage met qualificatie om bij benodiging van contanten deselve van de Jaggernaijkp=te opperhoovden te requiree„ ren, die haar met Ropijen adsisteeren zoude. besluitsg ovrde sekeningen ven Belangende de ingebragte veelvuldige verschoo„ ningen door de Executeurs van den boedel van den overleedene secunde Ian visscher en zijn huijsvrouw wierd verstaan eerst aftewagten derselver verdere be„ handeling omtrend dien boedel, en den uijtslag van de nadere gedaane reclame van de Engelse Missiona„ rissen te weperij, ter aflanging der onder haar zijnde 2000. pagooden van dien boedel, als meede het berigt van den geweesen secretaris van den Jaffanapatnamsen Landraad Abraham Evert Lebeck, nopens de door de weduwe aan hem gesondene twee packen en twee kisten, met betuijging van de ergernisse deeser Regee„ ring, over dat denselven meede soo weijnig werk quam te maken in het doen van reekening dienaangaande; den 10.' october 1770. —. werdende

NL-HaNA_1.04.02_3290_0933 view scan ↗

English

683 The 10th of October 1770. and furniture, and whatever is still to come, to be sold by public auction, and to transfer the proceeds into the Company's treasury. Resolves to let the same be done regarding what rests with the Executors. silver works to be sent over here. non-sending little house and garden moneys It being meanwhile further resolved to have the slaves and furniture etc. of the said estate, already brought over here with the sloop De Papegaaij, as well as those that are still to be brought with the expected sloops, handed over to the secretary of this assembly, in order to be sold by him as vendue master of this place by public auction, and subsequently to transfer the proceeds thereof into the Company's treasury, which was also approved to be put into effect with everything found with the Executors, and which will be successively taken in by them, pending further disposition of this Government; and furthermore to have sent over here the jewels, gold- and silver works secured over there by the Honorable Company for the settlement of the petty treasury, and moreover to express the astonishment of this Government at its non-sending, notwithstanding that they promised the same by their letter of the 5th of September 1769; as well as furthermore to demand elucidation, both regarding the little house and the garden situated in the village of Nedigattij, and likewise a statement of all the moneys successively received for the benefit of that estate, with the source from where, as well as how much thereof is to be found with the Honorable Company, for the indemnification of Her Right Honorable regarding the entries which were deemed to be charged to Visscher. Meanwhile was approved the provision made of 4 pieces of native sailcloth to the sloop De Papegaaij for repairing the damaged sails, as well as the placement on that small vessel of four native sailors, item the provision of the water and firewood to the sloop De Pallas, although the alleged shortage thereof appeared somewhat doubtful to the commander of this Government, in view of the fact that the vessel, having been provided with it here for a month, had been in such sudden necessity that on the tenth day of its departure from here it had to provide itself anew with it, and to that end seek the roadstead of Bimilipatnam. It was furthermore approved to grant authorization for writing off the expense account of the month of July last, and also to have recorded on the inventory of the sloop De Papegaaij the anchor rope provided to that small vessel over there, and the anchor delivered at Jaggernaikpoeram in place of the one lost between those two factories, according to the certificate sent thereof. The 10th of October 1770. Hereafter 685 The 10th of October 1770. After which having been read the received letters from Colombo, Tutucorijn, Trinconomale, and Manaar, written hither under diverse dates, it was resolved that the bark De Falck, and the sloops De Rudolphina Dorothea and De Nagelboom, as soon as they shall be unloaded of the areca and pepper sold there by the Ceylon Ministers to private individuals to be delivered here, shall be sent back immediately with a cargo of paddy in accordance with their request made, and furthermore to have paid the Trinconomale draft amounting to Rds. 1631. 28. —. Likewise, upon the requisition of the Tutucorijn chiefs, to state the prices for which the Honorable Company sells Japanese sheet-copper and spelter here, mentioning however that since the last-mentioned mineral is sold by private individuals for a lower price than that of the Honorable Company, there has been for some years not the least sale in it. It having appeared from incoming findings that among the brought-in linens from the North, with the sloops arrived from there these days, 6 packs of Bimilipatnam guinees, both unbleached and bleached,

Dutch transcription

683 den 10. ' october 1770. en meubelen, en't gene nog staat te ko„ men te laten venduceeren en't provenu in 'sComp=s cassa overte„ brengen. besluijt zulk omtrend 't geene onder de Executeurs berust meede te laten geschieden. silver werken dit heen te laten overko„ non Sending huijsje ont huijn mene penn: werdende in tussen alverder beslooten de reeds met de besluijt de alhier overgbragte sleen Chialoup De Papegaaij alhier overgebragte slaven en meubelen etc: van gedagte boedel, mitsgaders de geene die nog met de verwagt werdende chialoupen staan aangebragt te werden, aan den secretaris dee„ ser vergadering te laten overgeeven, om door hem als vendumeester deeser steede per publique vendu„ tie te werden verkogt, en het provenu daar van vervolgens in 'sComp.s Cassa overtebrengen, het geen men teffens goed vond te laten effect sorteeren, met alles dat onder de Executeurs te vinden zijn, en door haar successive ingepatmt zullen werden, ter nadere dispositie deeser Regeering; en voorts dit heen ende gesecireerde Juweelen gouden ook te laten overkomen, de ginter ter vereffening van men de kleene cassa bij dE: Comp=e gesequreerde Juweelen, goud- en overdies nonoversending de verwondering te betuijgen ewondering over dies deeser Regeering te betuijgen, niet teegenstaande zij bij haare Letteren van den 5. ' september 1769. het selve beloofd hebben; mitsgaders wijders elucidatie te vor„ te vordere lic rdate no f:r net:s gem: deren, soo nopens het huijsje en de thuijn in het dorp Nedigattij geleegen, gelijk ook een opgave van alle item van een nottie der ingeka„ de penningen successive ten behoeve van dien boedel ingekomen, met den oorspronk waaruijt, mitsgaders hoe vier stucken zeijldoek aan de chialoup de papagesaij &=a item van water en brandhout aan de pallas. dog remarque dierweegens. reecq: van Julij de chialoup de papegaaij of dues Jn„ ventaris te noteeren hoe veel daar van bij d'E: Comp=e te vinden zijn, tot scha„ deloos stelling van haar Edele omtrend de posten welke approbotie van de velaeeking van ten Laste van visscher geoordeeld is; Jntussen wierd goedgekeurd de gedane verstrecking van 4. stucken Jnland, se zeijldoek aan de chialoup De Papegaaij tot ver„ stelling der ontramponeerde zeijlen, als meede de plaat„ sing op dat kieltje van vier Jnlandse mattroosen, Jtem de verstrecking van het water en brandhout aan de chialoup De Pallas, schoon het voorgewend ge„ brek daar aan door den gesaghebber deese Regeering wat bedenkelijk te vooren quam, uijt hoofde dat vaar„ tuijg alhier daarmeede voor een maand voorsien zijnde, soo schielijk in die noodsaakelijkheid geweest was, dat den thien den dag van zijn vertrek van hier sig op nieuw daar van heeft moeten voorsien, en ten dien eijnde de rheede van Bimilipatnam opsoeken. men qualificatie ter afsz: van de ontkond verders goed qualificatie te verleenen tot affschrij„ ving van de onkostreekening van de maand Julij besluit het verstrekt anker an Jongstleeden, en ook op den Jnventaris van de Chialoup De Papegaaij te laten bekend stellen het aan dat kieltje ginter verstrekte ankertouw, en te Jaggernaik„ poerain afgegeevene anker in steede van het verloorene tussen die beijde factorijen, volgens daarvan overgeson„ dene attestatie. den 10. ' october 1770. Hierna 7 685 den 10. ' october 1770. ontlossing met nelij na Tutucorijn te senden. 't staatkoper en spiaulter of tegeven gein=t per vendutie te verkoopen. Hierna geleesen weesende, de ontfangene brieven van besleyt nev:t gem: chialup, na gekea„ colombo, Tutucorijn, Princonomale, en Manaar onder diverse datums naar herwaards geschreeven, wierd beslooten de barcq De Falck, en de Chialoupen De Rudolphina Dorothea en De Nagelboom soo dra ontlost zullen zijn, van de arreek en peeper door de Ceijlonse Ministers aldaar aan de particulieren verkogt, om alhier uijtgeleverd te werden, ten eersten ingevolge haar gedaan versoek met een Lading Ne„ lij te rug te senden, en voorts te laaten voldoen, de ende assignatie van daar te voldoen Trinconomalese assignatie groot Rd=s 1631. 28. —. soo meede op het requisit der Tutucorijnse opperhoof mitsg:s ma Tutucorijn de Crijs van't den optegeeven de prijsen waar voor de E: het slaat„ Koper Japans en het spiaulter alhier verhoopt, met melding nogthans dat het laastgemelde mineraal dog met welke medding als door particulieren voor een geringer prijs dan die van dE: Comp=e verkogt werdende, daarom seedert eenige Jaaren daar in geen het minste debiet geweest is. — Bij ingekomene bevinding gebleeken zijn besluijt 6: pack: beschadig bimelip:s de, dat onder de aangebragte lijwaten van de Noord, met de deeser dagen van daar gearriveerde Chialoupen 6. packen Bimilipatnams guinees soo ruw als ge„ bleekt. land„ on

NL-HaNA_1.04.02_3290_0936 view scan ↗

English

not to supplement the same with any other linens. resumption of indisposition and the report on certain goods brought over from Palicol. part to be sold by public auction. decides to have the gun-carriages improperly delivered at Sadras compensated. appeared that, due to the stormy weather encountered and the resulting leakage caused to that vessel, having become wet, had been damaged: thus it was resolved to sell the same, being coarse and fine linens, at once by public auction, and to write off the loss occurring thereon to profit and loss, consequently not to supplement the same with other linens if they belong to the Demand of 1770, but if those cloths may have been collected for the Collection of 1771, it is resolved to have others collected in their stead. Further being submitted the report on the coffee beans, aurum pigmentum, and 4 telescopes brought here from Palicol: thus of the 8 short-accounted on 174 lb of coffee beans, making 4 5/18 per cent, 1 1/4 lb or 1 per cent was to be written off to profit and loss, and 6 1/4 lb charged to the account of the commanders, and all those goods and the available honorary cloths, as well as the porcelain bowls and some pieces of spotted armozine remaining at the warehouses, are to be sold by public auction. According to another submitted report on the cargo discharged at Sadraspatnam by the chaloup De Poeijser, the 10th October 1770. 687 the 10th October 1770. to leave at Cuddalore for the expenses. to send to Jaffanapatnam. wages of various persons. Poeijser, it having been found that among the gun-carriages transported, 13 pieces had been unserviceable: thus it is resolved to have the same compensated by the one who shipped them from here as serviceable. Further it was approved to leave the remainder of 300 pagodas at Cuddalore, still found from the funds sent for the Collection of Linens, to remain there for making the necessary monthly expenditures, just as the weapons found there would also be left there, consisting of 6 flintlocks, 12 cutlasses, 6 cartridge-belts, and 6 cartridge-boxes, and furthermore the Resident there would be authorized to write off the expense account for the month of August. As it was also resolved to send the native Ammean, who by the Council of Justice here, according to the submitted extract from the judicial roll, subject to the approval of this Government, was condemned to the chains for the period of five years, to Jaffanapatnam, in order to work there on those public works. Lastly, the following persons were, upon expiration of their term, increased in wages and admitted into the Company's service as: Eugenius De Wit of Loenen, young soldier at 7 guilders, promoted to soldier at 9 guilders on his current contract. Francis Nicolaas of S.t Leise, soldier at 9 guilders, improved to 11 guilders under a new three-year contract. Hendrik Willem Rijneke of Amsterdam, arrived in 1766 as soldier at 9 guilders at the Cape and the year thereafter with Aschat in India, and having since advanced to gunner's mate, arrived as such in 1769 on this coast, subsequently employed here in the service of cannoneer, the same was, on being confirmed therein, granted the established salary of 14 guilders per month; but on his current contract, in consideration that he has until now performed both those duties on his soldier's wage of nine guilders. And engaged as soldiers among the Company of Orientals: Agmat of Pienangsie, Poesoe of Gedda, Pieronsouw of the 10th October 1770. Samarang, 689 by the Governor. Batavian papers. Samarang, and Absoel of Pienangsie; all under the customary pay of three rixdollars each per month. The aforementioned adopted resolutions having been presented by the Secretary to the Right Honorable Governor, His Honor was pleased to approve all of them. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam, date as above. Signed as above. Thursday the 11th October Anno 1770. In the morning at ten o'clock. Political Council held. All present. Except The Right Honorable Governor, due to indisposition. A packet of papers having been received here from Colombo via Manaar, sent by Their High Mightinesses the Honorable High Indian Government at Batavia the 10th October 1770. decides to sell all the slaves of the widow Visscher, both those given as gifts and ours, and again via Batavia with the ship Geinwensch for this Government, the same was opened, and therein found the aforementioned Their High Mightinesses' referenced original missive of the 3rd August last, with the enclosures, according to the Register belonging thereto. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam, date as above. Signed as above. Wednesday the 17th October Anno 1770. By poll. On the occasion that the vendue master of this town, pursuant to the resolution taken at the session of the 10th of this month, was to hold a public auction of the slaves and other goods belonging to the estate of the deceased Bimilipatnam Secunde Jan Visscher, it was, by order of the Governor, proposed to the members by the First Sworn Clerk of Police, offering for reading the codicil executed by the widow of the said Visscher and followed by her death, that although in that document some slaves the 17th October 1770.

Dutch transcription

rende met geen ander zij waten te sup„ pleeren. resumiptie van endispolitie sn de bevinding van eenige van palligol overgebragte goederen. deel per vendutie te verkoopen. besluijt de te Cadras p=r onsequaam aangebragte laadehouten te laaten vergoeden. bleekt, door het ontmoet ontstuijmig weer, en daar door vaartuijge veroorsaakte Leckagie aan die nat geworden zijnde, beschadigd waren geworden: soo wierd verstaan die in 't Clstopwinsten Catastasz: Lijwaaten ten eersten per vendutie te laaten verkoo„ pen, mitsgaders het daar op te vallene verlies op mitsg: tot deneijsch ven vroglaen winst en verlies te laaten afschrijven, dierhalven deselve met geen andere lijwaaten te doen suppleeren, soo die tot den Eijsch van 1770. gehooren, maar soo die kleeden ingesameld mogte sijn, tot den Jnsaam van 1771. is verstaan, andere in dies plaatse te laaten in samelen. Nog ingediend weesende de bevinding der van Palicol alhier aangebragte coffijboonen, aurum pig mentum en 4. verrekijkers: soo wierd van de te kort verantwoorde 8. op 174. lb: Cofsij boonen, uijtma„ kende 4. 5/18. p:r Cento, 1. ¼. lb: of 1. p.:r Cento op winst en verlies te laten afschrijven, en 6. ¼. lb: de gesag„ besluijt dezelven nog eenige nas ebbers op reekening stellen, mitsg=s alle die goede„ ren en de aan handen weesende Eerkleeden soomeede de porcelijne kommen en eenige stucken gevlekte armosijnen bij de pakhuijsen berustende per vendutie te laaten verkoopen. —. Volgens nog een overgelegde bevinding der te sadras„ patnam uijtgeleverde lading per de Chialoup De den 10. ' october 1770. Poeijser 687 den 10. ' october 1770. „ te coedelaer te laten tot de guastos Jaffanap: te senden. „gagie van diverse persoonen Poeijoer bevonden weesende, dat onder de overgevoerde la houten 13. p=s onbequaam waren geweest: soo is verstaan deselve te laaten vergoederen door de geene die hier als bequaam afgescheept heeft. —. Alverders is goedgevonden het restant van 300. pa besluijt het restant van 300. pai: gooden te coedeloer uijt de tot den Jnsaam van Lijwaa„ ten gesondene penningen nog te vinden, aldaar maar te laaten verblijven, tot het doen der nodige maandelijke uijtgiften, gelijk ginter ook gelaaten zoude werden de zoomeede de wapenen wapenen aldaar te vinden bestaande in 6. snaphaa„ nen, 12. houwers, 6. Cardonriemen, en 6. patroontas„ sen en voorts zoude den Resident aldaar gequali„ ficeerd werden tot de afschrijving van de onkostreeke„ ning van de maand Augustus. — Soo als ook beslooten wierd den Jnlander Am, besluijt een ketting ganger na mean, die door den Raad van Justitie alhier na luijd van het overgelegd Extract uijt de Justitieele rolle, op approbatie deeser Regeering voor den tijd van vijff Jaaren tot de ketenen gecondemneerd was, naar Jaffanapatnam te senden, om aldaar aan die wer„ ken te arbeijden. —. Laastelijk wierden de ondervolgende persoonen admissie in diensten hoging in mits - . vervolg. „mits tijds Expiratie in gagie verhoogd en in 'sComp=s dienst geadmitteerd als. —. Eugenius De wit van Loenen Jong soldaat met ƒ 7. bevorderd tot soldaat met ƒ 9. op zijn Loopend verband. —. Francis Nicolaas van S. t Leise zoldaat met ƒ 9. verbeterd tot ƒ 11. onder een nieuw drie Jaarig verband. —. Hendrik Willem Rijneke van Amsterdam anno 1766. als soldaat met ƒ 9. aan de Caab en het Jaar daar aan met Aschat in Jndia aangeland, mitsgaders t' see„ dert tot Constabelsmaat geadvanceerd zijnde, als sodanig anno 1769. te deeser custe aangeland, vervolgens alhier tot den dienst: van Cannonier g'emploijeerd is, wierd den„ dige selven mits daar in bevestigt onder toelegging van de daar toe staande besolding van 14. guldens ter maand; dog op sijn lopend verband, uijt Consideratie hij die beijde diensten tot nu toe met sijn soldate gagie van neegen guldens waargenomen heeft. mitsgaders tot soldaten onder de Compagnie oosterlingen aangenomen Agmat van pienangsie, poesoe van gedda, pieronsouw van den 10. ' october 1770. Samarang, - „ 689 door den heer gouverneur bataviase papieren. Samarang, en Absoel van Pienangsie; alle onder de gewoone besolding van Drie Rijxdaalders ieder 's maands:—. De voorsz: genomene besluijten, door den secretaris approbatie der voorsz: beluijten den wel Edelen gestrengen heer gouverneur gepresen„ teerd zijnde, behaagde zijn Edele alle deselve te approbee„ ren. —: Aldus Gedaan en Gearresteerd Jn't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was geteekend :/ Als vooren. —. Donderdag den 11:' october Ao 1770. 's morgens te Thien uuren Politique Vergadering Gehouden Alle present. Dempto Den Wel Edelen gestrengen heer gouverneur, mits indispositie Van Colombo over Manaar alhier ontfangen openingen Leeling van een pacquet O weesende een pacquet met papieren door Haar hoog Edelens de Edele hooge Jndiase Regeering te Bata„ den 10. ' october 1770. via g en t van besluijt alle de slaven van wed: visscher, zo die geelegenth=d als ons gegeven zijn te laten verkopen, en wederom via met het schip gijn wensch voor deese Regeering afgesonden, wierd het selve geopend, en daarinne be„ vonden welmelde Haar Hoog Edelens gerenereerde origineele missive van den 3. ' aug=o Jongstleeden, met de bijlagen, volgens Register daar toe gehoorende. —. Aldus Gedaan en Gearresteerd Jn 't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren. —. Woensdag Den 17.:' october Ao 1770. Bij Rondvrage. —. Ter occagie dat den vendumeester deeser steede ingevolge het geresolveerde ter sessie van den 10. ' deeser vendutie stond te houden van de slaven en andere goederen tot den boedel van den overleedene Bimilipat„ namse secunde Ian visscher gehoorende, wierd uijt ordre van den heer gouverneur aan de Leeden door den Eerste geswoore Clercq van politie onder aanbieding ter Lecture van de door de weduwe van gedagte vis„ scher gepasseerde en met de dood agtervolgde Codicille voorgesteld, dat schoon bij dat papier wel eenige slaa„ den 17.' october 1770. —. ven „ 4

NL-HaNA_1.04.02_3290_0941 view scan ↗

English

the 17th of October 1770. nevertheless had been manumitted, but they were not specified by name as to who they should be, and it could thus very easily happen that among those who ran away at Bimilipatnam some of them were also found, to investigate which further those slaves would need to be kept here unsold for some time longer, which would only cause maintenance expenses to the debit of the estate, and besides that, much worry to prevent desertion. And that furthermore it was not yet known, much less could it be foreseen or judged with any certainty, whether the estate of the said second person Visscher, who is held liable for various excesses, principally the debts of the merchants, would fall short or not, inquiring of their Honors whether it was not best, taking the certain for the uncertain, to have all those slaves, as well as those bequeathed and already transferred hither, sold at public auction, but making this special condition therein: that if it is subsequently discovered that the Honorable Company will suffer no loss from that estate, the buyers of the same shall then, in so far as it could be done, return the purchased slaves who are essentially free or bequeathed, upon receiving the purchase money disbursed by them, in order subsequently to make the former enjoy their freedom, and to hand over the bequeathed ones to the legatees, or if they could not be returned, the amount thereof; which, being likewise so understood by the members, was held as decreed. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam, date as above. Was signed: as before. Monday the 5th of November in the year 1770 In the morning at eight o'clock Political Council held All present Except The Right Honorable and Valiant Governor, being indisposed. Upon the convocation of the Governor, the members having assembled at the appointed hour, the Honorable Chief Administrator Henricus Leembruggen, in the name of his said Honor, presented to the meeting the verbal request made by the Junior Merchant and elected Second of Palliacat, Hendrik Schoffier, to be allowed to have his stopped salary from the time that the same was written off pursuant to the venerable order of their High Mightinesses the Honorable High Indian Government at Batavia, contained in their most venerable letter of the 18th of April 1768, and the subsequent resolution of this table of the 9th of June following; or since the day that the chief directorship of Palicol held by him was ceded and transferred to his successor, which was the 15th of December 1767, instead of the salary credited to him from that day onward only, pursuant to the decision of this Government of the 12th of June 1769; basing his petition on the disposition of their said High Mightinesses, whereby, in conformity with their most venerable letter of the 17th of March of the past year, he was favorably acquitted of the payment of the claim of 2500 pagodas or 11250 guilders lodged against him by the merchants, which he had received from them and sent over as an expenditure for the absconded Governor Christiaan van Teijlingen; but also that his advance payment made to the merchants in the latter part of his directorship, having since successively been returned, was one of the moving reasons for the aforementioned resolution of the 12th of June to grant him his suspended salary. Whereupon it was reflected that, said Schoffier having insisted in the past year by petition to their High Mightinesses upon the crediting of his salary in the aforementioned terms, no answer was received thereto, consequently no disposition concerning that will have been made either, apparently because in the letter of this Government to their High Mightinesses dated the 29th of August 1769 no mention was made of it, since the aforementioned petition, having been submitted only a day or two before the dispatch of the ship Vreedelust, when all the papers were already prepared, was therefore only entered on the Register of papers, and thus will have accidentally not caught the eye of their High Mightinesses at the Indian capital: so it is, subject to the honored approval of their said High Mightinesses

Dutch transcription

691 den 17. ' october 1770. nogthans ven vrijgegeeven, deselve egter niet bij naamen gespe„ cificeerd waren wie se zoude moeten weesen, en het dus seer ligt gebeuren konde, dat zig onder de geene die te Bimilipatnam weggelopen zijn, ook eenige daar van bevonden, om het welke nader te ondersoeken die slaaven alhier nog eenige tijd onverkogt aangehouden zoude dienen te werden, het geen maar ongelden tot onderhoud ten laste van den boedel, en buijten des veele zorge tot voorkoming van desertie veroorsaaken zoude. En dat men wijders voor als nog niet wiste, veel min met eenige zeekerheijd voorsien of oordeelen konde of den boedel van gedagte secunde visscher die voor diverse excessen, principaal de schulden der Cooplie„ den aanspreekelijk gehouden is, te kort zoude komen of niet, met afvrage aan haar Ed=s of het niet het beste was, om het seekere voor het onseekere neemende, alle die slaaven soo wel, als die gelegateerd en herwaarts reeds overgebragt zijn, maar per public„ que vendutie te laaten verkoopen, dog daar bij dit dog onder welk speciaal beding speciaal beding te maaken dat naderhand ontwaard werdende dE: Comp=e geen schade bij die boedel te zullen lijden, de Coopers derselve dan voor soo verre het geschie„ den konde, de gekogte slaaven die wesentlijk vrij of gelega„ teerd. et 4: 0 voorgedragen verzoek van schoftien„ om sijn gagie zeed=t dies afsz: te mogen hebben teerd zijn, onder het ontfangen der door haar verschotene kooppenningen, te rug te geeven, om de eerste vervolgens van haare vrijheijd te doen quadeeren, en de gelegateerde aan de gelegateerde aan de legatarissen afgegeeven te werden, dan wel soo se niet gerestitueerd mogte kon„ nen werden, het bedragen van dien, het welk bij de Leeden ook sodanig begreepen zijnde, voor gearresteerd gehouden wierd. —. Aldus Gedaan en Gearresteerd Jn't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren. —. Maandag den 5. ' November A:o 1770 's morgens te agt uuren Politique Vergadering. Gehouden Alle present Dempto Den wel Edelen gestrengen Heer Gouverneur, mits in dispositie Op de Convocatie van den heer gouverneur, de leeden ter bestemder uure vergaderd zijnde, droeg den E: hoofd„ den 5. ' 9ber: 1770. administrateur 2 693 den 5:' 9ber: 1770. administrateur Henricus Leembruggen uijt naame van welmelde zijn Edele aan de vergadering voor, het mondeling gedaan versoek van den ondercoop man en g' Eligeerd Palliacats secunde Hendrik schoffier, om te mogen hebben, zijne gecesseerde gagie„ Zeedert dat deselve ingevolge de gevenereerde ordre van Haar hoog Edelens de Edele hooge Jndiase Re„ geering te Batavia, vervat bij Hoogst derselver gevenereerde missive van den 18:' April. 1768. , en daar op gevolgde resolutie deeser tafel van den 9:' Junij daaraan, afgeschreeven is geweest, of seedert den dag, dat het bij hem bekleede opperhoofdij van pa„ vervolg licol aan sijn vervanger gecedeerd en overgedragen was, dat geweest is den 15:' december 1767, in steede van de hem, ingevolge het besluijt deeser Regeering van den 12:' Junij 1769. , maar van dien dag af goed„ gedaane zoldij, fondeerende zijn Jnstantie op de „bij dispositie van welmelde haar hoog Edelens, waar bij Conform hoogst derselver gevenereerde letteren van den 17.:' Maart des gepasseerden Jaars gunstiglijk vrijge„ kend was geworden van de betaaling der door de Coop„ lieden op hem geformeerde pretentie van 2500. pagoo„ „ den of ƒ 11250. , die hij van haar tot een spendatie voor den. Heel 170 - den 5.:' 9ber: 1770. deliberatie daar over condescendance daar in. Christiaan van Teij„ den geaufugeerden gouverneur lingen ontfangen, en overgesonden hadde, maar ook dat zijne, in het laast zijner opperhoofdij, gedaane voor„ uijt verstrecking aan de Cooplieden, seedert successive weeder ingeleverd weesende, een der beweeg reeden ge„ t weest is, van de hier vooren aangehaalde resolutie van den 12. ' Junij, ter toevoeging zijner stilgestaane gagie; waarop gereflecteerd, dat gedagte schoppier in den gepasseerden Jaare de goeddoening zijner gagie in vregen voormeld, bij request van haar hoog Edelens geinsteerd hebbende, daarop geen antwoord ontfangen was, gevolgelijk ook dien aangaande geen dispositie gevallen zal weesen, om dat apparent bij de brief van deese Regeering aan Haar hoog Ede„ lens de dato 29:' Augustus 1769. daar van geen men„ tie gemaakt is geworden, uijt hoofde dat Request voormeld, eerst een dag of twee voor de depeche van het schip vreedelust, toen alle de papieren reeds inge„ reedheijd waren, ingediend zijnde dierhalven alleen op het Register der papieren bekend gesteld was, dus ter Jndiase hoofdplaatse toevallig niet onder het oog van haar hoog Edelens gekomen zal weesen: soo is op de g'eerde approbatie van welmelde haar hoog Ede„ lens.

NL-HaNA_1.04.02_3290_0945 view scan ↗

English

695 the 5th November 1770. it was approved and understood to accede to the aforementioned instance made, and consequently to have the salary paid out to him since it had ceased, namely from the 15th of December 1767 until the 11th of June 1769, since the remainder, or since the 12th of the last-mentioned month, has already been validated to him according to the resolution of that day cited herein, maintaining nevertheless the mortgage on his house and yard standing in this place to the Honorable Company, until the approval of their High Nobles regarding this matter shall have been obtained, in order, in case the same might be refused, to be able to return what was received back into the treasury. A request having been made by the merchant and trade bookkeeper Pierre Jean Louis De Filliettasz and the junior merchant and invoice keeper Fredrik Willem Bloeme in their capacity as proxies of the junior merchant and former chief of Jaggernaijkpoeram Fredrik Jan Lovenaar, presently residing in Batavia, by petition for qualification for the sale of the house that stood at the said factory and belonged to Lovenaar: it was, because that dwelling, being built arbitrarily and without any qualification from this Government on the Honorable Company's land, and thus everything that is attached by nail and fast to their Noble land belonging to the same, as such has also always been considered with those annexed to it; yet however, in order to proceed therein with greater security, approved and understood to send a copy of the aforementioned submitted petition, together with the annexes submitted therewith, to Jaggernaikpoeram, with orders to the chiefs there to elucidate to this Government how the matter stands with that building, whether the land on which that house stands belongs to the Honorable Company, and since when the same was erected upon it, and whether such occurred with or without qualification; as well as who bore the expenses of the repairs, and since when it was done at the expense of the Honorable Company, and how much that which was successively paid for it on their Noble account amounted to, with an interdiction to have no further repairs done to it at the expense of the Honorable Company after receipt of the letter to be dispatched, but to await the further order of this Government regarding that matter, pending the receipt of which required elucidation it was then also resolved to postpone the final disposition regarding this. After which was read the petition presented to the Governor by a Roman priest of the order of the Franciscan mendicant friars, Frater Franciscus de Assis, who recently came over here, as he says, by order of the Commissary of his order residing in Tranquebare, containing a request to be allowed to serve the Roman church here, and that of Senhora de Saude, standing in the Company's village of Willelfanij, as those of his order formerly had that privilege to the exclusion of all others, on the basis of what was agreed in the Capitulation when this city passed from the Portuguese to the Dutch East India Company; being further comprehended in the aforementioned petition, reading as follows. To the Right Honorable, Valiant Sir, Pieter Haksteen, Extraordinary Councilor of Dutch India, as well as Governor and Director of the Coast of Coromandel, at Nagapatnam Right Honorable, Highly Esteemed Sir! Father Fr: Francisco d'Assis, monk of the Franciscan order, has the honor to submit to Your Right Honorable High Mightiness that by order of his Commissary residing at Tranquebaar he has come over to present to Your Right Honorable High Mightiness the following; namely That the Roman Catholic church of this city of Nagapatnam in the time of the Portuguese always belonged to the Franciscan monks, and that at the time when this place was conquered from the Portuguese by the Noble Company, it was agreed in the capitulation and granted by the Noble Company that there should always be a Roman church in the said city, governed by a Franciscan father of the Portuguese nation, all of which is to be seen in the Capitulation. Throughout all this intervening time, the said fathers have been possessors of this church and of Senhora de Saude, which today is located under the jurisdiction of the Noble Company through the donation of those lands made by the King of Tansjour, and whereas by the death of the Commissary Fr: Caetano de St: Anna, the said fathers remained without a superior on this Coast, so, for lack of a father in the said churches of Nagapatnam and Senhora de Saude to perform church services for the congregation of those churches, His Excellency the Bishop of St: Thome was written to, in order to send over a Father who commanded the Malabar language; being without a superior as said and there being none of my the 5th November 1770.

Dutch transcription

695 den 5:' 9ber: 1770. zoo enaar om zijn huijs te Jagg: te verkoo„ lens goedgevonden en verstaan, in voormelde gedane in„ stantie te Condekendeeren, en mits dien aan den sel„ ven de gagie te laaten goeddoen, seedert dat deselve gecesseerd geweest is, te weeten van den 15: december 1767. tot den 11. ' Junij 1769, alsoo de overige of seedert den 12. ' der laastgemelde maand, hem reeds gevalideerd is volgens het in deesen aangehaald besluijt van dien dag, mits stand houdende nogtans het verband sijner dog onderwelke mits. - te deeser steede staande huijs en Erf onder d'E: Comp=e, tot dat erlangd soude weesen haar hoog Edelens goedvin„ den deesen aangaande, om in Cas deselve ontsegt mogte werden, het genotene weder in Cassa te kunnen restitu„ Door den Coopman en Negotie boekhouder Pierre Jean velogte qualificatie door de gem: van Louis De Filliettasz:, en den ondercoopman en fac„ per tuurhouder Fredrik Willem Bloeme in qualiteijt als gemagtigdens van den onderkoopman, en het geweese opperhoofd van Jaggernaijkpoeram Fredrik Jan Love„ naar, tans zig te Batavia bevindende, bij request ver„ soek gedaan zijnde, om qualificatie tot den verkoop van het huijs, dat ter gemelde factorij stond, en bovenaar toebehoorde: soo is, uijt hoofde die wooning, als wille, deliberatie daar over keurig en sonder eenige qualificatie deeser Regeering eeren. —. op n r nt 451 na Jaegg: te senden. cidatie te suppediteeren. daaraan te doen. „sitie dier W=t, entot hoe Lange room t prietter. op 'sComp. s grond gebouwd zijnde dus alles wat op haar Edele grond nagel vast is, deselve te behooren, gelijk zulx ook altoos als zodanig geconsidereerd is gewor„ beleijt het in met dies bjlgerden; dog egter om met meerder securiteijt daar in te werk te gaan, goed gevonden en verstaan, voorsz: inge„ diend versoek schrift, neevens de daar bij overgelegde bijlaagen, in Copia naar Jaggernaikpoeram te zen„ met holt, dier w:s de nodige reed„en, met Last aan de opperhoofden aldaar, deese Regee„ ring te Elucideeren, hoedanig met dat gebouw gelee„ gen is, of de grond, waarop dat huijs staat dE: Comp=e toebehoord, en seedert wanneer het selve 'er opgeset, en of zulx met of sonder qualificatie geschied was; mits„ gaders wie de onkosten van de reparatie gedragen had, en seedert wanneer ten Laste van dE: Comp=e gedaan was, en hoe veel het quam te beloopen, het geen voor haar Edele reekening successive daar aan is bekostigt gewor„ en verbod geen verdere repasratieden, met interdictie om na den ontfang van de aftesen„ dene brief, geen verdere reparatie ten Laste van d' E: Comp. e daar aan te laten doen, maar de nadere ordre deeser Re„ geering dien aangaande aftewagten, tot erlanging van uijtstelling van de finale disso, welke gevorderde elucidatie dan ook beslooten wierd, de finale dispositie dien aangaande uijttestellen. —. „leeling van'trequest van :eer gem: Waarna geleesen wierd, het Request door een Rooms den 5:' 9ber: 1770 priester 451 697 den 5:' 9ber: 1770. bedienen. priester van de order der Francener beeldelmoninc„ ken Frater Franciscus de Assis, deeser dagen zoo hij zegd, uijt Last van den Commissaris zijner ordre, te Tranquebare domicilium houdende, her„ waards overgekomen, aan den heer gouverneur gepre„ senteerd, inhoudende versoek om de Roomse kerk om de roomse kerk alhier te mogen alhier, en die van Senhora de Saudi, in 'sComp. s Dorp Willelfanij staande, te mogen bedienen, gelijk bevoorens die van zijne ordre, met uijtsluijting van alle andere, dat voorregt gehad hebben, op fondament en wat fundament van het geaccordeerde bij de Capitulatie toen deese stad van de Portugeesen aan de Nederlandse oost Jndische Compagnie overgegaan was; nader gecomprehendeerd staande bij het voormeld versoek Jnsertie van dat geschrft. schrift aldus Luijdende. — Aan den wel Edelen gestr: Heer Pieter Haksteen, Raad Extraordinairis van Nederlands Jndia, mitsgaders gouverneur en directeur des custe Cormandel, tot Nagapatnam Wel Edele groot Agtbaare Heer! Heeft de Eer om uwel Edelens groot agtbaares voorteleggen den. or den pader Fr: Francisco d' Assis Munich der Franciscander order dat hij op order van sijn Commis„ saris (:remoreerende tot Tranquebaar:/ overgekomen is om aan uwel Edelens groot agtb: voortestellen 't volgen„ de; als Dat de Roomse Catolikse kerke deeser stad Nagapat„ nam in de teid der portugeese altijd aan den Francis„ caner Municken toebehoord heeft, en dat ter teid dat deeser plaats door de Edele Compagnie van de Portugeese veroverd bij de capitulatie is veraccordeerd en door de Edele Comp: toegeslaan dat alteid in gem: stad een room„ sche kerk zoude wesen, geregeerd door een Francisca„ ner pater der portugeese natie, het welke alles te zien bij de Capitulatie. In alle deese tusschen teid zijn gemelde paters besitters geweest van deese kerk en van S=ra de Saude, die sig heeden dags bevind onder het gebeed der Ed: Comp: door 't schenkagie die de Koning van Tansjour gedaan heeft van die Landerijen, en terwijl door 't overlijden van den Commissaris Fr: Caetano de S=t Anna, de gem: pa„ ters sonder opperhoofd op deeser Cust gebleeven, zoo is bij gebrek van een pater in gem: kerken van Nagapatnam en S=ra de Saude tot verrigting van kerke dienste aan de gemeente van die kerken aan zijn Excellentie de Bischop van s:t Thome geschreeven, om een Pater die 't Mallabaarse spraake magtig was overtesenden; zonder opperhoofd zijnde / als gezegd: / en sig geener vindende van den 5.:' 9ber: 1770. mijner 7.

NL-HaNA_1.04.02_3290_0949 view scan ↗

English

699 brother of my order who was proficient in Malabar, His Excellency thereupon sent over Padre Caetano de Assumsao, who today finds himself in possession of the said churches. However, Right Honorable and Worshipful Sir, since a superior or commissioner of the Franciscan fathers has been sent from Goa, he has sent me over here to present and request to Your Right Honorable and Worshipful, in all respect, for the same churches which the Noble Company was so magnanimous to grant to the Franciscan fathers at the Capitulation, in order to place and appoint therein a clergyman who will be able to understand and instruct this congregation in Malabar. Whereupon, Right Honorable and Worshipful Sir, relying upon Your Right Honorable and Worshipful's magnanimity and justice, I take the liberty to request that the churches of this city and S=ra de Saude, founded and long possessed by us, may again be taken over under Your Right Honorable and Worshipful's protection; the petitioner and the brothers of his order, as long as they live, will not fail to pray to Heaven for Your Right Honorable and Worshipful and your most noble family. Underneath stood: Which doing etcetera. Was signed: Frater Franciscus Assis, Apostolic Missionary. In the margin: Nagapatnam, the last of September 1770. The 5th of November 1770. Yet, ample deliberation thereupon: Yet, since such a convention upon which that father relies was not found at the Capitulation, nor anywhere else, whereas this would then be a decided matter in favor of the Franciscans, and moreover the Roman Christians of this city are not at all pleased to be served by a Franciscan, because of the frequent squabbles and disputes they constantly have with them, due to the overbearing superiority and mastery contrary to reason and fairness, both in and concerning the exercise and maintenance of their ecclesiastical discipline, and especially regarding the revenues thereof, which they have always made themselves masters of quite arbitrarily, not even counting the scandalous and unrestrained conduct and lifestyle that virtually all the priests of that order, who have successively been here since Father Frei Alexander de Assumpsan, or for a period of over fifty years, have maintained, to such an extent that in the end it has so disgusted the Roman Catholic congregation of this place that, upon their complaints lodged on several occasions on that account, the Lord Governor finally grew tired of it, and finding it necessary in that regard the 5th of November 1770 to 701 the 5th of November 1770. to make another arrangement in order to properly restore peace among those people, by having everything observed in a suitable order, and therefore, in order to be freed from further troublesome changes of priests, with which His Honor had aimed for unity, yet in that regard had been disappointed time and again by the insolence of the fathers admitted from time to time, he had been obliged to request the Bishop of S:t Thome to provide the church here with a good and peace-loving priest, who thereupon had sent hither the present Father Frei Caijtano de Assumpsan of the so-called order of the Clerigos or that of S.t Peter, with whom that congregation, as he understands the Malabar language very well, is well pleased, and since his arrival here not the least complaints have come forward, nor has any dissatisfaction been noticed; therefore, having learned of the solicitation undertaken by the aforementioned Franciscan monk Frei Franciscus de Assis, the congregation presented an ample petition to the Lord Governor requesting that they might retain the present priest, having insisted on the continuation of the present father; citing all that had successively Insertion of the same. successively occurred with the previous Franciscan priests, and how they had conducted themselves both in their life and conduct and regarding their profession, further appearing from that document, reading as follows: To the Right Honorable and Valiant Sir Pieter Haksteen Extraordinary Councilor of Netherlands India, as well as Governor and Director of this Coromandel Coast, with the dependencies thereof, Together with the honorable members of the Worshipful Council of Policy. Right Honorable and Valiant Sir and Sirs, With deep respect, the overseers of the Roman church in this city, both for themselves and being requested and authorized thereto by the entire Christendom of that religion, show: That since the administration of the Right Honorable and Valiant Lord Governor Galenus Mersen on this Coast, the fathers of the Franciscan order who from ancient times have served the church in this city and in the village of Willeganij, or rather those who succeeded Father Frei Joseph Joachim de Jesus Maria therein, have gradually neglected their office, both in administering the sacraments and in instructing and keeping the congregation in discipline, and more other matters that were of their duty, and instead of that aimed more at their own interest than the well-being the 5th of November 1770. and

Dutch transcription

699 mijner ordens broeder di 't Mallabaarse magtig was, heeft zijn Excellentie daarop overgezonden padre Caetano de Assumsao, die sig heeden in het besit van gem: kerken bevind. —. Egter wel Edele groot Agtbaare Heer terwijl van goa een opperhoofd of Commissarissens Franciscaner paters gesonden is, heeft mij deselve alhier overgesonden om aan uwel Edelens groot Agtbaaren in allen Eer„ bied voortestellen en versoeken om deselve kerken dewelke de Edele Comp: zoo Edel moedig is geweest en bij de Capitulatie aan de Franciscaner paters, om daarin een geestelijk te stellen en benoemen die int Malla„ baarse deeser gemeente zal kunnen verstaan en onder„ rigten. —. Waarop wel Edele groot agtbaare heer mij verlaaten„ de op uwel Edelens groot agtbaren Edelmoedigheijd en regtvaerdigheijd ik mij de vrijheijd neeme om te ver„ soeken dat de kerken deeser stad en S=ra de Saude door ons gestift en lang bezeeten weerom mogen overge„ nomen worden onder uwel Edelens groot agtb: protectie; zullende den suppliant en sijnen ordens broeders soo lang sij Leeven niet nalaaten voor uwel Edelens groot agtb: en deselve hoog Ed: Familie den Hemel aan te bidden /:onderstond:/ 'T welk Doende &=a /:was geteekend:/ Frater Franciscus Assis Missionarius Apostolicus /:in margine:/ Nagapatnam ult=o september 1770. — den 5. ' November 1770. Dog ample deliberatie daarover: Dog aangesien zodanig een Conventie, waar op die pater sig beroept bij de Capitulatie, nog ergens anders gevonden wierd, dewijl daen dit een gedecideerde zaak ten voordeele van de franciscaners zoude weesen, en boven dien de rooms Christenen deeser steede gants niet met een fran„ ciscaner gediend zijn, door de meenigvuldige hacquetten en twisten welke met deselve steeds hebben, door de teegens de reeden en reedelijkheijd aanmatigende su„ perioniteijt en meesterscheep, soo in en omtrend de oekening en onderhouding hunner kerkelijke discr„ pline, als wel voornamentlijk nopens de voordeelen derselve, waar van zij altoos gants willekeurig zig meester hebben gemaakt, ongereekend nog het erger„ lijk en spooreloos gedrag en levenswijse, die genoeg„ saam alle de priesters van die ordre, welke zeedert den pater Fre Alexander de Assumpsan, of den tijd van ruijm vijftig Jaaren, successive alhier geweest zijn, gehouden hebben, in soo verre dat het zelve op het Laast de Roomse gesinde gemeente deeser plaatse soodanig gedegouteerd heeft, dat op haare diverse maa„ len dierweegens ingebragte Doleantien, den heer gouverneur als eijndelijk daar van moede geworden zijnde, en ondervindende daaromtrend noodsakelijk den 5.:' 9ber: 1770. eene 701 den 5. ' 9ber: 1770. meente om den presenten priester eene andere schicking te moeten maken, om de rust onder die menschen na behooren te herstellen, door alles in een geschikte ordre te doen observeeren, dierhalven om bevrijd te weesen van de verdere lastige veranderingen der priesters, waarmeede zijn Edele de eenigheijd beoogd had, dog daaromtrend telkens te leur was gesteld geworden, door de onhebbelijkhee„ „van den van de „ tijd tot tijd geadmitteerde paters, den bisschop van S:t Thome hadde moeten versoeken, om de kerk alhier met een goed en vreedelievend prie„ ster te voorsien, die daar op den presenten pater fre Caijtano de Assumpsan van de soo genaamde ordre der Clerrigos of die van S. t Petrus herwaards gesonden hadde, waarmeede die gemeente als de malla„ baarse taale seer wel verstaande, wel in hun schik zijnde, seeedert zijn komste alhier ook geen de minste klagten meer te vooren gekomen, nog eenig ongenoegen bespeurd waren, daarom deselve van de aangelegde sollicitatie van den voorwaards gemelde franciscaner monnik fre Franciscus de Assis vernomen heb,„ gepresenteerdregist doode ge„ bende, den heer gouverneur bij een ampel gepresenteerd te mogen behouden. Request; de Continuatie van den presenten pater ge„ insteerd hadde; onder aanhaaling van alle het geen successive. Jnsertie van 't selve. successive met de voorige franciscaanse priesters voorgevallen was, en hoedanig zij zig soo in haar en wandel, als omtrend haar beroep gedragen hadden, nader consteerende bij dat geschrift, aldus Luijdende Aan den wel Edelen gestrenge Heer Pieter Haksteen Raad Extraordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders gouverneur en direc„ teur deeser custe Cormandel, met den Resorte van dien Beneevens de heeren Leeden van den agtb: Raad van politie Wel Edele gestrengen Heer en Heeren, Verthoonen met diepe Eerbied de opsienders van de roomse kerk te deeser steede soo voor haar selve als door de gansche christenheijd van die religie daar toe versogt, en gequalifi„ ceerd zijnde. — Dat seedert de Regeering van den wel Edelen gestr: heer gouverneur galenus Mersen te deeser Custe, de paters van de Franciscaner ordre die van oude tijden af de kerk te deeser steede en in het dorp willeganij bediend hebben, of wel de geene die na den pater fre Joseph Joachim de Jesus Maria daarin gesuccedeerd zijn, haar ampt soo in't bedienen van de sacramenten, als het onderwijsen en indes„ cipline houden der gemeente, en meer andere saaken die van haar pligt waaren, algaande weg verwaarloost, en het insteede van dien meer op haar eijgen belang als het wel zijn den 5.:' 9ber: 170. —. en

NL-HaNA_1.04.02_3290_0953 view scan ↗

English

the 5th 9ber 1770. and have applied themselves to the peace of the congregation, making it their greatest endeavour, instead of employing the revenues yielded by the church, according to custom, for the improvement of that building and the maintenance of its ornaments, etc., to enrich themselves therewith and then to spend the same in a very improper and entirely offensive manner to the congregation, or upon their death to bequeath it to one person or another, as happened through the priest Father Fre Joseph Caetano de Lt Diogo who died here, with a sum of One Thousand pagodas to a certain Madame Batting who lived with him; from which it notoriously had to follow, as indeed happened, that the church itself fell into decay from time to time, and its ornaments, or some of them, went entirely missing, and the congregation, having been deprived of the so much needed instruction and good discipline, has run wild as it were, and some, both men and women, have returned from the bosom of the church to Heathendom again. That, both through the indifference of the fathers regarding religion and their ignorance of the Malabar language, on the one hand many disputes have arisen, which afterwards caused great dissensions in the congregation, and between the same and the father; and on the other hand, if there was one who concerned himself somewhat more than another with his profession, the same was nevertheless unable, through ignorance of the language, to properly attend to his office. And And to which is also added that during all that time one has constantly been subject to changes, and could never put matters with the fathers on a regular footing, or ensure the stay of one or another, in order thereafter to devise some fixed measures for the well-being of the congregation, because all those whom one has had here since the said time have been either persons of bad conduct or men of little knowledge, who, even if they were provided with a patent from the prelate of Goa or from the Commissioner of the Franciscan Order residing on this coast, nevertheless lacked the boldness to request the approval of the Bishop of Lt Thome thereon, as was previously always the custom, for fear that on account of their bad conduct or incompetence they would never obtain it, but on the contrary would be rejected; which was also the reason why now one came with a patent from the prelate at Goa, then another with a similar permission from the Commissioner on this coast to remain here, and sometimes also a vagabond having arrived, one always disputed the legitimacy of the other's patent, or declared the same to be false, and on that basis laid claim to the church, whereby likewise very many disorders and discord arose in the congregation, and not a little trouble was caused to the Government of this place, since each of the Fathers who desired to have the church under one pretext or another, the 5th 9ber 1770. desired 705. the 5th 9ber 1770. desired to have, sought to get a part of the congregation on his side, and thus there always resided great dissension within the congregation itself, and against the fathers whom this or that part of the same did not want, in which the Government has constantly been obliged, by its own higher authority, to provide therein and to trouble itself with such matters. That in the past year, the Father Fre Manuel de Saô Joachim who was here, having been obliged, on account of his improper and offensive conduct—if he did not wish to be publicly exposed by the congregation, which otherwise would absolutely have happened—to leave the church and also the city in silence, the petitioners on that occasion took the liberty to address the Right Noble and Stern Lord Governor, and most earnestly to request His Honour, in order to prevent all further difficulties and inconvenience, to request the Bishop of St Thome to provide this place with a capable, zealous, and faithful father who was fully master of the language, as was thereupon sent hither by the said Bishop, provided with his patent, Father Fre Caijtano de Assensaô, who is presently here, who fully meets all the requirements that were desired, and thus makes it his sole endeavor and aim to improve the condition of the church and to encourage the congregation to religion by all conceivable ways and means.

Dutch transcription

703 den 5:' 9ber: 1770. en de rust der gemeente toegelegt hebben, als maakende haar grootste betragting, om in steede van de voordeelen die de kerk opbrengt, na den gebruijke tot het verbeeteren van dat gebouw, en het onderhouden van dies ornamenten &=a te emploijeeren, haar daarmeede selfs te verrijken en het selve dan op een seer onbetamelijke en voor de gemeente„ gansch aanstootelijke wijse door te brengen, of bij haar over„ lijden aan den een of ander te vermaaken, soo als dat door den alhier overleeden paater Fre Joseph Caetano de L=t Diogo, met een somma van Een Duijsend pagooden, aan seekere madame Batting, die bij hem in woonde is geschied, waar uijt dan notoir heeft moeten volgen, soo als dat ook is geschied, dat de kerk selfs van tijd tot tijd in't verval, en de ornamenten derselve, of eenige van dien geheel absent geraakt, en de gemeente van het soo seer benodigd onderwijs en een goede discipline verstooken gebleeven sijnde, desel„ ve als in het wild geloopen heeft, en sommige soo mannen als vrouwen uijt de schoote der kerke weeder tot het Heij„ dendom overgegaan sijn. — Dat soo door de onverschilligheijd van de paters, om„ trent den gods dienst, als haare onkundigheid in de malla„ baarse taale, aan de eene kant veele ongereedheeden sijn ont„ staan, dewelke naderhand groote oneenigheeden, in de gemeen„ te, en tusschen deselve, en den pater hebben veroorsaakt, en aan de andere sijde, soo 'er al een geweest is die sig wat meer als een ander met sijn beroep bemoeijde, deselve door de onkun„ digheid der spraake egter onvermogens geweest is, om sijn ampt na behooren waarteneemen. — En En waar bij ook nog komt dat men in al die tijd steeds aan veranderingen subject geweest is, en nooijt de saaken met de paters op eenen gereguleerden voet heeft kunnen brengen, of sig van het verblijf van den een of ander ver„ sekeren, om daar na eenige vaste maatregulen tot wel sijn van de gemeente te beraamen door dien alle de geene die men seedert gedagte tijd alhier heeft gehad, of persoo„ nen van een slegt gedrag of menschen van weijnig kennisse geweest sijn, die soo se al met een patent van den prelaat, van goâ of van de te deeser custe sig op„ houdende Commissaris der Franciscaner ordre voor„ sien zijn geweest, egter de hardasse niet gehad hebben, om de approbatie van den Bisschop van Lt Thome daarop te versoeken, /: zoo als dat bevoorens althoos in gebruijk was :/ uijt vreese van om de wille van haar slegt gedrag of onbequaamheid, die nooijt te zullen erlan„ gen, maar in tegendeel verstooten werden, 't welk dan ook de oorsaak geweest is, dat 'er nu een met een patent van den prelaat te goe, dan weder een met een diergelijke verlof van den Commissaris te deeser custe om alhier te blijven, en somteids ook wel eens een Landlooper gekomen zijnde, den eenen althoos den anderen de wettigheid van sijn pa„ tent bedisputeerd, of wel hetselve voor valsch te boek gesteld, en op die voet de kerk gepretendeerd heeft, waar„ door almeede seer veel ongereegeld heeden, en twee dragt in de gemeente ontstaan, en de Regeering deeser plaatse ook niet wijnig overlast veroorsaakt is, alsoo ieder van de Paters die onder het een of ander pretext de kerk den 5:' 9ber: 1770. begeerde 705. den 5. ' 9ber: 1770. begeerde te hebben, een gedeelte der gemeente op sijne sijde tragte te krijgen en er dus althoos groote oneenig„ heijd, en de gemeente selfs, en teegens de paters, die dit of dat gedeelte derselve niet hebben wilde resideerde, waarin de Regeering steeds genoodsaakt geweest is, door dat selver hooger gezag daarinne te voorsien, en sig met diergelijke saaken te vermoeijelijken. —. Dat in anno pass=o den alhier geweest zijnde Pater Fre Manuel de Saô Joachim om de wille van sijn on„ betamelijk en aanstootelijk gedrag, genoodsaakt geweest zijnde, wilde hij door de gemeente niet publicq ten toon gesteld zijn, dat anders absolut zoude hebben geschied, om in der stilte de kerk en teffens ook de stad te verlaaten de supplianten bij die gelegendheid de vrijheijt gebruijkt hebben sig bij den wel Edelen gestrengen Heer gouverneur te addresseeren, en Hoogst denselven op het instantigste te versoeken, om tot voorkoming van alle verdere moeijelijk„ heeden en overlast den Bisschop van S=t Thome te versoe„ ken om deese plaats met een bequaam, ijverig en getrouw pater, die de taal volkomen magtig was, te voorsien, soo als door gedagte Bisschop daarop met desselfs patent voorsien dit heen gestuurd is, den sig thans alhier bevindende pater Fire Caijtano de Assensaô, die volkomen aan alle de requiscten welke men hadde begeerd, beantwoord, en dus zijn eenigste betragting en doetwit zijn laat, om de staat der kerke te verbeeteren en de gemeente door alle be„ denkelijke wegen en middelen tot de gods dienst aante Spooren

NL-HaNA_1.04.02_3290_0956 view scan ↗

English

spurring them on, leading them therein himself through a commendable and, to them, satisfying conduct, in such a manner that he fulfills everything that can be expected of a faithful and good Priest who takes the interest of his office to heart, and the church, which had for so long been a wild sea of all kinds of difficulties, now under him enjoys a sweet rest and peace. Then, whereas the congregation to its bitter regret has now learned again that a certain Fre Francisco de Assis, who arrived in this city some time ago, has addressed himself by petition to the Right Honorable Valiant Lord Governor, claiming that the serving of the church in this place should belong to him as being of the Franciscan order, and in that manner would gladly trip up the present Priest. And this Fre Francisco de Assis appears to be a person from whom one cannot expect much more good than from the previous ones, because he has already wandered to pegu, Jaggernaijkpoeram, Bimilipatnam, Maijarom, and several other places, without having been able to find a permanent residence anywhere. As well as recently, when he was at Tranquebaar with the Commissary of his order, together with a certain other priest named Fre Joachim de Sao boaventura, who currently stays at senhora de saude, was driven away from there by the Danish Governor because of his quarrelsome nature, so the petitioners turn to your Right Honorable Valiant, humbly beseeching that the congregation be most favorably permitted to retain the sweet rest which it enjoys under the present the 5th of November 1770 priest, and therefore to let him remain here, as well as to order the aforementioned two priests to depart as soon as possible, since their presence only gives occasion to rekindle the fire of dispute and discord among the congregation, and to cause trouble once again. Below was written: Which doing etc. etc. Was signed in Malabar characters the signatures of Annaspa and Sjauwerie Moetoe, Anthonij Moettoe head of the Patnammers and Ljauwerij Moettoe, Anthonij Moettoe argat, Ijaweriappen, Arlappen, Aroelandan, Siman tjaweriaspen, tommeappen, Anandappen, Tjiawerijappen Barmananden, and Domingo. Further deliberation in that regard: to let the present priest continue and therefore to notify the pretender accordingly. And whereas it was judged that it would be entirely unfair to act if one were to let the currently officiating Priest Fre Caijtano de Assumpsan, who behaved well and was content with his salary granted by the Honorable Company, as well as keeping his congregation in rest and peace, depart in order to put in his place a starved vagabond, as the aforementioned fre franciscus de Assies appeared to be, who moreover had declared to the Lord Governor that he understood no more than a little Malabar, but would soon learn it; Decision: it was approved and resolved to let the present priest continue in his churches here, and therefore to notify the Franciscan that one was not minded to cast out the said pastor of S.t Thome, but in case, he being an old man, something human should befall him, one would then give preference to the Franciscans, if a man should present himself who came to merit it through his conduct, and was capable of teaching the Roman congregation in an intelligible manner and keeping them under discipline, and especially such a one who did not seek to nest here in order to enrich himself, as all his predecessors had done, besides the offensive life that they had led. Inspection performed of an old and an unsuitable coir rope sent over from Jaggernaikpatnam. Insertion of the reports thereof. The ship's anchor rope that was transported from Sadras to bimilipatnam, but was found unfit there, having been transported hither from the last-mentioned factory pursuant to the order of this Government, with another heavy anchor rope, brought back here from Jaggernaik p.m for the same reason of unfitness to be used in the Company's service, having been inspected in the presence of the Fiscal and commissioned Judicial Members, and the following reports thereof having come in. the 5th of November 1770 To the Right Honorable Valiant Lord Pieter Haksteen Extraordinary Councilor of Dutch India, Governor and Director of this Coast of Coromandel, with the dependencies thereof etc. etc. etc. Right Honorable Valiant Lord Pursuant to your Right Honorable Valiant's highly respected order, I, the undersigned Fiscal, together with two commissioned Judicial Council members, have proceeded to the Equipage wharf here, and there examined in the most accurate manner a heavy Coir rope of 18 inches, which was recently brought hither from Bimilip.m with the Honorable Company's sloop de Papegaaij, and found the same as follows. On that anchor rope, many strands were broken from one end to the other, so that, in order to discover its quality more accurately, we were obliged to have 5 fathoms cut off from one end, and to have one of the twelve strands, which is the proper thickness of such rope, untwisted, whereupon we found that of the ordinary count of 100 threads, 74 were completely rotted away, and only 26 were good to be employed for daily work. And

Dutch transcription

spooren, haar selfs daarinne door een Plausebel en haar vergenoegend gedrag voorgaande, in voege hij aan alles wat van een getrouw en goed Priester, die het belang van sijn ampt ter harten neemt, kan werden verwagt, voldoet„ en de kerk die zoo lange een woeste zee van aller hande moeije„ lijkheeden geweest is, thans onder hem een soete rust en vreede Dan dewijl de gemeente tot haar better leedweesen thans weder vernomen heeft, dat seekere Fre Francisco de Assis die nu eenige teid geleeden in deese stad gekomen is, sig per Request aan den wel Ed: gestr: heer gouverneur heeft g'ad„ dresseerd, als dat hem het bedienen van de kerk te deeser plaatse als van de Franciscaner ordre zijnde zoude Compe„ teeren, en op die wijze den presenten Priester gaarne de voet zoude willen Ligten. En desen Fire Francisco de As„ sies een perzoon schijnt te weesen, waarvan men niet veel meer goeds als van de voorige verwagten kan, door dien hij reeds na pegu, Jaggernaijkpoeram, Bimilipatnam, Maijarom en meer andere plaatse gesworven heeft, sonder ergens een vast verblijf te hebben kunnen vinden. Mitsgaders onlangs wanneer hij sig op Tranquebaar bij den Commissaris sijner ordre bevond, neevens zeekere ander paler Fre Joachim de Sao boaventura genaamt, dewelke sig thans op senhora de saude ophoud, om de wille van sijn twistsieke Hunneur door den heer Deens gou„ verneur van daar weggejaagd is, soo wenden de suppli„ anten sig tot uwel Edele gestrenge, ootmoediglijk smeeken„ de, de gemeente de zoete rust diese onder den presenten geniet. —. den 5. ' 9ber: 1770. pater 707 den 5. ' 9ber: 1770. sigte pater genieten, hoog gunstiglijk te laaten behouden, en hem mitsdien alhier te laten blijven, mitsgaders de voorm: twee priesters te ordonneeren hoe eerder hee Liever te vertrecken, dewijl derselver aanwesen, maar aanleij„ ding geeft, om het vuur van t wist en twee spald onder de gemeente op nieuw te ontvonken, en weeder moeije„ lijkheederd te veroorsaaken. –. /:onderstond:/ 'T welk doende &=a &=a /: was geteekend in mallabaarse Carac„ ters de handteekeningen van Annaspa en Sjauwerie Moetoe, Anthonij Moettoe hoofd van de Patnammers en Ljauwerij Moettoe, Anthonij Moettoe argat, Ijawe„ riappen, Arlappen, Aroelandan, Siman tjaweriaspen, tommeappen, Anandappen, Tjiawerijappen Barma„ nanden en Domingo. — En dewijl geoordeeld wierde, gants onbillijk gehan,„ verdere deliberatie ten dien op„ delt te zullen weesen, indien men de thans fungee„ „ende Pater Fre Caijtano de Assumpsan, die sig wel Comporteerde, en met sijne bezolding door d'E: Comp=e toegelegd, te vreede was, mitsgaders sijn gemeente in rust en vreede houd, liet vertrecken om een verhongerde Landlooper, gelijk den voormelden fre franciscus de Assies scheen teweesen, in sijn plaats te stellen, die boven dien aan den heer gou„ verneur verklaard had, dat niet meer als een weijnig mallebaars verstond, dog het wel haast leeren. laten Continueeren en maet den pretendent dier„ halven te doen aan seggen. en een van Jagq: overgesonden onbeq: caijertouw. —. Jnsertie vande rapport en daar van besluijt den presenten pater te leeren zoude; soo is goedgevonden en verstaan, den presen„ ten pater in sijne kerken alhier te laaten Continueeren, en dierhalven den franciscaner aante zeggen, men niet voornemens was, gedagte pastoor van S. t Thome te verstooten, dog ingevalle hem als een oud man zijnde, iets menschelijks mogte overkomen, men als dan aan de francescaners de presentie geven zoude, soo 'er sig daar een man opdeede, die het door sijn gedrag quam te meriteeren, en Capabel was, de roomse gemeente op een verstaanbaare wijse te leeren, en onder den tugt te houden, en vooral sodanig een, die sig hier niet sog te te nestelen, om sig selfs te verrijken, gelijk alle sijne voor zaaten gedaan, buijten het ergerlijk leeren, dat sij geleid hebben. — gedane vesitate van een ordeen / Het scheeps ankertouw dat van Sadras na bimili„ patnam overgevoerd, dog aldaar onbekwaam bevonden was, ingevolge de ordre deeser Regeering van Laastgem: factorij dit heen overgevoerd zijnde, met een anderswaar Aankertouw, om die selvee oorsaak van onbequaamheijd om in 'sComp=s dienst gebruijkt te kunnen werden, van Jaggernaik p=m alhier terug gebragt, ten overstaan van den fiscaal en gecommitteerde Justitieele Leeden gevisiteerd en daar van de ondervolgende Rapporten ingekomen den 5:' 9ber: 1770. wesende 3 709 wesende. — den 5:e 9ber. 1770. Aan den wel Edelen gestr: heer Pieter Haksteen Raad Extraordinair van Ne„ derlands Jndia, gouverneur en directeur deeser custe Cor„ mandel, met den resorte van dien &a. &a. &a. Wel Edele Gestrenge Heer Ingevolge uwel Edele gestrengens hoog gerespecteerde bevel„ heb ik ondergeteekende fiscaal, neevens twee gecommitteerde Justitieele Raadsleeden, mij op de Equipagie werf alhier ver„ voegd, en aldaar een zwaar Caijertouw van 18. duijm, 't welk Laast met d'E: Comp=e sloep de Papegaaij van Bimilip=m na herwaards gebragt is, op het nauwkeurigste g'examineerd mitsgaders het zelve bevonden; als volgd. — Aan dat ankertouw waren van het eene eynd tot het andere veele draaden gebroken, zijn dat wij om sijne deugd nauw„ keuriger te ontdecken, genoodsaakt waren, van het eene end 5. vadems te doen afkappen, en een van de twaalf strengen /:'t welk de behoorlijke dikte van diergelijke touw is :/ Los te laaten draaijen, wanneer wij bevonden dat van het ordinair geteil van 100. draden. 74. ten eenemaal vermolmt, en 26. alleen goed waren, om tot dagelijks werk te kunnen g'em„ „ploijeerd werden. En

NL-HaNA_1.04.02_3290_0960 view scan ↗

English

And consequently the said anchor cable is entirely unfit for ship and sloop use; the more so because one knows by experience that such a rope is always even worse in the middle than at the ends; hoping hereby to have complied with the honored intention of your Right Honorable Sir, we have the high honor to be with due respect. Underneath: Right Honorable Sir! Your Right Honorable Sir's most humble and obedient servants. Was signed: T:s Cantervisscher, P: J: L: De Filliethaz, F: W: Bloeme. In the margin: Nagapatnam, 10 October, year 1770. To the Right Honorable Sir Pieter Haksteen, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of this Coromandel Coast, with its dependencies, etc., etc., etc. Right Honorable Sir, Pursuant to your Right Honorable Sir's highly esteemed order, I, the undersigned fiscal, together with two appointed judicial council members, proceeded today to the equipment yard here, and there examined in the closest detail a heavy coir rope of 20 inches, which was recently brought from Jaggernaikpoeram by the sloop De Nagtegaal, and upon exact inspection found the same as follows. 5 November 1770. On the outside of the rope, probably due to dragging back and forth, a number of yarns were broken, as well as two patches of oil or other grease, the one at a length of 14 and the other at 29 and a half fathoms from the one end; after 5 fathoms had been cut off from the one end, we found that of three of the twelve strands that make up the thickness of such an anchor cable, each contained the ordinary number of 156 yarns: The first strand: 68 good, and 82 unusable; 150 yarns as above. The second: 78 good, and 72 unusable; 150 yarns as above. The third: 80 good, and 70 unusable; 150 yarns as above. So that we, submitting our judgment, maintain that this anchor cable is unfit for ship use, but nevertheless the good yarns therein could be employed for other purposes. Flattering ourselves hereby to have complied with the honored intention of your Right Honorable Sir, we remain with the most dutiful respect and esteem. Underneath: Right Honorable Sir; your Right Honorable Sir's most humble and obedient servants. Was signed: I:s Cantervisscher, P: J: L: De Filliethaz, and F: W: Bloeme. In the margin: Nagapatnam, 15 October, year 1770. Deliberation thereon: to have the good coir employed and write off the other; to demonstrate to Their High Mightinesses the reasons thereof and wherein they consist; resolution to employ the good and usable coir to be found therein for running rigging for the chaloups and to write off the other or unusable coir to previous-year charges and expenses of the chaloups, and on occasion to demonstrate to Their High Mightinesses in the strongest terms the reasons that moved this government to this write-off, because those whom one would wish to hold liable for compensation could sometimes have just as little fault as those whom one cleared thereof, on account of the doubtful circumstances with which this affair was found to be attended, so that all too easily an innocent person might have to pay for the guilty, not to mention the hardship of such assessments, as was remarked and laid down in the resolution of this table of 16 April of this year on the occasion of a similar case concerning a similar coir anchor cable at Sadraspatnam. Further it was resolved to note herein that upon the notice given to the Tanjore court of the arrival here from Jaffanapatnam of the 7 recognition elephants, of the 10 pieces that the Honorable Company is in arrears to that court, the ordinary envoy Madagie Jaganada came over here to fetch the same and grant the customary receipt thereof, but upon inspection finding that two of the most presentable of those animals had an affliction in their legs, he declared that he could not bring them up to the court until they were fully cured, which the masters assured him could take place within the time of eight days; it was therefore resolved to detain those elephants here that long, until their recovery.

Dutch transcription

En bij gevolge gemeld ankertouw tot den - scheeps en sloeps gebruijk ten eenemaal onbekwaam is; temeer wijl men bij ondervinding weet, dat zoo een touw in't midden nog althoos slegter als als aan de enden gesteld is; Hiermeede verhoopen„ de aan de g'eerde intentie van uwel Ed: gestr: voldaan te hebben, hebben wij de hooge Eere met schuldige Eerbied te zijn. /onser„ stond:/ wel Edele gestrenge Heer! uwel Ed: gestr: onderda„ nigsten en gehoorsaamste Dienaaren /:was geteekend./ T:s Cantervisscher, P: J: L: De Filliethaz:, F: W: Bloeme, /:in margine:/ Nagapatnam Den 10. ' october tapp Ao 170. —. Aan den wel Edelen gestrengen Heer Pieter Haksteen Raad Extraordinair van Nederlands Jndia, gouverneur en directeur deeser feste Cormandel, met den resorte van dien &a &a &a Wel Edele Gestrenge Heer Jngevolge uwel Ed: gest: hoog g'agte ordre, heb ik ondergetee„ kende fiscaal, nevens twee gecommitteerde Justitieele raads„ leeden, mij heeden op de Equipagie werf alhier vervoegd, en aldaar een swaar Caijertouw van 20. duijm, 't welk laast met de sloep de Nagtegaal van Jaggernaik poeram is aangebragt, ten nauwkeurigsten g'examineerd, mitsgaders het zelve bij exacte visitatie bevonden in maniere als volgd. — den 5: ' 9ber: 1770. Aan 711 den 5. ' 9ber: 1770. Aan het touw van buijten waaren /:denkelijk door het heen en weeder sleepen:/ een parthij draaden in stucken mits„ gaders twee vlacken van olij of andere vettigheid, de eene op de lengte van 14=e en de andere op 29. ½. vadems van 't eene end; naar dat men 5. vadems van 't eene end had laa„ ten afkappen, bevonden wij, dat van drie uijt de twaalf strengen, die soo een Ankertouw dik is, het ordinair getal van 156. draden inhield. —. de Eerste streng 68. goed, en 82. onbruijkbaar 150. draaden als boven de tweede _. o 78. goede en 72. onbruijtbaar 150. draaden ut supra 70. onbruijkbaar 150. dreeden ad idem. de derde _:o 80. goede en In voege dat wij /:met onderwerping onses oordeels:/ sustineeren dat dat Ankertouw tot scheeps gebruijk niet be„ quaam is, dog egter de daarin zijnde goede draaden tot andere diensten zouden kunnen g'emploijeerd werden. —. Waarmeede ons vleijende aan de g'eerde intentie van uwel Ed: gestr: voldaan te hebben, verblijven wij met de schuldigste Eerbied en ontzag /:onderstond:/ wel Edele gestr: Heer; uwel Ed: gestr: onderdanigste en gehoorsaamste Dienaa„ ren /:was geteekend:/ I:s Cantervisscher, P: J: L: De Fil„ liattah:, en F: w: Bloeme /:in margine:/ Nagapat„ nam. deliberatie daar over. goede caijer te laten emploijeeren. en het andere afteschrijven daar van aan te toonen nam Den 15:' october Ao 1770. — Soo is uijt hoofde met geen mogelijkheid nagegaan kon„ de werden, waaraan het bederf der draaden toeteschrijven was, en of die ondeugende draaden, bij het slaan van die touwen daar onder gemoffelt zijn, dan wel of het bederf toevallig, of door negligentie veroorsaakt is, en soo de Laaste al plaats hadde, men dan in de onseekerheid was, of wie de schaade verhaald zoude moeten werden, dewijl die touwen, onder het opsigt van diverse persoonen geweest, dis niet nategaan zijn, door wiens toedoen lij„ besluijt de daaraan te vindenegentlijk bedurven is, goedgevonden en verstaan, het goede en bruijkbaare Caijer daar aan te vinden, te laaten emploijeeren tot loopend touwwerk voor de Chialoupen en het andere of onbruijkbaare afteschrijven op voor„ Jaarige Lasten en ongelden der Chialoupen, en bij gele„ mitsg: haer hog Eds deredenen gendheijd Haar hoog Edelens op het kragtigste aan„ toonen, de reedenen die deese regeering tot dies afschrij„ en waar in deselve bestaan wing bewoogen hebben, alsoo de geene, die men tot scha„ de vergoeding aanspreekelijk zoude willen houden, somtijds al soo weijnig schuld zoude kunnen hebben, dan die men daar van vrij quam te kennen, om de wille van de twijffelagtige omstandigheeden, waar„ den 5:' 9ber: 1770. meede 167 713 den 5. ' 9ber: 1770. gedane verklaring door den Lansperk „sondeling van de Ershante, todangaas sing alhier aan tehouden. meede bevonden wierd deese affeire verseld te gaan, dus„ veel ligt een onschuldige voor de schuldige zoude moe„ ten boeten, ongereekend nog de hardigheijd van dierge„ lijke belastingen, gelijk deselve aangemerkt en ter neder gesteld werd gevonden bij de resolutie deeser tafel van den 16: ap:l deses Jaas bij gelegendheid van een dierge„ lijk g'exteerd geval, omtrent een gelijke Caijeran„ kertouw te Sadraspatnam. Wijders wierd beslooten, in deesen te noteeren, dat op de gegeevene kennisse aan het Tansjoerse de zijn met te kunen venemen hof van de arvise alhier van Jaffanapatnam der 7. Recognitie Eliphanten, van de 10. stux, die dE: Comp=e aan dat hof ten agteren is, den ordinairen zendeling Madagie Jaganada dit heen overgekomen was, om deselve aftehaalen en de gewoone quitantie daar van te verleenen, dog bij besigtiging bevonden zijnde, dat twee der presentabelste dier animalen, een ongemak en waarom aan haar pooten hadden, denselven verklaard hadde, niet naar het hof te kunnen opvoeren, voor en al eer ten vollen gecureerd waren, het geen de meester hem verassureerd hadden binnen den tijd van agt dagen te zullen kunnen geschieden; werdende over zulx be„ besluit die beesten, tot haar gene„ slooten die Eliphanten soo lange hier aan tehouden, om aan. 16

NL-HaNA_1.04.02_3290_0964 view scan ↗

English

to comply with the request of the plenipotentiary Narsinga Gaddherauw, by the following letter sent by order of the lord Governor, reading as follows: The 5th of November 1770. Translation of a Marathi letter written to the Right Honorable Pieter Haksteen, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of this Coromandel Coast with its dependencies, by the Plenipotentiary at the Thanjavur Court, Narsinga Godderauw. After customary compliments! I have duly received the letter written to me by Your Right Honorable and understood its contents. Your Right Honorable states therein that 7 recognition elephants for the dewan have arrived at Nagapatnam, to settle the arrears for the years Sammasiteijn and Santiscasittijn, that is 1767 and 1768, and that therefore, according to ancient custom, an ambassador must be sent to receive them. I have made this known to His Highness, and with the permission of the very same, I send the ambassador Mahadagie Jaganada thither for that purpose; please take a receipt from him according to custom and deliver the elephants to him. However, since these animals, when they are disembarked, may sometimes have received some wounds and will also have become exhausted, please have them treated, so that they may be pleasing in the eyes of the prince. The other matters Your Right Honorable will understand from the verbal report of the ambassador. What more shall I write. Subscribed: Saheb. Lower: for the translation according to the translation of the Brahmin Wengeta Coeberaijer-aijen, Nagapatnam, the 1st of November Anno 1770. Was signed: Cornelis Obdam, sworn translator. One of the tent chialengen in use no longer being able to sail due to old age, thus necessitating a similar new vessel: it is resolved to have the same built according to the received calculation below amounting to 550 florins, 5 stivers, 12 pence or 122 pagodas, 6 fanams, 70 cash; as well as a new sledge and two capstans, the first for 67 florins, 4 stivers, 10 pence or 14 pagodas, 22 fanams, 45 cash, and the other for 230 florins, 2 stivers, 4 pence or 51 pagodas, 3 fanams, 21 cash, to haul the Company's sloops up and down the shore here for wintering and refitting. To the Right Honorable Pieter Haksteen, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of this Coromandel Coast, etc., etc., etc. Pursuant to Your Right Honorable's highly esteemed order, I, the undersigned, together with the master carpenter and blacksmith, have carefully examined what the new construction of a large tent chialeng, as well as two capstans and a sledge to easily haul the sloops up and down the shore, would cost, and found that the following will be required: For the large Tent Chialeng 30 pieces of planks of 2½ to 3 inches at 5 florins, 2 stivers: 153 florins, 0 stivers, 0 pence. 14 beams Ambon at 5 florins, 4 stivers: 70 florins, 14 stivers, 0 pence. 8 mill planks of 3 inches at 5 florins, 6 stivers: 42 florins, 8 stivers, 0 pence. 6 floor timbers at 1 florin, 16 stivers, 11 pence: 10 florins, 18 stivers, 2 pence. 50 Chinese planks at 0 florins, 8 stivers, 3 pence: 20 florins, 9 stivers, 6 pence. 50 lbs nails at 0 florins, 2 stivers, 5 pence per lb: 5 florins, 15 stivers, 10 pence. 250 lbs iron at 0 florins, 2 stivers, 1 penny per lb: 25 florins, 15 stivers, 10 pence. 25 catti charcoal at 0 florins, 15 stivers per catti: 18 florins, 15 stivers, 0 pence. For labor: 202 florins, 10 stivers, 0 pence. Total: 550 florins, 5 stivers, 12 pence. For a sledge 2 pieces of anchor stocks at 6 florins, 1 stiver, 5 pence each: 12 florins, 2 stivers, 10 pence. 2 beams Ambon at 5 florins, 1 stiver each: 10 florins, 2 stivers, 0 pence. For labor: 45 florins, 0 stivers, 0 pence. Total: 67 florins, 4 stivers, 10 pence. For two Capstans 2 pieces of anchor stocks at 6 florins, 1 stiver, 5 pence each: 12 florins, 2 stivers, 10 pence. 5 beams of 25 feet, thick 10 inches at 9 florins, 13 stivers each: 48 florins, 5 stivers, 0 pence. 8 felloes at 0 florins, 7 stivers, 2 pence each: 2 florins, 17 stivers, 0 pence. 8 beams Ambon at 5 florins, 1 stiver each: 40 florins, 8 stivers, 0 pence. 640 lbs iron at 0 florins, 2 stivers, 1 penny per lb: 66 florins, 0 stivers, 0 pence. 64 catti charcoal at 0 florins, 15 stivers per catti: 48 florins, 0 stivers, 0 pence. For labor: 112 florins, 10 stivers, 0 pence. Total: 230 florins, 2 stivers, 10 pence. Sum total: 847 florins, 13 stivers, 0 pence. Right Honorable Sir! The 5th of November 1770. Wherewith I hope to have complied with Your Right Honorable's highly esteemed order, and have the honor to call myself, subscribed: Right Honorable Sir, Your Right Honorable's very humble and obedient servant. Was signed: S. Mossel. In the margin: Nagapatnam, the 20th of October 1770. Lower: in the presence of, was signed: in Malabar characters the signatures of the aforementioned masters. Hereafter, the Honorable Chief Administrator Henricus Leembruggen, in his capacity as initialer, presented the account of the remaining, received, and issued stamped paper in the last six months of the financial year 1769/70, and after resumption of the same, it was decided according to custom to incorporate this, the proceeds from the sales and counted into the cash amounting to 230 pagodas, 13 fanams, 40 cash, or 1037 florins, 10 stivers, 10 pence. Account

Dutch transcription

'schik gesz: bried aan het versoek te voldoen van den albeschik Nar„ singa gaddherauw, bij de ondervolgende brief aan Jnstertie vande dierws doorde adoed den heer gouverneur gerigt, aldus Luijdende. — den 5. ' 9ber: 1770. Translaat eener Marattijse brief geschreeven aan den wel Edelen gestr: heer Pieter Haksteen, Raad Extraordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders gouverneur en directeur deeser Custe Cormandel met den resor„ te van dien door den Albeschik aan het Tansjours hotf Narsinga god„ derauw. Naar Gewoone Complimenten! De brief door uwel Ed: gestr: aan mij geschreeven, heb ik wel ontfangen en dies inhoud verstaan. uwel Ed: gestr: bedeeld daarbij te Nagapatnam 7. stux recognitie Eliphanten voor den duan g'arriveerd zijn, ter voldoening van het ten agteren staande voor de Jaaren Ian Sammasiteijn en San tiscasittijn /: dat is 1767. en 1760:/ en dat dierhalven, naar ouder gewoonte tot dies ontfangst een Ambassadeur gezon„ den werden moet. —. Ik heb sulx aan sijn Hoogheid bekend gemaakt, en zende met verlof van Hoogst denselven den Ambassadeur Mahada„ gie Jaganada ten dien eijnde dat heen, gelieft na gewoonte quitantie van hem te neemen, en hem de Eliphanten te intra„ geeren Maar a. 715 den 5' November 1770. „ nieuwe thent chopter caapstanders om de Chialoupen op de wal te halen. van Maar dewijl die beesten wanneerse ontscheept zijn, somteids eenige wonden gekregen zullen hebben, en ook vermoeijt geworden zullen zijn, soo gelieft sulks te laaten Cureeren, op datse in het oog van den vorst aangenaam mogen zijn De andere saaken zal uwel Edele gestr: uijt het monde„ ling berigt van den ambassadeur verstaan Wat zal ik meer schrijven /:onderstond:/ sahe /:lager / voor„ de oversetting volgens vertaling van den Bramine wen„ geta Coeberaijer-aijen, Nagapatnam Den 1=e Novem„ ber A:o 170. /:wes geteekend:/ Com=s obdam g: Translz. —. Een der ingebruijk zijnde tent Chialengen door oue,„ besluijt ter aanmaking van een derdom niet langer kunnende vaaren, dus een dier„ gelijk nieuw vaartuijg komende te benodigen: is ver„ staan het zelve volgens daar van ingekomene en hier onder volgende Calculatie groot ƒ550. 5:12. of pa„ gooden 122:6. 70. –. te laaten aanmaken, als meede een soomeede, een nieuwe slee en twee nieuwe Clee en twee Caapstaanders, de eerste voor ƒ67:4:10 pa/o 14. 22. 45. ende andere voor ƒ 230. 2. 4. of pa/o 51. 3. 21. -. om 'sComp=s Chialoupen bij overwintering en vertimmering insertie van de colculatien daar„ alhier op en van de wal te haalen. —. Aan den wel Edelen gestr: Heer Pieter Haksteen Raad Extraordinair van Neder„ lands Jndia, mitsg=s gouverneur en . tra„ Ingevolge uwel Ed: gestr: hoog g'eerde ordre heb ik ondergeteekende neevens de baasen timmerman en smit nauwkeurig nagegaan wat het nieuw aanmaken van een groote tent Chialeng, mits„ gaders twee Caapstanders en een slee om de Chialoupen gemak„ lijk op en van de wal te haalen zoude kosten en bevonden daartoe benodigt zal zijn. Tot de groote Tent Chialeng 30. 1 p=s swalpen de 2:½ â 3 d=m - - - atp. s. . ƒ 5. 2. — ƒ 153. —. —. 14. „ balken ambon. - - - „ „ „ - - „ 5. 4. –. „ 70. 14. -. 8. „ Moleplanken de 3. d=m. . . . „ „ „. . . „ 5. 6. –. „ 42. 8. -. 6 „ Leggers. . . . . . „ „. . „ 1. 16. 11„ 10. 18. 2. 50. „ Chineese planken - . „ „ „ - - „ —: 8. 3 „ 20. 9. 6. 50. lb: spijkers. . - - . - „ „ lb: - . „ —. 2. 5. „ 5. 15. 10. „ ijsser — — — — — — „ — „ —„ —„ —. 2. 1. 250. 25. 15. 10. 25. Cottij houtskoolen - - - - - „ „ Cottij - - „ —. 15. —. „ 18. 15. —. Aan arbeidsloon - _ _ - - - - „ 202. 10. — ƒ550. 5. 12. Tot een slee 2. p. s Ankerstocken. . . â 't p. s . ƒ 6. 1. 5 ƒ 12. 2. 10. 2. „ Balken Ambon. . . „ „ „ - - „ 5. 1. –. „ 10. 2. –. Aan arbeijdsloonen - - - - - „ —. -. - „ 45. –. – „ „ 67. 4. 18. Tot twee Caapstanders 2. p. s Ankerstooken - - - â 't p. s - ƒ 6. 1. 15. ƒ 12. 2. 10. 5. „ balken van 25. volt, dik: 10 1. d„m „ „ „ - - - „ 9. 13. –. „ 48. 5. —. 8. „ vellingen. . . . . . . „ „ „. . . „ —. 7. 2. „ 2. 17. -. 8. „ balken Ambon - - - - - „ „ „ - - „ 5. 1. –. „ 40. 8. -. . - - - „ „ lb: - . „ —. 2. 1„ 66. -. -. 640. lb: ijzer - - 64. Cottij houtskoolen - - „ „ „ Cotti. . „ —. 15. –. „ 48. —. –. Aan arbeidsloon - . . . - - - „ 112. 10. –. „ 230. 2. 10. Somma - - - - ƒ 847. 13. —. Wel Edele Gestrenge Heer! den 5: 9ber: 1770. en directeur deeser Custe Corman„ del & a & a &a Waarmeede 717 den 5:' 9ber: 1770. productie en insertie van de reecq: van 't gestempeld papier vande laaste /m: Waarmeede verhoope aan uwel Edele gestrenge Hoog g, Eerde ordre voldaan te hebben des de Eere hebbe mij te noemen /:onderstond:/ wel Edele gestrenge Heer uwelEd: gestrenge zeer onderdanige en Gehoorsame Dienaar /:was geteekend:/ S: Mossel /:in margine :/ Nagapat„ nam Den 20:' october 1770. /:lager:/ ten bijweesen van /:was geteekend:/ in mallabaarse Caracters de handteekenin„ gen van voorm: baasen Hierna produceerde den E: hoofd administrateur Henricus Leembruggen, in qualiteit als parap„ heerder, de reekening van het per restant gebleevene ontfangene, en uijtgegeevene gestempeld Papier in de Laaste ses Maanden van het boekjaar 179/70. en wierd na Resumptie derselve beslooten na den ge„ bruijke deesen intelijven, beloopende het ingekome„ ne van het verkogte en in Cassa getelde een monlant van pagooden 230. 13. 40. ƒ1037. 10. 10:—: Reekening

NL-HaNA_1.04.02_3290_0968 view scan ↗

English

Account of the stamped paper remaining in balance, received, and sold in the last six months of the book year 1769/1770. Credit 1770 primo March: the balance remaining under yesterday's date, and that since received by the undersigned initialer, and the balances under today's date, as follows: 1770 ultimo August: for what was sold by the Collector. Balance under stamp received according to report: ultimo February; sold by the Collector; balance under today's date; total: Counted books: 65. 7/24. 129. 1/4. 194. 1/4. The proceeds of what was sold here being settled in cash with 230 pagodas 13 fanams 40 cash. Nagapatnam, in the Castle, ultimo August Anno 1770. Below was written: In my presence, signed: H:s Leembruggen; lower: in my presence, signed: I:s Cantervisscher; in the margin: In our presence, as commissioners, was signed: P: J: L: De Filliettaz and F:n W:m Bloeme. Counted books: 14. 1/24. 80. 194. 1/24. of 25 rixdollars the sheet: books: 1/24. 7/24. of 25 rixdollars the sheet: books: 7/24. 3/24. 7/24. of 15 rixdollars the sheet: books: 3/24. 7/24. of 15 rixdollars the sheet: books: 3/24. 3/24. of 12 rixdollars the sheet: books: 3/24. 3/24. of 12 rixdollars the sheet: books: 3/18. 3/24. of 10 rixdollars the sheet: books: 2. 1/4. 2. 3/24. of 10 rixdollars the sheet: books: 1/24. 2. 3/24. 2. 3/24. of 8 rixdollars the sheet: books: 1. 3/24. 1. 3/4. of 8 rixdollars the sheet: books: 1/24. 1. 7/24. 1. 3/24. of 6 rixdollars the sheet: books: 3/24. 7/24. of 6 rixdollars the sheet: books: 3/24. 3/24. of 1 rixdollar the sheet: books: 1. 3/24. 2. 3. 1/4. of 1 rixdollar the sheet: books: 1. 1/24. 2. 1/24. 3. 3/24. of 24 stivers the sheet: books: 13. 3/24. 18. 31. 3/4. of 24 stivers the sheet: books: 7. 1/24. 24. 7/24. 31. 3/4. of 12 stivers the sheet: books: 24. 7/24. 40. 64. 17/24. of 12 stivers the sheet: books: 25. 3/4. 39. 1/24. 64. 1/24. of 6 stivers the sheet: books: 59. 1/24. 20. 79. 3/24. of 6 stivers the sheet: books: 30. 1/24. 49. 1/4. 79. 3/24. of 5 stivers the sheet: books: 1. 1/24. 1. 3/24. of 5 stivers the sheet: books: 3/24. 1. 7/24. 1. 3/4. of 4 stivers the sheet: books: 3/24. 3/24. of 4 stivers the sheet: books: 1/24. 3/24. 7/24. of 2 stivers the sheet: books: 2. 1/24. 2. 3/24. of 2 stivers the sheet: books: 3/24. 2. 1/4. 2. 1/4. The 5th of November 1770. According to Debit 6 719 The 5th of November 1770. Concerning 2 bars of gold to be taken to the credit of the general account. Bengal, of 240 lb cloves and 671 lb nutmegs. to have been discharged of 1776 lb cloves. were received there and why. According to a report submitted on this occasion by the Assayer concerning the assay taken of a quantity of gold from the main Treasury supplied to the mint for the striking of new Nagapatnam pagodas, it being shown that on two bars of gold from Cambodia the alloy was found to be 10 1/2 grains higher than had been booked, namely on 1 bar No. 216, 8 grains, and the bar No. 217, 2 1/2 grains; it was therefore resolved to take the same to the credit of the general account. The Bengal Ministers, charging this government by an invoice dated 24 August of this year for a quantity of 240 lb cloves and 671 lb nutmegs contained in 8 chests, and amounting, with the Batavia expenses calculated into it, to f 193:14:—, which in the year 1769 were dispatched from Batavia with the ship Enkhuijsen for that directorship, but were supposed to have been discharged at Jaggernaikpoeram among others; and on the other hand crediting this place for 8 chests or 776 pounds of cloves with f 261:4:—, which were received there instead of the above-mentioned chests; but whereas by an act of inquiry it appears that at Jaggernaikpoeram no more cloves were received than the actual quantity shipped at Batavia for that factory in that vessel, and also just as much was accounted for in the invoice, which was found in all respects to agree with the findings of the delivery; wherefore it was judged to be an error committed at Batavia regarding the description of those spice chests: it was therefore resolved to charge both these amounts back to the said Directorship. Likewise to Jaffanapatnam, regarding the hospital expenses mistakenly charged from there to this place, incurred there by the sailor Hermanus van Breukelen of Rotterdam, since he has already departed for Bengal on the sloop De Pallas, so no charge in this regard can apply to this place anymore. As it was also resolved to send the 2 pieces of unserviceable broadswords received here from Palicol via Jaggernaikpoeram to Batavia on the next opportunity, and to keep the other 2 here, as well as to demand reasons from the chiefs as to how they became unserviceable, and why the same had not been made known during the annual surveys. The 5th of November 1770. Further

Dutch transcription

reekening van het Per Restant geblevene, ontfangene en ver„ kogte gestempeld, perpier in de Laaste ses Maanden van het boekjaar 17 3/10. — credit 1770. p=m Maart t restant geblevene onder datum van gistere 1770: ult: aug=s per het verkogte door den Collecteur en 't zed=t ontfangene bij den onderget: parapheerder en de restanten onder huijdigen datum; als restant onder gesjap ont„ 't verkogte door reslant ult:o febr: fangen volg.:s de Collectein onder huijd rasport tesamen datum tesamen Teld boeken - - - 65. 724. 129. 1/4. 194. ¼. zijnde 't ingekomen van 't alhier verkogte in Cassa „ 3. „ „ „ - - - - „ 3. /24. —. . 3. 7/24. „ 3. „ „ „ . . „ –. –. 3. 3/14. 3. 3/4. voldaan met. . . . . . . . pa/o 230. 13: 40. Nagapatnam Jn 't Casteel ult:o aug.:s Ao 1770. /:onderstond:/ Mij present /:geteekend:/ i H:s Leembruggen, /:lager:/ ten mijnen overstaan /:geteekend:/ I:s Cantervisscher /:in margine /: ons present :/ als gecommitteerdens /:was geteekend:/ P: J: L: De Filliettaz: en F„n W=m Bloeme. —. Teld boeken. . . . . 14. /½4. 80. —. 194. 1/24. van 25. rd=s 't vel - - - - boek: — 1/14. —. —. —. 7/4. van 25. rd=s 't vel - - - boek: —. 7/4. — 3/24. — 7/24. „ „ 15. „ „ „. . . . . „ —. 3/14. —. —. —. 7/24. „ 15. „ „ „. . . . „ —. —. —. 3/24. —. 3/24. „ 12. „ „ „ - - - -„ — 3/24. —. —. —. 3/14. „ 12. „ „ „ - - - - „ —. —. —. 3/18. —. 3/24. „ 10. „ „ „. . . . „ 2. 1/4. —. —. 2. 3/24. „ 10. „ „ „ . . - „ — 1/24. 2. 3/24. 2. 3/24. „ 8. „. „ „. . . . „ 1. 3/24. —. —. 1. 3/4. „ 8. „ „ „ - . . - „ — 1/14. 1. 7/44. 1. 3/24. „ 6. „ „ „. . . . „ — 3/34. —. —. —. 7/14. „ 6. „ „ „. . . . „ —. —. —. 37/4. —. 37/24. „ 1. „ „ „. . . „ 1. 3/14. 2. –. 3. 1/4. „ 1. „ „ „. . . „ 1. 1/14. 2. /14. 3. /¾4. „ —. 24. ste „ „. . - „ 13. 3/24. 18. –. 31. 3/4. „ —. 24. st.s „. . . „ 7. /24. 24. 7/24. 31. 3/4. „ —. 12. „ „ „. . . . „ 24. 7/14. 40. —. 64. 17/24. „ —. 12. „ „. . . - „ 25. 3/4. 39 ½4. 64. 1/14. „ —. 6. „ „ „. . . „ 59 1/14. 20. —. 79. 3/14. „ —. 6. „ „. . . „ 30. 1/14. 49 /4. 79 3/14. „ 5: „ „ „. . . . „ 1. /14. —. —. 1. 3/24. „ 5. „ „ „. . . „ —. 3/14. 1. 7/34. 1. 3/4. „ 4. „ „ „. . . . „ — 3/14. —. —. —. 3/24. „ 4. „ „ „ - - - „ —. 1/14. —. 3/14. —. 7/24. „ 2. „ „ „. . - - „ 2 1/14. —. –. 2. 3/24. „ 2. „ „ „. . . - . „ —. 3/14. 2. /4. 2. /4. den 5.:' 9ber: 1770. Volgens Debel 6 719 den 5. ' 9ber: 1770. van 2. staven goud ten goede van't generaal inteneemen. bengale van 240. lb: nagulen en 671. lb: pooten. geligt te sijn van 1776. lb: nagulen. daar ontfangen zijn en waarom. Volgens een te deeser gelegendheid nog overgelegde : bettijt't meeder beene allij„ Rapport van den Essaijeur, weegens het genomene Essaij van een quantiteijt goud uijt de groote Cassa in de munt tot het slaan van nieuwe Nagapat„ namse pagooden verstrekte, aangetoond wesende dat op twee staaven goud van Cambodja 10. ½. grijnen hooger in allooij bevonden dan aangeschreeven zijn, ^ N=o. 216. 8. grijnen en het staaf teweeten op 1. staaf N=o 217. , 2. ½. grijn: soo wierd beslooten het zelve ten goede van het generaal in„ teneemen. —. De Bengaalse Ministers bij een factuur ge„gedan ten laste brenging van dateerd 24:' augustus deeses Jaars dit gouvernement ten Laste brengende, een quantiteit van 240. lb: nagu„ len en 671. lb: Nooten in 8. kisten beslooten, en met de Bataviase ongelden 'er onder gereekend, importee„ ren ƒ 193:14:—. die anno 1769. met het schip Enkhuij„ sen van Batavia voor die directie afgestooken, dog verondersteld wierd te Jaggernaijk p=m onder meer, die veronderstela werden te Jagg: deze geligt te zullen weesen; en daar en teegen dit heen ten goede brengen 8. kisten of 776. ponden nagulen en ten goede brenging daar en teegen met ƒ 261:4. —. die in steede van de bovenstaande kis„ die in steede van den eerstgem: ol„ ten aldaar ontfangen waren, maar dewijl bij een Ert, beslitzult weder te rig te reken act ondersoeks komt te blijvken dat te Jaggernaijk„ poeram 1/24. 1. 7/4. door neer gem: mat roes aldaar gemaakt item om 2. onbeg:slags warander van palcol ontf: na batavia lesenden mitsg:s weeg:s de eerste reedenen te vorderen. poeram geen meer Nagulen ontfangen zijn, dan de wezendlijke quantiteijt voor die factorij te Bata„ via in dien bodem afgescheept, en ook eren soo veel bij factuur aangereekend, die in alles bevonden is met de bevinding der uijtleevering te accordeeren, over„ sulx geoordeeld wierd een abuijs te weesen, te Ba„ tavia begaan omtrend de beschrijving dier specerij kisten: zoo resolveerde men die beide bedragens ge„ melde Directie terug tereekenen. —. soomeede na Jasfana p=r d ongolde Soo meede naar Jaffanapatnam, de van daar dit heen abusive ten laste gebragte hospitaals. ongelden bij de Mattroos Hermanus van Breukelen van Rotterdam, aldaar gemaakt alsoo denselven reeds met de Chialoup De Pallas naar Bengale ver„ trocken wesende geen belasting meer dien aangaande dit heen plaats hebben kann. —. Gelijk ook gearresteerd is de 2. p. s onbequame slag„ swaarden van Palicol over Jaggernaijkpoeram alhier ontfangen, bij voorkomende gelegendheijd na Bata„ en de z andere alhier aantehoude via te versenden, en de overige 2. alhier aantehouden, mits„ gaders van de opperhoofden van dies onbequaam werding zoo wel reeden te vorderen, als waarom deselve bij de Jaarlijkse opneemingen niet bekend gesteld waren ge„ worden. —. den 5. ' 9ber: 1770. Nog

NL-HaNA_1.04.02_3290_0971 view scan ↗

English

721 the 5th of November 1770 to be paid out by the orphan masters here. in respect of one of the ship Noordbeveland: decision regarding the said f 26. 1. to the orphan masters here, and from where the same originated. It was furthermore approved to have paid out to the orphan masters here, administering the estate of Maria Dias da Fonseca, widow of the discharged Lieutenant Jan Diderik Frundberg, the sum of f 2261. 1. –., or the value in Indian evaluation, yet without any interest or premium, thus amounting to a sum of Pagodas 471. –., which moneys the Noble and Most Honorable Gentlemen Seventeen in Middelburg in Zeeland, according to Their Noble and Most Honorable generated resolution of 20 April 1769, permitted the testamentary executors of the late Reverend Mr. Henrij van Haamsteede, in life Dutch Reformed minister in London, being Henrij Putman and John van Bixtel Junior, to pay into Their Honors' treasury at the Amsterdam chamber, under payment of f 70. 13. –. or 3 1/8 percent for freight and charges, in order to be paid out here again in the manner aforesaid to the said Maria Dias da Fonseca, or to her heirs, executors, or administrators. Reading of a letter from Pondicherry regarding a sailor who had deserted from the ship Noordbeveland, There was thereupon read the letter written by the French Ministry in Pondicherry to this Government, dated 17 October last, in reply to the letter addressed thither from here on the 7th of that month, whereby the same, in respect of the grievance made concerning the detention by the ship's officers of their ship Soutarde of the sailor named Louis Morij of Calais, who had deserted to the same from the Company's vessel Noordbezeland, as mentioned in the resolution of this table of 29 September last, for which reasons the delivery of the same was to be left unconsidered for the future, and why. whereby the ministry declares that it is unable to extradite that deserter, as being directly contrary to the orders with which they were provided by their King, and that they would consequently be blamed if this Government's request regarding the reclaim of that deserter were granted; that the Cartel therefore fully authorized them to retain that deserter, under which promise, however, yet with the declaration that, in order to prevent similar occurrences from happening in the future, which could only give rise to injury of the good understanding, the commanders of their ships would be provided with orders not to admit any deserters, even if they were Frenchmen themselves, while lying in the harbors of the Dutch Company, with the promise that they would observe that condition with the utmost exactitude, 723 the 5th of November 1770. provided that this Government also bound itself, and with what condition on the part of this Government; decision to embrace such as far as this Coast is concerned, to observe it both here and at the subordinate factories, and likewise to give their Right Honorable notice thereof: and that no money was disbursed to them. provided that this Government also bound itself to deliver up all those who, from their ships lying in the Dutch harbors, might flee to those of Their Honors, or take refuge in the forts before which those ships lay, even though they might be native Netherlanders; and since that proposal is in accordance with equity and moreover serves the benefit of both nations, and thereby removes the opportunity for all treacherous desertions; it was therefore approved and agreed, for as far as this Coast is concerned, to embrace the same, and consequently to cause it to be promptly observed both here and at the subordinate factories, as well as to give respectful notice thereof and of the further proposal regarding other governments to Their Right Honors, in order to be instructed in that regard with Their Highest Approbation. Further proceeding to the business concerning the entries contained in the letters from the subordinate factories of this government received since the last session held on that subject, it was initially resolved with respect to the factory of Sadraspatnam: satisfaction toward Sadraspatnam that no money was disbursed before the new contracts were concluded, and that the sureties had declared they would continue; approval of the appraisal of the goods of the boatswain there, for which the two officers had bound themselves. Admonition to Palicol regarding the prolixity of their letters. to express the satisfaction of this Government with the care exercised regarding the merchants, in not advancing them any money on the new demand before and until the contracts for it had been concluded, and the respective sureties of some of the merchants, namely Maddoe Sesaselam Chittij, Baal Chittij, and Cheddlappa Chittij, had declared their willingness for the further continuation by their obligation; as the Government also judged, by virtue of the circumstances in which the merchants of that factory still found themselves, that not enough circumspection could be exercised toward them; and in the same manner approval was given to the appraisal made of the seized goods of the boatswain and equipment overseer etc., Cornelis van Mispelaar, to an amount of Rixdollars 492 1/2, as also that Lieutenant Stroebel and Ensign Koning had bound themselves as sureties against the alienation of those goods. Nothing having been found to remark concerning the factory of Palliacatta, it was approved on the letters from Palicol to point out to the chiefs that the prolix detail of matters which they used in their letters to report to this Government on what occurred in the Master's service the 5th of November 1770. to do.

Dutch transcription

721 den 5:' 9ber: 1770 meesteren alhier uijttekeeren lijk zijn. opsigte van een van 't schip Noordbe„ Nog wierd goedgevonden aan de weesmeesteren alhier besluijt neers gem: ƒ 26. 1. aan wees„ als den boedel van Maria Dias da Fonseca we„ duwe van den gegagieerd Luijtenant Jan Diderik Frundberg administreerende te laaten uijtkee„ ren ƒ 2261:1. –. of de waarde van Jndiase Evaluia„ tie, dog sonder eenig intrest of opgeld, importeerende dus een montant van pa/o 471. –. , welke penningen de Edele hoog Agtbaare Heeren seventhienen binnen en waaruijt deselve oorspronke„ Middelburg in Zeeland, volgens haar Edele hoog agtb: gezenereerde resolutie van den 20:' April 1769: aan de Testamentaire Executeurs van wijlen den Eerwaarden heer Henrij van Haamsteede, in leeven Nederduijts predicant te London, zijnde Henrij Putman en John van Bixtel Junior gepermitteerd hebben, onder betaling van ƒ 70. 13. –. of 3: 1/8. p:r Cento voor vragt en onkosten in haar Edele Cassa ter kamer Amsterdam te tellen, om alhier weder invoegen voor„ meld aan gedagte Maria Dias da Conseca, dan wel derselver Erfgenaamen, Executeurs of adminis„ trateurs uijtgekeerd te werden. Werdende daarna gelesen de brief door 't frans Mi Leesing van een brief van hond: te nisterium te Pondicherij aan deese Regeering ge „ veland overgelosen matwoo. schreeven, in dato 17:' october pass=o in antwoord op de van hier 7 tot de overgene van denselven onver„ wogen te sijn en waarom. voor den aanstaande. hier aan het zelve gerigte letteren van den 7:' dier maand, waar bij het zelve ten opsigte van de gedane doleantie over de aanhouding door de scheeps officieren van hun schip Soutarde, van de na het zelve over„ gelopen Mattroos van 'sComp=s bodem Noord bezeland in naame Louis Morij van Calais ter resolutie deeser tafel van den 29:' September Jongstleeden ver„ waar bij't minsterium betuijge meld, betuijgd, niet vermogens te zijn, dien overloo„ per te extradeeren, als direct strijdende teegens de ordres, waarmeede sij van hunne Koning voorsien waren, oversulx geblameerd zoude werden, indien in het versoek deeser Regeering omtrend de reclame van dien deserteur ingewilligd wierde, dierhalven het Cartel haar volkomentlijk authoriseerde dien overlooper dog onder welke belofte nogtan v an te houden, onder betuijging nogtans, dat om voor„ te komen, dat diergelijks niet meer quam voor teval„ len, dewelke Comteids maar aanleiding zoude kon„ nen geven tot krenking van de goede verstandhou„ ding, de opperhoofden hunner scheepen met ordres voorsien zoude om in de havens van de Hollandse Compagnie leggende, geen deserteurs, al waren sij selfs francen, te admitteeren, met belofte dat sij die Conditie met de uijtterste exaditude nakomen zoude, den 5. ' 9ber: 1770. mits 723 den 5. ' 9ber: 1770. deener Regeering crist betreft te amplecteeren. te observeeren. mitsg:s daar van aan haar hoog „„ coos :geen geld verstrekt was. mits dat deese Regeering sig meede verbond, om alle en met welke mitsaande zijde de geene die van hunne scheepen in de Hollandse Havens leggende na die van Haar Edele vlugten, of sig in de forten voor de welke die scheepen lagen retireeren mogte, schoon se geboorene Nederlanders mogte zijn, overtegeven; En dewijl die propositie als met de billijkheid overeenkomende, en boven dien tot nut van de beide natien strekt, mitsgaders daar door de occagie benomen werd van alle trouwloose overlopingen; zoo is goedgevonden en verstaan voor besluijt zulk voor soo verre deese 1 zoo verre deese Custe betreft, deselve te amplecteeren, en mits dien zoo wel hier als op de onderhoorige factorijen en zulkx so hier als op de Compt prompt in agt te doen neemen, mitsgaders daarvan en van den verderen voorslag met betrecking tot andere Eds kennisse te geeven. gouvernementen haar hoog Edelens Eerbiedige ken„ nisse te geven, om met Hoogst derselver goedvinden, dienaangaande gemunieerd te werden. Voorts getreeden weesende ter besoigne over de posten besoigne over de onderh: comptoire bij de brieven van de onderhoorige Comptoiren deeses gou„ vernements vervat, en seedert de Laastgehoudene zit„ „ting daarover, nader ontfangen, wierd aanvankelijk ten opsigte van het Comptoir sadraspatnam beslooten. het genoegen deeser Regeering te betuijgen, over de gegeneegen na adras s:n over dat te bruijkte gesloten waren. haddet te zullen Continuieeren. ratie der goederen van den boots„ man aldaar. voor verbonden hadden. voorhouding na palicol van de langwijligh=de der brieven. „bruijkte voor zorge omtrend de Cooplieden, om haar geen voor dat de nieuwe Contracten geld op den nieuwen Eijsch te fieeren, voor en al eer de Contracten daar van geslooten waren, en de respective ende borgen van sommige aln vorgen der handelaars Maddoe Sesaselam Chittij Baal chittij en Cheddlappa Chittij, hunne genegend„ heijt tot de verdere Continuatie bij derselver verbinte„ nisse gedeclareerd zoude hebben, alsoo de Regeering meede oordeelde, uijt hoofde van de omstandigheeden waarin sig de Cooplieden dier factorij als nog bevonden geen omsigtigheijd genoeg omtrend haar gebruijkt kon„ welgevallen over de gedane tade werden, soo als men sig insel vervoege liet welgeval„ len de gedaane taxatie van de in beslag genomene goederen van den bootsman en Equipagie op zigter &=a Cornelis van Mispelaar tot een tantum van ror/o 492. ½. itemetal de tweeofficieren sig daan als ook dat den Luijtenant Stroebel en vendrig Koning als borgen sig verbonden hadden teegens de veralieneering dier goederen Belangende het Comptoir Palliacatta niets te remarqueeren gevonden wesende, wierd op de brieven van Palicol goedgevonden de opperhoofden voortehou„ den, dat hun langwijlig detail van saaken waarmeede sij sig bij haare brieven bedienden om deese Regeering van het g'occureerde in smeesters dienst verslag te den 5.:' 9ber: 1770. doen.

NL-HaNA_1.04.02_3290_0975 view scan ↗

English

725 the 5th November 1770. packs, as well as those of the new requisition, ready in time and wherever gold for three-swami pagodas is provided, served no other purpose than to hold up this Government in reading through the same. It would therefore be more agreeable in future to encounter greater execution in the Company's service and less circumlocution in their letters, with the further mention that it was all the more annoying when in one letter one and the same matter was dealt with twice, as was done by them regarding the excuse made concerning the packs that had remained behind there because, owing to the rains that fell and the damp weather caused thereby, they could not be got ready. But since in the coming year a direct ship to Palicol is expected to collect the remaining homeland packs, and another to fetch the Indian returns, it was decided to order the chiefs to get all the remaining packs, as well as those to be collected on the new requisition, ready in time for dispatch, without anything lacking, nor using this or that excuse or pretext of any kind. Meanwhile, with respect to the remark made by the chiefs regarding the funds, principally three-swami pagodas, which they counted on obtaining from here for the continuation of the cloth trade, it was resolved to write to them for their information that very little gold is available here that could be used for that minting, so that the chiefs may make an estimate accordingly when requisitioning the necessary silver rupees from Jaggernaykpoeram to supplement the shortage of the said gold coin. Furthermore, the Council was pleased by the advantageous outcome of the held leasing of the Company's domains there, with an increased yield of f 7015 or f 57:10 over the year before, with the recommendation to the servants to keep their attention fixed on increasing the profits and revenues, to which end all means should be employed and devised that serve thereto, and thus can answer to the purpose for which one is placed there. While in the meantime it was decided to authorize them to enter the cost of the new thony, amounting to Pagodas 681:16:- or f 3067:10:-, as having been built for this principal place, in a memorandum to this effect, noting the receipt of the Moorish paper requisitioned from here, although the same in effect did not answer to the expectation which one had to form from the description thereof in their letters. 227 the 5th November 1770. Upon the resumption of the Jaggernaijkpoeram letters, nothing else was found to remark upon than to express the pleasure of this Government that the lease of the villages Gollepalem and Goudewarom was left to the old farmer Pinte Poele Kitaija for the very same amount of Pagodas 1050.-.- or f 4725.-.- for which those hamlets were leased the last time in anno passato, as no one besides him had shown any inclination for it, or had been willing to bid anything more for it. Their High Mightinesses having granted authorization by their venerated letters of the 25th July 1769 to write off all such goods as belonged to the Mazulipatnam lodge, but had been accounted for with a shortage by the successive former residents, both those already deceased and those departed for Europe, as well as the shipwrecked goods, along with diverse vessels that remained there, it was resolved and decided to order the chiefs of Jaggernaijkpoeram accordingly.

Dutch transcription

725 den 5.:' 9ber: 1770. pack: zo wel als die van den nieuwe Eijsch bij tijds gereed te maken en waarn goud tot driebeeldige paq: voorsien is doen, nergens anders toe dienden aan deese Regeering met het doorloopen derselve optehouden, het dierhalven aangenamer zoude wesen, in het vervolg een meerder uijtvoering in 'sComp=s dienst, en minder omschrijvens bij haare brieven te ontmoeten, met verdere melding dat het soo veel te verdrietelijker was, wanneer in een brief van een en dezelvde saak tweemaal ver„ handeld wierd, gelijk door haar gedaan was, omtrend het gemaakt excus nopens de packen, die aldaar waren blijven overleggen, om dat mits de gevallene reegens en het daar door veroorsaakt vogtig weir niet hadden konnen in gereedheijd gebragt werden, dog dewijl in het aanstaande Jaar een direct schip Lastnapalicol omde agtergblevere verwagt wierd, om de vaderlandse packen, en een ander om de Indiase rethouren aftehaalen: zoo is verstaan de opperhoofden te gelasten alle de agterge„ blevene packen zoo wel, als die op den nieuwen Eijsch stonden ingesameld te werden bij tijds ter versending in gereedheid te brengen, sonder dat 'er iets aan komt te ontbreeken, nog sig van deese of geene excuusen of Comteids wel pretexcten te bedienen. Ondertusschen is ten opsigte van der opperhoofden te doen aansz: dat men van weijnig gemaakte remarque nopens de penningen princi„ paal en ten wat eijnde. verpogting der domlijnen. en met welke recomm: kostende der nieuwe thonij „paal drie beeldige pagooden, die sij staat maakten van hier te zullen erlangen, tot voortzetting van den Lijwaat handel beslooten, haar tot narigt aanteschrij„ ren, dat men hier van wijnig goud, dat tot die munit stetie g'emploijeerd konde werden, voorsien is, op dat de opperhoofden daarna een overslag maken kunnen, in het requireeren van de nodige zilvere ropijen van Jaggernaykpoeram tot supplement van het gebrek aan gemelde goude munt. —. aangenaam l.d over de voordelige Voorts quam den Raad aangenaam te vooren den voordeeligen uijtslag van de gehoudene verpagting van 'sComp=s domeijnen aldaar, met een meerder rende„ ment van ƒ7015 o8 ƒ57:10 dan s Jaars te vooren, met re„ commandatie aan de bediendens hun attentie geres„ tigd te houden, op de vermeerdering der winsten en inkomsten, ten welken einde alle middelen zoude moeten werden aangewend en uijtgevonden, die daar„ toe dienen, en dus aan het oogmerk waaromme men qualificate ter afschrijving van't gezeeten is beantwoorden kunnen; Terwijl intussen verstaan wierd haar te qualificeeren, om het bedra„ gen van de nieuwe thonij ten emporte van pr/o 681:16:- ƒ. 3067:10: —: als voor deese hoofdplaatse getimmerd zijnde, bij een Memorie dit heen aantereekenen, onder den 5. ' 9ber: 1770. aanmelding 227 den 5.' 9ber: 1770. Jagg: aanden ouden pagter voorde te kort verantwoorde goederen van Maculip=r afletz: besluijt de spperh: van Jagg: zulk te gelatten aanmelding van den ontfangst van het van hier gere„ quireerd moors papier, hoewel het zelve in effectu niet beantwoord hadde, aan de verwagting die men uijt de beschrijving daar van bij haare letteren, heeft moeten opmaken. —. Bij resumptie van de Jaggernaijkpoeramse brie, welgevallen overdat de ragt te ven, wierd niets anders te remarqueeren gevonden, selve wnigs gelaten was. dan het welgevallen deeser Regeering te betuijgen over dat de Pagt van de dorpen gollepalem en goudewarom, voor dat zelvde montant van pr/o 10. 50. -. „ƒ 4725. —. „waar voor die gehugten de Laaste rijse in anna pass=o verpagt, overgelaaten waaren aan den ouden pagter Pinte Poele Kitaija, alsoo niemand buij„ ten denselven daar voor inclinatie getoond hadde, of iets meer daar voor hebben willen bieden. Bij haar hoog Edelens gerenereerde letteren qualitficatiehaaren hoog E„s omse van den 25. ' Julij 1769. qualificatie verleend zijnde, om alle soodanige goederen als bij de Mazulipat„ Logie namse gehoorende, dog door de successive gewesene en reeds aflijvige en na Europa vertrockene residenten tekort verantwoord waren afteschrijven, als meede de verongelukte goederen, met diverse aldaar geblevene vaartuijgen: soo wierd goedgevonden en verstaan de JaggerneijhC=te Nes der

NL-HaNA_1.04.02_3290_0978 view scan ↗

English

to order the respective chiefs of Jaggernaikpoeram, as well as all those current in their books, to do so, and consequently to have written off on the general account the aforementioned goods found to be deficient in the amount of ƒ1477. —. 8. Indian or ƒ1181:16:8. Dutch money, the same consisting of 8. –. pieces of knees. 14. ½. lb: dust and rubble of spices; namely 11. ¼. lb: dust of cloves — ¼. of mace 3. –. pieces of cinnamon 14. ½. lb: rubble and dust of spices chests - - - - —. —. —. 17. -. pieces of ammunition goods; namely 2. horsehair sieve screens . - - - - - 3. –. –. 5. powder chests Equipage goods; namely 1. 7/8. piece of Dutch iron hawsers of 6. inches thick, must be a shroud - - - - - - - - ƒ 287. 1. 8. 7. -. bottles of French brandy. . . . . - - - - ƒ 8. 8. —. 23. –. tar brushes - - - - - - - 6. 4. —. 24. –. small brushes - - - - - - - - - —. 5. —: 6. –. tar buckets. . . . - - - - - - 6. 2. 8. 8. cheval-de-frise - - - - - - - - 34. 4. –. 1. –. piece of grapnel. . . . . . . . . . . 66. 5. 8. 21. –. paint brushes - - - - - - - - - - 3. 7. –. 6. -- paint oils - - - - - - - - 3. 17. 8. 7. -. distilled waters. . - - - -. -. 3. 6. –. 11. 14. —. 26. -. curved timbers - - - - - - - - - - - - 34. 6. 8. 2. —. whole hourglasses - - - - - - - - —. 19. —. 318. -. bottles of French wine. . . . . . - - -. . . ƒ 216. 5. —. 2. -. pieces of anchor stocks - - - - - - - - - - - 5. 10. —. 4. –. whole leagers. . - . . - . . . . . . . . - 50. 6. —. 5. –. candils of masonry lime - - - - - - - - - - - - - - 24. 15. —. 2. pieces of iron canister shot - - - - - - - - ƒ — 13. —. 300. -. lb: sappanwood - - - - - - - - - - - - - 3. 12. —. 579.¼. cans of arrack - - - - - - - - - - - - - 115. —. 8. 4. -. half ditto. . . - - - —. 19. 8. Brought forward - - - ƒ 375. 1. 8 ƒ 656. 11. 8. . - - - - - - 131. 3. 8. 169. -. 8. - - - - - - - - - - - - - - - 26. 2. —. the 5th of November 1770. 47 729 12. -. lb: green soap. 140. -. coir rope. . . . . . . . - 7. 19. 8. 94. -. hat. 560. -. Persian red earth. . . - - - 1. 15. —. 1 1/8. barrel of tar - - - - - - - - - 27. –. –. 24. –. cans of linseed oil. . . . . -. - - -. 11. 2. –. 436. 2. 8. Counts together. . . . ƒ1092. 14. -. Likewise on that same account the amount of the 15000. pieces of masonry bricks and 2. Jassore beams taken by the French from the house of the fiscal, being - - - - - - - - - - - 89. 2. 8. making those two entries - - - - - - - - - ƒ1181. 16. 8. Furthermore to write off the main account or the Cormandel Office the lost goods from various wrecked vessels, to the amount of ƒ38955:8. —. Indian, or Dutch money. . . . . . . . 31164. 5. —. Total - - ƒ 32346. 1. 8. And furthermore to remove from the books the following unvalued and non-monetary items, namely 2. forecarriages. 3. iron hammers 62. pieces of freestone mounting blocks 12. boundary stones around the Lodge . . . . . . . . - 10. 7. -. . . . . . . . 2. 17. 8. Carried forward . ƒ 375. . 8 ƒ 656.1. 8: the 5th of November 1770 3. 47 2. pieces 3. kinds of chairs 2 writing desks 3. wooden parras; namely 1. ditto of 60. lb: 2. ditto of 40. lb: 1. piece of wooden trunk 9. iron shackles 32 padlocks 1 ladder 3 teak tables 1. ebony ditto 1. daybed 4 embroidered chintz pieces 8 martavans 1 pewter bowl 2 gimlets 1. tub funnel 2. iron balances 2. pairs of assorted scales 5. metal weights; of these 2. pieces of 25. lb: 1. piece of 10: lb: 1. piece of —½ lb: 1 piece of 4. lb: the 5th of November 1770. 731 the 5th of November 1770. Order to report if any of the non-monetary items exist. To supply clarification. Deemed unnecessary to enter aforementioned entries against the French Company here. Wait with the repair of the building defects. 2. pieces of outrigger prahus 5. houses and yards 90½ assorted goods from vessels wrecked in the year 1750. On which account it has also been agreed to order the chiefs that, in case any of those goods, whether they were carried with or without value, should be in existence and found among them, to report the same in good faith, and also to supply this Government with the necessary clarification, and clarification regarding the houses and yards, concerning the aforesaid five houses and yards listed among the unvalued goods; but to have that entry, concerning the removed bricks and beams running against the French Company in the amount of ƒ 89:2:8., entered here pro memoria as unvalued, in order likewise to be withdrawn from a similar account running against that nation in the books of this headquarters, was deemed unnecessary, and why, because no compensation or restitution was ever to be expected from it anyway. —. On the letters received from Bimilipatnam, it was agreed to order the chiefs to wait with the repair of the defects caused by the in the month of May

Dutch transcription

schieden Jaggernaik p=re opperhoofden, als alle deselve bij haare en hoedanig zuda te doenge„ boeken Loopende, daartoe te gelasten, en mitsdien op het generaal te laaten afschrijven de voorschreve tekort bevon„ dene goederen ten bedragen van ƒ1477. —. 8. Jndias of ƒ1181:16:8. Nederlands geld, bestaande deselve in 8. –. p. s. Knien. 14. ½. lb: stoff en gruijs van specerijen; als 11. ¼. lb: stoff van Nagulen — ¼. „ van Foelij 3. –. „ brocken van Canneel 14. ½. lb: gruijs en stoff van specerijen Bosten - - - - „ —. —. —. 17. -. p=s Ammonitie goederen; teweeten 2. . „ haire stoffe seeve blaaden . - - - - - „ 3. –. –. 5. „ kruijtkisten Equipagie goederen; als 1. 7/8. p. s ijzer trossen hollands van 6. duijm dik, moet een 7. -. fless: France brandewijn. . . . . - - - - ƒ 8. 8. —. wand weesen - - - - - - - - ƒ 287. 1. 8. 23. –. „ theerquatten - - - - - - - „ 6. 4. —. 24. –. „ penceelen - - - - - - - - - „ —. 5. —: 6. –. „ Theer putsen. . . . - - - - - - „ 6. 2. 8. 8. „ spaanse Ruijters - - - - - - - - „ 34. 4. –. 1. –. p. s dreg. . . . . . . . . . . . „ 66. 5. 8. 21. –. „ verwqualten - - - - - - - - - - „ 3. 7. –. 6. -- „ verwoalies - - - - - - - - „ 3. 17. 8. 7. -. „ gedisteleerde wateren. . - - - -. -. „ 3. 6. –. „ 11. 14. —. 26. -. „ Kromhouten - - - - - - - - - - - - „ 34. 6. 8. 2. —. „ heele mirglasen - - - - - - - - „ —. 19. —. 318. -. bott. s Francewijn. . . . . . - - -. . . ƒ 216. 5. —. 2. -. p=s Ankerstocken - - - - - - - - - - - „ 5. 10. —. 4. –. „ Leggers heele. . - . . - . . . . . . . . - „ 50. 6. —. 5. –. Candijls Metselkalk - - - - - - - - - - - - - - „ 24. 15. —. 2. p. s ijzere schroot - - - - - - - - ƒ — 13. —. 300. -. lb: sappanhout - - - - - - - - - - - - - „ 3. 12. —. 579.¼. kann: Arak - - - - - - - - - - - - - „ 115. —. 8. 4. -. „ halve „ _o. . . - - - „ —. 19. 8. Transporteere - - - ƒ 375. 1. 8 ƒ 656. 11. 8. . - - - - - - „ 131. 3. 8. „ 169. -. 8. - - - - - - - - - - - - - - - „ 26. 2. —. den 5. ' 9ber: 1770. 47 729 12. -. lb: groen seep. 140. -. „ Caijerdraad. . . . . . . . - „ 7. 19. 8. 94. -. „ hoet. 560. -. „ persiaaens roodaarde. . . - - - „ 1. 15. —. 1 1/8. „ vath Theer - - - - - - - - - „ 27. –. –. 24. –. kann: Lijn olij. . . . . -. - - -. „ 11. 2. –. „ 436. 2. 8. Teld tezamen. . . . ƒ1092. 14. -. Zoomeede op die selvde reekening het montant der door de francen uijt het huijs van den fiscaal weggenomene 15000. stuks met zel steenen, en 2. Jas„ semse balken, zijnde - - - - - - - - - - - „ 89. 2. 8. uijtmaakende die beide posten - - - - - - - - - ƒ1181. 16. 8. Voorts op de hoofdreekening of het Comptoir Cor„ mandel afteboeken, de verongelukte goederen met diverse gebleevene vaartuijgen, ten emporte van ƒ38955:8. —. Jndias, of Nederlands geld. . . . . . . . „ 31164. 5. —. - - ƒ 32346. 1. 8. Tesamen En voorts uijt de boeken te doen laaten, de ondervol„ gende binnen slijns en sonder geld loopende goederen, teweeten 2. voorwagen. 3. ijsere hamers 62. p. s arduijne stelling backen 12. „ merksteenen rondom de Logie . . . . . . . . - „ 10. 7. -. . . . . . . . „ 2. 17. 8. P=r Transport . ƒ 375. . 8 ƒ 656.1. 8: den 5:' 9ber: 170 3. 47 2. p:s 3. Zoorten stoelen 2 schrijf tafels 3. houte parras; als 1. dito van 60. lb: 2. _. o „ 40. „ 1. p=s houte tronk 9. „ ijsere boeijen 32„ hangslooten 1 „ Ladder 3 „ Kiate tafels 1. „ Ebbenhoute dito 1. „ rustbank 4 „ gebordeurde tjam 8 „ marteraanen 1 „ Thinne misje 2 „ fretten 1. „ balij tregter 2. „ ijsere Evenaars 2. paar schaalen diverse 5. Metaale gewigten; van deese 2. p. s van 25. lb: 1. „ „ 10: „ 1. „ „ —½ „ 1 „ „ _4. „ den 5. ' 9ber: 1770. 731 den 5. ' 9ber: 1770. „pende goederen in weesen zijn, desel„ ve aftegeven datie te suppediteeren. onnodig oordeeling om neev:s gem: posten ten laste vande france Comp=s alhier in teneemen. ping der gebreken aan de gebouwen te wagten. 2. p.s tulje prauwen 5. „ huijsen en Erven 90½ „ Diverse goederen van verongelukte vaartueij„ gen in anno 1750. Welkendwegen teffens verstaan is, de opperhoofden te last soo enige van de sondergeld so„ ordonneeren, dat ingevalle eenige van die goederen, het zij dat met of sonder geld liepen, bij haar in wesen en te vinden mogte zijn, deselve ter goedertrouwe optegeven, en ook deese Regeering de nodige elucida, en nop:s de huijsen en erven Eluci„ tie te suppediteeren omtrend de voorsz: onder de binnenslijns loopende goederen vermeldstaande vijf huijsen en Erven; dog om die post, wegens weggenoomene steenen en balken ten laste van de france Compagnie loopende met een montant van ƒ 89:2:8. dit heen per Memorie binnenslijns te laaten aanreekenen, ten eijnde insgelijks bij een dier„ gelijk reekening ten Laste dier Natie bij de boeken deeser hoofdplaatse loopende ingetrocken te vierden, onnodig wierd geoordeeld, dewijl tog 'er nooijt vergoe, en waarom ding of restitutie van te verwagten was. —. Op de brieven van Bimilipatnam ontfangen Last na bimilis=r om met de verhel„ wierd verstaan de opperhoofden te gelasten om met de verhelping der gebreeken door de in de maand Meij

NL-HaNA_1.04.02_3290_0982 view scan ↗

English

and until when. debts of the Merchants there has been perceived. caused by the storm that raged there in May of this year to the buildings, of which a calculation had been sent over by them, amounting to prlo 590: 16: 5/ or ƒ 2634. 2. 8., besides the timber and other necessities from the warehouses, is to be suspended until everything shall have been inspected and surveyed by the Ceylon Engineer, who was to come over there for that purpose by the first available opportunity. 5 November 1770. demonstration received concerning the Pursuant to what was approved at the session of 2 June of this year; a detailed demonstration having now been received concerning the debts of the Merchants at this factory, as they truly were found, and ought to be, according to the books and papers relating thereto, especially the accounts settled with those traders, instead of the demonstration sent over by those chiefs; the same was resumed with attention, and thereby, to the utmost dismay and no less vexation, there were perceived the artifices and extortions used by the servants to mislead this government by a false presentation and demonstration of those debts, by reporting them differently and what to dismay was perceived therein. than they actually stood, employing to that end all kinds of inversions to make their propositions plausible: whereupon it was resolved to reproach those chiefs in the sharpest manner, and to demand reasons why they have sought to hoodwink this Government with a fabricated account, with orders to send hither forthwith another accurate account, formed solely from the books and papers belonging thereto, until which time it was resolved to suspend the final disposition thereon, and in the meantime, in the outgoing letter, to demonstrate to the chiefs at length the abominableness of their conduct in this regard, to the prejudice of those who have no relation to those incurred and increased debts, but whom those servants maliciously attempted to implicate therein, without mentioning anything thereof in the space of five years. sharp reproach to be made. to order reasons for the same. order to send over a more accurate account. resolved to suspend the disposition until then. and to demonstrate to the chiefs their abominable conduct. experience that various orders to the Factories have fallen into oblivion It being experienced that various orders given to the subordinate factories have fallen into oblivion, such as the statement in the monthly transmitted Memoranda of the remainders of the year of receipt of the goods, and the vessel wherewith they arrived; the timely dispatch of both the provisional and formal Demands for Merchandise and other goods; item the Pay Memoranda of the ultimo August, general returns of the consumed trade goods, and the answered Demands for the collected linens, together with the duplicate dispatch of the answered findings of errors in the trade books; as also the neglect of the ordered confrontation of the before and after remainders of the books: thus it was approved and resolved to express this Government's utmost displeasure at all these negligences, with the threat that upon the recurrence of carelessness in the future, it will not be left at verbal reproaches, but those who might become guilty thereof anew will be corrected according to merit; and in the confidence that they will promptly comply therewith henceforth, it was furthermore resolved to renew all those orders, and by way of extension and alteration thereof, further to direct the chiefs to make known in the aforesaid Memoranda of remainders everything, and which they are. resolved to express displeasure thereat. and with what threat. renewal of all these orders to be made. and with what extension and alteration. 5 November 1770. not only the Merchandise, but also all other goods for use and gifts, such as Woollens in variety, European and Indian beverages, iron, steel, nails, and what more, item provisions consisting of Nelij and other things, and residing at their factories, and which Memoranda, principally that of the ultimo August, should be sent hither so early that they can be here before the formation of the general List that is sent annually with the ordinary papers via Ceylon. And with respect to the transmission hither of the annual provisional Demands for Merchandise and further necessities, it was resolved to set the deadline for the Northern factories at the ultimo June, and for the Southern Offices one month later or at the ultimo July thereafter, and regulated according to the estimate that should be made, based on the probability that might exist and appear, to be able to dispose of in a full Year, accompanied by the List of remainders, arranged in the manner mentioned above, also in order to serve for incorporation into the general provisional Demand for the whole of Coromandel, and according to that. to

Dutch transcription

en tot hae lange. schulden der Coopl: aldaar bespeurd is. — Meij deeses Jaars, aldaar gewoed hebbende stomm aan de gebouwen veroorsaakt, waar van door haar een Cal„ culatie overgesonden was, ten bedrage van prlo 590: 16: 5/ of ƒ 2634. 2. 8. -. behalven de houtwerken en andere benodigd heeden, uijt de pakhuijsen te supercedeeren, tot dat door den Ceijlonsen Jngenieur die ten dien einde per eerst voorkomende gelegendheijd derwaards stond overtekomen, alles besigtigd en opgenomen zul„ ingekomen demonstratie aan de Jngevolge het goedgevondene ter zitting van den 2=e Iunij deeses Jaars; als nu ingekomen zijnde eene wijdloopige demonstratie omtrend de schulden der Cooplieden te deeser factorij, soodanig als die we„ zendlijk volgens de boeken en daartoe relative papieren speciaal de gehoudene afreekeningen met die handelaars bevonden waren, en wesen moesten, in steede van de door die opperhoofden overgesondene en wat daar bij tot ontsting aantooning; zoo wierd deselve met aandagt geresu„ meerd, en daar bij met de uijtterste ontstigting en geen minder ergernesse bespeurd, der bediendens gebruijkte finesses en extorcatien om door een verkeer„ de op dissing en aantoning dier schulden deese regeering te misleijden, door deselve anders optegeven len weesen. —. den 5. 9ber: 1770. dan 733 den 5. ' 9ber: 1770. te senden. uijttestellen delwijs aante tonen. ondervinding dat diverse ordres op de Compt: int vergelet boek geraakt sijn dan daarmeede waarlijk gesteld was, ten dien einde sig bedienende van allerhande omkeeringen om haare stellingen aanneemelijk te maaken: waar over dan verstaan is, die opperhoofden op het scherpste scherpe te doen reproche. te reprocheeren, en reeden te vorderen waarom sij met se orderene rederen dier w2. een gefingeerde reekening deese Regeering hebben zoeken te blindhoeken, met ordre om ten eersten ordre om een accurater reecq: over„ een andere accuraate reekening, alleen uijt de boeken en daar toe gehoorende papieren geformeerd dit heen te zenden, tot hoe lange dan besloten wierd, belleuijt soo lange de dispolitie de finaale dispositie daarover te surcheeren, en in„ tusschen bij de aftegaane brief de opperhoofden in het ende opperh: haare veroeijelijke han„ breede aantetoonen de verfoeijelijkheijd hunner han„ delwijse daaromtrend, in prejuditie van de zulke die geen betrecking tot die gemaakte en vermeerderde schulden hebben, dog die sij bediendens op een mali„ tieuse manier tragleden daarin te mesleeren, son„ der in den teid van vijf Jaaren iets daar van te reppen. Ondervonden werdende dat diverse gestelde ordres op de onderhoorige factorijen in het vergeetbolkij geraakt tewezen, als daar zijn de, bekendstelling bij en welke die zijn de maandelijkse overgesonden werdende Memorien der - besluijt het ongenoegen deerw.s te betuigen. en met welke bedrijging „ve, en met welke ampliatie en alteratie der restanten van het Jaar getal van den ontfangst der goederen, en het vaartuijg waarmeede, de vroeglij„ dige overzending soo wel van de provisioneele als for„ meele Eyjsschen van Coopmanschappen en andere goede„ ren; Jtem de Zoldij Memorien van ult=o aug. s generaale rendementen der verthierde handelwharen, en de be„ antwoorde Eijsschen der ingesamelde lijwaaten, mits„ gaders de dubbelde afzending der beantwoorde bevin„ dingen van Erreuren op de negotie boeken; als ook vernegligeerd werdende de g'ordonneerde Confron„ tatie van de voor en na restanten der boeken: zoo is goedgevonden en verstaan over alle die in atten„ tien het uijtterste misnoegen deeser Regeering te betuijgen, met bedreiging dat bij voorkoming van agteloosheid in het vervolg, bij geene verbaale repro„ ches gelaaten, maar de geene, die sig daaraan op nieuw schuldig mogte komen te maken, na merite gecorrigeerd zullen werden, en in vertrouwen dat sij voortaan prompt daaraan zullen komen te te doene renovatie van alle detesr voldoen, is al verder verstaan, alle die beveelen te renoveeren, en tot ampliatie en alteratie derselve de opperhoofden nader te geleesten, om bij de voorsz: Memorien van de restanten alles bekend te stellen, den 5. ' 9ber: 1770. niet 735. den 5.:' 9ber: 1770. niet alleen de Coopmanschappen, maar ook alle an„ dere goederen tot gebruijk en geschenk, als daar zijn Laakenen in Zoort, Europase en Jndiase dran„ ken, ijzer, staal, spijkers en wesmeer, Jtem provi„ sien in Nelij en andere dingen bestaande, en op der„ selver factorijen berustende, en welke Memorien prin„ cipaal die van ult=o Aug=o soo vroeg dit heen gezonden zoude moeten werden, dat alhier wesen kunnen voor de vormeering van de generaale Notitie die Jaar„ lijks met de gewoone papieren over Ceijlon werd versonden. En ten opsigte van de oversending dit heen der Jaar„ lijkse provisioneele Eijsschen van Coopmanschappen en verdere benodigtheeden, wierd beslooten voor de Noorder factorijen te bepaalen op ult=o Junij, en voor de Zuijder Comptoiren een maand later of onder ult=o Julij daaraan, en gereguleerd na den overslag die 'er gemaakt zoude moeten werden, na de apparentie die er wesen, en voorkomen mogte, om in een rond Jaar te zullen kunnen vertieren, verzeld van de Notitie der restanten, in voegen bovengemeld ingerigt, almeede om te kunnen dienen tot intrecking bij de generaale provisioneelen Eijsch voor gants Cormandel, en die volgens. te

NL-HaNA_1.04.02_3290_0986 view scan ↗

English

continuation. 5 November 1770. according to the order, must be sent with one of the ships to Batavia, which subsequently ought to be followed as early as possible by their formal demands dated the ultimate of August, to the end that their dispatch via Ceylon may be pursued, likewise accompanied by the list of remainders, with a distinct indication alongside the demand of the goods that, with the remainders calculated therein, will be needed to keep the trade going for a full year; and in order that the intention may be all the better fulfilled, it is resolved to provide the officials from here with a model, as well as with another instruction by which they can regulate themselves in drawing up the summaries of the merchants' debts, which must be sent over annually in duplicate alongside their settlements, to the end of putting them on an equal footing across all the offices, since the papers concerning this sent hither until now, through the irregular organization that each office used to maintain in an idiosyncratic manner, are almost incomprehensible and could not be compiled and compared with one another except with great difficulty and labor; and whereas 737 5 November 1770. Renewal of the order to note on the back of the papers when they are handed over and received. much depends upon the prompt delivery of all those and other papers mentioned herein, in order to be able to report in the customary time to the Lords Principals in the Fatherland and Their High Excellencies at Batavia on the true condition of the Company's state and interests on this Coast during the past year: thus it is furthermore resolved to renew the ordered notation on the back of those papers of the day of their delivery and receipt for dispatch hither, so that upon the late receipt or delivery of those charters here, one can trace to whom such is to be imputed, to the end that the penalty established for this may be executed upon such persons. Furthermore having come into consideration that through the arrangement made regarding the dispatch of the return cargoes for the Fatherland directly from this Coast to Europe, henceforth no ship would depart from the Ganges via this Coast to Batavia, therefore the trade books and ledgers of this government, which used to be sent therewith, would now have to remain lying until the departure of the ordinary ship in August or September, whereby Consideration that the trade books would now have to remain lying until August or September and whereby they would certainly arrive too late at Batavia to be included in the general Indian books, handled, and reported upon to Europe: thus, notwithstanding the aforesaid changes that have occurred in the dispatch of the ships, yet in order to fulfill as much as possible Their High Excellencies' renewed intention and the so emphatically given recommendations for the early transmission of the books, it is approved and agreed to instruct the chiefs by circular to send the same, alongside the papers belonging thereto, instead of the time of the ultimate of October determined for that purpose by resolution of this table of 11 April 1766, promptly after the ultimate of August hither, to the end of sending them to Ceylon in the latter part of December or beginning of January, so that from there they can still be presented to Their High Excellencies with the ship that departs for Batavia in February. Instead of then, to send hither promptly after the ultimate of August, and to what end. Circular order to notify the sums, at the beginning of the financial year 1770/1771, no higher or lower than 8 penningen. Furthermore it is also approved and agreed to order the chiefs by circular that, with the commencement of this financial year 1770/1771, on all their papers that they are customary to send hither, such as invoices, memoranda, yield statements, expense and cash accounts, 5 November 1770. pay memoranda, and all others without exception, they notify the entries and sums appearing therein no higher nor lower than 8 penningen, precisely in the manner practiced before the introduction of Dutch money, with further instructions to observe the same in the books, and with which instructions in that regard: if at times, in the reduction of the pagodas, fanams, and cash to guilders, stuivers, and penningen, a difference in that regard should arise concerning the cash accounts and yield statements, as that might happen, it is agreed to balance the same by rounding up and down, and that furthermore what might occur of that nature in the books themselves should be redressed on the general account. 739 5 November 1770. Item for an accurate demonstration of the increases that have been granted on the textiles in the last 10 years, and how. In continuation thereof it is resolved to demand of the chiefs by circular the compilation and transmission hither of an accurate demonstration of all the increases that have been added successively or since the year 1761 to 1770 on the textiles, with an accurate demonstration of each sort separately, and of the time when and the reasons why, together with the difference of the increase in price caused thereby.

Dutch transcription

vervolg. den 5. ' 9ber: 1770. volgens de ordre met een der scheepen na Batavia moet werden gesonden, dewelke vervolgens soo vroeg mogelijk gevolgd zoude moeten werden van derselver formeele Eijsschen onder ult:o aug=s ten einde dies zen„ ding over Ceijlon betragt te werden, almeede verzeld van de lijst der restanten, met distincte aanwijzing bij den Eijsch van de goederen, die 'er met de restan„ ten daar onder gereekend, komen te benodigen, om den verthier in een rondjaar gaande te houden, en op dat des tebeter aan de intentie voldaan te werde, is beslooten de bediendens met een Model van hier te voorsien; soomeede van een ander voorschrift waarna sij sig reguleeren kunnen in het formeeren van de tezamentreckingen der schulden van de Cooplieden, die Jaarlijks nevens derselver afreeke„ ningen dubbeld moeten werden overgesonden, ten einde op alle de Comptoiren op een equale voet te brengen, dewijl de papieren dien aangaande tot nu toe dit heen gezonden, door de irreguliere inrig ting, die ieder Comptoir op een bijzondere manier quam te houden, bij na onverstaan baar zijn, en niet dan met veel moeijte en arbeid bij den ande„ ren gezogt en gebragt moeste werden; En dewijl aan. 737 den 5:' 9ber: 1770. dorso der papieren te noteeren wan„ thans tot aug:s of 7ber: zoude moeten blyven opleggen en waardoor aan de vroege bestelling van alle die en andere - renovatie van de order om op g papieren in deesen gemeld, seer veel geleegen is, om neerse overgegeven enontigen werden de heeren Majores in het vaderland en Haar hoog Edelens te Batavia op de gewooneteid verslag te kunnen doen, van de waare gesteldheid van sComp=s staat en belangen te deeser Custe, geduurende het afgeloopen Jaar: soo is alverder beslooten te reno„ veeren de geordonneerde bekendstelling op den dorso dier papieren, van den dag der overgeving en ontfang derselve ter verzending dit heen, op dat men bij den laaten ontfangst of bestelling dier Chartres al„ hier, naspeuren kan, aan wie sulx te imputeeren is, ten einde aan de sulke ter executie gelegd tewer„ den, de pene daartoe gestatueerd. —. Voorts in overweging gekomen zijnde, dat door vervweeging dat de negotie boeken de gemaakte schicking omtrend de versending der vaderlandse rethouren direct van deese custe na Europa; voortaan geen schip meer uijt de ganges over deese Custe naar Batavia stond te vertrecken, dier„ halven de Negotie en hoofdboeken deeses gouverne„ ments, die daarmeede plagten gezonden te werden, nu zoude moeten blijven leggen, tot het vertrek van het ordinair schip in Augustus of september waar door insteede dan ber: ten eersten na ult:o aug=o dit heen te zenden. enten wat eijnde. boekjaar 17701. de pollen niet hogen nog lager den 8. penn: bekend te stellen. door dezelve seekerlijk te laat op Batavia zoude komen, om nog bij de generaale Jndische boeken ingetrocken, verhandeld en daar van na Europa besluijt omder der onderh:Compt: verslag gedaan te werden: soo is ongeagt de door voorsz: voorgevallene veranderingen de depeche der scheepen„ egter om aan Haar Hoog Edelens gerenereerde inten„ tie, en de soo nadruckelijke gedaane recommandatien ter vroege overzending der boeken, soo veel mogelijk te voldoen, goedgevonden en verstaan de opperhoofden circulair te gelasten, deselve neevens de daar bij gehoo„ rende papieren, in steede van de bij resolutie deeser tafel van den 11=e April 1766. daartoe bepaalde teid van ult. o october, ten eersten na ultimo aug.:s dit heen tezenden, ten eijnde in het Laast van December of begin van Ianuarij na Ceijlon te schicken, om van daar nog met het schip dat in februarij na Batavia vertrekt, Haar hoog Edelens aangeboden te kunnen werden. —. Ceceulair last om met t begin van't Alverder is ook goedgevonden en verstaan de opper„ hoofden Circulair aantebeveelen, om met den aanrang van dit boekjaar 1770/. bij alle derselver papieren die zij gewoon zijn dit heen te zenden, als factuuren Memorien, Rendementen, onkost en cassa reekeningen, den 5:' 9ber: 1770. Zoldij. 739 den 5. ' 9ber: 1775. opsigte te senden, vande vrhogingen die gegeven sijn zoldij Memorien en alle andere geene uijtgesonderd, de daarbij voorkomende posten en sommen niet hooger nog Lager dan 8. penningen bekend te stel„ len, even in dier voegen als voor het introduceeren van het Nederlands geld gepractiseerd is, met ver„en met welke aansz: ten dien dere aanschrijvens, het zelve bij de boeken meede te observeeren, en soo somwijlen bij de reductie van de pagoden, fanums en casjes tot guldens, stuij„ vers en penningen, omtrend de Cassareekeningen en Rendementen een different dienaangaande mogte opdoen, gelijk dat geschieden konde: is verstaan het zelve door ruijm en schaars te neemen, te vereffenen, en dat voorts op de opperreekening geredresseerd zou„ de moeten werden, het geen van die natuur bij de boe„ ken selve voor komen mogte. —. Insel vervolgen is beslooten de opperhoofden. Cir„ item om een accurate aantoning culair te demandeeren, het formeeren en overzenden in de laaste 10. Jaren op de Lijwaten dit heen, eener accuraate aantooning, van alle de ver„ hogingen die successive of seedert den Jaare 176/. tot 73/70. op de Lijwaaten toegevoegd zijn, met een ac„ 17 curaate aantooning van ieder soort appart, en van en holdanig den teid wanneer, en de reedenen waarom, mitsgaders van het different van de daar door veroorsaakte ver„ duuring gen.

NL-HaNA_1.04.02_3290_0990 view scan ↗

English

to demand from the chief leaders of Jaggernaikpoeram the reasons why the memoranda of expenses incurred and provisions supplied to the native boats that had been at Bimilipatnam, but which wintered at Jaggernaikpoeram, were not written off in their books. The expense accounts of Coedeloer for the month of August, of Sadras for the month of September, and of Palicol also for August, as well as the expense accounts incurred at Jaggernaikpoeram on behalf of the sloops de Anthonia Dorothea and de Walvisch, having subsequently been reviewed, were passed for write-off, in the hope that frugality has been properly observed; likewise the gifts and timber repairs made at Palicol in the last six months of the expired financial year. And upon the question raised whether, by delivering to the English in cash the gift that was previously given to the resident ruler or rather the Nabob of Rajahmundry, the gifts customarily given to the lesser native rulers ought to cease: it was approved and resolved not to withhold from those minor rulers their ordinary gifts, but to deliver them at their proper time, even though they are subordinate to the English, because, as everything must pass through the district in which they reside, they can cause many hindrances to the merchants and other dependents of the Honorable Company. After this, there were admitted into the Company's service: Hans Jacob Meijer of Palliacatta as a soldier at ƒ 9 per month and the ordinary engagement of five years to serve at Palliacatta; and likewise as a soldier with equal pay and engagement Hendrik Diderik Raadges, being a ward of the orphanage of this city, who does not possess sufficient capital to support himself from the interest. Furthermore, the following were increased in salary: the quartermaster Anthonij Kroeg of Dantzig from ƒ 14 to ƒ 16, as well as the sailors Jonas Theunits of Metz and Johannes Afrika of Guinea, the former from ƒ 11 to ƒ 14 for five years, and the other from ƒ 11 to ƒ 13 with the usual three-year engagement; item the drummer Johan Kuijper of Palliacatta from ƒ 7 to ƒ 9; and further the sailor Gerrit Raspe of Kloppenburg was transferred to soldier at his currently earned wage of ten guilders; subsequently the clerk at the office of Sadraspatnam, Cornelis van Misselaar the Younger, was promoted to junior assistant at ƒ 16 per month and an engagement of three years. But on the other hand, the soldier Manuel S:t Fiago of Lisbon was dismissed from the service because of his continuous debauchery and dissolute conduct, whose salary it was therefore decided to cease as of the ultimate of the past month. Lastly, having reviewed the extracts received and answered at this principal station and at the subordinate offices from the Memorandum of Errors in the trade books of this government for the year 1766/7, or from primo September 1766 to the ultimate of August 1767, drawn up at Batavia on the date of 12 January of this year, and received here on 27 May thereafter by the ship Vlietlust; the assembly thereupon resolved, subject to the favorable approval of Their High Excellencies the Supreme Indian Government, provisionally to dispose as appears in the following; namely: At Nagapatnam. With respect to the provisions supplied for the use of the powder mill, it was approved in the future to charge them to the account of the gunpowder manufacture, instead of ordinary expenses, as was done with ƒ 44:8:—, and to have this consistently observed. And furthermore to represent to Their High Excellencies that the order to place the amount paid for the apprehension of deserters to their accounts, and subsequently to write it off in the trade books to the charge of Land Salaries, having been introduced in the financial year 1767/8 in compliance with the aforementioned honored command of Their High Excellencies, the instructions regarding this matter would therefore be promptly observed and followed. As the specification book at present clearly demonstrates what the Honorable Company expends for every sick person admitted to the hospital: it was resolved to refer to that demonstration, since there is no possibility of introducing any other arrangement regarding that hospital at this place, both because of the high cost of provisions and other circumstances accompanying the same. As it was also resolved regarding the 4 stuivers per day being paid for every sick person residing outside the hospital; and their own

Dutch transcription

waarom de kosten van neev:s gem: boeking van deverse onkost recq: en schen kagie van palicol van ult.„o augs. geschenk aande Engelsen de verleveninge cesseeren. duuring soo op het pees en pak als op het cento ter voldoening aan Haar Hoog Edelens gevenereerd be„ vel, dien aangaande bij Hoogst derselver missive van den 1=e Aug=s 1769: afgegeven. —. te vorderene redenen van Jagger. En wijders van de Jaggernaikpoeramse opper„ thonijbi haar boeken met af gesz zijn hoofden reedenen te vorderen, waarom de Memorien van het ten koste gelegde en verstrekte aan de te Bi„ milipatnam aangeweest zijnde thonijs, dog die te Jaggernaik p=m overwinterd hebben, niet bij haare boeken afgeschreeven zijn geworden. — resumptie en passeering ter at vervolgens geresumeerd zijnde, de onkostreekening van Coedeloer in de maand Augustus, van Padras en de maand september, en van Palicol meede van aug=s, Jtem de te Iaggernaikperam gemaakte onkostreekeningen, ten behoeve der Chialoupen de Anthonia Dorothea en de walvisch, wierden deselve onder hoope de menage naar behooren zal zijn behartigd, ter afschrijving gepasseerd; soomeede item van de mem: van tim meragiete Palicol gedane geschenken en vertimmeringen in de Laaste ses maanden des afgeloopen boekjaars bedenking of door de afgeve van't en op de gevallene bedenking, of door de afgave aan aande mindere regenten zoude meete de Engelsen in Contant van het geschenk dat te vooren aan den inhoor of eijgentlijk den Nabab van Ragiema„ den 5.:' 9ber: 1770. hindrawarom 741 den 5. ' 9ber: 1770. —. houden, en waarom. soonen soo hier als op de onderhoorige Comptoiren. hindrawarom afgegeven was, niet zoude moeten cesseeren de vereeringen die men gewoon is geweest, aan de mindere Landregenten te doen: is goedgevon, besluijt haar deselve niet te ont„ den en verstaan, die Regentjes haar ordinaire ge„ schenken niet te onthouden; maar op sijn teid afte„ geven, schoon sij aan de Engelsen gesubordineerd zijn, dewijl sij als alles door het District waarin sij gezee„ ten zijn, moetende passeeren, veele traversen aan de Cooplieden en andere dependenten van dE: Comp: toe„ brengen kunnen. — Hierna wierden in 'sComp. s dienst g'admitteerd admissie van 2. personen en dienst Hans Jacob Meijer van Palliacatta voor zoldaat met ƒ 9. ter maand en ordinair verband van vijff Jaaren om op Palliacatta dienst te doen. Soo ook voor zoldaat met gelijke besolding en verband Hen„ drik Diderik Raadges, zijnde een pupil van de weeskamer deeser steede, die geen genoegsaame Ca„ pitaal heeft, om sig van de renten te kunnen sus„ tenteeren. —. Werdende wijders in gagie verhoogd den quartier hooging in gagie van di verse per„ meester Anthonij Kroeg van Dantzig van ƒ. 14. tot ƒ16, mitsgaders de mattroosen Jonas Theunits van Metz en Johannes Afrika van Guinee, de eerste. - soldaat en waarom. resumptie van endispositie op de beantw: Extracten uijt de mem: van Erreusen van d.o 176/7. eerste van ƒ 11. tot ƒ 14. voor vijff Jaaren, en den anderen van ƒ 11. tot ƒ 13. met het gewoon drie Jaarig verband, Jtem den tamboer Iohan Kuijper van Palliacatta van ƒ 7. tot ƒ. 9. en voorts den mattroos Gerrit Raspe van kloppenburg gechangeerd tot soldaat met sijn thans winnende gagie van thien guldens; vervol„ gens tot Jong adsistent met ƒ16. ter maand en een verband van drie Jaaren g'advanceerd, den pennist ten Comptoire Sadraspatnam Cornelis van ontklag uijt dendienst van een Misselaar de Jonge. Dog waar en teegen om sijn continueele debauche en Liederlijk gedrag uijt den dienst wierd geset den zoldaat Manuel S:t Fi„ ago van Lisbon, wiens gagie men dierhalven goed„ vond met ult=o der vergange maand te laaten cesseeren. —. Laastelijk nog geresumeerd zijnde, de te deeser hoofdplaatse, en op de subalterne Comptoiren be„ antwoorde en ingekomene Extracten uijt de Me„ morie van Erreuren op de Negotieboeken deeses gou„ vernements de anno 1766/7. of seedert primo Septem„ ber 1766. tot ult=o aug:s 1767. te Batavia in dato 12=e Januarij deeses Jaars opgemaakt, en den 27:' Meij daaraan per het schip vlietlust alhier ontfangen; den 5.:' 9ber: 1770. zoo 743 zoo besloot de vergadering daarop ter gunstige approbatie van Haar hoog Edelens de Edele Hooge Indiase Regeering soodanig bij provisie te disponeeren, als in't vervolg blijkt; te weeten Te Nagapatnam. —. Wierd ten opsigte van de gedaan werdende verstreckingen ten dienste van de Kruijtmoolen goedgevonden voortaan ten Laste der kruijtmakerij afteboeken, in steede van de onkosten ordinair, gelijk met ƒ44:8. —. geschied was, en sulx steets in agt te doen neemen. Hoog p En voorts Haar „ Edelens te vertoonen, dat de ordre om het betaalde voor het opvatten van de deserteurs, op derselver reekening te stellen, en vervolgens bij de Negotie boeken ten Lasten van Zoldijen aan Land afte„ boeken, in het boekjaar 1767/8. in naar koming van welmelde Haar hoog Edelens gevenereerd bevel ingevoerd zijnde, men dierhalven het aange„ schreevene dien aangaande prompt zoude observeeren, en naarkomen. Bij het specificatie boek teegens woordig duijdelijk aangetoond werden„ de, wat dE: Comp=e voor ieder zieke, die in het Hospitaal ten koste komt te leggen: zoo wierd beslooten sig aan dat Demonstratie te refereeren, alsoo 'er geen mogelijkheid is, hier ter plaatse een andere schicking om„ trend dat zieken huijs intevoeren, soo om de duurte der Levensmiddelen, als andere omstandigheeden dewelke deselve verseld gongen. —. Soo als ook beslooten wierd ten belange van de betaald werdende 4. stuij vers 'sdaags voor ieder zieken die buijten het Hospitaal leggen; en haar den 5. ' 9ber: 1770. eijge O 1

NL-HaNA_1.04.02_3290_0994 view scan ↗

English

run their own household, to conform to the order of Their High Mightinesses contained in the letter of 14 July of this year, in which it pleased Them to leave it on the present footing. However, in contrast, it was resolved that the medicines supplied to those who continue to perform their duties shall henceforth be charged to ordinary expenses, in dutiful compliance with the order of Their High Mightinesses concerning this matter, while giving assurance that such supplies are made only to the needy. It having already been stated above, concerning the amount paid for the apprehension of deserters, that the order given on that subject had already been observed since the financial year 1767/8, it was decided to adhere to this regarding the remarked items of f 264.- and f 181:12, with a request, therefore, for the favorable relief from the payment of the 1/6th part thereof imposed on that account, and to convey gratitude for the items for which it pleased Them to grant exemption. With regard to the offices of Portonovo, Sadraspatnam, Palliacatta, Palicol, and Bimilipatnam, nothing special having been found to remark, it was therefore resolved to refer to the responses given by those resident chiefs, but to leave the ordinary rations on the present footing, namely at the expense of the factory where the supply takes place, just as Their High Mightinesses have been pleased to grant Their permission for this. 5 November 1770. However, the response regarding this matter by the Jaggernaikpatnam officials being contrary to that granted permission and the orders from here, it was thought fit to address them on this and write to them to leave it on the footing as it was now, and furthermore to write to them for their information to write off henceforth what is consumed for the performances etc. under extraordinary expenses instead of charging it directly to the head account, as had been done by them. After the meeting adjourned, the aforementioned approved decisions having been presented to the Honorable Governor by the secretary, His Honor was pleased to approve all of the same. Thus done and decreed in the Castle of Nagapatnam on the date aforesaid. Signed as before. Wednesday, 14 November in the year 1770. In the morning at half past seven o'clock. Political Council held. All present, except the Honorable Governor, on account of indisposition. Yesterday evening from Colombo via Jaffanapatnam arrived here. 14 November 1770. Opening and reading of a packet of Batavian political papers received here via the ship Westerveld dispatched to the island of Ceylon. The same being opened, there was found therein the revered letter of Their High Mightinesses of 11 September last, serving solely to accompany 3 chests of gold to the amount of f 184511:14:8 brought to Batavia from Europe for this coast by the Zeeland vessel Vlissingen, and by the aforementioned Their High Mightinesses, together with an additional bar of gold melted in Batavia to the value of f 2194:15, sent here to Colombo for further delivery. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid. Signed as before. Friday, 23 November 1770. In the morning at half past eight o'clock. Political Council held. All present. Owing to the death of the Second Warehouse Master, Jan Diderik Severin, his successor in his post, the Junior Merchant Hendrik Ambrosius Johnson, was re-elected as a member of this Council, and it was accordingly resolved to release him from membership in the Honorable Court of Justice here, to which subsequently the Bookkeeper Adam Godlieb Henk was appointed. In the same manner, it was resolved that the said Johnson, as well as the Junior Merchant Jan Appengh and also the Junior Merchant Schoffier, for their respective newly obtained offices of Second Warehouse Master and Dispenser here, as well as Second of Palliacatta, shall promptly be required to provide sureties in accordance with the regulations, conforming to the current stipulations regarding sureties established by Their High Mightinesses; and furthermore to write to the Palliacatta and Palicol resident chiefs to ensure that the chosen Warehouse Master of the first-mentioned factory, Mr. Jacob Pieter de Neijs, and the newly appointed Second of the second-mentioned office, Jan Onstee, also provide security corresponding to their aforementioned newly obtained offices. 23 November 1770.

Dutch transcription

eijge menage doen, sig te gedragen aan haar hoog Edelens bevel, vervat bij missive van den 14:' Julij deeses Jaars, waar bij Hoogst deselve behaagd hebben om het op den teegenswoordigen voet te Laaten Dog waar en teegen verslaan is, de verstrekt werdende Medicamen„ ten, aan die, die hun dienst blijven waarnemen, voortaan ten Laste van onkosten ordinair te brengen in schuldige naar koming van Haar Hoog Ed. s ordre dien aangaande, onder te doene verseekering dat die ver„ strecking niet anders dan aan de Noodlijdende geschied. —. Hier vooren omtrend het geen betaald wierd tot het opvatten van deser„ teurs, reeds gezegd weesende, dat de ordre over dat sujct gegeven, reeds zee„ derd het boekjaar 176 7/8. geobserveerd wierd: soo besloot men daaraan te gedragen, omtrend de geremarqueerde posten van ƒ264. -. en ƒ181:12. met versoek derhalven om de gunstige releveering van de dierweegens opgelegde voldoening van het 1/6. gedeelte daar van, en te doene dankbetuijging voor de posten, waarvan hoogst deselve behaagd hebben onthetfing te verleenen. Ten opsigte van de Comptoiren Portonovo, sadrasp=m, Pallia Catta Palicol en Bimilip=m niets bijsonders te remarqueeren gezonden wesende, wierd dierhalven geresolveerd, sig aan de gegevene responsen dier opperhoofden te refereeren; dog de randcoenen ordinair te laaten op den tegenswoordigen voet, teweeten ten laste van de factorij daar de verstrecking geschied. gelijk haar hoog Ed=s derselver toeltemming daar toe hebben gelieven te geven. —. den 5:' 9ber: 1770. Dog 287 287 745 door den heer gouverneur Dog het gerespondeerde dien aangaande door de Jaggernaijkp=le bediend=s teegens die verleende permissie en het g'ordonneerde van hier strijdende: vond men goed haar daar over te onderhouden, en aan teschrijven het te laaten op dien voet als het nu wes, en haar wijders tot narigt aanteschrijven, om het verguastreerd werdende voortaan tot de voorstellingen &=a op onkosten Extra„ ordinair afteschrijven in steede van direct op de hoofdreekening te brengen, gelijk door haar gedaan was geworden. — Na het scheiden der vergadering de voorsz: gevallene approbatie, der voorsz: besluijkten besluijten den wel Edelen gestr: heer gouverneur door den secretaris gepresenteerd weesende, geliefde zijn Edele alle deselve, te approbeeren. — Aldus Gedaan en Gearresteerd Jst Castee ol Nage„ patnam dato voorsz. /:was geteekend:/ als vooren Woensdag Den 14:' November Ao 1770. — Smorgens te half agt uuren Politicque Vergadering Gehouden Alle present dempto Den wel Edelen gestr: heer gouverneur, mits in dispositie Gesteren avond van Colombo over Jaffanapatnam den 14.:' 9ber: 1770 alhier. 9 bataviase papieren. van politie opening en Leesing van een paaquer alhier ontfangen een pacquet Bataviase papieren per het schip westerveld ten Eijlande Ceijlon besteld, wierd het zelve g'opend zijnde daarinne bevonden haar hoog Edelens gevenereerde missive van den 11=e Jber: Jongstleeden, eenelijk dienende ten geleide van 3. kisten met goud ten bedrage van ƒ184511: 14:8. per de Zeeuwsche bhaar vlissingen voor deese custe uijt Europa te Batavia aangebragt, en door welmelde haar hoog Edelens beneevens nog een staafje te Ba„ tavia versmolten goud tot ƒ2194: 15: ter verdere bestel„ ling alhier na Colombo gezonden. —. Aldus Gedaan, en Gearresteerd Jn 't Casteel Tot Na„ gapatnam Dato voorsz: /:was geteekend :/ als vooren. Vrijdag Den 23:' November 770. 's morgens te half negen uuren Politique Vergadering Gehouden alle present aanstellig van olnson tot had Mits het overlijden, van den Tweede pakhuijs meester Ian Diderik Severin, wierd desselfs den 14:' 9ber: 1770 vervanger 747 en verleend ontslag aan hem uijtde raad van Justitie haare diensten borgen te doen stellen. vervanger in syn dienst, den ondercoopman Hen„ drik Ambrosius Johnson weder verkoren tot Lid deeser vergadering, en dien volgens beslooten hem te ontslaan van het Lidschap in den Agt„ baaren Raad van Justitie alhier, waartoe vervol, niesing van Hent lot zid daarin gens benoemd wierd, den boekhouder Adam godlieb Henk. Inselver voegen is verstaan, gemelde Johnson saluitners gm: personen voor soo wel, als den ondercoopman Jan Appengh en den meede onder koopman Schoffier, voor hunne respec„ tive nieuwe verkreege diensten van Tweede pakhuijs„ meester en despencier alhier, mitsgaders secunde van Palliacatta, na de ordre ten eersten borgen te laaten stellen, over eenkomstig met devigeerende bepalingen, op het stuk der borgtogten bij Haar. hoog Edelens gestipuleerd, en wijders de Palliacatse en Palicolse opperhoofden aanteschrijven te besor„ gen dat den g'eligeerden pakhuijsmeester van de eerstgemelde factorij M=r Jacob Pieter de Neijs, en den nieuw aangestelden secunde van het tweede genoemde Comptoir Ian onstee meede cautie ko„ men te stellen tot hunne voorsz: verkreege bincteen staande. —. den 23. ' 9ber: 1770:

NL-HaNA_1.04.02_3290_0998 view scan ↗

English

As appears from the receipt, the second bill of exchange of Tieroemenij Chittij has been paid in Colombo; Ceylon is to be debited. A receipt was submitted by the Company merchant here, Tieroemenie Chittij, granted by the Colombo cashier Dirk Joan Potken, dated 10 August of this year, demonstrating the payment into the treasury there, by the authorized agent of that trader named Achamadoe Neijna, of a sum of 10887 milled ducatons and 40 stuijvers, amounting to 18145 Rijxd=s and 40 stuijvers, and this in satisfaction of a second first draft dated 17 August 1769, arising from the value of that sold paddy issued from the warehouses here to that merchant pursuant to the Resolution of 10 January 1769. Therefore, although the Ceylon ministers have not yet given notice of that payment having been made, it is nevertheless approved and agreed to have that government debited for it, as was done with the previous paid sum, and, the aforementioned receipt having been inserted herein, to deliver the aforementioned receipt to the merchant; reading as follows: Received in the Company's treasury from the native Achamaddhoe Naijna, factor of the Company merchant in Nagapatnam Tieroemenij Chittij, the sum of eighteen thousand one hundred forty-five rixdollars and forty stuijvers, calculating ten thousand eight hundred 749 23 November 1770. Pleasure taken in the actions of the government. eighty-seven pieces of milled ducatons and forty stuijvers, in satisfaction of a first draft dated 17 August 1769, saying - d=s 10887. 40. rd:s 18145. 40. Colombo, 10 August Ao 1770. /:was signed:/ D=k J=n Potken /:below was written:/ agrees with the original receipt issued to Tieroemenij Chittij. Nagapatnam, 24 November 1770. /:was signed:/ W: Duijnevelt, Sec=s. —. Thereafter, turning to the deliberation over the matters contained in the venerated missive written by the Right Honourable, Highly Esteemed Gentlemen Majores in the fatherland to this government under date of 25 October of the past year, and received here via Ceylon per the ship Renswoude, as well as the extracts of general missives directed by the very same to Their Excellencies the Noble High Indian Government in Batavia on the dates of 7 and 25 October of last year: the same were attentively re-read, and in view of the pleasure which they have been pleased to take in the performance of this government in the service of the Honourable Company on this Coast, it was decided to express the deepest gratitude of this government for both the trust placed in them as well as for the favourable opinion that they are pleased to hold in that regard, with the declaration that the same served as spurs that would urge it more and more to employ everything that could be expected of honour-loving servants towards the preservation and increase of the good trust, and therefore to give the strongest assurance of the attention that was kept constantly and inextricably fixed not only to increase the collection, but also to ensure the improvement of the quality of the collected textiles, with which the meeting flattered itself to have succeeded reasonably well in the last three years, and did not doubt that such would also have come before the aforementioned Gentlemen principals, with further notification that, although the prices of the cloths might have fallen due to the large supply, or on account of this or that cause, it nevertheless trusted that the work itself had contributed nothing to that, and that in the same manner 751 23 November 1770. increase here no doubt that such would also be followed at the offices regarding Madras and in what case the collection would be more favourable it had exerted itself towards an ample collection of coarse cloths, at a time when the scarcity of the same in Batavia had been at its highest, without it having been necessary to resort to the authorized 10 percent, and furthermore that, the augmentation added for the merchants at this head station having already been revoked, it did not doubt that those of the subordinate offices would also soon be followed, after the exhortations with which it had caused them to insist, expressing, however, the poor expectation of success foreseen in this respect regarding the Sadras merchants, on account of their insolence, as they, instead of consenting to the reduction, were importunate enough to insist on the increase of the prices; although one still had to exercise much indulgence toward them on account of their debts to the Honourable Company, since otherwise, in case one did not have to spare those and similar merchants who are in debt, the collection would be in a much more favourable state and cause this government less worry, but

Dutch transcription

blykens quitantie is de tweede wissel van Tieroemenij Chittij te Colombo betaeald ceijlon ten Laste te brengen. Bij een door 'sComp.s Coopman alhier Tieroemenie chittij overgelegde quitantie door den Colombosen Cassier Dirk Joan Potken, in dato 10. ' aug=o deeses Jaars verleend, aangetoond werdende, de in cassa telling aldaar, door de gemagtigden van dien handelaar in naame Achamadoe Neijna, van een Somma van 10887. gecartelde ducatons en 40. stuijvers, uijtmaakende 18145. Rijxd=s, en 40. stuijvers, en zulx in voldoening eener tweede Eerste assignatie sub dato 17:' Aug=o 1769, voortkomstig uijt de aan die marchiandeur alhier uijt de pakhuijsen, ingevolge Resolutie van den 10:' Januarij 1769. afgegeevene, of besluijt het montant van dien verkogte Nelij; soo is schoon de Ceijlonse Ministers als nog geen kennisse gegeeven hebben, van die gedaa„ ne voldoening, egter goedgevonden en verstaan, dat gou„ vernement, daar voor gelijk met het voorige afge„ legde montant geschied is, te laaten debiteeren, en insertie van voorm: quilantie de voormelde quitantie in deesen geinsereerd zijnde, aan den Coopman aftegeeven; luijdende deselve aldus Ontfangen in 'sComp=s Cassa van den inlander Acha„ maddhoe Naijna, factoor van 'sComp=s koopman te Nagapatnam Tieroemenij chittij, de somma van Agthien duijsend Een honderd vijf en veertig rijxd. s en veertig stuijvers, bereekenende thien Duijsend agt den 23:' 9ber: 1770. honderd 749 den 23. ' 9ber: 1770. "geschept genoegen oude verrigtingen der Kegerijeg. honderd seven en Taggentig p=s gecartelde ducatons en veertig stuijvers, in voldoening eener Eerste assignatie sub dato 17:' augs 1769. zegge - . d.=s 10807. 40. rd:s 1845. 40. Colombo Den 10. ' Augustus Ao 1770. /: was getee„ kend:/ D=k J„n Potken /:onderstond:/ accordeerd met de origineele quitantie aan Tieroemenij chittij affgegeven. Nagapatnam Den 24:' Novem=r 1770. /:was getee„ kend:/ W: Duijnevelt, Sec=s. —. Daarna getreeden zijnde, ter besoigne over de besoigne overde uropase brieve zaaken, vervat bij de gevenereerde Missive door de Hoog Edele hoog Agtbaare Heeren Majores in het vaderland aan deese Regeering in dato 25:' octo„ ber des gepasseerden Jaars geschreeven, mitsgaders over Ceijlon per het schip Rens woude alhier ont„ fangen, als meede de Extracten generaale Missi„ vens, door Hoogst deselve aan Haar Hoog Edelens de Edele Hooge Jndiase Regeering te Batavia in datis 7. ' en 25. ' october des voorleeden Jaars gerigt: zoo wierd deselve met aandagt herleesen, en ten opsigte van het genoegen, dat Hoogst desel, te doen dankbetuijging zo oort ve behaagd hebben te scheppen in de verrigting dee„ ser Regeering in den dienst der E: Maatschappij te en onder welke betuijging „dering der insaam als de verbetering verdoeken. gaande flatteerd. niets tot de deeling vande prijse gedaan zal hebben. insaam van grovedoeken. te deeser Custe, beslooten de diepste verpligting deeser Regeering daar voor voor soo wel te betuij„ als 't gesteld verbouwen indeschegen, als voor het goedgevoelen dat Hoogst deselve daaromtrend gelieven optevatten, onder betuijging dat het selve tot prichelen strekte, die haar meer en meer aansetten zoude, om alles aantewenden wat van eerlievende dienaaren verwagt konde wer„ den, tot conservatie en vermeerdering van het goed vertrouwen, dierhalven op het kragtigste verseeker en verseekering zo wegt le merz oude werden van de attentie die men steeds on„ afscheijdelijk gerestigd hield, om den Jnsaam niet alleen te vermeerderen, maar ook de verbetering van de deugd der Jngesamelde Lijwaaten te be„ waarmeede men sig dien aan sorgen, wel kend weegen de vergadering zig flatteer„ de in de Laaste drie Jaaren reedelijk wel geslaagd te zijn, en men niet, twijffelde, of zulx zoude wel gedagte Heeren principaalen ook te vooren ge„ „trouwen dat 't gewees op sig e komen weesen, onder wijdere te kennen geeving, dat schoon de prijsen der kleeden, door den groo„ ten aanvoer, dan wel uijt hoofde van deese of geene oorsaaken, gedaald mogte weesen, men egter ver„ „trouwde het gewert op sig zelve daar niets toe gecon„ gedane beijvering omntrenden tribuceerd zoude hebben en dat men in selver voegen den 23. ' 9ber: 1770. sig 751 den 23. ' 9ber: 1780. verhoging alhier nontwijffeling ook zulk zoude op de Comptoiren gevolgd werden. terent o te ladras. en wat geval den insaam favora„ belder weesen zoude. sig beijverd hadde, tot een ruijmen Jnsaam van grove doeken, in een tijd daar het gebrek om deselve te Batavia op zijn hoogst was geweest, sonder dat 'er nodig geweest was, om tot de gequalificeerde 10. p. r Cento te komen, en dat wijders de aan de coopJntrecking van de toegevogde lieden te deeser hoofdplaatse toegevoegde augmen„ tatie reets ingetrocken zijnde, men niet twijffelde, of zoude van die der onderhoorige Comptoiren meede haast gevolgd werden, na de adhortatien waarmeede men deselve hadde laten aandringen, onder betuijging egter van het slegt succes dat deg slegte hofe van sucs daarom, ten dien opsigte omtrend de Sadrasse Cooplie„ den te gemoed gesien wierde, uijt hoofde van der, en uijt wat hoofden selver onbeschaamtheid, alsoo zij in plaatse van in de diminutie intewilligen, importun ge„ noeg waren, om op de vermeerdering der prijsen te staan; hoewel men omtrend haar tot nog veel inschickelijkheijd moeste gebruijken, om de wille haarer schulden aan dE: Comp=se, dewijl an„ ders, ingevalle men die, en soortgelijke schulden hebbende handelaars niet ontsien moeste, den Jn„ saam in een veel favorabelder aanschouw weesen, en deese Regeering minder sorge veroorsaaken zoude, dog

← previousnext →