VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3295

Malabar · 718 pages · 126 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3295_0570 view scan ↗

English

VIII: On the King of Trevancoor. because he is above all so prepossessed with his own greatness and power that he cannot endure the least semblance of slight. Nor is it impossible to accommodate oneself completely to his particular humor in this matter, provided one only takes care that a prince must always be treated as a prince. Section 81. Yet this politeness must not be carried too far, much less transformed into total compliance; for the latter he would regard as a sign of timidity, and thereby become all the more overbearing. Whoever holds the chief authority here ought to display in all his actions a certain seriousness that is steadfast and consistent, especially in what he says and promises. He also ought to place before this prince's eyes, more than once and as often as necessary, his speculative engagement with the English and his conduct toward the Honorable Company, since such reminders can do no harm at all, and it is also very well possible, as Your Right Noblenesses rightly observe, to tell someone the truth in terms of modest courtesy without actually assaulting his honor or person. One must not even be timid about resorting to acts of force now and then, if verbal representations fail to help, provided one only ensures that one pursues a just cause, and that one arranges the enterprise in such a way that it cannot take on the appearance of committed hostility; for if one regulates one's conduct in that manner, it cannot fail to make some impression upon the mind of the King of Trevancoor. At least I have acted in that manner, especially in the incident at Coeriapallij, which was of an exceptionally good success. The description thereof given in my recently dispatched notes concerning the dealings with the King of Trevancoor can show this more fully. And since from that, and Section 82. from the letters inserted therein, it will appear much better than from mere reasoning what I actually mean by polite yet serious conduct, and in what manner I have not simply seized the opportunity, but have even sought it out, in order to be able to tell the King of Trevancoor the truth with earnestness, I shall for the rest concerning this point refer to that writing. Section 83. Formerly there seems to have been a plan here to make the King of Trevancoor the sole master or emperor of the entire Mallabaar, in order to have to deal with only one instead of several princes; but, in my humble opinion, entirely without, or at least upon very poor grounds. For he, being once attached to the English, will never entirely abandon them and keep to the Honorable Company alone. All native princes in general along the west of India have more fear of, and affection toward the English than toward the Dutch Company, certainly because the English immediately avenge with arms the injury done to them, and also come to the aid of their friends, indeed all who merely request them, with actual assistance; which is not done on the part of the Honorable Company, or perhaps for various reasons cannot be done. And therefore it would have been far better, if one had wished to introduce such a supreme rule, that one had chosen the King of Cochim for it. For the latter has less opportunity to engage with foreign nations, and one also has it better in one's power to prevent him from doing so, and even to punish him if he should occasionally commit excesses. Section 84. Yet that is now settled. By the latest contract of the year 1753, he was permitted to make conquests upon his own and the Honorable Company's friends and allies. Consequently, he has not only completely extirpated the King of Porca along with several other princes, but has even taken away from the King of Cochim his best pepper lands, and has thereby humiliated him so greatly that he can scarcely maintain his dignity. And since this latter has especially increased his power, and made him all the more puffed up and unmanageable, I know of no better means to recommend to counter him in this, than that one seeks by all possible means to raise up the King of Cochim again, in order to be able in time to set him up again as a counterweight against him, as he has always been, and indeed might well have remained. According to the aforementioned latest treaty of the year 1753, the King of Trevancoor is obligated to deliver annually to the Honorable Company: At Caab Comorijn 500 Candijlen at Rupees 83 1/3. From his hereditary lands 3000 ditto at Rupees 65. And from the conquests 2000 ditto at Rupees 55. Making together 5500 Candijlen or 2750000 pounds. But I do not believe that this quantity has ever yet been delivered in full up to this day, or will ever be delivered in the future. The King has all too much opportunity to seek an outlet for it that is far more advantageous to him. A portion he sends with native Section 85.

Dutch transcription

VII1: Van den Koning van Trevancoor. om dat deeze voor al met zijne Groothijd en vermogen zo voor ingenomen is, dat hij geen de minste schijn van klijn agting veelen kan. ook is 't niet onmogelijk, zig in dit stuk volkomen na zijne zindelijk „hijd te schikken, als men maar in agt neemt: Dat een vorst steeds als een vorst getracteert moet werden. §: 81: maar deeze beleefthijd moet egter niet te verre getrokken, veel min ver„ andert werden, in eene Compleete Joegee„ „vendhijd. want dit laatste zoude hij voor een teeken van beschroomdhijd houden, en daar op des te meer doordraaven Jemand: die hier het Hoofd- Gezag in handen heeft, diend in alle zijne hande„ „lingen een zeekeren Ernst te vertoonen, die bestendig en eenpaarig is, voornamend„ „lijk in het geen hij zegt en belooft. ook dient hij meer dan eens, en zo dikwils het noodig is, deezen vorst zijn specula„ „tief engagement met de Engelschen, en zijn gedrag tegens de EComp:e voor oogen te houden; dewijl zulke herinneringen gantsch geen quaad kunnen, en het ook zeer wel mogelijk is, dat men, gelijk uw Hoog 265 VII1: Van den Koning van Trevancoor Hoog Edelens ten regten gelieven aantemer„ „ken, iemand in termen van klein de waarhijd zegt, zonder hem juijst in zijne Eere of Persoon aantetasten. zelf. moet men niet beschroomt zijn, zig nu en dan eens van daadelijkheeden te bedienen, als woordelijke vertoogen niet helpen willen; mids men maar in agt neemt, dat men eene geregte zaake drijft, en dat men de onderneeming zo„ „danig inrigt, dat dezelve geen aanzien van gepleegde vijandschap kan krijgen want als men zijn gedrag op die wijze inrigt, kan het niet wel missen, of het zelve moet op't gemoed van den koning van Trevancoor eenigen indruk maaken. sen minsten heb ik indiervoe„ „gen gehandelt, bijzonderlijk in 't voorval te Coeriapallij, dat van een bijzonder goed succes is geweest. De beschrijving hier van gegeeven bij mijne Jongst ver„ „zondene Aanteekeningen, wegens het verhandelte met den koning van fre„ „vancoor, kunnen zulx breeder vertoo„ „nen. En dewijl mogelijk daar uijt, en 5: 82: uijt VII1 Van den Koning Van Trevancoor uijt de daarbij geinsereerde brieven, veel beeter, als uijt eene bloote reedenering blijken zal, wat ik eijgendlijk onder een Beleeft dog Ernstig Gedrag verstaa en op wat wijze ik met simpel de gelegendhijd waar„ „genomen, maar zelfs gezogt heb, om den koning van Jrevancoor eens met ernst de waarhijd te kunnen zeggen: zo zal ik mij voor 't overige nopens dit Point aan dat schrif„ „tuur gedraagen. 5:83: Voor deezen schijnt hier een Concept. ge„ „legen te hebben, om den koning van Trevan„ „coor alleen meester of keijzer temaaken, van de gantsche mallabaar, ten eijnde maar met Eenen, insteede van verschijde vorsten te doen te hebben; Dog, volgens mijn gering ge„ „voelen, in't geheel zonder, of ten minsten op zeer slegten grond. want hij aan de Engelschen eens verknogt zijnde, zal dezelve nooit in't geheel verlaaten, en zig aande EComp:e alleen houden. Alle Jnlandsche vorsten in't Generaal om de west van Jndien, hebben meer vreeze voor, en Geneegendhijd tot de Engelschen dan tot de Neederlandsche Comp:e, zeekerlijk omdat de Engelschen het hun aangedaan leed 266 VII1: Van den Koning van Trevancoor. leed terstond met de wapenen wreeken, en ook hunne vrienden, Ja alle die hen maar verzoeken, met daadelijke hulpe bijspringen het gunt 's EComp:s wegen zo niet geschied, of mogelijk om verschijde reedenen zo niet ge„ „schieden kan. En daarom was 't vrij beeter geweest, als men diergelijken opperheerschap„ „pij hadde willen invoeren, dat men den koning van Cochim daar toe uijtgekosen hadde. Want deeze heeft minder gelegend„ „hijd, zig met vreemde natien intelaaten, en men heeft het ook beeter in zijne magt, hem zulx te beletten, en zelfs te straffen, als hij zomtijds uijtspatten mogte. 5: 84: Dog dat legt 'er nu toe. Bij 't Jongste Contract van A:o 1753: is aan hem toegestaan, veroveringen op zijne en 's E: Comp:s vrienden en Bondgenooten temogen maaken. Hij heeft daarop ook den koning van Porca met verschijde andere vorsten niet alleen in't geheel uijtgeroeijt, maar zelfs den koning van Cochim zijne beste Peper landen afgenomen; en den zelven daardoor zo zeer verneedert, dat die nauwlijx zijn fatsoen houden kan. En dewijl VII1: Van den koning van Trevancoor dewijl dit laatste voornamendlijk zijne magt vermeerdert, en hem des te opgeblaa„ „zener en onhandelbaarder gemaakt heeft, zo weet ik ook geen beeter middel aante„ „wijzen, om hem hier in tegen tegaan, dan dat men den koning van Cochim door alle mogelijke middelen weder zoekt op te beuren, ten eijnde denzelven met 'er tijd hem weder tot een tegenwigt te kunnen stellen, zo als hij althoos- geweest is, en ook wel hadde mogen blijven. Volgens het evengemeldte Jongste Tractaat van A:o 1753: is de koning van Jrevancoor verpligt, Jaarlijx aande E Comp: te leeveren: Aan Caab Comorijn 500: Candijlen à Rop:s 83 1/3. uijt zijne Erflanden 3000: d=o - „ „ 65:—. En uijt de Conquesten. . 2000: _=o - „. . „ 55: —: maakende tesamen 5500: Candijlen of 2750'000: Ponden. maar ik geloof niet, dat deeze quantiteijt tot heeden nog eens ten vollen geleevert is, of ooit in den aanstaande geleevert zal werden, De koning heeft al teveel gelegendhijd, daarmeede eenen uijtweg tezoeken, die voor hem vrij voor„ „deeliger is. . Een gedeelte verzendt hij met Jnlandsche G 5: 85:

NL-HaNA_1.04.02_3295_0575 view scan ↗

English

267. VIII: Of the King of Travancore. native vessels to Coromandel, for which the Honourable Company must issue passes according to that same contract, to wit: one pass for every 300 Candijlen that he has delivered. Another part goes by pack animals over the mountains to that very same Coast. And the remainder the foreign nations eagerly take from him. The English pay on behalf of their Company 80 Rop:s per Candijl, and private individuals 100 to 110 Rop:s. But from the Portuguese, Danes, French, etc., he can easily get 120 to 130 Rop:s. And this being compared to what the Honourable Company pays, it is hardly surprising that he gives preference to others; the more so because it seems to be a characteristic among all natives that they are all the more strongly dominated by self-interest the less they take pride in fulfilling their promises, or consider themselves bound by contracts and oaths. Section 86: On this foundation certainly also rests the order which Your Right Excellencies have already given previously and now recently renewed, namely to make private VIII: Of the King of Travancore. and underhanded purchases of pepper at higher prices than the contracts dictate. And this has indeed been very good, and has had the effect, among others, that this year already approximately 100,000 lb have been received from Cranganore and Paponetty alone and sent to Ceylon, which otherwise private smugglers would have obtained. But taken as a whole, this purchase is nonetheless very limited and can contribute very little, nor can it by any possibility be increased: for the King of Travancore has imposed the death penalty on, and also has it executed upon, all those who are merely caught selling and delivering a single handful of pepper to others besides himself. For this reason, the Residents of Porca and Calicoilang can also obtain little or nothing in that manner; since these places lie too close under the eye of the King and too far out of the way for the pepper cultivators to risk transporting any parcels of note thither. And 268. VIII: Of the King of Travancore. And what is delivered at Cranganore and Paponetty likewise consists only of single pounds, which the country people, as it were, steal from their own produce and must bring to the scale at night and unseasonable hours in order not to be discovered and punished. Section 87: For this reason I have arrived at the thought, and cannot refrain from respectfully submitting to Your Right Excellencies' consideration: whether it would not be best to conclude a further contract with the King of Travancore concerning the price, and to give him slightly more; provided, however, that the tolls and gift monies which are annually credited to him at the settlement of accounts are discontinued. For although it is true, and I have already answered the King's First Minister of State upon his complaint about the low price, as shown in the aforementioned notes Section 82: that the Honourable Company, according to right and equity, could not pay as much as the English and other private merchants because, for the security of the Kings of Cochin and Travancore, it bore the VIII: Of the King of Travancore. burdens of an extensive city and several lesser fortresses, and consequently also ought to share in the benefits yielded by the products of the land; yet one dare not hope that such representations will effect much change in the matter itself. An actual increase alone will satisfy him and be able to take away all pretexts. And therefore, regarding this measure as the only and best means by which one can bring the King to a more ample delivery, I believe I may propose it with all the more right because the underhanded purchase nevertheless costs considerably more than the English pay, and because Your Right Excellencies yourselves are pleased to say: That by ways and channels proper to a merchant one must seek to obtain large quantities of pepper from the King of Travancore, and not by means of force. Yet if this will not help, then one will indeed be obliged to take another course, and in a practical manner Section 88: 269. Of the King of Travancore. manner to show him that he at least cannot entirely do without the Honourable Company. And this seems to me most suitably able to happen, and still without signs of force or hostility, if Coilang is restored to its old privilege, and no more passes are given to him than in proportion to the pepper he delivers; and if that likewise has no effect, that one then prevents him from purchasing tobacco at Jaffnapatnam. Section 89: For according to Section 30, no vessels may depart from this Coast without taking passes from Coilang, which for that purpose are sent thither signed in blank from Cochin. Nor do I know otherwise than that through Pamban Strait nor near Manaar no one may sail who does not have a pass from the Company. If this is therefore observed, and not a single pass more is granted to him than he has the right to demand according to the contract in proportion to the delivery, Section 85, instead of now, through a bad abuse, already for some time [illegible]

Dutch transcription

267. VII1: Van den koning van Trevancoor. Jnlandsche vaartuijgen, naar Cormandel, waar toe de EComp:e volgens dat zelfde Con„ „tract Passen moet geeven, teweeten: voor ieder 300: Candijlen, die hij geleevert heeft Een Pas: Een ander gedeelte gaat met Last„ „beesten over 't gebergte, naar die eijgenste Cust. En het overige haalen de vreemde na„ „tien greetig van hen af. De Engelschen betaalen voor 't Candijl Comp:s weegen Rop:s 80:, en Particulier. Rop:s 100: â 110: Dog van de Portugeesen, Deenen Fransen ensz: kan hij wel Rop:s 120: â 130: krijgen. En dit vergeleken zijnde tegens het geen de EComp:e maar betaalt, zo is het nauw„ „lijx te verwonderen, dat hij aan anderen de preferentie geeft; Temeer, om dat het tog bij alle Jnlanders eene eijgenschap schijnt tezijn, dat zij door eijgen belang zoveel te sterken overheerscht werden, hoe min„ „der zij in de nakominge hunner beloften eene Eere stellen, of zig aan Contracten en Eeden verbonden agten 5:86: Op dit fondament steunt ook zeekerlijk de ordre, die uw Hoog Edelens bevoorens al gegeeven, en thans weder vernieuwt hebben, om namendlijk par„ ticulier VIII: Van den koning van Trevancoor. „ticulier en onder 's hands Inkoop van Peper te doen, tegens hoogere prijsen, dande Contrac„ „ten dicteeren. En dit is ook in der daat zeer goed, en onder anderen vandat effect geweest, dat dit Jaar al ten naasten bij 10'0'000:- lb, van Cranganoor en Pa„ „ponettij alleen ontfangen en naar Ceijlon verzonden zijn, die anders particulie„ „re smokkelaars gekreegen zouden heb„ „ben. maar over 't geheel genomen, is deeze Jnkoop egter zeer bekrompen, en kan wijnig zooden aanden Dijk brengen, nog ook niet met eenige mogelijkhijd vermeerdert werden: want de koning van Trevancoor heeft de dood straffe gesteld op, en laat dezelve ook vol„ „brengen, aan alle de geenen, die maar ge attrapeert werden, een enkelde hand„ „vol Peper aan andere, buijten hem, verkogt en geleevert te hebben. uijt dien hoofde kunnen de Residenten van Porca en Calicoilang ook wijnig of niets op die wijze bemagtigen; dewijl deeze plaat„ „zen te digte onder 't oog vanden koning en voor de Peper Bouwers teverre van de hand leggen, om het te waagen, eenige parthijen van naam derwaards te vervoeren. En 268 V:III: Van den koning van Trevancoor En het gunt te Cranganoor en Paponettij ge„ „leevert werd, bestaat insgelijx maar in enkelde Ponden, die de Land lieden van hun eijgen Product als steelen, en bij nagt en ontijden ter schaale brengen moeten, ten eijnde niet ontdekt en gestraft te werden 5:87: Hierom ben ik op die gedagten gekomen, en kan ook niet nalaaten uw Hoog Edelens eerbiedig in bedenking te geeven: of het niet best zal wezen, met den koning van Trevancoor wegens de Prijs een nader Contract tesluijten, en hem iets meer tegeeven; mids dan ook ophouden, de Thollen en schenkagie Gelden, die hem Jaarlijx bij de afreekening goed„ „gedaan werden. want schoon het waar is, en ik ook blijkens de voormeldte Aanteekeningen 5: 82: den Eersten staats minister des konings, op zijn beklag over de laage paijs, bereeds geantwoordt heb: Dat de EComp:e, volgens Regt en Billijkhijd, zoveel niet konde betaalen, als de Engelschen en andere particuliere negotianten, omdat zij tot securitijt van de koningen van Cochim en Trevancoor, de V:II1: Van den koning van Trevancoor de Lasten van eene uijt gestrekte stad, en verschijden mindere vestingen draagen, en bij gevolg ook meede deelen moeste, in de voordeelen, die de Producten van't land uijtleeverden: zo durft men egter niet hoopen, dat diergelijken vertoogen in de zaak zelfs veel verandering zul„ „len maaken. Eene daadelijke verhooging alleen zal hem voldoen, en alle uijt„ „vlugten beneemen kunnen. En daarom dit middel voor het eenigste en beste ag„ „tende, waar door men den koning tot eene ruijmere leverantie brengen kan, zo vermeen ik het zelve ook met des temeerder regt temogen voordraagen, om dat de onderhandsche Jnkoop tog vrij meerder kost, als de Engelschen betaalen, en om dat uw Hoog Edelens zelfs ge„ „lieven te zeggen: Dat men doorweegen en Canalen een koopman eijgen, groote quantitijten Peper van den koning van Jrevancoor moet zien te verkrijgen; en niet door middelen van geweld Dog als dit niet helpen wil, dan zal men wel verpligt zijn, eenen anderen weg inteslaan, en hem op eene daadelijke wijze 8: 88: 269 Van den Koning van Trevancoor. wijze te toonen, dat hij de EComp:e ten minsten niet in't geheel missen kan. En dit schijnt mij gevoeglijkst, en nog al zonder blijken van geweld of vijand „schap, te zullen kunnen geschieden, als men Coilang in zijn oud voorregt her„ „steld, en aan hem niet meerder Passen geeft; dan na rato vande Peper die hij leevert; En bij aldien dat insgelijx van geen effect is; dat men hem dan den Jnkoop van Tabacq te Jaffenapat„ „nam belet. §: 89: Want blijkens 5: 30: mogen geene vaartuijgen van deeze Cust vertrekken, zonder Passen van Coilang teneemen, die ten dien eijnde van Cochim in Blanco geteekent, derwaards gezonden werden. ook weet ik niet beeter, of door Lampoes Engte nog bij manaar mag niemand vaaren, die geen Pas van de Comp:e heeft. Als dierhalven dit in agt genomen, en aan hem geen enkelde Pas meer ver„ „leent werd, dan hij volgens 't Contract regt heeft, narato vande leverantie temogen eijschen, 5: 85:, insteede dat aan hem door een slegt misbruijk, nu al eenigen dan n lijke

NL-HaNA_1.04.02_3295_0580 view scan ↗

English

VIII: Of the King of Travancore. for some time past, 10 new passes have been given yearly, and the old ones that were not used have been renewed at the same time, then he will nevertheless cease the dispatch of pepper by sea, and consequently be obliged to bring somewhat more to the Honourable Company. § 90: And although he might attempt to achieve his purpose in this matter by means of the English, or that he might not care so much about the dispatch of pepper, as I believe, because he can dispose of enough in his own country, then he will nevertheless not be able to do without the tobacco of Jaffnapatnam. For this article constitutes one of his principal revenues, by the prevention of all foreign import, and by the levying of heavy leases upon its sale and consumption. And for that reason, I believe not without cause, that I may promise myself much good from this measure, which the Honourable Company holds so completely in its power, that even the English, if it does not choose to permit it, cannot undermine it therein. § 91: 270 VIII. Of the King of Travancore. It is true: this tobacco trade certainly constitutes a great part of the revenues of Jaffnapatnam; which the Honourable Company would then sometimes have to do without for one or two years. But this will nevertheless bear no comparison to the disadvantage it suffers when the pepper collection on the Malabar is so small. And even if the Honourable Company, in order to prevent the export, were obliged to buy up all the tobacco and, if unable to send it hither or to other places with its own vessels, had to abandon it to rot or burn it, it will nevertheless still be better that it voluntarily inflicts this damage upon itself, than that it allows itself to be forced by another to abandon a lawful advantage and privilege, and moreover to act in everything according to his pleasure. § 92: For this excessive compliance alone, which now already for many years seems to have been a principal part of the Malabar system, has made the King of Travancore so bold. Had Cochin always been provided with a moderate garrison, and Quilon continually maintained in such a state that it could have maintained its right by small detachments and compelled passing vessels to touch there, he would never have gone to such extremes. Consequently, he must also now be driven back again by a little resistance, and by a constant and serious conduct (§ 81 and 82) be kept within the bounds of equity. And that being done, it can hardly fail but that he will finally find himself obliged to consider his own welfare more or less dependent upon the friendship and interests of the Honourable Company; which I had intended to prove in the beginning of this section. Section Of the Trade and Establishment on the Malabar Coast. Separate Letter The special remarks which the Governor was unable to commit to paper regarding the trade and establishment of the Company there, on account of his indisposition, although such was indeed necessary according to his statement, we shall continue to expect by the next opportunity. Resolution Yet whereas Commander Breekpot further remarks that the measures which have most promoted the vent of merchandise have been the acceptance of ducats until the merchants exchanged them back for rupees, as well as the granting of credit to the merchants for three months, it has been resolved to authorize the ministers to proceed on the footing introduced with good success by the said Breekpot. § 93: Under the establishment is ordinarily understood everything that belongs to the habitation and housekeeping. Of the first, extensive mention has already been made earlier. And regarding the latter, some points will follow hereafter which aim at a better arrangement. But to settle everything completely and thoroughly, I am as yet not in a position to do so. I do not have sufficient experience to make a proper demonstration of the number and necessity of the political and other servants, as was done in passing concerning the military in § 50. The trade books being in arrears, and the continual indisposition of the second, prevent me from knowing the true state of the administrations and their balances, or from making a calculative determination of the ordinary expenses and charges. And therefore, passing over this matter here, 271 IX. Of the Trade. trade, and particularly the sale, will now be the subject of my reflections, since not much more can be said of the purchase than has already been done in § 85-92, among the proposed means for increasing the pepper collection, in which after all the principal purchase on this coast consists. § 94: Cochin is very well situated for trade, and also has many particularities that are capable of attracting foreigners thither. For it is the first town that ships coming from the south can call at with certainty, just as it is the last for those from the north. One can obtain news here, as if from the first hand, of everything that happens along this and the opposite coast of Coromandel, and one can regulate oneself accordingly, both in navigation and in trade. In the roadstead the ships lie neither dangerously nor far away. The discharging and loading can take place quickly. The river is spacious and moderately deep. Large sloops and even small vessels

Dutch transcription

V711: Van den koning van Trevancoor. eenigen tijd herwaards, Jaarlijx 10: nieu„ „we Passen gegeeven, en de ouden, die niet gebruijkt waren, teffens vernieuwt zijn, dan zal hij evenwel de versending van Peper ter zee staaken, en bij gevolg wat meer bij de EComp:e brengen moe„ „ten. 5: 90: En schoon hij onderneemen mogte, in dit stuk door middel vande Engelschen zijn oogmerk te berijken, ofdat het hem om de verzending van Peper zo zeer niet te doen mogte zijn, gelijk ik geloove, om dat hij in zijn eijgen land genoeg quijt kan raaken, dan zal hij evenwel de Tabacq van Jaffenapatnam niet missen kunnen. want dit articul maakt een van zijne voornaamste Jnkomsten uijt, door het beletten van allen vreemden Jnvoer, en door het stellen van swaare Pagten op den verkoop ende Consumptie. En ik vermeen uijt dien hoofde niet zonder reeden, mij veel goeds temoogen belooven vandit middel, dat de EComp:e tog zo volkomen in haare magt heeft, dat zelfs de Engelschen, als zij 't niet toestaan wil, haar daarin niet onderkruijpen kunnen. 5:91: 270 V711. Van den Koning van Trevancoor. Tis waar: Deeze Tabacqs Handel maakt zeekerlijk een groot gedeelte der Jn„ „komsten van Jafenapatnam uijt; die de EComp:e dan zomtijds voor Een of Jure Jaaren zoude missen moeten. maar dit zal egter in geene vergelijking tebrengen zijn, bij het nadeel, dat zij leijdt, als de Peper In„ „zaam op de mallabaar zo gering is. En al was 't ook, dat de EComp:e, om den uijtvoer te beletten, al de Tabacq opkoopen en dieze met haar eijgen vaartuijgen niet herwaards of naar andere plaatsen zenden kan, aan't bederf overgeeven of verbranden moeste, dan zal 't egter nog beeter zijn, dat zij zig zelfs vrijwillig die schaade aandoet, dan dat zij zig door een ander dwingen laat, een wettig voordeel en voor„ „regt te laaten vaaren, en boven dien in alles naar zijn welbehaagen te doen §: 92: Want deeze al te groote toegee„ „vendhijd alleen, die nu al 'tseedert veel Jaaren een hoofd gedeelte van't mallabaars Sijsthema schijnt geweest te zijn, heeft den koning van Trevancoor zostout ge„ „maakt. was Cochim altijd van een tamelijk 5:91: VIII: van den Koning van Trevancoor: tamelijk Guarnisoen voorzien, en Coilang ge„ „duurig in die staat onderhouden geworden, dat het door klijne detachementen zijn regt hadde maintineeren, en de voorbij gaande vaartuijgen, tot den aanleg dwingen kun„ „nen, hij zoude nooit zo verre hebben uijt„ „gespat. Bijgevolg zal hij ook nu, door een wijnig tegenstand weder terug getrok„ „ken, en door een bestendig en ernstig gedaag 5: 81: en 82:, binnen depaalen van billijk„ „hijd gehouden dienen tewerden. En dat geschiedende, kan 't niet wel missen, of hij zal zig eijndelijk verpligt vinden, zijn eijgen wel zijn; van 's EComp:s vriendschap en Belangen min of meer afhangelijk te agten; het gunt ik mij in den beginne deezer afdeeling voorgenomen hadde te bewijzen. Afdeeling Van den Handel en omslag ter Custe Mallabaar. Aparte Brief De bijzondere Aanmer„ „kingen, die de Gouverneur voor den Handel en omslag van de Comp:s ginter, wegens zijne in„ 5:93: Onder den omslag werd ordinair begrepen, alles, wat tot de Jnwoo„ een mi aan „dispositie „ning 153 0 „e d voe 271 IX. Van den Handel. „dispositie niet heeft kunnen ten papiere brengen, schoon zulx volgens zijn zeggen wel noodzaakelijk was, zullen wij met de naaste occagie blijven tegemoed zien. Resolutie Dog dewijl de Commandeur Breekpot. — nog remarqueert:, dat de middelen, die het meest den sleet van Handelwharen hebben bevordert, zijn geweest, het accepteeren van Ducaten, —. tot dat de kooplie„ „den die voor Ropijen weder inwis„ „selden, zomeede, het fieeren —. aan de kooplieden voor drie maan„ „den — zo is verstaan, de ministers te qualificeeren, op de door gedagten Breekpot, met een goed succes geintroduceerden voet, voort te gaan. „ning en Huijshouding behoort van het Eerste is voorwaards bereeds uijt„ „voerig gesprooken. En aan„ „gaande het Laatste zullen hier agter eenige Pointen volgen, die op eene beetere schikking haare afzigt hebben. maar om alles volkomen en in den grond aftedoen; daartoe ben ik voor als nog niet instaat. Jk heb geene ondervinding genoeg, om van't getal en de noodzaakelijkhijd der Politicque en andere Bediendens, eene behoor¬ „lijke Aanwijzinge tedoen, zo als van de militairen 5: 50: in't voor bij gaan is geschied. De ten agteren staan„ „de negotie Boeken, en de Continueele indispositie van den secunde, verhinderen mij, dewaare gesteldhijd der Admini„ „stratien en derzelver Restanten te kun„ „nen weeten; of op de ordinaire Lasten en ongelden eene Calculative bepaaling temaaken. En daarom dit stuk hier over„ „slaande IX: Van den Handel „slaande, zo zal nu de Handel, en in 't bijzonder De verkoop het onderwerp mij„ „ner Bedenkingen zijn, dewijl van den Jnkoop ook niet veel meer gezegt kan werden, dan 5:85:-92: bereeds geschiet is, onder de voorgestelde middelen tot vermeer„ „dering van den Peper Jnzaam, waar in tog de voornaamste Jnkoop te deezer Custe bestaat. 5: 94: Cochim legt zeer wel tot den Handel, en heeft ook veel bij zonderhee„ „den, die in staat zijn, vreemdelingen derwaards te trekken. want het is de Eerste stad, die de scheepen van de zuijd komende, met zeekerhijd aandoen kun„ „nen; zo als het de laatste is, voor die van de noord. men kan hier als uijt de eerste hand tijding krijgen, van alles„ wat langs deeze en de overcust van Cormandel ongaat, en men kan zig zowel in de vaart als in den Handel daar na reguleeren. op de Rheede leggen de scheepen niet gevaarlijk nog verre van de hand. Het lossen en laaden kan spoedig geschieden. De Rivier is ruijm en tame„ „lijk diep. Groote Chialoupen en zelfs klijne scheepen

NL-HaNA_1.04.02_3295_0585 view scan ↗

English

IX. On Trade run, and ships can enter there and then find themselves in a quiet harbor. Among the various products of the country there are some that far distant peoples cannot even do without. Timber, firewood, coir yarn, fresh water, and provisions are not lacking. One can provide oneself with them at all times. The inland water makes the supply easy. And being able to purchase one thing and another at reasonable prices, this is not only the reason why few ships and vessels pass by here without calling, but one can also consider their arrival more or less necessary, when one observes from § 28 that all surrounding places cannot even supply their own necessities, much less provisions for long voyages. § 95. Yet however advantageously this city is situated, whatever convenience shipping finds here, and whatever popular products a merchant can obtain for trade; On Trade yet it is not so much a place of trade as merely a place of staple and refreshment. For in itself it has no consumption of merchandise nor transport inland. Everything brought here by one party must be carried away again by another. The entire trade takes place as if in passing. It is rare that anyone calls here with the intention of not continuing his journey further. And this means that although a brisk trade is indeed conducted here, it is nevertheless neither fixed nor secure, but entirely accidental and uncertain; and also that the city derives no other benefit from it than what the tolls and expenses of the merchants yield; likewise the little that any of the inhabitants can gain when he wants to take the risk of purchasing a lot and letting it lie in the warehouses at his own risk until an opportunity arises again to dispose of it. § 96. This inconvenience presses particularly upon the IX. On Trade Honorable Company, for since its entire trade here on the coast consists solely in the purchase of pepper and in the sale of such wares as it brings itself, it is also easy to understand that the latter must be very small if the goods cannot be quickly transported away. Besides, its merchandise has this characteristic: that it cannot well find its market except in Surat, or Bombay, or in the quarters situated close thereto. Everything sold here must either be taken along in passing by the foreign European and native ships to Surat and Bombay, or it must be fetched expressly by native vessels that belong to Muscat, Sind, Kutch Mandvi, and thus likewise close to or around Surat. And this once being established, as it is a known truth that no one can contradict, it is likewise certain that no one will readily undertake to buy anything here unless he knows almost for certain that he can sell it again at a profit in Surat or its surroundings. IX. On Trade Consequently, the entire trade of the Honorable Company here in this place is completely dependent on the Surat market and vent. And from this one can now very easily deduce the reasons why sales here have sometimes been very considerable, and sometimes again very small. For if merchandise is scarce and expensive in Surat, the transport from here must certainly be large and ample. But if the same is in abundance and cheap there, it cannot fail that the transport from here must also consist only of small and negligible quantities; since in such a case no one will readily take anything from here unless he is more or less forced to do so. § 97. It is true! The native vessels from Muscat etc., here called bombaras, but to the north dinghies, come here expressly to provide themselves with spices, copper, tin, iron, and other wares, but primarily IX. On Trade primarily with sugar, which they then either buy for cash or, through the agency of one of the inhabitants, barter for cotton, olibanum, myrrh, asafoetida, common piece-goods, almonds, raisins, dammar, rosewater, and other goods which in Surat are either not in demand or, because of the large supply from the gulfs of Persia and Arabia, cannot be so easily disposed of. And on that account one can well understand that they will not gladly return empty-handed. But one must nevertheless also establish this as a fact: that they will not purchase and take away any merchandise here which they know beforehand that the English and other merchants can bring and sell more cheaply in their country; unless they are more or less compelled to do so and proceed to it in the hope that sometimes a change might occur therein shortly. But if they can do otherwise, they will certainly not do it, but much rather take their money back again, or spend it on pepper, coconuts, woodwork

Dutch transcription

271 IX: Van den Handel loopen, en scheepen kunnen daar binnen bevinden zig dan in een geruste Haven onder de verschijden Producten van't land zijn er eenige, die ver afgeleegene volkeren zelfs niet missen kunnen Aan Timmer„ „hout, Brandhout, Caeijerdraat, versch„ „water en Levensmiddelen heeft men geen gebrek. men kan zig ten allen tijden daar van voorzien. Het Binnen„ „water maakt den toevoer gemakke„ „lijk. En het een en ander tegens civiele prijzen kunnende inkoopen, zo is dit niet alleen de Reeden, waarom wijnig zonder aanteleg„ scheepen en vaartuijgen „gen, hier voor bij passeeren, maar men kan hunne aankomst ook min of meer noodzaakelijk stellen, als men uijt 5: 28: aanmerkt, dat alle om„ „leggende plaatsen, net eens hunne eijgen Benoodigtheeden, veel min dan Provisien voor lange Rijzen uijtleeveren kunnen. 5:95: Dog hoe voordeelig deeze stad ook gelegen legt, wat gerief de scheepvaart hier vinden, en wat gewilde Producten een koopman voor den Handel krijgen kan; zo Van den Handel zo is dezelve egter niet zo zeer Een Handel als alleen Een stapel- en ververschings- Plaats. want zij heeft op zig zelven, geene Consumptie van koopmanschappen nog vervoer Landwaards in. Alles wat door den eenen hier aangebragt werd, moet door den anderen weder vervoert werden. De gantsche negotie geschied als in 't voor bij gaan. zeldzaam dat hier iemand aanlegt, met intentie, om zijne Reijze niet verder voorttezetten. En dit maakt, dat schoon hier in der Daat een sterke Handel gedreeven werd, dezelve egter niet vast nog zeeker, maar in't geheel Joevallig en onzeeker is; en dat ook de stad daar uijt geen ander voordeel trekt, dan het gunt de Thollen en vertee„ „ringen der negotianten afwerpen; zomeede, het wijnige, dat iemand der Jngezeetenen winnen kan, wanneer hij 't waagen wil, een parthijtje aanteslaan, en het zelve voor zijn risico zo lange in de Pakhuijzen leggen telaaten, tot 'er weder gelegendhijd komt, het van de hand tezetten. 5:96: Dit ongemak drukt inzonderhijd de 773 1X: Van den Handel. de EComp:e want dewijl haar gantsche Han„ „del hier ter Custe eenelijk bestaat, in den Jnkoop van Peper, en in den ver„ koop van zulke wharen, als zij zelfs aanbrengt, zo is het ookligt nategaan, dat het laatste zeer gering moet zijn, als de Goederen niet spoedig vervoert kunnen werden. Boven dien hebben haare koopmanschappen deeze eijgen „schap: Datze niet wel hun verthier kunnen vinden, dan te souratta, of Bombaij, of in de daar digte bij gele„ „gene quartieren. Alles wat hier ver„ „kogt werd, moeten of de vreemde Euro„ „peese en Jnlandsche scheepen in't voorbij gaan naar souratta en Bombaij meede neemen, of het moet expres afgehaalt werden, door Jnlandsche vaartuijgen, die te masquette, Chindie, Ketsmandui, en dus insgelijx digte bij, of omstreeks sou¬ „ratta tehuijs hooren. En dit eens vast gestelt zijnde, gelijk het eene bekende waarhijd is, die niemand tegenspreeken kan; zo is het insgelijx zeeker; Dat niemand ligt onderneemen zal, hier iets te koopen, als hij niet ten nasten bij vast weet, dat hij 't te souratta of daaromstreeks hijd IH. Van den Handel. daaromstreeks, weder met voordeel ver„ „kopen kan. Bij gevolg is de gantsche Handel van de EComp:e hier ter plaatse, vanden souratsen markt en verthier ten eenen„ „maale afhangelijk. En men kan daar uijt als nu zeer gemakkelijk opmaa„ „ken de reedenen; waarom de verkoop hier zomtijds zeer aanzienlijk, en zomtijds weder zeer klijn is geweest. want zijn de koopmanschappen te souratta schaars en duur; de vervoer van hier moet zeeker„ „lijk groot en ruijm wezen. Dog zijn dezelve daar in overvloed en goed koop; dan kant niet missen, of de vervoer van hier moet ook maar in geringe en niet noemens waardige quantitijten bestaan; dewijl in zulken gevalle niemand ligt iets van hier meede neemen zal, dan die daar toe min of meer, als gedwongen word. 5:98: Tiswaar! De Jnlandsche vaartuij„ „gen van Masquette ensz, hier Bombaras, dog om de noord Dingijs genoemt, komen expres hier, om zig van specerijen, koper, Thin, ijzer en andere wharen, dog voorna„ „mendlijk 5: 97: 274 IX. Van den Handel „mendlijk van zuijker te voorzien, die zij dan of voor Contant koopen, of door middel van iemand der Jngezeetenen ruijlen, tegens Cattoen, olibanum, wirhe, Assa foetida, Gemeene kleedjes, Amande„ „len, Kismis, Dammer, Roozenwater en andere Goederen, dewelke te souratta of niet gewild, of om den grooten aan„ „breng uijt de Goeven van Persien en Arabien, niet zowel van de hand te zetten zijn. En men kan uijt dien hoofde wel nagaan, datze niet gaarne leedig weder terug keeren zullen. maar dit moet men egter ook vast stellen, dat zij geene koopmanschappen hier zullen inkoopen en meede neemen, die zij voor af weeten, dat de Engelschen en andere negotianten, in hun land beeter koop aanbrengen en verkoopen kun„ „nen; of zij moeten min of meer ge„ „noodzaakt zijn, en daar toe overgaan, op hoope, dat zomtijds binnen korten daar in eene verandering mogte komen. Dog als zij anders kunnen, zullen zij 't gewis niet doen, maar veel lieven hun geld weder terug neemen, of het zelve besteeden in Peper, Clappers, Hout„ „werken

NL-HaNA_1.04.02_3295_0590 view scan ↗

English

III. On Trade goods and other necessities, which, although yielding no great profit, also yield no loss. And then, notoriously, the goods of the Honorable Company must remain lying unsold. Section 99: If one therefore wishes to increase and expand the vent here, it is certain that care must be taken not to set the sale prices higher than those in Souratta. On the contrary, one ought to lower them somewhat. And even if that were ever so little, that it could merely have the name, such will nevertheless be enough to encourage both the English and the Bombaras to transport the merchandise that the Honorable Company imports here. For it is known of the English, and I know no differently than that, when I was still in Souratta, in one of the answered Extracts from the Fatherland, I have already clearly pointed out that they purchase the goods in Batavia and here at that same price for which they were sold in Souratta, and can nevertheless still obtain a small profit upon selling in Souratta or Bombay. And the Bombaras 275 IX. On Trade will then also not fare very badly with their trade; since it is certain that the transportation of the merchandise from Souratta to their country drags along some expenses, and that consequently the importers cannot sell them without loss, or the Bombaras, following that market, must simultaneously also obtain a small profit on their goods from here. Section 100: I know well that this proposal will at first glance give rise to much reflection, and even be subject to contradiction. One will ask: whether a large vent on the Mallabaar does not tend to the prejudice of the vent in Souratta! Likewise: whether it does not include notorious damage to the interests of the Honorable Company, that its merchandise is sold at one place for less than it can obtain for it at the other? And to both I must frankly answer Yes: from the preceding grounds upon which I build, it appears indisputably: That all sales in Cochim tend to the prejudice of the Sourat vent in so far as IX. On Trade that which is transported from here thither, certainly cannot be sold out of the stock there. And if one wishes to look solely at the profits of the Trade, then it is likewise true: That the highest prices appear the best to the Honorable Company, and that on that account one must always endeavor to obtain the same. But, against this, various other matters come again into consideration, which also have their certainty, and make the aforementioned disadvantage both somewhat necessary and less considerable. Section 101: For Firstly: I by no means understand under the reduction the four Chief Spices, or other precious wares, the price of which has been established on an equal footing throughout all of the Indies. That certainly can and must remain as the regulation entails. But I have my eye only on sugar and other coarse goods of not much value. And even if those are sold for a little less, the loss for the Honorable Company can nevertheless not be so great. Section 102: 276 IX. On Trade Secondly: one knows from experience that it is utterly impossible that one and the same common merchandise can be sold at all times and at all places at once for one and the same price. The slightest circumstance makes a change in that. Now one receives somewhat more, and then again somewhat less. And indeed this is also a characteristic that one must regard as inseparably tied to commerce. Section 103: Thirdly: the whole trade of the Mallabaar can little prejudice the Trade in Souratta. When all matters are well-ordered, it does not depend there upon 2000 Canassers of sugar, indeed not upon a full cargo of assorted merchandise, whether more or less is imported; such makes no difference in the usual vent. At least this was so before the English sailed so heavily to Batavia as is presently done. But now that they have opened that route, that must indeed cease. Also Section 103: one can On Trade easily understand that they will come little to market in Cochim, now that they can obtain their satisfaction directly first-hand in Batavia. And it is certain on that account that this present navigation of theirs not only prejudices the vent of the Mallabaar and of Souratta in the highest degree, but also at the same time spoils the market to such an extent that the profit accounts of both offices must make very meager showings. Section 104: Fourthly: The Honorable Company nevertheless needs money in Cochim to pay for the Pepper. From Souratta one will possibly in the future no longer obtain as much as previously. And the shipment of specie from Batavia has always been considered prejudicial. Thus it will be best that merchandise takes the place thereof. Section 105: And fifthly: It is also necessary that the Honorable Company sends merchandise to Cochim in order to attract the foreigners, and in particular the Bombaras, thither; for these bring

Dutch transcription

IH. Van den Handel „werken en andere Benodigtheeden, die schoon geen groote winst, egter ook geen verlies geeven. En dan moet notoir het goed van de EComp:e onverkogt blijven leggen §: 99: Wil men derhalven den verthier hier doen toeneemen en vergrooten, het is zeeker, dat men zorge moet draagen, de verkoops Prijzen niet hooger te stellen, dan die in souratta zijn. Jnteegendeel dient men dezelve eenigzinds te verlaagen En alwas dat nog zo wijnig; dat het maar even de naam konde hebben, zal zulx egter genoeg zijn, om zo wel de Engelschen als de Bombaras te animee„ „ren, tot den vervoer der koopmanschap„ „pen, die de EComp:e hier aanbrengt. want van de Engelschen is het bekent, en ik weet niet beeter, of ik heb nog te sou„ „ratta zijnde, bij een der beantwoorde Patriasche Extracten, bereeds duijdelijk aangewesen, dat zij de Goederen te Batavia en hier, tegens die zelfde prijs, waar voorze te souratta verkogt werden, inkoopen, en egter nog bij verkoop te souratta of Bombaij, een klijn voordeeltje daar op behaalen kunnen. En de Bom„ „baras 275 IA: Van den Handel „baras zullen dan ook met hunne negotie niet heel slegt staan; dewijl het zeeker is, dat de overvoer der koopmanschappen van souratta naar hun land, eenige onkos„ „ten na zig sleept, en dat bij gevolg de aanbrengers die niet zonder schaade verkoopen kunnen, of de Bombaras moeten, dien markt volgende, teffens op hunne goederen van hier, meede nog een klijn winstje behaalen. 5: 100: Ik weet wel, dat dit voorstel in den eersten opslag veel bedenking zal baaren, en zelfs tegenspraak onder„ „worpen zijn. men zal vraagen: of een ruijme verthier op de mallabaar niet tot nadeel strekt van den verthier te sou„ „ratta! zo meede: of het geen notoire schaade insluijt voor 's EComp:s belangen„ dat haare koopmanschappen op de eene plaats voor minder verkogt werden, danze op de andere krijgen kan ? En op beijds moet ik rondborstig antwoorden van Ja: uijt de voorenstaande gronden waar op ik bouwe, blijkt ontegenzeggelijk: Dat alle verkoop te Cochim, den Souratsen verthier in zoverre tot nadeel strekt, dat IX: Van den Handel. dat het geen van hier naar derwaards vervoert werd, zeekerlijk uijt den voorraad daar, niet verkogt kan werden. En bij al„ „dien men alleen op de winsten van den Handel wil zien, dan is het insgelijx waar: Dat de hoogste prijzen de EComp:e het beste lijken, endat men uijt dien hoofde tragten moet, dezelve althoos te verkrij„ „gen. maar, hier tegen komen ook weder verschijden andere zaaken in bedenking die meede haare zeekerhijd hebben, en het voormeldte nadeel zowel eenig„ „zinds noodzaakelijk, als min aan„ „merkelijk maaken. 5: 101: Want voor Eerst: zo begrijp ik onder de vermindering geenzinds de vier Hoofd-specerijen, of andere kostbaare wha„ „ren, welker paijs over gantsch Jndien op een eguale voet is gestelt. Die kan en moet zeekerlijk blijven, zo als de bepaa„ „ling meede brengt. maar ik heb mijne afzigt alleen op zuijker en andere Groo„ „ve Goederen van niet veel waarde. En al worden die voor een wijnig minder verkogt, dan kan de schaade egter voor de ECompe zo groot niet zijn 5: 102: 276 1X: Van den Handel. Ten sweeden: weet men uijt de ondervinding, dat het volstrekt onmoge„ „lijk is, dat een en dezelfde Gemeene koop„ „manschappen, ten allen tijden en op alle plaat„ „sen te gelijk, voor een en dezelfde prijs ver„ „kogt kunnen werden. De minste omstan„ „dighijd maakt daar in eene verandering. nu krijgt men eens wat meer, en dan weder wat minder. En in der daat is dit ook eene Eijgenschap, die men aan den koophandel voor onafschijdelijk ver„ „knogt moet agten 5: 103: Ten Derden: kan de gantsche negotie van de mallabaar den Handel te souratta wijnig benaadeelen. Als alle zaaken wel gestelt zijn, komt het daar op geene 2000: Canassers zuijker, Ja op geene „volle Laading met gesorteerde koopman„ „schappen aan of die min of meer aan„ „gebragt werden, zulx maakt in den gewoonen verthier geene verandering. Ten minsten was dit zo, eerde Engelschen zo sterk op Batavia voeren, als thans geschied. Dog nu zij dien weg geopent hebben, moet dat wel ophouden. ook 5: 102: kan Van den Handel kan men ligt nagaan, dat zij op Cochim wijnig te markt zullen komen, nu zij te Batavia direct uijt de eerste hand hun genoegen krijgen kunnen. En 't is uijt dien hoofde zeeker, dat deeze hunne presente vaart, niet alleen den verthier vande mallabaar en van Souratta ten hoogsten benadeelt, maar ook teffens zodanig den markt bederft, dat de winst Reekeningen van beijde Comptoiren, gantsch sobere vertooningen maaken moeten 5: 104: Ten Vierden: Heeft de EComp: te Cochim tog geld noodig, om de Peper te be„ „taalen. van souratta zal men mogelijk in den aanstaande zoveel niet meer krijgen, als voor deezen. En van Batavia is de verzending van Contanten althoos voor schaadelijk gehouden. Dus zal 't best zijn, dat koopmanschappen der zel„ „ver plaats vervullen 5:105: En ten vijfden: Is 't ook noo¬ „dig, dat de EComp:e koopmanschappen naar Cochim zendt, ten eijnde de vreem„ „delingen en in 't bijzonder de Bombaras derwaards te trekken want deeze brengen

NL-HaNA_1.04.02_3295_0595 view scan ↗

English

277 IX: On Trade bring a great benefit to both the country and the Honourable Company. Without it, many inhabitants will have to lose their livelihood. The town itself will fall into ruin. And yet, as appears from section 28, it is one of the main points of the Honourable Company's interest and concerns on this coast that Cochim be maintained in a flourishing condition, as long as the Honourable Company is not inclined to surrender the whole of Mallabaar to others. Section 106: These, indeed, are the reasons upon which my humble opinion rests. And I also live in the hope that these will not appear entirely groundless to Your Excellencies, or at least will give rise to no displeasure. For I, for my part, know of no other means than the one proposed to increase sales without notable, and possibly without any, detriment to the Honourable Company's interests, and to improve the whole Trade. I have, according to my thoughts and after having well considered everything, proposed the sole and best means; whereas the proposition I:A: On Trade of Mr. Breekpot appears to me insufficient and too slight in that respect, because it can contribute nothing to the promotion of sales if no foreigners come who bring Ducats and carry off merchandise. And if I might yet add something here, it would only be this: that whoever holds the Chief Authority here ought to ensure that he always knows what is happening in Souratta and Bombaij, and that he should also, once and for all, have the freedom to devise and put into effect such measures as he shall deem necessary for the best interests of the Honourable Company. Opinion. On the Commission on Trade General Letter. We wish to hope that the sales will markedly increase. And trusting that Your Honour will employ all mercantile means to that end, we have thought fit to grant to the present titular Governor and the second in command at Cochim, and to those who shall succeed them in due time, as a means of subsistence, five percent on the net yield of the merchandise that they come to turn over, but not on the amount of the products being purchased; provided that they take the oath of clearance annually, that they have engaged directly nor indirectly in no private trade, and have conducted that of the Company with the required fidelity. Section 107: The particular favour that Your Excellencies have shown to the two first officials of this commandancy, by granting to them 5 percent on sales, is certainly worthy of thanks. And just as I have already fulfilled my obligation in that respect in the recently dispatched general letter, and now fulfill it further by these presents, so I shall in no way fail to take the required oath as soon as the trade books of the year 1768/9 are closed. But I cannot, however, refrain from respectfully submitting to Your Excellencies that this favour might well be increased by 5 percent on purchases. 278 X On the Commission on Trade. For experience shows me that someone who holds the Chief Authority here incurs heavy expenses. The maintenance of the horses and carriages, not to mention the gardens, is at his expense, because Your Section 108: On the Commission on Trade Excellencies have left this to his account, and yet they cannot be dispensed with, as it is a custom to receive the native princes and their envoys therewith. The poor congregation daily expects support and immediate help from him. The native princes and their principal officials constantly need something that cannot with decency be charged to the Honourable Company, and which sometimes consists of small things, but of which many nevertheless make a great matter. The foreign nations who arrive here in multitude and stay for some time wish to be decently entertained now and then. The officials of the Council of Policy and others also ought to receive something in order to be able to live. And all of this, added to a heavy household, runs so high that the amount of the 5 percent bears no comparison to it when sales are so slight that they amount in a full year to only about Rupees 100,000:-, just as in the first 13 months of my presence here, or from the first of February 1769 to the last of February 1770, no more was received in cash for merchandise than Rupees 109,037:7:-. 279 X: On the Commission on Trade Section 109: Pepper is, after all, the principal article of purchase, and can very easily bear this small burden without significantly burdening the Honourable Company. For Rupees 55:- and 65:- are paid to the king of Trevancoor for 500 lb. That which is bought under the table is indeed somewhat more expensive, but at the same time of little consequence. And even if one assumes that the collection yields an annual quantity of 1,000,000 lb, as may possibly happen in the first years, the commission on it will still amount to only a generous Rupees 6,000:-, and thus so little that this, together with the sales, will barely suffice to break even. At all events, this is certain: that as far as I know, Cochim yields no special advantages. At least, during my presence, besides the board money Section 110: and

Dutch transcription

277 IX: Van den Handel brengen zowel het land als de ECompe een groot voordeel aan. zonder dezelve zullen veel jnwoonders hun bestaan moeten missen. De stad zelfs zal in verval raaken. En egter is het blijkens 5: 28: een van de Hoofd Pointen van 's E Comp:s Jnterest en Belangen, te deezer Custe: Dat Cochim in een florisante staat ge„ „houden werd, zolange de EComp:e niet geneegen is, de gantsche mallabaar aan andere over te geeven 5: 106: Immers dit zijn de Reedenen waarop mijn eerbiedig gevoelen steuns. En ik leef ook in die hoope, dat dezelve uw Hoog Edelens niet in't geheel onge„ „grondt voorkomen, of ten minsten tot geen ongenoegen aanleijding geeven zullen. Want ik voor mij weet geen an„ „der, als het voorgestelde middel uijt„ „tevinden, om den verthier zonder mer„ „kelijk, en mogelijk zonder eenig na„ „deel van 's EComp:s belangen te vergrooten, en den gantschen Handel te verbeeteren. Jk heb volgens mijne gedagten, en na alles wel overwogen te hebben, het eenig„ „ste en beste voorgedraagen; Terwijl de pro„ „positie I:A: Van den Handel „positie van den Heer Breekpot mij ten dien opzigte onvoldoende en te gering voorkomt, om dat het zelve tot bevordering van den verthier niets contribueeren kan, als 'er geene vreemdelingen komen, die Ducaaten aanbrengen, en koopmanschappen vervoe„ „ren. En zo ik dan al hier nog iets bij voe„ „gen mogte, zoude het alleen dit zijn: Dat de geene, die het Hoofd-Gezag hier in handen heeft, zougedient tedraagen, om althoos teweeten, wat te souratta en Bombaij omgaat, en dat hij dan ook eens voor al vrijhijd dient te hebben, zulke maat regulen te beraamen en in 't werk te stellen, als hij ten besten van 's EComp:s belangen zal noodig oor„ „deelen A: Ordeeling. Van de Provisie op den Handel Gemeene Brief. Wij willen hoopen dat de Debit — merkelijk ac„ „cresseeren zal. En in vertrouwen, dat VE: daartoe alle marcantile middelen in't werk zullen stellen, hebben wij —: goedgevonden, den 5:107: De bijzondere Gunste, die uw Hoog Edelens aan de Twee Eerste Bedien„ „dens van dit Commande„ „ment beweezen hebben, presenten met 278 X Van de Provisie op den Handel. presenten titulair Gouverneur en den secunde te Cochim, en die hen in der tijd zullen suc„ „cedeeren, tot een middel van bestaan toeteleggen, vijf per„ „cent op het zuijver Rendement der koopmanschappen, die zij komen omtezetten, — maar niet — van't bedragen der ingekogt werdende producten; mids Jaarlijx den Eed van zuijve„ „ring afleggende, datze zig di„ „rect nog indirect met geenen particulieren handel hebben opgehouden, en die van de Comp:e met de vereijschte trouwe ge„ „dreeven. Want de ondervinding doet mij zien; dat iemand, die het Hoofd-gezag hier in handen heeft, op swaare onkosten zit. Het onderhoud vande Paarden en wagens, zonder van de Thuijnen tespreeken, heeft hij ten zijnen Lasten, om dat vw ncto met aan dezelve 5: p:rCt op den verkoop toete„ „leggen, is zeekerlijk dankens waard. En ge¬ „lijk ik mijne verplig„ „ting ten dien opzigte bij de Jongst verzondene gemeene brief, bereeds volbragt heb, en thans nader volbrenge, bij deezen, zo zal ik ook geenzinds in gebreeken blijven, den gerequireerden Eed afte„ „leggen, zodra de negotie„ Boeken van A:o 176 8/9 af„ „gesloten zijn. maar ik kan egter niet nalaaten uw Hoog Edelens in alle Eer„ „bied voortedragen; dat deeze gunste wel met 5: p=r C=to op den Jnkoop ver„ „meerdert mogte werden. 5:108: Hoog Van de Provisie op den Handel Hoog Edelens zulx voor zijne Reekening hebben gelaaten, en dezelve egter niet gemist kunnen werden, dewijl het een gebruijk is, de Jnlandsche vorsten en haare Afgezanten daarmeede intehaalen. De arme Gemeente verwagt dagelijx van hem onderstand en daadelijke hulpe. De Jnlandsche vorsten en derzelver voornaamste bediendens hebben geduurig iets noodig, dat men met fat„ „soen de EComp:e niet in reekening kan brengen, en het welk zomtijds wel in keijnigheeden bestaat, dog waar van veele egter Een groot maaken. De vreemde natien, die hier in meenigte aankomen en zom„ „migen tijd verblijven, willen nu en dan eens ordentelijk onthaalt zijn. De bediendens van de vergadering van Politie en andere, dienen ook wat te krijgen, om te kunnen leeven. En dit alles, gevoegt bij eene swaare Huijshouding, loopt zo hoog, dat het bedraagen der 5: p:r C=to hier bij in geene vergelijking komt, als de verkoop zo gering is, dat deselve in een rondjaar, maar omtrent Rop:s 100'000:- bedraagt, zo als in de eerste 13: maanden van mijn aanwezen Pmo hier, of van P=mo februarij 1769: tot ult:o febr: 279 X: Van de Provisie op den Handel februarij 1770:, voorkoopmanschappen niet meer in Cassa zijn ontfangen, dan Rop:s 109'037:7:—. 5: 109: De Peper is dog het voornaamste articul van den Jnkoop, en kan deezen geringen Last zeer Gemakkelijk: dragen zonder dat zulx de EComp:e merkelijk beswaaren zal. want aanden koning van Trevancoor werden voorde 500: lb Rop:s 55: en 65: betaalt. Het geen onder„ 's hands ingekogt werd, is wel wat duur„ „der, maar teffens ook van wijnig aan„ „gelegenthijd. En al voor ondersteet men dat de Jnzaam Jaarlijx eene quantitijt van 10'00'000:- lb: uijtleevert, gelijk mogelijk in de eerste Jaaren geschieden kan, zo zal egter de Provisie daarop nog maar Rop:s 6000:— ruijm, en dus zo wijnig bedraagen, dat dit met den verkoop te„ „zamen, nauwlijx toerijken zal, om rond teschieten. Althoos dit is zeeker, dat voor zo veel ik weet, Cochim geene bijzondere voor„ „deelen uijtleevert. Ten minsten heb ik ge„ „duurende mijn aanwezen buijten 't kostgeld 5: 110: en

NL-HaNA_1.04.02_3295_0600 view scan ↗

English

From the commission on trade and the emoluments, and a small amount for 1: p:r C:to of the private tolls, not a single duit has yet been seen. Everything must flow directly from Your Right Honourables' goodness. And if that does not extend so far that a chief here obtains the means to be able to live decently, and to maintain his dignity in the sight of so many strangers, then it is also hardly possible that he can devote all his cares to the service of the Honourable Company, while he must be concerned for his daily bread. 5: 111: Furthermore, I submit very gladly to Your Right Honourables' pleasure regarding the prohibition against engaging in private trade. For that has never been my practice, as all honest people who know me closely will have to testify. Nor do I intend ever to meddle therewith. But if I may nevertheless likewise frankly disclose my thoughts in this regard, then I testify in all sincerity that I consider this point among the indifferent matters. 5: 112: 280 X:a Of the Commission on Trade. When Your Right Honourables took the first decision for this prohibition, it was at the same time approved to let the two first servants here carry on a kind of private trade for the account of the Honourable Company, in pepper, cotton, etc. And it was for that reason necessary to deprive them of the opportunity to mix their own interest therewith. But now that Your Right Honourables have abandoned that intention and left all private trade to the inhabitants, it could, said in the hope of favourable interpretation, also be possible to revoke that prohibition again, and likewise allow the two first servants the freedom to try their fortune in this matter alongside others, if they might be inclined thereto. For it is indeed hard for those who bear the greatest responsibility, care, and trouble, to see themselves solely excluded from a privilege that is granted to all others, yea, even to the lowest of their subordinates. The bare name or the 5: 113: 8: 112: mere X: Of the Commission on Trade. mere recollection hereof is enough to arouse a sadness that can drag a kind of listlessness in its wake. I also assure Your Right Honourables that, so far as my knowledge of matters extends up to now, I cannot find that the two first servants could disadvantage the Honourable Company more through private trade than others, even if complete freedom were granted to them for it. Pepper is the only thing upon which any reflection might fall, if someone should undertake to lay hands on it for his own benefit. And if this item in particular were therefore exempted, as a general prohibition already lies against it, then all the rest could very easily be permitted to them. At least this is my humble opinion, which I deemed I ought not to omit presenting to Your Right Honourables in all respect, now that so many other considerations have been demanded of me, all of which have a thorough investigation and the improvement of the Honourable Company's interests as their objective. XI: Section 281 Section Of the General Transfer. General Letter. Since our reflection has fallen upon the precaution which the Governor Seuff— took, by indeed signing for the receipt of the General Transfer according to the sworn reports of the inventory, but not according to the trade books, and further by excepting from that transfer all old outstanding debts, as well as the defective remains, and furthermore all artillery, ammunition, and other goods that were still carried forward in the trade books at their full monetary sum, although they were in use and partly entirely unserviceable; we shall therefore expect to learn from him the reasons from which this precaution has its source, as it would have been fair had His Honour given us opening thereof at the earliest; because, if damage was to be expected therefrom, one might have provided for it here as much as possible, which cannot be done now, and one thus But His Honour was of an entirely different opinion in that regard. First he wanted the transfer to take place according to the trade books, or reports. According to the orders, all departing chiefs are obliged to make a clear transfer to the satisfaction of their successors. The requirements thereto certainly consist in this: that everything be accurately inventoried, the findings of the inventory confronted with the trade books, and a clear report of the differences submitted to the assembly. And this I had also desired of Mr. Breekpot. 5:114: 5: 115: for of

Dutch transcription

Van de Provisie op den Handel en de Emolumenten, en een klijn montantje voor 1: p:r C:to van de particuliere Thollen, nog geen enkelde duijt gezien. Alles moet direct van Vw Hoog Edelens goedhijd afvloeijen. En als die zig dan zo verre niet uijtstrekt, dat een opperhoofd hier het vermogen krijgt, ordentelijk te kunnen leeven, en voor 't gezigt van zo veel vreem„ „delingen zijn fatsoen tehouden, dan is 't ook niet wel mogelijk, dat hij alle zijne zorgen ten dienste vande EComp:e besteeden kan, terwijl hij om zijn dagelijx brood bekommert moet zijn 5:111: Voorts onderwerp ik mij zeer gaarne aan Uw Hoog Edelens welbehaagen, nopens het verbod, om geen particulieren Handel te drijven. want dat is nooit mijn werk geweest, gelijk alle honette menschen, die mij van digte bij kennen, zullen getuijgen moeten. En ik ben ook niet van voorneemen, mij ooit daarmeede te bemoeijen. maar bij aldien ik egter mijne gedagten ten deezen opzigte insge„ „lijx openhartig bloot leggen mag, dan betuijg ik in alle opregthijd, dat ik dit point onder de onverschillige zaaken stelle. 5: 112: 280 X:a Van de Provisie op den Handel. Wanneer uw Hoog Edelens het eerste besluijt tot dit verbod namen, wierd teffens goedgevonden, door de Twee Eerste be„ „diendens hier, voor Reekening van de E: Comp:e een soort van Particuliere Handel telaaten drijven, in Peper, Cattoen ensz: En 't was uijt dien hoofde noodig, hen de gelegendhijd te beneemen, om hun eijgen belang daarmeede tekunnen vermengen. Dog nu uw Hoog Edelens vandat voornee„ „men afgezien, en alle Particuliere negotie voor de Jngezeetenen overgelaaten hebben, zo zoude in hoope van welduijding gezegt, ook dat verbod wel weder ingetrokken, en aan de twee eerste bediendens insgelijx vrijhijd gelaaten kunnen werden, in dit stuk neffens andere hun fortuijn te probeeren, als zij daar toe geneegen mog„ „ten zijn. Want het is tog in derdaat hard voorde geene, die de grootste verantwoording zorge en moeijte hebben, zig, alleen uijtgesloten tezien van een voorregt, dat alle andere, ja den minsten hunner onderhoorige, toe„ „gestaan werd. De bloote naam of het 5: 113: 8: 112: enkeld X: Van de Provisie op den Handel. enkeld aandenken hiervan is genoeg, om eene droefhijd te verwekken, die eene soort van lustelooshijd na zig kan sleepen. ook verzeeker ik uw Hoog Edelens dat voor zo verre mijne kennis van zaaken, tot nog toe strekt, ik niet kan vinden, dat de Twee eerste bediendens door particulieren Handel de ECompe meer benaadeelen kunnen, dan andere, al wierd hen daar toe ook volkomen vrij„ „hijd verleent. De Peper is het eenigste waar op eenig nadenken zoude kunnen vallen, bij aldien iemand onderneemen mogte, ten zijnen behoeve daar in de handen teslaan. En als derhalven dit articul in't bijzonder geëxemeert wierd, gelijk daar tegen al een algemeen verbod legt, dan zoude al het overige zeer gemakkelijk aan hen toegestaan kunnen werden. Ten minsten is dit mijn gering gevoelen, het welk ik vermeent heb, niet temogen nalaaten, uw Hoog Ede„ „lens in alle Eerbied voortedragen, nu van mij zoveel andere Bedenkingen gevordert zijn, die alle een grondig onder„ „zoek, en de verbeetering van 's EComp:s be„ „langen tot een doelwit hebben. XI: A fdeeling 281 Afdeeling Van het Generaal Transport. Gemeene Brief. Nadien onze reflectie gevallen is, op de precautie, die de Gouverneur Seuff—. genomen heeft, met het Generaal Transport wel voor den ontfangst te teekenen volgens de beEedigte Rap„ „porten van den opneem, maar niet volgens de negotie Boeken, en wijders vandie over„ „name uijt te zonderen; alle oude uijtstaande schulden, zo meede de ondeugende Restanten, en voorts alle Arthillerij, Am„ „munitie en andere goederen die nog met hun volle geld somma bij de negotie Boeken voortliepen, schoon dezelve in gebruijk en gedeeltelijk geheel onbequaam waren; zo zullen wij van den zelven verwagten te verstaan, de reedenen, waaruijt deeze voor„ „zorge haare source heeft, alzo het billijk was geweest, dat zijn E: ons daar van ten eersten ouverture hadde gegeeven; om dat, wanneer 'er schaade van te wagten was, men alhier daar voor zoveel mogelijk hadde kunnen zorgen, het geen nu niet geschieden kan, en men dus Dog zijn Ed: was daaromtrent van een gantsch ander gevoelen Eerst wilde hij hebben, dat de overnaame zoude geschieden, volgens de nego„ „tie Boeken, of Rapporten Volgens de ordres zijn alle afgaande opper„ „hoofden verpligt, tot genoe„ „gen van hunne vervan„ „gers een liquide Transport te doen. De vereijschtens daar toe bestaan zeekerlijk hier in: Dat alles accu„ „raat opgenomen, de Be„ „vinding van den opneem tegens de negotie Boeken geconfronteert, en van de verschillen een duijdelijk Berigt bij de vergaadering ingedient werde. En dit heb ik van den Heer Breek„ „pot ook begeert gehad. 5:114: 5: 115: voor van

NL-HaNA_1.04.02_3295_0604 view scan ↗

English

XI: Regarding the General Transfer. must leave to the account of the frequently mentioned Governor Senff; with whose statement that the reports could not yet have been collated against the trade books, we cannot reconcile what was set down by the trade transferor De Hartog under the Transfer itself, namely: drawn up from, and with all possible attentiveness collated against, the trade books and all related papers, as well as the reports of the inventory, just as all of this is specified in more detail in the heading of this document; and therewith, as far as it has been possible to verify, found to be in agreement. From which the collation appears most clearly, so that we do not know which of the two we must believe, unless further elucidation is given to us in this regard. Paragraph 116: And because I had no power to order the contrary, as Mr. Breekpot retained authority until the final moment of his departure, and I also could not know what was recorded in the trade books, because only copies of the reports of the ultimate of August 1768 were handed over to me. And when I could not agree to this, a new inventory was indeed taken; but His Honour nevertheless deemed the collation of the reports against the trade books unnecessary prior to or for the execution of the Transfer, saying: That the discrepancies did not concern him, as each administrator had signed for his own, and consequently everyone also had to account for his own. Thus is this the reason why I thought it necessary to state under the General Transfer that I took over everything according to the reports, but not according to the trade books; and which I deemed all the more necessary when, upon signing, I saw that the signature clause of the trade transferor contained a manifest falsehood and impossibility. Paragraph 117: In excepting the old debts, I primarily had my eye on those of Colastri and Adij Ragia, since Your High Excellencies, by letter of the 26th of September 1768, seemed to hold me accountable for them as well, although they were incurred long before my time, and from whose accountability I am now also declared free by further writing of the 26th of September 1769. Paragraph 118: And as regards the exception of defective remnants and unserviceable goods, the reports gave me cause for this. For according to these: The fortification works needed some, but the buildings in general needed major repairs, which I could doubt so much the less because Mr. Breekpot, both in private and in the full assembly, agreed with the truth of this, by stating frankly that during his administration he had not wished to undertake any repairs of importance, in order not to transgress the repeated strong recommendations regarding the maintenance of economy. Of 140 pieces of gun carriages and naval carriages, which were both in stock and on the ramparts, scarcely one was serviceable or undamaged, as was already confirmed at that time by experience, when upon firing salutes one or more pieces fell to the ground. Of 22294 pieces of round shot of various sorts, there were: 13343 pieces from 36 to 3 lb reduced in weight by rust and altered in caliber. 1168 pieces unserviceable and out of round. And 7693 pieces from 1 to 1/8 lb entirely unserviceable, and only useful for grapeshot. And at the same time were reported as unserviceable and damaged, among many other goods: 271 pieces hand grenades, filled 541 pieces hand grenades, unfilled 1537 pieces lead grapeshot of various sorts 205 pieces empty shells 10 pieces gun carriage wheels 666 pieces felloes 221 pieces muskets 11363 lb gunpowder and ammunition although these were all entered among the goods in stock, and thus as carrying monetary value; so that this indeed compelled me to have to except them, in order not to burden the period of my administration with write-offs and losses that are not related to it, but belong to earlier years. Nor have I up to now had any regret for having made that exception; since I experience more and more that proper heed was not previously paid to the care of the goods in stock, to the maintenance of good order in the administrations, to the taking of accurate inventories, and to the collation of the reports against the trade books. Paragraph 119: Paragraph 120: As an example of this may serve the important article of gunpowder. For having had the same further inventoried by special commissioners, and in particular tested, because I was informed that this had not been done at the execution of the General Transfer nor for a long time before, and that there were nevertheless lots among it that were 30 years old; out of the entire stock of 76822 lb, a quantity of unserviceable powder was found amounting to as much as 34922 lb, instead of merely 11363 lb, according to the General Transfer. In such manner as appears more fully from the report that is registered in the Resolution of the 17th of February 1770. Paragraph 121: And this single sample, added to the aforementioned poor condition of the gun carriages that lie on the ramparts, I hope will be sufficient to justify my exception, and at the same time to show that the same was by no means founded on vague suspicion. Paragraph 122:

Dutch transcription

XI: Van het Generaal Transport. voor Reekening van meermeld„ „ten Gouverneur senff laaten moet; met wiens zeggen, dat de Rapporten nog niet tegens de negotie Boe„ „ken hadden kunnen werden gecon„ „fronteert, wij niet over een kunnen brengen, het gestelde door den negotie overdraager De Hartog, onder het Transport zelve, namendlijk: opgemaakt uijt, en met alle mogelijke oplettendhijd gecon„ „fronteert tegens de negotie Boeken en alle relative papieren, midsgaders de Rap„ „porten van den opneem, gelijk dat alles in den Hoofde deezes nader gespecificeert staat; en daarmeede voor zo verre zulx heeft kunnen nage„ „gaan werden, accordeerende bevonden. waaruijt de Confrontatie ten duij„ „delijksten blijkt, zodat wij niet weeten, aan welk van beijden geloof zullen moeten slaan, ten zij ons daaromtrent nader elu„ „cidatie werd gegeeven. 5: 116: En dewijl ik geene magt hadde, het tegendeel te gelasten, alzoo De Heer Breekpot tot het laatste oogenblik van zijn ver„ „trek het gezag gehouden heeft, en ik ook niet weeten konde, wat bij de negotie Boeken stond, dewijl aan mij maar alleen afschriften van de Rapporten terhand waren gesteld, van ult:o Augustus 1768: En toen ik dit niet toestaan konde, wierd 'er wel een nieuwe opneem gedaan; maar de Confrontatie der Rappor„ „ten tegens de negotie Boeken, tot of voor het tedoen Transport, oordeelte zijn Ed: egter onnoodig. zeggende: Dat de verschillen hem niet raakten, alzo ieder Administrateur voor't zijne geteekent hadde, en bij ge¬ „volg ook een ider voor 't zijne verantwoorden moeste. zo 1 282 XI: Van het Generaal Transport. zo is dit de Reeden, waarom ik vermeende onder 't Generaal Transport temoeten stellen, dat ik alles overnam volgens de Rapporten, maar niet volgens de negotie Boeken; en het gunt ik des te nood zaakelijker oor„ „deelde, wanneer ik bij de onderteekening zag, dat het onderschrift vanden negotie overdraager eene openbaare onwaarhijd en onmogelijkhijd behelsde. 5: 117: Bij de uijtzondering der oude schulden heb ik voornamendlijk mijne afzigt gehad, op die van Colastri en Adij Ragia, dewijl uw Hoog Edelens bij brief van den 26:' september 1768:, mij daar voor meede aanspreekelijk schenen testellen, schoon die lange voor mijnen tijd gemaakt waren, en van welker verantwoording ik ook nu bij nader schrijvens van den 26:' septem„ „ber 1769: vrij verklaart ben: 5:118: En wat aangaat de uijtzondering van ondeugende Restanten en onbequaame Goederen, daar toe hebben mij de Rappor„ „ten aanleijding gegeeven. want volgens deeze hadden. De Fortificatie werken eenige, dog De X1: Van het Generaal Transport De Gebouwen in 't Generaal Groote Reparatien noodig, het gunt ik zoveel te minder in twijfe trekken konde, om dat de Heer Breekpot in't particulier en ook in volle vergaadering de waarhijd daar van toestemde, met rond uijt te verklaa„ „ren, geduurende zijn Bestier geene ver„ „helpingen van aangeleegendhijd te hebben willen doen, ten eijnde niet te overtree„ „den, de herhaalde sterke recommanda„ „tien, nopens de behartiging der menagie. van 140: stux Affuijten en Rampaarden, die zo in voorraad als op de wallen lagen, was nauwlijx Een bequaam of onbeschadigt, zoals ook toen al door de ondervinding bevestigt wierd, wan„ „neer bij het doen van saluten een of meer stukken op de grond vielen. van 22294: stux Rondscherp in soort, waren 13343: p:s van 36: tot 3: lb: door de Roeft in gewigt vermindert en van Caliber verandert. 1168:- „ onbequaam en verloopen. En 7693:—„ van 1: tot 1/8: lb: in't geheel onbequaam, en alleen tot druijven bruijkbaar. En teffens wierden als onbequaam en Beschaa¬ „digt 283 X1: Van het Generaal Transport. „digt opgegeeven, onder veel meer andere Goe„ „deren: 271:- p:s Hand Granaten gevulde 541:- „ _=o _=o ongevulde. 1537:- „ Loode druijven in soort 205. – „ Bommen leedige. 10:– „ Affuijts wielen. 666:- „ vellingen 221:- „ snaphaanen 11363: - lb: Buskruijt en sb: schoon die alle onder de goederen in voor„ „raad, en dus als met geld voortloopende, opgebragt waren; zo dat mij dit wel nood„ „zaakte, dezelve temoeten uijtzonderen, ten eijnde den tijd van mijn bestier niet te be„ „swaaren, met afschrijvingen en ongelden, die daar toe niet betrekkelijk zijn, maar tot vroegere Jaaren behooren Ook heb ik tot nog toe geen be„ „rouw, van die uijtzondering te hebben gemaakt; dewijl ik hoe langer hoe meer ondervinde, dat op de bezorging der Goe„ „deren in voorraad, op het onderhouden van eene goede ordre in de Administra„ „tien, op het doen van accurate opneemen, en op de Confrontatie der Rapporten tegens de 5:119: XI: Van het Generaal Transport de negotie Boeken, bevoorens geen behoor„ „lijk agt is geslagen. Tot een voorbeeld hiervan kan dienen, het aangelegen Articul van 't Buskruijt Want het zelve door Expresse Gecommitteer„ „dens nader hebbende laaten opneemen, en inzonderhijd probeeren, om dat ik onder„ „regt wierd, dat zulx bij 't doen van het Generaal Transport en ook lange bevoorens niet was geschied, en dat 'er egter parthijen onder waren van 30: Jaaren oud; zo is onder den gantschen voorraad van 76822: lb: eene quantitijt onbequaam bevonden, van wel 34'922:- lb:, insteede van maar 11363:- lb:, volgens 't Generaal Transport. Jnvoegen breeder blijkt bij het Rapport, dat ter Resolutie van den 17:' Februarij 1770: inge„ „schreeven staat. 5: 121: En dit enkeld staaltje; gevoegt bij de voormeldte slegte gesteldhijd der Affuijten, die op dewallen leggen, hoop ik, dat genoeg zal zijn, mijne uijtzondering te regtvaardigen, en teffens te doen zien, dat deselve gantsch geene losse suspicie tot grondslag heeft gehad. 5: 120: 5:122:

NL-HaNA_1.04.02_3295_0609 view scan ↗

English

284 XI: Concerning the General Transfer Paragraph 122: Yet that I did not immediately give disclosure of this, or rather made no specific indication of what those excepted goods consisted of, could on the one hand not take place due to my indisposition at the time, and was on the other hand also utterly impossible: 1: because my suspicion had no full certainty, resting solely on the reports of the inventory; which were also brought to Your Right Honourables' attention with the General Transfer, but in no way on the trade books, which I had not yet seen at that time, just as has not happened up to this day; 2: because the General Transfer was presented to me for signature in the meeting of the 9th of March, when Mr. Breekpot wished to depart on the 11th ditto, and there was consequently no time to review that document attentively, much less to confront it against the trade books; and 3: because that confrontation could also not possibly take place, as the new trade XI: Concerning the General Transfer trade books of the year 1768/1769 had not yet been started, much less that they would have been balanced up to the ultimate of January 1769, the time when the inventory was made. Moreover, Your Right Honourables had never previously forbidden making well-founded exceptions without immediately disclosing them. I myself, upon taking over the Directorate of Surat in the year 1763, had placed virtually those same words under the General Transfer as now here under that of Malabar. Yet, due to the constant lagging behind of the trade books, I was only able three years later to give the specific indication of what had been excepted. And whereas during that time nothing was left to my account, but on the contrary my entire conduct in that respect was approved and even praised by letter of the 12th of August 1767, I live in the confidence that the precaution I exercised will also now cause me no disadvantage, Paragraph 124: Paragraph 123: will 285 XI: Concerning the General Transfer. serve, but that it will suffice for me not only to account for that which I took over according to the reports, and for which I bound myself in writing under my own signature. Paragraph 125: Furthermore, I cannot refrain from expressing my sorrow that Your Right Honourables please to place me in credibility below the trade transferor, for I do not know that I have deserved this. I have always exerted myself to present the naked truth to Your Right Honourables without evasion. And that such was also done in this case is not only clearly evident from the preceding, but Mr. Breekpot himself will have to testify to it, if His Honour will only have the goodness to elucidate Your Right Honourables in that respect, as would have been fair, and as I also reasonably expected he would have done previously; since no one can know the truth of the matter better than he. Paragraph 126: Nevertheless, for the sake of thoroughness, I demanded a written justification from the XI: Concerning the General Transfer the trade transferor. And this being entered into the Resolution of the 14th of March 1770, I most humbly request Your Right Honourables, for my vindication and for his excuse, to consider therein: That the reports were truly not confronted against the trade books, and that the contradictory subscription under the General Transfer is to be attributed more to simplicity and ignorance than to an evil intent. Section. Concerning the Fanums. Paragraph 127: According to the General Transfer, the balance in Fanums as of the ultimate of January 1769 was: In the Grand Cash - Rupees 160.00:—. And in the Small Cash - Rupees 169 17 7/8. Together Rupees 329 17 7/8. Of the first amount, the Honourable Company has already for some years past, General Letter regarding the decreed abolition of the Fanums in the Cash book, and keeping only Rupees running therein, we cannot concur with the sentiment of Governor Senff, but prefer that of the former Commander Breekpot, to leave it on the old footing, and thus to receive 20 fanums for One Rupee, and also to disburse them again, for

Dutch transcription

284 XI: Van het Generaal Transport 5: 122: Dog dat ik daarvan niet terstond ouverture gegeven, of eijgendlijk geene spe„ „cificque Aanwijzing gedaan heb, waar in die uijtgezonderte goederen bestonden, zulx heeft eensdeels om mijne toenmalige indis„ „positie niet geschieden kunnen, en is aan de andere kant ook volstrekt onmogelijk geweest: 1: omdat mijn vermoeden geene volle zeeker„ „hijd hadde, als steunende eenelijk op de Rapporten van den opneem; die uw Hoog Edelens bij 't Generaal Transport ook onder 't oog zijn gebragt, dog geen„ „zints op de negotie Boeken, die ik toen ter tijd nog niet gezien hadde, zo als tot heeden nog niet is geschied 2: om dat het Generaal Transport mij ter onderteekening voorgelegt wierd, in de vergaadering van den 9:' mart, wan„ „neer de Heer Breekpot den 11:' d=o, ver„ „trekken wilde, en 'er bij gevolg geen tijd was, dat schriftuur met oplettendhijd te resumeeren, veel min dan tegens de negotie Boeken te Confronteeren. En 3: om dat ook die Confrontatie onmogelijk geschieden konde, alzoo de nieuwe negotie XI: Van het Generaal Transport negotie Boeken van A:o 176 6/9: nog niet begonnen waren, veel min dat dezelve tot ult:o Januarij 1769:, den tijd dat de op„ „neem is gedaan, effen zouden hebben gestaan. Boven dien hebben uw Hoog Edelens nooit bevoorens verboden gehad, wel gegrondte uijtzonderingen temaaken, zonder daarvan terstond opening te geeven. Ik zelfs heb bij de overnaame der souratse Directie in a:o 1763: genoegzaam die zelfde woorden onder 't Generaal Transport gestelt gehad, als nu hier, onder dat van de mallabaar Egter ben ik door't geduurig ten agteren staan der negotie Boeken, eerst drie Jaaren naderhand vermoogens geweest, van het uijtgezonderte specificque Aan„ „wijzinge te doen En dewijl in die tijd niets voor mijne Reekening gelaaten, maar integen„ „deel mijn gantsch gedoente ten dien opzigte bij brief van den 12:' Augustus 1767: goed„ „gekeurt en zelfs geprezen is: zo leef ik in vertrouwen, dat mij ook nu mijne gebruijkte voorzorge tot geen nadeel 5: 124: 5: 123: zal 285 XI: Van het Generaal Transport. zal strekken, maar dat ik zal volstaan kunnen, niet alleen dat te verantwoorden, wat ik volgens de Rapporten overgenomen, en waar voor ik mij schriftelijk bij eijgen handt teekening verbonden heb. 5:125: Voorts kan ik niet nalaaten, mijne droefhijd te betuijgen, daar over, dat uw Hoog Edelens mij in geloofwaar„ „dighijd gelieven testellen, beneeden den ne„ „gotie overdraager. want ik weet niet, dat ik dit verdient heb. Jk heb mij althoos bevlijtigt gehad; de naakte waarhijd Vw Hoog Edelens zonder omwegen voor oogen te brengen. En dat zulx ook geschied is in deezen, blijkt niet alleen klaar uijt het voorenstaande, maar de Heer Breekpot zelfs zal het getuijgen moeten, als zijn Ed: maar de goedhijd gelieft te hebben, uw Hoog Edelens ten dien, opzigte te elucideeren, zo als billijk was geweest, en ik ook met reeden verwaet hadde, dat hij bevoorens al zoude hebben gedaan; dewijl niemand beeter, dan hem, de waarhijd der zaake bekent kan zijn. 5: 126: nogthans heb ik ten overvloede den XI: Van het Generaal Transport den negotie overdrager eene schriftelijke verantwoording afgevordert. En deeze ter Resolutie van den 14:' mart 1770: ingeschree„ „ven zijnde, zo verzoek ik uw Hoog Edelens zeer ootmoedig, ter mijner Regtvaardi„ „ging en ter zijner verschooning daarbij zelfs tewillen beschouwen; Dat de Rapporten waarlijk niet tegens de negotie Boeken gecon„ „fronteert zijn, en dat de teegenstrijdige sub„ „scriptie onder 't Generaal Transport, meer„ „der toeteschrijven is, aan onnozelhijd en onkunde, dan aan een verkeert opzet. Afdeeling. Van de Fanums. 5: 127: Blijkens 't Generaal Transport, was het Restant pno aan Fanums onder ult=mo Ianuarij 1769. In de Groote Cassa - Rop:s 16000:—. En in de klijne Cassa - „ 169 17 7/8. Tesamen Rop:s 329 17 7/8. van het Eerste bedraagen heeft de EComp:e al 't seedert eenige Jaaren herwaards, Gemeene Brief omtrent de — gearres„ „teerde afschaffing der Fanums bij het Cassa boek, en om daarbij maar alleen Ropijen te laaten voortlopen, kunnen wij ons niet voegen, bij het sentiment van den Gouverneur senff, maar prefereeren dat, van den gewezen Commandeur Breekpot, om het opden ouden voet telaaten, en dus voor Een Ropij 20: fanuins te ontfangen, en ook weder uijttegeven, want aan

NL-HaNA_1.04.02_3295_0613 view scan ↗

English

286 XII: Of the Fanums for if one were to abandon the regulation, according to the proposal of the Honorable Master, one would very easily soon find that, since the servants are paid only with Ropias, the Fanums would quickly be bought up and hidden by the Canarins, and the rate of the Ropij would fall below the fixed price to 19, 18, 17, or fewer Fanums, and that the servants would then want to be paid with fanums in order to escape the loss that they would, in such a case, have to suffer on the Ropij upon exchange. But to send Your Honors, according to their request, Duiten and small change, in order to test whether those species can be made current over there instead of the fanums, would be in vain, as such has previously been attempted without success, because the interest of the king of Cochim, who holds the right of the mint, does not allow foreign coins to circulate in his realm, and none of the other princes will tolerate such a thing either. This latter seemed somewhat strange to me, because I believed that it would have been better to make an advance from the general treasury than to receive from private individuals for merchandise. And having therefore spoken about this with Mr. Breekpot, paid 4½ percent interest to orphan masters and Deacons, although the same has lain as dead capital that was never used. And concerning the second, it was said in the report of the inventory: That this large balance was, among other things, to be attributed to the fact that in the month of November 1768, for lack of fanums, 7666 2/3 Ropias of that coin species had been received into the treasury for merchandise by written order. and 5: 128: XII: Of the Fanums and having also gathered some information from others, the following has come to my knowledge thereof: 5: 129: At the Honorable Company, 20 fanums are received and also disbursed for one Ropij. Yet privately, one ordinarily gets 24 to 25 pieces; it even once happened that one could exchange the Ropij for 35 to 36. Nevertheless, the servants of the Honorable Company were forced to receive their wages and rations in fanums at 20 pieces. And this lasted so long, until the Commander at that time, in a formal mutiny of the entire Garrison, had a bullet shot at his head over it. 5: 130: Now, it has since come so far that at present only the following are paid in Fanums: The wages of Europeans upon the closing of pay accounts; The wages of all mestizos and Topasses who formally continue on the pay books; The monthly allowances of all native servants; The 207 XII: Of the Fanums. The allowance of the salaried personnel; All house rents; The Coolie wages; and Various materials and necessities, such as lime, stone, oil, salt, dried fish, coir match, bamboos, coconut trees, etc.; but all these disbursements are nevertheless still compulsory, give rise to all kinds of murmuring, and also effectively result in a disadvantage to the servants, without the Honorable Company enjoying the least benefit from it. For whether one gets 20 or 30 or, as has been the case for some time, 24 fanums for one Ropij, one fanum nevertheless passes in common currency for 6 Duiten or 60 Bazarucos. And for that reason it makes far too much difference to an officer, a mestizo, or a salaried employee, who must live with wife and children on the little that the Honorable Company gives, whether he must content himself for house rent, wage, and allowance with 100 fanums instead of 5 Ropijen, or whether he receives those 5 Ropijen in specie and can exchange the same for 120 and 5: 131: more XII: Of the Fanums. more Fanums. The materials and necessities certainly also come much cheaper if one gives the suppliers Ropijen and no fanums, since they immediately calculate their prices accordingly. And although the Coolies effectively receive fanums, and so long as one has no small change cannot well be paid with anything else, it is nevertheless also certain that the Administrators can keep only 10 Coolies for 20 fanums, but as many as 12 Coolies for 1 Ropij in specie. 5: 132: Consequently, the Honorable Company not only has no advantage from that regulation, but rather damage. And the same can lead to even greater disadvantage for it and for the community if abuse is made of the liberty that the servants have to mint Fanums whenever and as much as it pleases them. For if the exchange rate comes somewhat close to or below 20, one need only mint a large batch and disburse it among the public to make it rise again. If the common exchange rate is 288 28 XII: Of the Fanums somewhat high, one merely has the Canarins buy up for 16 or 20,000 Ropias. And keeping those in custody for some time, it cannot fail but the exchange rate must fall, whereupon those bought up can again be disposed of with a good profit. And in general it is, for those who have the means and power in hand, of little trouble and even less danger, even if the common exchange rate stands at only 24 pieces, to be able to gain 1000 Ropijen in an instant, if they only count 5000 Ropias worth of Fanums into the treasury and receive 6000 Ropias in specie back in return: 5: 133: It is true! These Fanums are the actual and only native coin of the king of Cochim, and also only current around here, but by no means in the lands of the Zamorin or the king of Travancore. But the king himself has said to me that he had ceded the right of the mint to the Honorable Company. I have also already made the Duiten current here

Dutch transcription

286 XII: Van de Tanums want wanneer men de bepaaling —. na 't voorstel van den E: serf vaaren liet, — zoude men veel ligt haaft ondervinden, dat dewijl de die„ „naeren, alleen met Ropias betaalt werden, de Janums schielijk door de Canarijns opgewisselt en verborgen wierden, en de cours der Ropij daalen zoude, beneeden de bepaalde prijs, tot 19: 18: 17: of minder Fanums, en dat de dienaaren dan met fanums zouden willen betaalt wezen, om te ontgaan het verlies, dat zij op de Ropij, bij verwisseling, in zo een geval zouden moeten lijden —. maar om VE: volgens hun verzoek toe te zenden Duijten en Paijement, ten eijnde een proef teneemen, of die specien ginter gangbaar, temaaken zijn, in steede van de fanumis, zoude te vergeefs wezen, alzo zulx voor heen vrugteloos is geprobeert, ver„ „mids het Jnterest vanden koning van Cochim, die het Regt vande munt heeft, niet toelaat, vreemde munten in zijn rijk telaaten roul„ „leeren, en geen der andere vorsten zulx ook zal tolereeren. Dit laatste quam mij wat vreemd voor, omdat ik vermeende dat het beeter was geweest, eene verstrek„ „king uijt de groote Cassa tedoen, dan van Particuliere voor koop„ „manschappen te ontfangen. En daarom met den Heer Breekpot hier over gesprooken, aan weesmeesteren en Dia„ „conen 4½ p:r C=to Jnterest be„ „taalt, schoon het zelve als een dood Capitaal heeft gelegen, dat nooit gebruijkt is. En aangaande het Tweede werd bij 't Rapport van den opneem gezegt; Dat dit groot Restant onder anderen daar aan toeteschrijven was, dat 'er in de maand November 1768: bij gebrek aan pa„ „nums, Rop:s 7666 2/3 van die munt specie, voor koopmanschappen, opschrif„ „telijke ordonnantie in Cassa ontfangen waren. en 5: 128: XII: Van de Fanums en ook bij anderen eenige informatie genomen hebbende, is het volgende daar van ter mijner kennisse gekomen 5:129: Bij de EComp:e werden voor Een Ropij 20: fanums ontfangen en ook uijtgegeven. Dog in't Particulier krijgt men ordinair 4: à 25: stux. zelfs is het eens gebeurt, dat men de Ropij tegens 5: à 36: verwisselen konde. Egter waren de bediendens van de E Comp:e gedwon„ „gen, hunne Gagien en Randsoenen in fa„ „nums te ontfangen tegens 20: stux. En dit duurde zo lange, tot de toenmaalige Com„ „mandeur, in een formeele opstand van't gantsche Guarnisoen, daar over een kogel naar zijn Hoofd kreeg. 5: 130: Nu is het 'tsedert wel zo verre geko¬ „men, dat thans eenelijk in Janums betaalt werden: De Gagien van Europeers bij 't intrekken van zoldij Reekeningen De Gagien van alle misticen en Joepassen, die bij de zoldij Boeken formeel voort„ „loopen. De maandgelden van alle Jnlandsche die„ „naaren. Het 207 NH: Van de Fanums. Het Tractament der Gegagieerdens Alle Huijshuuren. De Coelij Loonen. En Diverse materialen en Benodigtheeden, als kalk, steen, olij, zout, Droogevisschen, Caeijrlont, Bamboesen, Clapperboomen enkz:, maar alle deeze uijtgaaven, zijn egter nog gedwongen, geeven aanleijding tot veelderhande murmureering; en strekken ook effective tot nadeel van de Bediendens, zonder dat de EComp:e daar bij het minste voordeel geniet. Want of men voor Een Ropij 20: of 30: of zo als 'tsedert eenigen tijd her„ „waards 24: fanums krijgt, Een fanum doet dog in de gemeene wandeling 6: Duij„ „ten of 60: Baseroeken. En 't scheelt uijt dien hoofde al teveel, voor een officier een misties, of Gegagieerde, die van het wijnige wat de EComp:e geeft, met vrouw en kinderen leeven moet, of hij voor Huijs„ „huur, Gagie en Tractement, zig met 100: fanums insteede van 5: Ropijen vergenoegt moet houden, dan wel, dat hij die 5: Ropijen in specie krijgt, en dezelve tegens 120: en 5: 131: meer AII: Van de Fanums. meer Fanums verwisselen kan. ook komen de materialen en Benodigtheeden zeekerlijk veel beeter koop te staan, als men aan de Leveranciers Ropijen en geene fanums geeft, vermids zij daarop terstond hunne Reekening maaken. Enschoon de Coelijs effective panums ontfangen, en zolange men geen Paijement heeft, niet wel met iets anders betaalt kunnen wer„ „den, zo is egter ook dit zeeker, dat de Administrateurs voor 20: fanums maar 10: Coelijs, dog voor1: Ropij in specie wel 12: Coelijs houden kunnen. 5: 132: Bij gevolg heeft de EComp:e bij die bepaaling niet alleen geen voordeel, maar veel eer schaade. En dezelve kan nog tot grooter nadeel van haar en van de Gemeente strekken, als 'er een misbruijk gemaakt werd, van de vrijhijd die de Bediendens hebben, om Fanums te kun„ „nen munten, wanneer en zo veel het hen behaagt. want komt de Cours wat digte bij of beneeden de 20:, daar behoeft maar eene groote Parthij gemunt en onder't Gemeen uijtgegeeven tewerden, om dezelve weder tedoen stijgen. Is de gemeene Cours 288 28 XII: Van de Fanums Cours wat hoog, men laat door de Cana „rijns maar voor Rop:s 16: of 2'0'000:- op„ „wisselen. En die dan eenigen tijd in be„ „waaring houdende, kant niet missen, of decours moet daalen, als wanneer de opgewisselde weder met een goed voor„ „deel van de hand gezet kunnen werden. En in't Generaal is het voorde geenen, dies t vermogen ende magt inhanden hebben wijnig moeijte en nog minder gevaar al staat de gemeene Cours ook maar op 24: stux, om in een oogenblik 1000: Ropijen te kunnen winnen, als ze maar voor Rop:s 5000: aan Fanums in Cassa tellen, en daar voor Rop:s 6000:— in specie terug ontfangen: 5: 133: is waar! Deeze Fanums zijn de wezendlijke en eenigste Landmun„ „te van den koning van Cochim, en ook maar alleen hier omstreeks gang„ „baar, dog geenzinds inde Landen van den Samorijn of koning van Trevan„ „coor. maar de koning heeft zelfs tegens mij gezegt; dat hij het Regt van de munt aan de EComp:e hadde afgestaan. ook heb ik de Duijten hier bereeds gang„ „baar

NL-HaNA_1.04.02_3295_0618 view scan ↗

English

XII: Concerning the Fanums. found to be current, as they still are, to the great convenience of the Public. And this makes me think that one must never have tried in earnest to put the small change into circulation as well; which might have been done had one not been too closely wedded to the aforementioned regulation and its consequences. § 134: Besides this, people here only recall a single occasion when the market exchange rate fell below 20: and which was due to the fact that at that time absolutely nothing but fanums would be accepted into the Treasury, not even for merchandise, so that foreign merchants were obliged first to exchange their cash for fanums with great difficulty, by which means the same were bound to become scarce and expensive. But since that fastidiousness has ceased since then, it is also not to be expected that the market exchange rate will ever fall so low again. And even if it were otherwise, it could quickly be remedied by a new recoinage. § 135: It is also certain that, even if the market exchange rate were to fall ever so low, the public would still have no right to demand their payment in fanums, as long as the fanums are not issued by the Honorable Company at a fixed number. For without that regulation the fanums are nothing other than a common local currency or small change, of which the Company need accept no more than it wishes, and whereby it consequently has no need to seek an expedient in a compulsory manner to the detriment of its servants. But if that regulation holds, and the servants are on that account obliged at a high rate of exchange to accept 20: fanums for 1: Rupee, then they certainly have the right to demand that same number of fanums, even if one could get no more than 17: or less in the market rate of exchange. § 136: And from this it is clear that the feared misfortune of Mr. Breekpot may well happen if, according to his proposal, the old regulation holds, but by no means if it were abolished, and even less if one can bring small change into circulation alongside the duiten. § 137: Indeed, these are the considerations upon which my respectful opinion rests, that the fanums here at the Treasury ought not to be received and issued against a fixed regulation, but should be used and regarded as the small change in Batavia and other places. And as long as that does not happen, the dispute over the fanums will never cease, much less be removed, which is a means that leaves an open door for all kinds of abuses and bad practices that can be committed by self-interested people, to the detriment of the Honorable Company, its servants, and the poor Public. § 138: And therefore, considering this subject to be a matter of the utmost importance, that is also the reason why I deemed it necessary to place before Your High Nobilities in greater detail and somewhat more fully the grounds and circumstances that gave rise to my proposal of last year; all the more because at that time, on account of my incapacity and short stay in this place, it could not be done properly. § 139: Nevertheless, with all this I intend nothing other than to show in all deference that my objective was good. While in further confirmation thereof I can add here that my humble efforts to achieve the same have already had this good result, that at the latest leasing under the ultimate of August 1769: not only the Tolls and Imposts, but even the Gardens and Lands, were leased without the least opposition on this condition, that payment shall be made either in Rupees or in Fanums according to the market exchange rate. § 140: And for the rest, very gladly submitting my opinions to the wiser judgment of Your High Nobilities, I did not hesitate for a moment to carry out Your explicit order to the letter. On the contrary, a resolution has already been taken in our meeting to leave the receipt and disbursement of the Fanums on the old footing. And the provisional arrangements made, which were aimed at the proposed change, have also for the most part been revoked again. Section XIII Concerning the cash advances to the Administrators General Letter And also disapprove the decreed disbursement under security of 3000 Rupees to the overseer of the Timber Yard, and 4000 Rupees to the Equipage overseer, which monies or the remaining balances thereof must therefore be returned to the treasury at once; since it cannot be seen that such cash advances are so highly necessary that one could not just as well determine what a certain work actually cost, provided care is taken that everything is distinct each month. § 141: When I arrived here, I found the administration regulated entirely differently than in other places. The arrangement was suited to an establishment of the greatest extent. It is possible that when it was first established Batavia was taken as a model. But over time a great change came about in this.

Dutch transcription

XII: Van de Fanums. „baar gevonden, zo alsze nog gangbaar zijn, tot groot gerief voor de Gemeente. En dit doet mij denken, dat men 't nooit met ernst ge„ „probeert moet hebben, om ook het Paije„ „ment tedoen roulleeren; invoegen mogelijk geschied zoude zijn, was men niet aan de voormeldte bepaaling en derzelver af„ „hangelijkheden, alte zeer verknogt geweest. 5: 134: Buijten des weet men hier maar van eene enkelde keer te spreeken, dat de gemeene Cours tot beneeden de 20: daalde en het welk daar bij toequam, dat men in die tijd absolute niets dan fanums in Cassa ontfangen wilde, zelfs niet voor koopmanschappen, zodat de vreemde koop„ „lieden verpligt waren, hunne Contanten eerst met moeijte tegens Fanums te verwis„ „selen, en waardoor dezelve wel schaars en duur moesten werden. Dog dewijl die keurighijd 'tsedert opgehouden heeft, is het ook niet te denken, dat de gemeene Cours ooit weder zolaag komen zal. En al was 't anders, dan kan men schielijk door eene nieuwe vermunting daar in voorzien. 5: 135: Ook is 't zeeker, dat al daalde de gemeene 289 XII: Jan de Fanums. gemeene Cours nog zo laag, dan egter het gemeen geen vegt zoude hebben, zijne betaa„ „ling in fanums te eijschen, zolange bij de EComps de fanums niet tegens een vastgestelt getal uijtgegeven werden. want zonder die bepaaling zijn de fanums niets anders, dan eene Gemeene Land- of schijdemunt, waarvan de Comp:e niet meer behoeft te ontfangen, dan„ „ze zelfs wil, en waarmeede ze bijgevolg niet noodig heeft; op eene gedwongene wijze, tot nadeel van haare bediendens eenen uijt„ „weg tezoeken. maar als die bepaaling stand grijpt, en dat de bediendens uijt dien hoofde verpligt zijn, bij een hooge Cours 20: fanums voor 1: Ropij te ont„ „fangen, dan hebbenze zeekerlijk regt, dat zelfde getal van fanums te eijschen al was 't ook, dat men in de gemeene Cours niet meer dan 17: en minder krij„ „gen konde. 5: 136: En hier uijt blijkt klaar, dat het gevreesde onhijl vanden Heer Breek„ „pot wel gebeuren kan, wanneer volgens zijn voorstel de oude bepaaling stand grijpt, dog geenzinds, wanneer die afge„ „schaft werd, en nog minder, als men beneffens XII Van de Fanums beneffens de Duijten, ook het Paijement kan gangbaar maaken §: 137: Immers dit zijn de Bedenkin„ „gen, waarop mijn eerbiedig gevoelen steunt, dat de panums hier bij Cassa niet tegens eene vaste bepaaling ontfangen en uijtgegeeven, maar gebruijkt en aan„ „gemerkt mogten werden, als het Paije„ „ment te Batavia en op andere plaatsen En zo lange dat niet geschied, zal 't ver„ „schil over de panums ook nooit ophou„ „den, veel min uijt de weg geruijmt werden kunnen, het middel, dat eene opene deure laat, voor allerhande misbruijken en quaade practijcquen, die door baatzug„ „tige menschen, tot nadeel vande EComp:, van haare bediendens, en van de arme Gemeente gepleegt kunnen werden. 5:138: En daarom dit onderwerp hou„ „dende, voor eene zaak van de uijterste aangeleegenthijd, zo is dat ook de reeden, waarom ik vermeent heb, uw Hoog Edelens nader en een wijnig uijtvoerig voor oogen temoeten brengen, de gronden en omstan„ „digheeden, die tot mijne voorjaarige propositie 296 XII: Van de Canums. propositie hebben aanleijding gegeeven; te„ „meer, om dat zulx toen ter tijd, om de wille van mijn onvermogen en kort verblijf te deezer plaatse, niet na behooren heeft geschieden kunnen. Nogthans bedoel ik met dit alles niets anders, dan alleen, om in alle Eerbieg tedoen zien, dat mijn oog„ „merk goed is geweest. Terwijl ik tot nadere bevestiging vandien hier nog bijvoegen kan, dat mijne geringe poo„ „gingen tot berijking van't zelve, bereeds dit goed gevolg gehad hebben, dat bij de Jongste verpagting onder ult:o Augustus 1769: niet alleen de Jhollen en Jmposten, maar ook zelfs de Thuijnen en Landerijen, zonder de minste tegenstand op deeze Conditie gemijnd zijn, dat de betaaling geschieden zal, of in Ropijen, of in Fanums nade gemeene Cours 5: 140: En voor't overige zeer gaarne mijne gevoelens aan't wijzer oordeel van Vw Hoog Edelens onderwerpende, zo heb ik ook geen oogenblik in bedenking ge„ „staan, Derzelver uijtdrukkelijke ordre 5: 139: met XII: Van de Fanums niet letterlijk uijt tevoeren. In tegendeel is in onze vergadering bereeds een besluijt genomen, om den ontfangst ende uijt„ „gaave der Fanums opden ouden voet te laaten. En de provisioneel gemaakte schikkingen, die op de voorgestelde verande„ „ring haare afzigt hadden, zijn ook voor 't grootste gedeelte al weder ingetrokken. X I11: Afdeeling Van de Contante vooruijt verstrekking aan de Administrateurs 5: 141: Wanneer ik hier quam, vond ik de Huijs¬ „houding gantsch anders gereguleert, als op andere plaatsen. De inrigting was geschikt, op een om„ „slag van de grootste uijt „gestrekthijd. mogelijk dat men bij de eerste Jnstel„ „ling Batavia tot een voorbeeld hadde genomen. Dog door den tijd hier in eene groote verandering Gemeene Brief En disaprobeeren ook, de gearresteerde afgaave onder Cautie van Rop:s 3000: —. aan den opziender van de Houtthuijn, en Rop:s 4000:- aan den Equipagie opziender, — welke penningen of derzelver Restanten overzulx ten eersten weder in cassa zullen moeten werden gebragt; nademaal men niet kan zien, dat diergelijken voor„ „uijt verstrekkingen — zo hoog„ noodig zijn, dat men buijten des niet even zo wel zoude kunnen nagaan, wat een zeeker werk eijgendlijk gekoft hebbe, als maar gezorgt werd, dat alles distinct maand gekomen

NL-HaNA_1.04.02_3295_0623 view scan ↗

English

291 XIII: On the Advance Payment of Cash. month by month, submitted with the specifications, and was properly expanded, so that the compilation was easily made, everything was now in a considerable disorder. The matters and goods were separated too much from one another. Their provision and accounting showed an obscurity that made the entire management suspect. And especially with regard to the Administrations, an arrangement existed that seemed to me in the highest degree improper and harmful. The purchase of materials, provisions, and other goods for daily use was done by the Administrators, not in proportion to necessity, but at their own discretion in stock, and for the account of the Honorable Company. These were then entered as actual remaining balances and continued in that manner until they could be written off as consumed. Certain administrations were attached to certain commodities, which no one else was allowed to purchase. Thus, mutual distributions constantly had to be made, or rather, 5: 142: many Administrations had to contribute their share to one and the same work. Yet that which was provided was not submitted solely or simultaneously by the person who had the principal work in hand, but each Administrator submitted his share separately in his specification. And if someone, in addition, needed money for coolie and labor wages and other expenses, that was also paid out to him, without him posting sureties for it or receiving an account in the books. 5: 143: Added to this was the fact that one could never see at a glance what a certain work had actually cost, or one had to first have a difficult compilation made at the trade office, which then often turned out to be quite deficient and also could not serve the main purpose—namely, to call the Administrators to account regarding the costs—since their submissions had already been approved by the signatures on the monthly specifications. 292 XIII: On the Advance Payment of Cash. The Honorable Company had creditors without this appearing in the books. The trade books, and principally the auxiliary books, were unnecessarily enlarged with accounts, entries, write-offs, and transfers. The administrations were filled up with remaining stocks that were not needed because they could be obtained daily. These stocks were partly taken in such large quantities that one could manage with them for years, while others consisted of goods that could not be kept without spoiling, and still others of common sorts not worth the keeping and the associated paperwork. And if any loss, decrease, or damage occurred to them, whether by lapse of time, by unforeseen accidents, or by lack of supervision, the Honorable Company had to bear that burden, because the purchase had been made for the account of the Honorable Company. 5: 144: Thus, this method of handling necessarily required an improvement. And knowing no other means to obtain this than, following the example of Souratta, to make a moderate advance payment of cash to the Administrators under sufficient security, I proceeded to do so, all the more because the overseers of the equipment yard and timber yard especially cannot do without it, both for the purchase of caijer, timber, lime, stones, etc., as well as for the payment of the native sailors, coolies, and laborers. §: 145: The intended purpose has also already been fully achieved thereby. For the paperwork has decreased considerably. I can keep a better eye on the submissions and the work of the Administrators. The Honorable Company no longer has to bear losses or deficiencies. The books and Administrations are nearly cleared of all old and defective remainders. They can no longer be burdened with them. Each Administrator purchases his own necessities himself, for his own account in proportion to need. He does not charge them to the Honorable Company until he has actually consumed them. And the submission is made not only according 293 XIII: On the Advance Payment of Cash. to a price current, drawn up by the Head Administrator at the beginning of the financial year, but also for everything together at one time, namely when a particular work has ended and is completely finished. 5: 146: Therefore, I could have wished that this arrangement might likewise have met with your High Nobilities' approval, as did many others that enjoyed that fortune and through which the household has already been brought onto a reasonably good footing. Nor do I doubt that it certainly would have happened, had I been able to give sufficient reason for my actions in the past year, or had my proposal in the general letter of that time not been presented unclearly and even incorrectly. 5: 147: However, since your High Nobilities' pleasure is now to the contrary, I will by no means contradict it. At least the foregoing was not written with that intention. I have only wished to point out with due respect

Dutch transcription

291 XIII: Van de Contante voor uijtverstrekking. gekomen zijnde, zo was maand voor maand, bij de speci¬ „fidatien opgebragt, en behoorlijk nu alles in eene tamelijke geëxtendeert werd, wanneer de disordre. Dezaaken en samentrekking gemakkelijk op„ goederen waren te veel van elkander afgeschijden. Der„ „zelver bezorging en verantwoording ver„ „toonde eene duijsterhijd, die de gantsche behandeling verdagt maakte. En inzon„ „derhijd hadde ten opzigte van de Admi„ „nistratien eene schikking plaats, die mij ten hoogsten oneijgen en schaadelijk voorquam „temaaken is. De Jnkoop van materialen, Pro„ „visien en andere goederen tot dagelijx gebruijk, geschiede door de Administrateurs, niet na rato van benoodigthijd, maar na eijgen goed dunken in voorraad, en voor Reekening van de EComp:e. Deeze wierden dan als wezendlijke Restanten ingeno„ „men, en liepen ook zodanig voort, tot datze als verbruijkt konden afgeschree„ „ven werden. Aan zeekere Administra„ „tien waaren zeekere soorten verknogt, die niemand anders inkoopen mogte. Dus moesten geduurig over en weder verstrekkingen werden gedaan; of eijgend„ 5: 142: „lijk X: 111: Van de Contante vooruijtverstrekking „lijk moesten tot, een en 't zelfde werk, veele Administratien het haare Contri„ „bueeren. Egter wierd dat verstrekte niet door den geenen, die het Hoofdwerk on„ „derhanden hadde, alleen of tegelijk op„ „gebragt, maar een ieder Administra„ „teur bragte het zijne apart op, bij zijne specificatie. En als iemand boven dien geld„ „noodig hadde, voor Coelij- en arbeijds-loonen en andere onkosten, wierd dat ook al aan hem afgegeeven, zonder dat hij daar voor Borgen stelde of bij de Boeken eene Ree„ „kening kreeg. 5: 143: Hier bij nu quam het toe, dat men nooit met een opslag van 't oog zien konde, wat een zeeker werk eijgendlijk gekost hadde, of men moeste eerst op't negotie Comptoir eene moeijelijke 't sa„ „mentrekking laaten maaken, die dan veeltijds nog al gebrekkig uijtquam en ook tot het Hoofd-oogmerk, om namendlijk de Administrateurs over 't kostende aantespreeken, niet dienen konde, dewijl hunne opbrengen, door de onderteekeningen der maandelijxe specificatien bereeds goedgekeurt waren. De 292 X 117: Ian de Contante Vooruijt verstrekking. De EComp:e hadde Crediteuren, zonder dat bleek. De negotie zulx bij de Boeken Boeken, en voornamentlijk de Bij-Boeken waren onnodig vergroot, met Reekeningen, Jn- Af- en over-schrijvingen. De Admini„ „stratien lagen opgevult met Restanten, die men niet behoefde, om datze dagelijx tekrijgen zijn. Deeze Restanten waren gedeeltelijk zo ruijm genomen, dat men Jaaren daarmeede toekonde; terwijl andere bestonden in goederen, die zonder bederf niet leggen konden, en weder andere in gemeene soorten, het bewaaren en daar aan verknogte schrijfwerk niet waard En quam daarop eenig verlies, min„ „derhijd of schaade tevallen, het zij door langhijd van tijd, door onvoorziene toevallen, of doorgebrek aan toezigt, dan moeste de EComp:e dien Lastdragen, om dat de Jnkoop voor Reekening van de ECompe was geschied. 5: 144: Dus vereijschte deeze behande„ „ling nood zaakelijk eene verbeetering. En geen ander middel weetende, om dezelve te verkrijgen, dan na 't voor„ „beeld van souratta aan de Admini „strateurs X II1: Van de Contante vooruijt verstrekking „strateurs onder sufficante Borgtogt, eene maatige vooruijt verstrekking van Contanten tedoen, zo ben ik daartoe overgegaan, te„ „meer, alzo de opzienders van de Equipagie„ „werf en Houtthuijn, die voor al niet missen kunnen, zo tot den Jnkoop van Caijer, Houtwerken, kalk, steenen ensz:, als tot afbetaaling der Jnlandsche mattroo„ „sen, Coelijs en Arbeijts-lieden. §: 145: Het bedoelde oogmerk is daar„ „meede ook bereeds volkomen berijkt. want het schrijfwerk is merkelijk vermindert. Jk kan over de opbrengen en't werk der Administrateurs beeter mijn oog laaten gaan. De EComp:e behoeft geene verliezen nog minderheeden meer te draagen. De Boe„ „ken en Administratien zijn ten naasten bij gezuijvert, van alle oude en ondeu„ „gende Restanten. Dezelve kunnen daar„ „meede niet meer beswaart raaken. Een ieder Administrateur koopt zijne Be„ „hoeftens zelfs in, voor eijgen Reekening na rato van Benoodigtheijd. Hij brengt dezelve niet eerder ten lasten van de EComp:e, dan wanneer hij ze wezendlijk verbruijkt heeft. En de opbreng geschied niet alleen volgens 293 XIII: Van de Contante voor uijt verstrekking/. volgens een Prijs-Courant, door den Hoofd„ Administrateur in't begin van't Boekjaar opgemaakt, maar ook van alles tesamen op een maal, als namendlijk een bijzonder werk afgeloopen, en in't geheel voltooit geraakt is. 5: 146: Overzulx wenschte ik wel, dat deese schikking insgelijx uw Hoog Edelens goed keuringe hadde mogen wegdraagen, zo als veele andere, die dat geluk genoten hebben, en waar door de Huijshouding al op een tamelijk goede voet is gebragt. ook twijfel ik niet of het zoude zeekerlijk geschied zijn, hadde ik in't vergangen Jaar van mijn gedoente genoegzaame reeden kunnen geeven, ofdat mijne pro„ „positie nog maar bij de gemeene brief van die tijd, niet onduijdelijk, en zelfs verkeert voorgedraagen was. 5: 147: Dog dewijl nu uw Hoog Edelens goedvinden ter Contrarie legt, zo zal ik het zelve ook geenzinds tegenspreeken. Ten minsten is het voorenstaande met dat voorneemen niet geschreeven. Jk heb alleen met verschuldigte Eerbied willen aan wijzen

NL-HaNA_1.04.02_3295_0628 view scan ↗

English

XIII. Concerning cash advances. Epilogue. to show that in this matter I also had a good intention. And for the rest, a decision already having been made to have all advanced funds counted back into the treasury, this is also to take place as soon as the Head Administrator shall have made an accurate statement of what the lesser administrators must still account for in cash, after deducting the amount of the goods that they have purchased and effectively have in stock, and which must then be taken over for the account of the Honorable Company, in order, as before, to remain continuing among the remainders until they are consumed. Paragraph 148. And with this I conclude this treatise, which has turned out somewhat longer than I had thought in the beginning; but which I nevertheless hope will not for that reason be any the less acceptable, for I have applied my utmost diligence to elucidate to Your High Nobilities, although with difficulty, yet to the best of my knowledge and conscience, in the most concise manner, both concerning that which was required of me, and what I, in the hope of favorable interpretation, deemed necessary to add thereto. And should I be so fortunate as to have achieved my aim herein, then I doubt not in the least whether my efforts will serve to the satisfaction of Your High Nobilities and at the same time give some inducement, if not even to the improvement, at least to the finding of the best and surest means whereby the state and trade of the Honorable Company on the Malabar Coast can be improved and established. Paragraph 149. But seeing that my years increase and physical strength diminishes, and for that reason I cannot know whether I shall be able to serve Your High Nobilities and the Honorable Company further with that pleasure and zeal with which it has been done with all heartiness until now: so I most humbly request, at the first opportunity, to be permitted to deliver the present chief authority back into Your High Nobilities' hands, and to be allowed to return to Batavia with the earliest ship arriving here. For although I still have the same inclination for labor as before, yet the paperwork will no longer progress. It falls all too heavily upon me, indeed often impossible, to be able to sit long at the writing desk and think earnestly. And being therefore compelled to seek some rest, I also hope that my petition will obtain a favorable hearing all the sooner, the more it is known to Your High Nobilities themselves that during the last 30 years I have sat still very little. Paragraph 150. If it please Your High Nobilities then to add so much hereto, that I may depart from here and arrive at Batavia in the same decency and with that same honor with which I went from Padang to Souratta, and from there to this place, as I at the same time very humbly request, then that will make my obligation to gratitude so much the greater. And I shall not cease to pray to God that the Honorable Company's interests, under Your High Nobilities' wise government, may be crowned with blessing and prosperity. Cochim, the 15th of April, Anno 1770. Batavia. To His High Nobility, the High Noble, Highly Honorable Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Honorable Councilors of the Netherlands Indies. High Noble, Highly Honorable, Broadly Commanding Lord, and Honorable Lords. Your High Nobilities' separate letter of the 26th of September 1769 we had the honor duly to receive in original on the 9th of December and in duplicate on the 16th of February last. And now wishing to adapt our due answer thereto, the Governor wished to be able already to comply with Your High Nobilities' desire regarding the various considerations and advices that are required of him both by this letter and by the resolutive committee on the posthumous memorandum of Mr. Breekpot dated the 28th of July 1769. But that is utterly impossible for him. The all too narrowly determined day of departure of the bearer hereof; the necessity of having to answer before the judge in the case of Van Seyfferth; and his own bodily condition, through the affliction of a Cochin leg, from which he has now already suffered for six months, do not permit him to acquit himself fully of his duty at present. And being therefore compelled to leave his separate treatise on those various points postponed until a further, yet earliest occurring opportunity; we direct this solely to elucidate to Your High Nobilities in all respect concerning various matters of lesser importance, which need no special address. The old arrears of Colastry and Ady Ragia we shall never lose sight of. The Governor has also already frequently had Ady Ragia admonished about them; indeed more than once so earnestly addressed his envoys about it, that they were ashamed to speak a word. But Ady Ragia is not the man who allows himself to be persuaded in this matter by bare representations. And it will remain to be seen whether he will even settle this year the advances that were made to him in the past year. Thus it were to be wished that only a suitable opportunity might arise to get rid of Cananoor entirely, for it is indeed a completely useless trading post for the Honorable Company. Profits it gives

Dutch transcription

XIII. Van de Contante vooruijtverstrekking. Naareede aanwijzen, dat ik ook in dit stuk een goed oogmerk heb gehad. En voor 't overige bereeds een besluijt genomen zijnde, om alle vooruijt verstrekte gelden weder in Cassa te laaten tellen, zo staat zulx ook ten eersten te geschieden, zodra de Hoofd„ Administrateur maar eene accurate aanwijzing zal hebben gedaan, van het geen de mindere Administrateurs nog in Contant verantwoorden moeten, na aftrek van't bedraagen der goederen, die zij ingekogt en effective in voorraad hebben, en dewelke dan voor Reekening van de EComp:e moeten overgenomen werden, om, gelijk bevoorens, onder de Restanten te blijven voortloopen, tot „ze verbruijkt zijn. 5:148: En hiermeede besluijt ik deeze verhandeling, die wel wat langer is gevallen, als ik in den beginne gedagt hadde; maar die ik egter hoop, dat daarom niet te onaanneemelijker zal zijn. want ik heb mijn uijterste vlijt aangewenst, om uw Hoog Edelens schoon 1 294 Naareede: schoon met moeijte, egter nabeste wee„ „ten en geweeten, opde bondigste wijze te elucideeren, zo nopens het geen van mij gevordert is, als wat ik in hoope van welduijding noodig geoordeelt heb, daar bij tevoegen. En bij aldien ik zo geluk„ „kig mogte zijn, van hier in mijn oog„ „merk te hebben berijkt, dan twijfel ik ook geenzinds, of mijne poogingen zullen uw Hoog Edelens tot genoegen strekken en teffens eenige aanleijding geeven, zelfs, ten zo niet tot de verbeetering minsten; tot het uijtvinden van de beste en zeekerste middelen, waar„ „door de zeet en Handel van de EComp:e ter Custe mallabaar, verbeetert en vastgesteld werden kan. 5: 149: maar aangezien mijne Jaaren afnee„ toe en de Lighaams kragten. „men, en ik uijt dien hoofde niet weeten kan, of ik wel in staat zal zijn, Vw Hoog Edelens en de EComp:e verder met dien lust en ijver tedienen, als tot nog toe met alle hartelijkhijd is geschied: zo verzoek ik op 't aller„ ootmoedigste, bij eerste gelegenthijd permissie Naareede. permissie temogen erlangen, dat ik het presente Hoofd-Gezag weder in Uw Hoog Edelens handen overgeeven, en met het vroegste schip, dat hier aankomt, naar Batavia terug keeren mag. want schoon ik voorden arbeijd nog dezelfde geneegendhijd heb, gelijk voor deezen, zo wil egter het schrijfwerk niet meer voort. Het vaet voor mij al te swaar, ja dikwils onmogelijk, om lange aan de schrijf tafel te kunnen zitten, en ernstig tedenken. En daarom genoodzaakt zijnde eenige rust temoeten zoeken, zo hoop ik ook, dat mijne instantie des te eerder eene gunstige verhooring ver„ „werven zal, hoe meer het vwHtoog Edelens zelfs bekent is, dat ik 'tsedert de Jongste 30: Jaaren wijnig stil heb gezeeten. 5:150: Behaagt het Vw Hoog Edelens dan hier nog zoveel bij tevoegen, dat ik in het zelfde fatsoen en met die zelfde Eere van hier vertrekken en op Batavia komen mag, waarmeede ik van Padang naar souratta, en van daar naar herwaards ben gegaan, gelijk ik 295 Waareede. ik teffens zeer ootmoedig verzoeke, dan zal zulx mijne verpligting tot dank„ „baarhijd zoveel te grooter maaken. En ik zal niet ophouden God tebidden, dat 's EComp:s belangen, onder Uw Hoog Edelens wijze Regeering, met zeegen en voorspoed bekroont mogen zijn. Cochim, Den 15:' April, A:o 1770: JJon k 296 Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen, Groot-Agtbaaren Heere Larus Albertus Van der Larra Gouverneur Generaal P benevens De Wel Edele Heeren Raaden van Neederlands India. Hoog Edele Groot-Agtbaare Wijd gebiedende Heere, En Wel Edele Heeren. VW Hoog Edelens Aparte Lette„ „ren van den 26:' September 1769: hebben wij de Eere gehad in origineel den 9:' Copia Apart December December en in Duplicaat den 16:' Februa: Jongstleeden wel te ontfangen. En thans daar op ons verschuldigt antwoord wil„ „lende passen, zo wenschte de Gouverneur nu al te kunnen voldoen, aan uw Hoog Edelens begeerte, nopens de verschij„ „de Consideratien en Advisen, die van hem zo bij deese brief, als bij de Re¬ „solutaire Besoigne over de nagelaaten Memorie van den Heer Breekpot in dato 28:' Julij 1769: gevordert werden. Maar zulx is voor hem vol„ „strekt onmoogelijk. De al tenauw: be„ „paalde vertrek dag van Brenger deezes; De noodzaakelijkhijd om inde zaak van van seijfferth voor den Regter te moeten antwoorden; En zijne eijgene lighams gesteldhijd, door't ongemak van een Cochims Been, waar aan hij nu al ses maanden lang gelaboneerd heeft, laaten hem niet toe, zig thans al volkoomen van zijnen pligt te quijten En daarom genoodzaakt zijnde, zijne aparte verhandeling over die verschijde Pointen, tot eene nadere dog eerst voorkomende gelegenthijd uijtgesteld temoeten 297 termoeten laaten; zo rigten wij deezen eenelijk, om uw Hoog Edelens in alle Eerbied te Elucideeren, nopens verschijde zaaken van minder aangelegendhijd; die geen bijzonder vertoog noodig hebben De oude agterstallen van Colastrij en Adij Ragia zullen. wij nooit uijt het oog verliezen. Ook heeft de Gouverneur al dikwils Adij Ragia daarom aanmaanen laaten; ja meer dan eens zijne Afzendelingen zo ernstig daar over onderhouden, datze beschaamt. waren, een woord te ppree„ „ken. maar Adij Ragia is de man niet, die zig in dit stuk door bloote vertoogen persuadeeren laat. En 't zal te besien staan., of hij dit Jaar wel eens vereppenen zal, de vooruijt„ verstrekkingen, die in't Jongste Jaar aan hem zijn gedaan. Dus ware het tewenschen, dat zig maar eene bequaame gelegend„ „hijd mogte opdoen, om van Cananoor in 't geheel ontslaagen te raaken want het is voor de EComp:e inderdaat een gantsch onnut Comptoir. winsten geeft het

NL-HaNA_1.04.02_3295_0636 view scan ↗

English

it not, and the expenses meanwhile take their course nonetheless. The little pepper that is obtained from there from time to time is not only very expensive, but one must also, as it were with fire and sword, wrench the same out of the hands of Adij Ragia. And one can no longer even send small vessels thither, as much out of fear of the Marhettas, who generally frequent Mount Dellij, as out of apprehension of other robber scoundrels, who this year appeared in the fairway very early with two zales and seven gabbets, and did not shrink from attacking private large ships. The Governor has also already, on the foundation of Your High Nobilities' repeated order in the aforementioned Resolution of the 28th of July 1769, made some attempts to enter into negotiations in this regard with the Nabob Heijder Alichan. But not being able to achieve his objective directly, because that Nabob is anew embroiled in a heavy war with the Marhettas, he was obliged to give notice of his intention to Adij Ragia. And now the latter shows himself inclined to take over that place for himself. If the Honourable Company is to move away from Cananoor after all, it can, according to our humble opinion, also matter little to it whether Heijder Alichan, or rather Adij Ragia, gets that place into his hands. We even believe that it will be better to grant the request of Adij Ragia than to make any offer to Heijder Alichan, for the former will certainly give an acceptable sum for it, and the latter will possibly offer nothing, because he possesses Mangaloor and Barssaloor, which sea-towns are situated considerably better for him. However, since we do not know Your High Nobilities' pleasure in this matter, we request to be strengthened at the earliest opportunity with Your orders via Ceijlon and Cormandel. 50000 Ropias in cash, with the settlement of the previous account, has already been offered by Adij Ragia against our demand of 150000 Ropias, on condition of a suitable residence in the Bazaar, and that in the Act or the Treaty of surrender, no mention be made of a sale, but the matter be described as a voluntary gift. And it is possible that we shall stipulate 75 or 100000 Ropias once the negotiation truly becomes earnest. But being as yet unable to report anything with certainty, because the envoys who must bring the final answer have not yet returned, we shall have the honour to report thereon either at the foot of this letter, or by a subsequent note. We only wish to obtain Your High Nobilities' approval hereon soon, and in case our proposal meets with Your High Nobilities' approval, that we may then be positively authorized to proceed directly with this contract. For, if the same succeeds well, whatever comes of it will be pure profit; whereas on the contrary, if such negotiations drag on somewhat long, the matter itself often takes an entirely wrong turn. In the surrender of the 18½ Villages, the Governor has no greater part than in so far as he advised Mr. Breekpot to keep his word. For the order which Your High Nobilities had given in that respect by secret letter was fully known to the King of Cochim and his general, the Sallietter. They appealed to it as the result of a special favour shown them by Your High Nobilities, which now could not be withheld from them without committing an injustice. The Jewish merchant Ezechiel Rhalbi confirmed that Mr. Breekpot had promised to do it. His Honour himself admitted that this was the truth! And when in the conference held about it he nevertheless anew made all kinds of evasions, and the Sallietter complained thereof in emphatic terms, the Governor believed he ought not to fail to observe hereon: That if His Honour had intended not to give effect to the surrender yet, he should as little have made known the pleasure of Your High Nobilities as have given his word in that respect; but this both having happened, he could now also not refuse the execution without bringing a reproach upon himself, displeasing the King of Cochim, and thereby at times damaging the interests of the Honourable Company. And this is all that the Governor has done, or was also able to do, in this matter, because at that time he had as yet no authority in hand, which remark he hopes will clear him from the suspicion as if he had proceeded imprudently and too hastily in this matter. With the King of Trevancoor we have had a strange incident which, besides 23 wounded on our side, cost the lives of 3 European and 12 Bouginese soldiers; while on the side of the King of Trevancoor as many as 230 heads remained on the field, and several more died afterwards from their wounds. But this same incident has also been the cause of an earnest negotiation

Dutch transcription

het niet, ende onkosten loopen ondertusschen dog haaren gang. De wijnige Peper die men daar van dan krijgt, is niet alleen zeer duur, maar men moet dezelve, ook als tevuur en te zwaard uijt handen van Adij Ragia breeken. En zelfs kan men geene klijne vaartuijgen meer derwaarts zenden, zowel uijt vreeze voor de Marhet„ „tas, die zig doorgaans bij monte Dellij ophouden, als uijt bedugting voor een ander Roofgeboefte, dat dit Jaar al heel vroeg met Twee Zalen en seeven Gabbets in 't vaarwater is verscheenen, en zig niet ontzien heeft, particuliere groote scheepen aan te doen De Gouverneur heeft ook be„ „reets, op fondament van uw Hoog Edelens herhaalde ordre bij voormeldte Resolutie van den 28:' Julij 1769:, eenige poogingen gedaan, om met den Nabab Heijder Ali„ „chan dierweegens in onderhandeling te treeden. Dog zijn oogmerk direct niet kunnende berijken, omdat die nabab op 't nieuw ingewikkeld is in een swaare oorlog met de marhettas, zo heeft hij van zijn voorneemen aan Adij Ragia Kennis moeten geeven. En nu toont deeze zig geneegen 298 geneegen, om die plaats voor zig zelven overteneemen Bij aldien de EComp tog van Cana„ „noor veshuijsd, kan 't haar volgens ons gering gevoelen ook wijnig scheelen, of Heijder Alichan, dan wel Adij Ragia die plaats in handen krijgt. zelfs vermeenen wij dat het beeter zal wezen, het verzoek van Adij Ragia toetestaan, dan eenige aanbieding aan Heijder Alichan tedoen. want de Eerste zal zeekerlijk eene aan„ neemelijke somma daar voor geeven en de Laatste mogelijk niets bieden, om reeden hij mangaloor en Barssaloor bezit, welke zee-steeden voor hem vrij beeter. gelegen zijn. Dog dewijl wij indit stuk uw Hoog Edelens wel behaagen niet wee„ „ten, zo verzoeken wij ten allerspoedigsten met Derzelver ordres over Ceijlon en Cormandel gesterkt temogen werden. Ropias 50000:– in Contant, met de ver„ „effening der voorige Reekening, heeft Adij Ragia op onzen Eijsch van Rop=s ƒ150'000:— bereeds geboden, onder Conditie van eene bequaame wooning op de Bazaar, en dat bij de Acte of het Tractaat „ Tractaat van overgaave, van geen verkoop gesprooken, maar de zaak als eene vrij„ „willige gifte beschreeven werden zal: En mogelijk dat wij Rop:s 75: of 100'000:— bedingen zullen, als de onderhandeling eerst. regt ernst word. Dog met zeeker„ „hijd voor als nog niets kunnende mel„ „den, omdat de Afzendelingen, die het laatste antwoord moeten brengen, nog niet weder terug zijn gekeert; zo zul „len wij de Eere hebben, of aan den voet deezes, of bij eene nader briefje daar van verslag tedoen. Alleenig wenschen wij maar, hier op spoedig Vw Hoog Edelens goedvinden temogen erlangen, en ingevalle ons voor„ „stel uw Hoog Edelens goedkeuringe weg „draagt, dat wij dan positieb gequalifi„ „ceert mogen werden, met deeze Con„ „tractatie direct voort tegaan., want, als dezelve wel gelukt, zal het tog alles winst zijn wat 'er van staat tekomen; Daar inteegendeel, als dier„ „gelijken onderhandelingen, wat lange duuren de zaak zelfs dikwils een gantsch verkeerden uijtslag neemt. In 299 In de Overgaave van de 18½ Dorpen, heeft de Gouverneur geen meerder deel, dan in zoverre hij den Heer Breekpot heeft aangeraaden, zijn woord tehouden. Want de ordre die UW Hoog Edelens ten dien opzigte bij secreete brief gegeeven hadden, was aan den koning van Cochim en desselfs veld Heer den sallietter volkomen bekent. zij berie„ „pen zig daar op als het gevolg van eene bijzondere gúnste, hen door Uw Hoog Edelens beweezen, en die nu, zonder onregt te pleegen hen niet onthouden konde werden. De Joods koopman Ezechiel Rhal„ „bij bevestigde, dat de Heer Breekpot belooft hadde het tezullen doen. zijn Ed zelfs bekende: dat dit de waarhijd was! En wanneer hij egter inde daar over ge„ „houdene Conferentie op't nieuw aller „hande uijtvlugten maakte, ende zalliet„ „ter zig daar over in nadrukkelijke Termen beswaarde, zo vermeende de Gou„ „verneur niet temoogen nalaaten, hier Ed: op aantemerken: Dat als zijn van voorneemen was geweest, de over„ „gaave nog geen effect te doen sorteeren hij dan zo min het goedvinden van uw Hoog Edelens Edelens hadde bekent maaken, als ten dien opzigte zijn woord geeven moeten, dog dit een en ander geschied zijnde, dat hij ook nu de volbrenging niet wijgeren konde, zonder zig zelven eene blame. op den hals te laaden, den koning van Cochim misnoegt temaaken, en daar door 's EComp:s belangen zomtijds te benadeelen. En dit alles wat de Gouverneur in deeze zaak heeft gedaan of ook kunnen doen, om dat hij toen ter tijd nog geen gezag inhanden hadde, en welke aanmerking hij hoopt dat hem bevrijden zal van de verdenking, als of hij in dit stuk onvoorzigtig ente schielijk tewerk was gegaan. Met Den koning van Grevan¬ „coor hebben wij een wonderlijk voorval gehad, dat behalven 23: gequetsen van onze kant aan 3: Europeese en 12: bou„ „gineese Militairen het leeven heeft gekost; Jerwijl vanden koning van Jrevancoor wel 230: koppen op de plaats zijn gebleven en naderhand nog verschijden aan hunne wonden overleeden. maar dit zelfde voorval is ook oorzaak geweest, van eene Ernstige onderhandeling : „

NL-HaNA_1.04.02_3295_0641 view scan ↗

English

300 negotiation, to which one could not otherwise bring the king. To that end he sent his prime minister and confidant expressly to Cochim. The conferences lasted from the 6th to the 27th of December 1769. And therein all old and new disputes and mutual grievances were thoroughly investigated, settled to the great advantage of the Honourable Company, and the entire treaty subsequently fully approved by the king himself in three separate letters, so that matters with that prince now stand particularly well and better than ever. However, since a detailed description thereof would become too long in this document, we respectfully refer in that regard to the notes kept by the Governor, which we take the liberty of appending hereto, and whose contents we live in hope will serve to Your High Excellencies' satisfaction. That the forts Chettua and Coilang cannot be abandoned or demolished demolished without greatly prejudicing the Honourable Company's interests, the Governor maintained in the past year no less earnestly than Mr. Breekpot. But at that time he did not yet have enough experience to place so much confidence in the force of his arguments that he would have dared to attempt, based upon them, to leave entirely unexecuted an order that was given repeatedly, so positively, with the refusal of all delay or exception, and even under threat of severe punishment. Consequently, he considered himself obliged at least to do something that resembled obedience. And it was solely on this foundation that his proposal of last year was based, to provisionally reduce the expenses, and for the rest to await Your High Excellencies' pleasure. But in reality he had intended nothing other by this than merely to gain time; as may further appear 301 appear from the fort Coilang, which was left completely in its former state, and only from Chettua the artillery and men were removed, since in that regard there was no apprehension that it would meanwhile fall into foreign hands. Now it grieves the Governor somewhat that, although he proceeded in this matter with good deliberation and, in his opinion, very cautiously, nevertheless his actions have served to Your High Excellencies' displeasure. But on the other hand, he is also pleased again that Your High Excellencies have nevertheless been pleased to soften your former order to the extent that he will be able to set forth his respectful objections in that regard candidly. And on that account he also hopes shortly to show on good grounds that the Honourable Company cannot do without the forts Chettua, Cranganoor and Coilang, as long as it is inclined to retain Cochim itself, and that the situation of this city and the condition of the country provide of themselves the most compelling reasons for this, without there being any need to pay regard to the conclusion of a contract with Heijder Alichan, in such manner as proposed by Mr. Breekpot, since the Governor cannot believe that such will ever happen. To the writ of rauw actie in the case of van Seijfferth, the Governor did not comply immediately, because he believed he had the most well-founded reasons first to address Your High Excellencies in that regard, and if he obtained no help there, that it was then still time enough to answer, since he was informed that in civil cases one may let pass the first and second, indeed if necessary the third citation, without prejudicing one's lawful rights. However, since it has pleased Your High Excellencies otherwise, his attorneys have also, in compliance with your respected resolution of 302 of the 7th of July 1769, requested from the Honourable Court of Justice not only copies of all documents submitted by van Seijfferth at the expense of the losing party, but also a sufficient term to be able to answer. However, the term has been set for the last court day in the month of April 1770, and thus so short that, owing to the late arrival of the ships, the answer from here cannot well reach Batavia by that time. And of the submitted papers, only the claim in rauw actie with its annexes was granted, but not at the expense of the losing party, but at his own expense. Consequently, on that request, contrary to Your High Excellencies' recommendation, the Honourable Court of Justice did not take the most favourable disposition. And since it would nevertheless be too hard on the Governor to have to litigate at his own expense over worthless and unfounded accusations against a man who possesses nothing, and from whom he consequently can recover no damages, he very humbly requests that it may please Your High Excellencies, his

Dutch transcription

300 onderhandeling, waar toe men den ko„ „ning anders niet heeft brengen kunnen. Hij zond ten dien eijnde zijnen eersten staats minister en vertrouweling Expres naar Cochim. De Conferentien hebben van den 6: tot den 27:' december 1769: geduurt. En daar in alle oude en nieuwe verschillen en weerzijdse beswaarnissen in de grond onderzogt, tot groot voor„ „deel van de EComp:e afgedaan, ende gantsche verhandeling vervolgens door den koning zelfs bij drie differente brieven volkomen goedgekeurt zijnde, zo staan de zaaken met dien vorst nu bijzonder goed en beeter dan ooit. Dog dewijl eene uijtvoerige beschrijving daarvan, indeezen al te lang zoude vallen, zo gedraagen wij ons dier weegens in Eerbied aan de gehoudene Aanteekeningen van den Gouverneur, die wij de vrijhijd gebruij„ „ken hierneevens te voegen, en welker Jnhoud wij in hoope leeven, dat vw Hoog Edelens tot genoegen zal strekken. Dat De Forten Chettua en Coilang niet ingetrokken nog gedemolieert gedemolieert kunnen werden, zonder 's E: Comp. s belangen grootelijks te benadeelen, heeft de Gouverneur al in 't vergangen Jaar niet minder ernstig gesustineert gehad, dan de Heer Breekpot. Maar hij hadde egter toen ter tijd nog geene ondervinding genoeg, om op de kragt zijner reedenen zo veel vertrouwen te stellen, dat hij daar op zoude hebben durven onderneemen, in't geheel onuijt„ „gevoert te laaten, eene ordre, die bij her„ „haaling zo positief, met ontzegging van alle uijtstel of uijt zondering, en zelfs onder bedrijging van swaare straffe gegeeven was. Bij gevolg vermeende hij wel genoodzaakt te zijn, ten minsten iets te „moeten doen, dat na gehoorzaamhijd sweemde. En 't is alleen op dit fonda„ „ment geweest, waarop zijne voorjaarige propositie heeft gesteurt gehad, om bij provisie de onkosten te verminderen, en voor 't verder uw Hoog Edelens welbehaa„ „gen aftewagten Maar inderdaat heeft hij egter . . . . . . . .. daarmeede niets anders bedoelt gehad, dan alleen om tijd te winnen; zo als nader blijke kan 301 kan, aan 't foet Coilang, dat men vol„ „komen in zijnen voorigen staat heeft gelaaten, en alleen van Chettua het geschut en volk weggeligt, dewijl men ten dien op zigte geene bedugting hadde, dat het zelve ondertusschen in vreemde han¬ „den zoude vallen. Nu bedroeft het den Gouverneur wel eenigzinds, dat schoon hij in desen met een goed overleg, en volgens zijne gedagten zeer voorzigtig is tewerk ge„ „gaan, egter zijn gedoente uw Hoog Edelens tot ongenoegen heeft gestrekt. Maar aan de andere kant is het hem ook weder liet, dat uw Hoog Edelens Der zel „ver voorige ordre evenwel in zo verre hebben gelieven te verzogten, dat hij zijne Eerbiedige bedenkingen ten dien opzigte openhartig zal bloot leggen kunnen En hij hoopt uijt dien hoofde ook binnen korten op goede gronden te doen zien, dat de EComp:e de porten Chet„ „tua, Cranganoor en Coilang. niet mis„ „sen kan, zolange zij Cochim zelfs geneegen is aantehouden, en dat de gele„ „ 2 „gendhijd deezer stad, ende gesteldhijd van van 't land daar toe van zelfs de bondigste beweeg reedenen uijtleeveren, zonder dat men nodig heeft, eenige afzigt teneemen, op het sluijten van een Contract met Heijder Alichan; indiervoegen als door den Heer Breekpot voorgestelt is, dewijl de Gouverneur niet gelooven kan, dat zulx ooit geschieden zal. Aan Het Mandament van Rauw actie in de Zaak van van Seijfferth, heeft de Gouver¬ „neur niet terstond voldaan, omdat hij vermeende de gegrondste reedenen te hebben, zig eerst dierweegens aan uw Hoog Edelens te addresseeren, en als hij daar geene hulpe erlangde, dat het dan nog tijds genoeg was te antwoorden dewijl men hem onderregt heeft, dat men in Civiele zaaken, de Eerste en Tweede, Ja des noods de Derde Citatie mag laaten voor bij gaan, zonder zijn goed Regt te benadeelen. Dog dewijl het uw Hoog Edelens anders heeft gelieven te behaegen, zo heb„ „ben zijne gemagtigdens ook involdoe„ „ning aan der zelver g'Eerde Resolutie van 302 van den 7:' Julij 1769: van den Agtbaaren Raad van Justitie verzogt gehad, niet alleen Copijen van alle door van Seijfferth ingediende schriftuuren op kosten van ongelijk, maar ook een toerijkend ter mijn van tekunnen antwoorden. Dog het termijn is op den laatsten Regtdag in de maand April 1770:, en dus zo kort gesteld, dat mids de laate aankomst derscheepen, het antwoord van hier tegens die tijd niet wel op Batavia komen kan. En van de ingediende papieren is alleen toegestaan de Eijsch in Rauw actie met dies Bijlaagen, dog niet op kosten van ongelijk maar op eijgen kosten. Bij gevolg heeft de Agtbaare Raad van Justitie op dat verzoek, Contrarie Vw Hoog Edelens Recommandatie, de favorabelste dispositie niet genomen. En dewijl het egter voor den Gouverneurs altehard zoude vallen, op eijgene kosten over niets waardige en ongegrond te be„ „schuldigingen temoeten procedeeren, tegens een man, die niets heeft, en op wien hij bij gevolg geen schaade verhaalen kan; zo versoekt hij zeer ootmoedig, dat het 2 uu Hoog Edelens tog behaagen mag, zijne

NL-HaNA_1.04.02_3295_0646 view scan ↗

English

to enable his authorized agents to allow him to enjoy the effect of the favor that Your High Excellencies granted him in the aforementioned Resolution. The Governor also begs once more, most humbly, that it may please Your High Excellencies to take into favorable consideration his long years of service; the zeal that he has constantly devoted to the weighty offices entrusted to him; the blessing with which the Almighty has generally crowned his undertakings; and the expressions of satisfaction that Your High Excellencies as well as the Lords Majores have made more than once regarding his actions, and on that account not to refuse him the Declaration previously requested. He does not desire any order to the Honorable Council of Justice not to accept the complaints that might be brought against him. On the contrary, he exposes himself to answer immediately to all legitimate claims that decent people might have to demand of him in private matters; but he only requests a brief repetition of that which stands scattered across various letters and Resolutions, namely: That his actions as Commander of Sumatra's West Coast have served to the satisfaction of Your High Excellencies and the High Honorable Lords Majores; that his commission in that capacity has ended and has been accounted for to Your High Excellencies; and that on that account, regarding that which he had to do in the master's service according to the orders and according to office and duty, he cannot be called to account before the Judge by any private person; Because this Declaration will cheer him up again from the dejection into which the tokens of Your High Excellencies' conceived displeasure have cast him in the past year, which fall all too hard upon him. And he also deems himself entitled to expect this benefaction with all the more right from Your High Excellencies' goodness, now that the Claim in Rauw action filed against him delivers the most convincing proof that Van Seyfferth does not even know upon what he shall ground his unjust claim. Because according to the writ of Rauw action, the entire accusation against the Padang administration consists of this single Main Point: "That the same, upon alleged and unfounded complaints, had caused him to experience that Your High Excellencies had seen fit to order the Advocate Fiscal to act against him." And yet, in the entire Claim, not a single word is now spoken of this, but everything he adduces are obvious picked-up slanders and far-fetched accusations laid down without the slightest proof, which either happened before the arrival of the Governor at Padang, or have no relation at all to the case of Van Seyfferth himself. Concerning the Memorandum that the Governor left behind in the Surat Administration, it has appeared to him from the General Surat Advices of 28 February 1769, the request of Director Bosman, that no disposition should be made concerning it until such time as His Honour should have offered his sentiments regarding it to Your High Excellencies. And not being able to doubt whether this was subsequently also done, the Governor would indeed have wished that he had already been informed of this in the past year. For then he would have asked of Your High Excellencies' goodness to be willing to postpone Their formal disposition in his favor still so much longer, until he had obtained a copy of those considerations and could elucidate Your High Excellencies in that respect. He even requests most respectfully, if it can be done, still to show him that favor; since he rests assured that in such a case Your High Excellencies' conceived displeasure over that Memorandum will, if not cease entirely, at least greatly diminish. Yet if it pleases Your High Excellencies otherwise, he very willingly submits himself in this also to Their pleasure, and only requests to believe this assurance from him: That his left-behind memorandum contains no untruths, nor was it written with any evil intent. His only aim in this has consisted of arranging his work in such a manner that the same could be of some use to Mr. Bosman. And in case his zeal with regard to an all too great clarity might sometimes have carried him a bit too far, he very humbly requests pardon on that account. He also requests that what is noted down therein particularly concerning the then Warehouse Master Sluijsken and Secretary Holmberg may not be regarded as an intention to accuse those people in order to obtain punishment. For this was by no means his intention. He only advised Mr. Bosman from a good heart what he thought he ought to do, as His Honour also admitted at the time would indeed be necessary. He also had all the less hesitation to express his thoughts candidly in that memorandum because, according to his understanding, such writings are to be regarded as nothing other than private considerations, which have no value so long

Dutch transcription

zijne Gemagtigdens instaat te stellen, om hem te doen genieten het effect van de Gunste die uw Hoog Edelens hem bij de voormeldte Resolutie beweezen hebben. Ook smeekt de Gouverneur nog¬ „maals, op 't aller demoedigste, dat het uw Hoog Edelens behaagen mag; zijne lang jaarige diensten; den ijver dien hij steede in de hem toevertrouwde gewigtige ampten heeft besteet; den zeegen; waarmeede de Almogende doorgaans zijne onder„ „neemingen heeft bekroont; ende betuijgin „gen van genoegen, die uw Hoog Edelens zo wel als de Heeren Majores meer dan eens wegens zijne verrigtingen hebben gedaan, in gunstige aanmerking te „willen neemen, en hem uijt dien hoofde de bevoorens verzogte Declaratie niet te wijgeren Hij begeert geene ordre op den Agtbaaren Raad van Justitie, om de klagten, die tegens hem ingebragt mogte werden, niet te accepteeren. Jn tegendeel steld hij zig bloot, om terstond te antwoorden, op alle regtmaatige pretensien die honette menschen in particuliere zaa „ken van hem te vorderen mogten hebben maar 303 maar hij verzoekt alleen om eene korte herhaaling van het geen bij verschijde brieven en Resolutien verstrooit staat, namentl:: „Dat zijne verrigtingen als Commandeur „ van Sumatras west-Cust uw Hoog Edelens, „ ende Hoog Agtbaare Heeren Majores „ tot genoegen hebben gestrekt; Dat zijne „ Commissie in die hoedanighijd afgeloopen „ en bij uw Hoog Edelens verantwoordt is; „ En dat hij uijt dien hoofde over het geen „ hij in smeesters dienst volgens de ordres „ en volgens ampt en pligt heeft moeten „doen, door geen particulier persoon voor „den Regter kan aangesprooken werden; 2 Want deeze Declaratie zal hem weder opbeuren vande neerslagtig„ „hijd, waar in hem deblijken van uw Hoog Edelens opgevat misnoegen in gepas„ „seerde Jaar gestort hebben en die voor hem al te hard vallen. En hij vermeends ook deeze weldaat met zoveel temeerder regt van uw Hoog Edelens goedhijd temogen verwagten, nu de tegens hem ingedien„ „de Eijsch in Rauw actie het overtuij„ „gendste bewijs uijtleevert Dat van Seijfferth=en zelfs niet weet, waarop hij zijne onge„ „regte vordering gronden zal. want 't volgens volgens 't mandament van Rauwactie bestaat de gantsche beschuldiging tegens het Padangsche ministerium, indit enkelde Hoofd-Point: „ Dat het zelve hem op pre¬ „„tense en ongegrondte klagten hadde „ doen ondervinden, dat uw Hoog Edelens „ hadden goedgevonden, den Advocaat Jis„ „„caal te gelasten, tegens hem te ageeren. „ En evenwel werd ### nú bij de gant¬ „sche Eysch hier van geen enkeld woord gesprooken, maar alles wat hij bij„ „brengt, zijn blijkbaare opgeraapte lasteringen en vergezogte beschuldigingen zonder het minste bewijs ter needergesteld, die of voor de aankomst van den Gouver„ „neur te Padang zijn gebeurt, of tot de zaak van Van Seijfferth zelfs in 't geheel geene betrekking hebben. Aangaande De Memorie die de Gouverneur in't souratse Be„ stier heeft nagelaaten, is hem uijt de Gemeene souratse Advijsen van den 28:' feb: 1769: gebleeken, het verzoek van den Heer Directeur Bosman, dat daar over niet mogte werden gedisponeert, Ede tot tijd en wijle zijn Ed:e desselfs gevoelens dien 304 dien aangaande uw Hoog Edelens zoude hebben aangebooden. En niet mogende twijffelen, of dit is vervolgens ook geschied, zo wenschte de Gouverneur wel, dat hij hier van in 't vergangen Jaar al onderregt was geweest. Want dan zoude hij van uw Hoog Edelens goedhijd gevergt hebben Derzelver formeele dispositie in zijn faveur nog zo veel langer tewillen uijt„ „stellen, tot hij van die bedenkingen. een afschrift hadde erlangen en uw Hoog Edelens ten dien opzigte elucideeren kunnen. zelfs verzoekt hij op 't aller Eerbiedigste als 't geschieden kan, hem die gunste als nog te bewijsen; alzo hij zig verzeekert houdt, dat in zulken gevalle uw Hoog Edelens opgevat misnoegen over die Memorie, zo niet in't geheel ophouden, ten minsten grootelijx verminderen zal. Dog behaagt het uw Hoog Edelens anders, hij onderwerpt zig ook in deezen zeer gaarne aan Derzelver welbehaagen en verzoekt eenelijk deeze verzeekering van hem tewillen gelooven: Dat zijne nagelatene memorie geene onwaarheeden bevat, nog ook met geen boos opzet be„ „schreeven is. zijn eenigste doelwit heeft hier hier in bestaan, om zijnen arbeijd zodanig interigten, dat dezelve voor Den Heer Bos¬ „man van eenig nut konde zijn. En bij aldien hem zijn ijver ten opzigte van eene al te groote duijdelijkhijd, zomtijds wat te verre vervoert mogte hebben, verzoekt hij dierweegens zeer ootmoedig om ver„ „schooning. ook verzoekt hij, dat het gunt van den toenmaligen Pakhuijsmeester sluijsken en secretaris Holmberg in't bijzonder daar bij genoteert staat, niet mag aangemerkt werden, als een voor„ „neem om die menschen ter erlanging van Straffe aanteklaagen. want dit is zijne Jntentie geenzints geweest. Hij heeft alleen Den Heer Bosman uijt een goed hart geraaden, wat hij volgens zijne gedagten doen moeste, zo als zijn Ed: ook toen ter tijd toestond, dat wel noodzakelijk zoude wezen. Ook heeft hij zo veel teminder swaarighijd gemaakt zijne gedagten bij die memorie openhartig te uijten, omdat volgens zijn begrip dier¬ „gelijke schriftuuren voor niets anders dan particuliere bedenkingen te houden zijn, die geene waarde hebben, zo lange

NL-HaNA_1.04.02_3295_0651 view scan ↗

English

as long as they have not been validated by Your Right Honourables' approval. And since this memorandum has not been allowed to enjoy that fortune, but has been rejected entirely, he also hopes that everything mentioned therein will not be taken into any further consideration, but that this entire matter may herewith be considered settled. While for the rest his own handwritten draft, according to the order obtained, is enclosed herewith and is respectfully offered to Your Right Honourables, in the trust that Your Right Honourables through time will yet adopt a more favourable opinion of his true intention, and will not refuse him the return of that writing if he should sometimes need the same for his justification, the more so since he can assure that until now it has not occurred to him to take a copy thereof for himself. Lastly, the Governor also requests very humbly that he may obtain for his incurred travel expenses from from Souratta to this place as much as Your Right Honourables themselves may be pleased to grant him. And for the rest living in hope that his present inability to satisfy fully on this occasion the considerations demanded of him may give Your Right Honourables no new cause for displeasure, but may even change the old into the former favour and affection, we remain, wishing God's precious blessing, with the utmost respect was signed below: Right Honourable, Highly Respected, Far-Ruling Lord, and Honourable Sirs: Your Right Honourables' humble and obedient servants was signed: C:n L:k Senff and D: Kellij, in the margin: Cochim The 15:th March A:o 1770: lower down stood: P.S. After the closing of this, the emissaries of Adij Ragia have returned. He stands very firm on his first offer. But we believe, however, that he will indeed add something to it, because it appears that he has a great desire for the port, and that for that reason reason alone he now shows himself so compliant. For the Governor having written to him that he could not for the present send any ship or chialoup thither, and that he therefore had to deliver the pepper to settle his previous debt at the fort, so that Your Right Honourables could be informed with certainty of the fulfillment of his promise: he nevertheless did not do that, but instead of that, with his own vessels and at his own risk, had a quantity of 82'687: pounds of pepper brought and delivered here, which has already been weighed and shipped off in the bark De Falck, and according to the statement of the emissaries is to be followed by more within a few days. Thus the advance made to him will already be sufficiently repaid. We have also on this occasion received a letter from the Chief at Cananoor, of which we take the liberty to offer Your Right Honourables a copy herewith, in proof that the English gentlemen must have completely bad intentions towards towards Adij Ragia. And since it could very easily happen that in such a case one would become embroiled with them as well, and from such disputes nothing but disadvantage is to be expected, this seems to make it all the more necessary that the Honourable Company divest itself of that place the sooner the better. Yet, whether our respectful proposal in that regard be accepted or rejected, we nevertheless request very humbly to be reinforced regarding this as soon as possible with Your Right Honourables' approval and positive orders, so that we may know with certainty how to conduct ourselves further in this event. Furthermore, Adij Ragia has demanded from us four large mortars with their accessories and the necessary bombs. But we cannot spare those from our stock, or at least cannot offer him any old, unsightly goods. And therefore we request that the one and the other may be sent to him at the first opportunity opportunity from Batavia, if Your Right Honourables please to approve it. Cochim, Date as above C:n L:k Sentt. and D:l Kellij; was signed: Agrees Cchll Batavia/ To His Right Honour The Right Honourable, Highly Respected Lord P: Larus Albertus van der Parra Governor General together with The Honourable Gentlemen of the Council of Netherlands India. Your Right Honourable, Highly Respected Far-Ruling Lord, And Honourable Sirs! With the ship Azia we have had the honour to offer Your Right Honourables our separate letter of the 15:th March last, of which Copy Separate which which duplicate is enclosed herewith. We have thereby, among other things, given notice of the good state of affairs with the King of Crevancoor. And this having since then been further increased by that particular proof of the King's affection, that he has truly had the post of Coenjetaij withdrawn, of which a description was given in the recently dispatched notes of the Governor, so we also believed we ought not to doubt whether we would receive this year, according to our demand at the conferences held with the first state minister of the King, a substantial quantity of at least 4000: Candijlen, or 2000'000: lb of pepper. On this foundation we already made a plan in advance, to obtain a suitable opportunity to be able to ship this parcel, if not in its entirety, at least for the largest part. We had indeed expectation of the ship Ruijteveld from Ceijlon. And the same also arrived the

Dutch transcription

305 lange dezelve niet door uw Hoog Edelens goedkeuringe gewettigt zijn. Endewijl deeze memorie dat geluk niet heeft mogen genieten, maar in't geheel verworpen is, zo hoopt hij ook, dat alles wat daar bij vermelt staat, verder in geene aan„ „merking komen, maar die gantsche zaak hiermeede voor afgedaan ge„ „houden werden mag. Terwijl voor't overige zijn eijgen¬ „handig minut, volgens erlangde ordre, hier neevens legt, en UW Hoog Edelens Eerbiedig aangebooden werd, in ver„ „trouwen, dat uw Hoog Edelens door den tijd nog eens een gunstiger gevoelen van zijn wezendlijk oogmerk opvatten, en hem de terug erlanging van dat schriftuur niet wijgeren zullen, in„ „dien hij het zelve ter zijner verant „woording zomtijds noodig mogte hebben, temeer, alzo hij verzeekeren kan, dat hij tot nog toe, op die ge„ „dagten niet is gevallen, om voor zig zelven daar van een Afschrift teneemen. Laatstelijk verzoekt de Gouver„ „neur ook nog zeer ootmoedig, dat hij voor zijne gedaane Rijze onkosten van van souratta naar herwaarts erlangen mag, zoveel als uw Hoog Edelens zelfs hem gelieven toete leggen. En voor 't overige in hoope leevende, dat zijn present onvermogen, om bij deeze gelegendhijd alvolkomen aan de van hem gevorderte Consideratien tevoldoen, Vw Hoog Edelens geene nieuwe stoffe van misnoegen geeven, maar zelfs het oude in de voorige gunste en Gene„ „gendhijd veranderen mag, zo blijven wij onder toewensching van Gods dier„ „baaren zeegen met de uijtterste Eerbied /:onderstond:/ Hoog Edele, Groot Agtbaare wijd gebiedende Heere, en Wel Edele Heeren: VW Hoog Edelens onderdaanige en Gehoorzaame die„ „naaren /:was getekent:/ C:n L:k Senff en D: Kellij, /:in margine:/ Cochim Den 15:' Mart A:o 1770: /:lagerstond:/ Z: S: Na 't sluijten deses, zijn de afzendelingen van Adij Ragia weder terug gekomen. Hij staat heel sterk op zijn Eerste bod. maar wij gelooven egter, dat hij 'er nog wel iets bij zal voegen, omdat het schijnt, dat hij tot het port eene groote begeerte heeft, en dat hij zig om die reeden 306 reeden alleen thans zo wilvaardig toont. want de Gouverneur hem geschreeven hebbende, voor eerst geen schip of Chia„ „loup derwaarts te kunnen zenden, en dat hij daarom de Peper tot vereffening van zijne voorige schuld maar in't fort leeveren moeste, op dat bij uw Hoog Edelens van de nakominge zijner belofte met zeekerhijd kennis konde geeven: zo heeft hij dat egter niet gedaan, maar insteede van dien met zijn eijgen vaartuijgen en voor eijgen risico, hier na toe brengen en leeveren laaten, eene quantitijt van 82'687: Ponden Peper, dewelke bereeds gewoogen en in de Barcq De falck afgescheept is, en volgens 't zeggen van de afzendelingen binnen wij„ „nig dagen nog van meer staat gevolgt tewerden. Dus de aan hem gedaane voor uijt verstrekking al genoegzaam gerestitueert zal zijn. Ook hebben wij bij deeze gelee„ „gendhijd van't opperhoofd te Cananoor een brief ontfangen, waarvan wij de vrijhijd gebruijken, uw Hoog Edelens neevens dee„ „zen een afschrift aantebieden, ten blijke, dat de Heeren Engelschen gantsch niets goeds tegens tegens Adij Ragia in hun schild moeten voeren. En dewijl het zeer ligt zoude kun¬ „nen gebeuren, dat men in zulken gevalle met hen meede geëmbroullieert raakte, en uijt diergelijken. verschillen dog niets als nadeel tewagten is, zo schijnt dit de zaak zoveel te noodzaakelijker temaaken, dat de EComp:e zig maar hoe eer hoe liever van die plaats ontdoet. Dog het zij, dat ons Eerbiedig voor„ „stel ten dien opzigte aangenoomen of ver„ „worpen werd, wij verzoeken egter zeer ootmoedig, dien aangaande ten allerspoe„ „digsten met uw Hoog Edelheedens goedvinden en positive ordre gesterkt temogen werden, op dat wij met zeekerhijd weeten kunnen hoedanig ons verder indit voorval te gedraagen Voorts heeft Adij Ragia van ons eijschen laaten, vier Groote mortie„ „ren met hun toebehooren ende benoodigte Bommen. Maar wij kunnen die uijt onzen voorraad niet missen, of ten min „sten hem geen oud onaanzienlijk goed aanbieden. En daarom verzoeken wij dat het Een en ander voor hem bij eerste geleegendhijd 307 geleegendhijd van Batavia gezonden mag werden, indien uw Hoog Edelens. het gelieven goed tevinden. Cochim, Datum als boven C:n L:k Sentt. en D:l Kellij; (:was getekent:/ Accoldeert Cchll 308 Batavia/ Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen, Groot-Agtbaaren Heere F: Larus Albertus van der Paria Gouverneur Generaal benevens De Wel Edele Heeren Raaden van Neederlands India. V Hoog Edele, Groot-Agtbaare wijd gebiedende Heere, En Wel Edele Heeren! Met het schip Azia hebben wij de Eere gehad, uw Hoog Edelens aantebieden, onze Aparte letteren van den 15: Mart Jongstleeden, wel„ Copia Apart „ker „ker Duplicaat hier nevens legt. wij hebben daar bij onder anderen kennis gegeeven, van de goede gestelthijd der zaaken met den koning van Crevan„ coor. En deeze 'tsedert nog vermeerdert zijnde, door die bijzondere blijk van 's konings genegendhijd, dat hij de Post Coenjetaij weezendlijk heeft intrekken laaten, waar van bij de Jongst ver„ „zondene Aanteekeningen van den Gouverneur eene beschrijving is gegee„ „ven, zo vermeenden wij ook niet temo„ „gen twijfelen, of wij zouden dit Jaar, volgens onzen Eijsch bij de gehoudene Conferentien met den Eersten staats minister des konings, eene aanzien„ „lijke quantitijt van ten minsten 4000: Candijlen, of 2000'000: lb peper krijgen. Op dit fondament maakten wij al in voorraad een overleg, ter erlanging van bequaame gelegendhijd om deeze Parthij, zo niet in't geheel ten minsten voor 't grootste gedeelte te kunnen verzenden. wij hadden wel verwagting op het schip Ruijteveld van Ceijlon. En het zelve quam ook den

NL-HaNA_1.04.02_3295_0659 view scan ↗

English

30 the 22nd of March here in the Roads, but having thereby received written orders to send the same back not with Pepper, but with a cargo of Paddy, this brought us into great embarrassment. We noted that in this way all the Pepper we were about to receive would have to remain stored in the warehouses during the entire rainy season, and that this would not only be detrimental to the Honourable Company, but might also at times give great offense to the King of Trevancoor, as we had pressed so strongly for an early and ample delivery. And therefore, knowing no other means to extricate ourselves, we requested, upon the departure of the bark De Falck on the 25th of March, the Right Honourable Governor Falck in particular, if possible, to be pleased to send hither the ship Duijnenburg, which we had heard was on the point of departing for Batavia. Now this vessel has likewise arrived here on the 19th of the current month. But but the matter itself has taken quite a different turn. We find ourselves exceedingly deceived in our expectations regarding the delivery of Pepper. Instead of 4000, we shall possibly receive only 1000 Candijlen, which Ruijteveld alone requires in order to return with a full cargo, as we cannot spare more than 250 Lasten of paddy from our provisions. And being therefore compelled to send Duijnenburg away without Pepper, we very humbly request that Your High Right Excellencies will not take it amiss that we nevertheless summoned this vessel from Ceylon in reserve for that purpose. The expectation of an ample delivery was all too great. The enclosed copies of the letters exchanged on that subject will show that our admonitions were no less earnest than the assurances obtained in reply were emphatic. And having thereby not without reason been brought into the confidence that we would inevitably 310 inevitably require another ship for the dispatch of Pepper, we also hope that our mistake resulting from this will find a favourable excuse. Yet, although we have had to miss the attainment of our chief objective regarding the Pepper, through the deception of the King of Trevancoor and his servants, this vessel has nevertheless not arrived here entirely uselessly. For besides the fact that we can now send with it a good quantity of Coir rope, which otherwise would unnecessarily have had to remain lying over, we also particularly obtain thereby a suitable opportunity to be able to present to Your High Right Excellencies, sooner than via Ceylon, a separate treatise which the Governor has prepared in order to elucidate to Your High Right Excellencies in all respect regarding several points of importance concerning which his advice and reflections were requested. This document contains in brief: A Thorough Thorough Description of the True State of the Honourable Company's Interests on the Malabar Coast. And flattering ourselves with the hope that the same will meet with Your High Right Excellencies' approval, the Governor separately lives in the firm confidence that the petition made therein concerning his person will obtain a favourable hearing. The Regent of Cananoor, Adij Ragia, has since our last delivery again delivered 73455 lb of Pepper, and thus now in total 156142 lb, or over 312 Candijlen, with his own vessels here at Cochim. This additionally sent quantity would have been more than enough to be able to settle his arrears from the latest account, amounting to 5046 Rop: 10:-. But he requested of us by a polite note, of which we take the liberty to likewise enclose a copy herewith, that this might be deferred until next year, and in the meantime the amount for this Pepper might be paid to him by the Chief Vander Grijp. And 311 And since we believe that we can now place a little more trust in him than previously, and his shown diligence in providing the promised 300 Candijlen of Pepper also well deserves some indulgence, we have taken a resolution in our meeting on the 23rd of the current month not only to comply with his desire in that matter, but also to request from Your High Right Excellencies for him, in the formal requisition now departing: 4 pieces of metal mortars, with all their accessories, namely: 2 pieces of 25 lb, and 2 pieces of 50 lb, 800 pieces of bombs for the same, and 100,000 musket flints. We also request for the King of Trevancoor: 50000 lb of Japanese copper in bars, 100,000 pieces of musket flints, and 12 copper drums with their accessories. And knowing nothing further to report beyond this, than that everything around here, around here, thank God, is in peace and quiet; though the war between Heijder Alichan and the Marhettas still continues, and that among the English, according to their own reports, such a great scarcity of money prevails in Bengal, at Madras, Bombaij, and Souratta, that one can hardly get to see a single Rupee, and that the warehouses are filled with unsold merchandise, and the prisons with insolvent debtors: we only wish further that our actions may serve to Your High Right Excellencies' satisfaction. And in that expectation we remain with the utmost respect. Below stood: High Noble, Right Honourable, Far-Commanding Lords, and Honourable Lords! Your High Right Excellencies' humble and obedient servants. Was signed: C:n L:k Senff, and D: Kellij. In the margin: Cochim, the 25th of April, Anno 1770. Agreed

Dutch transcription

30 den 22:' mart hier ter Rheede maar daarmeede aanschrijvens erlangt hebbende, om het zelve niet met Peper, maar met eene Laading Nelij terug te zenden, zo bragte ons dit grootelijx in verlee„ „gendhijd wij merkten aan, dat op die wijze alle Peper, die wij stonden te krijgen, den gantschen Reegen tijd in de Pakhuijzen zoude moeten blijven overleggen, en dat zulx niet alleen voor de EComp:e schaadelijk zijn, maar ook zomtijds den koning van Trevancoor grooten aanstoot geeven mogte, dewijl wij op eene vroege en ruijme levirantie zo sterk aangedrongen hadden. En daarom geen ander middel weetende, ons te redden, zo verzogten wij bij 't vertrek van de Barcq De Falck op den 25:' mart, Den wel Edelen Heer Gouverneur Falck in't bijzonder als 't mogelijk was, dan het schip Duijnenburg nog herwaards tewillen zenden, het welk wij gehoort hadden, dat op zijn vertrek naar Batavia lag. Nu is deeze bodem ook, den 19:' Courant insgelijx alhier aangekomen. maar maar de zaake zelfs heeft eene gantsch andere keer genomen. wij vinden ons in onze verwagting ten opzigte van de Peper leverantie ten hoogsten bedro„ „gen. Jn steede van 4000. zullen wij mogelijk maar 1000: Candijlen krijgen, die Ruijteveld alleen noodig heeft, om met eene volle lading weder terug te keeren, alzo wij uijt onzen voorraad niet meer, dan 250: Lasten nelij missen kunnen. En daarom wel ge„ „noodzaakt zijnde, Duijnenburg zonder Peper temoeten verzenden, zo verzoeken wij zeer ootmoedig, dat uw Hoog Edelens tog niet quaalijk gelieven te neemen, dat wij deezen bodem daar toe egter in voorraad van Ceijlon hebben ontboden gehad. De verwagting op eene ruijme leverantie was al te groot. De hiernevens gevoegde afschriften, van de overdat onderwerp gewisselde brieven zullen doen zien, dat onze aan„ „maaningen niet minder ernstig, dan de daar op erlangde verzeekerin„ „gen nadrukkelijk zijn geweest. En daar door niet zonder Reeden in het ver„ „trouwen gebragt zijnde, dat wij onvermijdelijk 310 onvermijdelijk nog een schip tot de ver„ „zending van Peper noodig zouden hebben, zo hoopen wij ook, dat onze hieruijt voortgevloeijde misslag eene gunstige verschooning zal vinden. Dog schoon wij de berijking van ons Hoofd-oogmerk, door misleijding van den koning van Trevancoor en desselfs Bediendens, aangaande de Peper hebben moeten missen, zo is egter deeze Bodem gantsch niet nutteloos hier aangekomen. want ongereekent, dat wij hiermeede nu eene goede Parthij Caeijerdraat verzenden kunnen, die an„ „ders onnoodig zoude hebben moeten blij„ „ven overleggen, zo erlangen wij ook in 't bijzonder daar door eene bequaa „me gelegendhijd, uw Hoog Edelens spoediger dan over Ceijlon te kunnen aanbieden, Eene aparte verhan„ „deling, die de Gouverneur in gereet„ „hijd heeft gebragt, om uw Hoog Edelens in alle Eerbied te elucideeren, nopens verschijde Pointen van aangeleegenthijd, welken aangaande zijn Advis en Bedenkingen zijn gevordert. Dit schriftuur behelft in 't kort: Eene grondige Grondige Beschrijving van den waaren staat van 's EComp:s Be„ „langen ter Custe Mallabaar. En ons flatteerende met die hoop, dat het zelve uw Hoog Edelens goed keu„ „ringe zal wegdraagen; zo leeft de Gouverneur afzonderlijk in het vaste— vertrouwen, dat de daar bij gedaane instan„ „tie ten opzigte van zijne persoon, eene gunstige verhooring zal verwerven. De Regent van Cananoor Adij Ragia, heeft 'tseedert onze laatste alweder 73455: lb Peper en dus nu in't geheel 156142: lb: of 312: Candijlen ruijm, met zijne eijgene vaartuijgen hier te Cochim geleevert. Deeze naader gezondene quantitijt zoude meer dan genoeg zijn geweest, om zijn agterstal bij de Jongste afreekening, groot Rop: 5046: 10:— te kunnen vereffenen. Maar hij verzogte ons bij een beleeft briefje, waarvan wij de vrijhijd gebruijken, insgelijx een afschrift hier neevens tevoegen, dat zulx tot aanstaande Jaar uijtgestelt, en ondertusschen het bedraagen van deeze Peper, door 't opperhoofd vander Grijp aan hem voldaan mogte werden. En 311 En dewijl wij vermeenen, nu op hem één wijnig meer vertrouwen te kunnen stel„ „len, dan bevoorens, en zijn betoonde ijver in de bezorging der beloofde 300: Candijlen Peper, ook wel eenige inschik„ „kelijkhijd verdient, zo hebben wij in onze bij eenkomste op den 23:' Courant een besluijt genomen, om niet alleen in dat stuk aan zijne begeerte tevol„ „doen, maar ook bij de thans afgaan„ „de Formeele Eijsch van uw Hoog Edelens voor hem te vraagen 4: p:s metaale mortieren, met alle hun toebehooren, als 2: p:s van 25: lb: en 2: „ „ 50: „ 800: p:s Bommen tot dezelve. En 100'000:- „ snaphaanen steenen. Ook verzoeken wij voor den koning van Trevancoor, om 50000:- lb: koper Japans in staaven. 100'000: p.:s snaphaan steenen. En 12: „ kopere Trommen met hun toebe„ „hooren. En buijten des niets meer wee„ „tende temelden, dan dat alles hier omstreeks „omstreeks God dank in Rust en vreede is; dog dat de oorlog tusschen Heijder Alichan en de marhettas nog duurt, en dat onder de Engelschen, volgens hun„ „ne eijgene berigten, in Bengalen, te madras, Bombaij en souratta zulk een groot Geld gebrek heerscht, dat men nauwlijx Een Ropij tezien kan krijgen en dat de Pakhuijzen met onverkogte koopmanschappen, en de Gevangenissen met onvermogende debiteuren, opge„ „vuet zijn: zo wenschen wij eenelijk nog, dat onze verrigtingen uw Hoog Edelens tot genoegen mogen strekken. En wij blijven in die verwagting met de uijterste Eerbied. /:onderstond:/ Hoog Edele, Groot-Agtbaare wijd gebiedende Heere, En wel Edele Heeren! Vw Hoog Edelens onderdaanige en Gehoorzame m dienaaren /:was getekent:/ C:n L:k Sentf, en D: Kellij, /:in margine:/ Cochim Den 25:' April A:o 1770: Accordeert enW.

NL-HaNA_1.04.02_3295_0665 view scan ↗

English

Batavia To His High Nobility The High Noble, Highly Esteemed Lord Petrus Albertus Van der Parra Governor-General, together with The Honorable Gentlemen of the Council of the Dutch Indies. High Noble, Highly Esteemed far-ruling Lord, Honorable Gentlemen! The original of the enclosed duplicate, sent with the Duijnenburg, has primarily served to inform Your High Nobilities of how greatly we found ourselves disappointed at that time by the King of Trevancoor and his ministers with respect to a generous delivery of pepper. It also appeared as if mere remonstrances would no longer help at all. And having therefore proceeded to test the measure which the Governor proposed in his recently sent and now further transmitted treatise on several matters, we absolutely refused to grant any more pepper passes other than the five pieces that had already been issued at the beginning of the delivery upon the strong insistence of the Jewish merchant Ezechiel Rhabbij. This initially met with much opposition due to the particular remarks that were made about it. The ministers of the King of Trevancoor testified that neither they nor their master could understand what reasons the Governor had to stand so firmly on his point and to want to make a change now in a matter of so little importance, which previously had not even been taken into consideration and was also fully legitimised by custom; since the previous Commanders, since the conclusion of the latest Treaty, had every time at the first request not only granted ten new passes annually, but had also simultaneously renewed the old ones that had not been used. The Jew Ezechiel, who according to his old habit appears to meddle in all matters, spoke in like manner and even believed that it was untimely, indeed highly dangerous, to wish to revoke a custom that through time had turned into a complete privilege, and until today had also not been considered harmful by anyone with regard to the Honourable Company's interests; all the more so now that the incident at Coeriapallij was still so fresh in memory, so that one following upon the other could indeed give cause to embitter the King to such an extent that he would deliver no pepper at all to the Honourable Company anymore, and turn his newly shown friendship into open hostility. And those who were still the most moderate in their judgment nevertheless considered the refusal of the passes a means of too little importance to achieve the proposed objective thereby; since the King, according to their thoughts, could send enough pepper with the help of the English, and consequently could very easily do without those passes. Yet we did not let ourselves be deterred by all that in the least. We believed we could establish that the King would not become displeased for that reason, nor cease the delivery of pepper entirely; and if he did, that it could not go worse than before, where despite the greatest leniency and the granting of an indefinite number of passes, he had nevertheless delivered only little pepper, and moreover had significantly prejudiced the Honourable Company in its privileges and possessions. We also thought that if this point were not pressed through now, it would be difficult to do so later on, as we would then not have dared, without fear of mockery, to appeal to what had been established at the conference that was held, which in such a case, by our own doing, would have lost all force and value if we had once again been compliant with respect to an encroaching abuse that conflicted with the treaties, and on the abolition of which we had nevertheless insisted so strongly. And therefore, having persisted in our refusal, this undertaking has also been followed by good success in every respect. For the King, having been accurately informed of everything, showed himself in no way displeased with us or with the Honourable Company, but indeed with his own ministers who had the oversight over the pepper delivery. Of these, the first was dismissed, and another appointed in his place. This person received orders to give us all possible satisfaction as speedily as possible. He even arrived in Cochin on the 8th of the current month to ask for an excuse in the name of the King on account of the negligence of his predecessor. And the delivery in the meantime anew And those who were still the most moderate in their judgment nevertheless considered the refusal of the passes a means of too little importance to achieve the proposed objective thereby; since the King, according to their thoughts, could send enough pepper with the help of the English, and consequently could very easily do without those passes. Yet we did not let ourselves be deterred by all that in the least. We believed we could establish that the King would not become displeased for that reason, nor cease the delivery of pepper entirely; and if he did, that it could not go worse than before, where despite the greatest leniency and the granting of an indefinite number of passes, he had nevertheless delivered only little pepper, and moreover had significantly prejudiced the Honourable Company in its privileges and possessions. We also thought that if this point were not pressed through now, it would be difficult to do so later on, as we would then not have dared, without fear of mockery, to appeal

Dutch transcription

Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen, Groot-Agtbaaren Heere. e Petrus Albertus Van der Parra Gouverneur Generaal, benevens De Wel Edele Heeren Raaden van Neederlands India. Hoog Edele, Groot Agtbaare wijd gebiedende Heere, Wel Edele Heeren! Het origineel van inleggend Du„ plicaat, met Duijnenburg verzonden, heeft voornamendlijk gedient om uw Hoog 312 Copia Apart Edelens E En Edelens ter kennis te brengen, hoe zeer wij ons toen ter tijd teleur gesteld vonden, door den koning van Trevancoor en zijne bediendens, ten opzigte van eene ruijme Peper leverantie. Het scheen ook, als of bloote ver„ „toogen niets meer helpen wilden: En daarom overgegaan zijnde, om eens eene preúve teneemen van het middel dat de Gouverneur bij zijne Jongst ver„ zondene en thans nader overgaande verhandeling over verschijde zaaken voorgeslagen heeft, zo wijgerden wij vol„ „strekt eenige Peper Passen meer te ver„ „leenen, dande vijf stux, die in 't begin„ van de leverantie, op 't sterk aanhou„ „den van den Joods koopman Ezechiel Rhabbij bereeds afgegeven waren. Dit vond in't eerst veel tegenstand„ door de bijzondere aanmerkingen, die daar op gemaakt wierden. De Bediendens vanden koning van Trevancoor betuijgden; dat nog zij nog hun meester begrijpen konden, wat reedenen de Gouverneur hadde, zo sterk op zijn stuk testaan, en nu eene verandering tewillen maaken, in eene zaak van zo 313 zo wijnig aangelegendhijd, die bevoorens niet eens in aanmerking gekomen, en ook door 't gebruijk al volkomen gewettigd was; vermids de voorige Commandeurs 'tsedert het sluijten van't laatste Tractaat, telkens op 't eerste aanzoek, niet alleen Jaarlijx Thien nieuwe Passen verleent, maar„ ook teffens de ouden, die niet gebruijkt waren, weder vernieuwt hadden. De Jood Ezechiel, die zig vol„ „gens ouder gewoonte in alle zaaken schijnt temengen, sprak ingelijker voegen, en vermeende zelfs, dat het ontijdig, Ja „ten hoogsten gevaarlijk was, een gebruijk te willen intrekken, dat door den tijd in een volkomen voorregt verandert, en tot heeden ook door niemand, met opzigt op 's EComp:s Belangen, voor schaadelijk gehouden was; temeer, nu het voor„ „val te Coeriapallij nog zo versch in 't geheugen lag, dat het eene bij 't ander gevolgt wel aanleijding konde geeven om den koning zodanig te verbitteren dat hij in't geheel geen Peper meer aan de EComp:e leeverde, en zijne op't nieuw betoonde vriendschap, in openbaare vij„ „andschap veranderte. En En de geenen, die in hun oordeel nog het gemaatigtste waren, hielden egter het wijgeren der Passen voor een middel van al te wijnig klein, om daar door het voorgestelde oogmerk te berijken; alzo de koning, volgens hunne gedagten, met behulp vande Engelschen Peper genoeg verzenden, en bij gevolg die Lassen zeer gemakkelijk missen konde. Dog wij lieten ons dat alles geën„ „zinds afschrikken. wij vermeenden temogen vast stellen, dat de koning om die reeden niet misnoegt werden, nog de Peper leverantie in't geheel staaken zoude; en zo al, dat het dan met slimmer konde gaan, als bevoorens, daar hij bij de grootste toegeevendhijd, en het verleenen van een onbepaalt getal van Passen, dog ook maar wijnig Peper geleevert, ende EComp:e in haare voorregten en Bezittingen boven dien mer„ „kelijk benadeelt hadde. Ook dagten wij, dat als dit Point nu niet doorgedrongen wierde, hetzelve naderhand beswaarlijk tedoen zoude zijn, alzo wij ons dan, zonder vreeze voor bespotting, niet zouden hebben beroepen 314 beroepen durven, op het vastgestelde bij de gehoudene Conferentie, die in zulken gevalle, door ons eijgen toedoen, alle kragt en waarde verlooren zoude hebben, indien wij op't nieuw inschikkelijk geweest waren, ten opzigte van een ingeslopen misbruijk, het welk tegens de fractaa„ „ten streed, en op welks vernietiging wij egter zo sterk aangedrongen hadden. En daarom bij onze wijgering zijnde blijven volharden, zo is deeze on„ „derneeming ook allezinds door een goed succes agtervolgt geworden. Want de koning van alles nauwkeurig onderregt zijnde, toonde zig geenzinds misnoegt op ons of op de E: Comp:e, maar wel op zijne eijgene bediendens, die over de Peper leverantie het opzigt had„ „den. Hiervan wierd de Eerste afgezet, en een ander in zijne plaatse gesteld. Deeze kreeg last, om ons ten spoe„ „digsten alle mogelijke voldoening te geeven: Hij quam zelfs den 8:' Courant te Cochim, om wegens de na„ „laatighijd van zijnen voorzaat, uijt naam des konings excuse te verzoe„ „ken. En de leverantie ondertusschen op 't nieuw En de geenen, die in hun oord nog het gemaatigtste waren, hield egter het wijgeren der Passen voor middel van al te wijnig klein, d daar door het voorgestelde oogmerk berijken; alzo de koning, volgens he gedagten, met behulp vande Engels Peper genoeg verzenden, en bij gevolg Passen zeer gemakkelijk missen kon Dog wij lieten ons dat alles gee „zinds afschrikken. wij vermeenden ter vast stellen, dat de koning om die reed niet misnoegt werden, nog de Leper leverantie in't geheel staaken zoud en zo al, dat het dan met slimmer konde gaan, als bevoorens, daar hi bij de grootste toegeevendhijd, en het verleenen van een onbepaalt geta van Passen, dog ook maar wijnig Peper geleevert, ende EComp:e in haar voorregten en Bezittingen boven dien „kelijk benadeelt hadde Ook dagten wij, dat als dit B nu niet doorgedrongen wierde, het ze naderhand beswaarlijk tedoen zoud zijn, alzo wij ons dan, zonder vree voor bespotting, niet zouden hebben beroepen

NL-HaNA_1.04.02_3295_0671 view scan ↗

English

dare to appeal to what was stipulated at the held conference, which in such a case, through our own doing, would have lost all force and value, if we had once again been yielding with respect to an insidiously introduced abuse, which conflicted with the treaties, and on whose abolition we had nevertheless insisted so strongly. And having therefore persisted in our refusal, this undertaking was also followed in every way by good success. For the king, being accurately informed of everything, showed himself by no means displeased with us or with the Honorable Company, but indeed with his own servants who had the supervision over the pepper delivery. Of these, the first was dismissed, and another appointed in his place. This person received orders to give us every possible satisfaction as speedily as possible: he even came on the 8th instant to Cochim to ask excuse in the name of the king for the negligence of his predecessor. And the delivery having in the meantime made a new beginning again, not only have 2000 candyls or 1,000,000 lb already actually been brought to the scale at Porca and Calicoilang, though not all yet sifted and weighed; but we also believe we may trust, on the assurance of the aforementioned chief supplier, that we shall receive another 2000 or 1500 candyls this year. Nevertheless, the bearer of this, the ship Ruijteveld, could take in no more of it than 570,600 lb at Porca alone, over and above the 73750 lb that had already previously been shipped into it at Cochim: a severe storm, which began at Porca on the 28th, but here on the 29th of April, was the cause that this vessel, after the loss of 4 anchors, ran great danger of suffering a misfortune. And although the weather shortly afterwards calmed down so completely that on the 5th instant we were already able to send the narrow-ship with 2 anchors and 2 hawsers to Porca, we nevertheless did not dare to risk letting the ship tarry there so long until all pepper in stock had been shipped into it. On the contrary, on the aforementioned date we simultaneously gave orders to the ship's officers to come hither at the first good opportunity, and as quickly as feasible. But this too has not been able to take place up to this day. The continuous northerly winds and strong current to the south seem to make the return of the ship as well as of the narrow-ship utterly impossible. And since time has nevertheless already advanced so far that this vessel, according to the orders, may no longer remain here, we are in deliberation whether it will not be best to simply send the papers to the ship with native craft, and to instruct the officers to proceed directly with them to Ceijlon, unless they should find too great difficulty in undertaking that voyage, while we know that they have only 2 serviceable anchors on board, and in our opinion they will also not be sufficiently provided with drinking water and provisions. Indeed, no longer than one or at most two days will the Governor wait to make the necessary proposal on that subject in the council. And this having been prepared in advance for that purpose, we only add herewith some duplicate papers, the originals of which were dispatched with Duijnenburg. And for the rest we remain with the utmost respect. Below stood: Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, and Well-born Lords! Your High Honors' humble and obedient servants, was signed: C:n L:k Senff, and D:l Kellij, in the margin: Cochim the 15th May anno 1770, lower: L: S: This letter had already been concluded, and a positive resolution had also already been taken with respect to Ruijteveld, when this vessel appeared here in the roadstead on the 17th instant against all expectation: we were thereby enabled to provide the same with all necessities, and to ship into it another good quantity of paddy with some pepper. But referring ourselves in that regard to the general letter now departing, we only wish further that Ruijteveld may accomplish its intended voyage speedily and happily. Dispatched the 20th May anno 1770. Agrees H F Batavia To His High Honor. The Right Honorable, Highly Esteemed Lord 6 Petrus Albertus Van der Parra, Governor General, together with The Well-born Lords Councilors of the Dutch Indies Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, And Well-born Lords! Since our homeland papers are now being sent to Ceijlon with the narrow-ship De Jonge Susanna, we avail ourselves of this opportunity to present the copies thereof to Your High Honors, and at the same time in a separate copy to report with due respect: That the king of Jrevancoor still continues in his good disposition, but that we have now gotten into a dispute with the king of Cochim, 1: over a certain new toll, which to the great detriment of trade and navigation he has introduced and levied for four to five years past, even on goods of whose import and export duties he enjoys half in the town tolls. 2: over the esplanade round about, or properly the territory of this town; which he wishes to limit so narrowly that the Honorable Company in that manner would not own a foot's breadth of land outside the town ramparts. And 3: on account of the jurisdiction over the communities of the Canarins, Banians, and silversmiths, which he claims for himself, although these people live on the territory of the town, and the Canarins by name were surrendered to the Honorable Company by the Portuguese at the same time as the town, as appears from the capitulation to be found in Valentijn, in his 5th volume, the 11th

Dutch transcription

314 beroepen durven, op het vastgestelde bij de gehoudene Conferentie, die in zulken gevalle, door ons eijgen toedoen, alle kragt en waarde verlooren zoude hebben, indien wij op 't nieuw inschikkelijk geweest waren, ten opzigte van een ingeslopen misbruijk, het welk tegens de fractaa„ „ten streed, en op welks vernietiging wij egter zo sterk aangedrongen hadden. En daarom bij onze wijgering zijnde blijven volharden, zo is deeze on„ „derneeming ook allezinds door een goed succes agtervolgt geworden. Want de koning van alles nauwkeurig onderregt zijnde, toonde zig geenzinds misnoegt op ons of op de E: Comp:e, maar wel op zijne eijgene bediendens, die over de Peper leverantie het opzigt had„ „den. Hiervan wierd de Eerste afgezet, en een ander in zijne plaatse gesteld. Deeze kreeg last, om ons ten spoe„ „digsten alle mogelijke voldoening te geeven: Hij quam zelfs den 8:' Courant te Cochim, om wegens de na„ „laatighijd van zijnen voorzaat, uijt naam des konings excuse te verzoe„ „ken. En de levirantie ondertusschen op 't nieuw nieuw weder een begin genomen hebbende, zo zijn niet alleen wezendlijk bereeds 2000: Candijlen of 10'00'000: lb: te Porca„ en Calicoilang ter schaale gebragt, schoon nog niet alle geharpt en gewogen; maar wij vermeenen ook, op de verzee„ „kering van evengemeldten Hoofd-leve„ „rancier temogen gelooven, dat wij dit Jaar nog 2000: of 1500: Candijlen krij„ „gen zullen. nogthans heeft brenger deezes, het schip Ruijteveld daarvan niet meer in kunnen neemen, dan te Porca al„ „leen 570'600: lb:, boven en behalven de 73750: lb:, die bevoorens te Cochim al daar in afgescheept waren: Een swaare storm, die te Porca den 28:' dog hier den 29:' April begon, is oor„ „zaak geweest, dat deeze bodem na't verlies van 4: Ankers groot gevaar heeft geloo„ „pen, van een ongeluk te krijgen. En schoon het weeder kort naderhand zo volkomen bedaarde, dat wij den 5: Cour„ al het smalschip met 2: Ankers en 2: Jouwen naar Porca konden zenden zo hebben wij 't egter niet durven waagen, het schip daar zo lange telaaten ver„ „toeven 315 vertoeven, tot alle in voorraad zijnde Peper daar in afgescheept was. Jn tegendeel gaven wij opevengemeldten datum teffens ordre aan de scheeps overheeden, om bij eerste goede gelegendhijd, en zo spoedig doenlijk her„ „waards tekomen. maar ook dit heeft tot heeden nog niet geschieden kunnen. De Continu„ „eele noordelijke winden, en sterk stroom om de zuijd, schijnen de terug komst van't schip zowel als van 't smalschip volstrekt onmogelijk temaaken. En dewijl de tijd egter bereeds zo verre ver„ „loopen is, dat deeze bodem volgens de ordres niet langer hier blijven mag, zo staan wij in beraad, of het niet best zal zijn, de Papieren maar met Jnlandsche vaartuijgen naar 't schip tezenden, en de overheeden te gelasten, daarmeede direct naar Ceijlon tegaan, ten ware zij al te groote swaarig„ „hijd vinden mogten, in't onderneemen van die Rijze, terwijl wij weeten datze maar 2: bequaame Ankers binnen boord hebben, en zij na gedagten ook van drinkwater en Provisie niet genoeg voorzien zullen zijn Immers Immers langer als Een of uijter„ „lijk Twee dagen zal de Gouverneur niet wagten, om de noodige Propositie over dat onderwerp in de vergadering tedoen. En deeze ten dien eijnde voor af in ge„ „reedhijd gebragt zijnde, zo voegen wij eenelijk nog hier neevens, Eenige dupli„ „caat Papieren, waarvan de originee„ „len met Duijnenburg verzonden zijn. En wij blijven voor 't overige met de uijter„ „ste Eerbied. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot „Agtbare, Wijd gebiedende Heere, En wel Edele Heeren! Uw Hoog Edelens onder„ „daanige en Gehoorzaame Dienaaren, /:was getekent:/ C:n L:k Senff, en D:l Kellij, /:in margine:/ Cochim Den 15:' maij A:o 1770:, /lager:/ L: S: Dit Briefje was bereeds afgesloten, en ook ten opzigte van Ruijteveld al een positief besluijt genomen, wanneer deeze bodem den 17:' Courant tegens alle verwagting hier ter Rheede verscheen: wij zijn daar door in staat geraakt, den zelven van alle benodigtheeden te voorzien, en nog eene goede quanti„ „tijt nelij met wat Peper daar in aftescheepen. Dog ons ten dien belange gedraagende 316 gedraagende, aan de thans afgaande gemeene brief, zo wenschen wij eenelijk nog, dat Ruijteveld zijne voorgenomen Reijze, spoedig en Gelukkig volbren„ „gen mag. Goat af Den 20:' Maij A:o 1770: Accordeert H F Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd. Den Hoog Edelen, Groot Agtbaaren Heere 6 Petrus Albertus Van der Parra, Gouverneur Generaal, beneffens De Wel Edele Heeren Raaden van Neederlands Jndia Hoog Edele, Groot Agtbaare, Wijdgebiedende Heere, En Wel Edele Heeren! Dewijl thans onze Patriase Pa„ „pieren met het smalschip De Jonge Susan„ „na naar Ceijlon werden gezonden, zo bedienen wij ons van deeze gelegendhijd om uw Hoog Edelens de afschriften daar van aantebieden, en teffens in Copia Apardt verschuldigte verschuldigte Eerbied temelden: Dat de koning van Jrevancoor als nog in zijne goede genegendhijd Continueert, maar dat wij nu met den koning van Cochim een verschil gekreegen hebben, 1: overzeekere nieuwe Thoe, die hij tot groot nadeel van den Handel en de vaart, 'tsedert vier à vijf Jaaren herwaards ingevoert en gelegt heeft, zelfs op goederen, van welker Jnkomende en uijtgaande Regten hij in de stads Thollen de helfte geniet. 2: over het Pleijn rondsom, of eijgendlijk het grond gebied van deeze stad; dat hij zo nauw wil bepaalen, dat de E: Comp op die wijze geen voet breed land, buijten de stads vesten, in eijgen„ „dom zoude hebben. En 3: wegens de Jurisdictie over de Gemeen„ „tens der Cannarijns, Benjaanen en zilversmids, die hij zig toe eijgend, schoon deeze menschen op't grond ge„ „bied vande stad woonen, en de Can„ „narijns bij naame door de Portugeesen met de stad tegelijk aande EComp=e overgegeeven zijn, blijkens Capitulatie bij valentijn tevinden, in zijn V:de Deel, de 11e:

← previousnext →