VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3296

Malabar · 862 pages · 133 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3296_0268 view scan ↗

English

The 17th of February 1770. Insertion of the report of the destroyed seals. Specification of 15 newly made of the 22nd of January last, 16 pieces were seen destroyed, alongside a specification of 15 pieces of copper that were newly made in their stead, and cost a sum of Ropias 34. 34. -. Thus those papers were summarized and it was resolved to insert the report of the destroyed seals into this resolution and to have thirty-two Ropias, disbursed in cash by the overseer of the armory, paid from the Company's treasury, and to have the aforementioned amount written off in the books to the debit of the small seal. Saturday To the Right Honorable Sir Christiaan Lodewijk Senff, Governor and Director of this Mallabaar Coast, with its dependencies. 229 Saturday the 17th of February Anno 1770. Right Honorable, High-Commanding Sir! In compliance with your Right Honorable's highly respected order, we, the undersigned, have presented ourselves to the master of the blacksmith shop, Andries van Eijk, and there witnessed the destruction of the following old seal dies, namely: 16, that is sixteen pieces of dies, of which: 1 piece of 15 Rds, iron 1 piece of 12 Rds, iron 1 piece of 10 Rds, iron 1 piece of 8 Rds, iron 1 piece of 6 Rds, iron 1 piece of 5 Rds, iron 1 piece of 4 Rds, iron 1 piece Saturday the 17th of February 1770. 1 piece of 3 Rds, iron 1 piece of 2 Rds, iron 1 piece of 1 Rd, iron 1 piece of -. 36 stuivers, iron 1 piece of -. 24 stuivers, iron 1 piece of -. 12 stuivers, iron and 1 piece of -. 6 stuivers, copper Wherewith we hope to have complied with the aforementioned honored order, while we further, with deeply owed respect, humbly call ourselves: Underneath stood: Right Honorable, High-Commanding Sir Lower: Your Right Honorable's very obedient and dutiful servants Was signed: W. A. D. Hartogh, and Breekpot In the margin: Cochim the 15th of February anno 1770. The Lord Governor gave to the meeting 231 that much unusable gunpowder was found in the supply Saturday the 17th of February 1770. The Lord Governor further makes known to the meeting that, his Honor having been informed that among the gunpowder in stock a considerable quantity is to be found that is entirely unusable, both due to lying for a long time and because the requisite care does not seem to have been taken for the preservation of that combustible material, even though in a place such as this it is one of the foremost items requiring continuous attention to be maintained in good condition; and that his Honor therefore considered it utterly necessary to have a general and accurate inventory of the entire stock taken by qualified commissioners, to have the same weighed, inspected, tested, and subsequently to report in writing how much of it was found serviceable or unserviceable; The commissioners have submitted a report Insertion of the same Saturday the 17th of February 1770. That the commissioners executed this charge, and that it appears from their submitted report that the entire stock of gunpowder amounts to a quantity of 76822 lb., of which: 41900 lb. is serviceable, 7450 lb. is repairable, and 27472 lb. was found entirely unserviceable. Total 76822 lb. As the same is specifically demonstrated below. To the Right Honorable, High-Commanding Sir, Christiaan Lodewijk Senff, Governor and Director of the Coast 233 Saturday the 17th of February 1770. Coast of Mallabaar, Canara, and Wingurla. Right Honorable, High-Commanding Sir! Upon the highly venerated and respected order of the same by ordinance dated 16th of January last, the undersigned having been instructed to carry out an accurate inventory of the gunpowder in stock, to weigh, inspect, and test the same, and also to verify as much as possible; Thus, in order to comply with that honored command, we immediately proceeded to the powder magazines and there, in the presence of the head of the Artillery, Captain-Lieutenant Johannes Saturday the 17th of February 1770. Johannes van Asbeek, had all the powder kegs opened, took inventory of, weighed, inspected, and tested the same, after which the size, condition, and findings of the kegs were sorted for each year separately, when it was found that the same consisted of Batavian and Ceylonese, having begun with the oldest lot of anno 1739 and thus continued until the year 1763, which was the last of what was brought here. And of which findings we have the high honor, so far as practicable for us, to present a clear and distinct report, namely: In the powder magazine Under the Utrecht Bastion East of the city, as follows: Whereof: 567 kegs of 50 lb. each amounts to: lb. 28350. -. To be carried forward To

Dutch transcription

Den 11:e Februarij 1770. insorctie van 't Rassort van de vernietigjde deguld. van den 22. Jannuarij Jongstleeden ten getalle van 16. stuks hebben sien vernietigen, benevens een specificatie specificatie van 15: nieuw angemaakt van 15. stuks kopere die in derselver plaats nieuw aangemaakt sijn, en gekost hebben een sommetje van Ropias 34. 34. –. zoo wierden die papieren geresumeert en beslooten het Rapport der vernietigde zeguls bij dit besluijt te insereeren en Ropias twee en dertig door den opsiender der wapenkamer Contant uijtgegeeven uijt 'sCompagnies Cassa te laaten voldoen, en het voornoemd bedraagen bij de boeken te laaten af„ „schrijven ten lasten van 't klijne zegul Saturdag Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer C„hristiaan Lodewijk Senff Gouverneur en directeur deser Custe mallabaar, met den Ressoute van dien. wel E E E d 229 Saturdag Den 17. Februarij A:o 170. Wel Edelen Agtbaare Welgebiedende Heer! Jn opvolging van uwel Edele Agtbaare hoog g'respecteerde ordre hebben wij ondergeteekenden ons vervoegd bij den baas der smits winkel Andries van Eijk, en aldaar sien vernietigen de volgende oude seguls stempels Namentlijk; 16. / zegge sesthien pees stempels; daar van. 1. p„s van 15. Rd=s ijsere „ 12: „ 1. „ 1. „ „ 10. 1 „ „ „ „ „ 8. „ 1. „ „ 1. „ „ 1 6. 1 „ „ 5. „ 1. „ 1. „ „ 4. „ 1. pas Saturdag Den 17 Februarij 1770. 1. pees van 3. rd=s ijsere. „ 2. 1. „ . „ 1. 1. „ „ —. 36 stuijvs - - „ 1 „ —. 24 „. . . „ 1 „ — 12. „ 1. „ „ en „ —. 6. „ kopere 1. „ Waar meede wij hoopen aan wel„ „melde g'Eerde ordre voldaan te hebben, terwijl wij ons verders met diep schuldig ontsag, ootmoedig noemen: /onderstond:/ wel Edelen Acht„ baaren welgebiedende Heer /:lager/ uwel Edele Achtbaare zeer gehoor„ same en Trouwschuldige dienaaren /:was getekend/ W. A: D: Hartogh, en Breekpot /:in margine:/ Cochim den 15. Februarij anno 1770. Den heer Gouverneur Gaf de Ver„ „gadering 231 er veel (onbequaamen,/ beiskruit onder de voor raad gevonden werd Jra e boekaat: dem man tesen mer Saturdag Den 1 Februarij 1770. den heer gouverneur geeft kennis dat gadering verder te kennen, dat sijn Edele g'informeert geworden sijnde, dat onder het in voorraad sijnde bus„ „kruijt een goede quantiteijt te vinden, die ten eenemaal onbruijkbaar is, soo door lang leggen, als dat men voor de Conservatie van die brandstoffe de verEijschte zorg niet schijnt gedraa„ „gen te hebben, daar dit egter in een plaats als deese een der voornoemste artikulen is, 't welk eene aanhoudende attentie verEischt om in een goede staat onderhouden te werden, en dat sijn Edele dierhalve ten uijttersten noodsaakelijk heeft g'oordeelt om van den gantschen voorraad door bequaa„ „me gecommitteerdens een generaalen en accuraaten opneem te laaten doen, denselven te laaten weegen, visiteeren, probeeren, en vervolgens schrifstelijk „ g n Jochim „ de gecommitteerdens hebben gediend vvan rappert insertie van 't selve Saturdag Den 11 Februarij 170. schriftelijk op tegeeven, hoe veel daer van bequaam of onbequaam be„ „vonden is; Dat de gecommitteerdens deesen last volbragt, en dat uijt derselver ingekomen Rapport blijkt dat den gantschen voorraad van buskruijt bedraagt een quantiteijt van 76822. lb. waar van 41900: lb. bequaam 7450. „ reparabel en 27472. „ ten eenemaal onbequaam be„ n vonden is. 76822. lb. —. zoo als 't selve hier onder specificq werd aangeweesen. Aan den wel Edelen Achtbar hoog gebiedende heer. Christiaan Lodewijk Senff Gouverneur en directeur der Custe 233 Saturdag Den 17 Februarij 170. Custe mallabaar Canara en Wingurla. Wel Edelen Achtbaaren Hoog Gebiedenden Heere! Op de hoog gevenereerde en gerespecteerde ordre van hoogst der„ selve bij ordonnantie dato 16. Janu: J:o leeden de ondergetekendens aanbevoo„ „len sijnde, tot het doen van een accu„ „rate op neem van 't in voorraad sijnde buskruijt, het selve te weegen, visi„ „teeren, en te probeeren, en teffens soo veel nategaan als mogelijk is. soo hebben wij ten eijnde aan dat g'Eerde bevel te voldoen, ons ten eersten ver„ „voegt; na de kruijtmaguasijnen en daar in presentie van 't hoofd der Arthillerij den Capitain Lieutenant Johannes der heer. er Saturdag Den 17 Februarij 1770. „ Johannes van Asbeek doen openen alle de kruijtvaatjes, deselve opgenomen, ge„ „woogen, gevisiteert, en geprobeert, waar na van ijder Jaar apart de groote, ge„ „steldheijd en bevinding der vaten gesor„ „teerd wanneer bevonden het selve bestond in bataviase en Ceijlonse, sijnde begonnen met de oudste parthij van anno 1739. en soo vervolgd tot het Jaar 1763. dat het laatste was, van het geen alhier aangebragt is. en van welke bevinding wij de hooge Eere hebben, soo ver ons doenlijk, een duijde„ „lijk en distinct Rapport te laaten volgen, Namentlijk. In het kruijtmaguazijn Onder de Punt uijtrecht b'oosten de stad, als: waar van: 567. vaten van 50. lb. ijder komt. . . . . . . - . - - -. lb: 28350. -. Die Transporteere Aan

NL-HaNA_1.04.02_3296_0275 view scan ↗

English

235 Saturday the 17th February Anno 1770. Carried forward: lb. 20350. —. —. Brought in Anno 1739, namely, the height found fit unfit by the proof: usable 17 barrels of fine Batavian: feet 85. — lb. 850. – lb. — —. —. Anno 1757. 35 fine Batavian: 85. –. –. lb. 1750. - – lb. —. –. –. 42 coarse ditto: 60. –. – lb. 2100. –. –. lb. —. —. –. 11 ditto ditto: 80. –. – lb. 550. –. – lb. —. —. —. Anno 1758. 35 coarse Batavian: 90. – – lb. 1750. – – lb. —. —. –. 19 Ceylonese: 65. –. –. lb. 950. –. – lb. —. —. —. 52 fine Batavian: 95. – –. lb. 2600. –. –. lb. —. —. –. 25 coarse dusty ditto: 90. — – lb. 1250. –. – lb. —. —. —. 8 fine ditto ditto: 90. – – lb. 400. –. –. lb. —. —. —. Anno 1760. 64 fine Batavian: 90. –. –. lb. 3200. –. – lb. —. —. —. 32 coarse ditto: 70. –. –. lb. 1600. – – lb. —. — —. 50 ditto Cochins without year number: 15. —. –. lb. —. — – lb. 2500. — —. 15 dusty ditto ditto: 50. –. –. lb. 750. – – lb. —. — —. 52 weak ditto ditto: 35. –. –. lb. —. –. –. lb. 2600. –. – 30 fine Cochins ditto: 40. –. –. lb. —. — – lb. 1500. — — 7 fine Ceylonese ditto: 30. –. –. lb. —. –. – lb. 350. —. —. 73 coarse Ceylonese ditto: 8. –. –. lb. —. —. –. lb. 3650. —. —. 11 barrels of 200 lb. each comes to: without year number, Ceylonese, namely: 7 barrels of fine: 55. —. – lb. 1400. – – lb. —. – –. 4 ditto coarse: 25. —. –. lb. —. — – lb. 800. – –. 23 of 100 lb. each comes to lb. 2300. —. —. without year number, Ceylonese, namely: 4 barrels coarse: 45. —. — lb. —. — – lb. 400. – –. 19 ditto ditto unfit: 40. — — lb. —. — – lb. 1900. —. —. 52 of 75 lb. each comes to lb. 3900. — —. without year number, Batavian, whereof: 10 barrels coarse: 40. –. –. lb. —. — — lb. 750. — — 24 ditto ditto: 55. — — lb. 1800. – – lb. —. —. — 3 ditto ditto: 5. —. — lb. —. — —. lb. 225. —. —. 6 ditto fine: 70. — — lb. 450. – –. lb. —. — —. 9 ditto: 25. - - lb. —. —. —. lb. 675. —. -. Found together in this magazine: lb. 21400. — lb. 15350. —. lb. 36750. — —. Which are carried forward: lb. 2200. —. —. 50 Saturday the 17th. Carried forward. In the gunpowder magazine under the point Holland, west of the city, namely: 785 barrels of 50 lb. each comes to lb. 39250. —. –. Whereof: Brought in Anno 1742: 18 barrels fine Batavian: feet 85. – – lb. 900. – –. lb. — –. – Anno 1751: 16 fine Batavian: 90. –. – lb. 800. –. –. lb. —. – –. Anno 1758: 37 barrels fine Batavian: 100. —— lb. 1850. – – lb. —. —. – Anno 1759: 28 fine Batavian: 30. – – lb. —. –. –. lb. 1400. –. –. 15 coarse ditto: 60. – – lb. 750. – – lb. —. – –. 9 ditto ditto: 30. – . lb. —. —. –. lb. 450. —. –. Anno 1760: 60 fine Batavian reparable: 50. – . lb. —. –. –. lb. 3000. –. – 57 coarse ditto ditto: 45. — — lb. — —. – lb. 2850. — — 22 ditto ditto: 15. — – lb. —. –. –. lb. 1100. – – Anno 1761: 105 fine Batavian: 35. – – lb. —. –. –. lb. 5250. –. –. 13 coarse ditto: 30. – – lb. —. –. –. lb. 650. — — Anno 1762: 64 coarse Batavian: 80. – – lb. 3200. – – lb. —. – – 15 fine Batavian reparable: 40. – – lb. — — – lb. 750. –. –. Anno 1763: 68 fine Batavian: 60. –. –. lb. 3400. – – lb. —. –. – 169 coarse ditto: 50. – – lb. 8450. – – lb. —. – –. 17 fine without year number: 20. –. – lb. —. –. –. lb. 850. – – 37 coarse ditto: 5. –. –. lb. —. – – lb. 1850. – – 17 fine reparable: 50. – – lb. —. –. – lb. 850. –. –. 8 coarse: 90. – – lb. 400. –. –. lb. —. – –. 10 ditto from the ammunition house: 4. – –. lb. —. –. – lb. 500. –. –. 1 from the ammunition house, brought weighing 72½ lb., found: 4. — — lb. —. — – lb. 72. –. –. Anno 1750: 10 of 75 lb. each comes to lb. 750. —. —. namely: 6 barrels fine Batavian: 70. – – lb. 450. –. – lb. —. –. –. 4 ditto: 90. - - lb. 300. - - lb. —. –. –. The two magazines found together: lb. 41900. – lb. 36492. - lb. 16822. -. -. 17 February Anno 1770. The height found fit unfit or by the proof: usable Summary: lb. 21400. –. lb. 15350. –. lb. 36750. –. –. 237 The 17th February 1770. Summary: fit / usable | reparable | unfit | total In the powder house under Utrecht: lb. 21400. —. lb. —. —. lb. 15350. — lb. 36750. -. -. In the ditto under Holland: lb. 20500. – –. lb. 7450. – – lb. 12122. - – lb. 40072. – –. Amounts together as above: lb. 41900. –. lb. 7450. —. lb. 27472. - lb. 76822. -. -. Regarding the condition of the barrels, we have the honor humbly to report to Your Honorable Worships that they are all in proper condition, except for a few of the fifty-pound barrels, in which more and less were found, which have been brought by us to their proper weight. Wherewith we hope to have the honor of having acted to the satisfaction of Your Honorable Worships, who, if requested, will gladly confirm this report by solemn oath, and do themselves the high honor of naming themselves with the requisite submission, underneath stood, Honorable Worships and High-Commanding Lords, Saturday. Inquiry as to what to do therewith. Resolution to set the unfit powder aside until further orders from Their High Mightinesses. Saturday, the 17th February 1770. Your Honorable Worships' very obedient and faithful servants, was signed: A: Becker, L. van der Kruijsen, Andries van Eijk, and Jacob Breekpot. In the margin: Cochin, the 6th February Anno 1770. Lower stood, for the accountability, signed: J: V: Asbeek. His Honor therefore submitting to inquiry what to do with that large quantity of unfit gunpowder, whether to have it destroyed, or to send it with the ship Asia to Batavia, or else to leave it here until further orders from Their High Mightinesses; Which, having been taken into consideration and considered that such a quantity of gunpowder

Dutch transcription

235 Saturdag Den 17:e Februarij Anno 1770. J: P„r Transport. . . -. - lb: 20350. —. —. Aangebragt a:o 1739/ teweeten de hoogedene bequaam onbekwaam met de proef. bruijkbaar 17. vaten fijn batavias. voeten 85. — lb. 850. – lb. — —. —. ƒ Ao 1757. 35. „ fijn bataviasch 85. –. –. „ 1750. - –„ —. –. –. „ 42. „ Grof _=o „ 60. –. – „ 2100. –. –. „ —. —. –. 11. „ _=o _=o „ 80. –. – „ 550. –. –„ —. —. —. Ao 1758. 35. „ Grof bataviasch. „ 90. – – „ 1750. – –„ —. —. –. 19. „ „ Ceijlons. . . „ 65. –. –. „ 950. –. – „ —. —. —. 52. „ fijn bataviasch. - - „ 95. – –. „ 2600. –. –. „ —. —. –. 25. „ grof stoffig _=o. „ 90. — – „ 1250. –. – „ —. —. —. 8. „ fijn _=o _=o „ 90. – – „ 400. –. –. „ —. —. —. Ao. 1760. 64. „ fijn bataviasch. . „ 90. –. –. „ 3200. –. – „ —. —. —. 32. „ grof _=o - - - „ 70. –. –. „ 1600. – –„—. — —. 50. „ d=o Cochims sonder Jaer „ 15. —. –. „ —. — – „ 2500. — —. getal 15 „ „ stoffig d=o _=o „ 50. –. –. „ 750. – –„ —. — —. 52. „ „ swak d=o _=o „ 35. –. –. „ —. –. –. „2600. –. – 30. „ fijn Cochims _=o „ 40. –. –. „ —. — – „ 1500. — — 7. „ „ Ceijlons _=o „ 30. –. –. „ —. –. – „ 350. —. —. „ 73. „. grof Ceijlons _=o „ 8. –. –. „ —. —. –. „ 3650: —. —. 11. vaeten van 200. lb. ijder komt. sonder daar getal Ceijlons als. 7. vaten fijn - - -. -. - „ 55. —. – „ 1400. – –„ —. – –. „n 4. d=o grof. . . . . „ 25. —. –. „ —. — – „. 800. – –. 23. van 100. lb. ijder komt. . . . . . . . . . . . . . . . „ 2300. —. —. sonder Jaar getal Ceijlons tesweeten. 4. vaten grof - - - - - „ 45. —. — „ —. — – „ 400. – –. 19. d=o _=o onbequaem „ 40. — — „ —. — – „ 1900. —. —. 52. van 75. lb. ijder komt. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 3900. — —. sonder Jaar getal batavias waar van. 10. paten grof. . . . „ 40. –. –. „ —. — — „ 750. — —„ 24. _=o _=o. . . . . „ - 55. — — „ 1800. – –„ -. —. —„ 3. _=o _o - - - „. . 5. —. — „ —. — —. „ 225. —. —. „ 6. d=o fijne. . „ 70. — —„ 450. – –. „ —. — —. „ dh - „. 25. - -„ — -. „ 675. —. -. „ Jn dit maguasijn bevonden tesamen. . . lb. 21'400: — lb. 15350. —. lb. 36750. — —. Die Transporteere. - - - - - - - - - - „ 2200. —. —. - 50 Saturdag. Den P„r Transport Jn 't kruijt maguasijn onder:/ de sunff holland b' westen de stad, als. 785. vaten van 50. lb. ijder komt. . . . .. . - - „ 39250. —. –. waar van aangebragt Anno 1742. 18. Vaten fijn bataviasch. . voeten. 85. – – „ 900. – –. „ — –. –„ A:o 1751. 16. „ fijn bataviasch. . . . . . . . „ 90. –. –„ 800. –. –. „—. – –. Ao. 1758. 37. vaten fijn bataviasch - - - - - - „ 100. —— „ 1850. – – „ —. —. – Ao 1759. 28. „ fijn bataviasch. . . . . . „ 30. – – „ —. –. –. „ 1400. –. –. 15. „ grof _o „ 60. – – „ 750. – –„ —. – –. 9. „ _=o _o. . . . . . . „ 30. – . „ —. —. –. „ 450. —. –. Ao. 1760. - 60. „ fijn bataviasch reparabel - „ 50. – . „ —. –. –. „ 3008. –. – 57. „ grof _=o _=o. . „ 45. — —„ — —. – „ 2850. — — 22. „ _o _o. . . . . . „ 15. — – „ —. –. –. „ 1100. – – Ao. 1761. 105. „ fijn bataviasch. . . . . . „ 35. – – „ —. –. –. „ 5250. –. –. 13. „ grof _o. . . . . . . „ 30. – – „ —. –. –. „ 650. — — A:o 1762. 64. „ grof bataviasch. . . . . . . . . . „ 80. – –„ 3200. – –„ —. – – 15 „ fijn bataviasch Reparabel „ 40. – – „ — — – „ 750. –. –. Ao 1763. 68. „ fijn bataviasch. . . . . . „ 60. –. –. „ 3400. – –„ —. –. – 169. „ grof _=o . . . -„ 50. – –„ 8450. – – „ —. – –. 17. „ fijn „ sonder jaar getal. . . „ 20. –. –„ —. –. –. „ 850. – – 37. „ grof „. _=o . - „ 5. –. –. „ —. – – „1850. – – 17. „. fijn „. . . „ reparabel - „. 50. – – „ —. –. – „ 850. –. –. 8. „ grof. . „. . „. . . . . . „ 90. – – „ 40. 0. –. –. „ —. – –. — 10: „. d=o uijt 't ammunitie luijs. „ 4. – –. „ —. –. – „ 500. –. –. 1. „ uijt het ammunitie huijs. . . . . . . . . . . . . . „ 72. —. —. gebragt wegende 72½ lb. bevonden. „ 4. — — „ —. — – „ 72. –. –. ƒ Ao 1750. 10. „ van 75. lb. ijder komt. . . . . . . . . . . . . . . . „ 750. —. —. als 6. vaten fijn batavia sih. . . . . . „ 70. – –„ 450. –. –„ —. –. –. _=o. . . . . . . „ 90. - -„ 300. - -„ -- 4. _o. „ ƒ De twee Maguasijnen bevonden tesamen. . . lb. 4190. – lb: 36492. - d. 16822. -. -. Februarij A:o 1770. 17. de bevon„ bequaem onbekw.:d „dene hoogte. of met de proef. bruijkbaer . . lb. 21400. –. lb. 15350. –. lb. 36750. –. –. Sommarium . 237 Den 17:e Februarij 170. bequaam neparasel: onbekw: tot al. Sommarium. „ bruijkbaer Jn 't kruijthuijs onder uijtrecht . - lb. 21400. —. lb. —. —. lb. 15350. — d. 36750. -. -. Jn 't da onder holland. . . - - „20500. – –. „ 7450. – –„12122. - – „ 40072 – –. Geld tesaamen als booven. . lb. 41900. –. lb. 7450. —. lb 27472 - ld. 76822. -. -. Aangaande de gesteldheijd der vaat„ „jes hebben wij d' Eer onderdaniglijk uw wel Edele Agtbaaren te berigten, dat deselve alle behoorlijk geconditioneerd, Excepto eenige weijnige van de vijftig pond vaatjes, waar in meerder en minder bevonden sijn door ons tot hun behoorlijk gewigt gebragt sijn. Waarmeede verhoope d'Eer te sul„ „len mogen genieten na genoegen van uwel Edele Agtbaaren te hebben gehandelt, die gaarne zulx gevragt werden dit Rapport met solemneelen Eede bekragtigen, en sig de hooge Eere aandoen met de verEijschte submissie te noemen /:onderstond:/ Wel Edelen Achtbaaren hoog gebiedenden Heere Saturdag een - omvraage wat daarmeede te doen besluit het onbequaame kruit apart teleggen tot haar hoog Edelhed=s nader ordre Saturdag. Den 17 Februarij 1770. uw welEdele Achtbaare seer gehoorsa„ „me en Trouwschuldige dienaaren /:was getekend:/ A: Becker, L. van der Kruijsen, And„s van Eijk, en J=t Breekpot. /:in margine/ Cochim den 6. februarij Anno 1770. /:lager / stond/ voor de verantwoording /getekend/ J: V: Asbeek. Leggende sijn Edele dierhalve in omvraage, wat met die groote quan„ „liteijt onbekwaam buskruijt te doen, deselve te laaten vernietigen, of met het schip Asia na Batavia te senden, dan wel soo lang hier te laaten leggen tot haar hoog Edel„ „heedens nader ordre; Welk een en ander in over„ „weeging genomen en geconsideert sijn„ „de dat men sodanigen quantiteijt bus„ kruijt

NL-HaNA_1.04.02_3296_0279 view scan ↗

English

239 the arrangement made regarding Chettua being disapproved Saturday The 17th of February 1770. powder without their High Excellencies' prior knowledge and qualification could not well be destroyed, and that the same is too large to be sent with peace of mind with Assa, it was therefore decided to set aside the two last parcels amounting to 34922 lb., to notify their High Excellencies thereof in the general Rescription now to be dispatched while enclosing a copy of the said Report, and to await their High Excellencies' much-honored decision; The Lord Governor further continued by saying that since their High Excellencies were pleased to disapprove the arrangement made regarding the fortress Chettua in the separate letter addressed to His Honour and the second in command Kellij, out of fear 1770. 70. ding 8. Saturday The 17th of February 1770. it was decided to reinforce this fort again with soldiers and some cannon the members Van Spall and Schutz commissioned to compare the pay books fear that the same might at some point happen to fall into foreign hands, and therefore ordered care to be taken for it; it was likewise resolved to comply with that order and to reinforce the said fort again at the first suitable opportunity with 24 soldiers and 8 cannons of 6 to 8 lb. balls, along with a proportionate supply of gunpowder and further ammunition and artillery goods, over and above the six lascars who are already stationed there and are quite necessary for delivering letters and keeping watch at the post Toeliacarro and the inlet, and must thus be left there. Finally, upon the request of the Provisional Pay Book 241 Saturday The 17th of February 1770. bookkeeper Seijffer, it was also decided to appoint as commissioners for the examining and comparing of the pay books of the past financial year 1768/9 the members of this assembly, the Cashier Van Spall and Secretary Schutz. Thus done, resolved and decreed in the Council of Malabar in the city of Cochin on the day, month and year aforementioned. was signed: C. L. Senff, H. Modeler, R. v: Warn, S. C. Saffin, I. L. v: Spall, A. R: Schutz and C. G Seijffer Wednesda E Wednesday The the Jewish merchant Rodenburg is permitted to travel over to Batavia with the ship Asia 14th of March Anno 1770. in the morning at nine o'clock all present, except the Honorable Second in Command Kelbij, due to indisposition. At the beginning of this meeting the Lord Governor admitted to the assembly the Jewish merchant Joseph Rodenburg, who presented a written petition wherein he requests that he may be permitted to depart with the Honorable Company's ship Asia for Batavia, in order to pursue there a certain lawsuit lodged here in appeal by him. Thus, after deliberation, it was decided to grant his request, provided he provides his own board during the voyage, 70 243 the youth Holsenburg requests to be taken into service as a sailor Wednesday The 14th of March 1770. as is customary; after which there likewise appeared in the assembly the mestizo youth named Jan Hendrik Stolsenberg of Cochin, indicating by petition that he has reached the age of 19 years and is inclined to enter their Honours' service, with the request that he may be accepted into service as a sailor and as such be placed aboard the vessel Asia ready to sail lying here in the roads, and considering that he has already served for several years here at the Pay Office in writing work, that there may be granted to him the highest wage that he will be able to earn as a sailor. Thus, out of consideration of this youth's good appearance, proper Wednesday The 14th of March 1770. placed on Asia various petitions will be presented under favorable recommendation to their High Excellencies age, and good promise, and also to encourage other such youths to go over to seafaring, it was approved and resolved to accept him into their Honours' service as a sailor at f 9: – under an engagement of five years, and to place him as such aboard the aforesaid vessel Asia to serve thereon and to travel over with it to Batavia; It was furthermore resolved to send over among the annexes of the general rescription now to be dispatched, under our favorable recommendation for the honored decision of their High Excellencies: 1. Petition of the appointed pay bookkeeper Coenraad George Seijffer. 1. of v 245 the short notes regarding the occurrence with the King of Travancore have been circulated for reading among the members The 14th of March 1770. Wednesday 1. of the adjutant Christiaan Nicolaas Subke 1. of the native lieutenant Bapa Kima Jouwang, and 1. of the native ensign Bapa Salaijo. It is furthermore recorded herein that the Lord Governor, according to the promise made in the Resolution of the 9th of December of last year, drew up in draft the short notes regarding what occurred with the King of Travancore from the 13th of November of last year to the 25th of February of this year, and had them circulated for reading among the members; wherefore the same was completely approved in all parts in this meeting, and His Honour was thanked by the members for the trouble taken.

Dutch transcription

239 de gemaakte schikking wegens Chet„ tina gede sassrsbeert sijnde Saturdag Den 17. Februarij 1770. „kruijt buijten haar hoog Edelheedens voorkennisse en qualificatie niet wel soude kunnen vernietigen, en dat deselve te groote om met gerustheijd met Assa te kunnen versenden, soo wierd beslooten de twee laatste parthijen bedraagende 34922. lb. apart te leggen, haar hoog Edelheedens bij de nu aftegaane generaele Rescriptie onder toesending van de Copia van gem: Rapport daar van kennisse te geven en hoog derselver veel g'Eerde dispositie aftewagten; Den Heer Gouverneur ver„ „volgde wijders niet te zeggen, dat vermits haar Hoog Edelheedens de gemaakte schikking omtrend de fortesse Chettua bij de aparte brief aan sijn Edele en den secunde kellij gerigt, heb„ „ben gelieven te disapprobeeren, uijt bedugting 1770. 70. ding „ 8 . Saturdag Den 11 Februarij 1770. werd beslooten dit foet wederom met militie: en eenig Canon teversterken deleden van spallenschutz lot het: Confrontee„ rendersoldg boeken gecommitteert bedugting dat deselve niet somtijds in vreemde handen mogt komen te vervallen, en dierhalven gelasten daar voor sorg te draagen; zoo wierd Jnsgelijks verstaen aan die ordre te voldoen en gemelde fort bij eerste bequaame geleegentheijd wederom te versterken met 24 mili„ „tairen en 8: Canons van 6. â 8. lb: bals benevens een geproportioneerde voorraad van buskruijt en verdere Ammunitie en arthillerie goederen, buijten en behalven de ses lakcouijns die aldaar reets bescheijden en tot het voortbrengen der brieven en het wagt houden aan de post Toeliacarro en het zeegat wel benoodigt sijn en dus aldaar dienen gelaaten tewerden. Eijndelijk is ook nog op het versoek van den Provisioneel soldij „boek 241 Saturdag Den 17. februarij 170. boekhouder Seijffer, beslooten tot het examineeren en confronteeren der soldij boeken van het afgeloopen boekjaar 17 8/9. als gecommitteerdens aantestellen de leeden deser ver„ „gadering den Cassier van spael en secretaris Schutz. Aldus Gedaan Geresolveert en Gearresteerd Jn Raede van mallabaar ter steede Cochim ten daege maand en Jaare voormeld /:was getekend:/ C. L. Seuff. H. Medeler, R. v: Warn, S. C. Saffin, I. L. v: Spall, A. R: schutt en C. G Seijffer Woensda E Woensdag Den den zoodskoopman Rodenburg word ge„ permitteerd met het schip Axia na batavia overtevoren 14. Maart Anno 1770. 's morgens ten Negen uuren alle Present, Dempto D' E. Se„ cunde Kelbij, door Jndispositie. Een aanvang deeser bij een„ komst liet den heer Gouverneur in vergadering komen den Joodsch koopman Joseph Rodenburg over„ „leeverende een schriftelijk Request waar bij denselven versoek doed, dat aan hem mag werden gepermit„ „teert om met 'sE Compagnies schip Asia na Batavia te mogen ver„ „trekken, ten eijnde zeeker proces al„ „hier door denselven in appel getrok„ „ken, aldaar te vervolgen. zoo is na overweeging beslooten desselfs versoek te accordeeren, mits geduurende de reijse eijgen kost besorgende, 70o 243 den Jongeling Holsenburg versoekt als Woensdag Den 14 Maart 1770. soo als datt gebruijkelijk is; waar na insgelijks in vergade„ „ring verscheen den mistice Jongeling natos in dienste genomygen temnigen worden in name Jan Hendrik Stolsenberg van Cochim, bij Request te kennen gevende, dat hij den ouderdom van 19. Jaaren bereijkt en genegen is in haar Edele dienst te treeden, met versoek dat hij als mattroos in dienst mag aangenoomen, en als zodanig op het hier ter Rheede leggend zeijlvaardig schip Asia geplaatst werden, mitsgaders uijt aanmerking, dat hij al eenige Jaaren hier ten zoldij Comptoire aan het schrijfwerk heeft dienst ge„ „daan, aan hem mag werden toegelegt de meeste gagie, die hij als mattroos sal winnen kunnen. Zoo is uijt Consideratie van deeses Jongelings goed uijtsien, be„ quaame Woensdag Den 14. maart 1770. of Adia geplaatst diverse requesten zullen onder favora„ bel voorschrijvens aan haar hoog Edelheed=s werden gespresenteert „quame ouderdom, en goede verwagting, mitsgaders om hier door ook andere diergelijke Jongelingen tot het overgaen woord in dienst gaccpteert met ƒ9: en aan de zeevaart te animeeren, goed„ „gevonden en verstaen, denselven in haar Edele dienst aanteneemen als mattroos met ƒ 9: –. onder een verband van vijf Jaaren, mitsgaders denselven als sodanig te plaatsen op voorschreeven bodem azia, om daar op dienst te doen en daar meede na Batavia overtevaaren; Nog is verstaan onder de bij„ laagen van de thans aftegaane ge„ „neraale rescriptie onder ons favo„ rabel aanschrijvens ter g'Eerde dispositie van haar hoog Edelheedens overtesenden D„o aangestelden soldij 1. Request van den boekhouder Coenraad George Sijffer. 1. van v 245 de korte aanteekeninge wegens het ter lectura rond gewees„ Den 14 Maart 1770. Woensdag 1. van den adjudant Christiaan Nicolaes subke 1 van den oostersche luijtenant Bapa Kima Jouwang, en „ van den Oostersche vaandrig Bapa salaijo. werdende voorts in deesen aan„ „teekening gehouden, dat den heer gouverneur volgens gedaane belofte ter Resolutie van den 9. december des verleeden Jaars, dekorte aantee„ „keningen nopens het voorgevallene voorval met trevaiioors lij leeden met den koning van Jrevancoor 'tsedert den 13. November des verlee„ den tot den 25. februarij deeses Jaars in Concept gebragt en bij de leeden heeft laaten rondleesen; wes het selve in deese bijaenkomst in alle deelen volkomen g'approbeert, en sijn Edele door de leden voor de genomene moeijte

NL-HaNA_1.04.02_3296_0286 view scan ↗

English

Major Medeler serves a report regarding the number of required officers to be found. Wednesday 14 March 1770. having been thanked for the trouble, it is agreed to have the same preserved among the contracts. Having been resolved per session of 22 January last to have a distinct indication made by the major and head of the militia Medeler showing how strong the garrison here ought to be, and how many superior officers belong to it, in order to be able to make the necessary arrangements thereafter, the same has today complied with the said resolution, and served a written report, which, having been read and reviewed, it was resolved to offer a copy among the annexes to Batavia of the departing general rescription respectfully to Their High Nobilities, so that they might discern from it that Insertion of that report. Wednesday 14 March 1770. that the number of officers who presently keep garrison here is not superfluous, while the said report is inserted here for consideration. To the Honorable, Respected Lord Christiaan Lodewijk Senff, Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Canara and Vingurla. Honorable, Respected Lord. In order to comply with the resolution taken in this meeting at the session of 22 January, whereby I was instructed by Your Honor to serve a report regarding the strength of the military, both officers and privates, who on this Wednesday 14 March 1770. coast, for garrison in peacetime, are required according to the closest calculation, I first set their number at 1000 heads prima plana, and have the honor to show further the distribution thereof. The extent of the city of Cochin is well enough known without it being necessary to make a distinct indication thereof; the multiplicity of posts that unavoidably ought to be garrisoned is in proportion to the extent; the number thereof consists, as shown specifically in the guard detail here respectfully annexed, of 54 posts; and since there are also the additional duties, such as rounds, patrols, both over the wall and through the city, it is not well possible Wednesday 14 March 1770. possible that one can manage with commanding only three men for each post, so that for an orderly garrisoning of the same, without fatiguing the people too much, roughly 226 heads prima plana ought to mount guard daily; this multiplied by three (for a soldier ought at least to have two nights off) amounts to a number of 678 heads; if one now deducts from this the hospital patients, the disabled, various duty performers, and those who run at the clerical offices (which I set at 60 heads per month), it follows naturally that the duty does not fall too lightly, and one is still sometimes obliged to reduce the posts. Wednesday 14 March 1770. If commandos or other incidental duties occur, it is certain that the remaining number of the above-stated 678 heads will not always be able to have two nights off, which makes the service among the soldiers (apart from the highest necessity) not only heavy, but even makes them averse to it. The officers of this garrison, consisting of a Captain-Lieutenant who mounts no guard, and 8 subalterns, are with regard to the duty placed virtually equal with the soldiers; two of them are on duty daily, and 1 has the picket, so that they do not even have three nights off, which falls rather too hard for an officer. Wednesday 14 March 1770. The fortress of Coilan, according to the importance and situation of the place, ought to have a fairly adequate garrison, for one is scarcely able, with the troops stationed there at present, to man the gates and protect the magazines. I therefore set for that place 1 officer, 3 sergeants, 6 corporals, 1 drummer, 1 fifer, and 58 privates, together 70 heads. Cannanoor, although being a well-conditioned place, where also very seldom commandos or other extraordinary duties occur, but because one has the opportunity to send troops there only once a year and sometimes not at all, it will also not be able to manage with less than one officer, 3 sergeants, 6 corporals, 1 fifer, 1 fifer, 1 drummer, and 68 privates, together 80 heads. Cranganore, a small place of importance because of its situation on the river, and which still has detached posts, can, taken at its most frugal, not manage with less than a sergeant, 3 corporals, and 46 privates, together 50 heads, both for garrisoning the posts and the small fort and for the extra duties that occur there. Fort Chetwai, if the same should be garrisoned again, ought, because of the remoteness and as an important border post, where both for the prevention of smuggling and other occurring matters almost continuous commissions occur for the military, Wednesday 14 March 1770. besides Wednesday 14 March 1770. besides and except that the small fort itself with its artillery and magazines must properly be protected, the garrison there ought to consist of 1 sergeant, 3 corporals, 46 privates, together 50 heads. These specified troops drawn together make up the number of 900 heads, which gives little difference from the 1000 heads set forth above, which I, still with deference, determine to be necessary here on the coast for ordinary protection and daily duty, thus lacking from the present number of 646 still 354 heads of privates, as appears from the following comparison: Present strength: 646 heads. Required: 1000 heads. Thus lacking: 354 heads. I

Dutch transcription

den Majoor Medeler dient van repport nopens het getal der benodigde ofchinken tevenden Woensdag Den 14. Maart 1770: —. moeijte bedankt sijnde, men verstaat het selve onder de Contracten bewaaren te laaten. Per sessie van den 22.:=ten Jannuarij „jongstleeden besclooten sijnde door den majoor en hoofd der militie Medelen eene distincte aanwijsing te laaten doen hoe sterk het guarnisoen alhier dient te sijn, en hoe veel opperofficieren daar toe behooren, ten eijnde daar na de nodige schikkingen te kunnen maaken, soo heeft denselven op heeden aan gem: besluijt voldaan, en gediend van een schriftelijk berigt, het welk geleesenen Geresumeert sijnde beslooten wierd Copieelijk onder de bijlaagen besluit daar van Copia nabatavia van de aftegaane Generaele rescriptie Haar hoog Edelheedens Eerbiediglijk aantebieden, ten eijnde hoog deselve daar uijt soude kunnen ontwaaren dat 247 indertie van dat rapport Woensdag Den 14:' Maart 1770. dat het getal der officieren die hier thans guarnisoen houden niet over„ „tollig is, terwijl het gem: berigt hier tot speculatie g'insereert werd. Aan den wel Edelen Agtb: Heer Christiaan Lodewijk Seuff. Gouverneur en directeur der Custe mallabaar, Canara en Winquala. Heere. Wel Edele Achtbaare Om te voldoen aan het besluijt, genoomen in deese vergadering ter sessie van den 22:e Jannuarij, waar bij mij door uwel Edele Achtbaare is opgedraagen het dienen van berigt nopens de sterkte der militairen, so officieren als gemeene, dewelke ter deeser Woensdag Den 14. Maart 1770. „deeser kuste, ter besetting in vreede, „volgens de nauwste Calculatie van „noden sijn, soo stelle derselver ge„ „tal voor af op 1000. koppen prima plana, en hebbe de Eere de verdee„ „ling daar van nader aantetoonen. De uijtgestrektheijd der stad Cochim is bekent genoeg sonder dat het noodig sal sijn daar van eene dis„ „tinete aanwijsing te doen de menig„ vuldighijt der posten, die onomgang„ lijk behooren beset te werden, is na rato der uijtgestrektheijd het getal daar van bestaat, blijkens specificque aantooning bij het hier in Eerbied g'annexeerde wagt=de„ „tail in 54. posten en vermits daar bij nog komen, de bijdiensten, als rondes, Patroulles, so over de wal als door de stad so is 't niet wel mogelijk 249 Woensdag Den 14 Maart 170. mogelijk dat men, met maar drie man voor ider post te Com„ „mandeeren, kan bestaan, des tot ordentelijke besetting derselver, sonder het volk te veel te fatigeeren daagelijks op de wagt dienen te trekken, plus minus 226. koppen prima plana, deese met drie ver„ „dubbelt /:want een soldaat dient ten minsten dog twee nagten vrij te hebben :/ maakt uijt een getal van 678. koppen, als men hier nu nog van afreekent de hospitalitten, impotenten, diverse dienst doenders, en die op de schrijf Comptoiren lopen, /:die ik stelle op 60. koppen per maand:/ soo volgt van selfs dat den dienst niet te gemakkelijk valt, en men dan somwijlen nog al verpligt is de posten te ver„ „minderen Woensdag Den 14 Maart 1770. „minderen, vallen er Commandos of andere toevallige diensten voor„ is 't seeker dat het voorschietende getal van de boven gestelde 670. kop„ „pen, niet althoos twee nagten sal kunnen vrij hebben, het welk den dienst onder den soldaat /: buijten de hoogste noodsakelijkheijd:/ niet alleen swaar, maar hem ook selfs daar voor avers maakt. De officieren van dit quar„ nisoen, bestaende uijt een Capitain- Luijtenant die geene wagt betrekt, en 8. subalterne, sijn omtrend den dienst, met den soldaat genoeg„ „saam egaal gesteld, twee daar van sijn dagelijks in dienst, en 1. heeft het piquet soo datse met eens drie nagten vrij hebben, het welk voor een officier wat al te hard valt. de 251 Woensdag den 14 Maart 1770. — De vesting Coilan diende na het gewigt en situatie der plaetse wel Een tamelijke besetting te hebben, want nauwelijks is men in staat, met de manschap die er thans legt de poorten te besetten, en ma„ „guasijns te dekken. Jk stelle dan daar voor 1. officier 3. sergeants, 6. Corporaals 1. tamboer 1. pijper en 58. gemeene tesamen 70. koppen. Cannanoor, schoon een wel gestelde plaats sijnde, waar ook seer selden Commandos of andere extra-ordinaire diensten voorvallen. „ maar sal het /:om de wille men „ eens 'sjaars, en somwijlen geene gelee„ „gentheijd heeft, om manschappen daar na toetesenden:/ meede niet minder kunnen stellen dan met een officier 3. sergeants 6. Corporaals 1. pijper 1 pijper, 1 tamboer, en 68. gemeene, tesa„ „men 80. koppen. Coranganoor een plaatsje van aangelegentheid wegens sijne situatie aan de Revier, en het welk nog al gedetacheerde posten heeft, kan het op sijn suijnigste genomen, niet minder dan een sergeant, 3. korpo„ raals, en 46 gemeene tesamen 50. koppen, kunnen stellen, so ter besetting van de posten en het fortje als der extra diensten die aldaar voorvallen. Het fort Crheltua so het selve weder mogte beset worden, dient om de afgelegentheijd, en als een aangeleegene grens post, alwaar soo der verhindering der sluijkerijen, als andere voorvallende saken, voor de militairen genoegsaam geduurige Commissies voorvallen, Woensdag Den 14:e Maart A:o 170. buijten 253 Woensdag Den 14. Maart Ao 170. buijten en behalven dat het fortje selfs met sijn geschut en magua„ sijnen nabehooren moet gedekt sijn, diende de besetting aldaar te bestaan uijt 1. sergeant, 3. korporaals, 46. gemeene, tesamen 50. koppen. Dese gespecificeerde manschappen tesamen getrokken maaken uijt het getal van 900. koppen, het welk weijnig verschil geeft in de hier voo„ „ken gestelde 1000. koppen, die ik, als nog met onderwerping vast stelle, hier ter kuste tot ordinaire dekking, en dagelijken dienst, nodig te sijn, man„ „queerende dus aan het present getal van 646. nog 354. koppen gemeene blij„ „kens de volgende vergelijking Presente sterkte: Benodigt. 646. koppen. 1000 Ckhippen. Dus manqueeren. 354. koppen. Jk

NL-HaNA_1.04.02_3296_0294 view scan ↗

English

Wednesday the 14th of March 1770. I hope through this specific detail to have satisfied Your Right Honorable Worships' honored intention, and the commission assigned to me, and I have the honor with deep respect to subscribe myself, below stood: Right Honorable Sirs, lower: Your Right Honorable Worships' very obedient servant, was signed: I. H. Medeler, in the margin: Cochim the 12th of March, Anno 1770. Specific specification of how many military personnel are needed for the garrison of the city of Cochim. The city of Cochim has 9 guard posts, namely: 3 city gates 5 main, and 4 minor bastions, but of which three are occupied by the advanced guards. The 255 Wednesday the 14th of March 1770. The Bay Gate, next to which is the main guardhouse, has day and night: 10 fixed sentries, namely: 1 in front of the gate, by day, and at night above the gate. 1 on the curtain wall of the Commander's point. 1 in front of the arms. 1 in front of the ammunition house. 1 in front of the grenadier guard. 1 on the steps of the assembly hall. 2 in front of the Command and the money chests. 2 on the point Stroomburg. 10 fixed posts at 3 men each is 30. Add to this for the extra duties, namely: 2 rounds over the wall 5 patrols etc., 15. Yields common privates, 45. Carried forward Wednesday the 14th of March Anno 1740. Brought forward, men, 45. Furthermore: 1 officer 1 sergeant 2 corporals, 4. 1 fifer 1 drummer, 2. Thus for the main guard daily, men, 51. The River Gate has day and night: 6 fixed posts, namely: 1 on the point Overijsel. 1 in front of the gate, and at night above it. 1 in front of the arms. 1 in front of the equipment warehouse. 1 in front of the trade warehouse, and 1 in front of the provisions pantry. 6 fixed posts at 3 men each, is men, 18. For one round and 1 patrol, 4. Yields common privates, 22. Furthermore: 1 officer, 1. 1 sergeant and 2 corporals, 3. 1 fifer and 1 drummer, 2, 6. Together, men, 28. Carried forward, men, 79. 257 Wednesday the 14th of March 1770. Brought forward, men, 79. The Boom Gate has: 5 fixed posts, namely: 1 at the boom. 1 in front of the arms. 1 in front of the slave quarter. 1 in front of the armory. 1 on the point het Galjoen. 5 fixed posts at 3 men each is, 15. For the patrol and extra duty, 2. Yields common privates, 17. Furthermore, 1 sergeant and 2 corporals, 3. Together, 20. The point Gelderland has: 4 fixed posts, namely: 2 at the gates of the curtain wall. 1 at the arms. 1 in the middle of the face. 4 fixed posts at 3 men each is, privates, 12. Add to this for the extra duties, 2. Furthermore, a sergeant and 1 corporal, 2. Together, 16. Carried forward, men, 115. Brought forward, men, 115. The five Main Bastions lie 60 rods from each other, and have gorges and faces of 30 rods. Thus each bastion needs: 5 fixed posts, namely: 1 on the curtain wall. 1 in front of the arms. 1 on the outer polygon, and 2 in front of the gates of the curtain wall. 5 posts at 3 men each is, common privates, 15. Moreover, these bastions must man: 4 fixed posts at the large powder magazines, 3. And for the extra duties, provide 2. Makes for each bastion together, privates, 20. Furthermore for each, 1 sergeant, 1 corporal is, 2. Yields men, 22. And for the five bastions together, 110. The daily posts require, 225. Add to this 1 officer for the picket, 1. Together, men, 226. Wednesday the 14th of March 1770. 259 Wednesday the 14th of March 170. If one now assumes that each man ought to have at least two days off, then for the fixed posts there are 678. In addition, there belong to the garrison: 1 major and commander 1 captain-lieutenant 1 adjutant, is 3. For various duties, provide: 2 sergeants 4 corporals 20 privates 6 privates at the scribes' office, 32. For invalids and in the hospital: 2 sergeants 3 corporals 20 privates, 25. Yields men, 60. Thus the whole garrison ought to consist of 738. Summary Wednesday the 14th of March 170. Summary The Main Guard: 10 posts, 2 rounds, 5 patrols, 1 officer, 1 sergeant, 2 corporals, 1 fifer, 1 drummer, 45 privates, 51 men. The River Gate: 6 posts, 1 round, 1 patrol, 1 officer, 1 sergeant, 2 corporals, 1 fifer, 1 drummer, 22 privates, 28 men. Boom Guard: 5 posts, 1 patrol, 1 sergeant, 2 corporals, 17 privates, 20 men. Five main bastions: 29 posts, 5 sergeants, 5 corporals, 100 privates, 110 men. The point Gelderland: 4 posts, 1 sergeant, 1 corporal, 14 privates, 16 men. The Picket: 1 officer, 1 man. Daily: 54 posts, 3 rounds, 7 patrols, 3 officers, 9 sergeants, 12 corporals, 2 fifers, 2 drummers, 198 privates, 226 men. For 3 days: 9 officers, 27 sergeants, 36 corporals, 6 fifers, 6 drummers, 594 privates, 678 men. Various: 3 officers, 2 sergeants, 4 corporals, 26 privates, 35 men. Invalids: 2 sergeants, 3 corporals, 20 privates, 25 men. Together: 12 officers, 31 sergeants, 43 corporals, 6 fifers, 6 drummers, 640 privates, 738 men. The subordinate stations: Cannanoor: 1 officer, 3 sergeants, 6 corporals, 1 drummer, 68 privates, 80 men. Coilang: 1 officer, 3 sergeants, 6 corporals, 1 fifer, 1 drummer, 58 privates, 70 men. Cranganoor: 1 sergeant, 3 corporals, 46 privates, 50 men. Chettua: 1 sergeant, 3 corporals, 46 privates, 50 men. Together: 2 officers, 8 sergeants, 18 corporals, 2 fifers, 2 drummers, 218 privates, 250 men. Malabar in its entirety: 14 officers, 39 sergeants, 61 corporals, 8 fifers, 8 drummers, 858 privates, 988 men. was signed: D: W. Medeler. 261 Wednesday the 14th of March 1770. Just as likewise, after reading and resumption, it was approved to incorporate into this resolution the report of the expressly commissioned members from this Council, who according to the resolution of the 17th of February past examined the pay books, and to authorize the pay bookkeeper to proceed with the closing of the said books. To the Right Honorable Worshipful Mr. Christiaan Lodewijk Senff, Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Canara, and Wingurla, together with the Honorable Political Council. Noble, Great, Right Honorable, Rulers, Sir and Sirs!

Dutch transcription

Woensdag Den 14: Maart 1770. Jk hoope door dit specificq detail aan uwel Edele Agtbaare g'Eerse Jntentie, en de mij opgedraagene Commissie voldaan te hebben, en geve mij de Eere met diep Respect mij te onderschrijven /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Heere /:lager:/ uwel Edele Agtbares seer gehoorsa„ men dienaar. /:was getekend:/ I. H. Medeler, /in margine:/ Cochim den 12. Maart. Anno 1770. —. Specificque Aanwijsing hoe veel militairen tot de besetting van de stad Cochim noodig zijn, De stad Cochim heeft 9. wagt posten, teweeten: 3. stads poorten 5. hoofd, en 4. mindere bolwerken dog daar van drie door de voortwagten beset werden. de 255 Woensdag den 14 Maart 1770. De Baij-poort waar neffens de hoofd„ wagt is. heeft dag en nagt. 10. vaste schildwagten als 1. voor de poort, over dag en 's nagts boven de soort. 1 op de Courtine van de Commandeurs Sunt. 1. voor 't geweer 1. voor 't ammunitie huijs 1. voor de grenadiers wagt 1 op de stoep van de vergader zaal 2. voor het Commandement en de geld kassen 2 op de punt stroomburg. 10. vaste posten â 3. koppen ider is 30. Hier bij voege voor de bijdiens„ ten. als 2. Rondes over dewal 5. pattroulles &=a. . . „ 15: Geld gemeene koppen. . . . . . 45. Die Transporteere . ƒ Woensdag Den 14:e Maart A:o 1740. P„r Transport. koppen. . . . . 45. voorts nog 1 officier 1. sergeant 22. korponaals . . . . . „ 4. 1 pijper 1 amboer - - - - - - „ 2. Dus voor de hoofdwagt dagelijks koppen. „ 51. De Rivier poort heeft dag en nagt 6. vaste posten als 1 op de punt overijsel 1 voor de poort en snagts daar booven 1. voor 't geweer 1. voor st Equipagie pakhuijs 1 voor de negotie pakhuijs en in voor 't dispens. 6. vaste posten â 3. koppen ider, is koppen. . . - 18. voor een Ronde, en 1. Patrouille 4. geld gemeene koppen „ 22 voorts nog 1 officier - - - - - 1. 1. sergeant en 2. korporaels 3. 1 pijper en 1. tamboex 2. „ 6. gesamen koppen. . . . - 28 Transporteere koppen : 79. 257 Woensdag Den 14 Maart 1770. Per Transport koppen De Boompoort heeft. 5. vaste posten, als 1. bij de boom 1. voor 't geweir 1 voor 't slaven quartier 1. voor de wapenkamer u op de punt het galjoen 5. vaste posten â 3. koppen ider is. . . . . 15. voor t Patroulle en bij dienst. en 2. Geld gemeene koppen Voorts nog 1. sergeant, en 2. Corp=s Tesamen De Sunt Gelderland heeft. 4. vaste posten als. 2. bij de poorten van de Courtine 1 bij 't geweir ^ in 't midden van de face 4. vaste posten a 3. koppen is, gemeene. - . - „ 12. Hier bij voege voor de bij diensten„ 2. voorts een sergeant en 1. korporael „ 2. Tesamen - „. „ 1 Transporteere koppen. . 115. 17. 3. . 20. 79. P„r Transport koppen De vijf Hoofd Bolwerken leggen van alkander af 60 Roeden, en hebben keblen en facen van 30. Roeden Dus heeft ieder bolwerk noodig 5. vaste posten als 1 op de Courtine 1 voor 't geweir 1 op de buijtenste polijgon, en 2: voor de poorten van de Courtine 5. posten â ider 3. koppen is gemeene koppen. . . . .. Nog moeten deese bolwerken besetten 4 vaste posten bij de groote kruijtmaguasijnen . - - - - 3. En voor de bijdiensten stellen 2e„ komt voor ider bolwerk samen gemeene 20. Nog voor ider 1. sergeant 1. Corporaal is. . 2: E Deld koppen. 22. En voor de vijf Bolwerken tesamen „ 110. De Dagelijkse Posten verEijsschen. . „ 225. Hier bij volge 1. officier voor 't piquet - - „ „ Tesamen koppen. 226. Woensdag Den 14:e Maart 1770. 115 als. 15. 259 Woensdag Den 14 Maart 170. Als men nu steld dat ieder man op zijn minste twee dagen vrij dient te hebben, dan komen voor de vaste posten Boven dien hooren nog tot het guarnisoen 1. majoor en hoofd 1. Capitain Lieutenant 1 adjudant is. . .. voor diverse dienst doende stelle 2. sergeants 4 Corporaals 20. gemeene 6. gemeene op 't schrijf- Comptoir „ voor Jmpotenten en in 't Hospitaal 2. sergeants 3. Horporaals 20. gemeene 25: Tild koppen „ 60: „ Dus dient het heele quar„ „nisoen te bestaan in ... „ „ 738. 32. 3. „ 678. Summarium .. „ Woensdag Den 14 Maart 170. Summarium te Manschappen. en. um ct men vate emeene tamboer 8 Cet sergeant Ronder Her Gemeen Sar C De Hoofdwagt 10. 2. 5. 1. 1. 2. 1. 1. 45. 51. De River Poort 1. 1. 2. 1. 1. 22. 28. 6. 1. 1. Boomwagt 5: „ 1. „ 1. 2. „ „ 17. 20. Vijf hoofd bolwarken 29. „ „ „ 5. 5. „ „ 100. 110. De punt Gelderland 4. „ „ „ 1 1. „ „ 14. 16. Het Siquet „ „ „ „ 1. „ „ „ „ 1. Dagelijks /54 3. . 3. 7. 9. 12. 2. 198. 226. 2. voor 3. dagen „ 9. 27. 36. 6. 6. 594. 678. „ „ Diverse „ „ „ 3. 2. 4. „ „ 26. 35. Jmpotenten „ „ „ 3. 2. „ „ 20. „ 25. tesamen 12. 31. 43. „ „ „ 6. 6. 640. 738. De subalterne Comptoiren . Cannanoor „ „ „ 1 3. 6. „ 1. 68. 80. Coilang „ „ „ 1 3. 6. 1. 1. 58. 70. Cranganoor „ „ „ „ 1. 3. „ „ 46. 50. C:hettua „ „ „ „ 3. „ „ 46. 50. „ tesamen „ „ „ 2. 8. 18. 2. 2. 218. 250. De Malabear in 't geleelen „ „ 14. 39. 61. 8. 8. 858. 988. /:was getekend. / D: W. Medelea. zoo 261 boeken insortie daar van Maart 1770. Woensdag Den 14:e zoo als Jnsgelijks na genomene lectura en Resumptie Goedgevonden Wierd bij dit besluijt intelijven het berigt van berijt egens het Exomineeren derselij xpresse gecommitteerde leeden uijt deesen Raade, die volgens besluijt van den 17. februarij passato de soldij boeken hebben g'examineert, mitsgaders den soldij boekhouder te qualificeeren om met het sluijten der gem: boeken voort„ tevaaren Aan den wel Edele Agtbr: heer Christiaan Lodewijk senff gouverneur en directeur der kuste mallabaar Canara en Wingurla, nevens den E Politi„ „qtuen Raed. Edele Groot Achtbaare Wel gebiedende Heer en Heeren! Gn

NL-HaNA_1.04.02_3296_0302 view scan ↗

English

Wednesday, 14 March 1770. In consequence of the resolution taken in the Council of Mallabaar dated the 17th of February last, we the undersigned repaired to the pay office, and there examined with the necessary attention the pay books closed as of the end of August in the year 1769, according to the tenor of the extract of the resolution taken in the Council of India at Batavia dated 30 July 1753; during which examination we found that everything charged to pay in the trade books according to the presented warrants and extracts has been duly entered, distributed, and accounted for in the above-mentioned pay books, as is demonstrated hereafter in all deference, namely: At Cochim By the shop book, the provisioning in wages, subsidies, and further allowances, both here and at Porca, amounts to ƒ70234. 4. —. The deduction of half-wages of those who were hospitalized during this financial year amounts to ƒ1832. 15. —. The charge for 26 blankets ƒ146. 5. —. Ditto for 22 coffins ƒ87. 10. —. Miscellaneous charges ƒ97. 6. 1. Total: ƒ72398. —. 10. To the easterners here: The wages provided amount to ƒ21552. 14. —. The half-wages consumed in the hospital ƒ81. 15. —. For 108 feet of mangus planks and 3 pieces of Malabar linen used for the burial of 3 deceased persons ƒ15. 15. —. Carried over: ƒ21634. 9. —. Total: ƒ21650. 4. —. At Cannanoor: The wages provided to the Europeans and mestizos amount to ƒ9838. —. —. The charges of the hospital ƒ152. 6. —. The charge for 2 coffins ƒ9. 12. —. Total: ƒ9999. 18. —. To the easterners stationed at Cannanoor: The wages provided in this financial year amount to ƒ1710. —. —. At Coilan: The wages provided to the Europeans and mestizos amount to ƒ6652. 16. —. For hospital expenses ƒ25. 1. —. Total: ƒ6737. 17. —. At Clettua: The wages provided to the garrison personnel there amount to ƒ5926. 6. —. Charge for two coffins ƒ9. 12. —. Total: ƒ5935. 18. —. At Cranganoor: The wages provided there in this financial year amount to ƒ4226. 2. —. Furthermore, it has not come to our notice that anyone here has run into arrears on balance due to generous advances; likewise, it has not appeared that any persons died in the aforesaid financial year who left any estate. Wherewith we hope to have fulfilled Your Honorable Grand Worships' much-esteemed order, and we assume the honor to be with the most dutiful respect, Below stood: Right Honorable Grand Worshipful Commanding Sir and Sirs. Lower: Your Honorable Grand Worships' humble and obedient servants. Was signed: J. L. van Spall and A. R. Schutz. In the margin: Cochim, 5 March 1770. A request having been made by the master of the Honorable Company's ship Asia, lying here in the roads, for various necessities for the service of the vessel under his command, as appears from the following petition: To the Right Honorable Worshipful Sir Christiaan Lodewijk Senff, Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Canara, and Vingurla. Right Honorable Worshipful Commanding Sir, The undersigned master, Christiaan Blom, commanding the Honorable Company's ship Asia lying here in the roads, makes known to Your Right Honorable Worship in all deference that he necessarily requires for the service of his vessel: 1 winding tackle block for the yard 16 sheaves with metal bushings, in exchange 25 sheaves and pins of various sorts 1 heavy anchor stock 5 hooks and thimbles of various sorts The cross-trees of the main topmast Tinning and repairing the galley ware Repairing the coopery Carpenters for calking the bilges and some places of the ceiling planking. Furthermore, the proper rations for 62 coolies who are on board for unloading, as well as for the military personnel who are to be transported with that vessel to Batavia, and for the detachment on board in the roads. Item, firewood for three months for the voyage. The undersigned also requests Your Right Honorable Worship that he may be reimbursed for the following, which he has provided out of his provisions beyond what was received, namely: Half a month's rations for 58 Buginese soldiers, and 10 days' rations for 50 European soldiers who came on board at Briensjan, as well as 44 rupees expended for refreshments for the ship's crew and for water, according to the specification annexed hereto. All of which the petitioner requests from Your Right Honorable Worship may be provided, repaired, and reimbursed for the service of the aforesaid vessel. Below stood: Which doing, Was signed: C. Blom. In the margin: Cochim, 8 March 1770. And it having been found upon examination by the Master Attendant Lourens Buijs that the supply thereof is necessary; It was resolved to have the same provided for the benefit of that vessel, together with the advanced 44 rupees.

Dutch transcription

Woensdag Den 14. Maart 1770. Jn gevolg het geresolveerde in Raede van Mallabaar de dato 17=de februarij jongst leeden hebben wij ondergeteekende ons vervoegt op 't zoldij Comptoir, en aldaar te Soldij boeken die onder ultimo augustus Anno 1769. geslooten sijn, na den teneur van 't Extract Resolutie genomen Jn Raede van Jndia tot Batavia de dato 30:e Julij A:o 1753. met de nodige attentie ge„ resumeerd, bij welke Examinatie heb„ „ wat ben wij bevonden dat alles „ ten lasten van soldijen bij de negotie boeken volgens verthoonde ordonnanties en Extracten is afgeschreeven, in boven gem: soldij boeken behoorlijk in getrokken, uijt gedeelt, en verantwoord is, gelijk hier navolgende in aller Eerbied- werd aangethoond, teweeten. te 263 Woensdag Den 14 Maart 1770. Je Cochim Bij 't winkel boek bedraagt de ver„ „strekking aan gagie subsidie en wes meer, so alhier als te -. - ƒ70234. 4. —. Porca De belasting der hal„ „ve gagie van die gee„ „ne die geduurende dit boekjaar in het hospi„ „taal hebben geleegen bedraagt - - - - - - - „ 1832. 15. —. De belasting van 26. Combaarsen. . . . . . . „ 146. 5. —. adidem 22. doodkisten „ 87. 10. — Diverse belastings 97. 6. 1. ƒ0398: —. 10. Aan de oosterlingen alhier De verstrekte gagie be„ „draagt - - - - - - - ƒ 21552. 14. —. De verteerde halve gagie in 't hospitaal „ 81. 15. —: Wegens 108. Voeten. mangus per Transport ƒ 21634. 9. — de . Woensdag Den 14. Maart 1770. per Transport. . . ƒ 21634. 9. —. mangisplanken, en 3. stuks mallabaarse linnen aan het ter aarde besteeden van 1 15: 15: —. ƒ21650. 4. —. 3. overleedenen Tot Cannanoor De verstrekte gagie aan de Europen en mixtisen bedraagt - - - - ƒ9838. — —. De belasting van 't hospitaal . „ 152. 6. —. De belasting van 2. dood kisten. . . . . . . 9. 12. —. „ 9999. 18. —. Aan de oosterlingen te Cannanoor bescheiden de verstrekte gagie in dit boekjaar bedraagt Tot Coilan de verstrekte gagie aan de Eu„ ropeese en mixtiten be„ draagt - - - - - ƒ 6652. 16. —. Aan hospetaals onkosten 25: 1:—: „ 6737. 17. —. „ 1710. — — Tot - - 265 Woensdag den 14.:' Maart 1710. Tot Clettua De verstrekte Gagie Aan de besettellingen aldaar . . . . ƒ 5926. 6. —. belasting van twee dood kisten. . . . . „ 9. 12. —: „ 5935. 18. —. Tot Cranganoor. de verstrekte gagie aldaar bedraagt in dit boek„ „Jaer. . . . . . . . . „ 4226. 2. -. voorts is ons niet te vooren geko„ men dat iemand door ruijme verstrekking alhier p=r Zalda te quaad loopt soo ook niet ge„ „bleeken dat er in voormelde boekjaar gestorven zijn, die iets nagelaten hebben. waar meede verhoopen vol„ „bragt te hebben uwel Edele Groot Agtbaaren veel g'Eerde ordre so matigen wij ons d' Eere aan, met . . . . . . . . . . . . .. schuldigste versoek van den schipper van Azia om bendijthedden insertie van het request Woensdag Den 14: Maart 1770. schuldigste Eerbied te sijn. /:onderstond/ Edele groot Achtbaare welgebiedende Heer en Heeren, /lager:/ uwel Edele groot achtbaaren onderdanige en ge„ „hoorsame Dienaaren /:was getekend/ J. L. van Spall, en A. R. Schutz /:in margine/ Cochim den 5. maart Anno 1770. Door den schipper van het alhier ter Rheede leggende 'sComp=s schip Asia versoek Gedaan zijnde om diverse benoodigtheeden ten dienste van sijn onderhebbende bodem zo als blijkt bij het onder„ volgend Request: Aan den wel Edelen Agtbr: heer Christiaan Lodewijk Senff Gouverneur en directeur der Custe mallabaar Canaraen Winquala. Wel 267 Woensdag Den 14:' Maart 1770. Wel Edele Achtbaare Wel gebiedende Heer. Den ondergetekende schipper Christiaan Blom Commandeerende het alhier ter Rheede leggende 'sComp=s schip Asia geeft uwelEdelen Achtbr. in allen Eerbied te kennen, dat hij ten dienste van sijn bodem nood„ sakelijk van nooden heeft. 1. geijn blok van het Roea 16 schrijven met metaale bossen, in ruijling 25. schijven en nagels in soort 1 swaar anker stok, 5 haaken en kousen in soort de zaling van de groote steng het kaks goed vertinne: en repareeren het vaatwerk repareeren Timmerlieden tot het Calvaten der Vullings Woensdag Den 14 Maart 1770. vullings en eenige plaatsen der buijkdenning. Verders de behoorlijke Randsonen voor 62. Coelijs die tot ontlossing aan boord sijn, almeede voor de mi„ litaire die met dien bodem na Batavia staan overgevoerd te werden, en voor 't Commando dat op Rheede aan boord is. Jtem voor drie maanden brand„ „hout voor de Reijsen. versoekt meede uwel Edele Achtbr: dat hem ondergeteekende het onder„ „staande datt meerder uijt sijn voor„ „raad verstrekt heeft dan voor ontfangen is geworden, weder mag werden te goed gedaan, als voor - ½. maand, Randsoenen aan 58. boegeneesen militairen, en 10. dagen Randsoenen aan 50. Europeeche Militairen 269 besluijt deselve te laten verstrekken benevens verschotene ro/a 44:— Woensdag Den 14. ' Maart 170. militaire die bij briensjan aanboord sijn gekoomen, almeede 44. Ropias die tot verversing der scheepelinge en voor water hebbe uijtgegeeven, volgens Specificatie hier Annex. welke een en ander den sup„ „pliant towel Edele Achtbaaren is versoekende dat ten dienste van voorschreeven bodem mag verstrekt, gerepareerd en te goed Gedaan werden. /onderstond / / welk Doende /:was getekend:/ C=n Blom /:in margine/ Cochim den 8. Maart Anno 1770. En door den Equipagiemeester Lourens Buijs bij Examinatie bevonden sijnde, dat dies verstrekkinge noodsaekelijk is. zoo is verstaan het een en en ander ten behoeve van dien bo„ dem

NL-HaNA_1.04.02_3296_0310 view scan ↗

English

30 Europeans and 27 Easterners are not sent there. Wednesday the 14th of March 1770. to let them be furnished, as well as 44 Ropias which the aforementioned skipper, according to a submitted specification, spent at the latitude of Brinsjan on the purchase of refreshments and drinking water for the ship's crew. It was also resolved to send the report of the equipment supervisor Buijs concerning the draft of the ship Asia under a separate envelope to Batavia according to orders. Likewise, to grant 33 European and 27 Eastern soldiers their discharge, and to provide them transport on the Asia. And finally, upon the proposal made by his Honour, to incorporate into this resolution the written justification of the trade transferor De Hartogh concerning the insertion placed below the general transfer, as appears below: Wednesday the 14th of March 1770. Justification of the bookkeeper and trade transferor De Hartogh regarding certain wording which he stated below the general transfer of the retired gentleman Commander Breekpot to his Honour, as follows below: To the Right Honourable Sir, Christiaan Lodewyk Senff, Governor and Director of this Coast of Malabar, with the dependencies thereof. Right Honourable, Ruling Sir! Having been handed a written ordinance, dated the 6th of this month, whereby your Right Honour was pleased to command the undersigned trade transferor to justify in writing on what grounds he was able to place below the general transfer, made by the Right Honourable retired Commander Breekpot to your Right Honour, these words: drawn up from and with all possible attentiveness compared against the trade books and relative papers, together with the reports of the inventory. Since it is certain that the reports of the inventory were not only not compared against the trade books, but that this could also not possibly have happened, because the trade books of the year 1768/1769 had not yet been started, Wednesday the 14th of March 1770. much less that they would have been balanced up to the 9th of March 1769 or the date of that subscript. The humble undersigned has the honour in this matter, in submissive compliance with the aforementioned highly esteemed request of your Right Honour, to justify humbly concerning this: That his subscript, placed before his signature at the end of the aforementioned general transfer, according to his own true meaning, ought to be understood in its entire context of words, and that particular attention ought to be paid to the words that immediately follow those cited above: Wednesday the 14th of March 1770. drawn up from and with all possible attentiveness compared against the trade books and relative papers, together with the reports of the inventory; which immediately follow thus: as all that is further specified in the heading hereof and therewith, in so far as it could be verified, found to agree. Because in the heading of that general transfer it is indeed explicitly stated from what that entire transfer was drawn up, and against what it was subsequently also compared; in these words: the following statement, prepared by the undersigned trade transferor regarding the debtors and creditors from the trade books and their relative papers, but regarding the remaining entries from the aforementioned sworn written reports of the respective commissioners, which, being exactly compared against them and signed for the found agreement, currently serves solely for greater clarity and proof of the accomplished transfer and receipt; etc. meaning the trade books of 1767/1768 and relative papers of 1768/1769. And since I referred, for the sake of brevity in my aforementioned subscription, to that sufficient specification in the heading of that aforementioned document, I was not apprehensive that the words of my aforementioned subscription could be understood against my sense and meaning, or in any way improperly construed. I hope with this candid declaration to have satisfied to your Right Honour's revered intention and written order, and to have humbly and properly explained my aforementioned words. Trusting which, I further recommend myself to the good favor of your Right Honour, while with deep respect and true high esteem, I subscribe myself. Was written below: Right Honourable, Ruling Sir, Your Right Honour's submissive, dutiful, and humble servant. Was signed: Walterus Antonius De Hartogh. In the margin: Cochin, the 8th of January, Anno 1770. Wednesday the 14th of March 1770. After this, the Governor continued that according to the submitted report of the specially appointed commissioners, among the firearms brought by the Eastern soldiers on the Asia, 55 pieces were found to be old, worn out, and very defective in the locks, stocks, and screws, and therefore practically unfit for use, putting to the question what to do with them: whether to have them repaired and kept here, or to send them back to Batavia. Thus, considering that they are sufficiently supplied with firearms here, it was approved and resolved to send them back on the Asia, and to charge the cost back to the headquarters. Further, his Honour gave to the meeting

Dutch transcription

30: europeesen en 27: oosterlingen worden. niet dzir versonden Woensdag Den 14. Maart 1770. „dem te laaten verstrekken, als meede Ropias 44. die voorm: schipper vol„ „gens een overgeleverde specificatie op de hoogte van Brinsjan tot Jnkoop van verversing en drinkwa„ ter voor het scheepsvolk uijtgegeeven heeft. Ook is verstaan het Rapport van den Equipagie op sigter Buijs wegens het diepgaan van het schip Asia onder een apart Couvert na de ordre na Batavia tesenden zoo meede aan drie en dertig Europeese en seventwintig oostersche militairen hunne verlossing te accordeeren, en met asia transport te verleenen. En eijndelijk om op den gedaa„ „nen voorstel van zijn Edele bij dit besluijt intelijven de schriftelijke ver 271 schriftelijk verantwoording van den negotie /:overdrager De Hartogh nopens dit onder heff generael transport gestelde insertie daar van Woensdag den 14. Maart 1770. verantwoording van den boekhouder en negotie overdraager De Hartogh nopens zeekere bewoordingen die den„ selven onder het generaal transport van den afgegaane heer Commandeur Breekpot aan sijn Edele bekent gesteld heeft, zoo als bhier onder blijkt; Aan den wel Edele Agtbr: Heer: Christiaan Lodewyk Seuff gouverneur ent directeur deser Custe mallabaar, met den Resorte van dien Wel Edele Achtbaaren Welgebiedende Heer! Aan den ondergeteekende negotie overdrager, ter hand Gesteld sijnde: Een schriftelijke ordonnantie, onder dato 6=den 6=den deser, waar bij uwel Edele Achtbr. hem geliefde te gelasten: sig schrif„ telijk te verantwoorden, op wat fondament hij onder het generaal transport, door den E achtbaaren heer afgegaane Commandeur Breekpot. Aan Uwel Edele Achtbaaren gedaan heeft kunnen stellen deese woorden. „ opgemaakt uijt en met alle mo„ „gelijke oplettentheijd geconfron„ „teerd tegens de negotie boeken „en relative papieren, mitsgaders „de Rapporten van den opneem Dewijl het seker is dat de Rapporten van den opneem niet alleen niet tegens de negotie boe„ „ken geconfronteerd zijn, maar dat sulx ook onmoogelijk heeft geschieden kunnen, vermits, de negotie boeken van Anno 176/6. nog niet begonnen Woensdag Den 14. Maart 1770. waaren 273 Woensdag Den 14 Maart 170. waren, veel min dan, dat deselve tot den 9=en Maart 1769. of den datum van die superscriptie souden hebben effen gestaan. „heeft den nedrigen teeckenaar in deesen, de Eere sig ter onderdaa„ „nige voldoeninge aan welmelde uwel Edele Achtbaare seer g'Eerd Requisit, des weegens ootmoedig te verantwoorden. Dat sijne subscriptie, gesteld voor desselfs handteijckening, ten eijnde van het voornoemde Generaal Trans„ port, na sijn eijge waare meening, verstaan dient te werden in des„ „selfs geheel verband van woorden, en wel voornamelijk in 't bijsonder gelet diend te werden - op de woorden die daar in, naast de hier vooren aangehaalde. op Woensdag Den 14 Maart 170. „opgemaakt uijt en met alle moge„ „lijke oplettentheijd, geconfronteerd: „teegens de negotie boeken en rela„ „tive papieren, mitsgaders de „Rapporten van den opneem; onmiddelijk aldus volgen. „gelijk dat alles in den hoofde deeses nader gespecificeerd staat „en daar meede, voor zo verre „zulx heeft kunnen nagegaan werden, „accordeerende bevonden. Alsoo in den hoofde van dat Gene„ raal transport wel uijtsonderlijk staat: waar uijt, dat geheele transport opgemaakt, en waar teegen, het selve, vervolgens ook geconfronteerd is; in deese woorden „ deese volgende aanwijsing, door den ondergeteekende negotie overdrager, ten belange der debiteuren en Crediteuren, uijt de 275 Woensdag den 14 Maart anno 1770. de negotie boeken en dies relative papieren, maar aangaande de overige posten uijt voormelde be„ „ledigde schriftelijke Rapporten der respective gecommitteerdens opgesteld, het welke daar teegen Exact geconfran„ „teerd en voor de bevondene accordatie geteekend sijnde, thans Eenelijk diend tot meerder duijdelijkheijd, en bewijs van de volbragte overgaave en ont„ „vangst; enze: /: wel verstaende de negotie boeken van 176 5/8. en relative papie„ ren van 1769¾. En nadien ik mij, in mijn voormeld onderschrift, kontheijds halve, hebbe beroepen: op die genoegsame specifica„ tie in den hoofde van dat meermelde schriftuur, ben ik niet bedugt ge„ weest dat de woorden mijner voor„ milde subscriptie, teegen mijn zin Woensdag den 14 Maart 1770. zen en meninge, eenigsins anders begreepen of oneijgenlijk verstaan kon„ „de werden. Jk hoope met deese rond-boastige betuijginge, aan uwel Edele Achtbaare gevenereerde Jntentie en schriftelijk bevel, ten genoegen voldaan en mijne meermelde woorden, ootmoedig en wel verklaard te hebben. 't welk vertrouwende, recommandeere ik mij voorts in de goede gunste van uwel Edele Achtbaare, terwijl met diep ontsag en waare hoog agting, mij onderschrijve. /onderstond:/ Wel Edelen Achtbaaren welgebiedende heere. Uwel Edele Achtbaare onderdanige trouwschuldige en Nedrige dienaar /:was getekend:/ W=r A: Dr Hartogh /:in margine / Corhim den 8=e d Jan„ nuarij Anno 1770. —. hier 277 onbefuidom bevonden besluijt deselvena botovia teruig tesenden Woensdag den 14 Maart 1770. Wier na vervolgde den heer Gouverneur dat volgens Jngekomen Rapport van Expresse gecommitteerdens 55: aangebragte geweiren met alzia. Onder de geweiren die de oostersche mi„ litairen met Asia aangebragt heb„ „ben 55. stuks bevonden sijn oud, ver„ „sleeten en seer defect aan slooten, schaften, en schroeven, en dierhalve genoegsaam tot gebruijk onbequaam, in omvraage leggende wat daar meede te doen, deselve te laaten repareeren hier aantehouden of wederom te rug na Batavia te senden. Zoo is uijt consideratie, dat men hier genoegsaam van geweiren versien, goedgevonden en verstaan deselve met Asia wederom te rug te senden, en het kostende de hoofd„ „plaats wederom aantereekenen. Nog gof zijn Edele de ver„ „gadering

NL-HaNA_1.04.02_3296_0318 view scan ↗

English

Wednesday the 14th of March 1770. The fiscal van Dersleijden has provided other sureties in Souratta for the administration of the petty cash. The surety bond is produced by the governor. ...notified the meeting that the fiscal van der Sleijden, who departed for Souratta, had provided sureties here according to the regulations for his former administration as petty cashier, but prior to his departure made a request that, upon his safe arrival in Souratta, he might be permitted to provide other sureties for the remaining term, and that the surety bond executed by him here might then be cancelled; that His Honour, having granted that request, recently received the said new surety bond, and as the same was also produced by His Honour and read aloud, it was approved and agreed to accept the same and to deposit it with the other surety bonds, as well as to instruct the secretary to cancel the previous surety bond 279. Resolution to cancel the previously executed surety bond. Report of the expenses incurred for the construction of a pepper warehouse at Calicoilan. Insertion thereof. Wednesday the 14th of March 1770. bond executed here by the said van Dersleijden under date of the 16th of February 1768. Furthermore, His Honour having produced and submitted a report of the expenses incurred for the demolition of the old stone warehouse at Pesa and the rebuilding of a new warehouse at Calicoilang to the amount of R/s 5740. 35. -. It was therefore, after review of that document, resolved to approve that amount for write-off, subject to the approbation of Their High Noble Honours, and to incorporate the report into this resolution. Report of the expenses incurred for the demolition of an old stone warehouse at Pesa, and for the re- building of a new ditto here, namely: In cash: Wednesday the 14th of March 1770. 147. -. vessels hired for fetching tiles, rafters, as well as other materials from Pesa to this place at 3/10 Ro/a each: Ro/a 44. 6. 1030. -. daily wages of coolies who were employed on the vessels in fetching tiles, rafters, etc. from Pesa at 1/10 Ro/a each: 103. -. 240. -. vessels that fetched sand from Aijwika, and lime from Coilan at 3/10 Ro/a each: 72. -. 730. -. daily wages of coolies who were assigned to the said vessels at 1/10 Ro/a each: 73. -. 780. -. daily wages of coolies who were employed for demolishing the old masonry of the warehouse at Pesa, as well as for excavating the foundation for the new warehouse here at 1/10 Ro/a per day: 78. -. Paid to 3 vessels together with 6 coolies who crossed back and forth to Pesa with the carpenters and masons: 3. 12. Carried forward: ƒ 370. 6. 281. Brought forward: Ro/a 370. 6. Paid to masons crossing back and forth to Pesa: 3. 12. 150. -. daily wages of coolies who were used for building bankshalls for storing lime and other materials at 1/10 Rop:s each: 15. -. 160. -. ditto of coolies who were employed for carrying the timber brought from Pesa and Coethim at 1/10 Ro/a each: 16. -. 580. -. of coolies who assisted the masons in laying the foundation for the new warehouse at 1/10 Ro/a: 58. -. 993. -. of mukaddams over the said coolies employed both here and at Pesa at 2/10 Ro/a each: 198. 36. 9100. -. of coolies who were used for carrying lime, stones, sand, as well as for preparing lime and also assisting the carpenters and masons at 1/10 Ro/a each: 910. -. 25. -. daily wages of masons who were used at Pesa for demolishing the old warehouse at 1/5 Ro/a each: 5. -. Carried forward: R/s 1575. 52. Wednesday the 14th of March 1770. Wednesday the 14th of March 1770. Brought forward: Ro/a 1575. 54. 1052. -. daily wages of masons for raising the masonry for the new warehouse at 2/10 Ro/a: 210. 24. 41. -. of carpenters for making 5 bankshalls for the storage of various materials at 3/10 Ro/a each comes to: 12. 18. 7. -. of carpenters for making ladders at 3/10 Ro/a each: 2. 42. 15. -. of carpenters who were used at Pesa for demolishing the old warehouse at 3/10 Ro/a each: 4. 30. 24. -. of carpenters for making frames and doors for the warehouse at 3/10 Ro/a each: 7. 12. 452. -. carpenters for preparing the roof trusses as well as nailing down laths and other services at 3/10 Ro/a: 135. 36. On the 28th of January paid for 1 vallam with 7 rowers that went to Cochin to fetch 1574 cobidos of roof laths: 15. -. On the 3rd of February paid for a vallam together with 7 rowers to fetch 1538 cobidos of roof laths: 15. -. Carried forward: Ro/a 1970. 36.

Dutch transcription

Woensdag Den 14 Maart 1770. den fiscaal van dersleijden heeft andere borgen tesouratta gestelt voor de admi„ instratie van de kleene Cas de borgtogt word door den gouverneur geproduceert „gadering te kennen, dat den nasouratta vertrokken fiscaal van der sleijden voor desselfs gehad hebbende administratie als klijn kassier na de ordre hier borgen gesteld, dog voor sijn vertrek versoek gedaan heeft om met desselfs behouden aankomst te Souratta andere borgen te mogen stellen voor de resteerende termijn en dat de borg„ „togt door denselven hier gepasseert als dan moge werden gerdoijeert, dat zijn Edele dat versoek hebbende g'accordeert de gem: nieuwe borgtogt onderdaags ontfangen heeft, en alsoo deselvve teffens door sijn Edele wierd geproduceert en daar van lectura genomen, is goed„ gevonden en verstaan, deselve te accep„ teeren, en bij de verdere borgtogten te laaten wegleggen, mitssgaders den secretaris te gelasten de voorige borg„ togt 279. besluijt de voorige gepasseerde borgtogt te lesten roojepen memorie van het bekostigde aan het op bouwen van een popper pakhuijs te Calicoilan jnstertie daar van Woensdag Den 14 Maart 1770. togt van gem: van Dersleijden onder dato 16. februarij 1768. hier gepasseert, te rooijeeren. Wijders door sijn Edele gepaodu„ ceert en overgelegt sijnde een memorie 6 van het bekostigde tot het afbreeken van het oude steene Pakhuijs tot Pesa en het weeder op bouwen van een nieuw Pakhuijs te Calicoilang ten bedraagen van R Jal 5740. 35. -. Zoo is na resumptie van dat papier beslooten dat bedraagen op approbatie van haar hoog Edelheedens ter afschrijving te passeeren en de memo„ „rie bij dit besluijt intelijven Memorie, van het bekos„ tigde tot het afbreeken van een oude Steene Pak„ huijs de Pesa, en tot het weder Jf Woensdag Den 14:' Maart 1770. 147. —. vaartuijgen gehuurd tot het afhalen van pannen, ribben, mitsgaders andere materialen van Tesa„ na herwaarts a 9/10. Ro/a ider. Ro/a. 44. 6. 1030. –. dagloonen van Coelijs, die op de vaartuij„ „gen gebruijkt sijn bij het afhalen van pannen ribben etc: van 240. —. vaartuijgen die sant van aijwika, en kalk, van Coilan hebben gehaald 730. –. dagloonen van Corlijs die op gem: vaar„ „tuijgen bescheijden sijn geweest 780. – dagloonen van Coelijs die g'emploijeerd zijn tot het afbreeken van de oude muragie van het pakhuijs te pesa, mitsgaders tot het open graven van het fondament, tot het nieuwe pakhuijs alhier o: /10. Ro/o à 9/10. Ro/a ider. . . . . . . . . - . „ pesa à 1/10. Ro/a ider. . - - - . „ 103. — 8:1/10. R/a, ider. . . . . . . . . „ 'sdaags - - - - . . . . . . - . . „ 78. —. Aan 3. Vaartuijgen nevens 6. Coelijs die met de timmerlieden en met„ Transporteere - - - - ƒ. 370. 6: 73. —. 72. —. weder op bouwen van een nieuwe dito alhier namelijk. In Contant „selaars 281 993. — 9100. — „ P„r Traansport. . . Ra/o 370: 6. „selaars naar pesa over en weder hebben gevaaren betaald - - - - „ 3. 12. 150. –. dagloonen van Coelijs die gebruijkt sijn tot het aanmaaken van bbanksaals tot berging van kalk en andere ma„ tervalen á 1/10. Rop=s ider - - - - - „ 15. —. 160. – d=o van Coelijs die g'emploijeert sijn tot het dragen van de aangebragte houtwerken van Pesa en Coethim 1/10. R o/ao ider - - „ 16. —. van Coelijs die bij de metselaars dienst gedaan hebben tot het beleggen van het fondament tot het nieuwe pak„ „huijs. a 1/10. Ro/a. . . . . . . . . . „ 58. —. van moequadons over gem: Coelijs so hier als te Pesa gebruijkt â -/ Ro/a ider „ 198. 36. van Coelies die gebruijkt sijn tot het dragen van kalk, steenen, sant, mitsgaders tot het klaarmaaken van kalk als ook bij de timmer„ „lieden en metselaars dienst gedaen à - 1/10. Ro/a ider - - - - - - - - - - - „ 910. —. 25. – dagloonen van metselaars die gebruijkt sijn te pesa tot het afbreeken van het oude pakhuijs à 1/5. po/o ider. . „ 5. —. Transporteere r„k 1575. 52 580. —. Woensdag den 14 Maart 1770. Woensdag Den 14:' Maart 1774. 41. —. 452. —. van metselaars tot het ophalen 1052. – dagloon van de muragie voor het nieuwe pakhuijs a 1/16. Ro/a. . . . . . . . . . „ 210. 24. „ van timmerlieden tot het maken van 5. blanksaals ter bewaaring van diverse materialen a 2/10. Ro/ van Timmerlieden tot het maken van ladders â 3/10. Ro/a ider - - - - - - - - „ 2. 42. van Timmerlieden die op pesa gebruijkt sijn tot het afbreeken van het oude pakhuijs â /10. Ro/a ider „ 4. 30. „ „ simmerlieden tot het maken van Cosijns en deuren voor het pakhuijs a 3/10. Ro/a ider. . . . . . . . . „ „Timmerlieden tot het klaar ma„ „ken van het spanwerk mitsga„ „ders aan spijkeren van latten en meer andere diensten a 3/10. ro/a „ 135. 36. Den 28. Jannuarij 1. ballang met 7. Roeijers die na Cochim is geweest ten afhaal van 1574. Cobidos daklatten „ 3. februarij aan een ballang nevens 7. Roeijers ten afhaal van 1538. Co„ bidofs daklatten betaald - - - - - - „ 15. —. Transporteere Roa/a 1970:36: P„r Transport - - - - - - . Rro/a 1575: 54. ider komt . . . . . . . . . . . . . „ 12. 18. betaald - - - - - - - - - - - - „ 15. 7. 12. 15. — „ 24. —

NL-HaNA_1.04.02_3296_0323 view scan ↗

English

283 Wednesday the 14th of March Anno 1740. By Balance Brought Forward Rupees 1970: 36. The 20th of February, paid to two ballangs along with 12 rowers who collected tiles from Cochin - - - - - Rupees 30. —. The 29th of February, then to 2 ballangs along with 12 rowers who also went to Cochin for the collection of tiles Rupees 30. — 1 piece teak beam for the making of 3 pieces new door frames paid Rupees 108. –. For sawing wages accrued hereon. . . . . . 1. . . . . . Rupees 24. –. Rupees 132. –. 2 small teak beams from which were sawn 8 pieces rafters at 25 Raidsa - Rupees 50. –. For sawing wages. . . . . . Rupees 30. –. Rupees 80. —. 112000 pieces of Capok stones at 15 Rupees per thousand. . . Rupees 1680. —. 1701 Candyls of masonry lime at 7/10 Rupee per Candyl Rupees 1190. 42. 103 lbs of iron, including its loss, for the making of 6 pieces hinges and 6 hooks for 2 half doors along with 28 staples for the anchors, cost - - - - Rupees 20. 30. For manufacturing wages . . . . . . Rupees 10. —. Rupees 30. 30. 2 pieces new locks for the two inner doors cost with the iron and manufacturing wages - - - - - - - - - - Rupees 5. —. 4 pieces hinges with 4 hooks for the said doors amount to Rupees 8. 30. Carried forward Rupees 5165: 18. Wednesday the 14th of March Anno 1770. 10000 500 lbs By Balance Brought Forward - - Rupees 5165. 18. For the making of 11 new locks for the windows, costs with the iron and manufacturing wage. . . . . . . . . . . . . . Rupees 18. —. 16 pieces mangus planks for scaffoldings for the masons. . . . ... Rupees 12. —. Jaggery sugar mixed with the lime for making cement. . . . . . . Rupees 40. —. Paid for bamboos for the making of scaffoldings. . . . . . . . . Rupees 22. — For areca trees also for scaffoldings Rupees 23. —. For large and small baskets that were used for the carrying of sand, tiles and lime - - - - - - Rupees 34. —. pieces broad roof tiles at 10 Rupees per thousand. - - - Rupees 100. —. gutter tiles cost - - - - - - - - - Rupees 12. — Rupees 5426. 18. —. Received from Cochin and consumed. Coir twine consumed for tying earth baskets and scaffoldings costs Rupees 15. 45. 1 piece coir hawser of 3 inches consumed for hoisting 8 pieces of timber. . . . . Rupees 2. 34. 744 pieces water pots used by the masons 6 water tubs and rendered unserviceable Rupees 5. 45. 2 water buckets Rupees 3. 18. 895 lbs of nails, of which: 56 lbs of 6 inches 50 lbs of 5 inches 789 lbs spike irons. 895 lbs of nails cost - - - - - - Rupees 76. 10. Carried forward Rupees 111. 16. / Rupees 5426. 18. -. 1000 2 2 285 Delivered cargo of Asia Wednesday the 14th of March 1770. By Balance Brought Forward Rupees 111: 16. Rupees 5426. 18. 2000 pieces of earth baskets cost - Rupees 8. —. 12000 pieces broad roof tiles at - - - Rupees . . . . . . Rupees 30. —. 78½ lbs sheet lead. . . . . - - - - - . . Rupees 13. 45. 10462 Cobidos roof battens, sets. . . . . . Rupees 151. 16. Rupees 314. 17. —. Sum Total Rupees 5740. 35. —. The expenditure in cash amounts to Rupees 5426. 18. From stock . . . . . . . . . . . . . Rupees 314. 17. Together Rupees 5740. 35. —. Calicoilan the 12th of March anno 1770. /: was signed / P: Ad: Gosenson. Prepared by the Honorable Second and Chief Administrator David Kellij, and submitted by the Lord Governor Production of the report of the findings today in the assembly, the following finding of the delivered cargo of the ship Asia, it was resolved, after resumption, thereon are granted dispositions. to grant such disposition thereon, as is stated for each entry in the margin. Finding 8. The 14th Wednesday Resolutory Dispositions on the adjoining Finding recorded in the margin and adopted in the Council of Cochin Wednesday the 14th of March Anno 1770. — I. To allow the permissible and other deficits to be written off: 5 lbs or 1 1/8 percent sheet lead 1¼ lbs or 1/8 percent red copper 1¼ lbs or 1/8 percent yellow copper 6½ lbs or 3 percent iron lock plates 25 lbs or 1/8 percent Tin bankas 2500 lbs or 3 percent candy sugar 6794 lbs or 1/10 percent powdered sugar 597 pieces or 35 percent window panes of 9 and 11 inches found broken 164 pieces or 8 1/5 percent Bengal long gunnies; smothered and rotted, thus unserviceable 5 bundles or 1¼ percent binding rattans 1552 cans or 10 percent arrack api 86 lbs or 5 percent Dutch meat 65 lbs or 5 percent Dutch bacon 1 lb or 2 percent cotton yarn 5 cans or 5 percent Dutch vinegar 11½ cans or 8 percent linseed oil 7¾ cans or 8 percent olive oil 150 lbs or 1½ percent hoop iron on 79 lbs. 287 Anno 1770. March Finding on the delivered Insertion of the finding cargo of the ship Asia, having arrived on the 16th of February of this year from Batavia, here in the roadstead. According to Batavia invoice and Bill of Lading. Short Surplus Per Cent. Chests 59. Suckers 20. Ditto 85. Chest 1. in the Trade Warehouse, 59 with nutmegs and cloves: the adjoining chests and suckers with spices are, according to the with mace report, all received in good condition and with the stated gross weight, and in the spice warehouse properly stored and sealed. 85 with cloves 1 with 100 lbs sample nutmegs repacked in local tobacco. 1 with gift goods, consisting of various fine glassware, for the Moorish Regent at Cannanore, Ade Ragia; the chest being well secured and its gross weight agreeing. However, 2 pieces of covers of the glass compotes /: which are noted on the packing slip without covers :/ were also not found in the chest. Pieces 1703. 1106. 597. 35. Window panes of 9 and 11 inches in four chests, well secured and agreeing with the gross weight; however, in the same, 597 pieces were found broken. lbs 5. 1/8 Sheet lead in 6 1/8 rolls. lbs 1009¾. 991. 1¼. 1/8 Red copper in 18 plates. lbs 989¾. 1/8 Yellow copper in 23 plates. Pieces 2000. 1836. 164. 8 1/5 Bengal long gunnies, the 164 pieces found smothered and rotted, thus unserviceable. lbs 3995. lbs 4000. lbs 1011. Bundles 7. Teak chest 1. 1. Found decayed lbs.

Dutch transcription

283 Woensdag den 14 Maart A:o 1740. P„r Transport Ro/as - 1970: 36. Den 20. februarij aan twee ballangs nevens 12. roeijers die pannen van Cochim hebbben afgehaald betaald - - - - - „ 30. —. „ 29: februarij dan 2. ballangs nevens 12. roeijers die meede na Cochim is geweest tot afhaalen van pannen „ 30. — 1 p„s teeks balk tot het maken van 3. pees nieuwe deur Cozijns bet- Ro/a. 108. –. Aan zaagloonen hier op gevallen. . . . . . 1. . . . . . „ 24. –. „ 132. –. 2. „ kleene stecke balken daar uijt gesaagd 8. pees ribben â 25. Raidsa - Ro/a 50. –. Aan zaagloonen. . . . . . „ 30. –. „ 80. —. 112000: —. stuks Capoksteenen â 15. RCas 't milo. . . „ 1680. —. 1701. —. Candijlen metselkalk â 7/10. Ro/a it sCandij l„t 1190. 42. 103. —. lb ijser met sijn verlies, tot het ma„ ken van 6. pees hengsels en 6. duijmen voor 2. halve deuren nevens 28. krammen voor de ankers kosten - - - - Ro/a 20. 30. Aan maakloonen . . . . . . „ 10. —. „ 30. 30. 2. —. pees nieuwe slooten voor de twee bin„ „nen deuren kosten met 't ijser „ en makloonen - - - - - - - - - - „ 5. —. 4. —. „ hengsels met 4. duijmen tot gem: deuren bed:t „ — 8 30: Transporteere Rro/as 516: 18. Woensdag Den 14:e Maart A:o 1770. 10000:— 500:—. lb: P„r Transport - - - Ro/as. 5.165. 18. tot het maaken van 11. nieuwe slooten tot de vengsters kost met 't ijser en maak„ „loon. . . . . . . . . . . . . . „ 18. —. 16. –. p=s mangus planken tot stellings voor de metselaars. . . . ... .„ 12. —. Jager suijker bij de kalk geminkt tot het maken van Sianent. . . . . . . „ 40. —. aan bamboesen tot het maken van stellings betaald. . . . . . . . . „ 22. — aan afreeks boomen almeede tot stellings „ 23. —. aan groote en kleene manden die verbruijkt sijn tot het dragen van zant, pannen en kalk - - - - - - „ 34. —. p=s breede daktiggels â 10. Rtps 't mile. - - - „ 100. —. beerpannen kost - - - - - - - - -. „ 12. — o/o 5426. 18. —. van Cochim ontvangen en verbruijkt. Caijerdaaat tot vast binden van aard mandjes en stellingen verbruijkt kosten. R o/a 15. 45. s Caijertros van 3. d=m tot opheijsen van 1 — p„s 8 houtwerken verbruijkt. . . . . „ 2. 34. 6. —. „ water putten 744. bij de metselaars Gebruijkt water balijs. 5. 45. en onbekwaam Geworden water emmers 3. 18. 895. —. ilb. spijkers, van dewelke. 56. lb. van 6. d=ms 50. „ „ 5. d=o 795. „. Lasijsers. 895. lb. spijkers kosten - - - - - - Transporteere Ro/a 11. 16. /ƒ51426. 18. -. . „ 76. 10. 1000. — 2. — 2. — „ „ J . „ 285 uijtgeleverde lading van assia Woensdag Den 14:' Maart 1770. P„r Transport Ro/as 111: 16. Rr„s 5426. 18. 2000. —. pees aardmandses kosten -- . „ 8. —. 12000. —: „ breede daktiggels a - - - Ro/a. . . . . . „ 30. —. 78½. lb. plat lood. . . . . - - - - - . . „ 13. 45. 10462. –. Cobidos daklatten, stelle. . . . . . „ 151. 16. „ 314. 17. —. Somma Ropias 5740. 35. —. Het uijtgegevene in Contant bedraagt. Ro/a 5426. 18. uijt voorraad . . . . . . . . . . . . . „ 314. 17. gesamen Ro/as. . . 5740. 35. —. Calicoilan den 12. Maart anno 1770. /: was getekend/ P: Ad: Gosenson. Door den E. Secunde en hoofd administrateur David Kellij opge„ „maakt, en door den heer Gouverneur productie van de bevinding van den op heeden in vergadering overgelegt sijnde, de ondervolgende bevinding van de uijtgeleverde lading van het schip Asia, zoo is na resump„ tie verstaan daar op sodanige dispositie daar op word disposities verlend. te verleenen, als voor ieder post in margine vermelt staat. Bevinding 8. Den 14e densdag Resulotoire Dispositien op het nevenstaande Bevinding in margine gesteld en genomen in Raede van Cochim Woensdag Den 14 Maart Ao 1770. — I. voor de Gepermitteerde en andere minderheeden te„ ƒ laaten afschrijven 5. —. lb. of 1 1/8. percento plat looth 1¼ „ „ — 1/8. „ Rood koper „ 1/8. „ geel koper 1¼ „ 6½: „ „ 3. „ ijsere sloot plaaten 25. —. „ „ — 1/8. „ Jhin bankas 2500. —. „ „ 3. „ suijker Candij 6794. - „ „ — 1/10. „ suijker porder 597. -. „ „ 35. - „ sluijten glaasen van 9. en 11. d=m gebrooken gevonden 164. —. „ „ 8/5. „ Goenijs lange bengaals; verstikt en vergaan dus onbekwaam 5. – bossen„ 1¼. „ Bind Rottings 1552. —. kann: „ 10. „ arak apij 86. —. lb. „ 5. „ vleesch hollands 65. —. „ „ 5. „ spik hollands 1. - „ „ 2. „ Cattoen gaaren 5. — kann: „ 5. „ azijn hollands 11:½. „ „ 8. „ lijn olij 7¾. „ „ 8. „ olijven olij 150. — lb. „ 1½. „ hoop ijser op 79. lb. 287 Anno. 1770. LMaart volgens Bata„ visasche factuur kisten 59. —. Zockels . 20: —. _=o 85. —. kas Bevinding, op de uijtgele„ Insertie van de bevinding „verde laading van 't schip t Asia„ sijnde den 16: februarij deeses Jaars, van Batavia, alhier ter rheede en Cognoissement. Aangebragt: temin teveel g'arriveerd. Pr Cto. 20. —— p„s 1703. — 1009¾. 991. —. 989¾ 1¼. 2000. -. 1836. -. 164. - 3995. — 4000. —. 1011. — in het Negotie Pakhuijs, 59. —. — — —. —. —. —. met nooten en nagulen de nevenstaande kisten en zockels met specerijen zijn volgens 't — — — —. —: met foelij of macis Rapport alle wel geconditioneerd„ en mett aangeste: nooten in Jnlandse bruto gewigt ont„ tabak afgepakt. vangen, en in het specerij pakhuijs behoorlijk gebor„ 1. —. — — — —. —. —. met schenkagie goederen p„en en versegeld. bestaande in diverse fijne glaswer„ „ken, voor den moors Regent te Cannanoor Ade Ragia zijnde de kas wel voorsien en dies bruto gewigt, accordeerende. Dog 2. pees. dek„ „sels van de glaase Compots /: die bij het afpak briefje sonder deksels bekend staan :/ ook in de kas niet gevonden. 1106. - 597. —. — — 35. —. Ruijten glaasen van 9. en 11. d=m in vier kassen wel voorsien en met het bruto gewigt accordeerende dog in deselve de 597 p„s aanstukkend bevonden 5. — — — — 1/0 plat looth aan 6 1/8. Rollen 1¼ —. — —. 8. Root koper in 18. plaaten —. 1/8. geel koper in 23. plaaten —8 1/15. goenijs lange bengaals de 164. p=s verstikt en vergaan dus onbekw: bevonden. 85. —. —. — —. —. —. —. met garioffel nagulen 1. — — —. —. —. —. —. met 100. lb: monster bossen 7 kiate kist 1. —. 1. —. gevonden gaan lb. „ „ „ -.

NL-HaNA_1.04.02_3296_0328 view scan ↗

English

Wednesday the 14th of March Anno 1770. 79 lb. or 1 per cent nails of various sorts 500 lb. or 10 per cent native pitch 24 bundles of drum strings, all gnawed through by cockroaches. II. To credit the ship's officers on the buyout account for: 14125 lb. or 2 1/10 per cent powdered sugar III. To debit the ship's officers on the buyout account for: 740 lb. or 9 7/8 per cent nails of various sorts IV. To note: That the spices were received in very good condition and at the invoiced gross weight, and have been stored in the spice warehouse according to orders. 2 pieces of iron cannons of 8 lb. caliber, which were found by the commissioners upon delivery to have severe flaws in the chambers and were therefore marked by them with Nos. 11 and 12, are to be sent back to Batavia by this vessel and re-entered into the accounts. Thus done, disposed, and entered in the margin on the day, month, and year aforesaid. Was signed: C. L. Senff, J. H. Medeler, R. v. Kaan, S. C. Saffin, J. L. van Spall, A. R. Schutz, and C. G. Seyffer. Page 289 14th of March Anno 1770. According to Batavian invoice and bill of lading: 400 bundles; Delivered: 395; Short: 5; Over: —; Per cent: 1 1/4; Binding rattans of 50 pieces each bundle 217 lb.; Delivered: 210 1/2; Short: 6 1/2; Over: —; Per cent: 3; Iron lock plates of 10 pieces 20000 lb.; Delivered: 19975; Short: 25; Over: —; Per cent: 1/8; Tin Banka in 302 ingots 83312 lb.; Delivered: 80812; Short: 2500; Over: —; Per cent: 3; Candy sugar in 200 canassers 697307 lb.; Delivered: 690513; Short: 6794; Over: —; Per cent: 3/10; Powdered sugar in 1800 canassers In the Provisions Warehouse: 15520 cans; Delivered: 13968; Short: 1552; Over: —; Per cent: 10; Arrack Api in 40 leggers 1720 lb.; Delivered: 1634; Short: 86; Over: —; Per cent: 5; Dutch meat in 4 casks 1308 lb.; Delivered: 1243; Short: 65; Over: —; Per cent: 5; Dutch pork in 4 casks 97 cans; Delivered: 92; Short: 5; Over: —; Per cent: 5; Dutch vinegar in 2 half-aams 145 1/2 cans; Delivered: 134; Short: 11 1/2; Over: —; Per cent: 8; Linseed oil in 3 half-aams 97 cans; Delivered: 89 1/4; Short: 7 3/4; Over: —; Per cent: 8; Olive oil in 2 half-aams At the Equipment Wharf: 10000 lb.; Delivered: 9850; Short: 150; Over: —; Per cent: 1 1/2; Hoop iron 5000 lb.; Delivered: 4500; Short: 500; Over: —; Per cent: 10; Native pitch 7900 lb.; Delivered: 7081; Short: 819; Over: —; Per cent: 10 3/8; Nails of various sorts In the Artillery: 20 pieces; Delivered: 20; Short: —; Over: —; Per cent: —; Iron cannons of 8 lb. caliber, of which 2 pieces were found by the commissioners upon delivery to have severe flaws in the chambers, and therefore completely unfit for use, and were marked by them with Nos. 11 and 12. In the Armory: 24 bundles; Delivered: 24; Short: —; Over: —; Per cent: —; Drum strings; these are all gnawed through by cockroaches, hence completely useless. 50 lb.; Delivered: 49; Short: 1; Over: —; Per cent: 2; Cotton yarn. The other goods were all, according to the reports, received to the satisfaction of the respective administrators. Cochin, the 14th of March Anno 1770. Was signed: D. Kelly. The 14th of March 1770. Wednesday. Complaint of the Resident of Paponetty concerning the Chego Cheenen. The Governor, continuing the business, was further pleased to state that the Resident of Paponetty, Medeler, had sent hither in the past month of February a certain Chego named Caral Cheenen, who had formerly escaped from the chain gang here, and who since then had again committed many wanton acts in the territory, both by beating and wounding people and otherwise, from which it is sufficiently evident that he is a wicked subject from whom no improvement can be hoped. Putting to the vote what to do with this evildoer, whether to hand him over to the fiscal, or, according to frequent practice, to send him for a certain number of years in chains to Ceylon in order there Page 291 Wednesday the 14th of March 1770. Resolution to send the Chego in chains to Ceylon for 25 years. Authorization to the Resident of Calicoilan to receive the deduction on 105332 lb. of pepper in cash from the treasury. to work on the Company's public works for his food without wages. Which having been deliberated upon, it was approved and agreed to embrace His Honour's latter proposal, and accordingly to sentence the said Chego to be riveted in chains and sent by the first opportunity to Ceylon, to remain banished to the said island for the term of twenty-five consecutive years, and to work for his food without wages. Also, on the request of the Resident of Calicoilan, Gosenson, by letter of the 20th of February last, it was approved and agreed to authorize him to receive from the Company's treasury there Wednesday the 14th of March 1770. the permitted deduction on 105332 lb. of pepper, which he recently shipped on the vessel Ruijteveld. Finally, the Governor informed the assembly, Resumption of the general reply. that the general reply, as well as the provisional requisition for merchandise for the year 1771, had now been prepared, and that the aforementioned vessel Asia had also already been loaded with the necessary ballast and whatever else was on hand for shipment, and was ready to sail, save for water and firewood. Whereupon the said general reply and provisional requisition were attentively read, reviewed, and signed, and it was resolved to give the aforesaid vessel its dispatch on the 18th instant, and to let it undertake the return Page 293 Wednesday the 14th of March 1770. voyage to Batavia. Thus done, resolved, and determined in the Council of Malabar in the city of Cochin on the day, month, and year aforesaid. Was signed: C. S. Senff, J. W. Medeler, R. v. Harn, S. C. Saffin, D. S. v. Spall, A. R. Schutz, and C. G. Seyffer. Monday the 23rd of April Anno 1770. In the morning at 9 o'clock. All Present. After this meeting was opened with prayer, there was; First

Dutch transcription

Woensdag 79 —. lb. of 1 perC=to spijkers in soort 500. - „ „ 10 „ harpuijs Jnlands 24. – bossen tromsnaaren, alle door de kakkerlakken door„ knaagd. De scheeps overheeden uijtkoops te Creditee„ II. „ken voor: lb. of 2 1/10. perC=to suijker poeder 14125. —. De scheeps overheeden uijtkoops op Reeke„ III. „ning te belasten voor: 740. - lb. of 9 7/8. pac=to spijkers in soort 5V. Te Noteeren: Dat de specerijen seer wel geconditioneert en met het aangeschreeven bruto gewigt„ ontfangen en in 't specerij pakhuijs volgens de ordre opgeslaa„ „gen sijn. p:s ijsere Canons van 8. lb. Caliber, die door de gecom„ „mitteerdens, bij aanbreng in de kamers met swaa„ „re gallen, bevonden en daarom door deselve, met n:o 11. en 12. geteekend zijn; per desen bodem, na batavia, te rug tesenden, en weeder aantereekenen. Aldus Gedaan, Gedisponeert en jn mar„ „gine Gesteld ten drege maand en Jaere voorm= //:was getekend:/ C. L. Seuff. . . .. J. H. ƒ Medeler, R: v: kaan, S. C. Saffin, I L van Spael, A: R Schutz. en C: G. Seijffer. 2. Den 14e 289 Maart Anno 1770. —. volgens bataviasche factuur en Cog„ noissement. bossen 400. –. kann: „ Aangebragt. temin te veel p=r C=to 395. —. 5. —. —. —. 1¼. Bind Rottings van 50. pees ider bos 210½. 6½. —. — 3. –. ijsere sloot plaaten aan 10. pees „ 20'000. - 19975. - 25. -. —. -. — 1/8. ghin bankas aan 302. schuijten. „ 83312. -ƒ80'812. -. 2500. -. —. - 3. –. suijker Candij in 200. Cannassers, „ 697307. -. 690513. -. 6794. -. —. -. —3/10. suijker poeder in 1800: Cannassers. Jn De Dispens kann: 15520. -. 13968. - 1552. -. —. — 10. f. Arak apij in 40. leggers lb. 1720. –. 1634. -. 86. -. —. - 5. - vleesch hollands in 4. vaaten 1308. -. 1243. -. 65. –. —. - 5. –. spek hollands in 4. vaaten 92. —. 5: —. —. - 5. - Azijn hollands in 2. halve aamen 97. —. 145.½. 134. —. 11½. — – 8 —. Lijn olij in 3 halve aamen 89¼. 7¾. —. - 8. - olijven olij in 2. halve aamen. op de Equipagie werff in De Arthillerije 20. —. 20. —. —. — —. —. —. —. ijsere Cannons van 8. lb. Caliber; waar van 2. pees door de gecommitteerdens bij aanbreng in de Camers met swaare gallen, en dus tot het gebruijk ten eenemael onbekwaam bevonden en daarom, door de„ selve met n:o 11. en 12. geteekend zijn. Jn de wapenkamer — - Crom snaaren deese sijn alle door de kakkerlakken doorknaagd, dus ten eenemaal onbekwaam. . 50. — 49. —. 1. —. —. —. 2. –. Cattoen gaaren. lb. 217. — 97. —. lb. 10000: - 9850. -. 150. -. —. —. 1½. hoep ijser 5000. - 4500. -. 500. -. —. —. 10. – harprijs Jnlands. 7900. -. . 7081. -. 819. - — - 10 3/8 spijkers in soort bossen 24—. 24. —. — — — — De meer andere Goederen sijn alle /:na de Rapporten:/ ten genoegen van de Respective administrateurs bij deselve ontv: Cochim, den 14:e Maart Anno 1770. /was getekend:/. D. Kellij. — den „ „ „ „ p„s Den 14. Maart 1770. Woensdag klagte van den paponettijse„ Resident over den Chigo Cheenen. Den heer Gouverneur de besoigne vervolgende geliefde verder te seggen, dat den paponettijs Resident Medeler in de gepasseerde maand fe„ „bruarij zeekeren Chego genaemd Caral Cheenen herwaarts gesonden heeft die wel eer van hier uijt de ketting is gevlugt, en dewelke sedert dien wede„ „rom veele baldadigheeden in het Con„ quest heeft gepleegt, soo met slaan en quetsen van menschen, als andersints, waar uijt genoegsaam blijkt dat den„ „selven een ondeugend subject, waar van geen beeterschap te hoopen is. in omvraage leggende, wat met dien quaatdoender te beginnen, denselven in handen van den fiscaal overtegeven, dan wel na meermaalige praetijcq voor seker getal van Jaaren in de ketting na Ceijlon te senden om aldaar 291 Woensdag besluijt den clego in de ketting na Ceijlon te versenden voor 25. Jaaren. qualificatie aan den Calicoilanse Resident om de afschrijvinge op 105332. lb. peper aan Contant uijt cassa te ontvangen Den 14:e Maart 1770. aldaar aan 's Compagnies gemeene werken voor de kost sonder loon te arbeijden. Waar over Gedelibereert sijnde, is goedgevonden en verstaan den laat„ sten voorstel van sijn Edele te amplecteeren, en dienvolgende gem: Chego te Condemneeren om in de ket„ „ling geklonken en bij eerste gelegent„ heijd na Ceijlon versonden te werden, ten eijnde den tijd van vijf en twintig agter een volgende Jaaren ten gem Eijlande gebannen te blijven, en voor de kost te arbeijden sonder loon Ook is op het versoek van den Calicoilans Resident Gosenson bij brief van den 20=e februarij pas„ „sato goedgevonden en verstaan denselven te qualificeeren om aldaar uijt 'sCompagnies Cassa te mogen ontvangen 17 1770. n, Woensdag den 14:e Maart 1770— ontvangen de gepermitteerde afschrijving op 105332. lb. peper, die denselven Jongst in 't schip Ruijteveld afgescheept heeft. Eijndelijk gaf den heer Gouver„ neur de vergadering nog te kennen, resumiptie van de generaele rescriptie dat de generaele rescriptie, zoo meede de provisioneele Eijsch van Coopman„ „schappen pro Anno 1779/. thans in gereed„ „heijd gebragt en dat meerm: bodem Asla ook al bereets van de noodige ballast en 't geen verder ter versen„ „ding aan handen, afgelaaden en op water en brandhout na zeijlvaerdig is. zoo wierd gem: Generaele Res„ „criptie en provisioneele Eijsch met attentie geleesen en geresumeerd en geteekend, mitsgaders beslooten voorschreeven bodem op den 18:e Cou„ rant sijne depoche te geven, en de terug 293 Woensdag Den 14 Maart 1770. terug reijse na Batavia te laaten onderneemen. Aldus Gedaan Geresolveert, en G'arresteerd, Jn Raede van Mallabaar ter Steede Cochim„ ten daege maand en Jaare voor„ meldt /:was getekend:/ C. S. Serff„ . . . J. W Medeler, R V. Harn, S. C. Saffin, D. S. v. Spall, A R. Schutz: en C. G. Seijffer. Maandag Den 23:e April Anno 1770. 's morgens ten 9. uuren Alle Present Na dat deese vergadering door het gebed geopent was, wierd; Eerstelijk dig

NL-HaNA_1.04.02_3296_0334 view scan ↗

English

Monday the 23rd April 1770 The clerk Wolff receives assistant board money. The second mate Ian Hart of Huijring is permitted to enter the free trade. First admitted, the clerk Nicolaas Fredrik Wolff, who represented by petition that he has now performed his service at the political secretariat for five years, and as far as he knows to the satisfaction of his respective masters, wherefore making request, in consideration of his meager salary of ƒ 9. –., to be favored with the assistant board money. And whereas the applicant has the testimony that he is a zealous and diligent person, it was approved and understood to grant his request. As it was likewise understood on another petition submitted by the second mate Ian Hart of 295 The mestizo Dirk Wolff entered into service as sailor at ƒ 9. —. The trumpeter Sigfried and gunner Bartram are sent away as drunken and useless persons. Monday the 23 April 1770. of Huyring, appointed to the ship Duijnenburg, to permit him to enter into the free trade with stoppage of wages; also, on another petition of the mestizo youth Dirk Wolff, who has served for some time at the trade office and is of suitable age, it was approved to accept him into the Company's service as sailor at ƒ 9. – per month under an engagement of five years, so as to be placed and serve on the Company's ship Ruijteveld lying in the roadstead here. Likewise the trumpeter Fredrik Sigfried Kriem of Vrijburg, and the gunner Arnoldus Bartram of Haarlem; the first mentioned because of his dissolute Monday the 23rd April 1770. Resolution to send the Bugis who came from Cannanore to Batavia on Ruijteveld. Complaint that the Bugis climb over the wall at night to steal. conduct and continual drunkenness, and the last mentioned to be sent as a useless person with the said vessel to Batavia. As it was likewise resolved, upon the further proposal of His Honour, to send with this vessel to Batavia the Bugis who arrived from Cannanore on the 16th instant, except two who on the 22nd thereafter climbed over the wall and deserted from here. And whereas the Governor informed the assembly in this regard that several complaints had come before His Honour that the Bugis have now and then undertaken to climb over the wall at night 297 Monday the 23rd April 1770. It shall be made known by beat of drum to apprehend them in whatever manner it may be. to rob and steal here and there around this town, whereby the Canarese and other inhabitants outside this town frequently suffer great annoyance and damage. So it was further resolved on the proposal of His Honour, and for the prevention of such misdeeds decided to make known to the community, both inside and outside this town, by beat of drum, that in case any Eastern soldiers are henceforth found outside the town in the evening after eight o'clock, everyone, whoever it may be, has the liberty to apprehend them and bring them into the town in whatever manner that can be done; for which purpose an extract from this resolution shall Monday the 23rd April Anno 1770. be delivered into the hands of the head of the militia to serve for instruction. Finally was also read a petition of the soldier Jan Pauw of Amsterdam, wherein he represents that he practiced the trade of wagon maker in Europe and is inclined to serve the Honourable Company as such a tradesman, with the request to be accepted as wagon maker in the service of their Honours, with the addition of the salary belonging thereto. So, after consideration that he has given proofs of competence and such a tradesman is currently much needed here for the gun carriages of the town ramparts, it was approved and understood to grant his 299 Monday the 23rd April 1770. request and accordingly to change him to wagon maker or gun-carriage maker with the salary of fourteen guilders, to serve out his current engagement for that. After which the Governor had note taken. That the officers of the ship Asia received their dispatches on the morning of the 19th March past. That the ship Ruijteveld arrived here from Ceylon on the 22nd thereafter, together with the sloop de Jonge Julius. That on the 25th of the just-mentioned month the bark de Falck departed for Ceylon with pepper and cowhides. That the small ship de Monday the 23rd April 1770. Sale of the sloop de Jonge Julius by auction for Ropias 1610. —. Note that Travancore has withdrawn the post of Coenjetaij. Jonge Susanna was dispatched to Cannanore on the 27th March and returned from there on the 16th instant. That the aforementioned sloop de Jonge Julius, according to the letter of the Ceylon ministers, was sold at public auction on the 5th instant for the sum of 1610 Rupees after deduction of 50 Rupees earnest money set upon it. That the post of Coenjetaij situated diagonally across from Paliaporto, which for some years has been a great stumbling block, since those of Travancore have committed many outrages there, as is known to the members, has according to the agreement made with the King's prime minister by

Dutch transcription

Maandag Den 23:e April 170 ƒ den pennist wolf krijt assis„ „tenten kost geld. den onderstuurman Ian hart van huijring word gepermitteerd aan de vrije vaart overtegaan. Eerstelijk binnen gelaaten den Pennist Nicolaas Fredrik Wolff, dewelke bij request te kennen gaf dat hij nu al vijf Jaaren zijn dienst ter secretarije van politie heeft gepresteerd, en soo niet beeter weet ten genoegen sijner respective baasen, mits dien versoek doende uijt consideratie van desselfs sobere besolding van ƒ 9. –. met het assistenten kostkeld te moogen werden begunstigt. En dewijl den suppliant het getuijgenis heft dat hij een ieverig en naarstig subject is, soo wierd goedgevon„ „den en verstaan desselfs verstek te accordeeren. zoo als insgelijks verstaan wierd op een ander Jngediend Request door den op het schip Duijnenburg bescheijden onderstuurman Ian Hart van 295 den mixtie dirk wolff in dienst genomen als mattroos met ƒ 69. —. den trompetter sigfried en Constabel Bartram werden als dronken en onnutte subjecten versonden. Maandag Den 23 April 1770. 8. 10 van huyring aan denselven te per„ „mitteeren om met stilstand van gagie sich tot de vrije vaart te mogen be„ „geven; ook is op een ander Request van den mistice Jongeling Dirk Wolff, die eenigen tijd op het negotie Comp„ toir dienst gedaan heeft, en van bequa„ „men ouderdom is, goedgevonden, denselven als mattroos in 'sCompagnies dienst aanteneemen met ƒ9. - per maand onder een verband van vijf Jaaren om soodanig op het alhier ter rheede leggende 'sCompagnies schip Ruijteveld geplaatst te werden en dienst te doen. zoo meede den Crompetter Fredrik Sigfried kriem van vrij„ burg, en den Constabel Arnoldus Bartram van haarlem; eerst gem: om de wille van sijn liederlijk gedaagh O . Maandag den 23: April 1770. besluijt de van Cannanoor gekomen bougineesen met Ruijteveld na batavia te renden klagte over dat de bougineesen 'snagts over de muur klimmen om te steelen. gedragh en continueel dronken drinken, en laatst gem: om als een onnut sub„ ject met gem: bodem na Batavia versonden te werden. zoo als insgelijks op den verderen voorstel van sijn Edele beslooten is met deesen bodem na batavia te versenden de bougineesen, die op den 16. Courant van Cannanoor gekomen sijn, excepto twee die op den 22=en daar aan over de muur geklommen en van hier gedeser„ teerd sijn. En dewijl den Heer Gouver„ „neur deesen aangaande de verga„ „dering te kennen gaf dat zijn Edele al verscheijde klagten waa„ ren te vooren gekomen, dat de bougineesen nu en dan ondernoo„ min hebben 's nagts over de muur 297 Maandag Den 23:e April 1740. men sal bij trommelslag be„ „kent maken om deselve op te vatten op wat wijse het ook zij. muur te klimmen om hier en daar omstreeks deese stad te roven en steelen, waar door de Cannareijns en andere Jn„ „ „gesetene buijten deese stad menigmaal groote overlast en schaade komen te lijden. zoo is alverder op de propositie van sijn Edele geresolveert en tot weij„ „ving van diergelijke wanbedrijven beslooten aan de gemeente zoo binnen als buijten deese stad bij trommel slag bekent te maaken, dat in ge„ „valle er voortaan een of meer oos„ „tersche militairen des avonds naer agt uuren buijten de stad gevonden werden, een ieder wie het ook zij, vrij„ „heijt heeft om deselve op tevasten, en in de stad te brengen op wat wijse zulx ook geschieden kan zullende ten dien einde Extract uijt dit besluijt aan Maandag Den 23:e April Anno 170. aan het hoofd der militie werden ter hand gesteld om te dienen tot narigt Eijndelijk is ook nog geleesen Request van den soldaat Jan een Pauw van Amsterdam, waar bij den„ „selven te kennen geeft, dat hij het ambagt van wagenmaker in Europa g'oeffent heeft en genegen is als zoo„ „danig ambagtsman d' ECompagnie te dienen, met versoek om als wage„ maker in haar Edele dienst te mo= „gen werden aangenoomen, met toevoe„ ging van dE daar toe staande gagie. zo is na overweeging dat denselven preuves van bequaam„ „heijdt gegeeven en sodanig ambagts„ man tot de affuijten van stadt wallen thans hier welbenoodigt is, goedgevonden en verstaan desselfs Vertoek 299 Maandag den 23:e April 1770:-. versoek te accordeeren en mits dien denselven te Changeeren tot wagen of affuijtmaker met de gagie van veerthien guldens, om daar voor sijn lopend verband uijt te dienen. waar na den heer Gouverneur aanteekening liet houden. Dat de overheeden van het schip Asia op den 19:e maart passato des morgens hunne depeche hebben gekreegen. Dat het schip Ruijteveld op den 22. daar aan van Ceijlon hier is g'arriveert, benevens de Chialoup de Jonge Iulius. Dat op den 25:e der even gem: maand de Bark de Falck met Peper en koehuijden na Ceijlon is vertrokken. Dat het smal schip de Jonge Maandag Den 23:e verkoop van de Chialoup de Jonge Julius per venditie voor Ro/a 1610. —. aanteekening dat Grevancoor de post Coenjetaij ingetrokken heeft. April 1770. Jonge Susanna op den 27=den Maart na Cannanoor gedepecheert en op den 16=en Courant wederom van daar te rug gekeert is. Dat de voormelde Chialoup de Jonge Julius volgens aanschrijvens der Ceijlonse ministers op den 5 den Courant bij publique vendutie ver„ „kogt is voor de somma van 1610: Rjas naar aftrek van 50. Ropias stuijk„ „geld, die daar op gesteld zijn. Dat de post Coenjetaij schuijns over Paliaporto geleegen, dewelke sedert eenige Jaaren een groote steen dis aanstoods is geweest, alsoo die van Jrevancoor daar veele bal„ „daadigheeden hebben gepleegt, gelijk sulks de leeden bekent, volgens de gemaakte overeenkomst met 's konings eerste staats minister bij

NL-HaNA_1.04.02_3296_0341 view scan ↗

English

301 burg of Ceylon shall take in 70 to 75000 lb of coir for Batavia, and carry duplicate and other papers over to Batavia. Decision to send Ruijteveld to Porca and Calicoilan to take in pepper. Monday the 23rd of April anno 1770. at the recently held conference, finally broke up on the 5th of this month by order of His Highness; and Lastly, that the ship Duijnenburg arrived on the 19th of the current month from Ceylon here in the roads to steer from here directly to Batavia; concerning which it was decided to detain that vessel here for a few days and in the meantime to have loaded into the same 70 to 75000 lb of coir, and furthermore to make use of this occasion to send off with it the duplicates and some other papers of the Governor to Their High Excellencies. While with regard to Ruijteveld, it was decided to send that vessel tomorrow to Porca and Calicoilan and to send along to Calicoilan 2000 Ropias. Production of various olas regarding what was transacted by the Governor with the Travancore minister. Monday the 23rd of April 1770. to Calicoilan, to take in the pepper in stock there, and upon its return to unload from it as much paddy as can be spared without personal inconvenience, as the present supply of that grain does not permit shipping a full cargo according to the request of the Ceylon ministers; it was also decided to make use of this opportunity to remit to the Resident of Calicoilan a sum of two thousand Ropias for the purchase of pepper and the payment of daily expenses; The business having progressed thus far, the Governor produced some olas written to and from the Prime 303 Monday the 23rd of April 1770. Reading and insertion thereof. Prime Minister of the King of Travancore, principally concerning the supply of pepper, the granting of passes, and other matters besides that were established since the last conferences held with that minister, but which have remained unfulfilled until this day; as will appear more fully from the exchanged papers themselves, which, having been read, are transcribed below for consideration. Translation of an ola written by Balia Sarwadicaria Caren Chenbaga Rama Poela to the Right Honorable Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff, received the 15th of March 1770. In April 1770. Monday the 23rd. In the month of December last, I was in the city and spoke, together with Coemaren Poela Sarwadicariacaren, with Your Right Honorable concerning the pepper passes, whereupon it pleased Your Right Honorable to tell us that the passes would be issued in proportion to the pepper delivered. We replied thereto that we hoped that Your Right Honorable would not wish to make any change regarding the old customs and usages, but rather would assist and aid His Highness in everything. On these reasons presented, Your Right Honorable was pleased to say that the pepper passes were written and prepared, which 305 Monday the 23rd of April 1770. which would also be signed and delivered in January with the new year date; of which we already made report to His Highness upon our arrival here, and His Highness was entirely satisfied therewith. However, upon the arrival of Ananda Mallen in the city to receive the passes, Your Right Honorable was pleased to say to him that the passes would be issued in proportion to the delivery of the pepper, provided that he first came to hand over the old passes to Your Right Honorable. Notice of this being given to His Highness, my master, His Highness was very distressed about it, declaring that His Highness could not April 1770. Monday the 23rd. could not understand what reason one had to want to make a change in the old practices regarding the delivery of the passes at a time when the friendship is preserved and all the pepper growing in our country is delivered to the Honorable Company. It is a known fact that the Commanders of Cochin had issued the pepper passes without the slightest difficulty; and now that Your Right Honorable has arrived as Governor and Director of this Coast, His Highness hoped that through the efforts to be made by Your Right Honorable many matters and interests would be brought to execution, and therefore could not imagine that such a minor 307 Monday the 23rd of April 1770. matter that has already been brought into custom was obstructed and held back. Therefore His Highness has ordered me to write to Your Right Honorable and very kindly to request to deliver the pepper passes, under this firm assurance that even if passes were only issued for the delivered pepper, or as was done in former times, His Highness would nonetheless not fail to deliver all the pepper growing in his country to the Honorable Company, as His Highness's desire is nothing other than to maintain a close and sincere friendship with the Honorable Company, and that even more steadily and effectively than was ever done under the authority of the former Commanders. The pepper Monday the 23rd of April 1770. pepper shall be delivered according to wish; and I request that the 10 pepper passes and 2 areca passes may be sent hither under the care of Ananda Mallen. Signed by Balia Sarwadicariacaren. Beneath stood: For the translation, Cochin, date as above. Was signed: S. V. Jongeren, Sworn Translator. Draft ola written by the Right Honorable Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff to the Balia Sarwadicariacaren Chembaga Rama Poela, written the 20th of March anno 1770. I have duly received your ola from the hands of Ananda Mallen.

Dutch transcription

301 „burg van Ceijlon zal 70. â 75000: lb. Caijer voor batavia inneemen, en dupplicaat en andere papieren na batavia overbrengen. besluijt Ruijteveld na Parca en Calicoilan te zenden ten in„ neem van Peper„ Maandag den 23:e April anno 1770. bij de jongst gehoudene conferentie eijndelijk op den 5. deeser op ordre van sijn hoogheijt opgebrooken is; en Laatstelijk dat het schip Duij„ arrivement van 't schip Tuijmennenburg op den 19. Courant van Ceijlon hier ter rheede verscheenen om van hier direct na Batavia te stevenen; welken aangaande be„ slooten wierd dien bodem eenige dragen hier aantehouden en in„ „tusschen aan denselven te laaten ingeven 70. â 75000. lb: Caijer, en voorts zich van deese occagie te bedienen om daar meede de dup„ „plicaten en eenige andere papieren van den heer Gouverneur tot haar hoog Edelheedens aftesenden. Terwijl ten aansien van Ruijteveld beslooten wierd, dien bodem op morgen na Porca en Calicoilan en na Calicoilan meede te geeven 2000. Ro/a. productie van diverse olas nopens het verhandelde door den heer Gouver„ Maandag den 23:e April 1770. —. Calicoilan tesenden, om de aldaar in voorraad sijnde peper intenemen, en bij desselfs te rug komst daar in soo veele nelij aftelaaden als men buijten eijgen ongerief sal kunnen missen, alsoo de Presente voorraad van dat voedsel niet permitteerd om een volle lading volgens ver„ „sork der Ceijlonse ministers daar in te kunnen afsteeken; ook is beslooten van deese geleegentheijd gebruijk te maaken om aan den Resident van Calicoilan te laaten toekomen een somma van twee duijsend Ropias tot den inkoop van peper en het doen van dagelijkse ongelden; De besoigne dus verre gevordert neur met de trevan Coorse minster. sijnde produceerde den heer Gouverneur eenige olas van en aan den Eersten staats 303 Maandag Den 23:e April 1770. lectura en insertie daar van staats minister des konings van Cre„ van Coor geschreeven, voornamendlijk over de leverantie van Peper, het ver„ „leenen van Passen en andere zaaken meer die zeedert de laatst gehoudene Conferenties met dien minister vast gesteld, doch tot heeden noch onafgedaan sijn gebleven; gelijk het een en ander breeder komt te blijken bij de gewesselde papieren zelfs dewelke geleeven sijnde, tot speculatie hier onder werden in„ geschreeven. Translaat ola door balia Sarwadicaria Caren Chenbaga Rama Poela geschreeven aan den welEdelen Achtbaaren heer Gouverneur en Directeur Christiaan Lodewijk Seuff ontvangen den 15. ' maart 1770. Jn April 1770. Maandag Den 23. e Jn de maand december Jongstleeden ben ik in de stad geweest en hebbe tesamen met Coemaren Poela sar„ „wadiCariacaren uwel Edele Achtbr: gesprooken over de peper passen, waer op het uwel Edele Agtbaaren behaagt hadde tegens ons te seggen, dat de passen soude verstrekt werden na maate van de geleverde peper, wij „dienden daar op, dat wij verhoopten dat uwel Edele Achtbaaren omtrent de oude usantien en Costumen geen verandering soude willen maaken, maar dels te eerder sijn Hoogheijdt in alles bijstaan en assisteeren soude, op welke voorgebragte reedenen, heeft uwel Edele Achtbaaren gelieve te seg„ „gen, dat de peper Passen geschreeven en in gereedheijd gebragt waren, dewelke 305 Maandag Den 23:e April 1770. — „dewelke ook soude geteekent en afge„ geeven werden in Jannuarij met hetd met het nieuw Jaar getal; waar van wij met onse aankomst alhier reets rapport aan sijn hoogheijdt gedaan hebben, en sijn hoogheijdt is daar over gantsch voldaan geweest, dog met de aankomste van ananda mallen in de stad om de Passen te ontfangen heeft uwel Edele Achtbaaren tegens hem gelieven te seggen, dat de passen soude werden verstrekt na moete van de leve„ rantie van de peper, mits dat hij de oude passen aan uwel Edele Achtbaaren eerst quam te overhandi„ „gen, hier van kennisse gegeven sijnde aan sijn hoogheijd mijne meester, was sijn hoogheijd daar over seer aangedaan, betuijgende dat zijn hoogh=t niet April 1770.— Maandag Den 23:e niet konde begrijpen, wat reeden men had, verandering te willen maken, in de oude gebruijken omtrend, de afgave der passen in een tijd dat de vriendschap geconserveert en alle den Peper in ons land val„ „lende aan d' Ecompagnie geleverd werd; 't is een bekende zaek dat de heeren Commandeurs van Cochim de peper paken sonder eenige de minste swarigheijd verstrekt hadden; en nu dat uwel Edele Achtbaaren als gouverneur en directeur van deese Custe gekomen is, verhoopte sijn hoogheijt dat door de aante„ „wendene poogingen van uwel Edele Achtbaaren veele zaaken en be„ „langens ter uijtvoering te brengen, en dierhalven niet konde te bin„ „nen brengen dat zoo een geringe zak 307 Maandag Den 23:e April 1770. „zaek die reets in het gebruijk gebragt „is verhindert, en tegengehouden wierd, „oversulks heeft sijn hoogheijdt mij „g'ordonneert uwel Edele Achtbaaren „te schrijven en seer vriendelijk te „versoeken, om de peper pakcen aftege„ „ven, onder deese vaste verseekering „dat schoon voor de geleverde peper „maar passen verstrekt, of zo als „in voorige tijd het gedaan wierd, „sijn Ho:t Egter niet mankeeren „zoude al de peper in sijn land „vallende aan d' ECompagnie te „leeveren, alsoo zijn ho: verlangen „niet anders is, als met d' ECompagnie een nauwe en opregte vriendschap „te onderhouden, ende sulks nog be„ „stendiger en kragdadiger als ooit on„ „der het gesag van de voorige heeren „Commandeurs gedaan wierd. de peper E Maandag Den 23.:' April 1770. — „peper sal na wensch gelevert werden; „en ik versoeke dat de 10. peper passen „ en 2. arreeks dito dit heen gesonden „mogen werden onder op sigt van anan„ „da mallen getekend bij balia Saawa„ „de CariaCaren. /:onderstond/ voor de „translatie Cochim dato als boven (was „getekend /: S V: Jongeren. gesw: fransl=a Concept ola door den Wel Edelen Achtbaaren heer Gouverneur en directeur Christiaan Lodewijk senf aan den Balia saruadi„ Cariacaren Chembaga Rama Poela, geschreeven den 20. Maart anno 1770. Jk heb uw Ed. s olas uijt handen van Ananda Mallen wel ont„ „fangen

NL-HaNA_1.04.02_3296_0349 view scan ↗

English

received, and seen thereby what Your Honour writes concerning the pepper passes. But I must confess that I hold quite a different view of that matter. For according to my recollection Your Honour had indeed requested: That I might, in accordance with annual custom, grant ten new pepper passes and renew the old ones again; Your Honour even believed that this ought to take place because through custom it had already become a law. But to that I also immediately replied: That what the previous Commandeurs had done in this matter could serve as no example to me; that customs acquired contrary to the content of the treaties were unlawful; and that if these were not abolished, matters would never be put on a firm footing, but would always give rise to disputes and discords. And since Your Honour could not contradict this, our agreement and decision was that in the future, with respect to the pepper passes, actions would be taken in accordance with the content of the latest Treaty. It is true! Upon the further request of the Sarvadhikaryakkaran Coemaren Poela I had at the same time promised: That to please His Highness, I would still grant ten new passes this year immediately after our New Year, provided that all the old ones were first brought back again. And this Coemara Poela also promised would happen, yea, that I would receive those old passes the next day, but until today I have waited for that in vain. And it is also for that reason alone that I have not yet been able to give any new ones. Thus it is not my fault that the new passes are not yet signed; but it is the fault of Amandemallen, who has not yet brought me the old ones. And truly! This person, as well as several others of the lesser servants of the King, are the cause of much unnecessary paperwork, and of still more ill feelings, to which their conduct gives rise, for they do not care about fulfilling their promises. And they even carry out very defectively the orders that Your Honour gave in my presence, and which were subsequently also fully approved and renewed by the King. When now over a month ago, the sloop from Ceylon arrived here to fetch a cargo of pepper, I immediately had Coemara Poela requested through the Residents of Porca and Calicoilang, and I myself requested him by an ola, to please let at least 600 Candyls be delivered for the present, so that I could send this vessel back again as speedily as possible. But until this day not a single pound has yet been brought to the scales. Adi Raja on the contrary, with his own vessels and for his own account and risk, immediately sent us 200 Candyls, as soon as he merely heard that I was at a loss for pepper, and that I could send no ship thither to collect it. May Your Honour please consider for yourself what follows from this, and what Their High Mightinesses at Batavia will think when they receive this news. Adi Raja lies so far out of the way, and is so minor in comparison with the King of Travancore, and nevertheless he shows himself of his own accord so inclined to render service to the Honourable Company, whereas on the contrary the servants of the King are so close by, and nevertheless do not even pay so much heed to my request that they would help me with such a trifle, now that I am in the utmost need of it. The Paliyetter, upon his return, assured me as a positive truth that the King, as a token of his true affection, would immediately cause the post of Coenjetaij to be withdrawn, which has already so often given rise to troubles. But until today I do not see that it has happened. His Highness himself has promised me that he would have the settlement regarding the debt of Minga looked into without delay. In my last ola I further requested Your Honour that this might take place, yet I have not even received a reply to that. And in this manner it goes with so many matters, that I hardly know what to think of it. The orders of the King are not executed. Old disputes are not settled. No heed is paid to modest requests of mine, although the same are neither unreasonable nor of great consequence. And whether this can nevertheless make friendship lasting, and serve to the satisfaction of Their High Mightinesses; on that I leave Your Honour yourself to pass judgment. Nevertheless I wish to hope that in the future it will go better. And to show that I by no means stand too rigidly on my point, but gladly wish to do everything that can serve to His Highness's pleasure, there accompany this five pepper passes, which have long been lying ready, and also two Areca passes, which I had never refused. I shall see what will follow upon this, but I cannot omit, however, to assure at the same time that if a large quantity of pepper is not delivered forthwith now, and I do not get all the old passes back again, I shall also be unable to grant any more new passes. Furthermore, I wish from the bottom of my heart that the King and his mother may enjoy perfect health, so that I may soon have the fortune to meet His Highness in person. For on this everything depends. And so long as that does not happen, my grievances will never cease, and I shall also never be able to be content. The remainder I gladly leave to

Dutch transcription

309 Maandag den 23. April 1770. — fangen, en daar bij gesien, wat uw Ede over de paper Passen schrijft. maar ik moet bekennen, dat ik van die zaek een gantsch ander denkbeeld heb. want na mijn voorstaat heeft uw Ed. wel versogt gehad: Dat ik vol„ „gens Jaarlijkse gewoonte Thien nieuwe Peper passen geeven en de ouden weder vernieuwen mogte; zelfs heeft uw Ed. vermeend, dat dit geschieden moeste, om dat het door 't gebruijk al tot een wet geworden was. maar ik heb ook terstond daar op ge„ „antwoord: Dat het gunt de voorige Commandeurs in dit stuk gedaen hadden; mij tot geen voorbeeld konde strekken; dat gebruijken, tegens den Jnhoud der tractaaten verkreegen, onwettig waaren; en dat als die niet afgeschoft wierden, de zaaken dan Maandag den 23. April anno 170. dan nooit op een vasten voet komen, maar altoos tot verschillen en on„ eenigheeden aanleijding geeven souden. En dewijl uw Ed:e dit niet teegenspree„ „ken konde, zo is onse afspraak en besluijt geweest, dat in den aanstaen„ de ten opsigte van de peper Passen gehandelt soude werden na den Jnhoud van het Jongste Tractaat. 'T is waar! Jk heb op het nader versoek van den Tarwadi Cariaca„ „ren Coemaren Poela teffent beloofd gehad: Dat ik om sijn hoogheijd te believen, dit Jaar nog terstond na ons nieuwe Jaar thien nieuwe passen verleenen soude, mits alle de oude eerst weeder te rug ge„ „bragt wierden. En dit beloofde Coe„ mara Poela ook dat geschieden Ja dat ik die oude paken des anderen - 311 Den 23:e April 1770. — Maandag anderen daags krijgen soude, maar tot heeden heb ik daar op vergeefs gewagt. En 't is ook om die reeden alleen, dat ik nog geene nieuwe heb geeven kunnen. „ niet Dis is het „ mijne schuld, dat de nieuwe passen nog niet getee„ „kend sijn; maar het is de schuld van Amande mallen, die mij de oude nog niet gebragt heeft. En waarlijk! deese so wel als verscheij„ „den andere van de mindere be„ „diendens des konings zijn oorsaek, van veel onnoodig schrijfwerk, en van nog meer quaade denkbeelden, waar toe hun gedoente aanleijding geeft want om de nakominge van hunne belofte den keuk niet. En zelfs volbringense seer gebrakkig de ordres, die uw Edele in mijne pre„ „sentie Maandag Den 23 23:e April 1770. — „sentie gegeeven heeft, en die door den koning vervolgens ook volkomen goedgekeurt en vernieuwt zijn. Wanneer nu Ruijm een maand geleeden, de Chialoup van Ceijlon hier quam om eene lading peper te haalen, heb ik terstond Coemara poela door de Residenten van porca en Calicoilang laaten versoeken, en ik selfs heb hem bij eene ola versogt, om tog voor eerst maar 600: Candijlen te laaten leeveren op dat ik dit vaartuijg ten spoe„ „digsten weeder te rug senden konde. maar tot heeden toe is er nog geen enkeld pond ter schaale gebragt. Adij Ragia integendeel heeft met sijn eijgene vaartuijgen en voor eijgen Reekening en Risico wij terstond 200: 1: Candijlen toegesonden, r0 313 April 1770. Maandag den 23e so dra hij maar hoorde, dat ik om peper verleegen was, en dat ik geen schip tot den afhaal derwaarts konde senden. uw Ed: gelieve selfs eens na te gaan wat hier uijt volgt, en wat haar hoog Edelheedens te Batavia„ denken sullen, als ze deese tijding Adij Ragia legt zo verre krijgen. van de hand, en zoo gering in ver„ „gelijking van den koning van grevancoor, en evenwel toont hij sig uijt eijgen wille zoo geneegen, om d' ECompagnie dienst te doen daer in teegendeel de bediendens van den koning so digte bij sijn, en agter op mijn versoek so veel agt niet eens slaan, dat ze mij met sulk een beuseling helpen souden, nu ik ten hoogsten daarom verleegen ben. April 1770. —. Den 23e Maandag De Palietter heeft mij bij sijne terug komst voor vaste waarheijd verseekert dat koning tot een teeken van sijne waare genegendheijd, ter„ „stond soude intrekken laaten, de post Coenjetaij die al zo dikwils tot moeijelykheeden heeft aanleijding gegeeven. maar tot heeden zie ik niet, dat het geschied is. zijn Hoogheijdt zelfs heeft mij beloofd, dat hij ten eersten de afreeke„ „ning wegens de schuld van Minga soude opsoeken laaten. Jk heb uw Ed: bij mijne laatste ola nog nader versogt, dat sulks geschieden mogte evenwel heb ik daar op niet eens antwoord gekreegen. En in deeser voegen gaat het met zoo veel zaaken, dat ik nauwlijks weet wat ik van denken moet. 315 Maandag den 23:e April 1770 —. moet. de ordres van den koning werden niet uijtgevoert. oude verschillen werden niet vereffent op geringe versoeken van mij werd geen agt geslaagen, schoon deselve nog onreedelijk nog van veel aangeleegentheijd zijn. En of dit dan egter de vriendschap be„ „stendig kan maaken, en haar hoog Edelheedens tot genoegen strekken; daar over laat ik uw Edele zelfs een oordeel vellen. Nogthans wil ik hoopen, dat het in den aanstaande beeter sal gaan. en om te toonen, dat ik geensints al te sterk op mijn stuk staa, maer gaarne alles wil doen, wat sijn Hoog„ na heijdt tot Plaisier kan strekken, zo versellen deesen vijf peeper passen die al lange klaar hebben geleegen, en ook twee Areecqt Passen, die E Den 23e Maandag April 1770. die ik nooijt heb geweijgert gehad. Jk sal eens sien wat hier op volgen sal maar dit kan ik egter niet na„ „laaten, teffens te verseekeren, dat als er nu niet ten eersten Eene groote quantiteijt Peper geleevert werd, en dat ik al de oude Passen niet weeder te rug krijg, ik dan ook onvermoogens sal sijn, meer nieuwe Passen te geeven. voortsch wensch ik van harten, dat de koning en sijne moeder eene volmaekte gesondheijd genieten moogen, op dat ik tog spoedig het geluk hebben kan, sijn Hoogheijdt in persoon te ontmoeten. want hier van hangt alles af. En zoo lange dat niet geschied, zullen mijne beswaer „nissen nooit op houden, en ik sal ook nooijt vergenoegt kunnen zijn Het overlge laat ik gaarne aan

NL-HaNA_1.04.02_3296_0357 view scan ↗

English

317 Monday the 29th April 1770. 8 deferred to Your Honour's own discretion and approval. And if Your Honour bears me a sincere friendship, Your Honour will also not be able to take it amiss that I have written frankly, as it lies upon my conscience. God preserve Your Honour. Beneath stood: Translated as such by me into Malayalam. Cochin, date as above. Was signed: Gr Jongeren, sworn translator. Translation of an ola written by Balia SarwadiCariasaren Coemaren Chembaga Rama Poela to the Right Honourable Lord Governor and Director, received on the 12th of April 1770, being: Your Honour April 1770. — Monday the 23rd I have received Your Right Honourable's ola here at Jiroewanandaporam, read it, and understood its contents: all that Your Right Honourable has been pleased to write with respect to the pepper passes I have understood; and also seen thereby that Your Right Honourable had indeed promised to give ten new passes, provided that all the old ones were first brought back; but because the old passes were not brought, and the pepper was not delivered according to the order given, Your Right Honourable could not properly proceed to issue the new passes, yet to show that Your Right Honourable does not stand too firmly on that matter, but willingly wished to do all that could serve for His Highness's 319 Monday the 23rd of April 1770. — pleasure, Your Right Honourable has sent into the hands of ananda mallen five pepper passes and two areca delos. I have been with that ola in the presence of His Highness, and have read the same before His Highness; the King was exceedingly pleased with the contents of that ola, having clearly seen therefrom the good and well-meaning intention of Your Right Honourable to live with His Highness in close friendship and sincere fidelity. At that very moment His Highness summoned the sarwadicariacaren Coemara Poela and strongly reproached him for his nonchalance regarding the non-sending of the old passes, and also April 1770. Monday the 23rd for the sluggish delivery of the pepper, with the charge and order that he should immediately set out on a journey to the north and ensure that a notable quantity of pepper be brought in, and the old pepper passes delivered to Your Right Honourable, and this to the satisfaction of Your Right Honourable; as the said sauwadi CariaCaren received his dispatch immediately from His Highness, he promised that he would make his utmost efforts to give complete satisfaction in every respect to Your Right Honourable. I do not doubt that the old passes will already have been brought thither; and the said Coemaren Soela SauwadiCariacaren will also deliver the pepper to Your Right Honourable in such 321 Monday the 23rd of April 1770. — manner that Your Right Honourable will be completely satisfied. His Highness has charged me to request Your Honour very urgently in His Highness's name that those old passes may be renewed and sent back into the hands of ananda mallen, together with and in addition to the remaining five pepper passes from the past year. If unwise servants should undertake some matters contrary to fairness, I request Your Right Honourable not to take this so much to heart; for Your Right Honourable can be assured that when such misdeeds are brought to the King's knowledge, His Highness will not fail to provide fair satisfaction to Your Right Honourable. April 1770. Monday the 23rd When the King has won the affection of Your Right Honourable, it will then be easy for His Highness to make the friendship between His Highness and the Company firmer and more lasting. Regarding the old debt of Attinga, I have, according to the agreement with Your Right Honourable, upon my arrival here made a detailed report to His Highness, and likewise applied my diligence to make an end of it. But because it is an outdated and long-standing matter, and the proofs and accounts thereof have been misplaced, and according to firm record that the same should already have been settled by Poko moessa Marcaar, 323 Monday the 23rd of April 1770. the documents of which must first be searched for and brought to light, and some time will pass with that, as I am presently writing to ananda Mallen in that regard to confer with Your Right Honourable about it, therefore I request Your Right Honourable to be somewhat patient therewith. Regarding the guardhouse on Coenjetail, I assure Your Right Honourable that the same will be withdrawn according to the agreement held with the Taljtter. The King longs with heart and soul to meet Your Right Honourable, and will soon seek an opportunity for that. And I have firm hope that that meeting will take place one of these days; at which time all matters will be dealt with and settled to reciprocal Monday the 23rd of April 1770. — satisfaction. I request Your Right Honourable once again to send hither as soon as possible the five new passes and the old ones that are to be renewed. I also request to be allowed to know how it is with Your Right Honourable's physical constitution, and whether there will be anything of Your Right Honourable's service on this side. Signed by balia Sarwadi Caria Caren. Beneath stood: for the translation, Cochin, date as above. Was signed: I. Vn Jongeren, sworn translator. Draft ola by the Right Honourable Lord Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff to the Balia sarwadi Caria Caren Coemaron Chembagakel

Dutch transcription

317 Maandag den 29:e April 1770. 8 aan uw Edele eijgen beleijd en goedven„ „den gedefereert En Als uw Ed: mij eene opregt vriendschap toedraagt, zal uw Ed: ook niet kwaalijk kunnen neemen, dat ik eens openhartig ge„ „schreeven heb, zo als het mij op mijn gemoed legt. God beware uw Edele. /onderstond/ soodanig door mij in het mallabaars overgeset. Cochim dato als boven /:was getekend:/ Gr Jongeren gesw: Translateur Translaat ola Door Balia SarwadiCariasaren Coemaren Chembaga Rama Poela geschreeven aan den heer wel Edele Achtbaaren „ en Directeur Gouverneur „ ontfangen den 12. April 1770. is. Uwel Edele April 1770. — Maandag den 23e Uwel Edele Achtbaaren ola heb ik alhier op Jiroewanandaporam ont„ „fangen geleesen en dies Jnhoudt ver„ „staen: alle het geene uwel Edele Achtbr heeft gelieven te schrijven ten op sigte wel van de peper Passen heb ik begreepen; en daar bij ook gesien dat uwel Edele Achtbaaren wel had beloofd thien nieuwe pascen te geeven, mits alle de oude eerst weder te rug gebragt wierden; maar dewijl de oude pas„ „sen niet gebragt, en de peper volgens gegeevene ordre niet gelee„ „vert wierd, konde uwel Edele Achtbr: niet wel treeden om de nieuwe pakcen aftegeeven, egter om te toonen dat uwel Edele Achtbaaren altesterk op dat stuk niet er staat, maar gaaan alles wilde doen wat zijn Hoogheijdt tot 319 Maandag Den 23:e April 1770. — tot plaisier konde strekken, heeft uwel Edele Agtbaaren in handen van ananda mallen toegesonden vijf peper passen en twee arreeks delos, Jk ben met die ola en presentie van sijn hoogheijdt geweest, en hebbe deselve voor sijn hoogheijdt geleesen, den koning was uijttermaten in sijn schik, met den inhoud van die ola, als hebbende daar uijt klaar blijkelijk gesien. de goede en welmee„ „nende Jntentie van uwel Edele Agtba„ om met sijn hoogheijdt in een nau„ „we vriendschap en opregte trouwe te leeven; op dat selfde moment heeft zijn hoogheijdt den sarwadica„ „riacaren Coemara Poela laaten roepen en denselven sterk gereprocieert over sijn nonchelance omtrend het niet senden van de oude pascen, en ook Over April 1770. Maandag den 23e over den traagen aanbreng van de peper met last en ordre dat hij ten eersten sig op reijs naar de noord soude begeeven en besorgen dat er een naamwaardige quanti„ „teijt peper aangebragt; en de oude peper passen aan uwel Ede Achtbr: besteld wierden, ende sulx ten genoegen van uwel Edele Achtbaaren, gelijk gem: sauwadi CariaCaren sijn depeche ten eersten van sijn hoogh=t gekreegen heeft, hij beloofde dat hij zijn uijtterste pogingen soude aanwenden; om in allen deele volkomen genoegen aan Uwel Edele Achtbaaren toetebrengen. Jk twijffele niet of de oude Paken sullen bereets aldaar gebragt zijn; en gem: Coemaren Soela Sauwadi„ Cariacaren zal de peper aan Uwel„ „Edele Achtbaaren ook besorgen, in soodanigen D 321 Maandag den 23. April 1770. — soodanigen forma dat uwel Edele Achtba„ volkomen te vreede sal sijn. zijn Hoogheijdt heeft mij gelast, om uijt sijn Hoogheijdts naam aan uwel Edele seer Jnstantig te versoeken, dat die oude paken mogen vernieuwt en terug gesonden werden, Jn handen van ananda mallen met ende be„ neevens de overige vijf peeper Passen van het gepasseert Jaar: Jndien on„ verstandige bediendens eenige zaaken mogten onderneemen strijdende tegens de billijkheijd, versoeke ik uwel Edele Achtbaaren sulks soo seer ter harte niet te willen trecken; want uwel Edele Achtbaaren kan verseekert sijn dat wanneer sulke wanbedrijven den koning ter kennisse gebragt worden sijn Hoogheijdt niet mankeeren soude een billijke satisfactie aan UwelEdele April 1770. Maandag Den 23.:e uwel Edele Achtbaaren te besorgen wanneer den koning de genegentheijd van uwel Edele Achtbaaren gewonnen heeft, dan sal het voor sijn Hoogheijdt gemakkelijk vallen om de vriend„ „schap tussen sijn hoogheijd en de Compagnie vaster en duursamer te maaken. belangende de oude schuld van Attinga heb ik volgens de afspraak met uwel Edel Achtbr: met mijn aankomst alhier omstan„ „dig verslag aan zijn Hoogheijdt ge„ „daan, en teffens mijn devoir aange„ „wend om daar een eijnde van te ma„ ken. maar dewyl het een verouderde en langjaarige zaek is, en de bewij„ „sen en reekenings daar van verlegt sijn, en volgens vaste notitie dat deselve al bereets soude vereffent sijn door Poko moessa Marcaar, waar 323 Maandag Den 23:' April 1770. waar van de bescheijden eerst moeten nagesogt en voor den dag gebragt worden„ en daar toe zal wat tijd daar meede heen loopen gelijk ik dierweegen thans aan ananda Mallen schrijve om uwel Edele Achtbaaren daar over te onderhouden, dierhalven ver„ „soeke uwel Edele Achtbaaren daar meede wat te patienteeren. Wat aangaat het wagthuijs op Coenje tail verseekere ik uwel Edele Achtba: dat het selve sal ingetrocken worden volgens afspraak met den Taljtter gehouden. Den koning verlangt met hart en siel uwel Edele Achtbaaren te ontmoeten, en sal daar toe haast geleegentheijdt zoeken. En ik heb vaste hoope dat die bij eenkomst eerst daags zal geschieden; als wanneer alle de zaaken tot reci„ pacque Den 23:e April 1770. —. Maandag proque genoegen sullen verhandelt En bij gelegt werden. Jk versoeke uwel Edele Achtbaaren nogmaals de vijf nieuwe passen, en de oude die vernieuwt staen te werden ten spoedigsten dit heen te senden. ook versoeke ik te mogen weeten, hoedanig het met uwel Edele Achtbaaren lighaams Constitutie is, en of er iets van uw Edele Achtbr: dienst aan deesen kant zal zijn ge„ tekend bij balia Sarwadi Caria Caren /:onderstond:/ voor de Jranslatie Cochim dato als boven /:was getekend:/ I. V=n Jongeren gemw: translateur. Concept ola door den Wel Edelen Achtbaaren heer Gouverneur en directeur Chris„ tiaan Lodewijk Senff, aan den Balia sarwadi Caria Caren kel Coemaron Chembaga/

NL-HaNA_1.04.02_3296_0365 view scan ↗

English

325 Monday, the 23rd of April, in the year 1770. To Coomaren Chembaga Rama Poela, written the 14th of March 1770. I have received Your Honour's ola and seen from it that His Highness has personally read my latest ola and taken pleasure in my writing. This is very gratifying to me, and it will be even more pleasant to me if I can assure His Highness in person of my esteem. But what Your Honour is pleased to write concerning the pepper passes, that I might grant 5 more new ones and renew the old ones again, cannot possibly happen unless I receive at least 2000 Candijlen for the ship that is currently waiting here, before this month of April is yet at an end. For Monday, the 23rd of April, in the year 1770. for Your Honour, as well as His Highness himself, have given me the strongest assurance that a large quantity would be delivered this year. I have relied upon that. I have given notice thereof to Batavia and Ceylon as a matter that would firmly take place. The ship has arrived here accordingly. And if I nevertheless had to send the same back again without a full cargo, I would be greatly ashamed; Their High Honours at Batavia would say that I was a child who allows himself to be misled by promises. And possibly I might even suffer a misfortune because of it. Therefore, if Your Honour has any esteem for me, I very kindly request to deliver me from that shame and to see to it that 2000 Candijlen are delivered with the utmost speed, so that the ship can depart therewith before the end of April. For if that does not happen, it is also impossible for me to comply with Your Honour's request. Five passes I have already sent to Your Honour, instead of the two that I only had to grant according to the treaty for the 600 Candijlen that have only now been delivered at Porca and Calicoilang. Consequently, three are already running on my account. And if I were to give even more without receiving at least 2000 Candijlen, I would never be able to justify it. Your Honour has too much understanding not to comprehend what I mean to say: continual promises become Monday, the 23rd of April 1770. become contemptible over time; they must be accompanied by the deed, or they merit no consideration. One must rather think that they proceed from bad faith. And if, therefore, on this occasion my request is not fulfilled and the ship does not receive 2000 Candijlen of pepper, how then shall I be able to consider myself assured of Your Honour's friendship? How shall I be able to write to Batavia and Ceylon that the King of Travancore bears a sincere heart toward the Honourable Company? This matter is of the utmost importance. May Your Honour be pleased to consider it well and to propose it to His Highness in the strongest terms. I send this answer so promptly so that Your Honour might still have time to arrange everything Monday, the 23rd of April, in the year 1770. everything in the best manner; for as soon as I have enough pepper for the ship, even if it is only 2000 Candijlen, then there will be no lack of passes. As for the state of my health, which Your Honour is pleased to inquire after, it is not at all favourable; after Your Honour's departure, I was seriously ill again. And even now, I still find myself very weak because grief and sorrow prevent me from regaining strength; however, [illegible] will be able to help me if Your Honour only ensures that I can take that medicine to my satisfaction, then I shall soon be restored again. I request to assure His Highness of my respect. May God bless His Highness and Your Honour with Monday, the 23rd of April, in the year 1770. Reading of a letter from Ade Ragia; requests payment for the pepper delivered at Cannanoor, with health. Below stood: Translated as such by me into Malayalam, Cochim, date as above. Was signed: S. van Congeren, Sworn Translator. Furthermore, the Governor gave a reading of a letter written to His Honour by the Moorish Regent Adij Ragia and received here on the 6th of the current month, whereby he requests that the amount for the pepper presently sent by him, amounting to 9946: 8 Rupees, may be paid out to him at Cannanoor, as well as that he may have the freedom to settle his latest remaining debt amounting to 6046: 8 7/4, together with what would now be furnished to him upon his request, with the delivery of pepper next year; and the furnishing of cannons, mortars, and weaponry on the forthcoming delivery of pepper. Note that Ade Ragia has amply fulfilled his pepper contract this year. Monday, the 23rd of April, in the year 1770. his demand consisting of the following: 6 metal cannon pieces of 2 lb. balls 4 mortars, being: 2 pieces of 25 lb. and 2 pieces of 50 lb. 200 bombs 300 pieces of muskets 25 Candijlen of lead and 25 Candijlen of tin. Whereupon it was deliberated and taken into consideration that the said Moorish Regent has this year not only fulfilled the written pepper agreement entered into with Chief van der Grijp at Cannanoor, but has since also had more pepper delivered here at Cochim, and has thus shown signs of affection to supply the country's products

Dutch transcription

325 Maandag Den 23:e April anno 1770. —. Coomaren Chembaga Rama Poela, ge„ „schreeven den 14. Maart 1770. Uw Ed:e ola heb ik ontfangen en daar uijt gesien, dat sijn hoogheijd mijne laatste ola selfs geleesen en in mijn schrijvens genoegen ge„ „nomen heeft. Dit is mij zeer lief, en 't sal mij nog aangenaamer zijn, als ik sijn Hoogheijdt in Persoon van mijne agting verseekeren kan. maar het gunt uw Edele van de peper pateen gelieft te schrijven, dat ik nog 5. nieuwe geeven en de ouden weder vernieuwen mogte, kan onmogelijk geschieden, als ik niet voor het schip dat thans hier legt te wagten op sijn minste 2000: Candijlen krijg, eer deese maant April nog ten eijnde is. want s Maandag den 23:e April Anno 1770. „want uw Ed: zo wel als sijn hoogheijdt selfs, hebben mij de krag„ „tigste verseekering gegeeven, dat dit Jaar eene groote quantiteijt geleevert soude werden. Jk heb daar op staat gemaakt. Jk heb daar van naar ba„ „tavia en Ceijlon kennis gegeeven, als eene zaek die vast geschieden soude. het schip is daar op hier gekomen. En als ik het selve egter sonder eene volle clading weeder te rug senden moeste, dan soude ik grootelijks be„ „schaamt staan haar hoog Edelens te Batavia souden seggen, dat ik een kind was, het welk sig door beloften misleijden laat. En mogelijk dat ik daar over selfs een ongeluk kreeg. Dus versoek ik seer vriende„ „delijk, als uw Ed: eenige agting voor mij heeft, mij dan van die schande te 327 Maandag Den 23:e April 1770. te bevrijden, en te maaken, dat is ten allerspoedigsten 2000. Candijlen geleevert werden, op dat het schip daar meede voor ultimo april ver„ trekken kan. want als dat niet geschied, is 't voor mij ook onmooge„ lijk aan uw Ed. s versoek te voldoen. vijf passen heb ik uw Ed: bereets toegesonden, in steede van Twee die ik volgens tractaat maar geeven moeste, voor de 600. Candijlen, die te Porca en Calicoilang nu Eerst geleevert sijn. bij gevolg loopen al drie voor mijne reekening. En als ik dan nog meerder gaf, sonder op sijn minste 2000: Candijlen te krijgen, dan soude ik 't nooit verantwoorden kunnen uw Ed: heeft te veel verstand, dan dat uw Ed: niet begrijpen zoude wat ik zeggen wil: geduurige belofte worden 3e April 1770. —. Maandag Den 23:e worden door den tijd veragtelijk deselve moeten door de daat verselt gaan, of ze verdienen geene aanmerking. men moet veel eer denken, dat ze uijt een quaad hart voortkomen. En als derhalven nu bij deese geleegentheid aan mijn versoek niet voldaan werd, en dat het schip geene 2000: Candijlen peper krijgt, hoe sal ik mij dan van uw Ed.:s vriendschap verseekert kunnen houden. hoe zal ik naar Batavia en Ceijlon kunnen schrijven, dat de koning van Crevancoor de E. Compagnie een opregt hart toedraagt. Deese zaek is van de uijtterste aangeleegentheijd. uw Ed: gelieven die wel te overweegen, en sijn hoogheijd op 't kragtigste voor te draagen. ik send daarom dit antwoord so spoedig, op dat uw Ed: nog tijd zoude hebben, alles 329 Maandag den 23:e 3.:e April A:o 1770. —. alles op de beste wijse te schikken want zo dra ik voor 't schip peper genoeg heb, al sijn 't „ maar 2000. Candij„ len, dan zal 't aan geene Passen man„ „queeren. wat den staat van mijne ge„ sondheijd betreft, waar na uw Ed: gelieft te vraagen, die is gantsch niet favorabel; Jk ben na uw Ed. vertrek weder swaar siek geweest. En nu zelfs bevind ik mij nog seer swak, om dat droefheijd en verdriet mij verhinderen tot kragten te komen. „ dog passer, zal mij helpen kunnen „als uw Ed: maar maakt dat ik die mede Cijn na mijn genoegen gebruij„ ken kan, dan sal ik spoedig weder herstelt raaken. Jk versoek sijn hoogheijdt van mijne Eerbied te verseekeren. God zegene zijne hoogheijd en uw Edele met Maandag Den 23:e April A„o 170. — lectura van een buiev van ade Ragia versoekt betaling van de geleverde peper te Cannanoor. met gesondheijdt. /:onderstond:/ zodanig door mij in het mallabaars overgeset Cochim dato als boven /:was getekend:/ S. van Congeren geswoore Translateur Wijders gaf den heer gouverneur lec„ „tura van een brief door den moorsch Regent Adij Ragia Aan sijn Edele geschreeven en alhier ontfangen den 6. Courant, waar bij denselven versoek doed, dat aan hem te Cannanoor mogt werden uijtgekeert het bedraagen van de thans door hem gesondene peper ten bedraagen van Rops 9946: 8. mits„ „gaders dat hij vrijheijdt hebben mag desselfs Jongst restant debit groot 6046: 87/4 beneevens het geen aan denselven nu op sijn gedaan versoek soude verstrekt werden, het aanstaande Jaar met de leverantie van peper te moogen ver„ ef 331 en verstrekking op aanstaande leverantie van peper van Canons mortiken en wapentuijgen. aanmerking dat Ade Ragia zijn peper Contract dit Jaer Ruijm heeft voldaan. Maandag April Anno 1770. Den 23. effenen bestaande desselfs Eijsch in als volgt. 6. metaale stukjes van 2. lb. bals 4. mortieren als 2. pees van 25. lb. en 50. „ . „ 200: bommen 300. pies snaphaanen 25. Candijlen Lood en 25. Candijlen thin Waar op gedelibereert en in aanmerking genomen sijnde, dat gem: moors regent deesen Jaare niet alleen aan het schriftelijk peper accoord met het opperhoofd van der Grijp op Cannanoor aangegaan, heeft voldaan, maer ook sedert nog meer peper hier te Cochim heeft laaten leeveren en dus blijken gegeeven van genegentheijd om 'slands producten

NL-HaNA_1.04.02_3296_0372 view scan ↗

English

Resolution to comply with the request of Adi Raja, and also to have the delivered pepper paid for at Cannanore. products to the Honorable Company; thus it was approved and agreed to comply with his request, but instead of the six requested field pieces, to have delivered to him two similar brass pieces, and furthermore to requisition from Batavia the mortars and bombs, which are not on hand here; to have three hundred pieces of flintlock muskets delivered to his emissaries, and to have tin provided from the warehouse, and to have the twenty-five Candies of lead, which are not in stock, purchased privately by the Company's merchant Ezechiel Rahabi. And finally to authorize the servants at Cannanore to pay for the delivered pepper, or as much as he is still owed for it. Monday, the 23rd of April, Anno 1770. While 333 331 and to let his remaining debt, together with what is to be supplied, run on into the next delivery. Copper drums and Japanese bar copper to be requisitioned from Batavia at the request of Travancore. Monday, the 23rd of April 1770. While his remaining debit amounting to 5,046 Rupees, as well as that which he is now to receive, shall continue to run on until next year, to be settled then with pepper by him, Adi Raja, according to his promise, just as, likewise upon the request made by the King of Travancore for: 12 pieces of copper drums, 50,000 lb. of Japanese bar copper, and 100,000 pieces of gunflints, it was approved to requisition the first two articles for His Highness from Batavia, and to have 5,000 pieces delivered for now from our stock of gunflints. Whereafter the Governor further made known to the council that April 1770. The 23rd Monday The mate Raams speaks scandalously of the Governor. Pretext of the same that the second mate Hendrik Raams recently did not hesitate, in the town tavern here, in the presence of the assistant Zabel and several other ship's companions, to speak very scandalously of His Honour publicly, because His Honour, after the sloop De Johanna Catharina was sold, could not see fit to take the narrow vessel De Jonge Susanna away from the boatswain and commander Jan Smit and hand it over to him. Secondly, that His Honour had sent him to Cannanore at the request of Adi Raja to navigate one of his small vessels to Surat and back, that he had had to incur many expenses for this without having received any reimbursement for it, there 335 Monday, the 23rd of April, Anno 1770. adding to this that the vessel belonged to him, that His Honour had deceived him, with other such scandalous and insolent words besides. That this having come to the ears of the Secretary Schutz, he confronted the said Raams with this scandalous conduct in the presence of the overseer of the armory Andries van Eijk and gave him the best advice; but instead of listening to that good admonition, he rejected it with insolent words and said that he intended to stand by what he had said the day before to the said Zabel; that this having come to the ears of His Honour, he believed that such far-reaching insolence ought not to be tolerated, but April 1770. Monday, the 23rd The Governor deems such punishable, but leaves the matter to the Council. Refutation of the allegations that such a subject ought to be punished as an example to others; but that His Honour, having deemed it not expedient to procure satisfaction for himself, considered it best to present this matter to the council and to leave it to their discretion what punishment ought to be imposed upon him; His Honour declared, however, that the extreme was not sought with him, but that the matter might be settled as leniently as possible. That His Honour did not doubt that the members would also consider that it would have been a very unfair thing to take the said narrow vessel, the cause of this slander, from a man and hand it over to another, who is sober and capable and gives good satisfaction in the service. 337 The Council approves sending the said Raams to Batavia as an insolent subject. Monday, the 23rd of April, Anno 1770. Secondly, that his allegation of having obtained no reimbursement for the expenses incurred on the voyage to Cannanore is a complete untruth, as it appears from an obtained statement of the master attendant Buijs and a receipt from him, Raams, that reimbursement was promised to him immediately upon his return from Cannanore and also followed shortly thereafter; whereupon all the documents obtained by the Governor were read one after another, the matter was considered, and the Council judged that the said Raams had indeed deserved a severe punishment, but since His Honour wished the matter to be treated in the mildest manner, it was approved and agreed to send him as an

Dutch transcription

besluijt aan het versoek van Ade Ragia te voldoen. ook de geleverde peper te Cannaroor te laten afbetalen. producten aan d. E Compagnie te besorgen; zoo is goedgevonden en verstaan aan desselfs versoek te voldoen, doch en steede van de ses versogte veld stukjes aan denselven te laaten afgeeven, twee diergelijke metaale stukjes, voorts de mortieren en bommen, die men hier niet aan handen heeft, van Batavia te Eijsschen; De drie hondert pees sna„ „phaanen aan desselfs sendelingen te laaten afgeeven, en thin uijt het pak„ „huijs te laaten verstrekken, en de vijf en twintig Candijlen lood, die niet in voorraad sijn, door 'sCompagnies koopman Exleckiel Rhabbij particulier te laaten inkoopen. En eijndelijk de bediendens van Cannanoor te qualificeeren om de geleverde peper of so veel als denselven daar op nog te goed heeft te laaten afbetaalen. Maandag Den 23 April Anno 170. Terwijl 333 331 en sijn Restant schuld met het te verstrekkene, op aanstaande leverantie te laten voortloopen. koper trommels en Japans staaf koper op ver„ soek van Trevancoor van Batavia te eijsschen. Maandag Den 23:e April 1770. —. Jerwijl desselfs Restant debit„ Groot 5046. Ropias, soo meede het geene denselven nu staat te genieten, zal blij„ „ven voortloopen, tot het aanstaande Jaar om als dan, door hem Adij Ragia volgens belofte met peper vereffent te werden, zoo als Jnsgelijks op het gedaen versoek van den koning van Jrevan Coor om 12. pees kopere trommels 50000: lb. Japans staaf koper, en 100000: pies vuursteenen. Goedgevonden is de twee Eerste artikels voor sijn hoogheijd van Batavia te visschen, en uijt onsen voorraad van vuursteenen voor eerst 5000: stuks te laaten afgeeven. Waar na den heer Gouverneur de vergadering verder te kennen Gaf, dat „ April 1770. —. Den 23:e Maandag den stuurman Raams spreekt schandelijk van den heer Gouverneur. voor wendsel van denselven dat den onderstuurman Hendrik Raams, onderdaags sig niet ontsien heeft in de stads herberg alhier Jn presentie van den assistend Zabel en eenige scheeps vrienden meer zeer schande„ „lijk van sijn Edele publicq te spreeken„ om dat sijn Edele na dat de Chialoup De Johanna Catharina verkogt 6„ was, niet had kunnen Goedvinden het smal schip De Ionge Susanna van den boodsman en gesaghebber Ian Smit aftenemen en aan hem overtegeeven. sweedens dat sijn Edele hem op het versoek van Adij Ragia om een sijner scheepjes als stuurman na Souratta over en weder te rug te brengen; na Cananoor had gesonden, dat hij daar toe veel onkosten had moe„ ten doen sonder dat hij eenige vol„ doening daar van had bekomen, daar 335 is, ten besten geraden maar Maandag Den 23:e April A:o 1770. —. daar bij voegende dat het vaartuijg, hem toekwaam, dat sijn Edele hem bedroogen had, met andere diergelijke schandelijke en brutaale woorden meer Dat den secretaris schutz sulks ter vore gekomen sijnde, hij gem: Raams in presentie van den opsiender van de wapenkamer An„ „dries van Eijk dit sijn schandelijk heeft bautaler woorden gebruijkt gedoente voorgehouden en ten besten geraaden hebbende, denselven in steede van na die goede vermaaning te luijsteren met brutaale woorden heeft verworpen en gesegt dat het geene hij 'sdaags te vooren aan gem: zabel gesegt had wilde staande hou„ „den, dat sijn Edele 't een en ander ter oore gekomen zijnde, vermeent had diagelijke verre gaande Jnsolenties niet te moeten verdraagen maar dat April 1770. Maandag den 23:e den gouverneur oordeelt sulx staafbaar, maar laat de zaak aan den Raad over. wederlegging der voorgeven dat soodanigen subject andere ten exempel behoorde gestraaft te werden; doch dat sijn Edele niet dienstig hebbende g'oordeelt om sig selven satisfactie te besorgen, best g'oordeelt had deese saak de vergaa„ „dering voortedraagen, en aan derselve goedvinden overtelaaten, wat straffe men denselven sal dienen op teleggen; declareerde sijn Edele egter dat het uijtterste met denselven niet gesogt, maar de zaek soo sagt mogelijk moge afgedaan werden. Dat sijn Edele niet twijffelde of de leeden souden meede considereeren dat het eene zeer onbillijke zaek soude sijn geweest, het gemelde smal schip de oorsaak deeser lasteringe van een man aftenemen en aan een ander overte geeven, die nugteren, en be„ „kwaam is en goedgenoegen in den dienst komt te geeven. Gmn 337 den Raad vind Goed, gem Raams als een Jnsolent sub„ „jeot na batavia te kenden. Maandag den 23:e April Ao 170. sen tweeden dat desselfs voorge„ ven van geen voldoening wegens de gedaene onkosten op de Reijse na Cananoor te hebben erlangt, een vol„ „slaagen onwaarheijdt is, alsoo uijt een ingewonne verklaaring van den Equipagie meester Buijs en een quitantie van hem Raams blijkt dat aan hem aan„ stonds na sijn te rug komst van Cannanoor voldoening beloofd en ook kort daar op gevolgt is; waar op alle de door den heer gouverneur Jngewonnen stukken na den anderen sijn geleesen, de zaak overwoogen en bij den Raad g'oordeelt wierd, dat gemelde Raams wel een swaare straf had verdient, maar vermits sijn Edele de zaek op de Iagtste wijse be„ „geerde gehandelt te hebben, zoo wierd goed„ „gevonden en verstaan denselven als een

NL-HaNA_1.04.02_3296_0378 view scan ↗

English

The 23rd of April Anno 1770. He blames his scandalous conduct on drunkenness and requests a discharge from the service, which is granted to him. Monday. to banish a redundant and insolent subject from this Coast and to place him on the Company's ship Ruijteveld, currently lying here at the roads, to perform service there; Whereupon the aforementioned Raams, having been admitted and his scandalous conduct having been presented to him by the Honorable Secunde with a serious reproach, and the resolution taken regarding him having been made known to him, blamed everything on drunkenness and in humble terms requested and begged for pardon that he, being a married man and a local resident, might rather be discharged from the Company's service to seek his fortune elsewhere. Therefore, it was further resolved to definitively discharge him from the Company's service; 339 Resumption of the specification of incurred expenses for the casting of 11040 lb. of baseroeken. Decision to let the payment of 352 Rs. 42 be made. Production and approval of a Draft Regulation of Rations for the vessels. Monday, the 23rd of April Anno 1770. yet to keep the papers concerning him among the appendices. Having resumed a specification of that which was disbursed in cash as well as provided from stock at the armory and smith's shop for the manufacture of 11040 lb. of baseroeken, which were delivered by the overseer of the said chamber, Andries van Eijk, to the Company's money-changers, it was approved and agreed to have the 352: 42:– Rupias paid in cash by him for the casting of the said baseroeken reimbursed to him from the Company's treasury. His Honor having furthermore presented in the meeting a Draft Regulation of Rations for vessels belonging here, it was, after resumption of that Regulation, Insertion thereof. Monday, the 23rd of April Anno 1770. likewise approved to allow the same to take effect henceforth, and to have an extract from this resolution delivered to the officials of the trade office, in order to regulate themselves in the provisions accordingly in the future; Provisions for the vessels when they go to sea: Firewood for a sloop or small vessel, monthly: 1/4 stack Ditto boat: 1/8 ditto A mate being commander: 60 lb. Rice, monthly 8 cans Arrack, monthly 2 Rupias in cash, daily A mate not being commander: 50 lb. Rice, monthly 6 cans Arrack, monthly 1/3 Rs. daily A boatswain, boatswain's mate, or small-vessel skipper being commander: 60 lb. Rice, monthly 8 cans Arrack, monthly 1/8 ditto daily A 341 A boatswain, boatswain's mate, or small-vessel skipper not being commander: 50 lb. Rice, monthly 6 cans Arrack, monthly 1/4 Ro. daily A quartermaster being commander: 60 lb. Rice, monthly 6 cans Arrack, monthly 1/4 Ro. daily Ditto not being commander: 50 lb. Rice, monthly 4 1/2 cans Arrack, monthly 1/5 Ro. daily European sailor: 50 lb. Rice, monthly 3 cans Arrack, monthly 1/6 Ro. daily Native sailor: 60 lb. Rice, monthly 3 cans Arrack, monthly 1/10 R. daily Note: When this is provided, the ordinary board wages and rations on shore cease. Reading having been taken of a Cannanore letter dated the 13th current, received per the small vessel De Jonge Susanna, Monday, the 23rd of April 1770. 89 lb. of pepper, 30 parras, and 42 1/4 cans of coconut oil found short at Cannanore are passed for write-off. The warehouse keeper Sassin to provide a report regarding the imposed compensation of f 2931. 5: 8: Monday, the 23rd of April Anno 1770. wherein the officials request to be allowed to write off in their trade folios an amount of 89 lb. of pepper from a consignment sent with the said vessel, as well as 30 parras of paddy and 4 3/4 cans of coconut oil, which were delivered short there by the commander from his cargo brought thither; it was agreed to grant the request of the officials and to give them authorization for the write-off. Likewise, to have the warehouse keeper Sassin account for himself in a written report regarding an item of double write-off enjoyed amounting to f 2931. 5. 8., which sum, according to the marginal disposition of Their High Excellencies on the received audit of the Cochin trade books of anno 1768/9, has been imposed upon him as compensation with a similar share for 343 to send to Their High Excellencies. Decision to offer the same in copy. Monday, the 23rd of April 1770. for the Visitor General, in order to respectfully present the same in copy to the aforementioned Their High Excellencies among the appendices of the first outgoing letter and to await Their High-Honored further disposition. While at the close of this business, it was made known to the meeting by the Honorable Secunde Kellij that the balance on the trade books of anno 1768/9 has been drawn and struck; with which this meeting came to an end. Thus done, resolved, and determined in the Council of Malabar at the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. (Was signed:) C. L. Senff, D. Kellij, G. H. Medeler, R. v. Warn, S. C. Aassen, I. L. v. Spall, A. R. Schutz, and C. G. Teijffer. Friday, Bad condition of the ship Ruijteveld. May Anno 1770. In the morning at 9 o'clock. Except the Honorable Secunde Kellij, Major Medeler, the warehouse keeper Sassin, and Cashier van Spall. Friday, the The members present having assembled at the house of the Governor and subsequently taken their seats, His Honor made known the bad condition of the ship Ruijteveld lying off Porca due to the loss of four anchors and as many heavy cables, as well as that the said vessel presently lay only by its spare anchor and had no more than two heavy cables remaining; Furthermore, that since the ship had seen [illegible] since the first of May to endure [illegible]

Dutch transcription

Den 23:e April Anno 1770. denselven schuijft sijn schandelijk bedaijf op dronken. „schap en versoekt om ontslag uijt den dienst word aan hem g'accordeert. Maandag een overtollig en Jnsolent subject van dese Cust te versenden en op het alhier ter Rheede leggende 's Compagnies schip Ruijte„ „veld de plaatsen om aldaar dienst te doen; Waar op meermelde Raams binnen gelaaten en hem door den E: secunde des„ „selfs schandelijk bedrijf onder een Ernstige Reproche voorgehouden, en het besluijt ten sijnen opsigte genomen aan hem bekent gemaakt sijnde, heeft denselven alles op dronkenschap geschooven en in needrige bewoordingen om Pardon ver„ „sogt, en gebeeden, dat hij als een getrouwt en hier Jngeseeten man sijnde, als dan lievers uijt 's Compagnies dienst mogt 2 werden ontslaagen om ergens sijn fortuijn te soeken. Dierhalven nader beslooten wierd, den selven affinaal uijt 'sCompagnies dienst te stellen 339 resumptie van despecificatie van gedaene onkosten aan het gieten van 11040. lb. basaroeken. te laten doen. productie en approbatie van een Concept Reglement van Randsoenen voor de vaartuijgen. Maandag Den 23:e April Anno 170. stellen; dog de papieren ten zijnen las„ ten onder de bijlaagen te laaten bewaren. Geresumeert sijnde een specifi„ catie van het geene soo in Contant uijt „gegeeven als uijt voorraad verstrekt is bij de wapenkamer en smits winkel tot het aanmaaken, van 11040: lb: base„ roeken die door den opsiender van gem: „kamer Andries van Eijk aan 'sComp:s wisselaars sijn afgegeeven, soo is goedge„ vonden en verstaan de door hem tot het gieten van gem: baseroeken in Contant uijtgegeeven Ropias 352: 42:–. uijt besluijt de betaling van Ro/a 352. 42. ' Compagnies kassa aan denselven te laaten voldoen. Door sijn Edele alverder in ver„ „gadering overgelegt sijnde een Concept Reglement van Randsoenen voor vaar„ tuijgen die hier thuijshooren, zoo is na resumptie van dat Reglement V ins Jnsertie daar van. Maandag Den 23. April Anno 1770. insgelijks goedgevonden het selve voor„ „thaan sodanig te laaten stand grijpen, en daar van Extract uijt dit besluijt aan de bediendens van het negotie Comptoir te laaten afgeeven, om sig voortaan in de verstrekking daar na te reguleeren; verstrekking voor de vaartuigen als ze over zee gaan Brandhout voor een Chialoup of smal maandelijks. - - - - ¼. stapel _=o „. . . „ bood. . . . . . 1/8. d=o Een stuurman gesaghebber sijnde 60. lb. Rijst 2 maandelijx 8. kann: Aracq 2. Ropia in Contant dagelijks Een stuurman Geen gesaghebber zijnde. 50: lb. Rijst 3 maandelijx 6. kann: Aracq. — 1/3. Rs/a s daags. Een boodsman, schieman of smal schipper gesaghebber zijnde 60 lb: Rijst 8: kann Aracq 's maands 1/8. do/a sdtaage Een 1 341 Een bootsman, schieman geen of smalschipper gesaghebber zijnde 50. lb. Rijst 3 maandelijks 6. kann: Aracq ¼. Ro/a sdaags 60. lb. Rijst, 2 's maands 6. kann: Aracq ¼. Ro/a 'sdaags _=o Geen gesaghebber zijnde 50. lb. Rijst. smaands 4½. kann: Aracq – /5. Ro/a sdaags Europees mattroos 50. lb. Rijst } smaands 3. kann: Aracq 1/6. Roa daags Jnlands mattroos 60. lb. Rijst, 3. kann Aracq 3 smaands 1/10. R/a 'sdaags nota Als dit verstrekt werd, houden de ordinaire kostgelden en Randsoenen aan de wal op. Lectura genomen sijnde van een Cannanoorse brief de dato 13. Cou„ rant per het smalschip de Jonge susan„ Een quaertier meester gesaghebber zijnde Maandag Den 23. April 1770. —. „na 89: lb. peper, 30. parras en 42¼. kannen kokus olij te Cananoor„ te min ontwaard werden ter afschrijvinge gepasseert. den pakhuijsmeester saffin dient van berigt nopens de opge„ legde vergoeding van ƒ 2931. 5:. 8: Maandag den 23 April anno 1770:— na ontfangen, waar bij de bediendens versoek doen om bij hunne handel blaa„ den te moogen afschrijven een mon„ „tantje van 89. lb. peper, op een met gem: kieltje versondene parthij, als meede 30. parras nelij en 4¾. kannen kokus olij, die door den gesaghebber op desselfs aangebragte lading aldaar te kort sijn uijtgelevert, zoo is verstaan 't versoek der bediendens te accordeeren en deselve qualificatie ter afschrijving te verleenen. Zoo meede den pakhuijs meester sassin bij een schriftelijk berigt sig te laaten verantwoorden wegens een post wegen ubbest genoonen afschijven van genootene dubbelde afschrijving groot ƒ2931. 5. 8. en welk bedraagen, volgens de marginaale dispositie van haar hoog Edelheedens op de ontvangene bevinding der Cochimse negotie boeken van anno 176/6. met het een selde gedeelte voor 343 Maandag Den 23 April 1770. haar hoog Edelheedens te senden. voor de visitateur generael, aan densel„ „ven ter vergoeding opgelegt is, ten eijnde het selve bij eerst aftegaane schrijvens onder de bijlaagen welmelte Haar hoog Edelheedens Eerbiediglijk te besluijt, het selve in Copia aan kunnen aanbieden en hoog derselver veel g'Eerde nader dispositie aftewagten. Terwijl tot slot deeser besoigne door den E. secunde kellij aan de ver„ „gadering bekent wierd gemaakt, dat de balans op de negotie boeken van an„ no 176 6/9. getrokken en gevonden is; waar meede deese bij eenkomst een eijnde heeft genomen. Aldus Gedaan Geresolveert, en Ge„ arresteerd, Jn Raede van Mallabaer ter steede Sochim, ten daege maand en Jaare voormeld /:was gettekend:/ C. L. serffe D. Kellij, g. H. Medeler, R. v. Warn, S. C. Aassen, I. L. v. Spael, A. R. Schutz: en C. G: Teijffer. Vrijdag slegte staat van 't schip Ruijteveld. Maij anno 1770. 's morgens te 9. uuren Demptis D' Esecunde Kellij Majoor Medeler, den pak„ huijsmeester sassin en Cassier van Spall. Vrijdag Den De presente leeden ten huijse van den heer Gouverneur bij een geko„ „men sijnde en vervolgens zitplaats genomen hebbende, gaf sijn Edele te kennen, den slegten staat van het voor porca leggende schip Ruijteveld door het verlies van vier ankers en soo veel swaare touwen, mitsgaders dat dien bodem thans maar voor het waarloos„ anker lag, en niet meer dan twee swaare touwen over hadde; Wijders dat vermits het schip „zag sedert den Eersten maij daar voor„ te de =t 2 kijden

NL-HaNA_1.04.02_3296_0385 view scan ↗

English

The 4th of May Anno 1770. Friday The officers resolve to sail to the southern mud bay and await relief of anchors there. Requests for a pilot. riding, and the ship's officers were fearful that these last resources would also not be able to hold out much longer, they had resolved with unanimous votes to weigh anchor as soon as possible and strive to reach the latitude of the southern mud bay and there await relief of anchors and ropes from here, as all this had appeared to His Honour from a letter of Captain Kikkert and an extract resolution of the Ship's Council received here yesterday evening, by which the said captain at the same time gave to know that the lost anchors would indeed be recovered if the small vessel were sent thither, the said captain making at the same time a request that a pilot might be Friday The 4th of May Anno 1770. To send anchors and ropes to the ship. sent to him to be able, in case of need, to bring the ship into the mud bay. And upon which foundation His Honour proposed, in order to comply with the request of Captain Kikkert, to send the small vessel de Jonge Susanna thither tomorrow, and for the assistance of the frequently mentioned vessel to put off into that small craft 1 heavy anchor with a rope of 22 inches, 1 heavy rope of 17 inches, 1 unstocked anchor, together with the stock roughly cut. Furthermore, that His Honour intended to notify the ship's officers of this relief by a brief letter immediately after the ending of this meeting, and to instruct them that one not only approves their taken resolution to proceed as soon as possible to the mud bay, but that they and to instruct the officers to await that relief in the mud bay. One leaves the further shipping of pepper to the discretion of the Resident at Porca and the ship's officers. Friday The 4th of May Anno 1770. are at the same time ordered to remain either in or close before the bay so long until they shall receive the necessary assistance from here; And being thereby enabled, to leave it to their own discretion whether to go fetch the pepper in stock from Porca themselves, or else to write to the Resident to send it to the mud bay if such can be done without notable danger and loss of time, and the execution of which one would leave deferred to their own discretion and prudence. And whereas one cannot know how long this tempestuous weather will still continue, and besides it has already become late in the monsoon, to order them to Friday The 4th of May 1770. The ship shall abandon the voyage to Calicoelan. The ship Duijnenburg has also suffered some damage. entirely abandon the voyage to Calicoilang, and to recommend them to make all possible speed to return back again as soon as possible. All of which having been maturely considered by the members, they fully confirmed the propositions of the Honourable Governor. After which His Honour further had it recorded that the ship Duijnenburg likewise sustained some damage, and that said vessel, at the request of the ship's officers, besides an anchor and heavy coir rope and firewood which had already been furnished to the same, according to the following request, has been further accommodated with an anchor and stock, whereby the same is then also The 4th of May 1700. Friday enabled to continue the voyage further to the capital, since the officers had already received the papers for Batavia on the 28th of April past, but until today had to tarry because of the continuing tempestuous weather. To the Right Honourable worshipful Mr. Christiaan Lodewijk Senff, Governor and Director of the coasts of Mallabaar, Canara and Winquala, together with the Political Council. Right Honourable, Worshipful, Right Commanding Sir and Sirs! The undersigned Captain Jan van Heeke commanding the The boat Elisabeth stranded at Chettna with 1500 parras of paddy. Friday The 4th of May 1770. Honourable Company's ship Duijnenburg lying here at the roadstead respectfully gives to know to your Right Honourable Worships that he necessarily needs for the service of his vessel 1 new mooring rope, and 4 fathoms of firewood, since he received no firewood on Ceijlon. Awaiting from your Right Honourable Worships a favourable fiat, which doing, etc. Was signed: J. V. Weeke. In the margin: Cochim the 26th of April Anno 1770. And lastly, that according to a letter from the Chettua Resident the bookkeeper Johannes de Krouse, the boat Elisabeth, which had been sent to Chettua to collect the surplus Friday The 4th of May 1770. paddy in stock there, on the last day of the passed month, after already having taken in 1500 parras of that grain, came to run aground there, and that on that occasion the sailor Hans Brugman came to drown by jumping out. Thus done, resolved, and determined in the Council of Mallabaar at the City of Cochim, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: I. Seuff, R. v. Haan, A. R. Schutte, and C. G. Seijffer. Wednesday The 16th of May Anno 1770, at 8 o'clock in the morning. All present. The Honourable Governor said he had this meeting expressly called

Dutch transcription

345 Den 4. Maij Anno 170. Vrijdag de overheeden Resolveeren na de suijder modderbhaaij te seijlen, en daar secours van ankers aftewagten. versoeken om een loots. rijden en de scheeps overheeden bevreest waren dat deese laatste hulpmiddelen ook niet veel langer souden kunnen stand houden, zij met eenparige stem„ men geresolveert hadden om soo dra mogelijk het anker te ligten en te tragten om de hoogte van de zuijder modderbhaaij te bereijken en aldaar secours van ankers en touwen van hier aftewagten, gelijk het een en ander sijn Edele was komen te blijken uijt een brief van schipper Kikkert en een Extract besluijt van den scheeps Raad gister avond alhier ontfangen, waar bij gem: schipper teffens te kennen gaf dat de verloorene ankers wel weder souden te bekomen sijn, indien het smal schip derwaarts wierd gesonden, doende gem: schipper teffens versoek dat hem een loods mogte werden Vrijdag Den 4 ankers en touwen na het schip te senden Maij Anno 1770. werden toegesonden om het schip des noods in de modderbhaaij te kunnen brengen, „ zijn Edele En op welk fondament„ proponeerde, om aan het versoek van schipper Kikkert te voldoen, het smal schip de Jonge su„ besluijt, met het smalschip sanna op morgen na derwaarts te senden en tot assistentie van meermelde bodem in dat kieltje aftesteeken 1. p„s swaar anker met een touw van 22. d=m 1. swaar touw van 17. d=m 1 p:s ongestokt anker, benevens de stok in 't ruw gekaapt. Wijders dat sijn Edele voornemens was de scheeps overheeden terstond na het eijndigen deeser bij eenkomst bij een briefje van dit secours te verwittigen, en deselve aanteschrijven, dat men hun genomen besluijt niet alleen goedkeurt om sig ten eersten na de modderbhaij te begeven, maar dat deselve 347 en de overheeden aanteschrijven dat secours in de modderbaaij afte, „wagter. men laat aan het beleijt van den Resident te Porca en de scheeps overheeden, het verder af„ scheepen van paper. Vrijdag Den 4. Maij A:o 1770. deselve teffens gelast werden, het zij in of digte voor de bhaaij zoo lange te vertoeven tot deselve van hier de noodige assistentie sullen erlangen; En daar door in staat gesteld sijnde, aan derselver Goeddunken over„ „telaaten om de in voorraad sijnde peper van Porca zelfs te gaan af„ haalen, dan wel den Resident aante„ „schrijven, om die na de modderbhaaij tesenden indien sulx sonder merke„ lijk gevaar en tijd versuijm geschieden kan, en waar van men de uijtvoering aan hun eijgen beleijd en voorsigtigheijd gedefereert zoude laaten. En dewijl men niet weeten kan hoe lang dit onstuijmig weer nog aanhouden sal, en het buijten des reets laat in de mousson geworden is, deselve te gelasten om van de wijk Drijdag Den 4: Maij 1770. het schip sal van de Reijse van Calicoelan afsien het schip Duijnenburg heeft ook eenige schaade geleeden reijse na Calicoilang maar in 't geheel aftesien, en hun te recomman„ „deeren maar allen mogelijken spoed te maaken om hoe eer hoe liever wederom te rug te komen. welk een en ander bij de leeden rypelijk overwoogen zijnde, hebben de„ „selve sig met de proposities van den heer Gouverneur volkomen geconfirmeert. waar na zijn Edele verder heeft laaten aanteekening houden, dat het schip Duijnenburg insgelijks eenige schaade heeft gekreegen, en dat dien bodem op het versoek der scheeps overheeden, be„ „halven een anker en swaar kaijer touw en brandhout het welk aan den„ selven bereets verstrekt was, blijkens het ondervolgend Request, nader gerieft is met een anker en stok waar door deselve dan ook in staat is 349 Den 4 Maij 170. Vrijdag is gesteld om de reijse verder na de hoofdplaats te kunnen voortsetten, alsoo de overheeden de papieren voor Batavia op den 28. april passato bereets ontfangen, dog tot heden mits het aanhoudende onstuijmig weer heeft vertoeven moeten. Aan den Wel Edelen Achtbr: heer Christiaan Lodewijk Senff Gouverneur en directeur der kusten mallabaar Canara en Winquala. benevens den Politiquen Raad. Wel Edele Achtbaaren Welgebiedende Heer en Heeren! Den ondergetekende schipper Jan van Heeke Commandeerende het E. de bood Elisabeth tot Chettna Vrijdag Den 4 Maij 1770. het alhier ter Rheede leggende 'sComp:s schip Duijnenburg geeft uw wel Edele Achtbaaren in Eerbied te kennen dat hij ten dienste van sijn bodem noodsaakelijk van nooden heeft, 1. nieuw thuij touw, en 4. vadem brandhout. alsoo op Ceijlon geen brandhout bekomen heeft. Verwagtende van uw wel Edele Achtbaaren een gunstig fiat /:onderstond:/ 't welk doende &=a /:was getekend:/ J. V. Weeke. /in margine:/ Cochim den 26. April Anno 1770. En laatstelijk dat volgens schrijvens van den Chettuasen Resi„ „dent den boekhouder Johannes de gestrand met 1500. parras nelij, Krouse, de bood Elisabeth, die na Chettua gesonden was ten afhaal van de aldaar in voorraad zijnde over„ tollige 351 Vrijdag Den 4. Maij 1770. „toollige nelij, op ultimo der gepasseerde maand na alreets 1500: parras van dat graan ingenomen te hebben, aldaar is komen te stranden, en dat bij die occagie den mattroos Hans brugman met het uijtspringen is komen te ver„ V Aldus Gedaan Geresolveert en Gear„ „resteerd Jn Raede van mallabaar ter Steede Cochim, ten daege maend en Jaere voormeld /:was getekend:/ I. Seuff, R. v. Haan, A: R. schutte en C. G: Seijffer. Woensdag Den 16:' Maij Anno 1770. smorgens ten 8. uuren. Alle Present. Den heer Gouverneur seijde deese bij eenkomst expresse te hebben laaten beleggen drinken.

NL-HaNA_1.04.02_3296_0392 view scan ↗

English

Wednesday the 16th of May, Anno 1770. Condition of the ship Ruijteveld. Proposal to dispatch this vessel from the roadstead. Convened to inform the members that the ship Ruijteveld was still at anchor off Porca and, on account of the strong southward-running currents and head winds, had not yet been able to set sail to return here; That the monsoon was already far advanced, the weather unsettled, and therefore there was little likelihood that this vessel would be able to return here to load paddy; That His Honour therefore deemed it best to prepare the papers as soon as possible, both for Batavia and Ceylon, to send them to the officers, and thereby grant this vessel its dispatch; Wednesday the 16th of May, Anno 1770. Anchors, ropes, and provisions for the voyage to be sent thither. The members concur with this proposal. grant; Furthermore, since this vessel was in want of provisions and was provided with only two anchors, to have it supplied with the one and the other in order to be able to undertake the voyage with greater peace of mind, as it might sometimes happen that, being unable to make Ceylon, it would be forced to continue the voyage directly on to Batavia. Whereupon, having deliberated, the members concurred with the proposal of the Governor, and accordingly the Honourable Head Administrator was ordered to have the necessary provisions prepared in order to be brought on board together with the papers by means of hired almadies, Wednesday the 16th of May, 1770. Departure of the ship Duijnenburg. as the gamels cannot be used for that purpose, and at present no other Company vessels are at hand to be employed for it. At the conclusion of this business, it is further noted here that the ship Duijnenburg, having set sail on the 4th instant, has undertaken the voyage to Batavia. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar at the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: C. P. Senff, D. Killij, I. H. Medeler, I. C. Saffin, I. L. van Spael, R. v. Haan, A. R. Schutz, and G. Seijffer. Tuesday the 22nd of May, Anno 1770, in the morning at nine o'clock. All present. The ship Ruijteveld arrives in the Cochin roadstead, for which reason the previous resolution is suspended. Loads paddy and pepper. At the opening of this meeting, the Governor announced that, since the weather had calmed down somewhat since the last meeting on the 16th instant, the ship Ruijteveld had reappeared here in the roadstead on the 18th instant, and therefore, the execution of the resolution taken on that same day with respect to this vessel having been suspended, use had been made of this intervening time to load as much paddy into her as possible, along with some pepper; Also that this vessel, upon an indent submitted by Captain Kikkert, Tuesday the 22nd of May, Anno 1770. The ship is supplied with necessities, except for spices and table goods. Insertion of the petition of Captain Kikkert. had been provided with what was necessary, except six months of spices and six months of table goods, which could be supplied at Batavia; and since an indent had also been made for a new messenger cable of 9½ inches, His Honour had likewise given orders to purchase it privately here, as it was not in stock, the aforementioned indent reading as follows: To the Right Honourable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, My Lord Christiaan Lodewijk Senff, Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara, and Vingurla, etc., etc., etc. Right Honourable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, My Lords. Tuesday the 22nd of May, 1770. My Lords. Most humbly, I request from Your Right Honourable the undermentioned goods, which are most urgently needed on the Company's vessel Ruijteveld, besides the 2 anchors and ropes received in the Porca roadstead by the Honourable Company's small ship, and which I hope to receive by warrant of Your Right Honourable from the Company's warehouses: 1, say one, coir rope, thickness 22 inches 2, say two, Dutch ropes, 18 inches 3, say three, heavy anchors of 3400 to 3500 lb. 1, say one, piece of buoy rope of 9 inches 1, say one, new messenger cable of 9½ inches 100, say one hundred, corges of mats with their nails 50, say fifty, lb. of nails for ship's use 6, say six, months of bunting 20, say twenty, leagers of water 3, say three, months of rations 6, say six, months of spices 6, say six, months of table goods. In hopes of Your Right Honourable's approval, I have the high honour to subscribe myself with all high esteem. Was written beneath: Right Honourable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord! My Lords. Lower: Your Honour's humble servant. Was signed: Albert Kikkert. In the margin: Cochin, the 22nd of May, 1770. Tuesday the 22nd of May, Anno 1770. And whereas the ship is hereby provided with the necessaries and put in a condition to be able to undertake the voyage, and it is by no means advisable, for the sake of a few lasts of paddy that could still

Dutch transcription

woensdag Den 16:' gesteldheijd van 't schip Ruijteveld prepoositie om dien bodem van sgred te depecheeren. Maij Anno 1770. beleggen om de leeden kennisse te geven dat het schip Ruijteveld nog op de hoogte van Porca ten anker lag en wegens de sterke om de zuid loopende stroomen en tegenwinden tot nog toe niet hadde kunnen on„ derseijl raaken om wederom dit heen te komen; „ Dat de mousson bereets verre ingeschooten het weer onbestendig en dierhalven weijnig apparentie was, dat dien bodem hier wederom soude kunnen te rug komen om nelij te laaden; Dat sijn Edeele dierhalve best oordeelde om de papieren zoo voor Ba„ „tavia als Ceijlon hoe eer hoe liever in gereedheijd te brengen, deselve aan de overheeden toetesenden, en daar meede aan dien bodem desselfs depeche te Verleenen 353 Woensdag Den 16 Maij Aemot 174. derwaarts te senden, benevens ankers en touwen. de leeden Confirmeeren sig met dien voorstel. verleenen; Wijders vermits deesen bodem gebrek hadde aan provisies, en maar van twee ankers voorsien was, om en provisie voor de Reijs denselven van het een en ander te laaten voorsien om de Reijse met meerder gerustheijd te kunnen onder„ „neemen, dewijl het somtijds soude gebeuren kunnen dat denselven Ceilon niet kunnende bezijlen genoodsaakt soude sijn om de Reijse verder direct Batavia voort tesetten. na Waar over gedelibereert sijnde, hebben de leeden sig met den voorstel van den heer Gouverneur geconfir„ meert, en dienvolgende wierd den E: hoofd administrateur gelast de noodige provisies in gereedheijdt te laaten brengen om beneevens de papieren met gehuurde almedias aan t Woensdag Den 16:' Maij 1770. vertrek van het schip Duijnenburg aan boord te kunnen werden gebragt, alsoo de gamellen daar toe niet kunnen werden gebruijkt, en thans geene andere 'sCompagnies vaartuijgen aan handen sijn, om daar toe te kunnen werden g'Emploijeert. Werdende tot slot deeser besoigne hier nog aangeteekend dat het schip Duijnenburg op den 4. Courant onder zeijl geraakt zijnde, de Reijse na Batavia ondernomen heeft. Aldus Gedaan Geresolveert en Gear„ resteerd Jn Raede van mallabaar ter steede Cochim ten daege maand en Jaere voormeld /:was Getekend:/ C: P: Senff D. Killij, I. H: Medeler, I. C. Saffin, I. L. R: v: Haan„ A. R. Schutz en van Spael, b G. Seijffer. Dingsdag 1 355 Rheede, waarom het voorig besluijt gestaekt is. laad nelij en Peper. Dingsdag den 22:e Meij Anno 1770. — smorgens ten Negen uuren Alle Present. Ten aanvang deeser bij eenkomst Gaf den heer Gouverneur te kennen dat vermits het weer sedert de laatste vergadering op den 16. deeser eenigsints was komen te bedaaren, het schip Ruijteweld komt op de Cochim Ruijteveld op den 18. ' Courant wederom hier ter Rheede verscheenen, en daarom de uijtvoering van 't besluijt ten selven daege ten opsigte van deesen bodem genomen gestaakt sijnde men van deese tusschen tijd gebruijk gemaakt hadde om soo veel nelij als mogelijk was geweest, benevens eenige peper daar in aftesteeken; zoo meede dat dien bodem op een Jngediende Eisch van schipper Kikkert van Dingsdag Den 22:e Maij A:o 170. het schip is van benodigt„ „heeden voorsien, behalven van specerijen en tafel goed. jnsertie van 't Request van den schipper Kikkert. van het noodige voorsien was, excepto „ specerijen en ses maanden ses maanden „ tafel goed die te Batavia konden werden verstrekt, en dewijl daar bij ook nog Eisch was gedaan van een nieuwe Cabelaaring van 9½. duijm had zijn Edele insgelijks ordre gegeeven om die hier, als niet in voorraad sijnde, parti„ „culier te laaten inkoopen luijdende de gem: Eisch aldus. Aan Den Wel Edele Groot Acht„ „baaren wijd gebiedende Heer Mijn Heeren. Christiaan Lodewijk Sonff„ Gouverneur en directeur der kuste mallabaar Canara en Winquala &c: & &c. Wel Edele Groot Achtbaaren wijd Gebiedende Heer. Mijn 357 D Dingsdag Den 22: Maij 170. Mijn Heeren. submist versoeken uw E. Groot Achtbr: onderstaande goederen dewelke op 'sComp:s bodem Ruijteveld buijten de ontfange 2. ankers en touwen op de Rheede Porca met s'E. Comp: smal schip, op 't hoogst benodigt zijn, en per ordon„ nantie van uw E. Groot Achtbaaren uijt 'sCompagnies Pakhuijsen hoope te ontfangen. 1. zegge een vijger touw dik 22. d=m 2. „ twee hollandse touwen 18. d=m 3. „ drie swaare ankers van 34. â 3500. lb. 1. „ Een End boeijreep van 9. d=m 1 „ Een nieuwe Cabelaring van 9½ d=m 100: „ Een hondert Corgies matten met desselfs spijkers, 50. „ vijftig lb. spijkers voor scheeps gebruijk 6. 6. zegges. maande vlaggedoek 20. „ twintig leggers water 3. „ drie maanden Randsoen 6 „ ses maanden specerijen 6. „ ses maanden Tafel goed. Jn hoopen van uw E: Groot Achtbr: approbatie heb ik de hooge Eere mij met alle hoog agting te onderschrijven /onderstond:/ Wel Edele Groot Achtbaaren Wijdgebiedende heer! Mijn Heeren /lager/ uw Ed: onderdanige dienaar /:was getekend:/ Albert Kikkert / in margine: /. Cochim den 22. e maij 1770. Dingsdag Den 22:e Maij A:o 170. En dewijl hier door het schip van 't noodige voorsien en in staat gesteld is, om de Reijse te kunnen ondernee„ men en het geensints raadsaam is om dien bodem om de wille van eenige lasten nelij, die er nog souden kunnen

NL-HaNA_1.04.02_3296_0399 view scan ↗

English

Tuesday the 22nd of May Anno 1770. Resolved to hand over the papers for Batavia and Ceijlon to the skipper and to give him his dispatch. The skipper produces a written declaration regarding lost pepper. Could be loaded, to detain any longer, so it was approved and agreed to close all the papers both for Batavia and Ceijlon under today's date and to send the skipper on board with them tomorrow morning, but with orders that if the weather remains calm to also take over the remaining nelij which is to be sent after him with a subsequent small invoice. Furthermore, since the frequently mentioned skipper Kikkert, in addition to the aforementioned requisition, has also handed over a declaration concerning 1330 lb of lost pepper, a written declaration provided by the bookkeeper Carel de Riberto and the assistant Pieter Francois Groeneveld, who were commissioners at the shipment, and two mates who were present at the receipt of the pepper at Porca, Tuesday the 22nd of May Anno 1770. Is written off as a sea loss. Why the trade books were not finished. At Porca, from which it appears that in the storm in question a vessel carrying pepper to the ship was overturned by the heavy surf, and thereby 12 bags with 1330 pounds of pepper were lost. So it was further agreed to write off this quantity of pepper on the general account as a sea loss; After which the Honorable Secunde and Head Administrator David Kellij handed over a written report to the Governor, in which the Secunde gives the reasons why he has not yet been able to finish the trade books of Anno 1768/9 to send them with the ship Ruijteveld, with the request to respectfully submit the same to Their High Excellencies Will be sent in original to Their High Excellencies. Together with his report regarding the examination and findings of the nuts received packed in tobacco. Tuesday the 22nd of May Anno 1770. To respectfully present this to Their High Excellencies and to request an excuse on this account; so it was resolved to respectfully offer that report on this occasion in original to Their High Excellencies, in the favorable expectation that the reasons provided by him may be accepted as satisfactory; Just as it was likewise agreed to send off in original among the annexes of the letter now departing to the well-mentioned Their High Excellencies another written report submitted by the said Honorable Secunde, regarding the examination conducted and findings of 100 lb of nutmegs packed in Javanese or other native tobacco and received here with the ship Asia, together with two small packages of nutmegs for sample, Insertion of those reports. Tuesday the 22nd of May 1770. Of which one parcel was packed in tobacco and the other in cloves, both reports reading as follows. To the Honorable, Respectable Mr. Christiaan Lodewijk Senff, Governor and Director of this Malabar Coast, Canara, and Wingurla, together with the Honorable Political Council. Honorable, Respectable, Commanding Sir and Sirs! The undersigned Head Administrator takes the liberty in all respect to inform Your Honorable Excellencies, to his inner regret, that not only due to his continuous indisposition, but also that the clerks of his offices, both during the rainy season and thereafter, Tuesday the 22nd of May 1770. Were sick for the most part of the time, suffering from the erysipelas fevers so fatal to them here and peculiar to this climate, of which some, languishing, still must keep to their bunks. So that for months on end he could not obtain the least help or assistance from them, as is fully known to Your Honorable Excellencies, whereby he became unable, although he made every effort, to get both the trade books and the annexes belonging thereto ready to be sent on this occasion by the ship Ruijteveld; but to his particular regret he was not able to achieve his aim in this, although notwithstanding all the aforementioned inconveniences, he had around the middle of December of the past year reasonably flattered himself that he would still be finished with the work in good time Tuesday the 22nd of May 1770. As would apparently and undoubtedly have happened had the subscriber not been prevented from it by his continuous weak bodily condition; because by then it had advanced so far that he had already entered the debit of the petty cash under the last of August, see pages 206 to 209 of the Journal; thus nothing more remained than solely to enter the credit of that book and the monthly accounts of the administrators, together with the booklets of the outer offices, in order then to draw a balance, which finally followed on the 19th of April past, but to his particular annoyance he had to experience only when he made a start with closing those leaves in hand what sort of competent scribes were found at the office; because while he himself kept the Journal, handing over to them the quires successively brought to readiness in order that from them the

Dutch transcription

359 Dingsdag den 22:e Maij A:o 1770. besluijt de papieren voor Batavia en Ceijlon aan den schipper behandigen en sijn depeche te geven. den schippert produceert een looren geraakte peper. kunnen ingelaaden werden, langer aantehouden, zoo wierd goedgevonden en verstaan alle de papieren soo voor Batavia als Ceijlon onder he„ „digen datum aftesluijten en den schip„ „per daar meede op morgen ogtend naar boord te senden, dog met ordre„ dat als het weer nog bedaard blijft om de resteerende nelij meede over„ „tenemen die hem met een nader factuurtje staat nagesonden te werden. voorts nadien meermelde schipper Kikkert benevens de voorschreeven Eijsch ook nog overgelevert heeft een verklaaring wegens 1330. lb ver„schriftelijke verklaaring door den boekhouder Carel de Riberto, en den assistend Pieter francois Groe„ „neveld, die als gecommitteerdens bij den: afscheep, en twee stuurlieden die bij den ontvangst van de peper te Porca . Dingsdag den 22 Maij Anno 1770. word als een zee verlies afgeschreeven. waarom de negotie boeken niet klaar geraakt zijn. Porca gestaan hebben verleend, waar bij blijkt, dat in het bewuste onweer een vaartuijg met peper na boord moetende, door de swaare branding omgeslaagen en daar door 12. zakken met 1330. ponden peper verlooren sijn geraakt. zoo wierd alverder verstaan deese quantiteijt peper als een zee verlies op 't generaal te laaten afschrijven; Waar na door den E. secunde en hoofd administrateur David Kellij aan den heer Gouverneur overgelevert wierd een schriftelijk berigt, waar bij den secunde dient van berig denselven te kennen geeft de redenen waarom hij met de negotie boeken van Anno 176 6/9. tot nog toe niet heeft kunnen klaar komen om deselve met het schip Ruijteveld te versenden, met versoek het een en ander Waar hoog Edelheedens 361 zal in orrigineel aan haar hoog Edelheedens gesonden werden. benevens het berigt van denselven nopens de examinatie en bevin„ wakt ontvangen. Dingsdag den 22:e Maij A:o 170. 10. Edelheedens eerbiediglijk voortedraagen en diesweegen verschooning te versoeken; zoo wierd beslooten, dat berigt bij deese occagie in origineel Haar hoog Edelheedens eerbiediglijk aante„ „bieden, en die Gunstige verwagting dat de door denselven bijgebragte redenen voor voldoende mogen aan„ „genomen werden; zoo als insgelijks verstaan wierd in orrigineel onder de bijlagen van de thans afgaande brief tot welmelte haar hoog Edelheedens afte„ „senden een ander schriftelijk berigt door gem: E: secunde overgelegt, wegens gedaane examinatie en bevinding de „ding der noten in tabak afge„ van 100. lb: nooten in Javaanse of andere Jnlandsche tabak afgepakt en met het schip Asia alhier ontvangen, benevens twee pakjes met nooten ter preuve Jnsertie van die berigten Dingsdag Den 22:e Maij 1770. preuve waar van het eene parthijtje in tabak en het andere in nagulen is afgepakt geweest, luijdende de beijde berigten als volgt. Aan, Den Wel Edelen Achtbr: heer Christiaan Lodewijk Seuff„ Gouverneur en directeur deeser Custe mallabaar Canara en Wingurla. benevens den E. Poli„ „tiquen Raed. Wel Edelen Agtbaaren wel Gebiedende Heer en Heeren! Den ondergeteekende hoofd ad„ ministrateur gebruijkt de vrijheijdt in alle Eerbied uw wel Edele Achtb:s tot sijne innerlijke leetweesen van berigt te dienen, dat hoe denselven niet alleen door sijne geduurige Jn„ „dispositie, maar dat ook de pennisten van sijne Comptoiren zoo wel geduuren„ „de (het reegen saijsoen als daar na 363 Dingsdag Den 22:e Maij 1770. na den meesten tijd alle siek sijn geweest: laboreerende aan de hier voor hun zoo fatale rooskoorsen /ent/ deese landaard eijgen, waar aan nog eenige quijnende hunne kooijen moe„ ten houden. zoo dat hij maanden lang daar van geen de minste hulpe of bij„ stand heeft kunnen krijgen gelijk zulx uw wel Edele Achtbare ten vollen be„ „kent is, waar door denselven buijten staat is, geraakt, schoon hij alle devoiren heeft aangewend om soo wel de negotie boeken als de daar toe gehoorende bijla„ „gen in gereedheijd te krijgen, om bij deese occagie per het schip Ruijteveld versonden te kunnen werden; Dog hij heeft tot sijne bijsondere leetweesen sijn oogmerk hier inne niet kunnen bereijken, schoon hij niet tegenstaande alle devooren aangehaalde in Conve„ „nienten, soo heeft hij sig omtrend medio december anno passato met grond geflateerd, om nog vroegtijdig met het werk klaar te sullen ge„ „raeken 70. Den 22:e Maij 1770. Dingsdag „raeken /: zoo als zulx apparent, en onge„ „twijffelt soude geschied sijn; was den teekenaar soo door sijn geduurige swakke lighaams gestelten is daar niet en belet geworden :/ vermits als doen al zoo ver„ „re was g'advanceert dat den debet van de klijne geldCassa, onder ultimo Aug=o vide pag: 206. â 209. van 't Journael reeds had ingeschreeven; dus bleef er niets meer over, als Eenelijk den Credit van dat boek, en de maandelijkse reekeningen van de administrateurs, mitsgaders de boekjes van de buijten Comptoiren inteneemen, om als dan balans te trecken, het geen eijndelijk op den 19. april passato is gevolgt, maar tot sijne bijsondere ergernis, heeft hij eerst moeten ondervinden wanneer met het sluijten van die onderhande hebbende bladeren een begin maakte wat voor bekwaame schribenten op 't Comptoir bevonden wierden; door dien hij selfs het Journaal houdende de successive in gereedheijd Gebragte Catherus aan hun afgeevende ten eijnde daar uijt het

← previousnext →