VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3325

Malabar · 712 pages · 133 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3325_0237 view scan ↗

English

116 Batavia To the same as before Upon the departure of the ship Zeekerlust, the bark the Falck arrived here from Ceilon to collect the remainder of the pepper on the ministers' requisition; thus we have loaded into it all the pepper that was here in stock, in the quantity of 76887:– lb: wherewith the requisition of 8: to 900,000: lb is also fulfilled, since 550000: lb: have already been sent with Rensewoude and 300000: lb: with Zeekerlust; which small vessel we let return today to Ceilon with the remaining nelij and spoiled gunpowder in the quantity of 40:– lasts and 14772: lb:, of which occasion we make use to politely present to Your High Noble Honours our duplicate papers, both separate and general, recently dispatched in the original with Zeekerlust, and to send them herewith to Your High Noble Honours. Along with this is a missive in a sealed gold cloth bag, which the King of Cochim had delivered to the first undersigned, with the request to ensure the proper delivery of that letter to Your High Noble Honours. Meanwhile, we have the honour to subscribe this with the utmost reverence and high esteem /below stood/ High Noble, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord: and Right Noble Lords, Your High Noble Honours' humble and obedient Servants /(was signed/ A: Moens, D: Kellij, I: H: Medeler, R: van Haren, S: C: Saffin, I: B: v: A: grijp, A: A: Schutz and C: G: Seijffer, /in the margin/ Cochim the 20: April 1771: /lower/ P: S: after this was already finished and the bark the Falk was about to depart, lightning struck the main topmast of that keel and damaged it in such a manner that we found ourselves obliged to have a new topmast made and stepped; whereby this small vessel had to remain here some days longer, or actually until the 27: following. Batavia 117 Batavia To the same as before The commercial work having been pursued with all zeal according to what was noted in our general missive dated 31: March last, and the trade books of this Commandement for the year 1768/69 being now completed, we wished to present the same to Your High Noble Honours as soon as possible; and since we lack a direct or better opportunity for this, we are sending the same via Tutucorijn and Coromandel accompanied by another short letter, so that this letter may not need to be detained on the way waiting for the books and not miss the opportunity of being able to be sent to Your High Noble Honours. The said books, as evidenced by our resolution of the 22: of this month, of which an extract accompanies this, have been properly examined by specially appointed commissioners and no errors were found therein, as may be seen by the report of the commissioners inserted into the aforementioned resolution, The profits amount to . . . . . ƒ145664. 5. 8. in which is also to be found the report of the head administrator regarding the debtors and creditors, as well as outstanding accounts as of the last day of August 1769:, with the resolutions and notes taken and kept on that day regarding this, and to which, for the sake of brevity, we respectfully refer; The balance sheet drawn from the aforementioned trade books is now enclosed herewith, whereby are shown the profits and expenses which the book year 1768/69 bore, and which are briefly inserted below, namely; Revenues - . . . . . ƒ 62040. 15. 8. ƒ207705: 1:— Carried forward - 118 The expenses amount to ƒ197830:13. –. Brought forward. - - . - ƒ207705: 1:— The expenses having been deducted from the profits and revenues, it appears that the profits and revenues exceed the expenses by ƒ9874. 8. — Passing now to make a comparison of this with the expenses and profits of the previous book year 1767/68, Your High Noble Honours will see that the former consisted of: In profits and revenues . . ƒ390310: 13. — and expenses against that . . . ƒ195201: 7: 8 Thus, the lesser being subtracted from the greater profits and revenues, it appears that less profit was made in the year 1768/69 than the book year before by ƒ182605:12:— And that there were more expenses by 2629. 5. 8 Consequently, this Commandement in the book year 1768/69, in comparison with that before, has fallen behind by a sum of ƒ185234. 17. 8.; the lesser profits being caused by a smaller vent of trade wares, and indeed principally of Japanese bar copper, of which one was then not supplied; and the lesser revenues being attributable to the fact that in the year 1769 the lease period of the Company's gardens and lands was changed, and set to begin on the first of September and end on the last of August, whereas it previously began on the first of January and expired on the last of December, as was respectfully communicated to Your High Noble Honours by the general missive dated 15: March of the past year; whereby, because the lease monies for 1768 up to December were already booked as revenues in 1767/68, only 8 months of lease monies remained in favour of this account in the book year 1768/69, namely from January to August 1769; but these 8-month lease monies were also not included in the aforementioned books, because they were only fully collected from the lessees in the months of May and July 1770, and brought into the treasury with 8650 1/15 rupees, and thus were only included in the petty cash book of 1769/70, wherefore

Dutch transcription

116 Batavia Aan als vooren Bij vertrek van 't schip Zeekerlust kwam de barcq de Falck van Ceilon alhier, ter afhaal van de overige peper op der mi„ „nisters eijsch; dus hebben wij daar in afge„ „laaden alle de peper die hier in voorraad was, ter quantiteijt van 76887:– lb: waar„ „mede dan ook dien eijsch van 8: a 900'000: lb voldaan is, alzo met Rensevoude reeds 550000: lb: en met zeekerlust 300000: lb: verzonden zijn; welk kieltje wij met de resteerende nelij en bedorven kruijt ter quanti„ „teit van 40:– lasten en 14772: lb: heden na Ceilon te rug laten keeren, van welke gelegendheid wij ons bedienen, om Uw Hoog Edelhedens beleevdelijk aantebieden, onse duplicaat papieren, zo apporte als gemeene Iongst met zeekerlush in orgi„ nog bij deesen aan uw Hoog Edelheedens toetesenden. „neel „neel afgevaardigd, benevens een missive in een verseguld goud lakens zakje, welke den koning van Cochim aan den eerstgeteekend heeft laaten bestellen met versoek dien brief een goede bestellinge aan uw Hoog Edelhe „dens te willen besorgen. Intusschen geeven wij ons de eere desen met de uijtterste eerbied en hoog agtinge „te onderschrijven /onderstond/ Hoog Edele groot agtbaare wijd gebiedende Heere: en wel Edele Heeren, uw Hoog Edelheedens on„ „derdanige en gehoorsame Dienaren /(was gik / A: Moens, D: Kellij, I: H: Medeler„ R: van Haren, S: C: Saffin, I: B: v: A: grijp, A: A: Schutz en C: G: Seijffer, /in margine/ Cochim den 20: April 1771: /lager/ P: S: na dat deesen reets klaar was en de bark de Falk stond te vertrekken, heeft de donder in de groote steng: van dien kiel geslagen, en deselve zoodanig be„ „schadigt dat wij oos genoodzaakt hebben ge„ „vonden, een nieuwe steng telaten aanmaken, en opsetten; waar door dit kieltje eenige dagen langer of eigentlijk tot den 27: daaraan hier heeft moeten verblijven. Batavia 117 Batavia Aan als vooren Het negotie werk volgens het genoteer„ „de bij onze generale missive in dato 31: maart pleeden, met allen iever voortgezet, en de Ne„ „gotie boeken deezes Commandements van anno 68 17 56/69. thans klaar geraakt zijnde, zoo hebben wij dezelve, hoe eer hoe liever aan U Hoog Edelheedens willen presenteeren, en dewijl ons daar toe, een directe of beetere gelegenthijd ontbreekt, versenden wij deselve over Tutucorijn, en Cormandel ondergeleijde van nog een nader briefje, op dat deesen op weg niet na de boeken be„ „hooft opgehouden tewerden en de gelegentheid niet kome te missen van aan uw Hoog Edel„ „heedens versonden te kunnen werden, gem: boeken zijn uijtwijsens ons be „sluijt van den 22: deeser waarvan Extract deesen verselt door Expresse gecommitteer„ „dens behoorlijk gevisiteert, en daarin geene erreuren bevonden, zoo als tezien is bij het Rapport der gecommitteerdens in voor„ schreeven De winsten bedragen. . . . . ƒ145664. 5. 8. „schreeven besluijt g'insereert, waarin ook te vinden is het berigt van den hoofd administrateur wegens de debiteuren en Crediteuren, mitsgaders ten agteren staande reekeningen onder ultimo au„ „gustus 1769:, met de besluijten en aantekeningen ten dien dage dierwe„ „gens genomen en gehouden, en waar aan wij ons kortheids halve eerbiediglijk gedragen; De staat Reekening getrok„ „ken uijt de voorschreeven Negotie boe„ „ken gaat thans hiernevens, waar bij aangetoond werden de winsten en 68 17 69: lasten welke het boekjaar gedragen heeft, en hier onder korte„ „lijk werden g'insereert, teweeten; „ Inkomsten - . . . . . „ 62040. 15. 8. ƒ207705: 1:— Die Transporteere - 118 De Lasten bedragen De lasten van de winsten en inkomsten afgetrokken zijnde, blijkt dat de win„ „sten en inkomsten de Lasten Surmon„ „teeren. 9874. 8. — ƒ overgaande nu om eens vergelijk tema„ „ken van deese, met de lasten en winsten van het voorig boekjaar 17 3/68. zoo zullen vae Hoog Edelheedens zien dat dr eerste be„ „staan hebben. Aan winsten en Inkomsten. . ƒ390310: 13. — en lasten daar en tegen. . . „ 195201: 7: 8 dus de mindere van de meendere winsten en inkomsten gesubstratreert zijnde, zoo 1768 blijkt dat er minder is geprofiteert in anno 1736/9. dan het boekjaar bevorens ƒ182605:12:— En dat er meerder lasten 2629. 5. 8 zijn Geweest Gevolgelijk dit Commandement in het boek„ 68 „Jaar 176/69: in vergelijk van dat bevorens ten agteren is geraakt, een somma van ƒ185234. 17. 8. ; zijnde de mindere winsten veroorzaakt door een geringer verthier „ 197830:13. –. P=r Transport. - - . - ƒ20705: 1:— van . . . - - wan handel wharen, en wel voornamentlijk van Iapans staaf koper, daar men toen niet „van voorsien is geweest, en de mindere in„ „komsten, daaraan toeteschrijven, dat in anno 1769: den verpagtings tijd van 'sComp=s thuijnen en landerijen is verandert, en ge„ „stelt met primo Iber integaan, en ult=o aug=s te eindigen, daar die bevorens met primo Ianuarij begon, en den laatsten De„ „cember expireerde, zoo als uw Hoog Edel„ „heedens bij generaale missive in dato 15.:' maart anno pass=o eerbiedig is bedeelt; waar door, om dat de pagt penn: voor 1768. tot Decem „ber toe bereets in 176 5/8. op inkomsten zijn geboekt, in het boekjaar 1766/9: maar 8. maa Den pagt penn: ten faveure deezer reekening zijn gebleeven, namentlijk van Ianuarij tot aug=o 1769; dog ook deeze 8. maandige pagt perm: zijn bij voorm: boeken niet inge„ „nomen, door dat dezelve eerst in de maan „den maij en Iulij 1770: van de pagters vol„ „komen te binnen gekreegen, en met rop=s 8650 1/15. in Cassa gebragt, en dus bij het klijn Cassa boek van 17 3/70: eerst ingenomen zijn, waarom

NL-HaNA_1.04.02_3325_0243 view scan ↗

English

119 why the same will also be entered in that financial year under previous years' profits and revenues with ƒ10381:2:8; likewise also rop=s 1973 1/3: or ƒ2368. -. on account of arrears from the farmer of the petty traders for the year 176 6/9, which only arrived in the month of December 1769, and were also included in the Cash book of 1769/0, both of which sums having been properly entered in the transfer books, this Office would have fallen ƒ12749. 2. 8. less behind, and the surplus profit instead of ƒ 9874:8. –. would have amounted to fully ƒ22623:10:8. Further, the surrender of the 18½ villages to the king of Cochim in accordance with the Cochim resolution of 29 March 1769 served to diminish the revenue account; which in previous years still contributed ƒ4595: 18. - to the benefit of that account, and yielded that amount annually in lease rent; as regards now the slightly increased charges, the same were caused by a a considerable repair which during that time unavoidably had to be made to the Commandment, through which the account of Carpentry and repair for the said financial year came to run higher than in the previous year, as appears further from the transmitted balance sheet, in which the reasons for the decrease and increase are cited for each entry, to which we reverently refer; While in compliance with Your High Nobles' much esteemed order there is inserted herein the following report, on account of all the merchandise traded and what is more in the aforementioned financial year, to wit: 2 The 120 The Cash assets were on the ultimo of August Anno 1769. At the Head Office, Cochim In the Main Cash-room. Under the Cashier In Fanums Cochims In Silver Surat Rupees. . . - - ƒ 34298. 16: 8. Rupees in Cochim fanums - - - - ƒ 19200. — — ƒ53498. 16. 8. At the Office Cananoor In 50 pieces of silver Rupees for weighing gold schien from old . ƒ 60. —. — In the petty Cash ƒ 10847: 1:— ƒ 10787. 1. - At the Office Coilan In silver Surat Rupees - - At the Residency Calicoilan - - - -- At the Office Chettua In Silver Surat Rupees 1 fanums Cochims In the petty Cash. At the Residency Porca In Silver Surat Rupees - 1 fanums gold Ragias - - - - At the Conquest Paponettij In Silver Surat Rupees - - At the fortress Cranganoor In Silver Surat Rupees Amounting thus together ƒ 834. 17. 8 ƒ 206. 10. – ƒ 1041. 7. 8 485. 18. 3938. 3. 1885. 1. 8 ƒ 282:—. — ƒ 672:—: ƒ 697.18. 8 ƒ 1651:18: 8 ƒ1077.15. 8. ƒ 807. 6. - ƒ 1885. 1. 8 At the Head Office ƒ 59423:19:8 ƒ 5925. 3. ƒ 82973. 11: - The purchases in the financial year 176 8/9 consisted of: Pepper, of which: 108002 lb. at ƒ20. —. —. the 100 lb:. . . . - . ƒ 21600. 8. - 162134½ lb at ƒ 26 – – ditto. - - - - - ƒ 42154. 19. 8. 1221477 lb at ƒ 15. 12: – ditto. . . - -. . . ƒ 190550. 8 — 14397¼ lb at ƒ 24: —. - ditto - - - - - - ƒ 3455. 7. — 23900 lb at ƒ 13. 4:- ditto. . - - - . ƒ 3154. 16. - 67641 lb at ƒ 21. 12. – ditto. . . . . . . ƒ 14610. 9- ƒ275526. 7. 8 159751¾ lb wax candles - - - - ƒ 1512:–. — 1135 Tommarons and 75¾ boreels Teak beams or 98 pieces - - - - ƒ 1430. 15. 8 24 Chiodes Marot oil - - - - ƒ 357. –. — 1500 Corgies mats - - - - ƒ 45. 7. — 238 pieces Cottats cloths - - - - ƒ 37. 16. — 300 pieces Malabar Linen - - - - ƒ 30. 5. — 3000 lb Carwaat fish - - - ƒ 50. 8. - 1000 lb tamarind - - - ƒ 311. 19. 8 720 flasks Native vinegar - - - - ƒ 275. 4. 8 1700 lb raw wax - - - - - - - - - - ƒ 924. –. – 1200 lb Capok stones of -¾ Cobido - - - - - - - ƒ 907: 4:— 8000 pieces Ridge tiles - - - - ƒ 253. 16. — 12000 pieces Broad roof tiles - - - - ƒ 10. 16. — 4000 pieces gutter tiles - - - ƒ 100. 16. — 10000 pieces Capok stones 22 ditto - - - - - - - ƒ 354. 17. — 45000 pieces Earth baskets - - - - - - - - - - ƒ 2079. 14. 8 4000 pieces Warapel muffs - - - - - - - - ƒ 168. -. – 300 Candyls masonry lime - - - - - - - - ƒ 120. — — 1100 pieces Long bamboos - - - ƒ 889. 7. 8 11921 7/8 feet mango planks - . . - - - - ƒ 386. 3. — 300 lb Native sail yarn - - - - - - - - - - - ƒ 144: —. — 4000 flasks coconut oil - - - - - - - - - - ƒ 1280. —. – 1200 parras salt - - - - - - - ƒ 480. —. — 1000 bundles Dekolas - - - - - - - - - ƒ 63. —. — For various Medicines . . - ƒ 264. 12. - 305000 lb Coir rope - - - - - ƒ 302: 8.– 4 reams Portuguese Paper - - - - - - - ƒ 13377. 11. 8 414076 lb Rice - - - - - - - - - ƒ 504: —:– 60 parras Cadjang - - - - - - - ƒ 30. 14. 8 1100 bundles Calerlond - - - - - - - - - - ƒ 10980. –. – 2270 pieces Ketse linens - - - - - - - - - ƒ 340. 4. 500 lb Sandalwood - - - - - - - - - - - - ƒ 57: 12:— 25 lb snuff tobacco - - - - - - - - - ƒ 1442:8.– For various necessities - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 17:–. – 160 1/10 Corgies hides - - - - - - - - - - - ƒ 60:9. 8 158 stacks firewood - - - - - ƒ 910. 1. 8 Total ƒ 316025. 18. —

Dutch transcription

119 waarom dezelve dan ook in dat boek„ „Jaar op voorjaarige winsten en inkomsten zullen werden gebragt met ƒ10381:2:8. ins„ „gelijks nog rop=s 1973 1/3: of ƒ2368. -. we„ „gens Agterstale van den pagter der smalle handelaars de Ao 176 6/9. welke in de maand xber 1769. eerst binnen gekomen, en ook bij het Cassa boek van 176/0 zijn ingenomen, wel„ „ke beijde sommas behoorlijk in de overgaande boeken ingenomen zijnde, zoude dit Comp„ „toir ƒ12749. 2. 8. minder veragtert, en de over winst insteede van ƒ 9874:8. –. wel ƒ22623:10:8. bedragen hebben. Nog heeft tot vermindering der in„ „komst reekeninge gestrekt den afstand van de 18½. dorpen aan den koning van Cochim volgens Cochimse resolutie van den 29: maart 1769: welke sJaars bevo„ „rens nog ƒ4595: 18. - ten voordeele dier reekening gecontribueert, en Iaarlijks aanpagt dat bedragen opgebragt hebben; wat nu belangt de weinige meerdere lasten, zoo zijn deselve gecauseert, door een een merkelijke reparatie dewelke in dien tijd onvermijdlelijk aan het Commandement heeft moeten werden gedaan waar door de reekening van Timmeragie en re„ „paratie het gem: boekjaar hooger is koo„ „men te lopen, als sjaars bevorens, zoo als nader Consteert bij de overkomende staat reekening, waar bij de reedenen van het minder en meerder voor ieder post aan„ „gehaald zijn, waaraan wij ons reve„ „rentelijk gedragen; Terwijl in naarkoming ve Hoog Edelheedens veel g'eerde ordre in deesen g'insereerd word, het onder volgend ver „slag, wegens alle de ver„ „handelde koopmanschappen en wel meer in het meer„ „melte boekjaar, teweeten: 2 De 120 De Contanten waren onder ult„o Augustus Anno 1769. Ten Hoofd-Comptoir, Cochim „ in de Groote Geld-kamer. Onder den Cassier Aan Janums Cochims Aan Ropias Silvere Sourats. . . - - ƒ 34298. 16: 8. Ropias aan Cochimse fanums - - - - „ 19200. — — ƒ53498. 16. 8. Ten Comptoir Cananoor Aan 50: p„ silvere Ropijen tot het wegen van goude schien v: oud . ƒ 60. —. — in de kleene Cassa „ 10847: 1:— -.„ 10787. 1. - Ten Comptoir Coilan Aan Ropias silvere sourats - - ter Residentie Calicoilan - - - -- Ten Comptoir Chettua Aan Ropias Silvere sourats 1 fanums Cochims in de kleene Cassa. Ter Residentie Porca Aan Ropias Silvere sourats - 1 fanums goude Ragias - - - - Ten Conquest Paponettij Aan Ropias Silvere Sourats - - Ter fortresse Cranganoor Aan Ropias Silvere Sourats Bedragen alzo tesamen ƒ 834. 17. 8 „ 206. 10. – „ 1041. 7. 8 485. 18. 3938. 3. 1885. 1. 8 ƒ 282:—. — „ 672:—: „ 697.18. 8„ 1651:18: 8 ƒ1077.15. 8. „ 807. 6. -„ Ten hoofd Comptoire ƒ 59423:19:8 „ 5925. 3. ƒ 82973. 11: -- - - - - . - . - 1 „ - Den inkoop heeft in 't boekjaar 176 8/9 bestaan en 159751:¾. lb 1135: Tommarons en 75¾ boreels Tecke balken of 98. pees - - - - „ 1430. 15. 8 24. Chiodes Marot olij - 1500. - Corgies matten 238 p=s kleedjes Cottats - - - - 300 - „ Mallabaars Linnen - - - - 3000 — lb Carwaatvissen - - - 1000 - tammerinde- - - „ 720 — kann: Azijn Inlands - - - - 1700. . lb 1200 – „ 8000 – p=s Beerpannen - - - - 12000 - „ 4000 – 10000 - 4500 0 „ 4000 – Capoksteenen „ 22: - d=m - - - - - - - „ 300. - good pannen- - - „ 1100. — stx„s Lange bamboesen - - - 12 aan diverse Medicamenten. . - 305000 — lb Caierdraad - - - - - 4 - riemen portugees Papier 414076 - lb Rijst - - 60 - parras Cadjang - 1100 – bossen Calerlond - - 2270 - stux:s ketse lijnwaaten - - 500— lb Sandelhout - - - - - 25. snuijf tabak - - - „ Aan diverse benodigheeden- 160 1/10 Corg=s huijden — 158 – stafels brandhout Breede Daktiggels - - - - 300 - Candijlen metselkalk - - - - - - - - 11921 7/8 voeten mangus planken - . . - - - - waxkaarsen - - - - Capoksteenen van -¾. Cobido - - - - - - - „ 907: 4:— 300 — lb Zeijlgaren inlands - - - - - - - - - - - „ 144: —. — 4000 — kannen kokus olij - - - - - - - - - - „ 1280. —. – „1200 - parras zout - - - - - - - „ 480. —. — Warapelse moffen - - - - - - - - „ 1000. - bossen Dekolas - - - - - - - - - „ 63. —. — Aardemandjes - - - - - - - - - - „ wax ruw - - - - - - - - - - „ 924. –. – . . . . . - . . „ 1512:–. — 357. –. — 45. 7. — 37. 16. — 30. 5. — 50. 8. - 311. 19 8 275. 4. 8 253. 16. — 10. 16. — 100. 16. — 354. 17. — 2079. 14. 8ƒ 168. -. – 120. — — 889. 7. 8 386. 3. — -„ 264. 12. - - -. „ 302: 8.– - - - „ 13377. 11. 8 - - - - - „ 504: —:– - - - - „ 30. 14. 8 - - - - - „ 10980. –. – - - - - - „ 340. 4. - - - - - - „ 57: 12:— - - – - – „ 1442:8.– - - - - - „ 17:–. – - - - - - - - - - - - „ 60:9. 8 ƒ 316025. 18. — Somma Peper daar van: 1221477. 14397:¼„ 23900. -„ 108002: lb. a ƒ20. —. —. de 100 lb:. . . . - . ƒ 21600. 8. - 162134½ „ „ 26 – – d=o. - - - - - „ 42154. 19. 8. „ „ „ 15. 12: – d=o. . . - -. . . „ 190550. 8 — „ 24: —. - d=o - - - - - - „ 3455. 7. — „ 13. 4:- d=o. . - - - . „ 3154. 16. - 67641 – „ „ 21. 12. – d=o. . . . . . . „ 14610. 9-ƒ275526. 7. 8 ---„ „ „ „ „ „ „ - „ „ „ -. - - - „ „ „ „ - 910. 1. 8 - - - - - -. - -

NL-HaNA_1.04.02_3325_0247 view scan ↗

English

12 At the Head Office Cochim Purchase Sale Per Cent Advance The sale was Indian Merchandise Fine Spices Fine Ceylon cinnamon 10536¾ lb ƒ5253. 10 — ƒ 7512: 19. 8. 43 – d ƒ 2259. 9. 8 Sugar, powder 15114:— „ 6221. 17 – „ 7170. —. - 15¼ p:s 948. 3. – Sugar candy 2859- 164.17. — Japanese copper in bars 19515 — lb ƒ 3547. 12. 8 ƒ44254. 7. — 1147¼. r. ƒ40706:14: 8 Foil or Mace 747470. - „ 144219 – „ 14866. 16 – 930¼ r=m 13423. 17. – Cloves 91482 - „ „ 2544:148„ 36273:12— 1325½ p s 3728. 17. 8 Nutmegs 2494¼ „ „ 53582. 5. —„ 96578. 1. 8. 80.¼ p=s 42995. 16. 8 Paddy 11950 — parras 1018. — 1948½ ps 96. 9. — Arrack, fiery, as follows: 5632 — kann: 5044:— kann 588. — ditto Sugar, powder 400: — lb „ 11448. 12. - „ 18873. 15. 8. 64 7/8 „ „ 7425. 3. 8 Sugar candy 125 — „ „ 908. 13. 8 „ 4119. 16. —. 353 3/6r„ 3211. 2. 8 Japanese camphor 52 - „ Domestic Merchandise Lead in pigs 136: — lb Iron 37302. — ditto 4082:8 –„ 6260:11:8. 53 3/8 „ 2178. 3. 8 Tin in sorts 150 - Vermilion 4½ „ 82: 8: 8 „ 247. 5. 8. 200 –. –„ 164. 17. — Various Provisions Cape white wine 1164 kann: „ 322:3: 8„ 486 —. -. 50 6 „ 163. 16. 8 Gin 45 - bottles „ 15. 18 22. 12. 8. 41:7:8 6. 14. 8 Ditto brandy 15 - ditto „ 7. 11:— 10. 19 — 3. 8. — Equipment Goods for 1 piece kedge anchor weighing 566: lb „ 16. 5. -„ 24. 7. 8. 50. –. „ 8. 2:8 150 – pieces flintlocks, grenadiers, with wooden rammers and bayonets „ 476:19 –„ 626.8 –. 31 /8. ps 149. 9. — 356 — pieces flintlocks, grenadiers, with iron rammers and bayonets „ 3768. 1 – „ 7536. 2. – 100. –. - „ 3768. 1. – 356 – pieces flintlock steels „ 71. 7 -„ 112. 14. 8. 59 — „ „ 41. 7. 8 Lead musket balls 5000:- lb „ 961. 8. –„ 1922:16:–. 100: –. – „ 960:8– Assorted paints „ 189. 1. 8 „ 234. 3. 24 ss -„ 45. 1. 8 Miscellaneous Goods for use „ 768. 5. 8„ 1163. 8. 8. 51¾ ditto 395. 3. — Bazarucos 1800 — lb „ 1255. 8. – „ 1482. -. -. 18½ r=m „ 226: 12: — „ 252: 9 –„ 386. 14. 8. 53 - r=m 134:5:8 9. 17. 8„ 16. –. 8. 162¼ „ 6. 3. — 28. 13. 8„ 37. 9. 8. 30¼ ditto 8. 16. — 15. 13 -„ 20. 7. 8. 30¼. -„ 4. 14. 8 16. 4 -„ 21. 2. -. 30¼ –„ 4. 18. — -„ 61. 17. 8„ 92. 16. 8. 50 /8 „„ 30. 19. — 21. 18. –„ 32. 17–. 50 - „ 10. 19 — 2. 48„ 4. 9 —. 50 — „ 1. 19 — 492 – – „ 984 – –. 100 - - „ 492. - In total ƒ97864. 10 ƒ251465. 1. — ƒ153600:3.— Carried forward Purchase Sale Advance Brought forward ƒ 97864:18 ƒ 251465: 1:— ƒ 153600: 3. — Round shot of 8: lb 500. – pieces „ 242:6—„ 484. 12. -„ 100. –. –„ 242. 6. — Round shot of 5: lb weighing 2612: lb 500 — „ 132:12. —„ 265. 4. -„ 100. —.„ 132. 12. — Round shot of 2: lb 1059 — lb „ 77. 1. —„ 154. 2. —„ 100. -. - 77. 1. — Paddy 936 parras „ 3. 17 -„ 6. 4. 8 162. -. „ 2. 7. 8 Counted ƒ 98318: 68 ƒ252372:16–. 157 s. ƒ154034:9 8 At Cranganore Coffin 78. 10. 8ƒ 114. 7. 8. 46 ps 35. 17— 486 11. -„ 561. 18. -. 15½ p„ 75. 1. — At Cannanore Coffins 2 – pieces 565. 1. 8ƒ 675. 19. 8. 19½ em: 110. 18. — At Chettua Arrack, fiery 165 kann: ƒ 45. 1. 8ƒ 79. 4 -. 75 ren 34 2. 8 Quilted Surat blanket 1. –. pieces 2. 19 -„ 4. 9-. 50 –„-„ 1. 10. — 83. 13—. 49 – 8ƒ 74 1/8 35. 12. 8 At Quilon Powder sugar 1000. - „ ƒ 4. 4. - ƒ 9. 12. - 128½ 5 . ƒ 5. 8. — 1 – „ „ 1:9. 8„ Summary At the Head Office Cochim ƒ 98318. 6: 8 ƒ252372.16. — 157. p.s ƒ 154054. 9. 8 At Cannanore „ 4. 4. - „ 9: 12. – 128½„„ 5: 8. — Quilon „ 565. 18„ 675. 19. 8. 19½ r„m 110. 18. — Chettua „ 83. 13 -„ 74/8 „ 35. 12. 8 Counted ƒ98935:12:8 ƒ253142:—:8. 15 7/6 ƒ154206. 8. — By compensation for various shortages „ 704. 19. — By charging for 24 pieces of coffins, as otherwise „ 1994:13:8 For surplus found in various administrations as otherwise „ 393. 10. 8 For the transfer of 2937¼ lb: pepper „ 266. 1. - On money of paid wages, namely: At the Head Office Cochim „ 3177: 3. 8 At Cannanore „ 130: 4.— At Quilon „ 48 – 8„ At Chettua -ƒ 3355. 16. 8 The achieved advances amount to ƒ164465. 17. — Which are carried forward 122 Brought forward ƒ164465. 17. — From which to deduct the following, namely: The permitted write-off ƒ144264. 3. 8 Expenses on merchandise 5568. - . -. At Cochim Charged ƒ 4420. 18. 8. Credited „ 1705: 16.- „ 2715:2: 8: The permitted write-offs and arrears accounts that have been closed to the debit of this amount to At the Head Office Cochim ƒ14306: 12:— Office Cannanore 919:14. 8. Ditto Chettua - -- „ 9. 7:8. ƒ 17486. 11. — Ditto Porca „ 403:15: 8. Ditto Quilon 1676. 2. 8. Ditto Zaponettij 43. 12. — Ditto Cranganore 127. 7. - Thus for the net profits there remains 4252. 9. — The revenues were: From Cochim From the lord's duty on sold houses and plots, in a full year „ 622. 4. — Ditto the toll of the barrier of the foreign nations „ 6067. 4. Item the import and export duties otherwise called the barrier of the inland navigation or the petty traders „ 4575. 6. – The duty of the barrier of Company ships and chaloups with two masts, as well as private ditto, and those that sail with Their Honours' passes and flags „ 4108:16. — Item from the town tavern „ 11840. – – Item arrack taverns 298. 8. — Item tobacco sale „ 20201:13: 8 Carried forward ƒ3374:18. ƒ4264. 3. 8

Dutch transcription

12 Ten Hoofd Comptoire Cochim inkoops uithoops P=r Cento advancen Den verkoop Was 10536¾ lb 15114:— 2859- , Indiase Coopmanschappen Fijne Specerijen Caneel feijne Ceijlons. . „ Vaderlandse Coopmanschappen 136: — lb lood in Zeugen . . „ 37302. — d=o 150 - 4½ „ thin in zoort. - - - - 19515 — lb 747470. - 91482 - „ 2494¼ „ 11950 — parras Nelij 5632 — kann: arak apij als 5044:— kann 588. — _=o 400: — lb Suijker, Poeder - - - „ 125 — „ suijker Candij 52 - „ Koper Japans in staven - - „ Diverse Provisien 45 - flessen Genever - - 15 - d=o brandewijn - - - - „ Equipagie Goederen over 1: p=s werp anker weegd 566: lb 150 – p„s snaphanen Granaliers met houtte tampers en bajenetten 356 — p=s Snaphanen Granadiers met ijsere 356 – „ Vuur steepen 5000:- lb loode kogels vermilpen. - - - - „ Diverse Goederen tot gebruijk - - - „ 768. 5. 8„ 1163. 8. 8. 1800 — lb Basaroeken - - - - „ 476:19 –„ 626.8 –. stampers en bajonets . - „ 3768. 1 – „ 7536. 2. – verwen in soort - - - -. „ 71. 7 -„ 112. 14. 8. 1164 kann: Caabse witte wijn. . . . - „ 322:3: 8„ 486 —. -. ijser. . . . . . „ 15. 18 22. 12. 8. 50 6 „ 7. 11:— 4082:8 –„ 6260:11:8. 53 3/8 „ 2178. 3. 8 16. 5. -„ 24. 7. 8. 50. –. „ 8. 2:8 9. 17. 8„ 16. –. 8. 162¼ „ 6. 3. — ƒ5253. 10 — ƒ 7512: 19. 8. - - - „ 6221. 17 – „ 7170. —. - suijker, poeder. . . . „ 53582. 5. —„ 96578. 1. 8. Suijker Candij - - - - - „ 11448. 12. - „ 18873. 15. 8. Camphur Iapanse . . „ 908. 13. 8 „ 4119. 16. —. 28. 13. 8„ 37. 9. 8. 15. 13 -„ 20. 7. 8. 16. 4 -„ 21. 2. -. -„ 61. 17. 8„ 92. 16. 8. 21. 18. –„ 32. 17–. 82: 8: 8 „ 247. 5. 8. 200 –. –„ 961. 8. –„ 1922:16:–. - - - - „ 189. 1. 8 „ 234. 3. - . - - „ 1255. 8. – „ 1482. -. -. - - - - - „ 252: 9 –„ 386. 14. 8. 2. 48„ 4. 9 —. 492 – – „ 984 – –. ƒ97864. 10 ƒ51465. 1. — 100. –. - „ 3768. 1. – 100 - - „ 24. 8 164.17. — 100: –. – „ 960:8– 100 - - „ 492. - 163. 16. 8 30. 19. — 10. 19 — 41:7:8 18½ r=m „ 226: 12: — 24 ss -„ 45. 1. 8 8. 14. — 30¼ d„o 30¼. -„ 4. 14. 8 30¼ –„ 53 - r=m 134:5:8 51¾ d=o 59 — „ „ 50 /8 „„ 50 - „ 50 — „ 31 /8. ps 4. 18. — 395. 3. — 43 – d ƒ 2259. 9. 8 80.¼ p=s 42995. 16. 8 64 7/8 „ „ 7425. 3. 8 353 3/6r„ 3211. 2. 8 15¼ p:s 948. 3. – 1147¼. r. ƒ40706:14: 8 1325½ p s 3728. 17. 8 1018. — 1948½ ps 96. 9. — 4. 19 —„ foelij of Macis. „ 144219 – „ 14866. 16 – 930¼ r=m 13423. 17. – garioffel nagulen - - - - ƒ 3547. 12. 8 ƒ44254. 7. — Noten Muschaten - „ 2544:148„ 36273:12— in 't geheel Transporteere ƒ153600:3.— „ 19½„ 8 — — „ — „ .„ 1 . ... „ „ „ .. . . „ „ „ 149. 9. — 500. – p=s 500 — 1059 — lb 936 Parras Nelij paC=to Jnkoops uitkoops advancen P=r Transport . . . ƒ 97864:18 ƒ 251465: 1:— ƒ 153600: 3. — Rondscherp van 8: lb „ 242:6—„ 484. 12. -„ 100. –. –„ 242. 6. — Rondscherp van 5: lb weegd 2612: lb „ 132:12. —„ 265. 4. -„ 100. —.„ 132. 12. — Rondscherp van 2: lb - - - - „ 77. 1. —„ 154. 2. —„ 100. -. - 77. 1. — Te Cranganoor Dood Kist. 3. 17 -„ 162. -. „ 2. 7. 8 Teld ƒ 98318: 68 ƒ252372:16–. 157 s. ƒ154034:9 8 78. 10. 8ƒ 114. 7. 8. 46 ps 35. 17— 486 11. -„ 561. 18. -. 15½ p„ 75. 1. — 565. 1. 8ƒ 675. 19. 8. 19½ em: 110. 18. — Te Cananoor doodkisten 2 – p„s De Chettua 165 kann: Arak apij ƒ 45. 1. 8ƒ 79. 4 -. 75 ren 34 2. 8 1. –. p=s Deeken gecattoeneerde sourats 2. 19 -„ 4. 9-. 50 –„-„ 1. 10. — 83. 13—. 49 – 8ƒ 74 1/8 35. 12. 8 Sommarium Chettua- Ten hoofd Comptoir Cochim - - - - ƒ 98318. 6: 8 ƒ52372.16. — te Cananoor - - - - - „ Coilan - - - - - - „ 157. p.s ƒ 154054. 9. 8 4. 4. - „ 9: 12. – 128½„„ 5: 8. — 565. 18„ 675. 19. 8. 19½ r„m 110. 18. — 83. 13 -„ 74/8 „ 35. 12. 8 Teld. - - ƒ98935:12:8 ƒ253142:—:8. 15 7/6 ƒ1206. 8. — Bij vergoeding van diverse minderheeden Bij belasting van 24: p„s doodkisten, als andersints - over bevonde meerderheid en in diverse administratien als andersints over de overschrijving van 2937¼ lb: peper Op geld van betaalde zoldijen teweeten Ten hoofd Comptoir Cochim-- te Cananoor „ Coilan „ Chettua - -. „ 3177: 3. 8 - - - „ 130: 4.— – – – – „ 48 – 8„ De behaalde advancen bedragen Die Transporteere -ƒ 3355. 16. 8 4252. 9. — - - „ 393. 10. 8 „ 266. 1. - „ 237. 1: ƒ164465. 17. — „ 704. 19. — „ 1994:13:8 128½ 5 . ƒ 5. 8. — - - -ƒ 4. 4. - ƒ 9. 12. - Te Coilan Poeder Zuijker - - 1000. - „ 1 – „ - - - „ 1:9. 8„ ƒ - - - - - - - - „ ƒ „ „ - — - - - - „ 1 - 122 -ƒ164465. 17. — Waar van aftrecken het volgende te weeten P=r Transport ƒ144264. 3. 8 5568. - . -. De Gepermitteerde Afschrijving „ Comploir Cananoor —=o Chettua „ _=o Porca _o Coilan „. Zaponettij. „ Oranganoor Onkosten op Coopmanschappen Te Cochim Ten Lasten gebragt. ten Goede De Gepermitteerde afschrijvingen ende ten agteren staande reekeningen die ten Lasten dezes zijn afge„ slooten bedragen Ten hoofd Comptoir Cochim. . . - ƒ14306: 12:— Dus voor de suijvere voordeelen overblijft De Inkomsten waaren De Cochim Aan 's heeren geregtigheid van de verkogte huijsen en Erven, in een rondjaar d=o de tholl van de boom der vreemde natien item de inkoomende en uitgaande regten anders genaamt de boom van de Inlands vaart of de smalle handelaars De Geregtigheijd van de boom van 'sComp=s scheeppen en Chialoupen met twee mas„ „ten, als meede Particuliere dito, en die met Haar Edele passen en Vlaggen vaaren - - - „ 4108:16. — Item van de stads Herberg „ „ draraks tapperijen „ Tabaks verkoop Transporteere. . . ƒ3374:18. ƒ4264. 3. 8 „ 11840. – – 298. 8. — „ 20'201:13: 8 ƒ 4420. 18. 8. „ 1705: 16.- „ 2715:2: 8: 919:14. 8. - -- „ 9. 7:8. ƒ 17486. 11. — „ 403:15: 8. 1676. 2. 8. - - - - - „ „ 43. 12. — 127. 7. - „ - - - „ „ ƒ - - - - - „ 622. 4. — - „ 6067. 4. „ 4575. 6. – „

NL-HaNA_1.04.02_3325_0250 view scan ↗

English

on account of the profit on stamped paper ditto the duty of the Cranganore river the tobacco sale at Paponetty . . . -. ƒ 2304: —. –. ditto ditto at Paliaporto. - - ƒ 1324: 16. — the duty on the transport of male and female slaves - - - - - ƒ 2304. —. — Item of the beer measures - - - - - - ƒ 390:16. — ditto of the islets Moetoe Coene the mortgaged lands of the King of Cochin at Vaipin named Coesij Pallij and Narika the arrack farm at Cranganore - - - - - ƒ 97. 16. — - -. - ƒ 764. 19. — ditto ditto at Paponetty. . . . . . ƒ 46. 3. 8. On account of the farm monies of the Con- quest of Paponetty The duty of the bridge at Calvetty -. ƒ 441. 12:— Lessees' monies of the garden at the post Alleppey - -. ƒ 10. —. — Counts - - ƒ65054:15:8 Deduct that which is due to the King of Cochin, being 2/3 of the farm of the petty traders, and half of that of the foreign nations. . . ƒ 12256:–. –. Sundry charges ƒ 1025:13:8 ƒ 13201:13: 8 Remainder ƒ 51773. 2:— ƒ 693. 7. 8 ƒ 8198. 12:8 ƒ 2775. 15. 8 ƒ 63440. 17. 8 - - - ƒ 2588. 6: — At the office of Cannanore ditto Quilon ditto Chetwai The profits and revenues add together Carried forward ƒ33079:10 ƒ4264:5:8: ƒ 1400: 2:— - ƒ 2123. 10. 8 ƒ207705. 1:— . ƒ 18177:16:8: 123 The General Expenses of this Commandery amount in the year 1768/9 at Cochin, Cranganore, Paponetty and the post Aycotta, near Cranganore: as follows specifically. The paid salaries to the active servants - ƒ67940. 19. 8. the board money and provisions to 662 servants calculated on average. ƒ 31502:2:8 ƒ99443. 2. — The ordinary charges amount. At the Head Office Cochin for candles and oil. for vessel and coolie wages- - for gunpowder, match, cartridges and ammunition goods The armory- . - - the blacksmith shop - - -- For firewood. . . for medicines. .. House rent. . . pensioners. - . muskets and weapons - - stationery. . . . For sundry necessities, materials, small flag cloths- - douceur to the 2 drill masters Extra board money. for cleaning the muskets Printed books - - - - - - - items etc - - - - - Equipage goods etc - - - - - ƒ 1208. 1. - ƒ 4617. 16— 512. 19 8 ƒ – 773:13. — ƒ 1060:4. – ƒ ƒ 1817. 12. — ƒ 3122:5. 8 692. 9. — 535. 4 8 ƒ 2431. 9. 8. ƒ 65. 2: — 54. 19. 8 Cochin Counts ƒ19025. 18. 8. Deduct the credit. - . ƒ 2295. 16. - Remainder of charges - - ƒ17530. 2. 8 At Cranganore and Aycotta For vessel and coolie wages candles and oil Gunpowder, match, and ammunition goods muskets, weaponry, and the ƒ 141:12.8 - - - - ƒ 646. 3. 8 ƒ 3:14.8. - - ƒ 789. 2. - - - - - ƒ 341. 11. 8 - - - - - - ƒ 1118. 19.— ƒ 122. 4. - 23. 9 8 50. 19. — - - ƒ 194:8.— Carried forward - . ƒ 391. —. 8 ƒ 17530. 2. 8 ƒ99443. 2:— Carried forward. For sundry necessities, materials and small items At Paponetty For coconut oil. vessel and coolie wages - - - - - ƒ Sundry necessities, materials and small items medicines. . . . . . . ƒ 16. –. – Account of Gifts, over given to the araadjas and lascars at their Onam festival - - - ƒ 57. 4. — to the envoys of the King of Travancore Given to the King of Cochin, as on the celebration of the festival for the wearing of the first thread of His Highness's cousin - - - ƒ 70 16. 8. at the closing of the pepper account. . . - . ƒ 6210. — item on the occasion of the farewell of the departed Honorable Commander Cornelis Breekpot and the first meeting with the Honorable incoming Governor Christi- ditto at the mourning ceremony of his mother To Lodewijk Senff. . . . ƒ 795. 16. 8. ditto on the occasion that His Highness with retinue paid a visit to the Honorable Governor in the city - - - - ƒ 676. 10. 8 ƒ 1887. 11. — Presented to the Zamorin on paying a visit to the city. - - . . ƒ 561. 17. — To the envoys of the Moorish Regent Ali Raja -. - 93.16. — To the King of Coimbatore - - - - 163. 11. — Counts - - - ƒ 2826. 9. — Deduct the credit ƒ 360. –. – ƒ 2466. 9. — Carried forward - - . ƒ 344. 7. 8. 21. 2. 8 ƒ 75. 8. — ƒ 18136. 14 – 3. —. — - - - - - ƒ 35. 5. 8. . ƒ 140. 3 – ƒ 531:3 8. ƒ 391:— 8 ƒ 17530: 2:8 ƒ9443:2:— ƒ 20046. 5.

Dutch transcription

wegens het geprofiteerde op het gezegelde papier d=o de geregtigheijd van de Cranganoorse revier „ de tabax verkoopte Paponetlij. . . . -. „ 2304: —. –. „ „ _=o _=o „ Paliaporto. - - „ 1324: 16. — „ „ Geregtigheijd van den vervoer der slaven en slavinnen - - - - - „ 2304. —. — Item van de biermaats - - - - - - „ 390:16. — _=o „ „ Eijlandjes moetoe Coene „ „ „ verpande landerijen des Konings van Cochim te Baipin genaamt Coesij Pallij en Narika „ de arax pagt op Cranganoor - - - - - „ 97. 16. — - -. - „ 764. 19. — „ _=o „ „ Laponettij. . . . . . „ 46. 3. 8. Wegens de pagt penningen van t Con„ . „ 18177:16:8: - „quest Laponettij - De Geregtigheijd van de Brug op Calwettij -. „ 441. 12:— „ Lagt penningen der Thuijn op de post Allepe - -. „ 10. —. — Teld - - ƒ65054:15:8 Saat af 't geen den Koning van Cochim is Competeerende zijnde 2/3. van de pagt der smalle handelaars, en de helfte Van die der Vreemde Natien. . . ƒ 12256:–. –. Diverse ongelden „ 1025:13:8 „ 13201:13: 8 Rest ƒ 51773. 2:— „ 693. 7. 8 „ 8198. 12:8 „ 2775. 15. 8 „ 63440. 17. 8 - - - „ 2588. 6: — Ten Comptoir Cananoor _o Coilan Chettua De Winsten en Inkomsten addeeren tesamen _o P=r Transport ƒ33079:10 ƒ4264:5:8: „ 1400: 2:— - „ 2123. 10. 8 ƒ207705. 1:— - -. - - - „ „ 123 De Generaale Lasten deses Commandements bedragen in anno 1768/9 Te Cochim, Cranganoor, Paponetlij en de Post Aijcotta, bij Rranganoor: Gelijk Specificq volgd. De betaalde zoldijen aan de actueele dienaren - ƒ67940. 19. 8. 't kost geld en mond randsoenen aan 662: dienaren door den anderen gereekend. „ 31502:2:8 ƒ99443. 2. — De ordinaire ongelden bedragen. Ten Hoofd Comptoir Cochim aan kaarsen en olij. .. - „ vaartuig en coelij loonen- - „ buskruijt, lond, Cardoesen en Ammunitie goederen De wapenkamer- . - - „ smits winkel - - -- Aan brandhout. . . 4 medicamenten. .. „ Huijshuur. . . gegagieerdens. - . geweeren en wapens - - schrijftuig. . . . Aan Diverse behoeftens materialen, kleenig vlagge doeken- - deceur Aan de 2: dril meesters „ Extra kostgeld. tot schoonmaaken der geweeren Gedrukte boeken - - - - - - - „heeden enz - - - - - „ Equipagie goederen &=a - - - - - „ 1208. 1. - „ 4617. 16— 512. 19 8 „ – 773:13. — „ 1060:4. – „ „ 1817. 12. — „ 3122:5. 8 692. 9. — 535. 48 „ 2431. 9. 8. „ 65. 2: — 54. 19. 8 Cochim Teld ƒ19025. 18. 8. Laat af den Credit. - . „ 2295. 16. - Rest ten Lasten - - ƒ17530. 2. 8 Pe Cranganoor en Aijcolta Aan vaartuig en coelij loonen „ kaarsen en olij „ Buskruijt lond, en Ammunitie goederen „ geweeren, wapentuijgen, en't „ 141:12.8 - - - - ƒ 646. 3. 8 „ 3:14.8. - - „ 789. 2. - - - - - „ 341. 11. 8 - - - - - - „ 1118. 19.— : -„ 122. 4. - 23. 9 8 50. 19. — - - ƒ 194:8.— „ Transporteere - . ƒ 391. —. 8 ƒ 17530. 2. 8 ƒ99443. 2:— „ . - - „ - . . „ P=r Transport. Aan diverse behoeftens, materialen en kleenigheeden Te Laponettij Aan Kokus olij. . „ vaartuijg en coelij loonen - - - - - „ „ Diverse behoeftens, materialen en kleenig„ heeden „ „ medicamenten. . . . . . . „ 16. –. – Reeckening van Schenkagie, over aan de araadjas en lascorijns op haar ma feest verschonken - - - ƒ 57. 4. — aan de afsendelingen van den koning van Trevancoor Aan den koning van Cochim verschonken, als op de celibratie van 't feest weegens het dragen, van het Eerste leijntje van zijn hoogh=ts Cosijn - - - ƒ 70 16. 8. bij het sluiten van de peper reekening. . . - . „ 6210. — item ter Gelegentheid der afscheid-neeming van den afgegaane E: E: Achtbaaren Heer Commandeur Cornelis Breek„ „pot ende Eerste ontmoeting met den wel Edelen Achtbaaren Heer Aankomende Gouverneur Christi„ _=o op de Rouw Ceremonie van desselfs moeder Aan Lodewijk Serff. . . . „ 795. 16. 8. _o bij occagie dat zijn hoogheid nevens gevolg bij den wel Edelen Heer gou„ „verneur Een visite in de stad heeft komen afleggen - - - - „ 676. 10. 8 „ 1887. 11. — Aan den Zaljetter bij het afleggen Eener visitie in -- . . „ 561. 17. — de stad vereerd. . - Aan de zendelingen van den Moors Regent Adij 93.16. — Ragia -. - Aan den koning van Coijmbatoer - - - - 163. 11. — „ Teld - - - ƒ 2826. 9. — „ 360. –. – „ 2466. 9. — Raad af den Credit Transporteere - „ - - . „ 344. 7. 8. 21. 2. 8„ 75. 8. — „ 18136. 14 – 3. —. — - - - - - ƒ 35. 5. 8. . „ 140. 3 –„ 531:38. ƒ 391:— 8 ƒ 17530: 2:8 ƒ9443:2:— ƒƒ20046. 5. „ - - 1 10 - -

NL-HaNA_1.04.02_3325_0253 view scan ↗

English

124 Extraordinary expenses 482: 10. — To Blidoe Coellij Tambaan for the maintenance of the Princess of Zeritallij, for the period of 6 months calculated from 1st September 1768 to the last of February 1769 Reimbursed by the skipper and Master of Equipage Buijs, the expenses according to the resolution of the High Government at Batavia, spent on him, skipper Bosch, the surveyor De Graaf, and Chief Mate Charles Smith for the survey of the Coilan reef, and the specification submitted thereof For vessel and coolie wages used for various services For vessel and coolie wages for the retrieval of cannons and further ammunition goods from Chettua Gunpowder and cartridges expended on the birthday of His Serene Highness, and the introduction of the Lord Governor, as well as upon the departure of the Honorable Commander Breekpot Gunpowder and cartridges, upon the arrival of the Bishop of Warapel Gunpowder and cartridges, upon the arrival and departure of the King of Cochin - - . . . 64. 10. — To 5 European soldiers who were on detached command to the Southern Mud Bay during 3 months To the Honorable Commander Breekpot as supplement etcetera for His Honor's journey to Batavia, amounting to - - f 405: 14: 8 10 stacks of firewood for the journey - - - - 76: 15: 8 The reinforcement of the ship Maria Iacoba at this roadstead with 58 heads - - 228. 15. — Total - - f 2582. 8. — At Cranganore for gunpowder and cartridges expended on the inauguration day of the Noble Lord Governor 7. At Laponettij - - 18. 11: — - 222: 17. — 3. 12: — Brought forward f 122636: 13. — 2590. 8. Carried forward - -- - f 486. -. — 292. 10. — 57. 13. — 716: 10: — f . - 12: 12. — Deduct the credit - -. 14. 7. 8 Total f 2610. 5. 8. 24. 5. 8. f 20046: 5: — Carpentry and repairs, for the expenses incurred Carried forward f 122636: 13: On the buildings etc.: On the government house On the residence of the Second and the whitewashing of the Trade Office -- On the residence of the Major On the clock frame on the flag tower On the Equipage Yard warehouse, residence, and plank hall On the shipbuilding yard at Calwettij. . . . . On the smith's shop, slave kitchen, and lodge, item the privy and the gutters 112. 6. — On the packhouse and for enlarging the armory - 105. 2. — On the trade warehouse and an annex lodge - 98. 13. 8 On the ammunition house and the warehouse annexed thereto, or Nordic timber at the gun carriage workshop - - - 296. 1: — f. - - - 171: 18: 8 On the hospital On the city gutters and sewers - - - - - On a new basin for the churchyard - - - - - On the roof of the timber yard - On the Dutch church.. . On the prison house On the roof of the gunpowder magazine under the Utrecht bastion On the roof of the gunpowder magazine under the Holland bastion - - 9: 6: — On the Pay Office On the sack of the powder mill. . . On the dispensary On various necessities etc. - - At Laponettij On the sailors' loft - - - - - - - Fortifications, for On the bastion Stromberg Deduct the credit —. 18. 8 f 10704: 1. 8. On the bastion Zeeland - On the bastion Groningen On the bastion Friesland - . On the bastion Gelderland - - - - - - 127. 12. 8 On the bastion Holland - - - - - - - 80. 16. — On the bastion Utrecht. . . . . . 19. 13. 8 Brought forward f 2165. 3. — f 133340: 14: 8 - - f 1869: 10: 8 - - - 17. — 8 - - - 20. 11. 8 40. 2. 8 36. 15. — 37: 5: 8 25. 5. — 11. 6: 8 8. 6: 8 5. 3. 8 3. 10. — 2. 6. — 421. 4. 8 Total - - - f 10705: —. — 102. 14. — 24 1. — - - - 54: 15. 8 - - - 40. 11: 8 f 7406: 17. — 788. 13. 8 474. 11. — 425. 2. 8 f - - - 29. 18. 8 — - - 125 72: 19. 8 On the grenadiers' guard Carried forward f 2165. 3. – f 340. 14. 8 534. 16. – 3546 14. 8 68. 19. 8 13757. 14. 8 On the river gate - - - - For 3 well sweeps at the military guard posts - - - - - For 32 shutters at the military guard posts . . . . . 26. 15. — On the lascarins' barracks For lining 5 sentry boxes - - - - For keeping the city ramparts clean – – – – – 114: —: — To permanent coolies in the ammunition house For cleaning the tank before the ammunition house - - For a new city boom in the Sloterdijk - - - - For deepening the Sloterdijk - - - - - On the city bastions.. . For 409 pieces of grapeshot brought onto the rampart. - . . . . Hospital expenses, for 6 2/0 parras of paddy for feeding 44 to 45 persons who on average lay in that hospital during 12 months at 2 3 medet per day. f 343: 7. 8 For medicines - - - 353. 9. 8 In cash for defraying the aforementioned persons - - - 2818. 14. 8 To the sexton for burying the Company's servants Total - f 3534: 15. 8 From which is deducted the consumed half-wages by the Europeans and 1151. 19. 8 2382. 16. — Expenses of sloops and lesser vessels For repairs and rigging on all the sloops and vessels, together with wages of native sailors and provisions, amounting to ... f 11636. 6. 8. A new manchua purchased for 96. -. - A new scow measuring 30 feet long stem to stern, 10 feet wide, and 3 feet in the hold, costing 534. 4. — Two small new scows measuring 24 feet long stem to stern, 8 feet wide, and 2 feet and 8 inches in the hold, costing 2 pieces of bower anchors for the service of the vessels at the shipbuilding yard cost - - - - - - - - - 736: 7. — f 13826. 14. Deduct the credit - - - - 58. 9. — Expenses of ships, on account of costs incurred on the ship Maria Iacoba For drinking water - - - - - - 823. 16 8 For necessities and carpentry - - 861. 4. For [illegible] For coolie and vessel hire.. - f 228. 12. Boom guard - - - - - - 19. 4. — Equipage goods. - - - - 73. 6. Ditto bay gate and main guard - - - - - - 69. 2: — Easterners. . . .. 27. 8: 8 191. 13. 8 f 3033. 11. Brought forward f 3033 11: — f 153027: 19: 8 - - - 1678. 15. 8 .. .. - - - - - - 7. 19. 8 - 74 3 —. 45. 4. — 1. 4. 8 333. 18. — 3. 1. 8 5 1. 8 7. 9. 8. - .. - - - 8

Dutch transcription

124 onkosten Extra ordinair 482: 10. — Aan blidoe coellij tambaan tot onderhoud van de Prin„ „cesse van Zeritallij, voor den tijd van 6: maanden gereekend van p=mo september 1768. tot ult=o feb: 1769 Van den schipper en Equipagiemeester Buijs gerestitueerd, de guastos volgens besluijt van de hooge regeering te Batavia Aan hem schipper, Bosch den landmeeter De graaf, en opperstuurman Charles Smith ter opneem van 't Coilanse rift vergastureerd, en den daar van op gelegde specificatie Aan vaartuijg en Coelie loonen, die tot verscheijde diensten zijn gebruijkt 1Aan vaartuig en Coelie loonen tot den afhaal van Kanons en verdere Ammunitie goederen van -- - Chettua. -- Buskruijt en Cardoesen op de verjaardag van zijn door„ lugtige hoogheid, en het voorstellen van den Heer Gouverneur als meede op het vertrek van den achtbaaren heer Commandeur Breekpoot verschooten Buskruijt en Cardoesen, bij d'arrive van den bisschop„ Buskruijt en Cardoesen, bij Aankomst en vertrek van den koning van Cochim - - . . . „ 64. 10. — Aan 5: Europeese militairen die na de zuijder Modderbhaij op Commando zijn geweest in 3: maan„ Aan Den Edele achtbaaren heer Commandeur Breekpot tot supplement &=a voor zijn E=s reise, na Batavia ten bedragen van . - - ƒ 405: 14:8 10: slapels brandhout voor de reise - - - - „ 76: 15:8„ De versterking van het schip Maria Iacoba ter 228. 15. — dezer rheede met 58: koppen - - Teld - - ƒ 2582. 8. — se Cranganoor Aan Buskruijt en Cardoesen verschooten op de voorstellings dag van den Edelen Heer gouverneur 7. „ De Laponettij „ gaat af den credit - -. „ 14. 7. 8 teld ƒ 2610. 5. 8. van warapel. . . . - - - „ „ - -„ 18. 11:— - „ 222: 17.— 3. 12: — Transporteere ƒ122636: 13. — 2590. 8. P=r Transport - -- - ƒ 486. -. — 292. 10. — „ 57. 13. — 716: 10:— „ ƒ . - „den. 12: 12. — 24. 5. 8. ƒ20046: 5: — Timmeragie, en Reparatien over het bekostigde P„r Transport ƒ 122636: 13: Aan De gebouwen etc: Aan het gouvernement „ dewooning van de secunde en 't witten van 't negotie Comptoir -- „ „dewooning van den majoor „ het klokke gestel op de vlagge thooren „ de Equipagie werff pakhuijs wooning en Blang„ zaal „ de scheepstimmerwerf op Calwettij. . . . . „ „ de smits winkel, slaven-Combuijs en logie, item het privaat en de gooten 112. 6. — „ „ „ het Pack en tot het vergrooten van de wapenka„ „mer - 105. 2. — „ het Negotie pakhuijs en Een annexe logie - 98. 13. 8 „ „ het ammunitie huijs en 't daar aan annexe pakhuijs of noordse lasten aan de affuijts ƒ. - - - „ 296. 1: — winkel - - 171: 18: 8 - „ het hospitaal „ de stads gooten en Rioelen - - - - - „ „ Een nieuwe Beck voor 't kerkhoff - - - - - „ „ het dack van de houtthuijn - „ de nederlands kerk.. . „ het gevangen huijs „ het dack van 't kruijthuijs onder de punt uitrecht „ het dack van 't kruijthuijs onder de punt hollands - - „ 9:6: — „ het zoldij Comptoir „ het sack van de kruijd moolen. . . „ „ de dispens. „ diverse benodigtheeden v=a - - te Laponetlij „ de mattroose zolder - - - - - - - „ Fortificatien, over Aan de punt stroombeurg Taat af den Credit „ —. 18. 8 ƒ10704: 1. 8. „ „ „ Zeeland- „ „ „ Greuningen „ „ „ Vriesland - . Gelderland - - - - - - „127. 12. 8 „ „ „ holland - - - - - - - „ 80. 16. — „ „ „ uijtrecht. . . . . . „ 19. 13. 8 Transporteere ƒ 2165. 3. — ƒ133340:14: 8 - -ƒ 1869: 10: 8 - - - „ 17. — 8 - - -„ 20. 11. 8 „ „ 40. 2. 8 36. 15. — 37: 5:8 25. 5. — 11. 6: 8 8. 6: 8 5. 3. 8 3. 10. — 2. 6. — 421. 4. 8 Teld - - - ƒ 10705: —. — „ 102. 14. — 24 1. — - - - „ 54:15. 8 - - - „ 40. 11: 8 ƒ 7406: 17.— 788. 13. 8 474. 11. — 425. 2. 8 ƒ - „ „ „ „ - „ 1 - : - - - -„ 29. 18. 8 — - - „ „ „ 125 72:19. 8 Aan de granadiers wagt P=r Transport ƒ 2165. 3. – ƒ340. 14. 8 534. 16. – „ 3546 14. 8 68. 19. 8 „ 13757. 14. 8 „ revierpoort - - - - tot 3: put wippen aan de militaire wagten - - - - - „ „ 32: blinden aan de militaire wagten . . . . . „ 26. 15. — aan de lascorijns Barak tot het bekleeden van 5: schilderhuijsen - - - - „ „ het schoonhouden der stads Wallen – – – – – „ 114: —: — aan vaste Coelis in het Amnunitie huijs tot het schoonmaken van de tang voor het ammunitiehuijs - - „ aan Een nieuwe stads-boom in het Sloterdijk - - - - „ tot het uijt diepen van het slooterdijk - - - - - „ aan de stads Bolwercken.. . over 409: p„s Druijven op dewal gebragt. - . . . . „ Hospitaals ongelden, over 6 2/0 Parras Nelij ter spijsiging van 44: a 45: koppen die door den anderen geduurende 12: maanden in dat ziecken huijs geleegen hebben a 2 3 medet sdage. ƒ 343: 7. 8 aan medicamenten - - - „ 353. 9. 8 aan Contanten tot het defroijeeren van voorschreeve koppen - - - „ 2818. 14. 8 aan den koster tot het begraaven van sComp:s dienaaren Teld - ƒ 3534:15. 8 Waar van Tetraheere de verteerde halve gagie„ door de Europeesen en „ 1151. 19. 8 „ 2382. 16. — Onkosten van Chialoupen en Mendere vaartuigen over reparatie en takelagie aan alle de Chialoupen en vaartuigen mitsgaders gagie van Inlandse mattroosen, en behoeftigheeden bedraagd. - ... ƒ 11636. 6. 8. Een nieuwe mansjouw ingekogt voor 96. -. - e „ Een nieuwe schouw lang over steeven 30: voeten wijd 10: en in 't hol 3: voeten kost. „ 534. 4. — Twee kleen nieuwe schouwen lang oversteeven 24: voeten wijd, 8: voeten en in't hol 2: voeten en 8: duijm kosten - 2: p„s waar borgen ten dienste van de vaartuigen aan de scheeps tim„ Gaat of den Credit - - Onkosten van scheepen, wegens de gemaakte kosten aan het schip Maria Iacoba Aan Drinkwater - - - - - „ benodigtheeden en Timmeragie - - „ 861. 4. „ randdoenen hr „ Coelie en vaartuig loon.. „ Boomwagt - - - - - -„ 19. 4. — „ Equipagie goederen. - - - - „ 73. 6. d=o baaij poort en hoofd wagt - - - - - - „ 69. 2: — oosterlingen. . . .. „merwerf kosten - - - - - - - - - „ 736:7. — ƒ 13826. 14. „ 27. 8: 8 - - - - „ 58. 9. — -„ 823. 16 8 -ƒ 228. 12. „ 191. 13. 8 ƒ 3033. 11. Transporteere ƒ303311:— ƒ153027:19:8 - - - „ 1678. 15. 8 .. .. „ - - - - - - „ 7. 19. 8 - „ „ 74 3 —. 45. 4. — 1. 4. 8 333. 18. — 3. 1. 8 5 1. 8 7. 9. 8. - .. - - - „ 8

NL-HaNA_1.04.02_3325_0256 view scan ↗

English

To the ship Aschat Carried forward: ƒ 3033:11:— / ƒ 53027:19: 8 To Rations Coolie wages: ƒ 9319 8 Drinking water; Necessities To Rations necessities To the ship Velsen Drinking water To the ship Lopkensburg Coolie and vessel hire: ƒ 628. 1. 8 Equipment goods: ƒ 1.13: 8 Drinking water: ƒ 139. 16. 8. Total: ƒ 629. 15. — To Rations: ƒ 66. 18. 8 Against which is credited the percentage on surplus delivered upon landing of the pitch: ƒ 3. 7. 8 Remainder: Total ƒ 6022. 18. — Deduct the credit: ƒ 235. 14. — / ƒ 5787. 4. — To De Ionge Lieve To Drinking water: ƒ 27. 12. — necessities: ƒ 19. 16. — Coolie wages: ƒ 3. 17. — ƒ 3. 19. — / ƒ 6612:— To the bark De Valck Carpentry: ƒ 15. 16. — Drinking water: ƒ 13. 10. 8 / ƒ 95. 18. 8 To the ship 'T Huijs om To Necessities: ƒ 193. 19. — Ship’s Wages: ƒ 115. 4. – / ƒ 403. 2. 8. To the ship Maria Iacoba For A general disbursement to the European and Moorish seafarers who arrived here from Batavia per the ship: ƒ 489. 18. 8. ƒ 88. 4. — / ƒ 155: 2:8 For assessment, on account of deficits upon delivery of the Cargo: ƒ 487. 19. 8. ƒ 26. 12. — ƒ 119. 1. 8 / ƒ 2304. 4. - To the ship Aschat For A general disbursement to the seafarers who arrived here from Batavia per that ship: ƒ 1319. 5. — ƒ 501. 2: 8 / ƒ 1129. 4. — ƒ 351. 6. —. Carried forward: ƒ 159914. 7: 8 Native Servants Carried forward: ƒ 259944: 7: 8 For wages to those who are stationed at Cochim, Cranganoor, Paponettij, and Aijcotta, paid off: ƒ 4610. 7. 8 Interest Account. Account of Condemnations for the following: To wages of the executioner: ƒ 26. 10. — wages of 5 Lascars: ƒ 297. —. — for side-dishes to the condemned: ƒ 51. 17. 8 for maintenance of 53 to 54 heads on average: ƒ 654. 12:— night light at the prison: ƒ 84. 3. 8 for wages of 3 Topass soldiers for guarding the condemned and exiles: ƒ 312. — — on account of expenses incurred for the chego Canden Corra and of Saberen: ƒ 246. 3. — clothing for the said condemned and exiles: ƒ 89. 16. — To diverse necessities: ƒ 19: 4:— for bringing the Christian Antij hither: ƒ 6. —. — Total: ƒ 1823. 16. — / ƒ 1829. 16 — Deduct the Credit: ƒ 38. 5. — / ƒ 1791: 11:— Expenses of the Company's Slaves, for: For side-dishes: ƒ 63 —:— for maintenance of 3 to 4 heads on average: ƒ 49: 18: 8 clothing: ƒ 24. —. — To necessities: ƒ 12. 9. 8 Total: ƒ 112. 18. — Deduct the Credit: ƒ 7. 17. — / ƒ 105. 1: — The combined expenses of Cochim, Cranganoor, and Paponettij total: ƒ 68656. 3. — And those of the subordinate outer trading posts as follows: At Paponettij: ƒ 6 —:— Carried forward: ƒ 2204: 16. — Cannanore expenses, amount to Carried forward: ƒ 16656: 5. — Hospital Native servants' monthly wages Carpentry and repairs: ƒ 553:8:8 Fortifications: ƒ 96 —. — Expenses on merchandise: ƒ 140. 12. 8 Account of gifts: ƒ 602. 15. — Extraordinary expenses: ƒ 85.17:— Ordinary rations: ƒ 6009 5:8 Ordinary expenses: ƒ 43. 4. — Land-based wages: ƒ 7552: 12: 8 The Quilon expenses, amount to Land-based wages: ƒ 3795. 18. — Ordinary rations: ƒ 1141. 13. 8. The Hospital: ƒ 339:18. — Native Servants' monthly wages: ƒ 878:18: — Carpentry and repairs: ƒ 284. 4. 8: Ordinary expenses: ƒ 1478: 9. — Extraordinary expenses: ƒ 665: 15:8. The Chetway expenses Land-based wages: ƒ 4342. 16. 8 Ordinary rations: ƒ 1547. 8. 8 Native Servants' monthly wages: ƒ 67.15. — Carpentry and repairs: ƒ 564 —:— Fortifications: ƒ 35:16: 8 Ordinary expenses: ƒ 390 –. – / ƒ 13956 — 8 Extraordinary expenses: ƒ 44. 12. — The Purakkad expenses Ordinary rations: ƒ 240. 17: 8 Ordinary expenses: ƒ 127: 19: — Native Servants' monthly wages: ƒ 316. 16 — Carpentry and repairs: ƒ 2373. 18 — Extraordinary expenses: ƒ 2785 5: — Sum Total: ƒ 197830. 13 —

Dutch transcription

Aan het schip Aschat- P=r Transport. ƒ 3033:11: ƒ53027:19: 8 Aan Randsoenen . . . - „ Coelij loon - - - - - - - - „ 9319 8 „ Drinkwater;. Benodigheiden - - - - Aan Randsoenen „ benodigheeden - - - Aan het schip Velsen „ Drinkwater - Aan het schip Lopkensburg „ Coelie en vaartuig loon. - . . . - . . „ „ Equipagie goederen. - - - . . - „ „ Drinkwater - - - - - - - „ Aan Randsoenen - - - - - - - ƒ 66. 18. 8 Aan De Ionge Lieve Aan Drinkwater „ benodigheeden - - - - - „ „ Coelijloon - - - - - - „ Aan de Barck de valck Timmeragie - - Drinkwater - - - Aan 't schip 'T Huijs om Aan Benodigheeden- Scheeps Zoldijen Aan 't schip Maria Iacoba Tot Een generaale verstrecking aan de Europeesen en moorse zeevarende die van Batavia per het schip alhier aange„ „koomen zijn - - - - ƒ489. 18. 8. Aan belasting, wegens minderheeden bij uijt„ „leevering der Laading.. Aan het schip Aschat Tot Een generaale verstrecking aan de zeevarende die van Batavia per dat schip alhier aangekomen zijn „ 501. 2: 8 „ 1129. 4. — Transporteere ƒ159914. 7: 8 ƒ 628. 1. 8 „ 1.13: 8 139. 16. 8. teld. 629. 15. — Daar en teegen komt ten voordeelen de bij aan „breng over uijtgeleverde pr Cento op de harpuijs s . Rest 3. 7. 8 teld ƒ 6022. 18. — Faat af den Ccedit= 235. 14. — „ 5787. 4. — 27. 12. — 19. 16. — - ƒ 3. 17. — 3. 19. —„ 6612:— 15. 16. — 13. 10. 8„ 95. 18. 8 ƒ 193. 19. — - - - „ 115. 4. – „ 403. 2. 8. 88. 4. —„ 155: 2:8 487. 19. 8. 26. 12. — 119. 1. 8 „ 2304. 4. - --- -ƒ 1319. 5. — 351. 6. —. - . „ „ - - . ƒ - - ƒ - „ ƒ - - - - 1 — 126 Inleendse Dienaaren P=r Transport - ƒ259944: 7: 8 4610. 7. 8 Tot gagie aan de geene die te Cochim Cranganoor, Papo„ „nettij, en Aijcotta bescheiden zijn afgelangd.... Reeckening van Interesten. Reeckening van Condemnatie over het volgende Aan gagie van den scherpregter - - - - - - „ „ van 5 Lascorijns e tot toespijs aan de gecondemneerdens -- „ tot onderhoud van 53: â 54: koppen door den anderen gereeckend. - - . nagt ligt aan het gevangenhuijs - - - - - „ tot gagie van 3: toepasse zoldaaten tot het oppassen van de gecondemneerdens en bannelingen. . . „ wegens gedaane onkosten aan den chego Canden Corra „ en van Saberen. kleeding aan gemelde gecondemneerdens en banne„ ƒ „lingen - - „ 89. 16. — Aan diverse benodigheeden - voor het overbrengen, van den Christen Antij, na herwaarts - „ 6. —. — Teld - - - - ƒ 1823. 16. — ƒ 1829. 16 — Gaat af den Credit - -„ Onkosten van 'sComp„s Lijf- Eijgenen, over Tot toespijs - - - - ƒ tot onderhoud van 3: a 4: koppen door Elkander geree„ 49: 18: 8 „ „kend. - -- kleeding -„ 24. —. Aan benodigheeden- - „ 12. 9. 8 Gaal af den Credit - - „ 7. 17. - „ 105. 1: De Tesamentelijcke ongelden van Cochim Cranganoors en Laponettij Sommeeren En die van de Subalterne buijten Comptoiren gelijk volgd: - - - - - „ 6 —:— Teld ƒ 112. 18. — - -„68656. 3. 26. 10. — 297. —. — 51. 17. 8 „ 654. 12:— 84. 3. 8 Te Laponetlij - Die Transporteere . 1 . „ 312. — — 246. 3. — 19: 4:— 63 —— 38. 5. —„ 1791: 11:— - . „ - .- - — . „ „ 2204: 16. Cananoorse ongelden, bedragen P=r Transport ƒ16656: 5 3 Hospitaal - 0 Inlandse dienaars maand gelden - - Timmeragie en Reparatien - - - - - -„ Fortificatien - - - - onkosten op Coopmanschappen- - - . Reekening van schenkagie - - - - „ onkosten Extra ordinair - -- Randsoenen ordinair - - - - - - „ onkosten ordinair - - - - - - - - „ Zoldijen aan Land - - - - - - - - - - - - - - ƒ 7552: 12: 8 De Coilanse ongelden, bedhraagen zoldijen aan Land - - . Randsoenen ordinair - - - 'T Hospitaal Inlandse Dienaars maand Gelden - - - - „ 878:18: — onkosten Extra ordinair De Chettuase Ongelden Zoldijen Aan Land : Randsoenen Ordinair Inlandse Dienaars maand gelden Simmeragie en Reparatien Fortificatien- onkosten ordinair onkosten Extra ordinair Timmeragie en Repparatien - - - - - - - „ 284. 4. 8: onkosten ordinair - - - - - - - „1478: 9. — De Lorcase ongelden Randsoenen ordinair onkosten ordinair Inlandse Dienaars maand. Gelden - - - - „ 316. 16 — Timmeragie en Reparatien onkosten Extra ordinair „ —: – –„ 553:8:8 96 —. — 140. 12. 8 602. 15. — 85.17-„ 6009 5:8 43. 4. — 3795. 18. — 1141. 13. 8. „339:18. - 665: 15:8. ƒ 4342. 16. 8 1547. 8. 8 67.15. — 564-„ 35:16: 8 „ 390 –. – ƒ13956 — 8 44. 12. — 240. 17: 8 Somma ƒ197830. 13 — - -- „ „ „ „ - ƒ „ - „ „ „ „ „ „ „ —. —. - - - „ „ —. –. – - - 127: 19 2373. 18 — 2785 5: —

NL-HaNA_1.04.02_3325_0259 view scan ↗

English

127 written off on the General Office to the Debit or 3/4 stuiver per rupee ƒ 142. 10.— ƒ 27366:1: 8 ƒ 1200— ƒ 19200 –. – ƒ 47981. 1. 8 for ƒ 27366:11:8 Indian or rupees 22805 1/24, each at ƒ 1:4:- Dutch money, being the half of the amount of that which has been paid into the Company's Treasury at Surat by the senior merchant and second of this Commandment David Kellij on account of his share in the compensation imposed upon him and others for the extorted moneys and further charges which the Honorable Company suffered in the year 1762 during his presence at Surat, and of which he, according to Their High Excellencies' Resolution of 18 July 1768, is relieved, the other half of which has been paid out of the Treasury at Batavia to his attorneys, conformable to the invoice of the ship De Maria Jacoba - - - - That which has been paid into the Treasury there by the Reverend Church Council of the Reformed Church at Batavia on account of the remitted Dordrecht legacy to the minister being the cost of the horse stable, the inner and outer garden, repurchased for the Honorable Company according to the council's decision of the 29th of June of this Coast-- for that which the small islands Moetoe Coenoe, Cotto Colij Caddoe, and Chettij Caddoe have been taken over from the King of Samorin in reduction of his debt, and now, conformable to the resolutory disposition of 11 April of this year, has been written off on this general ledger, in order henceforward to continue running in the margin pro memoria - - - - - to the Credit for that which was disbursed out of the Company's Treasury at Batavia to the former Chief of Cannanore Hendrik Kroonenberg upon the bondsmen newly appointed by him, which, according to Their High Excellencies' Resolution of 13 September 1768, Carried forward. . . . ƒ 47981. 1. 8 being the difference of the ducatoons at 2 stuivers Dutch 56 —9 655: 15: 8. 5. 8 109 88 13 — - - - ƒ 72. —— ƒ . .. - - - Brought forward ƒ 44166. 9. 8 200. 16. 8. by his attorneys here, among whom he left so much for the securing of their previously interposed bails for his past administration and the Chief Post at Cannanore, which must be restored to the Honorable Company and for which 1125 pieces of ducatoons were paid out of the Treasury at Batavia, calculated each at 66 stuivers Dutch money or - - - - ƒ 3600. –. – being the lower yield of 2318 pieces of gold ducats out of a lot of 11057 that were sent from here, and found underweight at Colombo, both upon the minting of 145 pieces into pagodas and also upon the delivery of 144 pieces for the making of cutlasses, calculated according to the buyout price at ƒ 453: 12:– the mark, as well as upon the sale of 2030 pieces at the just-mentioned price lot for that which has been paid into the Treasury as sequestrator by the Secretary of the Honorable Court of Justice Ian Andrias Daunichen, this being the surplus or remainder of the estate and legacy, after deduction of the accrued costs, of and charged to the executed sailor Ian Iacob van Saberen of Strasbourg The one being deducted from the other, closes to the disadvantage of the general Written off on previous year's Charges and expenses at Cochin.- - - - - - ƒ 15019. 1. 8 Against which brought to the credit. . ƒ 3629: 2: 8 ƒ 17389. 19— ƒ 19138. Remainder Amounts to. - - ƒ 11409. 12. 8. At Chettua brought to the credit At Cannanore brought to the debit Closes to the disadvantage ƒ 11359. 14. – 3814. 12. — 13. 15. 8 Which I carry forward E ƒ - ƒ — ƒ 4918. 8. ƒ ƒ 47981. 1. 8 128 ƒ 13954. 4. 8 losses written off. at Cochin to the Debit to the Credit at Chettua brought to the debit Closes to the Disadvantage Adds together and closes to the disadvantage The Debtors who run on the books At Cochin The Samorin or King of Calicut on account of war expenses here The King of Cochin for cash and ammunition goods received David Kellij senior merchant, second and head administrator on his Debit Lourens Buijs, skipper and equipage supervisor - - - - ƒ 3570 — 8. Iohannes van Asbeek Captain Lieutenant and head of the artillery- Derk Zijnen former Captain Lieutenant and head of the artillery. . .. .. . Samuel Constantin Saffin junior merchant and Warehouse keeper. Brought forward. ƒ 17359:14:— On previous year's profits, gains and The Moorish Regent at Cannanore Adij Ragia for the cost of various merchandise, artillery, and armory goods that were furnished to that regent conformable to the resolution in the Council of Policy on 11 April 1769, to be settled with the delivery of pepper ƒ 20832. 10. 8 Sum ƒ 66664. 18. The Outstanding Account Ceylon the Office for the following for the maintenance of 7 slave boys and 2 girls from 22 June to the ultimate of August 1769. - . . . . ƒ 17. 3 — For the lower yield of 2318 pieces of ducats out of a lot of 11057 pieces from here 18: 14: 8 ƒ 3600. 2807. 10. 8 - - ƒ 14: 8: ƒ 24771: 9 ƒ 11050. 5. ƒ 2594. 10. 8 -ƒ 2684. 7. — . . ƒ 92. 14. – ƒ 2591. 8. — Which I carry forward - . - - ƒ ƒ - 3. 2. 8 ƒ ƒ

Dutch transcription

127 op 't Comptoir Generaal is afgeboekt ten Lasten of ¾: stver: p=s ropij ƒ 142. 10.— „ 27366:1: 8: - - „ 1200— „ 19200 –. – ƒ47981. 1. 8 over ƒ27366:11:8: Indias dan wel rop: 22805 1/24. ider tegens ƒ1:4:- neederlands geld zijnde de helfte van het bedragen van het geen door den opperkoopman en secunde deses Commandements David Kellij te Souratta in 'sComp=s Cassa is geteld weegens zijn aandeel in de aan hem /:C:s:/ opgeleger vergoeding van de afgeperste penningen en verdere lasten die de EComp„e in den Iaare 1762: bij zijn aanweesen te Souratta geleeden heeft en waar van hij naar luijd van Haar Hoog Edelens Resolutie van den 18. Iulij 1768. ontheft, welkers weeder helfte aan desselfs ge „magtigdens te Batavia uijt Cassa voldaan is, Conform factuur van het schip D' Maria Iacoba - - - - Het geen door den Eerwaarden kerken raad der gereformeerde gemeente te Batavia aldaar in Cassa is geteld geworden weegens het over„ gemaakte Dordregts legaat aan den predicant zijnde het kostende van de paarden stal de binnen en buijten thuijn volgens raads be„ sluijt van den 29=ste Junij voor de E Comp: weeder ingekogt-- deser Custe-- over het Geen de Eijlandjes moetoe Coenoe, Cotto Colij Caddoe, en Chettij Caddoe, van den koning van Sammorijn in mindering van zijn debet overgenomen zijn, en als nu Conform resolutoire dispositie van den 11: April deses Jaars op dese hoofd reeckening is afgeboekt, omme voortaan pro Memorie binnensleijns te blijven voort loopen - - - - - ten Goede over het te Batavia aan den Geweesen Cannanoorse opperhoofd Hendrik Kroonenberg op de door hem de novo aangestelde borgen uit s Comp:s Cassa afgelangde 't welk blijkens haar hoog Edelens resolutie van den 13: 7ber 1768 Transporteere. . . . ƒ 47981. 1. 8 zijnde het different van de ducatons a 2: ste Needert=s 56 —9 655: 15: 8. 5. 8 109 88 13 — - - - „ 72. —— ƒ . .. - - - P=r Transport ƒ 44166. 9 8 200. 16. 8. door desselfs gemagtigdens alhier onder wien hij zo veel tot secureering van haar te vooren geinterponeerde borgtag„ „ten voor zijn gehad hebbende administratie en de opper„ „hoofdije te Cannanoor gelaten heefd 't geen aan de E Comp moet gerestitueerd werden en waar voor uijt Cassa te Batavia aan ducatons voldaan is 1125: stx:s gereekend ider tegens 66: sps Neederlands geld of - - - - ƒ 3600. –. – zijnde het minder Rendement van 2318: stx=s goude ducaten onder Een parthij van 11057: die van hier versonden zijn, en te Colombo minwigt bevonden zo bij vermunting van 145: p„s tot pago„ „den als ook bij verstrecking van 144: ps tot het maken van houwers na de uijtkoops prijs geree„ „kend teegens ƒ453: 12:– 't mark zoo meede ook bij den verkoop van 2030: pees teegens even gemelde prijs lot over het geen door den secretaris van den agtb: raad van Iustitie Ian Andrias Daunichen in Cassa geteld als sequester, weesende dit het over schot ofte restand van den boedel en nalaten„ schap, na aftrek der gevallene kosten, van en ten lasten van den g'Executeerde mattroos Ian Iacob van Saberen van Straadsburg Het Een van het ander afgetrocken zijnde, sluijt ten nadeele van het generaal Op voorjaarige Lasten en ongelden afgeschreeven te Cochim.- - - - - - ƒ 15019. 1. 8 Daar en teegen ten goede gebragt. . „ 3629: 2: 8 ƒ 17389. 19— „ 19138. Rest Teld. - - ƒ 11409. 128. Te CRettua ten goede gebragt Te Cannanoor ten lasten gebragt Sluijt ten nadeele ƒ 11359. 14. – 3814. 12. — 13. 15.:8 Die Transporteere E „ - „ — „ 4918. 8. „ ƒ 47981. 1. 8 128 ƒ 13954. 4. 8 verliesen afgeboekt. te Cochim ten Lasten ten Goede te Chettua ten lasten gebragt Sluijt ten Nadeele Addeert te samen en sluijt ten nadeele De Debiteuren, die bij de boeken lopen Te Cochijn Den Sammorijn of Koning van Calicut over oorlogs ongelden h=r Den Koning van Coehim over genootene Contanten en ammunitie Goederen David Kellij opperkoopman secunde en hoofd „administrateur op zijn Debet Lourens Buijs, schipper en Equipagie opsiender - - - - „ 3570 — 8. Iohannes van Asbeek Capitain Lieutenant en hoofd der arthillerije- Derk zijnen Geweesen Capitain Lieutenant en hoo ge der arthillerije. . .. .. . Samuel Constantin Saffin onderkoopman en Pakhuijsmeester. P=r Transport. ƒ 17359:14:— Op voorjaarige winsten voordeelen en Den Moors Regent te Cananoor Adij Ragia voor 't kostende van verscheide Coopmansz: arthillerij en wapenkamers goede„ „ren die aan dien regent Conform 't geresolveerde in raade van politie op den 11: april 1769: verstreckt sijn geworden, om met lev: van peper vereifent tewerden „ 20832. 10. 8 Somma ƒ66664.18. De ten agteren Staande Reeckening Ceijlon 't Comptoir voor het onderstaande voor onderhoud van 7: slaven Iongens, en 2: meijdens seederd den 22: Iunij tot ult=o aug=o 1769. - . . . . ƒ 17. 3 — Voor het minder rendement van 2318. p=s Ducaten onder een parthij van 11057: stux van hier 18: 14: 8 „ 3600. 2807. 10. 8 - - „ 14: 8: „ 24771: 9 ƒ 11050. 5. ƒ 2594. 10. 8 -ƒ 2684. 7. — . . „ 92. 14. – ƒ 2591. 8. — Die Transporteere - . - - „ „ - 3. 2. 8 „ „

NL-HaNA_1.04.02_3325_0262 view scan ↗

English

M. Carried forward Sent here to there and found there in short weight to the amount of Surat Office, for what this account, at the closing of the trade books, is in arrears... Malabar pepper for the successive under- calculation of ƒ - 9. 8. skillings per 100 lb on a quantity of 1272717¼ lb which were successively sent in four different voyages in this book year to the amount of Account of Differences for the cost of diverse goods sent to Batavia and transferred to the Account of unserviceable goods to the amount of 13431. 2. 8 Total ƒ 19696 19. — And the creditors consist of the following The Orphan Chamber of this city, for the principal running with the Honorable Company at the interest of 4½ percent per year, to the amount of ƒ 25320. 2. 8 The Diaconate Poor of this City, for what stands to its credit at the closing of the books Lazarus House, for the same as above Godefridis Weyerman, former Commander of this Coast, for what his Noble proxy counted here into the Company's general treasury in his favor on the 27th of April 1769, amounting to The King of Travancore, for what his Highness is in advance for delivered pepper at the closing of the books, to the amount of N Hendrik Dirksz, bookkeeper and dispenser, for diverse provisions found in surplus upon taking the general inventory Andries van Eyk, overseer of the armory and smithy, for diverse surpluses found as above Carried forward - - - ƒ 96715. 14. — 4215. 8 16085. 8 — 31812. –. – 19200 –. – 4224 6022. 12. 8 184. 1. – ƒ 201. 4: — 173 — 42 — 31. 8 – 129 Carried forward ƒ 96715 14: — 2: 138 Quilon Office, new account, for what the Tengapatnam treasury stands credited at the closing, to the amount of Total ƒ 96718: 7: 8 Furthermore, there is also transmitted herewith G the true yield of the trade goods turned over in that book year, item a statement of the principal merchandise that had remained unsold in the warehouses as of the last of August 1769, together with an Account Current of the sugar sold; and since in previous letters we have not yet been able to show to Your High Nobilities the general remainders that then continued in the books as of the last of August 1769, we hereby let them follow, amounting to a sum C . . Sum of ƒ 566769. 8. — Namely Cash Gold and silver works Homeland merchandise Indian merchandise Printed books Writing and bookbinding tools Haberdashery Gift goods Warehouse requirements Tools and necessities Provisions Beverages Equipment goods Gunpowder Sulfur and saltpeter Mortars Ammunition goods Armory Smithy Slaves Craft and other necessities Materials and building supplies Weights and scales Linens and clothes Grains Cannons Dispensary goods Iron wire Carried forward ƒ 409939 11 — ƒ 63252: 4: — 16410. 16. — 99464. 3. — 28. 3: — 106. 17. 8 696. 9 — 418. 17. — 579. 12. 8 2999. 13. 8 33920. 6 — 48814 — 8 1129. 18 8 39092. — 8 395 — 8 8048. 9. 8 3001. 8. 8 90. 3. 8 26432. 17. 8 756. 1. 8 11811. 8. 8 3310. 14. 8 4630. 9 — 1849 15 — 470. 6 — 14463. 15 — 3017 —. — 831. 1. — 3918: — 130 Carried forward - ƒ 409939. 11. — Returns Debtors Account of differences The Basrooc foundry Assay requirements Lands at Paponetty Outstanding accounts Total - ƒ 566569. 8 — 121. 16. 8 56162. 16. 8 67864 18 — 13431. 2. 8 18827. 12. 8 169. 7 — 243. 4. — Furthermore, we accompany this in deference with a copy report of the overseer of the shipyard Paulus Kip, and the master of the narrow-ship Daniel Schiettekatte, and the chief shipwright Jacob van der Moolen, who in the presence of the Equipment Master Laurens Buys, inspected the narrow-ship De Jonge Susanna these days, and found that the same is so infected by worms that a heavy double sheathing must be fitted thereto, which, together with the remedy of some other defects observed thereon, except the equipment goods of which the report has not yet come in, and thus only solely Sum of ƒ 566769. 8. — Namely Cash Gold and silver works Homeland merchandise Indian merchandise Printed books Writing and bookbinding tools Haberdashery Gift goods Warehouse requirements Tools and necessities Provisions Beverages Equipment goods Gunpowder Sulfur and saltpeter Cannons Mortars Ammunition goods Armory Smithy Slaves Craft and other necessities Materials and building supplies Weights and scales Grains Linens and clothes Dispensary goods Iron wire Carried forward ƒ 409939 11 — ƒ 63252: 4: — 16410. 16. — 90. 3. 8 696. 9 — 756. 1. 8 28. 3: — 418. 17. — 579. 12. 8 2999. 13. 8 3001. 8. 8 99464. 3. — 26432. 17. 8 39092. — 8 1129. 18 8 3017 — — 11811. 8. 8 14463. 15 — 33920. 6 — 48814 — 8 8048. 9. 8 3310. 14. 8 4630. 9 — 1849 15 — 106. 17. 8 395 — 8 470. 6 — 831. 1. — 3918: —

Dutch transcription

M. P„r Transport Hier naar derwaarts versonden en aldaar in minwigt bevonden tot Souratta 's Comptoir, over het geen deese ree„ „kening onder 't sluijten der negotie boecken ten agteren staad... Peper Mallabaarse voor het successive te min„ bereekende of ƒ - 9. 8. sch:s de 100: lb: op een Quanti„ „teijt van 1272717:¼. lb die successive in vier dif„ „ferente reijsen in dit boekjaar versonden zijn tot Reekening van Differenten voor 't kostende van diverse na batavia versondene en overgeschrevene op Reekening van onbeq: goederen tot 13431. 2. 8 „ x Somma ƒ 19696 19. — „ En de Crediteuren bestaan in de volgende De Weeskamer deser steede, voor 't Capitaal dat bij d' E Comp:s teegens den intrest van 4½ p=rC=to sjaars voort loopt lot - ƒ 25320. 2. 8 De Diaconij Armen deser Steede, over het geen 't selve onder het sluijten derboeken Credit staat PLasarus Huijs over als Even- Godefridis Weijerman geweesen Commandeur deser Custe over het geen zijn Edele Gemagtigde; al„ hier op den 27:sten April 1769: in zijner faveure in 'sComp: groote Cassa geteld hebben met Den Koning van Trevancoor over het geen zijn hoogheid weegens Geleeverde peper onder het sluijten der boeken te vooren staat tot N Hendrik Dirksz boekhouder en dispencier over diverse Provisien die bij 't doen van den generaale opneem over bevonden Andries van Eijk opsiender der wapenkamer en smits winkel over diverse meerderheiden als Even bevonden Transporteere - - - ƒ 96715. 14. — „ 4215:8 - . „ 16085. 8 — „ 31812. –. – „ 19200 –. – 4224 „ 6022. 12. 8 - - - 184. 1. –ƒ 201. 4: — 173 — „ 42 — „ — - --„ 31. 8 – 129 P„r Transport ƒ9671514:— 2:138 Coilan 't Comptoir nieuwe Reekening over het geen de Tengapatnamse Cassa onder het sluijten Credit Paat tot „ Somma ƒ 96718: 7: 8 Werdende voorts hier neevens nog G overgesonden het ware rendement van de omgesette handel wharen in dat boekjaar, item eene opgaave van de voornaemste koopmanschap„ „pen, die onder ultimo Aug=s 1769. bij de pakhuijsen onverkogt waaren blijven leggen, mitsgaders een Reekening Cou„ „rant van de verkogte zuijker; en vermits bij voorige brieven nog niet aan Uu Hoog Edel„ 9 „heedens hebben kunnen werden ver„ „toont; De generaele Restanten die onder ultimo aug=o 1769: bij de boeken toen hebben voortgeloopen, zoo laaten wij dezelve hier volgen, bedraagende eene Somma C . . Contanten Goud en silver werken vaderlandse koopmanschappen - - Indiase Koopmanschappen -- Gedrukte Boeken schrijf en boekebinders gereedschappen - - - „ 696. 9 — Kramerijen Geschenk Goederen Pakhuijs behoeftens.. Gereedschappen en benodigtheeden - - - - „ Provisien Dranken.. . Equipagie Goederen.. Buskruijt. - . Swavel en Salpeter. . mortiers Ammunitie goederen. wapenkamer. : Smits Winkel Lijf- Eijgenen - Ambagts en andere behoeftens- Materialen en bouw stoffen. Gewigten en balancen Lijwaten en kleeden - - - - - - - „ 470. 6 — Graanen.. . . . Canons. . . .. Dispens goederen - - - - - - - - - „ 831. 1. — Cheerdraad - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 3918: — Transporteere ƒ 409939 11 — Somma van ƒ566769. 8. — Namentlijk ƒ03252: 4:— - - „ 16410. 16. — .. „ 99464. 3. 28. 3:— 106. 17. 8 418. 17. — 579. 12. 8 2999. 13. 8 -. „ 33920. 6 — „ 48814 — 8 1129. 18 8 -„ 39092. — 8 --„ 395 — 8 - - „ 8048. 9. 8 - - - „ 3001. 8. 8 - -„ 90. 3. 8 - „ 26432. 17. 8 - - - „ 756. 1. 8 - - - „ 11811. 8. 8 - -„ 3310. 14. 8 - - - „ 4630. 9 - - - - „ 1849 15 — - - - - „ 14463. 15— - - - - - „ 3017 —. -- -- - — — — „ - .- - „ . „ - - - - - - - „ „ . . .. . - - : 130 P=r Transport - ƒ409939. 11. — Retouren Debiteuren Reeckening van differenten- - - De Basaroek Gieterije.. Essaij behoeftens. . . Landerijen te Paponetlij Ten agteren staande reekening - - - - - - „ 243. 4. — wijders laten wij deezen in eerbied ver„ „sellen een Copia Rapport van den opziender der scheepstimmerwerf Paulus Kip, en den gezaghebber van het smalschip Daniel schiettekatte en den opperscheepstimmerman Iacob van der Moolen, die ten overstaan van den Equipagiemeester Laurens Buijs, het smalschip De Ionge Susaenna deezer daagen hebben gevisiteerd, en bevonden, dat het zelve zoodanig van de wormen is aan„ „gestooken, dat daar aan een swaare dubbel„ „huijd dient te werden gemaakt, welke met het verhelpen van nog eenige an„ dere daar aan ontwaarde gebreeken, uijtgeno„ „men de Equipagie goederen, waar van het Rapport nog niet is ingekomen, en dus maar Somma - ƒ566569. 8 — 121. 16. 8 - „ 56162. 16. 8 - - - „ 67864 18 — . . . „ 13431. 2. 8. - - - „ 18827. 12. 8 - - - - „ 169. 7— alleen .... - „ Contanten Goud en silver werken vaderlandse koopmanschappen - - Indiase Koopmanschappen -- Gedrukte Boeken. . . schrijf en boekebinders gereedschappen - - - „ Kramerijen Geschenk Goederen Pakhuijs behoeftens. Gereedschappen en benodigtheeden- Provisien- Dranken. Equipagie Goederen. .. Buskruijt Swaved en Salpeter Canons. mortiers Ammunitie goederen wapenkamer. Smits winkel Lijf- Eijgenen-- Ambagts en andere behroeftens - - - - „ 4630. 9 Materialen en bouw stoffen Gewigten en balancen Graanen.. . .. Lijwaten en kleeden - - - - - - - „ 470. 6 — Dispens goederen - - - - - - - - - - - „ 831. 1. — Cheerdraad - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 3918: — .. Somma van ƒ566769. 8. — Namentlijk ƒ03252: 4:— - -„ 16410. 16. — 90. 3. 8 696. 9— 756. 1. 8 28. 3:— 418. 17. — 579. 12. 8 2999. 13. 8 - - „ 3001. 8. 8 - - . „ 99464. 3. - „ 26432. 17. 8 - - - „ 39092. — 8 -„ 1129. 18 8 „ 3017 — - - - - „ 11811. 8. 8 „ 14463. 15 - „ 33920. 6 - - - „ 48814 — 8 - - - „ 8048. 9. 8 - -„ 3310. 14. 8 - -„ 1849 15 — - - - „ 106. 17. 8 - -- „ 395 — 8 Transporteere ƒ 409939 11— - - - „ „ — - „ . „ .. . - - .. — .. . - .. - - - . „ .. „ ..-

NL-HaNA_1.04.02_3325_0267 view scan ↗

English

130 Carried forward - ƒ 409939. 11. — Returns - - - „ 243: 4. – Debtors -. - - „ 67864 18 — Account of Differences - - - -„ 121. 16. 8 The Basaroek Foundry.. - „ 56162. 16. 8 Assay requirements - - . . . . . „ 13431. 2. 8 Lands at Paponetlij - - - „ 169. 7— Outstanding arrears account . - - - - - - - - „ 18827. 12. 8 Sum ƒ56569. 8 — Furthermore, we respectfully accompany this with a copy of the report from the overseer of the shipyard Paulus Kip, the commander of the narrow-ship Daniel Schiettekatte, and the master shipwright Jacob van der Moolen, who, in the presence of the Equipment Master Laurens Buijs, inspected the narrow-ship De Jonge Susanna these past days and found that it is so severely affected by worms that a heavy double hull must be fitted to it, which, along with repairing some other defects discovered on it, excluding the equipage goods for which the report has not yet been received, and thus only the carpentry repairs alone, according to calculation, would cost 4 to 5000: - Ropias; besides that, according to a statement by the aforementioned Equipment Master, hauling it ashore, putting it back into the water, and greasing it alone would cost over 600: ropias, and thus little less than 6000: ropias would have to be spent on it; whereupon, in our meeting of the 22nd instant when this was deliberated, we observed that this repair would run rather high, that this vessel is no longer so much needed here, and now that one no longer has Cananoor, one can easily make do with the narrow-ship De Verwagting, if it is used with proper consideration; that it would therefore better accord with the Company's interest to let the aforementioned narrow-ship De Jonge Susanna sail as long as it can without carrying out those repairs on it, or else that it be sent to Ceylon, where it could possibly be repaired at less expense and employed more usefully, 131 or also be sold here or elsewhere to the highest bidder; for which reason we hereby bring the one and the other to the esteemed notice of Your High Nobilities, and humbly request to be honored with Your High Nobilities' approval as to how we shall act with this vessel, as the vessel, as far as can be seen from the outside, is not yet in that very worst condition that we would dare to propose to Your High Nobilities to have it sunk with ballast on the corner or foreland under the point Stroomburg, the more so as Your High Nobilities by secret missive of the 25th September last granted authorization to employ our old and decommissioned gamels for that purpose, or to request one or two decommissioned sloops from Ceylon. And since among other items that cost the Company dearly here, the equipage is indeed the most prominent therein, we promise Your High Nobilities that we shall use our utmost endeavors, through good deliberation, to practice economy with true earnestness not only in such, but also in all other items, for which the item of the equipage is already specially in hand, with which we give ourselves the honor to remain with the utmost respect and high esteem. Lower down: High Noble, Greatly Esteemed, Far-Ruling Lord, and Right Noble Lords: Your High Nobilities' humble and obedient servants. Was signed: A: Moens, D: Kelly, J: H: Medeler, R: v: Harn, S: C: Saffin, J: B: van der Prijp, J: L: van Spall, H: R: Schuilz, C: G: Seijffer. In margin: Cochim the 30th June Batavia To the same as above. This serves solely to accompany our trade books of the year 1736/9, which we have packed in a small box and dispatch via Tutucorijn and Cormandel, with the request to the ministers there 132 Examined there to please arrange their onward address to Batavia; for which purpose alone this being directed, we otherwise give ourselves the honor to remain with the utmost respect and high esteem. Lower down: High Noble, Greatly Esteemed, Far-Ruling Lord, and Right Noble Lords: Your High Nobilities' humble and obedient servants. Was signed: A: Moens, D: Kelleij, J: H: Medeler, R: v: Harn, S: C: Saffin, P: B: v: der Grijp, J: L: van Spall, A: R: Schutz, and C: G: Seeffer. In margin: Cochim the 30th June Anno 1771 Ao 1771 71 J: Allorijn Lannicken C Clercq Agrees 133 Record of the proceedings with the envoys of the King of Travancore, regarding his debt to the Company known under the name of the Old Debt, or also the Attingal Debt. On 13th July, Saturday morning around eight o'clock, the Lord Commander sent the chief interpreter of Jongeren with the orembai to the Cochin Court to fetch the Valia Sarvadhikariakar and First State Minister of the King of Travancore, named Patteroenij, who shortly thereafter arrived at the River Gate with the said vessel, and subsequently rode from there by carriage to the residence of His Esteemed Honor, bringing along in his company the first pepper supplier, the Sarvadhikariakar Coemara Poela, and the accounting clerks of His Highness. After they had taken their seats in the audience hall according to their rank, and the Commander having ordered pen and paper brought to him in order to keep notes himself, so as to make them understand that what occurred during this negotiation would be accurately recorded for posterity, the aforementioned First State Minister handed over a letter from his master the King addressed to the Commander, and added thereto a particularly friendly though lengthy compliment regarding the esteem that His Highness holds in his heart ƒ

Dutch transcription

130 P=r Transport - ƒ 409939. 11. — Retouren Debiteuren Reeckening van Differenten - - - De Basaroek Gieterije.. Essaij behoeftens - - . Landerijen te Paponetlij Ten agteren staande reekening . - - - - - „ 243: 4. – -. - - „ 67864 18 — -„ 121. 16. 8 - „ 56162. 16. 8 . . . . „ 13431. 2. 8 - - - „ 169. 7— - - - „ 18827. 12. 8 Somma ƒ56569. 8 — wijders laten wij deezen in eerbied ver„ „sellen een Copia Rapport van den opziender der scheepstimmerwerf Paulus Kip, en den gezaghebber van het smalschip Daniel schiettekatte en den opperscheepstimmerman Iacob van der Moolen, die ten overstaan van den Equipagiemeester Laurens Buijs, het smalschip De Ionge Susanna deezer daagen hebben gevisiteerd, en bevonden, dat het zelve zoodanig van de wormen is aan„ „gestooken, dat daar aan een swaare dubbel„ „huijd dient te werden gemaakt, welke met het verhelpen van nog eenige an„ dere daar aan ontwaarde gebreeken, uijtgeno„ „men de Equipagie goederen, waar van het Rapport nog niet is ingekomen, en dus maar alleen .. - . - alleen de vertimmeringen na Calculatie zoude moeten kosten 4: a 5000: - Ropias, be„ „halven dat, volgens een opgave van voor„ „schreeven Equipagiemeester, het op de wal halen, weder in het water setten en smeeren, van het zelve, alleen op ruijm 600: ropias soude komen te staan, en dus daar aan weijneg minder dan 6000: ropias moeten werden ten kosten gelegd; waar op wij in onze bij eenkomst van den 22=sten Courant wanneer daar over gebesoigneerd is, aangemerkt hebben, dat deese reparatie vrij hoog op stok zoude loopen dat men dit vaartuijg hier zoo zeer niet meer benodigt, en nu men Cananoor niet meer heeft, het wel te stellen is, met het smalschip De verwagting, als daar van niet goed overlegt word gebruijk gemaakt, dat het dus beeter met 's Comp„s interest zoude over een ko„ „men, het gemelde smal schip De Ionge Susanna af te laaten waaren, zo lang het kan, zonder die Reparatie daar aan te doen, dan wel dat het zelve na Ceijlon wierd gesonden, alwaar het mogelijk met minder kosten gerepareert en nutter g'emploij„ „wrt 131 „eert zoude kunnen werden, of ook wel hier dan wel elders aan de meestbiedende te verko„ „pen; wes wij bij deezen het een en ander ter g'eerde kennisse van VW Hoog Edelheedens brengen, en ootmoedig verzoeken, met Hoog Edelheedens goedvinden te mogen werden gehonoreert, hoe wij met dit vaartuig zullen handelen, alzoo het vaartuijg voor zo veel van buijten blijkt, juijst nog niet in dien aller uijttersten slegten staat is, dat wij uw Hoog Edelheedens zouden durven voordragen, om het zelve op de hoek of voor„ „grond onder de punt Stroomburg met swaarte te laaten zinken, te meer Vw Hoog Edelheedens bij secreete missive van den 25: 7ber: Jongstleeden qualifica„ „tie verleend hebben, om daar toe onze oude en afgevaarene gamels te Emploijeeren, of een a. Twee afgevaare Chialoupen van Ceijlon te verzoeken. En dewijl onder an„ „dere articuls die de Compagnie hier veel te staan komen, de Equipagie daar in wel het meeste uijtmunt, zo belooven wij wij Uw Hoog Edelheedens, dat wij ons uijt„ „ters te vermogen zullen aanwenden, om door een goed overleg, niet alleen in zulke, maar ook in alle andere articuls de menagie met regten ernst te betragten, waar toe het artikul van de Equipagie al speciaal onder handen is, Waarmeede ons de eere geven van met de uijtterste Eerbied en hoog agtinge te blijven Con„ „derstond/ Hoog Edele Groot agtbaare wijd ge„ „biedende Heer, en Wel Edele Heeren: VW Hoog Edelheed,s onderdanige en gehoorzame Dienaren /was getekend / A: Moens, D: Kelly, I: H: Medeler, R: v: Harn, S: C: Saffin, I: B: van der Prijp, I: L: van Spall, H: R: Schuilz C: g: Seijffer /in margine / Cochim den 30:' Junij Batavia Aan als vooren Deesen Dient Eenelijk ten geleijde onser Negotie boeken van Ao 17 36/9: , welke wij in een „kasje afgepakt over Tutucorijn en Corman„ „del versenden, met versoek aan de ministers aldaar Ao 1771: 132 Nagezien aldaar daaraan addresse na Batavia tewillen besorgen; ten welken eijnde deesen eenelijk ge„ „rigt zijnde; Geven wij ons overigens de eere van met de uijtterste Eerbied en Hoog agtinge te blijven. /onderstond/ Hoog Edele Groot agtbaa„ „re wijdgebiedende Heer, en Wel Edele Heeren: VW Hoog Edelheed„s onderdanige en gehoorsa„ „me Dienaren / was getekend/ A: Moens, D: Kelleij I: H: Medeler, R: v: Haru, S: C: Saffin, P: B: v: der grijp, I: L: van Spall, A: R: Schutz en C: G: Seeffer /:in margine / Cochim den 30:' Junij Aog 771 Ao 1771 71 J: Allorijn Lannicken C Clercq accordeert 133 Aanteekeninge van het verhandelde met de Zende „lingen van den koning van Trevancoor, nopens desselfs schuld aan D E Comp:e bekend onder de naam van de oude schuld, of ook wel de Attingte Schuld Den 13: Iulij Saturdag smorgens omtrend agt uuren zond de Heer Commandeur den oppertolk van Jongeren met de orangbhaaij naar het Cochimse Hof, om den Balia sarwvadicariacaren, en Eerste staads Ministers vanden koning van Trevancoor, in naame Patteroenij aftehaalen, gelijk hij kort daar op aan de Revierpoort met gem: vaartuijg kwam, en ver- „volgens van daar met de koets nade wooning van sijn Agtb: reed, brengende in sijn Geselschap meede den eersten peper leverancier, den farwadicariacen Coemara Poela, en de reek: schrijvers van sijn Hoogheit Na dat zij volgens hun rang in de audientie baal zitplaats genomen hadden, en de Commandeur pen en papier bij zig hebbende laten brengen, om zelvs aantee „keninge tehouden, ten eijnde hun tedoen begrijpen dat 't geen bij deze verhandelinge voorviel voor de posteri „teijt accuraat zoude geboekt worden: overhandigden een voorm: eerste staats Minister een brief van zijn Mees „ter den koning aan den Commandeur gerigt, en deed daar bij een bijsonder vriendelijk dog langwijlig Com= „pliment weegens de agting die sijn Hoogheijt in desselfs hart ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3325_0274 view scan ↗

English

heart for the Commandeur. The Commandeur expressed his gratitude for the good sentiments which His Highness was pleased to hold toward him, and said that he on his part would also leave nothing undone to do His Highness all possible pleasure. Furthermore, the envoys said that they had orders from their master, not only to compare, close, and liquidate last year's pepper account, but also to negotiate concerning the Attinga debt; that His Highness intended by this to give a special proof of the consideration His Highness has for the Commandeur, because an express negotiation, much less so respectable an embassy, had never taken place regarding that matter, and that His Highness had therefore chosen this his prime minister for it, and more other flatteries, which the Commandeur did not desire to record. However, the envoys said at the same time that they could give no further disclosure concerning the other particulars of their commission until after the Commandeur should have had the letter brought by them translated. 134 The Commandeur, hearing this, said that he was very pleased that the past card account would be closed, because that should long since have been done, in order to avoid the errors and confusion that are commonly caused when the accounts of one year run into the other; but that he was even more pleased that the debt of Attinga would be settled, since, on the assurance he had obtained from Coemara Poele, he had already written so favorably about it to Batavia, as if that matter were already concluded; adding hereto that he thanked His Highness very much for the consideration His Highness showed him by having this matter expressly negotiated and by sending so respectable an embassy, yet that according to his usual frankness he could nevertheless not fail to say: how he was also informed that the Heer Commandeur Weyerman in person had also negotiated about it with His Highness, and the Heer Commandeur Breekpot, together with the Honorable Governor Senff, likewise with His Highness's former prime minister of state, and that he, the Commandeur, was thus not the first who, after that matter had already lasted for over 70 years, negotiated about it again since then; yet nevertheless he would now test through this commission whether His Highness was truly sincere with him, and to what extent His Highness's affection for him was greater than for others, as something to which His Highness appeals so much, and with which he is indeed very gladdened. Thus it was then determined to have the letter translated, and to fix another day to confer about those matters. After this the conversation fell upon this year's pepper delivery, of which they boasted grandly, saying that ten times one hundred thousand pounds of pepper delivered in so short a time, from April to the present day, was nothing ordinary, and said that still more would be delivered, requesting provisionally a further 25000 rupees, as His Highness already had fully as much in credit for pepper. The Commandeur answered that they could receive those 25000 rupees immediately, and 135 and that it is to be expected that His Highness will deliver considerably more, so that it may not remain at these 25000 rupees, since His Highness had promised to deliver 3000 candys; that it was indeed true that we already have 2000 candys thereof, but that the ordinary time of delivery is nearly up, and that it would not be good at all if anything were lacking from that quantity; that we had already given assurance to Batavia that that full quantity would be delivered without fail, and that this in any case was no more than according to the contract, over and above the contracted pepper from the conquered lands. They answered that His Highness had given strict orders to deliver as much pepper as possible, and that it was still being gathered; that it had happened so many times that not even so much had been delivered in a whole year as now in that short time, and that due to high water currents and heavy storms several vessels with pepper had capsized this time, to the quantity of fully 700 candys to the great loss of His Highness; that the Commandeur had made such haste with the pepper, and that for that reason, regardless of the heavy weather, deliveries had nevertheless continued, merely to satisfy his Honor. The Commandeur said that these were only ordinary excuses; that he was indeed pleased that His Highness had issued such good orders, but if the delivery had been pursued with a bit more earnestness in the good season, one would not have run the risk of delivering in the bad monsoon; that possibly a few small vessels having capsized was now made out to be greater than it actually was; and that the small delivery of other years was poor enough and no argument, but rather proved that the contract had seldom been fulfilled in that respect, and that they should just examine their own conscience on that; however, the Commandeur added again in a friendly manner that he hoped and also trusted that this would go better hereafter, and because it on the Commandeur's side

Dutch transcription

hart voor den Commandeur had. De Commandeur betuijgde desselfs dankbaarheid voor de Goede Gevoelens, wel- „ke sijn Hoogheijt, van hem geliefde te hebben, en zegde dat hij van sijn kant ook niets onbetogt zoude laten om zijn Hoogheijt alle plaisier te doen wat mogelijk was. Voorts zegden de Gezanten dat zij van hun Meester order hadden, niet alleen om de peper reek: van verleeden Jaar te Confronteeren, tesluiten en te liquidee= „ren; maar ook om over de Attingase schuld te handelen: dat zijn Hoogheijt hier door een bijsonder bewijs meend te geeven van de Consideratie die zijn Hoogheijt voor den Commandeur heeft: om dat over die affaire nog nooit eene expresse onderhandelinge, veel min eene soo aansienelijke besendin= „ge Geschied is, dat zijn Hoogheit daarom deesen zijnen eersten Minister daar toe uitgekoosen had, en meer andere vleije= „rijen, die de Commandeur niet begeerde aanteteekenen: dog desendelingen zegden met een, dat zij aangaande de verdere bijson „derheeden van hunne Commissie geen nade „re openinge Geven konden, dan na dat de Commandeur de door hun meedegebragte brief zoude hebben laaten translaateeren. de 134 De Commandeur dit hoorende: zegde, dat het hem seer aangenaam was, dat de verleeden Caarte Reekening zoude gesloo= „ten worden, om dat sulx al lange had dieo „nen te geschieden, ter vermijding van de abuisen en verwarringe, die Gemeene ar „lijk veroorsaakt werden, wanneer de reekeningen van het eene Jaar in het ander loopen; maar dat het hem nog aangenaamer was, dat de schuld van n Attinga zoude afgedaan worden, al= zoo hij op de verseekeringe, die hij vann Coemara Poele erlangd hads, daar over reeds zoo favorabel na Batavia Geschree= „ven had, of of die zaak haar beslag al had; voegende hier bij dat hij zijn Hoog „heijt wel seer bedankt, voor de Considerat „tie, die zijn Hoogheijt voor hem betoond met over die saak expres telaaten han= „delen, en eene soo aansignelijke besendin= „getesenden, dog dat hij egter na zijne gewoone rondborstigheid, niet manquee „ren kon tezeggen: hoe hij ook 9, infor= „meerd was, dat de Heer Commandeur Weijerman in persoon met sijn Hoogheijt en de Heer Commandeur Breekpot, nee „vens de Edele Heer gouverneur Senff ins- „gelijks met sijn Hoogheijt voorige eerste Staads staads minister ook daar over Gehandelt heeft, en dat hij Commandeur dus de eerste niet is, die nadat die zaak al over de 70: Jaeren Geduurd heeft, 't zedert daar over weder handelt, dog des niet itemin nu aan deese Commissie beproeven soude, of zijn Hoogheijt het met hem waarlijk meend, en in hoe verre sijn Hoogheijt Genegendheid voor hem meer als voor andere is, als iets, waar op zijn Hoogheijt zig soo seer beroept, en waar „meede hij wel seer verblijd is Dus wierd dan vastgesteld om de brief te laaten translateeren, en een andere dag te bepaelen, om over, die saa= „ken te confereeren. Hier na viel het Gesprek over de pee= „per Leverantie van dit Jaar, waar zij breed van opgaaven, zeggende, dat thien maal hondert duisend pond peeper in zoo een korten tijd van April tot heeden toe Geleeverd, niets gemeens was, en zegden dat er nog meer soude gelevert worden, versoekende bij provisie nog om rop:s 25000:, als hebbende zijn Hoogheit reeds ruim soo veel te goed aan peeper De Commandeur antwoorde, dat zij die 25000: rop:s aanstonds krijgen konden, en 135 en dat het te denken is, dat zijn Hoogheijt nog vrij meer sal leeveren, op dat het bij deese 25000: rop:s niet blijven mag, alzoo zijn hoogheijt belooft had, 3000: Candij „len te sullen leeveren, dat het wel waar was, dat wij reeds 2000: Candijlen daar van hebben, dog dat de ordinaire tijd van de leverantie haast uijt is, en dat het gantsch niet goed soude sijn, indien aan die quantiteit iets manqueerde; dat Wij na Batavia reeds verseekeringe Gedaan had, dat die volle quantiteit zonder manquement zoude geleeverd worden, en dat sulx in allen Gevalle niet meer als volgens 't Contract was, buiten en behalven de Gecontracteerde peeper uit de Geconquesteerde Landen. zij antwoorden, dat zijn Hoogheit scherpe ordres Gegeven had, om soo veel peeper te leeveren als moogelijk is, en dat er nog ingesameld word, dat het soo menigmaal gebeurd is, dat er selfs niet eens soo veel Geleeverd is, in een Geheel Jaar, als thans in dien korten tijd, en dat er door de hooge waterstroo= „men en swaare stormen ditmaal ver= scheide vaartuijgen met peeper omge „slaagen zijn, ter quantiteijt wel van 700: 700: Candijlen tot Groote schaade van zijn Hoogheijt dat de Commandeur sulken haast Gemaakt had, met de peeper, en dat men daarom ongeagt het swaare weer, even= „wel aan 't leeveren Gebleeven is, om zijn Agtb: maar Genoegen te geven. De Commandeur zegde dat sulx maar ordinaire uitvlugten waaren, dat het hem wel lief was dat zijn Hoogheijt sulke Goede ordres had Gesteld, dog als de lever= „antie in de goede tijd met wat meer ernst was doorgezet, men dan Geen Gevaar soude geloopen hebben om in de kwaade Mousson te leveren, dat mogelijk eenige weinige vaartuijgjes omgeslaagen zijnde, daar nu grooter ophet van Gemaakt word als wel in der daad is, en dat de geringe leverantie van andere Jaaren slegt Genoeg, en geenargument is, maal veel eer bewijst dat er nog selden in dat opsigt aan 't Contract voldaan was, en dat zij zulx maar eens aan hun eigen Gemoed gelief= „den aftevraagen; dog de Commandeur voegde daar weder op eene vriendelijke wijse bij, dat hij hoopte en ook vertrouw= „de, dat sulx na deesen beeter soude gaan, en om dat het aan sCommandeurs zijde

NL-HaNA_1.04.02_3325_0279 view scan ↗

English

side no payment might fail, and that the requested 25000: rop:s were at His Highness's service. They then promised that they would make their utmost efforts, particularly Coemare Poela as Pepper Supplier of the South, to give satisfaction to His Honour. With which this conference ended, and they went outside in the same manner as they had entered. The letter written by His Highness of Trevancoor to the Commandeur being translated, was found to be of the following contents: Translation of the Letter written by the King of Trevancoor to the Honourable Commandeur Adriaan Moens, received the 13: July 1771: We have received, read, and understood the contents of Your Honour's letter, whereby we saw that we were in arrears of some money to the Honourable Company regarding the debt of Attinga, and that we were to raise and pay that amount within the period of 10: –. years, which point having been considered by us, we understood that this debt supposedly arose from the piracy committed in ancient times upon the vessels of the Honourable Company, also the spoliation committed at the Residency of Jengapatnam according to the list sent to us at that time, concerning which, letting our thoughts run over it, we cannot well fathom that the ministers of the Kingdom would have made themselves guilty thereof; however, the Lords Commandeurs who at that time governed the city of Cochim having knowledge thereof, that point was laid down in the concluded Contract, with the addition that said debt was to be settled and liquidated according to the verdict of impartial persons; regarding the debt of the Cottatta merchants, we have summoned them before us, who, being questioned, testified that said debt was paid; therefore we are now sending the said merchants thither to liquidate that account, upon whose arrival there and upon the confrontation of the account, if they should still remain in arrears of some moneys, we shall have a proper satisfaction given by the said merchants. Concerning what we are still in arrears for the captured cannon and the mortars, the accounts and the granted receipts thereof are still in existence, and which are now being remitted thither, into the hands of our Pattreoenij Balia Sarwadicariacaren and Coemara Poela Sarwadicariacaren and the Account Keepers, to settle that debt finally, with the request that Your Honour upon their arrival there please hear their commission, and to settle those matters without bringing any damage or prejudice to us, and to communicate to us in writing how much money we are in arrears to the Honourable Company at the conclusion of that debt account, whereupon we shall write to Your Honour in what manner the settlement thereof could take place. The Pepper account of Anno 1770: will now also be closed. But on the delivery of anno 1771. we request that there might be sent to us 1000: pieces of firearms with bayonets according to the price known in the Contract, together with and besides 5: pieces of brass drums under a proper receipt from Ananda Mallen. Written by Balia melesetta Canaka ananja Seroemaal in the Year 946:—. the 9: of the month Midoenam, or anno 1771: the 19: June, and Signed by His Highness, /underneath stood:/ for the Translation Cochim date as above /was signed/ S: V: Tongeren Sworn Translator. The 14: July Sunday passed, as well as the following days, without the envoys coming in, on account of the indisposition of the first Minister of State and the heavy rains, which continued steadily during these days. In the meantime, the Commandeur had confidential agents investigate what in fact their commission was, and why they did not yet wish to come out directly, chiefly because the King's letter clearly showed that it would again be the old song, namely denial of the authenticity of the debt and claiming other proofs, and thus no settlement, until the Commandeur, through some gratuities to certain persons, learned something, namely, that the envoys in fact had more orders and qualifications than appeared from the letter, and that they even had orders not to trouble the Commandeur but to bring him into a good trust in His Highness, and to satisfy him with a little, or otherwise to keep the matter amicable but dragging on, and under the pretext of speaking about it again at another time, merely to return. Which the first Joek, having also perceived from afar, made known to the Commandeur, whereupon he secretly gave him emphatic instructions that, if he should be sounded out in one way or another, namely whether the Commandeur would stand firm on that matter, he should then simply say that upon reading the letter he had become very astonished and dissatisfied, would hardly trust any Malabars anymore, but regretted having written so favourably to Batavia concerning His Highness, and that he privately took it so amiss that he could no longer have that veneration for His Highness as he had in the beginning: this recommendation was also given to other confidential agents. The 20: July Saturday the envoys had an audience requested for next Monday. The

Dutch transcription

136 zijde aan Geene betaalinge mogt manquee „ren dat de Gerequireerde 25000: rop:s tot zijn Hoogheijt dienst waaren. zij beloofden toen dat zij hun uit „terfte vermogens zouden aanwen= „den, insonderheid Coemare Poela als Peeper Leeverancier, van de Zuid, om zijn Agtb: genoegen te geeven. Waarmeede deeze Conferentie eindigde, en zij op deselfde wijze na buiten gingen als zij binnen gekoomen waaren. De brief door sijn Hoogheijt van frevancoor aan den Commandeur ge „rigt Getranslateert zijnde, bevond men van den volgende Jnhoud teweesen: Translaat Brief door den koning van Trevancoor geschreeven Aan Den wel Edelen Agtb: Heer Commandeur Adriaan Moens, ontvan= „gen den 13: Julij 1771: uwel Edele Agtb: brief hebben wij ontvan= „gen geleesen en den Jnhoud verstaan. waar bij wij zagen dat wij aan D' E Comp: eenig geld geld wegens de schuld van Attinga ten agteren stonden, en dat wij dat bedraa= „gen binnen de tijd van 10: –. Jaaren zou= „den opbrengen en betaalen, welk pa= inct bij ons overwoogen zijnde, ver= „stonden wij dat die schuld zoude gesproo„ „ten zijn uijt de gepleegde roverij in oude tijden aan de vaartuijgen van d'E: Comp: Jtem de spolie gepleegd aan de Residentie van Jengapatnam vol= „gens de lijfte aan ons toenmaals ge= „sonden, waar over onse Gedagten la= „tende Gaan, konnen wij niet wel pe= „netreeren dat de ministers van het Rijk zig daar aan zoude schuldig ge= „maakt hebben, egter de Heeren Com mandeurs die tedier tijd de stad Cochim geregeert hebben daar van kennisse hebbende, is dat poinct bij het ge „maakt Contract ter neder gesteld met bijvoeging dat die schuld volgens de uijtspraak van onpartijdige lieden te vereffenen en te liquideeren; bettref= „fende de schuld van de Cottattase koop= „lieden hebben wij deselve bij ons laten op ontbieden, dewelke afgevraagt zijnde betuijgden zij dat die schuld betaald zou „de zijn, dierhalven senden wij gem: koop 137 kooplieden thans naar derwaarts om die reekening teliquideeren, bij wel= „kers komtte aldaar en bij de Confron= „tatie van de reekening dezelve nog Eenige penningen ten agteren gebleeven zijn zullen wij door gem: kooplieden Een behoorlijke voldoening laten Geven. wegens het Geen wij nog ten agteren staan of het veroverd Canon, en d' morteeren daar van zijn de ree „kenings en de verleende quitantien nog in weezen, en dewelke thans naar derwaarts Geremitteerd wer= „den, inhanden van onzen Pattre oenij Balia Sarwadicariacaren, en Coemara Poela Sarwadicariaca „ren en de Reekening schrijvers, om die schuld finaal aftedoen, met versoek dat uwel Edele Agtbaren deselve met haar komste aldaar gelieve haare Commissie aante „hooren, en die zaaken sonder ee= „nige schaade of nadeel aan ons toetebrengen toetebrengen uijt de wereld te helpen, en ons bij geschrift te Communiceeren, Ee hoe veel geld wij aan D' EComp:e per slot van die schuld reek: ten agteren staan, wanneer wij aan uwel Edele Agtb: schrijven zullen op wat wijze de vereffening van deselve zoude konnen geschieden. de Peper reed= kening van Anno 1770: zal thans ook afgeslooten werden. dag op de leverantie van anno 1771. versoeken wij dat aan ons 1000: pees Geweiren met bajonets volgens de prijs be= „kent staande bij het Contract mogte gesonden werden, met ende benevens 5: p:s kopere trommels onder behoorlijke quitantie van Ananda Mallen. geschreeven bij Balia melesetta Canaka ananja Seroemaal des Jaars 946:—. den 9: van de maand Midoenam, ofte anno 1771: den 19: 138 19: Junij, en Getekend bij zijn Hoogheijt, /:onderstond:/ voor de Translatie Cochim dato als boven /was getekend / S: V: Tongeren Gesw: Translateur Den 14:' Julij Sondag liep door, beneevens de volgende „daagen, zonder dat de sendelingen binnen kwaamen, uit hoofde van de onpasselijk= „heid van den eerste staats Minister en de swaare reegens, die deser dagen bij Continu= „atie aanhielden. In deese tusschen tijd liet de Commandeur door vertrouwelingen ondersoeken, wat tog in der daad hunne Commissie was, en waarom zij nog niet direkt wilden uitkoo= „men, voornamentlijk om dat 't konings brief wel aantoonde, dat het weder het oude Deuntje zoude worden, namentlijk ont= „kentenisse van de egtheid der schuld en pretentie van andere bewijsen, en dus geene afdoeninge, tot dat de Commandeur door eenige spendatien aan seekere persoonen iets te weeten kreeg, namentlijk, dat de sendelingen sendelingen in der daat meer order en qualifi= „catie hadden, als bij de brief bleek en dat zij selfs order hadden, om den Commandeur niet te vermoeijelijken maar in een goed vertrouwen op sijn Hoogheijt tebrengen, en hem met een weinigje te vreeden te stellen, of anders de saak, in 't vriendelijke maar slepende te houden en onder pretext van op een ander tijd daar over weder te sullen spreeken maar weder te keeren. het geen de eerste Joek ook van verre bemerkt hebbende aan den Commandeur te kennen gaf, waar op hij hem in secretesse nadrukkelijk gelaste, om wanneer hij op de eene of andere wijze mogt gepost worden namentlijk of de Commandeur sterk op dat stuk soude staan, als dan maar te zeggen, dat hij over 't leesen van den brief seer „verwondert en onvergenoegt was geworden, bij na geen mallabaaren meer soude vertrouwen, maar berouw had, soo favorabel na Batavia over sijn Hoogheijt geschreeven te hebben, en dat wij het hijmelijk bij zig soo kwalijk nam, dat hij nu die veneratie niet meer voor sijn Hoogheijt hebben kon, als hij in het begin gehad heeft: deze recommandatie kreegen ook andere vertrouwelingen Den 20: Iulij Saturdag lieten de sendelingen audientie versoeken teegen aanstaande Maandag Den

NL-HaNA_1.04.02_3325_0285 view scan ↗

English

139 On Monday morning, July 22, after nine o'clock, the above-mentioned envoys came again for an audience with the same decorum as on the 13th. Having taken their seats, they asked whether the letter from their master, the King, had been translated. The Commander replied with a serious friendliness merely "Yes," nothing more. They asked whether its contents had also been well understood. The response was with the same demeanor, "No," also nothing more. They looked at each other, made all kinds of friendly expressions, and asked why the Commander did not understand the contents of that letter. The Commander replied that the esteem he generally has for a king, and especially for His Travancore Highness, caused him to say that. Then they became even more eager, doubled their apparent external friendliness, and asked with astonished curiosity for the reason for the Commander's statement. The Commander said that if he were to compare the King's latest promise, made to him recently by Coemare Poele, namely that His Highness would settle the old debt, against His Highness's letter, he would have to form a strange opinion of His Highness if he were at the same time to admit that he well understood the contents of that letter; and that out of esteem for His Highness, he would therefore rather say that he cannot yet understand its contents, and would therefore first hear what their commission consisted of, to see whether it would shed more light on the matter, in order thus to understand each other better. Hereupon they approached the matter with a complete detour, saying the King had the pleasure of being in good harmony with the Commander; the King also truly had great esteem for him, etc.; since his arrival here in Malabar, the known disagreements with the King of Cochin, His Highness's bosom friend, had gone no further, but the mutual movements on both sides had been postponed; the Commander had from the very first meeting with His Highness's servants, who at that time came to the city to see Governor Benff, 140 spoken with resoluteness and adherence to his word, and repeatedly, about the old debt; indeed, he had also continuously, by private messages, requested in the strongest manner to please settle that old debt, declaring that it would not be good if that matter were not settled, and assuring that that debt was genuine and truthful; that debt, they further said, had now become so old because it had never been proven; His Highness had gained the impression through those strong solicitations that the Commander might have found some proofs of it which no one had had before, and under that impression, and out of affection for him, their King had then actually promised to settle the old debt, although His Highness believed he had paid very much towards that unproven debt, both in cash and with pepper, and therefore His Highness had sent his Prime Minister to examine those proofs now, and if the proofs were found genuine and sufficient, then to deliberate in what manner the debt might best be discharged, even if it were not to occur in installments, but all at once, if the Commander on his side would only be reasonable; but if there were no other genuine and proper proofs of it, then His Highness would not like to be dunned about it any longer, nor hear reproaches, much less pay anything more on it than His Highness had already paid on it; His Highness had never refused to pay, but had only claimed what all debtors must know and can claim, namely how large the debt is, and proof that the debt is truly that large and not otherwise, which His Highness now trusted that the Commander would provide. The Commander said beforehand, jokingly, that they had studied very well to make a bad case seem good, but that he at the same time left it to their own judgment what the surrounding world must judge of such evasions; of what help then are contracts, of what help then are promises, and of what help then are a king's assurances! And then the Commander continued by saying that one would rather leave the King's letter in its place, that we would indeed answer it, and that they please moderate somewhat their threatening manner of speaking, 141 namely that if the proofs were not found genuine and to their liking, one would then no longer wish to be dunned about it, etc.; for, said the Commander, a contract exists concerning this, there is no place for refusal here unless one breaks the contract, and that is something of greater importance and consequence than the gentlemen imagine; but, the Commander continued, to convince you of my discretion, I am willing to speak with Your Honors about that affair in a friendly manner, in the hope of convincing Your Honors that the Company's claim is reasonable. With this they were fully satisfied, and requested to see our claim and the authenticity thereof. The Commander then showed the account, not in guilders, but in rupees, because they understand that account best, namely: on account of robberies committed against various vessels: rop:s 12778:— on account of various merchants: 5940: 139/20 on account of the plunder at the Tengapatnam Residency: 786: 19/48 on account of captured artillery: 4403: 19/40 Together: Rop:s 30985 13/48 Yet

Dutch transcription

139 kwamen de boven gem:e Gesanten weder ter audientie met het selfde fatsoen, als op den 13: Na genoomene sitplaats, vroegen zij af de brief van hun Meester den koning, getrans= „lateerd was! Den 22: Iulij S'maandags morgens na negen uuren, De Commandeur antwoorde met een serieuse vriendelijkheid eenelijk Ja sonder meer: zij vroegen of dies Jnhoud ook wel ver „staan was; Het antwoord was met deselfde hoeda= „nigheijd neen: ook sonder meer: zij keeken elkander aan: maakten allerlei vriendelijke mines, en vroegen waarom de Commandeur den inhoud van die brief niet verstond: De Commandeur antwoorde, dat de ag= „ting, die vlij in 't algemeen voor een koning, en wel insonderheid voor zijn frevancoorse Hoogheid heeft, hem dat deed zeggen: Toen wierden zij nog wel eens soo begeerig, verdubbelden blaare uijtterlijke vriendelijk „heid, en vroegen met een verwonderende nieuwsgierigheid de reeden van s. Comman= „deurs Gezegde De Commandeur zeijde, dat als hij s: ko= „nings laatste belofte, hem onlangs door Coemare Coemare Poele Gedaan, namentlijk, dat sijn Hoogheijt de oude schuld soude afdoen, confronteerde teegen zijn Hoogheijt brief, blij dan een wonderlijk gevoelen van zijn Hoog „heijt soude moeten opvatten, indien hij te „fens bekende: dat hij die briefs inhoud wel verstond; en dat plij daarom uit agtinge voor zijn Hoogheijt liever zeggen wilde dat hij dies inhoud nog niet verstaan kan en daarom eerst hooren zoude waar in hunne Commissie bestont om te zien of die meer ligt aan de saak zoude bij „setten, ten einde dus elkander beter te verstaan: Hier op kwaamen zij met een gehee= „le om weg tot de zaak; zeggende de ko= „ning had het genoegen met den Comman „deur wel te harmonieeren: de koning had ook waarlijk groote agting voor plem &c: 't zee „dert zijn komste hier op de Mallabaar, waa= „ren de bekende oneenigheeden, met den kochimse koning zijn Hoogheijd Boesem vriend, niet verder gegaan, maar de wee= „dersijdsche beweegingen van weerszijden uitgesteld: de Commandeur had al ten eersten bij ontmoetinge van zijn Hoogheijt Bedienden welke in dien tijd bij den Heer gouverneur benff in de stad kwamen, van 140 van Cordaatheid en woordhoudinge ook telkens, over de oude schuld Gesprooken, Ja blij had ook bij Continuatie door parti= „culiere boodschappen op de kragtigste wijze laaten versoeken, om tog die oude schuld te vereffenen, met betuijginge, dat het niet goed zoude zijn, indien die zaak niet af= gedaan wierd, en met versekeringe, dat die schuld egt en naar waarheid was: die schuld zegden zij al verder was nu al zoo oud geworden, om dat deselve nooit bewesen was: zijn Hoogheijt was door die sterke aansoekinge in begrip gekoomen, dat de Commandeur mogelijk eenige bewijsen daar van had gevonden, die niemand be= „voorens had gehad, en in dat begrip, en uit genegendheid voor plem had hun ko= „ning dan eigentlijk laaten belooven de oude schuld aftedoen; schoon zijn Hoogheit vermeende op die onbeweze schuld, zeer veel zo wel in Contant als met peper betaald te hebben en daarom had zijn ho=ts desselfs eerste staats minister afgesonden, om die bewijzen nu natesien, en als de bewijsen egt en genoegdoende bevonden wier „den, als dan te overleggen, op hoedanige wijze de schuld best afgedaan zoude worden al zoude zulx ook niet bij termijnen, maar eens klaps eensklaps geschieden, indien de Commandeur dan ook maar aan zijne sijde redelijk was; dog als er Geene andere nog egte en behoorlij= „ke bewijsen van waeren, dan zoude zijn Hoogheijt ook niet gaarne meer daar over willen gemaand worden, nog verwijtinge „hooren, veel min iets meer daar op betaal „len, als zijn Hoogheijt reeds daar op betaalt had; sijn hoogheijd had nooijt geweigert te betaalen, maar had alleen gepretendeert, het geen alle Debiteuren weeten moeten en pretendeeren kunnen, namentlijk hoe Groot de schuld is, en een bewijs dat die schuld waarlijk soo Groot en niet anders is, het geen zijn Hoogheijt nu vertrouwde dat de Commandeur doen zoude, De Commandeur zegde voor af Corts= „wijlende, dat zij seer wel Gestudeert hadden om een quaade saak goed te maaken, maar dat blij het teffens aan hun eige oordeel overliet, wat de omstandige wereld van sulke uijtvlugten moet oordeelen; wat dan Contracten; wat dan beloften, en wat dan konings verseekeringen meer helpen! en toen vervolgde de Commandeur met te zeggen: dat men 't konings brief liever aan zijn plaats laaten zoude, dat wij dezelve wel beantwoorden zoude, en dat zij hunne dreigende 141 dreigende manier van zeggen, wat geliefden te menageeren, namentlijk dat als de bewijsen niet egt, en na hun smaak bevonden wierden, men dan daar niet meer om wilde Gemaand weesen &tc: want zegde de Commandeur, hier omtrend legt een Contract, hier valt geen weigering, of men breekt het Contract, en dat is iets van meer inzigt en gevolg als de Heeren zig wel voorstellen; dog, ver- „volgde de Commandeur om uwes van mij= „ne bescheidentheid te overtuijgen, wil ik wel met VEd: over die affaire en 't vrien= „delijke eens spreeken, in hoop vEd: te overtuijgen, dat 'sComp:s pretentie redelijk is, Hiermeede waaren zij ten vollen te vreeden, en versogten om onse pretentie en de egt „heid daar van tesien, De Commandeur vertoonde toen de reek: niet bij guldens, maar bij ropias, om dat zij die reek: best verstaan, namentlijk wegens gepleegde roverijen aan diverse vaartuijgen - wegens diverse kooplieden - - - - „ 5940: 139/20 weegens de spolie aan de Residentie Jengapatnam- weegens veroverde Geschut - - - - - rop:s 12778:— 24 „ 786: 19/48. tesamen. Rop:s 30985 13/48 -- „ 4403: 19/40. Dog .

NL-HaNA_1.04.02_3325_0290 view scan ↗

English

But then they said that it was the very same account that they had long since seen and had obtained on more than one occasion; that His Highness had never recognized it as lawful, and that if it had been lawful, this matter would have been settled long ago; and if there were no other evidence, His Highness was mistaken and had presumed in vain that the Commandeur possessed authentic proof. The Commandeur said that the account was authentic; that other papers and proofs must entirely have perished through such a long interval; that the account, having long since been examined and found correct, was therefore acknowledged in the contract; and that otherwise his smart mandate would not have signed that contract; that this account was drawn up from the old trade books and papers, and therefore could not be contradicted. Regarding leaving this matter unsettled for so long, they said that this was not the King's fault, but the Company's, because the settlement depended solely upon the production of authentic proofs; and that the Company, having had those proofs in earlier times, ought to have produced them in due time, rather than letting them spoil, and now that they can no longer be found, insisting with so much earnestness on the settlement; that for many years the Company had also made no further mention of it, and it was therefore assumed at the Travancore court that the Company, being conscious of the weakness of that claim, simply kept silent about it until the Company fell into disagreement with His Highness, and since the year 1743 made a contract, and, not yet having forgotten that item, conditionally stipulated in the 13th article only in general terms, in verbis: The old debt of Attinga shall be investigated within the period of one year by impartial persons, and, being found lawful, shall be paid to the Company. Whereby the Company, now already 27 years ago, admitted that its claim still had to be examined and proved; from which nothing came, until the Company, concluding a new contract with His Highness in Ao 1753, again stipulated that item only in general terms, whereby His Highness promised to pay that debt within six months, understanding that the Company, by that stipulation of six months, would make more haste to prove the authenticity through impartial persons or otherwise than the Company did when a year had been set for it in the year 1743; although it had since become evident that the Company in those six months, just as little as before and in no several years, was able to do so, except only that shortly after the latest concluded contract concerning the Attinga debt, an account was sent in gross, just like the one that the Commandeur had just now shown in miniature; wherefore His Highness was now also no longer obligated to pay anything of it, although he was nonetheless still so generous, and still is, as to wish to pay that debt anyway, in case one can merely demonstrate its authenticity. And as for the proof of the authenticity of the account, namely that it is extracted from our trade books, they said that they had heard all too well how errors could be made in the Company's trade books, on which occasion they smiled, upon which the Commandeur reflected. He, becoming somewhat annoyed, though concealing it, and understanding well what they were aiming at, simply replied that they would do better to leave the Company's trade books to their proper value; that this presumptive argument of theirs had nothing to do with the matter, and he could likewise say the same of their olas and accounts; that their remark concerning the 13th article of the contract of the year 1743 was merely imaginary; that everything stated in a previous contract that is not specifically mentioned in a subsequent one is thereby nullified of itself; that in any case the contract of 1743 was never approved by Batavia and thus proves nothing in this matter; that in the latest contract, which is authentic, approved, and thus in force, no mention is made of an examination by arbiters, but an effective promise is made to pay the debt within six months, as if His Highness meant to say that he claimed no further proof regarding the old debt. They nevertheless remained immovable in demanding further and better proofs, and then added that in any case the debt of Attinga did not concern His Highness; that the Company may well have suffered damage under the Attinga government, but properly through the robberies which at that time, when the Attinga government was divided, took place everywhere. The Commandeur said that this was an objection that one ought to have made before one supposedly signed the contract, and if feeling aggrieved about it, one should by no means have signed the contract; that His Highness was now obligated according to the contract to pay that debt, and that with the greatest equity, because His Highness, having assumed the realm of Attinga, thereby also took over the debt that the realm had, whereby that debt then (so to express it) was no longer an Attinga debt, but properly speaking had become a Travancore debt; all the more so since the Queen never denied the debt, but always acknowledged it, and merely put off the payment. Furthermore, they claimed already to have paid on the old debt with pepper and cash, and even the cash through Touka Moesa, a former servant of His Highness, at the time of the Lord Commandeur

Dutch transcription

Dog toen zegden zij dat het deselfde reek: was, die zij al lang Gezien, en eens en ander= „maal erlangd hadden; dat zijn Hoogheijt die nooit voor wettig heeft gekend, en dat als die wettig was Geweest, deze affaire dan al lange uijt de wereld zoude zijn ge= „weest, en als er geene andere bewijsen waa= „ren, zijn Hoogheijt zig dan vergift, en te vergeefs verondersteld had, dat de Com= „mandeur egte bewijsen bezat. De Commandeur zegde dat die reek: egt was, dat andere papieren en bewijsen door dien langen tusschen tijd wel absoluit hebben moeten vergaan, dat die reek: al van lange ondersogt en wel bevonden zijnde, daarom bij het contract bekend gestelt is, en dat sijn sr=t manaat anders dat Con „tract niet soude geteekent zijn, dat dee= „se reek: uit de oude Negotie boeken en papieren was opgemaakt, en derhalven niet kon teegengesprooken worden; op het lange onafgedaan laaten van deese affaire zegden zij: dat sulx niet konings maar 'sComp:s schuld was: om dat de afdoeninge maar Gehangen heeft aan het produceeren van egte bewijsen en dat de komp: die bewijsen in vroegere tijden Gehad hebbende, als dan in tijds had dienen 142 dienen te produceeren, maar niet laten be= „derven en nu niet meer te vinden zijnde, niet meer te vinden zijnde, met soo veel ernst op de afdoening te staan, dat de Comp: al van lange Jaaren ook daar uit meer van gerept en men daarom aan 't Trevancoorse hof veronderstelt heeft, dat de Comp: be= „wust zijnde van de swakheid dier pretentie, daar van toen maar Gesweegen heeft, tot dat de Comp: met zijn ho:t oneenigheid ge= „kreegen, en 't zedert anno 1743: een Con= „tract gemaakt mitsgaders die post nog niet vergeeten hebbende, bij 't 13: artikel eenelijk in Generaale termen Conditioneel bedongen heeft in verbis: de oude schuld van Attinga zal binnen de tijd van een Jaar door onpartijdige persoonen ondersogt en wettig bevonden zijnde, aan D' Comp: voldaan worden waar door d' Comp, nu al 27: Jaeren gelee= „den bekend heeft, dat haar pretentie toen nog moest ondersogt en beweeten worden; waar van niets gekomen was, tot dat d' Comp: met zijn hoogheijt Ao 1753: een nieuw Contract sluitende die post al we= „der maar in Generaale termen bedongen heeft, waar bij sijn Hogheijt beloofde, om die schuld binnen ses maanden te betaalen in in begrip dat de Comp:e door die bepalinge van ses maanden wat meer spoed zoude maken, om de egtheijd door onpartijdige lieden of an= „dersints te bewijzen als de Comp:e Gedaan heeft, toen men Anno 1743: een Jaar daar voor gesteld had, schoon het zedert gebleeken was, dat de Comp: in die ses maanden alsoo min als bevoorens en Geene ettelijke Jaaren zulx heeft kunnen doen, als alleen, dat men kort na 't Jongst gemaakt Con „tract nopens de Attingse schuld eene ree= „keninge in het gros gezonden had, even als die welke Commandeur nu zo aanstonds in 't klijn vertoond had, waarom zijn Hoogheit dan nu ook niet meer verpligt was iets daar van te betaalen schoon egter nog soo Genereus is geweest en nog is, om die schuld evenwel ofe willen betaalen, ingevalle men maar de egtheid daar van kan aantoonen, en wat het bewijs der egtheid van de reek: aangaat, namentlijk dat die uit onse negotie boeken getrok= „ken is, zegden zij dat te wel Gehoort had= „den hoe er in de Negotie boeken van d' Comp: fouten konden begaan worden, bij welke Gelegendheijd zij eens grim= „lachten het geen de Commandeur reflec= „teerde. Die 143 Die wat gemelijk wordende, dog sulx egter verbergende, en wel begrijpende waar bij op doelden: eenvoudig repliceerde dat zij beeter zouden doen sComps negotie boeken in haare waarde telaaten: dat dit hun veronderstellend argument niets ter saak deed, en hij het selve van hunne olassen en reekeningen insgelijks wel zeggen kon: dat hunne aanmerkinge over 't 13: articul van't Contract des Jaars 1743: maar imaginair was; dat alles wat bij een voorig Contract staat, en bij een nader met speciaal genaamd word, van zelfs daar door Gemortificeerd word dat in allen gevalle het Contract van 1743: nooijt van Batavia geapprobeerd is en dus ten dezen niets bewijst, dat bij het Jongste Contract dat egt, ge-approbeerd en dus kragtig is van geen ondersoek door goede mannen gesprooken, maar ef= „fectief belooft word, de schuld binnen ses maanden te voldoen, als of zijn Hoog „heijt zeggen wilde: noopens de oude schuld geen bewijs meer te pretendeeren, sij bleeven egter onbeweeglijk staan op nadere en beetere bewijsen, en voegden toen daar bij dat sijn Hoogheijt in allen gevalle de schuld van Attinga niet raakte raakte; dat d' Comp: mogelijk wel schade ge= „leeden had in de Attingate Regeeringe, maar eigentlijk door de roverijen, welke in die tijd doe de Attingate Regeeringe verdeeld was, over al plaats hadden. De Commandeur zegde, dat dit een x. men bedenkinge is, die zijn saahijs had moe= men „ten maaken, eer zijn kwanzeijt het Con= „tract teekende, en zig daar over beswaard vindende, het Contract dan Geensints had moeten teekenen, dat sijn Hoogheijt nu volgens Contract verpligt was die schuld te betaelen, en dat wel met de groodste billijkheid, om dat sijn Hoogheid het At= „tingte rijk aanvaard hebbende, de schuld die dat rijk had, daar door teffens over „nam, waar door die schuld toen (om het zoo uittedrukken geen Attingte meer, maar eigentlijk gesprooken, een Trevan= „coorte schuld geworden was, te meer, de koninginne nooit de schuld ontkend, maar een erkend, en de betalinge maar op de lange bank gehouden heeft. Wijders pretendeerden zij op de oude schuld reeds betaalt te hebben met pe= „per & Contant, en zelfs het Contant door Touka Moesa een geweze dienaar van zijn Hoogheit ten tijde van den Heer Commandeur

NL-HaNA_1.04.02_3325_0295 view scan ↗

English

144 Commander Cunes Yet the Commander clearly convinced them that this was on the debt for the captured artillery, which had fallen into the king's hands for cash in the year 1743; that this item alone had amounted to Ropias 28014 3/48, and that His Highness had already paid off Ropias 20153 7/48 on it in pepper and cash, and therefore now remained in arrears on that debt for only Ropias 7861 29/48, which actually constituted the fourth and last item of the Company's account. However, if they preferred to see that what had been paid off in pepper and cash was deducted from the old debt and not from the captured artillery, the Commander would gladly have that altered, but that His Highness, at the close of the account, would nevertheless remain indebted to the Company according to the following calculation which the Commander made for them: on account of robberies committed against various vessels: Ropias 12778. —. on account of various merchants: Ropias 5940 9/48. on account of the spoliation at the residency of Tengapatnam: Ropias 4405. 7/48. Total: Ropias 23123 19/48. The value of the captured artillery amounted to: Ropias 28014 29/48. Paid thereon: In cash: Ropias 6600. —. In pepper: Ropias 13553. 7/48. Total: Ropias 20153 7/48. Thus remaining in debit thereon: Ropias 7861 19/48. And consequently, together with that of Attinga, still indebted: Ropias 30985. 1/48. Or otherwise: on account of robberies committed against various vessels: Ropias 12778. —. on account of various merchants: Ropias 5940 3/48. on account of the spoliation at the residency of Tengapatnam: Ropias 4405. 7/48. Total: Ropias 23123 19/48. Paid thereon: In cash & pepper: Ropias 20153. 7/48. Still missing: Ropias 2970. 3/48. Added hereto the value of the captured artillery: Ropias 28014 9/48. Thus indebted: Ropias 30983 13/48. Asking whether they wished to have the account in the latter manner. Yet seeing that our claim remained equally large in both manners, and that by the latter they would insensibly acknowledge the legitimacy of the three other items amounting to 145 amounting to Ropias 23123 29/48, they immediately recollected themselves and twisted their words, saying that they had paid on the Attinga debt in so far as the item of the captured artillery appears on the general account, which account was commonly called the Attinga account, and similar chicane, then tacking about to another course, saying that our calculation of the pepper delivered for the captured artillery was far too little, being not Ropias 13553 7/48, but Ropias 16504 3/48, thus making a shortfall of Ropias 2951 1/48, whereby that remaining debt should then not be Ropias 7861 1/2, but Ropias 4910. 7/48. For, they said, the pepper was delivered at Coilang, thus to the South, for which the Company, according to the contract, paid Ropias 65 per candy, whereas the Company had nevertheless calculated it at Ropias 55, besides which His Highness had also been docked the toll due to His Highness on the pepper, of which they formed an account that came out roughly in this manner: 123079 lb at Ropias 65 per 500 lb: Ropias 16000. 49/48. The toll 4 gold rajas at 15 1/25 stivers per 500 lb: Ropias 504. 3/8. When the pepper with its toll amounts to: Ropias 16504: 3/48. Carried forward: Carried forward: Ropias 16504. 3/48. Added hereto paid in cash: Ropias 6600. —. Would be paid: Ropias 23104. 3/48. Which amount deducted from the amount of the captured artillery, Ropias 28014 3/48, His Highness would then only be in arrears thereon: Ropias 4910 1/48. For, they said, otherwise His Highness would rather have given money, and would have obtained considerably more money for that pepper; but, they continued, His Highness, knowing that the Company preferred pepper to money and could also make a great deal of money on the pepper at Ropias 65 the candy, had given pepper to oblige the Company. However, they said, if the Company could not accept that pepper at Ropias 65 the candy, His Highness would gladly take it back and give money in its place. The Commander, having listened to all this with patience, asked them seriously whether they were not ashamed, after having had that account for so long and never having made those exceptions, now to come forward with them, and that too with so much fuss, without remembering that the Company, wanting to have the artillery restored in kind rather than in money to make use of it, nevertheless 146 had nevertheless been so generous as to leave the same in the hands of His Highness for cash, and that at such a civil price that the Company could easily have obtained twice as much for it from others. Yet they stood their ground and would listen to nothing, continually repeating everything they had said more than once before, which had to be listened to with patience, and wherein each of the envoys was equally zealous, so that one sometimes interrupted the other to state it with more emphasis than the other; and everything usually came down to the pepper calculated at too low a rate, and to the lack of authentic proofs. Until the Commander's patience almost ran out, and he said with a certain earnestness in substance: Are these the first-fruits of the king's resoluteness, already in the beginning of my administration; is that the singular affection that His Highness has for me! I have already demonstrated the reasonableness of our claim clearly and circumstantially enough; better proofs I do not have, nor are they necessary; but if the proofs are not sound enough to His Highness's liking, let them only show and prove the contrary to me with authentic documents; namely:

Dutch transcription

144 Commandeur Cunes Dog de Commandeur overtuigde hen duijde= „lijk, dat sulx op de schuld van het veroverd ge= „schut was, dat voor 't Contant van anno 1743, in 't'konings handen geraakt was, dat die post alleen bedraagen had Rap:s 26014 3/48. en dat zijn Hoogheijt aan peeper en Con= „tant daar op ook reeds afgelegt had Ropias 20153 7/48. en daarom op die schuld nu maar ten agter stand Ropias 7861 29/40, het geen eigentlijk de vierde af laatste post van 'sComp:s reekening uitmaakte dog indien zij lie= „ver zagen dat het afbetaalde in peeper en Contant in minderinge gesteld wierd van de oude schuld en niet van 't ver= „overd Geschut, dat de Commandeur zulks gaarne zoude laaten veran= „deren, maar dat zijn Hoogheijt dan eevenwel bij slot van Reekening aan de Compagnie te kwaad sou= „de staan volgens de ondervolgende uitreek: die Commandeur hun maakte weegens weegens gepleegde roverijen aan diverse vaartuijgen-- weegens diverse kooplieden- weegens de spolie aan de Residentie Tengapatnam - - - De waarde van 't veroverd ge„ „schut bedroeg - - - - Daar op betaalt In Contant - . . . Rop:s 6600. —. - - - - „13553. 7/48 In peeper. 20153 1/48. Dus Rett: daar op debet. „ 7861. 19/8. En gevolgelijk met dat van Attinga tesaamen nog te quaad. „ of anders wegens gepleegde roverijen aan diverse vaartuijgen Rop:s 12778. — weegens diverse kooplieden - - „ 5940 3/48. weegens de tpolie aan de Resi„ 14 „dentie Jengapatnam - - „ 4405. 1/48. r„s 23123 19/0 daar op betaald Aan Contant & peeper - -- - „ 20'153. 7/48. manqueert nog - - - - - - -- Rop:s 2970. 3/48 Hier bij de waarde, van 't ver„ „ 28014 9/48 „ overde Geschut - - - - - - Rop:s 30983 13/40. Dus te quaad- vraagende of zij de reek: op de laatste wijze geliefde te hebben. Dog zij ziende, dat op beide wijze onse pre= „tentie eeven Groot bleef, en zij door de laatste ongevoelig de wettigheid der drie andere posten - - - - Ropia 30985. 1/48 Rp:s 28014 29/30 . rp„s 12778. —. „ 5940 9/40 14 „ 4405. 1/48: Rrap: 23123 19/0 groot . - .. . „ - - — 145: groot Rop:s 23123 29/40. zouden erkennen. soo recolleerden zij zig ten eersten en ver „draaijden hunne woorden, zeggende: dat bij op de Attingte schuld betaald hadden, voor soo verre de post van het veroverd Geschut op de algemeene reekening staat, welke reekenin= „ge doorgaans de Attingte reek: genaamd werd en diergelijke Chieaanen meer, gooijende het toen weder over een andere boeg, zeggende: dat onse bereekeninge van de peeper op 't veroverde geschut geleeverd veel te weinig, geen rop:s 13553 7/40. maar rop:s 16504 3/48. dus een minderheid van rap:s 2951 1/40. uitmaakter waar door die restant schuld dan niet rop:s 7861½. maar rop:s 4910. 7/48. moest zijn, want zegden te de peeper was op Coilang geleeverd, dus om de Zuid, waar voor d' Comp: volgens 't Contract betaalde rop:s 65: per Candijl, daar de Comp: egter deselve bereekend had teegen rop:s 55. , buiten en behalven dat zijn Hoogheijt dan ook nog de tol daar bij afgehouden was, die zijn Hoogheijt op de peeper toekomt, waar van bij een reekening formeerden, die omtrend op deeze wijse uijtkwam. 123079. - lb: à Rop: 65. de 500: lb: - - - - Rop:s 16000. 49/40. De tol 4: goude ragias á 15 1/25. st: -„ 504. 3/8 per de 500: lb: - . - Wanneer de peeper met zijn tol beloopt. - . . Rop:s 16504: 3/48. Die Transporteere P:r Transport Rop:s 16504. 3/48. Hier bij gevoegd aan Contant betaald - „ 6600. —. soude betaald sijn - - - - . Rop:s 23104. 3/48. welk bedraagen afgetrokken van 't bedragen van 't veroverd Geschut „ 28014 3/48. zoo zoude zijn Hoogheijt daar op dan maar ten agteren staan- Rop:s 4910 1/48. want zegden zij anders had zijn Hoogheijd liever geld Gegeeven, en voor die peeper vrij meer Geld gekregen hebben dog vervolgden zij, zijn hoogheijt weetende, dat d' Comp: „als geld had en ook op de papper liever peeper„ â rop:s 65: 'tCandijl veel geld winnen kon, ter believinge van d: Comp: peeper gegeeven had; dog zegdense, indien de Comp: die peeper voor Geen rap:s 65. 't Can „dijl kon accepteeren, zoude zijn hoogheijt deselve gaarne weder willen neemen, en geld in plaats Geeven. De Commandeur dit alles met gedult aangehoord hebbende vroeg hun serieuse= „lijk af, of zij zig niet schaamden, na dat zij nu al soo lange die reekening gehad, en nooit die excepties Gemaakt hebbende, nu daarmeede voor den dag te komen, en dat nog met soo veel aphefs zonder zig te herinneren, dat de Comp: liever het geschut in natuur als in geld Gerestitueerd willende hebben om haar gebruik daar van te maaken, evenwel 146 evenwel soo genereus is Geweest, het selve in handen van zijn ho:t voor Contant, en dat voor soo een Civiele prijs te laaten, dat de Comp:e wel eens soo veel van andere daar voor soude hebben kunnen krijgen. Dog sij bleeven op hun stuk staan, wilden nergens na hooren, repeteerende bij Continua „tie, alles wat te bevoorens meer als eens ge= „zegd hadden; het geen men met gedult moest aanhooren, en waar in ieder der zendelingen eeven ijverig was, zoo dat de eene den anderen tomtijds in de reeden viel, om het met meer nadruk als den andere te zeggen: en alles kwam doorgaans uit op de te min bereekende peper, en op 't man= „quement van egte bewijsen. Tot dat des Commandeurs Gedult bij na ten einde liep en met een seekere ernst in substantie zegde; zijn dat de eerstelingen van 'skonings Cordaatheid, al in den begin „ne mijner regeering is dat die sonderlinge genegendheid, die zijn Hoogheijt voor mij heeft! ik hebbe reeds duidelijk en omstan= „dig Genoeg de redelijkheijd onser pretentie vertoond; beter bewijsen hebbe ik niet, en zij zijn ook niet noodig; maar zijn de bewijsen niet bondig genoeg na zijn Hoogh=t smaak, laat men mij dan maar met egte stukken het teegendeel toonen en bewijsen; namentlijk

NL-HaNA_1.04.02_3325_0300 view scan ↗

English

namely that our claim is not lawful, or otherwise I request that one would please declare categorically whether one wishes to recognize the debt or not, as a special article of that important contract, whereby His Highness made so much progress through the Company's neutrality; and would not have made it otherwise, had the Company not kept its word sacredly in everything, and for which it virtually only stipulated in compensation the settlement of the old debt and the delivery of the contracted pepper; not to mention how little has been fulfilled so far in both the one and the other, though it is known that other nations get enough pepper from his territory. To both this and the other, they said almost nothing except that the authenticity of the debt had still not been sufficiently proven to them, but the earnestness and seriousness with which the Commander had spoken the foregoing to them made them somewhat embarrassed; they looked at each other again, and spoke amongst themselves alone. The Commander, seeing this, gave them more opportunity to do so by walking back and forth. They made use of this opportunity, and said when the Commander returned that they knew he had not yet eaten, that they had already eaten before their arrival and were accustomed to taking that meal in the evening which the Dutch take at noon; that the Commander should please just go and eat, that in the meantime they would speak further with each other in order to give the Commander as much satisfaction as possible, and that it would be a pity to have spoken so long with each other and still have made no progress. The Commander said that everything depended on themselves, and went outside. When they had spoken with each other for a good quarter of an hour, and it could be noticed that their conversation had ended, the Commander returned to the audience hall. Whereupon the envoys, and especially the first, addressed the Commander with singular friendliness, beginning again in the Malabar manner with a tedious and flattering prologue: it was indeed a pity; His Highness had so much respect for the Commander, there was such good harmony between the two of them; this was a completely old and confused matter, which had never properly come up for negotiation; this was the first and possibly the last time; His Highness was also not disinclined to have this matter cleared out of the world to mutual satisfaction; he had therefore expressly sent this respectable commission, refused no payment, but merely asked for something that one cannot refuse His Highness, namely genuine proofs; that had always been the hitch; that was the hitch again now. His Highness, seeing that the Commander immediately and so strongly insisted on that affair, thought that he had genuine and better proofs, and therefore promised to settle that affair; however, they are nothing but the old proofs, and thus the matter would now be as before. But because the Commander says that he will judge by the settlement of this debt how great His Highness's inclination is for him more than for others, His Highness certainly wishes to give the Commander the opportunity, and do him the pleasure, of settling a matter during his administration on which people have already worked in vain for over 70 years. They wanted to go on further with their prologue. However, the Commander interrupted them, saying that it was bad enough that this matter had remained unsettled for so long due to refusals, and it was thus more than time to put an end to it, requesting that they would please come to the point. Then it came out in part: if the Commander wished to enter into an agreement, then they would make a proposal. The proposal was: the account had to be altered, the undercharge on the delivered pepper deducted, and then the entire amount divided into five parts as follows: on account of the three items of the old debt, ro/a 23123. 13/48. Remaining debt for the captured artillery, 4910 7/48. Rop. 28034 9/48. 1/5 Rop:s 5606 5/16. which fifth part, amounting to ro/as 5606. 5/16., they would pay and that immediately in cash, provided the Commander then considered that debt settled once and for all, and indemnified His Highness in writing in that regard. The Commander said, as long as he was Commander, he would never proceed to such a shameful and paltry agreement: whether they were not ashamed, if the Company wished to remit so much of what so rightfully belongs to it, it would then much rather remit the entire debt as an act of grace than receive such a trifle; that the Honorable Company was not really so concerned about that money, but because it does not want to know that it is in a contract with a prince who does not fulfill special articles thereof; however, if they truly had qualification to enter into a reasonable and fair agreement, the Commander, although not qualified thereto, would nevertheless at his own peril enter into it and treat with them about it, provided it was passable and could bear the name of an accommodation, solely to give His Highness proof of his willingness to do everything that is only possible and reasonable. They said they had qualification to enter into an agreement, and to pay something on the debt, provided it was not much and that everything was thereby settled, requesting that the Commander would please express his thoughts about it. The

Dutch transcription

namentlijk dat onze pretentie niet wettig is, of anders versoeke ik dat men zig maar Cathagorisch Gelieve te declareeren, of men de schuld erkennen wild of niet, als een speciaal articul van dat gewigtig Con= „tract, waar bij zijn Hoogheijt door sComp:s neutraalheid zoo veel progressen Gemaakt heeft; en anders niet soude gemaakt heb= „ben, indien d' Comp:e niet in alles heilig haar woord gehouden had, en waar voor ze genoegsaam maar alleen in recompens bedongen heeft de afdoening van de oude schuld en de leverantie van de gecontrac= „teerde peeper; Gezwijge hoe wijnig zo in het een als ander tot nog toe voldaan is, daar men egter kennisse draagd, dat an= „dere naties peeper genoeg van zijn krag= „brijt krijgen op dit een soo wel op het ander zegden zij bij na niets als dat hun eevenwel de egtheid van de schuld niet Genoeg beweesen was, dog de ernst en serieusheid waarmeede de Commandeur hun het voorige gezegd had maakte hun eenigsints verleegen zij keeken malkander weder aan, en spraaken met elkander alleen De Commandeur dit ziende gaf hun daar toe meer Gelegendheid met eens om en 8 147 en weer heen te gaan van deese Gelegendheijd bedienden zij zig, en zegden toen de Commandeur weder kwam, dat zij wisten hoe zij nog niet gegeeten had, dat zij reeds gegeeten hadden voor hun kom= „ste en Gewoon waaren des avonds die maal tijd te doen, die de Hollanders smiddags doen: dat de Commandeur tog maar Geliefde te gaan eeten, dat hij intusschen met elkan= „der nader spreeken zouden, om den Com= „mandeur soo veel mogelijk Genoegen te geeven, dat het Jammer zoude zijn, zoo lange met elkander gesprooken te heb= „ben en nog niets gevordert te zijn. De Commandeur zegde, dat het alles van hun selfs afhing en ging na buijten Als zij nu wel een Groot quartier uurs met elkander Gesprooken hadden, en men bemerken kon, dat hun gesprek geeindigd was, kwam de Commandeur weder in de audientie zaal. Als wanneer de gezanten en in zon= „derheid de eerste den Commandeur met een sonderlinge vriendelijkheid aanspraak, beginnende na de mallabaarte manier weder met een lastige en vleijende vooreeden. het was immers Jammer; zijn Hoogheijt had soo veel respect voor den Commandeur daar daar was soo eene Goede Harmonie, tusschen hun beiden dit was een geheel oude en ver= „waarde zaak, waar over men nooit regt ter verhandelinge gekoomen was; dit was de eerste en mogelijk de laatste maal zijn hoogheijt was ook niet ongeneegen, om die zaak tot wedersijdsch Genoegen uit de wereld te hebben; zond daarom expres deese aansienelijke Commissie, wei „gerde Geene betaalinge, maar vergde alleen iets dat men zijn Hoogheijt niet weijge= „ren kan, f:egte bewijten:/ daar had het al= „toos aangehaperd; daar haaperde het nu weer aan: zijn Hoogheijt ziende dat de Commandeur al ten eersten en zoo sterk op die affaire stond, dagt dat Mij egte en beetere bewijsen had, en beloofde daarom die affaire te zullen afmaeken: dog het zijn niet als de oude bewijsen, en dus zoude de zaak nu weer als bevoorens zijn: maar om dat de Commandeur zegd dat hij aan de afdoeninge deser schuld zal beoordeelen, hoe Groot zijn Hoogheits gene= „gendheid voor hen meer als voor andere is, zoo wild zijn Wo:t den Commandeur wel gelegendheid Geeven, en dat plaisier doen, om in zijne regeeringe een zaake aftedoen daar nu al over de 70: Jaaren te 148 te vergeefs aangewerkt is: zij wilden met hun voor reeden nog al verder gaan. Dog de Commandeur viel hun in de reeden, zeggende dat het slegt Genoeg was, dat die zaak door weigeringe soo lange onvereffend is Geblee= „ven, en het dus meer als tijd geworden was, een einde daar aan temaken, versoe= „kende dat zij toe maar ter zaak wilden koomen. toen kwam het er gedeeltelijk uit indien de Commandeur tot een accoord wilde treeden, dan zouden te een proposi= „tie doen: de propositie was: de reekeninge moest verandert, het te weinig bereekende op de geleeverde peeper afgetrokken, en dan het geheele bedraagen in vijf deelen gedeelt worden als volgt: weegens de drie posten van de oude schuld ro/a 23123. 13/48. Restant schuld van 't veroverd geschud „ 4910 7/48. Rop. 28034 9/48. 2 5 Rop:s 5606 5/16. welk vijfde groot ro/as 5606. 5/16. zij betalen zouden en dat aanstonds in Contant, mids de Commandeur dan eens voor al die schuld daarmeede afgedaan hield, en zijn Hoogheijt derweegens schriftelijk indemneerde De Commandeur zeijde, soo lange hij Commandeur was, zoude hij nooit tot soo een een schandelijk en kruijmelagtig accoord over „gaan: of zij zig niet schaamden als de Comp: soo veel kwijt wilde schelden van het geen haar zoo regtmatig toekomt zij dan nog veel liever de Geheele schuld als een genade gifte, quijtschelden zoude als soo een baga= „tel te ontvangen, dat het D' EComp: eigent= „lijk zoo seer niet te doen was, om dat geld, maar om datse niet weeten wil dat se met een vorst in Contract staat, die speciaale artikels daar van, niet voldoet; dog als zij waarlijk qualificatie hadden om tot een redelijk en billijk accoord te treeden, de Commandeur schoon daar toe niet gequali= „ficeert, egter ten zijnen pericule daar toe wel soude treeden, en met hun daar over handelen, mids het door den beugel kon en de naam van een accomrodement draa= „gen mogt, eenelijk om zijn Hoogheijt een bewijs te geeven, van zijne willigheid, om alles te doen, wat maar mogelijk en redelijk is. zij zegden qualificatie te hebben om tot een accoord te treeden, en iets op de schuld te betaalen, mits niet veel en dan alles daar meede veressend zij, ver= boekende dat de Commandeur desselfs gedagten daar over Geliefde te uiten De

NL-HaNA_1.04.02_3325_0305 view scan ↗

English

149 The Commander took advantage of this opportunity, saying that he was indeed willing to enter into a reasonable agreement, but not until the remaining debt of the captured artillery, amounting to rop:s 7861½, was decided and paid beforehand as a condition sine qua non, and that he would then negotiate with them regarding the remaining three items amounting to rop:s 23123: 9/48 and see whether they could reach a mutual understanding on that matter. Over this there was a long debate, and they said that they would not agree to this. And the Commander said that otherwise he would come to no agreement, but would rather leave matters as they were, break off negotiations, place the debt directly on His Highness's pepper account of last year, and write to His Highness about the one thing and the other. However, in this conference it grew heated now and then; it was then that they said the Commander could do as he pleased: enter into no agreement, break off the conference, and write to His Highness about it, even complain about them; but as for placing the debt on the pepper account of last year, His Honour had better leave that alone. Coemara Poela, the pepper supplier, was then the foremost to jump into the breach; they said openly that His Highness had not been so very in need of money last year, at least His Highness could manage then with the money he had received, yet delivered a considerable quantity of pepper, more than he had received money for, thinking that this pepper was as good as money and as secure with the Company as with himself, and that he could have it whenever he merely sent for it: this would force His Highness to resolve henceforth to bring no pepper to the scale for which he had not yet received money, out of fear that one would always seize it under one pretext or another, as is now done under the pretext of debts that are not proven; the king demanded his money for the delivered pepper; prompt and higher payment His Highness could get from anyone to whom His Highness would only deliver pepper: and if the Company wanted the Attingate debt paid, it pleased them only to prove the legality thereof: on the pepper account 150 nothing else should be entered than the delivered pepper of that year, and the advances received on it likewise of that year; no Commander had dared to do this in all those past years, and would the new Commander do so now? They would leave immediately, leave the pepper account as it was, speak not another word about the old debt, but inform their master of it, who would well know how to obtain his money for the delivered pepper; leaving the consequence of the one and the other directly to the Commander's account, and other such chicaneries and gasconades: making a clear gesture to leave and to break off the conference. The Commander laughed, interrupted them, asked whether they were raving now, whether they were men or children? saying that His Highness owed that money and absolutely had to pay it, that it was merely out of sheer kindness that one proceeded to an agreement, that the Commander would gladly take upon himself the responsibility of putting it on the account, even though according to their statement no Commander had ever done so, that this in any case does not prove that the Commanders could not have done so, but that one has been too kind and too indulgent in that regard until now; that they were boasting quite considerably about the surplus pepper delivered last year above what money was advanced on it, whereas the Company so often advances considerable sums before any pepper is delivered for it; and in order to divert them from this topic, the Commander continued, as if he were speaking with them privately and in confidence, that the Company, having to incur such considerable expenses for city and forts on the Malabar to defend the king's land against the attack of others, and not having hindered the king in expanding his realm, yet for all that, had never received the contracted pepper, but on the contrary believed it was known that the pepper was leaving by large quantities through other channels, which the Company, should its patience ever run out, would very well know how to prevent, or at least make difficult; that one could no longer look upon such things with indifferent eyes, that all 10 151 all the expressions of friendship and harmony were irrelevant, but that actual deeds were required. Would you indeed believe, continued the Commander, if I were to draw up an account of all the pepper that was delivered short each year, and which according to the contract ought to have been delivered, not to mention a profit account thereon, then one would see what a considerable sum the Company could still claim; and it would not be good for me to remind the Company of this, and therefore it is not good that one is so very offended about what I think I must do to see that the Company gets what is hers. Yet what use are these mutual debates; the sum we are currently negotiating over is surely too small to talk so much about; His Highness has indeed already paid so much on the captured artillery without contradiction, why now be so petty over that small remaining balance! And once we agree on that balance, then the rest will surely follow, and for my part I will also let something drop from it. And with this, that storm subsided; they asked how much the Commander would then concede: The

Dutch transcription

149 De Commandeur nam deeze Gelegend= „heid waar zeggende dat hij wel tot een billijk accoord wilde treeden, dog niet dan na dat alvoorens de restant schuld van '1 veroverd geschut groot rop:s 7861½. ge= „decideerd en voldaan zij, als een Conditie sine qua non, en dat hij dan met hun noopens de overige drie posten bedragen „de rop:s 23123: 9/48. handelen en zien zou „de, of men elkander daar omtrend verstaan kon. Hier over was een lang debat, en zegden dat zij daar toe niet treeden zouden. En de Commandeur zegde, dat hij anders tot geen accoord koomen, maar het er liever bij laaten, de verhandelin= „gen afbreeken, de schuld direct of zijn Hoogheijts peeper reek: van verleeden Jaar stellen en aan zijn Hoogheijt over het een en ander schrijven zoude. Dog ging het in deese Conferentie nu en dan eens heet van de rooster, het was toen: ze zegden, de Commandeur kon doen wat hij wilde; tot geen accoord treeden, de Conferentie afbreeken en aan zijn Hoogheijt daar over schrijven, Ja over hun klaagen; maar de schuld te te stellen op de peper reek: van verleeden Jaar daar Geliefde zijn Agtb: van afteblijven; Coemara Poela de peper Leverancier was toen de voornaamste die in de bogt sprong„ zij zegden opentlijk zijn Hoogheijt was, verleeden Jaar soo zeer niet om Geld ver- „leegen, ten minsten zijn Hoogheijt kon het toen stellen, met het Geld dat hij genooten had, leeverde eevenwel eene aansienelijke quantiteijt peper, meer als hij geld had, denkende dat die peeper soo goed als Geld en bij de Comp:e soo secuur als bij hem was, en hij het hebben kon, als hij er maar omzond: dit zouw zijn Hoogheijt moeten doen resolveeren, voor= „taan geen peeper ter schaal te brengen daar hij nog Geen Geld voor heeft uijt be= dugtinge dat men altoos onder 't een of 't ander pretext er de hand opleggen zoude, gelijk nu onder pretext van schul- „den die niet beweesen zijn; de koning begeerde zijn geld voor de Geleeverde peeper; prompte en meer betalinge kon zijn Hoogheijt van ieder krijgen, aan wie zijn Hoogheijt maar peeper leveren wilde: en als de Comp: de Attingate schuld wild betaald hebben, geliefd zij de wettigheid daar van maar te bewijsen: op de peeper reek: 150 reekening moest niets anders komen, als de geleeverde peeper van dat Jaar; en 't ge= „nootene daar op ook van dat Jaar; dit had nog Geen Commandeur in alle die gepasseerde Jaaren durven doen: en zouw dat nu de nieuwe Commandeur doen. zij zouden aanstonds heen Gaan, de peeper reek: laaten zoo als se is: over de oude schuld Geen woord meer spreeken, maar daar van hun meester kennisse Geeven, die zijn Geld voor de geleeverde peeper wel zoude weeten te krijgen; laatende het Gevolg van het, een en ander direct voor 't Commandeurs reekening en dierge= „lijke Chieaanen en Gasconades meer: maa= „kende voor goed mine om heen te gaan, en de Conferentie aftebreeken; De Commandeur lagte eens, viel hun in de reeden, vroeg of se nu raasden, of se mannen of kinderen waaren ? zeggen= „de dat zijn Hoogheijt dat geld schuldig was, en het absolut betaalen moest, dat het maar een pure Goedheid is, als men tot een accoord overgaat, dat de Comman= „deur de verandwoordinge van het op de reek: te stellen gaarne op zig nemen wilden schoon volgens hun zeggen Geen Comman= „deur dat ooit Gedaan heeft dat dit in alle alle Gevalle niet bewijst dat de Comman= „deurs zulx niet hebben kunnen doen: maar dat men tot dus lange daaromtrend te goed en te toegeevende is geweest: dat zij al vrij wat grooter op het maakten over de meer geleverde peper van verlee„ „den Jaar, als er Geld op voor uit gegeeven is: dat de Comp: soo menigmaal aansie= „nelijke sommen vooruitgeeft, eer er peeper voor Geleeverd word, en om hun van dit stuk afteleiden, vervolgde de Commandeur (:even als of hij met hun in 't particulier en in vertrouwen sprak:) dat D'Comp:e zulke aansienelijke kosten van stad en forten op de Mallabaar moetende doen, om 's konings land tee= „gen den aanval van andere te bewaaren, en de koning in het uitbreiden van zijn rijk niet hinderlijk geweest zijnde: egter voor dat alles, nog nooit de gecontracteerde peeper gekreegen heeft, maar in teegendeel meend teweeten dat de peeper bij grof en Groot andere weegen uitgaat, het geen d' Comp:e als haar Gedult eens ten einde mogt loopen, zeer wel soude weeten te beletten, ten minsten moeilijk temaa= „ken, dat men sulx niet wel langer met onverschillige ooken kan aansien, dat alle 10 151 alle de uitdrukkingen van vriendschap en Harmonie niets ter zaak doen, maar dat er daadelijkheeden diendent zijn zoud gijlieden wel Gelooven vervolge de Commandeur, als ik eens een reek: opmaakte van alle de peeper, die er jaarlijks minder Geleeverd is, en volgens 't Contract moest geleeverd worden; geswijge van een winst reek: daar op, dan zoud men eenszien, welke Considerable somma de ge Comp:s nog soude kunnen pretendeeren, en hel zoude niet goed zijn dat ik d' Comp: dit herinnerde, en daarom is het niet goed, dat men soo zeer Gestomacheerd is over het geene ik meene te moeten doen, om d' Comp: aan het haare te doen koomen: dog wat helpen die wedersijdsche debatten, desom „ma waar over wij thans handelen is im „mers te Gering, om soo veel over te spreeken, zijn Hoogheijt heeft op 't veroverd Geschut immers nu al zoo veel zonder teegenspree „ken betaald, waarom nu zoo kruimelag „tig op dat klein restantje! en als wij het eens zijn over dat restantje dan zal de rest wel volgen: en ik zal aan mijne zijde ook wel iets daar op laaten vallen. En hier meede was die stormbuij be „daart; zij voegen hoe veel de Commandeur dan wel zoude largeeren: De

NL-HaNA_1.04.02_3325_0310 view scan ↗

English

The Commander stated that once the item concerning the captured artillery was settled, he would then declare himself, for the entire settlement depended upon that. They testified once more that they had not been instructed on that preliminary matter and had also not anticipated it; yet finally they consented to it, in the hope that such would indeed be recovered from the other sum of rop:s 23123 9/48, promising then that they would first pay the sum of rap:s 7861½ in advance. Then the Commander said that he would now gladly negotiate with them regarding the remaining rop:s 23123 19/48, and was desirous to know how much of a reduction they now wished to have on it, recommending them to make it reasonable. And then they offered to pay a fifth part of those rop:s 23123 19/40, amounting to rop:s 4624¾. The Commander said that this was far too little, and bore no resemblance to anything reasonable, the more so because whatever he waived thereof was at his own peril; yet to show that he wished to do everything possible on his part, he also promised to waive a fifth of that sum amounting to rop:s 23123 9/48, and pointed out to them that they then would only have to pay rop:s 18499 7/8 on that sum. They testified, while beating their chests with their hands, that they would not dare to appear before the eyes of their King if they agreed to that, as they truly possessed nowhere near such authorization. The Commander said that he had no authorization whatsoever, and yet at his own peril waived such a sum, which nevertheless rightfully belonged to the Comp:e, and that they had better just come straight out and say up to what point they truly had authorization, so that he could also declare frankly to them whether it was acceptable, and that they might nonetheless part in friendship, but that all this haggling and bargaining could not help at all. They consulted with one another, inspected some olas as if they were examining their Instructions, and said granted then, half; and now no more. The Commander had the prudence to request that they please explain themselves further regarding that half and say what and how much they understood by that half; and this question proved to be necessary in the outcome. For they said and swore by all that was dear that they were not permitted to exceed half of the entire sum, it being the ultimatum, so that they would then give rop:s 15492 9/40, including the captured artillery therein. But the Commander said that they surely well knew that the remaining debt on the captured artillery had already been settled, that one must no longer touch that, that the sum of rop:s 7861½ had been accepted as a prerequisite to be paid, without being permitted to retract from it, but that they were currently negotiating the actual old debt amounting to rop:s 23123 19/48; that if, over and above the aforesaid rop:s 7861½, they offered half of that, it would then begin to look somewhat reasonable, although even that would not be enough. They seemed not to dare agree to this, and one could clearly see that their commission did not extend any further now, but that they nevertheless gladly wished to have the honor of resolving the affair to mutual satisfaction. They said the Commander might well show consideration, as nothing had ever come of the old debt, and nothing ever would have come of it had the planets (as they are customary to say) not impressed a singular affection in the heart of His Highness for the Commander; what would His Highness now have to think of the Commander's flexibility and modesty? His Highness had instructed them first to make a lesser proposal, understanding that the Commander would rather have something than nothing, and if the Commander was still not satisfied, then to split the debt, and that each party would waive an equal amount, in the firm confidence that the Commander would eagerly accept that, and also regard it as the first and most real proof of his special affection for him; now the Commander spurned this ample and generous offer, but now all hope was also gone ever to negotiate about it again, even if the Comp:e hereafter wished to content itself with the offered half, yea with a quarter; it had to be now or never. The Commander, who could barely speak from fatigue, answered both matters briefly: he also said that he could not say or do more than he had already said and done, referring them back to that, adding that he was uncommonly sorry not to have been able to reach an equitable agreement, so that he thought he would almost burst with regret when he remembered what assurances he had given to Batavia regarding this affair, that people in Batavia must now think he is a trifler; why (said the Commander with a kind of vexation) did His Highness not simply answer my messages and requests that His Highness would have me conferred with about this by Your Excellencies or someone else, but why did the King inform and notify me that His Highness would settle the old debt, and during my administration would not occupy himself with exceptions and pretexts of not being indebted or of having already paid: whereas all arguments nevertheless come down to that again. They testified that they were as yet neither able nor dared to agree to that, but requested to be allowed to reflect upon it, and then to return for an audience at a further opportunity, persisting in the meantime with their made offer, and then

Dutch transcription

De Commandeur zegde, dat als de post van het veroverd Geschut Gedecideert is hij zig dan declareeren soude, want dat daar aan de Geheele afdoeninge hing. zij betuijgden nogmaals dat zij op die procliminaire niet g'instritueerd en ook niet verdagt waaren geweest; dog eindelijk bewilligden zij daar in: in hoop dat sulx op de andere somma van rop:s 23123 9/48. wel soude gevonden worden, beloovende toen dat zij de somma van rap:s 7861½ eerst, voor uit betaalen zouden. Toen zegde de Commandeur dat hij nu Gaarne met hun nopens de overige rop:s 23123 19/48. handelen wilde, en begeerig wa te weeten, hoe veel zij daar nu op wilden gelargeerd hebben, recommandeerende hun om het schappelijk temaaken. En toen presenteerden zij weder een vijfde Gedeelte van die rop:s 23123. 19/40. te sullen betaalen, bedraagende rop:s 4624¾ De Commandeur zegde dat dit al te weinig was, en nergens na Geleek, te meer het Geen hij daar ov liet vallen ten zijne pericule was; dog om te toonen dat hij alles aan zijne zijde wilde doen wat mogelijk was beloofde hij ook een vijfde van die somma groot rop:s 23123 9/48 te 152 te zullen laaten vallen, en hield hun voor dat zij dan op die somma nog maar te betaalen hadden rop:s 18499 7/8. zij betuigjden onder het slaan met hunne handen op de borst, dat zij onder het oog van hunne koning niet zouden durven komen, indien zij daar toe tra „den dat zij waarlijk op verre na zulke qualificatie niet hadden. De Commandeur zegde dat hij in 't geheel geene qualificatie had, en even= „wel ten zijne pericule, zoo een somma Ge liet vallen, die de Comp:e egter zoo regt „veerdig toekwam en dat zij liever maar regt uitkoomen en zeggen wilden, tot hoe verre zij dan waarlijk qualificatie hadden, dat wij hun ook oopenhartig zoude declareeren, of het door de beugel kon, dat men dan evenwel in vriendschap scheiden zoude, maar dat al dat looven en dingen tog niet helpen kon bij overlegden met elkander, zagen eenige olassen na, even als of zij hunne Jnstructie na zaagen, en zegden fiat dan de helft; en nu ook niet meer De Commandeur had de voorsigtigheid om te versoeken, dat zij zig noopens die helfte nader Geliefden te verklaaren en te zeggen zeggen, wat en hoe veel zij door die helfte verstonden; en deeze vraag bleek bij de uitkomste noodsaekelijk te zijn. want ze zegden en swaeren bij al wat dierbaar was, dat zij niet booven de helfte van de geheele somma mogten koomen, als zijnde het ultimatum, soo dat te dan rop:s 15492 9/40. zouden Geeven daar on= „der Gereekend 't veroverd Geschut. Maar de Commandeur zegde, dat se„ immers wel wisten, dat de restant schuld op 't veroverd geschut reeds afgehandelt was, dat men daar niet meer aan moest komen, dat die somma van rop:s 7861½. als een voorbeding G'accepteerd was, te betaalen, zonder daar van te mogen re= silieeren, maar dat men thans over de effective oude schuld groot rop:s 23123 14/4/3. handelde, dat als zij daar van buiten en behalven de voorsz: rop:s 7861:½. de helfte aanbooden, het er dan eenigsints na soude beginnen te gelijken, schoon dat nog niet Genoeg zoude zijn Heer toe scheenen zij niet te durven treeden, en men kon duidelijk zien dat hunne Commissie nu ook niet verder ging, dog dat zij egter gaarne d' Eere wil= „den hebben, de affaire ten wedersijdsche genoegen 153 genoegen uit de wereld te helpen zij zegden, de Commandeur mogte tog Con= sideratie gebruiken, daar was immers nooit iet van de oude schuld gekoomen, en daar souw ook nooit iets van gekomen sijn, hadden de planceten (gelijk ze Gewoon zijn te spreeken met een sonderlinge Genegendheid in het hart van zijn Hoogheijt voor den Commandeur ge= drukt, wat zoude zijn Hoogheijt nu van sCommandeurs rekkelijkheid en bescheiden „heid moeten denken: zijn Hoogheijt had hun gelast, eerst eene medioeren voorslag te doen, in begrip dat de Commandeur liever iets als niets zoude willen hebben, en als de Comman= „deur dan nog niet te vreeden was, als dan de schuld te verdeelen, en dat ijder van zijne zijde eevenveel zoude laaten vallen, in vast ver- „trouwen, dat de Commandeur dat greetig zoude accepteeren, en ook aanmerken, als het eerste en re-eelste bewijs van zijne bijsondere genegend= „heid voor Item; nu versmaade de Commandeur deeze ruime en Genereuse aanbiedinge dog nu was ook alle hoop weg, om ooit meer daar over te handelen, al waare het dat d, Comp: na deezen zig met de aangebode helfte Ja met een quart wilde vergenoegen het moest nu af of aan zijn; De Commandeur die van vermoeidheid bij na niet spreeken kon, beantwoorde het een en ander ander kortelijk: zegde ook dat hij niet meer zeg= „gen en doen kon, als hij reeds gezegd en Gedaan had, renvooijeerende hun daar na toe, daar bij voegende, dat het hem ongemeen speet tot geen billijk accoord te hebben kunnen komen, sa dat hij bij na van spijt meende te barsten, als hij zig herinnerde, wat verseekeringe hij na Batavia van deeze affaire gedaan had, dat men nu te Batavia denken moet dat hij een beuselaar is; waarom (zegde de Comman „deur met een soort van verdrietelijkheijd heeft zijn Hoogheijt op mijne boodschappen en aansoekingen niet maar liever geantwoord, dat zijn Hoogheijt mij daar over door VE: of een ander soude laaten onderhouden, maar waarom liet de koning mij weeten en aanzeggen, dat zijn Hoogheijt de oude schuld afdoen, en zig in mijne regeeringe niet ophouden zoude met excepties en uitvlugten, van niet schuldig te zijn of van reeds betaald te hebben: daar alle argumenten evenwel daar weder op uit konnen; sij betuigden als nog daar toe niet te kunnen nog te durven treeden, maar ver= „togten, zig daar over eens te moogen beden= „ken, en dan bij nadere Gelegendheid weeder ter audientie te koomen, blijvende intus= schen persisteeren bij hun Gedaan bod, en toen

NL-HaNA_1.04.02_3325_0315 view scan ↗

English

By then it was already near five o'clock in the afternoon. The Commander said he was very willing, and requested that they please consider the matter maturely, because very much depended upon this settlement. Yet as they were about to leave, they requested while still standing to bring forward another matter, but the Commander was not to take it amiss of them, and this again with a courtly compliment. The answer was that they were free to speak. Then the request was on behalf of the Paliath Achan, free lord of Vypin and first Minister of the King of Cochin, who had been declared a rebel during the recent unrest. They said he was a good friend of theirs; he had begged them so very much to put in a good word for him; he had now already written four petitions to the Commander with the request to be taken back into favor and a promise to cause the Company no further displeasure; but to all those letters he had not received a single line in reply. He was, after all, a Minister of his King; he could not serve two masters. When the Company fell into disagreement with the King, he surely had to remain faithful to his master. The King of Travancore had heard that the Commander was a compassionate gentleman towards people who were in adversity and sorrow. His Highness had therefore recently also caused a good word to be put in for the Paliath Achan; the King of Cochin had likewise done so once or twice, indeed had even done so once in person, and precisely on that point the Commander had remained so unyielding. His Highness had told them to intercede on behalf of the Paliath Achan once more on this occasion. His Highness did not do this on the grounds of any pretended right, nor with an intention to meddle in another's affairs, as the Commander had recently intimated when Kumara Pillai first spoke to him about the Paliath Achan; no, it was merely a private request in friendship. The Commander could refuse it or grant it; yet in the latter case it would give His Highness a proof of his regard for His Highness; and the Paliath Achan was currently giving them no peace either. And so they requested that the Commander would be willing to receive him again and permit him to pay a visit to the Commander. The Commander then said that the Paliath Achan was a man who did not deserve such intercessions, that the Governor Senff had dealt with him all too leniently, and that he had deserved to be outlawed. However, that had happened before the Commander's time. It was true, the Commander said further, that he had already written four letters; but in his first three letters, however submissive, he continually made protestations of innocence, which was as much as to say that Governor Senff had punished him undeservedly, whereas it was well known that the Paliath Achan had caused quite some agitation during that time and could have conducted himself quite differently, so that I could pay no heed to his writings, much less answer those letters, being unwilling to correspond with a rebel. Yet his last letter was humble, and I cannot deny that I was touched by it and moved to pity. I also wish to oblige the King of Travancore in that regard, but I will first consider it and declare myself as soon as the matter of the Attingal debt is settled to mutual satisfaction. They earnestly requested that they might have the pleasure of being permitted to let him know those joyful tidings this very evening. But the Commander, hoping by this means to gain some advantage towards the settlement of the Attingal matter, said that he would see, but could not give his word before the Attingal debt was settled. And herewith they departed, leaving in the same manner as they had come. And since the palace of the King of Cochin, where the envoys were lodging and where the Paliath Achan was also staying, lies less than half an hour from the city, the Commander received secret word in the evening that the envoys had at first intended to prolong their stay somewhat further, not coming to the audience under pretext of illness, but asking further orders from their Master; yet the Paliath Achan had made extraordinary efforts and had persuaded the envoys to offer just half of the questionable sum totaling 23,123 rupees 19/48, promising that he would make it good, or in the contrary case pay the difference out of his own pocket—surely solely out of self-interest to be received back into favor—and that the envoys intended to send someone on their behalf to the Commander the next day to speak about this once more and then offer that half. Whereupon the Commander, that very same evening, summoned the members of the Council to his presence to deliberate further on the matter. On Tuesday, 23 July, the envoys sent someone to speak in confidence with the Commander about yesterday's affairs, and then offered him, besides the full remaining debt for the captured artillery to the amount of 7,861½ rupees, also the full half of the remaining 23,123 rupees 14/48, amounting together to 19,423 rupees 9/48, in the expectation that the Paliath Achan might now be pardoned, and that with that offer the Commander would also consider the entire affair settled beforehand; and if he would promise such, that they would then return to the audience to pay the money as soon as it was convenient for him. The Commander said that in the meantime he would consider this offer as presented, yet did not accept it, but preferred to speak about it with the envoys themselves, as he did not mind speaking about it.

Dutch transcription

154 toen was het reeds bij vijff uuren in de namiddag De Commandeur zegde seer gaarne, en ver „togt dat ze zig rijpelijk geliefden te bedenken, om dat aan deeze afdoeninge seer veel gelee= „gen lag Dog doe zij heen zouden Gaan, ver zogten zij al staande nog een zaak voor tedraagen, maar de Commandeur moest het hun niet kwalijk neemen, en dat al= weder met een hoofe Complimenten. Het antwoord was dat zij vrijelijk geliefden te spreeken. Toen was 't versoek voor den Paljetter, vrijheer van Baijpin, en eerste Minister van Cochimsen koning, die bij de jongste onlusten als Rebel verklaard is; zij zegden, Hlij was een Goed vriend van hun; hij had hun zoo zeer Gebeeden, om tog voor hem een Goed woord te doen; had nu al vier smeekschrif= „ten aan den Commandeur geschreeven, met versoek weder aangenomen te worden, en belofte om d' Comp:e geen ongenoegen meer te Geeven; maar op alle die brieven met een lettertje antwoord mogen hebben; hij was immers een Minister van zijn koning, hij kon immers Geen twee Heeren dienen, Toen de Comp:e met de koning in onmin raakte, moest hij immers zijn meester Getrouw getrouw blijven; de koning van Trevancoor had gehoort, dat de Commandeur een medelijdend Heer was, omtrent lieden die in tegenspoed en droefheid zijn zijn Hoogheit had daar= „om onlangs ook een goed woord voor den Paljetter laaten doen; de koning van Co „chim had het selve ook eens en andermaal laaten doen, Ja selfs eenmaal in persoon gedaan en Just omtrend dat articul was de Commandeur zoo hard Gebleeven; zijn Hoogheijt had hun Gezegd, om bij deze ge= „legendheid nog eens voor den Paljetter ten Goede te spreeken; zijn Hoogheit deed dit niet, uit hoofde van eenig pretens regt, en ook niet uit een oogmerk om zig met een anders zaaken te bemoeijen, Gelijk de Commandeur dat laatst te kennen gaf, toen Coemare Poele Ittem over den Paljet= „ter voor de eerste maal onderhield, neen: het was maar een particulier versoek in vriendschap; de Commandeur kon het weigeren af toestaan; dog zoude in 't laatste geval zijn Hoogheijt een bewijs Geeven, van desselfs attentie voor zijn Hoogheit, en de Paljetter liet hun thans ook niet met rust, en zij versogten dus, dat de Commandeur hem weeder wilde aan= „neemen, en permitteeren om bij den Commandeur 12 12 155 Commandeur een visite afteleggen De Commandeur zegde toen dat de Pal= jetter een man was die sulke voorspraa „ken niet verdiende, dat de Heer Gouverneur serff hem nog te genadig Gehandelt, en hij verdient had vogel vrij verklaard te „worden: egter 't was voor sCommandeurs tijd geschied, 't is waar zeijde den Commandeur alverder hij heeft reeds vier brieven Geschree „ven, dog bij zijne drie eerste brieven hoe submis ook, deed hij bij continuatie betuijgingen van onschuld, het geen zo veel te zeggen is, als of de Heer gouverneur Senff hem onverdiend ge= straft had, daar het bekend is dat de paljetter in die tijd al vrij wat gewoeld heeft, en zig ga= „heel anders had kunnen gedragen za dat ik geen attentie op zijn schrijvens slaan, veel min die brieven beantwoorden kon, als met geen Rebel willende Correspondeeren, dog zijn laatste brief is de moedig, en ik kan niet ontkennen, dat ik daar door aange „daan, en tot medelijden bewoogen ben ook wil ik den koning van frevancoor, ten dien belange, wel plaisier doen, dog ik zal mij daar over eerst bedenken, en de kla= „reeren zoo dra de affaire van de Attingase schuld ten wedersijdschen genoegen vereffend is: sij versogten tog seer dat zij het genoegen mogten hebben, om htem dezen avond nog die blijde tijdinge temoogen laaten weeten, Dog de Commandeur hoopende hier door tot de afdoening der Attingse zaak ook nog min of meer iets te profiteeren, zegde, dat hij eens zien zoude, dog zijn woord niet geeven kon„ voor dat de Attingate schuld afgehandelt was den En hiermeede Gingen zij heen vertrekkende op deselfde wijze als zij gekoomen waaren. En dewijl het paleis van den koning van Cochim, alwaar desendelingen logeerden, en de paljetter ook was, geen half uur van de stad legt, kreeg de Commandeur in den avond nog hijmelijk tijding dat de zendelingen eerst gemeend hadden, hun verblijf nog wat uijt te rekken dog onder pretext van ziekte niet ter audientie te komen, maar nadere ordre van hun Meester te vragen, dog dat de Paljet= „ter ongemeen in de bogt sprong, en de zendelin= „gen had bewoogen, om tog maar de helfte van de questieuse somma Groot rop:s 23123 19/418. aantebieden met belofte dat hij zulks wel zoude Goed maken, of in Cas van tegendeel die meerderheijd uijt eijge beurs betalen, tee= „ker maar uit eijgen belang, om weder aan- genoomen tewerden, en dat de sendelingen voorneemens waaren des anderen daags iemand van 156 van weegens hun naden Commandeur te zen „den, om daar over nageens te spreeken, en dan die helfte aantebieden; waar op de Com= „mandeur nog dien zelfden avond de Leeden van de Raad bij zig liet komen om hier over nader te delibereeren. „ den 23: Iulij dingsdag zonden de sendelingen iemand, om in vertrouwen met den Commandeur te= spreeken, over de zaaken van Gisteren, en lieten toen htem behalven de volle restant schuld van 't veroverd Geschut ter somma van rop:s 7861:½. ook nog de volle helfte van de overige Rop:s 23123 14/4180. tesamen Rop:s 19423 9/48. aanbieden, in verwagtinge dat de Paljetter nu mogt Gepardonneerd worden, en dat de Commandeur met dat aanbod dan ook de Geheele affaire vooraf= „gedaan zoude houden, en als hij zulx wilde belooven, dat se dan soo dra het htem geleegen kwam, weder ter audientie zoude komen om het geld te betaalen, De Commandeur zegde dat hij intus „schen dit aanbod wel voor aangebooden hield, dog niet accepteerde, maar liever, met de tendelingen zelfs daar over wilde spreeken, dat het hem niet verveelde daar over 3 ig

NL-HaNA_1.04.02_3325_0320 view scan ↗

English

to confer about it, if only we could settle the matter to mutual satisfaction, and thus with His Highness help these old matters out of the world, thought that, in order to do His Highness a pleasure, he would let the Paliat Achan come to him once, and to that end would write to him to that effect this very day, whereupon the Commandeur dispatched the following letter. Draft ola written by the Right Honourable Lord Commandeur Adriaan Moens to the Paliat Achan on 23 July Anno 1771. I have received Your Honour's four olas, the last one has moved me: it is well, Your Honour may then come inside; the time when it is convenient to me, I shall let Your Honour know further, God protect Your Honour. Beneath stood: Translated as such into Malabar by me. Cochin, date as above. Was signed: S. v. Jongeren, Sworn Translator. On 23 July, Wednesday, the envoys requested to come to a further audience tomorrow and to bring the Paliat Achan with them, which which matters were fixed for tomorrow at nine o'clock. On 25 July, Thursday, they came at the appointed time, with the same honour as before, bringing with them the Paliat Achan. The Commandeur, having been informed of the Paliat Achan's pride and insolence, had been apprehensive that upon coming out of the orembai at the river gate, he might perhaps want to step into the carriage with the Minister of State of His Highness of Travancore, and thus profit from an equal honour; he had specifically instructed the First Clerk Van Jongeren not to permit such a thing, but to have him come to the audience with his palanquin just like Kumara Pillai. But he made not the slightest pretence to anything that resembled that; on the contrary, he behaved as if dejected, and upon entering the audience hall made as humble a compliment after the manner of the country as he perhaps ever made, congratulated the Commandeur upon his assumed government, recommended himself to his good favour, and wished that the Malabar princes and grandees, as well as the inhabitants of the country, might have a tranquil life during his government. The Commandeur, who deemed it absolutely necessary not to give him the slightest leeway, thanked him simply and said that it was well, without more. During the entire audience, his eye was not off the Commandeur, and he made all shows of humility and shamefacedness; and if he wished to speak to the envoys during the conference, he did so very reticently. Meanwhile, the envoys began to speak, and said that after long deliberation, but also not without great fear of the displeasure of their Master, they took it upon themselves, besides the remaining debt of the captured artillery amounting to Rs. 7861½, to pay also the full half of the remaining questionable debt amounting to Rs. 23123 19/48, in the hope that the Commandeur would not only be fully satisfied with this, but would view this step of theirs as an imitation of the Commandeur, to take also something upon their own peril, solely to show the Commandeur how gladly they would see this old affair settled under his government, and thus the friendship between him and their master become ever greater, and more other compliments of that nature. The Commandeur then said that such an offer began to look better than the previous one; and that he did not doubt that they would soon come to an agreement if they continued thus. At these words, they interrupted the Commandeur with astonishment, asking whether he rejected this offer of theirs: if so, that nothing more could be done about it now, that the Commandeur then seemed to have abandoned all modesty and consideration; that it was not at all good, and could even less produce a good harmony, if the Commandeur wished to act in that manner. The Commandeur, seeing that they had greatly mistaken and assumed that he would now strike the bargain, and also noticing from their actions that, contrary to the custom of the Malabars, they became vehement and even spiteful, interrupted them with a smile, saying that their offer was not rejected at all; that on the contrary one even had to testify that it now began to resemble an agreement, but that they should remember that whatever was remitted on it, however little it might be, was a real loss for the Company; but that but that whatever His Highness paid less on it, however little it might be, was pure profit, indeed like found money for His Highness; that having already remitted a fifth part of the sum, they, the envoys, could thus surely return home with profit for their master, and the Commandeur had already brought a great responsibility upon his own shoulders; that they could therefore easily understand that he now dared remit nothing more; but that he nevertheless did not doubt that they would soon come to an agreement. Then they admitted that they could well understand that the Commandeur was somewhat restricted in this matter; but they said at the same time that if the Commandeur wanted to, he could well do it, that it only depended on him; and that if they had known that the Commandeur would not grant this offer, they would not have made it, but would rather have left the matter as it was. It is too tedious, and it also serves no purpose, to report all the conversations that were held back and forth, which consisted more of repetitions of the previous arguments than of new observations; with which another good deal of time passed; this, however, the Commandeur in and among all the

Dutch transcription

over te confereeren, als wij de zaak tot wedersijdsch genoegen maar kon afdoen, en dus met zijn Hoog „heit die oude dingen uit de wereld helpen, dag dat hij om zijn Hoogheijt plaisier te doen, den Pal„ „jetter wel eens bij hem laaten koomen, en ten dien einde sulks nog heeden aan hem schrijven zoude, waar op de Commandeur de ondervolgen= „de brief liet afgaan. Concept ola door den wel= Edelen Agtbaaren Heer Commandeur Adriaan Moens Geschreeven aan den Zaljetter den 23: Iulij Anno 1771. Ik hebbe VE vier olasten ontvangen, de laatste heeft mij bewogen: het is Goed Vl: kan dan eens binnen komen: de tijd wanneer mij zulks Convenieerd, zal ik VE: nader laaten weeten, god bew: VE: /:onderstond:/ zooda „nig door my in het mallabaars overgeset Cochim dato als boven /was getekend/ S: v: Jongeren Gesw: Translateur Den 23:' Iulij Woensdag Lieten de sendelingen ver= „ nader „soeken om morgen ter „ audientie te komen en den Paljetter meede te brengen welk 13. 157 welk een en ander tegen morgen ten negen uuren vastgesteld wierd Den 25. Iulij Donderdags kwamen ze op de bestemde tijd, met het zelfde honneur als bevoorens, meede brengende den Saljetter De Commandeur onderrigt zijnde van 'tBaljetter, trotsheid en Htoutheid, was be= „dugt Geweest, dat hij tomtijds aan de rivie poort uijt de orangbhaaij komende, met den staats Minister van zijn Trevancoors Hoog= „heijt in de koets zoude willen stappen, en dus profiteeren van een eguaal honneur, had den eersten toek van Jongeren wel speciaal gelast, om zulx niet toetestaan, maar hem even Gelijk Coemare Poele, met zijn draagzetel na de audientie te laaten koomen. Dog hij maakte Geene de minste mine tot iets, dat daar na Geleek; in tegendeel hield hij zig als neertlagtig, en maakte bij het in= komen van de audientie zaal, een zoo nedrig Compliment na 'slands wijze, als hij moge= „lijk nog ooijt Gedaan heeft, filiciteerde den Commandeur met deszelfs aangevaarde regeeringe, recommandeerde zig in zijne goede gedagten, en wenschte dat de Malla= „baarte vorsten en Grooten, zoo wel als de ingezeetenen des lands, Geduurende zijne regeeringe regeeringe een gerust leeven mogten hebben De Commandeur, die het absolut noodza= kelijk oordeelde, hem geen de minste Joom te Geeven, bedankte hem een voudig, en zegde dat het wel was, zonder meer Geduurende de geheele audientie, was zijn oog niet van den Commandeur, en maakte alle vertooningen van nedrigheid en beschaamd„ „heid; en als hij onder de Conferentie eens wil= de spreeken tegen de zendelingen, daet hij dat zeer Geretikeerd. Intusschen begonden de zendelingen te spreeken, en zegden, dat zij nalang beraad, dog ook niet dan met groote vreeze voor onge= „noegen, van hun Meester, of zig namen, om behalven de restant schuld van het ver= „overde Geschut, Groot rap:s 7861½: van de 43 overige Questieuse schuld Groot rop:s 23123 19/48. ook nog de volle helfte te betaalen, in hoop dat de Commandeur hier meede niet alleen ten vollen te vreeden zijn, maar deze stap van hun aanmerken zoude als een navol= „ginge van den Commandeur, om ook iets ten kunnen pericule te neemen, eenelijk om den Commandeur te toonen; hoe gaarne op. zij zouden zien, dat deeze oude affaire, onder zijne regeeringe afgedaan, en dus de vriendschap tusschen hem en hun meester hoe langer hoe 158 hoe grooter wierd, en meer andere Complimen „ten van die natuur De Commandeur zegde toen, dat diergelijke presentatie er beeter na begon te gelijken, als de voorige; en dat hij niet twijffelde, of men zoude ne wel haast eens worden, als ze zoo voort gingen. op dit zeggen vielen zij den Commandeur met verbaattheid in de reeden, vraagende of hij deze hunne presentatie verwierp.:! zoo Ja dat er dan ook nu niet meer aan tedoen zoude zijn, dat de Commandeur dan alle bescheidentheid en Consideratie scheen afgelegt te hebben; dat het gantsch niet goed was, en nog minder een goede harmonie kon geeven, indien de Commandeur op die wijze handelen wilde. De Commandeur ziende, dat zij zig zeer vergist en vastgestelt hadden, dat hij nu de koop zoude toeslaan, en ook aan hunne acties be merkende, dat zij teegen de gewoonte der Malla= „baaren dieftig, en zelfs spijtig wierden, viel hun in de reeden, met een lagje, zeggende, dat men hun aanbod in 't geheel niet verwierp; dat men in teegendeel zelfs moest betuijgen, dat het nu na een accoord begon te gelijken, dog dat zij zig wilden herinneren, dat al wat er op gelargeert wierd, hoe weinig het ook we= zen mogt, een receel verlies voor de Comp:; maar dat maar dat al wat zijn Hoogheijt er minder op betaalde, hoe weinig het ook zijn mogt, zuijvere winst, ja als gevonden geld voor zijn Hoogheijt was; dat men reeds al een vijfde van de som= „ma gelargeert hebbende, zij zendelingen dus ficuur met winst, voor hun meester, te huis konden komen, en de Commandeur zig reeds groote verantwoordinge op den hals had ge= „haalt; dat zij derhalven ligtelijk begrijpen konden, dat hij nu niets meer largeeren durfde„ dog dat hij egter niet twijffelde, of men zoude wel haast eens worden, toen bekenden zij, dat zij wel konden begrijpen, dat de Commandeur in deezen, wat bepaald was; dog zij zegden teffens, als de Com= „mandeur wilde, dat hij het wel doen kon, dat het van hem maar dependeerde; en dat als zij geweeten hadden, dat de Commandeur deeze aan biedinge niet zoude inwilligen, zij dan dezelve niet zouden gedaan, maar liever de zaak daar bij gelaaten hebben. Het is te verdrietig, en het diend ook niet ter zaak, alle de gesprekken, die daar over en weder gehouden wierden, te melden, dewelke meer in repetities van de voorige argumenten, als in nieuwe aanmerkingen bestonden; waar meede al weder een mooije tijd heen ging; dit heeft egter de Commandeur in en onder alle de 14.

NL-HaNA_1.04.02_3325_0325 view scan ↗

English

noticed from the debates; that one can, may, and must indeed tell them the truth earnestly at times, provided it happens at its proper time, and if things get out of hand, one pretends to gloss over it with, as they say, some idle chatter; or also that one lets an earnest manner of speaking end with a softer tone or a friendlier sentence; for if one knows how to yield and haul in slack according to whether they become carried away or embarrassed, one can still say quite a bit that would otherwise not be becoming to do; this by the way, for information. While a great deal was spoken on both sides about this matter, it was clearly seen that the Paljetter was truly embarrassed: he sat squirming in his chair and put himself into all manner of postures; then he would look at the Commandeur, then again at the emissaries, at whom he repeatedly shrugged his shoulders: he wished indeed, in order to make himself agreeable to the Commandeur, to advocate for the Company's cause, but he feared the emissaries; nor did he dare to please the emissaries out of apprehension of the Commandeur. When the Commandeur now saw that he could gain nothing more, for they had repeated and assured more than once on behalf of their master that if the matter were not decided and settled now, His Highness would never pay a single doit of it, indeed would not even want to hear about the debt anymore; he said at last that if it came down to generosity in any case, flattering himself with the generosity of his masters, he would take yet another step, though absolutely come no closer even then, solely to show His Highness what he was prepared to do for His Highness; provided His Highness would please him in return in the delivery of pepper. Immediately they interrupted the Commandeur, asking what the ultimatum was that he would arrive at. The Commandeur, acting as if he had reconsidered, and thus being continuously urged by the emissaries to just say it, said thereupon, just as if it were being pulled out of his mouth: behold, I shall then concede yet another fifth, and thus two fifths, so that I shall then content myself with 13874 1/3 rop:s of the questioned sum, added to the remaining debt on the captured artillery of 7861½ rap:s, thus together 21735 5/6 rop:s. And if the gentlemen envoys do not resolve quickly now, then we shall simply leave it at that. Meanwhile the Commandeur acted as if he wished to examine some papers in order to give them privacy, and went away for a time. Whereupon the emissaries conferred with each other uncommonly earnestly, examined their olas, and kept notes or calculations on them; while from their gestures one could indeed see a sort of embarrassment, but at the same time a discontent. The Commandeur, coming inside and seeing that they were so earnestly occupied, asked them in a friendly manner whether they wished to have some more privacy and be alone for a while longer, that they need not constrain themselves on his account; that he would find occupation in the meantime; that they might please consider well; that he would not come around by a hair's breadth anymore; that he would not even like to see them conclude an agreement against their will; that it was then better rather to cease the negotiations on it; that the Company would not lose that money because of it; that if an agreement were to be concluded, it should happen with mutual affection and cordiality, but not with reluctance; that his only concern was to assure His Highness of his respect and affection; praising at the same time the intellect of their king, and boasting of the harmony that resided between His Highness and him, the Commandeur, and the good result that such could have; whereupon he went outside and had them secretly spied upon, in order to know whether they had indeed already exceeded their commission. However, they were so cautious as to speak little Malabar, but mostly a sort of court language, properly a language that the Brahmins use in their teaching, and thus regarded just as the Latin language is among us, which not everyone here understands. They even made their servants stand outside, except for one or two who remained standing back and forth in the audience hall; for it is the custom with the Malabar envoys, just as with the Kandyans on Ceylon, that they bring their servants and betel bearers with them and have them stand behind them. All that could be spied of them were the gestures and heated debates among one another, in which the Paljetter was indeed the most active, and, as the Commandeur has since been informed by good authority, made the Commandeur's offer acceptable, indeed, seeing that they absolutely did not dare, is said to have brought it so far that they the under

Dutch transcription

14. 159 de debatten gemerkt; dat men hun wel eens erns „tig de waarheid kan, mag en moet zeggen, mits het geschiede, op zijn tijd, en men als het te hoog loopt, er quansirijs maar weder over heen praat, met een (gelijk men zegt) kakkerlaks praatse; of ook wel dat men een ernstige manier van zeggen met een zagter toon, of vriendelijker peri= „ode laat andigen; want als men weet wat te vieren, en in te palmen, na mater zij door draaven of verleegen worden, kan men nog al wat zeg „gen, dat anders niet wel voegelijk te doen zoude zijn; /:dog dit in't voorbijgaan; tot narigt:/ terwijl over deeze zaak dan wederzijds zeer veel gesprooken wierd, zag men duijdelijk dat de Paljetter regt verleegen was: hij zat te kreve „len op zijn stoel, en zette zig in aller bij postuu= „ren; dan kerk hij de Commandeur eens aan, dan weder de zendelingen, teegens welke hij eens en andermaal zijne schouders ophaalde: hij wilde wel, om zig bij den Commandeur aange „naam te maaken, de zaak van d' Comp: voor „spreeken, dog hij vreesde voor de zendelingen: ook durfde hij de zendelingen niet believen, uijt bedugtinge voor de Commandeur. Doede Commandeur nu zag, dat hij niets meer winnen kon, /want zij hadden meer als eens Gerepeteerd en versekerd, uijt naam van hun meester, als de zaak nu niet gede= „cideert, en afgedaan wierd, dat zijn Hoogheijt er er dan nooijt, een duit op zoude betaalen, ja zelfs, van de schuld niet meer hooren willen; zegde hij op 't laatste, dat als het in allen ge„ „valle op Genereusheid aankwam, hij zig met de Genereusheid van zijn meesters vleiende, dan ook nog wel een stapje, dog ook dan in 't geheel niet nader komen zoude, eenelijk om zijn Hoogheijt eens te doen zien, wat hij al voor zijn Hoogheijd over had; ingevalle zijn Hoogheijt hem in 't leeveren van peeper, maar weder plaizier wilde doen. onmiddelijk vielen zij den Commandeur in de reeden, vraagende wat dan het ultima= tum was, waar toe hij komen zoude De Commandeur zig gelaatende als of hij zig weer bedagt had, en dus door de zendelingen bij Continuatie aangezet wordende, om het tog maar te zeggen, zegde daar op, even als of het hem uijt de mond getrokken wierd; zie daar ik zal er dan nog een vijfde, en dus twee vijfde largeeren, zoo dat ik mij dan tevreeden zal houden met rop:s 13874: 1/3. van de questieuse somma, gevoegd bij de restant schuld op 't ver- „overt Geschiet rap:s 7861½. dus tesaamen rop:s 21735. 5/6. en als nu de heeren Gezanten, niet schielijk resolveeren, dan zullen wij het er maar bij laaten, terwijl de Commandeur zig geliet, als of hij eenige papieren, wilde nazien„ om hun vrijheid te geeven; en Ging voor een tijd 160 Als wanneer de zendelingen ongemeen ernstig met elkander besoigneerden, haare olas= „ten nazagen; en op dezelve aanteekeningen; of uitreekeningen hielden; terwijl men aan hunne Gebaarden in der daad, een boort van verlegendheid, dog teffen, een onvergenoegd heid zien kon. tijd heen. De Commandeur binnen koomende, en ziende dat zij zoo ernstig beezig waaren, presen= „teerde hun op eene vriendelijke wijze, of zij nog wat vrijheid wilden hebben, en nog een tijd alleen zijn, dat zij zig, om hem niet be „hoefden te chineeren; dat hij intusschen wel occupatie zoude vinden; dat zij zig wel geliefden te bedenken; dat hij nu geen hair breed meer zoude bijkomen; dat hij zelfs niet Gaerne zoude zien; dat zij teegen hun zin, accoordt slooten; dat het dan beeter was, liever de verhandelinge daar over te staaken; dat de Comp:e daarom dat geld niet quijt zoude zijn; dat als men een ac= „coort mogt sluiten, het met wederzijdsche genegentheid en hartelijkheid, maar niet met teegen zin diende te geschieden; dat het hem maar tedoen was, om zijn Hoogheijt van zijn respect en genegentheid te verseke „ren; prijzende met een het verstand van hun hun koning, en roemende op de harmonie, die er tusschen zijn Hoogheijt en hem Comman= „deur resideerde, en het goede gevolg dat zulx hebben kon; waar op Wij na buiten Ging en hun heimelijk liet bespieden, om tog maar te weeten, of zij in der daat alreeds buiten haare Commissie gegaan waaren. Dog zij waaren zoo voorzigtig van wei „nig Mallabaarsch, maar meert een zoort van Hoftaal /:eijgendlijk een taal die de Bramineeen in hun onderwijs gebruijken, en dus even als bij ons delatijnse taal aangemerkt word:/. tetpreeken, die ieder een hier niet verstaat, zelfs lieten zij hunne bediendens ook buiten staan; behalven een à twee, die af en aan de audientie zaal, bleeven staan; / want het is bij de mallabaarse Gesanten, even gelijk bij de Candiate op Ceilon, het Gebruik, dat zij hunne bediendens en beteldragers meede brengen, en agter zig laaten staan / al wat men van hen kon bespieden, waaren de gebaarden en heevige debatten onder elkander, waar bij de zaljetter wel het meeste in de weer was, en zoo als de Commandeur 't zeedert van goeder hand Geinformeert is, het aanbod van den Commandeur aanneemelijk gemaakt, Ja. ziende dat zij absolut niet durfden, het zoo verre Gebragt zoude hebben, dat ze de onder 15

← previousnext →