VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3326

Malabar · 596 pages · 109 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3326_0233 view scan ↗

English

will be accommodated, and the close friendship that resides on both sides will be more and more nurtured and increased. In former times, when the Zamorin had invaded the entire realm of the king of Cochin except for the small district of Cochin, a treaty of peace and friendship was made at Chertalle between the king of Cochin and us, at which time the ruler of Cochin and his council were present, and after the conclusion of that alliance, we added a number of 1,400 men to the assistance of the king of Cochin; yet if the Paliath Achan or anyone else had written to Batavia to the High Government to our detriment, we do not doubt that Their High Nobilities would have caused an inquiry to be made into our conduct. However, since we are assured of the pure esteem and true affection of Your Right Honorable, we make not the slightest difficulty but that Your Right Honorable would also be convinced of our good sentiments. The king of Cochin, upon his arrival at Siroewanandaporam, gave us the full information of the matter. We shall now together undertake the journey to Christnaponam. It has been very dear and pleasant to us that Your Right Honorable has sent the Resident of Cranganore expressly here to give us knowledge of this matter. He will come to express to Your Right Honorable how very pleased we have been, and what signs of joy we have shown in that regard. We have sent thither our sarvadhikariakars Coemara Poela and Ananda Mallen, and we firmly assume that they will have arrived there long before. We await a speedy reply to this. Written by Balia Melesetta Canaka Ananja Peroemaal, and signed by His Highness. Below stood: For the translation, Cochin, date as above. Signed: S. v. Jongeren, sworn translator. Ed. Poobvliek. No. 43. 419 Translation of the ola written by the king of Travancore to the Right Honorable Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff, received the 6th of November 1770. Examined, D. du Pootliek. We have received and read Your Right Honorable's letter and understood its contents. We have seen from it with particular pleasure the pure esteem and true affection that Your Right Honorable has for us. The information of the matter that Your Right Honorable has given to our sarvadhikariakars Coemara Poela and Ananda Mallen, they have made known to us in detail and clearly by their ola. On the 20th of this month, or the 2nd current, we granted at Cherengel to the Resident of Cranganore his dispatch to Cochin with the answer to Your Right Honorable's letter, in which a part of the matters is mentioned. At present, some few disputes have arisen regarding the boundary delimitations between the Honorable Company and the king of Cochin. There will certainly be signed olas which the former kings of Cochin have executed regarding the extent of the boundary delimitation of the city. We desire very strongly to see the same, and it will then be very easy for us, upon seeing that ola, to convince the king of Cochin and to settle the matter as quickly as possible. Since the conclusion of the treaty between us and the king of Cochin, we have seen no change in the matters he contracted with us, either in words or in deeds. May Your Right Honorable please know that it will not weary us to write in detail of all these disputes; on the contrary, we take great pleasure in it. We are somewhat saddened by those minor disputes that have arisen between the Honorable Company and the king of Cochin; therefore we are in the expectation that the same will soon be able to be removed from the world, whenever Your Right Honorable pleases to incline thereto. Furthermore, we request Your Right Honorable to send the reply to this by our sarvadhikariakars Coemara Poela and Ananda Mallen without any delay. Written by Balia Melesetta Canaka Ananja Peroemaal, and signed by His Highness. Below stood: For the translation. Signed: S. v. Jongeren, sworn translator. No. 44. 420 Draft ola written by the Right Honorable Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff to the king of Travancore, written the 7th of November, in the year 1770. I have had the honor to duly receive two letters from Your Highness. And I need no greater proof of the affection that Your Highness bears towards me. But I am unable to reply to them properly. Above all, I cannot send the olas that Your Highness pleases to demand of me, for no such olas exist, nor were the same necessary. I have made known the reasons for this in detail to the sarvadhikariakar Coemara Poela. And these having been presented to Your Highness, I do not doubt that Your Highness will obtain an entirely different idea of the statements of the king of Cochin. As regards other matters, I do not believe that it is good to write everything on paper. For this reason, I have quietly entrusted to Coemara Poela that which I thought to preserve until I should have the good fortune to assure Your Highness of my esteem in person. But it is possibly good that Your Highness knows my thoughts beforehand, for then I shall so

Dutch transcription

418 zullen werden g'accomodeert, en de nauwe vriendschap die van wedersijde resideert meer en meer zal aangegroeijt en toegenoomen werden. Jn voorige tijd toen den sammorijn het gantsche Rijk vanden koning van Cochim behalven het landstreekje van Cochim g'invadeert hadde wierd op Chertalle tussen den koning van Cochim en ons een Tractaat van vreede en vriendschap gemaakt, als wanneer de gebieder van Cochim en zijne raad present zijn geweest, en naar het aangaan van dat verbond; hebben wij tot assis„ „tentie van den koning van Cochim een getal van 1400: manschappen bijgezet; dog indien den Paljetter, of ijmand anders ten lasten van ons naar Batavia aan de hooge Regeering gesch: had, twijfelen wij niet of haar Hoog Edelheedens soude onderzoek van ons gedrag hebben laaten doen. Egter vermits wij verseekert zijn van de suijvere agting en waare toegenegentheijd van uwel Ed:e agtb: zo maken wij geen deminste swaarigheijd of 'wel Ed:e agtb: soude ook van onse goede gevoelens overtuijgt zijn. Den koning van Cochim heeft niet zijn aankomst op siroe„ „wanandaporam de gantsche informatie van saake aan ons gedaan, wij zullen tesaamen nu de Reijse naar Christnaponam bij derhand neemen, 't is ons seer lief en aangenaam ge„ „weest dat uwel Ed=e agtb den Resident van Cranganoor Nagezien Expres dit heen gesonden heeft om Cranganoor kennisse van dese zaak aan ons tegeeven, hij zal uwelEd: agtb: komeen uijtdrukken hoe seer wij in ons schik zijn geweest, en wat voor teekens van blijdschap dien aangaande wij betoond hebben. onse sarwadi Caria Caaren Coemara poela, en ananda mallen hebben wij naar derwaarts gesonden, en wij onderstellen vast dat zij al lang bevoorens aldaar zullen g'arriveert zijn. wij verwagten hier op een spoedig antwoord. gesch bij balia melesetta Canakia ananja Leroemaal, en getver bij zijn ho:t /:onderstond/ voor de Jranslatie Cochim dato als boven /:getk:/ S: v: Jongeren g' transl:t Ed: Poobvliek No: 43. 419 Vu wel Edele Agtb: brief hebben „ ontfan„ „gen geleesen en dies inhoud begreepen. wij hebben daar uijt met bijzondere genoegen gesien, de suij„ „vere, agting ende waare toegenegentheijd die uwel Ed:e agtb: voor ons heeft. de Jnformatie van zake die vwel Ed:e agtb: aan onse sarwadicaria „caren Coemara poela en Ananda Mallen gedaan heeft, hebben sij deselve omstandig, en duijdelijk aan ons bij derselver ola te verstaan gegeven. Den 20:' deser ofte 2:' Courant hebben wij op Cherengel aan den Resident van Crangemoor zijn depeche naar Cochim verleend met het antwoord op uwel Ed: agtb: brief daar bij staan een gedeelte van zaken in vermeld. thans sijn wijnige verschillen wegens de limiet„ „schijdingen tusschen d' E Comp: enden koning van Cochim ontstaan, daar zullen zeekerlijk gete„ „kende olas leggen die de voorige koningen van Cochim gepasseert hebben wegens de uijtgestrekth:d van de limiet scheijding vande stad, wij verlan„ „gen seer sterk om deselve eens tesien, en het zal voor ons als dan heel ligt vallen bij het sien wij Translaat ola door den koning van Jrevancoor aan den wel Edelen Agtb: Heer Gouvern:r en Directeur Christiaan Lodewijk Senff gesch, ontf: den 6:' 9ber: 1770: — van Nagezien, D dn ootliek van die ola om den koning van Cochim te overtuijgen en de zaak ten spoedigsten aftemaken zedert het aangaan van het Tractaat tusschen ons en den koning van Cochim hebben wij geen verandering gesien in de zaaken die hij met ons gecontracteerd heeft 'tzij in woorden dan wel in daaden, uwel Ede Agtb: gelieve teweeten dat het ons niet vermoeijelijken zal met het om„ „standig schrijven van alle dese verschillen. maar wij scheppen daar en tegen groot genoegen daar in. wij zijn eenigzints bedroeft over die geringe verschillen die tussen d' EComp: en den ko: van Cochim ontstaan sijn, derhalven zijn wij in die verwagting dat deselve haast uijt de wereld sullen geholpen konnen werden, wanneer uwel Ed agte daartoe gelieve te inclineeren; voorts verzoeken wij uwel Ed:e agtb: het antwoord hier op per onse sarwadicaria Caren Coemara poela en ananda mallen sonder eenige tardance te senden. gesch: bij balia melesetta Canaka ananja peroemaal, en getver bij zijn Ho:t /:onderstond:/ voor de translatie /:gets/ f: V: Jongeren g' transl:r. No: 44: 420 Concept ola door den wel Edelen agtb heer Gouverneur en Directeur Christiaan Lodewijk Senff aan den koning van Trevancoor gesch: den 7:' nov: a:o 1770: Twee brieven van uw Hoogh:t heb ik de Eere gehad wel te ontfangen. En ik heb geen grooter blijk noodig van de genegentheijd, die vrotto:t mij toedraagt. maar ik ben onvermogens daarop na behooren te antwoorden. voor al kan ik de olas niet zenden, die uw Hoogh:t van mij gelieft te vorderen. want diergelijken olas zijn 'er niet En dezelve waren ook niet noodig. Jk heb Coemara Poela de den sarwadi Cariacaren reedenen daarvan uijtvoerig tekennen gegeven. En deese uin Hoogh:t voorgedragen zijnde, twijfel ik niet, of uw Hoogh:t van de opgaaven des konings van Cochim een gantsch ander denk„ „beeld krijgen. wat andere zaaken betreft, ik geloof met dat het goed is, alles op Papier te schrijven. hierom heb ik aan Coemara poela in stilte toever „trouwt, het geen ik dagte te bewaaren, tot ik het geluk zoude hebben, vw Ho:t inperzoon van mijne agting te verzeekeren. maar mogelijk dat het goed is, dat vw Ho:t voor af mijne gedagten weet, want dan zal ik zo

NL-HaNA_1.04.02_3326_0238 view scan ↗

English

Examined life, in order also to be able to be so much more reassured, being swiftly informed of Your Highness's true sentiments. Indeed, I request this most amiably. And I assure Your Highness that I shall never be found wavering or inconstant, but rather steadfast, and so favorably impressed by the good qualities of Your Highness that I hold Your Highness's Person in the greatest respect. May God bless Your Highness for many years to come with health and a prosperous Reign. I shall rejoice if I may enjoy the fortune that Your Highness deems me worthy of the continuation of his friendship. Subscribed: Translated by me into Malayalam as such. Signed: J: v: Jongeren Date as above Cochin Translated: J d: Pootvlies No. 45. 421 Translation of an ola written by the king of Cochin to the Honorable, respected Lord Governor and Director Christiaan Lodewijk Senf, received on the 7th of November 1770:— We received Your Honor's ola on the 20th or 2nd instant at Barkale, read it, and understood its contents. We observed from it that Your Honor supposedly stated at the conference held on the 3rd of August last that this matter should be submitted to the king of Travancore for a decision, and that we allegedly refused to consent to this, and that Your Honor had written regarding this matter to Batavia, upon receiving a reply from where Your Honor would inform us further, and that if we did not turn away from the evil path upon the admonition of the king of Travancore, it would lead to the ruin of the country. Your Honor did not tell us to settle this matter through the mediation of the king of Travancore, but now that Your Honor writes to us that such was proposed to us, we cannot well deny it, and since it accords with our intention, we can only reply to Your Honor's writing that this was very dear and agreeable to us. But regarding that which Your Honor pleases to write, namely that we allegedly refused to agree to the matters proposed by Your Honor, we must state in response that in the dispatched olas we made Your Honor understand that we were inclined to conduct ourselves according to the old customs and the contents of the treaties that our ancestors concluded with the Honorable Company. But Your Honor would grant no hearing to this, and on the contrary seized and dealt with all our lands and revenues. When Your Honor pleases to take into consideration the assistance that the Honorable Company rendered to our ancestors, and the close alliance that resides between the same and which has been preserved until now, and how after the arrival of Your Honor in Cochin the good friendship was reciprocally maintained, Your Honor will find no reason to undertake these matters in such a manner against us. Nevertheless, we hope that Your Honor will please take into consideration the ancient customs and usages, as well as our long-standing possessions, and put everything on a proper footing. Regarding the point that 422 Your Honor supposedly wrote to Batavia, we know for certain that Your Honor would have written nothing other than what would serve the well-being and advantage of our Kingdom. And as regards that which Your Honor writes further, that Your Honor hopes we would be drawn away by an emphatic admonition from the King of Travancore from the bad path that we had been walking for some time, and which would drag the entire kingdom along with it, we can only say in reply that Your Honor may well understand that when we seek refuge with someone, it does not happen in order to suffer harm. We are certain that through the close friendship which is preserved between the two kings and the Honorable Company, these disputes will be settled and concluded without any breach of alliance. Therefore we request Your Honor also to please incline to those sentiments. After our arrival at Tiruvananthapuram we met the king of Travancore, or Kulasekhara Perumal, and made His Highness understand the few disputes that had occurred at Cochin, to which His Highness replied to us that we had no reason to fall into dispute over this minor matter, adding Examined C D Pootvlies adding that while the two kings and the Honorable Company lived in a good understanding, His Highness would himself go in person to the northern lands and enter into conference with Your Honor, at which time His Highness hoped that all these disputes will be cleared out of the way and everything brought back to the old footing. Thereupon we set out together on the journey from Tiruvananthapuram on the 18th or 30th of October toward this side, and when we happen to arrive together at Ambalapuzha, we shall write further to Your Honor. Signed by His Highness. Subscribed for the translation: Cochin, date as above. Signed: S: v: Jongeren, translated.

Dutch transcription

Nagezien leeven, om ook van zo veel te gerusten kunnen uw Hoogh:ts waare gevoelens spoedig onderregt te zijn. Jmmers ik verzoek hierom op 't aller vriendelijkste. En ik verzeeker uw Hooght dat ik nooit zal bevonden werden wankelbaar of veranderlijk, maar wel bestendig, en met de goede hoedanigheeden van vw Ho:n zodanig voor ingenomen, dat ik uw Hoogh:t Persoon de grootste Eerbied toedraage. God zeegene uw Hoogh:t nog lange Jaaren met gezondheijd en eene gelukkige Regeering Jk zal mij verheugen ik het geluk genieten mag, dat uw Hoogh:t mij de continuatie van zijne vriendschap waardig agt. /:onderst:t door mij zodanig in't mallat:s overgezet /:getver:/ J: v: Jongeren dato als booven Corhim g' transl:t J d: Pootvlies No. 45. 421 Translaat ola door den koning van Cochim aan den wel Edelen agtb: Heer Gouvern=r en Directeur Christiaan Lodewijk: Senf. gesch, ontf: den 7: 9ber 1770:— Vwel Edele agtb ola hebben wij ontfan „gen op den 20: ofte 2: Courant te Barkale geleesen en dies inhoud verstaan. wij hebben daaruijt gezien, dat uwel Ed agtb op den 3:' aug:o J:o leeden bij de gehoudene Conferentie soude gezegt hebben, om deeze zaak aanden koning van Trevancoor over tegeeven ter decisie„ en dat wij zulx niet hadden willen toestaan en dat uwel Ed agtb deze zaak naar Batavia gesch: had, van waar het antwoord bekomende, uwel Ed:e agtb ons nader zoude laaten weeten, en dat bij aldien wij op de vermaaning van den ko: van Trevancoor de quaden weg niet quam te menageeren het strecken zoude tot ruine van het land. om deze zaak door mediatie van den koning van Trevancoor aftemaaken heeft uwel Ed:e agtb: tegens ons niet gesegt, maar nu dat vwel Edele agtb: ons schrijft dat zulx aan ons zoude voor„ „gehouden zijn, kunnen wij zulx niet wel ontkennen, en vermits het met onse Jntentie over een gekomen is, zo konnen wij niet anders anders op het schrijvens van uwel Ed: agtb: dienen„ dat zulx ons seer lief en aangenaam is geweest, dog wat belangt het geen uwel Ed=e agtb: gelieve te schrijven dat wij de voorgeslagen zaken door uwel Ed:e agtb: niet hebben willen toestemmen daarop moeten wij zeggen dat wij bij de af„ „gevaardigde olas aan uwel Ed:e agtb te verstaan gegeven hebben dat wij geneegen waaren ons te gedraagen naar de oude gebruijken enden Jnhoud van de verbandschriften die onse voorzaaten aan d' E Comp:e gepasseert hadden, maar uwel Ed agtb heeft daar geen gehoor aan willen verleenen, en ter contrarie alle onse landen en inkomsten aangeslaagen, en daarmeede om„ „gegaan, wanneer vwel Ed agtb: in overweeging gelieve tenemen de assistentie die d' EComp:e aan onse voorlaaten bewesen heeft, en de nauwe aliantie die onder deselve resideert en die tot nog toe geconserveert wierd, en hoe dat na de komste van vwel Ed agtb te Cachim de goede vriendschap die reciproque onderhouden wierd sal uwel Ed agtb geen reeden vinden om dese zaaken soodanig tegens ons te onderneemen der niet temin wij verhoopen dat vwel Edele agtb: de oude gewoontens en gebruijken mitsga„ „ders onse langjaarige possessien in over„ „weeging sal gelieven teneemen, en alles op een goede voet brengen. wat belangt het point dat 422 dat uwel Ed=e agtb naar Batavia zoude gesch: hebben, weeten wij vast dat uwel Edele agtb: niet anders zoude gesch: hebben, dan het geen dat tot wel zijn en voordeel van ons Rijk soude strekken. en wat aangaat het geen dat vwel Edele agtb: verder schrijft dat uwel Ede agtb: verhoopt wij door een nadrukkelijke vermaa„ „ning vanden Ko: van Trevancoor afgetrocken zoude werden vanden slegten weg die wij zedert eenigen tijd bewandelt hadden, en dat het gantsche koninkrijk na zig sleepen zoude, daar op konnen wij niet anders zeggen dat vwel Ed:e agtb: wel nagaan kan dat wanneer wij onsen toevlugt bij iemand neemen het niet geschiede om nadeel telijden. wij zijn verseekert dat door de nauwe vriendsch: dewelke tussen de twee koningen end' Ecomp: geconserveert werd. deese verschillen sonder eenige bond breuk zullen bijgelegt en afgedaan werden. dierhalven versoeken wij uwel Ede agtb meede tot die senti„ „menten gelieve te inclineeren; Naar onse komste op Jiroewanandaporam hebben wij den koning van Jaevancoor of Colachegera Peroemaal ont„ „moet en zijn Ho:t te verstaan gegeven de wij„ „nige verschillen die op Cochim voorgevallen waren, waar op zijn Ho:t ons tot antwoort heeft gediend, dat wij geen reeden hadden over„ dese geringe zaak in verschil tekomen, met bij voeging Nagezien C Do oolvlies met bijvoeging dat terwijl de twee koningen d'E Comp:e in een goede verstand houding leef„ „den, zijn ho:t selfs in persoon nade noordse landen soude gaan, en met uwel Ed:e agtb in conferentie treeden, wanneer zijn ho:t verhoopte dat alle deese verschillen uijt den weg zullen geruijmt en alles op de oude voet gebragt worden. daar op namen wij tesamen de reijse van Jiroewananda„ „poram den 18: ofte 30: 8ber: naar dese kant en wanneer wij tesamen op ambalapallij komen te arriveeren zullen wij nader aan vwel Edele agtb: schrijven. / getver:/ bij zijn Hoogh:t /:ondrs:t voorde translatie Cochim dato als boven /getver/ S: v: Jongeren. g' transl:t

NL-HaNA_1.04.02_3326_0243 view scan ↗

English

No: 46 423 Translated letter written by the king of Trevancoor to the Right Honourable Lord Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff, received the 13th of November 1770: The ola sent hither per Coemara poela sarwadicariacaren and Ananda mallen we have received, read, and understood its contents; they have verbally explained the matters to me. Whenever disputes might arise, whether over an affair or over the boundary division, one must show the evidence, otherwise one does not satisfy fairness. But without doing so, the Honourable Company intending to use force, we cannot permit such a thing; therefore, may Your Right Honourable please show all the evidence and documents serving this matter to the sarwadicariacaren Coemara poela and Ananda malen upon their arrival. As regards the secret point that Your Right Honourable has conveyed to us through our Coemara Poela sarwadicariacaren, we can say nothing else about it than that such does not accord with custom. If any damage should be brought upon the affairs of the Honourable Company or of the king, the fault will be imputed to Your Right Honourable yourself; therefore we desire that nothing may be undertaken therein, and in order to bring no disadvantage to either side, we have conveyed what is necessary through Coemara poela sarwadicariacaren and Anand mallen. We expect that Your Right Honourable will proceed with good heart to the settlement of matters. Written by Balia melestette Canaka Ananja Peroemaal and signed by His Highness. Below stood: for the translation, Cochin, date as above. Signed: S: v: Jongeren, translated. Examined, A: D: Poolvliek No: 47: 424 Translated letter written by the king of Trevancoor to the Right Honourable Lord Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff, received the 17th of November 1770: Your Right Honourable's letter we have received, read, and understood its contents. After Your Right Honourable had sent the resident of Cranganoor to us with some copies of papers and evidence, we sent the answer thereto to Your Right Honourable. Since then, Coemara poela sarwadicariacaren and Ananda mallen have arrived in Cochin and have spoken with Your Right Honourable, and in the letter that Your Right Honourable has sent with them it is stated that if we should doubt the matter, Your Right Honourable would have the evidence shown to us; therefore we have written again to Your Right Honourable to show us that evidence. But now Your Right Honourable writes to us that the evidence could not be shown, and that such was not well to be demanded, from which we must conclude that Your Right Honourable, setting fairness aside, intends to use force, which is contrary to justice. Out of consideration for the good friendship residing between Your Right Honourable and us, we have requested Your Right Honourable to share the true circumstances of matters with us; furthermore, it was fair that everyone remains in his possession until this matter shall be settled. We have written to Your Right Honourable with the intention that the Company's business should suffer no harm, which may Your Right Honourable please take into consideration. Hereupon we expect the answer per our sarwadicariacaren Coemarapoela and Ananda Mallen. Written by Balia melesetta Canaka Ananja Peroemaal and signed by His Highness. Below stood: for the translation, Cochin, date as above. Signed: S: v: Jongeren, translated. Examined, A: D: Poolvliek No: 48. 425 Translated ola written by the king of Cochin to the Right Honourable Lord Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff, received the 17th of November 1770: The king of Trevancoor, or Colachegera Peroemaal, and we have departed from Tiroewanandaporam and arrived at Barkale, where we had received Your Right Honourable's ola, to which we have written the answer to Your Right Honourable, with the notification that we would write further to Your Right Honourable when we and the king of Trevancoor, or Collachegera Peroemaal, happened to arrive at Amballapallij, but the answer to that ola we have not received to this day. From Tripontaare we have written to Your Right Honourable that we were about to undertake the journey to the king of Trevancoor at Tiroewanandaporam, whereupon Your Right Honourable had answered us that Your Right Honourable would also give knowledge of those matters to the king of Trevancoor, and make known its circumstances. Seeing this by that ola, we, upon our arrival at Tiroewanandaporam, had a meeting with the king of Trevancoor, or Collachegera Peroemaal, and gave an account of matters, whereupon His Highness served us with the answer that His Highness, out of consideration for the close friendship residing between the two kings and the Honourable Company, had thought fit to send his sarwadicariacaren Coemara Poela and Ananda Mallen to Cochin to take information on matters. Thereafter, the resident of Cranganoor appeared with some papers before the king of Trevancoor at Tiroewanandaporam, and after the meeting held with His Highness, His Highness set out on a journey to Amballapallij concerning this matter. And two to three letters that Your Right Honourable has written to the king of Trevancoor concerning this matter we have read, and in the last it is stated that His Highness of Trevancoor should by no means have meddled in this matter. We have conveyed to the king of Trevancoor that Your Right Honourable had written to us that this matter ought to be settled through the mediation of the king of Trevancoor. Thereupon, and upon the written notification from Your Right Honourable to His Highness himself, His Highness has now arrived at Amballapallij, and out of consideration for the good friendship that resides between the two kings and the Honourable Company, we hope that Your Right Honourable will take the truth of this matter to heart, and such

Dutch transcription

No: 46 423 De ola per Coemara poela saawadicaria „caren, en Ananda mallen herw:ts gesonden hebben wij ontfangen geleesen en dies Jnhoud verstaan, de zaken hebben zij mij mondeling te verstaan gegeven. wanneer 'er verschillen mogten ontstaan 'tzij over Eene zaak, dan wel over de limiet schij„ „ding, moet men de bewijzen aantoonen, anders voldoet men aan de billijkheijd niet. maar sonder zulks tedoen d' EComp: van voorneemens wesende geweld te pleegen, kunnen wij zulks niet toestaan, daarom gelieve vwel Ed:e agtb: alle de bewijzen, en bescheijden indese zaak die„ „nende met de komste vanden sarwadicaria Caven Coemara poela en ananda malen aan deselve tevertoonen. wat aanbelangt het secreet Point dat uwel Ed agtb ons heeft laten weeten. door onse Coemara Poela sarwadicariacaren daarover konnen wij niet anders seggen, dan dat zulks met het gebruijk niet overeenkomt, wanneer 'er Eenige schaade inde zaek van d' EComp: of vanden koning mogte werden toege„ „bragt, zal de schuld aan uwel Ed:e agtb: selfs van frevancoor gesch: aanden wel Edele Agtb: Heer Gouverneur en Direc„ „teur Christiaan Lodewijk senff ontf: den 13:' Novemb:r 1770: Translaat brief door den koning g'imputeerd Nagezien, Ad: Poolvliek g'imputeerd werden, daarom verlangen wij dat daar aan niets mogte ondernomen worden, en om geen nadeel aan weerskanten toetebrengen, hebben wij het noodige door Coe„ „mara poela sarwadicariacaren en anand mallen laten weeten. wij verwagten dat vw Edele agtb: met goede herte treeden zal tot de afdoening van zake, gesch bij balia me„ „lestette Canaka ananja Peroemaal en getver bij zijn ho:t /:onderstond:/ voor de Translatie Cochim dato als boven /.get/ S: v: Jongeren g'transl. n No: 47: 424 Translaat brief door den ko„ „ning van Trevancoor gesch: aan den wel Edele agtb: Heer Gouverneur en Directeur Christiaan Lodewijk Senff ontf: den 17:' Novemb:r 1770: Uwel Ed agtb: brief hebben wij ontf: geleesen en dies Jnhoud verstaan, naar dat uwel Ed:e agtb: den resident van Cranganoor met eenige Copia ppieren en bewijsen bij ons gesonden had, hebben wij het antwoord daarop aan uwel Ed:e agtb gezonden zeedert is Coemana poela Carwadicariacaren en ananda mallen op Cochim gekomen, en hebben met uwel Ed:e agtb: geprooken, en bij de brief die uwel Ed:e agtb: met haar gesonden heeft, staat vermelt dat Jndien wij inde zaak mogten twijffelen vwel Ed agtb ons de bewijzen zouden laten vertoonen, daarom hebben wij wederom aan uwel Ed:e agtb: gesch: om ons die bewijsen te vertoonen, maar nu schrijft uwel Edl agtb ons dat de bewijsen niet konde vertoont worden, en dat zulx niet wel tevergen was, waar iit wij opmaaken moeten dat uwel Ed agtb de billijkheijd ter zijde stel„ „lende van voorneemens is geweld tepleegen, 't geen strijdig is tegens het regt. wij hebben uijt aanmer„ „king vande goede vriendschap resideerende tussen uwel Ed:e agtb: en ons aan uwel Ed:e agtb: versogt de regte omstandigheeden van zaken aan ons te bedeelen Nagezien bedeelen, overzulks was het billijk dat een ider in zijn possessie blijft, tot dat dese zaak afge„ „daan zal zijn, wij hebben aan vwel Ed=e agtb: gesch: met Jntentie dat sComp:s zaak geen nadeel zoude lijden hetgeen uwwel Ed=e agtb: wel in overweeging gelieve teneemen. hierop verwagten wij het antw: peronse sarwadicariacaren Coemarapoela, en ananda Mallen gesch bij balia melesetta Canaka ananja Peroemaa en gets bij zijn ho:t /:onderstond:/ voor de Jaans„ „latie Cochim dato als looven /:getver:/ S: V: Jorgeren A. D: Poolvlick g' transl:t No: 48. 425 Translaat ola door den koning Den koning van Trevancoor of Colachegera Peroemaal en wij zijn van Tiroewananda po„ „ram vertrocken en quamen op Barkale, alwaar wij ontfangen hadden uwel Ed agtb olie, waarop wij het antwoord aan uwel Ed=e agtb: geschreeven hebben. met bekentmaking dat wij nader aan uwel Ed:e agtb: souden schrijven wanneer wij en den koning van Jrevancoor of Collachegera Perdemaal op amballapallij quamen te arri„ „veeren, maar het antwoord op die ola hebben wij tot nog toe niet ontfangen. van jripontaare hebben wij aan uwel Ed: agtb: geschreeven dat wij de reijse naar den koning van Trevancoor te Jiroewanandaporam stonden te onderneemen, als wanneer uwel Ed:e agtb: ons g'antwoord had„ „den, dat vwel Ed agtb: ook kennisse van die zaaken aanden koning van Trevancoor, soude geven, en dies omstandigheeden bekentmaken het gunt bij die ola ziende, deeden wij met onse aankomste op siroewanandeeporam een ontmoeting met den koning van Jrevan„ „coor of Collachegera peroemaal ook Een van Cochim gesch: aanden wel Edele agtb heer Gouverneur en Directeur Christiaan Lodewijk sentf, ontv: den 17:' Nov: 1770: verslag verslag van zaken, waar op zijn ho:t ons van antwoord diende, dat zijn ho:t uijt aanmer„ „king van de nauwe vriendschap resideerende tussen de twee koningen en d' EComp: goed gedagt had desselfs Carwadicariacaren Coemara Poela en ananda mallen naar Cochim te „senden om Jnformatie van zaaken teneemen daarna verscheen den resident van Cranganoor met eenige papieren bij den koning van Trevancoor op Jiroewanandaporam, en na de gehoudene ontmoeting met zijn ho:t, begaf zijn ho:t zijg over dese zaak opreijse naar ambellapallij en twee à drie brieven die uwel Ed:e agtb: over dese materie aan den koning van Trevancoor gesch: heeft, hebben wij geleesen, en bij de laatste staat vermeld, dat zijn ho:t van Trevaencoor geenzints in dese zaak zig hadde moeten mesteeren wij hebben aanden koning van Trevancoor te verstaan gegeven dat uwel Ed:e agtb: aan ons hadde geschreeven dat deeze zaak door bemiddeling vanden koning van Trevancoor diende afgedaan tewerden daarop, en op het aanschrijvens van uwel Ed:e agtb: aan zijn ho.:t selfs is zijn ho:t thans op amballapallij gekomen, en uijt aanmerking vande goede vriendschap die tussen de twee koningen en d' EComp: resideert verhoopen wij dat uwel Ed:e agtb: de waarheijd van dese zaak zig terherte sal laten gaan, en sodanig

NL-HaNA_1.04.02_3326_0249 view scan ↗

English

Checked, Ad Bootvliek to find such means to pursue the old custom and usages; when the two kings live in friendship with the Honorable Company according to old custom, it will serve the well-being of everyone, as your Right Honorable well knows. The answer to the ola of the king of Trevancoor or Collachegera peroemaal, accompanied by some points, is now going into the hands of the sarwadicariacaren, Coemara poela and Ananda Mallen. We hope that your Right Honorable, taking all these truths to heart, will seek such means to maintain the old customs, and at the same time come to a decision to bring about a meeting between the king of Trevancoor or Collachegera Peroemaal, us, and your Right Honorable, at such place as shall be deemed best; whereupon we await a speedy answer. The remaining matters Coenje Menon will make known to your Right Honorable orally. Signed by his Highness, was written below, for the translation, Cochim, date as above, signed, S: V: Jongeren, sworn translator. No: 49 Draft ola by the Right Honorable Lord Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff written to the king of Trevancoor on the 18th of November 1770: I have received and read your Highness's ola, but I cannot understand what its content means to say. I must believe that your Highness's secretary has been ill-informed about what I had previously done and written, and that he has therefore committed several errors, for the matters mentioned therein did not happen in that manner. I have completely convinced Coemarapoela sarwadicariacaren of that. And it would also be entirely reasonable for me to bring those errors to your Highness's own attention, but I am unable to do so at present. I have received news from Batavia that my son-in-law and grandson have passed away. And the grief that I feel on that account affects me so much that I have no heart to speak much, and even less to write. I also hope that your Highness will not take it amiss that I entirely rejected and did not even listen to the questionnaires that were sent, for it is customary with us that a judge uses questionnaires when he has people before him who are deserving of the rod and are not willing to confess the truth of their own accord. And to be treated in that manner by your Highness would indeed be ill-suited. In short, I very kindly request your Highness to leave the government of the city of Cochim and what belongs to it solely to me, for this has been entrusted to me alone by my Lords and Masters. And to them alone, yet to no one else, am I obliged to give an account of my actions. Consequently, I will also not be able to answer any further if your Highness were to ask me anything more regarding this point. Above all, that cannot happen as long as the king of Cochim is with your Highness. But once that man is gone, and your Highness has something to propose to me that can serve the well-being of the Malabar in general, then I will gladly be ready at any moment to hear it. And I will also then apply myself to give immediate proofs of the true high esteem that I bear toward your Highness. Furthermore, I cannot fail to bring to your Highness's knowledge that I have finally obtained my discharge upon my repeated requests. Checked I enjoy from my High Superiors all the honors I could ever claim. Mr. Moens, presently Chief Administrator at Colombo, is my successor. And as I will not remain long after that, if this gentleman should arrive here, I would also like to know soon if I might be able to do your Highness any pleasure before my departure. God preserve your Highness. Was written below, translated thus into Malabar by me, Cochim, date as above, signed, S: v: Jongeren, sworn translator. Ed d: Pootvliek No: 50 Checked J. d: Bootvliek Translation of an ola written by the king of Cochim to the Right Honorable Lord Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff, received the 21st of November 1770: Everything that Welleil Coenje and Narana had spoken with your Right Honorable upon arriving in the city, they have made known to us in detail. We arrived at Jai pontarre on the 8th current, or the 20th of this month, in the evening around five o'clock. Since the arrival of your Right Honorable in Cochim, your Right Honorable has shown many kindnesses to our realm, which we shall never forget, and we do not need to write that to your Right Honorable either. Likewise, we request your Right Honorable that the matters begun at Cochim may be redressed through the good inclination of your Right Honorable, and that we may be dealt with properly, as the old customs dictate. We firmly hope that your Right Honorable will be pleased to agree to that, to reciprocal honor and reputation; whereupon we await a speedy answer from your Right Honorable. Signed by his Highness, was written below, for the translation, Cochim, date as above, signed, S: v: Jongeren, sworn translator.

Dutch transcription

426 Nagezien, Ad„ Bootvliek sodanige middelen uitvinden om de oude usantie en gebruijken te agtervolgen, wanneer de twee koningen met d' EComp: in vriendschap leeven naar oude gewoonte zal het strecken tot wel zijn van een ijder; gelijk uwel Ede agtb: seer wel weet het antwoord op de ola vanden koning van Trevancoor of Collachegera peroemaal verselt van Eenige poincten gaat thans inhanden vanden sarwadicariacaren, Coemara poela„ en ananda Mallen, wij verhoopen dat uwel Ed:e agtb: alle dese waarheeden sig ter herte neemende, sodanige middelen zal soeken om de oude gewoon„ „tens te onderhouden, en teffens tot een besluijt tetreeden om een ontmoeting teweege tebrengen tussen den koning van trevancoor of Collache„ „gera Peroemaal, wij en uwel Ed:e agtb: op zodanige plaatse als best g'oordeelt zal worden. waarop wij Een spoedig antwoord verwagten. de overige zaken sal Coenje menon uwel Ed:e agtb: mondeling bekent maken. getver bij zijn ho:t /:onderstond :/ voor de Jranslatie Cochim dato als boven /:get:/ S: V: Jongere„ g' transl:n No: 49 427 Uw Hoogheijts ola heb ik ontfangen, en geleezen; maar ik kan niet begrijpen wat dies Jnhoud zeggen wil. Jk moet gelooven dat vw Hoogh:ts secretaris van het geen ik bevoorens heb gedaeen en geschreeven gehad, qualijk onderregt is en dat hij daarom verschijde abuijzen heeft begaan want dezaaken daarbij vermelt staande zijn zo niet gebeurt. Jk heb Coemarapoela sauwa„ „dicariacaren daar van volkomen overtuijgt. En het zoude ook welbillijk zijn, dat ik die abuij„ „sen van Hoogh:t zelfs onder 't oog bragte. maar ik ben onvermogens het thans te kunnen doen Jk heb tijding van Batavia erlangt, dat mijn schoonzoon en klijn- zoon overleeden zijn. En de droefhijd die ik dierwegens voel, treft mij zodanig, dat ik geen leeft heb veel tespreeken en nog minder te schrijven. ook hoop ik, dat uw Hoogh:t niet qualijk zal gelieven te neemen; dat ik de gezondene vraag„ Poincten in't geheel van de hand geweezen en niet eens aangehoort heb. want het is bij ons ge„ „bruijkelijk, dat Een Regter zig van vraag pointen Concept ola door den wel Edelen agtb heer Gouverneur en Direct:r Christiaan Lodewijk Sentf. aanden koning van Trevancoor gesch: den 18:' Novemb: 1770: bedient bedient, als hij menschen voor zig heeft, die staaf „waardig zijn en uit eijgen beweeging de waarheijd niet bekennen willen. En op diewijze door uw Hoogh:t getracteert tewerden, zoude in'tder daat quaalijk passen In't kort verzoek ik uw Ho:t zera vriende¬ „lijk, om tog de Regeering vande stad Cochim en het gunt daartoe behoort, alleen aan mij over te laaten. want deeze is mij door mijne Hee„ „ven en meesters alleen opgedraagen. En aan die alleen, dog aan niemand anders, be„ ik ook maar verpligt, van mijn gedoente Reekenschap tegeeven. Bij gevolg zal ik ook niet meer antwoorden kunnen, als vw Hoogh:t mij aangaande dit point verder iets vraagen mogte. voor al zal dat niet geschieden kunnen, zo lange de koning van Cochim zig bij uw Hoogh. t bevindt. Dog als die man eens weg is, en vrolo:t heeft mij iets voortedragen, dat tot wel zijn van de mallabaar in't algemeen kan strekken, dan zal ik gaarne alle oogenblikken gereed staan, om zulx aantehooren. En ik zal mij ook dan bevestigen omdaadelijke blijken tegee„ „ven van de waare Hoogagting, die ik uw Hoogh. d toedraage. voorts kanik niet nalaaten vulto:t nog ter kennis te brengen, dat ik eijndelijk op mijne herhaalde verzoeken mijn ontslag heb 428 Nagezien heb erlangt. Jk geniet van mijne Hooge supe„ „rieuren alle Eere die ik ooit pretendeeren kan. De Heer Moens, thans Hoofd-administra¬ „teur te Colombo is mijn vervanger- Endewijl ik nagedagten niet lange blijven zal, als deeze Heer hier mogte komen, zo wenschte ik ook wel het spoedig temogen weeten, indien ik in staat mogte zijn, uw Hoogh:t voormijn vertrek nog eenig plaisier tedoen. God bewaare uw Hoogh:d /:onderst:t / door mij zodanig in't mallad:s overgezet Cochim dato als boven /getv:/ S: v: Jongeren g'transl:t Ed d: Pootrliek No: 50 429. Boor Translaat ola door den koning Nagezien J. d„: Boolvliek Alle het geene dat welleil Coenje en Narana in de stad komende met vwel Ed:e agtb: gesproken hadden, hebben zij omstandig aan ons bekent gemaakt, wij zijn den 8:' Courant ofte den 20:' deser des avonds omtrent vijf uuren op Jaipon „tarre g'arriveert, na de komste van uwel Ed:e agtb: te Cochim heeft uwel Ed:e agtb: veele weldaden aan ons rijk beweesen, dewelke wij noijt ver„ „geeten zullen en wij hoeven zulks vwel Ed:e agtb: ook niet te schrijven, Jnsgelijks versoeken wij uwel Ed:e agtb: dat de begonne zaken op Cochim door de goede genegentheijd van uuwel Ed: agtb: mogen geredresteert, en wel met ons gehandelt werden als de oude gebruijken mede brengen, wij verhoopen vast dat uwel Ed:e agtb: daar toe wel zal gelieven tetreeden, tot reciproque Eere en Repotatie. waar op wij Een spoedig antwoord: van uwel Ed:e agtb: verwagten. getver/ bij zijn ho:t /:onderstond:/ voorde Translatie Cochim dato als boven /:get:/ S: v: Jongeren g' transl:n „van Cochim geschreeven aanden wel Edele Agtb: Heer Gouverneur en Directeur Christiaan Lodewijk Senff ontfangen den 21:' Novemb:r 1770:—

NL-HaNA_1.04.02_3326_0257 view scan ↗

English

No: 51. 470 Draft ola written by the Right Honourable Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff to the King of Cochim on 30 November 1770: Last night a large troop of armed Nairos appeared on the territory of this city and committed violent acts there, far worse and crueler than the bitterest enemy could commit in an open war in a hostile country. For the dwelling house along with the pagoda of the Canarese Calliga Porboe, one of the oldest and foremost merchants of the Dutch Company, was broken open and robbed of all cash, gold and silverware, statues, household goods, clothes and other goods. Six persons of his family, among whom are two women, were bound and dragged away. A defenceless Canarese, who has never carried any weapons nor been able to offer any resistance, was decapitated on the spot. Two of the eight lascars who had been assigned to the said Calliga Porboe as a sign of the Honourable Company's protection were mortally wounded and disarmed, and the weapons of all of them were taken away. And even the Dutch flag was not left unmolested, as the few lascars who were stationed near it as guards were likewise attacked and several firearms were stolen from their guardhouse. Two members of the Council of Justice, in the presence of the Fiscal, investigated everything on the spot itself and made a written report of their findings. And from this it appears firm and certain that the aforementioned not only consists of pure truth, but it is also known from the testimony of several credible people that all these atrocities were committed under the command and leadership of a confidant of the Paliath Achan. A few years ago, when the King of Travancore waged an open war, and when it was still in doubt how far the territory of this city actually extended, the forces of that king nevertheless had so much respect for the Dutch flag that within its boundaries no harm was done to anyone. I have now placed the flag at the very same spot where it stood at that time; moreover, I have demonstrated with the most convincing evidence that the territory of the Honourable Company extends much further than that flag indicates. And yet, within its limits, indeed under the range of its cannon, the most unheard-of robberies and murders were committed, not during a war, but in a time of rest and peace, not by an enemy who has been insulted, but by a friend and ally of the Honourable Company, who has enjoyed the greatest benefits, and who in the most solemn treaties has fully declared: that he had been driven from his kingdom, but by the favour of the Honourable Company was restored to the throne, and that on this ground he acknowledges and accepts the Honourable Company as his protector. And since the Honourable Company has thereby been attacked in a hostile manner, harmed in its possessions, prejudiced in its privileges, and even insulted in its honour in the most outrageous manner, I therefore demand in the name and on behalf of the Dutch Company from Your Highness not only full and public satisfaction, but I also desire as a consequence thereof that the aforementioned Calliga Porboe nor his children or family be molested henceforth, that the abducted persons be released unharmed, that the dwelling house and the pagoda be restored to their previous state, and that his stolen goods as well as the firearms of the Company be returned. I await a speedy and positive answer to this. Examined A D: Poolvliek Underneath stood: Translated as such by me into Malabar Cochim, date as above Signed: S: v: Jongeren, sworn translator 4323 No: 52 Translation of an ola written by the King of Cochim to the Right Honourable Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff, received 1 December 1770: The assistant interpreter properly delivered Your Right Honourable's ola to us in the evening around 5 o'clock here at Anjecaimal, which we have read and the contents of which we have understood. We saw from it that we are alleged to have committed hostilities on the Company's territory, and that the actions taken against Callaga Porboe ought to be ceased. Our people have thus far committed no hostilities on the Company's territory; when our subjects come to commit acts of wantonness against us, we cannot sit idle without imposing the deserved punishment upon them. On account of Calliga Porboe and his faction Your Right Honourable begins such things against us, and if Your Right Honourable would please inquire into these matters according to the truth, Your Right Honourable will obtain correct information about it. In the meantime, as the Canarese who are subject to us are unwilling to obey our orders and commands as of old, we shall be obliged to have them punished according to their deserts, and that is the reason why we ordered that action against Callaga to be carried out. From Tripunithura we

Dutch transcription

No: 51. 470 Agtb Heer Gouverneur en Directeur Christiaan Lodewijk Senff aan den koning van Cochim gesch: den 30:' Novemb=r 1770: C„oncept ola door den wel Edelen Gisteren nagt is op het Grond gebied van deeze stad Een groote Joup Gewapende Nairos verscheenen, en heeft daar geweldaadigheeden ge„ „pleegt, veel slimmer en waeeder als de bitterste vijand bij een openbaare oorlog in een vijandig land zoude pleegen kunnen. want het woonhuijs met de Pagood van Calliga Porboe, Een der oudste en den Canarijn Eerste kooplieden vande neederlandsche Comp:e is opengebrooken, en van alle Contanten, Goud en zilverwerken, Beelden, Huijsraad kleederen en andere goederen berooft. ses Perzoonen van zijne Familie waar onder Twee vrouwens zijn gebonden en weg gesleept. Een magteloose Canarijn, die althoos geene wa„ „pens heeft voeren nog eenigen teegenstand bieden kunnen, is op de plaats dood gekopt. Twee vande Agt Lascorijns, die aan gedagten Calliga Porboe tot een teeken van 's EComp„s pro „tectie gegeven waren, zijn doodelijk gequest ontwaapent en de wapenen van alle meede genomen. En En zelfs is de nederlandsche vlagge: net ongeschonden gelaaten, alzo de wijnige lascorijns, die als wagters daarbij gesteld waren, insgelijx overvallen en uijt hun wagthuijsje eenige geweeren gerooft zijn. Twee leeden van Justitie ten overstaan van den fiscaal hebben op de plaats zelfs alles onder„ „zogt en van hunne bevinding schriftelijk rapport gedaan. En hier uijt blijkt vast en zeeker, dat het voormeldte niet alleen in zuijvere waarheijd bestaat, maar het is ook uijt 't getuigenis van verschijde geloofwaardige menschen bekent, dat alle die gruweldaaden onder Commando en aan„ „voering van een vertrouweling van den Paljetter zijn gepleegt. voor wijnig Jaaren toen de koning van Trevancoor een openbaare oorlog voerde, en toen het nog in twijfel stond, hoe verre het grond„ „gebied van deese stad zig eijgendlijk uijtstrekte, hadden evenwel de volkeren vandien koning zoveel ontzag voorde neederlandsche vlagge dat binnen der zelver bestek, niemand eenig leeld geschiede. Jk heb thans de vlagge op die zelfde plaats gesteld, waarze in die tijd heeft gestaan, ik heb boven dien met de aller overtuijgendste bewijzen aangetoond, dat het Grondgebied vande EComp: nog veel 431 veel wel verder strekt, als die vlagge aanwijst en evenwel werden binnen de limiten daarvan Ja onder 't geschut van, de aller ongehoordste Roverijen en moorden gepleegt, niet bij een oorlog, maar in den tijd van rust en vreede, „ door een vijard, die beleedigt is maar ook niet „ door een vriend en bondgenoot van de EComp: die de grootste weldaaden heeft genoo„ „ten, en die bij de plegtigste Tractaten volmondig verklaar heeft: Dat hij uijt zijn Rijk verdoeven is geweest, dog door gunste vande EComp: op den troon hersteld, en dat hij uijt dien hoofde de E: Comp: voor zijn schuts-Heer erkent en aanneemt En dewijl de EComp: hier door op eene vijan„ „dige wijze aangetast, in haar bezittingen beschaa„ „digt, in haare voorregten benadeelt, en in haare Eere zelfs op de buijtenspoorigste wijze beleedigt is: zo eijsch ik uijt naam en van weegens de neederlandsche Comp: van uw Hoogh:d niet alleen eene voldoende en openbaare satis„ „factie, maar ik begeer ook als een gevolg van dien, dat voornoemde Calliga Porboe nog zijne kinderen of familie voortaan niet ge„ „molesteert, De weg gesleepte persoonen onbe„ „schadigt los gelaaten, Het woonhuijs ende Pa„ „good in hun voorige staat herstelt, ende geroofde goederen van hem zowel als de geweiren van de Comp: weder terug gebragt mogen werden. Jk verwagt hier op een spoedig en positief antwoord Nagezien A D: Poolvliek zodanig door mij in't antwoord /:onderstond:/ Cochim dato als boven mallabaaas overgezet /gets:/ S: v: Jongeren g' transl:t 4323 No: 52 Den ondertolk heeft ons behoorlijk besteld uwel Ed:e agtb: ola des avonds omtrend 5: uuren alhier op AngeCaijmaal, dewelke wij geleesen en dies Jnhoud begreepen hebben. wij zagen daar uit dat wij op 's Comp:s grond gebied hostiliteijten souden gepleegt hebben, en dat de acties tegens Callaga Porboe gepleegt souden moeten gecesseert werden. ons volk heeft op 'sComp:s grond gebied tot nog toe geen hostiliteijten gepleegt, wanneer onse on„ „derdaanen tegens ons baldadigheeden komen te pleegen, konnen wij niet stil zitten, om daar tegens de verdiende straffe te statueeren. om de wille van Calliga Lorboe en zijnen aanhang begint uwel Ed:e agtb: sulke dingen tegens ons, en wanneer uwel Ed:e agtb: die zaken naar waarheijd gelieve te informeeren, zal uwel Ed:e agtb: daarvan Een regte onderrigting krijgen. Jn die tussen tijd de Cannarijns die onder ons staan, onse ordres en beveelen als van ouds niet wil„ „lende gehoorsamen, sullen wij genoodsaakt wesen, deselve naar merite telaten straffen en dat is de reeden waarom wij die actie tegens Callaga hebben laten formeeren van Tripontarre hebben Translaat ola door den koning van Cochim, aanden wel Edelen agtb heer Gouverneur en Directeur Christiaan Lodewijk Senff gesch:, ontf den 1:' Decemb:r 1770: wij

NL-HaNA_1.04.02_3326_0262 view scan ↗

English

we sent Belliel Coenja and Madapatta narana to Cochim to speak with Your Honorable Worship. When they arrived in the town and spoke with Your Honorable Worship, Your Honorable Worship said that Your Honorable Worship wished to see the old account of the tolls and rights. Thereupon those same two persons, along with Pawittie ambaddij, went into the town with the accounts, and upon reading through the account, Your Honorable Worship served them with the answer that they could speak about that matter with the new Lord Commander and wait so long for that. Whereupon they said that this account was kept according to ancient custom, and that no change could be made regarding it. Thereupon they departed from the town and came here with that report. We then resolved to still exercise patience in order to speak with Your Honorable Worship personally about these matters. For which purpose, arriving at Angecaijmaal, we understood that Your Honorable Worship had placed guardhouses at Mattancherij and the bazaar of the Cannarins with orders that our people would not be permitted to come there. Thereupon we resolved to summon the Cannarins and other merchants to us, in order to have Your Honorable Worship informed of the truth of these matters, but not one of them appeared before us, although we had sent our people to them several times. Finally we resolved to write an ola to Calliga, who had committed many treacherous acts against us, in order to treat with him and his adherents concerning these matters. The messenger who brought the ola was left outside, and Calliga, while uttering many improper words without receiving the ola according to custom, had the same fetched by another and subsequently sent the messenger back with many insults. Therefore we decided to have him fetched. But having understood in the meantime that on the occasion when the Zamorin's regiadore had come here, the aforesaid Calliga had taken some armed nairs of his for his defense, we were therefore obliged to send such a detachment for that purpose. And when our people approached there, his people fired upon ours so that two of them fell dead to the ground and one was wounded. Therefore our people brought his family here. When our people, who are sent out in our kingdom for the performance of some expedition, are shot dead in such a manner, we cannot refrain from taking revenge on the one who has done such a thing. We are assured that the Honorable Company has given no order to Your Honorable Worship to commit such against us. If the Cannarins who are subject to us do not observe our orders and commands as of old, we shall exercise such punishment against them that they shall nowhere enjoy a resting place in the kingdom. And we firmly hope that Your Honorable Worship will not be pleased to take this amiss of us. The protection that the Honorable Company has shown to our kingdom from of old we shall never forget, nor undertake anything against it, and in the Treaty that was made at that time, it is explicitly mentioned regarding our tolls and rights, which we request that Your Honorable Worship please take into consideration. When our people came to the house of Calliga, they did not carry off the Honorable Company's weapons; and in order to give Your Honorable Worship a true information of the matter, we have let everything be known through moendrij Chimaar. The close friendship between us and Your Honorable Worship that was maintained since Your Honorable Worship's arrival until last August, we request to be allowed to maintain, and to let us retain the tolls and rights as of old. Signed by His Highness. Underneath was written: For the translation, Cochim, date as above. Signed: S: v: Jongeren, sworn translator. W: Bootvliek. No: 53: To my last ola dispatched to Your Highness through Coemara Poela sarwadicariacaren, I have received no answer. And from this I cannot conclude otherwise than that Your Highness must certainly be displeased. But what the reason for it is, I cannot understand; since to my knowledge I have never offended Your Highness. Nevertheless, it might well happen that my ignorance in the language and a wrong translation of what I have said and written have given cause to some displeasure. And in case this might indeed have happened, then I very kindly request that Your Highness please have the goodness and make the same known to me, so that I can justify myself and convince Your Highness of my innocence. For it would grieve me if I had to depart from here with the reputation as if I had particularly offended Your Highness; whereas on the contrary, from the beginning of my arrival until today, I have sought nothing else and have also not otherwise arranged all my actions. Draft ola by the Right Honorable Lord Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff to the King of Travancore, passed the 2nd December 1770.

Dutch transcription

wij Belliel Coenja en Madapatta narana naar Cochim gesonden om met uwel Ed:e agtb: te spreeken, deselve inde stad komende, en met uwel Ed agtb: spreekende, seijde uwel Ed:e agtb: dat de oude reekening van de thollen en geregtigheeden uwel Ed: agtb zien wilde, daarop zijn deselve twee persoonen benevens Pa„ „wittie ambaddij met de reekenings in de stad geweest, en bij het naleesen vande reekening heeft uwel Ed:e agtb: haar ten antw: gediend. dat zij over die zaak met denieuwe Heer Commandeur konde spreeken en daarmeede soo lang wagten waarop zij seijden dat die reekening volgens oud gebruijk was gehouden, en dat daaromtrent geen verandering konde maken, daarop ver„ „trocken zij vande stad en quamen hier met dat rapport, als toen beslooten wij nog patientie te oeffenen; om met uwel Ed:e agtb: selfs over die zaaken tespreeken, ten welken Eijnde op Angecaijmaal komende, verstonden wij dat uwel Ed:e agtb: op Mattancherij, ende basaar der Cannarijns wagthuijsen gesteld hadde met last dat ons volk daar niet zoude mogen komen, daarop beslooten wij om de Cannarigjns en andere kooplieden bij ons teroepen, ten eijnde deese zaaken naar waarheijd aan vwel Edele agtb: te doen informeeren, maar daar is geen een van deselve bij ons verscheenen, schoon wij verscheijde malen ons volk bij haar gesonden 433 gesonden hadden. Eijndelijk resolveerden wij een ola aan Calliga die veele verraderlijke stucken tegens ons gepleegt hadden te schrijven, om met hem en zijnen aanhang over deese zaken te be „soigneeren, de sendeling die de ola bragte, wierd buijten gelaten en Callaga onder het uitten van veele onbetamelijke woorden sonder de ola naar den gebruijke te ontfangen liet deselve door een ander afhaalen en vervolgens den afsendeling terug gesonden met veele scheld woorden, daarom zijn wij teraade geworden om hem telaaten af„ „halen, maar intussen verstaan hebbende, dat ter gelegentheijd toen de sammorijnse ragiadoor hier was gekomen voorm: Calliga Eenige gewapen„ „de naijros van deselve genomen had tot zijn defensie, daarom hebben wij moeten treeden om soodanig een Commando tot dat Effect tesenden, en toen ons volk daar naderde schooten d' zijne op de onse dat 'er twee daarvan dood ter aarde needervielen, en Een ge „blesseert, daarom hebben de onse zijn familie hier gebragt, wanneer ons volk dat uijtgesonden werd in ons rijk ter verrigting van Eenige Expeditie op zodanige wijze dood geschooten werd. kunnen wij niet nalaten revenge teneemen vanden geene die zulks gedaan heeft; wij zijn verseekert dat d' E: Comp: geen ordre aan uwel Ed: agtb: gegeven heeft om zulks tegens ons te pleegen. soo de Canna„ „rijns die onder ons staan als van ouds onse ordres Nagezien ordres en beveelen niet quamen te observeeren zullen wij sodanige straffe tegens deselve oeffenen dat zij nergens in het rijk Een rust plaatse souden genieten. en wij verhoopen vast dat uwel Ede agtb ons zulks niet qualijk sal gelieven te duiden de protextie die d' EComp: van ouds aan ons rijk beweesen heeft zullen wij nooit vergeeten, nog daar tegens iets onderneemen, en bij het Tractaat dat die tijd gemaakt is, staat uijt„ „druckelijk vermeld wegens onse stollen en geregtigheeden, 't geen wij versoeken dat uwel Ed:e agtb: wel in overweeging gelieve teneemen. toen ons volk ten huijsen van Calliga quam, heeft hetselve sComp:s wapens niet wegge„ „haalt; en om uwel Ed:e agtb: Een waare Jn„ „formatie van zaake te geeven hebben wij door moendrij Chimaar alles laten weeten; denau„ „we vriendschap tussen ons en vwel Ed:e agtb: die geconserveert wierd zeedert uwel Ed:e agtb: komste tot augustus J:o leeden versoeken wij te„ „mogen onderhouden, en ons telaten behouden de thollen en geregtigheeden als van ouds /:getv/ bij zijn ho:t /:onderstond:/ voor de Jranslatie Cochim dato als boven /:get:/ S: v: Jongeren g'taans„ W„ Bootvliek „lateur No: 53: 434 op mijn laatste ola door Coemara Poela sarwadicariacaren aan uw Hoogh:t afgevaardigt, heb ik geen antwoord erlangt. En hier uijt kan ik niet anders opmaaken, als dat uw Hoogh:t zeeker„ „lijk misnoegt moet zijn. maar wat de Rteeden daarvan is kan ik niet begrijpen; alzo ik met mijn weeten uw Hoogh:t nooit beleedigt heb nogthans zoude het wel kunnen gebeuren, dat mijne onkunde in de Taal, en eene verkeerde overzetting van het geen ik gezegt en geschreeven heb, tot eenig misnoegen aanleijding hadde gege„ „ven. En bij aldien dit inderdaat geschied mogte zijn, dan verzoek ik zeer vriendelijk, dat vw Hoogh:t de goedheijd gelieve te hebben, en maaken mij het zelve bekent, op dat ik mij verantwoor„ „den en uw Hoogh:t van mijne onschuld overtuijgen kan. want het zoude mij leed doen wanneer ik van hier vertrekken moeste met de naam als of ik in't bijzonder uw Hoogh=t beleedigt hadde; terwijl ik in tegendeel van den beginne mijner komste tot heeden toe niets anders gezogt en ook alle mijne handelingen niet anders C„oncept ola door den wel Edelen Agtb: Heer Gouverneur en Direct:r Christiaan Lodewijk Senff aan den koning van Jrevancoor geph: den 2:' Decemb=r 1770: ingerigt

NL-HaNA_1.04.02_3326_0266 view scan ↗

English

Checked I have arranged, other than to give Your Highness convincing proofs of my true high esteem and at the same time to place the affairs of the country on such a firm footing that no dispute can ever arise again between Your Highness and the Honourable Company. Your Highness has so often given me assurance of his affection. And therefore I now also expect from Your Highness this small proof, that Your Highness will make known to me the reasons for his displeasure; and will at the same time openly declare what Your Highness is actually intending. Should it please Your Highness to do this in writing, it will be agreeable to me; if not, I request once again that a trusted person, though not a Canarese, be sent to me, accompanied by a lesser servant who can speak with me without an interpreter. For I still have something to say that is of importance to Your Highness, and of which I would rather give an oral report to Their Right Excellencies in Batavia. At the foot: Thus translated by me into Malayalam, Cochin, date as above. Signed: S: v: Jongeren, sworn translator. Aboard the Bootvliet. No: 54 435 Draft ola written by the Right Honourable Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff to the Paliath Achan on 2 December 1770: — I hear that Your Honour speaks very ill of me behind my back. But no one wants to tell me what it actually consists of. Your Honour yourself will also be best able to declare what Your Honour really holds against me. And since I wish nothing more than that the whole world may know this, I hereby give Your Honour the freedom, and I even request Your Honour, to come to the city in person, and in the presence of me and of all Council members to speak everything fearlessly that Your Honour thinks can incriminate me and excuse Your Honour. For I do not intend to depart from here with a stain that particularly affects my person, as I consider myself assured that I have offended no one without reason. Your Honour need not think that I write this letter to do Your Honour harm under the appearance of friendship. No, by no means; such deeds are to me most detestable. On the contrary, I give Your Honour hereby under my hand and seal my word of honour that Checked that Your Honour will be received according to custom and that I will ensure that no one causes Your Honour the least trouble, neither on the road, nor inside and outside the city. And if Your Honour will trust in this, it is well; if not, I will first send two persons, whom Your Honour may choose yourself, to the King of Cochin, to remain there for your greater peace of mind until Your Honour has returned to His Highness. For I have no other intention than solely to clear myself of the blame that particularly affects my person. The other affairs, which concern the interests of the Honourable Company, are entirely distinct from this and will also take care of themselves. At the foot: Thus translated by me into Malayalam, Cochin, date as above. Signed: S: v: Jongeren, sworn translator. Aboard the Poolvliet. No: 55. 436 Translation of an ola written by the Paliath Achan to the Right Honourable Governor and Director, received on 3 December 1770: I received Your Right Honourable letter on the 2nd of this month at Anjicaimal in the evening at about five o'clock. It is impossible to describe the grief that I felt in my heart when I read that letter: upon my arrival in the city in July last, I gave Your Right Honourable to understand that this was an evil and unfortunate year for me, and in addition requested that Your Right Honourable would grant me permission to shut myself up in a certain place to pray for forgiveness of my sins. Now, upon reading that letter, I have had to conclude firmly that this is a bad year for me. For it is stated therein that I was said to have spoken very ill of Your Right Honourable behind Your Right Honourable's back, but no one wanted to tell Your Right Honourable what it actually consisted of; and that I would best be able to explain what I really had against Your Right Honourable; and that Your Right Honourable wished nothing more than that the whole world might know such. Wherefore Your Right Honourable gave me the freedom, and even requested me, to come in person in person to the city and in the presence of Your Right Honourable and of all Council members to say fearlessly everything that I thought could excuse me and incriminate Your Right Honourable. I testify thereto that I have not spoken a single word to the detriment of Your Right Honourable, neither to great nor small people, much less that I have ever had such in my thoughts or meant it; if it is so, let an adversary of mine come forward who could maintain or prove such! I undertake to convince him of untruth, or otherwise I am prepared to confirm my words with a solemn oath. But if Your Right Honourable does not please to proceed thereto, and wishes to remain in that uncertainty, then I request Your Right Honourable repeatedly to have this matter investigated and to vindicate me. After the arrival of Your Right Honourable here in this place, I appeared in the presence of Your Right Honourable, and from that time on I have attempted nothing other than to place the King's affairs and those of the Honourable Company on a firm footing. Whereby I have brought many enemies upon myself, as I have already given notice thereof to Your Right Honourable. But Your Right Honourable at that time cared little about it. And now through the evil plan that

Dutch transcription

Nagezien ingerigt heb, dan om uw Hoogh:t van mijne waare hoogagting overtuijgende blijken tegeeven en teffens de zaken van't land op zulk een vasten voet te brengen, dat tusschen uwho:t ende EComp: nooit weder eenig verschil kan ontstaan Vrotto:t heeft mij zodikwils van zijne genegentheijd verzeekering gedaan. En daarom verwagt ik ook nu van vrlto:t deeze geringe blijk, dat vw Ho:t de reeden van zijn ongenoegen aan mij bekent maaken; en zig teffens openhar„ „tig declareeren zal, wat vw wo:t eijgendlijk van voorneemen is. Gelieft uw Hoogh:t dit een en ander schriftelijk tedoen, het zal mij aangenaam zijn; zo niet verzoek ik nog eens een vertrouwt persoon, dog geen Canarijn, aan mij aftezenden, verzeld van een minder bediende, die zonder Tolk met mij spreeken kan. want ik heb nog iets tezeggen dat voor uw Hoogh=d van aangelegentheijd is, en waar van ik liefft mondeling aan Haar Hoog Edelens te Batavia verslag wil doen. /:onderstond:/ sodanig door mij in 't mallab:s overgezet Cochim dato als boven. /:getv:/ S: v: Jongeren g' transl:n Ad: Bootliek No: 54 435 Concept ola door den wel Edelen Agtb Heer Gouvern:r en Directeur Christiaan Lodewijk Sent aan den Pallietter gesch: den 2:' Decemb:r 1770: — Ik hoor dat vE: agter mijn rugge. zeer quaad van mij spreekt. maar niemand wie mij zeggen, waar in het eijgendlijk bestaat VwE: zelfs zal ook best verklaaren kunnen, wat VE: wezend„ „lijk ten mijnen lasten heeft. Endewijl ik niet meer wensche, dan dat zulx de gantsche waereld weeten mag, zo geef ik VE: bij deezen vrijheijd, en ik verzoek vE zelfs, om in perzoon in de stad tekomen, en in presentie van mij en van alle Raads-leeden onbeschroomt alles te zeggen, wat VE: denkt dat mij beswaaren en VE: verschoonen kan. want ik ben niet van voorneemen van hier te vertrekken, met een klad die mijne persoon in't bijzonder raakt alzo ik mij verzeekert houde, niemand zonder reeden beleedigt te hebben. UwE: behoeft niet tedenken, dat ik deezen brief schrijve, om VE: onderschijn van vriendschap quaad te doen. neen geezints zulke daaden zijn bij mij ten hoogsten verboeije„ „lijk: Jntegendeel geef ik VE: bij deesen onder mijne hand en zegul, mijn woord van Eere dat Nagezien dat vE: volgens gewoonte ontfangen zal werden en dat ik zorge zal draagen, dat niemand VE:, zo min op de weg, als binnen en buijten de stad, eenige de minste moeijte aandoet. En bij aldien VE: hierop vertrouwen wil, is 't goed; zo niet, ik zal Tweeperzoonen, die vE: zelfs uijtkiesen kan, voor af bij den koning van Cochim zenden, om ter viver gerust„ „hijd daar zo lange te verblijven, tot VE: weder bij zijn Hoogh:t terug is gekeert. want ik heb geen ander oogmerk, dan alleen om mij te zuijveren vande blaam, die mijne perzoon in't bijzonder raakt. De andere zaaken, die 's EComp:s belangen betreffen zijn daarvan in't ge „heel onderschijden, en zullen zig ook van zelfs wel redden. /:onderstond:/ zodanig door mij i„ 't mallad:s overgezet /: Cochim dato als boven /getst:/ S: v: Jongeren g' transl:te A dn Poolvlied No: 55. 436 Translaat ola door den Uwel Edele agtb: brief heb ik den 2:' deeser op angecaijmaal des avonds omtrend vijf uuren ontvangen. het is niet te beschrijven, de droefheijd die ik in mijn hert gevoelt heb, toen ik die brief las: ik heb met mijn aankomst inde stad in Julij Jongstleeden uwel Ed:e agtb: te ver„ „staan gegeven, dat dit Een quaad en ongeluckige Jaar voor mij was, endaar bij versogt dat iwel Edele agtb: mij permissie wilde geeven, dat ik mij op Een seekere plaatse mogte opsluijten om vergiffenisse van mijne souden aftebidden. nu bij het leesen vandie brief heb ik vast moeten besluijten dat dit voor mij een slegt Jaar is. want daarbij staat vermeld, dat ik agter vwel Ed:e agtb rugge zeer quaad van uwel Ed:e agtb: soude gesprooken hebben maar niemand wilde uwel Ed: agtb: zeggen, waar in het Eijgentlijk bestond. en dat ik best verklaaren zoude konnen, wat ik wesentlijk ten lasten van vwel Edele agtb: hadde. en dat uwel Ed:e agtb: niet meer wenschte dat zulks de gantsche wereld weeten mogt. waaromme uwel Ed:e agtb: mij de vrijheijd gaf, en selfs versogte om in perzoon Paljetter aanden welEdelen agtb Heer Gouverneur en Directeur gesch: ontvangen den 3:' Decemb:r 1770: in in persoon in de stad te komen en in presen„ „tie van uwel Ed=e agtb en van alle raads-leeden onbeschroomt alles tezeggen, wat ik dagt dat mij verschoonen en uwel Ed:e agtb: beswaaren konde. ik betuijge daarop dat ik ten lasten van uwel Ed:e agtb: geen Enkeld woord gesproo„ „ken heb nog tegens groote of keijne luijden, veel min dat ik zulks ooijt in mijn gedagten gehad, of gemeent, soo het soo is! laat 'en een tegen partij van mij opkomen, die sulks soude konnen staande houden, of waarma„ „ken, ik neem het aan hem van onwaar„ „heijd te overtuijgen of anders ben ik bereijd mijne gezegde met solemneel Eed te bekrag„ „tigen. maar zoo uwel Ed:e agtb: daartoe niet gelieve te treeden, en in die onzekerhijd wilde blyven, dan versoeke ik uwel Ed:e agtb: eens en andermaal deze zaak telaaten onderzoeken en mij in het gelijk testellen. naar de komste van uwel Ed:e agtb: hier ter steede, verscheen ik in presentie van uwel Ed: agtb: en van die tijd af aan heb ik niet anders gepoogt als konings zaken en die van d' Ecomp: op een vaste voet tebrengen. waar door ik veele vijanden op mijn hals gehaalt heb, gelijk ik uwel Ed agte daar reets kennisse van gegeven heb. maar vwel Edele agtb: heeft zig tedier tijd daar weijnig aangekreunt. ennu door het quaad Plancet dat

NL-HaNA_1.04.02_3326_0271 view scan ↗

English

477 that rules over me, Your Right Honorable has given ear to it, and there remains nothing else for me but to take my refuge in the Almighty, that he might deliver me from the displeasure that Your Right Honorable has conceived against me. Furthermore, I have seen from Your Right Honorable's letter that I should not think that harm would be done under the pretext of friendship: I am assured that Your Right Honorable will not abandon me. When Captain Chimaar and the under-interpreter came to Chenottij, I made all my grievances known to them, and I do not doubt that they will have made a proper report of everything to Your Right Honorable. If I have spoken any harm against my king, then I would also have said it to Your Right Honorable, but my innocence and purity will come to light when the meeting between His Highness and Your Right Honorable is brought about. At which time I will make my defense to satisfaction, and upon finding the validity thereof, I hope to enjoy an effective protection, otherwise I will have to go seek my fortune elsewhere. My request is that which has been set down here before, and I I place my hope and trust in God that I shall obtain a comforting answer from Your Right Honorable. Before the receipt of Your Right Honorable's letter, I made the matters known to Your Right Honorable through Chimaar. Signed by the Paliath Achan. Below stood: For the translation, Cochin, date as above. Signed: S: v: Jongeren, sworn translator. Checked A. d' Boolvliek 438 No. 56 Translation of an ola from the King of Cochin to the Right Honorable Lord Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff, written, received the 3rd of December 1770: Through Moendrij Chimaar we have previously made the present matters known to Your Right Honorable; the condition thereof, and our long-standing possession and that of our ancestors, we have written to Your Right Honorable several times, and alongside this, have had the old accounts of the collected dues shown by our people. Notwithstanding this, Your Right Honorable still persists in doubt. We shall maintain with an oath that our realm has had the possession thereof up to the date of this letter, whenever we come to meet Your Right Honorable in person, for which may Your Right Honorable be pleased to provide an opportunity with a good heart and to come to a resolution to let us keep and enjoy those privileges as we have enjoyed them, requesting to that end that a personal meeting may be arranged. We write to Your Right Honorable to take a solemn oath over this slight matter by virtue of the close friendship that has taken place between our realm and the Honorable Company, for we would never proceed to take an oath over a dispute with Checked another, as Your Right Honorable can well understand. Therefore, we request Your Right Honorable to take all this to heart and to send us a satisfactory answer via the interpreter. Signed by His Highness. Below stood: For the translation, Cochin, date as above. Signed: S. v. Jongeren, sworn translator. C. v. Poolvliek No. 57. 439 I have already known for a long time that the King of Cochin had received a letter from the Nabob for me. I therefore also already made a request to His Highness by an express ola. But since the same was refused to me at that time, I now consider it best to take no further trouble on that account. If the King sees fit to send me that letter in an honorable manner, it is well; if not, His Highness will have to answer for why he has withheld a letter addressed to me by the Nabob for so long. Furthermore, it serves for Your Honor's information that I will send neither the chief interpreter nor the Captain of the Christians to Your Honor. For I cannot trust these people with a man who even forbids the supply of provisions, and thus behaves as an open enemy: If Your Honor has anything to make known to me, the King himself can send men of respectability to me, for on the Company's territory, no one who bears no evil in his heart has anything evil to fear. And this is all that I can now answer to your ola. Draft ola, by the Right Honorable Lord Governor and Director Christiaen Lodewijk Senff, to the Paliath Achan, written the 13th of December 1770:— answer Checked Cd: Poolvliek can answer. Below stood: Translated by me into Malayalam as such, Cochin, date as above. Signed: S. v. Jongeren, sworn translator. No. 58. 440 Draft ola by the Right Honorable Lord Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff to the King of Cochin, written the 4th of December 1770:— I received Your Highness's ola yesterday and saw from it that Your Highness desires to hold a personal conference with me. This would have been good, even one and a half months ago, when I had Your Highness so earnestly advised to do so. But now it is much too late. For Your Highness has not only committed open hostilities yourself; but Your Highness has also exerted all his power to bring the King of Travancore so far as to break the most solemn treaties of peace and friendship, and take up arms against the Honorable Company. Consequently, Your Highness is no longer the one that Your Honor was previously. All kings of Cochin, since the Honorable Company conquered the realm and placed one of your ancestors on the throne, have acknowledged that benefit and behaved as faithful subjects of their Protector. But Your Highness has entirely forsaken the Honorable Company, deliberately cast off its protection, and even sought to plunge it into the greatest difficulties. And it is for that reason

Dutch transcription

477 dat over mij regeert heeft uwel Ede agtb: gehoor daaraan verleend, en daar vaet voor mij . niet anders op als mijn toevlugt tot den al„ „mogende tenemen dat hij mij wilde bevrijden van het ongenoegen dat uwel Ede agtb tegens mij de opgevat heeft. voorts heb ik uit uwel Ed:e agtb: brief gesien, dat ik niet moeste dinken dat onderschijn van vreendschap quaad soude geschieden: ik ben verseekert dat vwel Ed:e agtb: mij niet zal verlaaten. Toen den Capitain Chimaar enden ondertolk op Chenottij quamen, heb ik aan deselve alle mijne beswaarinsten te verstaan gegeven, en ik twijffele niet of zij souden uwel Ed=e agtb: een behoorlijk rapport van alles gedaan hebben. Jndien ik tegens mijn koning Eenig leed gesprooken heb. dan soude ik tegens uwel Ed:e agtb: ook gesegt hebben maar mijn onschuld, en suijverheijd zal in het dagligt komen wanneer de ontmoeting tussen zijn ho:t en uwel Ed:e agtb: teweege ge„ „bragt werden. als wanneer ik mijne ver„ „deediging ten genoegen zal doen, en bij bevinding van dies deugdelijkheijd verhoope ik een kragtdaedige protectie te genieten anders zal ik mijn fortuin. Ergens moe„ „ten gaan zoeken. mijn verzoek is het geen hier vooren ter nedergesteld is, en ik ik stel mijn hoope en vertrouwen op God dat ik van uwel Ed:e agtb: een vertroostend antwoord zal bekomen. voorden ontfangst van uwel Ed:e agtb: brief heb ik door Chi „maar de zaken aan vwel Edele agtb laten weeten. getx: bij den Paljetter /:onderstond:/ voor de Translatie Cochim dato als boven /getvk:/ S: v: Jongeren g' transl:t Nagezien A d„ Boolvliek 438 No: 56 Translaat ola door den koning van Cochim aanden wel Edelen agtb: Heer Gouvern:r en Directeur Christiaan Lodewijk sentf. gesch: ontf: den 3:' Decemb:r 1770: Doer Moendrij Chimaar hebben wij bevoorens de presente zaken aan uwel Ed:e agtb: laten weeten, de gesteldheijd van dien, en onse langjarige posses„ „sie en die van onse voorzaten hebben wij differente keeren aan uwel Ede agtb: geschreeven en daar nevens de oude reekenings vande Jngevorderde geregtigheeden door ons volk laten verthoonen, des niet tegenstaande blijft uwel Ed agtb: nog intwijffel persisteerende, wij zullen met een Eed gestand doen dat ons rijk de possessie van dien tot dato deses gehad heeft wanneer wij vwel Ed=e agtb: inpersoon komen te ontmoeten, waartoe uwel Ed:e agtb: met goeder herte gelegentheijd gelieve te supediteeren en tot een besluijt te treeden om ons die voorregten te„ „laten behouden, en genieten zoals wij genooten hebben gehad, verzoekende ten dien eijnde dat 'er een persooneele ontmoeting mag beraamt wer„ „den wij schrijven aan vwel Ed agtb: om over dese geringe zaak Een solemneele Eede te doen, uit kragte van de nauwe vriendschap die tussen ons rijk ende E Comp:e plaats gevonden heeft, want wij souden nooijt treeden over het verschil met een Nagezien een ander Een Eed: te presteeren, gelijk uwel Ed=e agtb: sulks wel begrijpen kan. derhalven ver„ „soeken wij uwel Ed:e agtb: dit alles zig ter harte te willen laten gaan, en ons een voldoenend antw: getr bij zijn ho:t /:on„ per den tolk toetesenden „derstond:/ voor de Jrantlatie Cochim dato als g: transl:r boven /getx/ S: V Jongeren C v: Poolvliek N:o: 57: 439 Ik heb al voorlange geweeten, dat de koning van Cochim een brief vanden nabab voor mij ontfangen hadde. Jk heb daarom ook al bij zijn &o:t per eene expresse olae verzoek gedaan gehad. maar dewijl mij deselve toen ter tijd gewijgert is, zo vermeen ik nu geen verder moeijte daarom te doen. kan de koning goed„ „vinden mij die brief op een honette wijze toetezenden, 't is goed, zo niet, zijn Hoogh:t zal het moeten verantwoorden, waarom hij een brief, door den nabab aan mij gerigt zo lange opgehouden heeft. Voorts dient tot VE: narigt, dat ik den opperfolk nog den Capitain der Christenen niet bij VE: zenden zal. want ik kan deese men„ schen niet vertrouwen bij een man, die zelfs den toevoer van leevensmiddelen verbiedt, en zig dus als een openbaare vijand gedraagt: Heeft VE mij iets bekent temaken, de koning kan zelfs mannen van fatsoen bij mij zenden. want op 'sComp:s Grond gebied, heeft niemand voor quaad tevreezen, die geen quaad in zijn harte draagt. En dit is alles wat ik thans op iwe ola Concept ola, door den wel Edelen Agtb C Heer Gouvern:r en Directeur Christiaen Lodewijk Senff, aanden Paljetter gesch: den 13:' Decembb:r 1770:— antwoorden Nagezien Cd: Poolvliek antwoorden kan /:onderstond:/ door mij zodanig in't mallad:s overgezet Cochim dato als boven /:geter S: v: Jongeren g' transl:te No: 58: 440 Concept ola door den wel Edelen Agtb Heer Gouverneur en Directeur Christiaan Lodewijk Senff aan den koning van Cachim gesch, den 4:' decemb:r 1770: — Uw Hoogh:ts ola heb ik op gisteren ontfangen en daar uijt gezien, dat vw Ho:t met mij een mond „gesprek begeert te houden. Dit was goed geweest, nog voor anderthalve maand; wanneer ik uw Hoogh:t zo ernstig daar toe liet aanraaden. maar nu is het veel te laat. want vw Hoogh:t heeft niet alleen zelfs openbaare vijand „lijkheeden gepleegt; maar uw Hoogh:t heeft ook alle zijn vermogen in't werk gestelt, om den koning van Trevancoor zo verre te brengen, dat hij de plegtigste fractaaten van vreede en vriend„ „schap breeken, en tegens de EComp: de wapenen opvatten mogte. Bij gevolg is uw Hoogh:t met meerde geene die VE: bevoorens is geweest. Alle koningen van Cochim, 'tseedert de EComp: het Rijk verovert en iemand uwer voorzaaten op den Chroon geplaatst heeft, hebben die weldaat erkend en zig als trouwe onderhoorige van haaren Protector gedraagen. maar uw Hoogheid heeft de EComp: in't geheel verzaakt, haare bescherming moedwillig van zig gestooten, en haar zelfs gezogt in de grootste moeijelijkheeden te storten. En 't is uijt dien hoofde voor

NL-HaNA_1.04.02_3326_0278 view scan ↗

English

It is also impossible for me to receive Your Highness as a friend, or to enter into negotiations with Your Highness on any matters, as long as Your Highness provides no satisfactory redress for these offenses, and as long as Your Highness does not beforehand promise in writing, in the most solemn manner, that Your Highness will again recognize the Honorable Company as before as your lawful Protector, and in that capacity henceforth conduct yourself faithfully and obediently toward it. The rest I have communicated orally to Mundri Chimaar, who I do not doubt will inform Your Highness of everything. However, I cannot refrain from offering Your Highness, with good intentions, one further piece of advice, which consists of this: that Your Highness immediately withdraw the superfluous nairs who are in and around the Palace at Cochim Degima, and henceforth no longer employ robbers and murderers to harass the poor inhabitants within the Honorable Company's limits by night and at unseasonable hours, thereby forcing them to abandon their cramped huts and seek under the open sky the safety of their lives and of their wives and children. For it does not befit a king to act in such a manner. If Your Highness has something against the Honorable Company and Your Highness absolutely wishes to decide the dispute by the violence of war, then please 441 C dn Poolvliet Examined then please give orders to your men that they use their weapons directly against the Honorable Company, but not against defenseless inhabitants, and still less against helpless women and minor children; since these are, after all, entirely innocent, and it also does not matter whether they declare that they wish to obey the Honorable Company or the King of Cochim. And if Your Highness is pleased to follow my advice in this matter and to issue such orders that these people may return in peace to their homes and premises this very day, not only will many difficulties be removed, but I shall also find myself encouraged thereby to show Your Highness as much accommodation as is at all possible. Signed: Thus translated by me into Malabar, Cochim, date as above. Signed: S: v: Jongeren, sworn translator. 442 On the 4th of this month, we received at Angecaijmaal the ola that Your Honorable Sir sent by the under-interpreter, which we have read and whose contents we have understood. And all that Your Honorable Sir has made known to us through the under-interpreter and Chimaar, they have made known to us, and the answer to all the same we have given to them to report to Your Honorable Sir. We have written to Your Honorable Sir to hold a personal meeting in order to settle the matters amicably and to consider everything according to law and equity as to what rightfully belongs to us. We have received no answer to that from Your Honorable Sir in the ola now sent, but rather to remove the difficulties of the suffering party. When our lawful grievances are heard, and we are restored once again to our longstanding possessions according to ancient customs, only then will the difficulties of the suffering party be removed; otherwise their difficulties could not be Translation of an ola written by the King of Cochim to the Honorable, Right Venerable Lord Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff, received the 5th of December 1770: the removed, much less that they may enjoy peaceful residence. In the event of any disputes, one cannot settle the matter in any other satisfactory manner than by the taking of a solemn oath. And by virtue of the close friendship that resides between us and the Honorable Company, we have presented the oath because we know for certain that we have a just cause. For as long as Your Honorable Sir does not proceed to allow us to retain and enjoy our tolls and rights according to ancient customs, we shall not tolerate that they should be allowed to come to that place, and if they should do so, we shall have them punished according to their deserts. If the people who fall under our jurisdiction should not resolve to obey our orders as they have done before, we shall not permit them to have any resting place anywhere in our Kingdom, and they have no reason to submit their grievances to Your Honorable Sir, nor for Your Honorable Sir to write in their favor; for if they had anything to complain about, they could have addressed themselves to us, and we would not have failed to redress their matters. Furthermore, we have seen from Your Honorable Sir's ola that if we absolutely wish to decide the dispute by the violence of war

Dutch transcription

voor mij ook onmogelijk, dat ik uw Hoogh:t als een vriend ontfangen, of met uw Hoogh.:t over eenigerhande zaaken, in onderhandeling treeden kan, zo lange uw Hoogh:t wegens die mis drijven geene voldoende satisfactie geeft, en zolange Uw Hoogh:t niet voor afschriftelijk op de plegtigste wijze beloofd dat uw Hoogh:t de EComp: weder gelijk bevoorens voor zijn wettig Bescherm Heer erkennen, en zig in die hoedanigh:d voortaan getrouw en gehoorzaam tegens haar gedragen zal. Het verdere heb ik aan moendrij Chimaar mondeling bekent gemaakt, die ik niet twijfele of hij zal uw Hoogh:d van alles onderregten. maar ik kan egter niet nalaaten, uw Hoogh:d met een goed hart nog eenen Raad te geeven En deeze bestaat hier in: Dat in Hoogheijd terstond de overtollige nairos, die zig in en omstreeks het Lalais op Cochim degima bevinden, terug neemt, en voortaan zig niet meer van Rovers en moordenaars bedient, om de arme Jngezeetenen binnen 's EComp:s limieten bij nagt en ontijden te ontrusten en haar daardoor te dwingen, haare bekrompe hutjes te verlaaten, en onder den bloo„ „ter hemel de vijligheijd van hun leeven en van hunne vrouwen en kinderen te zoeken. want het post geen koning op die wijse tewerk tegaan. Heeft uw Hoogh:t iets tegens de EComp, en wil uw Ho:t absolut door geweld van oorlog het verschil beslissen, gelief 441 C dn Poolvliet Nagezien gelief dan aan uwe mannen tog ordre te geeven datze hunne wapenen gebruijken direct tegens de EComp:e, maar niet tegens weerloze Jngezeetenen, en nog minder tegens magtelooze vrouwen en onmondige kinderen; alzo deeze immers in't geheel onschuldig zijn, en het ook niets ter zaake doet, of zij verklaaren dat zij de EComp:, dan wel den koning van Cochim gehoorzaamen willen. En bij aldien uw Hoogh:d in dit stuk mijnen Raad gelieft op tevolgen, en zulke ordres te stellen, dat die menschen heeden nog met gerust „heijd naar hun huijs en hof terug kunnen keeren, zullen niet alleen veel moeijelijkheeden uijt den weg geruijmt werden, maar ik zal mij daar door ook aangemoedigt vinden, ten opzigte van uw Hoogh:d zelfs zoveel inschikkelijkheijd te gebruijken als immers mogelijk is. /:onders:t/ zodanig door mij in't mallab:s overgeset Cochim dato als boven. /getv:/ S: v: Jongeren g'transl:t 442 Den 4:' dezer hebben wij op angecaijmaal ontfangen de ola die uwel Ed rgte per den onder„ „tolk gesonden heeft, dewelke wij geleesen en dies Jnhoud verstaan hebben. en alle het geene vwel Edele agtb: door den ondertolk, en Chimaar ons heeft laten weeten, hebben zij ons bekent gemaakt, en het antwoord op alle het selve hebben wij aan haar gegeven, om uwel Ede agtb te onder„ „houden wij hebben aan uwel Ed:e agtb geschreeven om een personeele ontmoeting te houden ten Eijnde de zaken inder minne te verhandelen, en alles na regt ende billijkheijd toverweegen wat ons regtmatig toekomt. daarop hebben wij geen antwoord van uwel Ed:e agtb: bij de thans geson„ „dene ola bekomen. maar wel om de moeijelijk „heeden uijt den weg teruijmen van de lijdende parthij„ wanneer onse regt matige beswaarnissen aangehoort, en wij weder in onse langjaarige possessien volgens de oude gebruijken hersteld werden dan zullen de moeijelijkheeden vande lijdende parthij Eerst uit den weg geruijmt werden anders souden haare moeijelijkheeden niet uit Translaat oladoor den koning van Cochim gesch: aanden wel Edelen agtb heer Gouverneur en Directeur Christiaan Lodewijk Senff ontf: den 5:' Decemb:r 1770: den den weg geruijmt konnen werden, veel min dat zij een rustige inwooning genieten mogen. bij ontmoeting van Eenige verschillen kan men de zaak op geen andere voldoende wijse af„ „doen, als door het presteeren van Een solem „neele Eede. en uit kragte vande nauwe vriend„ „schap die tussen ons end' EComp: resideert heb„ „ben wij den Eed gepresenteerd, omdat wij vast weeten. dat wij een regtvaardige zaak voorheb„ „ben. want soo lange uwel Ed:e agtb: niet komt te treeden om onse Thollen en geregtigheeden naar oude Costumen aan ons te laten behouden, en genieten zullen wij niet gedoogen dat zij op die plaatse zouden mogen komen, en zoo zij zulks mogten doen, dan zullen wij haar naar verdienste laten straffen. als de luijden die onder ons sorteeren niet mogten komen te besluijten om onse ordres te obedieeren zoo als zij bevoorens gedaan hebben zullen wij niet permitteeren, dat zij in ons Rijk ergens Een rust plaatse krijgen zullen en zij hebben geen reeden haar beswaarnisse aan vwel Ed:e agtb: tedoen. nog dat uwel Ed agtb: ten faveure van haar te schrijven, want zo zij iets teklagen hadden, konden zij zig bij ons vervoe„ „gen, en wij zouden niet nagelaten hebben haare zaken te reduesseeren. voorts hebben wij bij vwel Ed agtb: olagesien dat indien wij absolut door geweld van oorlog het verschil besliffen willen

NL-HaNA_1.04.02_3326_0283 view scan ↗

English

447 would wish, but would declare as much. We shall not wage war against our ally, the Honourable Company, nor have we ever intended to do so. But we request Your Honourable Worship to take into consideration the old friendship and alliance that resides between us and the Honourable Company, and to direct everything accordingly. On the 1st of this month, Your Honourable Worship sent us an ola via the assistant interpreter concerning the matter of Calliga: in the custody of the said Calliga, a certain Canarese named Gouinda of Porca had kept a well-sealed chest of money. Caliga stole that money, wherefore, a complaint having been brought before the then commander of the city, His Honourable Worship ordered him to satisfy that money, as he paid a portion and executed a bond for the other portion, which is fully known to everyone. Afterward, he brought a vagabond to him and made several merchants at Cochim believe that he could make gold and silver, whereupon he received a large sum of money from those people, and as these people found themselves so deceived, they came to us with their grievances. We sent men to fetch Calliga, and when those warriors arrived there, they saw fresh meat and drink standing in the house of Calliga. And that has also become notorious. When one considers such misdeeds misdeeds and committed thefts regarding the people who had placed their trust in him, such a person does not merit being allowed to enjoy housing in the city, which may Your Honourable Worship please take to heart. Regarding the point that Your Honourable Worship writes, as if we had attempted to instigate a breach of alliance between the King of Frevancoor and the Honourable Company, we must say that we had never thought such in our thoughts, and the proof thereof is this: that in anno passato on the 7th of the month Brisigam or 17th November, Your Honourable Worship, without reason, had sent troops to the fort of the King of Trevancoor at Coeriapallij and let them enter therein, where they fired at one another and came to blows, and on both sides suffered dead and wounded, the King of Trevancoor came down with a great force to take satisfaction and to wage war. Thereupon, we proceeded in person to Cochim, and wrote on that account to the King of Trevancoor Calachegara peroemaal and requested His Highness and Your Honourable Worship to settle those disputes amicably, as happened, whereon Your Honourable Worship, letting his thoughts go, will easily understand that we 444 we had no thoughts of putting anything into effect that would give rise to any impediment in the friendship between His Highness and the Honourable Company. We and the King of Trevancoor desire nothing else than that the friendship between the two kings and the Honourable Company may grow and increase more and more the longer it lasts. Signed by His Highness, underneath stood, for the translation Cochim date as above, signed, S: v: Jongeren, sworn translator. Checked, A v: Poolvliek - No. 60. 445 Translation of an ola written by the King of Trevancoor to the Right Honourable Lord Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff, received the 8th December 1770 at Cochim. We have received, read, and understood the contents of Your Honourable Worship's ola along with another copy. Your Honourable Worship has without reason sought a quarrel against the King of Cochim, concerning which our Sarwadicariacars Coemara poela and Ananda Mallen were dispatched from here to Your Honourable Worship on two different occasions, and the last time when they returned with Your Honourable Worship's letter, they made known to us that Your Honourable Worship supposedly said that we would do well not to meddle in the currently begun affair, which was the reason why we had written no more to Your Honourable Worship about that affair. Regarding the maintenance of the treaty made between us and the Honourable Company, not the least alteration will be perceived on our side. However, in the meantime, some disputes having arisen through the lack of understanding of the servants, the same have been settled and accommodated to satisfaction through the good disposition of Your Honourable Worship; at a time when unity was preserved between the King of Checked, A Boolvliek Cochim, us, and the Honourable Company, Your Honourable Worship has conceived this displeasure against the King of Cochim, over which we are very saddened, and it goes without saying that when Your Honourable Worship is inclined to settle these disputes, it will be able to take place in half an hour's time. We presently have no capable person in our power to send to Your Honourable Worship who could negotiate matters without an interpreter, which is the reason why we cannot send such a person. We have seen from Your Honourable Worship's letter that Your Honourable Worship had a matter of importance to impart to us, therefore we very kindly request Your Honourable Worship to be pleased to inform us of such in answer to this. Written by Balia melecetta Canaka ananja Peroemaal and signed by His Highness, underneath, for the translation Cochim date as above, signed, S: v: Jongeren, sworn translator.

Dutch transcription

447 willen, maar zulks verklaren zouden. wij zullen tegens onse bondgenoot d' EComp: geen oorlog voeren, en dat zijn wij ook nooit vansints. maar wij versoeken uwel Ed:e agtb: in overweeging tenemen de oude vriendschap en aliantie die tussen ons en d' EComp:e resideert, endien volgens alles te deri„ „geeren. den 1:' deser heeft uwel Ed=e agtb: ons een ola per den ondertolk gesonden spreekende over de zaak van Calliga: onder berusting van gem: calliga heeft zeeker Canarijn Gouinda van Porca een kist met geld wel verzegelt bewaart. Caliga heeft dat geld gestoolen, waaromme klagte bij den toenmalige gebieder van de stad voortgebragt zijnde, heeft zijn wel Ed:e agtb: hem g'ordonneert omdat geld tevoldoen, gelijk hij een gedeelte be„ „taald, en voor het ander gedeelte een obligatie gepasseert heeft, 'twelk een ider ten vollen bekent is: daar naar heeft hij een landloper bij zig gebragt en aan verscheijde kooplieden te cochim wijs gemaakt dat hij goud en silver konde maken, daar op kreeg hij een groote sommagelds van die menschen, en dewijl dese lieden zig soodanig bedroogen vonden, quamen zij met hunne beswaarnisse bij ons, wij sonden volk om Calliga tehaalen, en toen die krijgers daar quamen, zogen zij in het huijs van Calliga vers vlees en drank staan. en dat is ook rugtbaar geworden, als men diergelijke wanbedrijven wanbedrijven en gepleegde dieverije omtrent deluijden die haar vertrouwen op hem gevestigt hadde considereert, soo meriteerd zo een per„ „soon niet dat hij een huijsvesting in de stad mag genieten, het geen uwel Ed:e agtb: zig ter herte gelieve telaaten gaan. belangende het point dat uwel Ed:e agtb: schrijft als of wij gepoogt hadden om een bondbreuk tever„ wecken tussen den koning van Frevancoor en d' EComp: moeten wij zeggen, dat wij nooit zulks in onse gedagten gedagt gehad hadden en de blijk daarvan is dese: dat in anno pass:o den 7: vande maand Brisigam ofte 17:' 9ber: uwel Ed:e agtb: sonder reeden naar het fort van den koning van Trevancoor te Coeriapallij volk gesonden had, en daar in laten treeden alwaar tegen malkanderen geschooten en hand gemeen geraakt, en van weers kanten dooden en gequetsten bekomen hebben, quam den ko. van den trevancoor afsacken met een groote magt om satisfactie teneemen, en den oorlog tevoeren, daarop begeven wij ons in persoon op Cochim, en schreeven dierweegen aanden ko„ „ning van Trevancoor Calachegara peroemaal en versogten aan zijn ho:t en uwel Ed:e agtb: „gelijk om die verschillen inder minne aftemaken„ geschied is, waar aan vwel Ede agtb: desselfs gedagten latende gaeen ligt begrijpen zal dat wij 444 wij geen gedagten hadden om iets in't werk te stellen dat aanleijding geeven zoude tot eenige verhindering inde vriendschap tussen zijnhot en d' EComp: wij enden koning van Trevancoor verlangen anders niet als dat de vriendschap tussen de twee koningen, ende EComp hoe langer, hoe meer mag aangroeijen en toe„ „neemen. getv bij zijn ho:t /:onderstond:/ voor de translatie Cochim dato als boven /:get/ S: v: Jongeren g' transl:m Nagezien A v: Poolvliek - No. 60. 445 Translaat ola door den koning Vwel Edele Agtb: ola nevens Een ander Copia hebben wij ontvangen geleesen en dies Jnhoud verstaan, uwel Edele agtb: heeft sonder reeden Een twist gesogt tegens den koning van Cochim, waar over van hier twee differente keeren naar vwel Edele agtb: afgesonden waren onse sarwadicariacaren Coemara poela en Ananda Mallen, en bij de laatste maal toen zij terug quamen met vwel Edele agtb: brief; maakten zij ons bekent dat uwel Ed agtb soude gesegt hebben, dat wij wel zouden doen ons met de thans begonne zaak niet te mesleeren, 't gunt de reeden was, waarom wij over die affaire aan uwel Edagte niet meer gesch: hadden. omtrent het onderhouden van het Jractaat dat tusschen ons en 'dEComp:e gemaakt is zal aan onsen kant geen de minste verandering bespeuren. dog intussen door onverstand vande bediendens Eenige verschillen ontstaan zijnde, zijn deselve door de goede genegenth:d van vwel Ed:e agtb: beslift, en ten genoegen g'accomodeert; in een tijd dat de Eenigheijd geconserveert werd tussen den koning van van Trevancoor geschreeven aan den wel Edelen Agtb: Heer Gouvern:r en Directeur Christiaan Lodewijk senff, ontvangen den 8:' decemb:r 1770: Cochim Nagezien A Boolvliek Cochim, ons, en d' EComp:e, heeft uwel Ed:e agtb tegens den koning van Cochim dit ongenoegen opgevat, waarover wij seer bedroeft zijn, en het spreekt van zig zelfs dat wanneer uwel Ed:e agtb: genegen is die verschillen aftedoen, het in Een half uur tijd zal konnen geschieden. wij hebben thans in onse magt geen bequaam persoon om bij uwel Ed: agtb: tesenden die sonder tolk over zaken soude konnen verhandelen, 't welk de reeden is waarom wij sodanig een perzoon niet senden konnen wij hebben uit uwel Ed agtb: brief gesien, dat uwel Edele agtb: een zaak van aangelegentheijd aan ons te bedeelen had daarom versoeken wij uwel Ed:e agtb seer vrien „delijk ons zulks in antwoord deeses tewillen onderhouden. gesch: bij Balia melecetta Canaka ananja Peroemaal en gete bij zijn ho:t /:onderst:t/ voor de translatie Cochim dato als boven /getv:/ S: v: Jongeren g transl:n

NL-HaNA_1.04.02_3326_0289 view scan ↗

English

No. 61. 446 Draft palm-leaf letter written by the Right Honorable Lord Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff to the King of Travancore on the 12th of December 1770: I have duly received, read, and understood the contents of Your Highness's latest letter. I could well perceive that some misunderstanding must have taken place, but that Your Highness should be of the opinion that I had sought a dispute against the King of Cochin without cause, I had never expected. For at the first written request of Your Highness that I might enlighten the envoys Coemara Poela Sarwadicariacaren and Ananda Mallen, I laid the entire matter bare before these men. I convinced them that the King of Cochin alone was the cause of the entire dispute and of the great commotion that has been raised over it. They clearly saw and fully admitted that not I, but the King of Cochin was in the wrong. They also assured me that they would give a full and sincere report of everything. And how it is nevertheless possible that Your Highness can suspect me of injustice, I do not know. It is true. The King of Cochin has certainly sought to win Your Highness over to his interest through the false pretexts of proofs and possession that he uses. But authentic proofs he has never shown, and he will never be able to show them in all eternity. And as far as possession is concerned, it is untrue that he ever held it peacefully. For when he wished to introduce the new toll in the time of Mr. Weyerman, the latter not only forbade him to do so, but also immediately prevented it. And although he subsequently succeeded in his design through the agency of Ezechiel to the extent that the merchants, out of fear of the great influence of this Jew and of the Paliath Achan, did not dare bring their grievances to the attention of Mr. Breekpot, this silence can nevertheless give him not the slightest right of possession, as the time is too short and the matter itself is also entirely unjust. Over the limits of the territory of this city, no dispute has ever arisen. The Honorable Company, having conquered the entire country, returned the Palace to the King and kept only a certain district around the city for itself. In the early years, that part of it which includes Mattancherry, the Canarese Bazaar, and the small pagodas was publicly leased out. But later, Mattancherry having been made a free bazaar and the remaining land having been granted to various people for cultivation and planting, nothing further is found mentioned of the limits of this city, except only on the occasion when a large force of Your Highness advanced on Cochin Desham, for at that time the Honorable Company's flags stood in the very same places where I have now had them placed anew. And the troops of Your Highness also showed so much respect for them that within their reach no harm came to anyone. And as for the Canarese, they were handed over to the Honorable Company by the Portuguese. They themselves and all impartial people say that they have always enjoyed the protection of the Honorable Company. And it is only now, on this occasion, that the King of Cochin, on the advice of wicked men, has dared to venture to maintain that they had always been subjects of him and not of the Honorable Company. But upon what foundation this statement rests is unknown to me. For aside from the fact that these people live on the Honorable Company's territory, they are either shopkeepers, or leaseholders, or actual merchants of the Honorable Company. They enter the city daily 300 to 400 strong and remain there from morning until evening. They have their permanent shops there. The entire trade of the city and the commerce of the Honorable Company is in their hands. Their whole prosperity, livelihood, and profits are tied to it. And whether he can then rightfully claim that I should not protect these people, but willingly permit that he keep them under his power and immediately rob them again in a violent manner of the little they have gained under the Honorable Company's flag, I prefer to defer to Your Highness's own judgment. Yet it has never been my intention that all Canarese of the entire country should be under the Honorable Company. No, by no means. I speak only of the smallest part, which actually lives on the Honorable Company's territory, and which, by virtue of its trade and livelihood, is so inextricably tied to the Honorable Company that it can no more leave the Honorable Company without its own ruin than the Honorable Company can without reason refuse it the necessary protection. Nor have I ever desired that the King of Cochin should surrender anything of his land to the Honorable Company, or should renounce the inland tolls and other rights that lawfully belong to him of old; but I have only demanded the peaceful possession of a district around the city, as it has been defined of old, and that the King shall again abolish the newly introduced sea toll, by which trade is obstructed

Dutch transcription

N:o: 61. 446 C„oncept ola door den wel Edelen Agtb Heer Gouverneur en Directeur Christiaan Lodewijk seuff aan den koning van Trevancoor gesch: den 12:' Decemb:r 1770:— Uw Hoogh=ts laatste Brief heb wel ont„ „fangen, geleezen, en dies Jnhoud verstaan: Jk heb wel kunnen merken, dat 'er eenig misverstand plaats moeste hebben: maar dat uw Ho:t in die gedagten zoude staan, als of ik zonder reeden twift gezogt hadde tegens den koning van Cochim, hadde ik nooit verwagt. want op't eerste aanschrijvens van uw Hoogh:t, dat ik de afzendelingen Coemara poela sarwadicariacaren en Ananda mallen elucideeren mogte, heb ik de gantsche zaak voor dese menschen bloot gelegt. Jk heb haar overtuijgt, dat de koning van Cochim alleen oorzaak was, van 't gantsche verschil, en van de groote beweeging die daarover is gemaakt. zij hebben duijdelijk gezien en volmondig bekent, dat niet ik maar de koning van Cochim ongelijk hadde. zij hebben mij ook verzeekert, dat zij van alles een volko„ „men en opregt verslag zouden doen. En hoe 't dan egter mogelijk is, dat uw Hoogh:t mij van ongeregtigheijd verdagt kan houden weet ik niet 'T is waar. De koning van Cochim heeft uw Hoogh:d zeekerlijk in zijn belang zoeken overtehaalen, door door de valsche voorwendzels die hij gebruijkt, van Bewijzen en Possessie. maar egte Bewijzen heeft hij nooit vertoont, en zal deselve ook in der heu„ „wigheijd niet vertoonen kunnen. En wat de possessie aangaat, het is onwaar dat hij die ooit gerust beze„ „ten zoude hebben want wanneer hij ten tijde vanden Heer Weijer„ „man de nieuwe Thol invoeren wilde, heeft die hem zulx niet alleen verboden maar ook daadelijk belet gehad. En schoon hij naderhand door toedoen van Ezechiel in zijn voorneemen is geslaagt tot zo verre dat de kooplieden uijt vreese van het groot vermogen van deezen Jood en van den Paljetter, hunne beswaarnissen niet ter kennis van den Heer Breekpot hebben brengen durven, zo kan hem egter dit stil„ „swijgen geen het minste Regt van Possessie geeven; alzo de tijd tekort, ende zaak zelfs ook in't geheel onregtvaardig is. Over de limieten van het grond gebied deezer stad is nooit verschil ontstaan. De EComp: het gantsche land veroverd hebbende, heeft aan den koning het Palais weder terug gegeven, en alleen een zeker district rondsom destad voor zig gehouden. Hier van is inde Eerste Jaaren dat gedeelte, het welk mattancherij, de Canarijnse Ba„ „zaar en de Pagodinjes insluijt openbaar verpagt geworden. Dog naderhand mattancherij tot eene vrije Bazaar gesteld, en het overige land aan verschijde 447 verschijde menschen ter bebouwing en beplanting afgegeven zijnde, zo vindt men vande limiten deezer stad verder niets gemeldt, dan alleen bij gelegentheijd, dat eene groote magt van uw Hoogh:t op Cochim decima quam, want in die tijd hebben 's E Comp:s vlaggen op die zelfde plaatse gestaan, waar op ik die nu op 't nieuw heb stellen laaten. En de volkeren van Uw Ho:t hebben daar voor ook zo veel ontzag getoont gehad, dat binnen derzel„ „ver bereijk aan niemand eenig leed is geschied: En wat de Cannarijns aangaat, dezelve zijn door de Portugeesen aande EComp:e overgegeven zij zelfs en alle onparthijdige menschen zeggen, datze althoos de Protectie vande EComp: genoo„ „ten hebben. En 't is maar nu bij deeze gelegent„ „hijd, dat de koning van Cochim op den Raad van boose menschen heeft durven onderneemen staande te houden, dat zij althoos geweest waren, on¬ „derdaanen van hem en niet vande EComp: Dog op wat fondament dit zeggen steunt is mij onbekent. want ongerekent dat deese menschen op 's Ecomp:s grond gebied woonen, zo zijn het of Boutiquiers, of Pagters, of wezendlijke kooplieden van de E: Comp: zij komen dagelijx 3: a 400: sterk in de stad en blijven daarvan 'smorgens tot avonds. zij hebben daar hunne vaste winkels. De gantsche neering vande stad, ende Handel vande EComp. is in haare handen. Hunne geheele welvaart, Bestaan Bestaan, en voordeelen zijn daar aan verknogt. En of hij dan met Regt pretendeeren kan, dat ik deeze menschen niet beschermen, maar goedwillig toestaan zal, dat hij dezelve onder zijne magt houdt, en haar op eene geweldaadige wijze terstond weder beroofd van het wijnige, dat zij onder 's EComp:s vlagge gewonnen hebben zulx laat ik liefft aan uw Ho:ts eijgen oordeel gedefereert. nogthans is mijne meening nooit geweest dat alle Canarijns van't gantsche Land onder de E: Comp: zouden staan. neen geenzints. Jk spreek alleen van't geringste gedeelte, dat effective op 's Eomp:s grond gebied woond, en het welk uijt hoofde van zijne neering en bestaan zo onafschij„ „delijk aan d' Ecomp: verknogt is, dat het zonder zijne eijgene ruine zo min de Ecomp: verlaaten, als de Ecomp: zonder reeden aan het zelve de noodige protectie wijgeren kan ook heb ik nooit begeert, dat de koning van Cochim iets van zijn land aande EComp: overgeeven of afstand doen zoude, vande Landsthollen en andere geregtigheeden, die hem van ouds wettig toekomen maar ik heb alleen geeijscht, de geruste Bezitting van een district rondsom de stad, zo als dat van ouds bepaalt is geweest, en dat de koning weder afschaffen zal, denieuw inge„ „voerde zee Thol, waar door de Handel ge„ „stremt

NL-HaNA_1.04.02_3326_0293 view scan ↗

English

448 is established, and city and country are harmed. And if Your Highness will please take this into consideration, then I also do not doubt that Your Highness will become fully convinced that my demand is by no means unjust, but that the King of Cochim seeks dispute against the Honourable Company without reason. Furthermore, I assure Your Highness with an upright heart that from the very beginning I have wished for nothing else than that this dispute might be settled amicably. I have also given convincing proofs of this. But the King of Cochim has hitherto refused to listen. And to compel him by force, to that I cannot as yet proceed, out of fear of the harmful consequences, whereby the poor inhabitants would be too heavily oppressed. Yet with Your Highness it is entirely different in this respect. If Your Highness speaks but a single word, and denies the King of Cochim all assistance, then he will certainly have to obey. All unrest will cease immediately, and the matter will be settled at once. And therefore I very kindly request that Your Highness please proceed to do so without delay. For that Your Highness should sit entirely idle, such was never my intention. I have indeed requested that Your Highness Checked Wd. Polvleck Highness should not act as Judge. But as friend and Ally I have never rejected Your Highness's good Counsel and Assistance. I know that the Peace of the Mallabaar depends on Your Highness's conduct to be observed in this matter. And I also hold myself assured that Your Highness can give no better proof of his affection for the Honourable Company's interests than that Your Highness now makes use of the power that was granted to Your Highness in the latest Treaty by the Honourable Company. In conclusion, in compliance with Your Highness's desire, I would gladly wish to report herewith what I according to my last letter still had to propose. But I dare not entrust everything to Paper, because the King of Cochim and the Paljetter boast of knowing everything that I had previously written to Your Highness. And this is also the Reason why I requested Your Highness to be pleased to send a trusted person hither. Yet since Your Highness does not please to do so, I am also very well pleased therewith. I only wish that Your Highness may always persevere in his good affection with regard to the Honourable Company's interests. While I, for my part, shall take care to arrange all my actions in such a manner that the newly made friendship and alliance between Your Highness and the Honourable Company may be more and more confirmed. Of this Your Highness could rest assured. Below stood: For the translation, signed: L: v: Jongenen, sworn translator. No: 62: 449 Translation of an ola written by the King of Cochim to the Right Honourable Lord Governor and Director Christiaan Lodewijk Senp, received on the 14th of December 1770: We have sent our Soepramanien Josera and Narana to the city with the letter from the Nabab, and the linens belonging thereto, upon the delivery thereof, it pleased Your Right Honourable to say some matters to them, which they duly reported to us upon their arrival at Angicaijmaal, relating to Callaga, the supply of provisions, and the difficulties that have befallen us at Cochim. The Crimes and improprieties that Callaga has committed against us, we have previously made known in detail to Your Right Honourable. However, if Your Right Honourable has resolved to remove his difficulties out of the way, we shall not fail to comply accordingly. Without our prior knowledge, no seizure has been placed on the provisions that used to be transported to the city, but because a multitude of people have come here, the victuals from the upper lands are therefore not brought in as required. We shall place no seizures on the goods Checked W V: Boolvliek goods that were to be transported to the city; the provisions that are needed in the city, we shall without fail have fetched and provided whenever we receive information or orders regarding them, as Your Right Honourable knows very well. We have in various ways made known to Your Right Honourable the difficulties in which we are currently plunged, and in order to ponder the necessary matters on that account and devise a way whereby the accommodation could be facilitated in an amicable manner, we request Your Right Honourable from our heart to send two capable persons to Angecaijmaal, in the expectation that Your Right Honourable, considering the arisen unrest with good affection, would be able to accommodate it within the space of an hour. Whereunto Your Right Honourable, by virtue of the love that Your Right Honourable has for us and our realm, please take it into consideration, and permit us to have a verbal conference, when our grief will be put aside, and we shall proceed to bring Your Right Honourable pleasure and satisfaction. Signed by His Highness. Below stood: For the Translation, Cochim date as above, signed: S: v: Jongeren, sworn translator. No: 63. 450 Preliminary Points which The Lord Governor desires must be fulfilled, before he can enter into negotiation with the King of Cochim regarding the settlement of the disputes; given to the servants of the King in the Conference held on the 15th of December anno 1770: 1: The King must declare that he is sorry for what has passed. 2: He must promise, according to his duty, to be faithful to the Honourable Company, and never again to commit any hostilities. 3: He must pay the expenses that have arisen during the disputes. 4: He must immediately demolish the Camp at Angecaijmaal, and discharge the superfluous soldiery, so that the country may attain peace and everyone can return to his home again. 5: He must restore the family of Calliga Porboe to their former state [illegible]

Dutch transcription

448 „staemt ende stad en't land: benadeelt. werd En als uw Hoogh:t dit in aanmerking gelieft teneemen, dan twijfel ik ook niet, of uw Hoogh:t zal volkomen overtuijgt raaken, dat mijn Eijsch geenzints onregtvaardig is, maar dat de koning van Cochim zonder reeden twist zoekt tegens de Ecomp:e voorts verzeeker ik uw Hoogh:t met een opregt haat, dat ik vanden beginne af, niets anders gewenscht heb, dan dat dit verschil in der minne mogte werden afgedaan. ook heb ik hier van overtuijgende bewijzen gegeeven. maar de koning van Cochim heeft tot nog toe niet willen hooren. En om hem met geweld te dwingen, daar toe kanik voor als nog niet treeden, uijt bedugting voorde nadielige gevolgen, waar door de arme ingezeetenen te swaar gedrukt zouden werden. Dog met vuHo:t is het ten deezen opzigte gantsch anders gestelt. Als uw Hoogh:t maar een enkeld woord spreekt, en den koning van Cochim alle hulpe ontzegt, dan zal hij wel gehoorzamen moeten. Alle onlusten zullen terstond ophou„ „den, ende zaak zal op een maal afgedaan zijn. En daarom verzoek ik zeer vriendelijk dat uw Hoogh:t zonder uijtstel daar toe gelieve te treeden. want dat viw Ho: in't geheel stil zoude zitten, zulx is mijne intentie nooit ge„ „weest. Jk heb wel verzogt gehad, dat uw Hooght Nagezien Wd„ Polvleck Hoogh:t niet als Regter zoude ageeren. maar als vriend en Bondgenoot heb ik vu Not:s goede Raad en Bijstand nooit verworpen. Jk weet dat de Rust van de mallabaar van uw Hoogh:ts tehouden gedrag in deezen afhangt. En ik houde mij ook ver„ „zeekert, dat uw Hoogh:t geen beetere blijk van zijne genegentheijd voor 'sEComp:s belangen geeven kan, dan dat vw Ho:t nu gebruijk maakt, van het vermoogen, dat aan vw Ho:t by 't Jongste Tractaat door de EComp: toegestaan is. Jotslot zoude ik gaarne in voldoening aan Uw Hoogh:ts begeerte bij deezen willen melden, wat ik volgens mijne laatste nog voortedraagen hadde. maar ik durf niet alles aan't Papier toevertrouwen, omdat de koning van Cochim ende Paljetter zig beroemen alles teweeten, wat ik bevoorens aan uw Hot heb geschreeven gehad. En dit is ook de Reeden waarom ik vwHto:t verzogte, een vertrouwt persoon te willen herwaards zenden. Dog dewijl vw Ho:t zulx niet gelieft tedoen, zoben ik daarmeede ook zeer wel te vreeden. Jk wensche maar, dat uw Hoogh:t in zijne goede genegendheijd ten opzigte van J E: Comp:s belangen althoos volharden mag. Terwijl ik van mijne kant zorge zal dragen, alle mijne handelingen zodanig interigten, dat de op 't nieuw ge„ „maakte vriendschap en verbintenisse tusschen vwto:t en de Ecomp: meer en meer bevestigt werde. Hiervan kon vntt: zig versekert houden /:onderstond:/ voor de oversetting /getx:/ L: v: Jongenen g'transt:t No: 62: 44:9 Translaat ola door den koning van Cochim aan den wel Edelen agtb: Heer Gouverneur en directeur Christiaan Lodewijk Senp gesch, ontv: den 14: dec: 1770: wij hebben onse soepramanien Josera en Narana naar de stad gesonden met de brief van den Nabab, en de lijwaten daar bij gehoorende, naar de bestelling derselve, heeft het uwel Ed:e agtb: behaagt Eenige zaken aan deselve teseggen, die zij met hunne aankomst op angicaijmaal behoorlijk aan ons gerapporteerd hadden, betrec„ king hebbende tot Callaga, de leverantie van levens middelen, ende moeijelijkheeden die ons te Cochim overgekomen zijn. de Crimen en onbehoorlijkheeden die Callaga tegens ons ge„ „pleegt heeft, hebben wij omstandig bevoorens aan uwel Edagte bekent gemaakt, Egter soo uwel Ed gtb beslooten heeft, zijne moeijelijkhee„ „den uit den weg teruijmen zullen wij niet in gebreeke blijven ons daarna teschicken. met onse voorkennisse is geen arrest gelegt op de provisien die naar de stad plagten te vervoeren maar dewijl hier een meenigte van menschen gekomen zijn, daarom worden de victualien van de boven landen na vereijsch niet aan„ „gebragt, wij zullen geen arresten leggen op de goederen Nagezien W Vv: Boolvliek goederen die nade stad vervoert dienden te„ werden, de provisien die men in de stad beno„ „digt heeft, zullen wij sonder manquement laten halen en besorgen wanneer wij daarvan onderrigting of aanschrijvens bekomen, gelijk uwel Ed:e agtb: seer wel weet wij hebben op ver„ „scheijde wijse uwel Ed:e agtb: te kennen gegeven, de moeijelijkheeden waar in wij thans gedompelt leggen, en om dierweegen het noodige te pon„ „dereeren en een weg te beraamen waardoor het accomodement op een minnelijke wijse soude konnen faciliteeren, versoeken wij vwel Ed:e agtb: uit goeder harte twee bekwaame persoonen op Angecaijmaal tesenden, in verwagting dat de geresene onlusten uwel Ed:e agtb: met goede genegentheijd overweegende, binnen de tijd van een uur soude konnen accomodeeren. waartoe uwel Ed:e agtb: in't kragte van de liefde die uwel Ed:e agtb voor ons en ons rijk heeft in overweeging gelieve teneemen, en ons tot een mond gesprek te permitteeren wanneer onse droefheijd aan een kant raken, en wij treeden zullen om uwel Ed:e agte plaisier en genoegen toetebrengen gets bij zijn ho:t /:onderstond:/ voor de Translatie Cochim dato als boven /:getver:/ S: v: Jongeren g' transl.:t No: 63. 450 Voor afgaande Pointen waar aan De Heer Gouverneur begeert, dat voldaan moet werden, een hij met den koning van Cochim over de afdoening der verschillen in onderhandeling kan treeden opgegeven aan de bediendens van den koning in de gehoudene Conferentie op den 15: Decembr: a:o 1770: 1: De koning moet verklaaren, dat hem het gepasseerde leed is. 2: Hij moet belooven, volgens zijnen pligt, getrouw te zijn aan de EComp:, en nooit weder eenige vijandlijkheeden te zullen pleegen. 3:/ Hij moet de onkosten betaalen, die geduurende de verschillen zijn ontstaan. 4:/ Hij moet den Lagger op Angecaijmaal aanstonds slegten, en het overtollige krijgsvolk afdanken, op dat het land in vreede mag komen en een ider weder naar zijn huijs kan gaan. 5. /. Hij moet de familie van Calliga porboe weder te e nnen de oud heijd sln

NL-HaNA_1.04.02_3326_0298 view scan ↗

English

to send back, with all goods that have been stolen. When these points have been fulfilled, and the king then wishes to come into the city, he shall again be accepted as a friend, and spoken with in person concerning the settlement of the disputes. Was undersigned for the translation, signed S. v. Jongeren, sworn translator, A. d. Poolvliet. Examined. No. 64 451 Draft points on which, according to the opinion of the undersigned Governor, insistence must primarily be placed during the settlement of the disputes with the king of Cochim. To establish the limits of the territory of the city as they were according to the oldest lease conditions, and to distinguish the same from the king's land by a small ditch. The Jews, Moors, Canarese, Banians, and even Malabars who live within those limits are subjects of the Honorable Company. Those who live outside them are subjects of the king, but likewise enjoy its protection when they act as lessees, merchants, or suppliers of the Honorable Company. Within those limits the king may send no armed men, much less have anyone arrested. The native Christians throughout the entire country are exclusively under the obedience, protection, and jurisdiction of the Honorable Company, and pay only half as much to the king for their lands and gardens as his other subjects. The right of the fanams mint must remain ceded to the Honorable Company. Everything brought in and transported by sea pays toll only once in the city, of which the king enjoys the rightful half. However, the land tolls remain for the king alone. The provisions and foodstuffs brought to the city the king may not burden with any imposts. And the new toll of Narike on the island of Baijpin must be entirely abolished. Cochim, the 15th of December, Anno 1770. Was signed C. L. Senf. J. v. Bootvliek. Examined. No. 65 452 Examined. Signed Pootvliet. Translation of an ola written by the king of Trevancoor to the Honorable, Right Venerable Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff, received the 17th of December 1770. We have received Your Honorable Right Venerable's ola, read it, and understood its contents. We have previously written and made known the circumstances of affairs two to three times to Your Honorable Right Venerable. We have no other intention than solely to maintain peace and friendship with the Honorable Company at all times, which Your Honorable Right Venerable, taking this into consideration with a sincere heart, will certainly come to understand as such. We request Your Honorable Right Venerable please to accommodate with a good heart, in an amicable manner, the dispute that has now begun with the king of Cochim; and since we presently have some urgent affairs at hand in the eastern countries, we are now departing thither, and shall return here within a short time. Written by Balia Melesetta Canaka Ananja Peroemaal, and signed by His Highness. Undersigned for the translation, Cochim, date as above. Signed S. v. Jongeren, sworn translator. 453 No. 66. Draft ola written by the Honorable, Right Venerable Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff to the king of Trevancoor on the 19th of December 1770. I have duly received Your Highness's ola. I finally find expressed therein in clear words a matter that has been very obscure to me until now. Your Highness testifies to having no other intention than solely to maintain peace and friendship with the Company at all times. And now being able to rely completely on the royal word of Your Highness, I also assure Your Highness that I will not fail quickly to employ such means that the king of Cochim will not be able to refuse to heed my admonitions and to settle the disputes amicably. To Coemarapoela Sarwadicariacaren I have delivered as much copper and crowbars as he has demanded. I have also spoken with him concerning the debt of Atinga and the cash payment of 50,000 rupees. And having progressed so far that the pepper account can be closed, I very kindly request Your Highness to send the necessary writers into the city for that purpose. Furthermore, I regret that Your Highness has departed again; I would rather have seen Your Highness remain here a while longer. But as affairs would not permit this, I only wish that Your Highness may return soon, and may live for many years in health and happiness. Undersigned, translated as such by me into Malabar, Cochim, date as above. Signed S. v. Jongeren, sworn translator. Examined. G. v. Poolvliet. No. 67. 454 Christiaan Lodewijk Senff, Governor and Director on behalf of the State and the General East India Company of the United Netherlands on the Coast of Mallabaar, Canara, and Wingurla, together with the Council of Policy at Cochim. To all those who shall see or hear this read, greetings. Make known: That whereas it is known to the world that the Paliets from the oldest times have stood under the special protection of the Honorable Dutch Company, and that on that account they are obliged to conduct themselves faithfully and obediently toward their lawful protector; but that notwithstanding this, the present first Paliet, Comij, has seen fit to inflict many kinds of insult, scorn, and shame upon the Honorable Company and its Governor here, and to employ every possible means to harm and utterly ruin its interests and those of the kingdom of Cochim, which are inextricably linked together; such that he has spoiled the trade of the Honorable Company, appropriated its possessions to himself, persecuted its subjects, and with

Dutch transcription

te rug zenden, met alle goederen, die ge„ „nooft zijn Als aan deeze Pointen voldaan is, ende koning wil dan in de stad komen, zal hij weder als vriend geaccepteert, en met hem zelfs over de afdoening der verschillen gesprooken wer„ „den. /:onderstond:/ voorde overzetting /:getver:/ S: v: Jongeren g:t transl:t A. d: Poolvliet Nagezien No: 64 451 Concept Pointen, waarop vol¬ „gens 't gevoelen van den ondergete „kenden Gouverneur, bij de af„ „doening der verschillen met den koning van Cochim, voorna„ „mendlijk moet aangedrongen werden. De Limiten van het grond gebied der stad, te stellen, zo als ze volgens de oudste Pagt Conditien geweest zijn, en deselve door een klijne gragt van 's konings land te onderschijden Cannarijns, Ben De Jooden, mooren „Jaanen en zelfs mallabaaren, die binnen die Limieten woonen, zijn onderdaanen vande EComp:e zijn onderdaanen Die daar buijten woonen, van den koning, dog genieten, wanneerze als Pagters, kooplieden of Leveranciers vande EComp. ageeren, insgelijx haare Protectie Binnen die Limiten mag de koning geen ge„ „wapend volk zenden, veel min iemand laaten opvatten De Jnlandsche Christenen, het gantsche Land door, staan alleen onder de gehoorzaamheijd Protectie Protectie en Jurisdictie vande EComp:e, en betaalen aan den koning maar half zoveel, van hunne Landerijen en Thuijnen, als zijne andere onder „daanen. Het Regt van de Fanums munterij moet aan de EComp: afgestaan blijven Alles wat ter zee aangebragt en vervoert werd, betaalt maar eens Thol in de stad, waar van de koning de geregte helfte geniet Dog de Land Thollen blijven voor den koning alleen De Provisien en Leevensmiddelen, die naar de stad werden gebragt, mag de koning met geene Jmposten beswaaren En de nieuwe Thol van narike op't Eijland Baijpin, moet in't geheel werden afgeschaft. Cochim Den 15: Decembr A:o 1770:— /:was getz:/ C: L: Senf. Jv: Bootvliek Nagezien ƒ No: 65 452 Nagezien Gedr: Pootrliek Translaat ola door den koning van Trevancoor gesch: aan den wel Ed: agtb Heer Gouverneur Christiaan en Directeur Lodewijk Senff, ontvangen den 17:' xber 1770: Uwel Ed:e agtb: ola hebben wij ontvangen geleesen en den Jnhoud verstaan. de omstandig„ „heeden van zaken hebben wij bevoorens 2: â 3: malen aan uw: Ed:e agtb: gesch: en bekent ge„ maakt. wij hebben geen andere Jntentie als alleen om de vreede en vriendschap altoos met d' EComp: te onderhouden, hetgeen vwel Ed:e agtb: met een opregt hart in overweeging neemende, zeekerlijk zodanig zal komen te begrijpen. wij versoeken vwel Ed:e agtb: dat de twift die thans begonnen is met den koning van Cochim met een goed hart op een minnelijke wijze gelieve te accomo„ „deeren, en nadien wij thans in de oosterlijke landen Eenige noodwendige zaken voorhanden hebben, zoo vertrecken wij thans naar der „waarts. en zullen binnen korten wederom dit heen komen. gesch: bij balia melesetta Canaka ananja Peroemaal. en getver bij zijn hoogh:t /:onderst:t/ voord' translatie Cochim dato als boven /:get:/ S: v: Jongeren g' transl:t 453 No. 66. Concept ola door den Wel Edelen agtb: Heer Gouvern:r en Directeur Chris¬ tiaan Lodewijk Senff aanden koning van Jrevancoor gesch: den 19:' December 1770: Uw Hoogh:ts ola heb ik wel ontfangen Jk vinde daarbij eijndelijk in duijdelijke woorden uijt „gedrukt, Eene zaak die tot nog toe voor mij zeer duijster is geweest. Vw Ho:t betuijgt, geene andere intentie tehebben, dan alleen om de vreede en vriendschap met de Comp: althoos te onderhoude En daarom nu op het koninglijk woord van vwHo:t volkomen staat kunnende maaken, zo verzeeker ik uw Ho:t ook, dat ik niet nalaaten zal spoedig zulke middelen in't werk te stellen, dat de koning van Cochim niet zal wijgeren kunnen, aan mijne vermaaningen gehoorte geeven, ende verschillen in der minne aftedoen Aan Coemarapoela sarwadicariacaren heb ik afgegeven, zo veel koper en Crommels als hij heeft gevordert gehad. ook heb ik met hem over de schuld van Atinga en over de Contante Betaaling van Rop:s 50'000:— gesprooken. En daardoor zoverre gevordert zijnde, dat de Peper Reekening gesloten kan werden, zo verzoek ik uw Hoogh:t zeer vriende „lijk, de noodige schrijvers ten dien eijnde inde stad te zenden voorts voorts doet het mij leed, dat uw Hoogh. t weder vertrokken is, Jk hadde liever gezien, dat vw Ho:t nog wat hier was gebleven. Dog dewijl de affaires zulx niet hebben willen toelaaten, zo wensch ik eenelijk: Dat uw Hoogh:d spoedig terug komen, en nog lange Jaaren gezond en gelukkig leeven mag. /:onderstond:/ zodanig door mij in't mallab:s overgezet Cochim dato als boven /:getver/ g transl:t S: v: Jongeren Nagezien G. V: Poolvliek No: 67. 454 Christiaan Lodewijk Senffr Gouverneur en Directeur wegens den staat en de Generale Oost Jn„ „dische Compagnie der vereenigde Nederlanden, ter Custe mallabaar Canara en wingurla, beneffens Den Raad van Politie te Cochim Allen den Geenen die deezen zullen zien of hooren leezen salut. Doen teweeten: Dat Nademaal het waereld kundig is, dat de Pallietters vande oudste tijden af onder de bijzon„ „dere Protectie vande Ed:e neederlandsche Com„ „pagnie hebben gestaan, en dat zij uijt dien hoof„ „de verpligt zijn, zig teegens haaren wettigen Bescherm-Heer getrouw en gehoorzaam tegedraae„ „gen; Dog dat des niet tegenstaande de presente Eerste zallietter Comij heeft kunnen goedvinden, de Ed: Comp:e en haaren Gouverneur hier ter plaatse, veel derhande Hoon, smaad, en schande aante„ „doen, en alle mogelijke middelen in't werk te stellen, om de belangen van haar en van het koningrijk Cochim, die onafschijdelijk aan elkander verknogt zijn, te benadeelen en in de grond te ruineeren; zodanig, dat hij den Handel vande Ed: Comp: bedurven, haare bezittingen zig toe geeijgend, haare onderdaanen vervolgt, en met

NL-HaNA_1.04.02_3326_0306 view scan ↗

English

punished by death, violated the right and safety of its flag, robbed women, children, and goods from its territory, turned its friends and allies against it, brought the king of Cochim into formal rebellion, threw the entire country into turmoil, and has even committed open hostilities against the Honorable Company: so it is that we, being no longer able to endure the extreme excesses of this man, and having been able to gain nothing through gentle means and friendly admonitions, have finally been compelled, after mature deliberation in our meeting yesterday, to proceed to the decision to consider and declare, as we do consider and declare him by these presents, the said First Palietter Comij to be a rebel and public enemy of the Dutch Company, who has rendered himself unworthy of and forfeited the privilege of its special protection, and who consequently does not deserve to enjoy further peaceful residence or a secure hiding place within the limits of its jurisdiction nor in the lands of the king of Cachim. And whereas it is necessary that everyone whom it concerns should receive the required information regarding this our decision, the same is hereby not only made publicly known, but we also very kindly request all princes and faithful allies of the Honorable Company, whilst we order our subjects and dependents, effectively to regard and hold the aforementioned First Paljetter Comij as a rebel and public enemy of the Honorable Company and of the kingdom of Cochim, and on that account to show him not the least favor, help, or assistance, as we find such to be proper for the welfare of the country and its inhabitants. Thus done, published, and affixed within the city of Cochim, on the 22nd of December in the year 1770. And it was signed: C: L: Senff, in the margin stood: the Company's seal pressed in red sealing wax, and written around it: By order of the Right Honorable Lord Governor and Director, together with the Council, mentioned herein, signed: A: R: Schuts, Secretary. Agrees. sent by me, situated at a place called Coeriapallij, where they had engaged in battle against my people, killing the commandant of the said fortress together with and alongside a large number of my people. Finally, the command of the governor was forced to retreat from there. While I live in good friendship with the Honorable Company according to the content of the concluded treaty, I think that there was no reason to act with me in such a manner. I was resolved to take the required satisfaction for that action or treachery, and therefore I put my militia in order; but because I live in a good understanding with the king of Cochim and in the same manner with the Honorable Company, and the king of Cochim had earnestly requested me not to proceed further, and the said king went in person to the city, from where he wrote to me and earnestly requested, in consideration of our good friendship, to send my envoys, so I, accepting the request of the king of Cochim, sent my envoys; and the said king in person, in the presence of my envoys, asked the governor for the reason for that battle, to which the governor replied that he had no knowledge of that action, but that such had occurred through the ignorance of his servants, and that in the future such disorders would happen no more; and finally the governor requested the king of Cochim to settle everything amicably, and the king requested it of me, and considering our good friendship and the friendship which the said two powers maintain with the Honorable Company, I granted the request of the king of Cochim; and thus peace was made anew. Yet the restless governor now, without any reason, in the year 1770, sent his people to seek a quarrel against the people of the king of Cochim, and as absolute master confiscated the goods, lands, and tolls of the said king. About this matter I and the king of Cochim have written several letters, but I have received no satisfactory answer. If the Honorable Company wishes by force to conquer the lands of the kings that we have had in possession for several centuries past, it seems to me to be a harsh and impracticable matter. As I and the king of Cochim intend to give notice of all this to the High Government at Batavia, we have received news of Your Right Honorable's arrival as Commander of this city. We were very pleased with that news, and therefore we send this note express to Your Right Honorable with the request to come hither as soon as possible. May heaven grant Your Right Honorable much prosperity and long years in health. I request to send us an answer to this and to let us know when the journey hither would be undertaken. The 25th of November 1770. Signed by the king of Trevancoor. Below stood: for the translation, Cochim, date as above, was signed: Simon van Tongeren, Sworn Translator. C. v: Poolvliek.

Dutch transcription

met de dood gestraft het regt en de vijligheijd van haare vlagge geschonden van haar Grond gebied vrouwen, kinderen en goederen gerooft, haare vrien„ „den en Bondgenooten van haar afkeerig gemaakt, den koning van Cochim tot een formeele opstand gebragt, het gantsche land in rep en roer gestelt, En zelfs tegens de Ed:e Comp: openbaare vijand„ „lijkheeden gepleegt heeft: zo is het, dat wij de verregaande buijtenspoorigheeden van deezen man niet langer kunnende verdraa„ „gen; en door zogte middelen en vriendelijke vermaaningen niets hebbende kunnen winnen eijndelijk genoodzaakt geworden zijn, na een rijp beraad in onse vergadering op Giste„ „ren tot het besluijt temoeten treeden; om gedagten Eersten Palietter Comij tehouden en te verklaaren, gelijk wij hem houden en verklaaren bij deezen, voor Een Rebel en openbaare vijand. van de neederlandsche Compagnie, die het voorregt van haare bij„ „zondere Protectie zig onwaardig gemaakt en verbeurt heeft, en dewelke bij gevolg niet verdient, dat hij binnen de limieten van haare Jurisdictie nog inde landen van den koning van Cachim, verder een gerust ver„ „blijf of verzeekerde schuijl plaats geniet. Endewijl het noodig is, dat van dit ons besluijt, een ieder dien het aangaat de ver„ „eijschte 455 Nagezien Ad„ Poolvliek eijschte onderregting erlange, zo werd het zelve bij deezen niet alleen in't openbaar bekent gemaakt, maar wij verzoeken ook zeer vriendelijk alle vorsten en Trouwe Bond„ „genooten vande EComp:e; Terwijl wij onse onder„ „daanen en onderhoorige gelasten, voornoem„ „den Eersten Paljetter Comij, wezendlijk voor een Rebel en Openbaare vijand vande EComp: en van het koningrijk Cochim„ aantemerken en te houden, en aan hem uijt dien hoofde geen de minste gunste hulpe nog bijstand te bewijzen; alzo wij zulx tot wel zijn van't land en dies Jnge„ „zeetenen zodanig bevinden te behooren. Aldus Gedaan, Gepubliceert en Geaffigeert binnen de stad Cochim Den 22:' de„ „cember Anno 7 170:- En C: L: Senff, /:in margine /:was getekent:/ „stond:/ 'sComp:s zegul in roode Lak gedrukt, en daar omme geschreeven, Ter ordonnantie van den wel Edelen agtb heer Gouverneur en Directeur nevens den Raad, in desen gemeld, /:getve:/ A: R: schuts secret:s accordeert van mij gesonden geleegen op Een plaats gen:t Coeriapallij, alwaer zij slag gelevert hadden tegens mijn volk, wedermakende den C„omman„ tant van gem: fortresse met en de benevens een groot getal van mijn volk. Eijndelijk is het Commando van ten gouverneur genoodsaekt geweest van daer te moeten retireeren terwijl ik met D' EComp: in goede vriendsz: leeve na den Jnhoude van het gepasseerd Tractaat. denke ik dat men geen reeden had zoodanig met mij te handelen. Jk ben gere„ „solveert geweest de vereijschte satis= „factie tenemen wegens die actie of ontrouw, en daerom heb ik mij — ne militie in ordre gebragt, maer dewijl ik met den koning van Cochim in een goede verstandhou„ „ding leeve en in dierselver voegen met D' EC„omp:, en den koning van Corhim mij Instantig had versogt niet verder te procedeeren, en gel: 457 ged: koning in perzoon is na de stad gegaen, van waer bij mij gesz: en Jnstantig versogt had uit aenmer= „king van onse goede vriendschap mijne afsendelingen tesenden des heb ik accepteerende het versoek van den Koning van Crochim mijne afsen¬ „delingen gesonden en ged=te Koning vroeg in persoon aen den gouverneur in presentie van mijne afsendelin„ gen na dereeden van die bataile waer op den gouverneur van antw: gediend had, dat hij geen kennisse van die actie hed maer dat zulx geschied was toor onkunde van zijne bediendens en dat in den aenstaen„ de sulke dis ordres niet meer zoude voorvallen, en Eindelijk ver„ zogt den gouverneur aen den Koning van Cochim om alles in der minne aftemaken, en den Koning versogte het mij, en Over¬ „weegende onse goede vrientschap, en. ende vriendschap die gem: twee mo= „gentheeden met D: EComp: onderhou„ „den heb ik het versoek van den Koning van Cochim toegestaen; en dus de vreede op nieuws gemaekt, tog ten onrustigen gouverneur thans sonder eenige reeden in het Jaer 1770: heeft zijn volk gesonden om twist te soeken tegens het volk van ten Koning van C„ochim en als absolut heer geconfisqueert de goederen, landen en thollen van gem: Koning, over dese materie heb ik en den Koning van Cochim verscheijde brieven geschreeven. dog heb k geen voldoenend antw: bekomen /: wilt D: EComp: met geweld telanden van de Koningen Conquesteeren die wij Eenige Eeuwen herwaerts in possessie hadden:/ dunkt mij dat het een harde, en Jnpracticabel zaek is. van dit alles ik en den Koning van Cochim van Voornemens zijnde kennisse aen de hooge regeering te. 458 Nagezien te Batavia tegeven, hebben wij tijding bekomen van uwelEd: Agtb: komst als Commandeur deser steede, wij zijn met die tijding seer verblijd geweest, en daerom senden wij dese notitie Expres aen UwelEd: Agtb: met versoek ten spoedigsten dit heen te komen den hemel verleene uwelEd: Agtb: veele prosperiteiten en lange Jaeren met gesondheid. versoeke ons hier op antwoord tesenden en te laten weeten wanneer „ reijs dit heen stond ondernomen te werden. den 25: 9ber: 1770: get: bij den koning van Trevancoor /onderstond/ voor de translatie Cochim dato als boven was= „geteekend / Simon van Tongeren geswoore Translateur. — C. v: oolvliek

NL-HaNA_1.04.02_3326_0313 view scan ↗

English

No 69: 459 Translation of a Portuguese letter written by the King of Cochim to the Honorable, Right Honorable Lord Commander Adriaan Roens, received on - - December 1770: With this I send my respectful greetings to Your Right Honorable, and pray the Almighty to grant Your Right Honorable a safe journey with all desired felicities. The urgent necessity of the matter does not permit me to wait any longer to inform Your Right Honorable verbally of my extremely great displeasure; therefore I find myself obliged to address this to Your Right Honorable, in order to make Your Right Honorable acquainted with the great injustice with which the present Governor of this city has treated me. After the arrival of the said Governor in the year 1768, I met him in good friendship, at which time he treated me as in former times, and likewise with the King of Trevancoor. While remaining on this footing, in the year 1769 on 14 September, without the slightest cause or motives, the said Governor sent some officers and soldiers soldiers to a fortress of the King of Trevancoor located in his country, called Coeriapalli, and took it by force of arms, and killed its Commander, with the loss of many people of the King of Trevancoor. Finally the detachment was forced to retreat to the fort of Cranganoor. While the Honorable Company and the said King of Trevancoor lived in good friendship, and the said Governor without the least reason had undertaken such an action, the King of Trevancoor immediately ordered his militia to march out in order to seek satisfaction, as far as was possible, regarding the disrespect or bad faith committed against the Treaty that had been concluded in writing. I saw the difficulties that could arise therefrom, whereupon I took a decision to go in person to the city, just as I presented those difficulties to the Governor, who also understood them. I wrote to the King of Trevancoor and did my best to bring about friendship as in old times. His Highness, forgetting all the disturbances that had arisen, sent his envoys, who in my presence inside the city 466 the city concluded peace and friendship for the future. Regarding the disorders committed in this matter, and the pains I have taken in this affair, Your Right Honorable will be able to obtain full information upon his arrival here. And now, in reward for my good services, in the year 1770 in September, the Governor without any least reason conquered my goods, lands, and toll rights. Speaking in person with the said Governor about this, and having discussions through my envoys, and having written about it several times, I could achieve no effect. On the contrary, violence was committed against my people, and he remains in possession of my rights, which we have possessed throughout all the times of my predecessors and even in my own time. The said Governor being unwilling to admit my arguments, I and the King of Trevancoor together had our arguments presented to the Governor by letters and by sending Trevancoor envoys, but the Governor was also unwilling to admit them. For that reason I and the King Checked King of Trevancoor decided to appeal to Batavia about this. But since we have received notice of Your Right Honorable's arrival as Commander of this city, we were very glad; therefore we give Your Right Honorable notice of this, and request the kindness to come here as soon as possible, and after examination of the matter and information of the truth, to settle everything as in times past. May Heaven grant Your Right Honorable all prosperities and long years with health. I request to be informed of the designated time of Your Right Honorable's arrival. 25 November 1770. Below was: The signature of the King of Cochim. Below was: For the translation, Cochim, date as above. Signed: S: v: Tongeren, sworn translator. C lij Coolvliet. No 70. 461 Translation of an ola written by the King of Cochim to the Right Honorable Lord Governor and Director Christiaan Lodewijk Senf, received on 22 December 1770. We have heard that this morning some people from the city were sent to Baijpin, and that they arrested our people who were stationed there at our court, laid down their weapons, took into arrest the women who were there to sweep the place clean, and brought them all together to the city, and moreover that they were busy destroying the houses of the inhabitants and robbing the goods. Your Right Honorable has no reason to undertake such things against us, for we have given no cause for it to the Honorable Company. In the month of September our tolls and rights of Cochim were appropriated, and violence was committed against our people; having come here to negotiate about that matter, during the night they

Dutch transcription

N„o 69: 459 Translaat portugie„ „se Brief door den Koning van Cochim gesz: Aan„ den E: E: Agtb: Heer Com„ „mandeur Adriaan Roens ontf: den - - xber: 1770: Bij desen sende ik mijn eerbiedige groe„ „tenisse aen uwel Edele Agtb:, en bidde den almogende, uwel Edele Agtb: een behoude reijse te verleenen met alle gewenschte felici„ „teijten. De hooge noodzaklijkheid van de zaak permitteert mij niet langer te wagten om uwelEd: Agtb: mondeling te berigten mijn over groot ongenoegen daarom vinde ik mij verpligt dese aan uwel Ed: Agtb: te rigten, ten eijnde uwel Ed: Agtb: bekent temaken de groote onregtvaardigheid, waer mede den presenten Gouverneur van dese stad mij aan gedaan heeft. Naar dekomste van gem: gouverneur in het Jaar 1768: ontmoetende ik denselven in goede vriendsp„ als wanneer denselven mij bejegende als in voorige tijden en in dierselver voegen met den koning van Trevancoor, staande in dese rinie in het Jaar 1769: den 14: september sonder deminste oorzaak off motiven heeft gem: gouverneur eenige officieren en soldaten soldaten naer een fortresse van den koning van Trevancoor geleegen in zijn Land gen=t Coeriapalli en deselve met de magt van wapens genomen en dies Commandant om het leeven gebragt met verlies van veel volk van den koning van Trevancoor. Eijndelijk was het Commando ge„ „noodsaakt geweest naar het fort van Cranga„ „noor te retireeren. Terwijl dE Comp: en gem: koning van Trevancoor in een goede vriendschap leefde, en ged:e gouverneur sonder de minste reeden, soodanige actie hadde bij der hand genoomen, liet den koning van Trevancoor zijne militie ten eersten optrecken om satis„ „factie te nemen, soo verre als het mogelijk was wegens de disattentie off ontrouw ge„ „pleegt tegens het Tractaat dat schriftelijk gemaakt was. Jk zag de zwaarigheeden, die er zoude konnen ontstaan, daer op nam ik een besluijt om in persoon naar de stad te gaan, gelijk Jk die moeijelijkheeden aan den gouverneur heb voorgehouden, denwelken deselve ook begreepen heeft, Jk schreif aan den koning van Trevancoor, en die mijn best om de vriendschap te weege te brengen als in oude tijden. zijn ho=t heeft vergeetende alle de ontstaane onlusten zijne afsendelin„ „gen gesonden, die in mijne presentie binnen de stad 466 de stad de vreede en vriendschap gemaakt hebben voor het toekomende. de dieordres die in dese materie begaan zijn, en de moeijte die Jk in dese zaak genomen heb, zal uwelEd: Agtb: met zijn aankomst alhier volkomen Jnformatie konnen krijgen En nu in recompens van mijne goede diensten in het Jaar 1770: in 7ber: heeft den gouver„ „neur sonder eenige de minste reeden mijne goede„ „ren, landen, en thols geregtigheeden geconques„ „teert, waer over met gem: gouverneur in persoon spreekende, en door mijne afsendelin„ „gen laatende onderhouden, en dierwegens verscheijde malen gesz: hebbende, konde tot geen Effecte komen, ter Contrarie werd tegens mijn volk geweld gepleegt, en blijft in de bezitting van mijne geregtigheeden, die in alle de tijden van mijne antecesseuren en selfs in mijn tijd wij gepossideert hebben gehad. gem: gouverneur mijne reedenen niet willen„ „de admitteeren heb ik en den koning van Trevancoor samen onze reedenen bij brieven en het senden van trevancoors afsendelin„ „gen den Gouverneur laten voorhouden, maar den gouverneur heeft het ook niet willen admitteeren, om die reeden heb ik en den 4 koning Nagezien Koning van Trevancoor beslooten daer over na Batavia te appelleeren. maer dewijl wij notitie bekomen hebben van uwelEd: Agtb: komste als Commandeur van dese stad, zijn wij seer ver„ „blijd geweest, daerom geven wij uwel Ed: agtb: hier van kennisse, en versoeken de goedheijd te hebben ten spoedigste herwaars te komen, en naer ondersoek van zake, en Jnformatie van de waarheijd alles te Concludeeren als in de gepasseerde tijden. Den Heemel verleene uwelEd: agtb: alle prosperiteijten en lange Jaaren met gesondheijd versoeke mij te berig„ „ten de getermineerde tijd van uwelEd: agtb: komste. den 25. 9ber: 1770: /onderstond:/ de Hand„ „tekening van den koning van Cochim /onder„ „stond / voor de translatie Cochim dato als boven /was geteekend/ S: v: Tongeren gesw: translateur C lij Coolvliet No 70. 461 Translaat ola door den Koning van Cochim geschreeven Aan den wel Edele Achtbaaren Heer Gouverneur en Directeur Christiaan Lodewijk Senf, ontvangen den 22. De„ cember 1770. Wij hebben Gehoort dat heeden morgen Eenig volk van de stad na Baijpin gezonden is, en dat zij ons volk dat daar aan ons hof Ge„ plaatsen was g'arresteert, haare wapens nederge„ „legt, de vrouwen die daar waren om de plaets schoon te veegen in arrest Genomen en Gesa„ „mentlijk naar de stad gevoert hadden, mits„ „gaders dat zij bezig waren om de huijsen van de Inwoonders te verdestrueeren en de Goederen te berooven. uwelEd: Agtb: heeft geen reeden om zulks tegens ons te onderneemen, want wij hebben daar toe geen oorzaek aan D'E: Comp: gege„ „ven. Jn de maend zeptember heeft men onze thollen en geregtigheeden van Cochim toe g'eijgent, en geweld tegens ons volk gepleegt, om over die zaak te verhandelen alhier gekomen zijnde, heeft men des nagts op

NL-HaNA_1.04.02_3326_0318 view scan ↗

English

made an incursion onto the sanctuary of Combelon and, through the rabble, had the women seized and carried off. Now they have invaded our court, and have seized and carried off the men and women who were there. The Canarins of Cochim, who fall under our obedience, have supported and protected our ancestors in diverse ways; and because Callaga committed some improprieties against us, we had that action brought against him. We have never heard that any of the gentlemen who came into the government here on behalf of the Honourable Company treated our court and subjects in such a manner. We can no longer look on with approval, nor exercise patience, concerning the hostilities that are committed against us with respect to the seizing of the women and cattle, as well as the acts of violence committed in our court. Several times we have written to Your Right Honourable, stating that we are inclined to submit to justice and fairness. We write all this out of regard for the good friendship that resides between us and the Honourable Company, so that no blame would be assigned to us that we had not given notice of everything, even though we received 462 Examined no answer to all that we wrote. For we cannot fail to give all required communication to Your Right Honourable. Having written this far, we have received a report from the arriving vessels that some Christians are said to have come to the court at Narika and shot at our people; and as soon as we obtain information thereof, we shall write further to Your Right Honourable. Signed by His Highness. Below stood: for the translation. Cochim, date as above. Was signed: Simon van Tongeren, sworn translator. Gv: Boolvliek 463 71. Translation of ola Written by the King of Cochim To the Right Honourable Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff, received the 23. December 1770. All that we had heard yesterday, we have already written and made known to Your Right Honourable. And today some of the people stationed at the court at Narika arrived here and made known to us that the Christians arrived at the court and had posted themselves at the eastern and western outer gates, and subsequently, as soon as they caught sight of our people, had fired upon them, whereby some of ours were killed, some wounded, and some taken prisoner of war. Upon the incident that occurred at Combelon concerning the seizing of the women, the women, being inhabitants of Baijpin, retreated from there out of fear; therefore, for the guarding of the court so that no thieves should come there, we posted fifty men, having not the least thought, however, that any hostile attacks would be undertaken there. Consequently, we deem it necessary to give notice of this to Your Right Honourable. Signed by His Highness. Below stood: for the translation. Cochim, date as above. Was signed: Simon van Tongeren, sworn translator. Examined A. de Boolvliet No: 72: 464 Draft ola written by the Right Honourable Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff to the King of Cochim, the 23. December Anno 1770 I received Your Highness's ola yesterday evening and saw from it that Your Highness complains that I have sent some people to Baijpin, but I very kindly request Your Highness to be pleased to take into consideration yourself what open hostilities Your Highness has committed for some time past. And if this is done, then Your Highness will also be able to understand of yourself that it is impossible for me to remain idle any longer. Nevertheless, Your Highness has it in your power to cause all unrest to cease at this very moment. I desire nothing but that which is right and equitable. Your Highness will also see from the enclosed publication that I still spare Your Highness's person. Be pleased therefore Examined Cl De poolvliet no further to follow the counsel of evil men, but to return again to the former friendship and loyalty to the Honourable Company's interests. The path of reconciliation is not yet closed. I assure Your Highness once more that I bear no evil heart toward Your Highness's person and the Kingdom of Cochim. I shall do everything in my power to give proof thereof. And more I cannot possibly write at present. Below stood: translated thus into Malabar by me, Cochim, date as above. Was signed: Simon van Tongeren, sworn translator. Lower: P. S. Just now I received Your Highness's further ola, but I hope that Your Highness will see from this letter that the answer to it is already enclosed herein.

Dutch transcription

op de vrijeplaets van Combelon een Jnval gedaan en door het laeg volk de vrouws persoonen doen of „vatten, en vervoeren- Nu is men in ons hoff ge„ „vallen, en heeft de mans en vrouwspersoonen die daar waarn opgevat, en vervoert: de Cam¬ „narijns van Cochim die onder onse Gehoorsaem„ „heijd sorteeren hebben onse voorzaeten op verscheijde wijse gestaaft, en beschermt; en om dat Callaga tegens ons Eenige onbehoorlijkheeden gepleegt heeft hebben wij tegens hem die actie laten formeeren wij hebben nooit gehoort, dat een van de heeren die van wegens d' EComp: hier in de regeering ge„ „komen waren ons hoff, en onderdanen op die wy ze bejegent hadden, wij konnen met goede oog niet meer aenzien nog geen geduld oeffenen, om trent de hostiliteijten die tegens ons Gepleegt werden, ten opzigte van het opvatten der vrou„ „wen en koebeesten, mitsgaders de Geweld plee„ „ging in ons hoff; verscheijde malen hebben wij aan uwel Ed: Agtb: Geschreeven, dat wij ge„ „neegen zijn ons te laten schikken na regt, en de billijkheijd, wij schrijven dit alles uit aenmeaking van de Goede vriendschap die tussen ons en D'EComp: resideert, op dat men ons Geen schild zoude geeven dat wij van alles geen kennisses Gegeven hadden, schoon wij geen antwoord quamen 462 Nagezien quamen te krijgen op alle het geene wij schreeven. want wij kunnen niet nalaten van alles de vereijschte Communicatie aen uwelEd: agtb: te geeven. Tot. dus verre Geschreeven hebbende, hebben wij berigt van de aenkomende vaartuij „gen gekreegen, dat aan het hoff te Narika Eenige Christenen zoude gekomen en op ons volk geschooten hebben, en zoo daa wij daer informatie van krijgen, zullen wij nader aen uwelEd: Agtb: schrijven /(Getekend/ bij zijn hoogheijt /onderstond/ voor de translatie. Cochim dato als boven /was getekend/ Simon van Tongeren gesw: translateur. Gv: Boolvliek 463 71. Translaat ola Door den Koning van Cochim geschreeven Aan den wel Edele Agtbaaren Heer Gouverneur en Directeur Christiaan Lodewijk Senff ontvangen den 23. December 1770. Alle het geene wat wij Gisteren gehoort hadden hebben wij reets aan uwelEd: Agtb: gesz: en bekent Gemaakt. En heeden is Eenig van het geplaetst volk aan het hoff te Nari„ „ka hier gekomen en heeft ons bekent Gemaakt dat de Christenen aan het hoff zijn Gekomen en zig geposteerd hadden aan de oost en westerlijke voor poorten en vervolgens zoo daar zij ons volk in het gezigt kreegen daar op los Gebrand hadden, waar van Ee„ „nige van de onze zijn Gesneuvelt, Eenige geblesseert, en Eenige tot krijs Gevangens Gemaekt, op het Geval dat op Combelon Gebeurt was, weegens het opratten van de vrouwen vrouwen zijnde Jnwoonders van Baijpin uit vreese van daar geretireert daarom hebben wij tot bewaeking van het hoff dat daar geen dieven zoude komen vijftig ma geplaatst, maar geen de minste Gedagten hebbende, dat aldaar Eenige vijandelijke attenlaten zoude werden bij der hand ge„ „nomen; dierhalven agten wij noodig hier van kennisse aan uwelEd: agtb: te geeven getekend bij zijn hoogheijt /onderstond/ voor de taans„ latie. Cochim dato als boven /was Getekend) Simon van Jongeren Gesw: Translateur Nagezien A. dr Boolvliek No: 72: 464 Conseptotas door den wel Edelen Agtb: Heer Gouverneur en Directeur Christiaan Lodewijk serff aan den koning van Cochim geschreven den 23:' December A„o 1770 Ik heb uw. Hoogheijds ola gisteren avond ontfangen en Daar uijt gezien, dat u. Hoogheijd zig beklaagd, dat ik eenig volk naar Baijpin heb gezonden maar ik verzoek uw: Hoogheijd zeer vrindelijk, zelfs eens in aanmerkiing te willen neemen, wat openbaare vijan= „delijkheeden uw. Hoogheijd 't seedert eenigen tijd herwaards heeft gepleegt. En als dit geschied, dan zal Uw. Hoogheijd ook van zelfs wel kunnen begrijpen dat het voor mij onmogelijk is, langer stil te zitten. — Nogthans heeft het uw Hoogheijd in zijne magt, om alle onlusten op dit oogen „blick te doen ophouden. Jk begeer niets, als het gunt regt en billijk is. ook zal uw. Hoogheijd uijt inleggende Publicatie zien, dat ik uw. Hoogheijd perzoon als nog verschoonen. Gelief dierhalven den Nagezien Cl De poolvliet den Raad van booze menschen niet verder te volgen, maar tot de voorige vandschap„ „ons trouwe voor 's E. Comp:s belangen weder te rug te keeren, De weg van verzoening is nog niet geslooten. Jk verzeeker Uw. Hoogheijd nogmaals, dat ik uw. Hoogheijds persoon en het koningrijk Cochim geen quaad kort toedraage. Jk zal alles doen wat in mijn vermogen is, om daar van blijken te geeven. En maer kan ik thans onmogelijk schrijven /:onderstond:/ zodanig door mijn in het mallabaars ovr „getet Cochim datum als boven /:was getevk/ s=m van tongeren g' translateur /Lager:/ P. S. zo aanstonds ontfing ik UW. Hoogheijds nadere ola. maar ik hoop dat Uw. Hoogheijd uijt deeze brief zal zien, dat het antwoord daar op hier be= „reeds ingesloten is. —

NL-HaNA_1.04.02_3326_0325 view scan ↗

English

465 Translation of an ola written by the King of Cochim to the Right Honourable Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff, received the 24th of December 1770. We have received, read, and understood the contents of Your Honour's ola; we saw therein that we ourselves could consider the reason why Your Honour had sent the men to Baipin, and that it was impossible for Your Honour to remain idle any longer, yet that it was in our power to cause all the troubles to cease in an instant, and that Your Honour desired nothing other than what was just and equitable, and that we would see from the enclosed publication that Your Honour was still sparing our person, and that we should no longer follow the counsel of evil men, but rather return to the former friendship and loyalty to the Company's interests, and that Your Honour assured us of bearing no ill will toward us and our kingdom, and that Your Honour would do everything possible to give proof thereof, and that it was presently impossible for Your Honour to write more. When one considers the acts of hostility that Your Honour has undertaken against us up to now, and the contents of the letter presently dispatched, No. 73. one must firmly conclude that they bear no relation to one another. Therefore, we were greatly astonished when we read that letter: the tolls and rights which we possessed in our realm have been seized, the nairs who were stationed in our court have been driven out from there, and the court has been placed under seizure, so that from these actions we cannot understand how Your Honour could write that Your Honour bore no ill will toward us and our realm. The justice and the reasons which we present to Your Honour, Your Honour will neither accept nor listen to, yet Your Honour writes that the matter could be settled in an instant; therefore, we cannot understand in what manner such could take place. The publication sent hither is a paper that should not have been sent to us, nor brought before our eyes; therefore, we send the paper back again. As for investigating the misdeeds of our subjects, and punishing and protecting those who deserve it, we believe that we ourselves are fully capable thereof, and may it please Your Honour not to think that Your Honour will ever be in a position to undertake such things against our subjects, nor to bring such into execution upon undertaking them. Regarding the maintenance of the friendship between us and the Honourable Company, we shall never be found wanting, nor undertake anything that would be 466 Examined Aldij Poolvliek contrary to it. We have never followed the counsel of wicked men; but if it pleases Your Honour to act according to the ancient customs, we shall without fail conform ourselves accordingly, but notwithstanding this, if Your Honour wishes to use violence against us, we shall harbor patience as far as possible, and when we can no longer endure it, Your Honour will understand as much by yourself. Of the former rulers who have governed this city, there has not been a single one who undertook such things against us as Your Honour has now done, and we must also endure this. We trust in God, Whom we take as witness, that through the righteousness of our cause, no disadvantage or harm shall befall us. Signed by His Highness. Below stood: For the translation, Cochim, date as above. Was signed: S. v. Jongeren, sworn translator. 467 No. 73½. Translation of a Malabar letter written by the King of Trevancoor to the Right Honourable Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff, received the 4th of January 1771. We have received, read, and understood the contents of Your Honour's letter; we are very pleased with the polite expressions which Your Honour was pleased to use therein for the confirmation of the friendship and alliance that has taken place between us. Furthermore, we hope that Your Honour will be so good as to let us be supplied with the requested 50,000 rupees in cash; we have also written to our Coemara Poela to present the accounts in order to discover the errors that in previous years might

Dutch transcription

465 Translaat Ola door den koning van Cochim geschree„ „ven Aan den welEdele Agtb: Heer Gouverneur en Directeur Chris„ „tiaan Lodewijk Senff, ont„ „vangen den 24.:' December 1770. uwel Edele Achtb: ola hebben wij ontvangen geleesen en dies Jnhoud verstaan; wij zagen daar uit, dat wij zelfs in aanmerking konden neemen de reeden waarom uwelEd: Agtb: het volk na Baipin gezonden had, en dat het voor uwelEd: Agtb: onmogelijk was, langer stil te zitten, Egter dat het in onze magt stond om alle de onlusten op een oogen blik te doen ophouden en dat uwelEd: Agtb: niet anders begeerde als het gunt regt en billijk was, en dat wij uit de inleggende „zien Publicatie „ zoude, dat uwelEd: Agtb: onze perzoon als nog verschoonde, en dat wij den raad van boose menschen niet verder zoude volgen, maar tot de voorige vriendschap en trouwe voor 'sComp: belangen weder terug keeren mogte, en dat uwelEd: agtb: ons verzeekerde teegens ons en ons koningrijk geen quaad hart toedroeg, en dat uwel Ed: Agtb: alles doen zoude wat mogelijk was om daar blijken van te„ „geeven en dat UwelEd: Achtb: thans onmogelijk meer schrijven konde. wanneer men de feijtelijkheeden die uwelEd: Agtb: tegens ons tot nog toe bij derhand ge„ „nomen heeft, en den Jnhoud van de thans afgevaerdigde brief N:o 73. brief in aanmerking neemt, moet men vast beslui„ „ten dat zij geen Connexie aan malkanderen hebben. des zijn wij zeer verwondert geweest toen wij die brieff lasen, men heeft de thollen en geregtigheeden die wij in ons rijk possibeerden vermeesterd, de naijros die in ons hoff geplaatst waren daar van dan doen de lo„ „geeren, en het hoff in beslag genomen, zoo dat wij uit die behandelingen niet konnen begrijpen hoe dat U„ „welEd: agtb: schrijver konde, dat uwel Ed: agtb: te„ „gens ons, en ons rijk geen quaad- hart toedroeg. het regt en dereeden die wij aan uwelEd: agtb: voorhouden, wilt uwelEd: Agtb: niet arneemen, nog aan hooren, Egter schrijft uwelEd: agtb: dat de zaak in een oogen blik konde afgemaakt werden, dierhalven kunnen wij niet begrijpen op wat wijse zulx sou„ „de konnen geschieden. de herwaarts gezondene Publi„ „catie is Een papier dat aan ons niet mogte ge„ „zonden, en nog onder onse oogen gebragt werden, daer„ „om zenden wij het ppier: weder terug. om onze on„ „derhoorige hare misdrijven te onderzoeken, ende gee„ „ne te straffen, en te beschermen die het verdienen, vers„ „meenen dat wij zelfs daer toe volkomen instaat zijn, en uwelEd: agtb: gelieft niet te denken dat uwelEd: ooit instaat zal wesen om tegens onze onderhoorige zoodanige dingen te onderneemen, nog bij onderneeming zulks ter uitvoering te brengen; omtrent de onderhouding van de vriendschap tus„ „sen ons en D' E Comp: zullen wij nooit in gebreken blij„ „ven, nog iets bij den hand nemen dat daar tegens zoude 466 Nagezien Aldij Poolvliek zoude strijdig zijn; wij hebben nooit den raad van quaede menschen gevolgt; maer wanneer uwelEd: agtb: be„ „haagt zig te gedraegen maer de oude gebruiken zul„ „len wij sonder manquement ons daer na laten schikken, maar des ong'agt wilt uwel Ed: agtb: te„ „gens ons geweld plegen, zullen wij des mogelijk gedult oesteren En wanneer wij het niet langer ver„ „dragen konnen, zal uwelEd: agtb: zulks nader van zelfs begrijpen, de voorige gebieders die deze stad geregeert hebben daarvan is 'er geen een ge„ „weest, die zulke dingen tegens ons ondernomen had, als uwelEd: agtb: thans gedaen heeft, en wij moeten „ook zulks „ verdragen wij verhoopen tot god die wij tot getuigen neemen, dat door de regtvaardigheid van onze zaak ons geen nadeel, of schaade zal over„ „komen. getv: bij zijn ho:t /:onderstond:/ voor de Trans„ „latie Cochim dato als boven /:was getve:/ S: v: Jongeren, gesw: translateur ude 467 „ 73½. Translaat Malla, „baarse Brief Door den koning van Tre„ „vancoor, Gesch: aen den wel Edele agtb: heer gouverneur en Directeur Christiaan Lodewijk Senss=e ont„ „vangen den 4:' Januarij 1771. Uwel Edele agtb: brief hebben wij ontvangen geleesen en dies Jnhoud verstaan, wij zijn seer verheugt over de beleefde Expressien die uwel Ed: agtb: daer bij heefd gelieven te ge„ „bruijken tot bekragtiging van de vriendschappen, aliantie die tus„ „sen ons plaets gevonden heefd, voorts verhoopen wij dat uwel Ed: agtb: de goedheijd zal gelieven te hebben van ons te laeten verstrecken de versogte 50'000:–. rop:s aen Contant ook hebben wij aen onse Coema„ „ra Poela gesch: om de Reekenings te verthoonen ter ontdecking van de abuisen die in voorige Jaeren zoude 467 N„o 73½. Translaat Malla, „baarse Brief Door den koning van Tre„ „vancoor, Gesch: aen den wel Edele agtb: heer gouverneur en Directeur Christiaan Lodewijk Senff=r ont„ „vangen den 4:' Januarij 1771. Uwel Edele agtb: brief hebben wij ontvangen geleesen en dies Jnhoud verstaan, wij zijn seer verheugt over de beleefde Expressien die uwel Ed: agtb: daer bij heefd gelieven te ge„ „bruijken tot bekragtiging van de vriendschappen, aliantie die tus„ „sen ons plaets gevonden heefd, voorts verhoopen wij dat uwel Ed: agtb: de goedheijd zal gelieven te hebben van ons te laeten verstrecken de versogte 50'000:-. rop:s aen Contant, ook hebben wij aen onse Coema„ „ra Poela gesch: om de Reekenings te verthoonen ter ontdecking van de abuisen die in voorige Jaeren zoude

NL-HaNA_1.04.02_3326_0333 view scan ↗

English

467 No. 73½. Translation of a Malabar letter written by the King of Trevancoor to the Right Honorable Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff, received on the 4th of January 1771. We have received, read, and understood the contents of Your Right Honorable's letter. We are very pleased with the polite expressions that Your Right Honorable has been pleased to use therein to reaffirm the friendship and alliance that has existed between us. Furthermore, we hope that Your Right Honorable will have the goodness to provide us with the requested 50,000 rupees in cash. We have also written to our Coemara Poela to present the accounts in order to discover the errors that may have been committed in previous years. Checked Our Regidores of Paroe have written to us that the Company's military forces have approached near Paroe, to which we replied that the Honorable Company had no reason to enter our fortresses where our garrisons reside, nor to come to the borders of our land, and that such would never happen. Therefore, we deem it necessary to write and make this matter known to Your Right Honorable, requesting that Your Right Honorable please have the goodness to issue the necessary orders so that no disorders are committed due to the ignorance and bad conduct of the servants in our fortresses and borders. Whereupon we await a prompt reply. Written by Balia Melesetta Canaka Ananja Peroemael and signed by His Highness. Below stood: For the translation, Cochim, date as above. Was signed: S: V: Tongeren, sworn translator. A D: Dookliet No. 74 468 Draft ola written by the Right Honorable Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff to the King of Trevancoor on the 5th of January, in the year 1771. I had the honor of receiving Your Highness's latest ola yesterday morning. I have read the same and seen therein with astonishment how imprudently the servants of Paroe have acted by making known their apprehension to Your Highness, as if my people would come to the borders of Your Highness's land, yes, even inside Your Highness's fortresses. It is known that a few days ago Your Highness gave many men to the King of Cochim for his assistance. This king had me threatened in writing and verbally that he would make use of them against me. Coemara Poela himself declared in my presence that Your Highness was so closely bound to the King of Cochim by a solemn oath as to be obliged to help him. Nevertheless, I have never been able to imagine that it would be possible for Your Highness's people to undertake anything hostile against the Honorable Company, its lands, or its servants. And therefore Your Highness has also done well not to give credence to the unfounded reports of the servants of Paroe, for it is certain that the Honorable Company will give its faithful allies no reason for displeasure, no reason for displeasure, as long as it is not itself compelled by force to be displeased with their conduct. I also do not know that such has ever happened. Your Highness yourself will not be able to doubt this truth, if Your Highness will only take the past into a little consideration. And how very particularly I have taken care that, especially under the present circumstances of the times, no disorders should be committed on the borders of Your Highness's lands, nor near its forts; this can best be shown if Your Highness will only please to make inquiry among his own subjects as to what conduct I have maintained, and what assurances I have given to the Governors of Paroen and Mangattij through the Resident of Cranganoor. Yet why is it necessary to write much about this? I have already more than once, in writing and verbally, made the strongest protestations of my true high esteem for Your Highness's person and of my sincere inclination to make the friendship between Your Highness and the Honorable Company unbreakable. And being convinced by experience that Your Highness, through his excellent knowledge and understanding, knows very well how to distinguish truth from falsehood, so I also deem that I may hold myself assured that Your Highness will not doubt the word of a man of honor. Furthermore, I hope that it will already be known to Your Highness by now that I have delivered not only 50,000 rupees in 469 in cash, but also everything that Coemara Poela further demanded. I now look forward with longing to the letters, both to close the new account and to examine the old one. And when they arrive here, it will serve as an honor to me if I may at the same time obtain certain news, not only of Your Highness's good health, but also of anything else with which I may further serve Your Highness. May God preserve Your Highness, etc. Below stood: Thus translated by me into Malabar, Cochim, date as above. Was signed: S: van Tongeren, sworn translator. Checked G V: Poolvliek

Dutch transcription

467 N„o 73½. Translaat Malla, „baarse Brief Door den koning van Tre„ „vancoor, Gesch: aen den wel Edele agtb: heer gouverneur en Directeur Christiaan Lodewijk Senff= ont„ „vangen den 4:' Januarij 1771. Uwel Edele agtb: brief hebben wij ontvangen geleesen en dies Jnhoud verstaan, wij zijn seer verheugt over de beleefde Expressien die uwel Ed: agtb: daer bij heefd gelieven te ge„ „bruijken tot bekragtiging van de vriendschappen, aliantie die tus„ „sen ons plaets gevonden heefd, voorts verhoopen wij dat uwel Ed: agtb: de goedheijd zal gelieven te hebben van ons te laeten verstrecken de versogte 50'000:-. rop:s aen Contant ook hebben wij aen onse Coema„ „ra Poela gesch: om de Reekenings te verthoonen ter ontdecking van de abuisen die in voorige Jaeren zoude Nagezien zoude gepleegt zijn: onse ragiadoors van Paroe hebben ons gesch: dat 's Comp:s magt van volk tot omtrent Paroe genadert was, waer op wij van antwoord gediend hadden dat D' E: Comp: geen reeden had om in onse fortressen daer onse bezettelingen zig op hou„ „den, nog op de grensen van ons land te komen, en dat zulks nooijt ge„ „schieden zoude, hierhalven oordeelen wij noodig dit articul aen uwel Ed: agtb: te schrijven, en bekent temaken met versoek dat uwelEd: agtb: de goedheijd gelieve te hebben de vereijsc¬ „te ordres te stellen dat door onver„ „stand en quaed beleijd van de bedien„ „dens in onse fortressen, en liemieter geen wanordres mogte gepleegt wer„ „den. waer op wij Een spoedig antwoord verwagten, gesch: bij balia melesetta Canaka ananja Peroemael en getee„ „kend bij zijn hoogheijt /:onderstond:/ voor de Translatie Cochim dato als boven /:was geteekend:/ S: V: Tongeren geswoore translateur A D: Dookliet No. 74 468 Concept ola door den wel Edelen Achtbaaren Heer Gouverneur en Directeur Christiaan Lodewijk Senff, aan den koning van Trevancoor geschree„ „ven den 5:e Januarij a„o 1771. uw Hoogheijds laatste ola, heb ik de Eeren gehad gisteren morgen te ontfangen. Ik heb dezelve ge„ „leezen en met verbaasdhijd daar bij gezien, hoe onvoorzigtig de bediendens van Paroe te werk zijn gegaan met aan uw Hoogheijd hunnen bedug= „ting te kennen geeven, als of mijn volk op de Grenzen van uw Hoogheijds land, Ja zelfs binnen de fortressen van uw Hoogheijd komen zouden. Het is bekent, dat uw Hoogheijd aanden koning van Cochim voor wijnig dagen veel volk ter zijner assistentie heeft gegeeven gehad. Deeze koning liet mij schriftelijk en mondeling drijgen, dat hij daar van tegens mij gebruijk maaken zoude. Coemara Poela zelfs verklaar„ „de in mijne presentien, dat uw Hoogheijd door een plegtigen Eed aan den koning van Cochim zo nauw verbonden was, van hem te moe„ „ten helpen. Even wel heb ik mij nooit kun„ „nen verbeelden, dat het mogelijk zij, dat de volkeren van uw Hoogheijd iets daadelijx tegens de EComp:e, derzelver landen op bedien„ „dens onderneemen zouden. En daarom heeft uw Hoogheijd ook wel gedaan, van aan de ongegrondte berigten der bediendens van Paroe geen geloop te slaan. want het is zeeker dat den E: Comp:e haare trouwe bondgenooten geenen geene reeden van ongenoegen geeven zal zo lange zij zelfs niet met geweld gedwongen werd, over derzelver gedrag onvergenoegt te moeten zijn: Ik weet ook niet dat zulx ooit is geschied. Uw Hoogheijdzelfs zal deeze waarheijd niet in twijfel kunnen trekken, als uw Hoogheijd het gepasseerde maar een wijnig in overweeging gelieft ten neemen. En hoe zeer ik in 't bijzonder zorge heb gedragen, dat tog vooral bij den praesenten tijds omstandigheeden op de Grenzeve van uw Hoogheijds landen nog omtrent der„ „zelver forten geene disordres mogten werden gepleegt, zulx zal best blijken kunnen als uw Hoogheijd maar bij zijnen eijgene onderdaanen gelieft onderzoek te doen, wat gedrag ik gehouden, en wat verzeekeringen ik door den Resident van Cranganoor aan de Gouverneurs van Paroen en mangattij gegeeven heb. Dog wat is 't ook noodig, hier over veel te schrijven. Ik heb almeer dan eens schrif„ „telijk en mondeling de kragtigsten betuijgingen gedaan van mijne waare hoog agting voor uw Hoogheijds Perzoon en van mijne opregte genegendheijd, om de vrundschap tusschen uw Hoogheijd en de E: Comp: onverbreeken„ „lijk te maaken. En door de ondervinding over„ door „tuijgt zijnde dat uw Hoogheijd, zg zijne uijtmuntende kennis en verstand de waarheijd van de valshijd zeer wel te onderschijden weet, zoo vermeen ik mij ook verzeekert te mogen houden, dat uw Hoogheijd het woord van een man van Eeren niet in twijfel zal trekken. voorts hoop ik dat uw Hoogheijd nu bereeds bekent zal zijn, dat ik niet alleen Rop:s 50'000:— in 469 in contant, maar ook alles wat Coemara Poela verder g'eijscht heeft, heb afgegeeven, Ik zien nu net verlangen de schrijvens te gemoed, zoo wel om de nieuwe Reekening te sluijten, als om den oude na te zien. En wanneer, zij hier komen zal het mij tot Eeven strekken, indien ik teffens verzeekerde tijding erlangen mag, niet alleen van uw Hoogheijds goeden wel— „stand, maar ook van het een en ander„ waarmeede ik uw Hoogheijd verder dienen kan. God bewaaren uw Hoogheijd ensz: /:onderstond:/ zoodanig door mij in het mallabaars overgezet Cochim datum als voren: / was geteek:d/ S: van Tongeren gesw: translateur. Nagezien G V: Poolvliek en en attij sch te

NL-HaNA_1.04.02_3326_0339 view scan ↗

English

75 476 Translation of an ola written by the Paliat Achan to the Right Honourable Governor, received on 5 January 1781. No. 75 470 Our grievances having previously been made known to Your Right Honourable by two or three olas, we understood that Your Right Honourable was somewhat displeased with us, which is why we expressed our regret to the Resident of Cranganore on the occasion when we met with him in person. The aforementioned Resident having written to Your Right Honourable regarding this, it pleased Your Right Honourable to send a satisfactory reply with this explanation: that the stockade at Angekaimal must be demolished, the surplus troops dismissed, and the family of Calaga surrendered, after the execution of which Your Right Honourable would proceed to recall the troops from Baypin, whereupon, during the meeting between Your Right Honourable and the King, the matter in question would be settled to satisfaction. On that occasion, Chrisna Pattare, Sarwadhikariakar, was also present here, and we had the aforementioned Chrisna Pattare clearly explain these points to the King. Whereupon His Highness wrote us an ola, in substance stating that His Highness was always pleased to settle the matter according to Your Right Honourable's intention, but while His Highness was expressing his grievances to Your Right Honourable, all these disorders occurred, which His Highness had to attribute to his misfortune; that His Highness was now entirely inclined to observe the three points that Your Right Honourable had written to the Resident, and to that end would send the aforementioned Chrisna Pattare, Sarwadhikariakar, to the city to Your Right Honourable to negotiate about it, and as soon as he returned from the city, His Highness would give orders to demolish the stockade of Angekaimal, dismiss the unnecessary men, and have the family of Callaga fetched from Walbapapally; which ola from His Highness we handed over to the Resident. We furthermore make known our grievances herewith: namely that in July last, when we came to the city, we made known to Your Right Honourable that an evil planet was ruling over us, and therefore we requested to be granted one year's leave to seclude ourselves and pray for the forgiveness of our sins, but due to bad times we were not able to enjoy the opportunity for that. It grieves us very much that we must hear from everyone in the country that Your Right Honourable is displeased with us. We request Your Right Honourable to forgive us, take us back into your favour, and show such affection as Your Right Honourable has done up to now. When the troops on both sides have been dismissed, we request Your Right Honourable to summon the Resident to Cochin; we shall also come to Angekaimal, speak what is necessary with the King, and let Your Right Honourable know. 471 We request once more that all our mistakes caused by misfortune be forgiven, and that we be taken back into favour and protected as was customarily done of old. Whereupon we request a desired reply. Signed by the Paliat Achan. Below stood: for the translation, Cochin, date as above. Was signed: S. v. Tongeren, Sworn Translator. Examined: Gd. Bootvliek No. 76 472 Draft ola written by the Right Honourable Governor and Director Christiaan Lodewijk Senst to the Paliat Achan on 6 January 1771. I have duly received your ola through the delivery of the Resident of Cranganore, read it, and understood its contents. I see therein that you attribute all the miseries brought upon the country and the hostilities committed there to bad fortune. It is well. I will not express here who, in my opinion, is the cause thereof. But this I must nevertheless say: that I cannot enter into any negotiations with you as long as the country is not restored to its former tranquillity. Thus this matter will necessarily have to precede, and when this has indeed taken place, and you then still appear inclined to return to your former state under Dutch protection, I shall present your request to my council, and I shall endeavour to bring it so far that the placard issued against you will be revoked and thereby freedom to you

Dutch transcription

75 476 onse beswaarnissen bevoorens bij twee â drie olas aan uwel Ed agtb: bekent gemaakt zijnde, ver„ „stonden wij dat uwel Ed: agtb, eenigsints op ons onvergenoegt was, waar omme wij onse leedweesen betuijt hadden aan den Resident van Cranganoor ter gelegentheijd toen wij met den selven in persoon ontmoeteden, waar over den resident voorm: aan uwel Ed agtb gesz hebbende, het uwel Ed: agtb behaagt hadde een voldoenent antwoord tesenden met dese Explicatie dat de Pagger te angecaijmaal zoude moeten gedemoljeert, het overvloedig krijgs volk afgedankt, en de familie van Calaga over„ „gelevert worden, naar welkers verrigting uwel Ed: agtb: zoude treeden om het volk van baijpin terug te roepen, wanneer de ontmoeting tussen uwel Ed agtb en den koning gehouden werdende de zaak in questi ten genoegen zoude worden g'accommo„ „deert, bij die gelegentheijd was Chrisna pattare Parwadicariacaren, hier ook present geweest, en wij hebben die peincten door gem: Christna pattere duijdelijk aan den koning laten onderhouden, als wanneer zijn ho=t ons een ola schreef, in substantie dat zin ho=t althoos genoegen was, om de zaak naar de Intentie van uwel Ed agtb: aftemaken, maar terwijl zijn ho=t desselvs beswaarnissen aan uwel Ed=e agtb operde, vielen alle dese wan ordres voor, 't gunt zijn ho=t toeschrijven moest aan zyn ongeluk, dat zijn ho=t thans volkomen genegen was de drie po„ Translaat ola door den Salfetter gesz: aan den wel Ed Agtb Heer gouverneur ontf: den 5: Jan: 1781. — „incten 2 470 onse beswaarnissen bevoorens bij twee â drie olas aan uwel Ed agtb: bekent gemaakt zijnde, ver„ „stonden wij dat uwel Ed: agtb, eenigsints op ons onvergenoegt was, waar omme wij onse leedweesen beluijt hadden aan den Resident van Cranganoor ter gelegentheijd toen wij met den selven in persoon ontmoeteden, waar over den resident voorm: aan uwel Ed agtb gesz hebbende, het uwel Ed: agtb behaagt hadde een voldoenent antwoord tesenden met dese Explicatie dat de Pagger te angecaijmaal zoude moeten gedemoljeert, het overvloedig krijgs volk afgedankt, en de familie van Calaga over„ „gelevert worden, naar welkers verrigting uwel Ed: agtb: zoude treeden om het volk van baijpin terug te roepen, wanneer de ontmoeting tussen uwel Ed agtb en den koning gehouden werdende de zaak in questi ten genoegen zoude worden g'accommo„ „deert, bij die gelegentheijd was Chrisna pattare Sarwadicariacaren, hier ook present geweest, en wij hebben die peincten door gem: Christna pattere duijdelijk aan den koning laten onderhouden, als wanneer zijn ho=t ons een ola schreef, in substantie dat zin ho=t althoos genoegen was, om de zaak naar de Intentie van uwel Ed agtb: aftemaken, maar terwijl zijn ho=t desselvs beswaarnissen aan uwel Ed=e agtb operde, vielen alle dese wan ordres voor, 't gunt zijn ho=t toeschrijven moest aan zyn ongeluk, dat zijn ho=t thans volkomen genegen was de drie po„ Translaat ola door den Salfetter gesz: aan den wel Ed Agtb Heer gouverneur ontf: den 5: Jan: 1771. — „incten No. 75 „incten die uwel Ed: agtb aan den Resident gesz had te observeeren, en ten dien fine voorm: Christ„ „na pattere sarwadicariacaren naar de stad bij uwel Ed: agtb: soude senden om daar over te verhan„ „delen, en zoo dra hij van de stad terug keerde, zijn ho=t ordre soude geven om de pagger van angecaijmaal aftebreeken, en het onnodig afte danken, en de fa„ „milie van Callaga van walbapapallij telaten af„ „halen; welke ola van zijn ho=t hebben wij aan den reesident overhandigt. — wij doen alwader onze beswaarnissen bij desen. teweeten dat in Iulij Jongst leeden toen wij in de stad gekomen waren wij aan uwel Ed: agtb bekent gemaakt hadden, dat over ons een quaade Planeet regeerde, en dier halven wij versoek deeden ons een Jaar lang verloff te vergunnen om ons op te sluijten en vergiffenisse onser zonden af te bidden, maar door quade tijd hebben wij daar toe geen occasie mogen genieten, het smert ons seer veel dat wij van een ijder van het land hooren moeten dat uwel Ed agtb op ons onvergenoegt is, wij versoeken uwel Ed agtb: ons te vergeeven, en wederom in desselfs gratie tenemen En soodanige Liefde te betoonen als uwel Ed agtb: dus lange gedaan hadde wanneer de volkeren van weerskanten afgedankt zijn, versoeken wij uwel Ed agtb den resident naar Cochim te laten op ontbieden, wij zullen mede op angecaijmaal komen, met den Koning het noodige spreeken, en uwel Ed: agtb: laaten weeten — wij 471 wij versoeken nogmaals alle onze abuijsen die ƒ1„ door het dis fortuijn gecauseert zijn tewillen ver„ „geeven, en ons wederom in genade aantenemen, en te beschermen als van ouds gepractiseert was. waar op wij een gewenst antwoord versoeken. getver: bij den Paljetter — /:onder stond:/ voor de trans„ „latie, Cochim dato als boven /:was geteekend:/ S: v: Tongeren gesw: Translateur — Nagezien Gd: Bootvliek N„o 76 47.2 C„oncopt ola door den wel Ed: Agtb: Heer, Gouverneur en Directeur Christiaan Lodewijk Senst Aan den Pabjetter geschreeven den 6. ' Januarij 1771—. Uwe Ola heb ik door bestelling van den Resident van Cranganoor wel ontfangen, geleezen, en dies Jnhoud verstaan. Jk zie daarbij, dat UE: alle ellen„ „den die over 't land gebragt, en de vijandlijkhee„ „den die er geplegt zijn, aan een quaad fortuijn toe„ „schrijft. T' is goed. Ik zal mij hier niet uijt laaten, wie volgens mijne gedagten daar van de oorzaak is. maar dit moet ik egter zeggen, dat ik met uE: in geene onderhandeling treeden kan, zo lange het land niet in zijne voorige ruste is herstelt. Dus zal deeze zaake noodwendig voor af moeten gaan en als zulx in der daat is geschied,en dat uE: dan nog geneegen blijk weder tot zijnen voo„ „rigen staat onder de neederlandsche Protectie te rug te keeren, dan zal ik uwe begeerte mijnen raad voordraagen, en ik zal het zo verre tragten te brengen, dat het Placcaat tegens uE: geeman„ „neert, weder ingetrokken en daar door aan uE: vrijhijd

NL-HaNA_1.04.02_3326_0346 view scan ↗

English

Examined. Wm: Poolvliet freedom was granted to speak with me in person. This is all that I can promise at present. And if Your Honour wishes to draw any benefit from this promise, do not let a single moment be lost with writing and speaking, but proceed immediately to the deed itself, for the fulfillment of that which I have demanded from the King of Cochim brooks no delay; the longer one waits therewith, the more the debt becomes aggravated, and it might even happen that a more complete reconciliation without the ruin of the one or the other would be made impossible. Therefore, I advise Your Honour once more not to be obstinate any longer; the expected assistance from others will deceive Your Honour. With the Company alone is help and security to be found for Your Honour. And if Your Honour will only think back to what affection I bore towards Your Honour in the beginning, and what patience I have exercised for some time past, then Your Honour will also be able to gather sufficiently therefrom that I am served by no one's misfortune, and that Your Honour may consequently expect everything from me that an honest man can do, provided only that the Honourable Company obtains proper satisfaction. Below stood for the translation: Cochim, date as above. Was signed: I: V: Jongeren, sworn translator. 177 N 478 Translation of an ola written by the King of Cochim to the Right Honourable Lord Governor and Director Christiaan Lodewijk Iens, received on the 9th of January 1741. We have sent our Christna to Your Right Honourable, and everything that was negotiated between Your Right Honourable and him, he has duly reported to us. This Christna is a man who has rendered many services to the realm, and furthermore he does not lack knowledge of ancient times, since he is a person of advanced years and has always been faithful and zealous towards us; therefore, whenever it pleases Your Right Honourable to make a resolution of matters to him, he will report the same directly to us without giving any light thereof to anyone else. We therefore request Your Right Honourable to let us know through Christna all these affairs that relate to the welfare of the Honourable Company and of our realm. After the arrival of Your Right Honourable in Cochim, Your Right Honourable has shown many benefactions to our realm, which we will always acknowledge with a grateful heart. And if shortly, through our misfortune and over a minor matter, any unrest should arise, we attribute all that to bad times, and exercise patience in everything, with the request that Your Right Honourable will also please use patience in the same manner, and show us such help and assistance as shall be required for the welfare of our realm. Ever since our ancestors established their trust in the Honourable Company, we have never had any evil intention against the Honourable Company, and never will. We regard the city of Cochim as a protection of our realm and our person, but we currently live in great fear because we experience that our subjects are rising against us, acting as our enemies, and approaching close to us. Therefore we deem it necessary to reinforce our lodgings where we hold court; therefore we request Your Right Honourable to employ such means to remove that fear, and at the same time to bring us and our realm into a tranquil state. Signed by His Highness. Below stood for the translation: was signed S: V: Jongeren, sworn translator. Examined. Ad: Roodvliet 474 No. 78. Translation of an ola written by the King of Cochim to the Right Honourable Lord Governor Christiaan Lodewijk Senff, received on the 24th of January 1771. Our Regidores have been to the city and have presented our grievances to Your Right Honourable, and everything with which Your Right Honourable served them thereon, they have duly made known to us. Ever since our ancestors established their trust in the Honourable Company until the date of this, there have been under our possession the lands, gardens, and estates, as well as tolls and rights, and also the inhabitants, which we very urgently request Your Right Honourable may remain under our own jurisdiction. And we are assured that if Your Right Honourable would please apply his efforts Examined. Wm Boolvliet efforts thereto, it would indeed be feasible. Therefore, may Your Right Honourable please take all this to heart, and in consideration of the faithful and sworn friendship between our ancestors and the Honourable Company, deliver us from all these troubles, even if Your Right Honourable were on that account to give the required notice to the High Government at Batavia and deliver us from those anxieties; concerning which, if Your Right Honourable would give us an assurance, we shall in that case do nothing other than rely upon it and exercise patience. The rest will be made known to Your Right Honourable orally. Signed by His Highness. Below stood for the translation: Cochim, date as above. Was signed: S: V: Tongeren, sworn translator.

Dutch transcription

Nagezien pen Wv: Poolvleet vrijhijd gegeeven werd, met mij in Perzoon te kun spreeken. Dit is alles wat ik thans belooven kan. En als uE: uijt deeze beloofte eenig niet wil trekken, laat dan geen oogenblik net schrijven en spreeken verlooren gaan, maar treed terstond tot de daa zelfs want de volbrenging van het geen ik van den koning van Cochim heb geijscht, lijdt geen uijtstel hoe laager daar meede gewagt, hoe meer de schuld vertwaard werd. en zelfs zoude het wel kunnen gebeuren, dat eene compleeter verzoening zonder de ruine van den een of onder onmogelijk wierd gemaakt. Over zulx raade ik uE nogmaals om tog niet langer haad „nekkijg. „denkkig te zijn, de verwagte bijstand van andere zal uE: bedreegen. bij de Comp: alleen is voor uE: hulpe en zeekerhijd te vinden. En bij alhier uE: maar eens te rug wil deeken, wat genegendhijd ik uE: in den beginne heb toe gedraagen, en wat geduld ik 't seedert eenigen tijd herwaards geoeffent heb, dan zal uE. ook daar uijt genoegzaam kennen op„ „maaken, dat ik met niemands ongeluk gediend ben, en dat uE: bij gevolg van wij alles ver„ „wagten mag, wot, een eerlijk man doen kan„ als maar de E. Comp: eene behoorlijke satisfactie en„ „langt. (onderstond voor de Translatie Cochim dato als boven /was gete: I: V: Jongeren g=r franslateur 177 N 478 Translaat ola door den koning van Cochim gesch: aan den welEdele agtb: heer Gouverneur en Directeur Christiaan Lodewijk Iens: ontvangen den 9: Januarij 1741. Wij hebben onse Christua bij uwelEdele agtb gesonden en alle het geene tussen uwelEd: agtb: en hem verhan„ delt is, heeft hij ons behoorlijk gerapporteerd desen Christna is een man die veele diensten aen het rijk beweesen heeft, en daar bij manqueert hem geen weetensz: van oude tijden vermits hij een persoon is die hooge jaren heeft, en ons altijd trouw en ijverig is geweest, dierhalven wanneer het uwelEd: agtb: behaagt oplossing van saken aen hem tedoen, hij deselve direct aen ons rapportee„ ren zal, sonder daer van Eenig ligt aen ijemand anders te geven, oversulks versoeken wij uwelEd: agtb: alle dese affaires die betrecking hebben tot welzijn van d' EComp: en van ons rijk door Christna aen ons telaten weeten. Naer de komste van uwelEd. agtb: te Cochim heeft uwel Edele agtb: veele weldaaden aan ons rijk beweesen, de welke wij althoos met een dankbaar hert Erkennen zullen, En bij aldien binnen korten door ƒ e door ons dis fortuijn en over een geringe zaek Eenig onlusten mogten ontstaen, soo schrijven dat alles toe aen een quaede tijd, en oeffenen in alles geduld, met versoek dat uwelEdele Agtb: ook indier selver voegen patientie gelieve te gebruijken, en ons soodani ge hulpe en assistentie te bewijsen die vereijschen zal tot welzijn van ons rijk. zeedert dat onse voor laten, hun vertrouwen op DE Comp gevestig hadde hebben wij nooijt Eenige quaede Jntentie tegens D'E Comp: gehad, en sullen ook nooijt hebben wij merken de stad van Cochim aan, als Een bescher= ming van ons rijk en onse persoon, dog leven thans in groote vreese om dat wij ondervinden dat onse onderdanen zig tegens ons opwerpen, als vijanden van ons ageeren, en digt bij ons naderen, daarom oordeelen wij noodig te zijn, onse logementen daer wij hoff houden te versterken, dierhalven ver= soeken wij uwelEd: agtb: soodanige middelen in het werk testellen om die vreeste benemen, en teffens ons En ons rijk in een rustige stand te brengen, getver: bij zijn ho=t /:onderstond:/ voor de translatie /:was geteek:d/ S: V: Jongeren Gesw: Translateur Nagezien Ad„ Boodvliet 474 N:o 78. Translaat ola door den 1 koning van Cochim aan den wel Edelen Agtbaren Heer Gouverneur Christiaan Lodewijk Senff gesz: ontv: den 24. Januarij 1771. — Inse Ragiadoors zijn in de stad geweest, en hebben onse beswaarnissen aan Uwel Ed: Agtb: gedaan, en alle het geene uwel Ed: Agtb: haar daarop ge= „dient had, hebben zij ons behoorlijk bekent gemaakt, zedert dat onse voorzaten hun vertrouwen op D' EComp: gevestigt hadden tot dato deses zijn onder onse possessie geweest de Landen thuijnen en landerijen mitsgaders thollen en ge= „regtigheeden als ook de Jngezetenen, de= „welke wij uwel Ed: Agtb: zeer instantig versoeken dat onder ons zelfs mogte blijven sorteeren. en wij zijn verseekert dat wanneer uwel Ed: Agtb: desselfs poogingen Nagezien Wvm Boolvliet poogingen daartoe gelieve aantewen „den, het wel zoude te doen wesen derhalven gelieve uwel Ed: Agtb: dit alles ter herte te laten gaan, en uijt aanmerking van de trouwe en geswoorene vriendschap tussen onse voorzaten en D' EComp: ons uijt alle dese moeijelijkheeden te redden, al zoude uwel Ed: Agtb: dierwegen de vereijschte kennisse aan de Hooge Regeering te Bata„ „via geven en ons uijt die bekommernis= „sen redden, welken aangaande uwel Ed: Agtb: ons een verzeekering willende geven„ zullen wij in dat cas niet anders doen als ons daar op te verlaten, en gedult te oeffenen. het overige zal uwel Ed: Agtb: mondeling bekent gemaakt worden gets: bij zijn hoogh:d / onderstond / voor de taans „latie Cochim dato als boven :/ was geter:/ S: V: Tongeren g Transl:t

← previousnext →