VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3333

Japan · 1,308 pages · 260 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3333_0124 view scan ↗

English

A minister. Report from the Orphan Masters here regarding the late Terherbruggen and Van Voorst. Damp and unusable, yet can be remanufactured, shipped. The present servants administering the Company's effects and merchandise have posted proper sureties. Begging for the dispatch of [illegible] to advance the congregation here, we hope that your High Nobilities in the coming year, according to the highly expressed desire of the same, will be able to provide us with a minister. In order the more to comply with the intention of the High Noble, Right Honorable Gentlemen Seventeen in the Netherlands regarding the state of the estates, we have had the appointed members of the Orphan Masters of this place serve us with a written report on how far the estates of the deceased chiefs Ter Herbruggen and Van Voorst remain unliquidated to date, and we have the honor to offer Your High Nobilities a copy of the same herewith. Likewise a copy of the report of the special commissioners dated 21 May last concerning the poor condition of 18 barrels of gunpowder, having become damp and unusable through a multitude of white ants that have gnawed through and damaged the rotting covers and even the staves of some of those barrels; though not so much so but that said gunpowder was still deemed suitable to be remanufactured after shipment. For which reason, during the session of 15 August past, the shipment of the aforementioned 18 barrels of gunpowder was resolved upon, and the loading of the same onto the ship was put into effect. Having been ordered by circular to the outer offices to inform Your High Nobilities whether all the servants posted there have provided the required security for their administrations, it does not appear that the previous ones did so. We let it serve in the most humble manner that the present servants have dutifully fulfilled that order, and that the securities posted by them have been deposited in the Company's cash box, but nowhere does it appear that the previous servants complied with this. Acknowledgment of thanks from the outgoing and incoming chiefs. Clear transfer. For the information of his replacement, handed over a memorandum. Submitted the request of the Secunde Van Este for the succession to the chief post. Above-named Head Surgeon requests to be relieved from here and employed elsewhere as such. Taking the servants, the outgoing and incoming chiefs Cornabe and Foekens take the respectful liberty to offer Your High Nobilities their vivid expressions of gratitude for the respective offices to which they have been appointed, with assurances from both that they hope to make themselves more and more worthy of Your High Nobilities' trust through their zeal in the service. Meanwhile, we further bring to the esteemed knowledge of Your High Nobilities that the first-mentioned has duly made a proper transfer to the last-named, his replacement, of all the Company's cash, merchandise, and other effects held at this office, and also, according to custom, handed over a memorandum for his guidance. May it further please Your High Nobilities that we submit in the best possible manner the request of the undersigned Secunde Van Este, to be honored with the succession to the chief post of Timor, the said Secunde likewise promising, upon obtaining this high favor, to exert all his strength to make himself worthy of the same. We also lay before Your High Nobilities the plea of Head Surgeon Philip August Schlicht, previously relieved but retained here due to the unforeseen death of his replacement, requesting to be dismissed from here and to be employed at the main station or elsewhere as such, very humbly praying that we may be provided with an experienced head surgeon once again. Likewise, the bookkeeper assigned to the trade administration, Jacob Bauer, requests his release to Batavia, in order to perform further service there. Some further requests of lower servants most respectfully submitted. Conclusion. We also most humbly submit the modest requests: Of Nathanael Godfried Schultz, from NetswWitst, arrived in the year 1765 with the Slooten for Amsterdam as a soldier, still being a soldier, for promotion to sergeant, a promotion which we dare assure Your High Nobilities he has fairly well deserved. Of Bertrand Wesel, from Besnig, arrived with the Nieuw Nieuwerkerk in the year 1766 for Amsterdam as a soldier, for a corporal's warrant. Of Christiaan Fredrik Varno, from Sonneberg, arrived with the Slooten at the Cape, and further arrived in the year 1766 with the Nieuw Nieuwerkerk as a soldier for the Chamber of Amsterdam, likewise requesting a corporal's warrant. We remain with deep respect and esteem. Below stood: High Noble, Right Honorable, Widely Commanding Lord, and Honorable Sirs. Lower: Your High Nobilities' most humble and obedient servants. Was signed: A. Cornabé, B. W. Foekens, W. A. van Este, J. A. Bauer, and P. A. Schlicht. In the margin: Coupang on Timor, the 20th of September, in the year 1741. Agrees: P. Elders, scribe

Dutch transcription

Een Leeraar. weesmeesteren alhier berig van wijlen Terherbruggen en Van voorst. moeren vogtig en onbruijk„ „baer edog konnende ver„ „maakt worden ingescheept de presente bediendens admi „nistreerende sComp: effecten en koopmanschappen hebbe, behoorlijk borgtochten gesteld smeeken om de toesending van gemeinten alhier voort te setten hopen wij dat uw Hoog Edel„ „heedens met den aanstaande Jare naar hoogst der zelver betuijgde verlangen ons met een predicant zullen konnen voor„ „zien. — Om des te meer te voldoen aan de intentie der Hoog Edele ten weg:s den staat der boedels groot achtb: Heeren seventhienen in Neederland, hebben Wij ons door gecommitteerde Leeden uijt de Weesmeesteren deeser schriftelijk plaatse laten dienen van ^ bericht, in hoe verre de boedels van de overleeden opperhoofden Ter Herbruggen en van Voorst onder heeden nog onsterevend sijn, en hebbende eers UW Hoog Edelh=s het zelve hier neevens in Copia aan te bieden. Gelijk meede Copia berigt van Expresse gecommitteerdens 18. vaten buskruijt, door witto d: d: 21. meij p„l Weij: de slegte gesteldheid van 18. vaten bus„ „kruijt, vochtig enn onbruijkbaar geraakt door een meenigte van witte mieren die de rottinge omslagen en selfs de duijgen van sommige dier vaten door keeten en beschadigd hebben, dog zoo niet of wierd gewaagde buskruijt nog bequaam ge„ „oordeeld om naar versending vermaakt te worden, Waaromme dan ook ter zittinge van den 15. August=s p„r de versending van Voorsch: 18. Vaten met buskruijt g'arresteerd, ende in scheeping van de zelve hebben laten Effect sorteeren. — Chirculaer naar de buijten Comptoir g'ordonneerd zijn„ „de UW Hoog Edelh„s te berigten, of alle de daar bescheiden dienas„ „ren de vereischte borgtogt gesteld hebben, voor hunne administratien. Laten 9 69 41 1blijkt niet dat de vorige zulx gedaan hebben dan k betuijging van de a gaande en aankomende opperhoofden. liquider transport. tot narigt van desselfs vervan Ette oim de servitance tot de opperhoofdije voorgedragen. nev=s gen: opperChirurgijn en als zodanig Elders anders laeten wij daer op nedrigst dienen, dat door de presente bediendens aan die ordre schuld pligtelijk voldaan is, en dat de door her gestelde borgtogten in 'sComp:s Geld kist geseponeerd sijn geworden maar nergens blijkt dat de vorige bediendens zulx naargekomen hebben. — Aan de Dienaren nemende afgaande en aankomende opperhoofden Cornabe en Foekens, de Eerbiedige vrijheid uw Hoog Edelheedens hunne levendige dank betuijgen„ „gen te doen voor de respective bedieningen waar inne Gesteld zijn geworden, onder verseekering van beijden dat zig uwer Hoog Edelheedens vertrouwen door hunnen ijver in den dientt meer en meer hopen waardig te maeken Terwijl voorts ter g'eerde kennisse van UW Hoog Edelheedens brengen dat Eerst ged: doet behoorlijk en door eerst gem: aan laast gen: sijnen vervanger behoorlijk is geschied Transport van alle ten deesen Comptoire berustende intraqueerd eene memorie 's Comp=s Contanten, koopmanschappen en verdere effecten ook na den gebruijke g'intragueerd een memorie ter zijner Narigt. Het behage uw Hoog Edelheedens wijders dat op de best beide van den secunde van mogelijke wijze voordraagen, het versoek van den ondergeteekenden secunde van Este, om met de survivance tot de opperhoofdije van Timor g'honoreerd te worden, zullende hij secunde naar erlanging deser hoge gunste insgelijks alle zijne krachten in spannen om zig der selver waardig te maken. — Ook leggen wij voor uW Hoog Edelheedens needer, de beede van versoekt om van hier verlost, den voormaals verlosten maar door het opgekomen sterff geval van g'emploijeerd te werden. desselfs vervanger alhier aangehouden opperchirurgijn Philip August No 9 ger. „ . - 6 nog eenige versoeken van mindere dienaren eer biedigst voorgedraagen. 'T slot. „plaatse August Schlicht, om van hier ontslagen en ter hoofd„ de dan Elders anders als zodanig g'emploijeerd te worden. biddende wij zeer ootmoedig dat met een ervaren opper chirurgijn wederom voorsien mogen worden.— ook Jnsteerd, de bij het Negotie werk bescheijden boekhouder Jacob Bauer om sijne verlossing naar Costij, om aldaar verder dienst te presteeren. Nog dragen wij ootmoedigst voor de nedrige instatien Van Nathanael Godfried schultz: van NetswWitst: A„o 1765. met sooten voor Amsterdam aangeland voor soldaat, sijnde nog soldaat, om bevordering tot zergeant, en welke bevordering wij uw Hoog Edelheedens durven verseekeren dat vrij wel Verdiend heeft. — Van Bertrand Wesel van Besnig met Nieuw Nieuwerkerk a„o 1766. aangeland voor Amsterdam soldaat om een acte van Corporaal Christiaan Fredrik Varno, van Sonneberg, met slooten aan d' van Caab voorts met Nieuw Nieuwerkerk A„o 1766. voor soldaat te land gekomen voor d' Camer Amsterdam, meede versoek doende om een acte van Corporaal. — Verblijven met diepe Eerbied en ontsag. /:onderstond:/ Hoog Edelen Groot Agtbaaren wijd gebiedenden Heer, en Wel Edele Heeren /:Lager:/: uw Hoog Edelh=s onderdanigste en Gehoor„ „saamste Dienaeren /:was geteekend:/ A=k Cornabé B=d W=m Foekens, W=m A=n van Este; I=n A=s Bauer en P=l A=k schlicht /:in margine :/ Coupang op Timor den 20:' Sept:r A„o 1741. Accordeert Pr Elders 9: scriba

NL-HaNA_1.04.02_3333_0127 view scan ↗

English

43 P.S. We have failed among the servants to bring to the honored knowledge of Your High Nobility that we have placed at the Trade Office here the bookkeeper Nicolaas Hermanus Sijmons, who arrived here this year on suspension of salary, resuming salary as of the 1st of June last, which we hope may meet with Your High Nobility's approval. Having learned that the sengaji of Lawaijang desires a cane with a gold knob in return as a gift, we can provide him with one, subject to the pleasure of Your High Nobility, as there are still 2 pieces with gold and 2 pieces with silver knobs remaining in stock here. The quantity of cadjang, as well as the number of slaves that the regents there intended to surrender this year as a gift for the Company, having been reported to us by the interpreter at Savu, we pressed proas accordingly to collect the aforementioned gifts at the time when the trade journals of this recently expired book-year were closed, so that the gifts of cadjang and slaves were included therein; meanwhile, it so happens that one of the proas with 5 lasts of cadjang and one male slave is lagging behind, likely driven off to Ende by the fierce east winds, for which occurrence we beg forgiveness, further requesting Your High Nobilities to please send such counter-gifts to the Javanese regents as they shall come to petition, and the cadjang and slave will certainly be turned into cash here when brought in at a later date. Furthermore, we think we must bring to the honored knowledge of Your High Nobility that one of the two serfs presented to the Company by the regent of Tanjua has passed away in the meantime. 45 To the High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord Petrus Albertus Van Der Parra Governor-General Together with The Honorable Lord Councilors Of the Netherlands Indies High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord Honorable Lords To His High Nobility Per the sloop of the Chinese Ten Lacko Because the Assistant Hendrik Jochemus Jacobsz., as well as the Junior Assistant Jan Diederik Schrijver, on account of their worsening, weak physical condition, which has for a considerable time prevented them from performing their service properly, have submitted a request that they might be relieved to the main settlement by the first opportunity, we have consented to this request of theirs, and they are departing for Batavia per the vessel mentioned in the margin, together with their closed pay-accounts with salary written off. On this occasion we have the honor to communicate to Your High Nobilities the safe arrival here of the small vessel De Jonge Petrus Albertus on the 18th of March last, having on board the incoming Chief, the Junior Merchant Barend Willem Fockens, by whom Your High Nobility's dispatch and enclosures were delivered; to answer which we only await the arrival of the usual time when we can report on our proceedings during a full year, remaining meanwhile with deep respect. Underneath stood: High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord and Honorable Lords. Lower stood: Your High Nobilities' most humble and obedient servants. Was signed: Alexander Cornabé, Barend Willem Fockens, Willem Adriaan van Este, Johan Andreas Bauer, and Philip August Schlicht. In the margin: Coupang on Timor, the 8th of June, Anno 1771. Agrees Pr Elders First Clerk No 72. Timor's Resolution Book From the 18th of March To the 15th of August, Anno 1771. Meeting Held Monday, the 18th of March, Anno 1771. At five o'clock in the evening All present The arrival in this roadstead of the small vessel De Jonge Petrus Albertus, delivering duplicate dispatches from Her High Nobility, the Noble High Indian Government, dated the 25th of December last, into the hands of the incoming Chief, the Honorable Barend Willem Fockens, having provided occasion for convening this assembly: After the reading of the aforementioned dispatch, the said Chief was complimented on his succession and arrival in this Chiefship, just as the departing Chief Cornabé was congratulated on his appointment as Resident of Tegal. Concerning that which was written by the aforementioned Her High Nobility regarding the construction of new fortifications at Fort Concordia, to which their High Mightinesses have proceeded after examination of the plan made thereof by the engineer Zilon...

Dutch transcription

43 P: S: hebben onder de dienaren versuijmt, ter g'eerde kennisse van uW Hoog Edelh: te brengen, dat, op het Negotie Comptoir alhier geplaatst hebben, den met stildstand van gagie deesen Jare herw=s opgekomen boekhouder Nicolaas Hermanus Sijmons met wederom Cours neeming van gagie, onder P=mo Junij pass=o, het geene verhoopen dat uw Hoog Edelh=s approbatie moge Wegdrager. Het singhadje van Lawaijang als vernoomen hebben intteerd om Een rotting met Een Goude knop, in Contra ge„ „schenk, waar meede wij hem onder believe van uw hoog Edelh=s wel voorsien konnen, also daar van alhier nog per restant lopen 2. p=s met goude en 2. p=s met zilvere knoppen. — Ons door den Tolk a favo zijnde opgegeeven geworden, de quan„ „titeijt Cadjang, als ook het getal slaven, als de regenten aldaar van mening waren, deesen Jare ingeschenk voor d' Comp: aftestaen, zo hebben wij daar op prauwen geprest om voorn: schenkagien afte halen, ten tijde wanneer de handel boekjes van dit I=o verlopen boekjaer geslooten wierden, zo dat de schenkagien Catjang en slaven daar bij zijn ingenomen geworden, intusschen „koomt het te gebeuren dat ben der prauwen met 5. lasten CadJang en Een man slaap terug blijft, denkelijk door de felle artte winden naar Ende vervallen, over welk geval wij om vergering smeeken, uw Hoog Edelheedens wijders verzoekende den Javoneesen regenten sulke Contra geschinken te Willen No # No willen toesenden als komen te petitioneeren zullen de Catfang en slaap wanneer nadato aangebragt alhier wel ten gelden gemaakt werden. — Wijders denken wij nog ter G'eerde kennitse van UW Hoog Edelh: te moeten brengen, als dat Een van de twee door den regent van ranjua aan d' Comp: geschonkene Lijf Eijgenen onderdaags is komen te overlijden. 45 Den Hoog Edelen Groot Achtbaren Wijd gebiedende Heer Petrus Albertus Van Der Sarra G C GG Gouverneur Generaal D: Geneevens De Wel Edele Heeren Raaden Van Nederlandsch India Hoog Edelen Groot Achtbaren Wijdgebiedende Heer P„r de Chialoup van den Chinees Ten Lacko Door Den Adsistent Hendrik Jochemus Iacobsz: als meede door den J=o adsistent Ian Diederik Schrijver om den Wille hunner meer en meer Verergerende Swakke Wel Edele Heeren Aan Zijn Hoog Edelheid 6e En Lichaam. No 7 Lichaams gesteldheid, waar door zeedert Een Geruijmen Tijd hunnen dienst niet na behooren hebben kunnen presteeren, versoek zijnde „gedaan, dat per Eerste naar de hoofd plaatse verlost mogten werden, zo hebben wij in dit hun versoek Gecondescendeerd, en Gaan deselve „neevens hunne afgeslooten zoldij reecq met afgeschreevene Gagie per in margine Genoemde kieltje naar Cottij over. Hebben bij deese Geleegenheid de Eere UW hoog Edelheedens te Communiceeren het behouden arrivement alhier van het scheepje De Iongs Petrus Albertus op den 18. maart J: L: op hebbende het aankomende Opperhoofd den Onderkoopman Barend Willem Fockens, door wien UW Hoog Edelh: missive en bijlaagen sijn aangebragte om welke te b'antwoorden alleen wagten dat de gewoone tijd daar zij, dat van onse ver„ „richtingen Geduurende Een rond Jaar verslag konnen doen, verblijvende in tusschen met diep Ontsag /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbare Wijdgebiedende Heere en Wel Edele Heere t /:Lager:/ uw Hoog Edelheedens onderdaenigste en Gehoorsaam„ „ste Dienaaren /:was Geteekend:/ Alexander Cornabé, Barend Willem Fockens, Willem Adriaan van Este, Iohan Andreas Bauer, en Philip August, Schlicht /: in margine :/ Coupang op Timor den 8. Junij A„o 1771. Accordeert Pr Elders 9: Scriba No No 72. Timors Resolutie Boek Maarts Van Den 18. 15. August„s A„o 171. — Tot „ Vergadering Gehouden Maandag Den 18. Maart A„o 1775. 'S avonds Ten Vyff uuren Alle present De argisve ter deese Rheede van het scheepjen den Jonge Petrus Albertus, aanbrengende dup=t missiven van Haar Hoog Edelh: de Edele hoge Indiase Regeering d: d. 35. decemb„r I„o L:o in handen van het aankomende opperhoofd D'E„ Barend Willem Fockens geleegenheid gegeeven hebbende, tot het beleggen deeser bij een komsten: Wierd naar gedaane Lecture van opged: Missive, voorn: G: opperhoofd gecomplimenteerd weg:s desselfs successie en aanlanding in deese opperhoofdije, gelijk meede het afgaan„ „de Opperhoofd Cornabé gecongtatuleerd wierd weegens zijne aanstelling tot Resident van Tagal. — Belangende het aangeschreevene door Welm Haar Hoog Edelh:, nopens den aanleg van Nieuwe Vesting werken ten kasteele Concordia, waar toe hoogst dezelven naar examinatie van het daar van door den Jngenieur Zilon d„o p„o gemaakte Plan sijn overgegaan en tot Op welken S - 47

NL-HaNA_1.04.02_3333_0136 view scan ↗

English

whose prompt erection has been ordered, to give the engineer all assistance: it was resolved, since the required building materials, such as lime and stone, presumably could not well be brought in before the setting of the favorable monsoon; to have all the buildings on the said fortress demolished, in place of which new ones must be constructed according to the direction of the said plan, and in a land assembly to be held upon the convocation of the outgoing chief, to encourage the assembled principal Regents of Timor as much as possible to deliver all required building materials against payment. Which would already have been put into effect if the burgher chaloup the Cara Carolina, on which the original dispatch from Their High Excellencies had turned up here early, and not, as news of it was received the other day, had fallen so far to the east and specifically onto Sihalarang, so that the same will probably not be able to sail from there to the port of its desire until the onset of the east monsoon, the outgoing chief meanwhile communicated to the members of this meeting that to collect the said dispatch, the day after receiving that news, he sent the bookkeeper Willem van Es to the aforementioned Tihalarang by a small vessel, which, not yet having returned, is probably being held back by the continually blowing westerly winds. The members conforming themselves to the arrangements made by His Honor in this matter, a record of this was kept, and this session ended. Underneath stood: Thus resolved and decreed at Coupang on Timor on the date aforementioned. Was signed: Alex:s Cornabé, B:r W:m Fockens, W:m M: Van Este, I:n N:s Bauer, L:l H:t Schlicht and I:n Elders sworn clerk. Agrees J: Elders Sworn clerk Monday The 25th of March Anno 1771. In the morning at the hour of nine o'clock All present. Except for the King of Coupang, the Emperor of Sonnebait and the guardian regent of Amanubang, only the administrators of the two first mentioned having appeared. After invoking God's most holy Name, this session was opened with an address by the outgoing chief to the assembled Timorese grandees, principally intending to introduce to them in the best manner the chief who recently landed here, the Honorable Barent Willem Fockens, as his upcoming successor in this chiefdom, also to reassure the regents of the country anew of the continuous benevolence of Their High Excellencies, the Honorable High Indian Government, and this address was answered by the principal regent of Amabi in his and in everyone's name very kindly and in fitting terms. Furthermore, it being made known to the regents the present necessity of lime and stone, and indeed that the requirement for the first mentioned article could increase to quite a large number if it did not proceed smoothly with an experimental lime kiln for the account of the Company: the said regents undertook, beyond their annual delivery of those masonry materials, to have as much burned against payment as should be required. It was further conveyed to the regents in amiable and at the same time emphatic terms the intention of Their High Excellencies, namely that they might please attend to the cultivation of the green catjang grain with greater diligence than had taken place until now, for the promotion of the welfare of their lands and inhabitants, as they themselves would be able to perceive in due time from the dispatches of the aforementioned Their High Excellencies when the same, together with the gifts, are to be delivered under the usual ceremonial and according to annual custom. It being replied by some that they had not, and by others that they had already planted catjang, but it being affirmed by all that they would attend to the cultivation of that grain henceforth, it was agreed to keep a record of this. The surprising and at the same time very questionable behavior of Naij mannas, who was appointed by the Honorable Company as King of Coupang instead of his old and almost decrepit father Lassie Repak, and was now recently confirmed as such, but since his appointment has never, although requested to do so, been willing to come up from his place of residence at Poulosemau, being submitted for consideration by the outgoing chief, as a matter in which promptly

Dutch transcription

welker spoedigen erectie bevoolen is, hem Ingenieur alle assistentie te bewijzen: wierd beslooten, vermits toct de benodigde bouw-materialen, gelijk kalk en steen presum„ „tive niet wel eerder dan naar het setten van de goede mousson „stonden aangebragt te worden; alle de gebouwen van Op ged: sterkte, in welker plaatse naar aanwijsing van gem: Plan, nieuwe moeten worden aangemaakt te doen demolieeren en de gesamentlijke hoofd Regenten van Timor, in eene op de Convocatie van het afgaande opperhoofd te houdene Land Vergadering, de Regenten zo veel mogelijk te animeeren E tot de Leverantie van alle benodigde bouw.-stoffen teegens getaaling. het geene bereeds. zoude werkstellig gemaakt zijn bij aldien de burger Chialoup de Cara Carolina, waar op haar Hoog Edelh: origineele missive alhier vroeg tijdig opgedaagd, en niet gelijk onderdaags daar van de tijding is ingekomen, zo oostelijk en wel op Sihalarang vervallen geraakd ware, dat de zelve van daar naar de haven harer begeerte waarschijnelijk niet dan met de doorbrake der oost mousson zal konnen steevenen, Commu„ „miseerde het afgaande opperhoefd den Leeden deeses vergadering middelerwijl, dat ter afhalinge van opged: missive 'sdaags naar die bekoomen tijding, den boekhouder Willem van Es naar Tihalarang voorn: per een klein vaartuigsje gesonden heeft, het welk als nog niet gereverteerd sijnde, denkelijk door de Continueel waijende weste winden word teegen gehouden. De Leeden hun zelve Conformeerende, met de schilkingen door 49 43 door zijn E: E: in deesen genomen, wierd daar van deese aanteekening gehouden, En Eijndigde deese sessie /:onderstond:/ Aldus Geresolveerd en G'arresteerd Tot Coupang op Timor Dato Voorsch: /:wal geteekend:/ Alex:s Cornabé, Jn P„r W„m Fockens, W„m M„ Van Este, I„n N„s Bauer, L„l H„t Schlicht en I„n Elders gesw: Ccriba Accordeerd J„ Elders Jg:seuiba Maandag Den 25.:' Maart A„o 1771—. Des morgens de klokke Neegen uuren Alle present. Exceptis den kooning van soupang, den Keijser van Sonnebaij en den voogd regent van Amanubang zijnde alleen de rijxbestierders van de Twee Eerst Gen: Verscheenen Naar aanroepinge van Gods allerheijligsten Naam wierd deese sessie Gopend met eene aanspraak door het afgaan, g de opperhoofd aan de Gesamentlijke Timorse Grooten, principaal„ „tendeerende om denzelven het Jongst alhier aangelande opperhoofd Den E: E: Barent Willem Fockens als zijnen aanstaande Vervanger in deese opperhoofdije op de beste wijze voor te draagen, ook om 'slands Regenten van den aanhouden„ de welmeenentheijd van hunne Hoog Edelh: de Edele . hoge Jndiase Regeering op nieuw te verseekeren, ek wierd deese aanspraak door den hoofd regent van Amabij in zijn en in aller naam zeer Vriendelijk en in gepast termen b'antwoord Voorts den Regenten sijnde te kennen gegeeven, de presente benodigheijd van Kalk en steen en wel dat de ƒ benodigheid aan eerstgen: articel tot een vrije Groot Land Vergadering Gehouden getal 6 . O 51 —. —. - Maandag Den 25.:' Maart A„o 1771—. Des morgens de klokke Neegen uuren Alle present. Exceptis den Chooning van Soupang; den Keijser van Ponnebaij en den voogd regent van Amanubang zijnde alleen de rijxbesteerders van de Twee Eerst Gen: verscheenen Naar aanroepinge van Gods allerheijligsten Naam wierd deese sessie Gopend met eene aanspraak door het afgaan, d de opperhoofd aan de Gesamentlijken Timorse Grooten, principaal„ „tendeerende om denzelven het Jongst alhier aangelande opperhoofd Den E: E: Barent Willem Fockens als zijnen aanstaande Vervanger in deese opperhoofdije op de beste wijze voor te draagen, ook om 'slands Regenten van den aanhouden„ de welmeenentheijd van hunne Hoog Edelh: de Edele hoge Jndiase Regeering op nieuw te verseekeren, en wierd deese aanspraak door den hoofd regent van Amabij in zijn en in aller naam zeer Vriendelijk en in gepast termen b'antwoord—. Voorts den Regenten sijnde te kennen gegeeven, de presente benodigheijd van Kalk en steen en wel dat de ƒ benodigheid aan eerst gen: articel tot een vrije Groot Land Vergadering Gehouden getal 6 51 —. getal vormen soude konnen toeneemen, bij aldien het met eene te beproevenen kalk branderije voor reecq: van d'Comp: niet vlotte wilde: namen opged: regenten aan, om buijten hunnen Jaarlijke Leverantie van die metsel stoffen teegens betaaling zoo veel te doen aanbranden als gerequireerd soude worden Wierd den Regenten wijders in minsame en teffens na„ drukelijke termen te verstaan Gegeeven de intentie van Htaat Hoog Edelheedens, dat zij namelijk de aanplan„ ting van den Groene Catjang Cort, tot bevordering van den welvaart van hare Landen en in geseetenen met meer„ der Vijt dan tot nu hadde plaats gehad geliefden te beharti„ gen gelijk zij zelve, ter zijne tijd uijt de missives van welm: Haar Hoog Edelh: wanneer de zelve beneevens de Geschen„ ken onder het gewoone Ceremonieel en volgens Jaarlijk gebruijk staan afgegeeven te worden, souden kunnen ontwaaren: Door sommigen Gerepliceerd, dat zij niet, door anderen, dat zij al Catjang hadden aangeplant, maar door alle betuijgd zijnde dat de Culture van dien Corl voortaen behartigen souden, wierd verstaan daar van deesen aanteekening te houden— Het surprenant en teffens seer bedenkelijk gedrag van Naij mannas, die Ed:o p:r tot Koning van Coupang, in steede van sijnen ouden en bij na afgeleefde vader Lassie Repak p„r aangesteld, en nu korteling als zodanig be„ vestigd is, dog zeedert zijne aanstelling nimmer schoon des versogt, uijt desselfs verblijff plaats te Poulosemau heeft willen opkomen, door het afgaande opperhoofd in overweeging gegeeven zijnde, als eene zaak waar inne ter

NL-HaNA_1.04.02_3333_0143 view scan ↗

English

for the preservation of good order in the Coupang district, a speedy redress ought to be made: thus, after mature deliberation, in conformity with his Honor's proposal, it was approved and understood to request the native ruler of Coupang together with the four other chief regents of Timor that they please take upon themselves the charge of having their envoys persuade the aforementioned Naijmannas to come over hither, or else, in case of unwillingness, to ask him the reasons thereof, and also to announce on behalf of this Government that if he remains refractory and continues to show signs of aversion to assuming the royal authority, one will delay no longer, but actually proceed to the nomination and appointment of another in his place. Likewise it was resolved to let a deputation go from among the Regents of Timor to Radja Tobanie, a young and wanton prince, who often caused very much trouble for his uncle, the recently deceased Radja of Amanubang, Don Louis, and after his said uncle's death has continually behaved as if he, and not the last-mentioned's son Jacobus (now already confirmed), were appointed King of Amanubang, he having betaken himself with the largest party of the young King's subjects to the borders of the Portuguese territory, without being willing to listen either to courteous or to earnest admonitions, though otherwise refraining from all acts of violence and causing annoyance to no one. After the Chief's question to the Kings and Regents—namely, whether their lands and peoples were otherwise in a tranquil and peaceful condition as desired—had been answered in the affirmative, this session ended. (Underneath was written:) Thus resolved and decreed at Coupang on Timor, date as above. (Was signed:) Mer Cornabé, Pr Fochens, Wm An Van Este, Jn Ns Bauer, At Schlicht, and Jm Elders, sworn scribe. Agreed, Pr: Elders, Sworn Scribe. Meeting Held On Thursday The 25th of April Anno 1771. In the morning at the stroke of nine o'clock. All Present. Whereas by the Chinese residing here, Kan Sjoeko, Soa Kinko, Hoe Jnko, Tsoa Bouko, and Jau Tasseeng, both for themselves and for the rest of their compatriots engaged in petty trade, a request has been made by petition that, for the revival of the trade so greatly declined by the ever-increasing navigation of the Macassars, as well as by the present prevailing scarcity of cash; it might please this Government, over and above the wax of which, because of the aforementioned pernicious navigation, they can no longer obtain large quantities as formerly, also to accept sandalwood in trunks and roots at 4 rds per picol, and slaves at the formerly determined price, in payment for such linens as they should in future take from the Company's warehouses for the continuation of their private navigation, as they were otherwise unable to satisfy their creditors both at the main settlement and among the traders currently present and already arrived here per the Chinese sloops, the same clamoring, on account of the heavy freight of 1½ rds per picol and other charges on sandalwood, only for wax or for cash, while the petitioners, with the holding of newly purchased slaves until they had opportunity to sell them, saw nothing but losses ahead, since these servants often now knew how to escape their further consignment by flight; so it is that, notwithstanding the general scarcity of cash among the inhabitants is a well-known fact and what was brought forward by the petitioners with relation to their declining petty trade appeared to the members of this board not entirely unfounded—as may be gathered from the recently held auction of the Company's linens to the sum of only 295: 36 rds, and at which only 3 burghers and 5 Chinese appeared—(on the proposal of the departing and incoming chiefs) it was approved and understood to reject the petitioners' request in all parts, and to insert the same into this resolution, favorably submitting it to their High Mightinesses of the Noble High Indian Government, in so far as one dares assure them that if they knew of an outlet for sandalwood and slaves, and should see fit to make a somewhat generous annual requisition for them, such would be of desirable consequence for the Company through a stronger vent of linens, and for the poor inhabitants here who, then having two more branches of trade, must also prosper more. Honorable Sir Alexander Cornabé Merchant and Chief of this Station and the resort thereof Together with The Council. Honorable Sir and Sirs, The undersigned Chinese Kan Sioeko, Tsoa Kinko, Hoe Jnko, Tsoa Bouko and Jau Tasseeng, all inhabitants of this place and earning their living by the petty trade within, through and around the land of Timor, respectfully make known, both for themselves and for the rest of their compatriots who reside here and must subsist on the said trade: That since they have annually delivered and continually deliver to the Company all the wax they have been able to obtain, and have received proper payment for it, they nevertheless, along with others, must experience the inconveniences which come to arise from the present general scarcity of cash among the inhabitants, while in the meantime it is to be presumed that this lack of money will increase rather than decrease, seeing that it is caused by the remittances in ready money which the petitioners must make from time to time to

Dutch transcription

53 ter Consarvatie van de goede order in het Coupaneesche blijk spoedig redres diende Gemaakt te worden: zoo wierd naar rijpe deliberatie Conform zijn E: E=s propositie goed gevonden en verstaan den GijCbestierder van Coupang be„ neevens de vier overige hoofd regenten van Timor te ver„ soeken dat op hen geliefte ter neemen, den Last van door hunnen sendelingen, opgen: Naijmannas te persuadee„ ren tot zijne overkomste na herwaarts, dan wel bij on„ willigheijt den de reedenen van dien aftevraagen, ook van weegen deese Reegering aan te kondigen, dat bij al„ dien weigeragtig blijft en voortgaat met blijken van weersintteegens het aanvaarden van het Koninglijk ge„ sach te toonen men niet langen vertoeven zal, maar wee„ senlijk voortgaan tot het benoemen en aanstellen van Een ander in zijne plaatsen—. Gelijk meede Geresolveerd wierd eene deputatie uijt het midden der Regenten van Timor te laten afgaan, naar Radja Tobanie een Jong en wulpsch vorst, die zijnen oom 't Jongst Verstorvenen Radja van Amanu„ bang DonLouis dikwils en zeer veel spels gemaakt, en na zijnen Gem: ooms dood zig steeds gedraagen heeft, als of hij en niet des Laast gen: soon Jacobus /: nu J„o beves„ tigd:/ tot Koning van Amanubang ware aangesteld hebbende hij zig met den grooste hoop van des Jongen Konings onderdaane, naar de grensen van 't Portugeesch ge„ bied begeeven, sonder te willen Luijsteren nog naar heuschen nog naar Ernstige adhortatien, zig egter buijten dien onthoudende onthoudende van alle geweld pleegingen en niemand overlast aan doende Na dat des opperhoofds vrage aan de Koningen en Regenten; of namenlijk hunne Landen en volken overi„ gens in eenen rustige en vreedige Gesteldheid naar wensch versierende waren, in de affirmative b'antwoord waren geworden Eijndige deese sessie /:onderstond:/ Aldus Gere„ solveerd en G'arresteerd Tot Coupang op Timor Dato Wm voorsz: /:was geteekend:/ Mer Cornabé, Pr Fochens, W„m An Jn„ N„s Bauer, Van Este A„t Schlicht, en J„m Elders Gesw: scriba Accordeerd Pr: Elders G: Scriba. 55 Vergadering Gehouden Op Donderdag Den 25. ' April A„o 1771. Des morgens de klotte Negen uuren Alle Present Door de alhier remoreerende Chineesen Kan. Sjoeko, Sea Kinko, Hoe Jnko, Isoa- Bouko, en Jau Tasseeng, zo voor hun zelven als voor de overige hunnen smalle handel drijvende Land ge„ noten bij requeste versoek zijnde gedaan, dat tot weder opbeuring van dien door de al meer en meer toeneemende ƒ vaart der maccassaren, als ook door de tans heerschen de schaar„ heid aan Contanten zo zeer vervallen handel; het deeser Regerin„ gebehagen mogte, buijten en behalven het wax waar van sij om de wille van opgen: pernicieuse vaart niet gelijk voor heen grote quantiteijten meer bemachtigen konden, ook san de hhout aan stammen en wortels a 4: rd„s p:r picol, en slaven tegende Voormaals bepaalde prijs te accepteeren, in betalinge van zodanige Lijwa„ ten als tot voortsetting hunner particuliere vaart in 't vervolg benodigd uijt 's Comp:s pakhuijsen souden opslaan, daar sij ander„ sints onvermogende waren om hunne Crediteuren zo ter hoofd„ plaatse als onder de tans aanweesende en J„o alhier p„r de Chinee„ se Chialoupen aangelande handelaars te voldoen roepende deselve om 6 e om de swaardrteskende vragt van 1½ r0sp tan ijde sicol en meer ander ongelden op sandelhout alleen om war of oms geld terwijl zij supplianten met de aanhouding van nieuw gekogte slaeven tot dat geleegenheijd tad den omse te verkopen, niet dan schaden voor de handsagen vermits deese dienstelingen veel tijds tans wisten van door de Vluccht hunne verdere Versending te ontkomen, zo is; onaangesien de algemee„ ne schaarseijd aan Contanten onder de ingeseetenen eenen welbeklee de zaak en het door de supplianten bij gebragte, met retatie tot hun ne afneemende smallen handel, den Leeden deeser tafel niet te eene„ maal ongegrond voorgekomenzijk: als zijnde zulx op te maken uijt de Ja gehouden vendutie van 's Comp:s Lijwaten ter somme van maar rij xd=s 295: 36: en waarbij slegts 3: burgers en 5 Chineesen verscheenen sijn :(op de propositie van afgaande en aankomende opperhoofden goedgevonden en verstaan de suppliants versoek in alle deelen te wijsen van de hand, en het zelve ter deese resolutie insereeren doende aan hunne Hoog Edelh„s der Edele hoge Jndiase Regee„ ring gunstig voor te dragen, in zo verre dat men hoogst den zel„ den verseekeren durft, dat bij aldien een uijtweg met san de toud en slaven wisten, en goedvinden mogten, daar van Jaarlijks eenen Eenigsints ruijmen eisch te doen, zulxen voor de Comp: door een sterker de biet van Lijwaaten, en voor de arme ingeseetenen alhier die„ als dan twee takken van negotie meerder hebbende ook meerder prospereeren moosten van Een gewenscht gevolg souden weesen d E: E: 57 E E Heer Alexander Cornabé Coopman en opperhoofd deeses Comptoirs, en resorte van dien Beneevens Den Raad E: E: Heer en Heeren De ondergeteekende Chineesen Kan sioeko, Isoa Kinko, 17/800. Jnko, Isoa Bouko en Saus- Tasseeng Alle inwooners te deeser plaatse en zig geneerende met den smalle handel binnen, door en om het land van Timor, geeven zo voor hun zelven als voor de overige hunnen Land genoo„ t ƒ ten die zig alhier bevinden, en van opged: handel bestaan moeten, reverentelijk te kennen. Dat zeedert aan DE Comp„e Jaarlijx hebben afgestaan en bij aanhoudenheid afstaan al het waz als maar hebben konnen bemachtigen, en daar voor rechtige betalinge erlangd, zij niet teegenstaande beneevens anderen ondervinden moeten, de in Convenienten welke uijt de tans algemeene schaarReid aan Contanten onder de ingeseetenen komen te ontstaan, terwijl intusschen te vermoeden is, dat die Geldeloosheijd eerder toe dan afneemen sal vermits de zelve toch veroorsaakt word door de remises in gereeden gelden welke zij supp„ tijs aan 179 a E E

NL-HaNA_1.04.02_3333_0148 view scan ↗

English

now have to remit to their creditors residing in Batavia, due to a lack of wax with which they were otherwise always able to satisfy them previously, as the aforementioned creditors refuse to accept any sandalwood whatsoever in payment because of the freight on private sloops at 1½ rds per picol and several other charges to be borne at the capital, which burden it too much and cause its price to rise too high. Because of this, the petitioners and many of their compatriots residing here, whose modest means do not permit them to ship large quantities of sandalwood at their own expense and risk, have fallen into embarrassment with what they have gathered of it, since the small traders present here and arrived from the capital also do not wish to spend money for it because of its bulk and for the reasons mentioned above, but are willing to do so for wax. Of this latter product the petitioners testify that they are no longer able to obtain good quantities as before, since the Macassars have managed to seize control of it and also come to carry off good quantities annually. Because of this, the petitioners now see themselves unable to continue their petty trade with any evident prospect of good success, unless Your Honours might see fit to accept a good quantity of sandalwood in payment for such linens as they intend in such a case to take from the Company warehouse, offering that aromatic wood, both roots and trunks, at 4 rixdollars per picol, not doubting that, given the low price, it will bring profit to the Honourable Company; the petitioners finally still praying Your Honours that, for the further revival of trade, they may be permitted to deliver to the Honourable Company as before at the customary price the slaves whom they must indeed accept in exchange for their goods, but cannot keep because of the proximity of the places from where they are brought, and whither they manage to run away again despite all effort and vigilance. Which doing, etc. Lower was signed with Chinese characters and written around them: Ban Sioeko, Tsoa Kinko, Boo-Jnko, Isoa Bouko, and Pau Tasseeng. On this occasion, having spoken about the most suitable means to ensure that the renewed demand for 500 picols of wax should no longer be met only partially but finally in full, and having also deliberated on the best ways to prevent the wax from falling into private hands before the entire demand was satisfied, the outgoing chief and the secunde Van Este made known to the incoming chief and members that, as collectors of the aforementioned product, they would have had to abandon its purchase at the previously and once again newly determined price of 28 rds per picol, for which it has no longer been obtainable since the last shipped quantity of picols, had they not decided, in order to continue the trade as far as possible and make it grow, which for some time had looked very poor, to raise the price of wax to 30 rds. Whereby, even though trade conditions might still be otherwise, they had, at least as far as they were aware, secured by the end of last February all the wax to the quantity of 150 picols that had been concealed among the petty traders. The aforementioned chief and secunde declared their opinion to be that, if one wished to try to obtain the 500 picols as demanded completely and not bring the trade to an absolute standstill, one should persist with the aforementioned price increase, as one would then, without needing to employ further management, be sufficiently justified in prohibiting the export of wax as long as the Company demand remained unfulfilled, under such penalties as should be thought fit to determine in this meeting. From this, the outgoing chief and the secunde aforesaid believed that Their High Excellencies, the Noble High Indian Government, would derive greater satisfaction than if one, by adhering to the fixed price of 28 rds per picol of 106, were to redouble through such an interdict the murmuring of the inhabitants and of all those who subsist by petty trade and who actually have to pay much more for the wax than before; for with all interdicts of that nature there is usually murmuring. And so that no one might think, continued Chief Cornabé, speaking for himself and for the secunde Van Este, that self-interest was involved in this, Their Honours offered to show several receipts for rather considerable quantities of wax, by which it would appear that the full 30 rds had been paid, and consequently that the means of subsistence allowed to the chief and secunde on that purchase had been forfeited. The incoming chief and members of this meeting, relying on the probity and vigilance of Chief Cornabé and the secunde repeatedly mentioned, who in addition had the payment of 2 rds per picol

Dutch transcription

aan hunne te Batavia remoreerende Crediteuren nu moeten overmaken, uijtgebrek aan wax waar meede zij de selve bevoorens anders altoos hebben konnen voldaan, wil„ lende opged: Crediteuren in 't geheel geen zandelhout in betaling accepteeren uijt hoofde van de vragt met particuliere Chialoupen â 1½ rd„s p:s pijol en meer andere ter hoofdplaatse te dragende ongelden, die het zelve te veel beswaaren, en de prijs daar van de hoog in 't op doenstijgen, waar door dan zij supplianten en veelen hunner alhier woonachtig sijnde Landgenoten wier Geringe vermogens niet toe laaten, dat op eigen Kosten en risico grote partijen sandelhout versenden, inverleegentheid ge„ raken, met het geene daar van ingesameld hebben, also de alhier aan weesende en van de hoofdplaatse, J„o aangelande smalle handelaars daar voor om der volumineusheids wille, en om boven verm: reedenen al meede geen geld maar wel voor wax besteeden willen, van welk Laaste product zij supplian„ ten betuijgen niet gelijk voor heen goede Quantiteijten meer te konnen bemachtigen zeedert de maccassaar en zig daar van hebben weeten meester te maken en ook Jaarlijks goe„ de parthijen komen weg slepen —. Hier door nu zien de supplianten zig buijten staat ge„ „bragt om met Eenige baarblijkelijkheid van goed succes hunnen smallen handel te konnen voortsetten ten ware uEd:s mog„ ten goed vinden van Een goede quantiteijt sandelhout te acceptee„ ren inbetaling van zodanige Lijwaeten als zij uijt 'sComp„s pak„ huijs in zulk een geval voorneemens zijn op te slaan, biedinde zij dat reukhout zo wortels als stammen aan â 4 rijx d„s p:r picol, niet twijffelende of het zelve zal D' E: Comp:s aangesien den geringen prijs wel voordeel aanbrengen biddende zij 4 suplianten UE d„s Laastelijk nog. dat tot meerder op 5 opwattering van den handel, de slaven, die zij inruijling hunner goederen wel accepteeren moeten, dog niet behouden konnen om de nabijheid der plaatsen van waar dezelve aangebragt worden, en werwaards de zelve ondanks alle moeijte en waaksaamheid, wederom weeten heen te drossen, aan D' E CComp„s gelijk voor heen teegens den gewoonen prijs mogen Leveren; /:onderstond:/ 'T welk Doende W r /:Lager was getee„ kend:/ met Chineese Letters en daar omme geschreeven Ban sioeko, Tsoa Kinko, Boo-Jnko, Isoa Bouko, en Pau Tasseeng- Bij deese gelegenheid over de bequaamste middelen ter besor„ ginge, dat de Opnieuw gedane Eijsch van 500 picols wax niet meer gedeetelijk maar eindelijk geheel voldaan wierde, Gesprooken, als meede Gedelibereerd zijnde over de beste wegen ter voorkominge dat het war, voor en al eer de gansche Eijsch voldaan ware, niet in der particulieren handen Quame te geraken; gaven het afgaande Opper„ hoofden de secunde van Este den aankomende opperhoofdn en Leeden te kennen dat sij als in samelaars van opgen: zuijvel van dies inkoop tegen de voormaals en wederom op nieuw bepaalde prijs van 28. rd„s p:s picol waar voor het zelve zeedert de Laast versondene Quantiteijt picols niet meer te bekomen is geweest zouden hebben van moeten afsien, waren sij niet te rade geworden, om den handel waar meede het een tijd lang maar heel sober heeft uijtgesien naar vermogen voort te setten en te doen accresceeren den prijs van 't war te verhoogen tot rd„s 30:— waar door, of schoon het omtrent den handel nog wel anders mogte gelegen weesen, zij ten minsten voor zoo verre hen bewust ware, tot onder Ulto febr: p„r al het waj ter quantiteijt van d van 150 picols als onder de smalle handelaars geschoolen heeft, bemachtigd hadden, verklaerende voorm: opperhoofd en secunde van gevoelen te weesen, wilde men de 500 picols als g'eischt trachten Compleet voldaan te krijgen, en den handel niet geheel en alstille doen staan, dat bij voorsch: prijs verhoging diende gepersisteerd te worden, terwijl me 5 als dan sonder verdere menagement ten behoeven te gebruijken ge„ noegsaam gerechtigd ware om den uijtvoer van waxzalang 'sComp„s Eijsch nog onvoldaan bleef te verbieden op zulke penaliteijten als in deese vergadering soude goed gedagt worden te bepalen, Hier uijt meenden sij afgaande opperhoofd en den secunde voorw: souden Haar Hoog Edelh:s de Edele hoge, Jndiase Begeering, meer genoegen schep„ pen dan wanneer men sig aan de bepaalde prijs van rd„s 28: — voor 't picol 106: houdende het gemor der ingeseetenen en van alle de zulks die door den smallen handel bestaan, en het wax weesenlijk veelduurder dan voor heen betalen moeten door zodanig een interdieb deet verdubbelen, want bij alle interdicten van die natuur doorgaans gemord word, en op dat niemand denken mogte, vervolgde het opperhoofd Cornabé voor zig en voor den secunde van Este spreekende, dat eigen belang in deesen gemoeijd ware, boden Hun Ed„s aan de vertoning van eenige Quitan„ „tien weg„s nog al aanmerkelijke partijen Wax. waar bij blijken soude dat de volle rd„s 30: - betaald sijn geworden, en gevolgelijk het mod„ del van bestaan den opperhoofden en secunde op dien inkoop toege„ Legd 'er bij ingeschoten hadden Het aankomende opperhoofd en Leeden deeser ovrgadering hen berustende in de probiteijt en vigilantie van het opperhoofd Cornabe en secunde meerm„ die ten overvloede, de betalinge van rd„s 2: p„r picol bij t

NL-HaNA_1.04.02_3333_0151 view scan ↗

English

in case they were willing to pay the assigned compensation: for all the above-mentioned reasons it was resolved to proceed with the purchase of wax at rixdollars 30 per picol, until the demand of 500 picols is completely fulfilled, and in the meantime, to prohibit the export of that product, both in pieces and melted into candles and torches, on pain of confiscation of the wax for the Company and furthermore on such penalties as shall be deemed most fitting upon citation in this Council. A request having been made by the assistant Hendrik Jochemus Jacobsz, as well as by the Company assistant Jan Diederik Schrijver, on account of their ever-increasing physical infirmity, by which they have for a considerable time been unable to perform their duties properly, that they might be relieved from here to the principal station by the first available opportunity in search of a climate less harmful to them, it was approved and agreed to grant this request of theirs, and to write off their wages as of primo June next, about which time they will likely depart. On the other hand, it was approved and agreed, subject to superior approval, to retain and, with resumption of salary also as of primo June, to employ at the Trade Office the bookkeeper Nicolaas Hermanus Sijmonsz, who arrived here on the 3rd with suspension of salary. Likewise, the requests of the burgher lieutenant Francois Marcus Pelt and burgher ensign Jacob Louis Robert were granted, and they were accordingly discharged from their aforesaid services. To lend the burgher corps greater prestige, and as it were to incite them to emulation, it was approved and agreed finally to fill once again the post of captain, which has remained vacant for so long, and to nominate and appoint thereto the burgher lieutenant Andries Fredrik Vent, and to advance the burgher Arnoldus van Este to lieutenant in the aforesaid corps, and finally to let the corporal Adam Bender, who was placed in burgher freedom on the 1st, step in as burgher ensign. Furthermore, the outgoing chief made known that, in view of the presence of nearly all the Timorese native grandees to collect Their High Excellencies' letters and presents to them, His Honour, although authority still remained with him, had caused the necessary preparations to be made for the public introduction of His Honour the chief Barend Willem Fockens as his successor, and had appointed the 25th of this current month as the day of this event and also for the distribution of the aforesaid presents, if this should meet with satisfaction. His Honour the incoming chief, as well as the members, having conformed with the aforesaid arrangement, this record was made thereof, and this meeting adjourned. Below stood: Thus resolved and decreed at Coupang on Timor, date as above. Was signed: Alexr Cornabé, B: Wm Fockens, Wm An: van Este, P: Bauer, Pr Hk Schlicht, and P: Elders, sworn clerk. Agrees: P: Elders, sworn clerk. Meeting Held On Thursday 15 August 1771. In the morning at the clock of eight hours. All present. At the opening of this session, a petition was read from the provisional ensign engineer Jan Baptiste Pilon, requesting: That for the speedier erection of the buildings and works within the castle, the European mason who arrived on the 1st, named Cornelis Sluijer, as he does not understand his trade and is moreover afflicted with an intestinal hernia, might be sent up, and in his place a request be made to the Noble High Indian Government for the dispatch of another, as well as a second to replace the European mason Christiaan Schaak, who died on the voyage hither, of whom it is testified that he was over 60 years of age. That there might also be sent up, to be replaced by others, the two carpenters who likewise arrived here this year, Jan Baptist Allemans and Daniel Keijser, and the blacksmith Jan van Hamburg, all unskilled in their trades and continually suffering from illnesses, so that they are for the most part unfit for duty. That an amount of rixdollars 194. 44. for such carpentry and masonry tools as he, at the start of his work, because they were not in stock in the Company's warehouses, had been obliged to purchase from private individuals, as specified in the said petition, might be reimbursed to him, the petitioner, over and above the sum of rixdollars 4592. 46 2/30 determined for the entire construction. That he also be permitted, at cost price, the necessary rice for the men employed in fetching lime, stone, and timber. Furthermore indicating his need for the coming year of 3000 pieces of small-format floor tiles, 2 barrels of Persian red, and 15 picols of iron in assortment. This having been deliberated upon, the sending up of the aforesaid craftsmen and the request for others who may be skilled and healthy of body was resolved, as was the requisition for the engineer of floor tiles, Persian red, and iron in the quantities specified above; and in hope of approval, the delivery at cost price of the necessary rice was granted to those who go to fetch the building materials from the opposite shore, and this to no greater quantity than strictly required, and to no others than the aforesaid. On the other hand, it was approved and agreed to refuse the engineer's request for restitution of the expenses incurred by him for carpentry

Dutch transcription

61 bij aldien ter vergoedinge opgelegd, betaalen wilden: wierd om alle de boven aangehaalde redenen beslooten met den inkoop van Wax tegen rd„s 30: p:s picol te laten voortvaren, tot den Eijsch van 500: picols Compleet voldaan zij, en intusschen, den uijtvoer van dat zuijvel, zoo stux gewijse als aan Kaarsen en dammers versmolten te interdiceeren op verbeurten van het wax voor d'Comp„e en op zulke penaliteijten boven dien, als bij aanhaling in deesen Rade best gedagt zal worden te behooren —. Door den assistent Hendrik Jochemus Jacobsz:, als meede door den C„o assistent, Jan Diederik Schrijver, om den wille hunner meer en meer toeneemende swatke Lichaams gesteldheid, waar door zeedert een geruijme tijd hunnen dienst niet naar behooren hebben kunnen pres„ teeren, Versoek sijnde gedaan dat van hier ter opsoekinge eener voor hun min nadeelige zucht streek p„r Eerst voorkomende geleegenheid naar de hoofd plaatse verlost mogten worden„ is goed gevonden en verstaan in dit hun versoek te Condescen„ deeren, en derzelver gagien met p„mo Iunij aanstaande, omtrent wee„ kig tijd zij denkelijk vertrekken sullen, te doen afschrijven —. Daar en teegen wierd goedgevonden en verstaan op hoge approbatie aan te houden, en onder wederom Coursneming van gagie /:meede met p„mo Junij:/ op het Negotie Comptoir te emploijeeren den 3„o alhier met stilstand van gagie aange„ landen boekhouder Nicolaas Hermanus Sijmonsz:—. Almeede wierd gecondescendeerd in de Versoeken van den burger Luijtenant Francois Marcus Pelt, en burger vaandrig Jacob G Jacob Louis Robert, en dezelve dien volgens van hunne voorsch: diensten ontslagen — Om het burger Corps meerder aansiens bij te setten, en als het ware tot emulatie op te wetten, wierd goedgevonden en verstaan de zo lang va cant gebleeven post van Capitain, ein„ „delijk wederom te vervullen en daar toe te nomineeren en aan te stellen den burger Luijtenant Andries Fredrik Vent, en tot Luijtenant in voorn: Corps te laten optreeden den burger Arnoldus van Este, en eindelijk den J„o in bur„ ger Trijdom gestelden Corporaal Adam Bender als burger vaandrig te laten in vallen Voorts gaf het afgaande opperhoofd te kennen, dat mits het aanweesen van meest alle de Timoreese Jnlandsche Grooten ter afhalinge van Haar Hoog Ed„s missives en ge„ schenken aan de zelve; zijn E: E: of schoon het gesag als nog aan zig bleefbehouden, de nodige toebereijdselen hadde doen ver„ vaardigen ter publicque voorstelling van zijn E: E: het opper„ hoofd Barend Willem Fockens als zijnen vervanger, en den 25„te van deese Lopende maand tot den dag van dit evenement ook ter uijtdeelinge van opged: geschenken, bij aldien daar inne genoe„ gen wierde genomen hadde bestemd zijn E:E:s het aankomende opperhoofd, als meede de Leeden zig geconformoreerd hebbende met voorm:t schikkinge wierd daar 63 daar van gehouden deese aanteekening, en scheijde deese verga„ „dering /:onderstond:/ Aldus Geresolveerd en G'arresteerd Tot Koupang op Timor Dato voorsch /:was geteekend:/ Mlex=r Wm Fockens, W„m V„m An„ van Este, Cornabé, P: J: e Bauer, P„r H„k Schlicht, en Aan Eeders gesw: scriba —. t Accordeert Pr: Elders 88 g: Ccriber 65 Vergadering Gehouden Op Donderdag Den 15. August 1771. Des morgens de klotke Agt uuren Alle present Wierd bij den aanvang deser zittings geleesen request van den p=le Vaendrig Jngenieur Jan Baptitte Pilon versoek Doende. — Dat tot de spoediger erectie van de Gebouwen en werken binnen het kasteel, de J=o opgedaagde Europeesch metselaar in name Cornelis Sluijer, als zijn Ambacht niet verstaan 6 „de, daer en boven met een darmen breuk Gekweld, mogte opgesonden en in dies steede om de toesending van een an„ 3 „der bij de Edele Hoge Indiase Regering geintteerd worden, als ook nog om een tweeden ter remplaceeringe van den op de herw: reijse overleeden Europeesch metselaar Christiaan schaak, waar van getuijgt Dat over de 60. Jaren oud is geweest. Dat men nog, om door anderen vervangen te worden, mogten opsenden de almeede deesen Jare alhier aange„ „lande Twee Timmerlieden Jan Baptist Allemans, Daniel Keijser, en den Smith Jan van Hamburg alle in der zelver hand werken onbedreeven en bij aanhoudenheijd Aan aan ziektens laboreerende, zo dat meesten tijds buijten dienst sijn. — Dat een montant van rd=s 194. 44. — Voor zodanige timmera en metselgereedschappen als bij den aanvang van 4 sijn wark, om reeden dat in 's Comp=s pakhuijsen niet in voor„ „raad waren, bij particulieren hadde moeten inkopen, als bij ged: requette gespecificeerd, hem supp=t boven de somme van rd„s 4592. 46 2/30. /: voor den geheelen opbouw bepaald:/ mogte vergoed worden. Hem ook tegen het inkoops kostende toegestaan de benodigde Rijst voor het volk dat tot afhaling van kalk, steen en Tim„ . „merhout g'emploijeerd word. Voorts te kennen geevende sijn benodigdheid voor den aan „staande Jare van 3000. p:s 1loer steenen kleen formaat, 2. tonnen perhiaansch rood, en 15. picols ijser in zoort- — Hier over gedelibereerd sijnde wierd de opsinding van op gen: „ Ambagtslieden, en 't versoek om andere die kundig en Gesond van lijk mogen weesen vast gesteld, ook de petitie voor den Jngenieur van Vloersteenen, persiaansch rood en ijser ter quantiteijt als hier boven bepaald, en in hope van approbatie gecondescendeerd # E in de afgave tegen inkoops prijs van de benodigde rijst aan de zulke als de bouw-stoffen van de overwal gaan afhalen, en zulx tot geen groter quantiteijt, dan volttrekt benodigd, en voorgeen ander dan aan op gen: Daar en teegen wierd goed Gevonden en verstaan 's Jngenieurs versoek om restitutie van 't door hem bekostigde voor E timmeren 1

NL-HaNA_1.04.02_3333_0159 view scan ↗

English

67 carpenter and mason tools, to the amount of rd:s 194. 44. — to reject, insofar as one judges oneself unqualified to make such expenditures, and that it is understood that the Engineer Pilon, being at the headquarters, could and should have arranged for the acquisition of such necessities, of which not a single mention is made in his calculative accounts and reports from the past year. On this occasion, it having been resolved that after the completion of one or more buildings, no sums exceeding the amount which each building specifically will cost the Honorable Company according to the aforementioned approved calculative accounts and report shall be disbursed, it was, upon the proposal of the Chief Cornabé, further approved and agreed not to allow those payments to take place until his Honour, and after his departure the ruling Chief, shall have obtained a report that this or that completed building has been erected sound and strong and according to the specified dimensions, and to carry out daily inspection thereof, the Second of this office Willem Adriaen van Este, together with the military Ensign Johan Andreas Bauer, were requested and nominated. Furthermore, having been read a petition submitted by the Chinese 't soa Kinko, Kan sjoeko, and Koe Jnko, farmers of the import and export duties on wax, slaves, and sandalwood for this current financial year 1775/1776, whereby they come to request a reduction on the aforesaid lease, and that in proportion to the loss which they claim to suffer due to the continuing prohibition on the free export of wax, as well as due to this year's occurrence of an unusually long delay of the vessels going out for retail trade: it was approved and agreed to present this request of theirs—since the lamentable state of that trade is all too well known to each of the members of this meeting—as framed according to fairness, to the Noble High Indian Government in the best manner in the next outgoing reply, and in the meantime to urge for the full payment, for the reason that one does not consider oneself authorized to dispose of lease moneys. In the same manner, it was further approved and agreed to act regarding the request of the Chinese 'Tsoa kinko, farmer of the arrack and tapster's lease, made by petition, namely that of the sum of rd:s 1600. – for which he had farmed that lease the previous year, a certain amount be remitted at the discretion of this Board, claiming that due to this year's large importation of arrack on account and for the private consumption of many residents, the sale of the aforesaid liquor in small quantities has decreased very sharply, and he thereby comes to suffer considerable damage of up to rd:s 500., declaring furthermore to be unable to make the full payment of the aforementioned rd:s 1600. –. By 69 By the outgoing Chief was subsequently produced at the Board a report from the appointed commissioners, the military Ensign Johan Andreas Bauer and provisional Ensign Engineer Jan Baptist Pilon, dated 21 May last, concerning their findings after examination of 18 barrels of gunpowder upon the report of the Gunner Jacob Colle on the 14th previously, namely that some barrels, if not entirely, were for the greater part become damp and unserviceable: appearing from that report that a multitude of white ants were discovered in the gunner's room and in the powder magazine, and testifying that they have not only eaten through and damaged the rattan wrappings but even the staves of several powder barrels, whereby the aforementioned 18 barrels of gunpowder, as described in the report, were found to be without power both for the cannon and for the small firearms, but according to the verbal report of the above-mentioned appointed commissioners are still deemed suitable to be remade after dispatch, it was decided to return the said 18 barrels of gunpowder with the first shipping opportunity, to be charged to India's headquarters. Lastly, for the [illegible] on the ultimate of August of the Company's cash, merchandise, and effects, and for the transfer thereof by the outgoing to the incoming Chief, were nominated as commissioners the members of this meeting, the often-mentioned military Ensign Johan Andreas Bauer and Head Surgeon Philip August Schlicht. - /:below stood:/ Thus resolved and decreed at Coupang on Timor, the date aforesaid. /:was signed:/ Alex:r Cornabé, B:s W:m Fockens, W:m A:n van Este, I:n A:s Bauer, P:l A:t Schlicht, and P:r Elders, Sworn Scribe. — Agrees. P: Elders P: Coubr. No. 3. 71 To the Right Honourable Sir Alexander Cornabé, Merchant and Chief of this office, with its dependencies &a. Right Honourable Sir, Having been ordered by Your Honour to examine exactly all the accounts still at hand /:and received from Batavia from the Orphan Chamber:/ and belonging to the estates of the two deceased Chiefs, the Honourable Johan Willem Erhard Daniel Terherbruggen, and Mr. Bartholomeus Van Voorst, and to [illegible] therefrom how matters stand with the still outstanding private debts and lease moneys belonging to those two estates, we have the honour hereby, First, to report to Your Honour that among the first-mentioned accounts we have discovered that there is still a considerable sum chargeable to various

Dutch transcription

67 Timmeren metzelaars gereedschappen, ten bedragen van rd:s 194. 44. — 4 te wijsen van de hand, in zoo verre men zig tot diergelijks uijt„ „gaven ongequalificeerd oordeelt te weesen, en dat men begrijpt & dat de Jngenieur Pilon, ter hoofd plaatse sijnde, hadde konnen ook behooren te sorgen voor de acquisitie van zulke benodigd„ heeden, als waar van in sijne Calculative reekenings en raporten van gepasseerden Jare niet eens gerept word. Bij deese Geleegenheid g'arresteerd sijnde van naar Voltooijing van een â meerder gebouwen geen sommen surpas„ seerende het bedragen welk ijder gebouw als met name aan D E: Comp=e sal komen te kosten, volgens voorm: g'approbeerde 6 Calculative reekenings, en raport, te laten toetellen, wierd op de propositie van 't opperhoofd Cornabé nog goed gevonden en verstaan die betalingen niet te laeten Geschieden voor en aleer zijn E: en naar sijn vertrek het regeerende opperhoofd soude heb„ „ben erlang raport dat dit of dat voltooijde Gebouwhegt en sterk en naar de opgegeeven dimentien opgetrokken zij, en — om daar van dagelijks inspectie te neemen, wierden versogt en genomineerd de secunde deeses Comptoirs Willem Adriaen van Este beneevens den Vaendrig militair Johan Andreas Bauer. — Voorts geleesen sijnde een door de Chineesen 't soa Kinko, Kan sjoeko en Koe Jnko, pagters der in en uijtgaande rechten op wax, slaven en sandelhout voor dit Lopende boekjaar 177 /1. 6 overgeleeverd smeek schrift waar bij om afslag op voorsch: pacht 3 - komen „komen te versoeken en zulx in evenvreedigheid met het verlies dat sij voorgeeven te lijden door het nog stand grijpende verbod op den vrije uijt voer van wax, als door het deesen Jare voor vallen„ „de ongemeen lang agter blijven der op smalle handel uijtgaande Vaartuijgen: wierd Goed gevonden en verstaan dit hun versoek, terwijl een ijder der Leeden deeser vergaderinge te overbekend is, de beklagelijke Gesteldheid van dien handel als naar billijk „heid ingerigt, der Edele Hoge Jndiase Regeering bij naast aftegane rescribtie op de beste wijse voor te draagen, en intus„ „schen op de volle betaling te urgeeren, om reeden men zig tot de dispositie over smeetters penningen niet gevoegd Denkt te weesen. — In zelver Voegen wierd wijders goed gevonden en verstaan te handelen omtrent het versoek van den Chineesch 'Tsoa kinko pagter van de arak en 'Tapneering, bij requeste gedaan, dat hem namelijk op de somme van rd=s 1600. – Waar voor die pagt a„o p„s hadde aangeslagen, een zeeker tantum naar believen deeser Tafel wierde quijt gescholden voorgeevende dat door deesen Jari„ „ge grote aanbreng van Arak voor reekening en tot eigen Con„ sumtie van veele ingeseetenen, het Debiet van voorsch: vocht bij kleene partijen zeer sterk verminderd is, en hij daar door aanmerkelijke schade van wel rd=s 500. koomt te Lijden, bes„ „tuijgende Voorts tot de volle betaling van voorm: rd=s 1600. – en vermogende te weesen. F Door 69 Door den afgaande opperhoofde vervolgens ter Tafel geproduceerd sijnde berieht van Expresse gecommitteerdens den Vaendrig militair Johan Andreas Bauer en p=l Vaendrig Jngenieur Jan Baptist Pilon d: d: 21. meij Laast L: weegens hunne bevinding naar examinatie van 18. Vaten bulkruijt op het raport van den Cannonier Jacob Colle op den 14. bevorens, dat Namentlijk Eenige vaten zo niet ten eenemaal egter voor het meerdere Gedeelte Vogtig en onbrijk„ „baar waren geworden: blijkende bij dat berigt dat een meenig„ „te van Witte mieren in de Conttabels kamer en in de kruijt kelder ontwaard zijn geworden, en getuijgd dat deselve niet ƒ alleen de rottinge omslagen maar selfs de duijgen van ver„ „scheide kruijt vaten door vreeten en beschadigd hebben, waar „door Voorm: 18. vaaten buskruijt als bij 't berigt beschree„ „ven, zo tot het Canon als tot het kleen schiet geweer zon„ „der kragt bevonden, dog volgens mondelinge raport van op gen: expresse Gecommitteerdens nog bequaam s p. s geoordeeld zijn om naar versending vermaakt te worden, wierd beslooten gerepte 18. Vaten butkruijt bij Eerste scheeps geleegenheid met aanreekening naar Jndias hoofd plaatse terug te senden Laastelijk wierden tot „den onder ult=o Aug=s van 's Comp„s Contanten koopman„ „schappen en Effecten, en tot den transporte van dien schap door het afgaande aan het aankomende opperhoofd als gecommitteerd=s E gecommitteerdens benoemd de Leeden deeser vergadering den meerm: vaendrig militair Johan Andreas Bauer en oppermeester Philip August schlicht. - /:onderstond:/ „ Aldus Geresolveerd G'arresteerd tot Coupang op Timor Wm Dato voorsch: /: was Geteekend:/ Alex=r Cornabé, B=s W=m Fockens, W=m A„n van Este, I=n A=s Bauer P=l A=t schlicht, en P=r Elders Gesw: Scriba. — Accordeert. P: Elders P: Coubr. No. 3. 71 71 Alexander Cornabé Koopman en opperhoofd deeses Comptoirs, met den resorte van Dien &=a E: E: Heer Door UWel Edele gelast zijnde, om alle de nog aanhanden inde /: en Van Batavia uijt de Weeskamer ontfangens:/ reekenin„ en behoorende tot de boedels van de beijde overleedene opperhoofden dE„s Johan Willem Erhard Daniel Terherbruggen, en M=r Bartholomeus Van Voorst, Exact nategaan en daar uijt te en hoe het geleegen is met de nog uijtstaande particuliere „hulden en pacht penn: gehoorende aan die beijde boedels, zo ebben wij d' Eer Uwel Ed„s bij deesen. Eerstelijk te melden, dat onder Eerst gen: rekeningen ont„ „waard hebben, dat 'er nog Een aansienelijks som ten Lasten van Aan Den E: E: Heer Verscheijde

NL-HaNA_1.04.02_3333_0167 view scan ↗

English

No 3. 71 71 To the Honorable, Respected Sir, Alexander Cornabé, Merchant and Head of this Post, with its jurisdiction, etc., etc. Honorable, Respected Sir, Having been ordered by Your Honor to examine precisely all the accounts still at hand and received from the Orphan Chamber in Batavia belonging to the estates of both deceased heads, the late Honorable Johan Willem Erhard Daniel Terherbruggen and Mr. Bartholomeus Van Voorst, and to see from them what the state of affairs is regarding the still outstanding private debts and lease moneys belonging to both those estates, we have the honor hereby: First, to report that among the first-mentioned accounts we have noticed that a considerable sum still remains outstanding to the debit of various native grandees, from which, however, nothing is to be expected, as they entirely deny their debt and absolutely refuse to pay anything thereof; thus all those items may well be written off completely as desperate. Secondly, as concerns the item of the Chinese Koe Jnko in the amount of 129. 33. – rds., we have the honor to report to Your Honor that it already appears from a letter dated 12 December 1768 sent to this Board by the Reverend Board of Orphan Masters in Batavia that their Reverences, after examination, deemed it appropriate to waive the aforesaid claim of the estate, provided that the said Koe Inko would likewise do so regarding his claim to the amount of 42211. - rds.; consequently, those claims had already been mutually liquidated. However, it appears that their Reverences, by letter of 12 February of the current year, desire that the said 129. 33. – rds. shall be collected anew and remitted as soon as possible, which we believe we must likewise bring to Your Honor's knowledge. And lastly, to demonstrate clearly herewith how much the estate of the late Terherbruggen is still due to be credited; namely: From the Emperor of Sonnebaij: 81: 3: — rds. From the Regent of the Realm Saubakie: 51: —: — rds. From the Regent of Thie instead of 300 randspen paddy: 75: —: — rds. From the Solorese Turk: 3: —: — rds. From the Second of Taijbenoe: 66: —: — rds. From the Timorese Noenoe: 26: —: — rds. Or together, Rixdollars: 302: 3: — Proceeding to the estate of the late Mr. Bartholomeus Van Voorst, we note hereby that the outstanding debts among the native regents are in the same situation as those of the late Honorable Terherbruggen, since the debtors flatly refuse settlement, claiming to owe nothing, as is even known to Your Honor, who has already made great efforts toward collection. Regarding the Chinese Jong Camko, who had undertaken to settle his debt to that estate in the amount of 21. 7. – rds., we must report that this person drowned in the past autumn off the beach of Sulamoe on his return voyage hither, leaving behind an impoverished wife with six children, who have since been supported by other Chinese; thus this item may also be written off as desperate, since nothing is to be obtained from it. We have also noticed from the most recently received letters from their Reverences that they promptly and strictly expect the further debt of the Rote interpreter Adam Bender to the estate of the late Van Voorst on account of the purchase of long mirrors, amounting to 260. 14. – rds. Regarding this, it should be noted that the confusion between the notebook of Mr. Van Voorst and the account of Bender is caused solely by the fact that everything is acknowledged on the last-mentioned account, whereas on the contrary the opposite is found in the book of the first-mentioned, as he, Bender, has clearly demonstrated in a declaration accompanied by a report under the date of 12 September 1769. And while this person, although he was again addressed for payment in a serious manner, still continues to persist in all his former protests and offers to swear an oath; besides and in addition to the fact that he, Bender, is always known here locally as a sincere and honest man, we do not wish to cast any further doubt on the truth and correctness of his statement, and would much rather and dare to proceed upon it than upon the confused notes of the late Mr. Van Voorst, as has also become only too well known to Your Honor regarding many matters, and which we shall therefore not touch upon here. Hoping hereby to have complied with Your Honor's esteemed intentions, we have the honor to call ourselves with all respect, Honorable, Respected Sir, Your Honor's humble and dutiful servants. Was signed: Johan Andreas Bauer and Francois Marcut Pelt. Agrees: Pr: Elders 9: scuba: Report of the Commissioners Concerning the State of the Estates of Both the Heads, the Honorable J. W. E. D. Ter Herbruggen and Mr. B. van Voorst No. 9 No 4. 75 To the Honorable, Respected Sir, Alexander Cornabe, Merchant and Head of Timor with its jurisdiction, etc., etc., etc. Honorable, Respected Sir, Pursuant to Your Honor's respected orders, communicated on the 14th of this month, containing instructions to assist in the turning of the gunpowder, since it was reported to Your Honor by the Gunner that several barrels were, if not entirely, then at least for the greater part damp and unserviceable: We immediately went into the inner fort, and not only in the front or gunner's room, but even in the gunpowder cellar, we noticed a multitude of white ants, which not only gnawed through the rattan bindings of various powder barrels, but even damaged the staves. All barrels having been opened, we found the following to be damp and for the most part without strength, both for the cannon and the musket; namely: 4. -.

Dutch transcription

No 3. 71 71 Alexander Cornabé Koopman en opperhoofd deeses Comptoirs, ƒ met den resorte van Dien &=a E: E: Heer Door U Wel Edele gelast zijnde, om alle de nog aanhanden zijnde /: en Van Batavia uijt de Weeskamer ontfangen/:/ reekenin„ „gen behoorende tot de boedels van de beijde overleedene opperhoofden : eer DE„s Johan Willem Erhard Daniel Terherbruggen, en M=r Bartholomeus Van Voorst, Exact nategaan en daar uijt te 6 sien hoe het geleegen is met de nog uijtstaande particuliere schulden en pacht penn: gehoorende aan die beijde boedels, zo hebben wij d' Eer Uwel Ed„s bij deesen. Eerstelijk te melden, dat onder Eerst gen: rekeningen ont„ „waard hebben, dat'er nog Een aansienelijke Com ten Lasten van Aan Den E: E: Heer Verscheijde Verscheijde Jnlandschen grooten openstaat daar Egter niets van te wagten is, Alto deselverten Eenemaal hunne schuld ontkennen en absoluut wijgeren iets daer van te betaalen, dus alle die de bet posten wel ten Eenemaal als disperaat mag werden af„ geschreeven. — Ten anderen, wat de post van den Chinees koe Jnko groot rd„s 129. 33. – aanbelangd, hebben wij d' Eer UWel Ed: te melden, dat bereeds bij brieff d: d: 12. december 1768. door het herwaarde Collegie van Heeren Weesmeesteren tot Batavia aan dit Collegie overgesonden blijkt, dat haar Eerwaardens nagedaene Examinatie hebben goed gedagt van de voorm: pretentie des boedels aftesien mits ged: Koe Inko, zulx omtrend de zijne ten bedragen van rd=s 42211. - almeede zoude hebben te doen gevolglijk die pretenties al reets over en weder geliquideert. Egter blijkt dat Haar Eerwaardens bij brieve van den 12. febr: h: A: begeren dat gem: rd=s 129. 33. – op nieuw sal: werden ingevor„ „dert en ten spoedigste overgemaakt, het gunt wij vermeenen uwel Ed=s almeede ter kennis te moeten brengen. En Laastelijk hier bij duijdelijk aantetoonen hoe veel Den Boedel van DE: Terherbruggen nog staat ten Goede Gebragt te worden; als. — E van 73 Aan Den keijser van Sonnebaij - - - - - - rd=s 81: 3: — „ rijxbettierder saubakie - - - - - - - - „ 51: —:— „ regent van thie in stede van 300 randspen padij - „ 75: —:— „ solorees Turk. . . . . . „ 3: —: — „ Tweede van Taijbenoe – – – – – – „ 66: —:— „ Timorees Noenoe - . . -. . . . . . „ 26: —:— F ofte te saemen Rijxdaelders - - 302: 3: — Tot den boedel van DE: M=r Bartholomeus Van Voorst overgaande, zo noteere bij deesen, dat de uijtstaande schulden onder de Jnlandsche regenten in dier zelver voegen geleegen is, als met die van wijlen DE: Terherbruggen alto de debiteurs de voldoening finaal wijgeren voorgeevends niets schuldig te zijn, zo als uwel Edele die reets veel moeijte ter invorde„ „ring aangewend heeft selfs benust is; Den Chinees Jong Camko, die aangenomen had sijn debet aan dien boedel te voldoen, ten bedragen van rd=s 21. 7. – moeten wij melden dat die pertoon in het gepasseerde na Jaar voor het strand van sulamoe op zijne te rugh komst na herwaards verdron„ „ken is, nalaetende een arme vrouw met ses kinderen, die 't zeedert door andere Chineesen onderhouden werden, dus deese post meede als desperaat mag werden afgeschreeven, alto niets daar van te haelen is. Ook hebben wij bij Jongst ontfangene letteren van haer Eerw: ontwaerd dat deselve de verdere schuld van den Rottijs Tolk Adam Bender aan den boedel van DE: van Voorst wegens koop van Lange spiegels tot rd=s rd=s 260. 14. – promptelijk en per naatten verwagten. - Hier op valt te noteere, dat die verwerring tusschen het aantee„ „kenboek van H: van Voorst en de reekening van Bender Veroorsaakt Word alleen door dien alles op laast gem: reekening bekend staat, daer „men in tegendeel het Contrarie bij het boek van Eerst gem: vind, so als hij Bender bij eene verklaering verseld met Een relaas onder den 12. Sept: 1769. duijdelijk heeft aangetoond en terwijl deese persoon /: schoon hij weder tot de betaling of de serieutte wijse is aangesprooken geworden :/ nogj blijft percitteeren bij alle zijne voorgaande protestatien en presentatie van bede, buijten en behalve dat hij Bender hier ter plaatse altijd voor een opregt en Eerlijk man bekend is Wij de Eijt en suijverheijd van zijne opgave in 't geheel niet meer in twijfel wil trekken, en veel eerder daer op willen en durven te werk gaan dan op de verwarde aanteekeningen van wijlen Db: van Voorst, zo als omtrend veele zaeken uwel Ed: almeede altewel bekend /. en dus hier niet sullen aanroeren :/ gebleeken is. — Verhopen hier meede aan de g'Eerde intentie van u Weld=s te hebben voldaan, soo geeve ons de Eer met alle agting te noemen /:onderstond:/ E: E: Heer UWelEd: onderdaenige en Trouwschuldige Dienaeren /:was geteekend:/ Iohan Andreas Bauer en Francois Marcut Pelt. — Accordeert Pr: Elders 9: scuba: Bericht Der Gecommitteerdens Weegens De Gesteldheid des Boedels Van beijde De opperhoofden Jn Win Ger D C„C D E„e J„n W„m E„l D„k Ter Herbruggen en M„r B„s van Voorst No. 9 No 4. 75 Aan Den E: E: Heer Alexander Cornabe Coopman en opperhoofd Van Timor met de Resorte van dien &: &: &:a E: E: Heer Volgens uwel Ed: Gerespeceerde orders, nk op den 14. Hujus be„ deelt, behelsende, om bij het kruijt keeren te adsisteeren, alsoo uwelEd:, door den Constabel Was gerapporteert, dat er Eenige vaaten zoo niet ten Eenemael egter voor 't meerder gedeelte Vogtig en onbruijkbaar was. — Zoo hebben wij ons terstont in 't binne fort vervoegt, en niet alleenig in de voor off Constabels kamer maar zelfs- in de kruijt kelder een meenigte van Witte mieren ontwaart, die niet alleenig de rotting:s van verscheijde kruijt vaaten door vreeten, maar selfs ook de duijgen beschadigt. Alle vaaten G'opent zijnde, hebbende navolgende, vogtig en ten meerendeele zoo wel voor het Cannon als musquet zonder kragt bevonden te zijn; als. 4. -.

NL-HaNA_1.04.02_3333_0174 view scan ↗

English

Hoping hereby to have fulfilled our duty toward your Honour's orders and to have given satisfaction, we take the honour of signing below. Was signed: Honourable Sir. Lower down: Your Honour's most humble servants, was signed: J. N. Bauer and J. B. Pilon. In the margin: Timor, in Castle Concordia, the 21st of May 1771. Agreed. 4 barrels described in the year 1762 3 described in 1764 2 described in 1767 3 the year number not described 6 elsewhere in 1765 Copy Report Concerning the spoiled Gunpowder Number 5 Number 24. 5. Memorandum Left behind by the outgoing Chief, the Captain Alexander Cornabé To his successor, the Junior Merchant Barend Willem Fockens Incoming Chief of Timor 47 Memorandum left behind by the outgoing Chief, the Merchant Alexander Cornabé, to his successor, the Honourable Sir, Barend Willem Fockens, Junior Merchant and incoming Chief of Timor and subordinate islands. Honourable Sir, According to custom and in conformity with the intention of Their High Excellencies, the Noble High Indian Government, who have appointed me Resident of Tegal on Java and have nominated Your Honour as my successor in this chiefdom, I find myself obliged, before my departure, to submit this document as a memorandum, in which, without the least reservation, I provide a faithful report regarding the state of this trading post and its entire administration, drawn up according to my own observations for Your Honour's instruction upon assuming authority. A geographical and historical description of Timor and subordinate islands, namely how they are situated, and from the time when the Honourable Company first established and subsequently consolidated its seat there, would properly serve as a preface here, were it not that this is treated at length in a copy of a report preserved in the secretariat here concerning the state of Timor etc., submitted to the High Council on the 27th of February 1756 by the Honourable and Valiant Sir, Reynier de Klerk; thus I content myself merely with referring Your Honour to the said document, which is very thoroughly elaborated and more serviceable to the subject than anything which I, with my modest intellect, could commit to paper after close investigation. Making a beginning then with native affairs, I note that the land is divided into countless regencies and that the chiefs who rule them constitute an even larger number; for to every regent a second, or realm administrator, is assigned, who in turn has tommoogongs under him who make the people obey the issued commands. It is actually upon this realm administrator that the burden of government falls, as among the rajas very few are found who wish to burden themselves with it; from this it follows that one must live on just as good terms with the former as with the latter. The King of Kupang and the Emperor of Sonbai, likewise the Kings of Amabi, Taebenu, and Amfoang, are regarded as chief regents and treated with greater distinction than all the rest because, as is known, they were the first among the Timorese grandees to enter into an alliance of friendship with the Honourable Company, and not because they are the most powerful, as I hold for certain that the Amanuban peoples surpass those of the three last-mentioned regents in power. The Kupang realm is now, as long before this, very poorly governed; everyone there wishes to be a great king, and some have already succeeded to the extent that they no longer care for the calls of their legitimate prince and lord, nor for those of his realm administrator. The fragmentation of the king's lands, which causes many of his subjects to take up residence far and wide, is the principal cause of this, so that there is little hope of redress unless there should emerge from the royal house of Kupang someone who possessed all the abilities required for it. Meanwhile, I dare assure Your Honour that such is not to be expected from Prince Naimanans, who currently occupies the throne, but rather that he will follow in the footsteps of his father, Lasi Tepak, who was recently removed from authority on account of advanced age and numerous physical infirmities. In such a case, I would advise Your Honour to send him to Batavia at the disposal of Their High Excellencies as soon as possible, he being no man whom one needs to spare on account of his high years and infirmities. Jacobus Albertus Taffi, Emperor of Old Sonbai, is a very good-natured prince, and he as well as his realm is governed by his second, Emanuel Saubaki, who understands the art of government quite well, and who is therefore held in great esteem by the Emperor and his people, and has gained such a following that, from being very serviceable to the Honourable Company as he is now, he could become very harmful; the more so since the Mollo people choose their chiefs from his family. Some even maintain that this Saubaki, by right of succession, would command most of the Mollo people if he did not currently hold the office of prime minister to the aforementioned Emperor; it is also certain that he has much influence over that people's affairs. However, to this day he has not engaged in any machinations against the Honourable Company, neither with these nor with others.

Dutch transcription

Verhoopende hier meede onse pligt aan uwel Ed: ordre voldaan en genoegen gegeeven te hebben, zoo matigen ons de Eer aan te onder„ E teekenen. /:onderstond:/ E: E: Heer /:Lager:/ Uwel Edele onderdanigsten dienaaren, /:was geteekend:/ J„n N:s Bauer en J„n B:t Pilon /: in margine:/ Timor In 's Casteel Concordia den 21. Maij 171. Accordeerd. 4 Vaaten A„o 1762. beschreeven 1764. 3 2— 1767. 3 , „ 'T Jaar getal niet beschreeven „ „ 1765 G: Elders 6 - „ „ Copia Berigt Weegens 'T bedorven Buskruijt No s No 24. 5. Memorie Nagelaten voor 't afgaande Operheefde den Hootman Alexander Cornabé Aan Sijpen Verlanger Den Onderkoopman Barend Willem Toekens Aankourtend O:pperheoofd van Timor 47 Memorie Nagelaten door het afgaande opperhoofd den Koopman Alexander Cornabe aan sijnen vervanger Den E: E: Heer, Barend Willem Fockens ondercoopman en aankomend opperhoofd van Timor, en onder¬ „hoorige Eijlanden, C: E: Heer, Volgens den gebruijke en conform de Intentie van Hunne Hoog Edelheedens, der Edele Hooge Indiase Regering die mij tot Resident van Tagal op Iava, aangesteld, en uw Ed: tot mijnen vervanger in deese opperhoofdije benoemd hebben, zie ik mij zelven gebragt in de verpligting om¬ voor mijn vertrek dit geschrift als Een Memorie, waer inne, sonder de minste achterhoudentheijd weegens den staat staat deeses Comptoirs en dies ganschen omslag. Een getrouw verslag kome te doen tot uw Ed: naricht, bij d'aanvaerding van het gesach naar Eigen bevinding opgesteld te intrageeren Eene geographische en historische beschrijving van Timon en onderhorige Eijlanden, namentlijk hoe gelegen, van den tijd wanneer DE: comp: aldaer haeren zeet het Eerste aan„ gelegd en vervolgens bevestigd heeft; soude hier wel dienen voor af te gaan bij aldien zulx niet in het breede te beoogen waere in Eene ter secretarije alhier berustende Copia berigt, weegens den staat van Timor &=a door den Wel Edele gestrenge Heer, Reijnier De clerck, op den 27:' februarij 1756:, ter hooge Tafel ingediend: dus ik mij vergenoege met Enkel uw Ed: naar gerept schriftuur als zeer doorwrogt en ter materie dinstiger sijnde dan alles wat dienwegens nagedaene nauwe uijt vorschin¬ „gen met mijn gering verstand ten Papiere soude konnen brengen heen te wijsen, Met de Inlandsche zaeken dan Een begin makende, noteere ik dat het land in ontelbaere regentschappen verdeelt is en dat de hoofden, die dezelve regeeren nog Een vrij grooter ge¬ „tal uijtmaeken; want ijder regent Een Tweede off rijx be„ stierder is toegevoegd die wederom Tommogoms, onder haar hebben die de gegeven beveelen door het volk doen gehoor„ saemen op deese rijxbestierder is het Eigentlijk dat de last der regeringe valt alzo weder onder de Radjas, maer zeer weinige gevonden worden die er zig meede belasten willen, hier uijt volgt dat men met Eerst ged: in ruijm zo goede verstandhouding leven moet als met laatstgem: De Koning van Coupang, en Keijser van Sonnebaij, item de Koningen van Amabij, Taijbenoe, en Amphoang, worden als hoofd regen ten aangemerkt en met meerder distinctie dan alle de overige behandeld, om dat se, gelijk bekend is, de Eerste onder de Timoreesche Prooten Een verbond van vriend¬ schap met DE: comp: hebben aengegaen, en niet om dat se de machtigste sijn, also ik vast stelle dat de Am¬ „manubangs volkeren die van de drie laastgen: Regenten in macht nog komen te overtreffen Het coupaneesch, rijk word nu, gelijk lang voor deesen seer qualijk beheerscht; daar wil ider Groote Koning 44 13 Koning weesen en Sommigen is het bereeds in zoo verre gelukt dat sij hen nog aen 't geroep van hunnen wettigen vorst en heere, nog aan dat van sijnen rijxbestierder meerder bekreunen De verdeeldheid van s' konings landen, waar door het komt dat veele sijner onderdaenen hen wijd en sijd terwoon begeven, is daar van al meest de oorsaek:, zo dat er weijnig op redres te hopen is 't en waere uijt het Stamhuijs der Koningen van Coupang, zo Een te voorschijn kwame die alle de daar toe verEischte bequamheeden besat: Immid„ „dens durve ik uw Ed: versekeren dat van Vorst, Naijmanas die thans den throon besit, zulx niet te vermoeden is, maer veel eer, dat hij de voetstappen sijns vaders, den Iongst om grijsen ouderdom en veel vuldige Lichaams gebreklijkheeden uijt het gesag gestelden Lassij Thepack, betreeden sal in zulk Een geval wilde ik uw Ed: geraden hebben van hem hoe Eerder hoe liever ter dispositie van hunne hoog Edelh: naar Batavia, op te senden geen man sijnde dien men, om desselfs hooge Iaeren en infirmiteijten behoeft te menageeren Jacobus Albertus Iaffij, Keijser van oud sonnebaij is Een zeer goedaartig vorst, en word benevens sijn rijk gere„ „geerd door desselfs Tweeden, Emanuel Saubackie, die de kunst van regeeren vrij wel verstaat, die daarom ook bij den Keijser en de sijnen in groote achting is en zulk Een aanhang verkreegen heeft dat hij der E: comp: van seer dienstig als hij nu is seer schadelijk kan worden te meer daar de molloneesen uijt sijne familie hunne hoofden verkiesen zelfs wil men dat deese Saubackis„ naar 't recht der opvolging bij aldien het ampt van Eersten minister bij den Keijser, voorn=d thans niet bekleedde den molloneesen gebieden meest ook is het zeeker dat hij op dier volkeren haere gedoen¬ tens veel influentie heeft dan hij is tot heeden van geen machinatien teegen dE: Comp: nog met deese nog met e ger schin„ brengen sch eere en aer ten den

NL-HaNA_1.04.02_3333_0182 view scan ↗

English

been convinced with others of their enemies, but rather became suspicious. That Your Honour ought to maintain an outwardly good friendship with the frequently mentioned Saubackie, and meanwhile closely observe his conduct, Your Honour will already have grasped as being the only and safest course that Your Honour can take with that man. In Balthazar, King of Amabij, Your Honour will discover all the virtues that could ever reside in a native prince. Moreover, he is exceedingly commendable for his faithful attachment to the Honourable Company, of which he has given undeniable proof on many occasions. As far as his power is concerned, he does not have to yield to that of the abovementioned Emperor; thus Your Honour has, in my judgment, double reason to cultivate the friendship of such a virtuous and mighty Prince. Bartholomeus, King of Amphoang, is indeed the least powerful of the five principal rulers, yet he deserves more than any of them to be honoured and praised for his truly upright sentiments. I have always held a protecting hand over him and defended him at various times against his enemies, who seemed to have set their sights upon his modest territories. May it please Your Honour to continue protecting him, and to oblige as much as possible this ally of the Company, who is as old as he is faithful and who, in the natural course of things, has only a few days left to live. Such is not only fair, but also serves to convince the other Timorese rulers who surpass him in power that faithful and sincere attachment finds quite as much favour with the Honourable Company as power does, on account of which some among them wrongly believe they ought to be courted. Good harmony between Your Honour and the king of Taijbenoe cannot be commended enough; but considering this prince is still very young and his regent likewise not old, now one, then the other falls into blunders, which they however commit merely out of thoughtlessness and for which they must repeatedly be rebuked in such a manner that they can feel one is seeking to show them the right path without being angry with them, as both are very fearful and might sometimes, when encountering harsh rebukes, proceed out of fear of worse to unpleasant extremes; whereas otherwise, if treated in the aforesaid manner, they will in all likelihood follow in the footsteps of their ancestors, to which they have repeatedly declared to me their inclination, and then nothing but loyalty and attachment can be expected from them. The Rulers of Amanubang, Amacono, Amarassie, Amanatung, as well as those of Amanessie, Waijwiko, and Maubara, follow after the principal rulers and have their territories on the south and north coasts of this island. The King of Amanubang has always been very formidable among those rulers, and not without reason, for the party he had once embraced always triumphed. At present the power of the Amanubang peoples is considerably weakened since the schism that occurred among them shortly after the death of the late King Don Louis, which is duly reported in our currently outgoing rescript. Regarding this schism, I do not hesitate to declare frankly that the news of it sounded very pleasant to my ears, and that it was never my serious intention when any effort was made to bring Tobani back into the fold; but on the contrary, I have endeavoured to leave that people, so numerous and Portuguese-minded, in the state of division in which they still remain, and to maintain as much friendship as possible with both parties. To achieve this, Tobani must first be relieved of the mistrust he has conceived toward the Honourable Company because of his conduct, which mistrust seems to arise from a guilty conscience that can easily be put at ease once he is fully convinced

Dutch transcription

met andere haerer vijanden te overtuigen geweest maar wel verdacht geworden dat uwEd: met meerm: Saubackie, voor 't oog goede vriendschap dient te onderhouden en hem in sijn gedrach middelerwijl naukeurig gade slaan sal uw Ed: be¬ reeds gepenetreerd hebben dat de Eenigste en veijligste weg is welken uw Ed: met dienman heeft in te slaen In Balthazar, Koning van Amabij, zal uw Ed: ontwaeren alle de deugden als bij Een Inlandsch vorst Immer konnen huijsvesten daar en boven is hij ten uijtersten recommenda¬ bel om sijne getrouwe aankleeving aen dE: Comp: waervan hij bij veele gelegentheden ontegensprekelijke preuvis gegeven heeft hij behoeft, wat sijne macht aangaet, voor die van bovengen: Keijser niet onder te doen dus uw Ed: mijns oordeels dubbele reeden heeft om de vriendschap van zulx Een deugd¬ saemen en machtigen Prins aan te kweeken Bartholomeus, Koning van Amphoang is van de vijff hoofd regenten wel de minst, vermogende, dog verdient meer dan Een van allen om sijne recht vrome sentimenten g'Eerden gepresen te worden deesen heb ik de hand steeds boven 't hoofd gehouden en op diverse tijden teegens desselfs vijanden die het op sijne geringe staeten scheenen gemunt te hebben beschermd het gelieve uw Ed: hem verder te Protegeeren en dien zo oude als getrouwe bond genoot der maatschappije die naar den Loop der natuur nog maar weijnige daagen te beleeven heeft zoo veel mogelijk te complaiseeren zulx is niet alleen billijk maar dient nog om de andere Timoreese regenten die hem in macht overtreffen te overtuigen dat trouwe en oprechte aankleeving bij dE: Comp: ruijm zoo veel ingang vinden als het vermogen waeromme sommigen onder hen verkeerdelijk denken dat gevierd moeten worden; Eene goede harmonie tusschen uw Ed: en den koning van Taijbenoe, kan niet genoeg aangepresen worden dan geconsidereerd dees vorst nog zeer Jong en sijn rijxbestierder meede niet oud is zo vervalt nu de Een dan de ander in misslagen waer aan Sij sig Egter slechts 81 slechts uijt onbedogtheid schuldig maaken en waer over Sij telkens moeten berispt worden in maniere zij voelen kon„ „nen dat men hen den rechten wech soekt aen te tonen sonder op hen verstoord te weesen alzo beijde seer vreesachtig sijn en somtijds bij ontmoeting van harde bestraffingen uijt vreese voor Erger tot onaengenaeme uijtterstens mogten overgaan daar andersins bij aldien in voege voorsz: behan„ delt worden zij naar allen schijn de voetstappen hunner voorvaderen waer toe sij mij meermaelen betuigd hebben ge¬ sind te zijn sullen navolgen en als dan niet dan trouwe en attachement van hen te verwachten staat De Regenten van Amanubang, Amacono, AmaraSie Amanatung, mitsg:s die van Amanessie waijwiko, en Maubara, volgen op d' hoofd regenten en hebben hunne staten aan de Zuiden Noord kusten deeses Eijlands, de Koning van Amanubang, is onder die regenten althoos zeer geducht geweest en niet sonder reden want de Parthije dien hij Eenemael omhelst hadde altijd zeegepraelde thans is der Amanubangs, volkeren mach niet weijnig verswakt seedert de scheuring die onder hen kort naar de dood van den laast over„ „leedene koning. Don Louis, is voorgevallen, en bij onse tans afgaende reschriptie pligt schuldigst bedeeld word, ik schrome niet nopens dese scheuring rond uijt te verklaeren dat de tijding daar van mij seer aangenaem inde ooren heeft geklon¬ ken en dat het mij nooijt Ernst geweest is wanneer om Tobani wederom onder de hoop te trekken Eenige moeijte is aengewend geworden maar dat in teegendeel getracht hebbe omdat zo talrijk, en por¬ tugeesch gesind volck inden staat van verdeeltheijd waer in se als nog sijn te laeten en met beijde parthijen zo veel mo¬ „gelijk vriendschap te onderhouden om waer toe te geraken, Tobani voor af moet benomen worden het wantrouwen dat hij om dit zijn bedrijf teegen dE: Comp: heeft opgevat en welk wantrou„ wen schijnt voort te komen uijt Eene quade consientie die wel gerust te stellen is wanneer hij Eenmael volkomen overtuijgd word 51 met andere haerer vijanden te overtuigen geweest maar verdacht geworden dat uwEd: met meerm: Saubackie, voo oog goede vriendschap dient te onderhouden en hem in Sy gedrach middelerwijl naukeurig gade slaan sal uw Ed reeds gepenetreerd hebben dat de Eenigste en veijligste we welken uw Ed: met dienman heeft in te slaen In Balthazar, Koning van Amabij, zal uwEd: ontw alle de deugden als bij Een Inlandsch vorst Immer konni huijsvesten daar en boven is hij ten uijtersten recommen „bel om sijne getrouwe aankleeving aen dE: Comp: waer van bij veele gelegentheden ontegensprekelijke preuvisgeger heeft hij behoeft, wat sijne macht aangaet, voor die bovengen: Keijser niet onder te doen dus uwEd: mijns oor dubbele reeden heeft om de vriendschap van zulx Een d saemen en machtigen Prins aan te kweeken Bartholomeus, Koning van Amphoang is van de hoofd regenten wel de minst, vermogende, dog verdient me dan Een van allen om sijne recht vrome sentimenten g' Eer gepresen te worden deesen heb ik de hand steeds boven 't h gehouden en op diverse tijden teegens desselfs vijanden die op sijne geringe staeten scheenen gemunt te hebben besi het gelieve uw Ed: hem verder te Protegeeren en dien zo als getrouwe bond genoot der maatschappije die naar den der natuur nog maar weijnige daagen te beleeven heeft veel mogelijk te complaiseeren zulx is niet alleen bi¬ maar dient nog om de andere Timoreese regenten die h macht overtreffen te overtuigen dat trouwe en oprech aankleeving bij dE: comp: ruijm zoo veel ingang vindend vermogen waeromme sommigen onder hen verkeerdelij denken dat gevierd moeten worden; Eene goede harme tusschen uw Ed: en den koning van Taijbenoe, kan niet aangepresen worden dan geconsidereerd dees vorst nog Jong en sijn rijxbestierder meede niet oud is zo vervo de Een dan de ander in misslagen waer aan sij sig Eg sta

NL-HaNA_1.04.02_3333_0185 view scan ↗

English

only out of thoughtlessness, and for which they must repeatedly be reprimanded in such a manner that they can feel that one is seeking to show them the right path without being angry with them, as both are very fearful and might sometimes, upon encountering harsh punishments, resort to unpleasant extremes out of fear of worse; whereas otherwise, if they are treated in the manner aforesaid, they will in all likelihood follow in the footsteps of their ancestors, to which they have repeatedly declared to me they are inclined, and then nothing but loyalty and attachment is to be expected from them. The Regents of Amanubang, Amacono, Amarassie, Amanatung, as well as those of Amanessie, Waijwiko, and Maubara, follow the principal regents and have their states on the South and North coasts of this island. The King of Amanubang has always been very formidable among those regents, and not without reason, for the party which he had once embraced always triumphed. At present the power of the Amanubang people is not a little weakened since the division that occurred among them shortly after the death of the last deceased king, Don Louis, and which is dutifully reported in our present outgoing rescript. I do not hesitate to declare openly concerning this division that the news of it sounded very pleasant to my ears, and that I was never in earnest whenever any effort was made to bring Tobani back into the fold; but on the contrary, I have tried to leave that people, so numerous and Portuguese-minded, in the state of division in which they still are, and to maintain as much friendship as possible with both parties. To attain this, Obani must first be stripped of the distrust which he has conceived against the Honorable Company because of this action of his, which distrust seems to arise from a bad conscience that can easily be set at rest once he is fully convinced that Your Honour's intention is not to wrest from his hands the authority over the malcontents who have followed him, but to maintain him therein. The guardians of the minor Emperor of Amacono, or New Sonnebait, are at the same time regents of that realm and acquit themselves of this duty fairly well. What will become of the rightful throne occupant time must tell, he being as yet only a child, much younger than the King of Amanubang, who is likewise a minor and also under guardianship. The Amaconers have made themselves poor and contemptible in the eyes of everyone by lending an ear to a superstitious notion that forbids them to dig gold. There is no possibility of bringing them to other opinions, and it is also not to be attempted again with the gold-digging without first being furnished with express orders. The peoples of Amarassie give no reason for complaint, they still sighing over the so sensible pinch inflicted on them at the time of the Chief, Van der Burgh. All these regents collectively have the right to speak their minds freely in the land assemblies that are convened by the Chief and in which the latter holds the presidency, and even to pass judgment on matters concerning their lands or subjects, or those of other fellow regents, both on this and subordinate islands; with the restriction, however, that the Chief and Council must affix the seal to their decisions, otherwise they may not take effect and be carried into execution. Although such a Land Council is established with salutary intentions, and the regents who have a vote therein and appear do not wish to make use of the freedom they have to speak, as Your Honour will already have been able to perceive well enough, it does not achieve its purpose. The native grandees, besides being related to one another through the polygamy that takes place among them, stand too much in awe of one another when gathered together and deliberating on their pending disputes, to express their thoughts with the candour that one might rightfully and reasonably expect from other people. For that reason, I have settled all disputes that have arisen now and then between the regents, and which appeared to me of no great consequence, myself and according to conscience without convening an assembly. Thus, I have caused the regent who had detained subjects, slaves, or cattle of one of his fellow regents on whatever pretext to restore the same immediately, before I wished to proceed to an examination of their dispute. By this means I have immediately prevented the taking of reprisals, caused no unnecessary paperwork, and also brought and kept the country in that peaceful condition in which it still remains at this hour through God's goodness. Those of Amanatung, Amanessie, and Waijwiko are virtually out of reach and seem not to care much about the Honorable Company. They nevertheless appear annually to collect the counter-gifts that have been brought for them and in turn to present new ones. To get into quarrels with these princes would be extremely ruinous for the private shipping and trade to Belu, and by counter-effect no less harmful to the Honorable Company's linen trade, as on the occasion of that shipping lane opening most of the linens from the castle warehouse are turned over. The Maubara regents situated on the North coast of this island, whose territory borders on that of the Portuguese-minded, are in many respects to be regarded as equal to those mentioned hereinbefore. Their friendship secures our trade there and to Fealara. The proximity of the Portuguese trading post at Dilly must cause Your Honour to be ever more mindful of means to continue to maintain their friendship. With Domingos da Costa, as well as with Francisco Hornaij

Dutch transcription

81 51 slechts uijt onbedogtheid schuldig maaken en waer over Sij telkens moeten berispt worden in maniere zij voelen kon¬ nen dat men hen den rechten wech soekt aen te tonen sonder op hen verstoord te weesen alzo beijde seer vreesachtig sijn en somtijds bij ontmoeting van harde bestraffingen uijt vreese voor Erger tot onaengenaeme uijtterstens mogten overgaan daar andersins bij aldien in voege voorsz: behan¬ delt worden zij naar allen schijn de voetstappen hunner voorvaderen waer toe sij mij meermaelen betuigd hebben ge¬ sind te zijn sullen navolgen en als dan niet dan trouwe en attachement van hen te verwachten staat De Regenten van Amanubang, Amacono, Amarasie Amanatung, mitsg:s die van Amanessie waijwiko, en Maubara, volgen op d' hoofd regenten en hebben hunne staten aan de Zuiden Noord kusten deeses Eijlands, de Koning van Amanubang, is onder die regenten althoos zeer geducht geweest en niet sonder reden want de Parthije dien hij Eenemael omhelsd hadde altijd zeegepraelde thans is der Amanubangs, volkeren mach niet weijnig verswakt seedert de scheuring die onder hen kort naar de dood van den laast over„ „leedene koning. Don Louis, is voorgevallen, en bij onse tans afgaende reschriptie pligt schuldigst bedeeld word, ik schrome niet nopens dese scheuring rond uijt te verklaeren dat de tijding daar van mij seer aangenaem inde ooren heeft geklon¬ ken en dat het mij nooijt Ernst geweest is wanneer om Tobani wederom onder de hoop te trekken Eenige moeijte is aengewend geworden maar dat in teegendeel getracht hebbe om dat zo talrijk, en por¬ tugeesch gesind volck inden staat van verdeeltheijd waer in se als nog sijn te laeten en met beijde parthijen zo veel mo¬ „gelijk vriendschap te onderhouden om waer toe te geraken, obani voor af moet benomen worden het wantrouwen dat hij om dit zijn bedrijf teegen dE: Comp: heeft opgevat en welk wantrou„ wen schijnt voort te komen uijt Eene quade consientie die wel gerust te stellen is wanneer hij Eenmael volkomen overtuijgd word word dat uw Ed: intentie, niet is om het gesach over de malconten„ „ten die hem gevolgd sijn uijt de handen te wringen maar hem daar inne te handhaven, De Voogden van den minderJaerigen keijser van Amacono off Nieuw Sonnebaij, Sijn te gelijk regenten van dat rijk en quijten hen zelve van deese pligt al vrij wel wat van den westi¬ gen Throon besitter nog worden sal moet de tijd leeren sijnde hij nog maer Een kind veel Jonger als de koning van Amanuban die insgelijks onmondig is en meede onder voogdije staat De Amaconers, hebben hen zelve armen in de oogen van ijder Een veragtelijk gemaak door aan Eene superstitieuse ingeving die hen goud te graeven verbied het oor te leenen daner is geen mogelijkheid om hen in andere concepten te brengen en het is ook met de goudgraverije sonder voor af met Expresse ordres gemunieerd te weesen niet wederom te probeeren De volkeren van Amarassie, geeven geen reden tot klaegen Sug¬ tende sij nog over den soo gevoelige neep hun ten tijde van 't opper¬ „hoofd, van Der Burgh, toegebragt. Alle deese regenten hebben gesamentlijk het recht om in de land vergadering die door het opperhoofd belegt worden en waar inne deese het presidium bekleed hunne gedachten vrij uijt te seggen selfs over de zaeken hunne landen off onder¬ daenen dan wel die van andere meede regenten zo ten deese als onderhorige Eijlanden betreffende te vonnissen met die restrictie echter dat het opperhoofd en raad het zegul aan hunne besluijten hange sullense anders vigueurnemen en ter Executie gebragt mogen worden off schoon nu zodanige Land raad met heijlsaeme in¬ zichten worde opgerecht en dat de daer inne stem hebbende verscheenen regenten van de Vrijheid diese hebben om te spreeken geen gebruijk willen maken gelijk uw Ed: be¬ „reeds genoeg sal hebben konnen bespeuren, zoo voldoek sulx aan t oogmerk niet, de Inlandsche groten buijten en behalven dat se door de veelwijverije die onder haer plaats heeft met den anderen vermaagschap sijn ontsien Elkander te 83 53 te veel om wanneer te saemen gekomen en over hunne Sweevende geschillen delibereerende hunne gedachten te uijten met de vrijmoedigheijd als men van andere Luijden met recht en reeden soude mogen verwachten daar omme heb ik alle geschillen die nu en dan tusschen de regenten sijn ontstaen en mij van geen groot gevolg toescheenen sonder vergadering te beleggen zelve en naar gemoede afgedaan door al heb ik den regent die van Eenen Sijner meede regenten onderdaenen slaeven off vee, op wat pretext ook hadde aengehouden dezelve terstond doen restitueeren, vooren al eer tot ondersoek van hunne questie heb willen overgaen; hier door heb ik het oeffenen van represailler terstond tegen gehouden en geen onnodig schrijfwerk veroorsaekt ook het land in die vreedige gesteltenis gebragt en gehouden als waer inne het zelve, door Gods, goedheijd te deser uure nog verseerd, Die van Amanatung, Amanessie, en Waijwiko, sijn genoegsaem buijken het bereik en schijnen zig der E: Comp: niet veel te bekreunen z: komen nogthans Jaarlijks op om¬ de contra geschenken die voor hen sijn aangebragt af te C haelen en wederom nieuwe te geven; Met deese vorsten in brouillerien te geraken soude voor d' particuliere vaart en handel naar Beloe, ten uijterste verderflijk weesen en par contre coup niet minder schadelijk voor sE: Comp=s Lijwaat handel wordende ter gelegentheid dat die vaart open komt de meeste lijwaeten uijt skasteels pakhuijs omgeset, De op de Noord kust deeses Eijlands gelegen Maubareese regenten, welker gebied aan dat der Portugeesch gesinden grenst zijn in veele opzichten, gelijk te achten met de hier voorenge„ „noemde hunne vriendschap versekerd ons den handel aldaer en op Fealara; de nabijheijd van 't Portugeesch Comptoir te Dillij, moet uw Ed: al meer en meer op middelen doen bedagt weesen om hunne vriendschap te blijven behouden Met Domingos Da Costa, als ook met Francisco Hornaij

NL-HaNA_1.04.02_3333_0188 view scan ↗

English

At OEcussij, Your Honour can and may live in friendship as good neighbours to secure trade, but Your Honour must leave it at that, without meddling in their dealings with the white Portuguese and Laventoekers. Furthermore, Your Honour should strictly adhere to what has been ordered for observation regarding Liphao for two consecutive years now. It were to be wished that our repeated admonitions to those of Rottij made somewhat more impression on their minds; but these stubborn, mutinous, and murderous people always let matters come to such a pass until they receive their deserts all at once. Manifold examples of this are found in the outgoing letters, both secret and general, of this office. When one negorij is pacified, the other begins making trouble again. Now the two principal ones, Termanoe and Denka, have already been engaged in the dance for a considerable time, and to this day still show no sign of wishing to stop, whereto both parties in the last preceding year seemed inclined, casting down as a token of good earnest the heads of their slain enemies from the stakes upon which they had to be displayed during the war. Thereby they deceived me and averted the tempest that hung over their heads, for not long after the assembled troops had been dismissed upon the news that peace and quiet had been restored there, and each of them had been allowed to go his way while the bad monsoon was already steadily approaching, Denka raised its head again and began to wage war anew against the Termaners and do them all possible damage, persisting therein while turning a deaf ear to all serious admonitions. Although Denka has now doubly deserved to be severely chastised for such a treacherous deed, I nevertheless do not judge it advisable that this should occur in any other manner than that which is indicated to Your Honour, namely, that Your Honour sends out the eastern negorijen against those of Denka until the latter must finally give up. To bring them to reason with gentleness is as much as washing the Ethiopian; otherwise, I would prefer to see Your Honour take that path, it being the gentlest. To let the matter run its course would not be well done, for from Rottij, in times of peace, comes a fairly large supply of padij for the convenience of the poor inhabitants here, and if the troubles there came to an end, fully three times as much catjang would be gathered from this island in a good harvest. With the Savoonese, as long as they remember the defeats they suffered under various chiefs, Your Honour will in all likelihood have little trouble. These peoples, as well as those of the nearby small island of Dau, are generally summoned when necessity requires and led against the enemy, mostly with good success, for being away from home and not on their own soil, they are very courageous and warlike. For that reason they are also held in esteem here and may therefore enjoy some advantage over another native, the more so now that they seem to apply themselves diligently to the cultivation of catjang. Solor is of much importance for trade, and would be of considerably greater importance were Larentoeka, situated on the opposite side, somewhat better disposed toward our nation, though they have never been sworn by it. The Macassar rovers do us many ill turns there, for which they will perhaps yet be punished in time by the Larentoekers themselves. The Sanghadjas of Lamakeira and Lawaijong come over here annually, but those of Lamahala, Tarrong, and Adenara have not taken that trouble for many years past, bearing greater affection toward the Black Portuguese than toward us, without, however, accomplishing much for the last-mentioned nation. It is with Lamahala and others just as with many others who, situated far from the main office and thus being out of reach, do not care much about the resentment one shows regarding this conduct of theirs. Yet things might well be otherwise in this matter, as also with the affairs on the island of Sumba, where, at the instance of Man Jillies, Regent, and upon obtained qualification, a corporal has now been stationed as an interpreter for two years without the intended objective having been achieved to this day, namely, to [illegible] the remaining regents of

Dutch transcription

te OEcussij, kan en mag uw Ed: tot beveiliging van den handel als goede na buuren in vriendschap leven maer moet uw Ed: het daar bij laten berusten sonder sig in hunne gedoentens met de blanke Portugeesen en Laventoekers, te mesleeren, voorts dient uw: Ed: zig stipt te houden aen 't geene nopens Liphao, nu Twee Iaeren agter een ter observantie is aengeschreeven geworden Het waere te wenschen dat onse herhaelde vermaningen aen die van Rottij, wat meerder indruk op hunne gemoederen maekte; maar dit koppig muit-en-moordzieke volk, laat het er altijd zo lange op aankomen tot dat se haere trekken op Eenmael thuijs krijgen; daar van worden bij de afgaende zo secrete als gemeene brieven deses comptoirs, menigvuldige voorbeelden gevonden Is de Eene Negorije bevredigt zo begint de andere, wederom spel te maeken; Nu zijn de Twee voornaemste, Termanoe, en Den ka al Een geruime tijd, lang aan den dans geweest, en maeken tot heeden nog geen mine van uijt te willen scheiden, waar toe beijde Parthijen, in laatst voorgangen Iaere, schenen genegen te weesen tot Een teeken van goeden Ernst, de koppen hunner verslaagen vijanden van de staken, op dewelke geduurende den oorlog ten toon moesten staan afwerpende waar door sij mij misleijd en het onweer dat hen over 't hoofd hing afgekeerd hebben want niet lange nadat het bij Een gesamelde krijgsvolk op de tijding dat de rust en vreede aldaer hersteld waeren afgedaenkt en Een ijder van hen zijns weegs hadde laten gaan terwijl de quade mousson al vast naderde so stak Denka 't hoofd wederom op en begon de Termaners, op nieuw te beoorlogen en allen mogelijke afbreuke te doen waer meede zij voor alle serieuse vermaningen doof sijnde blijven voortvaeren, of schoon nu Denka, voor zulken trouwlose daad wel dubbel verdiend hebbe gevoelig gekastijd te worden zo oordee„ le ik echter niet raadsaem dat zulx op Eenige andere ma„ „niere geschiede dan op zo Eene welke uw Ed: als aengeweesen word, namelijk zo, dat uw Ed: de oostnegorijen tegen die van Denka, uijtsend tot dat deese het Eindelijk moet opgeven hen met zagtheid tot reden te brengen, is zoveel als den mo¬ „riaen gewassen, anders zag ik uwEd: dien weg als de zagtste, zijnde liefst inslaen; de zaak op sijn beloop te laeten, soude niet 55 85 niet wel gedaen weesen, want van Rottij, komt bij vreedes tijden Een vrij groote aenbreng van Padij tot gerief der arme ingese¬ „tenen alhier en wanneer de troubelen aldaer Een Einde na¬ „men zo zoude van dit Eijland bij Een goed gewasch wel drie„ „mael zo veel catjang ingesameld worden, Met de Savoneesen, zo lange aen de Neederlagen diese onder verscheide opperhoofden geleden hebben gedenken zal uwEd: naer allen schijn weijnig hoofdbreekens hebben deese volken zo wel als die dan het nabij geleegen kleene Eijland, Dau, worden wanneer de nood aen den man komt doorgaans op ont¬ „boden en teegen den vijand aangevoerd meesten tijds met goed gevolg vant se van huijs zijnde en niet op Eigen grond zeer moedigen strijdbaer sijn om die reeden sijn sestier ook in agting en mogen daerom wel boven Een ander In¬ lander iets vooruijt hebben te meer nu sij sig vlijtig op de aanplanting van Catjang schijnen toe te leggen Solor is voor den handel van veel aengelegentheid en soude van vrij meerder belang sijn waere het aen de over sijde gesitueerde, Larentoeka, wat beeter gesind voor onse natie waar door se Echter nooijt beeedigd sijn geworden de maccassaarsche swervers doen ons daer veele quade diensten waar voor se door de Larentoekers, zelve mo„¬ gelijk nog 't Eenige tijd gestraft sullen worden De Sanghadjas, van Lamakeira, en Lawaijong komen. Iaarlijks na herw: over maer die van Lamahala Tarrong, en Adenara, hebben die moeijte sedert veele Jaeren niet meer genomen dragende sij den Swarte Por¬ „tugeesen meerder genegenheid toe, dan ons sonder nog„ thans voor laastged: natie veel uijt te voeren, het gaat met Lamahala &a even als met veel anderen die verre van 't hoofd comptoir gelegen en dus buijten bereik sijnde hen niet veel bekreunen aan de gevoeligheijd die men weegs: dit hun gedrach laat blijken dan hier meede mogte het wel anders gelegen weesen gelijk ook met de saeken ten Eijlande, Sumba, alwaer op d' instantien van man Jillies Regent en op bekomen qualificatie nu al twee Jaeren lang Een Corporael als tolk gelegen heeft sonder dat men tot heeden het bedoelde oogmerkt bereijkt hebbe om namelijk de overige regenten van ƒ 2

NL-HaNA_1.04.02_3333_0190 view scan ↗

English

to bring of this island back under the Honorable Company by gentle and amicable means, and thus to advance its interests through an expanded trade; and this will never take effect unless the regent of Mallolla, on the aforementioned island, a sworn enemy of the first-mentioned, is persuaded to better sentiments, for which I wish Your Honour every success. Before and prior to stepping away from native affairs, I must make mention of two Company Mardijker companies, which both count fewer than one hundred heads, and yet are greatly feared among the Timorese as well as among the neighbors on Rottij and Savo. These must participate everywhere and must die or fight, for quarter is given to them just as little as to the Europeans; that is precisely what makes them courageous, of which I have seen striking proof to my satisfaction on Rottij aforesaid. These people may well be exercised in arms now and then, in order to make them more and more qualified for the purpose for which they are needed. Concerning trade, Your Honour cannot well be prescribed anything else for guidance than to employ all mercantile means to make it increase, according to which the times must somewhat cooperate; that the Company's ship or vessel in which the requested merchandise is brought hither has no long voyage, so that before mid-February, when the small traders already begin to prepare themselves for the expedition to Beloe, one can dispose of the Honorable Company's linens to good advantage, whether by public auction or out of hand. To reduce expenses as much as possible must be Your Honour's most diligent endeavor; for this, an economical household is required, and great attention to all such abuses as might insensibly creep in without Your Honour's strict oversight. We are frequently recommended not to let the remaining stocks increase too much by retaining what is unneeded. Of the products that occur here, since the gold trade has come to nothing and there is no longer any demand for sandalwood, only wax up to 500 p:ls is requisitioned, and catjang to such a quantity as has never yet been shipped from here, but which under Your Honour's administration will perhaps be obtainable, since the regents have allowed themselves to be persuaded to plant that grain and have also found their profit in it. It is lamentable that now for two consecutive years that crop could not succeed, now by all too heavy rain squalls, then again by excessive heat. Without this latter accident, a considerable quantity of catjang would have been gathered and shipped this year. The Timorese regents have been admonished by Their High Noble Excellencies by letter to plant the aforementioned field crop; it remains to be seen whether the said friendly encouragements will bring about something good. I dare flatter myself with this in the firm confidence that Your Honour will not fail to make that cultivation more and more appealing to the regents, both here and on the islands Rottij, Savo, and Solor, by presenting to them the profit which they and their subjects stand to derive from it in time. That no slaves and also no sandalwood are requested from here anymore means that there are now two fewer articles of commerce, since, on account of the excessive freight charges, it is no longer feasible for private traders to trade in them, as was demonstrated to us this year by the principal Chinese by petition, and of which more details are in our dispatched letter to Their High Noble Excellencies; but no change is certainly to be expected in this, unless the Honorable Company could find a disposal for both aforesaid articles. The Company's domains are leased here annually on ultimo August to the highest bidder, to be entered upon on primo September; it is the duty of a chief to vigorously counter all frauds that might sometimes be committed in the import or export of toll-paying goods, and to maintain the lessees in their right to the best of his ability.

Dutch transcription

van dit Eijland langs sagte en minnelijke weegen wederom onder dE: comp: te brengen en alzo haere belangen door Een uijtge„ „breijder handel te bevorderen en zal zulx nooijt Effect sortee„ „ren indien niet de regent van Mallolla, ten voorsz: Eijlande Een geswooren vijand van Eerstged: tot betere gevoelens overgehaald worden waar toe uwel Edele, alle succes ben toewenschende Voor en al eer van de Inlandsche zaken afstafpe moete ik nog gewag maken van twee Comp:s Mardijkers, welke beijde nog geen hondert koppen tellen en Echter bij den timoreesch als meede bij de overbuuren op rottij, en Savo, grotelijks geducht sijn deese moeten over al meede en moeten sterven off rechten want hen so min als den Eeuropeesen quartier gegeven word dat s Juijst wat hen moedig maakt daar van heb ik tot mijn ge„ „noegen op Rottij, voorm: doorslaande blijken gesien, dit volk mag nu en dan wel in den wapenhandel geoeffend wor„ „den om het zelve dus meer en meer bequaam te maken tot dat Einde waer toe men het zelve benodigt heeft, Den handel Concerneerende kan uwel Ed: niet wel anders ter navolging voorgeschreeven worden dan dat alle mercantile middelen in't werk gelieve te stellen om den zelve te doen accresceeren als waer na de tijden wat moeten meede lopen s' comp:s schip off vaertuijg waer inne de gepetitioneerde koop„ „manschappen herw:s worden aengebragt geen lange reijse hebben om dus voor halff feb=r als wanneer de smalle han„ delaars hen tot den togt naar Beloe, al beginnen te vervaar„ „digen sE comp:s lijwaeten het zij p:r publicque vendutie dan wel uijt de hand met goed voordeel aan den man te konnen helpen, De lasten zo veel mogelijk te doen verminderen moet de vlijtigste uwer Ed:s pogingen weesen daar toe word eene zuijnige huijshouding vereischt en eene grote attentie op alle zulke abuijsen als buijten uwel Ed: nauer toesicht ongevoeliger wijse souden konnen insluijpen De Restanten word ons veelmaels gerecommandeerd niet al te zeer te laeten vermeerderen door aanhouding van 't geene onbe„ „nodigd is, van de Producten die hier vallen word, sedert de goud handel tot niet geraakt is en er geen eisch van sandelhout meer geschied alleen alleen wax tot 500: p:ls gepetitioneerd en catjang tot sulk Eene quantiteijt als van hier nog noijt versonden is geworden maar onder uwEd: regering mogelijk wel sal te bekomen weesen alsoo de regenten zig tot de aenplanting van dien corl, hebben laten persuadeeren en er ook hun voordeel bij bevonden Beklagelijk is het dat nu twee Jaeren agter Een dat gewas niet heeft konnen slagen nu eens door al te sterke regenvlagen dan wederom door overgrote hitte sonder, dit laatste toeval soude deesen Jaere Eene aenmerkelijke quan„ „titeijt catjang ingesameld en versonden sijn geworden De timoreesche regenten sijn I:o door hunne hoog Edel„ „heed:s per missive tot de aanplanting van opgen: veld gewas„ vermaand geworden staat nu te besien of ged: vriendelij„ „ke aanmoedigingen wat goeds zullen te weege brengen durve mij zelve daar meede flatteeren in het vaste vertrouwen dat uw Ed: niet Sal nalaten van de regenten zo hier als op de eijlanden, Rottij, Savo, en Solor, die i aanplanting meer en meer smakelijk te maeken onder voorhouding van het voordeel 't welke Sij en der¬ zelver onderdanen daar uijt door den tijd staan te trekken, Dat geen slaven ook geen Sandelhout meer van hier g'eischt worden, maakt dat er tans twee arti¬ kelen van Negotie minder sijn sedert, om den Excessive vragt penn: wille het den particuliere handelaers niet langer doenlijk valt daer inne handel te drij¬ „ven gelijk ons deesen Jaere door de voornaemste chineesen p:r requeste is betoogd geworden en waar van breeder bij onse afg: missive aan Hunne Hoog Edel„ heedens; dan, hier inne staat sekerlijk geen verande¬ „ring te komen 't en waere dE: Comp: met beijde artikelen voorn: een uijtweg wist te vinden, S: comp:s Domainen, worden hier Jaerlijks onder o ult:o Augs aen d' meestbiedende verpagt om met pm september daar aanvaard te worden, het is d'plicht van Een opperhoofd, om alle fraudes die bij den in off uijt voer van tol betalende wharen somtijds mogten ge„ practiseerd worden met kracht tegen te gaan ende pachters in hun recht naar vermogen te maintineeren Een te oop„ ijse „ ste t

NL-HaNA_1.04.02_3333_0192 view scan ↗

English

to the end that the country's revenues may never suffer harm by self-interested persons, but rather may be increased. It may happen, however, Sir, that notwithstanding your efforts the leases upon public auction happen to yield less than had well been expected; in such an event, Your Honour must, as I also have had to do, take comfort in this, for the leasing is a matter that can bear no coercion. Regarding the fortifications and buildings both within and outside Castle Concordia, as a report thereof is made in our present departure letter, I shall only note for Your Honour's information that, for the further advancement of the work, Your Honour, no less than the engineer present here, will need to keep an eye on the laborers. Concerning the artillery lying in the aforesaid fortress, of what caliber and how marked, a small memorandum is to be found hereafter, to which, for the sake of brevity, I refer. Accustoming the militia to a good martial spirit and keeping them well-disciplined therein is a matter of the utmost importance. The garrison here has first been set at 40 heads, corporals and drummers included. In order now to keep it at full strength as much as possible, Your Honour may encourage those who, on account of the expiration of their term, petition for their discharge and do not earn the highest wage, to a longer stay by the additional grant of 2 guilders or 4 guilders per month, provided that they enter into a new engagement of 3 to 5 years. Concerning church affairs, in a time when there are sighs for a minister, of whom the congregation, through an inherent shortage at the capital, has so long been deprived, I believe I can mention nothing else than that a good example can still somewhat rekindle and awaken the diminished zeal of many native Christians. Here 59 89 September 1771: Regarding this, Your Honour has only to continue with your commendable habit of never missing church when in good health, furthermore demonstrating all aversion to godlessness. Concerning the Political Council, the Board of Orphan Masters, as well as that of Matrimonial Affairs, I deem it unnecessary to detain Your Honour, since beyond all dispute I judge Your Honour to be fully informed of the affairs that are dealt with there separately, as well as of the names of those who at this hour have a seat and vote therein. Beyond this, no further matters occur to me worthy of Your Honour's attention or of my advice; wherefore, breaking off, I conclude this with prayers for Heaven's blessing upon Your Honour's lawful undertakings, and after having further wished Your Honour much pleasure during your stay here, also thanking you for all demonstrated kindnesses, I subscribe myself with pure esteem, Honourable Sir, Your Honour's very humble And very obedient servant, Coupang on Timor Merr. Cornabé the - 8 Memorandum of the cannon in store here. in the Sea Point Land Point Ravelin Flag Point Caliber metal iron Caliber pounds pieces 22– 6 1/8 11 8 XX 67/3 22¾ 11¾ 8 10 1 „ 21½ 6 — 11¼ 6 6 serviceable 24 1/6 6 — 12— 3 R 3 L F 19 1/5 10½ 6 1/6 2 2½ 2 24 5/6 6 — 12– # 2 1 2:– 19 1/3 6— 11– 6 6 18¼ 6— 9½ — 20¼ 6 1/3 10 1/8 1 6 6 21 2/3 serviceable 6 1/8 12¼ 6 22 — 11½ 6 1/5 8 V 8 9 22½ 11 1/6 6½ 4 1 5 20 1/3 6¼ 11¼ 6 6 21. ¼ 7 1/8 11 – 8 8 22 — 6 1/5 NX 11— 3 2 3 20 1/3 11½ 6¼ 7X 1 2 2 7 ƒ51 12 — 7 — 2 1 2 C D 25— 11½ 6½ 3 P 3 12½ 25— 7 3 3 210 6 — 11— 3 3 16 — serviceable 5 1/3 11 — 4 3 7 21 6½ 12– 1 26 — „ serviceable 1 1 1 pieces 1 1 1 59 1 1 - 3 1 JV 91 Memorandum of the cannon in store here. Sea Point Land Point Ravelin 21 2/3 serviceable Circumference of metal iron Caliber bore marked breech muzzle muzzle lengths Caliber Caliber —7 lb number pieces - pieces 22 — 11 6 1/8 XX 8 3 8 22¾ 61/3 17¾ 8 1 10 21½ 11¼ 6 — 6 6 1 serviceable 24 1/6 12— 6— 3 3 R 1 N 19 1/5 10½ 6 1/6 2 2½ 2 Gelvinck 24 /6 6 — 12– G 1 2:– 2 19 1/3 6 — 11— 6 6 18¼ 9½ 6 — 6 6 20¼ 6 1/3 10 1/8 1 6 6 1/8 12¼ 22 — 11½ 6 1/5 HX 8 9 8 22½ 11 1/6 6½ 5 4 5 20 1/3 11¼ 6¼ 6 6 21.¼ 7 /8 11 — 8 8 1 22 _ 6 1/5 WL 3 11 — 3 2 20 1/3 2 Hx 11½ 6¼ 1 2 7 — 26 — serviceable 12 — F 1 2 2 11 7 6½ 25 — 3 3 P 25= 12½ 3 3 7– 1 21 1/8 6 — 3 11– 3 ƒ 1 16 — serviceable 5 1/3 11 — 3 4 21 6½ 12. 1 1 — 1 Flag Point 1 1 1 1 3 Sea Point In the warehouse Circumference of metal iron Caliber bore marked breech muzzle muzzle length Caliber Caliber lb7 number „ 22 – 6 1/3 3 XXX 10— 3 24½ 6¼ 2 2 9 2/3 HVL 2 ( 10½ 6 /3 22½ 2 2 5 11¼ 6 2/3 29 — serviceable 1 6½ 10 — 20 „ —¾ ¾ F 6½ 20 1/5 12. 1 — 1: 5 ¾ 11 16½ 3¼ ¼ 7 1/6 47 1 3 6½ 29 - 10 – —¾ ¾ 3 G 12½ 7 1/8 22 — 5:— 1:— 4 /25 11 — 6 — 19½ —¾ —¾ 51 4 12 1/8 7 - 20¼ 3 ¾ —¾ E 7 1/3 17¼ „ serviceable 3 11 — 1 —¾ —¾ E ¾ —¾ D 197 2 7— 10¼ 11 1/6 8 — 18 1/8 —¾ —¾ RX 72 11– 23— G 73 1:— 6 1/5 10½ 26½ ¼ ¾ 26½ serviceable 6 1/5 3¾ 10½ ¾ In front of the Garden 2 1 4 serviceable on Colour 4 3 1 1 5 A Palembang Year 1771 No: 10 First section Palembang Year 1771 First section No: 10 A Package Missive from the Residents of [illegible] and [illegible] to His Excellency dated [illegible] Note of the vessels present at Palembang since [illegible] 1769 to October Separate. of vessels departed during that time - Missive from the said Residents to Their Right Excellencies dated 2 February 1771 -. from ditto from and as above dated 25: February 1771 from and as above dated 18 March 1771 „ „ ditto „ „ 11: ditto ditto „ ditto „ „ 4 April ditto „ „ „ ditto „. 8 ditto ditto „ ditto „ „ 4 ditto ditto „ ditto „ „ 8 ditto ditto 35: Palembang 6 ditto ditto ditto ditto „ „ „ 8 1 „ 7:

Dutch transcription

ten Eijnde slands inkomsten door baatsuchtigen nooijt nadeel lijden maar veel eer vermeerderen mogen, Het kan echter gebeuren mijn Heer dat in weer wil uwer po„ „gingen de pachten bij opveijling minder komen te ren„ deeren dan wel verwagt hadde, in zulk Een gevaal moet uw Ed: gelijk ik meede heb moeten doen zig des getroosten want de verpachting Een werk is dat geen dwang kan veelen, Belangende de vesting werken en gebouwen zo bin¬ nen als buijten het Casteel concordia, zal ik vermits daar van bij onse thans afg: rescribtie verslag word gedaen alleen noteeren tot uw Ed: na¬ „richt dat, tot meerder bevordering van het werk uwEd: niet minder dan de hier aenweesende Ingenieur het oog op d'aerbeijdslieden sal dienen te houden van het in Evengen: sterkte leggende geschut van wat caliber en hoe gemerkt is hier achter Een memoritje te vinden waar aan ik mij kortheijds halve gedrage De militie aan Eene goede krijgslucht te ge„ wennen en de zelve daar inne gediezig te houden is Een poinct van het uijterste gewicht; het guarnisoen alhier is I:o op 40: koppen corporaels en tamboeren onder begrepen bepaeld geworden, om het zelve nu zo veel mogelijk voltalig te houden kan uwEd: de zulke die mits tijds Expiratie om hunne verlossing insteeren ende hoogste gagie niet gewinnen tot Een langer verblijff animee¬ „ren door de meerdere toevoeging van ƒ 2: off ƒ 4: perm=t mits dat Een nieuw verband van 3 en 5: Jaeren ingaen Betreffende het kerkelijke vermeene ik in Een tijd, dat om Een Leraer waar van de gemeente uijteijgen gebrek ter hoofdplaetse zo lange verstoken is geblee¬ ven gesucht word niet anders te konnen aenhaelen dan alleen dat Een goed voorbeeld de verflauwde ijver van veele Jnlandsche christenen nog eenigsings kan doen ontsteken en opwakkeren, Hier 59 89 September 1771: Hier omtrend heeft uw Ed: slechts voort te gaan met desselfs loffelijke gewoonte van bij gesonden lijve geen kerkgang te versuijmen voorts alle afkeer voor de on„ „godsdienstigheid betoonende, over den politicquen Raad, het collegie van wees„ „meesteren, als meede over dat van, Huwelijkse zaken, achte ik het onnodig uw Ed: te onderhouden door dien buijten alle tegenspraek uwEd: ten volle g'informeerd oordeele te weesen van de zaeken die aldaer afsonderlijk verhandeld worden ook van de naemen der geenen die daer inne te deeser uure zit¬ „ting en Item hebbende, Buijten des schieten mij geen saeken meer te binnen uwer Edele attentie nog mijner raadgeringen waardig waeromme dan ook afbreekende deese besluij¬ „te onder afsmekinge van S'hemels zeegen over uw Ed: rechtmatige entrepaises, en naar uw Ed: wijders veel genoegen geduurende sijn verblijff alhier te hebben toe¬ „gewenscht, ook bedankt voor alle bewesen vriendelijk„ „heeden, onderschrijve ik mij met zuijvere agting, E: E: Heer UWel Edele seer ootmoedige En seer Gehoorsaeme Dienaer, Coupang op Timor Merr. Cornabé tje den - 8 Memorie van het alhier in int dpunt Celijn ggepunt Voorraad zijnde Canon. omtrek van metal ijser Caliber schiet geteekend broek Tromp mondlengten Caliber Caliber lb van p„s 22– 6 1/8 11 8 XX 67/3 22¾ 11¾ 8 10 1 „ 21½ 6 — 11¼ 6 6 bequaam 24 1/6 6 — 12— 3 R 3 L F 19 1/5 10½ 6 1/6 2 2½ 2 24 5/6 6 — 12– # 2 1 2:– 19 1/3 6— 11– 6 6 18¼ 6— 9½ — 20¼ 6 1/3 10 1/8 1 6 6 21 2/3 bequaam 6 1/8 12¼ 6 22 — 11½ 6 1/5 8 V 8 9 22½ 11 1/6 6½ 4 1 5 20 1/3 6¼ 11¼ 6 6 21. ¼ 7 1/8 11 – 8 8 22 — 6 1/5 NX 11— 3 2 3 20 1/3 11½ 6¼ 7X 1 2 2 7 ƒ51 12 — 7 — 2 1 2 C D 25— 11½ 6½ 3 P 3 12½ 25— 7 3 3 210 6 — 11— 3 3 16 — bequaam 5 1/3 11 — 4 3 7 21 6½ 12– 1 26 — „ bequaam 1 1 1 p:s 1 1 1 59 1 1 - 3 1 JV 91 Memorie van het alhier in Zeepunt Landpunt Havelijn 21 2/3 bequaam Voorraad zijnde Canon. omtrek van metal ijser Calibe schiet geteekend broek Tromp mondlengten Caliber Caliber —7 lb _„o p„s - p:s 22 — 11 6 1/8 XX 8 3 8 22¾ 61/3 17¾ 8 1 10 21½ 11¼ 6 — 6 6 1 bequaam 24 1/6 12— 6— 3 3 R 1 N 19 1/5 10½ 6 1/6 2 2½ 2 Gelvinck 24 /6 6 — 12– G 1 2:– 2 19 1/3 6 — 11— 6 6 18¼ 9½ 6 — 6 6 20¼ 6 1/3 10 1/8 1 6 6 1/8 12¼ 22 — 11½ 6 1/5 HX 8 9 8 22½ 11 1/6 6½ 5 4 5 20 1/3 11¼ 6¼ 6 6 21.¼ 7 /8 11 — 8 8 1 22 _ 6 1/5 WL 3 11 — 3 2 20 1/3 2 Hx 11½ 6¼ 1 2 7 — 26 — bequaam 12 — F 1 2 2 11 7 6½ 25 — 3 3 P 25= 12½ 3 3 7– 1 21 1/8 6 — 3 11– 3 ƒ 1 16 — bequaam 5 1/3 11 — 3 4 21 6½ 12. 1 1 — 1 Vlagge punt 1 1 1 1 3 Zeepunt In 't pakhuijs omtrek van metaal ijser Calibee schiet geteekend= broek Tromp mondlengte Caliber Caliber lb7 _„o „ 22 – 6 1/3 3 XXX 10— 3 24½ 6¼ 2 2 9 2/3 HVL 2 ( 10½ 6 /3 22½ 2 2 5 11¼ 6 2/3 29 — bequaam 1 6½ 10 — 20 „ —¾ ¾ F 6½ 20 1/5 12. 1 — 1: 5 ¾ 11 16½ 3¼ ¼ 7 1/6 47 1 3 6½ 29 - 10 – —¾ ¾ 3 G 12½ 7 1/8 22 — 5:— 1:— 4 /25 11 — 6 — 19½ —¾ —¾ 51 4 12 1/8 7 - 20¼ 3 ¾ —¾ E 7 1/3 17¼ „ bequaam 3 11 — 1 —¾ —¾ E ¾ —¾ D 197 2 7— 10¼ 11 1/6 8 — 18 1/8 —¾ —¾ RX 72 11– 23— G 73 1:— 6 1/5 10½ 26½ ¼ ¾ 26½ bequaam 6 1/5 3¾ 10½ ¾ Voor De Thuijn 2 1 4 bequaam op Color 4 3 1 1 5 A Palembang Ao: 1771 No: 10 Eerste ziel Patembang Ao: 1771 Certe tul No: 10 A Pgt Misser van de Rasdenten van Compen en Carpenten an zijn en oelen gede : e eles Notitie den op Palembang aangeweest zinde vartuijgen zedert gen 1769 ot tobe Apart. o in dien tijd vertrekene vaartuijgen - Missive van gem: Residenten aan huw Hoog Edelheeden gedateed 2e februarij 171 -. vaan _o van en als even 8 d 25: Februarij 1777 _vanen aars als dven 88 18 Maart 1771 „ „ _o „ „ 11: _„o _o „ _o „ „ 4 April _o „ „ „ _ „. 8 _o _o „ _o „ „ 4 _o _o „ _o „ „ 8 _o _o 35: Palembang 6 _o _o„ _o „ _o. „ „ „ „ 8 1 „ 7:

NL-HaNA_1.04.02_3333_0213 view scan ↗

English

Copy Letters received from Palembang down river. Mid-December 1770 to the end of April 1771. Batavia. To His High Excellency, the High Noble, Greatly Esteemed, Severe, Wide-Commanding Lord, Petrus Albertus van der Parra, Governor General, together with the Right Honorable Lords Councilors of Netherlands India, etc., etc., etc. High Noble, Greatly Esteemed, Severe, Wide-Commanding Lord and Right Honorable Lords: It seems not entirely in vain to have been said by the Kyai Demang Jajandria that if we would not do the king's will regarding the surrendering and killing of our prisoners, we might see what would come of it, From Palembang, the 25th of December 1770. as we had the honor to communicate to Your High Excellencies in our letter of the 28th of October 1770. For on the 30th of November last, while making a short trip on this river in a sailing boat in the company of the two bookkeepers Jan Gijsbert Hoodenpijl and Barend Vosselman, it happened in the evening around half past six, as we were rowing forcefully against the heavy ebb and counter-current close under the forest, that we heard a shot as if from a small firearm, whereupon was said, "What is that, what is that?", the bookkeeper Vosselman immediately falling forward, crying out, "I am wounded, I am wounded"; whereupon we immediately took to the middle of the river for fear that more scoundrels might be lying in wait for us, and because of the proximity of the lodge we had taken no firearms with us. But before we pushed off to look for the middle of the river, we heard the perpetrators already fleeing through the forest. Having returned, it was found that the mentioned Vosselman was wounded in the left hand as well as in the neck, and that the sailor Rijk Pieterse van de Maat had also received a shot in his back from their shots, From Palembang, the 25th of December 1770. and the next day we also noticed the marks of four shots in the lower part of the boat, on the port side. The accompanying depositions will confirm all this more satisfactorily to Your High Excellencies. Having just arrived home, I had the interpreter alerted, related the entire incident to him, and ordered him to notify the king and crown prince immediately the next day, with the request that they be pleased to have the perpetrators tracked down, who by estimate numbered 5 to 6. And the second day thereafter, the first signatory went in person to pay His Highness a visit, taking the liberty to demonstrate to the monarch and the crown prince, who was present there, how treacherous and entirely offensive such a foul attempt on the life of the resident (against whom I had to presume the attempt was directed) would appear to Your High Excellencies, and very likely on account of the recent incident with the Mandharese, wherein we had nevertheless done no more than our duty, and that despite From Palembang, the 25th of December 1770. all danger and hatred we would continue to observe it. The Sultan was very upset, so it appeared, and promised to have the strictest investigation made into it. When it was further put to the king whether it might not possibly be a plot by the escaped Mandharese, His Highness answered, "No, no, that must come from somewhere else." We furthermore complained to the monarch that there were currently such evil people, and mostly all Buginese, Balinese, and Mandharese, that they even came by night to disturb our lodge, as we had experienced a few times, although by good guard and fire from firearms they had taken to flight; therefore submitting to the Sultan for consideration whether it was not more expedient to cause such birds of prey and scoundrels to shun arrival instead of seeking refuge, the more so because His Highness himself, within a period of eight days, had to experience heavy arson five times on his side of the river. To all of which From Palembang, the 25th of December 1770. the monarch answered nothing, but was pleased once again to assure that he would have the scoundrels who had attacked us with treachery earnestly sought, and would heed the Company's safety, intending on that account to have good orders given everywhere; since which time we have heard nothing more. Nevertheless, we keep a good watch and are thoroughly on our guard. The lost trade and pay books, with their enclosures, together with the duplicate sets of passes of the vessels arrived and departed from November of the past year to last October, having been prepared again with the greatest speed, we have the honor to offer to Your High Excellencies, respectfully referring regarding the contents of the first-mentioned books to our humble letter of the 28th of October past. The king has promised to put the consignment of pepper and tin in hand in February next, and notwithstanding that the first produce has not yet come down From Palembang, the 25th of December 1770. due to the drought in the upper river, His Highness nevertheless thinks that it can be collected to satisfaction before the end of the mentioned month. The king has also, in the presence of the interpreter, ordered his subjects collectively and publicly with a loud voice to provide the pepper as much as can be obtained, and promptly to supply the vessels that are ready and those that are not yet ready; thus we rejoice that everything concerning the important products of the country promises a good outcome. We recommend ourselves to Your High Excellencies' favorable thoughts and assume the honor to sign with the deepest respect. Was written underneath: High Noble, Greatly Esteemed, Severe, Wide-Commanding Lord and Right Honorable Lords. Lower: Your High Excellencies' humble and obedient servants. Was signed: J: van Campen, W: Carpenter van Westerbeek. In the margin: Palembang, the 25th of December Anno 1770. Batavia.

Dutch transcription

Copia Brieven ontvangen van Palembang Nedert Medio December 1770. tot ult:o April 1771. Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtb: Gestr: Wijd gebiedende heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal benevens de wel Edelen Heeren Raaden van Nederlands Jndia & &=a &„a Hoog Edelen Groot Agtbr Gestrengen wijd gebieden„ „de Heere en welEdele Heeren: 'T schijnt niet geheel vergeefs door den kroedemang Jajandria te zijn gezegt dat zoo wij 's konings sin niet doen wilde, met het overgeeven en dooden onzergevangen en wij konden zien wat er van zoude worden gelijkt 1: Van Palembang den 25 decemb: 1770. gelijk wij de Eer hebben gehad uw Hoog Edelhee„ „dens, in onze letteren van den 28 october 1770. te Communiceeren, want den 30 xber: Jongstleeden, met een zeijlschuijt in gezel„ „schap der twee Boekhouders Ian Gijsbert Hoodenpijl, en Barend vosselman in deeze rivier een tourje makende, ge„ „beurde het 's avonds om de streek van half seeven uuren wanneer wij door de swaare Ebben tegenstroom met kragt voort roeijde kort onder 't bosch, een slag als van een hand geweer hoorde, waar op zijde wat 's dat wat 's dat vallende den boekhou„ „der wosselman in mediaat voor over roe„ „bende ik ben gequest ik bergequest; waarop 6 aanstonds 't midden der rivierkoosen, uet vreese dat er meer schelmen moegte op ons laeren, en wij om de nabijheid der logie, geen schietgeweer bij ons hadden genoomen dog eer wij afstaaken om de minute te zoeken hoorden/ wij de dadersal door 't bosch Loopen vlugten geretourneel zijnde bevonden, dat gemelden vorsselman aan de linkerhand mitsgaders aan den hals was gequest, en dat ook den inattroos Rijk Pieterse van de Maat, van hun„ Schooten Van Palembang den 25 decemb:r 1774 schooten een schooten de rug had gekreegen en des anderen daags vernaam en wij nog de merktekenen, van vier schooten in den benedekant van de schuijt, aan bak„ „boord zijde; nevens gaande verklaaringen sullen 't een en ander uw Hoog Edelheedens nader te genoegen bevestigen Pas even „tuijs gekoomen, liet ik den tolk waar„ schouwen, verhaalde hem 't geheele geval, en gelasten hem van er des anderen daags, aanstonds den koning en kroon„ „prins kennes van te geeven, met ver„ „zoek dat zij geliefden de daders die na Gissing 5 â 6 sterk zijn geweest, te wil„ „hen laaten na speuren, en den tweedendag daaran gang den eerstetekende in persoon zijn Hoogheid een visite geeven, nemende de vrijheid den vorst en den kroonprins die er present was te vertoonen hoe veraderlijk en geheel aanstotelijk sulk een vuijlen toeleg op 't leeven der residenten (:op wien ik moesten gissen den toeleg was geweest:) aan uw Hoog Edelheedens soude voorkomen, en wel vermoedelijk ter oorzake van 't Jongst gepasseerde geval, met de Mandhaveesen, waar in egter niet meer dan onsen pligt had„ den magt genoomen en nog niet tegen„ „staande 3: Van Palembang den 25 Decemb 170. staande alle gevaar en haat soude Con„ tinueeren te betragten Den Sulthan was seer ondsteld so't voor„ „knam en beloofde van er 't sesgerfte onderzoek na te sullen laaten doen hier op den koning Fi nog was voorwerpende, of 't niet wel mogelijk een Complat soude sijn, der T ontvlugte Mandhareezen, andwoorde zijn Hoogheid neen. Neen dat moet ergens anders van daar koomen, wijders klaagden aan den vorst dat het thans so val kwaad valk was en dat meest alle baegineesen, baliers, en Mandhareesen, dat zij zelfs bij nagt onze logie kwaamen ontrusten, gelijk als een paar keeren had„ „den ondervinden, hoe wel dezelve door goede wagt, en vuur uit het handgeweer het ha„ „zen pad gekoozen hadden, gevende der hal„ „nen aan den sulthan in overweging of 't niet dienstiger was, sulke roofvogels en schelmende aankomst te doen schuuwen te in steede van zaeken, te meer nadien zijn Hoogheijd zelve in de tijd van eene agt daagen 5 maalen aan zijn kant der Rivier swaare brandstigting had moeten ondervinden, op al 't welkes 5: Van Palembang den 25 decemb: 1770 welke den vorst niets antwoorde maar an„ „dermaal geliefde te verseekeren, dat de schelmen die ons met verraad hadden aan„ „gedaan zoude met ernst laaten zoeken, en Comp„s veijligheijd betragten, sullende dienthalven over al goede ordre laaten geeven, 't zedert welke tijd wij ook niets meer vernoomen hebben, egter houden nij goeden wagt, en zijn wel ter deegen op onsen hoeden. 1 De verloorene Negotie en soldij-boeken met dies bijlaagen benevens de dubbelde stel„ „len passen der ven Novemb: a„o passato tot october Jongstleeden aangekomene en vertrokkene vaartuigen, met de meeste spoed weder in gereedheid gebragt zijnde, hebben wij de Eer uw Hoog Edelheedens aan te bieden, nopens den inhoud van eerst gem: boeken ons Eerbiedig revereerende, aan onse nedrige Letteren van den 28 October passato. De bezending van peper en thin heeft den koning beloofd in februari aan„ „staande te zullen in 't welk stellen en niet tegenstaande 't eerste praduct om Van Palembang den 25 december 1770 om de droogte in de boven rivier nog niet is afgekoomen, denkt zijn Hoogheijd egter dat hetzelven ten genoegen voor 't uit eijnde van gen: maand zal konnen werden ingera„ „meld ook heefd den koning in presente van den tolk zijnen onderdaanen gezament„ „lijk en in 't openbaar met luider stemme gelast de peper so veel maar te bekomen is te besorgen ende gereed zijnde vaartuigen en die nog met waeren in gereedheijd zijn spoedig te voorsien dus wij ons verheugen dat alles de aangeleegene producten des lands aangaande, een goed ge„ „volg beloofd Wij recommandeeren ons in uw Hoog Edel„ „heedens gunstige gedagten en maatigen ons de eer aan met diepst respect te tekenen /:onderstond:/ Hoog Edelen Groot Agtbaaren Gestrengen wijdgebiedende Heere en wel Ede„ „le Heeren /:Lager:/ Uw Hoog Edelheedens onderdanige du gehoorsamen dienaaren /:was getekent:/ J: van Campen, w: Car„ „penter van Westerbeek /:in margine:/ Palembang den 25 December A„o 1770 Batavia e

NL-HaNA_1.04.02_3333_0219 view scan ↗

English

From Palembang, the 25th of February 1771 Batavia To His High Nobility The High Noble, Right Honourable, Rigorous, Far-Ruling Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General, together with The Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies etc. etc. etc. High Noble, Right Honourable, Rigorous, Far-Ruling Lords and Noble Lords The king's first six prepared vessels are now sailing under escort of this letter towards the Coast in order to offer to Your High Nobilities two thousand three hundred and seventy-nine picols of pepper and five thousand six hundred and fifty ditto of tin, namely: A brigantine commanded by Juragan Dul Ghalt laden with pepper 500 picols, tin 900 Ditto Inek, ditto 375, ditto 900 A pantjalling Tompong, ditto 379, ditto 400 A sloop Adjo Ismael, ditto 375, ditto 1350 Ditto Maas Blodoek, ditto 375, ditto 1200 Ditto Rasiep, ditto 375, ditto 900 Together: 2379 picols of pepper, 5650 of tin. From Palembang, the 25th of February Anno 1771 The king promising to have the remaining vessels made ready to sail with the utmost speed to follow these, to which end he has already given strict orders to load forthwith all the incoming pepper, as His Highness expects that the delivery of that commodity this year will equal, if not surpass, that of the previous year, since the planters and overseers of the same, through continually favourable reports, promise nothing but a pleasant prospect regarding this crop. We shall not fail to encourage the sultan in every way to larger deliveries of that so highly desired product, but at the same time, also through all amicable ways and negotiations, endeavour to prevent that, if not completely nothing, at least not far above the required 15000 picols of mineral be transported to the Coast by the king's vessels. Meanwhile taking the liberty to subscribe ourselves with the deepest respect, below stood: High Noble, Right Honourable, Rigorous, Far-Ruling Lords and Noble Lords, lower: Your High Nobilities' very humble and most obedient servants, was signed: J. van Campen, and W. Carpenter van Westerbeek in the margin: Palembang, the 25th of February 1771 Batavia Batavia To His High Nobility The High Noble, Right Honourable, Rigorous, Far-Ruling Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General, together with The Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies, High Noble, Right Honourable, Rigorous, Far-Ruling Lords and Noble Lords. Trusting that Your High Nobilities have already been presented with our humble letter of the 25th of December last past, which accompanies this in duplicate, together with our trade and pay books etc., as the one and the other, according to the accompanying copy of the receipt, was handed over on the 2nd of April of this year before the shoals of this river to the skipper Cornelis Cuijper, From Palembang, the 25th of February 1771 carrying the Company's ship de Princes van Orange destined from China to Amsterdam; we do ourselves the honour to let this serve in all respect to bring to the knowledge of Your High Nobilities how, now fully fourteen days ago, through various Bangkanese refugees an unpleasant news was submitted to this court, that the king's fugitive brother Pangeran Oesoep, to that end throwing everything on the island into turmoil, having landed on the 16th of January previously with 8 penjajaps at the settlement of Mentok, while 32 such similar and other vessels of his small fleet remained roaming in those parts, where he found and declared as good prize 2 Palembang proas, together laden with 12 koyangs of rice; from where, after a stay of four days, setting course for Bangka Belo, robbing at that place the young Chinese captain named Assin of 1000 Spanish reals in cash, 3 pieces of artillery, and fully 3 koyangs of rice; subsequently, having stayed there for 6 days, From Palembang, the 25th of February 1771 he had turned the prows towards Bangka Tampelang, and taken away from the head of the Chinese nation there, Captain Ekko, 500 Spanish reals in cash, 6 small pieces of cannon of 1 lb. and 20 metal swivel guns of 2 lb., together with three vessels lying ready to sail for the return voyage hither, which were jointly laden with 1100 picols of tin; besides that, his men had also plundered three houses of the common people there, and after he had kept that settlement in continuous unrest for six days, he had finally put to sea, according to some towards Bangka Kota, but as others maintain towards Belitung; it is however believed for certain that, although Raja Haji has separated from him for some time and has sailed for Kedah, that prince nevertheless continually sends some of his fleet-men to Pangeran Oesoep to take over the looted goods and turn them into money at Riau or elsewhere. As soon as tidings of these events were received here and the first fright was somewhat bedimmed,

Dutch transcription

Van Palembang den 25 febr: 1711 Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtb: gestr wijd ged„e Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal, benevens De wel Edele Heeren Raade van Nederlands India &„a &„a &„a Hoog Edelen Groot Agtbaaren Gestrenge wijdgebiedende Heeren En WelEdele Heeren 's vorsten ses eerst aangelegde vaartuigen stevenen thans onder geleijde deezes Costiwaarts ten einde uw Hoog Edelheedens aan te bied en twee duijsent drie hondert negen en seventig picols peper en vijff duisent Ses Hondert vijftig d„o phin, Namentlijk Een Brigantijn gevoert bij Iurragan Dul Ghalt belade met prc: 500: pico 900. „ _„o _„o „ _„o Inek _„ „ d„o 375: d„o 900. „ Pantjalling _„o „ _„o Tompong _„o „ d„o 379: d„o 400 „ Chialoup _„o „ _„o Adjo Ismael _„ 11 d„o 375: d„o 1350: - „ _„o _„o „ _„o Maas blodoek _„o 1„ d„o 375: d„o 1200 _„o Rasiep _„o „ d„o 375: d„o 900 Te Samen Picols - - - - - 2379 ƒ10: 5650 _„o _„o peper Thin Beloovende 7: „ Van Palembang den 25 febr: A„o 1771 Beloovende den koning de resteerende vaartuigen met den meesten spoed te sullen laaten rijsvaardigmaalen, om deeze te volgen waar toe bereeds stricte ordres gegeeven heeft om alle de afkomende peeper ter stont in te laaden, ter zijn Hoogheijd in verwagting is dat dit jaar de leverancie van dien corll die van 't voorigen Jaar evenaaren, soo niet surpasseeren sal nademaal de planters, en opsienders, van 't selve door Continueela favorabele rapport en niet dan een aangenaam voor uijtsigt nopens dit gewas belooven Wij sullen niet nalaaten den zulthan alsints aan te moedigen tot ruijmer Leverancien van dat so seer gewenschte product, dog teffens, ook door alle minsame weegen en onderhandelingen tragten voor te komen, dat soo niet geheel niets ten minsten niet verre boven de gerequireer„ „de 15000 Picols, mineraal door 's konings vaar„ tuijgen na Costi vervoerd werd Jntusschen de vrijheijd nemende, ons met 't diepste ontsagte onderschrijven /:onderstont:/ Hoog Edelen Groot Agtbaaren Gestrengen wydgebiedende Heere en welEdele Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelheedens, zeer ootmoedige „ste en onderdanigste Dienaaren /:was getekend:/ J: van Campen, en w: Carpenter van westerbeek /:in margine Palembang den 25 februari 1771 Batavia 9: 9: Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtb: Gestrenge Wijdgebiedende Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal, benevens De wel Edelen Heeren Raa„ „den van Nederlands Jndia Hoog Edelen Groot Agtbaa„ „ren Gestrengen wijdge „biedenden Heeren en wel Edele Heeren. Vertrouwende dat uw Hoog Edelheedens onse nedrige Letteren van den 25 decemb: Jongst verweeken die deezen in dupplicaat verseld bneevens onse Negotie en zoldij baeken &„a bereeds zijn aangebooden, als zijnde 't een en ander blijkens nevens„ „gaande Copia quitantie op den 2 April deezes Jaars voor de banken deezer rivier inhandigt aan den schipper Cornelis Cuijper, Van Palembang den 25 Febr 1771 vervoerende &„a &„a C„o Van Palembang den 25 decemb: 1771 vervoerende 't van China na amsterdam e gedostineerde 's Comp„s schip de Princes ons van orange; honoreere ^ deeze in alle in eerbied te laaten dienen om uw Hoog Edelheedens S ter kennisse te brengen, hoe nu ruim veertoen daagen geleeden ter deezer hove door verschijde geleeden Bancaneesen vlugtelingen en 7 onaangenaan nieuws wierd ingedient dat 's koning gevlugten broeder Pangerang oesoep Eijlande ten dien einde alles in repen noer stelde Januarij zijnde hij op den 16„e bevoorens terwijl er 32 soo soortgelijke als andere vaartuigen van zijn vlootje daar om streeks bleeven ^ geland negorij zmernen, met 8 panjajaps ^ op de munts alwaar gevonden en voor goeden prijs verklaart heeft - 2 palembangsche prauwen te samen gelaaden met 12 Coijangs rijst van maar dezelve na een verblijf van vier dagen Cours Settende na Banca Belo, beroovende ter E dier plaats den Jonge Chineese Capitainen ge„ „mant Assin 1000 sp„s reaalen aan Cortan„ sten 3: stukken geschuts, en ruim 3 Coij„ 5 kan rijst, vervolgens daar 6 daagen verhoeff . 11: Van Palembang den 25. febr: 1771 vertolft hebbende had hij de stoenen gewent na banca Tampelang en van het hoofd der 2 Chineese natie aldaar Capitain Ekko weggenoomen 500 sp=se reaalen aan Contan„ „ten 6 stukjes Canon van 1, lb en 20 metaale draaijbassen van 2 lb. benevens drie tot retour na herwaarts zijlreedig leggen de vaar„ „tuigen die gezamentlijk met 1100 picols Thin belaaden waaren, behalven dat had„ „de de sijnen aldaar ook drie huizen van 't gemeen uitgeplundert, en na dat ses daa„ „gen lang Continueel die negorij in geduu„ „rende onrust gehouden had, was denzelven eijndelijk in zee gestooken, volgens som„ „mige na Barca Caeta dog soo anderen willen na Bliton men moent egter voor seker te weeten, dat schoon Radja Hadjie voor eenigen „tijd van hem afgescheijden en na queda gestre„ ƒ „vend is dien prins des niet tegenstaande telkens sommige van zijne vlootelingen pangerang oesoep toesend, om 't geroofde over teneemen en op riouw of elders ten gelde te maaken. soras men hier van deese gevallen tijdig kreeg en de eerste schrik een weijnig bedant was :. .

NL-HaNA_1.04.02_3333_0224 view scan ↗

English

From Palembang the 25th of February 1771 was, the king immediately ordered the pangerang Cossuma Dinata to steer with 10 panjajaps to Banca Munto in order, if possible, to protect the settlement from further surprise attacks, while in the meantime the prince had another 25 panjajaps readied in all haste, which then also sailed towards Banca on the 5th of this month under the command of four pangerangs named Weraija, Sariep, Soera, and Adie Orama, together with the khedemenig Boerta, to jointly seek out the aforementioned pangerang Oesoep, and if fortune willed it, to destroy, capture, or dispel him. The first signatory, the substance of the aforementioned having already come to his ears, shortly thereafter paid a visit to the king and crown prince, who appeared very dejected, but gradually, by way of friendly discourse, expressed themselves concerning the conduct of pangerang Oesoep, recounting in substance his recorded actions; however, the king did not wish to place the causes of these misfortunes so much to the account of his brother as to that of pangerang Prajajang Saija, son of this king of Jambi, and of Rading Berong, son of Rading Klip on Riouw, both of whom, along with some of their state dignitaries, not only collude with him but even, as the prince believes he knows for certain, fall under his fleet; their Highnesses also requested on this account that Your Right Honorables not for the present bring the matter to light, although they hinted indirectly that they would not be displeased to see it done if it could be presented in mild terms and to the charge of the aforementioned foreign princes, the sultan and crown prince seeming, on account of their close blood relationship with pangerang Oesoep, by no means to have lost all esteem and respect for him. As for what further concerns the internal tranquility of this realm, the same continues steadily, the sultan having had all those among the common people suspected of evil rounded up and distributed among the abovementioned panjajaps, whereby the wantonness previously committed was also prevented. From Palembang the 23rd of February 1775 in which work the detained Mandharese have been of singular service to us. Concerning the collection of white pepper, we have already succeeded in securing 27½ clean and pure picols, and the remainder of our treasury currently consists of approximately 45495 Spanish reals. This morning word was received here that pangerang Oesoep had carried out the feared landing at Banca Coeta, and had taken away from there two of the king's chaloups, the one laden with fully 1000 picols of tin and the other with 10 coyangs of rice, besides one war panjajap well fitted out in their manner; he had also demanded that the kledemang who governs that place as head on the king's behalf should, according to the number of inhabitants, provide him with a piece of tin per head there, which however through many promised excuses was altered and fixed at one Spanish real per man, the pangerang having received on account of this agreement 584 Spanish reals, subsequently persuading the inhabitants to escort him with their small vessels with all state and honor out to sea, which also occurred in sight of the Palembang cruising fleet; in the meantime letting pangerang Cossuma Dinata be requested to greet on his behalf his brother the king and other blood relatives, and to report that he was busy seeking Saijt Idroes, who had injured him in his honor, and when he had captured him and likewise his black deeds were turned into white, he would then return again to Palembang; but that for the present he went steering towards Passir, and upon return would once again pay a visit to the Banca settlements of Munto, Belo, Tampelang, and Coeta. Upon receipt of these insulting reports, the king, among other things, resolved to place his six vessels currently lying over under the chief command of the previous year's envoy Kledemang Darpa Mangala, in order jointly with united force to undertake the voyage to the Castle. For the rest, knowing nothing that merits attention, we take the honor to remain with the utmost respect, Right Honorable, Highly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord, and Honorable Lords, lower: Your Right Honorables' most humble and obedient servants, was signed: J. van Campen, and W. Carpenter van Westerbeek, in the margin: Palembang the 25th of February 1741, below stood: Agreed, was signed: J. van Campen. In the margin: P.S. Just after closing and before the dispatch of this, the sultan sent the Tommogong Coeta Nagara inside this lodge, letting the first signatory know that His Highness has resolved to offer Your Right Honorables, with the head of their first mission, the kledemang Darpa Mangala, a letter together with a few small gifts, which we have the duty to communicate. Translation

Dutch transcription

Van Palembang den 25 febr: 1771 was, gelasten den koning aanstonds den par„ „gerang Cossuma Dinata om met 10 pan„ Jasaps na Banca Munto te stevenen ten ein„ „de des mogelijk, de Negorij voor verdere overom„ „pelingen te dekken, laatende den vorst in„ „tusschen nog 25 panjajaps in allerije in gereedheijd brengen, welke dan ook op den 5„e deezer Banca waards sijn geseijld onder 't gesag van vier pangerangs genaamt, weraija, Sariep, soera, en adie orama mits„ „gaders den khedemenig Boerta, om geza„ „mentlijk gem: pangerang oesoep op te soeken, en soo 't gelukke wilde te verdelgen te van„ „gen of te verdwijnen Den eerstgetekende 't hoofdsakelijke van 't voorverhaalde reeds ter ooren gekoo„ „men zijnde, begaf sig kort daar aan ter visite bij de koning en kroonperins die seer zwaarmoedig scheenen dog allengskers ƒ by wijse van minsame discours zig uit„ „bieten over 't gedraggen aan van pange„ rang oesoep verhalende in substantie zijner ter neder gestelde bedrijven egter wilde den koning de oorsaaken deezen orheijlen E 13: Van Palembang den 25 februarij 1771 onheijlen niet soo seer op reekening zijnes broeders gesteld hebben als wel op die van angerang prsjajang saija zoons deezes konings van Jambij en van Rading Berong, soon van Rading klip op Riouw welke beijde met sommige hunner rijx grooten met slogts met hem heulen maar selfs so den vorst meent wel te weeten, onder sijn vloot sorteeren ook versogten Hoog heedens deswegens uw Hoog Edelheedens nog voor eerst 't geval niet onder 't oog te brengen, hoe wel egter als van ter zijde te kennen gaaven dat zulx niet ongaarne sien soude wanneer in 't sagte termen, en ten lasten der voornoemde vreemde princen konde wierde bedeelt, scheijnende den zul„ „than en kroonprins int hoofde hunner naauwe bloedverwantschap met pange„ „rang oesoep nog geensints alle agtingen respect, voor hem verlooren te hebben. Wat wijders de inwendige rust deeses rijx betreff dezelve Continueert bestendig„ lijk, hebbende den zulthan alle de van quaad verdagte onder 't gemeen laaten oppakken, en op bovengenoemde panjps, verdeeld waar door dan ook de voorheen gepleeijde moet wil F Van Palembang den 23 febr: 1775 welk werk de aangehoude Mandharaesen ons van sonderlingen dienst geweest zijn. Nopens den insaam van witte peeper is't ons gelukt bereeds schoon en suijver 27½ picols te bemagtigen, en bestaat 't restant onser Cassa thans in Circa 45495 sp„se reaalen. Heeden morgen bekwam men alhier na„ „rigt, dat pangerang oesoep de gevreesde lan„ „ding op Banca Coeta had merkstelling ge„ „maakt, en van daar weggenoomen twee 's ko„ „nings Chialoupen, de eene gelaaden met ruim 1000 picols thin en de andere met 10 Coijangs rijst, behalven nog een, na haare wijze wel gemonteerde oorlogs panjajap ook had hij gevor„ „dert dat den kledemang die als hoofd van 's konings wegen, dat plaatse bestierd, hem soude na 't getal der ingesetenen, aldaar voor ieder hoofd een stuk thin bezorgen, dat egter door veel beloofde Excu„ „sen wierdt verandert en vastgesteld op een sp„s real per man hebbende den pangirang 0 uijt hoofde van dit accoord ontvangen 584 spaan„ „si reaalen vervolgens de inwoonders persuadee„ „rende om met hunne kleijne vaartuijgen, hem met alle statie en honneur tot in zee uitge„ „leijde te doen ook in 't gesigt van palembargsche kruijsvlootje geschiede; laatende middelerwij„ „ze den pangerang Cossima Dinata versoeke om zijnent wegen sijn broeder den koning en andere — 17: Van Palembang den 25 febr: 177 andere bloetverwanten te groeten; en te berigten, dat bezig was, om zaijt Idroes die hem in zijn Eer benadeelt, had, te soeken en wanneer die bemagtigt hed en feffens zijn zwart aangerigt in wit was verandert, als dan weder na palembang soude retourneeren 9 dog dat voor tegenwoordig Passir ging besterenen „en bij terug komst, de bancase Negorijen Munto, Belo, Tampelang, en Coeta, andermaal soude een visite komen geeven. Den koning is op ontvangst deezer beledigende be„ „rigten, onder anderen te rade geworde sijne thans overwaa„ „rende ses vaartuigen, te stellen, onder't hoofd beleijd van den voorjarigen afgesant Kledemang darpa Man„ „gala ten einde gezamentlijk met vereende mogt de reijze na Caste te ondernemen. Voor't overige niets wetende dat attentie meriteerd matigen wij ons de eer aan met de uijterste eerbied te mogen zijn. /:onderstont Hoog Edelen Groot Agtbaaren Gestrengen wijdgebiedende Heere, En wel Edele Heeren /:Lager uw hoog Edelhee„ „dens Nedrigste en gehoorsaamste dienaaren /:was getekent:/ J„s van Campen, en W„m Carpenter van westerbeek /:in margine:/ Palembarg den 25 febr: 1741 /:onderstont:/ Accordeert /:was getekent:/ J van Campen /:in margine:/ P: S. Eeren na 't sluijten en voorde verzending deezer zend den zulthan den Tommogong Coeta Nagara binnen deeze logie laatende den eerstgetekende meeten dat zijn Hoogheijd beslooten heeft, om uw hoog Edelheedens, met 't hoofd doerer eerste berending, den kledemang dan pa Mangala een brief benevend enige weijnige geschenken aan te bieden 't wolk di oer hebben schuldplygtig te Commiticoeren. Translaat E

NL-HaNA_1.04.02_3333_0228 view scan ↗

English

From Palembang, February 1771. Translation of a Malay letter written by the King of Palembang to Your High Nobilities, the Noble High Indies Government, received at Batavia on 26 March 1771. After customary compliments, this reads as follows: Furthermore, the Paduka Seri Sultan Ratu communicates that on this occasion, as head of all the pepper and tin vessels destined for Batavia, he sends Demang Darpa Manggala with a letter of sincere friendship and affection addressed to my brotherly friends, the Lord Governor-General and the Council of the Indies, to strengthen our mutual, upright goodwill; with the further report that the present Resident Van Campen is offending against the ancient customs. However, the Sultan keeps his eye fixed upon his brotherly friends, the Lord Governor-General and the Council of the Indies, because he has no other refuge or protection through which the Palembang realm is maintained, and concerning which he shall not express himself further, only hoping for the favor and mercy of his brotherly friends, the Lord Governor-General and the Council of the Indies; to whom it is also respectfully made known that the Sultan, having been notified by the said Resident that the Company's small vessel was attacked at sea, immediately sent out Mantris together with those dispatched by the aforesaid Resident in order to relieve the said vessel, but perceiving nothing, they returned together to Palembang. Lastly, the Paduka Seri Sultan sends as a token of affection as a gift to His High Nobility: 75 picols of black pepper 10 ditto of white pepper 20 ditto of tin 1 picol of wax 1000 pieces of yellow ginger 2 large elephant tusks 2 ambalu boards 1 rattan mat, as well as 2 ditto with gold knobs. And to the Honorable Director-General: 13 picols of black pepper 5 ditto of white pepper 5 ditto of tin 2 small elephant tusks 500 pieces of yellow ginger 1/2 picol of wax 1 rattan mat 1 ambalu board, as well as 1 rattan cane with a gold knob. In the hope and expectation that these will be received with complete and sincere pleasure. End of my writing. Underneath: Written at Palembang on Sunday the 15th of Dhu al-Qadah 1184, being February in the year 1771. Lower: Translated by: Signed: Lk Goossen. Batavia. From Palembang, 13 March 1771 Batavia To His High Nobility, the High Noble, Highly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Honorable Lords Councilors of Netherlands India, etc., etc., etc. High Noble, Highly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord and Honorable Lords: Through the bookkeeper Jan Gijsberti Hodenpijl, who also crosses over to the capital to accompany the wife of the first-signed, we have the honor to offer Your High Nobilities four hundred and ten picols of Bangka tin, with the humble plea to favorably accept this small quantity at the customary price; furthermore, this is accompanied by a small packet of pay papers, while we honor ourselves by signing with the deepest respect. Underneath: High Noble, Highly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord and Honorable Lords. Lower: Your High Nobilities' most humble and obedient servants. Signed: Jb van Campen and Wm Carpenter van Westerbeek. In the margin: Palembang, 13 March 1771. Batavia. From Palembang, 11 March 1771 Batavia To His High Nobility, the High Noble, Highly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Honorable Lords Councilors of Netherlands India, etc., etc., etc. High Noble, Highly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord and Honorable Lords: The Chinese Juragan Lim Joequa, who belongs here, now sailing thither again, we humbly offer with him to Your High Nobilities as many cadjang mats as this vessel was able to stow; referring further to the accompanying invoice, we have the honor to name ourselves with the deepest respect. Underneath: High Noble, Highly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord and Honorable Lords. Lower: Your High Nobilities' most obedient and dutiful servants. Signed: J: van Campen and W: Carpenter van Westerbeek. In the margin: Palembang, 11 March in the year 1771. To His High Nobility, the High Noble, Highly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Honorable Lords Councilors of Netherlands India, etc., etc. High Noble, Highly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord and Honorable Lords: The King having again laden 11 of his vessels with four thousand one hundred and fifty picols of pepper and nine thousand three hundred picols of tin, they are now sailing therewith under escort hereof from Palembang, 4 April 1771, to

Dutch transcription

Van Palembang den febr: 1771. Translaat Malaijs Missive geschreven door den Coning van Palembang, Aan Huw Hoog Edel„ „heedens d'Edele hooge Indiase Regeering ontvangen Batavia den 26 Maart 1771 Fr Na gewoone Ccomplimenten Zuijd deezen als volgt. Wijders Communiceert den Padoeka Siri zulthan Ratoe, dat bij deezen gelegentheid als hoofd van alle de peeper en thin vaartuigen na Batavia kome kome te senden kedemangdarpa Mangala„ met een brief van cinceere vriendschap en gene„ „gentheijd gerigt aan mijne broederlijke vrinden den Heere Gouverneur Generaal en de raade van india tot versterking der onderlinge opregte wel menentheijd, met verder be„ „rigt dat den presenten Resident van Campen tegen de alouwde usantien misdoet„ Egter houdt den zulthan sijn oog gevestigd op des„ „selfs broederlijke vrinden, den Heere Gouverneur Generaal en de raden van india om redenen geen andere schuijlplaats off bescherming heeft door welke ook het palembangsche rijk werd onder„ houwden en waar omtrent sig niet verder sul vor uijtlaaten alleenlijk ^ hopende op de gunste en ontferming van derzelver broederlijke vrinden den heere Gouverneur Generaal en de raden aan india aans 19: Van Palembang den febr: 1771 aan welken nog eerbiedig werd bekend gemaakt dat den zulthan door gem: resident verwittigdt sijn„ „de dat 's Comp„s kieltje in zee was aangerant, ter„ „stont Mantries daar op uijt heeft gesonden met en benevens de afgezondene door voorm: Resident, ten einde het gem: vaartuijg te ontsetten, dog niets ontwaarende sijn dezelver gezamentlijk weder te rug na palembang gekoomen. Laastelijk zend den padoeka siri zulthan tot een toeken van genegentheijd ingeschinke van zijn hoogEdelheid 75 picols swarte peeper 10 _„o witte — 20 _„o thin 1 picol wax 1000 p„s jntte gember 2 „ klipvontstande groote 2 „ ambaloe planken 1 „ rotting mat benevens 2 „ _„o„ met gouwde knoppen En Aan den wel Edelen Heer Directeur Generaal 13 picols swarte peeper 5 _„o witte 5 _„o Thin 2 p„s Eliphantstanden kleijne 500 „ guttegember ½ prc„s wax 1 p„s rotting mat 1 „ ambaloe plank benevens 1 „ rotting met een goude knop Jnhoope en verwagting het een en ander met een volkome opregte aangenaamheid sal werden ontvangen Eijnde mijner penne /:onderstond:/ Geschreven tot Palembang op Zondag den 15 aan dzoel-cha-ida 1184 /:zijnde geweest den februari A„o 1771 /:lager vertaald door: /:was geteekend:/ L„k Goossen. Batavia _„o _„o Van Palembang den 13 Maart 1771 Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Gestr: wijd geb„de Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal, benevens De wel Edelen Heeren Raade van Nederlands India &„a &„a &„a Hoog Edelen Groot Agtbaren gestrengen wijdgebiedende Heere en wel Edele Heeren Deer den Boekhonder Jan Gijsberti Hodenpijl die ten geleijde van des eerstgetekendes huijsvrouw meede na de hoofdplaats overgaat, hebben wij d' eer uw Hoog Edelheedens aan te bieden vier hondert tien picols bancaes thin, met ootmoedige beede deeze kleijne quantiteit goedgunstiglijk te willen accepteeren ten gewoone prijze nog gaat mits deeze over een pacquettje soldij papie„ „ren terwijl ons honoreere met diepst ontzag te tekenen. /:onderstont:/ Hoog Edelen Groot Agtbaren Ge„ „strengen wijdgebiedende Heere en wel Edele Heere /:Lager:/ uw Hoog Edelheedens ootmoodig„ „sten en onderdanigsten dienaaren /:s getekend:/ J„b van Campen, en w„m Carpenter van westerbeek /:in margine:/ palembang den 13 Maart 1771 Batavia 21 Van Palembang Den 11 Maart 1771 Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtb: Gost: wijd ge d: heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal benevens De wel Edele Heeren Raade van Nederlands India &„a &„a &„a Hoog Edelen Groot Agtba„ „ren Gestrengen wijdgebie„ „dende heere, en wel Edele heeren Den â casti 't huijs hoorende chinees Jurragan Lim Joequa thans weder derwaarts stevenen„ „de bieden wij met denzelven uw hoog Edelhee„ „dens nedrig aan, so veel Cadjangmatten, als dit vaartuijg heeft kunnen bergen ons de swee„ „gers refereerende, aan versellende Factuur heb„ „ben wij de eer met diepst ontsag ons te noemen. /:onderstont:/ Hoog Edelen Groot Agtbaaren Gestrengen wijfd gebiedende heere, en wel Edele heere /:lager:/ uw Hoog Edelheedens onderdanigsten en gehoorzaamste dienaaren /:was getekend:/ J: van Campen, en w: Carpenter van westerbeek: /: in margine:/ palembarg den 11 Maart A„o 1771 Aan zijn Hoog Edelheijt Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Gestr:s wid gebied=s Heere Albertus van der Parra Petrus Gouverneur Generaal beneevens De wel Edele Heeren Raden van neederlands Jndia ke H: k: Hoog Edelen Groot Agtbaren Testrs wijdgebied: ere En wel Edele Heeren Den koning weederom Eeff sijner vaartiigen beladen hebbende met vier duijsent Een hondert vijftig picols peeper en neegen duijsent drie honderd Picols Thin vaaren deselve daar meede thans :/ onder geleijde deeses:/ van Palembang den 4 April 1771: na

NL-HaNA_1.04.02_3333_0233 view scan ↗

English

23 from Palembang the 4 April 1771 Pepper Tin to Your High Excellencies, namely A sloop commanded by Indragen Mas laden with picols Tells picols 410, pieces 300 The Sultan saying that he will shortly let 5 to 6 small keels follow this to conclude for this [illegible], while His Highness meanwhile continues to reassure us of a desired and advantageous state of the pepper cultivation, and concerning shipping no more than 15,000 picols of tin, declares he will conform as far as is at all possible to the pleasure of Your High Excellencies, which we shall endeavor on all occasions to keep alive in the monarch's memory. After which dutiful communication, we take the liberty to call ourselves with the deepest respect, beneath stood, Right Honourable, Highly Esteemed, Severe, Far-ruling Lord and Noble Lords, lower, Your High Excellencies' most humble and obedient servants, was signed, J. van Campen, W. Carpenter van Westerbeek. ditto Mado ditto Mahamath ditto ditto 375, 408 in the margin: Palembang the 4 April Anno 1771 ditto Daaham ditto ditto 375, 400 ditto ditto ditto Maston ditto ditto 357, 1500 ditto ditto ditto Bato ditto ditto 375, 1400 ditto ditto Badarbedien ditto ditto 375, 1100 ditto ditto Saloedien ditto 375, 600 ditto ditto 375, 500 ditto ditto Doasum ditto ditto 375, 400, pieces 850 ditto Tamin ditto ditto 375, 1100 ditto ditto Safiedien ditto ditto 375, 750 700 No 17 7 The 8 April Anno 1771 Palembang from To His High Excellency The Right Honourable, Highly Esteemed, Severe, Far-ruling Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General, together with the Noble Lords Councillors of the Dutch Indies etc. etc. Right Honourable, Highly Esteemed, Severe, Far-ruling Lord, Noble Lords, The Sultan's continuous instance for passes for these his four last vessels not having been able to be turned away any longer without displeasure with this court, we let them proceed on their journey to the main place under guidance of this, in hope of Your High Excellencies' great favorable approval, at the highest disposal of the same, with eleven hundred twenty picols of pepper and four thousand five hundred five picols of tin, namely: Tin Pepper A brigantine commanded by Snaragan Saliesa laden with picols 376, picols 1876 ditto ditto Cassia ditto ditto 250, 1350 ditto ditto Tjili baakim 50, 860 A sloop ditto Hirman ditto ditto 425, 250 Tells picols 1120, pieces 705 We have the honor to call ourselves with deep respect and awe, beneath stood, Right Honourable, Highly Esteemed, Severe, Far-ruling Lord and Noble Lords, lower, Your High Excellencies' humblest and most obedient servants, was signed, P. van Campen, W. Carpenter van Westerbeek, in the margin, Palembang the 8 April Anno 1771. 25 From Palembang the 4 April Anno 1771 To His High Excellency The Right Honourable, Highly Esteemed, Severe, Far-ruling Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General, together with the Noble Lords Councillors of the Dutch Indies etc. etc. Right Honourable, Highly Esteemed, Severe, Far-ruling Lord and Noble Lords, Shortly after and just before sending our respectful letters of the 11 and 18 of the recently passed month, which both accompany in duplicate, we found ourselves honored per the returned pantjalling de Enelheijt with Your High Excellencies' most respected letter of the 14 December of the past year, paired with some enclosures and duplicate papers, along with 8 lasts of rice, from Palembang the 4 April 1771 rice, 6 half-leagers of arrack and 50 pieces of Chinese planks, for which favorable provision we express our humble thanks, the contents of the received orders being dutifully obeyed with all possible exactitude. We observed with special joy that Your High Excellencies have favorably deigned to take satisfaction both in our implemented means to obtain information on Billiton regarding the Chinese Lim Kangko and Toe Fatko left over from the run-aground Limphose junk, even though these were not of the desired success, as well as in our given answer to the King's raised objections against the non-shipment of more than 20,000 picols of tin annually, concerning which we have already several times, and now again recently by way of amicable discourse, reminded the monarch and made him understand that the honored resolution on this subject will be followed unalterably and without the least deviation, so that the Company will not become embarrassed with that mountain of stock through too great a supply, which His Highness repeatedly answered amicably with the indication that he will conform in all respects, as much as is at all possible, to the pleasure of Your High Excellencies, being confident that

Dutch transcription

23 van Palembang den 4: April 1771: Peper Thin na uw hoog Edelheedens Namentlijk Een Chialoup gevoert bij Indragen Mas gelaaden met picols gb G Telt Picoles 410. pC: 300 Seggende den sulthan eerstdags nog 5: a 6 kieltjes tot besluit voor dit daar deese te zullen laten volgen terwijl sijn hoogheid ons in tusschen van een gewenscete, en voordeelige staat der peeper Cultonre blift verseekeren en omtrent geen meerderen afscheep dan 15000 picols thein betuijgt sig alsnints so veel imner mogelijk is te sullen schikken na 't welbehagen van uw hoog Edelheedens 't geen wij bij alle ovasien sullen tragten in 's vorsten geheugen leevendig te houden, Na (welke schuldpligtige Communicatie de vrijheid neeme ons met de diepste eerbied te noemen /onderstond:/ hoog Edelen groot agtb: Gestr: weijdgeb:t heere en wel Edele heeren /lager/ uw hoog Edelh:s onderdanigste en gehoorsaamtte dienaren /was geteekent/ J: van Campen, w: Carpenter van westerbeek _o Mado _o Mahamath _„ _„o 375 — „ 408 — /in margine/ Palembang den 4: april Ao 1771: _o Daaham _o „ _o 375 - „ 400 d:o _o „ _o Maston _„o „ _o 357: — „ 1500 — d„o _o „ _o Bato _o „ _o 375 — „ 1400 — Gl _o „ _o badar bedien _ „ _„o 375 — „ 1100 — _o „ _o saloedien — „ _o 375 — „ 600 — _o „ _o 375 — „ 500: — glb _o „ _:o Doasum _o „ _o 375 —„ gl gb _o„ 400: - prcs 850: — _o Tamin _o „ _o 375 — „ 1100 — „ glb _o „ _o Safiedien _o „ _o 375 — „ 750: — 700 — „ „ „ „ „ d=o gld glb. _o „ _„ _ _o No 17 7 Den 8 April A„o 1771: Salembang van Aan Zijn Hoog Edelheijt Den Hoog Edelen Groot Agtb: Gestr: weijdgebied: Heere Parra Petrus Albertus van der Gouverneur generaal beneevens de wel Edele heeren Raden van Neederlands Jndia tekk gen Hoog Edelen Groot Agtb: Sestr: weijd gebied:s Heere wel Edele Heeren De zulthans aanhoudende istantie omn Passen voor deese sijne vier laaste vaartuigen niet langer / sonder en min met dit hoff / hebbende kon„ nen van de hand wijsen laten wij in hoope van uw hoog Edelh:t groot gunstige goedkeuring deselve ondergeleijde deeses (:ter hoogst deselver g'eerde dispositie rijs vorderen na de hoofd plaats met Elf hondert twintig picols peeper en vier duijsend vijff hondert vijff vicols thin Namentlijk Thin Peeper Een Briguantijn gevoert bij Snaragan Saliesa beladen met ToColl 376 - pic:o 1876: — _„o „ _o Cassia _o „ _o 250: — „ 1350 c=to d=o 860 — _o „ _ o Tjili baakim - „ 50. —. „ Chialoup 250 _o Hirman _o„ _=o 425 = Felt Picols 12 0: - pr/s 705. — wij hebben de Eer met diepe Eerbied ontsag ons te noemen /:onderstond:/ hoog Edelen groot Agtb: gesta: wij d geb: Heere En wel Edele heeren, lager, uw hoog Edelheedens needrigste en gehoorsamste dienaren /was geteekend /: P: van Campen w: Carpenter van westerbeek /:an margine:/ Palembang den 8: April A:o 1771: „ _o„ d=to 25: Van Palembang den 4 April Ao 177 Aan fijn Hoog Edelheijt Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Gestr: wijd gebied=s Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal, Beneevens De wel Edele Heeren Raden van Neederlands India E: k: Hb: Hoog Edelen Groot Agtbaren Gestrengen wijdgebiedenden Heere en wel Edele Heeren Korts na en eeven voor 't afsenden onser eerbiedige Letteren van den 11: en 18 der Iongst verweeken Maand die beijde in dupplicaat versellen) vanden wij ons per de geretourneerde Pantjalling de Enelheijt vereert met uw hoog Edelheedens hoogst gerespecteerde missive van den 14: december des voorleeden Iaars gepaart met eenige bij„ lagen en duplicaat papieren mitsgaders met 8: lasten rijst Pm van Palembang den 4. April 1771: rijst 6: halve leggers arak en 50 p.s Chineese planken voor welke gunstige toeschikking onse ootmoedige dank betuijgen, sullende den inhoud der ontfangene be„ veelen met alle mogelijke exactitude schuldpligtig wer„ den geobedieert, wij beoogden met sonderlinge blijdschap dat uw hoog Edelheedens goedgunstig hebben gelieven genoegen te neemen so in onse te werk gestelde middelen om op edliton in„ formatie te bekomen, noopens de van de afgeloope Limphose Iong overgebleeve Chineesen Lim kangko en Toe Fat„ „ko, alschoon deselve niet van het gewenschte succes sijn geweest, als in ons gegeeven antwoord op s konings ingebragte beswaaren is teegen den non afscheep van meerder dan 20'000 picols ten sjaarlijks waar omtrent wij den vorst bereeds eenige maalen en nu nog kortelings bij weege van minsaam discours hebben hermiert en doen begrijpen dat 't gehanoreerde besluit op dit sajet onveranderlijk en sonder de minste afwijking sal werden opgevolgt ten eijnde DE Comp: door geen te grooten aanvoer met die berg staff verleegen raakt 't geen sijn hoogheijt telkens minsaam beantwoord niet te kennen geeving dat sig in allen op sigten /: soo oveel immers mogelijk is:) sal schikken na 't weedderge welbe„ „kagen van uw hoog Edelheedens in vertrouwen sijnde dat

NL-HaNA_1.04.02_3333_0237 view scan ↗

English

27: From Palembang, the 4th of April, Anno 1771: that your High Nobilities' favor and magnanimity shall favor him and his poor subjects in the future with more favorable resolutions on this subject. We further acknowledge our deep obligation for your High Nobility's favorable promise to reflect, upon our made instance (to be allowed to lay in a stock of some 1500 to 2000 picols of tin), whenever the vent of that article increases, regarding which we flatter ourselves with the pleasing hope of a desired success. It pleased us no less that it was agreeable to your High Nobilities that this native is maintained in his quiet rest, and that on our side nothing is left unattempted to watch over the Honorable Company's interest and concern, to the furtherance of which salutary aim the friendship with this court is constantly cultivated more and more, under the careful avoidance of anything that might give any occasion for estrangement. Your High Nobilities' most humble servants cannot recall the unfortunate outcome of the Honorable Company's bark De Vrijheid except with the utmost horror, being able to testify in good conscience regarding the preceding circumstances to have acted no differently than they have acted, judging that honor and duty required upholding the honor and contracts of the Honorable Company, From Palembang, the 4th of April 1771. when the same were, as it were, cast to the wind, as it appeared to us had happened on the one hand by the five Mandharese vessels navigating and landing here without a pass, whereas they had nevertheless bound themselves to the contrary by contract as early as Anno 1674; and on the other hand by the Palembangers themselves, who (after request made) refused the King's shahbandars or commissioners to assist in the inspecting of those vessels, although such is expressly stipulated in the 6th article of the latest contract; with which view we also sought to bring this matter in its entire course under the notice and to the decision of your High Nobilities, not being able to have the least suspicion that the negligence and carelessness of the commander Petrus Wilmstad would go so irresponsibly far as to unchain such prisoners who lay under the heaviest suspicion of treachery, and to let them walk up and down loose and free, and to entrust them with the free use of parangs and knives; the more so since that man so many times repeatedly testified and assured us that he found not the least difficulty in the transport of a number of 130 heads of prisoners, considering the women, children, and sucklings made up well over 50 of that number, and the rest were brought aboard all chained pair to pair, whom he (according to his saying) would place below 29 From Palembang, the 4th of April 1771: and, by means of the hatches closed with gratings, keep well in check and rein; which he also strictly observed during his presence here, of which we ourselves were daily eyewitnesses. The detained five Mandharese paduwackans, along with the still present 35 persons, 11 of them having already died and 0 absconded, we have, according to your High Nobilities' respected order, offered to the King with the request to act with the Mandharese according to the 9th article of the above-mentioned contract, but to send the abducted Timorese towards Batavia, to the end that the same might return to their country free and clear. However, His Highness shows himself disinclined in this respect and politely refuses the acceptance as well of the said small keels as of those people, saying he has more than too many bad people in his country and therefore does not wish to meddle with these vagrants, heartily wishing that the same had never beheld this realm, since many troubles would then have been prevented. Yet it appeared to us that the prince purposefully took no notice of the vessels, the reason for which we guessed to be not only their poor quality, being not like those of the Europeans properly fitted with From Palembang, the 4th of April 1771: ironwork and ribs, but merely joined together with wooden pegs or pins without any knees upon the outriggers, and thus easily parting from one another; but especially on account of their desolate condition, being so aged, rotten, and eaten through by white ants that they can no longer remain above water, whereon also none of the natives dares to make any bid; of which all the Sultan was possibly already informed beforehand by many of his realm's grandees, who closely and attentively inspected the said prows and found them in the described condition. We therefore find ourselves, in this state of affairs, obliged to let the aforementioned paduwackans remain lying here in front of the lodge as they are, until further highly respected disposal of your High Nobilities, and further to employ the captive slaves for their board at the Honorable Company's labor. Regarding the reimbursement of the costs incurred for the securing, providing for, and the maintenance of the aforementioned Mandharese to the sum of 1422 guilders, 6 stivers, 8 pence, we most humbly insist with your High Nobilities for a most gracious dispensation, so that we may not be so unfortunate as to have to lose, in addition to the pain and sorrow of the event, also such a considerable amount. Meanwhile we express to your High Nobilities our deeply indebted thanks

Dutch transcription

27: Van Palembang Den 4: April A:o 1717: dat hoogst derselver gunst en Eoelmoedigheijt hen, en sijne arme onderdanen in den vervolge met gunstiger besluijten op dit onderwerp favoriseeren sullen. wijer kennen onse deepe verpligting over uw hoog Edelh:t Gunstige toesegging van op onse gedaane instantie (:om een 1500 a 2000: picols thin in voorraad te mogen aanslaan:) te sullen reffecteeren wanneer t debiet van dat articul vergroot waar omtrent wij ons met de streelende koop van een gewenscht suces flatteeren. 'T verheugde ons niet minder dat 't uw hoog Edelheedens aange„ naam was dat deesen inlander in sijn stille rust vol„ kerdener van onse sijde niets onbesogt gelaten word om voor SComp: interest en belangte waaken werdende tot be„ vordering van dat heijlsaam oogmerk, alsants de vriendschap met dit hoff meer en meer aangequeekt onder sorgvuldige vermijding van al wat maar Eenige voet tot verwijdering geven kan, Aan 't ongelukkig afloopen van sE Comp: Bark de vrijheid gedenken uw hoog Edelheedens onder„ danigste dienaeren niet dan met de uijterste ontvoering kunnende in gemoede betuijgen omtrent dies voor afgegaan omstandigheeden niet anders te hebben drraven handelen dan gehandelt hebben oordeelende dat hed en pligt vereijschte de Eer en Contracten der E: Maatschappij Van Palembang Den 4 April 1771. Maatschappij te moeten handhaven wanneer deselve als in de wind geslagen wierden gelijk ons toescheen, dat eens deels door de vijff Man„ dhareese vaartuijgen was geschied, miet te varen, en alhier aan te landen sonder Pas, daar zij zig nogtans al Ao1674: bij Contract tot 'tteegendeel verbonden, hebben en ander deels door de palemban„ „gers selve met (:na gedaen versoek:) 's konings sabandhaars of gecommitteerdens tot assistentie bij 't visiteeren dier vaartui„ „gen te weigeren op schoon sulks bij 't 6 Articul des Iongste Con„ „tracts uijtdrukkelijk bedongen is met welk insigt dan ook deese saak in zijn geheele beloop, hebben soeken te brengen onder 't oog en ter decitie van uw hoog Edelh.:s geen 't minsten vermoeden konnende hebben dat de sloffigheid en agte„ loosheid van den gesaghebber Petrus wilmstad so onver„ antwoordelijk verre gaan soude om sulkz gevangenen die onder de slimste suspicie van valshait lagen te ontkeetenen en los en vrij op en needer te laten wandelen do selfde 't wrij gebruik van paarings en metsen aan te betrouwen te meer, daar dien man so meenigmalen hij herhaa„ ling ons betuijgt en verseekert heeft, in de overvoering van een nomber van 130 koppen arrestanten geen de minste swarigheit te vinden aangemerkt de vrouwen kinderen en suijgelingen ruijm 50. stuks van dat getal uijtmaakte en de overige hem alle paar aan Jaar gekeetent binnen boords gebragt sijn dewelke hij (na sijn seggen om laag soude plaatsen 29 Van Palembang Den 4:' April 1771: en door amdeel der met roosterwerk gesloote luijken wel in toom en teugel houden 't geen hij ook geduurende sijn aan„ weesen alhier exact heeft in agt genomen waar van wij selve dagelijks oog getuijge geweest zijn De aangehoudene wijf Mandhareese Paduwackans neevens de nog aanweesige 35 Menschen sijnde bereeds 11: derselver overleeden en o gedrost hebben wij na uw hoog Edelheedens ge„ respecteerde bevil den koning geoffereert onder versoek, om met de Mandhareesen na 't 9: articul van bovengenoemt Contract te handelen maar geroofde Trmoreesen Batavia waards te senden ten eijnde deselve vrij en Liber na hun land konden te rug keeren Dog zijn hoogheit toont sig desweegens ongeneegen en refuseert beleefdelijk de acceptatie so wel der gedagte kielt„ jes als dier volkeren teggende meer als te veel quaad voek in zijn land te hebben en oversulks met deese swervers sig niet te willen moeijen van herten wenschende dat deselve nooijt dit rijk hadden aanschoud nadien dan veelerlij troubelen souden sijn voorgekoomen egter scheen 't ons toe dat den voost als met opset op de vaartuigen geen aan„ „merking maakte waar van wij gisten de reeden te zijn niet alleen derselver slegt aloij sijnde niet als die der Europeesen behoorlijk met N van Palembang den 4: April 1771: met ijserwerken en inhouten maar enkelt met houte keggen of pinnen sonder eenige kniezen, op deggers 't saamgevoegt en alsoo ligtelijk van den anderen wijkende maar bij sonder uit hoofde hunner desalate toestant als weesende sodanig verondert verrot en van de witte mieren door knagt dat niet meer boven water blijven kunnen waar op ook niemand der inlanderen eenig bod durft bieden van welk een en ander den zulthan ook moogelijk bevoorens al was verwittigt, door veele sijner rijxgrooten dewelke gedagte prauwen met attentie van na bij beschoud en in de beschreevene gesteldheid bevonden hebben, wij vinden ons derhalven in deese toestand der zake genoodsaakt tot op nadere hoog g'eerde dispositie van uw hoog Edelheedens meerm: Sadauackans alhier voor de logie „te laten blijven leggen so als te sijn ende groepte slaven ver„ ders voor de kost tot sE Comp: arbeijd te emploijeeren Noopens het rembour seeren der gevalle ongelgoden op „de verseekering besorging en 't onderhoud der meerm: Mandhaare„ sen ter somme van ƒ1422„ 6: „ 8„ nisteeren wij ten ootmoedigste bij uw hoog Edelheedens om groot gunstige ontheffing op dat zo ongelukkig niet zijn van boven de smerte en leet„ weesen van 't geval ook nog sulk een aansienelijk tatum te moeten verliesen ondertusschen betuijgen wij uw hoog Edelheedens onse diepschuldige dank

← previousnext →