VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3337

Japan · 1,766 pages · 332 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3337_1349 view scan ↗

English

222 220 Batavia To His Honour The High Noble Rigorous Right Honourable Lord to plead most humbly that our conduct, as we have both newly arrived at this factory, may be confirmed with your high approval, and that our committed omissions which might appear may be generously overlooked, being assured that we have fulfilled and executed everything with uprightness and to the best of our knowledge, whatever served the masters' interest; Wherewith, invoking Heaven's most bountiful blessings both upon Your High Noble Right Honourable Lordships' precious persons and illustrious families, as well as over their highly praiseworthy and illustrious administration, we conclude, and subscribe ourselves with all profound respect and dutiful reverence was signed below - High to report, to present to the Governor in order to be able to obtain again the old quantity of 11000 Picols of copper, with another separate small present for him, but which the said interpreter High Noble Rigorous Right Honourable Widely Commanding Lord and Lords below Your High Noble Right Honourable Lordships' humble and very obedient servants was signed: Olphert Elias = D'Armenault in the margin: Japan At the Factory of Nangazacken the 16 November Anno 1770: Sworn Scribe agrees H.k Geerling 222 Batavia To His Honour The High Noble Rigorous Right Honourable Lord Petrus Albertus van der Parra Governor General Together with the Honourable Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies, High Noble Rigorous Right Honourable Widely Commanding Lords and Lords In respectful reply to Your High Noble Right Honourable Lordships' highly esteemed secret letters to report, to present to the Governor in order to be able to obtain again the old quantity of 11000 Picols of copper, with another separate small present for him, but which the said interpreter High Noble Rigorous Right Honourable Widely Commanding Lord and Lords below Your High Noble Right Honourable Lordships' humble and very obedient servants was signed: Olphert Elias = D'Armenault in the margin: Japan At the Factory of Nangazacken the 16 November Anno 1770: H.k Geerling Sworn Scribe agrees 222 Batavia To His Honour The High Noble Rigorous Right Honourable Lord Petrus Albertus van der Parra Governor General Together with the Honourable Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies; High Noble Rigorous Right Honourable Widely Commanding Lords and Lords In respectful reply to Your High Noble Right Honourable Lordships' highly esteemed secret letters letters of 10 June past, we have, in fulfillment of our duty, sought to carry out as far as possible the order contained therein, but to our regret the outcome thereof has not corresponded to fair expectations, since the head interpreters immediately understood that Your High Noble Right Honourable Lordships were of the opinion that the ship Gansenhoeff had presumably been lost, and thus would be entitled to the transport of two years of bar copper, which now fell away of itself because the said vessel in the past year had transported from here 6275 Picols, and in the ships Burgh and Walcheren 11725 chests were laden. We have through all efforts, means, and ways sought to obtain an increase of copper for the Honourable Company, offering them extraordinary presents for the Court and other Grandees, but all this was in vain, since the said interpreters frankly informed us that all this would not help, because the copper was becoming scarce, and giving us to understand that if such should occur, they would notify us a year in advance 224 in advance, to bring goods in proportion for it, and lastly that such had to be ordered directly from the Court. Our submitted petition to that end, handed over on the 19th of August, has at the writing of this not yet received an answer; likely it will go as in past years, for a similar request presented by the Chief Elias and the first signatory in the past year on 6 November was only given back after the departure of the said Chief, saying that such could not be done. According to last year's esteemed authorization by secret letter under date of 19th June, we have also applied our utmost efforts to obtain more bar copper for private account, but to our painful regret have been able to secure no more than 700 Picols of that metal, for the same price of f 60 per 120 lb. It is our humble request that Your High Noble Right Honourable Lordships kindly be pleased to accept the same on the same footing and that after its delivery the proceeds thereof may be paid to the signatories out of the Honourable Company's Treasury. From what has been written, we trust Your High Noble Right Honourable Lordships will easily gather the little hope for an increase in bar copper, and that the time has not yet arrived; however, if we could rely on the word of other Japanese besides the interpreters, there might be a glimmer of good success in one or two years towards its increase, which must be awaited. The principal article of what has passed concerning the bar copper having been brought before Your High Noble Right Honourable Lordships' eyes, we live in hope that you will be pleased to confirm our conduct in this as well as general proceedings with your approval, to overlook kindly the committed mistakes that might appear, and to be assured that we, as honour-loving servants, have applied everything in order to

Dutch transcription

222 220 Batavia Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaaren Heere„ het needrigste te smeeken, ons gehouden gedrag als beijde aan dit Comptoir Nieuw aangekomen zijnde, met derselver hooge goedkeuring te be„ lieren bekragtigen, en onse begaane omissie, die mogte voorkoomen genereuselijk te pas„ seeren, en verzeekert te weesen, dat wij met op„ regtheid, na beste geweeten alles volbragt en uijtgevoerd, hebben wat tot s'meesters intrest was dienende; Waarmede deese onder toebidding van Ss Heemels Heijl rijkste Zeegeningen soo over uw Hoog Edele Groot Agtbaarheedens dierbaare Persoonen en Jllusen Framsl als mede over desselvs Hoog loffelijke en Luijsterrijke Regeering besluijten, en ons met alle diepe Eerbied en verschuldigt ontzagt teekenen /:onderstont:/ - Hoog 2 d melden, Gouverneur te Presenteeren, om de oude quantiteijt van 11000 Picols kooper, weeder te kunnen bekomen, met nog een apart Presen¬ „tje, voor hem, dog het welk gemelde Taalsman Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaare wijdge„ biedende Heere En Heeren /:langer Uw Hoog Edele Groot Agtbaarheedens onderdanige en sier Gehoorsaeme dienaaren/ was geteekent:/ Olphert Elias = D' Armenault /:in Margine:/ Japan Ten Comptoire Nangazacken den 16 November Ao 1770: Gesw Scriba accordeert H„k Geerling 222 Batavia Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaaren Heere. Petrus Albertus vander Tarra Gouverneur Generaal Beneevens de Wel Edele Groot Agtbaare Heeren Raaden van Neederlands India, Hoog Edele Gestr Groot Achtbaare wijd Gebiedende Heeren En Heeren In Eerbiedige Prascriptie op uw Hoog Edele Groot Agtbaarheedens zeer Ge-eerde secreete Letteren 2 melden, Gouverneur te Presenteeren, om de oude quantiteijt van 11000 Picols kooper, weeder te kunnen bekomen, met nog een apart Presen tje, voor hem, dog het welk gemelde Taalsman Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaare wijdge„ bieden de Heere En Heeren /:laager Uw Hoog Edele Groot Agtbaarheedens onderdanige in seer Gehoorsaeme dienaaren / was geteekent:/ Olphert Elias = D' Armenault /:in Margine:/ Japan Ten Comptoire Nangazacken den 16 November Ao 1770: H„k Geerling Gesw Scriba accordeert 222 Batavia Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaaren Heere/. Petrus Albertus van der Tarra Gouverneur Generaal Beneevens de Wel Edele Groot Agtbaare Heeren Raaden van Neederlands India; Hoog Edele Gestr Groot Achtbaare wijd Gebiedende Heeren En Heeren In Eerbiedige Rescriptie op uw Hoog Edele Groot Agtbaarheedens zeer Ge-eerde secreete Letteren 2 Letteren 10 Junij passato hebbe wij ter voldoening onser pligt de ordre daar in vervat getragt soo veel mogelijk te voldoen dog dies uijtkomst heeft tot ons leedweesen niet beantwoord aan de billijke verwagtinge wijl de oppertolken ten eersten begreepen uw Hoog Edele Groot Agtbaarheedens van ge„ dagten, waren het schip Gansenhoeff Presumtivelijk gebleeven zouden zijn. en dus het vervoer van twee Jaaren, staatkooper te goed zoude hebben, het geen nu van zelvs verviel wijl gemelde Bodem Ao passato van hier vervoerd hadde 6275 Picols en in de scheepen Burgh en Walcheren 11725: kisjes geladen waaren wij hebbe door alle moeijte middelen en wegen ge„ tragt d EComp: vermeerdering van kooper te doen Erlangen haar buijten gemeene geschenken voor 't Hoff in verdere Grooten aan biedende, dog sulks is alles te vergeers, wijl Gemelde Taalsmannen onsrond borstig te kennen gaff dat sulks alles niet helpen zouden, wijl het kooper schraal wierd, en ons te kennen geevende zoo zulks mogte ge„ beuren zij ons wel een Jaar van te vooren kennisse zoude geven 224 geven om goederen na rato daar voor mede te brengen en ten laesten zulks direct van 't hoff moest geordon„ neerd werden, ons ingedient versoek schrift tot dien Eijnde op den 19„e augustus overgegeven; hebben onder schrijvens deses nog geen antwoord gekreegen, denkelijk het meede als in den gepasseerde Jaaren zal toegaan, want diergelijk versoek door het opperhoofd Elias en den Eerste teeke„ „naar, en Ao passato op den 6 November geprosen„ teerd, is eerst na het vertrek van gemelde opperhoofd weder te rug gegeven zeggende sulks niet konde geschieden volgens voorjaarige g'eerde qualificatie bij se crote brieff sub dato 19:e Junij hebbe wij mede ons uijterste Poginge aangewend om voor particuliere reekening meerder staat kooper te bekomen, dog tot smertelijk Leedweesen niet meerder dan 700 Picols van dat Metaal kunnen bemagtigen, voor de selfde Prijs van ƒ 60 d' 120 lb is ons needrig versoek uw Hoog Edele Groot Agtbaarheedens het zelve opgelijke voet goed 2 8 good gunstiglijk gelieve te accepteeren, en naar dies uijt„ leevering het Provenue van dien aan de teekenaars uijt S, E Compagn: Cassa mag voldaan werden, Uijt 't geschreevene vertrouwen wij Uw Hoog Edele groot Agtbaarheedens, ligtelijk opmaeken de weijnige hoop tot vermeerdering van staar kooper en de tijd nog niet gekomen is, egter zoo wij ons Clattee„ „ren, konde met het gezegde van andere Japanders buijten de tolken, zoude er een slickering van goed succes kunnen weesen om in een â twee Jaaren, tot dies vermeerdering, het welke afgewagt moet werden; Het voornaemste articul van het gepasseerde omtrend het staarkooper uw Hoog Edele groot Agtbaar„ „heedens, onder 't oog Gebragt Leven, in hoope ons gehou„ „dene, gedrag in dese als generaale behandelingen met derzelver goedkeuringe te willen bekragtigen, de be„ gaane misslaagen welke mogte voorkomen goed„ gunstiglijk te passeeren en verseekert te wesen wij als Eerlievende dienaaren alles hebben aangewend om

NL-HaNA_1.04.02_3337_1357 view scan ↗

English

226 Japan At the Factory Nagasaki 9 November Anno 1771 in order to satisfy the purpose of Your High Noble Great Honorable Lordships, wherewith these, wishing Heaven's most abundant blessings both upon Your High Noble Great Honorable Lordships' persons and families and upon your highly praiseworthy and illustrious Government, shall ever be with the deepest awe; High Noble Rigorous Great Honorable Far-ruling Lords, Noble Lords! Your High Noble Great Honorable Lordships' humble and very obedient servants, D: Armenault Aelik 2 Secret: Java's East Coast Anno 1771. 2 Register of the secret letters and papers entered herein, received from Java's East Coast from 1 October to the last of December 1771: Original separate dispatch from Governor van der Burg to Their High Nobilities dated 24 September 1771: Page 7: Copy of separate letters from the Administrator at Sourabaia, Luzac, to Governor van der Burgh at Samarang dated 28 August Anno 1771: 9: dated 31 ditto Anno 1771: 33 dated 6 September Anno 1771: 45: dated 7 ditto Anno 1771: 55: dated 14 ditto Anno 1771: 81: Annex: various copies of copies of letters exchanged by the said Luzac with the chiefs at Balemboangang, Passarouang, and Panaroekan 8 to 253: Copy of separate replies from Governor van der Burgh to Administrator Luzac dated 4 September 1: dated 18 September 1771: 104: Original separate dispatch from Governor v: d: Burgh to Their High Nobilities dated 6 October 1771. 153: Copy of a separate letter from the Administrator in the Eastern Salient, Luzac, to the said Governor written dated 13 September 1771: 159: Annex: Copies of copies of letters written by Luzac to others 167: Page: Copy of a separate letter from Luzac to Governor van der Burgh dated 1 October 1771: 185: with some relevant annexes. 187: Copy of a narrative of two natives concerning the killing of the Company's garrison on the island of Noessa- 192: Original separate dispatch from Governor van der Burgh to Their High Nobilities dated 8 November 1771: 205 Copy of instructions for Captain Lieutenant Reijgers to Balemboangang. 213: ditto for Lieutenant Heinrich and associates. 225: Copy of separate letters from Mr. van der Burgh to Administrator Luzac dated 11 October 1771: 227 dated 19 ditto 1771. 231: ditto ditto 30 ditto 1771: 233: item ditto 4 November anno 1771. 239: ditto Copy of narratives of the Soera Mane Wadie and five other Balemboangan prisoners. 243: Copy of the declaration of Iaxa Nagara in defense against the charges brought against him 253: ditto of the Balemboangan Mantrie Tsjaving Andal and associates to the charge of Mane Wadie. 263: Extract vendue roll of one hundred flintlocks sold by the Land Council; 267: 1: Copy of incoming secret letters and papers from Java's Northeast Coast, from 1 October to the last of December 1771: To His High Nobility the High Noble, Rigorous, and Great Honorable Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Noble Lords, Councilors of the Dutch Indies High Noble, Rigorous, Great Honorable Lord, Noble Lords, The reports received from the Eastern Salient since my latest respectful communication to Your High Nobilities of 24 August 1771, with reference to the From Java's East Coast, 24 September 1771: the new unrest in the Balemboangan district and its environs, amount to this: That a party of rebels over one thousand men strong had entrenched themselves near Bajoe in a benteng of wooden palisades, and kept themselves busy closing and rendering the roads unusable by cutting down trees and tearing down bridges. That some others at Matjang Poeti had occupied the road to Panaroekan, and a third faction at Ginting had occupied the passage to their hiding place, and moreover put to death in the cruelest manner those who did not willingly choose their side, in such a way that this unfortunate fate had befallen a son and a brother of the provisional second regent Jaxa Nagara, because they regarded the latter as the greatest obstacle to their designs. That their chief had assumed the name of Susuhunan, but, besides many dying from the hardships of rain and lack of provisions, 3: From Java's East Coast, 24 September 1771: he had been deserted by several others after they had seen him and discovered that he was not their purported Pangerang; That according to the testimony of two prisoners he had managed to obtain an ordinary Company barrel of gunpowder and 1,200 bullets, and the causes of this unrest were rumored to be the harsh treatment by the Bepatti of the first regent, Carta Nagara, alias Bapa Antie, as they were also not satisfied with that regent himself and wished just as little to remain under the second, Iaxa Nagara, while runaway slaves were also found among them, who are said to have acted most murderously toward the murdered emissaries; That those of Sentong, one of the villages which Administrator Luzac, according to the report of his recent journey to Oeloepampang, had separated from Panaroekan and placed under Balemboangang, had also fled and were behaving hostilely, refusing to hear emissaries or receive letters, saying that this had been forbidden to them by their Gusti Maas Willis, who had suffered much at Ceylon, and who would appear any day now.

Dutch transcription

226 Japan Ten Comptoire Nangazackij den 9e November. Ao 1771 om aan 't oogmerk van Uw Hoog Edele Groot Agt„ baarheedens, te voldoen, — waar mede dese onder toewenschinge van S' Hemels Gijlrijkste zeegeninge, soo over uw Hoog Edele Groot Agtbaarheedens Persoonen en familjens als desselvs hoog loffelijke en Luijsterijke Regering, met het diepste ontsag altoos zullen zijn; Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaare wijd=gebiedende Heeren Ed Heeren! Uw Hoog Edele Groot Agtbar Eedensn onderdanige en seer Gehoorsame dienaaren D: Armenault Aelik 2 Secreet: Javas Oostkust Ao 1771. 2 Register der in deesen ingeschreevene secreete Brieven en papieren ontfangen van Javas oost Cust Zedert p:o 8ber: tot ultimo Decemb:r 1771: origineele aparte Missive van den Gouverneur van der burg aan hunne hoog Edelheeden ged: 24 7ber: 1771: Copia aparte brieven van den gesaghebber te sourabaij auizac aan den heer Gouverneur van der Burgh tesamarang ged: 28: Augustus Ao 1771: „ 31: d„o Ao 1771: - - „ - 33 6: 7ber: A:o 171: - „ - 45: d„o Ao 1771: - - - „ - 55: 7: d„o Ao 1771: -. „ 81: annex diverse copia â Copia brieven door gem Euzac met de hoofden te Balembcangang, Passa„ „. 8: tobs 253: rouang en Pamanoekan gewisseld - Copia aparte antwoorden van den Gouverneur van der Burgh aan den gesaghebber Euza ged: 4 burs „ 1: ged: 18: 7ber: 1771: -. „. . . 104: d„o origineele aparte missive van den Gouverneur v: d: Burgh aan hunne hoog Edelheden d:' d' 6 8ber 1771. . . „ 153: Copia aparte brief van den gesaghebber in den oostkoek Euzac aan gem: gouv: gesz: ged: 13: 7ber: 1771: „. . 159: - annex Copia â Copia brieven door Luzac aan andere geschreeven- d„o d„o d„o d„o d„o d„o d„o 167: Pag: „. . . . 7: 9: : 14. d„o d„o „ Pag: Copia Aparte brief van Euzac aan den gouv: van der burgh ged: „. . . 185: 1: 8ber: 1771: nevens Eenige relative bijlagen. „ . . 187: Copia relaas van Twee Inlanders wegens het ombrengen van 's Comp: besetting op het eijland Noessa- „ . . 102: origineele aparte missive van den gouverneur van der Burgh aan hunne hoog Edelheeden ged: 8 Nov: 1771: „. . 205„ Copia Instructie voor den capitain Licutenand Reijgers naar Balemboangang. . . . . . - - - - 213: _„o voor den Luitenant Heinwrich C: s:. . . . . 225: Copia aparte brieven van den heer van der Burgh aanden gesaghebber Luzac ged: 11. 8ber 1771: „. . 227 „ 19: d„o 171. - - „ - - - 231: d:o d„o „ 30 d„o 1771: - - „ - „ 233: d„o d„o item do „ 4: November a„o 1:„ . . 239: d„o Copia relaasen van den soera mane wadie en nog vijf balemboangsche gevangenen. - - - - „. Copia verklaring van Iaxa nagara tot verantwoor„ ding van het hem ten laaste gelegde --„ _o van den Balemboangschen Mantrie Tsjaving Andal C: s: ten laste van Mane Extract vendúrol van hondert bij den Landraad verkog„ .267: te snaphaanen; - - - - - - - wadie. - - - - - - - - - - - - - - - - 263: — _o 1: Copia Aankomende Secreete Brieven en Papieren van Iava's NoordoostCust, zedert Primo October tot ultimo December 1771: Aan zijn Hoog Edelheijd den Hoog Edelen gestr: groot Achtb: Heer Petrus Albertus van der Parra. Gouverneur Generaal, nevens de wel Edele heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele Gestr: Groot Achtb Heer wel Edele Heeren, De berichten Seedert mijne Iongste Eerbiedige aan uw Hoog Edelheeden, van den 24: augustus 1771: „mer uit den oosthoek ontvangen, komen „ betrekking tot de En Van Iavasoostkust Den 24:' Septemb:r 1771: de nieuwe onlusten in het Balemboangsche en daar omstreeks: hier op uit. Dat een partij der rebellen over de duizend man strek zich bij Bajoe in een Benting van Houten Palissaden kadt verschanst, en haar bezig hielden, met door boo„ men om te kappen, en bruggen af te breeken de „ weegen toe en onbruikbaar te maken. Dat eenige andere bij Matjang Poeti, de weg naar Panaroekan, en een derde Complot bij ginting de passa„ „gie naar hun schuilnest hadden bezet mitsgaders de zulke, die niet gewillig hunne partij koosen op de vreeds te wijze om het leven bragten, in voegen dat ongelukte beurt gevallen was een zoon en een broeder van den pro„ visioneelen tweeden regent Jaxa Nagara, om dat zij den laatsten als de grootste hinderpaal hunnen dessec„ nen hielden. Dat hun hoofd zich den naam van Soesoehoenang hadt toegeligend, doch, buijten dat er veele door onge„ makken van regen en gebrek aan levens middelen sturven 3: van Iavasoost Cust Den 24.: Septemb„r 1741: 1771 171; Sturven door verscheide andere verlaten was, na dat zij hem gezien en ontoekt hadden dat het haaren opgegeven Pangerang niet was; Dat hij volgens getuijgenis van Twee gevangen een ordinair Comp„s vat kruit, en 1200 kogels zouden hebben weten magtig te worden, en de oorzaaken dezen onlusten gerugt wierden te zijn harde behan„ delingen van den Bepattij van den eersten regent „dat zij met dien Regent zelf ook niet te vreden waren, sn even min onder den Tweeden Iaxa Nagara, Carta Nagara Jalias Bapa Antie: /ewil den Staan terwijl er onder hun ook weg geloopen slaaven gevon„ ^ die reel „den wierden „ het moordadigste met de omgebragte sendelingen zouden gehandelt hebben; Dat ook die van Sentong /: een der negorijen dewel „ke den gezaghebben Luzae, volgens 't rapport van zijn Iongst gedaene reize naar Oeloepampang van Panaroekan afgescheiden en onder Palemboan„ „gang heeft gesteld:/ waeren uit geweeken, en zich vijaandelijk gedroegen, willende geen sendelingen hooren nog brieven ontfangen, zeggende dat hun zulks door hunnen gustij maas willis, die op zee „lon veel geleden hadt, en die eerst daags te voor„ „schijn

NL-HaNA_1.04.02_3337_1366 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 28th of September 1771. it was forbidden to appear; That Lieutenant van Imhoff on his march to Oeloepampang had indeed gone there, but because it was merely a handful of gathered people, strong 150 to 160 heads, did not deem it worth the trouble to attack them; and That subsequently from Passorouang having been detached a sergeant, a corporal, sixteen common European soldiers, and one hundred natives, in order near Djember just as in 1768, to take up a post on the passage from Palimboangang to Lamadjang and Sintong, these were attacked by the people from the last- mentioned negorij, and after the falling of the sergeant, two common Europeans, nine natives, were forced with the loss of their baggage and etc. to retreat so that the one and the other may appear to your High Nobilities, if needed, by the accompanying copy letters, and also that Passorouang, Panaroekan and the above-mentioned detachment, which had posted itself at Besoekie, would be reinforced as far as possible, while over the latter the command was assigned to an ensign; etc. From Java's East Coast, the 20th of September 1771. Upon the first report hereof, and because I fear that this incident might sometimes have adverse consequences, I have from the fairly strong Samarang garrison dispatched another twenty common soldiers to the eastern salient, and could not let pass unremarked the imprudent conduct of Lieutenant van Imhoff with the Sintongers, leaving them unmolested when he was near them, instead of attacking them and bringing them to subjection, which, if his own statement is true, that they were at that time only 150 to 160 men strong, could have been done with great appearance of success, and now that they have been left time to make a benting and they have already grown to 1000 men, will probably cost much more trouble and time, but, maintaining that one must never esteem one's enemy too lightly, I have written to the Commander Luzac, to take care that the From Java's East Coast, the 24th of September 1717. the Sintongers do not unite with the Balemboangese, and also draw no people from the Lamadjang district to themselves or even enter therein, with orders also to investigate closely whether the Panaroekan postholder Kramer, by forceful treatment of the native and the detention of two since escaped Sintongers, has not given cause for the uprising of the rest and also for the departure of seven families from his district, as well as to what extent the rumored causes of the rebellion of the Balemboangese are to be credited, and where their chief might have obtained the barrel of gunpowder and the bullets that he is said to have received in the latter part of August, in order then to take the necessary measures in that regard, as is further established by my letters to the said Commander of the 14th and 18th instant, which I also take the liberty of appending hereto. In From Java's East Coast, the 24th of September 1717. Instead of the sloop De Hoop, which has already sailed with oil and cotton yarns to the capital, the pantjallang De Petronella is projected to cruise the Balemboang beaches with two cruising praus majangs, and as I am informed that the vessel wherewith, alongside separate letters dated the 19th of June last, the papers from here speaking of the recent uprising among the garrison at Oeloepampang were sent to Your High Nobilities, is said to have been taken by the pirates, I deem myself obliged to offer copies of those papers to Your High Nobilities herewith in all respect; With respectful expressions of gratitude for the reinforcement of one sergeant, two corporals and 22 soldiers that arrived here yesterday on the bark 'T Zeepaard, I have the honor to call myself dutifully with submission and respect, was written beneath, High Noble, Stern, From Java's East Coast, the 24th of September 171. Right Honorable Sir and Noble Sirs, lower down, Your High Nobilities' most submissive and most dutiful servant, was signed, J. R. van der Burg, in the margin, Samarang, the 24th of September 1771. To From Java's East Coast, the 24th of September 174. To the Noble Honorable Johannes Robert van der Burgh, Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, etc. etc. etc. Noble, Honorable, Firm, Valiant, Prudent, Very Discreet Sir! Since my respectful reports of the 19th and 21st instant, having no matters worthy of your Noble Honor's attention to communicate, I have the honor to present most obediently the letters exchanged in the meantime from Passorouang, Panaroekan, as well as Oeloepampang, together with their answers, and flattering myself with your most favorable approval, I hope, with God going before, that the measures employed will very soon bring about a blessed change to the tranquility of that district; this hope increases all the more because I am well informed from nearby that on the part of Bali until today not the slightest movement has been made for assistance; the sloop De Hoop having arrived at Grissee only the day before yesterday, I have to the Resident there

Dutch transcription

Van Iavas oostkCust den 28„' Septemb:r 177: „schijn stond te komen verboden was; Dat den Luijtenant van Inhoff op zijn march naar oeloepampong zich wel derwarts begeeven, doch om dat het maar Een handje volzamen geloopen volks was sterk „hadt, 150 @ 160. koppen, het der moeite niet waerdig geagt„ hun aan te grijpen; en „sergeant, een Dat vervolgens van Passorouang gedelacheerd zijnde een„ Corporaal, sestheen gemeene eeuropeesche militairen, en Een „hondert Inlanders, om bij djember even als in 1768. , post te vatten op de Passagie van Palimboangang na Lamadjang en Sintong, deese door de volkeren uit laest gemelde Negorij -waren geattoequeerd, en na het sneuve„ „len van den Sergeant, twee gemeene Europiessen Negen Jn„ „landers, genoodzakt met verlies hunner bagagie en Z: te retireeren invoegen dat Een en ander uw hoog Edelheedens des behoegende, bij de nevens gaende Copia brieven, voorkoo„ „men en zoo meede dat Passorduang, Panaroekan en het op gemelde detachement, dat zich te besoekie had geposteerd na mogelijkheid soude versterkt worden, terwijl over 't Laetste het Commando aan Een vendrig op gedroegen was; Jrs Van Iavasost Cust den 20:' Septembr 174 Jk hebf op den Eerste leijding hier van en wijl ik vreese dat dit voorval somtijds naadelige ge„ „ het volgen zoude kunnen hebben ut „ vrij zwar„ „ke samarangsche guarnisoen nog twintig ge„ „meene krijgers naar den oosthoek afgezonden, en niet Ongeremarqueert kunnen passee„ „ren het onvoorsigtig gedraff van den Luij„ „tenant van Imhoff met de Tentongers, toen hij hun na bij was ongemoeid te lae„ „ten, in steede van hun aan te tasten en tot onderwerping te brengen gelijk dat, als zijn Eijgen op gave waar is; dat zij te dier tijd maar 150 @ 160:, maan sterk zijn geweest, met veel apparentie van Succes soude hebben kunnen geschieden en nu hun tijd gelaeten is een benting te maeken mits „gaders zij reeds tot 1000 man aangegroeijd waarn, waarscheinelijk veel meerder moey „te enteit kosten zal, maar onder voor hou„ „ding dat men nimmer zijnen vijand te ge„ „ring agter moet, den gezaghebber Luzac aan geschr:, om te doen zorg dragen dat de 5: Van Iavas oost kust den 24:' Septemb=r 1717. de sintongers zich niet met de Balemboaan „gers Conjungeeren en ook geen volk uijt het Lamadjongsche tot zich trecken of zich zelfs daar in begeeven met last teffens om zo wel nauwkeurig te onderzoeken of den Panaroe „krans posthouder kramer door force behandeling omtrent den inlander ende aanhouding van twee sedert ontvlugte sentongers, geen aanleiding tot den op stand der overige en ook tot de uit„ „weiking van seven huis gezinnen uit zijn district gegeven heeft als in hoe verre te accrediteeren zijn de gerugte oorzaeken van der Balemboangers rebellie en waer of hun „hoofd mag gekomen zijn aan het vat kruijt en „de koegels die hij in het last van augustus zoude bekoomen hebben, ten einde dan daar omtrent de nodige maat regulen te nemen zo als dat bij mijne brieven aan den gemel„ „de gezachebber van den 14. en 18 hujus die ik ook de vrijheid neeme dezen bij te voegen nader Consteerd In 7: Van Iavasoostkust den 24:' Sept:r 1717. Jn steede vande sloep De hoop, die bereeds met Olij en Catone garens naar de hoofd plaats geste„ „vend is, de Pantjallang De Petronella geprojec„ „teerd om met twee kruijsprauw majangs de Ba„ lemboangsche stranden te bekruijsen en dewijl ik onderrigt ben dat het vaartuijg waar meede ne„ „vens aparte letteren de dato 19:' Juni Lastl:k van hier de Papieren, spreekende van den opstand Jongst onder het guarnisoen te oeloepampang, aan uw hoog Edelheeden zijn afgezonden door de zeerovers zoude genoomen zijn achte ik mij verpligt de afschriften dier papieren uw hoog Edelheeden nevens dezen in allen eerbied aan te bieden; Onder eerbiedige dankbetuiging voor de op gis„ „teren met de bark 'T Zeepaard hier aangekoo„ „men versterking van een sergeant twee Corpo„ „roals en 22. soldaten, heb ik d'eere mij met onderdanigheid en Eerbied schuldpligtig te noe men /:onderstond:/ Hoog Edele gestrenge groot Van Iavas oostkust den 24:' Septemb.r 171. Groot agtbaeren Heer en wel Edele Heeren /:Lager:/ uw Hoog Edelheeden onderdanigster en aller trouw schuldigsten dienaar /:was getee„ „kend :/ I: R: vander Burg /:in margine:/ Samarang den 24:' September 1771. Aan 9: Van Iavasoost kust, den 24:' Septembr 174. Aan dn WlEdl Agtb: Aaen Johanas Robl nan ungh Gouverneur en directeur op en langs Java's Noord oostkust: &: &: &=a Edele Achtbare Erntfeste Manhafte Voorzienige zeer Discrete Heer! Sedert mijne Eerbiedige berigten van den 19:' en 21:' dezer geene uwel Edelens Agtbare attentie merkwaardige zaeken te „ ik bedeelen; heb de Eere d'intusschen gewisselde brieven zoo van Passorouang, Panaroekan als oeloepampang met der zelven aantwoorden gehoorzamts aan te bieden, en mij flatteerende met hoogst derzelver gunstigste approba „tie verhoope ik bij god de voorste dat de aangewende med„ „delen wel hoest een zeegen rijke veraandering tot reuste van dat district zullen te weeg brengen; te meer accres„ „seert deze hoope om dat ik van na bij wel onderrigt ben dat aande komt van balij toe heeden toe geen de minste beweeging ter hulpe gemaakt is, de sloep, De hoop op eer„ „gisteren eerst te grissee aangekoomen heb ik den resident aldaar

NL-HaNA_1.04.02_3337_1372 view scan ↗

English

From the East Coast of Java, 24 September 1771. There written to give the same his cargo according to the first order of Your Honorable Esteemed and Council at Zamarang, because shortly after receipt of His Highest's respectful orders for the mission, the Company's pantjallang De Petronella returned, so that with favorable approval, instead of De Hoop, I have planned the same for Oeloepampang to render service and remain, and since that factory has two well-armed cruising praus at hand there, I shall add no more to them. Further, it serves for obedient communication that the ship Blijdorp was dispatched on the 23rd of this month with its proper cargo of 300 koyangs of rice for Malacca, and the second regent of Sourabaija together with his adipati Soera dirijo arrived here on the 26th. Nevertheless, I cannot refrain from communicating therewith that the persons Pourbour Joso, married to the second regent's mother and in first marriage to the aforesaid regent's sister, and a certain Setio Pattij, made known by my separate letters of 3 April and subsequently sent up by that of the 12th of the same month, have returned here with the regent, because it is unknown to me whether this occurred with prior knowledge and approval of Your Honorable Esteemed. Concerning the military reinforcement sent, of whom however five were admitted to the hospital upon arrival, I request, upon further dispatch from Batavia, that this may be favorably supplemented to the number of one hundred common first-class soldiers, since the present circumstances and the extensive conquered lands of the Oosthoek quite necessarily require it. As everything is still at peace here and in Madura and having no noteworthy matters to report, I shall have the honor to call myself, with deep respect and utmost deference, Honorable, Esteemed, Valiant, Prudent, very Discreet Sir, Your Honorable Esteemed's faithful, devoted, and obedient servant. Was signed: D. Luzac. In the margin: Sourabaija, 28 August 1771. Below stood: agrees. Was signed: J. P. van der Burgh. Extract From the East Coast of Java, 24 September 1771. Extract from a letter written by the Panaroekan postholder Kramer to the commanding officer at Sourabaija, Luzac, dated 21 August in the year 1771. Since I have received a letter from the Honorable Valiant Sir Commandant of Oeloepampang, dated the 16th of this month, that I should arrest the Javanese Jeuvinale, I have brought the same here today by my people from Sentong, who declares that today the people of Sentong are holding a feast and are all enemies of the Honorable Company, and this night they have sent a Sentong lurah named Bapa Riwat with a letter to Bezoekie, which reads that if the people of Bezoekie do not wish to obey under the command of the new susuhunan, they will come down and force them to do so. Furthermore, I make known that on the 16th of this month a soldier, Jan Hendrik Siedeman, arrived here with the Honorable Company's missive and also departed overland for Oeloepampang immediately, and as soon as I received the news that the passage was blocked by the enemy, I sent mantris after him to make him return, but until today not one has returned, nor has it been learned to date whether he made it through or not. Extract from a letter from the commanding officer Luzac to the Panaroekan postholder Kramer, dated 23 August 1771: Just this moment I receive your letter of the 21st and have noted with astonishment the conduct of the people of Sentong, into which a strict investigation will have to be made to determine from what basis or cause this has arisen, to see whether the dispute might be settled amicably for the peace of the country, just as I have also written to Lieutenant Imhoff, who is on command thither and expected to arrive at your post. Copy of a missive from the commanding officer Luzac to Lieutenant van Imhoff.

Dutch transcription

Van Iavasoostkust den 24:' Sept:r 1711: Aldaar aangeschreeven den zelve nade eerste ordre van uw Ed: Agtb: en raad te Zamarang zijn Lading te geeven om dat kort nade ontfangst van hoogst desselfs „nan dat kieltje g'eerbiedige beveelen ten Jusitie,„ Compagnies pantjallang D'Petronella geretourneert, dus den zelve bij gunstige approbatie in steede van D' Hoop na Oeloepampang ten dienst Presteering en verblijff geprojecteerd heb, en vermits dat Comptoir twee wel g'armeerde kruijs pe auwmaijangs daar aan handen heeft, zal ik er geen meer toevoegen; Wijders Diene tot gehoorzaeme bedeeling dat het schip Blijdorp met zijn behoorlijke lading van 300 Coijangs Rijst voor Malacca is gedepecieert den 23: deezen, en de tweede regent van Sourabaija beneffens desselfs dipattij Soera dirijo op den 26:' alhier zijn gearriveerd nog thans kan niet voor sij daar denar d: bij te bedeelen dat de perzoonen Pourbour Joso gehuwt met des tweede regenst moeder en bij eerste huwelijk met des evingim: regenst zuster en zeker sitjo Pat „tij bij de bekent gesteld bij mijne apparte letteren van den 3:' April en naderff op gezonden bij dien vanden 12:' der zerver maand alhier met de regent geretour „neerd 11: Van Iavas oost kust den 24:' Septmbr 171. „neerd zijn om dat 't mij onbewust s of het zelve bij voor „kennisse en approbatie van uw Ed:s Achtb: is geschiet; De toegezondene versterking militairen waar van en egter bij aankomst vijf in't hospitaal geraakt zijn verbied ik bij nader onset van batavia dat tot 't getaal van hondert gemeene Primo Plaujwr gunstig mag eer „den gesuppleert, vermits de tegenwoordige omstaandig „heeden ende wijt uijtgestrekte geconcuesteerde landen van den oosthoek het wel noodzakelijk vereisschen; De toegezondene versterking militairen waar van em egter bij aankomst vijf in't hospitaal geraakt zijn verbied ik bij nader onset van Batavia dat tot 't getaal van hondert gemeene prima plauu guns „tig mag werden gesuppleert vermits de tegen voor „dige onstaandig heeden ende wijt uijt gestrekt gecon „questeerde landen van den oosthoek het wel noodza„ kelijk verrijsschen; Door dens alhier en tot Madura alles nog in „rust en geen merkwaardigheeden te bedeelen heb„ „bende ƒ Van Iavasoos kust den 24:' Septemb:r 1711. „bende zal ik mij d' Eere geven met diepe agting en uijt„ „terste Eerbied te noemen /:onderstond:/ Edele achtb: Erntfeste Manhafte voorzinige zeer discreete Heer /:Lager:/ uw Edele Agtb: trouw schuldigen en gehoorzaame dienaar /:was geteekend:/ D: Luzac /: in marginne:/ Sourabaija den 28: Aug:s 1771. /on„ „derstond:/ accordeert /:was geteekend:/ I: P: van der Burgh. — Extract 16: Van Iava's oostkust den24:' Sepr 1741. Extract uit een brief geschreeven door den Panaroekans Posthouder Kramer aan den gezaghebber te Sourabaija Luzac: ged:t den 21:' Aug„s A„o 1771. Dewijl ik een brief van den Ed:e Manhaften heer Commandant van Oeloepampong hebbe bekomenen, gev:t den 16:' deezer, dat ik den Iavaan Jeuvinale zoude ar„ „riesteeren zo hebbe den zelven op heeden door mijn voek van sentong hier gekreegen, dewelke verklaard dat, op heeden den Zentongers tractatie houden en allemaal vijaand: van de Ed„se Comp: zijn en hebben van deezen nagt een Zentongzen loera genaamd bapa Ri„ wat met Een brief na bezoekie gezonden dewelke Luijd, zo indien de bezoekers niet willen onder Com mando vanden nieuwen soejoenang luijsteren, dat zij S „haar dan willen beneden komen en „ dar toe dwingen; Nevens maake bekent dat den 16:' deezer een zoe„ vant I:n H:k Tiedeman met 'sEComp: missive hier aangekoomen Van Iavas oos kust den 24:' Septemb:r 174 „bende zal ik mij d' Eere geven met diepe agting en uijt „terste Eerbier te noemen /:onderstond:/ Edele achte Erntfeste Manhafte voor zinige zeer discreete Heer /:Lager:/ uw Edele Agtb: vrouw schuldig en gehoorzaame dienaar /:was geteekend:/ D: Luz /:in marginne:/ Sourabaija den 28: Aug:s 1771. / „derstond:/ accordeert /:was geteekend:/ I: R: van Burgh. — Extract ƒ 18: Van Iava's oostkCust den 24:' Sepr: 1741. Extract uit een brief geschreeven door den Panaroekans Posthouder Kramer aan den gezaghebber te sourabaija Luzac: ged:t den 21:' Aug„s A„o 1771. Dewijl ik een brief van den Ed.:e Manhaften heer Commandant van Oeloepampong hebbe bekomenen, gev:t den 16:' deezer, dat ik den Iavaan Jeuvinale zoude ar„ „resteeren, zo hebbe den zelven op heeden door mijn volk van sentong hier gekreegen, dewelke verklaard dat, op heeden den Zentongers tractatie houden en allemaal vijaand van de Ed„e Comp: zijn en hebben van deezen nagt een zentongzen loera genaamd bapa Ri„ „wat met Een brief na bezoekie gezonden dewelke Luijd, zo indien de bezoekers niet willen onder Com „mando vanden nieuwen Coepoenang luijsteren, dat zij S „ haar dan willen beneden komen en „ daar toe dwingen; Nevens maake bekent dat den 16:' deezer een zol„ daat I:n H:k Siedeman met 's EComp:s missive hier aangekoomen Van Iavas oostkust den 24:' Septemb:r 1771. Aan gekoomen is en ook zo immediate overland na deloe „pampang vertrocken en zoo dra ik de teijding hebbe ver „noomen, dat de passagie geslooten was van de vijand, hebbe den selven Mantries na gezonden om hem weerom te tot laeten koomen maar dat heeden nog geen een weer om ook niet tot heeden vernoomen of hij door is gekoomen of met. Extract uit een brief van den gezag „hebber Luzac, aan den Panaroekams Posthouder Kramer gedateerd 23:' Augustus 1771:— moment Zoo op het waerdert: ontfangek uw E: letteren van „den 23:' en met verwondering de handelwijse der Zintong stipte „gers ontwaard, waar na ve ondersoek zal dienen gedaante worden, uijt welk grond of oorzaak zulks is op gekoomen, om te zien of 't verphil ook inder minne tot ruijst van het land konde gebragt ^ werden, gelijk ik den Luijtenant Imhoff op Commando derwaarts en tot uwint staande te koomen ook hebf aangeschree„ „ven; Copia missive van den gezaghebbr Luzae en den luitenant van Jm„ „hoff

NL-HaNA_1.04.02_3337_1379 view scan ↗

English

15 From Java's East Coast the 24th September 1711: Imhoff on command to Oeloe Pampang; Having just received the enclosed from the postholder of Panaroekan, I send your Honour a copy for your information, so that you may arrange your affairs accordingly, and upon arrival at Panaroekan have your Honour thoroughly informed how matters stand with that affair of the Zentongens, and what the true foundation and reasons thereof may be, in order, if it were possible, to settle the same amicably, but otherwise upon resistance by force of arms. I commend your Honour in the Company's interests to God's protection and remain with much respect, below stood, your Honour's good friend, was signed, P: Luzac, in the margin, Sourabaija the 23rd August 1771: Copy of a missive from Lieutenant Biesheuvel and titular under-merchant Schophoff at Oeloepampang to the Commander Luzac, dated 16 August Anno 1771. Here From Java's East Coast the 24th September 1771. Herewith we let accompany to your Honourable Worships a copy of ours dated 12th of this month; which we presume might have been lost because the rebellious mob has occupied the road to Panaroekan near Matjang Poetie, which we have sent by Panaroekan people, and make known to your Honourable Worships in all reverence that over a thousand men have entrenched themselves near Bajoe, and the approaches are extremely difficult, and in conjunction a party of some hundred men keep possession of the road from here to their hiding place near Ginting, and a second at the aforementioned Matjang Poetie, and put to death in the cruelest manner all those whom they do not find willing immediately to choose their side, as also those who are sent to them, among whom several very common sort of headmen have set themselves up, and the mantris who have defected to them have also found no credit, except those from Colla, Bapa Wardijn and Joerotrono, who exercise their authority and mastery over Matjang Poetie; also yesterday through a youth, who had been forced by the rebels to go to their hiding place near Bajoe, taking flight from them, it was discovered that among that large crowd there already, because of the hardships they have suffered from the rain and also lack of provisions, 18. From Java's East Coast the 24th September 1771: a great sickness has arisen, of which many die daily, and it is also presumed that the head of the mob has had a benting of wooden palisades made, in which they think they will secure themselves, for which we will only lack good hand mortar grenades to suffocate them therein, for which reason I respectfully urge once again for the requested reinforcement, since those remaining here almost all remained unfit from the expedition; Having sent this by a prahu mayang with the trade books under the supervision of the soldier Janzen to Panaroekan, work should also be made from Panaroekan that the letters hither were brought over water until the land road is safe again; Wherewith with due high respect we call ourselves, below stood, Titular, lower, your Honourable Worships' submissive servants, was signed, C: V: D: Biesheuvel and H:k Schophoff, in the margin, Oeloe Pampang the 16th August 1711: yet lower stood: L: S: From Java's East Coast the 24th September 1771: L: S: also request very respectfully to send along a competent assistant surgeon, as one must necessarily be employed with the command, the under-surgeon Streithold being unfit to be employed for the least purpose, whatever it may be called, according to the testimony of the surgeon Smit; Copy of the answer to the above, from the Commander Luzac dated 23rd August 1771: I send your Honour a copy of the letter from the postholder at Panaroekan for your consideration, so that your Honour can act accordingly, and desire to be informed by your Honour concerning the condition of the duijsentongers, which, as I have learned, have already been withdrawn by your Honour from Panaroekan without qualification, for although they are indeed arranged for and belong under the Balambangan district, yet further authorization was required for that summons, until I should have been instructed by the decisions of my superiors upon my submitted report of my journey thither, and thus have written further to your Honour; It 19: From Java's East Coast the 24th September 1771. It shall then be your Honour's obligation to investigate what the true reasons are why the Sentongers declare themselves as enemies against the Company, and what lies behind those words of the new Susuhunan, in order, if it were possible, to effect the tranquility of the lands amicably upon the presentation of their affairs to the Company; which otherwise must be brought to reason by arms; I desire and request to be informed by letter by your Honour of the true state of affairs in the best, safest and speediest manner, and whether Balinese are also mixed among them and conspiring with them, and remain after friendly greetings, below stood, Your Honour's good friend, was signed, P: Luzac, in the margin, Sourabaija the 23rd August Anno 1771. Lower stood: E: L: this goes under cover of Lieutenant Imhoff going on command to your parts with 200 Surabayans, 40 Malays and 25 Europeans; Just at this moment I receive your Honour's letter of the 16th with an enclosed copy of the 12th, the original of which was however indeed delivered, and find there

Dutch transcription

15 Van Iavas oostkCust den 24:' Septemb:r 1711: Imhoff op Commando na oulo„ „ Pampang; Zoo even ingeslotene vanden panaroe kans posthouder ontfan„ „gen laat ik in Copia uw E: tot narigt toekomen, om en zijne zaeken na te kunnen schikken, en bij arrivement te pannaroe„ „kan het selve ten nauwste uw E: laten onderrigten hoeda„ „nig het met die zoeken der Zentongens geleegen, en wat de wae „re grond en redenen daar van moogen zijn, om was het moge „lijk het zelve in der minne te kunnen vinden, dog anders bij tegen kanting door kragt van waepenen. Ik beveel uwE: in Comp: belangens godes beschermingen verblijve met veel agting /:onderstond:/ uw E: goeden vriend /:was geteekend:/ P: Luzac /in marginne:/ sourabaija den 23:' Augustus 1771: Copia missive van den Luij „tenant Biesheuvel en titulair onder koopmaan schophoff te oeloepampang aan den gezag hebber Luzac, gedateerd 16: Augustus A„o 1771. Hier Van Iavas oost kust den 24:' Septemb:r 177. Dier nevens aan uw Ed: Agtb: Copia van onze sub„ dato 12: deezer laaten verzellen; wije veronderstellen dezelve het zoek konde zijn geraakt door dat het rebellisch rod deweg na Panaroekan bij matjang Poetie bezet heeft verzonden hebben door Pannarde „kanse volkeren, maeken uw Ed: agtb: in alle eerbied bekent als dat het tot zig bij bajoe over duijzend man„ verschanst heeft, ende toegangen ten uijterste moeijlijk„ zijn en onder geconjungeert een Parthij van Eenige Hondert man de weg van hier na haar schuijlwest bij ginting bezit houden, en een tweede op bovengenoemd matjang Poetie, en alle de welke niet gewillig aantreffen ter„ „stond haar parthij te kiesen op de wreedste wijse om het leven brengen, als meede de geene die tot hun gezonden zijn, onder dewelke zig verscheide zeer gemeen slag„e hoofden hebben op geworpen ende tot hun overloope mantries ook geen Credit hebben gevonden, Excepto die uit Colla bapa war„ „dijn en Joerotrono, die hun gezag en heer pappij op matjang d Poetie voeren, ook heeft men gisteren door een Jongeling, ƒ die gedwongen door de rebellen geweest in haar schuijl„ „nest bij bajoe toe gaan, de vlugt van haar genoomen, ont„ „ groote „waard dat onder die „ hoop aldaar bereeds door de ongemak„ „ken diesse door den zegen hebben geleegen en Levens middae„ ook 18. Van Iavas oostkust den 24:' Sept:r 1771: gok geloegt, en groote ziekte is ontstaan, waar an „ dagelijks tig veel komen te sterven, ook verment, men dat het hoofd van„ het rot een benting van houte palle saden heeft loeten maa„ „ken, waar inse meenen hun te zullen bevriligen, waar toe ons maar eenelijk goede handen montier granaten zul om ze „lon manqueeren oese daar in te doen jmooren, waar om nog „maals met 't verzogte secours Eerbiedigs instreck, wije de alhier nog resteerende bij na alle onbequaam uit de Ex„ 6„ „peditie zijn verbleeven; Deze per Een Prauwanaijang met de negostie boekjes onder opzigte vanden Zoldaat Janzen tot panaroekan hebben laeten brengen zoude van Pannardekan ook werk dienen gemaakt te werden dat de brieven her„ „waards over waeter gebragt wierden tot dat den landweg weederom veijlig is; Waar meede ons met verschuldigde hoog agting noe ƒ „men /:onder stond:/ Titul:/ Lager:/ uw Ed:s agtb: submissie dienaeren /:was: geteekend:/ C: V: D: bies„ „heurel in H„k Schophoff /:in marginne:/ oe„ „loe pampang den 16:' aug:s 1711: / nog lager stond:/ L: S: „ Van Iavas oost kust den 24:' Septemb:r 171: L: S: versoeken meede zeer eertiedig om een bequaam ondermeester meede te zenden wijl een noodzaekelijk bij het Commando dient gebruikt te werden, den onder„ Chirurgijn Streithold voor 't minste te gebruijken hoe ook genaemd volgens getuijgenis van den Chirurgijn smit onbequaam zijnde; Copia antwoord op bovenstaande, van den gezaghebber Luzac gedateerd 23:' augustus 1711: Ik laat uE. Copia der brief vanden posthouden te panaroekan ter speculatie toekoomen, om uw E erna te kunnen rigten, en begeere door uE omtrent de toestand deuijsentongers onderrigt te worden, welke zoo ik ver„ „noomen heb door uwE bereeds van Panaroekans af„ getrokken buiten qualificatie, want alhoe wel de zel „ve wee voor het balemboaangse en onder het balembo „aangshe geschikt en gehoorende zijn egter tot die oproe „ping nadrre qualificatie gehoorde, tot ik vande be„ „sluijten mijner gebiederf op mijn ingeeve berigt van mijn reise derwaarts zoude zijn geinstrueert en uw E: dus nader aangeschreeven; Het 19: Van Iavas oostkust den 24: Septemb: 1711. Het zal dan van uE gehoudenisse zijn te onderzoeken welke de waere redenen zijn, waarom de sentongers hun tegende Comp:e verklaeren als vijaand, in wat er onder die woorden van den nieuwen sousoehoenang schuilt, om was het mogelijk inder mine bij voordragt hunner hunner zaaken aande Comp: de rust er Landen te bewerken; welke anders door de wapenen tot reedenen zullen dienen gebragt te worden; Ik verlang en begeer vande waare toe stand den zaeken door rwE: op de beste vijligste en spoedigste wijse bij Letteren onderigt te worden, en of er ook ba„ „liers onder vermengt zijn en meede heulen, en ver„ „blijve na minsaame groete /: onder stond VE: goeden vriend:/ was getekend:/ P: Luzac:/:in marginne:/ Sourabaija den 23:' aug:s A„o 1771. /:Lager stond:/ E: L: deeze gaat onder Couvert vanden luijtenant Imhoff op Commando tot uwent gaande met 200 sourabaijers 40: malaijers en 25: europeese; Zo op 't moment ontfangen ik uw E: brief vanden 16:' met een Jncloose Copia vanden 12:' welkers origi „neel egter wel aangebragt is geweest en vinde daar

NL-HaNA_1.04.02_3337_1384 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 22 September 1711: to which nothing is to be replied other than that I hope the detachments sent out and already on the march, such as those of Passorouang on the 19th and those from here on the 21st, will bring about an advantageous change in these circumstances, and I still wish to be informed whether my letters of the 9th, 13th, and 19th of this month have reached your hands and where the requested papers remain. From the Postholder Kramer to the Commander of this East Corner. Since on the 20th of this month two Javanese arrived from Jentong with three small packets of tobacco, with which they went around here in the village to exchange the same for salt, about which I was warned by people from here, whereupon I immediately grew suspicious of the aforementioned Javanese, had them brought here, and asked what they had come to do here, to which they answered that they had brought a little tobacco and some bananas and cloths for my wife, whereupon I grew even more suspicious of them. 21 From Java's East Coast, 24 September 1711. Growing suspicious of them, I arrested them and locked them up; however, during the night of the 21st to the 22nd, they managed to break loose and flee, and a European who resisted them fell with them over the battery to the outside, but we fortunately managed to get him back inside again. Furthermore, I make very humbly known that the Javanese Jeuvenaal, of whom I made mention in the letter of the 21st of this month, requested on the morning of the 22nd at 7 o'clock to relieve nature, which I permitted him, whereupon the corporal unlocked him and assigned a European to guard him; this last-mentioned Javanese managed to overpower the European who was with him, seized his bandolier and firearm, ran amok, and set upon me and then Corporal Johan Du Bois therewith; and while we defended ourselves as best we could, I was wounded in the left arm and the corporal received a body slash across the hand, whereupon some Europeans quickly rushed in and gave him two shots, so that he remained dead on the spot. Further, From Java's East Coast, 24 September 171. Further, I make very humbly known that the Javanese whom I sent after the European, of whom I made mention in the letter of the 21st of this month, have returned, but can say nothing of the European as to whether he made it through or not, because being afraid of falling into the hands of the enemy, they did not dare to continue their journey. I hereby request some more men, because I do not know how matters stand and I am poorly provided for. Wherewith I have the honor to subscribe myself with the deepest respect, beneath stood: title, lower: Your Honor's most humble and entirely obedient servant, was signed: I: C: Kramer, in margin Panaroekan, 22 August 1771. From the Commander Luzac to the Postholder Kramer at Panaroekan. The incident that occurred with you has deeper and further implications, 23: From Java's East Coast, 24 September 1741. implications, thus you must be well on your guard so that you are not unexpectedly overwhelmed; I have written to the Passarouang Commander to provide your post, either from his own garrison or from those on the march, with a corporal and 4 to 6 men, and I hope that the detachments on the march, which are strong enough with God's help to curb that rabble, will bring about some favorable change; nevertheless, the manner of guarding the escaped and deceased Sentongers is inexcusable for you, at least those who were entrusted there, so they ought to be bound so that they cannot move, and the Europeans on post must watch most closely, armed with a flintlock with ball and cartridges, and in addition with their cutlass; breaking this off in haste, I remain after greetings, beneath stood: Your good friend, was signed: P: Luzac, in margin Sourabaija, 24 August 1771. Lower stood: P.S. Concerning the Company's pantjallang the Johannes Cornelis, I desire to be informed whether it has passed your post or to what point it has advanced. From the Lieutenant and Passorouang Commander From Java's East Coast, 24 September 171: Commander Gondelagh to the Commander Luzac, dated 25 August 1774. Yesterday I duly received your honored letter of the 23rd, together with the separate copies enclosed therewith from the Balemboang residents and the Panaroekan postholder, to which I have the honor to reply to Your Honor that this morning four trusted men were sent from here to Besoekie, Zentong, and Gamber to inform themselves accurately about everything; upon their return, I shall not fail to report thorough details of their actions to Your Honor. This morning I received a Javanese letter from the Besoekie Rongo, which I have the honor to offer enclosed to Your Honor; he, the Rongo, only notes therein whether merchants and other people from Sinttong occasionally came to visit their friends and how they had conducted themselves therein, whereupon I have once again instructed the aforementioned Rongo to be on his guard, as the firm rumor was going around that those villages were also known enemies of the Honorable Company, according to which he must also closely

Dutch transcription

Van Iavas oostkust den 22 Septemb:r 1711: daar op niets te resschriebeeren als dat ik hoope dat de uitgezonden en bereeds op warsch zijnde Commando als die van Passorouang den 19:' en die van hier den 21:' een voordeelige veraandering deesen omstaendig hee„ „den zullen te weege gebragt worden en begeere ik nog berigt te zijn of mijn brieven vanden 9:e 13:' 19:e deezer uwE niet ter hand op koomen zijn en waarse g'eischte papieren blijven; Danden Posthouder Kramer aan den gezag„ hebber deezen ooskoek. Dewijl den 20:' deezer twee Javaanen van Jen„ „tong gekomen zijn met drie pakjes Tobak, waar meede zij alhier inde negorij zijn rond gegaan om dezelve voor zout te verruijlen, 't welk mij door volk van hier is gewaarschout worden, waar op gelijk kwaad agter denken op dezeve bovengem: Javar„ „nen hebbe gekreegen en deselve hier laeten komen en gevragt wat zij hier kwammen doen, waar op zij ten antwoord hebben gegeeven, dat zij en weijnig tobak en eenige Pisang en kleedjes hadden gebragt voor mijn huijsvrouw, waar op ik nog meer kwaad agterden ten - 21 Van Iavas oost kust den 24:' Septemb:r 1711. Agterden hen kreeg hebe de zelve g'arvesteerd en vast gezegt, edog hebbe dezelve zig weeten des nagts van den 21:' op den 22:' los te maeken en te vlugten en is een eeuropees dewelke haar teegenstand deede met haar over de batterij na buijten gevallen, edog hebbe deselve ge„ „lukkig weer binnen gekreegen; Verders maake zeernedrig bekent dat de Javoan Jeuvenaal, waar van ik inden briev van den 21: dezer gemelt hebben den 22: des morgens om 7 uuren heeft versogt om zijn behoef te doen, het welk ik den zel „ve gepermitteerd hebbe, waar op de Corporaal hem los geslooten en een europees meede gegeven om hem te bewoeren, heeft deeze last gem: Javaan den bij zig hebbende Europees weeten te overrompelen en zig desselfs Lijst en geweer bemagtigt en amok gemaakt en mij en dan Corporaal Johan Du Bois daar meede te siff ge zet, en wij ons op het beste hebben defendeert, ben ik gekwest inde Linker aarm ende Corporaal heeft een lichaam houw over de hand gekreegen, waar op haas „telijk eenige Europeese zyn toegesprongen en hebben hem twee schooten gegeeven dat hij op de plaats is dood gebleeven wijders Van Iavas oost Cust den 24„ ' Septemb:r 171. Wijders make zeer nedrig bekent dat de Javaa„ „nen, dewelke ik den Europees hebbe nagezonden waar van ik inden briev van den 21:' dezer gemeld hebbe zij„ retour gekoomen, maar weeten van den eeuropees niets te zeggen of hij door is gekoomen of niet, de„ „wijl zij bevreeso zijn geweest den vijaand inde handen te vallen hebben zij haere rijs niet deurven vervorde„ „ren; Verzoeke mits dezen nog eenige maanschappen de„ „wijl ik niet weet hoe het zit en ik sleg voorsien ben; Waar meede ik de Eere heb met de aller diepste eer„ „bied mij te onderteekenen /:onderstond:/ titul /:lager /: uwel Ed:s Agtb: aller onderdanigste en gantsch ge„ „hoor saamste dienaar /: was geteekend /: I: C: kramer /in marginne Panaroe kan den 22.:' aug:s 1771. — Vanden gezaghebber Luzac, aan den Poshouder kramer te Pana „ roekan, 'T gevaal tot uwen g'exteerd heefe dieper en verder uijsigten e 23: Van Iavas oost kust den 24:' Septembr 1741. (uijtsigten, dus wel op uw E: Eoede dienst te zijn, dat niet on„ voorsients over rompels word, ik heb den passarouangs Commmandantaa geschreeven uwE post of uijt zelfs quar „nisoen of uit de opmarsch zijnde met Een Corporaal 4. â 6l: masen te voorzien, en hoop ik dat de opmarsch zijnde Commandos, welke sterk genoeg zijn om onder godes bij stand dat rod te beteugelen, eenige gunstige ver aandering zullen te weeg brengen nogthaans is de be„ „waring vande ontvlugte en ontzielde sentongers voor uw E onverschoonelijk, ten minste dien of daar te wer„ „den aan vertrouwd dus zij dienen gevleugeld te worden dat zij zig niet roeren kunnen, ende europeesen die er post ten nauwste toe siende met Een snaphaan met scherp en pattroonen boven dien zijn houwer gewa„ „pend, deze in haast dan afbreekende verblijve ik na groete /:onderstond:/ uE: goeden vreem /:was geteekend /: P: Luzac /in marginne/ Sourabaija den 24: aug:s 1771. / Lager stond:/ P: S: omtrend de Comp: ƒ pantjallang de Johannes Cornelis Begeer ik on„ „verrigt te worden of uw E post gepass:t dan wel t op wat hoogte gevordert is, Van den Luijtenant en Passor: Commandant Van Iavasoostkust den 24.:' Septemb:r 171: Commandant Gondelagh aan den gezaghebber 1774 Luzac de dato 25:' August„s 1774. Op gisteren hebbe wel ontfangen de g'eerde van den 23:' benevens die daar bij gevoegde Copias aparte van de ba„ „ lemboangs residenten en Panaroekans Posthouder, waar op de Eere hebbe uw E: agtb: te rescribeeren dat op desen morgen vier vertroude van hier na besoekie Zentong en gamber gezonden, om zig naukeurig na alles te informeeren, bij retour vande zelve, zal niet mankeeren van haare verrigting gron„ „dige berigten aan uw E: agtb: afte leggen, Op deezen morgen hebbe eenen Javaans brief O van den bezoekies Rongo ontfangen, dien ik de eere hebbe vE: Agtb: JnCloza aante bieden, hij Rongo noteerd alleenig daar in of somtijds Ne„ „gotianten en aander volkere van sinttong kwamen om haere vriende te bezoeken, hoe zig daar in gedraagen hadde, waar op efsen gem: Rongo nog „maals aangesz: om op zijne hoede te zijn, ter wij„ „volkeren „len vast het gerulste liep die Negorijs,„ meede wette vijand van de EComp: te zijn, waar na hij zig meede nauwkeurig

NL-HaNA_1.04.02_3337_1389 view scan ↗

English

25: From Java's East Coast the 28th September 1771: had to inquire accurately, and report thereof hither at the earliest, also likewise if from that side out of the Balambangan hostile actions against the Besuki should be undertaken, to oppose them entirely by force, and also to report the same hither at the earliest. From the Lieutenant Biesheuvel and titular Junior Merchant Schophoff at Ulu Pampang to the Authority Luzac! Serving in respectful reply to your Honorable and Respected letters of the 9th and 12th of this month, both safely delivered to us yesterday evening, we send according to the highly revered requisition the original report submitted to your Honorable and Respected self concerning the tumult among the military here, and the libel submitted by the same to the first undersigned in copy, as the second undersigned made the copy thereof verbatim, ready to declare and confirm the same under oath at all times should it be required, as the original was lost by the first undersigned, who swears not to know how and in what manner; we therefore also enclose a statement from the writer of that text, in the hope that such may be satisfactory instead of the original. From Java's East Coast the 24th September 1771. The small relief force of 20 soldiers with 1 sergeant and 2 corporals can be of very little use to us without natives, as we have none left among this nation to serve in the transport of war ammunition, and they are also very necessary to pursue them into the forests and hiding places, for which our Europeans alone would be unsuited due to the difficult access in order to drive them out and destroy their provisions; that this primarily must take place country-wide at a certain distance here in the kota, to force them out of the wilderness through famine, as one would otherwise have nothing but a long-lasting struggle with our people against those rebels; the sent mortars and hand grenades alongside the rice will come in especially handy for us. These rebels are currently seen from all sides applying their greatest efforts to make all roads impassable by cutting down large trees and tearing down bridges, which will cause our men no small difficulties in pursuing them. 27 From Java's East Coast the 24th December 1772. It will cause, in our judgment, that it would indeed be necessary that a post be positioned at Jember on the little fort that stood in the year 1768 on the passage from here to Lumajang and Sentong, covering it so as to prevent this nation from fleeing along that course, as when they are dispersed here by force of arms and fire, a party of the rebel leaders will exert the utmost effort to escape to other districts; with which we call ourselves with due high esteem. Was written below: Titles. Lower: Your Honorable and Respected obedient servants. Was signed: C. V. D. Biesheuvel and H. Schophoff. In the margin: Ulu Pampang, the 20th August in the year 1771. To the Lieutenant and Pasuruan Commandant Goukelagh from the Authority Luzac. By the enclosed extract of the Balambangan letter just received, you will perceive the necessity that a post should be placed at Jember on the little fort that stood in the year 1768 on the passage from here to Lumajang and Sentong, being covered to prevent this nation from fleeing along that course, thus it seems best to me that the Lumajang and Bangil Regents provide a capable number of able-bodied From Java's East Coast the 24th September 1771. able-bodied men, and from our Lumajang garrison 1 corporal and 8 privates, to whom you can then add a discreet and capable sergeant who is also knowledgeable of that district, to take up post at the aforementioned place and keep a watchful eye; the enclosed letters are recommended to you for further and proper address, while I meanwhile remain with all esteem. Was written below: Your good friend. Was signed: P. Luzac. In the margin: Surabaya the 27th August 1771. To Lieutenant Biesheuvel and titular Junior Merchant Schophoff at Ulu Pampang from Mr. Luzac. The papers demanded by mine of the 9th were received well today with your letters of the 20th of this month; I hope that they will satisfy the required requisition; I assume that by the sending of this, the arrival of the reinforcements sent to you successively both from Pasuruan and from here will be sufficient to calm a wild and unruly mob that has gathered in your district, and to seize their leaders and ringleaders, and I expect from you somewhat more sedate 24: From Java's East Coast the 24th September 1771: and more attentive considerations, since it seems to me in your letters that you pass over it quite too calmly; I have written repeatedly that I desire a report from what fundamental causes this wild and savage community has assembled so quickly, from where the peoples come that are now named in the number of 1000, since during my presence it was stated both by you and by the current provisional Second Regent Raksanagara that no ill-disposed Balambangans, much less Balinese, were hiding in the mountains of your district, moreover idle people unworthy of mention, whereas now it suddenly presents a different picture from behind, which, should you be able to justify it, must be redressed with all speed. Concerning the Jember area, which nonetheless falls under Balambangan, I have written to the Pasuruan Commandant to take post at the aforementioned place of the year 1768 with the Lumajang men under a sergeant, and to keep a watchful eye on the passage from there to Lumajang and Sentong; however, as I hope that affairs will indeed change in form and that an end to this will be brought about, it will be of the utmost

Dutch transcription

25: Van Iavas oostkust den 28. ' Septemb:r 1771: nauwkeurig moeste informeeren, en daar van ten eersten berigt na herwaards te doen ook meede zo van die kant uijt 't palemboangse vijaandelijk heeden aan het besoekies „ geheeld met wilden onderneemen „ geweld tegen te gaan ook meede het selve ten eersten dit heen te berigten; Dan den Luijtenant biesheuvel intitu „lair onderkoopmaan schophoff te oulopampang aan den gezachebber Luzac! Dienen in Eerbiedige rescriptie op uw Ed: agtb: g'eerde van 9:' en 12: dezer ons gisteren avond beijde wel aangebragt laa„ „ten volgens hoog gevenereerd requisiet het aan uwel Ed: Agtb: in gediende berigt weeges het tumult onder dema„ „litairen alhier origineele toekoomen, en het door de zelver in„ gediende Libel aanden eerst geteekende in Copia, zoo als den tweede teekenaar het selve in Copia genoomen woordelijk behelft onder eede te verklaaren en bevestigen altoos gereed zijnde des mogte gerequireerd werden, wijl het origineel bij den eerst geteekende 'te zoekt geraakt be„ „tuijgt niet te weeten hoe in op wat weijze, laten dus van den schrijver van dat geschrift annex een verclaring mede overgaan, in hoope zulks voldoenend in steede van het Van Iavas oostkust den 24:' Septemb:r 171. Torigineele mag zijn; 't gering ontset van 20: militairen met 1: sergiaant en 2. Corporaals ons seer weinig buijten inlanders kan te staade koomen, wijl geen alhier meer onder dezena„ „tie tot de vervoer van amunitie van oorlog hebben te dienen ook zeer noodzakelijk zijn om dezelve inde bosschen en schuijlenesten te hebben, vervolgens waar toe onse eeuropeesen alleen onbequaam door de moeijlijke toegangen zoude zijn om se er uijt te verdrijven en haare leevens middelen te ruiceeren, dat het land deur op ze„ „kere distantie hier in in Cotta hoofd zakelijk diend te geschieden, om se doorhongers nood uijt de wildernis „sen te doen op koomen, daar men aenders niet als een lang duurend zukkelen met de onse op die rebbelen zouden hebben, zullen de afgezonde mortier in hand granaten bineffens de rijst ons bij zonder wel van pas koomen; rebellen De zelvens verneemt men thans val alle zeijden hun meeste bezigheiden stellen om alle weegen door het om verkappen van groote boomen en 't afwerpen der bruggen ongangbaar te maken 't welke de onse 8 geen geringe moeijlijkheeden in haar te vervolgen zal 27 Van Iavas oostkust den 24: Dectemb:r 1712. Zal veroorzaeken, zoude onses oordeels wel nood zalle„ „lijk zijn dat te Djembar een post op de in a:o 1768, gestaant fortjest op de passagie van hier na Lamadjang en sen„ „tong gedekt zeijnde, dese natie het vlugten die Cours uijt te beletten, als deselve alhier verdeeld werden door drag van waapen en te vuur t uijsterste zullen aanwenden een par„ „thij der rebellesche hoofden na aandere districten te ontflugten waar meede ons met verschuldigde hoogagting noemen /onder„ „stond:/ Titul /:lager/ uwel Ed: agtb: zubmissie dienaaren /:was geteekend/ C: V: D: Biesheuvel en H: Schop„ „hoff /in marginne /oulopampong, den 20:' aug=s a:o 1771: Aan den Luijtenant en Lassorou, „angt Commandant goukelagh van den gezaghebber Luzac, Bij in Clodo Extract balemboangse brief zo even ont „fangen zal uw E: de noodzakelijkheid beoogen dat de Djember een post op de in a:o 1768. gestaane fortje op de passage van hier na Lamadjang en sintong gedekt zijnde om deeze natie het vlugten die Cours uit te be„ „hetten gesteld woude, dus het beste mij voorkomt dat de Lamadjangs en bangers regint en bequaam getafte weerbare Van Iavas oostkCust den 24:' Septemb:r 174: Weerbadie mannen en van onse komt uit de Lamajang se bezetting 1 Corporaal en 8: gemenen welke uw E: dan een bescheide en bequaam sergeaant, dat district teffens kundig, kunt tbevoegen om op voorsz: plaats post te vatten en een waakend ook te houden in Cloose brieven werden uw Ed: ten verder en goed addres aan bevoolen ter „wijl ik in middens met alle agting verblijve /: onderstond /: uw E: goeden vriend /was geteekend:/: P: Luzac / in margine Sourabaija den 27:' aug=s 1771; — Aan den Luijtenant bisheuvel in At„ „tulair onderkoopman Schophoff te ouloepanpang van d' heer Luzac; De bij mijne van den 9:' geeijschte papieren bij uw E: let„ „teren van den 20:' dezer huiden van wel ontfangen ver„ „hoope dat aan het verEijschte requisit zullen voldoen, ik stel dat bij paresse dezes de aankomst der uw E: succes co „sief zoo van Passorouang als van hier toegezonden ver„ „sterking toerijkende zal zijn om een wilt en woest bij een gerotte hoop in uw E: district op gerezen tot bedaa„ „ren te brengen, en de hoofden en belhalmels der zelver mog„ „tig te worden en verwagt ik van uwE wat bezadigt der 24: Van Iavas oost Cust den 24„: Sptemb:r 171: der en adtentiver overweegingen, daar het mij en uw E: brie„ ven voorkomt al vrij wat tranquil 'er over heen loopt, ik heb eens en andermaal geschreeven dat ik berigt begeere uit welke „grond oorzaeken deze wilde en woest gemeente zospoedig bij een tot waar van de volkeren koomen als bij 't getage van 1000:— thans tenoemen, daar bij mijn aan zijn zoo door uw E: als de thans provisioneel tweede regent Raxanaga„ „ra is opgegeven, dat er geen kwalijk gezinde Balemboan„ „gers veel min baliers inde gebergtens uwer districfte schuil hiee„ „den, boven dien ledig en geen naam waardig volk daar het nu van agteren eensklaps een aandere vertooning geeft, 'twelk zal uwE hun kunnen verantwoorden ten spoedigste geredres seert dienst te worden; omtrend het Djemberse 't welk niet te min onder 't balem boangse sorteerd, heb ik den pas„ „sorouangs Commandant aangeschreeven om uijt de La„ majanggerse volkeren onder Een sergeant ten voorsz: plaats van A:o 1768. post te neemen en Een wakent ook op de passagie van daar na Lamadjang en Centong te houden, dog zoo ik hoope dat de zaeken wel van gedaan te zullen verapfinderen en Een eijnde aan 't zelve zal kunnen werden te weeg gebragt zal't vande uijt „terste

NL-HaNA_1.04.02_3337_1394 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 24th September 1771 utter necessity to provide a distinct list of the new conquests so that it may be evident to the Company which lands and peoples have sworn fealty and submission, and which still belong under heathenism and remain departed from the Company. Wherewith, after greetings, I remain, below stood: your Honour's good friend, was signed: L: Luzac, in the margin: Sourabaija the 27th August 1771. From Lieutenant Imhoff to the Commander Luzac at Sourabaija, dated the 24th August 1771. Dutifully I take the liberty hereby, in answer to your Honourable Worship's highly respected letter of the 23rd of this month, which was duly received by me last night at Bangil, to report that concerning the conduct of the Sentongers and how matters stand therewith, whereof according to the copy of the report from Panaroekan which I enclose to your Honourable Worship, respecting From Java's East Coast the 24th September 1771. respecting the aforesaid, which upon the next arrival at Panaroekan I shall investigate closely in order, if possible, according to your Honourable Worship's high orders, to seek to end it amicably, if not by force of arms, which also with the aforesaid to your Honourable Worship by the next letter; but Oeloepampang will not fail to be delivered thither in the surest manner, as well as the march towards the Oeloepampang letters, yet with all caution and as swiftly as possible seeking to advance it. Wherewith, with dutiful respect and all submission, I have the honour to be, below stood From Java's East Coast the 24th September 1771. below stood: Title, lower: your Honourable Worship's obliged servant, was signed: F: Imhoff, in the margin: Passorouang the 24th August 1771, there also stood: agrees, was signed: J: R: van der Burgh. To 33: From Java's East Coast the 24th September 1771. To the Honourable Worshipful Lord Johannes Robert van der Burgh, Governor and Director along Java's North-East Coast, etc. etc. etc. Honourable, Worshipful, Valiant, Gallant, Prudent, and very Discreet Lord. Since my departed reports by letters of the 28th, I have the honour to present to your Honourable Worship enclosed what was further received, by way of high dutiful rescription to his highest venerated missive of the 28th, duly received today; That I shall not fail to act in conformity with what was written regarding the Balemboang second regent Jaxanagara, and to observe the further mentioned greater diligence as humanly possible, since the command, during the absence of Lieutenant Imhoff, was reduced to 277 men, which From Java's East Coast the 24th September 1771. reduced, as by mistake the change was omitted in my letter, so I have neither from the aforesaid command nor from that of Passarouang any positive reports of their activities, which I am now expecting daily, as also regarding the Johannes Cornelis, likely already there, and by the pantjallang the Petronella, which on account of highly necessary repairs is only to depart thither in a few days, is to be followed with the two well-armed cruising praus and mayangs present there at Oeloepanpang, according to the venerated intention of your Honourable Worship for the protection of the beaches there, since the sloop De Hoop, pursuant to the letter of the 28th August, having taken in her cargo, has already steered for Batavia; As with your kind indulgence, if I am correct, such extraordinary expenses have been kept apart under extraordinary trains or expedition expenses and remained outside 35: From Java's East Coast the 24th September 1771. outside the actual charges of the office, so I have taken the liberty to explain myself thus on that subject, yet pursuant to the honoured aforesaid order it shall be observed in that regard; The distribution upon the second regent's arrival having been dutifully completed, the 10,000 rixdollars in half duiten sent to us, expected to arrive with the ship 't Huys te Boode, will come in very handy, wherewith we shall also apply our bounden duty towards the greatest circulation of the same; Thus, in pursuance of these present circumstances, I have today detached to Passorouang 1 sergeant, 2 corporals, and 20 privates, partly to serve, if found necessary, for garrisoning and guarding the passes to Djembar, and partly for the reinforcement of Panaroekan, whilst by God's blessing I am now daily expecting the desired change to rest, which will give me the honour with deep respect From Java's East Coast the 24th September 1771. respect to subscribe myself, below stood: Title, lower: your Honourable Worship's faithfully bound and obedient servant, signed: L:s Luzac, in the margin: Sourabaija the 31st August 1771, below stood: agrees, was signed: J: R: van der Burgh. From 37 From Java's East Coast the 24th September 1771. From the Commander Luzac at Sourabaija to Lieutenant Gondelagh at Passorouang, dated the 28th August, anno 1771. In reply to that of the 26th of this month, I propose that the reinforcement for Panaroekan on account of the march being made may well remain suspended, and according to the contents of the Besoeki Ronggo's letter, the conduct of the Sentongers appears suspicious to me, wherefore I enclose a Javanese letter for the chief there, whereof I enclose a copy to you for inspection, to be handed over by your reliable men to see whether those people were perhaps mistreated or harmed by the Panaroekan postholder; and you may let the chief there know that if they are hesitant to present their requests at Sourabaija, they may do so to you, as they will be supported in all fairness, meanwhile approving the established orders for greater tranquility

Dutch transcription

Van Iavas oost kust den 24:' Septemb: 171: „terse nodzakelijkhed en istincter opreem van de nieuwe Conquesten op te geven op dat de Comp: komt te blijken welke lande en volkeren trouwe en onderda„ „nigheid geswooren hebben en welke nog onder het heijden „dom sorteeren en vande Comp: afgeweeken blijven, Waar meede na groote blijve (onderstond:/ uE: goeden vriend /:was geteekend:/ L: Luzac /:in marginne:/ Sourabaija den 27:' Augustus 1771: Van den Luijtenant Jmhoff aan den gezaghebber Luzac te sourabaija sub dato 24:' aug:s 1711. Schuldigt neeme bij dezen de vrijheid ter beantwoor „ding van uw E agtb: hoogte respecteerende den 23:' dezer dewelke mijne gisteren nagt wel geworden te bangil„ te berigten dat betreffend 't gedragen der sintongers en hoe het daar meede geleegen waar van vol„ „gens Copia berigt van Panaroekan die in Cloose uwel Edele achtbaare te Respecteerende Van Iavasoos kust den 24 Septemb:r 1714. Respecteerende voormeld was bij volgend te panaroekan koomend nauwkeurig zal onderzoeken, om zo moogelijk volgens uwel Edele Achbaere hooge ordres het inderminne zoeken te eijndigen, zo niet door kragt der wapenen, die meede bij voor„ „meld uwel Edele Achtbaare bij vol„ „gende brieff, maar oeloepampango zal niet manqueeren op het zeekers „te naar derwaarts te bezorgen dan wel de march naar Oeloepanspangse brieven, Edog met alle omsigtigheid en zoo hast als moogelijk te bevorderen zoe„ „ken; Waarmeede met schuldige eerbied en alle submissie de Eere hebbe te zijn /:der /:onderstond Van Iavas oost kust den 24:' Septemb:r 1712. /:onderstond:/ litul /:lager:/ uwel E: Agtb: ver„ „pligten dinaar /:/was geteekend/ F: Imhoff /:in marginne/ Cassorouang den 24:' augustus 1771: /:nogstond :/ accordeert /:was geteekend:/ I: R: vander (Burgh; Aan 33: Van Iavas oost kust den 24' Septemb:r 171. Aan den Wel Edelen Achtb: Heer Joh„ Rob: V: d: Durg Gouverneur en directeur open Langs Javas Noordoostkust &a. &a: &a: Edele Achtb: Erntfeste Manhafte Doorzienige zeer Discreete Heer Sedert mijne afgegaene berigten bij letteren van den 28:' heb ik d'eere in Close nader ontfangen uwel Edele Agtb: aan te bieden, bij hoog schuldige res„ „criptie van hoogst desselfs gevencerendeerde mis„ „sive van den 28:' huijden wel ontfangen; Dat niet in gebreeken beijven zal Conform het aange„ „schreevene omtrent den balemboaangse p:l tweede re„ „gent Jaxanagara. te handelen, en de verdere aan gehaalde meerder voor varendheid mensch mogelijk „trek observeeren, daar het Commando bij verstente van den Luijtenant Jmhoff tot 277:' man„ P„m lan 7. gerduceert Van Iavas oostkCust den 28 Septembr 171. Gereduceert bij mijn brief abusuvelijk te veraande„ „ring is agter gebleven, zoo hebbe nog van voorsz: Com„ „mando, als dat van Passarouang geen positive berigten hunnee verrigtingen, welke dagelijks nu verwagtende, zoo ook omtrent de Johannes Cornelis /:dinkelijk aldaar alzijnde :/ en door de Pantjallang de Petronella, welke om hoog benoo„ „digde reparatien eerst over weinige daegen derwaards staat te vertrecken, staat gevolgt te worden met de daar te oetoepanpang aan handen zijnde twee wel ge„ „aarmeerde kruijsprauwmajangs aande hoggegevene „reerde intentie van uwel Ed: Achtb: ter deseking van de straanden aldaar zal kunnen bestaan daar de sloep De Hoop ingevolge 't aangeschreeven vanden 28: aug:s zijn Lading ingenomen hebben„ „de ook bereeds batavia gesteevend is; Alzo onder welduijding zo ik wel heb dusdanige Ex„ „tra ordin:te ongelden bij Extra ord:e trains of expidi„ „tie ongelden opport zijn gehouden geworden en buijten 35: Van Iava's oostkust den 24:' Septemb:r 171: Buijten de offectife lasten van t Comptoire gebleven zo heb ik de vrijheid gebruijk dusdanig over dat susit te Expliceeren nogtans ingevolge de geeerde aangesz: ordre daar omtrent in observantie zal gehouden worden; De bedeeling van des tweede regents aankomst schuld pligtig volbragt zijnde en zal ons de toegezondene rijxdaalders 10'000 aan halve buiten met t schip z:t huijs de Boode staande aante konnen wel van Pat zijn, waar meede wij ook tot mees te rouleering der zelven onsepligt schuldige devoir zullen aan wenden; Dus heb ik dan in na volging dezer presente omstaandig „heeden ophuijden na passorouang gedetacheerd 1. Zergeant, 2. Corporaals en z0 gemeene, eensdeels om te dienen des noodzakelijk bevonden werdende ter bezetting en bewa„ „king der passagien op Djembar, anderdeels ter verster„ „king van Panaroekan, terwijl bij godes zeegen nu dagelijks ben verwagtende de gewenschte veraan rust deringe tot kuust mij de eene geeven zal met diepe agting Van Iavas oost kust den 24:' Septemb:r 171. Agting te onderschrijven /: onderstond /: Titul:/ /Lager:/ uwel Ed: Agtb: trouw schuldige en gehoorzaame dienaar /:geteekend:/ L:s Luzac /in marginne:/ Sourabaija den 31. ' aug„s 1771. onderstond :/ accordeert /was geteekend:/ I: R: vander Burgh; Van 37 Van Iavas oostkust den 20: Sept: 1711. Van den gezaghebber Lu„ „zac te sourabaija aan den Lui„ „tenant gondelagh te passo„ „rouang gedateerd 28. ' Aug„s A„o 1771. In antwoord op dien van den 26:' deezer stel ik de verster „king voor Panaroekan om de wille vande opmarsch zijnde maekt wel kan gesurcheert blijven en naden inhoud van den besoekies rongos brief komt mijt gedragte van de sentongers duijster te vooren, weshalven ik in „ligesende Javaanse brief voor het hoofd aldaar en waar vande Copia uw E: ter spiculatie in sluijte door uw E: goede vertrouwdinge zog ter hand gesteld of somtijds die volkere door den Panaroekans poshouden mis„ „handelt of benadeelt wierde en kan uw E: het hoofd daar wel bij laten weeten dat zo zij beschroomt zijn hunnen verzoeken te sourabaija voor te draegen het aan uw E: maar kunnen verrigten alzo sij in alle billijkheid zullen werden ondersteunut, in tuschen de gestelde ordres, approbeerende ter meerder ge„ „ rustheid

NL-HaNA_1.04.02_3337_1402 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 24th September 1771. tranquility, provided you remain free of any hostilities, I refer further to the contents of the 27th and remain, after affectionate greetings, with true esteem, beneath stood: Your Honor's good friend, was signed: C:s Luzac, in the margin: Sourabaija, the 28th August 1771. Copy of a copy of a letter written by the Administrator Luzac to the chief of Sentong, dated Sourabaija, the 27th August 1771. Whereas daily reports of your conduct concerning the Company have come to the ears of the Administrator, who desires only your peace and contentment, he wishes to know the reasons for your rebelliousness and your writing to the Rongo of Besoeki, since if you have any requests to present, you may freely address only the Administrator of this Eastern Corner, who will hear you in all fairness and satisfy you, whereas otherwise such turbulent behavior must bring about nothing but unrest for the country and for Your Honor's self, without more, beneath stood Sourabaija. 39: From Java's East Coast, the 24th September 1771. Agrees. Sourabaia, date 27th August 1771, beneath stood: Agrees. From Lieutenant Goudelagh at Passorouang to the Administrator Luzac, dated 28th August 1771. Your Honorable's highly respected letter of the 27th, together with the separate enclosure from the Balemboang Residents, was well received this morning, from which the orders of Your Honorable are intended to establish a post at Djember on the site of the former small fort of the year 1768; wherefore, with very favorable interpretation, I bring to Your Honorable's attention that vigilance at Lamadjang must likewise be attended to in the utmost degree, in order to cover the passages from the Palemboang region, and the surrounding areas towards the Lamadjang region; wherefore 8 common soldiers could more conveniently be spared from the Malang garrison, to which six fighting men from the local small garrison would then be added for that detachment. Regarding the natives, for Banger alone to deliver them will likewise be burdensome for that regent, because Lamadjang must also remain occupied by those people, so Passorouang, Bangil, and Banger would need to deliver a good 100 natives for this purpose, in order to observe those extensive passages there from the Balambangan region by continuous patrols. Also, I have not a single non-commissioned officer in the garrison here who knows the district of Djember, only Ensign Pichnofski, who kept post there in the year 1768. The march from here would then be able to proceed in that manner: to Besoeki, from Besoeki to Sentong, and from there to Djember. Awaiting Your Honorable's further orders regarding this above-mentioned, I conclude this with all high esteem, beneath stood, titles, lower: Your Honorable's very humble and obedient servant, was signed: I: D: Goudelagh, in the margin: Passarouang, the 28th August 1771. Idem. Idem from Lieutenant Gondelagh to the Administrator Luzac at Sourabaija. Tonight, the emissaries dispatched on the 25th to Besoeki and beyond returned with the report that Sentong and the surrounding regions are effectively enemies of the Honorable Company, because their emissaries were not permitted by Sentong to speak with the village people who came to meet them, and were made to depart, or they would shoot at them; that the chiefs thereof, Bappa Enda and Capoelogo themselves, with their people, had a strength of between 150 and 200 head, besides those of Jember, which also amounted to fully 40 head, who, however, had only a small number of 5 firearms among them. I have to present to Your Honorable a Javanese letter written by the Besoeki Rongo, likewise received tonight, matching the above, only it is reported therein that Pangerang Willis, the chief of the Balemboang rebels, and Bappa Cande with Sewontoko, who was among the fighters, were there, and also that he, the Rongo, had guards posted on the roads to Sentong. On the 28th, 8 coyangs of rice laden in a permaijang were dispatched from here to Balemboangan under a cover letter and enclosed bill of lading addressed to the Residents. He will also strictly comply with the respected orders. From Java's East Coast, the 24th September 1771. contained 41: From Java's East Coast, the 24th September 1771. contained in the honored separate letter of the 26th, who subscribes himself with all high esteem, beneath stood, titles, lower: Your Honorable's fully obedient and humble servant, was signed: I. D. Gondelagh, in the margin: Passourouang, the 30th August 1771. To the Administrator Luzac, from Lieutenant Goudelagh at Passorouang. Replying to Your Honor's letter of the 25th, it is my particular opinion that the least movement, where it does not present itself as highly necessary, is best, the more so since the deployed detachments will indeed give a favorable turn to matters; thus, on account of the weakness of our garrison, it could still remain suspended until Your Honor's emissaries mentioned in the letter of the 25th have returned with the truth of the matter and further reports of the effects of these detachments are received. Nevertheless, in order not to detract from the weight of the matters upon finding high necessity, Sergeant Kregel meanwhile departs to your place for service, in order to carry out the necessary actions regarding both the Europeans and the natives, according to Your Honor's proposal stated in the said letter of the 28th, and to

Dutch transcription

Van Iavas oostkust den 24:' Sept:r 171. „rustheid mitsbuiten eenige vijandelijkheeden blijvende w „fereere ik mij verders aande inhout van den 27: en verblij„ „ve na minsoeme groete met waere aghting /onderstond /:uw E: goeden vriend /: was geteekend/ C:s Luzac /:in margine :/ Sourabaija den 28:' augustus 1771. Copia a Copia van een brief door den gezaghebber Luzac geschreeven aan het hoofd van Zentong gedateerd sou„ „rabaija den 27:' augustus 1771. Al zo de dagelijkse berigten van ulieden gedrag tf omtrent de Compagnies den gezaghebber zijn ter oore ge„ „koomen die alleen ulieden rust in vergenoege getoelte begeerte so is desselfs qusaat de redenen te weeten van ulieden op roerigheid in schrijvins aande besoekis Rongo, daar ulieder eenige verzoeken voor te draegen hebbende, al„ „leenelijk den gezaghebben dezes othoek vrijnde zig kunt aanspreeken, die ulieden in alle bellijkheid zal aanhooren en te vreede stellen, daar anders dusdanige woelagtig gedrag niet dan 'slands in uw E: eige onhijst moet te weegenbrengen sonder meer (onder stond Sourabaija 39: Van Iavasoost Cust Den 24: Septemb:r 1771: cordeert Sourabaia dato 27: augustus 1771: onderstond/: Ac„ Van den Luitenant Goudelagh te passorouang aan den gezag hebber Luzac, gedateerd 28: aug:s 1771:- De zeer gehonoreerde van den 27: nevens in Closa apart van de Balemboangse residente, op dezen morgen wel ontvan„ „gen, waan uit de beveelen van VW Ed: achtb: beoogd, om een post te Djember op de plaats van 't gestaane fortje a:o 1768: te leg „gen, dies onder zeer gunstig welduiden vw E: achtb: onder het oog brenge dat de waaksaamheid te Lamadjang ten uij„ tersten mede dient behartiget te werden, om de passagies uit het Palemboangse overpoegen en daarom streeks na 't Lamadjangse te dekken, dies zouden gevoegelijker vande malangse bezetteling 8: gem: militairen kunnen ge„ mist werden waar bij dan uit het hiesige guarnisoendje ses krijgens tot dat Commando wierden gevoegd. Betreffende d' Jnlanders om Bangen alleen uijtteleveren, zal dien regent mede swaar vallen, wijlen ook door die volkeren Lamadjang dient bezette blijven, dus zoude passonouang, bangil en banger wel een groote 100: Jnlanders, daar, toe die„ nen uijt te leveren om die uijtgestrekte passag„te os aldaar uit 't Datemb: door geduurige patrouilis te observeeren, ook hebbe hier geen een onder officier in 't guarnisoen, zoo 't district van dJamber bekend, alleenig den vaandrig Pichnofski, welken al„ daar in 't Jaar 1768: post gehouden heeft:- Den opmarsch van hier zoude dan in dien voegen krinnen ge„ schieden, na Besoeki, van besoekina Sentong en van daar na dsember, op dit boven gem:te vwE: achtb: nadere beveeten te ge„ moed ziende, sluite dezes met alle hoogachting /:onderstond:/ /Titul: /lager:/ uw Ed: Achtb: zeer onderdanigen en gehoorsaamen dienaar /:was getekend:/ I: d: Goudelagh /in margine/ Passarou„ ang den 28: augustus 1771; idem: 77 Idem van den Luiten: Gondelagh aan den gezaghebben Luzacte sourabaija Dezenacht die op den 25: vertrokkene sendelinge na besoekien verder genetourneert met bericht, dat Sentong in daarom streeks effectief vijande van d' Ed: Comp:e zijn, wijlen haar sende linge niet van van Sentong die negorijs volker te gemoet ko„ men, zouden te mogen spreeken, doen vertrekken, of wilden op dezelve schieten, dat de hoofde daar van bappa Enda en Capoe Lo„ zelfs go tussen 150: en 200: koppen /:met des wr volkeren; haare stenk„ te was, buiten die van Jember mede wel in de 40 koppen uit„ maakte, welke egter maar een kleen getal van 5: geweeren onder haar hadden. Hebbe deeze uw Ed: achtb: aan te bieden een Javaanse briev ge„ schreeven door den Besoekiesrongo mede deze nacht ontvangen evenaarende met het bovenstaande, alleenig word daar in berigtet, dat pangerang willis het hoofd den Balemboangse rebellen en bappa-Cande met sewontoko die der fechters was, meede dat hij rongo op de weege na Sentong wagtliet houden. Op den 28: is van hier na Balemboangan onder een geleide brief en Jn closa Cognossement Ingerigtet aan die Residen„ „te 8. Coijangs Rijst geladen in een permaijang gezonden, Mede zal zig stipt reguleeren na gerespecteerde beveelen Van Iavas oostkust Den 24:' Septemb:r 171; der valt 41: Van Iavasoost Cust Den 24:' Septemb:r 1771. vervalt in g'eerde aparte van den 26: die zig met elle hoog achting onder schrijft /:onderstond / Titul /:lager:/ w E: Achtb: gantsch gehoorsaamen en onderdanigen dienaar /:was gete„ kend:/ I D: Gondelagh /:in margine / Passourouang den 30: augustus 1771. Aan den Gezaghebber Luzac„ aan den luitenant Goude lagh te Passorouang Beantwoordende VW E: Letteren van den 25: is mijn bij zonder gevoelen, dat de minste beweeginge daar het niet hoog noodzakelijk zig op doet, het beste rs, te meer daan de uitgezette Commandos de zaaken wel eene gunsti„ „gen gedaan te zullen geven, dus van weegen de swakheid on„ zer guarnisoen nog zoude kunne opgeschort blijven tot wijlen uw E: zendelingen genoteert bij Letteren van den 25: met de Echtheijt der zaake geretourneert zijn en men van de effecten dezen Commandos nadere berigten ontfangen; nogtans om niet te kort te doen aan het ge„ wigte der zaaken bij bevinding van hooge noodzake„ „lijkheid gaat intusschen den zergeant Kregel ter dienst presteering tot vwent over om na volgens VW E: voordragt gemelt bij selvd Letteren van den 28: zo omtrent de Europeese als Jnlanders te laten gevolg nemen en die

NL-HaNA_1.04.02_3337_1406 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 24 September 1771 which sergeant can then be employed to that end. Wherewith I remain with all respect, below stood, Your Honour's good friend, was signed, P: Luzac, in the margin, Sourabaija, 30 August 1771, lower, postscript: as your letter was brought to me this evening at nine o'clock, I shall detach to your location tomorrow, however weak our garrison may be, one sergeant, two corporals and twenty privates, to which Your Honour could add one corporal and six privates from Panaroekan, as reinforcement appears quite necessary to me in these circumstances, between Bangil and Bangen as well as Passorouang, besides having this sergeant De Nijs, who is set to depart tomorrow instead of the aforementioned Kregel, who is already on a detachment and is also familiar with those districts, keep watch at Jember with some or 6 men from Your Honour's small garrison and six from the small detachment at Malang, in order to secure the passengers. In the meantime, I remain of the opinion that the dispatched commandos will very soon bring about some favourable change. I shall speak to the Tommongong of Malang about this on another occasion. See From Lieutenant Goudelagh at Passorouang to the Administrator in the East Hook. This afternoon at two o'clock I received Your Honourable's 43: From Java's East Coast, 24 September 1771. Honourable respected letter of the 28th, upon which the Javanese letter was immediately sent to Sentong by my native clerk, who undertook, as far as wishfully possible, to deliver the same into the hands of the chief there. In accordance with Your Honourable's orders, I have also instructed that messenger to tell the Sentongers that if they were hesitant to present their requests at Sourabaija to the Honourable Administrator, they are free to report it to the undersigned, and they will be supported in all fairness. However carefully I have inquired whether the Sentongers sent a letter to the Besoekies Rongo or his Pepattij, it is not well possible to investigate this. Again, subject to the very favourable interpretation of Your Honourable, while awaiting further elucidation requested in my humble letter of the 28th, the detachment to Djember has not yet proceeded. Meanwhile, I sign this with all submission, below stood, Title, lower, Your Honourable's loyal and obedient servant, was signed, I: D: Pondelagh, in the margin, Passorouang, 30 August 1771, even lower, postscript: the letter to the postholder of Panaroekan has also been dispatched immediately. From From Java's East Coast, 24 September 1771. From the Administrator Luzac to Lieutenant Pondelagh at Passorouang. Awaiting the desired effect regarding the Sentongers, mentioned in your letter of the 30th just brought in, the matter concerning Djember will have to proceed according to what the weight of the matter demands and the contents of my letter of the 30th in its postscript, in the manner of the proposal in the letter of 28 August, by Sergeant Niesse, who is due to arrive at your location and who, as I am informed, is familiar with the entire district, as well as regarding the reinforcement at Panaroekan. Wherewith, shortening this in haste, I remain with respect, below stood, Your Honour's good friend, was signed, P: Luzac, in the margin, Sourabaija, the first of September 1771, lower, the contents of these letters having been collated with their original and found to agree, even lower, Sourabaija, 31 August 1771, was signed, P: Luzac. Agrees, was signed, I: R: van der Burgh. To 45: 177 From Java's East Coast, 24 September 1771. To the Right Honourable Johannes Robbert van der Burgh, Governor and Director over, on, and along Java's North-East Coast, etc., etc., etc. Honourable, Most Earnest, Valiant, Prudent, Most Discreet Sir, Since my humble letter of the 31st ultimo, by which the commando for the Djember district was detailed, the same having been put into effect, and the mutinous gang of Balemboangers having arrived at Rimis, a place north of Poeger about two hours from there, as I have to present for Your Right Honourable's esteemed attention in the enclosed copies to and from Commander Goudelagh, besides a copy of a Javanese letter from the Besoekies chief Rongo, which was left out of the recent papers to be enclosed, I have up to this day received no report of the operations of our dispatched commandos, nor the monthly papers from Oeloe Pampang; nevertheless, I remain confident in the hope that they will answer the beneficial objective. Thus, I have the honour to have this serve most obediently as the escort of the letters departing under this cover to Your Right Honourable, as well as to the Landraad, along with the charges to their account.

Dutch transcription

Van Iavasoostkust Den 24:' September 1771 die sergeant dan ten dien fine kan werden g'emploijeert. Waarmede met alle achting verblijve /:onderstond/ VE: goe„ den vriend /:was getekend:/ P: Luzac /:in margine:/ sou„ rabaija den 30: aug:s 1771 / Lager:/ per schriptim: zoo op het moment deze avond te negen uuren uwen briev mij aangebragt zal ik morgen tot uwent delacheeren /:hoe swak ook ons guarnisoen / Een Zergeant, twee Corporaals en twintig gemeene, waar van uw E: Panaroe kan een Corpo„ „raal en ses gemeene zoude kunnen bij zetten, als mij voorko„ mende in deeze omstandigheeden wel versterking nodig, in tus„ schen Bangil en Bangen als Passorouang beneffens deze op morgen staande te vertrekken serg:t De Nijs in plaats van kregel voormeld als bereeds op Commando zijnde en ook die districten bekend met eenige of 6: man uit uw E: guarni„ Soentje en Sesuit het de tachementje te Malang op Jember te laten wacht houden ter bevijliginge van de passagiens intusschen blijve in deze opinie, dat de uitgezette Comman„ dos wel haast eenige gunstige veranderinge zullen te weeg brengen de Tommongong van Malangzal ik daarover onderhouden bij eene andere gelegentheid 6 Zie Van den luitenant Goudelagh te Passorouang aan den gezag hebben in den oosthoek Dezen agtermiddag om twee uuren ontvange vw Ed: Achtb: 43: Van Javasoostkust Den 24:' Septemb„r 1771. Achtb: gerespecteerde van den 28: , waar op ten eersten den Javaanse brief, door mijn Jnlands schrijver na Sentong gezonden, welken zig ondernomen, zo maar wensch mogelijk, den zelven aan het hoofd aldaar in te handelingen ook hebbe ingevolge VwE: Achtb: beveelen aan die sendeling gelastet, aan de Sentongens te zeggen, zoo zij beschroond wa„ een haare versoekte Sourabaija aan de Achtbaar Heer gezaghebber voor te dragen, het vrij aan den ondergeteekende kunnen berigten, en zij in alle billijkheid, zullen wer 6 den ondersteund. Hoe naauwkeurig ik mij ook geinformeert heb: dat de sentongers eenen brief aan den bezoekus Rongo of dessen Pepattij zouden gesonden hebben, is niet wel mo„ gelijk zulks uijt te vorssen. Nogmaals onder zeer gunstig welduijden van uwE. Achtb: wijlen nadere elucidatie bij mijn nederige van den 28: versogd, heeft het Commando na Djember nog geen voortgang genoomen: In tusschen dese met alle onderdanigheid onderteke„ „ne /:onderstond:/ Titul /:Lager:/ uw E: Achtb: Trouw schuldi„ „gen, en onderdaanigen dienaar /:was getekend:/ I: D: Pondelagh /:in margine:/ Passorouang den 30: augustus 1771: / nog lager/ P: Schriptim: den brief aan den Panaroekans Posthouder is meede ten eersten versonden. van Van Iavasoost Cust Den 24:' Septemb:r 1771: Van den gezaghebber Luzac aan den Luij„ „tenant Pondelagh te passorouang. 8 Het gewenscht effect vermelt bij uwen brief van den 30: zo momentlijk aangebragt, omtrent de Sentongers ver„ wachtende zal ten Sufette van Djember na dat het ge„ wigte der zaake zulks is verscheidende en het begrip van mijn brief van den 30: in der zelven Perschriptim op de wijze van 888 b: voordragt bij Letteren van den 28: aug:s de tot uwent staande te arriveeren Sergeant Niesse wien zoo mij berigt, is de distructialomme daar mede bekent is, gevolgnemen moeten als mede omtrent de versterking te Panaroekan, waarmede deze in haast bekortende met achting blijve /:onderstond:/ uE: goeden vriend /:was getekend/ P: Luzao /:in margine:/ Soura„ baija den Eersten septemb:r 1771 /:Lager:/ den inhoud dezer brieven met hun origineel gecollationeerd zijnde be„ vonden te accordeeren /:nog lager/ Sourabaija den 31: augustus 171: / was getekend:/ P: Luzac: Accordeert /:was getekend/ I: R: van der Burgh. Aan 45: 177 van Iavas oostkust Den 24:' Septemb: 177 Aan den wel Edelen Achtbaaren Heer Johannes Robbert van der Burgh Gouverneur en Directeur op in langs Iavas Noord oostkust &:a &:a &:a Edele Achtbare Erntfes te Manhofte voorsienige zeer Discreete Heer Sedert mijn eerbiedige van den 31: Jongstleden daar bij bedeelde Commando voor Djemberse district het zelve werkstellig gemaakt zijnde, en het muit ziek rot der Balemboangers op Rimis een plaats boosten Poeger omtrent twee uuren van daar gekomen, zoo als deeze heb bij in Close Copia aan en van den Commandant Gon„ de lagh vwel Ed: Achtb: geerde attentie aan te bieden, be„ neffens een Copia Javaanse brief van den Besoekies hooft Rongo, bij d' Jongste papieren in te sluijten, agtergeblee„ ven, heb ik tot huiden geen narigt der verrigtinge onser uit„ „gezette Commandos, nogte de maandelijkse papieren van oeloe pampang, nogtans versere ik in deze hope dat dezelve aan het heilsaam oogwit zullen b'ant woorden. Dus heb ik de eere deze dan gehoorsaamst te laten dienen ten gelijde van onder dit Couvert afgaande missive aan uwel Ed: agtb: beneffens den Landraad met de charters ten hunnen laste ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3337_1410 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 24 September 1771 lastly attached thereto a list of the servants who died in the eastern salient during this past month, with which I have the honor to sign myself with deep esteem and utmost respect, was below written, Title, Your Honorable's faithful, devoted, and obedient servant, was signed, P: Luzac, in the margin, Sourabaija, 6 September 1771. Postscriptum. After the closing of this letter, I received from Oeloepampang and Panaroekan the letters, the copies of which also accompany this, by which Your Honorable will likewise discover the arrival of the Johannes Cornelis at Oeloepampang, and that the circumstances from there thus do not appear unfavorable. From Lieutenant Gondelagh to the Administrator Luzac. Yesterday evening at 9 o'clock I received Your Honorable's highly esteemed letter of the 30th ultimo. I have this morning ordered everything for the march toward Djember, namely summoning by letter the military personnel of the Malang garrison, and also regulating the fixed number of 100 men among the natives, in order to depart this coming Wednesday the 4th; and detaching will be all the more necessary the sooner it takes place, as this morning at 9 o'clock I received a letter from the Lamadjang 47: From Java's East Coast, 24 September 1771: postholder, dated the 30th ultimo, in which it is mentioned that he received a letter from the soldier Slebis, who stands guard at Poeger, containing that the Balemboangan Javanese have arrived with their force at Remis, a place above Poeger about two hours from there. Immediately upon receiving that news, I wrote to the regents of Banger and Lamadjang to reinforce Lamadjang with 100 armed men as quickly as possible, and also instructed the Lamadjang postholder, who according to his letter is already at Poeger, to draft 8 to 9 soldiers as soon as possible from Noesa, and also 4 soldiers from the garrison there, in order to use force to resist any hostilities should the Balemboangans attempt them. Also sending enclosed the letter from the Lamadjang postholder, I most humbly request Your Honorable to send the promised reinforcements, signing himself with the highest esteem, was below written, Title, lower, Your Honorable's very humble servant, was signed, I: D: Gondelagh, in the margin, Passorouang, 1 September 1771. From Java's East Coast, 24 September 1771; From the Administrator Luzac to the Passorouang Commander Gondelagh. Noting the receipt of Your Honor's letter of the first of this month, with the enclosure from Sergeant Steenbergen, having been safely delivered to me today, it serves in reply that I completely approve Your Honor's arrangements regarding Djember, and indeed the sooner the better; and I also presume that Your Honor will already have notified the servants at Balemboangan of the descent of the peoples of that region in this direction, just as I likewise trust that the Lamadjang and Banger peoples will now perform their duty better than happened at Noesa, and that the Regent of those districts will certainly see to it that capable warriors come forward. In the meantime, having no doubt of the arrival there of the detachment dispatched from here the day before yesterday, Your Honor may make useful use of those troops as circumstances dictate, and after greetings I remain, was below written, Your Honor's good friend, was signed, P: Luzac, in the margin, Sourabaija, 2 September 1771. From the Servants at Oeloepampang to the Administrator Luzac. Yesterday evening we had the honor to receive Your Honorable's esteemed dispatches of the 13th and 23rd of this month, together with the copy 49: From Java's East Coast, 24 September 1771 ditto from the Panaroekan postholder, to which we reply that according to all reports received up to now, in conformity with the first notification regarding the gathering of the Balemboangans under their pretender Pangeran Willis, who has had himself given the title of Susuhunan or supreme prince by his followers and is still hiding in the woods near Bayu, he has nevertheless already been abandoned by many common Balemboangans. Because they saw and recognized that person and found that he was not the Pangeran presented to them, seeing themselves deceived, their desire to follow him has vanished, as Your Honorable will be able to see from these two accompanying prisoners. These men, who only two days ago were among thirty Balemboangan men placed near Cotta and from three to four villages who had submitted there after the riot without mixing themselves in the least with the bad faction, were seized at night by the rebel parties—the younger of whom served as a panakawan to the pretender Pangeran and the older as a commoner. By the latter it was also confessed to us that this chief rebel, about six days ago, had received an ordinary Company barrel full of gunpowder and 1200 bullets from Djember, with which it is to be feared that these villains will inflict no small harm upon our people, as there are several good marksmen with muskets among them. In our judgment, that gunpowder and bullets cannot well have been provided to the natives in any other way

Dutch transcription

Van Iavasoost kust Den 24. Septemb:r 1771 laste daar bij gevoegt een Lijst van dien deze gepasseerde maand overleedene dienaaren in den oosthoek, bij het welke ik mij d'eere geeve met diepe agting en uiterste eerbied te onderschrijven /:onderstond:/ Titul:/ uwel Ed=s Achtb: Trouwe schuldige en gehoorsame dienaar /:was getekend:/ P: Luzac /: in margine:/ Souvas„ baija den 6: September A:o 17:/ P: Schriptim Na het fluiten dezes ontfang ik van oeloepampang en Panaroe kan de brieven waar van de Copias deze mede verzellen, bij het welke vwel Ed: Achtb: teffens de aankomst van d' Johannes Cornelis t oeloepampang zult ontwaren en d'omstandighee„ den van daar dus niet ongunstigen voor komen. Van den Luitenant Gondelagh aan den gezaghebber Luzac. Gisteren avond om 9: uuren ontfing vu E: Achtb: zeer g'eerde van den 30: passalo, hebbe op desen morgen tot den opmarsch na Djember alles g'ordonneert, naamlijk die van de Malangse bezettelingen militaire door een brief ontboden, ook mede onder den Jnlanden het bepaalde getal van 100. koppen gereguleert, om aanstaande woensdag den 4: te vertrekken, en zal afdetacheeren door van hoe vroegen hoe noodzakelijken zijn, wijlende desen voormiddag om 9: uuren, eenen brief van den Lamadjangs 47: Van Iavas oost kust Den 24: Septemb:r 1771: Lamadjangs Posthouder ontfangen, gedateert den 30: Iongstl: waar in vermelt eenen brief van den soldaat Slebis, die op poeger de wagt houd, bekomen te hebben, inhoudende dat de Balemboangse Javaa„ nen met hunne magt op remis(: een plaats booste Poeger omtrent twee uuren van daar:/ zijn gekomen ipso facto op die ontfangene tijding hebbe den Bangers en Lamadjangs regent aangeschreeven, ten aller spoe„ „digste Lamadjang met 100: gewapende mannen biijte springen, ook den LamadJangs posthouder gelastet welken zig volgens schrijvens bereets op Poeger bevindet, 8: a 9: militairen met eersten van Noesa te ligten, ook 4: Soldaaten uit de bezetting aldaar om daar mede alle vijandelijkheeden zoo de Balem„ brangers wilde onderneemen, met gewelt tegen te gaan. Den brief van den LamadJangs posthouder in close mede oversende, verzoeke VWE: Achtb: zeer nedrigstxde beloofde versterking late toekomen die zig met meeste hoogagting onderschrijft /:onderstond:/ Titul /:lager /: VwE: Achtb: zeer ootmoedigen die„ naar /:was getekend:/ I: D: Gondelagh /:in mar 7j „gine/ Passorouang den 1=te 7ber: 1778: Van Van Iavas oost kust Den 24: September 1771; Van den gezaghebber Luzac aan den Passorouangs Command:t goude lagh Ee Dontvangst der VwE: van p=mo dezer met inclose van den zergeant steenbergen noteerende mij heeden wel in„ handigt zijnde dient op dezelve, ik volkome vE: genome„ ne schikkingen approbeere over Djember en wel hoe eer hoe liver, en stel ik ook dat VE: bereets de bediendens te Balemboangan kennisse zult hebben gegeven van het afzakken dier land volkeren herwaarts, gelijk teffens vertrouwe de Lamadjangse en bangerse volkeren hun voor tegenwoordig beter van pligt zullen kwijten als te Noesa is geschiet en den Regent van die districten wel zal zorge dat bekwame krijgers te voorschijn komen, inmiddens niet twijffelende aan de aankomst â Costij van het op eer gisteren van hier afgedetacheert Commando, kan VE: van die manschappen na bevinding der omstandigheeden het nuttig gebruijk maken en blijve ik na groete /:onderstond:/ VE: goeden vriend /: was getekend P: Luzac /:in margine:/ Sourabaija den 2: Sep„ 1771; tember 177 Van de Bediendens te oeloepampang aan den gezaghebber Luzac Gesteren avond hadde d'eere uwel Edele Achtb: gehonoreerde missives van den 13: en 23: dezer te gelijk met Copia dito 49: van Iava's oost kust Den 24: Septemb: 1771 dito van den Panaroekans posthouder 't ontfangen waarop in rescriptie dienen, als dat bij alle tot nog toe ingekreegen berigten, Conform met de eerste bedeeling wegens de samenrotting der Balemboangers onder hun gewaande Pangerang willis, die zig de naam van Soesoehoenang ofte oppervorst van zijne aanhange„ lingen heeft laten geeven, en als nog zig in de bosscha„ „gien bij Bajoe Schuijlhout, egter bereets door veele ge„ meene Balemboangers verlaten door datze die per„ zoon gezien en gekent, de aan haar opgegeven Lange„ „rang niet was, hun bedrogen gezien de lust van aan„ kleeving versweenen is, zoo als VW Ed:e Achtb: uit deze twee nevens gaande gevangene zult kunnen ontwaaren, die eerst voor twee dagen door bij Cotta hun gezette 30: koppen Balemboangers en 3: a 4: negorijen na den oploop hun al daar onderworpen zouden hun in 't minste met de quade hoop te hebben gemeleert, 'snagts van de rebellische parthijen zijn opgeligt, de Jongste die als panakarvan bij den gewaande pangerang en d'oudste gemeen gedient, van welke laaste ons ook beleeden is, dat dien hoofd rebel voor een dag of 6 nog een ordinair Comp:s vat vol kruijt en 1200: - Rogels van Dsembar ontfangen had, waar meede die booswig ten geen geving quaad is te dugten aan de onze zullen toebrengen; wijl verscheide goede schutters met geweiren onder haar zijn, kan onzes oordeels dat kruijt en koegels niet wel anders aan de Jnlanders

NL-HaNA_1.04.02_3337_1414 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 24 September 1771; Natives have been delivered to Panaroekan or Lamadjang, which deserves the closest investigation, and the sellers or exchangers should be punished most severely as an example. The suspicions held regarding the second regent Iaxanagara after the riot are entirely dispelled by his conduct, which has been observed most closely; he also perceives that the gang is the greatest obstacle preventing them from carrying out their designs as desired, and considers himself nowhere safe; his son, as well as his brother, was also cruelly killed by the rebels. To date, none of all the detachments have arrived yet; however, there is word that everything is nearby, and this combined force, under God's blessing, will likely bring the rebels to a speedy repentance; since we can discover nothing of any Balinese sorting among them, the vessels sent to us, should such occur, will serve us well to guard that strait, as well as to prevent the flight of the Balambangans to Bali. Having received no news as yet of the rebellion of the Sentong and Djember peoples, other than solely from the separate copy of the Panaroekan postholder written to your Right Honorable, received with your Right Honorable's letter. Furthermore, we most respectfully request authorization as to whether we may supply the European 51: From Java's East Coast, 24 September 1771. European detachments with more than their ordinary ration of arrack, and how much per month or per day, and whether we may continuously provide other provisions as well. That the Sentong people were withdrawn from Panaroekan was ordered by your Right Honorable's spoken request to the regents in the presence of both of us, given to the Panaroekan postholder there, being present, that he had to discharge those people from service at Panaroekan, and this belonging here has now taken place. It is likely that the large force under the pretended prince, once the combined sent force has arrived and he is fruitfully attacked in his hideout, will quickly disperse, and that under their pursuit a speedy end to these troubles will follow; all of your Right Honorable's letters mentioned on the 23rd, convoyed by Lieutenant Imhoff and sent ahead to us, were duly delivered, and the requested papers were already dispatched on the 20th of this month, which I hope have now been safely delivered to your Right Honorable. Wherewith we enjoy the honor to call ourselves, with due veneration, below stood: Title, lower: your Right Honorable's humble servants, was signed: C: v: d: Biesheuvel and K: Schophoff, in the margin: Oeloepampang, 30 August 1771; even lower: Postscript: just now the Johannes Cornelis with the dispatched soldiers, rice, From Java's East Coast, 24 September 1771 rice, and ammunition of war, as well as Quartermaster De Graat with the native pantjallang, arrived here in the roads. Extract of a letter written by the Panaroekan Postholder Kramer, dated 2 September 1771, to the Commander of this Eastern Salient. Having duly received today your Right Honorable's highly respected letter dated the 28th ultimo, it serves in reply regarding the Sentong people that I sought to win them over in the most amiable manner that anyone could ever imagine; I have sent word up to three times to the Lurahs there, requesting in the most friendly manner that at least one of them might come here, but they have always refused; then I sent some of my own people upcountry and told them that they could hold them until one of them had been here, and that if I mistreated them, they could take revenge on them; nevertheless, no one was willing to come, saying that they had nothing to do with the Honorable Company. On the 30th ultimo, I myself went with the detachment of Lieutenant Imhoff to the village of Projogan, and had the people requested in the most friendly manner that they might come down and that no harm whatsoever would 53: From Java's East Coast, 24 September 1771; would come to them, but no, they answered that they completely refuse to have anything to do with the Honorable Company, indeed even refused to receive letters from Lieutenant Imhoff and sent them back, below stood: Agrees, was signed From Java's East Coast, 24 December 1771 Agrees, was signed, R: V: der Burgh 55: From Java's East Coast, 24 September 1771: To the Right Honorable Johannes Robbert van der Burgh, Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, etc., etc., etc. Honorable, Respectable, Valiant, Prudent, Most Discreet Sir, Among the persons brought yesterday by a native pantjallang under Quartermaster Willem Pieters are also the witnesses against the Malang regent Soeta Nagara, demanded by separate letters from the Right Honorable Governor Vos dated 24 June, named Pollowidono, item the wife of the murdered Wongso Morto named Wia; whereas the required Singo Diprono, whose name was incorrectly given and should be Singo Dikorro, has not yet been brought; at the same time among them likewise

Dutch transcription

Van Iavasoost kust Den 24: Septemb:r 1771; Inlanders dan te Panaroekan ofte LamatJang bezorgt zijn, 't welk d'allernauwt keurigste navorsing verdient de verkopers of verruijlders ten voorbeelde op het strengs te ge„ straft werden De verdenkingen die wegens den tweede regent Iaxana gara na den oploop hebben gehad, neemt zijn gehoude gedrag„ waar op 't allernauw keurigste gelet hebben, ten eenemaal weg, die ook de grootste hinderpaal verneemt het rot is om haare dessijnen niet na wensch te kunnen uitvoeren, zig niet verligergens agt; wiens zoon ook zoo wel als zijn broeder wredelijk door de rebellen om het levengebragt. Tot heeden nog niets van alle Commandos g'arriveert egter berigt van alles na bij te zijn, zal die force 't zaam ge„ voegt onder Godes zegen de rebellen wel tot een haastige in keer doen komen; wijl niets kunnen ontdekken van eenig balier onder hun tot sorteeren, zullen ons de toegezon den vaartuijgen indien zulx mogte gebeuren tot het bewaken van die straat wel van pal komen, als ook de vlugt der Balemboangers te beletten na Balie. Tot nog geen tijding van de Centongse en Djemberse volkeren haar oproerigheijd ontfangen hebbende, dan ene„ „lijk uit de aparte Copia van den Panaroekans posthou„ der aan uwel Ed: Achtb: geschreeven bij uwel Ed: Achtb: missive ontfangen. voorts verzoeken eerbiedigst qualificatie om aan de Europeese 51: van Iavasoost kust Den 24:' Septemb:r 1771. Europeese Commandos meer dan hun ordinaire randsoen Arak mogen verstrekken en hoe veel 'smaands ofte daags dan of meer andere verstrekkingen bij aanhou dentheid mogen doen. Dat de Centongse volkeren van Panaroe kan zijn af„ getrofben, is op uw Ed: achtb: gezegdens bij geerde aan zijn aan de regenten in onse beide presentie aan den Panaroe„ kans posthouder aldaar, bij aanweezen gelast, hadde die volkeren van de dienst op Panaroekan te ontslaan en deselve nu alhier gehoorende geschied. Den kelijk zal het groote tot onder den gewaande prins als de vereenigde toegezonden magt g'arriveert is in zijn schuijluest met vrrugt g'attacqueert werd, zig ras verdeelen en onder vervolging van deselve een haastig einde van die onlust volgen; zijn ons alle uwel Ed:e Achtb: missives bij vermelde van 23: ten gelijde van Lieute„ nant Imhoff ons voor af toegezonden, wel aangebragt en de geischte papieren den 20: dezer reeds versonden die verhoope nu bij vwel Ed:e Achtb: wel aangebragt zijn. Waar mede de eere genieten ons met verschuldige vene„ 6 ratie te noemen /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uwel Ed„e Achtb: submisse dienaaren /:was getekendens/ C: v: d: Biesheuvel en K: schophoff /:in margine:/ oe loepam„ pang den 30: aug:s 1771: / nog lager:/ P:d Schriptim: zoo even is d' Johannes Cornelis met de toegezonden militairen Rijst Van Iavasoost kust Den 24: Septemb: 1771 Rijst en Ammunitie van oorlog, als mede den quartier„ meester De Graat met d' Jnlandse pantjallang hier ter rheede gekomen. Extract missive geschreeven door den Panaroekans Posthouder Kramer in dato 2: September 1771 aan den Ge„ zaghebber dezer oosthoek. Op heeden uEd: Achtb: hoog gerespecteerde Letteren geda„ teert den 28: passato rigtig ontfangen hebbende, diend in antwoord aangaande de Centongse volkeren, dat ik dezelve op de allerminsaamste wijse, die ooit een wensch er denken kan, hebbe zoe ken aan te haalen, ik hebbe tot drie keeren aan de Loeras aldaar op 't vriendelijk ste laten verzoeken, dat dog een van haar mogte hier komen, maar zij hebben zig altijds geweigert, toen hebbe i k van mijn eigen volk na boven gezonden en hun laten zeg„ „gen, dat zij dezelve zoo lang konden vasthouden tot dat een van haar hier geweest was en zoo indien ik haar kwalijk handelde dat zij dan daar, aan konden wraak neemen, maar evenwel heeft niemand willen komen, zeggende dat zij niets met D'E: Comp:e van doen hadden. Den 30: passato bewik zelfs met de Commando van den Heer Lieutenant Imhoff na de negorij Projogan geweest hebbe het volk op het aller vriendelijkste laten verzoeken dat zij dog mogten afkomen dat hun wat gehiel geen leed zoude 53: Van Iavas oostCust Den 24:' Septemb:r 1771; zoude geschieden, maar Mreen, zij geven ter ant„ woord dat ij gansen gaar niet willen met d E: heb„ Compagnie te doen Ja zelvs ge„ ben weigert om brieven van d Heer Cuite„ ƒ te Imhoff nant ƒ 3 61 ontfangen en hebben dezelve weer re„ tour gezonden /:on„ der stond: Accor„ deert was ge ƒ: 1 Lekend Van Iavas oost kust Den 24 xber: 1777 N kend Eu„ Zal. Accordeert was getekend Van der R: V Burgh: Van 55: Van Iavasoost kust Den 24:' Septemb:r 1771: Aan den wel Edelen Achtb: Heer Johannes Robbert van der Burgh, Gouverneur en Directeur op en langsja vas noordoost kust &:a &:a &:a Edele Achtb: Erntfeste Manhafte voorzienige zeer Distreete Heer, Onder de perzoonen op gisteren per een Jnlandse pantjallang den quartiermeester willem Pieters bevinden hun ook de getuigen tegen den Malangse regent soeta Nagara bij aparte Letteren van den wel Ed: Gest: Groot Achtb: Heer Gouverneur Vos dato 24: Iunij opgeeischt met naame Pollowidono, item de vrouw van den vermoorde Wongso mor„ to met name wia, daar de gerequireerde Singo Diprono welkers naam, ten onregte opgegeven, moet zijn Singo Dikor„ ro nog niet is aangebragt; teffens onder dezelve opgelijke:

NL-HaNA_1.04.02_3337_1420 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 24th September 1771 by the same vessel sent over to your Honorable Worships' disposal a certain Balinese named Somo, who according to the previous statement of the residents at Oeloepampang would be the last of the Balinese still hiding there, mention of whom escaped me in my separate letter of yesterday. Furthermore, most obediently supplying the incoming further reports and letters from the postholders along with their replies, Your Honorable Worships' attention will come to see that the old post at Djember has been reoccupied and Panaroekan has been reinforced on account of the Centongers, so that our garrison at Sourabaija remains very weak, which I flatter myself, however, will carry Your Honorable Worships' favorable approval, the more so as hope flatters that it will soon be restored to a desired peace. Breaking off herewith, I have the honor to subscribe myself with deep esteem and utmost respect, [below was written:] Title [lower:] Your Honorable Worships' dutiful and obedient servant, [was signed:] L: Luzac [in the margin:] Sourabaija the 7th September 1771. [lower:] P.S. Just this moment I receive information concerning the Centong peoples via a Passorouang letter from the Honorable, hereto further attached in copy with their reply, so that it now becomes clearly evident that those blind peoples are being incited in their superstitious notions by malicious persons, thus blindly declaring themselves enemies for the sake of their Gustij without other reasons: the issued orders and arrangements made there in the event of occurring hostilities, I hope will merit Your Honorable Worships' favorable approval. [below was written:] Agrees [was signed:] J: R: van der Burgh. From Java's East Coast the 24th September 1771: From Lieutenant Goudelagh at Passorouang to the Commander Luzac at Sourabaija. The highly honored letters of the 30th ultimo, the first and second of this month, having been duly delivered, having thanked Your Honorable Worship most humbly for the favorable approval of the arrangement made at Lamadjang, both European and native, as well as especially for sending the reinforcement of one sergeant, two corporals, and twenty common soldiers, who arrived here yesterday with their full arms. I have the honor to communicate to Your Honorable Worship that on this morning Sergeant Niessen, one corporal, and sixteen European soldiers with their full arms, together with one hundred natives, marched off to Djember, the just-mentioned sergeant having urgently requested from me an instruction on how to conduct himself, which I granted him, whereof a copy of the muster roll of detached military personnel to Djember and Pannaroekan, who also departed this morning, under a covering letter to the postholder, being one corporal, six privates with their full arms, also the requisition received through Sergeant Niessen, I likewise send enclosed to Your Honorable Worship from the just-mentioned copy of the instruction, showing the strength of the natives delivered from each regency, as well as the appointed march assigned to the same; further, subject to the favorable approval of Your Honorable Worship, I have issued to the departed detachment to Djember twenty-four pieces of sharp musket cartridges to each of the European soldiers, and to the natives one bundle of cartridges for each firearm. From the Malang garrison eight common soldiers with their full arms have departed hither, so that at present the strength remaining there is one sergeant, two corporals, and twelve soldiers. Furthermore, I have the honor to inform Your Honorable Worship that regarding the descent of the Balemboangers to Rennes, the resident together with Lieutenant Imhoff and Panaroekan's postholder have been given the required notice. The Malang Tommongong Rongo Cawee excused himself by two letters, the one received on the 29th ultimo and the second on the 2nd of this month, on account of illness, from being able to appear at the presentation of the Governor and Director of this coast, although from the side it is reported to me, on the contrary, that he was not so ill. The emissary to Sentong has not yet returned, nor have any further reports arrived from Lamadjang; I have the honor to subscribe this with the utmost high esteem, [below was written:] Title [lower:] Your Honorable Worship's very humble servant, [was signed:] J: D: Goudelagh [in the margin:] Passorouang the 4th September 1771. [still lower:] P.S. At the closing of this, a Chinese appears, saying he comes from Balemboangan to deliver letters to the Captain of his nation at Sourabaija, which, however, along with his companion, were lost in the Balemboangan region due to the pursuit of the enemies. From Lieutenant Imhoff on command to Oeloepampang to the Commander Luzac at Sourabaija. Most respectfully I take the liberty herewith to make dutifully known to Your Honorable Worship that on the 28th of the past month of August, with the detachment of Europeans with me as well as the Malays sent hither, I arrived safely, the Sourabaija natives, since they march on foot, having remained behind, and upon my arrival here I found the detachment of Passorouang Europeans and natives present, and joined with them; further, having inquired with the postholder Kramer and the native chief here, learning that the Sentongers are turning entirely away from the Company, also

Dutch transcription

Van Javasoostkust den 24:' Septemb:r 171 opgelijke vaartuijg vwel Ed: Achtb: dispositie overgezonden zeker balier met name Somo, welke na de opgave voor heen der residenten te oeloepampang de laaste der nog aldaar schuijlhoudende baliers zoude zijn welkers melding bij mijn aparte van gisteren mij ontglipt is. Wijders de ingekomene nadere berigten en van houdelingen met der zelver antwoor den gehoorsaamst suppediteerende zal Vw Ed: achtb: attentie komen te zien, dat de oude post te djember weder bezet en panaroe kan om de wille der Centonners versterkt is, dus ons guarnisoen te sourabaija zeer swakjes blijft 't welk egter mij flatteere, dat vwel Ed:e achtb: gunstige approbatie zal wegdragen, te meen daar de hoope vleit dat het spoedig tot een gewenschte rust herstelt zal worden. Hier mede dus afbreekende heb ik de eere met diepe agting en uijtterste eer„ bied te onder schrijven /:onder stond:/ Titul Lager:/ uwel Ed: Achtb: Trouw schuldige 57: van Iavas oost Cust Den 24:' 7ber: 1771: schuldige en gehoorsame Pr dienaar /:was getekend:/ L: Luzac /: in margine:/ Sou„ rabaija den 7: Septem„ ber 1771. / Lager:/ L: S: Zoo oogenblikkelijk ontfang ik narigt omtrent de Centongse volkeren bij Passorouangse brief van den E: hier bij nog ac„ Crocheerende in Copia met der zelven antwoord, dus het nu duidelijk komt te blijken, dat die blinde volkeren door kwaadwil„ lige in hunne Superstiti„ euse denkbeelden werden opgewekt, dus blindelings hun tot vijanden verklaren om de wille van hun Gustij zouden andere redenen: de gestelde ordresen schikkinge Van Javas oost Cust Den 24: 7ber: 1771; schikkinge daar heen bij voor„ vallende vijandelijk heeden verhoope dat VwEd: achtb: gunstige goedkeuring zal meriteeren /:onderstond Accordeert /:was getekend:/ I: R: van der Burgh. Jan 59: Van Iavas oostkust Den 24: Iber: 1771: van den Luitenant Goudelagh te passorouang aan den gezaghebber Luzac te Sourabaija. De zeer gehonoreerde van den 30: passato, Eerste en Twee de dezes, behoorlijk aangebragt, mij bij uwel Ed:e achtb: op het nedrigst bedankt hebbende, voor het gunstig apro„ beeren der gemaakte schikking te Lamadjang, zoo Euro„ peesche als Jnlanders, als meede in het bisonder voor het toesenden der versterking van Een zergeant, Twee Corpo„ raals en twintig gemeene militairen, op gisteren met haare volle waapens alhier gearriveert. Hebbe de eere uwel Edele agtb:r te Communiceeren dat op dezen morgen den zergeant Niessen, Een Corporaals en ses„ „tien Europeese militairen met hare volle waapens ne„ dens Een honderd Jnlanders na djember opmarsch gegaan mij effen gemelde zergeant instandig om eene Jnstructie hoe zig te gedragen, versogd, welke ik den zelven verleend dies Copia Naam-Lijst van afgedetacheerde militaire na Djember en Pannaroekan, zoo mede op heden morgen, onder een gelijde briev aan den posthouder vertrokken als Een Corporaal, ses gemeene met haare volle waapens ook door den zergeant Niessen ontfangene Eijsche ik vwel Edele Achtb:e in Closa mede toesende uijt effen gemelde Copia Jnstructie gelievende sterkte der Jnlanders van ider regentschap Van Iavas oost kust Den 24:' September 1771; regentschap uijtgeleeveerd, ook den bepaalden op mars aan dezelve te boogen nog hebbe onder gunstige approbatie van Vwel Edele Achtb:e aan het vertrokkene Commando na Djember aan ieder der Europeese militairen vier en Twintig pees scherpe snaphaan patroonen, en die der Jnlanders voor ieder geweer een bos patroonen verstrekt Van de malangse bezettelinge zijne agt gemeene militairen met haare volle wapens afgegaan na herwaarts dat tans de sterkte aldaar nog in wezen Een zergeant Twee Corporaals en Twaalf Soldaaten Alverder hebbe d'eere uwel Edele Achtb:r te berichten dat van het afzakken der Balemboangers na ren nes, die residente nevens den Luitenant Jmhoffen panaroekans posthouder de vereischte kennisse gegeven. Den malangse Tommongong Rongo Cawee, zig door twee brieven den eenen op den 29: passato en den tweeden „ den 2: deses ontfangen g'Excuseert, weegens ziekte niet bij de voorstellinge van den heere gou„ verneur en directeur deser kuste, kunnen verschij„ nen, mij ter Contrarie van ter zijde word berigtet den zelven zoo ziek niet geweest te zijn. Den sendeling na Sentong nog niet gere„ turneert ook van Lamadjang geene na dere blijft. 61: Van Iavas oostkust Den 24:' Septemb: 1771: dere berigte ingekomen, hebbe de eere deze met uijterste hoogagting te subscribeeren /:onderstond:/ Titul /:lager uw Ed: Achtb: zeer ootmoedigen dienaar /:was getekend:/ I: D: goudelagh /:in margine:/ Passorouang den 4: September 1771: / nog lager:/ P: TS: bij het sluiten deze vertoont zig een Chinees zeggende van Balemboan„ gan te komen om brieve aan den Capitain zijner na„ tie na sourabaij a „ willen overbrengen, welke egterin„ het balemboangse met zijn makker door het vervol„ gen der vijanden verlooren geraakt. Van den Luitenant Imhoff op Com„ „mando naoeloepampang aan den ge„ zaghebber Luzacte sourabaija, E Eerbiedigst neeme bij de zen de vrijheijd uwel Ed: Achtb: schuldpligtig bekend te stellen dat den 28: Iongst gepas seerde maand augustus met het bij mijn hebbende detache ment van Europeesen zoo wel als ook de maleijers alhier ge„ zonden wel ben g'arriveerd, zijnde de sourabaijse Jnlan„ „ders terwijlen te voet marcheeren ten agteren gebleven, en hebbe bij mijn komst alhier het Commando van Passorou„ angsen Europeesen en Jnlanders voor gevonden en daar meede Conjungeert verders bij den posthouder Kramer en 8 na't Jnlandse hoofd alhier mijn ingureerd verneemend dat zig de sentongers ten eene maal van de Comp afwenden ook

NL-HaNA_1.04.02_3337_1426 view scan ↗

English

From Java's East Coast The 24th of September 1771 also that a negorij of the same named Tritjukan, whose head named Bappa Foenis fled with his negorij people to the Sentongers and blocked the road behind them, yet left behind in their aforementioned negorij both paddy and everything; further I have learned from an old Balinese named Maadie who is among the Panaroekan people and knows all the roads and paths through the Sentong district and the whole of Balemboangan, and at the same time strikes me as a shrewd chap, which the Postholder Kramer also attests, also that he has known him for a long time and trusts him well; this Bappa Madie also promised me to try, if possible, to persuade the heads of the Sentongers to come to me; further learned from the said Bappa-Madie that the two negorijen belonging under the Sentong district, Pakkalangan, whose head is Bappa-oedan, and the negorij Lopaadja, whose head is Soeta Liering, want to know nothing at all of the Sentongers and also of their so-called Pangerang Willis, would rather let themselves be killed than join with the same, but wish to remain with and by the Honorable Company; so the same Bappa-Madie further promised me, as I also intended to march to Sentong, to help me through anyway if the road was blocked; whereupon on the 29th 63 From Java's East Coast The 24th of September 1771 29th in the morning sent a patrol of Passorouang and Banger Javanese thither to inspect the road, who returning reported that the road to Sentong is not so bad nor heavily blocked; and as Sentong is only a day's journey from Panaroekan, and both lie equally far from Oeloepampang; so, while my Sourabaija natives had not yet arrived, I deemed it necessary to march thither, also all the more because on my march through Besoekie I learned from the Ingebij that the Sentongers are showing themselves entirely insolent there; therefore he constantly keeps 100 armed men at his border for security to guard it, also according to his statement has already sent emissaries thither, who were deceived by their people saying that if they did not turn back quickly they would show them the way, so they returned. Thereupon on the 30th in the morning I set out on the march to Sentong and stayed about four hours from here at the negorij Tritjukan, where everything was found as mentioned above; whereupon two emissaries with a polite Javanese letter were sent to the said From Java's East Coast The 24th of September 1771 said Sentongers, inquiring therein why and for what reason they have so faithlessly abandoned the Honorable Company, and requested them to come to me and say what moved them to do so, among these emissaries being the repeatedly mentioned Bappa Madie; which emissaries returned towards evening bringing along a kris, belonging to the aforementioned Head Bappa Joenis; these emissaries further report that those people are very vacillating, not knowing what they will resolve upon; whereupon sent emissaries thither a second time during the night, who returned on the 31st reporting that they still could not resolve, as before, to come to me; also I learned from the same emissaries that they may make up in total about 150 to 160 head with the Sentongers and the crowd of other negorijen that had gathered together there, to which 1 or 2 of the Balemboangan rebels have joined as heads, spreading rumors, the one named Diva Soehoenan claiming to be a brother of the so-called Pangerang Willis, having another brother at Malang; thus, as it is only a handful of people that has gathered together, I did not deem it worth the trouble to attack them 65 From Java's East Coast The 24th of September 1771 to attack them, for thereby the country and the people would be ruined and become desolate. Thus I deemed it better to march back again to here and continue my march to Oeloepampang, thinking that once the head has been struck and everything has first been cleared and settled at Balemboangan, then it will also not be much trouble to bring this small number of people to obedience. Thus on the same date I duly received your Right Honorable's highly respected letter dated the 27th past coming via Passorouang; I will not fail to seek to comply with your Right Honorable's highly respected orders, also the enclosed letter to Oeloepampang, which I will deliver thither as quickly and securely as possible; also on the 30th a Chinese coming from Oeloepampang came to me, reporting that the two of them had been dispatched with letters to the Captain Chinese at Sourabaija, and having come not far from Banjoealit they were attacked by some of the roving rebels, so that this one got through by swimming across the river and the other remained behind, and the said Chinese is accompanying this. I will From Java's East Coast The 24th of September 1771 will continue my march to Oeloepampang overnight under the Lord's blessing. Herewith I have the honor to call myself with due respect and deepest submission, was underwritten Titles, lower, Right Honorable's most humble servant, was signed, F. Imhoff, in the margin, Panaroekan the 1st of September 1771, still lower, P.S. For greater security I have left at this post 1 corporal and 10 privates for reinforcement, and of the bark De Johannes Cornelis nothing can be seen to date. To Lieutenant Goudelagh at Passorouang, to the Governor Luzac. Your Honor's separate letter of the 4th is being brought in at this moment, to which serves that the enclosures enclosed therewith were duly received and, alongside the contents of your letter, I have read them through well, which arrangement as well as your very expeditiousness and speed I most earnestly laud and approve, and at the same time also the marching route and proceedings given along in instructions to the sergeant, as well as the provision and distribution made.

Dutch transcription

Van Iavasoost kust Den 24: 7ber: 1771: ook dat een Negorij der zelver namens Tritjukan, waar van het hoofd genaamd Bappa Foenis met zijn Negorijs volk na de Sentongers gevlugt en de wegagter hun verkapt, egter in haare negorij voor„ meld zoo padij als alles laaten staan, verders hebbe van een oud balier genaamd Maadie vernoomen /:de„ welke onder de Pannaroekanse volken zig bevind en alle weegen en steegen door het sentongse en gehee„ le Balemboangang bekend zijn, ook te gelijk mijn voor een door sleepen knaep voorkomt, het welk de Posthouder Kramer ook betuijgd, mede dat hij hem all lang gekend en wel vertrouwt, deeze Bappa Madie heeft mijn ook beloofd zo mogelijk de hoofden der sentongers zoude zoeken, zoo mogelijk te bepraa„ ten om bij mijn te komen, verders van gemelde Bap„ pa-Madie vernoomen dat de onder het sentongse gehoorende Twee Negorijen Pakkalangan, daar van het hoofd Bappa-oedan, en de negorij Lopaadja, waar van het hoofd Soeta Liering, in het geheel niet met de sen tongers en bok van haar zoo genoemde Pangerang willis niet willen weeten, liever ziglaa ten vermoorden als met den zelve mede doen, maar wel met en bij de E: Comp: verblijven, zoo heeft mijn den zelve Bappa-Madie verders beloofd, als ook van zins was om naar Sentong te marcheeren, als ik de weg verkrapt mijn togh door te helpen, waar op den 29: 63: Van Iavasoost kust Den 24:' Iber: 1771 29:' smorgens een Patrouille van Passorouang en Banger„ se Javanen naar toe gezonden om de weg te onderzoeken, dewelke retourneerend berichten, dat den wegnaar Sentong zoo slegt niet ook niet sterk verkapt is /: en terwijl het sintongs maar een dag reijse van Pauaroe„ kan is, en beijde gelijke verre van oeloepampang leg„ „gen:/ zoo hebbe terwijl mijn Sourabaijse Jnlan„ „ders nog niet gearriveerd noodzakelijk geagt naar toe te marcheeren, ook om zo meer bij mijn door march te Besoekie van den Ingebij vernee„ mend dat de sentongers zig aldaar geheel aste„ rant betoond; dierhalven den zelve aan zijn gren„ „tje tot bewaaking 100: man gewapent ter zee„ kerheijd geduurig houd, ook volgens zijn gezegd reeds sendelings naar toe gezonden, dewelke met bedroggeen van haaren lieden als zij niet spoedig weder te srug keerden zij haar de weg zouden wij zen alzo zijn dezelve te rug gekomen. de Daar op ben den 30:' smorgens naar sentong op march gegaan en een uur of vier hier van tot de Negorij Tritju kan verbleeven, alwaar gelijk boven gemeld alles bevonden, waar op twee zende„ lings met een beleeftdelijke Javaanse brief aan gemelde Van Iavasoostkust Den 24:' September 1771; gemelde Sentongers gezond, en daar in vernemend waarom ten uijt wat reeden zij de E: Comp: zoo trouw„ loosverlaaten en verzogt bij mijn te komen, en te zeggen, wat haar daar toe beweegde zijnde onder deze zendelings den meer gemelde Bappa Madie, dewelke zendelings tegens den avond weder geretourneerd een Krismede brengend, zijnde van het voormelde Hoofd Bappa Joenis, vermelden deeze sendelings verder dat zij lieden heel wankel-moedig, niet weetend Waar toe zig zullen resolveeren, waar op snagts de tweede keer sendelings naar toegezonden, dewelke den 31: ge„ retourneerd rapporteeren, dat zig nog als vooren niet kosten resolveeren bij mijn te komen, ook hebbe van de zelve sendelings vernomen dat in het geheel om„ trent 150: e: 160 koppen mogen uijtmaken met de Sentongersente aldaar 't saamen geloopen hoop„ Je der andere Negorijen, waar bij 1: of 2: vande ba„ lemboangse rebellers zig als hoofden bij gevoegd, uijt strooijend den eene namens Diva soehoenan een broeder te zijn van den zoo genoemde Langelang willis, nog een broeder te Malang hebben dus wijl het maar een handje vol volks dat 't saamen geloopen is hebbe het de moeite niet waard geagt om zij 65 Van Iavasoost kust Den 24:' 7ber: 17 71 om zij aan te grijpen want daar door het Land en het volk zoude geruineerd en verwilderd raaken. Dus hebbe beeter geagt weeder te rug te marcheeren tot hier en mijn march naar oeloe pampang te ver„ voorderen, denke als een het hoofd geslagen en te Balem„ boangan eerst alles gezuijvert en verEffent is, als dan met dit wijnigse volk ook niet veel moeijte zal weezen om ze tot gehoorsaam te brengen. Zoo hebbe dato dito uwel Ed:e Achtb: hoog te respec„ teerende missive de dato 27:' passato wel over Passo„ rouang komend ontfangen, zal niet manqueeren uwel Ed:e Achtb: hoog gerespecteerd de ordres zoeken naa komen mede de bij de missive naar oeloepampang dewelke ten spoedig, en sekerste na derwaarts zal bezorgen; ook is den 30:' Een Chinees van oeloepam pang komend bij mijn gekomen berigten, dat met haar beijde met brieven aan den Capit:n Chinees wa„ ƒ ren afgezonden naar Sourabaija, en niet verre van Banjoealit komen zijn deselve door eenige der stroopende rebellen aangedaan, zoo dat deze met het Swemmen door het rivier is door geko„ men en den andere agter bleevenen is gemelde Chinees hier bij volgen. zal Van Iavasoostkust Den 24: September 1771: zal over nagt onder des heeren zegen mijn march naar oeloepampang voortsetten. Hiermede hebbe de eere met verschuldigde agting en diepste submissie mijn te noemen /:onderstond Titul: /:lager:/ wel Ed:e Achtb: onderdanigsten die„ naar /:was getekend:/ F: Imhoff /:in margine:/ Panaroekan den 1:sten Septemb:r 171:/ nog Lager:/ P S: Tot meer der zekerheijd hebbe te dezer post 1: Corpo„ raal en 10: gemeene, tot versterking gelaaten en van de Barcq De Johannes Cornelis kan tot dato niets ontwaaren. Aan den Luitenant Goudelagh te Pas„ sorouang aan den gezaghebber Luzac V: W E: aparte missive van den 4: word op het moment aangebragt op dewelke dient dat de Bijlagen daar bij in Close wel ontfangen en beneffens het begrip van uwen brief wel door leezen heb, welke schikkinge zoo wel als selfs voortvarendheijd en spoed ten Erns„ tigste Landere en approbeere teffens ook de manschroute en verrigtinge bij instructie den zergeant mede gegeven als mede de gedaane verstrekking, en ver„ deeling

NL-HaNA_1.04.02_3337_1431 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 24th of September 1771. division, so now under God's protection everything promises the desired expectation of a speedy peace. Thirdly, I send Your Honour herewith in copy all that is necessary for greater clarity of matters, and Your Honour might quietly investigate whether that so-called Pangerang Willis still has a brother in Malang, or if any members of the actual family of the real Willis might still remain there. Thus, resting for this time with what Your Honour has further written and accepting it for communication, I shall shorten this with kind regards and remain, with distinguished esteem, was undersigned Sourabaija, the 7th of September 1771. From Lieutenant Imhoff, on command to Oeloepampang, to the Commander Luzac at Sourabaija. By Your Honour's letter received on the 1st instant, I saw with very great pleasure Your Honour's most amicable efforts to get the people of Centong over to your side if possible, and I consider it for the present well done that his troop march to Oeloe Pampang has been pursued, From Java's East Coast, the 21st of September 1771; pursued, all the more for the reasons cited for the preservation of the Centong lands, whose people I am of one mind with Your Honour that, once the so-called Pangerang Willis with his fierce following has been subdued, can be brought to repentance and obedience; for in all matters, especially in such circumstances, one must always first address that which weighs the heaviest, which being cleared out of the way, the rest will resolve itself. If the people of Sourabaija do not perform their duty, Your Honour must notify me thereof so that matters do not fall behind or drag on through their slowness, and I assume they will manage to be in Oeloepampang in time, since Your Honour's march has been advanced through the conjunction with the Passorouang command; thus well done. Nevertheless, the force at Oeloepampang must be well gathered together in order to divide it with joy according to the measures taken, to bring about a speedy end through power and unity, and to put the country's people at peace, as well as the Company out of expense. Your Honour will then have to make useful use of Bappa Madie and try to investigate everything thoroughly through him, so that one may be fully elucidated regarding the cause 69 From Java's East Coast, the 24th of September 1771. or origin, to what it should be attributed; and in the meantime I shall have myself informed concerning the brother of the supposed Willis, who is said to be staying in Malang. I assume that upon the appearance of this Your Honour will have arrived in good health at Oeloepampang with his command, where the necessary has been written and of which the reading must be given to Your Honour. Thus, having nothing to add here except my heartfelt wish for a blessed outcome of your undertakings and deliberations, I remain, after most kind regards, with very great esteem, was undersigned Your Honour's good friend, was signed P. Luzac. In the margin Sourabaija, the 7th of September, in the year 1771. From the Commander Luzac to Lieutenant Biesheuvel and Titular Junior Merchant Schophoff. Your Honour's letter of the 30th of August, together with From Java's East Coast, the 24th of September 1771. in order to be able to provide against it in time. I shall make it my utmost concern to investigate from which side or through whom gunpowder and lead have been supplied to the rebels, or by what means they have obtained the same, for I do not want to think that any remains from the previous expedition are the cause thereof, which the one incumbent would have to account for. It is extremely pleasant to me to hear the good testimony regarding the second regent's continuing loyalty, which adds no small reputation to him, and who, on account of the misfortune that has befallen his son and brothers, ought to be cheered up and met with the greatest kindness in all respects; I enclose herewith a small letter for him for encouragement. Upon the appearance of this, I hope that the commands will already have arrived with you 73. From Java's East Coast, the 24th of September 1771. will have arrived with you, and I am in that same hope with Your Honour that, under the assistance of the Almighty, with such a force everything will be brought to a speedy, salutary peace and end, to which I seriously recommend to Your Honour the utmost prudence, paired with unity, which I assume will be observed in all deliberations and plans with Lieutenant Imhoff who is arriving there with you, so that the Company's interests are not neglected through any differences; but should the same arise contrary to expectation, the guilty party must first be persuaded amicably with fundamental conviction, and if refusing to listen, be sent over to us. From the enclosed copies of instructions and letters Your Honour will perceive the condition of the Centong and Djember peoples, as well as the measures taken to that end, and Lieutenant Imhoff upon arrival will elucidate more clearly to Your Honour concerning the condition of matters over there, after which Your Honours can take their measures accordingly; and I assume that once the chief rebel, who is hiding with you in the woods near Bajoe, has been dislodged from there and subdued, the other small band of Centong and Djember people will soon come to obedience in due course. Regarding

Dutch transcription

67: Van Iavasoost kust Den 24: Septemb: 171 deeling dus nu alles onder Godes hoede de gewenschte verwagting tot eene spoedige rust belooft: 3'klaat VE: van alles het nodige tot meerder ligt van zaaken in Copia bij deze toekomen, en zoude vwE: onder de hand wel eens kunnen na vorssen of die zoo genaem„ de Pangerang willis nog een broeder te Malang dan wel lieven van het eige geslagt van den regten willis aldaar nog mogte overig zijn. Dus voor ditmaal beruistende in het door VwE: verder aangeschreevene en voor Communicatie aan„ neemende zal ik deze bekorten onder minsaame groete en verblijven met gedestingideerde achting /onderstond:/ Sourabaija den 7:' Septemb:r 1771; 6 Van den Luitenant Imhoff, op Com mando na ouloepampangaan den Gezaghebber Luzac Te sourabaija Bij vwE: Letteren van den 1: luiden ontfangen zag ik met zeer veel genoege uw E: minsaamste pogin„ „gen om was het mogelijk de Centongers tot uwent te krijgen, en houde ik voor dens voor wel gedaan dat zijne manschroute na oeloe pampanghebt voorgezet Van Iavas oostCust Den 21: Septemb: 1771; voorgezet, te meer om aangehaalde redenen ter preser„ tatie van de Centonse Landen, welkers volk ik met VWE van een gevoelen ben, dat zoo de zoo genaamde Pangerang willis met zijn woeste aanhang eens te ondergebragt zal zijn, werden tot in keer en gehoorsaamheid te bren„ „gen zal zijn, want in alle zaaken in zonderheid dufdanige omstandigheeden men altoos eerst betrag ten moet het geen het swaarste weegt, 't welk uit de weggeruimt zijnde het andere van zig zelve ziglaat vinden, zoo de Sourabaijers hun pligt niet betragten dient vwE: mij daar van kennisse te geeven op dat de zaa„ ken door hunne traagheid niet veragteren of trainee„ ren en stel ik zij lieden tijdig te oeloepampang zul„ len maken te zijn, daar door Confunctie met het Lassorouangse Commando VE: marsch vervoordert is, dus wel gedaan, nogtans dient de magt te oeloe„ pampang wel bij een te zijn om na de genoome maat regulen dezelve met vreugd te verdeelen om er een spoedige einde door magt en eendragt aan te maken en het Lands volk in rust ook de Comp: dus buiten lasten gestelt worden, van Bappa Ma„ die zal uw E: dan het nuttig gebruik moeten maken en alles door hem in de grond tragten te onderzoeken, op dat men ten volle van de oorzaak 69 Van Iavas oostkust Den 24:' Septemb:r 177 1 of oorspronk aan wat toe te schrijven g'elucideert raats en ik zal mij intusschen laten informeeren na de broe der van den gewaande willis, die zig te malang zou„ de ophouden, Ik stel dat VWE: bij paresse dezes in gezondheid te oeloepampang zult zijn gearriveert met zijn Commando ff alwaar het nodige is aange„ schreeven en waar van VW E: de Lectuur zal moeten gegeven worden: dus hier niets bij te voegen hebbende als mijn har„ telijke wensch van een gezegende uitslag uwer onderneemingen en beraadslagen zoo verblijve na minsaamste groe te met zeer veel achting /:onderstond:/ VE: goeden vriend /:was getekend:/ P: 2 Luzac /: in margine:/ Sourabaija gt fo den 7: September A„o 17 . Van den gezaghebber Luzacaan den Luitenant Biesheuvel en Titulaar onder koopman Schophoff uw E Letteren van den 30: aug: benevens Van Iavasoostkust Den 24: 7ber: 1771 om 'er bij tijds in te kunnen voorsien Ik zal mij ten hoogste er aangelegen laten leggen uit de vorsschen van wat kant of door wien de rebellen het kruijt en „aar 'tzelve geraakt zijn, want ik wil niet 6 lood is toegevoegd of door wat middel „ denken dat er eenige over blijffel van de voorgaande expiditie d'oorzaak en van zij, het welk dien het incumbeerdt hort te verantwoorden zoude hebben. Het is mij ten hoogste aangenaam de goede getuigenisse omtrent des tweede regents aanhoudende trouwe welke hem niet wei„ nig reputatie bijzet en die om de wille van het ongelukkig tot zijn zoon en broederen te beurt gevallen dient opgebeurt en in alle opzigten op het min saamste te gemoed komen te worden, hier nevens leg ik briefje voor hem ter aanmoediging ingeslooten. Bij paresse dezes verhoop ik dat de Commandosbereets tot 171 73. Van Java's oost Cust den 24 Septmbr 174 tot uwent zullen zijn g'arriveert en ben ik met VE in die zelfde hoope verserende dat onder den bij stand van den Almagtigen met zoo een magt. alles tot een spoedig heil„ saame rust en einde zal kunnen gebragt worden, tot het welke ik vwE: alle om ten voorzigtigheijd op het Serieuste ^ met eendragtigheid, welke in alle overweegingen aanbevoolen houde, gepaart ^ en aanslagen met den aldaar tot uwent aan komende luiten: Imhoff stelle geobserveerd zal worden, op dat door eenige verschillen Comp=s belangen niet ver„ agtert worden, dog buiten verwagting dezelve mogen de ont„ „staan zal de schuldige met fondamenteele overtuigingen eerst inderminne tragten overgehaalt te worden en daar niet wil„ lende na luisteren tot ons werden overgezonden. Kan inleggende Copias instructie en brieven zal uwE: de toe„ stand der Centongse en Djemberse volkeren komen 't ontwa„ een benevens de maatregulen ten dien Einde genomen, en zal de Luitenant Imhoff bij aankomst uw E: nog duidelijkers elucideere over den toestant der zaaken daar heen, waar na VW E: dupair hunne mesures zullen kunnen neemen en stel ik de hoofd rebel tot uwent zig in de bosschagie bij ba„ Joe schuilhoudende van daar onnesteld en ten ondergebragt zijnde, dat het andere hoopje Centongse en Iomberse wel spoedig tot gehoorsaamheid zullen komen op daagen. omtrend

NL-HaNA_1.04.02_3337_1436 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 24 September 1771; Regarding the reinforcements under these present circumstances, one must act as is customary in such cases of expedition and train, but in all respects with sound deliberation so that nothing is squandered, neglected, or omitted, everything being done in the most frugal manner, in the expectation that through Your Honor's good management under God's assistance it will not have a long aftermath; The Sentong people were certainly assigned by me to Panaroekan and to your area at Balemboangan and were also excused from the communal works at Panaroekan, but the summoning of those people occurred too prematurely and without my orders, as one could have waited in that regard for the venerable decisions of our superiors upon the undersigned's report concerning that district, as I mentioned in my statements on that same occasion; Furthermore, it has completely reassured me to learn of the safe arrival of the Johannes Cornelis, which may remain there until the arrival of the Company's pantjallang the Petronella, which is projected to remain there in permanent service, while Quartermaster De Quaat, if he should not find himself needed there, can return as soon as possible; Having thus fully answered the contents of your letter, I remain, after earnest prayer for Jehovah's blessings upon Your Honor's persons and the Company's arms, after greetings, /underneath:/ Your Honor's good friend /was signed/ P:s Luzac /in the margin:/ Sourabaija, 7 September 1771 /lower:/ P.S. Lieutenant Imhoff must be given the reading of all separate incoming and outgoing letters to your area, namely since the troubles arose; in these cited copies of letters and instructions, I deemed it unnecessary to enclose that which solely concerns the established post at the ancient place in Djember; From Java's East Coast, 24 September 1771; From the Lieutenant and Commander Goudelagh to the Administrator Luzac: This afternoon at one o'clock, the native writer sent by me, named Soemowiedjoijo, who departed for Sentong on the 30th ultimo with the local chiefs Tjiwodjoija and Wongso Nongo, returned. The emissary declares that he offered the Javanese letter from Your Honorable Respectable to the chiefs of Sentong, whose names are Bappa Somprong, Bappa Jonij, Bappa Riwet, Sondjo, Bappaoedan, and Soetoliering, who refused to accept it. Whereupon the emissary repeated his request that they simply accept the aforementioned Company's letter, which the Sentongers entirely refused to do a second time. The emissary then inquired after the reason, asking whether anyone from either Balemboangan or Panaroekan had done them any harm, and that they might speak freely. To this, the village people answered that they had nothing against Balemboangan and Panaroekan, but that they were absolutely forbidden by their Gusti to accept a letter from the Honorable Company or to let anyone come to them. The emissary replied by asking who then this Gusti was, and from where, and desired to see him to pay respects to him. The Sentongers answered to this that the Gusti is here and it is Mas Willis, who had endured much on Ceylon, but that he could not be seen or spoken to, and that the emissaries had better leave immediately or it would cost all of them their lives, and that they had to leave their horses and weapons behind. Whereupon the emissary answered, my horse and the weapon belong to my master, consequently I cannot surrender them as long as we have life. The Sentongers further expressed that on the coming third or seventh of the light [moon], the Gusti would indeed appear and show himself, since no cannonball, much less that of a musket, could harm him. Thereupon they made the emissary depart, to which he replied, we must first eat and I request that you give us food, which was given to them by one named Bappa Boenkar, being the bandar there, who also accepted the Javanese Company's letter, saying I will consider what to do with it, whether to open it or throw it away. According to the report of the emissaries, the strength of the Sentongers, the small villages included, was about 270 souls, among whom, however, are many youths, and those at Djember near 30 men. The detachment that marched from here to Djember on the 4th was met by the emissaries at the river Kenteng between Banger and Patjarakan, and they informed the Sergeant and the native chiefs of the above, and also gave them instructions on how they were to conduct themselves. The above-mentioned three emissaries are sent over under cover of this to give an oral report of their activities to Your Honorable Respectable. Furthermore, I close this with the deepest respect and awe, /underneath:/ Title /lower:/ Your Honorable Respectable's completely humble servant /was signed/ J:n D: Goudelagh /in the margin:/ Passorouang, 6 September 1771; Copy

Dutch transcription

Van Iavasoost kust Den 24. ' Septemb: 1771; Omtrent de versterkkinge in deese presente tijdsomstan„ digheeden moet gehandelt worden als bij zodanige voorval„ len van Expiditie en train gebruijkelijk is, dog in alle deelen met een goed overleg dat niets verkwits, verag„ tert nog versuimt word in alles op de menagienste wijse in die verwagting dat door VW E goed beleid onder godes bijstand het van geen lange na Sleep zal zijn; E De Cen tongse volkeren zijn zekerlijk bij mijn aan zijn te panaroekan en tot uwent Balemboangan toegewee„ zen en ook geExcuseert van de gemeene werken te Pana„ roekan dog de oproepinge dier volkeren is te vroegtijdig en buijten mijn ordre geschiet, alzo men daar omtrent had kunnen wagten tot de gevenereerde besluijten onzer hooger gebiedens op des ondergetende berigt omtrent dat district gelijk bij mijn gezegdens ter zelve gelegentheid heb aangehaald; Overigens heeft het mij ten volle gerust gestelt de goede aankomst van d Iohannes Cornelis te verneemen wel„ ke aldaar kan blijven tot de komste van Comp: pantjal„ lang de Petronella, welke geprojecteerd is ter verblijf, en permanen te dienst aldaar, ter wijl de quartiermees ter 75: Van Iavasoost kust den 24:' 7ber: 17 ter De quaat, zoo daar niet mogte benodigt vinden wel weder ten spoedigste kan retourneeren; Dus volledig b'antwoord hebbende den en houd van riwen brief zal ik na ernstige toebiddinge van Sehovas zege„ ningen over vuE: perzoonen en Comp:s wapenen na groete verblijve /:onderstond:/ VE: goeden vriend /was geteekend / P:s Luzac /in margine:/ Sourabaija den 7:' September 1771: /Lager/ P: S: van alle aparte aan komen„ 1779 7 „de en afgaande brieven tot uwent zal den Luitenant Imhoff, de lectura moeten gege„ ven worden, te weeten sedert de opgereeste trou„ belend in deze aangehaalde Copia brieven en „ Instructie heb ik annodig g'agt in te slui„ ten behelsende eenelijk de gestelde post vatting op d'al oude plaats te Djem„ „ber: — van 7j. Van Javasoost kust den 24: 7ber: 17 Van den Luijtenant en Commandant Goudelagh aan den gezaghebber Luzac: Dezen agtermiddag om een huuren retourneert den op den 30: passato Sentong vertrockende, namen s soemo wied Joijo Jnlands schrijven van mij, met de hiesige hoof„ „den Tjiwod Joija wongso Nongo verklaart hij zende„ „ling, den Javaans brief van uwel Ed: Achtb: aan de hoofde van Sentong, die haar naambappa Som„ ^ Boppa Jonij, prong „ bappa Riwet, Sondjo, bappaoedan en soe„ „to Liering aangebooden te hebben, welke den selven weigerde aanteneemen, waar op hij zendeling her„ haalde, om dog effen gem: sComp:s brief aan te neemen, 't geene zij zentongers andermaal volslaags wij ger„ de om te doen, vragende hij zendeling nade reeden ook zo haar lieden ijmand 't zij van Balemboangan of panaroe kan iets leeds gedaan, vrij mogten zeggen, hier op de negorijs volkeren antwoorden niets op Ba„ lemboangang en Panaroekan te zeggen hebben, maar dat haar om een brief van d' E: Comp:e te accepteeren ofte iemand bij haar te laaten komen absoluit van haar gustij verbooden was, repliceert hij zendeling wie dog die — 77 Van Iavasoostkust Den 24.:' September 1771; van waar die gustij was en pivaar ter plaatse, en verlangde den zelven te zien om eer bewijsing aan hem kunnen afleg„ „gen, antwoordende de Sentongers hier op die gustij is hier en het is maar willis, welke op Ceijlon veel uijtge„ staan hadde, egter dat dezelve niet te zien of te spree„ ken was, en zij zendelingen maar ten eerste konden vertrekken of het koste haar te zaam 't leeven en dat zij haare paarden en gewoeren moesten daar laten, waar op den zendeling antwoord, het paard van mij en het geweer gehoor mijnen heer gevolgelijk kan ik het zelve niet afgeevfen, zoo lange wij het leeven heb„ ben, uitte zig den Centongers verder met aanstaan„ de derde ofsevende van het legt zal gustij wel ten voorschijn komen, en zig laten zien wijlen hem geen kanon kogel, veel minder die van een geweer konde beschadigen hier op hem sendeling doen ver„ trekken, waar op antwoordende wij Moeten eerst letem en ik verzoeke dat gij ons spijse geeft, 't geen haar van eene namens bappa boenkar zijnde ban„ daar aldaar, wierd gegeven, welken ook den Javaan„ se 'sComp=s brief heeft aangenomen, met Seg„ gen ik zal mij bedenken wat daar mede te doen Van Iavas oost kust Den 24.:' Septemb„r 171; doen, of hem der fopenen of weg Smij ten Volgens berigte der sendelingen dat de sterk„ te den Sentongers kleene negorijen mede gereeken omtrent 270: Coppen was, waar onder egter veel jon„ gelingen en die te Djember bij 30 man, het op den 4: van hier overtrokkene Commando na Djember hebben zij zendelingen bij het rivier kenteng /: tus schen banger en Patjarakan:/ gerecontreert en den Zergeant met d' Jnlandse hoofden van het bo„ venstaande verwittigt, ook onderrigt aan dezelve gegeven hoe zig te gedragen hadden Gaan boven gem:t drie sendelingen onder geleide dezes over, om mondelijke rapport van haar verrigtin„ „ge, bij uw Ed: Achtb: af te leggen. Overigens sluijte deese met diepste eerbieden ontsag onderstond:/ Titul: /lager:/ uw Ed: Achtbaaren ganszh de moedigen dienaar /:was geteekend:/ J:n D: goudelagh /: 1771 /in margine:/ Passorouang den 6: 7ber: 1771; Copia

NL-HaNA_1.04.02_3337_1441 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 24th of September 1771. Copy of reply to the aforementioned letter by P. L. to the Commander Goudelagh from the Resident Luzac: Just at this moment I receive with your clerk and the two mantris Your Honour's further letter of the 6th containing the report regarding my letter to the chief of the Centongers, whose conduct seems to me to arise from a deserted rogue from the Balambangan region, and therefore ought to be closely observed, investigated, and, upon open hostilities being displayed, thwarted. For this purpose, Panarukan, Besuki, and the newly deployed detachment at Djember should not a little be urged and kept in a prepared state. Nevertheless, I am of the opinion that once the foundation of their so superstitious notions, I mean the so-called Gusti Willis, is cleared away, they will indeed return to obedience and order, seeing in retrospect that everything is merely appearance and deception. Below stood: These having been duly collated with their originals and found to agree; Surabaya, the 7th of September in the year 1771. Lower: Agrees. Was signed: P. Luzac. Below stood: Agrees. Was signed: J. R. van der Burgh. From Java's East Coast, the 24th of September 1771. To the Honourable, Right Worshipful Johannes Robbert van der Burgh, Governor and Director in and along Java's North-East Coast, etc. etc. etc. Honourable, Worshipful, Valiant, Manly, Prudent, Most Discreet Sir. Respectfully presenting the enclosed Pasuruan letters, of which the latest of the 14th instant has momentarily been delivered to hand, and following the enclosed copy of the reply. Immediately Ensign Visscher has been commanded thither from our garrison, in order that, in case the Ensign Lichuwski who is serving there militarily (although somewhat acquainted with those districts) might not be able to answer successfully on account of his advanced years and be incapacitated, the said Ensign Visscher may be employed to restore the affairs that occurred regarding the command to Djember. To which end I have also shipped one gunner and one arquebusier with the required ammunition from our artillery, and notwithstanding the weakness of our garrison, at the requisition of the Pasuruan Commander for the reinforcement of that frontier post, have also dispatched a small detachment under a sergeant, a corporal, and 12 privates. Which I hope will not only merit Your Honour's approval, but also, with God's assistance, bring about a desired recovery, of which notification has also been made to Panarukan and Ulupampang. With which, with deep esteem and utmost respect, I have the honour to remain: Below stood: Honourable, Worshipful, Valiant, Manly, Prudent, Most Discreet Sir. Lower: Your Honour's most obedient and faithful servant. Was signed: P. Luzac. In the margin: Surabaya, the 14th of September in the year 1771. Below stood: Agrees. Was signed: J. R. van der Burgh. From Java's East Coast, the 24th of September 1771. From the Lieutenant Goudelagh at Pasuruan to the Resident Luzac at Surabaya. By this I have the honour to inform Your Honour that I have been notified by the Lumadjang postholder that those people who had shown themselves at Rennes were solely from the surrounding villages, who had held a merry feast or sedekah in the Javanese manner at that place, and afterwards each departed to his dwelling place. Also that he had summoned two chiefs from the villages of Duwet and Petot, belonging under the Balambangan jurisdiction, to inquire into the state of affairs regarding the enemies, who had also appeared and declared that the Balambangan rebels lay posted in three distinct villages, namely Conkreeng, Badu, and Djember, but that the greatest force was at Badu, as they claimed to have the Susuhunan there. Whereupon I again wrote to the postholder above all not to let himself be lulled to sleep, but to be on his guard and to reinforce himself to 16 European heads, in order, with the local Javanese, by continuous sending out of spies and patrols, to cover Lumadjang against incursions at his own responsibility, as he is strong enough for that and consequently sufficiently capable of doing so. Furthermore, I take the liberty most obediently to propose to Your Honour regarding the monthly rations, rice, arrack, and board money for the Company's military personnel who shall keep post at Djember, whether this must be delivered from Panarukan because it is near or from here, awaiting regarding this the favourable elucidation of him who with greatest high esteem and all submissiveness subscribes himself: Below stood: Title. Lower: Your Honour's most humble servant. Was signed: J. D. Goudelagh. In the margin: Pasuruan, the 7th of September 1771. From the Resident Luzac to the Pasuruan Commander Goudelagh. In reply to Your Honour's letter of the 7th, this solely serves in answer that I accept for communication the report of the postholder Steenbergen and approve the warning given to him; and it would seem to me contrary to all expectations regarding the conduct of that postholder if he were not to give satisfaction in this, since he has been put into the required posture. And if Your Honour should have any doubt regarding the sufficient knowledge and discretion in matters of the said Steenbergen, one would find oneself compelled

Dutch transcription

79 Van Iavas oost Cust Den 24: Septemb: 1771. Copia antwoord op voorm: brief bij P: I: aan den Commandant Goudelagh van den gezaghebber Luzac: Zoo op het moment ontfang ik met uwen schrij„ ver en de twee mantaies VW E. nadere van den 6: inhou„ dende het berigt omtrent mijnen brieff aan het hooft. der Centongers, welkers gedrag mij voorkomt 't ont„ ^uit spruijten een overgeloopen knapuit het balemboang„ se en dus van na bij dient g'observeert nagegaan, En bij betoonde opentlijke vijandelijkheeden vereijdelt te worden, tot het welk pannaroekan besoekie ende nieuw uijt gezet„ „te Commando te djember niet weijnig dienen aangespoort en in staat gesteld gehouden te worden, nogthans ben ik van gevoelen het fondament van hunne zo superstitieuse Denkbeelden ik meen de zoo genaamde Gustij Willis eens ontruijmt zijnde of zullen wel tot gehoorsaamheid en in Heer komen, ziende van agteren het alles maar waar en schein is /: onderstond:/ deze met hunne originee le Van Iavasoost Cust Den 24:' 7ber: 177: le behoorlijk gecollationeerd zijnde bevonden te accordeeren; Soubaija den 7: September a:o 171 /: lager:/ Accordeert /:was getekend:/ P: Luzac /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ J: R: van der Burgh; Lan 81 Van Iavas oost kust Den 24.: Septemb: 177 1771; Aan den wel Edele Achtb: Heer Iohannes Robbert van der Burgh Gouverneur en directeur op een langs Iavas Noord oost Cust &:a &:a &:a Edele Achtbare Ernfeste Manhafte, voor sienige zeer Discrete Heer. onder eerbiedige aanbieding van in Cloese passouangse brieven, waar van de laaste van den 14. huijven momen„ telijk ter hand gesteld is, en na in Clase Copia antwoord . terstond den vaandrig visscher uit ons guarnisoen der„ waarts gecommandeert, om ingevalle van den daar militairende vaandrig Lichuwskij /:of schoon die land streeken enigsints bekent:/ van weegen zijne hooge Jaaren met succes niet te moogen beantwoor den buijten staat gestelt, gem: vaandrig visscher te amploieeren tot herstelling van 't voorgevallene tot 't Commandona Djember, ten welken einde meede Een Cannonier en een bosschieter met de gerequireerde ammi„ nitie van onse arthillerij heb afgescheept, en onaange„ zien de swakheid van ons guarnissoen op 't gerequi„ reerde Van Iavaoostkust den 24: 7ber: 1771; „reerde van den passourouangs Commandant ter versterkinge van die frontier post, ook Staafte scheepen een kleijne Commando onder een zergeant, een Corporaal en 12: gemeene, welk verhope niet alleen uwel Ed: Agtb: goedkeuring zal meriteeren teffens onder den bijstant godes een gewenschte herstelling zal te weegbrengen van welk ook bedeeling is geschiet na Panaroekan en oeloepan pan. Waarmede met diepe agting uijterste eer bied de Eere heb te verblijve: /onderstond:/ Ed: Achtb: Ernfeste, in Manhafte voorsienige zeer discreten heer /Lager /: u wel Ed: Agtb: zeer gehoorzame en trouw schuldige dienaar /:was geteekend /: P: Luzac /:in margine/: Sourabaija den 14:' Septemb: a:o 171 /:onderstond:/ Accordeert /:was getekend:/ J: R: van der Burgh van 83: Van Iavasoost kust Den 24:' Septemb: 1771; van den Luitenant goudelagh te passorou„ „angaanden gezaghebber Luzacte Soura. „baija. Pr P: deezen hebbe de eere uw Ed: Achtb: te berigten door den Lamadjangs posthouder verwittiget te zijn dat die volken, zoo zig op rennes hadden vertoont alleenig uit de negorijen daar om streekswaar geweest, welk op die plaats een op Iavaanse manier hertig feest ofte sende llae gehouden en nadien ieder na zijn woonplaats vertrokken, mede dat hi twee hoofde uit de negorij duwet en petot, onder 't balemboangse gehoorende hadde la„ tenroepen, om zig na de gesteltheid ver vijand en te informeeren welke ook waren verscheenen en verklaart dat de balem„ brangse rebellen, op drie bij sondere negorijen geposteert lagen, als Conkreeng, baduu, en Jumber maar dat op Basuuu de grootste magt was, wij len dieden naam voerden den soe soehonam aldaar te hebben waar op ik hem posthouder nogmaals gesz: zig voor al niet in slaap te laten weegen, maar op zijn hoese te zijn en zig tot 16: Coppen Europeezen te versterken, om met dee in bangerse Javanen door geduurig uitzenden der Spions en pattrouilles, Lamadjang voor in valies ter zijner verantwoordig te dekken, wijlen daartoe Sterk genoeg gevolggelijk genoegsaam in staat, zulks te doen Verders gebruike de vrijheid uw Ed: Agtb: gehoorsaamst voor te dragen betreffende de mandelijks rantsoen en rijst arak en Van Iavas oost kust Den 24:' Septemb: 1771; en kost penn: voor 'sComp:s militairen op djember zullen posthouden of 't geene van panaroe kan wegens na bij of „hier is dan „ na derw:s moet geleevert worden, verwagtende dies aangaan„ de gunstige elucidatie die zig met meeste hoogagting en alle onderdanigheijdonderschrijft /:onderstond / titul / Lager uw Ed: Agtb: gaansch de moedigen dienaar /:was geteekent:/ I. D: Goudelagh /:in margine:/ Passourouang den 7: September 1771: van den gezaghebber Luzac aan den pas Sourouangs Commandant Ponde lagh, op d'uw E: van den 7: ter rescriptie enelijk ter beant„ woording dient dat voor Comminicatie aanneeme 't opgegeeven van den posthouder Steenbergen ende aan hem gegeeve waar schouwing approbeere, en zoude ' tee„ „gen alle verwagting omtrent 't gedrag van dien post„ „houder mij voorkoomen zoo niet in deeze kwaam te vol„ doen daar hij in 't verbischte postuur in staat gesteld is, en zoo uw E. eenige twijffeling omtrent de genoeg„ saame kundigheid en beleid in de zaaken aangem: Steenbergen hebt zoude men ons genoodsaakt vin„ den

NL-HaNA_1.04.02_3337_1447 view scan ↗

English

85 xxj From the East Coast of Java, 24 September 1771; to remove him from there, so that through the lack of experience and deliberation in affairs by such a person, the Company's interests are not neglected. Regarding the monthly rations of rice, arrack, and crust money for the Company's military personnel at Djember, they will have to be provided by Your Honour, being a main post, as well as provided with rice and fish or other small necessities, to which Panaroekan and Besoeki could contribute, which Your Honour shall distribute and arrange in the most proper and possible manner. However, with God's assistance, I assume that once the chief rebel at Bajoe is given a good blow, the common people will indeed turn back, and thus a speedy end to affairs will be reached. For the rest, after kind greetings, I remain with the highest esteem, underneath was written, Your Honour's good friend, was signed, P: Luzac, in the margin, Sourabaija, 11 September anno 1771. Extract From the East Coast of Java, 24 September 1771: Extract from a letter from the Panaroekan postholder Kramer to the Administrator Luzac, dated 8 September 1771. Furthermore, I make known that the chief Morto Juda reported to me on the 4th of this month that seven households have already run away from here; I have sent from here the lurah Pro Jowanno with another 8 men to Projogan to watch over the paddy, both cut and uncut, and had them call out daily into the forest that they should please come back and settle in their negorij again, but they receive no answer. Thus the person comes very respectfully to request orders on how he should conduct himself, who with all subservience makes bold to subscribe himself, underneath was written, title, lower, Your Honourable Esteemed's most humble and completely obedient servant, was signed, I: C: Kramer, in the margin, Panaroekan, date as above. Extract. 87: From the East Coast of Java, 24 September 1771, Extract from the letter of the above-mentioned Kramer to the Administrator Luzac, dated 13 September 1771; In my opinion, in order to prevent further departure of the Panaroekan households, it will be best that Your Honour, through the Lurah Morto Joedo in the presence of an able and well-behaved Company servant, have a strict survey made of which households are genuinely Panaroekan people and which are Balemboang people, of which latter the seven run-away households will likely consist, in order to then have the Balemboang households appear before Your Honour and ask them how they are inclined to remain living here alongside the Panaroekan people and adhere to the Company's orders, or whether they are inclined to live in Oeloepampang, and in that case to send them there in the best and most secure manner upon a good opportunity to the residents there. However, if they are inclined to remain at Panaroekan, such households shall be placed closest to Your Honour's post under the good supervision of the Poeramoeten. Yet, seeing that the Balemboang people now set themselves up as enemies of the Company, From the East Coast of Java, 24 September 1771. any such households giving cause for doubt or suspicion must be sent hither, under the recommendation, moreover, that the chief Morto Juda and the Lurah Projawanno treat the common man kindly and tolerantly, not harshly and abusively, and furthermore keep a good eye and supervision on the households as well as on the paddy fields. From the Lieutenant Commandant at Passorouang, Goudelagh, to the Administrator Luzac. The highly esteemed letter of the 7th was well received; I have the honour most humbly to thank Your Honourable Esteemed for the favorable approval of the arrangements made known in my humble letter of the 4th of this month, as well as for sending the separate letter from Lieutenant Imhoff and the copy from Postholder Kramer, the former of which is returned enclosed herewith with all respect. Your Honourable Esteemed was pleased to inquire whether that so-called Pangerang Willis might still have a brother, or one of the same family, 89: From the East Coast of Java, 24 September 1771 remaining at Malang; I have the honour to report that I made discreet inquiries about this in the most meticulous manner, yet it was not possible to discover the least bit about it. I only assume that this fellow seeks to make himself popular among the common people in Balemboang through boasting and eloquence. However, on the first of this month, I already ordered the Malang postholder as well as the native chiefs from here who keep watch there, in the most earnest and serious manner, to keep a watchful eye on everything, and upon perceiving the slightest bad rumor, to send word hither with the utmost speed. From the detachment that departed on the 4th for Djembar, as well as from Lamadjang, no further reports have arrived. I conclude this with all subservience, underneath was written, title, lower, Your Honour's very obedient servant, was signed, I: D: Goudelagh, in the margin, Passorouang, 11 September 1771.

Dutch transcription

85 xxj Van Iava oostkust Den 24: 7ber: 17 1771; den hem daar van daar te neemen op dat door de min ervarentheijd en overleg van zaken door zoo Een Comp:s belangens niet veragtert werden. Omtrent de maandelijk se randsoenen rijst, arak en korst penn: voor 'sComp:s militairen op Djember zullen door uw E: als een hoofdpost sijnde moeten we„ ^wel zoo veel als omtrent de rijst en visch of andere kleinigheden voorzien, den besorgt, tot 't welke panaroe kan en besoeki zoude kunnen Contribueeren, 't welk uw E: op dewelvoegelijk ste en mogelijkste wijse zal verdeelen en schikken, dog bij godes bij standstel ik dat de hooft rebel op Bajoe een goede neep gegeeven zijnde 't beneden volk si wel sal om keeren en dus een spoedig Einde van saken geworden Overigens verblijve ik na minsaame groete met de meeste hoogagting /:onderstond:/ uE: goeden vriend /:was geteekent:/ P: Luzac /:in margine/ Sourabaija den 11: September anno 17 N: Extract 1771. Van Iavaoostkust Den 24: Septemb: 1771: Extract uijt een brief van den Pa„ „naroekans posthouder kramer aan den gezaghebber Luzac sub dato 8: 1771 September 1771 wijdersmake bekent dat 't hoofd morto Juda den 4: dezer mij gerapporteert heeft dat van hier al Se„ „ven huishoudings zijn weg gelopen; Ik hebbe van hier den loera pro jowanno met nog 8: man na Projogan ge zonden om op d' padij die gesneeden en ongesneeden is op te passen en dage„ „lijks in't bosch laten roepen, dat zij dog zoude weer om koomen en zig in haare Negorij weersetten, maar krijgen geen geluit, zoo komt de geene zeer eerbiedig versoeken om ordre te ontfangen, hoe hij zig te verhouden heeft, die zig met allen onderda„ nigheit verstout te onderteekenen /:onder„ stond:/ titul /:lager:/ uwel Ed: Agtb: aller on„ derdanigste en gansch gehoorzaamste dienaar /was geteekend:/ I: C: kramer /:in margine /: Panaroekan dato voors:z: Extract. 87: van Iavaoostkust den 24: Septemb: 1771, Extract uit den brief van boven gemelte Kramer aan den gezaghebber Luzac sub dato 13: September 1771; Het zal mijns bedunkens ter voor koning van verdere verwijdering der panaroe kanse huijshoudings 't beste zijn dat uw E: door de Loera Morto Joedo ten overstaan van een Comp: bekwame en goed van gedrag zijnde Comp:s dienaar, eens stiptelijk laat opneemen, welke huijs houdens wesentlijk panaroekanse volkere zijn en welke balemboangse, in welke laatste denkelijkde seven weg geloopen huijshoudens zullen bestaan, om als dan de balemboangse huijshoudens bij uw E: te laten ver„ scheinen, en af te vragen hoe zij geneegen zijn hier benef„ „fens de panaroekanse volkeren ter woon te blijven en hun aan de ordre van de Comp: te houden, dan wel naoeloe„ pan panter woon in Clineerende aldaar op de beste en Pi„ „cuurste wijse bij goede geleegentheit aan de residenten al„ daar te versenden, dog te Panaroekan genegen te blijven zullen zodanige luishoudens 't naast bij geleegenste uw E. post onder goede opsigt van den Poeramoeten gestelt worden, dog aangezien deselve namentlijk de balemboangers hun nu als vijanden van de Comp: op Van Iava oost kust Den 24:' Septemb: 1771. 1; op werpen zullen zodanigen huijshoudingen enige be„ denkinge of suspicie gevende herw=ts moeten gezonden werden, onder aan beveeling boven dien tf dat t hoofd Morto Juda en de Loera Projawanno de gemeene man minsaam en dragelijk niet hart en d'Eulk bende be„ handelt verders goed oog en op sigt op de huijshouding laat stellen zoo wel als op de padij velden., Van den licietenanten Comman„ „dant te passorouang goudelagh aan den gezaghebber Luzac De hoog g'eerde van den 7: wel ontfangen, hebbe d' Eere mij bij uw Ed: Agtb: 't nedrigste te bedanken, voor 't gunstig approbeeren, der gemaakte schikkinge bij mijn onderdani W ge van den 4: deezer bekend gesteld, als meede voor 't toe„ senden der aparte van den Lieutenant Imhoff, en Copia van den posthouder kramer, gaande den eersten met alle eerbied Jn Close deeser te rug uw Ed: Achtb: zig gelieve te Jnformeeren of die zoo genaamde pangerang willis nog een broeder, dan wel van 't eigen geslagt, te 89: Van Iava oostkust Den 24: Septemb: 1771 te malang mogte overig zijn, hebbe d'eere te berigten, dat mij daar na op de nauwkeurigste wijse onder de hand g'informeert, egter niet mogelijk daar van 't minste te ontdekken alle Eenig veronder stelle dat dien knaap in't balemboangse zig door groot en wel spreekent„ heid bij den gemeenen man zoekt animeert te maken hebbe egter op primo deezer bereets aan den Mallangs posthouder ook meede aan d' Jnlandsche hoofden van hier zoo aldaar de wagt houden op ' ernstigste en Serieuste wijse gelastet, een waken toog op alles te houden 't minste quaad gerugte ontwarende ten aller spoe„ digste daar van berigt na herwaarts te doen. Van die op den 4: vertrokkene Commandona djembar ook meede van Lamadjang, geen nadere berigten ingekoo„ men sluijt te deese met alle onderdanigheit:/ onderstond:/ titul /lager/ uw Ed: zeer gehoor saame dienaar /:was geteekent:/ I: D: Gon„ de lagh /:in margine:/ Passouaouang p Den 11: September 1771:— van 1 17

NL-HaNA_1.04.02_3337_1452 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 24th of September 1771; from the Lieutenant and Commandant at Passerouang Gondelagh to the Administrator Luzac. Tonight at half past eleven o'clock, Corporal Johan Rodulph Reijke returned, who on the 9th of this month had marched out with Sergeant Tomas Niessen to take up a post at Jembar, stating that they and the natives had engaged in action with the Sentongers on the 12th at half past nine in the morning, which lasted fully 2 hours, in which Sergeant Niessen was killed along with 2 European soldiers, and 1 wounded soldier was also brought here, and that 9 men of the Passourouang Javanese were dead and several wounded, whereupon it had not been possible to offer resistance any longer, they were forced to retreat, and the pikes having been thrown away by the bearers, they had to throw the live firearm cartridges, up to 32 bundles, into the river in order not to fall into the enemy's hands, and also that the enemy had already constructed a benting and was estimated to be over 1000 men strong. The often-mentioned Corporal 91: From Java's East Coast the 24th of September 1771; Corporal exercised the imprudence of bringing two more soldiers here with him for cover, whom I will have depart together for Besoekie at the very earliest; the remaining soldiers and natives are stationed at Bezoeke. Upon this news received, I ordered the local regent today to assemble 250 Passourouang troops to march to Besoeki, to which will be added from the garrison here 1 sergeant and 8 common soldiers. Having most humbly requested Your Esteemed Honour for a reinforcement of soldiers, I take the liberty, under very favorable construction, to bring to Your Esteemed Honour's attention that it would be most highly necessary that a competent officer be with this detachment, carrying with him a surgeon, the competent gunner, and a gunner with mortars and their accessories to be better able to offer resistance to an enemy who is certainly puffed up by this small victory. There is also a lack here of such a competent gunner, as well as of genuine mortar grenades, since those here were left behind from the previous From Java's East Coast the 24th of September 1771 1771 previous expeditions and will consequently be unserviceable. The Corporal does not know how to name the place where the action occurred, and having informed myself further about these matters, I shall not fail to deliver proper reports. He who with the highest esteem names himself to be, beneath stood title, lower, Your Esteemed Honour's entirely humble servant, was signed I: D: Gondelagh, in the margin Passourouang the 14th of September in the year 1771. From the Administrator Luzac to the Lieutenant Commandant Gondelagh at Passourouang. Not a little surprised and affected by the contents of Your Honour's letter dated the 14th, I immediately have Ensign Visser depart thither to take over command of the dispatched Passourouang detachment presently stationed at Bezoeki, or else to remain on duty at Passourouang if Your Honour might be able to employ Ensign Lichnows, who is familiar with that region and country, to take charge of that command with success according to human ability. In the meantime, the requested gunner with some ammunition and mortars is proceeding thither, while the remaining reinforcement is to follow. In the meantime I remain in haste, beneath stood, your good friend, was signed P: Luzac, in the margin Sourabaija. From Java's East Coast the 24th of September 1771 Sourabaija the 14th of September 1771, lower, Postscript: I presume that Your Honour will have communicated these matters at the earliest to Panaroekan, especially Oeloepampang, so that they may take their measures accordingly, beneath stood, Agrees, was signed P Luzac, lower, Agrees, was signed J: R van der Burgh. From 95: 1; From Java's East Coast the 24th of September 1771 To the Senior Merchant Mr Pieter Luzac, Administrator over the Eastern Corner. Honourable, Pious, Discreet Sir. Longingly anticipating the desired outcome of the measures devised and orders issued according to Your Honour's separate letters of the 28th and 31st of August, item the 6th and 7th of this month and their enclosures, to oppose and bring to repentance and quiet the restless Balemboang people and the rebellious Senton people in their evil designs and blind zeal, and also expecting, according to Your Honour's word, that no movement for assistance was being made from the side of Bali, and according to the letters from the Oeloepampang servants of the 16th and 30th of August that provisions were lacking among the rebels and severe diseases had arisen from which many died, as well as that others, having already lost the desire for adherence, had abandoned the pretended Pangeran Willis, I cannot, however, fail to remark that prudence requires one not to rely too much upon this, nor one's enemy 1

Dutch transcription

Van Iavaoostkust den 24: Septemb: 1771; van den Lieutenand in Commandant te Passerouang Gondelagh aan den gezaghebber Luzac. Deese nagt om half twaalf uuren, returneerd den Corp:l Iohan Rodulph Reijke, welke op d'en a: deeses met den Zergeant Tomas Niessen opgemai„ scheerdom te Jembar post te vatten, zeggende dat zij lieden, en Inlanders op den 12: 'S voormiddags om half tien uuren met de Sentongers in actiege„ raakt, welke wel 2: uuren geduurt, waar in den Sergeant Niessen met 2: Europeese militaire gesneu„ veld en 1: gekwetste soldaat hier meede aangebragt, ook dat 9: man van de passourouangse Javanen dood en verscheijde geblesseerd waaren, waar op 't niet mo„ „gelijk was geweest om langer tegenweer te bieden, heb„ „ben moeten retiveeren, ende piculantzen door de dragers weg geworpen, hebben zij de scherpe geweer pa„ troonen tot op 32: bos in die Rivier moeten werpen, om niet in der veijande hande te geraaken, als meede dat de vijand bereets eene benting gemaakt, en nae„ „gissen over 1000: man sterk was, den oft gem: Corporaal 91: Van Iavaoostkust Den 24:' Septemb: 1771; Corporaal heeft die onvoorsigtigheijd gebruijkt en nog twee militaire ter dekking meede nae herwaarts ge„ bragd welke is gesaamentlijk ten aller spoedigsten nae besoekie zal laeten vertrekken, de restmilitaire en Jn landers zijn te bezoeke geposteert op deese ontfangene tijding hebbe den hiesigen regent gelaste te op heeden zoo bij malkander te krijgen 250: passouangers nae be„ soeki te laaten marscheeren, waar bij uit het hie Si„ „gi quarsisoen zal voegen 1: zergeant en 8: gemeene mi„ litairen. Zeer onderdanigst uw Ed: Achtb: om versterking van militairen versogd hebbende, gebruijke de vrijheid onder zeer gunstig welduijden uw Ed: Achtb: onder 't oog te brengen wel hoogst noodzakelijk zoude zijn dat een bekwaam officier bij dit Commando was, bij zig vaarende een Chirurgijn den bekwaane Canonier en een boschieter met mortiers en haar toebehoorende om te beeter tegen weer, aan een veijand, die zeker door deeze klene visto„ „rie opgeblaasen, te kunnen bieden, ook ontbreek het hier aan zo een bekwaame Canonier, ook meede aanegte mortier granaaten, wijlen de hiesige meede uijt de voorige Van Iavaoost kust den 24: 7ber: 177 1771 voorig Expedities agter gebleeven, gevolgelijk zullende onbekwaam zijn. De plaats alwaar de actie voorgevallen, weet den Corporaal niet te noemen, en mij nae het eene en andere naeder geinformeert hebbende, zal niet man keeren behoorlijke rapporte afte leggen, die zig met meeste hoogachting naemt te zijn /:onderstond /:tit:/ Lager uw Ed: Achtbaaren gansz, de moedigen dienaar /was geteekend I: D: Gondelagh /:in margine:/ Passourouang den 1771 14: September A„o Van den gezaghebber Luzac aan den luitenant Commandant Goudelagh te Passourouang Niet wijnig verwondert en aangedaan over den inhoud uw Ed: lettere dato 14:' Laat ik immeediat den vaandrig visser derwaarts vertrekken om het Commando over de uijtgezette pas sourouangse Commando thans op bezoeki geposteert over te nemen, dan wel anders te passourouang te blijven dienst doen zoo uw Ed: den vandrig Lichnows bij die N1 93: Van Iavas oostkust den 24: 7ber: 1771 die Strek en Lands Be„ Kent is in Staat mogte konnen dat Commando waar te nemen, met Succes na menschelijk vermoo„ =gen daar toe te emploij„ eeren gaat in tusschen de g'eijschte Canonier met eenige ammunitie mortiers derwaarts terwijl de overige ver„ sterking Staat te volgen in tusschen verblijve in haast /onder stond:/ uE goeden vriend /was geteekend /. P: Iuzac / in margine sourabaija Van Iava oostkust den 24: Iber 1771 Sourabaija den 14: Sep„ E JV / Lager/ P=s ik 1771 tember 177 stel dat uw Ed: het eenen ander ten Spoedigste zult hebben bedeelt na panaroe„ Kan in Sonderheid oeloe pan pan om hun mesures daar na te kunnen neemen /onderstond/ Accordeert /was geteekend:/ P Luzac/lager Accordeert /was geteekend J: R van der Burgh. Van 95: 1; Van Iava oostkust den 24: 7ber: 17 Aan den opperkoopman Mr Pieter Luzac Gezaghebber over den oosthoek Erntfeste, vroome, Discreete. Den gewensten uit slag van de volgens uw Ea„ part letteren van den 28: en 31: augustus, item 6: en 7: deezer en dies bijlagen beraamde middelen en ge„ stelde ordres om de onrustige Balemboangers oproeri„ „ge Sentonsche volkeren in hunne kwaade desseimen en „te gaan, en tot inkeer en rust te brengen, met verlangen blinden iever te keer„ te gemoete ziende en ook verwag„ tende nu volgens VwE: zeggen van de kant van Balij geen beweeging ter hulpe gemaakt wierd, en schrijvens der oeloepampangsche bediendens van den 16: en 30:' au„ gustus dat onder de rebellen levensmiddelen ontbraa„ ken, en swaare ziektens was ontstaan waar aan 'er veele storven, mitsg:s dat andere de lust ter aankle„ ving bereeds verlooren hebbende, den gewaanden pan„ „gerang willis verlaten hadden, kan ik echter niet na„ „laten te remarqueeren, dat de voorzichtigheijd vorderd zich daar op niet te veel te verlaaten, nog zijnen vij„ and 1

NL-HaNA_1.04.02_3337_1458 view scan ↗

English

From Java's Northeast Coast, the 24th of 9ber 1771 to underestimate the enemy, and therefore the garrisoning of Djambar and the reinforcement of Panaroekan seem well done to me, as well as that postholder Kramer was instructed to be well on his guard not to be taken by surprise. However, since it appears to me that he is rather harsh in his treatment of the native population, he might well be urged to more gentle conduct and greater attentiveness and vigilance, as seems to have been called for in the case of the two escaped Sentongers and the shot dead Javanese Juvenale. Whether the detention of the former two by the said postholder also contributed to the uprising of the Sentongers must be investigated by Your Honour in the most thorough detail, as well as where, how, and in what manner the chief rebel obtained the ordinary Company barrel of gunpowder and the 1200 bullets, which, according to two prisoners and evident from a letter of Lieutenant Biesheuvel dated 30 August, he had received only shortly before; and likewise to what extent credit is to be given to the reasons 97 From Java's Northeast Coast, the 24th of September 1771 reasons for the uprising of the Balemboangers that appear in Your Honour's letter to the said Lieutenant dated the 7th of this month. That the pantjallang De Petronella was projected to Oeloepampang, and, being judged sufficient together with the two cruising prau-mayangs stationed there for the cruising of Balemboangang, the sloop De Hoop was laden at Grissie and readily dispatched to the main settlement with oil and cotton, I can approve in so far as I must trust that Your Honour proceeded to do so only after mature deliberation and out of convinced necessity to employ that small vessel as well for cruising. Upon receiving relief troops, the eastern salient will be considered first. And although Pourbowi Jo Join Sitji Pattij returned thither without my prior knowledge, they may now, since they are already there, and because I am assured that they properly cleared themselves of the charges against them before my arrival, be left undisturbed there as well, as long as they behave well and properly and give no grounded reason for complaint, or why their removal might be necessary. From Java's Northeast Coast, the 24th of September 1771 In reply to Your Honour's questions as to where the extraordinary expenses of the present expedition should be charged, I have answered to Balemboangang, because they are incurred on behalf of that station, on the understanding that a separate account of train or expedition expenses will be kept in the books there in order always to be able to distinguish them from the actual charges. The transferred prisoners have been delivered with the documents of their charges to the judiciary and to the Landraad, and I expect to learn from Your Honour what has become of the Bahier brought hither by Your Honour, who has since not been heard of or found here, as well as the matter of the large gum, the procurement of which I already entrusted to Your Honour in my separate letter of the 15th of August last. I remain, after greetings, below, Your Honour's good friend, was signed, Js. Rt. van der Burgh. In the margin, Samarang, the 14th of September 1771. 96 From Java's Northeast Coast, the 24th of September 1771 Further letter as above. With regret I have learned from Your Honour's separate letter of the 14th of this month, and its enclosures, brought here yesterday evening, that the detachment sent from Passorouang to take up a position at Djambar, which according to the letter of Lieutenant Commandant Gondelagh dated the 4th past was 1 sergeant, 1 corporal, and 16 European private soldiers along with 100 natives strong, engaged in action with the Sentongers en route, and after the death in action of the sergeant, two privates, and nine natives, had been forced to retreat, abandoning and throwing away baggage, etc. Whether this is to be attributed to poor leadership or rather to lack of skill and courage on the part of our men still seems a riddle, as it does not appear from the papers, but the incident itself teaches that one must never underestimate one's enemy, and it also demonstrates how imprudently Lieutenant Imhoff acted when he was near their village, deeming it, according to his letter of the first of this month, not worth the trouble From Java's Northeast Coast, the 24th of September 1771 not worth the trouble to attack those people and bring them into subjection, which, as they were then only 150 to 160 men strong if the reports are to be relied upon, could have been done with apparent success; and now that they have been given time to build a fortification, and have already grown to 1000 men, it will cost considerably more trouble and time. And since it is extremely necessary to reinforce our men, who have gone to Besoekie and seem to have positioned themselves there, and to provide them with a capable leader to redress what has occurred before the enemy derives advantage from it, I approve both the order given by Lieutenant Gondelagh to assemble 250 Passorouangers in order to dispatch them along with a sergeant and eight European privates, and the dispatch from Your Honour's garrison not only of Ensign Visscher, along with a cannoneer and a gunner with some ammunition stores, the former in order to take command thereof and over the stationing at Djambar if Ensign Lichnouwskij stationed at Passorouang was unable to do so due to old age, but also that in addition a sergeant, a

Dutch transcription

Van Iavaoostkust Den 24: Iber: 1777 „and te gering te achten en dus komt mij ook wel ge„ daan voor de bezetting van D Jambar ende verster king van Panaroekan zo mede dat den post„ houder kramer aanbevoolen was wel op zijn hoe„ de te zijn dat niet onvoorziens overvallen wierde, doch dewijl mij toeschijnt dat hij vrij force in zijn behandeling omtrent den Inlander is mag hij ook wel eens worden aangespoord tot min Saa„ mer ommegang en meer oplettentheid, en toezigt als in het geval van de twee ontvlugte Sentongers en dood geschooten Javaan Iuvenale Schijnt te heb„ ben plaats gevonden of nu de aanhouding door gem: posthouder van de bei„ de eerste, ook niet almede gewerkt heeft tot den opstand der Sentongers, diend door VWE: zo wel naderen op het nauwkeurigste te werden onderzogt, als van waar, hoe en op wat wijze den hoofd Rebelgekomen is aan het ordinaare Comp:s vat kruit en de 1200:- kogels, die hij na het zeggen van twee gevangen, blij kens briev van den luitenant Biesheuvel /: C:s /oe dato 30: augustus maar kort bevoorens ontvangen hadt en zoo mede in hoe verre te accrediteeren zijnde re„ denen 97: Van Iavaoostkust Den 24:' Septemb:r 1771; denen die van der balemboangers op stand, voor komen bij VWE: brief aan even gemelden Luiten: de dato: 7: deser, Ole Dat de pantjallang de Petronella naaroeloepam„ pang geprojecteerd en als met de daar zijnde Twee kruis„ prauwmaijangs toerijk ende ter bekruissing van ba„ lemboangang geoordeeld wezende de sloep De Hoop te grissie beladen mitsg=s naar de hoofdplaats met olij en Catoen gaarn afgedrpecheerd was, kanik in zoo ver „re wel passeeren, als ik vertrouwen moet, dat VwE daar toenoet dan na rijp beraad en uit overtuigde onnoodzake„ „lijkheid om dat kieltje mede ter bekruissingteemploijen zult weezen overgegaan. Bij bekoming van ontzet van volk zal het eerstom den oosthoek worden gedagt en of schoon Pourbowi Jo Join Sitji Pattij buiten mijne voorkennis zijn Costijwaards ge„ „keerd mogen zij nu zij er dooh bereeds zijn, en wijl mij verzekert is dat zij zich hier voor mijne komst van het hun ten lasten geleg„ de behoorlijk zoude hebben gepurgeerd, daar ook wel ongemerkt gelaten worden, zoo lange zij zich wel en behoorlijk gedragen en geen 6 gegronde reden tot klagen geven, of waarom hunne verwijde„ „ring zoude nodig kunnen zijn. Van Iava oostkust Den 24:' Septemb:r 1771; Op vE: vragen, waar de Extra ordinaire ongelden dien tegens woordige Expedito moesten gedragen worden heb ik geant„ woord te balemboangang om dat dezelve ten behoeve van dat Comptoir gedragen worden, in die veronder stelling dat daar van een aparte reekening van Trains of= Expiditie ongelden bij de boekjes aldaar zal gehouden worden om dezelve altoos van de Effective lasten te kunnen onderschieden. De overgezonden gevangene zijn met de stukken ten hunnen lasten aan d' Justitie en aan den landraad overgegeven, en ik verwagte zoo wel van VwE te weeten waar den door uw E herwaarts gebragten doch sedert hier niet vernomen; nog te vinden geweest zijnde bahier gebleeven is, als wat er zij van de groote Gom, van dewelke ik al bij mijne aparte van den 15: aug:s Jongstleden UE: de bezorging opgedraagen hebbe. Ik blijve naar groete /onderstond:/ uE: goede vriend /:was geteekend:/ I:s R:t van der Burgh: /:in margine:/ Samarang Den 14: Septem„ 1771 ber 177 9G: Van Iavasoost kust den 24: Septemb:r 1771; Nader Missiev als vooren Met leet weezen heb ik uit VE aparte Letteren van den 14: dezer, en dies bijlagen, gisteren avond alhier aangebragt ver „nomen, dat het van Passorouang naar DJambarter postvatting aldaar gedetacheerde Commando sterk geweest volgens schrijvens van den Luitenant Commandant Gon„ delagh de dato 4: bevooren 1: Sergeant 1: Corporaalen 16. gemeene Europeesche militairen nevens 100: Jnlan„ ders, onder weegens met de sentongers in actie geraakt na het Sneuvelen van den Sergeant, Twee gemeene en Negen Jnlanders waaren genoodzaakt geweest met agterlating en weg werping van bagagienz: te reti„ „reeren. G Of zulks nu aan slegt belied dan wel gebrek aan„ Rundigheid en moet der onzen te altribueeren is schijnt nog een raadsel immers komt bij de papieren niet voor maar het geval zelve leerd dat men zijn vijand minmer te gering achten moeten toond ook teffens aan, hoe onvoorzigtig den Luitenant Imhoff gehan„ „deld heeft, toen hij na bij hunne Negorij was, met het volgens zijn briev van den Eersten deezer der moeite met Van Iavasoostkust Den 24:' September 1771; niet waard te achten die volkeren aan te grijpen en tot onderwerping te brengen, gelijk dat wijl zij toen maar/: als men zich op de berichten verlaten mag:/ 150 a 160 kop„ pen sterk waren met apparentie van Succes zoude heb„ ben kunnen geschieden en nu hun tijd gelaten is een ben„ „ting te maken, en zij reeds tot 1000: -man aangegroeid zijn; vrij meerder moeite en tijd kosten zal En dewijl het ten uitersten noodzakelijk is de onze, die haar na besoekie begeven en zich daar schijnen te hebben geposteerd te versterken, en van een bekwaam hoofd te voorzien, om het geExteerde voor dat den vijand voordeel daar uit trekke te redresseeren approbeere ik zoo wel de door den luitenant Pondelagh gestelde ordre tot bij een brengen van 250 passorouangers, om die ne„ vens een Sergeant en agt gemeene Europeers afte 14 de pecheeren als de afzending uit VW E: guarnisoen niet alleen van den vendrig visscher, nevens een Cannonier en een bosschieter met eenige ammunitie goederen, den eersten om indien den te passorouang bescheiden vendrig Lichnouwskij, door ouderdom niet in straat was, het Commando daar over, en naar postvatting te Djambar te vooren maar ook dat er boven dien nog een Sergeant, een

← previousnext →