Inventory 3337
Japan · 1,766 pages · 332 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Java's East Coast, the 24th of September 1771. A corporal and twelve soldiers were to be detached to reinforce Passorouang itself, while in their place or for employment where it shall be deemed necessary, I am sending to Your Honour today by land 20 common soldiers, being as many as can possibly be spared from the already quite weak Samarang garrison and sent to Your Honour before it shall please Their High Excellencies in Batavia to provide this coast with some recruits. Ensign Lichnouwskij or Visscher, whichever of the two leads the aforementioned detachment to Djambar, will, I have no doubt, be furnished with proper instructions and, among other things, be ordered, alongside the postholder at Lamadjang, to prevent as much as possible the Sentongers from joining with the Balemboangers, and also at the same time to keep an eye on the just-mentioned district in order to discover what is going on and to prevent them from drawing any of the people from there to themselves or entering into it, because otherwise such must still be ordered and in the meantime also watched. From Java's East Coast, the 24th of September 1771. The conduct of the Malang Regent Rongo Lawe must be watched, who, according to a letter from Passorouang dated the 4th of this month, has made himself more or less suspected of unwillingness. Meanwhile, the running away of some households from the Panaroekan area also causes misgivings, and I expect not only that the required investigation into the cause thereof will be conducted, but also whether the fugitives are Balembaangers or others, and I deem it just as cautious to cause all those who are still found there, if they cannot be placed under good supervision, to move to Sourabaija rather than to send them to Oeloepampang, because they would then obtain too favourable an opportunity to join the discontented. The letter of the regents transmitted along with Your Honour's earlier letter of the twelfth of this month will be answered at the next opportunity and their petition for exemption from the delivery of comb-wood and meat-wood to Batavia will be presented, but since they well know of the failed rice crop, yet no request is made to close the river to prevent export, I find Your Honour's appeal and proposal to that end unfounded, and besides that also unnecessary, as long as last year's prohibition against the transport of rice to the opposite shore remains in effect and is strictly observed by Your Honour, as I trust is being done. From Java's East Coast, the 24th of September 1771. Because to Batavia and the Company's establishments throughout the Great East, one cannot well prevent or counter such without prejudicing the Company's own subjects. After greetings, I remain, below stood, Your Honour's good friend, was signed, S. R. van der Burgh, in the margin, Samarang the 18th of September 1771, lower, Conforms, was signed, J. R. van der Burgh. From Java's East Coast, the 24th of September 1771. To the Honourable, Valiant, Highly Esteemed Johannes Vos, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies as well as Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, etc., etc. Honourable, Valiant, Highly Esteemed, Resolute, Brave, Prudent, Discreet, and very Generous Lord. Being awakened this past night at twelve o'clock, Quartermaster Boonsak, whom I had previously sent with two cruising mayang vessels to reinforce Oeloepampam, upon his return from there gave me a report of a tumultuous undertaking of the garrison against the residents of that district, as Your Valiant and Highly Esteemed Honour will observe from his account and the story given by the three who escaped with no less distress than myself. I immediately, From Java's East Coast, the 24th of September 1771. immediately, although I have received no firmer reports from Passourouang, Panaroekan, or elsewhere, wrote to the Passourouang Commandant, as the copy thereof dictates, to march a good detachment of his garrison under a vigilant officer or sergeant with a competent number of Passourouang, Banger, and Bangil Javanese to the cotta and to provide me as quickly as possible with the necessary report on how matters stand there, while tomorrow morning an equal detachment from our garrison under Lieutenant Imhoff and Sourabaija Javanese, one hundred from each regent, with the provisionally appointed head of Balemboanggan and his people, depart thither, where I myself, after the prearranged time on the 17th, hope to undertake the journey thither, in order to remain in the vicinity, either at Passourouang or at Besoekie. From Java's East Coast, the 24th of September 1771. Solely reporting the receipt of Your Valiant, Highly Esteemed Honour's venerated letter of the 4th of this month, I hope to answer the contents thereof in further detail, and I have the honour to remain with deeply bounden obedience, below stood, Honourable, Valiant, Highly Esteemed, Resolute, Brave, Prudent, Discreet, and very Generous Lord, lower, in the margin, Sourabaija the 13th of June 1771, beneath that, Postscript: While preparing these papers, I received letters from Oeloepampan and Panaroekan, which I also enclose herewith, serving for your obedient information that nevertheless, according to the contents of these, Lieutenant Imhoff and Corta Wijojo depart thither tomorrow, to which the note from the Panaroekan postholder attached to his letter has moved me, and which has appeared necessary, the more so as Johannes Cornelis has not yet appeared, whom I have sent out to search for. Below stood, Conforms, was signed, J. R. van der Burgh. Account
Dutch transcription
101 Van Iavasoostkust Den 24:' Septemb: 1771:, een Corporaal en Twaalf soldaten ter versterking van passorouang zelve stonden te werden afgedetaccheerd, ter wijl ik in dies steede of tot emplooij waar het noodzake„ lijk zal geoordeelt worden op heeden over den Landweg tot VW E: laate vergaan 20: gemeene krijgers, zijnde zoo veel men uit het reeds vrij zwakke Samarangsche guarni„ soen bij mogelijkheid missen en uE: toezenden kan, voor dat het hunne hoog Edelheeden te batavia behagen zal deze kust met eenige recruiten te voorzien. Ee Den vendrig Lichnouwskij of visscher, wien van beiden het opgemelte Commando naar DJambar geleid, zal twijffel ik niet met een behoorlijke in„ structie gemunieerd en onder anderen, nevens de post„ houder te LamadJang gelast zijn, zoo veel mogelijk is te beletten dat de Sentongers zich niet met de Balemboangers Conjungeeren en om ook teffens een oog op het even genoem„ de district te houden ten einde te ontdekken wate om gaat en voor te koomen dat zij geene „tot van de volkeren daar uit „ zich trekken of zich daar in begeeven, want anders moet zulks als nog aan bevoolen en in tusschen ook gaade geslagen Van Iavasoost kust Den 24. ' Septemb=r 1771; geslagen worden het gedrag van de Malangs Regent Rongo Lawe, die zich vol„ gens schrijven van Passorouang de dato 4: deezer min of meer aan onwil ligheid heeft suspect gemaakt; Ondertusschen verwerkt het weg„ lopen van eenige huisgezinnen uit het panaroekansche ook al bedenking, en ik verwagte niet alleen dat na de oorzaak, daar van het ver„ Eischte onderzoek, zal worden gedaan maar ook of de uitgewee„ kene, balembaangers, dan wel andere zijn, en achte wel zoo voorzigtig alle die daar nog gevonden worden, indien zij onder geen goed opzigt te stellen zijn, naar Sourabaija te doen ver„ huisen, dan naar oeloepam„ pang te zenden, om dat zij dan te 6d 103 van Iavas ooscust den 24. 7ber: 1777. te gunstige gelegentheid zou„ den krijgen zich bij de mis„ noegden te voegen. De nevens uwE vroegene van den Twaalf deezer overgezonden briev der regenten zal bij naaste gelegentheid beantwoord en hunne instantie ter ontheffing van de Leverantie van kam- en vleesch hout naar Batavia voor gedragen worden, doch door hun wel kennisse van het mislukte rijst gewasch, maar geen verzoek ter sluitinge van de ri„ vier tot weering van den uitvoer gedaan wordende, vinde ik vwE: appul en voordragt daar toe ongegrond, en behalven des ook onnodig, zoo lange de voorleeden Iaarige intervictie tegen den vervoer van Rijst naar de over„ wal stand grijpt en Strikte, gelijk ik vertrouwe dat geschied, bij uE wor„ de Van Iavas oostkust Den 24: Septemb: 1771; de geobserveert want naar Batavia f'sComp:s etablissementen om de groote oost, kan men zulks zonder der Maatschappijs eigen onderhoorige te prejudiceeren, niet wel beletten of tegen garen Ik blijve naar groete /:onderstond:/ wE: goede vriend /:was geteekend:/: S: R: van der Burgh /:in margine:/ Samarang den 18:' september 1771. /:Lager:/ Accordeert:/ was geteekend/ I: R van der Burgh. Kan 105: Van Iavas oost kust den 24: Septemb: 1771. Aan den wel Ed: Gestr Groot Achtb: Heere, Johannes Vos. Raad Extra ordinair van Ne„ „derlands India mitsgaders Gouverneur en Directeur op en langs Iavasnoord oost„ &pa a Cust &=a &=a Wel Edele Gestrenge, Groot Achtbaare Erntfesten wef Manhafte, voorsienige Discrete, En zeer Gereuse, Heere. Dese gepasseerde nacht de klokke twaalf uuren op gewekt wordende, deed mij de quartiermeester Boonsak, die ik voor heen met twee kruis pramaJangs ten ren forcena oeloepampam had gezonden bij zijn te rug komst van daar raport van een tumul„ tieuse onderneming der bezettelingen tegen de re„ sidenten van dat district, zo als uit zijn relaas en die der drie ontkomene hun verhaal opgegeven uwel Edelens gestr: Groot Achtb: niet min dan mij met eenigste ontroering zal beoogen: Jk heb. terstond . . . : 18=e Van Iavasoostkust Den 24: Septemb:r 1771: terstond, al hoe wel ik van Passourouang Panaroekan of elders geen vaster berigte heb ge„ kreegen, den Passourouangs Commandant als der selver Copia is dicterende aan geschreeven om een goed detechement van zijn guarnisoen on„ der een wakker officier of Sergeant met een bekwaam getal Passourouangsche, Banger„ Se en Bangilse Javaanen na de Cotta te bege„ ven en mij ten spoedigste te laten dienen van het nodige berigt, hoedanig het daarmeede gele„ „gen is, terwijl op morgen vroeg een gelijke de tache„ ment uit ons guarnisoen onder den Luitenant Imhoff en Sourabaijase Iavanen van ieder regent hondert met den provisioneel aange„ steld hooft van Balemboanggan en zijn volkeren derwaarts vertrekken, daar ik zelfs na de voorbepaelde tijt den 17: de rijze derwaarts verhope aan te om het zij te passourouang dan wel te besoekie in de na bijheijt te blijve. den 107: Van Iavasoost kust den 24. 7ber: 1771: Den ontfangst uwel Edelens Gestren„ ge groot Achtb: gevenerendeerde missive van den 4: deser eenelijk meldende verhope ik derselver in hout nader te beantwoorden en hebbe d' Eeere met diep verschuldigde gehoorsaamheijt te verblijven /:onder„ stond:/ wel Ed: gestr:, groot Achtb: Ernt„ „feste, Manhafte voorsienige Dis„ Crete, en zeer genereuse Heere /Pa„ „ger /:in margine/ Sourabaija den 13: Junij 1771: /daar onder:/ P: S: onder in het gereedtheijt brengen deser papieren ontfang ik in Cose van oeloe„ pampan en Panaroekan, welke ik meede dan in Sluitten en nogtans tot gehoorsaams te Communicatie dient dat niet te min, na d' inhout van deze d' Lieutenant Jmhoff en Corta wiJoJo op morgen derwaards vertrekken waar toe het Cartabelletje van de panaroekans post„ houder bij sijn brief geaccorcheert mij „do heeft van Javas oost kust Den 24. Septemb: 1771. heeft gepermoveert, en noodsakelijk is te voorgekomen te meer daar de Iohan nes Cornelis nog niet is komen op dagen, op dewelke rk ter nazoek heb uitgezonden /onderstond:/ Accordeert was geteekend:/ I: R: van der Burgh Relaes
English
From Java's East Coast The 24: 7ber: 1771 Report made by the Quartermaster Ian Boonzak upon arrival at Sourabaija during the night of Wednesday the 12: Iunij, delivered to the Commander of this East Point in the presence of Lieutenant Thomas Imhoff, and Translator Fredrik Helmont. The Declarant states that on the past Friday the 7: of this month, being on cruise, he arrived at oeloepangpang where, upon his arrival, he had reported to the Commandant that he had encountered the Quartermaster Engelbert with his cruising flotilla at Caabsendana; after that, he, the declarant, received orders to remain lying at the roadstead with his pantjallang and to dispatch the two cruising pramaijangs with him to papakem to cruise there and prevent the Balinese from landing: upon which received command he, the declarant, immediately returned on board and gave orders to the sailors on the cruising pramaijangs to provide themselves with firewood and water and then proceed to papaken, and upon sighting the arrival of the Balinese, one of them should immediately return to report such to the Commandant. During the night following this, two sampans with three Europeans approached his vessel, but because it was night, the declarant did not wish to receive them; however, as they claimed that they were not evil men and had fled from the shore, being in distress, they begged him to please help them and receive them on board. Having come on board, they recounted to him that a gathered mob of the Europeans had seized the fort of oeloepangpang, and that if their plan should turn out badly and the garrison of Cotta should notice, they intended to attempt with all force to overpower his pantjallang and kill the crew in order to flee with it to bancoeloe; these three men also told him, the declarant, that the French Sergeant Deuto had expressed that the declarant would surely take him to bancoeloe, and if the declarant did not do so, he would kill him. From Java's East Coast the 24: September 1771 Upon which received report the declarant had all his ammunition brought to hand, properly prepared the small cannons, weighed his anchor, and joined the pantjallang the Iohannes Cornelis, which lay at anchor outside the roadstead behind goenong De kan, in order to give notice of the incident that had been related to him by the three persons; and while they were lying together, in the morning at about half past five o'clock by his estimate, two sampans with armed Europeans came from the shore, and on one of them was the French sergeant, who had his drawn sword in his hand; so the declarant hailed these sampans and asked for what reason they came in this manner; he received the answer that they came on their own accord, and thereupon hailed a second time, calling out do not come on board, but they paid little heed to this and rowed very hard to come alongside him quickly, and when they were close by, they called out to the declarant with these words: what we intend, you must also take part in; upon this, the declarant as well as the Iohannes Cornelis ordered to open fire, and possibly someone among them may have been wounded, as they immediately turned back to the shore, and many hats were seen floating on the water; Subsequently, the declarant crossed over to the Iohannes Cornelis to deliberate with his mate, the fellow quartermaster ijzak de graat, how they might best get a letter away to Sourabaija to report this bold undertaking; since they had no opportunity at hand, they decided together to remain lying in the roadstead of oeloepangpang for another twenty-four hours to see what further movement might occur, and since they heard nothing more, they departed from the roadstead to Papakken, and from there the declarant set his course hither to report, as is presently done, after he, the declarant, had said to the aforementioned ijzak de Graat that it would be best, since they could not get a letter away anyway; and when the declarant set sail for papak, the Iohannes Cornelis also followed, which will possibly be here tomorrow; The declarant further says that with his pantjallang on the 10: of this month he put in at panaroekan and made a report of what had occurred to the postholder so that he might be on his guard, and therewith requested that when the Quartermaster Engelbert arrived there with his flotilla, to please tell him that he should not continue his course to oeloepangpang, but rather stay there that long until further orders from the Commander. This afternoon around two o'clock, the declarant hailed the boatswain Helmkamp, commanding the pantjallang d' Petronella at the latitude of quam Jar, who came on board him since the declarant had no sampan with him, to whom he said that it was best to turn back in order to receive further orders from the gentleman Commander; the contents of this having been read to me, the declarant, and well understood, he declares to be the pure truth, having heard and seen it, being ready at all times, if required, to confirm this with an oath. Thus related at the Netherlands Office Sourabaija, date as above. Below was signed: Ian Boonsaak, in my presence P: Luzac; in the margin: in our presence, I: Imhoff, and F: helmont; below: Agrees, was signed: A: Barkeij sworn clerk; lower: Agrees with the copy, the original of which rests with the Council of Justice, was signed: H: Barkeij sworn clerk. Report
Dutch transcription
109: Van Iavas oostkust Den 24: 7ber: 1771 Relaes Gedaan door den Guar„ tiermeester Ian Boonzak bij aankomst op Sourabaija op woensdag den 12: Iunij snagts op gegeven aan den gezaghebber dezer oosthoek in presentie van de Luijte nant Thomas Imhoff, en Trans„ lateur Fredrik Helmont. Den Relatant verklaart dat op de gepasseerde vrij„ dag den 7: dezer op de kruistogt zijnde te oeloepangpang aangekoomen alwaar bij zijn arrive aan de Comman„ dan't rapport gedaan hadde dat hij de quartiermeester Engelbert met zijn kruis vlootsie aangetroffen hadde op Caabsendana, daar na heeft hij relatant ordre gekree„ gen om op de rheede met zijn pantjallang leggen te blijven ende bij hem hebben de twee kruijs pramaijangs aftezen„ den na papakem om daar te kruijssen en 't landen dan de baliers te beletten: op welk gekreege last hij relatant ten Eerste na boort had begeeven ende op de kruijspramaij„ angs zijnde matroosen ordre gegeven dat zij haar van branthout en water zoude voorzien en dan papaken haar te begeeven, en bij ontwaring der verkomst van de baliers ten eerste een van haar te rug zoude komen om de Van Iavasoost kust Den 24. Septemb: 1771; de baliers ten eerste een van haar te rug zoude komen om de Commandant zulks te rapporteeren. Des nagts hier aan zijn aan zijne boort genadert twee Sampangs met drie Europeesen, dog vermits het nagt is heeft de relatant haar niet willen accepteeren, maar dewijl zij voor hebbe gegeeven dat zij geen quade menschen zijn en van de wal de vlugt hebbe genomen in nootwaren verzogte om haar dog te helpen en aan zijn boort te accepteeren; Aan boort gekomen w1 zijnde verhaalden zij hem, dat Een Same gerotte hoop van de Europeesen het fort van oeloepangpang, hebbe ingenomen en van zints zijnde bij aldien hun voornemen qualijk mogte uit„ vallen ende bezetting van Cotta gewaar worden als dan met alle gewelt zoude tragten zijn pantjallang te overmeesteren ende zeevaart om te brengen, ten Eijnde daar meede de vlugt te kunnen neemen na ban„ Coeloe, ook hebbe deze drie manschappen hem relatant „de Frensche Sergeant Deuto eig had uitgelaten dat nog gezegt dat ^ den relatant hem wel na bancoeloe zoude brengen en zoo wanneer den relatant zulks niet en deed hem dan zoude om brengen. W:s: Van Javasoost kust den 24: september 1741 Op welk gekreege berigt den relatant alle zijn ammonitie bij der 6 hand had late brengen de stukjesterdege voorzien ligte zijn an„ 6 ker en vervoegde zig bij de pantjallang de Iohannes Cornelis, die buiten de rheede agter goenong De kan ten an„ herlag, om dan 't geval dat hem van de drie perzoonen ver„ haalt was kennisse te geeven, en wanneer zij bij malkan„ deren lage quamen des morgens na zijn gissing half Ses uuren twee Sampans niet gewapende Europeesen van de wal aan en op een van deselve de franse zergeant op was. die zijn bloote deegen in de hand hadde dus praeide den rela„ tant deze lampans, en vraagde wat oorzaak zij alzoo aanqria„ men; kreege tot antwoort dat zij uijt haar zelve quamen en daar op voor de tweede keer geprait onder 't toeroepen komt niet aan boort maar 6 stooren haar weijnig daar aan en roer de zeer sterk om schielijk bij hem aanboort tekoomen, en wanneer zij dig te bij waren riepen zij de relatant met deze woorden wat wij van zints zijn moet gij maar ook mede doen, hier op liet de relatant zoo wel als de Iohannes Cornelis vuur geeven en mogelijk dat wel iemant van haar gequest moet zijn geraakt wijl zij weder terstond terug zijn gekeert na dewal en veele hoeden op 't water slag drijven; Vervolgens is den relatant nade Iohannes Cornelis overgegaan om met zijne maker den mede quartiermeesterij zak de graat te bera„ dan hoedat zij best een brief zoude weg brijgen na soij rabaijaom dan dit Houte Van Iavas oost kust den 24.:' Septemb:r 1771; Htoute onderneming rapport te doen, dewijl zij geene geleegentheid aan handen hebbe zoo besloten zij zamen om nog een Etmaal op de rheede van oeloepangpang te blijve leggen om te zien wat voor beweeging nog mogte voorvallen en dewijl verder niets meer ver„ nomen hadde, zijn zij van der heede gegaan na Pa„ pakken en van daar heeft den relatant zijn Cours herwaarts genomen om te rapporteeren wo zoo als bij de Eengeschiet, na dat hij relatant tegens voormelde ijzak de Graat, gezegd hadt beste te weezen wijl zij dog geen brief konde weg krijgen en wanneer den relatant na papak, hem onderzijl is gegaan, is de Iohannes Cornelis ook gevolgt die mogelijk morgen hier zal zijn; Den relatant zegt nog dat hij met zijn pantjallang op den 10: deser tot panaroekan is aangegiert en van het voorgevallene aan de posthouden 113: van Iavasoost kust den 24: 7ber: 1771; posthouder verslag gedaan om zig te kunnenzig„ p tenen op zijn hoede weezen en daar bij verzogt wanneer de quartiermeester Engelbert met zijn vlootje aldaar arriveerde hem te willen zeggen dat hij zijn Cours niet zoude voort„ zetten na oeloepangpang maar liever zoo linge daar te vertoeven tot nader ordre van de gezaghebber. E Deeze middag omtrent twee uuren heeft hij rela„ tant de boosman Helmkamp, voorende de pan„ tallang d' Petronella op de hoogte van quam Jar gepract, die bij hem aanboort is gekomen ver„ mits de relatant geen „ sampan bij hem had, aan dewelke hij zijde dat best is maar weder overstuur te komen om nadere ordres van d' heer ge„ zaghebber te ontfangen, de inhout deesses mij relatant voorgeleezen en wel verstaan verklaart de suivere waarheid te zijn, gehoord en gezien te hebben bereijd zijnde ten alle tijde des verEischt werdende met Eede te bekragtigen aldus Van Iavasoostkust Den 24:' Septemb: 1771:; Aldus gerelateert ten Nederlands Comptoir Sourabaija dato voorsz: /onderstond:/ was getee„ krend/ Ian Boonsaak, me presente P: Luzac/ in marcinue /ons present / I: Imhoff, en F: helmont; /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ A: Bar„ Reij E: g: klerk /:Lager / Accordeert met het Copij„ waar van 't origineel bij den raad van Iustitie is berustende /was getekend /: H: Barkeij E: g. Klerk. Relaas
English
From Java's East Coast, the 20th of September 1777. Account by the former soldier stationed at Oeloepampang, George Christoph Riese, made on Wednesday the 12th of June at 11:30 at night upon his arrival here, to the Commander of this Eastern Quarter in the presence of Lieutenant Commandant Thomas Imhoff and Fredrik Helmont, Translator. The deponent, having been stationed as a soldier and also as mess master at Oeloepampang, and for that reason having lived and slept outside the benting, related and declared in the interest of truth how on the 7th of this month at 7 o'clock in the evening, while sitting in his house, the soldier Johannes Herman came to him, saying, Cook, give me food from the large mess for money, which the deponent having set before him, that guest began to eat, but let the food fall out of his mouth again, saying, Brother, I cannot eat; so he was given a dram, which he likewise could not drink, but said to the declarant two times repeatedly, Brother, can you keep silent; whereupon the cook or deponent said, Yes, brother, what is the matter; Yes, said the said Johannes Herman, tonight at 11 o'clock Hermanus Knappers must come inside the fort and bring 4 men of our best mates on board as prisoners and rebels; to which he, the declarant, answered, I know for certain that it does not concern me, since I know nothing of the whole commotion; subsequently another soldier arrived, who took the said Johannes Herman by the hand and led him away, but who, before doing so, gave the cook his hand and, weeping, said, Good night, mate, if I am still here tomorrow, I shall come drink coffee with you. Further, the deponent declared that around nine o'clock the burgher Johan George Jansz: Velselt came to him with the soldier Hermanus Knappers, calling to open the door and come outside, but as the deponent did not wish to trust the said two persons, he refused to open the door, but after they affirmed that they were not armed and that they had something urgent to say, the door was opened, and the said two men, wanting first to hear and understand from the deponent himself whether he was not also aware of the general plot and uprising, and having learned that he had no part in it, revealed to him all that was going on in the fort. The deponent, being well informed of everything, asked whether there was not a chance to speak to the Commandant, but received as an answer, It is too late, and there is no longer any possibility of getting into the fort; seeing no other way, the deponent wished to mount a horse to ride to Cotta and inform Ensign Schaar of it, however, this was advised against by the said two men, for, they said, if you do that, the remaining two of us are dead men; the best plan, Hermanus said, is to flee to the vessels of the Honorable Company in order to save them, for the plotters have set their sights on them as well; thereupon it struck eleven o'clock, at which time we had to appear before the barrier according to the orders of Sergeant De Stout, as head of the rebels; having arrived there, the soldier Akkerman immediately came outside the fort to us with orders from the said Sergeant as to how we were to conduct ourselves: the deponent with Hermanus Knappers were to remain standing before the gate and occupy it, and the burgher Jansz: was to guard the flank and not let anyone out, or strike them down. While these three persons were now outside the fort and alone, they consulted with one another about what they ought to do; then the leader of the rebels came outside himself, saying that two men were already absent; to which they replied and shouted, Men, do not all run outside so much, otherwise even more might go absent, for by this means they thought to gain time in order to be able to make an advantageous decision; then they remembered the two European orderlies of the Commandant in the horse stable; and now that the Sergeant of the rebels had come outside the fort a second time, they made the proposal to him to go fetch the said two orderlies together with the sentinel, intending to kill the sentinel on the way and thus take flight to the vessels, thinking it better that one man be killed than that all perish together. However, it turned out otherwise: through the long lingering and delaying it had already become one o'clock, and the deponent with Hermanus Knappers thought to drag it out so far that it would finally become day; and in order to mislead the French Sergeant even better, the aforementioned Hermanus Knappers climbed into the benting, saying it was to look
Dutch transcription
115: Van Javasoost kust den 20: September 1777; Relaas door den teoeloepan„ pang, beschieden geweeste zo ldaat Geor„ „ge Christoph Riese, op woensdag den 12: Iunij Snagts te klokke half 12: uuren bij zijn aankomst alhier, opgegeven aan den ge„ zaghebber deezer oosthoek in presentie van den Lieutenant Commandant Tho„ mas Imhoff, en Fredrik Helmont Translateur Den Relatant zijnde als zoldaat en teffens als bak„ meester te oeloepampang bescheiden geweest, en uijt dien hoofde buijten de benting gewoont en geslapen, deeze re„ lateerde en verklaarde ter requisitie der waarheijd hoe dat op den 7: deezer maand 's avond te 7: uuren zittende in zijn huijs bij hem gekoomen was den zoldaat Iohan„ nes Herman zeggende Kok, geeft mij kost van de groote bak voorgeld, 't welk den relatant hem voorgezet hebben, „lier de, begon dien gast weeten, dog „ de kost wederom uijt de mond vallen zeggende broeder; ik kan niet eeten dus een c. kreeghij soopje, het welk hij insgelijks niet drinken kon„ de maar zegte teegens den declarant tot twee herhaalde maalen broeder kanji Sweijge; daar op zegt de kok of Van Javasoostkust Den 24:' Septemb: 1771. of relatant Ja broeder wat manqueert er aan; Ia zegt den gem: Iohannes Herman in deese nagt moet ster„ manus knappers te 11: uuren binnen 't fort komen en 4: man van onse bestemaats als arrestanten en rebel„ len na boord brengen; daar hij de Clarant op antwoor„ den, ik weet vast dat het mij niet en raakt dewijl ik van den geheele ruwoor niets en weet, der volgens kwaam en ander zoldaat, die den gem: Iohannes Herman bij de hand naem en weg voerde, dog die alvoorens aan den kok de hand gevende en wernen„ de zegde goede nagt maat als ik morgen nog hier ben, zal ik komen Coffi bij u drinken verder verklaar„ de derelatant, dat omtrent negen uuren bij hem was gekomen den burger Iohan George Iansz: velselt met den zoldaat Hermanus Knappers, roepen„ de om de duurte opene en buijten te komen, dog dewijl den relatans op de gem: twee persoonen niet wilde be„ trouwen weigerde om de duur te open, maar nadien zij betuijgden niet gewapende te zijn en dat zij wat noodsakelijk te zeggen hadde, wierd de duur geopend ende gem: twee ma nasalvoorens van de relatant zelfs willende hoorende en verstaan of hij niet meede van 't algeemeene Comploit en op stand be wist 117: Van Javasoost kust Den 24:' Septemb:r 1777; wust was en vernomen hebbende, dat hij geen deel daar aan hadde hebben hem al 't geen in 't fort omme ging geopenbaard. — l Den relatans van alles wel verwittigt zijn de vroeg of er niet kans was den Commandant te spreeken maar kreeg te antwoord, het is te laat, en daar is geen mogelijkheid meer om in 't fort te komen, ziend, toe geen raad meer wilde den relatant te paard gaan om na Cotta te rijden en den vaandrig schaar daar van kennis geeven egter, is van de gem: twee mannen afgeraade geworden, want zegden zij al u dat doet zijn wij overige twee kinderen des doods; de beste aanslag zegte Herma„ nus, is na 'SE: Comp:s vaartuijgen te vlugten, om die te redden, want de Complotteurs hebben het daar op ook gemunt, daar op sloe g 't Elf uuren wanneer wij volgens ordre van den zerg=t de stout als hoofd der rebellers voor 't barriere moesten verscheinen; daar gekomen zijnde, is ter stond den zoldaat Akkerman buiten 't fors en bij ons gekomen met ordre van den gem: zerg:t hoedanig wij ons te gedragen hadde, den relatant met Hermanus Knappers, zouden voor de poort blijven staan en die bezetten ende burger Ian Sz deflancq zoude bewaaren en niet buiten laaten of 'tzelve ter nedervellen; terwijle Van Iavas oost Cust Den 24:' Septemb:r 1771; Terwijle nu deese drie persoonen buijten 't fort en alleen waaren hebben ondermalkanderen raad gepleegt, wat hun lieven te doen stond kwaam den auteur der„ bellers zelfs buijten zeggende dat reeds twee man absent waaren; daar zij lieden op antwoorden, en rie„ pen menschen loopt niet alle zoo veel na buijten, 't mogten andersints nog meer absent gaan, want daar door dogten zij tijd te winnen om een voordeelig besluijt „lieden te binnen te kunnen neemen toen schoot hun „ beder te binnen de twee Europeesen ordonnancies van den Comman„ dant in de paerde stal; en nu den zergeant der rebel„ lers andermaal buiten 't stort gekomen zijnde hebben zij aan hem den voorslag gedaan, omme met de schilwagt te zaemen de gem: twee ordonnanties te gaan haelen willens zijnde de schildwagt onderweegs om hals te brengen en dus de vlugt na de vaartuijgen te neemen den kende beter een man om t leeven gebragt als al te zaemen om te komen, Egter 't voegde anders, door 't lange talmen en opschorten waar 't reeds een uur geworden en den relatant met herm:s knappers dagten 't zoo ver te brengen dat 't Eindelijk zoude dag worden; en om de franze zerge„ ant nog beeter te mislieden, steeg de even gem: her„ manus Knappers in de Benting zeggende om te zien
English
From Java's East Coast, 24 September 1771. Whether everyone was soundly asleep, and he indeed found everyone truly asleep. However, upon his return, he reported to the Frenchman that everything was betrayed, saying that not only the Commandant with the Secunde, the surgeon, and all other persons were on their feet and armed, but they also had about 50 loaded muskets lying before them, and had placed a little boy on sentry duty. What counsel now, says the Frenchman, whereupon the men all cried out at once, we shall simply charge in by storming hand. To the declarant Hermanus Knappers, the Frenchman then ordered him to go and, by order of the Commandant, keep a cruising proa mayang ready in the river in case their storm was repelled so they could flee. Thus we seized the opportunity; instead of complying with the aforementioned order, we fled ourselves to the Honourable Company's vessels, having previously sent away the burgher Jansz with our three maidservants. Having come aboard to the quartermaster Isaac de Graat and having warned him of everything that was taking place, and that the rebels intended to seize the cruising vessels, as subsequently became evident. From Java's East Coast, 24 September 1771. Evident, the declarant further stated that which the burgher Jansz has already testified in his given report concerning the attempt of the French Sergeant via a chiampang with armed rebels on the Honourable Company's vessels; and the declarant further testified to have given the pure truth in this matter, being prepared to confirm it with an oath. Thus related at the Dutch office of Sourabaija on the date written above. Below stood: was signed George Christoph Riese. In my presence, P. Luzac. In the margin: below stood: Agrees. Was signed: A. Barkey, first sworn clerk. Lower: Agrees with its copy, of which the original rests with the Council of Justice. Was signed: A. Barkey, first sworn clerk. Report 1771. 121: From Java's East Coast, 24 September 1771. Report by the mestizo burgher and master tailor Johan George Jansz residing at Oloepampang. On Wednesday the 12th of June at night at the stroke of half past eleven o'clock, given to the Governor of this East Point in the presence of the Lieutenant Commandant Thomas Imhoff and Fredrik Helmont, translator. The mestizo burgher mentioned in the heading stated how on Friday the 7th of June, sitting in his house at half past seven o'clock in the evening to work, and beside him the soldier Hermanus Knappers, the soldier Arie Neuboer came into the house, saying: why are you sitting there so calmly sewing? Whereupon the declarant suddenly looked up, as he was used to seeing this Arie Neuboer more often with him, yet had never heard such words from him, and at the same time saw a great astonishment in the face of the aforementioned Arij Neuboer, and that Hermanus Knappers stood up and thus they both went away together. Around half past eight, Hermanus Knappers had the declarant summoned to his place and immediately asked him: what counsel now for us, our own people want to storm the benting. From Java's East Coast, 24 September 1771. Storm, whereupon the declarant answered to warn them. However, this Hermanus Knappers replied: I have tried it in all corners, but there is no chance for it now. Thus, the two of them deliberating further together on what was best for them to do, went on to summon the cook George Christoph Riese in order then to deliberate with the three of them. And after the three of them had reached an agreement, they decided to follow the advice of Hermanus Knappers and flee to the Honourable Company's vessels lying there in the roads, in order, if possible, to preserve the same from the attack of the rebelling men. In order to carry out this plan, they were obliged to go near the benting at the stroke of eleven o'clock, since Hermanus Knappers, who was well aware of everything, had already made known to them that at the aforementioned stroke of the clock the password or the signal from the battery would be called out by the word ke hem. Further, having sat there for some time under the benting near the flag point, and seeing the men running in and out, several also came to sit by them, who said that two men were already absent. Whereupon Hermanus Knappers 123. From Java's East Coast, 24 September 1771. Knappers said: Men, make sure you go back inside, otherwise they will all run away; and to the declarant: Go home now, take our three maidservants, and make sure you go aboard quickly beforehand, we will both follow. Thus having come aboard to the quartermaster Jan Boonsak and warned him of the rebellion, the same made his artillery ready, weighed his anchor, and let his vessel drift down close to the sloop, whereof he also simultaneously warned the quartermaster Isaac de Graat, who held command there, of the rebellion, and informed him that it was necessary to load with live ammunition. Whereupon a proa mayang came that wished to board the quartermaster Boonsak. However, it still being night, the quartermaster called out that they should drop anchor and not come aboard. But the proa mayang refusing to listen, the quartermaster opened fire, whereupon the proa mayang dropped its anchor. In the morning at 6 o'clock, a small fishing canoe arrived with 3 Europeans, being the frequently mentioned soldier Arie Neuboer, George Schimmelpenning, and the gunner.
Dutch transcription
119: Van Iavas oost kust Den 24:' September 1771, of alles wel vast sliep, gelijk hij dan ook alles wesentlijk hadde slapende gevonde Egter bij zijn terug komst den fransman berigt gedaan dat alles verraden was zeggende dat niet alleen den Commandant met de Secunde den meester en alle verdere persoonen op de been en gewapen de waaren maar teffens nog omtrent 50: gelaadene geweeren voor zig hadde leggen, en een kleene Ionge op schildwagt hadden ge„ steld wat nu voorsraad zegt de fraanschman waer op 't volk al tegenlijk riep wij zullen maar met stormen der hand daar op in loopen. Aan den relatanten Hermanus Knappers, heeft toen de franschman g'ordonneerd, om heen te gaan en uit ordre van de Commandant een Cruijsprauw maijang in 't re„ vier klaar te houden ingevalle hunne storm afgeslagen wierdom te kunnen vlugten, dus wij de ofcasie hebben waar genomen, in steede van de ordre voorm: na te komen, zijn zelfs na sE Comp:s vaarthuijgen gevlugt, na alvooren de burger Iansz: met onse drie meiden uitgesonden te hebben; Bij den quartiermeester Isaacde Graat aan boord gekoomen en gewaarschouwt hebbende van alles wat voorging en dat de rebellen van zins waaren zig van de Cruijs vaartuij „gen meester te maaken zoo als in het vervolg is komen te blijke Van Iavasoost kust den 24: Septemb:r 177 blijke verklaarde den relatant verder 't geen den burger Jansz: reets bij zijn gegeeven relaas heeft betuijgt omtrent den ten tatie van den fransche, Zergeant per een Chiampang met ge„ wapende rebellers op sE: Comp:s vaartuijgen - en betuijgde de relatant voorts in deeze de zuijvere waarheid te hebben op gegeven bereid met eede te staven; Aldus gerelateerd ten Nederlands Comptoir Sourabaija dato voorschreeven /:onderstond:/ was geteekend/ george Chris„ toph Riese, me presente P: Luzag : in marginne :/ onder„ stond:/ Accordeert /:was geteekend/ A: Barkeij E: g: klerk /lager:/ Accordeert met zijn Copij waar van het origineele bij den Raad van Iustitie is berustende, was geteekend:/ A: Barkeij E: g: klerk. Relaas 1771. 121: Van Iavasoost kust Den 24: Septemb: 1771; Relaas door den te oloepampang Remoreerende mixtiese burger en kleerm: baas Iohan George Iansz: op Woensdag den 12: Iunij snagts de klokke half 12: uuren opgegeven aan den gezaghebber deezer oosthoek in pre„ sentie van den Lieutenant Comman„ „dant Thomas Imhoffjen Fredrik Helmont translateur. Den in hoofde gem: mixties burger verklaarde hoe dat op vrij„ dag den 7:' Iunij zittende 'savonds te half agt uuren in zijn huis om te werken, en nevens hem den zoldaat Hermanus Knap„ pers, wanneer den zoldaat Arie Neuboer in 't huijs quam„ zeggende, wat zit je daar nog zoo gerust te naaijen, daar op den relatant schielijk om hoogkijk, als gewoont zijnde geweest deesen Arie Neuboer wel meer bij hem te zien, dog nooijt zulke woorden van hem gehoord hebbende, zag teffens ook een groote verbaastheid in 't gezigte van even gem: Arij Neuboer, en dat Hermanus Knappers op stond en zij dus bij de te zaemen heen gingen. mtrent half negen liet Hermanus knappers den relatant tot zijnent roepen, en vroeg hem terstond, ons wat raad nu voor ws, onse eigen volk wil de Benting af„ „loopen Van Iavas oostkust Den 24: September 1771; loopen waar op den relatant antwoorden van verwitti„ „gen, egter deesen Hermanus Knappers repliceerden, ik heb 't in alle hoeken geprobeert, maar daar is geen thans toe, dus zij zig beide verder te zaamen en beradende wat hun best te doen stond hebbe voorts den kok George Chris„ „toph Riese gaan oproepen, om zig als dan met zig drie te beraaden, en nadien zij alle drie eenig zijn geworden, heb„ ben beslooten den raad van Hermanus knappers op te volgen en op de aldaar ter Rheede leggende 'SE: Comp:s vaartuij„ „gen te gaan vlugten, om was 't mogelijk deselve voor den overval van het rebelleerende volk te bewaaren; Omme deesen aan slagrutte voeren waaren zij genoodzaakt zig op den klokke slag van Elfuuren omtrent de benting te moeten begeeven dewijl Hermanus Knappers, die alles wel bewust was, reets aan haar lieden hadde te kennen gegeeven dat op de gem: klokke slagdeleus of 't teeken van de Batterij zoude geroepen worde, door 't woorde ke hem. Voorts eenigen tijd aldaar onder de benting bij de vlagge punt gezeeten hebbende, en 't volkuijt en inziende loopen ook verscheidene bij haar komen zitten, dewelke zeide dat reets twee man absent waaren, waar op Herma„ n 123. Van Javas oostkust Den 24: September: 1771; nus knappers zijde, menschen maakt dat je weer binnen komt andersints loopende zij nog alle maal weg en teegens den declarant gaat nu na huijsneemt ons drie meiden en maakt datje voor afschielijk na boord komt, wij zullen wel met beide volgen, dus bij den quartiermeester Ian Boonsak, aan boord gekomen zijnde, en hem van den op„ stand verwittigt heeft den selve zijn geschut klaar gemaakt zijn anker geligt en zijn vaartuijg laeten af drijven, tot na bij de Chialoup waar van hij teffens ook den quartiermeester Isacde graat, die daar op 't gezag voerde van den opstand verwittigten hem te kennen gegeeven dat 't nodig was scherp te laeden. Waar op kwaam een prauwmaijang, die bij de Quartiermeester Boonsak aan boord wilde, egter nog nagt zijnde riep den quartier meester dat zij zouden ten anker gaan en niet aan booad komen, dog de prauwmaijang niet willende luijsteren, gaf de quartiermeester vuur op, toe liet de zijn prauwmaijang van anker vallen; Smorgens te 6: uuren kwarmn een visser Canootje met 3. Europeesen, zijnde geweest den meergem: zold„t Avie Neuboer, George Schimmelpenning en de bos t schieter
English
From the East Coast of Java, 24 September 1771; Gunner Michiel de Panjard, wishing to board the vessel of quartermaster Isaac de Graat, who called out to them and asked by whose order they came, to which the soldier Arie Neuboer replied, by our own order, and what our intention is shall also be yours; but Isaac de Graat shouted, stay off the vessel or I will shoot you all to the bottom; Boonsak heard this and called out at once fire, fire, which it seems, however, that Isaac de Graat must not have heard, for the small canoe departed, whereupon Arie Neuboer called out, spare the effort, Father Isaac, and rowed back to the vessel of a chiampang, which arrived with armed men, among whom the author of the rebellion, Sergeant De Staut, was also present, rowing strongly toward the vessel of Boonsak; but this quartermaster immediately opened fire on them, just as Isaac de Graat also did, whereupon the rebels retreated with their vessel and fled to the shore, at which time from Boonsak's vessel some hats could clearly be seen swimming above the water. Accordingly, the quartermasters set sail with the cruising praus and mayangs, having 125 From the East Coast of Java, 24 September 1771. having encountered in the Bali Strait some other Company vessels, which they also took back with them and came to anchor at Panaroekan. And he, the deponent, together with Hermanus Knappers and the cook George Christoph Riese, further arrived on board the vessel of the quartermaster Boonsak here this night at eleven o'clock, which the deponent could further confirm under oath if required. Thus related at the Dutch Trading Post of Sourabaija on the date aforesaid; beneath stood: was signed: Jan Juriaens, in my presence P: Luzac; in the margin: in our presence, I: Imhoff and I:s Belmout; beneath stood: Agrees; was signed: A: Barkey, Sworn Clerk; beneath stood: Agrees with its copy, of which the original rests with the Council of Justice; was signed: A: Barkey, Sworn Clerk. Account. From the East Coast of Java, 24 September 1771; Account given by the soldier Hermanus Knappers, upon arrival at Sourabaija on Wednesday the 12th of June at half past eleven o'clock at night, to the Commander of this East Point, in the presence of the Lieutenant-Commandant Thomas Imhoff and Freedrik Helmond, Translator. The deponent declares that the French sergeant Dutoo received 6 rixdollars in board money, but refused to accept it and demanded to have eight rixdollars, because he was on subsidy; the next day, being Wednesday, this sergeant transferred his watch to Sergeant Pals, whom he, Dutoo, had told that it was not necessary to ask permission from the Commandant, so the Commandant took it very ill that this Pals kept the watch for him, who then excused himself and said that Dutoo had told him it was not necessary to request permission for it; so both were taken into arrest, and the following day the French sergeant was required to plant, as was done from 9 to 11 o'clock in the morning, but Sergeant Pals, who had incited him not 127 From the East Coast of Java, 24 September 1771; not to plant any further, and when the time came that he was to be brought to the guardhouse, to refuse to do so, Dutoo did so as well, whereupon the sergeant of the guard submitted such a report to the Commandant, wherefore the Commandant had him, Sergeant Duthoa, asked by the orderly corporal whether he refused the Company's service; to which he replied, I do not refuse service; if the Company has money, then it has soldiers, and if the Company has no money, then it has no soldiers; after which the said Dutoo, being summoned before the Commandant and asked, well, do you refuse the Company's service, answered no, but he had received 2 rixdollars too little in board money; the Commandant in turn saying to this, well, why did you not tell the Resident that you are on subsidy; the French sergeant is said to have answered to this, well, does the Company not have books in which it can look; at which answer the Commandant ordered him to lay down his arms, but instead of doing this, he drew his sword from the scabbard in the presence of the Commandant, the Resident, and the under-corporal. Upon this encounter, the Commandant having called about eight men, a crowd of the guard personnel came out of the guardhouse with their swords or sidearms in hand to rescue this sergeant; he, looking around and seeing From the East Coast of Java, 24 September 1771; and seeing that all the guard personnel had come out of the guardhouse, put his sword back into the scabbard; but the Commandant thereupon wishing to have the sword taken from the said Dutoo by force by the aforesaid corporal, that villain was so assisted by his followers that the orderly corporal could not master the sidearm. Hereupon the Commandant asked the guard personnel for whom they had drawn their swords from the scabbards, and the men giving no answer to this, the head rebel said, well, you set up a tavern to sell arrack, and when the men are drunk, you put them in the prisons and they cannot get justice; the Resident coming up to this said to the French sergeant, you have no business with that, and keep quiet, for otherwise your Honor will make yourself unaccountable; to which he replied, well, what business do you have with that, and why should I come to harm, no one can do anything to me, even if it were the General of Batavia, and to the Commandant he said, well, you are only a Lieutenant and have so much to say here; I was a Captain in France, had 800 dragoons under me, and did not have as much to say as you; the Commandant hereupon saying again, it is well, called the orderly corporal once more to place the French sergeant under arrest
Dutch transcription
Van Iavasoost Cust Den 24:' Septemb:r 1771; Schieter Michiel de panjard, willende aan boord wel sen van den quartiermeester Isaac de Graat, de„ welke hun lieden toeriep en vroeg uit wiens ordre zij kwamen, daar den zold:t Arie Neuboer op antwoor„ den, uit onse eigen ordre en wat wij van Sins zijn zal uw ook weesen, maar Isaak de graatriep, van boord af, of ijk schiet gij lieden in de grond, dit hoorde Boonsak en riep met een vuur vuur het welk egter schijnt, dat Jsaac de graat niet moet ge hoort hebben, want 't Canootje vertrok, wanneer Arie Neuboer Riep, spart de moeijte vader: Tesaak en roeijte te Rug naboord van Een Chiampang, dewelke aan kwam met gewapend volk, daar den autheur der rebellie, den Serg=t de staut zig meede bij bevonden, koomende sterk aan roeijen op 't vaar„ thuijg van Boonsak, dog deeze quartiermeester gaf aanstond vuur op, gelijk Iohac de Graat ook deed, waar op de rebellen met hun vaartuijg te rug diensden en na de wal vlugte, wanneer men van Bonsak zijn vaarthuijg klaar kon Zevemmen zien eenige hoeden booven 't waaren vammen Dien volgens zijnde bij de quartiermeesters met de kruijs prauwmaijangs onder zijl gegaan hebbende 125 Van Iavas oost kCust Den 24: Septemb:r 1771. hebbende in de Straat balij nog eenige andere Comp„s vaarthuijgen ontmoed, die zij meede te ruggenomen en te panaroekan ten Anker gaan leggen. En hij deClarant benevens Hermanus Knappers en de kok George Christoph Riese, zijn verder aan boord van 't vaartuig van de quartiermeester Boonsak, deese nagt te Elf uuren alhier aange„ komen, het welk den declarant des gerequireerd, nader zoude kunnen gestand doen. Aldus gerelateerde ten nederlands Comptoir sou„ rabaija dato voorsz: /:onderstond:/ was geteekend:/ Ian Iuriaens me presente P: Luzac /: in mar„ Jk ginne /ons present. I: Imhoffen I=s Belmout,; /:on„ derstond:/ Accordeert:/ was geteekend:/ A: Barkeij E: g: klerk /:onderstond:/ Accordeert met zijn Copij waar van het origineele bij den Raad van Iustitie is berustende / was getekend:/ A: Barkeij E: g: klerk Celaas Van Iavas oost Cust Den 24:' Septemb: 1771; Relaas door den soldaat Hermanus Knappers, bij aan komst op Sourabaija op woens„ „dag den 12: Junij 't snagts de klok„ ke half 12: uuren, opgegeven aan den gezaghebber deser oosthoek, in prae„ sentie van den Lieuten= Commandans Thomas Imhoff, en Freedrik Helmond Translateur. Den relatant verklaart, dat de franse zerg=t Dutoo„ 6: rd=s kostgeld heeft gebeurt, maar zulx niet wilde accepteeren, en begeerde agt rd:s te hebben, wijl dat hij sub„ Sidie had, daags daar aan zijnde woensdag, heeft dese zerg=t zijn wagt besteed aan de zerg:t Pals, die hij Du„ toe gezegt hadde dat niet nodig was om de Comman„ ppermessie te vraagen, dus nam de Commandant dant ^ heel qualijk dese pals de wagt door hem waarnam, die zig als toen verexcuseerde en zijde dat Ditoa hem gezegt hadde niet nodig te zijn daar toe permissie te versoeken; dus wierden zij beide in arrest genoomen, en daags daar aan heeft de france zerg:t moete plan„ „ten, gelijk sulx van 'Smorgens 9: tot 11: uuren is ge„ schied, maar de zerg=t sals, die hem had opgestookt om niet 127 Van Iavasoost kust Den 24: September 177; 1 niet verder te planten, en wanneer de tijd daar was, dat hij op de wagt zoude gebragt worden, zulx moest wei„ geren, heeft Dutoa dat ook gedaan, gelijk dan ook daar na de zergeant van de wagt aan de Commandant zoo rapport ingedient heeft, dies heeft de Commandant hem zerg=t Duthoa door de ordre Corp=l vrage laten of hij Comp=s dienst weigerde, deze hier op gerepliceerd had, ik weiger geen dienst, heeft de Comp=e geld dan heeft hij ook sold„t en heeft de Comp: geen geld zoo heeft hij ook geen solda„ „ten, na 't welk gem: Dutoa bij de Commandant geroepen zijnde en gevraagt, wel weigert gij Comp:s dienst zoo antwoorde hij zzeen, maar hij had 2: rd„s te minkostgeld 6 ontfangen: de Commandant weder hier op zeggende, wel waarom hebt gij de resident niet gesegt dat gij op Subsidie ƒ loopt, de france zerg: hier op zoude geantwoord hebben, wel heeft de Comp: geen boeken daar hij kan in kijken; op welk antwoord hem de Commandant ordonneerde zijn wapens neer te leggen, maar in plaats van dit te doen, trok zijn deegen uit de scheede in presentie van de Comman„ dant, de resident en onder Corporaal: De Commandant op dese ontmoeting een man of agt ^ geroepen hebbende, kwamen een menigte van het volk van het wagts volk ^ uijt de wagt met haar deegens of zeid ge„ weer in de hand om dese zerg=t te ontzette, dese om ziende ten en zag van Iavasoost kust Den 24: Septemb:r 1771; en zag dat het alle wagtsvolk uit de wagt was zoo stak hij zijn deegen wederom in de scheede; dog de Commandant. hier op door de Corp:l voorm:, gem: Dutoa met gewelt de vee„ „gen willende laten afneemen, wierd dien booswigt door zij„ „ne aanhang zoo g'adsisteerd dat de order Corp:l het zijd ge„ weer niet konde magtig worden. Hier op vroeg de Commandant aan het wagtsvolk voor wie dat zij de deegens uit de scheede had gehaeld. en 't volk hier op geen antwoord geevende, zijde de hoofd Rebel wel gij zeteen schaggerij op om arak te verkoopen, en wanneer 't volk beschonken is zoo het gijse in de tronken zij kunnen geen regt krijgen, de Resident hier bij koomende zijde teegens de france zerg=t gij hebt er niet meede van noden, en houd uw stil want anders zoude uw E: zig on verandwoordelijk maaken; waar op dese repliceerde, wel wat hebt gij daar meede van noden, en wat zoude ik in een ongeluk koomen, niemand kan mij wat doen, al was het de generaal van Batavia, en tegens den Commandant zijde hij, wel Jij bent maar Lieut: en heeft hier zoo veel te zeggen, ik benin vrankrijk Capt=n geweest, heb 800: dra„ gonders onder mijn gehad en zoo veel niet te zeggen gehad als Jij, de Commandant hier op weder zeggende het is goed riep de ordre Corp:l andermaal, om de france zerg:t in ar rest
English
From the East Coast of Java, 24 September 1771 to bring to rest, and at the same time to ask the men what they desired, whether they spoke for their own rights or for the sergeant, who thereupon said to the orderly corporal, we will rather submit a paper article by article; which was agreed to by the commandant, that they could draw it up; which paper they also prepared, reading as follows. That they desired what the major had provided them, and why they did not receive three bottles of arrack a month, that there was a small hole in the jug. Why the barrier and gate were closed at 7 hours, and the back gate stood open almost the entire night for the commandant and resident to go to the tandak at Panassan, and whether that is Company's order. That the commandant had sent a vessel to Bali, and a Balinese emissary having returned with it, whether such was Company's order, as the Company is not at one with the Balinese, he accepted the emissary, who had arrived in the morning and had let him depart again in the evening without anyone being aware of it. That they requested two lamps in the guardhouse, as such was provided by the Company. Also asked for match cord. Item From the East Coast of Java, 24 September 1771 Item to gather the coconuts from the trees standing near Oelopampang, since no one is allowed to touch them on pain of a flogging and being confined indoors, whoever takes a young coconut from the tree. That they were neither cold nor warm in the redoubt, and further requested that the gates and barrier should be left open until 9 hours. While the men were busy writing the aforesaid paper, the commandant had the French sergeant asked by the orderly corporal for what reason he had drawn his sword; to which he had replied, for his rights; and the commandant hereupon having him asked again, if someone had come to harm through that, what then, the sergeant had replied to this, that it would then have been paid for, be it the commandant, resident, or whoever it might be. The commandant hereupon again sending word through the orderly corporal that if he had surrendered his sword everything would have been over, who thereupon said in turn, well, then the orderly corporal should not have come for my sidearm, but rather the sergeant of the guard or a corporal, then I would have surrendered it, but not to an orderly corporal, and if it happened again, that From the East Coast of Java, 24 September 1771 that the last-mentioned came to demand it of him, he would run him through, as now to his misfortune. That, after all this had taken place, the men had handed over this paper which they had drawn up and has already been mentioned above to the commissioner, along with two more letters, one to the local commanding officer, and one to the commissioner at Sourabaija, to be dispatched. And the commissioner, having seen the writing, had called out that only 5 or 6 men should come to him and speak decently, that they would then receive everything, and having repeated this as many as 3 times, none of those disturbers of the peace had come, nor did they wish to do so. He, the deponent, further declared that the resident had afterwards come alone into the guardhouse and addressed the men, saying that only about 6 men should go with him to the commandant and no harm would come to them, six of those fellows were resolved thereto, but he did not know what their business with the commandant had been. That on Friday or the following day, in the morning around 7 hours, the aforesaid corporal had received orders from the commandant that he should tell the men their request From the East Coast of Java, 24 September 1771 request would be granted to leave the gate and barrier open until 9 hours, and from that time he had applied himself to his work, being there mandor over the coolies until the afternoon at 4 hours, when the commandant gave him orders to provide anchor ropes and rigging for the cruising prahu mayangs, and having carried this out, he had gone home; at the same time having eaten something at Jantje the freeman's, sitting there until half past seven in the evening, Arij Nieuboer had also come there to look for the deponent, who then had also said to Jantje the freeman, well, do you still sit here so peacefully blowing in the wind, and gave him, the deponent, a shove and a wink with the eye that he should come outside, which he did, and being outside, this Arij Nieuboer took him by the hand and brought him into the thicket, where he saw gathered a number of Europeans with their bare cutlasses in hand, among whom was the French sergeant, who asked him, well, do you want to join in or not, and being able to answer neither yes nor no, he, the rebel, broke out hereupon, whatever you people intend, that am I too, after which his plot said, we want to appoint our own head, and you shall be ambassador and [illegible]
Dutch transcription
129. Van Iavasoost kust Den 24: Septemb:r 1771 rest te brengen, en teffens aan het volk te vragen, wat zij begeerde, of dat voor hun lieder geregtigheijd was dat zij spra„ ken of voor den zerg:, die daar op teegens den ordre Corp:l zijde, wij zullen liever een papier bij articul wijs in leeveren; het geen door de Commandant is toegestemt geworden dat konde opmaken; welk papier zij ook vervaar„ digde zulx luijdende was. Dat zij begeerde 't geen de majoor haar verstrekt hadde en waarom zij geen drie bottels aracq smaands kreegen, dat in de kan een gaetje was Waar om dat de bariere en poorte om 7: uuren wierde ge„ slooten ende agter poort bij na de geheele nagt voor de Com„ mandant en resident openstond om na de Tandak te gaan op panassen, en of dat Comp:s ordre is: Dat de Commandant een vaartuijg na balij had gesonden en een balijze zendeling daar meede terug gekoomen zijnde of zulx Comp:s ordre was, wijl de Comp=e met de baliers niet een is, hij de zendeling accepteerde, die des morgens was aan„ gekomen en des avonds wederom had laten, vertrekken zonder dat iemand daar van bewust was Dat zij om twee Lampen versogte in de wagt, wijl zulx van de Comp:e verstrekt wierd. ook om lond gevraegd. Item Van Iavasoost kust Den 24:' Septemb:r 1771, Item de Clappers van de boomen te haalen die bij oe loepam„ pang staan, vermits 'er niemand mag aankomen op een pak slagen en binnen gebannen, die een Jonge Clapper van de boom haelt. Dat zij waren nog kout nog wartw in de benting, en versogten verder dat de poorten bariere tot 9: uuren zoude open gelaeten worden. Onderwijl het volk bezig was voorsegde papier te schrijven, heeft de Commandant door de ordre Corp:l aan de france zerg=t late vragen, om wat reeden hij zijn deegen had uijt getrokken; daar op hadde gerepliceert, om zijn regt; en de Commandant hier op weder latende vragen, wanneer daar door iemand in ongeluk gekomen was, hoe dan de zerg=t hier op had laten zeggen, dat dan be„ „taald was, het zij de Commandar lrest, Resident of wie het weesen mogte. De Commandant hier op weeder door de ordre Corp=l zegge latende, wanneer hij zijn deegen had afgegeeven dan alles zoude uijtgeweest hebben, die daar op weder„ om zeide, wel dan moest de ordre Corp=l ook niet om mijn zijd geweer gekoomen zijn, maar wel de zerg:t van de wagt, of Corp=l dan had ik het afgegeven, maar niet aan een ordre Corp=l en zoo het nog eens gebeurde, dat 131 Van Iavasoost kust Den 24: September 1771; dat de laest gemelde quam om hem die af te Eijsschen voete hij den selve onder de voet zoude steeken als nu ze maleur. Dat, na dit alles geschied zijnde, het volk dit pa„ pier 't geen zij op gemaakt hadde en reets boven men„ „tie van gemaakt is aan de Comm=s afgegeven had, met nog twee brieven een aan de hier gezaghebber, en een aan de Comm=s te Sourabaija, om over te senden Ende Comm=r 't geschrift gesien hebbende, geroepen had maar 5: of 6: man bij hem zoude komen en orden„ telijk spreeken, dat zij dan alles krijgen zoude en zulx wel tot 3: keeren herhaald hebbende geene van die rustsloorders was gekomen nog dit wilde doen. Verklaarde hij relatant al verder ^ de resident daar na alleenig in de wagt gekomen was en 't volk aangesprooken had dat maar een man of 6: met hem meede na de Commandant zoude gaan en haar niets quaads geschieden, ses dier knapen daar toe geresol„ veert waren, dog niet wist wat hunne verrigting bij de Commandant geweest was Dat 's vrijdags of 'sdaags daar aan, desmorgens omtrent 7: uuren, de Corp:l voormeld, ordre van den Comm:t gekreegen had, dat hij aan 't volk zoude zeggen hun ver zoek Van Iavas oost cust Den 24:' Septemb:r 1771 zoek soude toestaan worden om de poort en bariere tot 9: uuren open te laten en hij zedert dien tijd: sig aan zijn werk had overgegeeven, als zijnde aldaar man dhoor over de battoors tot 'Sagtermiddags om 4: uuren wanneer de Comm=t hem ordre gaf om anker trouwen en tuijgagie voor de kruijsprauw maijangs te ver„ strekken, en hij na zulx verrigt te hebben, was na huijsgegaan; teffens bij Jantje de vrijman wat gegee„ halfagt ten hebbende daar toe tot 'savonds 41: gezeeten, Arij Nieuboer daar ook gekoomen was, om de relatant te zoeken, die dan ook teegens Jantje de vrijman gesegt had wel zit zij nog zoo gerust te waijen, en gaf hem relatant een stoot en wenk met d'oogen dat hij buiten zouden komen, gelijk hij deede, en buijten zijnde nam deze Arij Nieuboer hem bij der hand en bragt hem in de romperompe, alwaar hij vergaderd zag staan, eenige Europeese met hare bloote houwers in de hand, onder dewelke de france zerg=t was, die hem vraagde, wel wilje meedoen of niet, en niet Ja nog neen komende antwoorden: hij rebel hier op uijt voer, wat zij lieden van sints zijt dat ben ik ook daar na zijn Complot zeide, wij willen een eige hoofd aan stellen, en Jij zal tot ambassadeur en tomm:
English
From the East Coast of Java, the 24th of September 1771 [illegible] be made tommongong: we will give an embroidered coat, and when you enter the lodge, "harrauw" will be shouted for you, provided that you keep the natives quiet and make them sit down; you will also have to call the tommongong inside, whom we will then place under arrest: after all this, the clock having struck eight hours, the deponent further declared; that those unheard-of scoundrels had gone to the lodge to answer to their names, while he, the deponent, had gone home to have some coffee boiled for him by his budak and, sitting down upon his chair to ponder the disposition of these ill-disposed persons, over which tears came to his eyes, he was asked by his maidservant what the reason for this was; he, expressing himself to her about this, laid open the matter and asked what he ought to do; she had said, come, let us go to the Commissioner to warn him of this, but he asked her about this, shall I dress properly; the maid replied again, no, take off your clothes and dress in the Javanese manner, which was then also done; but because he saw that one Schimmelpenning was standing sentry, he turned back again and had From the East Coast of Java, the 24th of September 1771 the cook of the Commissioner called to him by his maidservant; the cook having returned with the latter, and he sending him with his maid back to the Commandant to call him outside, the sentry would not let them enter; having returned from there, he wanted to send the cook inside for the second time after having given him a slap to carry out the aforementioned errand, but the cook, coming before the sentry at the lodge again, was threatened by the latter that if he came before him once more, the first-mentioned would chop his head in. Thus the deponent declared that he knew of no further plan to devise to get the Commandant outside, the more so because two sentries then stood before the gate with bare cutlasses, and thus, being unable to accomplish anything with him to get inside, after he had looked for an opportunity himself, he went home again to drink a cup of coffee, while at half past eight hours the conspiracy having come outside again, and this Arij Nieuboer being with him at his house again, he, the deponent, had to go along with the latter for the second time; and after that, consultations were held again and at the same time resolved who would seize the Commandant and Resident; wherefore they had agreed to have the Resident seized by that head rebel Dutoa, the soldiers Aerman, From the East Coast of Java, the 24th of September 1771 Beem, and Swaal, and after that by the Sergeant Pals and Soldier Arij Nieuboer and another burgher who first arrived at Oeloepampang, whose name was unknown to him, with a certain Haberman, to seize the Commissioner; likewise two more men who would seize the bookkeeper, two for the assistant, two for Sergeant Litsensdorp who was in his quarters, two for the doctor, and four men would have to stand ready before the corporals' quarters so that no corporals could come outside; two men would stand ready for the sergeant on guard, he, the deponent, before the gate to ask anyone who wished to be outside whether they would join, and otherwise to strike them down, and that the remainder of the gathering would stand on the flank to cut down those of the slave boys who came outside. That the French sergeant had said to the deponent, in case anyone should ask him whether it was true that he would bring the rebels to Sourabaija, he should only answer yes; and after the sergeant had said such things to the tua and a party of others, he, the deponent, had confronted the rebel and asked, why did you not tell me that earlier, but he gave as an answer, I was afraid that you might recount it to the Commandant again. From the East Coast of Java, the 24th of September 1771 After this, the deponent further confessed that the above-mentioned Detua had also told him that he would have Quartermaster Boonsak, when he arrived, placed under arrest or in prison for as long as it took until he had the opportunity to bring him on the way to Bancoeloe; but when Quartermaster De Graat arrived, he would then have his head chopped off, and thereafter, with some of the men he had gathered and scraped together, go aboard the two pantjallangs, or try to get onto the pantjallang that holds the prisoners, in order to overpower it and break open the stocks to set the prisoners free and bring them ashore, so that they might betake themselves to the benting or fortification to make his evil intentions succeed better; among which gang there would certainly be a chief who could be the second regent and he as the first, and that he would thereafter try to get a vessel to cross over to Bali with both of them and to say, let all who are enemies of the Company simply come over, that they need not be afraid. That it was made known to him, the deponent, by that French sergeant on his word, that he had to make sure to be inside at eleven hours in the evening, because at one hour they would [illegible]
Dutch transcription
133: j Van Javasoostkust Den 24:' Septemb: 17 tomm: gemaakt worden: wij zullen en geschamma„ reerd kleed geeven en als gij in de logie komt zal har„ rauws voor uE: geroepen worden, mits dat gij de in„ landers in rust houd en haar ter nederzet; ook zal Jij de tommongong binnemoeten roepen, die wij dan in arrest zullen neemen: na dat alles, de klokke agt uuren geslagen hebbende verklaarde hij relatant verder; dat die ongehoorde booswigten nade logie gegaan waren om haar naame te verant„ woorden, hij relatant na huijs gegaan was, om wat bppij door zijn boedak voor hem te laaten kooken en zig op zijn stoel nedersettende om de gesteldheid van deeze quaadwillige te overdenken, waar over hem de tra„ nen uit de oogen quamen, door zijn mijt gevraagt wierd wat hier van de reede was, hij over sulx zig aan haar uijtende, de saak openleide en vraagde wat hem te doen stond, zij gezegt had, komt laet ons bij den Comm=s gaan om dit te waarschouwen, dog hij haer hier opgevragt, zal ik mij te regt aantrekken; de meid weder repliceerde, neen trekt wuijt, en ver„ kleed uE: op zijn Javaans gelijk dan ook geschied was, maar wijl „ zag dat eene schimmel penning op schildwagt stond, is hij wederom gekeert en liet door „joan Van Iavasoostkust Den 24. Septemb:r 1771 door sijn mijd de kok van de Comm=s bij hem roepen„ die met laastgem: wederomgekomen en hem met zijn meid weder na den Com„ „mandant zendende, om die buiten te roepen wilde Een de schildwagt niet late binnen gaan, daar torug gekomen zijnde, heeft de kok voor de twee de maal na binnen willen steuren nadat hij hem een klap gegeven had om voorsz: Commissie te verrig„ ten, maar de kok weder voor de schildwagt komen„ de aan de Logie door laastgemelde was gedreigd geworden, wanneer nog eens daar voor quam, eerstgem: hem de kop zoude in kappen. Dus verklaarde hij retatant dat hij geen raat meer wist uijt te denken, den Comm=t buijten te krijgen, te meer, wijl als toen twee schildwagten voor de poort ston„ „den met bloote houwers, en alsoo niets kunnend bij hem op doen om binnen te komen, waar na zelfs geleegent„ heid gezorgt had, is weder na huijs gegaan, om een kom„ metje Coppij te drinken, terwijlen om half 9: uuren 't Complot weer buijten gekoomen zijnde, en dese Arij Nieuboer weder bij hem aan huijsmoest hij relatant met laest gem: voor de tweede maal mede gaan, en daar na wederraad belegging was geweest en te gelijk gere„ solveert, wie dat de Commandant en resident zoude opvatten, dies waren zij over een gekomen, om de ten residens door die hoofd rebel dutoa, de zold=te Aer„ man 135: Van Javas oostkcust Den 24. Septemb:r 177 1771: man, Beem, en Swaal, op te vatten, en na zulx door de zer„ geant Pals en sold=t Arij Nieuboer en nog een straatsbur„ „ger, die eerst op oeloepampang is gekomen; waar van hem de naam onbekend was, met eene haberman, den Comm=s mitsg=s nog twee manschappen die de boekhouder zoude opvat„ ten, 2: die de adsistent, 2. die de Zergeant Litsensdorp die in zijn Casie was, 2. voorde doctor, en voor de Corporaals Casie zoude 4: man, moeten gereed staan, dat geen Corp:ls konde buiten komen, twee man zoude gereed staan voor de zerg=t op de wagt, hij relatant voor de poort en die buij„ ten wilde weesen te vragen of zij mee wilde doen anders maar ter neder te slooten, en dat de overrest der samen rotting soude staan aan de flank om de geene ter neder te vellen, die van slave Jongens buijten quamen. Dat de franse zerg=t had teegens den relatant gezegt, in geval hem de een of ander vrage mogt, of dat waar was, dat hij de rebellen zoude na Sourabaija brengen, hij maar moeste antwoorden van Ja. en na dat hij zerg=t de tuaaan een parthij andere meer sulx had gezegt, hij relatant hem rebel ter rheede had gesteld en gevraagt, waar om hebt vij mij dat niet eerder gezegt, maar die ten antwoord gegee„ „ven, had ik ben bang geweest dat gij somtijds 't aan de Commandant zoude wederom verhaalen. Van Javas oostkust den 24: Septemb:r 1771. Hier na de Confesseerde de relatant verder, boven gem: Detua hem nog gesegt had, dat hij de quartiermees ter Boon„ Sak, wanneer bij hem quam, zoo lange in arrest of in de tronk zoude laten setten, tot dat geleegentheid had om hem de weg na Bancoeloe te brengen, dog wan„ neer de quartiermeester De graat aanquam, hij die als dan 't hoofd zoude laten afkappen, en daar na met eenige van het volk dat hij „ en geraapt had na boord der twee pantjallangs zoude gaan, of zien te komen op de pantjallang die de arrestanten in heeft om deselve te overwildigen en de tronken open te slaan om de gevangene los te laeten en aan de wal te brengen, ten einde hun na de benting of fortificatie te begeeven om hem in zijn quade voorneemens te bee„ ter doen gelukken; onder welke rot dan wel een hoofd zoude weesen die de tweede regent zoude kunnen zijn en hij als Eerste, en dat hij daar na een vaartuijg zou zien te krijgen om met haar bijde na balij over te gaan en te zeggen, al wie Comp:s vijanden zijn maar zoude overkomen dat zij niet bevreest behoefde te weesen Dat hem relatant door die france zergeant was te ken„ nen gegeven opt woord van hem, des avonds om 11: uuren moestmaken binnen te weesen, wijl zij om een uur het
English
From Java's East Coast, the 24th of September 1771; would take the fort, and if the Commander and resident opposed it, simply to run them down without firing a shot, so as not to make their undertaking known among the natives thereby; on which grounds the relator, asking this chief rebel whether the people were satisfied with this, and what about the Commander's two orderlies and cook, he had replied yes, they all know it except Jantje the freeman, and that after this he was asked by the Tua whether he was afraid, if so, just to tell him, and if not, you need not be afraid either, here will be our fatherland; Further declared that the Tua had told him that the 14 men and two Corporals who were expected to arrive from Sourabaija, he knew them all, and they would certainly join him, that he had no difficulty with that whatsoever, and that he, the relator, did not need to be afraid, since they knew the language; also there are 2000 rixdollars at the office, which will be divided among them, and you will receive more than another. The relator further confessed that before the hour of 9 o'clock the men had gone back inside and, wishing to return home, he came to Jantje the freeman, to whom he recounted what the men had deliberated and intended to do, saying to him at the same time it was best that they merely From Java's East Coast, the 29th of September 1771; betook themselves on board, but first to go to the cook and ask him if he wanted to join in; if he says yes, then we shall say so too, but if he says no, then we shall also answer him no, and then propose to him to set the foresail. When he, the relator, had thus conferred with Jantje the freeman, and they, having come to the cook, had made the aforementioned known to him, the cook had said to them, yesterday evening at half past 7 the corporal came to me, who told me that you were to seize the rebels at eleven o'clock and transfer them to Sourabaija, but that he, the cook, had given him as an answer, it is a poor soldier who allows such a thing; so the three of them had deliberated to take flight to the ship, whether with a small canoe or by swimming, but beforehand to remain until the last half hour, as they, after 11 o'clock had already struck, went before the lodge with the three of them, when from inside was called the signal from him, at which shout they did not go inside, but those from inside came outside again to hold another council, and they, seeing this, the relator would have said to the crowd, From Java's East Coast, the 24th of September 1771; well, my God, do just go back inside, for if the sergeant of the guard comes out and sees us all sitting here, it is possible that he will raise the alarm; upon which saying they, having gone back inside, while he, the relator, remained outside with the other two, and subsequently said to Jantje the freeman that he should take their three maidservants with him to the seashore and place them on board with old Jan, and he, the relator, with the cook, would also betake themselves on board after that; meanwhile at once to warn Isaac de Graaf and old Jan that they should hold themselves ready and prepare the guns, as there was trouble on shore. This having been thus decided among them, at half past 10 o'clock the Tua came outside with his accomplice, and having said to him, the relator, I have warned the sergeant and the guard that they should make two hours out of one hour, and soon strike one o'clock, then it will go quickly, he, the rebel, had also asked the relator for the second time whether the Commander's two orderlies From Java's East Coast, the 24th of September 1771; were aware of this, to which he had answered no, saying to that rebel, come, I will just go to the garden to fetch those two orderlies of the Commander, upon which saying the Tua had wanted to give him a sentry to accompany him. That he, the relator, had agreed with the cook upon this saying, that when they went to the garden, the cook in front, the sentry in the middle, and he, the relator, behind, so that, having arrived at the garden, to strike down the sentry's head and thus take to their heels together; however, nothing came of this, and at an estimate of nearly an hour the sergeant, the Tua, called out arms, at which shout he had again managed to devise a new ruse with the just-mentioned rebel, saying, come, let me go inside, I will crawl over the palisades and on hands and feet to the Commander's house to see whether he is still asleep or not: He, coming outside again, said to that sergeant, God damn it, it is foul and trouble, the Commander, the doctor, and the assistant are all lying on the ground and have 50 guns with them with
Dutch transcription
137 Van Iavas oost kust Den 24:' Septemb:r 1771:; het fort zoude inneemen, en wanneer den Comm:t en resi„ dent daar teegen hadde, maar onder de voet te steeken souder een schoot te doen, om haar onderneeming daar door niet rugtbaar te maken onder de inlanders, op„ welke reedenen den relatant dien hoofd rebel vragende is hierat het volk meede te vreeden, en wat de Comm:t zijn twee oppassers en kok die quijt had gerepliceert Ja, zij weeten 't alle gaar behalven Jantje de vrijman, en dat hij na het zelve door de Fua was ondervraagt of hij bevreest was, zoo Ja, 't hem dan maar te zeggen, en zoo neen ook gij hoeft niet bang te weesen, hier zal ons vaderland zijn; Verklaarde wijders, dat Detua hem gezegt hadde 14: man en twee Corporaals die van Sourabaija stonden te komen; hij die alle kende, en zij zekerlijk met hem zoude meede doen, dat hij daar, in 't geheel geen swarigheid voor had, en dat hij rela„ tant niet behoefde bang te zijn, wijl zij de taalkent: teffens daar is 2000: rd:s bij 't Comptoir, die rijt zal gedeelt worden en gij zult meer als een ander trekken. Belijdende verder den relatant, voor de klokke 9: uu„ ren, d' volkeren wederom na binnen gegaan waren en hijna huijs willende keeren, quam bij Jantje de vrijman, die hij ver„ haalde wat 't volk beraat slagt had, en van zints waren te doen, niet aan hem teffens zeggende 't best was zij hun maar na Van Iavas oostkust Den 29:' Septemb:r 171; na boordt begaven, dog eerst bij de kok te gaan, en hem te vraagen of hij mee wilde doen, zoo hij zegt van Ja, zoo zullen wij dan ook zoo zeggen, maar zegt hij van neen, zoo zullen wij hem ook van neen antwoorden, en hem dan voorslaan om de fok bij te zetten. Wanneer hij relatant, met Jantje de vrijman al„ dus overleggemaakt hadde, en zij bij de kok gekomen zijnde, hem 't voorsz: te verstaan gegeven hadde, de kok tegens haar gezegt hadde, daar is gisteren avond om ½ 7: de swaal bij mij gekomen, die mij gezegt heeft dat gij om Elf uuren de rebelders zoude opvatten en na Sourabaija overbrengen, maar dat hij kok Gt hem ten antwoord hadde gegeven, 't is een slegt sold=t die zulx toelaat; dus zij met haar drie en overlegt hadde, de vlugt te neemen na boord 't zij met een kanotje of met Swenmen, dog alvooren soo lange tot de laaste half uur blijven, gelijk zij ook reets 11: uuren geslagen, met haar drien voor de logie ginge, wanneer van binnen geroepen wierd 't zein van hem, op welke geroep zij niet na bin„ nen gingen maar die van binnen quamen wederm buijten, om nog een sraat te houden, en zij zulx ziende den relatant tegens de menigte zoude gezagt 139 Van Java soost Cust Den 24:' Septemb:r 1771; gezogt hebben, wel mijn God gaat dog maar weer bin„ nen want als de zerg:t van de wagt buijten komt en ziet hier ons alle zitten, is 't mogelijk dat hij allarm maakt, op welk gezegde zij wederom nia binnen gegaan zijnde, daar hij relatant met de twee andere buijten bleeven en vervolgens teegens Tantje de vrijman zijde, dat hij hun drie meiden zoude meede neemen na de zee strand en te plaetsen aanboord bij de oude Jan, en hij relatant met de Kok na dato zig ook na boord zoude begeeven: ondertusschen met eens aan Isaac de Graat en oude Jan waarschouwen dat zij hem zoude klaar houden ende stukken voor sien, dat aan de wal onraat was. Dit zoo onder haar beslooten zijnde quam om E ½ 11: uuren de tua met zijn gemaakte Complia buijten en tegens hem relatant gesegt hebbende ik heb de zerg=t en bij wagt gewaarschout dat zij van een uur maar twee uuren zoude maken, en haast een uur slaan, dan sal het schielijk gaan, hij rebellen ook voor de tweede keer aan den rela„ tant had gevragt of de twee oppassers van de Comm: hier Van Javasoostkust Den 24:' Septemb:r 1771; hier van bewust waren hij daar op van neen had geant„ woord mette zeggen tot dien rebeller, kom ik zal dan maar eens na de thuijn gaan om die twee oppassers van de Comm=s te halen, op welk gezegde Detua hem. een schild wagt had meede willen geeven. Dat hij relatant op dit gezegde met de kok was over een gekomen, wanneer zij na de thuijn ginge, de Rok voor uit de schildwagt in 't midden, en hijrela„ tant egter zoude gaan om wanneer bij de thuijn ge„ koomen zijnde, de schildwagt de kop ter neder te vel„ len en alsoo de spat met haar beide te zitten, dog hier niets van gekomen, na gissing bij na een uur heeft de zerg=t Dutoa geroepen wapens aan, op welk geroep hij zig weder had weeten te versinnen op een nieuwe vont bij Even gem: rebel, niet te zeggen, komt laat mij eens na binnen gaan, ik zal over de palisaden en op handen en voeten na de Comm:s zijn huijs kruijpen om te zien, of die nog slaapt of niet: Hij wederom buijten komende, zij de teegens die zerg=t God verdomme 't is onklaar en bonje de Commandant, de doctor, en adsistend leggen alle gaar op de grond en hebben 50: geweeren bij haar met
English
From Java's East Coast The 24th September 1777 with fixed cartridges, and the small boy who is standing sentry, as the people here said upon this; Yes, let us just push through now, was his reasoning, saying again to the deponent, go to the beach, and prepare two mayang prows, and say that it is on the orders of the Commander, intending to give him about four more men with him because he was afraid that he, the deponent, might take flight, so he said to Sergeant Detuo, no believe me, I shall shed my drop of blood for you, whereupon the rebel had answered again, if you do that, then you act as a brave fellow; and thereupon gave his comrades the hand and said good night, good night do your best, I shall prepare the vessels, after which the deponent called the cook, and said come on let us go, it is time now, just as he had gone from them, he saw that they came after him, to call out to him Manus, Manus, but that he had given no answer to this, but directly set his course to board, where arriving he requested the quartermaster both of the Johannes Cornelis and of the other pantjallang to load the guns, and keep everything ready, to let no mayang prow come on board, but to keep them off their board, not long after that a mayang prow coming From Java's East Coast The 29th September 1771; coming, which wanted to come on board, the quartermasters De Graat and Boonzak firing a shot at it, that vessel had gone to lie at anchor, after that at six o'clock a small canoe had come which, having come close to the pantjallang of De Graat, those crew members noticed that inside the same were Arij Neuboer Schimmelpenning, and the gunner Michiel, whereupon De Graat hailed those rogues, inquiring in whose name they wanted to be on board, he was given as answer of our own, upon this that seaman said stay away from on board, or I shoot you to the bottom, and when Arij Neuboer, answering to this, Father Isaac just spare the trouble, had further said, what our intentions are, those will be hers as well! The quartermaster Boonzak, having seen shortly thereafter that another small canoe with armed men wanted to come from the river to their board, had called to the same, open fire, as he had had done with one from his board, because in that canoe were plenty of people. The contents of this having been read out to me, the deponent, and well understood, I declare to be the pure truth, having heard and seen it, being prepared at all times if required to confirm this with an oath. Thus From Java's East Coast The 24th September 1771; Thus deposed at the Dutch office of Sourabaija at night around half past eleven on the twelfth of June anno 1771: was signed: P: Knapers in my presence P: Luzag, in the margin: present before us was signed: P: Imhoff, and Js Helmont underneath: Agrees was signed A: Barkey, first sworn clerk underneath Agrees with its copy of which the original rests with the Council of Justice: was signed A: Barkey first sworn clerk. Extract of a separate letter written by the Right Honorable Johannes Vos, Councillor of the Indies and former Governor and Director of Java's Northeast Coast, to the Commander at Sourabaija Mr. Pieter Luzac, dated the 17th June anno 1771; With no small emotion, Honorable Sir, I learn from your Honor's writing of the 13th, the alarming condition at Oulopampang, which, when one considers that the letters arrived from there after that date might be feigned or extorted from the residents by superior force, is not diminished, at least not if one gives credit to the accounts, which contain that Sergeant Du Zout, distinctly, and with him very many soldiers from land, have been seen outside the board of the pantjallangs, in which Boonsak is to be reproached that he did not rather wait longer for an end of the matter and let the Johannes Cornelis, on account of the Balinese being with him, depart alone for Sourabaija, whereas he surely had always had opportunity to set off and thus keep a small force on his board. I do not doubt that your Honor will immediately have sent him back thither with all the returned reinforcements and also the Petronella, and I look forward with the greatest longing to the news that God will graciously have averted that evil, and that your Honor in such a case will have that sergeant, with the other prominent persons suspect in this matter, brought down directly, secured, and held to account; it being to me quite incomprehensible that Commander Biesheuvel suffered such excesses of that bad subject in such a wrong place with long-suffering patience, and also did not bring the same to further notice and complaint, unless one had to fear that the accusation regarding the illicit trade was well-founded and intimidated him. I am having my old emissary come to me this very day, to see if I can persuade him to go once more to the Balinese princes, and then I shall confer with them about everything, both by letter and through the aforementioned emissary Intje Mida, for whom they have great respect and trust; he shall go by way of Balomboanga, and thus meet your Honor there first, while in any case I deem it necessary that your Honor continues his journey thither, for with the Passouroang detachment, and that which crosses over with your Honor, you are strong enough solely for a reoccupation, yes, even able to resist some Balinese, if any had already crossed over, who would not offer resistance anyway, so that I most earnestly recommend and charge this to your Honor, if it is only in any way possible with good conduct, and in Lieutenant Imhoff you also have a proven officer to expect for such a purpose. underneath: Agrees with the minute in my custody (was signed) J. R. v. d. Burgh. From Lieutenant Biesheuvel and Schophoff to Commander Luzac. Undoubtedly, before the appearance of this, your Honor will
Dutch transcription
181 Van Iavasoost kust Den 24: Septemb:r 1777 met vaste patroonen, ende kleine Jonge die staat op schildwagt, gelijk 't volk hier op zeide; Ja laten wij't nu maar doordringen, was zijn reeden, met weder tegende relatant te zeggen, gaat na strand, en maakt twee prauwmaijangs klaar, en zegt dat 't ordres is van den Comm=s, willende hem nog een man of vier meede geeven wijl hij bevreest was dat hij relatant de vlugt mogte neemen, zoo zeijde hij teegens den zergt Detuo, neen geloof mij, ik zal mijn droppel bloed voor u laten, hier op „ rebel weder had g'antwoord, als gij dat doet, zoodoet ghij gij als een brave kerel; en daar op zijne Cameraten de hand gegeven en gesegt goede nagt, goede nagt doet u best 6 ik zal, de vaartuijgen klaarmaken, na zulx riep, de relatant de kok, en zeide kom aan laten wij gaan, tis nu tijd, even als hij van haar gegaan was, zag hij dat zij hem agter aan quamen, om hem toe te roepen manus, manus, dog dat hij hier op geen antwoord had gegeven, maar direct zijn Cours geset na boord, al„ waar komende heeft hij de quartiermeester zoo wel van de Iohannes Cornelis, als de andere pantjal„ lang, versogt dat de stukken zoude laaden, en alles klaar houden, geen prauwmaijang aan boord „laaten koomen, maar van haar boord afhouden afhouwen, niet lang daar na een prauwmaijang komende Van Javas oostkust Den 29:' September 1771; komende, die aan boord wilde weesen de quartiermees„ ter de Graat en Boonzak een schoot daar op doende dat vaartuijg ten anker was gaan leggen daar na te ses uuren een kanotje was gekomen die digt bij de pantjall: van de Graat gekomen zijnde, wier den die scheeplieden gewaar dat in 't selve sig bevonden Arij Neuboer schimmelpenning, en de bossche ter Mi„ chiel, waar op de graat die vielten praide, onder afvra ginquit wiens naam zij aan boord wilde weesen, wierd hem tot antwoord gegeven uijt ons eige, hier op zeide die zeeman blijft van boord, of ik schiet Jou„ in de grond, en wanneer Arij Neuboer, hier op antwoor„ „dende, vader Isaac ppart dog de moeijte, verder gezegt hadde, wat wij van sints zijn dat zal zij ook weesen! De quartiermeester Boon sak kort daar op gesien hebbende, dat nog een kanotje met gewapende manschap„ pen uit de rivier na boord van haar wilde komen, deselve geroepen had, geeft vuur, gelijk hij met een van zijn boord, had laeten doen, wijl in dat kan otse rijkelijk volk was. De inhoud deses mij relatant voorgeleesen en wel ver„ staan, verklaere de zuijvere waarheid te zijn, gehoord en gezien te hebben, bereid ziende ten alle tijden des verEijscht werdende met Eede te bekragtigen. Aldus 143: Van Javas oostkust Den 24:' Septemb:r 1771; Aldus gerelateerd ten nederlands Comptoire soura„ baija des nagts Circa halff twaalf op den Twalfde Iunij A„o 171: /:onderstond:/ was getekend:/ P: kna„ pers me presente P: Luzag, /:in margine /: ons present /:was geteekend:/ P: Imhoff, en I„s Hel„ mont /:onderstond:/ Accordeert /was geteekend/ A: Barkeij, E: g: klerk /:onderstond/ Accor„ deert met zijn Copij waar van het origineele bij den Raad van Iustitie is berustende /:was getekend A: Barkeij E: g: klerk Extract Aparte missive ge„ schreeven door den wel Edelen Ge„ „strengen Heer Iohannes vos, Raad van Indie en gewezen Gouverneur en directeur van Iavas noord oostkust, aan den gezaghebber te Sourabaija M:r Pieter Luzac, gedateerd den 17:' Iunij A„o 1771; Met geen geringe aan doening Iagtb kuijtuw Ed: schrijvens van den 13:, de sorgelijke toestant te oulopampang die als men Considereert, dat de Van Javasoost kust Den 24:' Septemb:r 1771, de na dato aangekomene brieven van daar kunnen gefiengeert ofte de residenten door overmagt afgedwon„ „gen sijn, niet vermindert Immers niet als men gelooft geeft, aan de relaasen, die behelsen dat den zer„ geant Du zout, duidelijken met hem seer veel mili„ taire van land uijt het boord der pitjallings gezien zijn, daar Boonsak te reprocheeren is hij met liever een ijnd der zaaken langer heeft afgezien en de Johannes Corne„ lis, wegens de bij hem sijnde baliers, alleen liet na Soura„ baija vertrekken, daar hij immers altoos gelegen had spat te zette en zulks een kleine magt „ zijn boort te houde, jk twijffel niet of uwE. sult hem ten eerste met al de terug gezondene renforeer en ook de Petronella we„ der derwaarts gezonde hebbe, en ik sie met het groot„ ste verlange de tijding te gemoet dat God dat quaad ge„ nadelijk zal afgeweert hebbe, en uw E. in zulk een geval dien sjergeant met de andere voorname, ten deeze suspecte, direct late afkome, sucureren en zig ter verantwoording stelle; sijnde het met „ dt onbegrij„ pelijk, dat de Command: Biesheuvel, sulke excesse van dat slegt subject in een dus verkeerde plaatste lang moe„ digheijd gesouffreert, en het zelve ook niet ter verdere men kennis en klagte gebragt heeft ten waare „ moest vreese de beschuldiging over de schaggerij grond had en hem daar intermineerde. Ik laat mijn oude sendeling heden nog bij mij ko„ me, of ik hem persuadeeren kan, nog eens na de balijse Vorsjes 145: Van Iavas oost kust den 24 september 1771. vorsjes te gaan en dan sal ik haar over alles onderhouden so bij missive als door gem: sendeling Intje Mida, waar voor sij groote agting en vertrouwe hebbe, hij sal over Balomboanga gaan, en des uw E. eerst aantref„ fen daar, terwijl ik in alle gevalle nodig agt uwE: sijn rijsje derwaarts doorzet, want met het Passou„ roangse detachement, en 't geen met uw E. over„ gaat, alleen tot een reoccupatie sterk genoeg. noeg sijt ja selfs resistabel voor eenige baliers, so die al overgekome, ware die dog 't hoofde niet biede souden, soo dat ik uw E. dit als maar eenigsints met goed belijt mogelijk is, ten ernstigste aanbevo„ len en opgedrage late, en van den L=t Imhoff ten heb zulke fine ook een beproeft officier, te wagten Con„ derstond:) Accordeert met de minut onder mijn berusting (was geteekend) I. R. v. D. Burgh Van den Lieutenand Biesheuvel en schophoff aan den gezaghebber Luzac Ongetwijffelt voor parresse deezer zal uw E. Achtb:
English
From Java's East Coast, 24 September 1771. Honorable Sirs, most perilous news, both for ourselves and for the interests of the country and Company, which we suppose was brought by Quartermaster De Graat, not even having returned merely upon loose rumors, all of which, comforted by God's blessing this morning during a dangerous mutiny among the common soldiers here caused by the recently arrived Sergeant Detau, who as the instigator publicly set himself as head over the rebels in order to incite them to the greatest and most malicious undertaking, having not only forged a conspiracy against our persons, but at the same time to deliver the country to the Balinese nation, and to set himself up as leader over the rebels; as no reasonable arguments could any longer be devised to calm them and satisfy them, we were obliged this morning out of absolute necessity to come to a decision with our loyal men to forcefully attack the leader with those rebels, and so we surprised them in the guardhouse and shot the sergeant down among that crowd and thus forced them into submission, immediately also placing two of the prime ringleaders in the stocks and a third 147: From Java's East Coast, 24 September 1771. third in the hospital with a severe wound from a shot through both legs, during which event it befell our faithful bookkeeper Commers, after having shown his valiant conduct, to be struck down in the tumult by a bullet shot through the abdomen by the rebel leader Detua, which ended his life shortly thereafter, and we shall have the honor of sending Your Honor further evidence of the exceedingly dangerous plot. And as we presume that Quartermaster De Graat has taken back the cruising fleet that was on its way, we request that it may be sent back hither as soon as possible with the soldiers it carries, since we received report today that some troops of people have shown themselves these days on the Balinese shore near the strait, where otherwise there are no inhabitants of that country, and we maintain they might still intend to make an attempt to land. Wherewith From Java's East Coast, 24 September 1771. Wherewith we enjoy the honor of calling ourselves with the greatest veneration, (stood below, title lower) Your Honorable's submissive servant, (was signed) C. V. D. Biesheuvel and H. Schophoff. (in the margin) Oeloepampang, 9 June 1771. (stood below) Agrees, (was signed) P. Luzac. 199 From Java's East Coast, 24 September 1771. To the Right Honorable, Highly Esteemed Johannes Vos, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, etc., etc., etc. Right Honorable, Highly Esteemed, Valiant, Manly, Prudent, Discreet, and very Generous Sir. Presently receiving this further message from Oloepampang, Your Honor will observe that the merciful providence of God has foiled this nefarious design and has brought righteous punishment upon the guilty party; nevertheless, because of its further contents that some troops of people have shown themselves these days on the Balinese shore near the strait, where otherwise there are no inhabitants of From Java's East Coast, 24 September 1771. 1771. of that country, I have nonetheless dispatched the appointed small detachment of Europeans with the designated chief of Balemboanggang cito cito, and also had the Commander at Passourouang detach some Europeans from his garrison thither, while I have instructed the postholder at Panaroekan to let the returned small fleet present there depart immediately and make a speedy voyage. Herewith remaining with the most dutiful respect, obedience, and fidelity, I have the honor to call myself, (stood below) Right Honorable, Highly Esteemed, Valiant, Manly, Prudent, Discreet, and very Generous Sir, (lower) Your Honor's humble and lowly servant, (was signed) P. Luzac. (in the margin) Sourabaija, 14 June 1771. (stood below:) Agrees, (was signed) J. R. V. D. Burgh. Extract 151: From Java's East Coast, 24 September 1774. Extract of a separate missive written by the Right Honorable Johannes Vos, Councilor of the Indies and former Governor and Director of Java's Northeast Coast, to the Commander at Sourabaija, Mr. Pieter Luzac, dated 18 June Anno 1771. God being thanked most humbly that the evil design has been foiled and the conspirators thereof deprived of its execution, I shall, in response to Your Honor's letter of the 14th which reported this, consider its further contents answered by reference to mine dispatched yesterday, and firmly assume thereafter that Your Honor will proceed with the intended voyage to Bolomboanga and try with all speed and exactitude to bring matters there into order quickly, approving the arrangements Your Honor has made to that end, while I am still quite apprehensive that the Johannes Cornelis still still
Dutch transcription
Van Iavas Oost kust den 24 September 1771. Achtb: een allergevaarlijkste tijding, zoo voor ons selve als land en Comp: belangen veronderstellen door den quartiermeester de Graat niet zelfs op eijgen Losse gerugten geretourneert zijn aangebragt, 't welke alle vertroed door Godes zegen heden morgen bij een gevaarlijke opstand onder de gemeene mi„ litairen alhier door den jongst aangekome zer„ geant Detau gecauseert, die de aanlegger zig als hoofd publiquelijk over de Rebellen heeft gesteld om haar tot de grootste boosaardigste onderneeming te annimeeren, niet alleen een conspiratie op on„ se perzoonen gesmeed, maar teffens 't Land aan de balische natie te bezorgen, en zig over de Rebellen als hoofd op te werpen, geen bedenkelijke redenen meer tot haar bedaaren waren uijt te denken dezelve te genoegen, zo hebben heden oytend aller„ noodzaakelijkste tot het besluijt met onse welmee„ nende moeten treeden om het hoofd met die re„ bellen geweldadig, te attacqueeren zo hebben dezel„ ve in de wagt overvallen en den sergeant tusschen dien hoop onder de voet geschooten en zo voorts hun tot onderdanigheijd genoodzaakt, ter stond ook twee van de eerste belhaemels in't blok gezet en een derde 147: Van Iavas oost kust den 24 September 1771. derde met een zwaare bleffuur van een schoot door beide beenen in het hospitaal, by welk geval on„ zen getrouwee boekhouders Commers het noodlot, na zijn manmoedig gedrag betoont te hebben, ge„ „veld in 't tummelt met een kogel door het mid„ delijff geschooten te werden, door 't rebellische hoofd Detua, dat 't leven kort daar na heeft moeten ein„ digen, en zullen wij de Eere hebben uw E de blijken nader van 't ten uijtersten gevaarlijk complotte laten toekomen. En dewijl wy veronderstellen, dat den quartiermeester De Graat de op weg 9 geweest zijnde kruijsvloot wederom terug genomen heeft, versoeken dat deselve ten eersten wederom met de bij haar hebben„ de militairen mogen herwaarts gezonden werden, wyl heden nog berigt ontvangen hebben zig eenige troepen volk op de balische wal bij straat deezer dagen getoont heb„ ben, alwaar anders geene inwoonders van dat Land zijn, sustineeren dezelve wel nog mentie mogte willen maken om te Landen. Waameede Van Iavas oost kust den 24 Sptember 1771. Waarmeede de eere genieten ons met de mee„ ste veneratie te noemen (onderstond) titul La„ ger) uw wel Edele Achtb: zubmissie Dienaar (was geteekend) C n V=n D=n Biesheuvel en H=r schophoff (in margine) Oeloepampang den 9: Iunij 1771. (onderstond) Accordeert (was geteekend) P. Luzac. 199 Van Javas Oost kust, Dden 24. September 1771 Aan Den wel Ed. Gestr: groo Acht: Heere Johannes Vos Raad Extra ordinair van Ne„ derlands India, mitsgaders Gouverneúr en Directeur op en langs Iavas noord oostkust &a. &a. &a. Wel Edele Gestr: Groot Achtbaare Erntfeste, Manhafte voorzienige, Discre„ te, en zeer Genereuse, Heere Momentlijk deeze nadere van Oloepan„ pang ontvangende zal uwel Edelens Gestrenge groot Achtb: beoogen, dat de genadige voor zie„ nigheijt Gods dit heijlloos voorneemen verij„ delt en den schuldigen zijne rechtveerdige straf„ fe heeft doen thuijs komen: niet te min heb ik om derzelver verder inhoud van eenige troepen volk op de balijsche wal bij straat dezer dagen ge„ toond hebben alwaar anders gaen inwoonders van Van Javas Oost kust den 24 optember 1771. 1771. van dat Land zijn nogthans het voorgeschikte de tachementje Europeese met den geprojecteer„ de hoofd van Balemboanggang lito Cito afgede„ pecheert, en den Commandant te Passourouang 2 mede eenige Europeese uit zijn guarnisoen der„ waarts laten detacheeren, terwijl ik den posthou„ der te Panaroekan heb aangeschreven het terug gesteve„ nede vlootje zig daar bevindende terstond te laten vertrek„ ken en spoedig rijs vorderen, hier mede met de schuldigste eerbied, gehoorsaamheijt en trouw ver„ blijvende heb ik d'eere mij te noeme (onderstond) Wel Edele Gestrenge groot, Achtbaare, Ernt„ feste, Manhafte, voorzienige, Discreete en zeer genereuse, Heere. (lager) uwel Ed: gestr: groot Achtb: ootmoedige en nedrige Dienaar (was geteekend) E. Luzac (in margine) Sourabaija Den 14. Junij 1771. (onderstond:) Accordeert (was geteekend) J. R. V. D. Burgh. Extract 151: Van Javas oost kust den 24 September 1774. Extract sparte missive geschreven door den wel Edelen gestraengen Heer Johannes Vos„ Raad van Indie en gewezen Gou„ verneur en Directeur van Iavas. Noord Oost Cust, aan den gezag„ hebber te sourabaija M:r Pieter Luzac, gedateert den 18. Junij Anno 1771. God op het ootmoedigst gedankt zijnde, het bodse voorneeme verijdelt, en de smeeders van het zelve de uijtvoering benomen is, sal ik op uw Ed: schrijvens van den 14. het welke sulks bedeelde, door referte aan mijne op gistere afgegane dies verdere inhoud beantwoord agten, en daar na vast veronderstelle uwE: de voorgenomene rijse na Bolomboanga sult door zette en met alle spoed en exactitude daar de zaake schielijk in ordre tragte te brengen, approbeerende de schikkin„ ge die uw E: daar toe gemaakt hebt, terwijl ik nog 109 al bevreest ben dat de Johannes Cornelis nog nog
English
From Java's East Coast, 24 September 1771 has not yet appeared. Furthermore, Your Honour will be summoned to purge the garrison at Ouloepampang not only of those ringleaders, but also of all those who are suspect, and to replace them with others, even if only provisionally from the Passouroang area, and to ensure that the known accomplices fall into the hands of justice, and that the notorious deliverer of the letter at Panaroekan, I mean Neuboer, does not escape, and that the first fugitives come into consideration for a reward on occasion. My emissary to Bali, Intje Mida, departed this evening with my letters to Gustij Agong, Tambij and, and I wish with all my heart that the merciful God will cause all these things to be found out from behind for a salutary discovery, to the end that with greater tranquility and yet with all possible circumspection, that conquest may be possessed, preserved, and made into a profitable trading post, whereupon I remain with all respect. Below stood: Agrees with the minute. Was signed: J. R. v: D bourgh 153: From Java's East Coast, 24 September 1771. To His High Honour, The High Noble, Severe, and Most Honourable Lord Petrus Albertus van Der Parra, Governor General, together with The Noble Lords Councillors of Netherlands India. High Noble, Severe, and Most Honourable Lord, Noble Lords! In my respectful letter of the 24th of the past month of September, I had the honour to inform Your High Honours of the state of affairs in the East, as far as they were then known to me, and hereby I find myself obliged, while presenting copies of the letters from the Commander Luzac dated 23 September and the 1st of this month along with their enclosures, to communicate that our men, who under Lieutenant van Imhoff on the 12th previously had gained some From Java's East Coast, 6 October 1771. some advantage over the Balemboang rebels, having attacked their hiding place Bajoe on the 22nd thereafter, were forced to fall back due to stubborn resistance after suffering 15 dead and 18 wounded Europeans, and the loss of many natives, and to retreat to the cotta, leaving behind two mortars, one 1-pounder piece of cannon, likewise all the baggage, etc. This was mainly caused, so it is said, by the bad conduct of the Sourabaija and Passourouang troops, who could not be brought into the line of fire, but had already fled at the first assault; That the Lamadjang post-holder Steenbergen, having abandoned Banger and Zoeger, subsequently attacked the small post on the island of Noessa, and the garrison consisting of 1 corporal and four European privates was killed on that occasion; and That Ensign Fisscer, in his advance towards Djamber, having attacked the Sentong people in a strong benting and put them to flight, had not been able to bring them to a halt again, so that all this, and what occurred before and after the defeat of our men in the Balemboang region, is fully 155: From Java's East Coast, 6 October 1771. demonstrated by the above-mentioned papers annexed hereto, as well as that Commander Luzac, at the request of the Oeloepampang residents and of Lieutenant Imhoff, has requested a good number of Madurese and Sumanap men from the Pangerang of the former to the amount of one thousand men, and demanded an equal number from Sumanap. And since it appears to me that the matter could become of much greater consequence than could be gathered from all the previous reports, and is already in such terms that one will gain nothing from the rebels except by force, and requires help from that quarter for that purpose, I have myself also already requested and written to the Pangerang of Madura together with the Regents of Sumanap and Pamacassang, to please prepare and supply as many men as might be required for the extermination or scattering of the ill-disposed and the restoration of tranquility. Because, after all, nothing seems feasible without Europeans with much hope of success, as soon as these disagreeable reports reached me yesterday, I ordered from the Samarang garrison, From Java's East Coast, 6 October 1771. to depart today by sea for Japara, and from there overland to the Eastern Salient: Ensign Dijkman, One sergeant, Two corporals, together with fifty privates, and instructed Commander Luzac not only to have the first-mentioned keep garrison at Sourabaija, and on the other hand to employ Ensign Gultenberger where necessity shall require it, as he is better acquainted with the region and language around that East, but also, since Lieutenant van Imhoff is also wounded and the army in the Balemboang region cannot be left without a good leader, to order thither the Passourouang Commandant Gondelag, as an officer of very good reputation and well known everywhere there, in order to take upon himself the command, and, being the senior lieutenant, to take precedence in the field over van Imhoff when he has recovered and they shall be together; while in the meantime the authority at Passourouang can 857 From Java's East Coast, 6 October 1771. can be entrusted to Ensign Lichnouskij. Furthermore, since the garrison here, through the continuous dispatch of men, is now already too severely weakened to 115 heads, I have written in secret to the first Residents at Souracarta and at Djokjocarta, to send 12 men each hither under some pretext or other, or in a manner that can arouse no suspicion, in order to serve as soldiers here until such time as one can spare these or others in their place. I wish that these arrangements of mine may be followed by Heaven's blessing and crowned with Your High Honours' approval, and that Your High Honours, taking into favourable consideration the state of affairs and the shortage of men I am in, will not take it amiss that my previously made
Dutch transcription
Van Javas Oost kust Den 24 September 1771 nog niet op gedaagt: wijders sult uw E: wel ver„ daagt sijn, het guarnisoen te Ouloepampang niet alleen van die belhaemels; maar ook van alle die suspecte te suijvere, en met andere al was het bij provisie maar uijt 't Passouroangse te changere, en te sorge dat de bekende mede pligtige in hande der justitie geraake ook de befaamde brenger van den brief te Panaroekan, jk meen Neuboer, niet echappere en de eerste ontvlugte by occasie in consideratie van belooning komen. Mijn sendeling na balij Jntje Mida vertrokt deeze avond met mijn brieven aan Gustij Agong, Tambij en, en ik wensch: van harte, dat de goedertiere„ ne God alle deeze van agter doen bevonde worde tot heijlsaame ontdekkinge, ten fine met meer ge„ rustheijd en egter alle mogelijke circumspectie dat conquest te possideeren te conserveere, en tot een voordeelige Comptoir te maaken, waar na ik met alle agting blijve (onderstond) Accordeert met de minut (was geteekend) J. R. v: D bourgh 153: Van Javas oost Cust den 24 Septober 1771. Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Gestr: Groot Achtb Heere Petrus Albertus van Der Parra, Gouverneur Generaal, nevens De wel Edele Heeren Raaden van Neerlands India Hoog Edele gestrenge groot Achtb: Heere Wel Edele Heeren! Bij mijne eerbiedige van den 24. der gepas„ seerde maand September, had ik de eere uw Hoog Edelheden kennis te geven van den toestand der zaaken om de Oost voor zo mij die toen bewust waaren, en bij deezen vinde ik mij verplicht, onder aanbieding der Copia brieven van den gezaghebber Luzac de dato 23. September en 1. Dezer nevens dies bijlagen, te communiceeren dat de onze die on„ der den Luitenant van Imhoff den 12. bevorens eenig Van Javas oost Cust den 6 epctober 1771. eenig voordeel op de Balemboangsche weerspan„ nelingen hadden behaald, den 22. daar aan hun schuil„ nest Bajoe geattacqueert hebbende, door een hard„ nekkingen tegenstant na het bekomen van 15. dooden en 18: gequeste Europeers, en verlies van veele jnlan„ ders zijn genoodzaakt geworden af te deinsen, en met agterlating van twee mortieren, Een stuk Canon van een lb, item alle de Bagagie enz: naar de Cotta te retireeren, voornamentlijk, zoo men wil, veroorsaakt door het slegt gedrag der sourabaijers en Passourou„ angers, dewelke in het vuur niet te krijgen geweest, maar al bij den eersten aanval gevlugt waaren; Dat den Lamadjangsch posthouder Steenbergen, Ban„ ger en zoeger verlaten hebbende, vervolgens het postje op het eiland Noessa afgelopen, en de bezetting be„ staande in 1. Corporaal en vier gemeene Europeers bij die gelegentheijd is omgebragt; en Dat den vendrig Fisscer in zijn opmarsch naar Djamber, de Sentongers in een sterke benting geat„ tacqueerd en op de vlugt gedreeven hebbende niet weder tot staan had kunnen krijgen, invoegen zulks alles, en wat voor en wat na de nederlag der onze in 't Balemboangsche voor gevallen is, zoo wel consteerd 155: Van Javas oostkust den 6:' Cupt tober 1741. consteerd bij opgemelde deezen bij gevoegde pa„ pieren, als dat den gezaghebber Luzac op verzoek der Oeloepampangsche Residenten en van den Luita„ nant Imhoff, om een goed getal madureesen en Sumanappers den Pangerang der eersten om een dui„ sent man versogt, en een gelijk getal van sumanap gevordert had. En dewijl het mij voor komt dat de zaak van vrij meer consequentie zoude kunnen worden als men uijt alle de vorige berichten heeft kunnen opmaaken, en zich al in die termen bevind, dat men niets dan met magt op de weerspannelingen winnen zal, mitsgaders daar toe hulpe van die kant nodig heeft, heb ik zelfs ook bereeds den Pangerang van Madura ne„ ang vens de Regenten van Sumanap en Pamacassang verzogt en aangeschreven, om zo veel volk te willen ingereedheijd brengen en fourneeren, als tot verdel„ ding of verstrooijing der kwalijk gezinde en herstel„ ling der ruste zoude mogen worden gerequireerd. Ik heb, om dat er dog zonder Europeers niets met veel hoop van succes te doen schijnt, gister zodraa mij deeze onaangenaame berichten toekwaamen, uijt het samarangsche guarnisoen gecomman„ deert Van Javas oostkust den 4 enoctober 1771. „deert, om heden over zee naar Japara, en van daar over Land naar den Oosthoek te vertrekken Den vendrig Dijkman Een sergeant Twee Corporaals, nevens vijftig gemeene militairen, en den gezaghebber Lizac aangeschreven, om niet alleen den eersten te sourabaija guarnisoen te doen houden, en daar en tegen den vendrig Gultenberger, als de Landstreek en spraak om dien oist beter kundig te emploijeeren waar de noodzakelijkheijd het zal vereisschen, maar ook, om de wijl den Lieute„ nant van Imhoff mede gequest is, en het leger in't Balemboangsche niet zonder een goed hoofd kan gelaten werden derwaarts te commandeeren den Passourouangs commandant Gondelag als een officier van zeer goede reputatie en daar alomme bekend zijnde, ten einde het commando op zich te neemen, en als den oudsten Lieute„ nant zijnde in het veld boven van Imhoff wanneer die hersteld, en zij bij elkander zullen weezen te voren; terwijl intusschen den ven„ drig Lichnouskij het gezag te Passourouang kan 857 Van Java's Oostkust den 6:' October 1711. kan opgedragen werden. Dan vermits het Guarnisoen alhier door de geduurige afzen„ ding van volk, nu al tot 115. koppen te zeer verswakt word, heb ik de eer„ „„en te Djokjocarta ste Residenten le Souracarta „ in se„ cretesse aangeschreven, om onder 't een of ander voorwendsel of op een wijze dat het geen argwaan verwek„ ken kan ieder 12. man herwaarts af te zenden, ten einde hier te militai„ ven tot er tijd toe, men dezelve of an„ dere in hun plaats kan missen. Ik wensche dat deeze mijne schikkin„ gen door 's Hemels zegen agtervolgd, en met Vwer Hoog Edelheden approbatie mogen worden bekroond, en dat hoogst de zelven in gunstige consideratie neemende den toestand der zaaken, en in wat verlegentheijd om volk ik ben, niet zullen qualijk duiden dat ik mijne by voorige ge„ daane
English
From Java's East Coast, the 6th of October 1771. renewing hereby the request for military reinforcement, and at the same time making a request for a couple of experienced officers, as otherwise one will be very much at a loss at the slightest incident. I have the honor, with the greatest submission and respect, to call myself was undersigned Highly Honorable, Severe, greatly Esteemed Sir and Honorable Sirs / lower down Your High Honors' most humble and most dutiful Servant was signed J. R. V. D. Burgh in the margin Samarang, the 6th of October 1771. 159: From Java's East Coast, the 6th of October 1771: To the Honorable, Esteemed Sir Johannes Robert van der Burgh, Governor and Director on and along Java's North-East Coast, etc., etc., etc. Honorable, Esteemed, Valiant, Courageous, Prudent, very Discrete Sir. After dispatching my respectful report by letter of the 19th regarding the further orders issued in this juncture of the times, I received tonight the enclosed letters and appendices, both from Oeloepampang and from Lieutenant Imhoff, which I have the honor to present to Your Honorable, Grand Esteemed Self, and to congratulate you on the first upper hand obtained over the rebels by the said Lieutenant, which, being resumed the next day, I pray may prosper by God's mercy into a complete submission. From Java's East Coast, the 9th of October 1771. From the statement of the Balemboang Residents regarding the root cause of the arisen disturbances, it seems not a little probable to me that those common people were more or less oppressed, either through an all too poorly placed harsh governance of the Residents or Regents, whereby their desire to attain their former freedom has been revived and seems to have gained ground; all the more since the Regent Tartanagara in no way answers to the expectations of the Company and thus seems to be the main cause, about which I shall not now interrogate him while he is placed in the expedition with Lieutenant Imhoff, but upon the pacification of those peoples I shall reproach him most seriously and have his movements traced, while on the other hand I increasingly encourage the faithful attachment of the second Regent there. From the last letter of the Panaroekan postholder, Your Honorable Esteemed Self will favorably observe that the Contong peoples are beginning to hesitate, and to what extent that postholder must accredit the same will appear from the outgoing letter; meanwhile I have 161: From Java's East Coast, the 20th of October 1771. I have ordered Ensign Fisscer to advance with his force to cover that post and, if no speedy mediation was to be reached there, to bring the Centong people into submission with the force of arms under God's assistance. While preparing this, I had the honor to receive Your Honorable Esteemed Self's revered missive of the 18th of the current month, to which in most obedient reply it serves that the accidental misfortune of the sergeant on the march to Djomber, according to what was written by the Passourouang Commandant, is mainly to be ascribed to the unfavorable constitution of the place, and one cannot suspect that it is to be attributed to poor leadership or lack of skill, for reasons that on the side of the mutineers, according to the same communication, many disasters were also perceived; while, honoring Your Honorable Esteemed Self's feeling regarding the conduct of Lieutenant Imhoff, I also held him suspect at first sight; but, with favorable interpretation, upon further consideration, his cited reasons appeared somewhat grounded From Java's East Coast, the 26th of October 1771. appeared, partly also because one could not suspect at that time, according to the found constitution of the place as well as reports, that those peoples would have ventured so far, whereas on the other hand, being unable to offer any resistance, the passage being open to them, they would have taken flight to the chief rebel, who, already having a considerable force, could have foiled the designs of the Lieutenant to settle the main issue first with this increase of men; whereas, although in the first incident the sergeant met with misfortune, one nevertheless has hope under the well-composed command of Ensign Fisseer to heal that wound with the same, and that the Centonners, coming to learn of the upper hand gained by our arms at Genting, will rather repent than see their land and people destroyed, just as the last letter of the postholder Kramer—if one may give credence to the conduct of Prosowana and Mortojoeda as well as that of the Pannaroekanners—causes my hope to increase. That Your Honorable Esteemed Self was pleased to accept with satisfaction the established orders and commands 163 From Java's East Coast, the 6th of October 1771. commands, both from here and Passourouang, under Ensign Fisscer, was most agreeable and encouraging to me, as I, for the sake of greater speed, have instructed the said Ensign in detaching him to address himself to the Passourouang Commandant, to whom I have written to prepare the necessary writings for that Ensign following what was given to Sergeant Niesse, in conformity with the project towards Djember drafted by the said Commandant Goudelagh, according to the content of his letters and enclosed Instruction; while yesterday I further wrote the essentials of his duty to that Ensign, and transmitted an extract of this missive from Your Honorable Esteemed Self to Commandant Goudelagh regarding the Postholder at Lamadjang as well as regarding the Malang Regent Rongo Lawe, and the strictest supervision and vigilance all around has also been recommended in my previous communication to Passourouang; to be closer at hand, I shall partly of the incoming reinforcement the same
Dutch transcription
Van Javas Oostkust den 6 October 1771. „daane instantie om versterking van mili„ tairen bij deezen vernieuwe, en teffens ver„ soek doe om een paar ervaren officiers, dewijl men bij het minste voorval an„ ders daarom zeer verlegen weezen sal Ik heb de eere mij met de meeste on„ derdanigheijd en eerbied te noemen (onderstond) Hoog Edele Gestrenge groot Achtbaaren Heer en wel Ede„ le Heeren /Lager uwer Hoog Edelheden onderdanigsten en aller Trouwschuldig„ sten Dienaar (was geteekend) I. R. V. D. Burgh (in margine/ Samarang Den 6. october 1771. 159: Van Javar oost kust den 6 ctober 1771: Aan den wel Edele Achtb: Heer Johana obert tande urgh Gouverneur en Directeur op en langs Iava's Noord Oostkust &a &=a. &a. Edele Achtb: Erntfeste, Manhafte, voor„ sienige zeer Discreten Heer. Na afvaardiging mijner eerbiedig verslag bij let„ teren van den 19. omtrend de gestelde nadere or„ dres in deeze conjuncture der tijden ontfing ik huijden nagt, de inclose brieven en bijlagen zoo van Oeloepampang als van den Lieutenant Imhoff, welke de eere heb uwel Edele groot Achtb: aan te bieden en met de eerste be„ haalde overmagt op de rebellen door gem: Lieu„ tenant te congratuleeren, welke des anderen daags staande hervat te worden bij Godes goedertierenheijd tot een volslage onderwer„ ping bidde te mogen prospereeren uijt Van Java's Oost Cust den 9 October 171. Uijt de apgave der Balemboangse Residenten nopens de grond oorzaak der opgereesen onlus„ ten komt mij niet weinig waarscheinelijk voor dat die gemeente of door een al te kwalijk ge„ plaast hart bestier der Residenten of Regenten min of meer gedrukt zijn geweest, waar door hun de lust tot haar voorige vrijheijd te geraa„ ken weder levendig geworden en voet scheint gekreegen te hebben, daar te meer de Regent tar„ tanagara aan de verwagting van de Comp: in gee„ nen deel beantwoord en dus de hoofd oorzaak scheint te zijn, waar over ik hem als nu in de expeditie bij den Lieutenant Imhoff geplaast niet zal on„ derhouden maar bij bevreediging van die volkeren hem ten sirieuste zal reprocheere en zijne gangen laten nagaan, daar ik aan de andere kant de trouw lievende aankleving van den tweede regent aldaar meer en meer opwekke uit de laaste brief van den Panaroekans posthouder zal uwel Ed: Achtb: gunstig beoogen, dat de Contongse volkeren beginnen te aanselen en in hoe verre die posthouder 't zelve accreditee„ ven moet uit afgaande brief, intusschen heb ik 161: Van Javas Oost cust den 20 October 1771. ik den vaandrig Fisscer aangeschreven met zijn magt ter dekking van die post op te rukken en de Cen„ daar tongse zoo uww geen spoedige bemiddeling te tref„ fen was met kragt van wapenen onder Godes bij„ stand tot onderwerping te brengen Onder het ingereedheijd brengen dezer had ik d' eere te ontvangen uw wel Ed:s Achtb: gevene„ rendeerde missive van den 18. dezer lopende maand op welke in gehoorsaamste rescriptie dient dat het toevallige ongeluk den zergeant op marsch na Djomber volgens het aangeschre„ vene van den Passourouangs Commandant hoofd zakelijk aan de ongeleege constitutie van men plaats toe te schrijven is, en met niet vermoeden kan het aan slegt beleid of kundigheijd te attri„ bueeren is, om reedenen aan de kant der muij„ telingen volgens zelve bedeeling ook veele de„ sastars ontwaart zijn; daar ik honnoreeren„ de uwel Ed. Achtb: gevoele omtrent het gedrag drag van den Lieutenant Imhoff denzelve in het eerste adspect ook heb verdagt gehouden; dog on„ der welduijding zijne aangehaalde reedenen nader overwegende eenigermate gegrond voor kwamen Van Javas Oost kust den 26 October 1771. voorkwamen, eensdeels ook dat men niet verden„ ken kon toen ter tijd als nog na de bevondene con„ stitutie der plaats als rapporten die volkeren zoo verre zoude getenteert hebben, daar aan de andere kant geen tegen stant hebbende kunnen bieden als de passagie hun openstaande de vlugt zou„ de genomen hebben na de hooft rebel die bereets als een aansienelijke magt hebbende met deeze aangroeij van volk de desseijnen van den Lieutenand om de hoofdzaak eerst uit te maken, zoude hebben kunnen verijdelen, daar, of schoon bij 't eerste toeval den sergeant te beurs gevallen, men egter hoope heeft onder het wel gevoegde commando van den vaan„ drig Fisseer met het zelve die wond te heelen, en de Centonners de behaalde overmagt van onse wa„ penen op Genting komende te verneemen tot in keer Liever keeren zullen dan hun land en volk vernielt te zien, gelijk de laaste brief van den posthouder Kramer, zo men het gedrag van Prosowana en Mortojoeda als die der Pannaroe„ kanners geloof geven mag, mijne hope doet ac„ cresseeren. Dat uwel Edele Achtb:r de gestelde ordres en commandos 163 Van Javas Oost kust den 6: October 1771. Commandos zo van hier als Passourouang on„ der den vaandrig Fisscer met genoegen hebt gelie„ ven aan te neemen, was mij ten hoogste aange„ naam en opwekkende, daar ik dien vaandrig 19 voorm: om de wille van meerder spoed de tache„ eerende gelast heb zig aan den Passourouangs commandant zoude addresseeren, wien ik het aangeschreven het navolgens het opgegevene aan den sergeant Niesse 't nodige in scriptis voor dien vaandrig te vervaardigen, conform 't door dien commandant Goudelagh gefor„ meerde project na Djember na den inhout zijner brieven en inleggende Instructie: daar ik nader op gisteren het hoofdzakelijke van zijn pligt dien vaandrig heb aangeschreven en den commandant Goudelagh extract dezer uw wel Ed:e Achtb: missive omtrend den Posthouder te La„ madjang gelijk mede omtrend den Malangs n Regent Rongo Lawe, ook omstreeks alomme de nauwkeurigste toezigt en waaksaamheijt bij mij„ ne vorige Passourouang is aanbevoolen gewor„ den; om te nader bij de hand te zijn zal ik van de aan te komene versterking het zelve ge„ doeltelijk
English
From Java's East Coast the 6th October 1771. partly to detach to Passourouang, for which I express my highest gratitude to Your Right Honorable, in the hope that, their High Mightinesses promptly answering to their own highest expectation thereof, being still most urgently necessary, will be provided here first. How my arrangement regarding the discovery of the runaway households at Panaroekan is conceived, I hope will be favorably approved by Your Right Honorable upon review of my letter sent thither on the 13th, as I am sending that postholder a further extract hereof. The Regents having been informed this morning of Your Right Honorable's favorable proposal regarding their letters, express their most dutiful thanks, and I not a little made known to them my displeasure, since in their weekly reports they verbally requested the closing of the river, and were then ordered by me to mention it in their letters, and their patihs were also ordered the same in my presence, so that they now had to stand ashamed before Your Right Honorable, who had not found the same in the letter, and they expressed their deep apology for this time, that it had been forgotten by them, just as I then further, upon reiteration of their requests, have further presented the same by collective letters, while the transport of rice to the opposite shore is still prohibited and strictly observed among us. In view of the increasing weakness of the natives under Lieutenant Imhoff, I have today detached thither overland from the Regent here 50 men each, together one hundred warriors under competent and good chiefs, with earnest admonition of their duty, and the Regent of Sumanap, having arrived here the day before yesterday, has also departed again for his regency, where I learn that the Pangerang of Madura was also already at Toana, at whose respectful allocation I most humbly pray that the East Hook may be provided as soon as possible with arak, as well as with the goods made known in our dispatched requisition, above all arak, ammunition, seals, and cartridge paper; these concluded in obedience and deep respect, and I remain, Noble, Honorable, Valiant, Manly, Prudent, very Discreet Lord, lower, Your Right Honorable's dutiful and obedient servant, was signed: P. Luzac. In the margin: Sourabaija the 23rd September anno 1771. Below stood: Agrees, was signed: I. R. V. D: Burgh. Copy From Java's East Coast the 6th October 1771. Copy of a copy of a letter from Lieutenant Thomas Imhoff to the Commander Luzac at Sourabaija. In humble hope that Your Right Honorable will have already received my respectful letter from Panaroekan, I dutifully give notice of my arrival here on the 9th past with the accompanying detachment, having had nothing noteworthy to record in my march from Panaroekan to this place, except only that from Cataapan to Banjoelangong the road was found blocked by the felling of trees, and from the last-mentioned place to Matjang Poetie a small detachment was sent ahead with letters, who were driven back by the Balemboangers assembled there, and arriving at that place with my small detachment, the same rabble fired upon my men, however, soon after I had several volleys fired at them, they took flight into the woods, and could not well be pursued further by our men, and the march not being able to be delayed on that account. How to proceed most suitably with the Oeloepampang Residents to pursue the rebellious gang on tomorrow's march, Your Right Honorable will kindly observe in the conference held, while I take the liberty to call myself with the greatest veneration, below stood title, lower, Your Right Honorable's very submissive servant, was signed: F: Imhoff. In the margin: Oeloepampang the 10th September anno 1771. Copy of a copy of a letter from the Residents at Oeloepampang to the Commander Luzac at Sourabaija. In humble reply to Your Right Honorable's ever-honored letters of the 21st and 27th past, these serve to state that Lieutenant Imhoff with his detachment, both Europeans and natives from Costij and Passourouang, Bangil and Banaer, arrived well here on the 9th of this month, and on that same 9th day we consulted with him about the state and condition of this rebellious nation and resolved, as the accompanying resolution dictates, to attack and pursue the rebels to the utmost. The Johannes Cornelis, as mentioned in our last letter of the 30th past, which we hope will have been safely delivered to Your Honor, having arrived with the rice, soldiers, and ammunition of war; we shall address ourselves to the places mentioned by Your Right Honorable if further rice is needed. To capture the ringleaders of the rebellious gang alive or dead remains our greatest care and diligence, through which one may also obtain the speediest hope of bringing this wild nation back to obedience. And why they have assembled so quickly and stubbornly against the Honorable Company, the principal reason, as far as can be perceived up to now, is that they deem the burdens for the Honorable Company's labor here and in the kota at the fortresses, as well as required for their regents and otherwise, to fall too heavily upon them, and by the instigation of
Dutch transcription
Van Javas oost kust den 6:' October 1771. deeltelijk na Passourouang de tacheeren, waar voor ik uwel Ed: groot Achtb: hoogst mijn dank betuijge, in die hope dat haar Hoog Edelheden spoedig beantwoordende aan hoogst zelfs ver„ wagting daar van als nog ten hoogste noodzake„ lijk het eerst hier zullen bedeelt worden Hoedanig mijne schikking bij ontwaring der weggeloopen huijshoudens te Panaroekan begreepen is, verhoop ik, dat bij uwelEd: Achtb: in mijne afgegane derwaarts van den 13. be„ oogt gunstig zal werden g'approbeert, daar ik dien posthouder nader Extract dezer laat toekomen. De Regenten huijden morgen uwelEd: Achtb: gunstige voordragt op hunne brieven te ver„ staan gegeven hebbende, betuijgen hunne allerschuldigste dank en niet weinig ook hun te kennen gevende mijn ongenoegen, daar zij bij hunne weekelijks rappor„ te om de sluijting van de rivier mondelings versogt hebben, en door mijn toen gelast in hunne brieven 165 Van Javas oost kust den 6:' Sept ober 1771. brieven als daar van melding te doen, en ook in mijn pre„ sentie hunne pattijs het zel„ ve gelast, dat nu beschaamt moeste staan voor UWel Ed: Achtb: die het zelve niet in den brief gevonden had, betuijg„ de hunne diepe vergeving voor dit maal, dat het zelve door hun vergeten was, gelijk ik dan nog na„ der bij reiteratie hunner versoeken het zelve bij gemeene letteren nader heb voorgedragen, terwijl de ver„ voer van rijst na d' overwal gein„ terdiceert als nog bij ons instricte observance stant grijpt. Aangezien de accresseerende swak te der jnlanders by den Luitenant Imhoff heb ik op heden van de Re„ gent alhier ieder 50. man te samen hondert krijgers onder bequame en goede hoofden en ernstige adhortatie van hun pligt over den Land weg der„ waarts Van Javas Oost kust den 6:' October 1771. „waarts afgedetacheert, en is de Regent van sumanap op eergisteren alhier g'arriveert ook weder na zijn regentschap vertrokken, daar ik verneem dat de Pangerang van Madu„ ra ook bereets tot Toana was, bij welkers eer„ biedige bedeeling ik ootmoedigst bidde dat den Oosthoek ten spoedigste van Arak mag werden voorzien, zo wel als van de bij onze afgegane Eisch bekend gestelde goederen, boven al Arak, Ammunitie, zeguls en Car„ does papier, deeze onder gehoorsaamheijd en diepe eerbied bekopte en verblijve (Ede„ le Achtb: Erntfeste, Manhafte, voorsieni„ ge zeer Discreten Heer (Lager) uwel Ed: groot Achtb: trouw schuldige en gehoorsame Dienaar (was geteekend) P. Luzac: (in margine) Sourabaija Den 23. Septem„ ber Ao 1771. (onderstond) Accordeert (was geteekend:) I. R. V. D: Burgh Copia V 167 Van Javas Oostkust den 6 October 1771. Copia â Copia missive van den Lieutenant Tho„ mas sihoff, aan den gezag„ hebber Luzac te Sourabaija In needrige hoope uw wel Edele Achtbaa„ vens mijn eerbiedige van Panaroekan bereets zult ontvangen hebben geeve schuldpligtig kennis van mijn aankomst alhier op den 9. geweest met bij hebbend Commando heereegend, hebbe in mijn marsch van Panaroekan na herwaards geen ont„ moeting namwaardig te notteeren gehad dan eenelijk dat van Cataapan tot Banjoelangong de weg door 't om verkappen van bomen gestopt gevonden en van laast gemelde plaatse na ma„ tjang Poetie een kleen commando voor of met brief en gezonden, die door de aldaar zaam ge„ rotte Balemboangers te rug gedreeven en op die plaats met mijn detachementjen aan„ komend 't zelfde gespuijs vuur op de mijne gee„ ^ egter spoedig na dat eenige charges op de zelve had laaten geeven vend ^ de vlugt in de bosschen hebben genomen, voorwaards door de onze niet wel gevolgd kon„ den Van Javas Oostkust den 6: October 1771. den werden, en de marsch niet daarom kunnende ophouden hoe met de oloepanpangse Residenten ge„ voeglijkst om 't rebbellisch Rott te vervolgen op mor„ gen aan te nemeene marsch, zal uwel Ed. Achtb: in 't gehoude conferentie gunstig gelieven te con„ steeren, wijl de vrijheijd neeme mij met de mees„ te veneratie te noemen (onderstond) titul (Lager) uwel Ed: Achtb: zeer submissen dienaar (was ge„ teekend) F: Imhoff (in margine oeloepanpang. den 10. September A=o 1771 Copia a Copia missive van de Residenten te Oeloepampang aan den gezaghebber Luzac ke Sourabaija In nedrige antwoord op uwel Edele Achtb: altoos g'eerde missives van den 21. en 27. pass=o die„ „nen als, dat den Luitoorant Imhoff met zijn Com„ mando zo Europeezen als Inlanders van Costij en Passourouang bangil en Banaer op den 9. dezer alhier wel g'arriveert is, en met den zelve dien 9a 169 Van Javas oost kust den 6 October 1771 dag nog over de staat en gesteldheijd dezer Re„ bellis natie geconsuleert en geresolveert best als neven gaande consessie dicteert; de Rebellen te attacqueeren en vervolgen ten uijtersten toe De Iohannes Cornelis als bij onse laaste van 30. passato gemeld die hoopen uwel Ed: wel aangebragt zal weezen, met de rijst, melitai„ ven en ammunitie van Oorlog g'arriveert is; zullen wij ons aan de bij uw wel Ed: Achtb: ge„ melde plaatsen om verder rijst benodigt zijn addresseeren. om de belhamers van 't Rebellisch Rot Leevend of dood te bemagtigen blijft onze grootste zorg zorg en vleijt toe aangewend; waar door men ook de spoedigste hoop kan erlangen deeze woeste na„ tie wederom tot onderdanigheijd te krijgen. En waarom dezelve zoo spoedig en hardnekkig tegens D' E Comp: zijn zaam gevot, is de hoofd Re„ denen in zo verre men tot nog toe kan ontwaa„ ren dat haar de lasten voor sE Comp: arbeid alhier en in Cotta aan de fortressen, als voor haare regenten en andersints benodigt te swaar vermeinen te vallen, haar daar van door 't oprok kenen
English
From Java's East Coast, 6 October 1771. ...incited by some Loerahs from here, seek to free themselves through disobedience to the well-meaning regents and their other chiefs, whereas previously, as we had the honor to assure Your Honorable Worship during your presence here, nothing but complete loyalty could be perceived in the goodwill of the Balemboang nation; one will best be able to discover the fundamental reasons for their rebellion after some of the ringleaders have been captured. That the passage at Djember is covered by a garrison will, to great advantage, keep the communication between the Centongers and Djember peoples cut off, as well as desertions from either side, and for which reason we think the Contong and Djember peoples will soon submit again. This morning received a missive from Lieutenant Imhoff, a copy of which is accompanied herewith, regarding his attacks yesterday against the rebels. The missive to the first Regent Cartana-gava sent to us by Your Honorable Worship delivered. 171: From Java's East Coast, 6 October 1771. Having delivered it, we take the liberty most respectfully to request that the following be sent to us at the first opportunity, namely: 600 lb. gunpowder 150 bundles of matchcord, assorted 50 pieces grapeshot of 1 lb. 50 pieces cannonballs of 1 lb. 50 pieces mortar shells of 6 inches and 3 reams of cartridge paper. With which, with the highest esteem and respect, we call ourselves (was signed) Title. (Lower) Your Honorable Worship's humble servants (was signed) C. s v. D. Biesheuvel and Hend=k Schophoff (in the margin) Oeloepampang, 13 September 1771. Copy of a copy of the missive from Lieutenant Thomas Imhoff to the Commander Luzac at Sourabaija. Your Honorable Worship's highly to be respected missive of From Java's East Coast, 6 October 1771. the 7th of this month was duly received by me yesterday; I shall not fail to follow its orders strictly therein. Humbly taking the liberty hereby to inform Your Honorable Worship that, after conferences held with the Residents at Oeloepampang, I marched from there on the 12th of this month with my detachment to Ginting, and about two hours from there, between Bamak and the first-mentioned place, encountered a part of the rebels, whom I attacked up to 2 times and drove back; and coming near the village of Ginting, I attacked them again, where they showed themselves very stubborn and ran amok straight at me. But through strong resistance, as well by the cannon, mortars, and small arms, they took flight, both through the forests and elsewhere, and this battle lasted from one o'clock in the afternoon until after four o'clock. I had 3 of my Europeans wounded, among whom was a gunner who received a wound to his left arm while loading the cannon. But 173 From Java's East Coast, 6 October 1771. as he is not severely wounded, he remained with the camp; likewise some 2 to 10 of the natives were wounded; of the opposing party, plenty were wounded and killed. Whereupon I took my march to behind the village of Ginting, where I positioned myself on an open plain, where I have been somewhat delayed by the continuous rain; and learning through my spies that this rabble has taken flight to Bajoe, which is their true hiding nest, I hope within a couple of days by God's blessing, upon a change in the weather, to attack and search out the rebels at the aforementioned hiding nest. Furthermore, I inform Your Honorable Worship that my natives are beginning to weaken considerably, already lacking around sixty of the Sourabaijers, of whom some are sick and most have run away, among whom are about 48 of Sapuwan, and also of the Passourouangers already 30 men, both with pikes and muskets, who have returned home; also the Pannaroekan and Besoeki battoors have all already run away from Oeloepampang, whereby I am almost From Java's East Coast, 6 October 1771. at a loss to transport my ammunition along the way. 1029. Wherewith I give myself the honor to call myself, with due esteem and deep respect, (was signed) Title. (Lower) Your Honorable Worship's very humble and obedient servant (was signed) T. Imhoff. (in the margin) at Ginting, 15 September Anno 1771. Copy of a copy of the missive from the Resident at Oeloepampang to the Commander Luzac at Sourabaija. By Your Honorable Worship's emissary, the soldier Adam Scheel, received today the honor of your ever-respected letter of the 7th of this month, to which we respectfully reply that, regarding the root cause of these arisen disturbances, we can as yet discover nothing of substance 175: From Java's East Coast, 6 October 1771. beyond what we mentioned in ours of the 13th. Concerning the report received by Your Honor through other channels, the attribution of the cause is still uncertain, as nothing definite has yet emerged in that regard owing to conflicting accounts; and that the Balemboangers would certainly rather appoint chiefs or regents of their own choosing than those given to them by the Company, in order, according to their view, thereby to withdraw from their required services to the Company, also circulates among the loose rumors. We can only report with certainty that one Bappa Lavat, formerly indeed a Loerah over the so-called kitchen battoors here, and lastly serving as Loerah of the Gladak and battoors at this fortress, holds the chief command over the rebel gang at Bajoe and further all around, and a brother of his, likewise an ordinary Loerah, plays the role of second-in-command, just as also a third named Dindin, formerly a Loerah or head of the carpenter boys and sailing on the mayang proas, and furthermore more of such Loerahs hold sway, through
Dutch transcription
Van Javas oostkust den 6. October 1771. „kenen van eenige Loeras van hier, zoeken te bevrij„ den door ongehoorsaamheijd aan de wel menen„ de regenten en hun verdere hoofden, daar men voor heen, als de Eere hebben gehad uwel Ed: Achtb: bij aan zijn alhier te verzeekeren, in de goed willigheijd der Balemboangse natie niet dan alle trouw kon„ de bespeuren; zal men de grondigste Redenen van haare rebelleering best, na dat men eenige van de belhaemels is magtig geworden kunnen ontdekken Dat de passagie te djember door een bezetting gedekt is zal de communicatie tusschen de Cen„ tongers en Djemberse volkeren tot veel voor„ deel met deeze afgesneeden blijven, als over„ loop van weerszeijde, en waarom hun de Con„ tongsse en Djemberse volkeren, denken haes„ tig wederom zullen onderwerpen. heeden morgen een missive van den Luitenand Imhoff waar van hier nevens Copia laeten ver„ sellen ontvangen wegens sijne attacques giste„ ren tegens de rebellen gehad. De missive aan den eerste Regent Cartana„ gava door uwel Ed: Achtb: ons toegezonden af„ gegeven 171: Van Javas Oost kust Den 6: october 1771. „gegeven neemen de vrijheijd eerbiedigst te instee„ ren om het volgende ons bij eerste occasie te la„ ten toekomen, als 600. lb. buskruijt 150. bossen Lout in zoort 50. p:s druijven van 1. lb. 50. „ kogels van 1. lb. 50. „ mortier granaten van 6. duijm en 3. Riem patroon papier Waar mede met de meeste hoog agting en eer„ bied ons noemen (onderstond) tit. (Lager) u„ wel Ed: Achtbaaren zubmissie Dienaar (was geteekend) C. s v. D. Biesheuvel en Hend=k Schop„ hoff (in margine) Oloepampang Den 13. Sep„ tember 1771. Copia â Copia missive van den Luuitenant Thomas Imhoff aan den gezaghebber Luzacte Sou„ rabaija. Uw Wel Edele Achtb: hoog te respecteerende den Van Iavas Oostkust den 6. October 1771. den 7. dezer is mijn gisteren wel geworden, zal niet manqueeren desselfs ordres daar in nauw„ keurig op te volgen. Nedrigst bij deeze de vrijheijd neemende Uw wel Ed. Achtb: bekent te stellen, dat na gehouden conferentien met de Residenten te Oeloepam„ pan den 12. deezer van daar met mijn com„ mando naar Ginting op marsch ben gegaan en omtrent twee uuren van daar tusschen Ba„ mak en eerst gem: plaatse een gedeelte der re„ bellen voorgevonden, dewelke tot 2. keeren g'at„ tacqueert en terug gedreven en na bij de nego„ rij Ginting komend hebbe dezelve opnieuw we„ der geattacqueert, alwaar dezelve zig heel hart„ nekkig betoond en met volle ammok op mijn afgekomen, Edog door sterke teegen weer zoo door 't Canon, mortiers als kleijn geweer hebbe dezelve de vlugt genomen zoo door de bossen als elders en heeft dit gevegt van een uur 's middags tot na vier uuren geduurt, hebbe daar bij 3. van mijn Europeezen geblesseert bekomen waar onder een busschieter die bij 't laden van 't la„ non een blessuur aan de linkerarm bekomen, Edog 173 Van Javas Oost kust den 6. October 171. Edog terwijl niet swaar geblesseert is den zelven bij 't Campanent verbleven, zoo zijn ook eenig 2 10. der Jnlanders geblesseert van de tegen partij zijn rijkelijk gequest en gedood, waar op mijn marsch tot agter de negorij Ginting geno„ men, alwaar op een vrije vlakte mij gepos„ teert, alwaar door de continueele reegen iets ben opgehouden, en door mijn spions vernee„ mend, dat dat gespuijs haare vlugt naar Ba„ joe genomen, waar haar regte schuijlnest is, zoo hoope in een paar dagen door Godes zee„ gen, bij verandering van het weder, tot voorm: schuijlnest de rebellen te attacqueeren en te door soeken: mede make uw welEd: Achtb: bekent, dat mijn Inlanders rijkelijk beginnen te verswakken, manqueerende reets in de sestig der sourabaijers, waar van eenige ziek en de meeste part weg geloopen, waar onder omtrend „ook 48. van Sapuwan zoo „ van de Passourouangers reets 30. koppen zoo met pieken als geweer die te huijs gekeert, ook zijn de Pannaroekanse en Besoekise battoors allemaal reets van Oe„ loepanpan weg geloopen, waar door omtrent amper Van Javas Oost kust den 6 October 1771. amper verleegen ben mijn ammunitie over weg 1029 te brengen. Waarmeede mij d' Eere geeve met verschuldig„ de hoogagting en diep ontzag te noemen (onder„ stond) Iit. (Lager) uw wel Edele Achtb: Zeer submisse en onderdanige dienaar (was getee„ kend) I. Imhoff. (in margine) te Ginting den 15. September A.:o 1771. Copia â Copia missive van den Residente te Oeloepampang aan den gezaghebber Luzac te Sourabaija Per uwel Edele Achtb: zendeling den zoldaat Adam Scheel heeden de Eere derzelver altoos ge„ respecteerde letteren van den 7. dezer te ontvangen, waar op reverentelijk dienen, is, dat wegens de grond Oorzaakt deezer op gereesen onlusten, nog niets kunnen op fondament ontdekken 6 als 175: Van Javas Oostkust den 6. October 1771. als bij onse op den 13. gementioneert hebben, is op 't bij uwel Ed: ter zijde ingekomen berigt nog on„ zeeker der oorsaak der aan toe te eigenen, wijl zig als nog ook niets daar omtrent met zee„ kerheijd wegens de verschillende vertellingen op doet; en dat de Balemboangers zeeker lie„ ver hoofden of regenten na eigen verkiezing zou„ den begeeven, als die hun van de Comp: gegeeven wert, om na hun meening daar door van hun verschuldigde diensten aan de Comp: te ontrek„ ken, meede onder de losse gerugten loopt kunnen eenelijk met zeekerheijd melden, dat eene bappa Lavat, wel voor heen Loera over de alhier zo genaamde koks battoors geweest, en laastelijk Loera van de Gladdak en battoors te deezer fortresse dienst gepresteert, de opperhoofdij over 't Rebellisch rot te Bajoe en voorts al om voert, en een broeder van dezelve meede een ge„ m een Loera de rol van tweede speelt, gelijk meede een derde Dindin genaamt Loera of hoofd van de timmer jongens en op de prauwma„ jangs varende geweest, en voorts meer van diergelijke Loeras de heerschappij voeren, door
English
From Java's East Coast, the 6th of October 1771. by which the game, according to all received reports, was confirmed and was also first set in motion by presenting this pretended Mas Willis to the superstitious common folk, although this Willis is now little esteemed among them, as they have become convinced that he is not the real one. A matter such as concerning the gunpowder deserved that the utmost efforts of investigation be applied to discover by what means the rebels came by it, and to punish exemplarily those who made themselves guilty thereof, for which investigation we shall apply our utmost diligence. Your Honorable Worships' missive having been handed over to the Second Regent Taxanagara, a reply to the same is enclosed herewith, who well deserves to be cheered up in his faithful adversities, although he has by no means shown himself disheartened by it, nor has he slackened in his former zeal. Our latest letter of the 13th of this month, which I hope will have already been delivered to Your Honorable Worships, will have conveyed the arrival with Lieutenant Imhoff and commandos, as well as the resolution taken at the opening of the expedition and the advance made, showing the result of the first attacks with advantage over the rebels; but until today, because of the heavy rains that fell day and night, it was impossible to pursue the scattered band any further, and we had to remain encamped near Ginting. However, as it ceased again only last night, the encampment is scheduled to undertake the advance toward Bayu today, and concord with Lieutenant Imhoff in these circumstances, being highly necessary, will in all respects be observed according to Your Honorable Worships' esteemed intention. Having perceived from the copies of letters sent the condition of Centong, as well as the verbal reports from Lieutenant Imhoff, we shall take our measures accordingly; undoubtedly the Centong people and the small gathered band around there, seeing that the principal rebels here have suffered a severe blow, will very soon submit. Regarding the rations, we shall regulate ourselves based on Your Honorable Worships' esteemed authorization, using what we have on hand according to previous custom in the expedition here, without any unnecessary waste. The copy of the missive written to Tajanagara having reached us safely, we shall also send copies of all missives relating to these disturbances to Lieutenant Imhoff each time. Herewith I have the honor to present to Your Honorable Worships copies of separate missives received from Lieutenant Imhoff and the replies thereto, as well as one from the Passourouang commander and the reply. We most respectfully request that you favorably send us at the first opportunity six leagers of arrack and 200 cans of lamp oil, wherewith, with due high esteem and respect, we call ourselves (underneath was written) title (lower) Your Honorable Worships' humble servants (was signed:) C: V. d. Biesheuvel and A. Schophoff. Ocloepanpan, the 16th of September Anno 1771. From Java's East Coast, the 6th of October 1771. Copy of a copy of a missive from the Panaroekan postholder Kramer, to the commanding officer Luzac at Sourabaija. By this I make known that yesterday the Lurah Mortajuda, who departed for Projogan on the 15th, returned in haste and brought me the news that the enemy was up to Projogan, and that he had retreated because he did not know how strong they were. So I sent him back up again, having him first spy thoroughly to see how strong they might be, and if possible, seeing them, to calm them down in the most amicable manner. I also wrote a letter to Besoekie to the commanding officer and Ronggo, and requested men, in case it might happen by night that they should come down and wish to ruin the village, so that they would at least have some assistance. Thus today the aforementioned Lurah came back down again and said that the Centong people had departed again, and that they had even spoken with the Lurah Projowanno and had sworn an oath that they would not be enemies of the Honorable Company if the Company would stay out of their land; but that if the Company would not do so, they would fight as long as they could hold out, but would not submit under the Honorable Company; that they had only come to see whether there might be people of the Honorable Company at Projogan, intending to settle there, but seeing now that there were people from here, they would return again to their old place, as they indeed did without doing the slightest harm or taking the least bit of paddy, which until today still remains in the custody of the Lurah Projowanno. The Lurah Mortajuda also swore to them that if they would settle peacefully with their wives and children, that whatever loss they had suffered in this disturbance, whether of their rice fields or paddy or other goods, they need only say so and he would fully compensate them for it; but everything is in vain with them, they cannot be brought to
Dutch transcription
Van Javas Oostkust den 6. October 1771. door dewelke het spel volgens alle ingekreegen berigten geconfirmeert werd, ook eerst aan de gang 9 hebben gebragt, door dien gewaande maas willis aan het bijgelovige gemeen voorstellen, egter dien willis weinig meer g'estimeert onder hun wert, wijlse overtuijgt zijn geworden de wezentlijke niet te zijn. Een zaak als het kruijt aangaande, verdiende d'uijterste pogingen van naar vorsing aangewent te werden door wat middel de rebellen er aange„ komen zijn: en dezelve zig daar aan schuldig gemaakt exemplaar te straffen, om welke na vorsing ons uiterste vlijt zullen aanwenden Uw Edele Achtbaare missive aan den tweede Regent Taxanagara overhandigt zijn„ de, gaat hier nevens een antwoord op deselve mee„ de over, wie wel meriteerd in zijn getrouwe te„ genspoeden op gebeurt te werden of schoon zig geenzints moedeloos daar over getoont heeft, nog in zijn oude ijver verflaut is. Onze jongste van 13. deezer, hoope bereets bij uwel Ed. Achtb: zal aangebragt zijn, zal den zel„ ven daar bij het arrivement met Luitenant Imhoff 177: Van Iavas Oostkust den 6 October 171 Imhoff en Commandos hebben beoogt, als ge„ nomene besluijt bij het openen der Expeditie en opmarsch gedaan van wat gevolg de eer„ ste attacques geweest met voordeel op de rebellen, maar tot heeden wegens de swaa„ ve opgevallen reegens dag en nagt, 't ver„ loopen rot onmogelijk geweest verder te ver„ volgen, bij Ginting heeft moeten gecam„ peert blijven, egter heeden nagt eerst we„ derom ophoudende staat het Campement heden den opmarsch na Bajoe aan te nee„ men, zullende d' eendragt met den Lieu„ tenand Imhoff in deeze conjunctuuren ten hoogsten nodig in allen deelen na uw wel Edele Achtbaar g'eerde intentie g' observeert werden Uijt de toegezondene Copia brieven de Cen„ tongse toestand als mondelingse berigten van Lieutenant Imhoff ontwaard hebben; zul„ len onze messures daar na neemen zal zig ongetwijffels de Centongse en daar omstreeks v72g kleene opgeworpe hoop na de hoofd rebel„ len alhier een gevoelige reep gehad hebben ontwaarende Van Javas oostkust den 6. october 1771. ontwaarende, wel spoedig onderwerpen Aangaande de verstrekkingen zullen ons op . uw Edele Achtb: g'eerde qualificatie, van het geene aan handen hebben volgens voorgaand gebruijk in de expeditie alhier buijten eenige onnoodige verquisting reguleeren. De Copia missive van aan Tajanagara ge„ schreven ons wel geworden zijnde, komen ook teffens van alle missives tot deeze onlusten be„ trekking gehad telkens Copia aan den Lieute„ nant Imhoff zenden Hier nevens hebbe d' eere uwel Edele Achtb: aan te bieden Copia aparte missives van den Lieutenant Imhoff ontvangen en antwoor„ den daar op, als meede een dito van den Pas„ sourouangs commandant en antwoord Insteeren eerbiedigst ons bij eerste gele„ gentheijd ses Leggers arak en 200. kan lamp olij gunstig gelieven te laten toekomen, waarme„ de met verschuldigde hoog agting en eerbied ons noemen (onderstond) titul (lager) uwel Edelen Achtbaaren submisse Dienaren (was geteekend:) C: V. d. Biesheuvel en A. Schophoff(inmaagine) ocloepanpan Den 16. September A=o 1771. ver te S 179. Van Java's Oostkust den 6. October 1771. Copia á Copia missive van den Panaroekans posthouder Kramer, aan den gezaghebber Luzac te Sourabaija Mits dezen maake bekent dat gisteren de Lura Mortajuda, die den 15. na Projogan is vertrokken in de schielijxheijd is te rug gekomen en mij de tijding gebragt dat de vijand tot Projogan was, en dat hij geretereert was, om dat hij niet wiste hoe sterk dezelve was, zo hebbe hem weer na boven gezonden en eerst te degen laten spio„ neeren om te zien hoe sterk deselve mogte zijn, en als het mogelijk was om op de minsaamste wijs haar siende tot bedaaren te krijgen Ook hebbe een brief na Besoekie aan de Com„ mandeerende officier en Rongo geschreven en om volk versogt, soo 't zomtijds bij nagt soude kommen gebeuren dat sij mogten afkommen en de Negerij wilden verruineeren, da sij dog maar eenigen bijstand hadden, so is op hee„ den de boven gemelde Lura weer beneden ge„ komenen Van Iava's Oostkust den 6. October 1771. „kommen en gezegt als dat de zentongers weer wa„ ren vertrokken, en dat zelfs met den Lura propo„ wanno gesproken hadden en Een Eed hadden gedaan, als dat sij geen vijand van de Ed Comp: e houden zijn, zo indien de Comp: uijt haar land wilde blijven, maar zo indien de Comp:e dat niet wilde doen, dat zij dan zo lang souden slaan als zij 't houden kon„ den, maar zig niet onder de Ed: Comp: wilden ge„ ven, dat zij eeniglijk waren gekommen om te zien of der volk van de EComp: op projogan mogte zijn, dat zij daar zig wilden setten, maar thans zien„ de dat der volk van hier zijnde zij weer na haar oude plaats souden vertrekken gelijk zy ook gedaan hebben sonder 't geringste quaad te doen of 't gering„ ste Padie mee te neemen, die nog tot heeden onder be„ rusting van den Lura projowanno is. Ook heeft de Lura morta juda haar gesworen als sij met goeden sig met haar vrouwens en kinde„ ren wilden zetten, dat al 't verlies wat zij bij deeze strupeling hadden verlooren, 't zij van haar rijs„ velden of padie, of andere goederen, dat zij dat maar souden zeggen, dat hij haar 't zelve alles zoude ver„ goeden, maar alles is omsonst bij haar zij zijn niet tot
English
From Java's East Coast, 6 October 1771. to bring to calm. Wherewith I have the honour to sign myself with all submission, below stood title, complainant, Your Right Honourable's most humble and entirely obedient servant, was signed, J. C. Kramer, in the margin, Panaroekan, 17 September 1771, further down, P. S. The lurah Mortajuda says that the zentongers have captured a Javanese from here who was sent up-country by the lurah Projowana to spy. They asked him by whom he was sent and took away his pike and kris until they knew for certain whether he was sent by Projowana, and being convinced thereof, they gave him back his property. This Javanese says that the zentongers say if Projawana says that they must go down, they will go; if he says that they must withdraw up-country, they will do so. Copy. From Java's East Coast, 6 October 1771. Copy of a copy of the reply from the Commander Luzac to Lieutenant Thomas Tinhoff at Balemboangang. In answering Your Honour's letters of the 10th and 15th, just this moment delivered, I congratulate Your Honour cordially, first on your own safe arrival at Oeloepampang, and second on the initial victory obtained by God over the so obstinate Balemboangers, who by God's blessing on the Company's arms may soon be brought to submission; and Your Honour's footsteps and measures in all this being greatly to satisfaction, may they serve to the Company's true well-being as well as that of the peoples, and to Your Honour's own fame, made prosperous, and to a complete restoration. I have ordered the Regents to keep one hundred men ready anew to depart tomorrow, serving for Your Honour's command; also written to Passourouang for vigilance. The Centonners, with some from Djember, recently attacked Sergeant Niessen while on the march to Djember, in which that sergeant and 2 men were killed, and they now seem to have their sights set on Panaroekan, for which reason Ensign Fisscer is at Besoekie with a detachment of 40 Europeans and the necessary natives, and, should the Centonners persist in their firm intention to attack Panaroekan, he will march thither; from which Your Honour can gather how necessary it is that the chief rebel be utterly defeated, destroyed, and with his gang brought to complete submission, otherwise it is to be feared that it will again entail a long aftermath to the ruin of land and people, as well as the Company's brave European servants, which however God forbid. May God further prosper the Company's arms, strengthen Your Honour, his men, as well as further measures to be taken to that end, whilst I remain with true esteem, after most affectionate greetings, below stood, Your Honour's good friend, was signed, C. Luzac, in the margin, Sourabaija, 22 September Anno 1771. From Java's East Coast, 6 October 1771. To the Right Honourable, Most Respected Lord Johannes Robert van den Burgh, Governor and Director on and along Java's North-East Coast, etc., etc., etc. Honourable, Respected, Valiant, Prudent, Most Discreet Lord! From these enclosed documents, received just this moment in their original, Your Right Honourable will, not without painful emotion, perceive with me that Lieutenant Imhoff with his detachment has had to retreat to the cotta in the face of the most obstinate resistance of the rebels and a great loss of Europeans and further ammunition, mostly caused by the poor conduct of the natives from here and Passourouang. And as the Residents are requesting a good number of Madurese and Sumanappers, I have at once requested that Prince to keep 1000 well-armed men in readiness until further superior orders from Your Right Honourable, whilst the Resident has been written to for an equal number of Sumanappers to cross over as quickly as possible to Panaroekan or else directly to Oeloepampang, as wind and weather may hasten their speed. And further, reinforcements having been asked for, I most humbly pray that we may be supported with the same as quickly as possible, and if possible among them a good portion of cavalry, as the rugged mountains make it extremely difficult for the infantry; I have also had some 400 to 500 men gathered from Grissee and Sidaijae to serve as baggage carriers. Wherewith in haste, with deep respect, I subscribe myself, below stood title, lower, Your Right Honourable's obedient and bounden servant, was signed, E. Luzac, in the margin stood, Sourabaija, the first of October 1771, even lower stood, P. S. This evening I shall again detach about twenty privates from this weak garrison to Passourouang and to Panaroekan, as many as can be spared from there, to try and complete up to 50 men for Oeloepampang, in the hope that Your Right Honourable will accommodate me as quickly as possible with one hundred men under the command of a senior officer. Below stood, Agrees, was signed, J. R. v. d. Burgh. Copy of a copy of a letter from the Residents at Oeloepampang to the Commander Luzac at Sourabaija. Yesterday evening at about eight o'clock via cotta, report being brought to us by Sergeant Rood from Lieutenant Imhoff, our troops early this morning commenced the march with all necessary preparations to destroy the hideout Bajoe and the chief rebels there
Dutch transcription
181: Van Javas oostkust den 6. October 1771. tot bedaaring te krijgen. Waarmeede de Eere hebbe met allen onderdanig„ heijd mij te onderteekenen (onderstond) titul Cla„ ger) uw Ed. Achtb: aller onderdanigsten en gans gehoorsaamsten dienaar (was geteekend) I:r C: s kra„ mer (in margine) Panaroekan den 17. 7ber: 1771. nog Lager) P:s de Lura Mortajuda segtals dat de zonton„ gers een Javaan van hier hebben vast genomen die door den Luva Projowana is na boven gezonden om te spiejoneeren hebben zij hem gevragt door wie hij gezonden was en hebben hem zijn piek en kris afgenomenen tot zij regt wisten off hij van pro„ Jawana gezonden wassr, en daar van over„ tuijg waszen hebben zij hem weer zijn goet om Eenge gegeeven. deeze Javaan sef dat de zenttongers zeggen als Projawana zeg dat zij om laag sul„ len gaan so gaan zij, sog hij dat zig na boven moeten vertrecken so doen zij het. Copia Van Javas Oostkust den 6. October 1771. Copia Copia antwoord van den gezaghebber Luzac aan den Luitenant Thomas Tinhoff te Balemboangang Bij de uw E. Letteren van den 10. en 15. zo moment„ lijk aangebragt b'antwoordende congratuleer ik uw Ed. van herte eerst met zelfs goede arrivement te oloepampan anders deels bij god de voorste behaal„ de victorie op de zo hartnekkige Balemboangers, welke bij Godes zeegen over Comp: wapenen wel haast tot onderwerping mogen gebragt worden en uwel Edelens voetslappen en maatregulen in alle deeze zeer ten genoege zijnde tot Comp: waare wel wezen als die der volkeren en uw E eige roem voor spoedig gemaakt en tot een vol„ kome herstelling dienen mogen Ik heb de Regenten laten aanzeggen hon„ dert man op nieuw in gereedheijd te houden om op morgen te vertrekken dienende tot uwE com„ mando, ook Passourouang aangeschreven ter observancie de Centonners met eenige van D Jem„ ber hebben Iongst den Sergeant Niessen in op marsch 183 Van Javas oostkust den 6. october 1771. marsch na Djember zijnde g'attacqueert, waar by die sergeant en 2. man gebleven is, en schijnen 't nu op Panaroekan gemunt te hebben, tot wel„ ken de vaandrig Fisscer met een Commando van 40. Europeeze en de nodige Inlanders op Be„ soekie is, en de Centonners hun vast voorneemen blijven„ „de Panaroekan aan te doen derwaarts zal marcheeren, waar uit uw E: kunt op ma„ ken hoe noodsakelijk het is dat de hoofd Rebel tot aliter geslagen verdelgt en met sijn rot tot volkomen onderwerping gebragt word, anders men te vreezen heeft, dat het weder tot ruine van Land, en volk, zo wel als Comp: braven diena„ ren Europeese van eene lange na sleep zal zijn het welk eg„ ter God verhoede. God make verders voor spoe„ dig Comp: wapenen, sterke UWE zijn Van Javas Oostkust den 6 October 1771. zijn volk als verdere te neemene maatregu„ len tot dien eijndus terwijl ik met ware achting na minsaamste groete verblij„ ven (onderstond) uwE. goede vriend (was geteekend) C. Luzac (in margine) Sourabaija den 22. September A=o 1771. 185 Van Javas Oostkust den 6. October 1771. van den wel Edele oot Achtb deer Johanas Robber van den Burgh Gouverneur en Directeur op en langs Iava's Noord Oostkust &=a &a. &a. Edele Achtb: Erntfeste Manhafte Voorzienige zeer Discreeten Heer! uit deze inclose Bijlagen zo op het ogenblik der zelver origineel ontvangende, zal VWel Edele Achtb: met mij niet zonder smertelijke aandoening ontwaren dat de Luitenant Imhoff met zijn commando na de Cotta heeft moeten reti„ reeren bij eene allerhartnekkigste tegen„ stant der rebellen en een groot verlies van Europeeze en verdere Ammunitie, mees„ tendeels ontslaan door het slegt gedrag der jnlanders van hier en Passourouang„ . en dewijl de Residenten komen te versoe„ ken om een goed getal Madureesen en Sumanappers, zo heb terstond dien Prins daar : . - . Van Javas Oostkust den 6. October 1771. daar om versogt om 1000. wel gewapende man„ schappen in gereedheijt te houden tot nader hooge ordre van UwelEd. Achtb:, daar een gelijk ge„ tal Sumanappers den Resident aangeschreeven ten spoedigste over te steeken na Panaroekan dan wel direcht na Oeloepampang na wind en weer hun spoed zal verhaasten; En ver„ ders om verder om zet gevraagt zijnde bidde ik ootmoedigst met het zelve ten spoedigste te mogen werden ondersteunt en was het moge„ lijk haar onder een goed gedeelte paarde volk, toe daar de outvergankelijke gebergtens het voor den voet knegt ten hoogste swaar valt; ook heb ik een 1. a 500. man van Grissee en Sidaijae laten ver„ samelen tot draag volkeren Waarmeede in haast met diepe eerbied mij onderschrijven (onderstond) titul (Lager) uwel Edele Groot Achtb: gehoorsaame en Trouwschuldige dienaar (was geteekend) E. Luzac (in margine stond) Sourabaija den Eersten October 1771 (nog lager stond) P. S. Huijden avond zal ik uit dit swak Guarni„ soen wederom een Twintig gemeene De„ tacheeren 187 Van Javas Oost kust den 6 October 171: tacheeren om te Passourouang en te Panaroe„ kan zoo veel als daar van te ontbeeren zal zijn tot 50. man zien te accompleteren voor oeloepampang in die hoope dat uwel„ Ed. Achtb: onder het Commando van een hoofd officieren mij met een Hondert man ten spoe„ digsten zal gerieven. - (onderstond) Accordeert (was geteekend) S. R. v. D. Burgh Copia a Copia Missive van de Residenten te Oeloepam„ pang en den gezaghebber Lu„ zacte Sourabaija Gisteren avond de klok Circa agt uuren over Cotta per den zergeant Rood van den Luitenant Im„ hoff ons berigt werdende aangebragt, onze treijer heeden ogtend vroeg den opmarsch genomen had„ den met alle benodigde toebereidselen het schuijl„ nest Bajoe te ruineeren en de hoofd rebellen al„ daar
English
From Java's East Coast, the 6th of October 1771. To drive them out and exterminate them there by our Europeans, who were employed for that purpose and penetrated to the interior of their entrenchments, in the expectation that the natives would likewise have done their duty. The beneficial objective for the Company—as is also testified by both European and native chiefs—would have been achieved very easily and quickly if any of all the commoners, except for the few Balemboangers who remained loyal to the Honorable Company, could have been brought to attack or even merely pursue in the retreat, to which they were urged by our Europeans during all the trouble, encouraged first gently and then by harsh words, yet would not make the slightest move to advance. Taking their retreat, one party straight and the other to the left into the forests, and thus deserted by them (except for some Chiefs who did their utmost to lead the commoners), by which flight our Europeans, after having been in ceaseless combat for three hours, all cartridges having been distributed to the last supply from the barrels, further munitions of war were also shot away. And according to the enclosed name list of our Europeans killed and wounded, among whom Lieutenant Imhoff also had already had a wound for two hours, by the ceaseless firing of the rebels from their hiding places, among which they also had seen two lantakas from them, found themselves forced to take their retreat, and the Battoors being almost all shot dead at their carrying pikes by the rebels, they had to leave them behind with a one-pound cannon and two mortars, having taken their retreat to Cotta, from where Lieutenant Imhoff has arrived here today with the wounded for medical care. This disadvantageous event must be attributed entirely to the natives, who also cannot be used for the future. We very urgently request that a large one thousand Madurese and Sumanappers be sent hither with 150 soldiers, or more if possible, to ruin the country of all provisions, as there is no other prospect under these circumstances for obedience than to compel them by hunger and want. It is stated even by the Sourabaija chiefs that all the people sent hither from there were taken by the regents from remote villages, unskilled in using weapons, which was the cause to be ascribed to their poor conduct, as well as those from Passourouang and Banger being similarly situated, except those from Bangil who in the beginning had done their part well, yet seeing themselves deserted by the others, also took flight then. Today, after as much investigation as could be done to discover how many of our natives have fallen, it has been reported to us by the chiefs that thirteen were killed, among whom 5 mantris and 8 commoners, and 94 wounded both by gunshots and caltrops, though few by shots, and over 80 by the caltrops in their hasty retreat; 5 of our Malays also fell and 2 were wounded, who did not behave any better than the other natives, and almost all the rest ran into the caltrops during their retreat. To also urgently request that 10 barrels of cartridges be sent to us, four barrels of cartridges having already been expended in that short time, besides those that Lieutenant Imhoff brought along on the patrols and in other skirmishes. Going with a Passourouang vessel with which rice was brought, under command of a Malay Corporal and four privates, four prisoners of war were transferred on the 20th of this month, among whom is a Loera, being the tallest and oldest, from whom Your Right Honorable will be able to discover the fundamental reasons for their rebellion. With which we have the honor to call ourselves with the greatest respect (underneath stood) title (lower) Your Right Honorable's submissive Servant (was signed) C. V. D. Biesheuvel and H. Schophoff (in margin) Oetoepampang the 23rd of September 1771. Copy Copy of a copy of a missive from Lieutenant Thomas Imhoff to the Commander Luzac at Sourabaija. Having arrived here today after a fatal outcome, I must in all respect, to my extreme regret, inform Your Right Honorable that yesterday morning early everything was put in proper order for the advance to attack the rebel host in the hiding place of Bajoe. As regards both the Europeans and the natives, there was no need to doubt that by the arrangement made the rebels would be overwhelmed at once; yet it had to be that all our natives sent hither from the districts of the Eastern Salient, upon the attack of our Europeans on the rebels, who were made to yield, not one of all the common natives would go forward, whatever encouragement, good or bad, beating or shoving, or anything in the world could help to bring them to fight, they
Dutch transcription
Van Javas Oost kust den 6. October 1771. daar te verdrijven en uit te roeijen door onze Eu„ ropeezen als daar toe aangewend zijnde en door gedrongen tot het binnenste van haare ver„ schansingen in zodanige verwagting d' jnlan„ ders hun devoir meede zoude aangewend hebben het heilsaame oogmerk voor de Comp: ook word ge„ tuijgt zoo wel van Europees als jnlandse hoofden zeer ligt en spoedig was bereikt geworden, als eenige van alle gemeene uijtgezondert de weini„ ge Balemboangers aan D' E. Comp: trouw ge„ bleven, tot aanval was te brengen geweest of maar eenelijk vervolging in de retiratie, waar toe te door onse Europeezen geduurende waren gebragt geweest alle moeite, annimeringe eerst zagtzinnig en vervolgens door harde bewoor„ dingen aangezet geen de minste beweging heb„ ben willen maken, te advanceeren, hare retira„ tie de eene parthij regt en de andere Links de bossen in hadden genomen en dusdanig door de„ zelve verlaten (excepto eenige Hoofden die hun uiterste wel hadden aangewend het gemeen aan te voeren, door welke vlugt onze Europeezen na drie uuren lang in onophoudelijk gevegt waren geweest 189 Van Javas Oostkust den 6 October 1771. geweest, alle pattronen tot de laaste voorraad uit de vaten waren uitgedeelt was meede verdere am„ munitie van oorlog verschoten geweest en volgens inclose naamlijst van onze Europeezen gesneuvelt en geblesseert zijnde waar onder den Luitenant Im„ hoff meede een quetsuur bereets twee uuren al weg gehad, door het onophoudelijk vuuren van de rebellen uit haare schuilnesten, waar onder zij ook van dezelve twee Rantakjes hadden gezien, hun ge„ noodzaakt gevonden de retiratie te neemen, en Bat„ toors bij na alle bij haare picolancen door rebellen dood geschoten, dezelve hadden moeten agter laten met een stuk Canon van een pond en Twee mortiers hare retiratie na Cotta hebben genomen van waar den Lieutenant Imhoff heden met de gekwetste alhier ter geneesing zijn aangekomen dit nadee„ lige geval volstrekt aan d' jnlanders moet gewe„ ten worden; dewelke ook voor het vervolg niet kun„ nen gebruikt werden. Verzoeken zeer instandig om een groote Duij„ zend Madureesen en Sumanappers met 150. mi„ litairen dan meer geschieden kunnende, herwaarts te laten komen, om het Land van alle levens mid„ delen Van Javas Oostkust den 6. October 71 771. middelen te ruineeren, geen ander uitzigt bij deeze notitie tot gehoorsaamheid is dan door honger en ^daar wordt door de sourabaijasche hoofden zelfs opgegeven gebrek te noodzaken dat alle de van daar her„ waarts overgezondene volkeren door de regen„ ten uit afgelege negorijen zijn genomen de wa„ pens onkundig te gebruijken, de oorzaak was toe te eigenen van hun slegt gedrag, als meede die van Passourouang en Banger zoo geleegen, behal„ ven die van Bangil in den beginne het hare wel hadden aangewend, egter door d' andere hun ver„ laten gezien meede toen de wijk hadden genomen, heden zoo veel onderzoek als heeft kunnen ge„ schieden te ontdekken, hoe veel van onse jnlan„ ders gebleven zijn, is ons door de hoofden opgegeven dertien te zijn gesneuveld, waar onder 5. man„ tries en 8. gemeene en 94. zoo door schooten als voet angels geblesseert egter weinig door schoten, en door de voet angels in hare spoedige retirade ruim 80. zijnde meede 5. van onze malijers geble„ ven en 2. gekwest, die hun niet beter als de overige jnlanders hebben gedragen, ook de rest bij na alle bij hun retirade in de voetangels gelopen, om 10. vaten pattroonen insteeren mede ons te laten toekomen 191: Van Javas Oostkust den 6. October 1771. toekomen, zijnde alreets in die korten tijd vier va„ ten patroonen buiten die Luitenand Imhoff heeft mede gebragt bij de pattrouilles en in andere scher„ mutselingen verschoten, gaande met een Passourou„ angs vaartuijg waarmede rijst aangebragt, onder commando van een maleits Corporaal en vier ge„ meene vier krijgs gevangen op den 20: dezer over„ zijnde een Loera onder, zijnde de langste en oud„ ste, uit welke VWEd. Achtb: de grond reeden van haar rebellie zal kunnen ontdekken. waar meede de eere hebben ons met de meeste eer„ bied te noemen (onderstond) titul (lager) uwel Ed: Achtb: submissive Dienaar (was geteekend) C. V. D. Biesheuvel en H. Schophoff (in margine) oetoepampang den 23. 7ber 1771. Copia Van Javas Oostkust den 6. October 177 1771. Copia a Copia missive van Luitenand Thomas Imhoff aan den gezaghebber Luzac te Souva„ baija Deeden na een fatalie uitslag alhier aangekomen, moet ik VWel Ed: Achtb: in alle eerbied tot mijn uiterste leedweezen bedeelen dat ik gisteren ogtend vroeg alles tot den opmarsch in de geschikte ordre om in't schuijlnest Bajoe de rebellische hoop aan te lasten in gereedheijd was gebragt, zoo wegens de Europeezen als jnlanders niet behoefde te twijffe„ len of door de genomen schikking de rebellen waa„ ven ten eersten overweldigt, heeft het scheunrt te moeten wezen, dat alle onze jnlanders na her„ waarts gezonden uit de districten van den Oost, hoek bij den aanval van onse Europeezen op de re„ bellen, die tot wijken wierden gebragt, geen van alle gemeene jnlanders er op afwillen gaan, wat animeringe goed of te kwaad, slaan of te stooten nog iets ter wareld konde helpen tot vegten te brengen, hun
English
193 From Java's East Coast, 6 October 1771. first lying down on the ground behind our men and immediately thereafter taking flight to the right and left through the woods, those of Bangil having been the only ones, together with the Balemboangers who remained loyal, who advanced upon the rebels at the beginning of the battle; however, seeing themselves abandoned by the others, they also fell back, and were followed in this regard by the Malays; our Europeans, however, could not be halted in their advance until, after having been continuously under fire for three hours, and having already suffered 15 dead and 18 wounded according to the accompanying name list, they retreated, leaving behind our one-piece one-pounder cannon and two mortars, with all the remaining baggage and cash, because most of our battoors had already been shot dead at the carrying poles and the rest had run away; however, no cartridges fell into the hands of the rebels except what they may have found on the dead, and very few grapeshot, cartridges, balls, or grenades, nearly all of which had been expended, of which I shall have the honor to give your Right Honorable a neat accounting at a later date, as well as of the missing weapons; our men also observed that From Java's East Coast, 6 October 1771. the rebels had two rantakkas, from which they fired and inflicted the most harm upon our men; however, the rebels maintained an uninterrupted fire with all kinds of firearms, both from their entrenchments and from behind the trees and out of the woods, from which it appeared that they did not lack powder and lead; all fatal wounds as well as injuries to the Europeans were also inflicted by gunfire, as was also the case with the natives. The native chiefs place the blame for the poor conduct of their common men entirely on the regents, because they only took people from remote negorijs who do not know how to handle weapons or how to serve in such circumstances, and are not used to obeying any orders; as was also seen in that the Tommogong Cartanagara was unable to accomplish anything at all, and matters were no better with the Malays, as to obeying their Lieutenant's orders, whatever he did. As far as the native chiefs have mustered their men, 13 are missing 195 From Java's East Coast, 6 October 1771. whom they claim to have fallen, among whom are 5 mantries, and 94 wounded, almost all of whom stepped on caltrops during their retreat, in which it appeared they preferred to bring unnecessary hardship upon themselves rather than fight against the rebels. The chiefs of the natives in general have good courage to contribute their part if provided with new common men, yet nothing can be accomplished without them; I request, if your Honor sees fit, that 1500 Madurese and Sumanappers might be sent hither with a European command of 150 soldiers if possible, in order to devastate the land of all provisions, as there is otherwise no prospect of forcing this nation into obedience except through famine, since their stubbornness seems unheard of compared to other nations. At the beginning of the engagement I received a wound from a bullet through my left thigh, which according to the testimony of Surgeon Smith will heal again within a good half month; of the Malays four have been killed, two from their troop and two employed at the cannon to carry it, but almost all ran into the caltrops during their flight, From Java's East Coast, 6 October 1771. and two were wounded by a bullet, wherewith I have the honor to call myself with due submission and respect, (below stood) title, (lower) your Right Honorable's very humble servant, (was signed) T. Imhoff. (in the margin) Oeloepampang, 23 September 1771. (still lower) P.S. In my letter of the 20th of this month I mistakenly forgot to write to the Oeloepampang Residents that on the 18th of this month at Camirie, a short hour from Bajoe, I was attacked in my encampment by the rebels with all violence and stubbornness; they displayed a black banner with a white crescent. For your relief, 12 to 16 gunners were also most urgently needed. Copy of a copy of a missive from the Ensign at Centong, Fisser, to the Governor Lizacte at Sourabaija. After a most humble report has been made to your Right Honorable 197 From Java's East Coast, 6 October 1771. of my march and further actions at Centong, by a separate copy of a missive written to the Lieutenant and Commandant Ian Daniel Gondelagh from the Benting Katoo under date of the 25th of this month, let this one be most respectfully directed as a continuation thereof. On the 26th of this month, having decamped with my small army from Keto in order to pursue the fleeing Centongers to their negorij, I encountered them on their path, where they had thrown up an extremely strong breastwork on a nearly inaccessible mountain called Secarpoeti; I was forced to assault the same with all my might, for they defended themselves quite desperately, and there was all the more difficulty because the entire mountains are nothing but dense forest, which one first had to clear away and carve out a path for oneself in order to march up in front, and that only very slowly, step by step, constantly under fire, both from the hand mortars and small arms; having arrived at that place at nine o'clock in the morning, and fought until three o'clock in the afternoon, the enemy made several sorties, but were at the same time beaten back with heavy loss; yet how many remained dead cannot be known, because
Dutch transcription
193 Van Javas Oostkust den 6. October 1771. hun op de grond eerst agter de onze nederleggende en terstond daar op de vlugt regt en links door de bosschen hebbe genomen zijnde de eenigste van Bangil ge„ weest met de getrouw gebleven Balemboangers, die in den beginne van het gevegt op de rebellen gead„ vanceerd zijn, egter hun van de andere verlaten ge„ zien mede agter uitgeweeken, en door de maleiers in zulks opzigt gevolgt; waren egter onse Europee„ sen in hunne voortgangen niet te sluiten dan na drie uuren lang onophoudelijk in 't vuur geweest, bereets volgens hier nevens gaande Naam Lijst 15. dooden en 18. gekwetsen hebben gehad, geretireerd zijn, met agterlating van ons Een pees Een ponder canon en twee mortiers, met alle overige bagagie en contanten, wijl ons de meeste battoors bereets bij de picolansen waren dood geschoten en d'overige weg gelopen, egter pattroonen zijn geen in de rebellen handen gekomen als dicte bij de dooden mogten hab„ ben gevonden en de druiven, Cardoesen en kogels nog granaten zeer weinig, dat bij na alle verschoten ge„ weest, waar van bij nader d'eere zal hebben uw Ed: Achtb een nette opgave te doen, al mede van de te zoek geraakte wapens, door de onze is ook gezien dat Van Javas Oostkust den 6. October 1771. dat de rebellen Twee rantakken hebben gehad, waar uit ze gevuurt hebben, 't meeste kwaad aan d' onze heeft toegebragt; egter hebben de rebellen met allerhande schiet geweiren zo uit haare verschansingen als agter de boomen en uit de bosschen een onophoude„ lijk vuur gemaakte, waar uit gebleeken dezelve geen kruit en Lood ontbroken heeft, zijn ook alle doodwonden als quetsuuren aan de Europeesen door schieten toegebragt als meede aan d' jnlan„ De jnlandse Hoofden geven absolutelijk voor het slegt gedrag van haar gemeene de regenten de oorzaak te zijn, door dat ze maar volkeren uit af„ gelegen negorijen hebben genomen, met geene wa„ pen weeten om te gaan, in zulk geval te dienen, na geene orders gewend te luisteren; gelijk men ook gezien heeft, dat den Tommogong Cartanaga„ ra niets op alle heeft kunnen uitvoeren en is het met de maleijers niet beter gelegen geweest, na haar Luitenants ordre te hooren wat den zelven ook deede Voor zo verre de jnlandse hoofden haare volke„ ven gemonsterd hebben, komen er 13. te mankwee„ ren ders 195 Van Iavas oostkust den 6. October 1771. „ven dieze voor geven gebeleeven te zijn, waar onder 5. man„ tries en 94. gekwetsen bij na alle in voet angels getrapt in hare retiratie dat haar beter is gescheenen behaagd heeft hun onnodig ongemakken aan te doen, dan tegen de Rebellen te vegten De Hoofden van d' jnlanders in't gemeen, hebben wel moet op als van nieuwe gemeene waren voorsien het hare toe te brengen egter buiten haar niets kan uit„ gerigt worden versoek met hoogst zelfs g'eerd goed vin„ deer 1500. madureesen en sumnanappers mogte her„ waarts gezonden werden met een Europeers comman„ de van 150. militairen als doenlijk was om het Land van alle levens middelen te verwoesten, anders geen uitzigt is deeze natie, dan door hongers nood tot gehoor„ zaamheijd te dwingen, wijl haare hartnekkigheijd on„ gehoord boven andere natie scheint is. Ik hebbe met den beginne van het gevegt een kwet„ suur van een kogel door mijn linker dije ontvangen„ die volgens de getuigenis van Chirurgijn Smith we„ derom in de tijd van een groote halve maand geneezen zal, van de maleijers zijn vier gesneuveld, Twee van haare hoop en Twee bij het Canon gebruikt om te pico„ len, maar bij na alle met hun vlugten in de voet angels Van Javas Oostkust den 6„ october 1771. angels geloopen en twee met een kogel gekwets, waar mede d'eere hebbe mij met verschuldigde submissie en eerbied te noemen (onderstond) titul (lager) uwel Ed. Achtb zeer onderdanige dienaar (was geteekend) T. Imhoff (in margine) Oeloepampang den 23. Sep„ tember 1771. (nog lager) E:s bij mijn Letteren van den 20. dezer abusief vergeeten aan de Oetoe pampangse Residenten te schrijven dat op den 18. dezer bij Camirie een klein uurtje van Bajoe, door de rebellen in mijn Campement met alle geweld en hardnekkigheijd ben ge„ attacqueert geworden toonde een swarte vaandel met een witte halve maan nieuw Bij w ontzet waaren mede ten hoogste nodig 12. á 16. Bosschieters Copia â Copia missive van den vaandrig (te Centong Fisser, aan den 7 gezaghebber Lizacte Sourabaija Nadien uwEd: Achtb: aller nedrigst is verslag gedaan 197 Van Javas Oost kust den 6 October 171. gedaan van mijn optogt en verdere verrichtingen te Centongers, bij Copia aparte missive geschreven aan den Lieutenant en Commandant Ian Daniel Gondelagh, uit de Benting katoo onder den 25. dezer, zoo laate dee„ ze eerbiedigst gerigt zijn tot vervolg van dien Den 26. dezer met mijn Legertje van keto opgebroo„ ken zijnde om de vlugtende Centongers na haar nego„ rij te vervolgen, heb ik dezelve op haren weg ontmoet, daar zij een aller sterkste borstweering hadden opge„ worpen, op een bij na in accessible gebergte genaamd se„ carpoeti, ik was genoodzaakt deselve met al mijn magt aan te lasten, want zij hebben zig gantsch desperaat verweerd, en daar was om zo veel te meer swaarigheijd bij dewijl de geheele gebergtens niet als enkeld boskagie, zijn die men eerst moest afkappen en zig een weg weg &ig baanen, om in frond te kunnen opmarcheeren, en zulks nog maar heel langsaam voetje voor voetje, ge„ staadig in 't vuuren, zoo wel uit de hand mortieren, als klein geweer; zijnde 's morgens te negen uuren op dezel„ ve plaats aangekomen, en gevochten tot drie uuren na de middag, de vijanden hebben verscheidene uitvallen gedaan, maar teffens met veel verlies te rug geslagen; dog hoe veel er dood gebleeven zijn, kan men niet weeten, dewijl
English
From Java's East Coast, the 6th of October 1771. as they dragged the corpses away with them, but that there are a great number of wounded, of which I have already received certain news. At three o'clock I climbed the mountain and captured the enemy's breastwork, without, thank God, losing a man, and also without wounded, at which very minute I received Your Honorable Worship's very respected separate missive of the 21st of this month. In humble reply to this, serves that according to my slight ability, under God's blessing and direction, everything shall be carried out according to Your Honorable Worship's very respected orders and instructions contained therein, which shall always serve me as an infallible rule to help thereby advance the welfare of the Honorable Company and to give Your Honorable Worship satisfaction according to desire. After the taking of Sicaapoeti, I continued my march and pursued the fleeing enemies at their heels as far as the negorij Lindoengan, situated a good hour from Centong, when the incoming night forced me to pitch my little army there. Yesterday, the 27th of this month, due to heavy rains that began in the morning at half past 4 o'clock and lasted without stopping until after midday, being unable to advance my march, I had to content myself with sending out emissaries, from whom, however, I have not received the least news as to where the enemies have fled. Yesterday in the afternoon at one o'clock I also received at the same time Your Honorable Worship's highly honored separate missive of the 24th of this month together with the enclosed instruction, and I have the honor to reply thereto in the most humble manner that I certainly would have contented myself with the instruction previously given by the Passourouang Commandant to Sergeant Niesse, had it not been expressly said to me: I cannot give you an instruction as I did to Niesse, for you are an officer as well as I, and you must obtain your instruction from the Honorable Lord Commander. Thus, I ask Your Honorable Worship's most humble excuse for the trouble caused thereby, at the same time expressing very humble gratitude for the just-mentioned forwarded papers, which will always spur me on to the strictest observance of my humble duty, and to vigilance and conduct in all my undertakings; no less do I express hearty thanks to Your Honorable Worship for your generous blessings. God grant me the strength; on my part it will never be wanting. This morning very early, having advanced with my little army from Lindoengan to Centong, I found the entire negorij empty. The people of Centong, with wife and children and their whole following, have fled into the nearby forests and mountains, where it is not well possible to drive them out, for on all sides they have roads and passages that cannot be occupied, as the woods are too dense. I do my best to observe them from close by, and I shall also not lack emissaries and spies until I have achieved my objective: to obtain a complete knowledge of the situation of this country, and how one can best and most advantageously attack the enemies. I also take all pains to know the enemies' objective and what they further intend to do. I have even had a letter written in the Javanese language to the chiefs of the enemy in the most polite manner, pleasantly urging them with the sweetest, most flattering words to return once more under the obedience of the Honorable Company, and I am still awaiting an answer to that. For the rest, I request Your Honorable Worship very urgently, if it is possible, to please assist me with another 12 to 15 heads of good Europeans. I dare well assure Your Honorable Worship that among my small detachment are a large number of old, unfit men, as well as several ignorant and inexperienced ones, who are of no use at all; I even already have two sick men who must be carried on litters. In the expectation that the Almighty may further grant His heavenly blessings upon my endeavors, I have the honor to subscribe myself with the most humble respect. Underneath stood: Title. Lower: Your Honorable Worship's humble and obedient servant. Was signed: T. Fisser. In the margin: Centong, the 28th of September, Anno 1771. Lower: Postscript. By extract of this, notice of what is necessary has today also been given to the Passourouang Commandant. Still lower stood: Agrees. Was signed: Pieter Luzac. Underneath stood: Agrees. Was signed: J. R. van den Burgh. Account given by the priyayi Bowo Troeno and Morto Diwongso, who have kept watch on the island of Noessa. On Monday the 30th of September 1771. The informants declare that they were stationed by the corporal stationed on Noessa as an outpost on the west side thereof upon a high hill called Tendas, in order to report immediately whenever a vessel was seen sailing in that vicinity, where the informants were only five days, when on last Thursday, eight days ago, they were warned by a priest called Katip Mamot, residing at the negorij Labak, situated a short half hour from their post, with these words: Bagus, get away from here, for the post of Noessa has been overrun, being
Dutch transcription
Van Javas Oostkust den 6. October 1771. dewijl zij de lijken hebben mede gesleept, maar dat er een groot getal gequeste zijn daar heb ik reets zeeke tijding van gekreegen, te drie uuren heb ik den berg geklommen en der vijanden borstweering 3 ingekreegen, zonder Goddank) een man te ver„ liesen, en ook zonder gekwetste, wanneer op de zelf„ de minute VW: Ed. Achtb: zeer gerespecteerde apar„ te missive van den 21. dezer hebbe ontvangen, waar op in nedrige rescriptie dient, dat na mijn gering vermogen, onder Gods zegen en bestier al het geen ter uijtvoer zal gebragt werden, volgens VWEd. Achtb: daar in vervatte zeer gerespecteerde ordres en jnstruc„ ties, dewelke mij altoos tot een onfijlbaare regel zul„ len strekken omme daar door 's EComp:s welvaaren te helpen bevorderen en uw Ed: Achtb: na wensch genoe„ gen te geven. Na het inneemen van Sicaapoeti heb ik mijn marsch vervolgd en de vlugtende vijanden op de hie„ len nagezet, tot de Negorij Lindoengan, een groote uur van Centong geleegen, wanneer de aankomende nagt mij genoodzaakt heeft mijn legertje aldaar op te slaagen. Gisteren den 27. dezer wegens swaare reegens die smorgens F 199: Van Javas Oostkust den 6. October 1771. 's morgens te half 5. uuren begonnen en tot na de middag zonder uijtscheiden geduurt heeft, mijn maosch niet kun„ nende vervorderen, moeste mij vergenoegen met zendelin„ gen uijt te stuuren, daar ik egter niet de minste tijding van heb ingekreegen waar de vijanden heen gevlugt zijn. Gisteren na de middag te Een uur ontfing ik teffens ook 2429 VWE: Achtb: hoog g'eerde aparte missive van den 24. dee„ zer nevens incloose instructie, en hebbe de eer aller onder„ danigst daar op te repliceeren, dat ik mij zeekerlyk zoude vergenoegt hebben met de jnstructie voor heen door den Passourouangs Commandant aan den sergeant Niesse gegeven bij aldien mij niet expresselijk was gezeit, ik kan rwe geen jnstructie geven gelijk ik aan Niesse heb gedaan, want gij zijt officier zo goed als ik, en uwe moet zijn jn„ structie van den Achtb: Heer gezaghebber bekomen; dus VW Ed: Achtb: aller humbelst excuus versoek over de daar door gecauseerde moeite, teffens zeer nedrig dankbetuige voor het evengemelde toegezondene papieren, het welk mij altoos ter stipste observantie van mijn nedrige pligt. en tot waaksaamheijd en beleid in alle mijn ondernee„ mingen zal aanvndigen; niet minder betuige vW moe d. Achtb: hartelijk dank voor desselfs gulhartige zegen wensche, God verleend mij de kragt, aan mijn kant zal Zal Van Java's ooskust den 6. October 1771. zal het nooit mankweeren. Dese morgen heel vroeg met mijn Legertje van Lindoengan overgerukt zijnde na Ceutong, heb ik de gantsche Negorij leedig bevonden, de Centongers zijn met wijf en kinderen met haaren geheel aanhang in de na bij gelegene bosschen en bergen gevlugt, daar het niet wel mogelijk is dezelve uit te drijven, want zij hebben op alle kanten weegen en passagies, die niet kunnen bezet werden, dewijl de bosschagie alte dik&t is: ik doe mijn best om se van na bij te observeeren en zal het ook niet aan zendelingen en verspiedens laa„ ten ontbreeken, tot ik mijn oogmerk berijkt, een Com„ ploete kennisse van de situatie van deeze Contrij ver„ krijgen, en hoe men de vijanden best en voordeeligst 1 kan aantasten; ook geeft ik mij alle moeite om den vijanden haar oogmerk te weeten en wat zij verder te doen van sints zijn; jk heb zelfs een brief in de Iavaanse taal aan de hoofden den vijande op het aller beleefste laten schrijven en dezelve met de aller soet„ ste vlijenste woorden aangenaam, wederom onder de gehoorsamheijd van D' E Comp: te rug te keeren, en daar ben als nog antwoord op verwagtende. Voor het overige versoek uwel Ed: Achtb: zeer in„ standig 43 201 Van Javas Oostkust den 6. October 1777 „standig zoo het mogelijk is, mij met nog 12. â 15. koppen. goede Europeezen te willen adsisteeren, jk derof vwelEd: Achtb: wel verzeekeren, dat onder mijn klein de tache„ ment een groot getal oude onbequame mannen, als ook verscheidene onkundige en onbedrevene zig bevinden, dewelke in 't geheel tot niets te gebruiken zijn, zelfs heb ik reets twee zieken die moeten gepitkelt wer„ den. Inverwagting den Almogende al verder zyn hemel„ sche zeegeningen over mijne pogingen mag verleenen, heb ik d' eer met den alleronderdanigsten respect te onderschrijven (onderstond) Fi tul (Lager) uwel Ed: Achtb: nedrigen en gehoorsamen dienaar (was geteekend) T: Fis„ ser (in margine) Centong den 28. Sep„ C tember A=o 1771. (Lager) E. S. bij extract dezes is heden ook kennisse van het nodi„ ge aan den Passourouangs Commandant gegeven (nog lager stond) Accordeert (was geteekend) P=r Luzac (onderstond) Ac„ cordeert (was geteekend I. R. V. D. Burgh Nelaas Van Javas Oostkust den 6. October 1741. Relaas gegeeven door de Priaijs Bowo Troeno en Morto Diwongso, dewelke op het Eijland Noessa de wagt hebben gehouden Op Maandag den 30. September 1771. De Relatanten verklaren als dat zij door de op Noessa posthouderde Corporaal, de west kant van daar op een hoog bergje gen=t Tendas op d' brandwagt zijn gezet, om wanneer een vaartuijg daar omtrend ziende zijlen, ten eerste rapport te doen, alwaar de relatanten maar vijff dagen zijn geweest, wanneer zij op de gepasseerde donderdag agt dagen, door een paap gen=t katip mamot, wonende op de Negorij Labak, een kleijn halff uurtje van haar post geleegen, gewaarschout was, met deeze woorden Baggus gaat hier van daan, want de post van Noessa is afgeloopen, zijnde
English
From Java's East Coast, the 6th of October 1771. Two Europeans remained at the post, namely the tukang jahit or tailor, and the other who has a sore foot, who were killed by the Nusa people, and the corporal with the two other Europeans who went with a small proa to the beach to divert themselves were also killed. Whereupon the deponents immediately abandoned their post and fled into the forest to conceal themselves. However, this priest, searching for them, brought them some rice and said, "See that you get away quickly." Thus, the deponents went down from the mountain, and arriving at the beach, found a fisherman who had hauled his small proa onto the shore, hidden the paddle or scoop in the forest, and departed for home. With this proa, the deponents immediately made their way and arrived with it at Gestam, where they encountered people of Bangil who were keeping watch there and informed them of what had occurred. Thence they were brought to Gantong to the Lumajang postholder and sent further to Pasuruan. The deponents also declare that they do not know From Java's East Coast, the 6th of October 1771. how matters stand with the other Bangil people who, alongside them, kept watch on Nusa. Thus related at the Dutch Company's office in Surabaya, date as above. Below was the mark of the Javanese Bouwo Troeno and Morto Diwongso. Lower, Known to me, was signed, J. Helmont, sworn translator. Below, Agrees, was signed, F. Helmont. Below, Agrees, was signed, J. R. v. d. Burgh. 205: From Java's East Coast, the 8th of November 1771. To His High Excellency, The High Noble, Rigorous, Highly Esteemed Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, alongside the Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Rigorous, Highly Esteemed Lord, and Honorable Lords, Having had the honor on the 26th and 28th of the past month of October to receive Your High Excellencies' respected separate letters of the 11th and 15th prior, may I hereby in the first place be permitted not only to offer my gratitude for Your High Excellencies' gracious approval of the arrangements devised by me for suppressing the unrest in Balambangan and its surroundings, and likewise for the soldiers and artillerists, alongside various necessary supplies, which it has pleased Your High Excellencies From Java's East Coast, the 8th of November 1771. to send me for that purpose, but also to express my thanks for the broad authorization to take such further measures as may serve for the restoration of peace and tranquility, as well as to assure that I shall constantly strive to live up to the trust that Your High Excellencies are so benevolent to place in me, and to that end, according as required and by the state of affairs, in accordance with Your High Excellencies' intention, I shall also avail myself of the considerations of my predecessor in the administration here, the Honorable Rigorous Lord Extraordinary Councillor of the Indies Vos, relative to this subject. I have, therefore, already on the 2nd of this month dispatched the Corps of Dragoons under Captain-Lieutenant Reijgers, and alongside Lieutenant Heinrich, item the Ensigns De Chateauvieux and Ostrouwkij, with enough of the soldiers who arrived with them to make up 108 heads at first estimate, item the Extraordinary Lieutenant Smedeken, and another six artillerists (besides six others who had already departed from here previously) via Surabaya to Ulupampang, as well as assigning the command over the Company's force there upon arrival to the first-named, as he is the highest officer in 207: From Java's East Coast, the 8th of November 1771. rank, and for that reason prescribed and commended such points for their guidance to him separately and to the other officers just mentioned together, as appeared necessary to me and as the accompanying copy of instructions may demonstrate to Your High Excellencies if it pleases, while it has been left to the Commander Luzac to amplify and alter the same by adding what is necessary, as the circumstances of time and affairs might come to require, and I have written to him in my letters of the 30th of October and the 4th of this month to augment the Sumenep and Pamekasan forces in the meantime to one thousand heads; and insofar as they are not already there, to have them cross over directly to Ulupampang, as well as to assemble and keep as many Madurese together at Panarukan until the arrival of Captain-Lieutenant Reijgers and until the best apparent means shall have been devised, whether to draw a cordon on that side, or, which appears most advisable to me, first to bring the Sentong people, who are said to have already grown to two thousand heads, to submission
Dutch transcription
203 Van Javas Oost kust den 6. October 1711. zijnde twee Europeesen op de post gebleven als de toekang Djait of suijer, en de andere die een zeere voet heeft, die door de Noessase om zijn gebragt en de Corporaal met de twee ande„ ve Europeezen die met een praauwtje na de strant zijn speelen gegaan, zijn ook dood gemaakt: waar op de relatanten haare postje ten eerste verlaten en zijn boswaars ingelopen om huijs te verschuij„ len; dog deeze paap haar op zoekende brag„ ten hun wat rijst, en zijde maakt dat gij dog spoedig weg komt; zoo zijn de relatanten van de berg afgegaan en op strant komende vin„ den een visser dewelke zijn praauwtje op de wal had gescheept en de pangaijong of schepper in 't bos verborgen en zig na huis begeeven; met welk praauwtje de relatanten terstond haar weg maakte, en daar mede op gestam gekomen, alwaar zij bangerse volkeren hebben aangetrof„ fen, die daar de wagt houden, en van het voor„ gevallene te kennen gegeven, dus van daar na Gantong gebragt bij den Lamadjangse posthouder en verder na Passourouang ge„ souden, ook verklaaren de relatanten niet te weeten Van Javas Oostkust den 6. October 1771. weeten hoe dat met de andere bangerse volke„ ren geleegen is, die nevens haar op Noessa de wagt hebben gehouden Aldus gerelateert ten Nederlands. Comp„ toire Sourabaija. Dato voorsz: (onderstond) het merkt van de Javaanen Bouwo Troeno. en morto diwongso (Lager) in kennisse van mij (was geteekend) I=n Helmont: gesw: Trans„ 1eg lateur (onderstond) Accordeert (was geteekend) F=k Helmont (onderstond) Accordeert (was getee„ kend) I: R. V. D. Burgh 205: Van Javas oostkust den 8 November 1777. Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen gestr: groot Achtb: Heer Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal, nevens de wel Edele Heeren Raaden van Neder„ lands Indie Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtb: Heer, en Wel Edele Heeren Op den 26. en 28. der gepasseerde maand October, de eere ge„ had hebbende te ontvangen uwer Hoog Edelheden gerespec„ teerde aparte missives van den 11. en 15. bevorens, zij het mij bij deezen in de eerste plaats gepermitteerd niet alleen mijne erkentenisse te offereeren, voor VW Hoog Edelheden ge„ negen goed keuring der door mij beraamde schikkingen tot demping der onlusten in het Balembrangsche, en daar omstreeks, en zoo meede, voor de militairen en Arthillevis„ ten nevens diverse nodige articulen, die het hoogst derzelver behaagd Van Javas Oostkust den 8. November 1771. behaagd heeft mij daar toe te zenden, maar ook mijn dank te betuijgen, voor de ruijme qualificatie om verder zodanige maatregulen te mogen neemen als tot herstelling van de rust en vreede zullen kun„ nen strekken, mitsgaders te verzeekeren, dat ik steeds tragten zal te beantwoorden aan het vertrouwee, dat uw Hoog Edelheden zoo goed gunstig in mij gelie„ ven te stellen, en ten dien einde mij ook na vereisch en de gesteldheijd van zaaken conform hoogst der„ zelver intentie bedienen zal van de consideratien van mijn predecesseur in't bestier alhier Den wel Edelen Gestr: Heer Raad Extra ordinair van Indië Vos betrekkelijk op dit sujet; Ik heb dan ook be„ reets den 2. dezer het Corps Dragonders onder den Capitain Luitenant Reijgers, en nevens den Luite„ nand Heinrich, item de vendrigs De Chateauvieux en Ostrouwkij, van de met hun teffens overgekomen militairen, zoo veel om 108. koppen primo plan uit te maken, item den Extra ordinair Luitenand Smede„ ken, en nog ses Arthilleristen (buijten ses andere die van hier bevorens al vertrokken waren) over sourabaija naar Oeloepampang afgezonden, mitsgaders aan den eersten als de hoogste officier in vang 207: Van Javas oostkust den 8 November 1771. rang zijnde het commando aldaar na aankomst over 's Comp:s magt opgedragen, en hem om die reeden afzon„ derlijk, en de evengenoemde andere officieren te zamen zodanige poincten ter hunner narigt voorgeschree„ ven en aanbevoolen als mij noodzakelijk zijn voorge„ komen en nevensgaande Copia jnstructien uw Hoog Edelheden des behagende aan duiden kunnen, terwijl aan den gezaghebber Luzac overgelaten is, dezelve door bijvoeging van het nodige zodanig te amplieeren en 23 te altereeren als de omstandigheeden van tijd en zaa„ ken zouden mogen komen te requireeren, en ik hem, bij mijne brieven van den 30. october en 4. dezer aan„ geschreven hebbe, om intusschen de Sumanappers en Pa„ macassangers tot een duizend koppen te augmenteeren; en vóor zoo verre die er niet al bereeds zijn direct naar oeloepampang te doen oversteeken mitsgaders zoo veel Madureezen te Panarockan, bij een te versa„ melen en te doen verblijven, tot d' komst van den Capi„ tain Lieutenant Reijgers en dat de best voorkomende middelen zullen weezen beraamd, 't zij om aan die kant een Cardon te trekken, dan wel en dat mij raadsaamst voor„ komt, eerst de Sentongers, die men wil dat reeds tot Twee Duizent koppen zouden aangegoeid zijn, tot onderwer„ ping