Inventory 3346
Coromandel · 842 pages · 195 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Thursday the 9th of July Anno 1772. Batavia Received packets of papers Change of a boy to the same: In the morning at eight o'clock Meeting of the Council of Policy Arrival of the ship Alkemade from Het ship Alkamade having been assigned by their High Excellencies the Honorable High Indian Government at Batavia as a return ship via this Coast, and having arrived here in the roads yesterday evening. Opening and reading of the herewith received packets of papers being opened, and found therein well-mentioned their High Excellencies' separate and general missives dated the 12th of May last directed to this Government, accompanied by such enclosures as are recorded in the register received alongside them, and all having been duly received, so it is, after reading of the same, approved and understood to carry into execution with the utmost promptitude the orders contained therein, particularly with regard to the unlading, lading, and dispatch of the aforementioned return vessel. Whereafter the deckhand Anthonij Cornelis Abelen of Cleef earning ƒ 7 was changed to soldier with the addition of nine guilders per month; and furthermore admitted into the Company's service: Joseph Mirnas of Nagapatnam as fifer, and Anthonij De Bosaijro and Leander de Costa, both also of Nagapatnam, as soldiers among the Easterners with the usual monthly pay of three rix-dollars. Thus done and resolved in the Castle of Nagapatnam, date as above. Was signed: as Saturday the 25th of July Anno 1772. In the morning at seven o'clock Meeting of the Council of Policy Absent: The Junior Merchant and Second Warehouse Keeper Jan Daniel Simons The fire engines here having been inspected by the Fiscal and the commissioned judicial members, and the report of their findings having been received, and it being shown thereby that both the pistons and the canvas hoses of the same were much too short to be used with any desired effect in a fire of any significance, as through that defect the squirted water could not be brought far enough to quell the flame or fire with it; further that the leather on the pistons of one fire engine needs to be serviced and renewed, as well as a new spindle instead of the one that has become unfit because of white ants; furthermore that one tub is leaking, and the hose in several places in pieces; so it is, as it appears from this that they in case of need will be of little use because of the aforementioned indicated defects, as they are only ship's fire engines, approved and understood to send the same back to Batavia by the first occurring shipping opportunity, after that which was found unfit on them shall have been properly repaired. The 25th of July 1772 About the jailer Extract from the Civil Roll of the Court of Justice Furthermore, the Governor produced an extract from the Civil Roll of the Court of Justice of this Castle dated the 26th of May last, containing a complaint that the jailer or the overseer of the detained debtors allowed them to go out and in on mere bail, or verbal promise of this or that native that such an enlarged hostage would deliver himself back, who then, finding themselves at liberty, applied themselves to and committed all kinds of trickery to the prejudice of their creditor or debt claimant; just as one Pattaravie, being detained under arrest for debt to the native Allagappa, having been let out of the jail by the said jailer on the bail of the fellow native Siwaramen, betook himself to the secretariat and had his house and yard mortgaged at the secretariat, and that to his own sister Chinaatje, for what it was said he was indebted to her; without the clerks at the secretariat having known that the native Pattoeravie was a hostage, since he appeared at the secretariat or before the commissioned judicial members whose turn it was without having the overseer or jailer with him, as is always done when such a hostage is let out of the jail with the prior knowledge and consent of the Honorable President in order to settle with their opposing party, or to make some other agreement regarding their disputed matter, or to devise means for the satisfaction and appeasement of their creditor. So it is, in order to prevent such arbitrary dealings in the future and remove all irregularities that such unpermitted behavior brings with it and that can further arise from it, as well as the detriment that this can and must cause to the creditor: approved and understood to discipline the said jailer, who in this has exceeded his duty, with a good lashing of the sjambok, with a prohibition henceforth to allow anyone
Dutch transcription
Donderdag Den 9:' Iulij A:o 172. batavia ontfangene pocquet papiersn changering van en hef tet ot zolfd: smorgens ten agt uuren Vergadering van Politie arisvoort schip alkenad van Het schip Alkamade door haar hoog Edelens de Edele hooge Indiase Regeering te Batavia tot een Retour schip over deese Custe aangelegd, en gisteren avond alhier ter Rheede g'arriveerd zijnde. opening en lesing ant dormeede wierden de daarmeede ontvangene pacquetten met papieren geopend, en daarinne bevonden, wel„ melde haar hoog Edelens apparte en gemeene mis„ sivens de dato 12:' Meij Jongstleeden aan deese Regee„ ring gerigt verseld van sodanige bijlaagen, als, bij het daarneevens ontvangene Register bekendstaan, en alle naar behooren ontvangen zijn, soo is naar gedaane Leesing derselve goedgevonden en verstaan, de ordres daar bij vervaet insonderheijd met betrecking tot de ontlossing, belaading en depeche van voornoem„ de Retourbodem, ten eersten en met de uijtterste promp„ titude, ter Executie te leggen. Waar na den hooplooper Anthonij Cornelis Abe„ len 347. den 9:' Julij 1772. oder brandsfuyten len van Cleef winnende ƒ 7. gechangeerd wierd tot zoldaat met toevoeging van Niegen Guldens ter maand; En voorts in 'sComp=s dienst geadmit„ admissi van die personen teerd Ioseph Mirnas van Nagapatnam tot Phijper en Anthonij De Bosaijro en Leander de Costa beijde meede van Nagapatnam tot sol„ daaten onder de oosterlingen met de gewoone maan„ delijkse besolding van Drie Rijse d=s Aldus Gedaan en Gearesteer n't Custeel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was geteekend:/ als Saturdag Den 25:' Iulij A:o 172. smorgens ten seeren uuren Vergadering Van Politie Dempto Den ondercoopman en Tweede pakhuijsmeester Jan Daniel Simons De Brandspuyten alhier door den fiscaal en mygdendese aentwij de geke gecommitteerde Vooren. E 7 den 25'. Julij 1772. wat daar bij consteerd tesande. gecommitteerde Iustitieele Leeden gevisiteerd en het Rapport hunner bevinding ingekoomen, en daar bij vertoond zijnde, dat soo wel de suijgers, als de zeijldoekse slangen derselve veel te kort waaren, om bij brand, die maar van eenige aangeleegendheijd was, niet eenig gewenscht niet gebruykt te kunnen werden, dewijl door dat gebrek het spuytend waater niet verre genoeg ge„ bragt zoude kunnen werden, om de vlam of brand daarmeede te dwingen, wijders dat het leer op de suijgers van de Eene brandspuijt voorsien en ver„ nieuwd diend te werden als meede van een nieuwse vriel insteede van het eene, dat door de witte mie„ ren onbequaam geworden, voorts dat eene back leck, en de slang op verscheijde plaatsen aan stucken biflen adsebor na btava teng V es: soo is, als daar uytkoomende te Consteeren deselve in Cas van nood van wijnig nuet zullen weesen, door de voorsz: aangeweesene defecten, dewijl maar scheeps brandspuijten zijn, goedgevon„ den en verstaan, deselve per eerst voorkomende scheeps geleegendheijd naar Batavia terug te senden, na na aovon en geparert zyjn dat het geen daar aan onbequaam bevonden is, naar vereijsch. 349. den 25e. July 1772 ovenden tronk bewaarder vereysch gerepareerd zal weesen. — Voorts produceerde den heer Gouverneur Ed sogte van de saand von Justsitie tract uyt de Civiele Rolle van den Raad van Justi„ tie deeses Casteels de dato 26:' Meij Jongstleeden, inhouden„ „de klagte over den den Tronkbewaarder of de opsigters over de gegijseldens liet uijt en ingaan op enkel borg„ togt, of mondelinge belofte van deese of geene Jnlan„ ders, dat sodanig een gelargeerde gegeijselde hem wee„ der Leeveren zoude, die dan zig in vrijheijd bevin„ dende; op allerhande Conkelarijen toelijden en pleeg„ den, in prejuditie van hun Credtiteur of schuld Eijs„ scher, gelijk door eenen Pattaravie, over schuld aan den Jnlander Allagappa in arrest zittende, door gedagte tronkbewaarder op de borgtogt van de meede Jnlander Siwaramen uijt den tronk ge„ laaten zijnde, sig naar het secretarij begeeven hebbende desselvs huijs en Erff secretarieel verpand. heeft geheed, en dat nog aan zijn eijge suster Chi„ 1 naatje, voor het geen hij aan haar soo gesegd wierd debet zoude weesen; sonder dat de bediendens ter secretarij, hebben geweeten, dat den Jnlander Pattoeravie den 25. Julij 1772. en oors Coolg atgesteld Pattoeravie een gegijselde was, dewijl ter secretarij of voor de gecommitteerde Iustitieele Leeden die de tourbeurd hadden verscheenen was, sonder den visia„ door of Tronkbewaarder bij zig te hebben, gelijk alteijd geschied, wanneer zodanig een gegijselde, met voorkennisse en toestemming van den E: President uijt de tronk gelaaten wierde om met derselver parthij te Composeeren, of eenige andere Conventie ten opsigte hunner twist zaake te treffen, dan wel middelen te beraa„ men tot satisfectie en bevreediging van hun want toet poevante van den belate schuld Eijsscher: soo is tot voorkooming van diergelijke willekeurige gedoentens in het vervolg„ en wegneeming van alle irregulariteijten die dier„ gelijke ongepermitteerde handelwijse na zig sleepen en daar uijt alverder voortspruijten kunnen, mits„ gaders ook het aandeel dat daar door voor den schuld Eijsscher kan en moet veroorsaaken: goed„ gevonden en verstaan gemelde tronk bewaarder die in deesen zyn pligt te buijten gegaan is, te Corrigee„ ren met een goed sjambokslag, met verbod voortaan niemand .
English
351. the 25th of July 1772. no one is to be let in or out of the jail except by the special and verbal order of the Governor, the Honorable President of the Esteemed Court of Justice, and those of the City Council, or the Fiscal and Adigar of this city, to the exclusion of anyone else whomsoever, or under whatever pretext it might be; and further to give notice of the aforementioned case, by order of the Governor, to the Head Visiadoor here, Kallikoetti Naijker, under whom the jailer falls, and to earnestly urge him to place more faithful and vigilant servants and overseers in the jail, upon whom one can rely better, lest he otherwise be held directly responsible for the frauds committed by his aforementioned servants. Whereupon the Assayer, Jacob van Tessel, demonstrated that, out of necessity, having privately ordered a fine assay balance with silver pans and weights from Europe, he had received the same at the cost of the 25th of July 1772. f 120.–.– or pag: 26: 16: according to a receipt for the payment made for it in the Netherlands, which he also produced, requesting that this amount might be reimbursed to him on the Company's behalf. Thus it was resolved and agreed, since according to his testimony and that of the Mint Master Pietersz the same is a very necessary tool, to take it over for the Honorable Company with a capital advance, in consideration of some expenses he had to incur for it, and to enter the same into the books under his responsibility. Whereas it is the custom here that the schoolbooks, which are sent from Batavia upon the demand made from here, are handed over to the minister as soon as they are received, which the Governor said was a principle practiced nowhere and therefore had to be redressed: it was thus resolved to leave those books henceforth in the custody of the warehouse keepers, and to issue only so many of them to the minister by order of the Governor 353. the 25th of July 1772. and the Honorable Chief Administrator as are needed for the service of the church and school here, and to sell the remainder by warrant to the congregation in this place for the benefit of the youth. The Prince of Tanjore having made known through the Manaarcoil Subahdar, Cannagasabea Poele, his desire to obtain a carriage such as that of the Governor, offering that he would gladly pay the cost thereof; it was, since the same could not be made here, resolved and agreed to submit His Highness's aforementioned request to Their High Mightinesses, and, while submitting a drawing, to request Their High Mightinesses that such a carriage might be made for the service of the said prince and sent hither. Hereafter was reviewed the account of the stamped paper sold and remaining in stock during the first six months of this financial year, which was approved. and further to instruct the Resident, based upon the observations made at the session of the 5th of May last, to provide himself with a house of lower rent for storing the Company's textiles, if he could not comply with the order of this Government given by letter of the 12th of May last, since once the textiles currently in preparation are sent hither, the warehouse would again stand empty for months, while a heavy rent of 10. pag: per month was fruitlessly paid for it, pointing out to the Resident that this Government was quite willing to believe that the English paid 20. pagodas per month in rent for an inferior house, but that they, in contrast, would also have more or better use of it than the Honorable Company had of its aforementioned rented warehouse, which stood empty for most or the greater part of the year, besides the fact that the Honorable Company was not obliged to regulate itself according to others, since every servant of the Honorable Company was bound to look after the greatest interest of the 25th of July 1772. his lords and masters. 357. the 25th of July 1772. Meanwhile, the Government observed with very great displeasure the shameless conduct of the merchants there in the slow delivery and supply of cloth, in which negligence they still dare or seek to excuse themselves by complaining about the smallness of the demand, and thus having received only a small sum of money for it, they were obliged first to remedy this in order to recoup the expenses they were compelled to incur, both regarding the maintenance of the necessary servants and the upholding of their status in a place ruled by a Moorish government, thus indicating not obscurely that the Honorable Company was obliged to wait until those traders had finished their work with their private trade and supplies conducted with the Company's money, which was far from being consistent with the decency and duty of a merchant.
Dutch transcription
351. den 25e. Julij 1772. lantje door den Essaijeur particulier uyt liropa ontkooden niemand uyt de tronk uijt en intelaaten dan op de speciaale en mondelinge ordre van den heer Gou„ verneur, den E: president van den agtb: Raad van Justitie, en die van den stads Raad, of den fiscaal, en adigaar deeser steede, buyten iemand anders hoe ook genaamd, of onder welk pre„ text het ook weesen mogte; En wijders den hoofd visia door alhier kallikoetti Naijker onder wien de tronkbewaarder sorteerd, ter ordre van den heer gouverneur kennisse van het voormeld geval te geeven, en hem ernstig te recommandeeren trouwer en vigilanter bediendens en opsigters in den tronk testellen, op wien men beeter staat maaken kan, soo hij anders niet direct aanspree„ kelijk wilde weesen voor de fourberijen die door sijne voormelde bediendens gepleegd werden. —. Waarna den Essaijeur Iacob van Tessel, besligt te nskop an en an vertoonde dat hij om de wille van de noodsaake„ lykheijd eene fijne Essaaij balansje met silver schara„ len en doppen particulier uijt Europa gerequireerd hebbende het zelve bekoomen hadde, ten koste van den 25e. July 1772. dert othuigdmn te eaeten brank en ten wet eynde. van ƒ 120. –. – of pag: 26: 16: na luijd eener quitantie van het betaalde daar voor in Nederland, die hij teffens produceerde, met versoek dat hem dat bedraa„ gen 's Comp=s weegen goedgedaan mogte werden: soo is als het zelve volgens zijne betuijging en die van den muntmeester Pietersz: een seer noodsakelijk gereedschap zynde, goedgevonden en verstaan, het zelve met een Capitaal advans voor d'E: Comp=e overteneemen om de wille van eenige ongelden, die hij daar voor heeft moeten laaten doen, en het sel„ re bij de boeken ter zijner verandwoording intinee„ men. —. bostuijt de scherlbeten vortaenen Alsoo alhier het gebruijk is, dat de schoolboe„ ken die op de van hier gedaanen Eijsch van Ba„ tavia gesonden werden, soo dra ontvangen zijn, aan den predicant werden overgegeeven, het geen den heer Gouverneur zijde een maxime teweesen; nergens practicabel oversulx daar in redres gemaakt moeste werden: soo is verstaan die boeken voortaan on„ der de pakhuijsmeesters te laaten berasten, en daar van maar soo veel op ordonnantie van den heer gouver„ neur 353. den 25e. Julij 1772. „sen vrst om den magen ter vrsoeke productie en insertie van de reecq: van't gestempeld papier van utt=o bez: neur en den E: hoofdadministrateur aan den predekamt aftegeeven; als benodigt zijn ten dienste van de kerk en school alhier, en de Rest per ordonnantie te ver„ koopen, aan de gemeente te deeser plaatse ten be„ hoere van de Jeugd Den Tansjoursen vorst door den Manaar, gedaan versoek doorden tans jour„ coilsen soubedaar, Cannagasabea Poele te kennen hebbende laaten geeven, desselvs geneegend, heijd ter erlanging eener waagen, sodanig als die van den heer gouverneur was, met aanbieding dat het kostende daar van qaarne betaalen wilde; soo is de„ wijl deselve alhier niet gemaakt konde werden; goed„ gevonden en verstaan, zijn Hoogheijds voormelde ge„ iten desele van de eg daane Jnstantie aan haar hoog Edelens voorledraa„ gen, en onder aanbieding eener afteekening hoogst deselve te versoeken, dat sodanig een Rijtuijg ten dienste van gedagte vorst gemaakt, en dit heen ge„ sonden mag werden. —. Hier na wierd geresumeerd de Reekening van het verkogte en per Restant gebleevene gestempelde papier in de eerste ses maanden deeses boekjaars die verstaan een huijs van minderheur te voorsien tot borging der packen, en waarom. „gifften aldaar, en den Resident voorts op fondament van het geremarqueerde ter sitting van den 5. ' Meij nader Last aan den Ratitent om Jongstleeden, nader te gelasten, zig van een huijs van minder huur te voorsien, tot het bergen van 'sComp=s Lijwaaten, bij aldien hij niet voldaan konde aan de ordre deeser Regeering bij brieve van den 12:' Meij lestleeden gegeeven, nadien de thans ingereedheijd weesende Lijwaaten dit heen gesonden werdende het pakhuijs weeder maanden lang leedig soude staan, terwijl voor het zelve nutteloos een swaare huur van 10. pag: 'smaands wierde opgebragt, onder te doene verthooning aan den Residtent, dat deese Regeering wel gelooven wilde, dat de Engelsen voor een slegt huijs 20. pagooden 'smaands aan huur betaalden, dog dat zij daar en teegen ook meerder of beeter gebruijk daar van souden hebben dan dE: Comp=se hadde van haar voormeld ingehuurd, en meesten tijds of het grootse gedeelte van het Jaar leedig staande pakhuijs, behalven dat d'E: Comp: niet ver„ pligt was zig na andere tereguleeren, wijl ieder dienaar van d'E: Comp: verbonden was het meeste intrest van den 25e: Julij 172. zijn 357. den 25e. Julyj 1722. bring van dijwaaten door de Copp: schooning alleg uleren zijn heeren en meesters te betragten. Inmiddels wierd bij de Regeering met zeer veel omgerogen over dentwaagen aan„ ongenoegen bespeurd, het schaam teloos gedrag der Cooplieden aldaar, in de traagen aanbreng en Le„ verantie van kleeden, in welke negligentie zij zig nog durven of tragten te verschoonen, met zig Jtem, over denedenen welke toe ver„ te beklaagen over de geringheijd van den Eijsch en dus maar een geringe somma gelds daar voor ontvangen hebbende, verpligt waaren, daar„ meede voor af te remedieeren om hunne ongel„ den goed te maaken die zij verpligt waren te doen, soo omtrend het houden van de nodige be„ diendens op het ophouden harer fatsoen op een plaats die door een moorsche Regeering bestierd wierde, geraamd, geevende dus niet duijster te kennen dat dE: Comp=e verpligt was, soo Lange te wagten tot dat die handelaars met hunne particuliere negotie, en leverantie met scomp=s geld gedreeven gedaan werk gekreegen zullen hebben, hoeverre dit nu met het fatsoen, en pligt eener Coopman over een te brengen was
English
25 July 1772. to make known. and to make felt the legitimate resentment of this Government over their arrogance in raising all manner of exceptions, in particular what those merchants now made use of, it was understood to make known to the Resident that one had postponed this until the appropriate time, at which point, if they did not change their conduct for the better, one would demonstrate and make them experience that they are nothing other than bold and shameless deceivers, with the declaration that it was so much the more sensible to this Government that all the successive repeated and assured promises made since the month of December had served no other purpose than to appease this Government time and again, with mentions that there was no doubt whether the collection would have a desirable outcome, and other such evasions, while this Government in the meantime was assured that those merchants were using all the linens they brought in to fulfill their contract made with the coast-dwellers and other foreign traders, in such a manner that those merchants, through their conduct condemnable in all respects and faithless actions, had brought this Government to the extreme, so that their far-reaching manner of acting could no longer possibly be tolerated, by which they had made themselves unworthy of any further indulgence, and furthermore to hold before them that whether the demand, of whose smallness they complained, was small or large, one previously had much trouble to get the same fulfilled as desired. Meanwhile it was resolved to send the pantjalling De Goede Verwagting to that Residency, for the conveyance thither of some necessities; and from there to let it sail onward to Sadraspatnam, to collect as many of the prepared Dutch packages as it will be able to take in, but if unable to get fully loaded there, to dispatch it back hither via Portonovo, or otherwise direct hither. 25 July 1772. Note of the dispatch of various vessels to the southern factories While it was resolved to note herein that the sloop De Papegaaij with 5000 pagodas and 1500 parras of paddy, the sloop Boeijder with 3000 parras of paddy, and the thonij De Johanna Maria with 25000 lb of Japanese bar copper and 770 lb of mace were dispatched to Pulicat, and on that occasion with the last-mentioned small vessel simultaneously sent in passing to Sadraspatnam were 5000 pagodas, 2377 1/2 lb of nutmegs, and 733 3/4 lb of cloves. and wherewith displeasure over the vexatious conduct of the merchants On the letters from Sadraspatnam written hither by the chiefs since 7 May last up to the 16th current, it was understood to express the displeasure of this Government over the vexatious conduct of the merchants there, described at large in the servants' letters of the 2nd of this month, regarding and on the matter of the incomplete fulfillment of the demand, and the notorious falling behind of the merchants at the closing of the books, in case they, as in anno passado according to the resolutions passed at this table on 4 April and 22 May of the past year, might not be permitted to deliver some packages of third sort for the Fatherland, since the same could impossibly be fulfilled in first and second sort; likewise that the third sort falling out of the linens yet to be brought in could also no longer serve for the Indian demand of bleached goods, since of the requested 18 packages for those regions, 16 bales were already fulfilled and bound, so that the servants found themselves in the same necessity as in anno passado to request qualification to be permitted to accept the 3rd sort of the bleached linens also for Europe, and likewise to accept those of that sort which might be delivered in excess after the fulfillment of the 75 packages of bleached guinees, 25 ditto salempores, and 13 ditto baftas demanded for the Netherlands, whether it please this Government that the remaining packages were accepted on the new demand, or that it pleased them to summon the same hither to be employed according to necessity, either for Europe or India, and regarding which remaining bales the chiefs guess that it would take great effort, even if the third sort were accepted, to get the demand of the aforementioned demanded 113 packages of bleached linens fulfilled; because the merchants, as already in the very beginning or when the demand was assigned to them, continually complained about the large quantity of bleached cloths in this year, which could most completely impossibly be fulfilled if the Government did not again show them the favor of accepting the third sort: So it is, this having been deliberated and reflected upon, and what was written by their High Mightinesses in their venerated letter of 12 May last, that although they pleased to approve the indulgence used in anno passado 25 July 1772.
Dutch transcription
den 25e. July 1772. te kennen te geeven. was; en het doen gevoelen van het Regtmaatige Res„ sentiment deeser Regeering over hun arrogantie in het voortbrengen van allerhande Exceptien, in„ wat bestoten is den resident dierw: sonderheijd waar van die handelaars zig thans bedienden, is verstaan den Resident te kennen te geeven dat men zulx tot op zijn tijd uijtgesteld heid„ de, als wanneer dan, indien zij hun gedrag niet ten goeden quamen te veranderen, men aantoonen en haar soude doen ondervinden dat zij niet an„ ders dan stoute en schaamteloose bedriegers zijn, met betuijging, dat 't zoo veel te sensibelder voor deese Regeering was, dat alle de 't zeedert de maand December gedaane successive herhaalde en ver„ seekerde beloften, nergens anders toegediend hadden dan om deese Regeering telkens te paaijen, met melding dat er geen twijwel was, of den Jn„ saam soude een gewenschte uijtslag hebben, en diergelijke andere uijtvlugten meer terwijl deese Regeering intusschen verseekerd was, dat die han„ delaars al hun afbrengende Lijwaaten doen dienen ter voldoening aan hun Contractatie met de overwal„ ders 359. den 25e. Julij 1772. senden. eynde ders en andere vreemde traffiquanten gemaakt, in voegen dat die Cooplieden, door derselver in alle opsigten Condemnabel gedrag en infidelle gedoen„ tens, deese Regeering tot die uijtterstens gebragt hadden, dat onmoogelijk langer gesoufreerd werden konde, hunne verregaande handelwijse door dewelke zij zig alle verdere indulgentie on„ waardig gemaakt, hadden, en haar voorts nog te doen voorhouden, dat schoon den Eijsch over welkers geringheijd zij klaagden, kleijn off groot was, men Eeren veel moeijte hadde om de„ selve naar wensch voldaan te krijgen. — Intusschen wierd beslooten de Pantjalling bestent e ont ali det kante De Goede verwagting na die Residentie te senden, ter overbreng na derwaards, van eenige benodigtheeden; en van daar voorts naar Padras, en aendae o Cadas enten ant patnam te laaten voortsijlen, ter afhaal van soo veel van de ingereedheijd zijnde veederlandse packen, als zal konnen inneemen dog aldaar niet vollaaden konnende raken, over Portonovo herwaards te rug te depecheeren of anders direct dit den 25. ' Julij 1772. Noteering van de depock van divers vaartuygen werde zuyder Comptoiren en waar meede ongenoegen over het verdbrietin gedrag„ der Supras fsae Cop dit heen. — Terwijl beslooten wierd in deesen te noteeren, dat de Chialoup De Papegaaij met 5000. pagoo„ den, en 1500. parras nelij de Chialoup, Boeijder met 3000. parras nelij, en de thonij de Iohanna Maria met 25000. lb: staatkooper Iapans en 770. lb: foelij of macis naar Palliacatta gede„ pecheerd, en bij die geleegendheijd met laast ge„ melde kieltje teffens in passant na Sadras„ patnam gesonden sijn 5000. pagooden, 2377:1½ lb: nooten, en 733. ¾. lb: nagulen. —. Op de brieven van Sadraspatnam 't zeedert den 7. ' Meij Jongstleeden tot den 16:' Courant door de opperhoovden dit heen geschreeven, is verstaan het ongenoegen deeser Regeering te betuijgen over het verdrietig gedrag der Cooplieden aldaar, in het breede bij der bediendens letteren van den 2:' deeser en waarine het selve bestaat maand beschreeven, over en ter zaake van de in compleete voldoening van den Eijsch, en het notoir agter uijt raaken van de cooplieden bij het sluijten der boeken, ingevalle haar gelijk in anno passado na 361. na het geresolveerde ter Resolutien deeser tafel van den 25e. July 1772. den 4:' april, en 22. ' Meij des voorleeden Jaars, niet toegestaan mogte werden om eenige packen derde zoort voor het Vaderland te moogen Leeveren, alsoo deselve onmogelijk in eerste en tweede zoort voldaan konde werden; soomeede dat uijt de nog aantebren„ gene lijwaaten te vallene derde zoort op den Jn„ diaschen Eysch van gebleekt goed, meede niet meer dienen konde, nadien van de gevraagde 18. packen voor die gewesten al 16. fardeelen voldaan en in den band waaren, in voegen de bediendens zig ingelijke noodsaakelijkheijd als in anno passado bevonden, om qualificatie te versoeken om van de gebleekte lijwaaten de 3:' Zoort meede voor Europa te moogen aanneemen soo meede accepteeren, de geene, welke van die zoort na de voldoening van de voor Neederland gevorder„ de 75. packen gebleekt guinees 25. ditos salemp„s en 13. ditos baftas, mogten overgeleeverd werden, het zij dat het deese Regeering behage, dat de overige packen op den nieuwen Eysch wierden aangenoomen opsigte aan haar hoog Ed=s missive aangenoomen, dan wel dat deselve dit heen beliefde te ontbieden om na benodigtheijd, het zij voor Europa of India te werden g'emploijeert, en omtrend welke overige fardeelen de opperhoov„ den gissen dat het sterk aanhouden soude, wanneer selvs het derde zoort aangenoomen wierd om den Eijsch van voorsz: g'eijschte 113. packen gebleekte Lijwaaten voldaan te krij„ gen; dewijl de Cooplieden gelijk reeds in den beginne selvs off wanneer haar den Eysch 1 is opgedraagen geworden, bij continuatie klaag„ den, over de groote quantiteijt van gebleekte doeken in dit Jaar, die te volstrekt onmoge„ lijk voldaan konde, ingevalle de Regeering haar weeder die gunst niet bewees om het vovrwijein van de ofelten dend er de zoort aanteneemen: Soo is daar over ge„ ne den 2: mijs:s en wat desele ledelibereert en gereflecteerd zijnde, het geschree„ vene door haar hoog Edelens bij hoogst dersel„ ver gevenereerde missive van den 12. ' Meij Jongst„ leeden, dat schoon hoogst deselve, de gebruijkte Jnschickelijkheijd in anno passado hebben ge„ den 25' Julij 1772. lieven :
English
363. the 25th of July 1772 pleased to approve for the alleged reasons that moved this Government thereto, yet expressing their displeasure over the shameless conduct of those merchants, giving notice that they would await the outcome of the sale in the Netherlands of that assortment accepted under duress or nolens volens, it was approved and understood to refer the chiefs thereto and to give them to know thereby how detrimental it was to show and grant any favor or relief to the merchants, since they, abusing the same, make it a rule to demand in the future what was granted one year for exceptional reasons, and thus to deviate from the contracts made with them; so it would not be unwelcome to this Government if the chiefs were able to dissuade their traders from these outrageous practices, as one was almost weary weary of repeatedly expressing the just displeasure and extreme resentment of this Government over the recalcitrance and malignant dealings of those traders, whereby they attempt to compel this Government as well as the chiefs, most of the time and indeed always directly contrary to their solemn promises and obligations. — Regarding the matter of the outstanding monies at the tollhouse there, it is understood to leave it undecided for the present until it shall have appeared to the Government to what extent the pretension of the merchant Goendoer Baal Chittij—who must participate in the liquidation thereof for an amount of pag: 83. 16. 7/16, but according to his contention owes nothing, and is therefore busy with the cannecappel of the tollhouse, Kistnappa Moddelij, summoned here for this purpose, checking the account between him and those of the aforesaid tollhouse—is to be credited, or not. — the 25th of July 1772. 365. the 25th of July 1772. Meanwhile, it was judged by the Government that it was more than dutiful that the chief took the necessary care for the punctual receipt of the revenues, which, being directly within his department, it is understood to earnestly recommend to him, with the notification that his request to be released from the compensation imposed upon him by resolution of this table of the 5th of May last, for what the merchant Chaddeappa Chittij owed to the tollhouse to the amount of pag: 41. 23. ¼, would be taken into consideration at the final disposition of this questionable matter, because, as he says, these are debts incurred before his time, and for which he had received a transfer receipt upon taking over that factory: And with respect to the debt of the blue-dyers and Cambay weavers, on whose account the chiefs say they would ensure that everything remaining from the wages would be applied in reduction of their debit, it is understood to refer to what their High Excellencies were pleased to order in their most recently received respected letter of the 12th of May past; namely, to be attentive to the collection of that debt and to take care that a portion of it be cleared during the course of the present year; just as it was furthermore understood to authorize the chiefs to lease out anew for a similar three years the arable fields of the villages of Sadraspatnam, Oemerij, Meijoer, and Calpakum, together with those arable fields and salt pans of the village of Eddeoer, of which the lease of the most recent three-year term will expire at the end of this month; together with the order to have the requested freestone for Iaggernaijkpoeram prepared first for the mint there, and thereafter for the bleachfield. The young assistant there, Cornelis Jansz: Bruijn, growing ever worse in dissoluteness and bad conduct, the 25th of July 1772. 367. the 25th of July 1772. without the admonitions and reprimands given and applied toward his improvement having had any beneficial effect upon him, it has been approved and understood, as an example to other such shameless and useless subjects, to demote him to sailor at ƒ 9. per month, to be placed on the first sloop arriving there, without being permitted to go ashore anywhere. And furthermore, the gunner there, Adrianus van Odijk, was promoted in his place to assistant at ƒ 24., in the trust that he will fully live up to the expectations that the chiefs promise themselves from his zeal and good conduct; also, the soldiers Pieter Smith, Ian Colssen, and Ian Alves were increased in pay, the first two to ƒ 13. and the latter to ƒ 11. per month. — With respect to the factory of Paliacatta, in response to the chiefs' letters directed hither from the 1st of May last until the 15th of this month, it was approved and understood to
Dutch transcription
363. den 25e. Julij 1772 gelving lieven te passeeren om de g'allegueerde reedenen die deese Regeering daar toe bewoogen hebben, egter derselver ontstigting betuijgen over dier Coopliedens Schaamteloos gedrag met te ken„ nen geeving den uijtslag van den verkoop in Neederland van die uijt dwang of nolens volens g'accepteerde sorteering afwagten zou„ de, goedgevonden en verstaan, de opperhoofden daar toe overtewijsen en deselve daar bij te en onder welke verderte kennen kennen te geeven, hoe schadelijk het was, om de Cooplieden eenig gunst of verligting te bewijsen en toetebrengen, nadien zij deselve misbruijkende, tot een wet maaken om het geene het eene Jaar, om sonderlinge reedenen ingewilligd wierd, in het vervolg ook te begee„ ren, en alsoo aftewijken van de met haar gemaakte contracten, dus het deese Regee„ ring niet onaangenaam te vooren koomen, zoude ingevalle de opperhoofden in staat kon„ den weesen om hun handelaars van die Enor„ me gedoentens aftebrengen, alsoo men bij na moede besluyt de zaak van de agterstal van 't tholhuijs nog ongedediceerd te Laaten. — en tot hoe Lange moede was, om telkens het billijk misnoegen en uijtterste Ressentement deeser Regeering te betuijgen over dier handelaars weerbarstig„ heijd, en malignante handelingen, waar door zij deese Regeeringen soo wel als de opperhoor„ den tragten te dwingen meesten tijds en wel al„ toos direct strijdende teegens hunne solemneele belofte en verbintenisse. — Omtrend de zaak van de agterstallige penningen aan het tholhuijs aldaar is ver„ staan voor als nog ongedecideerd te laaten tot dat de Regeering gebleeken sal weesen, in hoe„ verre het voorgeeven van den Coopman Goen„ doer Baal Chittij die in de liquidatie derselve voor een tantum van pag: 83. 16. 7/16. partccipee„ ren moet, dog volgens zijn sustenu niets debet is, dierhalven beesig zijnde met de ten dien eijnde dit heen opgeroepene Cannecappel van het tholhuijs kistnappa Moddelij de Reecquening tusschen hem en die van het voorsz: tholhuijs natesien, te accreiteeren zy den 25e. July 172. ob 365. den 25'. July 1772. gemerkt om voorde ankooming der trollen te sorgen vande opgelegde vergoeding dierweegt bewijd te blijven gelet worde zal. vertwen &=a aant getz: door haar eij Eds off niet. — Inmiddels wierd bij de Regeering g'oordeeld, dat niet versclgtlijk vent operhof an meer dan pligtelijk was, dat het opperhoofd de noo„ dige sorge droeg voor de precieuse inkooming van de inkomsten, het geen als direct van zijn departe„ ment weesende, verstaan is hem met ernst aante„ beveelen, onder te doene aankundiging dat men op wanner op deselv versoek oi de„ zijne gedaane Jnstantie om van de hem ter Resolu„ tie deeser tafel van den 5. ' Meij Jongstleeden opge„ leegde vergoeding van het geen den Coopman Chad„ deappa chittij aan het tholhuijs debet was tot een montant van pag: 41. 23. ¼. bij de finaale disposi„ tie van deese questieuse affaire Letten zoude, wijl gelijk hij zegd, het schulden zijn, die voor zijn tijd gemaakt waaren, en waar voor hij bij het over„ neemen van het transport dier factory gerecipiceerd hadde: En ten opsigte van de schuld der blaauwver, seferte nsenden dese eler oforauw„ wers en Cambaaijweerers, wel kendweegen de opperhoovden zeggen, dat zorgen souden dat alles wat van de vervloonen quam over teschieten in min dering. en wat 't zelve inhoud domijnen voor die Jaaren munt te Jagq: in gereedheid te brongen en daar net de andere deporteering van den adsest en bruijn tot mattroos en waarom dering van hun debet wierde afgelegd, is verstaan zig te refereeren aan het geen haar hoog Edelens bij hoogst derselver Jongst ontvangene gerespec„ teerde Letteren van den 12. ' Meij passato hebben gelieven te beveelen; namentlijk op de inpal„ ming dier schuld attent te zijn en sorge te draagen dat 'er geduurende den Loop van het presente Jaar„ qualificatie te versogting van den gedeelte van afgelegd werde; Gelijk alverder verstaan wierd de opperhoofden te qualificeeren, om de zaaijvelden van de dorpen Sadraspatnam oemerij, Meijoer en calpakum, mitsgaders die der Zaaijvelden en soutpannen van het dorp Edde„ oer, waar van de pagtheijd van de Jongste drie Iaarige verpagting onder ultimo deeser zullen koo„ men te Expireeren op nieuw voor gelijke drie Iaa„ order onderandeije tengen ongen te verpagten; mitsgaders van de gevraagde arduijne steenen voor Iaggernaijk poeram die voor de munt aldaar, eerst, en daar na die voor de bleekerij in gereedheijd te laaten brengen. Den Jong adsistent aldaar Cornelis Jansz: Bruijn in liederlijkheijd en slegt Comportement den 25 '. July 1772. hoe 367. den 25e: Julij 172. odyk daartoe in zyn plaats begaden abuijs bij de Contracten hoe meer verergerende sonder dat de vermaaningen en reproches ter zyner beeterschap gedaan en g„ appliceerd van eenig effect ten goeden bij hem geweest zijn, soo is tot Excempel van andere diergelijke schaamteloose en onnutte subjecten goedgevonden en verstaan denselven te deporteeren tot maltroos met ƒ 9. ter maand, om op de eerst aldaar aankoo„ mende chialoup geplaast te werden, sonder er„ gens aan de wal te moogen gaan, En wierd voorts in zyn plaats tot adsistent met ƒ 24. bevorderd den bevordering van den Cannonier Cannonier aldaar Adrianus Van odijk, in vertrouwen denselven ten vollen beandwoorden zal, aan de verwagting die de opperhoofden van zijn iever en goedgedrag zig belooven, ook wierden in gagie verhoogd de soldaaten Pieter Smith Ian Col, verhorging in gagie van 3. Zolaats sen en Ian alves de twee Eerste tot ƒ13. en den laat„ sten tot ƒ 11. ter maand. — Ten opsigte van het Comptoir Pulliacatta passeering van't te Pallicatta is in andwoord van der opperhoovden letteren 't zeedert den 1. ' Meij Jongstleeden tot den 15. ' deeser naar herwaards gerigt, goedgevonden en verstaan te
English
to let rest upon the explanation given by those servants, and thus to pass by unremarked the error committed and clerical faults crept into the cloth contracts sent over here, regarding the 6 packs of fine red handkerchiefs, in the expectation that such will not occur again, to which end however it would be recommended to them in the future to keep a more accurate supervision over the arrangement and preparation of papers, especially such documents as contracts, since it was a paper according to which the collection and baling of the linens, as well as the discharge of the merchants for them, must take place, and the billing of the same upon dispatch was regulated accordingly; through such negligence and inattention the linens were billed to the Honorable Company much more dearly than one is accustomed to pay for them, and the same would have happened regarding the fine narrow bethilles, had not the price stated for them in the contracts, belonging to the super fine broad bethilles, caught the eye here on July 25, 1772, being a remarkable difference of pag: 26. 17. —. per pack, and concerning the added price for the supra fine handkerchiefs of 1¼ [illegible] and of 28 Coen Jangs, it was trusted that the same could not have been obtained for less; whereas it appeared to the Government to be a very unregulated method that the linens for the eastern Governments are not so durable or collected as well as those for Batavia, and therefore the required fine handkerchiefs for the aforementioned Indian capital came to cost 8 pagodas more per pack than those demanded for Banda, since such unequal collections must inevitably be causes of disadvantageous sales, because in the case of a defective fulfillment of the demand for the eastern governments or any other regions at Batavia being supplemented from what was provided for that Indian capital, this must absolutely cause a change in their selling prices through the different billing, since the goods for which more was paid will fetch the same price as the inferior goods provided for the place itself; wherefore it was thought fit to order the chiefs henceforth, whether equal sorts of linens are required for Batavia or one of the eastern provinces, to ensure that equal prices are paid for them, provided that their quality also equals each other. — Meanwhile, the further advance payment made of pag: 15200 to the merchants on the delivery of linens was approved, provided that it remains for the account and responsibility of the chiefs, since they ought to know how far they may go and to what extent the merchants are to be trusted; whereby they also had to ensure always to keep a settled account with them, just as their High Excellencies have most seriously recommended recently; furthermore, it did not appear disagreeable to the Government that with that advance of money not only 2000 pag: in spices were included, but also that the traders had promised to accept an equal amount in spices on the delivery of linens before the end of this financial year, which would serve not a little to the increase of profits and the revival of the consumption of trade merchandise, which has been languishing for some years, but the Government at the same time remarked that, however favorable such was for the profit account, it should nevertheless be the care and concern of the chiefs that this should not serve as an occasion for the merchants there to contract debts again, on which account not the slightest coercive measures should take place in that regard, however amiably the recommendation to take merchandise took place, which would be most earnestly recommended to the servants, with the further representation that a favorable return from the sale of trade merchandise was of no avail if, on the other hand, the merchants were thereby
Dutch transcription
te laaten berusten, bij de door die bediendens gegee„ vene dus ongeremarqueerd te passeeren, het be„ gaan abuijs en ingesloopene schrijf fouten in de dit heen gesondene kleede Contracten, omtrend de 6. packen neusdoeken fyne roode in verwagting dat zulx niet meer voorkoomen sal, ten welken dog met welke recommandatie eijnde haar gerecommandeerd soude werden in den aanstaande, een nauwkeuriger toesigt te houden, omtrend het inrigten en opmaaken van papieren, insonderheijd diergelijke documenten, als de Contracten zijn, dewijl het een papier was, waar na den Insaam en het Embeleeren der Lijwaaten, Jtem het ontheffen der Cooplieden daar voor, geschieden moet, mitsgaders de aanreeke„ ning derselve, bij versending gereguleerd werd dus door diergelijke stordigheeden en in attentie de sij waa„ ten dE: Comp=e veel duurder werden aangereekend dan men gewoon is voor deselve te betaalen, en het selve geschied zoude zijn, omtrend de bethilles fijne smalle, indien de daar voor bij de Contracten bekend gestelde prijs, van de bethilles supree fijne breede, alhier den 25 . Julij 1772. niet 369 den 25 ' Julij 1772. dat de Lijwaaten voor de port niet zoo deugd, saam als die voor batavia ingesa„ meer kosten als die voor banda. niet in het ovg gevallen was, als zijnde een aanmer„ kelijke verschil van pag: 26. 17. —. per pak, en ten belange van de toegevoegde prijs voor de neusedoeken supra fijne de 1¼ @: en van 28. Coen Jangs ver„ „ trouwde men, dat deselve voor niet minder heb„ ben konnen bemagtigd wierden; Terwijl de Re, vorongengulen aangemen hit geering van een seer ongereguleerde methode te meld werden. vooren quam, dat de Lijwaaten voor de oostersche Gouvernementen soo deugdsaam niet zijn of ingesa„ meld werden, als die voor batavia, en daarom de endeneusdoeken voor batair dis seij gerequireerde neusdoeken voorde fijne voorgemelde Jndiase hoofdplaatse 8. pagooden duurder het pak quam te kosten, dan het g'eijschte voor Ban„ da nadien diergelijke ongelijke Jnsamelingen, ontwijkselbaar oorsaaken sijn moeten, van de nadeelige verkopingen, want bij een gebreckige vol„ doening van het g'eijschte voor de oostersche gouver„ nementen of eenige andere gewesten te batavia uyt het besorgde voor die Indiase hoofdplaatse gesuppleerd werdende, absolut verandering gee„ ven moeten, in de verkoops prijsen derselve, door de 9 den 25e. July 1772. van Lijwaaten gelijk prijsen te be„ taaffen en waagom. voormyt verstrekin enit de Coop: dog onder wat mits ro00. pag: aan Lsecerijen inge„ weett waaren. „de differente aanreekening, dewijl het goed daar meer voor betaald is, deselve prijs haalen zal, als de voor de plaatse selve besorgde minwaardige goederen; alwaar„ last vortaan von ze gelijke zoorten omme dan goedgevonden wierd de opperhoofden te gelas„ ten, voortaan het zij voor Batavia of een der oostersche provintien gelijk zoorten van Lijwaaten gerequireerd werdende te sorgen dat daar voor gelijke prijsen be„ taald werde, mits dat dan ook de deugd derselve elkan„ deren evenaaren. — approbatie van de mader gedaan Intusschen wierd geapprobeerd de nadere gedaane voor uijt verstrecking van pag: 15200. aan de Cooplie„ den op Leverantie van Lijwaaten, mits deselve egter voor reecquening en verantwoording van de opperhoof„ den blijvende, dewijl zij weeten moesten, hoeverre gaan moogen en de Cooplieden te fieeren sijn; waar bij teffens moesten sorgen om met haar altoos een Effen reecquening te hebben soo als haar hoog Edelens het zelve nog Iongst op het serieuste hebben aangenaems:d over dat daar onsrgelieven aantebeveelen; wijders quam de Regeering niet onaangenaam te vooren, dat bij die gedaane geld verstrecking niet alleen 2000. pag: aan specerijen gevoegt 371. den 25e. July 1772 van't boekjaar voor nog zoo veel te zullen neemen. dier 17=e gevoegt zijn, maar ook dat de handelaars beloofd ende Corp: beloof hadde vor eende haeden, voor het uijt eijnde van dit boekjaar nog een gelijk montant aan specerijen op Leverantie van Lijwaaten te zullen accepteeren, het geen niet weijnig strecken zoude tot vermeerdering van de winsten, en opluijking van den verthier van han„ ƒ delwhaaren die 't zeedert eenige Iaaren aan het kwijnen geweest is, dog wel kendweegen de Regeering, dog inder welke ampele renagie teffens Remarqueerde dat hoe favorabel zulx voor de winst Reecquening was, egter van der opper„ hoorden sorge en betragting zoude moeten zijn, dat zulx tot geen aanlijding quam te strecken, dat de Cooplieden aldaar weederschulden maaken, uijt welken hoovde geen de minste dwang midde„ len daar omtrend plaats hebben moeste, hoe minsaam ook de aan prijsing tot het neemen . van Coopmansz: geschiedide, het geen de bedien„ dens op het ernstigste aanbevoolen zoude werden onder verdere voorhouding dat een favorabel Ren„ dement van den verthier van Handelwhaaren niets batede, soo daar en teegen de Cooplieden daar het
English
left to him, we allow the Secunde to decide regarding the imposed compensation concerning the money run per memory at Palicol, and regarding the approval of the return made to the English of the aforementioned seven defectors. Charging the merchants for the delivery of linens caused them to incur new debts again, and what was lost on trade merchandise they sought to recover on the collection of linens, to the deterioration of the quality of the linens, which was already noticed more than too much and in general across almost all assortments. Regarding the imposed compensation upon the Secunde Scotfier of a part of the monies run per memory at Palicol at the charge of the inhabitants there, mentioned in the Resolution of this Board of the 5th of May last, as no alteration can be made, it was understood to persist in that decision, but to leave him the liberty to address himself in this regard to their High Noble Indias Government at Batavia, and to solicit the remission thereof if he should feel aggrieved in this matter. And furthermore was approved the extradition to the English, upon their submitted reclamation of the 25th of July 1772, of the defected English sailors, as being in accordance with the agreement made in the Cartel concerning the surrender of mutual deserters; as well as the Chiefs' further proceedings regarding the discharge and speedy dispatch of the sloops that successively called there. Upon examination of the sale of paddy regulated by the servants, it being found that the same amounted to ƒ - 11. 2. per parra; namely: The paddy itself per parra: ƒ — 11. —. 1½ percent expenses on merchants: - „ —. — 2. Comes to per parra: ƒ — 11. 2. Thus it was understood to set the same at: ƒ — 11. 4. And the selling price at: „ — 14. 1. Giving thus a profit of: ƒ — 2. 13. or 25 percent net; wherefore it was further understood to order the Chiefs to dispose of the paddy until further orders from this Government. However, the servants' proposal to allow the payment to take place in new Nagapatnam pagodas without money, and therefore to be allowed to calculate the pagoda at 24 f-s or to set it at that amount, was thought proper to be rejected, with orders therefore to allow the payment to take place as is done for all other goods being sold, namely in new pagodas with 8 percent agio. Furthermore, upon the proposal made by the servants, the young assistant Paul John Mestraal Dormieut was promoted to absolute assistant at ƒ 24, and increased in salary were the gunner Michiel De Boek to ƒ 16 and the young sailor Anthonij Hendrik Buijk to sailor at ƒ 9 per month. Concerning the factory of Palicol, in regard to the diverse sample pieces sent over by the Chiefs alongside their letter of the 4th of February of this year, dealt with in the Resolutions of the 17th of the past month, it was understood to give notice to the Chiefs of the dispatch made to Batavia of half of those samples, with a clear demonstration of the difference in the prices paid by the Honorable Company and by the English or for their account, whose pleasure must then also be awaited. In the meantime, it was of particular satisfaction to the Government that the respective Homeland and Indian demands, in so far as they were entrusted to that factory for provision, were fulfilled except for 31 packs and the chintzes, which just-mentioned chintzes, having already been finished as well, were on the bleachfield for dressing and also stood to come in shortly; with a request to be provided with orders from this Government whether, the aforesaid packs having come in, they might proceed with the collection, and in what assortments the linens must consist, in order thereby to recover the remaining debt of the merchants, pointing out that since, according to the servants' statement, such precious cloths were currently being delivered as could be remembered for years past, it would therefore be a pity if the
Dutch transcription
gelaaten wij leijd van seoper sig om nop=s de opgelegd vergoeding wegens de te palical per memorie geloopen hebbende ge„ approbatie van de gedaane terug gave aande Engelsen van weev. s gem: 7. over„ loopers het aanslaan van Coopmansz: op Leverantie van Lijwaaten, op nieuw schulden maakten, en het geen op handelwhaaren verlooren wierd, op den Jn„ saam van Lijwaaten zogten te vinden tot verergering van de deugd der Lijwaaten, die reeds meer dan te veel, en in het Generaal omtrend alle de sorte„ menten bespeurd wierde. 7 Ten belange van de opgelegde vergoeding aan den, an haer o Eds se adondt een den secunde Scotfier van een gedeelte der te Pali„ col per Memorie geloopen hebbende gelden, ten Laste van de Jngeseetenen aldaar ter Resolutie dee„ ser tafel van den 5. ' Meij laastleeden vermeld, geen verandering kunnende gemaakt werden, is verstaan bij dat besluijt te persisteeren, dog aan denselven de vrijheijdt te laaten zig dier weegens aan haar hoog Edelens de Edele hooge Jndiase Regeering te batavia te addresseeren, en de ontleffing derselve te besolliciteeren, soo sig daar omtrend be„ swaard mogte vinden. — En wierd wijders g'approbeerd de Extradeering aan de Engelsen op derselver gedaane reclame van den 25. . Julij 1772. Leeven 373. den 25e. Julij 1772. trent met de ald= aangeweest zyjnde Chialoupen. huijs der velij ordre maar sodanig aftestaan. de betaaling in N: 1: paci: te laaten geschieden seeren van Madraspatnam naar Palliacatta. overgeloopene Engelsche zeevaarende, als met het accoord bij het Cartel weegens de overgave van de weedersijdse deserteurs overeen koomende; soomeede der opperhoofden verdere verrigtingen gimn vande opehofr rgtingen om„ omtrent de ontlossingen spoedige depeche der successive aldaar aangeweest zijnde Chialoupen Bij examinatie van de door de bediendens geregie gedaars Examinatie vnde vrhoeps ƒ leerde verkoop van nelij bevonden zijnde zijnde deselve ƒ - 11. 2. de parra quam te staan; Teweeten De nelij zelve de parra - - - - - - ƒ — 11. —. 1½. percento onkosten op Coopmansz:. . . - „ —. — 2: Komt de parra. . . ƒ — 11. 2. Soo is verstaan deselve te stellen op. . . ƒ — 11. 4. En de verkoops prijs op. . . . . . „ — 14. 1. Geevende dus een winst van. ƒ — 2. 13. of 25. ten honderd net, waar voor alverder verlast aande spert: deselve tot hardere staan wierd de opperhoovden te gelasten, de nelij van de hand te setten tot nadere ordre deeser Re„ geering, dog der bediendens voorstel om de betaaling dog van de handgeweesen wer sek om te Laaten geschieden in nieuwe Nagapatnamse prag. tral Dormeent tot atsolet deto vande oversendeng der monster na balavia „pagooden sonder geld, en daarom de pagjood teegens 24. f=s te moogen reekenen of voor soo veel te stellen, vond men goed van de hand te wijsen, met ordre dierhalven de betaaling te laaten ge„ schieden, gelijk voor alle andere verkogt werden„ de goederen gedaan werd, namentlijk in nieuwe pagooden met 8. percento opgeld. —. bevordering van den f:r drsistent ies„ Wijders wierd op der bediendens gedaanen voordragt tot absolut adsistent met ƒ 24. bevorderd den Jong dito Paul Iohn Mestraal Dormieut, verhogingin agie van 2 entonen mitsgaders in gagie verhoogd den Cannonier Michiel De Boek tot ƒ 16. en den Jong mattroos Anthonij Hendrik Buijk tot mattroos met ƒ 9. termaand. — te doen kennis geneg naaliel Concerneerende het Comptoir Palicol is ten opsigte van de door de opperhoovden neevens dersel„ ver Letteren van den 4. ' febr: deeses Jaars overgeson„ dene diverse monster stucken ter Resolutien van den 17:' der gepasseerde maand verhandeld, verstaan, de opperhoovden kennisse te geeven van de gedaane sending na batavia van de helft dier monsters met een duijdelijke demonstratie van het different den 25e. Julij 1772. in 8. 375. den 25'. Julij 1772. resfocteve Eysschen. insgam zoude voortsetten en in wat Portementen in de prijsen door dE: Comp=e en de Engelschen of. voor hun reekening betaald werdende, welkers goedvinden dan ook afgewagt soude moeten werden. Intusschen strekte de Regeering tot bij sondere genoegen over de voldoening der genoegen, dat de Respective Patriasche, en Jn„ diasche Eijsschen, voor soo verre die factorij ter besorging opgedraagen zijn, op 31. packen na en de Chitsen voldaan waaren, dog welke, of de soo eeven gemelde Chitsen meede reeds g'absolveerd zynde, ter opmaaking op den bleek waaren, en meede binnen korten stonden inte koomen, met versoek om met ordre deeser Regeering gemunt enogte onder door de Ed:s often„ eerd te werden of de voorsz: packen ingekoomen zijnde, met den Jnsaam zoude moogen voortvaa„ ren, en in wat sortementen de lijwaaten soude moeten bestaan, ten eijnde daar door het Restant debet der Cooplieden inte palmen, onder te ken, waaron zulx noodsaakelyk is nen geeving tot dewijl 'er thans volgens opgaave der bediendens zulke pretieuse doeken geleeverd wierden als Jaaren herwaards konde gedagt wer„ den, het dierhalven Jammer zoude zyn, wanneer den
English
the 25th of July 1772. the gathering should again begin to falter, as there was now a chance to help the Honorable Company to good linens at present, with more other reasons broadly cited in the chiefs' letters of the 10th of June; thus, having considered that due to the expiration of the demand, the gathering coming to a standstill will surely cost effort to get it going again for the Honorable Company, because the brokers and weavers, having entered into large engagements with this or that person, would at first be difficult to dissuade from them before and until they had delivered other linens for the money received; to prevent the same, it was approved and agreed to qualify the chiefs to collect, in deduction of the expected demand for the coming year, common bleached Guineas, fine bleached Guineas, the Company's old sort, and 9-caal Guineas, as it could be established that those sorts would be demanded; while with respect to the other sortings, it was decided to suspend them until the new petition should be received. And concerning the sending of the required timber works that are still lacking for the completion of the ongoing repair of the lodge and the buildings there, it was agreed to suspend this until their receipt from Batavia, as nothing of the kind is at hand here. The submitted bail bond of the secunde Jan Onstee on behalf of the chief Dirk Vrijmoet being found properly drafted, the same was accepted, but the Government could by no means approve condescending to the chiefs' made request to be allowed to write off the 1000 pagodas running per Memorie in the small cash book for purchased building materials, to such an account as should please this Government, because permission had already been granted by the same to draw up a specification of the collected amounts, but it was approved to order them to let that amount, or as much as may have been spent on the repair of the lodge and the buildings standing therein, continue to run per Memorie until the specification thereof required from there shall have been sent over, and examined by the Government and it shall have appeared for what the stated amounts were employed, and to what extent the estimate thereof may have been fulfilled, as well as to what extent the aforementioned requested write-off could be permitted. Also was dismissed the requested relief of the said chief from the compensation imposed upon him by Resolution of this Council of the 5th of May last for a part of the moneys having run per Memorie at the expense of the villagers there, and thus that resolution was persisted in, yet it was nevertheless decided to permit him to address their High Nobilities on that account. Among the matters concerning the factory Jaggenaikpoeram contained in the servants' letters from the 8th of April to the 15th of June last, it was agreed to command the chiefs henceforth upon the loading of the ships to commission one or two persons from shore knowledgeable therein, to inspect and examine the hold, in case such an event might occur again as happened with the ship Leekerlust that had recently been there from Bengal, namely that the ship was fully laden, thus could take in no more bales, according to a declaration granted by the skipper and first mate of the same under offer of oath, whereas nevertheless afterward here, through a small change made in the shifting of the cargo of saltpeter mentioned in the Resolution of this Council of the 17th of June last, in addition to what was loaded at Bimilipatnam and Jaggenaikpoeram, an amount of 325 bales was still taken in, thus it carried away fully 1000 packages, where otherwise it would have contained scarcely 700 bales; furthermore it was
Dutch transcription
den 25 ' Julij 1772. de nieuwen Eyjsch met den en aan den„ tegaan. en in wat zoort. den Jnsaam weeder aan het schoorvoeten quam te geraaken, alsoo 'er nu kan was dE: Comp=e thans aan goede Lijwaaten te helpen, met meer andere reedenen bij der opperhoofden Letteren van den 10:' Junij in het breede aangehaald; soo is geconsidereerd zijnde, dat door het afloopen van den Eijsch, den Insaam tot stilstand geraa„ kende, seekerlijk moeijte kosten zal, om deselve weeder voor dE: Comp=e aan de gang te brengen, dewijl de makelaars en weevers sig in grooten Engagementen met deese of geene ingelaaten heb„ bende voor eerst beswaarlijk daarvan aftebrengen souden weesen, voor en al eer zij voor het opgenoo„ mene geld, van andere Lijwaaten geleeverd hadde, qualificatie o inmindering van tot voorkoming van deselve goedgevonden en ver„ staan de opperhoofden te qualificeeren om in min„ dering van de verwagt werdende Eijsch voor anno aanstaande in tesamelen, Guinees gemeen gebleekt, Guinees fijn gebleekt, dit 'sComp:s oude zoort en 9. caals Guinees dewijl men vaststellen konde, dat die fortementen g'Eyscht souden werden; Terwijl ten opsigte 377. den 25e. Julij 1772. anderen. tot de Logie secunde onssee voors opperhoofd van seer. gem: per Memorie Loopende te laaten supercedeeren tot dat de nieuwe pe„ titie ontvangen soude weesen, en omtrend de often met de sinding vantontwerken sending van de gerequireerde houtwerken die nog manqueeren tot de voltooijing van de onderhanden zijnde Reparatie van de logie en de gebouwen aldaar, is verstaan te supercedeeren tot den ontvangst derselve van Batavia alsoo men daar van hier niets aanhanden heeft. — De overgesondene borglogt van den secunde accestatie vande bogtogtwindig Jan onstee ten behoeve van het opperhoofd Dirk vrijmoet naar behooren gecoucheerd bevonden zijnde, wierd deselve g'accepteerd, dog de Regee, naningewilgdeis tante ter aeen ƒ ring konde geensints goedvinden in der opperhoof„ den gedaane Jnstantie te condescendeeren, om de bij de kleene Cassa per Memorie voortloopende 1000. pagooden weegens ingekogte bouw materiaa„ len aftemoogen schrijven, op soodanige reekening als het deese Regeering behagen zoude dewijl door deselve reeds permissie verleend was, om van het opgehaalde een specificatie te formeeren, maar opsigte van de andere sorteeringen beslooten wierd, dog te doen supecediering ntens goadgevonden den 25e. Julij 1772. veel aande Logie V=ao besteed werd, soo„ danig te dagten voortooken en tot hoe Lange. van de handgeweesen versoek van 't opperhoofd om dan neev=s gem: vergoeding bevrijd de werden. en met welke vrijheijd maar ondr dat bedragen df zoo goed gevonden haar te ordonneeren om dat bedraagen, of zoo veel als tot de reparatie van de Logie en de daar in staande gebouwen uijtgegeeven mogte zyn per Memorie te laaten voortloopen tot dat de van daar gerequireerde specificatie derselve over„ gesonden, en door de Regeering g'examineerd en gebleeken zoude zijn, waar toe de opgegeevene mon„ tanten g'emploijeerd, en in hoe verre aan de daar van zijnde Calculatie voldaan mogte weesen, mits„ gaders in hoe verre de voormelde versogte afschrijving gepermitteerd konde werden. Ook wierd van de handgeweesen de versogte onthetting van gedagte opperhoofd van de hem bij Resolutie deeser tafel van den 5:' Meij Jongstleeden opgelegde vergoeding van een gedeelte der per Memo„ rie geloopen hebbende gelden ten Laste van de dor„ pelingen aldaar, en wierd dus bij dat besluit ge„ persisteerd, dog egter beslooten hem te permitteeren om sig dierweegens bij haar hoog Edelens te moogen addresseeren. Onder de zaaken het Comptoir Iaggernaijk poeram 379. den 25. July 1772. der scheepen 't ruijm te laaten visiteeren en door wie poeram betrewende vervat bij der bediendens het aten agje ont on ie se a teren van den 8:' april tot den 15: ' Junij Jongstleeden, is verstaan, de opperhoovden te beveelen voortaan bij belaading der scheepen een â twee persoonen sig daar op verstaande, van de wal te Committee„ ren, om het Ruijm opteneemen en te Examinee„ ren, ingeval er weeder soo een geval ecteeren en waarom mogte, als geschied is met het Jongst aldaar uijt Bengale aangeweest zijnde schip Leekerlust, namentlijk dat het schip volladten was, dus geen meer packen inneemen konde, volgens een door den schipper en opperstuurman derselve onder pre„ sentatie van Eede verleende verklaaring, daar egter naderhand alhier door een kleijne gemaakte verandering in de verlegging van de Laading ƒ salpeeter ter Resolutie deeser tafel van den 17:' Junij lestleeden vermeld, booven het gelaadene te Bimilipatnam en Taggernaijk poeram nog een aantal van 325. packen ingenoomen, dus r=m 1000. fardeelen weggevoerd heeft, daar anders maar schaars 700. packen soude hebben in gehad; voorts wierd
English
Regarding the packing authorization, upon the notification made by the chiefs that two planks were sufficient for each bale of Roemaals Testergantij and Esta, so that during the baling process they could be placed under and above in accordance with the intention of this Government to prevent the creasing of the linen, it was approved to authorize them to employ the same for that purpose, but not to charge those planks to the packaging expenses; rather, to write them off under trade expenses. Meanwhile, it was noted by the Government with great displeasure that the boat De Jonge Pieter, on account of the shifted southwest monsoon, had not been able to depart for Nizampatnam to collect the sewn goods ready there. However, the Government does not doubt that the chiefs, as well as the merchants, will have already taken the necessary precautions and employed every means to convey those linens from there in good time by freight vessels, so that what could be found among them toward the fulfillment of the homeland demand might still be dispatched with the return ship Alkemade; and further to instruct them to leave the caliatour wood ready there for the time being, since according to the pleasure of their High Noble Lordships, pursuant to their venerable resolution of 10 April of this year, it has been excused for this time from being given to the aforementioned return ship for stowage. Consequently, that wood could serve for the ship still expected from Batavia, or else for the vessel anticipated in the spring from Bengal. Regarding the order with which the chiefs requested to be equipped, in the event that the merchants, at the upcoming settlement of accounts for the current demand, should again raise difficulties and show themselves unwilling to confirm the same with their signatures before and until there is credited against it or against their debit what was due to them from the former chief of that factory, the junior merchant Fredrik Jan Loovenaar, it was resolved to write to the chiefs that they could not be provided with any other orders in that regard before and until one has been honored with the pleasure of their High Noble Lordships, to whom further notice thereof has been given. Meanwhile, the chiefs should encourage them to make no disturbance in that regard; but should such occur contrary to expectation, they must give notice thereof immediately and thereby prevent leaving this Government in uncertainty in that regard, as happened this year, while sending over a brief, yet at the same time neat and accurate demonstration of the state of the debts formed according to the accounts, so that by this notification the Government may also be able to lay open the state thereof to the gentlemen principals in due time. Concerning the further elucidation requested by the traders with regard to the permission granted for the freight-free shipment of a certain number of linen bales to Batavia by the indebted merchants, namely which linens they might send in those licensed bales, for they say that if no linens of the assortments that the Honorable Company demands on the homeland and Indian requisitions might be put into those bales, the permitted shipment thither could not be executed, because no other linens were available there on which any profit could be made at Batavia than those demanded for the Honorable Company from there and from Palicol; furthermore, how it was to be understood that after the sale of those bales the proceeds thereof would be accepted in reduction of their debit, to wit, whether this should occur with the entire capital and the profits accrued thereon, or the profit alone, since if the latter were done, that debt could be cleared without disadvantage to them: It was approved and resolved to order the chiefs to adhere strictly to the tenor of their High Noble Lordships' order in that regard, besides which it was understood to refer to the recently issued edict regarding the opened private trade, from which it would be evident to them which assortments were kept reserved for the Honorable Company, from which the Paliacat fine Cambays have since been exempt; whereby it was understood that care must still be taken that no shipment should take place of assortments for which the demand of the Honorable Company was not satisfied; with the further notification that to the Bimlipatam merchants
Dutch transcription
van de roemaals twee planken opte„ brengen en op onkosten ofp Coopmansz aftesz: prieten met na Nilampen hade kinnen vertrecken. ander schicking gemaakt zijn om de zijwaaten van daar te haeden enten wat eyjnde. qualificatie onts het Eenbaleeren, wierd op der opperhoovden gedaane te kennen geering dat twee planken genoegwaaren, voor ieder pak Roemaals Testergantij ende Esta ten eijnde bij embaleeren derselve daarmeede na de Jntentie deeser Regeering van onder en van booven te beleggen, om het kreukelen van het Lywaat voortekoomen, goedgevonden haar te qua„ lificeeren, deselve daar toe te emploijeeren, dog die planken niet ten laste van de Embalagie te brengen; Maar op onkosten op Coopmansz: afte„ teegen n oor dat de hoij de Jonge schrijven; Terwijl bij de Regeering niet dan met seer veel teegens in bespeurd wierd, dat de thonij De Ionge Pieter mits de gekenterde Zuijd„ wester mousson niet na Nisampatnam had konnen vertrecken om de ginter ingereedheijd weesende gesaaijde goederen aftehaalen; dier heel„ vertuijking daer ende era en t wij kelende de Regeering niet af de opperhoof„ den soo wel, als de Cooplieden souden reeds de noodige precautien gebruijkt en alle middelen in het werk gesteld hebben, om die Lijwaaten per vragt vaartuij„ gen van daar vroegtijdig overtekrijgen; ten eijnde den 25e. July 1772. het 381. den 25:' July 1772. de aftescheepen om de wille haare presentie op Loven aan weijgerende afreekening te teekenen het geene daar onder in voldoening van den verder„ landschen Eijsch te vinden was nog met het Re„ tour schip Alkamade versonden te konnen werden, en haar wijders te gelasten, om het dattgen caltatou hen in alkena„ ginter ingereedheijd weesende Calliatourhout voor eerst aldaar te laaten leggen, alsoo volgens het goedvinden van haar hoog Edelens naar Luijd van hoogst derselver gevenereerde Resolu„ tie van den 10. ' april deeses Jaars g'Excuseerd is, het zelve voor dit maal het voormeld Re„ tourschip tot stuagie integeeven; oversulx dat en waar die holven dien kan hout soude konnen dienen voor het schip dat nog van batavia verwagt wierd, dan wel„ voor den bodem in het voor Jaar uijt Bengale te gemoed gesien werdende f Omtrend de ordre waarmeede de opperhoof, versogt over den opal ede e eo den versogten gemunieerd tewerden, ingevalle de Cooplieden bij de aanstaande te houdene afree„ kening van den Loopenden Eijsch weeder mou„ rementen maken en sig onwillig toonen mogten deselve met derselver handteekeningen te bekrag„ tige den 25. ' Julij 1772. geen bewegeing te maken te geeven den overtesenden. en waarom. tigen, voor en al eer daar van of van derselver debet gevalideerd wierde het geen hun van het geweese opperhoofd dier factorij den ondercoop„ man Fredrik Ian Loovenaar Compeleerde, is verstaan de opperhoovden aan te schrijven, dat met betorten den w: antsz: men hun dien aangaande met geen andere be„ veelen voorsien monde voor en al eer men dier„ weegens met het welbehaagen van haar hoog Edelens die daar van nader kennisse gegee„ dat haa te amnineam deroven ven wees, vereerd soude weesen; Terwijl de opperhoovden haar intusschen animeeren moesten, om ten dien belange geen bevreeging te maaken, dog teegens verwagting zulx dog zon het ege gesched kamse voor koomende souden zij ten eersten herw=s kennisse moeten geeven, en daar door pre„ venieeren om deese Regeering dien aangaande in onseekerheijd te laaten gelijk deesen Jaare en een hoeden onstralte de sehis geschied is, onder toesending eener korte, dog tegelijk nette en accuraate demonstratie van den staat der schulden volgens de afreeke„ ningen geformeerd, ten eijnde door die kennisse geeving - 383: den 25' Julij 1772. sending van Lijwaaten na Batavia door de Cap: geering men ook in staat weesen mag de heeren principaalen op zijn tijd den staat derselve openteleggen. — Conserneerende de door de handelaars nader togt duerdate nof: e wagt rijg begeerde Elicidatie, met betrecking tot de ver„ leende permissie ter vragt vrije versending van seeker getal Lijwaat packen na bata„ via door de schulden hebbende kooplieden namentlijk welke Lijwaaten in die gelicenti„ eerde packen soude moogen versenden, want zeggense indien in die fardeelen geen Lijwaa„ ten souden moogen steeken van de sortementen die dE: Comp: op de Patriase en Indiase peti„ tien quam te vorderen, die gepermitteerde ver„ sending aldaar niet te Executeeren soude sijn, om dat daar geen andere Lijwaaten viel en daar eenige voordeel te batavia op te behaalen was, dan die voor dE: Maatschappij van daar en van Palicol gevorderd wierden. voorts hoedge nig verstaan moeste werden dat na den verkoop van die packen het Rendement derselve inge„ noomen wat beslotndaarop te gelaten den. de opengstelde negitie dog waar op te Letten wat de bimilic=te Coopl: omtrend gepermitteerd zyn „noomen soude werden in mindering van hun debet, teweeten of zulx met gantsche Capi„ taal en de daar op gevallene voordeelen soude geschieden dan wel de winst alleen nadien het laatste geschiedende die schuld buijten haar nadeel afgemaakt soude konnen wer„ Is goedgevonden en verstaan, de opper„ hoofden te gelasten sig stipt te houden aan den teneur van haar hoog Edelens ordre setadisie w:t ant aat ots dien aangaande, buyten het welke men verstond te refereeren aan het onlangs g'ema„ neerd placcaat weegens de opengestelde particu„ liere negotie, waar bij haar Consteeren soude welke sortementen voor dE: Comp: gereserveerd waaren gehouden van dewelke 't seetert nog vrij gesteld was de Palliacatse fijne Cam baaijen, waar bij men verstond, dat nog gelet soude moeten werden, dat geen versending sou„ de moogen geschieden van sortementen, waarvan den Eijsch van d'E: Comp: niet voldaan waaren, de wogtinge vesering van gaan met wijdere bekentmaking, dat aan de bimalofze den 25e. Julij 1772. Cooplieden
English
385. the 25th July 1772. demonstration on the established order for the provisional settlement of the debts of the merchants, it was permitted that, upon the shipment of linens on their account to Batavia, a fourth part of the proceeds thereof, after deduction of all expenses, may be retained by the Honorable Company in reduction of the debts, without, however, any the least advance of money on the part of the Company being allowed to take place for that purpose; and which qualification was now also understood to be granted to the Jaggernaikpoeram merchants as well. — Furthermore, careful deliberation having taken place on the servants' extensive demonstration regarding the orders dispatched to them in consequence of the resolution of this table of the 31st January of this year, for the provisional settlement in cash of the increased debts of the Mazulipatnam merchants as of the end of August anno passado, as well as on the remarks made by this Government concerning the reduction of the debit of the Jaggernaikpoeram merchants, or those of the white linens: it was resolved to persist therein, and that the 25th July 1772. the same was not found to be of such value as to make this Government resile from the resolution taken in that regard, and therefore resolved to persist therein as much as what was written on that subject in the letter sent from here on the 20th February last, at least so long until the servants should show the contrary by a closer, more plausible and clearer elucidation in that regard; since the contradictions with which the justification on that score was accompanied could very easily be refuted and the untenability thereof demonstrated, but concerning which it was deemed proper not to enter into, to avoid needless back-and-forth writing, the more so as one was again at a juncture soon to treat of a new settlement with the merchants; therefore it was further understood to leave the matter at rest and await what the outcome of the forthcoming settlement to be held would be, as it was not doubted 387. the 25th July 1772. whether the chiefs would give satisfaction to the assurance they made and promptly put into execution the application of all diligence to reduce the debts upon the closing of the books of this running trading year, or else entirely liquidate them; with the further presentation to be made to those servants upon their further allegations brought forward for their discharge regarding the orders of this Government of the 23rd August 1766 and 19th August 1771, containing the mandate to make advances of money to the merchants on the occasion when the new demand was assigned to them, that the Government was by no means ignorant and thus knew well that without advances there was no possibility of gathering linens, which had also not been forbidden to the chiefs, as they, from the citation of those orders, clearly intended to signify upon the remark made from here about the advance made before the settlement was the 25th July 1772. concluded; which order, however, solely related to and flowed from the intention not to impede the new gathering by the old, which on receipt of the first-mentioned could not yet reach full conclusion, but where it was nevertheless at the same time commanded that in making new advances all circumspection had to be used, proceeding according to the constitution of the times, the conduct and vigilance of the merchants, as well as the state of their accounts; for which reasons the servants, who had been so attentive as to quote that order just as if they wanted to reproach the Government that it acted contrary to its own given commands, could reasonably be asked whether the above-cited requisites contained in those orders were to be found in their handling of anno passado. Meanwhile, the servants' proposal was approved to send hither the rejects of the Jaggernaikpoeram merchants, which existed in a good quantity, 389. the 25th July 1772. if the same could not be disposed of there, in order to be sold here in reduction of their debts, which the chiefs state, after deduction of their old debit, still amounted to pagodas 4839. 2. ¼. —. Regarding the present gathering of linens, it was observed with great pleasure by the assembly that there was already a good stock of linen bales for the fatherland on hand, which it was trusted would be increased toward the arrival of the return ship to such an extent that that vessel, together with the bales fetched from Bimilipatnam by the sloops De Anthonia Dorothea and De Nagtegaal, would be fully laden; but as according to the statement given thereof it appeared that for India there are no more ready than 3 bales of cotton blankets from Jaggernaikpoeram and 16 bales of diverse linens from Palicol: the Government could not understand with what
Dutch transcription
385. den 25e: July 1772. „daartoe demonstratie op de gestelde ordre ter: namptisatie van de schulden der Coopl: Cooplieden gepermitteerd was, om bij versending van Lijwaaten voor haar Reecquening na bata„ via een quart van het provenu derselve, na de trac„ tie van alle de ongelden bij dE: Comp: te moogen laaten staan in mindering van de schulden, son„ der dat nogthans daar toe eenige de minste ver„ strecking van penningen 'sComp=s weegen soude moogen geschieden, en welke qualificatie als nu ook verstaan wierd aan de Iaggernaijk poe, quale iate ande en oge aee ramse Cooplieden meede toetestaan. — Voorts aandagtig gedelibereerd weesen de aandagtige debiate vrder beds: over der bediendens wijdloopige demonstratie op de ingevolge besluijt deeser tafel van den 31 x Januarij deeses Jaars aan deselve g'expidieerde ordres ter namptisatie in Cassa van de ver„ meerdere schulden der Mazulipatnamse Coop„ lieden onder ultimo augustus anno passado als meede op de door deese Regeering gemaakte Remarques ten opsigte van de vermindering van het debet van de Iaggernaij kp=te Cooplieden of die der witte lijwaaten: soo wierd deselve van besluyjt daar bij en perseteren dat den 25. ' Julij 1772. en waarom der aanstaande afreecq: met de coopl: toot men die w=s verwagt: dat valeur niet bevonden om deese Regeering van het genoomen besluijt dien aangaande te doen Resilieeren, en dierhalven beslooten, bij het zelve soo veel, als het geschreevene over dat sujct bij de van hier afgegaane brief van den 20:' Febr: daar en tot hee lange ten minsten aan, te persisteeren, ten minsten soo Lange tot dat de bediendens door een nader en aanneemelijker duijdelijke Elucidatie dienaangaande het teegendeel niet quamen aantetoonen, nadien de Contra„ dictien waarmeede de verandwoording ten dien belange verseld gongen, heel faciel weederlegd, en de onbestaanbaarheijd derselve aangetoond vierden konde, dog waaromtrend men goedvond sig niet intelaaten, tot vermijding van het noodeloos over en weeder schrijvens, temeer men weeder in een tijd stip was om haast over een nieuwe afreecquening met de Cooplieden te han„ te dene ofragteng vande uyjtslag delen, dierhalven alverder verstaan wierd, het daar by te laaten berusten en voorts aftewagten van wat uijtslag de aanstaande te houdene afreecquening weesen soude, dewijl niet getwijffeld wierd. 387. den 25.:' Julij 1772. haar alt hange bij gebrag te wierd of de opperhoovden soude aan haare gedaane verseekering, voldoening geeven en promt ter Exe„ cutie stellen in het aanwenden van alle vlijt om bij het sluyten der boeken van dit loopen de han„ del Jaar, of de schulden te verminderen, dan wel ten eenemaal te liquideeren; onder wijdere te weden leging ant doo de spoestot doene voorhouding aan die bediendens op haare verdere ten dien belange, ter hunner decharge bij gebragte allegatien der ordres deeser Regee„ 1 ring van den 23. ' aug. s 1766. en 19:' augustus 1771. behelsende last tot het doen van vooruijt verstrec„ king van penningen aan de Cooplieden bij gelee„ gendheijd haar de nieuwen Eijsch opgedragen wierd, dat de Regeering geensints onkundig was en dus wel wiste dat sonder voor uijt verstrecking geen moogelijkheijd was, lijwaaten inte saamelen, het geen de opperhoofden, ook niet verbooden was geworden, gelijk zij uijt de aanhaaling dier be„ veelen niet duyster wilden te kennen geeven op de van hier gemaakte remarque van de ge„ daane voor uijt verstrecking zer de afreecquening ten den 25 ' July 1772. schoten der Jag: kooft: it hen te zenden. ten eijnde was, dog welke ordre eenelijk betrec„ king hadde en voortgevloeijd was uijt de Jnten„ tie om den nieuwen Insaam door de oude, die op den ontvang van de eerstgemelde, nog geen volle beslag erlangen konde niet te Empecheeren, maar egter daar bij teffens aan bevoolen was, om bij het doen van nieuwe verstrecking alle omsigtigheijd te gebruijken, naar de Constitutie der tijden, gedrag en vigilantie der cooplieden mitsgaders na de gesteldheijd hunner Reecqueningen tewerk moeste werden gegaan om welke reede„ nen de bediendens, die soo attent geweest waa„ ren, om die ordre aantehaalen eeven of ze de Regee„ ring verwijten wilden, dat deselve teegens haare Eijge geeve beveelen handelden, billijk gevraagd JV soude konnen werden of de booven aangehaalde Requisiten bij die ordres vervat in hunne behan„ aperbate vande prosostie ondruijtdeling van anno pass=o tevinden waaren. Intus„ schen wierd goedgekeurd der bediendens proposi„ tie om de uytschotten der Iaggernaijk poeramse Cooplieden, die in een goede quantiteijt bestonden. dit - 389. den 25:e July 1772. van woeterlandsse hacken 't gerungt getal voor Julde dit heen overtesenden, so deselve aldaar niet van in wat genl, ente welken sunne de hand tesetten weesen mogten om alhier verkogt tewerden, inmindering van haare schulden die de opperhoofden seggen, naar aftrek van haar ou„ den debet nog groot was een montant van pagoo„ den 4839. 2. ¼. —. Den presenten Lijwaat Jnsaam betreffende gemagenover de goede vooraad wierd bij de vergadering met veel genoegen bespeurd dat 'er reeds een goeden voorraad van Lijwaat pac„ ken voor het vaderland aan handen was welke vertrouwd wierd teegens de komst van het retour„ schip sodanig vermeerderd soude wierden, dat dien boodem met de van Bimilipatnam per de Chialoupen De Anthonia Dorothea en De Nagtegaal afgehaald werdende fardeelen vol„ laaden soude werden; maar dewijl volgens de obegsclph da entgen van daar van gegeevene opgave quam te blijken dat voor India niet meer ingereedheijd zijn dan 3. packen gecattoeneerde deekens van Taggernwaijk„ poeram en 16. fardeelen diverse lijwaaten van Pa„ licol: soo konde de Regeering niet begrijpen, 9 waarmeede ƒ
English
the 25th of July 1772. wherewith the ordinary ship still expected for Batavia would be laden, as well as that with the supply brought by the merchants in May to the number of 3421 pieces, and the quantity of 8483 pieces having been on the bleaching ground according to the report of that month, together with the remainder in the lodge amounting together to 12214 pieces, the number of ready returns having amounted to 135 packs according to the chiefs' letters of the 5th of May, in conformity with the report of the 11th of June thereafter, had not increased more than to a number of 202 bales for Europe, thus constituting an increase of only 67 packs between those two months, which causes the Government to presume that all the remainder would have to be cloths for India, which still lie unpacked, although in the remainders of the same resting both in the lodge and in the warehouses of the merchants, no great difference could be perceived since the same were found to be situated substantially on the same footing as in the previous month, which it was agreed to present to the chiefs and to demand how matters stand therewith, and why there is no larger provision of cloths for India; and further to qualify them, upon the appearance of the ship Alkemade, to summon the clerk Fruijthooven from Palicol at once, in order to balance the ship's books, as well as to require from there the fellow clerk Tixeira, if the chiefs should deem such necessary for greater expedition of the clerical work. Upon the requisition for cloves made from there, 2697 lb having already been sent, it was not doubted that the same would indeed be sufficient until further relief, which was to take place at the first upcoming opportunity with 5 to 6000 lb of those spices and 50000 lb of Japanese bar copper. The loss that occurred on the rosewater sold at public auction to the amount of f338. 16. -. having been received there in a spoiled condition according to the submitted objections, the order of this Government for its dispatch or disposal having been requested by their letter of the 15th of November 1771, authorization having thereupon been given for the latter, or the sale, and this spoilage thus not having been caused through their doing, it was approved and agreed to discharge the chiefs from the compensation for the same imposed upon them, as well as for the expenses incurred here for the re-bleaching and preparing of 98 pieces of Guineas found to be wet and stained, to the amount of f30. 12. -., which it was agreed to write off to trade expenses; as also to validate for write-off the repairs done to the garden of the second in command, with recommendation to be somewhat more frugal in the future in that regard, because it was not only entirely improper, but also contrary to all equity, that the Honorable Company should bear the burdens of a garden of which the second in command had the use, wherefore the chiefs should devise a means to carry out the repairs of the same without expense to the Honorable Company, as was done here and elsewhere; while the servants would furthermore be ordered, in the future upon the findings of the minted silver, not only to make known the assay of the rupee, but also to send hither a rupee as a sample from each minting, in order to be preserved here. Upon resumption of the letters from Bimilipatnam dated the 30th of March, 23rd and 30th of April, and 18th of May last, the advance made to the merchants upon delivery of cloths of 4719 pagodas, and 6000 pagodas in rupees drawn by bill of exchange on Jaggernaijkpoeram, was approved; provided that the same, or that advance, directly remains for the account and responsibility of the chiefs, since they ought to know how far they may go in that regard, according to the delivery of cloths that were made by the merchants, of which the servants were better informed than this Government, which on that account had to rely on their reports, wherefore the chiefs, in conformity with circular order of the 4th of February 1771, are left directly responsible for all unreasonable advances. While it had been viewed with great displeasure that there was slow progress in the disposal of trade goods there, as nothing had again been disposed of in March and April, the profit account would make a poor showing at the closing of the books, since the profits gained thus far would already be absorbed by the expenses. In regard to the hasty sending of the alum, it was agreed to refer to what was written from here by letters of the 17th of May last, with the order that it was desired that the same should still be disposed of, and whatever should fall short of the price of f33. 5: 8 stated by them would have to be compensated by them to the Honorable Company; further approving the delivery of an anchor rope to the sloop De Walvisch, instead of the rope found to be unserviceable, as its
Dutch transcription
den 25e Julij 1772. waarmeede het nog verwagt werdende ordinair schip voor Batavia belaaden soude werden, soomeede dat met den aanbreng door de Cooplieden in Meij ten getalle van 3421. stucken, en de vol„ gens het verslag van die maand op den bleek geweest zijnde quantiteijt van 8483. stucken, mitsgaders met het Restant in de Logie te saamen uytmaakende 12214: peesen, het getal van de gereede rethouren volgens der opperhoofden letteren van den 5. ' Meij 135. packen g'importeerd hebbende, Conform het verslag van den 11:' Junij daaraan, niet meer vermeerderd was dan tot een aantal van 202. fardeelen voor Europa, dus maar een meerderheijd van maar 67. packen tus„ schen die twee maanden uijtmaakende, het geen de Regeering doet veronderstellen al het overige, lij„ waaten voor India soude moeten weesen, die nog ong'embaleerd leggen, hoewel men in de Restan„ ten derselve zoo in de logie als in de pakhuijsen der kooplieden berustende, geen groot verschil heeft konnen bespeuren nadien deselve genoegsaam op 391. den 25: Julij 1772. en met welke vrag palicol te ontbieden en wat men dierweegens vertrouwd ding vant verles op 't roosen beter op dienselvden voet, als in de voorige maand gesteld te doen voorhonding vant selve bevonden sijn, het geen verstaan wierd, de opperhoof„ den voortehouden en aftevraagen, hoedanig daar„ meede geleegen, en waarom 'er geen grooter voorraad van Lijwaaten voor India is; en deselve wijders qualificate om puythoven dier te qualificeeren om bij opdaeging van het schif Alkemade den pennist Fruijthooven ten eersten van Palicol te ontbieden, om het scheeps zonnede Tueseina boek effen te stellen, soomeede van daar te requi„ reeren den meede pennist Tixeira, indien zij opperhoorden tot meerder voortvaarendheijd van het schrijfwerk zulx noodig oordeelen mogten Op de van daar gedaanen Eijsch van nagulen rees gedaan snding van nagulen reeds a697. lb: gesonden sijnde, wierd niet ge twijffeld, of deselve soude wel toerijkende zijn tot nader ontset, dat bij eerst voorkoomende geleegentheijd stond te geschieden met 5 â 6000 lb: dier kruijden en 50000. lb: staafkooper Japans. Het gevallene verlies op het per vendutie ontkaing deroffec:t van de voroge„ verkogte Rosenwater ten emporte van ƒ338. 16. -. is op de ingebragte beswaarnissen als dat het zelve den 25e. Julij 1772. bywaaten resrirvatie aan de secundit thuijn '# vervolg zelve aldaar bedurven ontvangen zijnde de ordre deeser Regeering tot dies versending of omsetting bij haaren brief van den 15: November 1771. ver„ sogt hebbende daar op qualificatie tot de laaste of verkooping gegeven, dus die bederving door hun toedoen niet veroorsaakt was, goedgevon„ den en verstaan de opperhoovden van de hun op„ gelegde vergoeding van het zelve te ontheffen, als ven wont blakben van nee genm meede van het bekostigde alhier tot het herblee„ ken en opmaaken van 98. stux guinees nat en bevlect bevonden, ten emporte van ƒ 30. 12. —. het welk verstaan wierd op onkosten op coop„ qualisaate ter aft: ade gedoene mansz: afteschrijven; gelijk ook ter afschrijving te valideeren de gedaane Reparatie aan des se„ dog met welke recomandatie von Cun des thuijn, met Recommandatie om in den voltijd wat menagieuser daaromtrend te zijn, dewijl het niet alleen gantsch oneijgen, maar ook buijten alle billijkheijd was, dat d'E: Comp: de Lasten draagen moeste van een thuijn daar den secunde het gebruijk van hadde, dierhalven de opperhoofden een middel soude moeten uytvinden om 393. den 25'. July 1772. „der voplyen bekend te stellen ontelkend den licto overtesenden. „verstrecking aande bimilip: Coopl: om de Reparatie derselve, buyten Last van dE: Comp: te doen, gelijk dat hier en elders gedaan wierd; Terwijl de bediendens alverder gelast zoude wer, kat om bijde mintsberending tesaen den, in den volgtijd bij de bevindingen van het vermunt zilver het Essaaij van de ropij niet al„ leen bekend te stellen maar ook van ieder vermun ting een ropij tot monster herwaards te senden, om alhier bewaard tewerden. — Bij Resumptie der brieven van Bimilipiaet approbatie van de gedaane vooruyt„ nam de datis 30. ' Maart 23. ' en 30. ' april en 18: Meij Jongstleeden wierd g'approbeerd de gedaane verstrecking aan de Cooplieden op Leverantie van Lijwaaten van 4719. pagooden, en 6000. pag: aan Ropijen per wissel op Jaggernaijkpoeram getroc„ ken; mits deselve, of die verstrecking direct voor beg onder wat mits Reecquening en verandwoording van de opperhoof„ den blijvende, nadien zij weeten moesten, hoeverre daaromtrend gaan moogen, na de Leverantie van Lijwaaten die door de Cooplieden gedaan wierden, waar van de bediendens beeter onder„ rigt waaren, dan deese Regeering, die daar om zig den 25e. July 1772. Leedweesen over den traagen voort„ gang der verthier pietent overgesondene allige efece een ankertoriw aan de Chaloup de walvikt. zig op haare berigten verlaaten moesten, dierhalven de opperhoorden Conform Circulaire ordre van den 4. ' febr: 1771. direct Responsabel gelaaten zijn voor alle onberaisonneerde vooruijtverstreckingen. Terwijl men niet dan seer ongaarne gesien had, den traa„ gen voortgang van den verthier van Handelwhaa„ ren aldaar, alsoo weeder in maart en april mits van de hand geset sijnde bij het sluijten der boeken de winst reecquening een slegte vertooning maaken alsoo het geprofiteerde tot nu toe, door de Lasten reeds g'absorbeerd weesen soude. — waer aan men zig nopen et singn Ten opsigte van de precipitante oversending van de alluijn, is verstaan te refereeren aan het geschree„ vene van hier bij letteren van den 17. ' Meij lestleeden met last dat men begeerde, dat deselve als nog van de hand geset soude werden, en al wat beneeden de door haar opgegeevene prijs van ƒ33. 5: 8. quam te haalen door haar dE. Comp: soude moeten werden. approbati vande verteesing van vergoed, werdende voorts g'approbeerd de afgaave van een ankertouw aan de Chialoup De walvisch, insteede van het onbequaam bevondene touw, alsoo dies
English
395. the 25th of July 1772. Resolution for the writing-off of various expense accounts of the offices. the necessity of which had appeared from a statement sent concerning it, but not the breaking of the top-sail yard of that small vessel, because they neglected to have an attestation granted for that as well, as it ought to have been done; wherefore it was understood henceforth in all such cases, and for extraordinary repairs and provisions being made, to have statements drawn up, so that thereby, or from the reports to be delivered thereof, the necessity of the expenditures required by the commanders of the vessels could be verified. After which, the ordinary monthly and other trade papers of the aforesaid subordinate factories having been resumed, the following expense accounts were passed for writing-off, namely: of Bimilipatnam for the months of February, March, and April; of Jaggernaijkpoeram for the months of March, April, and May, as also for those months of Palicol, of 396. the 25th of July 1772. Resumption of and disposition on the memoranda of shortages of weight of Bimilipatnam from the ultimate of February [illegible] of Palliacatta from March to June; of Sadraspatnam for the months of April, May, and June; of Portonovo from March to June last, and of Cuddalore to June just mentioned; under such reimbursements of some small items, and remarks concerning some improper entries as should be specifically written in the outgoing letters to the chiefs where such occurred. Furthermore, the incoming memorandum of the occurred shortages of weight etc. at the Bimilipatnam office in the first 6 months of the current financial year having been resumed, it has been disposed of as noted below in the margin of its short abstracts: Surplus. Deficit. Write off to profit and loss: 1/16 lb. foil or mace on 9 7/8 lb. consumed, issued, and given away in the first 6 months, reckoning a loss of 1 per cent. Ditto: 57 1/4 lb. clove spices; to wit: 22 lb. in underweight; of this 1 lb. on 136 1/4 lb. of 5 boxes of cloves with nutmegs, upon opening for consumption, gives 1/4 per cent. 57 1/4. 22. 1 lb. Carried forward. 397. and dust of spices. the 25th of July 1772. Surplus. Deficit. 17 1/4. 22. 1 lb. Brought forward. 2 1/4 on 626 1/2 lb. in 8 boxes of cloves separately, as before, is 1/16 per cent ample. 1 1/8 on 136 1/8 in 5 boxes of cloves with nutmegs at the inventory, is 1/16 per cent ample. 2 7/8 on 314 7/8 in 4 boxes of cloves separately, also at the inventory, reckoning 1/4 per cent ample. 6 1/4 on 713 1/4 in 25 boxes of cloves poured with nutmegs, ad ditto is 1/16 per cent ample. 8 on 1806 1/4 in the first 6 months consumed, issued, and given away, reckoning 1 per cent. Write off to profit and loss and transfer to dust: 35 1/4 lb. dust and small bits of cloves; namely: 10 1/8 lb. on 136 1/4 lb. of 5 boxes of cloves with nutmegs at the consumption, reckoning 7 1/4 per cent ample. 24 7/8 on 626 1/2 of 8 boxes of cloves separately, as just mentioned, is 3 15/16 per cent. 57 1/4 lb. clove spices deficit; as above. 53 3/16 lb. nutmegs or kernels; thereof: 3 1/2 lb. on 306 1/8 lb. of 5 boxes of nutmegs poured with cloves, opened at the consumption, reckoning 1/4 per cent ample. 3 1/4 on 377 of 5 boxes of nutmegs poured with cloves, at the inventory loses 17/88 per cent. 16 on 1928 1/8 of 25 boxes of nutmegs poured with cloves, at the inventory is 17/16 per cent ample. 3 7/16 on 374 1/4 in the first 6 months consumed, issued, and given away is 1 per cent. Write off and transfer as before: 27 1/8 on 301 1/4 lb. of 5 boxes of mite-eaten and worm-eaten nutmegs collected at the consumption, is 7 per cent ample. 53 3/16 lb. nutmegs or kernels deficit as before. Write off as mentioned on the other side: 26 5/16 lb. in underweight; [illegible] 62 7/8 lb. issued [illegible] at 398. the 25th of July 1772. spices issued: write off in the booklet of untaxed goods. These also to be entered in the booklet of untaxed goods, but washing tubs should not be made anymore in the future. Passing for write-off of the gift and carpentry accounts of that side. Surplus. Deficit. Enter into dust and powder of spices: 62 7/8 lb. powder and dust of spices collected together upon opening for consumption; namely: 35 1/4 lb. dust and small bits of cloves; to wit: 10 5/8 lb. from the 5 nutmegs mentioned before 24 5/8 from the 8 ditto separately 27 1/8 lb. mite-eaten and worm-eaten nutmegs from the 5 boxes cited above. 62 7/8 as said. Write off to profit and loss: 61 1/16 lb. bar copper, Japanese; thereof: 12 lb. on 9600 lb. in the first 6 months consumed, loses 1/8 per cent. 25 on 20502 ditto issued and consumed, is 1/8 ditto per cent. 23 7/16 on 37500 at the delivery, is 1/16 per cent. Goods circulating without money; to wit: Armory: These 2 items to be entered in the [illegible] 200 copper priming needles newly made 92 pieces ditto in the first 6 months issued to the garrison 3 gun racks Goods for use: 8 packing frames in the first 6 months newly made for the bleacheries. 64 wooden frame tubs as above. In like manner were resumed and passed for writing-off the gifts and repairs made at that office in the aforementioned time, except the 129 lb. of gunpowder charged in excess to the first-mentioned account, concerning which the chiefs in the outgoing letter.
Dutch transcription
395. den 25. ' Julij 1772. besluyt ter afboeking van diverse onk: ostheecq: der Comptoiren. dies noodsaakelijkheijd bij een daar van overge sondene verklaaring gebleeken was, dog niet het breeken van de mars zeijl Rhaa van dat Kieltje, om dat men versuijmd heeft daar van meede een attestatie te doen verleenen, gelijk het behoord hed„ de, te geschieden, alwaar omme dan verstaan wierd voortaan van al sulke gevallen, en Extraordinair gedaan werdende verbeeteringen en verstreckin„ gen, verklaringen te laaten beleggen, op dat daar enten wat eynde bij, of daar van over tegeevene Rapporten, nagegaan konde werden, de noodsaakelijkheijd van de afgaa„ vens die door de gesaghebbers der vaartuijgen ge„ requireerd werden. Waar na geresumeerd zijnde de ordinaire 5 maandelijkse en andere negotie papieren van de voorsz: onderhoorige factorijen: soo wierden ter afschrijving gepasseerd de ondervolgende onkost Reecqueningen als van Bimilipatnam van de maanden februarij, Maart en afwril; van Jagger„ naijkpoeram van de maanden Maart, apwil en Meij, als meede van die maanden van Palicol, van 6 den 25e. Julij 172. Resumptie van endispostie vn de ste„ morien van onderwigten van bemilit=n van ult=o febr: J=o van Palliacatta van Maart tot Junij; van Pa„ draspatnam van de maanden april Meij en Iunij; van Portonovo van Maart tot Junij Jongstleeden, en van Coedeloer tot Junij even gemeld; onder sodanige Remboursementen van eenige kleijne posten, en Re„ marques omtrend sommige oneijgentlijke opbren„ gingen als bij de aftegaane brieven specificq aange„ schreeven soude werden aan de opperhoovden daar zulx geschied is. — Wijders geresumeerd zijnde de ingekoomene Memorie der gevallene onderwigten &=a op het Comptoir Bimilipatnam in de Eerste 6m: des loopenden boekjaars, zoo is daar op sodanig gedis„ poneerd als hier onder in margine van dies korte uijttreksels genoteert staat te over tekort afsz: op minst en Clies - - - - - 1/16. lb: foelij of macis op 9 7/8. lb: in de Eerste J/mvprlier vertrek en verschonken Reekend een verlies van 1. p.r Co. s.=s Jdem - - - - - - - - 57:¼. lb: Gariotfel nagulen; Teweeten. - - - - - - 22. –. lb: aan minwigt; hiervan 1. . lb of 136. ¼. lb: of 5. kisten nagulen bij nooten bij opening tot den verthier geeft ¼. pr. C. o Js 57¼. 22. . 1. lb: Die Transporteere 397 en gruijs van specerijen. den 25 ' July 1772. te over tekort 17¼. 2. . 1. -. lb Per Transport 2. ¼ „ op 626:½. lb. in 8. kisten nagulen afsonderlijk als vooren is 1/16. P.:r Co R=m. 1 1/8. „ „ 136 /8. „ in 5. kisten nagulen bij nooten bij den opneem is 1/16. p. r C o R=m 2 7/8. „ „ 314 7/8 „ in 4. kisten nagulen afsonderlijk meede bij den opneem reek. /4. P: Co r=m 6¼. „ „ 713¼ „ in 25. kisten nagulen bij nooten be„ stort ad jdem is 1/16. p r C.o R=m 8. . „ 1 806.¼ „ in de de Eerste 6/m: vertheerd verstrekt en verschonken reek=t 1 p:r C. o C=s alsz: op winst en velies en oversz: of stoff 35¼. lb: stot en kruyntjes van nagulen; als 10 1/8. lb op 136¼ lb. of 5. kisten nagulen bij nooten by de verthier reek=d 7. ¼. p. r C=o R=m 24. 7/8. „ „ 626:½ „ of 8. kisten naguelen afsonderlijk als eeven is 3. 15/16. p.r C.o. 1.s 57.¼. lb: Garioffel Nagulen tekort; als booven 53. 3/16. lb: Nooten of Rompen; daarvan 3. ½. lb op 306: /8 lb: of 5. kristen noot en met nagulen be„ stort bij den verthier geopend reek:d /4 p:r C Ruijm 3¼. „ „ 377. -. „ of 5. kisten nooten met nagulen bestort bij den opneem verliest 17/88. p r Co. s=s 16. —. „ „ 1928 1/8 „ of 25. kisten nooten met nagulen be„ stort bij den opneem is 17/16. Pr Co r=m 3 7/16 „ „ 374¼ „ in de eerste 6/m: verthierd verstrekt en verschonken is 1. p. r Co s=s aff en overschrijven als vooren - - - 27 1/8 „ op 30 /¼ lb of 5. kisten vermijterde en aangestookene nooten bij den verthier versameld is 7. Pr Co R=m. 53 3/16 lb: Nooten of Rompen tekort als vooren. afsz: als ter omme sijde gemeldis. . . 26 5/16. lb: aan minwigten; al 62. 7/8. lb: verstreke C. s. s bij den 25'. July 1772 cerijen verstrekte afsz: bij het boekje van ongetaxeerde goederen deese almeede inneemen bij 't boekje der ongetaxeerde goederen, dog waaler backen moesten in't vervolg niet meer werden aangemaakt. passering ter afsz: van de selenka„ gie en Timmeragie reecq: van die zeid Ieover tekort Innemen op stof en gruijs van sese„ 6 7/8: lb: Gruijs. en stoff van 2pecerijen bi 't openen tot den E thier bij een versameld; als 35. ¼4. lb. . stot en kruijntjes van nagulen; teweeten 20. 5/8 lb: uyt de 5. hiervoor en gementioneerde nooten 24. 5/8 „ „ „ 8. _ . _:o afsonderlijk 27: 1/8 lb: vermyterde en aangestookene nooten uyt de booven g'allegueerde 5. kisten. 62. 7/8 „ als gesegd afsz: op winst en verlies - - - 61 1/16. lb staat kooper Iapans; daar van 12. . lb op 9600. lb: inde eerste /m. vrthierd verteest 1/08. p:r C=o 25. – „ „ 20502. „ „ „ „ d:o verstrekt en verbr: is 1/8. „ „ p=o „23 7/16 „ „ 37500 „ bij den s: aanbreng is 1/16. p=r Cento Goederen zonder Geld Loopende; Teweeten Waapenkamer deese 2. posten inneemen en't 200. —. —. kopere Ruymnaalden nieuw aangemaakt 92. –. stux d. o in de Eerste 6/m: aan't guarnisoen verstrekt 3. –. – Geweir Racken Goederen tot gebruik 8. -. — pakstellingen in de eerste 6/m: nieuw aangemaakt voor de bleekerijen. 64. —. — houte stellingen backen als booven Ingelijker volegen wierden geresumeerd en ter afschrijving Gepasseerd de aldaar ten Comptoire in opgemelde teijd direst ht ier gen: beluyjt gedaane geschenken en vertimmeringen, excepto het ken laste van de eerstgemelde Reecquening teveel opgebragte 129. lb: buskruijt waar van de opperhooden bij de aftegaane brieff.
English
399. the 25th of July 1772. letter a clear demonstration would be made, that it was understood to be reimbursed at ƒ 50. per 100. pounds; And further resolved to condescend to the instance made by the soldier at the said factory, Johan Christiaan Woller, for the obtaining of his salary in arrears amounting to ƒ153. 9 12. Hereafter having been brought to the table Their High Noble's revered letter of the 12th of May last past, recently received with the ship Alkemade, and the same having been reread with close attention, it was approved and understood to observe promptly the orders contained therein, just as with respect to the aforementioned vessel Alkemade, which was designated by the said Their High Nobles as a Return ship, the necessary arrangements had already been made in the first place for its speedy discharge and reloading, according to the prescription and stowage list sent over by Them for that purpose, and furthermore, pursuant to Their wish, to take the necessary care that the repatriating persons aboard the same, whose permitted chests were not filled at Batavia, should not fill them up here with such goods for which the demands pro Patria may not yet have been satisfied. 8 the 25th of July 1772. And with respect to the ordered arrangement that the cargo of that return ship should not amount to higher than 9. tons, to plan the necessary here, just as to that end the chiefs of Jaggernaikpoeram would also be written what is necessary; as well as to supply the missing one-foot freestone floor slabs to complete the number of 5000. pieces, which it is assumed will still be required for ballast, with those that are brought successively from Sadraspatnam, whose chiefs are ordered once and for all to put into all the sloops and vessels arriving there a lower layer of freestones of 4. feet; And whereas there, on the beach of Carreloer as well as at the stone quarry Arrideelcherij itself, a large quantity of freestone works of various sizes are lying, which have been prepared in satisfaction of the successive demands made thereof, but which cannot be collected by sloops because of their heaviness; it is thus understood to give dutiful notice thereof to Their High Nobles, so that They can devise the required means to have the same collected, and to that end to order the chiefs of Sadraspatnam to send this Government at once a neat note of the freestone works that are in stock there, with a specific indication of their size and types, and for which places required. Regarding the article of the ships and concerning their unloaded cargoes, nothing here being found to remark upon, nor to answer to what the said Their High Nobles have pleased to write down on that account: thus proceeding to the matter of the piece goods collection, it was approved and understood to give notice to the public by bills of the qualification granted by the most highly mentioned Their High Nobles to private individuals for the conveyance of Tapiens and Palliacat Cambays for trade to Batavia, because those assortments yield little or no profit. Regarding the increase of three percent above the conditioned prices granted by Their High Nobles to the merchants of Palicol for all the piece goods that were paid to them with specie other than three-image pagodas, which however has for the present been withheld here for such reasons as are mentioned in the resolutions of this table of the 5th of August and 4th of November of the past, also the 17th of June of this year, and thus did not let those merchants enjoy the same, it is understood to persist therein for the present, and further to await what Their High Nobles shall further please to decide upon what was demonstrated by this Government in its advices dispatched to Their High Nobles with the ship Zeekerlust, under date
Dutch transcription
399. den 25e. Julij 1772. von den 2. meij ao observeeren. schicking rees gemaakt is dergepormpiteerde kisten alhier brieff een duijdelijke aanthooning soude werden ge„ daan, dat verstaan wierd te laaten vergoeden teegens ƒ 50. de 100. ponden; En wijders beslooten te condescendee„ ren in de gedaane Jnstantie van den soldaat ter gem: factorij Iohan Christiaan Woller ter erlanging zijner tegoed hebbende gagie ten bedraagen van ƒ153. 9 12. Hier na ter tafel gebragt zijnde Haar hoog besoigne over haar hoog Eds missive Edelens gerenereerde missive van den 12:' Meij Jongst„ leeden Jongst met het schip Alkemade ontvangen, en wierd deselve nader met aandagt herleesen weesen blengt doode daar ij mat te de goedgevonden en verstaan de daar bij vervatte be„ veelen prompt te observeeren, gelijk ten opsigte van waarte ontrend alkemade de imbag voormelde boodem Alkemade die door welmelde haar hoog Edelens tot een Retourschip aangelegd was, reeds ten eersten de nodige schickingen ge„ „maakt waaren ter sijner spoedige decharge en weeder belaading, na het door hoogst deselve ten sien eijnde overgesondene voorschrift en stuagie lyst, en voorts ingevolge hoogst derselver begeerte de noodige te dragen sone wegens 't villen sorge te doen draagen, dat de daarmeede Repatriee„ rende persoonen welkers gepermitteerde kisten op batavia 8 den 25 . July 1772. Jtem dat dieslosing met meer als g. ten komt te bedraagen. steenen tot ballast te suspleren. te geeven kennisse aan haar hoog Ed=s om de groote voorraad der sweelere ardeyne Steeken. batavia niet gevuld mogten zyn, deselve alhier niet koomen vol te steeken met sodanige goederen, als waar van de Eijsschen pro Patria nog niet voldaan mogten weesen. — En ten opsigte van de geordonneerde besorging dat de laading van dat retourschip niet hooger dan 9. thon quam te bedraagen, het nodige alhier te beraamen, ge„ lijk ten dien eijnde de Iaggernaijk poerams opper„ hoorden meede het noodige soude werden aange„ hoedang der ontbreekende arduyns schreeven; mitsgaders de ontbreekende een voets arduijne vloersteenen tot het voltallig maaken van 5000. stux, die men verondersteld nog tot ballast te zullen benoodigen, te suppleeren met die welke successive van Sadraspatnam werden aangebragt, welkers opperhoofden eens voor al geordonneerd zijn om alle de Chialoupen en vaartuijgen die daar aankoomen een onderlaag van arduijne steenen de 4: voet integeeren; En dewijl aldaar, aan het Carreloers seestrand soo wel als op de steenhouwerij arrideel Cherij selve, een groote quantiteijt arduijne steenwerken van diverse groote leggen, dewelke in voldoening van de 261 26 401. den 25e. July 1772 daar van overtesenden niets te remarqueeren. van de vrije handel in tapies en pall: combaayen de successive daar van gedaane Eijsschen vervaindigt zyn geworden, dog die door Chialoupen niet afgehaald kunnen werden om de wille van dies swaarle: soo is verstaan daar van haar hoog Edelheedens schuld„ pligtig kennisse te geeven, op dat hoogst deselve de vereijschte middelen beraamen kunnen, om deselve er ten wit eijnde te laaten afhaalen, en ten dien eijnde de sadvas„ patnamse opperhoovden te beveelen deese Regee„ „ring ten eersten een nette notitie te doen toe koomen, over mo sadas sk:r om en wotitie van de arduijne steenwerken, die aldaar eerst in voorraad leggen met een specifique aanwijsing en hoedanig van de groote en soorten derselve, en voor welke plaatsen gerequireerd. —. Ten belange van het articul der scheepen en omtrend tarticul der scheepen is derselver uijtgeleeverde ladingen alhier niets te remarqueeren, nog te beandwoorden gevonden werdende op het geene welmelde haar hoog Ede„ lens dier weegens hebben gelieven ter needer te stellen: soo wierd tot de materie van den Lijwaat egeven kennisse ande genente Jnsaam overgegaan zijnde, goedgevonden en ver„ staan bij billietten de gemeente kennisse te gee„ ven , . den 25 . July 1772. besluyt de aan de palicolse coopl: toegestaane 3. p:r C:o voor eerst nog inte„ houden. „tie op 't gesz: per zeekerlust aftewagten ven hoogst gemelde Haar hoog Edelens verleende qualificatie aan particulieren ter vervoer van Ta„ pies en Palliacatse Cambaijen tot negotie naar Batavia, om dat die sortementen weijnig of geen winst koomen overtewerpen. — Nopens de door Haar Hoog Edelens aan de Palicolse Cooplieden toegestaane verhooging van drie percento booven de geconditioneerde prijsen voor alle de Lijwaaten die aan haar met andere specie dan drie beeldige pagooden betaald wierden, dog die men alhier om sodanige reedenen als bij de Reso„ . „ lutien deeser tafel van den 5. ' augustus en 4:' No„ vember des gepasseerden, Jtem 17. ' Junij deeses Iaars, vermeld staan voor eerst nog ingehouden, en dus die Cooplieden daar van niet heeft laaten qaudeeren, is verstaan, daar bij voor eerst nog te en intusschen haerhoog ds ds se lijven persisteeren, en voorts aflewagten het geen Haar hoog Edelens verder zullen gelieven goedtevinden, op het gedemonstreerde door deese Regeering bij haare aan haar hoog Edelens met het schip zeekerlust. afgevairdigde advijsen onder dato
English
403. The 25th of July 1772. dated 30th of June last, concerning the differences in the prices of the linens between those of the Honorable Company and those paid by the English or their private individuals, and meanwhile to note that the delivery of merchandise to the merchants there was still continued as soon as they come to make request for the same and see an opportunity to distribute them to the traders coming down from up-country. Concerning the seven packs of linens belonging to the Sadraspatnam merchants Goendoer Baal Chittij, Maddhoe Djes Jasjelam Chittij, and Chaddeappa Chittij, which were put up for public auction here more than once but each time ended with poor success: it was resolved to inform their High Mightinesses respectfully of this, as well as that the merchants were therefore asked through the chiefs there whether they wished to have them sold for the current price, or whether, taking those cloths back, they wished to pay the stated amount in cash; and furthermore also to inform the said High Mightinesses that since the complaints made to the English ministry at Madraspatnam no more outrages by their merchants and brokers etcetera have been heard of regarding the collection of the Company's linens in the weaving villages; but that the merchants of that factory behaved just as shamelessly as in the past year regarding the delivery of the bleached goods for Europe, wanting practically to force the chiefs absolutely to accept 3rd sort for Europe, as mentioned at large herebefore among the matters transacted for that office as well as in the chiefs' letters of the 2nd of this month; it being furthermore approved to forbid the chiefs of the subordinate factories definitively to accept any linens, no matter how small an amount it might be, above the demand, neither for Europe nor for India, as their High Mightinesses expressly prohibit this, no matter how much the favorable sale of any assortment might also encourage this Government thereto. The 25th of July 1772. 405. The 25th of July 1772. Regarding the 4500 pieces of Palicol chintzes sold in Europe at a considerable loss, of which their High Mightinesses resiled from their decision of last year—whereby the merchants of that factory were charged with the indemnification of the same, both for the loss suffered and for the loss of profit of 50 percent, amounting together to an important sum of ƒ40281. 6. –, but were relieved of it again upon the further demonstration made by this Government that the painted cloths had not been accepted as rejects from those merchants, and much less that they would have undertaken to compensate the Honorable Company for the damage with the resulting lower yield at 50 percent advance, but that the same had been shipped in the year 1768 with notice of their condition and that they did not meet the samples—and have ordered the incurred loss on those chintzes to be compensated now with a loss of profit of only 25 instead of the previously stipulated 50 percent, thus still amounting to ƒ25299. 5. 8, by the chiefs of that office who accepted the aforesaid chintzes as good at that time and thus saddled the Honorable Company with such bad and defective rejects: deliberating thereon, the present secunde of Palliacatta, Hendrik Scottier, as former chief of Palicol, was judged accountable for this, together with his secunde Johannes Camper, under whose administration those chintzes were collected, and it was approved and resolved to specify the aforesaid amount of ƒ25299. 5. 8 to Palliacatta by memorandum, to be paid into the treasury by the said Scottier, as the said secunde died insolvent and thus nothing can be obtained from him except whatever might accrue to him or his estate from the gratuity granted by the Lords and Masters; regarding which it was resolved to thank their High Mightinesses most humbly for the favorable distribution of the same, on what was derived from the sale of those sent to [illegible] in the years 1767/8 and 1768/9.
Dutch transcription
403. den 25e. Julij 1772. van Coopmansz: op Leverantie nog contintieerd neers gem: 7. packen van de sadrasc=te coopl: te bedteelen. dato 30:' Junij Jongstleeden, noopens de differentien der prijsen van de Lijwaaten tusschen die der E: Comp: en de Engelschen of derselver particulieren betaald werdende, en Jntusschen te noteeren, dat bij de afgaave van Coopmansz: aan de Cooplieden al, mitsg:s tenoteeren dat ofgave daar, als nog wierd gecontinueerd soo dra zy om de selve versoek koomen te doen en kans zien aan de boovenlandsche afkoomende handelaars te verdebiteeren. —. Concerneerende de seeven packen Lijwaaten mat besoten haer bog ds oeen de Sadraspatnamse Cooplieden Goendoer Baal Chittij, Maddhoe Djes Jasjelam Chittij en Chaddeappa Chittij toebehoorende, een en an„ dermaal per publicque vendutie alhier opgereijld dog telkens met slegt succes afgeloopen zijnde: soo is verstaan zulx haar hoog Edelens eerbiedig te bedeelen, als meede dat men dierhalven de Cooplieden door de opperhoofden aldaar heeft laaten vraagen of zij deselve voor het geldende wilden Laaten verkoopen, dan wel die doeken terug neemende het opgegeeven bedraagen daar van meer geweldenarijen der Engelse Coopl: & a vernoomen zijn schaemtelos als in d: :t gedroegen. en waaromtrend. goederen booren den Engels te rooes„ teeren wem tan dar ten onstbregen van in Contant betalen wilden, en voorts hoogst gemelde haar hoog Edelens ook kennisse te geeren dat 't zeedert de gedaane klagten bij het Engels ministerium te Madraspatnam van geen gewelde„ narij en meer van derselver Cooplieden en maakelaars &=a vernoomen is, omtrend den Insaam van 'sComp:s doog dat e Cest gedan en Lijwaaten in de weefdorpen; Dog dat de Cooplie„ den dier factorij zig even schaamteloos, gelijk in anno passado gedroegen; omtrend de leverantie van 't gebleekt goed voor Europa de opperhoofden genoegsaam absolut willende forceeren tot het accepteeren van 3. ' Zoort voor Europa hier vooren onder de verhandelde zaaken van dat Comptoir soo wel, als bij der opper„ hoofden letteren van den 2. ' deeser maand in het breede kanen nder mede Contfangen vermeld; werdende wijders goedgevonden de opperhoov„ den der onderhoorige factorijen finaal te verbieden, om geene lijwaaten, hoe gering 't ook weesen mogten booven den Eijsch te accepteeren nog voor Europa, nog voor India, alsoo haar hoog Edelens zulx wel Expresselijk prohibeeren, hoe seer den favorabelen verkoop van eenige sortement, deese Regeering daar den 25. ' July 1772. toe 405. den 25e. July 1772 derselver besluyt om de schulden die ap „ neers gem: Chatsen door de palicolse 2. pr C: advems te laaten gescheen toe ook annimeeren mogte. —. Ten belange van de in Europa met een aanmer, Resileering door haar hog Eds vn„ kelyk verlies verkogte 4500. stux Palicolse Chitsen os: te daaten vengeden waar van haar hoog Edelens van derselver voorjaarig besluijt, waar bij de Cooplieden dier factorij de vergoe„ „ding derselve soo aan geleeden verlies als winst derving van 50. percento te saamen een importante somma van ƒ40281. 6. –. beloopende, opgelegd dog daar van weeder gereleveerd zijn, op de door deese Reegering nadere gedaane demonstratie dat de geschilderde doeken naet als uytschotten van die Cooplieden g'accepteerd waaren, en nog veel min„ der, dat deselve aangenomen soude hebben; de scha„ de met het daar op vallende minder Rendement met 50. percente advans aan dE: Comp: te vol„ doen, maar dat deselve onder bekentmaaking van derselver Constitutie, en aan de monsters niet voldoende, in den Jaare 1768. versonden waa„ ren, geresilieerd, en geordonneerd hebben het gevallene wordit zilen darde oppesnt verlies op die Chitsen, als nu met een winst derving van maar 25. insteede van de bevoorens gestelde 50. Pr. Cento den 25 . July 1772. en Campen daar over Laaten voldoen deeling van t douteer va do 167 /„ en 17689. p. r Cento dus nog bedraagende ƒ25299. 5. 8: te laaten vergoeden door de opperhoofden van dat Comptoir die ter dier teijd de voorsz: Chitsen voor goed geaccepteerd en dus dE: Comp: met sulk slegt en ondeugend geweet aanspmetelijk ordeling en sese n uitschot opgescheept hebben: soo is daar over deli„ bereerende den presenten secunde van Palliacatta Hendrik Scotfier als geweese opperhoofd van Pa„ licol, daar voor aanspreekelijk geoordeeld, neevens sijn secunde Iohannes Camper onder welkers bestier die Chitsen ingesaameld zijn, goedgevonden bostij t zelve orde reten te en verstaan het voormeld bedraagen van ƒ25299. 5. 8. Palliacatta bij Memorie optegeeren, om door gedagte also den andr instentoverkis Cofier in cassa betaald te werden, alsoo gemelde secunde insolvent overleeden zijnde, en dus ook niets van te haalen is, dan het geene denselven of zijn boedel in het toegestaan douceur door de heeren en Meesters deselve zal koomen te beurt te doen dan t betuiging voordeven te vallen; welken aangaande verstaan wierd haar hoog Edelens op het needrigste te bedanken, voor de gunstige verdeeling derselve, op het geproflueerde uijt den verkoop van de in de Iaaren 176 /0, en 176 8/9. naar
English
407 The 25th of July 1772. to have a statement drawn up regarding the linens sent to the Netherlands, and to let that distribution serve as a model for the future for the distribution of the bonus that might fall to the favored servants from the subsequent sales; and whereas there are many servants who, due to changes in appointments, would have to enjoy from one and the same service, such as the late and present chiefs of Sadraspatnam, Topander and Blaaukamer, as well as of Palicol, Scopfier and Vrijmoet, and the seconds of that factory, Camper and De Neijs, together with the estates of the deceased seconds of Bimilipatnam, Visscher and Truter, as well as the said chief of Sadraspatnam, Blaaukamer, who will have to participate for his share in the bonus assigned to the Residency of Portonovo: it has been resolved to have this accurately investigated and a neat demonstration drawn up from it, so that thereafter everyone may enjoy his due. 7 Concerning what was remarked regarding the linen trade in general, 8 The 25th of July 1772. regarding what has been decided concerning the linen trade, both in relation to the contracting of the requisitions and the fulfillment of the same in good quality goods, it was resolved to inform Their Right Excellencies that one never fails continually to encourage the chiefs of the respective factories, and through them the merchants, toward the improvement of the quality of the linens; wherefore it was decided to admonish the chiefs once again, transmitting the extract from Their Right Excellencies' aforementioned dispatch, and further to make known to them their supreme displeasure, both over this and over the defective fulfillment of the requisitions, with an earnest recommendation to direct the necessary attention thereto with all zeal, to the end that Their aforementioned Right Excellencies be afforded the required satisfaction, both in this regard and concerning the general improvement of the linens; likewise to take care that one may not be forced into the acceptance of any cloths in excess of or outside the requisition; and the Jaggernaykpatnam 409 The 25th of July 1772. officials are to be notified of the 10 percent increase favorably granted by Their aforementioned Right Excellencies on the checked rumals, in case an order for them should be made from Europe and not otherwise, and under the further restriction nevertheless that this should only take place for the present and thus may not serve for the future, of which the officials should be ordered to give the necessary notice to the merchants; and regarding the poor condition of the Jaggernaykpoeram linens that have already been shipped with the vessel Zeekerlust, it was resolved to await Their Right Excellencies' pleasure concerning this, as through the advices sent therewith Their Excellencies have been respectfully informed of what those officials have submitted for their excuse; it is further resolved, in accordance with the desire of Their Excellencies, to give the necessary orders, so far as this might be possible and can be done, to have the linens The 25th of July 1772. collected at the factories brought over here to be examined; and furthermore to charge to Palliacatta the loss suffered at Batavia upon the sale by auction of 32 packs of fine Cambays, amounting to an amount of f 3358. 17. 8, or a 9 ¼ per cent loss, to be paid into the treasury by the chief Dormieux and the former second Nicolaas De Poncleere. Under the article of Arrears, upon Their Right Excellencies' expressed expectation that the Sadraspatnam merchant Goendoer Baal Chittij would have provided other sufficient sureties in place of the present Bengal head-administrator Cantervisscher, and also that the necessary measures would have been taken for the indemnification of the Honorable Company concerning the monies advanced to said merchant on that surety, or which might still be owing, it was approved and resolved to represent to Their Excellencies that the present second warehouse keeper here, 411. The 25th of July 1772. Ioan Daniel Semons, having interposed himself as surety for that trader, and that caution having since been increased from 1500 to 2000 pagodas, there was no difficulty about it, but on the contrary hope that the greatest part of the debt of that merchant would be collected this year; and further that the state of the general debts everywhere has hitherto been in a favorable condition, and at Bimilipatnam a handsome sum would again be reduced this year, and according to appearances the merchants at Palicol could have a clear account at the closing of the books; with the assurance to be given that this Government neglected nothing and let no dutiful attention slip to get the same liquidated as quickly as possible, to which it could also in time be brought, if this were not prevented by unforeseen accidents and one were not hindered in the good intention, the applied means, and the precautions being used.
Dutch transcription
407 den 25'. Julij 1772. stratie te laaten formeeren en waarom naar Nederland versondene Lijwaaten, en die re„ treatitie voor het vervolg tot een model te Laaten strecken tot uytdeeling van het douceur, dat van de volgende verkopingen, de daarmeede begunstigde dienaaren te beurt mogte koomen te vallen; En dewijl veele dienaren zyn, die door verschansingen va bestey daarvamn en mete benon„ van een en deselvee dienst soude moeten gaudeeren; gelijk het overleedene en present opperhoofd van Sadraspatnam Topander en Blaaukamer, als ook van Palicol scopfier en vrijmoet en de secundens dier factorij Camper en De Neijs, mitsgaders de boedels van de overleedene secun„ dens van Bimilipatnam visscher en Truter„ gelijk ook gedagte Sadraspatnams opperhoofd Blaaukamer voor zijn aandeel zal moeten par„ ticipeeren in het douceur de Residentie van Portonovo toegevoegd: soo is verstaan het zelve nauwkeurig te laaten nagaan, en daar van een nette demonstratie formeeren, op dat daar na een ieder het zijne genieten mag. 7 Nopens het geremarqueerde omtrend den Lywaat handel 8 den 25'. July 1772. handel in't generaal te kenners le gen„ wat verstaan is omtrend de lywaat handel, soo met betrecking tot de gedaane aanbe„ steeding der Eijsschen als de voldoening derselve in deugdsaam goed, is verstaan haar hoog Edelens te kennen te geeven, dat men nimmer ingebreeke blijft, om de opperhoofden van de Respective Comptoi„ ren en door die wederom de Cooplieden Continueel aantespooren, tot de verbeetering van de deugd der Lywaaten, het geen beslooten wierd op nieuw de opperhoovden onder toesending van het Extract uijt voormelde haar hoog Edelens missive te vermaa„ nen en haar wijders hoogst derselver ongenoegen te kennen te geeven, soo wel daar over als over de ge„ breckige voldoening der Eijsschen met ernstige recommandatie om de noodige attentie daar op met alle iever te vestigen ten eijnde welmelde haar hoog Edelens het vereijscht Contentement toetebrengen, soo daaromtrend, als ten belange van de generaale verbeetering der Lijwaaten, soomeede sorge te draagen dat men niet genood„ saakt werden mag tot de acceptatie van eenige doeken booven of buyten den Eijsch; en de Jag„ gernayk b=r 409 den 25e. July 1772. de toegestaane verhooging op de roemaals geruijte Lywaten van daar haar hoog Ed=s dispositie t aftewagten voor soo verre mogelyk alhier te Exami„ neeren. gernaijkp=te bediendens kennisse te geeven van te doene kennis geering na Jag: de door welmelde haar hoog Edelens gunstiglijk toegestaane 10. percento verhooging op de Roe„ maals geruijte, ingevalle daar van Eijsch uijt dog in welk geval Europa gedaan mogte werden en anders niet, en onder die verdere restrictie nogthans, dat zulx alleen voor eerst maar plaats hebben sou„ de en dus voor het vervolg niet zullende moogen dienen, waar van de bediendens gelast zoude moeten werden de nodige kennisse aan de Coop„ lieden te geeven; En omtrend de slegte Constitutie der betentnt de ege ostute e Jaggernaijk poeramse Lijwaaten die bereeds met het schip Zeekerlust versonden sijn is verstaan haar hoog Edelens goedvinden dienaangaande aftewag„ ten, als bij de daarmeede afgesondene advijsen hoogst deselve Eerbiedig onder het oog gebragt zijnde, het geen die bediendens tot derselver verschooning hebben ingebragt, werdende voorts ingevolge de beluitale de lewaten der Compt begeerte van Hoogst deselve alverder verstaan de nodige ordre te stellen, om voor zoo verre zulx moge„ lijk soude weesen, en geschieden kan, de Lijwaaten op den 25e. July 1772. mallicaato aan trekenen. en ten wat eynde baal Chittijte verloonen op de Comptoiren in gesaameld werdende, dit heen te Laaten overbrengen, om alhier g'examineerd te wer„ en'tverlies op reers gem: Cambarijden; En voorts Palliacatta te laaten aanree„ kenen, het verloorene op Batavia bij verkoop per vendutie van 32. packen fijne Cambaaijen tot een bedraagen van ƒ 3358. 17. 8. of 9. ¼. p:r Cento verlies, om door het opperhoofd Dormieux en den geweesen secunde Nicolaas De Poncleere in cassa te werden betaald. — met haar hoog Ed open gen en Onder het articul der Agterstallen is, op haar hoog Edelens betuijgde verwagting dat den Sadraspatnamsen Coopman Goendoer Baal Chittij andere sufficante borgen in plaatse van den presenten Bengaalsen hoofd-administra„ teur Cantervisscher gesteld soude hebben, en ook de nodige mesuvres genoomen soude weesen tot schaadeloosstelling van dE: Comp: omtrend de penningen die op die borgtogt aan gedagte Coop„ man geschooten zijn, of nog debet weesen mogt, goedgevonden en verstaan Hoogst deselve te ver„ toonen, dat den presenten tweede pakhuijsmeester alhier 411. den 25 . July 1772. „raale schulden. alhier Ioan Daniel Semons, zig als borge voor dien handelaar g'interponeerd hebbende, die Cautie 't zeedert van 1500. tot 2000. pagoeden vermeer„ derd zijnde 'er daar geen swaarigheijd voor maar inteegendeel hoope was, dat het grootste gedeelte van het debet van dien marchiandeur deesen Jaare te zullen inkoomen; en voorts dat den staat der generaale schulden, tot nog toe aller, mannsgens den taat de gene„ weegen sig in een favorabele gesteldheijd bevond, en te Bimilipatnam deesen Jaare weeder een braaije somme verminderd soude werden, en na het sig liet aansien Palicol bij het sluijten der boeken de Cooplieden een etten Reecquening souden konnen hebben, onder te doene betuijging dat deese Regeering niets versuijmde en hun pligt„ schuldige attentie liet ontglippen, om deselve soo spoedig mogelijk geliquideerd te krijgen waartoe met 'er teijd ook te brengen soude weesen, soo door onvoorsiene toevallen zulx niet wierd g'empecheerd, en men in de goede Jntentie, en appliceerende mid„ delen, en gebruijkt werdende precautien niet wierde te .
English
the 25th of July 1772. Merchants almost desperate aforementioned Merchant written off 2nd yearly something of their paid off. were disappointed, except those who are quite desperate, particularly regarding the debts of the Porto Novo traders Wagtinada Moetoe Chittij, Tamboe Naijker, and Rengasaaij Chitty, since they possess no means, moreover are not vigilant enough, and also have no credit, so that nothing else can be hoped from them than the 4 percent which was stipulated yearly at the entering into of the contracts, to be paid on the funds being provided in reduction of their old debt; thus everything that came in from them was found to be received. Further, it was resolved pursuant to the granted order from Their High Mightinesses to authorize the Sadraspatnam chiefs to write off the still running debt of the merchant Namasiwaija Chittij, who died there insolvent, amounting to ƒ 604: 19. —, with instructions however to keep the same running within the lines, and they were also further ordered with all earnestness to take care that of the debit of the blue-dyers and Cambay weavers, 413. the 25th of July 1772. of the Bimilipatnam Merchants on Bronsveld to divide. Trade goods leases to observe still amounting to ƒ 6499: 7: 8, a portion be paid off yearly. With respect to the claim of the Bimilipatnam merchants on the former and now deceased chief Bronsveld, to state that those traders on all occasions continued to urge with equal zeal for its restitution, however much one tried to divert them from it and to take away all flattering hope in that regard, and that upon liquidating those traders' debit, with the exception of that formulated claim, one would have to experience what they had up their sleeve in that respect. Concerning the item of the sale of trade goods, there was nothing else to note than that whenever the continuing unrest, by which the upper lands were constantly disturbed, came to cease, their sales would be no less than the past year. Regarding the leases and revenues, it was agreed to let serve as a guideline that which F ƒ the 25th of July 1772. reduction of the Bimilipatnam lease monies at the new advance payment to bring to knowledge. Their High Mightinesses have been pleased to lay down in that regard, especially regarding that of the doits, in case meanwhile or towards the expiration of the leases no more advantageous conditions should be offered. Their High Mightinesses being further in expectation that, in order to prevent the constantly suffered loss on the lease of Bimilipatnam and its dependencies, some reduction in the stipulated lease monies for the same would have taken place upon the delivery of the recently renewed five-year advance payment of lease monies granted to the princes: so it was resolved to inform the same that such delivery has had no progress as yet, since the princes were heavily occupied by their campaign against one of their subordinate regents in order to bring the same to reason by force of arms, but that one would not fail, on all occasions that appeared favorable for it, to keep in mind some 415. the 25th of July 1772. purchase of a pantjalling for the Honorable Company. ordered by Their High Mightinesses regarding the repairs there. reduction. Regarding the authorization granted by Their High Mightinesses under the main heading of the sloops and vessels for the construction of a new, firm, and strong vessel in place of the discarded thonij De Jonge Galenus sold by public auction, to bring to Their High Mightinesses' knowledge the purchase of a firm and new vessel built here in the manner of a pantjalling for a sum of pag: 1303. – 65. or ƒ 5863. 13. —, comparing the cost of the thonij De Johanna Maria, and whatever further should be shown in that regard according to the resolution of the 2nd of this month. Concerning the carpentry and repairs, it was resolved to write to the Paliacatte chiefs regarding what Their High Mightinesses have been pleased to order concerning the demolition of the church there and the employment of the woodwork coming from it for the repair the 25th of July 1772. the costs on the lodge there deficiency of the fire engines here station master another 2 peons granted were. of the warehouses; and that having been done, to have the chiefs clearly state what would be required for their complete repair, and what such would amount to, together with what had already been expended thereon in money value, in order that the necessary decision may be made thereon by Their High Mightinesses; and further to demand from the Palicol chiefs the statement of what has been expended on the repair of the Company's lodge at Palicol, to be submitted to Their High Mightinesses. Under the item of Miscellaneous Matters: it was deemed proper to demonstrate to Their High Mightinesses the deficiency of the fire engines here in stock, they being judged of no use for that for which they are required, according to what is noted in the resolution of today; as also that to the Cuddalore station master, upon his urgent request made, according to what is noted at the decision of this table of the 9th of January Fo
Dutch transcription
den 25e. July 1772. Coopl: bij na des peraat zijn nam neers gen: Coopman aftet 2:o pen. wers &. a sJaarlyk ies van haar ate bet afleggen. dog ta die van gevs gem: fortongsn te loor gesteld, behalven die genoegsaam disperaat zyn, insonderheijd omtrend de schulden van de Por„ tonovose handelaars wagtinada Moetoe Chittij, Tamboe Naijker en Rengasaaij Chitty nadien deselve geen middelen besitten, booven dien miet vigi„ lant genoeg sijn, en ook geen Crediet hebben van deselve anders te hoopen is, dan de 4. percento die men Jaarlijks bij het aangaan van de Contracten bedong, om op de verstrekt werdende penningen in mindering van hun oude schuld betaald tewer„ den, dus al het geen van haar inquam, gevonden qualificate n achas:o ondesangeld was, werdende wijders geresolveerd ingevolge de verleende ordre van haar hoog Edelens de Sadras„ patnamse opperhoofden te qualificeeren om de nog voortloopende schuld, van den ginter insol„ rent overleedene Coopman Namasiwaija Chittij dog binensijns te laaten vorleg in porteerende ƒ 604: 19. —. afteschrijven, met Last om deselve egter binnens lijns te laaten voort„ en sorge te draagen dat de blouwen hoopen, die ook alverder met alle ernst aanbe„ voolen soude werden om sorge te draagen dat van het debet van de blaauwserviers en Cambaaij wee„ vers 413. den 25e. July 1772 der bimilip=te Coopl: op bronsveld te bedeelen. delwhaaren pogten te observeeren vers nog groot ƒ6499:7:8. Iaarlijk een gedeelte afgelegjd werde. —. Ten opsigte van de pretentie der Bimilipat, wat ten opsegte van de pretentien namse Cooplieden op het geweese en thans overlee„ dene opperhoofd Bronsveld te bedeelen, dat die handelaars bij alle geleegendheeden, eeven ieverig bleeven urgeeren op dies restitutie hoe seer men ook tragtede haar daar van te diverteeren, en alle vleijnde hoop dien aangaande te beneemen, en dat men bij het liquideeren van dier handelaars debet tot op die geformeerde pretentie na ervaa„ ren moeste wat zij in hun schild ten dien opsigte voerden. —. Concerneerende het articul van Deverthier Jtem nosens den ethier ven han„ van Handelwhaaren viel niets anders te notee„ ren dan dat wanneer de Continueerende onlusten waar door de booven Landen steeds getairbeerd wier„ den, quamen te cesseeren het debiet derselve, niet minder dan het gepasseerde Jaar weesen soude Omtrend De Pagten en Inkomsten is besten 'tanbevoolen ontrend de verstaan, zig tot Regtsneer te doen strecken, het geen F ƒ den 25e. July 172 ermondering van de bimilip=re pragtgel„ den bij de nieuwe voor uytverschecking kennisse te brengen. geen haar hoog Edelens daaromtrend hebben gelie„ ren ter needer te stellen, Jnsonderheijd omtrend die van de Duijten ingevalle intusschen of teegens het ten eijnde loopen van de pagten, geen voordeeli„ ger Conditien mogten werden aangebooden. —. verwagting haaren hoog Ed: nopen a Haar Hoog Edelens wijders in verwagting zijnde dat tot voorkooming van het steeds geleedend werdend verlies op de pagt van Bimilipatnam en dies onderhoorigheeden, eenige diminutie, in de bedongene pagt gelden voor deselve plaats gehad soude hebben, bij de afgave van de Jongst op nieuw aan de prinsen ingewilligde vooruijt ver„ strecking van vijff Jaarige pagt penningen: soo wat verstaan is dier wag=ster is verstaan hoogst deselve kennisse te geeven, dat zulx of die afgare tot nog geen voortgang heeft gehad, nadien de prinsen door hunne veldtogt teegens een hunner onderhoorige regenten ten eynde deselve door geweld van wapenen tot reeden te brengen, sterk geoccupeerd waren, dog dat men niet versuijmen soude, bij alle geleegendheeden die daar toe maar favorabel voortquamen, op ee„ nige. 415. den 25'. July 1772. koop van een pantjalling voor dE: Comp. voolene door haar hoog Ed:s omtrend de aeparatie aldaar. nige diminutie verdagt te zijn. Nopens welmelde haar hoog Edelens onder het te doene Communicatie van de in„ hoovddeel van de Chialoupen en vaartuijgen verleende qualificatie tot het aantimmeren van een nieuwe hegt en sterk vaartuijg in steede van de per publicque vendutie verkogte afgevaare thonij De Ionge Galenus hoogst deselve de„ selve ter kennisse te brengen, van den inkoop eener hegt en nieuw op de wijse eener Pantjalling alhier aangetimmerd vaarthuijg voor een somma van pag: 1303. – 65. of ƒ 5863. 13. —. met vergelijking van het kostende van de thonij De Iohanna Maria, en het geen verders diendweegen aange„ toond diend te werden, na Luijd der Resolutie, van den 2. ' deeser maand. —. De Timmeragien en Reparatien Concer, te doen aan z na alt uit e„ neerende wierd verstaan de Palliacatse opperhoov„ den aanteschrijven, van het geene welmelde haar hoog Edelens hebben gelieven te beveelen omtrend de afbreeking van de kerk aldaar, en emploijeering van de daar van koomende houtwerken tot de Repa„ ratie den 25e: Julij 172 't betolligde aan de Logie aldaar kelijkheijd den brandspan te aelhier posthouder nog 2. siens g'acordeerd waaren. ratie van de pakhuijsen en zulx geschied zynde, door de opperhoorden duydelijk te laaten opgeeven, wat tot die volkoomene verhelping van deselve benodigt zoude zijn, en wat zulx bedraagen soude, mitsgaders wat daar reeds aanbesteed was, in geldswaarde om daar op het noodige bij haar hoog de oordere ofgave van ppicol uwge Edelens beslooten te werden, en voorts van de palicolse opperhoovden te vorderen, de opgave van het geene bekostigd is tot de Reparatie van 'sComp=s logie te palicol om aan haar hoog Edelens op„ gegeeren te werden. —. te doen demonstratievande gebree„ Onder het articul der Differente zaaken: vond men goed haar hoog Edelens te vertoonen de gebreckelijkheijd van de alhier in voorraad zijnde brandspuijten, dus van geen nuet geoor„ deeld weesende tot het geene waar toe deselve gerequireerd zijn, na het aangeteekende ter „wen agt aan den Codelolersen Resolutie van heeden; als meede dat aan den Coedeloersen posthouder op zijn instantig ge„ daan versoek, na het aangeteekende bij het besluijt deeser tafel van den 9. ' Ianuarij Fo
English
417. 25 July 1772. shall be paid by the governor; and that 57 soldiers had been disembarked from the Bengal ship, and why two additional peons were granted to him, over and above the 2 previously assigned to him, thus making 4 peons in total; but that, in return, the candle ration, as well as what was charged during 6 months for a sword-cutler, had been revoked; as also that the amount of 600 pagodas, due to the former master gunner Ian de Milde from the estate of the repatriated former secretary of this place, Iohannes Haselkamp, would be paid to the said Milde by the governor on account of the secretary of the Orphan Chamber at the Indian capital, Carel Fredrik Severin; and that, furthermore, the soldiers who arrived with the Bengal craft to the number of 57 heads had been disembarked, but the 12 sailors were to be left on the ship Alkemade, both to replenish those who died on the voyage and those remaining here sick or otherwise, in order thus to keep the ship at the fixed complement of 110 heads; and finally Their High 28 July 1772 It having pleased Their High Excellencies to release the second warehouse keeper Ioan Daniel Simons from the 72 7/8 lb cloves and 12 7/8 lb nutmegs charged to his account under the last of August of the past year in his capacity as second of Sadraspatnam, amounting to ƒ418. 11. – -, provided he takes the customary oath regarding it; it was resolved to have him take said oath, and subsequently, being released from that charge, to have the said short-weight written off. — The marginal dispositions of Their High Excellencies on the memorandum left by the Ordinary Councillor of Netherlands India and former governor of this Coast, Pieter Haksteen, upon his departure from here for the guidance of the governor, containing several entries that pertain to the knowledge of this assembly in order to make the necessary orders and put them into execution regarding them, were read out to the members by the said governor; and in compliance with Their High 409 25 July 1772 Excellencies' venerated orders, it was resolved to endeavor, on all occasions that may appear favorable thereto, to repeal the price increase on coarse guinees at Bimilipatnam and Sadraspatnam as soon as possible, as has largely been done at the other factories, and regarding the allocation of the demand for the woven goods, to give preference to Jaggernaijkpoeram in accordance with the desire of Their said High Excellencies for such reasons as are stated in the aforementioned marginal dispositions; as well as to adhere strictly to what They have been pleased to order regarding the requisitioning of silver and the minting of the same into rupees at Jaggernaijkpoeram, as well as the disbursement thereof alongside and together with the gold coin species. — For which reason it was then resolved to send the necessary directives to the chiefs of the three northern factories as occasion offers. 25 July 1772. and to instruct the Jaggernaijkpoeram officials to carry out the construction of a warehouse there on the site designated for that purpose between the lodge and its rampart, as well as the already authorized construction of two redoubts to cover the village whenever building materials are inexpensive. And furthermore to dispatch the necessary orders to the Palicol chiefs with respect to the restitution of some parcels of land falling under Palicol, which were gifted away by the former Mazulipatnam chiefs to their servants and freed slaves, and to demand reasons from these officials as to why no report has yet been made on the elucidation demanded from here in this regard pursuant to the resolution of this table of 8 July 1768. — It having further pleased Their High Excellencies henceforth to permit private individuals, even of foreign nations, the importation here of all kinds of merchandise, with the abolition of the prohibition against it.
Dutch transcription
417. den 25e. Julij 1772. „ken is. door den heer gouverneur betaald zal werden. en dat men 57. militairen van't bong:s schip geligt gelaaten hadde, en waarom passeeto bij de hem bevoorens toegevoegde 2. nog Twee dus in het geheel 4. pions toegestaan was, dog daar en teegen men het Randsoen van Kaarsen N=a be, dog wat daaren teegen ingetroc„ neevens het geen onder de 6. maanden voor een swaardveeger opgebragt wierd, ingetrocken haid; gelijk ook dat montant van 600. pagooden, den Jemdat neerens gem: 00 puigi: oud Fronstapel Ian de Milde uijt den boedel van den gerepatrieerden geweesen secretaris dee„ ser plaatse Iohannes Haselkamp compe„ teerende door den heer Gouverneur voor Reecque„ ning van den secretaris van weesmeesteren ter Indiase hoofdplaatse Carel Fredrik Severin aan gedagte Milde betaald zoude wierden; En dat men wijders de militairen met de Ben„ gaalse bhaar aangekoomen ten getalle van 57. koppen geligt hadde, dog de 12. mattroosen og de 2. matrosen balkanand op het schip Alkemade te laaten soo tot supplement van de overleedene op de Reijse, als die alhier ziek of andersints verblijven, om alsoo het schip op de bepaalde manschappen van 110. koppen te laaten; En eijndelijk haar hoog den 28e. July 1772 tweede pakhuysmeester simons van neers gem: belasting pressteeren en die belasting dan aftesz: kennis geving door den heer gouver„ neur van eenige posten van de margi„ naale dispositie op de memorie van den E: heer slaksteen. enten wat eynde ontheving door haar hoog Ed:s van we hoog Edelens behaagd hebbende den tweede pak„ huijsmeester Ioan Daniel Simons te ontleffen van de hem onder ultimo augustus de anno p=o in de hoedanigheijd van Sadraspatnamse se„ cunde op reecq: belaste 72. 7/8. lb: nagulen 12. 7/8. lb: nooten ten Emporte van ƒ418. 11. – - mits daar bestluijthem den ofgelegden Eet te voor den gewoomen Eed doende: soo is verstaan door denselven dien Eed te laaten presteeren, en voorts van die belasting ontheft zynde, ge„ melde onderwigt te laaten afschrijven. —. Bij de marginaale dispositien van haar hoog Edelens op de door den hier Raad ordi„ nair van Nederlands India, en geweesen gouverneur deeser Custe Pieter Haksteen op desselvs depart van hier, tot narigt van Memorie den heer gouverneur nagelaaten eenige posten vervattende die ter kennisse deeser vergadering behooren, ten eijnde dierweegens de nodige ordre te stellen en ter Executie te brengen, soo Last deselve welmelde heer gouverneur de Leeden voor, en wierd in naarkooming van haar hoog Edelens 409 den 25e: Julij 172 grof guin:s te bimilip= en Cadral p=m ontrspoedig mogelijk inte trecken en om in de getsaayde goederen van Jagij de poreferi tie te geeven mitsg:s sig stept te houden aan de ordre no p:r de te Jaggerwaijstp: gesla„ „gen werdende rosijen. comptoiren te schrijven Edelens gevenereerde beveelen beslooten, bij alle gelee, bestuyt de prijs verhogig opit gentheeden die daar toe favorabel mogten voorkoo„ men, te betragten, om de prijs verhooging van het grott guinees op Bimilipatnam en Sadraspat„ nameeren als het op de andere factorijen ten groot Hen deele geschied is, soo dra mogelijk weeder in„ tetrecken, en omtrend de toedeeling van den Eijsch van de gesaaijde goederen, ingevolge de begeerte van welmelde haar hoog Edelens Jag„ gernaijkpoeram de preferentie tegeeven om so„ danige reedenen als bij voormelde marginaale dispositien vermeld staan; soomeede sig stipt te houden aan het geene Hoogst deselve ten be„ lange van het Eijsschen van silver en vermun„ ten van het zelve te Iaggernaijk poeram in ropijen mitsgaders het verstrecken derselve, met en neevens de goude muntspecien hebben gelieven te beveelen. — Welkendweegen dan verstaan wierd bij gelee, en wat dews mnde woorder gendheijd de nodige aanschrijvens aan de opper„ hoofden van de drie noorder factorijen te laaten afgaan. „ den 25e. Julyj 1772. van een pakhuijs titutie vande bevoorens weggeschor„ kene Landen. dierw:s nog geen verlag gedaan de toegestarane en vervoer van alle par„ ticuliere te senden at ne Jagn te ofeie f gaan, en de Iaggernaijkpoeramse bedien„ dens te gelasten den opbouw van een pakhuijs aldaar op de daar toe bestemde plaats tusschen de logie en de walgang derselve, ter uijt voer te bren„ en ter Extrmctie van 2. redenten gen, als meede de reeds gequalificeerde Extractie van Twee Reetouten tot decking van het dorp, wen„ te sendene ordre na palicol ter esneer de bouwstoffen goed koop zijn. En voorts de Palicolse opperhoovden de nodige beveelen te doen toekomen, ten opsigte van de Restitutie van eenige door de geweese Mazulipatnamse opperhoofden aan hunne dienaaren, en vrijge„ geevene slaaren weggeschonkene perceelen en te vorderene rederen warom lands, onder Palicol sorteerende, en van dee„ bediendens reedenen te vorderen waarom als nog geen verslag gedaan is, op de dier weegens van hier volgens besluijt deeser tafel van den 8. ' Julij 1768: gevorderde Elucidatie. — te doene affistie van billetten weg=t Haar Hoog Edelens wijders behaagd hebbende aan particulieren selvs aan vreemde natien voor het vervolg toetestaan den invoer alhier van alle soorten „dat van Coopmansz: met ophetbing van het verbod„ daar ge„ teegen .
English
421. The 25th of July 1772. The negotiation with native princes, etc. and civil council to let it continue for another year. was opposed, with the exception, however, of the four main spices, unless it could be demonstrated that the same had been purchased from the Honorable Company, since otherwise, as before, they would be subject to confiscation, along with all other contraband goods that might be brought in by the Company's ships and lesser vessels from Batavia or elsewhere: thus it was resolved to give notice thereof to the community by the posting of notices, as well as to renew by publication and renovation of the interdict, by a similar notice, the prohibition formerly given to the Company's servants to engage in any contracting or trade with native princes or their regents, the head tax farmers, etc., and further to watch against the violation thereof in accordance with the renewed intention of the aforementioned Their Right Honorables. Upon the received nomination of the lesser decision, the members of the orphan chamber of orphan masters and the civil town council of this place, regarding the newly elected members to the same in place of those who have served out the time of their sitting, it was resolved to let all continue for another year. Further The 25th of July 1772. yet from an insertion of that petition on the day of Anna Hootkoolhooven. Further having been submitted the petition of Anna Koolhooven, deserted wife of the Colombo freeman Jan Hubeeks, amply demonstrating therein the twice-repeated malicious desertion and undertaken flight of her aforementioned husband, and to the extent that she, being deserted by that faithless conduct conflicting with the duty of a lawful marital union, was now, together with her child, already fallen into the uttermost poverty and stood to be plunged into it even further, thus seeing herself reduced to the absolute uttermost necessity of proceeding against him and summoning him legally by edict, and further acting against him in the matter aforesaid by continuation as otherwise, as the laws entail, in order to prevent by those means, being the only ones remaining to her, the total ruin of herself and her child, with the request that it may therefore be permitted to address herself to the Court of Justice here; the said petition reading as follows: To hoven! 423. The 25th of July 1772. To the Honorable, Valiant Sir! Reijnier van Vlissingen Governor and Director of this Coast of Coromandel, with the jurisdiction thereof. Honorable, Valiant, Most Generous Sir. Demonstrates with deep respect Anna Koolhooren, deserted wife of the freeman Jan Hubiek: That she, the petitioner, having entered into a lawful marriage with her said husband at Manaar on the 20th of August 1769, and having subsequently, or in the autumn of the year 1770, departed for Colombo with his full consent, received a letter from him there dated the 29th of January 1771, in which he writes that he had sold everything at Manaar and that he was to come over to Colombo within a month. That she, the petitioner, unable to comprehend what this meant or what he might intend thereby, and thus acquiring some suspicion that he harbored an evil intention, thereupon immediately departed from there and returned to Manaar, having found upon her arrival there, to her great regret, that she was by no means mistaken in her opinion, and that he, instead of coming to her in Colombo, had on the contrary gone to this Coast, from which his insistence to desert the petitioner in a malicious manner openly appeared. That the petitioner then followed him as swiftly as possible, yet The 25th of July 1772. yet having learned upon her arrival in this place that he had already departed from here again to the north, she had thereupon taken her refuge with the Right Honorable, Highly Esteemed Sir, the then Governor Pieter Haksteen, through whose assistance he was indeed overtaken at Bimilipatnam and subsequently brought over here under civil arrest. That although she, the petitioner, then had the greatest reason to take legal action against him on account of that desertion, and to sue for the dissolution of the bond of matrimony, in which case she would also lawfully have obtained a portion of the communal estate, she nevertheless, through his good promises made for the future and forgiveness sought for what had passed, allowed herself to be persuaded to reconcile with him, as indeed took place. That he, instead of fulfilling his promise, a few days after the reconciliation, which took place in October of last year, under the pretext of having some business at Naoer, went away from here again and has not returned to this day, nor has he ever since sent any word to her, the petitioner, but has faithlessly deserted her, together with her child, for the second time, remaining, according to rumors, still in the nearby principality of Tanjore, although she has never been able to obtain any reliable information concerning him. Then, since from this flight undertaken by him for the second time it most clearly appears that he is absolutely of the intention to desert the petitioner and to plunge her, together with her child, into great poverty, just as they already find themselves in it in a deplorable is. is.
Dutch transcription
421. den 25.' Julij 1772. de onderhandeling met inlaadse vorsten &=a mer encireelen raad voor nog een Jaar te Laaten Continueeren. teegen geweest is, met uijtsondering nogthans van de vier hoofd specerijen, ten waare aangetoond konde wer„ den dat deselve van dE: Comp: gekogt waren, dewijl deselve anders gelijk te vooren Confiscabel souden weesen, neevens alle andere Contrabande wharen die met 's comp=s scheepen en mindere vaartuijgen van Batavia of elders mogten werden aangebragt: soo is verstaan de gemeente daarvan bij affixie van billietten kennisse te geeven, als bij publicatie en renoratie van't interdict weeg„ eener gelijk bitliet te renoveeren het verbod eertijds aan 'sComp=s dienaaren gedaan om sig in eenige Con„ tractatie of negotie met Jnlandse vorsten of hunne Regenten, de hoovd pagters ensz: intelaaten en voorts na de gerenereerde intentie van welmelde haar hoog Edelens teegens dies overtreeding te vigileeren. — Op de ingekoomene nominatie van de mindere besluyt de Leeden van de weeske„ Collegien van weesmeesteren en den Civielen stads Raad deeser steede van de nieuw verkoorene leeden in deselve, in steede van die, dewelke den tijd hunner sitting hebben uijtgediend is verstaan alle voor nog een Jaar te laaten Continueeren. — Nog den 25'. July 1772. dog vaan een Jnstertie van dat Suplicq op den daget van Ana Hoot„ Nog ingediend zynde het Request vaan Anna koolhooven verlaatene vrouw van den Colombosen vrijman Ian Hubeeks, daar bij ampel vertoonende de tweemaalige malitieuse verlaating en ondernoomen vlugt van haar voormelde man, en soo verre dat zij door die trouwloose en teegens de pligt van een wettig huwelijks verbintenisse strijdende handel wijse, ver„ laaten weesende, tans neevens haar kind reeds in de uytterste armoede vervallen was en alverder gedompeld stond te werden, dus in de aller uijtterste noodsaakelijkheijd gebragt zag, teegens denselven te procedeeren en hem geregtelijk bij Edicte inte daa„ gen en voorts teegens hem ter zaake voorschreeven bij Continuatie als andersints te ageeren, als de regten meede brengen, ten eijnde door die middelen als de eenigste zynde die haar nog overgebleeven waaren, de totale ondergang van haar in haar kind voorte„ e e an ortanten e use komen, met versoek dat dierhalven gepermitteerd mag werden zig bij de Justitie alhier te addresseeren; Luijdende gemelde versoek schrift; aldus Aan hoven! 423. den 25e. Julij 1772 Aan den wel Edelen Gestr: Heer! Reijnier van Vlissingen Gouverneur en directeur deeser custe Cormandel, met den Resorte van dien wel Edele Gestrengen Zeer Genereuse Heer. Vertoond met diepe Eerbied Anna Koolhooren, verlaaten huijsvrouw van den vrijman Ian Hubiek Dat zij suppliante op den 20. ' aug. s 1769. met gedagte haaren „man te Manaar een wettiglijk huwelijk hebbende aangegaan, en vervolgens of int na Jaar 1770. met zyn volle bewilliging na Colombo vertrocken weesende aldaar in dato 29:' Januarij 1771. een brief van hem ontvangen heeft waar bij hij schrijft alles dnede te Manaar verkogt te hebben en dat binnen een maand na colombo stond over te koomen. — Dat zij suppliante niet kunnende begrijpen, wat stuks in hebben, of wat hij daarmeede bedoelen mogt, en dus eenige suspicie krijgende dat hij een quaad voorneemen heid, daarop ten eersten van daar vertrocken en na Manaar terug gekeerd sijnde, bij haar arrive aldaar tot haar groot leedweesen be„ vonden heeft, dat zij in haar meening geensints bedroogen, en hij in steede van na Colombo bij haar te koomen inteegendeel na deese kust gegaan was, waar uijt sijn instantie om haar suppliante op een malitieuse wijse te verlaaten opentlijk bleek. —. Dat de suppliante hem toen soo spoedig mogelijk nagevolgd dog den 25:' July 1772. dog bij haar komst te deeser steede vernoomen hebbende dat hij van hier ook alweeder om de noord vertrocken was daar op haar toevlugt tot den wel Edelen groot agtbaaren heer toenmaligen gouverneur Pieter Haksteen genoomen hadde, door urens adsistentie hij dan ook te bimilipatnam agterhaald en vervolgens in Civiel arrest dit heen overgebragt Dat of schoon zij suppliante toen de grootste reeden hedde„ om ter zaake van die verlaating hem geregtelijk aante„ spreeken, en tot dissolutie van de band des huwelijks te ageeren, wanneer zij ook met regt een gedeelte vande ge„ meene besitting soude hebben erlangd, zij haar des niet tee„ genstaande door sijne gedaane goede belofte voor 't vervolg en versogte vergiften is over het gepasseerde heeft laaten bevreegen om met hem te versoenen, gelijk dan ook geschied Dat hij insteede van sijne belofte nate koomen, passee„ ren daagen na de versoening die in october des voorleeden Jaars geschiedede, onder pretext van te Naoer eenige beesigheeden te hebben, weeder van hier weggegaan en tot nog niet terugge„ keerd, nog 't zeedert ooijt eenige tijding aan haar suppliante gesonden, maar haar neevens haar kind, voor de tweede maal trouwlooslijk verlaaten heeft, houdende sig volgens de grugten als nog in't na bij geleegen vorstendom van Tans„ Joer op, hoewel zij egter nooijt eenig secuur berigt van hem heeft kunnen koomen. — Dan nademaal uyt deese door hem ten tweede maele onder„ noomene vlugt, ten klaarsten blijkt dat hij absolut van intentie is om de suppliante te verlaaten en haar neevens haar kind in een groote armoede te storten, gelijk ze zig daarinne ook reeds op een beklaagens waardige is. —. is. —
English
425 the 25th of July 1772. sees herself plunged in such a deplorable manner, she turns in all respect to your Right Honorable, humbly begging for his highest permission to be allowed to address this matter to the Honorable Worshipful Council of Justice here, and to request there against her said husband a citation by edict, in order to appear there in person or through authorized proxies within a certain period to be determined, and to hear such claim and conclusion as the petitioner shall wish to make and take against him regarding the aforesaid matter, under pain that in case of default of appearance against him proceedings shall continue definitively, for although the time of his abandonment is rather short to proceed so quickly to these actions, it is nevertheless fully justified because his bad intention is completely evident, and the passage of a long period of time only applies in matters where the evil intent is not evident but doubtful. Underneath stood: Which doing etc. etc. So it was, after deliberation thereon, approved and agreed to condescend to that request, and thus to refer her to Justice here, in order to institute and prosecute her right before the same as shall be deemed advisable. Also, upon the proposal of the lord Governor, it was approved and agreed, in place of the deceased lieutenant and head of the militia at Jaggernaikpoeram Thomas Porget, to send thither again in such capacity the ensign Joseph Herman van Roehring. the 25th of July 1772. The assistant Willem Jan Luttink having submitted a request by petition that, since his five-year contract was to expire in the coming month of October, he might therefore be permitted to be discharged from here to Batavia with the expected ordinary Coast vessel, it was agreed to grant him this. Whereas, on the other hand, the application made by the gunners present here to be endowed with the wage of 18 guilders per month was turned down, because the Regulation of Improvement does not permit them more than 16 guilders, so they already earn the highest wage. Subsequently, the soldiers who had served out their time were discharged from here to the Netherlands with the ship Alkemade: Pieter Marten, Rasmus Roosendal, Josep Casselle, Harmen Hendriksz, 427. the 25th of July 1772 Hendriksz, Cornelis Smul, Pieter Manjak, Jan Latour, and Albert Ploeg, as well as the corporal Jan Thomasz, and gunner Nosuer; and furthermore changed to sailors to be placed on that vessel, the soldiers Jan Adriaan Doense, Hendrik Hendriksz Hooijer, and Adriaan Visscher; along with, changed from sailors to soldiers, the arquebusier Roelof Roelofsz and ordinary seaman Christoffel Bos, the latter with an increase to 9 guilders per month; furthermore, to the following six young soldiers from the ship de Boorenkerkerpolder, taken ashore here but earning only 7 guilders, the wage of 9 guilders per month was granted, namely Christiaan Lodewijk Snijder, Herman Schiel, Simon Smith, Johan Godfried Haas, Johan Lodewijk Albert, and Christiaan Voogt, on their current contract; and the soldiers Johannes Gerrard Kokhuijs, Johannes Scheenbooren, and Jacob Olmus were increased in pay from 9 to 13 guilders for 5 years each. As furthermore promoted to sergeant with 20 guilders the 25th of July 1772. promoted, the corporal and coachman at the Company's stable Jan Stephaan Fredrik; and to boatswain's mate on the ship Alkemade, the quartermaster Christiaan Reems; and admitted as soldiers into the Company's service with the customary pay of 9 guilders per month, Fredrik Carstens of Nagapatnam and Nicolaas Adrianus of Punto Gale. Lastly, the lord Governor showed that various complaints had reached his Honor concerning the present interpreter and Brahmin or Telugu writer at Palicol, named Mahamadoe Galiboe and Dewel Rasoe; even that, from various instances that had come before his Honor, this latter person had a great hand in the uprising and exodus of all the inhabitants of that factory in the year 1770, and thus was driven by a pernicious spirit toward the oppression of the residents there; therefore, in order to prevent all harmful consequences that could arise from a longer continuation of those natives in their said posts, it was approved and agreed to dismiss them from the same and to appoint in their places again the fellow natives Bandaar Adinaraijna and Willoewollie Camarasoe, of which change it was agreed to give notice to the Palicol chiefs by a letter. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid. Signed: As above. Friday the 31st of July in the year 1772, in the morning at eight o'clock. Council of Policy. By the Honorable Chief Administrator Henricus Leembruggen, the report of the commissioners Hieronimus Jacobus van Someren van Vrijenesse and Brouerius Brouwer, who received the arrack and other goods brought from Batavia with the ship Alkemade for the dispensary or provision warehouse,
Dutch transcription
425 den 25e. July 1772. na Jagq: te senden. beklaagens waardige wijse gedompeld siet, soo wend te zig in alle Eerbied tot uwelEd: gestr:, ootmoediglijk smeekende om hoogst desselvs verlof ten eijnde sig met deese zaake te moogen addresseeren, aan den E: agtb: Raad van Iustitie al„ hier en aldaar teegens gedagte haaren man versoeken, Citatie bij Edicte om binnen seeker te bepaalene termijn in persoon of door gemagtigdens aldaar te Compareeren, en te aanhooren sodanigen Eijsch en Conclusie, als de suppliante teegen hem ter zaake voorsz: sal willen doen en neemen, op pene dat in Cas van non Comparitie teegens hem bij Continuatie ten distini„ tiefte sal werden voortgeprocedeerd, want of schoon de teijd syner verlaating wel wat kort is, om soo schielijk tot deese procedin„ res overtegaan, soo werd deselve nogthans volkomen gewettigd door dien sijne quaade intentie volkoomen blykt, en't verloop van een Lange tijd alleen plaats heeft in saaken waar in de boose meening niet blikt maar twijffelagtig is /:onder„ stond:/ T welk Doende &=a &=a. — Soo is daar over gedelibereerd zynde goedgevonden condercendene in haar instentie en verstaan in die instantie te Condescendeeren, en mits dien haar aan de Iustitie alhier over tewijsen, ten eijnde voor deselve haar regt te institueeren en pro„ sequeeren als raadsaam zal oordeelen. —. Ook wierd op den voorstel van den heer Gouver besluyt den vendrij kodring neur goedgevonden en verstaan in steede van den over„ liedene luytenant en hoofd van de melitie te Iag„ gernaijks=m den 25. ' July 1772. porget aan den adsistent duftenk dog van de hand geweesen versoek van de Cannoneers om ƒ 18. te moogen win„ ren en uyt wat hoofde. diverse persoonen enstede vndae at Eitent genaijk poer am Thomas Porget weeder als zooda„ nig na derwaards te senden den vaendrig Ioseph Herman Van Roohring. — g'accorderde losaij na batavia Den adsistent Willem Ian Luttink bij re„ quest versoek gedaan hebbende, dat vermits zijn verband van vijff Jaaren in de maand october naaft„ koomende stond te Expireeren, dierhalven met het verwagt werdend ordinair Cust schip van hier na Batavia verlost te moogen werden; is verstaan hem zulx te accordeeren. — Dog waar en teegen de gedaane instantie van de alhier zijnde Cannoniers om met de gagie van 18. guldens per maand begiftigd te werden, van de hand wierd geweesen, uijt hoofde het Regle„ ment van de verbeetering aan deselve niet meer dan 16. guldens permitteerd dus Reeds de hoogste gagie winnen. — Retoger. verlossing naar Nederland van Vervolgens wierden van hier met het schip Alkemade naar Nederland vertost, de hun tijd uijtgediend hebbende soldaaten Pieter Marten, Rasmus Roosendal, Iosep Casselle, Harmen HendrikLz 427. den 25e. July 1772 mattroosen. staaten daaden sergeant en Coetsier Hendriksz:, Cornelis Smul, Pieter Manjak, Jan Latour, en Albert Ploeg, soomeede den Corpo„ C raal Ian Thomasz:, en Cannonier Nosuer, en voorts tot mattroosen gechangeerd om op dien bodem Changering van 3. Zolaaten tot geplaatst tewerden, de soldaaten Ian adriaan Hooijer Doense, Hendrik Hendriksz ^ en Adriaan visscher, mitsgaders tot zoldaaten den bosscheeter jtem van 2. mattroosen tot sol„ Roepof Roelofsz en hooploopa „ Christoffel Bos, deese laaste met toevoeging van 9. guldens termaand; wijders aan de onder toeleging van ƒ9. aen6. Jong sol„ volgende ses Jong zoldaaten van het schip de Boorenkerkerpolder, alhier aan de wal geligt, dog maar ƒ 7. winnende de gagie van ƒ 9: ter maand toegevoegd teweeten Christiaan Lodewijk Snij„ der, Herman Schiel, Simon Smith, Johan Godfried Haas, Johan Lodewijk Albert en Christiaan voogt op derselver Loopend verband, mitsgaders de zoldaaten Iohannes Gerrard Kokhuijs, Johannes Scheenbooren en Jacob olmus in gagie verhoogd van ƒ 9. tot ƒ 13. voor 5. Jaaren Jder. — Soo als wijders tot sergeant met ƒ 20. wierd bomering am en Crnkreant tot bevorderd. den 25e. July 1772. mans maat of alkamade palicolte tolk en bramine bevorderd den Corporaal en Coetsier op 'scomp:s stal Jjtem van een quartierm=r tet bot„ Jan Stephaan Fredrik, en tot bootsmansmaat op het schip Alkemade den quartiermeester christiaan Reems; en tot zoldaaten met de rmissie van 2. zldeaten gewoone besolding van 9. guldens ter maand in 'sComp=s dienst geadmitteerd Fredrik Carstens van Nagapatnam en Nicolaas Adrianus van Punto Gale ingekoomene klagten teegens de Laastelijk vertoonde den heer gouverneur dat doverse klagten aan zijn Edele ingekoomen waaren, over den presenten tholk en bramine of tellingaas schrijver te Palicol in naamen Mahamadoe Galiboe, en Dewel Rasoe zelvs dat uijt diverse zijn Edele te vooren gekoomene staaltjes, deesen laasten grootelijks behand gehad heeft in de op„ stand, en uijtwijking van alle de in woonders dier factorij van den Iaare 1770. en dus van een peruicieuse geest wierd gedreeven, tot onderdruc„ king der Jngeseetenen aldaar: soo is tot voorkoming van alle nadeelige gevolgen die uijt een Langer Con„ tinuatie dier Jnlanders in hunne gemelde diensten gebooren 429 den 25e. Julij 1772. stelling van andere in haar plaats Jngekoomene rapport weegens 8. leggen bedurven arrak van alka„ mnade gebooren konde werden, goedgevonden en verstaan dimovering van deselve in aan„ haar uijt deselve te dimoveeren en in derselver plaat„ sen weeder te stellen de meede inlanders Bandaar Adinaraijna en Willoe wollie Camarasoe, van welke verandering verstaan wierd; de Palicolse opperhoovden bij een briefje kennisse te geeven. —. Aldus Gedaan en G'arresteerd Jn't Casteel Tot Nagapatnam dato voorsz: /:was geteekend:/ Als vooren. —. Vrijdag Den 31:' Iulij Ao 1772. 's morgens ten agt uuren Vergadering van Politie Door dE: hoofdadministrateur Henricus Leembruggen het Rapport der gecommitteer„ dens Hieronimus Jacobus van Someren van vrijenesse en Brouerius Brouwer die de arrak en andere goederen voor het dis„ pens of provisie maguasijn met het schip Alkemade van Batavia aangebragt, ont„ vangen Ws
English
the 31. July 1772. to have the brandy further examined and by whom received, gauged, tasted, and weighed, had been brought inside, and it being demonstrated thereby that 8. leaguers of the arrack, being N=o 7. 17. 27. 30. 31. 34. 35. and 40., were found salty, flat, and foul-smelling, as also having been tasted by 10. common soldiers they had been rejected, while on the other hand the ship's officers, or those appointed by them for the delivery thereof, claim the same were approved just as well as the good: It is therefore resolved, for the further examination thereof, to commission the fiscal and two judicial members, in order to be further tasted and examined in the presence of the skipper Ian van Eijsden, to whom shall also be joined two mates of the ship de Boovenkerkerpolder, and to submit a written report of their findings, as also to have them inspect the 6. cases of brandy which were likewise found brown of color, very flat, and having the taste of pepper water. The Merchant and former secunde of Palliacatta Nicolaas De Joncheere, by request granted request to de Joncheere to send his 2 sons with Alkemade to Europe, requesting by petition to be allowed to send his two sons Johan Pieter and Jacob De Joncheere from here to Europe with the return ship Alkemade, because he will not be able to depart from here for Batavia before next October, and therefore could not be at the Indian capital before the departure of the return ships of the first dispatch, and would thus be frustrated in his intention to send those children to Europe beforehand, appearing further from his aforementioned submitted petition; reading as follows: To the Right Honorable Stern Sir Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel, with the dependencies thereof, together with the Council. Right Honorable Stern Sir, and Gentlemen! The humble petitioner in this matter, the Merchant relieved from here and former secunde of Palliacatta Nicolaas De Joncheere, taking into consideration that, not being able to depart from this coast for Batavia earlier than next October, he will thus not be able to be at the Indian capital before the dispatch of the return ships of the first dispatch, and thus sees himself frustrated in his intention to send his two sons Johan Pieter and Jacob De Joncheere from there to the Netherlands beforehand, and thus finds himself brought into the necessity of having to postpone the departure of both those children until a later opportunity, regardless of the unforeseen inconveniences that might occasionally hinder him in that regard, it is therefore that he, petitioner, gladly wishing to carry out his good intention regarding the sending of his aforementioned two sons as soon as possible, takes the respectful liberty hereby to turn to Your Right Honorable Stern and to request the very same to permit him to transport the said children to Europe with the return ship Alkemade that has arrived at this coast, with and alongside a slave boy to attend to and assist them on the voyage, upon payment of such transport fees as are determined therefor by the Honorable Company, and as are customary to be paid therefor; underneath stood: Which doing etc. It is therefore approved and resolved to grant both children, and a manumitted Christian slave boy to assist them on the voyage, transport with the aforementioned vessel Alkemade, provided paying such transport fees as are determined therefor, which it was thought proper to have paid at Batavia, whither he is to depart with the expected ordinary coastal ship Vreedelust, as it was not known with certainty here how much actually had to be paid therefor. Pursuant to the extract from the civil roll of the Honorable Council of Justice of this Castle dated the 28th of this month, request having been made for letters of recommendation to Jaggernaijkpoeram, in order to have the wife of the secunde of that factory, Johannes Dumon, sworn in upon an attestation that was provided by her at the requisition of the executors in the estate of the late former under-merchant Salomon Verschuijlenburg in the lawsuit against the Porto Novo Resident Leonard Campie: It is resolved to write accordingly to the chiefs there regarding this, but as the said secunde could not act in this matter as a commissioned judicial member, the chief, together with the secretary Johannes van Heuven, should be ordered to attend thereto, and to have the deed of verification and swearing-in drawn up by one of the most capable clerks as an authorized person. Furthermore, the election made by the church council here of the assistant Johannes Abrahamsz: Bronsveld as deacon, in place of the outgoing ditto Gillis Willem van Schriek, was approved. Whereafter, upon the proposal of the lord governor, it was resolved to proclaim a Day of Thanksgiving, Fasting, and Prayer against the 12th of August next, based on a draft of the proclamation submitted thereof by His Honor, which having been read to the assembly, it is further resolved to announce the same on Sunday the 2nd of August from the pulpit of the Castle's church, and
Dutch transcription
den 31. July 1772. breendewijn nader te laaten Exce„ minderen en door wie vangen, gepeijld geproerd en gewoogen hadden, binnen gebragt, en daar bij vertoond, zynde dat 8. leggers van de arrak als N=o 7. 17. 27. 30. 31. 34. 35. en 40. soutig flaauw en stinkerig bevonden waar„ ren, gelijk door 10. gemeene militairen meede geproefd zijnde afgekeurd waaren geworden, ter wijl daar en teegen de scheeps overheeden, of die van haar, tot de overgave derselve gesteld zijn besluyt deselve zoo wel aes de goedgekeurd wierde: Soo is verstaan tot nader Examinatie van dien, den fiscaal en Twee Iustitieele leeden te committeeren, om ten bij„ weesen van den schipper Ian van Eijsden, bij dewelke nog soude werden gevoegd twee stuurlieden van het schip de Boovenkerker„ polder, nader geproefdt en ondersogt tewerden, en van derselver bevinding te doen dienen Rap„ port inscriptes, soo meede door haar te laaten visiteeren de 6. kelders brandewijn die meede bruijn van Couleur seer flaauw, en na de smaak van peeper waater bevonden zijn. —. Den Coopman en geweese secunde van Pal„ liacatta „ 431. den 31:' July 1772. scheere om zyn 2 zoons met alkamade na Europa te senden liacatta Nicolaas De Ioncheere bij Re,g'acirdeerde versoek aan de Jon„ quest versoek doende om zijn twee zoonen Johan Pieter, en Iacob De Ioncheere, van hier met het Retourschip Alkemade naar Europa te moogen senden, uyt hoovde, hij niet voor october naast koomende van hier naar Batavia sul„ lende kunnen vertrecken, dus ook niet voor het vertrek van de Retourscheepen van de Eerste be„ sending op de Jndiase hoofdplaatse soude kunnen zyn, overzulk in zijn voorneemen gefrustreerd wierde, om die kinderen voor af naar Europa te laaten vertrecken, nader blijkende bij zijn voor„ melde overgegeeven versoek schrift; aldus Luijdende Aan den wel Edelen gestr: leer Reijnier van Vlissingen, Gouverneur en directeur deeser Custe Cormandel, met den Re„ sorte van dien, neevens den Raad. Wel Edele Gestr: Heer, en Heeren! Den needrigen suppliant in deesen den van hier ver„ losten Coopman en geweesen secunde van Palliacatta Nicolaas den 31e. July 1772. mits t Tran spert geld op botavia betaalende Nicolaas De Ioncheere in overweeging neemende dat niet eerder als in october naast koomende van deese custe naar Batavia kunnende vertrecken, dus niet voor de depeche van de Retourscheepen van de eerste besen„ ding ter Jndiase hoofdplaatse sal konnen zijn, over„ sulx in sijn voorneemen gefrustreerd siet, om zijne twee soonen Johan Pieter en Iacob De Ioncheere van daar voor af naar Nederland te senden, en zig alsoo in de noodsaakelijkheijd gebragt rind, om het ver„ trek dier beijde Kinderen tot nadergeleegendheijd te moeten uijtstellen, ongeagt de onvoorsiene inconvenien„ ten die hem daaromtrend somwijlen hinderlijk soude konnen zyn, soo is 't dat hij suppliant als gaarne wen„ schende zijn goed voorneemen omtrend de sending sijner voormelde twee soons hoe eer hoe Liever ter uytvoer te brengen, bij deesen de Eerbiedige vrijheyt neemt zig tot uwelEdele Gestr: tewenden, en hoogst deselve te versoeken, hem te permitteeren gem: kinderen met het over deese cust aangeland retour schip Alkemade naar Europa te Transporteeren, met en neevens een slaaze Iongen ter oppassing en adsistentie derselve op de reijse onder betaaling van sodanige transport gelden als bij dE: Comp: daar voor behaald is, en er ge„ woonlijk voor betaald werd /:onderstond:/: : welk Doende &=a. — Soo is goedgevonden en verstaan aan die beijde 28 433. den 31e' Julij 1772. titie na Jagg: ter b'eediging van nelvr:s gem: attestatie beijde kinderen, en een vrijgegeeve Christen slave„ Jongen ter hunner adsistentie op de reijse met voormelde boodem Alkemade transport te ver„ leenen, mits betaalende Sodanige transport gelden, als daar voor bepaald zijn het welk men goedvond, op Batavia werwaards hy met het verwagt werdend ordinair Cust: schip vreede lust staat te vertrecken, te laaten vol„ doen, alsoo men hier niet seeker wiste hoe veel daar voor eijgentlijk betaald moeste werden. Volgens Extract uyt de Ciriele Rolle van den verlende voorsz: aande waard van Jus„ agtb: Raad van Justitie deeses Casteels de dato 28. ' deeser versoek gedaan weesende, om brieven van voorschrijvens naar Iaggernaijk poeram, ten eijnde de huijsvrouw van den secunde dier factorij Iohannes Dumon te laaten b'Eedi„ gen, op een attestatie die door haar ter Requi„ sitie van de Executeurs in den boedel van wijlen den oud ondercoopman Salomon verschuijlen„ burg in het proces teegens den Portonovosen Resident Leonard Campie verleend is: soo is verstaan den 31e. July 1772. handelen. veld tot diacon. daenk boete den beede dag. verstaan, het zelve de opperhoofden aldaar aan te Lat mndanig daarontrend te schrijven, dan dewijl gedagte secunde in deesen. - als gecommitteerd Iustitieele Lidt niet ageeren konde, soo soude gelast werden, het opperhoofd neevens den scriba Iohannes van Heuven daar toe te vaceeren, en door een der bequaamste pennisten als g'authoriseerde de acte van het . recollement en b'Eediging te doen beleggen. approtatie van Abcte van brom„ Voorts wierd de gedaane Electee door den kerkenraad alhier van den adsistent Iohan„ nes Abrahamsz: Bronsveld tot diacon in steede van den afgaande dito Gillis Willem van Schriek g'approbeerd. —. besluyter uytshijvin, van den Waarna op den voorstel van den heer gouver„ neur beslooten wierd teegens den 12. ' augustus naastkoomende een Lank-Boete en Beeden„ dag uytteschrijven, op een daar van door zijn Edele overgelegd ontwerp van uijtschrijving, het welk de vergadering voorgeleesen zijnde, alverder verstaan is, het zelve op Zondag den 2. ' augus„ tus van de predikstoel van des Casteels kerk, en
English
435 the 31st of July 1772. concerning and to have it published the following day from the steps of the Government house; reading as follows, insertion of the form thereof. On behalf of the Government of These Lands Not a day passes by without every reasonable creature, and in particular every observant Christian, having powerful and fresh proofs that there is an almighty God, a supreme ruler of the universe, who governs and directs all of creation in a glorious, fearful, and merciful manner, whose independent supreme dominion in the way of nature, and unsearchable rule in the realm of grace, deserves all worship and wonder, so that it befits everyone to avert the righteous judgments of God, which we have rightfully brought upon our shoulders, through penance and conversion, for which an upright heart and a conduct blameless in every respect is required, especially among those who are leaders of the people and must consider themselves bound thereto in the first place; thus it was approved and resolved on the 31st of the recently passed month in the Council of Cormandel to proclaim for the 12th of this current month of August a Day of Thanksgiving, Penance, and Prayer, as the same is hereby proclaimed, in order to be celebrated in God's house of prayer with all humility, if it were possible, the days of covenant being pleasing to Him who searches hearts and kidneys, especially an upright disposition of heart, which of old has sometimes brought about the most unexpected and joyful deliverance for peoples whose ruin the 31st of July 1772. seemed to be at the very extreme. The Almighty God has, with regard to our gross sins, not failed to give evidence that His boundless patience cannot or may not be provoked with impunity, but rather how many rods of correction He has to chastise a people and land, yea, how heaven's sword is whetted to utterly destroy in the end insolent sinners who will not allow themselves to be reformed either by blessings or by judgments that befall them or other fellow men of theirs who are no worse; how, among other things, the water floods and the inundations of the land caused thereby in our beloved Netherlands serve as an awesome judgment, whereby in many places people and beasts have perished, and several well-to-do farmers have been reduced to the beggar's staff, to which is further added the continuing mortality of the cattle; how must one not be convinced of the righteous wrath of God, when one fixes one's eye upon the successive incoming reports of the misfortunes that have now for some time, yea more than ever before, accompanied the ships of the Dutch East India Company, such as the wrecking of the three precious keels Leimuijden on the reefs of the island of Bona vesta, Gansenhof on the return voyage from Japanna Batavia, and Scholtenburg on the beaches of the widely renowned island of Ceylon, together with the non-appearance as yet of the outward-bound ship T vreede Haar, and 137. the 31st of July 1772. and the ship Beekvliet, sailing to India for the first time and according to all presumption lost with all hands, to which is further added the unfortunate and adverse voyage of the greatest part of the Company's remaining vessels on their journey to these lands, accompanied by the saddest deaths of which one seldom finds examples in earlier days. All aforementioned disasters, calamities, and adversities, which we have doubly, yea even a thousandfold deserved, are on the other hand again sweetened by the manifold blessings that each person enjoys individually almost day by day, yea, what is more, let everyone recall to mind with redoubled attention the peaceful condition in which, as far as is known, the Dutch State finds itself, and how in these regions one still enjoys peace and safety for the body, and may still see the pure word of God shine upon the candlestick in the midst of blinded heathens, to the eternal salvation of the souls of those who believe. Let everyone then take to heart heaven's undeserved blessings and oppressive, threatening judgments, especially with regard to the particular heaven-provoking iniquities, such as the abuse of the Lord's Holy Name, indifference in matters of divine worship, the scandalous, yea enormous and wholly contrary to the truth defaming of one's fellow neighbor to the injury of his good name and reputation, and other threats of abominable, wicked acts that must necessarily undermine good order in human society.
Dutch transcription
435 den 31e. July 1772. weegens en 'sdaags daar aan van de puije van het Gouverne ment te laaten publiceeren; Luijdende als volgd inserte ran't formilien dier„ Van weegens de Regeering Deeser Landen Geen dag gaat er voor bij, of elk reedelijk schepsel, en ii't bijsonder ieder oplettend christen heeft kragtige en versche bewijsen, dat er een almagtige God, een opperbe„ stierder van 't heel al is, die al het geschapene op een heerlijke gedugte en goedertierene wijse regeerd en de bestierd, wiens onafhankelijk oppergebied in den weg der natuur, een onnaspeurlijke Regeering in het Rijk der genade, alle aanbedding en verwondering verdiend, over„ sulx het een ieder betaamt de regtvaardige oordeelen Gods, die wij regtmatig op onse schouderen gehaald hebben, door boete en bekeeringe aftebidden, waartoe een opregte goed en alle sints onberispelijk gedrag vereyscht word, insonderheijd bij die geene die voorgangers des volks zijn, en zig in de eerste plaats daar toe moeten verbon„ den reekenen; soo is op den 31:' der Jongst gepasseerde maand in raade van Cormandel goedgevonden en ver„ staan om teegens den 12. ' deeser loopende maand au„ gustus uitteschrijven een Dankboet en beede dag, gelijk deselve uijtgeschreeven werd bij deesen, ten eynde in Gods beede huijs met alle oolmoed gevierd te wer„ den waare het mogelijk /: zullende de verbandsdaa„ gen aan hem die herten en nieren doorsoekt aange„ naam zyn:/ insodeling een opregte harts gesteldheijd, die van ouds wel eens aanvolkeren, welkers onder„ gang den 31' July 1772. gang op het uytterste scheen te weesen, de onverwagtste en heugelykste verlossing te weege gebragt heeft. —. De Grootmagtige God heeft met betrecking tot onse grove Londen, niet nagelaaten blyken te geeven, dat zijn onmeetelijk geduld niet streffeloos kan of mag getergd worden, dan wel hoe veel tugd roeden hij heeft om een volk en Land te kastijden, Ja, hoe 'sheemels swaard gewet is, om stoute sondaaren die zig nog door Zeegeningen, nog door oordeelen, die hun of andere hunner meede menschen /:welke niet erger zijn:/ overkoomen, willen laaten leeven„ ten uijt eijnde te verdelgen; Hoe verstrekt onder anderen tot een ontsaggelijk oordeel de waatervloeden en daar door veroorsaakte overstromingen des Lands in het Lieve Nederland, waar door op veele plaatsen menschen en beesten omgekoomen, en verscheijdene welgestelde land„ lieden tot de beedel staf gebragt zijn, waar nog bij komt de Continueerende sterfte van het Rundvee; Hoe moet men niet overtuijgd zyn van de regtveerdige toom Gods, als men het oog staat op de successive ingekomene tijdingen van de ongelucken die nu 't zeedert eenige teid, Ja meer als ooijt te vooren de scheepen van de Nederland„ se oost Jndische Maatschappij verseld hebben, als daar zyn het verongelucken van de drie kostelyke kielen Leimuijden op de Reven van het Eijland Bona vesta, Gansenhof, op de terug reijse uijt Iapanna Ba„ tavia, en Scholtenburg op de stranden van het weijd beroemde Eijland Ceijlon, mitsgaders het nog niet opdaagen van het uijtkoomend schip T vreede Haar, en 137. den 31e. July 1772. en het voor de Eerste maal na Jndia steevende, en na alle prosumptie met man en muijs vergane schip Beek„ vliet, waar bij nog komt de ongeluckige en teegenspoedige voijagie van het grootste gedeelte der overige Comp=s boo„ dems op hunne reijse na deese Landen, verseld van de droevigste sterfgevallen waar van men in vroegere da„ gen zelden voorbeelden vind. —. Alle vooren aangehaalde Rampen onheilen en teegenspoe„ den, die wij dubbeld Ja zelvs duijsend voud verdiend hebben, werden daar en teegen weederom door de meenigvuldige Zeegeningen die ieder mensch bij na dag voor dag in't bijsonder geniet, versogt, Ja wet meer is, een ieder brenge „zig met een verdubbelde aandagt te binnen, dan vreedi„ ge toestand, waarin /: voor zoo verre men weet:/ zig de Nederlandse staat bevind, en hoe men in deese gewesten nog al rust en veijligheijd na het lichaam geniet, en het zuijverwoord van God in het midden van verblinde heijdenen, tot Eeuwig Zielen heijl van hun die gelooven, nog op den Kandelaar mag zien ligten Dat dan een ieder 'Theemels onverdiende Zeegeningen en druckende afdreijgende oordeelen ter herten neeme„ voornamentlijk met betrecking tot de bijsondere heemel zergende ongeregtheeden als daar sijn, het misbruijken van des heeren Heijligen Naam, de onverschilligheijd in het stuk van Goeds dienst, het schandelijk Ja Enorm en ten Eenemaal teegens de waarheijd aanlopend' belas„ teren van zijn eeren naasten, tot krenging van desselvs goede naam en faam en meer andere bedreijgingen, van verfoeijelijke snoode stucken die de goede ordre in de menschelijke zaamen leering noodwendig den bodem moeten.