VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3346

Coromandel · 842 pages · 195 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3346_0353 view scan ↗

English

181. The 25th of March 1772. had arrived there on the 25th of August, and the return ship De Bartha Petronella could not have been dispatched before the 7th of October; however plausible the reasons were described with which the government's dissatisfaction was sought to be prevented, they nevertheless did not appear sufficiently satisfactory to give credit to all the impediments listed in detail in their aforementioned letters of the 31st of January, which had prevented an earlier dispatch of those charters, especially when refuting this by considering the time that elapsed between the departure of the ships and sloops and the sending of the papers; since in the intervening period of three months, or from the 7th of October to the 7th of January, when the same, principally the merchants' settlement of accounts, were first sent over, a work and business of far greater complexity could have been performed and carried out than was spent on it by them, so that the government not without reason suspects the chief officers the 25th of March 1772. continuation not only of indifference in the performance of their duty, but also had to establish this as certain, since it could otherwise neither be thought, much less believed, that so much time would have had to be wasted on it, besides which it occurred to the government that this was not the first time they have had to express their sensitivity and discontent over the late sending of those papers, and through which one has also been in the necessity of waiting upon the high authorities with defective advice, which afterwards, upon obtaining the missing documents, had to be amended and redressed, just as the chief officers were recently in anno passado pointed out for their neglect of duty and at the same time threatened with paying the expenses that have constantly had to be incurred for sending the other advice in that regard to Ceylon, in accordance with the resolution of this government dated the 30th of January 1771 and the letter to the chief officers resulting from it 183. the 25th of March 1772. left in the dark and for what reason they introduced the poor constitution of the linens. of the 20th of February following; but since one has made a decision to refrain from expressing oneself further on this matter, as it was amply stated in letters of the 28th of December of last year and the 20th of February of this year, and the servants' negligence and lack of duty were demonstrated, as well as condemning them in a pecuniary fine by resolution of the 15th of January last; so it is resolved not to express oneself further about it, in the trust that the chief officers will in future be somewhat more vigilant in the discharge of their duty. Regarding what was presented by the chief officers concerning the poor constitution of the linens resorting under here, mentioned in the resolution of the 17th and 26th of December last, namely that the Jaggernaijkpoeram ordinary bleached Guinea cloth, 2nd and 3rd sort, was ordinarily a poor linen, and thus inferior to that of Bimilipatnam, though a little better than the Dongrijs, appealing for that purpose to the prices that were paid for it, it is resolved to declare that this government continuation upon examination of those linens, had become more than all too well convinced of the poor quality of those cloths in comparison with the others, to such an extent that the Dongrijs with which those cloths were baled was found to be much more even and denser of weave than the linen itself, which was therefore completely unusable for the purpose for which it is required, so that the chief officers of Bimilipatnam would have been ashamed to use it for packing cloth. And with respect to the prices being obtained in Europe, and further remarks made by the servants in that regard that however poor the Jaggernaijkpoeram Guinea cloth was, nevertheless the same, according to the home country price currents, yielded almost as much profit as that of Bimilipatnam, taking to their advantage the annual increase in the demands for it, especially during the management of the said servants at that factory, under further remark that the linens previously sent the 25th of March 1772. 185. the 25th of March 1772. had been of no better quality than the 37 unexamined bales received here, with the assurance that not the least difference resided therein other than that one period was woven somewhat looser than another period, which often depended on the purchases made of it by others, since the more opportunity the weavers had to sell their linen, the more carelessly they went to work with it, further adding to this that the price reduction of 5 percent, or the discounting of the increase added about four years ago on the coarse cloths, had not done much good to the quality of the linens, with a further declaration that no self-interest was involved in favoring the merchants, since it had favorably pleased the high authorities to grant the chief officers the gratuity of three percent on the sale of the linens in Europe, and moreover the prohibition against heavily sizing or starching the linen had caused much of its appearance to be lost, and that it would furthermore appear upon confrontation that what was previously

Dutch transcription

181. Den 25. Maart 1772. van deselve den 25. ' augustus aldaar g'arriveerd was, en het Re„ tour schip De Bartha Petronella niet voor den 7.:' october hadde konnen gedepecheerd werden; quamen de Regeering hoe seer deselve met eenige non voldoening te voorenkommnen waarschijnelijkheeden beschreeven wierden, egter soo voldoende niet te vooren dat men accrediteeren konde, alle de door haar opgenoemde Empechemen„ ten bij haare Letteren van den 31. ' Ianuarij voorm: in het breede ter nedergesteld die haar omtrend een vroegere depeche dier Chartres te vooren ge„ koomen waaren, insonderheijd wanneer agt wierd en wederlegging van dien geslaagen op den teijd, die tussen het vertrek der scheepen en Chialoupen inde afsending der papieren geweest is nadien in de tusschen tijd van drie maanden of van den 7. ' october, tot den 7. ' Januarij, wanneer deselve, principaalijk de afreecquening der Cooplieden, eerst overgesonden sijn, een werk en beesigheijd van veel meerder om„ slag hadde konnen verrigt en ter uijtvoer gebragt werden, dan door haar daar toe besteed was, in„ voegen de Regeering niet sonder grond de opper„ hoofden den 25. ' Maart 1772. vervolg hoofden niet alleen van onverschilligheijd in het betrag„ ten van hun pligt verdenken, maar ook zulx vast stellen moeste, nadien anders niet te denken veel min te gelooven was, dat daarmeede soo veel teijd soude hebben moeten verspillen, waar neevens bij de Regeering in remarque quam dat dit de Eerste Reijse niet was, dat haar gevoeligheijd en misconten„ tement hebben moeten betuijgen, over de laate af„ sending dier papieren, en waar door men dan ook in de noodsaakelijkheijd geweest is, de hooge gebie„ ders telkens met gebreckige advijsen optewagten, en die naderhand bij erlanging der ontbroken heb„ bende documenten hebben moeten verbeeterd en geredresseerd werden, gelijk deesendweegen de opper„ hoofden nog Iongst in anno passado hun pligt versuijm aangeweesen weesende, teffens bedrijgd sijn uijt de voldoening der ongelden die men telkens heeft moeten doen ter afsending naar Ceijlon van de andere advijsen ten dien belange, conform het besluijt deeser Regeering de dato 30:' Januarij 1771. en daar uijt voortgevloerde brief aan de opperhoof„ den 183. den 25.:' Maart 1772. duysterse Laaten en om wat reeden Constitutie der Lijwaaten ingebragt hebben. den van den 20:' Februarij daar aan; dan dewijl men dog bestuijt zig dar ovr retvin„ dien aangaande bij brieven van den 28:' December des gepasseerden en 20. ' februarij deeses Jaars Eeren gemeld ampel uijtgelaaten en de bediendens hun negli„ gentie en vandevoir aangetoond, mitsgaders haar bij Resolutie van den 15:' Januarij Jongstleeden in een pecunieele amende gecondemneerd heeft; soo is verstaan, zig daar niet verder over uijttelaaten in vertrouwen dat de opperhoofden in het vervolg wat vigilanter in het acquiteeren van hun pligt zullen zijn. — Belangende het ingebragte door de opperhoof, wat de sfut: wegens de slgte den omtrend de slegte Constitutie der alhier ge„ hersorteerde lijwaaten ter Resolutie van den 17:' en 26. ' December Jongstleeden vermeld, namentlijk dat het Iaggernaijkpoerams guinees gemeen ge„ bleekt 2. ' en 3. ' Zoort ordinair een slegte lijwaat, en dus minder als het Bimilipatnams, dog een weijnig beeter als het Dongrijs was, beroepende sig ten dien eijnde op de prijsen, die daar over be„ taald wierden, is verstaan te betuygen dat deese Regeering vercolg Regeering bij Examinatie dier Lijwaaten, meer dan al te wel overtuijgd waaren geworden, van de slegt„ heijd dier kleeden, in vergelijking teegens de andere, in soo verre dat het Dongrijs waarmeede die doe„ ken g'embaleerd waaren, veel eguaalder en digter van geweef bevonden was, dan het Lijwaat zelve, over zulx ten eenemaal tot dat eijnde waartoe het gerequireerd is onemploijabel was, in voegen dat de opperhoovden van Bimilipatnam sig ge„ schaamd souden hebben om het selve voor pakdoek te gebruijken. —. En ten opsigte van de behaald werdende prijsen na Europa, en verdere gemaakte remarque door de bediendens dienaangaande dat hoe slegt het Jagger„ naijt poerams Guinees ook was, nogthans het zelve conform de vaederlandse prijscouranten, bij na soo veel advans opwierp als het Bimilipatnamse, ten haaren voordeele neemende, de vermeerdering van de Eijsschen daar van Iaarlijks insonderheijd geduuren„ de het bestier der gemelde bediendens te dier factorij, on„ der verdere remarque dat de te vooren versondene lij„ den 25. ' Maart 1772. waaten 185. den 25. ' Maart 1772: waaten niet beeter van deugd geweest waaren, dan de alhier ontvangene ongeexamineerde 37. farsee„ len, met verseekering dat daaromtrend geen de minste differentie resideerde dan dat de eene tijd wat losser van geweet was, als de andere tijd, het geen veel tijds afhong van de opkoop die daar van door an„ deze gedaan wierde, alsoo de weevers hoe meer gelee„ gendheijd hadden, om hun lijwaat te verkoopen hoe ligter daarmeede tewerk gingen, voegende voorts daar bij, dat de prijs vermindering van 5. percento of het decourteeren van voor een Iaar of vier toege„ voegde verhooging op de groove doeken, niet veel goed, vervolg aan de deugd der Lijwaaten gedaan hadde, met wij„ dere betuijging, dat geen eijge belang plaats hadde om de Cooplieden te favoriseeren, daar het de hooge gebieders gunstiglijk behaagd hadden, de opperhoof„ den het Douceur van drie percento op den verkoop der Lywaaten in Europa, toetevoegen mitsgaders het verbod, om het lijwaat soo sterk niet te Cangien of pappen, veel van het aansien derselve had doen verliesen, en dat wijders bij confrontatie blijken soude, dat het bevoorens

NL-HaNA_1.04.02_3346_0358 view scan ↗

English

non-finding therein of that advantageous condition and sale of their previously sent Guineas, ordinary bleached, second and third sorts, would contain just as much as 5 to 6 caalen as the aforesaid 37 packages examined here, therefore the chiefs, maintaining themselves persuaded that those linens would yield no less advance than the Guineas, ordinary bleached, second and third sorts sent in former years; therefore offering to satisfy the Honorable Company for all that which the linen should yield less than 50 percent, as upon sending the same they were assured it would yield considerably more than the aforesaid profit, it was, after mature consideration of the aforesaid matter brought forward by those servants, not found therein that that advantageous condition and sale of their collected linens, as they flatter themselves to have shown and demonstrated to this Government, since, upon comparison of the prices that the Jaggernaijkpoeram and Bimilipatnam Guineas yielded at the latest sale, it has not appeared to this Government that the Jaggernaijkpoeram Guineas gave just as much advance as the Bimilipatnam, 25 March 1772. 187. 25 March 1772. and inadmissibility therefore of their submitted excuses patnam, for according to the Home Return, the Palicol Guineas second sort having been disposed of with a profit of 120 and the Bimilipatnam of 114 to 117 percent, thus differed greatly with the profit of only 97 and 99 percent that the Jaggernaijkpoeram Guineas had given. Likewise that the third sort Palicol Guineas yielded from 116 to 118 percent, whereas that of Jaggernaijkpoeram had obtained only 100 to 108 percent, which, being averaged, still gave a difference of approximately 12 percent, to the disadvantage of Jaggernaijkpoeram, over and above that it could be assumed that those Jaggernaijkpoeram linens will have been incomparably better of thread than the cloths in question, wherefore all the excuses brought forward by the chiefs were not found to be as solid and acceptable as those servants, by bringing forward mere exceptions, attempted to persuade the Government, on which account then also to persist regarding sending the 37 packages to Batavia chiefs to give notice of paying for whatever those linens yield less than 50 percent. to cause remarks to be made regarding it was also approved and agreed to persist in the resolution taken for sending those 37 packages for the account of the chiefs to the disposal of their High and Right Honorables; to whom it was furthermore resolved to give notice of the aforesaid offer made by those servants that they would reimburse the Honorable Company for all that which those linens, whether at Batavia or in Europe, should yield less than 50 percent, but in which respect it was furthermore found good to cause it to be remarked to the chiefs that the Honorable Company did not maintain factories and risk their ships and capital merely and solely to content itself with that meager profit of 50 percent, but that the same was a fixed and established regulation, made of old for a mediocre profit on their linens, especially when debiting the same in case of misconduct of their Honorable servants, but that the same gave not the least right to govern oneself thereby, or to imagine oneself to have been very watchful 25 March 1772. 189. 25 March 1772. sending of those linens Government regarding this pieces found with darns and holes etc. from to the servants to be if the linens collected by them yielded the aforesaid advance of 50 percent; Just as the chiefs dared to make a provoking request to this Government for the sending of those linens for their account, and the same, according to the resolutions already passed, was to take place by this Government, with reservation of the sensitivity concerning the servants' demonstrated disregard in this interest until their High Mightinesses shall be pleased to declare themselves thereon: The pieces found among the aforesaid linens with darns and holes, item deficient in length and breadth, which the servants request back in order to be returned to the washers as well as to the merchants and replaced with good pieces, having already been turned into money here according to the resolution of this table, it is agreed to give them notice thereof, with the sending of the account of the return of the loss incurred thereon or on the purchase cost of ƒ15. 8. —, to be reimbursed to the Honorable Company, with recommendation

Dutch transcription

nonvinding daarin van die voordee„ lige gesteldheid en verkoop haarer zij„ bevoorens versondene guinees gemeen gebleekt 2:' en 3:' zoort, al soo veel of 5. tot 6. Caalen inhouden soude, als de voorsz: alhier g'examineerde 37. packen dier hal„ ven de opperhoofden zig gepersuadeerd houdende, dat die Lijwaaten geen minder advancen opwerpen souden dan het in vroegere Jaaren versondene guinees gemeen gebleekt 2. ' en 3. ' zoort; dierhalven aanbieding doende aan dE: Comp=e te voldoen, al het geen dat lijwaat min„ der dan 50. percento quam te Rendeeren, alsoo bij versending derselve verseekerd waren, vrij meer dan de voorsz: winst opwerpen soude, wierd na rijpe waaten al zi zijn e ateenn o verweeging van het voorsz: ingebragte door die be„ diendens daar in niet gevonden, dat die voordielige gesteldheijd en verkoop hunner ingesamelde Lijwaa„ „ten als zij zig wel vleijen, deese Regiering te hebben vertoond en gedemonstreerd, nadien bij vergelijking der prijsen die de Iaggernaijkpoeramse en Bi„ milipatnamse Guineesen bij de Jongste verkooping hebben opgeworpen deese Regeering niet te vooren gekoomen is, dat het Jaggernaijkpoeramse guinees al soo veel advans heeft gegeeven als het Bimili„ den 25. ' Maart 1772. patnamse 187. den 25. ' Maart 1772. en onaan neemelykh=e diehalven van haare ingebragte verschoningen padnamse, want na volgens het Patrias Rende„ ment, het Palicols guinees 2. ' Zoort met een voor„ deel van 120. en het Bimilipatnamse van 114. tot 117. ten honderd van de hand geset weesende, dus grootelijks differeerde met de winst van maar 97. en 99. percento die het Iaggernaijkpoerams qui„ nees gegeeven had. soomeede dat het derde zoort pa„ licols Guinees van 116. tot 118. ten honderd heeft opgeworpen, daar dat van Iaggernaijk poeram maar 100. tot 108. percento behaald had, het geen door malkanderen geslaagen weesende, nog al een verschil gaf van C: C: 12. ten honderd, ten nadeele van Iaggernaijk poeram buyten en behalven, dat verondersteld wierden konde, dat die Iagger„ naijkpoeramse Lijwaaten ongelijk beeter van ge„ weet sullen sijn geweest, dan de kleeden in ques„ tie, oversulx alle de ingebragte verschooningen door de opperhoofden soo solide en aanneemelijk niet bevonden wierden, als wel die bediendens door het te berde brengen van loutere Exceptien, tragte„ den de Regeering te overreeden alwaaromme dan ook weeg=s te persitteeren namentlijk om„ de 37. pack: na batavia te sende opperh: om tot geen die lijwaaten min„ der als 50 p=rCo rendeeren te betaalen kennisse te geven. weegens te doen remarqueeren beslijt bij vorge gametede der ok goedgevonden en verstaan is, bij het genoomen be„ stuijt ter versending van die 37. packen voor Reeke„ ning der opperhoofden ter dispositie van haar hoog en haar hoog Ed=s rantaganbod der Edelens te persisteeren; aan dewelke alverder beslooten wierd kennisse te geeven, van de voorsz: gedaane aanbieding dier bediendens van al het geen die lijwaaten, het zij te Batavia of in Europa minder dan 50. percento quam te Rendeeren aan dE: Comp=se vergoeden souden, dog ten welken op„ wat beslotenis de opperh: dier sigte men alverder goedvond, de opperhoovden te doen remarqueeren dat dE: Maatschappije geen factorijen hielde, en haare scheepen en Capitaalen resigueerden, om enkel en alleen met die soobere winst van 50. percento zig te laaten vergenoegen, maar dat de„ selve een vaste gestelde en gemaakte bepaaling was, van ouds gemaakt voor een mediocre winst op derselver Lijwaaten Jnsonderheijd bij belasting van dien ingeval van wangedrag van haar Edele bediendens, dog dat het zelve geen het minste regt gaf, om sig daar na te reguleeren, of haar te doen imagineeren het heel wel gevigileerd te weesen, in den 25. ' Maart 1772. dien 189. den 25. ' Maart 1772. versending dier zyjwaar regeering dierw=s net stofpen en gaten bevondene stucken &= van aande bed= te worden dien de door haar ingesaamelde Lijwaaten het voor„ meld advans van 50. p:r Cento opwierpen; Gelijk de opperhoofden tot de versending van die Lijwaaten tengen versek deroffec: to de voor derselver Reecquening, deese Regeering vrij stont een daar toe tergend versoek durven doen, en het zelve na de reeds gevallene besluijten, bij deese Regeering stond te geschieden, met reservatie resemmste van de gewolg d: den van de gevoeligheijd over der bediendens ten dien belange betoonde preverentie tot dat haar hoog entschie Longe Edelens daar over zig zullen gelieven te declareeren: De onder de voorsz: Lijwaaten, met stoppen reeds gedaane verkop alher vande en gaaten, item in lengte en breete te kort bevonde„ ne stucken, dewelke de bediendens te rug versoe„ ken om aan de wasschers soo wel, als aan de Coop„ lieden terug gegeeven, en met goedte stucken gerem„ placeerd te werden, alhier reed.s na luijd van het besluijt deeser tafel ten gelde gemaakt zijnde, is verstaan zulx haar te kennen te geeven, onder te doene kenis geeving daar toesending van het Rendement van het daar op of op het inkoops kostende gevallene verlies van ƒ15. 8. —. om aan dE: Comp=s vergoed te werden, met en't hus and E: Comp: ged recommandatie

NL-HaNA_1.04.02_3346_0362 view scan ↗

English

and with which recommendation to the chiefs, especially in respect of the too short and too narrow linens, to exercise more care and attention in the future, and whereto the principal means to remove all deceits would be, in case the chiefs take the trouble to cast their own eyes, and thus from time to time most unexpectedly have the already measured or being measured linens remeasured and examined in their presence, especially when bundling the sorted cloths, which being of the department of the second in command, he was therefore also obligated to take the necessary care that such damaged cloths were not baled. Furthermore was approved the advance payment made to the Paggernaijkpoeram merchants, as well as to those of the red cloths, to an amount of pagodas 4648. ¾. and rupees 18525., but the same was nevertheless left directly for the account of the chiefs, 25 March 1772, because they had to know how and why far the merchants are to be trusted or not, in proportion to the linens they had brought in and delivered upon the previous moneys received. Furthermore, the soldier Fredrik Foks is released from there to the Netherlands with the expected return ship, in case he could not be dissuaded from his intention by a moderate increase in pay. Among the matters concerning the residency Palicol, mentioned in the chiefs' letters of the 12th of January, 4th, and 8th of February last, was regarded as a desired event, not only the reasonable progress of the collection there, but also the more and more improved and improving quality of the linens, as hope was thereby given for a speedy liquidation of the debts of the merchants, which the Government did not doubt, but would, if the chiefs as well as the merchants continued in their duty and the vigilance flowing therefrom, and observe all their promises and repeated assurances found in all the letters received from there, be brought to perfection, whereto it was resolved anew to seriously admonish them to leave nothing unattempted, but being endowed with a true attachment and fidelity to the Company's interest, to answer their promises with actions. Furthermore was approved the chiefs' made demand of 50000 rupees of Jaggernaikpoeram for advances to the merchants, because one did not doubt that they would properly observe, according to the circumstances of the times, the so highly recommended precaution and circumspection in advancing moneys to the merchants; with further written instructions that those merchants must from time to time be encouraged to accept merchandise, provided that no defiance or other means of force should take place in that regard, unless one saw and experienced that they themselves were inclined thereto, 25 March 1772, in which case then, as they say, that line might well be pulled a bit harder, yet nevertheless keeping in mind the detrimental consequences that could flow from an ill-directed zeal for the interest of the Honorable Company; just as took place in earlier days, and gave rise to the increase of the debts. Just as it was also to the full approval of this Government that the merchants were continuously admonished and exhorted regarding the delivery of linens, as such was always very necessary regarding people who by nature are sluggish and therewith unfaithful, very easily leaning towards infidelity as soon as one is somewhat deficient in tracing their movements and actions; just as one likewise was pleased with the chiefs' handling in the interest of the settlement made to obtain the remaining debit not only of the deceased merchant Cannamoerij Moetaijen, but also regarding

Dutch transcription

te kort ente smalle ly waaten verstrecking aan de Coop „bed: weregq: en met welke reom mepen de recommandatie aan de opperhoofden, insonderheijd ten opsigte van de te kort en te smalle Lywaaten in het vervolg meerder sorge en attentie te doen draagen, en waar toe tot wegneeming van alle bedrigerijen, het voornaamste middel zoude wee„ sen, Jngevalle de opperhoofden zig de moeyte gee„ ven, van zelvs hun oog te laaten gaan, en dus men dan op het onverwagtste de reets gemeetene of gemeeten werdende Lijwaaten ten haaren over„ staan te laaten vermeeten en Examineeren, in„ sonderheijd bij het in den band brengen van de gesorteerde doeken, het geen van het departement van den secunde zijnde, denselven dan ook ver„ pligt was de nodige sorge te draagen dat dierge„ lijke geschondene kleeden niet g'Embaleerd wer„ den. —. approbatie van de gedane voormnt Wijders wierd geapprobeerd de gedaane vooruijt verstrecking aan de Paggernaijk poeramse Cooplieden: soo wel, als aan die der roode doeken, tot een montant van pl/o 4648. ¾. en rop=s 18525., dog het dog lating van't selve voorder geen egter direct voor der opperhoofden reecquening den 25. ' Maart 1772. wierd. 191. den 25. ' Maart 1772. sien de reedelyke voortgang van den insaam te palicol ten. „hoofe daaroorlot spedige egenda„ „tie vande schulden wierd gelaaten, dewijl sij weeten moesten in hoe en waarom verre de Cooplieden te dieeren zijn of niet, na maate van de Lijwaaten die zij op de voorige ontvangene penningen aangebragt en geleeverd hadden. —. Werdende voorts den soldaat Fredrik Foks clossing van een zold=t na lurgha van daar naar Nederland verlost met het verwagt werdende Retour schip, ingevalle denselven door een maatige verhooging in gagie van zijn voorneemen niet te detourneeren mogte weesen —. Onder de zaaken betreffende het comptoir Pali voor en gewensctte zaak aange„ col, vermeld bij der opperhoofden Letteren van den 12: Ianuarij 4: en 8:' Februarij Laastleeden, wierd voor een gewenschte Evenement aangesien, niet alleen den Reedelijken voortgang van den Jnsaam aldaar, maar ook de meer en meer verbeterde ende verbeterende deugd der byjwaa„ deugd der Lijwaaten, dewijl daar door hoopl. gegee„ ren wierd tot spoedige Liquidatie van de schulden der Cooplieden, het geen de Regeering niet twijffe„ lende, of soude, wanneer de opperhoofden soo wel„ als de handelaars bij derselver pligt en daar over voortvloeijende vigilantie bleeven Continueeren, en ig niets onbesogt te Laaten van 5000. opijn een Jagg: ter verstreckeng aan de Coopl: en in welke vertrouwen teeren van Coopmansz: te animee„ ren. en hoedanig en betragten alle derselver beloften en herhaalde verseekeringen die bij alle de van daar ontvange„ ne brieven wierden gevonden, tot volkoomendheijd gebragt werden, waar toe verstaan wierd op nieuw serieuse recomm: om daar toe serieusselijk te vermaanen, om niets onbesogt te Laaten, maar met een waare aankleering en trouwe voor 'sComp=s intrest aangedaan zijnde, derselver promesses door daetelijkheijd te b'andwoorden. approbatie vande gedaaneijsch Werdende voorts g'approbeerd der opperhoofden gedaanen Eijsch van 50000. Ropijen van Iaggernaik, poeram ter vooruijt verstrecking aan de Cooplieden, dewijl men niet twijffelende of zij zoude, de soo seer aanbevoolene voor en omsigtigheijd in het voor uijt fieeren van penningen aan de hande„ laars, na tijds omstandigheeden naar behooren lasteonde handelaar toe ar betragten; onder verdere aanschrijvens dat die handelaars van tijd tot tijd geannimeerd moes„ ten werden tot het accepteeren van Coopmansz: mits dat daar omtrend geen de minste op daa„ ging of andere middelen van borce plaats moeste hebben, ten zij men zag en ondervond, dat zij van den 25. ' Maart 1772. selvs. 13 13 193. den 25. ' Maart 1772. maningen aan de coopl: omtrent de Leverantie ter inkrijging van't rektant debet van neer gem: Coopman selvs daar toe inclineerden, in welk geval dan soo men zegd, aan dat lijntje wel wat harder getrocken konde werden, dog al egter daaromtrend in't oog houdende de nadeelige gevolgen, die uijt een ver„ neerde iever voor het Jntrest van dE: Comp: voort„ vloeijen konde; Gelijk het in vroegere daagen plaats gehad, en sulks aanlijding gegeeven heeft tot de vermeerdering der schulden. —. Gelijk ook van de volkoome goedkeuring deeser god hie van de geduirige vema„ Regeering was, dat de Cooplieden geduurig vermaand en g'adhorteerd wierden, omtrent de leverantie van lijwaaten, dewijl zulx althoos seer noodsaa, en waar zule noodsakelyjk is kelijk was omtrend luijden die uijt den aard traag en daar bij trouwloos zijnde, al heel ligt tot ontrouwe overhellen, soo dra men wat gebrec„ Rig is, in het naspooren hunner gangen en ge„ p. liet doentens; soo als men in selvervoegen zig welge„ tem van de gemaakte schecking vallen, der opperhoofden behandeling ten belange van de gemaakte schicking ter inkrijging van het Restant debet niet alleen van den overleedene Coopman Cannamoerij Moetaijen, maar ook omtrend

NL-HaNA_1.04.02_3346_0366 view scan ↗

English

debtor merchants, surprise at the impossibility of obtaining the aforementioned lists, the prices the English were inclined to pay, and by whom, likewise to what end, and concerning all other indebted traders, the desired outcome of which the Government continued to anticipate. Regarding the impossibility of obtaining an accurate list of the prices which the English paid for the textiles, it was agreed to express the surprise of this Government, since the payment could not occur so clandestinely and secretly that one would not be able to discover the matter, as the Government could find no reason why the English or their servants, especially the weavers, should keep such things secret, all the more so because it did not accord with the interest of these latter, who continually complained about the low level of the Company's prices, and because of which her Honorable traders could not obtain a sufficient supply of textiles. Noting that the reported higher prices paid by the English were, not without reason, considered by the Government to be a mere pretext of the merchants and brokers, 25 March 1772. in order, if possible, to force them thereby into the price increase requested by those traders; however, it was decided on good grounds to persist in the rejection thereof, and furthermore, regarding the differences between the prices paid for the textiles by the Honorable Company and the English, to postpone the decision until the 2 sample pieces of ordinary Guinees of the English assortment, which had been obtained with great difficulty by the chiefs, together with six other pieces of various sorts collected by the Company's merchants, shall have been received and examined. Furthermore, the request made by the merchants for the acceptance of their rejected goods as 3rd sort to the number of 1275 pieces was rejected, because if they had been acceptable as such, they would not have fallen into the rejected goods; with an expression to be made of this Government's surprise concerning the submission of that request by the chiefs without giving any elucidation in that regard, especially since they themselves had rejected those textiles, yet nonetheless supported the aforementioned petition of the traders with their recommendation for their acceptance as 3rd sort, which seemed somewhat strange to the Government and inspired no very good opinion of the servants' conduct, with orders, therefore, to supply reasons for this. The number of merchants there being judged sufficient to oversee the work of collection there, and that it could even be performed by a smaller number of well-intentioned merchants, the request of the private supplier Bandaar Adtinaraijna to be admitted as a permanent trader was likewise provisionally rejected, until such time as his engagement as such should be deemed necessary, until which time the final decision thereon was also postponed. Hereafter, having reconsidered the transmitted list of unnecessary and unused goods there, it was agreed to have the silver betel box and the armory goods, amounting together to ƒ428. 3. —, as well as the unappraised goods, together with the four iron cannons, brought over here at the first opportunity via Iaggernaijkpoeram; for which reason it was simultaneously decided to order the Jaggernaijkpoeram chiefs to provide those of Palicol with the necessary opportunity to collect them from there for transport here. Upon reconsideration of the letters from the Palliacat chiefs dated 18 February last, as well as the 6th, 10th, and 16th of this month, the chiefs' endeavor always to direct matters so that the merchants always maintain a settled account with the Company was noted as a good thing, and accordingly the advance newly made to them of 16300 pagodas was approved, since of the 16000 pagodas previously advanced, already

Dutch transcription

dig zynde marchiandeur verwondering over de onmogelykheijd ter bemagtiging van geere gem: Lysten. prijsen de de ngelte betalen gesingen zyn, en door wie item ten wat eynde en omtrentalle de andere schul„ omtrend alle andere schuldig zijnde handelaars, waar van de Regeering het gewenscht gevolg bleef te gemoet zien. — Belangende de onmogelijkheijd ter bemagtiging van een nette lijst der prijsen, welke de Engelsen voor de Lijwaaten betaalden, is verstaan de ver„ wondering deeser Regeering te betuijgen alsoo de betaaling soo Clandestin en secreet niet geschieden konde, of men soude wel agter die zaak konnen koomen, alsoo de Regeering geen reedenen vin„ den konde, waarom de Engelsen of derselver be„ diendens, speciaal de weevers, zulx moesten secreteeren, temeer het met den Jntrest van deesen Laasten niet over een quam, uijt hoorde zij ge„ duurig klaagden over de geringheijd van 'sComp=s prijsen, en daarom haar Edele handelaars geen genoegsaame lijwaaten geleeverd konde krijgen, aanmerking dat de opgeven hoger Jn voegen bij de Regeering niet sonder grond, de voorsz: opgegeve door de Engelse hoogere betaald „opgezogte werdende prijsen, voor een boutere Exceptie der Cooplieden en maakelaars wierd aangemarakt den 25. ' Maart 1772. om 195. den 25:' Maart 1772. perlisteering by de vande hamd geweesen hry vehooging uijtgestelde dispositie over veschl„ tusschen die prijsen van dE: Compen de engelsen. vande uytschotten voor 3: z=t „ van dat versoek om was het mogelijk deselve daar door te nood saa„ ken tot de door die handelaars versogte prijs ver„ hooging, dog wel kendweegen beslooten wierd, te persisteeren, bij de gedaane van de handwijsing der„ selve, en voorts nopens de differentien tusschen de door dE: Comp=e en de Engelsen betaald werden„ de prijsen voor de lijwaaten de dispositie uyttestel„ len, tot dat de 2. p s monsterstucken van qui, en tot wanneer nees gemien van de Engelsche sorteering die door de opperhoovden met veel moeyte opgedaan waa„ ren met en neevens nog ses andere stucken van diverse zoorten door scomp=s Cooplieden ingesaameld ontvangen en g'examineerd sullen weesen. —. Voorts wierd van de handgeweesen de gedaane vande hand geweesen acceptatie 6 Jnstantie der Cooplieden ter acceptatie van der„ selver uytschotten voor 3. ' Zoort ten getalle van 1275. stucken, dewijl wanneer deselve daar voor en waarom acceptabel geweest waaren, tot geen uijtschotten gevallen soude zijn, onder te doene betuijging van de verwondering deeser Regeering, over het voor verwondering over de voordragt dragen van dat versoek door de opperhoovden son„ der den 25:' Maart 1772. ven. gem: particuliere Leverantier om coopman te werden en tot wanneer deloose goederen sonder eenge Elucidatie te gee„ der eenige Elucidatie dien aangaande te geeven, te meer zij die lijwaaten selvs uijtgeschooten hebbende, nogthans het voormeld supplicq der handelaars met derselver voorschrijvens ondersteinen, tot dies acceptatie voor 3. Zoort het geen de regeering wat wonderlijk te vooren quam, en geen al te goede opinie van der bediendens gedoente inboesemde, met last dierhalven reedenen daar van dit heen te suppeditee„ ontsegde instantie van deeven Het getal der cooplieden aldaar genoegsaam geoordeeld werdende, om het werk van den Jnsaam aldaar, waar teneemen, selvs met een minder getal welmeenende Cooplieden verrigt zoude kunnen werden, soo wierd de Jnstantie van den particulie„ ren leverancier Bandaar Adtinaraijna, om als permanent handelaar g'admitteerd te werden; bij provisie meede van de hand geweesen, tot tijd en wijle men zijn aanneeming, als sodanig nodig soude oordeelen, tot hoe lange de finaale dispositie daar op almeede wierd uijtgesteld. — resumptie van de vottie der ween Hierna geresumeerd weesende de overgesondene ren. —. notitie 197. den 25. ' Maart 1772. „der canons die bed=s occagie aan de hand te geeven sien dat men met de pall: Coopl: al„ soo op een Mten voet is dane voor uyt verstrecking aan deselve notitie van de noodeloose en aldaar niet gebruijkt werdende goederen, is verstaan bij de eerst voorko bestuygt n Jag tot be sedemnn mende geleegendheijd over Iaggernaijk poeram dit heen te laaten overbrengen de zilvere beetel bus, en de wapenkamers goederen te saamen be„ draagende ƒ428. 3. —. als meede de ongetaxeerde goederen, gelijk ook de vier ijzere Cannons wel„ kendweegen met eenen beslooten wierd de Jag„ gernaijk poeramse opperhoovden te gelasten om die van Palicol de noodige occagie aan de hand te geeven tot dies abhaal van daar ter overvoer dit heen. Bij resumptie der brieven van de Palliacatse vor en gede zaek aange„ opperhoovden de datis 18. ' febr: Jongstleeden mits„ gaders 6: 10. ' en 16. ' deeser maand, wierd voor een goede zaak aangemerkt der opperhoofden betragting, om het steeds daar heenen te dirigeeren dat de Coop„ lieden altoos een effen Reecquening met de Comp=e hebben, en mits dien geapprobeerd de aan deselve op approbatie van de opnieuw aange„ nieuw gedaane vooruijt verstrecking van 16300. pagoo„ den, nadien van de bevoorens verschootene 16000. pag: reeds

NL-HaNA_1.04.02_3346_0370 view scan ↗

English

cash sent there, as also paddy, likewise nutmegs and cloves, the sales here, the reduced nutmegs at the consumption now resting. Already fully two-thirds of the textiles have come in, the dispatch of cash already sent, not doubting that the chiefs would, by the timely appearance there of the sloop De Papegaaij, be rescued again from their lack of cash by the sending made therewith thither of an amount of and promise of further sums of 500 pagodas, which were to be followed on the next occasion by more funds, in satisfaction of their further demand made thereof, as well as of paddy, as far as the space of the vessels would permit its transport; and furthermore, there were also to be satisfied the nutmegs and cloves still lacking, petitioned by the officers' letters of the 16th of this month for the benefit of the sales, which, to the satisfaction of this Government, was perceived to begin reviving there again, whose progress and increase was then also to be expected from the zeal and vigilance of the chiefs; as also their promise regarding the sale of the 150 lb of reduced nutmegs still remaining at the consumption chest. 25 March 1772. 199. 25 March 1772. imposed compensations the sales will cause thereabout with pure reduced nutmegs, mentioned in the Resolution of this Council of 17 December of the past year, and in the chiefs' letters of 8 September, 28 November of the past year, and 18 February recently past, as well as in the letter sent from here of 9 January past, out of a certain lot of 1056 1/16 lb of garbled nutmegs successively separated from the cloves; to which end it was also agreed to revoke the compensation imposed in that regard by the aforesaid Resolution of 17 December for the loss that the Honorable Company might come to suffer in that matter, because the Government also hoped that by the disposal of that spoiled lot over time no detriment would be caused to the sales of merchandise that are presently reviving; although the Government at the same time remarked that, however advantageously the chiefs framed the demonstration in that regard in their aforesaid letters of 18 February past, the conduct in that matter nevertheless did not appear entirely honest. 25 March 1772. And for which reasons, because if one had been under the necessity to separate the nutmegs from the cloves, which could not or should not have happened without the special knowledge and consent of the chiefs, in order to accommodate the merchants who came for cloves, those separated nutmegs should have been re-casked in those chests from which they had come and notice should have been given to this Government, as well as cloves requested to replenish the aforesaid nutmegs separated from them, but not to transfer the entire quantity of nutmegs into the consumption chest, as had been done by them contrary to orders; since in the consumption chest, for daily sale in small lots, there could hardly be more than the quantity of one chest, or about 80 to 90 lb; from which it became fully evident that in that matter not only carelessness, but also self-interest and pursuit of personal profit had taken place; thus the one who had the management and administration thereof 207. 25 March 1772. this here. approaching contract likewise the conduct regarding and with what recommendations in that regard had, was not free from suspicion of infidelity; but which, because the chiefs say that the largest part of those nutmegs had been sold without loss to the Honorable Company, and that with the remaining portion of them still on hand the same was to happen, it was decided to let it pass unremarked for this time; however, strictly forbidding the chiefs to practice such improper dealings contrary to orders with the Company's goods any longer. Furthermore, the cloth contracts received from there of the new tender concluded with the merchants there having been reviewed, the same were approved, as well as the chiefs' conduct regarding the assortments excepted by those merchants, bethilles Ternatanes and checked gingham breeches cloth, whether the same were also commissioned for provision without making it known, however, in the commercial contracts; with the recommendation to continue to urge seriously for its provision, although the chiefs say the effect thereof, earlier

Dutch transcription

tanten dat heen Zoo meede Nelij item nooten en nagulen den vert hier vermiterde noten bij de Consumptie nut berustende „reeds ruijm twee derde aan Lijwaaten ingekoomen reeds gedaane sending van Con„vaaren, niet twijffelende of de opperhoofden soude door de tijdige opdaging aldaar van de Chialoup De Papegaaij uijt hun gebrek aan Contanten reeds weeder gered weesen, door de daarmeede gedaane sending naar derwaards van een montant van en belofte om nog merte sumesƒ 00. pagooden, dewelke bij de volgende geleegendheijd van meerder penningen stonden gevolgd tewerden, in voldoening van derselver nader daar van gedaa„ nen Eijsch, als meede van zoo wel nelij, als de Ruym„ te der vaartuijgen dies overvoer permitteeren zoude en wijders ook voldaan stond te werden, de nog manqueerende nooten en nagulen bij der bedien„ dens letteren van den 16. ' deeser maand gepetitio„ genoegen over het opluijsen an neerd tot benefitie van den verthier, die tot genoe„ gen deeser Regeering bespeurd wierd, ginter weeder verwgting van dies voortgang begon opteluijken, welkers voortgang en toeneeming dan ook van der opperhoovden iever en vigilantie ten ande omterting an 1s t sude werden verwagt; Gelijk ook derselver pro„ messe omtrend de omsetting van de nog bij de con„ sumptie kist per restant weesende. 150. lb: vermij„ den 25. ' Maart 1772. terde 199. den 25. ' Maart 1772. opgelegde vergoedenen den verthier toebrengen zal daar omtrent met zuyver terde nooten, ter Resolutie deeser tafel van den 17.:' December anno pass=o, en bij der opperhoovden letteren van den 8:' 7ber: 28. ' November de anno passato, en 18:' Februarij Jongstleeden, mitsgaders bij de afgegaane brief van hier van den 9. ' Ja„ nuarij p=s vermeld uijt seekere van de nagulen successive gesepareerde parthij van 1056. 1/16. lb: geguarbuleerde nooten, ten welken eijnde dan ook intrecking van de dier weeg= verstaan wierd, de dienaangaande bij voorsz: Re„ solutie van den 17. ' December opgelegde vergoeding van de schaade die dE: Comp=e daaromtrend mogte koomen te leijden, intetrecken wel kend weegen de hoope dat zulx geen hander aan Regeering ook verhoopte, dat door de van de hand„ setting van die bedurve parthij in der teijd geen na„ deel soude werden toegebragt, aan de thans van het opluijken zijnde verthier van Coopmansz:; hoewel remarque dat de behandeling de Regeering teffens remarqueerde, dat op hoe voor„ deeligen leest de opperhoofden de demonstratie dien„ aangaande bij haare voorsz: letteren van den 18. ' febr: p=s quamen te schoeijen, egter de behandeling daar„ omtrend gantsch niet suijver te vooren gekoomen was den 25. ' Maart 1772. en om welk redenen was, want zoo men al in de noodsaakelijkheijd geweest is, om de nooten van de Nagulen te sepa„ reeren, het geen niet buijten speciaale kennisse en toestemming van de opperhoovden had konnen of moeten geschieden, ten eijnde de om nagulen afgekoomene Cooplieden te gerieven, die afgesonderde nooten weeder in die kisten waar uijt voortgekomen waaren, hadden moeten afgekist en aan deese Re„ geering kennisse gegeeven zijn geworden, mitsgaders om nagulen versogt, ter bestorting van de voorsz: van deselve gesepareerde nooten, maar niet de gantsche quantiteijt van nooten in de consumptie kist overbrengen, gelijk door haar teegens de ordre gedaan was, alsoo in de Consumptie kist tot den dagelijksen verthier bij kleene parthijtjet; niet meer dan Ruijm en schaars de quantiteijt van een kist of C: c: 80: â 90. lb: wreesen mogte, waaruyt dan ook ten vollen quam te blijken dat daaromtrend niet alleen agteloosheijd, maar ook baatsugt, en behande„ „ling van eijge belang, plaats heeft gehad, dus de geene die daar de beheering en administratie van gehad 207. den 25. ' Maart 1772. deese hier. „aansterande contract item de behandeling omtrent en met welke recomm: dienaan„ gaande gehad heeft, niet buijten verdenking van ontrouwe was, dog het geen, om dat de opperhoofden zeggen het grootste gedeelte dier nooten buyten schaade van dE: Comp=s omgeset waaren, en met het nog. . aan han„ den zynde Restant derselve, inselver voegen stond te geschieden, verstaan wierd, voor deese heer ongere„ passeering van 't selve voor marqueerd te passeeren, egter de opperhoorden scher„ pelijk te interdiceeren diergelijke verkeerde en tee met scherf verbod voorden gens de ordre strijdende maneances van 'sComp=s goederen niet meer te practiceeren. —. Voorts de van daar ontvangene kleede Contrac approbate ant aldaar geslot„ ten van de nieuwe aanbesteeding met de Cooplieden aldaar geslooten, geresumeerd weesende, wierden de„ selve geapprobeerd, soomeede der opperhoofden behande uytgehonderde sortementen deling omtrend de door die handelaars uytgesonderde sortementen, bethilles Ternatanes en Gingams onder„ broeks geruijte Eeren of deselve meede ter besorging opgedraagen waaren, sonder bekendstelling egter bij de handelschriften; met Recommandatie op dies besorging steeds met ernst te blijven aandringen, schoon de opperhoofden seggen, het Effect derselve, eerder

NL-HaNA_1.04.02_3346_0374 view scan ↗

English

was rather to be wished than hoped for, and to that end to flatter the merchants with the hope of a price increase thereon, and thus to spur them on, both to the delivery and to the complete satisfaction of the further requested cloths, while presenting to the chiefs that the merchants could not be too heavily pressed, in order to let the Honorable Company enjoy the advantages that were due to Her Honour; but seeing that upon examining those trade papers and confronting the prices against those of previous years, the following items have come up, of which the prices partly differ from the previous ones and were also not known here, to wit: the 3 packs of fine, narrow betilles, length 21¼ and width 1 covids, the pack of 100 pieces was found noted down at pagodas 457. 23. –. But which price appeared extra high, in contrast to that which was paid here for the betilles, being 131. 11. –, thus at Palliacatta more pagodas 326. 12. –. 25 March 1772. And although it was well conceivable, and one also had to determine that the Palliacat betilles should and must be much finer and of better quality, yet the difference was deemed far too great, especially because in the previous contracts that price was not found, wherefore the chiefs should have made known in the transmitted trade writings from where that price came or in what year it was paid; just as in the previous contracts there was not found the stated price of 400 pagodas for the pack of handkerchiefs, continuation supra fine, of 1¼ covids, of 8 handkerchiefs to the piece and of 28 coenjangs in threads, which price the chiefs say they regulated according to that of the private merchants; just as with respect to the 6 packs of fine red handkerchiefs it was found stated in like manner 300 pagodas for a pack of 100 pieces at 12 handkerchiefs of 1¼ covids to the piece, though according to the calculation of the cloths of 1 covid it should cost pagodas 310, as was also found stated for the pack of one-ell cloths for Banda at pagodas 240, whereas for those that Batavia demanded for 248 pagodas the pack, it was maintained that this is stipulated; from all of which differences the Government maintained that some errors must have crept in around there. Thus it has been approved and agreed to order the chiefs to check the same carefully once more, and to furnish this Government as soon as possible with the required elucidation in that regard; just as it was further resolved, conformable to the resolution taken in the session of 31 January last, to send the necessary planks for packing the fine linens, and to place them under the administration of the storehouse master in his capacity as invoice keeper, but concerning the determination of whether three or four planks are to be charged for the packing of each bale, it was agreed to suspend the final disposition thereon until it shall have been examined and found how many will actually be needed for each bale. Concerning the matters contained in the letters from Sadraspatnam dated 16, 17, and 28 February last, and the 15th current, it was agreed to accept the deeds of suretyship of the chief Blaaukamer for the second storehouse master here, Joan Daniel Simons, and of the second de Neijs for the Jaggernaijkpoeram chief Pieter Baars; and furthermore approved the discharge of the enlisted sepoys and hircarras, with the statement to be made that of the requisition from there, both cash and other goods, as much has been satisfied from here as was deemed sufficient to make do with for the present, except for the vermilion due to its lack, wherefore the Batavia ships would have to be awaited; as also that the fulfillment of their made demand of gunpowder had been fixed at only 2000 lb instead of the demanded quantity of 8000 lb, because the same was judged far too exorbitant, and with the stock of the end of August last in the quantity of 3094 lb would have constituted a stock for 6 years, and thus by lying long would only be subject to deterioration, as in

Dutch transcription

ning van alle de andere doeken sprijsen met die van voorige Jaa„ rden. nige eerder te wenschen dan te hoopen was, en ten dien eynde de handelaars met de hoop van een prijs verhooging daar op, te flatteeren en alsoo haar aan te spooren, soo tot de Leverantie, als de Compleete ttominterende sonslete we voldoening, der verder gevraagde doeken, onder ver„ deze te doene voorhouding aan de opperhoofden dat de handelaars niet te veel konden werden aangeset, ten eijnde dE: maatschappije te doen gaudeeren, van verschil van sommige gestelde de voordeelen, die haar Edele Competeerde; Maar aan„ gesien bij het Examineeren van die handelschriften, en Confronteeren, der prijsen, teegens die van voorige Iaaren, de volgende articulen te vooren gekoomen zijn, waar van de prijsen ten deele met de voorige en nonbekendheijd alier van som verschillen, en ook hier niet bekend waaren te weeten de 3. packen fijne bethilles smalle Lang 21¼. en breet 1. Ca: het pak van 100. p=s vond men bekend gesteld op. . . - - - - - pa/o 457. 23. –. Dog welke prijs extra hoog te vooren quam, inteegenstelling van die, die men hier voor de bethilles betaald zynde - - - - - - „ 131. 11. —. overzulx Te palliacatta meerder. . . pr/o 326. 12. -. den 25. ' Maart 1772. En 203. den 25. ' Maart 1772. In schoon het wel te denken was, en men ook vest stellen moeste dat de Palliacatse bethilles veel fijn„ der en beeter van deugd souden en moesten zijn, soo wierd het different egter voor al te groot aangemerkt, insonderheijd om dat bij de voorige Contracten die prijs niet wierd gevonden, oversulx de opperhoofden bij de overgesondene handel schriften hadden moe„ ten bekendstellen, van waar die prijs gekoomen of in wat Jaar deselve betaald was; gelijk bij de voorige Contracten niet wierd gevonden, de bekend gestelde prijs van 400. pagooden voor het pak neusdoek. vervolg supra fijne de 1¼ @: van 8. doeken aan het stuk en van 28. Coenjangs in draden, welke prijs de opper„ hoofden seggen na die van de particulieren geregu„ leerd te hebben; Gelijk ten opsigte van de 6. packen neusdoeken fijne Roode inselver voegen gesteld wierd gevonden 300. pag: voor een pak van 100. pees â 12. doe„ ken de 1¼. Ca: aan het stuk, dog na de bereekening der doeken, van 1. Ca: soude moeten kosten prlo 310., soo als ook voor het pak van een Els doeken voor Banda teegens pag: 240. gesteld wierd gevonden, daar voor de den 25. ' Maart 1772. gaande eenige abuijsen ingeklooken zyn ten eersten elucrdatie te sulpentee„ Lywaaten planken te zenden vanden pakhuijsm.=r te stellen planken voor der pak op te brengen en tot hoe Lange acceptatie van de borgtogt van de sadrasp=te opperh: blaaukamer. „die batavia g'eyscht heeft voor 248. pagooden het pak sestenie daaruyt dat dienaan bedongen is, uyt alle welke differentien de Regeering sustineerde dat daaromtrend eenige abuijsen moeten last zulk nog eens nategaan en ingesloopen zijn: soo is goedgevonden en verstaan de opper„ hoofden te gelasten om het zelve nog eens nauwkeurig nategaan, en deese Regeering ten eersten de vereijschte Elucidatie dien aangaande te suppetiteeren; Gelijk besluyjt om ter embaleering den alverder beslooten wierd Conform het geresolveerde ter sessie van den 31:' Ianuarij Jongstleeden, ter Embala„ ring der fijne Lywaaten de noodige planken te sen„ on deselve nde administratien den, en deselve onder de administratie van den pak„ huijsmeester in qualiteijt als factuur houder te stel„ doog uyjtgetede besalng te velen, dog ten belange van de bepaaling of drie, dan wel vier planken tot Embaleering van ieder pak, is verstaan de finaale dispositie daar over te sur„ cheeren, tot dat ondersogt en bevonden soude weesen, hoeveel voor ieder fardeel weesenllijk benoodigt zijn zal. — Ten belange van de zaaken vervat bij de brieven voor den 2:o pakhuys m=r simons van Sadraspatnam de datis 16:' 77:' en 28:' Febr: lest„ leeden, en 15:' Courant, is verstaan te accepteeren de actens ren 205. den 25:' Maart 1772. voort Jagg: opperh: baar der schaerijsen harkaars van daar so na mogelyk volderaen is met lb: actens van borgtogten van het opperhoofd Blaauka„ mer voor den Tweede pakhuijs meester alhier Ioan Daniel Simons, en van den secunde de Neijs voor item voor den secunde de Neijs het Jaggernaijkpoerams opperhoofd Pieter Baars; en voorts goedgekeurd, de afdanking van de in dienst asprobatie van de afdanking genomene sipaaijs en harkaras, onder te doene betuijging, dat van het gepetitioneerde van daar te doene betuyging dat den eisch soo contanten als andere goederen, soo veel van hier voldaan was geworden, als men geoordeeld heeft, het voor eerst daarmeede te stellen, soude weesen, excepto het vermiljoen mits dies ontsten, dceft 't vermitjen en waarom tenisse, dierhalven de Bataviase scheepen afge„ wagt soude moeten werden: soo meede dat men de bepaling van 't dusskruytof 200. voldoeninge van hun gedaanen Eijsch van bus„ kruijt op maar 2000. lb: bepaald hadde in steede van de gevorderde quantiteijt van 8000. lb:, Dewijl deselve veel te Exhorbitant geoordeeld is, en met en waarom den voorraad van ultimo aug=s Jongstleeden ter quantiteijt van 3094: lb: een voorraad uijtgemaakt zoude hebben, voor 6. Jaaren, en dus door het Lang„ leggen, maar aan sedert onder worpen weesen gelijk in „

NL-HaNA_1.04.02_3346_0378 view scan ↗

English

The 25th of March 1772. The merchant there, Goendhoer Baal Chittij, presently being here, having made a request that to him, instead of 1500 pagodas, 2000 pagodas may be advanced upon the surety of the junior merchant and second warehouse master Joan Daniel Simons, who at the same time testified his readiness thereto; it was approved and understood to increase that caution likewise to 2000 pagodas, with authorization therefore to the chiefs to deliver the missing 500 pagodas to the son of that trader, or whoever attends to the management for him, and furthermore to render him, if necessary, all possible assistance, both in collecting his outstanding debts and otherwise. Whereafter, being resumed the expense accounts of the offices Bimilipatnam, Jaggernaijkpoeram, Palicol, Palliacatta, Sadraspatnam, all of the month of January, and that of Coedeloer of the month of February recently past; it was understood to pass all of the same for writing off, with this remark nonetheless regarding the impropriety of the dungarees advanced beforehand at Bimilipatnam to the native master, as happened in that of December for the months of January and February, which it was understood to prohibit for the future, and furthermore to order the chiefs there henceforth not to charge this here for the provisions to the soldiers, 21 heads in number, placed there pro tempore still lying in garrison, but to book it off over there upon their own charges and accounts; whilst with respect to the expense account of Jaggernaijkpoeram, that which was provided to the tonis the Orange Spruyt and De Jonge Pieter shall have to be transferred to expenses of sloops and vessels, instead of the improper entry made thereof under expenses on merchandise; as was also resolved to order to Palliacatta to book off that which was paid to the catamarans going out to sea for the dispersal of the ships and vessels under ordinary expenses, instead of expenses of ships, and thus that which was improperly entered on that account in the already elapsed five months should have to be transferred, since nothing must be charged to ships except that which was actually provided to the same; and furthermore likewise to order to Sadraspatnam to simply write off there the cutlass with a brass hilt and sword knot taken along by the soldier who deserted from there; as with respect to the 100 pagodas with 10 3/4 percent in Porto Novo currency charged by the Porto Novo Resident in the memorandum of the ultimate of February past, which were sent by him to the Coedeloer postholder, it was resolved to order the first-mentioned to write off no more from the cash for this than 100 new Nagapatnam pagodas with 8 percent agio; and also to order the said Coedeloer postholder to discharge at the earliest the sword polisher still being in service there, as being no longer needed over there, and henceforth to enter only 18 lb of wax candles in six months, instead of 36 pounds. On this occasion there having also come in the copy expense account of that which was provided at Jaggernaijkpoeram to the ship Noordbeveland to demonstrate that the pagodas 7: 10 entered therein for making a bulkhead and other small items are not to be found in the original expense account, which was incorporated into the general expense account drafted here, and consequently that amount could not have been charged to the debit of that vessel in Batavia: it was thus understood to have the same reimbursed to the Honorable Company by the one upon whom it is incumbent, with an expression of the displeasure of this government over that clumsily committed mistake, with the recommendation to take care that such errors do not occur anymore; and furthermore to show them how one ought to have acted with the wages of the native soldier called up from there, Bapa Midien Campon Baroe, as well as

Dutch transcription

den 25. ' Maart 1772. Chiti tot 200 pagi ontbreekende 50. pag: te vertrek zyn en waarin scheiyden ontkost edoq in l. o p. o geschied was. —. verhoging van de borytogt vor daal Den Coopman aldaar Goendhoer Baal Chittij sig thans hier bevindende versoek hebbende gedaan dat aan hem, insteede van 1500. pagooden 2000. pag: verstreckt moogen werden op de borgtogt van den ondercoopman en Tweede pakhuijsmeester Ioan Daniel Simons die daar toe teffens zijne bereijd„ willigheijd betuijgde; soo is goedgevonden en verstaan, die cautie meede te verhoogen tot 2000. pagooden, met qualificatie aan de ofpert: de qualificatie dierhalven aan de opperhoovden de ontbreekende 500. pagooden aan den soon van dien handelaar, of die voor hem den Jnsaam waarneemt en die Copman schuffaam te aftegeeven, en voorts hem des noods, soo in het inpal„ men zijner uyjtstaande schulden als andersints alle moogelijke adJude te bewijsen. —. passering ter vfbeking van ver„ Waarna geresumeerd zijnde de onkostreecquening van de Comptoiren Bimilipatnam, Taggernaijk, poeram, Palicol, Palliacatta, Sadraspatnam alle van de maand Ianuarij, en die van Coedeloer van de maand febr: Jongstleeden; soo is verstaan alle deselve ter afschrijving te passeeren, met deese remarque 207. den 25. ' Maart 1772. remarque over de te bimilip:n on„ eygentlyke gedane vooruytverstrec„ „king van dangrijsen aan den inlands "Last de verstrekt werden aan neers gem: mainsz: voortaan aldaar selfs aan neevens gem: 2. thonijsze lan„ delen Loonen die de schapen verprijeng remarque nogthans van de oneijgentlijkheijd der vooruijt verstrekte Dongrijsen te Bimilipatna m eten aan den Jnlands meester gelijk bij die van December voor de maanden Ianuarij en febr: geschied is, het geen verstaan wierd voor het vervolg te verbieden, verbod van 't selve voort vervolg en voorts de opperhoofden aldaar te gelasten, om voor„ taan, de verstrecking aan de ginter nog in quarnaueker soen leggende pro tempore geplaatste militairen ten getalle van 21. koppen, dit heen niet aantereeke„ nen, maar ginter selve op hun eijge Lasten en Reekeningen afteboeken, terwijl ten opsigte van latne Jagj hoedanig met het gte de onkostreecquening van Taggernaijk poeram het verstrekte aan de thonis de orange Spruyt, en De Jonge Pieter op onkosten van sloepen en vaartuijgen overgeschreeven sal moeten werden, insteede van de oneijgentlijke gedaane opbrenging derselve op onkosten op Coopmansz:, soo als nog beslooten wierd, na Palliacatta te gelasten het tmna pall: met de satanaraen geen betaald wierd aan de na zee gaande Cattema„ rauws ter versprijing der scheepen en vaartuygen op onkosten ordinair afteboeken insteeete weoworkoo„ teen in /m: dien aangaande te redressee„ ren de houwer &=a van een gedesenteerde soldaat Coedeloer gesondene port: kog: afte„ schrijvven vegeraftedanken. in voortaan alle maanden maar 19 lb: wat optebrengen t in steede van onkosten van hat de ondigentliyk beheanorting scheepen, en dus het in de reeds verloope vijff maan„ den oneijgentlijk opgebragte op die Reecquening soude moeten werden overgeschreeven dewijl niets ten Laste van scheepen= Boomen moeten dan het geen aan oren ge Cadrat ter afgerng den deselve werkelijk verstrekt wierd; En voorts almeede na Sadraspatnam te ordonneeren, de door den van daar gedeserteerden soldaat meede genoomen hou„ wer met een kooper gerest, en port d' Espee aldaar Last naportenoor hodanig dena maar afteboeken, soo als ten opsigte van de door den portonovosen Resident bij Memorie van ult=o februarij p=o aangereekend 100. pag: met 10. ¾. per„ cento in Portonovose munt die door denselven aan den Coedeloersen posthouder gesonden zijn, be„ slooten wierd den Eerstgemelden te gelasten daar voor niet meer bij de Cassa afteschrijven, dan 100. nieuwe Nagapatnamse pagooden met 8. percento item naCoedeloer om de swaard opgeld; mitsgaders gedagte Coedeloersen post houder te ordonneeren den aldaar nog in dienst weesende swaardveeger ten eersten aftedanken, als ginter niet meer benodigt zijnde, en voortaan maar 18. den 25. Maart 1772. lb: 19 147 209. den 25. ' Maart 1772. kostrecq: van 't schip Noort beveland p: /6 7: 18. daar bij niet te rinde zijn „nen aangereekend werden. „ren en door wil alhuijs „en met welke recomm: hoedanig met de gagie van neevs gem: ootterse mattroos geen nedel zyn lb: waxkaarsen in ses maanden optebrengen, insteede van 36. ponden. —. Te deeser geleegentheijd nog binnen gekoomen resumptie van de copij Jag: in„ sijnde, de copij onkostreekening van het verstrekte te Jaggernaijk poeram aan het schip Noordbeveland ter aanthooning dat de daar bij opgebragte prag: 7: 10. –. ter aanthooring dat wer gem: tot het maaken van een waaterschot en andere kleenigheeden bij de origineele onkostreekening, die bij de alhier geformeerde generaale onkostreec„ quening ingetrocken is niet te vinden zijn, dier en oversulx batavia met had kun„ halven dat montant ten Laste van dien boodem Batavia niet had konnen aangereekend werden: soo is verstaan het zelve door den geene die het in „ bestuyt deselve te leten ethe„ cumbeerd aan dE: Comp=e te laaten Restitueeren, onder betuijging van het ongenoegen deeser Regee, ongemoegen over dat kompe ring over dat lomp begaan abuijs, met recomman„ datie sorge te draagen dat diergelijke mesusen niet meer voorvallen; En voorts haar aantetoonen te doen antoonig aande Eedts hoedanig met de gagie van den van daar opgervoe, moet penen oostersche soldaat Bapa midien Campon baroe moeste gehandelt geworden zijn, als meede ten 1 1

NL-HaNA_1.04.02_3346_0382 view scan ↗

English

further of the cargo of that vessel in respect to what was delivered short there on the cargo of the said keel; as well as furthermore to authorize them to enter the found shortage of 1 per cent on the 59 chests of cloves opened for sprinkling on the garbled nutmegs, as also the shortage found on the nutmegs themselves, likewise amounting to one per cent, item the mite-eaten and worm-eaten nutmegs to the quantity of 1653 on 19684 lb, calculating at a good 8 7/8 percent, on the six-monthly statement of shortages. By extract from the civil roll of the honorable Council of Justice of this castle dated the 10th of this month, whereby request was made that notice may be given to the Danish administration at Tranquebar of the obligation on the house of Melchior Lablaume situated there for the claim which the estate of the late former junior merchant and former supervisor of works Salomon verschuijlenburgh has against the same in matter of account; with request that a record of that obligation may be kept at the secretariat there; it was agreed to grant the made request, and consequently to dispatch a missive to the governor and Council at Tranquebar, transmitting the aforementioned extract from the civil roll and copy of the deed of agreement passed between the litigant parties regarding the said convention. Lastly, the following advancements and increases in wages were granted, namely: Hendrik Dietjens of Nagapatnam, having previously already been an assistant, but for reasons mentioned in the resolution of the 19th April 1769 having been degraded to soldier, was, upon his demonstrated repentance and expressed sorrow, as well as since improved conduct, reinstated as assistant at f 24 per month, under a new contract of five years. Furthermore increased in wages, the drum major Iohan valenteijn venroo of Hassenmarburg from f 20 to f 24; corporal Iohan Miller of Maagdenburg from f 14 to f 18; the soldiers Ian Douwe of Deragten, Cornelis Iansz: of Gilsendam, Ian Aelolf Welmeijer of Paxenburg, Ian Hendrik Lins of Hamburg, David Davidtsz: of Sadraspatnam, the first four from f 9 and 10 to f 14, each with a new contract of five years, and the fifth from f 9 to f 11 for three years. Further, the sailor Christiaan Fredrik wentland of Dresden promoted to gunner at f 14; as well as Chepaulus Iansz: of Sadraspatnam, Hendrik Jan transz: also of Sadraspatnam, George Michielsz, Hercules Iansz:, Franciscus de Crus, Franciscus Sawiel, all of Nagapatnam, as soldiers at f 9 per month; item Pasia of Colombo and Ian Fransz: of Pondicherij as soldiers among the Company's easterners, with the usual pay of three rixdollars per month. Thus done and decreed in the castle at Nagapatnam, date as aforesaid. (Signed:) as before. The 25th March 1772. Thursday the 9th April 1772. In the afternoon at four o'clock. Council of Policy. All present, except the head merchant, trade bookkeeper and first warehouse keeper Hendrik Ambrosius Johnson, and the junior merchant and dispenser Ian Appengh, both due to indisposition. With the arrival of the dhoni De Johanna Maria from Jaffnapatnam along with the ministers' missive, there was also received a letter from the Ceylon Government dated the 4th February last, with a Batavian packet addressed to this Government enclosed therewith; the same being opened, there was found therein their High Mightinesses' revered missive of the 3rd December anno 1771, containing the lifting of the interdictions against the importation of western textiles to the said Indian capital, except with regard to some varieties reserved for the trade of the Company, with such further limitations etc. as were found contained both in the aforesaid missive and the edict issued under the same date received therewith; of which it was understood to give notice at the earliest opportunity to the servants of the subordinate stations, transmitting the received copies of the aforesaid edict, and it was also resolved to have the same published and affixed here, as well as furthermore promptly to cause the orders given in that regard by their High Mightinesses to be observed. After this, the lord governor made known to the members that between the 4th and 5th of this month, from the garrison here, the soldiers Coenraad Hendrik Mol, Godbried Smelver, Hendrik Dakman, Iohan Bernhard Jurgen, and Michiel Neskes, having absented themselves, upon the received report that they were roaming about in the vicinity of this city around the Company's village Nertemangalam, were overtaken by the sepoys sent out.

Dutch transcription

verde vande Laading van dien bodem wigten tij de memorie optebrengen minefferiujm kennisse te geeven, vant verbind van Labeemmas huijs al„ daar teurs van verschuyten bung te werden dten ontren dhet te ot uit gelen ten opsigte van het aldaar te kort geleeverde op de Laading van gedagte Kiel; mitsgaders haar voorts qualificatie om ners gemonden te qualificeeren het bevondene onderwigt van 1 Pr Co op de 59. kisten met nagulen ter bestorting bij de geguarbuleerde nooten geopend, als meede het te kort bevondene op de nooten selvs, meede een ten honderd uytmaakende, Item de vermyterde en aangestookene nooten ter quantiteijt van 1653. op 19684. lb: bereekenende 8. 7/8. percento ruijm bij de ses maandige Memorie van onderwigten op te bren„ gen. — ingedien Extact wiede velle Bij Extract civiele Rolle van den agtb: raad van Justitie deeses Casteels de dato 10:' deeser maand, waarbij togt werd rant dien versoek gedaan werdende dat aan het Diens ministerium te Tranquebaar kennisse mag wer„ den gegeeven van de verbintenisse van het aldaar staande huijs van Melchior Lablaume voor de von deipntenten vande Cases pretentie die den boedel van wijlen den oud onder„ coopman en geweese opsiender der werken Salomon verschuijlenburgh in cas van reekening op densel„ om aldaar te secretarije genoteer, en heeft; met versoek dat van dat verband ter den 25. ' Maart 1772. secretarije 211. den 25:' Maart 1772. van dieverse persoonen secretarije aldaar aanteekening, mag werden ge„ houden; soo is verstaan die gedaane instantie Condescendense daarin in tewilligen, en mits dien een baderf, onder toesen„ ding van het voormelde Extract uijt de Civiele Rolle, en Copia van de weegens gemelde Conventie tusschen de parthijen Litiganten gepasseerde scheepen kennisse aan den heer Gouverneur en Raad te Tranquebaar aftevaardigen. —. Laastelijk wierden de ondervolgende advance„ benodering enverhoging in gagie menten en verhooging in gagie toegevoegd; als Hendrik Dietjens van Nagapatnam be„ voorens reeds adssistent geweest, dog om reedenen bij Resolutie van den 19. ' april 1769. vermeld, tot soldaat gedegradeerd zijnde, wierd op zijn betoond berouw, en betuijgd Leedweesen, mitsgaders 't seedert verbee„ terd gedrag weeder hersteld tot adsistent met ƒ24. ter maand, onder een nieuw verband van vyf Jaaren. Voorts in gagie verhoogd den Tamboer majoor Iohan valenteijn venroo van Hassenmar„ „burg van ƒ 20. tot ƒ 24. den Corporaal Iohan Miller, van Maagdenburg, van ƒ14. tot ƒ 18. de soldaaten E 1 vervolg soldaaten Ian Douwe van Deragten, Corne„ lis Iansz: van Gilsendam, Ian Aelolf Welmeijer van Paxenburg, Ian Hendrik Lins van Hamburg David Davidtsz: van Sadraspatnam, de vier Eerste van ƒ9. en 10. tot ƒ 14. ieder met een nieuw verband van vijff Jaaren, en de vijfde van ƒ 9. tot ƒ 11. voor drie Iaaren. —. Wijders den mattroos Christiaan Fredrik wentland, van Dresden, bevorderd tot Canno„ nier met ƒ 14. mitsgaders Chepaulus Iansz: van Sadraspatnam, Hendrik Jan transz: meede van Sadraspeasnam, George Michielsz, Hercules Iansz:, Franciscus de Crus, Fran„ ciscus Sawiel alle van Nagapatnam voor soldaa„ ten met ƒ 9. ter maand, Jtem Pasia van Colom„ bo en Ian Fransz: van Pondicherij voor sottaa„ ten onder de Comp=s oosterlingen, met de gewoone besolding van drie Rijxd=s 'Smaands Aldus Gedaan en G'arresteerd Jn't Casteel Tot Nagap=m dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren den 25. ' Maart 1772. Donderdag 213. Donderdag Den 9: April 172. quelt bataviase papieren teeg=t den invoer van Lywaaten te batavia 's namiddags te vier uuren alle present Excepto Vergadering van Politie Den p=l Coopman Negotie boekhouder en Eerste pakhuijs„ meester Hendrik Ambrosiuus Johnson, en Den ondercoopman en dissencier Ian Appengh Beijde mits indispositie Met de arrive van de thonij De. Iohanna Maria ofening en Leeling van een paa„ van Japanapatnam neevens der ministers missive, ook ontfangen weesende een brief van de Ceijlonse Regeering de dato 4.:' febr: Jongstleeden, met een daar bij gevoegd Batavias pacquet aan deese Re„ geering gerigt, wierd het selve geopend zijnde daar„ inne bevonden haar hoog Edelens gerenereerde missive van den 3. ' December a:o 1771. vervattende de ophetfing van de Jnterdictien teegens den Jn„pcheing daar by n 't good voer van de weestersche Lijwaaten ter gemelde Jn„ dieese hoofd plaatse behalven met opsigt tot eenige voor veerde zoorten. placcaat ten eerste kennisse na de Comptoiren te geeven. ende ordres dienaang aande prompt te observeeren. om 5. deserteurs bij poleticq besluyt aftestratfen. des ister mntrend engegerobl„, voor den handel van dE Comp=e gereserveerde soorten, met sodanige verdere Limitatien &=a als vervat wer„ den bevonden, soo bij voorsz: missive, als daar neevens ontvangene dier weegens onder dienselvden datum bestuytwant dier ws gemamend g'Emaneerd placcaat, waar van verstaan wierd, ten eersten kennisse te geeven aan de bediendens der su„ balterne Comptoiren, onder toesending van de bekoo„ mene Excemplaaren van voorsz: placcaat dat al„ en 't selve alhier te publiceren, meede beslooten is, alhier te laaten publiceeren en afsigeeren, mitsgaders voorts prompt te doen obser„ veeren de ordres ten dien belange door hoogst desel„ ve gegeeven. —. propositi van den heer gufreur Hier na gaf den heer gouverneur aan de Leeden te kennen dat tussen den 4. ' en 5. ' deeser maand, uijt het guarnisoen alhier de soldaaten Coenraad Hendrik Mol, Godbried Smelver, Hendrik Dakman, Iohan Bernhard Jurgen en Michiel Neskes, zig geabsenteerd hebbende op het bekoomen berigt, dat ze in de nabijheijd van deese stad omtrend het sComp=s dorp Nertemanga„ lam rondswerven, door de afgesondene sipaaijs den 9. ' april 1772 agterhaald

NL-HaNA_1.04.02_3346_0387 view scan ↗

English

215. 9 April 1772. having been overtaken and brought in, His Honour, in view of the circumstances with which that desertion was accompanied, since the same had been undertaken without genuine design, but through drunkenness and dissoluteness of these persons, all of them being still very young in years, inasmuch as they themselves did not even know which way to choose, nor where or to whom they should go; so that after marching through rough paths and through shrubs and hedges the whole night of their desertion, they still found themselves in sight of the town in the morning at the break of day, having seen the fortifications thereof lying there; therefore, and also because one is always bound in these countries to the necessity of sparing Europeans as much as possible—provided it can in any way be reconciled with the circumstances of the times, persons, matters, and the case—and thus to pay attention to their committed desertions and the motives for the same, as all this was particularly recommended in the advice submitted by the Honourable Court of Justice of the Castle of Batavia on 16 June 1762 to Their High Excellencies, the Honourable High Indian Government at Batavia, with further demonstration that all these and other motives cited therein had made economy in the severe punishment of deserters necessary; just as Their High Excellencies, on the basis of that paper, have been pleased to order by circular in their renewed Resolutions of 20 August following, to govern oneself promptly thereafter in the punishment of deserters according to the various degrees of the desertion itself; His Honour, therefore inclining towards leniency, proposed to the members to have these deserters run the gauntlet on three consecutive days by a resolution of this meeting, and thus to excuse them from being handed over to justice; just as the provisional fiscal left the same to the discretion of this Government, since he also maintained, for the reasons alleged above, 217. 9 April 1772. that one could indeed proceed to leniency in this matter, the more so because from the circumstances of that desertion already known to him, he deemed with good reason that no further action could be instituted than running the gauntlet; it was unanimously approved and agreed to have the said soldiers punished by running the gauntlet three days in a row, and furthermore to send them away from this Coast to Batavia at the first upcoming opportunity. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam, date as above. Signed by all, except H. A. Johnson and Ian Aspengh. Monday, 13 April 1772. in the forenoon at nine o'clock. Meeting of the Council of Policy. All present, Except the Merchant, Trade Bookkeeper, and First Warehouse Master, Hendrik Ambrosius Johnson, due to indisposition. The matters dealt with under today's secret resolution having ended, the letter was read from the Danish Ministry dated 8 of this month, addressed to this Government in reply to the letter dispatched thither from here on the 2nd instant pursuant to the resolution taken in the session of 25 March last; of which it was decided to furnish a copy to the Honourable Court of Justice here, as well for their information as for that of the executors of the estate of the late former Junior Merchant Salomon Verschuijlenburg. Furthermore, the report of the specially appointed committee who destroyed the 73 unserviceable blankets of the hospital was also submitted, of which it was agreed to keep record in these minutes. Thereafter, upon the request made by petition by the Extraordinary Fireworker Willem Hendrik Nieuwer, he was granted the ordinary board money of a military ensign, being 2 reals per month more than currently received, and the rations of wine, so as to place him on an equal footing with the adjutant of the militia, 219. 13 April 1772. who, although not a commissioned officer, nevertheless enjoys everything an ensign receives. The bombardier Barend Hendrik Jung having become totally blind, and another thus being lacking in his place, the gunner Hendrik Muller was appointed thereto with the addition of the salary attached thereto of 20 guilders per month with a new contract of three years. As was also appointed as strap-cutter in the armoury with a monthly salary of 15 guilders the soldier Pieter Braum of Hamburg; and the soldier Hendrik Kolkers of Amsterdam was promoted to corporal at 14 guilders, to proceed as such to Sadraspatnam; and furthermore increased in salary: the sergeant Hendrik Wilhelm Aarnout of Nordhausen from 20 to 24 guilders, and the Castle's flag-keeper Jan Keijser of Harlingen from 16 to 18 guilders, as also the soldiers Gerrit Bours of Beusekom from 9 to 13 guilders, and Antonie Ngie from 11 to 13 guilders; as well as the following persons admitted into

Dutch transcription

215. den 9. ' april 1772. agterhaald en binnen gebragt weesende, zijn Edele mits de omstandigheeden, waar meede die desertie en of welke fundament verseld gevonden hadde dewijl deselve met geen regt opset, maar door dronkenschap, en Losbandigheijd dier persoonen, als alle nog seer Jong van Jaaren zynde ondernoomen wees, vermits zij zelvs niet heb„ ben geweeten welke weg zij kiesen, nog vierwaards, of bij wien gaan zoude Jnvoegen dat zij na de geheele nagt van derselver desertie, door de ongebaande weegen, en overstruijken en leggen gemarcheerd te hebben des smorgens met het aanbreeken van den dag, zig nog in het gesigt van de stad bevonden hadden, dat zij de vesting werken derselve hebben zien leggen; dier„ halven, en ook om reeden men in deese landen steeds aan de noodsaakelijkheijd verbonden is, om zoo veel moogelijk, indien het maar met de Circumstantien van de tijden, persoonen, zaaken en het geval eenigsints overeen koomen kan, de Europeesen te verschoonen en dus op derselver be„ gaane desertien, mitsgaders gedaag voor deselve te Letten, gelijk alle deselve, insonderheijd aanbevoo„ len en hoedanig fiscaal geen verderactie als tot de spits boede te hebben „len wierd, bij het advijs door de Edelen agtb: Raad van Justitie des Casteels Batavia in dato 16. ' Junij 1762. aan haar hoog Edelens de Edele hooge Indiase Regeering te Batavia overgegeeven met wijdere vertooning dat alle die en meer andere daar bij aangehaalde motiven de spaarsaamheijd in het hard straffen van deserteurs, noodsaakelijk ge„ maakt hadde, Gelijk welmelde haar hoog Edelens op fondament van dat papier bij hoogst dersel„ ver gerenereerde Resolutien van den 20. ' aug=s daar aan Circulair hebben geleeven te ordonneeren, zig daar na prompt te reguleeren in het straffen van deserteurs, na maate van de verschillende graden van de desertie zelve, zijn Edele mits dien tot de sagtheijd overhellende, aan de leeden proponeerde, om die deserteurs bij een besluijt deeser vergadering door de spitsroede in drie agter een volgende daagen te laaten loopen, en dus haar te Excuseeren om verklaaring vanden prontoiacain de Justitie overtegeeven; Gelijk den prointerum fiscaal het zelve aan het goedvinden deeser Regeering overleet; alsoo hij om de hier vooren g'allegueerde den 9. ' april 1772. reedenen 217. den 9. ' april 1772. „doen zyn te senden. „belluyt van neers gem: brief van „ 't deens miniterium copij aan den raad van Justie aftegeven reedenen meede sustineerde, men in deesen wel tot de Lagtheijd procedeeren konde, temeer uijt de hem reeds te vooren gekoomene Circumstantien dier de„ sertie vermeijnd, met grond, geen verdere actie dan tot de spitsvoede te kunnen institueeren; soo is een paarig goedgevonden en verstaan, gemelde mili besluyt zulk van gewolg te teiren drie daagen agter een door de spitsroede te Laaten afstraffen en voorts per eerste voor Roo en haar vervolg:t na batavia mende geleegendheijd van deese Cust te versenden. Aldus Gedaan en Gearresteerd In't Casteel Tot Nagap=m dato voorsz: /:was geteekend:/ door alle /: Ex„ cepto :/ H: A: Jchnson, en Ian Aspengh. — Maandag Den 13. ' April Anno 1772. des voormiddags ten neegen uuren Vergadering van Politie alle present Dempto Den Coopman Negotie boekhouder en Eerste pakhuijsmeester Hendrik Ambrosius Johnson mits indispositie De zaaken ter secreete Resolutie van heeden ver„ handeld afgeloopen zijnde wierd geleesen de brief van E tegen van 73. Combaarsen mentjen aan den Extraordinair vuurwerker Nieuwer van het Deensministerium in dato 8:' deeser aan deese Regeering gerigt, in andwoord van de van hier ingevolge het beslootene ter sessie van den 25. ' Maart Jongstleeden op den 2. ' Courant aan het zelve afge„ vaardigde brief waar van beslooten wierd copia te laaten afgeeven aan den agtb: Raad van Justitie alhier, soo tot derselver narigt, als van de Execu„ teurs in den boedel van wijlen den oud ondercoop„ man Salomon Verschuijlenburg. — ingediend respont weegs te vri Voorts diende ook het berigt van de Expresse gecommitteerdens die de onbequaame 73. stux Combaarsen van het hospitaal vernietigd hebben, waar van verstaan wierd in deesen aanteekening te houden. — toevoeging van vendrig s molij HHier na wierd op het bij Request gedaan ver„ soek door den Extra ordinair vuurwerker Willem Hendrik Nieuwer aan denselven toegevoegd het ordinair kostgeld van een militair vaendrig dus 2. Reaalen smaands meerder, dan thans genoot, en de Randsoenen van wijn om hem alsoo gelijkstandig te stellen; met den adjudant van de den 13 ' april 1772. militie 219. den 13. ' april 1772. „tot bombandier snyder inde wapenkamer persoonen item admissie van eenige in militie, die schoon geen merkelijk officier is, egter alles geniet wat een vaandrig heeft. — Den bombardier Barend Hendrik Jung, bemdering van een Cannoneer prink in het geheel blind geworden zijnde, dus in zyn plaats een ander komende te manqueeren, soo wierd daar toe aangesteld, den Cannonier Hendrik Muller met toevoeging van de daar toe staande gagie, van 20. Guldens ter maand met een nieuw verband van Drie Iaaren. Soo als ook tot Riemsnijder in de waapenka, tem van een soldaat tot rem„ mer met een maandelijkse besolding van 15. guldens wierd aangesteld, den zoldaat Pieter Braum van Hamburg, en den zoldaat Hendrik Kol„ kers van amsterdam bevorderd tot Corporaal met ƒ 14. , om als zodanig naar Sadraspatnam overtegaan; En wijders in gagie verhoogd, den sergeant verooging in gagie van dirense Hendrik Wilhelm Aarnout van Noordhausen van ƒ20. tot ƒ 24, en des Casteels vlaggewagter Jan Keijser van Harlingen van ƒ 16. tot ƒ18. gelijk ook de soldaaten Gerrit Bours van Beusekom ^en Antonie, Ngie van ƒ 11 tot ƒ13 van ƒ9: tot ƒ 13. „ mitsgaders de volgende persoonen tn in

NL-HaNA_1.04.02_3346_0392 view scan ↗

English

Relief of the assistant Neurenberg from Portonovo to here. From Wulick to be reinstated as bookkeeper. Admitted into the Company's service as soldiers at ƒ 9: Christiaan Bernardus Dirksz:, Hermanus Jansz:, and Johannes Danielsz:, all three from Nagapatnam; likewise as sailors, Salomon Colaas from Nagapatnam, Lodewijk Constantijn Dessau from Colombo, and Johannes Danielsz: also from Nagapatnam, the first at ƒ 10 and the other two at ƒ 9 each per month; as drummer at ƒ 9, Adriaan Klaarhout from Nagapatnam; and lastly as soldier among the Easterners, Saviel Decroes from Nagapatnam at three Rixdollars per month. Furthermore, it was approved to grant the request of the assistant Frans Jacob Nurenberg to be transferred from Portonovo to this place, but on the other hand to reject the petition made by Laurelius Wulick, who was granted burgher freedom some years ago, to be reinstated in his former capacity of bookkeeper, as the 13th of April 1772. by granting the same, one would only give cause to others to make such foolish and arbitrary petitions, since one is not obliged to conform to the caprices of this or that person, to leave the service and make solicitations for readmission into the same whenever it should just enter their heads. Thus Done and Resolved In the Castle At Nagapatnam on the Date aforesaid. Was signed by all except H: A: Johnson. Thursday the 23rd of April In the Year 1772. By Query. The executors of the estate of the late former junior merchant Salomon Verschuylenburg, the secretary Willem Duynevelt, pay-bookkeeper Dirk Buys, and sworn clerk Cornelis Obdam, demonstrating by a request that having been handed by the honorable Court of Justice here a copy of a letter by the Danish Ministry at Tranquebar dated the 8th of this month, addressed to the Government here, in answer to the missive dispatched from here to the same dated the 2nd previously, having served as a letter of recommendation regarding the petition made by the petitioners in the said Court of Justice, that a record might be kept at the secretariat of Tranquebar of the mortgage bond made before aldermen on the 28th of February last by the private merchant Melchior Labeaume, currently staying at Tranquebar, of his house situated in the said town, for the claim which the aforementioned executors held in that capacity against the said Labeaume, and over which a lawsuit had been initiated before the said Court of Justice here, had perceived from it that that record alone was not sufficient and could by no means prevent Labeaume from dealing with his house as he pleased, because according to the maxim of legal procedure a formal the 23rd of April 1772. arrest before the Court of Justice there was required, and the same being requested, would either be granted or rejected according to the concurring circumstances in that regard; which the executors saw brought them under the necessity, if they wished to remain free of negligence regarding the affairs of the estate under their administration, to institute such a legal action directly at Tranquebar, since otherwise the entire bond of Labeaume, which had been possible for them to obtain, would avail them nothing at all, with more other pertinent reasons for their protection; with the request that therefore the said Obdam, who was best able to attend to it and had handled and described all the legal affairs of the estate, especially against Labeaume himself, might be permitted to go to Tranquebar for a few days in order to put what is necessary into effect there, and that consequently a letter of recommendation to the said Danish Ministry might be granted to him in order to obtain a speedy dispatch regarding the matter: thus this petition and the reasons moving the executors thereto having been presented to the members by order of the Governor, it was approved and agreed to fully condescend to the same, accordingly to permit the said Obdam to depart for Tranquebar and at the same time to hand him a letter from this Government for his escort. Thus Done and Resolved In the Castle At Nagapatnam on the Date aforesaid. Was signed as before. Tuesday the 5th of May In the Year 1772. In the morning at nine o'clock. Meeting of the Council of Policy. The merchant and fiscal of this capital Marthinus Koning, with the ship Zeekerlust from Bengal at Bimilipatnam and from there overland

Dutch transcription

verlossing van den adsistent Neu„ renburg van portonovo dit heen van wulick om als boekh=r hersteld te worden in 'sComps dienst g'admitteerd als tot soldaaten met ƒ 9. Christiaan Bernardus Dirksz:, Her„ manus Iansz:, en Iohannes Danielsz: alle drie van Nagapatnam, mitsgaders tot mattroosen Salomon Colaas van Nagapat„ nam, Lodewijk Constantijn Dessau van Colombo, en Iohannes Danielsz: meede van Nagapatnam de Eerste met ƒ 10. en de andere twee met ƒ 9. ieder ter maand, tot Tamboer met ƒ 9. Adriaan Klaarhout van Nagapatnam; en Laastelijk tot soldaat onder de oosterlingen Saviel Decroes van Nagapatnam met Rijxd=s drie ter maand. Voorts wierd goedgevonden het versoek van den adsistent Frans Iacob Nu„ renberg, om van Portonovo naar herwaards verplaatst te werden, intewilligen, dog daar en dog nan de handwesen nstantst egen van de hand tewijsen, de gedaane instantie van den voor eenige Jaaren inburger vrijdom gestelde Laurelius Wulick om in zijn voorige qualiteijt van boekhouder hersteld tewerden, alsoo den 13'. april 1772. bij 221. den 13. ' april 1772. schuylenburg, om obdam na Fran„ bij in williging derselve, maar voet zoude geeven= aan andere tot het doen van diergelijke sotte en willekeurige Jnstantien, alsoo men niet verpligt is, zig na de Capricen van deese en geene te voegen, om uyt den dienst te gaan en tot readmissie in deselve, Sollicitatien te doen, wanneer het desulke maar in het hoofd soude koomen. — Aldus Gedaan en Gearresteerd In't Has„ teel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was ge„ teekend:/ door alle /:Excepto / H: A: Johnson. Donderdag Den 23. ' april Ao 1772. Bij Rondvraage De Executeurs in den boedel van wijlen den ploek van de Erentiens van ver„ oud ondercoopman Salomon verschuijlen gededaan te senden burg Den secretaris Willem Duijnevelt Zoldij boekhouder Dirk Buijs en geswoore Clercq Cornelis obdam bij een request vertoonende, dat haar door den agtb: Raad van Iustitie alhier vervolg alhier, ter hand gesteld weesende, Copia eener brief door het Deens ministerium te Tranquebaar in dato 8:' deeser maand, aan de Regeering alhier gerigt, in andwoord van de van hier aan het zelve afgevaardigde missive van den 2:' be„ voorens gediend hebbende voorschrijvens, omtrend het door de supplianten in gedagte Raade van Justitie gedaane Jnstantie, dat ter secretarije van Tranquebaar aanteekening gehouden mogte werden, van de hijpotecquaale verbinte„ nisse bij scheepen kennisse van den 28:' Februarij Lestleeden door den sig thans te Tranquebaare onthoudende particuliere negotiant Melchior Labeaume van zijne ter gemelde steede staande huijs voor de pretentie die de voormelde Execu„ teurs in die qualiteijt opgedagte Labeaume waren hebbende, en waar over voor gemelde Raad van Iustitie alhier, proces g'entameerd „daaruit ontwaard hadde als dat die aantekening alleen niet genoegsaam was was en Labeaume geensints beletten konde, met zijn huijs naar welgevallen te handelen, dewijl volgens de maxime van procedeeren een for„ den 23. . april 1772. meel S 223. den 23:' april 1772. meel arrest voor den Raad van Justitie aldaar ver„ eyscht wierde, en het zelve versogt werdende, of toe„ gestaan, of van de hand geweesen zoude werden, na de daar omtrend Concureerende omstandigheeden het geen die Executeurs in de noodsaakelijkheijd gebragt zaagen, om zoo ze buijten negligentie om„ trend de affaire van de onder haar administratie zijnde boedel, blijven wilden, een sodanige instan„ tie direct te Tranquebaare aanteleggen, nadien haar andersints het gantsche verband van La„ beaume dat haar soo moogelijk geweest was, te obtineeren gantsch niet baaten soude, met meer andere ter saake dienende reedenen ter hun„ ner decking, met versoek dat dierhalven gedagte obdam, die best daar toe vaceeren konde, en alle de proces zaaken van den boedel insonderheijd teegens Labeaume selve getracteerd en beschree„ ven hadde gepermitteerd mogte werden voor eenige daagen naar Tranquebaare te moogen gaan, ten eijnde het noodige aldaar in het werk te stellen en ten wat eynde en hem mits dien een brief van voorschrijvens aan gedagte vent aan't ministerum Condescen daact daarin Koning alhier. item om an brek an vorschlij gedregte Deensch ministerium verleend mogte werden, ter erlanging van een spoedige Expeditie daaromtrend: soo is die Jnstantie en de Reedenen de Executeurs daar toe moverende ter ordre van den heer Gouverneur de Leeden voorgedragen zijnde, goedgevonden en verstaan; deselve ten vollen te Condescendeeren, dien volgens gedagte obdam tot vertrek naar Tranquebaare te permitteeren en hem teffens een brief deeser Re„ geering ter zijner geleijde ter hand te stellen. Aldus Gedaan en Gearresteerd Int Cas„ teel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was ge„ teekend :/ als vooren. Dingsdag Den 5:' Meij A:o 172. smorgens ten neegen uuren Vergadering van Politie arrie van den Casman en sikter Den Coopman en fiscaal deeser hoofdplaatse Mar„ thinus Koning met het schip seekerlust uyt Ben„ gale te Bimilipatnam en van daar overland den 23:e. april 1772. deeser 15

NL-HaNA_1.04.02_3346_0397 view scan ↗

English

225. the 5th of May 1772. [Marginal note: swearing in of the same as member of police and Justice, and fiscal] [Marginal note: seat granted to the same below the captain commandant] [Marginal note: and congratulations therewith.] [Marginal note: his declaration thereupon etc.] [Marginal note: resumption of and disposition on a report concerning tested muskets] [Marginal note: goods received into the ammunition house from the Sloop the Nagtegaal.] The member of police and Justice, as well as fiscal, having arrived here these days, was now admitted into the assembly hall, where he took, at the hands of the Governor, the oath both as Member of Police and Justice, and as fiscal. Furthermore, a seat was granted to him below the captain Commandant and head of the militia here, and he was congratulated on his introduction by the Governor and the collective members. Upon which the said Honorable Kooning expressed his gratitude and, having further recommended himself to the well-meaning friendship of His Honour and the Members, declared that, as he was a newcomer, having never been to this Coast, he therefore did not have the requisite local knowledge of the state of affairs here, as well as the maximes and customs of this place and its inhabitants; wherefore he requested that, in all occurring circumstances, the requisite help and elucidation, especially regarding the office he currently had the honor to hold, might be brought and given to him, and also that any mistakes might be treated with indulgence if, contrary to his expectation, they might happen to occur, although he continuously assured that he would strive as much as possible to prevent the same. Upon testing the musket barrels on hand here at the armory, according to the report submitted thereof by the military officers Johan Ernst Heijnsz and Johan Jochem Winkelmans, specially commissioned for that purpose, 59 pieces were found serviceable, 136 pieces burst, and 41 pieces missing. It was resolved to take the good ones back into the armory, send the burst ones to Batavia, and write off the missing ones and remove them from the books. Likewise, a report was now submitted concerning the ammunition goods received into the ammunition house from the Sloop the Nagtegaal, according to which it was resolved to take those found serviceable among them, consisting of: 2 pieces metal cannons of 1 lb. the 5th of May 1772. 2 pieces 227. the 5th of May 1772. [Marginal note: make known goods of that small vessel at the inventory.] [Marginal note: resolution regarding the further unserviceable] [Marginal note: and to what end] 2 pieces gun carriages of 1 lb. 100 lb. Gunpowder 100 pieces iron cannon balls, whereof 50 pieces of 2 lb. 50 pieces of 1 ditto 1 sponge with its rammer of 1 lb. 2 copper ladles for cannon with their aprons 3 powder horns 2 linstocks, into the books of artillery goods; but to have the unserviceable sponges with their rammers, and two powder horns, noted at the inventory, so that they may be further disposed of; as well as to have the further unserviceable goods from that small vessel, received by the following administrators, likewise listed by them at their inventories so they can be sent to Batavia; namely: With the purser: 1 Tin Funnel 1 copper tap With the 5th of May 1772. [Marginal note: to form a general list thereof] [Marginal note: Resumption of and disposition on the findings of the pepper brought by the Sloop Anthonia Dorothea from Colombo.] With the overseer of works: 1 bacon Fork 1 ash shovel 1 fire Tongs and 1 Megaphone; of which, as well as of all other unserviceable goods to be found here, it was further resolved to have a further and general list drawn up upon the arrival of the ship from Bengal, to be sent to Batavia. Furthermore, having resumed the findings of the pepper delivered here by the sloop De Anthonia Dorothea from Colombo, received here in the quantity of 57000 lb., according to which it was delivered with a shortage of 70 lb.; but it being perceived at the same time that these grains were wet or moist, and thus 1006 1/2 lb. being dried in the sun, upon re-weighing weighed no more than 993 1/2 lb., thus losing 63 lb., giving therefore on the parcel of 56930 lb. received here a loss of 3558 1/2 lb., or including the aforesaid 70 lb. calculated therewith, 3628 1/8 on 57000 lb.; giving a deficit of 6 7/16 229. the 5th of May 1772. [Marginal note: sort caliatour wood received per Orange Spruijt.] [Marginal note: and credit Teroemenij Chettij for that] [Marginal note: write-off allowed for the unaccounted 30 lb. iron] [Marginal note: what was decided regarding the shortage on the dust and refuse of spices.] percent ample; it is, after deliberation, approved and resolved to validate 2 percent or 1140 lb. of the aforesaid shortage for write-off, and to have the commander pay the remaining 4 7/16 percent, or 2488 1/8 lb., into the treasury by way of redemption at f 44 per 100 lb., or else place it on account, or require sureties for the payment. Furthermore, it was resolved to have the Caliatour wood brought over here from Palliacatta by the dhoney De Orange Spruijt properly sorted into varieties, and to enter it into the books at the fixed prices to the credit of Tieroemenij Chettij; and further to validate for write-off to profit and loss 30 on 4007 lb. iron, amounting to 3/4 percent, transported hither from Palliacatta with the aforesaid vessel, accounted for here in deficit; and concerning the dust and refuse of spices accounted for in deficit, namely 1 on 318 lb. white flakes of mace, 1 on 510 lb. dust and crumbs of cloves, and 5 on 901 lb. worm-eaten and pierced nutmegs, it was resolved that since that shortage was solely on the gross weight

Dutch transcription

225. den 5e. Meij 1772. „ politie en Justitie, tem fiscaal deeser daagen alhier gearriveerd zijnde, wierd als nu„ de vergader zaal ingelaaten weesende door denselven. aan handen van den heer Gouverneur gepresteerd b'eediging van denselven als ede van den Eed soo van Lid van Politie en Iustitie, als die van den fiscaal, En voorts sessie verleend, beneden verlende casse aan denselven daar den capitain Commandant en hoofd der militie alhier, mitsgaders door den heer Gouverneur en de gesamentlijke leeden met desselvs introouctie gefeliciteerd; op het welke gedagte E: Kooning en felicetatie daar mede. desselvs verpligting afgelegd, en zig wijders in de zijne betuijging daar op &=a welmeenende vriendschap van zijn Edele en de Leeden gerecommandeerd hebbende betuijgde, dat vermits een nieuweling was, als nooijt te deeser Custe geweest zijnde, dus de vereijschte locale ken„ nisse niet hadde, van den toestand der zaaken alhier, mitsgaders maximes en gewoontens dee„ ser plaatse, en de inwoonders derselve, dier halven hem in alle voorvallende geleegendheeden de ver„ eijschte hulpe en Elucidatie, insonderheijd omtrend het ampt welke hij de Eere hadde thans te beklieden, toegebragt en gegeeven, en ook ingeschikt moogen werden 15 resumptie van en dispositie op een rapport weeg - geprobeerde geweiren monitie huijs ontfangene goederen van den Chialomup de vag tegtaal. werden, de mesiesen indien teegens zijne verwagting mogte koomen voortevallen hoewel hij tekens verseekerde dat zoo veel moogelijk tragten zoude het zelve voortekoomen. —. Bij 't probeeren der alhier bij de wapenkamer aan handen weesende snaphaanen Loopen volgens daar van ingekoomen Rapport der daar toe Expres gecommitteerde militaire officieren Iohan Ernst Heijnsz:, en Iohan Jochem Winkelmans 59. stuks bequaam bevonden 136. stuks gespron„ gen, en 41. stuk te soek geraakt zijnde, is ver„ staan de goede weeder bij de waapenkaamer te doen inneemen, de gesprongene naar batavia te senden, ende absente afteschrijven, en uijt de boeken te laaten. — Jtem van en anderg=s vande mitan„ Ook diende als nu een rapport van de in het am„ monitie huijs ontfangene ammonitie goederen van de Chialoup de Nagtegaal volgens het welke ver„ staan werd, die daar van bequaam bevonden zijn bestaande in 2. p. s metaale kanons de 1. lb: den 5'. Meij 1772. 2. p:s 227. den 5e. Meij 1772. goederen van dat Kieltje bij de op„ neemen bekend stellen. 2: p:s Rampaarden de 1. lb: 100. lb: Buskruijt „100. stux ijzere kannon kogels daar van 50. stux van 2. lb: 50. „ „ 1 d=o 1. wissers met zijn aansetter de 1. lb: 2. koopere leepels Cannont met derselver verkens taarts 3. kruijthoorns 2: Londtstocken, bij de boeken van de arthillerij goede„ ren te laaten inneemen, dog de onbequaame wissers met dies aansitter, en twee kruijthoornen bij den op„ neem te doen noteeren, op dat daar over nader gedis„ poneerd kan werden, soo meede de verdere onbequaa,„ betluyt de verder onbequaame me goederen van dat kieltje, bij de volgende admini„ tratieurs ontvangen, door deselve almeede bij derselver opneemingen te doen opgeeven om naar Batavia te konnen werden versonden; Teweeten. Bij den dispencier 1. Blicke Tregter 1. koopere kraan en ten wat eynde Bij den 5: Meij 1772. re een generaale notitie te formeeren Resumptie van en dispositie op de bevinding van de per de Chialoup an„ thonia dorothea van Colombo aange„ bragte peepen. Bij den opsiender derwerken 1. speck Forck 1. alschap 1. vuur Tang en daar van soo wel als de andel, Roeper, waar van soo wel, als van alle andere alhier te vindene onbequaame goederen alverder verstaan is, by de aankomst van het schip uijt Ben„ gale een nadere en generaale Notitie te doen formee„ „en om naar Batavia versonden te werden. — Nog geresumeerd weesende de bevinding van de alhier uijtgeleeverde peeper per de chialoup De An„ thonia Dorothea van Colombo alhier ontvangen ter quantiteijt van 57000. lb: volgens dewelke deselve met minwigt van 70 lb: uiytgeleeverde is, dog teffens bespeurd weesende dat dien corl nat of vogtig geweest is, en dus 1006. 1½. lb: in de songedroogd zijnde, bij na„ weeging niet meer gewoogen hebben dan 993. ½. lb: over sulx 63. lb: verlooren, geevende dus op de alhier ontfangene parthij van 56930. lb: een verlies van 3558½. lb, of met de voorsz: 70. lb: daar bij gereekend 3628. 1/8 op 57000. lb:; geevende een nadeel van 6. 7/16. percento 229. den 5:' Meij 1772. spruyt ontvangene callia tourhout tot ssoorten te maaken. crediteeren. „verant woorde 30 lb: yjser stof en gruijs van specerijen be„ slooten is. percento ruijm: soo is, naar deliberatie goedgevonden: en verstaan van het voorsz: minwigt 2. percento off 1140. lb: ter afschrijving te valideeren, en de overige 4. 37/16. ten honderd of 2488: 1/8. lb: door den gesag heb„ ber uijtkoops tot ƒ 44. de 100. lb: in cassa te laaten vergoeden dan wel op reeckening, of borge doen stel„ len voor de betaaling. — Voorts is verstaan het Calliatourhout per de thonij besluyt't erdet hmijdorange„ De orange spruijt van palliacatta alhier over„ gebragt, behoorlijk tot soorten te laaten maaken, en „n Teroemenij Chuttijen dan vorte„ daar voor teegens de bepaalde prijsen ten voordeele van Tieroemenij Chettij bij de boeken te laaten inneemen; En wijders ter afschrijving van winst en verlies te veeli,„ palsering ter atz:n van de temin deeren 30. op 4007. lb: ijser, uijtmaakende ¾. percento, met voorsz: pieltje van palliacatta dit heen overge„ voerd, alhier te min verandwoord, en nopens de te kort wat omtrend 't minwigt op de verantwoorde stof en gruijs van specerijen, teweeten 1. op 318. lb: witte blaadtjes van foelij, 1. op 510. lb. stof en kruijntjes van nagulen, en 5 op 901. lb: ver„ mijterde en aangestookene nooten, wierd verstaan dat dewijl die te kort koming en kel op het bruta gewigt

NL-HaNA_1.04.02_3346_0402 view scan ↗

English

cancellation of the stamp and salary money of Lieutenant Lingelman and why Resumption and insertion of the report regarding the inspection of the trade books for the year 1770. weight, which is not entered into the books, therefore to ship out again with the weight found upon receipt and for that purpose to have made known on the invoice the net weight written off from Sadraspatnam. — charging to Bengal this By an invoice received from Bengal, dated 24 August 1711, the stamp and salary money for the commission of Lieutenant George Lodewyk Singelman being charged hither, in order to be counted into the treasury by the same; so it is, resolution to charge the same back because the said officer has already in the past year with the ship De Bartha Petronella repatriated, approved and agreed to charge the amount of the same, being ƒ 11. 18. –, back to the said Directorate. — The trade books of this head settlement of the year 1770 being completed and according to the order examined by two commissioned members of this meeting, the Merchant Cornelis Pietersz: and Junior Merchant Jacob van Tessel, and furthermore confronted against the balances of the closed 5 May 1772. fiscal 231. 5 May 1772. fiscal year, and all papers relating thereto having been exactly verified: the report submitted thereof by the aforesaid commissioners was presented by the Governor; reading as follows. — To the Honorable Henricus Leembruggen, Senior Merchant and Head Administrator here. Honorable Sir, In compliance with the orders granted to us by Your Honor, we have exactly examined the trade books of this head settlement of Nagapatnam of the year 1770, pursuant to the respected command of Their Excellencies, the Noble High Indian Government at Batavia, by Regulation of 30 July and extension of 19 October 1753 regarding the keeping and inspecting of the trade books, and furthermore having confronted them against the balances of the closed fiscal year, as well as all other papers which have any relation thereto, and take the honor to inform Your Honor: That the balances with the closed books as well as all entries of expenses and further write-offs agree with the warrants granted in that regard, as well as the resolutions taken in the Council of Coromandel. — The charges, expenses, and validated deficiencies and losses, as well as all defective goods, have been written off and accounted for on their own accounts, all of which should remain at the charge of the Honorable Company. The entries and write-offs are done in proper form, and with the required specifications. The profits and advantages are all credited to the Honorable Company. The balances can all be considered as actual assets, since the goods subject to wear and tear in use in this government run in the journal without money. Among the goods that are designated as unvalued or money-less running balances, there is still the sloop named the Cornelia, which does not exist, but at 5 May 1772. has sunk or been wrecked at the roads of Masulipatnam. Regarding the outstanding debts, the same consist of the following: Christiaan van Teijlingen, former Governor of this Coast, still stands debited due to the following reasons; namely: On account of various matters charged to him, to be seen in the journals 1764/5 to 1766/7. . . . . . . . . . . . . . ƒ 3365. 18. –. As well as the share in the arrears of the Porto Novo merchants in Indian money amounting to ƒ 61890: 10: 8, or in Dutch . . . „ 58022. 5. –. Finally, according to the order of Their Excellencies, debited for various matters concerning the petty cash, both on account of Cruceus and Haselkamp, to be seen in the journal 1769/70 on page 246. . . . „ 11369. 5: —. Together - - - ƒ 72757. 8. –. Against which, according to the said high order, is credited for such pagodas 4200 as were drawn from his estate in the year 1766 to balance the petty cash under the then cashier Haselkamp, and which have been charged again to the said Haselkamp, to be viewed in further detail in the journal 1769/70 mentioned above, amounting to - „ 18900. –. –. Van Teijlingen remaining still debited - - - - ƒ 53057. 8. —. The Junior Merchant Jan Appengh stood debited in the past year - : ƒ 929. 1. –. Yet we find that according to authorization of Their Excellencies he is discharged, for Indian money ƒ 835. 9. –, in Dutch - - - - - - - - „ 783. 1. –. So that he now only remains debited - - - - „ 145. 16. –. The repatriated Cashier Johannes Haselkamp still stands debited, as the same has already stood on account of various charges in the past year, and will have to be satisfied into the treasury - - - - - - - - - „ 367. 14. –. The deceased Junior Merchant and Cashier here, Paulus Looman, who still remains debited for such an amount as for which in the current year he was charged according to the order of Their Excellencies by letter of 22 May 1771, originating from the taking over of the petty cash by Haselkamp, wherein the same alleges not to have received as much as for which he was debited in the trade books, amounting together to pagodas 2491. 19. 4. - - - - - „ 11213. 1. 8. Carried forward - - - - - - ƒ 65283. 19. 8.

Dutch transcription

heen van't Zegul en salaris geld van den Luytenant Lingelman en waarom Resumptio en insertie van't rasport weeg=s de visitatie der negotie boeken al A:o 170/. gewigt is, het geen bij de boeken niet werd ingenoomen, dierhalven met het bij den ontvang bevondene gewigt weeder aftescheepen en ten dien eijnde bij de factuur bekendt te laaten stellen, het van Sadraspatnam aangeschreeven-netto gewigt. — ten Laste brenging van bengale dit Bij een van Bengale ontvangene factuur ge„ dateerd 24. ' augustus 1711. het zegul en Zalaris geld voor de acte van den Luytenant George Lodewyk Singelman herwaards ten laste gebragt werdende, om door denselven in cassa te werden geteld; soo is besluyt het zelve terig treken dewijl gedagte officier reeds in den gepasseerden Jaare met het schip De Bartha Petronella gerepatrieerd is, goedgevonden en verstaan het be„ draagen derselve zijnde ƒ 11. 18. – gemelde directie terug te reekenen. — De negotie boeken deeser hoofdplaatse de anno 1770/. ingereedheijd geraakt en na de ordre door twee gecommitteerde Leeden deeser vergade„ „ring den Coopman Cornelis Pietersz:= en onder„ coopman Iacob van Tessel g'examineerd, en daar en boven teegens de Restanten van het afge„ den 5e. Meij 1772. legde 231. den 5. ' Meij 1772.. legde boekJaar geconfronteerd, mitsgaders alle de papier en daar toe retatie hebbende, etact nagegaan zijnde: soo wierd het daar van ingekoomen Rapport der voorsz: gecomm=s, door den heer gouverneur overgelegd; Luijdende als volgt. — Aan den E: E: heer Henricus Leembruggen, oppercoopman en hoofdadministrateur alhier E: E: Heer In nakominge der ordres door uw E: E: aan ons verleend, hebben wij de negotie boeken deeser hoofdplaatse Nagap=m van den Jaare 1770/. navolgens het gevenereerde be„ vel van haar hoog Edelens, de Edele hooge Jndiase Regeering tot Batavia, bij Regle„ ment van den 30. ' Julij en ampliatie van den 19.:' october 1753. omtrendt het houden en visenteeren der negotie boeken Exact g'examineerd, en daar en boven teegens de Restan„ ten van het afgeleegde boekjaar hebbende gecontronteerd, als meede alle verdere papieren welke eenige Relatie daar toe hebben, en neeme de Eere uwE: E: te bedeelen. Dat de Restanten met de afgelegde boeken als meede alle posten van ongelden en verdere afschrijvingen accordeerende zyn met de dierweegens verleende ordonnantien, als meede de be„ sluyten in Raade van Cormandel genoomen. — De Lasten, ongelden en gevalideerde minderheeden en verliesen, als meede alle defectieuse goe„ deren op hunne eijgene reekening en afgeschreeven en verandwoord, het welke alles ten Lasten van dE: Comp: diend te blijven. De in en afschrijvinge geschied in behoorlijke forma, en met de vereijschte Extentien De winsten en voordeelen, alle dE: Comp: ten goede Gebragt De Restanten alle als weesentlijke effecten konnen werden aangemerkt dewijl de ten dee„ sen gouvernemente ingebruijk en slilagie onderworpen zynde goederen, bij het Journaal zonder geld Loopen. onder de goederen welke genaamt werden, ongetaxeerde of sonder geld Loopende Res„ tanten, bevind zig nog t Chialoup genaamt de Cornelia, welken niet inweesen is, maar ter den 5:' Meij 1772. ter Rheede Mazulipatnam gesonken of verongelukt Belangende de uytstaande schulden soo bestaan deselve als volgt Christiaan Van Teijlingen geweesen Gouverneur deeser Custe staat nog debet door de volgende oorsaaken; Teweeten. weegens diverse zaaken hem ten Lasten gebragt te zien bij de Jour„ Mitsgaders het aandeel in den agterstal der Portonovose cooplie„ den Jndias geld bedraagende ƒ 61890: 10:8. of in Nederlands. . . . . „ 58022. 5. –. Eyndelijk volgens ordre van haar hoog Edelens gedebiteerd over di„ verse zaaken, de kleene geld cassa betreffende, soo weegens Crucuus als Haselkamp te sien in het Journaal 176 6/70. op pagina 246. . . . „ 11369. 5: —. Tesaamen - - - ƒ72757. 8. -. waar en teegen volgens gemelde hoog ordre is gecrediteerd voor sodanige pag: 4200. als in ao 1766. uijt desselvs boedel geligt zijn, om de kleene geld cassa onder den toenmaligen casseer Haselkamp te ver„ eevenen, en welke wederom gem: haselkamp zijn ten laste gebragt, nader te beoogen in het Journaal 176/70. boovengemeld, bedraagende - „ 18900. -. –. Blijvende van Teijlingen nog debet - - - - ƒ53057. 8. —. Den ondercoopman Ian appengh stond in anno passato debet - : ƒ 929. 1. –. Dog vinden dat volgens qualificatie van haar hoog Edelens is ontheft, voor Jndias geld ƒ 835. 9. –. in Nederlands - - - - - - - - „ 783. 1. -. naalen 176 4/5. tot 176 6/7. - - - - - - - - - - - - - ƒ 3365. 18. -. Soo dat nu maar debet blyft - - - - „ 145. 16. –. Den gerepatrieerden Casseer Iohannes Haselkamp staat nog debet, soo als denselven weegens verscheijdene belastingen in anno passato bereeds heeft gestaan en in Cassa sal moeten voldaan werden - - - - - - - - - „ 367. 14. -. Den overleedene ondercoopman en Cassier alhier Paulus Looman welken als nog gedebiteerd blyft voor sodanig montant als waar voor in a. o J=o volgens ordre van haar hoog Edelens bij Letteren van den 22. ' Meij 1771. is belast geworden, oorspronkelijk uyt het over„ neemen der kleene geld cassa door haselkamp, waar bij den sel„ ven voorgeeft, niet soo veel heeft ontvangen als waar voor bij de nego„ tie boeken is gedebiteerd tesaamen bedragende pra/o 2491. 19. 4. . - - - - - „ 11213. 1. 8. Transporteere - - - - - - ƒ65283. 19. 8.

NL-HaNA_1.04.02_3346_0405 view scan ↗

English

233. the 5th of May 1772. Carried Forward - . - - - - ƒ652813.19. 8. The native Waytinada Chittij and Company merchant Tieroemenij Chittij remain owing for 48000 lb of bar copper out of 96000 lb which was sold to them to be paid in two installments, and of which the first installment has already been paid off, and the last is also expected to occur - - - - - - - - - - - 41700. –. -. The Landlord is on the closing of these books indebted . . . . . . . . ƒ35625. —. –. And has received in this year five years of contingent or - - - 46875. -. -. Is less indebted than received - - - ƒ 11250. –. –. The reason for this arises from that which the prince is entitled to in elephants being six pieces each calculated at Indies money ƒ 2000 or in Netherlands ƒ1875. —. and for which 6 pieces, he was already in the year 1768/70 and this year credited each year for 3 pieces or ƒ 5625. —. or as much as falls to him annually, which is done in order to make each year bear its own expenses, and upon receipt of said 6 animals must be debited again for - - - - - - - - - - - ƒ11250. –. –. which deducted from that received - - - - - - - - - - 46875. -. -. Thus now comes to be debited to trade - - - - - - 35625. -. –. Monies conquered by the French at Pondicherij, being that which was taken by the French ministry in the year 1759 from the ship Schellag consisting of Japanese bar copper, gold kobans, and diverse uncoined gold amounting together in Indies money _ _ - - - - - - - - - - - - ƒ126851. 5. — 107716. 13. —. Cash and goods conquered by the admiral of the French, the Count d'Aché, for those at Pondicherij, being the amount of the cargo of the ship Haarlem overpowered by the said admiral and brought to Pondicherij, as well as the expenses incurred by the junior merchants Scoffier and Pfeifter for their journey to and from Pondicherij concerning affairs regarding the said vessel, in Indies money _ _ - - - - - - - - - - - - - - ƒ574672. 16. —. 461498. 11. -. The combined debtors amount to - - - - - - - - ƒ712124. 3. 8. Internal, running debtors and arrears accounts are as in the previous year, namely Indies money Netherlands money The renter Oetandiapa Moddelij - - - - - ƒ 743. 3. — ƒ 697. 1. -. Ditto Moeniappa Polle . . . . . . . 23468. 16. — 2002. 17. —. Carried Forward - - - - - ƒ24211.19. — ƒ 2699. 18. -. Ditto Mahamadoe Sulthan Marcair - - - - 12480. -. – 11708. 11. -. The sloop Den Hottentot, which belongs to the internal running arrears accounts and was written off by order of Their High Mightinesses, but must continue to run internally, and which sloop, at the dismantling of Masulipatnam in the year 1750 when the French had captured the said place, sank while fully laden, see order regarding this in the letter of 14 March 1766 - - - - 6166. 19. - 5781. 9. -. The ship Oost Capelle, charged in the previous year from Batavia to this place in order to be written off here with the entire amount of the cargo as it was dispatched from Batavia to Bengal in the year 1758, but wrecked, and to be kept internally running and kept active here . . - 36500. 13. 8. 292001. 4. 8. The internal running debtors and arrears accounts amount to - - - - - - - - ƒ423427. 15. — ƒ346705. 11. 8. The arrears accounts which were found at the closing of these books consist of the following: Charged compensation and assessment of 17 5/16, this account continuing to run as such, having its origin in a certain received premium by Mr. van der Voort, as deputy sworn clerk, on account of the improved servants contrary to the regulations, amounts to - - - - - - ƒ1337. 14. 8. The vendue roll on account of the still outstanding monies of diverse sold goods in front of the Company warehouse - - - - - - - - - - 6542. 6. —. Ditto Pier Sahieb . . . - - - - - - - 288. –. – 270. –. -. Ditto Wengadassalam Chitticaar - - - - - 5020. 13. 8. 4706. 17. 8. Ditto Gobal Poele . . . - - - - - - - 6012. 2. — 5636. 7. -. The renter Wielia Poele - _ - - - - - - - - - - 1599. 10. — 1499. 10. -. Ditto Gobal Poele . . . . . . . . . . - 1429. 6. — 1339. 19. 8. 8 the 5th of May 1772. Carried Forward . . - ƒ 421. 9. — ƒ 69. 18. -. Ditto Kistna Paele - - - - - - - - - - - - 557. 12. - 522. 15. -. Ditto Wierappa Poele . . . . . . . . . . . 660. –. — 619. –. -. Carried Forward - - - - - ƒ 7079. 20. 8.

Dutch transcription

233. den 5e. Meij 1772. Per Transport - . - - - - ƒ652813.19. 8. „ Den Jnlander Waytinada Chittij en 'sComp:s coopman Tieroemenij Chittij Staannog debet 48000. lb: staafkooper van 96000: lb: dewelke aan hun lieden is verkogt gewor„ den om in twee termijnen te betaalen, en waar van de Eerste termijn bereeds is af„ betaald geworden, en de Laaste ook staat te geschieden - - - - - - - - - - - „ 41700. –. -. Den Landheer staat bij het sluyten deeser boeken debet. . . . . . . . . ƒ35625. —. –. En heeft in dit Jaar ontvangen vyf Jaaren contingent of - - - „46875. -. -. Staan minder debet dan ontvangen heeft - - - ƒ 11250. –. –. De Reeden hier van komt voor uijt het geene den vorst aan Eliphanten Compe„ teerd zijnde ses stux ieder gereekend teegens Indias geldt ƒ 2000. of aan Neederlands ƒ1875. —. en voor welke 6. stux, bereeets in ao 1768/70. en dit Jaar is gecrediteerd ieder Jaar voor 3. p=s of ƒ 5625. —. of zoo veel hem sjaarlijk toekomt het welke geschied om ieder Jaar zijn eijge Lasten te doen draagen en moet bij ontfangst van gem: 6. animaalen weeder belast voor - - - - - - - - - - - ƒ11250. –. –. welke afgetrocken van de ontvangene - - - - - - - - - - „46875. -. -. Soo komt thans bij de negotie debet - - - - - - „ 35625. -. –. Geconquesteerde penn: door de francen te pondicherij, zynde het geene door het franse ministerium in den Jaare 1759. uyt het schip schellag geligt is bestaande in Japanse staadkooper, goude Coubangs, en goud ongemunt divers bedraagende te saamen Jndias geld _ _ - - - - - - - - - - - - ƒ126851. 5. —„107716. 13. —. Geconquesteerde contanten en goederen door den admiraal der francen den graa„ ve de arche voor die te Pondicherij, zijnde het bedraagen der Laadinge van het schip Haarlem door gemelde admiraal overweldigt, en te pondicherij opgebragt als meede de gedaane ongelden door de ondercooplieden Scoffier en Pfeifter voor haare rijse na en van Pondicherij over saaken gem: boodem betreffende Jn„ dias geld _ _ - - - - - - - - - - - - - - ƒ574672. 16. —. 461498. 11. -. De gesaamentlijke Debiteuren bedraagen - - - - - - - - ƒ712124. 3. 8. Binnenslijns, Loopende debiteuren en ten agteren staande Reekeningen, zyn zoo als in anno p=o teweeten Jndias geld Ned=s geld Den pagter oetandiapa Moddelij - - - - - ƒ 743. 3. — ƒ 697. 1. -. „ _. o Moeniappa Polle. . . . . . . „ 23468. 16. —„ 2002. 17. —. Transporteere - - - - - ƒ24211.19. — ƒ 2699. 18. -. „ _. o Mahamadoe Sulthan Marcair - - - - „12480. -. – „ 11708. 11. -. De Chialoup den Htotten tot welke behoord tot de binnenslyns loopende ten agteren staande reecq:, en volgens ordre van haar hoog Edelheedens afgeschreeven, dog binnenslijns moet blij„ ven voortloopen, en welke Chialoup bij de opbraake van Ma„ Zulipatnam in a:o 1750. wanneer de fransen gem: plaatse hadde overmeesterd soo is deselve vollaaden zynde gesonken, vide ordre desweegen bij brief van den 14. ' Maart 1766. - - - - „ 6166. 19. - „ 5781. 9: -. Het schip oost capelle in a=o p=o van Batavia herwaards aan„ gereekend om met het gantsche bedraagen der laadinge, soo als deselve in a=o 1758. van batavia naar Bengale is versonden, dog verongelukt alhier afteschrijven en bij bin„ nen slijnsloopen, en alhier leevendig gehouden te werden. . - „ 36500. 13. 8: 292001. 4: 8. De binnenslijns loopende debiteuren en ten agteren staan„ de Reekeningen bedraagen - - - - - - - - ƒ423427. 15. — ƒ346705. 11. 8. De ten agteren staande Reekeningen welke bij het sluyten deeser boeken bevonden zijn bestaande in de volgende. Aangereekende vergoeding en belasting van 17 5/16. blijvende deese Reekening dusdanig voortloopen, hebbende synen oorsprong, uyt zeekere genootene premie door de heer van der voort, als adjunct gesw: Clercq, weegens de verbeeterde dienaaren teegens het Reglement bedraagd - - - - - - ƒ1337. 14: 8. De vendiroll weegens de nog uijtstaande gelden van diverse verkogte „ _ o Pier Sahieb. . . . - - - - - - - „ 288. –. – „ 270. –. -. goederen voor 'scomp=s pakhuijs - - - - - - - - - - „6542. 6. —. „ _:o wengadassalam Chitticaar - - - - - „ 5020. 13. 8. „ 4706. 17. 8. „ _:o Gobal poele. . . - - - - - -. - - „ 6012. 2. — „ 5636. 7. -. Den pagter Wielia Poele - _ - - - - - - - - - - „1599. 10. — „ 1499. 10. -. „ _o. Gobal poele. . . . . . . . . . - „ 1429. 6. — „ 1339. 19. 8. 8 den 5'. Meij 1772. P„r Transport . . - ƒ 421: 9. —ƒ69: 18. -. „ _o Kistna paele - - - - - - - - - - - - „ 557. 12. - „ 522. 15. -. „ _. o wierappa poele. . . . . . . . . . . „ 660. –. — „ 619. –. -. Transporteere - - - - - ƒ 7079. 20. 8.

NL-HaNA_1.04.02_3346_0407 view scan ↗

English

235. the 5th of May 1772. Carried forward - - - - - ƒ70179 20. 87. Charged compensation and debit of the year 1770/1, having its origin in the charge from Batavia concerning the loss incurred in the Netherlands on the 4500 pieces of Palicol chintz sold there, and which deficiency, together with 50 percent advances, would have to be compensated at Palicol, but continues to run until further orders, at - - - - - - - - - - - - - ƒ40281. 6. — The outstanding accounts amount to . . . . . ƒ40161. 6. 8 The credit accounts Confiscated funds from the French at Pondicherry on account of the seizure from a certain private ship belonging to Bengal; namely: Indies currency Dutch Mark: 4719. 1. 10. Imperial thalers - - - - - ƒ120339. 5. — ƒ12818. -. -. 224. —. —. Spanish dollars - - - - - - - - ƒ5973. 7. - ƒ5600. -. -. making - - - - - ƒ126312. 12. -. - - - - ƒ118418. -. –. Released goods of the French by the admiral of the English, Mr. Pocock, concerning a brigantine named Robijn and various goods, all entered without money into Journal 1759/60 on page 242, but since the resolution adopted in the Council of Coromandel on the 22nd of April 1760 sold at public auction and entered to be seen in Journal 1768/69 on page 141 and Journal 1769/70, the said sloop De Robijn was finally sold with sail and rigging, having been credited to this Government pursuant to the resolution in the Council of Coromandel dated 17th of July 1769, amounting now all together to - - - - - - - - - - - - ƒ3448. 2. -. The Junior Merchant and former Chief of Jaggernaickpuram Fredrik Jan Loovenaar, being that which was paid into the treasury here for his account, a certain refunded salary through the widow Truter on account of received salary, etc., which shall be paid to the attorneys of Loovenaar, or else The Merchant and outgoing Secunde of Palliacatta Nicolaas De Joncheere, originating from what was counted into the treasury at Palliacatta instead of security for his administration, amounts to - - - - - - - - - - - - ƒ4500. –. –. The credit accounts amount to - - - - - ƒ126459. 13. —. Furthermore, we have found that in the past financial year the debtors to be mentioned hereafter were written off, paid into the treasury, and settled through delivered supplies; namely: Batavia must be credited - - - - - - - - - - - ƒ93. 11. –. written off debts of the Porto Novo merchants debited being ƒ61890. 10. 8. The Junior Merchant and former Secunde of Bimilipatnam Carel Lodewijk Hagemeester, on account of such amounts as stood debited in the trade books for various matters charged to him, as well as the legal costs incurred at the Court in Madraspatnam, but dismissed there, both of which, according to the letter from Their High Excellencies dated 31st of May 1771, must be written off, and this is accomplished here as seen in the Journal page 154, namely: on account of the debit for various charges - - - - - - ƒ10072. 14. -. The Junior Merchant Ian Appengh also has a reduction of his debit by a write-off of - - - - - - - - - - - - ƒ783. 5. –. The write-off by order of Their High Excellencies amounts to - - - - ƒ12390. 9. –. Paid in cash Tieroemenij Chittij has paid his debit on account of some received rice into the treasury with - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ354. 7. 8. The legal costs - - - - - - - - - - - - ƒ1534. 10. — ƒ11607. 4. –. The Junior Merchant and invoice clerk Fredrik Willem Bloeme has settled his debit on account of the delivered men's shirts to the amount of - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ8437. 10. —. And these three settled entries total together ƒ21182. 6. 8. Further, we have the honor to present herewith to Your Honor a general report of the origin of the charges incurred in this financial year, with the addition of our respectful remarks, and hoping to have dutifully fulfilled our orders received in this regard, we take the liberty to sign with due respect, was undersigned, Honorable Sir, Your Honor's humble and obedient servants, was signed, Cornelis Pietersz and Jacob van Tessel, in the margin, Nagapatnam, the 13th of April 1772. And after resumption of the same with respect to the outstanding items regarding those of the former Governor of this Coast Christiaan van Teijlingen, it was taken into consideration the 5th of May 1772. written off E 237. the 5th of May 1772. paid off, ought to be discharged it occurred that he, being charged for his share in the debts of the Porto Novo merchants pursuant to the renewed order of Their High Excellencies the Noble High Indian Government at Batavia, with an amount of ƒ61890: 10. 8. Indies currency, the same again for ƒ18352. which since he ought to be discharged again for an amount of ƒ18352., as much as those merchants have successively paid off since on their arrears, as became further evident from the following specification in this regard, serving to indicate how much the merchants were in arrears in the last year of van Teijlingen's account and how much remained debited at the close of the books of the year 1770/1, with indication of the decrease thereof, namely: the last year of van Teijlingen was their debit; year 1770/1 they remained in arrears; increased; decreased Tamboenaijker and Benga Chillij ƒ51414: 4: 0. ƒ48060: 10. ƒ — . -. ƒ3234. 4. 8. Masulamania Moddelij - - . ƒ41531. 12. 8. 38274. 9. -. —. –. ƒ3257. 3. 8. Swananda Poele now Chiwacidembaram - - - - - - ƒ36404: 1. — ƒ36084. 19. 8. —. -. ƒ299. 1. 8. Waytinada Moetoe Chittij . . . - ƒ512071. 7. 8. 361970. 2. 8. —. –. ƒ15073. 15. -. Papoe Cutij and Remalinga Chittij ƒ28053. 15. —. -. -. - —. –. — ƒ28053. 15. —. Counted - - - - - ƒ721207: — — ƒ457444: — - ƒ — . -. - ƒ53568: 19: 8: which are carried forward

Dutch transcription

235. den 5.' Meij 1772. Per Transport - - - - ƒ70179 20. 87. Aangereekende vergoeding en belasting van a:o 1770/1. hebbende zijn oorspronk uyt het aangereekende van batavia over het in Neederland gevallen verlies op de aldaar verkogte 4500. p=s palicolse Chitsen, en welke minderheijd met en benee„ vens 50. prCento advansen tot palicol zoude moeten werden vergoed, dog blijft tot nadere ordre voortloopen, met - - - - - - - - - - - - - - „40281. 6. —– De ten agteren staande Reekeningen monteeren. . . . . ƒ40161. 6. 8 De Te voorenstaande Reekeningen Geconquesteerde penningen van de francen te Pondicherij weegens het geligte uyt seeker particulier schip in Bengalen thuijs hoorende; Teweeten. Jndies geld Nederlands Mg: 4719. 1. 10. Keijserdaalders - - - - - - - ƒ120339. 5. — ƒ12818. -. -. „ 224. —. —. spaanse matten - - - - - - - - „ 5973. 7. - „ 5600. -. -. uyt maakende - - - - - ƒ126312. 12. -. - - - - ƒ118418. -. –. Gerelaxeerde goederen der francen door den admiraal der Engelsen M=r pokok over een brigantijn genaamt Robijn en diverse zaaken alle sonder geld ingenoo„ men in't Journaal 17 25/50. op pagina 242. dog 't zeedert het genoomen besluyt in Raade van Cormandel op den 22. ' april 1760. per publicque vendutie verkogt x17 9/0 op Pagina 141 en het Journaal en ingenoomen te zien in het Journaal 17 26/99 is eijndelijk gemelde chialoup pe De Robijn met zeijl en trijl verkogt, zijnde volgens het geresolveerde in raade van Cormandel de dato 17:' Julij 1769. ten goede deeser Regeering ingenoomen bedraagende nu alles te zaamen - - - - - - - - - - - - „3448. 2. -. Den ondercoopman en geweesen opperhoofd van Jaggernaijk p=m Fredrik Jan Loove„ naar, zijnde het geene voor desselvs reekening alhier in cassa is betaald geworden seekere gerestitueerde salaris door de weduwe Truter weegens genootene salaris &=a 't welke aan de gemagtigdens van Loovenaar zal uyjtgekeerd, dan wel Den Coopm en afgaande secunde van Palliacatta Nicolaas De Joncheere her„ komstig uyt het tot palliacatta in cassa getelde insteede van borgstelling voor desselvs administratie bedraagd - - - - - - - - - - - - „4500. –. –. De te vooren staande Reekeningen bedraagen - - - - - ƒ126459.13. —. dat. Voorts hebben wij bevonden ^ in het afgeloopen boekjaar de natemeldene debiteuren afgesz: in Cassa voldaaen, en door gedaan Leverantie verevent zijn geworden; Teweeten Batavia ten goede gebragt moet werden - - - - - - - - - - - „ 93. 11. –. afgeschreeven schulden der portonovose Coopl: belast Zynde met ƒ 61890. 10. 8. Den ondercoopman en Geweesen secunde van Bimilipatnam Carel Lodewijk Hagemeester weegens zodanige bedraagen als bij de negotie boeken heeft debet gestaan, over diverse zaa„ ken hem ten Laste gebragt, als meede de proces ongelden bij het Court tot Madrasp=m on„ dernoomen, dog aldaar van de handgeweesen, moetende het een en ander blijkens missive van haar hoog Edelens de dato 31:' Meij 1771. afgeschreeven werden, en is zulx alhier volbragt te zien bij het Journaal pagina 154. , teweeten weegens den debet over diverse belastingen - - - - - - ƒ 10072. 14. -. Den ondercoopman Ian appengh heeft meede eene vermindering van „ sijn en debet door afschrijving van - - - - - - - - - - - - „ 783. 5. –. Het afgeschreevene uijt ordre van haar hoog Edelheedens bedraagd. - - - - „ 12390. 9. –. In cassa voldaan Tieroemenij chittij heeft zijnen debet weegens eenige genootene ryst is De proces ongelden - - - - - - - - - - - - „ 1534. 10. — ƒ11607. 4. –. cassa betaald met - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 354. 7. 8. Den ondercoopman en factuurhouder Fredrik Willem Bloeme heeft weegens de geleeverde manshemden sijnen debet vereerent ten bedraa„ En Deese drie vereerende posten sommeren Te saamen ƒ21182. 6. 8. Wijders hebben wij de Eere uwE: E: hierneevens aan tebieden Een generaal vertoog van 't oorspronkelijke der Lasten in dit boekjaar gevallen, met bijvoeging van onse Eerbiedige aanmerkingen, en verhoopende aan onse desweegen ontvangene ordres schuldpligtig te hebben voldaan maatigen ons de vrijheijd aan met verschuldigd Eer„ bied te onderschrijven /:onderstond:/ E: E: heer; uw E: E: onderdanige en Gehoor„ saame. Dienaar /:was geteekend:/ Corn=s pietersz: en I=b van Tessel /: in mar„ gine:/ Nagapatnam Den 13. ' april 1772. —. gen van - - - - - - - - - - - - - - - - - „8437. 10. —. Remangie dat van Zeijdingen enden En naar resumptie derselve ten opsigte van de ten agteren staande posten met betrecking tot die van den geweesen gouverneur deeser custe Christiaan van Teijlingen in aanmerking den 5. ' Meij 1772. afgeschreeven quam E 237. den 5'. Meij 1772. „afgelegd zyjn, ontheft diend te werd quam dat denselven voor zijn aandeel in de schulden van de portonovose Cooplieden Jngevolge de gerene„ reerde ordre van haar hoog Edelens de Edele hooge Jn„ diase Regeering te Batavia belast zijnde, met een montant van ƒ 61890: 10. 8. Jndias geld, denselven wee weeder vor ƒ 1352. welk 't zed=t der diende ontheft te wierden voor een bedraagen van ƒ18352. soo veel die cooplieden 't zeedtert successive van haare agterstallen hebben afgelegd, gelijk bij de onder,„sparsticatie dierweegens volgende specificatie nader quam te blijken, dienende ter aanwijsing hoe veel de cooplieden in het laaste Jaar van van Teijlingens Reekening ten agteren geweest en hoe veel per slot der boeken van Ao 17701. nog debet gebleeven zijn, met aantooning van dies mindering teweeten 't laaste Jaar van a„o 171. blee„ van Teijlinge vense nog te nas haar debet agteren. vermeerderd verminderd Tamboenaijker en BengaChillij ƒ514: 4:0 ƒ 8060:10. ƒ — . -. ƒ 3234. 4. 8. Masulamania Moddelij - - . „ 41531. 12. 8. 8974. 9. -. —. –. „ 3257. 3. 8. Swananda poele thans chiwachi„ dembaram - - - - - - „ 3604:1.— ƒ6084. 198. —. . – . „ 299. 1. 8. Waytinada Moetoe Chittij. . . - „ 52071. 7 8. 36190. 2. 8. —. –. „ 5073. 15. -. papoe Cutij en remalinga Chittij „ 2003. 1. „ -. -. - „ —. –. — „ 28053. 15. —. Teld - - - - - ƒ 21207 — ƒ45744: — - ƒ — . -. - ƒ3568: 19: 8: die Transporteere

NL-HaNA_1.04.02_3346_0410 view scan ↗

English

Carried forward - - ƒ30568. 19. 8. to request authorization for that purpose, and to bring most respectfully to their attention that regarding the said entry debited to Looman, a further investigation must take place concerning the entries which have partly come in again and partly been credited to the merchants, to be seen in more detail in a Note drawn up thereof concerning the debts of the Porto Novo Merchants, dated Nagapatnam the 14th August 1767, and respectfully transmitted to Their High Excellencies, to the amount of - - - - - ƒ18216. 19. 8. whereby there still remains for the actual reduced debts - - - - - - - - - ƒ18352. —. —: for which the Account of the former Governor van Teijlingen ought to be credited and thus the same, should Their High Excellencies authorize it, would be reduced to ƒ43538. 10. 8.; so it is approved and resolved to present the same in the first departing letter to the said Their High Excellencies, and to request their respected authorization to relieve the Account of the said van Teijlingen thereof. — As it is furthermore resolved to bring respectfully to the attention of the said Their High Excellencies in the same manner, that in respect of the entry of pagodas 2491. 19. 4. or ƒ11213. 18. with which the deceased cashier Paulus Looman, in pursuance of Their High Excellencies' order in the respected letter of the 22nd May 1771, was debited, on the grounds that he, or on his behalf from his deceased estate, upon the handover of the small Cash to his successor in that office Johannes Haselkamp, had accounted for less to the small Cash than ought to have happened, a further investigation had to be made in order to ascertain how the matter actually stood. — 239. the 5th May 1772. Yet concerning the entry debited to the said former Cashier Johannes Haselkamp, amounting to ƒ367. 14. — or pagodas 81. 17. 5., it was resolved to have it paid into the cash by the Curators of his estate, the junior merchant Fredrik Willem Bloeme and bookkeeper Dirk Buijs. And with respect to the entry debited to the junior merchant and dispenser Jan Appengh to the amount of ƒ145. 16. —. It is resolved to have him pay pagodas 24. 1. 70. or ƒ108. 7. thereof into Cash, and to have the remaining pagodas 8. 2. 50. or ƒ37. 9. — liquidated against salaries. the 5th May 1772. As well as concerning the entry of ƒ1337. 14. 8. on the charged reimbursement and debit of 1765/6, still continuously running, being the premium enjoyed by the Present Governor of Maccasser, Paulus Godefridus van der Voort, in the capacity of adjunct sworn Clerk at the secretariat of Their High Excellencies, of the 1/6th part of excess salaries paid out to some here on this Coast since the first of January 1755 until the last of December 1758, to an amount of ƒ8561. 10. —. Whereof the Memorandum has gone missing here, and the draft thereof is also not to be found at Batavia, and therefore, according to the writing of Their High Excellencies in the respected letter of the 18th April 1768, it was deemed fit to have another Memorandum prepared, so that the Company's indemnity could be recovered from the estate of the deceased former Governor of this coast, the gentleman Steeven Vermont, as the aforesaid excess salaries provided were almost solely incumbent upon him; and for which reason the said Their High Excellencies were pleased to promise in the aforementioned cited letter to send further instructions to this Government, which however have not yet been received, while in the meantime the aforementioned entry of ƒ1337. 14. 8. remained running unliquidated in the books here, it is resolved to request further Their High Excellencies' respected order, as well as authorization for the write-off or reversing entry of the same, because nothing belonging to the estate of the said Governor Vermont is to be found here on the Coast from which that amount could be recovered. — 241. the 5th May 1772. After which, having also resumed the statement of the Debits showing the origin thereof, provided with their annotations made in that regard in the margin of that paper, which was submitted by the committee members mentioned hereinbefore alongside their aforesaid Report of the completed examination of the books; so it is resolved to conform fully therewith, and furthermore everyone

Dutch transcription

P=r Transport - - ƒ30568. 19. 8. tie daar toe te versoeken. en hoogst deselve onderoogete brengen dat hopens neevs gem: past ten Laste van Looman een nader ondersoek ge„ scheeden moet dande dierposte, di gedelelijk wederdingkonen, en gedeeltelijk ten goede der kooplieden gebragt zijn, breeder te zien bij een daarvan geformeerde Notitie van de schul„ den der Portonovose Cooplieden, gedagteekend Na„ gapatnam den 14=e aug=s 1767. en in Eerbied Waar„ Hoog Ed: overgezanden, ten emnporte van - - - - - ƒ18216. 19. 8. over zulx nog voor de weesentlijke verminder„ de schulden blyft - - - - - - - - - „ 18352. —. —: Waar voor de Reekening van den geweesen gouverneur van Teijlingen zoude moeten gecrediteerd en dus deselve beslemjt haar hoog Eds qualificer, erminderen zoude tot ƒ43538. 10. 8. ; soo is goedgeron„ den en verstaan het zelve bij de eerste aftegaane schrij„ vens aan welgedagte Haar hoog Edelens te vertoo„ nen, en hoogstderselver te Eezene qualificatie te ver„ soeken om de Reekening van gedagte van Teijlingen daar voor te ontheffen. —. Gelijk alverder verstaan is welmelde haar hoog Edelens in selver voegen eerbiedig onder het oog te bren„ gen, dat ten opsigte van de post van pag: 2491. 19. 4. ƒ 11213. 18. waar voor den overleedene cassier Paulus Van welke verminderde schulden weder gedetrabeerd wer„ den 5'. Meij 1772. Looman „ „ ƒ 239. den 5 ' Meij 1772. Telkem ss door de Curatooren te „Laaten in cassa tellen. aspengh te handelen. Looman in opvolging van haar hoog Edelens ordre bij gerenereerde missive van den 22.:' Meij 1771. be„ last is geworden, uijt hoofde hij, of sijnentweegen uijt sijn nagelaatene boedel, aan de kleene Cassa„ bij overdragt derselve aan desselvs successeur in die dienst Iohannes Haselkamp minder verandwoord was, dan geschieden moest een nader ondersoek gedaan moeste werden, ten eijnde te er„ vaaren hoedanig daarmeede weesentlijk gesteld was. — Dog ten belaenge van de post ten laste van ge„ dong desten die ten otenen he„ dagte geweesen Cassier Iohannes Haselkamp groot ƒ 367. 14:—. of pag: 81. 17. 5. wierd verstaan door de Curatooren in zijn boedel, den ondercoopman Fre„ drik Willem Bloeme en boekhouder Dirk Buijs in cassa te laaten betaalen. En met betrecking tot de post ten laste van den onder, mitsg: hogedlanig van die van Coopman en dispencier Ian appengh ten bedraagen van ƒ 145: 16. —. Js verstaan door denselven daar van pa„ gooden 24: 1. 70. of ƒ 108. 7. in Cassa te laaten tellen, en de overige pag: 8. 2. 50. ƒ 37. 9. —. op soldijen te doen liquideeren. 8. „ den 5 ' Meij 1772. weegens het 1/6. gedeelte derte veel afgelangde kolelijen ordre te versoeken liquideeren. Eer ontren alfatemn ƒ17:1:0 Mitsgaders ten belange van de op aangereeken„ de vergoeding en belasting van 1765/6. als nog voort„ „ loopende post van ƒ1337. 14. 8. of de genootene premie door den Presenten heer Gouverneur van Mac„ casser, Paulus Godefridus van der Voort in de hoedanigheijd van adjunct geswoore Clercq ter secretarije van haar hoog Edelens van het 1/6. gedeelte van te veel afgelangde zoldijen aan eenige hier ter Custe 't zeederd primo Ianuarij 1755. tot ultimo December 1758. tot een montant van ƒ 8561. 10. —. waar van de Memorie alhier te zoek geraakt, en het minut daar van op Bata„ via ook niet te vinden, en daarom bij haar hoog Edelens volgens hoogst derselver aanschrijvens bij gevenereerde letteren van den 18:' april 1768. goedgevonden is, een andere Memorie te doen for„ meeren, ten eijnde 'sComp=s guarant gevonden te konnen werden, uyt den boedel van den overleedene geweesen gouverneur deeser custe de heer Steeren vermont, als hem genoegsaam alleen incumbeerde de 16 241. den 5e: Meij 1772. reekening en waarom. neers vorm: raspert overgelegt. bestuyt zig met de remarques der gecomm:t te Conformeeren de voorsz: teveel verstrekte zoldijen; en wel kendwee„ gen, welmelde haar hoog Edelens bij voormelde aange„ haalde missive hebben gelieven te belooven, nader aanschrijvens aan deese Regeering te zullen doen, dog als nog niet ontvangen is, Jntusschen voorm: post van ƒ1337. 14. 8. bij de boeken alhier ongeliqui„ deerd bleef voortloopen, Js verstaan haar hoog Ede„ lens gevenereerde ordre nader te versoeken, als meede qualificatie tot de afschrijving of terug reekening Hem qualificatie tot dies terig van deselve door dien hier ter Custe niets, den boe„ del van gedagte gouverneur Vermont toebehooren„ de tevinden is, waar uijt dat bedraagen gevonden zoude kunnen werden. — Waarna ook geresumeerd zijnde het door de Ptumstie vent verog den busten hier voorengemelde gecommitteerde leeden, neevens derselver voorsz: Raskort van de gedaane visitaitie der boeken overgelegd vertoog der Lasten met aan„ thooning van den oorspronk derselve, voorsien van hunne gemaakte aanmerkingen dien aangaande in margine van dat papier; soo is verstaan, zig daarmeede ten vollen te conformeeren, en voorts een ieder 19

NL-HaNA_1.04.02_3346_0414 view scan ↗

English

the provisioner for straw and mats up to 1750 fanums and why. the stipulated amount of ƒ 100. to be booked for that purpose. extraordinary need to be furnished by the cashier. and to recommend the heads of departments, each in his own, to continue to manage the household in all respects, as they otherwise, with which threat no reimbursement into the treasury, of that which occurred to this government, to exceed the boundaries of dissatisfaction about booked through reasonableness, would be subject; as the government noticed to its dissatisfaction to have occurred, with the 1750 fanums booked under ordinary expenses by the provisioner for the purchase of straw and mats, whereas by the General Regulation of the last day of May 1755, for the ordinary use for that purpose ƒ 100. or 500 fanums is stipulated, yet noting that in the previous years a much more generous amount, even a sum of 3000 fanums, passing of the same formerly has been disbursed for this purpose; thus it has been approved and understood to pass the aforementioned recently made booking for 1750 fanums for this time, but with orders for ordinary use in future not to book more than the aforementioned stipulated amount of ƒ 100. in the Regulation, and all the rest that the provisioner, in the purchase of paddy and receipt of a portion thereof by the same, as well as 5 May 1772: mats. 243. 5 May 1772. warehouse master to make applicable how henceforth the arrack for the attendants of the lord governor gunpowder to pay both mats and straw has extraordinary need of, to have furnished by the cashier, as has always been customary, but since some years has fallen out of use, through the arbitrary purchase thereof both by him, and by the warehouse masters, with respect to whom it is at the same time understood, this resolution to the warehouse order and stipulation to make applicable; namely that all that they require above the stipulation for the ordinary, likewise to have purchased and furnished by the cashier, as this provision has always been attached to that office. It is furthermore understood to instruct the specification bookkeeper by extract of this, henceforth to write off the drinks or arrack furnished to the attendants of the lord governor not to ordinary expenses, but to rations and emoluments to the servants of the first rank. As it was also approved, not to write off any longer in the specification book the evaporated and spilled gunpowder, but to have it booked to profit and loss, as well as to have paid out of the auction proceeds to take. order to the equipment master henceforth to submit a requisition of necessities for the entire year for each sloop. of the deceased second of Bimilipatnam Ian Visscher ƒ5:1:8. for paid coolie wages for the unloading of his goods and slaves brought over here and auctioned here; as also by the diaconate of this city ƒ3.7.8. for bringing ashore the organ received for the same from Europe with the ship S'lands Welvaaren, and to take in both those items to the credit of last year's charges and expenditures. Furthermore, the repairs being made to the sloops as well as the equipment goods furnished to the same being two items which annually cost the Honorable Company very dearly, it thus being high time to provide therein, and to economize on everything that is only possible: thus, in order that it can be checked that the furnishings do not run too high, as the same has occurred several times before, it is approved and understood to order the equipment master, in future to specify separately a requisition of necessities for the entire year, for each 5 May 1772. sloop, 245 5 May 1772. account of the Persian writer on his journey to Trichinopoly as regarding the calculation of the repairs to be made, signed by him and the commander of such a vessel, to be submitted to the lord governor and the Honorable chief administrator, in order to be able to make the furnishings accordingly. Pursuant to the resolution taken in the Resolution of 25 March last, the Molla, or Persian writer here, having been sent up to Trichinopoly with the present goods for both nabobs of Trichinopoly and Arcot, sons of His Excellency the Carnatic Subahdar the Lord Mahometh Alichan, and returned from there, and having submitted the account of the expenses incurred during that journey, both for coolie and batta monies, and offered sight gifts to both those nabobs, as well as what was presented to the servants of those two regents, item the costs for the horse presented as a gift by the nabob of Arcot to the lord Governor, amounting together to 1105 fanums or pagodas 46:1.– ƒ 207.4.– further appearing from

Dutch transcription

de dispencier voor stres en matten tot ƒ:o 1750. —. en waarom. heer het bepaald bedraagen van ƒ 100. daar voor optebrengen. Extraord nodig haft door den cassier te laaten verstrecken. en rontsdenenge anteselen ider in de sijne aantebeveelen, om de menage in allen opsigten te blijven behartigen, soo se anders aan mitsg:s met welke bederiging geen Remboursement in Cassa, van het geen deese Re„ geering te voorenquam, daar omtrend de paalen van ongenoegen ovest ofgebragte door reedelijkheijd te surpasseeren, subject willen weesen; Soo als de Regeering tot ongenoegen bespeurde ge„ schied teweesen, met de op onkosten ordinair door den dispencier opgebragte 1750. fanums voor het Jnkoopen van stroo en matten, alsoo bij het Ge„ neraal Reglement van ultimo Meij 1755. voor het ordinair gebruijk daar voor ƒ 100. of fanums 500. bepaald is, dog gemerkt in de voorige Iaaren daar voor veel ruijmer selfs een montant van 3000. passeering van't selve voordese fan=s bekostigd is; soo is goedgevonden en ver„ staan voormelde Jongste gedaane opbrenging dog sas't voortaan met mer als veon J=o 1750. voor deese Rijse te passeeren, dog met Last voor het ordinaire gebruijk in't vervolg niet meer optebrengen dan het voorsz: bij het Reglement om het overige dat den dissencie, bepaalde bedraagen van ƒ100. , en al het overige dat den dispencier bij den inkoop van nelij en ontvang van een gedeelte daar van bij denselven, soo aan den 5. ' Meij 1772: matten. 243. den 5e. Meij 1772. huys meester aplicabel te maaken hoedanig voortaande arrak voor de ofpasser vande heer gouverneur buskruy bete /twe: gen: : en agt e „betaalen matten als stroo Extra ordinair nodig heeft, door den Cassier te laaten verstrecken, Gelijk dat althoos in usantie geweest, dog 't zeedert eenige Jaaren buijten gebruijk geraakt is, door de willekeurige in koop derselve soo door hem, als door de pakhuijsmeesters, ten opsigte van dewelke met een en verstaan is, deese besluyt die ordrnk tos de pak„ ordre en bepaaling applicabel te maaken; nament„ lijk dat al het geene booven de bepaaling voor het ordi„ naire nodig hebben, almeede door den cassier te Laa„ ten inkoopen en verstrecken, gelijk dies besorging altoos aan die dienst geaccrocheerd geweest is. —. Nog is verstaan den specificatie boekhouder bij dat aanden peceficatie bekh=r Extract deeses te gelasten voortaan de verstreckt afte werdende dranken of arrak aan den oppassers van den heer gouverneur niet op onkosten ordinair, maar op Randcoenen en Emolumenten aan de bedien„ dens van den Eersten rang afteschrijven. — Gelijk ook goedgevonden wierd, het vervlogene pem het verselde en verlogene en verspelde buskruijt niet meer bij het specifica„ tie boek afteschrijven maar op winst en verlies te laaten opbrengen, mitsgaders uyt de vendipenni an e ene en s e s ae gen Laaten betaalen neemen. last aan den Equipagiem=r en doordaan„ een Eysch van benodigtheyd voor't geheele Jaar voor ieder Chaaloup over tegeeven. gen van den overleedene secunde van Bimilip=m Ian visscher te laaten voldoen ƒ5:1:8. voorbetaal„ de slengloonen ter ontlossing zijner dit heen over„ gebragte en alhier gerenduceerde goederen en slaa„ Jtem ƒ37:8. doord diacomij te ven; als meede door de diaconij deeser steede ƒ3. 7. 8. voor het aan de wal brengen van het voor deselve uijt Europa met het schip S'lands welvaaren en hoedanig die bijde postente, ontvangene orgel, en die beijde posten ten goede van voor Jaarige Lasten en ongelden te doen inneemen. Wijders de gedaan werdende vertimmeringen aan de Chialoupen soo wel, als aan deselve ver„ strekt werdende Equipagie goederen twee posten zijnde die Jaarlijx dE: Comp: seer hoog koomen te staan, dus hoog tijd wordende om daar in te voorsien, en alles te besuijnigen wat maar mogelijk is: soo is, op dat nagegaan kan werden, dat de verstreckingen niet te hoog op stok koomen te loopen, gelijk deselve meermaalen te vooren ge„ koomen is, goedgevonden en verstaan den Equipa„ giemeester te gelasten, in het vervolg een Eijsch van benodigtheeden voor het geheele Jaar, voor ieder Chia„ den 5. ' Meij 1772. loup 245 den 5. Meij 1772. reecq: van de persiaans schrijver in zijn rkogt na Trtjene Jalij tie der te doene vertimmeringen geschied, door hem en den gesaghebber van sodanig een vaartuyg ondertee„ kend, aan den heer gouverneur, en den E: hoofd-admi„ nistrateur overtegeeven, ten eijnde daar na de verstrec„ kingen te kunnen geschieden. —. Ingevolge het geresolveerde ter Resolutie van den productie en inserten van de on kost, 25:' Maart Jongstleeden den Molla, of persiaans schrij„ ver alhier, met de schen nagie goederen voor de beijde nababs van Tritjenepallij en arcaeoe, zoons van zyn Excellentie den Carnaticas en souba de heer Maho„ meth alichan naar Tritjenepallij opgesonden en van daar terug gekeerd, mitsgaders door denselven overgegeeven zijnde de reecquening van de in die op„ togt gevallene ongelden soo aan Coelij en battam gel„ den, als g'offereerde sigtgiften aan die beijde nababs„ mitsgaders het vereerde aan de bediendens dier beijde Regenten, Jtem de kosten voor het paard tot een geschenk door den nabab van arcadoe aan den heer Gouverneur gedaan tesaamen importeerende 1105. f.s off percg: 46. : 1. –. ƒ 207. 4. —. nader blijkende loup appart gespecificeerd, Gelyk omtrend de Calcula„ bij

NL-HaNA_1.04.02_3346_0418 view scan ↗

English

with that account; reading as follows. Translation of a Persian account of the expenses incurred by the Persian writer from here on his journey to Tritjenepalij, for the delivery of the gift goods to the two sons of the nabob, and the return journey; as follows For wages for 5 palanquin coolies for the outward and return journey at 28 p=s each f=s 140. –. –. For batta to the same for 20 days at 12 fan=s daily each 50. –. —. Batta to 4 Sepoys for 20 days at 1 fanum daily each 80. –. –. For batta for himself at 4 f=s daily for 20 days 80. –. –. Wages for 1 Coolie for carrying his baggage there and back 26. –. -. Wages for 9 Coolies who carried the gift goods at 13 p. s each 117. –. –. Wages for a horse groom for the horse sent by the nabob as a present 15. –. –. Board for the said horse for 15 days at fan=s 5 daily 75. –. –. Counted f=s 583. –. –. Furthermore For nazar gifts to two nabobs at Rop=s 11 each Rop:s 22. –. To the person who brought him to the audience 5. —. Carried over Rop:s 27. –. 583. –. –. the 5th of May 1772. 9 247. the 5th of May 1772. to provide cash. to be written off. Castle moat in 3 places. Carried over Ropp:s 27. –. ƒ s 583. -. - . To the other servants of the two nababs at 30 Rupees to each retinue 60. —. Counted rupees Rox:s 87. —. Calculated at 6 f=s per Rupee comes to 522. —. —. Total f. s 1105. –. –. Received against this 480. –. –. Thus due to him p:s 625. –. —. underneath stood for the translation according to the translation of the Brahmin Wengetasouberaijer-aijen; Nagap=m the 14th of April Anno 1772. was signed Corn:s Obdam, G: Transl=r Whereupon, after resumption of the same and having found upon examination that it could not have been done for less, it was approved and agreed to disburse from the Company's Treasury by warrant the aforementioned amount, after deducting what he had already received in advance upon his departure from here, charged to the gifts account, and Furthermore, the Governor presented to the meeting the collapse of the wall of the Castle moat in three different places, the first over a length of 160, the second 72, and the third 36 feet, with a thickness at the bottom of 3, at the top of 1½, and a height from - the 5th of May 1772. repair would cost Insertion of the same. survey made of what the repair of the foundation was 18 feet; the survey of those defects by the overseer of works, in the presence and submission of the calculation thereof of the native master bricklayer, together with the submission by the same of a calculation of what it would cost to rebuild the same to the amount of ƒ4097. 15. 8. or pr/o 910:14: 64: which having been further presented by his Honor, was found to read as follows To the Right Honorable, Valiant Sir Reijnier van Vlissingen Governor and Director of this Coast of Cormandel, with the Jurisdiction thereof etc. etc. Right Honorable, Valiant Sir! In accordance with your Right Honorable, Valiant Sir's highly respected order, I the undersigned, together with the master bricklayer, proceeded to the Castle moat, and there accurately inspected what the rebuilding of three sections of wall that have fallen down, one of them being 160 feet long, one 72 feet long, and one 36 feet long, thick 3 feet at the bottom and 1½ feet at the top, high with the foundation 18 feet 249. the 5th of May 1772. feet, requiring a buttress to be placed every 10 feet to help support the wall, and have found that for this will be required; Namely For the wall 160 feet long 323000 p=s masonry bricks at ƒ 2. 5. - per 1000 p=s ƒ726. 15. —. 4045 par. s masonry lime at —. 2. 14 per parra 696. 9. 8. 145350 pieces jaggery balls at 2. 16. 4 per 1000 pcs 408. 16. -. 4845 boy loads of sand at —. 3. 12 per 89 boys 100. 19. -. For labor costs 603. —. —. ƒ2535. 19. 8. For the wall 72 feet long 144600 p=s masonry bricks at ƒ 2. 5. — per 1000 p. s ƒ 325. 7. —. 2160 parr s masonry lime at — 2. 14 per parra 310. 10. —. 6480 pieces jaggery balls at 2. 16. 4 per 1000 pieces 48. 12. -. 2160 boy loads of sand at —. 3. 12 per 9 boys 45. -. -. For labor costs 270. –. –. 999. 9. —. For the wall 36 feet long 70000 p. s masonry bricks at ƒ 2. 5. — per 1000 ps ƒ 157. 10. —. 1050 parr:s masonry lime at —. 2. 14 per parra 150. 19. —. 43500 pieces jaggery balls at 2. 16. 4 per 1000 pcs 97. -. 8. 1050 boy loads of sand at —. 3. 12 per 9 boys 21. 17. 8. For labor costs 135. —. —. 562. 7. –. Total ƒ4097. 15. 8. With which I hope to have fulfilled your Right Honorable, Valiant Sir's highly respected order, and have the honor to call myself underneath stood Right Honorable, Valiant Sir; your Right Honorable, Valiant Sir's humble and obedient servant was signed J=s Mossel, in the margin Nagapatnam the 24th of April 1772. lower in the presence of signed in Malabar characters the signature of the aforementioned master bricklayer. Whereupon

Dutch transcription

bij die Reecquening; aldus Luijdende. Translaat Eener Persiaanse Reecquening van de door den Persiaans schrijver van hier in zyn optogt na Tritjenepalij, ter over„ breng van de schenkagie goederen van de twee zoons van den nabab en weeder terug reijse gedaane ongelden; als Aan gagie voor 5. palinguren koelijs voor de heen en weeder te rug reijse â 28. p=s ieder. . - - f=s 140. –. –. Voor battam aan deselve voor 20. daagen â ieder 12. fan=s 'sdaags - - - - - - - - - „ 50. –. —. „ battam aan 4. Sipaaijs voor 20. dagen â ieder 1. fa„ num sdaags - - - - - - - - - „ 80. –. –. aan battam voor hem selfs â 4. f=s sdaags in 20. dagen „ 80. –. –. „ gagie voor 1. Coelij tot het dragen van sijn bagagie - - - - „ 26. –. -. heen en terug- „ Gagie voor 9. Coelijs die de schenkagie goederen gedra„ gen hebben â 13. p. s ieder - - - - - - „ 117. –. –. „ Gagie voor een paarde knegt van 't paard door den nabab in present gesonden - - - - - - „ 15. –. –. „ kost voor gedagt paard voor 15. daagen â fan=s 5 'sdaags - - - - - - – – – – „ 75. –. –. Teld. . - - - - f=s 583. –. –. wijders nog Voor zigt giften aan twee nabebs â Rop=s 11 ieder Rrop:s 2. –. aan de geene die hem ter audienter gebragt heeft - - - - - - - - „ 5. —. Transporteere. . . . Rop:s 27. –. 583. –. –. den 5' Meij 1772. 9 247. den 5e: Meij 1772. „ kabsa te verstrecken. afteschrijken. Casteels gragt op 3. plaatsen. P„r Transport. - . Ropp:s 27. –. ƒ s 503. -. - . aan de verdere bediendens van de twee nababs d' 30. Ropijen aan elks gevolg. - - - „ 60. —„ Teld ropijen - - - - - Rox:s 87. —. á 6. f=s de Ropij gereekend komt _ _ _ _ _ _ „ 522. —. —. Tesaamen. d. s 1105. –. –. Hier op ontvangen - - - - „ 480. –. –. des Competeerd hem - p:s 625. –. —. /:onderstond:/ voor de oversetting volgens vertaaling van den bramine Wengetasouberaijer-aijen; Nagap=m den 14:' april Ao 1772. /:was geteekend:/ Corn:s obdam, G: Transl=r Soo is na Resumptie derselve als bij Exami testent hem dat bedragen egt natie bevonden zijnde dat het met niet minder te doen is geweest, goedgevonden en verstaan, het voor„ naaftrek nan't vor eyt genotee melde bedraagen naar aftrek van het geen hij reeds bij zijn vertreck van hier voor uijt genooten heeft uijt 'sComp=s Cassa per ordonnantie te laaten ver„ strecken, ten laste van de schenkagie Reecquening en ter Laste der schenkagie reerq: Voorts vertoonde den heer Gouverneur aan de jnstonting van de muur vande vergadering het instorten van de muur van des Cas„ teels gragt op drie diverse plaatsen, de Eerste ter Lengte van 160., de tweede 72. en de derde 36. voeten, mitsgaders dik van anderen 3. booven 1½. en hoog van - den 5e. Meij 1772. helping zoude kosten Jnsertie derzelve. gedaan opreeming wat dies ws„ vaan het fondament 18. voeten; de opneeming, dier gebree„ ken door den opsiender der werken, ten bijweesen en overgaan der Calculatie daner van den Jnlands baasmetselaar, mitsgaders overgaa„ ve door denselven eener Calculatie van het geen kosten zoude, om deselve weeder optehaalen ten Emporte van ƒ4097. 15. 8. of pr/o 910:14: 64: die door zijn Edele wijders overgelegjd weesende, bevonden wierd; aldus te Luijden Aan den wel Edelen Gestr: Heer Reijnier van Vlissingen Gouverneur en directeur deeser Custe cormandel, met den Besorte van dien &a &a Wel Edele Gestrenge Heer! Ingevolge uwel Ed: gestr: seer g'eerde ordre heb ik ondergeteekende neevens de baas metselaar mij ver„ voegt na de Casteels gragt, en aldaar nauwkeurig na„ gegaan wat 't weeder op bouwen van drie stucken muur dewelke omvergevallen zijn, zijnde daar van een Lang 160. voeten en lang 72. voeten en een Lang 36. voeten, dik onder 3. en booven 1½. voeten hoog net fondement 18. voeten 249. den 5:' Meij 1772. voeten moetende om de 10. voeten een beergeset werden om„ de muur te helpen draagen, en hebben bevonden hier toe benodigt zal zijn; Namentlijk om de muur Lang 160. voeten 323000. — p=s metselsteenen - . . â 't 1000. p.=s ƒ 2. 5. - ƒ726. 15. —. 4045. –. par. s metselkalk - - - „ d' parra. - - „ —. 2. 14„ 696. 9. 8. 145350. –. stuk Jagerbollen. . . - 't 1000 stx. - „ 2. 16. 4„ 408. 16. -. 4845. –. booijs dragten Land. - - - „ 89. booys - - „ —. 3. 12. „ 100. 19. -. aan aerbeydsloon _ _ _ - - - „ 603. —. —. ƒ2535. 19. 8. Tot de muur Lang 72. voeten 144600. –. p=s metselsteenen. . . . . â 't 1000 p. s ƒ 2. 5. — ƒ 325. 7. —. 2160. –. parr s metsel kalk. . . „ 't parra - „ — 2. 14. 310. 10. —. 6480. – stuk Jagerbollen - - - „ „ 1000 stuk „ 2. 16. 4„ 48. 12. -. 2160. - borijs dragten Zand. . . „ d' 9. booijs „ —. 3. 12. 45. -. -. aan arbeijdsloon - - - - - „ 270. –. –. „ 999. 9. —. Tot de muur Lang 36. voeten 70000. - p. s metselsteenen - . â 't1000. ps ƒ 2. 5. — ƒ 157. 10. —. 1050. –. parr:s metselkalk - - „ d' Jarra - „ —. 2. 14. „ 150. 19. —. 43500. —. stusk Jagerbollen - - - „ t 1000 stx „ 2. 16. 4„ 97. -. 8. 1050. –. boois dragten Zand - - „ d' 9. boois „ —. 3. 12. 21. 17. 8. aan eer beijdsloon - - - - - „ 135: —.:-„ 562. 7. –. Somma - - - - - ƒ4097. 15. 8. Waarmeede verhoope aan uwel Ed: gestr: seer g'Eerde ordre voldaan te hebben des de Eere mij te noemen /:on„ derstond:/ wel Edele Gestr: Heer; uwel Ed: Gestr: onderdanige en Gehoorsaame Dienaar /:was getee„ kend:/ J=s Mossel, /:in margine:/ Nagapatnam den 24.:' april 1772. /:laager ten bij weesen van /:getee„ kend :/ Jnmallabaarse Caracters de handteekening van voorm: baas metselaar. Soo

NL-HaNA_1.04.02_3346_0422 view scan ↗

English

...to wait for their High Excellencies' order and why. At Sadraspatnam in February and March. After the resumption of the same, it was approved and agreed to suspend the raising or repair of the same until the receipt of the renewed approval of their High Excellencies, to whom it was also thought fit to communicate the collapse and the aforesaid stated amount for its restoration, as the aforesaid amount was judged to be too exorbitant to spend without their highest special qualification on the new fortifications to which those collapsed walls belong, since their highest order dictates that no further expenses shall be incurred on those new works. Work concerning the trading posts. Having proceeded thereafter to the work concerning the letters from the subordinate factories of this Coast since the latest session held on the matter on 25 March last: it was approved and agreed, with respect to the factory of Sadraspatnam, in answer to the servants' letters from 21 March to 25 April last inclusive, to express this Government's satisfaction 5 May 1772. 251. 5 May 1772. Satisfaction over the profits obtained. To make the collection of good-quality cloth plentiful. Hope for its continuation. Admonition in this regard. to express satisfaction regarding the obtained profits of ƒ14,447:10:– on the merchandise sold in February and March, with the declaration that one hoped to learn of the continuation and increase thereof from time to time, with the further admonition that friendly treatment, prompt and ready service to the merchants with good-quality goods, at such hours and times as that superstitious folk might choose for it, could greatly serve to attract and encourage them; whereas on the contrary it was indisputable that surly treatment, delay of time according to the whim of the servants, and the offering of unpleasant and undesirable merchandise would make the merchant averse, and thus he would have to go seek his advantage with his money elsewhere, to no small disadvantage of the Company. In the same way, the servants were to be recommended to keep the collection of good-quality cloth likewise always plentiful, and to that end greedily embrace and turn to profit all advantageous opportunities which Recommendation regarding the collection. Postponed disposition regarding the arrears of Baal Chittij at the tollhouse and until how long. Damage resulting from the debit of Cheddeappa to the toll. the present confused state of times and affairs might offer now and then. Regarding the debt of the merchant Goendoer Baal Chittij to the tollhouse there, which the merchant claims to have paid before his dispatch hither to the Kanakapulle of the choultry or the tollhouse, Kistnappa Moddelij, but which was absolutely denied by the latter, it was agreed, as the said merchant is currently here, to have him give a satisfactory account, until the arrival of which the decision in this regard was postponed. But with respect to the arrears of the fellow-merchant Cheddeappa Chittij, which previously amounted to only 38 pagodas, 22 fanams, 48 cash, but according to the chief's letter of 28 March was found upon closer examination to amount to 85 pagodas, 10 fanams, 3/4 cash, it was agreed to place the damage that the Honorable Company might come to suffer through the resulting differences directly to the account of the chief, 5 May 1772. 253. 5 May 1772. and why. Of the request to debit the merchants' account for it. Rejection of the same. And on what grounds. Prompt liquidation. as the toll collection and the direction of the tollhouse belong solely to his department, and he should therefore have seen to it that no tolls remained unpaid, and the aforesaid arrears ought to have been paid long ago; wherefore the servants' proposal to debit the accounts of those merchants for what they still owe to the tollhouse was rejected, since this would only put things off again, and the same could not be done at all, the more so as the merchants insist that they ought not to pay it, consequently such a charge would only cause confusion, since in the course of time, before their accounts with the Honorable Company were fully liquidated, through departure, death, or otherwise of the chiefs as well as the merchants, the Honorable Company would in the end be left holding the bag; wherefore it was furthermore agreed to earnestly recommend its prompt liquidation to the chiefs, as well as the yearly...

Dutch transcription

cederen tot haar hoog E=s ordre en waarom te vradras p=m in febr: en maart belent mot de re antetelije so is na resumptie derselve goedgevonden en verstaan met de ophaaling of Reparatie derselve te superce„ deeren, tot dat men ontvangen soude hebben het gere„ nereerd goedvinden Haarer Hoog Edelens aan de welke men teffens goedvond, dies in storting en het voormeld opgegeeven bedraagen tot de Restauratie derselve te bedeelen, alsoo geoordeeld wierde het voor„ melde montant te Exhorbitant te zijn, om sonder hoogst derselver speciaale qualificatie aan de nieuwe vesting werken, tot dewelke die ingestorte muuren gehooren, te besteeden, nadien hoogst dersel„ ver ordre dicteerd, dat geene verdere kosten aan die nieuwe werken zal werden gedaan. — besoigne over de compitoiren. Hier na getreeden zijnde ter besoigne over de brie„ ren van de onderhoorige factorijen deeser Custe 't zeedert de Jongste gehoudene besoigne daar over ter sessie van den 25. ' Maart Jongstleeden: soo is ten opsigte van het Comptoir Padraspatnam, genolgen overde behaalde wenke in andwoord van der bediendens letteren van den 21. ' Maart tot den 25. ' april p=o inclusive goedge„ vonden en verstaan het genoegen deeser Regeering den 5e: Meij 1772. te. d 251. den 5. Meij 1772. van deugdzaame doeken oputent te doen sijn te betuijgen nopens de behaalde winsten van ƒ14447. 10. – op de in februarij en Maart verthierde handelwaa, hoop op dies Continuatie ren, met betuijging dat men verhoopte de Conti„ nuatie en de toeneeming derselve van tijd tot tijd te verneemen, onder verdere voorhouding vorhouding dierweegens dat vriendelijke bejeegeningen, precies en vaar„ dig gerief der Cooplieden met deugdsaame whaa„ ren, op soodanige uuren en stonden als dat superstitieus volk daar toe quam uijttekippen grootelijks dienen konde tot derselver aanloc„ king en encourageering, daar in teegendeel onweederspreekelijk was, dat stuurse ontmoe„ ting dilaijeering van teijd na de sinne keur der bediendens, en het optrederen van onaangenaame en ongevilde handelwhaaren den Coopman afkeu„ rig maaken en alsoo met zijn geld bij een ander voordeel gaan soeken moeste tot geen kleen nadeel van de Comp=e; Jnselvervoegen soude de bediendens Recommandatie onder Jnsaam gerecommandeerd werden, om den Jnsaam van deugdsaame doeken, meede steeds opulent te doen zijn, en ten dien eijnde alle voordeelige vleegen, die den uytgestelde dispositie omtrent het agterstal van beeat Chittij aan't Ehgeluijd entot hoe Langen. rande schaide, uijt het etebet van Cheid„ de assia aan de thol te ontstaan. den presenten verwarden toestand van tijden en saa„ ken, zig nu en dan quamen opte doen greetig te amplecteeren en te nutte te maaken. —. Belangende het debet van den Coopman Goen„ doer Baal chittij aan het tholhuijs aldaar, dat den Coopman voorgeeft, voor zijn opsending dit heen aan den Cannecappel van de sjauderij of het tholhuijs kistnappa Moddelij betaald te hebben, dog door deesen laasten zulx volstrekt ontkend wierd, is verstaan gedagte handelaar sig thans alhier bevindende, satis factoir te laaten verand„ woorden, tot welkers inkooming het besluijt lanteng vo wen mut selos dien aangaande uijtgesteld wierd; Dog ten opsigte van het agterstal van den meede Coopman Ched„ deappa Chittij dat te vooren maar pag: 38: 22: 48. groot geweest was, dog volgens der opperhoovden schrijvens van den 28: ' Maart bij nader onder„ soek bevonden was te importeeren pr/o 85. 10. 3/4. is verstaan de schaade die dE: Comp=e door de daar over geresulteerde differentien mogte koomen te lij„ den te laaten direct voor reecquening van het opper„ den 5 . Meij 1772. hoord. 253. den 5. Meij 1772. van't versoek omder Coopl: reecq daar voor te debiteeren huijs eenelijk van zijn departement zijnde, dier hal„ ven besorgd moeste hebben, dat geen thollen onbetaald bleeven, en het voormeld agterstal al lange betaald moeste zijn geworden; oversulx van de hand wierd van de handwijsing dien habven geweesen, der bediendens propositie om die Cooplie„ den, het geen zij aan het tholhuijs nog ten agteren zyn, haar reecquening daar voor te debiteeren, de„ wijl zulx daar door maar weeder op de lange beink en uyt wat hoofde zoude werden geschooren, en het zelve het geheel niet geschieden konde temeer de Cooplieden sis„ tineeren, deselve niet hoeren te voldoen, gevolgelijk die belasting maar verwarringen moest veroor„ saaken, nadien door verloop van tijd, eer dat hun reecquening met dE: Comp: ten vollen geliquideerd wierden, door vertrek afsterven, als andersints van de opperhoovden soo wel als de Cooplieden, EE: Comp=e op het laast aan het been zoude moeten knoopen; dierhavien al verder verstaan wierd beret t des spoedige hi undate dies spoedige liquidatie als nu, de opperhoorden met ernst alsoo wel aantebeveelen, als de de hoord, alsoo de tholhetfing ende directie van het thol, en waarom Jaarlykse

NL-HaNA_1.04.02_3346_0426 view scan ↗

English

the 5th of May 1772. an annual income of 300 pagodas in reduction of the debt of the blue dyers and Cambay weavers. Concerning the Palliacatta Factory, in reply to the letters of the chiefs from the 27th of March up to and including the 15th of April, it was resolved to express the satisfaction of this government with the continued progress in the sale of merchandise there, which the government regarded as an actual proof of the chiefs' zeal and attention toward that increase, hoping that through Heaven's blessing and the chiefs' industry and diligence, the sales will increase more and more by diminishing large lots of merchandise, especially spices, and Japanese bar copper, with the recommendation to that end to employ all kinds of mercantile means, and above all to ensure that incoming merchants are treated amiably and promptly accommodated with the desired merchandise, which could contribute not a little to an opulent sale of trade goods, which 255. the 5th of May 1772. they, the chiefs, now that the same was reviving again, must endeavor not only to keep going but also, as aforesaid, to push through vigorously, toward meeting the heavy burdens that the Honorable Company had to bear there. Considering that the sale of the paddy there for the accommodation of the inhabitants dependent on the Honorable Company was not as advantageous as it appeared, for although the yield recently received from there boasted a profit of 10 1/16 percent, this was nevertheless only on the prime cost, and thus could not be judged of such importance that one should be allowed to continue with its sale, since under the name of issuing it to the Company's servants, their native employees, and others dependent on Her Nobility, others, indeed even subordinates of the Honorable Company, could even monopolize thereby, because upon an estimate made and the items that justly had to and could be charged and added to the cost of that paddy, such as the prime cost, the 5th of May 1772. the prime cost, the expenses of transport, the loss thereon, the shipping in and out, and the validation of the shortage having been deducted by the administrator, that sale gave a loss of some percent rather than a profit: it is thus approved and agreed to instruct the Palliacatta chiefs, as well as those of Sadraspatnam, henceforth to dispose of the Company's paddy at an advance of no less than 20 percent. The regulation of the boards for packing the bales of fine Palliacatta linens having been postponed at the recently held meeting of the 25th of March last: it is thus approved and agreed to determine the same at 2 boards for each pack, in the manner and according to what the Jaggernaikpoeram chiefs have given as necessary for that purpose; the invoice clerk is hereby authorized to enter the same on the account, provided care is taken that the packs are properly provided, and thus no defects are discovered in the packed linens, in order to avoid 257. the 5th of May 1772. double restitution of the damage that might be caused thereto through negligence and lack of care. Furthermore, it having come into consideration that at all the factories from which linens are sent here, the same are charged with 1 1/2 percent expenses on merchandise, except for the Palliacatta Factory, where such seemed not to be in custom, or rather had to be regarded as improper handling and negligence in the Company's service, because through this the account of expenses on merchandise in the books has always had to fall behind to the detriment of the profit account upon transferring the same to the general books, it is thus, by virtue of the old and well-known established maxim of the Honorable Company being observed everywhere on all consignments, approved and agreed to instruct the chiefs henceforth to charge all the linens, whether they are sent hither or to other factories for further transportation, with 1 1/2 percent for expenses on merchandise, on the invoice, and so on.

Dutch transcription

den 5e: Meij 1772. van den dabet der blaauwser wers &rn in tesalmen. v ltien te suallia citton. ven Jaslij do ainmende i Jarlykse in kooming van 300. pagooden in mindering van het debet van de blaauwerwers en Cambaaij wee„ vers. — genoegen overde Continuerende Het Comptoir Palliacatta betreffende in andwoord van der opperhoovden brieven van den 27:' Maart, tot den 15:' april ingeslooten, wierd geresolveerd tot Conten„ tement deeser regeering te betuijgen over de nog aanhoudende voortgang van den verthier van han„ delwhaaren aldaar, het geen de Regeering voor een dadelijk bewijs van der opperhoofden iever en attentie hoose tot die acressement aanmerkende, verhoopte, dat door 'sheemels zeegen en der opperhoovden Jndustrie en naarstigheijd het debiet meer en meer accresseeren zal, door het dema„ nueeren van Bloeke parthijen Coopmansz: speciaal en recommandatie daaromtren zijne specerijen, en het staatkooper Iapans, met recommandatie ten dien eijnde allerleij mercantile middelen te Emploijeeren, en voor al te sorgen dat de aankoomende marchiandeurs minsaam bejee„ gend, en ten eersten met de begeerde Coopmansz: ge„ rieft wierden, het geen niet weijnig strecken konde tot een opulenten aftrek van handelwhaaren, die zij 255. den 5:'. Meij 1772. pall: soo voordeelig niet is, als deselve zig wel vertoonde, en waarom. zij opperhoofden nu deselve weeder aan het opluyken was, tragten moesten, niet alleen aan de gang te houden maar ook gelijk voorsegd regt door tesetten, ter tegemoedkooming van de swaare Lasten die dE: Comp: aldaar te draagen had. —. Aangesien den verkoop van de nelij aldaar tot renenque dat de verop van wlij te„ gerief van de Jngeseetenen van dE: Comp: dependeerende, soo voordeelig niet was als deselve zig wel vertoonde, want schoon het Rendement Jongst van daar ontvangen met een winst van 10 1/16. percento pronkte zulx egter maar op het Jnkoops kostende was, dus van die Importantie niet geoordeeld konde werden, dat men bij dies verkoop soude moogen blyven continueeren, nadien onder de benaaming van aan 'scomp. s Dienaaren, derselve Jnlandse bediendens, en andere die van haar Edele dependeer„ de uijtterenten, andere, Ja de onderhoorige van dE: Comp:, selvs daar meede monopoliseeren konde, de„ wijl bij een gemaakte overslag ende posten die billijk ten laste van die nelij gereekend en bijgenoo„ men moeste en konde werden, als daar zyn, het in koops. den 5e. Meij 1772. voortaen voor niet minder dan 20 pr C„ advans aftestaan. van ieder sak Lijwaaten te behaalen onder wat mits en onder welke bedreijging in koops kostende, de ongelden van den over voer, het verlies daarop, het in en afscheepen ende validatie van het ondermaat aan den administrateur gede„ traheerd sijnde dien verkoop eerder eenig perCentos last mosatnes p:r en al onde verlies, dan winst gaf: soo is goedgevonden en ver„ staan de Palliacatse opperhoovden soo wel, als die van Sadraspatnam te gelasten, voortaan 'sComp=s nelij voor niet minder dan met een advans van 20. percento van de hand te setten. — betlent plamken tot te afreken De bepaaling der planken tot Embaleering der packen fijne Palliacatse Lijwaaten ter Jongst gehoudene besoigne van den 25. ' Maart passado uijtgesteld gebleeven weesende: Soo is goedgevonden en verstaan, deselve op 2. planken voor ieder pak te bepaalen, eeren en indiervoegen als de Jaggernaijk poeramse opperhoovden opgegeeven qualificatie tot die opbreng, dog hebben, daar toe te benoodigen; werdende mits dien den factuurhouder gequalificeerd, deselve te moogen opbrengen, mits zorge draagende, dat de packen be„ hoorlijk voorsien, en dus geene defecten aan de g'emba„ leerde lijwaaten ontdeckt werde, ter eriteering van de 17 13 257. den 5e. Meij 1772. versondene werdende dijwaaten 1 17. p:r C=o voor onk: op Coopmantz: te Cargeeren de dubbelde voldoening der schade, die door negli„ gentie en Gebreckige sorge daar aan veroorsaakst mogte werden. — Wijders in overweeging gekoomen zynde, dat dat na tall: on nogt an op alle op alle de Comptoiren van waar Lijwaaten dit hier werden overgeschikt, deselve met 1½. percento onkos„ ten op Coopmansz: gecargeerd werden, uytgeson„ dert het Comptoir Palliacatta, daar zulx in geen usantie scheen te weesen, of wel eijgentlijk voor een verkeerde behandeling, en onagtsaam„ heijd in 'sComp=s dienst moeste werden aengemerkt dewijl daar door de Reecquening van onkosten op Coopmansz: bij de boeken althoos heeft moe„ ten ten agteren loopen ten nadeele van de winst reecquening, bij het overschrijven derselve op het generaal, soo is uyt hoofde naar de oude en wel„ bekende ingevoerde maxime der E: Comp: aller„ weegen, op alle de versendingen geschied, goedge„ vonden en verstaan de opperhoovden te gelasten, voor„ taan alle de Lijwaaten, het zij dat deselve naar ler„ waards, of andere factorijen ter verdere transporteering den

NL-HaNA_1.04.02_3346_0430 view scan ↗

English

5 May 1772: Of the Palicol employees concerning the increase of the debt of the merchants. Recommended to their full liquidation. Arrears of the villagers. or else be sent directly from there to the Netherlands or Batavia, charging 172 per Cent for expenses to the merchants. The reasons considered satisfactory. It was agreed to testify to Palicol, in reply to the letters of the chief from 11 March last, that this government considers itself satisfied with the reasons given regarding the remarks made by the Government concerning the increased debts of the merchants, with reference to what was written in that regard by letter from here on 28 March last; with further recommendation to be sent to take care that their given promises to apply themselves to the full liquidation of the remaining debit of the merchants jointly, especially that of the three insolvent traders, are promptly fulfilled, the outcome of which would be expected at the upcoming settlement of accounts to be held with them. Demonstration made concerning the arrears. Concerning the demonstration made by the employees regarding the arrears of the villagers in the cash book of 259. 5 May 1772. the petty cash, running per Memorie for some years, appearing further from the brief statement below, namely: The increased but uncollected revenues during the tenure of the present Palicol Secunde Hendrik Scoffier amount as follows: In anno 1762 - - - - - - - - - - 203. 8 1/18. In anno 1764 - - - - - - - - - - 4. 3. 1/8. - - - - pagodas 38. 10 7/8. In anno 1765 - - - - - - - - 210. 13½. Together increased - Pagodas 456. 19 7/8. Against which, during his administration, was received again the following, namely: In anno 1763 - - - - - pagodas 150. 19. -. In anno 1766 - - - - - - - - - 55. 5½. In anno 1767 - - - - - - - 31. 11½. 237. 12. -. Thus remains still to the debit of Scoffier pagodas 219. 7. 7/8. According to the latest received cash account of the end of February, the villagers were in arrears: 336. 4. -. Therefore, the debit of the present chief Dirk Vrijmoet amounts to: pagodas 116. 20 7/8. 5 May 1772. To have counted into cash. The proposal to form an account of that entry in the books. Decision regarding what was decided about the extraordinary employees. Decision as to how the same into cash. In order to prevent all confusion that might very easily arise from this in time, when sometimes no redress could be found, and to avoid all further unnecessary back-and-forth writing concerning this, it is approved and agreed to let the former chief of that factory, Hendrik Scoffier, count into cash an amount of pagodas 219. 7. 7/8 from the aforementioned arrears of pagodas 336. 4. -, and the present chief Dirk Vrijmoet pagodas 116. 20. 7/8, provided they hold their indemnity against those whom they might deem, having the direction thereof; hereby rejecting the proposal of the Palicol chiefs to form a new account of that entry in the books, in order to be reduced and liquidated with what comes in annually. Regarding the 17 extraordinary native employees whom the chiefs had in service for the guarding of the villages of Palicol and Contera, and who were paid from their private purse, it was agreed that because the admission and retention of those servants 261. 5 May 1772. To let run per Memorie, but to liquidate annually. Presentation money. Outcome of the field crop. occurred without order and prior knowledge of this Government, the same could therefore be retained or dismissed as the chief shall see fit, with express order to let no more entries, especially of that nature, run per Memorie, but to liquidate annually without fail. Approval of the delivery of the below-mentioned. Furthermore, the delivery to the English Governor and Council at Mazulipatnam of the ordinary gift money for the Nabobship of Eloer and Rajahmundry was approved, as being according to the order and already established custom, while it was not doubted that the peons who brought over the funds would have already returned with the customary parwannas and dustucks. Disagreeable to the Government regarding the bad outcome of the field crop. Meanwhile, it appeared completely disagreeable to the Government that the harvest of the main field crop of Palicol and Contera turned out so bad that it amounted to 17. 12. 7. Candies of white and 76. 12. 33. Candies of black paddy, or 94. 5. -. Candies less than the crop of the

Dutch transcription

den 5. ' Meij 1772: der palicolse bed. s weegens de vermeer„ deering van de schilip: der Coopl: recomm: tot dies volle Ligundatie van verwrag agterstal der dorpelingen. dan wel van daar direct naar Neederlands, of Bata„ via, versonden werden, met 172. per Cento voor onkos„ ten op Coopmansz: te cargeeren. — voor voldoende gehonden de reedenen Naar Palicol is verstaan in andwoord van der opper„ hoofden letteren van den 11. ' Maart Jongstleeden te be„ tuijgen dat deese regeering zig voor voldaan houden met de gegeevene reedenen, op de door de Regeering gemaakte remarques nopens de g'augmenteerde schulden der cooplieden met Revereering aan het geschreevene dien aangaande bij brieve van hier van den 28.:' Maart Jongstleeden, onder verdere te sendene recommandatie ter sorge draging dat aan hunne ge„ daane beloften van zig te sullen geleegen laaten leggen„ aan de volle liquidatie van het restant debet der ge„ samentlijke Cooplieden insonderheijd van dat der drie onvermoogende handelaars, prompt voldaan waner men den uyjtslag daar weerde, en waar van men den uytslag bij de aan„ staande te houdene afreecquening met deselve tege„ moet zien zoude. — gedaane demonstratie nofenster Concerneerende der bediendens gedaane demonstratie nopens het agterstal der dorpelingen bij het cassaboek van 259. den 5:' Meij 1772. van de kleene Cassa 't zeedert eenige Jaaren per Memorie voortloopende, nader blijkende bij de hier onder volgende korte aantooning; teweeten. De vermeerderde dog niet g'incasseerde inkomsten ge„ duurende de opperhoordij van den presenten Palliacatsen Secunde Hendrik Scopfier bedraagen; als volgd. Jn anno 1762.. „ _o 1762 - - - - - - - - - - „ 203. 8 1/18. „ _o 1764 - - - - - - - - - - „ 4. 3. 1/8. - - - - - po/o 38. 10 7/8. „ _o 1765- - - - - - - - „ 210. 13½. Tesaamen vermeerderd- Plo 456. 19 7/8. naar en teegen geduurende zyjn bestier weeder inge„ koomen in het volgende; als Jn anno 1763. . . - - - - - p:o/o 150. 19. -. „ _o 1766 - - - - - - - - - „ 55. 5½. Dus blijft nog ten Laste van scottier. pr ƒ 219. 7. 7/8. Volgens de Jongste ontvangene cassa reecq: van ultimo febr: hebben de dorpelingen ten agteren gestaan. . „ 336: 4:—: over zulx komt ten laste van het present opper„ hoovd Dirk vrijmoet - „ _o 1767 - - - - - - -. - „ 31. 11:½: „ 237. 12. -. - - - - r /o 16. 20 1/8. - - 1 den 5' Meij 1772. in Cass te doten tellen de propositie om van die post een reecq: by de boeken te formeeren. dinaire bed. t beslooten is. besluyjt hoedanig deselve in asas tot voorkooming van alle verwarringen die in der teijd daar uijt veel ligt zoude konnen voortvloeijen als wanneer dan somtijds er geen Fedresse opterin„ den zoude weesen, en ter vermijding van alle verdere onnoodige over en weederschrijvens deesen aangaande goedgevonden en verstaan van het voormeld agterstal van pag: 336. 4. –. het geweese opperhoofd dier factorij Hendrik Scoffier een montant van p:rs/o 219: 7. 7/8. en het present opperhoofd Dirk vrijmoet pagoo„ den 116. 20. 7/8. in cassa te laaten tellen mits haar guarand houdende op die zij vermijnen mogte, van de handwijsing dierhalven vendeselve te hebben, werdende mits dien van de hand geweesen de propositie der Palicolse opperhoovden om van die post een nieuwe reekening bij de boe„ ken te formeeren, ten eijnde met het geene Jaarlijx in komt verminderd en geliquideerd te werden; wat ten ofsligte van derv, Exthoor„ n Ten belange van de 17. Extra ordinaire Jnlands bediendens, die de opperhoovden ter bewraaking van de dorpen Palicol en Contera in dienst hadden, en uijt haare prieve beurse betaald wierden, is verstaan, dat dewijl de admissie en aanhouding dier dienstelin„ gen . 261. den 5e. Meij 1772. te laaten voortloopen maar Jaarlyx te ligendeeren. schien kagie fenn uytslag van t veldgewasch gen buyten ordre en voor kennisse deeser Regeering ge„ schied zijnde, dierhalven deselve aangehouden of ge„ casseerd konde werden na dat het opperhoofd sal koo„ men goed te vinden, met Expresse last om geen posten hust geen posten meer pen Memorie meer, insonderheijd van die natuur per Memorie te laaten voortloopen maar Iaarlijk sonder fout te liquideeren. —. gedaane Voorts wierd geapprobeerd de afgaave aan den approbatie van de afgaare der ond:e heer Engels gouverneur en Raad te Mazulipatnam van de ordinaire schenkagie penningen voor het na„ babschap van Eloer, en Ragiemah in dra warom als na de ordre en reeds ingevoerd gebruijk zijnde, terwijl men niet twijffelde of de Pions die de gel„ den hebben overgebragt reeds met de gewoone Par„ wannas en dastecken te rug gekeerd soude zijn Middelerwijlen quam de Regeering gantsch on,„maangenaam: vor den segten aangenaam te vooren, dat de inoegsting van het groot veld geweesch van Palicol en Contera, sodanig slegt uijtgevallen was dat 17: 12: 7. Candijlen witte en 76: 12: 33. Candijlon swarte nelij of 94: 5. –. Candij„ len minder bedragen had, dan het gewasch van het

← previousnext →