Inventory 3353
Malabar · 1,058 pages · 203 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Friday the 5th of June 1772: surrendered and handed over. Observation in this regard. were miserably mistreated, indeed, undoubtedly according to the custom of the heathens, would be punished with death on that account, those men were immediately reclaimed, and have to his satisfaction also been obtained by the Commandeur, under assurance on his part that if they were guilty, he himself would have them severely punished here: How, according to a report obtained from one of them, they also voluntarily confessed that they had intended to steal a cow, but were caught in the act, and thus ended up in prison: How it is known that since the Malabars slaughter no cows, nor tolerate that they are sold, one would not be able to eat meat here if the animals were not stolen in the country, whereby they subsequently pass through several hands and are finally sold publicly here: How that sort of theft is therefore always regarded here as a necessary evil that should be tolerated in a conniving manner, 409. Friday the 5th of June 1772: punish, and also put in chains. particularly when no complaints are made about it: How in the contrary case, and upon apprehension, the perpetrators always go free, albeit with a domestic punishment; but that matters currently stood differently with these men, and having been returned by the King's people, they ought to undergo a greater punishment, in order at least to provide some satisfaction to Travancore and to prevent one from receiving a refusal on another occasion during a similar reclamation: How he had therefore judged this matter to be of such importance as to propose it to the council, and at the same time to put the question forward, Proposal to flog with a sjambok whether the members could agree with him to have these three native Christians, in addition to a brisk flogging with a sjambok by the lascars, also put in chains for some time; with which everyone concurred, and it was thus resolved, the aforesaid three Christians, besides Friday the 5th of June 1772: Confirmation of the members. of gun carriages. at 94 1/48 ro. Cas per Candy. besides a severe flogging with a sjambok, to put in chains, until such time as the affair shall be somewhat forgotten, in order to release them safely then. Furthermore, the Commandeur made known how the flat iron that had been purchased pursuant to the resolution of the 30th of March 1772 for 65 rupees per Candy, Great shortage of iron for mounting for mounting gun carriages and wheels, has already been consumed: How that work would thus have to come to a complete standstill: How the Company's merchant David Rahbiy, having learned Proposal to purchase 8881 lb of flat iron that a quantity of 8881 lb of flat iron is still to be had, though for no less than 94 4/8 rupees per Candy, that is, including the expenses of bringing it here and delivering it to the warehouse, had undertaken to procure that iron for that price: he therefore proposed whether the mentioned quantity of iron should be purchased, or rather rejected, whereupon it was observed that however 414. Friday the 5th of June 1772: Decision to allow the purchase on grounds of necessity. Reminder from the Commandeur regarding the abolition of the subsidiary ledgers in 1769 and changes made in the books. It seems to have had a good intention, to make the work lighter. high that price might be, it would cause even greater damage to leave the craftsmen, who are in permanent service for the work, without work, and that the necessity of getting our gun carriages and wheels completed is of greater importance; Decision on grounds of necessity, rather than paying somewhat more for the iron for this time, and on that account it was resolved to purchase the aforesaid quantity of flat iron for that price. After this, the Commandeur further reminded the council of this: How, by Resolution of the Government of the 26th of May 1769 regarding the keeping of the Trade Books here, the subsidiary ledgers were abolished, some main accounts altered, others entirely omitted from the books, and the remaining goods thereof brought under General Accounts. How this decision indeed appears to have been taken with a good intention, namely, to make the work easier, and Friday the 5th of June 1772: show the contrary. cannot adequately express the different sorts of goods, and thereby to enable the Trade Bookkeeper to prepare the books earlier than formerly. How experience has nevertheless shown Experience having shown the contrary that the intended aim thereby was not achieved, and he, together with the Chief Administrator as keeper of the books, had observed that this arrangement will also not meet expectations in the future. How besides this the aforesaid General Accounts, and that the General Accounts cannot mostly cannot adequately express the different sorts of goods that are entered under them, because these goods, which are entered under them, frequently have equal relation to various accounts, from which it has then resulted that the previous trade servants entered one and the same goods in this account one year and in another account the other year, as /: to cite only the from many
Dutch transcription
Vrijdag den 5: Iunij 1772: meerd en overgegeven. aanmerking di en aangaande. ellendig mishandelt wierden, Ia, ongetwijf= „feld volgens de gewoonte der hijdenen, daar over met de dood zoude gestraft worden, die menschen ten eersten Gereclameerd, en zyn door den Commandeur gereela, tot zijn genoegen ook erlangd heeft, onder verzekeringe van zijne zijde, dat als zij schuldig waren, hij hun hier zelfs strenge- „lijk zoude laten straffen: Hoe hij volgens een van hen ingewonnen Relaas, ook vrijwillig beleeden hebben, datze voor „nemens geweest zijn om een koebeest te steelen, dog op de daad betrapt, en dus in gevangkenis geraakt zijn: Hoe het bekend is, dat de Mallabaaren geen koeleesten slagtende, ook niet gedoogende datze ver= „kogt worden, men hier geen vlees zoude kunnen eeten; indien de beesten niet in 't land gestoolen wierden, waar door ze vervolgens door verscheijde handen geande„ eijndelijk hier publicq verkogt worden: Hoe men daarom die soort van diefte hier altoos aanziet, als een noodzaakelijk quaad, dat oogluijkender wijze diend toegelaten teworden 409. Vrijdag den 5. Iunij 1772: straffen, en ook in de ketting te laten klinken. teworden, voornamentlijk, wanneer er geen klagten overkomen: Hoe in contrarie geval, en bij agterhaaling, de daaders altoos, dog met een domes „ticale straf vrij koomen; dog dat het met deze menschen thans anders geleegen en dezelve door 's konings volk terug gegeven zijnde, dezelve eene meerdere straffe dienden te ondergaan, om Trevancoor ten minsten eenige satisfactie te besorgen, en voortekomen, dat men op een ander tijd, bij een diergelijk reclamen geen refus enlange: Hoe hij dierhalve deeze zaak van die aangelegentheijd had geoordeelt, om dezelve de vergadering voorte dragen, en teffens in omvraage te proporitie met een Chambok slagte leggen, of de lieden met hem konden goedvinden, deze drie Inlandse christenen, behalven een frisse chambok- slag, door de lascorijns ook voor eenigen tijd in de ketting te laaten klinken; waarmeede zig een ijder conformeerde en is dus verstaan, meermelde drie Christenen behalven Vrijdag den 5. Iunij 1772: confermatie der leeden. van affuijten. teegens 94 1/48. ro Cas: 't Candijl. behalven een gevoelige Chambok-slag in de ketting te klinken, tot tijd en wijl het geval wat vergeeten zal zijn, ten eijnde, hun dan weder ongeverlig te gelaregeeren. Alverder gaf de Commandeur te kennen, hoe het plat ijzer dat men ter resolutie van den 30. Maart 1772:, voor 65. kopijen het Candijl ingekogt grootgebrk aarijzer tot beslaan had, tot het beslaan van affuijten en wielen, reets verbruijkt is: Hoe dus dat werk ten eenemaal zoude moeten „stil staan: Hoe 'sComp:s koopman David Rhabbij vernoomen hebbende propositie 8 lb. platijzen in te kopen, dat er nog een quantiteijt van 8881: lb plat ijzer te bekomen is, dog voor niet minder als tegen 44 4/8 Jas t Candijl, dat is, met de onkosten van het zelve hier te brengen en in het pak= „huijs te leveren, op zig genomen had dat ijzer daar voor te bezorgen: propo— „neerde dus, of men gemelde quantiteijt ijzer zal inkoopen, dan wel van de hand wijzen, zoo wierd daar op aangemerkt, dat hoe hoog 414. Vrijdag den 5. Iunij 1772: V heid, den in koop te laten geschieden. herinneering van den Commandeur nopens het afschaffen der byboekjes in 1769. en gemaakte veranderin„ gen in de boeken. schynt een goedoogmerk ewoinden, arbeid lagter te maken gehad te hebben. hoog die prijs ook zijn mogt, het nog meerder schaade zoude zijn de ambagts „lieden die tot het werk vast in dienst zijn, zonder werk te laeten, en dat de noodzaa „kelijkheijd om onze affuijten en wielen compleet te krijgen, van meerder aangeleegentheijd is; besluyt uijt hoofde van noodzakelijk, als voor deze rijze wat meer voor het ijzer te betaelen, en is uijt dien hoofde verstaan voorsz: quantiteijd plat ijzer voor die prijs intekoopen. Hier na herinnerde de Commandeur de vergaderings nog. deezer Hoe bij Resolutie va Regeering van den 26. Maij 1769: met betrekking tot het houden der Negotie Boeken alhier, de bij boeken afgeschaft, sommige hoofd- reekeningen verandert, andere geheel uijt de boeken gelaaten, en de Restant goederen daar van, onder Generale reekeningen Ge= „bragt zijn. Hoe dit besluijt wel met een Goed oogmerk scheijnd genomen te zijn, namentlijk, om den arbeijd gemakkelijker te maaken, en Vrijdag den 5. Iunij 1772: teegendeel doen zien. genoegs aam kunnen uitdrukken, de differente soerten van goedezen en den Negotie Boekhouder daar door in staat te stellen, de boeken vroeger als eertijds in gereedheijd te brengen. Hoe de ondervindinge egter geleerd heeft, de ondervinding hufteekten het dat het daarmeede bedoelde oogmerk niet is bereijkt geworden, en hij nevens de hoofd administrateur als houder der boeken, had opgemarkt, dat die schikkinge in 't vervolg ook niet aan de verwagtinge voldoen zal. Hoe buijten des de voorsz: Generaale en dat de generale reekeningen riet reekeningen, meerendeels niet genoeg kunnen uijtdrukken, de differenten zoorten van goederen, die onder dezelve geboekt worden, wijl deeze Goederen, die onder dezelve geboekt worden, veeltijds gelijke betrekkinge tot ver „scheijde Reekeningen hebben, waar uijt dan is voortgekomen dat de voorige Negotie bediendens, een en dezelfde goederen het eene Iaar op deze en het andere Iaar op geene Reekeningen heb= „ben geboekt, zo als /:om uijt veele maar den
English
413: Friday the 5th of June 1772: and that this irregular treatment cannot be removed without a regulation for the trade servants, which however has not been drafted. To take an example: bunting, which in the remaining stock of 1768/9 was entered under linens and cloths, was in the remaining stock of 1770 recorded under equipment goods. How this irregular treatment cannot be removed without drafting a regulation for the trade servants, namely which goods must be entered into each account, of which mention was indeed made in the aforementioned resolution of the 26th of May 1769, but at that time no draft was produced, and also according to the testimony of the previous keeper of the books, no such regulation was drafted at all thereafter. How one could still draft such a model or regulation if a better arrangement in the trade books can generally be brought about thereby, but that besides this, other improper handlings Friday the 5th of June 1772: Improper handlings concerning the entry of goods. Thereby much obscurity was spread over the work. handlings would take place, since the goods for which one and the same administrator is accountable are, according to this method, divided among several accounts, as among others in the latest remaining stock, charged to the carpentry yard, of two barrels of pitch, one barrel is on the entry of equipment goods, and the other is on its own account; as also of 13613 pounds of nails, 1200 pounds are on its own account, and 12418 pounds are on the entry of materials and building supplies; as well as of the remaining stock charged to the provisions warehouse, sundry measures are on the entry of provisions goods, and precisely similar measures are on the entry of craftsmen and other necessities. How hereby very much obscurity was spread over the work, because in order to know what an administrator has to account for, one must thus go through nearly all these general accounts, since the remaining stock is divided in an odd manner (where one would least look for them) 415: Friday the 5th of June 1772: By the abolition of the auxiliary books it has become difficult to check the stock of goods. divided, as for example on the entry of craftsmen necessities: caltrops, at the artillery: fire buckets, leg irons, and handcuffs, at the armory: copper roasting pans, at the smith shop: dipping pans, at the cooper shop: arrack measures, and finally at the military guards: town bells. How by the abolition of the auxiliary books, it has become very difficult to check the stock of each good, because in the ledger several goods run into one another, and are only booked with their general amounts; so that every time one wants to know the remaining stock of any good, one must go through the journal and separate out and tally together what has been successively received and again supplied, or consumed thereof, which especially at the closing of the books, when the remaining stock of all the goods must be known, is very burdensome Friday the 5th of June 1772: Remark that throughout all the Indies, the books are kept according to a Nagapatnam model. keeping of the books are. The meeting is of the opinion that the same should still serve for observation. is burdensome; and can certainly give rise to gross errors, which requires much time and labor, besides that much time and labor is required for it, and the work is thus much rather delayed than advanced. Whereupon deliberation being held, and it being at the same time taken into consideration that throughout all the Indies the books are kept according to a Nagapatnam model, and also previously were formed here as such, in accordance with the permanent order contained in the Batavian letter written to Malabar on the 6th of January 1753; and that also regarding the matter of keeping the trade books extensive orders and distinct regulations were given and made in the Council of the Indies on the 30th of July thereafter, and why the meeting was of the opinion that such could and should still serve for observation; and it was therefore unanimously approved and agreed to qualify the chief 417: Friday the 5th of June 1772: keeper of the books to keep the books henceforth on the old footing according to the Nagapatnam model. Appointment of Ensign Stipp as member in the Court of Justice. Letter. chief administrator as trade bookkeeper, as the same is qualified by this, to keep the new books of this current year again on the old footing, just and exactly as the same were kept before the execution of the aforementioned resolution, that is, according to the Nagapatnam model. Resolution of the chief administrator as. And since through the departure to Batavia of the junior merchant Van der Grijp a place in the Court of Justice had become vacant, the military ensign Jobst Hendrik Daniel Stipp was appointed thereto upon the Commander's proposal. Subsequently, reading was taken of a Nagapatnam letter dated the 15th of January of last year, whereby those ministers give to know that in the month of October previously, a vessel from this Commandery, and belonging to the Moor Coenje Agamadoe Zulle, inhabitant at Proviar, was there Reading of a Nagapatnam.
Dutch transcription
413: Vrijdag den 5. Iunij 1772: en die irreguliere behandeling niet schrift voor de negotie bediendeens twelk echter niet is ontworpen. een voorbeeld te nemen:/ vlagge doeken, die bij de Restanten van 176 8/9. onder lijwaten en kleeden liepen bij de Res- „tanten van 1778/. onder Equipagie Goederen geboekt zijn. Hoe deze inreguliere behandelinge niet wigte neemerdis, zonder een voer, zal wegtenemen zijn, zonder een Noor= „schrift voor de Negotie Bediendens te beramen, namentlijk welke goederen op ijdere Reekeninge moeten gebragt worden, waar van bij voorsz: Resolutie van den 26. Maij 1769: wel gewaagd, dog als toen egter daar van geen Concept geproduceerd, en ook volgens Getuijgenisse van den voorigen houder der boeken, in het geheel zodanig voorschrift in het vervolg niet ontworpen is. — Hoe men als nog wel zodanig model of voorschrift zoude kunnen beramen, indien daar door in het Generaal een betere schikkinge in de Negotie boeken kan werden tewege gebragt, dog dat buijten dien, nog andere oneijgentlijke be= „handelinge Vrijdag den 5. Iunij 1772:— oneegen behandelingen omtrend heb op„ brengen van golderen. daar door werd veel duisterheijd over het werk verspreed. „handelingen zouden plaats vinden, vermits „ de goederen ter verantwoording ook „ van een en dezelfde administrateur staande, naar deze methode op verscheijde reekeningen verdeelt zijn, gelijk onder an= „deren bij de Jongste restanten, ten laste der timmerwerf van twee vaaten pik, een vat op de post van Equipagie goederen, en het andere op eijge Reekening staat, gelijk ook van 13613. ponden spijkers, 1200:—. ponden op eige Reekening, en 12418: ponden, op de post Materiaalen en Bouwstoffen staan; mitsgaders van de restanten ten laste van de Dispens Diverse maaten op de post van Dippens goederen, en even zulke maaten op de post van Ambagts en andere behoeftens. — Hoe hier door zeer veel duijsterheijd over het werk verspreijd werd, dewijl men om te weeten wat een administrateur te verantwoorden heeft ) dusdanig bij na alle deze Generale Reekeningen doorloopen moet, vermits de restanten op een misselijke wijze (daar men ze minst zoeken zoude) verdeelt 415: Vrijdag den 5. Iunij 1772: door 't afschaffeen der byboekjes is 't moeyelijk geworden, den voorraad der goederen, na te gaan verdeelt zijn, gelijk bij voorbeeld op de post van Ambagts behoeftens, voetangels, bij de Anthillerij, brandemmers, been boeijen, en handschellen, bij de wapenkamer, kopere braadpannen, bij de smitswinkel, doop pannen bij de kuijpers winkel, aarak maaten, en eijndelijk bij de Militaire wagten„ stads klokken. Hoe door 't afschaffen der bij boeken, het zeer moeijelijk geworden is, om den voorraad van elk goed nategaan, wijl bij het grootboek verscheijde goederen, onder elkanderen loopen, en alleen met derzelver Generaal bedraagen, geboekt zijn; zo dat men telkens als men de restanten van eenig goed weeten wil, het Iournaal doorlopen en appart te samen trekken moet, wat daar van successive ontvangen en weder verstrekt, of verbruijkt is, het geen bij het sluijten der boeken inzonderheijd, wanneer de restanten van alle de goederen moeten geweeten worden, zeer lastig Vrijdag den 5. Iunij 1772: aanmerking dat doorgantsch Jndien, de boeken na een naga„ patnams model gehouden worden. houden der boeken zyn. de vergadering is van gevoelen, dat deselve als nog ter observantie dien den te stackken. lastig is; en zeekerlijk tot grove abuijsen het welk vel tijdenarbid vereischt aanlijding geven kan, behalven dat daar toe veel tijd en arbeijd vereijscht, en het werk dus veel eer vertraagd, als bevordert word. Waar over gedelibereert en daar bij teffens in aanmerkinge genomen zijnde, dat door geheel Indien de boeken gehouden worden, na een Nagapatnams model, en ook bevoorens alhier zodanig zijn geformeerd, na volgens de permanente ordre vervat bij Bataviase missive na Mallabaar geschreeven den 6: Januarij 1753: en dat ook op het stuk dat oek bendverige ordre op het van het houden der Negotie-Boeken en breedvoerige ordres de distincte bepalin= „gen gegeven en gemaakt zijn, in Raade van India op den 30: Iulij daar aan„ en waarom de vergaderinge van ge „voelen was, dat zulks als nog der observantie konde en diende te strekken; en is dierhalven uwani „miter goedgevonden en verstaan, den hoofd 417. Vrijdag den 5. Iunij 1772: houder der boeken te qualificeeren, om voortaan de boeken op de oude voet op na 't nagapatnams model te houden aanstelling van den vaandrig stip als id en den raad van Justitie. Missive hoofd-administrateur als Negotie Boek „houder te qualificeeren, zoo als dezelve ^ door gequalificeert word ^ dezen, om de nieuwe boeken van dit loopende Iaar weder te houden, op den souden voet, even en zodanig besluijt den hoofd Administrateur als als dezelve gehouden zijn, voor de executie van voorsz: Resolutie dat is, volgens het Nagapatnamse Model. En dewijl door het vertrek na Batavia van den onderkoopman van der Grijp een plaats in de raad van Iustitie vacant was gekoomen, zoo wierd op 'sCommandeurs propositie den vaandrig, militair Jobst Hendrik Daniel stipp daar toe aangesteld. Vervolgens is lectura genomen, van een lectura van een nagapatnamse Nagapatnamse missive de dato 15. Jann: J:o leeden, waar bij die ministers te kennen geven dat in de maand October bevorens een vaartuijg uijt dit Commando „ment. en toebehoorende den moor Coenje Agamadoe Zulle inwoonder te Proviar, aldaar
English
Friday the 5th of June 1772: that a pass had been granted under his signature after the death of the Honorable Senff. had arrived there; provided with a pass dated the 6th of September 1770, in the name and under the signature of the late Honorable former Governor and Director of this Coast, Christiaan Lodewijk Senff; wherewith the said Coromandel ministers, while sending that pass, furthermore make known their apprehension that through the issuing of such passes prepared and signed beforehand or untimely, as this was granted not only long after the departure from here of the well-mentioned Honorable Senff, Governor-General, but even after His Honor's death, might sometimes give great cause for disputes, both with the country regents and others, through whose territory or waterway a vessel provided with such a pass must travel, and such a pass might be decried as false; wherefore the said ministers request 419. Friday the 5th of June 1772: the Commander informs the meeting that this pass was not issued here, for which reasons signed passes are sent there and issued, but must have been issued at Coilan. request to provide against this, and to cause the custom of preparing passes in advance to be abolished. Concerning which, the Commander informed the meeting that he had caused the protocol at the secretariat to be checked, but that it was not to be found that such a pass was issued here; that it must therefore certainly have been issued at Coilan, where the owner of the vessel Pulle resides, by the Chief Rosier, from the passes that are sent to him from here written and signed, but leaving open the cargo and the name of the owner of a vessel; that the sending of such passes from here to Coilan had been brought into practice because it is too difficult for the boatmen around Coilan or south thereof to fetch passes from Cochim, and those, not being able to obtain the same at Coilan, let their vessels sail without our passes, and seek them from our competitors in that vicinity. Concerning which, having been deliberated, it was approved and understood upon the proposition of the Commander, as a permanent order Friday the 5th of June 1772: ordered to instruct the servants of Coilan and the Resident at Porca to send hither in the future, upon the departure or death of a Commander, the passes that might be in stock there. And to write to the Coromandel Ministers in what manner the aforesaid mistake originated here. to enact that the servants of Coilan as well as the Resident at Porca henceforth, upon the departure or death of a commander of this Commandery, shall immediately have to send to Cochim the passes that might still be remaining in their possession signed by such former commander, and to demand others signed by the incoming commander in their place, whereby the servants at those outer stations will be deprived of the opportunity to issue such passes in the future through carelessness or ignorance, and the request of the Coromandel ministers will also be satisfied, whom it was simultaneously understood to notify of this order established against it, writing how the aforesaid mistake or improper issue of that pass originated here. The Commander further demonstrated how the bridge of Calwoettij, at its two stone wings, was badly cracked here and there, wherefore he had caused the condition of the bridge to be inspected by special commissioners, and received the following report regarding it, by which it appears that the two stone wings are cracked in various places, even down to the foundation, and run the risk of tearing apart or collapsing, and likewise that to remedy those defects, piles must be driven all around and anchors of beams laid in the ground, also keys of beams placed through the wall; which work the overseer of the ship carpenters' yard Paulus Kip has undertaken to take in hand at once and to complete for 330 ropias, and 421. Friday the 5th of June 1772: the stone wings of the Calwoettij bridge are cracked in various places down to the foundation. The overseer of the ship carpenters' yard takes on the repair for 330 ropias. Considering that this is quite cheap, and no one other than the said Kip has offered himself. Resolution to contract that work to the aforesaid Kip for the said 330 ropias. Insertion of the report. for that to provide the beams, stones, lime, carpenters, masons, coolies, etc., without anything else being paid for it on behalf of the Company. Thereupon it was remarked that this is quite cheap in proportion to the work, and that no one besides Kip had bid money for it, and likewise that through longer delay those defects would become greater and more expensive, and for that reason it was resolved to have the often-mentioned bridge taken in hand by Paulus Kip for the offered 330 ropias, but not to make that payment before the work shall have been examined by those same commissioners and it appears by written report that the bridge is remedied of the aforesaid defects. To the Honorable Worshipful Lord Adriaan Moens, Commander and Chief of the Coast of Mallabaar, Canara and Wingurla. Honorable Sir
Dutch transcription
Vrijdag den 5. Iunij 1772: dat ecupas i a't overlijden van den Ede„ len hier serffonder deszelvs handtei„ keninge is verleend. aldaar was aangekomen; versien van een pas onder dato 6: September 1770:, op de naam en onder de handteekening de Ministers geven daar bijk kennen, van wijlen den Edelen Heer geweesen Gouverneur en directeur dezer Custe Christiaan Lodewijk serff verleend; waar nevens de gemelde Cormandelse ministers onder toesen „ding van die pas al verder te kennen geven, hunne bedugting dat door het afgeven van diergelijke vroeg of ontijdig in gereedheijd gebragts, en onder „tekende Iassen /:als zijnde deeze niet alleen lange na het vertrek van hier van welm: Edelen Heer Ierff /: G. G:/ maar zelfs na zijn Edeles overlijden verleent:/ som „tijds groote redenen tot dusputen zoude kunnen geven, zoo met de land- regenten als anderen, door wiens Gebied of vaarwater, een met zodanigen pas versien vaartuijg passeeren moet, en zodanig en pas, als valsch wond uijtge- „kreeten; waarom de gemelde ministers versoeken 419. Vrijdag den 5. Iunij 1712: den Commandeur informeerd de vergadering dat die pas miet hier om welke reedenen men daar getek: pascen zind en afgeeven laat. versoeken, daar in te willen voorsien, en de gewoonte van passen vooraf, in gereedheijd te brengen, te doen afschaffen, welken aan „gaande, den Commandeur de vergadering, moorte Corlan moet afgegeven zyn informeerde, dat hij bij het protocol ter secretarije had laten nagaan, maar dat niet te vinden was, dat zodanigen pas hier is afgegeven, dat die dus zekerlijk te Coilan /:alwaar den eijgenaar van het vaartuijg Pulle te huijs hoord:/ door het opperhoofd Rosier moest zijn afgegeven, van de passen die hem van hier beschreeven en ondertekend, dog met openlating van de lading en de naam van den eijgenaar van een vaartuijg worden toege= „sonden; Dat het versenden van zulke passen van hier na Coilan in gebruijk was gebragt, om dat het de barkiers omtrent Coilan of daar besuijden te moeijelijk valt, passen van Cochim te halen, en dezelve, die op Coilan niet kunnende bekomen, zonder onze passen hunne vaartuijgen laaten vaaren, en t af : Vrijdag, den 5. Iunij 1772: le porca aan te beveelen, om voertaan bij vertrek of overlijden van een Gebieder de pakien, die daar in voorand mogten zyn, herwaards te zenden. en de Cormandelse Ministers aan te alhier g, arteerdes en die bij onse Competiteuren daar in de buurt gaan soeken; waar over gedelibereert zijnde, is op de propositie van den Commandeur goed gevonden besluijde Coilande bediende& keindent en verstaan, als een permanente ondre te statueeren, dat de Coilanse bediendens als ook den Resident te Perca voortaan bij vertrek of overlijden van een gebieder ten deesen Commandemente, ten eersten na Cochim zullen hebben te senden, de passen die nog getekend, van zodanigen geweesen gebieder onder hun berustende mogten zijn, en andere door den aan- „komende gebieder getekend in derselver plaatse te eijsschen, waar door de bedien= „dens op die buijten Comptoiren de gelegentheijd om zulke passen in het vervolg door agteloosheijd of onkunde aftegeven zal benomen en ook voldaan werden aan het versoek der Cormandelse schrijden op wakuijke voorsz: abuijs ministers, welke teffens verstaan wierd, van deeze daar tegens gestelde ordre kennisse 421. Vrijdag den 5. Iunij 1772: de steene vleugels van de galweltgse brug op divers plaatsen tot het fondament toe gescheerd worden. den opziender der scheepstimmer tee aan voor 330 ropias. kennisse te geven, met aanschrijvens hoe „danig het voorschreeven abuijs, ofoweijgentlijke afgave van dien pas hier is g'exteert. Nog verthoonde de Commandeur, hoe de brug van Calwoettij aan de twee steene vleugels van dezelve hier en daar leelijk gescheurt zijnde, hij daarom de gesteld- „heijd van de brug door Expresse Gecomit= „teerdens had laaten opneemen, en derwegens het ondervolgend Rapport er= „langt, waar bij blijkt, dat de twee steene vleugels op diverse plaatsen, zelfs tot het fondament toe gescheurt zijn, en gevaar loopen, van een tescheuren of initestorten, zo meede dat om die gebreeken te verhelpen, rondsom paalen gehijd en ankers van balken in de grond, item sleutels van balken door de muur heen gelegt moeten worden; welk werk de opsiender van de scheeps- werf pauluskip, neem direpara, Timmerwerf Paulus Kip aangenomen had, ten eersten onderhanden te neemen en te absolveeren voor 330: Ropias, en daar Vrijdag den 5. Iunij 1772: aanmerking dat zulks wrij gord korpis, en niemand anders als gen: kip zich aangebroden heeft. besluijt voor gen: 330 rops. dat werk aan voorse kipan te besteeden. insertie van 't rapport. daar voor te besorgen de balken, steenen, kalk, timmerlieden, metzelaars, koelijs etc:, zonder dat van wegens de Compagnie iets anders daar voor zoude werden opgebragt. zoo is daar op aangemerkt dat zulks vrij Goedkoop is, na proportie van het werk, en dat ook niemand buijten Kip daar voor geld geboden had, zo meede dat die gebreeken door langer uijtstel grooter en kostbaarder zouden worden, en is uijt dien hoofde verstaan, meermelde Brug voor de aangeboodene 330: rop:s door Paulus kip te laten on „derhander nemen, dog die betaling. niet eerder te doen, alvoorens het werk door die zelve Gecommitteerdens zal zijn g'examineert en bij schriftelijk rapport blijke dat de brur van voorsz: gebreeken verholpen is. — Aan Den wel Edelen Agtbaaren Heer Adriaan Moens, Commandeur en oppergebieder der Custe Mallabaar canara en wingurla. WelEdele
English
June 1772: Friday the 5th. Honorable, Respectable, Ruler of High Standing! In compliance with Your Honorable Respectable highly esteemed order, the undersigned have proceeded to the bridge between the Boompoort and Calwettij to inspect the same, and found that the masonry wings thereof on both sides have cracked down to the foundation in several places, so that it runs the risk of tearing further apart or collapsing during this rainy monsoon, unless it is remedied in time by driving piles all around, as well as laying anchor beams in the ground; likewise, its walls ought to be secured with beam anchors in order to prevent further cracks; — Herewith hoping to have fulfilled Your Honorable Respectable very esteemed intention, we call ourselves with deep respect, beneath was written, Honorable, Respectable, Ruler of High Standing, Your Honorable Respectable's very humble and obedient servants, was signed, J. v. Asbeek, L. Buijs, And:s van Eijk, and I. W. de Graaff, in the margin, Cochin, the 6th of March, Anno 1772. — Furthermore, the Commandeur made known how the Calicoilan Resident Gosenson, by letter of the 15th of February last, had made a request that the master house carpenter might be sent thither to demolish the old warehouse and to panel the rooms of the new warehouse, for which the planks of the old warehouse could partly be employed; how he, surprised that the new warehouse was neither floored nor paneled, yet had previously been reported as completed, had asked the Resident for the reasons thereof, and thereupon obtained an answer by letter of the 27th of March last, that since the warehouse dismantled at Peza and transferred to Calicoilan had not been floored with planks, the carpenters who had supervision over the work had not thought of flooring and paneling, and he, the Resident, had been under the impression that after the warehouse dried out, the pepper could be stored therein, but now that the old warehouse could stand no longer and the pepper had to be stored in the new one, he had to his regret found the contrary, gave notice thereof, and had therefore made a request to have the rooms floored and paneled; whereupon the Commandeur immediately sent a carpenter thither to investigate and report how many planks and ribs, beyond the woodwork that can be used from the old warehouse, would still be required, and in that regard obtained the following statement. Statement made by the carpenter Bartholomeus de Macedo of the below-mentioned materials that are required for flooring the two rooms of the new pepper warehouse here, over and above the planks from the old warehouse, namely: For the small room: 46 pieces of angelica planks, 9 long and 1½ cobidos wide 36 pieces of ribs, 7 feet long and 2 and 3 borees thick 10 pieces of ribs of 10 cobidos long each 225 pieces of nails of 6 inches 50 lb single nails. For the large room: 51 pieces of angelica ribs of 7 feet long each, 2 and 3 borels thick 353 pieces of nails of 6 inches 85 lb single nails. In cash: To the carpenters . . . . . . . . . . . . . 57: — Rupees Sawyers . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10: — Rupees Coolies for demolishing the old warehouse, etc. 15: — Rupees Total: 82 Rupees Calicoilan, the 1st of June, Anno 1772: was signed with a cross and written around it: this is the mark of the above-mentioned Macedo. Which aforementioned planks and ribs, calculated according to the current price and the currently introduced calculation of feet and inches, amount to and total: 931 feet of angelica planks of 12 to 16 inches, and 1¼ inches thick, at 8 rupees per 100 feet - - - - - - - - - - 74: 23 Rupees 834 feet of ribs of 2½ and 3½ inches thick, at 3 rupees per 100 feet . . . . . . . . . 25: 1 Rupees 99: 24 Rupees And thus, with the aforementioned 82 rupees in cash, and the amount for the nails, this paneling and flooring would cost, roughly speaking, 230 to 240 rupees. — Which having been deliberated and taken into consideration that the old warehouse can no longer stand, and the Resident is hesitant to store pepper in the new warehouse due to its dampness unless it is lined with planks, as is done everywhere here where warehouses and sheds in which pepper is stored are provided with wooden floors and paneling against the walls; so it has been approved and agreed to have the requested flooring and paneling undertaken immediately, and to have the aforementioned materials delivered thither for that purpose. — Lastly, the Commandeur informed the assembly
Dutch transcription
423. Iunij 1772: Vrijdag den 5. Wel Edele Agtbaare Welgebiedende Heer! In naarkoming van uwel Edele Agtb: hoog g' Eerde ordere hebben de ondergeteekende ons vervoegd, na de buug, tussen de boompoort en Calwettij om dezelve te besigtigen, en bevonden, dat de gemetselde vleugels der zelve aan bijde zijde op diverse plaatsen tot het fondament toe gescheurt zijn, zoo dat dezelve gevaarloopt bij deeze reegen mousson verder van een te scheuren of in te storten, in dien dezelve niet bij tijds. door behijen van paalen rondsom, mitsgaders 't leggen van anker balken in de grond, verholpen werde, zoo meede dienen de muuren derzelve met sleutels van Balken belegt te werden om met verdere scheuren derzelve voor te koomen; — Hier meede verhoopende uwel Edele Agtb: Iunij 1772: Vrijdag den 5: Versoek van den Calecoilanse resi„ dent Gosenson om het oude pak„ huijs afte moogen breeken, om ka„ mers van 't nieuwe pakhuijs gedeel„ telyk daar meede te beschoeijen. verwoirdering van den Commandeur dat het nieuwe pakhuijs niet be„ vooltood opgegeven was. Agtbaare zeer g' Eerde intentie te hebben voldaan, noemen wij ons met diep ontzag /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare welgebiedende Heer uwel Edele Agtbaares zeer ootmoedige en Ge= „hoorsame dienaaren /:was getekend:/ J. v. Asbeek, L Buijs, And:s van Eijk en I. W. de Graaff /:in margine:/ Cochim den 6: Maart A:o 1772:— Alverder gaf de Commandeur te kennen, hoe de Calicoilans Resident Gosenson bij brief van den 15. febr: J:o leeden versoek had gedaan, dat den meesterknegt der huijstimmerlieden derwaards mogt werden gezonden om het oude pakhuijs aftebreeken, en de kamers van het nieuwe pak „huijs te beschoeijen waar toe voor een gedeelte de planken van het oude pakhuijs konden werden ge- emploijeert; hoe hij verwondert dat vloerd nog beschoeyt, egter voor het nieuwe pakhuijs niet bevloert nog beschoeijt, egter bevorens voor vollooijt 2 425. Vrijdag den 5. Iunij 1772: den Resident geeft te kennen, dak 't van peza overgebragte pakhuijs, niet mek planken bevloerd is geweest. heeft nu bevonden, dat zonder be„ vloering en beschoiging geen peperin de werden. man derwaards, om na te gaan hoe veel planken en ribben buijten de ou„ de houtwerken nog nodig zullen wesen. voltooijt opgegeven was, den Resident daar van de reedenen afgevragt en daar op bij brief van den 27: Maart J:o leeden antwoord erlangd had, dat vermits het de Peza afgebrooken, na Calicoilan overgebragte pakhuijs, niet met planken bevloert was ge= „weest; de Timmerlieden, die het opzigt over het werk gehad hebben, aan het bevloeren en beschoeijen niet hadden gedagt, en hij Resident in verbeelding was geweest, dat na het uijtdrooggen van het pakhuijs, de peper daar in geborgen zoude kunnen werden, dog nu het oude pakhuijs niet langer konde staan, en de peper in het nieuwe moest werden geborgen, tot zijn leedweezen het contrarie hat nieuwe pakhuijs geborgen kon bevonden, daar van kennisse gegeven en daarom verzoek gedaan had, tot het laten bevloeren en beschoeijen der kamers; toe hij daar op ten eersten den Commandeur sendeen timmers een timmerman derwaards zond, om nategaan Vrijdag den 5: Iunij 1772:— insertie vande opgaave door den timmerman gedaan. nategaan en optegeven hoe veel planken en ribben, buijten de hout werken, die van het oude pakhuijs kun„ „nen werden gebruijkt, nog zoude benoodigt zijn, en derwegens de ondervol- „gende opgave erlangt heeft. Opgave Gedaan, door den Timmerman Bartholomeus de Macedo, van de onderstaande Mate- „maalen die benodigt zijn, tot het bevloeren van de twee kamers van 't nieuwe Peper Pakhuijs alhier buijten en behalven de planken, van 't oude pakhuijs, als. Voor de kleine kamer. 46: p:s angelika planken lang 9. en breet -½ Colido 36: „ _=o Ribben lang 7. voeten en dik 2. en 3. borees 10. „ _=o _=o van 10. Cobidos lang ider. 225: stux spijkers van 6. d=m 50: lb d=o Enkelde. voor. 427. Iunij 1772: — Vrijdag den 5. voor de Groote kamer. 51: p:s Angelika ribben van 7. v:t lang ider, dik 2. en 3. borels 353: stux spijkers van 6: d=m 85. lb spijkers enkelde. Aan Contant. Aan de timmerlieden. . . . . . . . . . . . . Rop:s 57:—. Zagers. . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 10. —. „coelijs tot 't afbreeken van 't oude pakhuijs &=a - - - - - - - - - - - „ 15. — Somma rop:s 82: Caelicaiban den 1. Iunij A„o 1772: /was getekend:/ met een kruijsje en daaromme geschreeven dit is het merk van boven gem: Macedo Welke voormeldte planken en Rebben, gerekent na de prijs Courant en de thans ingevoerde bereekening van voeten en duijmen, uijtmaken en bedragen. 931: voeten angelika planken van 12. tot 16. duijm, en dik 1¼ d=m â 8. rop:s de 100: voeten. - - - - - - - - - - rop:s 74: 23: 834: d=o Ribben van 2½. en 3½ d=m dik, â 3. rop:s de 100: voeten. . . . . . . . . „ 25. 1. Rop:s 99: 24: En Vrijdag den 5. Iunij 1772: de beschoeging en bevloering zal op 230 a 240. rops komen te staan. deliberatie daar over„ besluijt datwerk onderhanden te laten naemen. En dus met de voorm: 82. rop:s in contant, en het bedragen der spijkers, deeze beschoeijing en bevloeringe zoude komen te staan, men de meer op 230: â 240: ropias. — Waar over gedelibereert en in aan „merkinge genomen zijnde, dat het oude pakhuijs niet langer kan staan, en den Resident beschroomt is; peper in het nieuwe pakhuijs, mits desselfs vogtigheijd te bergen; zonder dat het zelve met planken word bekleed, gelijk hier over al, de pakhuijsen en hokken waar in peper opgelegd word, met houte vloeren en beschuttingen tegen de muuren voorzien zijn; zoo is goedgevonden en verstaan de versogte bevloering en beschoeijing, ten eersten onder handen te laten neemen, en de voorsz: materialen daar toe derwaards te laten besorgen. — Laatstlijk de Commandeur de verga „dering
English
429. Friday the 5th of June 1772:— Announcement that the time of the farming out is at hand. Also of the tithes in the Company's conquest Paponetty. Land at Nijcotta ought to be farmed out. And two salt pans at Chettua. The meeting having been informed that the time was beginning to approach to hold the general farming out of the Company's domains and dues, as well as of the dues of the tithes of the private arable lands and gardens in the Company's conquest Paponetty; that also two small pieces of land at Nijcotta, granted in the year 1761 for a term of 7 years, have been made fit for arable lands and could now be farmed out; together with the fact that the term for farming out the Company's lands situated within the limits of Chettua would also expire by the end of August next; as well as that the term of four pieces of land, which had been granted there for the purpose of being made into arable lands and salt pans, and have now been made into 32 parras of arable lands, and 2 salt pans consisting of 66 beds, has also expired; Friday the 5th of June 1772:— Decision to proceed with the farming out of the Company's domains and the 2 pieces of land at Nijcotta on the 19th of this month here in Cochin; that of the tithes at Paponetty on the 25th, and of the lands at Chettua on the 28th following. Messrs. van Harn and Seyffer are appointed thereto as commissioners. having expired, and these thus also ought to be farmed out for a new term, it was approved and resolved to let this farming out proceed, namely that of the domains and the two pieces of land at Nijcotta on the 19th of this month here in Cochin, that of the tithes at Paponetty on the 25th, and that of the lands at Chettua on the 28th following; and to give notice thereof by publication and the affixing of notices, both here and at the subordinate offices, to interested parties; and also to appoint for the farming out at Paponetty and Chettua the members of this assembly, Messrs. van Harn and Sijffer, and alongside them the First Clerk Daimichin. Regarding the lands at Chettua, it was further resolved to have them farmed out for a term of 10 years, as they are solely arable lands and salt pans where no planting of trees can take place, which is properly why a longer term 431: Friday the 5th of June 1772: The Commander reminds the meeting of the settlement of the dispute with the King of Cochin. term of 20 years is determined around here regarding the gardens. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar, in the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. /was signed/ A. Moens, I. W. van de Graaff, I. H. Medeler, R. v. Harn, S. C. Saffin, I. L. van Spall, A. R. Schutz, and C. G. Seijffer. — Thursday the 13th of August Anno 1772: in the morning at 9 o'clock. All Present Except the Warehouse Master Saffin, due to indisposition. Initially, the Commander reminded the meeting how, among other things, in the settlement of the latest dispute with the King of Cochin, concerning the disputed territory as well as the revenues of Thursday the 13th of August 1772: His Highness will levy no more dues than of old. Delivers a list thereof. of Mattancherij, the Canarese Bazaar, and the Pagodinjo, inserted into our resolution of the 14th of February last, it was stipulated that His Highness would retain the benefits thereof, provided His Highness shall not be permitted to levy more than what he enjoyed from old times according to the ancient regulations; to which end His Highness had also promised to provide a specific list of what must be paid and has always been paid there, so that in case complaints should arise concerning this, one might decide them according to equity. That His Highness has since delivered such a list; that he, the Commander, pursuant to what was communicated to Their Right Noble Excellencies by separate letter of the 1st of May last, 435: Thursday the 13th of August 1772 The same has been examined by commissioners. And is found tolerable and well drawn up; see report. committed the said list to persons skilled in the language and the country /:in order to have no further dispute about this hereafter:/, to examine it, assisted by the Company's and other experienced merchants, in the presence of the King's ministers, and to check it item by item to see whether any novelty or any increase of toll might be found therein. That these commissioners /:to whom he had since, on account of his experience in the general course of trade here, also additionally appointed the Bookkeeper and Dispenser here, Hendrik Dirksz:/ have provided a written report, whereby it appears that they, at Mattancherij, at the house of the Jewish merchant Samuel Abrahams, in the presence of the First Minister of State, the Paliath Achan, together with the Kariakkars of Thursday the 13th of August 1772: of the King of Cochin, Ananda Narana Pattare, Welleil Coenje Menon, Perimbala Kisikaren, Palleil Coenje Menon; together with the Jewish merchants Elica Rabbij, David Rabbij, and Samuel Abrahams, as well as the Banyan and Canarese merchants Anta Chettij, Nanoe Chettij Pockeren, Goudda Pooij, Nanoo Kinie, Bikoe, Martier, and Raja Christna, examined the aforesaid list of tolls and dues and read it item by item, submitted it to the aforesaid merchants and accurately inquired of them whether this list conformed to the old usages and customs, and that the merchants thereupon unanimously replied that the list was tolerably drawn up, since they previously had to pay considerably more for those goods, adding that
Dutch transcription
429. Vrijdag den 5. Iunij 1772:— immuncertie dat den lyd der ver„ voer handen is. zoo meede van de threndens in 1 Conquest papoittij. land tot Agcolta dienden werden te verpagt en & Zoutpannee te Chittua. „deringe in kennisse gelegt hebbende, hoe pagting van s: Comps doen arren den tijd begon te naderen om de Generaale verpagting van 'sComp:s Domainen en geregtigheeden als meede van de geregtigheeden der Thiendens van de particuliere Zaaijlanden en Thuijnen in 'sComp:s Conquest Paponettij te laten geschieden, dat ook twee stukjes land te Nijcotta in A=o 1761: ter benefitie dat ook twe stuskjes gebenisfieerd afgegeven voor 7. Iaaren, tot Zaaijlanden zijn bekwaam gemaakt en thans konden werden verpagt, mitsgaders dat den verpagtings termijn van 's Comp:s landerijen in de limiet van Chettua gelegen, ook onder ultimo Augustus mitsgaders vok 1 Comp„s landerij, naastkomende zoude eijndigen, zo meede dat den termijn van vier stukken land, die aldaar ter bequaam-making van Zaaijlanden en Zoutpannen zijn afge= „geven geweest, en thans gemaakt zijn tot 32: parras Zaaijlanden, en 2. Zoutpannen bestaande in 66: beddings, ook verstreeken Vrijdag den 5. Iunij 1772:— domainew en de 2 stukjes grond te Agestta te laten voortgang hebben op den 19 deser hier te Cochia den 25, en van de landerijen te Chet tua op den 28 daar aan de lieden van hary & Seyffer werden daar toe als Gecommitteerdens benoemd. verstreeken zijnde, dezelve dus meede voor een nieuw termijn dienden te werden verpagt, zoo is goedgevonden en verstaan, die verpagting te laten voortgang hebben„ besluijt de verpagting van'1: Comp:s die van de Domainen en de twee stukken grond te Nijcotta op den 19: dezer hier te Cochim die van de Thiende te paponettij op den 25. en die van de landerijen te Chettua op den 28. daaraan„ die van de Thunders op papondtij, en daar van bij publicatie en affixie van biljetten, zo hier als op de onder- „hoorige Comptoiren, aan de liefhebbers kennisse te geven, mitsgaders tot de verpagting te Paponettij in Chettua te committeeren de Leeden dezer vergadering D:s van Harn en Sijffer en nevens dezelve, den Eersten Clerq Daimichin„ zijnde ten belange der Landjes te Chettua nog verstaan, die te laten verpagten, voor een termijn van 10. Iaaren, als alleen Zaaijlanden en zoutpannen zijnde; waar geen aanplanting van boomen plaats kan vinden, waarom eijgentlijk een langer termijn 431: Vrijdag den 5: Iunij 1772: den Commandeur herinnerd de vergade„ ring de afdoening van 't verschil met den Cochimsen koning termijn van 20: Iaaren hier omstreek, omtrent de Thuijnen is bepaald. Aldus Gedaan Geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Mal „labaar, ter steede Cochim, ten dage maand en Iaare voormeldt /was getekend/ A. Moens, I. W. van de Graaff, I. H: Medeler, R. v. Harn, S. C. Saffin, I. L: van Spall, A: R: Schutz en C. G. Seijffer. — Donderdag den. 13. e Augustus Anno 1772: smorgens ten 9. uuren, Alle Present Dempto den Pakhuijmeester Saffin door in dispositie. Aanvangelijk herinnerde de Heer Commandeur de vergadering, hoe onder anderen bij de afdoening van 't Jongste verschil, met den 4: het questieuse grond gebied, als over koning van Cochim, zo over ^ de revenuen van Donderdag den 13. Augustus 1772: heeden als van vods mogen kiffen. levert daar van een lijstover. van Mattancherij, Canarijnsebazaar, en de Pagodinjo, g'insereert bij onze resolutie, van den 14: februarij J:o leden vast gesteld is, dat zijn Hoogheijt de voordeelen daar van zoude blijven zij hooghid zal geen meedergeregtig behouden, mits zijn Hoogheijt niet meer zal mogen heffen, als het geen hij na de oude bepaalinge van ouds af daar van genooten heeft, ten welken eijnde, zijn hoogheijt teffens beloofd had, te zullen be- „zorgen eene specifique Notitie van het geene daar betaald zal moeten worden, en altoos betaald is, om ingevalle klagten daar over mogten komen, men dezelve na de billijkheijd zoude kunnen decideeren: Hoe zijn hoogheijt ook zedert zodanig, eene lijst heeft overgegeven; Hoe hij Commandeur ingevolge het bij Aparte brief van den 1 Maij J:o leeden aan Haar Hoog Edelheedens 435: Donderdag den 13. Augustus 1712 mitteerdene. en is dragelijk en wel opge„ „maakt bevonden vide Rapport Edelheedens bedeelde gem: lijst /: om daar over na dezen geen verschil meer te hebben:/ aan taalen landkundige lieden ter brand gesteld heeft, om gassis= „teert van 'sComp:s, en andere ervarene kooplieden, ten overstaan van 's konings deselve is g'examineerd door Gecom„ ministers te Examineeren, en van post tot post nategaan, of ook eenige nieuwigheijd, dan wel eenige vermeerde „ringe van thol daar bij moeijt te vinden zijn: Hoe die Gecommitteerdens /:waar bij hij 't zedert om desselfs ondervin- „dinge in den algemeenen koop der Negotie alhier, nog ten overvloede gecommitteerd had den Boekhouder en dispencier alhier Hendrik Dirksz:/ van schriftelijk Rapport gedient hebben, waar bij blijkt, dat zij op Mattancherij, ten huijse van den Ioods koopman Samuel Abrahams integenwoordig -k „heijd, van den Eersten staads Minister de Paljetter, benevens de Ragiadoors van Donderdag den 13: Augustus 1772: van den koning van Cochim Ananda Narana, Pattare, welleil Coenje Menon, Perimbala kisikaren, Palleil Coenje Menon; mitsgaders de Ioodse kooplieden Elica Rabbij, David Rabbij en Samuel Abrahams, als meede de Benjaense en Canarijnse kooplieden Anta Chettij, Nanoe Chettij Pockeren, Goudda pooij, Nanoo Kinie, Bikoe, Martier, en Raja Christna, de gem: Lijste van de thollen en geregtigheeden g'Exami„ „neert en post voor post geleezen, de voorm: kooplieden voorgehouden en dezelve nauwkeurig afgevraagt hebben, of die lijst met de oude overeenkomstig met de oude uanti usantien en costumen overeen qua- „men, en dat de kooplieden daar op eenpaarig van antwoord gedient hadden, dat de Lijste dragelijk opgemaakt was, alzo zij voor deezen zelfs vrij meer voor die goederen hadden moeten betalen, met bijvoeging, dat
English
435. Thursday, the 13th of August 1772: promised and to collect the tolls according to that list; that they had no reason to complain against this payment, and that thus everything agreed with the ancient usage and customs; that thereupon the Paliath Achan and the aforesaid Regiadors of the King of Cochin, in the name and on behalf of their King, determined, undertook, and promised that the collection henceforth once and for all without the least increase would take place in that manner and according to that list: How the said commissioners alongside their report simultaneously submitted the same list in duplicate, namely two in the Dutch and two in the Malabar language, signed on the one side by the aforesaid four commissioners, and on the other side by the Paliath Achan and the four Regiadors of the King, and properly signed in the middle by the Company's and other merchants, so it was agreed to have the said report and lists kept as authentic documents with our Thursday, the 13th of August 1772: our other contracts, and for the sake of completeness to have them inserted into this resolution, as well as to keep this note of the aforesaid report and lists. To the Right Honorable, Respected Sir Adriaan Moens, Commander and Governor of the Malabar Coast, Canara, and Vingurla. Right Honorable, Respected, Ruling Sir! In compliance with Your Right Honorable's highly esteemed order, the undersigned went to Mattancherry to the house of the Jewish merchant Samuel Abrahamsz, where also appeared the Paliath Achan 437. Thursday, the 13th of August 1772: Paliath Achan together with the Regiadors of the King of Cochin, Ananda Narana Pattre, Welleil Coenje Menon, Perimbala Kiesikaren, Palleil Coenje Menon, as well as the Jewish merchants Elico Rhabbij, David Rhabbij, and Samuel Abrahams, as well as the Banyan and Canarese merchants Anta Chettij, Nanoe Chettij, Poekeren, Gouddo Pooij, Nanoe Kienie, Bikoe, Martin, and Raja Christna, in whose presence we examined and read item by item the list of tolls and duties which the King of Cochin has submitted and which His Highness was accustomed to demand of old at Pagodingo, Mattancherry, and Canarese Bazaar, presented it to the aforesaid merchants, and inquired of them closely whether the same agreed with the ancient usages and customs, to which the merchants unanimously replied that the list Thursday, the 13th of August 1772: the list was made up very bearably, as previously they had had to pay double tolls for those goods, adding that they had no reason to complain against this payment, and that thus everything agreed with the ancient usage and customs, whereupon the Paliath Achan and the aforementioned Regiadors of the King of Cochin, in the name and on behalf of their King, determined, undertook, and promised that the collection henceforth once and for all without the least increase would take place in that manner and according to that list, which list we have the honor to present herewith to Your Right Honorable. With which we remain with the greatest respect, below stood: Right Honorable, Respected, Ruling Sir, Your Right Honorable's humble and very obedient servants, was signed: C. G. Seijffer, S. v. Jongeren, Hendrik Dirksz, and J. Coenraadsz. in the margin: Cochin, the 1st of July Anno 1772. List 431. Thursday, the 13th of August 1772: List of the tolls and duties which were previously always demanded on behalf of the King of Cochin, and therefore will now also be demanded at Pagodingo, Canarese Bazaar, Mattancherry, and the Bazaar of Cochin de Cima on the goods that are brought from the inland across the river according to ancient usage. 1 bretie beam: fanum 2. 1 angelica beam and teak: 1. Mastwood and light beams, areca trees, bamboos, etc., the value of 100 ditto: 1¼. Planks of 2 inches thickness per 100 pieces: 12½. Planks of 1 inch thickness per 100 pieces: 6¼. New manchua boats brought to be sold, the value of 100 fanums: 1¼. 1 candy dried ginger: 10. 1 ditto turmeric: 5. Thursday, the 13th of August Anno 1772: 1 candy wild ginger: fanum 3. 1 ditto cinnamon flowers: 10. 1 ditto copra or dried coconut: 10. 1 ditto sandalwood: 15. 1 ditto chana pearls: 8. 1 maund white wax: 2½. 1 maund cardamom: 6¼. 1 candy indigenous resin: 10. 1 ditto coea powder: 5. 1 ditto sliced chikni areca: 10. 1 ditto jaggery sugar: 15. 1 thulam chinika fruit: ½. 1 candy coir yarn: 10. Gingelly seed, beans, chama, horse beans, tenna, catjang, kaddalaka, nachani, the value of 100 fanums: 1¼. The paddy that is brought to the bazaar, the buyers must pay 5¼ paras in duties for 100 paras per para, and the buyers for 100 fanums: 5. Likewise a seller shall also have to pay for the measurer ½ fanum for each 100 paras, and the buyer ¾ ditto, together: 1¼.
Dutch transcription
435. Donderdag den 13: Augustus 1772: beloven de en vordering der tcholten na die lijst te doen. dat zij geen reeden hadden tegens deze betaling zig te beswaaren, en dat dus alles met de oude uzantie en costumen over den Paljetter ons konings Magradoen een quam; dat daar op den Paljetter en voorsz: Ragiadoors, van den koning van Cochim, uijt naam en van wegens hun zich koning vast gesteld, op zijn genomen en beloofd hebben, dat de invordering voor „taaen eens voor al zonder de minste ver= „meerderinge, op die wijze, en na die lijste, zoude geschieden: Hoe gemelde gecommitteerdens bij hun Rapport teffens overgelegd hebben, die zelfde lijste in duplo, teweeten twee in de Nederduijtsche, en twee in de mallabaarse taal, aan de eene zijde door voorsz: vier gecommitteerdens, en aan de andere zijde door den Paljittea en de vier Ragiadoors van den koning, en in 't midden door sComp:s en andere kooplieden behoorlijk onderteekend, zo wierd verstaan gem: rapport in Lijsten als egte stukken bij onze Donderdag den 13. Augustus 1772:— onze overige Contracten te laten bewaren, en ten overvloede bij deze Resolutie nog te doen insereeren, mitsgaders van 't een insentie vergem: raposte lijsten en ander deze aanteekeninge te houden Aan den wel Edele Agtb: Heer Adriaan Moens, Commandeur en Oppergebieder der Custe Mallabaar, Canara en wingurla. Wel Edele Agtbaare Welgebiedende Heer! In naarkoming van uwel Edele Agtbaare hoog g'Eerde bevel, hebben de ondergeteekendens zig vervoegt op mattancherij ten huijse van den Ioods koopman Samuel Abrahamsz:, alwaar ook gecompareert is den paljettia ƒ 437: Donderdag den 13. Aug:s 1772: paljetter benevens de Ragiadoors van den koning van Cochim Ananda Narana Pattre, Welleil Coenje Menon, Perimbala Kiesikaren, Palleil Coenje menon, mitsgaders de Ioods kooplieden Elico Rhabbij, David Rhabbij en Samuel Abrahams, als meede de Benjaanse en Canarijnse kooplieden Anta Chettij, Nanoe Chettij, Poekeren, Gouddo Pooij, Nanoe kienie, Bikoe, Martin, en Raja Christna, in wiens presentie wij de Lijste van de Thollen en Geregtigheeden die den koning van Cochim heeft opgegeven en dewelke zijn Hoogheijt van ouds plagte te vorderen op Lagodinjo, Mattancherij en Canarijns Bazaar, g' Examineert en post voor post geleesen, de voormelde kooplieden voorgehouden en dezelve nauwkeurig afgevraegt, of dezelve met de oude usantien en costumen over een quamen, waar op de kooplieden eenparig van antwoord dienden, dat de lijste Donderdag den 13. Augustus 1772: — lijste heel dragelijk opgemaakt was, alzo zij voor deezen dubbelde thollen voor die goederen hadden moeten betalen, met bijvoeging, dat zij geen reden hadden tegens deeze betaling zig te beswaaren, en dat dus alles met de oude usantie en costumen over een quam, en waar op dien Paljetter en vooren gem: Ragiadoor van den koning van Cochim uijt naam en van wegens hun koning vast gesteld, op zig genomen en beloofd hebben, dat de invordering voortaan eens voor al zonder de minste vermeerderinge op die wijze, en na die lijste zoude geschieden, welke lijste wij de Eere hebben uwel Ed: Agtbaare hier nevens dte presenteeren. waarmeede met de meeste Eerbied verblijvene /:onderstond/ wel Edele Agtb: welgebiedende heer. uwel Edele Agtb: ootmoedige en zeer nederige dienaaren / was getekend / C. G. Seijffer, S. v. Jongeren, Hend:k Dirksz: en J: Coenraadsz: /:in margine/ Cochim den 1. Iulij A=o 1772: — Lijste 431. Donderdag den 13: Aug:s 1772: Lijste van de Thollen en geregtigheeden die van wegens den koning van Cochim bevoorens altoos gevordert zijn, en derhalven nu ook zullen gevordeert worden op Pagodinjo, Canazijns Bazaar, Mattancherij en de Bazaar van Cochim de Sima van de Goederen die uijt de binnen landen over de revier aangebragt worden na de oude usantie. 1. bretie balk. . . . . . - - . - . - - . - . . . . . . fanum 2. 1. angelika balk en Tecke. . . . . . . . . . . . . . . . „ 1. Masthout en ligte balken, arreeks boomen, bamboesen &=a, de waarelij van 100: d:s - - - - - „ 1¼. Planken van 2. duijmen dik voor 100: Tommerons. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 12½ Planken van 1. d=m dik voor 100: Comm: - - - - „ 6¼. Nieuwe mansjouw die aangebragt worden, om te verkopen de waardije van 100: fanums.- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1¼. 1. Candijl gedroogde Gember. . . . . . . . . . . . . . . „ 10. — 1. d=o kurkema - - - - - - - - - -- „ 5. — .. Donderdag den 13. Augustus Anno 1772: 1. Candijl wilde Gember- - - - - - - - - - - - - - fanum 3. –. 1. d=o Caneel bloemen. . . . . . . . . . . . „ 10. —. „ koppara of gedroogde kokus - - - - „ 10. —. „ Sandijl hout - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 15. —. 1. „ chana parel - - - - - - - - - - - . - . . . „ 8. —. 1. mau witte wax - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 2½. 1. „ Cardamom - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 6¼. 1. Candijl Inlandse harpuijs. - - - - -. . . - . . - - - „ 10. —. 1. d=o Coea poeijer - - - - - - - - - - - - - - - - „ 5. —. 1. „ gesneeden Chikinie areek. . . . . . . . . . „ 10. —. 1. „ Iager Suijker - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 15. —. 1. toelam Chinika vrugt. . . . . . . . . . . . . . „ — ½. 1. „ Caijer draat - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 10. — Gingilizaat, boontjes, Chama, paerde boonen, Tenna, Catjang, kaddalaka, natjanie, de wardije van 100: fanums - - - - - - - - - - - - - - „ 1¼. De Nelij die op de bassaer aanbrengen moeten de kopers voor 100: parras 5¼. parras van geregtigheijd voor de parra betalen, en de kopers voor 100: f:s . . . . . . „ 5. —. Item een verkoper zal ook moeten betaalen voor de meeter -½. fanumt voor ider 100: parras, en Koper ¾. d:s tesamen - - - „ 1¼. 1. De
English
441. Thursday the 13th of August 1772: The inhabitants and residents who harvest paddy from their sowing fields and bring it in for their own consumption do not need to pay any duties or toll; however, if they should sell the paddy to the merchants, they must pay the toll as stated hereinbefore. Cumin seed, aijmoddagom, bissalarij, coriander, karkalarij, onions, garlic, etc.: for the value of 100 fanums . . . - fs 1¼. Gingelly oil, per chodena - - - - - - - - - - - - 1. — butter . . . . . - . . - . - - . . . . . . . . . . . . . . . 2. — coconut oil - - - - - - - - - - - - - - - - - - - —½. Amenikka, oddatta, bepoe, marrottij oil, and honey, the value of 100 pts - - - - - 1¼. 1000 coconuts . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5. —. The rafts with timber, the value of 100 fanums - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1¼. every vessel with firewood - - - - - . . . . . . ¼. The northern and southern merchants who bring in bunches of plantains, chena, chembo, conbelenga, mattenga, cucumbers, etc., must pay for 100: 3 ditto. Thursday the 13th of August 1772: — The rice that the merchants of the bazaar of Canarijn Mattancherij and Cotjoe Angaddij bring in from Angecaimaal must pay for 100 fanums . . . . . . . fs 1. –. for 100 bundles loaded with betel, 3 ditto for 100 pieces of areca nuts, 3 ditto The linen packages that are brought in across the river and on which the King's seal is placed, as well as on the linens that arrive from Palcatcherij, must pay in duties: for those from Palcatcherij, for 100 caetjes 37½, for 100 pieces 75 fanums. 701 fs, and the southern caetjes of lower price for 100 pieces - - - - - - - - - - - - - - - 50. —. The southern linens that are brought in with tonies of the Modiliar and transported to the north and east must pay for each pack of 40 pieces to His Highness 12 fs and obtain a receipt for it. The ferry from Mattancherij to Angicaimaal will also be granted to a person who shall demand 10 boeseroeken from each person. 443: Thursday the 13th of August 1772: Upon the bringing in of other merchandise that is not known here, the lessee shall receive for 100 fl - - - - - - - - - . . - f 1¼. The tobacco lessees in those places shall also take course as of old. The goods that the Company's merchants buy from the Honorable Company, and when they wish to resell them, must pay for 100 fs—namely, to the inland merchants . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1. —. On the trade goods that are brought in by sea and on which toll is paid to the Honorable Company, His Highness shall not be permitted to claim any duties; except for some old customs, namely: The paddy and salt that the merchants bring in by sea must pay for every 100 parras 1 parra as an acknowledgement, for the measuring parra; and for each candy of salt —½ fanums for the measurement. Every bombara must give to His Highness as a gift: rops 9:—. Every sibaar - - - - - - - - - - 3. –. Thursday the 13th of August 1772: Every goendra as a gift . . . . . ps 72:—. And 3 mats, and for 100 kombelmas three ditto, and of 100 cakes 3 ditto. Every large almadia, 1 rupee Every thonce - - - - - - - - - ¼ ditto small almadia - . - - - - ½. The vessels of the residents do not need to pay any duties; the vessels that bring the letters without trade goods also do not need to give any toll. The colletjes of linen packages that the merchants of Porca, Coijlan, and Calicoilan bring in by sea, there, and subsequently across the river here, His Highness shall enjoy his duty as customary. — Thus has this list been examined and agreed upon at Mattancherij, at the house of Samuel Abrahams, on behalf of the King of Cochim: the Paliath Achan Comij, the Regidors of His Highness Ananda Narana, Coenja Menon, Narana Menon, Palleil Coenja Menon; and on behalf of the Honorable Company: the Junior Merchant 445: Thursday the 13th of August 1772: and Pay Bookkeeper Coenraad George Seijffert, the Junior Merchant and First Sworn Translator Simon van Tongeren, the Bookkeeper and Dispenser Hendrik Dirksz, and the Bookkeeper and Beach Master Iacobus Coenraadsz, in the presence of all the merchants on the 1st of July Anno 1772. Below was signed on the one side with some Malabar characters placed by the Paliath Achan and the four Regidors themselves; on the other side was signed C. G. Seijffer, S. v. Tongeren, Hk Dirksz, and Is Coenraadsz; and in the middle in our presence signed by the Jewish and Canarese merchants, the former with Hebrew letters and the latter with some Canarese characters. And whereas the King's First Prime Ministers and His Highness's other officials expressly signed the said lists in duplicate, both in Dutch Thursday the 13th of August 1772: and Malabar, and His Highness for that reason also requested to have a copy thereof as well as the Company, out of apprehension that at some time hereafter, through arbitrariness or evil counselors, as His Highness called it, exceptions might again be made to it and he might be disturbed regarding it again, it was resolved to grant His Highness this request as being consistent with fairness, and thus to have the counterpart or duplicates of the said list delivered. Subsequently, the Commander communicated to the meeting, as a consequence of what was recorded in the Resolution of the 28th of October of the past year concerning Adij Ragia, how that Moorish ruler, notwithstanding the emphatic
Dutch transcription
441. Donderdag den 13. Aug:s 1772: De Jnwoonders en Ingeseetenen die den nelij uijt hunne zaaijvelden in oegsten en aanbrengen tot hunne consumtie behoeven geen geregtigheeden of thol te betaalen, dog wanneer, zij de Nelij aan de kooplieden „zo mogten verkopen, moeten, de thol betaalen zoo als hier vooren vermeld staat. Comijn-Zaat, Aijmoddagom, Bissalarij, coriander, karkalarij, uijen, look ensz: voor de waardije van 100. fanuins. . . - f=s 1¼. Gingelij=olij ider Chodena - - - - - - - - - - - - „ 1: — botter. . . . . - . . - . - - . . . . . . . . . . . . . . . „ 2. — kokus olij - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —½. Amenikka, oddatta, bepoe, marrottij olij, en hooning, de wardije van 100: p=ts- - - - - „ 1¼. 1000: kokus nooten. . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 5. —. De vlotten met classen de waardije van 100: fanums - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1¼. ieder vaartuig met brandhout - - - - - . . . . . . ¼. De noordse en zuijdse kooplieden die pijsang trossen, Chena, Chembo, Conbelenga, Mattenga komkommers W= aanbrengen, moeten voor het 100: 3. d=os betaalen. De Donderdag den 13. Augustus 1772: — De rijst die de kooplieden van de bassaar Canarijn Mattancherij, en Cotjoe Angaddij, van Angecaimaal aanbrengen moeten voor 100. fanums betaalen. . . . . . . f=s 1. –. voor 100: bossen bettel beladen 3. ditos voor 100: stuks akreeks 3. ditos de lijwaaten packen die over revier aangebragt en daar 's konings zegel opgezet werden, zoo wel op de lijwaaten die van Palcatcherij aan= „komen, moeten aan geregtigheijd voor die van Palcatcherij voor 100: Caetjes 37½ ^ voor 10 0 ps. 75 Janurs. 701: f:s en de Zuijdse Caetjes, van minder prijs voor 100: stuks - - - - - - - - - - - - - - - „ 50. —. De Zuijdse Lijwaaten die met Thonies van de Modiliar aangebragt, en naar de noord en oost vervoert werden voor ider pak van 40: Op:s moet aan zijn Hoogheijt betaalen 12. f:s en daar een briefje van haalen. De veer van Mattancherij na Angicaimaal zal ook aan een persoon gegeven werden„ die van ieder hoofd zal vorderen 10: boeseroeken. bij 443: Donderdag den 13. Augustus 1772: Bij aanbreng van andere koopmanschapp en die hier niet bekent zijn, zal den pagter genieten voor 100: f=l - - - - - - - - - . . - f= 1¼. De tabaks pagter op die plaetsen sullen ook kours neemen als van ouds. De Goederen die 'sComp:s kooplieden van DE. Comp: koopen, en wanneer zij weer verkoopen willen moeten voor 100: f:s betaalen, teweeten aan de binnenlandse kooplieden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 1. —. van de negotie goederen die over zee aangebragt en die verthold werden bij D' E. Comp: zal zijn ho:t geen geregtigheijd mogen pretendeeren; Excapto van eenige oude Costumados, teweeten: De Nelij en zout die de kooplieden over zee aanbrengen, moeten voor ider 100: parras 1. parra aan Erkentenisse betaalen, voor de meet parra, en voor ider candijl zout —½. fanums voor de maat. Jder bombara moet aan zijn Ho:t tot schenkagie geeven rop:s 9:—. Jder Sibaar - - - - - - - - - - „ 3. –. Jder Donderdag den 13: Aug:s 1772: Jder Goendra aan Schenkagie. . . . . p:s 72:—. En 3. matjes, en voor 100: kombelmas drie d=os en van 100: koekens 3. ditos. Jder groote Almedias 1: ropias Jder Thonce - - - - - - - - - ¼. d=o „ kleene Almedia - . - - - - ½. De vaartuigen van de Jngezeetenen behroeven geen geregtigheeden te betalen; De vaartuijgen die de brieven aanbrengen sonder Negotie goederen, behoeven ook geen thol tegeven. De Colletjes Lijwaet packen die de kooplieden van Porca, Coijlan, en Calicoilan„ over zee, daar en vervolgens over revier alhier aanbrengen, zal zijn Hoogheijt zijn gereg= „tigheijd genieten als gebruijkelijk. — Aldus is deze Lijste G'examineerd, en over een gekomen op Mattancherij, ten huijse van Samuel Abrahams, van wegens den koning van Cochim, den paljetter Comij, de Ragiadoors van zijn hoogheijt Ananda Narana, Coenja Menon, Narana Menon, Palleil Coenja Menon, en van wegens D' E. Compagnie den onderkoopman 445: Donderdag den 13. Augustus 1772: van di lysten te mogen hebben. onderkoopman en zoldij Boekhouder Coenraad George Seijffert, den onderkoopman en Eerste gesw: Translateur Simon van Tongeren, den boekhouder en dispencier Hendrik Dirksz: en den boekhouder en strandwagter Iacobus Coenraadsz: ten bijwesen van alle de kooplieden op den 1. Iulij A=o 1772: /:onderstond:/ aan de eene zijde /was getekend/ met eenige mallabaarse Caracters door den Paljetter en de vier Ragiadoors selfs gesteld, aan de andere zijde /was getekend/ C. G. seijffer, S. v. Tongeren H=k Dirksz: en I=s Coenraadsz: en in 't midden ten onsen overstaan /:getekend/ door de Joodje en Cannarijns kooplieden, Hebreusche letters, de eerste eenige Canarijnse en de steld. caracte En dewijl 's konings Eerste staads- zyn hoogheid versaekt oon afschrift ministers en zijn hoogheijts verdere bediendens gem: lijsten zoo wel in 't holland ragia nopens zijn debet. Donderdag den 13: Augustus 1772: hollands als mallabaars Expres twee voudig getekent hebben, en zijn hoogheijt uijt dien hoofde ook versogt heeft, om zoo wel als de Compagnie daar van een een schrift te mogen hebben, uijt bedug= „tinge dat zomtijds na deezen door door de wille keurigheijt of quaade raadgeevens, zoo als zijn hoogheijt dat noemde, daar weder Exceptief op zoude kunnen gemaakt, en hij daar omtrend weder gestoort werde, zoo wierd beslagt zin hoogh versehte acorderen verstaan zijn Hoogheijt dit versoek als met de billijkheijd overeenkomende te accordeeren, en dus de wedergade of dupplicaten van gem: Lijste te laten afgeven. - vervolgens Communiceerde bedenking over't gedrag van Adij „e de Commandeur de ver= „gadering, als een gevolg van het aangeteekende ter Resolutie van den 28: 8ber: anno passato nopens Aoij Ragia, hoe die moors regent ongeagt het nadrukkelijk
English
Thursday the 13th of August 1772: Whereas his regent Poka Raja has not sent the least reply to the emphatic writing from him, the Commander, yet his authorized agent present here named Poka Raja, who was also authorized to pass the well-known bonds, has declared only recently, or rather on the 11th of June last, to have obtained qualification to sell the rice and cardamom stored in the warehouse according to our resolution of the 15th of January last to the Company for the account of his master at the prices of last year, namely the rice at 98 Rupees per 3150 lb and the cardamom at 660 Rupees the candy of 500 lb; and whereas those quantities were weighed in the presence of commissioners and in the presence of him, Poka Raja, who also signed the report for the delivery, and were found to consist of 67500 lb of rice and 7193 lb of cardamom, as appears from the following declaration and the said report; it was resolved to make a record of this and to credit him, Adi Raja, for it in the amount of Rupees 11594:36, with the understanding that this amount shall serve toward the payment of the weapons and ammunition goods delivered to him pursuant to the Resolution of the 22nd of March of the past year and the further record of the 22nd of August following, in the sum of Rupees 5274:16, and to apply the remainder toward the reduction of his bond debt. Today, the 11th of June in the year 1772: Appeared before me, Adriaan Poolvliet, bookkeeper and sworn clerk of policy under the authority of the Honorable Adriaan Moens, Commander and supreme ruler of the Malabar Coast, Canara, and Vingurla, present the afternamed witnesses, the Moor Poka Raja, who acknowledged and declared to have a commission from his master, the Cannanore Sultan Adi Raja, to sell the cardamom and rice lying here in the Company warehouse for the account of the said Sultan, at the prices of last year, and consequently to have sold and transferred to the Honorable Company the cardamom at six hundred and sixty Rupees the candy of 500 Dutch lb, and the rice, which upon reweighing was found to consist of 67500 pounds, at ninety-eight Rupees per 42 packs, each weighing 75 Dutch lb. Thus done and passed within the city of Cochin, on the date mentioned in the heading hereof, in the presence of Jeremias Zeijzig and Jacob Drogh as witnesses. Was signed with some Moorish characters written by Poka Raja himself. In the margin: as witnesses, signed: J. Zeijzig and J. Drogh. Lower down: for the translation, signed: B. Bles, translator. Lower down: in my presence, signed: A. Poolvliet, sworn clerk. Below stood: agrees, was signed: J. A. Daimichen, First Clerk. To the Honorable Adriaan Moens, Commander and Supreme Ruler of the Malabar Coast, Canara, and Vingurla. Honorable, Right Commanding Sir! In compliance with Your Honor's highly esteemed order, we, the undersigned as Commissioners, went to the Company dispensary, and there saw the bookkeeper and dispensary master Hendrik Dirksz weigh and receive from the envoy of Adi Raja, named Poka Raja, as follows: 22½, say twenty-two and a half lasts, or 67500 pounds of rice. Wherewith we declare with deep submission to be, below stood: Honorable Right Commanding Sir, Your Honor's humble and obedient servants, was signed: Willem van der Sloot and Johannes Poolvliet. In the margin: Cochin, the 17th of June Anno 1772. Lower down: for the delivery, signed with some Moorish characters written by Poka Raja himself. Still lower down: for the receipt, was signed: Hendrik Dirksz. To the Honorable Adriaan Moens, Commander and supreme ruler of the Malabar Coast, Canara, and Vingurla. Honorable, Right Commanding Sir! In compliance with Your Honor's highly esteemed order, we, the undersigned as Commissioners, went to the Company Trade Warehouse, and there saw the junior merchant and warehouse keeper Samuel Constantin Saffin weigh and receive from the envoy of Adi Raja, named Poka Raja, as follows: 7193, say seven thousand one hundred and ninety-three lb net Cannanore cardamom. Wherewith we declare with deep submission to be, below stood: Honorable Right Commanding Sir, Your Honor's humble and obedient servants, was signed: Willem van der Sloot and Johannes Poolvliet. In the margin: Cochin, the 17th of June 1772. Lower down: for the delivery, signed with some Moorish characters written by Poka Raja himself. Still lower down: for the receipt, signed: S. C. Saffin. Furthermore was read the following report from special commissioners who inspected the Calvetty bridge.
Dutch transcription
447: Donderdag den 13. Augustus 1772:— deszelfs regend Poka rajeheeft zegden 11 Junij Jsleeden eerst verklaard qua leficatie erlangt te hebben, om de op„ Comp: lo mogen olfdoen. cardamom teegen 660 ro /as t andijl van 500 lb. nadrukkelijk schrijvens van hem Commandeur, als nog geen het minst antwoord gezonden hebbende, egter des„ „selfs gemagtigde, en hier zijnde agent genaemt Loka Raja die meede ge= „volmagt is geweest, tot het passeeren van de bekende obligatien, eerst dezer dagen of eijgentlijk den 11: Iunij J:o leeden gelegde Cardamnom en rijst aan de gedeclareert heeft, qualificatie erlangd te hebben, de in het pakhuijs volgens ons besluijt van den 15. Ianuarij J:o leeden, opgelegde Rijst en Cardamom voor Reekening van zijn meester aan de Compagnie te mogen verkopen, voor de prijzen van voorleede Iaar, namentlijk de rijdkleegen 9 8 re Cas de 3750 lb: ende de rijst tegen 98. Rop:s de 3150: e lb en de Cardamom tegen 660: Ropias het Candijl van 500: lb: Hoe daar op die quantiteijten ten overstaan van ge= „committeerdens, en ten bijweezen van hem Poka Raja, die teffens het Rapport, ook voor de uijtlevering getekend heeft, gewoogen 7193 lb Candamoin. besluijt denselven daar voor te Creditie ren met ropias 11594:36. om gedeelte lyk te strekken ter afbetaling van de en de rest ter mindering der obliga ter schuld. Donderdag den 13. Augustus 1772: min heeft bevonden 67500 lb: rijst,en gewoogen en bevonden zijn, te bestaan in 67500: lb Rijst, 7193: lb Cardamoin blijkens ondervolgend declaratoir en gem: Rapport, zoo wierd verstaan hier van deze aanteekening te houden en hem Adij Ragia daar voor te crediteeren ten bedragen van Ro/as 1594:36. genote waponr Ammuntie goederen met deze verstaande, dat dit bedragen zal dienen, ter afbetalinge van de aan hem, bij Resolutie van den 22. maart anno passato en het nader aangetekende op den 22. Aug:s daar aan afgegevene wapen en ammunitie goederen, ter Somma van Rop:s 5274: 16: en het overige te doen strekken in intertie van t deloraliers rap oor minderinge van zijn obligatoir schuld. - Heeden den 11: Iunij Anno 1772:— Compareerde voor mij Adriaan pootvliet, boekhouder en gesw: klerk van politie, onder het Gezag van den wel Edelen Agtbaaren Heer Adriaan Moens, Commandeur en oppergebieder der 149: Donderdag den 13. Augustus 1772:— der Custe Mallabaar, Canara en wingurla /:present de naargenoemde getuijgen:/ den Moor Poka Raja, denwelken bekende en verklaarde, als gevolmagtigde van den Cananoorse # Commissie van voorm: zijn muester te hebben; om de dy pagia alhier voor reek: van gen v: Sultan Ne sultan Adij Ragia in 'sComp:s pak= „huijs leggende Cardamomn en Rijst te mogen verkoopen, voor de prijzen van voorleeden Iaar, en dienvolgende aan D' E. Comp: te hebben verkogt en gecedeert, de Cardamom het Candijl van 500: lb hollands tegens ses hondert en sestig Rop:s en de Rijst welke bij naweeging bevonden is te bestaan in 67500: ponden tegens agt en negentigh rop=s, de 42: packen:, wegende ider 75. lb hollands. Aldus Gedaan ende Gepasseert „als binnen de stad Cochim, dato „ in den hoofde deses gem: in presentie van Jeremias Zeijzig en Iacob Jnogts als getuijgen /was getekend/ met 1: Donderdag den 13. Augustus 1772: — met eenige moorse Caracters door poka Raja selfs gesteld /:in margine / als getuijgen /getekend/ I:s Zeijzig en I:b Drogh /lager:/ voor de vertaaling /getekend/ B. Bles getranslateur /lager/ mij present /getekend/ A=n Poolvliet gesw: klerk /:onderstond:/ accordeert /was getekend/ I. A. Daimichen Eerste Clerq. Aan den E: E: Agtb: Heer Adriaan Moens, Commandeur en Oppergebieder der Custe mallabaar Canara en Wingurla. E: E: Agtb: wel gebiedende Heer! In naarkoming van UE. E. Agtb:s veel g' eerde ordre, hebben wij ondergeteekend als Gecommitteerdens ons vervoegt in 'sComp:s dispens, en aldaar door den boekhouder en dispencier Hendrik Dirksz:, sien wegen en ontvangen van den afzendeling van Adij Ragia gen=t Poka Radja, als. 22½ zegge twee & twintig en een halve lasten, o 67500 ponden rijst. waar 451: Donderdag den 13. Augustus 1772: waar meede met diepe onderdanigheijt betuijgen te zijn /:onderstond:/ E: E: Agtb: welgebiedende heer! uw E: E: Agtbaare onderdanige en gehoorzame dienaaren /was getekend:/ W=m van der sloot, en Iohannes Poolvliet /in margine/ Cochem den 17. Iunij Anno 1772: /lagerstond/ voor de uijtlevering / getekend/ met eenige moorse Caracteus door Poka Radja selfs gesteld /:nog lager:/ voor den ontvangst /was getekend/ H=k Dirksz: — Aan den E: E: Agtbaaren Heer Adriaan Moens, Commandeur en oppergebieder der Custe Mallabaar, Canara en winquala. E: E: Agtb: Welgebiedende Heer! In naarkoming van uw E. E. Agtbaare veel g'eerde ordre, hebben wij ondergetee= „kende Donderdag den 13: Augustus 1772:— productie van een raport van gecom mitleerdens, die de galweltijse brug gevisiteert hebbben. „kende als Gecommitteerdens ons vervoegt in 'sComp:s Negotie Pakhuijs, en aldaar door den onderkoopman in Pakhuijsmeester Samuel Constantin Saffin sien weegen en ontvangen van den afzendeling van Adij Ragia, gen=t Poka Radja, als: 7193: /zegge/ seven duijsent een hondert drie en negentig lb netto Cardamom Cananoouse. Waar meede met dieps onderdanigheijt betuijgen te zijn /:onderstond / E: E: Agtbaare welgebiedende Heer! uw E. E. Agtbaares onderdanige en gehoorzame dienaaren. /was getekend/ W=m van der Sloot en Iohannes Poolvliet /:in margine / Cochim den 17. Iunij 1772: /lager stond / voor de uijtlevering /getekend/ met eenige moorse caracters door Poka Radja selfs gesteld /nog lager / voor den ontvangst /getekend:/ S. C. Saffin. Voorts wierd opgelezen het ondervolgend. Rapport van Expresse Gecommitteerdens die 2
English
Thursday the 13th of August 1772: Resolved to pay the agreed 330 ropias from the treasury. Insertion of the report. who, as a consequence of our recent resolutions of the 5th of June last, have inspected the completed repairs of the Calvetti bridge; and whereas it appeared therefrom that the said repairs have been carried out properly and sufficiently, it was understood that the sum of 330 Ropijen agreed upon for it shall be paid to the overseer of the shipyard, Paulus Kip. To the Right Honorable and Worshipful Lord, Adriaan Moens, Commander and Chief Governor of the Coast of Malabar with its Dependencies. Right Honorable and Worshipful, Commanding Lord. In compliance with your Right Honorable and Worshipful's highly esteemed order, the undersigned proceeded to the bridge situated Thursday the 13th of August 1772: situated between the Boom Gate and Calvetti, inspected it carefully, and found that the two brick wings of the said bridge have been repaired as well as possible, while they are surrounded by good and sufficient teak beams and joined together with keys, and thus cannot tear apart or give way from each other again, and further that everything has been repaired according to the report of the 6th of March last. Wherewith we hope to have fulfilled our commission in accordance with your Right Honorable and Worshipful's highly esteemed order, in which trust they take the liberty to call themselves, with all high esteem, It was undersigned: Right Honorable, Worshipful, Commanding Lord! Your Right Honorable and Worshipful's very humble and obedient servants, was signed: I. v: Asbeek, L. Buijs, And:s van Eijk and J. W. de Graaff. In the margin: Cochin the 4th of July Anno 1772. Also Thursday the 13th of August 1772 Inspection of the tarring of the on the ramparts. Production of a report concerning the gun carriages, small gates, gates open. Also was read a report from the special commissioners, who, in accordance with a resolution of this assembly of the 28th of October of the past year, have inspected and found that all gun carriages in use, likewise the gates on the ramparts and small gates, have been properly tarred, and whereof it was understood to keep this record. On which occasion the Commander also made known that he had spoken with the head of the artillery and the equipage, and had learned from them that each, for the articles determined under his administration by the aforementioned resolution, with the quantity of tar allocated to them, could tar twice a year instead of once, provided they use the tar hot and not cold; whereby the tar can also penetrate better into the wood and gives a cleaner coating, whereas Thursday the 13th of August 1772: the same will henceforth be coated with hot tar twice a year. Production of a report from who have inspected the defects on the small vessel De Verwagting. whereas otherwise using the tar cold, they can barely manage with their allocated quantity for a single tarring; thus it was resolved, as an extension of the aforesaid decision, to note hereby that those articles shall henceforth be tarred with hot tar twice a year, that is, once just before the beginning of the good, and once just before the beginning of the bad monsoon, whereby the gun carriages, gates, small gates, and vessels can be preserved at two different times, even better than otherwise, against the vehement heat in the good monsoon and against the heavy rains in the bad monsoon. Furthermore, the following report was resumed from the overseer of the shipyard, the second mate remaining here from the ship Thuis te Boede, the three boatswains, and one of the ablest of the ship carpenters here, who Thursday the 13th of August 1772: the mast is rotted and decayed at the top by the chocks. Likewise, a galley is lacking on it. A trip must be made to Ceylon once or twice a year. who, in the presence of the Equipagemeester, have inspected our small vessel De Verwagting, and thereby stated that the mast, which had already been fished last year, was crooked and very damaged, and was even then judged unfit, has at the top by the chocks become completely waterlogged and rotted, nay even decayed; whereby the cross-trees have sagged, and the rigging has had to stand loose, and that therefore the vessel with this mast can no longer be trusted at sea, but absolutely requires another mast; likewise, that it lacks a galley, which is also unfit and, not being lined with iron, has already caught fire once and again, besides some other minor repairs; whereupon it was remarked that this vessel, besides its ordinary employment here, must go to Ceylon once or twice annually, where Thursday the 13th of August 1772: where / as last year / it sometimes has very heavy weather to expect, as then the mast had a good deal to suffer; that, however, there is no European wood on hand here except solely a spar, which according to the report of the commissioners, though indeed a little too thin in proportion to the vessel, would nevertheless be very good for this vessel if the old mast, being sawn through, were used for fishes for this spar; that this vessel, coming from Souratta, having had a small, defective little galley, the galley from our other small vessel was placed upon it (in order then to incur no expenses), which in fact can no longer be used; and whereas the commissioners in that report also show that by the fishing of a new mast a new cross-tree will have to be made; it is, in consideration that this is the only
Dutch transcription
453: Donderdag den 13. augustus 1772:— besluijt de bedongen 330 ronias uijt Casate laten betalen. insertie van 't raport. die als een sequeele van onze Iongste Resolutien van den 5. Iunij I:o leeden de gedane Reparatie van de Calwettijse burg gevisiteerd hebben; en dewijl daar bij bleek, dat die Reparatie behoorlijk en suffisant is geschied, zoo wierd verstaan, de daar voor geaccordeerde somma van 330. Ropijen aan de opziender van de scheepstimmerwerff Paulus Kip aftegeven. — Aan den Wel Edelen Agtb: Heer Adriaan Moens, Commandeur en oppergebieder der Custe Mallabaar met den Resoute van dien. Wel Edele Agtbaare wel„ „ gebiedende Heer. In nakooming van uwel Edele Agtb: hoog g'eerde ordre, hebben de ondergeteekendens zig vervoegd, na de brug geleegen Donderdag den 13. Augustus 1772: geleegen tusschen de boompoort en calwettij dezelven nauwkeurig, be „sigtigd en bevonden dat de twee ge= „metzelde vleugels van gemelde bruc„ zoo goed als doenelijk gerepareert zijn, terwijl dezelve met Goede Suffisante teeke balken omvangen en met sleutels „ in elkander verbonden zijn, en dus niet weeder van malkander kan scheuren of afwijken, en voorts dat alles gerepareert is, volgens het Rapport van den 6: Maart Iongstleeden. Waarmeede verhopen onze Commissie na uwel Edele Agtb: hoog g' Eerde ordre te hebben volbragt, in die vertrouwen matiger zij hun de Eere aan met alle hoog agting, zig te noemen /:onderstond:/ Wel Edele Agtb: welgebiedende heer! uw wel Edele Agtbaares zeer ootmoedige en Gehoorzame dienaaren /was getekend/ I. v: Asbeek, L. Buijs, And:s van Eijk en J. W. de Graaff /:in margine:/ Cochim den 4: Iulij Anno 1772: — ook 455: Donderdag den 13. Augustus 1772 gedaane bezigtiging van 't leeren der aan de wallen. ook wierd opgeleezen een Rapport productie van een raport wegensde van Expresse Gecommitteerdens, dewelke affayten, boekkens, poorten open volgens besluijt dezer vergaderinge van den 28. October anno passato bezigtigt en bevonden hebben, dat alle de in gebruijk zijnde Affuijten, item de poorten op de wallen en slekkens behoorlijk geteerd zijn, en waar van verstaan wierd, deze aanteekeninge te houden. — Bij welke gelegentheijd de Commandeur ook te kennen gaf, hoe hij met het hoofd der arthillerij en de Equipagie gesprooken, en van hun verstaan had, dat een ider, de articuls bij zijn admi „nistratie der voorm: Resolutie bepaald, met de hun toegelegde quantiteijt theer in steede van eens, wel twee maals 'sjaars theeken konde, mits zij de thier heet en niet kond gebruijken; waar door de Theer ook beter in het houd kan indrengen, en een zinderlijker aanstrijking geeft, daar Donderdag den 13. Augustus 1772:— deselve zullen voortaan twee „ maals, Jaars met heete theen aan gesrocken worden. productie van een raport van ken aan t smalschip de verwag ling gevisiteerd hebben. daar zij anders de theer kout gebruij= „kende, maar effen met de hun toegelegde quantiteijt voor een maal teerens kunnen rondschieten, zo is verstaan als een ampliatie van voorsz: besluijt hier bij te noteeren, dat die articuls voorthaan twee maal 's jaars met heete theer zullen geteert worden, dat is eens effen voor het begin van de goede, en eens effen voor het begin van de quade mousson, waar door de affuijten, poorten, hekkens, en vaartuijgen, tegen de vehemente hette in de goede mousson en tegens de staenge regens in de quade mousson, op twee onderschijdene tijden, nog beter als anders kunnen gepreserveert worden. — Nog wierd geresumeert het ondervolgend Gecommitteerdens, die de gebree„ rapport van den opziender der scheeps timmerwerff, den van het schip Thuijs te Boede alhier verblievene onderstuurman de drie bootslieden en een der bequamste van de scheeps timmerlieden alhier dewelke 457: Donderdag den 13. Augustus 1772: de mast is booven by de kussens vrooten verduurd. versgelyks mangueerd daar op een Combuijd. s Jaars an den andermaal een logt na Ceilos moetdeen. dewelke ten overstaan van den Equipagie = „meester ons Smalschip De verwagting gevisiteerd, en daar bij opgegeven hebben, dat de mast die verleeden Iaar al gewangd, krom en zeer beschadigt geweest, en toen al onbequaam g'oordeelt is, boven bij de kussens ten eenemaal ingewatert en verrot Ia zelfs vervuurd is; waar door de zalings gezakgt zijn, en het tuijg los heeft moeten staan, en dat dus het vaartuijg met die meest niet meer in zee te vertrouwen is, maar absoluijt een andere mast vereijst, zoo meede, dat daar een Combuijs aan manqueert, dewelke ook onbequaam en buijten des niet beslagen zijnde, reets eens en andermaal in brand is geraakt, behalven nog eenige andere geringere reparaties; zoo wierd daar op aange= aanmerking dat dit vaartuig„ merkt, hoe dit vaartuijg behalven het ordinaire emploij alhier Jaarlijks eens en andermaal na Ceijlons moet alwaar Donderdag den 13. Augustus 1772: alwaar het / gelijk voorleeden Iaar zomtijds zeer swaar weer te wagten heeft, gelijk doen de mast al vrij wat telijden had; dat men egter hier geen verderlandse hout aan handen heeft, als eenelijk een spier, die volgens het Rapport der Ge= „committeerdens, schoon wel een weijnig te dun na proportie van het vaartuijg, egter zeer goed voor dit vaartuijg zoude zijn, indien de oude mast door gezaagt zijnde, tot wangen voor deze spier ge= „bruijkt wierd, dat dit vaartuijg van souratta komende een klijn gebrekkig combuijsje gehad hebbende, men de Combuijs van ons ander smalschip (om toen geen onkosten te doen) daar op geplaatst heeft die in der daat niet meer kan gebruijkt worden, en dewijl de Gecommitteerdens bij dat rapport ook aanthoonen, dat door het wangen van een nieuwe mast een nieuwe zaling zal moeten gemaakt worden; zoo is uijt aanmerkinge, dat dit het eenigste
English
459: to let the repairs proceed according to the statement in the report. Insertion of the report. is the only sailing vessel that is currently here, and with which, in ordinary times and with good management, one can also manage, it is approved and resolved to have such a new mast, cross-trees, galley, and further minor repairs made and carried out, as stated in the aforementioned report. Thursday the 13th of August 1772. To the Honorable, Worshipful Mr. Adriaan Moens, Commander and Chief Authority of this coast and its dependencies. Honorable, Worshipful, Right Governing Sir. In compliance with Your Honorable Worship’s highly esteemed order, we, the undersigned, proceeded to the smalschip De Verwagting, and there carefully inspected the mast of that vessel, which we found to be, Thursday the 13th of August 1772. at the top near the trestle-trees, completely waterlogged and rotted, indeed even decayed, by which the cross-trees have sunk and the rigging consequently had to stand slack; furthermore, that the said mast was already fished last year and was also severely damaged by the chafe of the gaff, on which account the same is judged unfit, so that this vessel with this mast is now no longer to be trusted at sea, and the mast cannot be repaired in any other manner, as it has moreover already been turned around once to counter its previous bend, but has since bent over very crookedly again on the other side. However, since there is no timber on hand here for that mast, but there is a spar, which is also somewhat thin, the undersigned deem it necessary to saw through the old mast 462. Thursday the 13th of August 1772. and to employ the same as cheeks for the spar or new mast, whereupon the same will be as good as the best mast that one could wish for that vessel. Also, because the mast will then turn out thicker, new cross-trees must be made, as well as a new Moorish galley made for this vessel, since the old galley from the smalschip De Suzanna Verwagting, which has been used on the vessel until today, is also in a very poor condition and has caught fire several times not without great danger, since it is not lined with copper from above. Likewise, the two gun ports in the cabin ought to be provided and lined with port-cloth, as well as the cleats or knightheads of the bowsprit; Three sheaves with metal bushes, Thursday the 13th of August 1772. being two for the catheads and one in the topmast. The lining in the bow for the anchors to be provided, along with four new iron pump rods with their accessories, the hatches to be repaired. Furthermore, this vessel ought to be caulked and greased inside and out, along with the accompanying small boat. Wherewith we hope to have accomplished this our commission according to Your Honorable Worship’s intention, and in that confidence we have the honor to be with all high esteem, /below was written/ Honorable, Worshipful, Right Governing Sir! Your Honorable Worship’s humble and obedient servants, /was signed/ P:s Kip, I. v. Nederpelt, J. Smit, Iacob Halm, C:n Hendel, and Iacob van der Moolen. /in the margin/ Cochim the 17th of June Anno 1772. /lower/ in my presence /signed/ L. Buijs. 463. Thursday the 13th of August 1772. Notification of the death of pensioners is to be given, in order to make no improper monthly provision for them, considering that this leads to an abuse. After this, the Commander made known how it had appeared to him on several occasions that, some pensioners having died, no warrant was delivered to him to stop the monthly allowances of such persons, and that hearing by chance of such a person’s death, he had most of the time had to think of it himself, which could easily have escaped him; how easily he might not even know or hear of the death of such people; how such self-interested persons could thus receive that monthly allowance without this being noticed until the annual General muster at the end of June, not to mention that at that muster, sometimes under the pretense of illness and not being able to be present, such an allowance could continue even longer; Thursday the 13th of August 1772. The pay office clerks are indeed now and then, but not always, warned of the death of the pensioners, and the secretariat clerks cannot prepare an ordinance, receiving no report thereof. Resolution to have the sick among the pensioners who do not appear at the annual muster listed nominally in the report. when he subsequently inquired with the pay office clerks, he learned from them that they indeed are warned now and then, but not always, when a pensioner has died, and thus could also not make the report to the Secretariat; just as the secretariat clerks also excuse themselves, stating that receiving no report of the death, they thus could also prepare no ordinance to stop the allowance; so it is resolved upon the Commander’s proposition to also determine at the annual muster, as a special article of that commission, namely, that the sick among the pensioners who truly cannot appear must be made known by name in the Report of that commission; in order to
Dutch transcription
459: „te laten besluyt de reparaties „ geschieden volgens op gave byb rapport inserter vant raport. eenigste zeijl vaartuijg is, dat men thans hier heeft, en waarmeede men in ordinaire tijden bij een goed overleg, het ook stellen kan, goedgevonden en verstaan, zoodanig een nieuwe mast, zaling, Combuijs en verdere mindere Reperaties te laten maken, en doen, als bij gem: Rapport is opgegeven. - Donderdag den 13: aug:s 1772: — Aan den wel Edele Agtb: Heer Adriaan Moens, Commandeur en oppergebieder deser custe met de resorte van dien. — WelEdele Agtbaare Welgebiedende Heer. In nakoming van uwel Edelen Agtb:r hoog g'eerde ordre, hebben wij onder= „geteekendens ons vervoegt na het smalschep De verwagting, en aldaar naukeurig gevisiteerd de mast van dat vaartuijg welke wij bevonde hebben dat dezelve booven. Donderdag den 13. aug„:s 1772. booven bij de kussens ten eenemaale ingewatert en verrot Ia zelfs vervuurd is, waar door de salinghs gesakt sijn en het thuijg dus los, is moete staan, als meede dat de gemelde meest bereets voorleedens Iaar al gewoegt en ook zeer beschadigd is geweest, door het invijlen van de Gaffel des wegen dezelve onbequaam geoordeelt, zoo dat dit vaartuijg met deze mast nu niet meer in zee te vertrouwen is, en de mast op geene handere wijze te repareeren is, als zijnde buijten des ook al eens omgekeerd, om zijne vorige bogt te gemoed te komen dog, 't zedert weer aan de andere zijde zeer krom overgebogen egter dewijl hier in handen geen hout voor die mast, maar wel eene spier is, welke meede wat te dien valt, soo oordeele de ondergeteeken= „dens nootzaakelijk te sijn, de oude meest 462. Donderdag den 13. augustus 1772: mast door te saagen en dezelve tot wangen voor de spier of nieuwe mast te Emploijeeren als wanneer dezelve zoo goed zal zijn als de beste meest die men voor dat vaartuijg zoude kunnen wenschen, ook moet door dien de mast dan dikker zal vallen, een nieuwe saelings gemaakt worden als meede bij dit vaartuijg een nieuwe moorse combuijs gemaakt te werden dewijl de oude combuijs van het Smalschip de Suzanna verwagting die tot heeden bij de vaatuijg gebruijkt is, meede seer slegt gesteld is, en verscheijde maale niet sonder groot gevaar in den brand is geraakt, dewijl dezelve van booven met geen koper beslagen is. So meede dienen de twee schutpoorte in de Cajuijt voorsien te werden en met poortlaken gevoert, als ook de klampen of Esels ooren van de „berkspriet; Drie schijven met metale bossen als Donderdag den 13. augustus 1772: als twee voor de kraan balken en een in de stengh. de voeringh in de boegh voor de ankers versien werden nevens vier nieuwe ijzere pompstokken met hun toebehooren de luijke gerepareert werden. verders dient dit bodemtjie van binnen een buijten gecalleffaat, en gesmeert te werden benevens het daar bij zijnde schuijtje. waarmeede verhoopen deeze onse com- „missie, na uwel Edelens Agtbaares intentie te hebben volbragt in die vertrouwen mategen ons de Eere aan met alle hoog agting te zijn /:onderstond/ welbeele Agtbaare welgebiedende Heer! uwelEdelens Agtbaare nederige en gehoorzame dienaaren /was getekend/ P:s Kip, I. v. Nederpelt, J. Smit, Iacob. halm, C=n Hendel, en Iacob van der Moolen /:in margine/Cochim den 17:' Junij Anno 1772:— /lager / ten mijnen overstaan / getekend/ L. Buijs. Hica 463: Donderdag den 13. augustus 1772: der gegagierdens geen behoorlyke delykse verstrekking te doen (eseeken aanmerkinge dat zulks aanburk„ v„n tot een quaad gebraijk. Hier na gaf de Commandeur te kennen, Hoe hem al eens en andermaal bekendmaking dat ven 'toverlijden, gebleeken was, dat sommige geeagieerdens „kunnike word gegeven, om de maan gestorven zijnde; bij hem geen ordonnantie bezorgt wierd, om de maandelijkse ver „streekkinge van de zulke te doen ophouden, en dat hij toevallig van zo iemands overlijden hoorende, meesten tijd zelfs daar aan had moeten denken, het geen hem gemakkelijk had konnen ontgaan; Hoe ligt hij van 't overlijden van zulke menschen ook niet eens zoude weeten of hooren; Hoe dusdanig baatsugtige lieden, die maandelijkse zugtige liederd aanliedeng hangeen verstrekkinge zoude kunnen ontfangen; zonder dat zulks zoude gereflecteerd worden, als maar eerst bij de Iaarlijkse Generale monsteringe onder ult=o Iunij geswijge, dat bij die monsteringe zomtijds onder vooregeeven van ziekte en niet present te kunnen zijn, zo eene verstrekkinge nog langer zoude kunnen Donderdag den 13. Augustus 1772. dan, maar niet altoos gewaarschoud van 't overlijden der Gegageedene, en de secretarij bediendens kunnen geen ordonantie vervaardigen. besluijt de zieken onder de gega„ geerdeus, die by de Jaarlykse mor„ raport nominatien te laten stellen. kunnen geschieden; toe hij zig daar na bij de zoldij bediendens Geinformeerd hebbende, van dezelve vernam, dat zij de soldy bediendens werden wel nue wel nu en aan, maar niet altoos gewaarschouwd, zijn geworden, wanneer een gegagieerde overleden is, en dus ook de opgave ter Secretarije niet konden doen; gelijk aan de secretarije bediendens, zig ook excuseeren, dat zij geene opgave van het overlijden krij- geen opgaav daar van krijgende„ gende, dus ook geen ordinantie konden vervaardigen, om de verstrekkinge te laten ophouden; zoo is op 's Com= „mandeurs propositie gearresteerd, om bij de Iaarlijkse monsteringe als een speciaal articul van die commissie ook te bepalen, namentlijk, dat de zieken, onder de gegagieerders, dewelke waarlijk niet verschijnen stering met Compareeren bij 't kunnen, bij het Rapport van die commissie nominatien zullen moeten bekend gesteld worden; ten
English
Thursday 13 August 1772. servant or wage-earner, which they do at the pay office and at the secretariat, as well as to deliver a list of those returns to the Commander every three months. The muster rolls must absolutely be compared against the pay books in order to prevent deceased persons from continuing to run on. In order that it may be investigated whether they are sick and effectively still alive; and to use all further precautions in that regard, it was likewise agreed to order the gravedigger here to report the names and the date of death of every Company servant or wage-earner committed to the earth, at the pay office and at the secretariat, and to deliver a general list of those returns to the Commander every three months. The Commander gave notice on this occasion of his resolution that the books were not being compared. Here he reflected that the general muster rolls of the end of June are not compared against the pay books, or at least that no reports thereof are received, which nevertheless absolutely must be done, because sometimes through failure to report the deceased, such persons could continue to run on in the books and their benefits be drawn by self-interested people, as experience has taught has indeed occurred elsewhere; thus, following the Commander's proposal, it was approved and agreed to have the annual muster rolls compared against the pay books henceforth, and to make a written report thereof to be produced in the meeting, and to keep a record thereof, or also to dispose thereon according to the findings. Furthermore, the Commander had it recorded how the Resident of Paponetty, Joost Breekpot, pursuant to the construction of the new paddy warehouse there left to his preference by our resolution of 30 March last, has undertaken to build the warehouse for 1200 rupees and under such conditions as stipulated in the said resolution. Further, the Commander made known his reflection that the 10 rupees which Anta Chetty, according to the resolution of 21 December 1770, must pay annually to the Company by way of ground rent for the piece of land on Mattancherry ceded to him up to the present, have not yet been paid, according to his statement, because that money had not yet been demanded of him; thus it was agreed to assign the annual collection thereof to the one who receives the Company's lease moneys, which here is done by the Fiscal, and to that end the clerks of the secretariat shall always make this item known to him at the bottom of the annual list of the Company's lease moneys. Further, the Commander made known regarding the Company's gardens and lands in Paponetty that, as appears from the lease condition bundles kept at the secretariat, in the year 1747 and the month of November, 47 pieces of garden lands situated there were granted for the period of 25 years as a concession to different persons to plant them with a total of 4585 coconut trees; that this term expiring in November next, these little gardens would therefore have to be leased to the highest bidder; that he had been of the intention to have them leased out now as well, and to that end, wishing to have the conditions drawn up, had required from Resident Breekpot an accurate statement of the condition of those lands, in order to safely announce the number of trees in the conditions to be drawn up for the information of interested parties; but that to his astonishment he had to see that those lands are still mostly waste, and of them only 10 to 12 pieces planted with some fruit-bearing coconut trees could be leased; that the Resident was written to thereupon, to have those who took on the lands for cultivation appear before him, as far as they were still alive, or otherwise their heirs, to ask each of them in particular and inform us of the reasons why they did not complete the planting according to their commitment, with notification of what assets the contractors have, as well as whether damages could be sought from them, and make them pay an assessed lease of those gardens, just as if they had been planted with the contracted number of coconut trees, if they provide no acceptable reasons
Dutch transcription
465: dienaar of Gegageerden, die kedorik doen ten soldij Comptoir en ter Secretarije. mitsgaders alle drie maander een lijst van die opgaave aan den Commandeur te bezorgen. de monster rollen teegen de zoldij vole derd abslut tegeschieden om voerte komen, dat geen over„ leedenen bliven voortloopen. Donderdag den 13. Aug:s 1772: ten eijnde, men kan laten ondersoeken, of deselve ziek en effectief nog in leven ^ten zijn; en om ^ dien belange alle verdere voorzorge te gebruijken, zoo wierd teffens En den dood graver van ider'sComp=s verstaan, den dootgraver alhier te te overlijden, een opgaave te laten gelasten, om van zoo menig 'sComp:s die— „naar of gegagieerde, als der aarde bestela word, ten zoldij Comptoir en ter secretarij de namen, en de dag van hun overlijden op te geven, mitsgaders van die opgave alle drie maanden een Generaele Lijste aan den Commandeur te bezorgen. Terwijl de commandeur bij deesen ge reslutie vanden Commandeur dat „ legentheijd nog te kennen geef, hoe hij boeken niet geconfronteerd werden. hier gereflecteerd had, dat de Generaele monster Rollen vaon ultimo Iunij niet tegen de zoldij boeken geconfronteerd worden, ten minsten, dat daar van geen Rapporten inkoomen, dat egter absoluit diend te geschieden, om dat zomtijds bij manquement van opgave der overledene, de zulke bij de boeken zoude besluijt voortaan de monster rollen ren, en daar van schriftelijk raport den papponelse residenrt Breekpot pakhuysensdaar op te bouwen voor 1200 ropias. Donderdag den 13. augustus 1772: zoude kunnen blijven voortloopen, en door baatzugtige lieden hun genoth getrokken worden gelijk de on= „dervinding geleend heeft, wel eens elders g'exteerd te zijn, zoo is almeede teegen de Sldij boeken t laten confrante p 'CCommandeurs propositie goedgevonden in vergadering te docn parduceeren en verstaan om voortaan de Iaarlijkse monster Rollen, tegen de zoldij boeken te laten confronteeren, en daar van schriftelijk Rapport te doen, om in vergadering geproduceerd, en daar van aanteekening gehouden, of ook wel daar op na bevindinge gedisponeert te worden. Voorts liet de Commandeur aantee heeft aangenomen te nieuwe nelij „kening houden, Hoe de Resident van Paponettij Ioost Breekpot, ingevolge de aan hem bij onze Resolutie van den 30: Maart J:o leeden geprefereerd gelaten extructie van het nieuwe Nelij pakhuijs aldaar aangenoomen heeft, het Pakhuijs voor 467. Donderdag den 13. Augustus 1772: 10 R sase affagt door Antachittij nog niet betaald zijn geworden. aan den Fiscaal als ontfanger der domaizen opte geeven. en door de secretarij bediendens deese post by di Jaarlykse lyst van t Comps: do„ voor Rop:s 1200: en op zodanige Conditie als bij gem: Resolutie bepaald is, opte bouwen; Wijders gaf de Commandeur te kennen, reflectie van den Commandeur det de Hoe hij gereflecteerd had, dat de Thien Kop:s die Anta Chettij volgens besluijt van den 21: December A:o 1770: bij wijze van Erfpagt Iaarlijks aan de Compagnie moet betalen wegens het aan hem op Mattancherij afgestane stuk grond tot hoeden toe, nog niet betaald zijn, volgens zijn zeggen, om dat hem dat geld nog niet was afgevraegt; zoo is verstaan, de Iaarlijkse ontvangst besluijt den ontfangst dier pinn: duur van optedragen, aan den Geenen die 's Comp: pagt penn: ontvangst, het geen hier de fiscaal doed, en ten dien eijnde door de bediendens van 't secretarij aan denselven bij de Jaarlijkse lijst van 's Comp:s pagt penningen, ook altoos deze post mannen bekend te doen stellen onder aan te laten bekent stellen. — verder gaef de Commandeur nopens sComp:s Donderdag den 13. augustus 1772: ter beneficie afgegeven, welkers ter myn in november aanstaande zal expireeren den Commandeur is van meening heeft van den resident breekpot requireerd. 'sCompagnies Thuijnen en Landerijen en a„o 1747. zip 471 tukies moeste grond te Paponetlij te kennen, dat blijkens de ter secretarije berustende pagt Conditie bondels, in Anno 1747: en de maand November 47: Stukjes moeste landjes al— „daar gelegen voor den tijd van 25. Iaaren ter beneficie zijn afgegeven aan differente perzoonen om die te be= „planten met een getal van 4585: klapperboomen dat die termijn en 9ber: naastkomend, verstreekken zijnde, deze Thuijntjes dus aan de meestbie- „dende zouden moeten werden verpagt; dat geweest deselv hauste dog verpagten hij van meenig was geweest, dezelve thans meede te doen verpagten; en ten dien eijnde de Condities hebbende willen laten formeeren, eenaccurate opgave daar vangen van den Resident Breekpot had Gerequi- „reerd een accurate opgave van de Gesteldheijd. dier landjes, om het getal der boomen gerustelijk bij de te formeerene Condities bekent te stellen tot narigt van de liefhebbers, dog dat hij tot zijn verwoondering heeft 169. Donderdag den 13. Aug:s 1772: zelve nog voor 't mustendeel woest leg„ zouden kunnen werden. den residentis aangeschreeven de aan nemers dan wel hunne erfgenamen de reeden van hunne nalatigheid af te vraagen. en met verwondering ontwaard dat de heeft moeten zien, dat die Landjes „gen, en maar 10 a 22 stukjes verpagt nog meerendeels woest, en daar van maar 16. â 12 Stukjes. met eenige vrugtdragende klapperboomen beplant zouden kunnen verpagt werden dat de resident daar op aangeschreeven is, om de geene die de landen ter bebou= „wing hebben aangenomen, voor zig te doen verschijnen, voor zoo veel ze in weezen waaren, of anders derselver erfgenamen hen ider in het bijsonder aftevragen en ons te bedeelen de reedenen waarom ze de aanplanting volgens ver„ „bintenisse niet hebben volbragt met bekendstellinge van wat vermogen de aanneemens zijn, zo meede, of men daar op schaade verhaling zoude kunnen zoeken, en hem doen be= „talen, een getaxeerde pagt van die Thuijnen, even als of ze met het aan- „genomen getal klapper boomen bepland waaren, indien dezelve geen aanneemelijke reeden
English
complies therewith by sending a report in which is also shown how many coconut trees were planted in each garden. Insertion of the report. Thursday the 13th of August 1772: reasons they might be able to put forward for their excuse, that the said Resident has sent hither the following Report, in which the number of planted trees in each Garden is also stated. To The Right Honourable and Venerable High Commanding Lord! Adriaan Moens, Commander and Supreme Ruler of the Coast of Mallabaar, Canara, and Wingurla. Together with The Honourable Political Council. Right Honourable, Venerable, High Commanding Lord, and Honourable Sirs! Upon the very respected order of your Right Honourable Lordships, I have, so far as practicable, caused the people to appear before me, and questioned them as to what 471. Thursday the 13th of August 1772: what the reasons are that most of the wasteland granted to them for cultivation in the year 1747 had not been better cultivated, who have served in answer as I take the humble liberty to set forth below, namely: Fruit-bearing, half-grown, young coconut trees; areca, mango, anjili, soursop trees. A wasteland situated within the limit of Madelagam to the chego Manacatoe unijparen, to be planted with coconut trees: 150. Who is deceased and has planted nothing; his brother Korren is very poor and knows nothing of it, as he was still young at that time and is now sickly. Ditto situated within the aforementioned limit to the chego Manacattoe Oenijrij: 100. Is deceased and no one belonging to him is to be found. Ditto situated at Coelimotton to the Canarese Rama Christna, who is deceased: 1000. And found there: 4. Where by the said Canarese a piece of land was also cultivated into a sowing field, which in the year 1760 was transferred to him for 20 years for 30 Cranganvoase parras of paddy, and upon his death passed over again to the nair Polika Ramen. Ditto within the aforementioned limit to a mocqua, Canabittij Paringodda, to be planted with coconut trees: 200. And found with: 34 fruit-bearing, 20 half-grown, 25 young coconut trees; 0 areca, 2 mango, 6 anjili, 0 soursop trees. Who requests to have the preference when the garden is leased out, promising to improve it even better, as since this survey was made he has planted another 15 coconut trees. Thursday the 13th of August Anno 1772: A wasteland within the limit of Nharacaddo to the chego Coloura Hama: 300. And found: 39 fruit-bearing, 4 half-grown, 16 young coconut trees; 10 areca, 3 mango, 23 anjili, 3 soursop trees. This man says that there is a lack of water there, and that only with great effort did he achieve the small amount of cultivation; he also requests the preference, as his little house stands therein. Ditto within the limit to the chego Bedlijparam Biuncrij: 100. Nothing found, and no one to be found. Ditto within the limit to the chego Ettatu Notten: 100. Deceased and nothing found, and his son is on the other side in the land of the King of Cochin. Ditto within the limit to the chego Chattoe: 100. Deceased and nothing found, and his son lives there too. Ditto situated at Coelimotton to the mocqua Parcanpallij Kamen: 100. Found: 1 fruit-bearing, 7 half-grown coconut trees. Who is deceased without children, and his brother's son says that formerly 50 to 60 trees were planted there and died out afterwards, and who now requests to have it so that he shall cultivate the same. Ditto within the limit of Panampadaij to the Moor Asenaar Actarolao: 200. Who also has planted nothing; he is in the mountains 473. Thursday the 13th of August 1772: Fruit-bearing, half-grown, young coconut trees; areca, mango, anjili, soursop trees. mountains and has means; his son has been here and says he knows nothing of the garden. A wasteland at Madelagam to the Moor Olactta Marcar: 250. Has long been deceased and nothing found. Ditto at Veliacadoe to the aforementioned Moor: 600. Also nothing found. He has a brother, Olkot Miran, who is poor and is also currently not here. Ditto at Madilagam to the Moor Miran: 250. Whereabouts by the said Moor is further cultivated an empty place with: 20 fruit-bearing, 15 half-grown, 0 young coconut trees; 35 areca, 4 mango, 3 anjili, 0 soursop trees. Ditto within the limit of Onachamau to the Moor Caroelta Mamadoe: 60. Who is also deceased and has planted nothing, and of whom no one is to be found. Ditto at Nharacaddo to the chego Colana Coenje Calawa: 100. Also planted nothing. This man says there is no water there, and the land is too high. Ditto at Madilagam to the chego Tottingel Parangorra: 50. Found: 1 fruit-bearing, 4 half-grown, 10 young coconut trees; 0 areca, 0 mango, 0 anjili, 0 soursop trees. He gives as an excuse that Sergeant Arnoldus Leenen told him he had to plant indigo, and that this is the reason for the little cultivation. Also that he asked for a certificate, but that he did not obtain it.
Dutch transcription
voldoet daar aan met overzending van een berigt waar by ook aantoond hoe veel llat perboomen eniederthuijndigje aangeplant insertie van t berigt. Donderdag den 13. Augustus 1772: reeden ter hunner verschooning mogten weeten voorttebrengen, dat gem: Resident daar zi herwaarts gezonden heeft, het ondervolgend Berigt, waar bij het getal der aangeplante boomen en ieder Thuijn meede bekent staat. Aan Den wel Edelen Agtbaren Hoog Gebiedende Heere! Adriaan Moens„ Commandeur en oppergebieder, der Custe Mallabaar Canara en wingurla. Neevens Den E. Politicquen Raad. WelEdele Agtbaaren Hoog Gebiedende Heere. en E. Heeren! Op de seer gerespecteerde ordre van uw wel Edele Agtbaarheedens, hebbe ik voor zoo verre doenelijk de menschen doen voor mij komen, en afgevraagt wat 471. Donderdag den 13. Augustus 1772: wat de reedenen zijn dat de meeste woeste landen in Anno 1747: aan haar lieden ter beneficie af= „gegeven, niet beeter waren gecultiveerd geworden, en dewelke van antwoord hebben gedient, soo als ik de neederige vrijheijd gebruijke hier ondervolgende bekent te stellen, Namentlijk: vrugd: halfg: Jonge, areer, mang:s aug:e sursak klapper boomen. Boomen. Een woeste plaats geleegen in de limiet tot Madelagam aan de chego Manacatoe unijparen omme te beplanten met klapper boomen. . . 150. denwelken is overleeden en niets heeft aangeplant sijn broeder korren is zeer arm en weet daar niet van also hij doen ter tijd nog Jong was en nu siekelijk is. _=o Geleegen in voorsz: limiet aan den chego Manacattoe Oenijrij. . . . . . . . . . . . . . . 100: Is overleeden en niemand van te vinden. _=o Geleegen tot Coelimotton aan den Canarijn Rama Christna, die overleeden is. . . . . . - - . . . . . . . . . . 1000: En aldaar bevonden. - - . . . . - - - - . . - - - - . . . . - 4: Alwaar door gem: canarijn ook een stuk land tot zaaijveld is Ge= „benificeerd dat in A=o 1760: aan hem voor 20: Jaren is overgegeven, voor 30. Cranganvoase parras nelij, en bij sijn overlijden, dat weder is overgegaan aan den naijro polika Ramen. . . _=o in voorsz: limiet aan een mocqua Canabittij paringodda, omme te beplanten met klapperboomen. . . . . . 200: En bevonden met - - - - - - - - . - 34. 20. 25. —. 2. 6. —. welke versoekt om de preferentie te hebben, als de thuijn verpagt werd, met belofte dat dezelve nog beter sal benificeeren alzo seedert deesen opneem gedaan, nog 15. klappen boomen te hebben aan= „geplant. Een aken „ „ Donderdag den 13: Augustus Anno 1772: Een woeste plaats in de limiet tot Nharacaddo aan den chego Coloura Hama. . . . . . . . 300: En bevonden. - - - - - - - . . . . . . . . . - - - . . 39. 4. 16. 10. 3. 23: 3. deese segt, dat daar gebrek aan water is, en dat met veel moeijte nog de wijnige beneficie heeft gedaan, en welke ook versoekt, omme de preferentie, alzo sijn huijsje daar in staat. in de Limiet aan den Chego bedlijparam biuncrij. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 100. Niets bevonden, en niemant van te vinden. _=o in de limiet aan den chego Ettatu Notten. . . . . . . . . . . . . . . . 100. overleeden en niets bevonden, en sijn zoon is aan d' over kant in 't land van den koning van Cochim. _=o in de limiet aan de Chego Chattoe 100. overleeden en niets bevonden, En zijn soon woont daar ook _=o Geleegen tot Coelimotton aan den Mocqua parcanpallij Kamen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 100. bevonden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1. 7. die overleeden is zonder kinderen, en zijn broers zoon segt daar voor deesen 50. lb 60. bomen sijn aangeplant geweest, en daar na uijtgegaan en denwelken daar nu om versoekt, dat hij dezelve zal benificeeren. _=o in de limiet tot Panampadaij aan den Moor Asenaar Actarolao. . - - - - - - - - - - 200. die ook niets heeft aangeplant, denselven is in 't „vrugtd: halfw: Jonge, aneex mang:s ange sluijpen klapper boomen. boomen gebergte 473. Donderdag den 13. Aug:s 1772: niet bekomen heeft. vrugtd: halfw: Jonge arax mang:s angel: suinsak Klapper boomen. boomen. gebergte, en heeft middelen desselfs zoon is hier geweest, en zegt van de Thuijn niet te weeten. Een woeste plaats tot Madelagam aan den moor olactta marcar. . . . . . . . . . . . . . . 250. is lang overleeden en niets bevonden. tot Veliacadoe aan voorschreeven Moor. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - . 600: ook niets bevonden. die heeft een broeder olkot Miran, denwelken arm en ook thans hier niet is. _=o tot Madilagam aan den moor Miran. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250: waar omtrent door gem: moor nog gebeneficeert is _=o in de limiet tot onachamau aan den moor Caroelta mamadoe. 60. die ook overleeden is en niets aangeplant heeft, en waar ook niemand van te vinden is. _=o Tot Nharacaddo aan den chego Colana Coenje Calawa. . . . . . . . . . . . . . . . . 100. ook niets beplant. deeze segt daar geen water, en het land te hoog. Madilagam aan den Chego Tottingel Paran- bevonden. . . . . . - - - - - - . . . . . . geeft voor dit den serg.:t aanoldus leenen ge= een leedige plaats met . . . . . . . . 20. 15. — 35. 4. 3. —. „ gorra. . . . . . . . . . . . . . . . . . 50. 1. 4. 10. —. „zegt heeft Jndigo te moeten aanplanten en dat de reedenen sijn de wijnige beneficie. ook dat ge- „vragt heeft om een bewijs, maar dat hij het die _o „
English
Thursday, 13 August 1772:— Fruit-bearing, half-grown, young areca trees, mango, anjili, soursop Coconut trees. who has passed away and nothing found. A poor chego has been here, and says he knows nothing of it. A waste plot on Dripocolam carro on the south side up to paponettij to the Christian domingo de Lemes. . . . . . 50. passed away and nothing found. No one can be found concerning this, and that vacant plot lies close by the Residency where a small house previously stood thereabouts. The following gardens all lie at Erratoertij, of which the renter is the Christian koenje Iaco. Ditto up to Equisquadoe to the chego cundollij chatie in order to be planted with coconut trees - - - - - - - - 60. is deceased and is occupied by the Christian Baliawitil Iaco, which is Coenje Jaco, as I now learn, and planted with. . . . . . . . . . 30. 10. . . . . . . . . 1. . . - says that due to the high water in the rainy monsoon, the same mostly perish, and that it was with great effort he obtained so far the trees that currently stand planted there. Ditto up to the Chego Coloa Canapen 35. found. . . . . . . . . . . . . . . . . . 12. —. 6. 22. 1. Who also says to have done his best, and that the land is very uneven, being high above and nothing will grow on it. Ditto to the chego Manaintarra And occupied by Collacca oeniaden, planted with - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1. . . - The first mentioned lives across the river and the second has not occupied it for long and says he will also do his best. Micallaben. . . . . . . . . . . . . . . . . 25. A 475. Thursday, 13 August 1772: ditto ditto ditto A waste plot Coettomagalam to the Christian Calicherij Jaco 40: And planted with. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1. —. who says to have planted up to three times, and that each time the high water washed them away. Named Attenparamboe at Eddatoertij to the same 15. found. . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1. —. the renter Ioenje Iaco sows paddy there which, having sprouted, is transplanted again, and nothing can grow there on account of the high water. named Genijparamboe also there to the Chego curij Coerij oenijappen 50: And planted by Coenje Jaco with 2. 2. –. –. . 4. says nothing can grow there either on account of the water. Pandiala up to as before to the Christian Caddien Barkie. . . . . 18. And occupied by the Christian palve-- Who says to have placed a small house in it, and that its circumference is very small. named Candij paramboe in the limit as before to the Christian anthonij paijlo. . . . . . . - - - - 25. A found. . . . . . . . 6. 8. -. . . . . . . . . 16. 10. Who has also placed a small house there, and says the water hinders him much as well. in that limit to the Christian Balia witil paulo 32: that is now occupied by the Christian Faro and found with 3. —. 5. 20. ditto who has a small house and paddy shed there and puts forward the same reason. In the limit Calatoe caddo in the aforesaid limit to the Christian Balawittil or Coenje Jaco. . . . . 25. and found --- - - - - - -- 4. 2. —. 3. —. —. ditto —. 9. 1. —. Fruit-bearing, half-grown, young areca trees, mango, anjili, soursop Coconut trees. says 3. —. 10. — Thursday, 13 August 1772:— Fruit-bearing, half-grown, young areca trees, mango, anjili, soursop Coconut trees. says it is very high and stony, and that the trees grow very poorly there. A waste plot at Nelaturtij up to the aforesaid limit to the same. . . . . . . . . . . . 50. found - - - - - - - - - - - - - - - - 5. —. 9. . . - . — 20. 8. —. 1. says lying this on the river bank it is also steadily washed away and rots. named Pandiala Paramboe lying on the river bank. . . . 16. found. - - . - - - - - - - - - - - - 1. 30: 9. —. 4. says to have tried there three times as well. A ditto ditto Caddeo Paramboe up to as before to the Chego Mallapallij Chenen. . . . . . . . . . . . . . . . . 25. which is occupied by the Christian Chiramel paloe found. . . . . . . 5. 5. —. —. 1. — puts forward the same reasons. Ditto south of the pagoda up to Eddatoertij to the Christian Cundicollain Ittoepoe that his son occupies and found. . . . . . . . . . . . 11. 1. —. has a small house there and will do his best to plant even more. ditto named Chaquepengen Agail up to bodatoertij to the same. . . . . . . . . . . . 10. nothing found and gave the high water that is the cause every year as the reason. ditto situated at Colettoe Caddoe up to Baatoerij at as before that is occupied by the Christian Coijata Barido and found with - . . . 4. —. 1. - the same alleges that it is very high, and that it was obtained thus with much effort. at and up to the aforesaid places to the chego Chembaga Cherij oenje Calawa. . . . - - 16. found . . . - - - - - - - - - 4. 4. . . - - - - - - - - 9. 3 who has his small house there, and says at best he can only plant 4 trees more.
Dutch transcription
Donderdag den 13. Augustus 1772:— vrugld: halfw: Jonge aree x mainag: angel: sun lak klapperboomen. boomen. die overleeden is en niets bevonden. daar is een arme chego hier geweest, en zegt niets van teweeten Een woeste plaats op Dripocolam carro aan de zuijdkant tot paponettij aan den christen domingo de Lemes. . . . . . 50. overleeden en niets bevonden. hier is niemand van te vinden, en die leege plaats legt hier digt bij de Residentie waar omtrent voor deezen een huijsje gestaan heeft. De ondervolgende Thuijnen leggen alle op Erratoertij, waar op pagter is den christant koenje Iaco. _=o tot Equisquadoe aan de chego cundollij chatie omme te beplan= „ten met klapperboomen - - - - - - - - 60. is overlieden en werd belopen door den Christant Baliawitil Iaco dat Coenje Jacois, soo ik nu verneem en beplant met. . . . . . . . . . 30. 10. . . . . . . . . 1. . . - zegt door het hooge water in de reegen mousson, dezelve meestendeel uijtgaan, en met veel moeijte het zoo verre gekreegen heeft de boomen die daar thans ingeplant staan. _=o Tot aan de Chego Coloa Canapen 35. bevonden. . . . . . . . . . . . . . . . . . 12. —. 6. 22. 1. Welk ook segt sijn best gedaan te hebben, en dat het land seer ongelijk is, al zoo boven hoog en niets aangroeijen wilt. _=o „ aan de chego Manaintarra En beloopt Collacca oeniaden, beplant met - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - den Eerste Gem: woont aan d' overkant en den tweeden heeft dat nog niet lang belopen en sigt ook zijn best te zullen doen. Micallaben. . . . . . . . . . . . . . . . . 25. Een „ 1. . . - 475. Donderdag den 13. Augustus 1772: do do do Een woeste plaats Coettomagalam aan den Christen Calicherij Jaco 40: En beplant met. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1. —. die zegt tot drie keeren geplant te hebben, en dat telkens het hooge water die weggespoelt heeft. Gen=t Attenparamboe tot Eddatoertij aan denselven 15. bevonden. . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1. —. den pagter Ioenje Iaco saaijt daar nelij die uijtgeschoten zijnde weder verplant en daar niets groeijen kan om de wille van het hooge water. gen=t Genijparamboe ook aldaar aan d' Chego curij Coerij oenijappen 50: En beplant Coenje Jaco met 2. 2. –. –. . 4. segt daar ook niets kan Groeijen om de wille van 't water. Pandiala tot als vooren aan den Christen Caddien Barkie. . . . . 18. En beloopt den Christen palve-- Die zegt een huijsje daar in gezet te hebben, en dat het zeer kleen is den omtrek. gen=t Candij paramboe in de limiet als vooren aan den christen anthonij paijlo. . . . . . . - - - - 25. Een bevonden. . . . . . . . 6. 8. -. . . . . . . . . Die heeft daar ook een huijsje ingeset, en segt het water hem ook veel verhindert. in die limiet aan den Christen Balia witil paulo 32: dat nu beloopt den Christen Faro en bevonden met 3. —. 5. 20. die heeft daar een huijsje en nelij hok en brengt de eijge reeden voort Jn de limiet Calatoe — „caddo in voorsz: Limiet aan den Christen Balawittil of Coenje Jaco. . . . . 25. en bevonden --- - - - - - -- 4. 2. —. 3. —. —. do 3. —. 10. — vaugld: halfwo: Jonge areex mang:s angel: stuur sak klapper boomen. Boomen. segt 16. 10. do do —. 9. 1. —. Donderdag den 13. Aug:s 1772:— vrugld: halfg: Jongsdreeks mang:t angel: Luursak klapper Boomen. Boomen. segt het zeer hoog en sleenagtig is, en dat de bomen daar zeer slegt groijen. Een woeste plaats op Nelaturtij tot voorsz: limeet aan den selven. . . . . . . . . . . . 50. bevonden - - - - - - - - - - - - - - - - 5. —. 9. . . - . — segt dit aan de rivier kant leggende ook gestadig wegspoeld en verrot. gen=t Pandiala Paramboe aan de revier kant leggende. . . . 16. bevonden. - - . - - - - - - - - - - - - 1. sigt daar drie maal ook geprobeerd te hebben dd=e d=o Caddeo Paramboe tot als vooren aan d' Chigo Mallapallij Chenen. . . . . . . . . . . . . . . . . 25. welk beloopt den Christen Chiramel paloe bevonden. . . . . . . 5. 5. —. —. brengt deselve reedenen voor. Ed=e bezuijden de pagood tot Edda= „toertij aan den Christant Cundicollain Ittoepoe dat zijn zoon beloopt en bevonden. . . . . . . . . . . . . 11. heeft een huijsje, daar en zal zijn best doen nog meerder aanteplanten. d=o Gen=t Chaquepengen Agail tot bodatoertij aan denselven. . . . . . . . . . . . . 10. niets bevonden en heeft voor het hooge water daar alle Jaren de oorzaak is. d=o gelegen op Colettoe Caddoe tot Baatoerij aan als vooren dat beloopt den christen Coijata Barido en bevonden met - . . . 4. —. 1. denselven geeft voor dat 't zaer : hoog is, en dat met veel moeijte nog soo verkreegen heeft. op en tot voorsz: plaatsen aan den chego Chembaga Cherij oenje Calawa. . . . - - 16. bevonden . . . - - - - - - - - - 4. 4. . . - - - - - - - - 9. die heeft sijn huijsje daar, en segt op zijn best maar 4. boomen meede kan aanplanten. 20. 8. —. 1. Een do do „ „ „ d=o 30: 9. —. 4. 1. — 1. —. - 3s
English
477. Thursday, the 13th of August 1772: Fruit-bearing, half-grown, young coconut trees; areca trees, mango trees, angelim, breadfruit. ditto ditto ditto A waste place situated as before, to the Chego Coenij Coerij Oenij Apen: 40. Nothing found. The lessee says these places always remain under water the entire rainy season. called Oelatoe Paramboe, as before, to the Nayar Manacattoe Kissien, to be planted with: 50. Which now amounts to the Nayar Chetlij Raave, and found: 10, -, 10, 2, 1. The lessee also says that the water is the cause of the poor planting. Situated on Collattumcaddoe, as just mentioned, to the Christian Cherama Coeriadoe: 50. And amounts to Caleere Jaco, found: 9, 19, -, 10, 2, -, -. Says the trees that stand there now can bear no fruit because the soil is very stony. On Tellamata, as just mentioned, to the Christian Cunducollam Hoepoe: 20. Found: 1, -, 10, 1, -, -. Pretends that the water prevents him from cultivating. Poetolata Paramboe, as before, to the Christian Tallil Anthonij: 40. And was occupied by the Chego Aijapen, found: 4, 7, 5, -, -, 2. Says the soil is too stony, as just mentioned. Chekottij Paramboe, as before, to the Chego Alapattoe Paloe: 25. And was occupied by Chalacherij Itlatjen, found: 3, 3, -, -, 2, -. Thursday, the 13th of August 1772: Fruit-bearing, half-grown, young coconut trees; areca trees, mango trees, angelim, breadfruit, jackfruit. This one also says he is doing his best, and that last year some rotted due to the water. This one gives 12 fanams rent to the lessee. A waste place, Belijparamboe, as before, to the Christian Chirettij Ittij Era: 10. And was occupied by the Christian Illijarij, found: -, -, 8, -, -, -, -. This one says it is small and he has his cottage on it. ditto on the aforesaid place, to the Chego Cattoe Colangara Joandora: 12. Is deceased and nothing found. ditto on Coelatoecadoe within the limit as before, to the Christian Elemtoengel Coeria, to be planted with coconut trees: 25. And amounts to Tekanato Palo, found: -, -, -, -, -, -, -. Says that the soil is stony and that this is the reason the trees perish. ditto on Canaparamboe as before, to the Christian Mapattoe Jttij Cheria: 25. And amounts to the Christian Chalachiaij Baro, found: 1, 5, 12, -, 2, -. The lessee says it is the water that has prevented this man from planting. ditto Molangattoe and Wenatoe Paramboe situated at Coettamagalam up to the aforesaid limit, to the Chego Manantindij Oenij Paren: 50. And was occupied by the Nayar Matanda Menor, found: -, -, 1, 1, -, -. The lessee says he has tried many times to plant, but that the water repeatedly causes the saplings to rot and perish. 479. Thursday, the 13th of August 1772: Fruit-bearing, half-grown, young coconut trees; areca trees, mango trees, angelim, breadfruit, jackfruit. A waste place situated on Cadeilparamboe as before, to the Chego Cadeil Aijapen: 16. Found: 4, 1, -, 9, -, -. The lessee says he annually receives 28 fanams from there. ditto called Oelatoe Paramboe as before, to the Nayar Mannacattoe Kisnen: 20. Nothing found. The lessee pretends the water prevents planting. The lessee of the Honourable Company residing there at Euratoertij, named Koenje Jaco, has furthermore indicated that in the year 1760 he leased that entire district for 20 years, and that he never knew otherwise than that all those gardens were reckoned under his lease, and among which there are also two from which he already enjoys the rent. And that also since that time the cultivation only truly began, whereof I considered myself obliged to give respectful notice to Your Right Honourable Worships. Wherewith I hope to have satisfied, who takes the high honour to call himself, was signed, Right Honourable, Highly Commanding Lords and Honourable Sirs, Your Right Honourable Worships' very obedient and faithful servant, was signed, J. Breekpot, in the margin, Laponettij, the 3rd of August, Anno 1772. From which it appears that the largest pieces of land have remained uncultivated, and that on that of the Canarese Rama Chrisna, instead of 1000, only 4 coconut trees have been planted. The Moor Oelacatta Marcaar has planted not a single tree of the 600 he had to plant. On 28 small pieces of land, 179 fruit-bearing trees have been planted. Thursday, the 13th of August 1772: After the reading of which report it became evident: Firstly, that the largest pieces of land have remained entirely uncultivated; that the Canarese Rama Chrisna on a piece of land of 1000 coconut trees has planted only 4, and the Moor Olacatta Marcaar has planted not a single tree of the 600 he ought to have planted, as well as that on several other small places of 200 trees and fewer, no planting has been done either. Secondly, that on 28 small pieces of land, 179 fruit-bearing and 154 half-grown coconut trees have been planted. Thirdly, that also some small pieces of land are too high, and others too low, as well as some being too stony, wherefore no coconut trees will grow there. Fourthly,
Dutch transcription
477. Donderdag den 13 Augustus 1772: d=o do do Een woeste plaats gelegen tot als vooren aan den chego Coenij Coerij oenij apen. . . . . . . . 40: niets bevonden Den pagter segt deese plaatsen altoos onder de water blijft staan den geheelen reegen tijd. gen=t oelatoe Paramboe tot als vooren aars den naijro manacattoe kissien omme te beplanten met . . . . . . . . . . . 50: dat nu beloopt den naijro Chetlij Raave en bevonden - - - - - - - - - - - 10. —. 10. 2. 1. Den pagter segt ook dat het water de oorsaak is van de geringe aanplanting. geleegen op Collattumcaddoe tot als even aan den Christen Cherama Coeriadoe 50: En beloopt Caleere Jaco bevonden - - 9. 19. —. 10. 2. —. —. segt de boomen die er nu staan geen vrugt kunnen geeven om dat de grond seer steenagtig is. — op tellamata als even aan den Christen Cunducollam Hoepoe. . . . . . . . . . . 20. geeft voor dat het water hem belet tot de voortplanting. poetolata paramboe tot als vooren aan den Christen tallil Anthonij. . . . . . . . 40. En werd belopen door den segt de grond te steenagtig is als even. Chekottij paramboe tot als vooren aan den Chego alapattoe paloe. . . . . . 25. En werd belopen door Chalacherij Jtlatjen bevonden. . . . . . . . . . . 3. chego Aijapen bevonden - - - - - - - 4. 7. 5. —. —. 2. En bevonden - - - - - - - - - - - 3. - - - - - - - - - - - 2. - - - vrugtd: halfg: Jonge areex mang:s angel fuurt, klapper boomen. Boomen. deeze 1. —. 10. 1. —. — d=o do „ . Donderdag den 13. Augustus 1772:— vrugtd: halfe: Jonge Arcex mang:s Ang:s sucus ak clapper boomen Boomen. dese segt ook zijn best te doen, en dat voorleeden Iaar nog eenige sijn verrot geworden door het water. deze geeft 12. p:s pagt aan den pagter Een woeste plaats Belijparamboe tot als vooren aan den Christen Chirettij Ittij Era. . . . . . . . 10. En werd belopen door Deeze segt het kleen is en heeft sijn huijsje daarin. d=o op voorsz: plaats aan den chigo Cattoe Colangara Joandora. . . - - - - - - - - - - 12. is overleeden en niets bevonden. d=o op Coelatoecadoe in de limiet als vooren aan den Christant Elemtoengel coeria omme te beplanten met klapper boomen - - - - - 25. En beloopt te kanato palo bevonden . . - - - - segt dat de gront steenagtig is en dat de reeden sijn de boomen uijtgaan. d=o op Canaparamboe als vooren aan den Christant mapattoe Jttij Cheria. . . . . . . . . . . 25. En beloopt den Christant chalachiaij baro bevonden - - - - - 1. 5. Den pagter segt siet watir die man verhindert heeft de aanplanting. „ d=o Molangattoe en wenatoe paramboe gelegen op Coettamagalam tot voorsz: limiet aan den chego Manantindij oenij paren. . . . . . . . . . . . 50. En werd belopen door den naijro matanda Menor bevonden - - - - - - - - - - - - - - -- 1. 1. —. De pagter zegt dikmaals geprobeert heeft om aanteplanten, maar dat het water telkens de boomtjes doet verrotten in uijtgaan. den Christen Jllijarij, bevonden - - - - - - - - - 8. - - - - - - - - - - - - Een „ „ 12. -. 2. -- 479: Donderdag den 13. Augustus 1772: vrugld: halfw: Jonge aaeex mang:s angel Leuusak Boomen. klapper boomen. Een woeste plaats Gelegen op Cadeilparam boe tot als vooren aan den Chego Cadeil aijapen. . . . . . . . . . . . . . . 16. den pagter segt hij daar jaarlijks an koijt 28. s=s „ d=o gen=t oelatoe paramboe tot als vooren aan den naijzo mannacattoe kisnen. . . 20. Niets bevonden. den pagtir geeft voor het water belet de aanplanting te doen Den pagter van D' E. Comp: aldaar woonagtig op Euratoertij Gen=t koenje Jaco heeft verder te kennen dat hij in A:o 1760: dat Gantsche districht heeft gepagt voor 20: Iaaren, en dat hij nooijt beeter geweeten heeft of alle die Thuijntjes waaren onder sijn pagt gereekent, en waar ook twee sijn daar hij reets de pagt van geniet. En dat ook seedert die tijd de Cultiveering eerst regt is begonnen, en waar mij verpligt heb g'agt uw wel Edele Agtbaarheedens eerbiediglijk te moeten kennis van geeven. Waarmeede verhoope voldaan te hebben, die sig d' hooge Eere aandoet te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtbaaren Hoog Gebiedende Heere. bevonden. . . . . . . - - - . . - - - - - 9. . . . . . . En 4. 1. —. is daar bij blykt dat de grootste stukken lands onbebouwt zyn blyven leggen, & dat, op dat van den Canarijn Rama chrisna in steede van 1000, maar„ 4. klapperbomen zijn aangeplant. den moor Oelacatta Mariaar heeft geen een boom van de 600, die hij had op 28 stukjes land zijn 179 vrugtdra„ boomen aangeplant. Donderdag den 13. Augustus 1772: — En E. Heeren. uw wel Edele Agtbaarheedens zeer Gehoorzaamen en Trouwschuldigen die „naar /was getekend/ I:t Breekpot /:inmalgine Laponettij den 3. Augustus A=o 1772: Na lectura van welk berigt kwam te blijken, Eerstelijk, dat de grootste stukken lands, ten eenemaal onbebouwt zijn gebleeven; dat den Canarijn Rama Chrisna op een steek land van 1000: klappus boomen, maar 4. en dens moor olacatta Marcaar, moeten aanplanten aangeplaut geen een boom aangeplant heeft, van de 600, die hij had moeten aanplanten, mitsgaders dat op verscheijde andere plaatsjes van 200: boomen, en mindere, ook geen aanplanting is gedaan. — Tweedens dat op 28. klijne stukjes land, gende en 154. half wassene klapper„ aangeplant zijn 179. vrurgtdragende en 154: half wassene klapperboomen. Derdens, dat ook eenige stukjes land te hoog, en andere te laag, mitsgaders eenige te steenagtig zijn, waarom geen klapperboomen daar willen groeijen. — Vierdens
English
481: Thursday the 13th of August 1772: Fourthly, that also in some places the calculated number of coconut trees cannot be planted because the contractors have built their houses thereon, which occupy much of the ground, which excuse does not appear substantial at first glance, because the Malabar houses and outbuildings consist of nothing other than small huts of earth and olas; yet it may well be true when one considers that the plots that were granted are mostly only small pieces of land for 30 and fewer trees. Fifthly, that many of the contractors have passed away, the heirs are abroad, and the rest are very destitute; yet that regarding the Canarese Rama Christna, who took on the largest piece for cultivation, he passed away without planting anything, without notification as to whether his heirs are present and have means or not. All of which having been taken into consideration, it was approved to lease out the gardens in which there are already fruit-bearing coconut trees to the highest bidder, to end with the ordinary lease term of the lands at Paponetty, and to have the leasing conducted by the aforementioned commissioners appointed for the leasing of the tithes, so far as interested parties can be found for it, but otherwise to grant the same again for a further term of 5, 6, to 8 years for further cultivation to persons inclined toward further planting, so far as they can succeed therein during their presence; and to recommend to the Resident the further contracting out of those partly planted lands, along with the remaining pieces of ground that have remained entirely uncultivated and are suitable for planting; as well as to let the aforementioned commissioners, together with the Resident, gather further information 483: Thursday the 13th of August 1772: and that primarily where the heirs of the Canarese Rama Christna reside, whether they have means, and have not occupied the piece of land since then and used it to their benefit, and therefore neglected the planting; in order to dispose thereof according to findings, while it was furthermore understood to instruct the Resident to also make known in the future, with the report that is sent hither annually concerning the survey of the Company's gardens and lands in the conquest, the lands that have been granted as a concession and how far the planting has progressed, with the recommendation to keep a close watch thereon and continually urge the contractors to fulfill their obligations, so that this does not, as now, fall into oblivion. Furthermore, the Commander made known how previously every year the households of this city were inspected by the surgical staff, on account of the disease of Indian leprosy prevailing here so very much as elsewhere, and how this fell into oblivion and was neglected only a few years ago; thus it was remarked thereon that this sorrowful disease is currently breaking out more and more, at least being seen considerably more in public than some time ago, not to mention those who keep themselves hidden; that through this neglect, some who have that ailment in their limbs and keep it hidden continue to mingle among the people alongside others and frequent society, without living retired outside the city (as can otherwise suitably happen); 485: Thursday the 13th of August 1772: that those unhappy and certainly pitiable people cannot be cured by a longer intercourse among mankind, but moreover can infect their fellow man, just as everywhere else, against all contagious diseases, not the least connivance is tolerated; that some people, happening to have an unfavorable color and exterior, though free of that disease, are nonetheless insensibly held suspect and treated with reserve, yet not so insensibly that it goes unnoticed and causes offense; so it was, after deliberation, approved and agreed for the public good to set that annual commission in motion again, and in order to make the same as little offensive as possible, at the same time to establish it as a permanent order, as is established hereby, namely that when the wardmasters make the annual roll
Dutch transcription
481: getal boomen niet staan. Vel de aannm woovelieden en de erfgenaamen uytlandig. besluygt de thuijntjes waar in reeds aanplanting is gedaan te laaten vin tijte Donderdag den 13. Augustus 1772: vierdens, dat ook op eenige plaatsen het op eenige plaatsen kan 't gecaliuleerd gecalculeert getal klapperboomen, niet kan werden aangeplant, om dat de aanneemers hunne huijsen daar op hebben gebouwt, en die veel van de plaats beslaan, welk Excus den Eersten opslag wel niet als weesentlijk voorkomt, om dat de mallabaarse huijsen en opstallen niet anders als in klijne kufjes van aarde en olas bestaan; dog egter wel waar kan zijn, als men considereert, dat ook de plaatsjes die afgestaan zijn meerendeels maar kleene stukjes grond van 30: en minder boomen zijn. Vijfdens dat veele der aanneemers over„ „leeden, de Erfgenamen uijtlandig, en de overige zeer behoeftig zijn; dog dat omtrent den Canarijn Rama Christna, die het grootste stuk ter bebouwing aangenomen heeft, zonder iets aanteplanten overleeden is, zonder bekent stellinge, of zijne Erfgenamen present zijn, en vermogen hebben dan niet. Al het welk in overweeginge genomen zijnde n dan melter verdere belauwing voor 5. 6. â 8 Jaaren aftegeever. op 2 gend als ook de overige stukjes grond die boor ongecultiveerd zijn gekleeven. Donderdag den 12. Aug:s 1772: zijnde, is goedgevonden de Thuijntjes waarin reets vrugtdragende klapperboomen zijn, te laten verpagten aan de meest biedind om met de ordinaire verpagtings tijd van de landen te Paponettij te eijndigen, en de verpagtinge te laten doen, door de voorm: Gecommitteerdens tot de verpagtinge der thiendens benoemt, voor zoo verre zig liefhebbers daar toe vinden, dog anders dezelve weder voor een nader termijn van 5. 6. â 8. Iaaren ter verder bebouwinge afte „geven, aan persoonen, tot de verdere aan „planting geneegen, voor zoo verre ze daarin kunnen slagen bij hun aanweze en de verdere aanbesteeding van die voor een deel beplante Landjes, met de overige gantsch ongecultiveerd ge„ „bleevene, en tot aanplanting bekwaam zijnde stukjes grond, den Resident aan= „te beveelen; mitsgaders de voorn: gecommitteerdens, benevens den Resident omtrent het een en ander nadere Jnformatie 483: Donderdag den 13. Augustus 1772: van s' Coneps thuinen & landerijen be kind stellen, de landen dieter bene„ ficie zijn afgegeeven. zetten tot 't naarkomen hunner ver„ binten issen informatie te laten neemen, en wel voornamentlijk waar de Erfgenamen van den Canarije Rama Christna zig ter woon bevonden, of dezelve vermogen hebben, en het stuk land zedert niet hebben belopen, de sote stuk staed zedeer niet hebben belopers en daar van ten hunnen voordeele gebruijk gemaakt, en daar om de aan= „plantinge agter laten; ten eijnde, derwe= „gens na bevinding te disponeeren, terwijl alverder verstaan is, den Resident te den rendenk zal voertaan bij t rapot gelasten, om voortaan bij het rapport dat Iaarlijks herwaards word gezonden, van den opneem van 'sComp:s Thuijnen en Landerijen, in het conquest, ook bekent te laten stellen, de Landen die ter benefifie zijn afgegeven, en hoe verre de aanplanting is gedaan, met recommandatie, om daar op naaukeurig en de aannemers continueel aan agt de slaan, en de aanneemers aan „tesetten tot het nakomen hunner ver „bintenisse, op dat zulks niet weder, gelijk nu de Commandeur geeft te kennen, dat 't vischeeren der huisgezinnen door die van de chirurgyn, eenige Jaren herwaards is verteemd geworden laatsheid wier als bevoerens door breikt en gezien word. Donderdag den 13. Augustus 1772: nu in 't vergeetboek gerake; Alverder Gaf de Commandeur te kennen, Hoe bevoorens alle Iaren de huijs gesinnen deezer steede, door die van de Chirurgie gevisiteert sijn, uijt hoofde van de hier zoo zeer, als elders heerschende ziekte van Indiasche melaatsheijd, en hoe zulks nog maar weijnige Iaren geleeden in 't vergiet boek geraakt en verzuijmd is geworden; zo wierd daar aanmerking dat de zisste van nu op aangemerkt, dat die bedroefde ziekte, thans meer en meer doorbreeke ten winsten vrij meer in 't openbaar gezien word, als over eenigen tijd, geswijge, van de geen die zig schuijl houden, dat door dit verzuijm, zom= „mige, dewelke die quaal onder de leeden hebben, en verborgen houden, nevens andere onder de menschen blijven verkeeren, de sa „menleeving frequenteeren, zonder zig (gelijk dat anders nog wel voegelijk geschieden 485. Donderdag den 13. Augustus 1772: geliefden zynd door een langer verkeeg onder de menschen merte herstellen. geschieden kan) buijten de stad geretireerd die onglukkig en beklagenswaarden te leeven, dat die ongelukkige en zekerlijk beklagenswaardige lieden, door een langer verkeer onder de menschen, tog niet te herstellen zijn, maar boven dien nog kunnen even mensch aansteeken, gelijk daar om overal, tegen alle besmettelijke ziektens, geen de minste conniventie gedoogd word; dat zommige lieden toevallig van een niet favorabel kleur en Exterieur, schoon vrij van die ziekte, even wel ongevoelig verdagt gehouden en gemenageerd worden, egter zoo ongevoelig niet of 't word ge= „merkt, en tijd aanstoot, zoo is na de — „liberatie, ten nutte van 't algemeen goedgevonden en verstaan, die Jaarlijkse commissie weder in train te brengen, en om dezelve, zo min onaanstootelijk te maken, als mogelijk is, teffens als een permanente ordre te bepaelen, gelijk bepaald word bij deesen, namentlijk dat wanneer wijkmeesters de Jaarlijkse beschrijving
English
Thursday, 13. Augustus 1772: Resolved that when the annual census of families and wards takes place, the chief surgeon of the Company hospital shall also conduct the inspection, being present at that committee alongside the native physician, when everyone, head by head, must appear and show themselves, in order to inspect and examine all those persons in passing, up to and including the slaves, and to submit a separate report of their findings. On which occasion discussions were also held concerning the beggars, among whom all kinds of infected persons come into the city to beg for alms; how among them there are not only those whose bodies are inflamed and infected, but also those whose faces have been so horribly disfigured and rotted away by chronic afflictions that one must shudder merely to think of the condition of those miserable persons, let alone to see them, not to mention that children and pregnant women, indeed even we ourselves, must sometimes be terrified at the sight of them, as a matter that ought indeed to be countered. Whereupon it was remarked that in all cities where good governance is maintained, no open beggars are tolerated; that such infected bodies can cause bad consequences and more or less contagion in others, even if they might not actually be infected with leprosy, yet that the opportunity to beg for their bread may not conveniently be taken away from these unfortunate people. Thus it has been approved and agreed to keep the beggars, and especially those of a repulsive appearance, out of the city, and on Saturdays (because the beggars enter most frequently then) to have a collection taken through the city by turns by one of the deacons, for and on behalf of the beggars, at which time everyone can put into the bag as much or as little as he is otherwise accustomed to give to the beggars, to the end that those funds may be distributed outside the city, at a place to be designated for that purpose, under the supervision of the deacons, among the crippled and mutilated people who are not able to earn their bread with their hands; but furthermore leaving them the freedom to beg for alms outside the city at street corners and along the roads. Likewise, the Commandeur made known how he is compassionately aware of the needy and pinched condition of several respectable officers' widows who, together with their children, sigh and are burdened under oppressive poverty; how in most places in the Indies, at least as far as he knows on Ceylon, there are military funds from which the needy widows of military men receive a certain maintenance, according to what the fund permits. He therefore proposed to form a military fund here in this place as well, offering on his part to provide a certain sum as the initial capital, and to give further thought to procuring additional contributions in favor of this fund. Thus it was agreed to form a military fund here too, and to entrust the administration of those funds to the head of the militia here, the Honorable Major Ian Hendrik Medeler, to the end that from it, as everywhere where there is a military fund, such maintenance shall be provided to the needy widows of military men as the fund permits, and likewise that this fund shall then also be audited annually at the end of Augustus. However, in order that the military fund provisionally might obtain some further contributions, it was also agreed that henceforth all those who may be inclined to have this or that deceased person, whether old or young, buried in the Dutch church here, shall be obliged, in addition to the ordinary donation to the diaconate poor, to pay a sum of 25 Rixdollars for the benefit of the aforementioned military fund; and furthermore to recommend to the Colleges of Justice and the Civil Council, by extract of this resolution, that in case of fines which might sometimes be imposed on one person or another by those colleges, they also remember the military fund. Furthermore, the Commandeur demonstrated how it has now fallen out of use here for more than three years to submit a report every six months concerning
Dutch transcription
ving der famrilis geschied, den op per Chirurgyn van 't Comps hospitaal, meede de visitatie te laten doen. onder de bedelaars komen veele be„ smitte & verminkte in de stad bedelen, Donderdag den 13. Augustus 1772: beslugt wanneerde Jaarlyjkse beschrij beschrijving van de families en wijken in den inlands gewasmeester doen, (als wanneer toe ider hoofd voor hoofd zig moet verthoonen en laten zien, bij die Commissie present moeten zijn, de oppermeester van 't Nederlands Hospitaal, benevens den Inlandsen ge= „neesmeester, om dan empassant alle die perzoonen, tot de slaven inclusive te visiteeren, te besigtigen en van hunne bevinding appart rapport integeven. Bij welke gelegentheijd ook gesprooken op welkers gezigt men moetijtten. wierd over de bedelaars, waar onder allerlij besmette in de stad almoessen komen bidden; Hoe onder dezelve niet alleen zig bevinden welker lichamen ontsteeken en besmet zijn, maar ook welke aangesigten door verouderde qualen zoo zeer geschonden en uijtgerot zijn; dat men moet ijzer, aan den toestand van die elindige menschers te denken, laat staan dezelve te zien, geswijge dat kinderen en swanger vrouwen, Ia zelfs wij be 487. Donderdag den 13. Augustus 1772: aanmerking daar over men kan niet gevoegelyk die onge lukkige't middel benemen datse om brood bedden. beslugt de zulke die van een slegt aanzien zyn, buyten de stad te hou„ Saturdago te laten Collecteeren. wij zomtijds op het gezigt van dezelve verschrikken moeten, als een zaak die men in der daat diende tegenge- „gaan; zoo wierd daar op aangemerkt, dat in alle sleden, waar goede directie gehouden word, geen opentlijke bedelaars gedoogt worden; dat zulke besmette lic „hamen, quade gevolgen, en min of meer aansteekinge bij andere baaren kunnen, schoon deeze al eens niet effectief met Lazernij bes met mogten zijn, dat egter aan deeze ongelukkige menschen, niet wel voegelijk de gelegentheijd mag benoemen worden, om hun brood te bidden; zo is goedgevonden en verstaan, om de bedelaars, en voor den; en door een diacon voor deselve al zulke, die van een misselijke Ex= „terieur zijn, uijt de stad te houden, en des zaturdags (om dat dan wel het meest, de bedelaars binnen komen) door een van de Diacons bij beurt door de stad Collecte te laten doen, voor Donderdag den 13: Augustus 1772. en die pern: bugten de stad aan de gebrekkige & verminkte te laten agedeelen. de Commandeur drragt met medelijden kannir van den behoeftigen staat voor en van wegens de bedelaars, als wanneer een ider, zoo veel of weijnig hij anders gewoon is de bedelaars toete denken, en het zakje steeken kan, ten eijnde, die penningen buijten de stad, op eene daar toe te bepalene plaats, onder opzigt der diaconen te laten ver „deelen onder de gebrekkige en verminkte niet lieden, die „ in staat zijn met hunne handen hun brood te winnen; dog voorts aan hun vrijheijd te laaten, om buijten de stad aan hoeken en wegen almoezen te bedden. Insgelijks geef de Commandeur te van sommige officiers weduwen kennen, Hoe hij met medelijden kennis draagt, van de behoeftigen en bekrom= „pen staat van verscheijde fatzoenelijke officiers weduwen die nevens hunne kinderen, onder een drukkende armoede zugten, en als gebukt gaan; Hoe op de meeste plaatsen in Indien, ten minsten zoo veel hij weet, op Ceilon, krijgs 189. Donderdag den 13. Augustus 1772: op de meeste plaatsen in Jndien zyn zusker onderhoud genieten. propositie om alhier ook een keijgs Cassa op le regten. de lieden confirmeeren zig hier meede, gen word den 6. Majoer Medeler opge„ draagen. de behoeftige weduwes van militairen uyt onderhoud genieten krijgs kassen zijn, waar uijt de krygslatsen, waar ugt deselve een behoeftige weduwen van militairen, na mate de kas toelaat een zeker onderhoud genieten, proponeerde daaron„ om hier ter deser steede, ook een krijgs kas te formeeren, biedende aan zijne zijde aan, om daar toe zekere somma, als het eerste Capitaal te fourneeren, en zijne gedagten nader te zullen laten gaan, om ten faveure dezer Cassa verdere fornissementen te besorgen; zo is verstaan, hier ook een krijgs kas te formeeren, en de en de administratie dier pennin„ penn: ter Administratie optedragen, aan het Hoofd der Militie alhier D' E. Majoor Ian Hendrik Medeler, ten eijnde, daar uijt, gelijk over al, waar een krijgs kas is aan de behoeftige ^ zodanig onderhoud te verstrekken zullen na mate, de castoelaat, daar weduwes van Militairen, als de Cas toelaat, zo meede, dat deeze Cas dan ook Jaarlijks onder ult=o Augustus zal werden opgenomen. — Dog - de Collegies werden gerecommandeert 1 cas van boeteus ook aan de krijgs Casa te gedenken. Versuijm om noepens te gestempelde papier van berigtte dienen. Donderdag den 13. Augustus 1772: Dog op dat de krijgs kas, bij provisie al eenige verder fournissement mogte erlangen, zo is teffens verstaan dat voortaan alle de geene die genegen mogten zijn, deezen of geenen overledenen, het zij oud of Iong in de Nederduijtsche kerke alhier te laaten begraven, ge= „houden zullen zijn, boven de ordinaire gifte aan de diaconij armen, nog te betaalen een somma van vijfentwintig Rijxd:s ten behoeve van voorm: krijgs Cassa; en wijders de Collegies van Justitie en Civilen Raad bij Extract deezes te recommandeeren, om in cas van boetens, dewelke den een of anderen bij die Collegies, zomtijds mogten opgelegd worden, ook aan de krijgs Cassa te denken. — Nog vertoonde de Commandeur, Hoe hier nu al over de drie Iaren buijten gebruijk geraakt is, om alle ses maanden een Berigt inte dienen van
English
The Honorable Chief Administrator shall submit a report regarding the sold and remaining stamped paper, as ought to be done otherwise according to the regulations on the stamp duty. It was likewise agreed that since this has been omitted, the Honorable Chief Administrator shall be ordered to submit such a report covering the period since it was omitted, and henceforth annually as of the last day of February and the last day of August, in order to be inserted into the Resolutions. The Commander further communicated the bad and base conduct of the lieutenant of the eastern native soldiers here, named Bagoes Begman, serving in the Company of Bappa Tjendel Caret, who, according to the testimony of the Honorable Major Medeler, not only occasionally associates with gaming, gambling, and the common rabble, but has even pawned his gorget, the fittings of his sidearm, and similar items, and furthermore recently absented himself for two days. Thursday, 13 August 1772. The Commander, having had him searched for, retrieved him from the Moorish village located on the other side of the King's palace. On that occasion, as he attempted to escape, he received a fresh cut to the shoulder from the King's people who came running up, and he was thus arrested and brought here to the main guardhouse. Meanwhile, the Lascars who had searched for him also reported upon their return that at or near the Moorish house in which he was found, a vessel or manchew lay ready, presuming that he had intended to proceed further with it, although during military interrogation he availed himself of the plea that he had merely retired out of shame and embarrassment over his debts. However, because it cannot be strictly proven that he had effectively intended to desert, and also because the King of Cochin has privately requested the Commander to show consideration toward him, as he was apprehended in his territory and with the assistance of his people, it was resolved to deport the said eastern officer, to stop his pay from now on, to keep him under arrest, and as such to send him to Batavia at the first occurring opportunity, to be disposed of by Their High Noble Mighthinesses. And since a lieutenant's position has thereby become vacant in the aforesaid eastern Company, the ensign of that same company, named Ciedin Campong of Batavia, was appointed to it, and in his place as ensign, the sergeant of that same Company, named Tom ommie of Batavia. The Commander further made known how, in the Chettua specifications, the six Topass soldiers stationed there are entered under the native servants and are not carried on our pay books as all other Topasses are. It was therefore resolved to take them onto our pay books and to order the Chettua officials henceforth no longer to enter them under the native servants. After this, discussion took place regarding the thefts that currently occur everywhere in the countryside, about which nothing but daily complaints are heard: at one time that the fruits have been stolen from the trees in the gardens; at another that the fences of the gardens, as well as the young trees, have been torn up, and others damaged; or again that the houses, which here in the countryside are generally made of earth and leaves, are broken open by force and the people compelled to point out the little they possess, etc. These outrages and thefts are continually increasing, so that they now roam about in troops, more or less armed, and recently committed public violence at night in the house of a Christian close by here, took away everything that was in it, and furthermore severely mistreated the victim of the theft. It was therefore resolved, in order to counter this mischief as much as possible and to deter those rogues before proceeding to harsher measures, to publish everywhere in the countryside that they will be watched, that everyone must beware of all such movements that in any way resemble such deeds or maroding wandering, because if they are found anywhere in such a manner, they may be freely apprehended by the inhabitants of the houses and gardens, and without further formalities be put in chains here de facto.
Dutch transcription
491. den E hoofd administrateur x zalecen beregt in dienen, kedert den tyd dat seks sonder helt Jieb: zelk: lugh slegt gedrag van den Oostenten leun te„ nant Bagoos bagman. het gemeen. ^verdebiteerde, en per rest verbleevene zegul van de gestempelde papieren, dat anderes volgens de ordre op het zegul moet geschieden, zoo is teffens verstaan zulf is geomitteerd, en voorts Jaar onder ultimo deezer door den E. Hoofd administrateur zoodanig een Berigt te laten ingeeven, zedert die tijt dat zulks is g'omitteerd, en voorts Iaarlijks onder ultimo Februarij en ultimo Aug=s ten eijnde bij de Resolutien geinsereert te worden. Nog verder Communiceerde de commandeur, het slegt en gemeen ge „drag van den luijtenant der oostersche militairen alhier gen=t Bagoes Be.gman onder de Compagnie Bappa Tjendel Caret, die volgens het getuij= „genis van den E. Majoor Medeler, zig niet alleen somtijds met speelen, dobbelen, en het gemeen, ophoudt, dorklaen puld on dobeld niet Ja zelfs Ringkraag beslag van zijne zeijdgeweer, en diergelijke dingen verzet, maar zig ook onlangs twee etmaalen Donderdag den 13. Augustus 1772: geabsenteerd es is in de moonse negerig opgepak haft hoet willen antong devida opgezogt hebben. of cuur van gem: lieutenant daar tergen ongebragt. Donderdag den 13: Augustus 1772: heeft zig twitmaleng, absenteerd, geabserteerd heeft; dat de Commandeur hem hebbende laten opsoeken, uijt de moorse negerij (leggende aan geene zijde van 'skonings paleijs weder binnen ge= „kreegen heeft, bij welke gelegentheijd, 'T konnijs volk ende sehonder gekap hij het willende ontloopen, door 'konings volk dat toequam sprengen, een frisse hiep in de schouder kreeg en dus zodanig hier aan de hoofdwagt g'arresteerd is; terwijl de Lascorijns die hem opgezogt hadden, bij hun retour ook relateerden, dat bij of omtrent het relaas vande Laterijns, die hem moorse huijs, waar in hij was, een vaartuijg of mansjeuw klaar lag, presumeerende dat hij daarmeede verder had willen gaan, schoon hij bij militaire infor= „matie zig behielp, met de Exceptie, dat hij uijt beschaamtheijd en verleegentheijd over zijn schulden zig maar gereti= „reerd had; dan dewijl men hem niet regt bewijzen kan, dat hij effectief had willen deserteeren, en ook de koning van teg 493. Donderdag den 13. Augustus 1772:— der koning van Cochim heeft voor den kelvon den Commandeur parlicu„ hier verzogt. beslayt denzelven te deporteeren, zyn ver dispositie van haar hoog Edelhee„ dens te zenden. plaats van den vaandrig ldeers Com pongen in dees plaats als vaandreg bij de Chilluase specificaties werden oneegendlyk ses toopasse zoldaten van Cochim den Commandeur particulier heeft laten versoeken, om met hem con= „sideratie te gebruijken, als zijnde in zijn territoir, en met behulp van zijn volk opgevat, zoo is verstaan, gem: oostersche officier te deporteeren, en zijne gagie van nu af aan te laten afschrijven, mitsgad=s hem en arrest te laaten, en zodanig gagier te laten afschryven, een zodanig bij eerst voorkomende Gelegentheijd, ter nadere dispositie van Haar Hoog Edelheedens na Batavia te senden. En dewijl hier door een luijtenants plaats aanselling als licuteerand en deszelfs onder voorsz: oottersche Compagnie va= den sergeant Tomommi „cant is geraakt, zoo wierd daar toe aan= „gesteeld, den vaandrig van die zelfde compagnie gen=t Ciedin Campong van Batavia, en in dezen zijn plaats tot vaen= „drig den zergeant ook, onder die zelfde Compagnie genaemt Tom ommie van Batavia Nog al verder gaf de Commandeur te onder de inlandse dienaren opgerage kennen, hoe bij de Chittuase specificaties de daar beschijden ses toepasse zoldaaten, onder besluyt deselve als actuele dienaren dagelikse klachten over de dive„ Donderdag den 13: Augustus 1772: onder de Inlandse dienaaren opgebragt, worden, en niet bij onze zoldij Boeken loopen, even gelijk alle andere toepassen, zoo is verstaan, dezelve bij onze zoldij boeken inteneemen, en de Chittuase bediendens te laten loopen en opbrengen. te gelasten, om hun voortaan niet meer onder de Inlandse dienaaren op tebrengen; Hier na wierd gesprooken over de diverijen, tgen, die alomme g'extuerd worden die er thans al omme in 't landexteeren, waar door men dagelijks niet als klagten, daar over hoord, dan eens, dat de vrugten van de boomen uijt de Thuijnen gestoo- „len zijn, dan eens dat de hijningen van de Thuijnen, item de Ionge boomen uijtgerukt, en andere of geschonden zijn; of ook weder dat de huijzen /:die hier ten platte Lande doorgaans; van aarde en olassen zijn met geweld oopen gp ngebrooken, de menschen genood= „zaakt worden, het wijnige datze hebben aantewijzen etc: welke bal= „dadigheedens en diverijen gaande weg meer 495. Donderdag den 13. Augustus 1772: de dieven vertoonen zig hier en el„ rerstroups gewijze gewapend. besleeijt alomme in 'te land te laten ten pasten, eer die macodeerende vind, zonder verdere omstenden in de kelting zal laten klenken. meer en meer toeneemen; zoo datze nu al bij troupen zelfs min of meer gewapend rond swerven, en nu dezer dagen, hier digt bij des nagts in het huijs van een Christen publicq geweld geoeffend, al wat er in was meede ge= „nomen, en den bestoolenen nog zeer wishandelt hebben, zoo is verstaan, om die baldadigheijd, zoo veel mo= publicuren, dat wen op hen zallaa„ gelijk tegen te gaan, en die knapen afteschrikken (alvoorens men. tot scherpen middelen overgaat) al omme in 't land te laten publiceeren; dat men op hun zal laten passen, dat een ijder zig zal hebben te wagten, voor alle zulke mouvementen, die maar eenig „sints na diergelijke bedrijven, of marodeeren zwerven, alzo zij zodanig orgens gevonden werdende, door de bewoonders der huijzen en Thuijnen vrijelijk mogen opgevat, en zonder verder omstandigheeden hier defacto in
English
Reading of a letter from Calicoilan. The demolition of the old and the flooring of the new warehouse there has been brought to a conclusion. Insertion of the letter. Thursday the 13th of August 1772: will be riveted into the chain. While further reading was taken of a letter from Calicoilan, whereby the resident, concerning the demolition of the old and the flooring of the new pepper warehouse decreed by the Resolution of the 5th of June last, informed that such has duly reached its conclusion, and that therefore nothing more is lacking from that warehouse, it was thus agreed to make this note thereof and to insert the said letter herein. Cochim To the Honorable, Respected Adriaan Moens, Commander and Supreme Ruler of the Coast of Mallabaar, Canara and Wingurla, Together with the Honorable Political Council. Right Honorable, Respected, Far-ruling Lord! The 497. Thursday the 13th of August 1772: The old pepper warehouse having been demolished, and with its planks and ribs that were good, the large chamber of the new warehouse having been floored and revetted, and having finished the work therewith yesterday, the carpenter Bartholomeus de Masecto is now returning over thither, nothing more being lacking now in the new warehouse, so that the pepper can henceforth be stored therein without any fear. The roof and the supports that stood all around the old warehouse were mostly found to be rotted and decayed, and during the demolition of the same, everything began to fall over of its own accord, so that the said warehouse could not have remained standing much longer, as the said carpenter will be able to report to Your Honorable Respects in further detail concerning both matters; thus I have Decision to have the sureties of the administrators who held cash on behalf of the Company under the previous administration cancelled. Thursday the 13th of August 1772: the honor otherwise to call myself with all due respect and deep veneration, underneath: Right Honorable, Respected, Far-ruling Lord, Your Honorable Respects' humble and obedient servant, was signed: P. A. Gosenson, in the margin: Calicoilan the 11th of August 1772. Finally it was also agreed to have the sureties cancelled of the administrators who held cash on the Company's behalf under the previous administration, since they had to return those monies in accordance with the honored order of Their High Mightinesses contained in the secret dispatch of the 1st of October of the past year and, according to our letter to Batavia under the date of the 1st of May last, have already effectively settled and brought them back into the Company's treasury. Thus Done, Resolved and Decreed in the Council of Mallabaar, at the city of Cochim, on the 499. Thursday the 13th of August 1772: The leasing of the Company's domains, except the leases of the import and export duties, of the dues of Coilan's bay, and of the transport of slaves here. day, month and year aforesaid, was signed: A. Moens, W. I. van de Graaff, I. H. Medeler, R. van Harn, I. L. van Spall, A. R. Schutz and C. G. Seijffer. Wednesday the 19th of August 1772: in the morning at 9 o'clock, all present except the Honorable Samuel Constantin Saffin due to indisposition. It having been decreed at the session of the 5th of June last to hold the general annual leasing of the Company's domains today, the said leases, after the interested bidders had appeared today, were put up for auction one after the other and have yielded such increase and decrease as is indicated in the following specific return, except the leases of the import and export duties, of the dues of the Coilan bay, and the transport of slaves here, for Wednesday the 19th of August 1772: are held over because of the lower bid, in order to investigate what the cause thereof may be. Decision to enter the said leases meanwhile in the return with the amounts of the last year's lease. Insertion of the return. which first only 18,600, for the second 4,500 and for the third 1,150 rupees were bid, and thus important sums of 5,600, 4,350, and 975 rupees less than the past year, wherefore upon the proposal of the Lord Commander it was found good and agreed to hold over those leases until a further occasion, and meanwhile to conduct a thorough investigation into what the cause of these excessive lower bids may be, in order to remove the same if possible, and to help dispose of the leases better, for which the Commander undertook to employ his utmost efforts, it being meanwhile also agreed provisionally to record these held-over leases in the return with the amounts of last year's leasing, and thereafter to calculate the decrease and increase. Memorandum of the return of the leasing of the Company's Domains for the year 1772/3: The
Dutch transcription
lutur van ein Calicoilaarte brief het afbreeken van 't oude en 'te bevloe heeft zyn beslag erlang. insertie van de brief„ Donderdag den 13. Augustus 1772: in de ketting geklonken zullen werden.— Terwijl verder lectura genomen wierd van een Calicoilans brief, waar bij de resident nopens de bij Resolutie van den 5. Iunij I:o leeden g'arresteerde afbreeking van het oude en de bevloeringe van het nieuwe peper Pakhuijs bedeeld, dat ren van't nieuwe pakheijs aldaar, zulks behoorlijk zijn beslag erlangt heeft, en dat dus nu aan dat pakhuijs niets meer manqueert, zoo is verstaan daar van deeze aanteekening te houden en gemelde brief in dezen te insereeren. Cochim Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Adriaan Moens Commandeur en oppergebieder der Custe mallabaar, Canara en Wingurla, Nevens den E. politicquen Raad. Wel Edele Agtbaare Wijdgebiedende Heere! Het 497. Donderdag den 13. Augustus 1772: Het oude peper pakhuijs afgebrooken, en met dies planken en Rebben die goed waaren, de groote kamer van 't nieuwe pakhuijs bevloerd en beschoeid zijnde, en daar meede op gisteren gedaan werk gekreegen hebbende, zo vertreekt den timmerman Bartholomeus de Masecto thans weder na derwaarts over, manqueerende nu in 't nieuwe pakhuijs niets meer aan, zo dat de peper voortaan„ zonder eenige vreese daar in kan geborgen werden. — Het dak en de stutten die Rondsom het oude pakhuijs gestaan hebben, zijn alle meest verrot en vergaan bevonden, en onder het afbreeken van dezelve, begonde alles van selfs om ver tevallen, zo dat gemelte pakhuijs niet lang meer had kunnen staan blijven, zo als gemelte timmerman uwel Ed: Agtbaare van 't een en ander nader zal kunnen verslag doen; zo hebbe besluijt de borgtogten van de voorige ministerie contant en 'sComp:s wegen in handen gehad hebben, te laten roijeeren. Donderdag den 13. Augustus 1772:— d' Eer van zig voor 't overige met alle schuldige eerbied en diepe veneratie te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtb: wijdgebiedende Heere, uwel Edele Agtb: onderdanige en gehoorsamen dienaer /was getekend /: P. A. Gosenson /in margine/ Calicoilan den 11: Augustus 1772: Eijndelijk wierd nog verstaan de de borgtogten van de administrateurs, die onder het voorig ministerie Contanten 'sComp:s weegen in handen geliad hebben, administrateurs die onder het te laaten roijeeren, alzo zij die penn: ingevolge Haar Hoog Edelheedens ge- „eerde ordre vervat bij secrete missive van den 1. October anno paessato moesten restitueeren en volgens ons schrijvens na Batavia onder dato den 1. Maij J:o leeden reets effectief vereffent en in 'sComp:s kassa terug gebragt hebben. Aldus Gedaan, Geresolveerd en Gearresteert in Raade van mallabaar, ter steede Cochim ten 499: Donderdag den 13. Aug:s 1772: de verpagting van 'sComp:s domainem ƒ Excepto de pagten van in en uijtgaande regten; van de geregtigheijd van Coilans baaij alhier. ten daage maand en Iaare voormeldt /was getekent/ A. Moens, W. I. van de Graaff, I. H. Medeler, R. van Harn, I. L. van Spall, A. R. Schutz en C. G. Seijffer. Woensdag den 19. Aug. s 1772: 'smorgens ten 9. uuren alle present„ Dempto D' E. Samuel Constantin saffin door indispositie. Ter sessie van den 5. Iunij J=o leeden ge- arresteert zijnde op heeden de generaale Jaarlijkse verpagtinge van 's Compagnies domainen te laten geschieden, zoo zijn de gemelte pagten na dat de liefhebbers waren verscheenen heeden, na den anderen opgeveijlt en hebben zoodanig meer en minderheijd afgeworpen, als bij het onder volgend specificq Rendement werd aange= „weezen, Excepto, de pagten van de in en uijtgaande regten, van de Geregtigheijd van de en van een vervoer van slaven Coilanse baaij, en den vervoer van slaven, alhier, voor Woensdag den 19. Aug:s 1772: zijn om het minder bod opgehouden, om te ondersoeken wat de oorsaak daar van mag weezen. besluijt gem: pagten intussen bij 't Rendement te doen bekent stellen, met de sommas van de Jnseatie van 't Renidement. voor welke eerste maar gebooden zijnde 18600:, voor de tweede 4500: en voor de derde 1150. rop:s, en dus importante sommas van 5600;, 4 350, 975: rop:s minder als anno passato, en waarom op de propositie van den Heer Commandeur goed gevonden en verstaan wierd die pagten op te houden, tot nader gelegentheijd, en intusschen een naauwkeurig ondersoek te doen wat de oorzaak dezer excessive mindere biedingen mag zijn ten eijnde des mogelijk deselve weg te nemen, en de pagten beter aan de man helpen, waar toe de Commandeur aannam zijn uijtterste pogingen te zullen aanwenden, zijnde Jntusschen nog verstaan bij provisie deeze opgehouden voorleeden Jaarse verpagting. pagten, bij het Rendement bekent te stellen, met de sommas van de voorleeden Iaarse verpagting, en daar na het minder en meerder te Bereekenen. — Memorie van 't Rendement der verpagting van 'sComp:s Domainen voor den Jaare 17 23/3: De
English
501. Wednesday, 19 August 1772: 60: 150. A=o pass=o this year rendered. farmed. more, less The import and export duties of Cochim 2 p:s 24100: 24100: do do Cochim 8850: 8850: — do d=o — Cranganoor 2600: 2800: 200: transport of slaves 2125: 2125: — —. Beer measure 215. 100: —. 115. town Inn 400: 200. —. surij and arrack within the town 3550: 4175: 625. —. d=o d=o outside the town 1225. 1225. —. d-o d=o on the Island baijpin 290. 290. —. d=o d=o At Cranganoor 260: 410. 150. Tobacco within and outside the town 1600: 1900: 300: d=o on the Island Bendoeatij 250. 250. —. At Cranganoor 1100: 600. —. At Paponettij 225. 400. —. —. Chettue 680: 485. 195. —: 20: Duty of the ferry to Baijpin 265. 270: 5. d=o d=o ferry to angecaijmaal 65. 80. 15. Together Rop: 47905: 48940: 1380: 345: The less from the more deducted by 47905: 345: thus it appears that this farming out surmounts that of a:o pass=o by Rop:s 1035: 1035: Cochim 19 August Anno 1772: Thus Wednesday 19 Aug:s 1772:— and a Colombo letter accompanying three packets, namely one from the Homeland, one from Cabo de Goede Hoop and one from bengale. Thus Done Resolved and Decreed, in the Council of Mallabaar, at the place Cochim, on the day, month, and Year aforesaid (:was signed:) A. Moens, W. J. van de Graaff, I. H. Medeler, R: van Harn, I: L. van Spall, A. R. Schutt and C. G. Seijffer. — Thursday 10 7ber: 1772: in the afternoon at half past three demtis The honorable secunde van de Graaff and major Medeler, as having departed on Commission to Ceilan. - At the start of this meeting, the lord Commander made known that today just past noon he received a Tutucorin letter dated 20 Aug:s last past, with a Colombo letter of the 12th of the month before, directed in accompaniment of three packets 503. Thursday 10 September A=o 1772: reading of the papers to be found in the homeland packet the orders contained therein shall serve for instruction and observance packets namely one from the Noble Highly Esteemed lords Majores in Europe brought from the Netherlands per the ship Woestduijn, one from Cabo de Goede Hoop, likewise brought per Woestduijn, and one from Bengal, the latter a duplicate letter of 14 December 1770: and that he had convened the members to open the homeland packet, and to take reading with them of the letters and papers to be found therein; as well as to deliberate on some other matters. Whereupon the homeland packet being opened by the secretary and found therein, a letter of 18 October 1771: reading was taken thereof as well as of the further papers mentioned on the Register, dated 6 December 1771: and it was resolved to let the orders contained therein serve for instruction and observance, and proceeded further to the transaction of affairs. here Thursday 10 September 1772: Resumption of a Report and Returns, concerning the farming out of the tithes of gardens and sow-lands at paponettij, and the lands and salt pans at Cettua Continuation. Hereafter was resumed the report annexed to the Returns of the Commissioners, who according to what was requested of them at the session of 13 August last past; held the farming out of the Tithes of the Gardens and Sow-lands of private individuals in the Conquest Paponettij, and then also farmed out there at the same time, some Gardens, which had formerly been granted for improvement; of which the time had expired, and on which occasion the said Commissioners also reassigned some partially cultivated gardens to enthusiasts for further cultivation, and further conducted an investigation into why some of those Lands have remained uncultivated, after which transaction the said commissioners likewise also farmed out the Lands and salt pans situated in the district of Chittua, among which 3 pieces of Sow-lands measuring 32½ paaras, and 505: The farming out of the tithe duty yielded 1155 parras paddy and 650 fanums more than Anno passato. Of the 47 pieces of land formerly granted for improvement, 22 pieces are farmed out for 614 fs yearly. and 4 gardens that could not be farmed out, granted de novo for 7½ Years for improvement. on a piece of land that was formerly granted for improvement stands a Chapel built for the christians and inhabitants of the Conquest. and 2 Salt pans of 66 beds, which had formerly been granted for improvement, and of which the time was expired; by which Report it came to appear. That the Tithe Duty this Year yielded 15065 Changanoor parras paddy and 18650 Cochim fanams, and thus more than the Year before by 1155 Cranganoor parras Paddy and 650 Cochim fanams. That of the 47 pieces of land having formerly been granted for improvement, 22 pieces or Gardens are farmed out for 614 Cochim fanams yearly; that 4 gardens in which some planting has still been done, and which could not be farmed out, have again been granted for improvement for 7½ Years, to be further cultivated in that time and farmed out at the farming-out time of the expiration of the other Gardens; but that on a piece where only one coconut tree stands, no further planting can be done, because Thursday 10 September 1772: that
Dutch transcription
501. Woensdag, den 19: Augustus 1772: 60: 150. A=o pass=o dezen Jaar gerendeert. gemeijnd. meereer, mindere„ De In en uijtgaande regten van Cochim 2 p:s 24100: 24100: do do „ Coilan „ 8850: 8850: — „ do d=o — „ Cranganoor „ 2600: 2800: 200: „ vervoer van slaven. . . . . . . . . „ 2125: 2125: — —. „ Biermaat - - - . . . . . . . . . . . „ 215. 100: —. 115. „ stads Herberg. . . . . . . . . . . . . . „ 400: „sierij en aracq binnen de stad „ 3550: 4175: „ d=o d=o buijten de stad - - - - - „ 410. d-o d=o op 't Eijland baijpin „ 290. 290. d=o d=o Te Oranganoor, 260: „ Tabaks binnen en buijten de stad „ 1600: „ d=o op 't Eijland Bendoeatij - - . . „ 250. 485. Te Cranganoor. - . . - . . . „ 1100: 950: Te Paponstij. . . . . . . . . . . „ „225. „ „ Chettue. - - - - - - - - - - - . „ 680: „ Geregtigheijd van het veer tot Baijpin „ 265. 270: „ d=o d=o veer tot angecaijmaal „ 65. 80. 15. —. Te samen Rop: 17905: 48940: 1380: 345: Het minder van het meerder afgetrokken met . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47905: 345: zoo blijkt dat deese verpagting die van a:o pass=o surmonteert. . . . . . Rop:s 1035: 1035: Cochim den 19. Augustus Anno 1772: Aldus 200. —. 1225. —. 1900: 300: 600. —. 400. —. —. 390: —: 20: 625. —. —. —. —. 235: —. 5. „ „ Woensdag den 19. Aug:s 1772:— en een Colombose missive ten ge„ leijde van drie paquetten, als een Hoop en een van bengale. Aldus Gedaan Geresolveert en Gearresteerd, in Raade van Mallabaar, ter steede Cochim, ten dage, maand, en Iaare voormeldt (:was getekent:) A. Moens, W. J. van de Graaff, I. H. Medelea, R: van Harn, I: L. van Spall, A. R. Schutt en C. G. Seijffer. — Donderdag den 10. 7ber: 1772: des agtermiddags te halv vier demptis D' E: secunde van de Graaff en de majoor Medeler, als zijnde in Commissie na Ceilan vertrokken. - Ten aanvange dezer bij eenkomst, gaf ontvangst van een tutucorijnk de heer Commandeur te kennen, heden even pataias een van Cabo de goede over de middag een Tutucorijnse brief gedateert 20: Aug:s J:o leeden ontvangen te hebben, met een Colombose missive van den 12. de de bevoorens, gerigt ten geleijde van drie pacquetten 503. Donderdag den 10. September A=o 1772: lectura van de papieren in 't patrias pacquet te vinden de ordres daar bij vervat zullen tot narigt en observantie strekken pacqueltten als een van de Edele Hoog agtbare heeren Majores in Europa per het van schip Woestduijn uijt Nederland aangebragt, een Cabo de Goede Hoop, almede per woestduijn aangebragt, en een van Bengalen de laatste een duplicaat missive van den 14. december 1770: en dat hij de deeden had laaten bij een „komen, om het vaderlandsche paquet te openen, en met dezelve van de brieven en papieren daar inne te vinden, lectura te neemen; mitsgaders over eenige andere zaken te besoigneeren. Waar op het paterias pacquet door den secretaris geopent en daar in bevonden zijnde, een missive van den 18. October 1771: zoo wierd daar van zo wel als van de verdere papieren, op het Register vermelt gedagteekent 6. December 1771: lectura genoomen, en verstaan de ordres daar bij vervat te laaten strekken tot narigt en observantie, en voorts overgegaan ter verandelinge van zaaken. hier Donderdag den 10. September 1772: Resumptie van een Rapport en Rendementen, wegens de ver„ „pagting der thiendens van thuijnen de landen en zoutpannen te Cettia Vervolg. Hier na wierd Geresumeerd het rapport annex de Rendementen van Gecomitteerdens, en zraijlanden te paponettij, en die volgens het aan hem gedemandeerde ter sitting van den 13. augustus J:o leeden; de verpagtinge der Thiendens van de Thuijnen en Zaaijlanden van particuliere in het Conquest Paponettij gehouden, en toen teffens ook daar verpagt hebben, eenige Thuijnen, die bevoorens ter benefitie zijn afgegeven; waar van den tijd Ge- „expireert was geweest, en bij welke gelegentheijd Gem: Gecommitteerdens ook eenige voor een deel bebouwde thuijntjes weder aan Liefhebbers ter verder bebouwing opgedragen, en voorts ondersoek gedaan hebben waarom sommige dier Landjes onbebouwt zijn gebleeven na welke verrigtinge gem: gecommitteerdens insgelijks de Landen en zoutpannen in het district van Chittua geleegen ook verpagt hebben, waar onder 3. stukjes Zaaijlanden Groot 32½. paaras, en 505: De verpagting van de thiende geregtigheijd met 1155. parras nelij en 650. fan=t meer als Anno passato afgeworpen. ter benoficie afgegeeven, zijn EE. verpagt voor 614. fs Jjaars. en 4. thuijntjes die niet verpagt hebben kunnen werden, de novo voor 7½. Jaren ter beneficie afgegeven. op een stukje land, dat bevorens een Capel voor de chrittenen en woonders van 't Conquest gekouwt. en 2. Zoutpannen van 66: beddings, die bevoorens ter benefitie zijn afgegeven geweest, en waar van den tijd G'expircert was; bij welk Rapport quam te blijken. Dat de Thienden Geregtigheijt dezen Iaare 15065: Changanoorse parras nelij en 18650: Co= „chimse fanums, en dus meerder als 's Jaars bevorens heeft afgeworpen 1155: Cranganoorse parras Nelij en 650: Cochimp fauaors. Dat van de bevoorens ter benefitie van de 57. slukjes land bevorens afgegeve geweest zijnde 47. stukjes laend, 22. stukjes of Thuijntjes verpagt zijn voor 614: Cochimse fancims sJaars; dat 4. thuijntjes waar in nog eenige aanplanting is gedaan, en die niet verpagt hebben kunnen werden, weder ter benefitie zijn afgegeven voor 7½. Jaaren, om in dien tijd verder bebouwt en met den verpagtings tijd van de expiratie van de andere Thuijnen verpagt te werden; dog dat op een stukje waar op ter beneficie was afgegeven staat maar een klapperboom staat, geen verder aanplanting kan werden gedaan, om Donderdag den 10: September 1772: dat
English
Thursday, the 10th of September 1772: Regarding the remaining pieces of land having to lie waste. Information given by the Commissioners why the remaining pieces of land have remained completely waste and have not been cultivated. Reasons of the contractors. On the piece of land Coelimoetton no planting was done by the Canarese Rama Christna. Neither he nor his heirs after him made use of it, for the reason that the place is unhealthy. The Commissioners attempted to give it out de novo for benefit, but could find no one for it. Recommended to look out for interested parties. that upon it a hermitage, as it is called here, or small chapel has been built by the Roman Catholic Christian inhabitants of the conquest, which occupies the rest of the place, which in its entirety is calculated to be large enough for only up to 15 coconut trees. That the Commissioners, after having made inquiry why the remaining pieces of land have remained completely waste and have not been cultivated, found that the contractors of the same, in so far as they are still living or present, had testified that they did indeed make plantings on those lands in the beginning, but that in the year 1756 the troops of the Zamorin destroyed everything, and they, the planters, were forced to flee from those places; whereby everything was lost, and they during that time having suffered great damage to their few goods, were subsequently unable to resume the planting; but that on the piece of land at Coelimoetton, which had been given to the deceased Canarese Rama Christna for the planting of 1,000 coconut trees, no planting at all was done; that this Canarese, as well as his heir Bikoe Naijk, made no use of that land at all, and that indeed for the reason that the land is said to be unhealthy, according to the statements of the inhabitants. That the Commissioners, having attempted to grant this land and the other lands that have remained waste again for benefit to interested parties, and being able to find no one for it, have therefore recommended Resident Breekpot to look further for interested parties, except for a small piece A buyer has presented himself to take the same for 25 years for benefit. The lands and salt pans at Chettua have yielded 47 1/10 Company's parras paddy and 31 9/10 rupees more than previously. Remark on the alleged reasons of the contractors of the waste lands. piece of land at Madeligam, for which an interested party had presented himself to take it for benefit for 25 years, which term seemed somewhat long to the Commissioners, and they therefore awaited the pleasure of this assembly in that regard. That the lands and salt pans leased out at Chettua have yielded 620 Company's parras paddy and 350½ rupees, and thus more than at the previous leasing by 47 1/10 parras paddy and 31 9/10 rupees. Whereupon, having deliberated, it was taken into consideration that the reasons brought forward by the contractors, in so far as they are living and present, regarding their negligence in planting the plots of land, are not altogether to be rejected; since it is the truth that during the two years' time that the Zamorin's troops were nested in the conquest, not only was much damage caused to those plantations, Thursday the 10th of September 1772: Continuation. Resolution to let the matter rest as it is, and to have Resident Breekpot look out for interested parties. To be attentive that the contractors fulfill their obligations. cultivate to those plantations, but also to the inhabitants regarding their means, and it is known that the same are for the most part very destitute; that these reasons regarding the piece of land at Coelimotton do not indeed hold good, but since the deceased contractor as well as his heir made no use of it, it would also be somewhat hard if one were to demand any compensation from them in that regard, the more so because, according to the testimony of the inhabitants, the piece of land is unhealthy due to the adjacent marsh; and even if this might not be the actual truth, it is nevertheless known how the Malabars who have recently settled in a place and happen to die there only shortly afterwards are accustomed to attribute the cause to such a place and to shun it; that also, if one wished to proceed to extremes in this regard, others would thereby be deterred from taking up lands again for benefit, and thus the good as well as the bad lands that are still uncultivated would remain lying waste, since most of the time it is only during the cultivation of the lands that it is first discovered whether they have the presumed suitability or not; just as of these 47 leased pieces some were found to be stony and others too low, as appears from the report inserted in the Resolution of the 13th of August, and therefore may not be able to be leased out again; for all of which reasons it has then been thought fit to let the matter rest as it is, and to have Resident Breekpot look further for interested parties who wish to take up again for cultivation the aforesaid piece of land Coelimotton and the remaining waste lands that are still suitable, and to recommend him to be attentive that the contractors of the lands cultivate the same.
Dutch transcription
Donderdag, den 10. September 1772:— nopens 't blijven moett leggen der overige stukjes land. „gens gegeeven. dat daar op door de rooms gesinde Chris — „tenen inwoonders van het conquest een heremijtagie zo als men dat hier noemd, of klijne Capel is gebouwt, die het overige van de plaats beslaat, die in het geheel ook maiar tot 15. klappen„ boomen groot genoeg gecalculeert is. Dat zij Gecommitteerdens na gedane informatie der gecommitteerd s informatie waarom de overige stukken gronds ten eenemaal waest zijn blijven leggen en niet bebouwt geworden, bevonden hebben; dat de aanneemers derzelve, voor zoo verre ze nog in wesen of present zijn, betuijgt hadden, dat ze in den beginnen op die gronden wel aanplantinge hebben gedaan, dog dat redenen der aanneemers, darwe„ in Anno 1756. de Sammorijnse volkeren alles hebben verdestrueert en zij aan= „planters genoodzaakt zijn geweest, van die plaatsen te vlugten; waar door alles is verlooren gegaan en zij in dien tijd groot nadeel omtrend haare 507. Donderdag den 10. September 1772: op 't stuk lard Coelimoeton is door den Canaaijn Rama Chrittna geen aanplanting gedaen. denselven nog zijne erfgenamen na hem, hebben daar van geen gebruijk gemaakt om reden dat de plaets ongetond is gecommitteerdens hebben getragt „rom de novo ter beneficie af te geven dog daar toe niemand kun„ „nen vanden gerecommandeert om na liefherdert om te sien. haare weinige goederen hebbende geleeden, naderhand onvermogent zijn geweest, de aanplantinge ter hervatten; dog dat op het stuk land op Coelimoetton, dat aan den overleeden canarijn Rama Christna, ter aanplanting van 1000: klappus boomen was gegeven geen aanplanting in het geheel is gedaan: dat deze Canarijn zo min als desselfs erfgenaam Bikoe Naijk van dat Land zelfs in het geheel geen gebruijk gemaakt heeft en wel ter oorzake dat het land ongezond zoude zijn, volgens het zeggen der inwoonders. Dat zij Gecommitteerdens getragt hebbende dit land en de overige woest de woest geblevene landen mede gebleevene landen, weder ter benefitie aan Liefhebbers aan te besteeden; en daar toe niemand kunnende vinden der= „halven den Resident Breekpot En daarom den resident Breckpot gerecommandeert hebben om verder na liefhebbers om te zien, Excepto een stukje deligam heeft zig een liefhebber opgedaen om 't zelve voor 25. Jaren ter beneficie te neemen. De landerijen en zoutpannen, te chettua hebben 47: 1/10. Comp:s als bevoorens afgeworgen. aanmerking, over de bijgebragte redenen der aanneemers der woeste landen. stukje land te Madeligam, waar toe zig een liefhebber had opgedlaan, tot een stukje land te ma„ om het voor 25: Iaaren aanteneemen ter benefitie, welken termijn hen Gecom „mitteerdens wat lang toescheenen en dus het goedvinden dezer vergaderinge derwegens ingewagt hebben. Dat de te Chettua verpagte landerijen parras nelij en rop: 21: 3/¾1. meer en zoutpannen afgeworpen hebben 620: 'sComp:s parras Nelij en 350½. Rop:s en dus meerder als bij voorige verpagting 47 1/10. parras Nelij en Rop:s 31 9/10. Waar over gedelibereert zijnde, zo is in aanmerkinge genomen, dat de bij gebragte redenen der aanneemers, voor zoo verre ze in wezen en present zijn, wegens hunne nalatigheijd in het beplanten der landjes, niet ten eenemaal te verwerpen zijn; dewijl het de waar= „heijd is dat in twee Iaaren tijds, dat de stemmorijnse troupen in het Conquest hebben genesteld, niet alleen veel nadeel Donderdag den 10. September 1772: aan 509. Donderdag den 10. September 1772: vervolg. aan die aanplantinge, maar ook aan de inwoon„ „ders omtrend haare middelen is toegebragt, en het bekent is, dat dezelve meerendeels zeer behoeftig zijn, dat deeze redenen om „trend het stuk land te Coelimotton, wel geen plaats vinden, dog vermits de overledene aanneemer zo min als zijn erfgenaam het zelve niet heeft gebruijkt, het ook eeniger maten hand zoude vallen, indien men eenige vergoedinge derwegens van den zelven vorderde, te meer, om dat volgens getuijgenis der inwoonders, het stuk Land om het bijgelegen moeras ongezond is; en of schoon dit al eens met de wezendlijke waarheijd mogt zijn, het egter bekent is, Hoe de mallabaaren die zig nieuwelijks op een plaats hebben ter neder gezet en aldaar maar wat kort daarna komen te sterven, de oorzaak aan zo een plaats gewoon zijn toeteschrijven en dezelve te schuwen, dat ook indien men hier omtrent tot het uijtterste wilde procedeeren, daar door anderen zouden werden besluijt, het zoo te laaten berusten en door den resident Breekpot na liefhebbers te doen onsien attent te zijn dat de aanneemers hunne verbintenissen nakomen werden afgeschrikt om weder landen ter benefitie aanteneemen, en dus zoo wel de goede als slegte Landen die nog onbebouwt zijn, woest zoude blijven leggen, dewijl miesten tijds bij bebouwing der Landen maar eerst word ondervonden, of dezelve de veronderstelde bequaamheijd hebben dan niet; gelijk dan ook van deeze aan „besteede 47. stukjes eenige steenagtig en andere te laag bevonden zijn, blijkens rapport ter Resolutie van den 13. Aug:s geinsereert, en daarom mogelijk niet weder zullen kunnen werden aanbesteed, om alle welke redenen dan goedgevonden is, het zoo te laaten berusten en door den resident Breekpot verder na liefhebbers te doen omsien, die het voorsz: stuk land Coelimotton ende nog bequaam zijnde woest gebleeven landen ter bebouwinge weder willen aanneemen, en den selven nader en denselven te recommandeeren, te recommandeeren, om tog attent te zijn dat de aanneemens der Landen, dezelve Donderdag den 10: September 1772: cultiveeren