Inventory 3364
Japan · 931 pages · 397 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
137 From Makassar the 11th of June 1742 — From Makassar the 11th of June 175 — to ask whether he intended to remain here any longer, since I and my subordinates had no provisions left, and whether he could assist us; to which he replied no, and that he himself did not have much; whereupon it was immediately resolved to return directly to Bouton. Arriving there in the afternoon, I told the interpreter to go up to His Highness and announce our return; to which he replied that tomorrow would be soon enough. And having some billy goats on board, I sent them ashore with an Ambonese and instructed him to take good care to see whether any Buginese or Mandarese prahus were lying in the river. In the evening at dark, the Ambonese returned and told me quietly that a Ceram prahu was lying in the river laden with spices; whereupon this was made known to the interpreter so he would go to His Highness, but the interpreter refused. I therefore had to wait until the next day and thereupon requested assistance from His Highness, who then sent me more than 100 men and let me know that he had not known that a Ceram prahu was in his country, and that I could simply seize everything for the Honorable Company. But the prahu was full of water. Thereupon I set to work, and after they were dried, found 241 catties of cloves and nutmegs, 1 piece of metal swivel gun, and 2 klewangs of a sort. The rest of the cargo was all sago and found wet, therefore thrown overboard; but I learned underhand that the anachoda himself had been with His Highness and made an agreement regarding the cloves and nutmegs. They departed with 7 women from Ceram and wander about here in the land of Bouton. His Highness took it very ill of me that we returned to Bouton, and in response gave me to understand that even if we should have starved to death, I ought not to have returned, but to have informed him of it by another vessel. We have no more than 3 head of slaves for the Honorable Company to fulfill the number of 50 from the past year 1741, and only 4 pieces of iron cannon from the spoliated sloop de Moote Boom drags. We 139 From Makassar the 11th of June 1742 — From Makassar the 11th of June 1742 — We are presently with the prahu in the river and await further orders from Your Honorable Worship; but with this prahu it is impossible to sail to Makassar, and the crew on it is stupid and mute. We request Your Honorable Worship for subsistence money and rations, because we are presently destitute of money and provisions. Furthermore, I must report to Your Honorable Worship that the Prince of Bouton has hindered me in my extirpation in all respects, and has not let me go where I wished to be, as Your Honorable Worship will hear more clearly upon my safe arrival in Makassar, for time presently does not permit writing more. I remain with all respect and veneration. Below stood: Your Honorable Worship's very obedient servant. Was signed: Johan Christoffel Steijnbach. In the margin: Bonthain the 13th of December 1771. In compliance with Your Honorable Worship's most respected order contained in the letter of the 10th of this month, the humble undersigned of this has, to the best of his ability, gathered information regarding the eight head of subordinate people of the Queen of Tallo, whom Her Highness alleges are being detained by the galarang of Lessang, situated in the district of Siang, which matter stands as is set forth in all reverence below, namely: A certain Daeng Nanna, who was a female person and a Company subject from the village of Tessang, was married to a fellow Company subject of the village of Balanakang whose name is unknown, or at least no one at present can give it. After this couple had been married for not even a year, they separated again from each other, for what reason is not known, after which time this Daeng Nanna bought two slaves named Timbo with his wife Seene, who together procreated a son and a daughter, named Honorable Worshipful Sir. To the Honorable Worshipful Sir Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Celebes, etc. etc. etc. To Potto 441 From Makassar the 11th of June 1742 — From Makassar the 11th of June 1742 — Botto and Iuerie, which latter was married to a Sondrong who was a slave of the present galarang of Lessang's grandmother. This Sondrong and Iuerie had five children together, namely two sons and three daughters, named Goolong, Lamba, Basse, Rappi, and Padja, who are all Company subjects and until the present day have enjoyed the protection thereof without anyone in the world ever having laid claim thereto, except in the past year that the Queen of Tallo sent to the late Lomo Daeng Malleongie to register this so-called claim, but which was rejected and denied by him along with the other chiefs there, since which time this Queen has made no further mention of it. As regards the claim to the one paddy field situated in Siang, this was given in the year 1736 after the unrest of Karaeng Bontolangkasa by the Honorable Company and His Highness of Boni to a certain Kare Billang, who also since that time until the present day has plowed and planted the same unmolested. Wherewith I hope to have fulfilled the highly respected order and intention of Your Honorable Worship, calling myself with all respect dutifully. Below stood: Honorable Worshipful Sir. Lower: Your Honorable Worship's humble and faithful servant. Was signed: M: van Rossum. In the margin: Maros the 26th of December Anno 1774. The Sulewatang Simpo having been appointed, upon your proposal and the request of the collective village chiefs, as Lomo of Siang in place of the deceased Daeng Malleongie, I let this serve to communicate to you thereof. Honorable, Pious, Discreet. To the Under-Merchant Matthijs van Rossum, Resident there. To communication
Dutch transcription
137 Van Maccasser den 11: Junij 1742 — Van Maccasser Den 11 Junij 175 — vragen op hij van sins om nog langer hier te blijven terwijlen ik en mijn onderhorigen geen leevensmiddelen meer hadden en of hij ons konde bijsetten waar op hij repliceerde van neen en dat hij selfs niet veel hadde waar op immediaat geresolveert om direct wederom te keeren na Boutong 's agtermiddags aldaar komende hebbe den tolk ge„ segt om na boven bij sijn hoogheijts te gaan en onse weederom komst bekent te maaken waar op hij ree„ pliceerde dat 't morgen tijds genoeg en ik eenige geijte bokken aan boord hebbende hebbe deselve na de wall gesonden met een ambonees en hem daar bij belast wel toe te sien op geen Boegineesen op mandareesen prauwen in 't rivier lagen, savonds met donker komt den amboinees weederom en segte stilletjes tegens mij dat een cerammer praauw in 't rivier lag met specerij geladen waar op aan den tolk zulks bekent gemaakt om bij sijn hoogheit te gaan maar den toek heeft sulks geweij„ „gert hebbe dierhalven moeten wagten tot sandere daags en daar op aan sijn hoogheijd om adsistentie vertogt dewelke mij daar op meer als zoo man toegesonden en liet mij tegge„ dat hij niet geweeten dat een cerammner prauw op sijn lands en dat ik maar alles in beslag konde neemen voor deE Comp: maar den prauw was voll water hebbe daar op aan het werk gegaan en aan nagulen en nooten bevonden na dat deselve gedroogt 241: kattjes 1: p„s metaalen dr aijbas en 2: klewangs in soort de rast van de lading was altemaal sagoe en nat gewonden dierhalven overboord geworpen maar hebbe onder de hand vernomen dat den anachoda selfs bij sijn hoogheijt geweest en accoordt gemaakt met de nagulen en nooten sij sijn met 7: vrauwen van Ceram vertrokken en swerven hier op 't landt van Bouton heromme Sijn hoogheijdt heeft mij seer qualijk genomen dat wij wederom gekeert op Bouton en kaast heeft mij ter antwoordt gegeeven al souden wij ook van honger ge„ crepeert hebben so moeste ik niet weeder om keeren maar door een ander vaartuuijg hem sulks bekent maaken, wij hebben niet meer als 3: stuks slaaven voor d' E: Comp: om 't getal van so te voldoen van voorleeden Iaar 17. en maar 4: p:s ijder ge„ schut van de gespoliceerde Chialoup de moote Boom drags wij 139 Van Maccasser Den 11:' Junij 172: — Van Macasser den 11: Iunij 172 — wij zijn thans met de prauw in 't rievier en verwagten verder ordres van uw wel Ed: Agtb: maar met desen prauw is t ommogelijk om maccasser te kunnen bezeijlen en 't volk daar bij is dom en stom wij versoeken uu wel Ed: agtb: om kostigeld en randsoen want wij zijn thans ontbloot van geld en Leevens Middelen, Nog moet uw wel Ed: Agtb: melden dat mij den Bouthouders vorst in mijn Extiripatie ten allen deesen hinderlijk geweest en niet laaten gaan daar ik hebbe willen wesen gelijk uu wel Ed: agtb: bij mijn behouden arrivement op Macasser duijdelijker Zall hooren want de tyd lijdt thans met om omeer te schrijven verblijve met allen respecten veneratie onderstond:/ uw wel Ed: agtb: zeer gehoorsame dienaar /was geteekend:/ Johan Chritofer Steijnbach (in margine:/ Bon„ tham den 13 xber: 1771: In naarkoming van uwel Edele Agtb: hoogst gerespecteere ordre vervat bij missie van den 10 deeser heeftig ten needrigen teeken aar deses na vermag„ g'informeert na de agtstuk onderhoorige volkeren van tellos koningine die haar hoogheid voorgeeft dat door den glarvang van Lessang in't district van diang leggende werden aangehouden is't odanig geleegen als hier onder in alle Eerbied bekent staat gestelt te weeten, Eenen daeing Nanna dat een vrouws persoon en sComp: onderdaan van de neegori tezang was is getrouwt geweest met een meede comp onderdaan van de negorij Balanakang welkers naam onbekent is op ten minsten mie„ „mant thoms weet op te geeven Nadat dit paar nog geen jaar getrouw waren geweest i 'tselve om wat reeden weet met niet weeder van den anderen gescheijden na welke tijd deese daeing manna twe klaaven heeft ingekogt genaamt timbo met sijn wij seene die een soon en een degser te samen hebben gepascreet in namend Wel Edelen Agtbaren Heere Aan de wel Edelen Agtbaren Heere. Paulus Godofredus van der voort Gouverneur en Directeur deser clebe Etc: Et: Et=: Aan Potto 441 Van Macasae Den 1„e Junij 1712— Van Macasser Den 1:' Junij 172.— Bots en Iuerie welke laatte getrouw is geweet met een sondrong die een slaaff was van den tegen woordigen glawang Lesfangs goot meeder deesen senvong en sjerie hebben te zaamen vijff kinderen gehad als twee zoon en drie dogters in namons goolong Lamba Basse Rappi en Padja dat ale se Comp onderdaan ijn en tot heeden toe denselver beschorning hebben genooten sonder dat ooijd eemand ter wereld pitentie daar op heeft gemaakt als in anno pagato dat de koningen van ell bijden overleeden omo Daeng Mal„ „leongie sond om dees soo genaamde pretentie te boeken dog door denselven nevens de verdere hoofden aldaar van de hand geweesen en ontsegt is zedert welk tijdeese koningine daar van gen mente mer heeft gemaakt. wat depoetentie van 't Eene padij veld geleegen op tiang aanbelangd dit is door dE: Comp: en sijn hoogheijd van Bonij in anno 1736 na de Stubbeling van carang bontolankas aen eenen Care billang gegeven ie het zelve okzeedert dien tijd to heden toe ongemolesteert beplaegt en beplant heeft waar meede verhoope aan de hoog g'eerde ordre en Jntentie van uwel Edele Agtbaare te sullen hebben voldaen mij met alle Eerbied pligtschuldig noeme /onderstond / wel Edelen agtbaren heere /:lager:/ uwel Ed: Agtb: ootmoedigen en trouwschuldigen, di naar /:was geteekent:/ M: van Rossum /in margine:/ Maros den 26 December Ao 1774: De soelewattang Simpo op uwen voor„ dragt en het versoek der gesamentlijke dorps - hoofden tot Lomo van Siang aangesteld sijnde in steede van den over„ leedenen Danig Maliongie so laate ik deesen zo wel dienen om uE daar van Eersame vroome Discreete Aan den onderkoopman Matthijs van Rossum Resident aldaar. Aan Communicatie
English
From Maccassar, 11 June 1772. to communicate, as well as to serve as his escort; and remaining, after greetings, [below stood:] Your Honor's Good friend, [was signed:] P. G. van der voort. [In the margin:] Maccasser in Castle Rotterdam, 26 October 1771. To the Honorable, Pious, Discreet, the Junior Merchant Nicolaas Dionisius Mol, Resident there. Finding nothing to reply to Your Honor's separate letter of the 18th of this month other than that the arrival of Paweling Dan Magassing has removed all further apprehension regarding the murderous designs of that scoundrel, I refer to the general From Maccasser, 11 June 1772. general letter of yesterday and remain, after greetings, [below stood:] Your Honor's good friend, [was signed:] P. G. van der voort. [In the margin:] Maccasser in Castle Rotterdam, 26 November 1771. To the Right Honorable, Highly Esteemed Jaan Abraham van der voort, Governor and Director. Right Honorable, Highly Esteemed Sir! Finding nothing to reply to Your Right Honorable's separate letter of the 10th of May last, I report only that here as little has been heard of any foreign European ships or vessels as any reports have been received regarding their appearance at any places under the jurisdiction of Celebes, From Macassar, 11 June 1772. and I remain, with respectful greetings, [below stood:] Right Honorable, Highly Esteemed Sir, [lower:] Your Right Honorable's ready-to-serve friend, [was signed:] P. G. van der voort. [To the side:] Maccasser in Castle Rotterdam, 9 December 1771. To the Honorable, Pious, Discreet, the Junior Merchant Matthijs van Rossum, Resident there. The Queen of Tello having lodged a complaint with me that eight subjects from her negorij Llange Lange, situated in the district of Siang, were being detained by the glarrang of the adjoining negorij Lesang, who, having gone over there, were demanded back in vain; and also that a certain paddy field on Siang, which of old was granted to the kings of Tello for cultivation, was taken from her about four years ago by the Lomo of that district and given to a certain Carre Bilang; therefore Your Honor shall, regarding both matters, have to examine the aforementioned Lomo and glaarang and conduct a careful investigation into the matter, and particularly whether the said defectors From Maccasser, 11 June 1772. are to be found at Lesang, what the reason for their defection is, and whether they truly are subjects of Tello, together with everything else Your Honor can learn to enable me to give Her Highness an answer and thus immediately clear away these disputes. Awaiting all of which, I remain, after greetings, [below stood:] Your Honor's good friend, [was signed:] P. G. van der voort. [Lower:] Maccasser in Castle Rotterdam, 18 December 1771. Departed from Maccasser, 27 March in the year 1771. Right Honorable, Highly Esteemed Sir and Gentlemen! Respectful report in the form of a daily journal from the undersigned to the Right Honorable, Highly Esteemed Sir, the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Paulus Godofredus van der voort, Governor and Director of this coast of Celebes. 11 April. Arrived at Boutong and was immediately summoned to His Highness. After compliments were paid, delivered the Honorable Company's letter and money. After the letter was read, asked His Highness for the nails and further ammunition and equipment from the plundered sloop de Nooteboom, but received no answer in reply. 17 April. Furthermore, I asked His Highness for the slaves for the Honorable Company, to which His Highness replied that the proas from Batavia had not yet returned, except for one proa which had gone no further than Cheribon; whereupon His Highness showed me a receipt signed by the Honorable Resident of Cheribon, who received 13 slaves from the said proa, which I translated for His Highness. Furthermore, I asked His Highness whether any ships or sloops had passed by here or lay at anchor, but received the answer no. Furthermore, I requested His Highness for a prompt departure to the islands, to which His Highness replied that he would see in eight or ten days; whereupon, after due honor paid to His Highness, I took my leave. 18 April. The Honorable Company's letter was collected with due honor. 20 April. Noticed a Mandarese proa, whereupon two interpreters were sent to His Highness to state that I had seen that the Mandarese were selling opium and linens, and that I requested His Highness that the proa might be made to leave. 21 April. Three interpreters sent by His Highness came to say that His Highness had not known that the Mandarese proa was in his territory, and that it was good that I had seen it and made it known to His Highness, and that he would make the proa leave immediately. 23 April. The proa departed. 29 April. Summoned to His Highness. After compliments were paid, I requested His Highness to give orders to the interpreter that I might be taken everywhere, not excluding a single place. The proas returned from Batavia.
Dutch transcription
143 Van Maccassar Den 1„e Junij 172— Van Maccasser Den 11 Junij 1772 — communicatie te geeven als tot desselfs gelei„ de en blijve na groete /:onderstond:/ uE: Goeden vriend /: was geteekent:/ P: P: van der voort /:in margine / Mac„ casser in 't Casteel Rotterdam Den 26. 8ber: 1771:- Aan Eersame vrome Discreete Aan Den onderkopman Nicolaas Dionisius Mol Resident aldaar Op uE aparte van den 18 deser niets te res„ cribeeren vinde dan dat het ankomen van Pa„ weling Dan Magassing alle verdere beduchting voor de moordadige des„ „seijnen van dien deugniet heeft weg„ „genoomen refereere ik mij aan 't gemeen 145 Van Maccasser Den 11. Junij 172 — gemeen schrijven van gisteren en blijve na groete /:onderstond:/ uE goede vriend /:was„ geteekent :/ P: I: van der voort. /: in margine:/ Maccasser in 't Casteel Rotterdam Den 26: November 1771: Aan denwel Edele Aetber e Jaan Abraham van der voort Gouverneur en Directeur Wel Edele: Achtbare Heer! Op uw wel Edele Achtbare aparte van den 10 Meij Passo niets te Rescribeeren vinden„ de melde ik alleen dat alhier so omin Eenige vreemde Europische scheepen of vaartuijgen vernomen als nopens de ver„ schijning derselve op eenige plaatsen onder celebes Ressort berichten ont„ Van Macassar Den 11:' Junij 1735 — Aan fangen. 147: Van Macasser Den 11:' Iunij 1772— Van Maccasser Den 11:' Junij 172 — „vangen sijn en blijve onder respectieuse groete (:onderstond:) wel Edele Achtbare. Heer (: Lager:) uuwel Edele Achtb: Dienst vaardige vriend /: was Geteekent:/ P: G: van Der voort /ter zeijde:/ Maccasser In't Casteel Rotterdam Den 9: December 1771: — De koninginne van Tello bij mij hebbende doen klagen dat agt onderhoorige van haare negorij Llange Lange leggende in het district van Siang door den glarrang van de daar aangrensende negorij lesang aangehouden wierden die derwaards overgegaan te ver„ „geefs waaren te rug g'eijscht en so meede dat seeker Padij veld op siang het geen van ouds ter behouwing aan de koningen van Tello waaro vergund haar door den Lomo van dat district voor omtrend vier Iaaren geleden afgenomen en aan eenen Carre Bilang gegeeven was so sal uE voor het een en ander 1 0 den voorm: Lomo en glaarang omoeten onderhouden en naauwkeurig ondersoek doen wat van het een en ander sij en wel insonderheid of de gedagte overgelopene Eersame vroome Discreete Aan den onder koopman Matthij van Rossum Resident aldaar Aan haar 2419 Van Maccasser Den 1:' Junij 1713. — van Maccasser den 1:' Junij 1772— haar op Lesang bevinden wat de oorsaake van haar overlopen sij een of sij waarlijk onder¬ „horige van Jello sijn nevens alles wat uE: meerder ervaaren en omij in staat stellen kan om haar hoogheijd bescheijd te kunnen geven en dus deese questien ten eersten uijt den weg te ruijmen, welk eenen ander ik verwagtende na groete blijve /:onderstond:/ uE goeden vriend /:was geteekent:/ P: G: van der voort, /:Lager:/ Maccasser in 't Casteel Rotterdam Den 18: xber: 1771: op Boutong g'arriveert en ten eersten bij „ 11: April zijn hoogheijt ontboden na gedaane compli„ ment s'E Comp: brief en peningen overge„ „leevert na den brief geleesen sijnde hebbe aan zijn hoogheijdt gevraagt om de nagulen en verder ammonitie en Equipagie van de gespo„ van Maccasser vertrokken wel Edelen Agtbaren Heer en Heeren! Ao 1771: den 27: Maart. Eerbiedig happort bij forma van Dag. register van den ondergetekende. Aan Den wel Edelen Agtbaren Heer Den wel Edelen Agtbaren Heer Paulus Godofredus van der voort Gouverneur en Directeur deser custe celebes Eerbiedig lieerde 151 Van Maccasser den 11:' unij 1713 — Van Maccasser Den 11: Junij 1742 den 17. April spolieerde Chialoup de noote Boom maar niets ter antwoord bekomen, Nog hebbe aan sijn hoogheijd gevraagd om de slaaven voor de EComp: waar op sijn hoogheijds repliceerde dat de prauwen van Batavia nog niet geretourneert als een praauw dewelke niet verder als Cheribon gekomen waar op sijn hoogheijd mij een quitantie toonde van den E: resident van Cheribon ondergeteekend welke 13: stux slaaven ontfangen van den selven prauw 't geen ik sijn hoogheijd translateurde nog hebbe sijn hoogheijd gevraagd of geen scheepen of Chialoupen hier gepasseert of ten anker geleegen maar ter antwoord be„ komen van neen Nog hebbe sijn hoogheijd versogt om een schielijk vertrek na de Eijlanden waar op sijn hoogheijd repliceerde dat hij zien soude in agtof thien dagen waar op nna behoorlijke honeur van sijn hoogheijd mijn afschijd genomen is den prauw vertrokken Bij zijn hoogheijd ontbooden na gedaanen Com „ 29 _„o pliment hebbe aan sijn hoogheijd versogt om ordres aan den tolk te geven dat ik over all mogt gebragt worden geen een plaats uijt„ quamen drie tolken van sijn hoogheijd gesonden „ 21: _:o met te seggen dat sijn hoogh: niet geweeten dat den Mandareesen prauw op sijn landt was en dat 't goed was dat ik hem gesien hadde en aan sijn hoogheijd bekent gemaakt en hij den prauw mine diaat Soude laaten vertrekken zijn de prauwen van Batavia geretourneert is sE Comp: briev met behoorlijke honeur afgehaald „ 18: _o Hebbe een Mandhareese praauw ontwaart waar „ 20:e _„o op twee tolken na sijn hoogh: gesonden met te seggen dat ik gesien hadde dat de Mandhareesen amphioen en lijwaaten verkogten en dat ik zijn hoogheijd versogt dat den prauw vertrekken mogte zijn gesondert 23: _o
English
153 From Maccasser The 11th June 173. — From Maccasser The 11th June 172 — the 30th April except namely St Mattheus, Katoepa, Kalisoesoe, Tjatja, Siompo, Kadaloeang, and throughout the entire land of Boutong, whereupon his Highness replied that he was at a loss to bring me to St Mattheus, as no people lived there and there was no wood or water, and that during the east monsoon it was an impossible matter, and the island of Tjatja was also too far away, but the other places I could call upon on my return, whereupon, after paying proper respect to his Highness, I took my leave and departed from Boutong. 12 May arrived at Wanchie Wanchie. Sent the interpreter to the Radja to announce my arrival, and requested people to make an expedition into the woods. Made an expedition into the woods across the settlement Zea and there observed a Buginese prahu, whereupon I asked the interpreter what he was doing here, and received the answer that he was married and residing here, but have secretly Learned that a Macassarese prahu was here, whereupon sent the interpreter there with a soldier to ask for his pass. Coming there, the juragan showed his kris, saying that this was his pass, whereupon the interpreter returned and I immediately sent him to the Radja with the request that he should make the prahu depart, as he was a malefactor and had no pass, and here it was said [illegible] secretly learned that he traded in opium and linens. In the evening returned home across the island Sjemanga and gave to the people: rd:s 1: 12: departed from Wanchie Wanchie and arrived at Caijdoepa. Summoned before the Radja and requested him to allow an expedition into the woods and to prepare a prahu to bring me to Jongharoe, whereupon, after proper respect, took my leave. Bonij 13: _o 16: _o 24: _o the 21st May 155 From Maccasser The 11th June 1742 — From Maccasser The 1st June 1772— the 28th May was from Bonij. The interpreter, returning, said that the Radja had sent people thither to make him depart. In the evening a messenger came from the Radja and told me that the prahu had departed; learned that he traded in opium and linens. Made an expedition into the woods across the settlement Roeko Roek, in the evening returning home, spent on the people: rd:s 1: 12: Once again sent the interpreter to the Radja and requested him to provide me with a prahu to depart, but was always answered with tomorrow and the day after tomorrow. Many Buginese and Mandarese reside here, who sail back and forth with opium and linens. The 3rd June. Have once again sent the interpreter to the Radja to provide me with a prahu to depart for Jonghanoe. Found three Buginese prahus from Loeboe here, of whom I asked what they were doing here, whereupon they said they had brought paddy and rice here, but secretly learned that they traded in opium and linens, whereupon sent the interpreter to the Radja to make these prahus depart. In the evening these prahus departed. Made an expedition into the woods across the land of Thino and in the evening returned home across the land of Thonia; gave to the people: rd:s 1: 12: Made an expedition into the woods through the mountains of Tongharoe and across the settlement Wacha; coming there, I found 3 large paduwakang prahus, whereupon asked them 14: _o the 6th June departed from Caijdoepa arrived at Ionghanoe and immediately sent the interpreter to the Radja to announce my arrival and requested people to make an expedition into the woods. departed let 30: _o 157. From Maccassar The 11th June 1773.— From Maccasser The 11th June 1732. had them asked whence they came, whereupon they said from Zaleijer, laden with salt, whereupon asked for their passes, upon which they immediately weighed anchor and set sail. In the evening returning home, gave to the people: rd:s 1: 12: Have secretly learned here that the Cerammers pass here every year and barter cloves for mats and cloths, of which I even saw some cloves, but of a very small variety, and from here to Caijdoepa and Wanchie Wanchie, and from there to Balij in the month of October, and with the beginning of the west monsoon returned along the same course. the 16th June departed from Jongharoe and arrived at Binonko. Have secretly learned here that a Buginese prahu was here, the prahu lying ashore, the crew residing in the settlement. Finding a Buginese by the prahu, asked him whence they came, whereupon he said from Bankaljene and that they had come here to buy a prahu, whereupon asked him for his pass, but he said that he had no In the morning went further inland into the woods across the settlement Lahombo where Made an expedition into the woods across the settlement Dahallo, Gotowasso, Tip Topi, Dawallie and stayed the night at the settlement Parrang, the 20th June. Many Buginese, Macassarese, and Mandarese reside here, who sail back and forth with opium and linens. On this prahu were all kinds of nations, Buginese, Macassarese, and Mandarese. Furthermore, I learned from a Macassarese of the same prahu that they came from Kalisoesoe and that he had seen that the Radja of Kalisoesoe and the Radja of Copea had salvaged all the cloves from the stranded chaloup De Nooteboom and sold them to Buginese and Mandarese, who brought them to Schoor, and several brought them to their people to sell for a Macassarese cloth per gantang, but he had been too afraid to carry on such trade. other pass than from Radja Bonij. other 1 _o
Dutch transcription
153 Van Maccasser Den 11: Junij 173. — Van Maccasser Den 11:' Iunij 172 — den 30 April gesondert namentlijk s:t Mattheus katoepa kalisoesoe Tjatja Siompo kadaloeang en op 't geheel Land van Boutong waar op sijn hoogheijd repliceerde dat hij verleegen was om mij na S:t Mattheus te brengen terwijl daar geen menschen woonden en geen hout of waater en dat het in de oostmaison een on„ mogelijke saak was en 't Eijland Tjatja ook te ver afgeleegen maar de andere plaatsen konde ik in 't weederom komen aandoen waar op na behoor„ lijke honeur van sijn hoogheijd mijn afscheid gommen en van Boutong vertrokken 12 Maij op wanchie wanchie gearriveert Den tolk na het radja gesonden om omijn arriveement te laten bekent maaken en verzogt om volk om een bosch togt te doen, Een bosch togt gedaan over de negorij zea en aldaar een Boeginees praauw ontwaart waar op aan den tolk vroeg wat hij hier dese so kreeg ter antwoord dat hij hier getrouw en woonagtig was maar hebbe onder Hebbe vernomen dat een omaccassaars en praauw hier „ 27: _„o was waar op den Tolk met een militair na toe gesonden om na sijn pass te laaten vraagen aldaar komende so heeft den Annachoda sijn krits getront met te seggen dat deese sijn passie was waar op den Tolk weederom komende hem immediaat na het Radja gesonden met versoek dat hij den praauw soude laaten vertrekken terwijl hij een quaetdoender en geen passie hadde en hier gesegt van sandra de hand vernomen dat hij met amphioen en lijwaaten negotie dreef s avonds over tyland Sjemanga wederom te huijs gekomen en het volk gegeeven. rd:s 1: 12: van wanchie wanchie vertrokken en op Caijdoepa gearriveert Bij het radja ontboden en aan hem versogt om een bosch. „ 26: _o togt te doen en een praauw gereet te maaken om mij na Jongharoe te brengen waar op na behoor„ lijke honeur mij afscheijd genomen Bonij 13: _o „ 16: _„o „ 24: _o den 21: Maij 155 Van Maccasser Den 11:' Iunij 1742 — Van Maccasser Den 1„ Iunij 1772— den 28 Meij Bonij te wesen den soek wederom komende tegte dat het Radja volk weederom komende tegte dat het radja volk na toe gesonden om hem te laaten vertrekken, savonds quam een sendeling van het radje en liet mij tegen dat den praauw vertrokken hebbe vernomen dat hij met amphioen en Lijwaaten negotie gedreeven, Een bosch togt gedaan over de negorij roeko roek s avonds wederom te huijs komende van het volk uijtgegeeven. . . rd„s 1: 12:— nogmaals den tolk na het radja gesonden en versogt om mij een prauw te geeven om te vertrekken maar altijd met morgen en overmorgen beantwoord alhier zijn veele Boegineesen en Mandhareesen woonagtig welke ap en aanvaaren met amphioen en Lijwaaten Den 3: Iunij Hebbe nogmnaals den tolk na het radja gesonden om mij een praauw te geeven om te vertrekken na Jonghanoe„ Hebbe alhier drie Bougineesen prauwen gevonden van Loeboe aanwelke gevraagt wat sij hier deden waar op sijn seggen padij 39 en rijst hier gebragt te hebben maar hebbe onder de hand vernomen dat sij met amphioen en Lijwaaten negotie dreeven waar op den tolk na het radja gesonden om dese prauwen te laaten vertrekken savonds sijn deese prauwen vertrokken. Een bosch togt gedaan over t land van Thino en savonds „ 10 _o over t land van Thonia weederom t huijs gekomen aan rd:s 1: 12: het volk gegeeven Een bosch togt gedaan door 't gebergte van Tongharoe en over de negorij wacha aldaar komende hebbe 3: groote praauwen paduwakangs gevonden waar op aan haarlieden „ 14: _„o den 6: Junij vertrokken van caijavepa op Ionghanoe gearriveert en ten eersten den tolk na het „ 8: _„o Radja gesonden om mijn arrivement laaten bekent maken en om volk versogt om een Bosch togt te doen vertrokken liet „ 30: _„o 157. Van Maccassar Den 11:' Junij 1773.— Van Maccaser Den 11:' Iunij 1732. liet vaagen waar bij van dan quamen waar op sij segten van za„ „leijer met zout geladen waar op na haar passen vroeg waar op zij immediaat 't anker ligten en onder zeije gongen 's avonds weederom te huijs komende aan het volk gegeeven - rd:s 1: 12: Hebbe alhier onder de hand vernomen als dat de ceram alle jaar hier passeerden en nagulen ruijlen voor maatjes en kleedjes waar van selfs eenige nagulen gesien maar heel kleijn van soort en van hier na Caijdoepa en wanchie wanchie van daar na balij in de maand october en met 't begin van de west maison deselve cours weederom keerden, den 16 Junij van Jongharoe vertrokken en op Binonko gearriveert hebbe alhier onder de hand verno„ „men dat een boegineese praauw hier was den praauw op den wal staande 't volk in de negorij woonagtig waar op een boe„ „ginees bij de praauw vindende waar op aan hem vroeg waar zij lieden van daan quaamen waar op hij tegte van Bankaljene en dat sij hier gekomen om een praauw te koopen waar op hem na sijn papp gevraagt maar hij segte dat hij geen Smorgens verder boshwaarts in over de negerij Lahombo waar Een bosch togt gedaan over de negorij dahallo Gotowasso tip topi den 20 Iunij dawallie en op de negorij par van parrang overnagte, alhier syn veel boegineesen maccassaaren en mandhareesen woonagtig dewelke op en aanvaaren met amphioen en lijwaaten Op deesen praauw waaren alderhande naties boegineeken macassaaren en mandhareesen nog hebbe van een maccassaar van den selven praauw vernomen dat sij lieden van kabisfoesoe quamen en dat hij gesien hadde dat radja kalisoesoe en radja copea als de nagulen van de gestrande Chialoup de nooteboom geborgen en deselve aan Boegineesen en Mandhareesen verkogt welke deselve na: Schoor gebragt en verscheijde bij haar lieden gebragt om te verkoopen voor een maccassaars kleedje een ganting maar hij was te bange geweest om sulke negotie te drijven. ander pag hadde als van radja Bonij ander 1 _„o
English
159 From Macassar the 11th of June 1772— From Macassar the 11th of June 1772 the 22nd of June found no more road, whereupon I asked the interpreter whether there was no other road to get through the mountains to the other side, to which he replied that here were all cliffs and thickets and no more people lived here, whereupon I crawled through the forest myself with my men to search for a path and finally found a large trail, following which the guide ran away from me, whereupon I asked the interpreter why he had run away, to which he said that he had returned to his settlement, but finally seeing many coconut trees I continued on my way and found a large settlement Walloawa containing over a hundred dwellings, which people declared never to have seen Europeans, and I myself had already made forest expeditions for two years but had never arrived at that place, found the same guide, could therefore well see that I should not know that there was a settlement and good anchorage there in the west monsoon, whereupon went further inland into the forest and arriving at the settlement Roekawang spent the night there, in the morning further inland into the forest and arriving home in the evening given to the men - 3 rixdollars 24 stivers bought a piece of champak wood here - 1 rixdollar 42 stivers the interpreter requested provisions, given to him 2 rixdollars 24 stivers Made a forest expedition across the islands Lintea Langhe and Lintea Gibolo, returned home again in the evening, the 13th, given to the men 1 rixdollar 12 stivers Departed from Tongharoe, the 9th Returned to Caijdoepa, the 5th Made a forest expedition across the entire land of Balca and in the evening returned home again via the settlement Wattole, given to the men 1 rixdollar 12 stivers sent the interpreter to the raja and requested a proa to depart for Caidoepa, the first of July Departed from Binonko, the 4th Returned to Jonharoe Made a forest expedition on the islands Dolondora and Rota Rota, the 30th, returned home again in the evening, given to the men 1 rixdollar 12 stivers the 26th the 25th of June 161 From Macassar the 11th of June 1772 — From Macassar the 11th of June 1773— the 30th the 23rd of July been to the raja and took leave and departed from Caijsoepa, the 23rd, returned to Wanchie Wanchie Made a forest expedition and spent the night at De Langhe in the evening, the 27th in the morning further inland into the forest, spent the night in the forest in the evening, the 28th in the morning further inland into the forest and at noon the interpreter said to me that if I wandered around like that, now to the left then to the right, that we could not be home in the evening, to which I said to him that I also did not yet intend to return home, to which he replied that the men had nothing more to eat and that they were unwilling to go with me any longer, had therefore to resolve to go home, arriving there given to the men 3 rixdollars 24 stivers, the 29th sent the interpreter to the raja and requested to make another forest expedition, the interpreter returning said that the chiefs of the settlement were very embarrassed because the raja had died so recently and that they would hold council about it the 1st of August sent the interpreter once again to the raja and the chiefs of all settlements came to me and said that they had heard that I wanted to go from here to Kalisoesoe and that I should not do that because sent the interpreter again to the chiefs of the settlement and requested to make another forest expedition, the interpreter returning said that they held council about it and that it was not their custom to go into the forest so many times, and especially while the raja was deceased, and that my predecessors had never gone into the forest more than twice, and that they could not permit me that, whereupon immediately sent the interpreter back and requested a proa to depart went to the island Kapoeta and made a forest expedition there, the 2nd of August, returning home again in the evening, given to the men 1 rixdollar 12 stivers requested to go to the island Kapoeta requested because 163 From Macassar the 11th of June 1772 — From Macassar the 11th of June 1772 — because they were in dispute with the people of Kalisoesoe and that an accident might befall me sometime and advised me against such, to which I replied that I was not afraid that they would do me harm, but do as they wished because I could not force them, to which they said again that they could not command them to take me there, and if I wanted to force them to go there that I must expect that they would all jump overboard and take their own lives, for otherwise they would surely be put to death by the people of Kalisoesoe, and all sorts of other trifles, whereupon I said if they did not want to take me that the Sultan must answer for such to the Honorable Company, and that they should just take me to Boutong The 5th of August in the morning wishing to depart and coming onto the proa found water up to the knees in the proa, whereupon called the interpreter and showed it to him, to which Obtained another proa, the 8th of August departed from Wanchi Wanchi, coming into the sea, the 9th, said that he would take me to Lasalleng, to which he replied that he could not command the men, also asked to touch at the settlements Mattan Ouwe, Waloba, Bawoela and Bola, received the same answer, whereupon said to him that he said to him that I had asked him several times whether nothing was wrong with the proa and always received for an answer no, to which he replied that that was nothing at all and that the proa had stood on the shore for a long time, whereupon I said again that I did not want to depart with the proa and that I had to have another proa, and immediately had the goods taken out of the proa, the proa being empty found the keel fractured and a plank half warped out, could therefore well see that they were seeking to play a trick on me to me
Dutch transcription
159 Van Macasr den 11:' Iunij 1772— Van Maccaser Den 11:' Iunij 1772 den 22: Junij op wijgen weg meer vonden waar op aan den tolk vroeg of geen wegemeer was om door t gebergte na de anderkant te komen waar op hij repliceerde dat hier aaltemaal klijpen en boschaadjes waaren en geen menschen meer woonden waar op selfs met mijn volk door t bosch gekropen om een weg te soeken en eijndelijk een groot pad gevonden t welke vervolgende te liep den weg wijter van mij weg waar op aan den tolk vraagde waar om denselven weg geloopen waar op hij tegte dat hij weederom gekeert na sijn negorij maar eijndelijk veel klappus boomen tiende vervolgde mijnen weg en vond een groote negorij walloawa daar over de hondert wooningen welke menschen verklaarden noijt Europeesen gesien te hebben en ik selfs al twee jaaren door bosch togten gedaan maar nooijt daar ter plaats gekomen vond aen selven wegwijter konde dierhalven wel sien dat ik niet weeen soude dat aldaar een negorij en goede anker grond in de westmaison waar op verder boschwaarts in en op de negorij Roekawang komende aldaar overnagte, smorgens verder boskwaarts in en savonds te huijs komende - rd„s 3: 24: aan het volk uijtgeeven alhier been Chiampang gekogt - „ 1: 42: Den tolk versogt om leevens middelen aan hem gegeeven „ 2: 24 Een bosch togt gedaan over de Eijlanden Lintea„ „ 13: _„o Langhe en Lintea gibolo savonds weeder om 't huijs gekomen aan het volg gegeeven van Tongharoe vertrokken op Caijdoepa geretourneert Een bosch togt gedaan over 't heele land van Balca„ en 'savonds over de negorij wattole wederom te huijs ge„ komen aan het volk uijtgegeven rd:s 1: 12: den tolk na het radja gesonden en laaten versoeken om een Den Eersten Julij praauw om te vertrekken na Caidoepa van Binonko vertrokken op Jonharoe geretourneert Een bosch tegt gedaan op de Eijlanden Dolondora en Rota rota „ 30: _„o savonds weederom te huijs gekomen aan het volk uitgegeven rd„s 1: 12: rd„s 1: 12: van bij 9 _:o 5 _ o 4: _o 26: _„o den 25: Junij 161 Van Maccasser Den 11:' Iunij 1772 — Van Maccasser Den 11: Junij 1773— 30: _:o den 23 Julij bij het radja geweest en afschyjd genomen en vertrokken van caijsoepa 23 _o op wanchie wanchie geretourneert Een bosch togt gedaan en savonds op de Langhe overnagt smorgens verder boschwaart in 's' avonds in 't bosch overnagt 's morgens verder boschwaarts in en Smiddags segte den tolk tegens mij indien ik do heromme dewaalde dan zinks dan regts dat wij s avonds niet konden te huijs wesen waar op ik aan hem segte dat ik ook nog niet van sin was om na huijs te keeren waar op hij repliceerde dat het volk niets meer te eeten hadde en dat bij onwillig waaren om langer met mij te gaan, moeste dierhalven resolveeren om na huijs te gaan aldaar komende aan het volk gegeeven . rd„s 3: 24: den tolk na het radja gesonden en vermogt om nog een boosch te doen den tolk weederom komende segte dat de hoofden van de negorij seer verlegen waren terwijl so immediaat het radja overleden en dat sij daar over pitgaren souden 1: August stebbe nagmaals den tok na tet Radja gesonden en quamen de hoofden van alle negorijen bij mij en Segten dat sij gehoort hadden dat ik van hier na kalisoesoe wilde en dat ik dat niet doen moest ter„ den tolk weederom na de hoofden van de negorij gesonden en versogt om nog een bosch togt te doen den tolk weederom komende segte dat bij daar over si „tjaar hadden en dat 't bij haar lieden geen ge„ woonte was om so veel keeren in 't bosch te gaan en vooral terwijl het radja overleeden en dat mijne voorsaaten nooijt meer als twee maalen in 't bosch gegaan en dat sij mij dat niet permitteeren konden waar op den toek ten eersten wederom getor„ den en versogt om een praauw om te vertrekkin na 't Eijland kapoeta gegaan en aldaar en bosch togt den 2: Augustus gedaan 's avonds wederom te huijs komende aan het volk rd„s 1: 12: uijtgegeeven versogt om na 't Eijland kapoeta te gaan, versogt wijl 27: _„ 28: _„o 29: _„o „ 163 Van Maccasser den 11: Junij 1772 — Van Maccasser den 11: Junij 1772 — „wijl sij lieden met 't volk van kalisoesoe in oneenigheijd wa„ ren en dat mij zomtijds een ongeluk mogt overkomen en mij sulks afraaden waar op repliceerde dat ik niet bange was dat sij mij souden quaad doen maar dat zijlieden wilden want dat ik haar niet forceeren konde waar op sij wederom tegten dat hij niet Com„ „mandeeren konden om mij daar na toe te brengen en als ik haar dwingen wilde om daar na toe te gaan dat ik verwagten moest dat sij lieden altemaal over„ boord sprongen en haar selfs om 't leeven bragten want anders souden sij dog van 't volker van ka„ lisoesoe om t leeven gebragt worden en alderhande witje wasjes meer waar op ik segte als sij mij niet brengen wilden dat den Sulthan sulks bij de E: Comp: ver„ antwoorden moest en dat sij mij maar na Bou„ tong brengen souden Den 5: August„s Smorgens vertrekken willende en op den Praauw komende vond tot aan de knien water in de prauw waar op den tolk riep en hem toonde waar op Een ander prauw bekomen vertrokken van wanchi wanchi in see komende „ 9 _„o segte dat hij mij na Lasalleng brengen soude waar op hij repliceerde dat hij 't volk niet Com„ „mandeeren konde nog vroeg om de negorijen mat„ „tan ouwe, waloba Bawoela en Bola aan te doen kreg t selve antwoord waar op teegens het segte dat hij den 8: Aug:s aan hem segte dat ik verschijdemaalen aan hem gevraagt of aan den praauw niets mancqueerde en altijds ter antwoordt bekomen van neen waar op hij repliceerde dat dat niet met al was en dat den praauw langen tijd op den wal gestaan waar op ik weederom segte dat ik met den praauw niet vertrekken wilde en dat ik een ander prauw moeste hebben en ten eersten 't goed uijt den prauw laaten haalen den praauw leedig sijnde vond den keel geborsten en een plank half uijtgeboogen konde dierhalven wel sien dat sij mij soekten een pots te speelen aan mij
English
165 From Makassar the 11th of June 1772 — From Makassar the 11th of June 1772 — would bring me to the islands of Siompo and Kadatoeang, whereto he replied that the people were unwilling and that it was not their custom, but to sail straight on to Bouton; I could therefore well see that the matter had already been premeditated. Returned to Boutong on 10 August, and immediately sent the interpreter to His Highness to make known my arrival and to request an audience with His Highness. Came 4 interpreters sent by His Highness, and had me told that he was indisposed, but when he was somewhat better he would send for me. However, I learned underhand that His Highness was not sick, but had meetings held every day. Furthermore, I learned with certainty that in the month of June a large English ship lay here in the roads for 20 days, coming from the Moluccas and said to be going from here to China; it sold many muskets, opium, linens, and broadcloths, and the captain of the ship was upstairs several times in audience with His Highness, entertained with wine and beer. The ship had copper plates all around the gun ports, but I could not find out the name; I asked several interpreters, but all said they did not know; but I learned afterwards that His Highness has forbidden that whoever tells me anything about the English ship shall all be made slaves. Sent 2 interpreters to the Shahbandar on 20 August and requested to be able to speak with him, as His Highness was always sick. Furthermore, I learned underhand that last year in the month of June an English ship was also here, and that they have a secret negotiation. 11th. 167 From Makassar the 11th of June 1772 — From Makassar the 11th of June 1748 — was always sick, and that I had not been sent here by the Honorable Company to sit still, but to conduct and finish my affairs. On 21 August came four interpreters sent by His Highness, and had me told that I must not take it as a slight that he did not send for me, but that when he was somewhat better he would have me called, as he was presently not in a condition to sit upright; but all untruth. The same day came 2 interpreters from the Shahbandar and had me told that he could not receive me, but that he had spoken to His Highness about it, and that he would have me called one of these days. 22nd. Summoned to His Highness on the 28th; after compliments were paid, I made a report to His Highness of all that happened on the islands, especially of Wanchie Wanchie, whereto His Highness replied that next year he would take care that I might be brought everywhere; and concerning Kalisoesoe, that the raja had risen against him and was unwilling to come to Boutong, and put himself with his people in a posture of defense if the people of Bouton should come onto his land; concerning the islands of Siompo and Kadatoeang, that he had given orders to make a proa ready to have me brought thither one of these days; but to the island of Tjatja, that it was impossible, as His Highness feared that I might perhaps not be able to return to Bouton, but fall away to Bima, and upon returning he would let me go to the straits. Furthermore, I asked His Highness for the goods and further equipment of the stranded chaloup the Nooteboom, but obtained no answer; furthermore, I asked His Highness for the slaves for the Honorable Company, whereto His Highness replied that he would see. 1 to 2. 169 From Makassar the 11th of June 1773 — From Makassar the 11th of June 1745 — 30 August. Whereupon I further requested of His Highness to dispatch me quickly to Makassar and not delay me as long as last year, whereto His Highness replied that he had already given orders to have the proa in readiness; took my leave. Departed from Bouton on the 31st and arrived in the evening at Siompo; went into the forest there across the villages of Lontuijn, Kain Blawa, Ribina Pada, and spent the night at Molons. Further into the forest in the morning, and in the evening, arriving at the beach, departed immediately. First of September: Arrived at Kadatoeang in the morning and went into the forest there, but impassable paths and mountains with rocks; being unable to find passable paths, I departed again in the evening. 2nd of the same: Arrived back at Boutong; given to the people 2:24 rixdollars. Furthermore, I learned from the same person that last year the large spice trees on Wanchie Wanchie were chopped down, but the small ones left standing, and for that reason we had to lose the proa so as not to see the empty clearing; and added thereto that the Boutoners had said that upon coming there this year I had not gone 10 paces from the place, but because of the trunks, which had grown to a man's height, I could not have seen those same small trees. Whereupon sent the interpreter to His Highness with the request that I might be brought to the straits one of these days, but not as two years ago with the Honorable Ensign Alexander Lecerff around the narrows of the straits, but that I wished to go especially to Wattoe Mattobe, for I have learned underhand that near the villages of Wattoe Mattobe, Malenga, and Lampello there is a grove of spice trees which the Boutoners sold to Bugis and Mandarese, and even bring to Passier and Banjarmassing.
Dutch transcription
165 Van Maccasser den 11: Iunij 1772 — Van Maccasser Den 11:' Iunij 172 — mij na de Eijlanden Siompo en kadatoeang brengen soude waar op hi repliceerde dat 't volk onwillig was en dat 't hij haar lieden geen gewoonte was maar regt door 't zeijlen na Bouton konde dierhalven wel sien dat de saak al overlegt was den 10 augustus op boutong geretourneert en ten eersten den tolk nasijn hoogheijdt gesonden om mijn arrivement bekent te maaken en om audientie te versoeken bij sijn hoogheijd „o quaam en 4. tolken van sijn hoogheijd gesonden en liet mij seggen dat hij niet wel van pas maar als hij wat beeter was dat hij mij soude laaten ontbieden Maar hebbe onder de hand vernomen als dat sijn hoogheijd met siek maar alle daagen liet vergaderinge houden Nog hebbe met seekerheijd vernomen als dat in demaand Iunij een groot Engelsche schip hier ter rheede 2: tolken na den Siabandhaer gesonden en versogt den 20 aug„s om hem te mogen spreeken terwijl sijn hoogh: nog hebbe onder de hand vernomen als dat voor„ leeden Iaar in de maand Iunij ook een Engelsch schip hier geweest heeft en dat zij een geheijme on„ derhandeling hebben geleegen 20: dagen lang komende uijt de Mollukos en van hier gesegt na China te sullen gaan heeft veel geweeren amphioen Lijwaaten en Laakens verkogt en den capitain van 't schip heeft verschijde maalen boven bij sijn hoog„ „heijd ter audientie geweest met wijn en bier getracteert t schip heeft altemaal kopere plaaten om de geschut poorten gehad maar de naam hebbe niet kunnen te weeten krijgen hebbe aan verschijde toeken gevraagt maar altemaal van meen gesegt maar hebbe nader„ hand vernomen als dat zijn hoogheijds verboden heeft die geene welke aan mij iets segt van 't Engelse schip dat die all tot slaap gemaakt worden geleegen altijd „ 11: 167 Van Macassr Den 1: Junij 172 — Van Macasser Den 11:' Iunij 1748— altijd siek was en dat ik van de E: Comp: met hier gesonden was om stilt te sitten omaar mijne affairens te verrigten en te voleijndigen, den 21 Augustus quamen vier tolken van sijn hoogheijd gesonden en liet mij leggen dat ik niet voor een kleijnagting moest reeken dat hij mij met liet roepen maar als hij iets beeter was dat hij mij soude laten roepen terwijl hij thans niet in staat was om overeijnd te kunnen zitten maar altemaal onwaarheijd _„o quam en 2: tolken van den Sabandhar en te liet mij seggen dat hij mij niet ontfangen konde maar dat hij sijn hoogheijd daar over gesproken hadde dat hij mij eerstendags soude laaten roepen, „ 28: _o Bij sijn hoogheijd ontboden na gedaanen Compli„ „ment hebbe aan sijn hoogheijd rapport gedaan van all 't geene op de Eijlanden voorgevallen voornamentlijk van wanchie wanchie waar op sijn hoogheijd Nog hebbe sijn hoogheijd gevraagt om de goederen en verdere Equipagie van de gestrande Chialoup de noote boom maar geen andwoord bekomen nog hebbe sijn hoogheijd gevraagt om de slaven voor de E Comp: waar op sijn hoogheijd repliceerde dat hij zien soude 1: a: 2: — repliceerde dat hij toekomende Iaar soude sorge dragen dat ik overal mogt gebragt worden en van kalisoesoe dat het radja tegens hem opgestaan en onwillig was om op Boutong te komen en hem met sijn volk tot tegenweer stelde indien 't volk van Bouton op sijn land komen soude van wegens de Eijlanden siom„ p„o en kadatoeang dat hij ordres gegeeven hadde om een praauw geveet te maaken om mij eerstdaags daar na toe te laaten brengen maar na 't Eijlandt Tjatja dat onmogelijk was dat sijn hoogheijd bange was dat ik somtijds op Bouthon niet konde wederom keeren maar op Bima vervallen en in 't wederom ko„ „men soude hij mij na de straat laaten gaan verte waar „ 22: 169 Van Maccasser Den 11 Junij 173 — Van Maccassar Den 11:' Iunij 1745 — den 30 aug„s waar op nog aan syn hoogheyd versogt om mij schielijk na maccasser te depecheeren en niet zo lange als voorleeden jaar ophouden waar op sijn hoogheijd repliceerde dat hij all ordres gegeeven hadde om den prauw in gereetheijd mijn afscheijd genomen, van Routon vertrokken en s'avonds op siompo gearriveert. aldaar in 't bosch gegaan over de negorijen Lontuijn kain bla„ „wa Ribina pada. en op molons overnagt, smorgens verder boschwaarts in en 's avonds na het strand Eersten 7ber: komende ten eersten vertrokken, 'S morgens op kadatoeang gearriveert en aldaar in 't bovk gegaan maar ontoegaanlijke wegen en bergen met klip„ „pen, geen gangbaare wegen kunnende vinden ben 's avonds wederom vertrokken _„o op Boutong weederom gekoomen aan het volk gegeeven rd„s 2: 24: — nog hebbe van deselve persoon vernomen als dat voorleeden Iaar de groote specerij boomen op wanchie wanchie afgekapt maar de klijn staan laaten en om die reeden hebben wij moeten den praauw verliesen om de Leedige plaats niet te sien en ng daar bij gesegt dat de Bouthouders gesegt hadden dat ik dit Iaar daar komende niet 10 treeden van de plaats gegaan hebbende maar om de rompen welke mans hoogte gegroeijt deselve klijne boomtjes niet hebbe konnen sien, waar op den tolk na sijn hoogheijds gesonden met versoek dat ik eerstdaags mogte na de straat gebragt worden maar niet als voor twee Iaaren met den E: vaandrig Alex ander Lecerff omtrent 't naauw van de straat maar dat ik weesen wilde voornamentlijk na wattoe mattobe want hebbe onder de hand vernomen dat bij de negorij wattoe mattobe malenga en Lampello een bosschaedje is van spe„ cerij boomen welke de Boutonders aan boegineesen en man„ ahareesen verkogten ook selfs na Passier en Banjermas„ sing brengen, waar vertrokken 31: _„o „ „ 2: _„o
English
From Maccasser, the 11th of June 1772. The 5th of September: Departed for the strait of Bonthong. Coming near Wattoe Matobe, the interpreter said to me that he was afraid and that he had no orders to bring me to Wattoe Matobe, but no further than around the narrows of the strait, and that he had already gone too far; that he would rather I cut his throat than force him to take me there. Whereupon I replied why he had not spoken earlier instead of now when we were near the place, and that I could not force him. Whereupon immediately turned back, went backward about a gunshot's distance, and asked him if he might take me to that place, to which he said yes, and anchored there. Having gone into the forest there and covered about an hour's distance, the guide brought us into a corner where there was a spring well and said that there was no further path and that no people lived there. But searching a little around to the left, I found a clear path, which had been covered with thorns, and showed it to the interpreter, who said that it was a path to fetch wood from the forest. Whereupon, continuing along that same path, I found a fine clay soil and a large village, Wonaboloe. Whereupon, taking the road further toward a large mountain, the interpreter said to me that if I went there, he would turn back, as nothing but cannibals lived there, and that I would not return from there alive. Whereupon deliberately taking the road to Wattoe Mattobe to test the interpreter once more, for I had taken the observation of the mountains, the interpreter changed color, now pale, then red, and finally he said to me that I must not go so far, that there was no further path there and no people lived there, and that it was not good to remain in the forest at night, as some misfortune might happen to us. Whereupon finally seeing that my hands were tied and that I was not permitted to go where I wished to be, I therefore resolved to turn back. Coming to the prahu, I asked whether he might take me to the island of Woena, whereon he replied that he had no orders from His Highness, while the Raja of Woena had risen up against the Sultan and would no longer come to Bouton. Whereupon the anchor was weighed. The 8th of September: In the morning returned to Bouthon and sent the interpreter to His Highness to say that if His Highness had not wished to take me further than the narrows of the strait, it had been unnecessary to let me go there, because according to the contract I was to be taken everywhere wherever I wished, not a single district excepted, and that His Highness would have to answer for this to the Honorable Company. Given to the people: 1 rixdollar and 42 stivers. The 20th ditto: A Buginese prahu entered, upon which, having asked him for his pass, he said that he had a pass from Raja Bonij and had only come here to stop his leak and then depart for Manondo, but I have seen that by night they brought bales of linens and jars of opium up into the castle. The 22nd ditto: Summoned to the Shahbandar. After compliments were paid, I told him of the Buginese prahu, that it should not be permitted here, as he was selling contraband of the Honorable Company. Whereupon he replied that it was impossible for him to keep watch by night. The 5th of October: Another two Mandarese and one Buginese prahus arrived and traded in pepper, linens, and opium. Whereupon, being able to hear nothing further from him, after proper respect I took my leave. I also requested him to tell His Highness to send me to Maccasser with the coming month and not to delay me as long as last year. I also asked him how many slaves the Sultan intended to send to the Honorable Company, as I had heard that he would send no prahu to Batavia and only one prahu to Maccasser, to which he replied that that was the Sultan's affair. The 6th of October: Sent two interpreters to His Highness and requested that these prahus might depart, as I saw that they sold contraband of the Honorable Company, and that if His Highness permitted this, the contract would be violated and I would be obliged to make a report of it to the Right Honorable Gentleman at Maccasser. But I received no answer, and the prahus nevertheless remained lying there and conducting their trade. The 18th ditto: His Highness came down to make a pleasure excursion to Fatouga, whereupon I requested the interpreters to be allowed to speak with His Highness. Coming to him, I spoke to him about these prahus, to which he replied that they would depart tomorrow. I also asked His Highness for the goods and equipment of the sloop De Noteboom, to which His Highness replied that he had already sent people there a long time ago, who had not yet returned. I also asked him for the slaves for the Honorable Company, to which he replied that he could not do that alone, but that all his councilors had to be present. I could therefore clearly see that they did not intend to send anything more to the Honorable Company. Whereupon, after paying proper respect to His Highness, I took my leave. His Highness returned. Summoned to His Highness, after compliments were paid, I asked His Highness how many slaves... The Raja of Coepea is currently in high esteem with the King, and I have learned privately that coming here he brought along 2 pieces of artillery from the sloop De Noteboom for His Highness. The 21st of October: The Mandarese prahus departed, and I learned privately that they went from here to Passier and would return at the end of the wet monsoon; they took 2- to 3-pounder artillery from here. I also learned privately that at Coepea there is a large forest of magul trees.
Dutch transcription
171 Van Maccasser Den 11:' Iunij 173. den 5 7br: vertrokken na de straat Bonthong omtrent wattoe matobe komende segte den tolk tegens omij dat hij bang was en dat hij geen ordres hadde om omij ona wattoe matobe te brengen maar niet verder als omtrent 't nauw van de straat en dat hij al te ver gegaan dat ik hem liever den hals soude afsneijden als hem forceeren om daar na toe te brengen waar op ik repliceerde waarom hij niet eerder gesprooken als nu dat wij omtrent ter plaats waaren en dat ik hem niet forceeren konde waar op ten eersten weeder om gekeert omtrent een ruije weegs agter uijtgegaan vroeg aan hem op hij mij daar ter plaats brengen mogte waar op hij segte van ga en aldaar geankert, aldaar in 't bosch gegaan omtrent een uur afgelegt hebbende bragt ons den weg wijser in een hoek daar een bron ader was en tegte dat geen weg meer was en geen menschen aldaar woonden omaar een wijnig zinks om soekende vond een schoon padt 't welk men doornen bedekt en tselve aan den solk toonde welke segte dat een werg was om hout Van Maccasser den 11:' Junij 1772 — uit 't bosch te haalen waar op 't selve padt vervolgende vond een schoone kleijgrond en een groote negorij wona„ „boloe waar op den weg verder, neemende na een grooten berg so segte den tolk tegens mij indien ik daar toe ginge dat hij dan weederom keeren terwijl daar niets als menschen eters woonden en dat ik daar niet levendig weederom komen soude waar op met willens den weg oneemende na wattoe mattobe om den tolk nog eens te proheeren want ik hadde de observatie van de ber„ „gen genomen so veranderde den tolk van coleur dan bleek dan rood en eijndelijk segte hij tegens mij dat ik niet so ver gaan moest dat aldaar geen weg meer was en geen menschen woonden en dat het niet goed was om bij nagt in 't bosch te blijven dat ons som„ tijds een ongeluk mogt overkomen waar op eijndelijk ziende dat mijn hand gebonden was het en niet gaan mogte daar ik wesen wil de resolveerde dierhalven wederom te keeren bij den prauw komende vroeg of wij mij na 't Eijland woena brengen mogte waar op hij repliceerde dat hij geen ordres van sijn hoogheijd hadde uijt terwijl „ _o 173 Van Manasser den 11:' Iunij 172 — Van Maccasser Den 11:' Junij 1772 — terwijl t radja van woena tegen den Sulthaen opgestaan en niet meer op Bouton komen woude waar op 't anker geligt den 8: Septemb„r Smorgens op Bouthon geretourneert en den telk ona sijn hoogheijd gesonden niet teseggen als sijn hoogheijd mij niet verder hadde willen brengen als bij 't naauw vande straat dat het onnodig was geweest om mij dan na toe laaten gaan want volgens t Contract moest ik over al gebragt alwaar ik maar wilde geen een district uijtgesondert en dat sijn hoogheijd sulks bij de E Comp: ver„ antwoorden moest aan het volk gegeeven. rd„s 1: 42:— 20:e _„o komende een boecqinees prauw binnen waar op hem na sijn posse gevrag tegte dat hij een pasie hadde van radja bonij en maar hier gekomen om sijne Leckagie te stoppen en dan te vertrekken na manondo maar hebbe gesien dat sij bij magt pakken met Lijwaaten en potten met amplioen na boven in 't Casteel Gebragt hebben 22: _„o Bij den sabandhaar ontboden na gedanen Compliment hebbe aan hem gesegt van den boegineesen prauw dat die alhier sijn nog twee mandhareese en een boegineese prauwen binnen den 5 october gekomen en met peper Lijwaaten en amphioen genegotieert waar op verder niets van hem hooren konde hebbe na behoorlijk noneur mijn afscheijd genomen. nog hebbe aan hem versogt om aan sijn hoogheid te seggen om mij met de aanstaande maand na 1 maliasser te senden en niet so lange ophouden als voorleeden Jaar, nog hebbe aan hem gevraagt hoe veel slaaven dat den sulthan van Sins was om aan d' E Comp: te senden terwijl ik gehoort hadde geen praauw na Batavia te sullen senden en maar een praauw na Marcasser waar op hij repliceerde dat den Sulthan sijn saak was, niet moest gepermitteert worden terwijl hij sE Comp: contrabanda verkogt waar op hij repliceerde dat hij onmogelijk sorge draagen konde bij magt niet twee 175 Van Maccasser Den 11:' Junij 1742— Van Macasser Den 11: Iunij 172— den 6: october 18: twee tolken na sijn hoogheijd gesonden en versogt dat deese prauwen vertrekken mogte terwijl ik gesien dat hij sE Comp: contrabande verkogten en als sijn hoogheijd dat permitteerde dat dan 't Con„ „tract geschonden en ik verpligt was om aan den wel Ed: agtb: heer op Maccasser Rapport van te doen omaar habbe geen andwoord bekomen en de prauwen bleven evenwel leggen en haare negotie drijven, _„o quam sijn hoogheijd om lag om een plaisier togt =te doen na Fatouga, waar op aan de toeken versogt om sijn hoog„ heijd te mogen spreeken bij hem komende segt aan hem van deese prauwen waar op hij repliceerde dat dij morgen vertrekken souden nog hebbe aan sijn hoogheijt gevraagt om de goederen en Equipagie van de Chialoup de noote boom waar op sijn hoogh: repliceerde dat hij all langen tijd volk na toegesonden dewelke nog niet weederom gekomen nog hebbe aan hem gevraagt om de slaaven voor dE Comp: waar op hij repliceerde dat hij dat niet alleen is sijn hoogheijd weederom gekomen. bij sijn hoogheijd ontbooden na gedanen compliment hebbe aan sijn hoogh:t gevraegt hoe veel slaaven Den raedja Coepea is thans in groote agting bij den koning en hebbe onder de hand vernomen dat hij hier komende 2: p„s geschut van de Chialoup de noote Boom aan sijn hoogh: meede gebragt heeft zijn mandhareese praauwen vertrokken en hebbe onder den 21: october de hand vernomen dat hij van hier na Passier gingen en met het eijnde van de wettmouson weederom keerden hebbe 2: a 3: ponden geschut van hier meede genomen hebbe nog onder de hand vernomen dat bij coepea een groote bos„ schaadje is van magul boomen, doen konde maar alle sijne raaden moesten daar bij weesen konde dierhalven wel sien dat sij niet van sin waaren om iets meer aan de E Comp: te senden waar op na behoorlijk honeur van sijn hoogheijd mijn afscheijd genomen, doen dat Com
English
177: From Maccassar, 14 June 172 From Mancaser, 11 June 1733. 4 November that His Highness intended to deliver to the Honourable Company, whereupon His Highness replied, no more than 3 pieces to fulfill the number of 30, whereas he had delivered 27 the previous year, and that he would see next year how many he would be able to send, but it was all hypocrisy. I also asked for the ordnance and further equipment of the pillaged sloop the Nootenboom, to which His Highness replied that it was stated in the letter. I also requested His Highness not to permit the Mandarese and Bugis prows on his land any longer, to which His Highness replied that he could not forbid that, since they lived as brothers and friends, intermarried among one another, and Boutonese sailed up and down to their land; whereupon, having taken leave of His Highness with proper manners, departed from Bouthon on the first of November; came to anchor again near the Cabijna at the mandoor, whereupon I had the envoy asked what his intentions were, whether to lie here any longer or to sail, and that I and my crew had no provisions left and that he had to resolve to sail or supply us with provisions, to which he replied that he himself did not have much to be able to supply us; whereupon, pointing out to him that it was better then to return to Bouthon, upon which the anchor was weighed in the evening. 21st, anchored at the Cabijna to fetch firewood and water. 6th, departed with a northerly wind. 8th, in the morning near Cabijna driven back again and came to anchor there. 11th, departed again. had to turn back again and anchored there. 20th, departed again with a northerly wind, but due to the strong currents fell behind the Cabijna, and in the evening the west wind coming up again, we therefore had to turn back again. expended 1 rixdollar 12 179 From Maccasser, 11 June 172— From Maccasser, 11 June 1772— 22 November In the afternoon arrived in the roads at Boutong, whereupon I told the interpreter to go up to His Highness to make our return known, to which the interpreter replied that early tomorrow morning was time enough, whereupon I had the sampan launched and sent an Ambonese ashore with it to see whether any Bugis or Mandarese prows lay in the river. In the evening, after dark, the Ambonese returned and told me quietly that a prow from Ceram lay in the river, laden with spices, and when they had heard that Europeans had arrived, they immediately took to flight; he had seen many lories and cockatoos and two metal swivel guns; whereupon I immediately had my men come above deck with their weapons in case it might come out during the night; whereupon the envoy sent to ask me what I intended to do, to which I told him that a Ceramese prow lay in the river and that I had to be on my guard, and that he should have his men keep watch along with us and send the interpreter to His Highness to make it known; looking out to sea, I perceived a sloop, whereupon I resolved to go there immediately, for I could well see that they sought to blindfold me. Coming on board, I found the surgeon Fredrik Lodewijk Posse coming from Java, destined for Ternate with his own sloop the Brigitta, whereupon I requested him to remain here for a day or two. 23 November: I again told the interpreter to go up to His Highness, to which he replied that he was under the envoy's command, and if he ordered him to go, that he would go; whereupon I myself asked the envoy to send the interpreter away, to which he replied that His Highness was not yet awake at present, and that he would certainly know when it was time to make it known, to which he replied that tomorrow was time enough, as His Highness was currently holding a great feast day; I also personally heard shouting of huzza throughout the entire night, and therefore kept watch with my crew the entire night. may
Dutch transcription
177: Van Maccassar Den 14„ Junij 172 Van Mancaser Den 11:' Iunij 1733. den 4: November dat sijn hoogh: van sins was om aan d'E Comp: te leveren waar op sijn hoogheijd repliceerde niet meer als 3: stuks om het getal van 30 ter voldoen terwijl hij voorleeden Iaar 27: gelevert en dat hij toekomende Iaar sien soude hoe veel dat hij in staat was om te kunnen senden maar altemaal geveijnstheijd. nog hebbe gevraagt om t geschult en verder Equi „pagie van de gespolieerde Chialoup de nooten boom waar op sijn hoogh: repliceerde dat het in den brief stond nog hebbe aan sijn hoogh: versogt om de oman„ dhareesen en boegineesen prauwen niet meer op sijn Landt te permitteeren waar op sijn hoogh:t repliceerde dat hij dat niet verbieden konde terwijl Sij als broeders en vrienden leefden en onder malkander trouwden en Bouthou„ ders op haar Land op en afgevaaren waar op na behoorlij„ ke moneur van sijn hoogheijd mijn afscheid genomen, den Eersten novemb:r van Bouthon vertrokken aan den Mandoor wederom bij de cabijna ten anker gekomen waar op aan „ 21: _o den afgesant laaten vragen wat hij van sins waar om nog langer hier te leggen of te zeijlen en dat ik en mijn volk geen leevens middelen meer hadde en dat hij resol„ veeren moeste om te seijlen op ons levens middelen bij te setten waar op hij repliceerde dat hij selfs niet veel hadde om ons te kunnen bij sitten waar op hem te gemoed voerende dat dan beter was om wederom te keeren na Bouthon waar op 's avonds 't anker geligt renhout bij de cabijna geankert om water ^ te haalen. met een moordelijke wind vertrokken Smorgens omtrent te Cabijna weeder om te rug gedreeven en„ 8: aldaar ten anker gekomen wederom vertrokken wederom te rug moeten keeren en aldaar geankert met een noordelijke wind wederom vertrokken maar door „ 20 _o de sterke stroomen agter de cabijna vervallen en savonds de weste wind wederom op komende hebben dierhalven wederom moeten omkeeren uijtgegeeven rd„s 1: 12: den „ 6: _o 11: _o 179 Van Maccasser Den 11:' Iunij 172. — van Maccasser Den 11: Iunij 1772— den 22 9ber s' agtermiddags op Boutong ter rheede gekomen waar op aan den tolk gesegt om na boven bij sijn hoogh: te gaan om onse weder komste bekent te maaken waar op den tolk repliceerde dat 't morgen vroeg tijds genoeg was, waar op de chiampang liet uijtsetten en een ambinees daar meede na den wal sond om te sien of ook eenige boeginees of mandhareese prauwen in't rivier lagen s avonds met donker komt den amboinees weederom en segte stilletjes tegens mij dat een praauw van ceram in 't rivier lag met specerij gelaaden en doen zij gehoort hadden dat Euro„ „peesen aangekomen sij immediaat op de loop gegaan hij hadde veel Loeries en kakatoes gesien en twee metaale draijbassen waar op ten eersten mijn volk met haar wapens liet boven komen indien hij bij nagt somtijds mogte na buijten komen waar op den afgesant aan mij liet vra„ „gen wat ik doen woude waar op aan hem segte dat een Ce„ rammer Praauw in 't rivier lagen dat ik op mijn hoede moest wesen en dat hij sijn volk soude laaten meede de wagt houden en den tolk na zijn hogheijd senden om bekent te waar op in see siende een chialoup ontwaarde waar op resolveerde om ten eersten daar na toe te gan want ik konde wel sien dat Sij lieden mij zoekten te blind„ doeken aan boord komende vond op den chirurgijn Fredrik Lodewijk Posse van Iava Komende na. Ternaten gedes„ tineert met zijn eijgen Chialoup de Brigitta waar op aan hem versogt om Een â twee dagen alhier te hebbe weederom den tolk getegt om na boven te gaan den 23 9ber: na sijn hoogheijd waar op hij repliceerde dat hij onder den afgesant sijn Commandoe stond en als hem die ordonneerde om te gaan dat hij gaan soude waar op selfs aan den afgesant vroeg om den tolk weg te senden waar op hij repliceerde dat sijn hoogh: thans nog niet wakker en dat hij dat wel weeten soude wanneer 't tijd was maaken waar op hij repliceerde dat 't morgen tijds geweg was terwijl sijn hoogheijd thans een groote feestdag hield hebbe ook selfs de heele nagt door hooren hoesee roepen en dier„ halven met mijn volk de heele magt de wagt gehouden maaken mogen
English
181 From Macassar The 11th June 1772. From Macassar The 11th June 1772 might remain at anchor, upon which, being himself an Honourable Company servant, he immediately granted me this, whereupon I immediately went ashore with him and also found our prahu inside the river next to the Cerammese prahu. I then asked the interpreter if he had already been up to His Highness, to which he replied yes, and that His Highness sent me his greetings and that he had not known that a Cerammese prahu was in his land, but that he had said it was from Sculla, and why I had not let him know yesterday to capture the crew, who have now run away and are difficult to recover. However, I learned privately that the captain himself had been with His Highness and made an agreement regarding the cloves and nutmegs, and had the crew sheltered in the castle. Whereupon the aforementioned chief surgeon and I went to the prahu, and finding it full of water, I sent two of my men into the prahu to search for spices. Going to work in the morning, I found nothing more than some small parcels and a batombo with cloves and nuts, 1 metal swivel gun, 2 parangs, some empty water pots, and about 200 coconuts; the rest was all sago, which was rotten and spoiled, and therefore thrown over. In the evening at 9 o'clock the Shahbandar arrived, accompanied by more than two hundred armed men, and had me summoned. Coming to him, he told me that His Highness was very anxious that some misfortune might befall me, and had therefore sent me a guard for assistance to ensure the safety of myself and my subordinates, and on the following day to have all the goods removed from the prahu; and thereupon he kept watch with me the entire night. Finding some batombo with cloves and nuts, and night falling upon that, I postponed further operations until the next day and posted two men with loaded muskets on sentry duty. some North 183: From Macassar The 11th June 1772: From Macassar The 11th June 1772 board, to see if there were not more spices underneath, but finding no more, I immediately laid the cloves and nuts out to dry and sent the interpreters to His Highness to thank him for the assistance, and to ask how His Highness pleased to have the goods secured, and at the same time to request an audience with His Highness. The interpreters returning said that I could just keep the goods from the prahu in my custody and have them brought to the Honourable Company's lodging to dry. On the 25th of November I was summoned to His Highness along with the chief surgeon. After exchanging compliments, I reported to His Highness about the adverse voyage and that, due to a lack of provisions, we were forced to return to Buton. Whereupon His Highness lashed out with harsh words, asking who had permitted me to come back to his land and not remain at anchor at Kabaena, and let him know at Buton by another vessel what we lacked so that he could send it to us; and that we had come like pigs and had not warned him sooner that a Cerammese prahu was in his land, for then he could have seen to it to capture the crew and deliver everything to the Honourable Company. To which I replied in turn that it was not proper for me to go to His Highness myself, and that I had told the interpreter early enough to go up, but that I could clearly see it was a framed-up plot to conceal the crew and the best goods first. Whereupon His Highness replied that there were many bad people in his land for whom he could not possibly be held responsible, and that it was fortunate no misfortune had befallen us, because if I and my men had been killed, he would have had no blame at all. Whereupon I requested His Highness to have the empty prahu hauled ashore to see if it was fit to be brought to Macassar, to which His Highness replied that he would see, and that he sent out 3 parties every day Buton to 185 From Macassar The 11th June 1772— From Macassar The 11th June 1772— to search for the runaway Cerammese, dead or alive. Whereupon, after paying proper respects to His Highness, I took my leave. I learned privately that His Highness had many cloves and nuts concealed and had the crew taken to the small castle so as not to be seen. Furthermore, I learned that they departed from Ceram with 7 prahus and are lingering hereabouts, and for that reason His Highness was so angry that I had returned and uncovered their villainies. Furthermore, I found two Mandarese and one Buginese prahu here, which were trading in gold, coming from Gorontalo. His Highness had a guard kept at our lodging every night so that we would not quietly from In the evening came 6 interpreters from His Highness The empty pots and some Cerammese batombo I sold among the Butonese to buy provisions for myself and my subordinates, since I could obtain no answer, much less provisions, from His Highness; I profited 9 rixdollars 18 stivers from that. On the 29th of November brought the goods back to the prahu to depart again, and called the interpreter and the pangerans, and in their presence weighed the cloves and nuts, and found: In cloves: 128 catties In nuts: 113 catties Sum: 241 catties and kept the same in my custody, hereafter would go to the sloop and also depart for Ternate. here High
Dutch transcription
181 Van Maccasser Den 11: Junij 1772. Van Maccasser Den 11: Iunij 1772 — mogen blijven ten anker waar op hij mij sulks als selfs een sE Comp: dienaar sijnde ten eersten toegestaan waar op ten eersten met hem na den wall gegaan en onsen prauw meede binnen het rivier vond naast den cerammer prauw so hebbe aan den tolk gevraagt of hij al boven geweest hadde bij sijn hoogheijd waar op hij repliceerde van Ia en dat sijn hoog„ heid mij liet de groetenis doen en dat hij nietgeweeten hadde dat een cerammer prauw op sijn land was maar dat hij gesegt van sculla te wesen en waarom ik hem dat gisteren net hadde laaten weeten om t volk op te vallen dat bij thans weg ge„ loopen en beswaarlijk weederom te krijgen„ maar hebbe onder de hand vernomen als dat den an„ nachoda selfs bij sijn hoogheijd geweest en accoordt gemaakt met de nagulen en onroten en t volk in 't Cas„ teel heeft laaten bergen waar op men gemelden opperchirurgijn na de prauw gegaan en den selve voll water vindende hebbe twee van mijn volk in de vrauw gesonden om te soeken na specerij waar op S morgens aan het werk gaande en hebbe niet meer gevonden als eenige pakjes en Batombo met nagulen en nooten 1 p„s metaale draijbas 2 p„s parings Eenige ladige watter potten en omtrent 200 p„s klappus de rest was alte„ „maals Sagoe dewelke mat en bedorven en dierhalven over 'S avonds om 9 uur komt den Sabandhaer met meer als twee hondert gewapende omannen verselt en liet mij roepen bij hem komende segte hij tegen mij dat sijn hoogh: seer ongerust was dat mij somtijds een on„ „geluk mogte overkomen en mij dierhalven een wagt tot adsistentie toesond om mij en mijn onderhoorigen en vijligheijd te stellen en 's anderen daags alle de goederen uijt de praauw te laaten haalen en daar op de geheele nagt met mij de wagt gehouden, eenige batombo met nagulen en nooten vindende en de nagt daar op invallende hebbe do lange uijtscheijden tot sanderen daags twee man met geladen geweeren laaten op schild„ „wagt staan„ eenige Noord 183: Van Maccasser Den 11:' Junij 172: Van Maccasser Den 11: Junij 172 — Boord werpen laaten om te sien of daar onder net meer specerij waaren maar niet meer vindende so hebbe ten eersten de na„ „gulen en nooten om te droogen gelegt en de tolken na zijn hoogh: gesonden en hem laaten bedanken voor de adsis„ „tentie en hoe sijn hoogh: gelieft om de goederen te laaten borgen en met een laaten versoeken om udientie bij sijn hoogh: de tolken wederom komende segten dat ik de goederen van de praauw maar onder mijn berustinge houden konde en na s E Comp: wooninge laaten brengen„ om te laaten droogen, den 25 novemb„r bij sijn hoogheijd ontboden beneffens den opperchirurgijn na gedaanen compliment hebbe aan sijn hoogh: rapport gedaan van de tegenspoedige reijse en dat wij uijt ge„ brekt van leevens middelen sijn genoodsaakt geweest om weederom te keeren na Bouthong waar op sijn hoogheijd met harde woorden uijtvoer wie mij gepermitteert hadde om weederom op sijn Landt te komen en niet bij de Cabijna ten anker gesleeven en door een ander vaartuijg hem laaten weeten op boutong waar aan wij gebrek hadden dat hij ons dan konde toesenden en dat wij als varkens gekomen en hem niet eerder hadde laaten waarschouwen dat een cerammer prauw op sijn land dan hadde hij kunnen sorge dragen om 't volk op te vatten en alles aan deE Comp: over te leeveren waar op wederom repliceerde dat 't geen fatsoen was dat ik selfs bij sijn hoogh: moeste gaan en dat ik al vroegtijdig ge„ noeg aan den tolk getegt om na boven te gaan maar dat ik wel sien konde dat 't een opgestrokt werk was om 't volk en de beste goederen eerst te bergen waar op sijn hoogh: repliceerde dat 't veel quaad voek op sijn Land daar hij onmogelijk sorge voordragen konde en dat 't goed was dat wij geen ongeluck was overge„ komen want bij aldien ik met mijn volk was verwoord geworden to hadde hij in 't geheel geen schuld gehad waar op aan sijn hoogz: versogt om den ledigen praauw op de wall te laaten haalen om te sien of hij bequaam is om na mancasser kunnen gebragt worden waar op sijn hoogheijd repliceerde dat hij sien soude en dat hij alle daagen bij 3: partijen uijt zond Boutong om 185 Van Maccasser Den 11: Iunij 1772— Van Maccasser den 11:' Iunij 1772— om de weggelopen cerammen op te soeken levendig of dood waar op na behoorlijk honeur van sijn hoogheid omijn afscheijd genomen, Hebbe onder de hand vernomen dat sijn hoogh: veel na„ „gulen en mooten heeft laaten bergen en 't volk na 't kleijne casteel laaten brengen om niet gesien te werden nog hebbe vernomen dat sij lieden met 7: prauwen van ceram vertrokken sijn en hier omtrent haar ophou„ den en om die reeden was sijn hoogheijd to quaet dat ik wederom gekomen en haar schelmerijen ontdekt hadde nog hebbe alhier twee mandareesen en Een boeginee„ se praauw gevonden welke niet goud negotieerden van gorontalo komende zijn hoogheijd liet alle nagten bij onse wooning de wagt houden om dat wij niet stilletjes van 'S avonds quamen 6: Tolken van sijn De Leedige Potten en eenige ceramse ta„ tombo hebbe onder de Boetonders verkogt om levensmiddelen voor mij en mijn onderhori„ „gen te koopen terwijl van sijn hoogheijd geen antwoord nog veel minder levens mid„ „delen bekomen konde hebbe daar uijt gepro„ viteert hebben 't goed wederom na de prauw gebragt om we den 29 9ber: derom te vertrekken en hebbe den tolk en pange„ latjangs geroepen en in haar presentie de nagulen en noo„ „ten gewogen en bevonden aan magulen - kattjes 128:— „ 113: „ Nooten Somma Kattjes 241: en deselve onder mijn berustinge gehouden, hier na de chialoup souden gaan en meede na Ter„ „naaten vertrekken, hier hoogh rd:s 9: 18:
English
187 From Makassar, 11 June 1772 From Makassar, 11 June 1772 30 November: sent, saying that His Highness was very uneasy and that he would send me provisions tomorrow or the day after tomorrow and let me depart, whereupon His Highness let it be said again that I had already bought rice for myself and my people since I could not wait for His Highness, and that I only requested to be allowed to depart as soon as possible; also I let His Highness know what His Highness pleased regarding repairing or burning the Ceramese prau; 6 toeken came, sent by His Highness with some rice and a few small chickens, and had me told to depart at once, whereupon after returning proper compliments to His Highness the anchor was weighed and we departed immediately; 10 December: anchored near Tanakeke; departed from Bantaeng and Anno 1772 The Bouton people arrived here with a padewakang prau on 12 January; The letter from the Honorable Worshipful Gentleman of Makassar arrived here on the 31st, and thereupon received subsistence money from the Honorable Resident of Bulukumba for 2½ months, calculated from mid-November past to the end of this month; arrived at Bantaeng on the 13th and there wrote a letter to be delivered to the Honorable Worshipful Gentleman the Governor at Makassar; drifted from the anchors and sailed into the Bay of Sandraboni on 12 December, and when I wished to drop anchor there, the Boutonese said that there was no anchorage there during the west monsoon and they were afraid, whereupon it was resolved to return directly to Bantaeng; departed on the 20th. 189 From Makassar, 11 June 1772 From Makassar, 11 June 1772 21 January: arrived at the roadstead of Makassar. I am always ready to confirm this under oath. Underneath stood: Your Honorable Worships' most obedient and dutiful servant. Was signed: Johann Christoffel Steinbag. In the margin: Makassar, 24 January 1772. Whereas the time for the usual commission to Bouton is at hand again and we have thought fit to entrust the same to you once more, trusting that you will show no less zeal and attention regarding it than during your latest expedition, over the execution of which we do not hesitate to express our satisfaction, we therefore let this serve as your instruction and thus note for your information initially: Honorable, pious. Instruction for Sergeant Johan Christoffel Steinbag departing in the company of Corporal Godfrid Eylbreg and three common soldiers, along with an Amboinese and a native-born Boutonese, for Bouton for the eradication of the clove and nutmeg trees that are to be traced throughout that kingdom and its subordinate islands. Instruction: That 191 From Makassar, 11 June 1772 From Makassar, 11 June 1772 That, since it has appeared from your latest report with no less concern than indignation, not only the admission of all kinds of smugglers and black marketeers of all inland nations with linens, pepper, opium, and other prohibited merchandise, as well as Ceramese with cloves and nutmegs, but above all the alleged arrival of Englishmen—the latter at least according to the intelligence given to you in secret, to which the more credence should be given because it is known that they frequently take the route through the strait without necessity—we, in order to counteract this as far as possible, besides our serious protests against it in the letter now being dispatched to the king and grandees of the realm, have disposed the King of Boni to seriously address and admonish the Bouton court, both by letters and by sending their envoys named the Sulewatang Ramatege and Suro Mabang, not only to avoid all such practices contrary to the contracts in the future, but also no longer to traverse and mislead the commissioners for the eradication of spice trees as before, but to conduct them to places... We have at the same time, however, taken into account that you can pretend ignorance as to what manner we received information regarding that arrival of Englishmen, in order to remove as far as possible the suspicion and resentment that the king might harbor against you if he were under the impression that we had these reports from you alone, which we note here for your information so that you can conduct yourself accordingly should you be questioned about it. Handing you herewith the usual annexes to be brought to those places where the spice trees actually grow, and likewise avoiding those where we know beforehand that none are found, we have nevertheless not left it at that, but have furthermore resolved also to dispatch the patjalangs the Boreas and the Bedrieger under capable commanders toward the Strait of Bouton, especially to observe foreign or English ships if encountered, and to prevent their entrance into these or those harbors, particularly the Bouton roadstead, as well as the admission of inland double-dealers, and above all the traffic of the Ceramese with cloves and nutmegs, namely:
Dutch transcription
187 van Maccasser den 11.=n Iunij 1772— Van Maccasser den 11:' Junij 172 — den 30 9ber: gesonden met te seggen dat sijn hoogh: teer onge„ rust en dat hij dien soude om morgen of overmorgen mij levensmiddelen toe tesenden en mij laten ver„ trekken waar op sijn hoogheijd wederom liet seggen dat ik reets selfs rijst voor mij en mijn volk ge„ kogt hadde terwijl op sijn hoogheijd net hadde kunnen wagten en dat ik maar versogt om hoe eerder hoe liever te mogen vertrekken, nog hebbe sijn hoogh: laaten weeten hoe sijn hoogheijd gelieft om den Cerammer prauw te re„ pareeren of te verbranden, quamen 6: toeken van sijn hoogh: gesonden met wat rijst en eenige hoendertjes en liet mij seggen ten eersten te vertrekken waar op na behoorlijk wederom Compliment aan sijn hoogheijd laaten seggen 't anker geligt en ten Eersten vertrokken den 10 xeber: bij Tannekeke geankert, van Bonthain vertrokken en Ao 1772 Is den Boutonse Volk met een Praauw paduwa, den 12: Iann: kang alhier gearriveert Is den brief van den wel Ed: agtb: heer van maccasser „ 31: _„o alhier gearriveert en daar op kost penn: van den E: boele combas resident ontfangen van 2½ maanden geree„ kont van Medio 9ber: passato tot ultimo deses op Bontham gearriveert en aldaar een brief geschreeven „ 13 _„o aan den wel Ed: Agtb: Heer gouverneur op maccasser te bestellen van de ankers gedreeven en in de bogt van Sandra den 12: xber„ bonij geseijlt en ik aldaar ten anker willende gaan so segten de Boutonders dat aldaar geen anker plaats in de westmouson en sij bange waaren waar op geresolveert om direct wederom te keeren na bonthain, van „ 20 _o 189 Van Maccasser Den 11:' Iunij 1772 — Van Maccasser Den 11:' Iunij 172 — Den 21. Ianuarij op de Rheede van Massen gearriveert, Ik ben altijd gereed met Eeden te bevestigen /:onderstond:/ uw wel Edelen Agtbaaren zeer gehoorsaemen en Trouwschuldigen Dienaar /:was geteekend:/ Johann Christoffel Steijnbag /:Ter seijde:/: Macasser Den 24: Januarij 1772 — Dewijl den tijd tot de gewoone commissie naar Bou„ ton weder op handen is en wij goedgevonden hebben uwE deselve andermaal op te dragen in vertrouwen, dat den selven daar omtrend geen minder iever en attentie sal betoonen dan in sijne Jongste togt over welker uijtvoering wij niet willen op sijn ons genoegen te betuijgen so sullen wij dese laten dienen tot uwe Instructie en moteeren dus aanvankelijk tot desselfs narigt, Eersame vroome. Instructe voor den Sergeant Johan Christoffel Steijnbag vertreckende in geselschap van den Corparaal godfrid Eijlbreg en drie gemeene militairen nevens een Amboinees en een geboren Boutonders na Houton ter uijtvoijing van de nagul en nooteboomen die alomme in dat rijk en op desselfs onderhoorige Eijlanden op te speuren sijn Instructie Dat 191: Van Maccassar Den 11 Junij 1p— Van Macassar Den 11:' Iunij 172. Dat om uijt ul Iongste rapport met geen minder beskommering als ontsigting voorgekomen sijnde niet alleen de admissie van allerleij sluijk en monshandelaaren van allerleij inlandse natien met lijwaaten peper amphieven en andere verbodene handel„ waaren mitsgaders van cerammers met nagulen en nooten muschaten maar over al d'uijtsechtelijke aankomst van Engelschen het laatste ten minste volgens de uE in 't geheim gegevene berichte waar aan omen te meer geloop dient te refereeren om dat het bekent sij dat deselve sonder nood„ saake dikwils de route door de straat neemen wij om sulks so veel mogelijk tegen te gaan behalven onse ernstige parotestatien daar tegen bij den thans afgaanden brief aan den koning en rijks grooten den koning van bonij gedisponeert hebben om het Boutonse hof so door brieve als het senden van haare gesanten met namen de boelewattang Rnmatjege en Soero Toabang ernstig 't onderhouden en te vermaanen om niet alleen voor het vervolg alle diergelijke met de contracten strijdige gedoentens te menageeren omaar ook om de Commissianten tot de uijtroeijnig van specerij boomen niet meerder gelijk voor heen te traverseeren en misleijden maar haar op plaatsen wij hebben te gelijk egter in agt genomen dat uE ignorantie kan preetendeeren op hoedanigen wijk wij nopens die aan„ komst van engelschen aldaar informatie hebben bekomen om so veel mogelijk den ergwaan en haal die den koning tegen uE soude kennen opvatten wanneer hij i 't begrip mogten sijn dat wij dese berigten alleen van uE hadden weg teneemen het gen wij hier tot deselfs narigt noteeren om sig daar na te kunnen gedragen wanneer men uE daar over onderhouden mogt uE dan hier nevens weder ter hand stellende de gewoone bijlagen te doen brengen daar de specerij boomen waarlijk vallen en met een lijk de sulke daar en voorhands weeten dat er geen gevonden worden waar bij wij het nogthans miet gelaten maar daar en boven ge„ „resolveert hebben de Patjallangs de Boreas en de Bedriger mede on„ der bequame hoofden mna de straat souten af te vaardigen speciaal om bij ontmoeting van vaamde of wel Engelsche schopen deselve te observeeren en haare entrance in deese of geene havenen insonderheijt de soutonde rhede en ook admissie van Jnlanase boorendraijens mitsga„ ders voor al den vaart en ceraimmens met nagulen en mooten rigen te gaan namentlijk
English
193 From Makassar, 11 June 1742 From Makassar, 11 June 1742 namely an extract from the contract renewed in the year 1766 between the Company and the Bouton court, upon which your commission rests, together with a copy from the description by the Reverend Mr. Valentijn, alongside six distinct drawings from which the clove and nutmeg trees are very easily recognized, we therefore charge you: Upon your arrival at Bouton, to present to the King, with a greeting of compliment on our behalf, the letter, as well as the customary recognition money of one hundred and fifty Spanish rixdollars, which are sent herewith for His Highness and his state grandees; and earnestly to request of him the assistance of the necessary people and interpreters required for the execution of your commission; and that they be very strictly ordered to conduct you to all the islands, as well as places and districts, and even the separate villages under the jurisdiction of Bouton, without skipping a single one, to be inspected and visited according to the contracts; so that, in particular, it must also be borne in mind to conduct a precise examination in all forests, mountains, and valleys in such places as are best known or suspected. For this purpose you will further be able to make use of one of the Amboinese whom you had last year, as well as the free Boutonese who is now crossing over with him, and who, being familiar with that region, will undoubtedly be of great service to you, particularly in pointing out the districts that bear cloves and nutmegs, beyond what has already become known to you from his previously made discoveries; wherefore we do not deem it necessary to list any of them herein, but rather to order you, together with your subordinates, to apply yourselves on all occasions to obtain an accurate knowledge of those trees and fruits. If it should happen that during your stay at Bouton any foreign European ships should arrive when our aforementioned cruisers are absent, you must give notice thereof to them in the best possible manner; and likewise if any ship or vessel of the Company should unexpectedly get into distress; and in the first case, at the same time to urge the King that no crew from such a ship be permitted on shore, and in the second case, to ask for the necessary assistance. 195 From Makassar, 11 June 1742 From Makassar, 11 June 1742 Just as you shall furthermore have to gather all possible information regarding which nations are present there and successively come to trade, as well as what merchandise they bring or export, protesting in our name against the admission of all illicit traders in general, especially vessels from Mandhar, Banjarmasin, the Strait of Malacca, and those parts, which usually arrive with piece goods, opium, pepper, and other contraband goods; and upon the discovery of Ceram traders or other smugglers in cloves or nutmegs, insisting on the surrender of the spices found in their vessels. However, all other petty traders and all those sailing to and fro with provisions must be left unmolested, as well as the inhabitants of the villages where you come to conduct your inspection of spice trees, just as we very strictly command you; and likewise to render a faithful report of your experiences upon your return, and of everything performed by you, such that you find yourself in a position to take the oath with an easy conscience. For the rest, we cannot recommend you enough to employ all your abilities in order to meet the purpose of your commission, and at the same time to answer the trust that we place in your competence and vigilance, just as we likewise expect this from Corporal Godfried Eylberg, to whom, in case you should happen to pass away, the command over your subordinates and the execution of this charge is assigned. And since in the most recent past year no more than two slaves were delivered in reduction of the Boutonese state debt, which currently still amounts to one hundred and seventy-one head, whereas a fourth of that number ought to have been satisfied according to the stipulation, and consequently in that year half, or at least eighty-five, should have been paid, you shall likewise have to insist on that, and furthermore also on whatever is still missing of the cargo and equipment of the stranded bark De Nooteboom.
Dutch transcription
193 Van Maccasser den 11: Junij 172. Van Maccasser Den 11:' Junij 172 — namentlijk een Extract uijt hut in anno 1766: gerenoveerd Contract tusschen de comp: en het Boutonse hof waar op uwe commissie berust mitsgaders een afschrift uijt de beschrijving van den kerer Heer valenteijn neven ses onderscheijdene afteekeningen waar uijt de nagul en notenboomen seer ligt te kennen sijn so gelatten wij ils= Om bij desselfs aankomste te Bouten den koning onder Een Com„ „pliment van begroeting onsentwegen te overhandigen den brief mitsgaders de gewoone recognitie penningen van Een hondert en vijftig rijxd spaans die uE nevens deesen voor sijn hoogheijt en zijne rijks grooten worden meede gegeeven en den selven ovrstig te versoeken om adjude van het benoodigde volk en tolken die tot d'uitvoering uwer commissie worden vereijscht en dat aan deselve wel ernstig mag worden gelast uE op alle d' eijlanden, mitsgaders plaatsen en districten Da selfs de bijsondere negorijen onder het gebied van Bouton te brengen sonder er een enkelde over te slaan om volgens de contracten gevisiteert en besogt te worden invoegen dan ook insonderheijd sal moeten worden in 't oog gehouden om mnaankeurig ondersoek te doen in alle bosschen Bergen en Dalen op sodanige plaatsen die het meeste bekend of gesuspecteert sijn waar toe ul werder gebruijk sal kunnen Indien het mogte gebeuren dat er geduurende uE verblijf „aan, op Bouton eenige Europeesche vreemde schepen quamen wanneer onse vooren gewaagde kruijssens afwetig waaron sal uE daar van aan deselve op de best mogelijks wijse dienen kennisse te geeven en so meede wanneer eenig schip of vaar„ tuijg van de Comp: onverhoopt in ongelegentheijd mogte ge„ raaken en in 't Eerste geval teffens bij den koning hebben aan te drnngen dat er geen volk van sodanige schip aan de wal g'admitteert worde en in het Tweede geval maaken van een der Amboineesen die uE voorleeden Iaare gehad heeft als van den vrije Boutonder die thans nevens den selven overgaat en om dien oord bekend uE insonderheijt in d' aanwijsing der districten die nagulen en nooten gegeven, ongetwijffelt van veel dient sal kunnen sijn boven het geen uE daar van door sijne bevoorens ge„ daane ontderkingen bereets bekend geworden is al waar omme wij niet noodig oordeelen eenige derselve in deesen op te stellen „maar wel om uE nevens sijn onderhoorige te bevalen om sig er op toe te leggen bij alle geleegentheeden een naauw keurige kon„ „mise van die boomen en vrugten te verkrijgen, maken om 195 Van Maccasser Den 11:' Junij 1742 Van Macascer Den 11:' Iunij 172 om de noodige assistntie gelijk uE voorts alle mogelijke infor„ „matie sullen moeten doen so wel wagt matien aldaar zig bevinden en successive ten handel komen als wat koopmanschappen deselve of vervoeren tegen d'admissie van alle ongepepmitteerde hande„ laars in 't gemeen insonderheijt van vaartuijgen van Man„ dhaar Banjermassing straat malacca en daar omstreeks die gewoonlijk met lijwaten amphioen peper en andere ver boden waren komen uit onsen naam protesteerende en bij ont„ decking van Cerammers of andere morshandelaars in nagulen of noten op d' overgave van de specerijen die in haare vaartuijgen gevonden worden aanhoudende dog alle andere smalle handelaars en allen met levens middelen af en aanvaaren sullen so wel ongemoeijst moeten worden gelaten als d' inwoonders op de negorijen daar uE visitatie ona specorij boomen komt te doen gelijk wij uE wel ernstig, be„ veelen en so meede om van sijn wedervaaren een getrouw=t rapport te doen wij uwe te rug komst en van alles dat dorr den selven is verrigt sodanig dat uE sig in staat bevind op met een gerust gemed den Eed te kunnen presteeren, voort overige kunnen wij uE niet genoeg recom„ „mandeeren om alle sijne vermogens aan te wende„ ten eijnde aan het oogmerk eurer commissie en tevens aan het vertrouwen te d'antwoorden dat wij in uE bequam„ heijt en vigilantie stellen gelijk wij dit ook insgelijks verwagten van den Corporaal godfried Eylberg die in„ gevalle uE mogte komen aflijvig, te worden het Commando over uE onderhoorige en de uitvoering van desen opgedaagen En vermits er in't Iongst gepasseerde na Iaar niet meer dan twee slaaven in omindering van Boutonse rijksschuld thans nog groot een hondert een en seventig koppen sijne geleverd daar er een vierde van dat getal volgens de bepaling hadde behooren voldaan te sijn en dat gevolgelijk in dat Iaar de helft of ten minsten vijfentagtig souden moeten worden voldaan so sullen uE daar op al meede moeten aanhouden en voorts ook op het geene van de la„ ding en Equipagie van de gestrande bark de nooteboom nog komt te manqueeren word -
English
297 From Makassar, 11 June 1772 From Makassar, 11 June 1772 Was through, under which was written, Your friends, was signed: P. G. van der Voort, B. van Heuren, M. Peters, J. A. Voll, Sr. Monsieur, and C. Kraane. In margin: Makassar in Castle Rotterdam, 26 March 1772. Below: P.S. Because we are informed that on Cadoupang there still lie six pieces of cannon together with their gun carriages from the lost ship De Zeelij, and on Bouthon there remains a large quantity of cannons from another shipwrecked vessel, you will have to insist upon the surrender of both, so that they may be sent to us with the sloops De Boreas and Bedrieger. Because we have come to understand that the King and grandees of Bouton, notwithstanding the contracts entered into with the Company, do not hesitate to admit all kinds of smugglers with textiles, opium, pepper, and other forbidden goods, as well as Ceram people with cloves and nutmegs, into practically all ports of the realm, and moreover that English ships frequently arrive at Bouton, just as we have been informed that last year and also the year before, a vessel of these our competitors was there, with whom the Boutonese traded, and from which first-mentioned vessel the captain was received multiple times by the King, which is considered by us to be of the most ruinous consequences, we have, on account of all this, and especially to prevent the admission of the English, or at least to counter it as much as possible for the future, Instruction for Sergeant Carel August Houtjen, Second Mate Jacob Minne, and Quartermaster Willem Leendert van Bullen, departing with the pantjallangs De Boreas and De Bedrieger to the Strait of Bouton. Instruction against From Makassar, 11 June 1772 From Makassar, 11 June 1772 countering, deemed it serviceable, among other measures, to dispatch your vessels thither, which, besides the regular crew, are each manned with a corporal and six privates, all of whom are under the command of Sergeant Carel August Routjen; but over whom, in case anything human should happen to this their commander contrary to our wish, Corporal Anthonij Snijder shall take command, who then in his place shall also act in this commission to such an extent that one must concert with him in all respects just as with Sergeant Routjen, as we both expect and order, so as to avoid all discord among one another and, on the contrary, to maintain proper order. The purpose of your dispatch being already evident from what has been alleged above, we shall provide you as far as possible with the necessary orders to be carried out as time and occasion permit, with such conduct, zeal, and fidelity for the service of your and our honorable lords and masters, to which they have bound themselves by oath, and the faithful observance of which will make them highly worthy of their favorable consideration. It being impossible for us to give them instructions in all matters such that you could suffice solely with a literal compliance without reasoning, because we do not know or foresee the circumstances that might arise in all undertakings of such a nature as this, which often make the execution of specific orders impracticable, no matter how much effort one might make to deliberate upon all possible occurrences. However, in order not to omit what is strictly necessary, we make a beginning by ordering you, as soon as you have weighed anchor, to turn the prow directly towards Bouton, and having arrived there, under reference to the letter delivered to Sergeant Jan Christoffel Steijnbach—who is crossing over with you along with his subordinates in order to carry out the annual commission for the extirpation of spice trees—to give notice of your arrival to the King and grandees, and, conducting yourselves according to our said writing, to inform them that you have orders to sail further along the strait. 39
Dutch transcription
297 van Maacasser den 11 Junij 1772 Van Maccasser Den 11: Iunij 1772: word door /onderstond:/ uE vrienden /:was geteekend:/ P: G: van der voort, B„s van Heuren M. Peters J: A: voll S„r Monsieur en C kraane /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam Den 26: Maart 1772. /:lager:/ P: S: Dewijl wij g'informeert sijn dat er op Cadoupang nog set stucken canon benevens hare rampaarden leggen van het gebleeven schip de Zeelij en op Bouthon aan staand nog een grooten parthij Canons, van een ander warongelukt schip sal uE om d' overgave van het een en andere moeten aanhouden om ons met d' Chialoupen de Boreas en Bedrieger toege„ sonden te worden, Dewijl wij komen t onderomnden dat de koning en rijks„ grooten van Bouton in wierwil van de contracten met de Maatschappij aangegaan sig niet ontsien allerleij slukhan„ delaars met lijwaaten amphieven peper en andere verbodene en ook Cerammers met nagulen en nooten missenaten in genoeg„ saam alle havenen van het rijk te admitteeren mitsgaders dat er op Houton selfs meermalen Engelsche schepen aankomen gelijk wij g'informeert sijn dat er voorleden en ook in het voorige Iaar aldaar een bodem van deese onde competiteuren is gewast waar mede de Boutonders handel gebreven hebben en van welken eerst gem: bodem den Capitain meermalen bij den koning ontfangen is het geen van d' aller uijtsigtelijkste gevolgen bij ons word geconsideneert so hebben wij om het een en ander en voor al om de admitsie van Engelsen te bleten ten minste se vee migelijk voor het vervolg Instructie voor den sergeant Carel August Houtjen den onderstuurman Iacob Minne en den quar„ tiermeester willem Leendert van Bullen, vertrec„ kende met de Pantjallangs de Boveas en de Boedrie„ ger na de straat Bouton Instructie tegen - Van Maccassar Den 11:' Iunij 172 — Van Maccasser Den 11:' Iunij 178 — tegen te gaan onder andere middelen dienstig g'acht uE onderhebbende bodem derwaarts te depeceeren behalven de gewoone quipagie bemand sijnde ieder met een corporaal en ses gemeenen die alle staan onder het getag van den Sergeant carel August Routjen dog waar over in cas dat deesen hunnen commandant iets menschelijks tegens onsen wensch mogt overkomen commandeeren sal den Corporaal An„ thonij Snijder die als dan in desselfs plaats ook in deese com„ missie in so verre sal optreeden dat men den selven even als met den Sergeant Routjen in allen opsigte de conert word gegaan gelijk wij so wel verwagten en gelatten als om alle oneenigheijt onder den anderen te vermijden en daar en tegen een geschikte ordre te houden het oog„ „merk uwer afsending dan reets uijt tat hier voren g'allegu„ eerde blijkende sullen wij uE so veel mogelijk met de noodige ordres munieeren om na tijds gelegentheijd ter uijt voer gestelt te worden met dat beleyd en die iever en trouwe voor den dienst uwer en onse g'eerde heeren en meesters waar meede deselve sig door Eede verbonden hebben en wel„ ker getrouwe nakoming haar hoog derselver gunstige reflextie sal waardig maaken ons omit doenlijk sijnde om haar in alles sodanigen Instructie te geeven dat uE alleen met een litterlijke opvolging sonder raisonne „ment souden kunnen bestaan om dat wij niet weeten of voorsien kunnen d' omstandigheeden die er in alle ondernemingen van een natuur als deese soude kun„ „nen voorkomen die d' uijtvoering van speciale bevee„ „len dikwils mnuijtvoelijk maken hoe veel moeijte men ook doen wilde om alle mogelijke voorvallen te beredeneeren om egter het volstrekt noodige niet over te slaan so maaken wij een begin met uE te bevelen om so dra sij het anker sullen hebben geligt den steven direct na Bouton te wenden en daar g'ar„ riveerd sijnde den koning en rijksgrooten onder reterte aan den brief aan den Sergeant Ian christoffel Steijnbach met uE nevens sijn ondersworige over„ vaarende ten eijnde de Iaarlijksche commissie tot uijtvoering van specerij boomen te volbrengen is inhandigt van hare komste kennisse te geven en sig gedragende aans ons gemelde schrijvens te berigten dat uE. last hebben om erlange de straat verder in te vaaren 39
English
201 From Makassar The 11th of June 1772. From Makassar The 11th of June 1772 — to sail in order, upon encountering English ships, to protest against their arrival in any ports or bays therein, and above all also in the Buton roadstead; to cause all other vessels without passes carrying prohibited goods, whether textiles, opium, or others, that they might find anywhere, to depart; and to overtake or sink the Cerammers with cloves who might appear, if possible; furthermore, to request that the prince will have his subjects thereabouts facilitate things, so that they not only do not hinder Your Honour, but even render all possible help and assistance in the execution of this their charge as well as otherwise, especially in the event of unexpected disasters, which may God graciously prevent; and should it even be that Your Honour could dispose the king to give Your Honour a vessel to accompany you, such would be all the more agreeable to us, wherefore Your Honour shall accordingly have to insist upon it, requesting for that purpose, if required, the intercession of the envoys who were sent thither by the king of Boni; but whether Your Honour succeeds in this or not, Your Honour shall, after a stay of a few days, which we however do not wish to fix strictly to two or three more or less, have to sail into the strait as aforesaid, and observe that which has already been prescribed to Your Honour hereinbefore concerning the distribution to the king and grandees of the realm; to which we further add that Your Honour must take care as much as possible not to lose sight of one another, yet also to remain so far from the other that no ship or ships can pass around or between them without being seen or discovered by Your Honour; and when Your Honour should encounter any ship or ships, Your Honour, keeping it at peace, upon discovering that it is an English vessel or of another foreign European nation, shall have to direct your course with the same without making any other movement, except when Your Honour comes to perceive that it might anchor anywhere, whereupon Your Honour shall have to notify the commanders, delivering such a protest as of which a draft is provided to Your Honour herewith, From Makassar The 11th of June 1748 — From Makassar The 11th of June in the Year 1772 to order them to depart from there on the grounds that the Company has entered into exclusive contracts with the princes of the country that forbid the admission of foreign ships, which must especially take place if they should arrive at Buton itself, in which case Your Honour must also at the same time give notice thereof to the king, with the request, in addition to the obliged rejection thereof, not to tolerate that anyone from such a vessel nor any goods of whatever kind come ashore, so that Your Honour shall also not admit any longboat or boat from such a vessel on board with Your Honour, but on the contrary must focus all possible attention on everything that goes on, in order to be able to report on it to us upon their return. What Your Honour has to perform upon encountering native traders consists, besides what has been said, in this: that Your Honour, noticing them either in the fairway or in the Buton or other roadsteads, shall demand their passes from them, and upon discovering that they are provided with none or with no proper ones, shall likewise have to order them to depart, without however using violence unless in case of necessity or for self-defence; but finding that they are Cerammers, Your Honour, if feasible without running risks, must seize the vessels, and also—insofar as it squares with prudence to accommodate enemies on Your Honour's vessel—the crew or men, setting fire to the vessels after discharging the cargo or destroying them in another manner, and putting the people who cannot be accommodated ashore; but for the rest, all vessels provided with proper passes, and also those that carry only provisions, must be left unmolested, as we indeed earnestly recommend to Your Honour. All this now being 203 From Makassar The 11th of June 1772 — From Makassar The 11th of June 1772. being what we had to instruct Your Honour with regard to our objective, we shall further mention that Your Honour shall thus keep it going by sailing back and forth in and also outside the strait as wind and weather shall permit, and then calling again at intervals at Buton, until at the latest the end of September, when Your Honour, after prior communication to the king and grandees of the realm, can and must return hither. Strive now to fulfill our objective and given orders in all respects in such manner as beseems honourable servants, to whom true glory ought to be dearer than all unlawful advantages, which only too often are made the principal aim of the executors of such undertakings as this, so much so that to the shame even of the Dutch nation or indeed of the Dutch East India Company, one cannot deny that many of its servants have often transgressed in faithlessness, extortions, exactions, and other excesses in the most punishable manner; against which we then also most earnestly warn Your Honour to take careful heed, on pain of our utmost indignation and arbitrary punishment, as well as on the other hand to be constantly on your guard not to be surprised or attacked by enemies or feigned friends, and in a word to employ all soldierly and seamanship skills as well as all possible circumspection, to the end that Your Honour's undertakings for the attainment of the intended goal may be crowned with blessing, as we wish from the heart, and in the meantime remain 205
Dutch transcription
201 Van Maccasser Den 11: Iunij 172. Van Maccasser Den 11: Iunij 1772 — vaaren ten eijnde bij ontmoeting van Engelsche schepen tegens den„ selver aankomst in eenige havenen of Baijen in deselve en voor al ook op de Boutonse rheede te protesteeren alle andere vaartuijgen sonder passen met verbodene whaaren 't sij lijwaaten amfioen of andere die bij ergens vinden mogten te doen vertrecken en den cerammers met nagulen die sig vertoonen migten des mogelijks 't agterhalen of in den grond te booren mitsgaders voorts te versoeken dat den vorst sijne onderdanen daar omstreeks wil doen gelaken om uE niet alleen niet te verhinderen maar selfs inde uitvoering so wel van desen hunnen last als andersints voor al bij onverhoop te rampen die god genadig verhoede alle mogelijke hulpe en assistentie te bewijsen en waare het selfs dat uE den koning konden disponeeren om uE een vaar„ tuijg mede te geven soude ons sulks des te aangenamen sijn waar op uE dierhalven sullen moeten aandringen ten dien eijnde des vereijscht de intercetsie versoekende van de gesanten die door den koning van Bonij derwaarts afgesonden dan 't bij dat uE hier in reusseeren of niet so sullen uE na een verblijf van van weijnige dagen die wij egter op geen twee drie meer of min„ der bepalen willen so als voorsegt de straat moeten in zeijlen en observeeren het geen uE hier vooren ter bedeelinge aan den koning en rijks grooten bereets is voorgeschreeven waar bij wij nog voegen dat uE so veel moge„ „lijk moeten sorgen om elkanderen niet uijt het ook te verliesen dog ook so verre van den anderen te blijven dat er geen schip of scho„ pen buijten om op tusschen haer door passeeren kunnen sonder door uE getien of ontdekt te worden en wanneer uE eenig schip of schepen mogten ontmoeten sullen uE het selve paeijende bij ontdecking dat het een Engelsch of van een andere vreemde Europische natie is uwen cours met het selve moeten rigten sonder eenige andere bewi„ „ging te maken dan wanneer uE: komt 't ont„ waaren dat het selve ergens mogte ankeren wanneer uE den overheden goemd onder over gave van sodanige protest als waar van uE hier nevens een Concept word meede gegeven sullen hebben weijnig aan Van Maccasser Den 11: Junij 1748 — Van Maccasser Den 11: Iunij Ao 172 aan te seggen om van daar te vertrekken ter saake de comp: met de vorsten des lands exclusive contracten heeft aangegaan die de admissie van vreemde schepen verbieden het geen voor al sal moeten plaats grijpen bij aldien z op Bouton selfs mogten aankomen wanneer uE ook tevens den koning daar van moeten doen kennisse geeven met versoek om behalven de verpligte afwijsing van desselfs niet te gedogen dat er van sodanigen bodem iemand nog ook geen goederen hoe genaamd aan de wal komen invoegen uE ook geen Barcas of schuijt van sodanigen bodem bij uE aan boord sullen admitteeren maar daar en tegen op alles wat er om gaat alle mogelijke attensie moeten vestigen om er bij haar retour aan ons rapport van te kunnen doen wat uE bij ontmoeting van Inlandse hande„ laars te verrigten hebben bestaat buijten het gesegde hier in dat uE deselve het sij in 't vaarwaater het zij op de Boutonse op andere rheden gewaar wor¬ „dende deselve haare passen sal dienen af te eijschen en bij ontdeeking dat sij daar van op van geen behoorlijke voorsien sijn haar insgelijks sal moeten beveelen om te vertrecken sonder egter ten waare bij nood of tot eijgen defensie ge„ weld te gebruijken dog bevinde dat het ceram„ mers sijn sal uw E: sulks sonder te resiquee„ ren doenlijk sijnde de vaartuijgen. en ook so veel het met de voorsigtigheijd quadreerd om vij anden op uE vaartuijg te bergen de equipagie of manschappen in beslag moeten neemen de vaartuijgen na ontlossing van de lading in de brand steekende of op een andere wijse vermielende en het volk dat niet te bergen is aan land settende dog voor het overige sullen alle vaartuijgen met behoorlijke passen voorsien en ook de sulke die alleen levensmiddelen in hebben onge„ „moletteert moeten worden gelaten gelijk wij uE wel ernstig recommandeeren dit nu alles sij op zijnde 203 Van Maccasser Den 11: Iunij 1772 — Van Maccasser Den 11:' Iuni 172. zijnde wat wij uE met opsigt tot ons oogmerk te onderrigten hadden sullen wij nog melden dat uE het dus met over en weder seijlen in en ook buijten de straat na wind en weder sal toelaten en dan weder tusschen beijde op Bouton aangievende en dus omoet gaande houden tot uijtterlijk in't laast van sep„ „tember wanneer uE na voor af gedaane communicatie aan den koning en rijks„ grooten dit heen kunnen en moeten te rug keeren Tragt nu aan ons oogmerk en gegeven beveelen in allen opsigte sodanig te voldoen als eerlievende dienaren betaamd welke de waare glorie dierbaarder behoord te sijn dan alle ongeoorloofde voordeelen die maar al te dik wils tot het voornaamste but worden gesteld van d' uijtvoerders sodanige onder„ nemingen als deese in so verre dat dat men tot schaamte zelfs voor de hollandsche natie of wel van de Nederlandsche maat„ schappij niet kan ontkennen dat veele haarer dienaaren sig dikwijls in on„ trouw extorsien knevelarijen en ande„ „re buijten sporigheeden op d' aller straf„ waardigste wijse vergrepen hebben waar tegen wij uE dan ook so wel op het ernstigste waarschouwen sig sorgvuldig te wagten op peene van onse uijterste indignatie en arbitraire correctie als om daar en tegen steeds op hun hoede te sijn van niet door vijanden of geveinsde vrienden verrast of over„ vallen te worden en met een woord alle soldaat en zeemanschap mitsgaders alle mogelijke omsigtigheijt te gebruijken ten eijnde uE onderneemingen tot bereiking van het bedoelde eijnde met seegen mogen bekroond worden gelijk wij van her„ ten wenschen en in tusschen blij„ men ven 205
English
207: From Makassar the 11th of June 1772 From Makassar the 11th of June 1772 was undersigned Your Honor's friends, was signed P. J. van der Voort, B. v. I. H. Sleuren, M. Petersvoll, S. Monsieur, and E. Kraane. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam the 24th of March anno 1772. Whereas it is universally known that the General Dutch East India Company entered into contracts more than a century ago with the princes of Celebes and especially also with the king and grandees of Buton, which contracts are still in full vigor, whereby the said Dutch East India Company stipulated and the king and grandees of Buton obligated themselves not to admit ships of any European nation other than those of the frequently mentioned Company into any bays or harbors under their territory, much less to allow the crews to come ashore, and especially not to enter into any negotiations with the same. Protest in the name of the General Dutch East India Company and by order of the Honorable Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director over their Honors' interests on the island of Celebes and its dependencies, made by us, the undersigned commanding officers on the [illegible], to the honorable authorities of the ship [illegible]. Protest. Thus, From Makassar the 11th of June 1772 From Makassar the 11th of June 1741 thus it is that we, having seen that Your Honors have dropped anchor here in the roads, do in the name and on behalf of the frequently mentioned Dutch East India Company and by order of the honorable Governor and Council at Makassar, not only in the most polite and friendly manner admonish and warn Your Honors not to send any of Your Honors' vessels ashore, but also to leave this place immediately and to call nowhere else in this region, whereas we, in the name and by order as above, expressly and most strongly protest the contrary regarding all damages and misfortunes that might arise from Your Honors' longer stay, the sailing to the shore, or any further conflicting undertakings, leaving the same, with the consequences thereof, entirely at Your Honors' account and responsibility. Done in [illegible], lying [illegible], anno 1772. Whereas it has pleased the illustrious High Government of the Indies to appoint Your Honor as commandant at Bima in place of the late junior merchant Volkert Thomas Higt, and that the fellow junior merchant Thomas Johannes Linkers, provisionally appointed by us as resident, has meanwhile also passed away, whereby matters on the other shore have considerably fallen behind, many of our orders remain unexecuted or incorrectly executed, and we have been deprived of the required reports concerning the internal condition of the respective realms and what has occurred there for a considerable time, we have deemed it necessary to prescribe to Your Honor by this instruction all such points to which Your Honor will need to give immediate attention upon Your Honor's arrival there, in order that everything may be restored to proper order and the allies held to the fulfillment of their duty, to which Your Honor's zeal and fidelity, formerly demonstrated in various commissions, Instruction for the ensign Alexander Lecerff, departing as commandant to Bima, paired 209: From Makassar the 11th of June 1772 From Makassar the 11th of June 1772 paired with the required circumspection, will greatly contribute, and will pave the way for him toward acquiring their High Honors' further favorable attention and making a greater fortune, which we wish Your Honor from the bottom of our hearts, making a beginning by stating: That on account of the complaints lodged by the Tambora subjects against their king, having after the vain application of all useful means toward an otherwise most desired reconciliation arrived at a resolution to remove that prince from the throne and to authorize the grandees of the realm to elect another, we therefore ordered the late provisional resident Linkers to ensure that this election should take place according to the custom of the country by them in his presence; but that with the news of his death we received a report from the scribe Voll that, upon the proposal of the King of Bima at the residence of the said scribe, in the presence of various commissioned grandees of the other allies, Juveli Kankilo, whom they claim to be the most legitimate, was appointed king. That we have had to regard this manner of election as incompatible with equity as well as the laws of the country, because it appears that many grandees of the Tambora realm were not present, besides the fact that the assembly ought to have been held on Tambora itself; and we have furthermore taken into consideration that the Prince of Bima, versed in trickery and knowing how to profit from the weaknesses or faults of the scribe, greatly exceeding his power, managed to turn this election to his liking in such a way that in time he might well boast of having helped appoint a king of Tambora without the authorization of this government. That this unlawful conduct of the Prince of Bima cannot and must not pass unnoticed for this reason, but must be brought to his attention with seriousness and emphasis, and our utmost indignation must at the same time be made known to him; as well as that he in any case had nothing further to do with the election than merely to send commissioners on his behalf to the assembly of the Tambora grandees, since, as all the princes on the other shore are independent of each other, it goes without saying that the grandees in each realm ought to have their free election; so that we have indeed done this to that extent in answering the letter written to us by him and the other allies. 241
Dutch transcription
207: Van Maccaser Den 11:' Iunij 1772 Van Maccasser Den 11:' Junij 172 ven /:onderstond:/ uE vrienden /:was Getee„ kont:/ P: J: van der voort, B: v: I: H: Sleuren, M: Peters voll, S: Monsieur en E: Kraane /in margine:/ Maccasser in 't Casteel Rotterdam den 24 Maart Ao 1772— Nademaal het wervel kundig bij dat generale Nederlandsche oost Indische Compagnie met de vorsten op celebes en insonderheid ook met den koning en rijksgrooten van Houton voor meer dan een eeuw geleden Contracten het aangegaan die als nog in volle vigeur sijn waar bij gemelde Nederlandsche oost Indische maatschappij voor bedongen en den koning endykes grooten van Bouton sig verbonden hebben geene scheepen van eenige Europesche natie dan alleen die van de meermelde Compagnie t admitteeren in Eenige baaijen of havenen onder hun gebied veel min toe te staan dat d' opvaarende aan land komenen voor al om met deselve in geen onderhandeling te toeden Protest uijt nam van de Generale Nederlandsche oost Indische compagnie en ter ordre van den Heer Paulus Godofredus van der voort Gouverneur en Directeur over haar Edele belangen ten eijlande Celebes en dies aan hoorigheeden ge„ daan door ons ondergeschreevene Commandeerende officieren op de aan de heeren overheeden van het - - schip Protest - . So Van Maccasser Den 11 Junij 172 Van Maccasser Den 11:' Junij 1741— so is 't dat wij gesien hebbende dat uw wel Edelhedens alhier ter rheede het anker hebben laten vallen uw wel Edelens uijt naam en van wegens de meergemelde Neder„ „landsche oost Indische compagnie en uijt last van den heer gouverneur en raad te maccasser niet alleen op de beleefste en vriendelijkste wijse vermanen en waarschouwen om geen van uw wel Edelheedens vaartuijgen aan land te senden maar ook om ten eersten deese plaats te verlaaten en ner„ gens verder om deesen oord aan te loopen dewijl wij het te„ „gen deel uit nam en last als boven wel expresselijk en op het kragtigste protesteeren van alle schade en ongelucken die so uit uw wel Edelheedens langer verblijf het vaaren naar de wal of alle verdere strijdige onderneemingen soude mogen voortolveijen laten deselve met de gevolgen van dien geheelijk voor uw wel Edelheedens reeckening en verantwoording Actum in leggende anno 1772 Aaangesien het de slluttae hooge indiasche regeering behaagd heeft uE aan te stellen tot commandant te bima in plaats van wijlen den onderkoopman volkert thomas Higt en dat den door ons provisioneel tot resident aange„ stelde mede onderkoopman Thomas Johannes tigt Linkers intusschen al meede is komen aflijvig te wor„ „den waar door de saaken op d' overwal merkelijk ver„ agtert veele onser beveelen on uijtgevoerd of verkeerdelijk g'excuteerd en wij verstooken sijn gebleeven van de ver„ eijschte berichten nopens d' inwendige toestand der respec„ tive rijken en het voorgevalle aldaar sedert een geruijmen tijd be hebben wij nodig geaecht uis bij des instructie voor tes hrijven alle sodanige poincten waar op uE ten eersten na uE over„ „komt aldaar sal dienen verdagt te sijn ten eijnde alles weder in eene geschikte ordre gebragt en de bondgenooten tot nakoming van hunnen pligt gehouden worden waar toe uE iever en trouwe wel eer in verscheide commissien betoond, Instructie voor den vendrig Alex ander Lecerff vertreckende als commandant na Aina, desen gepaard - 209 Van Maccasser den 11:' Junij 1772— Van Maccasser Den 11: Junij 172 — gepaard gaande met de vereijschte bedagtsaamheijt grotelijks con„ tribueeren en hem den weg sal kunnen baanen tot de verwerping van haar hoog Edelheedens verdere gunstige attentie en het maaken van een grooter fortuijn het geen wij uE van herten toewenschende een aanvank maeken miet te melden, Dat wij ter oorsaake van de klagten door de Tamboreese onderdaanen over hunnen koning ingebragt na vergeefse aanwending van alle dienstige middelen tot eene andersints de seer gewenschte versoening tot een besluijt getreeden sijnde om dien vorst van den troon te ontsetten en de rijksgrooten tot de verkieting van een anderen te qualificeeren dierhalven aan wijlen den provisioneel resident Linkers last gegeeven hebben om te sorgen dat die verkiesing na slands wijse door haar in sijne tegenwoordigheijd geschiede dog dat wij met de tijding van desselvs overlijden van den seriba voll bericht ontvingen dat op de propositie van Annas koning ten woonhuijse van hem scriba in tegenwoordigheijt van verscheijde gecommitteerde grooten van van de verdere bondgenooten tot koning aangesteld was Juveli kankilo diemen voorgeeft de wettigste te weesen, Dat wij deese wijse van verkiesing als onbestaanbaar met de billijkheijd so wel als s Lands wetten hebbende moeten aanmerken ter saake het blijket dat er veele tambrees rijks grooten niet sijn te„ genwoordig geweest behalven dat de vergadering op Tombora selfs hadde behooren gehouden te sijn daar bij hebben in overweeging genomen dat Binas vorst door kneed in listen van de swakheeden of gebreeken van den scriba hebbende weeten te profiteeren verre overschreedende sijne magt deese verkiesing sodanig na sijn zin heeft weeten te draaijen dat hij er in der tijd wel op soude kunnen roemen een koning van tambora buijten de qualificatie van deese regeering te hebben helpen benoemen, Dat dit onweltig gedrag van Bimas vorst uijt dien hoofde niet ongemerkt kan nog mag worden gepasseert maar hem het selve met emst en nadruk onder het ook gebragt en hem teffens onse uijtter„ ste indignatie te kennen diend gegeeven, to wel als dat hij in allen gevalle met de verkiesing niets verder te doen hadde dan eenlijk gecommiteerden sijnent wegen te senden in de vergadering der Tamboreese rijksgrooten wijl alle de vorsten op de overwal van elkanderen in dependent sijnde het van selve spreekt dat de grooten in ieder rijk hunne vrij verkiesing behooren te hebben invoegen wij dit dan ook in so verre hebben gedaan bij de b'antwoording van den brief door hem en de vordere bondgenooten aan ons ge„ ter schreeven 241
English
21½ From Makassar the 1st of June 173— From Makassar the 1st of June 172— written whereby approval of the appointment of the Toreli Kankelo is requested. Notwithstanding that we can now think no otherwise than that matters have advanced so far that Toreli Kankelo, if not generally, has at least been recognized as lawful king by the greatest part of the grandees and subjects of the realm, the more so as many have already sworn allegiance to him according to the custom of the country (wherefore we also deem it inadvisable to oppose his election), the situation nevertheless demands that there be better evidence of this legitimacy. Therefore you shall have to direct matters so that as soon as practicable a meeting of the grandees of the realm is convened on Tambora, to which the other princes, if they so desire, may send commissioners, and into which gathering your Honour shall yourself enter; then asking the Tamborese whether they recognize as such Tureli Kankilo, already declared king on Bima by some from the court; and if the majority declares this to be so, as we take for granted, your Honour will have to convince those who might be against it that they should submit to that majority, as is customary and necessary in all well-ordered assemblies; whereupon all the grandees of the realm who might not yet have done so shall be bound to swear allegiance to the chosen prince, who is then expected here as soon as possible to swear to the contracts and to receive the royal regalia here, which we have deemed necessary to withhold for the present, in order to compel him thereto and to prevent us from being led up the garden path as has been done thus far by the king of Sumbawa, of which we shall speak further in the sequel, yet must mention here, How the deposed prince has complained to us that during his presence here, various serfs and other goods belonging to him, specified in the annexed note, were seized by Tureli Kankilo, with the request for our assistance both in recovering the same and also a sum of two hundred seventy Spanish rixdollars which he had distributed before his dethronement to this and that one of his subjects for their subsistence, to be refunded by them upon their return to Tambora with the customary interest, he being, through the failure 215 The 14th of June 172 From Makassar From Makassar the 1st of June 172: of that restitution, unable to repay the four hundred Spanish reals negotiated at that time here from a certain Wadjorese named Intje Tjone for the aforementioned purpose and for his own necessities; we therefore judge it just that Tureli Kankelo surrender all the serfs, etc., that he has unlawfully taken to himself, as well as that the aforementioned two hundred seventy Spanish reals be restored, being to be regarded as a state rather than a private debt, wherefore we recommend your Honour to exert all possible efforts in both matters. And since the aforementioned dethroned prince is currently here entirely destitute of the necessary subsistence, and it cannot be demanded of the Company to bear those costs, but equity requires that the realm of Tambora see to that, your Honour shall have to present this to the new king and grandees of the realm, and insist earnestly that he be granted an allowance according to his station, such that he can reside here without cost to us, to which we believe they will indeed agree if your Honour convinces them of the equity thereof in suitable terms. The ongoing dispute between the kings of Dompo and Sangar over the boundary demarcation of their lands, which has already caused us an extraordinary amount of trouble through the obscure reports we received on that matter upon the recently requested information in our letter of the 8th of October of last year, and from which the despotic conduct of the king of Dompo also came to us with extraordinary annoyance, shall be the second matter to which your Honour will have to apply yourself upon his arrival. We therefore refer your Honour beforehand to our aforementioned letter and the appendices attached thereto, expecting from your Honour the most accurate investigation so as to be able to reveal to us in the clearest manner the actual state of that dispute, alongside the means that in your Honour's opinion could be employed for an amicable settlement, both depending in our judgment on the ocular inspection of the contested districts, as is quoted more at large in our aforesaid letter. Among one of the greatest breaches of the contract concluded with the princes on the other side of the water dated the 9th of February 1765 is certainly the admission from time to time of Englishmen, who by the Wadjorese thither
Dutch transcription
21½ Van Maccasser Den 1:' Junij 173 — an Macasser den 1: Junij 172 — sehreeven waar bij om de aprobatie van den Poreli kankilos aanstel„ ling versogt word. Niet tegenstaande wij nu egter niet anders kunnen denken of de saaken sullen also verre gekomen dat toreli kankelo so niet in 't algemeen ten minsten van het grootste gedeelte der rijkesgroo„ ten en onderdaanen voor wettig koning erkend is te meer veele hem reets na slands wijse trouw geswooren hebben (:waarom wij ook niet geraaden, agten ons tegen sijne verkiesing te kan„ ten de vordert nogtans dondre dat er beter blijken sijn van dees wet„ tigheiten dierhalven sal ul de saek daar heen moeten dirigeeren dat er de spoedig doenlijk op Tambora een vergadering van de rijksgrooten word belegt waar in d' overige vorsten des begeerende gecommitteerden kunnen senden en in welke saamen komst uE sig selfs sal dienen te voegen dan de Tamboreesen vragende of sij Iureli kanhilo op Bima reets door eenige uit den haaven tot koning verklaerd als sodanig erkennen en de meerderheijt sulks verklaarende gelijk wij seker stellen sal uE de geenen die er tegen mogten sijn moeten overtuijgen dat z' zig die meerder„ „heijt dienen t onderwerpen gelijk in alle wel geschikte verga„ „deringen gebruijkelijk en noodsakelijk is wanneer alle alle de rijksgrooten die sulks nog niet gedaan mogten hebben gehouden sullen weesen den verkooren vorst trouwe te sweeren die dan so spoedig doenlijk word herwaarts verwagt tot beswee„ „ring der Contracten en om de rijksgonamenten alhier t ont„ „fangen welke wij als nog g'oordeelt hebben te moeten aan houden ten eijnde den selven daar toe te noodsaken ente voor„ komen dat wij sodanig niet worden om den tuijn gelijd als door den koning van sumbauwa tot dus verre geschied is waar van wij in't vervolg nader sullende gewagen hier nog moeten melden, Hoe den afgesetten vorst sig bij ons beklaegt heeft dat geduu„ rende sijn aanweesen alhier door Jurelie kankilo waaren onder sig geslagen diverse hem toebehoorende lijfeijgen en andere goederen gespecificeerd op nevens leggende Notitie met versoek om onse adjude so wel tot wederkrijging van deselve en tevens ook van een somma van twee hondert seventig rd„s spaans die hij voor sijn detroneering aan deese en geene sijne onderdaanen tot levens onderhoud hadde uijtgereijkt om door haar bij der selver retour op Sambora met de gewoone Interst gerastitueerd te worden hij door het agterblijven de van 215 Den 14. Junij 172 Van Raccasser Van Maccasser Den 1: Junij 172: van die restitutie buijten staat was de ten voorsz: eijnde en om eijge„ benodigtheijds wille doenmaals alhier genegotieerde vierhonderd spaanse reaalen van seekeren wadjorees in naame Intje Tjone te restitueeren, wij oversulks zo wel billijk oordeelen dat Tureli kankelo alle de lijfeijgenen enz komt over te geeven die hij onwettig na sig genomen heeft als dat ook de voorm: twee honderd seventig spaanse reaalen worden gerestitueerd als veel eer voor een rijks dan particuliere schuld aan te merken sijnde weshalven wij uE recommandeeren tot het een en ander alle mogelijke devoeren aan te wenden En vermits voorm: gedetroneerde vorst thans alhier geheel van 't noodsakelijke levens onderhoud ontbloed en het de comp: niet te vergen s om die kosten te dragen maar de billijkheijd vereijscht dat het rijk van Tambora daar voor komt te sooge„ sal uE den nieuwen koning en rijksgrooten sulks moeten voor houden en er ernstig op aandringen dat aan den selven een van bestaan na sijn staat worde toegevoegd sodanig dat hij alhier buiten onse laste, verblijven kan waar toe sij onses er agtens wel sullen willen treden als uE haar van de billijkheijd van „dien in gepaste termen komt te overreeden, Het trotteerende verschilt tusschen de koningen van dompo en Sangar over de liemet scheijding hunner landen t geen ons bereets ongemeen veel moeijte veroorsaakt heeft door de duijstene berichten welke wij op de dierweegen jongst gevraagde Informatien bij ons schrijvens van den 8: october des voorleeden Iaars ontfangen hebben en waar uit ons het despoticq gedrag van den koning van Anna almeede met ongemeene ergernis voorgekomen is sal de tweede saak weesen waar aan uE: bij sijne komst de hand sal moeten leggen wij renvoijeeren uE: dierhalven voor ap tot ons voorm: schrijvens ende daar nevens gevoegde bijlagen van uE: verwagtende een allernaauwkeurigst ondersoek ten eijnde ons op d' allerklagaste wijse den weesentlijken staat van dat geschil te kunnen openbaaren nevens de middelen die er na uE: gevoelen tot een minnelijke beslissing soude kunnen worden in 't werk gesteld het een en ander onses oordeels van de orulair inspec„ tie van de questieuse districten afhangende so als sulks breeder bij ons voorsz: schijvens is aangehaald, Onder eene der grootste inbreuken van het contract met de overwalsche voosten gesloten in dato 9: febr: 1765 is gewisselijk de admissie nu en dan van Engelschen die door de wadjoreesen Derwaarts H
English
From Maccasser the 11th June 1772 were enticed thither, in such manner that the king and the grandees of the realm acknowledge this in their letter of the month of November 1770. It is principally to prevent these our competitors that their High Excellencies have long since instructed and ordered that the removal of the Wadjoese be effected, though not by force, but through industry. What all may be understood by this term we deem unnecessary to enumerate here, but intending to express our sentiments regarding the intended objective as circumstances permit, it seems to us that in the first place it should be considered that the Sumbawanese themselves derive little advantage from the introduction of the Wadjoese, unless the admission of the English is added thereto, whereby they expose themselves to the chastisements of the Company over the breach of the treaties, which, once occurring with rigor, would undoubtedly bring about the ruin of the land and peoples, wherefore both the king and all the grandees of the realm, who ought to keep their own well-being in mind, would along with their families make themselves forever miserable. We therefore deem it in the highest degree advisable that Your Honor represent this to them on all occasions, and we have reason to expect that this will find considerable favor in the present juncture of times, for which reason we likewise have discussed it. But on the other hand, it will be no less necessary that the Wadjoese, who are concerned solely with trade, be from time to time brought to the notion that they are not entirely as safe there as they imagine; to which end a fabricated tale, or the spreading of bad rumors, and other such means which we leave to Your Honor's good discretion, will serve well. At least, we cannot too strongly recommend to Your Honor the realization of this objective, so earnestly recommended by their High Excellencies; adding hereto for Your Honor's information that the king of Bonij has undertaken to apply his efforts toward this as well. And although the court of Sumbauwa has this year fulfilled its promise in sending three envoys, among whom the first, being the mene ranga kambang, appeared to us as a minister who possesses knowledge and with whom one can deal very well, Your Honor will nevertheless have to be mindful that the king himself will in due time have to appear to swear to the treaties, and he must on appropriate occasions be earnestly admonished thereto as well as persuaded along with the grandees of the realm, just as From Maccasser the 11th June 1742 this must also always be kept in mind regarding all the other allies, that the Company, aiming at nothing other than their well-being, each of the allies can do no better than faithfully to comply in all respects with the tenor of the treaties, alongside that which is recommended by us from time to time. Under the admission of the English we may also appropriately include the well-known Tjalla Bancoeloe and his adherents, whom until now they have attempted in vain to apprehend, and who would presently still be worth a handsome penny to the Company to be able to make him pay for his bold undertakings. Having let our thoughts dwell upon that rover, it appears to us on all accounts that this could be accomplished not by force, but possibly through a clever contrivance, and since the usual bait can achieve much, we dare, subject to the favorable approval of their High Excellencies, to set a price of 500 to 600 guilders and even somewhat more upon it, if Your Honor could devise a means thereto and put it into effect. Concerning this we can determine nothing, unless Kraeng Bellasarie, mother of the fled king of Goea, could serve Your Honor in this, who presently resides on Sumbauwa and must otherwise be recalled from there, and if necessary retrieved by force to remain with the king of Bima, as she appears to have become a dangerous presence on account of her secret correspondence, known to Your Honor as well as to us, with Gusti Wayantaga on Salemparang, from whom we received a very sharp letter in the month of November last. This was brought to us by two emissaries, together with a copy thereof and a letter to His Excellency the Governor-General, as well as the original letter written by us to the same, to the end that it be conveyed along with the aforementioned envoys from here to Batavia. Since we were unable to attend to this because the season had already turned, the emissaries were sent back by us with the three last-mentioned letters, under request upon the reply to the letter to us to dispatch the emissaries directly to the capital therewith. And since we have these past days received orders from their High Excellencies, with the news that the same have not appeared there, to pursue the commenced negotiation with that petty potentate, we have, despite the small likelihood of good success that appears to us from there,
Dutch transcription
215 Van Maccasser Den 1:' Iunij 173 van Maccasser den 11: Iunij 1772 — derwaarts werden geloeket, invoegen de konings en rijksgrooten sulks avoueeren bij hun schrijven van de maand november 1770 het is tot weering principaal van deese onse competiteuren dat haar Hoog Edelheedens voor lange hebben gelast en bevoolen om de verhuijsing der wadgoreesen te bewerken dog niet door geweld maar door in„ dustrie, wat men onder deese benaaming al kan verstaan agter wij onnoodig in deesen op te tellen maar ons gevoelen over het bedoelde oogmerk na tijds geleegentheijd sullende uijten dunkt het ons dat in de eerste plaats in aanmerking komt dat de sum„ bauvareeren selfs weijnig voordeel van der wadjoreesen inwvoo„ „ring ten waare en d' admissie van Engelschen bij komt waar door bij sig exponeeren aan de katijdingen van de Comp: over de sending der contracten die eenmaal geschiedende met rigeur de ruine van Land en volkeren ontwijffelbaar soude na sig sleepen wanneer so wel den koning als alle de rijks„ grooten die hun eijgen welweesen dienen in het oog te houden sig nevens haar familien voor altoos souden ongeluckig maken wij ondeelen dierhalven ten uijteaten geraden dat uE haar dit bij alle geleegentheeden diend voor te houden en wij hebben reden te verwagten dat sulx in de presente conjuncture van tijden al vrij wat ingang sal vinden waar om wij er insgelijx het heeft over komen te onderhouden dog waar en tegen, het aan de andere kamt niet minder nodig sal sal sijn dat de wadjoreesen die het alleen om de negotie te doen is bij wijlen aan ter tijde in het denkbeeld worden gebragt dat ze daar gantsch so veijlig niet sijn als sij wel waanen waar toe en quatie gehum vertellingje of er quade ge„ rugten liepen en andere diergelijke middelen die wij aan uE: goed overleg overlaaten wel sal obtemporeeren ten minsten wij konnen uE het sehertigen van dit ons to seer aanbevolene oog„ wit haaren hoog Edelheedens niet te sterk aanbeveelen hier nog tot uE narigt bijvoegende dat den koning van Bonij aange„ nomen heeft hier toe ook sijne poogingen te sullen aanvenden, En schoon het hoff van Sumbauwa dit Iaar voldaan heeftaan hare belofte in het senden van drie gesanten, waar onder ons den eersten sijnde den mene ranga kambang is voorgekomen als een oinister die kennisse heeft en met wien seer wel te han„ delen is so sal uE egter verdagt moeten weesen dat den koning selfs in der tijd sal dienen op te komen om de contracten te beswee„ „ren en hij daar toe bij geleegentheijd so wel ernstig vermaand als nevens de rijks groten overtuijgd moeten worden gelijk vrij dit: 218 Van Maccasser Den 11:' Junij 1742 — Van Maccasser Den 1: Junij 1742— dit ook omtrend alle de andere bondgenooten seds diend in 'torg gehouden dat de maatschappij niet anders aan hun welweesen bedoelende een ieder der bondgenoten mits beter kan doen dan getrouwelijk den teneur der contracten in allen opsigte na te komen nevens het geen naar van tijd tot tijd door ons word aan bevoolen, onder d'admissie der Engelschen mogen wij ook gevoeglijk begryjpen den bekenden Tjalla Bancoeloe en zijne adherenten die men tot dus verre te vergeef getragt heeft in handen te krijgen en die nog thans de Comp: wel een fraije stuijver soude waardig sijn om hem sijne stoute onderneemingen betaeld te kunnen setten onse gedag„ „ten over dien swerver hebbende laaten gaan schijnt het ons allenthalven toe dat sulks niet door geweld maar mogelijk wel door eene bnedige vinding soude kunnen geschieden en dewijl het gewoone lockaas veel kan uijtvoeren derven wij er op de gunstige aprobatie van haar hoog Edelens wel 5: a 600 guld:s en selfs ielts meer opstellen als uE een middel daar toe mogte kunnen uijtdenken en in 't werk stellen waar omtrend wij niets kunnen bepaalen ten waare uE hier inne soude kunnen dienen cram Bellasarie moeder van de gevlugte koning van goea die sig thans op Sumbauwa onthoud en andersints van daar sal moeten worden te rug ontboden en des noods met geweld gehaald om bij den koning van Bina te blijven also sij van een gevaarlijken aanschouwt schijnt geworden ter saeke van haere geheijme en uE so wel als ons bekende correspondentie met Justi waijantaga op salemparang van den welken wij in de maand novemb: laastl: een seer bitsen brief ontfangen hebben dewelke ons door twee sendelingen wierd toegebragt neevens een afschrift van dien en een brief aan sijn hoogEedelheijt den hoog Edelen haere gouverneur generaal mitsgaders d'origineele brief door ons aan denselven geschreeven ten eijnde nevens gem: gesanten van hier na batavia getransporteert te worden 't geen wij mits het reets gekentende zaisoen niet hebbende kunnen besorgen to sijn de sendelingen met de drie laastgemelde brieven weder door ons te rug gesonden onders versoek bij het antwoord op het schrijvens aans ons om de sendelingen daar meede direct na de hoofd plaats te depecheeren en dewijl wij deser dagen met de tijding dat deselver aldaar niet sijn verscheenen van haar hoog Edel„ heedens ordre bekomen hebben om de aangevange negotiatie met dat Potentaatje te vervolgen so hebben wij in weer wil van de weijnige apparantie die ons tot een goed Succes van„ daar Dien
English
From Maccasser The 11th June 1742. From Maccaser The 11th June 1742. it has seemed to us, since the receipt of your latest reports on this subject, which differ very much for the worse from the first news and of which Their High Excellencies at that time had no knowledge, nevertheless judged that it might possibly be fruitful to make another attempt and again speak with Gusti Wayan Taga about the offer made to him in the past year and known to Your Honour, as is done in the letter given to Your Honour herewith, marked No. 1; but which Your Honour must not hand over if there should be any fear that the King of Great Bali might get knowledge thereof, as it is to be feared that this prince in such a case would suspect Gusti Wayan Taga—who, although inclined to lend an ear to the proposal, is bound to feign otherwise before Bali's prince—and would quickly find a means, if not to dispose of him, at least to depose him from the government of Selaparang, in which case the whole design would be forever frustrated and could even drag along the most dangerous consequences. Your Honour will readily understand from this that Your Honour will have to proceed thither in person, and to that end we have prepared another letter for Gusti Wayan Taga, marked No. 2, which can be handed to him immediately to give a pretext to the purpose of your arrival, which will have to serve for the most cautious investigation into whether one may rely on the information formerly given to us, that the intention and aim of Gusti Wayan Taga truly tends toward throwing off the yoke of the Balinese if he should see a good opportunity for it, and should it be found to be so, whether there would be no possibility of doing so without directly involving the Company therein or compelling Her Honourable to support him with a force of men, by means of the Sasaks, whom people claim to be twice as strong as the Balinese, although they are currently kept in such strict subordination that they can do nothing, provided they are supported by some auxiliary troops from all the princes across the strait on the island of Sumbawa and provided in a clever manner with weapons, which they are currently not permitted to carry, so that, with Gusti Wayan Taga at their head, they may then resist the Balinese and completely expel them from Selaparang, and thus regain full control of that, their own land. The matter being found to be such, namely that Your Honour finds Gusti Wayan Taga disposed in such manner as we have just said, and that he will keep the secret to himself, we see no difficulty in delivering the letter No. 1, which, as Your Honour will observe from the copy, mainly serves to further assure him of Their High Excellencies' goodwill and to encourage the sending of envoys here or even to the capital; but in the opposite case that letter must be sent back to us, and Your Honour must then seek to investigate, as covertly as possible, what he actually has in mind, to which Your Honour may find occasion in the subject of the letter you received from him while on Anna, as well as the one written by him to Kraeng Bellasarie, mother of the former King of Gowa who is on Ceylon; all of which, accompanying this in copy, merit extraordinary reflection when considered in themselves, although for the reasons cited above it would not be impossible that it was principally dissimulation to lull the King of Great Bali to sleep, which will therefore require an extraordinary circumspection in the investigation. This being all that we have considered necessary for this time to prescribe for Your Honour's particular observation, we shall, relying on your zeal and competence for the promotion of the Company's interests, also at the same time expect the observation of the orders given by us in our successive letters both to the former Residents Higt and Linkers and to the bookkeeper and clerk Voll of January last, not doubting that Your Honour will read them carefully so as not to be ignorant thereof, but to be able to protect yourself against our displeasure over the neglect of the orders given therein and against the damage of incurring the fines imposed on the omission of any of them; while we wish Your Honour happy success in your undertakings and, after greetings, remain /below/ Your Honour's good friends /:was signed:/ P. G. van der Voort and B. van Pleuren /in margin:/ Macassar in Castle Rotterdam, the last day of March 1772. The 18th Around ten o'clock Sergeant Sleynbach comes on board to give us notice that there are three padewakang prows in the river. We have arrived in the roads of Buton. Toward evening His Highness sent four interpreters to ask who we were and where we wanted to go. I also let His Highness know that I came on behalf of the Governor of Makassar with orders to cruise around Buton in the channels and rivers, as will have been mentioned regarding our expedition in the letter of the Governor that His Highness will have received through Sergeant Steijnbach. I had him told at the same time that I had orders to request an audience with His Highness as soon as possible, as we did not have much time to delay. The 17th April Since the 27th March, the day of our departure, nothing new has occurred. Report or Daily Journal kept by Sergeant Carel August Routjen on the cruise to Buton.
Dutch transcription
221 Van Maccasser Den 11:' IJunij 172 — Van Maccaser Den 11:' Junij 1742 —. dien is toegescheenen, severt den ontfangst uwer laaste berichten over dit onderwerp die seer veel ten quaade verscheelen van de eerste tijding en waar van haar hoog Edelheedens doenmaals nog geen kennisse hadden egter g'oordeelt dat het mogelijk van vrugt soude weesen mogeens een tentamen te doen en gusti waijantaga andermaal te onderhouden over de hem in den voorleeden Jaare gedaane en uE: bekende aanbieding invoegen sulks dan geschied bij den brief die uE: neevens deesen word meede gegeeven gem: N 1: dog die us niet sal moeten overhandigen wanneer en beduging mogte sijn mogte sijn dat den koning van groot Balij daar van kennisse soude krijgen dewijl het te vreesen is dat deesen vorst in sodanig geval gusti waijantaga /: die schoon genegen weesende aan den voorslag het oor te leenen wel gehouden is sulks voor Balijs vorst 't ontvensen verdenken en wel schielijk een middel soude weeten te vinden om den selven so niet van kant te helpen ten minsten van het bewind op Salemparang te ontsetten wanneer het ge„ heele oogmerk voor altoos verijdelt worden en selfs de aller gevaarlijkste gevolgen soude kunnen na sig sleepen uE begrijpt hier uijt lichtelijk dat uE sig selfs derwaarts sult moeten begeeven en ten dien eijnde hebben wij een ander briefje voor guttij waijantaga in gereedheijd gebragt gequoteerd N: E. dat hem aanstonds kan worden overhandigt om een schijn te geeven aan het oogmerk uwer komste dewelke sal moeten strecken tot een aller voorsigtigst ondersoek op men sig mag gerusten op de wel eer aan ons gegeevene Informatien dat het oogweet en uitsigt van gusti waijan„ terga. waarlijk daar heen strekt om sig van het jok der Baliers 't ontslaan als hij de kans daar toe mogte schoon sien en sulk sodanig bevindende of daar toe geen moge„ lijkheijd soude weesen sonder de comp: er direct in te wic„ kelen of haare Edele tot ondersteuning van den selven met magt van volk te noodsaaken door middel van de Sasackers die omen wil dat wel twee maal so sterk souden weesen dan de Baliers of schoon 2 thans in een so strenge subordunatie worden gehouden dat z niets vermogen wanneer deselve door eenige hulptroupen van alle de overwaalsche vorsten op 't Eijland sumbau„ „wa ondersteunt en op een behendige wijse van wapenen uE die 223: Van Macasser den 11:' Iunij 177 Van Maccasser Den 11: Junij 172 — die omen haar thans niet toe laat te draagen voorsien worden ten eijnde als dan met gus„ tij waijantaga aan het hoofd de Baliers te keer te gaan en geheel van Salemparang te verdrijven mitsgaders sig dus weder van dat haar eijgen land volkomen omeester temaaken, De zaak om sodanig bevonden wordende nament„ „lijk dat uE gusti waijantagas in diervoegen gesint bevind als wij so even seijden en dat hij het geheim voor sig houden sal winden wij geen swarig„ heijd in d overgave van den brief N: 1: die gelijk uE uijt het afschrift sal consteeren voornament„ lijk behelst om hem van Haar hoog Edel„ hedens welmeenentheijt nader te versekeren en tot het senden van gesanten na herwaarts of wel na de hoofd plaats 't amimeeren dog bij het tegendeel sal dien brief ons moeten te rug gesonden worden en uE als dan er op moeten uijt sijn om so bedekt doenlijk Dit alles sijnde wat wij voor ditmaal nodig gehact hebbende uE ter bij sondere observantie voor te schrijven sullen wij ons verlaatende op desselfs iever en bequaamheijd tot bevordering van sComp: na te vorschen wat den selven weesentlijk in den schuld voert waar toe uE aanleijding sal kun„ „nen geeven het onderwerp van den brief die uE op Anna sijnde van hem ontvangen heeft gelijk meede van de door hem geschreevene aan crain Bella„ sarie moeder van den op ceijlon sijnde geweesene koning van goah, alle dewelke deesen in copia versellende op dig selven beschouwt ongemeene be„ denking meriteeren schoon het om de hier vooren aangehaalde reeden niet onmogelijk soude sijn dat het voornamentlijk veijnserij was om den koning van groot Balij in slaap te wiegen het geen dierhalven een buijten gewoone omsigtigheijd in het ondersoek sal ver„ eijsschen belangen na Van Maccassar den 1: Junij 1772 Van Maccasser Den 11:' Iunij 172 — 225 belangen ook teffens d' observantie verwagten van de door ons gegeevene beveelen bij onse successive brieven so aan de voorige Residenten higt en Linkers als aan den boekhouder en scriba voll van den Ianuarij pass:o niet twijffelende of„ uE sal deselve naauwkeurig nna leesen om daar van niet ignorant te weesen maar sig te kunnen behoeden voor ons misnoegen over het verwaerloosen der daar bij gegeevene beveelen en de schade door te vervallen in de boetens op 't versuijmen van deese en geene der selve gesteld terwijl wij uE in desselfs onderneemingen een geluckig succes wenschen en na groete blijven /onderstond/ uE goede vrienden /:was geteekend:/ P: G: van der voort en B: van Pleuren /in margine:/ Macasser in't Casteel Rotterdam adij ult:o Maart 1772. tegens tien uuren komt de sergeant Sleynbach aan boord „ 18: _„o ons kennis geeven dat er drie praauw Paduwakangs in de zijn wij op de rheede van Bouton g'arriveerd tegens den avond bond sijn hoogheijd vier tolken om te vragen wie wij waaren en waar wij na toe wilden ok liet aan sijn hoogheijd seggen dat ik van wegens den gouverneur van Matcas„ „ser kwam met ordre om omtrend Bouton in de canaalen en rivieren te kruijssen so als in den brief van den gouverneur die sijn hoogheid door den sergeant Steijnbach wel sal ontvan„ „gen hebben van onse expeditie melding sal gemaakt sijn ik liet hem te gelijker tijd seggen dat ik ordre hadde soo spoedig mogelijk bij sijn hoogheid audientie te vraagen dewijl wij niet veel tijd hadden ons op te houden, den 17 April zedert den 27: Maart ons vertrek dag is mits nieuws voorge„ vallen Rapport of Zagregister gehouden door den sergeant Carel August Routjen in de kruijstogt na Bouton Rapport Rievier
English
227 From Makassar, 11 June 1772 From Makassar, 11 June 1772 lay in the river and that they were actual smugglers who came from the Coast to Manado, and because he had orders from the governor to assist us, he earnestly exhorted us to go immediately with him to inspect the same, as they would otherwise depart that very night without us being able to see them; and if I wanted to wait until I had received an audience, that they would already be far away, for His Highness always used that cunning trick to give all sorts of those people time to retreat. Thereupon we gave orders to the quartermaster of the Bedrieger to go and position himself with his vessel before the river, and that he alone, along with Corporal Snijder, should go ask whether they had passports and what the cargo consisted of, and that we would follow them closely. But coming on board and demanding his pass, the mate answered that he knew of no pass and showed that he was also not minded to allow himself to be inspected. In the meantime I arrived with Sergeant Steijnbach and my mate. I went on board myself and did my best to put them at ease, but instead of listening to me, he called the people of the other vessels to come to his aid and became very bitter. When, in the evening around eight o'clock, he sent word to us that he would grant us an audience the following day and showed me a bag of dust gold, at that same moment I saw a soldier of Sergeant Steijnbach named Sesser come up, who was wounded and who had gone on his own accord without having been commanded or seen by anyone. The mate jumped to my side crying "jallo gallo" and dealt a blow with a kris to the brother of the first, and I found myself forced at that moment to order fire to be opened on the natives. And had we not been in a narrow pass and obstructed by the trees, we would have ventured to bring the proa out of the river; but seeing that the people of the other two vessels were also arming themselves and the Buttonese allied themselves with them, we would only have lost our people to no purpose. I immediately made this incident known to His Highness and requested assistance to be able to seize this vessel with its cargo and crew, and to inspect the other two, 229 From Makassar, 11 June 1772 From Makassar, 11 June 1772 The 19th: that we were not to undertake anything beforehand, that he would give us good advice concerning what we could do, but in case we wished to start anything on our own, that great misfortune would befall us. By this means he gave them time to hide their best goods, and they even caused one of the vessels that we had not yet inspected to sink. I had indeed informed His Highness of the matter beforehand, and that if he did not give us prompt assistance, he would be held responsible for it to the Company. Corporal Heijklant informed me that, going on board the previous evening, he had found Buttonese who were busy plundering the proa and wished to carry off weapons, but seeing the Europeans they took to flight and left a portion behind, to wit: 2 pieces blunderbusses 2 steel-barrel guns 2 long muskets 1 short ditto That same morning I informed His Highness that the Company could not be too well pleased with the little care His Highness took for the best interests of the Honorable Company, but I received no answer to this. After five o'clock in the evening we received orders from His Highness to come to the fort. I was followed thither by the mate, Sergeant Steijnbach, the quartermaster, and Corporal Snijder. I then paid my compliments on behalf of the governor to His Highness and his council, making our expedition known to him once again, and that the governor desired that he might grant a proa for our escort in order to have some help from it in case of any misfortune, and that he should warn his subjects to assist us in case we found smugglers, and that they should not oppose us; and if His Highness granted our request, he would thereby be able to show his goodwill toward the Company. But I received no answer. At the same time I related to him the affair that had befallen us and asked what he thought of it, after I had to him
Dutch transcription
227 Van Maccasser Den 11: Junij 1772— Van Maccasser Den 11:' Iunij 173 — rivier lagen en dat 't weesentlijke sluijkhandelaars waaren die van de Cust na manade quamen en dewijl hij ordre van den gou„ verneur hadde ons't atsiteeren soo vermaande hij ons ernstlijk om aanstonds met hem te gaan deselve te visiteeren dat sij anders die selve nagt souden weggaan sonder dat wij haar konden sien en als ik wagten wilde tot dat ik audientie gehad hadde dat sij reeds verre souden sijn want dat sijn hoogheijt die slimmigheid altijd gebruijkte om aan alle soorten van dat volk tijd te geven om sig te retireeren daar op gaven wij aan den quartiermeester van den beduieger ordre met sijn vaartuijg voor de rivier te gaan leggen en dat hij alleen met den corporaal snijder souden gaan vragen of sij pasporten hadden en waar in de ha„ ding bestond en dat wij haar van na bij souden volgen omaar aanboord komende en sijn pas ofvraagende antwoorde de stuurman dat hij van geen sas wiste en toonde dat hij ook niet van sins was sig te laaten visiteeren Intusschen quam ik met den sergeant Steijnbach en mijn stuurman aan ik ging selfs aan boord en deedomijn best om haar buiten vrees te stellen maar in steede van mijn gehoor te geeven, riep hij het volk van d' andere vaartuijgen om hem te hulpe te koomen en wierd seer verbittert, toen men 'S avonds omtrend agt uuren liet hij ons seggen dat hij daags daar op ons audientie soude geeven en mij een saak met stoff goud sien liet op 't selfde oogenblik sag ik een soldaat van den sergeant steijnbach genaamt sesser boven komen die gekwelst was en die uijt sijn eijgen sonder dat hij gecommandeert of van iemand gesien wierd gegaan is de stuurman sprong op seijde van mij schreuwende jallo gallo en gaaf en steek met een kris aan de broeder van de eerste en ik sag mij thans genoodsaakt vuur op de swarten te doen geeven en waren wij niet in een engte geweest en door de boomen verhindert geworden so souden wij gewaagd hebben de prauw buijten de rivier te brengen maar siende dat het volk van de andere twee vaartuijgen sig ook waapende en de Boutonder sig met haar allieerden so souden wij maar omtrent omnit volk verlooren hebben ik liet op stond dit voor„ val aan sijn hoogheid bekend maaken en bijstand versoeken om dit vaartuijg met sijn lading en man„ schap te kunnen bemagtigen en de twee andere te visiteeren mij dat 229 Van Maccasser den 31 Junij 172— Van Maccasser den 11: Junij 172 — den 19: dat bij bevoorens niets mogten onderneemen dat hij ons goeden raad soude geeven omtrend 't geene wat wij doen konden omaar ingevalle wij uit ons eigen iets beginnen wilden dat ons groot ongeluk soude over„ koomen hier door gaf hij haar beste goed te verbergen en bij deeden selfs een van de vaartuijgen die wij nog niet gevisiteerd hadden sinken Ik hadde desaake wel voor uijt aan sijn hoogheijd laaten weeten en als hij ons niet schielijk hulpe gaf dat hij daar voor aan de compagnie soude respondsabel sijn, Maakte den corporal Heijklant mij bekend dat hij s avonds bevoorens na boord gaande Boutonders gevonden hadde die beesig waaren de prauw te plundeeren en wapens wilden wegbrengen maar de Europeesen siende begaaven sij sig op de vlugt en lieten een gedeelte agter te weeten 2: p„s donderbussen 2: „ stell rooren 2: „ langer geweeren 1: „ korte — Den selfeden morgen liet ik aan sijn hoogheijd weeten dat de comp: met al te wel konde vergenoegt sijnde met de wij„ nige sorge die sijn hoogheijd voor het beste van d' E: Comp: naam maar ik kreeg hier op geen antwoord, Na vijf uuren savonds ontvingen wij ordre van sijn hoog„ heijt na 't fort te komen ik wierde daar heen gevolg door de stuurman de Sergeant Hteijnbach die quartiermeester en den Corporaal suijder Ik maakte thans mijn Com„ pliment van weegens den gouverneur aan sijn hoogheid en sijn raad hem nogmaals onse expeditie bekend maa„ kende en dat den gouverneur verlangde dat hij een praauw tot ons geleijde mogte gegeeven om bij eenig ongeluk eenige hulpe daar van te kunnen hebben en dat hij sijne onderdaanen liet waarschouwen ons bij te staan ingevalle wij sluijkhandelaars vonden en dat sij ons niet tegen souden sijn en soo sijn hoogheijd ons onse begeerte accordeer„ „de hij daar door sijne goede geneijgdheijd voor de Comp: soude te kunnen geeven maar ontvong geen antwoord Ik verhalde hem ter selver tijd die ons overgekomen affaire en vroeg wat hij daar van dagte na dat ik hem _„o
English
From Makassar, 11 June 1772 From Makassar, 11 June 1772 asked him for his assistance in securing the vessel, the cargo, and the crew for us, and also in being able to inspect the other two, whereas on the contrary he had given all the time to those people to hide their plunder, which nevertheless by good right belonged to the Company because of their brutality in killing two Europeans. His Highness asked me whether we had found contraband goods. I told him yes, and even gold dust, and that if we had been able to continue the inspection, we could certainly have found other things, and that they would not have begun to murder people if they had had a clear conscience, after having been assured that they would lose nothing and that I answered for everything. I received entirely from His Highness in reply that they were subjects of the King of Boni, and that he was afraid to oppose them, and that he earnestly admonished me to return the gold and everything we had taken, or else I could see what would happen to us and that we would not be able to get off free from anything. I answered him that if His Highness did not foresee the consequences that could befall him, I certainly did; that this was a prize which by sole right belonged to the Company, and how he could demand it from us, as he could well imagine that we were not masters over it. He detained us until seven o'clock in the evening doing nothing but giving counsel mixed with threats of misfortune that we could avoid if we surrendered the gold and the entire booty to him. I refused to do so, but Sergeant Steijnbach advised us to simply surrender it to him, as something else with Company spices had indeed happened to Mr. Lecerf. Whereupon I said to His Highness that, since I saw myself compelled by his threats and found no more help from him, I gave it into his hands for safekeeping, but not to give it to whoever it might be, and that I would inform my Governor of this as the only one capable of deciding the matter. After this exchange of words, I renewed my request for a prahu as soon as possible. Towards evening His Highness sent his Captain Commandant, the Shahbandar, and another of his ministers to take over the gold we had. I delivered it into their hands after having weighed it, From Makassar, 11 June 1772 From Makassar, 11 June 1772 and had him warned once more that I was only giving it into his custody until I should receive an answer and orders from the Governor. The same day we found the brother of the first dead man again outside the river and buried him there. The 20th The envoy of the King of Boni arrived in the roadstead; he sent me his pass, and I had him told that if we could be of any service to him, he only had to speak, as we had orders to support him. The 21st His Highness had me told that there was still booty missing from the prahu that we had boarded, namely: in silver cash: 125:-:- Rixdollars gold to the weight of 16¼ rixdollars pieces: 1 stiver pieces of cloth: 32 pairs flintlocks: 5 blunderbusses: 4 krisses: 2 kasa: 2 percales: 27 timbasen: 1 sarongs: 1 tappu: 1 lead bullets: 150 casting net: 1 But I had him told that I had well warned him beforehand what consequences would arise from that. The 22nd The 23rd The 24th Upon this, I conducted a general inspection of the two vessels and found nothing there except 10 buttons and 2 gold rings, which the quartermaster of the Bedrieger had warned me beforehand he had bought from one of our sailors. That same sailor told me that he had not taken them from any vessel, but that he had found them in the pocket of the last dead man. The 25th The envoys of the King of Boni had an audience with His Highness, and they came to fetch the letter with a splendid ceremony. The 26th I renewed my request to be able to sail, but he had us told to still have patience, as the letter from the King of Boni gave them very much work. The 27th Nothing happened. The 28th I had an audience requested with His Highness; he had me told that he regretted not being able to speak to me alone due to indisposition, but that whatever we had to say, we should say to his Shahbandar in the presence of one of his first ministers. The 29th I was with Sergeant Steijnbach in the fort, where I handed over the buttons and the ring together with the weapons, and requested a receipt.
Dutch transcription
231 Van Maccasser Den 11: Junij 1772 Van Macassar Den 11 Junij 172 — hem om sijn bijstand heb laaten, versoeken om ons van het vaartuijg de lading en d' Equipagie te verseekeren en ook om de twee andere te kunnen visiteeren daar hij in teegendeel alle tijd aan dat volk gegeven hadde om haren roof te bergen die dog met goeden regt aan de compagnie toekwam wegens haar brutaliteit van twee Europeesen te dooden sijn hoogheijt vroeg wij of wij contrebande goederen gevonden hadden ik. seijde hem van Ia en selfs stof goud en soo wij de visitatie hadden komen voortsetten dat wij wel nog andere dinge hadden konnen vinden dat sij ook niet souden begonnen hebben, volk te vermoorden als sij een goed conscrentie gehad hadde nadat men har verseekert heeft dat sij niets souden verliesen en dat ik voor alles instond Ik kreg in 't geheel van sijn hoogheijd ter antwoord dat 't onderdaanen van den koning van Bonij waaren en dat hij bevreest was haar tegen te sijn en dat hij mij ernstlijk vermaande het goud en al t geene wat wij genomen hadden weederom te willen geeven of dat ik anders sien konde wat ons soude overkomen en dat wij van niet souden kunnen vrij sijn Ik antwoorde hem dat als sijn hoogheijd de gevolgen die hem konden overkomen niet voor ui't sag ik 't wel deede dat dit een vorijs was die met alleen regt d' Comp: toekwam en hwe hij deselve van ons ver„ langen konde daar hij dig wel konde verbeelden dat wij geen meesters daar van waaren hij hield ons op tot seven uuren s avonds met niets als raad te geeven vermengt met bedreijgingen van ongeluck dat wij ontgaan konden als wij hem 't goud ende geheele buijt overgaven ik weijgerde sulks te doen maar de sergeant steijnbach raade ons aan om het hem omaar over te geeven dat aan m„t Lecerf wel iets anders met spece„ „rijen van de comp overgekomen was waar op ik aan sijn hoogheid seijde dat ik dewijl ik mij door sijne drijgingen genoodsaakt sagen geene hulpe meer bij hem vond so onder sijne handen in bewaring gaf maar niet om se aan iemand wie toog mogte sijn te geeven dat ik mijn gouverneur daa van onderregten soude als alleenig de saak decideeren kunnende na deese woorde wisseling hernieuwde ik mijn versoek om een prauw soo spoedig mogelijk Tegens den avond sond sijn hooghaid sijn Capitain comman, den 20 dant den Siabandhaer en een ander van sijn ministers om het goud dat wij hadden overteneemen ik leeverde het na het selve konden gewoogen 233 Van Maccasser den 11:' Junij 1772— Van Maccasser Den 11:' Junij 172 — gewoogen te hebben in hare hande en liet hem nog eens waartehouwen dat ik hem maar so lang in bewaaring gaf tot dat ik antwoord en ordre van den gouverneur ontvangen soude den selfden dag vonden wij de broeder van den eersten doode weeder buiten het riveir en begraven hem daar Is de gesant van den koning van bonij op de rheede g'arriveert, sond bij mij zsijn pass en ik liet mij hem teggen dat soo wij hem van nit konde„ weesen hij maar te spreeken hadde als ondre hebbende hem te ondersteuren, liet sijn hoogheijt mij seggen dat er nog buijt van de praauw die wij beklommen hadden manqueerde te weeten, aan silvere contanten. . . Rijxd„s 125: —:— goud de swarte van rd„s sp:s 16¼ 1: stvxr„s kleedjes - - par 32: snaphanen „ 5 donderbussen „ 4: cassa parcallen timbasen sarassen „ 1: tappoe „ 1: loode kogels „ 150 werpnet „ 1: Maar ik liet hem seggen dat ik hem wel bevoorens gewaarphouwrt krits „ 2: „ 2: - - „ 27:„ hadde wat gevolg daar uit voortkomen soude Deed ik hier op een generale visitatie van de twee vaartuijgen en den 24: heb daar niets gevonden als 10 knoopen en 2: goude ringen die de quartiermeester van de Bedrieger mij bevoorens waarschouwde van een onser mattroosen gekogt te hebben die selfde mattroosen gekogt te hebben die selfde mattroos seijde omij deselve van geen vaartuijg genomen te hebben maar dat hij te inde sak van van de laaste doode gevonden hadde Hadde de afgesante van den koning van Bonij audientie bij sijn kooghed „ 25 „ en sij kwamen de brief met een pragtige Ceremonie afhaalen Deed ik mijn versoek om te konnen seijlen hermieuwen onaer hij liet „ 26 „ ons leggen nog geduld te hebben dat de briev van den koning van Bonij haar seer veel wek gaf Niets gepasseert Liet ik accs bij zijn hoogheijd versoeken hij liet mij teggen dat het hem „ 28: „ leed deede mij wegens onpasselijkheid niet alleenig te konnen spreeken maar dat wij te seggen hadden aan sijn Siabandhaer in presentie van een sijner eersten ministers souden seggen was ik met den sergeant Meijns ach in't fort alwaar ik de knoopen en „ 29: oring afgegeeven heb benevens de wapens en verlangde eene quitantie hadde van den 21: „ „ 22: „ 23 „ 2: „ 1: W
English
From Makassar, 11 June 1772 From his highness, but the gentlemen deputies answered and assured me that they would be delivered to me the next day, and that they were presently using all their power to help us with a prahu and a good interpreter; for I told her that he should just tell his highness to give me a firm answer whether he wished to give me a prahu or not. An interpreter came on his own initiative, and as he says, preparations were already being made. Nothing happened. Below was written: in the Roads of Bouton, 8 May 1772. Signed: Carl August Routje. Note of that which has been given into the custody and accountability of the Sultan: In gold the weight of Rijksdaalders species 26 3/8, 1 stuiver pieces 2 blunderbusses flintlocks long muskets short ditto Signed: Carl August Routje The relator, having been to Bouton for trade as an anakoda with a prahu paduakang, declares that about 17 to 18 days ago he, together with another anakoda named Zabandoe, had been lying there in the river, intending to return hither, when the Company vessels arrived there. He declares that they were subsequently asked by the commander of the pantchiallang De Bedrieger where they came from and whether they were provided with passes, to which they answered from Makassar while presenting their passes. The commander ordered them to remain on board the pantchiallang De Bedrieger until the head of the cruisers, Sergeant Routje, should have come to them. Account given at the Secretariat of Police at Makassar by the Malay Intje Mannang, translated by the assistant interpreter Coenraad Jansz. Blij, concerning what occurred between the cruisers in the Strait of Bouton and a Buginese prahu on 30 May. From Makassar, 11 June 1772 to see the passes. That the commander of the said pantchiallang De Bedrieger further turned the prow toward a loaded prahu also lying there, and after likewise asking for the pass of its anakoda, who was a Buginese, received as an answer from him that he had none. For this reason Sergeant Routje, having also arrived there with the boat manned with about 12 men, boarded the said vessel with his people; and wishing to search the same, the anakoda had tried to prevent this and said, Why do you wish to search me? I am always used to sailing here without a pass. But no heed being paid to this, the sailors had chopped open the hatches of the Buginese vessel in order to see what its cargo was, which the crew declared consisted of cotton. Meanwhile, they were ordered by the sergeant to open their chests, as he also did upon the advice of the jurumudi or inland steersmen of the pantchiallang De Bedrieger. That the Europeans subsequently searched the chests and found a small package in one of them, and having taken it away, this was seen by the Buginese, who thereupon called out, We are now unfortunate! While the anakoda, being ordered to open the compartments of his vessel so that the lower cargo could be seen, had run forward and stopped before Sergeant Routje, saying to him, What more do you wish to search? You have seen it all, it is nothing other than cotton. And making some erratic leaps, one of the Europeans struck him on the head with a sword that was not drawn from its scabbard, which made him shout to his men, Now run amok! This was immediately undertaken by two Buginese from the front and three from behind, and by the same, two Europeans were struck down. The remaining Europeans, having on their part likewise killed an equal number of Buginese, all jumped overboard except for the sergeant and a corporal, who remained standing on the vessel, whom the Buginese then attacked. From Makassar, 11 June 1772 That the relator, still being on the pantchiallang De Bedrieger and seeing this, urged the men stationed on that vessel to fire upon the Buginese, as they otherwise would certainly have murdered the sergeant, which was then done by them. This struck such great terror among the Buginese that they abandoned their vessel, jumped overboard, and took flight, thereby giving the sergeant and corporal the opportunity to gather up again the scattered muskets of the Europeans and cross over to the pantchiallang De Bedrieger. With this they went out of the river and subsequently to their assigned vessel, the pantchiallang De Boreas, taking with them the relator along with the other anakoda Labandoe in order to inspect their passes. That this having been done, the relator further says that the anakoda Labandoe with the men on his vessel, which lay not far from there, had remained behind; and the sergeant in the afternoon had gone ashore with the relator, intending to go to the ruler of Bouton. But having first presented themselves to Sergeant Extirpator Steijnbach, they learned there from the Boutonese that the gate of the castle was closed, by which the sergeant's intention was prevented. In the meantime he had sent two Europeans to the vessel of the Buginese to seize the same, while the relator subsequently took his leave and departed from there for here that very same evening.
Dutch transcription
235 Van Maccasse den 1.: Junij 177 — Van Maccasser den 11: Iunij 172— van sijn hoogheijd maar de heeren gedeputeerden antwoorden en verseekenden mij datse mij s'anderen daags soude besorgd worden, en dat sij tegenswoordig al haar vermogen aanwende waaren om ons met een praauw en een goede tolk te helpen want ik seijde, haar dat hij maar aan sijn hoogheid soude seggen omij een vatte antwoord te willen geeven of hij omij een prauw gegeeven wilde of oniet, komt een tolk uit sijn eijgen en so als hij zegd maakte men me reeds toebereidsels niets gepasseert. /:onderstond:/ op de Rheede van Bouton den 8: Maij 1772: /: was geteekend :/ Carl august Routje Notitie van het geene den sulthan in bewaring en tot verantwoording gegeeven is aan Goud de swaarte van Rejxd:s sp„s 26: 3/8. 1 stvers p:s 2: donderbussen stell Rooren lange snaphanen korte d„o /:was geteekend:/ Carl August Routje Den relatant als Anachoda met een perauw Padiackang na Bouton ten handel geweest sijnde verklaard dat hij voor circa 17a 18: dagen beneevens nog een anachoda met naame Zabandoe aldaar in de rivier hadde gelegen voornemens herwaards te keeren wanneer daar gekomen waaren 's Comp:s vaartuijgen, dat hun door de gesaghebber van Pantjallangde Bedrieger vervolgens was afgevragd waar sij van dan quamen en of sij met pagsen voorsien waaren waar op door hun onder vertooning van derselver passen geantwoord sijnde van Maccasser den gesaghebber hun geordonneert hadde soo lang aan boord van de Pantjallang de Bedrieger te vertoeven tot het hoofd der kruijtjers der ser„ geant Routje bij hun soude sijn gekomen Relaas gedaan ter Secretarij van Politie te Mar¬ casser door den Maleijer Intje Mannang onder„ verthaaling van den ondertolk Coenraad Iansz: Blij van het voorgevallene tusschen de kruijssers in straat Bouton en Een Boegineese Praauw om den 30 „ Meij - - „. 1: 237 Van Maccasser Den 11: Junij 175 — Van Maccasser Den 11:' Iunij 172 — om de passen te sien, Dat den gesaghebber van gedt Pantjallangs de Be„ drieger den steeven wijders gewend hadde na een almeede daar leggende gelaade praauw en na dies Anachoda sijnde een Bouginees insgelijks sijn Pas te hebben afgevraagd van den selven tot antwoord had bekoomen geene te hebben waarom den zerge„ „ant Routje daar meede met de schuit bemaand met circa 12: koppen bij gekomen sijnde sig met sijn volk op ged: vaartuijg hadde begeeven en het selve willende visiteeren had den Anachoda sulks wagten te beletten en gesegt wat wilt gij mij visiteeren Ik ben altoos gewent alhier sonder pas te vaaren dog hier na niet geluijsterd wordende hadden de mattroosen de Petacken van het Boegineesevaartuijg open gekapt om te kun„ nen sien wat dies lading was die de opvaarende ver„ klaarde in capas te bestaan ondertusschen dat haar door den sergeant g'ordonneert was hunne kisten te ope „nen gelijk bij ook op het aanraaden van de Iurimoedie 1: Melands Roergangers van de Pantjallang de Bedrieger hadde gedaan dat de Europeesen vervolgens de kis„ ten visiteerende en in Eene derselveren Pakje gevonden en het selve weggenomen hebbende sulx door de bou„ „gineesen gesien was die daar op hadden uijtgeroepen wij sijn omu ongeluckig terwijl de anachoda gelast wordende om de vacken van sijn vaartuijg te openen ten eijnde de onderlading konde werden gesien na vooren geloopen en voor den sergeant Routge blijven staan was teegen hem seggende wat wilt gij verder visi„ teeren gij hebt het alles getien het is niet anders als Capar en verdere Eenige kromme sprongen makende had Eene der Europeesen hem Een slag met Een deegen die egter niet ontblood was op het hoofd toegebragt t geen hem teegen de sijne deed roepen speelt nu omaar amok 't welk ook ten eersten door twee boegineesen van vooren en drie van agteren wierd ondernomen en door deselve twee Europees en ter needer geveld springende de overige Europeesen na van hunne kant meede Een Ilands gelijk 239 van Maccasser Den 11: Junij 1772 Van Maccasser den 11:' Iunnij 1772 gelijk getal Boegineesen te hebben om 't leeven gebragt alle over boord behalven den sergeant en een corparaal die op het vaarthuijg bleeven staan op wien de Bougine„ sen toen aanveelen dat den relatant nog op de Pantjallang de bedrieger sijnde sulks siende de op dat vaartuijg bescheijdene manschappen aangeset had om vuur op de boegineesen te geeven wijl bij den sergeant an„ ders seekerlijk souden hebben vermoord gelijk dan ook door hun was gedaan 't geen soo grooten schrik onder bougineesen hadde verwekt Dat bij hun vaartuijg verlieten overboord sprongen en de vlugt namen en alsoo den sergeant en Cor„ poraal gelegentheid gaaven om de verstrooijde sna„ phaanen der Europeesen weeder bij den anderen te soeken en op de Pantjallang de bedrieger over te stappen waar meede sij sig uit de Rievier en vervolgens na hunne bescheijdene Bodem de Pantjallang de Boreas begaven meede neemende den Relatant nevens den anderen anachoda Labandoe om hunne Passen te besigtigen Dat sulks gedaen verder segt den Relatant dat den anachoda Labandoe met de op sijn vaartuijg dat niet verre daar van dan heeft geleegen sijnde den zergeant des namiddags met den Rela„ tant na de wall was gegaan voorneemens sijnde om bij den Boutonsen vorst te gaan dog dat sij alvoorens sig bij den sergeant Extirpateur Steijnbach vervoegd hebbende sij aldaar van de Boutonders vernamen dat de Poort van het casteel geslooten was waar door des sergeants voorneemen belet wierd Intusschen had hij twee Europeesen na het vaartuijg van de Boegineesen gesonden om het selve aan te slaan terwijl den Relatant vervolgens sijn afscheid genomen en nog dien selfden avond van daar na herwaards vertrocken was sijnde bescheidene
English
From Maccasser, The 11th of June 172— From Maccasser, The 10th of June 172— October 1771. discreet crew members who also witnessed that entire skirmish. Subscribed: Thus related at Maccasser in Fort Rotterdam on this day, the 8th of May, Anno 1772, in the presence of Alexander Whijts and Diederik Deefhout as witnesses; the minute of this has been duly signed by the relator, interpreter, and myself, secretary. Below: Which I attest. Signed: C. Kraane, Secretary. Secret Daily Register. The Queen of Tanette having appeared before me this morning, Friday the 18th, I, after exchanging mutual courtesies, pointed out to her how it seemed to me that the friendship between her and the King of Bonij appeared to have been restored, and that I hoped this might be lasting and tend to the furtherance of broader welfare. Whereupon she replied that His Highness was currently very friendly toward her; that on the occasion of the arrival here of the regent of Loewoe, who still adhered to her interests, she had said to His Highness that she had heard he was the cause of her banishment from that kingdom, but that the prince had sought to persuade her of the contrary and that he even felt much regret over it. Secret Daily Register. Before noon there appeared before me an emissary from the Queen of Tello, Thursday the 17th, to inquire after my health on behalf of his mistress, and subsequently the Queen of Tanette asked for an audience, which I granted for tomorrow morning. From Maccasser, The 10th of June 177— From Maccasser, the 10th of June 177— I further asked her whether there was still any prospect of concluding the marriage between her son Magoesila and His Highness's daughter, whereon she answered that the Princess Aron Palacka had spoken with His Highness about this several times, and though at first he had not listened to it, he had ultimately given no unfavorable answer, adding that since the gifts sent by her son had not yet been returned, there was therefore still hope that it would proceed. Furthermore, she said that the King of Bonij had spoken to her about the Mandharese without, however, revealing his sentiment, and that he had requested her to let nothing of this show to me; she promised at the same time that if she should learn anything further regarding this, she would give me notice of it. Having thanked her for this, the matter seemed to rest there, but after she had taken her leave and had already stood up, she complained that two of her vessels had been plundered by the Mandharese and the crews carried off as slaves, of whom she had only recovered a part and that still for payment; that having made her complaint about this to the King of Bonij, His Highness had advised her to inform me thereof, with the request to be kept in mind when the affairs of the Mandharese should be dealt with, which I promised her. Upon the report received the day before yesterday from the King of Bonij regarding the arrival of the regents of the Maraadjas of Bellanipa and Madjene, etc., I sent the merchant Voll this afternoon to His Highness to point out to him how I would gladly have seen that His Highness had not turned them away, but had given me notice of everything requested by them, demonstrating that fairness also entailed granting them an audience, and requesting that if His Highness could not conveniently receive them now, he would have them obtain an audience with the regent and the tomilalang in order to learn whether they are fully authorized to negotiate concerning the demanded satisfaction and restitution for the bark De Vrijheijd and to what extent they would be willing to satisfy this. From Maccasser, the 10th of June 177— From Macasser, the 10th of June 177— The report of the aforementioned Voll upon his return stated: That His Highness had told him that the Mandharese emissaries had already been to the regent, but that he did not know what had been transacted there. That having replied to this that he would gladly know such in order to be able to bring me a positive answer, His Highness had immediately ordered the tomilalang to inform himself regarding this from the regent, who had merely brought back word that the emissaries were said to have declared to the regent that they had come up here to learn who it was that accused them of the surprise attack on the bark De Vrijheijd, and that the minister had thereupon asked them whether they had then come to litigate with the Company and Bonij. That having answered to this that he could not yet be satisfied with that, the prince in his presence had ordered the Company's emissary Dain Mandjarekie and His Highness's emissary Moento to go at once to the regent with orders to have the Mandharese emissaries come to him and still ask them for a categorical answer whether they were prepared to give satisfaction or not. And that both emissaries had returned with the answer: That the Mandharese emissaries, having been called before the regent, had declared to him in their presence that they would rather pay the demanded sum of 22000 Spanish reals than see their lands and peoples exposed to the devastation of war, and that they therefore wished to bind themselves thereto, even if their princes might be displeased to contribute their share thereto. That His Highness, upon hearing this report, [illegible]
Dutch transcription
241 Van Maccasser Den 11: Junij 172 — Van Maccasser Den 10:' Junij 172 — October 1771: bescheijdene manschappen die geheele schermutseling meede hebben aangesien /:onderstond/ Aldus Gerelateert tot Maccasser in 't casteel Rotterdam op heeden den 8: Maij Anno 1772: ter presentie van Alexander whijts en Diederik Deefhout als getuijgen de minute deeses is behoorlijk door den Relatant Tolk en omij Secretaris onderteekend /:lager:/ quod Attestor /was„ geteekend.:/ C„s kraane secretaris, Secreet Dag Register e koninginne van Tanette heden voor de middag bij vrijdag den 18: mij verscheenen weesende deed ik haar na 't wisselen van weder„ sijds pligt plegingen voorhouden hwve het mij voorkwam dat de vriendschap tussenen haar en den koning van Bonij weder ge„ maakt scheen en ik hoopen wilde dat sulks van duur weesen en tot bevordering van wijder welweesen strecken emogte waar op sij repliceerde dat sijn hoogheijd tegen haar thans seer vriendelijk was dat sij ter gelegentheijd van de herwaarts komste van den rijksbesteerder van Loewoe die als nog haare be„ langen bleef aankleeven aan sijn hoogheid hadde gesegt gehoord te hebben dat hij de oorsaak van haare verstoo„ „ting uit dat rijk was dog dat den vorst haar van het tegendeel hadde twagten te overreeden en dat hij Secreet Dag. Register: voor de middag verscheen bij mij een sendeling van de konin„ Donderdag den 17: „ginne van Tello om uit naam van zijn meestresse na mijne welstand te informeeren en vervolgens liet de koninginne van Tanette om aries vragen het geen ik g'ccordeert hebbe tegen morgen achtend, daar 2243 Van Maccasser Den 10: Junij 177 F van Maccasser den 10 Junij 177 daar over selfs veel leedweesen gevoelde Ik vroeg haar wijders op er nog apparentie waare tot de voltrecking van het huwelijk tusschen haar soon Magoesila en zeijn hoogheits dogter waar op sij diende dat de Princesse Aron Palacka sijn hoogheit verscheiden reijsen daar over onderhouden en deselven er wel in 't eerst niet na geluistert dog eindelijk geen ongunstig antwoord gegeven hadde met bij voeging dat vermits de geschenken door haar soon gesonden nog niet te rug gegeeven waaren er oversulx onog hoope was dat het selve zoude voortgang neemen, voorts sij dat den koning van Bonij haare hadde gesproo„ ken over de Mandhareesen sonder egter sijn sentiment te ontdekken en dat hij haar versogt hadde daar van aan omij niets te laaten blijken beloovende sij tevens om bij aldien sij dierweegens iets naders verneemen mogte er oij kennisse van te sullen geeven waar voor ik bedankt hebbende scheen het hier bij te sullen blijven omaar ona dat sij haar afscheijd versogt Op het eergisteren ontfangen berigt van den ko„ ming van Bonij nopens d' afkomst der Rijksbestierders van de Maradias van Bellanipa en Madjene enz: hebbe ik heeden middag den koopman voll bij sijn hoogheijt gesonden om den selven voor te houden hoe ik gaarne soude gesien hebben dat sijn hoogheijt deselve niet afgeweesen maar van het door haar versogte alles aan mij kennisse gegeven hadde onder vertooning dat de billijkheijd mede bragt om deselve gehoor te hadde en reeds opgestaan waar klaagde zij dat twee harer vaartuijgen door de Mandhareesen geplin„ dert en de Manschappen als slaven vervoerd waa„ ren waar van sij maar een gedeelte en dat onog voor betaaling hadde terug gekreegen dat zij daar over haar beklag bij den koning van Bonij hebbende gedaan sijn hoogheid haar geraaden hadde mij daar van kennisse te geeven met versoek om in gedagte gehouden te worden als men over de saaken der Mandhareesen soude handelen t geen ik haar toe seijde, hadde verlaenen 246 Van Maccaser den 10: Junij 177 Van Macasser den 10: Junij 177 verleenen en met versoek als sijn hoogheijd haar nu niet gevoeg„ lijk ontvangen konde haar dan gehoor te doen erlangen bij den rijksbestierder en somitalang ten einde 't ervaaren of sij vol„ komen gemagtigt sijn om over de geijschte satisfactie en voldoe„ ning van de barek de vrijheijd te handelen en hoe verre sij daar aan souden willen voldaan Het rapport van gem: voll bij de te rug komst dicteerde Dat sijn hoogheid hem getegd hadde dat de Mandhaareesen afgesondenen al reede bij den rijksbestierder geweest waaren dog dat hij niet witte wat daar verhandelt was Dat hij hier op gerepliceerd hebbende sulks gaarne te willen weeten om omij positief bescheijd te kunnen brengen sijn hoog„ heid aanstonds den tomilalang gelast hadde sig dierwegens bij den rijksbestierder 't informeeren die eenlijk tot keer bericht hadde gebragt dat d'afgesonden aan den rijksbestiender souden verklaard hebben herwaarts opgekoomen te weesen om te verneemen wie het waaren die haar aan de overrompeling van de Bark de vrijheijd kenden en dat dien Minister haar daar op ge„ En dat de beide sendelingen waaren te rug gekomen met antwoord Dat de Mandhareese afgesondenen bij den rijksbestierder geroepen sijnde aen den selven in hunne tegenwoordigheid verklaard hadden liever de gevorderde somma van 22000: - Spaanse reaalen te willen opbrengen aan hare Landen en volkeren aan de verwoesting des oorlogs bloot gesteld te sien en dat zij oversulks sig daar toe verbinden wilden of schoon ook hunne vorsten ongenoegen mogten sijn daar toe het haare te Contribueeren, Dat sijn hoogheijt op het aanhooren van dit rapport onge Dat hij hier op gediend hebbende zig daar meede met nog te kunnen vergenoegen den vorst in sijn tegenwoordigheid aan sComp: sendeling Dain Mandjarekie en die van sijn hoogheid Moento bevoolen hadde ten eersten ona den rijksbestierder te gaan met bevel om de Mandhareesen afgesondenen bij sig te doen ko„ „men en haar als nog Catagoriseh antwoord af te vragen op zij bereid waaren voldoening te geeven of niet „vraagd hadde of zij dan gekomen waaren om met de comp: en Bonij te procedeeren vraagd meer