Inventory 3364
Japan · 931 pages · 397 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Makassar, the 11th of June 1772 That His Highness had immediately ordered one of his emissaries to proceed at once to Maros to demand the said woman and child back from the robber and properly hand them over to the husband, with the threat that in case he should again make himself guilty of such undertakings, he would be severely punished. Meanwhile, the License Master Voll informed me that the Queen of Tanette had let him know through the Malay Lieutenant Intje Sedulla That the King of Boni, over the affront done to him by Datu Sidenreng by refusing an audience to Aru Udjung, had ordered the grandees of the realm to deliberate on what ought to be done against this to obtain satisfaction; and that having sat in council over this, and a rumor having meanwhile spread that Datu Sidenreng was about to come hither with a great force of vessels, some had proposed to attack him hostily at once upon his appearance, but that the Ponggawa had opposed this and said Sunday the 26th Nothing occurred that one ought not to be too hasty, but should first wait and see whether he would indeed bring such a large force with him, adding that in case he came with only a small retinue and one attacked him, he would have a fair reason to complain of violence; which had the result that he arrived with only two vessels, passed unhindered, proceeded to Tallo, and arrived there yesterday evening. Intje Sedulla had also told Voll that Datu Pammana had two more suitors besides the Ponggawa, namely the King of Gowa, who had had her courted through his sister the Queen of Tallo, and the Makassarese nobleman Karaeng Candjilo, for whom Aru Palakka had interceded; but that both had been rejected with an answer in the form of a question: what her children would say if she were to marry now, after her husband had left her a great realm and treasures. Monday the 27th From Makassar, the 11th of June 1772 Tuesday the 28th: The Galewangs of Aira, having arrived here with their annual tribute of cloths, handed me a letter from the Bulukumba Resident Moll, notifying that the Karaeng had passed away 21 days ago. Wednesday the 29th Thursday the 30th: Nothing noteworthy happened. Friday the 1st of May: On the occasion of the bark Djidda, which arrived the day before yesterday, I sent the chief interpreter Brugman to Aru Palakka to deliver a sealed letter sent some time ago by His Right Excellency, written by her grandson the former King of Gowa, who is on Ceylon; and upon the return of the said Brugman I received a report that, after she had opened and read it following a referral to the King of Boni, she had expressed great joy at receiving another letter from her grandson, whom she said she had long since put entirely out of her mind, having me thanked for that delivery; to which Brugman further added that, having meanwhile been summoned to the King of Boni, His Highness had asked him from whom the letter or letters came, there being two in the cover, to which he had replied that they had been brought yesterday from Batavia on the bark Djidda. Saturday the 2nd: The King of Boni, while inquiring after my health, had his interpreter hand over to me one of the letters sent yesterday for Aru Palakka, being written in Malay or Arabic, for which I had His Highness thanked. Sunday the 3rd: The Queen of Tanette having notified me through her emissary that the dowry of her son Magusila would be transferred next Thursday, with a request to have him accompanied by some champions and to be allowed to have gongs beaten in the Kampong Melayu around her dwelling, I granted the latter and had her thanked for the communication, with the promise to send the money requested by her on loan to the amount of two hundred rixdollars through Brugman.
Dutch transcription
359 Van Maccasser den 11. Junij 172— Van Maccasser den 11:' Junij 1772— dat zijn hoogheijt aanstonds een zijner sendelingen gelast hadde zig opstonds na maros te begeeven en gem: vrouw en kind van den rover af te vorderen en aan den man weten over te geeven met bedrijging om in gevalle den selven sig weder aan diergelijke onderneemingen mnogte schuldig maaken ernstig te sullen worden gecorrigeerd, ondertusschen bedeelde mij den Licentmeester voll hoe de ko„ oninginne van Tanette hem door den maleijts luijtenant Jntje sedulla hadde laaten bekend omaaken Dat den koning van Bonij over hiet affront hem door datoe bedeenring aangedaan met het mneijgeren van gehoor aan aroe oedjong de rijksgrooten gelast hadde te beraamen wat daar tegen ter erlanging van satiffactie omoeste worden gedaan en dat deselve daar over geseten hebbende en er intusschen een gerugt verspreijd sijnde dat datoe sedeenring met een groote magt van vaartuijgen herwaarts stond te komen sommigen hadden voorgeslagen om hem bij verschijning aanstonds vijandelijk t attacqueeren bog dat den Pongauwa sig daar tegen gekamt en gesegt hadde Sondag den 26 viel niets voor men niet te voorbaarig behoorde te sijn maar voor eerst afte wagten of hij wel so een groote magt soude meede brengen met bijvoeging dat ingevalle hij maar met een gering gevolg kwame en men hem attacqueerde hij billijke reede soude hebben over geweld te klaagen 't geen van dat gevolg was geweest dat hij maar met twee vaartuijgen afgekomen onverhindert gepasseerd en sig naar Tello begeeven en daar gisteren avond aangekomen was /: Ook hadde jntje sedoulla hem voll weeten te seggen dat Datoe Pamana nog twee pae„ tendenten buiten den Pongauwa hadde namentlijk de koning van goah die haar door sijne suster de koniginne van Tello hadde laaten versoeken in de Marcassaars gorins Caanig candjilo voor wien Arve Palacka haar g'interesseert hadde dog dat bij beijde waaren afgeweesen met een vraags wijs antwoord wat haare kinderen wel teggen toude als tij mi ging trouwen daar naar oman haar een groot rijk en schatten hadde nagelaaten dat — Maandag „ 27 1 361 Van Macasser den 11: Iunij 1772 Van Maccasser Den 1 ' Junij 173 woensdag „ 29 donderdag „ 30: Dingsdag den 28: De ylawangs van Aira heben alhier opgekomen met hun Jaarlijks trebit van kleeden overhandigde mij ee brief van den Bolecombas Resident Moll onder bekendmaaking dat min caanig voor 21: daagen overleeden was, niets noteerens waardig gepasseerd vrijdag „ 1: Meij ter gelagentheijd van de opgisteren g'arriveerde Bark D Jda hebbe ik den oppertolk Brugman aan aroe Palacka gesonden ter overgave van een geslaten brief voor Eenigen tijdonij door zijn Hoog Edelheid toegesonden van haar kleen zoon de geweese koning van goah die zig op ceijlon bevind geschreven en bij retour van gemelden Brugman rapport ontvangen dat bij deselve ona over een weeder sending aan den koning van Bonij g'opend en geleesen hebbende betuigd hadde seer verheugd te weesen nog een brief te ontvangen van haar kleen zoon die zij zeijde al voor lange ten eenemaale uit haar gedagten te hebben gesteld mij door die toesending laatenden bedanken waar bij Brugman nog voegde dat hij inmiddens bij den koning van bonij geroepen sijnde sijn hoogheijt hem gevraagd hadde van wien de brief of brieven al weesende en twee in 't Couvert kwamen en dat hij daar op gediend hadde dat z' gisteren met de bark djda van Batavia was aangebragt, liet den koning van bonij onder informatie naar mijne Zaturdag den 2: welstand door sijn tolk aan oij overhandigen en der op gisteren gesonden brieven voor Aroe Palacca sijnde init maleijts of arabisch geschreeven waar voor ik sijn hoogheid hebbe laeten bedaenken De koningine van Tanette omij hebbende laaten ken Sondag „ 8: „misse geeven door naar sendeling dat de bruijdschat van haar zoon Magoeseela aanstaande donderdag soude worden overgebragt met versoek om den selven door eenige voor vegters te doen versellen en in de campong Malaijo om„ trand haar woonig op gommo gommen te mogen laeten slaan hebbe ik het laatste g'accordeert en voor de commu„ nicatie haar doen bedanken met belofte om het door haar ter leen gevraagd geld tot een somma van Twee hondert rijxds Brugman Sp s
English
363 From Makassar, 11 June 1712 — From Makassar, 11 June 1712 — Wednesday dollars, wherefore he sent me word that he was extremely embarrassed, and promised to send them. Monday the 4th: Nothing occurred. Tuesday the 5th: The under-interpreter Blij was sent to the Queen of Tanette to deliver the 200 Spanish rixdollars requested on loan by Her Highness, and this in rupees as there was no other currency, for which she politely expressed her thanks, promising to repay me that sum as soon as she has returned to Tanette. Wednesday the 6th: Sent back the letter received on the 2nd of this month from the King of Boni with the chief interpreter Brugman, in order to inquire, while offering thanks for the opportunity to read it, whether the other one also contained anything special. Upon his return, I received report that His Highness had stated that they were of the same content, except that in the second one some greetings were extended to the family of the late King of Gowa. Thursday the 7th: The dowry of the Tanetterese Prince Mangoesila. Thereafter His Highness, through his interpreter Moentoe, requested commissioners, which I accepted; pursuant to which Aroe Oedjong appeared in the afternoon to announce that His Highness, having yesterday afternoon received the dowry of the Tanetterese Prince Mangoesila, consisting of three catties and three taels in cash together with three slaves, had transferred it to the house of the King of Boni for the Tanetterese. Friday the 8th: Having given notice to the King of Boni through the chief interpreter Brugman of the receipt of a letter brought from Batavia by Their High Nobilities for His Highness, in order that it may be fetched when it will suit him, with the pretext that it had not yet been taken off board because the leakage of the vessel had prevented the sending of commissioners thither, and that this would take place tomorrow according to the customary practice. 365 From Makassar, 11 June, in the year 1712 — From Makassar, 11 June 1712 — had presented to him how he expected: Firstly, that the said Mangoesila should clean his house, meaning thereby that he must rid himself of all other women; Secondly, that his future wife should not merely receive a corner of the house, but the whole of it, that is, that he should treat her as a noble woman and not as a common concubine; and Thirdly, that whenever a son is born of this marriage, he must be named Crown Prince of Tanette. Under an appropriate compliment of congratulations, I instructed the envoy to thank His Highness for the courteous communication. Having accepted this, he further reported to me that the Wadjorese in the Buginese camp having requested his master that the Company's subject, the fellow Wadjorese Lamadang, might be appointed as their matoah or chief, His Highness gave me notice thereof with the request to consent thereto; which I then did. And to the complaints made by him at the same time in the name of his masters, that the boom lessee did not govern himself in the valuation of goods upon import and export according to what was stipulated in the conditions concerning it, I replied that nothing of this had come to my notice until today, that the merchants were at liberty to submit their complaints if the lessee did not treat them properly, and that I would then maintain their rights as well as guard against all extortions. Having made inquiries here and there, I was informed that the Ponggawa comes daily and often stays until late at night with the Queen of Tanette, and is received not unfavorably by Her Highness as well as by her daughter Datoe Pamana, and that he among other things was said to have remarked that he cared little about his brother, Aroe Ponre, and Datoe Baringang, who it is said are trying to thwart him, since he was relying on the Company; from which it seemed to me, along with others, that he his [illegible] possibly might well
Dutch transcription
363 Van Maccasser den 11. Junij 1712 — Van Maccasser den 1:' Junij 172 — woensdag „ sp:s waarom bij mij liet weeten ten uijtersten verleegen te weesen te zullen toe zenden, Maandag den 4: Niets gepasseert Dingsdag „ 5: Den ondertolk Blij aan de koninginne van Panette gesonden ter besorging van de door haar hoogheid ter Leen versogte 200 rd:s spaens en sulks in ropias als geen paijement hebbende waar voor sij vriendelijk liet bedanken met toetegging van mij die somma te sullen restitueeren als zij op Sanette sal weesen te rug gekeerd 6: den brief op den 2: deser van den koning van Bonij ontvangen te rug gesonden men den oppertolk Brugman om onder dankoetuiging voor de gegeeven lectuure te verneemen op d' andere ook tels bijsonderes mogte behelsen ontving ik bij sijn retour berigt dat sijn hoogheijt gesegd hadde datz van eene inhoud waaren behalven dat bij de tweede nog Eenige groetenisse gedaan wierden aan de famillie van den gew: koning van goah Donderdag „ 7: Is de bruijdschat van den Tanetterees Prins Magoesila Hier na liet sijn horgheit door sijnen tolk Moentoe alles versoeken voor gecommitteerden die ik geaccepteert hebbe ingevolge van 't welke des nademiddags verscheenen is Aroe oedjong ter bekendmaaking dat zijn hoogheit gisteren nademiddag ontvangen hebbende de bruitschat van den Tanetterees Prns Magoesila bestaande en drie katjes en drie Thail contanten nevens drie slaeven aan de Janevereesen door den oppertolk Brugman aan den koning van bonij ken, vrijdag den 8: misse hebbende doen geeven van den ontvangst eener missive van haar hoog Edelheedens te Batavia voor sijn hoogheid aangebragt ten eijnde te kunnen worden afgehaeld als het ham gelegen sal komen, mets bekendmaeking quasi dat deselve nog niet van boord gehaald waare mits de leckagie van de bark verhinderd hadde gecommitteerdens derwaarts te senden en dat sulks morgen met het gewoone gebruik soude gevolg neemen op het huijs van den koning van Bonij overgebragt hadde - 365 Van Maccasser den 1:' Junij A„o 172 — Van Maccasser Den 1:' Jnij 177 — hadde voorgehouden hoe hij in verwagting was P„o Dat danig Mangoesila sijn huijs soude schoon maaken daar meede bedoelende dat hij sig van alle andere wrijven moet onteren 2„o Dat sijn aanstaande vrouw niet enkel een hoek van het huijs maar het selve geheel soude moeten krijgen dat is dat hij 2 als een voornaame vrouw en niet als een gemeen bij zet soude moesten tracteeren en 3„ Dat wanneer er eensoon uit dit huwelijk word gebooren denselven tot kroon Prins van Tanette moesten worden benoemd, Ik gaf den gesondene onder een gepast compliment van geluk wensching inmandatis om sijn hoogheid voor de beleefde Communicatie te bedanken het geen hij aangeno„ omen hebbende berigte hij mij nog dat de madjoreesen in de Bougineese Campang sijn meester versogt hebbende dat sComp: onderdaan den meede wadjorees Lamadang tot hunnen Matoca of hoofd mogte worden aangesteld sijn hoogheid mij daar van liet kennisse geeven met versoek omer in toe te stemmen 't geen ik dan gedaan en op de door hem uijt naam van sijn Meesters daar onevens gedaane klagten dat den boomspagter sig in het prijseeren der goederen bij in en uitvoer niet soude reguleeren na dat daar omtrend vast gestelde bij conditien in antwoord gediend hebbe dat mij daar van tot heden niets ter kennisse gekomen sijnde het de Negotianten vrij stond om hunne klagten in te brengen als den Pagter haar niet wel behandelde en dat ik haar dan so wel maintineeren als tegen alle extoroffen waeken soude Nagedaane vraege aan deese en geenen g'informeerd zijnde dat den Pongauwa dagelijx komt en zelfs dik„ „maals tot laat in de nacht blijft bij de koninginne van Tanette en door haar hoogheid zo wel als door haar dogter Datoe Pamana niet ongunstig ontfangen word en dat hij sig onder anderen eens soude hebben uijtgelaaten sig zijner Broeder en Arou Ponre en Datoe Barin„ „„gang die men segt dat hem den voet soeken dwars te setten weijnig te bekreunen mog te weesen dewijl hij op de comp: was steunende waar uit omij nevens anderen toegescheenen sijnde dat hij sijn orgiwit mogelijk gedaane wel
English
367 From Makassar the 11th June 172 — The 11th June 173 from Makassar could well achieve, so, in order to have well-founded reasons in case the queen of Tanette should in time complain about her treatment in this matter, to convince her that one had not failed to warn her and that she would have only herself to blame, I gave the merchant Voll instructions, on the occasion of her paying a visit this afternoon to the captain of the Malays, to go there pretending he had arrived by chance, so as to arouse all the less suspicion among her subordinates and to sound out her true intentions, as well as to present to her most emphatically, yet at the same time with all possible circumspection, my apprehensions regarding the detrimental consequences of this marriage. Pursuant thereto, the said Voll went in the afternoon to the Malay captain's house, and having found the queen there, brought me the following report: That having found the queen sitting there somewhat apart from her retinue, he immediately took the opportunity to converse with her first about this and that indifferent matter, and subsequently to turn the subject to marriage, asking her whether there was any truth to the current rumors that her daughter Datoe Pamana was about to marry, and indeed with the Pongauwa, to which Her Highness answered that the Pongauwa's inclination had indeed once been conveyed to her from afar, but that she had paid little attention to it; but that, on the contrary, the king of Goah and the Makassarese Prince Crain Candgilo had proposed marriage for Datoe Pamana, the former through his sister the queen of Tello and the other through Arou Palacka, who had also asked for her daughter themselves, but both had been refused. That thereupon, reiterating that the rumors concerning the Pongauwa were becoming general, he had in every possible way presented to her the necessity of being cautious and of considering the matter carefully, as a dangerous snake might easily lurk under this grass, while immediately one 369 From Makassar the 1st June 1712 — From Makassar the 1st June 1712 — one at the same time heard it said that her son the Poenlipoeb of Soppeng would not gladly see such a thing, and that from that alone great misfortunes could arise which would quickly bring Her Highness to remorse, notwithstanding that she could not expect much from the affection of the king of Boni in consideration of her dethronement from Loewoe; that he had therefore requested, admonished, and advised her to exercise the utmost care and prudence, giving her to understand that she would easily comprehend that all this did not originate from his own head, but from someone who was constantly intent on promoting the welfare of herself and her family, along with that of the country and people; and that if, therefore, she was unwilling to listen to this wholesome counsel and admonitions, she would have none other than herself to blame for all the misfortunes that might arise therefrom. That Her Highness, having listened to everything with composure, expressed her most heartfelt thanks for the care shown toward her person and family, Sunday the 10th nothing happened that is noteworthy Monday 11th Tuesday 12th Chief Interpreter Brugman brought me a report that Wednesday 10th and testifying that what had been presented to her was the truth, she had said that she was indeed not yet inclined to give her daughter to any of the aforementioned three suitors, but that one could nevertheless not know what Heaven's dispensation might be in time, adding that she was abundantly convinced of the falseness of Boni's ruler toward her person; from which Voll, having taken the opportunity to ask her whether, in case His Highness should in time come to request her daughter's hand in marriage for the Pongauwa, she would flatly refuse or consent to it, she had found herself so embarrassed that she could not answer, whereupon he had requested her to keep the conversation secret and had subsequently departed. and
Dutch transcription
367 Van Maccasser den 11: Iunij 172 — Den 11e. Junij 173 van Maccasser wel sou kunnen bereiken so hebbe ik om grond van reden te hebben ingevalle de koninginne van Tanette zig in der tijd haar gedoente in deesen in deesen beklaagen mogte haar te overtuijgen dat men niet ingebreeke gebleeven zijnde haar te waarschouwen zij sig alles zelve te wijten hebbe den koopman voll imandatis gegee„ ven om ter geleegentheijd dat sij heden middag een visite bij den capitain der Maleijers staat af te leggen, derwaarts te gaan sig gelaetende of hij er toevallig kwam om zo veel minder verdenking bij haare onderhoorige te ver„ wecken en haare waare intentie te polsen mitsgaders als nog mijne beduchting voor de nadeelige gevolgen van dit huwelijk op het aller nadruckelijkste dog teffens met alle mogelijke omsigtigheid voor te houden Gemelden voll sig ingevolge van dien in den namiddag bij den capitain maleijer begeeven en de koninginne daer gevonden hebbende bragt mij het volgende voor rapport, Dat hij de koninginne aldaar een weijnig afgesondert van haar gevolg hebbende vinden sitten de geleegentheid aanstonds omtrest hadde om haar eerst over deese en geen onverschillige saaken te onderhouden en het vervolgens te brengen op het stuk van trouwen mitsgaders daar op gevraagd hadde of er iets was aan de Loopende gerugten dat haar dogter Datoe Iamana stond te huwelijken en wel met den Pongauwa en dat daar op door hoor hoog„ heijd was g'antwoord dat men haar wel eens als van verre da Iongauwas inclinatie te kennen gegeeven dog dat zij sig daar aan weijnig gestoord hadde maar dat daar en tegen de koning van goah en den Macassaars Prins Crain candgilo haar om Datoe Pamana ten huwelijk hadden doen versoeken d' eerste door sijn suster de koninginne van Tello en den anderen door arou Palacka die ook zelfs haare dogter gevraagd hadden dog beide gerefuseert waaren Dat hij hier op onder herhaaling dat de gerugten omtrend den Pongauwa algemeen wierden haar op alle mogelijke wijse de noodsaakelijkheid voorgehouden hadde om voortigtig te wesen en sig wel te bedenken ter saake en ligtelijk onder dit gas een gevaerlijke slang konde schuijlen terwijl aanstonds men 369 Van Maccasser Den 1: Junij 1712 — Van Maccasser Den 1: Junij 1712 — men teffens hoorde spreeken dat har zoon den Poenlipoeb van soping zulks met gaarne zien soude en dat daar uit alleen groote onheijlen soude kunnen spruijten die haar hoogheit al schielijk tot bevouw soude brengen ongeacht dat bij van de genegentheid van den koning van bonij niet veel konde ver„ „wagten uit aanmerking van haare detroneering uit Loewe dat hij haar dierhalven versogt vermaand en geraaden wilde hebbe d' uijterste om en voorsigtigheid te gebruijken onder te kennen gave hoe sij lichtelijk soude begrijpen dat dit alles niet uijt sijn eigen kooper kwam maar van ee„ mand die er steeds op uit was om haar en haere fa„ milles welstand nevens die van het land en volk te be„ hartigen en dat bij dierhalven na deese heijlsaame raad en vermaeningen niet willende luijsteren sij alle onkeijlen die daar uit er mogten ontstaan niet anders dan aan haar selve te wijten soude hebben Dat haar hoogheid alles met bedaardheid aan gehoord hebbende voor de voorsorge die omtrend haar persoon en famellie gebruikt wierd op het hertelijkste bedankt 1sondag den 10 niets gepasseerd dat noteerens maardig is Maandag „ 11: 12: Dingsdag „ Bragt den oppertolk Brugman mij bericht dat woensdag „ 10: en onder betuijging dat het haar voorgehoudene de waar„ heijd behels de gesegt hadde dat sij wel als nog niet geneegen was haar dogter aan den van de voorm: drie pretendenten te geeven dog dat men egter niet weeten konde hoedanig Thomels beschicking in der tijd weesen soude met bij voeging dat sij van de valscheid van Bonijs vorst om„ trend haar persoon overvloedig overtuijgd was waar uijt voll gelegentheid genomen hebbende haar te vra„ „gen of ingeval sijn hoogheid haar in der tijd eens om haar dogter voor den Pongauwa ten huwelijkeham te versoeken sij het selve finaal weijgeren of er in toestemmen soude so hadde bij sig dermaaten verlegen gevonden dat sij er niet op konde antwoorden wan„ neer hij haar nog versogt hadde discours geheijm te houden en vervolgens vertrocken was en
English
From Makassar, 11 June 1773. From Makassar, 1 June 1773. Friday the queen of Tello had gone to visit the king of Boni, Thursday the 14th: nothing occurred. The 15th: In the afternoon, the king of Gowa sent to inquire about my health through his interpreter Borra, who also added that his master had long been inclined to pay a private visit, but had been prevented by indisposition; that he was now recovered, but was afflicted with an eruption of pimples. Having expressed my thanks for this polite inquiry, I charged the interpreter to tell his master that I was sorry for his illness, that his visit would be agreeable to me, but that the imminent departure of the vessels for Batavia presently gave me so much business that I could hardly spare the time, and therefore hoped that his highness would postpone his arrival for some time. Saturday the 16th: Today in the early morning, the chief interpreter Brugman departed for the courts of Gowa and Tello in order to convey to the former, in my name, the fine of 44 Spanish reals in which the gallarang of Moncongkomba was condemned for the violent abduction of a subject from one of the king's negorijen, about which this court caused a protest to be made on 7 December last and requested satisfaction; and to present to that of Tello the groundlessness of the complaints made on the same day regarding the detention of eight of her subjects by the gallarang of Lessang and the taking and handing over of a certain paddy field to one Karaeng Bilang, all of which was so found upon the investigation made by the Maros resident Van Rossum, as per his report of 26 December aforesaid, to be found among the appendices. The same having subsequently returned, he reported to me that Gowa's prince, expressing great joy over the observance of the old custom, sent very friendly thanks for the given satisfaction and the maintenance of justice. Likewise, that the queen of Tello also gave thanks for the information provided and declared that she had not known otherwise than that the paddy field in question had been granted to her predecessor by the Lord Todammang and elder Smout, and that the aforesaid eight persons were her subjects; but since the contrary had appeared from the investigation, she could have nothing against it. In the afternoon, the king of Boni informed me through his interpreter Muntu that he had made everything ready for receiving Their High Excellencies' letter, with the request to know when it would be convenient for me to deliver it; whereupon I let his highness know that I would expect the commissioners next Monday morning at nine o'clock. Sunday the 17th: Nothing happened. Monday the 18th: Pursuant to the audience agreed upon the day before yesterday, the principal grandees of the realm of the king of Boni appeared today in the Castle and within the council chamber, consisting of the Tomilalang, the Ponggawa, Arung Sanre, Datu Baringeng, Arung Ujung, Arung Tiboj, Arung Berru, Arung Pasiada, and the gallarang of Bontuala, alongside some royal children. The first two of these, having been fetched from before the water gate and escorted inside by the merchant council members Raket and Voll, after taking their seats, made known the purpose of their coming, which was answered by me in fitting terms with the handing over of the letter; whereupon they departed under the customary military ceremonial and escorted by the aforesaid merchants Raket and Voll, after I had first been told that his highness had again not been too well yesterday, having had a strong fever, concerning which I sent him wishes for a speedy recovery. After this, having likewise previously requested an audience, the shahbandar of Gowa appeared before me to express thanks, according to custom, in the name of the king and grandees of the realm for the satisfaction concerning the deed of the gallarang of Moncongkomba; to which I replied that the satisfaction taken therein by the same was pleasing to me, and that I did not wish to doubt that his highness in such cases would act in the same manner towards the Company, and subsequently gave him his dismissal. Afterwards, the Boni interpreter Muntu also came to me.
Dutch transcription
371 Van Maccasser Den 11 Junij 1773 —. Van Maccasser den 1:' Junij 172— Vrijdag de koninginne van Tello sig ter visite bij den koning van Bonij hadde begeeven, Donderdag den 14: viel niets voor „ 15 Des nademiddags liet den koning van goah na mijne gesondheid informeeren door sijnen tolk Borra die er teffens bij voegde dat bij merter al voor lange g'inclineerd geweest dog door in dispositie belet sijnde een particuliere visite af te leggen thans wel weder hersteld dog met uijtslag van puijten gequeld was voor welke beleefde na vrage dank hebbende laaten betuijgen gaf ik den tolk last zijn meester te seggen dat mij sijn siekte leet geweest zijnde mij sijne visite aangenaam soude sijn dog dat het ophanden zijnde vertrek der vaartuijgen na Batavia mij thans so veele besigheeden verschafte dat ik den tijd met vel konde uijtbreeken en dier halven hoopte dat sijn hoogheid zijne komst onog Eenigen tijd soude uitstellen Zaturdag „ 16: heden in den vroegen morgen is den oppertolk Brugman na de hoven van goah en Tello vertrocken om aan het eerste uit mijn naam over te brengen de boete van 44: sp=s reaalien waarin de barang van Montjong komen is gesondern „meert over het geweldadig weghaelen van een onderdaan uit een van 'skonings Negorijen, waar over dit hof den 7: decemb„r Laastleden heeft laaten doteeren en satisfactie versoeken: en om dat van tello voor te houden de ongegrondheid der ten„ selve dage gedaane klagten over de aanhouding van agt haare onderdaanen door de glavrang van Lesang en het weg neemen en overgeeven van seeker padij veld aan eenen Care Bilang welke een en ander sodanig bij gedaen ondersoek bevonden is door den Maros resident van Rossum bij desselfs berigt van den 26: december voormeld onder de bijlagen te vinden Den selven vervolgens te rug gekomen zijnde bragt mij tot rapport dat goaks vorst onder betuijging van seer verblijd te zijn over de nakoming van het oude gebruikt voor de gegeeven Satisfactie en de mainctenue zeer vriendelijk liet bedanken Mitsgaders dat de konigine van Pello voor de gegeeven informatie almeede bedankt en betuijgd hadde niet „beter geweeten hebbende dan dat het bewuste padij veld door reaalen den 373 Van Maccasser den 1: Junij 172 — Van Maccasser Den 1:' Junij 1742— Sondag den 17: Maandag „ 18: dan her Sodumwra en oldovenrte smout aan haar poredes„ seur vergund was en de voorsz: agt persoonen haare onder„ daanen waaren zij mits dat bij't ondersoek ten contrarie ge„ bleeken daar tegen niets hebbende konde Snademisdags liet den koning van Konij mij door sijn tolk Moentoe kennisse geeven alles tot afhaal van haar hoog Edelheedens brief in gereedheid te hebben gebragt met versoek om te mogen meeten wanneer t o mij gelegen soude komen z af te geeven waar op ik sijn hoogheid hebbe laaten weeten dat ik de gecommitteerden soude wagten tegen aanstaande Maandag voormiddag ten riegen uuren Niets gepasseerd Ingevolge het op eergjisteren g'accordeerd arces sijn heede in 't Casteel en binnen de vergader zaal verscheenen de voor„ naamste Rijksgrooten van den koning van Ronij, be„ bestaande in den Tomilalang den Pongaura Arou sonre Datoe Baringang Arvu oedjong Arou Tha, Arou Broe, Arou Pasiada en den glavrang van Hontuala nevens enige konings kinderen welke beijde eerse door de kooplieden raadsleden Raket en voll van voor de water voort af„ gehaald en binnen geleid geworden sijnde na genomen zitplaats het oogmerk hunnen komste te kennen gaven t geen door mij in gepaste termen b'antwoord wierd met overgave van den brief waar omeede z' onder het gewoone militair ceremonieel, en uitgeleijd door voorm: kooplieden Raket en voll vertrooken ona dat mij nog alvoorens getegt was dat sijn hoogheit giteren weder omet al te wel geweest was als sterk geformeerd hebbende waar omtrend ik denselven beterschap liet toewenschen Heer na verscheen na almeede voor af versogt acces bij mij de sja„ bandhaar van goah om na het gebruik dank te komen be„ tuijgen uit naam van den koning en rijksgrooten voor de satisfactie over het bedrijf van den glarvang van Montjong komba waar op ik diende dat mij het genoegen door deselve hier ingenomen aangenaam Eijnde ik niet twijffelen wilde op sijn hoogheijd soude indurgelijke gevallen omtrend de comp: in selver voegen handelen en hem vervolgens zijn afshid gaf: vervolgens quam ook onog bij mij den bonijs tolk kooplieden Moentoe
English
From Makassar the 11th of June 172— From Makassar the 11th of June 172— Tuesday the 19th: I sent the junior merchant Pietersz to inquire after the health of the King of Boni and, expressing gratitude for the granted reading, to deliver to His Highness the letter received from him yesterday, who upon return brought me report that the monarch was better again. Wednesday the 20th: nothing noteworthy occurred. Monday the 25th: Moentoe, handing over to me on behalf of his master the original Dutch letter written by their High Excellencies to His Highness, with the declaration that he gladly wished that the Shahbandar Voll might assist him in translating the same into Bugis; whereupon I answered that the same would gladly do so if His Highness would only send it to him. Tuesday the 26th: this morning the merchant and license master Voll came to inform me how the Pongauwa had just before sent the Boni interpreter Moentoe to him, to tell him that he, Pongauwa, already since a few days and especially since the consummation of the marriage of the King's daughter with the Tanete Prince Magoesila, which had been last Saturday the 23rd of this month, had noticed that he had fallen into disgrace with his said father, and that all his brothers were opposed to him, being intent on seeking his ruin; that he was in fear of finding himself forced to have to leave the court, therefore requesting to know positively whether he would find protection with the Company in such a case or not. To which Voll had caused him to be answered that he could just as little penetrate the reason for that request as declare himself upon the same, as nothing was known to him of the King's displeasure, while the conduct of his brothers, being mostly child's play, ought not to cause him any untimely fear; but that he had at the same time said to the interpreter that he would consider the matter further, having ordered him to return the following day. Concluding from this that something must have happened or be afoot, I gave the merchant Voll orders to investigate this, if possible, through a trusted person, for which the Wajo prince Lamadang was found to be the most capable, as he was well-regarded by the Pongauwa as well as by the King. Wednesday the 27th: whereas the receipt of payment of the currency from West Friesland with the bark Djida meets with some obstacles in circulation among the natives, I have this morning, after previously having requested access, sent the merchants Raket and Voll to the court of Boni, and the junior merchants Monsieur and Kraane to that of Gowa, in order, while showing some of those double stivers which, though somewhat smaller, are of equal weight to those of the common Holland currency, to request that the same might be declared current among their subjects, as they would likewise be accepted by those of the Company. From the report of both the first and the latter commissioners, it appeared that the princes, upon acceptance and inspection of the coin, had granted and promised the request. Furthermore, the merchant Voll reported to me that, following what was commanded of him yesterday, having instructed the Wajo native Lamadang to make all possible inquiry into the reason for the Pongauwa's fear and apprehension of his father's displeasure, this man had been able to tell him yesterday evening that it was for no other reason than that the Pongauwa wished to marry the widow Datu Pamana, since Arou Palakka, grandmother of the King of Gowa, undoubtedly out of spite that her request for the marriage of that princess with the Makassarese Prince Craeeng Candjelo had been rejected, tried to put him in a bad light with his father, having charged him with colluding or maintaining a secret understanding with the Datu of Soppeng Mappa; but that he, Lamadang, felt assured that the King's displeasure was only outward to give satisfaction to Arou Palakka. To which Voll added that the Boni interpreter Moentoe, having come to him again this morning to learn a further reply to his message of yesterday, he had instructed the same to tell the Pongauwa that, far from being able to think that the same had well-founded reasons of apprehension for his father's displeasure, one felt assured here
Dutch transcription
325 Van Macaser Den 11: Junij 172 — Van Maccasser den 11:' Junij 172 — woensdag „ 20: mot Dingsdag„ Maandag „ 25 Moentoe mij uit enaam van sijn meester overhandigende d' origi„ „meel needer duijsche brief door haar hoog Edelheedens aan sijn hoogheijd geschreven met betuiging dat hij gaarne wenschte dat den sjabandhaer voll hom in't translateeren van deselve in 't bouginees mogte helpen waar op ik diende dat den selven sulks gaarne doen soude als zijn hoogheid z hem maar wilde Dingsdag den 19: hebberk den ondertoek Pieters: gesonden om ma de welkand van de koning van brig te vernamen en onder dankzegging voor de gequen„ lectuure aan sijn hoogheid te inhandigen de op gisteren van den selven ontvangen brief die mij bij retour bericht bragt dat den vorst weeder beeter, was niets nooteren waardig voorgevallen 26 heeden morgen kwam den koopman en Licentmeesters voll mij kennisse geeven hoe den Pongauwa even bevoorens den Bonies Tolk Moentoe bij hem gesonden hadde om hem te zeggen dat hij Pongauwa al zedert eenige daagen en inson„ derheid zedert de voltrecking van het huwelijk van t'khonings dogter met den Tanets Prins Magoesila zijnde gegeweest voorleeden Saturdag den 23: deser gemerkt hadde dat hij bij gem: zijn vader in disgratie was geraakt en dat alle sijne broeders tegen hem gekant er op uit sijnde om sijn bederp te soeken hij in bedugting was zig genoodsaakt te sullen vinden om het hoff te moeten verlaeten oversulks versoek doende om po„ sitive te mogen weeten of hij in zoodanig geval bij de com„ pagnie protectie soude vinden dan niet op het welke bij voll hem hadde doen antwoorden dat hij soo min de reden van dat versoek penctreeren als zig op het zelve verklaaren konde alsoo hem van skonings misnoegen niets bekend was terwijl het gedrag zijner Broederen, als meerendeels kinderwerk ƒ zijnde hem geen ontijdige vreese behoorde aan te gaagen; dog dog dat hij teffens aan den toek gesegt hade „ oven zijne gedagten nader te zullen laaten gaan, hem bescheijden hebbende om der anderen daags weder te komen, Hier uit opmaakende dat er iets moest gepasseert of gaande weesen so gaf ik den koopman voll inmandatis om sulks des mogelijk door een vertrouwde te doen uijt„ dogter vorsten toesenden 377 Van Maccasser den 11:' Junij 172 — Van Maccasser Den 1 Junij 17 vorschen waar toe den wa prae Lamadang als so wel bij den Pongauven als bij den koning gesen de bequaamte wired g'onde woendag den 27 Mits den ontfangst van paijement van de munt wett friesia met de bark djda dat in de uitgave Eenige otstaculen onder den Jnlander ontmoet hebbe ik heden morgen na voor af versogt acces de kooplieden Raket en voll na het heff van Bonij en de onderkoop lieden Monsieur en kraame na dat van goak gesonden ten eijnde onder vertooning van eenige dier dub„ beltje die schoon mat kleijnden even wigtig zijn als die van de gewoone munt hollandier te versoeken dat deselve gangbaar mogte worden verklaard bij haare onderdaanen gelijk ze bij die van de comp: insgelijx soude worden aangenomen Bij het rapport so van de beide eerste als laaste gecommitteerdens bleek dat de vorsten onder acceptatie en besigtiging van de munt het versoek toegestaan en belooft hadden. voorts berigte mij den koopman voll dat hij ingevolge het hem op gisteren gevemandeerde den wadjorees Lamadang gelast hebbende om alle mogelijke navorsching te doen na de reeden van des songauwas vrees en beduchting voor sijns vaders misnoegen deese hem gisteren avond hadde weeten te seggen dat het nergens anders om waere dan dat den Pon„ gauwa wilde trouwen met de weduwe dat oe Pamana vermits Arou Palacka groot moeder van den ge„ sen koning van goah ongetwijffeld uijt spijt dat haar versoek om het huwelijk van die Princesse met den Ma„ cassaars Prins Craeeng Candjelo was afgeslagen den selven bij sijn vader in een swart bladjen tragte te bren„ „gen hem ten laste gelegt hebbende dat hij een Lijntje trok of gehemn verstand hield met den Ioenlipoe E van Soping Mappa dog dat hij Lamadang sig verseekend hield dat 'skonings misnoegen maar voor het uijterlijke was om Arou Palacka genoegen te geeven waar bij voll voegde dat bonijs tolk Moentoe heden morgen weder bij hem gekomen sijnde om nader bescheid op zijne boodschap van gisteren te verneemen hij denselven ge„ last hadde den Pongauwa te seggen dat wel verre van te kunnen denken dat denselven gegronde rieden van bedugting hadde voor sijn vaders misnoegen omen sig verseekerd vaders hier
English
From Maccasser the 1st of June 1733. — From Maccasser the 1st of June 1733. — held that it would never go so far that he would find himself forced to leave the court, or at least that there would always be plenty of time, in case it should happen contrary to expectation, to address himself to the governor, to whom Voll overzealously declared he could not yet give notice of his message on such flimsy grounds as were presently adduced by him, but that he advised him to perform his office just as before and to appear at court according to custom and pay his respects to the king. Likewise, it was told to me by the aforementioned Voll that the king of Bonij had presented to him this morning that his subjects as well as children and grandchildren had made their complaint that in the present time a multitude of his subordinates were being stolen, that he was apprehensive that if this continued it would have bad consequences, since they would sometimes not listen to his orders, wherefore the same Thursday the 28th: Nothing happened that deserves recording. Friday the 29th: Saturday the 30th Since nothing has yet come of the payment of the imperial debt recently promised by Bonij's imperial administrator, I sent the chief interpreter Brugman to him once again to remind him of the same, and how notice thereof might be given to the governor in private, which His Highness had declared he had wished to refer to rather than sending commissioners to complain about slave theft or the unlawful purchase by Company subordinates contrary to the laws, while he in the meantime, having sent for a copy of the latest edict against all purchasing of slaves by burghers without prior knowledge of the interpreters, had said what all such orders could possibly help if they were not enforced, which he, Voll, having left unanswered, had only undertaken to report to me. [illegible] I 6 381: From Maccasser the first of June Anno 1733. / I found myself obliged to speak to him repeatedly, since Their High Excellencies would certainly think that I did not do my duty toward the collection, with the request that he positively declare himself to pay off at least a part for the present, so that I could convince Their High Excellencies that the fault did not lie with me; whereupon Brugman reported back to me that the said minister as yet requested a postponement until such time as the circumcision should be completed, at which point he would do his best to pay it off. Sunday the 31st: Nothing occurred /:underneath stood:/ Agreed /:was signed:/ J: I:n Voll: sworn clerk:— Nagelary aerman N:. Secret Java's East Coast Anno 1772 Java's East Coast. Separate missive from the Governor van der Burgh to Their High Excellencies dated 7 March 1772. - - - - - - - - - . Page 1 along with Its Appendices Separate missive from and to as above dated 18 March 1772. along with Page 69. Its Appendices Separate Missive from and to as above dated 1 April 1772. . . . . . Page 123: along with Its Appendices.. . .. Separate missive from the Governor van der Burgh to Their High Excellencies dated 20 April along with Page 55 Page 131 . Page 183. Their Appendices Missive from and to as above dated 9 May 1772. . . . . . . . . . . . Page 245: Short account of the Javanese woman Ombok Wedjojo /:alias Mina of the 2nd of . . . . . . . . . Page 253. . . . ... May 1772. and Page 255: A ditto of 3 May Account of the Javanese Katjoen who ran with the Cramans, of 3 May 1772 Page 257 Page 258 Answered interrogation of the aforementioned Ombok on 3 May 1772... - . Page 261: . . Copy translation Javanese writing - - - - -- - Copy translation Javanese letter from Radeen Aaipattij Danoe Ridja to Radeen Tommog: Karta na die C: S: of 5 May 1772 - - - - - - Page 263. Extract Separate letter from the Commander Luzac to Mr. van der Burgh dated 2 May 1772. . . . . . .. . . . . . Page 195: Page 29: Copy Register . . . . . . . . . Page: . 265 Java's East Coast Separate missive from the Governor van der Burgh to Their High Excellencies dated 7 March 1772. - - - - - - - - . Page 1 along with Its Appendices. Separate missive from and to as above dated 18 March 1772. . . . . . Page 55 along with Its Appendices Separate Missive from and to as above dated 1 April 1772. . . . . . Page 123: along with Page 131 Its Appendices.. Separate missive from the Governor van der Burgh to Their High Excellencies dated 20 April. . . . . . . . . . . . . . . . Page 183. along with Their Appendices Missive from and to as above dated 9 May 1772. . . . . . . .. Short account of the Javanese woman Ombok Wedjojo /:alias Mina of the 2nd of . . . - - - - . . . . . . . . . . . Page 253. May 1772. and Page 255: A ditto of 3 May Account of the Javanese Katjoen who ran with the Cramans, of 3 May 1772 Page 257 Page 258 Answered interrogation of the aforementioned Ombok on 3 May 1772. Page 261: . . . Copy translation Javanese writing - - - - - -- Copy translation Javanese letter from Radeen Aaipattij Danoe Ridja to Radeen Tommog: Karta na die C: S: of 5 May 1772 Page 263. . . Extract Separate letter from the Commander Luzac to Mr. van . Page 245: Page 195: - - - -Page 69 -. - - Page 29: Copy Register .. . . . . . .. . . . . . . . . . 265 der Burgh dated 2 May 1772. .. .. Page:
Dutch transcription
Van Maccasser den 1:' Junij 173. — Van Maccasser Den 1:' Juij 1733. — hield dat het selve mimmer so verre soude gaan dat hij sig genoodsaakt soude vinden het hof te moeten verlaeten of ten minste dat er altoos overvloedig tijd genoeg soude weesen om ingevalle het tegen verwagting al eens gebeuren mogte sig bij den gouverneur 't addresseeren aan wien hij voll oversuele betuijgde op zodanige losse gronden als er thans door hem wierden bij gebragt van sijne boodschap nog geen kennisse te kunnen geeven dog dat hij hem liet raeden om sijn ampt even als bevoorens te verrigten en na het gebruijk ten hove te verschijnen en zijne op wagting bij den koning te maaken, Insgelijks wierd mij door meerm: voll gesegt dat den koning van Bonij hem heden morgen hadde voorgehouden dat so wel sijne onderdaanen als kinderen en kinds„ kinderen hun beklag gedaan hadden dat er in de tegenwoor„ „dige tijd een meenigte van zijn onderhoorige gestoolen wierden dat hij bedugt van dat sulks so vortgaande van quaade gevolgen soude weesen vermits zij zomwijlen niet nasijne ordres souden luijsteren weshalven den selven Donderdag den 28: is niets gepasseerd dat aanteekening verdiend vrijdag „ 29: Mits er nog niets gekomen is van de Jongst door Bonijs Zaturdag „ 30 Rixkesbestierder beloofde betaaling van de rijkschuld hebbe ik den oppertolk Brugman al weeder aan den selven afgesonden om hem het zelve te heriineren en hoe dat daar van aan den gouverneur als in 't particulier mogte worden kennisse gegeven het gen hoogheijd be„ tuijgd hadde te hebben willen oprefereeren boven het zen„ „den van gecommitteerdens om over de slaeven die„ verij of wel d' opkoop door s Comp: onderhoorige tegen de wetten te doleeren terwijl hij ondertusschen een afschrift van het Iongste placcaat tegen allen op koop van slaaven door burgers sonder voorken„ „mitse der tolken hebbende doen haalen gesegt hadde wat alle sodanige ordres tog helpen konden als E met agtervolgt wierden het geen hij voll onbeant„ woord gelaaten hebbende eenlijk aangenoomen hadde Mij daar van rapport te sullen doen veretogt ik 6 381: Van Maccasser Den hilftde Junij A:o 172. / ik mij verpligt vond hem telkens aan te spreeken, vermits haar hoog Edelheedens wel denken souden dat ik mijn devoiren met ded tot d' invordering met versoek om sig positive te willen declareeren ten oinste voor eerst maar een gedeelte af te leggen op dat ik haar hoog Edelheeds overtuijgen konde dat het aan mij niet haperde; waar op mij Brugman tot rapport bragt dat dien minster als nog om uitstel liet versoeken tot tijd en wijle de besnijdenisse soude volbragt weesen wanneer hij sijn best soude doen om desselve afte Zondag den 31:' viel Niets voor /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ J: I:n Voll: gesw: clercq:— Nagelary aerman N:. leggen Secreet Javas oost Cust A:o 1772 Javas Oostkust. Aparte missive van den Gouverneur van der Burgh aan hunne hoog Edelheden gedateerd 7: Maart 172 . - - - - - - - - - . „ 1 nevens Dies Bijlagen Aparte missive van en aan als even gedateerd 18. Maart 1772. nevens „ 69. Dies Bijlagen Aparte Missive van en aan als even gedateerd 1: April 1772. . . . . . „ 123: nevens Dies Bijlagen.. . .. Aparte missive van den gouverneur van der Burgh aan hunne hoog Edelh:s ge„ „dateerd 20: April nevens „ 55 „ 131 . „ 183. Derselver Bijlagen Messive van en aan als even gedateert 9:' Meij 1722. . . . . . . . . . . . „ 245: kort verhaal van de Javasche vrouw om bok wedjojo /:alias mina van den 2:' . . . . . . . . . „253. . . . ... Meij 1772. en „ 255: Een do van den 3: Meij Relaas van den met de Cramans geloopende Iavaan katjoen van den 3:' Meij 172 „ 257 „ 258 Beantwoorde interrogatorie van voormelde ombok op den 3:' Meij 1772... - . „261: . . Copia translaat Iavaans geschrift - - - - -- - Copia translaat Javasche brief van Radeen Aaipattij Danoe Ridja aan Ra„ deen Tommog: karta na die C: S: van den 5:' Meij 1772 - - - - - - „ 263. Extract Aparten brief van den gesaghebber Luzac aan den heer van der Burgh gedateerd 2: Meij 1773. . . . . . .. . . . . . „ 195: „ 29: Copia Register . . . . . . . . . Pag: . 265 Javas Oostkust Aparte missive van den Gouverneur van der Burgh aan hunne hoog Edelheden gedateerd 7: Maart 1772. - - - - - - - - . „ 1 nevens Dies Bijlagen. Aparte missive van en aan als even gedateerd 18. Maart 1772. . . . . . „ 55 nevens Dies Bijlagen Aparte Missive van en aan als even gedateerd 1: April 1772. . . . . . „ 123: nevens „ 131 Dies Bijlagen.. aparte missive van den gouverneur van der Burgh aan hunne hoog Edelh:s ge„ nevens „dateerd 20. April. . . . . . . . . . . . . . . . „ 183. Derselver Bijlagen Missive van en aan als even gedateert 9:' Meij 1772. . . . . . . .. kort verhaal van de Javasche vrouw ombok wedjojo /:alias mina van den 2:' . . . - - - - . . . . . . . . . . . „ 253. Meij 1772. en „ 255: Een do van den 3: Meij Relaas van den met de Cramans geloopende Iavaan katjoen van den 3:' Meij 172 „ 257 „ 258 Beantwoorde interrogatorie van voormelde ombok op den 3:' Meij 1772. „ 261: . . . Copia translaat Iavaans geschrift - - - - - -- Copia translaat Javassee brief van Radeen Aaipattij Danoe Ridja aan Ra„ deen Tommog: karta na die C: S: van den 5:' Meij 1772 „ 263. . . Extract Aparten brief van den gesaghebber Luzac aan den heer van . „ 245: „ 195: - - - -„ 69 -. - - „ 29: Copia Register .. . . . . . .. . . . . . . . . . 265 der Burgh gedateerd 2: Meij 1772. .. .. Pag:
English
Say 337: Copy Extract separate missive from the Oeloepampang Resident Schophof to the Sourabaija Commander dated 18 April. . . . . . . . . 266 Missive from and to as above dated 9 May 1772. . .. 267 Copy Translation Javanese letter from the Soesoehoenang Pacoe Boeana to the Governor van der Burgh dated the 20th of the month Saphar 1698 and received at Samarang the 23rd of May 1772. . . . . - . - - . 273: Copy letter from as above to the Soesoehoenang dated Samarang the 24 May 1772. 274 Copy separate letter from the Governor as above to the Soerakarta Chief Stralendorff dated 24 May 1772. 276 Copy Missive from Stralendorff to the Honorable van der Burg of 26 May 1772. 278 Missive from and to as above dated 3 June 1772 - - - - - - - - - - - - 281 Copy letter from Governor van der Burgh to Pangeran Adipati Aria Mankoenagara dated 25 May 1772. _ - - - - - - - - - - 301 Translation Javanese letter from the Soesoehoenang to Governor van der Burgh received at Samarang 30 May 1772. - _ - - - - - - - 304 Ditto Arabic letter from the Palembanger Samat to the Sultan in the Mataram 304 Ditto ditto ditto by the Palembanger Abdul Samat to the Soesoehoenang Praboe Djoko at Soerakarta - - - - - - - - - - - - 306 Ditto ditto ditto from Abdul Rachman to Pangeran Pakoe Nagara - - - 307 Ditto Malay ditto from the Balinese King Gusti Ngoerah of Karangasem to the Governor dated 13 May 1772. _ _ - - - - - - 312 Ditto ditto ditto from Gusti Ngoerah Made Karangasem to the Commander in the Eastern Salient Luzac dated 5 May 1772 _ _ _ _ - - - - 314 Extract separate letter from Commander Luzac dated the 23rd of May 1772. - - – – - 315 Extract separate letter from Schophof to Luzac _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ 320 Ditto ditto ditto from and to as above dated 20 May 1772. _ _ - - - - - - - - - 324 Copy of a copy letter from Captain Lieutenant Heinrich to Luzac dated 19 May 1772. . . . . 329. Ditto ditto ditto from as above to Schophof dated 11 May 1772. - - - - - - - 331 Ditto ditto ditto from and to as above dated 27 April 1772. - - - - - - - - - 334 Say: Ditto ditto ditto of 29 April 1772. - - - - - - - - - - - - - 335 Copy of a copy letter to Schophof from Heinrich dated 28 April 1772. Ditto ditto ditto from and to as above dated 30 April 1772 - - - - - - - - - 337 Ditto ditto ditto from Heinrich dated 18 May 1772. _ _ _ - - - - - - - - - - 339 Ditto ditto ditto from Matourne dated 18 May 1772 - - - - - - - - - - 339 Ditto ditto ditto from the same - - - - - - - - - - - - - - - - 340 Extra separate letter from Governor van der Burg to Luzac under date 30 May 1772 - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - - 341 Copy of a copy declaration of the Javanese Bappa Senna - - - - - - - - - 345 Ditto Translation Javanese letter by the Pamekasan Patih Raden Singanagara to Commander Luzac. - - - - - - - - - - - - _ 347: Copy Translation Javanese letter by the Pangeran Adipati Setjoadiningrat Regent of Madura to the Honorable van der Burg at Samarang received 26 May 1772: - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 350 Extract separate service from the Sourabaija Commander to Governor van der Burg dated 19 May 1772. - - - - - - - - - - 351 Missive from Governor van der Burgh to their High Excellencies dated 5 July 1772. 353: Copy separate letter from Commander Luzac dated 23 June 1772. - – – – – – 375: — Ditto Extra ditto from Captain Lieutenant Henrick to Sourabaija dated 12 June 1772. 377 Ditto from Schophof to Luzac dated 16 June 1772. _ - - - - - - - 383 Ditto ditto General distribution of the newly projected forces on expedition - - - - - - - 390 Copy separate letter from Governor van der Burgh to Commander Luzac dated Samarang 9 June 1772, 16 June, 21 June and 29 June 1772. . . . 391 Translation Javanese letter from the Soesoehoenang Pacoe Boeana to Governor van der Burgh received at Samarang 23 June 1772. . . - - - - - 411 Copy open letter from Luzac to Governor van der Burgh dated 29 June 1772. 423: Ditto of a copy letter from Resident Schophof to Commander Luzac dated 25 June the Year 1772. - - - _ _ _ _ _ _ - _ - - - - - - - - 429. Missive from Governor van der Burg to their High Excellencies dated 28 August 1772. 435:
Dutch transcription
Sag „ 337: Copia Extract aparte missive van den oeloepampang resident schophof aan den sourabaijas gesaghebber gedateerd 18 April. . . . . . . . . „ 266 - Missive van en aan als vooren gedateerd 9:' Meij 1772. . .. „267 Copia Translaat javasche br: van aen soesoehoenang Pacoe boeanca aan den heer gou verneur van der Burgh gedateerd 20:' der m:d Saphar 1698 en te Samarang ontv: den 23:' Meij 172: . . . . - . - - . „ 273: Copia br: van als even aan den soesoehoenanang gedateerd Samarang den 24. Meij 172. 27 4 Copia aparte briev van den Gouverneur als even aan het soura carlas opperh: stra„ „ 276 „den dorf d: d: 24: Meij 1772. Copie Missive van Stralendorf dan de heer van der Burg van den 26 meij 1712. „ 278 Missive van en aan als vooren ged: 3:' Iuny 1772 - - - - - - - - - - - - „ 2881 Copie brief van den Gouverneur van der Burgh aan den pangerang adipattij aria ManCoenagara ged: 25:' Meij 1772. _ - - - - - - - - - - „ 301 Transl: Iav: briev van den soesoehoenang aan den gouverneur van der Burgh den 30 mey 1772. op Samarang ontv: - _ - - - - - - - „ 304 d:o arabische br: van der palembanger samat aan den sulthan in de mallarm „ 304 d„o d„o d„o door den Palembanger Abaul Samat aan den Joeso hoenang pra„ d„o d„o d„o van Mbaul Rachaman aan den pang:s Paloe Nagara - - - „ 307 d„o Mal: d„o van den balijsteen koning gustij Moera van karanij Assem, aan den heer Gouverneur ged: 13: Mey 1772. _ _ - - - - - - „ 312 d„o d„o d„o van gustij Moera Made Carang Assem aan den gezaghebber in den oosthoek Luzao ged: 5: Mei 1772 _ _ _ _ - - - - „ 314 Extact aparte br: van den gesaghebber Luzac ged: den 23:' Maij 172. - - – – - „ 315 Extract ap: br: van schophof aan Zuzae _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 320 d„o d„o d„o van en aan als ged: 20 Mey 1772. _ _ - - - - - - - - - „ 324 Copie â Copie br: van den Cap. luitenant Heinrich aan Suzac ged: 19 meij 1772. . . . . „ 329. d„o d„o d„o van, als even aan schophoff ged: 11: Meij 1772. - - - - - - - „ 331 d„o d„o d„o van en aan als een ged: 27: April 1772. - - - - - - - - - „ 334 Sag: boe Djoco te solocarta - - - - - - - - - - - - „ 306 d„o d„o d„o van den 29 april 1772. - - - - - - - - - - - - - „ 335 Copie a Copie br: aan schophof aan Heinrich ged. 28 april 1772. d„o d„o d„o van en aan als even ged„ 30. april 1772 - - - - - - - - - „ -„ d„o d„o d„o van hemrich ged: 18 Maij 1772. _ _ _ - - - - - - - - - - „ 339 d„o d„o d„o van Matourne ged: 18: Meij 1772 - - - - - - - - - - „ _„ d„o d„o d„o van den selven - - - - - - - - - - - - - - - - „ 340 Extra aparte br: van den gouverneur van den Burg aan Luzac sub dato 30 Meij Copia â Copia verkl: van den Javaan Bappa Senna - - - - - - - - - „ 345 do Transl: Jav: br: door den Pamacassangs pepattij radeen Singa Hagara aan den „ 347: gezaghebber Luzac. - - - - - - - - - - - - _ Copie Transl: Javaansche br: door den Panger: Aaipattij Sittjo Diningso regent te madura aan den heer van der Burg te samarang onte, 26 Meij Extract ap: dien van den sourabaijas gesaghebber aan den gouverneur van den Burg „ 351 ged: 19 Meij 1772. - - - - - - - - - - Missive van den gouverneur van der Burgh aan hunne hoog Ed ged. 5 Julij 1772. „ 353: Copie aparte briev van den gesagh: Luzac ged: 23: Junij 1772. - – – – – – „ 375: — d:o Extra d:o van den Cap: Luitenant Henrick naar sourabaija ged: 12: Junij d„o van schophof aan Luzae gedat: 16 Junij 1773. _ - - - - - - - „ 383 d„o d„o Gener: verdeeling der nieuw geprojecteerde volkeren in Expeditie - - - - - - - „ 390 Copie aparte br: van den Gouverneur van der Burgh aan den gesaghebber Luzac ged: Samarang 9:' Junij 172. 16. Junij 21 Junij en 29 Junij 1772. . . . „ „ 391 Transl: Jav: briev van den soesoehoenang Pacoe boeana aan den gouverneur van der Burgh ontf: te Samarang 23:' Junij 1772. . . - - - - - „ 441 Copie op brief van Luzac aan den gouv:r van der Burgh ged: 29:' Junij 1772. „ 423: d:o a Copia ba: van den resident schophof den gesaghebberd: Luzal ged:t 25 Junij Ao 1772. - - - _ _ _ _ _ _ - _ - - - - - - - - „ 129. Missive van den Gouverneur v: d: Burg aan hunne hoog Ed: ged: 28: aug:s 172. „ 435: 1772: - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „350 „ 377 Ao 1772 - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - -„ 341 Copia 1772. Copia . . .
English
Page: Copy translation of Javanese letter sent by the Pangerang adipattij mancoe nagaroa to the Honorable Governor van der Burg received at samarang the 25th August 1772. - - - - - - - - - - 465 Copy Translation of Javanese letter sent by the Governor van der Burg to the Pangerang Aria Mancoengara - - - - - - - - - - 469 Copy Translation of Javanese letter written by the Tom: Soera Brotto of Tranagara to the ingabij Joespo Nagaroa of Bangil presented at Samarang in the month of March 1772. - - - - - - - - - - - 471 Copy of separate letter from the undersigned to the administrator in the eastern quarter Luzac dated Samarang the 6th July 1773. - - 473. The same to the aforesaid Luzac dated Soura Carta the 14th July 1772 - - - - - - - 479 The same to the aforesaid Luzac dated Soura Carta the 7th July 1772. - - - - - 481 The same to the aforesaid Luzac dated Samarang the 12th August 1772 - - - - - 489 The same to the aforesaid Suzac dated Samarang the 24th August - - - - - - 491 Copy of separate dispatch from the administrator in the eastern quarter Suzal to the under- signed dated Sourabaija the 6th July 1772. - - - - - - - 497: Copy of separate dispatch from the administrator in the eastern quarter Luzac to the under- signed dated the 13th July 1772. - - - - - - - - - - - - 501: Copy of a copy of separate dispatch from Captain-Lieutenant Heinrich written to the administrator at Sourabaija Luzac dated Cotta the 7th July 1773. 509: Copy Extract of separate dispatch written by the titular junior merchant and Resident at Oeloepampang Hendrik Schophof to the administrator at Soudabaija the 8th July 1772. - - - - - - - 513 Translation of Javanese letter sent by the Madurese chiefs on expedition to Ba- lemboangan to their prince here received the 11th June 1773. - - - - - - - - - - - - - - 515 Javanese letter written by the senior merchant and administrator of this eastern quarter Lu- zac to the Pangerang Adipattij Sittja Adiningrat of Madura - - - - - - - - - - - - - - - - 517: Page: Copy of separate dispatch from the administrator in the eastern quarter Luzae to the under- signed dated Sourabaija the 16th July 1772. . . . . . . 521 Copy Extract of separate dispatch from Captain-Lieutenant Henrich written to the administrator in the eastern quarter Luzac dated Sourabaia the 1st Ju- ly 1772. - - - - 523: The third by the titular junior merchant Resident Scophof to the administrator at Sourab: the 5th July 1772. 525: The same by the aforesaid Schophof - - - - - - - 527 2nd yet further extract from the aforesaid letter of Schophof - - - - - - - - 529. Copy of separate dispatch from the administrator in the eastern quarter Suzac to the undersigned dated Sourabaija the 20th July 1772 531: Copy of a copy of separate dispatch from the titular junior merchant and Resident Schophof to the administrator at Sourabaija Luzac - - - - - - - - - - - - - - 533: Copy from the private letter of Mr. Schophof to the administrator at Sourabaija Luzal dated the 15th July 1772 - - - - - - 537. Copy of separate dispatch from the administrator in the eastern quarter to the under- signed dated Sourabaija the 29th July 1772. . .. 539 Copy of a copy of separate letter from the Resident Schophof to the administrator at Soura baija Suzal dated Oeloepampang the 21st July 1772 545 Copy statement of the soldier I A Speter and company at Sourabaija. 549 Copy of separate letter from the administrator in the eastern quarter P: Luzac to the un- dersigned dated Sourabaija the 7th August 1772. . 553 Copy from the private letter of Mr. Schophof to the administrator Luzac at Sourabaija dated 1st August 1772. - - - 557 Copy of separate letter from the administrator in the eastern quarter Luxac to the under- signed dated Sourabaija the 13th August 1772. - - - - - - 559 Copy of a copy from Captain-Lieutenant Heinrick to the administrator Luzac at Sourabaija - - - - - - - - - - - - - - - 561 Copy of separate dispatch from the administrator in the eastern quarter Duzac to the un- dersigned dated Sourabaija the 19th August 1772. 565 Copy Extract of separate letter from the titular junior merchant and Resident at Oeloepampan Scheophof written to the administrator at Sourabaija the 6th August 1772. 569 Copy [illegible] To His Excellency The Right Honorable, Valiant, Most Worshipful Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General, together with The Right Honorable Councillors of the Netherlands Indies Right Honorable, Valiant, Most Worshipful Lord And Right Honorable Sirs I have had the honor to receive in succession Your Honors' most respected separate dispatches of the 4th November and 27th December 1771, as well as the 11th February of this year, along with which I also received with the first a secret Resolution of the 27th September of the past year, containing Your Honors' dispositions and decisions regarding the memorandum submitted by my predecessor in the Government Incoming Secret Letters and Enclosures received from Java's East Coast, from the first of March to the end of August 1772:— here
Dutch transcription
Pag: Copia translaat Jav: brief gesd: door den Pangerang adipattij mancoe nagaroa aan de Edele heer gouverneur van der Burg ontfangen te samarang den 25:' aug:s 1772. _ _ _ _ _ _ _ - - - - - „ 465 Copia Translaat Jav: briev gest door den heer Gouv: van der Burg aan den Pangerang Aria Mancoengara - - - - - - - - - - „ 469 Copia Fr: Jav: br: gesz door den Tom: Soera Brotto van Tranagara aan den ingabij Joespo Nagaroa van Bangil vertoont te Samarang in de maand Maart 1772. - - - - - - - - - - - „ 471 Copia aparte brief van den ondergeteekende aan den gezaghebber in den oost„ hoek Luzac gedateerd Samarang den 6: Iuly Ao 173. - . „ 473. Adgaem aan voormelde Luzac ged: souva Carta den 14: Julij 1772 - - - - - - - „ 479 Adjdem aan voormelde Luzac gedateerd Soura Carta den 7:' Juliy 1772. - - - - - „ 481 adjaem aan voormelde Luzac ged: Samarang den 12:' Augustus 1772 - - - - - „ 489 ad jdem aan voormelde Suzac ged: Samarang den 24 augustus - - - - - - „ 491 Copia aparte missive van den gesaghebber in den oosthoek Suzal aan den onder„ geteekende ged. sourabaija den 6 Julij 1772. - - - - - - - „ 497: Copia aparte missive van den gezaghebber in den oosthoek Luzac aan den onderge„ teekende ged: den 13: Juli 1772. - - - - - - - - - - - - 501: Copie â Copie aparte missive van aen kapitain Luitenant heinrich geschr: aan den gesaghebber te sourabaija Luzac ged: Cotta den 7: Julij 173. „ 509: Copia Extract aparte missive gesch door den titulair onder koopman en Resi„ dent te oeloepampang hendrik schophof aan den gesag„ „hebber te soudabaija den 8 Iuli 1772. - - - - - - - „ 513 Translaat Jav: brief gest door de Maaureesche hoofden in Expeditie tot Ba„ demboangang aan hunne prins alhier ontfangen den 11: Junij Iav: ba: geschr door door den opperkoopman en gezaghebber deezer oostkoek Lu„ „zac aan den pangerang adipattij Sittja adiningrat tot 1773. - - - - - - - - - - - - - - „ 515 Madura - - - - - - - - - - - - - - - - „ 517: Pag: Copie aparte missive van den gezaghebber in den oosthoek Luzae aan den onder„ geteekende ged: sourabaija den 16: Julij 1772. . . . . . . „ 521 Copia Extract aparte missive van den Capit: Suilenant henrich geschr: aan den gezaghebber in den oosthoek Luzac ged: sourabaia den 1: u„ „ 523: . . „lij 1772. - derdien door den titul: ondertijn deside scophof aan den gezagh: te sourab: den 5: Julij 172. „ 25: -- - - - - „ 527 adjdem door den gem: schophof - - - - - - - _:o nog nader Extract uit gem: brief van schophof - - - - - - - - 529. Copia apparte missive van den gesaghebber in den oosthoek Suzac aan den „ 531: ondergeteekende ged: sourabaija den 20: July 1772 Copia a Copia aparte missive van den titulair onderk: en resident schophof aan den gezaghebber te sourabaija Luzac - - - - - - - - _ _ _ _ _ _ _„ 533: Copia uit de particuliere brief van de heer schophof aan den gesaghebber te sourabaija Luzal ged: den 15. Julij 1772 - - - - - - „ 537. Copia Aparte Missive aan den gesaghebber in den oosthoek aan den ondergetee„ kende gedateerd sourabaija den 29: Iulij 1772. . .. 539 „ Copia â Copia aaparte brief van den resident schophof aan den gezaghebber te soura baija Suzal gedateerd oeloepampang den 21:' Julyj 172 „ 545 „ 549 Copia verklaring van den soldaat I A speter C: S: te Sourabaija. Copia aparte brief van den gesaghebber in den oosthoek P: Luzac aan den on„ „ 553 dergeteekende gedateert sourabaija 7: aug:s 1772. . Copia uit de Particulier brief van den heer schophof aan den gezaghebber Luzac te sourabaija dato 1: augustus 1772. - - - „ 557 Copia aparte brief van den gezaghebber in den oosthoek Luxac aan den ondergetee „kende gedateerd. sourabaija den 13: aug:s 1772. - - - - - - „ 559 Copia a Copia van den Capitain Luitenant heinrick aan den gezaghebber Luzac te sourabaija - - - - - - - - - - - - - - - „ 561 Copia aparte missive van den gezaghebber in den oostkoek Duzac aan den on„ ondergeteekende gedateerd sourabaija den 19 aug:s 1772. „ 565 Copia Extract aparte brief van den tel: onder koopman en resident te oeloepampan scheophof gescher: aan den gesaghebber sourabaija den 6: aug:s 172. „ 569 Copia gen oen e es ongen e e e Pege vSinge Aan zijn Hoog Edelheijd Den hoog Edelen Gestrengen Groot Achtb: Heer: Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal, nevens De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Indië Hoog Edele Gestrongen Groot Achtb: Heer. En wel Edele Heeren Ik heb mij na den andere vereerd gevonden met uwer Hoog Edelheden zeer gerespecteerde aparte missives van den 4: November en 27: December 1771. tem 11: februarij dee„ zes Jaars, mitsgaders nevens de Eerste ook ontvangen en secreete Resolutie van den 27:' September anno passato houdende hoogst Derzelver dispositie en besluiten, op de memorie, door mijn predecesseur in het Gouvernement Brieven en Bijlagen ont„ vangen van Iava's oostkust, Zedert Primo Maart tot ult=o Augustus 1772:— Van komende Secreete alhier
English
From Java's East Coast, 7 March 1772. From Java's East Coast, 7 March 1772. here, left to me by the Right Honorable Johannes Vos, Councillor Extraordinary of the Indies; and I shall not fail to comply with Your High Excellencies' honored desires to let not only those resolutions, but also all the other points contained in the aforementioned memorandum that were not cited in the Resolution, serve me for speculation or as a rule and guideline, as matters may require. I shall therefore also endeavor to make use of the prescribed means for populating and revitalizing Balemboangang, and thus also of Your High Excellencies' authorization to grant two Spanish reals as an encouragement to each of the first 200 households willing to go there as soon as that district enjoys peace again, although I dare promise myself little success from it, now that it has subsequently appeared that most of the households that previously departed thither settled at Sentong and other places along the way, and the aversion born of superstition will certainly be even greater now than it was then. The number of vessels for Balemboangang stipulated in Your High Excellencies' aforementioned secret resolution of 27 September 1771 being insufficient, especially as long as the unrest continues, and the withdrawal of the force at Cotta currently being just as unadvisable as prescribing to the provisional Second Regent Iaxa Nagara any determination of title or income, now that, due to the arrival here of the first Regent Carta Nagara, he actually serves alone and gives satisfaction; and likewise regarding the requested considerations as to what contingent could be imposed upon Lamadjang, since that district still suffers greatly, and, through the continual furnishing of people to keep an eye on Hoessa and guard the borders, agriculture there has fallen severely behind and cannot supply it, I most respectfully request Your High Excellencies to be permitted to defer these matters as well until after the end of the troubles, when I shall be able to present my thoughts regarding them, and further decisions will be made thereon with Your High Excellencies' approval. Your High Excellencies' order to proceed with the apprehension and deportation of the Balinese or other persons still settled there only in case of utter necessity promising better effects, I have also communicated the same to the Commander Luzac, with the recommendation to take care that such inhabitants who return to submit themselves are accepted and, to prevent their departure elsewhere, treated gently. From Java's East Coast, 7 March 1772. From Java's East Coast, 7 March 1772. On the other hand, the newly confirmed Regent of Malang, Rongo Lawe, has been imposed the annual obligation of 10 coyangs of rice for 2000 households in cacah money, and he came over here last month to take the oath and receive his commission. However, since he has for some time rendered himself suspect by his indifferent conduct, and especially by receiving emissaries who claimed to be from Pangeran Mangkoenagara, though in my opinion they must have been sent by someone else, and by maintaining correspondence with the chiefs of the Sultan's districts of Rawa and Calambret without giving notice thereof, and likewise lies under heavy suspicion of having granted shelter to and colluded with the wanderers Djoijolono, former Regent of Banger and Lamadjang (who, in addition to the crimes for which he was detained by the Landraad, escaped from the irons here in the spring of 1771 after massacring three persons), and Soemonogoro, former chief at Antang (who is said to be a descendant of Soerapati, and for that reason was seized by the Pasuruan Commander and brought here by the aforementioned Commander upon his last arrival in June of last year, but who also made himself a fugitive before he was properly handed over and detained), since even one of the latter's secondary wives with two children was discovered in Rongo Lawe's dalem after his departure hither, removed from there, and brought to Surabaya, I have withheld his commission to this day and kept him here, all the more so because little favorable can be expected of him by reason of his descent and upbringing, inasmuch as his father, the former Pepatih of Surabaya, having alienated himself from the Company during the war, was subsequently strangled, and his father is said to have sworn an oath over him and his children never to be loyal to the Company.
Dutch transcription
Van Iavasoostkust Den 7: Maart 1772. Van Iavas oostkust den 7:' Maart 172. alhier, Den wel Edelen Gestrengen Heer Iohannes vos Raad Extra ordinair van Jndia aan mij nagelaaten; en ik zal niet ingebreeke blijken te voldoen aan vwer Hoog Edelheden ge-Eerde begeerten om nevens die besluiten ook alle de overige poincten in de memorie voormeld vervat die bij de Resolutie niet zyn aangehaald, mij tot specula„ tie of tot een regel en rigtsnoer, naar dat de zaaken het verhisschen, te laaten strekken. Ik zal dan ook van de voorgeschreeven middelen ter bevolking, en weder in fleur brenging van Balem„ boangang en dus ook van uwer Hoog Edelheden qua„ „lificatie om aan ieder van de eerste 200 huis gezinnen dewel„ ke genegen zijn hun derwaarts te begeeven, twee spaan„ „se reaelen te verstrekken zoo dra dat district weder rust geniet, ter aanmoediging gebruik tragten te ma„ „ken al hoe wel ik er mij weinig succes van durve be„ „looven, nu van agteren gebleeken is dat de meeste van de bevoorens derwaarts vertrokken huisgezinnen te sen„ „tong en op andere plaatzen onderweegs haar hadden neder gezet en zekerlijk de aversie uit bij geloov gebooren tans nog grooter dan toen wezen zal, maar daar en Het bij opgemelde vwer hoog Edelheden secreete re„ „solutie van den 27. ' September 1771 bepaalde getal vaartuigen voor Balemboangang, voor al zoo lange de onlusten duu„ „ren niet toerijkende, ende Jntrekking der sterkte te Cotta te„ „genswoordig zoo men raadzaam zijnde als om den provisio„ „neel Tweeden Regent Iaxa Nagara eenige bepaaling in titul of Inkomsten voor te schrijven, nu hij mits de over„ komst herwaarts van den eersten Carta Nagara actu„ „eel alleen fungeerd en genoegen geeft mitsgaders de ge„ „vorderde Consideratien, wat Lamadjang voor Contingent zoude kunnen worden opgelegt, voor als nog ook, om dat dat district veel lijdt, en door het Continueel four„ „neeren van volk, ten Einde op Hoessa een oog te houden tegen de ordre vwer Hoog Edelheden, om tot de opvattingen voerzending van de daar nog gezeten Baliers, ofte andere perzoonen, met als bij de uiterste noodzakelijkheid over te gaan, beeter effect belovende, heb ik dezelve ook den gezaghebber Luzac meede gedeeld, met recommandatie om zorge te draagen dat zulke der Jnwoonders, die zich weder ko„ men onderwerpen, aangenomen en ter voorkoming van verwijdering naar elders zagt behandeld worden. tegen ende Van Iavasoostkust Den 7: Maart 1772 Van Iavasoostkust Den 7: Maart 1772. Ende limiten te bewaaken de landbouw daar zeer ver„ agterd niet te suppediteeren weezende verzoek ik voer hoog Edelheden eerbiedigst, met het een eer ander ook alte mogen supercedeeren, tot na het Eindigen der trou„ „belen, en dat ik dan in staat zal zijn mijne gedagten daar omtrent voor te draagen, mitsgaders daar op met vwer Hoog Edelheden goedvinden, nader zal weezen ge„ „muineerd. Den nieuw bevestigden regen van Malang Rongo„ Lawe is daar en tegen de Jaarlijksche verplichting van 10 Coijangs Rijst in voor 2000: huis gezinnen Tjatjas geld op gelegd en in de voorleeden maand herwaarts overgekomen om den Eed te doen, en zijne acte te ontvangen maar alzoo hij zich door zijn onverschillig gedrag sedert eenigen tijd en wel inzon„ „derheid suspect heeft gemaakt, door het ontvangen van sendelingen, die voorgaven van Pangerang Mancoena„ gara te zijn doch na mijne gedagten van een ander moe„ ten gezonden weezen en het houden van Correspondentie met de hoofden van is sulthans districten Rawa en Ca„ „lambret zonder daar van kennisse te geven, mitsga„ „ders ook onderhevige suspecie legd van de swervers Djoijo„ „lono, gewezen Regent van Banger en Lamadjang, die boven de misdaden waarom hij bij den Landraad was ge„ detineerd na het masacreeren van drie perzoonen in het voorjaar. 1771 uit de boeijen alhier is ontvlugt en soemono„ „goro; geweezen hoofd te Antang, die gezegd word een af„ „stammeling van Soera Pattij te weezen, en daarom door den Passerouang Commandant opgeligd, en door den gezaghebber voormeld, bij zijn laatste komst in juni des„ voorleden jaar herwaarts gebragt maar voor dat hij behoorlijk overgegeven en gedetineerd was zich meede heeft fugatiev gesteld schuilplaats te hebben gegund en met hun te heulen, dewijl zelfs een van des laatstens bij wijven met twee kinderen en Rongo Lawes Dalm, na zijn vertrek herwaarts ontdekt daar uit gelegt en naar sourabaija gebragt zijn, heb ik zijn acte tot heeden aan en hem hier gehouden te meer nog, om dat men uit hoofde van zijn afkomst en opvoeding weinig favo„ „rabels van hem verwagten mag, door dien zijn vader gewe„ „zen Pepattij van Sourabaija, in den oorlog hem van de„ Compagnie verwijderd hebbende vervolgens gestranguleerd is en zijn vader een hed over hem en zijne kinderen zou„ „de hebben gedaan van minner de Comp: getrouwd te zijn, lono mitsg=s
English
From Java's East Coast, 7 March 1772. as well as Rongo Lawe himself, having been brought up in Antang among the rebels of that time, has already given evidence of bearing no good heart toward the European, by forbidding in his districts anything to be sold to the garrison, in such a manner as is more circumstantially stated in the accompanying appendices under Letter A, and makes me take the liberty of requesting Your High Excellencies' further pleasure regarding that Regent before I issue him his commission, and it does not appear advisable to me, with submission to your much wiser judgment, to entrust him any longer with the administration of the remote districts of Malang and Antang, but that prudence requires him to be removed and even, in order to prevent bad consequences, to be dismissed from this coast to elsewhere, in which case I believe I may confidently nominate to Your High Excellencies as his replacement the provisional First Regent of Balemboangang Carta Nagara, who is currently also present here, because, as I already had the honor to note in my humble letter of 13 January last, he distinguished himself particularly well, both in overtaking Praboezjoka and his men and in the capture of Malang and Antang. And whereas, with regard to the aforementioned wanderers Djoijolono and Soemonogoro, some reports also state that their hiding place was granted in the Emperor's land, and indeed not far from Soura Carta or properly under Pangerang Mancoenagara, I have not only written to the Chief Straalendorf to inquire after them with the utmost circumspection, as well as into how far the rumors merited belief that some of the Emperor's and also of the aforementioned Pangerang's people were in motion in the lands near the Company's conquests in the east, and why Radeen Tommongong Soera Brato, Regent of the Susuhunan's District of Pranagara, had inquired with a letter to Bangil's Ingabij after the condition of the rebels, with a request for two emissaries in order to be able to send them with two of his own to Balemboangang to survey the state of affairs there; but I also simultaneously demanded of him, upon discovery of those wanderers, to reclaim them, and upon finding that the aforementioned rumors are true, to notify the Emperor thereof—assuring him that I place so much trust in his goodwill that I remain persuaded that all this occurs without his prior knowledge—or to request to be allowed to know why his people are in motion, and whether the inquiries of Pranagara's regent occurred upon his orders. I doubt the latter very much, and the movement of some troops will apparently take place, just as in the previous year, with the good intention of occupying all roads and approaches from the Emperor's lands around that region. The contingent of Passarouang's regent Nitt Nagara for the district of Torong has been increased by 10 koyans of rice and 39 Spanish reals of tjatja money, and the Surabaya Captain of the Chinese Hang Boeijko expresses his gratitude for the favorable granting to him on lease of the district of Panaroekan, but also simultaneously very respectfully implores Your High Excellencies that, out of consideration that this district is for a large part depopulated by the troubles and, moreover, has suffered greatly and still suffers daily from the Madurese and other auxiliary troops marching to and fro, the lease and the payment may be reckoned to commence on the ultimate of December of this year; which request, because of the equitable grounds upon which it rests, I deemed it my duty to submit to Your High Excellencies and to request that favorable consideration may be given to it. The Pepatih Radeen Poelang Djiwa, newly assigned to the Regent of Sumanap, having fulfilled expectations thus far, I have recently confirmed him in the hope of Your High Excellencies' approval; and he having urgently requested of me in person, as well as the Regent through him and subsequently by letter, that the latter's brother, Aria Sanaredja, who conducts himself quietly and well here, might be permitted to return to Sumanap, adding that they held themselves responsible for him and his conduct, I deemed it my duty to present that urgent request to Your High Excellencies herewith, since, now that the new Pepatih pays good heed to everything, I can foresee no bad consequences arising therefrom.
Dutch transcription
Van Iavas oost kust Den 7: Aaart 1773. Van Iavasoostkust Den 7: Maart 172 mitsgaders Rongo Lawe zelfs in Antang onder de rebellen van dien tijd opgebragt zijnde, ook reeds blijken gegeven heeft van den Europees geen goed hart toe te dragen met in zijne districten te verbieden van niets aan de be„ zetting te verkopen in voegen het een en ander om„ standiger bij de onder L:da A: nevensgaande bijlaagen Consteerd, en mij de vrijheid doet gebruiken vwer hoog Edel heden nader goedvinden omtrent dien Regent voor dat ik hem zijn afte afgeve en lat mij, met onderwerping aan hoogst derzelver veel wijzer oordeel, met raadzaam voor„ „komt, hem langer de beheering der afgelegen distrecten Malang Antang toe te vertrouwen maar dat de voorzigtig„ heid vorderd, hem te dinoveeren en zelfs om kwaade segu„ „eelen te prevenieeren van deeze kust naar elders te ver„ „wijderen, in welk geval ik vermeene met gerustheid tot zijn vervanger uwe hoog Edelheden te mogen voordragen, den tans hier ook aanweezend zijnde provisioneelen Eer„ sten regent van Balemboangang Carta Nagara, om dat hij gelijk ik reeds de eere had bij mijne onderdanige van den 13: Januari Iongstleeden te noteeren zich by zonder heeft gedistingueerd, zoo wel inde agterhaling van Praboezjoka ende zijne als bij de overmeestering van Malang Antang. En dewijl met betrekking tot opgemelde swervers Djoijolono en Soemonogoro sommige berigten ook wil„ „len dat hun schuilplaats in 's keijzers land, en wel niet verre van soura Carta of Eigentlijk onder Pange„ rang Mancoenagara wierd vergund, heb ik het opperhoofd Straalendorf, niet alleen aangeschreeven na hun met de uiterste Circumspectie, zoo wel te inquireeren, als in hoe verre geloof miriteerden de gerugten dat eenige van des kiezers en ook van des opgemelden Pangerangs volke„ ren in de landen na bij 's Compagnies Conquesten om de oost in beweeging waaren, en waarom Radeen Tommongong Soera Brato, Regent van Soesoehoenangs District Frana„ „ragara, met Een briev bij Bangils Ingabij zich hadt geinformeerd na den toestant der Rebellen, met ver„ „zoek om twee sendelingen, ten Einde die met twee der zyne naar Balemboangang te kunnen zenden, om aldaar den staat der zaaken op te nemen; maar hem teffens ook gedemandeert om bij ontdekking dier swervers dezelve te reclaimeeren en bij bevinding dat de geruchten voormeld waar zijn, den keijzer, onder verzekering dat van, ik Van Iavas oostkust Den 7:' Maart 1772 Van Iavas oostkust Den 7: Maart 1772 ik zoo veel vertrouwen in zijne welmenendheid stelle dat ik mij gepersuadeerd houde dat dit alles buiten zijn voorweeten geschied daar van kennisse te geeven dan wel te verzoeken te mogen weeten waaren zijne volkeren in be„ „weeging zijn, en of de enquesten van Pranagaras regent op desselfs ordre zijn geschied. Aan dit laatste twijf„ „fele ik zeer ende beweeging van eenig volk, zal apparent geschieden om even als in den voorleeden Jaare alle wegen en toegangen uit des keijzers landen om dien oird, met een goed oogmerk te bezetten. Het Contingent van Passerouangs regent Nitt Na„ „gara is voor het district Torong met 10 Coijangs rijst en 39 spaanse realen Tjatjas geld vermeerderd en den sourabaijas Capitain der Chineesen Hang Boeijko, be„ tuigd zijnen dank, voor de gunstige afstand aan hem in huur van het district Panaroekan maar smeekt vwer hoog Edelheden ook teffens zeer eerbiedig dat uit Consideratie dat district door de troubelen voor een groot gedeelte ontvolkt is, en boven dien door de hun en weer trekkende Madureesen, en andere hulptroupen veel geleden heeft en nog dagelijks tijdt de huur en des Den Sumanaps Regent weder toegevoegden Pepattij Radeen Poelang Djiwa, dus verre aan de verwagting voldoende heb ik in hoope vwer hoog Edel„ heden approbatie onlangs bevestigd en deezen mij in perzoon, zoo wel als den Regent door hem en nader bij brieve instantig verzogt hebbende dat des laastens Broeder den Aria Sanaredja die zich hier stilen wel gedraagd mogt worden gepermitteerd naar Suma„ nap terug te keeren, met bijvoeging, dat zy zich voor hem en zijn gedrag verantwoordelijk stelden heb ik het van mijn plicht geacht die instantie vwer hoog Edelheden bij dezen voor te dragen de wijl ik daar uit nu den nieuwen Tepattij op al„ „les goede acht slaat geene kwaade gevolgen kan voorzien. ook de betaaling mag gereekend worden in te gaan met ult:o December van dit Jaar: en welke instantie om de billijke gronden waar op dezelve rust ik mij verpligt achte vwer hoog Edelheden te mogen voordragen en te verzoeken dat daar op eene gunstige reflectie mag geslaagen worden. ook uit
English
From Java's northeast coast, 7 March 1772. From Java's northeast coast, 7 March 1772. From the description of the Company's buildings at this place attached to the aforementioned memorandum, it can sufficiently be gathered that the governor's residence in its present state is uninhabitable, and from the report of the engineer Haak regarding the survey conducted in the presence of two commissioned council members of that property and other buildings, which is presently offered to Your High Nobilities alongside the aforementioned letters of today, it will be evident to Your High Nobilities that this residence, built more than 20 years ago and already having cost 23,500 rix-dollars in extraordinary repairs, requires complete renewal in many places as well as capital repairs in others, and the costs for this are estimated at 7,993:5:— rix-dollars. But now Your High Nobilities have been pleased to resolve to leave that residence in its present state solely to serve as quarters in time of necessity and thus to permit me to live outside of it. The repairs that ought most necessarily to be done so as not to let it fall into complete decay will, according to my calculation, be well made for a fourth of that sum, if not less. However, since I on the other hand am obliged, in order to put the country house taken over from the Right Honorable Mr. Vos mentioned earlier, newly built from the ground up and presently called Zigt-Rijk, into a state for a permanent residence, to incur some extra expenses, and that primarily to provide it with the necessary outbuildings, I take the liberty hereby to humbly request Your High Nobilities for an equally favorable disposition regarding this building, entirely without prejudice and costs to the Company, as Your High Nobilities were pleased to make in the year 1765 not only concerning the Resident's residence at Cheribon, but even also two gardens and an inn there, and accordingly to establish that henceforth the incoming governor shall always be bound to the takeover, just as the outgoing governor shall be bound to the handover, of the aforementioned country house Zigt-Rijk with its appurtenances and dependencies for 17,000 to 18,000 rix-dollars (above which sum it will still cost me quite a bit), provided that From Java's northeast coast, 7 March 1772. From Java's northeast coast, 17 March 1772. the actual owner shall be obligated to keep it in good condition and preserve it from decay. The minister Cornelis Coetzier is and continues to be encouraged, in accordance with the intention of Your High Nobilities, to continue in his profession at least for the time being. However, as on account of his advanced age he persists in his inclination to repatriate, and will undoubtedly also submit a request for this in this year, and as we shall then be deprived of a teacher on this coast, I most respectfully beseech Your High Nobilities in anticipation that the congregation may be favored with a minister. The collection of all products, and thus also of the cardamom, I shall pursue with all possible means and avenues with all seriousness as my duty entails; and to the honored order of Your High Nobilities to reduce the number of the cornets by one in the event of a vacancy among the dragoon officers at the courts, I would also have complied, were it not that at Soura Carta including the commander there are only five, and at Djocjocarta no more than four officers, and these are necessary at both of those places because at all ceremonies or whenever the Emperor or the Sultan appears in public, three officers must parade before the front, and a fourth always has the guard at the Dalam, and in such a case the commander Straalendorf cannot be counted upon as he is then in function alongside the ruler himself. For this reason, apparently, Your High Nobilities also permitted, by general letter of 29 July 1767, one cornet above the set number of four officers when the captain acts as commander, and thus I request Your High Nobilities that the number of officers in the cavalry at the courts may be left on the present footing. From the beginning of my arrival here, I have applied everything possible toward settling the mutual disputes of the princes over the exchange of the desas that the one possesses from the other, but have made little progress with it to this day.
Dutch transcription
Van Iavas oostkust den 7:' Maart 1772. Van Iavasoost kust Den 7: Maart 1772. uit de beschrijving van 's Compagnies ge„ bouwen te deezer plaatze bij de opgemelde memorie is genoegzaam op te maaken dat des gouverneurs wooning in haare tegenswoordigen staat onbewoon baar is en bij het tans nevens gem: letteren van heden vwer hoog Edelheden aangeboden wordende rap„ port van den Jngeneur haak, wegens den opneem ten overstaan van twee gecommitteerde raads- perzoo„ nen van dat effect en andere gebouwen zal hoogst de„ zelven Consteeren dat deeze voor ruim 20 Jaaren ge„ bouwde, en buiten ordinair reparatien reeds Rd:s 23500: — kostende wooning op veele plaatzen eene finaale ver„ nieuwing mitsg:s op andere Capitaale reparatien no„ dig heeft, en de kosten daar toe begroot worden op Ryx„ „daald:s 7993: 5:—, dan nu uwer hoog Edelheden heb„ „ben gelieven te besluiten die wooning in zijn pre„ „sente staat te laaten ten Einde maar alleen voor een intrek in tijd van noodsaakelijkheid te dienen en mij alzoo te permitteeren, daar buiten te, woonen zullen de reparatien, die om dezelve niet geheel te laaten vervallen echter aller noodsaakelijkst behooren te worden gedaan na meijne reekening wel voor een vierde van die som zoo niet minder goed te maeken zijn, maar nadien ik daar en tegen gehouden ben, om aan het van Den wel Edelen Gestrengen heer ros voormeld overgenomen, eerst uit de grond nieuw opgehaalde buiten huis tans zigt- Rijk genaamd, ten Einde het tot een permanent verblijf in staat te brengen, eenige Extra kosten te moeten doen, en wel voornamentlijk om het van de nodige bij gebouwen te voorzien, onder winde ik mij bij desen vwer hoog Edelheden onderdanigst te verzoeken, om eene geheele buiten prejuditie en lasten des Maat„ schaappije, gelijk gunstige dispositie over dit ge„ „bouw als hoogst de zelven uit jaar 1765 niet alleen omtrent des Residents wooning te Cheribon, maar zelfs ook Twee Tuinen ende herberg aldaar hebben gelieven te nemen, en overzulks te statueeren, dat voortaan altoos den aankomende - zoo wel gehouden zal zijn tot den overneem als den afgaande Gou„ verneur tot de overgave van het voormelde bui„ ten huis zigt-Rijk met dies-ap- en de pendentie voor Rijxd: 17: â 18000: —. /: boven welke somma het mij, nog vrij wat zal komen te kosten:/: mits dat mijne den Van Iavasoostkust Den 7: Maart 1772. Van Javas oost kust Den 17e Maart 172. den actueelen Eigenaar verpligt zal weezen, het ingoeden staat te houden en voor verval te bewaa„ ren Den predikant Cornelis Coetzier is en wordt Conform vwer hoog Edelheden intentie tot Continu„ „atie in zijn beroep ten minsten nog voor eerst steeds aangemoedigd, maar alzoo hij uit hoofde zyner hooge Iaaren bij zijn inclinatie om te re„ patrieeren persisteerd, en ongetwijffeld ook daar toe in dit Iaar versoek zal doen, mitsga„ „ders men dan op deeze kust van Een Leeraar zal ontstooken raaken Suppliceere ik uwe Hoog Edel„ „heden bij anticipatie zeer Eerbiedig dat de gemeen„ te met een predikant mag begunstigd worden. Den Inzaam van alle producten en des ook van de Cardamon, zal ik door alle mogelijke mid„ „delen en wegen met allen Erest zoo als mijn plicht mede brengd betragten; en aan vwer hoog Edel„ „heden geeerde ordre, om bij racature onder de Dragonder officieren, aan de hoven het getal van Ik heb van den beginne mijner komst alhier af, al wat mogelijk was aangeevend tot de afdoening van des vorsten onderlinge verschillen over de uitwisse„ ling der Negorijen, die den een van den ander possi„ deerd, doch ben daar mede tot heeden weinig gevor„ de Cornets met een te verminderen, zoude ik ook al voldaan hebben, was het niet, dat er te soura Carta met het opperhoofd maar vijf en te Djocjocarta niet meer dan vier officieren en deeze op beide die plaatzen nodig zijn, om dat bij alle plechtigheeden of wanneer den keijzer of den sulthan in het publicq verscheind, drie officcieren voor het front die„ nen te paradeeren, en Een vierde altoos de wagt aan den Dalm heeft mitsgaders in zoo een geval op het op„ perhoofd straalendorf niet kan gereekend worden als dan bij den vorst zelve in functie zijnde, om welke reden apparent ook door uwe hoog Edelheden bij gemeene Lette„ „ren van den 29 Juli 1767. is toegestaan een Cornet boven het bepaalde vier-tal officieren, wanneer den Capitein als opperhoofd ageerd en dus verzoek ik vwer hoog Edel„ „heden dat het getal der officieren onder de Catallerij aan de hoven, op den presenten voet mag gelaaten worden de derd 12
English
12 From Java's Northeast Coast, 7 March 1772. From Java's Northeast Coast, 7 March 1772. the actual owner shall be obliged to keep it in good condition and preserve it from decay. The minister Cornelis Coetzier is and continues to be constantly encouraged, in accordance with Your High Excellencies' intention, to continue in his profession, at least for the time being. However, since he persists in his inclination to repatriate on account of his advanced age, and will undoubtedly also submit a request to that effect this year, and as a result this coast will then be deprived of a minister, I very respectfully plead in advance with Your High Excellencies that the congregation may be favored with a minister. I shall, with all earnestness, as my duty also dictates, strive by all possible means and ways to collect all products, and thus also the cardamom; and I would also have complied with Your High Excellencies' honored order to reduce the number of cornets by one in the event of a vacancy among the dragoon officers at the courts, were it not that there are only five officers at Soura Carta including the commander, and no more than four at Djocjocarta, and these are needed in both places. This is because at all ceremonies or whenever the emperor or the sultan appears in public, three officers must parade before the front, and a fourth always mounts the guard at the Dalam, whilst in such a case the commander Straalendorf cannot be counted upon, being then in active service with the prince himself. For which reason, apparently, Your High Excellencies also permitted, by general letter of 29 July 1767, one cornet above the stipulated number of four officers whenever the captain acts as commander; and thus I request Your High Excellencies that the number of officers among the cavalry at the courts may be maintained on the present footing. From the beginning of my arrival here, I have applied everything possible toward settling the mutual disputes between the princes over the exchange of the villages that one possesses from the other, but to date I have made little progress in this matter, both because the sultan, whose ministers appear to me quite as cunning in this regard as those of the emperor, however accommodating he otherwise seems willing to be, cannot decide to relinquish the land of Iaman (likely because Pangerang Mancoenagara holds it in possession) without getting Serenang back, and because almost daily now the one, and then again the other, comes forward with new exceptions and claims. These are indeed of no importance, but nevertheless delay the settlement of the principal matter and will likely prevent me from fully concluding this affair, according to Your High Excellencies' intention, upon my upcoming arrival at the courts. Toward this end, however, I shall employ everything that is expedient and appears practicable; and commissioners, both from the Company and from the emperor and the sultan, are currently also engaged in surveying the lands of Cadoe and Bagaleen and investigating what belongs to each prince and what they actually possess. In the meantime, the mutual harmony of the princes, and particularly their goodwill toward the Company, seems so well-grounded that thus far I can foresee no ill consequences from these differences. The emperor, whose consort is seven months pregnant, having requested through me 150 straight cutlasses or shipbuilders' blades with iron hilts for his Tentomes or so-called dragoons, I request Your High Excellencies' permission in order to offer them to the prince, or otherwise to charge them against the purchase cost. And the sultan has recently not only had a band of Kramans—who had already carried out several raids in the districts from Caliwoengo to Paccalongang and constantly retreated into his lands—tracked down and attacked, killing many of them on that occasion, including their leader, but even sent to me at the first reclamation one who was captured alive and who was a subject of the Company. This prince having shortly before requested through his prime minister a loan from the Company of 5000 round Spanish reals for five years, for the purpose of purchasing water buffaloes and other necessities for the cultivation of his lands, 15
Dutch transcription
12 Van Iavasoostkust Den 7: Maart 1772. Van Javas oost kust Den 7: Maart 172. den actueelen Eigenaar verpligt zal weezen, het in goeden staat te houden en voor verval te bewaa„ ren Den predikant Cornelis Coetzier is en wordt Conform vwer hoog Edelheden intentie tot Continu„ „atie in zijn beroep ten minsten nog voor eerst steeds aangemoedigd, maar alzoo hij uit hoofde zyner hooge Iaaren bij zijn in clinatie om te re„ patrieeren persisteerd, en ongetwijffeld ook daar toe in dit Iaar versoek zal doen, mitsga„ „ders men dan op deeze kust van Een Leeraar zal ontstooken raaken Suppliceere ik uwe Hoog Edel„ „heden bij anticipatie zeer Eerbiedig dat de gemeen„ te met een predikant mag begunstigd worden. Den Inzaam van alle producten en des ook van de Cardamon, zal ik door alle mogelijke mid„ „delen en wegen met allen Ernst zoo als mijn plicht mede brengd betragten; en aan vwer hoog Edel„ „heden geeerde ordre, oms bij vacature onder de Dragonder officieren, aan de hoven het getal van Ik heb van den beginne mijner komst alhier af, al wat mogelijk was aangeevend tot de afdoening van des vorsten onderlinge verschillen over de uitwisse„ ling der Negorijen, die den een van den ander possi„ deerd, doch ben daar mede tot heeden weinig gevor„ de Cornets met een te verminderen, zoude ik ook al voldaan hebben, was het niet, dat er te soura Carta met het opperhoofd maar vijf en te Djocjocarta niet meer dan vier officieren en deeze op beide die plaatzen nodig zijn, om dat bij alle plechtigheeden of wanneer den keijzer of den sulthan in het publicq verscheind, drie officcieren voor het front die„ nen te paradeeren, en Een vierde altoos de wagt aan den Dalm heeft mitsgaders in zoo een geval op het op„ perhoofd straalendorf niet kan gereekend worden als dan bij den vorst zelve in functie zijnde, om welke reden apparent ook door uwe hoog Edelheden bij gemeene Lette„ „ren van den 29 Juli 1767. is toegestaan een Cornet boven het bepaalde vier-tal officieren, wanneer den Capitein als opperhoofd ageerd en dus verzoek ik vwer hoog Edel„ „heden dat het getal der officieren onder de Catallerij aan de hoven, op den presenten voet mag gelaaten worden de derd Van Iavasoostkust Den 7: Maart 1772. — Van Iavasoostkust Den 7: Maart 1772. — „derd, zoo door dat den sulthan wiens ministers mij in desen wel zoo gesleepen als die des keizers voorko„ „men, hoe inschikkelijk hij anders schijnt te willen weezen niet besluiten kan van 't land Iaman /:waar„ schijnelijk om dat het pangerang Mancoenagara in bezit heeft / af te zien, zonder serenang te rug te kry „gen als dat bij na dagelijks dan den een en dan weder den ander met nieuwe Exceptien en pretentie op komt dewelke wel van geen belang zijn, maar nogtans de afdoening der principaale zaak traineeren en mij waarschijnelijk verhinderen zullen om nade inten tie vwer hoog Edelheden bij mijn aanstaande komst aan de hoven deeze affaire volkomen ten Einde te brengen, waar toe ik echter alles wat maar dien„ stig is en practicabel voor komt te werk stellen zal en ook de gecommitteerden zoo van de Compagnie als van den keizer en van den sultan tegenswoordig be„ zig zijn de landen van Cadoe en Bagaleen op te nemen en te onderzoeken wat ieder voost behoorden actueel bezit. onder tusschen schijnt de onderlinge harmonie der vorsten, en namentlijk hunne wel gezindheid voor de Compagnie zoo wel gegrond dat ik tot dus verre gee„ „ne kwaade gevolgen uit deeze differenten voorzien kan. De keijzer wiens gemalinne in de sevende maand swan„ gen is mij hebbende laaten verzoeken om 150 regte slampen of scheepssbouwers met ijzere gevesten voor zijne Tentomes of zoo genaamde Dragonders insteere ik om Vwer hoog Edel„ „heden premissie ten Einde die aan den vorst te mogen offereeren dan wel anders voor het inkoops kostende af te slaan. En den sulthan heeft onlangs niet alleen Een bende Cramans die al verscheiden strooperijen in de districten, van Caliwoengo af tot Paccalongang toe hadden aangeregt, mitsgaders telkens in zijne landen retireerden, doen op spooren, attacqueeren en bij die gelegentheid veele derzelve daar onder ook hun hoofd dooden maar zelfs een die levendig gevan„ „gen en een onderhooige vande Comp:e was, op de Eerste re„ Clame mij toegezonden. Deeze vorst mij kort bevoo„ rens door zijnen Rijks bestierder hebbende laten ver„ zoeken om 5000 ronde spaans realen, voor vijf Jaa„ ren ter leen van de Compagnie ten linde Buffels en andere benodigdheeden voor de bebouwing vorsten zijner 15
English
From Java's northeast coast, 7 March 1772. From Java's northeast coast, 7 March 1772. to buy in his still waste-lying lands, I have, under the pretext—as was also partly the truth—that the Company's treasury was indeed provided with copper but not with silver money, attempted to delay that request until I should first have asked for and received Your Right Noble Lordships' authorization thereto. But as I received in answer thereto that I ought not to give more silver money than could be spared, and could supplement what was lacking with copper coin, I was obliged, in order to keep him in his good humor, to proceed to the issuance of the requested sum, half in silver money, one-fourth in whole, and one-fourth in half duiten; which I hope for that reason, as I also respectfully request, will be approved by Your Right Noble Lordships, since a proper receipt with the promise to repay this principal after 5 years has been given to me for it. The Pangerang of Madura, having been stricken in the month of January by the smallpox but fortunately recovered therefrom, thanks Your Right Noble Lordships very much for the favorable granting of his request that, from the cash found under Soero Notto's wife amounting to Rd: 1147:½, the maintenance of this Raden and his people, as far as it may extend, may be furnished; and since this young Prince does not cease to renew upon all occasions his insistence on a marriage with one of the daughters of the Adepattij of Samarang, and furthermore as long as this alliance has been under consideration, no reasons have occurred to me to prevent the same or to protract it any longer, but rather to accommodate him—as he appears willing to follow in his serviceability to the Company the footsteps of his deceased grandfather—and thus at the same time to win him over more and more, may it be permitted to me hereby to present to Your Right Noble Lordships his aforementioned insistence; besides the aforesaid motives, also on the ground that Your Lordships were pleased only, by secret Resolution of 27 September 1771, to instruct me to keep that marriage somewhat in suspense, as has been done until today. In one of the rooms of the residence of the often-mentioned 17 From Java's northeast coast, 7 March 1772. From Java's northeast coast, 7 March 1772. aforementioned Prince, a Javanese who had crept in there and allowed himself to be locked in at night having recently been discovered and caught, the same was sent hither. However, since he seems innocent, one has not been able to obtain from him to this day in what manner he got into the Dalem and subsequently into the dwelling, and whether he undertook this daring enterprise from his own motives or at the instigation of others, and with what intention. Nevertheless, I do not sit idle, because something of importance might sometimes lie concealed behind this, still daily applying everything possible to discover something from him. With the proceeds that have come from the sold goods of the deposed and exiled Balamboang Regents Soeta Nagara and Wansing Sarie, as well as Pepattij Soera Trono, action has been taken in accordance with Your Right Noble Lordships' intention in respected letters to me of 4 November and 27 December 1771; and thus, from that of the first two demanded, Regarding Balamboangang and the troubles still existing there, I must express to Your Right Noble Lordships my humble thanks for Your Lordships' favorable approval of the measures devised by me in relation thereto and the orders issued, and also for the sending of the Sloop De Taxisboom and the Bark Het Zeepaart, both of which small craft, having arrived here safely with the requested provisions, etc., counted into the Company's treasury Rd:s 520: 20: being the sales price of the one hundred flintlocks auctioned among them belonging to the Company; and the remainder of the first, as far as it extended, has been delivered to his creditors, and that of the second, amounting to Rijxd 76: 23:, with the full yield of the goods of the third or the Pepattij Soera Trono, having been Rd:s 150: 9 or together Rd 226:8 1/3, confiscated to the benefit of the Company, after deduction of the Rd:s 155:5:— which Your Right Noble Lordships have permitted to be furnished therefrom for shirts, etc., supplied to the common soldiers who arrived with the Bark De Unie.
Dutch transcription
Van Iavasoostkust Den 7: Maart 1772. Van Iavas oostkust Den 7: Maart 172. — zijner nog woest leggende landen in te koopen heb ik, onder voorgeven gelijk ook gedeeltelijk de waarheid was dat 's Comp: kas wel van koper maar niet van silver geld voorzien was die instantie tragten te dilaijeeren, tot dat ik alvoorens vwer hoog Edel„ heden qualificatie daar toe zoude gevraagd en ont vangen hebben, maar alzoo ik daar op tot antwoord kreeg dat ik niet meer silver geld behoerde te ge„ „ven, dat 'te missen was en het manqueerende met kopere munt konde suppleeren heb ik om hem in zijn goeden luim te houden tot de afgave van de gevrag „de somme half in silver geld een vierde in heele en een vierde in halve duiten moeten overgaan en dewel„ „ke ik om die reden hoope, dat gelijk ik ook eerbiedig verzoeke door vwer hoog Edelheden zal worden ge„ approbeerd, ter wijl mij daar van een behoorlijk bewijs met belofte van dit Capitaal over 5: jaaren te zul„ „len afleggen gegeven is. De Pangerang van Madura in de maand van Januari door de kinder ziekte aangetast doch ge„ „lukkig daar van hersteld zijnde bedankt vwer hoog Edelheden zeer voor de gunstige bewilliging in zijn verzoek, dat uit de onder soero Nottos vrouw gevon„ den Contanten tot Rd: 1147:½ het onderhoud van deezen Radien ende zijne zoo verre zal kunnen strekken, mag worden gefourneerd; En overmits desen jongen Prins niet ophoud zijne instantie tot een huwelijk met een der dochter van den Adepattij van Samarang bij alle gelegentheden te vernieuwen, mitsgaders zoo lange deeze aliantie in til is geweest, mij geene rede„ nen zijn voorgekomen om dezelve te beletten of langer te traineeren maar wel, om hem als in dienst vaardigheid voor de Comp: de voetstoppen van zijnen over„ „leden groot vader schijnende te willen volgen te Compla„ ceeren, en zoo teffens meer en meer inte nemen, zij het mij gepermitteerd zijne op gemelde instantie bij dee„ „zen vwer hoog Edelheden voor te draagen; buiten voors motiven ook op fundament dat hoogst dezelven bij se„ „creete Resolutie van den 27: September 1771, mij een„ lijk hebben gelieven te demandeeren, om dat hu„ welijk wat draalende te houden zoo als tot heeden is geschied In een der kamers van de wooning van hoog meermelde„ 17 Van Iavas oostkust Den 7: Maart 1772. — Van Iavasoostkust Den 7: Maart 1772. meermelde Prins, onlangs een Javaan die daar in gesloo„ pen was en zich hadt laaten op stuiten bij nagt ont„ „dekt en geattrapeerd zijnde, is der zelve herwaarts ge„ zonden doch dewijl hij innocent schijnt, heeft men tot heeden uit hem niet kunnen krijgen op wat wijze hij in den Dalm, en vervolgens inde wooning gekomen is mitsgaders of hij uit eigen motiven, dan wel op in„ stigatie van andere, en met wat intentie hij deeze stoute onderneming heeft bestaan echter zit ik niet stil uit hoofde dat hier achter somtijds iets van belang mogt verborgen leggen nog dagelijks al wat mogelijk is aan te wenden, om het een of ander uit hem te ontdekken. Met het proveure dat gekomen is van de ver„ kogte goederen der afgezette en verzonden balem„ boangsche Regenten Soeta Nagara en wansing Sarie item Pepattij soera Trons, is Conform voer hoog Edelheden intentie bij gerespecteerde Letteren aan mij van den 4: November en 27: December 1771 ge„ handeld, en dus uit dat der beide eerste opge-Eischten Nopens Balemboangang ende daar nog subsis„ teerende troubelen, moet ik vwer hoog Edelheden mij„ „ne nedrige dank betuigen voor hoogst. derzelver gun„ stige goed keuring, der door mij daar toe betrekkelijk beraamde middelen, en gestelde ordres, en zoo meede voor de toezending van de Sloep De Taxisboom en de Bark het zeepaart, welke beide kieltjes met de verzogte provisien enz:, hier wel aangekomen zijnde in 's Comp:s kassa geteld Rd:s 520: 20: of den verkoops prijs der daar onder gevenduceerde Een honderd sna„ phanen de maatschappij toe behoorende mitsg:s het resteerende van den eersten voor zoo verre strekten aan zijne Crediteuren afgegeven, en dat van den tweeden bedraagende Rijxd 76: 23: met het volle Ren„ „dement der goederen van den derden of den Pepattij Soera Trono, zijnde geweest rd:s 150: 9 of te zamen rd 226:8 1/3 ten voordeele van de Comp geconfisqueerd, na aftrek van de Rd:s 155:5:— die vwe hoog Edelheden hebben ge permitteerd, dat daar uit, voor verstrekte hembden enz aan de met de Bark de unie overgekomen gemee„ „ne militairen, mogten worden gefourneerd op op
English
From Java's northeast coast, 7 March 1772. From Java's northeast coast, 7 March 1772. having departed for Sourabaija respectively on the 1st of this month and yesterday, both to be employed until further orders, alongside the sloop Samarang already present there, to cruise the shores of that district and to ward off Balinese and others who might show themselves in the surrounding waters, as one needs to be somewhat more formidable than usual at sea there, since according to rumors six vessels are staying near the island of Noessa, one with two masts that is said to fly a red flag, and their intentions are unknown. I have therefore not only requested Senior Merchant Luzac to provide the commanders of our vessels with an instruction, but also to have it investigated what nation the aforementioned six vessels belong to, and if British, whether they occasionally have one or another distinguished native on board; and in such a case, to immediately inform the Pangerang of Madura thereof, and meanwhile to have those vessels observed by a couple of good cruising mayang proas, in order to be continuously informed of their movements, but otherwise, at least for the time being, to undertake nothing offensive against them. I have also made known to the commander for his observance Your Right Excellencies' desire to engage in nothing with the main body of the army against the rebels in Balemboang itself before the favorable season and the arrival of sufficient reinforcements, but rather to inflict all possible harm on the enemy by means of patrols; and I have recommended him to constantly and amicably encourage the Prince of Madura and the regents of Sumanap and Pamacassang to assemble and keep in readiness the 1,000 warriors still missing from the 2,000 requisitioned from them, in order to be able to cross over at the first request. And meanwhile, to demand from Lieutenant Heinrich—who, immediately upon his arrival from Djember at Cotta, assumed command due to the death of Captain-Lieutenant Reijgers from a common illness—his considerations on whether the force present there (which on 10 February last, excluding the garrison of Oeloupampang and Cotta, consisted of upwards of 130 Europeans, 505 fresh Madurese troops, and 360 Sumanappers and other natives, or together around one thousand heads, and which has since been joined by the two companies of Easterners recruited here) is sufficient to withstand the enemy for the time being and to continue acting offensively as aforesaid; as well as how many troops and what else he deems necessary, under God's blessing, to subsequently bring them to submission or destroy them. The prospects for this certainly appear very favorable again if one might rely on the testimony extorted from a certain prisoner named Si Lakar—enclosed under letter B with the accompanying copy of a missive from the provisional Resident Schophoff dated 28 January for Your Right Excellencies' perusal—and other reports regarding the rebels' utterly desperate condition due to diseases, mortality, a lack of provisions of any kind, and the desertion of those who manage to escape and stay in the forests out of an ingrained fear that they would be killed if they came to our side; while the chiefs themselves are even said to have made a firm resolution rather to perish from want or die in another manner than to submit. However, since experience has already shown how misleading previous testimonies and reports of that nature have been, I dare not rely on this either, but deem it necessary to resume the expedition with force in the forthcoming favorable monsoon, for which the reinforcement of Europeans promised to me by Your Right Excellencies will come in very useful, and for that reason is most urgently requested again by me, considering that in mid-February even 53 soldiers were missing from the number fixed in peacetime across this coast, of which alone 28 heads at Soura Carta and 18 at Djokjo Carta, which, because military personnel are also abundantly lacking here and at all the other trading posts due to mortality and the continuous dispatch of troops to the east coast, I cannot replace.
Dutch transcription
Van Iavas oost kust Den 7:' Maart 1772. Van Iavasoost kust Den 7: Maart 1772. op den 1: deezer en gisteren respective naar soura„ „baija voortgisteerend zijn beide om met de daar reeds zijnde sloep samarang tot nadere ordre geEmploijeerd te worden ter bekruissing der stranden van dat dis„ trict, en afweering van Baliers en andere die zich in het vaarwater daar omstreeks mogten vertoo„ nen om dat men daar ter zee ook wel wat formi„ „dabeler dan anders diend te zijn, nu volgens de ge„ rugten zich aan het eiland Noessa ophouden ses vaartuigen een met twee masten dat een roode vlagge voeren zoude, en men niet weet wat de„ zelve voornemens zijn Jk heb daarom den op„ „perkoopman Luzac, niet alleen gedemandeerd de gezaghebbers onzer vaartuigen met eene instruc„ „tie te voorzien maar ook om te laaten onderzoeken van wat natie de opgemelde ses vaartuigen zyn en zoo Britten; of zij dan ook somwijlen den Een of ander gedestingueerde Jnlander aan boord hebben mitsg:s in zoo een geval den Pangerang van Madu„ „ra daar van direct te informeeren en intusschen die vaartuigen door een paar goede kruis prauw„ maijans te laten observeeren, om telkens van hunne Ook heb ik vwer hoog Edelheden begeerte om in het Balemboangsche zelfs, niets tegen de Rebellen voor den goeden tijd en bekomen toe„ rijkende versterking met het gros des legers te en„ tameeren, maar wel door Patrouilles den vij„ „and alle mogelijken afbreuk te doen den gezag„ hebber ter observantie aangekundigd, en hem gerecommandeerd, om den Prins van Madure en„ „de regenten van Sumanap en PamaCassang steeds vriendelijk aan te zetten tot de bij een brenging en gereed houding der aan de van hun gerequereerde 2000: — nog manqueerende 1000 krijgers ten Einde op het eerste requisit te kunnen oversteeken, en intusschen van den Luitenant Heinrich, die direct na zijn aankomst van Djember te Cotta, mits het overlijden van den Capitain Luitenant Reijgers aan een ordinaire ziekte het Commando op zich genomen heeft te vorderen zijne Consideratien of beweegingen te worden geinformeerd maar overi„ „gens ten minsten voor als nog niets offensive te„ gens dezelve te onderneemen. beweegingen Van Iavasoostkust Den 7: Maart 1772. — Van Iavas oostkust Den 7: Maart 1773— de daar zijnde magt dewelke den 10: Februarij Jongst„ „leeden buiten de bezetting van oeloupampang en Cotta bestaan heeft in ruim. 130 Europeesen 505 Madureesen fris volk, en 360 Sumanappers en andere Inlanders of te zaa„ men in Circa Een Duisend koppen, en waar bij sedert nog de beide Compagnien hier aangewerven ooster„ lingen gekomen zijn sufficieerende is om dus lange den vijand te kunnen wederstaan en als voorzegt of„ fensiev te blijven ageeren mitsgaders hoe veel volk en wat hij verder nodig oordeelt, om, onder godes zegen vervolgens hem tot submissie te kunnen brengen of te vernielen waar toe de apparentie zich zeker„ „lijk weder groot op doet als men zich verlaten mogt, op het, volgens de dezen tot uwer Hoog Edel„ heden speculatie onder L: ra B: bij gevoegde Copia missive van den p:l Resident Schophoff de dato 28:' Ianuarij zeker gevangen si Lakar genaamd afgeperst getuigenis, en andere berig ten vander rebellen tot op het uitterste gekomen toestand, door ziekten sterfte gebrek aan seev„ „togt hoe genaamd mitsgaders verloopen van de zul„ „ke de maar wegkomen kunnen en hun inde bosschen ophouden, uit een ingeprente vreese dat zij bij de onze komende zouden worden omgebragt terwijl de hoofden zelfs daarom een vast voornemen zouden genomen hebben, om liever door gebrek te vergaan of op een andere wijze om te komen dan haar te submittee ren, doch dewijl de ondervinding reeds geleerd heeft hoe mislijdende voorige getuigenissen en berigten van die natuur zijn geweest, durve ik mij op deeze ook niet ver„ „laten maar achte het nootzakelijk de Expeditie inde aanstaande goede mousson met force te hervatten waar toe de door uw hoog Edelheden mij toegezegde ver sterking van Europeesen wel te staade komen zal en om die reden door mij nader op het instandigste ver„ zogt worde gemerkt er onder medio Februari zelfs 53 soldaaten aan het in vreeders tijden bepaalde getal over deze kust manqueerden en daar van alleen te soura Carta 28: en te Djok jo Carta 18 kop„ pen die ik om dat hier en op alle de andere Comp„ toeren door sterfte en het gedurig afzenden van volk naar den oostkust, ook rijkelijk militairen togt ontbreeken — --
English
From Java's East Coast The 7th of March 1772. From Java's East Coast The 7th of March 1772. are lacking, I have until today not been able to supply. Captain Lieutenant Reijgers as aforesaid having passed away in the month of January, and also the surgeon who applied the first dressing to the wound received there after the attack before Bajoe having died, I cannot provide Your High Mightinesses with the required statement, since now that he is dead, the officer is charged by the provisional regent Schophoff with many matters, and among others that he had only half completed the expeditions to the rebels' rice and salt villages of Crajagan and Bandjer, and had acted excessively in the disbursement of provisions and ammunition goods, of which neither he nor anyone else previously made any mention, and which appear so suspicious to me with regard to disbursements that I, since his duty itself entailed paying attention to this, have given orders to leave the excess issued to his account. In order to prevent as far as possible the desertion of the native auxiliary troops, I have, in hopes of Your High Mightinesses' approval, authorized the commander Luzac to furnish rice and fish to those who suffer from a lack of provisions and can obtain nothing in the districts that are ruined. But regarding his proposal to set a limit on how much the officers in the field may spend each month for spies and the like, I could not agree without Your High Mightinesses' approval, which I also most humbly request herewith, out of consideration that, whenever much occurs in a given month, the most necessary things might very easily be neglected in order not to exceed the limit, while on the contrary in other months the remainder would be regarded as profit. From Java's East Coast The 7th of March 1772. From Java's East Coast The 7th of March 1772. Upon the report provided to me by Commander Luzac that with a good garrison at Djember or Adirogo all invasions on that side or from the Balemboang region toward the west could be prevented, and that at Prajagan a corporal, eight common soldiers, along with a gunner with two small cannon would suffice to cover Panaroekan and keep an eye on Centong, provided that the garrison at the last-mentioned place itself—now that one had nothing to fear there either from the south or from the west—was unnecessary and served only to burden the native population, I have concurred with the proposal to break camp from there and divide the garrison between Djember and Prajagan aforesaid. This was done because the first-mentioned post besides required reinforcement to be able to assist the detachment stationed at Plindo to block the island of Hoessa in case of an enemy landing, and because I trust that this proposal was not made without sufficient certainty that one has as little harm to expect from the people of Sentong as from others in that region. However, on this subject I nevertheless urged upon the commander that in any case prudence required keeping watch, under a friendly and engaging treatment, with a suitable distrust over these newly resubmitted peoples as well as the head placed over them, one Soeta Rereng, who was of great service to our people during the capture of that district. Because of the death of some and the continuous illness of others, the number of officers in the expedition being deemed insufficient, I take the liberty to propose to Your High Mightinesses for promotion to ensign the commanding sergeants Jan Daniel Rood of Sevenbergen and Fredrik Kreegel of Limeberg, on the basis of what is testified of them, that they both in the previous troubles and also now are said to have given proof of courage and conduct. Meanwhile, on this occasion, I also request of Your High Mightinesses that Cornet Abraham Mathourne, who has served at Djoejocarta, may be returned to his former capacity as ensign, and in his place Ensign Charles Philip August Gabriel Iosephe de Chateauvreux may be exchanged to Cornet among the dragoons, both retaining their currently earned pay of 40 guilders per month.
Dutch transcription
Van Iavasoostkust Den 7:' Maart 172 — Van Iavas oostkust Den 7: Maart 1712. — ontbreeken tot heeden niet in staat geweest ben te supplee„ ren Den Capitain Luitenant Reijgers als voorzegt in de maand Ianuarij en ook den chirurgijn die hem na de attacque voor Bajoe het eerste verband op de daar bekomen wonde heeft gelegd overleden zijnde, kan ik vwer hoog Edelheden de gerequireerde verklaaring niet suppediteeren wordende den officier nu hij dood is, door den provisioneel regent schophoff veel zaaken en onder anderen dat hij de Expeditien op der Rebellen rijst en zout negorijen Crajagan en Bandjer, maar te halven hadt voltooijd en in de verstrekking van provisien en Ammunitie goederen overmatig was te werk gedaan ten lasten gelegd waar van hij of niemand bevoorens iets heeft gerept en die mij met opzieht tot verstrek„ kingen ook zoo suspect voorkomen, dat ik, dewijl zijn gehoudenisse het zelfs meede bragt daar op te letten ordre gesteld heb, het te veel afgegeven voor zijn Reekening te laten. om het verloopen der Inlandsche hulptroupen zoo veel Op het mij door den gezaghebber LuzaC ge„ suppediteerde bericht dat van Djember of Adirogo met een goede bezetting alle invasien aan die kant, of uit het Balemboangsche na het westen kunnen worden belet en te Irajagan een Corpo„ „raal Acht gemeene militairen nevens Een mogelijk is te prevenieeren, heb ik in hope vwer hoog Edelheden approbatie den gezaghebber Luzac gequali„ „ficeerd om aan de zulke die gebrek aan levensmiddelen hebben en in de districten die geruineerd zijn ook niets krijgen kunnen rijst en visch te verstrekken maer in zijn voorstel om een bepaaling te maaken hoe veel de officieren te velde smaands voor spions en't zul„ „len mogen opbrengen, heb ik zonder vwer hoog Edel„ „heden goedvinden dat ik daar omtrent ook onderda„ nigst bij deezen verzoeke, niet kunnen treeden uit Con„ sideratie, dat, dan de eene maand als el veel voorvald het noodzakelijkste, om de bepaling niet te boven te gaan veel ligt verzuimd, en daar en tegen in ande „re maanden het overschietende als winst aangemerkt zoude worden mogelijk - Bus Van Iavasoostkust Den 7: Maart 1772. Van Iavasoostkust Den 7: Maart 1772. Busschieter met Twee stukjes toerijken zoude om Panaroekan te dekken en een oog op Centong te houden, mitsg:s dan ook de bezetting ter laast ge„ melde plaats zelve, nu men nog van het zuiden nog van het westen voor niets aldaar te vreesen hadt onnodig was en tot niets dan lasten van den Jnlander strekken, heb ik mij geconformeerd met den voorstel om van daar op te breeken ende bezetting te verdeelen te Djember en Prajagan voormeld alzoo eerst gemelde Post, buiten des versterking nodig hadt om het de tachement dat te Plindo ter beknelling van het Eiland Hoessa legd bij eene vijandelijke landing te kunnen bij springen en omdat ik ver„ trouwe die propositie met is gedaan dan met ge„ „noegzaame zekerheid dat men zoo min van de sen„ tongers als van andere om dien oird iets kwaads te wagten heeft doch op welk sujet ik echter den ge„ zaghebber voorgehouden hebbe dat in allen geval„ „le de voorzigtigheid vorderde deeze zich op nieuw onderworpen hebbende volkeren nevens het over hun gestelde hoofd eenen Soeta Rereng, die de onze bij de overmeestering van dat district van veel dienst Door het overlijden van eenige ende aanhoudende ziektens van andere het getal der officieren inde Expeditie niet toe rijkende geoordeeld wordende gebruik ik de vrijheid Vw: hoog Edelheden ter bevordering tot „vendtigs voor te draagen de Commandeerende ser gean„ ten Jan Daniel Rood van Sevenbergen en Fredrik kreegel van Limeberg of fondament dat van hun getuigd word, dat zij beide al in de voorige troubelen en ook nu blijken van moed en beleid zouden gegeven hebben, ter wijl ik bij deeze gelegentheid vwe hoog Edelheden ook verzoeke dat den te Djoejocarta gemiliteerd hebbende Cornet Abraham Mathour„ „ne, weder tot zijn vorige qualiteit van vendrig en daar en tegen in zijn steede tot Cornet onder de dragonders mag worden gechangeerd den vendrig Charles Philip August Gabriel Iosephe de Chateauvreux, beide met behoud van hunne tans winnende gagie van ƒ 40:—: termaand. geweest is steeds onder eene vriendelijke en inneemen„ „de behandeling met een gepast mistrouwen gade te slaan. geweest Dewijl
English
From Java's East Coast, 7 March 1772. From Java's East Coast, 7 March 1772. Because, apart from the titular junior merchant Carel Philip Boltze, not a single person is to be found on this coast who possesses the requisite capacities to serve here, or in time at Batavia, as translator in the Javanese language, and not counting one here because he is of little promise, nor is any pupil being trained for lack of suitable-appearing European youths in the places where this ought to take place, as a result of which one could fall into great embarrassment, I find myself obliged urgently to request Your High Excellencies for the dispatch, upon the arrival of ships from Europe, of three to four youths who show the aptitude to learn something, in order to be stationed to that end at Soura Carta, at Djoejo Carta, and at Passerouang. In concluding this, may I be permitted to request Your High Excellencies' favorable permission to undertake, according to custom, the journey to the courts in the beginning of the month of May, and subsequently at the end of June or beginning of July to the East Hook, in order to inspect the trading posts there and along the way, as well as to remain at Sourabaija as long as shall appear necessary so that, if before that time the affairs in Balemboang have not been resolved for the better, to pursue the work from close by and, if possible, bring it to a desired conclusion. I have the honor to call myself with the greatest submission and respect, below stood, High Noble, Severe, and Grand Honorable Lord and Noble Lords, lower, Your High Excellencies' most humble and most faithfully bound servant, was signed, J: R: van der Burgh, in the margin, Samarang, 7 March 1772. On the 6th of this month at half past six o'clock in the evening, the local regent Nitinogoro came to report to me that some of his people sent out to investigate Io Jolono, consisting of priests, had returned, who on their journey in the Bangil village of Dajo, where Pitingi Bappa Wadie had come, even met three emissaries of Pangerang Mancoenogoro there, being ginemans and dressed in their best, who had let it be known that they were sent to the Malang Tommongong Rongo Lawe, who had kept them hidden for 14 days, and if they would not believe it, here is the letter from the Malang Tommongong to our prince, and if something occurs with the upcoming fasts, you people may just repair to Malang; whereupon immediately, by a Javanese letter to the Bangil Ingelij Extract from a letter from the Passourouang Lieutenant Commandant Jan Daniel Gondelagh to the undersigned, dated 12 December 1771: Extract Poesponogoro, From Java's East Coast, 7 March 1772. From Java's East Coast, 7 March 1772. 31 Poesponogoro had Bappa Wadie, Pitingi of Dajo, come hither in order to take further confirmation regarding this, which Pitingi appeared on the 8th of this month at 10 o'clock in the forenoon, confirming that the three emissaries of Pangerang Mancoenogoro had been at his house on their return, though he had not seen them on their way to Malang; also that they had said they brought a letter from their prince to the Malang Tommongong Rongo Lawe, containing the instruction that if today or tomorrow 1,000 armed men under a Tommongong come there, not to be frightened, that they, the emissaries, had been kept hidden there for seven days; further having said to those Bangil countryfolk by no means to plant jagung and paddy; whereupon Bappa Wadie asked when these 1,000 men would arrive at Malang, it was answered, as thought, with the upcoming fasts. This Pitingi of Dajo, Bappa Wadie, I have sent by express with a letter to the Lord Governor of this East Hook to Soerabaija for further investigation, and have immediately reinforced Malang further with 6 soldiers, provided with their regulation weapons, two barrels of live musket cartridges, and 100 flints sent thither, so that Malang is now for the present 25 men strong in military personnel, also having ordered the local Regent to send some of his people thither as reinforcement, up to 50 men having already departed; further, on the 10th of this month at 7 o'clock in the evening, the local Tommongong repaired to me with a Cadiri Javanese named Ronojoedo, who made known that he had encountered the Malanger Soemoenogoro at Poegeran, being Jappans, only with two panakawans, with whom he had entered into conversation and asked Soemoenogoro where he was coming from, answering, I come from Solo and separated from Jojolono one day's journey from Solo; Ronojoedo further asking, what road did Jojolono take, or where did he end up, Soemoenogoro replied, he continued his march along the southern mountains in order to go via Labok into the Lamadjang region, and if he has overwhelmed Banger, then he, Soemoenogoro, would follow promptly, having waited for news at Paandaan, a Bangil village, for fully ten days, but having heard nothing, had returned back to Poegeran.
Dutch transcription
Van Iavasoostkust Den 7:' Maart 1712. Van Iavasoostkust Den 7: Maart 1712. Dewijl er buiten den onder koopman titulair Carel Philip Boltze, geen Enkeld perzoon op deze kust te vinden is die de verlischte Capaciteiten heeft om hier, of in der tid te batavia, als Translateur inde Javaansche taal te sungeeren en er onge„ reekend een alhier om dat die van weinig verwagting is, ook geen Enkeld leerling uit gebrek van daar toe bequaam voorkomen„ de Europesche Jongelingen op de plaatzen daar zulks be„ „hoord te geschieden aangequeekt word, waar door men in groo„ te verlegentheid zoude kunnen geraaken vinde ik mij verplicht vwer hoog Edelheden instantig te verzoeken om de toezending bij aankomst van scheepen uit Europa van drie â vier Jonge„ lingen, die de apparentie voor zich hebben van iets te kunnen lee„ „ren om ten dien Einde te soura Carta, te Djoejo Carta en te Passerouang te worden geplaast. Tot slot deezes zij het mij gepermitteerd vwer hoog Edelheden gunstige permissie te verzoeken, om na den gebruike in het begin van de maand Meij de reize naar de hoven te onderneemen en vervolgens in het laast van Juni of begin van Juli naar den oost„ hoek, om daar en onder wegens de Comptoiren op te nemen mitsg=s te sourabaija zoo lange te blijven als noodzakelijk voorkomen zal om als voor die tijd de zaeken in het Balemboangsche niet ten goede zijn beslust, van na bij het werk door te zetten en is het mo„ gelijk tot een gewenst Einde te brengen. Ik heb de Eere met de meeste onderdanigheid en Eerbied mij te noe„ „men /:onderstond/ hoog Edele gestrenge groot Achtbaaren heer en Wel Edele heeren /lager / uwer hoog Edelheden onderdanigsten en aller Trouwschuldigsten dienaar /:was getekend/ J: R: van der Burgh /:in margine /. Samarang den 7: Maart 1772. — Den 6: deezes avonds om half seven uuren koomt den hiesigen regent Nitinogoro mij rapporteeren, dat ee„ nige van desselfs uitgezondene, ter naevorsing van Io Jo„ „lono bestaande in Priesters, waaren geretourneert de„ welke op haare rhijse in het Bangils dorp Dajo, al„ „waar Pitingi bappa wadie gekomen en daar zelfs drie sendelinge van den Pangerang Mancoenogoro aan getroffen, zijnde ginemans en op haar best uitgedost welke zig hadden laaten verluijden naden malangs Tom„ mongong Rongo Lawe gezonden te zijn, die haar „lieden wel 14: daage hadde verborgen gehouden en zoo zij het niet wilden gelooven hier is den brief van den malangs Tommongong aan onzen vorst, en zoo met het aanstaande vorsten iets voorvald, kund gij lieden zig maar na Malang vervoegen; waar op momentelijk door een Javaans brief aan den Bangils Jngelij Extract uit een missive van den Passourouangse Luitenant Commandant Jan Daniel Gondelagh aan den ondergetee„ „kende, gedatteerd den 12: Decemb:r 1771: Extract Poesponsgoro, Van Iavasoost kust Den 7: Maart 1772. — Van Javasoostkust Den 7: Maart 1773. — 31 Poesponogoro Bappa wadie Pitingie van Dajo na her„ waards doen komen, om nadere Confirmatie dies aangaande in te neemen, welken Pitingi den 8: deezes voormiddags om 10 uuren verschen bevestigende dat de drie sendelinge van den Pangerang Mancoenogoro bij hem in 't huis per re„ tour waaren geweest, egter dezelve in heen gaan na Ma„ „lang niet gezien te hebben, mede dat dezelve gezegd hadden eenen brief van haaren vorst aan den Malangs Tommon gong Rongo Lawe gebragt Jnhoudende zoo heeden of morgen 1000 gewapende manschappen onder Een Tomon„ gong aldaar koomen, niet te verschrikken, dat zij zen„ delinge seven dage aldaar waren verborgen gehouden al verder tegen die Bangilse Land volker gezegd, dog maar geen Jagons en Padie te planten waar op Bappa wadie gevraagd wanneer deze 1000 man te malang zoude komen geandwoord na gedagte met aanstaande vasten deeze Pitingi van Dajo Bappa wadie, hebbe per Expres„ se, met eenen brief aan de heer gezaghebber deezes oost„ „hoek na soerabaija ter verder onderzoek gezonden, en Halang ten Eersten nog met 6 militaire, onder zig haa„ „re rolle waapen, verstrekt, Twee vaate scherpe sna„ phaan patroone en 100 vuursteene, na derwaarts ge„ „zonden, zoo dat Malang tans primo plan 25 kop„ pen militair sterk is, ook den hisigen Regent beordret van zijne volker ter versterking na derwaards te zen„ „den, zijnde bereets tot 50: koppen vertrokken al verder den 10:' deezes 's avonds om 7: uuren vervoegd zig den hierligen Tommongong bij mij, met een Cadiries Ja„ vaen namens Ronojoedo, welken bekend stelde den Malanger Soemoenogoro ter Poegevan zijnde Jap„ pans maar enkeld met Twee Panakawans aan„ getroffen te hebben waar mede denzelven in gesprek was geraakt en soenomogoro gevraagd, waar den zel„ ren van den kwaam andwoordende ik koome van solo en ben van. jojolono eene dag rijse van solo ge„ schijden Ronojoedo verder vraagende wat voor weg heeft Tojolono genomen, of waar is den zelven beland soe„ monogoro repliceerde, die heeft zijn mars langs het zuijder gebergte voorts gezett, om over Labok in het La„ madjangse te gaan, en zoo den zelven Banger heeft overweldiget, als dan zoude hij Sremonogoro met eersten volgen hebbende te Paandaan een Ban„ „gils dorp wel tien daage na teijding gewagt, maar niets vernomen te hebben, was weder te rug na Zonden Poegiran Agohan
English
From Java's East Coast, 2 March 1778. From Java's East Coast, 7 March 1772. Translation of a Malay declaration given in the Javanese language by the Javanese priest Ketep Wetan, reading verbatim as follows: Poegeram turned back, the more so as he heard that in the Passorouang area all roads were occupied; therefore he would see about getting further via Antang. Ronojoedo, asking further about the strength of Tojolono, received the answer that the same was 12 to 15 men strong on horseback together. Thereupon Soemongoro asked Ronojoedo where his journey was going, the latter letting slip, I want to go to Passorouang. The former, upon understanding this, remained seated without wishing to speak another word. A priest, Ketep Wetan, declares that he left his house with the intention of looking up one of his people in the village of Lodoijo, but on the way between Bangil and Passorouang, spending the night at the village of Daijoe in a certain house, three Javanese arrived there in the morning. When he, Ketep Wetan, asked the master of the house what kind of people those were, he received the answer from him that they were people from Malang and emissaries of the Pangerang Mancoenagara, who were going to inform Rongo Lawe that their aforementioned master would send 2,000 men to the eastern salient in the month of Puasa for assistance, and also that upon the arrival of those 2,000 men, he, Rongo Lawe, would provide them with some provisions or victuals as much as possible for him. He, Wetan, further declares From Java's East Coast, 7 March 1772. From Java's East Coast, 7 March 1772. that after having heard everything, he went outside the house, where he met the aforementioned three persons himself and asked them from where they had come, to which he received the answer from them: from the west side, without any further exchange of words. Among other things, the aforementioned three persons said to a certain Bappa Saban, being a servant of the aforementioned Javanese priest Wetan, who was there alongside his master, in this manner: you people will have it hard here in the month of Puasa. Furthermore, the aforementioned priest Wetan declares that the three so-called emissaries were dressed, one in a striped jacket and two others in white ditto, and nothing more. It has further come to my attention that those subjects Jojolono and Soemonogoro, having managed to escape from Semarang, the former, Jojolono, intended to proceed along the southern mountains via Labak to Lamadgang, and his strength amounted to about 12 to 15 men on horseback; the latter, Soemonogoro, seeing no chance of getting through the Passorouang area because all roads were occupied, turned back in order to follow Jojolono further east via Antang. This latter person is said to comprise only three men together on foot. And as I gathered from Your Honor's letter of the 9th that he, Rongo Lawe, wished to hold a pleasure hunt at Bato, it is certain that the same is awaiting Soemonogoro there. Therefore, deliberate Copy of a letter written by the Lieutenant and Passorouang Commander Ian Daniel Gondelagh to the Sergeant and Postholder at Malang, Johannes Exterig, dated 11 December 1771. Copy From Java's East Coast, 17 March 1772. From Java's East Coast, 7 March 1772. in the utmost secrecy with the Passorouang head Ongodrono how it can best be arranged to intercept that Soemonogoro or Tojolono. Furthermore, I recommend that Your Honor adhere strictly to the high orders of the Honorable Governor, and after greetings I remain, below stood: Agreed, was signed: Ian Daniel Gondelagh. Extract from a missive from the Governor, Mr. Pieter Luzac, to the undersigned, dated Sourabaija, 14 December 1771. The Malang Regent, having arrived here following my letter, and having been questioned in a friendly manner regarding what has been charged against him, professes his complete innocence, just as I also gave him clearly to understand that, placing no faith in those rumors, I preferred to have him come here, partly to speak with him in person, partly in order that, having now been confirmed in his regency by the highly favorable disposition of Their High Mightinesses, he must also appear before Your Honorable Worship to take his oath and to receive his certificate, just as he is also to undertake the journey overland in the next few days because the monsoon does not permit departure by sea. Regarding the two wanderers, I have not yet received any further report. I have inquired carefully into the family of that Regent, which has been described to me as not reputable at all, for his grandfather, formerly the Patih of Sourabaija, was an enemy against the Company and his sovereign, and was subsequently strangled, and his father was nothing more than a Raden and named under the title of Raden Bachus, also held in low esteem by the Company. Also, the complaints previously presented by Mr. Gondelagh concerning this Regent's haughty and hateful behavior toward the Europeans all speak against him, so that, subject to correction, I would be of the opinion that for the salutary improvement and greater tranquility of those districts, that Regent should be removed from there.
Dutch transcription
Van Iavas oostkust Den 2: Maart 1778. Van Iavasoost Cust Den 7:' Maart 1722. Poegeram gekeert te meer wijlen gehoord in het Passo„ rouangse alle weege bezet waaren dierhalven zoude zien over Antang verder te komen, Ronojoedo al verder na de sterkte van Tojolono vragende, waar op ten andwoord bekomen denzelven 12: â 15: koppen te saam te paard sterk te zijn, hier op soemongoro aan Rono„ „joeda vragende waar zijn rhijse na toeging, den laatsten zig hier op laatende ontvallen ik wil na Passorouang gaan den eersten als verstond blijft zitten, zouder een woord meer te willen spreeken. Sen priester Ketep wetan verklaart, dat hij uijt zijn huijs gegaan is, met voornemen om een van zijn volk te Negorij Lodoijo te gaan op zoeken, doch onder„ weegs tusschen Bangil en Passourouang op dessa Daijoe vernachtende in zeeker huis, alwaar 's morgens drie Javaanen aankwamen wanneer hij ketep wetan aan den Baas van het huis vroeg wat voor menschen dat waren, daar hij op door den zelven ten aantwoord kreeg, zulks volkeren te zijn van malang en zende„ „lingen van den Pangerang Mancoenagara idie aan Rongo Lawe gingen verwittigen dat hun mees„ „ter voorm:t in de maand poassa 2000:—: man tot adsistentie na den oosthoek zoude afzenden en teffens om bij aan„ „komst van die 2000 koppen, hij Ringo Lawe die met Eenige provisien of Levensmiddelen zoo veel hem mogelijk was zoude voorzien verklaarende hij wetan Translaat Maleidsche verklaa„ „ring in de Javaanse Taal gege„ „ren door den javaanse priester Luidende ketep wetan, woordelijk Translaat al 1 33 Van Iavasoostkust Den 7: Maart 1772. — Van Iavasoostkust Den 7: Maart 1772. al verder dat na alles aangehoord te hebben zich na buiten 'shuis begaff alwaar hij zelfs de voorsz drie perzoonen ontmoetende, hen vroeg van waar zij lieden gekomen, daar op door hem ten antwoord kreeg van de west kant, zonder eenig verdere woorde wisseling: on„ der anderen hebben even gemelden drie perzoonen te „gens zekeren Bappa Saban zijnde een dienaar van meer gem: Javaanse priester wetan die aldaar benef„ „fens zijn meester was gezegd in dezer voegen gij „lieden zult in de maand prassa alhier swaar heb„ „ben; verklaarende voorts nog den meermelden pries „ter wetan dat de drie zoo genaamden zendelings de een in een gestreepte baadje en twee andere in witte d:o gekleedt waaren, zonder meer. Mij nader ter ooren gekomen, dat die subjecte Io„ Jolono en Soemonogoro zoo van Samarang zig heb „ben weeten ter zoek te maaken den eersten als Iojo„ „lono langs het zuyder gebergte over Labak zig na Lamadgang zig wilde begeven en desselfs sterkte om„ „trent 12: â 15: koppen te paarde uitmaakte den Laatsten als soemonogoro, ziende geen kans door het passerouang„ „se te komen, ter wijlen alle weege bezet waaren te rug gekeert, om over Antang zoo verder bij oost om Jojolono te volgen, zoude dien laatsten maar drie koppen te zaam te voet uitmaaken, en ik uit vwE letter van den 9: ontwaard, hij Rongo Lawe eene plai„ „sier Jagd te Bato wilde houden is dit zeker, dat den zelven Soemonogoro aldaar verwagtet,, dies gaat Copia â Copia briev geschree„ ven door den Luitenant en Pas„ serouangs Commandant Ian Daniel Gondelagh, aan den te Malang zergeant en Post houder Iohannes Exterig in dato den 11:' December 1771. Copia met 35 Van Iavas oostkust Den 17: Maart 172. Van Iavasoostkust Den 7. Maart 1772. — met het Passerouangs hoofd ongodrond op het aller „geheijmste te raade hoe het best zal kunnen geschie„ den, dien soemonogoro of Tojolono te knippen ver„ ders recommandeere vW: zig stipt na hooge ordres van den Achtbaaren heere gezaghebber te gedragen en na groete verblijve /onderstond/ accordeert /: was getekend/ I:n D:l Gondelagh. —. xtract uit een missive van den gezaghebber M:r Pieter Luzac aan den ondergeteekende gedateerd sou„ rabaija Den 14: December 1771. —. De Malangs Regent op mijn schrijvens alhier g'arriveert en van het hem ten laste gelegde in het vriendelijke onderhouden betuijgt volslage van zijn onschult, gelijk ik hem dan ook niet onduijdelijk gaf te verstaan, dat ik aan die spargemente ook geen geloof slaande liefst hem hier had laten komen eensdeels om hem in perzoon te spreeken andersdeels ten Einde hij nu door hoog gunstige dispositie van Omtrent de Twee swervers heb ik nog geen nader haar hoog Edelhedens in zijn Regentschap bevestigt zijnde ook bij uwel Ed:e Achtb: moeste verscheinen ter prestering van zijn Eed en ter ontfangst van zijn bewijs gelijk dan ook eerstdags de reise over land staat aan te nemen om de wille dat de mousson om over zee te vertrekken het niet toelaat: Ik heb mij na de famille van dien Regent nauwkeurig g'informeert, welke mij gansch niet reputaticus is opgegeven, want zijn groot vader de Pattij van soura„ „baija voor heen geweest tegen de Comp: en zijn vorst rij„ and en naderhant gestranguleert en zijn vader is niet meer van Raden geweest en benaamt onder de titul van Raden Bachus ook bij de Comp in weinig aan„ zien gestelt, ook de voor heen nu wel opgegeve klag„ ten van de heer Goudelagh omtrent deze regent zijn tootsch en hatelijk gedrag tegen dan Europees spreeken alles tegen hem, zoo dat ik onder Correctie van gevoelen zou„ „de zijn dat tot heilzaame bevordering en meerder ge„ rusteid dier districten die regent van daar genomen wierd haar berigt 37
English
From Java's North East Coast, the 7th of March 1772. From Java's North East Coast, the 7th of March 1772. reported only that the Passourouang Commandant Goudelagh is having the same tracked down by strong patrols in the districts of Malang and Antang as far as the borders of Wierasaba, and also written to that end to Adirogo, Centong, and Lamadjang. Likewise as just mentioned, dated the 8th of January 1772. And furthermore, under this state of affairs in the Balemboang region, I have written to Lieutenant Heinrich to have the roads from the Balembrang region to the west guarded by continuous and sufficient patrols, to pay close attention through good and well-trusted spies whether one or another emissary from the Bayu band was being sent down to lure and stir up these newly arisen peoples thither again, and in all respects to be well on his guard and watchful, likewise with respect to the loose rumors from the west, where Copy of a Javanese letter written by the Ngabehi Yondowijoyo, Regent at Rawa, to the Raden Tumenggung Rongo Lawe at Malang, exhibited at Samarang on the 15th of January 1772. When I was in the west, I heard the rumor concerning which I have obtained no further assurance or certainty than these Javanese notes from Rawa and Calambret, which I think will be worthy of Your Honorable's highly respected attention and speculation, since I have written to the Passourouang Commandant to direct his continuing attention thither and to let the patrols continue in the Malang and Antang areas to the south and west to uncover these still smoldering rumors, and to send hither the concubine and two children of the fugitive Sumonogoro, discovered in the Dalem of the Regent Rongo Lawe, for the highly respected disposition of Your Honorable, while he could let the mantris with their punakawans, the deliverers of the Javanese letters, return home again after having stated their names. 41 From Java's North East Coast, the 7th of March 1772. From Java's North East Coast, the 17th of March 1772. rumor that the Balembrangers were said to have taken up arms again; I therefore request Your Honor to be so good as to inform me what there is to it, how strong the enemy is, and whom they have as their leader; the reasons that I come to ask such of Your Honor are no other than to be able to give an answer when I am asked about it by higher authority. Subjoined: translated by me. Was signed: C. L. Boltze, Translator. Copy of a Javanese letter written by the Ngabehi Setyowijoyo, Regent at Calambret, to the Raden Rongo Lawe at Malang; exhibited at Samarang on the 15th of January 1772. I merely request Your Honor hereby to kindly give me some clear report, both of the state of the enemy to the east as well as of the Company's forces. Subjoined: translated by me. Was signed: C. P. Boltze, Translator. Copy of a Javanese short note accompanying Setyowijoyo's letter. Furthermore, I request, in case Your Honor's daughter named Further concerning the concubine and children of Sumonogoro, I have made the most accurate inquiries with the That the emissaries from Rawa and Clambret sent by the Ngabehis to the Malang Regent Rongo Lawe were overtaken on the high road from there by the patrol sent from Malang to Zoedalm and Sambigiger, and subsequently brought to the Postholder Exter, just as Your Honorable's orders to the sergeant stationed as postholder at Malang have at all times most seriously commanded to keep a watchful eye on everything, among other things if possible to try to intercept letters addressed to or concerning the mentioned Rongo Lawe and send them hither. Copy Extract of a separate letter written by the Passourouang Commandant Goudelagh to the Authority at Sourabaija, dated the 26th of January 1772. Embok Soon might still be unmarried, to know whether Your Honor would not be inclined to give her to my son. 6 5 From Java's North East Coast, the 7th of March 1772. From Java's North East Coast, the 7th of March 1772. local Regent Nitinogoro and his chiefs, who keep watch in Malang, from whom the same was discovered; upon this, I immediately wrote concerning the authenticity of the matter to the Malang postholder, and finding it to be so, immediately made the same known to Your Honorable by respectful letter of the 5th. Subjoined: Agrees. Was signed: P.s Luzac. Copy Extract of a separate letter written by the Lieutenant and Passourouang Commandant Jan Daniel Goudelagh to the Authority at Sourabaija, under date of the 10th of February Anno 1772. And further to inquire into the doings of Rongo Lawe, at the same time keeping a watchful eye on everything, that sergeant having written to me in his letters of the 1st of September of last year and the 3rd of January that the Tumenggung Rongo Lawe has forbidden selling anything to the Europeans, which the chief of Passourouang himself heard from the Malang chiefs, when they have something to sell they should just bring it to him, these are the very words of that sergeant, which originals I have the honor to offer to Your Honorable enclosed herewith; the Patih left behind at Malang, named Wirojoedo, I had come hither last week to inform myself about one thing and another regarding the conduct and correspondence of Rongo Lawe, the same saying he knew of nothing, the reason being that he was held in no esteem by his Tumenggung, consequently everything was treated in the utmost secrecy apart from him, he having taken his confidants along with him to Samarang, while I furthermore take the liberty of informing Your Honorable that from the brother-in-law, the Bangil Tumenggung Joyonogoro, and the local Patih Martawijoyo, it is assured to be thoroughly known that Raden Tirto Kusumo, father of Rongo Lawe, made an oath or curse upon himself and his children never to show loyalty to the Honorable Company, lest perhaps this aforementioned Rongo Lawe might still be mindful of this. Subjoined: Agrees. Was signed: P. Luzac. Lower: Agrees. Was signed: J. R. van der Burgh.
Dutch transcription
Van Iavasoost kust Den 7:' Maart 172 Van Iavasoostkust Den 7:' Maart 1772. berigt dan dat de Passourouangs Commandant Gon„ „delagh in de districten van Malang Antang tot op de grensen van het wierasabase door sterke pat„ trouilles dezelve laat opspooren, en ook ten dien Ein„ „de na Adirogo, Centong en Lamadjang aangeschree„ „ren. Ad. Idem als evengemeld, geda„ teerd Den 8: Januarij 1772. En heb ik wijders bij deze toestant der zaken in het Balemboangse den Luitenant Heinrich aan„ geschreeven door aanhoudende en toerijkende pattrouil„ „les de wegen uit het Balembrangse, na de west te laten bewaken, door goede en wel vertrouwde spi„ „ons nauwkeurig attentie te slaan of een of ander zendeling van het Bajoes rot na beneden gezon„ den wierd om deze nieuw opgekomen volkeren weder derwaarts te lokken en op te rokkenen en in alle op sigte wel op zijn hoede en waaksaam insgelijks ten opzigte der losse gerugten uit het weste, waar Copia Javaanse briev geschreeven door den Jngabeij Iondo wiedjoijo Re„ gent te Rawa, aan den Radeen Tommong Rongo Lawe te Malang verthoont te Samarang den 15: Jann: 1772. Wanneer ik mij in het westen bevond, heb ik het ge omtrent ik geen nadere verzekering of vastigheid heb ingekregen dan deze Javaanse briefjes van Rawa en Calambret welke ik vermein dat vwel Ed:e Achtb: hoog g'eerde attentie en speculatie zullen waardig zijn, daar ik den Passoruangs Commandant heb aangeschreeven zijn aanhoudende attentie daar heen te vestigen en de patrouilles ter ontdekking dezer nog smeulende gerugten in het malangse en Antangse om de zuid en west te laten Continueeren en d' in de Dalm van den Regent Rongo Lawe ontdekte bijzit en twee kin„ deren van den fugative Somonogoro ter hoog g'Eer„ de dispositie van vwel Edele Achtb: herwaarts te zenden terwijl de mantries met hun Panakawans aanbrengers van de Javaanse brieve na hunne name te hebben opgegeven weder thuis konde laten keeren omtrent rugt 41 Van Iavasoostkust Den 7: Maart 172 Van Iavas oostcust Den 17: Maart 172. — „rugt gehoord dat de Balembrangers weder de wappenen zouden opgevat hebben; Jk verzoeke VEd:e des om mij te willen bedeelen wat daar van zeij hoe sterk den vijand is en wien zij tot hoofd hebben; de reedenen dat ik vEd: zulks kome te vergen zyn geen andere als ant „woord te kunnen geven wanneer mij van hooger hand daar na gevraagt wierd. /:onderstond:/ getranslateerd door mij /:was getekend:/ C: L: Boltze Transl: Copia Javaense Briev geschreeven door den Ingabeij Settjo wiedjoijo Regent te Calambret aan den Radeen Rongo Lawe tot Malang; vertoond op Sama„ rang den 15: Januarij 1772. Eenelijk verzoeke ik vEd: bij deezen om mij dog eenig klaar berigt te willen geven, zoo wel van den staat des vijands om de oost als ook van 's Comp: volkeren /:onderstond/ getranslateerd door mij /:was geteekend/ C: P: Boltze, Transl: Copia Javaanse Cartabelletje bij settjo wijoyos briev Wijders verzoeke ik bij aldien vwE: dogter genaamd Verder betreffende de bijzit en kinder van soe„ „monogoro hebbe ik mij op het nauwkeurigste, bij den Dat den zendelinge van Raia en Clambret door de Jngabeijs aan den Malangs Regent Rongo Lawe, door die van Malang uitgezondene pattrouille na Zoedalm en Sambi„ „giger op den grooten Landweg van daar agterhaald en ver„ volgens bij den posthouder Exterig gebragt, gelijk mede uwel Ed: Achtb beveelen aen te malang posthoudende zergeant ten allen tijde op het serieuste aangeschreeven om op alles een wakend oog te houden onder al was het mogelijk brie„ „re ingerigt aan of 't gemelten Rongo Lawe, zien te agterhaalen en na herwaarts te zenden Copia Extract aparte briev geschree„ ven door den Passourouangs Comman„ dant Goude lagh aan den gezagheb„ ber te Sourabaija in dato 26: Ianu„ arij 1772. — om bok soon nog ongetrouwt mogte weezen, te weeten of uwE geen genegentheid had, om de zelve aan mijnen zoon te geven. om bok Jisigen 6 5 Van Iavasoostkust den 7:' Maart 1773. — Van Iavasoostkust den 7:' Maart 1773. hisigen Regent Nitinogoro en desselfs hoofde, zoo te Malang de wagthouden geinformeert, waar van het zelve ontwaard hier op hebbe ten eersten na de Egtheid der zaake, aan den malangs posthouder geschreeven en zoo bevonden, het zelve ten Eersten aan vwEd: Achtb: bij Eerbiedige van den 5:' bekendt gesteld /: onderstond/ Accordeert /:was getekend:/ P:s Luzac -— Copia Extract aparte briev geschreeven door den Luitenant en Passerouangs Commandant Jan Daniel Goudelagh, aan den ge„ zaghebber te Sourabaija sub dato 10:' Februarij A:o 172. En verdere gedoentens van Rongo Lawe te informee„ ren teffens een wakend oog over al te houden mij van dien zergeant in desselfs Letteren van den 1:' Septem„ „ber do p:s en den 3:' Januari aangeschreeven, dat den Tommongong Rongo Lawe verbooden heeft niets te verkopen aan d Europeesen, dat heeft het hoofd van Passerouang zelfs gehoord van de malangse hoofde, den „wen zij wat te verkopen hebben zullen zij maar bij brengen /:die zijn de eijgene woorden van dien zergeant:/ welke origineele ik d' eere hebbe uwel Ed:e Achtb: in Close deses aan te bieden, den te malang agtergeblevene Sepattij in name wirojoedo, hebbe ik verweke maand na herwaarts laten komen, om mij na het een en ander als het gedrag en brieve wissel van Rongo Lawe te informeeren zeggende denzelve van niets te weeten reden, in geene agting bij zijn Tommangong te zijn ge„ „volgelijk alles op het secreetse buiten hem wierd getrac„ „teerd hebbende zijn vertrouwde te zaam mede na Sama„ „rang genomen, terwijlen al verder de vrijheid gebruike vwEd: Achtb: Schoon broeder den Bangers Tommongong Jo„ „Jonogoro, en hiesigen pepattij Martawiedjoijd, werd ver„ „zekert, grondig bekent te zijn dat Radeen Tirto koesoemo rader van Rongo Lawe eenen Eed of vloek over zig en zij„ „ne kinderen gedaan te hebben, om nooit getrouwigheit aan dE: Comp:e te bewijzen of Sumwijlen dit effengemelde Rongo Lawe nog indagtig mogte zijn onderstond Accor„ veort /was getekend/ P: Luzac. / Lager/ Accordeert /:was geteekend/ I: R: van der Burgh. wen Copia
English
From the East Coast of Java, 2 March 1732. From the East Coast of Java, 7 March 1772. Copy of a letter from the provisional Resident Schophoff at Oeloupampang to the Governor Luzac at Sourabaya. Dated 28 January 1772. Sir, I respectfully come to communicate to Your Honourable Worship that on the 22nd of this month, at ten o'clock in the evening, a Blambangan man was brought before the fortress by the mantris Sinindokko, Lanlang Passier, and Sinodirono, who belong here in Toenassem. He had formerly belonged in Cotta, was named Si Laker, and was a Javanese priest whom the mantri Sinodirono had just before caused to be caught in his house, into which he had intended to enter quietly. I immediately had him brought inside and, in the presence of the aforementioned mantris together with Lieutenant Smedeken and Ensign Guttenberger, examined and questioned him as to what he wished to do in Poenassem and where he came from. He answered without fear that he had come from Bajoe in order to persuade the wives of the mantri Sinodirono to come over to Agong Willis in Bajoe, since it was rumoured there that the said mantri was deceased; he had come because Agong had sent him for that purpose, and he was a servant of the same. He furthermore related that the old, deceased Maas Willis, whom he had known formerly and now knew well, alongside the Blambangan Pangeran Depati, put to death in Bali in the year 1764, and the Tumenggungs Soetanagara and Wangingsarie, were all present in Bajoe. Upon being asked by what means those elevated persons had come so far into Bajoe, especially as it was known that the first two mentioned had been dead for so long, his answer was that they had come flying through the air, and that Agong Willis was now their Susuhunan, who never ate or drank and lived solely from the spirit, and that Rampak was now merely a slave of Maas Willis, as were all the other chiefs and commoners. After which I further asked him how strong they were in armed men, the quantity of their gunpowder, lead, firearms, and cannons, as well as how much provision of rice and all other foodstuffs Agong Willis had in Bajoe. He replied that their Emperor Willis, as he called him, had five thousand armed men, five barrels of gunpowder, each of which took four men to carry on a pikul, and likewise lead bullets, five pieces of cannon, four mortars, with a quantity of cannonballs and a multitude of firearms, and that they had rice and other foodstuffs in abundance in and around Bajoe, and that three thousand brave and bold men were about to come over from Bali to their Emperor's aid; that they had removed all their old bentings along with those left in Bajoe by the Madurese, Sumenepers, and Pamekasaners; that their Emperor Willis wished to establish his kota close before Songon, very large and extensive at first, and once all the Balinese had joined him, he would take away the fortress Cotta and establish his sect south of there. I subsequently asked him how much gunpowder, lead, and firearms their Emperor Willis had obtained during the surprise attack on the Europeans at Singen, and whether he would prefer to return to Bajoe this very evening or tomorrow, and what message he would bring to Willis if he did not bring the women with him, and if he were kept in custody here and no message of his errand were brought, what his Emperor would then think or do. His reply was just as fearless as before: that they had brought only one basket of cartridges, roughly sixty firearms or flintlocks and carbines, and ten pistols into Bajoe, and that he would gladly remain at Poenassem tonight and return to Bajoe tomorrow, and would say to Agong Willis that Sinodirono's wives had not wished to go with him; and even if he were held here ever so bound or locked up, he was not afraid, as Willis could quickly set him free, looking upward in the meantime. After this, having had him locked in the stocks with both legs, he very humbly called upon his Emperor for deliverance amidst sighs. On the morning of the 23rd, in the presence of the Tumenggung Japanagara and all the mantris here, the said Si Laker was again examined and questioned as stated above, and he answered and confirmed in like manner as written above. However, having him thereupon tied before a tree swarming with large red ants immediately brought him to a different confession, saying then that all of the above had been dictated to him by the pretended Willis.
Dutch transcription
de Van Iavas oostkcust Den 2 Maert 1732. Van Iava'soostkust Den 7:' Maart 1772. Copia missive van den provisioneel Resident Schophoff te oeloupampang aan den gezaghebber Luzac te Sourabaya. gedateerd Den 28 Januarij 1772. — Heer Eerbiedig kome uwel Edele Achtb: te Communicee„ ren dat mij den 22: deser alhier 's avonds de klok tien uuren een Balemboanger, door de alhier te Toenas„ sem thuijs gehoorde mantries sinindokko Lanlang pas „sier en sinodirono voor 't fortres aangebragt, die voor heen te Cotta thuijs gehoord hebbende in name si Laker een Javaanse priester, die den mantrie sinodirono even bevorens in zijn huijs had laten op vangen, waar in zig stilletjes had menen te maken, den welke ik terstont heb laten binnen brengen en in preesentie van voorm„ mantries met Luitenant Smedeken en vendrig Gutten„ „berger heb geExamineerd en onder vraagt, wat hij te poenassem wilde doen en van waar hij quam antwoor„ „de denselve als onbeschroomt uit Bajoe was gekomen om de vrouwens van den mantrie sinodirono zien over te halen wijl aldaar gespargeert was dien mantrie o„ verleden te zijn om bij Agong willis en Bajoe te Waar na ik hem voorts vragende, hoe sterk van gewapende mannen de quantiteit van hun kruit lood schiet geweeren en Canons, mitsg:s hoe veel voor raad van rijst en alle andere levensmiddelen Agong wil„ „lis in Bajoe was repliceerde denselve dat haar keiser willes, zoo als hij denselve noemde vijfduij„ komen door dien agong daar om was gezonden en een be„ „diende van denselve zijn relateerende denselve voorts dat den oude weg gedoerde maas willis wien hij gekent had„ „de voor heen en nu wel kende beneffens den Balemboan„ gangse pangerang de pattij in ao 1764; te Balie om het leven gebragt ende Tommongongs Soetanagara en wan gingsarie alle in Bajoe Preesent waren aan hem vra„ gende door wat middel die hoger personen alle zoo verre en twee eerstgem: men wist zoo lange overleden waren; in Bajoe gekomen waren datse door de tugt waren komen vliegen was zijn relatants antwoord en dat agong willis nu haar soe„ „soehoenang was, die nooit eeten nog drinken deed alleenig van de geeft leefde in dat Rampak nu maar een slaaf van Maas willis was zoo wel als alle ande„ re hoofde en gemene. komen sent Van Iavas oostkust Den 7:' Maart 1772. — Van Iavasoostkust Den 7: Maart 1772. sent gewapende mannen, vijf vaten kruit /waar aan vier man ieder werk hadden te piekelen / en dito lode ko„ gels vijf stukken Canon, vier mortieren, met een me„ „nig te Canon kogels en een menigte schiet geweren, en datse rijst en andere levensmiddelen in overvloede hadde in en bij bajoe en datter van Balie tot haar keisers hulpe drie duijsent wakkere en branige koppen stonden over te komen, dat zij alle hare oude bentingen met die door de madureesen Sumanappers en pamacassangers in bajoe gelaten alle hadden weggenomen, hun kei„ „ser willis zijn Cotta digt voor songon wilde aanleg„ „gen zeer groot en uit gestrekt voor eerst en als de „baliers alle bij hem waren aangekomen, 't fortres Cotta zou wegnemen, en zijn sect bezuijden van daar vestigen vervolgens vraagde hem hoe veel kruit, lood en schiet geweren hun keiser willis bij 't overrompelen der Europesen te singen had gekree„ „gen en of hy relatant nog van desen avond ofte mor„ „gen liefst wederom na Bajoe wilde gaan en wat bood „schap hij aan willis zout Brengen Als hij de vrou„ „wens niet meede bragt; en als men hem hier in versekering hielt geen boodschap van zijn gezoude Den 23:' Smorgens in presentie van den Tommon„ gong Iapanagara in alle mantries alhier dien si La„ „ker wederom g'Examineert en ondervraagt als voor„ meld staat die in silver voegen Conform antwoorde en bevestigde als voorschreeven, egter denselve daar op voor Een boom latende binden die vol grote rode mieren loopt hem terstont tot een andere bekentenis bragten seggende toen, alle het voorschreeve hem door den gewaande verrigting brogt wat zijn keiser dan denken of doen zouw was zijn weder antwoord zoo min beschroomt als vorens datse maar een rat pattroonen, groote sestig schiet geweeren of snaphanen en Carbeinen, thien postolen binnen Bajoe hadde gebragt, en dat hij deese nagt nog wel op Poenassem wilde blijven en morgen na Bajoe te rug gaan, aan Agong willis zou zeggen de vrouwen van Sinodirono niet met hem hadde willen gaan en als men her hier ook nog zoo gebonde of geslote hielde was hij niet bang of willis konde hem schielijk los maken los maken in tusschen om hoog ziende hem hier na in 't blok met beide beenen laten de sluitten heeft hij zeer ootmoedig onder zugtingen zyn keiser om verlossing toe geroepen. verrigting willis
English
From Java's East Coast, the 7th of March 1772. From Java's East Coast, the 7th of March 1772. Willis Rampak, together with Bappa Savat Endo and Rappo, had been instructed that, if he met anyone from the loyal Balemboangers, he was to say that two Spanish dollars had been promised to him by Rampak to spy on everything here, and that he was a punakawan of Rampak, who in Bajoe still bore the title of Susuhunan; that all the chiefs were acting as before, and that no real Willis, nor Pangeran Dipati, or Tumenggung Sutanagara and Wangsingsarie were there; and that a few days ago in Bajoe, Bappa Larat and Endo had drawn up a list showing no more than two thousand souls, including men, women, and children; that all the people of Bandjer had fled there when Bandjer was burned down, including those of Cradjagang, except for ten households that had stayed behind to make salt; that fully two-thirds were children and women; also, that they were all so weakened and exhausted by hunger that a large part of them were no longer able to leave Bajoe; that mortality among them continued to be very high; and that from the time Bajoe had been attacked by our forces, several small parties of men as well as women and children had deserted, no matter how strong a guard had been kept against it; and that they had nothing more in the world to consume inside Bajoe except banana trees and the hearts of areca palm trees; and that all their powder and lead was exhausted, indeed that they did not have a single cartridge left; and that Bappa Endo had collected all the firearms and stored them in a room, for which reason they had demolished their bentings, fearing that they might be surrounded by firearms there, since they could no longer defend themselves by shooting; that the common people had agreed among themselves that if they received no relief of provisions within a month, they would surrender at discretion to the Company, which none of the chiefs intended to do, preferring rather to perish of hunger; also, that about two months ago Rampak had sent a certain man named Bappa Djamil with three other common Balemboangers to the Balinese princes and requested five thousand auxiliary troops, but against this elapsed time he had not yet returned, and the rumor in Bajoe had been that the aforementioned Djamil had been imprisoned in Bali, though without knowing where; he also confessed that about a month ago, 20 Balinese had come from Tjimbrana and landed at Pakkem with four jochims, and had gone to Bajoe and asked there about the heavy firing they had heard at Tjimbrana from Balemboangang for seven days, having been sent to inquire what it meant; but finding no explanation given in Bajoe to their inquiry, the aforementioned Balinese had all gone back from there to Pakkum and returned in their small craft; furthermore, he confessed that twenty households had remained behind in the negorij Cambierang to guard their paddy and goods, but that the rest from that negorij, as well as from all others throughout the entire country, had ultimately fled together to Bajoe. On the 25th of this month, the repeatedly mentioned Le Laker was examined and interrogated for the third time, whereupon I confronted him with threats to give me the true state of Bajoe, warning that otherwise I would have his nose, ears, tongue, fingers, and toes cut off if he reported falsely to me, and that, as I was expecting reports that evening from the spies I had sent out, I would proceed with his execution the following day; but that if he told the truth in accordance with the report I was to receive from my spies, I would let him go free and clear with a good reward; wherefore he affirmed that everything he had confessed and acknowledged on the 23rd was the actual state of the rebels in Bajoe. Now, for several days there have been such ceaseless storms at sea here, whereby all vessels cruising have been stripped of their sails, anchors, and ropes, entirely crippled. All the men had been registered by the chiefs; their total number under the four chief regents was as follows: Bappa Larat 300, Bappa Endo 400, Bappa Rappa 200, and Bappa Malm 300, which made up a number of 1300; and that he well knew that none of all the Balemboangers had fled to Bali, nor found refuge under the prince of Badong in his lands, well knowing that they would be seized and put to death; he also related that among the aforementioned 1300 men, a good hundred souls were of the Centong and Djember peoples who had previously fled to Bajoe; furthermore, he testified that if Bajoe were blocked at its three exits, the rebels would all perish of famine within a few days, to which end he offered to point out the roads if the Company went thither.
Dutch transcription
Van Iavas oostkust Den 7:' Maart 1772. — Van Iavas oostkust den 7: Maart 172. — willis Rampak, beneffens Bappa Savat endo en rappo was aan gerecommandeert moeste zeggen als iemand van de getrouw gebleve Balemboangers ontmoete, hem twee matten van Rampak was belooft om hier alles te be„ spieden en dat hij een poenakawan van Rampak was die nog in Bajoe de naam van soesoehoenang voerde en alle de hoofden als voor heen ageerden en geen egte wil„ lis nog pangerang de pattij of Tommongong soeta„ nagara en wangsingsarie daar was en dat er in Bajoe voor eenige dagen Bappa Larat en Endo een lyft hadde opgemaakt gehad, niet meer als twee duy„ „send koppen zoo mannen, vrouwen en kinderen waren en dat de Bandjerse volkeren alle bij waren gevlugt toen bandjer verbrand was, onder gerekent met die van Cradjagang behalven tien huis gezien en gebleeven om zout te maken, en ruim twee derde kinderen en vrou„ „wen waren, ook alle door de honger zodanig waren ver„ „flouwt en afgemat een groot gedeelte niet in staat meer waren uit Bajoe te gaan de sterfte nog sterk bij haar bleef aanhouden, en dat er zig van de tijd af dat Bajoe van de onse aangetast geweest, reele hadde verlopen met klijne parthijen zoo manne als vrouwen en kinderen hoe sterkse wagt daar voor gehouden hadden en datse ter werekt niets meer hadden tegenuttigen binne Bajoe als piesang bomen en de harte uit d' arreeks bomen, en dat al haar kruit en lood op was ja geen enkelde pattroon meer hadden en dat bappa Endo alle schiet geweren bij zig versamelten ge„ „borgen had in een vertrek waaromse haare bentings hadde weg geworpen dat se bevreest waren niet schiet geweren daar mogte om Eingelt worden, wijlse haare met schieten niet meer konde verdiffendeeren, dat het gemene volk zig verenigt had als zij geen ontset van levensmiddelen binnen een maand kreegen, hun op discreete aan de Comp: zouden onderwerpen 't geene geen enkelde van de hoofden voorgenomen hadden. te doen „liever van honger te willen vergaan, ook dat rampak nu omtrent twee maanden geleden eene genaamt Bappa famil met nog drie gemeene Balemboangers aan de balische vor„ sten had gezonden en versogt om vijf duijsend man hulp troupen tegens dit verlope ligt tot nog niet wederom te rug gekomen was en 't gerugt te Bajoe had gegaan gem: Jamiel te Balie gevangen was geset egter niet wetende waar; ook beleed denselve dat er 20 baliers nu bij een maand geleden van Tjimbrana te Pakkem met vier Jochems waren komen landen en hun na Bajoe en hadden Van Iavasoostkust Den 7: Maart 1772. Van Iavas oost cust Den 7 Maart 1748: — hadden begeven en aldaar gevraagt na 't veele schielen datse seven dagen lang te Tjimbrana van Balemboangang „gehoort hadden, waren gezonden geweest te vernemen zulks beduide, te Bajoe geen weet van hun na vrage gehad rede„ rien te geven-zegt voorm: Baliers 't zamen wederom van daar na Pakkum waren gegaan in haare vaartuijgjes geretourneert: voorts bekende dat nog twintig huisgezin„ „nen op de negorij Cambierang waren gebleeven bij haa„ „re padij en goederen te bewaken egter d overige uit die „negorij zoo wel als van alle andere van 't gansche land laast in Bajoe waren bij elkanderen gevlugt geweest. Den 25: deser meermelde Le Laker voor de derde maal geExamineerd en ondervraagt, wanneer ik hem te ge„ „moede voerde met ariegementen om mij de regte staat van Bajoe op te geven, hem anders neus ooven, tong ringeren ende tonen van de voeten zou laten afsnijden mij valschelijk berigte, ik dien avond door mijn uitge„ „zondene spions met na rigt stont te krijgen, 's daags daar aan met de Executie aan hem zou voortvaren maar als de waarheid quam te zeggen over een kom„ stig met 't berigt dat ik van mijn verspiederstont te Nu voor eenige dagen zulke onophoudelijke stormen alhier in zee geweest, waar door alle vaartuijgen op kruijs „sing van hun zeilen, ankers en touwen ontrieft, gansch krijgen, hem vrij en lieber met een goede beloning zou laten lopen, heeft denselve betuigt alle 't geene den 23: beleden en bekent heeft de wesentlijke staat van de rebellen te Bajoe alle mannen door de hoofden waren opgenomen geweest; haar geheel getal van onder de vier hooft regenten was als Bappa Larat 300„ Bappa Cnoo 400 Bappa Rappa 200 en Bap„ „pa Malm 300, dat een getal van 1300: uitgemaakt had En dat hij wel wist geene van alle Balemboangers na Balie waren gevlugt, ook geen scuijl onder den vorst van Badong in zijne landen kreegen wel wisten aangehaalt wierden en omgebragt ook verhaalde dat er onder de voor„ „melde 1000: mannen nog grote hondert koppen waren gewast van de Centongse en Djemberse volkeren na Bajoe be„ vorens gevlugt vervolgens nog betuigde als Bajoe op hare drie uitgangen beset wierd, de rebellen alle binnen kor„ „te dagen van hongers-nood moesten vergaan, waar toe zig aan preesenteerde de wegen zou aanwijsen als de Comp: derw: gaande. krijgen onttram 13 e 51