Inventory 3364
Japan · 931 pages · 397 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Java's Northeast Coast, 7 March 1772. — From Java's Northeast Coast, 7 March 1772. — arrived home dismantled, and a mayang prahu with two sailors and two soldiers that had been to the South Cape being missing, and a ditto run aground by the severe storm and shattered to pieces, though the people thereof were all saved; most of the small vessels have nevertheless been promptly repaired as far as practicable and sent out distributed for cruising. The illnesses here at Ulupampang have almost entirely ceased among the Europeans this month, and they are beginning to recover more and more daily, whereas the opposite is presenting itself at Cotta, with disabled people arriving here daily to recover from severe diarrhoea or dysentery. I also enclose herewith a certificate executed by the postholder Kreegel concerning the supply of provisions which Captain-Lieutenant Reijgers acted upon upon his arrival at Cotta, together with a list given to that postholder to provide extra rice daily to the persons named therein, it having been unknown to me that such was permitted, which I also transmit for Your Honour's consideration or approval; and I am withholding such provisioning until I have received authorization for it, nor can I find any account regarding the provisions sent to Captain-Lieutenant Rygers, except for what was received from the pantjalangs, which I have each time had taken in by commissioners with a full report thereof, and everything taken by Reijgers occurred without my knowledge, and according to his statement during his lifetime in conversation, that this was the nearest way to discover something thereof, much of the rice and other provisions would be found missing. Yesterday evening the mantri Tjaringandul of Pattang came to inform me that a woman had arrived there that day from Bayu almost dead from hunger, and having questioned her about how matters stood with the rebels in Bayu, she reported that they would have to move away from there or all die of hunger shortly, and that so many were dying daily, and I also have the honour to report that a prahu arrived here yesterday from Banger with thirty heads of bators, whose mantri or chief informed me that there were still Bangil people nearby on the land route who had lost their vessel between Panarukan and Cape Sedano, where Madurese vessels with people were also known to have run aground due to the heavy storms, from which the people had returned to Panarukan. Wherewith, with the most dutiful high esteem and respect, I call myself, Your Honourable Worships' very humble servant, was signed: H: Schophoff In the margin: Ulupampang, 28 January 1772; Below stood: Agreed, was signed: Pieter Luzac; Lower: Agreed, was signed: S: R: van der Burgh. To His High Excellency The High Noble, Valiant, and Right Honourable Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General, together with The Honourable Lords Councillors of the Dutch Indies High Noble, Valiant, Right Honourable Lord, Honourable Lords, In my recent humble letter of the 7th of this month I had the honour to communicate to Your High Excellencies that I had written to the Resident at Surakarta, Von Straalenborf, to investigate how far credit was merited by the rumours that some of the Emperor's and of Pangeran Mangkunegara's, alias Raden Mas Said's, people were in motion, and I added thereto, based upon the Sunan's proven goodwill and the assurance of the said Resident in his letters of 27 January and 29 February, accompanying this in extract under Appendix Letter A, that the Pangeran, finding more and more pleasure in tranquility, diverted himself daily with his customary recreations and seemed to have nothing less than mischief on his mind, not only that these movements were apparently made with a good purpose just as in the previous year, to occupy all roads and approaches from the Emperor's lands to the east, but also said beforehand in another place that the emissaries who had claimed to have been sent by the named Prince to Malang's Regent Ronga Lawe, to inform him that 2000 heads were about to arrive in his districts, must in my opinion have been dispatched by someone else; but that one must now maintain the contrary with respect to Mangkunegara can be deduced from the later letters of the Surakarta Resident dated the 13th, 14th, and 16th of this month, together with a report from a certain Javanese named Marto, transmitted under Appendices Letter B, since Your High Excellencies will gather from the first letter and that report that he is suspected of having formed designs with several grandees—and among others the dismissed administrator Mangkuprojo, the Regent of Banyumas, who is a son of the Sultan's administrator Danureja and was not long ago married to the Pangeran's daughter unexpectedly, or virtually at the same time that he asked me for a husband for her from the Company—whereby the peace and tranquility on this blessed Java are about to be disturbed, and to that end he is said to have had arms for two thousand men brought together in his land of Kaduwang, and on the nearby mountains Kamucup and Payung already a number of 13,000 heads under five prominent chiefs; as well as from the preparation in which he himself, according to the second letter, was found with his people in his dalem on the morning of the 14th of this month, it seems must be concluded that on that day the
Dutch transcription
Van Iavasoost kust den 7: Maart 1773. — Van Iavas oostkust Den 7. Maart 178. — onttram poneert thuijs gekomen, en Een prauwmajang met twee mattroosen en twee militairen na de zuijd hoek geweest 't zoek zijnde en een dito door 't swaar onweer gestrand en tot stukken verbrijsselt, egter de menschen enelijk alle daar van gered; zijn egter de meeste vaartuijgjes wederom in spoed na doenelijkheid herstelt en verdeeld ter kruijssing uitgezon„ „den De ziektens hebben hier te oeloepanpang in deese maand onder de Europesen als ten eenemaal opgehou„ den en dagelijks meer en meer beginnen bij te komen daar zig't tegendeel te Cotta komt op te doen, dagelijks impotente herwaarts komen ter genefing van de sware afgang of dissenterije In Closeere nog hier in een Certificaat door den posthou„ „der kreegel gepasseert aangaande de verstrekkinge van provisien den Cap:n Luitenant Reijgers bij zijn aankomst te Cotta geageert heeft, beneffens een tijstje aan dien posthou„ „der gegeven gehad: om de verstrekkinge van rijst 's daags aan de daar bij bendemde personen Extra te doen, is mij onbewust geweest van zodanige te mogen doen, tot uwel Ed: Gisteren avond komt mij den mantrie Tjaring an„ „dul van Pattang berigten aldaar een vrouwspersoon dien dag uit Bajoe bij na dood van honger was aangekomen onder vraagt had hoe het in Bajoe met de rebellen gelegen was beregt had datse van daar moesten verhuisen of binne korte alle van honger sterven, ook dagelijks zoo vee„ „le overlijden quame en heb ik de Eere meede te bede„ len als dat er een prauw gisteren mede van Banger met dertig koppen battoors alhier gearriveert is, van welke mantrie of hooft mij berigte dat er nog Bangilse speculatie ofte goedkeuring meede oversende; en houde op met zulke verstrekkinge voor dat qualificatie daar toe ons fangen heb, ook geen reecquening wegens de toegezonde pro„ risien aan Capitain Luitenant Rygers weet te vinden als op 't geene uit de pantjallangs ontfangen heb telkens door gecommitteerdens heb laten innemen met een volledig berigt daar van, en van t door Reijgers geligte mij onbekent alles is geschied en volgens dies opgave in zijn leven bij dis„ „Cours, dat de bingste weg was om iets daar van te ontdek„ „ken veel aan de rijst en andere provisien zoude komen te ontbreeken. speculatie volkeren 53 55 Van Iavasoostkust Den 7: Maart 1772. — Van Iavas oost kust Den 7: Maart 172. — volkeren na bij waren op de landweg die hun vaartuig tusschen panaroekan en Caab Sundana verloren hadden waar ook madureesen vaartuigen met volk wisten door de sware stormen en meer gestrand waren, waar vande vol koren te rug na Panaroekan waren gegaan. Waar meede met de meeste verschuldigdste hoog agting en Eerbied mij noeme /onderstond/ Titul /:lager/ uwel Ede„ „le Achtbaaren zeer zubmissen dienaar /was geteekend:/ H: Schophoff /:in margine / oeloepampang den 28 Ja„ nuarij 1772; /:onderstond:/ Accordeert /was getekend/ Pre„ ter Luzac /:lager. / Accordeert / was getekend/ S: R: van der Burgh. Bij mijne Iongste onderdanige van den 7: deeser hadt ik de eere vwer hoog Edelheden te Communiceeren dat ik het opperhoofd te soero Carta van Straalenborf hadt aan„ geschreeven te onderzoeken in hoe verre geloofmeriteerden de gerugten dat eenige van des keijzers en van Pangerang Mancoenagava /:alias:/ Maas Saids volkeren in bewee Hoog Edelen Gestr: Groot Agtb Heer Wel Edelen Heeren Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen gestr: Gr:t Agtb: Heer Perus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal, nevens De wel Edele heeren Raaden van Nederlands Indië ging ging lb Van Iavas oostkust den 18:' Maart 1712. — Van Iavasoost kust den 18 Maart 172. — „ging waaren, en ik voegden er op fundament van des soesoehoe„ „nangs beproefde welmenendheid in de verzeekering van het gemelde opperhoofd bij zijne brieven van den 27:' Ianuarij en 29: februari onder de Bijlage L=ra A: in Extract deezen verzellende dat den Pangerang meer en meer Smaak in de rust vindende zich dagelijks met zijne gewoone uitspaningen diverteerden en niets minder dan kwaad in zijn zin scheen te hebben, niet alleen bij dat dee„ „ze beweegingen apparent even als in het voorleden Jaar met een goed oogmerk geschieden, om alle wegen en toegangen uit 'skeijzers landen om de oost te bezet„ ten, maar zeide voor af ook op een andere plaats, dat de sindelingen die voorgegeven hadden, door opgenoem„ „de Prins aan Malangs Regent Rongo Lawe gezon„ den te zijn, om hem te verwittigen dat er 2000. kop„ „ppen in zijne distrecten stonden te komen, naar mij„ „ne gedagten van iemand anders moesten afgevaar„ digd zijn, doch dat men tans met opzicht tot Mancoena„ „gara het Contrarie sustineeren moet is op te maken uit de latere brieven van het soera Cartas opperhoofd de dato 13: , 14: en 16: deezer nevens een relaas van ze„ „kere Javaan Morto genaamd onder de Bijlagen L:a B: overgaande alzoo vwer Hoog Edelheden bij de eerste briev in dat relaas voorkomen zal dat hij gesuspecteerd word met verscheide grooten en onder andere den gedimoveer„ den Rijks bestierder Man koprodjo, den Regent van Ban„ joemaas die een zoon van sulthans Rijksbestierder Danoere„ „dja, en met des Pangerangs dochter, niet langgeleden op het onvernagste, of genoegzaam op dezelve tijd dat hij mij om een man voor haar van de Comp:e verzogt is getrouwd voornemens te hebben beraamd, waar door de rust en vreede op dit gezegend Java staat te worden ge„ stoord, en ten dien Einde in zijn land Cadewan voor twe duisend man wapens en op de daar na bij gelegen ber„ „gen kamoetjoep en Pajoe-ang bereeds een aantal van 13000 koppen onder vijf voornaame hoofden bij een zoude hebben laten brengen; mitsg=s uit den toestel waar in hij zelfs volgens de twee briev smorgens van den 14: dee„ „sia in zijn dalm zijn volk aangetroffen is schijnt te moeten worden opgemaakt, dat hij op dien dag de bij
English
From Java's East Coast, the 18th of March 1772. From Java's East Coast, the 18th of March 1772. on the occasion when the Javanese feast Bazaar was about to be celebrated, he must have been intending to undertake something or other, but in which he was fortunately forestalled by the illness of the chief, feigned at the Emperor's desire, because the prince then also had a pretext not to appear in public on that feast day, although it is also maintained that he awaits my arrival at the courts and the requests made in the letter attached hereto under Annex L: D, namely that I would bring about that the Emperor should grant him the villages of Pandjerlan and Samarden just like Banjoemaas, that is to say as wedono, and the district of kamagettan in lease, provided also that the Sultan pay him the 200 Spanish reals per year formerly promised for the daughter of the former Pekalongan regent, now Pangeran Notta Coessoemo, who was surrendered to him, and which he now for eight years already has not deemed advisable to confer directly with the Sultan on a claim of that nature, the more so because it must be considered a private agreement, about which the Pangeran had previously said nothing and which he has now certainly brought up in order to have a pretext, but has sought to keep that matter, as well as his request for the Emperor's aforementioned lands—since those have been repeatedly refused—pending until my arrival at the courts, in order then to discuss it orally and, if possible, to dispose the princes in the most favorable manner. But at the first news of what was afoot, I could not wait that long, and therefore, by the copy of the letter transmitted under Litra E, yet in terms from which he may well conclude that one is informed of his intention, I promised the prince further assistance and gave hope that, if he remained steadfast in trusting the Company, his petition for the aforementioned villages would also apparently succeed, or at least that I would use my utmost endeavors toward one and the other; and I likewise presented the Pangeran's petition to the Emperor, and at the same time, by the copy of the letter also attached under Litra E, not only gave notice of the news received that at his court certain prominent persons, without however mentioning anyone, were plotting evil designs to disturb the general peace, but also advised having an inquiry made into the same, in order to stifle that evil in its cradle. I await the reply of both of them. Meanwhile, the chief Straalendorf reports in his letter of the 16th of this month that the Emperor had shown himself inclined to cede the two first-named villages, the third being unknown in his lands, upon my arrival, provided also that the Pangeran had shown signs of satisfaction with the contents of my letter and made expressions of his trust in the Company; yet whether that is genuinely meant, I doubt very much, the more so because, according to that same letter from the chief Straalendorf, rumors have it that Mangkunegara's assembled forces were about to arrive and muster on the 24th of this month at Lammira, two hours from Surakarta, and that, since this cannot occur without the knowledge of the Mataram court, the Sultan is in league with the Prince and both of them must be targeting the Emperor. But since Chief Lapro, on the other hand, in a letter of the 16th of this month, gives the strongest assurance of the Sultan's sincerity, I do not yet know what to rely on. I myself am doing everything possible, and I have also written to both the aforementioned chiefs to redouble their zeal in order to get to the bottom of the matter, who all are involved in it, and who actually, as being unknown here by name, the leaders of the assembled forces are, as well as to discover what their intention and design is, with the recommendation to advise the princes, whenever no reasons appear to suspect them, each for himself to adopt such measures for their own safety as appear serviceable to thwart the evil designs of peace-breakers. Thus Your High Right Noblenesses will, if it please you, be able to ascertain this and what further I have given him in mandates from my letters of the 14th and 16th of this month. I
Dutch transcription
Van Iavasoostkust den 18:' Maart 173. — Van Iavasoostkust Den 18:' Maart 172. — bij gelegentheid dat het Javaansche feest Bazaar stond te worden gevierd alvoornemens geweest moet zijn, het een of ander te ondernemen doch waar in hij gelukkig is ge„ prevenueerd, door de op 's keijzers begeerte voor gewon„ „de siekte van het opperhoofd de wijl den vorst toen ook een voorwendsel hadt op dien feest dag niet in het pu„ blicq te verschijnen al hoe wel men ook wil dat hij mijne komst aan de hoven en afwagt of in de bij zijn onder de bijlagen L:m D: gevoegde briev gedaane verzoe„ „ken dat ik namentlijk wilde bewerken dat den keijzer hem de negorijen Pandjerlan en Samarden even als Banjoemaas /: dat is als wedono /: overliet en het district kamagettan in pacht mitsg:s de Sulthan hem betaalde de wel eer voor de aan denzelven over„ gelaten dochter van den voormaligen Paccalongangs. regent, nu Pangerang Notta Coessoemo beloofde 200 sp:s realen 's jaars en dewelke hij nu al in acht Jaaren niet raadsaam geoordeeld over pretentie van die natuur te meer om dat het een particuliere over eenkomst moet weegen, waar van den Pangerang bevoorens niets ge„ „regot en die hij nu zekerlijk om een voorwendsel te hebben op gedolven heeft den sulthan direct te onderhouden, maar getragt die zaak en ook zyn verzoek om de boven gemelde Landen van den keijzer, uit hoofde die al meerweigerd zijn sleepende te houden tot mijne komst aan de hoven ten Einde dan mondeling daar over te spreeken, en was het mogelijk de vorsten op het favorabelst te disponeeren; maar op de eerste tijding van het geen er gaande was heb ik zoo lange niet mogen wogten en daarom den prins bij de onder L=ra E overgaande Copia briev echter in termen waar uit hij wel opmaken kan, dat men van zijn voornemen is g'informeerd nader mijne hulpe beloofd en hoope gegeven dat als hij standvastig op de Compagnie bleef vertrou„ „wen zijne instantie om voormelde Negorijen ook apparent reusseeren ten minsten dat ik mijn uiterste de voir tot het een en ander aanwenden zoude mitsgaders ook den keij„ zer des Pangerangs instantie voorgedragen en bij de mede onder L=a E: gevoegde Copia briev teffens, niet alleen kennis gegeven van de bekomen tijding dat er aan zijn hof eenige voorname perzoonen /:sonder rept echter Van Javasoostkust Den 18:' Maart 1772. — Van Iavas oost kust Den 18:' Mart 172. — echter iemand te noemen :/ kwaade ontwerpen smee„ den, tot stooring van de algemeene rust maar ook gera„ den na deselve onderzoek te laten doen, om dat kwaad nog in zijn geboonte te smooren Ik wagte hun beider antwoord: nog terwijl het opperhoofd Straa„ „lendorf bij zijn briev van den 16: deezer meld dat de keij „zer zich genegen getoond hadt de twee eerst genoem de Negorijen /: de derde in zyne landen niet bekent/ bij mijne komst afte staan, mitsg:s den Pangerang ook blijken van genoegen hadt laten geven over den inhoud mijns briev en betuigingen doen van zijn ver„ trouwen op de Compagnie doch of dat wel gemeend is, trek ik zeer en twijffelen te meer daar volgens die zelfde briev van het opperhoofd Straalendorf de gerugten willen dat Man coenagaras bij een ge„ bragte volkeren, den 24: deezer te Lammira twee uuren van Souracarta stonden te komen Compee„ ven en dat, wijl zulks niet zonder voor weeten van het Matarmsche hofgeschieden kan, den sul„ „than het met den Prins eens zijn en zij beide het op den keijzer moeten hebben gemunt, dan vermits het opperhoofd Lapro daar en tegen ook bij briev van den 16: huljius de sterkste verzeekering van 's sulthans welmenend„ „heid geeft weet ik voor als nog niet waar aan ik mij hou„ „den zal. Ik doe zelfs al wat mogelijk is en ik heb ook beide de voorwaarts genoemde opperhoofden aangeschree„ „ven kunnen iever te verdubbelen, om agter het wezent„ „lijke der zaak te komen, wie er al in betrokken, en wie eigentlijk /:als volgens de naamen hier onbekend:/ de hoofden der bij een verzamelde volkeren zijn mitsgaders te ontdekken wat haar voornemen en ontwerp is: met recommandatie om de vorsten wan„ neer er geen redenen voorkomen hen te suspec„ „teeken aan te raaden ieder voor zich tot Eigen veilig„ „heid zulke middelen te bevaamen als dienstig voor„ „komen, om de boose voornemens van rust verstoor„ ders te verijdelen invoegen VW: Hoog Edelheden dit en wat hem verder in mandatis gegeven hebbe, des „behagende Consteeren zal bij mijne brieven van den 14: en 16: deezer, Ik
English
From Java's northeast coast, 18 March 1772. From Java's northeast coast, 10 March 1772. For my part, I am meanwhile still of the opinion that neither of the two rulers has a share in this matter, but I can just as little conceive what reasons motivate Prince Mancoenagara to undertake a new excursion; and yet from all the accumulating circumstances it can be established with sufficient certainty that he is pregnant with evil intentions. Therefore, I most humbly request Your Excellencies to be strengthened with your orders as to how I shall have to behave in this matter, whether one of the rulers is also involved or not, or whether the Prince begins hostilities against one or both of the rulers, with or without the Company, or, without undertaking anything else, only attempts to assist the people of Balemboangan, which would be a hostile attempt solely against the Company. Meanwhile, or as long as I have no reasons to suspect the rulers, one shall encourage them to put themselves in a proper state of defense. I have also, to bring the garrison at Soerakarta to full strength, dispatched thither 26 soldiers, one gunner, and three artillerymen, but now the Samarang garrison is also so weak that the guards are constantly on duty and the artillerymen even have to guard one of the bastions. Furthermore, upon the request of the chief Straalendorf in the postscript of his latest letter of the 16th of this month to be permitted to attack the Pangeran with the Emperor's help if it appears that he has misled him, I answered that he should rather attempt to persuade the Emperor alone to do so and especially beware of being the sole or first aggressor, but, upon being attacked, to repel force with force and to seek the ruler's help for that purpose as well as to render it to him in the opposite case; all of which, and whatever I have further accomplished in this matter to date, I hope will gain Your Excellencies' approval. From Java's northeast coast, 18 March 1772. From Java's northeast coast, 10 March 1772. And because I am apprehensive that as soon as it comes to hostilities, the ill-disposed will attempt to take possession of Malang and Antang in order to find a hiding place there and at the same time a passage to Balemboangan, I have also directly written to the Resident Luzac to recommend the utmost vigilance to everyone everywhere in that region, and immediately to have the Madurese, Sumenepers, and Pamekasaners still lacking from the required number—who are said to be mostly ready—cross over, with authorization, for the reinforcement of Malang and Antang, to enlist a company of Easterners that had been gathered at Soerabaija and to send them directly thither in order to hold back and oppose the enemy as much as possible on that side, and to forestall them in the Balemboangan region by bringing the rebels by force to submission before they receive help, whether with or without the reinforcement of Europeans, if Lieutenant Heinrich (who appears to direct matters with prudence and deliberation, and according to his letter of 19 February has already inflicted some damage on the rebels) otherwise judges the force sufficient. And to this latter course—because Your Excellencies, by respected separate letter of 11 February last, were pleased to order that nothing offensive should be attempted before the right time and the arrival of European reinforcements—I also both request Your Excellencies' supreme authorization herewith and directly insist that the Malang and Antang regent Rongo Sawe (who is already arrested here), regarding whom it can no longer be doubted that he received Mancoenagara's emissaries and concealed them for several days, as well as had knowledge of his intentions long beforehand without giving notice of either, may be dismissed and that I be permitted to send him, with or without his wife (who is a daughter of the late former regent of Soerabaija), to the capital at Your Excellencies' disposal. Meanwhile, I have let the provisional Balemboangan regent Carta Nagara, proposed in his stead in my respectful letter of the 7th of this month, depart for Soerabaija and given instructions to the Resident Luzac that now that those districts are actually without a chief, if anything should be amiss, to provisionally entrust the administration of Malang and Antang to the said Carta Nagara, but otherwise to await Your Excellencies' decision. The Resident Luzac having requested my consent for the validation and payment of two accounts, one of the late Captain-Lieutenant Reijgers and one of Ensign Fisscher, on account of extraordinary expenses incurred by the latter in the districts of Sentong, I take the liberty, while submitting those accounts, to request Your Excellencies' authorization for this and subsequently for the write-off, and to report that I have caused the funds found in the estate of the first-mentioned to be attached for the balance due to the Company. The corps of Samarang dragoons being now entirely destitute of officers, I take the liberty to propose to Your Excellencies herewith, in place of the aforementioned deceased Captain-Lieutenant Reijgers as commander over it, the Lieutenant of Infantry Johan Fredrik Walter, who, both as an officer and in the function of town major long held by him here, has always conducted himself well and given satisfaction, and thus deserves that I present a favorable recommendation to Your Excellencies.
Dutch transcription
Van Iavas oost kust Den 18:' Maart 1732. Van JavasostCust den 10 Maart 173. — Ik voor mij ben ondertusschen voor als nog van gevoelen, dat geen der beide vorsten in deeze zaak deel hebben doch ik kan even min uitdenken wat redenen den prins Mancoenagara moiweeren, om een nieu„ „wen uitstap te doen en echter is uit alle de te za„ men hopende omstandigheden genoegzaam zeeker te stellen dat hij met kwaade voornemens bezwan„ „gerd gaat, en daarom versoeke ik uwer hoog Edel„ „heden ootmoedigst om met der selver ordre te mo„ gen worden gesterkt, hoe ik mij in deesen zal te gedraagen hebben het zij dat er een der voos„ „ten mede gemelleerd is of nat:s dan wel den Prins vijandelijkheden begind tegens een dan wel beide de vorsten, met ofte buiten de Comp. of zonder iets anders te onderneemen alleen tragt de Balem boan„ gers te assisteeren:/ 't welk een vijandelijk attentaat alleen tegen de Comp: zoude zijn, terwijl ik intus„ schen of zoo lange ik geene redenen heb de vor„ sten te verdenken Men zal laaten aan spor„ „ren om zich in behoorlijke staat van de fensie Ik heb ook tot voltalligmaaking van het guarnisoen te Soera Carta 26: militairen een Can„ nonier en drie Busschieters, derwaarts laeten vertrekken maar nu is ook het Samarangsche guarnisoen zoo zwak dat de wagten vast staan alles dienst doen ende Arthilleristen zelfs te stellen, mitsgaders op het verzoek van het opper„ hoofd Straalendorf bij P: S: van zijn jongste briev van den 16 deeser om den Pangevang met 't keijzers hulpe te mogen attacqueeren indien blijkt dat hij hem mis„ leid antwoorden dat hij liever den keijzer alleen daar toe moet tragten te persuadeeren en zich voor al wagten van alleen of de eerste aggresseure te zijn doch geattacqueerd wordende geweld met geweld te keeren endaar toe zoo wel des vorsten hulpe te ver„ zoeken als in het tegen over gestelde die aan hem te bewijzen 't welk en wat ik tot heden in deezen verder verrigt heb, zoo ik hoope de goedkeuring vwer Hoog Edelheden wegdragen zal een 65 Van Iavasoostkust den 18: Maart 1772. Van Iavasoostkust den 10: Maart 172. — een der punten bewaaken moeten. En de wijl ik beducht ben, dat zoo draa het tot vijande„ lijkheeden komt, de kwalijk gezinde haar van Malang en An„ tang zullen tragten meester te marken ten Einde daar schuil plaats en teffens een doortogt naar Balemboangang te vinden heb ik den gezaghebber Luzac, ook direct aangeschreeven, om aller wegen om dien ooirt een ieder de beste waakzaamheid aan te beveelen, ende aan het gerequireerde getal nog manquee„ „rende madureesen Sumanappers en Pamacassangers die gezegd worden meest gereed te slaan ten eersten te laaten oversteeken, met qualificatie om ter versterking van Malang en antang een Compagnie oosterlingen die op Sourabaija bij een gebragt was indienst te nemen en direct derwaarts te zenden ten Einde aan die kant den vijand zoo veel mogelijk op en tegen te houden, en in het Balemboangsche te preveniee„ „ren, door de Rebellen, voor dat zij hulpe krijge, met geweld tot onderwerping te brengen 't zij met of zonder versterking van Europeesen als den Luitenant Heinrich /:die met voorzigtigheid en overleg de zaaken schijnt te derigeeren en volgens zijn briev van den 19:' februarij de Rebellen al eenig nadeel toegebragt heeft anders de magt toerijkende oordeelt en tot welk laaste ik dan ook, om dat V: Hoog Edel„ „heden bij gerespecteerde aparte van den 11: ebruarij Jongst„ „leeden hebben gelieven te gelasten, niets offen siefs te tentee„ „ren voor den goeden tijd, en bekomen versterking van Eu„ ropeers hoogst derzelver qualificatie in tusschen bij dee„ zen zoo wel verzoeke als direct insteere, dat den ma„ langen Antangs regent Rongo Sawe /: die hier reeds is ge„ arresteerd:/ nu niet meer in twijffel mag getrokken worden of hij heeft mancoenagaras sendelingen geaccepteerd, en ee„ „nige dagen verborgen, mitsg:s voor lange van zijn voornee„ men de wat gehad zonder nog van het een of ander ken„ nisse te geven mag worden gedimoveerd en mij gepermit„ teerd hem met of zonder zijn vrouw /:dat een dochter van den laast afgegaane sourabaijas regent is:/ naar de hoofd„ plaats ter dispositie vwer hoog Edelheden op te zenden hebben ik onderwijle den bij mijne eerbiedige van den 7:' deezer in fijn steede voorgedraagen p:l Balemboangsch re„ „gent Carta Nagara naar sourabaija laten vertrek„ volgens, ken Van Iavas oost Cust den 10 Maart 172. — Van Javas oost kust Den 18:' Maart 1772. — „ken, en den gezaghebber Luzac, in mandatis te gegeven, om nu die dis„ „tricten actueel zonder hoofd zijn als er iets mogt Exteeren dan ge„ melden Carta Nagara, het bes„ „tica van Malang en Antang bij provisie op te dragen doch anders de dis„ positie vwer hoog Edelheden te laa„ ten afwagten. Den Gezaghebber Luzae mijne toe„ stemming ter valideering en afbetaa„ „ling gevraagd hebbende van twee Reekee„ „ningen Een van wijlen den Capitain Luu„ tenant Reijgers, en Een van den ven„ „drig Fisscher, wegens door den laats„ ten in de districten van Sentong gedaane Extra uitgaven gebruik ik de vrijheid vw: hoog Edelheden, on„ der aanbieding dier reekeningen, daar Het Corps Samarangsche dra„ „gonders tans geheel van officieren ont „bloot zijnde, gebruijk ik de vrij„ „heid, vwer hoog Edelheden, in steede van opgemelde overleden Capitain Luitenant Reijgers, tot hoofd daar over bij deezen voor te dragen den Luitenant der Infanterie Johan Fredrik Walter, die zoo wel als officier, als in de lang door hem bekleede functie van onder maijoor alhier steeds zich wel gedraa„ gen en genoegen gegeven heeft, en dus ver„ diend dat ik VW: Hoog Edelheden een guns„ toe, en vervolgens ter afboeking qualificatie te verzoeken, en te mel„ „den, dat ik op de in des eerst gemel„ dens boedel gevonden penningen per resto van de Compagnie de handen hebbe laten leggen. toe „tig 0
English
From Java's East Coast, the 10th of March 1772. From Java's East Coast, the 10th of March 1772. [illegible] request upon this proposal. I have the honor to call myself with the greatest submission and respect. Below stood: Highly Honorable Valiant, Right Venerable Lord and Honorable Lords. Lower: Your High Honors' most humble and dutiful servant. Was signed: J. R. van der Burgh. In the margin: Samarang, the 18th of March 1772. Since the contents of the attached extract from a private letter from the Passarouang commandant Gondelag dated 12 December 1771, which was first delivered to me only this morning, seemed quite speculative to me, you will have to investigate what of it is true in the most secret manner possible, and also gather information on how the pangerang Mancoenagara has given refuge both, and indeed near Solo, to Lamadjang, who in the spring of 1771 escaped here from his irons after killing three and wounding several persons, and Stemo nogoro, who in July or August past also absented himself from here. Extract from a letter from the undersigned to the Chief at Soura Carta written dated the 24th of January Anno 1772. Extract. Extract. From Java's East Coast, the 10th of March 1772. From Java's East Coast, the 10th of March 1772. Extract from a private letter from the Lieutenant and Commandant at Passorouang Goudelag written to the undersigned under date 12 December Anno 1771. On the 6th of this month in the evening at half past six o'clock, the local Regent Nitinogoro came to report to me that some of his men sent out to investigate Jojolono, consisting of priests, had returned. On their journey they had arrived at the Bangil village of Dajo, where patingi Bappa wadie is, and there they had even met three emissaries of the pangerang Mancoenogoro; being ginemans and dressed up in their best, who had made it known that they had been sent to the Malang Tommongong Rongo Lawe, who had kept them hidden for a full 14 days; and if they did not wish to believe it, here is the letter from the Malang Tommongong to our prince, and if something happens during the upcoming fast you may simply betake yourselves to Malang; whereupon immediately, by a Javanese letter to the Bangil Ingebij Poesponogoro, I had Bappa wadi, patuige of Dajo, come here in order to obtain further confirmation regarding this matter. Which patuigi appeared on the 8th of this month in the forenoon at 10 o'clock, confirming that the three emissaries of the pangerang Mancoenogoro had been at his house on their return, though he had not seen them on their way to Malang; also that they had said they had carried a letter from theirs to the Malang Tommongong Rongo Lawe, stating that if today or tomorrow 1,000 armed men under said Tommongong arrive there, not to be alarmed; that they, emissaries, had been kept hidden there for 7 days; and further said to those Bangil country folk by all means not to plant any corn or rice; whereupon Bappa wadie, having asked when these 1,000 men would come to Malang, was answered, in their opinion, with the upcoming fast. himself. Extract. 73 From Java's East Coast, the 10th of March 1772. From Java's East Coast, the 10th of March 1772. Extract from a letter written by the Soura Carta Chief Straalendorff to the undersigned dated 27 January 1772. The report of the dispatched priests made by the Passourouang Commandant Gondelag, I doubt its authenticity. I suppose that if the Pangerang Adipatie Mancoenagara intended such a thing, he would do it with as much secrecy as ever possible. Still a second reason: the prince is not unaware that the Sultan seeks his ruin, which would certainly follow upon it; also it would be impossible to dispatch such a number of people in secret, for then he would be exposed and put himself in danger of being seized here. I think that that Prince will no longer resort to such pranks; he tastes tranquility and daily enjoys himself with all his chiefs in their tournaments, or fighting, and wayang play. His people from the Cadawang district, together with the Tommongongs, are all here together; they must come every year for the fast, the Puasa, and the Maulud, then they stay here for a month, more or less, and then they depart again for agriculture. Outwardly, he has placed all his trust in the Company; those are his daily words. I cannot believe that said prince would break with the Company; he showed himself to be a prudent prince during the abduction of his wife, which could very well have provoked him so strongly. This so heavy blow he endured with patience, so that one cannot conceive of any reason that would move him to send men to the Malang Tommongong Rongo Lawe. I shall observe everything very closely in order to uncover this, but I am of the opinion that the emissaries were sent by someone else who had the audacity, and probably orders thereto, to use the name of the pangerang Adipati Manconogara; what stupid and blunt emissaries, indeed traitors of their prince. fine
Dutch transcription
Van Javas oosthost den 10:' Maart 1712. — Van Iavas oostkust den 10:' Maart 172. — tig Ciat op deezen voordragt verzoeke. Ik heb de eere met de meeste onderdanigheid en Eerbied mij te noemen. /:onderstond:/ Hoog Ede„ „le Gestrengen Gr: Achtb: Heer en wel Edele Hee„ „ten /lager/ uwer Hoog Edelheden onder danig„ „sten en aller Trouwschuldigsten dienaar /:was getee„ „kend:/ I: R: van der Burgh /:in margine / Sa„ „marang Den 18: Maart 1772. — Dewijl den inhoud van het nevens leggende Ex„ „tract uit een particuliere briev, van den passerouangs Com„ mandant Gondelag de dato 12:' december 171: bock heden motgen bij mij eerst besteld, mij vrij speculatier te voo„ ren gekomen zal uwE op de secreetste wijse mogelijk moeten onderzoeken wat er van zij en naij ook moeten informeeren hoe den pangerang ManCoenagara zich Lamadjang, die in het voorjaar 1771 na het ne„ der leggen van drie en quetsen van verscheide perzoonen alhier uit de boeijen gechappeerd is, en Stemo nogoro die zich in Iuli of augustus pass:o hem ook van hier geabsenteerd heeft hun beide en wel na bij solo hebben schuilplaats gegeven. Extract uit in briev voor den ondergetekende aan het opperhoofd te soura carta gesz: ged:t den 24:' Januari A:o 1772. — Extract, Extract Van Iavas oostkust Den 10:' Maart 172. — Van Iavas oost kust Den 10: Maart 172. — Extract uit een particuliere briev van den Luitenant, en Comman„ „dant te passorouang Goudelag aan den ondergetekende geschreeven onder dato 12: December Ao 1721. — Den 6: deeses avonds om half seven uuren komt den hiesigen Regent Nitinogoro mij Rapporteeren, dat eenige van desselfs uitgesondene ter naevorsing van Jojolono; bestaande in priesters; waaren geretourneert dewelke op haare Rhijse in het Bangils dorp Dajo al„ „waar patingi Bappa wadie, gekoomen en daar zelfs drie sendelinge van den pangerang Man coenogoro aangetref„ fen; zijnde ginemans en op haar best uitgedost welke zig hadden laaten verluijden nae den malangs Tommon„ gong Rongo Lawe gesonden te zijn, die haar leeden wel 14: daage hadde verborgen gehouden en zoo zij het niet wilden gelooven hier is den briev van den malangs Tommongong, aan onsen vorst, en zo niet het aanstaande fasten iets voorvald kund gijlieden zig maar na malang vervoegen; waar op momente„ „lijk door Een Javaans brief, aan den Bangils Jnge„ bij poesponogoro, Bappa wadi patuige van Dajo na herwaarts doen koomen, om nadere Confirmatie dies aangaande in te neemen, welken patuigi den 8: deses voormiddags om 10: uuren verschen, be„ vestigende dat de drie sendelingende dat de drie sen„ „delinge van den pangerang Mancoenogoro, bij hem in 't huis per retour waeren geweest egter deselve in heen gaan na malang niet gesien te hebben mede dat dezelve gesegd hadden eenen brief, van haa„ ren aan den malangs Tommongong Rongo Lawe gebragd Jnhoudende, zo heeden of morgen 1000. gewa„ „pende manschappen onder s: Tommongong aldaar koo„ „men niet te verschikken dat zij zendelinge 7: daa„ gen aldaar waaren verborgen gehouden alverder tegen die Bangilse land volker gesegd, dog maar geen Jagon en padie te perlanten waar op bappa wadie gevraagd wanneer deese 1000. mand te malang zouden komen geandwoord na gedagten met aanstaande fasten. zig. Extract 73 Van Iavasoostcust Den 10 Maart 172. — Van Iavas oost Cust Den 10: Mart 173. — Extract uit een briev door het Soura Cartasch opperhoofd straa„ „lendorff aan den ondergeteken„ „de geschreeven de dato 27:' Sa„ „nuarij 1772. — Het Rapport van de uitgesondene verteesters door den pas„ sourouangse Commandant Gondelag gedaan Twijffele aan de Egtheijt onder stele als den Pangerang de patie man„ Coenagara zulks voorneemens was dat hij het met zoo veel secretesse zonden doen als jmmers moogelijk nog Een tweede reeden het is den prins niet onbewust dat den sullhen zijn verderff zaekt, dat daar op gewis zou„ „den volgen ook ongemoogelijk zulk een getal wolk in d' stilde te konnen versenden, dan zouden hij ont„ bloot zijn, en sig ingevaar stellen hier gevat te worden denk dat dien Prins niet meer tot zulle„ „ke sattieks zal overgaan hij smaakt de rust en vermaakt zijn daagelijk met alle zijne hooftens in het haare bakelijfe, of gevegt, en waijangs speel sijne volkeren uit het Cadawangse met den Tom„ mongings zijn 't saamen hier, zij moeten alle jaa„ ren op de vasten posso; en moeloet koomen dan blijve zij Een maand en mees off minder hier vertrekken zij weder ten landbouw op het uitterlijke heeft hij al zyn vertrouwen op de Comp: gesteld dat zijn zijne daagelijkse reeden kan niet gelooven dat gemelde prins het met de Comp:e zoude breeken, hij heeft als een verstandige prins gethoont in het wegneemen van zijne vrouw dat hem wel zoo stark had konnen aan„ setten deese zoo swaare slag heeft hij met leijdsaam„ „heid overstaan, zoo dat met kan erdenkende reeden die hem zoude moveere aan den malangse Tommon„ gong Rongo Lawe volk te zenden ik zal alles zeer nauwkeurig in agtneemen zulks te ondekken maar ben van sentiment dat de sendeling, wel van iemand onders gesonden die de stoutheid gerad heeft ook denkelijk last daar toe, den naam van den pan„ gevang dippati manconogava te gebruijken; wat Com„ „pe en botte zendeling Ja verraaders van haare prins fijne
English
From Java's East Coast The 10th March 1772. — From Java's East Coast The 18th March 1772. to show a letter written by the tommongong to his prince, with the expressions and other suspicious matters, to the village people as well as to them publicly proclaimed, that this was deliberately done to make that prince suspected by the Company by whoever seeks his downfall. Extract from a letter written by the undersigned to the resident at Souracarta Straalendorff dated the 24th February 1772. — The contents of the accompanying Extract from a letter written to me by the Surabaya resident Luzac, under date the 19th of this month, or actually the movements made by some of the Emperor's and also Pangerang Mankoenagara's people, appear to me of such importance, and the inquiries which Radeen Tommongong Soera Brato regent of the susuhunan's district Pranaragara simultaneously makes in his letter to the Bangil's Ingabij Toesponogoro regarding the state of the Balemboang Rebels, appear so suspicious to me that I ordered Your Honour to conduct a most prompt and thorough investigation into all this, and not to rest content with what is told to Your Honour in Solo or what people try to deceive you with, but directly to send emissaries yourself to the districts spoken of in that Extract, and if Your Honour still does not obtain sufficient information, Your Honour may certainly speak with the ruler himself about this in my name and request to know the reasons for everything, under assurance that I placed so much trust in His Highness that I remain persuaded that the rumours are either false or that everything happened without his prior knowledge. Extract From Java's East Coast The 18th March 1772. — From Java's East Coast The 18th March 1772. — Extract from a letter written by the resident at Sourabaija Luzac to the undersigned dated the 19th February Anno 1772: — Have the honour mainly to address this regarding the loose rumours just coming to my attention reported by a Matto Foeno of Awi to my emissaries, that from a certain desa named Tjeribon from the mountains of Compang, towards a certain village of the emperor named Coemiri-oebon two hundred heads had marched under a certain Panembahan Tjojoedoes and Pangerang Kinap intending to cross to Balemboangan, that also in this month 150 armed heads had marched from Solo, people of Pangerang Mankoenagara under a Mas Witoseroijo in order to serve as succour for Balemboangan; how far the same accords with the truth must be awaited in time. For the rest I request that brother please provide me with 2 pieces of extraordinary shields. End. Underneath stood: translated by me. Was signed: F. Helmont, sworn translator. Furthermore I request my brother to inform me about the true condition of the rebels in the east, namely those of Balemboangan, as well as, whenever it suits my brother's intention, to assist these emissaries of mine with two of brother's subordinates to escort them, in order to investigate the rebels so that I may be able to serve His Highness the susuhunan with a report. Copy Translation Javanese letter written by the Panaraga's Radeen Tommongong Soera Brata, to the Bangil's Ingabaij Poespa Nagara received here at Sourabaija the 15th February Anno 1772. — Copy Extract: From Java's East Coast The 18th March 1772. — From Java's East Coast The 10th March 1772. — Extract from a letter written by the Souracarta resident Straalendorff to the undersigned dated the 29th February 1772. — His highly esteemed letter of the 24th of this month along with enclosed Extract, and translated letter from the resident Luzac well received, whereby it was intended that from the desa Tjeribon from the mountain Compang towards the village of the emperor named Kamirie-oebon two hundred men had marched, a Panambahan Tjojoedo and Pangerang Kinap; serves in humble reply that upon Your Right Honourable's orders I yesterday sent my native orderly Pospojoeijo with Raden Adipati Sassradiningrat's emissary to the said places for a close investigation of this report. The 150 armed men under Raden Tommongong Sirigot Soemo are from Pangerang Adipati Mankonagara, Regarding the Pranaraga regent Soerobroto his writing to the ingabay Posponogoro of Bangil, such I made known to Raden Adipati Sassradiningrat as not being permitted, and that he, Raden Adipati, should severely reprimand the repeatedly mentioned Soerobrotto about this for not concerning himself with matters for which he had no responsibility, but to pay good attention to the orders of the emperor, who departed from here this month, are of a greater number being people of Cadewang, as I had the honour to report to Your Right Honourable in mine of the 27th past, that those people must always come here at Puasa and Maulud, stay here a month more or less, and then return again. However, I ordered my orderly and emissary to inform themselves well whether at times any of the prince's people might be found in those lands.
Dutch transcription
Van Iavas oost Cust Den 10:' Mart 172. — Van Iavas oostkust Den 18:' Maart 173. te verthoonen eene brief door den tommongong geschree„ „ven aan haere prins, met het uijten en andere naden„ „kelijke meer, aan het negorijs volk zoo goet als aan hen klok gehansen dat is met voor bedagt gedaan dien prins bij de Comp:e verdagt te maaken van dien geeve die zijn ondergang soekt. Extract uit in briev door den onder getekende aan het opperhoofd te sou„ „racarta Straalendorff geschree„ ven gedateerd den 24: Februari 1772. — Den inhoud van het nevens gaande Extract uit een briev door den sourabayas gezaghebber Luzac, sub dato 19:' deeses aan mij geschreeven, of Eigentlijk de bewregingen die ee„ nige van des keijzers en ook pangerang Man coenagaras volkeren maaken, komt mij van dat aangelang, ende en„ questen die teffens Radeen Tommongong Soera Bra„ „to regent van 's soesoehoenangs district Pranara„ gara bij zijn briev aan den Bangels Ingabij Toesponogo„ „ro na den toestand der Balemboansche Rebbelen doet, zoo speculatie te vooren dat ik vwE gelaste na het een en ander ten aller spoedigste nauwkeurig onderzoek te doen, en over zulks niet te berusten in het geene men uwE: te solo verhaald ofte op de vrouw tragt te spel„ „den, maar direct zelfs zendelingen naar de dis„ tricten van waar bij dat Extract gesprooken wordt te zenden, en indien uwE dan nog geen voldoende infor„ matie bekent mag uwE den vorst zelfs uit mijnen naam daar over wel onder houden en versoeken de reeden van het een en ander te weeten onder verzekering dat ik zoo veel vertrouwen in zijn hoogheids stelte, dat ik mij ge„ persuadeerd houde dat de gerugten of vals zijn of dat alles buiten zijne voorkennisse geschiede „gara Extract Van Iavas oostkust Den 18: Maart 172. — Van Iavasoostkust Den 18:' Maart 1772. — Extract uit een briev door den gezaghebber te sourabaija Luzac aan den ondergetekende geschree„ ven de dato 19:' Februarij Ao 172: — Hebbe d' Eere hoofd zakelijk dese in te rigten ten op zigte det zoo even mij voorkomende lasse gerugten door eene Matto Foeno van Awi aan mijne zendelinge op gegevene, dat uit zeker dessa genaamt Tjeribon uit het gebergte van Compang, na zeker negorij van den kijzer genaamt Coemiri=oebon getrokken waren twee hondert koppen onder zekere panem bahan Tjo Joedoes en pangerang kinap willens zijnde na Balemboangan te steeken dat ook in dese maand van solo waren gemarcheert 150 gewapende koppen, volk van pangerang Mankoena„ „gara onder eene Mas wito seroijo ten Einde tot se„ Cours van Balemboangan te dienen hae verre nu het zelve met de waarheid over een stemt zal van de tijt moeten afgewagt worden. Voor 't overige verzoek ik dat broeder mij met 2: p:s schilden die buiten gemeen zijn gelieve te voorzien Einde /:onderstond:/ door mij getranslaat /: was getekend/ F:k Helmont g: T: Wijders verzoek ik mijn broeder om mij te wil„ „len bedeelen na de ware toestant der rebellen om de oost namentlijk die van Balemboangan als ook wan„ „neer met mijn broeders Intentie over een zal komen deeze mijne zendelings met twee van broeders onder „horige te willen assisteeren om hun te Confoijeeren, ten fine de rebellen te onder zoeken op dat ik in staat mag weezen zyn hoogheid de soesoehoenang van berigt te dienen. Copia Translaat Iavaen„ se brief geschreeven door den Panaragas Radeen Tomman„ gong Soera Brata, aan den Bangils Ingabaij Poespa, Nagara alhier op sourabaija ontfangen den 15 feb:rj A:o 172. — Copia Extract; Van Iavasoost kust Den 18:' Maart 1772. — Van Iavas oostkust Den 10: Maart 172. — Extract uit een briev door het souta Cartasch opperhoofd Straalendorff aan den onderge„ „tekende geschreeven de dato 29:' Februarij 1772. — Desselfs hoog gevenereerde Letteren van den 24 dee„ ses nevens in Clossa Extract, en Translaat missive van den gezaghebber Luzac wel ontfangen waar bij beoog„ den dat uit de dessa Tjeribon uit het gebergte Com„ pang. na de negorij van den keijser genaamt ka„ mirie oebon getrokken twee hondert man, een Pa„ nambahan Tjojoedo en Pangerang kinap diene in onderdanige rescriptie dat ik op hoogst uwel Ed: Groot Agtbaaren beveelen gisteren mijn jnlandse oppasser Pospojoeijo met des raade dipatie sassara dienin„ „grat zendeling naar d' gemelde plaatsen gesonden ter nauwer onderzoek van dit berigt d' 150 gewaa„ pende manschappe onder den radeen Tommongong sirigot Soemo zijn van den pangerang dipatie Mon Aangaande den Pranagariesche regent soe„ ro= bootto zijn schrijvens aan den ingabay Pospo„ „nogoro van Bangel zulks heb aan het radeen Di„ pati sassara diningrat ter kennisse gegeven niet gepermitteert te zijn, en dat hy, hij Radeen Dapattij meer gemelde soerobrotto daar overErnstig te bestraffen van sig niet te bemoeden met zaaken daar hij geen verantwoordig over en had maar wel op de beveelen van den keijser goede agt te geeven „konagara die deese maand van hier zijn vertrokken bennen van een groter getal zijde volkeren van Ca„ dewang zoo Ik d' Eer heb gehad uwel Ed groot Agt baa„ ren in de mijne van den 27:' pass:o te melden dat die volkeren althoos op passa en moeloet hier moeten komen een maand meer of minder heer vertoeven en dan weder retourneeren, Egter heb mijn oppasser en sendeling gelast zig wel te informeere ter som„ teijds van des princes volkeren in die landen gevon„ den mogten worden. konagara geene,
English
From Java's East Coast, 10 March 1772. From Java's East Coast, 18 March 1772. not to let any foreign peoples wander around in that district; and to try to apprehend suspects in order to send them hither for investigation, the Raden Adipati having made known that this was done without his orders and that they would hold him to account for it. Your Right Honorable can be fully assured that a very accurate look-out will be kept on everything; whatever may tend to any prejudice, I shall immediately report. Extract from a letter written by the undersigned to the Chief at Surakarta, Straalendorff, dated 3 March 1772. The inquiries made and the information provided therewith according to Your Honor's separate missive of 29 February do not satisfy my request by letter of 24 February; for if the movements of the Emperor's and Mangkunegara's peoples occur on high orders, with an evil intention, it is indeed just as certain that the Prime Minister must know of it, as one may assume that this first minister in such a case will also not give Your Honor the reasons for it, and therefore Your Honor will still have to inquire into this matter in such a manner that none of the courtiers get any knowledge of it. In response to Your Right Honorable's highly respected separate missives of the 3rd instant, I have the freedom in humble submission to report that I am having all investigations made to trace the alleged movements of the Emperor's and the Pangeran's peoples; I hope within short to give Your Right Honorable an accurate report of everything, having sent my confidants incognito thither, who must wander through everything, Extract from a letter written by the Surakarta Chief Straalendorff to the undersigned, dated 11 March 1772. From Java's East Coast, 10 March 1772. From Java's East Coast, 10 March 1772. to wander and see how matters stand in the territory of Mangkunegara and among his people themselves. / below stood / Agrees / was signed / J. A. van der Burgh. Copy of a Missive written by the Chief at Surakarta, van Straalendorff, to the undersigned, dated 13 March 1772. Just this moment I receive news that the Pangeran Adipati Mangkunegara is plotting a treason with the old Raden Adipati Mangkupraja, the Tumenggung Udanagara, Regent of the Banjarmasin district, and I think also the Tumenggung Urangbiang, Regent of the Basalen, who in these days has been up to three times late in the evening with the Prince, and already has arms gathered for two thousand men in the land of Cadawan, and is successively having his people from the southern mountains gather by tens to twenties at the said Cadawan, so that I am not certain how the Bazaar feast that is to be celebrated tomorrow will end. However, I am on my guard as much as possible, in order to be able to offer all resistance, if necessary. Yesterday I was with the said Prince; I could notice some coldness; he asked about Your Right Honorable's arrival, to which I answered that it would take about half a month or so. My confidant has managed to tell me that the Prince was only waiting for Your Right Honorable; if he could not obtain the land that he had asked of Your Right Honorable, he would then try his utmost; he saw that the Company was abandoning him, and everything that the Sultan came to claim was granted. This my confidant has assured me, and that I could rely upon it; he is also one of the Prince's people, and they have all sworn loyalty to him to assist him to the last man. From Java's East Coast, 18 March 1772. From Java's East Coast, 18 March 1772. I shall tell that Prince tomorrow, in the name of Your Right Honorable, that Your Right Honorable will provide him with the requested villages upon your arrival, merely to bring him to other thoughts and into a good humor. I am of the opinion that at both courts treason against the Honorable Company is being forged; I have a report that already a Pangeran named Somajuda has absented himself from the Mataram court. Of the Emperor's goodwill towards the Honorable Company Your Right Honorable can be assured; I have informed the Prime Minister of everything, who thereupon immediately made a report to His Majesty; the Emperor agrees to the request of the Prince to Your Right Honorable, wherewith this in the utmost haste and all loyalty closes. / below stood / Ordinary Title and / was signed / J. L. v. Stralendorff, / in the margin / Surakarta, 13 March 1772. Date and To as before, dated 14 March 1772. In humble submission I take the liberty to report to Your Right Honorable that the Emperor had me informed through the Raden Adipati yesterday evening at half past six that it would be well if I feigned having suffered a sudden attack of illness, so that His Majesty might likewise unexpectedly remain in the dalem and not appear at the feast, having a fitting reason since the Second Resident is not present, and it would not be fitting to be escorted to the throne by a Lieutenant as being of lesser rank. This I did; I found myself very indisposed this morning, and thus immediately had His Majesty requested through the adjutant that I was not able to attend upon His Majesty; which I also immediately had made known to the Pangeran Adipati. The aforementioned had himself announced, whereupon the Prince had him asked what he came to do, whether he had large or small orders to bring; but the said adjutant answered that he necessarily had to speak with the Prince in person, whereupon he, the adjutant, had to come inside, and first through two
Dutch transcription
Van Iavas oostkust Den 10 Maart 1772. Van Iava's oostkust Den 18: Maart 1723. geene vreemde volkeren in dat gewest te laaten rond swerven; ende verdagten te zien te apprehendeeren om ter ondersoek herwaarts te zenden, het radeen Dipatti bekend buiten zijn ordres gedaan te hebbe en hem daar over ter verantwoordinge zouden stel„ len uwel Edele Achtbaaren kont volkoome ver„ „seekert zijn dat op alles een zeer nauwkeurig requart laat geeven wat tot eeninge prejuditie kan strekken zal den eerste adverteeren. Extract uit in briev door den on„ „dergetekende aan het opperhoofd te sou„ ra Carta straalendoaff geschreeven ge„ „dateert den 3:' maart 1772. — De volgens uwE aparte missive van den 29 februarij ge„ dane en questen en daar bij gegeven informatie voldoet net aan mijn requisit bij letteren van den 24: febru arij want als de beweegingen van des keijzers en man„ koenagaras volkeren op hoge ordre, met een kwaade Op hoog uwel Ed: Achtbaaren gerespecteerde aparte missiven van den 3:' courant, hebben met submisse de vrijheid te dienen dat alle ondersoekinge laat doen tot na speuring van de vermeende beweeginge van des keijsers en Pangerangs volke„ ren, hoope binnen korte uwel Ed: Achtb: van alles een genauw rapport te doen, hebben daar van mijne ver„ trouweling in Cogomito gesonden, die alles moeten door Extract uit een brief door het soura„ Cartasch opperhoofd Straalendorff Aan den ondergetekende geschreeven de da„ to 11: Maart 1772. — intentie geschieden is het immers zoo wel zeker, dat den Rijks bestierder en van weeten moet als men vast stellen mag dat dien eersten ministers in zoo een geval ook de redenen daar van uwE: niet opgeven zal en daarom zal uwE: zich als nog na het een ander moeten informeeren op eene wijze dat er niemand der hovelingen eenige ken„ nisse van krijgd. intentie mandelen, Van Iavas oost Cust Den 10. Maart 1732. Van Iavas oost kust Den 10:' Maart 1772. wandelen hoe het inde land streeke van Mankoenagara en selfs volkeren geleegen is. /onderstond / Accordeert /was geteekend/ I:s A: van der Burgh. Copia Missive door het opperhoofd te souracarta van Straalendorf aan den ondergetekende geschreeven de dato 13: Maart 1772. Zoo momentelijk bekoome teijding, dat de Pangegerang Dip„ pattij Mankoenagarra een verraad beraamt met den ouden Raade Dippatie Mankoprotjo, den Tommongon oedono gar„ „ra, Regent van het Banjermassingse, dinke meede den Tommongon oerangbieang regent van de Basaleen, die dee„ ser daage tot drie maal laat in den avond bij den Prins heeft geweest, ook bereets voor twee Duijzent man waapens in het land Cadawan bij Een heeft, en zijne volkeren uit het suijder gebergte suksosiefelijk met Thien â Twintig, op gemelde Cadawan doet bij Een koomen, zoo dat ik niet verzeekert ben het feest Bazaar dat morgen staat ge„ zal dien Prins morgen uit hoog derselve naam zeg„ „gen dat uwel Edele Achtbaaren hem de te versogte ruure te werden hoe het zelven zal afloopen Egter ben op mijnne hoeden zoo veel moogelijk, om alle teegens stand, des van noode zijnde te Connen bieden Gisteren ben bij gemelde Prins geweest, heb Eening te koelingheeden konde merken, hij heeft na uwel Edele Achtbaaren komst gevraagt, waar op geantwoord wel Een of andere halve maand zoude aanloopen, Mijn vertrouwe„ „ling heeft mij woeten te seggen dat den Prins naar uwel Edele Achtbaaren maar wagten was zoo hij dat niet mogte bekoome het Land, wat hij van uwel Edele Achtbaaren gevraagt had als dan zijn uitterste best zoude probeeren, de Compagnie sag hij dat hem verliet en in al„ „le het geene wat den sulthan quam te pretendeeren wierd toegestaan dit heeft mijn vertrouweling mijn verseekert en dat ik daar staat op konde maaken hij is mede ben van sprinse volkeren, en hebben hem alle trouw ge„ swoeren tot den laasten man bij stand te doen. vuure negorijen Van Iavasoostkust Den 18: Maart 1772 Van Iavas oostkust Den 18: Maart 1772. — negorijen zult bezorgen, met hoogder selve aankomst om hem maar in andere gedagten en Een goede luijm te krijgen, ben van sentiment dat aan beijde hooven ver„ raad teegens de E Comp:e werd gesmeet, heb rapport dat reeds Een Pangerang genaamt Simojoudo van het Madarmese hof sig heeft geabsenteerd; op den kijser zijnne wel meenentheid met de E Comp:e kont uwel Ede „le Achtb: verzeekert zijn; hebbe den Rijnkbestierder al les ter kennisse gegeeven die daar op mediatelijk zijn majesteijt verslag gedaan heeft, den keijser accordeert in 't versoek van den Prins aan uwelEd: Achtb: waar meede deese in de uitterste haasten alle trouwe fineeren /onderstond/ Titul ordinair en /was getekend/ J: L: v: Stralendorff, / in margine/ Souracarta den 13: Maart 1772. — Jn neederige submisse gebruijke de vrijheid uwel Dan en Aan als vooren de dato 14: Maart 1772.— Ed: Groot Achtbaaren te rapporteeren, dat den keij„ Ter mijn door den Raade Dipattij gisteren avond ten half seeven taat weeten dat het wel souden weesen, dat ik reijnsde Een schiepelijke over val gekreegen te hebben dus zijn majesteijt meede onverdagt zoude indendalm blijven en niet op het feest verschijnen, dus gepasselij„ „ke reeden meer zoude hebbe vermits den tweede resi„ „dent niet present, en niet zoude passen door Een Luite„ „nant als in minder Carracter op de troon geleijt te wer„ den zulks heb gedaan, mijn heeden morgen zeer on pas„ selijk bevonden en zoo direct door den adjudant aan zijn majesteit laaten versoeken niet in staat te zijn, zijn majesteit te Connen opwagten, zulx heb„ „be meede direct aan den Pangerang Dippattij Laaten bekent stellen, gemelde zig laaten aandiene, waar op den Prins hem laat vraagen wat hij quaam doen, of hij groote ofte klijne beveelen had te bren„ gen, meer gemelde adjudant antwoorde den Prins noodwendig in persomn had te speeken waar op hij adjudant moeste, binnen koomen, en voor af door twee„ Ed 85
English
From Java's East Coast, the 18th of March 1772. From Java's East Coast, the 10th of March 1772. had to pass two ranks of pikes, and found the prince alone dancing the tandak before his people, in the presence of the adjutant, having had his people, who were armed with carbines, blunderbusses, and pistols, load their weapons with live ammunition all together. The aforementioned adjutant, having delivered his message, which also indicated that the monarch would not come out, the prince answered that it was a sudden illness, and there seemed to show regret about it, saying further that he would then not enter, since the Emperor did not appear on the throne. Pangeran Mankoningrat and Pangeran Prabo, with several councillors, the councillor Dippattij and the tumenggungs Devangbieang, Mankojouda, and Tjokkorodiepoero have been together at my house. After having taken some refreshment, they went to the alun-alun; the matters thus far are all as they should be. My emissaries sent to the Kedawung as well as to the Emperor's Mangkunegaran lands have not yet returned, nor has any news been received from there. I conclude with the greatest respect and deep reverence. Below stood: Ordinary title, and was signed: J. L. v. Aralendorf. In the margin: Surakarta, the 14th of March. Honorable, highly esteemed Sir, and I humbly trust that Your Right Honorable will be pleased to take my undertaken efforts in good part. I am on my guard day and night, so that I and my confidants may not be taken by surprise, since my opinion is that the prince sent six emissaries to Balambangan, who have also returned with reports in what manner the Europeans there were killed. This conduct of the Prince, whether true or not, makes me employ all caution. I wish that it might all be found to be devoid of truth. 1772 87 From Java's East Coast, the 18th of March 1772. From Java's East Coast, the 10th of March 1772. 1772. Postscript: After the closing of this, my native attendant Morto returned, whom I am sending herewith to Your Right Honorable to give a verbal report of his experiences. From and to the same as above, dated the 16th of March 1772. Your highly respected separate letter of the 14th current with the enclosed letters from the monarch and the prince was well received. This morning I proceeded to the customary court, presenting it to His Majesty with the compliments of Your Right Honorable. I spoke to the monarch about the circulated rumor that His Majesty would also come under suspicion if enquiries were made about it. His Highness assured me that the Honorable Company could firmly rely on him, whose child he was, and would also give proof of his continual loyalty. Should the story be substantiated that some persons among his chiefs had gone so far beyond bounds, he would see to it that they receive their punishment. However, he stated that it would not be good to execute this upon a fresh deed so as not to offend Pangeran Adipati; His Highness would keep it well in mind, and after some time had elapsed, find the means to inflict punishment upon those found guilty of the accused matters. In accordance with the highly revered letters, the Emperor will make Pangeran Adipati understand the matter in good terms. Concerning the request of Pangeran Adipati Mangkunegara regarding the villages of Patjarlan and Parmardeen, to be allowed to hold the same in lease just like the land of Banyumas, I also conferred with His Majesty about it, stating that Your Right Honorable has the welfare of Java at heart, and His Majesty likewise being a father over many subjects, being very much loved by His Highness, would not gladly see that by leasing a small number of lands to Pangeran Adipati, he would thereby expose the entire country to ruin, which is now almost in its full flourish as it was previously. 8 From Java's East Coast, the 18th of March 1772. From Java's East Coast, the 10th of March 1772. His Majesty declared he would do so upon the arrival of Your Right Honorable. The district of Kamangantang, His Majesty was pleased to say, was unknown to him, supposing that the Sultan might have such a named region under him, or that it had been written in error. The monarch will also immediately dispatch a letter to Your Right Honorable. Yesterday afternoon I requested an audience with Adipati Mangkunegara, which was granted to me by the dispatched adjutant at four o'clock in the afternoon, with surprise that my illness permitted me to appear there. The adjutant replied that a letter from Your Right Honorable had been charged to me to deliver to His Highness in person, it being the Honorable Company's and Your Right Honorable's orders that its servants, with their commands, sick or not, must always present themselves to observe the given orders at the appointed time. I presented myself to the prince with the compliments of Your Right Honorable and delivered the letters myself. Because of the dark and rainy weather, Pangeran Adipati said I should return home since I was indisposed. He seemed in this instance to have some compassion, and said he would look over the letter with attention and explain his draft tomorrow. This morning Pangeran Adipati sent his son Pangeran Probo to my house, who showed a letter in Javanese, stating that it was prepared to be sent to Your Right Honorable, with many expressions of thanks to Your Right Honorable for the well-meaning affection shown from the writing itself. Pangeran Adipati had me informed that he would have the draft sent to Your Right Honorable. 91
Dutch transcription
Van Iavas oostkust Den 18:' Maart 1772. Van Iavas oostkust Den 10: Mart 172. twee rijen Pieken moeste passeeren, en vond den prins alleenlik voor zijn volk Tandakken, in presentie van den adjudant zijn volkeren, die gewaapent waare met Carabijne donderbosse en pistoolen hunne waapens gesaamentlijk met scherp heeft doen raaden voorsz adjudant zijn boodschap gedaan hebbende die ook te kennen gaaff dat den vorst niet buiten zoude koomen antwoorde den prins dat het Een schieplijke siek„ „te was, en daar zoo het scheen leet weesen overbe„ „toonde, seggende verder dat hij dan niet zouden binnen koomen, alzoo den keijser niet op den troon en quaam. Den Pangerang Mankoningrat en den Pange„ rang Prabo met verscheijden raadens het raade Dippattij ende Tommorgons devangbieang, Man„ „kojouda, en Tjokkoro diepoero zijn gesaa„ „mentlijk ten mijne huise geweest, naar iets ge„ nuttig te hebben zijnse naar de Passeerbaan gegaan het beest in zoo verre alles nabehooren„ Mijne uitgesondene sendelinge naar het Ca„ dawangse als meede na 's keijsers Mankona„ garrase Landen, zijn nog niet geretourneert ofte geen teijding daar van ontfangen sluiten met de meeste Eerbied en diep ontsag /onderstond:/ Titul ordinair en was geteekend/ I L: v: Ara„ „lendorf /: in margine Souracarta Den 14: Maart gevuurd wel Edele Achtbaaren heer en onderdaa„ nige vertrouwe, dat uwel Ed: Achtb: mijne gedaa„ ne pooginge ten goeden zult gelieven te neemen ben dag en nagt op mijne hoede, om met mijne toe„ vertrouwde niet overvalle te werden nademaal mijn gesigt is dat den prins ses sendelinge naar Balem boangang gesonden en ook geretourneert, met rapporte op wat Een wijs de Eropeese daar om het leeven gebragt zijn deese handelwijse van den Prins het zij waar ofte niet doet mijn alle voorsigtig„ „heid in het werk stellen wenste dat 't alles van d' waar„ „heid ontbloot mogte bevonden werde. gehouurd 1772 87 Van Iavasoostkust den 18 Maart 1772. Van Iava soostkust Den 10:' Maart 1712. — 1772: P: S: na het sluiten deeses retourneert mij „ne inlandsch oppasser Morto, die hier nevens tot uwel Ed Achtb: laat overgaan om Een monde„ ling verslag van zijne ontmoedinge te doen. Van en Aan als vooren de dato 16:' Maart 1772. Hoog derselve gerespecteerde aparte van den 14:' Courant met de inClosa 's vorsten en prinse missive, wel ontfan„ gen heeden morgen mijn naar usantielen hooven begee„ „ven onder Compliment van uwel Ed:e Achtb: aan zijn majesteit overhandigt heb, den vorst over het gespangeert gerugt onderhouden, dat zijn majesteit meede inverden„ kinge zoude koome als daar met naar informeerde zijn hoogheijd verzeekerde mijn dat de Edele Comp: op hem vast Conde vertrouwen /dies kind hij was / ook blij„ „ken zoude geeven van zijne althooze aanhoudende verhaal mogte bewaarheijt worden, dater Eenige per„ soone van zijne hoofdens zoo verre sig te buijten ge„ Aangaande het verzoek van den Pangerang Dippattij Mankoenagarra weegens de negorijen Pa Tjarlan, en Parmardeen dezelve in pagt te moogen hebben gelijk het Land Banjamaas heb zijn majesteit meede daar over onder houden dat uwel Ed: Achtb: het wel zijn van Iava beher„ tigde en zijn majesteit meede Een vader over vee„ „le onderdaane, door zijn hoogheid zeer gemind wordende met gaarn zoude willen zien dat om gaan te hebben dus zoo bevindende hunne straffe te doen geworden, maar dat het niet goed zouden zijn op Een verse daad ter uitvoer te brengen om den Pangerang Dippattij met voor het hoofd te stoote, zijn hoogheid wel in dagtigd zoude houden naar verloop van hen geruijme teijd middel vinden, over beschuldigte zaake haar vindende straf te doen geworden den keijser zal volgens hoog geveneereerde Letteren den Pange„ rang Dippattij de zaake in goede termes verstaan geeven. gaan Een 8 Van Iavasoost kust Den 18:' Maart 173. Van Iavas oostkust Den 10. Maart 172. — Een klijn getal van landerijen aan den Pangerang Dip„ pattij in pagt af te staan het geheel land daar door in verwoesting wilde bloot stellen die nu bij na in zijn rolle Cleur gelijk bevoorens geweest zij majesteid be „tuijgde zulks te doen bij aankomst van uwel Ed: Acht„ baaren; het district kamangantang behaagde zijn ma„ jesteet te seggen, hen ombekent te weesen zijn voor„ „staande dat den sulthan zoo Een bemaaninge van landstreek onder sig mogte hebbe of dan wel abuijs geschreeven. Den vorst zal meeden eene brief ten eersten aan uwel Ed: Achtb: affvaardige. Gisteren middag heb audentie bij den adipattij Mankonagarda verzogt welke mijn door den uit„ „gesondene adjudant des 's namiddags om vier uu„ ren verleenden, met verwondering dat mijne ziek„ „te toeliet daar te verscheijnen den adjudant re„ pliceerende Een brief van uwel Ed: Achtb: met Heeden ogent heeft den Pangerang Adipat„ „tij zijn zoo den Pangerang Probo tot mynent g'sonden Een brief in het Iavaanse verthoonde denselve ingerigt aan uwel Ed: Achtb: zoude af„ „senden met veel dank betuiginge aan uwel Ed:e Achtb: voor de welmeenende geneegentheid uit selfs schrij„ vens beoogt, den Pangerang Dippattij aan mijn Last in persoon, aan zijn hoogheid te overhandige, als zijnde E: Comp:e in uwel Ed:e Achtb: ordres, dat haare dienaaren met desselfs beveelen siek ofte met altoos moeten peradiere om gegeevene ordres te obser„ veiren op bestemde teijd hebbe mijn bij den prins vervoegt onder Compliment van uwel Ed: Achtb: selfs missiven overhandigt, vermits het donker in reegen agting weeder zeijde den Pangerang Dep„ pattij ik naar huis zoude keeren dewijl ik onpasse„ „lijk was, het scheen in dit geval Eenige deernis„ „se te hebben en den brief met adtentie soude naar zien en morgen zijn Consept de Clareeren. lasten liet 91
English
From Java's East Coast, 10 March 1772. From Java's East Coast, 10 March 1772. let it be known that he was a child of the Company, upon which he would always rely, which more frequently mentioned missive would show Your Honorable Noble Worships the assurance of his steadfastness; Your Honorable Noble Worships' letters seemed to have entirely changed that Prince's mind, since Your Honorable Noble Worships' writing appeared very sincere to him, not doubting whether Your Honorable Noble Worships would grant his request, which was made and promised by Mr. Beuman to the Honorable Mr. Vos, not fulfilled, he hopes to see fulfilled by Your Honorable Noble Worships; Pangerang Trabo also showed that a great friendship would be done to Your Honorable Noble Worships in the care of the daughter of the former regent of Paccalongan. Honorable Noble Worships, taking this favorably, I have thoroughly informed myself about all matters, since the grand vizier, bound together with me to the Company and the most important matters having to be handled by the two of us, I could not fail to discuss all this with him, which I also trust will happen for the best of the Honorable Company: I request Your Honorable Noble Worships that the second resident come over here by the first opportunity, as just now a report has been received; the rumor is that on the 24th of this month the men of whom my native attendant Morto comes to report to Your Honorable Noble Worships would encamp at Lammina, situated 2 hours from here; I do not know what to take for true of this report; if the Madurese court were not involved, it could not happen; if the aforementioned men come to encamp there, it is a certainty that the Prince and the Sultan agree; they want to make me believe that it is aimed at the Emperor, along with also From Java's East Coast, 10 March 1772. From Java's East Coast, 10 March 1772. also some gunners, who are lacking here in the garrison; it is very widely spread out here, without a wall, everything uncertain, much artillery and no hand-spikes, hoping to serve Your Honorable Noble Worships with further details in favor; wherewith I call myself with obedience, /below stood/ ordinary title and was signed / J: L: v: Stralendorff /in the margin/ Souracarta, 16 March 1772. P: S: I very humbly request Your Honorable Noble Worships' orders, should the Prince come to mislead me, that I may attack him with the Emperor's assistance, and those kramans found outside. Copy of the account of the Javanese Morto, native attendant of the chief at Soura Carta Fredrik Lodewijk van Stralendorff, given at Samarang, 16 March 1772. The relater states that he, six days ago, having been sent out by the aforementioned chief to investigate, under the pretext of going to inspect the edible birds' nest cliffs, whether men were being gathered and equipped for war in the lands of Pangerang Mancoenagoro. That having arrived in the negorij Siemoedangang, situated a good hour's walk from Soura Carta, belonging to the aforementioned pangerang, after a stay of several hours and subsequently also in the dessas Katelang, Pasangtahan, Tabeang, Nongo Sakarang, and Persinnen, he had heard from the inhabitants and several other Javanese that on the mountains Kamoetoep and Papoeang, close to each other and situated not far from the aforementioned pangerang's land Cademan, under Pangerang Reijger, Bintoro, and Anom /which latter the relater says would be a son of Soesoehoenang Amancoerat the second/, alongside the Radens Boetavan and Horsaden, a number of 13000 heads had already gathered, From Java's East Coast, 18 March 1772. From Java's East Coast, 18 March 1772. in order to be sent to Balemboangang in the month of Soero, being April, to assist the Company's enemies there, and nothing further /below stood/ the relater /was signed/ H:k Fredriksz, sworn clerk. Copy of the missive written by the chief at Djok Jokarta, Jan Lapro, to the undersigned, dated 16 March 1772. Yesterday evening at half past 10 o'clock I had the honor to receive Your Honorable Noble Worships' revered letter of the day before, with the copy of the letter from the first resident of Soera Karta, Stralendorff, the contents of which appeared highly alarming to me; I immediately employed means to obtain reliable reports of everything, and for the present can affirmatively assure that Pangerang Aria Coessoemo Iudo is in his house, having still this morning sent trusted persons to him who spoke with him themselves; he is sickly, and I will immediately send him more butter and bread; in the Cadoe and Baggalien, from which last-mentioned district I had 7 runaway slaves fetched just the day before yesterday, everything is perfectly well and the paddy fields look very favorable; a brother of Iudanagara, who is mantri Amin at Soura Carta, has been here on the occasion of the feast Besaar to kiss the feet of his father Danoeridja, according to Javanese custom; he departs tomorrow back to Solo, and I have no reason to suspect the grand vizier, just as little as I believe that Tommorgong Arong Binang, who has always stood out in faithfulness to the Company above many others, would engage in any treason; I have absolutely let nothing be known to any Javanese and will pursue my inquiries in a covert manner with my own men and dutifully give Your Honorable Noble Worships faithful report of everything, being able in the meantime
Dutch transcription
93 Van Iavasoostkust Den 10 Maart 172. — Van Iavas oostkust den 10 Maart 1772. — liet weeten dat hij Een kind van DE Comp:e was, waar op hij altoos zoude vertrouwen welke hij meer gemelde missive uwel Ed: Achtb: verseekeringe van zijne stand vastigheid zoude bethoond uwel Ed: Achtb: Letteren scheenen dien Prins ten Eenemaale van Consept verandert te hebben, vermits uwel Ed Achtb: schrijvens zeer opregt hem voor quaame niet twijf„ felende off uwel Ed: Achtb: zoude in zijn ver„ zoek doen geworden het welke door de heer Beu„ „man aan den Edele Heer vos gedaan, en beloofd, niet naar gekomen, door uwel Ed: Achtb: ver„ hoopt vervult te sien, den Pangerang Trabo liet meede blijke als uwel Ed: Achtb: in het bezorge van de dogter van den voormaalinge re„ „gent van Paccalongan groote vriendschap zou„ „de geschieden. Wel Edele Achtbaaren hier in het gim„ „stig welduijde, heb na alle zaake mijn wel„ doen informeeren vermits den rijksbestierder be„ Verzoeke uwel Ed: Achtb: dat den tweede re„ „sident per eerste herwaarts zal overkoomen als soo- momentelijk bekomen rapport het gerugt is dat op den 24: deser de volkeren was van mijn inlandse oppasser Morto uwel Ed: Achtb: rapport komt te doen, op Lammina dat 2: uuren hier van daan legt zouden Campeeren, weet niet wat van dee„ „se aan brenginge voor egt zal houden als het ma„ darmesse hoff niet in het spel in soude het niet konde geschieden zoo d' volkeren gem:t daar koomen Campeeren is het een vaste saak dat den Prins met den sulthan eens zijn, men wil mijn doen gelooven dat het op den keijser gemunt is neevens mijn bij DE Comp:e onder verbonden en door ons beijde de gewigtigste zaaken moeten verhan„ delt worden zoo heb niet konne afweesen met dien alles te overleggen, dat ik ook vertrouwe ten besten des E maatschappij zal geschieden: neevens meede 95 Van Iavasoostkust den 10: Maart 1772. Ian Iavasoostkust Den 10 Maart 172. — meede Eenige Bosschieters die hier in het quar nisoen koomen te mankeeren, het is hier zeer wij 't uitgestrekt, sonder muur alles onseker veel geschut en geen hand langer verhoopen per nadere uwel Ed: Achtb: in favorieties te diene dies sig met obedientie noemen /onderstond/ Titul ordinair en was geteekend/ I: L: v: stralen„ dorf /in margine/ Souracarta den 16: Maart 1772. P: S: Jnsteeren zeer heumbel uwel Ed Achtb: beveelen zoo mijn den Prins, mogte koomen te misleijden dat ik denselve met 's keijsers bij stond mag attequeeren, en die buiten bevindende Cramans. Copia Relaas van den Iavaan Mor „to jnlands opasser van het opperhoofd te soura Carta Fredrik Lodewijk van Stralendorf, gedaante sa„ marang Den 16: Maart 1772. — Den Relatant verhaald, dat hij nu zes dagen Dat hij in de negorij Siemoedangang, geleegen ruim Een uur gaans van Soura Cartae, opgemelden pangerang toe behoorende aangekoomen zijnde na Eenige uuren verblijf en zo vervolgens ook op de dessas katelang pa„ Sangtahan, Tabeang, nongo Sakarang en Persin„ nen van de Jnwoonders en verscheide andere Javaenen hadt hooren zeggen dat op de bergen kamoetoep en papoeang digt bij Elkander en niet verre van des gemelden pangerang land Cademan geleegen onder de pangerang Reijger, Bintoro, en Anom /wel„ „ke laatste den relatant zegd, dat Een zoon van Soesoehoenang Amancoerat de tweede zoude zijn nevens de Radeens Boetavan en Horsaden, be„ reeds een aantal van 13000 koppen bij een verzameld waa„ gelieden door opgemelde opperhoofd uitgezonden was geworden om onder voorgeven van de vogelnesjes klippen te gaan op nee„ men te onderzoeken off in de sanden van den Pange„ rang Mancoenagaca volk bij een gebragt en ten oorlog uitgerust wierd. geleeden ren 97 Van Iavasoostkus Den 18:' Maart 1772. — Van Iavas oostkust Dden 18: Maart 172. ren, ten Einde in de maand soero zijnde April naar Balemboangang gezonden te worden, ten ad„ sistentie van 's Comp:s vijanden aldaar zonder meer /onderstond/ den Relatant (was geteekend H:k Fre„ driksz g: Clercq: Copia Missive door het opperhoofd te Djok Jokarta Ian Lapro aan den ondergeteekende geschree„ ven de dato 16:' Maart 1772. Fister avond te half 1 uuren had ik d'Eer uwel Ede„ „le Achtb: gevenereerde van daags bevooren te recipiee„ ren met de Copia der brief vanden soera kartas Eer„ „ste resident Stralendorff welker inhoud mij ten hoog sten bedenkelijk is voorgekoomen ik hebbe ter stont middelen in 't werk gesteld om sicure narichten van alles te krygen, en kan voor het tegenwoor dige affirmatif verzeekeren Pangerang Aria Coessoemo Iudo in zijn huis is hebbende heede mor„ gen noch vertrouwelingen bij hem gezonden die hem zelvs gesprooken hebben zijn hij ziekelijk en ik zal hem terstont noch boter en brood zenden inde Cadoe en Baggalien van welk laast gemeld dis„ „trict noch eer gister 7: weggeloope slaaven hebbe Laeten haelen is alles volmaakt wel en staan de pa„ dij relden zeer voordeelig een broeder van Iudanaga„ „ra die te soura Carta mantrie Amin is, is hier geweest om bij gelegentheid van 't feest Besaar zijn vader Danoeridjas voeten te kussen nader Javanen utantie hij vertrekt morgen weeder na solo, en heb„ be geen reeden den rijksbestierder te verdenken, zoo min als ik gelove den voor de Comp. e in trouw boven veele andere altoos uit geblouten hebbende Tom„ mongong Arong Binang zich in Eenig verraad zoude steeken ik hebbe volstrekt aan geen een Ja„ raan iets laaten blyken en zal mijne perquisitien op de bedekfte wijze met mijn Eige volk pour sui„ reeren en schuldplichtig van alles aan uwel Ede„ „le Achtb: trouw bericht geeven kunnende intusschen gen van
English
From Java's Northeast Coast, 10 March 1772. — From Java's Northeast Coast, 10 March 1772. — giving the most agreeable assurances of the Sultan's goodwill toward the Honorable Company, not wishing to delay these a single moment, I declare in haste, with the most respectful sentiments, to be, below was written: Usual title, and was signed: Jan Lapro, in the margin: Djokjokarta, 16 March Anno 1772. P.S. The Garebeg festival was celebrated yesterday; severe fevers prevented me from attending the same, wherefore I had Captain Vermeha act in my place. The Crown Prince and all court dignitaries nevertheless visited my house and were extraordinarily entertained. Below was written: Agrees, was signed: J. R. van der Burgh. Copy of a letter written by the undersigned to the Chief at Souracarta, Van Straalendorff, dated 14 March 1772. — The contents of your separate letter of yesterday evening, received today before noon, have extremely surprised me, the more so because, on your assurance that the reports I successively provided you and from which it was to be deduced that Pangerang Mancoenagara had little good in mind merited no belief and that everything was quiet and peaceful, I believed I could rely on that. By letter of 24 February last, I specifically wrote to you not to rest content with what is recounted in Solo, but to investigate everything through your own emissaries and, if necessary, speak to the ruler himself; in that of the 3rd of this month, I pressed further upon this, adding that you had to inform yourself of one thing and another in such a manner that none of the courtiers gained any knowledge of it; and nevertheless you have again involved yourself first with the Grand Vizier in a matter that may have the utmost consequences. 101 From Java's Northeast Coast, 10 March 1772. — From Java's Northeast Coast, 10 March 1772. — I send you herewith a letter for the Emperor and one for Pangerang Mancoenagara, copies of which accompany this for your perusal, with orders to deliver the same directly in person, and not only to further question the Susuhunan in my name regarding the rumors being spread and at the same time represent to him what detrimental consequences the execution thereof may have if His Highness does not immediately take precautions against it, but also to give the Pangerang to understand in covert terms that we are informed of his intention, and that if he once again strays from the path, the Company will certainly leave him to his fate and withdraw from him entirely. As the letters, owing to the absence of the translator Boltze, have been translated by someone upon whom I cannot fully rely, you should also make this known beforehand, to prevent dissatisfaction that might otherwise sometimes arise from an error. I also await to know at the earliest how the ruler is currently disposed toward Mancoenagara, and whether he is very inclined to cede the requested villages to him. I am very eager to know how the Garebeg festival concluded, and how the Pangerang conducted himself, and whether he gave any sign of his displeasure; meanwhile, I commend your precaution to be able to offer resistance in case of necessity, for which purpose I have also already ordered 25 common soldiers and a sergeant from here to depart today, tomorrow, and the day after tomorrow in small parties of 5 men at a time, so as not to attract attention. The non-commissioned officers who, besides the aforementioned sergeant, guide those men, must be sent back here at the earliest. In the expectation that you will proceed with the utmost circumspection in everything and endeavor to obtain good information, I remain, after greetings, below was written: Your good friend, was signed: J. R. v. d. Burgh, in the margin: Samarang, 14 March 1772. — To the same as above, dated 16 March 1772. As the reports in your previous letter of the 13th of this month, namely that Pangerang Mancoenagara was plotting a treason, are not only sufficiently confirmed by that of the 14th and the account given here by the native Morto, but from which it can also be deduced with much probability that ill-disposed grandees from both courts are involved as well, this must serve to redouble your vigilance and attention, in order to get to the bottom of the matter and further discover what their intention and design is. I am very eager to know what occurred at the delivery of my letters sent to you the day before yesterday to the Emperor and Prince, in order to consult together thereafter on the best measures to take; and in the meantime, I find it necessary to advise the ruler to assemble his forces under, which must especially be noted now, chiefs of proven bravery and loyalty, in order to deter the ill-disposed or, if they undertake anything, to be able to resist them directly, and likewise to occupy the roads everywhere, both from Solo to Cademan and the places where they gather their people, and those in the Emperor's districts, which they must use to find a passage eastward or on the south side to Balambangan, so that they do not make themselves masters of one district or another in which they could maintain themselves for a long time. I remain, after greetings, below was written: Your good friend, was signed: J. R. v. d. Burgh, in the margin: Samarang, 16 March 1772. Lower down, P.S. I also expect
Dutch transcription
Van Iavas oostkust Den 10' Maart 172. — Van Iavas oost kust Den 10:' Maart 172. — van de wel meenendheid vanden Sulthan voor d'E: Comp:e de aller aangenaamste assurances geeven dee„ ze geen ogen blik willende op houden betuig ik in haast met de respectueuste gevoelens te zijn onder „stond/ Titul ordinair en was getekend Ian La„ „pro /in margine Djokjokarta den 16: Maart Ao 1772 P: S: het feest besaar is gister gevierd, zwaare koorsten hebben mij belet het zelve bij te woo„ nen weshalven Cap:n vermeha in mijn plaats heb laaten fungeeren de kroonprint en alle hof„ grooten zijn Echter ten mijnen huize geweest en hebben hun Extra gediverteerd. /:onderstond/ Accordeert /was geteekend/ I: R: van der Burgh Copia Missive door den ondergetee„ „kende geschreeven aan het opperhoofd te soura carta van Straalendorff de dato 14: Maart 1772. — Den inhoud uwer aparte van gisteren avond heden Bij briev van den 24:' februarij J: L: heb ik uwE speciaal aangeschreeven, om met te berusten in het geen men te solo verhaald, maar door eigen sen„ „delingen alles te onderzoeken endes nodig dan vorst zelfs te spreeken, bij die van den 3: deezer heb ik daar op nader aan gedrongen, met bij voeging dat uwE zich na het een en ander moest informeeren op een wijze dat niemand des hovelingen er eenige kennisse van kreege en even wel heeft uwE zich weder met den Rijks bestierder het eerst ingelaten in een zaak die van de uiterste gevolgen kan zijn. voor de middag ontvangen, heeft mij ten uitersten gesur„ preneerd te meer de wijl ik op uwE verzeekering dat de berigten die ik uwE successive gesuppediteerd hebbe en waar uit op te maaken was dat Pangerang Man„ Coenagara met veel goeds in 't zin hadt geen geloof me„ riteerden en alles stil en gerust was, gemeend heb mij te mogen verlaaten. voor J 8 101 Van Javasoostkust Den 10' Maart 1772. — Van Iavas oost kust Den 10:' Maart 172. — Ik zende vwE hier nevens een briev voor den keijzer en een voor Pangerang ManCoenagara /:wel„ kers: Copij tot uwE speculatie deezen verzelle:/ met Last om dezelve direct in perzoon te bestellen, en niet alleen den soesoe hoenang nader uit mijn naam over de gespargeerd wordende gerugten te onder-en teffens- voor= te houden van wat nadelige gevolgen de uitvoering daar van kan zijn indien zijn hoogheid daar tegen met aanstonds voorziet, maar. ook den Pangerang in bedekte termen te verstaan te geven dat men van zijn voornemen is geinformeerd, en dat als hij eens weder uitspad de Comp.:s hem zekerlijk aan zijn tot overlaaten en zich zyner geheel onttrek„ „ken zal de brieven mits de absentie van den trans„ tateur Boltze door iemand overgezet zijnde waar op ik mij niet ten vollen verlaaten mag diend uw E: zulks voor af ook te kennen te geven ter voorkoming van ongenoegen dat somtijds uit een abuis anders zoude kunnen ontstaan. In verwagting dat uwE met de uiterste Circumspectie in alles zult te werk gaan en trag Ik wagte ook ten eersten te weeten hoe den vorst tans omtrent Mancoenagara gezind, en of hij wel zeer genegen is de gevraagde negorijen aan hem af te staan. Ik verlange zeer te weeten hoe het feest Bazair is afgeloopen in hoe zich den pangerang gedraagen en of hij ook wel eenige blijk van zijn ongenoegen gege„ ren heeft ter wijl ik prijze uwE voorzorge om in Cas van noodzakelijkheid tegenstand te kunnen bieden, waar toe ik ook bereeds 25 gemeene militairen en een ser„ „geant van hier heb laten Commandeeren om heden morgen en over morgen met kleine partijtjes van 5 man te gelijk, om geen oog te geven te vertrek„ ken: De onder- officieren die buiten voorm: serge„ „ant dat volk geleiden zullen moeten ten eersten herwaarts te rug gezonden worden. Ik ten, Van Iavas oost cust Den 10:' Maart 172. — Van Iavasoostkust Den 18 Maart 172. — 103 ten goede in formatien te bekomen, blijve ik naar groe„ te /onderstond/ uwE Goedevriend /was geteekend/ I: R: v: d: Burgh /in margine / Samarang den 14: Maart Aan als vooren de dato 16: Maart 172. De berigten bij uwE voorige van den 13: deezer dat nament„ „lijk pangerang Mancoenagara een verraad beraamde bij die van den 14: en het hier gegeven relaas door den Jnlan„ der Morto niet alleen genoegzaam geconformeerd wor„ „dende naar daar uit ook met veel waarscheijnelijk op te maaken zijnde, dat er kwalijk gezinde groote van beide de hoven mede gemelleerd zijn sal dit uwe over en attentie dienen te verdubbelen, om agter het we„ zentlijke der zaak te komen en nader te ondek„ „ken wat haar voornemen en ontwerp is. Ik verlange zeer te weeten wat bij de overga„ de mijner rw eergisteren toegezonden brieven Ik blijve naar groete /onderstond/ uwE Goede vriend was geteekend/ I: R: v: d: Burgh / in margine Samarang Den 16:' Maart 1722. / lager/ P: S: Jk verwagte aan den keijzer en Prins voorgevallen is omdaar na ook wijders de best voorkomende maatregulen te be„ zaamen, en ik vinde intusschen noodsakelijk den vorst aan te raaden zijne volkeren bij een te verzamelen, on„ der /waar op voor al thans moet gelet worden:/ hoofden van beproefde dapperheid en trouwe, ten Einde de kwalijk gezonde afte schrikken, of iets ondernemen„ de direct het hoofd te kunnen beiden, mitsgaders de we„ gen alomme te bezetten zoo wel van solo naar Cade„ man ende plaatzen daar zij hun volk bij een brengen als die in 's keijzers districten, waar van zij zich moe„ ten bedienen om oostwaards dan wel aan de suidkant een doortogt naar Balemboangang te vinden ten einde zij zich geen meester maaken van het een of ander dis„ trect daar zij zich lange in zoude kunnen mainctinee„ aan ook 1772. — ren.
English
From Java's northeast coast, 10 March 1772. From Java's northeast coast, 18 March 1772. also to know from you who the leaders actually are of the peoples already assembled according to the account of Morto, as they are not known here by their names. The muster roll of the sergeant and 25 privates who have already departed for Costij accompanies this, while it serves for your information that the further non-commissioned officers who convoyed them are expected back here shortly. If it is deemed necessary to suspend the commission for the survey of the lands, you must proceed in communication with the resident Sapro in this regard, and subsequently dispatch the necessary orders to the commissioners. Copy of the letter written by the undersigned to the resident at Djogocarto, Ian Sapro, dated 14 March 1773. The contents of the accompanying letter, received today before noon from Souracarta from resident Straalendorf, dated the 13th of this month, appeared to me of such importance that I consider it necessary to inform you of it and to order you, without the foreknowledge of any of the courtiers, to have an investigation conducted through other trusted persons into what the true state of the matter is, and whether it is true that a certain pangerang Simo Joudo has absented himself from the sultan's court, and also whether at Costij some evil plan is being forged by one person or another, which is not entirely improbable insofar as one may maintain that the regent of Banjoemaas will undertake nothing of that nature without the knowledge or foreknowledge of his father Danoerodija. I await a prompt reply to this and remain, after greetings, underneath stood, your good friend, was signed: A. V. d. Burgh, in the margin, Samarang, 14 March 1772, lower, P.S.: If the matter is true, and the rangga of Bienonger is also involved, you should be mindful in good time of the safety of the commissioners in the Bagaleen. 107 From Java's northeast coast, 18 March 1772. From Java's northeast coast, 10 March 1772. The news supplied by you in my letter of the day before yesterday that Pangeran Mancoenagara is forging an evil plan, and that many grandees are said to belong to his following, being not only sufficiently confirmed by the reports attached hereto that have since been received, but it even being very likely deduced from them that discontented subjects of the sultan also belong among them, this will serve to redouble your vigilance and attention to discover the true essence of the matter: who is all involved in it, and who actually, as they are unknown here by their names, are the heads of the peoples already assembled according to the account of the orderly Morto, as well as to discover further what their plan and design is. When you know this, and no reasons appear to you to suspect the sultan of being involved in this, just as I have none, but rather think that the ill-disposed are plotting against the emperor, the sultan, and the Company together, I deem it extremely necessary to inform the ruler of everything directly or in person, and to advise him, for his own safety, to adopt at once such measures as may appear serviceable to him to foil the designs of those common enemies, or to confront them with sufficient force, while at the same time it may well be indicated, as if in passing, that it does not appear unserviceable to occupy with force the roads and access routes that run through his lands and which the gathered rabble could use to find a passage eastwards or to the south toward Balemboangang, in order to prevent them from finding a hideout where they could maintain themselves for a long time. I also desire to know how the Bazaar festival at Costij turned out and whether anything unusual occurred there, and I remain after greetings. To the same as above, dated 16 March 1772. 109 From Java's northeast coast, 18 March 1772. From Java's northeast coast, 10 March 1772. Underneath stood, your good friend, was signed, I. R. van der Burgh, in the margin, Samarang, 16 March Anno 1772, lower, P.S.: You should deliver the enclosed to the commissioners at the first opportunity. If it appears serviceable to suspend the commission for the survey of the lands, you must consult with resident Straalendorf about this and subsequently dispatch the necessary orders to the commissioners. Underneath stood: Concurs, was signed, I. R. van der Burgh. Received from the Pangerang Adipattij Mangkoenagaria, written to the noble Governor and Director of this coast, Iohannes Robbert van der Burgh. At Samarang, 15 January Anno 1772. After the customary preamble: Having received Brother's very friendly letter, I shall humbly reply hereby that I heartily thank your Right Honorable for his generous good wishes for this New Year extended to me regarding my well-being; Brother can well imagine that it would be in a better state if I were so fortunate as to regain the Ratoe Bendoro. It is true, I have resigned myself to God's providence and the Company's advice, but this does not take away that I still remain aggrieved in spirit on that account and must see that the sultan, as king, has dared to take it upon himself to rob a man of his beloved wife. In the meantime, I earnestly request Brother to be so kind as to arrange on my behalf that the emperor leave me the 2 negorijen Pandjerlan and Pamarden in the manner he promised to do, as well as that I might obtain from him the district of Kamagettan on lease, in order to maintain my children from the greater revenues thereof.
Dutch transcription
105 Van Iavas oostkust Den 10: Maart 172. — Van Iavas oost kust Den 18:' Maart 1772. — ook van uwE te weten, wie eigentlijk de hoofden zijn der volgens het relaas van Morto reeds bij een verzamelde volkeren als volgens haar namen hier niet bekend zijnde. De naam rolle van de bereeds naar Costij vertrok„ ken sergeant en 25 gemeenen verzeld deezen terwijl tot uE narigt diend dat de verdere onder officieren die hun hebben geconvoseerd hier ter eersten te rug worden verwagt. Als het nodig geoordeeld word de Commissie ten op neem der Landen te staaken moet uwE: deswegen met 't opperhoofd Sapro. Communicaties te werk gaan en vervolgens de noodige ordre aande Commissian„ ten Expedieeren. Copia missive don den ondergeteekende gescree¬ ven aan het opperhoofd te Djogocarto Ian Sapro de dato 14: Maart 1773. — Den in houd van de nevensgaande heden voor de Ik wagte hier op spoedig antwoorden blijve naar groete /onder stond/uwE: goede vriend / was getekend:/ : A: V: d: Burgh / in marginne / Sa„ „marang den 14: Maart 172. /lager / P: S: als de zaak waar, en derang Bienonger mede gemelleed is mag uw in tyjds op de vijligheid der Commissianten inde Bagaleen verdagt zijn. middag van Souracarta ontvangen briev van het opper„ „hoofd Straalendorf de dato 13: deezer is mij van zoo veel belang voorgekomen dat ik nodig oor deele uwE er van ken„ „nisse te geven en te gelasten om zonder voorweten van iemand der hovelingen door andere vertrouwde te la„ „ten onderzoeken wat eigentlijk van de zaak, en of het waar is dat zekeren pangerang Simo Joudo zich van 's sultans hof heeft geabsenteerd, mitsgaders te Costij ook eenig kwaad voorneemen door den een of ander werdt gesmeed, het geene niet geheel onwaarschijnelijk is voor zoo verre men mag sustineeren dat de regent van Banjoemaas niets van die nateur zonder weeten of te voorkennisse van zijn vader Danoerodija ondernemen zal. middag Aan 107 Van Iavasoostkust Den 18: Maart 1772. Van Iavasoostkcust Den 10:' Maart 172. — De uwe bij de mijne van eer gisteren gesuppediteerde tijding dat Pangerang Mancoenagara een kwaad voornemen Smeed in veele groote onder zijn aan hang zouden gehooren. bij de sedert ontvangen deezen bij gevoegde berichten, niet alleen genoegzaam geconfirmeerd wordende, maar daar „uit zelfs met veel waarschijheid op te maken zijnde rat er ook misnoegde onderhoorige van den sulthan onder sorteeren, zal dit uwE ieder en attentie dienen te verdubbelen om agter het wezentlijke der zaak te komen wie er al in betrokken is en wie eigentlyk /:als volgens de naamen hier onbekend :/ de hoofden der blijkens het relaas van den oppasser Morto bereeds bij een verzamelde volkeren zijn mitsgaders nader te ontdekken wat haar voornemen en ontwerp is. Als uwE dit weet en denzelven geene redenen voorkomen om den sulthan te suspecteeren dat hij hier inne is gemeleerd, gelijk ik die met hebbe Ik verlange ook te weeten hoe of het feest Bazaar te Costij afgeloogen en of daar op niets bui„ tin gewoons voor gevallen is en blijve naar groete maar eer danke dat de kwaalijk gezonden het tegen den keijzer den sulthan de Comp teffens hebben achte ik het ten uitersten noodzaakelijke den vorst direct of in perzoon van alles kennisse te geven en hem aan te raaden om tot zijne eigen vijligheid ten eersten zul ke middelen te bezaamen als hem dienstig voorne„ mens dier algemeene vijanden te vereijdelen, of hen met toerijkende magt tegen te gaan terwijl teffens als van ter zijde wel mag te kennen gegeven worden, dat 't niet ondienstig voorkomt, de wegen en toegangen die door zyne landen loopen en waar van den te zaamen gerotten hoop zich zoude kunnen bedienen om oostwaarts of wel om de zuid een doortogt naar balemboangang te vinden, met magt te bezetten om voor te komen dat zij geen schuilnest vinden daar zij zich lange zouden kunnen mainctineeren. Aan als woren de dato 16. Maart 172. maar onderstond 109 Van Iavas oostkust Den 18:' Maart 1772 Van Iavas oost kust den 10:' Maart 172. /:onderstond uwE goede vriend /:was geteekend / I: R: van der Burgh /:in margine/ Samarang den 16: Maart Ao 172. /:Lager / P: S: de nevensgaande aan de Commis„ fianten diend uwe bij eerste occagie te bezorgen. Als het dienstig voorkomt de Commissie ten op neem der Landen te staaken moet uws het opper„ „hoofd Straalendorf daar over onder houden en ver„ volgens de nodige ordre aan de Commissianten Exppedi„ „eeren, /onderstond:/ Accordeert /was geteekend/ I: R: van der Burgh. Ontfangen van den Pangerang Adipat„ „tij Mangkoenagaria gesz aan de Edele heer Gouverneur en Directeur deeser kuste Iohannes Robbert van der Burgh. Op Samarang Den 15:' Januarij A:o 1772. Bweders zeer vriendelijke brieff met ontfangen Na gewoone voor reeden Intusschen versoeke ik Broeder seer voor mij te willen bewerken dat mij de keijser de 2: negorijen Pandjerlan en Pamarden over liet in voegen als Ban„ looft heeft te zullen doen, als meede dat ik het dis„ trict kamagettan van hem in pagt mogt krijgen ten ijnde van dies meendere provenuen mijne kinde„ ren te onderhouden. hebbende, zal ik bij deese daar op in nederig antwoord die„ „nen dat ik uwel Ed: groot Agtb: hartelyk bedanke voor des„ selfs gulhartige zeege wensch tot dit Nieuwe Jaar aan mij gedaan wat mijn welstant betreft; zoo kan broeder wel denken, dat die in een betere staat zou weesen, als ik zo gelukkig was de Batoe Bendoro wederom te krij gen, 't is waar ik heb mij na godes schikking en 's Comp:s „gegevene raad gedragen, dog dit neemt met weg, dat ik desweegens nog in gemoede aangedaan blijve en sien moet dat den sulthan als koning heeft durven op sig nee„ men Een man van sijn geliefde vrouw te beroven. hebbende, ook
English
111 From Java's East Coast the 18th of March 1713. From Java's East Coast the 10th of March 173. Also, brother, I make known that during the troubles of Paccalongang I captured a daughter of the then regent there, now at the Sultan's court named Pangerang Natta Coessoemo, named Radeen Malia, whom I handed over to the Sultan at his request, on the promise of giving me 200 Spanish dollars annually for her; but for 8 years I have received nothing, wherefore I also request brother's assistance in this matter. Thanking brother, for the rest, most cordially for the case of gin and 24 bottles of red wine, which were exceedingly pleasant to me. Below stood: translated by me. Was signed: C. P. Boltze, I. Extract from a letter written by the undersigned to the Chief at Suura Casta, Van Straalendor, dated the 16th of January 172. Therewith an extract from a letter from Pangerang Mancoenagara, regarding which you will please provide me privately with information, and whether there might be any opportunity to assist him with his request. The ruler requests of me sidearms according to the sample handed over to you, which I have not yet received. The request of the Pangerang Adipattij Mankonagarra concerning the 2 villages Pandjilan and Pamordeen as well as the district Kamagetten serves in all submission that said Prince, in Beumans' time, requested them, as was also made known by me to the Emperor on one occasion, whereupon His Highness replied that the Pangerang Adipattij Mankonagarra was a discontented man, that so much above the number of lands had already been added to him and he had been appointed governor of the Banjamassie territory, Extract from a letter written by the Chief at Soura Carta, Van Straalendorf, to the undersigned, dated the 19th of January 1772. From Java's East Coast the 18th of March 172. From Java's East Coast the 18th of March 172. which also yielded something, and that nothing more could be added to him now, as His Majesty had more children to provide for and could not maintain his own children according to their status; I am of the opinion that if Your Right Honourable requests the ruler to leave the aforementioned lands to the Prince, he will be very upset; His Highness is indeed a good-natured ruler, but occasionally rejecting this request might be unpleasant for Your Right Honourable; it is characteristic of the Prince always to ask this and that of the Honourable Governor. Extract from a letter written by the Chief at Djoepo Carta, Ian Lapro, to the undersigned, dated the 9th of February 1772. While for your reflection this is accompanied by an extract from a letter from Pangerang Mancoenagara, in order to elucidate to me how the matter actually stands with his claim mentioned therein. I have had the pleasure of duly receiving the friendly letter sent to me recently by Your Highness, but I was prevented from answering it, first by severe illness and subsequently by the To Pangerang Adepattij Mancoenagara. Humbly offering thanks for sending the papers relative to the Cramandaket, I shall, regarding what was mentioned in the letter of the Pangerang Depattij Mankoenagara, report that Pangerang Notto Koesfoemo, residing in Magierij, whose daughter is in the Kraton, does indeed reside at this court; but what conventions that Prince might have made with the Sultan in that regard, I declare to be ignorant of. Below stood: Agrees. Was signed: I. B. van der Burgh. Extract from a letter written by the Chief at Djoop Carta, Ian Capro, to the undersigned, dated the 26th of February 1772. 115 From Java's East Coast the 10th of March 1772. From Java's East Coast the 18th of March 1773. absence of my translator; but having not only had my apologies made orally in that regard, but also repeating that herewith, I do not doubt that Your Highness will be satisfied with it. That Your Highness has conducted yourself according to God's ordinances and the Company's advice given with true benevolence is praiseworthy, and that a pleasant, quiet peace is far to be preferred over discomforts and daily cares is so true that I do not judge it necessary to demonstrate this further to you; but that in the peace which Your Highness now enjoys with so much praise, your pleasure would be greater if the Ratoe Bendoro shared in it, I can well believe; but because rulers, kings, and princes, as well as other men, must submit to God's will, without which nothing happens, I hope that Your Highness will also submit to it, and, as until now, bear with a manful courage the grief that the absence of the Ratoe causes you, until the Company, which is not accustomed to abandon anyone who trusts in it, finds an opportunity to alleviate it. If Your Highness meanwhile continues to rely on the Company and places as much trust in me as I am inclined and also intend on all occasions to promote your satisfaction, I shall further exert everything possible to bring it about with the Susuhunan that he leaves the two villages Pandjerlan and Pamardm to you in the same manner as Banjoemaas, as well as the lease of the district Ramagettan; and I have reason to flatter myself that this will certainly succeed upon my forthcoming arrival in Solo. My assistance being ready in everything for Your Highness, I shall also, upon my arrival in Djosjocarta, investigate the matter concerning the daughter of the former regent of Paccalongang, and if possible settle it in the most advantageous manner. The commission that you charged to the Adepattij here for the procurement of 20 pieces of silk patolas, I have taken upon myself, and with his being here recently
Dutch transcription
111 Van Iavasoostkust den 18. Maart 1713. Van Iavas oost kust Den 10: Maart 173. Ook maake ik Broeder bekent dat ik in de pac„ calongangse strubbelinge een dogter van den doema„ lige regent aldaar / nu aan 's sulthans hof Pange„ rang Natta Coessoemo genaamt, heb / buijt gemaakt/ neet name Radeen malia die ik aan den sulthan op sijn versoek overgaff, met belofte mij Jaarlijks daar voor 200 sp.:s te zullen geven, dog sedert 8 Jaaren heb ik niets genoten weshalven ik ook in dit stuk broeders hulp versoeke. De dankende Broeder voor 't overige aller harte lijkst voor de kelder genever en 24: bottels rodewijn welk een en ander mij ten hoogste aangenaam is geweest /:onderstond getranslateur door mij /was ge„ teekend/ C: P: Boltze, I: Extract uit een briev door den ondergetee „kende geschreeven aan het opperhoofd te suura„ Casta van Straalendor /: gedat:d den 16 Janu: 172 Dier nevens Een Extract uit een brief van Pangerang Het versoek van den Pangerang adipattij Mankona„ garra weegens de 2: negorijen Pandjilan en Pamordeen als meiden het district kamagetten diene; in onderdaanigheid dat gemelden Prins bij Beumans tijden, daar om verzogt, als mee„ „den aan mijn, bij een gelegentheijd den keijser te verstaan gegeeven, daar op zijn hoog hoogheijd antwoorden dat de Pangerang adipattij Mankonagarra Een onvergenoegter was, dat hem alsoo veel booven het getal der landen bij geset en gouverneur van het Banjamassiesche ge„ Extract uit een briev door het opper„ „hoofd te soura Carta van Straalendorf aan den ondergeteekende geschreeven gedateerd den 19:' Januarij 1772. — Mancoenagara, waar op uwE mij in het particulier eens gelieve te dienen van berigt, en of er ollagie zou„ de zyn hem met zijn verzoek te helpen. Den vorst versoek mij om zyd geweeren na het uwE over han„ digde monster het geen ik nog niet ontfangen hebbe. ManCoenagara steld Van Iavas oost cust Den 18:' Maart 172 Van Iavas oostkCust den 18: Maart 172. „steld, dat ook alwat op bragten en dat hem nu niets meer bij konden setten, zijn Majesteijt meer kinderen te versorgen en zijn Eijgen kinderen volgens Caracters niet te maintinee„ ren, ben van saintement als uwel Ed: groot Agtb:r den vorst omgemeldelanden versoekt aan den Prins over te laaten zeer zal ontstellen, zijn hoogheijt is wel een goedaer„ „dige vorst, dog dit versoek somteijds revoeseerende zouden uwel Edele Groot Achtbaaren ongenaam weesen het is den Prins Eijgen althoos het een en andere van den Edele Heer Gouverneur te vraagen. Extract uit een briev door den het op„ perhoofd te Djoepo Carta Ian Lapro aan den onder geteekende geschreeven gedateerd den 9: Februarij 1772. Terwijl ter uwer speculatie deezen verzeld een Extract uit een briev van Pangerang Mancoenagara, ten Einde mij te Elucideeren hoe het met zijne daar bij vermelde pretentie Eigentlijk gelegen is. Ik heb het genoegen gehad de door uw hoogheid mij laast gesonden vrindelijke briev wel te ontvangen, maar ik ben eerst door zwaare ziektens en vervolgens door de Aan Pangerang Adepattij Mancoenagara. Door de toezending der papieren relatief tot den Cra„ mandaket nedrig dank zeggende, zal ik omtrent 't ge„ mentioneerde in de brief van den Pangerang de pattij mankoenagara melden, aan dit hof zich wel onthoud den pangerang Notto koesfoemo, woonende te magie„ „rij, wiens dochter in de Craton is doch wat Conventies dien Prins met den sulthan daar omtrent moeht gemaakt heb„ „ben, betuig ik te ignoreeren /:onderstond/ Accordeert: /: was geteekend:/ I: B: van der Burgh. Extract uit een briev, door den het opperhoofd te Djoop Carta Ian Capro aan den ondergeteekende geschreeven gedateerd den 26: februarij 1772. Extract absentie 115 Van Iavasoostkust den 10 Maart 1772. Van Iavas oostkust Den 18 Maart 1773. absentie van mijn Translateur verhinderd geworden daar op te antwoorden, doeh desweegen met alleen mondeling mijn Excuus hebbende laaten maaken maar dat bij dee„ zen ook herhalende, twijffele ik met of uw hoogheid zal daar ingenoegen nemen. Dat uw hoogheid zich na godes schikkingen en 's Comp s /:met waare wil menendheid:/ gegeven raad gedraagen hebt is prijsselijk en dat eene aangenaame stille rust; verre te prefereeren is, boven ingemakken en dagelijksche zor„ „ge is ook zoo waar dat ik niet nodig oordeele zulxs uwE nader te betoogen; doeh dat in de rust die uw hoogheid tans met zoo veel lof geniet desselfs genoegen grooter zoude weezen, wanneer de Ratoe Bendoro er indeelde kan ik wel gelooven; maar dewijl vorsten koningen en princen zoo wel als andere menschen, zich moeten schikken na gods wille, zonder dewelke niets geschied hoop ik dat uw hoogheid zich daar aan ook zal onderwerpen, en gelijk tot dies verre met eene namelijke klockmoedigheid draagen: het leet dat de afweezentheid van de Ratoe uwE: ver„ „wekt, tot dat de Comp: die met gewoon is iemand die op haar vertrouwd, te verlaaten, gelegentheid krijge dat te verzagten. Als uw hoogheid onderwijle zich op de Comp: blijf ver„ laten en zoo veel vertrouwen in mij steld als ik genegen en ook bij alle gelegentheeden voornemens ben desselfs ge„ noegen te bevorderen zal ik verder al wat mogelyk is aanwinden, om bij den soesoehoenang te bewerken dat die de twee nogorijen Pandjerlan en Pamardm op de sel„ re wijs als Banjoemaas aan uw overlaat als meede het district Ramagettan in pagt; en ik heb reden my te flatteeren dat zulks bij mijn aanstaande komst te solo ook wel reusseeren zal Mijne hulpe in alles voor uw hoogheid gereid zijn„ de, zal ik ook bij mijn komst te Djosjocarta, de zaak ra„ „kende de dochter van den voormaligen regent van Pacca„ longang onderzoeken en zoo het mij mogelijk is ten voor de ligste afmaken. De Commissie die uwE: den adepattij alhier opgedra„ gen ladt ter bezorging van 20 p:s zijden pathoolen heb ik op mij genomen en met desselfs jongst hier geweest haar zijnde
English
117 From Java's East Coast, 10 March 1772. From Java's East Coast, 10 March 1772. being senders already 10 pieces have also been dispatched, while I have requested the remainder, as being supplied with them from Batavia, and upon receipt will send them to your highness, expecting that they will be agreeable. After having paid my compliments to your highness, I remain with much esteem. In the margin: Samarang, 14 March 1772. To the Soesoehoenan. The most affectionate letter that Brother was pleased to send me with the mantrie Wargo Hoijo, I have duly received; but the absence of my translator, who has likewise departed for the survey of the lands in the Cadoe and Bagaleen, has until today prevented me from replying to it, for which reason I ask for a friendly pardon. For the pleasant present of 100 Tompos of Bras wangi, I express my highest gratitude to your highness, and in the hope that the two blades for your majesty and the kaijeen sambagies for the Ratoe, which the chief Van Straalendorf undoubtedly will have properly delivered under my compliments, as well as the 75 straight cleavers dispatched since then, will be to your satisfaction, I promise Brother to send the 75 still lacking from the required number of 150 cleavers and also some more sembages for the Ratoe as soon as I am provided with them. Furthermore, I cannot fail on this occasion to inform your highness that news has unexpectedly reached me that certain prominent persons at Brother's court are currently keeping themselves busy making designs whereby the peace of your highness and also of his faithful subjects would be completely disturbed. I take too much interest in that which concerns Java in general, and your majesty for the furtherance of his pleasure in particular, to conceal this news from him, the more so because, in order to respond to your highness's well-meaning nature, I find myself obliged to advise your highness to have Straalendorp nefarious From Java's East Coast, 18 March 1712. From Java's East Coast, 18 March 1772. the most careful investigation made into this nefarious design, in order to counter and frustrate it in its infancy, now that there still seems to be time, by such means as shall appear serviceable to your majesty. And whereas Pangerang Adepatti Mancoenagoro has requested me to use my influence with your highness so that Brother might leave to him the negorijen Pandjerland and Pamarden, in the same manner as Banjoemaas, and lease out the district of Kamagettan, I cannot fail likewise to request your majesty to consent thereto and thus place me under an obligation to him by favoring the said Pangerang. After my most obedient compliments to your highness and from my wife also to the Ratoe, I remain after cordial greetings with esteem. In the margin: Samarang, 14 March 1772. Underneath stood: Agreed. Was signed: J. R. van der Burgh. I herewith have the honor most obediently to report to your Honorable Worship that on the 12th of this month I marched with a detachment of 600 heads to Cradjagan, of which Ensign de Chateaurieux with 200 heads, both Europeans and natives, went thither via Cradenang, and I with 400 heads via Proa; on the 12th I encamped halfway to Proa and on the 13th marched thither, where I found the lamps in this negorij still burning, and indeed so much rice etc. that there was sustenance for Bajoe for half a month, which was to be transported thither; what my men could not take with them I had burned and destroyed; around 50 horses were captured and several pikes taken as prize. Copy of a letter from Lieutenant Heinrich to the Commander at Sourabaija. Copy. the
Dutch transcription
117 Van Iavas oost kust Den 10 Maart 1772. Van Javas oost kust den 10 Maart 172. sijnde sendelingen bereeds ook 10 p.:s afgezonden, terwijl ik de overige als daar van met voorsien van Batavia geEischt hebbe en na ontvangst uw hoogheid toezen„ den zal, in verwagting dat aangenaam zullen zijn. Na mijn Compliment aan uw hoogheid afgelegd heb„ „bende, blijve ik met veel agting /:in margine:/ Samarang Den 14: Maart 1772. — Aan den Poesoehoenang De aller toegenegentste briev die broeder mij met den mantrie wargo Hoijo heeft gelieven te zenden heb ik wel ontvangen, maar de afwezendheid van mijn translateur die mede ten opneem van de landen in de Cadoe en Bagaleen vertrokken is, heeft mij tot heeden verhinderd daar op te antwoorden, weswegens ik eene vriendelijke verschooning verzoek. voor 't aangenaame present van 100 Tompos Bras wangi, betuig ik uw hoogheid ten hoogsten dank en in hope dat de twee klingen voor u majesteit, ende kaijeen Sambagies voor de Ratoe, die 't opperhoofd van Straalendorf ongetwijffeld, onder mijn Compliment behoorlijk zal hebben bezorgd zoo wel als de sedert ook afgezonden 75 regte houwers, na genoegen zullen zijn beloove ik Broeder de nog manqueerende 75 aan 't gerequireerde getal van 150 houwers en ook nog eenige sembages voor de ratoe te zullen zenden zoo draa, als ik er maar van worde voorzien. wijders kan ik bij deese gelegentheid niet ma„ „laten uw hoogheid kennisse te geven, dat mij op het on„ verwagst tiding is toegekomen dat tans aan broe„ „ders hoff eenige voornaame perzoonen haar bezig zouden houden, met ontwerpen te maaken, waar door de rust van uw hoogheid en ook van desselfs getrouwe on„ derdanen geheel en al zoude worden gestoord. Jk neem te veel deel in het geene Java in 't gemeen, en uw Ma„ gesteet tot bevordering van desselfs genoegen in het bizonder betreft, dat ik deese tijding voor den sel„ ven zoude verbrengen te meer daar ik om aan uw hoogheid welmenendheid te beantwoord mij zelfs verpligt vinde uw hoogheid te mogen raden nadit Straalendorp heelloos Van Iavasoost kust Den 18 Maart 1712 Van Iavasoost kust Den 18 Maart 1772 heelloos ontwerp de nauwkeurigste na vorsing te la„ ten doen, ten Einde het nu het nog tijd schijnt in zyn geboorte tegen te gaan en te verhijdelen door zulks mid„ delen als uw majesteit het dienstige voorkomen zal: En dewijl Pangerang adepatti ManCoenagoro mij verzogt heeft bij uw hoogheid te willen bewerken dat Broeder aan hem de negorijen Pandjerland en Pamarden overliet, in voegen als Banjoemaas en in pagt afstond het district kamagettan, zoo kan ik ook niet nalaten uw majesteit te ver soeken om daar in te bewilligen endus mij aan den„ zelven te verplichten, door gem: Pangerang te favoriseeren Na mijn gehoorzaamst Compliment aan uw hoog„ „heid en van mijn huisvrouw ook aan de Ratoe, blijve ik na hartelijke groete met achting /:in margine:/ Samarang den 14: Maart 1772. /:onderstond:/ Ac„ cordeert /:was getekend:/ J: R: van der Burgh. Bij deesen hebbe de Eere uw Edele Achtb: gehoor„ saamst te melden, dat ik op den 12: deser met een de tachement van 600 koppen ben gemarcheert na Cradja„ „gan waar van den vaandrig de Chateau rieux met 200 koppen zoo Europeesen als Jnlanders derwaarts over Cradenang en ik met 400 koppen over Proa gegaan, den 12: hebbe ik de halve weg na Proa gecampeert en den 13: derwaarts gemarcheert, alwaar ik de lampen in deese negorij nog bran„ „den rond, en wel ruim zoo veel duiding ris &:a dat voor Bajoe voor een halve maand te leven was als welkers derwaarts zoude getransporteerd wor„ den wat mijn volk niet konde meede nemen heb„ „be ik laten verbranden en vernielen, in de 50. paar„ „den zijn opgevangen en verscheiden pieken prijs gemaakt Copia Missive van den Luite„ „nant Heinrich. Aan Den gezaghebber te sou„ „rabaija Copia den
English
From Java's East Coast The 18th March 1772. From Java's East Coast The 18th March 1772. On the 13th at 10 o'clock at night my patrols discovered enemy forces, whom they attacked and repulsed just as I set out with my entire corps to support them. My Malays captured one of the enemy's people, carrying a kris and a pike, who provides me with great elucidation since he knows the true state of Bajoe as well as regarding Bali. I have handed him over to Resident Schophof for further examination, of which your Honorable will receive further reports. A European private was wounded in the arm, and a European private drowned, as appears from the enclosed declaration, because the passageways were nearly impassable. On the 14th I advanced to Cradjagan and burned and destroyed everything there. The enemies had secured many provisions on the other side of the river, where Ensign De Chateaurieux was posted an hour from there, but could not reach it through the morasses. So I had 50 Madurese swim across to search for some small vessels that were hidden there and ferry people across with them, where a large storehouse of paddy was found, as well as opium, textiles, and carpentry tools. I abandoned everything to plunder and had it destroyed. More than 50 buffalo carts were burned, and praus, along with 20 dwellings in Cradjagan. Likewise I also had Jallimanik burned. Your Honorable can firmly believe that this expedition causes great harm to the enemy. On the 16th I decamped again from Cradjagan, and arrived back at Oeloepampang in three marches, on the 18th of this month. Furthermore, I hereby make known to your Honorable my particular opinion on the state of affairs, that I am apprehensive that Bali will successively be drawn into a war if we do not extinguish the fire while it is still glowing. Therefore I propose to your Honorable and request a reinforcement of Europeans of 80 to 100 men, another 300 Madurese, and 400 batoors. And as soon as I have conducted the other expedition to Campirang, it is best to advance on Bajoe and not attack until everything is properly positioned and entrenched, nor to bring along any heavy artillery except for two one-pounder cannons. And when everything is entrenched, I ought to have 3 to 4 metal cannons of 3 to 4-pound caliber, and the 8-inch mortar present here is sufficient, and then Bajoe will fall into our hands. Since my last writing, the company of Malays of Captain Waijahan Boejong has arrived here with 112 men; 4 drowned, 5 were left behind sick at Besoeki, and 1 went missing. Likewise, 70 Pamacassans have arrived here. Wherewith I remain, with due high esteem and very humble respect, beneath stood: Title, lower: your Honorable's entirely humble and dutiful servant, was signed: J. G. W. Heinrich, in the margin: Oeloepampang the 19th February anno 1772, beneath stood: agrees, was signed: P. Luzac, beneath stood: Agrees, was signed: J. R. van der Burgh. With respectful reference to my humble, latest separate letter of the 18th of March past, I have the honor to present herewith to your High Mightinesses the messages and reports that have reached me since regarding the evil intentions with which Pangerang Mancoenagara is said to be pregnant, while from this it seems may be deduced that the matter in Right Honorable, Severe, Highly Esteemed Lord, Honorable Sirs! To His High Mightiness The Right Honorable, Severe, Highly Esteemed Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General, alongside The Honorable Councilors of the Dutch Indies. To the
Dutch transcription
121 Van Iavasoostkust Den 18:' Maart 172. — Van Iavas oostkust Den 18:' Maart 1772. den 13: 'snagts om 10 uuren ontdekten mijne pattrouillien vijandelijke volkeren, die zij attacqueerde en te rug hebben geslagen zoo als ik met mijn heelen Corp:l opbrak om haar te souteneren, mijne maleiers hebben eenen van vijands volk gevangen, met kris en piek, dewelke mij tot grote elucidatie verstrekt dewijlen hij den waren staat van Bajoe als ook wegens Balie weet ik hebbe den selve tot verdere Examinatie aan den resident schop hof over„ geeven waar van uw Edele Achtbaare verdere beregten zal ontfangen, een gemeene Europees is door den arm ge quest, en een gemeene Europees is verdronken blijkens bij„ leggende verklaaring ter wijlen die passagien bij na on„ passeerlijk den 14: benik na Cradjagan gerukt en al„ „les aldaar verbrand en vernielt de vyanden hadden op d' andere kant vande revier veele levensmiddelen ge„ borgen waar de vaandreg ae Chateaurieux een uur van daar geposteerd stond maar niet door de morasse konde bij komen zoo hebbe ik 50 madureese laten over„ swemmen, en Eenige kleine vaartuigen die daar ver„ „borgen waaren opsoeken en daar meede volk oversetten, waar een groot magazijn van Padie gevonden word, van het gelijken amphioen, kleedjes timmermans ge„ reedschappen alles hebbe ik prijs gegeven en vernielen Laten meer als 50 buffels karren zijn verbrand en Proa met Cradjagan 20: wooningen van het gelyken hebbe ik jallimanik ook verbranden laten uw Edele Agtbaere kan vast geloven dat dese Expeditie den vijand tot grooten na„ „deel verstrekt den 16: ben ik van Cradjagan wederom opgebroken, en in drie marssen retour tot oelorpampang gearriveerd als den 18: deeser: Nog geeve bij deesen aan uwEdele Achtbaare mijn bij„ „sonder gevoelen te kennen over den staat der zaaken dat ik bedugt ben dat Balie in een oorlog zal successive ge„ trokken worden, wanneer wij het vuur met blussen daar het nog glieut dier halve proponeere ik aan uw Edele Achtb: en versoeke om versterking van Europeese van 80. tot 100. koppen, nog 300 madureesen en 400 battoors en zo dra ik die andere Expeditie na Campirang gedaan, is het beste na bajoe op te rukken en niet eerder t' attacqueeren als dat al „les na behooren geposteert en verschanst staat, ook geene waar swaare 123 Van Iavas oostkust Den 108: Maart 172. Van Iavas oostkust Den 1: April 1773. sware arthilleri mede voeren behalven twee een ponder Canons en wanneer alles verschant zoo diene ik 3: a4: mit a„ „le Cannonnen te hebben van 3: a 4: lb Caliber en die hier zijnde 8 duims mortier is toerijkend genoeg en alsdan zal bapoe in onse handen komen. Sedert mijn laaste schrijven is de Compagnie malciers van den Capitain waijahan Boejong met 112 koppen hier g'arri„ veert, 4. zijn verdronken s op besoeki ziek te rug gelaten en 1. te soek geraakt van 's gelijken sijn 70 Pamacassangers hier aangekomen. Waar meede met verschuldigde hoog agting en zeer nedrige respect verblijve /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uw Edele Achtbaare gansch onderdanige en pligt schuldige dienaar, /:was getekend/ I: G: W: Heinrich /in margine/ oeloepampang den 19: februarij ao 172. /:onderstond:/ ac„ „cordeert /:was geteekend/P: Luzae /:onderstond Accordeert was geteekend/ I: R: van der Burgh. Onder Eerbiedig refert tot mijne onderdanige Jong„ ste aparte van den 18 Maart passato geve ik mij de eere uwer hoog Edelheden hier nevens aan te bieden de berig ten en rapporten die mij seder toegekomen zijn wegens de kwaade voornemens waar meede pangerang Man„ Coenagara zoude bezwangerd gaan ter wijl daar uit schijnt te mogen worden op gemaakt dat de zaak in Hoog Edelen Gestr: Groot Achb Heer Wel Edele Heeren! Aan zyn Hoog Edelheijd Den hoog Edelen gestr: Groot Achtb: Heer Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal, nevens De wel Edele Heeren Raaden van Nederlandsch Indie Aan den
English
From Java's northeast coast, 1 April 1773. From the beginning was stated with exaggeration, and it appears that he still keeps quiet, has not brought people under arms, and also would not have detached any to Balemboangang, as well as outwardly feigning contentment again; yet that something is brewing, or at least must have brewed, seems to me no less likely, just as his intriguing conduct gives rise to speculation whether he might not even have spread the first rumors himself, in order beforehand to see the attitude to be taken and to cause some agitation. Meanwhile, I am strengthened in my conviction by the behavior of Pangerang Aria Coesoemo Judo, who is a son of the Sultan's brother Pangerang Rongo, who died before or at his accession, and who would have been secretly from Djosjocarta to Soerakarta to Mancoenagara on a few occasions, but was prevented in his intention to withdraw entirely from the court by the Sultan's resolute determination to secure his person as soon as Chief Papro informed the ruler of the Pangerang's evil intentions. Thus, Your Right Excellencies will be able to verify all this, and what I have meanwhile written to the Chiefs, from the accompanying letters and reports under Lit. A and B. I have, partly upon the assurance of Chief Straalendorf that the Emperor had shown himself inclined to cede the negorijs Pandjerlan and Pamardeon requested by Pangerang Mancoenagara, and partly to gain time to discover his true intentions, so as, if possible, to thwart them or bring them to better thoughts—and because from his first letter to me nothing else could be inferred than that the district of Kamagettan also belonged to the Emperor—promised him my requested assistance in obtaining it, as well as flattered him with a favorable outcome; and from his reply under Lit. C, it appears that he relies upon this. But now that the Emperor, by his latest letter, also forwarded under Lit. C, postpones declaring himself on this matter until my arrival in Soerakarta, and it has subsequently become apparent to me that Kamagettan is subordinate to the Sultan, I fear that the former will with difficulty, and the latter not at all, be brought to the cession. And truly, the Emperor's late statement to Chief Straalendorf—that Pangerang Mancoenagara, already formidable, would double his strength by obtaining those districts—is very well-founded; but since, through indulging him from time to time and giving him more than was promised him at his accession, he is not accustomed to being refused, and is indeed already too powerful to be intimidated, he will also have to be accommodated in one thing or another. Wherefore I most respectfully request to know how, upon my arrival at the courts, I am to conduct myself in this matter in accordance with the intentions of Your Right Excellencies. In the Balemboang region, our force is decreasing from day to day due to the increasing sickness and mortality among the Europeans and the desertion of the native auxiliary troops. And that, on the contrary, matters with the rebels are not nearly so bad as has now again been reported from there for some time, but that they even attacked the cotta on all sides with a considerable number of men on 20 March, appears both from the appendices Lit. D and E and from the fact that they must already have obtained aid from the Balinese Gusti Moera of Tjimbranie, who is said to be a vassal of Gusti Agong at Mongoeij; notwithstanding that the reports received almost simultaneously from the Balemboang region dictated that the Balinese with their vessels, having been driven by our cruisers into a river or inlet on the Balinese coast, were kept so enclosed that not one was able to get out, and their landing could well be prevented. The corps of Samarang Dragoons, 48 prime picked men strong at departure from here, was by 19 March already reduced to 16, and these still mostly all sick; and it was just as lamentably situated with the infantry, as of the 71 men on expedition
Dutch transcription
125 Van Iavas oostkust Den 1:' April 1773. Van Iavas oostkust Den 1:' April 173. den beginne bij Exaggeratie is opgegeven en blijkt, dat hij ziek nog stil houd, geen volk in de wapens gebragt en ook niet naar Balemboangang zoude gedetacheerd. hebben, mitsgaders hem uiterlyk weder wel te vreeden aansteld, doch dat er echter iets broeid, of ten minsten gebroeid moet hebben, komt mij niet minder waarschijnelijk voor als zijne intriquante Con duites speculatie baaren, of hij niet wel zelfs de eerste gerugten heeft laten spargeren, ten Einde alvoorens de te houdene Contenance te zien en wat limiteit te verwek„ ken, Terwijl ik in mijne sustenue gesterkt worde door het gedrag van pangerang Aria Coessoems Judo die eer zoon is van 's sulthans alvoor ofte bij zijn op komst overle„ den broeder pangerang Rongo en die een en andermaal in stilte van Djosjocarta naar soeraCarta bij Manfoena„ gara zoude geweest zijn doch in zijn voorneemen om zich geheel van het hof te verwijderen belet geworden is, door sulthans Cordate Resolutie om zich van zyn persomn te verzekeren, zoo dra het opperhoofd Papro den vorst van 's pangerangs kwaade intentie kennisse gaf invoegen w: Hoog Edelheden dit een en ander en wat Ik heb eensdeels op de verzeekering van het op„ perhoofd Straalendorf, dat den keijser zich genegen getoont hadt, de door Pangerang Mancoenagara ge„ vraagde Negoryen Pandjerlan en Pamardeon af te staan en anoeren deels om tyd te winnen ter ontdek„ „king van zyne waare voornemens die was het moge„ „lijk te verijdelen of hun tot betere gedagten te bren„ gen en wijl uit zijn eerste briev aan mij niet anders kan worden opgemaakt of het district kamagettan gehoord ook den keijzer hem mijne verzogte hulpe ter bekoming beloofd mitsg=s met een goeden uitslag geflat„ teerd, en bij zijn antwoord onder L=ra C: blijkt dat hij ziel daar op verlaat; maar nu de keijzer by zyn Jongste briev ook onder L:rm (: overgaande uitsteld zich daar over te verklaaren voor mijne komst te soura Carta en my van agteren gebleeken is dat kamagettan den sulthan ik de opperhoofden in tusschen aangeschreeven hebbe, Con„ steeren zal bij de onder L=ra A: en B: overgaande brie„ ren en Relaasen. ik onder 127. Van Iavas oost kust Den 1 April 1713. Van Iavasoostkust Den 1 April A=o 172. onderhorig is vreese ik, dat den eersten bezwaarlijk en den laatsten in het geheel niet tot den afstand zal te brengen zijn, en waarlijk des keijzers laaten gezegde aan het opperhoofd, Straalendors, dat pangerang Man„ Coenagara nu al gedugt zijnde zijne kragten door de bekooming dier Landschappen zoude verdubbelen is zeer gegrond; maar dewijl hij, door hem van tijd tot tijd te vieren en meer te geven, dan hem bij zijn opkomst was beloofd, niet gewoon is afgeweezen te worden, en zelfs al reede te magtig is om zich te laten afschrikken zal hij ook in het een of ander dienen te worden gelievd, waarom ik eerbiedigst verzoeke te mogen weeten, hoe ik mij bij mijne komst aan de hoven indezen over een koomende met de intentie vwer hoog Edelheeden zal te gedraagen hebben. In het Balemboangsche verminderd door de toenee„ mende sieklens en sterfte der Europeers, en het verloo„ pen der Jnlandsche hulptroupen, onze magt van dag tot dog en dat het daar en tegen met de rebellen gants. Het Corps samarangsche Dragonders, bij ver„ trek van hier sterk 48 uitgeleezen koppen primo plan, wasig: maart reeds tot op 16 verminderd en deeze nog meest alle ziek en met de jnfanterij was het even zoo beklagelijk gesteld alzoo van de 71 koppen in Expe„ zoo slegt niet gesteld is, als men van daar nu alwe„ der eenigen tijd opgegeven heeft maar zij zelfs den 20:' maart met een aanzienlijk getal volks de Cotta aan alle hoeken geattacqueerd hebben, blijkt zoo wel uit de bijla„ gen L:a Den E als dat zij reeds hulpe van Balijon„ ser Gusti Moera van Tjimbranie dat een rassaal van Gusti Agong te Mongoeij gezegd won te zijn, moeten be„ komen hebben niet tegenstaande de genoegzaam te ge„ lijk uit het Balemboangsche ontvangen berichten dic„ teerden dat de baliers met hunne vaartuigen door onze kruissers in een rivier of inham op de Balische wal gejaagd zijnde zodanige ingeslooten gehouden wierden dat er geen een in staat was buiten te komen en hum ook het Landen wel konde worden belet. „ditie
English
129 From Java's East Coast The 10 April 1773. From Java's East Coast The 5th April 1773 expedition only barely 50 healthy men strong and among the garrisons of Oeloupanipang and Cotta there were not 25 capable of taking the field, although to this have since been added the 40 soldiers whom I gathered here with great difficulty in the beginning of March and detached thither for the relief of the dragoons, but now I am also not capable of dispatching a single soldier more, before I shall have received relief from Your Right Honourables at the capital after the arrival of the ships, nor any artillerymen, beyond one gunner and two assistants who departed a few days ago, yet because the embarrassment on this account is no less great, I very urgently request Your Right Honourables for some gunners and bombardiers. The commander Luzae has further insisted on the prompt assembly of the Madurese, Sumenepers, and Pamekasanese, and I have also exhorted the Pangeran and regents thereto through my direct letters. While I am of the opinion that the present circumstances do not permit waiting any longer, but necessity now demands and as soon as the stipulated number of 2000 heads of auxiliary troops have arrived in the Balambangan district, and the force with Europeans and Easterners will be strong plus minus 2500 heads, to act offensively again, both to leave the rebels no time to reinforce themselves further, as well as, and indeed primarily, to make use of the aforementioned auxiliary troops before they become dispirited through sicknesses and hardships and, getting an aversion against the unhealthy Balambangan, mostly desert. I shall then also delay no longer now, but both for the aforementioned reasons as well as the uncertainty when Your Right Honourables will be able to send European soldiers hither, give Lieutenant Heinrich authorization to push through the expedition, under this special condition, however, if he, with his accompanying officers, after a preceding precise investigation of the enemy's real condition and strength, deems the Company's force sufficient for their subjugation. I hope that Your Right Honourables will be pleased to approve my intention hereto, From Java's East Coast The 1st April 1772. From Java's East Coast The 5th April 1772 while I take the liberty to call myself with the greatest submission and respect. It was written beneath: Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Lord and Well-Born Gentlemen; lower: Your Right Honourables' most humble and most obliged servant; was signed: J. R. v. d. Burgh; in the margin: Samarang 1st April A.D. 1772; underneath: P.S. I also have the honour to offer to Your Right Honourables under letter F an account of the sailor Matthijs Alberts, who arrived here today, who, having been stranded on Bali with a Balambangan cruising prahu mayang, has been sent hither by Gusti Ngurah Jambi at Bali Badung with a letter, which translation accompanies this under letter G, and because he requests me for some powder and lead, likewise a golden kris, and seems inclined to hold the vessel itself with the remaining crew until he receives that, I request Your Right Honourables' authorization, and at the same time to be allowed to know how much powder and lead I shall send him. One after the other I have received your separate letters of the 16th and 17th of this month, and alongside the latter also a letter from Pangeran Mangkunegara, enclosed herewith in translation copy for your consideration and information, and according to which one would have to conclude that he intends no evil, though however the contrary being probable from other circumstances, this must, as I already wrote in my latest of the 16th of this month, whereto to my surprise I have not yet received an answer, redouble your attention to get to the bottom of the matter. The expressions of goodwill that the Emperor has made are agreeable to me, but I am surprised that you do not report to me whether the ruler is putting himself in a state of defense or not; the chief Sapro assures me not only, so that the adjacent extracts Copy of a letter from the undersigned to the Surakarta chief Stralendorff dated Samarang The 20th March 1772. Copy 131
Dutch transcription
129 Van Iavasoost Cust Den 10 April 1773. Van Iavas oostkust Den 5:' April 1773 „ditie nog maar sterk slegt 50 man gezond en er onder de bezettelingen van oeloupanipang en Cotta geen 25 in staat waaren te velde te gaan doch waar bij sedert nog gekomen zijn de 40 militairen die ik in het begin van maart hier met veel moeite bij een verzameld en ter aflossing van de dragonders derwaarts gedetacheerd hebbe maar nu ben ik ook niet in staat een enkeld mi„ „litair meer aftezenden, voor dat ik na aankomst der Baaren ter hoofdplaatze ontzet van uw: hoog Edelheden zal bekomen hebben ook geene Arthilleristen, boven een Canonnier en twee handlangers voor weinige da„ gen vertrokken, dan vermits de verlegentheeid daarom niet minder groot is versoek ik vwer hoog Edelheden zeer instantig, om eenige Canonniers en Busschieters. De gezaghebber Luzae heeft nader op de spoedige bij een brenging der madureesen, sumanappers en Pamacas„ „sangeas aangedrongen en ik heb Pangerang en regen„ „ten door mijn direct schrijvens ook daar aangemaand Terwijl ik van gevoelen ben dat de presente omstan„ „digheeden niet toelaten langer te wagten maar de noodzaa„ kelijkheid tans vorderd en zoo vas het bepaalde getal van 2000 koppen hulp troupen in het balem boangsche aange„ komen ende magt met Europeers en oosterlingen plus minus 2500 koppen zal sterk zijn weder offensive te ageeren zoo om de rebellen geen tyd te laaten zich verder te versterken, als en wel voornamentlijk, om zich te bedienen van de opgem: hulp trou„ pen, voor dat zij door ziektens en ongemakken mismoedig wor„ den en een aversie tegens het ongezonde balem boangang krijgende, meest verloopen. Jk zal dan ook nu niet langer draalen maar zoo om de voormelde redenen als de onzeker„ „leeid wanneer uwer hoog Edelheden in staat zullen weezen Euro„ peesche militairen herwaards te zenden den Leutenant Hein„ „rich qualificatie geven, om de Expeditie door te zetten, on„ „der deeze speciaale bepaaling echter indien hij met zijne bij hebbende officieren, na een voor af te gaan nauwkeurig onderzoek van des vijanden wezentlijke toe stant en sterkt sComp:s magt ter hunner overmeestering toerijkende oordeelt. Ik hoope dat vwer hoog Edelheden mijn voorne„ „digheden men, Van Iavas oost cust Den 1: April 1712. Van Iavas oostkust Den 5: April 1772 men hier toe zullen gelieven te approbeeren, terwijl ik de vrij„ leid gebruik met de meeste onderdanigheid en Eerbied mij te noe„ „men. /: onderstond/ hoog Edelen Gestrengen Groot Achtb=r Heer en wel Edele heeren /:lager uwer hoog Edelheden ootmoedigste en aller verplichtsten dienaar /:was getekend:/ I: R: v: d: Burgh /:in margine :/ Samarang p=mo April A.:o 1772. /: daar onder:/ P: S: Ik heb d' Eere uw Hoog Edelheden ook nog on„ „der L:ra F: aan te bieden een relaas van den heden hier aan„ gekomen matroos Matthijs Alberts, die met een balembo angsche kruis prauwmayangop Balij gestrand zijnde door Guste Moera Djambi te balij Badong, met een brief welk Translaat onder L=dna G deezen verzeld, her„ waarts gezonden is ende wijl hij mij om wat kruit en Lood item een gouden pondok verzoek en het vaartuig zelfs met de overige Manschappen zoo lange tot hij dat ont„ vangt schijnt te willen aanhouden verzoeke ik voer hoog Edelheden qualificatie, en teffens te mogen wee„ „ten, hoe veel kruit en Lood ik hem zenden zal. Na den andere heb ik ontfangen uwE aparte van den 16: en 17: deeser en nevens de laatste ook een briev van Pangerang Mancoenagara, in Copia translaat deezen tot uwE speculatie en narigt by gevoegd, en volgens dewelke men zoude moe„ ten opmaaken, dat hij niets kwaads gezind is doeh echter het Contrarie uit andere omstandigheeden waarschijnelijk zijn„ „de, moet dit gelijk ik al bij mijne jongste van den 16: dee„ „zer aangesz:, aan waar op ik tot mijn verwondering nog geen Antwoord ontvangen hebbe, uwr attentie verdubbe„ len, om agter het wesentlijke der zaak te komen. De betuigingen van welmenendheid die den keijser gedaan heeft, zijn mijn aangenaam, maar ik verwondere mij, dat uwE: mij niet meld, of den vorst zich in staat van tegenweer steld of niet het opperhoofd Sapro verse„ „kerd mij niet alleen, invoegen de nevensleggende Ex„ Copia Briev van den ondergetee„ „kende, Aan het soera Cartas opper„ „hoofd Stralendorff gedateerd sa„ „marang Den 20: Maart 1772. Copia „tracten 131
English
From Java's East Coast, the 3rd of April 1772. From Java's East Coast, the 1st of April 1772. extracts from his letters demonstrate the Sultan's good thoughts regarding the Company, and that everything in Djocjocarta is in quiet rest and peace, but he also reports to me that the crown prince has still not been in person to the Bazaar festival at his house, and Pangerang Aria Coessoema Iudo is actually ill. The Pangerang Mancoenagara has, according to the extract letter sent to Your Honour previously, requested of me that the Emperor lease to him the villages of Pandjerlan and Pamarden in the manner of Banjoemaas, that is, in my opinion, as wedono, as well as the district of Kamagettan, and not as Your Honour mistakenly calls it, Kemangentang. I cannot think that he would ask for land from the Sultan, and therefore Your Honour must make further inquiries regarding that district or otherwise sound out the Pangerang discreetly as to what he actually means. It might well be that some of the Sultan's grandees are colluding with the prince, but that this ruler should agree with him does not seem likely to me, as their hatred against each other is too great to reconcile thus in secret. I would sooner believe that this hatred and his ingratitude are great enough to even make an attempt on the Emperor, in the hope that if it succeeds, he would be better able to take revenge on the Sultan; but whatever the case may be, the utmost attention and vigilance remains recommended to Your Honour. Meanwhile, concerning Your Honour's question whether, if the Prince sounds false to Your Honour, to attack him with the Emperor's assistance, it serves that Your Honour should rather try to persuade the ruler alone to do so, and above all beware of being the sole or the first aggressor; but being attacked, to repel force with force, and for that purpose both to request the ruler's help as well as, in the opposite case, that is, if the Pangerang attacks the Emperor, to grant it to the latter. The second resident Van Rhijn left yesterday, and a gunner along with three musketeers have also already departed for that place, while I have also sent you 1000 lb of gunpowder, and await to know what further Your Honour lacks. The commissioners in Bagaleen and Cadoe complain terribly about the hair-splitting and resistance of the Emperor's chiefs, and also about their sluggishness; against both of these, Your Honour must try to have the rulers of the realm provide a remedy. After greetings, I remain, below was written, Your Honour's good friend, was signed, I: R: van der Burgh. Likewise dated the 21st of this month. Shortly after sending my latest of yesterday, I received your separate letter of the 19th of this month, regarding which, as I am very fearful that the prince's protestations are not sincere and well-intentioned, but rather believe that he is using them to gain time, Your Honour therefore must not rest easy in this matter either. If, as was my opinion, each ruler covers his own land, that can indeed for the present, or until one sees what turn matters take, take place without an agreement between the two. I hope that Your Honour's report by letters of the 13th and 16th of this month, namely that the Emperor agreed to the request of Mancoenagara to grant the villages in question, was not given too hastily; indeed, from the ruler's letter accompanying this in copy, it seems that he still reserves that right to himself. On the basis of those first reports, I gave the Prince great hope, and if that does not succeed now, if he were otherwise willing to comply, that will cause new difficulties; also Your Honour must carefully beware of promising him anything without my knowledge, and above all not the daughter of the former regent of Paccalongang, whom he did not even ask for, but rather the 200 Spanish reals that the Sultan promised him annually for her, but allegedly has not paid in eight years. That the Sultan, upon the first report of Pangerang Aria Coessoemo Iudo's ill disposition, had not only him, but even his wife and children seized and imprisoned, was directly communicated to you by the chief Lapro. I do not doubt that Your Honour will have directly informed the Emperor of this, and if it can be done in a friendly manner, the ruler may well be advised to act in the same way: for if he leaves the ill-intentioned time and freedom to absent themselves from his court, the consequences will be more unpleasant. With which, after greetings, I remain, below was written, Your Honour's good friend, was signed, I: R: van der Burgh. Below was written, Agrees, was signed, J: B: van der Burgh. Extract from a letter from the Captain and First Resident at Soera Carta, Fredrik Lodewijk van Stralendorff, to the undersigned, dated the 26th of March 1772. With much submission I have received Your Right Honourable's separate letters of the 20th and 21st instant, together with the enclosed copy translation of the Emperor, and extracts of the Pangerang Mancoenagara and of the chief Lapro, for which my very humble thanks; Your Right Honourable may rest assured that I shall employ all means, as I have already put into operation, to discover the truth of the matter, sparing no expense therein. The Emperor keeps a good watch, and has several pickets posted at night outside this place upon the heights of Tebres, being the passage to Mattesse, Kadewang and Saro, who must pay good heed to everything. From my emissaries to the Franaraga, Wierosobbo and Cadiri regions, to investigate everything that can be found in that territory concerning ill-disposed persons, I have as yet no news; they departed from here on the 28th of the most recently past month. The chief Lapro has given me notice of the arrest of Pangerang Aria Kosoumo Soudo; of that I have given a copy to the Raden Adipati.
Dutch transcription
Van Iavasoostkust Den 3:' April 1772. — Van Javas oostkust Den 1: April 1772. tracten uit zijne Brieven aantoonen, van 's Sulthans goede gedagten omtrent de Comp: en dat te Djocjo„ „carta alles in stille rust en vreede is, maar meld mij ook dat de kroonprins nog in persoon op het feest Bazaar, aan zyn huijs geweest en Pangerang Aria Coessoema Iudo actueel ziek is. De Pangerang Mancoenagara, heeft mij blijkens het uwE: bij voorige toegezonden Extract brief verzogt, dat de keijzer hem de Negorijen Pandjer„ „lan en Pamarden in voegen als Banjoemaas, dat is na mijn gedagten als wedono en het district ka„ magettan /: en niet zoo als uw E: het abusive noemt kemangentang :/ in pagt overliet. Jk kan niet denken, dat hij land van de sulthan zoude vragen, en daarom moet uwE zich naar dat district nader informeeren of anders den pan gerang van ter zijde poltzen wat hij Eigentlyk meend. Het zoude wel kunnen zijn dat er Eeni„ ge van des sultans grooten met den prins heulen, maar dat die vorst met hem eens zoude zijn komt mij niet apparent voor dewijl hunne laat te groot tegens Elkan„ der is om dus in stelte te verzoenen. jk zoude eer gelooven dat die haat en zijne ondank„ baarheid groot genoog is, om zelfs een aanslag op den keijzer te maaken inhoope dat als die gelukt, hij te beter in staat zoude weezen, zich op den sulthan te wreeken, doch wat er ook van zij is en blijft uwl de meeste attentie en waakzaamheijd aangerecomman„ deert terwijl op uwE vrage om als den Prins uwE mis„ luid hem met 's keijzers bijstand te attacqueeren, diend dat uwE liever den vorst alleen daar toe moet tragten te persuadeeren en zich voor al wagten van alleen of de Eerste aggresseur te zijn, doch geattacqueerd wordende, geweld met geweld te keeren en daar toe zoo wel des vorsten hulpe te versoeken als die in het tegen over„ gesteld dat is als den Pangerang den keijzer aan„ tast, aan den Laatsten te bewijzen. Den tweede resident van Rhijn is gisteren en Een Cannonniers nevens drie Bosschieters zyn meede heelen reeds 133 135 Van Javas oostkust Den 1: April 1772. Van Javasoost cust Den 1:' April 172. reeds naar Costij vertrokken, ter wijl ik uw ook toege„ zonden hebbe 1000 lb: buskruit, mitsg:s wagte te weeten wat uwE verder manqueerd: De Commissianten in de Bagaleen en Cadoe klagen schrikkelijk over hair kloverijen en tegenstribbelingen van 's keijzers hoofden, en ook over hunne traagheid tegen het een en ander moet uwE door den rijksbestierders tragten te laten voorzien. Ik blijve naar groete /:onderstond:/ uwE goede vriend /was geteekend/ I: R: van der Burgh. Adidem gedateerd den 21: deezer Kort na de afzending mijner Iongste van gisteren heb ik ontvangen uw aparte van den 19 deezer waar op is, dat ik zeer beducht weezende, dat der prin„ len betuigingen niet opregt en welmeenend zijn, maar een geloove dat hij zich daar van bediend, om tijd te winnen uwE overzulx daar in ook niet berus„ ten moet. als gelyk mijn mening was, ider vorst zyn Eigen land dekt kan dat immers voor Eerst, of tot men ziel wat keer de zaaken nemen geschieden, zonder over Een komst tusschen beide. Ik hoop niet dat uw E: berigt bij brieven van den 13: en 16: deezer, dat namentlijk den keijzer bewilligde in het verzoek van Mancoenagara, om de bewuste negorijen te voorbanig gegeven is immers bij des vorsten deesen in Copia verzellende briev scheijnt dat hij zulks nog dan zich reserveerd. Jk heb op fundement van die eerste berigten, den Prins groote hoop gegeeven en als dat nu niet reusseere zal, als hij anders zich wilde schik„ ken, dat nieuwx moeilykheeden geven ook moet uwE zich zorgvuldig wagten van hem iets buiten mijn wee„ =ten te beloven, en voor al niet de dochter van den gewee„ sen Paccalongangs regent die hij zelfs niet eens ge„ „vraagd heeft, maar wel de 200 sp:s reaalen die den sulthan hem Jaarlijks voor haar beloofd doch in acht jaaren niet betaald zoude hebben. Dat den sulthan op het eerste bericht van Pangerang Aria Coesformo Iudos quaad gezindheid niet alleen hem, maar zelvs ook zijn vrouw en men. kinderen 137 Van Javas oostcust Den 1. April 1772 Van Javas oostkust Den 1: April 1772. kinderen heeft laten opvatten en gevangen zetten is uw door het opperhoofd: Lapro direct bedeeld. jk twijf fele niet of uwE zult den keijzer daar van direct hebben kennisse gegeven en als in het vriendelijke geschieden kan mag den vorst wel aangeraaden worden in selfder voegen te handelen: want als hij de kwa„ „lijk geintentieneerde tijd en vrijheid taat zich van zijn hof absent te maaken zullen de gevolgen on„ aangewaamer zijn: Waar meede naar groete blijve /:onderstond /uwE goede vriend /:was geteekend/ I: R: vander Burgh /:onderstond:/ Accordeert / was geteekend:/ J: B: van der Burgb. Extract uit Een Briev van den kapitain en Eerste Resident te soera Carta Fredrik Lodewijk van Stralendorf aan den onderge„ teekende gedateerd den 26: Maart 1772. — Met veel submissie heb ontfangen uwel Edele Achtb: apartens van den 20: en 21:ste Courant, neevens in Closa Copia Translaat van den keijser, en Extracten van den pangirang Mancoenagara en van het opperhoofd Lapro, daar voormijn zeer Neederige dank betuiging uwel Ed: Achtb kond zijn verzeekert houden dat alle middele zal aanwenden, zoo als reeds heb in het werk gesteld om agter het waare van de zaak te koomen daar aan geen kosten en Spaar. Den keijzer houd goede wagt, Laat, verscheijden Picquets bij den nagt uitsetten, buiten deese plaats op de hoogte van Tebres, zijnde de passagie naar de Mattesse kadewang en saro die op alles goede agt moeten geeven. Mijne sendelinge naar het Franaragesche wie rosobbese en Cadireise, daar alles te ondersoeken wat men in dat gewest van quaad gesinden vinden heb nog geene teijding, zij zijn den 28:e der Jongste verwee„ kene maand van hier vertrokken. Het opperhoofd Lapro heeft mijn kennis ge„ „geeven van het arresteeren des Pangerang Aria kosoumo Soudo, daar van hebben aan het radeen Copia Dipattij.
English
From Java's East Coast, the 1st of April 1772. From Java's East Coast, the 1st of April 1772. Adipati Sasradiningrat was informed in order to notify the Emperor that it cannot yet be proved that the chiefs from here had forged an evil design with the Pangeran Adipati. Thus, the Emperor cannot yet have them arrested before the matter has been properly investigated to determine whether those people are guilty of it. He cannot and will not believe it of the Tumenggung Urang-biang, as he has always shown himself to be a faithful servant during the most distressful times of war, also standing under oath to the Honorable Company and possessing proof of this. That he would now, in his old age and peaceful retirement, take a stand against the Honorable Company cannot well be believed. Four days ago, a great falsehood was discovered. It was positively told to me that Jojo Panauwang, the favorite of the Pangeran Adipati, had already departed for Balambangan with 200 armed men. I gave notice of this statement to Raden Adipati Sasradiningrat with the request to order the Mancanegara chiefs of Pranaraga, Kediri, and Wirosobo as speedily as possible that, if the said Jojo Panauwang arrived with so many men wishing to pass through the lands towards the Malang area or its surroundings, not to let them pass, to oppose them, and to make them turn back. I wanted to be assured of the authenticity of this report beforehand, before I brought it to Your Right Honorable's attention. After a careful investigation, I found that it is devoid of the truth, for the said Jojo Panauwang is at his home and has not stepped a foot away from here, and was also with me the following day to ask for some pocket money, which he often does. The Prince has no more than his ordinary men; no ill suspicion is perceived here. This makes me hope that, after an exact investigation, all major rumors will prove to be devoid of all truth and will vanish like smoke, being nothing other than a rabble-rouser's fabrication. To Your Right Honorable's letter of the 16th, I replied in mine of the 19th. From Java's East Coast, the 1st of April 1772. From Java's East Coast, the 2nd of April 1772. Today I again spoke with His Majesty about Panjer and Pamorden, which His Highness indicated in his letter would be discussed upon Your Right Honorable's arrival at court, and that Your Right Honorable trusted His Highness to give good hope to the Pangeran Adipati Mangkunegara without anxiety. His Majesty was pleased to state the reason, namely that I wished to consult with the Noble Lord Governor beforehand about this, since if the Pangeran Adipati were now to obtain such a large territory in addition, it would double his power, and not only this post, but in the future even more; regarding this, the Emperor would gladly confer with Your Right Honorable beforehand. Magetan: this district belongs to the Sultan; it lies to the east of Mount Lawu towards the Pranaraga area. The Pangeran Adipati formerly held the said district in lease from the Sultan, but with the taking away of the Ratu Bendoro, this district was also retaken. He requests from Your Right Honorable to be allowed to obtain it in lease again, which shows that his anger towards the Sultan is somewhat diminishing. Concerning the daughter of the former Regent of Pekalongan, I merely wished to bring that to Your Right Honorable's attention. I saw Pangeran Prabu, who expressed that if Your Right Honorable could arrange it, a great favor would be done for the Pangeran Adipati. To that I answered that I did not doubt that Your Right Honorable would endeavor to accommodate the Pangeran Adipati in every possible way, and that he could firmly rely on that. I shall not fail to arrange with the Emperor that His Highness once again issues strict orders to his eastern Mancanegara Regents to block all passages to Malang, so that no people can go to that region. The lands on the south side through which one could also reach the said Malang and Balambangan stand under the Sultan, as does the territory of Rowo bordering next to it. Agrees with the original. Was signed, J. R. van der Burgh. Copy.
Dutch transcription
139 Van Iavasoost kust Den 1: April 1772. — Van Iavasoostkust Den 1: April 1772. — Dipattij Sassaradiningrat kennisse gedaan om den keijser te verwittige, d' hoofdens zoo van hier met den Pangerang Dipattij een kwaad oog merk zoude gesmeet hebben, kan men nog niet bewijsen; zoo is het dat den keijser hun nog niet kan doen arresteeren, voor al eer de zaake regt ondersogt hebben of zij lieden, daar aan schuldig zijn, kan het van den tommongong oerangbie„ „ang niet wil gelooven, hij althoos in de benauwste oor„ logstsleijden Een trouw dienaar betoond heeft te weesen, meede onder Eede van d E: Comp:e staande en ook een bewijs daar van heeft, nu op zijne oude daagen en goede rust teegens de E Comp:e aan te kanten kan niet wel geloofd Heeden over vier daagen ontwaarden een groote, onwaarheid, het was, mij voor vast gesegt dat Jo Jo Panauwang de lieveling van den Pangerang dippat„ „tij, reeds met 200: gewaapende Manne naar Balembo„ „angang waaren vertrokken, van dit gesegde heb aan den radeen depattij Sassaradiningrat kennis gege„ „ren met verzoek ten alles spoedigste aan d' Mantjonaga„ „rasche, hoofde van Pranaraga; Caditie en wero fob„ bo te gelasten; als gemelde Iojo Panauwang met zoo veele volkeren aankwam om door de landen naar het Malansche of daar omstreek te willen passeeren, niet door te laaten hun daar teegen aan te kanten en we„ „der te rug te doen keeren van dit rapport wilde ik voor aff van d' Egtheijt verzeekert weesen, eer ik uwel Ed: Achtb: ter kennisse bragt: na nauwkeurig ondersoek heb bevonden, dat van d' waarheit ontbloot zij, want gemelde Jojo Penauwang is tot zijne huizen, en heeft geen voet hier van daan geweest ook daags na bij mijn geweest, om Eenig zak geld te vraagen dat hij dik„ maaken doet; den prins heeft niet meer als zijn ordinaire volkeren, hier men bespeurt geen quaad vermoeden, dus doet mijn hoopen dat alle grooten ge„ „rugten naar een Exsakt onderzoek van alle waarheeden versteeken zullen werden, en als een rook verdwijne niet anders dan Een kramans uitstroossel zal weezen. op uwel Ed: Achtb: van den 16. hebbe inde mijne van „rasche den worden. 141 Van Iavasoostkust Den 1:' April 1772. — Van Iavas oostkust den 2:' April 172. — den 19: beantwoord heeden heb zijne majesteijt nogmaals onderhouden over Panjerlan Pamorden, dat zijn hoogheijt in desselfs briev te kennen gaf met de komst van uwel Ed: Achtb: ten hooven daar over te spreeken dat uwel Ed: Achtb: op zijn hoogheijt: vertrouwde ongerust aan den pangerang Dipattij Mankonagarra goede hoope geeven zijn majesteit behaagden te zeggen de reede„ „ne dat ik met den Edele heer gouverneur voor aff daar over wilde raad pleegen tegenwoordig den Pangerang di„ pattij alzoo een groot landschap daar bij te bekoomen, dit zijne kragte zoude verdubbelen en niet deesen Pornet alleen maar in het vervolg alweder meer over deese wilde den keijzer gaarn voor af met uwel Edele Achtb: handelen. Camagettan dit disstrict behoort den sulthan, het legt ten oosten den bergh Lawo naar het Pranaragsche gemelt district heeft den pangerang dippattij voor deesen van den sulthan in pagt gehad, met het afneemen van de ratoe Bendoro, ook dit disstrect wedergenoomen, ver zoekt het van uwel Ed. Achtb: weder in pagt te mogen bekoomen waar uit komt te blijken, dat zijne quaat„ „heid op den sulthan eenigsints in vermindert, over de dogter van den bevoorens geweesene regent te Paccolon„ gan daar van maar alleen aan uwel Ed: Agtb: willen ter kennissen brengen ik gesien van den Pangerang Prabo, die sig uit liet als uwel Ed Achtb: het kosten bewerken den Pangerang Dipattij veele vriendschap zoude geschieden daar op Ik antwoorden niet twijf„ felende of uwel Ed: Achtb: zouden tragten, den Pan„ gerang dipattij alles wat mogelijk te gemoet zoude koomen, en daar op vast konde vertrouwen. Zal niet ingebreeken blijven van bij den keijser te bewerken dat sijn hoogheid nogmaals Exsak„ „te ordres aan zijn oostersche mantjonagarashe regen„ „ten aff doet gaan; om alle Passagien naar Malang te besetten dat geen volkeren, naar dien streek kon„ „nen koom die aan de zuijt zeijden Lande daar men ook naar gemelde Malang, en Balemboangang kon„ „nen koomen staan onder den sulthan als het land„ schap Rawo daar naast aangresenden /:onderstond/ Ac„ „cordeert /:was getekend/. J: R: van der Burgh„ heit Copia
English
143 From Java's East Coast, 1 April 1772. From Java's East Coast, 1 April 1772. Copy of a letter from the undersigned to the Djocjocarta Resident Lapro, dated Samarang, 21 March 1772. I have duly received your separate letters of the 16th, 18th, and 19th of this month, the last one yesterday evening. Being well pleased with the manner in which you have conducted your inquiries in order to discover the treason in question, I await the outcome thereof with great anticipation. It is at the same time not only pleasing to me to receive the repeated assurances you provide of the Sultan's goodwill toward and concerning the Company, but I also regard the apprehension of Pangeran Aria Coessomo Soedo as proof thereof. When the translator Boltze—whom I cannot do without at present and have therefore recalled from the commission—arrives here, I shall write to the ruler. Since the aforementioned Pangeran likely has knowledge of who is taking part in the plotted treason and what their objectives are, you should persuade the ruler to use harsh measures to induce him to confess if he does not do so voluntarily. I hope that a speedy recovery from the fever will fully enable you to carry out all necessary investigations and whatever else ought to be done under these circumstances. What rumors are circulating in Soura Carta concerning the Mataram Crown Prince appears from the enclosed extract from a letter from the Resident Straalendorf dated the 17th of this month, while in an earlier letter from the day before he states the reasons that cause him to fear that even the Sultan might be in agreement with Mancoenagara. It could also well be his first ministers of state acting in the ruler's name, and you should carry out the most meticulous investigation into this. I shall have the small vessel for the Sultan brought to Djipan. The proof you cite for this is not valid in this instance; the artillery was and remained the Company's, and this small vessel is a gift for the ruler. The commissioners in the Bagaleen and Cadoe complain terribly about quibbling and opposition, now 145 From Java's East Coast, 1 April 1772. From Java's East Coast, 1 April 1772. now from this side and then from that side, and also about the sluggishness of the ruler's emissaries; if other matters do not advise against it, you must try to have the Prime Minister attend to this. A few days ago I wrote to Pangeran Mancoenagara. His answer, a copy of which is annexed hereto, contains assurances of goodwill and attachment to the Company, though I do not rely on these without conviction. What he again mentions regarding the daughter of the former Regent of Paccalongang, you should also investigate on this occasion. Wherewith, after greetings, I remain, below was written, your good friend, was signed, J. R. van der Burgh. To the same, dated 24 March 1772. With reference to my latest of the 21st, this serves in reply to your separate letter of the 22nd of this month, stating that I expect further reports from you by the first opportunity as to whether the spread reports concerning the evil designs of Pangeran Mancoenagara, which come from the Sultan—where, upon conviction of Pangeran Aria Coessoemo Joedo's ill-disposition, which first came to my ears this night, I went, and the ruler had the goodness to [illegible] said Prince— Copy of a letter from the Resident at Djodjocarta, Jan Papro, to the undersigned, dated 19 March 1772. and his following, merit belief, so that I may subsequently shape my further measures accordingly. If Pangeran Coessoemo Soedo can be further convicted of being an adherent of the aforementioned Prince, I believe it is not only advisable for his punishment and as a deterrent to others, but that even the ruler's safety depends upon him being surrendered to the Company for banishment to Ceylon. Wherewith, after greetings, I remain, below was written, your good friend, was signed, J. R. van der Burgh, below was written, agrees, was signed, J. R. van der Burgh.
Dutch transcription
143 Van Iavas oostkust Den 1:' April 172. — Van Iavas oostkust Den 1:' April 1772. Copia Briev van den ondergeteekende Aan het Djocjo cartas opperhoofd Lapro, gedateerd Samarang Den 21: Maart 1772. — Ik heb uwE aparte van den 16: 18 en 19: deezer, de Laatste gisteren avond, wel ontvangen en genoegen nemende in de wijze op dewelke uwe desselvs perquesitien, om agter het bewust verraad te komen hebt te werk gesteld wagte ik met groote verlangen den uitslag daar van af en is mij teffens niet alleen aangenaam de her„ „haalde verseekering die uwE van des sulthans wel„ menendheid voor en omtrent de Comp: geeft, maar ik houde de opvatting van pangerang Aria Coesfoemo Sudo als Een bewijs daar van Als den Translateur, Boltze die ik thans niet ontbeeren kan en daarom uit de Commissie opgeroepen hebbe hier is, zal ik den vorst schrijven opgemelden Pangerang waar slijve „lijk kennisse draagende wie al deel in het ontwerpen verraad heeft, en waar henen hunne oogmerken srtrekken diend uwE den vorst over te haalen om indien hij niet vrijwillig de zaak bekent, hem door harde midde„ „len daar toe te persuadeeren. jk hoope dat Eene spoedige her„ stelling van de koortze uwE tot hen doen van alle nodige rechergie, en wat in deese omstandigheden diend gedaan, ten vollen in staat stellen zal. Nat gerugten er te soura Carta lopen van Mattarmsh kroon prins blijkt bij inleggende Extract uit een briev van het opperhoofd Straalendorf de dato 17: deeser, terwijl hij bij een vroegere van 's daags bevoorens de reden op geeft, die hem doen beducht zijn dat zelfs den sulthan het met Mancoenagara Eens zoude zijn het kunnen ook wel zijn Eerste staat dienaaren die uit vorsten naam ageeren wee zen en daar na zal uwe het nauwkeurigste onderzoek die„ nen te doen. Het schuitje voor den sulthan zal ik naar Djipan Laaten brengen. het bewijs dat uw E: daar toe allequeerd ra„ „lideerd in deesen niet het geschut was en bleef Compagnies en dit vaartuigje is een present voor den vorst. De Commissianten inde Bagaleen en Cadoe klagen, schrikkelijk over hair kloverijen en tegenstribbelingen dan 145 Van Javas oostkcust Den 1: April 172. — Van Javasoost kust den 1: April 1772. — dan van dese en dan van geene zijde en ook over de traagheid der vorsten sendelingen, als andere zaaken het niet afraaden moet uwE tragten door den rijks bestierder daar in te laaten voorzien Ik heb voor eenige dagen aan Pangerang Man Comnagara geschreeven zyn antwoord in Copia deesen by gevoegd behelsd verseekeringen van welmenendheid en attachement aan de Comp: doch waar op ik zonder overtuiging met fieere. het geene hij daar bij alweder van de dochter van Paccalongangsch geweesen Regent op geeft, diend uw bij deeze gelegentheid ook te onderzoe„ Waar meede naar groete blijve /:onderstond:/ uw goede vriend /:was getekend/ I: R: van der Burgh. Adidem gedateerd den 24: Maart 1772. Ondert refert tot mijn Jongste van den 21: diend op uwE: aparte van den 22: deezer dat ik per Eerste nadere berigten van uwE: verwagte wat van de gespargeerd berigten om„ trent de kwade desseinen van Pangerang Mancoenagara Zoo koome van den sulthan alwaar op Convixie van Pangerang Aria Coessoemo Iudo quaad gezindheid mij deese nagt Eerst ter ooren gekomen, ben na toege„ weest ende wast heeft de goedheid gehad gezegde prins Copia Briev van het opperhoofd te Djo„ „djocarta Ian Papro Aan den ondergetee„ „kende gedateerd den 19: Maart 1772. — o en zijn aanhang, geloof meriteerd om dan daar na ook mijne verdere maatregulen te kunnen schoeijen. Als Pangerang Coessoemo sudo nader kan worden overtuigd van Een aanhangeling van opgemelden prins te zien, meen ik dat het niet alleen raadsaam is hem ter straffe en andere ten afschrik, maar dat zelfs vorsten veiligheid er aan gelegenthegd, dat hij aan de Compagnie ter verbanning naar Ceilon worde overgegeven. Waar meede naar groete blijve /:onderstond/ uwe goe„ de vriend /:was getekend:/ I: R: van der Burgh /:onderstond/ Accordeert / was geteekend:/ I: R: vander Burgh. met ken.
English
From Java's East Coast, the 1st of April 1772. From Java's East Coast, the 1st of April 1772. to have him immediately seized with his wife and children and imprisoned in the so-called koenjoero; the audience was most amiable, and the Sultan has given me satisfactory proof and declarations of his attachment to the Honorable Company; Raden Rongo has orders to hold himself in readiness to depart for the martjangares upon the first order; I have not yet learned further rumors concerning Mankoenagara; exhausted by fever, I am unable to be more detailed, adding only this: that as far as we know to this day, no other of the Sultan's grandees participate in the known conspiracy; as soon as I feel some relief, I shall dutifully write to Your Right Honorable in detail; permit me therefore to conclude this, declaring with the greatest veneration always to be, underneath was written the ordinary title, was signed Ian Lapro, in the margin was written Djocjocasta the 19th of March 1772, P.S. Mr. Stralendorff will immediately give notice of the arrest of Pangeran Coessoemo Iudo. During the night between the 22nd and 23rd of February last, 16 of my slaves having run away, I immediately sent various native attendants inland to search for them, and one of them returned on the 25th and informed me he had heard that the said Prince had secretly absented himself from the court; I sent directly to the regent to inquire about it and also had my own people investigate, and learned that the said Pangeran was at his residence; since having received Your Right Honorable's revered letters with the copy of the letter from Mr. Stralendorf, I again had inquiries made after Coessoemo Iudo and sent, as it were, Before I mention in this submission the reasons that motivated me to make complaints about Pangeran Aria Coessoemo Iudo, I will trace the matter from somewhat earlier. Extract from a letter from the aforementioned chief to the undersigned, dated 22 March 1772. Extract someone From Java's East Coast, the 1st of April 1772. From Java's East Coast, the 1st of April 1772. someone to him with some merchandise, from which he bought a piece of chintz; afterwards I sent the interpreter Ingabeij Derpowongso directly to him to inquire after his health; he let me know that he was ailing severely and requested some butter and bread, which I sent him; since then, on the 18th of this month, another of my dispatched men returned, who reported to me that he had met Coessoemo Iudo near the market of Koripan close to Sourakarta, very poorly dressed and accompanied only by a panakawan with a small boy, as well as having learned from village people that the prince had been with the Sourakarta Pangeran Mankoenagara, who was said to have ordered him to return here again, but that he had to hold himself in readiness at the coming light of Suro to go secretly from here to Cadoeang, where he would receive 50 armed Javanese on horseback under his command; the following night I received word from a servant of Coessoemo Iudo whom I had bribed that the prince had really been away from home for 5 days and was now making preparations to go on a journey; all this made me resolve to speak to the Sultan himself, and to try to persuade him to anticipate this Pangeran in his evil designs and to have him seized; when Danuredja came to my house the day before yesterday, he was able to tell me that some men sent out by Tumenggung Sinduredja had seen Pangeran Coessoemo Iudo at the village of Kuwel near Solo, and had received an almost identical report of his designs as my people had; this strengthened me even more in my intention to speak to the monarch, so I requested an audience, and precisely at noon the monarch had me fetched. After I had related the foregoing to him in substance, the Sultan said, "I well believe that to be true, because Coessoemo Iudo has already tried to absent himself twice and was each time fortunately brought back, 5 days taken
Dutch transcription
147 Van Iavasoostkust Den 1: April 1772. — Van Iavas oostkust Den 1: April 1772. — met zijn vrouw en kinderen terstont te laten opvatten en in de zoogenaamde koenjoero gevangen te zetten, de audentie is allerminzaamt geweest en den sulthan heeft van zijn attachement voor dE: Comp:s mij de satisfactie preuve en betuigingen gegeeven radeen rongo heeft ordre zich ge reet te houden om op Eerste ordre na de martjanga„ „res te vertrekken van de verdere geruchten omtrent mankoenagara hebbe noch niet nader vernoemen af„ gemat door de koortse ben ik buijten staat omstandige te weezen zullende Eenlijk hier noch bijvoegen dat zoo verre ons tot heeden bewust is geene andere van sulthan groote in de bewuste Conspiratie participeeren, zoodra Eenige verligting gevoele zal uwel Edele Achtb: schuld„ plugting omstandig schrijven vergun mij dierhalven deese aftebreeken onder betuijging met de meeste re„ neratie altoos te zullen zijn /onderstond/ Titul ordinair /:was geteekend/ Ian Lapro: /: ter zide stond:/ Djocjo„ „Casta den 19: Maart 1772:, P: S: de heer Stralendorff geeve terstond van het opvatten van Pang: Coessoemo Iudo kennis. 'S nachts tusschen den 22: en 23: feb: p:o 16 p:s slaven van mij weggeloopen zijnde zond ik ter stond diver„ „se inlandsche oppassers Landwaarts in om hen op te„ zoeken en derzelven retourneerd den 25 en bericht mij vernoomen te hebben gezegde Prins zich in stilte van 't hof geabsenteerd had ik zond direct na de rijksbestierder om daar na te inquireeren en Liet door mijn Eige volk zulks meede na vorschen en vernaam dien Pangerang in zijn wooning was seederd ontfangen hebbende uwel Edele Achtb: gevenereerde Letteren met de Copia brief van de heer Stralendorf, Liet ik weder na vorsching doen na Coessoemo Iudo en zond quantwijze Eer ik bij deeze submisse de redenen melden die my tot klachten over Pangerang Aria Coessoemo Iudo gemo„ teveerd hebben zal ik de zaak van wat hooger op haa„ len. Extract uit Een Brief van Evengemelde opperhoofd. Aan den ondergeteekend gedateerd 22: Maart 172. Extract iemant Van Iavas oost kust Den 1: April 1772. — Van Iavasoostkust Den 1: April 1772. — iemant bij hem met eenig koopwaaren, waar van hij een stuk Chits kogt naderhand zond ik direct de Ju„ rabassa jngabeij Der powongso bij hem om na zijn wel„ „stand te vernemen hij liet my weeten zeer te sukkelen en om wat boter en brood verzoeken 't welk hem toe„ zond seederd retourneerd den 18 deezer weder Een mij„ ner uitgezondene die mij rapporteerde digt bij de pas„ ser koripan na bij soura karta Coessoemo Iudo ont moet te hebben zeer slecht gekleed en Eenlyk een Panacawang met een kleine jongen bij zich heb„ „bende als meede dat hij van negorijs volk ver„ noomen had die prins bij den sourakar tas pom„ gerang mankoenagara was geweest, die hem zoude gelast hebben weeder herwaards te rug te keeren doek zich gereet te moeten houden met het aan„ „staande ligt soero, in stilte van hier naar Cadoe„ ang te gaan alwaar hy 50 gewaapende Javaanen te paarde onder zijn gezag zoude krijgen 'snagts daar op kreeg ik van een eige rent van Coesfoenco Judo die ik heb omgekogt berigt dien prins reel „ 5: dagen van huis was geweest, en thans praepara„ tien maakte om op reize te gaan dit alles deed mij de resolutie neemen den sulthan zelf te gaan spree„ ken, en hem trachten te persuadeeren dien pan„ gerang in zijne quade desseinen voorte koomen en hem te Laeten opvatten wanneer toen Eergister Danoevidja ten mijnen huise quam, wist deese mij te verhaalen dat eenige uitgezondene van Tommongong Sindoendja Pangerang Coesfoe„ mo Judo op de Negory koewel bij solo gezien en van zijn desseinen een bij na gelukluidens bericht als mijn volk gekreegen hadden dit sterk„ te mij noch meer in de intentie om den vorst te spree„ ken, dus liet ik audientie verzoeken En net op de middag liet de vorst mij afhaalen. Na dat ik hem in substantie het vooren„ staande verhaald had zeide den sulthan ik gesloove wel zulks waar is want Coesfoemo Iudo heeft al twee keeren zich zoeken te ab„ senteeren en is telkens gelukkig te rug gekree„ 5 dagen gen
English
From Java's East Coast, 1st April 1772. From Java's East Coast, 1st April 1772. "he makes himself unworthy of my benevolence, and I will ensure that he can do no harm," and without it being necessary that I request it of the prince, he, out of his own accord, gave orders to Raden Rongo and Sinduridja to dispatch immediately the Dalem mantris along with the court messengers Mangun Rono and Mangun Judo to the residence of that Pangeran, to seize him and lock him in the kunjoro, and to bring his wife and children into the kraton. While this was taking place, I remained alone with Danuridja in the presence of the prince, and then I related to him what was mentioned in the report of the attendant Morto. The Sultan declared that he knew none of the Pangerans nor the Radens mentioned therein, and stated that neither his nor the Emperor's Mancanagaras could ward off three, let alone 13,000 armed men; however, he did not believe that such a large number of people could be gathered together. Nevertheless, he deemed it utmost necessary to nip all movements in the bud, and if Mangkunagara were ill-disposed, to oppose him immediately with all rigor, wherefore he considered it advisable that the Company's troops be kept ready, so that if Raden Rongo, who meanwhile had re-entered with Sinduridja, might not be strong enough to turn the rebels back, to assist him with coastal troops and Europeans. He gave Raden Rongo orders to hold himself ready to depart for the Mancanagaras upon the first command, and instructed Danuridja and Sinduridja to send out spies to obtain certain information regarding the circulated rumors. Then the Sultan said further to me, "The Company is of one heart and one mind with the Emperor and myself, and who is there on Java that could thus do us any harm with hope of a good outcome? Mangkunagara can never have fortune nor blessing, as he wishes to break his sworn oath; for my part, I shall always remain faithful to the Company." I praised him highly for that resolution, and after he had repeatedly assured me that a good watch would be kept and From Java's East Coast, 1st April 1772. From Java's East Coast, 1st April 1772. that a good watch would be kept and strong guards placed upon the roads, I took my leave and returned home. Idem dated the 26th March 1772. Yesterday evening, my emissary Ongo Truno having returned from the southern mountains of Kaduwang, Laro, etc., I take the liberty of sending him under cover of this letter to Your Honorable Esteemed, with the humble request to take a statement from him. His statements, upon which I trust reliance can be placed, differ as wide as the heavens from the circulated reports. He reports only that two Radens, named Djayadiningrat and Reso Dipo, reside on Mount Kutuk and act as santris and doctors there, with 20 to 30 men coming to them daily, though unarmed, and returning in the evening to their places of residence. In Kaduwang and Laro he observed nothing that resembled evil, but heard from several village people that Pangeran Aria Kusumo Judo had supposedly absented himself from the court. At the Pasar Manyar belonging to Pangeran Timor, brother of Pangeran Mangkunagara, he lingered for an entire morning, but likewise heard nothing evil. All this leads me to presuppose that the circulated rumors are fabricated and untrue. This is also verified by the attached Javanese document, for which I humbly request a translation, being a report of the spies sent out by Danuridja on the Sultan's orders, who returned this morning and likewise discovered nothing that would resemble a gathering of warriors. Now I shall still make every effort to obtain information regarding Pangeran Kusumo Judo's past intentions, since all reports are unanimous regarding his surat. The best part is that his apprehension has foiled everything. To state with certainty that he had evil in mind, I cannot yet do, as in other cases I have encountered nearly general rumors which the outcome From Java's East Coast, 1st April 1772. From Java's East Coast, 1st April 1772. did not corroborate. Copy of the report by the native attendant Ongo Truno from Djokjo Karta at Semarang, 29th March 1772. The informant relates that he was sent by Mr. Lapro to the Laro, Kaduwang, and the Kutuk mountains, in order to ascertain incognito whether the rumor was true that some enemies were staying there. He then proceeded from Djokjo via the villages of Pulo Watu, Pipedam, and Manyakan, in which places he always stayed overnight, directly to the aforesaid mountains and conducted the most thorough investigation, but heard of nothing evil there, but rather that the inhabitants were living in good peace. The only thing that he had discovered was that two so-called sorcerer doctors resided there, named Raden Djadiningrat and Raden Sodipo, who, however, had already lived there for some years and occupied themselves solely with working rice fields. These had wished to teach the villagers, of whom 20 to 30 people came to them daily, some sorcery tricks to make themselves invulnerable, etc., and also provided them with remedies for illnesses; but when it was put to the test, their sorceries as well as the healing of illnesses proved to be of no effect, for which reason the villagers mocked them and placed not the slightest faith in them any longer. Meanwhile, he had also heard in various places that the Pangeran Sumo Judo had absented himself from Djokjo Karta, without further details. Below stood: In my knowledge, was signed: C. P. Boltze. In the margin stood: certain cross next to which was written: made by the Javanese Ongo Truno. Copy
Dutch transcription
151 Van Iavas oostkust Den 1:' April 1772. — Van Iavasoostkust Den 1: April 1772. — „gen hij maakt zich mijn goede doen onwaardig, en ik zal zorgen hij geen quaad zal kunnen doen en zonder dat nodig was ik de vorster om verzoekt gaf hij uit eige motive aan radeen rongo en Sin„ doeridja order de Dalms mantries met de hofbo„ dens mangoen Rono en Mangoen Iudo ter stond naar de woning van dien Pangerang te zenden, hem op te vatten en in de koenjoro te sluiten en zijn vrouw en kinderen in de Craton te brengen: ter wijl dit gescheide bleef ik met Danoeridja alleen bij de vorst en toen verhaalde ik hem het gemen„ „tioneerde in het relaas van den oppasser Morto den sulthan betuigde geene Pangerangs noch ra„ deens daar in genoemd te kennen en zeide zijne nochte keizers Mantjanagaras geen 3: laatstaan 13000 gewapende Manschappen zoude kunnen af„ „weeren; dat hij echter niet geloofde zoon groote getal volk zoude bij een verzaameld weezen Echter ten hoogsten nodig achte alle bewegingen in de geboorte te smooren en indien Mankoe„ nagara quaad gezind was, hem dan terstond met alle riguur te moeten te keer gaan weshalven hij raadsaam oordeelde dE Comp:s volk gereedhield omme Jndien radeen rongo die in tusschen met sinaoeridja weder was binnen gekoomen, niet sterk genoeg mogt weezen de rebellen te keeren hem met strandvolke„ ren en Europeezen te adsisteeren. hij gaf radeen ron„ go order zich gereet te moeten houden om op eerst or„ der na de Mantjanagaras te vertrekken en gelaste Danoeridja en Sindoeridja spions uit te zenden om zeekere na richt der verspreide geruchten te krij„ gen toen zeide den sulthan verder teegens mij DE: Comp: heeft met den keizer en vrij Een hart en een zin, en wie is er op Java die ons dus met hoop van goeden uit„ slag eenig leet kan doen. Mankoenagara kan nooit geluk noch zeegen hebben alzoo hij zijn gedaa„ „ne led wil verbreeken, ik voor mij zal mij altoos trouw aan de Comp:s houden ik prees hem ten hoogsten in dat voorneemen en na hij mij iterative verzee„ „kerd had goede wagt te zullen laten houden en „nagara goede 153 Van Iavasoostkust Den 1: April 1772. — Van Iavas oost kust den 1:' April 1772. — goede wagt te zullen laten houden en goede bezetting op de weegen, naam ik mijn afscheid en keerde naar huis. Adidem gedateerd den 26: Maart 1772. — Sister avond mijn uitgezondene ongo Troeno, uit het zuiden gebergte Cadoeang, Laro &:a reverteeren„ de, neem ik de vrijheid hem onder geleide deezes tot uwel Edele Achtb: te laten overgaan, met ootmoedig verzoek van hem een relaas te laten afneemen zijn gezegdens, waar op vertrouwe te kunnen staat maa„ ken differeeren heemels breette van de uitgestrooide berichten hij meld eenlijk dat twee radeens, genaamd Dijaijadiningrat en resso diepo, hen op de berg kae„ toek op houden en als santris en doctors aldaar fun„ geeven komende daagelijks 20: a 30: man bij hem doch ongewapende en gaan 's avonds weder na hun woonplaats in Cadoeang en Laro heeft hij niets dat na quaad gelijkt ontwaard, doch van verscheide ne„ gorijs volkeren vernoomen Pangerang Aria Coes „soemo Iudo zich van 't hof zoude geabsenteerd hebben op de Passer Manjar behoorende Pangerang Timor broeder van Pangerang Mankoenagara, heeft hij een geheele voormiddag vertoefd doch meede niets. quaads vernoomen. dit alles doet my voor onder stel„ „len de uitgestrooide geruchten gefingeerd en onwaar zijn zulks werd ook verifieerd door annex Javaans ge„ schrift, waar aan ootmoedig Translaat verzoeke zijnde een relaas der door Danoeridja op sulthans ordres uitgezondene spions die heeden ochtend gereverteerd zyn en meede niets ontrekt hebben dat na verzaa„ meling van krijgs volkeren zoude gelijken Nu zal ik noch alles aanwenden om van Pangerang Coesfoemo Judos geweezene voorneemens naricht te krijgen dewijl doch alle berichten op zijn surit eenparig zijn het beste is zijn opvatting al„ „les verijdeld heeft om zeeker te poseeren hij quaad in 't zin zoude gehaad hebben kan ik noch niet doen de wijl mij in andere gevallen meer bij na algemee„ ne uit strooijsels zijn voorgekomen die de uitkomst „Some niet Van Iavas oost kust Den 1: April 1772 — Van Iavasoost kust Den 1: April 1772. — niet bewaarheid heeft. Copia Relaas door den Inlands oppasser ongo Troeno van Djokjo Carta op Samarang Den 29: Maart 1772. Den Relatant verhaald dat hij door de heer Lapro na het Larose kadoeanse en het geberchte koe„ „toek gesonden was, ten Eijnde in Cognito te vernee„ men of het gerugt waar was, dat sig aldaar Eenige vijanden op hielden hy had sig dan van Djokjo over de negorijen Poelo watoe Pipedam en Manjacan op welke plaatzen hij althoos over nagt had direcht na het voorsz geberckte bege„ „ven en het naukeurigste onderzoek gedaan, dog had niets quaads aldaar vernoomen maar wel dat de ingesetenen in goede rust leefden. Het eenigste dat hij ontdekt had was ge weest en zig aldaar twee zo genaamde Foover doctors ophielden gen: radeen Djaningrat en ra„ deen Sodipo die Echter alreets Eenige jaaren daar gewoont en zig alleen met het bewerken van Rijst velden bemoeijt hadden deese hadden de gemeen„ „tens waar van dagelijks 20 a 30: Coppen bij hem waa„ „ren gekomen wel Eenige toover kunsses van zig hart kunnen maaken &c:a willen Leeren ook geenesmidde„ „len voor ziektens aan haar verstrekt, dog wanneer het op de proef was aangekoomen waaren hunne tooverijen als ook het geneesen van ziektens van geen Effect geweest wesweegens haar de gemeentens bespot hadden en geen het minste gelooff meer aan zee sloegen, terwijl hij ook op verschijde plaat„ sin gehoort had, dat sig den Pangeran Soemo Joeda van Djok jo Carta geabsenteerd hadt, zon„ der meer /:onderstond:/ in kennisse van mij /:was geteekend:/ C: P: Boltze 5 /: ter zeijde stond:/ zeekere kruijsse war bij gesz: was gesteld door den Javaan ongo: Troeno daar Copia